Inventory 3786
Ceylon · 423 pages · 124 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Pursuant thereto, we have the honor to humbly inform your Right Honorable and Much Esteemed Lordship that the lieutenant and commander of the decayed Mergie vessel De Krab, Daniel Straelen, addressed himself to us here on the 26th ultimo, stating that he, with the crew still living, consisting besides the commander of seven men, had found himself obliged to come to an agreement with a Moor to transport them to a Dutch place for a sum of 1200 ropias, that that ship was currently anchored at [illegible], from where he had crossed over hither to see whether anyone here could advance to the Netherlanders the aforementioned sum of rop.s 1200: -, whereupon he could disembark with his crew, intending to undertake his journey to your Right Honorable and Much Esteemed Lordship's government, but we did not find ourselves authorized to advance that sum, wherefore we advised him to go with that vessel to Madras, whither we provided him with letters of recommendation in order to obtain the necessary conveyance to reach Palleacatta, in order to be able to act there with him and his crew as they shall deem proper. According to private reports, he has arrived there safely. We have the honor to be with respect, underneath stood: Right Honorable and Much Esteemed Lord and Honorable Gentlemen, your Right Honorable and Much Esteemed Lordship's humble and obedient servants, was signed: J:n D:e Simons, I: W:m Bloem, B:s Brouwer. In the margin: Nagapatnam, the 16th of May 1787. Colombo. To the Right Honorable and Much Esteemed Lord Jacob Willem van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director on the Island of Ceylon, on the Madure Coast and In Chiado. Right Honorable and Much Esteemed Lord! Yesterday evening we had the honor to receive your Right Honorable and Much Esteemed Lordship's highly respected missive of the 2nd instant, to which serves in respectful reply that we presumed that the circumstances of the misfortune that befell the sloop at Mergie were all too well known to your Right Honorable and Much Esteemed Lordship; the commander was also so obscure and confused in his narrative that we could give no satisfactory report of it. However, from the account of the junior merchant Boers we have been able to deduce that the sloop, stripped of her rigging, anchors and rudder, had been offered to them, and that the Honorable Company would be free to have the same retrieved. The junior merchant Boers, one of those companions who stayed here for the period of two days, communicated the above. However, since the said junior merchant Boers already crossed over from here to Codicarré on the 9th instant and from there to Jaffanapatnam on the 15th, we are persuaded that he will have arrived at your Right Honorable and Much Esteemed Lordship's residence sooner than this letter, and will thus be able to detail more fully how that affair took place, so we take the liberty to defer to his account. We have the honor to call ourselves in all respect, underneath stood: Right Honorable and Much Esteemed Lord, your Right Honorable and Much Esteemed Lordship's humble servants, was signed: J:n D: Simons, F: W:m Bloeme, and H:s Brouwer. In the margin: Nagapatnam, the 21st of June anno 1787. Agreed, Dijbrands, First Clerk Examined, J:s Pompeus No. 28 Copy of Dispatched Letters in 1787 to Coromandel Amsterdam Coromandel To Mr. Willem Blaaukamer, provisionally Senior Merchant and Commander in the Government there, together with the Council, at Palleakatta. Honorable Sir and Particularly Good Friends. Our last was of the 24th of October anno passato. We enclose herewith the duplicate thereof and request to be informed of its receipt and of the previously sent letters mentioned therein. Pursuant to the order of their High Mightinesses, the High Indian Government, by highly venerated letter of the 17th of November of last year, the Major, who according to our letter of the 1st of February previously returned thither, must come again to Colombo, and we request that your Honors will provide him the opportunity thereto. We offer your Honors enclosed herewith: A packet received for the same. A packet from the Orphan Masters here directed to the same Board there. A junior merchant's appointment for Jacobus Simon Cantervisscher dated 10th of July 1786, received from Batavia for forwarding. An invoice amounting to ƒ 177604. 9. 8. and A requisition of necessities for this year for the use of this Government, regarding which we request that the quantity and quality thereof may be supplied to us. For the enclosed packet to the Bengal Ministers, we request a speedy forwarding. By our letter of the 30th of June 1785, we have already given your Honors notice of how much the provisional Merchant Simons, the bookkeeper Hasz, and Mr. Botinoth were in arrears on our trade books on account of moneys successively received from the junior merchant Geeke; but since these arrears actually originated from the commissions that the aforementioned Simonsz, Geeke, and Hasz held on orders from the former Nagapatnam Ministry to the Nawab Hyder Ali Khan, and therefore directly concern the Coromandel government, we have decided to have the amount thereof charged to Paleakatta, as is done by the enclosed invoice amounting to ƒ 66451. 7. -, in order to be disposed of there as appropriate. While adding a separately sealed letter to the Honorable Commander Blaauwkamer, we remain for the rest, after friendly greetings, underneath stood: Honorable Sir and Particularly Good Friends, your Honors' affectionate friends and servants, was signed: W: J: van de Graaff, P. Sluijsken, F: I: Billing, I. P: C: Tilenius, G: E: Holst, M: P: Raket, C: F: Schreuder. In the margin: Colombo, the 15th of February Anno 1787.
Dutch transcription
570. Ingevolge van dien hebben wij de eer uwel Edele groot agtb: onderdanig te berigten dat de luitenan „vervalle en gezaghebber van het op mergie vaarthuijg de krab, Daniel straelen, zig bij ons op den 26: passato alhier heeft geaddresseert, net te kennen gaeve dat hij net te nog in leeven zijnde Equipa „gie bestaende behalven den gezaghebber uit nog selven man, zig genoodzaekt gevonden hadde met een moor te accordeeren om hun overtevoeren na eene hollandsche plaats, voor een somma van 1200: ropias, dat dat schip tans op naar geanhert lag van waar hij herwaards was over gekoomen, om te zien, of hier niemand den Wol „landeren voornoemde somma van rop„s 1200: -. konde verschieten, als wanneer hij met zijne Equipagie konde debarqueeren, voorneemens zijnde zijne reijse na uwel Ed: groot agtb: gouvernement te neemen, dan wij vonden ons niet gequalificeert die somma te verschieten, waarom wij hem hebben aangeraeden met dien bodem na madras te gaen werwaards wij hem voorschreijvens ver„ leend hebben om het nodige reijstuijg te erlangen, Colombo. Aan den wel Edele groot agtb: heer Jacob Willem van de Graaff, raed Extraordinair; van nederlands Jndia, mitsgaders golverneur en direkteur ten eilan de Ceilon, ter kuste madure en Jn Chiado. Wel Edele groot Agtb: heer! Gisteren avond hadden wij de eer te ontvangen uwel Edele groot agtb: hoog gerespecteerde ten eijnde na Palleacatta te geraeken, om aldaer zodanig met hem een zijne Equipagie te kunnen handelen als zullen goedvinden te behooren. volgens partikuliere berigten is hij aldaar behouden gearriveert. Wij hebben de eere met eerbied te zijn /:on- „derstont:/ wel Edele groot agtb: heer en wel Edele Heeren uwel Edele groot agtb:s onder danige en gehoorzaame Dienaeren /:was getek:/ J:n D:e Simons, I: W:m Bloem „ B:s Brouwer /:in margine:/ nagapatnam, den 16:' maij 1787. ten: missive. 571 I„s Pompeus Nagesien missive van den 2:' huijus, waar op in eerbiede antwoord dient dat wij ons leeten voorstaen dat de omstandigheeden van het ongeluk de kreep op Mergie overgekoomen uwel Edele groot agtb: te over bekend waaren: ook was den gezaghebber zoo duijster en verward in zijn verhaal dat wij er geen genoegzaem berigt van konden geeven egter hebben wij uit het verhaal van den onder koopman Boers kunnen opmaeken, dat de Chia loup van haare tuijgagie, ankers en roer berooft hun zoude aangebooden zijn, en dat het de E: Com„ zoude vrij staen denselven te laaten afhaelen Den onderkoopman Boers een dier totgenooten welke zig hier voor de tijd van twee dagen heeft opgehouden, heeft „ dit boovenstaande gecom= municeert, dan terwijl gem: onderkoopman Boers bereeds den 9:' deezer van hier na Codicarre en den 15:' van daar na Jassanapatn: is overgestoo- „ken, zijn wij gepercuadeert dat hij eerder Her resi= dentie van uwel Edele groot agtb: zal gearriveert zijn dan deese, die dus omstandiger zal kun- „nen detailleeren hoedanig zig die affaire toege „draegen heeft, dus wij de vrijheijd neemen ons aan zijn verhael te defereeren. Wij hebben de eer ons in allen eerbied te noemen. /:onderstont:/ wel Edele groot agtb: heer uwel Edele groot agtb:s onderdanige Dienaaren /:was getekent:/ J„n D: Simons, F: W=m Bloeme, en H:s Brouwer /:in Margine:/ nagapatnam den 21:' Junij anno 1787:— Akkordeert Dijbrands gklerk „draegen: N 28 Copia afgegaane Brieven in 1787. na Kormandel Amsterdam voor 572 Kormandel Aan den Heer Willem Blaaukamer, p:l opperkoopman en gezaghebber in 't Gouvernement aldaar, Neevens den Raad Fe Palleakatta E: Heer en Bijzondere Goede Vrienden. Onze laatste was van den 24. ' 8ber: A. o p. o wij voegen ten dezen daar van het dupli„ kaat en verzoeken ondderigt te worden van dies ontfangst en de bevoorens ge„ zondene daar bij vermelde brieven. Jngevolge last van Hunne Hoog Edelhedens de Hooge Jndiasche Regeeringe bij Hoog gevenereerd schrijven van 17. ' 9ber: des voorleeden Jaars moet den Majoor die volgens ons schrijven van 1:' febr: bevoorens na derwaards is terug ge„ keert, weder na Kolombo komen en wij verzoeken dat uw wel Ed: hem daar toe willen 573. willen gelegendheijd verschaffen wij bieden uw welEd: hier in geslooten dan een voor dezelve van ontfangen patkot. Een pacquet van weesmeesteren alhier aan gelijk Collegie aldaar gerigt Een onderkoopmans ate voor Jacobus Aan Alo vooren Simon Cantervisscher gedateert 10. ' Julij 1786: van Batavia ter verzending ontfangen. Een factuur groot ƒ177604. 9. 8. en. Een Eijsch van benodigdheeden voor dit Jaar ten behoeve deezes Gouvernement waaromtrent wij verzoeken dat ons dies quant en qualiteijt mag worden voldaan. Voor het inleggende pacquet aan de Ben„ gaalsche Ministers verzoeken wij eene spoedige voortzendinge Terwijl onder bijvoeginge van een apporte geslootene brief aan den E. gezag„ hebben Blaauwkamer van hat varige na gedienktige groete blijve wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:on„ derstond: /. E. Heer en Bijzondere Bij onsen brief van den 30. ' Juni 1785. , hebben we uw Ed: reets kennis gegeeven, hoe veel de p:l Koopman Simons, de boekhouder Hasz: en de Heer Botinoth, bij onse negotie boeken ten agteren stonden, wegens successive ontfan„ gene penningen van den onderkoopman Geeke; Dan wijl deeze agterstallen eigent„ lijk gesprooten zijn, uit de kommissien die voornoemde Simonsz, Geeke en Hasz, uit last van 't gew: Nagapatnamsche Mi„ nisterie, bij den Nabab Haijder Alichan hebben bekleed, en mits dien directelijk, 't Rormandelsch gouvernement Concer„ neerd hebben we beslooten 't beloop daar van na Paleakatta te laaten aan ree„ kenen, gelijk geschied bij de ingesloo„ tene factuur groot ƒ66451. 7. -. , om daar over zodanig teworden gedisponeerd Goede vrienden, uw Ed: D: W: vriend en Dienaaren /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, P. Hluijsken, F: I: Billing, I. P: C: Tilenius, G: E: Holst, M: P: Raket, C: F: Schreuder, /:in margine:/ Kolombo den 15 ' febr: Ao 1787. verle als
English
as Your Honour, according to the findings in the investigation of their expense accounts demanded by Their High Excellencies, the Noble High Indian Government, from Your Honour, shall judge proper. Furthermore, in the said invoice sent thither is included the amount of the goods which the junior merchant Geeke, on our order, according to the accompanying deed of transfer, as our former agent at Tranquebar, transferred under the last day of January 1785 to the remaining Council members of Nagapatnam for further accounting, which we trust has already been rendered by them to Your Honour. The free merchant Johannes Tranchell has delivered to us the accompanying bill of exchange amounting to 5067. 6. -. rixdollars, which was drawn in triplicate by the minister at Nagapatnam J: Th: van de Werth, under date of 25 July 1785, for his benefit, on the junior merchant Mollenhagen at Batavia. He handed over one of them to the English captain John Scott in order to receive payment at Batavia; but as this bill of exchange has remained unpaid due to the death of Mollenhagen, and the said Scott has already returned to the Coromandel Coast, he fears that Scott, who does not act in good faith with him, might demand payment from the minister van de Werth. It is therefore at the request of the said Tranchell, who owes a handsome sum of money to the Company, that we kindly request Your Honour to notify the minister van de Werth not to make any payment for the aforementioned bill of exchange to Captain Scott, but rather to pay the money into the Company's treasury, or else retain it until further orders from him, Tranchell. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath was written, as before, signed, W: S: van de Graaff, P: Sluijtken, J: P: C: Filenius, P: E: Holst, M: P: Raket, C: F: Schreuder. In the margin: Colombo, the 21st of April 1787. Lower down: P: S: We add hereto a duplicate of our separate letter of the 20th of February, the duplicate of our annual requisition for necessities, and a packet for the Orphan Chamber there. Agrees, H. van Pieter To the same as before. Examined, P: L: v: d: Straaten. To the same as before. We have requested Your Honour by our letter of the 21st of April of the current year, the duplicate of which accompanies this, to have the amount of a bill of exchange sent therewith, in the amount of 5067- 6- rixdollars, paid into the Company's treasury there by the minister van de Werth, or else to notify the same to keep that money in his custody until further disposition by the free merchant Tranchell, in whose favour the said bill of exchange was drawn by his reverence and who must pay this amount to the Company. Since then, the enclosed petition has been presented by the said Tranchell, whereby he expressly cedes the aforementioned bill of exchange to the Company, with the request to have its value directly demanded and received from the minister van de Werth for the Company. We therefore kindly request Your Honour, in case the same has not yet been complied with following our previous communication, to arrange upon receipt of this that the aforesaid money is paid into the Company's treasury there, and to inform us as soon as possible whether it will take place, or what objections the minister van de Werth might have against the payment, in order that we may take the necessary measures to keep the Company indemnified. We have duly received Your Honour's letters of the 16th of May and the 12th of December of this year. The junior merchant Boers has arrived here, but the said commander of the sloop De Krab has not yet arrived. To the minister van de Werth and his wife, we shall, if they should arrive in time, grant passage to the Netherlands on one of our return ships. Of the report received from the said minister regarding the bill of exchange drawn by him on the late junior merchant Mollenhagen, we shall inform the free merchant Tranchell. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath was written, as before, signed, W: J: van de Graaff, J: P: C: Filenius, G: E: Holst, J:s Reintons, and C: F: Schreuder. In the margin: Colombo, the 30th of July 1787.
Dutch transcription
574. pom pers als uwEd: volgens bevinding bij het door Hunne Hoog Edelheden, de Edele Hooge Jndische Regeering, dan uw Ed: gedemandeerd onderzoek hunner onkost reekeningen, zullen oordeelen te behooren Nog worden bij gemelde factuur derwaards dan gereekend, 't bedraagen van de goederen, die de onderkoopman Geeke op onse order, volgens nevens gaande transport, als onse geweezene agent te Frankebaar, onder ultimo Jann: 1785/ aan de overgebleevene Raadsleden van Na„ gapatnam, heeft overgegeeven ter nader verantwoording, die we vertrouwen dat door hun reets aan uw Ed: zal zijn gedaan De vrij koopman Johannes Franchel heeft ons overgegeeven de nevens gaande wissel groot rd:s 5067. 6. -., die door den predikant te Nagap:m J: Th: van de werth, onder dato 25. Juli 1785. , ten zijnen behoeve, in toiplo is getroken op den onderkoop„ man Hollenhagen te Batavia bij heeft ter eene van ter handgesteld aan den En„ gelschen kapitain John Soot, om op Batavia de voldoening te ontfangen; maar wijl mits den dood van Rollenhagen deese wissel onbetaald gebleeven, en gemelte soot reets ter kuste Kormandel teug gekeerd is, vreest hij dat soot, die met hem niet ter goeder trouhandeld, den predikant van de werth om de betaaling mogte aanspreeken. Tis derhalven op verzoek van gemelte Tranchel, die eene goede Somme gelds aan de komp: schuldig is, dat we uwel Ed: vriendelijk verzoeken, den predikant van de werth te laaten aankondigen, om geene betaaling voor voorsch: wissel aan Kapitain soot tegeeven, maar 't geld in 'skomp:s kas tetellen, dan wel aan„ te houden tot nadere order van hem Franchel wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ als vooren /:geteekend:/ W: S: van de Graaff, P: Sluijtken, I: P: C: Tile„ nin, P: E: Holst, M: P: Raket, C: F: Schreu„ der /:in margine:/ Kolombo den 21:' April 1787. /:lager:/ P: S: wij voegen hier nog bij een dupli„ Rtaet van onsen aparten brief van den 20. ' febr: 't duplikaet van ons en Jaarlijkschen Eisch van benodigdheden, en een paket voor de weeskamer aldaar. dase Accordeert H Van Pieter 575. Aan als vooren Nagezien P: L:Vv: d: Straaten Aan als vooren Wij hebben uw Ed: bij onsen brief van den 21. April J:E, waarvan 't duplikaat deezen verzeld, verzogto het beloop van eene daarnevens gezondene wissel, groot rd:s 5067- 6: door den predikant van de werth in 'skomp:s kas aldaar te laaten tellen, dan wel den ze ven aantezeggen, om dat geld onder zich tehouden, tot de nadere dispositie van den vrijkoopman Tran„ „chel, in wiens faveure gemelde wissel door zijn eerw: is getrokken en welke dit bedragen aan de komp moet betaalen zedert is door gem: Franchel 't ingeslo ten request gepresenteerd, waarbij hij voorm: wissel uitdrukkelijk aan de Comp: afstaat, met verzoek om de waarde daar van, direkt van predikant van de werk voor de Comp: te laaten afeischen en ontvangen. wij verzoeken uwEd: derhalven vriende„ lijk, om zoo dezelve op onse voorige aanschrijvens na niet is voldaan, op den ontvang deeses tewillen werkstelligen, dat het voorschreeve geld aldaar in 'skomp:s Cas word geteld, en ons hoe eer hoe liever te onderrigten, of het geschieden zal, dan wel wat de predikant van de werth tegen de voldoening mogte hebben, ten einde wij de noodige maatrege Wij hebben uw Ed:e brieven van den 16. Maij en 12. xber: deeses Jaars wel ontfangen. De onderkoopman Boers is alhier gearriveerd, maar de gen: gezaghebber van de sloep de krab staale nog niet. Aan den predikant van de werth en desselfs huis„ vrouw zullen we, indien zo tijdig mogten komen, passagie na Nederland geeven met een van onse retoerscheepen. van het ontvangen bericht van gem: predikant, no„ pens de door denzelven getrokkene wissel op wijlen den onderkoopman Mollenhagen, zullen we den vrij„ koopman Tranchell onderrigten. kunnen neemen, om de Comp: buiten schaade te houden Wij blijven voor 't overige na vrindelijke groete /:onderstond:/ als vooren /:getekend:/ W: J: van de Graaff, J: P: C: Filenius, G: E: Holst, J:s Reintons en C: f: schreuder /:inmargine:/ ko„ lombo den 30. Juli 1787. — kunnen Met D
English
576½ To the same as before To the same as before With the chartered flute-ship the Maria, we have received from Batavia for Your Honors a chest with 1200 gold rupees, which we have sent to Jaffenapatnam to be delivered further to Your Honor, and the Jaffna servants will inform Your Honor of the dispatch from there, and what measures they have taken so that they reach Your Honor quickly and securely. The keys to the said chest are enclosed herewith, sealed in cerecloth, with the packing list received from Batavia amounting to ƒ24054. 5. 8. Furthermore, this is accompanied by two packets of letters from the orphan masters here for the orphan masters on the Coast, and a closed pay account of the bookkeeper Ian Jochem Kasz. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath was written: as before, was signed: W: J. van de Graaff, C: Silenius, G: E: Holst, and C. f. Schreuder, in the margin: Kolombo the 14th of November 1787. With the ship the Vlugge Trekvogel, which arrived at Gale on the 28th of November last, we have received from the Netherlands for Your Honors a By a letter received from the Gentlemen Seventeen dated the 28th of December 1786, it was communicated to us that Their Right Worshipful Honors had, among other things, destined for this government and for the government of Coromandel a sum of seven tons in gold bullion, and that regarding this the necessary would be written by the presiding chamber small letter packet, which is transmitted enclosed herein. Furthermore, we offer Your Honors herewith the duplicate of our last departed letter of the 14th of November aforesaid, and a requisition of necessities for this government, with the friendly request for a timely and complete fulfillment of the same. Enclosed also goes a letter packet for the Ministers at Houglij, which we request Your Honors will be pleased to forward thither at the first opportunity. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath was written: as before, was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, G: E: Holst, M: P: Rakel and J: Reintous, in the margin: Kolombo the 5th of December 1787. — letter be written, This further writing has indeed not yet been received, but since among the gold received these days with the ship the Vlugge Trekvogel there have been sent out to us, as appears from an extract with the invoice enclosed herewith, 11 bars of 20 carats 8 2/5 grains, weighing 220 marks troy, and 16 bars of 15 carats, weighing 320 marks troy, and since this gold is consequently of a different fineness than the gold that is usually sent out for this government, being 18 carats and 5½ grains, we can hardly doubt that this gold is destined for the use of Your Honor's government, of which we have sent the aforesaid 27 bars to Jaffenapatnam at the disposal of Your Honor, and may Your Honor therefore please inform the servants at Jaffenapatnam whether Your Honor needs both parcels for Coromandel, and how Your Honor deems fit that this gold be sent to Your Honor, the Jaffna servants having been instructed to act in accordance with the written orders they will receive from Your Honor regarding this. For the rest, after greetings, we remain, underneath: to the same as before, was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, C: Tilenius, G: E: Holst, J: Reintous, in the margin: Kolombo the 16th of December 1787, lower: P: S: We offer Your Honor herewith also the duplicate of our last of the 5th of this month, government and the duplicate requisition of necessities for this Agrees Wijbrands 3 Sgkeerk 577. 578 Ceylon No. 29 To the Honorable Willem Iakob van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the said Island and the dependencies thereof, Together with the Council. Honorable, earnest, valiant, wise, prudent, very discreet gentlemen and friends. Since our last letter of the 20th of November of the past year, of which we enclose the duplicate herewith, we have duly received Your Honors' esteemed favor of the 24th of October preceding, accompanied by the copies of your advices and other packets mentioned therein, for the sending of which we express our thanks. The bearer of this is the junior merchant Willem Sebastiaanse Boers, who, having departed from Batavia in the year 1785 with the chaloup the Krab destined for Your Honor's government, on the coasts of Kolombo Pegu
Dutch transcription
576½ Aan als vooren Aan als vooren Met 't ingehuurde fluitschip de Maria, hebben we voor uw Ed. s van Batavia ontvangen, een kist met 1200. goude ropijen, die we na Jaffenapatnam hebben gezonden, om verder aan uwEd: te worden bezorgd, en zullen de Jaffenase bediendens uE: ken„ nis geeven van de verzending van daar, En wat maatregelen ze hebben genoomen op dat ze uE: spoedig en sekuur toekomen. De sleutels van ge„ melde kist gaan, in wartdoek verzegeld, hierne„ vens, met de van Batavia ontfangene pakkuis groot ƒ24054. 5. 8. Nog verzellen deesen twee brief pakellen van de weesmeesteren alhier, voor de weesmeesteren â Costi, en eene afgesloote soldi reek: van den boekhouder Ian Jochem Kasz. Wij blijven voor 't overige na vrindelijke groete /:onderstond:/ als vooren /:was getekend:/ W: J. van de Graaff, C: Silenius, G: E: Holst, en C. f. Schreuder /:in margine:/ Kolombo den 14. 9ber: 1787. Met het schip de vlugge Trek vogel, dat den 28, 9ber J„oleeden te Gale is gearriveerd, hebben we uit Nederland voor uw Ed.:s ontvangen een Bij eene ontvangene missive van de heeren Zeventienen de dato 28. xber: 1786. is ons gecommuniceerd, dat Hunne Edele Hoog achtb: onder anderen voor dit gouvernement en voor het goevernement van Cormandel bestemd hadden een zom van zeeven tonnen aan baar goud en dat derweegens door de presidiaale kamer het nodige zoude aangeschreeven brief paquetje, dat in deesen geslooten overgaat Voorts bieden wij uwEd:s hiernevens aan, het duplikaat van onsen laest afgegaenen brief van den 14: 9ber: voormeld, en een eisch van benodigdheeden voor dit gouvernement, met vrindelijk verzoek, om eene tijdige en kom„ pleete voldoening derzelve. ook gaat hiernevens een brief paquet voor de Ministers te Houglij, het welk wij uwEd:s ver„ zoeken, bij gelegendheid derwaarts tewillen voortschikken. Wij blijven voor 't overige na vrindelijke groete /onderstond:/ als vooren /:was getekend./ W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, G: E: Holst, M: P: Rakel en J: Reintous /:in margine:/ kolombo den 5. december 1787. — brief worden worden, Dit nadere aanschrijvens is wel nog niet ontvan„ gen, dan wijl onder het goud deser dagen met het schip de vlugge trekvogel ontvangen aan ons uitgezonden zijn blij„ kens een extrakt met de faktuur dat hiernevens gaat, 11. baaren van 20. karr: 8 2/5. gaijnen, weg: 220. mq: tr: en 16. baaren van 15. karti, weeg: 320. mg: tr:, en dat dit goud mits dien is van een ander gehalte dan het goud dat ge„ woonlijk voor dit gouvernement uitgezonden word, zijnde 18. kaar en 5½. gr: kunnen wo bijna niet tevijfe„ „len of dit goud is ten behoeven van UE: goevernement bestemt, waarvan we de voorsz: 27. baaren hebben gezonden na Jaffenapatnam ter dispositie van uE: en gelieve uwEdele derhalven, aan de bedienden te Jaffanap: te be deelen, of uwEd: de bijde partijen voor koomandel nodig hebben, en hoedanig uwEdele goedvinden aan dit goud aan uwEd: gezonden word zinde den Jaffenase bedienden ge„ last om daarmeede overeenkomstig met het aanschrijven dat ze derwegens van uwelEd: zullen ontvangen, te handelen Wij blijven voor 't overige na groete /onderstond:/ aan als vooren /was geteekend:/ W: J: van de graaff, P: sluijkken, C: Tilenius, G: E: Holst, J: Reintous, /:inmargine:/ Kolombo den 16. december 1787: /lager:/ P: S: Wij bieden uw Ed. e hiernevens nog aan het duplikaat onser laaste van den 5. deser gouvernement en de duplikaat Eijsch van benodigtheeden voor dit Akkordeert Wijbrands 3 Sgkeerk 577. 578 Ceilon N 29 Aan den Edelen Heer Willem Iakob van de Rraaff Raad extra ordinair van Nederlands indie, mitsg:s Gouverneur en Direkteur van het gem: Eiland en de resorte van dien Nevens den Raad Edelen, Erntfesten, Manhaften, wijzen, voorzienigen, zeer Diskreeten weer en vrienden. zeeders onse jongste schrijvens van den 20. 9ber: A„o pass.o waar van wij het duplikaat hiernevens voegen hebben wij wel ontvangen uweledelens geachte van den 24. oktober bevoorens, verzeld van de Copijen uwer advisen en verder daar in vermelde paketten, voor welkert toezending onzen dank betuigen. Brenger deses is de onderkoopman Willem se„ bastiaanse Boers, die A„o 1785. met de voor uwelEd. gouvernement gedestineerde Chialoup de krab van Batavia vertrokken, daarmeede op de kusten van kolombo Pegu
English
run aground in Pegu and, together with the rest of the crew, was taken prisoner by the king of that realm. He arrived here in February and is now departing with a private opportunity for Madras, to cross over from there to Ceylon. Already in the previous year, we were informed of the misfortune that befell that vessel and then, in order on our part to render those unfortunate men all possible assistance, made a request to the English here in Bengal for their intercession with the said king, with the result that the English governor general granted us a letter of recommendation to that monarch; and recently we were informed by two letters, which we attach hereto in copy, from the commander of that vessel, Captain Lieutenant Daniel Straale, that the aforesaid king, out of fear of reprisals being taken against one of his ships that he intended to send to Ceylon, had decided to release that vessel with the men still alive and let them depart, but that the vessel was stripped of everything and unseaworthy for the voyage, so that he requested us for credit and orders to repair the same, simultaneously informing us that, both for the maintenance of himself and his men and for obtaining their freedom, he had negotiated some funds there, and for that purpose had drawn a bill of exchange on this direction for s:r r:o 5000.–, to obtain which he had to subject himself to a penalty of 50 p:r C: in case it was not paid. Since we do not know the condition of that vessel and whether the necessary repairs would not amount to more than it is worth, we have written to him in reply that, if he sees a chance to put the sloop in such condition for one thousand rupees that it can reach Ceylon with it, to spend the same on it, and otherwise to await further orders from Your Honors. In the meantime, to prevent the penalty, we have decided to accept the aforesaid bill of exchange, however much this is inconvenient to us in our present shortage of money, which is so great that we have not been able to satisfy it thus far, and thus have had to promise to pay the usual interest thereon from the due date; upon payment we shall charge its amounts with the interest to Your Honors' government, to be further accounted for there by him, Straale; in the meantime, also enclosed herewith is a copy of the account of the funds advanced by him, which he has sent to us. The aforesaid junior merchant Baers has also drawn on us for his own use the sum of Sicca rop:s 4280, which we have likewise agreed to pay in the aforesaid manner and which will also be charged as soon as this has taken place. He has committed himself to give an account and reckoning of these funds to Your Honors and, in case they are not validated to him, that he will then refund that amount with the accrued interest, in proof of which he has passed a bond here at the secretariat, the authentic copy of which is also presented to Your Honors, as well as a copy of his journal that he has handed over to us. We request that, in the meantime, his account may be provisionally debited for the aforesaid capital. Herewith we remain, after friendly greetings, was written below, Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends, Your Honors' dutiful friends and servants, was signed, I: Titsingh, I: Bogaard, J: Fredrik, Iakob Eilbracht, F: Wieman, I: A: Weijning, in the margin, Houglij the 19 March 1787. Examined D: v: d: Straaten Agrees Dijbrands First Clerk N:o 30: Bengal To the Honorable Sir M:r Isaak Titsingh Director of the Company's important trade and business, together with the Council, at Hoeglie Honorable, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends, We offer Your Honors enclosed herewith the duplicate of our recent letter of 24 October of the past year and a requisition of necessities for this year, for the fulfillment of which we insist. We have duly received Your Honors' letter of 20 November of the past year, and pursuant thereto notified Captain Jonas Vincent Godschalk Kok, at the request of the English Lieutenant Bartholomeus Levis Grenier, to transmit, as executor, the papers concerning the estate of his deceased father, the pensioned lieutenant here, Jean Francois Grenier, to the said young Grenier. For the copies sent to us of advices to the Gentlemen Masters and Their High Nobles.
Dutch transcription
579. Pegu vervallen en nevens de overige Equipagie, door den koning van dat Rijk gevangen genomen is.) Wi is in februarij hier aangekomen en vertrekt tans met een partikuliere geleegentheid naar Madras o van daar naar Ceilon over te steeken. Reets in het voorige Jaar wierden wij onderrigt van het ongelu dat vaartuig overkoomen en hebben toen om van onze zijde, die ongelukkige manschappen alle mog lijke hulp toe te brengen, bij de Engelsen hier in Bengale verzoek gedaan, om haare intercessie bij gedagte koning, met dat gevolg dat de heer En„ gelsch gouverneur generaal oms een brief van voorschrijven aan dien vorst verleende, en nu jongst zijn wij door twee brieven, die wij in Cop hier neven voegen van de gezaghebber van dat vaartuig den Capt=n luitenant Daniel Straale onderrigt, dat voorm: koning, uit vreese van te neemene represailles op een zijner scheepen, dat dogt na Ceilon te zenden, beslooten had die Caal met het nog in leeven zijnde volk te largeeren te laaten vertrekken, maar dat 't vaartuig van alles ontbloot en tot de reise onbekwaam was, de hij ons om Crediet en ordre verzogt tot het repare „ren van het zelve, ons teevens mede kennis geven dat hij zoo tot onderhoud voor zig zelve en zijn volk als tot bekoming hunner vrijdom eenige gelden aldaar genegotieerd en daar voor op deese directie verleend had een wissel van s:r r:o 5000. –. ter bekoming van welke hij zig aan een panaliteit van 50. p:r C: heeft moeten onderwerpen ingevalle niet betaald wierd. — wijl wij niet weeten hoedanig dat vaartuig gesteld is en of de nodige reparatien niet meerder zouden bedragen als het zelve waardig is, hebben wij hem in andwoord derweegens aangeschreeven om als kans ziet, voor een duizend ropijen de Chialoup zoo verre in staat tebrengen dat daarmeede Ceilon bereiken kan dezelve daar aan te besteeden en anders nadere ordres van uwel Edelens af te wagten. - De voorm: wissel intusschen hebben wij ter voorkoming van de pena„ liteit beslooten te akcepteeren, hoe zeer ons zulx ook in ons tegenswoordig geld gebrek te onpas komt, dat zoo groot is dat wij niet in staat geweest zijn dezelve tot nog toe te kunnen voldoen, en dus hebben moeten belooven daar op de gewoone rente zederd den vervaldag te sullen goed doen; bij betaaling zullen wij dies bedraagen met den intrest uwelEd: gouver„ nement aanreekenen, om aldaar door hem straalen nader verandwoord te werden; gaande intusschen dat mede 580. Nogezien D: v: d: Straaten mede hier neven een Copij reekening van de door hem uitgeschotene gelden, die hij ons toegezonden heeft. Voormelde onderkoopman Baers, heeft ook ten zijnen eigen behoeve voor een somma van Sicca rop:s 4280. op ons getrokken, die wij mede in voegen voormeld te betaalen aangenomen hebben en welkers aanreekening mede geschieden zal zoo daa zulx heeft gevolg genomen. Wij heeft zig verbonden van deeze gelden aan uwelEd.: s reekenschap en verandwoording te zullen doen en, ingevalle dezelve hem niet gevali„ „deerd wierden, dat als dan dat bedraagen met de ve „loopene rente zal restitueeren, ten bewijse waar van hij alhier ter sekretarije een verbandschrift ge„ passeert heeft, welkers grosse uwel Ed: mede aange„ „booden werd, zoo wel als een Copij van zijn Journaal dat hij ons overgegeeven heeft. Wij verzoeken dat intusschen zijne reekening voor het voormelde Capi„ taal bij provisie mag gedebiteerd werden. „Hiermede verblijven wij na vrindelijke groete /:on„ derstond:/ Edelen, Erntfesten, Manhaften, wijzen voorzienigen, zeer Ditkreeten heer en vrinden uwer wel Edelens dienstwillige vrienden Die„ naaren /:was geteekend:/ I: Titsingh, I: Bo„ gaard, J: Fredrik, Iakob Eilbracht, F: Wieman, I: A: Weijning /:in margine:/ Houglij den 19. Maart 1787. — Dijbrands F: g Akkordeert Vgklerk 012 N:o 30: 581 Bengalen Aan den E: Heer M:r Isaak Titsingh Direkteur over 'skomp:s in portanten handel en omslag, Nevens den Raad. te Hoeglie E: E: Erenfesten, Manhaften, wijzen voorzienigen zeer Dis„ kreeten Heer en vrienden: Wij bieden uw wel Ed: hier inne geslooten aen het duplicaat van ons Jongst schrijven van 24: octb:r A:o p=to en een Eijsch van benodigdheeden voor dit Jaar om welker voldoeninge wij insteeren. Wij hebben wel ontfangen uw wel Ed: brief van 20.:ten novemb: J:o leeden en ingevolge van dien den kapitain Ionas vincent Godschalk kok aengekundigt op het verzoek van den Engelsch luijtenant Bartholomeus Levis Grenier de papieren betrekkelijk tot den boedel van desselfs over leeden vader den gegagi„ „eerd luitenant alhier Iean francois Gre„ „nier, als Executeur aen gemelte Jonge Grenier over te zenden Voor de ons gezondene copia „ advijsen aen de Heeren Majoores en Hunne Hoog Edel„ heedens.
English
582. To the same as before. of the 12th of January and 14th of March of the past year, we offer our thanks, with the notification that the packets for Cochin, Surat, and Galle received at the same time have been forwarded to their addresses. For the rest, after friendly greetings, we remain, beneath stood: Honorable, Valiant, Gallant, Wise, Prudent, very Discreet Gentlemen and Friends, Your Honors' obedient Friends and Servants, was signed: W. J. van de Graaff, P. Sluijsken, C: Tillenius, G: E: Holst, M: P: Raket, in the margin: Colombo the 15th of February 1787. We have duly received Your Honors' esteemed letters of the 19th of March of this year. The junior merchant Boers has already arrived here and has rendered us an account of the monies advanced to him, and Captain Lieutenant Straelen is daily expected here with the remainder of the crew of the sloop De Krab, whereupon we shall likewise demand an accounting from him of the funds received by him and submit both to the disposal of the High Government of the Indies. We are not yet well informed concerning the condition of the aforementioned sloop, but we cannot have any favorable thoughts about it, as the aforesaid commanding officer has resolved to leave it stranded at Mergui; nevertheless, upon his arrival here we shall inquire further into the matter, and if we find that anything can be effectively undertaken for the preservation of the said vessel, we shall communicate further with Your Honors about it. In the meantime, we present herewith to Your Honors a requisition of supplies for this government, with the friendly request that it may be fulfilled promptly and as closely as possible. Furthermore, we accompany this with the duplicate of our letter dispatched to Your Honors under date of the 15th of February of this year, along with two letter packets received for Your Honors from the fatherland by the ship De Vlugge Trekvogel, which arrived at Galle on the 28th of November last. The seal of one of the said packets was broken open by mistake during our council meeting; the error being noticed immediately, it was resealed during our council meeting without opening it any further, and we kindly request Your Honors to excuse this mistake. Agrees. 583. Examined, Van der Straaten. For the rest, after greetings, we remain, beneath stood: as before, was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, G: E: Holst, M: P: Raket, and J:s Reintous, in the margin: Colombo the 5th of December 1787. — Dijbrands, clerk. The ship De Geregtigheid now departing from here, we have laden onto it for conveyance to Galle: for Pro Patria: ƒ 153424: 5: — and for the Government of Ceylon, in fulfillment of the petitions of the Honorable, Valiant, and Gallant Gentlemen, dated the 6th of December 1785 and the 15th of July of this year, so far as has been possible with regard to the medicinal supplies: for ƒ 41687: 3: —, or together an amount of ƒ 195111: 8: —. Of which we have sent the invoice, together with the Bill of Lading and the memorandum of the gross weights, to the ministers at the aforesaid command. — We likewise embrace this opportunity to most obediently acknowledge the receipt of the letters of the Honorable, Respected, Valiant, and Gallant Gentlemen, of the 17th of May, with the... Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet Gentlemen and Friends. Colombo. To the Right Honorable, Respected, Valiant Sir, Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Island of Ceylon, the Coast of Madurai, and its Dependencies, together with The Council. No. 31. Agrees.
Dutch transcription
582. Aan als vooren. heedens van 12. Jan:s en 14=de maart A=o P=r offereeren onzen dank, onder bedeelinge dat aen de daarmede te gelijk ontfangene pacqa „ten voor koetsiem Souratta en Gale addres„ is verleend. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ E: E: Erontfesten, Manhaften wijzen, voorzienigen, zeer Diskreeten Hee en vrienden: uw Ed: Dw: vriend en Diens „ren /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff P: Sluijsken, C: Tillenius, G: E: Holst M: P: Raket, /: in margine:/ kolombo de 15. februarij 1707. Wij hebben uwwel Ed:s g'achte schrijvens van den 19. Maart deeses jaars wel ontvangen. De onderkoopman Boers is reeds alhier g'aariveerd en heeft aan ons reekening gedaan van de aan hem voorgeschotene gelden, en de kapitein Luitenant straelen word hier, met het overschot van de Equipagie van de sloep de krab, daegelijks verwagt, als wanneer wij van hem insgelijks verandwoor„ ding zullen vorderen, van de bij hem ontvangene penningen J: en Ditter en het een en ander de Hooge Indische regeering ter dispositie aanbieden Wij zijn nog niet wel onderrigt nopens de gesteltheid van de voormelde sloep, maar kunnen daar van geene voordeelige gedagten hebben, terwijl voorsz: gezeeghebber heeft kunnen resolveeren dezelve op Mergie te laaten zitten; niet temin zullen we bij zijn aankomst alhier ons daarna verder in„ formeeren en zoo we bevinden, dat 'er iets met vrugt kan werkstellig gemaakt worden, tot behoud van gedagte vaar„ „tung, uwwelEd:s daar over nader onderhouden. Intusschen bieden wij uwel Ed„e hier nevens aan een eisch van benodigheiden voor dit gouvernement, met vriendelijk verzoek, dat daar aan spoedig en zoo na mogelijk mag worden voldaan. Nog laaten we deezen verzellen het duplikaat van onze onder dato 15. febr: deeses jaars aan uwel Ed:s afgevaerdigde schrijvens, nevens twee voor uwel Ed„s uit het vaderland ontvangene brief paketten, met het schip de vlugge Trek vogel, dat den 28. 9ber: J„rleeden te gale g'arriveerd is, van een der gem: paquetten is het zegel bij vergissing in onze vergadering opengebrooken, Bet abuis ten eersten gemerkt zijnde, is het zelve zonder het verder te openen staande onze vergadering, weder toegezegeld, en wij ver„ zoeken uwel Ed„s vrindelijk zulx ten goede te willen houden Accordeert en v 583. Nagezien Van der Straaten e Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ als vooren /:was getekend:/ W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, G: E: Hoest, M: P: Raket en I:s Rein„ „tous, /inmargine:/: kolombo den 5. december 1787. — Dijbrands gklerk Het schip de Geregtigheid thans van hier vertrekkende heb„ „ben wij daar in ter overbreng na Galo afgeladen . .ƒ 153424:-„5:— Pro Patria en voor het Gouvernement van Ceilon, in voldoening van uwelEd: Agtb: Gestrenge en Edeles petitien, gedagt=d den 6: December 1785. en 15: Julij deses Jaars, zo verre als zulks ten aanzien der Medicinalia mogelik geweest is, ofte zaamen een bedragen van - - ƒ 195111: 8: —. van welke wij de faktuur benevens het Cognossement en de memorie der Bruto gewigten, aan de Mitzisters ten voor„ schreeven commandement gesonden hebben. — Wij omhelsen tevens deze geleegentheid om gehoorzaemst te erkennen, den ontfangst van uwelEd: Agtbaare Gestrengen en Ed=s missives, van den 17: meij, met de daar bij g'melg„ voor . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ41687: 3:— Edelen, Ernfesten, Manhaften, wijsen, voorzienigen, zeer Dis¬ „ten, Heer En vrienden Kolombo Aan den WelEdelen Agtbaaren Gestrengen Heer Willem Jacob van de Graaff, Raad Extra ordinair van Nederlands Jntien, mitsga„ „ders Gouverneur en Directeur van het Eijsand Ceilon„ de kust van Madura, en dies onderhoorigheeden benevens Den Raad N:o 31: Akkordeert „teerde
English
To the same as before. legalized deed of suretyship, from the first undersigned, Director, for a promissory note of the old brokers amounting to 26497: ropijen, furthermore of 22: July, and of the 26 of the same month with an accompanying letter packet from Their High Nobilities, and finally of the 5. August, all of the past year, and we thank your Right Honorable Valiant Worships and Honors both for the forwarding of all the aforementioned papers and for the copies attached to your Right Honorable Valiant Worships' and Honors' aforementioned last missive of their letters to the Lords Majores and Their High Nobilities, in the hope that the copies of those missives dispatched by us to the very same, which we had the honor to offer to your Right Honorable Valiant Worships and Honors with our letter of 13: September last, whose duplicate accompanies this, will have been received by the same. We take the liberty to add hereto two assignments, the one from the first undersigned upon the Right Honorable Valiant Worship Governor van de Graaff amounting to ropias 9371: 36: and the other from the suppliers of the Company, Beramse Souraabje and Harmootje Rettingsie, upon the Chief Administrator Sluijtken, to an amount of ropias 23787:—, which we have paid out of the treasury here upon the applications made for that purpose, and which we most formally request you to be pleased to collect from the said his Honorable Valiant Worship and from the said Chief Administrator. Finally noting further, that we have granted conveyance to the French merchant Le Francq, upon his request made by petition for that purpose, to return with the bearer of this back to Ceylon, provided it be at no expense to the Company, and upon payment of freight should he carry any merchandise with him. We have had the honor to receive successively in good order your Right Honorable Valiant Worships' and Honors' esteemed missives of 9 and 28. November as well as 25:. December of the past year, with the annexed requisition for this year 1787. which we shall satisfy at the first opportunity. And while we express our humble thanks to your Right Honorable Valiant Worships and Honors for the copies sent to us of your letters to the Netherlands and the Headquarters, and this accompanying the duplicate of our last respected letter of 5. January past, we further have the honor to inform your Right Honorable Valiant Worships and Honors, that we have satisfied the bill of exchange drawn upon us for the Surat merchant Dearam Zaeldat amounting to twenty thousand ropijen, but owing to a shortage of cash we have been obliged to negotiate the funds for that purpose upon a bond, the interest of which we shall take the liberty to charge to the government of Ceylon. Wherewith we have the honor to be with all respect, below stood: Noble, Stern, Valiant, Wise, Prudent, Highly Discreet: Gentlemen and Friends. Your Right Honorable Valiant Worships' and Honors' very humble and obedient servants, was signed: A: J: Sluijsken, M:r Monte, E:t N:t Wiardi, J: J: Polatien de Bevere, E:t Meijer, G:t Piper, Corn:s Ad:s van Eijk and G Roeff. In the margin: Souratta the 5. January 1787. Examined. Agrees. Han Titter. To the same as before. Wherewith we have the honor to be with the highest esteem and respect, below stood: as before, was signed: A: J. Sluijsken, M: Monté, E: N: Wiardi, E: Meijer, P: Pipel, C: A: Van Eijk, P: Roeff and C: Lijnis. In the margin: Souratta the 23. April Anno 1787. On 23. April past we had the honor to dispatch to your Right Honorable Valiant Worships and Honors the missive of which the duplicate accompanies this; at present we take the liberty to send to your Right Honorable Worships: Firstly, an invoice of credit for such sum of ƒ4225. —, as is due to the Governor van de Graaff as former Director of Souratta, for his Right Honorable Valiant Worship's share in the 5. per Cent gratuity, which the Lords Majores have granted to the Surat ministers on the linens that yield an advance of over 50. percent in the Netherlands, and which we request may be paid to his Right Honorable Valiant Worship out of the Company's treasury. And secondly, an invoice of account with the first bill of exchange annexed thereto drawn on the treasury of the French naval forces at Pondicherij, dated 8. March last, with humble solicitation that your Right Honorable Valiant Worships and Honors be pleased to claim the amount of the same, being ƒ7200., from the same French Marine Treasury at Pondicherij, or settle with the same, the bill of exchange itself serving to show your Right Honorable Valiant Worships and Honors that we have disbursed and advanced this sum here out of the Company's treasury, for the account of the said treasury, for the purchase of provisions and necessities for the French frigate of war La Calipso, a convenience which we could not possibly excuse ourselves from, in view of the strong solicitations of its commander the Count de Kargariou Loc Maria in the impossibility of obtaining assistance here from anyone else. Wherewith we have the honor to be with much reverence and esteem, below stood: as before, was signed: A: J: Sluijsken, M: Monté, E: N: Wiardi, E: Meijer, P: Piper, C: A: van Eijk, P: Roeff, and C: Lijnis. In the margin: Souratta the 16. September Anno 1787. Sibrands, sworn clerk. Agrees, G.
Dutch transcription
Naarti 584. W Culm. Aan als vooren „seerde acte van borgtogt, van den Eerstgeteekenden, Directeur voor een handschrift der oude Makelaars groot 26497: ropijen„ voorts van 22: Julij, en van den 26 van deselve maand met een bijgaand brief pakketsen van Haar hoog Edelheeden, en eijndelijk van den 5. Augustus alle des voorleedenen Jaars, en bedanken uwel Edele Groot Agtbaare Gestrengen en Ed=s zo wel voor de toeschikking van alle de voor„ schreeven papieren als voorde bij uwel Edele Groot Agtb: gevoegde Gestr: en Ed=s opgemelde laaste missive „ kopien van der„ „zelver brieven aan den Heeren Majores en Haar HoogEdel„ heeden, in hope dat de afschriften van deze, door ons aan Hoogstdeselve afgevaardigde Missives, welke wij de Eer had „den uweledele Gen: Agtb: gestr: en Ed=s aantebieden bij ons brief van den 13: september laastleeden, welkers dup Nagezien „caat deses verteld, bij dezelve zullen zijn ontvangen wij neemen de vrijheid hier bij nog te voegen, twee Assig¬ „natien, de eene van den eerstgeteekenden op den weledele agtbr gestr=e Heer Gouverneur van de Graaff groot, ro„ „pias 9371: 36: en de andere van de Leveranciers van de Compagnie Beramse souraabje en Harmootje Rettingsie, op den Hoofd Administrateur Sluijtken, tot een bedraagen van ropias 23787:—, welke wij op de daar toe gedaane instantien alhier uijt katsa hebben voldaan, en die wij zeer gedeftig versoeken om van wel„ gemelde sijn wel Edele Gestrenge en van gedagte Hoofd Administrateur te willen ontfangen Eijndelijk nog noteerende, dat wij aan den fransch koopman Le francq, op zijn daer toe bij requeste gedaene verzoek, transport hebben verleend, om met den bren„ Wij hebben d' Eer gehad successive wel te ontfangen uwel Ed: groot Agtb: en Edeles gehonoreerde missives van den 9 en 28. November mitsg:s 25:. december des voorleedenen Jaars, met de daar bij gevoegde Eisch voor deesen jaare 1787. welke bij Eerste gelegendheid voldoen sullen. En terwijl wij uwel Ed: groot Agtb: en Edeles onderdanig dank seggen voor de ons toegesondene kopijen van derzelver brie„ ven na Nederland en de Hoofdplaats, en dat deesen doen Accordeert Han titter „ger deeses weder na Ceijlon te retourneeren, mits buijten lasten van de Compagnie, en onder betaaling van waage„ so hij eenige koop manschrappen mogte mede voe„ ren. waar meede d'Eer hebben met alle respecet te zijn /:onderstond:/ Edelen, Erntfesten, Manhaften, wijzen, voorzienigen, seer Diskreeten: Heer en vrienden. Uwel edele agtbaare Gestrenge en Ed=s zeer gotmoedige en Dienstwillige Dienaaren. /:was geteekend:/ A: J: sluijsken, M=r Monte, E=t N=t wiardi, J: J: Pola„ tien de bevere, Et Meijer, Gt. Piper, Corns Ads van Eijk en G Roeff /:in margine:/ zouratta den 5. Januarij 1787. „ger - verteld 6 585. Aan als vooren verseld gaan van het duplikaat aan onse laatste gehoort al„ „me van den 5. Ianuari J„o leeden, hebben wij verders de Eer uwelEd: groot Agtb: en Edeles kennis te geeven, dat wij de aan den sourats koopman Dearam zaeldat op ons ver„ „leende wissel groot Twintig duisent copeijen, voldaan heb„ „ben, dog vermits gebrek aan Contanten genoodsaakt sijn ge„ weest de gelden daartoe op obligatie te negotieeren, waar van de jntressen wij soo vrij sullen sijn het gouvernement Ceilon aan te reekenen. Waarmeede d'Eer hebben met de meeste hoog achting en res„ pekt te sijn /onderstond:/ als vooren /:was getekend./ A: J. sluijsken, M: Monté, E: N: Wiardi, E: Meijer, P: Pipel, C: A: Van Eijk, P: Roeff en C: Lijnis /:in margine:/ Souratta den 23. april A„o 1787. Den 23. April J„r leeden hadden wij de Eer aan uwel Ed: groot Agtb: en Edeles af te vaardigen de Missive van welke het duplikaat desen verseld, thans neemen wij de vrijheid om uwel Edele groot agtb: toetesenden. Eerstelijk eene fakture van te goede brenging van sodaene somma van ƒ4225. —, als den Heere gouverneur van de Graaff als voormaligen Direkteur van souratta, competeerd voor sijn wel Edele Groot Agtb: aandeel in de 5. p:r C: douceur, die de Heeren Majores aan de souratse Ministers hebben toe„ gelegd op de lijwaeten die in Nederland boven de 50. procento avans geeven, en welke wij versoeken dat aan sijn wel Edele groot Agtb: uit 's komp.:s kassa mogen werden voldaan. En ten tweeden van eene faktuur van aanrekening met de daar aan g'annexeerde Eerste wissel ten lasten van de Thresorie van de franse zeemagt te Pondicherij, gedateerd den 8. Maart laastleeden, met nedrige instantie dat uwel Ed: groot agtb: en Ed:s het bedragen van deselve sijnde ƒ7200. van deselve transse tresorie de la Marine te Pondicherij gelieven te vorderen, off met deselve te verrekenen, sullende de wissel selven uwel Ed: groot agtb: en Ed:s doen sien, dat wij deese somma alhier uit 'sComp:s kassa, voor reek: van gemelde Thresurie, hebben afgegeven en verstrekt tot den inkoop van Provisien en benodigdheeden voor het franse fregat van oorlog la calipso, eene gerieflijkheid van welke wij ons met geene mogelikheid hebben kunnen excu„ „seeren, aangesien de sterke instantien van dies comman„ dant den grave de kargariou Loe Maria in de onmoge„ „likheid om alhier van iemand anders assistentie te krijgen: Waarmeede de Eer hebben met veel eerbied en agting te sijn /:onderstond:/ als vooren /:was getekend:/ A: J: sluijsken, M: Monté, E: N: Wiardi, E: Meijel, P: Piper, C: A: van Eijk, P: Roest, die en en C: Lijnis /:in margine:/ Souratta den 16. September A„o 1787. Sibrands Vgklerk Akkordeert G
English
586 No 32 Surat To the Honorable Mr. Abraham Jozias Sluijsken, Director of the Company's trade and establishment, together with the Council there. With the arrival at Gale of the ship de Geregtigheid on the 6th of February, we duly received Your Honor's friendly letter of the 5th of January. After discharging the cargo it carried Pro Patria and for this Government, the said ship was dispatched on the 23rd thereafter to Batavia. We thank Your Honor for what was sent to us with that vessel and serve, in reply to the aforementioned letter, that we duly received Your Honor's letter of the 13th of September with the Cossid letters to the Gentlemen Majors and Their High Mightinesses, as was made known by us on the 28th of November. The two received drafts amounting to 9371:36 Rupias and 23787 Rupias will be paid into the Company's treasury by the first-signed Governor and the Honorable Chief Administrator Sluijsken. Honorable, Stern, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and friends, 587 Examined M P Palm Examined We let this be accompanied by the duplicate of our recent letter of the 25th of December and note that the two grooms who arrived per the ship de Geregtigheijd with the three horses are departing back via Cochin; 20 Rupees have been provided to them here, and what will be handed over to them at Cochin the Gentlemen Ministers from there will inform Your Honor, they having been requested by us to that end, and also to deliver this address. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath: Honorable, Stern, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and friends, Your Honor's obedient friends and servants, was signed: W: J: van d Graaff, P: Sluijsken, J: f: van Senden, G: E: Holst, C: van Angelbeek, C: f: Schreuder. In the margin: Colombo the 9th of March, Year 1787. R: vd Praaden Addressed as above We hope that our letter sent via Cochin on the 9th of March last, of which the duplicate accompanies this, will have been delivered to Your Honors in due time. Since then, the goods which Your Honors were pleased to send us with the ship de Gerechtigheid have been delivered here from Gale, and they were all found in good condition, except only that 19 bottles of rosewater in the 4 cases sent thereof were broken. Likely this breakage was caused because the cases were not packed tightly enough, and no packing slips were found in any of them either. We deemed it necessary to give Your Honors notice thereof, with the friendly request to admonish the packers for better supervision in the future. We also enclose herein a letter received for Your Honors from the Cape of Good Hope. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath: as above, signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, C. Tilenius, G: E: Holst, and C: f: Schreuder. In the margin: Colombo the 17th of September 1787. Agrees Han Litter First Clerk 588 Likewise as above We duly received via Cochin Your Honors' esteemed letter of the 16th of December last year, together with the duplicate enclosed therein of your letter dated the 23rd of April of this year, of which the original has not yet been received here. We thank Your Honors for the acceptance of our granted bill of exchange to the merchant Dearam Saeldas, and as money had to be negotiated for the settlement of the same, we shall take the interest that must be paid thereon onto the account of this Government. The first-signed Governor thanks Your Honors kindly for the attended reckoning of his share in the 5 per cent bonus on the Surat linens sold in the Netherlands. The sent invoice and bill of exchange drawn on the Treasury of the French Naval Force at Pondicherry, on account of the supplies provided there to the French war frigate la Calipso, we shall, according to Your Honors' request, settle with the Government of Pondicherry. We offer Your Honors herewith a requisition of necessities for this Government, with the civil request for a speedy and complete fulfillment, and furthermore we let this be accompanied by the duplicate of our last dispatched letter dated the 17th of September last, and a packet of letters received for Your Honors from the fatherland with the ship de Vlugge Toekvogel, which arrived at Gale on the 28th of November last. For the rest, after greetings, we remain, underneath: as above, was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, P: E: Holst, M: P: Raket, and I: Reintous. In the margin: Colombo the 5th of December, Year 1787. Agrees Sijbrands Clerk Copy Received Letters from Cochin in Year 1787. Amsterdam No 33: For 589 Ceylon To the Honorable Sir Willem Jakob van de Graaff Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of that Island and its dependencies, Together with the Council. At Colombo. Honorable, Stern, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and friends! With the ship de Draak, which arrived here on the 22nd of November, we duly received Your Honors' esteemed letter of the 9th of that month, and on the 14th of this month with the ship Middelwijk
Dutch transcription
586 N:o 32: Souratta Aan den E: Heer M: Abraham Jozias Sluijsken, Direkteur over skomps handel en omslag Nevens den Raad aldaar. Met arrive te Gale van het schip de Geregtig„ „heid op den 6:e feb=ij hebben wij wel ontfangen uw wel Ed: vriendelijke missieve van 5=de Ian=r gemelt schip is na ontlossing van het ingehad hebbende Pro Patria en voor dit Gouver„ nement op den 23:e daar aen na Batavia gedepeheerd wij danken uw wel Ed. voor het ons met dien boodem toegezondene en dienen, in andwoord op voormelte schrijven dat uw wel Ed=e brief van 13=de Septemb:r met de cossij brieven aen de Heeren Majoores en Hun Hoog Ed=s wel hebben ontfangen, zoo als door ons den 28=ten novemb:r is te kennen gegeven. De twee ontfangene assignatien groot Rupias 9371: 36. en rupias 23787. - zullen door den Eerst„ geteekenden Gouverneur en den E: Hoofdadmi¬ nistrateur sluijsken in 's komp:s kas worden voldaen E: E: Erntfesten Manhaften, wijzen voorzienigen zeer Diskreeten Heer en vrienden van 587. Nagezien M PPalm. Nagezien van ons Jongst schrijven van 25.:=ten decemb:r lasen Aan als vooren dezen het duplicaat versellen en noteeren dat de twee paarde knegts P:r het schip de Geregtigheijd met de drie paarden gearri weder over koetsiem terug vertrekken, aen dezelve is alhier verstrekt. 20. Ropijen en wat te koetsiem aen deselve zal worden afgelangd staen de Heeren ministers van daar uw wel Ed: te bedeelen, zijnde door ons daartoe verzogte, ook om deze addresse te bezorgen. wij blijven voor het overige na vriendelijk groete /:onderstond:/ E: E: Erntfesten, Manhaften, wijzen, voorzienigen, seer Diskreeten Heer en vrienden: uw wel Ed=e Dw: vried en dienaaren. /:wat geteekend:/ W: J: van d Graaff P: Sluijsken, J: f: van senden, G: E: Holst, C: van Angelbeek, C: f: Schre „der /:in margine:/ kolombo den 9. maart Anno 1787. R: vd praaden Wij hoopen dat onse over koetsien afgezondene brief van den 9. Maart J::, waar van 't duplikaat deezen verzeld, uweledelen ter behoorlijker tijd zal besteld zijn geworden. 'T zedert zijn alhier van Gale bezorgd de goederen, die uwe ledelens ons met het schip de Gerechtigheid hebben gelieven toetezenden, en ze zijn alle in goeden staat bevonden, behalven alleen dat 19 bottels roose„ waater, in de daar van gezondene 4. kassen, geboe„ „ken zijn geweest waarschijnelijk is dit breeken ver„ „oorzaakt, door dien de kassen niet vast genoeg af„ gepakt waren, en zijn ook in geene derzelve afpak briefjes gevonden, we hebben nodig geoordeeld uwel Edelens daar van kennis tegeeven, met vrindelijk verzoek om de afpakkers terecommandeeren, tot beter toezigt in den aanstaande Nog sluiten we hierin, een van de Caab de goede hoop voor uweledelen ontfangene brief Wij blijven voor het overige na vrindelijke groete /:onderstond:/ als vooren /getekend:/ W: J: van de Graaff P„ Sluijsken, C. Tilenius, G: E: Holst en C: f: Schreuder /in margine :/ kolombo den 17. September 1787. Accordeert Han Litter. E: g: kelek 588. Alin als vooren Wij hebben over koetsiem wel ontvangen uwel Ed:s g'agte E missive van den 16. xber: J„r leeden, nevens het daar in geslooten duplikaat van derzelver schrijvens de dato 23. april deeses jaars, waar van het origineel alhier nog niet ontvangen is. we bedanken uw wel Ed:s voor de acceptatie van onse ver„ leende wissel aan den koopman Dearam Saeldas, en wijl tot de voldoening derzelve geld heeft moeten gen gotieerd worden, zullen we de intressen die daarop moeten worden betaeld, ten laste van dit gouverne„ ment overneemen. De eerstgeteekende gouverneur bedankt uwel Ed:s vrinde„ lijk voor de bezoogde aanreekening van zijn aandeel in de 5. p:r C: douceur, op de in Nederland verkogte sou„ „ratse lijwaeten. De gezondene taktuur en wissel ten laste van de Treso„ rie van de fransche zeemagt te Pondicherij, weegens de aldaar gedaene verstrekking aan het fransche oorlog tregat la Calipso, zullen we volgens uwel Ed.:s verzoek met het gouvernement van Pondicheri verreekenen Wij bieden uwel Ed„s hiernevens aen, een eisch van benoo„ digdheeden voor dit gouvernement, met gedienstig verzoek van eene spoedige en kompleete voldoening, en laeten voorts deezen nog verzellen het duplicaat van onze laatst afgegaene schrijvens de dato 17. ber: „„leeden, en een met het schip de vlugge Toek vogel, dat den 28. Novemb: J„rleeden te Gale gearriveerd is, voor uwel wel Ed:s uit het vaderland ontvangene brief paquet Wij blijven voor het overige na graete /:onderstond:/ als vooren /:was getekend:/ W: J: van de Graaff, P: sluijsken, P: E: Holst, M: P: Rakel en I: Reintous /:in margine/ kolombo den 5. december anno 1787. Akzordeert Sijbrands gklerk en Copia Ontvangene Brieven van Koetsiem in A:o 1787. Amsterdam N:o 33: voor 589. Ceilon Aan den Edelen Heer Willem Iakob van de Graaff Raad Extra ordinair van Nederlands Indien mitsgaders Gouverneur en Directeur van dat Ei„ land en dessels onder„ hoorigheeden Nevens den Raad. te Kolombo. le Edelen, Erntfesten, Manhaf„ len, wijzen, voorzienigen, zeer Discreeten Heer en vrienden! Met het schip de Draak het welk den 22:e November hier aengekoomen is, hebben wij uw wel Edelens g'eerden van den 9. diermaend wel ontvangen en op den 14:e deezer met het schipp Middelwijk
English
590 Middelwijk your Honours' further original of the 8th of this month, together with the duplicates of the 21st and 28th of November, as well as the 5th of this month, of which the originals have not yet been delivered. Up to now no saltpeter has been brought here, so that we are not in a position to comply with your Honour's request in this regard. The bills of exchange drawn on this Government by your Honours in favor of the burgher Isaak Thomasz amounting to two thousand rixdollars, and of the Moorish Nakhudas Babakasiem and Mahamad Hasien amounting to three thousand rupees, have been duly paid, and the bill of exchange of Captain de Boessemont announced since then will also be honored. We have never promised the French Captain Moron any exemption from anchorage money or anything other than the freight of ten rupees per last, and shall also never resolve upon any promise of that nature without giving due notice thereof to your Honours. The new contract for the rice delivery for this financial year could no longer be postponed and has therefore been concluded anew with the King of Cochin, to the amount of 30,000 packs, partly to be able to assist your Honours, if necessary, with another shipload, and partly to be in a position to accommodate the good community in the event of dearness and scarcity, which must be feared on account of the meager crop. We request, however, that you state to us as soon as possible the further requirements, so that we may otherwise sell off the surplus to the bombards. As soon as we receive the placard regarding the sale of the elephants, it will be published here and at the same time notice thereof will be given to Calicut and Cannanore, although we promise ourselves little freight from it. The aforementioned ship de Draak sailed on the 9th of this month to Porca to take in the pepper and cowhides stored there, and then to sail directly to Colombo, the Resident having been ordered to dispatch properly the documents belonging to the cargo there, together with the sample chest of the pepper. Remained loaded here in the same: 8 1/15 lasts 591 8 1/15 lasts of rice 54,554 lb or 18 lasts and 554 lb of wheat, of which 29,346 lb of Surat in 138 linen and in 28 gunny sacks, and 25,208 lb of Bombay in 150 linen sacks, whereof the bill of lading and the invoice accompany this. Therewith also travel over the merchant and fiscal here, the Honorable Master Nikolaas Wedelin Beits, for a temporary trip, and with a settled pay account the sailor Christiaen Koenerat Topke of Cochin, to remain stationed at Colombo. The ship de Zeeuw is, according to your Honours' request, being fully loaded with rice, and Middelwijk will bring along the remaining rice, together with the pepper of Kayamkulam and a parcel of wheat; but as the High Government has demanded a cargo of coir from here, which is being made ready, we request to unload our ship as soon as possible and send it back for the collection of coir, unless your Honours deem it more serviceable to employ another ship for that purpose, which we shall then expect as soon as possible. We attach hereto an assignment amounting to 3,146 7/40 rupees, which was paid here from the Company's treasury to our Chief Administrator the Honorable Reinier van Harn, to be repaid into the Company's treasury at Colombo by the Chief Administrator there, the Honorable Pieter Sluisken, which amount we request you will receive. On the 23rd of November last, five thousand five hundred Porto Novo pagodas were sent further to Tuticorin. We attach hereto three identical Cochin expense accounts of the ship de Draak, two Colombo, one Tuticorin, and one Punnaikayal ditto, an invoice of charge amounting to 12,177 florins 10 stuivers 8 penningen, and a letter packet from Batavia via Surat received for your Honours, together with two sealed small tubes with gilded paper, which we demanded from Surat for your Honours, of which the charge, together with a copy of the Surat invoice, lies attached hereto. We remain for the rest, after friendly greetings, was subscribed: Honorable, Valiant, Gallant, Wise, Prudent, very Discreet Gentlemen and Friends, your Honours' Obliging Friends and Servants, was signed: I. G. van Angelbeek, G. G. Gebhardt, H. van Spall, I. A. Cellarius, Adriaen Poolvliet. in the margin: Cochin, the 16th of December 1786. Agrees: D. van Hitteren, Register Clerk. 592 groutersz Examined Ceylon To the Honorable Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of that island and its dependencies, together with the Council, Colombo. Honorable, Valiant, Gallant, Wise, Prudent, very Discreet Gentlemen and Friends, Since the departure of our last of the 16th of December last with the ship de Draak, of which the duplicate is attached hereto, we have received your Honours' original letters of the 21st and 28th of November, as well as the 5th of December aforementioned, and also your Honours' further letter of the 25th of that month, together with a duplicate of the 3rd of this month.
Dutch transcription
590 Middelwijk uwer Edelens nadere origieneele van den 8. hujus nevens de duplikaeten van den 21. en 28. 9ber: mitsgaders 5. deezer, waer van de origineelen noch niet aengebragt zijn Tot noch is hier geen salpeeter aengebragt des wij niet in staet zijn om aen uwEd: verzoek diend„ weegen te voldoen De op dit Gouvernement door uw wel Ed:s getrokk en wissels ten voordeele van den burger Isaak Tho„ masz: groot twee duisend Ryksd. s, en van de Moorphe Nachodas Babakasiem en Mahamad Hasien groot drie duisend Ropijen zijn behoorlijk voldaen en de zedert aengekondigde wissel van kapitein de Boessemont zal meede gehond veerd worden. wij hebben aen den Franschen kap:t Moron nimm eenige vrijheid van haaren geld, of iets ander als de vragt van tien ropijen voor 't last be„ loofd, en zullen ook nooit tot eenige beloft van die natuur besluiten zonder uwwelEd: daer van behoorlijk kennis te geeven. Het nieuwe kontrakt tot de rijst leverante voor dit boekjaer kost niet langer uitgestel blijven en is derhalven op 't nieuw met de koo„ ning van koetsiem geslooten, tot een bedraegen van 30000. pakken, Eensdeels om uwelEd:s dien in 't noodig is, met noch eene scheepslaeding te kunnen bijstaen en anderen deels, om bij de duur„ te en schaersheid, die men weegens het schraele gewas dugten moet, in staet te zyn de goede ge„ meente te gerieven. Wij verzoeken echter, ons zoo spoedig als mogelijk is de verdere benoodigd„ „heid op te geeven op dat wij anders 't overvloe„ dige aen de Bombaras afzetten kunnen. zoo dra wij 't plakkaet nopens de verkooping der Eliphanten ontvangen zal 't hier gepubli„ ceerd en teffens daer van kennis naer Kalikut en kannanoor gegeeven worden, koe„ wel wij ons daer van weinig vracht belooven. Het voorm: schip de Draak is den 9. deezer naer Porpa gezeild, om de daer leggende Peper, koehuijden inteneemen, en als den direkt naar kolombo te zeijlen, zijnde de Resident ge„ last de papieren tot de laeding aldaer gehoo„ aende met de monster kist van de peper naer behooren overtezenden, Jn 't zelve zijn hier gelaeden. blijven 8 17/15. lasten 591. 8: 1/15 Lasten ryst 54554. —. lb: ofte 18. Lasten en 554. lb: Tarwe, daer van 29346. lb: soeratsche in. 138. Linne en in 28. goed zakken en Bombaijsche in 150. Linne zakken waer van 25208. „ 't kognossement en de faktuur deeze„ verzellen. Daermeede vaeren over de koopman en fiskael alhier D' E: M:r Nikolaas wedelin Beits voor een springtogt, en met afgeslootene soldi reekening de Mattroos Christiaen Koenerae Topke van Koetsiem op op Kolombo be„ schijden te blijven. Het schip de Zeeuw, word volgens uwwelEd verzoek met rijst volladen en Middelwijk zalder overige rijst, nevens de peper van kail„ koillang en een parthij Tarwe meede brengen doch de wijl de hooge Regering van hier een lading kair g'eischt heeft, die in gereedheid gebragt word zoo verzoeken wij ons schip de spoedigsten te lossen en tot den afhael van kair te rug te zenden, ten waere UwelEd dienstiger oordeelen daer toe een ander schipp te emploijeeren, 't welk wij dan zo spoedig als mogelijk is, verwachten zullen Wij voegen hier bij een assignatie groot rep:s 3146 7/40 die hier uit 's komp:s kas voldaen zijn aen onzen Hoofdadm: Db: Reinier van Harn om door den Hoofdadm: aldaer DE: Pieter Sluisken weder in 'skomp:s te kolombo te worden betaeldn welk bedraegen wij verzoeken te willen ontvangen op den 23. 9ber: J:o l: zijn nader naar tutucorijn gezonden vijfduisend vijfhonderd portonovo pagooden Wij voegen hier bij drie eensluijdende koetsiemphe onkostreek: van 't schip de Draak. twee kolombosche Een Tutukovijnsche en Een Ponekailsche do. Een faktuur van aenreekening groot ƒ 12177. 10. 8. en Een brieff pakel van Batavia over soeratta voor uw wel Ed:s ontvangen, nevens twee verzegeld kokertjes met verguld papier 't welk wij van soeratta voor uwelEd:s g'eijscht hebben, waer van de aenreekening nevens kopij van de soeratphe faktuur hier nevens legt te Wij Wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ Edelen, Erntfesten, Manhaften wijzen, voorzienigen, zeer Diskreeten, Heer en vrienden: uwerwelEd:s Dienstwillige vriend en Dienaeren /:was geteekend:) I: G: van Angelbeek, G: G: Gebhardt, H: van Spall, I: A: Cellarius, Adriaen Poolvliet /:in margine:/ Koetsiem den 16. xber: Accordeert D Van hitter. Reg: klirk) 1786. 592. groutersz: Nagezien Ceilon Aan den Edelen Heer Willem Jacob van de Graaff Raad Extra ordinair van Nederlands Indien, mitsgaders Gouverneur en Direkteur van dat Eiland en deszelfs onderhoorigheeden Nevens den Raad Kolombo Edelen, Erntfesten, Manhaften, Wijzen voorzienigen, zeer Diskreeten Heer en Vrienden Ieder het afgaan onzer laaste van den 16:' December Jongstleeden met het schip de Draak waar van het duplikaat hier neevens, hebben wij ontvangen uwel Ed:s origineele brieven van den 21. ' en 28. ' 9ber: mitsgaders 5. Decem„ „ber voormeld en ook uw wel Ed:s na„ „dere van den 25. ' dier maand, mits„ „gaders een duplikaat van den 3:' deezer. Zijl Te
English
Because your Honors require no more rice than the requested seven hundred lasten, which have already been fulfilled with the cargoes of the private vessel the Jazon, the ship the Draak, and the currently departing ship Den Leeuw, we shall send no more of it than what Middelwijk will be able to take in alongside the pepper and further necessities. The remainder will serve us very well in the present scarcity, since a large part of the latest crop has perished in the field due to unusual drought. At present, the ship de Leeuw departs for that destination with a full cargo of five hundred lasten of rice, according to the enclosed bill of lading, after the discharge of which we request that this ship, or else another, be sent back here as soon as possible to transport a cargo of coir to Batavia. On this ship, the cadet de marine Samuel Willem de Graaff, who was on the ship Middelwijk, is traveling thither in order to be placed on the ship de Draak. On the ship de Leeuw, we have also placed as a sailor one Albant Fernando, who is being sent away from here on account of his disobedient conduct toward his father; we therefore request that he be removed from the ship and placed on one of the return ships. By this opportunity, nine Malay pilgrims are also traveling over, mentioned on the accompanying list of names, to whom we request that, if this ship returns here, transport be granted on the first ship from Ceylon to Batavia. To the French royal frigate La Calipso, we have supplied here, at the request of its captain the Count of Kargarion Loemaria, five hundred rupees for the purchase of some provisions, which we charge to that destination on the accompanying invoice, with the request to settle this money with the Treasury of Pondicherry, to which end the first bill of exchange thereof is enclosed herewith. By this opportunity, we send a small chest with our papers for Europe and another small chest with private letters for the Chamber of Amsterdam, as well as a small packet for the Cape of Good Hope, with the kind request to forward the same on one of the return ships, as well as the duplicate packets for Europe and the Cape, also transmitted herewith on the other ship; we request that the additional small packet enclosed herewith containing private letters for the Chamber of Zeeland be enclosed in the Colombo chest for that chamber. The assistant laborer Adriaan Jansen of Middelburg has made known to us that he is still missing a Colombo pay account from the book year 1782/5, and that he maintains he will be able to demonstrate thereby that he is not as much in debt to the Honorable Company as is stated in the most recently closed account at Colombo; for clarification, we enclose herewith a copy of the aforementioned of two earlier ones closed at the Cape of Good Hope and on the ship Stavonesse, and request that his closed annual account of the aforementioned book year 1782/5 may be sent here. Furthermore, we attach hereto the following enclosures: A Batavia expense account of the ship de Leeuw. Three identical Cochin expense accounts of that vessel. An inventory of the said ship. A catalogue of the medications. A pay note with five pay accounts. And a second bill of exchange amounting to 3146 19/40 rupees, of which the first was sent alongside our letter of December 16th last. We present to your Honors herewith a copy of our letter of today to the High Government at Batavia, wherein your Honors will find a description of the bad conduct that the lieutenant of this ship, Johan van Haeften, maintained here, whereby we are compelled to make the request that, whenever the same may be sent back here for the collection of coir, the said lieutenant be removed therefrom and sent to the capital with another ship, and furthermore to ensure that the said van Haeften does not return to Cochin by other routes, to which we think that
Dutch transcription
593. Wijl uw Ed:s geen meer rijst noodig hebben dan de gevraagde zeevenhonderd lasten, die met de ladingen van 't partikuliers scheepse de Jazon, het schip de Draak en het thans overgaande schip Den Leeuw reets voldaan zijn, zoo zullen wij daar van niets meer zenden dan het geen Middelwijk bij de peper en verder be„ „hoeften zal kunnen inneemen. De rest zal ons zeer tepas komen in de tegen woordig schaarscheid, daar het jongste gewas door ongewoon droogte voor een groot gedeelte op 't veld vergaan is. thans vertrekt het schip de Leeuw naam derwaards met een volle laading van vijf honderd lasten. Rijst, vol„ gens ingeslooten kog nossement, na welker ontlossing wij verzoeken dit schip; dan wel een ander, ten eersten weder herwaards te zenden, om een laading kaier naar Ba tavia overtebrengen. Met dit schip vaart naar derwaards over de op het schip Middelwijk ge„ „weest zijnde kadet de Marini Ca„ muel willem de Graaff, om op het schip de Draak geplaatst te worden. Op het schip de Leeuw hebben wij ook als Mattroos geplaatst eenen Albant Fernando, die wegens zijn ongehoorzaam gedrag tegen zijnen vader van hier ver„ zouden word, wij verzoeken derhalven dat hij van het schip geligt en op een der retour scheepen geplaatst worde, Met deeze geleegenheid vaaren ook over negen Malaitsche Bedevaart gan„ gens, bij de nevens gaande naamlijste vermeld, aan wien wij verzoeken in„ „dien dit schip weder naar herwaards terug komt, met het eerste schip van Ceilon naar Batavia transport te verleenen, Aan het fransch konings fregat La Calipso hebben wij op het verzoek van dies kapitain de Heer Compte de Kargarion Loemaria alhier wer„ „strekt vijfhonderd ropijen tot het op koopen van eenige provisien, die wij bij de nevens gaande faktuur„ naar derwaards aanreekenen, met verzoek dit geld met de Tresorie van Pondiserie tewillen verreeke„ „nen, tot welk einde de eerste wis„ sel daar van hier nevens gaat. Wij zenden met deeze geleegenheid een kasje met onze papieren voor Euro„ „pa en een ander kasje met partiku„ „liere brieven voor de kamer Amster„ Fernando „dam 594. dam, mitsgaders een pakketje voor de kaap de Goede hoop, met vriendelijk verzoek, dezelven met een der retoer„ scheepen tewillen voortzenden, zoo mee„ de het ander schip de hier neevens noch overgaande duplikaat pakketten voor Europa en de kaap; het hier bij noch gevoegd pakketje met parti„ kuliere brieven voor de kamer Zee„ „land, verzoeken wij in het kolombos kasje voor die kamer te willen laa„ ten insluijten. De Handlanger Adriaan Iansen van Middelburg heeft aan ons te kennen gegeeven, dat hem noch man„ „queerd een kolombosche soldij reek: van het boekjaar 178 2/5. en dat hij sustineerd daar bij te zullen kunnen aanwijzen dat hij aan de Ekomp: zoo veel niet te quaat staat als bij de Jongst afgeslootene reekening te kolombo bekend staat, wij voegen tot opheldering hier neevens een kopij van eeven gem: van twee vroegere geslootene aan de Kaap de Goede Hoop en in het schip stavonesse, en ver„ „zoeken dat desselfs afgeslootene Jaar reek: van gem: boekjaar 178 2/5 herwaards mag gezonden worden Voorts voegen wij hier bij de volgende bij„ „lagen Een Bataviasche onkostreekening van het schip de Leeuw Drie eensluidende koetsiemsche on„ kostreekeningen van dien bodem. Een invantaris van gem schip Een Cathalogus der Medikamenten Een soldij notietsie met vijf soldij reekeningen En een tweede wissel groot Rop: 3146. 19/40, waar van de eerste nevens onzen brief van den 16:' December Jongstleeden gezonden is. Wij bieden uw Ed:s hier nevens aan een afschrift van onzen brief van heeden aan de Hooge Regeering te Batavia„ waar bij uw Ed:s een beschrijving zul„ len vinden van het slechte gedrag, het welk de Luijtenant van dit schip Johan van Haeften hier gehouden heeft, waar door wij genoodzaakt wor„ „den tot het verzoek, om zoo wanneer het zelve dit heen mogt te rug ge„ „zonden worden tot den afhaal van kaier, gemelden Luitenant daar afteneemen en met een anderschip naar de Hoofdplaats te zenden, en voorts te willen zorgen, dat ge„ melde van Waeften zich niet langs andere wegen wederom naar koetsiem begeeve, waartoe wij denken Voorts dat
English
595. Examined Senior Pompens that he will attempt to direct all efforts into practice. Furthermore, we request, in case the Leeuw is sent back here, to demand from Captain ter Lee Pieter Levien the letter packet for Batavia, which is now being delivered to him from here, and to forward it to Their High Excellencies with the same ship, on which the aforementioned van Waeften is also crossing over to the capital. For the rest, after friendly greetings, we remain. /below stood:/ Noble, Stern, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet Gentlemen and Friends, Your Honors' dutiful friends and servants (was signed:/ J: G: van Angelbeek, R. v: Harn, G: G: Gebhart, J: L: v: Spall, I: A: Cellarius, A: Poolvliet, J: A: Scheedz, /in margin:/ Cochin, 18 January Anno 1787. To the same as before Yesterday, the enclosed packet from the High Indian Government for you was brought here with the Batavia ship Sparenrijk, destined for Surat. In the absence of a sea passage, we are sending it overland to Tuticorin, with a request to the servants for a prompt delivery. We intended to give the ship Middelwijk another batch of rice alongside the pepper and other necessities for Your Honors' government, but have now decided to fully load it with coir for the capital, because the delivery of rice has been obstructed for some time, and Your Honors profess to be sufficiently supplied with it. Consequently, the request previously made to Your Honors for the return of the ship de Leeuw, or for another ship for a cargo of coir, lapses; and on the contrary, we now request you to dispatch the said ship to Batavia, and to send no other in its place. We acknowledge the receipt of Your Honors' original missive of the 8th of this month, and report that the five sailors lent to the French royal corvette there have been taken off it and placed on the ship de Leeuw. For the rest, after friendly greetings, we remain. /below stood 596. W: Thomaa Examined /below stood:/ Noble, Stern, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet Gentlemen and Friends, Your Honors' dutiful friend and servants /was signed:/ J: G: van Angelbeek, G: G: Gebhardt, J: L: v: Spall, I: A: Cellarius, A: Poolvliet, J: A: Scheeds, /in margin/ Cochin, 23 January Anno 1787. To the same as before Since the dispatch of our letters of 18 January, which was sent in duplicate, and of the 23rd of the same month, the duplicate of which accompanies this, we have seen from Your Honors' esteemed letters of those same dates that Ceylon still needs rice. The obstacles against the transport of rice, which—according to what was communicated in our latest letter—moved us to load Middelwijk with coir and to cancel the ship which we had requested from Your Honors for that purpose, have since been cleared away, and we now find ourselves capable of providing Your Honors with the further required rice. Since Middelwijk, alongside the pepper and further goods for Ceylon, can barely load half of the coir demanded for Batavia, and Your Honors, besides the beams and planks previously demanded, have now also demanded from here a large batch of flitches for gun carriages, all of which will be ready within this month, but cannot find room in the barque and sloops intended for us, we anew request you to send us a ship, which, alongside the rice, can also load the gun carriage flitches, beams, and planks, and at the same time take in the remaining coir for Batavia. Pursuant to Your Honors' request, we have delivered cloves to Mr. Daijot to the value of five thousand rupees, and accepted a bill of exchange in favor of Your Honors for it, the first of which, with the corresponding letter of advice, accompanies this, that amount being charged in the accompanying invoice. We have not only had the notice sent to us concerning the elephant sale published here, but
Dutch transcription
595. nagesien S„r Pompens dat hij alle pogingen zal trachten in 't werk te richten Voorts verzoeken wij, ingevalle de Leeuw herwaards te rug gezonden word, van den kapitain ter Lee Pieter Levien het brief paket voor Batavia, het welk hem thans van hier worden „de gegeeven, af te vorderen en met hetzelfde schip, daar meerm: van Waeften meede naar de Hoofd plaats overgaat aan Hunne Hoog Edelheeden voort te schikken. Wij blijven voor 't overige na vriendelen „ke groete. /onderstond:/ Edelen, Erntfesten, Manhaften Wijlen voor zienigen zeer Diskreeten we en vrienden Uwer wel Edelen Diens willige vrienden Dienaaren (was geteekend:/ J: G: van Angelbeek, R. v: Harn, G: G: Gebhart, J: L: v: Spal I: A: Cellarins, A: Poolvliet, J: A: scheedz, /in margine:/ Koetsiem Den 18. ' Januarij Anno 1787: _ Aan als vooren Gisteren is hier met het voor soeratta bestemde Bataviasche schip sparen „rijk het inleggende pakket van de Hooge Jndiasche Regeering voor uw aangebragt het welk wij bij ontstente „nis van zees geleegenheid over land naar Jutu Korijn zenden met verzoekt aan de Bedienden om een spoedige bestelling. Wij meenden het schip Middelwijk nog een partij rijst unr„ te geeven bij de peper en andere behoeften voor uw Ed:s gouernement, doch hebben nu beslooten het zelve met kaier voor de Hoofdplaats tevollaaden door dien de afbreng van Rijst voor eenigen tijd gestrend is en uw Ed:s betuigen, daar van genoeg voorzien te zijn. Wier door vervalt dus het bevoorens aan uw Ed: gedaane verzoek om de terug zen„ ding van het schip de Leeuw of van een anderschip om een laading kaiar en wij verzoeken thans in tegen„ deel het gemelde schip naar Bata„ via te depecheeren, en geen ander in plaats te zenden. Wij bekennen den ontvangst van uw Ed:s origineele missive van den 8. ' dee„ „zer en melden dat de aan het fran„ „sche konings korvet aldaar ge„ leende vijf Mattroosen daar van geligt en op het schip de Leeuw ge„ „plaatst zijn verblijven voor het overige na vriendelijke groete /on„ aangebragt „derstond 6 596. W: Thomaa Nagezien „derstond:/ Edelen Erntfesten Manhaf„ ten wijzen voorzienige zeer Diskree„ „ten Heer en vrienden Uwer wel Edele Dienstwillige vriend en Dienaaren /was geteekend:/ J: G: van Angelbeek„ G: G: Gebhardt, J: L: v: Spall, I: A: Cellarins, A: Poolvliet, J: A: scheeds, /inmargine/ Koltsiem den 23. ' Janu„ arij Anno 1787. ƒ Aan als vooren Ieder de afzending onzer brieven van den 18 ' Januarij, die dubbeld is afgegaan en van den 23. eiusdem, waar van het duplikaat deezen verzeld, hebben wi uit uwer wel edelen geeerden van die eig ste dagteekeningen gezien, dat Ceilon noch rijst noodig heeft. De beletselen tegen den afbreng van rijst waar door wij, volgens het bedeelde bij onzen Jongsten bewogen wierden, Middelwijk met kaier te belaaden, en het schip, het welk wij daar voor van uw wel Edelen gevraagd hadde weder op te zeggen, zijn zeder uit den weggeruimd, en wij bevinden ons thans in staat uw wel Ed: van de verdere benoodigde rijst te voor„ „zien Wijl Middelwijk bij de peper en verdere goederen voor Ceilon nauwlijx de helfte van de voor Batavia geeischte kaier kan laaden, en uwe weledelen buiten de bevoorens geeischte balken en plan„ „ken nu ook noch een groote partij zwolpen voor Affuiten van hier ge„ „eischt hebben, die alle noch in deeze maand klaar zullen zijn, doch in de ons toegedachte bark en sloepen geene plaatskunnen vinden. zoo verzoeken wij op het nieuw, ons een schip toetezenden, het welk bij de rijst ook de Affuitzwalpen, balken en planken laaden, en teffens ook de resteerende kaier voor Ba„ tavia inneemen kan. Ingevolge uw wel Ed: verzoek hebben wij aan den Heer Daijot voor vijf duizend ropijen nagelen afgegee„ ven, en daar voor een wissel ten faveure van uw wel Ed:s aangenoo¬ „men, waar van de eerste met het daartoe gehoorende adv is briefje deezen verzeld, wordende dat bedraagen bij nevensgaande fak„ „tuur aangereekend. Wij hebben het ons toegeschikt biljet van de Elefants verkooping niet alleen hier laaten publiceeren, maar Wijl maar G
English
597 Still secret W Thomassen As above but also sent by Company merchants to Calicut and Cannanore. Since then, the Company merchant has submitted to the first undersigned a list of fifteen elephants that he wishes to purchase if they can be delivered to him here. Because we are unaware of the prices that have been established of old, we have asked for and received from him a statement of how much he would be willing to pay for them, should it suit Your Honours to deliver the same to him here, which we enclose herewith, and upon which we request Your Honours' reply. For the rest, after friendly greetings, we remain, /underneath/ and signed / as above /in the margin Cochin, 3 February Ao 1780. With the English ship Favorit and the bark De Liefde, we had the honour duly to receive Your Honours' esteemed letters of the 1st and 3rd of this month. Presently the ship Middelwijk departs for that destination, laden with the following 130575 lb pepper, 21 corges of cowhides, 500 lb sandalwood, 2000 candles, and 1800 raw wax. Upon Your Honours' urgent request made by separate secret missive to the first-signed Governor of 31 January last, to negotiate a considerable capital at interest, we have accepted from the Junior Merchant the Honourable Jan Lambertus van Spall, at an interest of half a percent per month, fifty thousand rupees, under this condition, that whenever he might desire it, drafts on the Netherlands for that amount shall be granted to him at Colombo: of this money we send forty-one thousand rupees with this ship, in a chest and in the following specie goods. For Batavia 50 chests of wax candles 2 ditto of medicines, 225 candeels of coir, 2 chests of sample cardamom, and some unserviceable goods. For Colombo. 2 chests of medicines, 13 lasts and 681 lb rice, 7 ditto and 1975 Carwe 16 lasts and 1976 katjang goods 7464 pagodas No. 8: 598 7464 pagodas in 7 bags, 2670 imperial dollars in 3 ditto 10012 rupees in 4 ditto. The roping cask No. 1, which the ship Zeeland had not accounted for over there, we have received here with the ship Middelwijk, and found therein: 8 boltropes, 5 lead lines, and 13 lines. On the other hand, the roping cask No. 2 has not been received here, which is recorded on the Colombo bill of lading of the ship Middelwijk, and was to contain: 7 lines and 10 bundles of marline. Since all the lines, boltropes, and marlines mentioned in both casks, according to the home invoice, are destined for this Government, we have caused what was received in cask No. 1 to be entered into our books according to the home invoice, and the unreceived 7 pieces of lines and 10 bundles of marline, which were supposed to be in cask No. 2 and have not been received here, are now charged to Your Honours' Government; whilst for further elucidation we enclose herewith an extract from our resolution of the 20th of this month, wherein the findings regarding the delivered cargo of the ship Middelwijk are inserted, and wherein this discrepancy regarding the two roping casks is discussed at length. From the ship Middelwijk, during the night between 27 and 28 January last, a boatswain's mate, an under-cooper, and four sailors deserted with its yawl, who were searched for in vain in the country of Travancore and at Anjengo, and have presumably fled to the North. From this ship, with closed wage accounts, there remained here the sailmaker Johan Fredrik Miller of Lubeck, and the sailor Kasparus Gerrardus Memeling of the Cape of Good Hope, and replaced upon it again is the boatswain's mate Evert Pauwelson of Christiansand. Also placed upon it are five sailors who were lent at Colombo to the French corvette L'Ecureuil and were returned here, of whom, however, one named Fredrik Beus of Bodensee remains ill in our hospital. Captain Boissimon, who came here for a careening trip, is now returning, and with this ship we have also granted passage to two pilgrims named Abdul Rachman and Lebbe Achmat. The bills drawn upon this Government by Your Honours in favour of the Jew Izaak Surrejaan amounting to rupees 8680 1/15 and rupees 1000 have been paid. The bark De Liefde will follow in a few days with the goods requested for Ceylon
Dutch transcription
597 Noggehiem W Thomassj=n ƒ Aan als vooren maar ook door skomp:s kooplieden naar kalikut en kananoor ge„ „zonden, zeder heeft 'skomp: koop„ „man aan den Eersten teekenaar eene lijst van vijftien Elefanten opgegeeven, die hij wil koopen als ze hem hier kunnen geleeverd wor„ den: Wijl wij onkundig zijn van de prijzen die er van ouds toege„ „steld zijn, zoo hebben wij van hem een opgave gevraagd en bekoomen hoe veel hij daar voor zoude willen be„ „taalen, indien het uw wel Edelen konvenieeren mogt, dezelven hier aan hem afteleeveren, die wij hier nevens voegen, en waar op wij Derzelver antwoord verzoeken. Wij blijven voor het overige na vrien delijke groete /onderstond/ en geteekend / als vooren /inmargin Koetsiem den 3. ' Februarij Ao 178. Met het Engelsch schip Favorit en de Bark de Liefde hebben wij de eergehad uwer weledelens geachte brieven van den 1. en 3. deezer wel te ontvangen. Thans vertrekt het schip Middelwijk naar derwaards, belaaden met de volgend 130575: lb: peper, 21. korsies koehuiden, 500. lb: sandelhout, 2000. „ kaarsen, en 1800. „ ruw wax. op uwer wel Edelens met aandrang ge„ „daan verzoek bij aparte sekreete missive aan den eerstgeteekenden Goeverneur van den 31. Januarij Jongstleeden, om een aanzienlijk kapitaal op intrest te negooisieeren, hebben wij van den onderkoopman dE: Jan Lambertus van spall, teegen den intrest van een half p:r C:t 'smaands, vijftig duizend ropijen geak„ „cepteerd, onder deeze voorwaarde, dat aan hem zoo wanneer hij zulx mogt begeeren, te ko„ „lombo voor dat bedraagen assignaatsies op Nederland zullen worden verleend: van dit geld zenden wij een en veertig duizend ro„ „pijen met dit schip, in een kist en in de vol„ „gende speetsien goederen. Voor Batavia 50. kisten met waxkaarsen 2. do— „ Medikamenten, 225. kandijlen kaier, 2. kisten met monster kardemom, En eenige onbequaame goederen. voor kolombo. 2. kisten met Medikamenten, 13. lasten en 681. lb: rijst, 7. do — en 1975. „ Carwe 16. „. . . „ 1976. „ katjang goederen 7464. pag: N 8. : 598. 7464. pagooden in 7. zakken, 2670. kaizerdaalders in 3. d=o 10012. ropijen in 4. -. Het lijkvat N:o 1. het welk het schip Zee„ „land gunter niet verantwoordt had, hebben wij met het schip Middelwijk hier ontvan„ „gen, en daarin gevonden. 8. lijken, 5. loodlijnen en 13. lijnen. daaren teegen is hier niet ontvangen het lijk „vat N:o 2. , het welk bij het kolombos kognos„ „sement van het schip Middelwijk bekend staat, en inhouden moest, 7. lijnen en 10. bossen Marlijn Vermits alle de lijnen, lijken en marlijnen in beide vaten vermeldt, volgens de vaderland „sche faktuur voor dit Goevernement bestemd zijn, zoo hebben wij het ontvangene in het vat N:o 1. volgens de vaderlandsche faktuur, bij onze boeken laaten inneemen, en de niet ont „vangene 7. p:s lijnen en 10. bossen marlijn, die in het vat N:o 2. weezen moesten, en hier niet ontvangen zijn, worden thans naar uwer wel Edelens Goevernement aange „reekend; terwijl wij tot nadere eluci„ „daatsie een extrakt uijt onze resoluutsie van den 20. deezer, waar bij de bevinding van de uitgeleeverde laading van het schip Middelwijk geinsereerd is, en waar bij over dit verschil nopens de twee lijkvaaten breedvoerig gesprooken word, hierneevens voegen. Van het schip Middelwijk zijn 'snachts tusschen den 27. en 28. Januarij J:o Leeden, met de Jol van hetzelve gedeserteerd een boots„ „mansmaat, een onderkuiper en vier mat„ „troosen, die te vergeefsch in het land van trevankoor en te Antjengo nagespeurd, en vermoedelijk naar de Noord gevlucht zijn. van dit schip zijn met afgeslootene soldij reekening alhier verbleeven de Zeilmaker Jo „han Fredrik Miller van Lubeek, en de mattroos karparus Gerrardus Memeling van de kaap de goede Hoop, en daar op is weder geplaatst de schiemansmaat Evert Pauwelson van Christiaansand. ook zijn daar op geplaatst vijf mattroosen die te kolombo aan het fransch korvet L' Ecurenil geleend en alhier weder afge „geeven zijn, waar van echter eene met naame Fredrik Beus van boden„ „ziek in ons hospitaal verblijft. De kapitain Boissimon, die voor een springtocht hiergekoomen is, keerd thans te rug en wij hebben met dit schip ook transport verleend aan twee beedevaart „gangers met naamen Abdul Rach „man en Lebbe Achmat. De op dit Goevernement door uw wel edelens getrokkene wissels ten voordeele van den Jood Izaak Surrejaan groot rop:s 8680. 1/15. en rop:s 1000. zijn voldaan. De bark de Liefde zal over eenige dagen volgen met de voor Ceilon ge van vraagde
English
599 Examined Mshlm requested timbers, with which we shall also send our general description and our trade and pay books for Batavia, wherefore we request Your Honours not to dispatch the ship Middelwijk to the capital until after our aforementioned papers shall have been received by Your Honours. Furthermore, we attach hereto the following annexes: A Batavian expense account of the ship Middelwijk, three identical Colombo expense accounts, Three identical Cochin expense accounts of the said vessel, An inventory of that ship, A catalogue of medicines, Three receipt rolls of two months advance pay issued to the crew of this ship. A bill of lading of the cargo laden in Middelwijk for Colombo. An invoice of account totaling ƒ 321722: 1, which includes the 200,000 rupees received here and since remitted to Ceylon, which Mr. Ribeiro paid here on a bill of exchange for the benefit of Governor Falck, for which he has hitherto stood credited in our trade books. The impressions of the seals with which the money chest is sealed. The keys to that chest sealed in oilcloth. A second bill of exchange drawn on the French treasury at Pondicherry, and A second bill of exchange drawn on Lieutenant Brohier at Colombo, of which the originals were sent alongside our letters of the 18th of January last and the 3rd of this month. A pay note dated today, by which the closed account of the aforementioned sailor Fredrik Beus is requested. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath was written and signed as before, in the margin: Cochin, the 25th of February 1787. Agreed Jan Sitter A 600 Ceylon To The Noble Lord! Willem Jacob van de Graaff Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of that Island and its dependencies, together with the Council. At Colombo Noble, Resolute, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Lord and Friends! On the 26th of February last, our small vessel De Verwachting arrived here with Your Honours' esteemed letter of the 20th of that month, and we have also duly received Your Honours' further letter of the 22nd following it. The bark De Liefde now departs thither with the items requisitioned from here by Your Honours: 120 half-beams and the corresponding 180 half-pieces, as well as an additional 37 teak beams, among which the two pieces of 29 feet 601 long requested for the gunpowder mill. Of the Danish guns remaining here in stock, 254 pieces were found unserviceable, which we have had sold by public auction; of the remaining 1,320 pieces, we now send over 655 in twelve chests, all reported in greater detail in the accompanying bill of lading, the remaining 665 pieces to follow by another opportunity. From this vessel, the sailor Harmanus De Leij has remained behind here sick, and placed upon the same here are the under-sailmaker of the ship Spaarenrijk, Nikolaas van der Velde, and the Chinese sailor of the ship De Leeuw named Tieongting of Batavia, whose closed pay accounts are attached hereto. With the aforementioned bark also come over the ensign of the Malays named Salee and a private Malay named Mahomet Rampong Tambora, who have permission to go to Batavia with their pay written off, and whom we therefore request be allowed to depart on the ship Middelwijk. The ordinary naval lieutenant Iohan Christiaan Jeger, who has been in the free trade, now also departs thither in order to proceed from there to Batavia and subsequently enter the Company's service. By this opportunity we send: A case with our General Description for Batavia. A small chest with trade books, and two small chests with pay books, likewise to be forwarded on the ship Middelwijk to Batavia. We attach hereto the duplicate of our last letter of the 25th of February last, dispatched with the ship Middelwijk, a pay note of the 16th of this month, and the copies of our letters to the Most Esteemed Lords Seventeen and to the Netherlands and to Their High Noble Excellencies at Batavia of the 10th of October 1786 and 15th of January and 25th of February of this year, as well as of today. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath was written: Noble, Resolute, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Lord and Friends, Your Honours' dutiful friends.
Dutch transcription
599 Nagezien Mshlm gevraagde houtwerken, waarmeede wij ook zenden zullen onze generaale beschrijving en onze negootsie en soldij boeken voor Bal „via, des wij uw wel Edelens verzoeken, het schip Middelwijk niet eerder naa de hoofdplaats aftedepecheeren, dan na dat voorm: onze papieren bij uw wel ede lens ontvangen zullen weezen. voorts voegen wij hier bij de volgende bij „laegen: Een Bataviasche onkost reekening van het schip Middelwijk, drie eenslui „dende kolombosche onkost reekeningen, Een drie eensluidende koetsiemsche on „kostreekeningen van gem: bodem, Een inventaris van dat schip, Een kathalogus der medikamenten, Drie quitantsie rollen van verstrekte twee maanden gasie aan de Equipasie van dit schip. Een kognossement van het gelaadene in Middelwijk voor kolombo. Een faktuur van aanreekening groot ƒ 321722: 1 waar onder begreepen zijn de hier ont „vangene en zedert naar Ceilon gere „mitteerde 200'000. ropijen die de Heer Ri „beiro hier op een wissel ten behoeve van den Heer Goeverneur Falck betaald heeft, waar voor hij dus lange bij onze negootsie boeken heeft kredit geloopen. De afdrukzels van de zegels waar meede de geld kist verzeegeld is. De sleutels van die kist in waxdoek verzeegeld. Een tweede wissel ten laste van de fransche tresorie te Pondicheri, en Een tweede wissel ten laste van den luitenant Brohier te kolombo, waar van de origineelen nevens onze brieven van den 18. Januarij Jongstleeden en 3=de dee „zer gezonden zijn. Een soldi notietsie gedateerd heeden, bij welke de afgeslootene reekening van den hier voorgem: mattroos Fredrik Beus word verzogt. wij blijven voor het overige, na vriendelij„ „ke groete /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ koetsiem den 25:e februarij 1787. Accordeert Jan Sitter Een 600 Ceilon Aan Den Edelen Heer! Willem Jacob van de Graaff Raad Extra ordinair van Nederlands Jndien Mitsgaders Goeverneur en Direkleur van dat Eiland en deszelfs onderhoorigheeden, Nevens den Raad. Te Kolombo Edelen, Erntfesten, Manhaften, wijzen, voorzienigen, zeer Dis„ kreeten Heer en Vrienden! Den 26. febr: J:o leeden is ons smalschip de ver„ wachting hier aangekoomen met euver„ welEdelens geachte letteren van den 20. ' diermand, en wij hebben ook uw wel Edele na„ dere van den 22. ' daar aan wel ontvangen. De bark de Liefde vertrekt thans naar der„ waards met de door uw wel Edelens van hier geeischte 120. zwalpen en daar toe gehoorende 180. halven, mitsgaders noch 37. Telke balken, waar onder de voor de kruijt„ „ moolen 601. morlen gevraagde twee pees van 29. voer ten lang. van de alhier per restant gebleevene deensch geweeren zijn 254. stux onbruikbaar bevonden die wij per venduttie hebben laaten verkoo„ pen, van de overige 1320. –. stux zenden wij thans 655. over in twaalf kisten, allen breeder rer„ meld bij het nevensgaand kognossement, zullende de resteerende 665. stux met een ander geleegenheid volgen. van dit vaartuig is alhier ziek verbleeren de Mattroos Harmanus De Leij en op het zelve zijn hier geplaatst, de onder zeijl„ maker van het schip Spaarenrijk Nikolaas van der Velde, en de Si„ neesche Mattroos van het schip de Leeuw met naame Tieongting van Batavia waar van de afgeslootene soldij reeke„ ningen hiernevens. Met voormelde bark komen meede over de vaan„ drig van de Malaiers genaamd Salee en een gemeene Malaier genaamd Mahomet Ram„ pong Tambora, die verlof hebben met afge„ schreeven gasie naar Batavia te gaan, en die wij dus verzoeken met het schip Middel„ wijk te laaten vertrekken. —. De ordinair luitenant ter zee Iohan Christiaan Jeger, die bij de vrije vaart geweest is, ver„ trekt thans ook naar derwaards om van daarnaar Batavia en vervolgens in 'skomp:s dienst te geraaken. Met deeze geleegenheid zenden wij Een kasse met onze Generaale beschrij„ ring voor Batavia. Een kasje met Negootsie boeken, en twee kasjes met soldij boeken, om mede met het schip Middelwijk naar Batavia voortgeschikt te worden. wij voegen hier bij het duplikaat van onzen laasten van den 25. febr: laastleden met het schip Middelwijk afgezonden, een soldij notietsie van den 16. deezer en de Ko„ pijen onzer brieven aan de Hoog Achtb: Heeren zeeven tien en naar Nederland en aan Hunne Hoog edelheeden te Batavia van den 10. ' 8ber: 1786. en 15' Jann: en 25. febr: diezes Jaars mitsgaders van heeden wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ Edelen, Erntfesten, Manhaften, wijzen, voorzienigen, Zeer Diskreeten, Heer en Vrienden uer wel Edelen Dienstwillige De: vriend
English
602 To As before To As Before Friends Servants was signed J: G: van Angelbeek, G: G: Gebhaart, A: w: Beijts, J: L: van Spall, I: A: Cellarius, H: van Hoelten, A: Poolvliet J: A: Scheidz, w: van Spall J:r in the margin: Tuticorin the 20th March Anno 1787. lower: P: S: Herewith also the settled pay account of the Sailor Jan Robberson, who was placed on the bank de Liefde. With the bark the Jonge Arnold, which arrived here on the 21st of this month, we have received Your Honors' esteemed letter of the 9th of this month, with the enclosures mentioned therein. Regarding the debt of the factors of the merchant of Ponna Kalletarregen, Rosaan Roettialie wadde Renaar, residing at Quilon, the King of Travancore has been written to; we shall communicate the answer thereto as soon as we come to receive it. The smalschip the Verwagting is now departing thither, with which returns the Honourable Now departs thither the bark the Jonge Willem Arnold, in which have been laden for Colombo Dessave Billing, together with the former Lieutenant in the States' service De Froij dewille; we request Your Honors to return it at the earliest opportunity, as we greatly need it with the opening of navigation. From this vessel, the Sailor Jan Pietersz: of Nijmegen, placed upon it at Ceylon, has remained behind here sick in the hospital, whose settled pay account we kindly request. We add hereto an account amounting to twenty rupees, which was paid to the captors of the Sailors Hendrik van den Burg of 's-Hertogenbosch and Hendrik Jansen of Fonsberg, who had intended to desert, and our duplicate letter of the 20th of this month, and remain for the rest, after friendly greetings, below stood: as before signed: I: G: van Angelbeek, I: P: Gebhardt, N: W: Beijts, A. Poolvliet, in the margin: Tuticorin the 27th March 1787. Colombo the. 6 1 Examined van der Straaten the following goods, as evidenced by the Bill of Lading and invoice that accompany this, namely: 200 lb: raw wax 300 pieces of teak planks, The Sailor Harmanus de Zij, who remained behind here sick from the bark de Liefde, now crosses over with the bearer of this, and his debt account is enclosed herein. We have also placed on this small keel the sailor Johan Snijder of Königsberg, whose settled pay account accompanies this. Furthermore we add hereto the duplicate of our last letter of the 27th March past, dispatched with the smalschip the Verwagting, and remain, after friendly greetings, below stood: as before signed: I: G: van Angelbeek, G. P: Gebhardt, N: W: Beijts, I: L: van Spall, I: A: Cellarius, H: van Hoelten, A: Poolvliet, J: A: Scheidz: in the margin: Tuticorin the 8th April Anno 1787. Agreed unaltered 603 Ceylon To the Noble Lord Willem Jakob van de Graaff Extraordinary Councillor of the Dutch Indies as well as Governor and Director of that island and its dependencies, together with the Council Colombo The ship Gouda from Amsterdam, destined for our Government, appeared so late off this coast that, on account of the bad monsoon having already broken out, we had to send it to Punnaikayal, where it arrived on the 30th of May. As nothing has been written to us from the Netherlands regarding the further destination of this small ship, Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet Lord and friends, we have 604. we have thought it best to let it depart with its cargo to Galle at the earliest opportunity, and to inform Your Honors hereby that we have a supply here of 317850 lb. of saltpetre and this year also expect an abundant harvest of pepper which, if the least reliance can be placed on the promise of the King of Travancore, we estimate at one million pounds, and that we would thus be able to fully load that small ship on a good dunnage of saltpetre with pepper for the Netherlands and let it repatriate therewith in the month of January, if Your Honors should need no more than about 400,000 or 450,000 lb. of pepper from here to provide cargo for the three Ceylon return ships, and see no chance to relieve us of the aforementioned return goods this autumn. In this case, and in so far as Your Honors cannot make more advantageous use of this small ship, we request that the goods loaded for us be left in the ship and that it be sent hither therewith with the opening of navigation, in order to repatriate from here with the cargo stated above, when it is estimated that about 200,000 lb: of saltpetre will still remain for Ceylon. We are also provided here with what is necessary to victual the crew for the voyage home; we would only need some sappanwood for dunnage. However, in case Your Honors would rather have all the pepper and saltpetre from here on Ceylon, or know how to make better use of this small ship: we request that it be unloaded at Galle, and that the cargo be sent to us with the pepper ship, to which end we enclose the bill of lading and the invoices, with an extract from the Amsterdam Chamber letter concerning the delivery of the window panes. In this case we request Your Honors not to hold back any of the forge coal beforehand, as it has been expressly requisitioned for mounting the ironwork on a multitude of gun carriages, which are lying ready at the carriage maker's shop and are only awaiting the iron fittings due to a lack of coal. We also send herewith an invoice of an account amounting to 284½ rupees for the expenses incurred here on account of the ship, with the account belonging thereto, in order to be placed on its expense account, and remain, after friendly greetings, below stood: Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent
Dutch transcription
602 Aan Als vooren Aan Als Vooren Vrienden Dienaaren /:was geteekend:) J: G: van Angelbeek, G: G: Gebhaart, A: w: Beijts, J: L: van Spall, I: A: Collarius, H: van Hoelten, A: Poolvliet J: A: Scheidz„ w: van Spall J:r /: in„ margine:/ Roetsiem den 20. ' Maart A. 1787. /:lager:/ P: S: Hier nevens nog de afgeslootene soldij reekening van den Mattroos Jan Robberson, die op de bank de Liefde geplaats is. —. Met de bark de Jonge Arnold, die op den 21 ' dezer hier is aangekomen, hebben wij uwer„ wel Edelens g'achte van den 9. ' dezer maand ontvangen, met de bijlagen daar bij vermeld. Over de schuld van de faktoors van den te Koilang, zich bevindenden Malcalam van Ponna Kalletarregen, Rosaan Roettialie wadde Renaar is aan den koning van Trevan Roorgeschreeven, wij zullen het antwoord daar op bedeelen, zoo dra wij het zelve komen te ontvangen Het smalschip de verwagting vertrekt thans naar derwaards, waar meede terug voard eE: Thans vertrekt naar derwaards de bark de Jonge willem Arnold, waar in afgeladen zijn Kolombosche dessare Billing, nevens de ge„ weesene staaten Luitenant De Froij dewille, wij verzoeken uw wel Edelen, het zelve ten eersten dit heen terug te zenden, al zoo wij het met het begin van de openvaart, ten hoogste nodig hebben. van dit vaartuig is hier ziek in het hospitaal verbleevende te Ceilon daar op geplaatste Mattroos Jan Pietersz: van Nimweegen, wiend afgeslootene soldij reek: wij vriende„ lijk verzoeken. wij voegen hier bij een aanreekening groot twintig ropijen, die aan de opvangers van de Mattroos en Hendrik van den Burg van sHartogenbosch en Hendrik Jansen van fonsberg, dewelken hadden willen deser tee„ ven, zijn betaald, en onzen duplikaat brief van den 20. ' dezer, en blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ als vooren /:geteekend:/ I: G: van Angelbeek, I: P: Gebhardt, N: W: Beijts, A. Poolvliet, /:in margine:/ Roetsiem den 27. Maart 1787. Kolombosche de. 6 1 Nagezien =van den Straaten de ondervolgende goederen, uit wijzens het Rognossementen faktuur die hier nevensgaan, als. 200. lb: waxruwe 300. p:s tekke planken, De Mattroos Harmanus de Zij die van de bark de Liefde hier ziek was verbleeven, vaart thans met brenger dezes over, en zijn schuld reek: gaat in deezen geslooten Ook hebben wij op dit kieltje geplaatst den mattroos Johan Snijder van Koningsberg, wiens afgeslootene soldij reek: hier nevens gaat Voorts voegen wij hier bij het duplikaat van onzen laatsten van den 27. ' Maart J.:o leden, met het smalschip de verwagting afge„ zonden, en blijven na vriendelijke groete /:onderstond:/ als vooren /geteekend:/ I: G: van Angelbeek, G. P: Gebhardt N: W: Beijts, I: L: van Spall, I: A: Cellarius, H: van Haelten, A: Poolvliet J: A: Scheidz: /:in margine:/ Roetsiem den 8. April Ao 1787. Accordeert onbetter 603 Ceilon Aan den Edelen Heer Willem Jakob van de Graaff Raad Extra ordinair van Nederlands Jndien mitsg=s Goeverneur en direkteur van dat eiland en desselfs onderhoorigheeden, Nevens den Raad kolombo Het schip Gouda van Amsterdam voor ons Goever„ nement gedestineerd, is zoo laat onder deese kuste opgedaagd, dat wij hetzelve, wegens de reets doorgebre„ „kene quaade mousson hebben moeten naar Ponnkail zenden, waar het den 30. Moi is aangekomen. wijl ons nopens de verdere destinaatsie van dit scheepje in't Nederland niets is aangeschreeven. zoo Edelen, Erntfesten, Manhaften, wijzen, voorzienigen zeer Diskreeten Heer en vrienden hebben 604. hebben wij best gedacht, hetzelve met zijne laading ten eersten naar Gale te laaten vertrekken, en aan uw welEd:s bij deesen te kennen tegeeven, dat wij hier een voorraad hebben, van 317850. lb. salpeter en dit jaar ook een raimen inzaam van peper verwachten die wij zoo anders op de belofte van den vorst van Trevan„ koor de minste staat te maaken is, op eene Millioen ponden begrooten en dat wij dus in staat zouden zijn dat scheepje op eene goede onderlaag van salpeter met peper voor Nederland te vollaaden en daarmeede in de maand Januari te laaten repatrieeren, indien uw welEd:s tot het bestorten van de drie ceilonsche re„ toer- scheepen niet meer dan omtrend 400'000. of 450'000. lb. peper van hier noodig mogten hebben en geene kan zien, ons van de voorschreeven retoeren in dit najdat te ontlasten. Jn dit geval, en voor zoo verre uw weledelen geen voordeeliger gebruik van dit scheepje weeten te maaken, verzoeken wij de voor ons gelaadene goede„ ren in het schip te laaten verblijven en het zelve daar„ meede, met het opengaan van de vaart, herwaarts te zenden, ten einde van hier met de voorwaarts opge„ geevene laading te repatrieeren wanneer naar gissing noch omtrend 200'000. lb: salpeter voor Ceilon zullen overschieten. Van het nodige tot het viktaljeeren van d' Equipagie voor de te huisreize zijn wij hier ook voorzien, eenlijk zouden wij wat sapanhout tot het gaanieren noodig hebben. Doch ingevalle uwweled:s alle de peper en salpeter van hier liever op Ceilon hebben willen of dit scheepje beter weeten te gebruiken: zoo verzoeken wij het zelve te Pale te laaten lossen, en ons de laading met het pee„ perschip toetezenden, tot welk einde wij het kognosse„ ment en de faktuuren hierneeven voegen, met een Ex„ trakt uit den Amsterdamschen kamer brief, raakende de uitleevering der glase ruiten. Jn dit geval verzoeken wij uwweledelens om van de smeekoolen voor af niets aantehouden, wijl die expres voor het beslaan van een menigte affuiten geeischt zijn, die op de affuitemaa„ „kers winkel klaar leggen en alleen wegens gebrek aan steenkooten op 't beslag wachten ook zenden wij hiernevens een faktuur van aan„ reekening groot 284½. ropijen wegens de ongelden al„ „hier om de wille van het schip gedaan, met de daar toe gehoorende reekening ten einde op desselfs onkostreeke„ ning gesteld te worden en blijven na vrindelijke groete /:onderstond:/ Edelen, Eontfesten, Manhaften, wijzen over= voorzienigen
English
To the same as before To the same as before To the same as before Provident, very discreet Sirs and Friends, Your Honors' obedient friends and servants, signed: J: G: van Angelbeek, R: v: Haan, G: G. Gebhardt, I: L: van Spall, I: A: Cellarius, W: van Haeften, A: Pootvliet, I: A: Scheidz, in the margin: Cochin, 14 June 1787. We have duly received Your Honors' esteemed letter of 30 May last and thank you for the Homeland and Cape letters sent alongside it. Upon Your Honors' request, we are now sending by land route to Tuticorin two half aams of Persian red earth, as good as was to be obtained here. We attach hereto the duplicate of our last letter of the 14th of this month and a further invoice of account amounting to ƒ147. 72 for certain expenses incurred here on behalf of the ship Gouda, in order to be placed on its expense account; and, after friendly greetings, we remain, subscribed as before, signed: J: G: van Angelbeek, R: van Haan, G: G: Gebhardt, N: W: Beytsz, I: L: After the conclusion of peace, we received from Europe many naval stores and other necessities that during the war had remained unfulfilled on our requisitions, and we are now already supplied to sufficiency with various articles brought to us by the ships Veere and Gouda, wherefore we request Your Honors to be pleased to retain for your own use the following goods, which are not needed here and would only needlessly increase our remaining stock and also run the risk of spoiling, or, insofar as Your Honors also do not need them, to send them to the Main Settlement, namely: From the cargo of Gouda: 360 pieces whole aam hoops in 5 bundles, weighing 4000 lb. 1512 pieces half aam hoops in 5 bundles, weighing 3000 lb. 3 pieces grindstones of 6 feet 10 pieces anchors, weighing 16792 lb. 1 piece cable of 11 inches, 106 fathoms, weighs 1944 lb. 2 pieces double ropes, namely: 1 piece of 9 inches, 127 fathoms 1 piece of 7 inches, 126 fathoms 7 pieces Dutch rigging, namely: 1 piece of 8 inches, 108 fathoms 2 pieces of 7 inches, 107 fathoms each 2 pieces of 6 inches, 108 and 107 fathoms 2 pieces of 5 inches, 108 and 107 fathoms The barrel of nails No. 115, inches, weighing 990 lb. gross The chest with coopers' and other tools No. 2, weighing gross 343 lb. 40 barrels of tar 25 barrels of pitch 20 barrels of refined rosin 60 reams of large-format paper 75 ditto small ditto Ten chests, each of 100 glass window panes of 9 and 11 inches Five ditto, each of 100 ditto of 7 and 9 inches 20 bundles of marline, weight 40 lb. 5 pieces bolt-ropes, namely: 1 piece of 10 pieces 1 piece of 8 pieces 1 piece of 7 pieces 1 piece of 6 pieces 1 piece of 5 pieces 30 pieces hawser-laid ropes, namely: 4 pieces of 27 pieces 4 pieces of 24 pieces 5 pieces of 21 pieces 5 pieces of 18 pieces 6 pieces of 15 pieces, and 6 pieces of 12 pieces Total 30 pieces 100 bundles of pen quills 3 barrels of white lead containing 1148 lb. 3 small barrels of yellow umber containing 1050 lb. 1 chest of blacking, 5 filled in one, being 100 large 25 hides of Russian leather 4 barrels of meat 2 barrels of pork 3 of the 5 barrels of Frisian butter From the cargo of Veere: 1 piece kedge anchor, weighing 1375 lb. 2 barrels of 7-inch nails, containing 1000 lb. net 2 of the 4 pieces grindstones at 6 feet 1 piece grindstone at 5 feet 5 pieces anchors, weighing 9196 lb. 15 reams of cartridge paper 1000 lb. whole aam hoops 1000 lb. half ditto The chest No. 10 with coopers' and other tools, and 1 piece cable-rope of 14 inches. We request that the remaining goods be sent over with the open navigation; while, after friendly greetings, we remain with respect, subscribed as before, signed: J: G: van Angelbeek, R: van Haan, G: G: Gebhardt, I: L: van Spall, I: A: Cellarius, W: van Haeften, A: Pootvliet, and I: A: Scheidz, in the margin: Cochin, 11 August 1787. PS: Hereto is the duplicate of our last of 17 July last, with a pay notice annex two pay accounts for Colombo, together with a pay notice with the accompanying four pay accounts for Gale, which latter we request you to forward thither. To the same as before P: L: v: d: Straaten We send herewith a small chest with our papers for Europe and another small chest with private letters, together with a small packet for the Cape of Good Hope, with the friendly request to forward them with the early ship. To protect them from the rain, the chests have been sewn in canvas and pitched, which we request to have removed at Colombo. We also send herewith another small packet of private letters for the Chamber of Zeeland and request that it be enclosed in the Colombo chest for that Chamber. Your Honors' esteemed letters of 10 July, 4 August, 17 September, and the first of October we have successively duly received. The ship Veere has carried out for this Government a parcel of copper duiten to the amount of ƒ8190; and since they have been delivered at Gale and we assume that they will be useful to Your Honors in the administration, we hereby offer the same to Your Honors to prevent further transport. Furthermore, we enclose herewith the duplicate of our recent preceding letter and a pay notice with the account belonging thereto, while with respect, after friendly greetings, we remain, subscribed as before, signed: J: G: van Angelbeek, R: van Haan, P: G: Gebhardt, N: W: Beijtsz, I: L: van Spall, I: A: Cellarius, W: van Haeften, A: Pootvliet, I: A: Scheidz, and I: W: Spall, in the margin: Cochin, 16 July 1787. van Spall, I: A: Cellarius, A: Pootvliet, and I: A. Scheidz, in the margin: Cochin, 24 June 1787.
Dutch transcription
605. Aan als vooren Aan als vooren Aan als vooren voorzienigen zeer Diskreeten Meer en vrinden, uwer weledelen Dienstwillige vrienden Dienaar„ /:was geteekend:/ J: G: van Angelbeek, R: v: Haan„ G: G. Gebhaadt, I: L: van Spall, I: A: Cellarius, W: van Haeften, A: Pootvliet, I: A: Scheidz, /:in margine:/ koetsjiem den 14. Juni 1787. Wij hebben uwer weledelens geachte letteren van den 30. Maij J:l: wel ontvangen en bedanken voor de daarneevens gezondene patriasche en kaapsche brie„ „ven op uw welEd. s verzoek zenden wij tans over den landweg naar tutukorijn twee halve aamen met persiaansche roode aarde, zoo goed als hier te be„ koomen is geweest Wij voegen hiernevens het duplikaat van onsen laasten van den 14. e deezer en een nadere faktuur van aanreekening groot ƒ147. 72. wegens eenige on„ gelden om de wille van het schip Gouda alhier gedaan ten einde op desselfs onkostreekening gesteld te worden en blijven na vrindelijke groete /onderston als vooren /:getekend:/ J: G: van Angelbeek: R: van Haan, G: G: Gebraadt, N: W: Beytsz, I: L: Wij hebben na het sluiten van den vreede uit Europa veele equipagie goederen en andere behoeften ontvangen, Het schip veere heeft voor dit Goevernement eene partij kopere duiten ten bedraagen van ƒ8190: uitge„ bragt en wijl dezelven te Gale afgeleeverd zijn en wij veronderstellen dat zij uwweled:s in de huishouding te pas zullen koomen, zoo bieden wij dezelven uw welhd. s bij deesen aan, om het verder versleepen te voorkoomen. voorts leggen hiernevens het duplikaat van onzen jongst voorgaanden en een soldi notietsie met de daar toe gehoorende reekening, terwijl wij met achting na vriendelijke groete blijven /:onderstond:/ als vooren /:getekend:/. J: G: van Angelbeek, R: van Waan, P: G: Gebhardt, N: W: Beijtsz, I: L: van Spall, I: A: Cellarius, W: van Haeften, A: Poolvliet, I: A: scheidz en I: W: Spall, /:inmargine:/ koetsiem den 16. Juli 1787. van Spall, I: A: Cellarius, A: Pootvliet en I: A. scheis=r /:in margine:/ koetsjiem den 24. Juni 1787. van die 606. die geduurende den oorlog op onze Eischen onvolda gebleeven waaren, en zijn tans reets tot nooddaufs voorzien van verscheidene artikelen, die met de sche „pen veere en Gouda voor ons aangebragt zijn, wed halven wij uwwelEd: verzoeken, de volgende goederen die hier niet benoodigd zijn, en onze restanten maa noodeloot vermeerderen en teffens gevaar van beder loopen zouden, tot eigen gebruik tewillen aanhoude of voor zoo verre uwwelEd: die ook niet noodig heb„ „ben, naar de Hoofdplaats te zenden teweeten. uit de Lading van Pouda 360. p„s heele aambanden in 5: boss: weeg: 4000: lb. 1512. „ halve „ „ „ 5. „ „ 3000. „ 3. „ slijpsteenen van 6. v:t 10. „ Ankers weeg: 16792. lb: 1. „ souw van 11. d=m 106. v=m weegt 1944. lb: 2. „ dubbelde reepen; als 1. p. s van 9. d:m 127. r=m 1. „ „ 7. „ 126. „ 7. „ want Hollandsch, als 1. p. s van 8. d=m 108. v=m 2. „ „ 7. „ 107. „ ider 2. „ „ 6. „ 108. en 107: 2. „ „ 5. „ 108. „ 107. het vat spijkers N:o 115: d=m weeg: 990. lb. bruto De kas met kuipers en onder gereedschap N. o 2. weeg: b=to 343. lb: 40. vaten. theer 25. „ Pik 20. „ geraffineerde Harpuis 60. riemen groot formaat papier 75. d=o kleen _o Tien kassen ieder 100. glase ruiten van 9 en 11. d=m vijf _-o „ 100. _o 20. bossen marling w=t 40. lb: 5. p:s Lijktrossen, als 1. p:s van 10. p:s 1. „ „ 8. „ 1. „ „ 7. „ 1. „ „ 6. „ 30. p. s wieltrossen, als: b. 4. p„s van 27: p:s 4. „ „ 24: 4. 5: „ „ 21: „ 5. „ „ 18. „ 6. „ „ 15. „ en 6. „ „ 12. „ 30. p. s 100. bossen 1: „ „ 5. „ — „ 7. „ 9. „ 607 Nagezien 100. bossen penneschagten 5 50 3. vaten loodwit inhoudende 1148. lb: 3. vaatjes geele omber do — 1050. „ 1. kas zwartsel 5 in een gevuld is 100. groote 25. vellen guchtleer 4. vaten vleesch 2. „ spek 3. van de 5. vaten friesche boter uit de Lading van veere 1. p. s werp Anker weeg: 1375. ld. 2. vaten 7. duims spijkers inhoudende 1000: lb: netto 2. van de 4. p„s slijpsteenen â 6. v:t 1. p. s slijpsteen. . . . „ 5. „ 5. „ Ankers weeg: 9196. lb. 15. riemen kardoes papier 1000. lb: heele aamsbanden 1000. „ halve do De kas N:o 10. met kuipers en ander gereedschap en 1. p. s kabeltouw van 14. d=m De overige goederen verzoeken wij met de opene vaart overtezenden: terwijl wij na vrindelijke groe„ te met achting blijven /onderstond:/ als vooren / was„ getekend:/ J: G: van Angelbeek, R: van Harn, G: G: Gebhardt, I: L: van Spall, I: A: Cellarius Aan als Vooren P: L: V: D: Straaten Hiernevens zenden wij een kasje met onse papieren voor Europa en een ander kasje met partikuliere brieven, mitsg:s een pakketje voor de koap de goede toop, met vriendelijk verzoek, dezelven met het vroeg schip te willen voortzenden. De kasjes zijn, om ze voor de reegen te bewaaren benaid en bepikt, welk wij verzoeken te kolomto te laaten afneemen. Wij zenden hiernevens noch een pakketje met parti„ kuliere brieven door de kamer Zeeland en verzoeken het zelve in het kolombos kasje voor die kamer te willen laaten insluiten. uw wel Ed:s g'eerde brieven van den 10. Juli 4. aug. s 17. September en eersten oktober hebben wij successive W: van Waeften, A: Poolvliet en I: A: Scheidz /in margine:/ koetsiem den 11. aug:s 1787. /:lager:/ P: S: Wiernevens het duplikaat van onzen laatsten van den 17. Juli J: l:, met een soldi notietsie annex twee stux zoldireek voor kolombo mitsgaders een soldinotietsie met de daar bij gehoorende vier stux soldireek: voor gale welke laatste wij verzoeken derwaarts tewillen voortzenden. 18. wel O
English
To the Same as Above. D: D: V: : Straaten Examined well received and shall answer them with our smalschip de Verwachting, which in a few days departs for that destination with a cargo of saltpeter. For the rest, after friendly greetings, we remain, beneath was written: as above, was signed: I: P: van Angelbeek, P: P: Pebraadt, I: L: van Spall, and Adriaan Pootvliet, in the margin: Cochin, 22 October 1787. Pursuant to our letter of the 22nd of this month, of which the duplicate is enclosed herewith, our smalschip, de Verwachting, departs, laden with 81300 lb. of saltpeter and with 665 Danish firearms, which, according to our letter of 20 March of this year, have remained here, further specified in the enclosed bill of lading and invoice, the latter amounting to ƒ37106: 10. 8. Herewith we also send a small box with our duplicate papers for the motherland, a duplicate parcel for the Cape of Good Hope, and a packet of private duplicate letters for the Amsterdam Chamber, with the request that if these and the originals, which were sent on the 22nd via Tuticorin, arrive in time and only one ship should depart for the first consignment, then to dispatch only one of these two sets and hold the other set for the second consignment. Pursuant to your honors' request by letter of 4 August last, the wife of the soldier Dominicus François Kortvriend, presently in Galle, has been notified here to go to her husband within the period of eight months, or else no further disbursement of half-pay charged to his account shall be made to her. When the ship Leviathan, mentioned in your honors' esteemed letter of the 1st of this month, arrives here, we shall have the same discharged as quickly as possible and send it back with the remaining saltpeter and a cargo of pepper, as well as, should any space remain, fill it with rice. We also add hereto two debit invoices amounting to ƒ11683:16 and ƒ54. -4, together with a pay notice of the 23rd of this month with two accompanying pay accounts, While, after friendly greetings, we remain with respect. Beneath was written: as above, was signed: I: G: van Angelbeek, P: P: Gebhardt, I: L: van Spall, and Adriaan Pootvliet, in the margin: Cochin, 24 October 1787. To the Same as Above To the same as above By the ship de Negootsie. We let this serve to accompany a parcel for your honors received these days from Surat and the duplicate of our last letter of 24 October last, dispatched with the smalschip de Verwachting, while, after friendly greetings, we remain with respect, beneath was written: as above, was signed: I: G: van Angelbeek, R: van Warn, P: P: Gebhardt, I: L: van Spall, I: A: Cellarius, H. van Haeften, A: Poolvliet, I: A: Scheidz, and I: W: Spall, in the margin: Cochin, 8 November 1787. On 17 November last, the ship Leviathan arrived here with your honors' esteemed letter of 17 October prior and the detachment mentioned therein, for which assistance we offer friendly thanks. The ship was discharged with all speed and, with a bottom layer of nineteen hundred and seventy-seven bags of saltpeter, sent on the 4th of this month to Porca to take in pepper and cowhides for Ceylon. From the company of Europeans sent to us, the soldier Georg Ernst Rudolff van Zellen died on 19 November last, and from the company of Malays, the lieutenant Timboe Patuakan died on the 26th following. Presently the ship de Negootsie departs with five hundred bags of saltpeter and two hundred thirty-six lasts of rice, according to the accompanying bill of lading and invoice. We request that you return this ship as soon as possible, and at the same time report, in answer to the question put to us, that we have already shipped our entire supply of saltpeter, which by the purchase of another six hundred eighty-five bags from the Company's merchant Anta Sitti was brought to 428097 lb. gross, namely: in the smalschip de Verwachting: 600 bags in the ship Leviathan: 1977 ditto in the bearer of this letter: 500 ditto together: 3077 bags which, after deduction of the gross weight, contain a total of 410557 lb. net, and that we cannot provide any more saltpeter this year. On this ship, five Malabar Christians are being transported in irons, named Ausepo, Tome, Antonie, Pailo, and Sagajom, who, according to the accompanying copy of the sentences from the Council of Justice here, have been condemned, the first for fifteen and the other four for ten years, to labor on the Company's public works, and whose banishment has been determined by us to the island of Ceylon.
Dutch transcription
608 Aan als Vooren. D: D: V: : Straaten Nagezien wel ontvangen en zullen dezelven beantwoorden met ons smalschip de verwachting, het welk over een paar dagen met een lading salpeter naar derwaarts vertrekt Wij blijven voor het overige na vrindelijke groete /:onderstond:/ als vooren /:was getekend:/ I: P: van Angelbeek, P: P: Pebraadt, I: L: van Spall, en Adriaan Pootvliet /:in margine:/ koetsiem den 22: oktober 1787. Ingevolge ons schrijven van den 22: deser, waar van het duplikaat hiernevens, vertrekt ons smalschip, de verwachting, belaaden met 81300: lb. salpeter en met 665. deensche geweeren, die, volgens onsen brief van den 20. Maart deses jaars, hier noch verbleeven zijn, nader vermeld, bij ingeslooten kognossement en faktuur, de laaste groot ƒ37106: 10. 8: Daarmeede zenden wij ook een katje met onze duplikaat papieren voor het vaderland een duplikaat pakketje voor de kaap de Goede koop en een pakhet partikuliere duplikaat brieven voor de kamer Amsterdam, met verzoek als deeze en de origineelen, die den 22. over tutukorijn gezonden zijn, bij tijds aangebragt worden en 'er maar een schip voor de eerste bezending vertrekken mogt, als dan ook maar een van deeze beide stellen aftezenden en het ander stel voor de tweede bezending aantehouden Jngevolge uw weledelens verzoek bij brief van den 4. Aug:s Jongstleeden, is de vrouw van den te Gale zijnden soldaat Dominicus François kortvriend alhier aangezegd, binnen den tijd van agt maanden naar haaren Man tegaan, of dat anders geen ver„ „strekking van halve gasie ten laste van hem, aan haar meer zal gedaan worden. Als het schip Seviathan, vermeld bij uweledelens geachten van den 1. deeser hier aankomt, zullen wij het zelve zoo spoedig mogelijk laaten lossen en met de ove„ „rige salpeter en een lading peper terug zenden, mitsg:s, als 'er dan noch ruimte overschieten mogt, die met rijst vullen. wij voegen hier noch bij twee faktuuren van aanree„ „kening groot ƒ 11683:16. en ƒ54. -4. mitsg:s een soldi No„ tietsie van den 23. deeser met twee daarbij gehoorendde soldi reekeningen, Terwijl wij na vrindelijke groote met achting blijven. /onderstond:/als vooren /:was getekend:/ I: g: van Angelbeek, P: P: Pebhardt, I: L: van Spall en Adriaan Pootvliet /:inmar„ gine :/ koetsiem den 24. oktober 1787. het Aan 609. Aan als Vooren Aan als vooren Met 't schip de Negootsie. Wij laaten deezen dienen ten geleide van een pakketje voor uwwelEd„:s van soeratta deezer daagen ontvangen en van het duplikaat van onsen laasten van den 24. oktober H:l: met het smalschip de verwachting afgezonden, terwijl wij na vriendelijke groete met achting blijven /onderstond:/ als vooren /:was getekend:/ I: G: van Angelbeek, R: van Warn, P: P: Gebhardt, I: L: van Spall, I: A: Cellarius, H. van Haeften, A: Poolvliet, I: A: Scheidz, en I: W: Spall, /:in margine:/ koetsiem den 8. November 1787. — Den 17. November J:rl: is 't schip Leviathan alhier gearri„ veerd met uwer wel Ed: g'achte letteren van den 17. octob: bevoorens en het daar bij vermelde detachement, voor welke hulpe wij vrindelyk dan kan Met schip is met alle spoed gelost en met een onderlaag van negentienhonderd, en zeven en zeeventig sakken salpe„ ter, den 4. deezer naar Porka gezonden, om peper en koe„ huiden voor Ceilon inteneemen van de ons toegesondene kompenie Europeesen, is de soldt Georg Ernst Rudolff van Zellen, op den 19. 9ber: J: l, en van de kompenie Maleiers, de luitenant Timboe Patuakan, op den 26. daar aan volgende overleeden. thans vertrekt het schip de Negootsie met vijfhonderd sakken salpeter en twee honderd ses en dertig lasten rijst, volgens nevens gaande kognossement en faktuur„ wij verzoeken dit schip ten eersten terug tewillen zenden, en melden teffens in andwoord op de ons voorgelegde vraage, dat wij onsen heelen voorraad van salpeter, die door den inkoop van noch seshonderd vijf en tachen „tig sakken van 's komp:s koopman Anta Sitti, tot op 428097. lb: bruto gebragt is, nu reets afgescheept hebben teweeten. in het smalschip de verwachting 600. sakken in het schip Leviathan - - 1.977. do in Brenger deeser „500. do tesaamen 3077. sakken die na aftrek van het bruto gewigt, tezaamen 410557. lb: netto inhouden, en dat wij dit Jaar geen meer salpeeter bezorgen kunnen. Met dit schip vaaren in de ketting over vijf Ma„ „labaarsche Christenen, met naamen Ausepo, Tome, Antonie, Pailo en Sagajom, die volgens nevens gaande kopij vonnissen van den raad van Justietsie alhier, gekondemneerd zijn, de eerste voor vijftien en de vier anderen voor thien jaaren aan 's komp. s gemeene werken te arbeiden, en welker bannisse„ ment door ons ten eilande Ceilon bepaald is. sakken ook
English
610. To the same as before. Also departing on this occasion in chains thither are two slave boys named Bastiaan and Kotjoe Alie, who, on account of committed thefts, are being sent to Ceilon at the request of their masters in order to serve there as slaves of the Company. The Noble High Indian Government has commanded us to ask Your Honors whether the demand of coir for Batavia can be met by Ceilon; we request to be informed concerning this as soon as possible, since a full cargo is lying ready here. We also request to be informed as soon as possible whether Ceilon needs beams and planks, as the best time to procure timber has already passed, and if the demand for it is received yet later, we shall hardly be able to meet it, besides the fact that shipping opportunity is now also at hand to be able to send the timber to Ceilon. We kindly request that the closed pay accounts of the sailors Adam of Batavia and Jan Naart Fortum of Amboina, both of whom came out with the ship Veere and are currently stationed here, be sent hither. We kindly request you to be so good as to send us, with the ship the Negotie, a ship's topmast or another suitable piece of round timber for a mast for our coastal vessel De Verwachting, which broke on the voyage hither, as we have none at hand for that purpose. Furthermore, we enclose herewith one Batavian and three identical Cochin expense accounts, an inventory and a catalog of medicines of the bearer of this, together with a pay note of today. While closing this, our coastal vessel De Verwachting arrived here with Your Honors' esteemed letters of the 26th of November last. For the rest, after friendly greetings, we remain, lower down, as before, was signed: J: G: van Angelbeek, H: v: Haan, I: L: van Spall, I: A: Cellarius, H: van Haetten, A: Pootvliet, I: A: Scheidz, I: W: Spall; in the margin: Cochin, the 9th of December 1787. The two ship's declarations concerning an unserviceable rope of the ship the Leviathan have been sworn to here and are returned herewith, to which we add a small packet from Soeratta received for Your Honors. With which, after friendly greetings, we remain, lower down, as before, was signed: J: G: van Angelbeek, R: van Harn, I: A: Rheids; in the margin: Cochin, the 10th of December 1787. Dispatched letters to Cochin in the year 1787. for Amsterdam. Copy Ak Mordeers Sijbrands Clerk 611. Malabar To the Noble Lord Ioan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director over the Company's possessions on the said Coast, together with the Council, at Cochin. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Lord and Friends, We direct this solely to accompany the enclosed invoice, whereby the gift goods sent with the ship De Doggersbank are charged at an amount of ƒ 696. 10. –, and furthermore we add hereto the duplicate of an envelope of the 25th of December last and the duplicate of a letter offered to Your Honors under the said date for Soeratta, for which we kindly request forwarding. For the rest, after friendly greetings, we remain, lower down, Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Lord and Friends, Your Honors' dutiful friends and servants, was signed: W:r J: van De Graaff, P:r Huijsken, J: F: Billing, Ch: Thelenius, G: E: Holst and C: van Angelbeek; in the margin: Colombo, the 3rd of January 1787. Examined p Thomassz Examined Thomassz To the same as before. The captain of the French King's corvette Ecureuil, Mr. de Monderet, has requested us, on account of a shortage of crew, to lend him 5 sailors as far as Cochin, where he has undertaken to return the same to Your Honors. The muster roll of these men, showing until when they enjoyed their wages and boarding money, is enclosed herein, and by this we very kindly request Your Honors, upon the arrival of the aforesaid corvette, to ask for the aforesaid men and to send them back to us at the first opportunity. For the rest, after friendly greetings, we remain, lower down, Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Lord and Friends, Your Honors' dutiful friends and servants, was signed: W:m J:s van de Graaff, P. Sluijsken, T: J: Billing, C: Tillenius, G: E: Hoest, C: van Angelbeek; in the margin: Colombo, the 8th of January 1787.
Dutch transcription
610. Aan als vooren Ook gaan met deeze gelegentheid in de ketting naar derwaarts twee slaane Jongens met naamen Basti aan en kotjoe Alie, die over begaane dieverijen op verzoek van hunne lijfheeren naar Ceilon gezonden worden, om aldaar als slaaven van de kompenie dienst te doen. De edele Hooge jndische regeering heeft ons aan be„ voolen van uwel Ed:s te vraagen, of de eisch van kaier voor Batavia van Ceilon kan voldaan worden; wij verzoeken, ons hieromtrent ten eersten te onderrichten, wijl hier een volle laading gereed legt. ook verzoeken wij zoo spoedig moogelijk aan ons te bedeelen, of Ceilon balken en planken noodig heeft, alsoo de beste tijd om houtwerken op te doen reets ver„ loopen is, en wij als de eisch daar van noch laaten ont„ vangen word, qualijk in staat zullen zyn, daar aan te voldoen, behalven dat 'er nu ook scheepsgeleegendheid voorhanden is, om de houtwerken naar Ceilon te kunnen zenden. Wij verzoeken vriendelijk tewillen laaten herwaard zenden, de afgeslootene soldireeken: van de Mattao „sen Adam van Batavia en Jan Naart fortum van Amboina welke beiden met het schip veere uitgekoomen en tans hier bescheiden zijn. wij verzoeken vrindelijk met het schip de Ne„ gootsie aan ons te willen zenden een scheeps steng of een ander gaadelijk stuk rondhout tot een most voor ons smalschip De verwachting die op de reise naar herwaards gebroken is also wij Voorts voegen wij hier bij een Bataviasche en drie eens luidende koetsiemsche onkostreekeningen, een jn„ ventaris en een Cathalogus van medikamenten van bren„ ger deeses mitsg:s een soldi notietsie van heeden. onder het sluiten deeses is ons smalschip de verwach„ ting alhier gearriveerd met uwwel Ed: geachte let„ teren van den 26. November J„t leeden. Wij blijven voor het overige na vrindelijke groote /:onderstond:/ als vooren /was getekend:/ J: G: van Angelbeek, H: v: Haan, I: L: van Spall, I: A: Cellarius, H: van Haetten, A: Pootvliet, I: A: scheidz, I: W: Spall /in margine:/ koetsiem den 9. december 1787. De twee scheepsverklaringen van een onbequaam touw van het schip de Leviathan, zijn alhier b'edigd en gaan hiernevens te rug, waar bij wij voegen een pakketje van soeratta voor uwweledelens ontvan„ gen. dle geene N 34 geene daartoe aan handen hebben. waarmeede wij na vrindelijke groete blijven. /:onderstond:/ als vooren /was getekend:/ J: G: van Angelbeek, R: van Harn, I: A: Rheids /inmargine:/ koetsiem den 10. december 1787. Afgegaane brieven na Koetsiem de A:o 1787. voor Amsteldam. Copia Ak Mordeers Sijbrands lerk 611 Mallabaar Aan den Edelen Heer Ioan Gerard van Angelbeek Raad Extra Ordinair van Nederlands India Gouverneur en Directeur Over sComp: be= zittingen ter Gemelde Custe Nevens den Raed Koetsiem Te Edelen Erentfesten Manhaften wyzen voor 2ienigen z eer Discreeten Heer en vrienden Wij rigten deezen eenelijk ten geleijde van de ingeslotene factuur, waar bij de gezondene Geschenk goederen met het schip De Doggersbank, worden aangerekend met een bedraeg van ƒ 696. 10. – en voegen hier wijders nog bij 't duplicaat van en sen bar„ van den 25. xber: JoE: en het dupli= taat van enten ouder Gemelden da= tum uwel Edelens aangeboodenen brief 612 Nagazien p Thomass 8. Nagezien Thomassz brief voor Soratta, waar voor weken vriendelijke voortschikking versoek Wij blijven overigens na vriendelyke groette /:onderstend:/ Edelen Erent festen Manhaften wyzen voorzien gen zeer Discreeten Heer en Vrie den uwel Edele D: W: Vrienden en 7b. Dienaaren /:was getekend/ W:r J: van De Graaff, P:r Huijsken J: f: Billing Ch: Thelenius G: E: Holst en C: van Angelbeek, /:n margine / Kolembo Den 3. January 1787. De kaptain van het Frans Konings korvet Ecuceuil de Heer de Monderet heeft ons weegens zwak heid van volk verzogt, dat we hem 5. Mattroosen leenen wilden tot na koetsiem, alwaar hij heeft Aan Als vooren. aangenomen dezelve aan uw Edelens te rug te geeven. De Naamral dezer Manschap pen, aanwyzende tot hoe lang 2' gagie en stostgeld genooten hebben, gaat hierin geslooten en we verzoeken uw Edelens door deesen zeer vriendelijk om bij aan= komste van het voorsz: korvet, de voorsz: Manschappen aftevraegen, en ze ons bij de eerste gelegentheid te rugte= zenden Wij blijven voor het overige na vriende= lijke Groette /:onderstond/ Edelen Erntfesten Manhaften, wyzen, voor zienigen zeer Diskrieten Heer en vrienden uw wel Edelens Dienstwilli ge vrienden en Dienaeren. /:was gete Rent:/ W:m J:s van de Graaff, P. Sluijs= ken, T J: Billing, C: Tillenius, G E Hoest, C: van Angelbeek /:in maagine Kelembo Den 8 Jannuarij 1787. aangenomen Aan
English
To the same as before. With the arrival of the ship De Draak here on the 14th of this month, we had the honor to receive Your Honors' esteemed letter of 16 December, and we thank Your Honors for the cargo sent therewith and for the settlement of our bill of exchange drawn on Your Honors. Through purchase, we have obtained so much saltpeter here that our departing ships can have a sufficient bottom layer thereof. The little rain that has fallen in the Jaffna and Vanni lands has caused many fields to remain unsown, and of the sown fields the crops have also, through lack of water, mostly perished. This makes us anticipate a great shortage of grain, about the scarcity of which strong complaints are already being made. We therefore hope that it may still be in Your Honors' power to procure for us the three hundred lasts of rice that Your Honors had the kindness to offer us in Your Honors' letter of 31 August, above the seven hundred lasts of rice requested by us in our letter of 26 July. In this hope, we send the bearer of this, the ship Zeeland, with a very friendly request to still send to us, over and above the aforementioned 700 lasts—of which, according to Your Honors' favorable promise, we await with the ships De Zeekust and Middelwijk—what we have yet to receive in addition, as much rice as can be laden into the ship Zeeland. If Your Honors, contrary to our hope, after the receipt of our letter of 25 September, should have disposed of the aforementioned 300 lasts in a manner that now places it beyond Your Honors' power to accommodate us therewith, a great service will be rendered to us if Your Honors could in some other manner procure for us the rice cargo requested herein for the ship Zeeland, even if the ship had to be detained a few days for that purpose, provided only that it can be back in time to be unloaded at Colombo, as the rice, if the ship had to unload at Galle, would not be able to serve us to provide Jaffna and the Vanni lands therewith in case of need. As soon as the ship De Leeuw arrives here, we will have it unloaded as expeditiously as possible and send it back to Cochin to take in the sappanwood that Your Honors have allotted to us to have for Batavia. We shall receive from our Head Administrator, Mr. Sluijsken, the payment of Your Honors' assignment amounting to 3146¼ rupees, and are meanwhile obliged to Your Honors for the relief of 5500 pagodas sent again to Tuticorin. The duplicate of our letter of the 8th of this month accompanies this. For the rest, after friendly greetings, we remain, as before. Signed: W. J. van de Graaff, P. Sluijsken, F. J. Billing, J. F. van Senden, G. E. Holst, C. van Angelbeek, M. P. Raket. In the margin: 18 January 1787. To the same as before. Mr. Daijot, captain of the private ship L'Adelaide, who is the bearer of this, has requested from us 1000 lbs of cloves, along with nutmegs and mace in proportion, in accordance with the arrangement made thereon by Their High Mightinesses, together more or less for 5000 rupees. We have no stock thereof, and he has therefore requested of us that we would give him a letter of recommendation to Your Honors to the end that the aforementioned spices may be supplied to him at Cochin, if Your Honors are provided therewith. Mr. Daijot has left behind here under his authorized agents an amount of 5000 rupees, which will be paid here into the Company's treasury upon his receipt for what was received on credit at Cochin, whether in whole or in part, as it may be necessary to balance the credit that Your Honors, pursuant to this our letter, will have been so good as to extend to the aforementioned Mr. Daijot. The distressing reports that we have received in quick succession from Jaffnapatnam, Mannar, and the Vanni regarding the scarcity of grain feared in those regions, we had the honor to impart to Your Honors in our preceding letter of the 18th of this month, of which the duplicate was sent via Tuticorin and a triplicate accompanies this. The apprehension that we might thereby be brought into the necessity of assisting the northern part of this island from here with grain prompted us to request Your Honors therein that, if the three hundred lasts of rice mentioned therein were still in Your Honors' power, you would assist us therewith; and we repeat this request to Your Honors.
Dutch transcription
613 Aan als voor en Met de arieve van het schip De Draak alhier op den 14. deezer, hebben we de eer gehad te ontvangen uwer wel Edelens ge eerden van den 16. December en wij be= danken uwel Edelens voor de lading daarmede gesonden en voor de voldoening van onse op uwel Edelens getrokkene wissel we zijn hier, door inkoop zoo veel sal peter machtig geworden, dat onse na scheepen daar van een genoegzaame onde laag kunnen hebben De wijnige regen, die 'er in de Jappana sche en wannische landen is gevallen heeft veroorzaakt dat veele velden onbezaayd zijn Gebleven, en van de bezaaijde velden is ook het Gewasch, door gebrek aan water, meestendeels vergaan. Dit doet ons een Groot ge„ gebrek van graanen tegemoet zien, over welker schaarsheid reets sterk geklaagd word. Wij hoopen dus dat het nog in uw Edeles ver mogen zijn mag, om ons te kunnen besor„ gen de drie hondert lasten rijst die uw Edeles de vriendelijkheid gehad hebben, ons bij uw Edeles brief van den 31. aug=s aan te bieden boven de door ons verzogte zeeven hondert lasten rijst bij onsen brief van den 26. Julij in deese hoop zenden wij den brenger deezes het schip Zeeland met zeer vriendeljk versoek, om ons buiten en behalven de voorsz: 700 lasten waar van we volgens uw= Edeles genegene toezegging met de scheepen De Zeecus, en Middelwijk, verwagten het geen we daar op nog te vooren staan nog te willen toezenden zoo veel rijst als in het schip Zeeland kan worden afgeladen zoo uw Ed=s tegens ense hoop na den ontfangst van onsen brief van den 25. 7ber: over de voorsz: 300 lasten mogten hebben gedisponeerd op eene wyze, die 614. van der straaten Nagezien die het nu buiten uEdeles vermogen steld om ons daar mede te gerieven dan za ons Groote dienst geschieden zoo u b op eenige andere wyze, de in deze gevraagde tyst lading voor het schip Zeeland aan ons kunnen bezorgen, al was het ook dat het schip daar toe eenige dagen moest wor¬ den opgehouden als het alleen maa tids genoeg kan terug zijn om op kolombo te kunnen worden gelokt wil ons de rijst, zoo het schip te Gale lossen moest niet zoude kunnen dienen em des noods Jaspena in de wannische landen daar mede te voorzien. zoo daa het schip De Leeuw hier komt, zullen we het ten aller spoedigsten laeken lossen en na koetjem te rug zenden om de kay en, die uw Ed: ons hebben bedeelt voor De Heer Daijob. kaptain van het partikulieren schip L'Adelaide die den brenger deeses is, heefbens Aan Als vooren Batavia te hebben, intenemen. we zullen van onsen hoofdadminic„ strate ur DE: sluijsken, ontvangen de voldoening van uwel Edelens assig„ natie Groot rop: 3146¼. en zijn uwel Edelens intusschen verplicht, voor het weder na Tutucoaijn gesondene ontzet van 5500 pagoaden 'T Duplicaat van onzen brief van den 8. deezer verzeld deezen. Wij blijven voor het overige na Vriende lyjke Groette (:onderstond/ als vooren /:getekend:/ W: J: van de Graaff, P: sluykken, f: J: Billing J: f: van senden G: E: Holst C: van Angel„ beek, M: P: Rakes, /: in moagin den 18. January 1787. batavia gevraagd 615 gevraagd om 1000 lb: nagelen mitsg=s nooten en foelij na proportie over een„ kunstig met de schikking door Hunne Hoog Edelheeden daar op gemaakte te zaamen min of meer voor 5000 Ropijen. we hebben daer van geen de stant, en hij heeft ons daar om versogt, dat we hem voor schrijvens aan uwel Edelens wilde geeven ten einde hem de voorsz: specerijen Te koetsiem worden verstrekt indien uweEdelens daar van voorzien zijn. De Heer Daijot, heeft hier onder zijne Gemagtigdens nagelaaten een bedragen van 5000. kop=s die hier in skemp: kas zullen worden betaalt op zijn quitantie van 't genootene op krediet te koet= siem, het zij geheel of gedeelte= lijk, na dat het noodig zij om te verevenen het krediet dat uwe Edelens ingevolge van dit ons aanschrijven zoo goed zullen zijn geweest aan, voorsz: heer Daijot te geven De bekommerlijke berigten die we kort op malkanderen hebben ont= vangen, van Jaffanapatnam, Mannaar„ „uit en de wannij, noopens de in die staeeken gevreesde schaarsheid van Granen hebben we de Erege had uwe Edelens te bedeelen bij onsen voorgaande van den 18. dezer waar van het duplicaat over Tietukorijn afgesenden is, en een Triplicaat deezen verzeld De bedugting dat we daar door mogten worden gebragt in de noodzakelijk„ heid, om het noordelijke gedeelt van die Eijland, van hier met gaanen te assisteeren heeft ons uwe Edelens daar bij doen verzoeken om indien de drie hondert lasten uijst daar bij vermeld, nog in uweEdelens ver¬ mogen waaren om daar mede te willen bystaan, en we herhaelen dit ver= uwe Edelens zaek
English
request through this, but instead of the ship Zeeland, we will send to fetch the same the beacon vessel De Liefde and one, and possibly two sloops if they can be spared at all, as soon as our return cargoes will have been transferred to Gale, for which we presently require these vessels, and since we have meanwhile had the opportunity to purchase here between 5 and 600 bags of rice, we hope to be able to make do with the rice that these vessels can bring, should your Honors have no opportunity to send to us directly. Upon arrival of the ships Middelwyk and De Leeuw, we will send back one of the two, whichever shall be unloaded first, thither to take in the coir for Batavia. For the manufacture of 60 Dutch standing gun carriages, we need 120 side pieces or cheeks and 180 fitting transoms. We kindly request your Honors that the same, in accordance with the copied specification of the head of artillery here, may be delivered to us as soon as possible. The ship De Leeuw, which arrived here the day before yesterday, brought us your Honors' honored letter of 18 January. We thank your Honors very much for the rice sent, and we shall, with the boxes and packages received therewith, act according to the tenor of your Honors' request. For the rest, after friendly greetings, we remain. Underneath was written, as above. Signed, W: J: van de Graaff, G: E: Holst, C: van Angelbeek, M: P: Raket, C: F: Schreuder. In the margin, 23 January 1787. Although the scarcity of rice there makes us suspect that it will cause your Honors notable inconvenience, we are at the same time confident that your Honors will do everything possible to comply as closely as possible with the urgent requests we made in letters of 18 and 23 January, and in that confidence we will, within a few days, still send from here the beacon vessel De Liefde, which can load over 100 lasts, to take in whatever your Honors will still be able to add for us after what was given to Middelwyk. The sailor Albant Fernando we shall send to Gale to be placed on one of the return ships, and to the Malay pilgrims we will grant transport to Batavia at the first opportunity. We will also act in accordance with your Honors' intention with respect to Lieutenant van Haesten. The sent letter of Mr. de Graaff regarding the cargo of the Lumaria we will have placed on the account of the French Crown, to be settled with the government of Pondicharij. Herewith enclosed are the duplicate of our aforementioned letter of 23 January and a pay note of today's date, with the required account of the assistant Adriaan Jansz:, and his account received from there of the goods that were dispatched with the ship Zeeland for Malabar, a bolt-rope cask marked no. 1 has not been accounted for here, in which, according to the Middelburg invoice, there were supposed to have been coopered 8 bolt-ropes, 5 sounding lines, 20 lines, and 10 bundles of marline. Upon the statement of Captain Bank that the cask is not on board, we have decided to reckon the same back to the Netherlands; but since it appears not improbable that in bolt-rope cask No. 2, which was already sent thither with the ship Middelwijk and according to the invoice was to contain 7 lines and 10 bundles of marline, some part of the goods from cask No. 1 might occasionally be found, we kindly request your Honors to have an investigation made into this, and to inform us further of the findings. According to what was noted in our separate letter to the Governor, we have drawn an assignment on your Honors in favor of Izaak Jurejaan to the amount of 8680 1/15 rupees, which we request you to honor with payment. For the rest, after friendly greetings, we remain. Underneath was written, as above. Signed, W: J: van de Graaff, J: Billing, M: P: Raket, Fk: Schreuder. In the margin, Colombo, 1 February anno 1787. According to what was communicated in our letter of the 1st of this month, the duplicate of which accompanies this, the beacon vessel De Liefde is now departing thither. We therefore let this serve not only as its escort, but also to advise your Honors that, over and above the assignment of 8680 7/75 rupees mentioned in our above-written letter, we have drawn another assignment on your Honors in favor of the Jew Isaak Soeroejaan, to the amount of one thousand rupees, with the friendly request to honor the same with payment as well. For the rest, after friendly greetings, we remain. Underneath was written, as above. Signed, W: J: van de Graaff, J: Billing, J: F: van Senden, Gt El Holst, C: van Angelbeek, M: P: Raket, C: St Schreuder. In the margin, Colombo, 3 February 1787. To the same as before.
Dutch transcription
616 zoek door deesen, dog insteede van 't schip Zeeland zullen we ter afhaal van de zelve zenden de Baak de Liefde en een, en mogelijk twee sloepen zoo ze eenigsins te-missen zijn, zoo daa onse retoeren na Gace zullen zijn overgebragt, waar toe we deese vaartuigen tans behoeven, en wijl we jntuschen geleegentheid gehad hebben hier in te koopen tussen de 5. en 600 zakken rijst, zoo hoopen we het te zullen kunnen stellen met de rijst die deeze vaartuigen aanbrengen kunnen indien uweEde¬ lens geen geleegentheid voorkomt om ons direct te kunnen zenden Bij arrive van de scheepen Middel¬ wyk en de Leeuw, zullen we Een van beyden, dat het eerst ontlaaden zal zijn; derwaarts terug zenden om de kaijer voor Batavia inte= neemen Tot het aanmaken van 60. hollandsch T schip De Leeuw, dat Eergisteren al„ hier gearriveerd is, heeft ent toege bragt uwer wel Edelens g'eerde Missive van den 18. Januari fol: Wij bedanken uwel Edelens zeer voor de gezondene Rijst en zullen met de daarmede ontvangene kasjes en Paketten, naar den teneur van Aan Als vooren. staart affuijten, hebben we 120 swalpen of wangen en 180. daartoe passende kalven nodig. we verzoeken uwe Ed=e vriendelyk, dat deselve volgens de in Copia overgaande aanwysing van het hoofd der artillerie alhier, hoe eerder hoe beter aan ons mogen worden bezorgd. Wij blijven hoord het overige na vrien¬ delyke Groette /:onderstend:/ als booven /:was getekent:/ W: J: van de Graaff„ G: E: Holst, C: van Angelbeek, M: P: Raket C: f: Schaeuder /:in maagine den 23. January 1787. — staaat affuyten uw wel Edelens 617 uw wel Edelens verzoek handelen. schoon de schaarsheid van rijst aldaer ons doet duijten, dat het uwel Edelens merkelyk ongeleegen zal komen houden we ons met eenen verzekert dat uwe Edelens al wat mogelijk is zullen doen zoo na mogelijk te vol= doen om aan onse gedaane instantien bij brieven van den 18. en 23 Januarij, en we zullen in dat vertrouwen binnen wijnige daagen nog van hier zenden De Baak De Liefde die ruim „laaden 100. lasten „ kan om intenemen het geen uwe Edelens na het ingegevene aan Middelwijk ons nog zullen kunnen bij zetten Den Mattroos Albant Fernando zullen we na Gale zenden, om op een der retourscheepen te worden ge= plaatst, en aan de Maleidsche beedevaartgangers bij eerste geleegen heid Transport na Batavia verleenen. ook zullen we ten opzichte van den luijtenant van Haesten handelen na uw wel Edelens intentie. De Gezondene missel van den heer de Graaff de kargaaion Loemaria, zullen we laaten stellen op de reekening van de Fransche kroon, om met het Gouverne ment van Pondicharij teworden verree„ „kend Hier nevens Gaan het Duplicaat van voorm: onsen brief van den 23 January en eene zoldij Notitie van hedigen dato, met de Gerequireerde reekening van den handlanger Adriaan Jansz:, en zijne van daar ontvangene reekeninge van de Goederen, die met schip zee„ land voor de Mallebaar zyn uijt gesenden, is alhier niet verantwoord een Lijk vat gem: no: 1. waar in volgens de Middelburgsche factuur, zou„ den ingekuijpt zijn 8. lyken, 5. lood= lijnen, 20. lijnen en 10. bossen maalynen op de betuijging van den Capn Bank, dat het vat niet aan boord is, hebben verleenen we 618 we beslooten het zelve na Nederland te rug te reekenen; Dan wijl het en niet en waarschynelik voorkomt, dat in't lykvat No. 2. het welk reets met het schip Middelwijk derwaards Gesendgi en volgens de Factuur inhouden moest 7. lijnen en 10. bossen maalijnen zomtyds een gedeelte van de goederen van het vat N=o 1. konde gevonden zijn zoo verzoeken wij uwel Edelens vriende lijk, daar na onderzoek te willen laaten doen, en van de bevinding ons na der kennis geeven. volgens het genoteerde bij onsen appart brief aan den heer Goeverneur hebben we ten behoeve van Izaak JureJaan op uw Edelens Getrokken een assignatie groot 8680. 1/15. kopijen die we verzoe ken net betaling te vereeren. Wij blijven voor het overige na vriend lijke groette /:onderstond / als vooren /:was getekent:/, W: J: van de Graa„ : J: Billing M: P: Rahet Fk: Schaender /:in maagine, kolon bo Den 1. Febr: anno 1787. — Volgens het bedeelde bij onsen brief vanden 1. deser, waar van het duplicaat deesen verzeld, vertrekt, tans de baak de Liefde na derwaarts Wij laaten derhalven deezen niet allen dienen tot dies geleijde, maar ook om uwel Edelens te adviseeren, dat we buijten en behalven de assignatie van 8680. 7/75. ropijen, vermeld by voor= schaeven onse schrijvens, nog eene assignatie op uwel Edelens hebben ge trokken, ten voordeele van „n Jood Isaak Soeroejaan, Groot Een duij= send kopijen, met vriendeijk verzoek deselve meede met betaaling te willen honoreeren. Wij blijven voor het overige na Vriende lyke Groette /:onderstond/ als vooren /:was getekent./ W: J: van de Graef J: Billing, J: F: van senden F G=t E=l Holst; C: van Angelbeek, M: P: Raket, C: S:t Schrender, /:in margine:/ kolembo den 3. febr 1787. Aan Als vooren Aan Aan
English
619 To the same as before. The narrowboat De Verwagting is now departing thither, into which has been loaded 12,591 lb net of tamarind according to the bill of lading enclosed herewith, accompanied by two notes concerning what was supplied to the said small vessel. We hereby offer your Honours our original requisition of the 7th instant for two beams, 29 feet long and 20 inches square each, the fulfillment of which we kindly request, annexed with a pay note for Cochin and our duplicate missive of the 3rd instant, along with our original return letter of the 31st of January last. With the said vessel, the Head of the Cinnamon Trade and Colombo Dissave D. E. Billing, and the former State Lieutenant Froidewille, are departing thither for a pleasure trip. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath, as before, was signed: W. J. van de Graaff, P. Sluijsken, F. J. Billing, G. E. Holst, M. P. Raket, C. F. Schreuder; in the margin: Colombo, the 20th of February, in the year 1787. After dispatching our letter of the 20th instant, of which we hereby offer your Honours the duplicate along with the duplicate requisition mentioned therein for two beams of 29 feet long and 20 inches square, your Honour's letter of the 3rd instant was delivered to us. The ship De Leeuw is ready to go to Galle to take in a cargo of coir for Batavia, and upon the return of the ship Middelwijk, we shall see whether, after the cargo for Ceylon has been unloaded from it, there is enough empty space in the same to make it worth the trouble to return it to Cochin, To the same as before. friendly to Checked. to be fully laden there with coir, in which case we shall send it thither at the earliest opportunity. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath, as before, was signed: W. J. van de Graeff, P. Sluijsken, M. P. Raket, C. F. Schreuder; in the margin: Colombo, the 22nd of February, in the year 1787. D. O. Agrees. Wijbrands, Clerk. 620. Malabar. To the Noble Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Company's Establishments on the said coast, along with the Council, Cochin. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, and very Discreet Gentlemen Friends! We hereby offer your Honours the duplicate of our latest letter of the 22nd of February. Regarding the ancient price current set on the sale of the elephants, we enclose a copy for your Honours, and note, in respect of the request made by the Company's merchant to deliver 15 elephants to him there for the offered price, that however much the prices otherwise go fairly well, 621 we know of no means to send the elephants to Cochin for the Company's account, and we therefore request that your Honours please have it proposed to the said Company's merchant to make a further bid on the condition that he shall receive those elephants in Jaffna himself. The ship Middelwijk arrived here in the roads the day before yesterday, and we found ourselves honored with the receipt of your Honours' letter of the 25th of February. For the supplies sent with that vessel for this Government, we offer our thanks, and no less also for the 50,000 rupees negotiated for the benefit of this Government against one-half percent, and for which amounts we shall grant assignments to the Netherlands to the Junior Merchant Jan Lambertus van Spall whenever he so desires, as we also express our thanks for the settlement of our bills of exchange in favor of the Jew Isaac Surrejaan, amounting to rupees 8,680 2/15 and rupees 1,000. In our latest letter mentioned above, we intended to send the ship Middelwijk back to Cochin if there should be enough empty space in the same to make it worth the trouble, in order to be fully laden there with coir. But since it has already taken in a large portion of the Batavia cargo at Cochin, and a quantity of coir is also ready at Galle for shipment to Batavia, we have thought it best to excuse that vessel from the Cochin journey and to let it sail directly via Galle to Batavia as soon as your Honours' papers for that main seat shall have been received; and we request you to be so good as to hold the rice and timber purchased for this Government, which cannot be sent hither in the dispatched barques and sloops and by the bearer of this, until the upcoming open navigation season. We shall have the received papers handled according to custom, and we hereby offer your Honours an invoice dated the 6th instant amounting to 709 guilders, 10 stuivers, and 8 pennings. On the 15th of January last, the Jaffna servants submitted the request of the broker and customs renter there, Kowaalen Chettidar Waijtelingen Chittiear, for letters of recommendation to your Honours, to the end that through your intervention with the Prince of Travancore, for the benefit of of
Dutch transcription
619 Aan Alstooren Heb Smalschip de verwagting vertrekt tans na derwaards waar in gelaaden is 12591. lb: netto Tammerin de volgens hier neffens geincloseerd Cognossement, verzeld van 2. Nolietsies over het verstrekte aan Gemelte kieltje. Wij bieden uwel Edelens nevens deezen aan onsen origineelen Eijsch van den 7. deeser van twee balken, 29 voeten lang en 20. duijm dik in 't vier= kant ider welker voldoening vriend lijk verzoeken, annex een zoldij Notietsie voor Koetsiem en onze dupplicaat missive van den 3. deeser nevens en zen origineelen affaaten brig van den 31. Januarij Jongstleeden met gemelte bodem vertrekken na der= waards voor een springtogt den oppeke„ man, en kolembose Dessave DE: Billing, en den geweezen staaten luijt nant Froidewille. Wij blijven voor het overige na vriendelijke Groette /:onderstond:/ als vooren /:was getekend:/ W: J: van de Graff, P:r Sluijsken, F:n J: Billing G: E: Holst, M: P: Raket, C: F: schoeuder /:in maagine:/ Kolombo Den 20. Feb: anno 1787. Na het afzonden van ons schrijven van 20: dezer waarvan het Duplicaat uw wel Ed: in deezen aanbieden met den daar bij vermelden duplicaat Eijsch van 2. balken van 29 voeten lang en 20. duijm dik in het vierkant is ons bestelt uw weldele brief van 3=e deser Het schip De Leeuw is reedd na Gale om een lading Klaijer voor Batavia intenemen en wij zullen by te rugkomste van het schip Middelwijk zien, of er na dat uijt dit schip de laading voor Ceijlon zal zijn gelost in het zelve leedige ruijmte genoeg is, om het der moeijte waardig temaaken dat na Koetsiem te rug keert Aan Als vooren. vriendelyke om Nagezien om daar met Caijer vollaaden te word in welk geval wij het ten eersten dir waards zullen zenden. Wij blijven voor het overige na vaiend lijke groette /:onderstond:/ als vorren /:was getekent/ W: J: van de Graeff P: Sluijkken, M: P:r Rahet C: d: schreuder (in margine :/ Koland Den 22. Feb: anno 17:87. — D: O: Akkordeert Wijbrands Klerk 620. Mallabaar. Aan den Edelen Heer Iohan Gerrard van Angelbeek Raad extra ordinair van Nederlandsch Jndia Gouverneur en Directeur van 's Comp:s Etablissemen¬ ten ter gemelde kust, Nevens den Raad Koelsiem Edelen Erentfesten Manhaften, wijzen, voor„ zienigen, zeer Discree¬ den Heeren Vrienden! wij bieden UwwelEd: in dezen aen het duplivaet van ons Jongst schryven van 22. febr. van de prijsCourant van ouds of den verkoop der Elephanten gestelt, laeten wij uw wel Edele hier inne een afschrift toekoomen, en noteeren in opzigte van het door 'ssComp:s koopman gedaen verzoek, om hem voor de aengeboodene prijs 15. Elephanten aldaer te leveren dat hoe zeer ook de prijzen anders tamelijk welgaen. M Fe 621 we geen middel weeten om de Elephanten voor komp=e reekening na koetsiem te zenden tn wij verzoeken daerom dat uwelEd: gemelte komp:s koopman gelieven te doen voorslaen om een nader bod te doen op kom dietsie dat hij die Elephanten of Jaffena zelfs zal ontfangen Het schip Middelwijk is eergisteren alhier ter rheede ge„ arriveere en wij hebben ons vereerd gevonden in den ontfangst van uwwelEd: toeschrift van 25:e febr. voor de dit Gouvernement met dien bodem gezondene behoefte affereeren onzen dank een niet minder ook voor de ten behoeve van dit Gouvernement genegotieerde 50'000. rop:s tegens Een halff p:r C=to en voor welk bedraegen wij aen den onderkoopman Ian Lambertus van spall wanneer zulks begeerd assignaeties na Nederland zullen verleenen, zoo als meede onzen dank betuijgen voor de voldoeninge van onze wis„ sels ten voordeele van den Jood Isaak Surrejaan groot rupp: 8680. 2/15- en rupp:s 1000. Bij onze jongste hiervooren gemelt meenden wij het schip Middelwijk indien in hetzelve ledige ruijmte genoeg mogte zijn om het der moeijte waerdig te maeken, weder na Voetsiem tezende om daer met kaijer vollaeden teworden Dan aenge„ zien hetzelve een groot gedeelte der Batavia pche lading te koetsiem heeft ingenoomen en de Gale ook nog een parthij kaijer ter verzending na Batavia gereed is: zoo hebben wij best gedagt dien boodem van de koetsiemsche uijze te exccusee„ „ren en direct over Gale na Batavia te laeten zijlen zoo dra uwwel Edelens papieren voor die hoofd„ plaets zullen zijn ontfangen en wij verzoeken de voor dit Gouvernement ingekogte rijst en houtwer„ ken, die in de gezondene Barquen en Chiloupen en brenger deezes niet kan worden herwaerds gezon„ „den aldaer tot de aenstaende opene vaart te wil„ len aenhouden. Met de ontfangene papieren zullen na den gebruike laeten handelen en wij bieden uwwelEdele in deezen aen een factuura ged:t 6:de deezer groot ƒ709. 10. 8. Door de Jaffenaphe bediend. s den 15:e Janrij J:ol. zijnde voorgedraegen het verzoek van den Makelaer en alphandigo pagter aldaer kowaalen Chetti„ „dar waijtelingen Chitteaer om voorschrijvens aen unwelEd: ten eijnde door dezzelver bewerking bij den vorst van Pervancour, ten behoeve O vn van
English
Collected from the said Waijtelingen Chittiaer, received there into the Company's treasury, and brought pro memoria to the credit of this Government: 2599½ pagodas and 25 stivers, which the factors of the Malcalam of Ponnekalletaregen residing at Quilon, Kosaan Koestialie Waddekenaar, in the names of Koettie Moese and Kammadoekoettie, remained indebted to the said Broker on 1 February of the past year, together with the interest accrued thereon calculated from 1 August 1786 until the day of settlement at 1 per cent per month. We present to Your Honour herewith, besides the extract from that Jaffnapatnam letter, the petition received alongside it from him, Waijtelingen Chittiaer, the translation of the ola bond, and the copy of that ola in Malabar. We support the man's request with our plea that Your Honour will accommodate him therein as much as possible, as these funds will serve in reduction of what he, Waijtelingen, is in arrears to the Company on account of the Alsohandige lease. With the bearer of this, the bark De Jonge Arnold, two horse and camel grooms who arrived here from Surat are departing. They were provided here with 20 rupees, having been paid there until 5 April next, according to the reports from Surat, and engaged on condition that the horse groom shall be paid 8 rupees per month and 5 rupees for board, and the camel groom 10 rupees and no more. We request that you also have provided to them there, in accordance with this, whatever they may be entitled to receive until an opportunity arises to grant them transport to Surat, at which time we also request that you inform the Surat ministers how much benefit they received there. Meanwhile, we request that you forward the enclosed packet of letters for the Surat ministers on the first arising opportunity. For the rest, after friendly greetings, we remain: Noble, Valiant, Martial, Wise, Prudent, Most Discreet Sir and Friends, Your Honour's obedient friends and servants, Was signed: W. I. van de Graaff, P. Sluijsken, J. F. van Senden, G. E. Holst, C. van Angelbeek, and C. F. Schreuder. Colombo, 9 March Anno 1787. P.S. There also accompanies this an invoice amounting to 709 guilders and 8 stivers, and the closed pay account of the sailor Fredrik Beuse. To the same as before. The bark De Liefde arrived here on 29 March past, and with it we had the honour of receiving Your Honour's esteemed letters of the 20th of that month. We thank Your Honours kindly for the goods sent therewith on behalf of this government, and for the provided copies of Your Honour's dispatches. To the passengers who arrived therewith, we have granted transport to Batavia on the ship Middelwijk, which is due to depart within a few days, just as we shall also send on that vessel the received four small chests containing Your Honour's dispatches, trade, and pay books. Our trade books not yet being ready to be sent to Batavia, we dutifully request Your Honours, upon the appearance of the ship Sparenrijk from Surat, to please instruct the ship's officers to call at the outer roadstead of Galle, and for reconnaissance to fly a prince's flag from the fore-topmast as a signal there. While writing this, the small vessel De Verwagting arrives here in the roadstead, and with it we received Your Honours' esteemed letter of 27 March past. We enclose herewith the duplicate of our letter of 9 March past, and a pay account of the gunner Harmanus te Leij. For the rest, after friendly greetings, we remain: As before. Was signed: W. J. van de Graaff, P. Sluijsken, J. J. Billing, C. Filenius, G. E. Holst, C. van Angelbeek, M. P. Raket, and J. Reintous. Colombo, 2 April Anno 1787. To the same as before. We let this serve solely as escort to the small vessel De Verwagting, which departs back immediately pursuant to Your Honour's request, and we also dutifully present to Your Honours herewith the requested pay account of the sailor Jan Pietersz, together with the duplicate of our letter dispatched yesterday. For the rest, after friendly greetings, we remain: As before. Was signed: W. I. van de Graaff, P. Sluijsken, J. J. Billing, C. Filenius, and C. F. Schreuder. Colombo, 3 April Anno 1787. With the return of the bark De Jonge Willem Arnold, we have had the honour of receiving Your Honours' esteemed letter of 8 April past, with the goods mentioned therein, for the delivery of which we render friendly thanks. We present to Your Honours herewith a letter from the Fatherland and one from the Cape, which we received for Your Honours by the ship [illegible], which sailed out on 29 May 1786 for the Chamber of Zeeland and arrived at Galle on 29 April past. The cash and goods received therewith for Your Honours we shall deliver at the first arising opportunity. Noble, Valiant, Martial, Wise, Prudent, Most Discreet Sir and Friends, At Cochin. To the Noble Sir, Johan Gerrard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Company's Establishments on the said Coast, together with the Council. Agrees. Dan Ditter, First Sworn Clerk.
Dutch transcription
622 van gemelten waijtelingen Chittiaer ingevordert in 's komp:s kas aldaer ontvangen en p:r memorie dit Gouvernement ten goede gebragt worde 2599½. pagooden en 25. stver:s die de factoors van de te koijlang zig bevindenden Malcalam van Ponne„ kalletaregen, Kosaan Koestialie waddekenaar in naeme koettie moese en kammadoekoettie aen gemelte Makelaer op den 1. febr: A. o p:o de„ tet zijn gebleeven nevens den daer op verloopenen intrest tereekenen zed:t p=mo Aug:s 1786. tot den dag der voldoeninge à 1. p„r C=to smaends. Wij bieden uwwelEdele hier nevens aen, behalven het Extrakt uijt die Jaffenaphe missive, het daernevens ontvangen request van hem waij„ telingen ditt het translaet der obligatie ola en het afschrift dier ola in het Mal„ labaarsch, wij ondersteunen smans beede met ons verzoek dat uw welEd: hem daer in zoo viel mogelijk willen tegemoed koomen wijl deeze penningen zullen strekken in minderinge van het geen hij waijtelingen weg:s de alsohandige pagt aen de komp:e ten agteren is Met brenger deezes de Bark de Jonge Arnold vertrekken twee van souratta al„ hier overgekomene paarde en kameel knegte aen dezelve is hier verstrekt 20. Ropijen zijn„ de dezelve volgens de suratsche berichten tot den 5. april aenstaende aldaer bet=d en aengenoo„ men op kondietie dat aen de paarde knegt zal worden betaelt 8. rop:s 'smoends en voor de kost 5. rop: en van de kameel knegt 10. ropij zonder meer wij verzoeken hun over„ eenkootig hier meede aldaer nog tewillen doen verstrekken het geen ze moogen genieten tot 'er een gelegentheid is om ze na souratta transport te verleenen, wanneer wij teffens insteeren de souratsche ministers tewillen bedeelen hoe veel genot ze daer hebben ontvangen. Jntusschen verzoeken wij aen het inleggende brief pacquet voor de souratsche ministers bij voor„ koomende gelegentheid addresse te verleenen. wij blijven voor het overige na vriendelijke groete„ /:onderstond:/ Edelen, Erentfesten, Manhaften, wijze, voorzienigen, zeer Discreeten Heer en vrienden: uwwel Ed: Dw: vriend en Dienaeren /:was geteekend:) W: I: van de Graaff, P: Sluijsken; J: f: van senden, G: E: Holst, C: van Angelbeek, en C: f: Schreuder Arnold /:inmaogiene:/ 623 /:in margine:/ kolombo den 9: Maart Ao 1787. /:lag„ P S. Nog verzellen deezen een factuur groot ƒ709. 8. en de afgesloote soldie reekening van den mat troo Fredrik Beuse. Aan als vooren De Bark de Liefde is den 29. Maart J„o leeden alhier gearriveerd, en hebben we daermeede de eer gehad te ontfangen uwer wel Ed:s geachte letteren van den 20. diermaend wij bedanken uwel Ed:s vriendelijk voor de daer meede gezondene goederen ten behoeve van die gouvernement, en voor de bezorgde Copijen van uwerwel Ed:s advijsen Aan de daermeede overgekoomene passagiers, heb„ ben wij met 't schip Middelwijk, dat binnen weinige daegen staet te vertrekken transport na Batavia geaccordeert, gelijk we ook met dien bodem verzenden zullen, de ontvange vier kasjes met uwerwelEd. s adwijsen, Negoti en zoldij boeken. Onze Negootie boeken nog niet in gereedheid zijnde, om na Batavia te kunnen worden verzonden, zoo verzoeken wij uwel Edelens gediensteg, bij opdaeging van 't schip Sparenrijk van Souratta, den scheeps overheeden, tewillen aenbeveelen, om de buijten rheede van Gale aentedoen, in ter verkenning aldaer tot een sein een prince vlag van de voortop te laeten waaijen onder 't schrijven deezes komt 't smalschip de verwagting hier ter rheede en wij hebben daer„ meede ontvangen uwwel Edelens g'eerde schrij„ vens van den 27. Maart J:o l: wij voegen hier bij 't duplicaet van onzen brief van den 9. Maart J:ol: en eene zoldij reekening van den busschieter Harmanus te Leij wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ als vooren /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, J: J: Billing, C. Filenius, G: E: Holst, C: van Angelbeek, M: P: Raket en J: Reintous /:in marigine:/ kolombo den 2. April Ao 1787. Aan als vooren. wij laeten deezen eekelijk dienen ten gelijde van 't smalschip de verwagting, dat ingevolge uwwel„ Ed:s verzoek tens terug vertrekt, en bieden uwee„ Edelens hiernevens teffens, aen, de gerequireerde gedienstig zoldij 624. Mallabaar Nagezi D H: O: Straaken zoldij reekening van den mattroos Ian Pietersz nevens 't dubbel van onse gister afgegaene schryvens. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ als vooren /:was geteekend: W: I: van de Graaff, P: Sluijsken, f: J: Bil„ ling, C: Filenius, en C: V: schreuder /:in margine:/ kolombo den 3. April A:o 1737. Met de terugkomst van de bark de Jonge Willem Ar„ „nold, hebben we de eer gehad te ontvangen, uwer, wel edelens geachte schrijvens van den 8. April J:o leeden, met de daar bij vermelde goederen, voor welker bezorging wij vriendelijk dankzeg„ Wij bieden uwel edelens hiernevens aen een patria„ „sche en een Caabsche brief, die we voor uwel edelens hebben ontvangen met het schip ree„ „re, dat den 29. Maij 1786. voor de kamer Zeeland uijtgevaaren, en den 29. April J:ol: te gale gearriveerd is. De Contanten en goede„ „ren, daar meede voor uwel edelens ontvangen, zullen we bij voorkomende geleegentheid bezor„ delen Erentfesten, Manhaften, wijzen voorzienigen zeer Discreeten Heer en vrienden koetsjeem Te Aan den Edelen Heer, Johan Gerrard van Angelbeek Raad extra ordinair van Nederlands India Gouverneur en direkteur van 'skomp. s Etablisse„ „menten ter gemelde kuste nevens den Raad Accordeert. Dan Ditter. E: g: Klerk „gen. „gen.