VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3786

Ceylon · 423 pages · 124 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3786_0409 view scan ↗

English

Examined Maas and meanwhile we attach hereto copies of the invoices sent to us thereof, also accompanying this is a requisition of Persian red for this government, which we request may be fulfilled as much as possible, furthermore there also goes herewith the duplicate of our letter of 3 April last, an invoice amounting to ƒ1062. 15. —, three pay notes of 23 April, 3 and 9 of this month, and a statement of debt of the sailor Harmen de Leij. We remain otherwise after friendly greetings below stood Noble, Honorable, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet Lord and Friends, Your Honors' dutiful friends and servants was signed W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, C: Filenius, G: E: Holst, C: van Angelbeek, J: Reintous, C: F: Schreuder In the margin Kolombo 30 May 1787. Agrees Van Zitter, clerk. 625. Malabar To the Noble Lord Johan Gerard van Angelbeek Extraordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Company's Establishments on the said coast, together with the Council at Koetsiem. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet Lord and Friends. After we had already destined the ship Gouda for Batavia, and to that end had sent our dispatches to Tutukorijn, with orders to the officials there that if Your Honors should not dispose to the contrary over that vessel, to allow the same to depart thither, we had the honor on the 6th of this month to receive Your Honors' esteemed letter of 14 June last, in which Your Honors are pleased to confer with us concerning the further employment of the aforementioned ship. We are obliged to Your Honors 626. To the same as before obliged for the choice that you have deferred to us in this regard, and have consequently, considering that the cargo from the fatherland for Koetsiem has already, except for a small amount, been discharged at Tutukorijn, and that we need the remaining pepper, which still lies at Gale and amounts to 161387 lb., for our first return ship, so that if we receive no more than 400000 to 450000 lb. of pepper from Koetsiem in the coming early spring, we would not have enough pepper left over for the early ship of the year 1788, besides that the saltpeter lying there, which we shall have fetched from there, will also serve us very well as dunnage for our return ships of the second consignment, deemed it best and therefore also decided to let the aforementioned ship Gouda, as soon as it arrives at Gale, depart for Batavia with the bales of linen loaded therein at Tutukorijn. The goods brought with it for Your Honors we shall therefore send to Koetsiem with our pepper ship, and meanwhile have ordered the Tutukorijn officials not to draw upon any of the blacksmiths' coal for their use, except in cases of utter necessity, and should they use any of it, we shall have that replaced from our stock. Herewith we offer Your Honors the duplicate of our letter of 30 May last, an invoice amounting to ƒ480049:16., a memorandum amounting to ƒ72. 5: 8. and a duplicate requisition of 7 May aforementioned. We have duly received Your Honors' esteemed letters of 24 June and 16 July last, and thank Your Honors kindly, both for the soda ash forwarded to Tutukorijn, and for the surrender made to us of the copper doits brought with the ship Gouda for Your Honors' government. The officials at Gale have represented to us that the soldier Dominicus Francois Kortvriend, who earns ƒ14. in wages and whose half-pay is attached for his wife residing in Koetsiem, lies sick in the hospital at Gale most of the time and consumes ƒ7. 16. there monthly, thus more than half of the wages, whereby We remain otherwise after friendly greetings below stood Noble, Honorable, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet Lord and Friends, Your Honors' dutiful friends and servants was signed W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, G: E: Holst, C: F: Schreuder In the margin Kolombo 10 July anno 1787.

Dutch transcription

Nagezien Maas e „gen, en intusschen voegen we hier bij Copijen va de factuuren, die ons daar van zijn toegezonden ook verzeld deezen een eisch van persiasche rood aan voor dit gouvernement, waar aen wij verzoeke„ dat zoo veel doenlijk voldaen mag worden voorts gaen hiernevens nog over 't duplicaet van onsen brief van den 3. April J:ol:, eene factuur groot ƒ1062. 15. —. , drie zoldij notitie van den 23. April, 3. en 9. deezer, en eene schuld reekening van den mattroos Harm Wij blijven voor het overige na vriendelijke Groete /onderstond:/ Edelen Erentfesten, Han„ „haften, wijzen voorzienigen zeer Diskre „ten Heer en vrienden Uwel Edelens Dier „willige vriend en dienaaren /:was geteken W: J: van de Graaff,„ P: Sluijsken, C: Fileni G: E: Holst, C: van Angelbeek, J: Rein„ „tous, C: F: Schreuder /:In margine:/ Kolombo den 30:' Maij 1787. Accordeert Van Zitter. klerk „nus de Leij 625. Mallabaar Aan den Edelen Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad Extra ordinair van Nederlands Jnsia Gouverneur en Direkteur van 'sComp:s Eta„ „blissementen ter gemelde kust, Nevens den Raad te Koetsiem Edelen, Erntfesten, Manhaften, wijzen voorzienigen zeer Diskreete Heer en vrienden. Na dat we reets 't schip Gouda na Batavia gedesti„ neerd, en ten dien eijnde onse depeches na tutukorijn gezonden hadden, met last aan de bedienden aldaar, om zoo uwel Edelens over dien bodem niet Contrarie mog„ ten disponeeren, denzelven derwaarts te laaten ver„ „trekken, hebben wij op den 6: deeser de eer gehad te ont„ „vangen uwerwel Ed„s geachte letteren van den 14. Junij J„o leeden, waarbij uwelhd:s ons over het verder emploij van voorm: schip gelieven te onderhouden. wij zijn uwelEd:s ver- 626 Aan als Vooren verplicht voor de keuse, die deselven aan ons daarom tre hebben gedeffereerd, en hebben dienvolgende, uit aanmerkin dat de patriasche lading voor koetsiem, reets op eene g ringheidoma, te tutukorijn gelost is, en dat we voor ont eerste retour schip 't restant peper, dat nog te Ga legt en 161387. ld: groot is, nodig hebben, zoo dat indien we in 't aanstaande vroegjaar niet meer dan 400000 â 450000. lb. peper van koetsiem ontvangen, ons geen peper genoeg zoude overschieten voor 't vroegschip ao 1788. , behalven dat ook de salpeter, die aldaar legt we van daar zullen laaten afhaalen, ons heel wel komen zal, tot onderlaag voor onse retoerscheepen va de tweede bezending, best gedagt en mits dien ook be slooten, om 't voorsch: schip Gouda, zoo dra het te Gal komt, met de te tutukorijn daarin geladene lijwaat baalen, na Batavia te laaten vertrekken. De goederen die daarmeede voor uwelEd:s zijn aangebragt, zullen we derhalven met ons peperschip na koetsiem zend en hebben intusschen de tutukorijnse bedienden gelast om van de smeekoolen niets, buijten de uitterste nood zaakelijkheid, tot hun gebruik aante spreeken, en zoo ze ook daar van iets mogte gebruiken zullen we dat uit onsen voorraad doen vervullen. Hiernevens bieden we uwel Ed:s aan 't duplikaat Wij hebben wel ontvangen uwer wel Ed:e g.:t achte letteren van den 24. Juni en 16. Juli Jl:, en bedanken uwel Ed=e vriendelijk, zoo wel voor de na Tutukorijn bezorgde zoodaarde, als voor de aan ons gedaane afstand van de kopere duiten, die met 't schip gouda voor uwel Ed=s gouvernement zijn aangebragt. De bedienden te Gale hebben ons vertoond, dat de zoldaat Dominicus francois kortvriend, die ƒ. 14. aan gagie wint en wiens halve gagie in beslag is voor zijne vrouw, welke zict te koetsiem ophoud, meesten tijds ziek in 't hospitaal te gale legd en daar maandelijks ver„ „teerd ƒ 7. 16. , dus meer dan de helfte der gagie, waardoor, van onzen brief van den 30. Maij J:l: eene faktuur groot ƒ480049:16. , eene Memorie groot ƒ72. 5: 8. en een duplikaat eisch van den 7. Maij voormeld. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ Edelen Erntfesten Manhaften wijzen voorsienigen zeer Diskreete Heer en vrienden. uw wel Edelens Dienstwillige vriend en Dienaeren /:was getekend:/ W: J: van de Graaff, E. Sluijsken, P: E: Holst, C: f: Schreuder /:inmargine:/ kolombo den 10. Juli A„o 1787. — van bij

NL-HaNA_1.04.02_3786_0412 view scan ↗

English

To the same as before with the continuation of the provision to his wife, the Company will notoriously have to suffer loss, because there is no likelihood that the man will ever fully recover; we have therefore decided to request Your Honors, as we do by these presents, to have it announced to the wife of the aforementioned Kortvriend that she will have to go to her husband, and if she should not do this within eight months, to have no further provision made to her after that time at the expense of her husband. We have sent the soldier Jakob Woman of Grene to Tutukorijn, with orders to the servants there to grant him further transport to Koetsiem, to remain stationed there. His pay account will be presented to Your Honors by the said servants. We also enclose herewith a pay note of today's date, with the pay accounts mentioned therein and an invoice amounting to ƒ216. 5. C: a: For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath was written: as before, was signed: W: g: van de Graaff, J: P: C: Tilenius, G: E: Holst, M: F: Raket, in the margin: Kolombo the 4th August 1787. Upon the incoming findings of the outward-bound cargo of the ship Gouda, which were unloaded at Tutukorijn and Gale, we have decided not to have the slight shortfalls found thereon handled in the books of those offices, but only to have entered at each office into the account of unaccounted goods what was actually received at each place, and furthermore to return the Amsterdam invoices thereof to Your Honors, to be entered there and disposed of regarding the short delivery in such manner as Your Honors should find proper, since both ship and cargo were directly addressed to Your Honors, and consequently the loss must also be borne there. Since then we have had the honor to receive Your Honors' esteemed letters of 11th August last, whereby Your Honors have been pleased to waive a large part of those goods, leaving it to us to retain them if needed, or otherwise to forward them to Batavia; and we have therefore decided to accept for this government all the goods relinquished by Your Honors, as they suit us very well. Nonetheless, in accordance with our aforementioned decision, we offer Your Honors enclosed herewith the four original Amsterdam invoices, amounting to ƒ19641. 4. —, ƒ3115. 1, ƒ986. 8. 8. and ƒ1581. 2., besides two copy notes of what was received from that vessel at Gale and Tutukorijn; with the friendly request that Your Honors will please send us an accounting from these of the goods that were relinquished to us by Your Honors' aforementioned letter; while we shall cause all the rest to reach Your Honors with the ship that we send thither to fetch pepper. We also enclose herewith the duplicates of our general and separate letters dated 4 and 15 August last, an invoice amounting to ƒ7. 12., a memorandum amounting to ƒ42. 8. and a pay note of the 6th of this month, annexed to a pay account of the sailor Harmanus de Lei, as well as a letter received for Your Honors from the Cape of Good Hope, and a letter for the ministers at Soeratta, which we request to be pleased to forward thither with the first good opportunity. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath was written: as before, was signed: W: J: vande Graaff, P: Sluijkken, Chr: Tilenius, G: E. Hoest, Carl: Fred: Schreuder, in the margin: Kolombo the 17th September 1787. According to our promise by letter of 17 December last, of which the duplicate accompanies this, the bearer of this, being the ship de Leviathan, departs presently for Tutukorijn, in order to take in there the goods from the cargo of the ship Gouda which Your Honors have reserved for yourselves, and of which the documents will be presented to Your Honors by the Tutukorijn servants. Here has been loaded into this ship the goods that were brought for Your Honors with the same and the ship de Pollux from the mother country and from the Cape of Good Hope, and of which the bill of lading is attached hereto. Only from the cargo of the Pollux, to prevent further spoilage, we have caused to be sold here for the going rate half an aam of Cape cabbage, which was found to be without brine, and the proceeds thereof will be credited to Your Honors later. We kindly request Your Honors to be pleased to return the bearer of this, as appointed by us as a return vessel for the second shipment, speedily with a bottom layer of saltpeter and as much pepper as is on hand, and to fill the rest of the hold with rice. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath was written: as before, was signed: W: J: v: de Graaff, P:

Dutch transcription

627 Aan als Vooren bij continuatie van de verstrekking aan zijne vrouw, de comp: notoir schade zal moeten lijden, wijl 'er geen ap„ parentie is dat de man ooit geheel tot herstelling zal komen: wij hebben derhalven beslooten uwel Ed:s te ver„ zoeken, gelijk we doen door deezen, om aan de vrouw van voorm: kortvriend te laaten aankondigen, dat zij na haaren Man zal hebben te gaan, en zoo zij binnen agt maanden dit niet mogte doen, na die tijd aan haar geen verstrekking meer, ten laste van haaren man telaaten doen. Wij hebben den zoldaat Jakob Woman van grene na tutukorijn gezonden, met last aan de bedienden aldaar, om hem verder transport te verleenen na koetsiem, om aldaar beschijden te blijven. zijne zoldi reekening zal door gemelde bedienden, uwel Ed. s worden aangebooden. Nog voegen we hier bij eene zoldij notitie van hedigen dato, met de daarbij vermelde zoldij reekeningen en eene faktuur groot ƒ216. 5. C: a: Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ als vooren /:was getekend:/ W: g: van de Graaff, J: P: C: Tilenius, G: E: Holst, M: F: Raket /:in margine:/ kolombo den 4. aug:s 1787. Op de ingekomene bevindingen van de baarsche lading van 't schip Gouda, die te tutukorijn en gale zijn ont„ lost, hebben we beslooten om de geringe minderheeden, die daarop zijn bevonden, niet te laaten verhandelen bij de boeken van die Contooren, maar alleen op elk kantoor op de reekening van onaangereekende goederen, te laaten inneemen het geen op elke plaats wezentlijk ontfangen is, en voorts de amsterdamsche faktuuren daar van aan uwwel Ed. s terug te zenden, om aldaar ingenomen en over de mindere leverantie zodanig gedisponeerd te wor „den, als uwel Ed„e zouden bevinden te behooren, vermits bijde schip en lading direkt aan uwel Ed:e zijn geaddres„ seert geweest, en dienvolgende ook het verlies aldaar moet worden gedraagen. 'T zedert hebben we de eer gehad te ontfangen uwel Edelens g'achte missives van den 11=e aug.:s Jl:, waar bij uwwel Ed:s van een groot gedeelte dier goederen hebben gelieven aftesien, met overlaating aan ons, om ze des benodigende aantehouden, of anders na Batavia overtezenden: en wij hebben derhalven beslooten, om alle de bij uwel Ed:s afgestaane goederen, als ons zeer wel te pas komende, voor dit gouvernement te accepteeren. Niet te min bieden we uwel Ed„s volgens ons hiervooren Aan gemelde 628 gemelde besluit, in cloto deeses aan de vier origineele Aan als vooren. Amsterdamsche faktuuren, groot ƒ19641. 4. —. ƒ3115. 1 ƒ986. 8. 8. en ƒ1581. 2. , nevens twee copia Notitien van het geen uit dien bodem te Gale en tutukorijn is ontvan „gen; met vriendelijk verzoek, dat uwelEd:s ons daaruit gelieven telaaten toekomen eene aanreekening, van de goederen, die bij voorsch: uwer welEd:s missive, aan ons zijn afgestaan; terwijl we al het overige met 't schip, dat we ater afhaal van peper derwaarts zenden, uwel Ed:s zullen doen geworden. Nog voegen we hier bij de duplicaaten van onse ge„ meene en aparte brieven de datis 4 en 15. aug:s J„oleeden, eene factuur groot ƒ7. 12. , eene Memorie groot ƒ42. 8. en eene zoldi notitie van den 6. deezer, annex eene zoldij reekening van den mattroos Harmanus de Lei zomeede één voor uwel Ed:s van de Caab der goede Hoop ontvangene brief, en een brief voor de Ministers te soeratta, die we verzoeken met de eerste goede gelee„ gendheid, derwaarts tewillen voortschikken wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ als vooren /:was getekend:/ W: J: vande Graaff, P: Sluijkken, Chr: Tilenius G: E. Hoest, Carl: fred: schreuder /:in margine:/ kolombo den 17. September 1787. — Volgens onse toezegging bij brieve van den 17. xber: J:r t: waarvan 't duplikaal deesen verseld, vertrekt kans brenger deeses, zijnde 't schip de Leviathan, na tutuko„ rijn, om aldaar inteneemen de goederen uit de lading van 't schip gouda, welke uwelEd:s voor zich gereserveerd heb„ „ben, en waarvan de beschijden door de tutukorijnsche be„ dienden uwelEd:s zullen worden aangebooden, Alhier is in dit schip gelaaden de goederen, die met 't zelve en 't schip de Pollux, uit 't patria en van de Caas de Goede Hoop voor uwelEd:s zijn aangebragt, en waar van 't Cognossement hiernevens gaat. Eenelijk hebben wij uit de lading van de Pollux, tot voorkoming van verder bederf, alhier voor het geldende laaten verkopen, een halve aam Caabse kool, die bevonden is zonder pe„ kel en zal 't rendement daar van uwel Ed=s nader worden ten goede gebragt. Wij verzoeken uwelEd:s vriendelijk om brenger deeses, als door ons aangelegd tot een retour bodem voor de tweede bezending, spoedig tewillen terug zenden met een onderlaag van salpeter en zo veel peper als 'er aanhanden is, en de rest van de ruijmte vullen met rijst wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /onderstond:/ als vooren /:was getekend:/ W: J: v: de Graaff„ Aan P.

NL-HaNA_1.04.02_3786_0414 view scan ↗

English

To the same as before P: Sluijkken, G: E: Wolst, M: P: Raket in the margin: Kolombo the 1st of October 1787. lower: P: S. The aforementioned Bill of Lading of what was loaded into the ship de Leviathan will follow by a later opportunity. The ship de Leviathan is now departing for that destination and has, in addition to the goods which it loaded here and at Tutukorijn according to our letter of the 1st of this month, whereof the duplicate accompanies this, as shown by the enclosed Kolombo and Tutukorijn bills of lading dated the 1st and 7th of this month, further taken in here a consignment of goods that were brought from Batavia for Your Honors' government with the chartered ship Dordrecht, as shown by the separate bill of lading signed thereof, likewise accompanying this. The Tutukorijn servants have informed us that eight half-aams of olive and linseed oil, from the delivery of the ship Gouva, have run empty and that the baas of the island of Allelande, being called to account in this regard, had declared that he checked the goods from time to time and always found them in good condition, but that suddenly the barrels were found empty. We will have further investigation made whether anyone in this case is to be suspected of bad faith or negligence, and will consult Your Honors further about it. Meanwhile we also have this accompanied by two original Amsterdam invoices, of the goods brought by the ship de Pollux and transshipped into the bearer of this, amounting to ƒ 438. 5. and ƒ 795. 3. , together with the expense accounts of this vessel, consisting of one Cape, two Kolombo, and one Tutukorijn, a Note of the rations supplied, a Batavia invoice amounting to ƒ 11979. 18. 8 and a Batavia Memorandum amounting to ƒ 766. 7. — With this vessel sail 293 military men, consisting of 141 heads of our national infantry, 37 heads of the artillery company of the regiment of Luxemburg, and 115 heads of Easterners, whereof the rolls are forwarded among the enclosures, indicating what they have received here and what must be provided to them monthly. We also add here two ship's declarations of rigging found unfit on the bearer of this, with a friendly request to have the same there properly sworn sworn to by the attestants and subsequently returned to us, as this could not be done here because the ship lay at anchor in the outer roadstead. As we, in addition to the ships de Doggersbank and de Leviathan, must also provide cargo for the chartered ships de Maria and Dordrecht, which the High Indian Government has pleased to schedule via Ceilon to the Netherlands, we need for the underlayer of these ships, and the early ship in November 1788, between seven and eight hundred thousand pounds of saltpeter. We therefore kindly request that you inform us as soon as possible how much Your Honors can provide us thereof, so that we may see to having the remainder purchased here from foreign traders. For the ships Doggersbank and Dordrecht we shall try to manage with the pepper that we currently still have in remainder, but for the two following ships and the early ship in 1788 we will be able to use one million pounds very profitably, and will need at least eight to nine hundred thousand pounds for that purpose. Also accompanying this is a Solij note of the 4th of this month, annexed to an answered extract received from Batavia from the Memorandum of authorization, concerning the ensign Pieter Joseph de Kant; and the triplicate of our secret letter of the 6th of this month. For some time it has been introduced in the Ceilon garrisons that to all European soldiers are given two drams of arrack at 30 to a can every day, namely one in the morning and one in the evening, and we request that to the European soldiers of the detachment that is now departing the same may be given as long as they remain on the Mallabaar. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath: as before, was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, C: Filenius, J: E: Holst, and C: F: Schreuder, in the margin: Kolombo the 17th of October 1787. lower: P: S. One of the aforementioned Kolombo expense accounts, the separate Bill of Lading, and the Note of the rations supplied, have been sent on board to be signed by the captain and have not yet been brought back; if they return in time,

Dutch transcription

629 Aan als vooren P: Sluijkken, G: E: Wolst, M: P: Raket /inmargine:/ kolombo den 1. e Oktober 1787. /:lager:/ P: S. Wet hier vooren vermelde Cognossement van 't ingelade „ne in 't schip de Leviathan zal per nader gelegend„ heid volgen. 'T schip de Leviathan vertrekt tans na derwaarts en heeft behalven de goederen, die 't zelve volgens onsen brief van den 1. deezer, waar van 't duplikaa deezen verzeld, hier en te tutukorijn heeft ingelaaden blijkens ingeslotene kolombosche en tutukorijnsche cog„ „noissementen de datis 1. en 7. deeser, alhier nog nader ingenomen een partij des goederen, die met 't gehuurd schip Dordrecht van Batavia voor uwel Edelens gou„ vernement zijn aangebragt, uitwijzens het daarvan geteekende apparte cognossement, deesen meede accom„ „pagneerende. De tutukorijnsche bedienden hebben ons bedeeld, dat acht halve aamen met olijven en lijn olie, uit den aanbreng van 't schip gouva, ledig geloopen zijn en dat de baat van 't eiland Allelande, derwegens ver„ andwoording gevraagd zijnde, verklaard had, dat hij van tijd tot tijd de goederen nagezien, en altoos wel bevonden had, maar dat eensklaps de vaten wa„ ren ledig bevonden. we zullen verder onderzoek laa„ ten doen, of in dit geval iemand van kwade trou of verzuim te verdenken is, en 'er uwel Ed:s nader over onderhouden. jntusschen laaten we deezen nog verzellen twee origineele Amsteldamsche faktuuren, van de met 't schip de Pollux aangebragte en in brenger deezes overgescheepte goederen, groot ƒ 438. 5. en ƒ795. 3. , nevens de onkostreekeningen van deezen bodem, be„ staande in een Caabsche, twee kolombosche en een „tutukorijnsche, eene Notitie, van de verstrekte rand„ zoenen een bataviasche faktuur groot ƒ11979. 18. 8 en eene bataviasche Memorie groot ƒ766. 7. — Met deesen vaaren over 293. Militairen, bestaande in 141. koppen van onse nationaale infanterie, 37. koppen van de arthillerie Comp: van 't regi„ ment van Luxemburg, en 115. koppen oosterlingen, waarvan de naamtijsten onder de bijlaagen over„ gaan, aanwijsende wat ze hier genoten hebben, en wat hun maandelijks moet verstrekt worden. we voegen hier nog bij twee scheepsverklaaringen van onbekwaam bevondene touwerk op brenger deeses, met vrindelijk verzoek, dezelve aldaar wel door 630 door de attestanten te laaten beëdigen en vervol„ gens aan ons terug zenden, wijl dat hier niet heeft kunnen geschieden, om dat 't schip op de buijten rheede heeft ten anker geleegen. wijl we behalven de scheepen de Doggersbank en de Zeviathan, ook lading moeten bezorgen aan de gehuurde scheepen de Maria en dordrecht, die de hooge Jndiasche regeering over Ceilon na Neder„ „land hebben gelieven aanteleggen, hebben we tot on„ derlaag van deeze scheepen, en het vroeg schip in november 1788. tusschen de zeven en agtmaal hon„ dert duisent ponden salpeter nodig. we verzoeken derhalven vriendelijk ons zoo spoedig als geschie„ den kan te bedeelen, hoe veel uwelEd:s ons daar van kunnen bezorgen ten einde we kunnen zien het ont„ „brekende hier van de vreemde handelaart, te doen inkoopen. Voor de scheepen Doggersbank en Dordregt zullen we het zien te stellen met de peeper die wetans nog bij restant hebben dog voor de twee volgende scheepen en het vroeg schip in 1788. zullen we een millioen ponden heel nuttig kunnen ge„ bruiken en zullen ten minsten agt â negenmaal hondert duizent ponden daar toe nodig hebben. Nog verzeld deezen eene Poldi notitie van den 4. deeser, annex een van Batavia ontfangene beantwoorde extrakt uit de Memorie van authori„ „satie, spreekende van den vaandrig Pieter Joseph de kant; en het triplikaat van onzen tekreeten brief van den 6. deezer. zedert eenigen tijd is het in de Ceilonse gaanisoe„ „nen ingevoert, dat aan alle de Europeesche soldaa„ „ten gegeven worden twee soopjes arrak van 30. op een kan elke dag, teweeten een des morgent en een des avonds, en we verzoeken dat aan de Europee„ „sche soldaaten van het detachement dat tans vertrekt dit insgelijks mag worden gegeven zoo lang ze op de Mallabaar blijven. wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ als vooren /was getekend:/ W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, C: Filenius J: E: Holst, en C: f: Schreuder /:in margine:/ kolombo den 17. october 1787. /lager:/ P: S: Een van de hiervoren vermelde kolombosche onkost reekening, het appart Cognossement en de Notitie van de verstrekte randsoenen, zijn na boord gezon„ „den om door de kapitain getekend te worden en nog niet terug gebragt, zoo deselve tijdig terug Nog koomen

NL-HaNA_1.04.02_3786_0416 view scan ↗

English

631 Examined G: L. V: Straaten Ga To as before To as before arrive, they will be forwarded on board in a separate envelope, otherwise on a following occasion. Upon the closing of this letter, the aforesaid papers were brought back from on board and are enclosed herewith. Since the dispatch of our last letter of 17 October last with the ship the Leviathan, we have received in succession your Honors' esteemed missives of 22 and 24 October and 8 instant. The two small chests and two packets, mentioned in the first-named letter and brought here from Tuticorin, we have dispatched with our return ship the Doggersbank; and the small chest along with the two packets, brought with the narrow boat the Verwachting, will obtain transport on a following occasion. We kindly thank your Honors for the saltpetre sent with that vessel, and for the promise of more, alongside pepper and rice, with the return of the ship the Leviathan, which we trust will already have arrived there. We have received via Tuticorin your Honors' honored missive of 8 November last and kindly thank for the Surat letter packet sent to us alongside it. With the ship the Vlugge Takvogel, which sailed from Texel on 25 February and arrived at Galle on 28 November last, we have received for your Honors a packet of letters from the fatherland, which we have the honor of conveying to your Honors enclosed in this. We also present to your Honors herewith a requisition of necessities for this government, with the kind request that it may be complied with as closely as possible. We now let the aforesaid narrow boat return thither, and it is thus the bearer of this letter. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath stood, as before, was signed, W: J: de Graaff, I: P: C: Silenius, P: E: Holst, M: P: Raket and I:s Reintous, in the margin, Colombo the 26 November 1787. Lower, P.S.: We present to your Honors enclosed herewith copies of our advices to the Fatherland and Batavia, the bill of lading of what was laden at Galle in the bearer of this letter, and a note of what was provided here on behalf of that vessel. request There also accompany this an invoice received from Batavia to the debit of your Honors' government amounting to ƒ3018. 10, the duplicate of our letter dispatched with the narrow boat the Verwachting dated 26 November last, and a letter packet for the Ministers at Surat, to which your Honors will please grant further transport. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath stood, as before, was signed, W: J: van de Graaf, P: Sluijsken, G: E: Wolst, M: P: Raket and T: Reintous, in the margin, Colombo the 5 December 1787. Agrees Wijbrands Sworn Clerk N 35 N 35 N 35

Dutch transcription

631 Nagezien G: L. V: Straaten Ga Aan als vooren Aan als vooren koomen zullen ze in een appart Couvert na boord nagezonden worden, anders bij een volgende gele„ gendheid. Bij het sluijten deezes zijn de voorschreeve pa„ pieren van boord terug gebragt en gaan dezelve hier ingeslooten. — zedert het afgaan onser laatste schrijvens van den 17. 8ber: Hl; met 't schip de Leviathan, hebben wij na den anderen ont„ fangen uwer wel Edelens g'achte Missives van den 22. en 24. 8ber: en 8. deezer. De twee kasjes en twee pakketten, bij eerstgemelden brief vermeld en alhier van tutukorijn aangebragt, hebben we met ons retourschip de Doggersbank verzonden; en 't kasje nevens de twee pakketten, met 't smalschip de verwachting aangebragt, zullen met eene volgende geleegendheid transport erlangen. Wij bedanken uwel Edelens vriendelijk, voor de met dat vaartuig gezondene salpater, en voor de toezegging van meerder, nevens paper en rijst, met de terugkomst van 't schip de Leviathan, 't welk we vertrouwen dat reets daar zal zijn gearriveerd. Wij hebben over tutuko rijn ontvangen uwwel Ed:s g'eerde missive van den 8. 9ber: J„o leeden en bedanken vrinde„ lijk voor het daarnevens aan ons toegezondene sourat„ sche brief paquet. Met het schip de vlugge Taek wogel, het welk den 25. febr: uit Texel gezeild en den 28. 9ber: J„rleeden te gale g'ar„ riveerd is, hebben w' voor uwel welEd:s ontvangen een vaderlands brief paquetje, het welk wij de eere hebben uw wel Ed:s in Closo deeses te laaten toekomen. ook bieden wij uwwelEd:e hiernevens aan, een eisch van benodigheeden voor dit gouvernement, met vriendelijk 'T voorsz: smalschip laaten we tans na derwaarts terug „keeren, en is het zelve dus de brenger deeses. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ als vooren /:was getekend:/ W: g: de Graaff, I: P: C: Silenius, P: E: Holst, M: P: Raket en I:s Reintous /:in margine:/ kolombo den 26. 9ber: 1787. /lager / P: S: wij bieden uwel Edelens hieringesloten aan kopijen onzer adviesen na Patria en Batavia, het kog„ nossement van het gelaadene te gale in brenger deses, en een Notitie van het geen alhier, verstrekt is ten behoeve van dien bodem. verzaek verzoek, dat daar aan zoo na mogelijk mag worden voldaan. Nog verzellen deezen een van Batavia ontvangene fact ten laste van uwel welEd. s gouvernement groot ƒ3018. 10 het duplikaat van onsen met het smalschip de verwag„ ting afgegaenen brief de dato 26. 9ber: Jl:, en een brief paquel voor de Ministers te souratta, waar aan uwn Ed:s verder transport gelieven te verleenen. wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /:onder„ stond :/ als vooren /:was getekend:/ W: J: vande Graaf P: Sluijsken, G: E: Wolst, M: P: Raket en T: Reinton /:in margine:/ Kolombo den 5. ' december 1787. Akkordeert Wijbrands Gklerk N 35 N 35 N 35

← previous