VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3789

Ceylon · 954 pages · 112 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3789_0001 view scan ↗

English

3687 3 Ceilon 1789 and Papers from Ceijlon transferred in 1789. Register of Letters Fifth Volume. Copy of the letter from the Governor and Council to the General and Council dated 31 January 1788. Register of Papers per the Ship - Report from the Master of Equipage Blom, at Batavia to the General and Council, regarding the lay days of the chartered flute ship Dordrecht dated 10 August 1787. Register of papers per the chartered ship Dordrecht. Original letter from the Governor and Council to the Chamber of Amsterdam dated 10 January 1788. Register of Letters and Papers from Ceijlon transferred in 1789. Fifth Volume. Copy of the letter from the Governor and Council to the General and Council dated 31 January 1788. Register of Papers per the Ship - Report from the Master of Equipage Blom, at Batavia to the General and Council, regarding the lay days of the chartered flute ship Dordrecht dated 10 August 1787. Register of papers per the chartered ship Dordrecht. Original letter from the Governor and Council to the Chamber of Amsterdam dated 10 January 1788. 1272. . . - . . 1700. Copy of the letter from the Governor and Council to the General and Council dated 31 January 1788. 1703 - - - -. . 1723 Register of Papers per the Ship - 1724. . . . . . - . Report from the Master of Equipage Blom, at Batavia to the General and Council, regarding the lay days of the chartered flute ship Dordrecht dated 10 August 1787. 1725 - - - - 1726 Register of papers per the chartered ship Dordrecht. 1727 - - - 1732. Original letter from the Governor and Council to the Chamber of Amsterdam dated 10 January 1788. and Papers from Ceijlon transferred in 1789. Register of Letters Fifth Volume. examined 1272. G Batavia General description of the state of this Government. To His High Excellency The High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting on behalf of the state of the free United Netherlands in the General Dutch Chartered East India Company Governor General and the Honorable, Severe Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord and Honorable, Severe Lords. Section 1. We take the liberty to let this serve, to report, according to our duty, unto Your High Excellencies The Malabar cardamom plants shall be sent. Regarding the account of expenses for sloops and vessels, a comparison shall be drawn up and sent. we shall in the future make do with the Ceilonese arrack, and furthermore, according to Your High Excellencies' order, requisition the required wax candles and wax from Koetsiem, and the European goods directly from the Netherlands. Section 5. The Dessave of Colombo has been ordered to procure some plants of the Malabar cardamom from the plantations in the Colombo Dessavony, which we shall have the honor of sending to Your High Excellencies. Section 6. In order to be better able to judge why the account of expenses for sloops and vessels has amounted to more in recent years than previously, we have ordered the Captain at Sea and Master of Equipage here, Andringa, to draw up a comparison 1874. The sloop de Krab has not yet arrived here. comparison of the provisions that were issued in the five years immediately preceding the recent war, against those that took place under his administration since the war; and we shall have the honor, as soon as this comparison has been received, to present it to Your High Excellencies. Section 7. From our respectful letter of 29 December last, it will appear to Your High Excellencies that the sloop de Krab has not yet arrived here, but that she has been abandoned by her crew. The ship that the Prince of Brama, according to the report of the Commander Straalen, wished to send to Ceilon, has likewise not appeared; Regarding the report of the Galle return ships having been unable to take in a portion of the cargo intended for them, a further report shall be made. appeared, but should it still arrive, we shall take further into consideration to what extent Your High Excellencies' recommendation, regarding indemnification of the Company concerning the sloop de Krab and her plundered cargo, can be effected. Section 8. Regarding that which the Galle servants reported to Your High Excellencies in their letter of 21 February last, namely that the return ships had not been able to take in a portion of the cargo intended for them, because of the shipped goods and provisions of the passengers; we have demanded of the said servants a further and clearer report; since this allegation 1275: That which was recommended regarding the allegation did not appear grounded to us, because no goods of passengers are stowed in the hold. Nor can the 20 packages for the Cape, which were stowed in each ship of the second consignment, have caused any great hindrance to the returns pro patria, besides which the stowing of these Cape packages into the hold of the Hof ter Linde occurred because the ship's captain raised difficulties about stowing them between decks. We shall, in the future, make report to Your High Excellencies regarding the explanation that the Galle servants provide concerning this, under the main heading of the ships. Section 9. That which was recommended regarding the Mecca the

Dutch transcription

3687 3 Ceilon 1789 en Papieren van Ceijlon overgekoomen 1789. Register der Brieven Vijfde Deel. Copij missive van den Gouvr en Raad aan Generaal en Raaden in dato 31 Januarij 1788. Register der Papieren per 't Schip - Berigt van de Equipagie mr Blom, te Batavia aan Genl en Raaden, weegens de legdangen van 't ingehuurde fluit schip Dordrecht in dato 10 aug=s 1787 Register der papieren per 't ingehuur¬ te schip Dordrecht. irigineele missive van den Gouvr. en Raad aan de kamer Amsterdam in dato 10 Januarij 1788. Register der Brieven en Papieren van Ceijlon overgekoomen 1789. Vijfde Deel. Copij missive van den Gouvr en Raad aan Generaal en Raaden in dato 31 Januarij 1788. Register der Papieren per 't Schip - Berigt van de Equipagiemr Blom, te Batavia aan Genl en Raaden, weegens de legdangen van 't ingehuurde fluit schip Dordrecht in dato 10 aug=s 1787 Register der papieren per 't ingehuur¬ de schip Dordrecht. rigineele missive van den Gouvr. en Raad aan de kamer Amsterdam in dato 10 Januarij 1788. 1272. . . - . . 1700. Copij missive van den Gouv.:r en Raad aan Generaal en Raaden in dato 31 Januarij 1788. 1703 - - - -. . 1723 Register der Papieren per 't Schip - 1724. . . . . . - . Berigt van de Equipagie m=r Blom, te Batavia aan Genl en Raaden, weegens de legdangen van 't ingehuurde fluit „schip Dordrecht in dato 10 aug=s 1787 1725 - - - - 1726 Register der papieren per 't ingehuur„ de schip Dordrecht. 1727 - - - 1732. Origineele missive van den Gouv:r en Raad aan de kamer Amsterdam in dato 10 Januarij 1788. en Papieren van Ceijlon overgekoomen 1789. Register der Brieven Vijfde Deel. collel 1272. G Batavia Generaale beschrijving van den staat deezes Gouver „nements. Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtbaeren wijdgebiedenden Hee„ M:r Willem Arnold Alling wegens den staat der vrije vereenigde Neder„ „landen in de Generaale Nederlandsche g'oktroijeerde oost=Jndische Compenie Gouverneur Generaal De Wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Nederlandsch Indi Hoog Edele Groot Achtbaare Wijdgebiedende Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren. §. 1. Wij gebruiken de vrijheid, deezen te laaten dienen, om aan uwe Hoog Edelheeden, volgens onze plicht, verslag en De Mallabaarsche kardamom plantjes zullen gezonden worden. Wegens de reekening van onkosten van sloepen en vaar „tuigen zal een vergelijk opgemaakt en gezonden worden. zullen we in het vervolg het stel„ „len met de Ceilonsche arrak, en voorts volgens uwer Hoog Edel„ heden last, de benodigde waks„ „kaarsen en waks van koetsiem„ en de Europische goederen di„ „rekt uit Nederland requireeren. §. 5. Den Dessave van kolombo is ge„ „last om te bezorgen eenige plantjes van de Mallabaarsche kardamom„ uit de plantagien in de kolombo„ „sche Dessavonie die we de eer zullen hebben uwer Hoog Edel „heeden toetezenden. I. 6. Om te boeter te kunnen oordeelen, waar door de reekening van on „kosten van sloepen en vaartuijgen zeedert eenige Jaaren meerder komen te beloopen, dan voor heenen, hebben we den kapi„ „tein ter zee en Equipagiemeester alhier Andringa gelast, om een vergelijk 1874. De sloep de krab is hier nog niet aangekomen. vergelijk op te bren gaan van de ver „strekkingen, die gedaan zijn in de vijf Jaaren, die onmiddelijk zijn voorgegaan aan den Jongsten oorlog, tegens dien, die onder zijne Administratie zedert den oorlog geschied zijn; en we zullen de eere hebben, zoo dra dit verge„ „lijk zal zijn ingekoomen, het uwer Hoog Edelheeden aante „bieden. I. 7. Uijt onsen eerbiedigen van den 29. december Joleeden, zal uwe Hoog Edelheden blijken, dat de sloep de krab hier nog niet aange„ „komen, maar dat ze van haare Equipagie verlaaten is. 'T schip 6 dat de vorst van Brama, vol„ „gens het bericht van den ge „zaghebber straalen, na Ceilon wilde zenden, is meede niet verscheenen „maken van 't bericht van de Gaal„ „tourscherpen éen gedeelte van de daar voor bestemde lading, niet hadden kunnen inneemen, zal nader verslag gedaan worden. verscheenen, maar mogte het nog komen opdaagen, dan zullen we nader in overweeging neemen in hoe verre uwer Hoog Edel „heeden aan beveeling, tot schade „loos stelling van de Compenie nopens de sloep de krab en haare geroofde lading, zal kunnen bewerkstelligd worden. S. 8. Wegens het geen de gaalsche „sche bedienden, daddere bedienden, bij hunnen brief van den 21. februarij pass:o aan uwe Hoog Edelheeden hebben bezicht, dat naamelijk de retourscheepen een gedeelte van de daarvoor bestemde lading niet hadden kunnen inneemen, wegens de afgescheepte goederen en provisien der Passagiers; hebben we van gemelde bedienden een nader en duijdelijker be „richt gevorderd; wijl ons die voorgaave 1275: 'T aanbevolene nopens voorgaave niet gegrond is voorge „komen, om dat er geene goederen van Passagiers in het ruim wor¬ „den geborgen. Ook kunnen de 20. pakken voor de Caab, die in elk schip van de tweede be¬ „zending zijn afgestooken, geen groote hinder aan de retouren pro patria hebben toegebragt, behalven dat ook het bergen van deeze Caabsche pakken, in het ruim van het hof ter Linde, geschied is, om dat de scheeps Capitain swarigheid maakte, dezelven tusschen deks te bergen. we zullen van de explicatie, die de gaalsche bedienden daar„ „omtrent komen tegeeven, uwe Hoog Edelheeden in het ver„ „volg verslag doen, onder het hoofddeel van de scheepen. ƒ „ §. 9. 'T aanbevoolene nopens de Mekka„ „sche de

NL-HaNA_1.04.02_3789_0026 view scan ↗

English

The Mecca pilgrims will be taken for notice. Also the order for the return shipment of the defective goods. For how much the Japanese copper in this Government was sold and is still sold. Mecca pilgrims who come to request transport to Batavia, we shall take for our notice; and further economize as much as possible on sending strangers with the Company's ships. I. 10. We will also, as in duty bound, follow up in the future the order for the return shipment of goods that are brought defective from the Netherlands. D. 11. Regarding the small advance achieved in the financial year 1785/6 on the sale of the domestic merchandise and provisions, and of the Japanese bar copper, we have demanded a report from our Trade Bookkeeper, and when it has come in, we will humbly report thereon hereinafter under the article of sales. Meanwhile, regarding the Japanese copper, for your Right Honours' esteemed information, we can already say this much: that the Japanese copper in this Government has always been sold, and is still being sold, at: f 94. Indian money per hundred pounds, or rd:s 48. 46. the picol, and that for that reason we suspect that the difference noticed by your Right Honours in §. 31 of your most esteemed letter of 31. July past, between the Batavia and Ceylon selling prices, arose from the fact that the latter are drawn up after deduction of everything that, according to the order by which the returns are drawn up, must be borne thereon. 1276: Report regarding the Danish muskets. I. 12. With respect to the Danish muskets, we take the liberty respectfully to represent to your Right Honours that our extraordinarily small stock of flintlocks, at a time when there was much reason to believe that they would be needed on Ceylon, moved us, upon the information obtained from the junior merchant Goeke that a good parcel of them could be obtained at Tranquebar, to qualify him, according to our decision by secret resolution of 16. April 1782, for the purchase of 5000 pieces if the piece could be bargained for 2 1/2 pagodas, but only 2500 pieces if the piece should cost up to 3 pagodas. Goeke was indeed instructed in an Instruction given to him under date of 30. April 1782 1277. to take none but good grenadier muskets with bayonets, which he also complied with as far as concerns the sort of flintlocks, according to the musket sent over by him as a sample that was approved here by a letter written to him on 4. July 1782; but that for the rest many were found among them which, on account of their various defects that were later discovered on them, ought not to have been received by him, seems fairly to be attributed to his insufficient competence, besides the fact that in a time of war in a place where many of the enemy Nation also stayed, no great stir could be made for a more accurate examination. On the other hand, we can assure your Right Honours in respect that no evidence whatever has appeared to us that the said Geeke had acted in bad faith in this matter. Why the decision was taken to provide the clerks, citizens, etc. with Danish muskets. The account of the said muskets is being drawn up and further mention thereof will be made. §13. That we decided by Resolution of 30. March 1786 to provide the clerks, Burghers, etc. with these Danish muskets was solely done because the same, although good serviceable muskets in their kind, were nevertheless of a different calibre than those which our Military in the garrisons use. §: 14. We have ordered our Trade Bookkeeper to draw up an accurate account 1278. cloth brought with Katwijk aan Rhijn. of the said muskets, and to indicate therein how many of them were purchased and for what price, how many of them and for what prices were sold, and how many of them are still remaining. This account has not yet come in, and we shall thus have the honour to make further mention thereof under the article of sales if it comes in in time for that, otherwise on a following occasion. §. 15. Regarding the French cloth that was also brought with the ship Katwijk aan Rhijn from the French, we have demanded a report from the Chief Administrator, indicating: what appears from the papers regarding the dispatch of the same, how The Tuticorin servants are recommended to the satisfaction of the Indian Indents. Care will be taken that no erroneous insertions in the future occur in the letters. it was found upon delivery here, how much of it was sold according to successively taken decisions and for what prices, and what remains thereof. And if this report should come in in time, we will take the liberty to make mention thereof likewise under the article of sales. §. 16. We have given notice to the Tuticorin servants of your Right Honours' repeated recommendation for the satisfaction of the Indian Indents, and earnestly recommended them to apply all their efforts thereto. §. 17. It is by mistake that in 1. 52 of our respectful letter of 30. January past, it was set down that

Dutch transcription

de Mekkasche beede vaartgangers zal tot naricht genomen worden. ook de ordre tot de terug zending van de fekte goederen. voor hoeveel 't Japans „kooper in dit Gouverne. „mens is verkogt en nog word verkogt. sche beede vaartgangers, die transport na Batavia koomen te verzoeken, zullen we tot ons naricht neemen; en voorts het overzenden van vreemdelingen met 'skomp:s scheepen zoo veel mogelijk menageeren. I. 10. Ook zullen we in het vervolg plichtschuldig opvolgen de ordre tot de terugzending van goederen, die defekt uit Neder„ „land worden aangebragt. D. 11. Nopens de geringe advans, behaald in het boekjaar 1785/6. op den ver„ „koop der vaderlandsche koopman „schappen en provisien, en van het Japans staaf kooper, hebben we bericht gevorderd van onsen Ne„ „gootsie boekhouder, en zullen wanneer het zal ingekoomen zijn, daar van hier agter needrig verslag doen onder het articul van verkoop. Jntusschen kunnen we nopens het Japans kooper tot uwer 1276: Bericht nopens de Deensche geweeren. uwer Hoog Edelheeden g'eerde infor „maatsie, er tans reeds zoo veel, van zeggen, dat het Japans koper in dit Gouvernement steets is verkogt, en ook nog word ver„ „kogt, tegens: ƒ 94. indisch geld de honderd ponden, of rd:s 48. 46. het picol, en dat we om die rede vermoeden, dat het door uwe Hoog Edelheeden bij §. 31. van Hoogst derzelver zeer geeerde brief van den 31. Juli pass=o opgemerkt verschil, tussen de Bataviase en Ceilonse uit „koops prijzen, daar uit is ont„ „staan dat de laatste zijn opge„ „maakt na aftrek van alles wat na de order, waarna de rendementen worden opgemaakt, daar op moet worden gedragen. I. 12. Ten opzichte van de Deensche ge„ „weiren, gebruijken we de vryheid, uwen uwer Hoog Edelheeden eerbiedig tevertoonen, dat onse buijten ge„ „meen geringe voorraad van sna„ „phaanen, in een tijd dat men met veel gronds meende de zelve op Ceilon te zullen nodig hebben, ons bewogen heeft, op de bekomene informatie van den onderkoopman Goeke, dat men daarvan een goede parthij te Tranquebaar zoude kunnen bekomen, om hem, volgens ons besluijt bij secreete resolutie van den 16. April 1782. , tot den inkoop van 5000. stuks, in dien het stuk voor 22. pagood te „bedingen was, doch maar van 2500. stuks, zoo het stuk tot 3. pagooden mochten kosten, te qualificeeren. Geeke, was wel bij eene aan hem onder dato 30. April 1782. gegeevene Instructi gelast. 1277. gelast geweest, om niet dan goede granadier geweiren met bajonetten teneemen, waaraan hij ook in zoo verre als aangaat het zoort van snaphanen, heeft voldaan, volgens het door hem daarvan overgezondene geweir tot mons„ ter dat alhier is goedgekeurd bij een brief, die den 4. Juli 1782. aan hem geschreeven is, dog dat er voor het overige veele onder„ „gevonden zijn, die wegens der „zelver verschijdene gebreeken, die naderhand daaraan zijn ontdekt, door hem niet hadden behooren teworden ontfangen schijnt men billik te moeten toeschrijven aan zijne niet ge„ „noeg toerijkende kundigheid, behalven dat in een tijd van oorlog in een plaats; daar ook veele van de vijandelijke Natie zich Waarom 't besluit genoo„ „men is om de pennisten burgers &:a van deensche geveeren te voorzien De reekening van gemelde ge „weeren word opgemaakt en zal daarvan nader melding gedaan worden. zich ophielden, geen veel bewee¬ „ging konde worden gemaakt, tot een naaukeuriger onder „zoek. Anderzins kunnen we uwen Hoog Edelheden in eer „bied verzeekeren, dat ons nergens eenig blijk is voorge¬ „komen, dat gemelde Geeke hierin ter kwaader trou zoude zijn tewerk gegaan. §13. Dat we bij Resolutie van den 30. Maart 1786. hebben beslooten, om de pennisten, Burgers &:a van deeze deensche geweiren tevoor „zien, is eenelijk geschied om dat dezelve, schoon goede bruik „baar geweiren in haar zoort, echter van een ander Caliber waren, dan die, welke onze Militairen in de guarnizoe „nen gebruijken. §: 14. We hebben onsen Negotie boekhouder gelast, om eene accuraate reeke„ „ning 1278. laken met katwijk aan Rhijn aangebragt. ning van gemelte geweiren opte „maaken, en daarbij aan tewijsen, hoe veel daarvan ingekogt zijn en voor welke prijs hoeveel daarvan en voor welke prijsen verkogt zijn en hoeveel er van nog per restant zijn Deeze reekening is nog niet inge„ „komen, en zullen we dus de eere hebben daarvan nader onder het articul van ver„ „koop melding te doen, zoo ze daar toe tijdig genoeg in komt, anders bij een volgende gele¬ „gentheid. §. 15. Wegens het fransche laken, dat zomede van 't fransche met het schip katwijk aan Rhijn is aangebragt, hebben we van den Hoofdadministrateur bericht gevorderd, aanwijzende: wat bij de papieren komt te blijken, no„ „pens het uijtzenden van 't zelve hoe De tutukorijnsche be„ „dienden zijn gerecomman„ „deert tot de voldoening van de Jndische Eisschen. Men zal zorgen dat in den „vullingen bij de brieven geschiden. hoe het bij aanbreng hier bevon¬ „den is, hoe veel daarvan, vol „gens successive genomene be sluijten is verkogt en voor wel „ke prijsen! en wat daarvan nog bij restant is. en zoo dit bericht nog tijdig mogte inkomen, zullen we de vrij„ „heid gebruijken, om daarvan insgelijks melding te doen, onder het articul van ver„ „koop. §. 16. Wij hebben den tutukorijnsche bedienden kennis gegeeven van uwer Hoog Edelheeden herhaalde recommandatie tot de voldoening van de Jn„ „dische Eisschen, en hun ernstig aanbevoolen, om daar toe alle hunne poogingen aantewenden. §. 17. Het is bij vergissing, dat 1. 52. aanstaande geene abusive van onsen eerbiedigen van den 30. Januarij pass:o, is ter nedergesteld, dat

NL-HaNA_1.04.02_3789_0033 view scan ↗

English

1279. The reason why the expenses for the cinnamon at Galle were less than at Colombo, that 26 3/5 bales of cinnamon were collected from the Company's gardens, while this harvest actually amounted to 202 3/15 bundles; and we will ensure that in the future such erroneous entries do not occur. Paragraph 18. That in the financial year 1784/5 the expenses for the cinnamon at Galle amounted to only ƒ368. 2. 8., whereas at Colombo, according to the account sent from there, they ran to ƒ30964. 10., arises from the fact that at Galle no forests were cleared, as was done here where some hundreds of morgens of land were cleared and, where necessary, planted with cinnamon, on which consequently many people worked, who had to be provided with maintenance and tools; whereas at Galle and Matara there are almost no Company plantations, except in so far as what has been accomplished there consists of what the native chiefs, out of obligation for the offices obtained, had to establish at their own expense for the Company, as also happens a great deal in the Colombo dissavony, but which does not compare to the extensive lands that were cleared in that dissavony for the account of the Company. On such lands cultivated under obligation, the Company therefore provides nothing more than a small allowance to maintain them further. Paragraph 19. To distinguish and describe the varieties of cinnamon upon shipment in such a way that the cinnamon from the King's lands could be distinguished from that which is peeled in the Company's lowlands is entirely impossible. 1280. To distinguish and describe the varieties of cinnamon so as to separate the cinnamon from the King's lands from that from the Company's lowlands is impossible. The cinnamon peelers do not work in the same place throughout the entire harvest, and consequently deliver the cinnamon that they have peeled in different places mixed together. Therefore, regarding the cinnamon peeled in the forests, one cannot really do anything more or different than ensure that nothing but good and sound cinnamon is delivered. One could thus only, concerning garden cinnamon and that peeled on lands cleared of undergrowth, if necessary and should your High Nobilities deem it fit, have this noted on the bales. But concerning this, we must also remark that of the cinnamon peeled from these lands, in all probability a portion ends up among that which is delivered as sought out from the forests, as it is not quite possible to prevent the cinnamon peelers working in the nearby forests from sometimes crossing over to the cleared lands to cut some cinnamon wood there, so that even through the aforementioned precaution the objective could only be achieved very imperfectly. Paragraph 20. Regarding the small quantity of 493422 areca trees, which were reported as being in existence at the time of the survey in the Colombo dissavony in our latest general report under ultimo August 1786, the dissava, from whose compendium that entry was made, has reported that the stated number of 2591975 trees in anno 1784/5 consisted of all the trees that had been planted from 1774/5 until 1784/5, of which very many have died since then, and that on the contrary the 493422 trees reported in 1785/6 consisted only of young trees that were found in existence at the survey in August 1786. 1281. What the dissava reports concerning the areca trees in the latest general description. He has been permitted in future only to have the Company's plantations surveyed. Paragraph 21. In the aforementioned report, which is transmitted in copy among the annexes, the said dissava demonstrates the difficulty and uncertainty of the survey of private plantations; and we have therefore, at his request, permitted him in the future only to have surveyed the plantations of areca trees that are made for the Company's account. Paragraph 22. We shall let your High Nobilities' recommendation, to report the proceeds of the leases not only in rixdollars, but also in guilders Dutch currency, serve as our dutiful guideline henceforth. The amount of the yield of the leases will henceforth be reported in rixdollars and guilders Dutch currency. It is evident that after a pearl fishery, a great span of years must elapse to hold a new fishery. Paragraph 23. Aside from the fact that it is evident from earlier times that after the pearl banks have once been fished out, a great series of years has always had to elapse before a fishery could be held anew, we cannot supply any other reasons for it than some conjectures that appear in the inspection reports already transmitted. 1282. The costs for the contracting of timber and laths can be recouped from what remains of this lease. Further report will be made on what the Company has gained on the chank fisheries of Jaffna and Mannar. Paragraph 24. Although the purchase of timber and laths for the Company is now done by contract in order to free the inhabitants from vexations, and they therefore cost somewhat more than before, we can nevertheless reasonably hope that what is now paid more for them will be amply recouped from what remains for the Company from this lease. Paragraph 25. We have requested from Jaffanapatnam an accounting of what the Company has gained on the chank fisheries of Jaffna and Mannar.

Dutch transcription

1279. de oorzaak waar door de te Gale minder hebben dat 263/5. baalen Canneel uijt Comp:s tuijnen was ingezameld, wijl dee„ „zen insaam werkelijk heeft be „draagen 202 3/15 bossen; en wij zullen zorgen dat in den aan„ „staande diergelijke abusive vullingen niet geschieden. §. 18. Dat in het boekjaar 1784/5, de ongelden van de kanneel ongelden van de Canneel te Gale bedragen dan te kolombo maar ƒ368. 2. 8. hebben bedraagen daar ze te kolombo, volgens de daar van gezondene rekee„ „ning ƒ30964. 10. beliepen, spruijt daar uijt, dat te Gale geene bossen gezuijverd zijn gelijk hier daar eenige honderden mor„ „gen lands schoongemaakt, en daar het nodig was, met Can „neel beplant zijn, waaraan mits dien veel volks heeft gearbijd, het welk van onder¬ „houd en gereedschappen moest voorzien worden, waaren teegen te Gale en Mature byna geene Compes. Om de zoorten van de kanneel zodanig te distin„ „queeren en beschrijven, om de van die uit 's Comp:s beneden landen te onderscheiden, is ondoenlijk. Comp:s plantagien zijn, als voor zoo verre het geene daar verrigt is, bestaat in het geen de Jnland „sche hoofden, uijt verplichting voor de verkreegene bedieningen op eigen kosten voor de Compenie hebben moeten aanleggen, zoo als dat ook in de kolombose dessavonij zeer veel geschied, dog niet komt in vergelij „king van de uitgestrekte ^daezo gronden, die in dessavonij, voor reekening van de kompenie„ zijn schoongemaakt. Aan zulke uit verpligting bewerkte gron „den, doet de Comp:e derhalven niet dan eene geringe ver „strekking om die verder te onderhouden. §. 19. Om de zoorten van de Canneel, bij verzending, zoda kanneel uit 'skoningslanden „ nig te dinstingueeren en be„ „schrijven, dat de Canneel uijt skonings landen van die, welke in 's Comp:s beneeden landen word geschild 1280. geschild, zoude kunnen onderschij„ niet al te „den worden, is geheel ondoen: „lijk. De Canneel schillers wer„ „ken den geheelen oogst door, niet op dezelfde plaats, en leeveren, mitsdien de Canneel, die ze op verschillende plaatsen hebben geschild, door malkan„ „deren: Weshalven men om„ „trent de Canneel, die in de bosschen geschild word, niet wel iets meer of anders doen kan, dan te zorgen, dat er niet dan goede en deugdsaame Canneel geleeverd word: Men zoude dus alleen nopens de tuijn Canneel, en die geschild word op de van bosschagie gezuijverde gronden, des noods en zoo uwe Hoog Edelheeden dat mogten goedvinden, dit op de baalen kunnen laaten bekend stellen, dan ook hierom„ „trent Wat de dessave bericht van de arreeksboomen bij „schrijving. trent, moeten we aanmerken; dat ook van de kaneel, die van deze gronden geschilt word, na het hoogste vermoe partij „de, een „ komt onder die gene„ fanentrij die gelevert word als uit de bossen opgezogt, wijl het niet al te mogelijk is om te beletten, dat de kaneel schillers, die in de nabijge„ „legene bossen werken, zom „tijds na de gezuiverde gronden om overloopen, daar wat kanneel hout te kappen zoo dat ook door de voorsz: voorzorge, het oogmerk niet dan zeer ge „brekkig kan worden berijkt §: 20. Nopens de geringe quantiteit heeft nopens de opgave van 493422. arreeks boomen, welke de laatste generaale be bij ons Jongste generaal ver „slag, als onder ult:o augustus 1786: bij den opneem in de kolom„ „bosche 1281. Aan denzelven is toege„ „staan om in den aanstaande alleen telaaten opneemen de Comp:s aanplantingen. sche dessavonie in weezen be „vonden, zijn bekend gesteld, heeft de dessave, uijt wiens Compen „dium die vulling is geschied, bericht, dat het opgegeeven getal van 2591975. boomen in a:o 178. 4/5. , heeft bestaan in alle de boomen, die zedert 177. 4/5. tot 178. 4/5. waaren aangeplans„ waarvan is a zedert zeer veel zijn dood gegaan, en dat daar en tegen de in 1785/6. opgegeevene 493422. boomen, hebben bestaan alleen in Jonge boomen, die bij den opneem in aug: 1786. in weezen zijn bevonden. §21. Bij gem: bericht, dat in Copia onder de bijlaagen overgaat, toond gemelde Dessave de moeije „lijkheid en onzeekerheid aan„ van den opneem der particuliere aanplantingen; en we hebben hem derhalven op zijn verzoek toegestaan b e Het bedraagen van het rendement der pachten zal voortaan in rd:s en gul„ „dens nederlands geld ge. meld worden. 'T is kenbaar dat na eene paarlvisscherij, eene groo„ verloopen worden om eene toegestaan om in den aanstaande alleen te laaten opneemen, de aanplantingen van arreeks voor boomen, die Comp:s reekening De worden gedaan. g en §. 22. We zullen uwer Hoog Edelhee„ „den aanbeveeling, om het bedraagen van het rendement der pachten, niet alleen in Rijksdaalders, maar ook in guldens Nederlandsch geld temelden, ons voortaan tot schuldige naricht laaten strekken. „ten 2. 23. Behalven dat het uijt de vroege re tijden kenbaar is, dat na dat „te reeks van Jaaren moeten de paarlbanken eens afgevischt nieuwe visscherij te houden, zijn geweest, er steeds eene groote zeeks van Jaaren heeft moeten verloopen, voor dat 'er op nieuw eene visscherij heeft kunnen worden gehouden, weeten we daarvan geene andere rede nen te suppediteeren, dan 26 eenige best 1282. De kosten tot de aan„ besterding van Jagerhou„ „ten en latten zal kunnen worden goedgemaakt uit 't geen er van deeze pacht over„ schiet. van het geen de kompenie op de Zaaijdelverijen van Jaffenas Mannaar gewon„ „nen heeft, zal nader wor„ „den verslag gedaan ^reets overgezondene rapporten van de eenige gissingen, die bij de ^ visi¬ „tatie voorkomen. §. 24. Schoon de inkoop van de Jager houten en latten; voor de Compenie, tans om de ingezeetenen van kwellin„ „gen te bevrijden, bij aanbe„ „steeding geschied, en dezelve daar door iets meer kosten dan, tevooren, kunnen we echter met grond verhoo„ „pen, dat het geen daarvoor nú meer word betaald, ruim zal kunnen worden goedge¬ maakt uijt het geen er voor de Compenie, van deeze pacht overschiet. §. 25 We hebben van Jaffanapatnam eene aanwijzing gevraagd, wat de Compenie op de Zaaij delve „rijen van Jaffana en Mannaar„ heeft

NL-HaNA_1.04.02_3789_0040 view scan ↗

English

The instructions regarding the use of sealed bids at the auction will be complied with. Regarding the passes, further mention will be made. Why the decision was made to lease out the rights of the aforementioned passes and yet allow the recipients of those benefits to retain them. has yielded in the last five years, prior to the recently introduced lease, and what the profit was in the last expired lease year; and if this report arrives early, we shall make a report thereof under the article of the pearl fishery. Section 26. The resolution of 25 August 1786 regarding the introduced practice of employing the use of sealed bids at the auction was adopted by us before the receipt of Your High Noble's most respected missive of 17 November 1786, to which we already had the honor to reply by letter of 31 March 1787 that the orders issued by Your High Nobles on this subject would be dutifully complied with. 1283. Section 27. Regarding the benefits that are disbursed from the proceeds of the lease of the Jaffnapatnam passes to those who previously enjoyed the benefit thereof, a report has been requested from the servants there, and upon timely receipt of the same, we shall make mention thereof under the subject of the Domains. Section 28. Meanwhile, we take the liberty respectfully to submit to Your High Nobles that we only arrived at the decision to lease out the rights of the aforementioned passes, and yet allow the former recipients of those benefits to retain them, out of the consideration that, on the one hand, it is in many respects convenient that the Company knows its Domains, and that, on the other hand, it would have been very hard to deprive, in particular, the destitute widows who derived a livelihood therefrom, because the funds of the Deaconries on Ceylon are already so burdened that they have difficulty keeping the monthly distributions going, and consequently could not be burdened with this disbursement either. The stated loss of the farmer of the brokerage on tobacco and jaggery of the year 1785/6 has been written off in the books. Section 29. Since the Jaffnapatnam servants, by their resolution of 28 August 1786 and letter of the 29th following, copies of which were presented to Your High Nobles along with our respectful letter of 30 January 1787, 1284. The considerations of the Mannar servants have been requested as to how far the tarrego lease could be maintained while countering its oppression. The right to the purchase of areca nut in the three Mannar provinces has been leased out. The work of the sea cucumber fishery has not yet been properly gotten underway. The lease conditions are transmitted. How the lease conditions for the Vanni will be arranged. assured that the statement of the farmer of the brokerage on tobacco and jaggery of the financial year 1785/6 concerning the damage he suffered in the storm of the month of April 1786 was well-founded, and that he could not have concealed any of the received lease moneys because the quantity of exported tobacco and jaggery is also fully evident from the passports at the secretariat there; we have, pursuant to the favorable authorization granted thereto by Your High Nobles, caused the loss of 1469. 4. rixdollars stated by him to be written off in the books. Section 30. In order to comply as far as possible with Your High Nobles' intention, we have requested the considerations of the Mannar servants as to how far the tarrego lease could be maintained while countering its oppression or the abuses that have crept into it; and of the answer that we expect from them thereon, we shall respectfully report to Your High Nobles under the main section of the Domains. Section 31. The right to the purchase of areca nut in the three Mannar provinces was leased out in the financial year 1786/7 for 50 rixdollars, solely for the last six months of that financial year. Section 32. The chief administrator Sluysken, owing to various inconveniences, has 1285. The arrears of the former farmers have been written off. Report regarding the arrears of Geeke, De Bellon, Simons, cashiers, Botmoth, De Marin. not yet been able to get the work of the sea cucumber fishery properly underway, wherefore we must postpone the required report of its outcome until this work shall have been accomplished. Section 33. The required collection of the lease conditions that are in use across the whole of Ceylon and under the jurisdiction of Tuticorin is transmitted among the appendices to this document. Section 34. We have instructed the Jaffnapatnam servants to arrange the lease conditions for the Vanni in such a manner that the inhabitants pay no toll upon export on those products upon whose import into the Jaffnapatnam jurisdiction duty is levied. Section 35. According to Your High Nobles' favorable authorization, we have caused the arrears of the former linen and other farmers to the sum of 16469. 8. – florins to be written off; and we shall dutifully endeavor in the future to hold the farmers to paying their lease sums in due time. Section 36. The arrears of the junior merchant Geeke, in so far as they consisted of liquid balances, have already at his request been transferred to Paleacatte, to be paid there by him to the Company

Dutch transcription

Het aangeschreevene no„ van besloote biljetten bij de verpachting zal nageko„ „men worden. heeft gewonnen in de vijf laatste Nopen Jaaren, voor de onlangs ingevoer het „de verpachting, en wat de Winst passen worde geweest is in het laatst afge „loopen pacht Jaar: en indien dit bericht vroeg aankomt, zullen we daarvan verslag doen onder het articul van de Zaaijdelverij. 2 pacht §. 26. 'T besluijt van den 25. aug:s 1786. „pens het ingevoerd gebruik om bij de verpachting het ge bruijk van besloten biljetten in Waaro „tevoeren, is door ons genomen voor den ontvang van uwer Hoogpassen Edelheden zeer gerespecteerde Midvoor beho „sive van den 17. November 1786 waarop we bij brive van den 31. Maart 1787. , reets de eere hebben gehad te antwoorden dat het aangeschreevene door uwe Hoog Edelheeden op dit onderwerp, schuldplichtig zoude worden nagekomen. tot he en echt 1. 27. recht 1283. Nopens de voordeelen uit pacht der Jaffenasche worden. Waarom men getreeden is tot het besluit om de ge „rechtigheid van voorschr: Hoog passen te laaten verpachten en echter de genieters dier Mis voordeelen de zelve te laaten behouden. §: 27. Nopens de voordeelen, die uijt het rendement van de het rendement van de pacht passen zal nader gemeld der Jaffanasche passen, worden uitgekeerd aan de zulken, die er tevooren het genot van gehad hebben, is berigt gevraagd van de bedienden aldaar, en we zullen bij eene tijdige ontvang van hetzelve, daarvan melding doen onder de materie van de Domainen. 1. 28. Jntusschen gebruijken de vrij. heid uwer Hoog Edelheden eerbiedig tevertoonen, dat we tot het besluijt, om de gerech„ „tigheid van voorschreeve passen te laaten verpachten, en echter de voorige genieters dier voor„ „deelen dezelven te laaten be „houden, alleen getreeden zijn, uijt aanmerking, dat het aan de eene kant in veele opzich „ten Convenent zij dat de Comp:e haare Het opgegeven verlies van. „laardij in tabak en Jager boeken afgeschreeven. haare Domainen kend, en dat het aan de andere kant zeer hard zoude zijn geweest, om inzonderheid de behoeftige weduwen, die daaruijt een onderhoud gehad hebben daar van teversteeken, wijl de fond „sen van de Diaconien op Ceilon reets, zoo beswaard zijn, dat ze werk hebben om de maandelijksche uijtdee„ „lingen gaande te houden, en mits dien ook met deeze uijtkeering niet konden worden belast. §. 29. Wijl de Jaffanasche bedienden den pachter van de make bij hunne resolutie van den „zuiker van A:o 178 5/6. ik bij de 28. aug:s 1786. en brief van den 29. daaraan, waarvan uwen Hoog Edelheeden de Copijen zijn aangeboden nevens onsen eerbiedigen van den 30. Jann: 1787; verzeekerd 1284. sche bedienden zijn gevorderd verzeekerd hebben, dat de opgave van den pachter van de make „laardij in tabak en Jagerzuijker van het boekjaar 1785/6. , we „gens zijne geleedene schade in den storm van de maand April 1786. , gegrond was en dat hij van de ontfangene pacht penn: niets konde ver„ „sweegen hebben, om dat de quantiteid van de vervoerde tabak en Jagerzuijker, ook bij de paspoorten ter secretarije aldaar ten vollen blijkt; heb¬ „ben we ingevolge uwer Hoog Edelheden daar toe gegeevene gunstige qualificatie, het door hem opgegeeven verlies van rd:s 1469. 4. , bij de boeken laa„ „ten afschrijven. van de Mannaar §. 30. Om zoo veel mogelijk aan uwer „ratien in hoe verre de kunnen in stand ge„ de drukking derzelve tegen te gaan. Trecht tot den inkoop van arreek in de drie Mannaarsche provin „tien is verpacht. tripaan tarrego pacht zoude te kunnen voldoen, hebben we „houden worden met de Consideratien van de Mannar sche bedienden gevorderd, in hoe verre de larege pacht zoude kunnen in stand gehouden worden, met de drukking derzelve, of de daarbij inge„ „sloopene misbruijken tegen te gaan; en toe zullen van het beschijd, dat we daarop van hun verwachten, uwen Hoog Edelheden eerbiedig verslag doen onder het hoofd „deel van de Domainen. 1. 31. 'Trecht tot den inkoop van „di arreek in de drie Mannaarsche zal provintien, is in het boekjaar 1786/7. verpacht voor 50. rd:s, al „leen voor de laatste ses maan„ „den van dat boekjaar Het werk van den 32. De hoofdadministrateur gevorderd de Conside uwer Hoog Edelheeden intentie d sluijsken 1285. nog niet recht aan. den gang kunnen gebragt worden. De pacht Conditien gaan over. Hoedanig de pacht Con„ „ditien voor de wanni zal ingericht worden tripaan-vangst heeft sluijsken heeft, wegens verschijdene in convenienten, het werk van den Tripaan-vangst nog niet recht aan den gang kunnen brengen, weshalven we het gevorderd bericht van dies uijtslag moeten uijtstellen tot dat dit werk tot stand zal zijn gekomen. 133. De gerequireerde verzaame„ „ling van de pacht Conditien, die over geheel Ceilon en onder het ressort van tutuko „rijn in gebruijk zijn, gaat onder de bijlaagen deezes over §. 34. We hebben den Jaffanasche bedienden aanbevoolen, de pacht Conditien voor de Wanni zoodanig interigten, dat de ingezeetenen geen thol bij den uijtvoer betaalen op die producten, waarvan bij den invoer Het achterstal van de vorige pachters is af. „geschreeven. Bericht nopens 't agter: „weezen van Gecks, de „Bellon, Simons, kasz:, invoer in het Jaffanasche gerechtigheid word geheeven. §: 35. Volgens uwer Hoog Edelheeden gunstige qualificatie, heb„ ben we het agterstal van de voorige lijwaats en an¬ „dere pachters ter somme van ƒ16469. 8. – laaten afschrij „ven; en we zullen plicht: „schuldig tragten, om in het vervolg de pachters daartoe te houden, dat ze hunne pachtschat ter behoorlijker tijd opbrengen. 1. 36. 'Sagterweezen van den on„ „derkoopman Geeke, voor „Botmoth, de Marin. zoo verre dat in liquide posten bestond, is reets op zijn verzoek na Palea „katta aangereekend, om aldaar door hem aan de Comp: ver „ 17

NL-HaNA_1.04.02_3789_0047 view scan ↗

English

1286. Request for the regulation of 30 July 1783. to be paid by the Company. The remaining items charged to him, as well as the account of Captain Lieutenant de Bellon, are to be settled shortly, as soon as the report of the Trade Bookkeeper has arrived regarding the confrontation of these accounts made by him. Arrears of the merchant Simons, the bookkeeper Hasz, and Mr. Botinoth have also already been charged to Paleakatta, in order to be settled there; but the account of Lieutenant de Marin has been properly liquidated. § 37. The regulation of 30 July 1783, according to which Your Right Noblenesses desire that we should govern ourselves in settling the account of interest, we have not yet received here; wherefore we humbly request that it may be sent to us. The amount charged to the citizen Heuninck has already been written back. § 38. In accordance with the authorization given by Your Right Noblenesses, the amount charged to the citizen Casper Heuninck has already been written back thither by an invoice, which was sent over together with our respectful letter of 29 December. The yields of the doddus mint are sent over. § 39. We have already mentioned herebefore in § 11 that the selling price of Japanese copper in this government has always been set at ƒ 94 per 100 lb; and we therefore take the liberty to present among the appendices of this letter to Your 1287. Right Noblenesses the requested yields of the doddus mint, both of Kolombo and of Jaffanapatnam and Gale, to which is also added a yield of the doddus struck here from old metal. From the said yields it appears that the Company, over and above the profit on the copper and metal, also makes a profit on the doddus of 23 percent at Kolombo, 5 at Jaffana, and 12¼ percent at Gale. The First Examiner Berghuijs, who drew up the aforementioned yields, demonstrates by a report, a copy of which is enclosed herewith, that the difference in profit on this mint between the three places arises from the fact By whom this minting is carried out. that here 37 doddus are delivered for one lb of copper, but at Gale 32 and also 33, and at Jaffana 30 doddus, besides the fact that at the latter two places, 10 percent wastage on the copper and also some expenses for tools, etc., are charged, which does not take place here, and regarding which we shall make arrangements to place these coinages on a more equal footing. § 40. This minting is carried out here, according to our resolution of 19 April 1787, by a sworn minter, but at Jaffana and Gale, where it is of less importance, by native minters, under the supervision of the Administrators. § 41. 1288. Tranchel will be urged to settle his arrears. Report on how the calculation of the English specie against the Dutch turns out. § 41. We shall emphatically urge the free merchant Tranchel to settle his arrears to the Company, and in the meantime dutifully follow Your Right Noblenesses' recommendation henceforth not to issue any Company merchandise on credit. § 42. Concerning the clarification requested by Your Right Noblenesses as to how our calculation of English specie against Dutch turns out: we take the liberty to inform You that we calculate each pound sterling at 20 English shillings, or 11 Dutch guilders, and that the star pagoda, calculated at 8 1/3 English shillings, comes to a pound sterling The arrears of Colonel Beaudraps have been partially paid. costing 2 2/5 star pagodas; but if the English, upon drafts for the Netherlands, count out Porto Novo pagodas in cash here, they then pay above that as much percent agio as the rate of the star pagodas differs from the Porto Novo ones. On this basis, we granted a bill of exchange in May 1786 to a certain Mr. Bilderbeek for 4800 star pagodas, to be paid in the Netherlands with 2000 pounds sterling, for which he counted out 5376 Porto Novo pagodas in cash at Tutukorijn, calculated with 12 percent agio on the star pagodas. § 43. Lieutenant Colonel de Raijmond has since paid, on the remaining arrears of the late Colonel de Beaudraps amounting to 4158 rixdollars 14 stuivers, another 2436 rixdollars 14 stuivers, and will also pay off the remaining 1722 rixdollars shortly. 1289. A report from the Ceylon Engineers is sent over. Why they proceeded to the purchase of the land and to the construction of the two new gunpowder mills. § 44. We have requested from the Ceylon Engineers, Major Paravicini, and the Captains Fornbauer and Kuln, their considerations on the remarks of Captain Rijmers regarding the proposed demolition of another block of houses in the old town here; and they have presented us with such a report in this regard as we have the honor to offer to Your Right Noblenesses in copy among the appendices. § 45. We have mainly proceeded to the purchase of the land on which the two new gunpowder mills have been constructed, and to the construction of those mills themselves, because, in case the plans for the improvement of the Kolombo fortifications should be approved, the old gunpowder mill will then have to be demolished, and in such a case there is certainly no more convenient place to erect one or more gunpowder mills than the said purchased land, because the same [illegible] is situated by the water or so-called lake, whereby the gunpowder mills are out of danger, and transports back and forth are very easy to carry out. § 46.

Dutch transcription

1286. verzoek om 't regle„ 1783. Compenie te worden betaald. De overige posten ten zijnen laste„ zoo wel, als de reekening van den Capitain luijtenant de Bellon, staan eerstdaags vere„ „vend te worden, zoo dra het bericht van den Negotie boekhouder zal ingekomen zijn, van de gedaane Con„ „frontatie deezer bij de ree„ „keningen. Tagterweezen, van den koopman Simons, den boekhouder Hasz: en den heer Botinoth, is ook reets na„ Paleakatta aangereekend, om daar te worden verevend; doch de reekening van den luijtenant de Marin, is behoorlijk geliquideerd. §37: 'Treglement van den 30. Juli „ment. van den 30. Juli 1783., waarna uwe Hoog Edel: „heeden begeeren, dat we ons zouden Het aangereekende ten laste van den burger Heuninck is reets terug gerekend. De rendementen van de zouden rigten in het vereve „nen van de reekening van interessen, hebben we hier nog niet ontfangen; Weshalven we nederig verzoeken, dat het ons mag worden toege„ „zonden. §. 38. Jngevolge uwer Hoog Edel „heden gegeevene qualificatie, is het aangereekende ten laste van den burger Casper Heu „ninck, reets na derwaarts terug gereekend bij een fac„ „tuur, die nevens onsen eerbie„ „digen van den 29. December overgezonden is I. 39: We hebben reets hier vooren „doedoes munterij gaan over I. 11. gemeld, dat het verkoops prijs van het Japans koper in dit gouvernement altijd is gesteld geweest op ƒ 94. de 100. lb; en gebruijken derhalven de vrij heid, onder de bijlaagen deezes uwen 1287. uwer Hoog Edelheeden aante„ „bieden, de gevraagde rendemen„ „ten, van de doedoes munterij„ zoo van kolombo, als van Jaffa„ napatnam en Gale, waarbij nog gevoegd is een rendement van de alhier geslaagene doe „does van oud metaal. Bij gemelde Rendementen blijkt, dat de Compenie boven de winst op het koper en me „taal, nog op de doedoes wint te kolombo 23. p:r C: te Jaffana 5. en te Gale 12¼. p:r C:o De eerste visitateur Berghuijs, die de voormelde rendementen heeft opgemaakt toond bij een be „richt, het welk in Copij hiernevens gaat, aan, dat het onderscheid van de Winst op deeze Munterij tusschen de drie plaatsen, daar uijt spruijt Door wie deeze mun„ „terij geschied. spruijt, dat hier voor een lb: koper 37. , doch te Gale 32. en ook 33. , maar te Jaffana 30. doedoes geleeverd worden, be„ „halven dat op de bijde laatste plaatsen, 10. p:r C:o spillagie op het koper en nog eenige on¬ a „gelden van gereedschappen &a worden opgebragt, het gunt hier geen plaats heeft, en waar „omtrent we schikking zul„ „len maken, om deze vermun „tingen, te brengen op een meer egalen voet. I: 40. Deeze Munterije geschied alhier, volgens onse resolutie van 19. April 1787. , door een beëedigde munter, maar te Jaffana en Gale, alwaar dat van minder belang is, door In„ „landsche Munters, onder 't opzicht van de Administrateurs. 2. 41. v „ 1288. Franchel zal tot de verevening van zijn agter „weezen aangezet worden. Bericht hoe de beree„ „kening der Engelsche „landsche uitkomt. §: 4. We zullen den vrijkoopman Tranchel, met nadruk aan„ zetten, tot de verevening van zijn agterweezen aan de Comp. e , en intusschen schuldig opvolgen uwer Hoog Edelhe¬ „den recommandatie, om voor„ taan geene Compe koopman „schappen op crediet aftegeeven. §. 42. Op de door uwe Hoog Edel„ „heeden gevraagde elucida„ specien tegen de Neder „tie, hoe onse bereekening der Engelsche spetien te „gen de Nederlandsche uijt„ „komt: gebruijken we de vrij„ heid Hoog dezelven te be¬ „richten, dat we elke pond sterling reekenen op 20. Engelsche schellingen, of 11. hollandsche gulden, en dat de ster pagood geree „kend tegens 8 1/3. engelsche schellingen, een pond sterling komt. Het agterweezen van is gedeeltelijk betaald. komt te staan op 22/5. ster pagoo „den; doch zoo de Engelschen op assignatien voor Nederland, alhier portanovosche pagooden in Cas tellen, betaalen ze dan boven dien nog zoo veel p„r C:o agio, als de Coers der sterre„ „pagooden differeerd van de portanovosche op deezen voet hebben we in Maij 1786. , aan eenen heer Bilderbeek een wissel verleend voor 4800. sterre pagoden, om in Neder„ „land te worden betaald met 2000: lb: sterlings, waarvoor hij te tutukorijn 5376. porta „novosche pagooden heeft in Cas geteld, bereekend met 12. p:r C:o agio op de sterpagooden 143. De luijtenant Collonel de den Collonel Beandraps Raijmond heeft het zedert op het restant agterweesen twe van 1289. Een bericht van de Ceilonsche Jngenieurs gaat over. Waarom men overgegaan grond en tot den aanleg der van wijlen den Collonel de Beaudraps groot rd.s 4158. 14. nog betaald rd:s 2436. 14. , en zal ook de resteerende rd:s 1722. - eerst„ „daags afbetaalen. §44. We hebben van de Ceilonsche Jngenieurs, de Majoor Para„ „vicini, en de Capitains Forn: „bauer en kuln, hunne Conside„ „ratien gevraagd op de aanmer „kingen van Capitain Rijmers, betrekkelijk tot de geproponeerde afbraake van nog een blok huij¬ „sen in de oude stad alhier; en ze hebben ons derwegens een zodanig bericht gepresen„ „teerd, als we de eere hebben uwer Hoog Edelheeden in Copia onder de bijlaagen aan„ „te bieden. §. 45. Tot den aankoop van de grond, is tot den aankoop van de waarop de twee nieuwe kruijs twee nieuwe kruijsmoolen moolen zijn aangelegd, en tot den en . den aanleg dier moolen zelve, sieop trin zijn we voornaamelijk overge Com artie „gaan, om dat, ingevalle de plans volge van ter verbeetering van de kolom Tal „bosche vesting werken mogten worden geapprobeerd, als dan de oude kruijtmoole zal moeten worden afgebroken, en in zulk een geval is er zeekerlijk geen geleegener plaats, om er een of meer kruijtmoolen opterichten, dan de gemelde ingekogte grond, wijl dezelve maar allaan in aen onberand asaa#, wa#r ### aan het water of zoogenaamde lak geleegen is, waar door de kruijtmoolens buijten gevaar staan, en de trans„ „porten heen en weder zeer gemakkelijk te doen zijn. 2: 46.

NL-HaNA_1.04.02_3789_0055 view scan ↗

English

1290. The function of equipment supervisor at Jaffnapatnam and Trinkenomale has been assigned to the commanders of the artillery, according to an arrangement made by the Governor Falck. The contracted renovation of the Company's buildings provides a much better return than if it were done in the otherwise usual manner. §. 46. The function of equipment supervisor at Jaffanapatnam and Trinkenomale has been assigned to the commanders of the artillery, according to an arrangement made by the late Governor Falck, inserted into our resolution of 10. April. 1777., which was approved by Your High Nobilities in your highly respected dispatch of 31. December thereafter. § 47. Regarding the remark that Your High Nobilities were pleased to make with respect to the contracted renovations of the Company's buildings, namely that if the Company must supply everything for it, the master builder could also oversee the labor: we take the liberty The purchase cost of a certain parcel of dried fish will be reimbursed by Javel. to humbly point out to Your High Nobilities that, in this case, in proportion to the supplies provided, the contract price also turns out to be lower, and that in addition the contractor of the work is obliged to make do with the specified quantities of materials set at the contracting, or to make up for what is lacking out of his own pocket; wherefore we believe we may trust with good reason that this method of proceeding provides a much better accounting than when the matters are carried out in the otherwise usual manner for the account of the Company. §. 48. In accordance with Your High Nobilities' recommendation, we shall have the 1291. The recommendation for the curtailment and saving of expense items and expenditures will be taken as guidance. the storekeeper Tavel reimburse the Company for the purchase amount of the 8000. lb: dried fish that were sent from here with the ship Stavenisse to Gale and delivered there spoiled. § 49. Your High Nobilities' recommendation to apply selflessly all cordial and well-intentioned efforts toward the reduction, curtailment, and saving of expense items and expenditures that have unusually crept in and gradually increased, we shall take as our dutiful guidance, and in the meantime we take the liberty humbly to assure Your High Nobilities that this has always been and will also continue to be From what the difference in the price of the brass cannon originates. our foremost objective, although the circumstances of times and affairs have not permitted us so far to succeed in these our intentions according to our heartfelt wish. §. 50. The difference in the price of the brass cannon, mentioned in our humble dispatch of 31. March last, originates from the fact that all the cannon, through an erroneous custom, are here lumped together in the books without distinction of calibers and weight, which causes that when a single piece is calculated, the price is taken according to the number of pieces remaining in stock, whereby notoriously 1292. Why the order to allow soldiers in debt six months' wages has also been extended to the craftsmen. a cannon of 1. lb: caliber must come out just as high as one of 24. lb: we will issue the necessary orders to redress this erroneous practice, both with respect to the cannon and other articles, and to bring the goods to proper prices. §. 51. That we have also extended to the craftsmen the order to allow six months' wages to be issued to soldiers who are in debt, was done upon their petition made to that end, mainly because we considered that these people, who are mostly married and have families, can hardly survive on their clear pay, especially since foodstuffs here are also Why no mention was made of the number of church members of Jaffna in the last general description. presently generally more expensive than in earlier years. We therefore take the liberty humbly to request Your High Nobilities that they may continue to benefit from that favor, all the more because there are not many European craftsmen in Ceilon, and the Company will consequently run no significant loss thereby. Nevertheless, we have ordered the pay clerks here to proceed in this matter with all possible management. §. 52. Since we received the report of the ordinary annual church and school visitation in the Jaffna and Mannar districts from Jaffanapatnam only in the month of April 1787., we could not make mention of the 1293. In the approved plan of 1785. regarding the students in the Seminary no change has occurred. the number of church members there in our humble dispatch of 30. January prior, and therefore we had to be content with merely noting the number of native Christians from the Compendium of the Dissave. We now have the honor to inform Your High Nobilities that the native members, according to the aforesaid report of the visitation, in Jaffanapatnam and Mannar consisted of 194. individuals. §. 53. It is in accordance with our resolution of 29. October 1785., communicated to Your High Nobilities in our humble dispatch of 28. January 1786; and approved by you in the revered dispatch of 17. November 1786., namely to keep the number of

Dutch transcription

1290. De functie van equipa„ „sie opzigter te Jaffinae trinkenomale is aan de Commandanten van de artillezie opgedraage volgens eene schikking, van den heer Gouverneur Falck. De aanbesteede vertim„ „mering van 'sComp:s gebou„ „wen gehet veel beeter ree„ op de anderzins gewoone wijze geschied. §. 46. De functie van Equipagie opzichter, bij de te Jaffana„ „patnam en Trinkenomale, is aan de Commandanten van de arthillerie opgedraagen, vol„ gens eene schikking van wijlen den heer Gouverneur Falck, g'insereerd bij onse resolutie van den 10. April. 1777. , die door uwe Hoog Edelheeden geappro¬ beerd is bij hoogst derzelver gerespecteerde missive van den 31. December daaraan. §47. Op de aanmerking, die uwe Hoog Edelheeden, ten opzichte kening, als dat dezelve van de aanbesteede vertimme„ ringen van 'sComp:s gebouwen, hebben gelieven temaaken, dat als de Compenie daartoe alles moet fourneeren, de fabricq het opzicht over den arbeid meede zoude kunnen waar¬ neemen: gebruijken we de vrijheid 'T inkoops kostende van zeker parthij karwaat zal door Javel vergoed worde. vrijheid uwe Hoog Edelheeden nedrig te doen opmerken, dat in dit geval, na maate van het fournissement de prijs van de aanbesteeding ook laager komt tevallen, en dat buijten des de aanneemer van het werk, verplicht is, het te stellen met de bepaalde quantiteiten van de mate „riaalen bij de aanbestee „ding, of het manqueerende te suppleeren uijt prive beurs; weshalven we met veel gronds meenen temogen vertrouwen, dat deeze wijse van doen, veel beter reekening geeft, dan wan„ neer de zaaken, op de ander¬ „zins gewoone wijse, geschieden voor reekening van de Compe. §. 48. We zullen volgens uwer Hoog Edelheden aanbeveeling, door den be „ „ 1291. de recommandatie tot de besnoeijing en bespaaring van lastposten en uitgaa„ „men worden. den dispensier Tavel aan de Comp: laaten vergoeden, het inkoops bedraagen van de 8000. lb: Car. „waat, die van hier met het schip Stavenisse na Gale ver„ „zonden, en aldaar bedorven uijtgeleeverd zijn. 1 49. uwer Hoog Edelheden re com„ mandatie, om belangloos „ven zal tot narichtgenoo alle hartelijke en welmee „nende poogingen aan tewenden, ter reductie, besnoeijing en bespaaring van lastposten en uitgaaven, die buijten gewoon ingesloopen en successive vermeerderd zijn, zullen we tot schuldig naricht nee„ men, en intusschen gebruij¬ ken we de vrijheid uwen Hoog Edelheeden nederig te verzeekeren, dat dit steets geweest is en ook voortaan zijn Waaruit het verschil in de prijs van de metaale ka„ „nons herkomstig is. zijn zal onse voornaamste be¬ „tragting, schoon de omstandig„ „heden van tijden en zaaken niet hebben toegelaaten, dat we in deeze onse bedoelingen tot nog toe naar onsen harte „lijken wensch hebben mogen slaagen §. 50. T verschil in de prijs van de metaale Cannons, vermeld bij onsen eerbiedigen van den 31. Maart pass:o is daaruijt her„ „komstig, dat alle de Cannons, door eene verkeerde gewoonte, alhier bij de boeken onder een loopen, zonder onderscheid van Calibers en swaarte, waar door het veroorzaakt word dat wanneer er een enkelde stuk bereekend werd, de prijs genomen is na het ge¬ „tal der per restant zijnde stukken, waar door notoir een Waa s to 1292. Waarom de order, om aan soldaaten, die te kwaad staan„ ses maanden gagie te laaten verstrekken, ook tot de ambachtslieden ge „extendeerd is. een Canon van 1. lb: Caliber, even zoo hoog moet komen te staan als een van 24. lb: we zullen de nodige order stellen, om deeze verkeerde handelwijse, zoo ten opzichte van de Cannons, als van andere articulen, tere„ „dresseeren en de goederen op Competente prijsen te brengen. §. 51. Dat we de order, om aan zol„ „daaten die te kwaad staan, ses maanden gagie te laaten verstrekken, ook hebben g'exten„ „deerd tot de Ambachtslieden, is op hunne daartoe gedaane instantie geschied, voornaa¬ melijk om dat we daarbij Considereerden, dat deeze luij„ „den, die meest al getroud zijn en huijsgezinnen hebben, van de goede maanden beswaar „lijk bestaan kunnen, voor al„ wijl de levensmiddelen hier ook Waarom bij de laaste generaale beschrijving geene melding gedaan is van 't getal der leede „maaten van Jaffena. ook tans doorgaans duurder zijn, dan in vroegere Jaaren. We gebruij¬ ken derhalven de vrijheid, uwen Hoog Edelheeden nederig tever„ „zoeken, dat ze van die gunste mogen blijven profiteeren, te „meer er niet veel Europeesche ambachtslieden op Ceilon zijn, en de Comp: derhalven geen mer kelijk nadeel daarbij lopen zal. Niettemin hebben we den zoldij bedienden alhier aanbe„ „voolen, om in dit stuk met alle mogelijke menagement tewerk te gaan. D: 52. Vermits wa het rapport van de gewoone Jaarlijksche kerk en schoolvisite, in het Jaffanasche en Mannaarsche, eerst in de maand April 1787. van Jaffa„ napatnam hebben ontfangen, konden we bij onsen eerbie„ digen van den 30. Januari te „vooren, geene melding doen van het 1293. Jn het geapprobeerd plan „kelingen in het Semina„ ring geschied. het getal der leedemaaten aldaar, en daarom hebben we ons moeten vergenoegen met alleen, uijt het Compendium van den Dessave, daarbij tenoteeren het getal der Jnlandsche Christenen. Tans hebben we de eere uwren Hoog Edelheeden te bedeelen, dat de Jnlandsche ledemaa„ „ten, volgens het voorschreeve rapport der visitatie, te Jaffa„ „napatnam en Mannaar in 194. koppen hebben bestaan. §. 53. T is overeenkomstig met ons van 1785. nopens de twee besluit van den 29. oktober 1785. „rium is geene verande aan uwe Hoog Edelheeden bedeeld bij onsen eerbiedigen van den 28. Januarij 1786; en door hoogst dezelven geappro¬ „beerd bij gevenereerde missive van den 17. November 1786. om naamelijk het getal der

NL-HaNA_1.04.02_3789_0062 view scan ↗

English

Why the resolution to have the soldiers train in serving the cannon was not put into execution. 1394. The incoming reports from the subordinate offices for making the necessary arrangements to improve the management of the hospitals have been delivered to the regents of the Dutch hospital here. 1295. The allocation of three cruising thonies for Mannaar is not excessive. Why the Board of the Burgher Council in Tutukorijn was established. 1296. Chief surgeon Wolkers has been further instructed to provide a report regarding the means to make the inoculation of smallpox more general on Ceilon. The provisional Dessave of Mature, Van Angelbeek, expresses thanks for the permission to retain a certain elephant. Information has been requested from Tutukorijn regarding the assessment of the tribute of the Parruas. Regarding the European military personnel on the coast of Madure, no reduction can be made for the present. 1297. Information has been requested from Mannaar regarding the progress of the cotton plantation established by Driemond. By the land regents, no native chiefs are meant, but solely the Dessaves and the overseer of the Gale Korle. of the pupils in the seminary, who have consisted of European children, Sinhalese, and Malabars; to reduce them and to limit it solely to some Sinhalese and Malabars, so that we, by resolution of 15 April 1786, have set the number of Sinhalese pupils at 24, and consequently no alteration has occurred thereby in the first-mentioned plan. § 54. Our resolution to have the soldiers practice in the serving of the cannon, with an allowance of one rijksdaalder per month as a gratuity, could not be brought into execution, because there were no more than 4 to 5 soldiers who voluntarily offered themselves for it. § 55. Upon the received order from Your High Mightinesses, in accordance with the authorization of the Herren Majores, to make the necessary arrangements for the improvement of the management in the hospitals, we requested the necessary reports for this purpose from the subordinate offices. These reports have successively arrived, and we, according to the note made in our resolution of 19 October last, have had them delivered to the outside regents of the Dutch hospital here, together with the chief surgeon of the said hospital and the surgeon-major of the Dutch battalion, with instructions to examine the proposals made in the aforementioned reports, and from these, in proportion to what has been determined for the Colombo hospital and according to the specific circumstances of each place, to devise an assessment of what should still be granted to each hospital at the subordinate offices, in addition to that which has of old been provided to them. As soon as this commission shall have completed that, we shall have the honor to report thereof to Your High Mightinesses, and at the same time to point out what additional expenses the Company will have to bear for this. § 56. For Mannaar, by the regulation of the permanent native servants dated 17 August 1758, approved by Your High Mightinesses' respected missive of 10 August 1759, three cruising thonies were determined, namely two to cruise along Adam's Bridge, and one to guard the Wanni coast; and this allocation is indeed not excessive. § 57. The instruction for the Tutukorijn Burgher Council is now being transmitted in copy among the appendices. This board was properly established because complaints have arisen that the village accounts have remained unsettled for several years, and that many of the principal inhabitants, under all kinds of pretexts, have remained exempt from the payment of tribute, and likewise that there were village charges that served as an encumbrance to the inhabitants; the board has therefore been charged with the duty to investigate, redress, and place everything on a good footing, which must result in considerable relief for the poor inhabitants, and thus provides no ground to fear any adverse consequences therefrom. § 58. We have further instructed the town chief surgeon Wolkers to serve us with a report regarding the ways and means that, in his view, would be suitable to make, if possible, the inoculation of smallpox more general on Ceilon; and as soon as this report arrives, we shall have the honor to present it to Your High Mightinesses. § 59. The provisional Dessave of Mature, Van Angelbeek, offers his gratitude to Your High Mightinesses for the permission to retain the landed elephant that was gifted to him by the King of Kandia. § 60. We have requested information from Tutukorijn regarding the assessment of the tribute of the Tutukorijn Parruas, and shall convey it further to Your High Mightinesses. § 61. The European military personnel on the coast of Madure at present consist of 36 heads in total, of which 24 lie in garrison at Tutukorijn, and the rest are distributed among the residencies, or serve elsewhere as postholders; so that we cannot make any reduction in that regard for the present. § 62. We have requested information from the Mannaar servants regarding the progress of the cotton plantation laid out by the bookkeeper Drimond, and for how long, in their view, it would be necessary that the 100 Wallasses and 100 Moors assigned to him continue to be released for the service of the said plantation; and if we receive this report in time, we shall give an account thereof under the main section of the Company's lands and subjects. § 63. By the land regents, regarding whom we, in our respectful [missive] of 30 January 1787, have declared not knowing whether their

Dutch transcription

Waarom het besluit om „nen van het kanon telaaten gebragt is. der kweekelingen in het semi„ „narium, die in Europeesche kinderen, singaleesen en Mal„ „labaaren bestaan hebben; te ver„ „minderen en het alleen bij eenige singaleesen en Malla„ „baaren te bepaalen, dat we bij van aan resolutie van den 15. April „der 1786. , het getal der singa„ leese kweekelingen op 24. hebben bepaald, en is mits dien daar door geene veran„ „dering in het eerstgemelde plan geschied. §. 54. Ons besluijt om de zoldaaten in de soldaaten in het bedie het bedienen van het Cannon oeffenen niet ter exekutie te laaten oeffenen, onder toe „laage van een rijksd:s 'smaands tot een douceur, heeft tot geene executie kunnen ge „bragt worden, wijl er niet meer 8 1394. De ingekomene berichten tot het maaken van de nodige bij van de huishouding in de hospitaalen, zijn afgegeven aan de regenten van het Ne„ „derlandsch hospitaal alhier. meer dan 4. à 5. zoldaaten zijn, geweest, die zich daartoe vrijwillig hebben aange „booden. I. 55. Op de ontvangene order van van de subalterne kantooren uwe Hoog Edelheden, om schikkingen ter verbeetering ingevolge de qualificatie van de heeren Majores, de nodige schikkingen temaa¬ „ken, ter verbeetering van de huijshouding in de Hospi¬ haalen, hebben we van de subalterne Cantooren ge „vraagd, de nodige berichten daartoe. Deeze berigten zijn successive ingekomen, en hebben wé dezelven, volgens het aangeteekende bij onse resolutie van den 19. okto „ber J:o leeden, laaten afgeeven aan de buijten regenten van il het het Nederlandsch hospitaal alhier, nevens den oppermees„ „ter van gem: ziekenhuijs en den Chirurgijn Majoor van het hollandsch battaljon met last, om de propositien, die bij voorschreeve berich¬ „ten worden gedaan, te exa „mineeren en daaruijt, naar maate van het bepaalde voor het kolombosche hospi¬ „taal, en na de bijsondere geleegentheid van elke plaats„ eene bepaaling te beraamen, van het geen aan elk hospi¬ „taal op de onderhoorige Comptoiren, boven het geen daaraan van ouds verstrekt word, nog zoude moeten toege „legd worden. zoo dra deeze Commissie 1295. de bepaaling van drie kruistonies voor Man„ „naar is niet te veel. Commissie daaraan voldaan zal hebben, zullen wede eere hebben uwer Hoog Edelheeden daar van verslag te doen, en daarbij tevens aan tewijsen, welke meerdere ongelden de Compag„ „nie daarvan zal moeten draagen. 156. Voor Mannaar zijn bij heb re glement van de permanen te inlandsche Dienaaren, de dato 17. aug:s 1758. , geapprobeerd bij uwer Hoog Edelheeden gerespecteerde Missive van den 10. aug:s 1759. , drie kruijsto„ „nies bepaald, naamelijk twee om langs den Adams„ „brug te kruijssen, en een om de wannische wal te bewaaken; en deeze bepaaling is inder„ „daad niet teveel. D 57 van den burgerraad te tutukonijn is opgericht. §. 57. De Jnstructie voor den Tutuko Waarom het Collegie „ wijnschen burger raad, gaat in Copia tans onder de bijlaa„ gen over Dit Collegie is eigent „lijk opgericht, om dat er klag„ „ten zijn voorgekomen, dat de dorps reekeningen, zeders verschijde Jaaren, zijn onvere„ „vend gebleeven, en dat veele der voornaamste ingezetee¬ „nen, onder allerlei voorwend „zels, van de betaaling van tribut zijn verschoond geblee„ „ven, zomeede dat er dorpslas„ ten waren, die tot beswaarstra „ten voor de ingezeetenen: e is mits dien het Collegie gelast met de Zorg, om alles te onde „zoeken, redresseeren en op eenen goeden voet brengen, het welk tot merkelijke verlichting 1296: De oppermeester wol¬ „kers is nader gelast om te dienen van bericht de in enting der kinder„ „gemeen temaeken. De p:l Matureesche Des voor de vergunning om zeker verlichting der arme ingezee„ „tenen moet uijtvallen, en dus geen grond geeft om daaruijt eenige nadeelige gevolgen te dugten §. 58. Wij hebben den stads oppermees „ter Wolkers nader gelast, om wegens de middelen om ons tedienen van bericht we „pokken op Ceilon meeral „gens de middelen en wegen„ die naar zijn inzien bekwaam zouden zijn, om was het moge „lijk de in-enting der kinder „pokken, op Ceilon meer alge„ „meen te kunnen maaken: en zullen zoo dra dit bericht inkomt, de eere hebben het uwer Hoog Edelheeden aan „tebieden. §. 59. De p:l Matureesche Dessave „sava van Angelbeek bedankt van Angelbeek offereerd uwen Elephans te mogen behouden. Hoog Edelheden zijne dank, „baarheid, voor de vergunning om # van tutukorijn is be „richt gevraagd no„ „pens de bepaaling van „sche militairen ter kuste Madure kan voor eerst geene ver„ „mindering gemaakt worden. om den gelanden Elephant te „moogen behouden, die door den koning van kandia aan hem is geschonken. §. 60. We hebben van tutukorijn be„ „richt gevraagd, nopens de het tribus der parrual bepaaling van het tribub der tutukorijnsche parruas, en zullen het uwen Hoog Edelhee¬ „den nader bezorgen. 561: De Europeesche Militairen Omtrent de europee: ter kuste Madure bestaan tans in het geheel in 36. koppen waarvan 24. te tutukorijn in guarnizoen leggen, en de rest zijn verdeeld op de residen„ „tien, of fungeeren elders als posthouders: zoo dat we daaromtrent voor eerst geene vermindering kun „nen maaken. v 1. 62. Des tag ber der 1297. Nopens de vordering van de door Driemond aangelegde Cattoen plan„ bericht gevraagd. s Door de landregente zijn geene inlandsche hoofden, maar alleen de Dessaves en den opzien. „der der Gale korle bedoeld. I. 62. We hebben van de Mannaar. „sche bedienden bericht ge tagie is van Mannaar „ vraagd, nopens de vordering van de door den boekhouder Drimond aangelegde Cattoen plantagie, en tot hoe lange naar hun inzien het nodig zoude zijn, dat de aan hem toegevoegde 100. Wallassen en 100. Mooren, nog ten dienste van gem: plantagie worden vrij gelaaten; en zoo we dit bericht bij tijds ontvangen, zullen we daarvan verslag doen, onder het hoofddeel van 's Comp. s landen en onder„ „daanen. 163. Door de landregenten, waarom„ „trent we bij onsen eerbiedigen van den 30: Januarij 1787. heb„ ben betuijgd, niet teweeten of hun H

NL-HaNA_1.04.02_3789_0070 view scan ↗

English

extracts issued from Your High Excellencies' honored missive that it is entirely inadvisable that they engage in planting. where anywhere they were forbidden to undertake plantings, we did not mean native chiefs, but only the Dessaves and the overseer of the Gale Korle, as the immediate supervision over the country's administration is entrusted to them. However, we have requested further explanation from the Chief Administrator Sluijsken regarding the Mudaliyar, of whom he said in his advices that he had become the owner of 100 morgen of land in four years, although previously he could not point to a single piece of his own land. To the land regents. 244. And because Your High Excellencies have furthermore judged it entirely inadvisable that the land regents engage in plantings, we have caused an extract from Your High Excellencies' honored missive to be delivered to the respective land regents, to serve for their notification and to regulate themselves accordingly. The plantations established by the Dessave Billing have been left to his widow in ownership. 2. 65. Since Your High Excellencies have been pleased to waive the proposal to have the plantations established by the late Dessave Billing continued for the Company's account, we have, in consideration of the fact that through his death the question of whether he might keep those plantations in private ownership ceases, and also because he has already incurred many expenses on them, relinquished them in ownership to his widow, provided that they are used for the very same purposes as those for which they were requested by the aforesaid Dessave. To the Chief Administrator Sluijsken it has been assigned to gather from his writings and indicate what might serve to improve the country's administration. §66. In order, according to Your High Excellencies' recommendation, to be able to make the necessary use of the writings of the Chief Administrator Sluijsken, dealing with the granting of lands for cultivation and the laying out of cinnamon plantations, we have, according to the minute noted in our resolution of the 23rd of October of last year, instructed him to gather from his aforementioned writings and indicate all such articles as he would maintain could serve to improve the country's administration, and which are not yet in practice here. And we have likewise, at his request, caused his reports, with the decisions taken upon them, to be placed in the hands of the Dessave Fretz, so that insofar as such matters occur therein that in his view make it necessary, he may serve us with his considerations thereon. Also, an extract has been delivered to him from Your High Excellencies' missive, by which reasons are demanded for his declaration recorded in a certain resolution. We have also caused an extract to be delivered to the aforementioned Chief Administrator Sluijsken from Your High Excellencies' missive, whereby reasons are demanded from him regarding his declaration recorded in our resolution of the 1st of August 1786, that regarding the manner in which the clearing of the forests and planting of cinnamon presently takes place, he could recall nothing by way of improvement, contrary to his explicit assertion in his second writing that he did not approve of the manner of clearing the forests and planting cinnamon, so that he may satisfy Your High Excellencies' requisition. In the future, whenever native measures and weights are dealt with, the meaning thereof will also be indicated. 368. We shall not fail in the future, whenever we deal with native measures and weights, to indicate their meaning at the same time. A certain report of the late Dessave Billing is transmitted. §69. The report of the late Dessave Billing required by Your High Excellencies, showing what was done further in the year 1786, beyond what was mentioned in our respectful missive of the 30th of January 1787, in the clearing of the forests and the planting of cinnamon for the account of the Company, is now transmitted in copy among the annexes. What is understood by a second dispens village, the new vidane, and small and large Dagonne. §70. To elucidate to Your High Excellencies what we understand by a second dispens village, the new vidane, and small and large Dagonne, we take the liberty respectfully to state that by a dispens village is understood such a village of which the revenues, which otherwise belong to the Company, are assigned to someone as his means of subsistence. Thus the Governor, the Commander of Gale, and the Dessaves of Kolombo and Mature each have their dispens village. And it is on that footing, and because the income of the Kolombo Dessave is presently considerably diminished, that we have taken the liberty to propose to Your High Excellencies to assign to him the new vidane of Kiemboelapittie as a second dispens village, in order to be permitted to enjoy the tithe rights of the paddy of that village, up to 3000 parras per year. Furthermore, what the new vidane and both the Dagonnes are, as well as what the revenues presently are from them, and the little likelihood there is that they can be noticeably improved, appears in detail from a report of the Dessave Fretz, which is transmitted among the annexes. The purchase price of pepper in the Wanni consists of Indian money. §71. The stipulated purchase price of five stuijvers for one lb. of pepper that is bought in the Wanni consists of Indian money. The land regents are recommended to keep a watchful eye on the cutting of chenas. §72. We have emphatically recommended the respective land regents to keep a watchful eye

Dutch transcription

extrakten afgegeven uit H: H: E: g'eer schrijvens dat 't geheel ongeraaden is, dat ze zich met aanplantin„ „gen bezig houde. hun ergens het doen van aanplantingen verbooden was, hebben we geene inland „sche hoofden, maar alleen de Dessaves en den opzien¬ „der der Gale korle bedoeld, alzoo aan hun het onmid¬ delijk opzicht over het landsbestier is toevertroud Echter hebben we van den Hoofdadministrateur sluijsken nadere Explicatie„ gevraagd wegens den Modliaar waarvan dezelve bij zijne advi sen gezegd heeft, dat hij in vier Jaaren eigenaar van 100. morgen lands was geworden schoon bevoorens geen stukje eigen land kan aanwijzen. Aan de landregenten 244. En wijl het uwe Hoog Edel heeden voorts geheel ongeraa„ „den hebben g'oordeeld, dat de landregenten De „ling „geen „duw 1298. De door den dessave Bil„ „ling aangelegde planta „gien zijn aan desselfs we„ „gelaaten. landregenten zich met aan „plantingen bezig houden heb„ „ben we extract uijt uwer Hoog Edelheden g'eerd schrij„ „vens, aan de respective landregenten laaten af„ „geeven, om tedienen tot hunne naricht en om zich daarna tereguleeren. 2. 65. Nadien uwe Hoog Edelheeden hebben gelieven aftezien van „duwe in eigendom over „ het voorstel, om de door den overleeden dessave Billing aangelegde plantagien, voor s Comp:s reekening te laaten voortzetten, zoo hebben we uijt aanmerking dat door desselfs afsterven de beden „king, of hij die plantagien in het particulier mogte behouden, komt te cesseeren en ook om dat hij daaraan bereets Aan den Hoofd administra„ „gen, om uit zijne geschrif„ „ten te colligeeren en aante„ „wijzen 't geen tot verbetee„ „ring van 'slands bestier zoude kunnen strekken. bereets veele kosten heeft gedaan, dezelven in eigendom overge¬ laaten aan desselfs weduwe mits ze gebruijkt worden tot even dezelfde eindens, als waartoe ze door voorm: dessave zijn verzogt: §66. Om volgens uwer Hoog Edelhe„ „teur sluijsken is opgedraa„ den aanbeveeling, het noodig gebruijk te kunnen maaken van de geschriften van den hoofdad„ ministrateur sluijsken, han¬ „delende van de afgaave van gronden ter Cultivee„ „ring en van het aanleg„ „gen van Canneel planta „gien, hebben we, volgens het aangeteekende bij onse resolutie van den 23. okto „ber J:o leeden, aan den zelven opgedraagen, om uijt zijne voormelde geschriften te ook geva Colligeeren m zij 8 1299. ook is aan denzelven afge geven extratts uit H: H: E: missive, waar bij reden gevorderd word, wegens zijne bij zekere resolutie Colligeeren en aantewijsen alle zoodanige articulen, als dezelve zoude sustineeren, te kunnen strekken, tot ver „beetering van het lands „bestier, en alhier nog niet in observantie teweezen, en we hebben teffens op des„ „selfs verzoek, zijne berich„ „ten met de daarop genomene besluijten, doen stellen in han „den van den dessave Fretz„ ten einde in zooverre daarbij voorkomen zulke zaaken, die dat naar zijn inzien nodig maaken, daarop aan ons te „dienen van desselfs consi „deratien. ook hebben wij aan voorm: hoofdadministrateur sluijs„ aangetekende verklaring „ ken extract laaten afgeeven, uijt een 6 voortaan zal wanneer van „wigten gehandeld word, ook weeze worden. uit uwer Hoog Edelheden Missive, waarbij van hem ree „den word gevorderd, wegens zijne bij onse resolutie van den 1. aug:s 1786. aangeteekende verklaaring, dat nopens de wijze, waarop het Schoon „maaken der bosschen en aanplanten van Canneel tans geschied, niets ter verbeetering wist te her„ „inneren, Contrarie des„ selfs stellig gezag bij zijn tweede geschrift, dat de manier van het schoonmaa „ken der bosschen en aan „planten van Canneel niet approbeerde; ten einde aan uwer Hoog Edelheeden requisit te kunnen voldoen. 368. We zullen niet nalaaten inlandsche maaten en ge„ om in den aanstaande, wan„ de beteekens daar van aange „ neer we van Jnlandsche maaten wij „lin 9 1300. zeker bericht van wijlen den dessave Bil „ling gaat over Wat door een tweede, dispens dorp, de nieuwe vidanie, en klein en groot dag onne verstaan word. maaten en gewigten handelen, ook de beteekens daarvan tegelijk aantewijsen. §69: T door uwe Hoog Edelheden gerequireerde bericht van wijlen den dessave Billing, aanwijzende wat in het Jaar 1786. , buijten het vermelde bij onsen eerbiedigen van den 30. Januarij 1787. , nog verder gedaan is, in het schoonmaa„ „ken der bosschen en het aan„ planten van Canneel voor reekening van de Comp: gaat tans in Copia onder de bij „laagen over. §. 70. Om uwe Hoog Edelheeden te elucideeren, wat we door een tweede dispensdorp, de nieuwe vidanie, en klijn en groot dagonne verstaan, gebruijken we de vrijheid eerbiedig temelden, dat door een een dispens dorp verstaan word een zodanig dorp, waarvan de gerechtigheid, die anders de Compenie toekomt, toegevoegd is aan iemand, tot zijn mid„ del van bestaan. Dus heeft de Gouverneur, de Comman „deur van Gale en de dessa ves van kolombo en Mature elk zijn dispens dorp, en het is op dien voet„ en om dat het inkomen van den ko„ „lomboschen dessave, tans aanmerkelijk verminderd is, dat we de vrijheid hebben genomen, aan uwe Hoog Edelheden voor te stellen, om de nieuwe vidanie van kiemboelapittie, aan hem tot een tweede dis¬ „pens dorp toetevoegen, ten einde de tiende gerechtig „heid van de neli van dat de dorp. de per id 1301. de inkoops prijs van pe„ in Jndisch geld. de Landregenten zijn ge„ recommandeerd een waa„ „kend oog te houden op de Chenas kapperij. dorp temogen genieten, tot 3000. parras sjaars toe: Wat voorts de nieuwe vidanie en de bij de Dagonnes zijn als meede wat de inkom „sten tans daar van zijn, en de wijnige apparentsie dieer is, dat ze merke „lijk zullen kunnen worden verbeetert, blijkt omstandig bij een berigt van den dessave Fretz:, dat onder de bijla„ „gen overgaat. §71. De bepaalde inkoops prijs „per in de wanni bestaat van vijf stuijvers voor een lb. peper, die in de wanni word ingekogt, bestaat in Jndisch geld. §. 72. Wij hebben den respective landregenten nadrukke „lijk gerecommandeerd, om een waakend oog te houden

NL-HaNA_1.04.02_3789_0078 view scan ↗

English

The Commandant and regional regent of the Wanni, Nagel, and the junior merchant Ebbenhorst have been appointed to investigate the complaint of the Mannar Parravars. on the clearing of chenas, and to employ every possible precaution for the preservation of the forests from which the Company must obtain its timber. Paragraph 73. We have since released the Jaffnapatnam Dessave De Bok, who had been charged by us with the commission to investigate the complaints of the Mannar Parravars alongside the local junior merchant and tombo-keeper Mooijaart, from that duty at his own request, because his office does not permit him to be absent for long, as well as the junior merchant Mooijaart, who also has his hands full with the compilation of a new head tombo. What contributed to the increase of the account of gifts in the financial year 1785/6. In their place we have appointed the Commandant and regional regent of the Wanni, Nagel, and the junior merchant and pay-bookkeeper at Jaffanapatnam, Ebbenhorst, and we are still awaiting the decision of the Jaffna servants on the report received on the matter, in order to inform Your High Excellencies of the outcome thereof. In the meantime, we merely note here provisionally that the aforementioned Parravars have offered, among other things, that if they are exempted from the fish and betel lease, they will pay an increased poll tax in compensation thereof. Paragraph 74. To the increase of the account of gifts in the financial year 1785/6, besides the expenses incurred for the embassy of the Nabob of Karnatika amounting to the sum of ƒ3721. 4. 8, the high prices of various goods that had to be purchased as gifts for the King of Kandia contributed the most. But in the future, as far as it can be reconciled with the Company's interest, we will try to arrange the gifts in such a way that this account does not turn out so high again. What has been enacted to ensure that the Ceylon children who are placed as naval cadets on the return ships remain in the sea service. Paragraph 75. We express to Your High Excellencies our heartfelt thanks for the granted permission to place two of the children of the Ceylon officers and other officials on each return ship as naval cadets. To ensure that these children remain in the sea service, and that their engagement does not occur with the intention of bringing them to the Netherlands at the expense of the Company, we have decreed in the session of the 23rd of October of last year that the parents or guardians of such youths shall be obligated, before their departure from here, to bind themselves by a notarial deed to the refund of the wages and to the payment of the customary transport and boarding money for those youths who, upon arriving in the Netherlands, might renounce continuing to serve the Company at sea. The case of military personnel accused of misconduct has long been investigated here by a military commission and decided politically. Paragraph 76. It has long been the custom here to have such cases investigated by a military commission and subsequently to decide them politically, insofar as they were not of such a nature that a criminal action strictly had to follow. This is particularly evident from our resolutions of 28 April 1764, 21 December 1761, 6 June and 12 September 1766, 21 April 1777, and 21 November 1782, whereby several officers, both captains as well as lieutenants and ensigns, were cashiered by us, dismissed from service, or punished with lesser penalties on account of cowardice, insolence, drunkenness, and other bad qualities, sometimes even without such an investigation. The Galle pilots earn too little wages in comparison to their difficult service. And we have proceeded on that footing all the more because Your High Excellencies, by your highly honored dispatch of 21 June 1765, on the occasion of Your High Excellencies' disposition concerning Captain Erlebach, mentioned in our aforementioned resolution of 28 April 1764, were pleased to qualify us to act in such a manner in the future as occasions arise. Paragraph 77. It is certain that the Galle pilots, in comparison to their difficult service and heavy responsibility, earn too little wages, because of which especially those among them who have a wife and children can barely make a living, primarily now that lodging and provisions, due to the larger garrison stationed there and the arrival of more ships, have risen noticeably in price. The chief pilot holds the rank of second mate and earns ƒ 32 in wages, there are 2 pilots who are each not allowed to earn more than ƒ 24, and 2 junior pilots who each earn ƒ 16. If it should not please Your High Excellencies to place the Galle pilots on the same footing as those of Bengal, we would humbly submit that at the expiration of their term the chief pilot be augmented each time by ƒ 4.

Dutch transcription

De Commandant en landregent van de wanns Nagel en de onderkoopman Ebben „horst zijn benoemd om de klagte van de Mannaarsche parru. „alsen te onderzoeken. op de Chenas kapperij, en alle mogelijke voorzorgen tege¬ bruijken, tot conservatie van de bosschagien, waar uijt de Compenie haare timmer„ „hout moet haalen. §:73: We hebben den Jaffanapat „namschen dessave de Bok die door ons, nevens den onder„ „koopman en tombohouder aldaar Mooijaart, gelast was met de Commissie, om de klagten van de Mannaar„ „sche parruas te onderzoe„ „ken, zedert op zijn daartoe gedane verzoek, wijl zijn ampt hem niet permitteerd lang afweezig te zijn, daar van ontslagen, als mede den onderkoopman Mooij „aart, die ook zijn handen vol heeft met de beschrij „ving eener nieuwe hoofd tomb Jn 8 1302. wat tot het accrressament der In hunne plaats hebben we daartoe benoemd den Comman „dant en landregent van de wanni Nagel; en den onder „koopman en zoldij boekhouder te Juffanapatnam van Ebben horst, en we wagten nog na de disposietsie der Jaffanase bedienden op het daar op in „gekoomen berigt, om uwen Hoog Edelheeden van den uit „slag daar van berigt te doen; Jntusschen merken we hier bij voorraad alleen aan, dat de voorsz: parruassen onder anderen hebben aangebooden zoo ze van de vis en betel pagt worden ontslagen, om in vergoeding daar van een verhoofd hoofd geld te betalen. 174. Tob het accressement van de der reekening van schen „kagie in 't boekjaar 1785/6. toegebragt heeft. de reekening van Schenkagie in het boekjaar 1785 /6. heb „ben, behalven het veronkos „tigde aan het gezantschap van den Nabab van karna„ „tika, ten bedraage van ƒ3721. 4. 8. het meest toe gebragt de hooge prijsen van verschijde goederen die men tot geschenk voor den koning van kan= „dia heeft moeten inkoo „pen; maar we zullen in den vervolge, zoo veel het met sComp:s inte rest strooken kan de geschenken zoodanig zien te schikken, dat deeze reekening niet meer zoo hoog komt uijttevallen. 175. al 1303. Wat 'er gearresteerd is om te zorgen dat de Ceilonsche kinderen, die als kadets de Marine op de retourscheepen ge„ plaatst worden, bij den zeedienst blijven. 175. We betuijgen uwer Hoog Edelhe„ „den onsen hartelijken dank, voor de verleende toestemming, om uijt de kinderen van de Ceilon „sche officieren en andere ampte„ „naaren, op elk retourschip twee als Cadets de marine temogen plaatsen Om te zorgen dat deeze kinderen bij den zeedienst blij„ „ven, en dat hun engagement niet geschiede met een oogmerk, om hun ten laste van de Comp:e na Nederland te krijgen, hebben wij ter sessie van den 23. oktober J:o leeden gearresteerd, dat de ouders of voogden van zoodanige Jongelieden verplicht zullen zijn, om voor hun vertrek van hier, zich bij eene secretari „eele acte teverbinden, tot de restitutie van de gagie en tot betaaling van het gewoon trans¬ port en kostgeld, voor zulken van De zaak van militairen beschuldigt over wange„ „drag is, hier zedert lange onderzogt door eene moli „taire Commissie en poli „ticq gedelideerd. van die Jongelingen, die in Neder „land komende afzien mogten om de Comp:e verder ter zee te blijven dienen 176 Tis hier zedert lange de gewoonte vvange zaaken nap wierden haer Sock telagt onder oat dorega „missie, en vervolgens politicq te decideeren, voor zoo verre zo niet van zoodanigen aart we „ren, dat er eene Crimineele actie volstrekt op moest vol „gen. speciaalijk blijkt dit bij onse resolutien van den 28. April 1764. , 21. December 1761 6. Juni en 12: September 1766., 21. April 1777. en 21. November 1782:, waarbij verschijde offi„ „cieren, zoo wel Capitains, als luijtenants en vaandrigs„ over lafhartigheid, brutalitei dronkenschap en andere sleg hoedaanigheden, zelfs som„ „tijds zonder een dergelijk onderzoek 1304. De Gaalsche lootsen winnen, in vergelijk van hunnen moeijelijken dienst te wijnig gagie. onderzoek, door ons zijn gecas„ „seerd, uijt den dienst gesteld, of met mindere straffen ge„ „straft: en we zijn te meer op dien voet tewerk gegaan, uijt hoofde dat uwe Hoog Edelheden, bij zeer g'eerde mis¬ „sive van den 21. Juni 1765, ter geleegentheid van hoogst„ „derzelver dispositie over den Capitain Erlebach, ver meld bij onse voorm: reso¬ „lutie van den 28. April 1764. ons hebben gelieven te quali¬ „ficeeren, om in het vervolg wen zoodanig te handelen, bij voorkomende geleegent¬ „heid §. 77. 'T is zeker dat de gaalsche lootsen, in vergelijk van hun „nen moeijelijken dienst en swaare verantwoording, tewij nig nig gagie winnen waar door inzonderheid de zulken onder hun, die vrou en kinderen hebben naaulijks bestaan kunnen, voor naamelijk nu dat de logies en leevensmiddelen, door de grootere bezetting die daar legt, en door de aankomst van meerdere scheepen, merkelijk in prijs zijn gesteegen. De opper¬ „loots is onderstuurman in qualiteit en wint ƒ 32. aan gagie, 2. lootsen zijn er die elk niet meer mogen winnen dan ƒ 24. , en 2. Jonglootsen die ider ƒ16. wins. Jndien het uwe Hoog Edelheeden niet mogten behaagen, om de gaal„ „sche lootsen te stellen op den „zelfden voet als die van Bengale, zouden we nederig sustineeren, dat bij tijds expiratie de opperloots telkens met ƒ 4. worde

NL-HaNA_1.04.02_3789_0085 view scan ↗

English

305. What was allocated to Raden Tommongong Wiero Coesoemo for maintenance. be increased to ƒ48 with the rank of chief mate, just like the pilots in Bengal, that the second pilots likewise be increased each time by ƒ4 to ƒ32 with the rank of second mate, and the junior pilots also by ƒ4 to ƒ24, being the highest wage that a second pilot may currently earn. Section 78. To Raden Tommongong Wiero Coesoemo, who was sent hither on the ship the Maria, whom Your Right Noblenesses have ordered us, in the allocation of necessary maintenance, not to regard as a state exile, but as an evildoer, we have, according to what was recorded in our resolution of the 19th of November last, allocated for maintenance, both for himself and his two children, as well as for his stepfather-in-law Djomongolo and his wife, twelve rixdollars in cash and five parras of rice per month. This Tommongong is provisionally released from the equipment warehouse. Section 79. This Tommongong arrived here with the chain on his legs, and consequently was, in the first days, housed with his retinue in the equipment warehouse here. But the state exiles present here having earnestly requested us to set them at liberty, under promise of being responsible for their persons and conduct, we have, in consideration of the fact that it does not appear from the received papers that they must remain locked up or put to labor, resolved on the same day, until the receipt of Your Right Noblenesses' further pleasure, which we hereby humbly request, to release them provisionally from the equipment warehouse. 1306. The copy pay account of Leets is forwarded. The memorial and plans of Captain Reimer are placed in the hands of the engineers to serve for their considerations and advice. Section 80. The requested copy pay account of the deceased sailor Jan Everhard Leets is forwarded among the annexes. Section 81. Pursuant to our resolution of the 8th of December last, we have caused the memorial and plans of Captain Reimer, concerning the plans of Mr. de la Lustriere, together with the memorials and plans that we recently received from the Governor of the Cape, to be placed in the hands of Major Paravicini and Captains Fornbauer and Kuhn, with orders to serve their considerations and advice regarding both the aforesaid memorials and plans and the memorials, plans, and reports that They are also authorized to peruse everything regarding the fortifications found in the received letters. They are also ordered to report what could and ought to be done to the fortifications in the meantime. have been received on this subject during recent years. Section 82. And so that they may be all the more informed of everything that can serve for their information, we have authorized them to peruse everything regarding the matter of fortifications found in the received letters from the Honorable High and Mighty Lords Seventeen and from Your Right Noblenesses, as well as in our letters dispatched to Their Right Worshipful and Your Right Noblenesses. Section 83. We have also ordered the said engineers to take into proper consideration and to report to us what in their view could and ought to be done in the meantime, and until Your Right Noblenesses' 1307. further pleasure, to the fortifications of Colombo, Galle, and Trincomalee, in order on the one hand to do nothing that might at times not accord with what Your Right Noblenesses might hereafter approve to establish, and on the other hand not to let pass the time that could be profitably spent in this regard, to settle definitely what can be done provisionally, especially insofar as it can simultaneously serve for the greater security of the aforesaid places. The copies of the aforesaid plans, profiles, and memorial will be sent to the Cape. Section 84. Furthermore, in accordance with Your Right Noblenesses' recommendation, we shall send copies of the aforesaid plans, profiles, and memorial of Captain Reimer by the first opportunity to the Governor van de Graaff and the Director of Fortifications Gilquin at the Cape of Good Hope. 1308. Expression of thanks by the Governor for the consent to take over Hulftsdorp. The letter from the Court of Justice of the Castle of Batavia together with the sentence in the case of D'Hugonet and associates has been delivered to the Court of Justice here. Section 85. The undersigned Governor thanks Your Right Noblenesses most humbly for your most favorable consent to be permitted, in accordance with his request made to that end, to take over Hulftsdorp, which was formerly inhabited by the Disawas, from the Company. Section 86. We have caused to be delivered to the Colombo Court of Justice the letter from the Court of Justice of the Castle of Batavia with the sentence enclosed therein in the case of the French senior officers D'Hugonet and associates, of which Your Right Noblenesses have also sent us a copy. It is believed that the advocate fiscal was obligated to maintain the interests of the officium fisci. Section 87. We have always been of the opinion, and do not conceal that we still are today, that the advocate fiscal of the Indies was obliged ex officio to maintain and champion there the interests that our fiscal, or rather the officium fisci, could have in the further course of these proceedings at Batavia, because the officium fisci throughout the whole Indies is but one, although on account of the diversity of places it must be administered by various persons. Our

Dutch transcription

305. Wat aan Radeen Com „mongong wiero Coe „soemo tot onderhoud is toegelegd. worde verbeeterd tot ƒ48. met de quali„ „teis van opperstuurman, even als de loot„ „„sen te Bengale, dat de onderlootsen ins. „gelijks telkens met ƒ4. worden verbeeterd tot ƒ32, met de qualiteit van onderstuur. „man, en de Jonge lootsen meede met ƒ 4. tot ƒ24. zijnde de hoogste gagie, die een onderloots tans mag win„ nen. §. 78. Aan den met het schip de Maria herwaards gezonde. „nen Radeen Tommongong wierd Coesoemo, wien uwe Hoog Edel„ „heeden ons gelast hebben, in de toelage van het nodig onder„ „houd, niet aantemerken als een staatsbanneling, maar als een kwaaddoender, hebben we¬ volgens het aangeteekende bij onse resolutie van den 19. November Joleeden, tot onder„ houd zoo voor hem, en zijne twee kinderen, als voor zijn Stiefschoonvader Djomon golo en zijn wijf, toegelegd twaalf rijksds: k Deeze Tommongong is riaalhuijs geslaakt. rijksd:s aan Contant en vijf par „ras rijst 'smaands. 1. 79. Deeze Tommongong is alhier bij provisie uit het mate aangekomen met de ketting aan bij de beeken, en is mits dien in de eerste dagen, met zijn gevolg, in het Materiaalhuijs alhier gehuijsvest geweest; Doch de alhier zich bevin¬ „dende staatsbanmelingen ons instantig verzogt heb „bende om hun of vrije voe„ „ten te stellen, onder belofte van voor hunne perzoonen en gedrag te zullen intstaan hebben we, uijt aanmerking dat het bij de ontfangene papieren niet blijkt, dat ze opgeslooten moeten blijven, of aan den arbeid gesteld worden, ten zelven dage beslooten, hun tot op den ontvang van uwer Hoog Edelheeden nader goedvin„ den 1. de van en 1306 De kopia zoldij reeke. „ning van Leetsgaat over. De Memorie en plans zijn gesteld in handen van de Jngenieurs om te dienen van hunne Consideratien en adviesen. den, dat we mits deezen nederig verzoeken, bij provisie uijt het materiaal huijs te slaaken, 1. 80. De gerequireerde Copia zoldij reekening van den overleeden mattroos Ian Everhard Leets, gaat onder de bijlaagen over. I. 81. Wij hebben volgens onse reso„ van den kapitain Reimer lutie van den 8: December J:o leeden de Memorie en plans van den Capitain Reimer, opzicht heb¬ „bende tot de plans van den heer de la Lustriere, nevens de Memorien en plans, die we deezer dagen van den heer Gouverneur van de Caab heb„ „ben ontfangen, laaten stellen in handen van den Majoor ParaviCini, en de Capitains Fornbauer en kuhn, met last, om zoo nopens de voorschr. Memorien en plans, als de Memorien, plans en Rapporten, die 2 ze zijn ook gequalifi„ „ceerd om lekcura te nee„ „men van al het geen nopens de fortificatien voorkomt bij de ontfangene brieven. ook zijn ze gelast te be„ „richten, wat intusschen zoude kunnen en behooren gedaan te worden aan de vel „tingwerken. die geduurende de Jongste Jaaren op dit onderwerp zijn ingeko¬ „men, te dienen van hunne Consi„ „deratien en adviesen. §: 82. En op dat ze temeer mogen onderrigt zijn van alles, wat tot derzelver informatie kan dienen, hebben we hun gequalifi„ „ceerd om lectura teneemen, van al het geene nopens het stuk van de fortificatien, voorkomt bij de ontfangene brieven van de Edele hoog Achtbaare Heeren Zeventienen en van uwe Hoog Edelheeden, als meede bij onse afgegaane brieven aan hun Edele Hoog Achtbaare en uwe Hoog Edelheeden. S. 83. Ook hebben we gemelte Jngeni„ eurs gelast, om behoorlijk in overweeging teneemen en aan ons te berichten, wat naar hun inzien in tusschen, en tot uwer Hoog 1307. Hoog Edelheeden nader goedvinden zoude kun nen en behooren ge¬ „daan te worden, aan de vestingwerken van kolombo, Gale en Trinkonomaale, om aan de eene zijde niets te doen, het geen zom „tijds niet strooken zoude met het geen uwe Hoog Edelhee den na deezen zou „den goedvinden vast te stellen, en aan de an¬ „dere zijde niet te „laaten verloopen den tijd, die men ten deezen nuttig zoude kunnen de Copijen van voorschree„ „ve plans, profilse Memo„ „rie zullen na de Caab gezonden worden. kunnen besteeden, om vast af te doen het geen bij pro¬ „visie geschieden kan, in„ „zonderheid in zooverre dat tevens kan strekken, ter meerdere bevijliging van de voorschreeve plaatsen. §. 84. We zullen voorts, vol„ „gens uwer Hoog Edel„ „heden aanbeveeling Capijen van de voorschreeve plans, profils en Memo¬ „rie van den Capitain Reimer bij eerste gelee¬ „gendheid zenden aan den Heer Gouverneur van de Graaff en den directeur der fortificatien Gilquin aan de Caab de Goede Hoop 1. 85 1308. heer Gouverneur voor doop te mogen overne„ men. De brief van den raad van Justitie des Kasteels Batavia nevens de sen„ „tentie in de zaak van D' Augonet C: S: is aan de raad van Justitie alhier afgegeeven. S. 85. De ondergeteekende Gouver„ Dankbetuiging van de „ neur bedankt uwe Hoog het consent om hulft Edelheeden op het nedrigst voor hoogst derzelver gunstig konsent, om over eenkomstig met zijn daartoe gedaan verzoek, Hulftsdorp, dat eertijds door de Dessaves is bewoond, van de kompa„ „nie te moogen overneemen. §. 86. Aan den kolombosen Raad van Justietsie hebben wij laaten afgeeven den brief van den Raad van Justietsie des kasteels Batavia met de daar in geslootene sententie in de zaak van de fransche hoofd officieren d' Hugones C: S: waar van uwe Hoog Edelheeden ons ook een afschrift gezon„ „den S. 87. Men is van begrip dat de advokaat fiskaal verpligt was, de belan„ „gen van het opficium fisci te handhaaven. den hebben. Wij zijn altijd van begrip¬ geweest en ontveinzen ook met het nog heeden te zijn, dat de advokaat fiskaal van Jndien ex- officio ver„ „pligt was, de belangen die onze fiskaal, of eigent „lijk het officium fisci by den verderen loop deezer procedures te Batavia kost hebben, aldaar te handhaven en voor te staan door dien het officium fisci door geheel Jndien maar een is, hoewel het wegens de verscheiden „heid der plaatsen door verscheidene perzoonen moet geadministreerd worden. onze

NL-HaNA_1.04.02_3789_0093 view scan ↗

English

1309. The former Fiscal van Angelbeek was also of this opinion. 188. Our Fiscal at that time, Mr. Christiaan van Angelbeek, was also of this opinion and therefore, when this trial was sent to Batavia, wrote circumstantially and candidly about it to the Advocate Fiscal van Massau, entrusting the merits of the case to him without reservation and placing his interests completely in his hands, with such absolute confidence that he himself disclosed to him certain mistakes which some knowledgeable persons believed they had discovered in the formalities of the proceedings. Yet he has to date received no information. Request for copies of the papers. 189. Yet our Fiscal has to date received no information regarding this trial from his replacement in office, and we have, on the other hand, learned indirectly that before the pronouncement of the definitive sentence, certain proceedings took place before the Council of Justice of Batavia Castle, and even that written pleadings were submitted not only on the part of the plaintiff ex officio but also by the accused, of whose nature and content we have no further knowledge. 190. Due to the lack of all these trial documents, and the 1310. consequent lack of proper elucidation, we are not in a position to declare ourselves as yet concerning that sentence, and especially not to take a positive decision whether we can acquiesce in the same or consider it necessary to have a revision lodged against it. We therefore request Your Right Excellencies, who have had the goodness to send us the condemnatory sentence, now also to be so good as to demand of the Honorable Council of Justice of Batavia Castle, 191. The reasonableness of this request. and send to us, authenticated copies of all Minutes and pleadings, and of all written submissions entered on both sides, with the annexes and further documents belonging thereto, which during the course of the proceedings before Their Honors were added to the case, in order that, after receiving the same, we may properly deliberate on this weighty matter. We are all the more entitled to this inherently reasonable request, because not only did we have no other purpose in arresting the French chief officers and ordering the proceedings against 1311. 192. The principal acts of mutiny and rebellion are briefly indicated. them than to preserve the rights of the Company against infringement and the lawful authority of the Government against insults, but also because our honor and reputation might become suspect in the eyes of the world, which is not further informed of the true nature of this matter. All the more so, because those new documents alone must contain the grounds upon which the repeatedly mentioned chief officers were acquitted and declared innocent, who, according to the trial documents sent from here, committed various acts Continuation. 193. which we conscientiously held to be acts of disobedience, rebellion, and mutiny, of which we indicate here from the same documents the principal ones, as briefly as is possible for us without becoming obscure. The improper conduct maintained by Colonel d'Hugonet already upon his arrival regarding his various demands, and the manner in which he sought to force them through, was among other things circumstantially pointed out in our humble letters of 12 November 1785 to the Right Honorable Gentlemen Seventeen and of 28 January 1786 to Your Right Excellencies. In particular, this was done in the trial prepared against Colonel d'Hugonet and associates. 194. In order not to exceed in this matter the scope we have prescribed for ourselves here, we refer with respect to all events of lesser importance to what appears concerning them in the aforementioned documents and papers, and we therefore begin with the steps that Colonel d'Hugonet took the liberty of taking regarding the appointment and public introduction of Captain de la Roche Continuation. as Major in the Regiment of Luxemburg. 195. That the first undersigned Governor not only formally refused Colonel d'Hugonet his assent to this appointment, but, what is more, very explicitly forbade him to make this appointment, has been demonstrated in all its circumstances in our aforesaid letters and needs no further proof. 196. In addition, it was also shown from the 7th article of the capitulation that the Governor had a complete and decisive right to refuse his assent. The 1313. Continuation. same states that when nominated officers are taken from the Company troops serving in the Indies, the Governor of the settlement where the Regiment is garrisoned shall give or refuse his assent to their appointment, subject to the further pleasure of the Chamber of Seventeen. For the assertion that the words appearing in this 7th article of the capitulation, namely: "Et si l'officier etoit pris dans la troupe servant la Comp: des Indes" etc. etc., should be understood as referring to the National troops and not to the Regiment of Continuation. Luxemburg, as some appear to have contended, deserves in our humble view no refutation. To date, with the exception of the case with Captain de la Roche, no officer has ever been appointed or promoted in the Regiment of Luxemburg without the Commander having first requested and obtained the assent of the Governor for that purpose. Colonel d'Hugonet even asked the Governor's assent for the appointment of the officers who are mentioned in our Resolution of the

Dutch transcription

1309. De gewezen fiskaal van Angelbeek is ook in dit begrip geweest. 188. Onze fiskaal te dier tijd M=r Christiaan van Angelbeek, is ook in dit denkbeeld ge„ „weest en heeft daarom toen dit proces naar Batavia gezonden wierd, daar over aan den Heer Advokaat fiskaal van Massau om „standig en openhartig geschreeven, hem de merita Causie zonder achterhou „ding toevertrouwd en zijn belangen volkoomen in des „zelfs handen gesteld, met dat onbepaald vertrouwen dat hij zelve aan hem heeft opening gedaan van eenige misslaagen die zommige kundige menschen meen „den in de formaliteiten van de proceduures ontdeks te hebben. Dan dog heeft tot nog toe geene onderrigting erlangd verzoek om kopijen van 189: Dan onze fistaal heeft tot noch toe van zijnen vervan¬ „ger in of ficio geene onder„ „richting nopens dit pro„ ces erlangd, en wij hebben daar en teegen van ter zijde verstaan, dat voor het vel „len van de definitive sen tentie eenige proceduures bij den Raad van Justietsie des kasteels Batavia hebben plaats gehad, zelfs dat er niet alleen van de zijde van den rat: off: Eisscher maar ook van de geakkuseerden schrif„ „tuuren zouden ingeleeverd zijn, van welker natuur en inhoud wij geene ver dere kennis hebben. §90. Wij zijn door het gemis van alle aldaar hinc in de papieren deeze Proces stukken, en het 1310. het daar uit spruijtende gebrek van behoorlijk elu„ „cidaatsie niet in staat, om ons nu nog omtrent die sententie te verklaa „ren, en voor al niet om een positief besluit te neemen, of wij dezelve acquiesceeren kunnen, dan wel noodig achten, teegen dezelve de revisie te laaten interponeeren, en verzoeken derhalven uwe: Hoog Edel „heeden, die de goedheid gehad hebben, ons de kon¬ „demnatoire sententsie toe te zenden, nu ook de goedheid gelieven te heb„ „ben, van den Achtbaaren Raad van Justietsie des kasteels 191. De bielijkheijd van dit verzoek kasteels aldaar op te eisschen en ons toete zenden geau „thentiseerde kopijen van alle Notelen en Dingtaalen en van alle hinc=inde in „gediende schriftuuren met de daar toe gehoorende bijlaa „gen en verdere stukken, die geduurende den loop der proce „dures voor haare Achtbaar „heeden bij het proces gevoegd zijn, ten einde ons, naar be„ „kooming van dezelven op dit wigtig stuk behoorlijk te kunnen beraaden. Wij zijn tot dit op zichbil „lijk verzoek temeer gerech tigd, wijl we niet alleen bi het arresteeren van de fran „se Hoofd officieren en het ordonneeren van de procedures tegen 1311. 392 De voornaamdte Laaden van opaver en weerspan „nigheid worden kortelijk aangeweezen tegen dezelven, geen ander oog„ „merk gehad hebben, dan om de rechten van de kompe teegen inbreuk, en het wet „tig gezag van het Gouver„ nement teegen in sultes te bewaaren, maar wijl ook onze eere en reputaatsie zoude kunnen suspekt worden bij de wereld, die van de waare natuur deezer zaake niet nader onderrigt is. Alles te meer, wijl die nieu „we stukken alleen de gronden moeten onthouden waar op de meermelde Hoofd officieren vrij ge „sprooken en onschuldig ver„ „klaard zijn, die volgens de van hier overgezondene proces stukken verscheidene dingen vervolg 593. dingen gedaan hebben die wij in gemoede voor daaden van ongehoorzaamheid wederspan„ „nigheid en opvoer gehouden hebben, waar van we uit dezelve stukken de voor „naamsten hier zoo kort als ons dat zonder on„ duidelijk te zijn, doende „lijk i s. aanwijzen. Het onbetamelijk gedrag door den kollonel d' Hugo „net reeds met zijn komst gehouden in zine verscheide vorderingen, en de wijze waarop hij die heeft zoe¬ „ken door te dringen, is onder anderen omslandig aang „weezen, bij onze nedrige brieven van den 12. Novemb 1785. aan de Edele Hoog achtb. 1312. vervolg Achtbaare Heeren 17=nen en van den 28. Januarij 1786. aan uwe Hoog Edelheeden. In„ „zonderheid is dit gedaan bij het teegens kolonel d' Hugones C: S: geinstru„ „eerd proces. §94. Om in deezen niet te treeden buiten het bestek dat we ons hier in hebben voorgeschreeven gedraagen we ons noopens alle gebeurtenissen van minder gewigt, aan het geen derwe „gens bij de voorsz: stukken en papieren voorkomt, en beginnen daarom met de stappen die de kolonel D Hugonet zich heeft ge„ „permitteerd in het aan „stellen en publiek voor „stellen van kapiteijn de la Roche vervolg Roche tot Majoor bij het regi „ment van Luyemburg. §95. Dat de eerst ondergetee„ kende Gouverneur aan kollonel d' Hugonet zijn agrement tot deeze aan„ „stelling, niet alleen for„ „meel heeft geweigert, maar dat hij hem. wat meer is, het doen van deeze aan „stelling zeer uitdrukke„ „lijk verbooden heeft, is bij voorsz: onze brieven in al zijn omstande vertoont en heeft verder geen be „wijs noodig. §96. Daar bij is uit het 7. arti„ „kel van de kapitulatie tevens getoont dat de Gouver „neur tot het wijgeren van zijn agrement een volkoomen en gedecideerd regt had. Het zelve 1313. vervolg zelve zegt dat de genomineerde officieren genoomen wordende uit de troupes de kompenie in Jndie dienende, de Gouverneur van het etablis„ „sement daar het Regiment in guarnizoen legt, zijn agre „ment tot derzelver aan „stelling, geeven of wijgeren zal tot op het naader wel behaagen van de kamer van 17=en, want dat de woorden die bij dit 7:e artikel van de kapitulaatsie voorkoome namentlijk. Eb. si L officier etois prisdans la troupe servant la Comp: des Inde etc:a etc:a zouden moeten worden verstaan van de Nationale troupen, en niet van het Regiment van vervolg van Luixemburg zoo als dat bij sommigen schijns te zijn beweerd verdiend naar ons needrig inzien geen weder„ legging. Tot nog toe is er, uitgezonderd het geval met kapitein de la Roche„ nimmer een officier bij het regiment van Luxem „burg aangesteld of bevor„ „derd, dan na dat de Chef daar toe het agrement van den Gouverneur hadde verzogt en bekoomen. kolo„ nel d' Hugonet heeft zelfs het agrement van den Gouverneur gevraagd tot de aanstelling van de officieren die vermeld zijn bij onze Resoluutsie van den

NL-HaNA_1.04.02_3789_0103 view scan ↗

English

1314. continuation the 14th of July 1785, and that he also did so for the appointment of Captain de la Roche as Major is evident from the deed itself. 197. Nor was any right ever granted by the Company to the Prince of Luxemburg, and even less so to his Colonel, to be allowed to nominate anyone from the National troops. This could not even, be it said with respect, take place with any fairness. It would have placed the National troops in an intolerable and even somewhat continuation: somewhat shameful dependence on the commander of the Regiment of Luxemburg, if the right had been ceded to him to be able to appoint someone from the same to transfer into a foreign Regiment. Section 98. But what finally settles the matter completely is that, in order to admit such a strange interpretation, one would at the same time have to concede that in the capitulation it had then been omitted and left entirely undefined what properly ought to have been determined for the Indies, namely the 1315. continuation footing on which one would have to conduct oneself here in this country, in the event that the chief of the regiment proposed someone serving the Company in the Indies in the same regiment to the Governor for officer rank or for further promotion. Section 99. Since it is thus beyond all contradiction that the Governor refused his assent to the appointment of Captain de la Roche as Major in the regiment, and what is more, explicitly forbade this appointment, and that it is also likewise certain continuation certain that the Governor had a complete and decisive right thereto, it follows naturally that Colonel D'Hugonet, through the conduct he maintained in this matter, has made himself guilty to a high degree. Section 100. It is already in and of itself, according to all military laws known to us, a capital crime that he called the regiment to arms without the knowledge and consent of the Governor, and had them march with beating drum to the usual parade ground; and by thereupon introducing and 1316. continuation and presenting Captain de la Roche as Major, he has done by force of arms an act that had been forbidden to him in the most explicit manner by the Governor. He has consequently, by the steps he took on the 18th of July 1785, besides having thereby violated the literal meaning of the capitulation, made himself guilty of disobedience and even extreme insubordination. His oath bound him in all cases to obedience to the Governor. The military laws on military continuation discipline allow of no limitations or exceptions on this point. Section 101. We do not think it necessary to say a single word here regarding the aforesaid appointment of Captain de la Roche as Major concerning the giving or not giving of a written prohibition, about which, as we have indirectly understood, some hesitation may have arisen. Besides the fact that the verbal refusal to this appointment made by the Governor on the 18th of July in the morning, with an explicit prohibition not to proceed with it, was repeated in writing to Colonel 1317. continuation Colonel D'Hugonet that very same day by a ministerial letter written according to the order of the service, such an explicit and repeated refusal, and much less a prohibition, was not even necessary. Colonel D'Hugonet was not permitted to proceed with the appointment of Captain de la Roche until he had explicitly received the assent of the Governor thereto, and therefore in this case, strictly speaking, neither verbal nor written orders were necessary to forbid him from doing so. It was enough that the Governor had not given his assent. If Colonel D'Hugonet had conducted himself in accordance with the orders of the Governor, as was his duty, he could and might have requested written proof that the Governor had refused his assent to the appointment of Captain de la Roche Section 102. continuation 1318. continuation refused, in order to be able to make use thereof with the Prince of Luxemburg as evidence of the reasons why Captain de la Roche, nominated by him, had not been appointed as Major in the regiment; and such proof would not have been refused him had he requested it. But to forbid him in writing from appointing Captain de la Roche as Major in the regiment, now that he had already executed the matter against the Governor's prohibition, and before continuation before which time he had never requested such an order, would certainly have been a most preposterous act. Section 103. This is not the place, nor does it belong to our present purpose, to investigate what specific punishment Colonel D'Hugonet has made himself liable to through the aforesaid steps he took on the 18th of July. This has been shown in detail in the demand of our Fiscal, and we therefore only and simply remark here that these steps of his alone, by Captain Commander van Braam, to whom the resolution

Dutch transcription

1314. vervolg den 14. Julij 1785. en dat hij het ook gedaan heeft tot de aanstelling van kaptein de la Roche tot Majoor is uit de daat zelve blijkbaar. 197. Door de kompenie is ook nimmer aan den Prins van Luyemburg en noch veel minder aan zijn kolonel, eenig regt gegeeven, om uit de Nationale troupen iemand te moogen nomi¬ neeren. Dit konde zelfs het zij met eerbied ge „zegt, ook met geen bil lijkheid geschieden Hat zoude de Nationale troupes gebragt hebben in een on¬ „dragelijken en zelfs eeniger mate vervolg: maate smadelijke afhanke„ „lijkheid, van de kommandant van het regiment van Lux „emburg, indien aan deze het regt waare afgestaan, om iemand uit dezelve te kunnen benoemen, om overte „gaan, in een vreemd Regi „ment. §. 98. Dan het geen de zaak einde „lijk volstrekt afdoed, is dat men om zulk een vreemde uitlegging te admitteeren tevens zoude moeten toe „staan dat dan bij de kapi „tulatie was overgeslaagen en ten eenemaal onbepaald gelaaten, het geen voor In dien eijgentlijk behoorde te zijn bepaalt, namentlijk den „ 1315. vervolg den voet waar na men zig hier te lande zoude moeten bestieren, ingevalle de chef van het regiment iemand in het zelve regi¬ „ment de komp:e in Jndien dienende, tot officier dan wel ter verdere bevordering aan de Gouverneur voorstelde F. 99. Wijl het dus buiten alle teegen „spraak is, dat de Gouverneur zijn agrement tot de aan „stelling van kapitijn de la Roche tot Majoor bij het regiment, heeft ge „wijgert en deeze aanstel„ „ling wat meer is, op het uijtdrukkelijkst heeft verbooden, en dat het ook in zelver voegen zee ker vervolg ker is, dat de Gouverneur daar toe een volkoomen en gedeci „deerd regt had, zoo volgt van zelve dat de kolonel D' Hugonet door zijne kon¬ „duites in deezen gehou „den, zig in een hoogen graad heeft misdaadig gemaakt. F. 100. Het is reeds aan en op zig zelfs na alle aan ons bekende krijgswetten, een hoofd misdaad„ dat hij het regiment buiten kennis en bewilliging van den Gouverneur heeft in de wapenen getrokken, en met slaande trom laaten mar „cheeren na de gewoone parade plaats; en met kapitein de la Roche daar bij vervolgens aan en 1316. vervolg en voor te stellen tot Majoor, heeft wij gewapenderhand gedaan een daar die hem op de uitdrukkelijkste wijze door den Gouverneur verbooden was. Hij heeft mids dien, door zijne stappen op den 18. Julij 1785 gedaan, behalven dat hij daar door heeft overtreeden de letterlij„ „ken zin van de kapitu„ „latie, zig schuldig ge„ „maakt aan disobediens sie en zelf verregaande wederspannigheid zijn Eed verpligte hem in allen gevallen tot gehoorzaam¬ „heid aan den Gouverneur. De krijgswelten op de Mili„ „taire vervolg taire discipline laaten op dit stuk geene bepaalingen of uitzonderingen toe. §101. We denken niet dat het noo „dig. zij, hier nopens de voorsz aanstelling van kapitein de la Roche tot Majoor, een enkeld woord te zeggen van het geven of niet geven van een schriftelijk verbod„ waar over, zoo we van ter zijden hebben verstaan, eeni „ge bedenking zoude zijn ontstaan. Behalven dat het door den Gouverneur op den 18. Julij in den morgen „stond gedane mondelinge refus tot deeze aanstel „ling, met een uitdruk „kelijk verbod om daar toe niet te treeden, hem kolonel 1317. vervolg kolonel D' Hugonet nog dien zelfden dag bij een ministeri„ eele brief, na de ordre van den dienst geschreeven, schrif „telijk is herhaald, was zulk een uitdrukkelijk en herhaald refus, en veel minder een verbod, zelfs met eens noodig. kabonab d'Huga natnogdien zelfden dag biodanmn Herale brijft 1880 d ordrre van den dienst gesache een on scchivertreligte is hoobandd, was zebt een drijt #kkelijk en herhaald rolut, een doede monder en an boddzelfs noot de ens woordin kolonel D' Hugo net mogte tot de aanstel „ling van kapitijn de la Ro che niet treeden voor dat hij daar vervolg daar toe het agrement van de Gouverneur uitdrukken „lijk ontfangen had, en waaren mids dien in dit geval, strikt gesproo„ ken, nog mondelinge nog schriftelijke orders noodig om hem dat te verbieden. Genoeg was het dat de Gouverneur zijn agrement niet gegeeven had. Jndien kolonel d' Hugoned zig na de orders van den Gouverneur, volgens zijn pligt hadde gedraagen hadde hij kunnen en moo gen vraagen een schrift „lijk bewijs, dat de Gou„ verneur zijn agrement tot de aanstelling van kapitijn de la Roche gewijgerd S. 102. v 1318. vervolg gewijgerd had, ten einde zig daar van te kunnen bedienen bij den Prins van Luxemburg, ten blijke van de reedenen waarom de door hem genomineerde kapitein de la Roche, niet tot Majoor bij het regi¬ „ment was aangesteld, en zulk een bewijs zoude hem niet zijn gewijgert zoo hij het gevraagd had dan om hem het aanstel „len van kapitain de la Roche tot Majoor bij het regiment, schrifte na; „lijk te verbieden, nu dat hij de zaak teegens 's Gou„ verneurs verbod reeds hadde uijtgevoerd, en voor vervolg voor dien tijd heeft hij nooijt zulk eene ordre gevraagt, zoude zeekerlijk een zeer buiten spoorige daad geweest zijn. §. 103. Het is hier de plaats niet nog hoord ook niet tot ons teegenswoordig oogmerk om te onderzoeken aan wat straffe kolonel D' Hugonet zig met voorsz: zijne stappen op den 18. Julij gedaan, be „paaldelijk heeft schuldig gemaakt. Dit is bij den eijsch van onzen fiskaal omstandig getoond, en we merken dus hier alleen en eenvoudig aan, dat alleen deeze zijne stappen, door den Heer kapitain kommandeur van Braam, aan wien de resol

NL-HaNA_1.04.02_3789_0113 view scan ↗

English

continuation resolution of the 19th of July 1785, in which what occurred on the 18th of July is described in detail, along with all further papers relative thereto transmitted by the Governor, and the remaining gentlemen captains of the national warships, expressly assembled together to deliberate thereon and at the request of the Governor to give their opinion thereupon, were found to be of such a nature that the aforementioned Mr. van Braam, both for his Honor and in the name of the aforesaid gentlemen captains, in a letter written on the 12th of August 1785 to the Governor, and sent as an annex to our humble letter of the 5th of April 1786 to your High Nobilities, made the following declaration: We, as officers of honor, were all most highly astonished, not to say indignant, at the conduct of the frequently mentioned colonel, and we declare unanimously that his actions, according to all military laws known and established among us, have deserved an exemplary punishment, and we would, with an easy conscience, determine the same to be nothing less than a dismissal with declaration of incapacity to be able to serve the country in any military post ever again; in the event, namely, that that Regiment was in our direct service. This exception, in the event the Regiment was in our direct service, which at that time constituted a point of reservation for the aforesaid gentlemen, can at present no longer be one, because the letter received since then from the Honorable Worshipful Gentlemen Directors of the Chamber of Zeeland of the 12th of May 1785, written on the subject of the regiment of Luxemburg and specifically regarding the case occurring therewith concerning the Major of the same Regiment van Stettenhoven, says verbatim: We therefore order you hereby, in the most serious terms, not to make use of such indulgences in the future, and to cause your orders to be respected in a proper manner by having those punished exemplarily according to the laws of the Company who cause the least hindrance to the execution of the same, or are disobedient thereto. § 104. Colonel d'Hugonet has, as was also already noted in our preceding humble letter, furthermore, according to all military laws known to us, made himself guilty in a very high degree, by not complying with the order given to him by the late Colonel Coquart, first verbally and subsequently in writing, namely to have two companies of the regiment of Luxemburg ordered to Trincomalee. § 105. The manner in which he refused this in his letter written on the 20th of August 1785 to Colonel Coquart, contributes nothing to the essence of the matter. Besides the fact that it in and of itself is to be considered the equivalent of an absolute refusal, it is also sufficient that Colonel d'Hugonet in effect did not comply with this order, in order to hold him thereby guilty of an act of far-reaching and highly punishable disobedience, which, particularly under the circumstances of the times in which public affairs in Europe then stood, could have had the most dreadful consequences. § 106. We have only briefly pointed out the aforesaid matters, without specifically citing what appears as proof thereof in the trial records, because they are evident and thus need no proofs. § 107. In the account of the matters of which we shall speak further in this, however much those things occurred under the eyes of the entire world, and of which consequently no one in Colombo is ignorant, we shall mainly occupy ourselves with pointing out what is evident thereof from the trial documents. And if things also appear therein which were already communicated in detail in our earlier reports, which we could not avoid due to the concatenation of the matters, we hope that your High Nobilities will favorably accommodate that. § 108. The previously related, so sustained punishable conduct of Colonel d'Hugonet, combined with his various highly suspicious conversations and the behavior that he generally permitted himself, proved but too clearly that he was counting on the means over which he thought he could dispose. This caused the Governor on the 21st of August 1785, out of a precaution that he thought in this matter to owe to his duty, to give the order to the under-major regarding the better provisioning of the chests with cartridges that, according to a fixed arrangement, stand in the military guards, as mentioned in our humble letter of the 12th of November 1785 to the Gentlemen XVII, a copy of which was offered to your High Nobilities, along with our respectful letter of the 29th of December following. § 109. This order, which undoubtedly made Colonel d'Hugonet—convinced that he had given us but too many reasons to have to mistrust his criminal intentions—think that the government was finally about to take measures capable of enforcing obedience, was no sooner executed than several unusual movements were noticed in the regiment. Still that same morning, around 10 o'clock, Colonel d'Hugonet had the officers of the regiment assemble at the house of Lieutenant Colonel de Raymond, and one soon saw measures being taken that cannot be brought into any comparison with the preceding, however highly punishable that was in itself. § 110. On the 22nd of August in the forenoon, the undersigned Governor received report from various sides that the French in their barracks were busy

Dutch transcription

1319. vervolg resolutie van den 19. Julij 1785. waar bij het voorgevallene op den 18. Julij omstandig be „schreeven staat nevens alle verdere papieren daartoe relatief door den Gouverneur is toegezonden, en de overige Heeren kaptains van 's lands oorlog scheepen, expres te zaamen vergaderd om daar over, te raad pleegen, en ten verzoeke van den Gouver neur daarop hun opinie te geeven, zijn bevonden te weezen van dien aart, dat welgem: Heer van Braam zoo voor zijn Edele als uit naam van de voorsz: Heeren kapitains, bij een brief den 12: aug:s 1785. aan den Gouverneur geschreeven, en als vervolg als een bijlaage bij onze nedrige brief van den 5. April 1786: aan uwe Hoog Edelheeden gezonden is, heeft gedaan de volgende verklaaring: Wij zijn alle als officieren van eer ten hoogsten verwondert geweest, om niet te zeggen geindig „neerd over het gedrag van den meergenoemden kolo verklaaren nel, en #### een paarig dat zijne demar¬ „ches na alle bij ons be„ „kende en g'etablisseerde Militairen wetten, eene Exem„ „plaire straffen verdient heeft en wij zouden dezelve met een gerust gewisse, tot niets minder dan een deportement met verkla„ „ring 1320. vervolg ring van inhabiliteijd om den lande in eenige Militaire post meer te kunnen dienen, bepaalen ingeval namelijk dat Regiment in onzen di„ „rekten dienst stond. Deeze uitzondering, inge „valle het Regiment in onzen, direkten dienst stond, welke te dier tijd bij voorsz: Heeren een point van bedenking uitmaakte kan het teegenswoordig niet meer zijn, wijl de zeedert ontfangene brief van de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen van de kaamer Zeeland van den 12. Meij 1785. ge„ „schreeven op het swjet van vervolg. van het regiment van luyem „burg en speciaal noopens het daar bij voorkomend geval met de Majoor van hetzelve Reginsent van stettenhoven woordelijk zegt We gelasten derhalven UE. bij deezen op het seri„ euste van in het vervolg derdelijke toegevend heeden niet meer te gebruijken en uE: orders op een behoor „lijke wijs te doen respek„ teeren door exemplaarlijk volgens de wetten van de kompenie zoodanige te laaten straffen welke aan de uitvoering derzelve de minste hinder toebren gen of daar aan disobede en t zijn. 1321. vervolg §104: Koloner d' Hugonet heeft zoo als ook dat bij onze voorgaande nedrige reeds is aangemerkt, zig voorts, na alle bij ons bekende Militaire wetten, nog in een zeer hoogen graad schuldig gemaakt, met niet naar te koomen de ordre hem door wijlen den kolonel Coguart eerst mondeling en naderhand schriftelijke gegeeven om namentlijk twee komp:e van het regiment van luxemburg te laaten kommandeeren na Trin „konomale. §: 105. De wijze waarop hij dit gewijgert heeft bij zijn brief den 20. aug. s 1785. aan kolonel vervolg kolonel Coguart geschree „ven, doed niets tot het weezen der zaaken. Be „halven dat ze aan en op zig zelfs, voor een equiva „lent van een volstrekte wijgering te houden is, is het ook genoeg dat kolonel d' Hugonet in effekten aan deeze ordre niet heeft voldaan, om hem hiermeede schuldig te houden aan een daad van verre gaande en zeer strafwaardige ongehoor zaamheid, die in zonder „heid in de omstandighee den van tijden, waarin de publieke zaaken in En „ropa toen stonden, de aller 1322. vervolg. allerschromelijkste ge„ „volgen had kunnen hebben §: 106. Wij hebben de voorsz: zaerken alleen kortelijk aange weezen, zonder het geen ten blijke daarvan bij het proces voorkomt, speci¬ aal aantehaalen, wijl ze evident zijn en dus geene bewijzen noodig hebben. § 107. In het verhaal der zaaken ni waarvan we in dezen „ nader gaan spreeken zullen we„ hoe zeer ook die dingen zijn geschied onder het oog van de geheele we „reld, en waar van mids dien, niemand op ko„ „lombo onkundig is ons voornamentlijk bezig houde vervolg houden met aan te wijzen wat daar van bij de pro „ces stukken blijkt. En zoo ook daar bij voorkoomen dingen, die bij onze vroe„ „gere berigten reeds om standig zijn bedeelt, het geen we om de aan een schakeling der zake niet hebben kunnen ver „mijden, hoopen we dat uw Hoog Edelheeden dat gunstig inschikken zullen F. 108. Het hier voor verhaalde zoo gesoutineerd straf: waardig gedrag van kolonel d' Hugonet ge„ voegd bij zijn verscheide zeer verdagte gesprekken en de konduites die hij zig 1323. vervolg zig over het algemeen per „mitteerde bewees niet dan te zeer, dat hij rekende op de middelen waar over hij dagt te kunnen dispo„ „neeren. Dit died de Gouver„ „neur den 21. aug:s 1785. uit een voorzorge die hij dagte pligt in deezen aan zijn schuldig te weezen; noopens het beeter voorzien der kisten met pat„ „troonen die volgens een vast gestelde schikking in de Militaire wagten staan, aan den onderma„ „joor geeven de order ver „meld bij onzen nedrige brief van den 12. 9ber: 1785. aan de heeren 17=en, waarvan Copij uwen Hoog Edelheden is vervolg is aangebooden, nevens on„ „sen eerbiedigen van den 29. December daar aan. §. 109. Deeze ordre, die kolonel d' Hugonet, overtuigt dat hij aan ons niet dan te veel reedenen gegeeven had, om zijne misdadige oogmerken te moeten mis„ „trouwen, ongetwijffeld deed denken, dat het goeverne „ment eindelijk maatre„ „gelen stont te neemen be „kwaam om zig te doen gehoorzaamen, wat zoo dra niet uitgevoerd, of men bemerkte bij het re „giment verschijde onge woone beweeginge. Nog morgen dien zelfden„ g om ƒ streekt 10. uuren, deed kolonel 1324. vervolg kolonel d' Hugonet de o officieren van het rigi„ ment aan het huijs van den luijtenant kolo„ „nel de Raijmond ver. „gaderen, en men zageer „lang maatreegelen neemen die met het voorgaande, hoe zeer dat ook op zig zelven zeer strafbaar is, in geen vergelijk te brengen zijn. I. 110. Den 22. aug . in de voormid„ „dag, kreeg de onderge„ „teekende Gouverneur van verscheide kanten berigt dat de fransen zig in hunne kasernen bezig

NL-HaNA_1.04.02_3789_0124 view scan ↗

English

continuation were busy making cartridges. He sent the under-major to inquire into this further, who shortly thereafter reported to him that this was indeed the case and that he had even seen it; and in the afternoon the field pieces of the regiment were fetched from their usual storage place to be positioned at the Galle Gate, as the greater part of the regiment was lodged in the barracks. On that same day, the French were seen transferring some powder barrels and a quantity of lead from 1325. continuation §. 111. a small magazine that had been assigned to them, although it had never been known that they possessed such a large store of ammunition as was subsequently revealed, to one of the French guardhouses. Messengers were sent to various people, and among others to Lieutenant Brohier, to purchase a quantity of coarse linen at whatever price it might cost, which was refused by everyone, none excluded, since the purposes for which it was requested were already so generally known. These things occurred with such publicity as if one were openly defying the Government, so much so that one even had the audacity to demand back from the Company's arsenal continuation the tin canister or grape shot canisters of the regimental pieces, which the late Most Blessed Lord Governor Falck, who never trusted them very much, had already caused to be stored there. §. 112. One can easily imagine what a sensation this created throughout the entire community, and the criminal intent with which all these things occurred was all the more undeniable precisely because they, so to speak, immediately followed the execution of the aforesaid order; nor was there anyone in Colombo who did not conclude from such preparations a violent intention. §. 113. In the writing of Captain de 1326. continuation de la Roche sent by him to the Governor after he was arrested, which original lies among the trial records, there appear, among other things, as we have already pointed out in our respectful address of 28 January 1786, these remarkable words: We thought that Colonel d' Hugonet was on the verge of being arrested, and from that arose the question if this happens, what shall we do. If that happens, said Monsieur de Bas, then I cannot refrain from giving orders to Monsieur de la Roche that he assemble the Regiment, and I will continuation will then go with all the gentlemen officers to the Government to request the release of the Colonel from the Lord Governor. If one now considers that the making of cartridges and the moving of the cannons, as well as all the rest recounted above under §. 110, quickly followed this conversation, the conclusion is easily drawn that the intention existed to force through the aforesaid request if necessary, and if it were refused, by violence. §. 114. Colonel d' Hugonet, examined concerning the aforesaid conversation, did not directly deny it, but with his usual pride declared that as a Colonel he was not bound 1327. continuation. bound to reveal the conversations that his officers held with him, as appears from the record of the confrontation held under date 9 May 1786 between him and Messieurs de Bas, de Raymond, de la Roche, and Desenfers. §. 115. On the other hand, the second Colonel de Bas, in the record of the confrontation held between him and Lieutenant Colonel de Raymond under date 4 May 1786, states: That in general he well remembers that at that time, upon the rumor that Monsieur d' Hugonet was to be arrested and that cartridges had been distributed to the Dutch soldiers, those gentlemen, namely Colonel d' Hugonet and Captain de la Roche, as appears from §. 2 of the declaration of Monsieur de Raymond of 25 April 1786 against which the confrontation was conducted, had said that precautions should be taken, and that it was also discussed at that time to bring the cannons into safety, because they would run the first risk of being seized, and that one therefore had to place these cannons in greater safety, 1328. continuation. and to that end position them at the Galle Gate: §. 116. Furthermore, Colonel de Bas states in the said record of confrontation, regarding §. 4 of the declaration of Monsieur de Raymond, namely: That he well knows that there was talk of taking precautions, and that in the event the Dutch took up arms, one had to secure the regiment, which was to be done by bringing the same under arms and drawing it up in order of battle in front of the barracks. Captain de la Roche confesses in the interrogatories answered by him, §. 117. Article 72, that the order to make live cartridges was given to him by Monsieur d' Hugonet in person, after having learned from Monsieur de La Chasse that the Dutch were arming themselves against the regiment, and in accordance with the plan formed between Messieurs d' Hugonet, de Bas, de Raymond, and himself, to be on their guard against all events. 1329. continuation §. 118. Article 80, speaking of the orders given to Lieutenant Desenfers, which will be mentioned in what follows, he repeats that they were given in accordance with what had been agreed upon among Messieurs d' Hugonet, de Bas, de Raymond, and himself, de la Roche. §. 119. Article 113, he confesses to the consultation held between him and Messieurs d' Hugonet, de Bas, and de Raymond; and Article 115, he repeats regarding the declaration of Monsieur de Bas made during this consultation, namely, when Colonel d' Hugonet

Dutch transcription

vervolg bezig hielden met het maaken van pattroonen. Hij zond de onder majoor om daarvan nader kennis te neemen, die hem kort daaraan berigt deed dat het werkelijk zoo was en dat hij het zelfs gezien had; en in den namiddag wierden de veldstukken van het regiment van hunne gewoone berg¬ „plaats gehaalt om ze te plaatzen aan de gaalse poort, daar het grootste gedeelte van het regi„ „ment in de kasermen lag Men zag de fransen dien zelfden dag eenige krui vaaten en een partij lood uit 1325. vervolg S 111. een klijn magazijn, dat hun was ingeruimt, dog waar in men nooijt geweezen heeft dat ze zoo een grooten voorraad van amonitie„ hadden, als naderhand is geblee„ „ken, overbrengen na een der fran„ „se wagten. Bij verschijde lui„ „den en onder anderen bij den luite nant Brohier wierd gezonden om een partij grof linnen tot wat prijs het ook zijn mogte, het geen zoo algemeen waaren de oogmerken waartoe het ge„ „vraagd wierd nu reeds be „kend ens door alle, geen uitge zonderd gewijgerd wierd. Deze dingen geschiedden met een publiciteijd als of men het Goevernement opentlijk uit „daagde, zoo zeer, dat men zelfs de Houtheid had om uit komp:s arsenaal te rug te laaten vraagen vervolg vraagen de blikke kogel of schroot bussen van de regi¬ „ments stukken, die reeds den Hoog zaligen Heer Gouverneur Falck, die hun nimmerveel goeds toevertrouwde, daar had doen bergen. §. 112. Men kan zig ligt verbeelden wat senlaetsie dit op de geheele gemeente maakte, en het misdaadig oogmerk waar meede alle deze dinge geschiede, was even daarom des te ontwijffelbaerder, om dat ze, om zoo te spreeken, onmiddelijk volgden op de uitvoering der voorsz: ordre ook was 'er niemand op ko„ „lombo die uit zulke aan„ „stalten niet besloot een ge„ „weldig voorneemen. §. 113. Bij den geschrift van kaptain de 1326. vervolg de la Roche door deezen aan den Gouverneur gezonden na dat hij was gearresteerd, het welk in origineel bij de stuk „ken van het proces legt, koo„ „men onder anderen, zoo als we dat reeds bij onzen eer„ „biedigen van den 28. Januarij 1786. hebben aangeweezen deeze aanmerkelijke woor„ „den voor: We dagten dat kolonel d' Hugonet op het point stond van te worden ge„ „arresteerd, en ontstond daaruit de vraage als dit gebeurd wat zullen we doen. als beurg dat ge# zijde Mijn Heer de Bas, dan kan ik mij niet onthouden om ordre te geeven aan den Heer de la Roche, dat hij het Regi¬ „ment verzamelt, en ik zal vervolg zal dan met alle de Heeren offi„ cieren gaan na het Gouverne „ment om Mijn Heer de Gouver „neur het ontslag van den kolonel te verzoeken. Als men nu hierbij bedenkt, dat het maaken van pattroo „nen en het verplaatsen van de kannons als meede al„ het verder hier booven ver„ haalde op S. 110. dit gesprek spoedig gevolgd zijn, laat zig het besluit ligt opmaaken, dat het voorneemen er lag om het voorsz: verzoek des nood en zoo het geweigert wierd, met geweld te doen doorgaan S. 114. De kolonel d' Hugonet over het voorsz: gesprek g'examine heeft heb niet regtstreeks ontkend, maar met zijn g woone trotsheid verklaar dat hij als kolonel niet gehouden 1327. vervolg. gehouden was, om de gesprekken die zijne officieren met hem gehouden hebben te openbaaren blijkens de akte van de onder dato 9. Maij 1786. gehoudene konfrontatie, tusschen hem en de Heeren de Bas, de Raijmond, de la Roche en desenfers. 1: 115. Daar en teegen zegt de tweede kolonel de Bas, bij de akte van de gehoudene konfron „latie tusschen hem en den luitenant kolonel de Raijmond, onder dato 4: Meij 1786. Dat hij zig in het Gene raal wel herinnerd, dat ter dier tijd, op het gerugt dat de Heer d' Hugonet zoude gearresteerd worden, en dat aan de Hollandsse zoldaate vervolg zoldaaten pattroon en waa„ ren uitgedeeld, die Heeren /:namentlijk Colonel d' Hugones en kapitain de la Roche, blijkens 1. 2. van de verklaaring van den Heer de Raimond van den 25. April 1786. waartegen de konfron „taatsie gedaan is, ge„ „zegd, hadden, dat men precautieus diende te neemen, en dat als toen ook gesprooken wierd, om de kannons in zeekerheid te brengen, wijl die het eerst zoude gevaar loopen om opgeligt te worden en dat men diet „halven deeze kannon in meerder zeeker het moest 1328. vervolg. moest brengen, en ten dien eijnde aan de gaalse poort plaatsen: §: 116. Wijders zegt kolonel de Bas bij gemelde acte van konfron latie op S. 4. van de verkla„ ring van den Heer de Raijmond, naamentlijk: Dat hij wel weet, dat men gesprooken heeft, om precautien te neemen, en dat ingevalle de Hollanders de Wapens opvatteden men heb regiment verzeekeren moest, het geen ge „schieden zoude met hetzelve onder de wa „pens te brengen en in ordre de batalje te stellen voor de kasernen„ 1 vervolg De kapitain de la Roche bekend bij de door hem be¬ „antwoorde interrogatoria F. 117. Art: 72., dat de ordre on„ scherpe pattroonen te maaken, hem wierd gegeven bij den Heer 6 Hugonet door hem zelve, na van den Heer de La Chasse vernoomen te hebben, dat de Hollanders zig teegen het regi¬ „ment wapenden en ingevolge het gefor„ meerde plan tusschen de Heeren d Hugonet, de Bas, de Raijmond en hem zelve, om zig teegens alle evenemen ten op hun hoede te houden 3. 1329. vervolg 1118. Arb: 80. spreekende van de ordres aan den luitenant de senfers gegeeven, die in het vervolg zullen worden gemeld, herhaald hij, dat die zijn gegeven ingevol„ „ge heb geen waar om„ „trend de Heeren d Hugo net, de Bas, de Raij „mond en Hij de la Ro che waaren over een „gekoomen. 1. 119. Arb: 113. bekend hij de ge¬ „houdene raadpleeging tusschen hem en de Heeren d' Hugonet, de Bas, en de Raijmond en Arb: 115. , herhaald hij noo„ „pens de betuiging van den Heer de Bas, onder deeze raadpleeging gedaan, om namentlijk, wanneer kolonel d' Hugonet

NL-HaNA_1.04.02_3789_0134 view scan ↗

English

continuation d'Hugonet were arrested, to cause the regiment to take up arms, as he stated in his aforementioned writing sent to the Governor under date of 5 October 1785. § 120. All this, moreover, also agrees with the report of Lieutenant Mitman regarding the conversation held with them by Captain de la Roche. § 121. However much Colonel d'Hugonet maintains that he had forbidden all resistance in case of his arrest, and however much the second colonel de Bas and Captain de la Roche—Mr. de Bas in the aforementioned act of confrontation of 4 May, and Mr. de la Roche in his aforementioned writing—wish to make it believed that all the dispositions were the figments of troubled minds that had not lasted half an hour, one needs only to reflect and to compare these statements with the orders given and preparations made at various times in order to carry out what had been determined in their aforementioned consultations, to convince oneself of what the truth is. § 122. 1. Captain de la Roche gave orders to Adjutant le Maistre and to Sergeant Major St. Vallerie to watch the movement of the Dutch troops, and if one of the chiefs were arrested, immediately to notify the others thereof. This is testified by the said le Maistre and St. Vallerie in their sworn statements of 22 December 1781. Le Maistre says in his statement that a few days before the feast of St. Louis, Mr. de la Roche, as he was leaving the parade in the morning with the sergeant major, had warned him to come to his house, upon which order he and the sergeant major immediately presented themselves to Mr. de la Roche, where the same told them that he regarded them both as trustworthy persons, and therefore charged them to pay close attention to the movements of the Dutch, so that in case one of the chiefs of the regiment were arrested, then immediately to give notice thereof to the others, charging them at the same time not to speak to anyone of this order given to them, and in case they did, he would deny it. With this, what St. Vallerie says thereof in his statement agrees almost verbatim. Captain de la Roche also confesses it in the interrogatories answered by him, articles 50 and 52. He says therein, among other things, that this order was given by him by order of Mr. de Bas, pursuant to an agreement with Messrs. de Bas and de Raymond; and although Colonel de Bas, having been confronted with de la Roche on the last-mentioned interrogatories, testified that he could not remember this, he nevertheless added that he cannot declare with certainty that he did not give that order to Mr. de la Roche, nor that he had agreed upon that matter with Messrs. de Raymond and de la Roche, as appears from the act of confrontation dated 13 March 1786. § 123. 2. Captain de la Roche gave orders to Lieutenant des Enfers that he should hand over to the adjutant all the gunpowder of the infantry, the lead and paper that he had in the magazine, and have the gunpowder for the cannons brought to the artillery company and make cartridges thereof, and to that end provide himself with linen, as also to have the grape shot for the pieces of the regiment fetched from the Company's arsenal and likewise have the same brought to the artillery company. Furthermore, Captain de la Roche asked the said Lieutenant des Enfers on the same occasion whether, since no bullet molds could be obtained, he would have long rods cast from the lead at his house in bamboos of the caliber of the muskets, and thereafter chop the same into bullets, he, de la Roche, intending to have him relieved to that end under the pretext of illness; as appears from the statement of the said des Enfers dated 13 October 1785 and the interrogatories answered by him on 19 April 1786. § 124. Captain de la Roche confesses, in the interrogatories answered by him under dates of 23, 24 and 25 February, articles 54 and 58, that he had given orders to Lieutenant des Enfers to make cartridges and ball cartridges, but he denies in article 55 the order given to fetch the canister shot from the Company's arsenal. That des Enfers sent the quartermaster of the artillery company to the ammunition house to fetch the canister shot or grape shot and bring them to the artillery guard, and that they were refused to him there, is certain. It appears from the deed itself, and that des Enfers confesses to having given orders thereto is demonstrated above from his statement and answered interrogatories. The quartermaster Houline also confesses it in his statement of 24 April following; and one would have to do violence to oneself to suppose that des Enfers, as a subaltern officer, would have dared to take it upon himself to proceed to this act if no order had been given to him thereto, and that all the more because when he did this, he had already handed over the administration of the artillery to Captain Finiel. § 125. 3. Captain de la Roche, upon the declaration of des Enfers that he had handed over the administration of the artillery to Captain Finiels, and upon his refusal to

Dutch transcription

vervolg D' Hugones gearresteerd wierd het regiment in de wape „nen te doen brengen, zijn gezegde bij voorsz: zijn geschrift, onder dato 5. oktober 1785. aan den Goe„ „verneur gezonden. F. 120. Dit alles stemt voorts ook over een met het rapport van den luijtenant Mitman nopens het gesprek, door de kaptijn de la Roche Vt met hun gehouden. S. 121. Hoe zeer ook kollonel d' Hugo „net staande houd, dat hij alle resistentsie in kas van zyne arresteering hadde verbooden, en hoe zeer ook de tweede kolonel de Bas en kapitijn de la Roche de Heer de Bas bij de voorsz: akte 1330. vervolg akte van konfrontatie van den 4. Maij en de Heer de la Roche bij voorsz: zijn geschrift, wil¬ „len doen gelooven, dat alle de dispositien uijtbroeijselen van beroerde zinnen waaren die geen half uur hadden stand gehouden heeft men alleen nate denken en tegens deeze gezegdens te verge„ „lijken en de op verschijdene tijden gegeevene orders en gemaakte toerustingen ten einde het geen bij voorsz hunne raadpleegingen was vastgesteld ter uitvoer te kunnen brengen, om zig te overtuigen wat daar van zij §. 122. 1. heeft kapitijn de la Roche order gegeeven aan den adju „dant te Maistre en aan den sergeant Majoor S:t vallerie, om vervolg om te letten op de beweeging van de Hollandse troepes, en zoo een der chefs wierd gearresteerd, ten eersten de anderen daar van teverwitti gen. Dis getuigen gem: le Maistre en S:r vallerie, bij hunne beeedigde verklaa¬ „ringen van den 22. xber: 1781 Le Maistre zegt bij zijn ver „klaring dat eenige dagen voor den dag van S:t Louis, de Heir de la Roche, hem des morgens van de parat gaande, met den sergeant Majoor, gewaarschouwd had van ten zijnen huise te komen, op welke order hij met den sergeant Ma„ „joor zich ten eersten bij den Heer de la Roche vervoegd hebben, alwaar dezelve hun gezegt 1331 vervolg gezegt heeft, dat hij hun bij den als luijden van ver „trouwen aanzag, en dient „halven hun belaste naau„ „keurig agt te geeven op de beweegingen der hollan¬ „ders om ingevalle een van de Chefs van het re giment wierd gearres¬ „teerd, als dan ten eersten daar van kennis te geeven aan de andere belastende tevens dat zij van deeze aan hun gegeevene ordre aan niemand zouden spreeken en ingevalle zij het deeden, hij het zoude ontkennen. Hier meede stemd na genoeg, woor„ delijk over een het geen st vallerie bij zijne verklaa„ „ring daar van zegt. De kapi„ „tijn de la Roche bekend het ook vervolg ook, bij de door hem beant „woorde Jnterrogatoria an 50. en 52. Hij zegt daar bij onder anderen, dat deeze order door hem was ge¬ geeven uijt last van den Heer de Bas, volgens over eenkomstig met de Heeren de Bas en de Raijmond, en schoon kolonel de Bas, op laast gem: Jnterrogatoria tegen de la Roche gekon „fronteerd zijnde, betuigt heeft zig zulks niet te kunnen erinmeeren, voegde hij er nogtans bij, dat hij met geen zekerheid kan verklaaren dat hij die order aan den Heer de la Roche niet gegeeven heeft, nog met de Heeren de Raijmond en de la Roche daar omtrent overeengekoomen te zijn 1332. vervolg. te zijn. blijkens de akte van konfrontatie de dato 13:e Maart 1786. §123. 2. gaf kapitijn de la Roche order aan den luijtenant des Enfers, dat hij aan den adju„ „dant zoude hebben overte geeven al het kruid van de Jnfantirie, het lood en papier, dat hij in het Maga zijn had, en het kruit voor de kanons aan de artillerie kompenie te laaten brengen en daar van kardoesen maaken en ten dien einde zig van lin „nen te voorzien, als meede uit 's komp:s arsenaal de druiven voor de stukken van het regiment te laaten haalen en dezelve insge „lijks bij de artillerij komp: te laaten brengen. Nog vervolg Nog heeft kaptijn de la Ro „che den gem: luijtenant des Enfers ter zelver gelegent„ heid gevraagt, of hij aan zijn huijs wijl men geene kogel formen konde bekoomen van het lood lange staaven in bam„ boesen van het kaliber van de geweeren wilde laaten gieten en dezelve daar na tot ko „gels kappen, zullende hij de la Roche hem ten dien einde onder pretext van ziekte laate aflossen. zoo als dat blijkt bij de verklaaring van gem des Enfers de dato 13. ok tober 1785. en de door hem beantwoorde Jnterrogatorie op den 19. April 1786. D 124. kapitijn de la Roche bekend de door hem onder datis 23. 24. en 25. februarij beantwoord Jnterrogatoria, art: 54. en 58. dat o 1333. vervolg dat hij den luijtenant des Enfers order gegeeven had, om kardoesen en scherpe pab„ troonen te maaken, dog hij ont „kend bij arb: 55. de gegeevene ordre om de schroot bossen uijt 's komps arsenaal te haalen. Dat des Enfers den fourier van de artillerie Comp: na het Ammonitie huijs gezonden heeft om de schroot bossen of druijven te haalen en aan de artillerie wagt te brengen en dat ze hem daar geweigerd zijn, is zeeker. Het blijkt uit de daad zelve en dat De senfers bekend daar „toe last te hebben gegeven is hier boven uit zijn ver klaaring en beantwoorde interrogatoria aangewezen. De fourier Houline bekend het ook bij zijn verklaaring van vervolg van den 24. April daaraan en men zoude zig geweld moeten aandoen om te ver„ „onderstellen, dat De senfers als een subaltern officier het zoude hebben durven over zig neemen om tot deeze daad te treeden indien hem daar toe geen ordre gegeven was en zulks te meer wijl hij toen hij dit deed, de administratie over de artillerie bereeds aan kaptain Finiel hadde overgegeven. § 125. 3. , heeft kapitijn de la Roche op de betuiging van des En fers, dat hij de administr tie van de artillerie had overgegeeven aan kapitain Finiels, en op zijne weiger om

NL-HaNA_1.04.02_3789_0143 view scan ↗

English

1334. continuation to make bullets, an order to that effect having been given to Adjutant le Maistre, as appears from the aforesaid declaration of Lieutenant des Enfers of 13 October 1785. The said le Maistre acknowledges in his aforesaid declaration of 22 September 1785 that Captain de la Roche, to his best recollection on the 22 or 23 August prior to that, ordered him to have bullets and cartridges made, and for that purpose to ask for the bullet moulds from the master of the Company's armoury; that upon the refusal of this master, de la Roche had told him that he must do his best to make bullets; that de la Roche had asked him several more times continuation whether he had already made bullets, and finally, upon his answer that he could not do it without a mould, had ordered him to cast long rods of the thickness of a bullet from the lead that had been brought to him, and then to chop them into pieces; that having no instruments to cast these rods, he had made a wax bullet by order of de la Roche, and that des Enfers, who had come twice to ask whether the bullets were not yet ready, had said to look for bamboos according to the size of the wax bullet, and to cast small 1335. continuation small round rods in them, of the size of a bullet. § 126. Captain de la Roche himself acknowledges these orders given to the Adjutant. In the aforesaid interrogatories answered by him he says: article 66. that he had ordered the Adjutant to make bullets and cartridges; 67. he does not deny the order given to fetch bullet moulds from the Company's armoury, but says he does not recall it, adding that in case he did so, it happened in any event pursuant to the order continuation order that he received. article 69. he says that upon the objections of des Enfers and the Adjutant that they had no mould, he had told the Adjutant to fetch bamboos or to cut the lead into ingots. § 127. Captain Finiels declares in his declaration of 13 October 1785 that on 22 August, by order of Captain de la Roche, he had actually supplied two barrels of gunpowder and two sheets of lead to the Adjutant. § 128. 4. On the same 22 August that all the things recounted hereinbefore occurred, the artillery company 1336. continuation company was completed by order of Colonel d'Hugonet with 10 heads taken from the companies of the Lieutenant Colonel and of Captain de Champenois, who to that end had stepped out onto the square before the Galle Gate without the prior knowledge of the Governor; indeed, this reinforcement would even have been made with 20 men if the captains of the aforesaid company had not made representations against it, as appears from the aforesaid declaration of Captain Finiels. § 129. Colonel d'Hugonet acknowledges in the interrogatories answered by him, articles 99 and 109, continuation interrogatories, articles 99 and 109, to have given the order for the completion of the artillery company, but adds that this had occurred at the solicitation of Captain Finiels. § 130. Colonel de Bas acknowledges in the interrogatories answered by him, articles 58, 61, 62, and 63, that the artillery company was reinforced with his prior knowledge and consent; that to that end the aforesaid two companies stepped out onto the aforesaid square; and that the intention was to carry out the reinforcement with 20 heads; and § 131. Captain de la Roche acknowledges in the interrogatories put to him, articles 98, 99, 100, 101, 1337. continuation and 102, that the artillery company was reinforced (as he thought) with 15 to 20 men; that the aforesaid two companies stepped out onto the aforesaid square to that end; that he believed it had occurred at the request of Captain Finiels, because that company had more duties than the others; adding thereto that he believed the Governor had no knowledge thereof, at least not through him. § 132. 5. The resolution to bring the regimental field pieces into greater safety by moving them to the Galle Gate was actually continuation actually carried out. § 133. Adjutant le Maistre declares in his aforesaid declaration of 22 December 1785 that on the day before Saint Louis (this is evidently a mistake in the day, since it occurred on the 22nd and not on the 24th, the day before Saint Louis, as is evident beyond all dispute), Captain de la Roche had handed him a written order for Captain Finiels, containing that he, Finiels, should have his company march with the regimental field pieces to the Galle square in order to manoeuvre there, and that Captain de la Roche at the same time instructed him, the Adjutant, 1338. continuation § 134. instructed him to convey that order orally as well, and that the pieces had to remain before the barracks near the Galle Gate in case of necessity, being at the same time at hand for the day of Saint Louis. Captain Finiels testifies in his frequently mentioned declaration of 13 October 1785 that on 22 August the Adjutant had brought him an oral order from Captain de la Roche to have the pieces of the regiment brought before the Galle Gate towards four o'clock and to place them near the barracks to remain standing there; that continuation that he, Finiels, thereupon went to Colonel d'Hugonet and requested that the cannons might remain in their old place, since they were covered from rain and wind there; that Colonel d'Hugonet, being as he said unaware of the aforesaid order, thereupon instructed him to tell Captain de la Roche that he desired the cannons to remain where they were; but that the latter said in reply to that message that he absolutely desired the cannons to be brought to the Galle Gate according to his order, to remain there; and that whereas he

Dutch transcription

1334. vervolg om koegels te maaken, daar toe order gegeeven aan den Adjudant le Maistre, blijkens de voorm: verklaaring van den luijtenant des Enfers van den 13. oktober 1785. Ge „melde le Maistre bekend bij zijne voorschreeve verklaar „ring van den 22. 7ber: 1785. , dat Capitijn de la Roche hem, na zijn best onthoud den 22. of 23. aug:s daar te vooren, gelast heeft om koes gels en pattroonen te laaten maaken, en daar toe de koe„ „gel formen tevraagen van den baas van 's komp:s wapen kamer; dat op de wijgering van deezen baas, de la Ro che hem gezegd had, dat hij zijn best moest doen om koegels te maaken; dat de la Roche hem nog verscheide maalen vervolg maalen had gevraagd, of hij reeds koegels gemaakt had. en ten laatsten, op zijn antwoord dat hij het zonder form niet konde doen, hem belast hadde om van het lood dat bij hem gebragt is geworden, lange staaven tegieten ter dikte van een koegel, en ze als dan aan stukken te kappen, dat hij geene instrumenten heb„ „bende om deeze staaven te gieten, hij op order van de la Roche een koegel van waks gemaakt had, en dat des Enfers, die tweemaalen was komen vraagen, of de koegels nog niet klaar waren gezegd had, om volgens de groote van de waksche koegel ban boesen te zoeken, en daarin klijne 1335. vervolg klijne ronde staafjes te gieten, ter groote van een koegel. 1. 126. kapitijn de la Roche zelve erkend deeze gegeevene or„ „ders aan den Adjudant. Bij de voorsz: door hem be„ antwoorde Jnterrogataria zegt hij: arb: 66. dat hij den Adjudant had geordonneerd, om koe„ gels en pattroonen temaaken: 67. Ontkend hij niet de gegeevene order, om koegel formen van skomp.:s wapen„ „kamer te haalen, maar zegt zich zulks niet te herinneren, met bijvoe¬ „ging dat ingevalle hij dit gedaan heeft, het in allen gevallen ge„ „schied is, ingevolge de ordre 5 overvolg ordre die hij ontfangen heeft. art: 69. zegt hij, dat hij op de tegenwerpingen van des Enfers en den adjudant, dat ze geen form hadden, aan den ad„ Judant gezegt had, om bamboesen te haalen of het lood in lingots te Snijden In kapitain Finiels ver„ „klaard bij zijne verklaaring van den 13. oktober 1785. , dat hij op den 22. aug:s, ter order van kaptein de la Roche, twee vaaten kruijt en twee bladen lood werkelijk aan den Adjudant had verstrekt 4: / is op den zelfden 22. aug:s dat alle de hier vooren verhaalde dingen gebeurt zijn, de artillere F. 128. S. 127. Comp e 1336. vervolg. Comp:e ter ordre van Collonel d' Hugonet gekompleteerd met 10. koppen, genoomen uit de kompenien van den luijtenant Collonel en den kapitijn de Champe „nois, die ten dien einde buijten voorkennis van den Gouverneur, op het plijn voor de Gaalse poort waren opge „treeden, Ja zelfs zoude deeze versterking met 20. Man„ „nen geschied zijn indien de kapitijns van voorschr. kompenie, daar tegen geene representatien hadden gedaan, blijkt de voorschr: verklaaring van kapi „tain Finiels. §: 129: Collonel d' Hugonet bekend bij de door hem beantwoorde 4 interrogatoria ed E vervolg interrogatoria art: 99. en 109 order gegeeven te hebben tot het Completeeren van de ar „tillere Comp:e maar voegd bij dat zulks op de sollici „tatie van Capitain Finiels was geschied. S. 130: Collonel de Bas erkend d de door hem beantwoorde interrogatoria art: 58. 61. 62. en 63. dat de artillerie Comp: met zijne voorken „nis en toestemming ver „sterkt is, dat daar toe de voorschr: twee Comp. op het voorm. plein zijn opge¬ „treeden, en dat de intentie was om de versterking te doen met 20. koppen, en I. 131. kapitijn de la Roche bekend bij de aan hem voorgehoudene Jnterrogatoria arb: 98. 99. 100: 101: 1337: vervolg en 102. dat de artillerie Comp: versterkt is (:zoo hij dacht:/ met 15. â 20. man dat de voorsch. twee Comp: ten dien einde op het voorm: plein zijn opgetreeden; dat hij geloofde dat het op verzoek van kapitain Finiels was geschied, om dat die Comp: meerder diensten had dan de andere; daarbij voegende dat hij geloofde dat de Heer Gouver„ „neur daar van geen kennis had, ten minsten niet door hem. §: 132. 5. / is het besluit om de regiments stukken in meerder vijligheid te brengen, met ze na de gaalse poort te verplaatsen werkelijk vervolg werkelijk uitgevoerd. S. 133. De adjudant le Maistre ver„ „klaard bij zijne voorsz: ver¬ „klaaring van den 22. xber: 1785. dat 's daags voor s:t Louis (dit is kennelijk een vergissing in den dag, wijl het op den 22. en niet op den 24. =en den dag voor St. Louis is ge¬ „schied zoo als dat buiten allen tegenspraak blijkt kapitain de la Roche hem eene schriftelijke order had terhandgestelt voor den kapi„ „tair Finiels, houdende, dat hij Finiels zijne kompe met de regiments stukken na het Gaalsche plein zoude laaten marcheeren, om aldaar te manevreuren, en dat kaptain de la Roche hem adjudant teffens be„ last 1388. vervolg §: 134. belast had, die order ook mondeling te zeggen en dat de stukken voor de Casernen bij de gaalsche poort moesten blijven, ingeval van nood „zaekelijkheid, zijnde te „fens bij de hand voor den dag van S:t louis. kapitain Finiels getuigd bij zijne meerm: verklaaring van den 13. oktober 1785. dat de adjudant op den 22. aug:s aan hem eene mondelinge order van Capitijn de la Roche had gebragt, om tegens vier uuren de stuk „ken van het regiment voor de Gaalsche poort te laaten brengen, en ze bij de Casernen te plaatsen, om aldaar te blijven staan; Dat 2 vervolg Dat hij Finiels daarop zich na kollonel d' Hugonet be„ „geeven en verzogt had, dat de kannons op hunne oude plaats mogten blijven, wijl ze daar voor regen en wind bedekt waaren; Dat Collo nel d' Hugonet zoo hij zijd onkundig van de voorsz: ordre daar op hem belast had Capitain de la Roche aante zeggen, dat hij be„ „geerde, dat de kanons bleeven daar ze waaren doch dat deeze op die boodschap zijde, dat hi volstrekt begeerde, dat de kanons, volgens zijne order, aan de gaalsche por gebragt wierden, om daar te blijven: en dat mids die hij

NL-HaNA_1.04.02_3789_0153 view scan ↗

English

1339. continuation he Finiels had ordered the cannons to be brought in front of the Gaalsche Gate, and had even ordered part of a shed that stood by the Gaalsche Gate to be opened, in order to place the artillery pieces inside it to prevent decay; but that before the pieces were stowed away, he had ordered some maneuvers to be performed, and that meanwhile Colonel de Bas had arrived, who ordered him, after he had maneuvered, to return the pieces to their former position, as was indeed done. continuation §. 135. Captain de la Roche admits, in the interrogatories answered by him, Article 90, that on the order of Colonel d'Hugonet, through the adjutant, he had ordered Captain Finiel to have his company march with the cannons of the regiment to the Gaalsche square, and to place the cannons near the French barracks in order to remain there; and Article 42, that he, de la Roche himself, had advised Colonel d'Hugonet to place the pieces at the Gaalsche Gate, near the French barracks. 1340. continuation barracks. However, he denies in Article 91 that Captain Finiels had come to inform him that Colonel d'Hugonet desired the cannons to remain in their former position, but says that Finiels, shortly after receiving the order to move the cannons, coming to him, had said that he came from Colonel d'Hugonet to know what he was to do regarding the aforesaid order, and that he, de la Roche, piqued by such singular behavior, had answered him: Sir, it is the order of the Chief; you will kindly carry it out. §. 136. Colonel d'Hugonet says, in the interrogatories answered by him, Article 105, that he knows nothing of Captain de la Roche's advice to move the cannons; but alleges in Articles 100, 101, and 102, that Captain Finiels had come to inform him that Mr. de Raijmond had caused the cannons to be moved from their customary location and brought to the Gaalsche square near the French barracks, asking at the same time whether this had been done by his order; and that he, d'Hugonet, while declaring that 1341. continuation §. 137. he had given no order to that effect, had asked Finiels whether the cannons were better off here than at the other place, and upon his answer that, on the contrary, they were not well positioned in this new place, he, Colonel d'Hugonet, at that very moment, had called the Colonel-en-second de Bas and ordered him to dress and to have the cannons brought back to their customary location, which the latter had also done. Colonel de Bas, having been confronted with Lieutenant Colonel de Raijmond on Paragraph 6 of the latter's declaration of continuation 25 April 1786, admits that it is the truth that between him, de Bas, Colonel d'Hugonet, and Captain de la Roche, it was decided that the artillery company would march with the pieces toward the Gaalsche square around four o'clock, because they would be safer there and near five companies, since if the Dutch should undertake anything, they would be the first to seize the pieces; and that the order given that day at the parade to assemble the two companies of Champenoij and of the 1342. continuation Lieutenant Colonel, in order to complete the artillery company from them, would serve as a pretext to disguise the transport of the pieces that were to remain there, but that the pieces would be placed there under the pretense that this was being done for the feast of Saint Louis, in order to conceal the true intention of this relocation and not to cause anyone any suspicion and unrest, as appears from the continuation record of confrontation of 4 May 1786. §. 138. This agrees with what was further declared by de la Roche in the record of confrontation of 5 May 1786. §. 139. And it further appears that the return of these cannons to their former location was not effected by order of Colonel d'Hugonet, nor because the latter had disapproved of their relocation, but rather pursuant to the advice of Lieutenant Colonel de Raijmond, or the representations of Major de Paravicini, according to the statement of him, 1343. continuation de Raijmond, in his declaration of 25 April 1786. §. 140. For Colonel de Bas admits, first, in the aforesaid 57th article of the interrogatories answered by him, that pursuant to the orders of Mr. d'Hugonet, he proceeded after the review, which was held to reinforce the artillery company, to carry out together with Mr. Finiels, captain of this company, that which took place, namely, the completion of that company, continuation ergo not to have the pieces brought back, although he further adds that the pieces were subsequently returned to their customary place. §. 141. Concerning the actual motive for returning the cannons to their previous location, Colonel de Bas says, in the confrontation with Mr. de Raijmond on Paragraph 13 of the latter's aforementioned declaration, that it is true that Mr. de Raijmond met him while going to the aforesaid review, at the corner of the Bierstraat, and 1344. continuation and said to him that the march of the artillery company with the pieces seemed to cause consternation among the inhabitants, and that he advised him, after the company had executed some maneuvers, to have them returned to their former place; that hereupon he, de Bas, had summoned Mr. Finiels and had ordered him to have the pieces brought with the artillery company to their former place, after first having executed some mock maneuvers with the cannons.

Dutch transcription

1339. vervolg hij Finiels de kanons voor de gaalsche poort had laaten brengen, en zelfs een gedeelte van een man „doe, die bij de gaalsche poort stond, heeft laaten openen, om de stukken daar D in tezetten, tot voorkoo„ „ming van bederf; maar dat hij eer de stukken geborgen wierden, eenige maneurres had laaten doen en dat onderwijle Collonel de Bas aangekoomen was, die hem belast had, na dat hij gemanerreurd zoude hebben, de stukken weder op haare oude plaats te brengen, gelijk ook geschied was. T. vervolg S. 135. Capitijn de la Roche bekend bij de door hem beantwoorde interroga ton Art: 90. dat hij op order van Collonel d' Hugonet door den adjudant aan kapi „tain Finiel had laaten belasten, om zijne Comp met de kanont van het regiment, te laaten marcheeren na het Gaalsche plein, en de Cannons bij de franse Casernen te plaatsen om aldaar te blijven staan en arb: 42. dat hij de la Roche zelve Col nel d' Hugonet had aangeraaden, om de stukken aan de gaalsch poort, bij de franse Caserne 1340. vervolg Casernen te plaatsen. doch ontkend art 91. dat kapitain Finiels hem had koomen aanzeggen, dat Collo¬ „nel d' Hugonet begeerde, dat de Cannons op haar oude plaats zouden blijven, maar zegt, dat Finiels, kort na den ontvangst der ordre om de kannons te verplaatsen, bij hem komende gezegt had, dat hij van Collonel d' Hú¬ „gonet quam om teweeten wat hij doen moest be „trekkelijk de voorsz: order en dat hij de la Roche gepigueerd door een zoo singulier gedrag, hem hadt geantwoord: Mijn Heer 't is de order van den Chef; gij zult vervolg zult dezelve wel willen ter uijtvoer brengen. S: 136. Collonel D' Hugones zegt bij de door hem beantwoorde in terrogatoria arb: 105. niets teweeten van de aanraading van kapiteijn de la Roche„ om de kannons te verplaat „sen; maar geeft voor bij arb: 100. 101. en 102. ntuijn dat kapitein Finiels hem was koomen kennis geeven dat de Heer de Raijmond de kannons van hunne ge „woone standplaats had doen verplaatsen, en dezelve na het gaalsche plein bi de franse Caserns had laa „ten brengen, met afwaag teffens, of het op zijne orde was geschied! en dat hij de d' Hugonet onder betuiging van 1341. vervolg D. 137. van geen order daar toe gegee „ven te hebben, finiels had gevraagd, of de kannons hier „beeter waaren dan op de ander plaats en op zijn antwoord, dat ze in tegendeel op deeze nieuwe plaats niet wel waaren: hij kolonel d' Hugonet op het oogen blik zelfs, den Collonel en second de Bas had ge roepen en belast, om zich te kleeden en de kanons op hunne gewoone stand 3 „plaats terug te laaten bren„ „gen, het geen deeze ook gedaan had. De Collonel de Bas gecon„ „frenteerd, zijnde tegen den luijtenant Collonel de Raijmond, op T. 6. van des laatstens declaratoir van vervolg van den 25. April 1786. , be„ „kend dat het de waarheid is, dat tusschen hem de Bas Collonel d'Hugonet en kapitein de la Roche beslooten is, dat de artilleria Compenie, met de stukken na het gaalsche plein tegens vier uuren zoude marcheeren, wijl ze daar in meerdere zeker„ „heid waaren en in de buurt van vijf Compenie wijl zoo de Hollanders iets ondernaamen, zij het eerst zich meester van de stukken zouden maaken, en dat de gegee vene order dien dag op de parade, om de twee Comp van Champenoij en van den 1342. vervolg den luijtenant Collonel teverzamelen, ten einde daar uijt de artillerie Comp. te Completeeren, tot protext zoude die „nen om het transport van de stukken, die al„ „daar zouden blijven, te bewimpelen, maar - dat de stukken aldaar zouden geplaatst worden onder voorwending dat dit geschiede voor het . feest van S=t Louis, om de waare intentie van deeze verplaatzing teverbergen, en om aan niemand eenige agter „dogt en ongerustheid te veroorzaaken blijkens de vervolg de akte van Confrontatie van den 4. Meij 1786. 3. 138. Dit stemd over een met het nader gedeclareerde door de Ea Roche bij de akte van Confrontatie van den 5. Maij 1786. §: 139. En het blijkt alverder, dat het terug brengen van deeze Canons na haare oude stand plaats, niet is ge-effecti „eerd op bevel van Collonel 6 d' Hugonet, en om dat deeze de verplaatsing van de „zelve had afgekeurd; maar wel ingevolge de aanvaal „ding van den luijtenant Collonel de Raijmond, of de representatien van den Majoor de Paravilini volgens de betuiging van hem 1343. vervolg hem de Raijmond bij zijn de klaratoir van den 25. April 1786. S. 140. Want Collonel de Bas bekend voor eerst bij het voorsz: 57. artikel van der door hem beantwoorde Jnterrogatoria, dat hij. ingevolge de ordres van „den Heer D' Hugonet, zich na de revue, die ge „houden is ter versterking van de artillerie Comp heeft begeeven, ter uijt „voering gezamentlijk met den Heer Fincels kapitain van deeze Comp:. van het geen plaats heeft gehad, naamelijk, de Compleetering van die Comp vervolg Compenie ergo met om de stukken te laaten terug brengen schoon hij er nog bij voegd, dat de stukken naderhand op hunne gewoone plaats zijn terug gebragt. D. 141. Van de eigentlijke beweeg „reden, tot het terug bren„ gen der Canons na de voorige standplaats, zegt de Collonel de Bas, bij de confrontatie tegens den Heer de Raijmond op §. 13. van des laatstens voorm: declaratoir, dat het waar is; dat de Heer de Raijmond hem in 't gaan na de voorsz: re„ „rue, op de hoek van de bier straat en tmoet heeft en 1344. vervolg. en aan hem gezegt, dat de marsch van de artillerie Comp: met de stukken, bij de inwoonders verslagen, . heid scheen teveroorzaaken en dat hij hem geraaden heeft, om na dat de Comp„ eenige maneuvres zoude hebben gemaakt ze weder na hunne oude plaats te doen terug voeren; dat hier op hy de Bas den Heer Finiels bij zich had doen koomen en hem geor„ „donneerd had, om de stuk „ken met de artillerij Comp na hunne oude plaats te laaten brengen, na alvoorens eenige blinde Maneurres met de kannons te hebben laaten

NL-HaNA_1.04.02_3789_0164 view scan ↗

English

continuation to have made, as appears from the aforementioned deed of confrontation, of the 4th of May 1786. § 142. Captain de la Roche says regarding this under article 95 of the interrogatories answered by him, that Mr. de Raymond had come to tell Mr. de Bas and him, de la Roche, that the cannons, which Mr. Paravicini had seen passing by with the artillery company, had struck the latter, but that he, de Raymond, to calm him down, had said that it was in order to exercise with the cannons, and that they would return to their usual place after the exercise. 1345. continuation exercise. That pursuant thereto, he, de la Roche, had gone to Mr. d'Hugonet, to ask him whether he wished to come and carry out the inspection of the artillery company, which had assembled and was waiting for him; but that d'Hugonet had answered that he was not able to come, and requested him to tell Mr. de Bas to do the same. That he, de la Roche, had then also proposed to him that in the event the artillery pieces remained near the barracks of Valmond, this might possibly produce a bad impression and prevent, continuation and that it was better to send the same back to their usual place; to which d'Hugonet had consented, and the pieces were consequently brought back again. § 143. From all this, in our humble view, is proven in the most complete manner, not only the decision taken, in the event the Government might undertake anything hostile against Colonel d'Hugonet, to resist it with force, but that action was even truly begun to put into execution those means and measures 1346. continuation § 145. measures that had been devised in order to be able to carry out that taken decision. Further these matters could hardly have been brought, unless, without waiting for what the government did, they had even launched the attack themselves. § 144. That the intention to resist the Government with force if necessary continued until Colonel d'Hugonet and his associates were arrested, is proven very convincingly. Not to speak now of many things which appear in this regard in the continuation the letter written by Colonel d'Hugonet to the Prince of Luxemburg after the incident on the 22nd of August, and to point this out as, among other things, that which one finds written there in his own hand. I was nonetheless very much persuaded that the Governor was inclined to play a foul trick on me, to which I would never have responded except with bayonet thrusts /: qu'à coups de baïonnettes :/. Thus, the letter written by Colonel d'Hugonet to 1347. continuation to the Viscount, the Lord de Souillac, Governor General of the French Establishments in the Indies, serves as a clear proof thereof. § 146. In this letter, written not two times 24 hours before Colonel d'Hugonet was arrested, and in which he asks for the protection of the French flag, he does not say that he would defend himself if he were assaulted, but that he, which sounds somewhat harsher, only in the confidence that the Government of Pondicherry would take up his cause, had until now continuation until now deferred using the means that force gave into his hands; which is said in almost as many words, that without this consideration, he would already have launched the attack. § 147. By this letter, which he presented to his officer corps for signature, he at the same time showed them, as if in perspective, the means of force which they had in their hands, and presented to them as in one breath the possibility and even the necessity 1348. continuation. necessity of making use of them, if circumstances should come to demand it. He thereby openly planted the seeds for his objective, and in order not to make them shy of it by too extensive a plan of his conspiracy, which in calm moments might frighten them, he seeks provisionally only to accustom them to view the means of force as a resource. § 148. Also, the Captain of the Grenadiers, Mr. continuation Mr. de la Motte, and three subaltern officers of the Regiment of Luxemburg found the communicating to the officer corps of such mutinous language against the Government as appears in this letter to Mr. Souillac, and in particular the presenting of this letter to them for signature, so objectionable that they believed they could not, without failing in their duties toward the Government, omit addressing the Governor in writing 1349 § 150: The considerations of the Honorable Tilenus and Paravicini on this incident are transmitted. continuation in writing, as was pointed out in detail in our humble letter of the 28th of January 1786. § 149. Of all the pieces of evidence cited herein from the trial, in so far as they have not yet been sent directly to your High Noble Lordships, the copies are now transmitted among the annexes. From the Head and Chief of the Company's Military force on Ceylon, the provisional Lieutenant Colonel Tilenius, and from the Head and Chief of the Ceylon artillery, Major Paravicini, the undersigned Governor has now further asked for their considerations regarding this incident. They have complied therewith, each in a separate writing, of which we have the honor to [illegible] to your High Noble Lordships the copies

Dutch transcription

vervolg laaten maaken blijkens de voorsz: akte van Confrontatie, van den 4. Maij 1786. § 142. kapitein de la Roche zegt daar omtrent arb: 95. van de door hem beantwoorde Jnterrogatoria, dat d' Heer de Raymond aan den Heer de Bas en hem de la Ro„ che had komen zeggen, dat de kannonnen, die de Heer Paravi Cini met de ar„ „tillerie Compence hadde zien passeeren, den zelven getroffen hadden, maar dat hij de Raymond om hem te bedaaren ge„ zegd had, dat het was om met de kannonnen te excer„ ceeren, en dat ze na hun ne gewoone plaats zou„ „den terug keeren na de excercitie 1345. vervolg gercitie. Dat ingevolge daar van hij de la Roche zig bij den Heer d' Hugonet had begeeven, om hem te vraagen, of hij de inspek „tie van de artillerie komp wilde koomen doen, die vergaderd was en na hem wagte! maar dat d' Hugo „net had geantwoord, niet. te kunnen koomen, en ver„ „zogt om den Heer de Bas te zeggen het zelve te doen. Dat hij de la Roche hem toen ook voorgesteld had dat bij aldien de artille rie stukken bij de kaser „nen van valmond blee „ven, zulks moogelijk eene kwaade utlwer „king zoude doen voor6. „koomen 5 vervolg koomen en dat het beeter was dezelve na hunne„ gewoone plaats te rug te zenden; het guns d' Hu gonet had toegestemd en de stukken waaren mids dien weder terug gebragt„ 1o. 143. Uit dit alles blijkt na ons nedrig inzien op de volkomenste wijze, niet alleen het genoomen be„ „sluit om wanneer het Gouvernement iets dade lijks teegens kolonel: 6 d' Hugonet mogte onder¬ „neemen, zig met geweld daar teegen te verzetten, maar dat zelfs met der daad begonnen is om ter eyekutie te leggen „die middelen en maat„ regelen 1346. vervolg §: 145. regelen die beraamd waa„ „ren om dat genoomen besluit te kunnen uit „voeren. Verder konde die dingen bijna niet gebragt worden, ten zij ze zonder aftewagten wat het goe„ „vernement deed, zelfs den aanval hadden gedaan. D: 144. Dat het voorneemen om zig des noods met geweld teegens het Gouvernement teverzetten heeft voort„ „geduurd tot dat kolo¬ nel d' Hugonet C: S: zijn gearresteerd, blijkt heel overtuigent. Om nu niet te spreeken van veele dingen die der„ weegens voorkoomen bij de vervolg de brief door kolonel d' Hugonet aan den Prins„ van Luxemburg geschree„ ven na het voorgeval „lene op den 22. aug.: en dit aanwijzen als onder anderen het geen men daar bij met zijn eigen hand geschreeven vind. Jk was des niet te min zeer gepersuadeerd dat de Gouverneur gezind was mij een kwaade trek te speelen, waar aan ik nooijt zoude hebben beantwoord dan met bajonet stooten /: quâ Coups de bajonettes: zoo strekt den brief door ko„ „lonel d' Hugones geschreeven aan 1347. vervolg aan den burggraaf de Heer de Touillac Gou „verneur Generaal van de fransche Etablissementen in Jndien daar van tot een duidelijk bewijs. F. 146 In deezen brief, geen twee „maal 24. uuren voor dat ko„ lonel d' Hugonet is gearres¬ „teert, geschreeven, en waar bij hij de proteksie van de franse vlag vraagt; zegt hij niet dat hij zig zoude verweeren, wanneer men hem aanlaste, maar dat hij, het geen nog wat har¬ „der Klinkt alleen in 't vertrouwen dat het Gou„ „vernement van Pondi„ „cheri zig zijne zaak zoude aantrekken, het tot vervolg tot nog hadde uitgesteld, om zig te bedienen van de middelen die het ge„ weld hem in handen gaf, het geen met bijna zoo veel woorden, gezegt is, dat hij zonder deeze konsideratie, bereeds den aanval zoude heb„ „ben gedaan. §. 147. Bij deezen brief doed hij zijn korps officieren die hij de „zelve ter onderteekening voorlijde, tevens als in het verschied zien de middelen van geweld die ze in handen hadden en vertoond hun als in eenen adem de moge „lijkheid en zelfs de nood„ „zaakelykheid 1348. vervolg. zaakelijkheid om zig daarvan te bedienen, zoo de omstandigheeden het mogte koomen te vorderen Hij plante hiermeede in het openbaare de zaaden tot zijn oogmerk en om hun daarvan niet schuw temaaken door een al te uitgebreede plan van zijn konspiratie dat in bedaarde oogen„ „blikken hen konde ver schrikken, zoekt hij bij provisie hen alleen te gewennen om de midde „len van geweld aan te „zien als een of respounce„ §. 148. Ook hebben de kaptein van de Grenadiers de Heer vervolg Heer de la Motte en drie subalterne officieren van het Regiment van Luijem „burg het kommunicie „ren aan het korps offi„ cieren van zulke oproe „rige taal teegens het Gouvernement als in deezen brief aan den Heer Souillac voor „komt, en in zonderheid om deezen brief ter teekening aan hun voor teleggen, zoo beden. „kelijk gevonden, dat ze gemeend hebben, zon¬ „der hunne pligten tee„ gens het Goevernement te kort te doen, niet te moogen nalaaten, zig daar over schriftelijk te 1349 3. 150: De Consideratien van d' E: Tilenus en Paravicimi over dit voorval gaan over vervolg tekrit addresseeren aan den Gou „verneur, zoo als dat bij onzen nedrigen brief van den 28 Januarij 1786 omstandig is aangeweezen. §. 149. Van alle de bewijs stukken uit het proces in deezen aangehaalt, gaan voor zoo verre die nog niet aan uwe Hoog Edelheden di „rekt gezonden zijn, de kopijen, onder de bijlaagen tans over. Van het Hoofd en Chef van skomp:s Militaire magt op Ceilon de p:l luitenant kolonel Filenius, en van het Hoofd en chef van de Ceilonse artillerie de Majoor Paravilini, heeft de onderge„ „teekende Gouverneur nu naa „der hun de konsideratie over dit voorval gevraagd. ze hebben daaraan, elk bij een af zonderlijk geschrift, vol= „daan, waarvan we de eere heb„ „ben uwe Hoog Edelheeden de kopijen

NL-HaNA_1.04.02_3789_0174 view scan ↗

English

continuation paragraph 151 why Your High Nobilities are now further maintained on this case. to offer copies among the annexes of this, keeping ourselves assured that it will not be displeasing to Your High Nobilities to see from these considerations the manner of thinking about this case of two field officers who both from their youth have always served with much distinction in Europe and here in this country, and possess the most complete knowledge thereof. We would do an injustice to the enlightened eye of Your High Nobilities if we wished to indicate here what things would finally soon turn into if it were permitted to the heads of any military power to put themselves in a position to offer actual resistance against the Government, whenever they perceive, or even merely come into the suspicion, that the Government comes to take measures capable of making itself obeyed. The consequences thereof, which could have the most terrible outcomes for the state, especially in a Government such as Ceylon, where the military power must be kept in check by a strict discipline, are too visible for it to be necessary in any respect to point that out here. The military articles of war threaten death to the one who levels his weapon or reaches for it against his superior or commander. since Colonel d'Hugonet et al. are acquitted. Doubts that one cannot resolve. paragraph 152. We therefore also do not need to say that these considerations also belong among the principal motives why we take the liberty to entertain Your High Nobilities concerning the aforesaid case this time, now further and even more circumstantially than might otherwise have been necessary. paragraph 153. Among the matters related and pointed out above, most are of such clear evidential certainty that it even borders on physical impossibility that Colonel d'Hugonet et al. would not have executed or committed them, and the criminal intentions with which they were committed are likewise not to be called into doubt, as has been shown above from the trial documents. paragraph 154. But since notwithstanding this, and notwithstanding what concerning the deeds of disobedience, rebelliousness, and sedition related and pointed out by us herein has been observed by the Military Commission composed of the Major and Commander of the troops on the state's squadron, Mr. Hamel, and the field officers of this Government, solemnly assembled at the requisition of the undersigned Governor to deliberate upon this, as we had the honor to report in our humble letter of 12 November 1785 to the Noble Honorable Directors at the Chamber of Zeeland, and finally notwithstanding the military advice inserted above at section 103 from the Captain-Commander van Braam and all the other Captains of the state's squadron, in so far as it concerns Colonel d'Hugonet in particular, we say since notwithstanding all this, the aforesaid Colonel d'Hugonet et al., by the definitive sentence of the Noble Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia mentioned above, and thus by the highest court of Dutch India, have been acquitted and declared innocent, and therewith restored to their former honor and military dignities, doubts arise from this that we do not know how to resolve. If Your High Nobilities had been pleased to write what was necessary for instruction, it would have served as a great relief. The Regiment de Meuron is soon to arrive here. paragraph 155. It would consequently have served us as a great relief if Your High Nobilities, upon transmitting the aforesaid definitive sentence, had also been pleased to write that which could serve for our further instruction in this matter, and to guide ourselves accordingly. paragraph 156. The Regiment de Meuron is now also soon to arrive here. This regiment indeed has its own court martial according to the capitulation, but regarding high treason and malversation, the 22nd article of this capitulation states: Request for instruction on what must be understood by high treason and what by malversations. If some officers should make themselves guilty of high treason or malversation, which God forbid, the High Government of Batavia shall have them brought to trial before the Council of Justice. We therefore very respectfully request Your High Nobilities to be pleased to instruct us whether, and to what extent, such and similar steps, and especially such seditious deeds and acts against the Government as are related above, must be considered to be high treason or malversation, of which mention is made in the aforesaid 22nd article of the capitulation with the Regiment de Meuron. paragraph 158. And if, according to the more enlightened judgment of Your High Nobilities, all these things, or none of them, do not belong thereto, we very humbly request, for our instruction and so that we may guide ourselves accordingly, that we may be instructed by Your High Nobilities what then, properly speaking, in the military service, must be understood by high treason, and what by malversation.

Dutch transcription

vervolg 3. 151. waarom W: W. E: nu naden over dit geval onderhouden worden. kopijen onder de bijlaagen dee „zes aan tebieden, ons verzee„ „kert houdende dat het uwe Hoog Edelheeden niet onge„ „vallig zijn zal, uit deeze kon „sideratien te zien de wijze van denken over dit geval, van twee Hoofdofficieren die bide van hunne Jeugd af, in Europa en hier te lande steeds met veel distinktie gediend hebben, en daarvan de allervolkoomenste kennis draagen. We zouden aan het verligte oog van uwe Hoog Edelhee„ „den te kort doen, zoo we hier wilden aanwijzen waartoe de dingen eindelijk spoedig zouden overslaan, indie het aan de Hoofden van eenige militaire magt vrij stond, om 1350. vervolg om zig in staat te stellen tot het doen van daadelyke resistentie teegens het Gou„ „vernement, wanneer ze be „speuren of ook maar in het vermoeden koomen, dat het Gouvernement maatregelen komt te neemen, bekwaam om zig te doen gehoorzaamen. De gevolgen daarvan die de aller-verschrikkelijkste uit „komsten voor den staat zou „den kunnen hebben, in zonder „heid in een Gouvernement als Ceilon, daar het Militair vermoogen door een stipte discipline moet worden in trugd gehouden, zijn te zigt „baar, dan dat het in eenig opzigt zoude noodig zijn dat hier aan tewijzen. De militaire artikel brief drijgd den dood aan den geenen, die vervolg: wijl kollonel D' Hugonet C: s: vrijgesprooken zijn. „felingen, die men niet kan oplossen. die zijn wapen aanlast of daar na grijpt teegens zijn over¬ „ste of kommandant. §: 152. We behoeven dus ook met te zeggen, dat deeze konside „ratien meede behooren onder de voornaame motiven waar „om we de vrijheid gebruiken uwe Hoog Edelheeden over het voorsz: geval, ditmaal nu nader en zelfs meer om„ „standig te onderhouden, dan het misschien buiten dien noodig was. § 153. Onder de zaaken hier boven verhaalt en aangeweezen ontslaan daaruijt twijf zijn de meeste van zulk een klaar blijkelike evidentie, dat het zelfs teegens de phisike mogelykheid aan „loopt, dat kolonel d' Hugo„ „net C: S: die niet zouden, hebben ter uitvoer gebragt of bedreeven en 1351. vervolg en de misdadige oogmerken waarmeede ze gepleegd zijn, zijn insgelijks niet in twijf „fel te trekken, zoo als het hier boven uit de proces sluk„ „ken is aangeweezen. §: 154. Dan wijl des onaangezien en niet teegenstaande het geene noopens de in deezen verhaalde en door ons aan „geweezene daaden van onge „hoorzaamheid, weederspan„ nigheid en oproer is opge „merkt door de Militaire kommissie bekleed door den Majoor en kommandant van de troepen op 'slands Esquader de Heer Hamel en de Hoofd officieren van dit Gouvernement, ter re „quisitie van den onderge „teekenden Gouverneur plegtig te zaamen vergaderd om hier op te vervolg te raadpleegen, zoo als we de eere gehad hebben daarvan bij ons nedrige van den 12. 9ber. 1785. aan de Edele Achtb„ Heeren Bewindhebberen ter ka „mer Zeeland verslag te doen en eijndelijk niet teegenstaande het hier boven op S. 103. ge „insereert Militair advies van den Heer kaptain komman „deur van Braam en alle de overige Heeren kaptains van slands Esquader, zoo veel kolonel d' Hugonet in het bezonder aangaat, wij zeggen wijl niet teegenstaande dit alles, voorsz: kolonel d' Hugd „net C: S: bij de hier boven ver„ „melde diffinitive sententie van den Edelen Achtb. Raad van Justitie des kasteels Batavia, en dus door het hoogste geregts hof van Nederlands 1 1352. Zoo W. W. E: hadden ge„ „lieven aanteschrijven het nodige tot onder„ „rigting zoude 't tot groote verligting ge„ „strekt hebben. Het Regiment van Meu„ „ron staat haaft hier te komen. Nederlands Jndien, zijn vrij gesprooken, en onschuldig verklaard, en daar bij her„ „steld in hunne voorige eere en Militaire waardighee„ „den, zoo ontstaan daaruit twijffelingen die wij niet weeten, op te lossen. §. 155. Het zoude ons mits dien tot groote verligting ge „strekt hebben indien uwe Hoog Edelheeden ons bij het overzenden van de voorsz: diffinitive sententie, te „vens hadden gelieven aan „te schrijven het geen dienen konde tot onze nadere onder „regting in deezen, en om ons daarna te bestieren. §. 156. Het regiment van Meuron staat nu ook haast hier te koomen. Dit Regiment heeft N: 157. verzoek om onderrig „ting wat door hoog verraad en wat door malversatien moet worden verstaan. heeft wel volgens de kapi „tulatie, zijn eigen krijgsraad dog omtrend hoog verraad en Malversatie zegt het 22. ste arb: van deeze kapitui„ „latie zoo zommige officieren zig schuldig mogten maaken aan hoog verraad of malversatie /: het geen God verhoede:/ zal de Hooge Regering of Bata „via die doen te regt stellen voor den Raad van Justitie: We verzoeken uwe Hoog Edel „heeden dienvolgens zeer eerbiedig, ons te willen onder„ „rigten, of en in hoe verre zulke en diergelijke stappen, en inzonderheid zulke op= roerige daaden en bedrijven teegens N 1353. vervolg teegens het Gouvernement als hier boven zijn verhaalt moeten worden gereekend te zijn Hoog verraad of mal„ „versatie, waarvan bij het voorsz: 22. arb: van de kapi„ „tilatie met het regiment van Meuron gesprooken word. §. 158. En zoo naar het meer ver„ ligte oordeel van uwe Hoog Edelheeden alle deeze dingen of ook geene derzelve, daar toe niet behooren, verzoe „ken we zeer nedrig tot onze onderrigting en om ons daarna te kunnen bestieren, door uwe Hoog Edelheeden te moogen worden onderrigt wat dan eijgent „lijk gesprooken, in den mili„ „tairen dienst door hoog ver„ „raad, en wat door Malversa„ „tie

NL-HaNA_1.04.02_3789_0182 view scan ↗

English

continuation must be understood. Section 159. It cannot be called into any doubt that such steps as we have indicated above as having been taken by Colonel d'Hugonet on 18 July 1785, and on account of which alone, according to the aforesaid military advice of Captain-Commander van Braam and the other Captains of the State's Squadron, he had deserved to be deported and declared unfit, as well as the failure to comply with the order given to him in the most formal manner to have two companies of the Regiment of Luxemburg 1354. continuation Luxemburg commanded to reinforce the garrison at Trincomalee, ought not to be considered to fall within the terms of the order contained in the letter mentioned above in Section 103 from the Honorable Respected Directors of the Zeeland Chamber, wherein we are ordered, specifically with respect to the aforesaid regiment, to have punished exemplarily according to the laws of the Company those who cause the slightest hindrance to the execution of our orders or are disobedient thereto. continuation Section 160. It is also not possible that Colonel d'Hugonet would not have carried out or committed these things. He has nonetheless been acquitted and declared innocent by the aforesaid sentence of the Honorable Court of Justice of the Castle of Batavia, and it is thus highly necessary that we request Your High Honours, as we take the liberty to do most humbly by this document, that we may be favorably instructed by Your High Honours as to how we are to understand this, or 1355. continuation or rather by what rule we shall have to guide ourselves in this matter for the future. Section 161. We are all the more obliged to make this request to Your High Honours at present, because the capitulation with the aforesaid Regiment of Meuron in Article 17 regarding the approval of the Governor upon appointing or promoting officers prescribes the very same thing to the commander of that regiment as Article 7 of the capitulation with the Regiment of Luxemburg prescribes to the Chief of that regiment, Deliberations have taken place concerning what was written regarding des Enfers. and because also, according to Article 21 of the capitulation with the Regiment of Meuron, the Chief of that regiment, just like the Chief of the Regiment of Luxemburg according to the first article of the capitulation, is obliged, whenever ordered, to send detachments to other places situated under this Government to keep garrison there. Section 162. Regarding what was written by Your High Honours in the most respected missive of 31 July past, Number 218, concerning Lieutenant des 1356. The reasons why he was employed with the regiment. des Enfers, we have deliberated in our meeting of 13 October past. Section 163. In addition to everything that has been pointed out above concerning him from the trial documents, he further declared in his statement of 13 October 1785: that Captain de la Roche, on the occasion when he, des Enfers, had reported to him that the grapeshot had been refused to him, had said to him among other things that if the Dutch troops took up arms to arrest Colonel de Hugonet, he would have the drum beaten in the regiment, upon which signal he, des Enfers, was to report continuation to his company and bring it over the ramparts to the Galle square, and that if he encountered resistance from the company of Berschke, he would have to push through and pursue his way. Section 164. The artillery company of the Regiment of Luxemburg, which des Enfers was to join pursuant to this order to bring it over the ramparts to the Galle square, was stationed at that time in the barracks on the Hoorn bastion, and the companies of Captain van Berscht were in the barracks on the Rotterdam point, situated closer to the Galle gate, and consequently on the path that des Enfers 1357. continuation. Enfers had to pass in order to march to the Galle square. Section 165. It appears consequently from des Enfers's own statement in the most complete manner that he had full knowledge of the criminal intention of the orders given to him; by keeping these things to himself, even if he truly might have had no intention to lend a hand to the execution of such wicked deeds, he made himself guilty and acted against what the military laws expressly demand, namely continuation namely that whoever obtains any knowledge of any proposed conspiracy, treason, or anything from which any public damage or peril could arise, must immediately make it known, under penalty of death. Section 166. The fact that de la Roche, confronted with des Enfers on this matter, denied giving this order, which is why it was not mentioned above, does not prevent this statement of des Enfers from having full force against him. Section 167. It can also serve him as no, or at least no sufficient, excuse 1358. continuation. excuse, that upon the review of interrogatories answered by him on 19 April 1786, he submitted that he had believed it was of no importance and of no use to give notice of the orders received by him, because none of the plots intended were executable since there were no cannonballs, and also because they were prevented therein by the arrival of the Jager Corps of Galle on 23 August, shortly after he had come off guard. Section 168

Dutch transcription

vervolg tie moet worden verstaan. §: 159. Het kan in geen twijffel „getrokken worden, dat zul „ke slappen als we hier boo„ ven hebben aangeweezen door kolonel d'Hugonet op den 18. Julij 1785. te zijn gedaan, en waar over alleen hij naar het voorsz: mili¬ „taire advies van den Heer kapitain kommandeur van Braam en de verdere Heeren kaptains van 'slands Esquader hadde verdiend te worden gedeporteerd en inhabil verklaard, als meede het niet nakoomen van de ordre die hem op de formeelste wijze gegee„ „ven was om twee kompenie van het regiment van luyemburg 1354. vervolg luxemburg te laaten kom „mandeeren ter verster „king van het guarnizoen te Trinkonomale, niet zouden moeten geagt wor den tevallen in de termen van de ordre vervat bij de hier booven § 103. vermelde brief van de Edele Achtb. Heeren Bewindhebberen van de kaamer Zeeland, waar bij ons, speciaal met be „trekking tot het voorsz: regiment, is bevoolen exem„ plaar na de wetten van de kompenie te laaten straffen zoodanige welke aan de uitvoering onzer ordres de minste hinder toebren„ „gen of daaraan diso bedient zijn. I vervolg Do: 160. Het is ook niet mogelijk dat kolonel d' Hugonet deeze dingen niet zoude hebben uit gevoerd of be„ dreeven- Hij is niet temin bij de voorsz: sententie van den van Achtb: raad van Justitie des kasteels Bata „via vrij gesprooken en on„ „schuldig verklaard, en het is dus ten hoogsten noodig dat we uwe Hoog Edelheeden verzoeken zoo als we de vrijheid gebrui„ „ken dat door deezen op het nedrigst te doen dat we door Hoogst de „zelven gunstig moogen worden onderrigt, hoe we dat moeten verstaan of 1355. vervolg of liever naar wat reegel we ons in deezen voor den aanstaande zullen moeten bestieren. §: 161. We zijn te meer verpligt dit verzoek tans aan uwe Hoog Edelheeden te doen, wijl de kapitulatie met het voorsz: regiment van Meuron bij het 17. art: noopens het agre „ment van de Gouverneur bij het aanstellen of bevor„ „deren van officieren, even dat zelfde aan den kom: „mandant van dat regi„ „ment voorschrijft, wat 't 7. e arb: van de kapitulatie met het regiment van luxemburg voorschrijft aan den Chel van dat regi ment op 't geschreevene nopens des Enfers is gedelibereerd. ment, en dat ook volgens het 21. arb. van de kapitui„ „latie met het regiment van Meuron, de Chef van dat regiment, even als de Chef van het regiment van luxemburg volgens het eerste art: van de kapi„ „tulatie verpligt is om wanneer het belast word na andere plaatsen onder dit Gouvernement gelee„ „gen, detachementen te zenden om daar guarni„ „zoen te houden §: 162. Op het geschrevene door uwe Hoog Edelheeden bij zeer gerespecteerde missive van den 31. Juli pass:o D. 218. noopens den luijtenant des 1356. de reedenen waarom bij 't regiment g'ei„ „ploijeerd is. des Enfers, hebben we in onze vergadering van den 13: oktober passato gedelibe „reert. 1. 163. Behalven al het geene hierboven uijt de proces des Enfers niet wederstukken, nopens hem is aangeweezen heeft hij bij zijne verklaaring van den 13:' oktober 1785. nog verklaard: dat Capitain de la Roche bij geleegentheid dat hij des Enfers hem hadde bericht, dat de druijven hem waren geweigerd, hem onder anderen hadde gezegd, dat zoo de hollandsche troepen de wapens opnamen, om Collonel de Hugonet opteligten, hij bij het regiment de trom zoude laaten roeren, op welke sein hij des Enfers zich bij vervolg bij zijne Comp. hadde tever„ „voegen, en dezelve over de wallen heen na het gaalsche plein tebrengen, en dat zoo hij bij de Comp. van Berschke tegenstand vond, hij zoude hebben door te dringen en zijn weg tevervolgen. S. 164. De arthillerie Compe van het regiment van luxembur waar bij des Enfers zich ingevolge deezen last, ver„ „voegen moest, om dezelve over de wallen na het gaal„ „sche plijn te brengen, lag te dier tijd in de Caserne op het bastion Hoorn, en de Comp. s van Capitain van Berscht in de Caserne, op de punt Ro „terdam, nader na de gaal„ „sche poort geleegen, en mits dien op den weg, die des Enfers 1357. vervolg. Enfers, om na het gaalsche plijn te marcheeren, passeeren moeste. §: 165. Heb blijkt mitsdien uijt des Enfers zijn eigene verklaa¬ „ring op de volkomenste wijze dat hij een volleedige ken„ „nis gehad heeft, van het misdaadig oogmerk der aan hem gegeevene orders, met die, die dingen onder„ zich te houden, al was het ook zelfs, dat hij werkelijk geen voorneemen mogte ge „had hebben, om tot de uijtvoe„ „ring van zulke boosheden de hand te leenen, heeft hij zich misdaadig gemaakt en gehandelt tegen het geen de krijgswetten, uitdruk „kelijk vorderen dat na „mentlijk vervolg „mentlijk die eenige kennis krijgt van eenige voorgenoo„ „mene Conspiratie, verraad of iets, waar door eenige publicque schaade of peri „cul zoude kunnen ontstaan het daadelijk zal moeten bekendmaaken, op straffe van den dood. §. 166. Dat de la Roche tegens des Enfers hier over gekonfron „teert, het geeven van deeze order heeft ontkend, waar¬ „om ook daar van hier— booven niet is gesprooken, be¬ „let niet dat deeze verklaa „ring van des Enfer tegens hem en zijn volke kragt be¬ „staat. §. 167. Het kan hem ook tot geen ten minsten tot geene genoeg „doende verschooning ver „strekken 1358. vervolg. strekken, dat hij bij rekolle „ment van een door hem op den 19 ' April 1786. beant¬ „woorde Jnterrogatoria heeft ingebragt, dat hij naamelijk geloofd had dat het van geene aan„ „gelegentheid was, en tot geen nut strekte, ken nis te geeven van de door hem ontvangene orders, wijl geene van de aanslaa „gen, die men voor had uit „voerlijk waaren, om dat er geene koegels waaren, en ook om dat men daar in belet wierd, door de komst van het Jagers Corps van Gale, op den 23. aug:s kort na dat hij van de wagt gekoomen was. J 168

next →