VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3789

Ceylon · 954 pages · 112 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3789_0192 view scan ↗

English

continuation Paragraph 168. We had therefore, as appears from the record of our aforementioned resolution of the 13th of October last, decided to submit humbly to Your High Nobilities' consideration whether it should not be deemed offensive to the entire military establishment on Ceylon to see employed again as an officer in the military service a man who, by his own confession, has made himself guilty of a crime of such a nature as this, and whether in particular the corps of officers might not and could not consider themselves insulted if they were required to serve with such a man. 1359. Des Enfers permitted to go to Europe. Statement of the amount of the monthly salaries is transmitted. Paragraph 169. But before we had an opportunity to bring this decision of ours before Your High Nobilities' eyes, we received here the definitive sentence sent to us by the same and already mentioned hereinbefore; and as Lieutenant des Enfers now requested us to be allowed to go to Europe, we found no difficulty in consenting to this request of his, since no corporal punishment was demanded against him. Paragraph 170. Beside our respectful letter of the 26th of June 1786, we had the honor to deliver to Your High Nobilities a copy of a report from the first visitateur Berghuijs, indicating the pay and emoluments that Colonel d'Hugonet, the second Colonel de Bas, and Captain de la Roche have due to them from the Company up to the day of their arrest, which took place on the 12th of September 1785. We have furthermore, Letters via Cochin. furthermore, in compliance with Your High Nobilities' requisition in the honored missive of the 27th of December 1787, had the said visitateur draw up a statement of what the monthly salaries of these officers have amounted to since then, and we transmit in copy among the enclosures the report he submitted regarding this. Paragraph 171. To Lieutenant des Enfers we have, according to our resolutions of the 18th of December and the 10th of this month, caused these monthly salaries to be paid up to the present date, after deduction of what he has received in the meantime monthly for his maintenance, in order to enable him to make the voyage home, and because he could not depart otherwise. Paragraph 172. On the 26th of this month we had the honor to receive via Cochin Your High Nobilities' highly esteemed ordinary and secret letters of the 23rd of October, and we humbly request permission to postpone the reply thereto until a subsequent opportunity. Receipt of Your High Nobilities' secret and ordinary letters. 1368. Answering of the extracts from the Fatherland. Paragraph 173. Proceeding to the answering of the received extracts from the Fatherland, we take the liberty to insert the same below, so far as they concern this Government, with the reply thereto placed in the margin. Extract of the General Missive from the Fatherland, written by the High and Noble Gentlemen Seventeen in the Netherlands to Your High Nobilities the Governor General and the Council of the Indies at Batavia, dated The Court has conducted itself peaceably and well toward the Company. The applications of the Court for the return of the shores have indeed been repeated in recent years each time in the letters, but otherwise this has been spoken of only sparingly or not at all, as appears from the successive reports made by us thereof. For the rest we can say no other than that the Court behaves peaceably and well toward the Company. Paragraph 384. The reports that we have found in the various letters of the Ministers of Ceylon regarding the Court of Kandy, and in particular concerning the unyielding nature of its demands for a return of the shores, provide new and very strong proofs of the malicious conduct and the evil intentions of that Court, and thereby of the necessity that one should dated Amsterdam the 12th of December 1786, wherein among other things is stated: 1361. It appears to us somewhat doubtful whether the Kandyan letter from the Dessave of the Three Korles, which is transmitted in copy among the enclosures and in which the question is asked regarding the minting of the pagodas, did not perhaps have more the purpose of being informed whether the pagodas that began to spread in the Kandyan country were truly minted by order of the Company at Colombo, in order thereby to assure themselves, incessantly pay particular heed to its movements. Meanwhile, the Ministers seem to be confirmed more and more in the notion that the use of indulgence toward that Court would be detrimental to the Company's interests. And when we consider that according to the writing of the Ministers, the Kandyans regarded the Dutch as their vassals, that then by the Company pagodas were minted

Dutch transcription

vervolg §. 168 Wij hadden daarom blijkens het aangeteekende bij onze voorsz: resoluutsie van den 13:e oktober passato, beslooten uwer Hoog Edelheeden nedrig in overweging te geeven, of het niet voor het geheele Militaire weesen op Ceilon zoude moeten worden geacht aanstootelijk te zijn, wederom als officier in den militaire dienst te zien g'emploijeerd een Man, die zich, naar zijn eigen bekentenis heeft schuldig gemaakt aan een misdaad van zulk een natuur als deeze,e of inzonderheid het korp„ officieren, zich niet zoud kunnen en mooge beleedigd achten, in die men hun vergde„ met zoo een Man te dienen. § 169 1359. Aan des Enfers toe gestaan om na Eu„ ropa temogen gaan. van 't bedraagen der maandgelden gaat over §: 169. Dan voor dat we geleegentheid hadden, om dit ons besluijt te kunnen brengen onder 't oog van uwe Hoog Edelheeden, hebben we hier ontfangen de door hoogst dezelven aan ons toegezondene en hier vooren reets vermelde diffinitive sententie; en wijl de luijtenant des Enfers ons nu verzogte, om na Europa temogen gaan, hebben we geen swaa „righeid gevonden, om in dit zijn verzoek te consenteeren, wijl tegen hem geene lijfstraffe geischt is. §: 170 Nevens onsen eerbiedige van den Eene aanwijsing 26. Juni: 1786. , hadden we de eer uwer Hoog Edelheede te be„ van d' Hug omet C: s: Zorge, Copij van een bericht van den eersten visitateur Berghuijs, waar „bij aangewezen zijn de gagie en emolumenten, die de Collonel d' Hugonet, de tweede Collonel de Bas en de Capitain de la Roche tot den dag hunner arresteering, die geschied is den 12. 7ber: 1785. bij de Comp: te goed hebben. We hebben voorts brieven over koetsiem voorts, ter voldoening aan uwer Hoog Edelheeden requisit, bij g'eerde missiv van den 27. xber: 1787; door gemelte visitateur laaten opmaaken eene aan„ „wijzing van het geen de maandgelde dezer officieren, het zedert bedraa gen en gaan 't bericht dat hij daar¬ „van heeft ingediend, in Copij on „der de bijlaagen over. §. 171. Aan den luijtenant des Enfers Tot hoe lange de hebben we volgens onse resolu maandgelden van„ tien van den 18. December en 10:' deeze des Enfers voldaan deeze maandgelden tot heden laaten voldoen naa aftrek van het geen hij intussche, maandelijks tot zijn onderhoud heeft genoten, om zig tot de tuisrijze te kunnen in staat stellen en wijl hij buiten dien niet vertrekken konde. D 172. We hebben op den 26. deezer de eerge ontvangst van Hunn: had, over koetsiem te ontfangen in Hoog Edelheedense Hoog Edelheeden zeer g'eerde ge„ „kreete en gemeene „ meene en secreete brieven van den 23. oktober, en we verzoeke nederig verlof, om het antwoord daarop te„ „mogen uijtstellen, tot eene vol „gende geleegentheid, D 173 zijn 1368. beantwoording van de patriasche extracts. §. 173. Overgaande tot de beantwoording van de ontvangene. Patriasche Extrakten gebruijken we de vrijheid de „zelven, voor zoo verre die dit Gouvernement betreffen, hier onder te insereeren, met het antwoord daarop, in mar„ „gine gesteld. Extrakt Patriasche Generaale Missive ge„ „schreeven door de Hoog Edele Heeren Seventie „nen in Nederland aan Hunne Hoog Edel „heeden den Gouverneur Generaal en de Raaden van Jndie te Batavia gedateerd „gens de kompenie gedraagd. §. 384. De berichten die wij in de onderscheijdene brie „ven der Ministeren van Ceilon gevonden hebben De aanzoeken van 't Hof tot de terug aangaande het Hof gaave van de stranden zijn in de Jong „ste Jaaren wel telkens bij de rieven van kandia, en in herhaald, dog buiten dien is daar van niet dan spaarsaam of geheel niet het bijzonder nopens gesprooken, zoo als dat blijkt bij de successive berigten door ons daar het onverzettelijke van gedaan, voor het overige kun„ „nen we niet anders zeggen, dan dat van deszelfs Eisschen„ het Hof zig vreedzaam en wel tee„ tot eene terug gaave der Stranden, leeveren nieuwe en zeer sterke bewijzen op van het wreevlig bestaan en de kwaade inzigten van dat Hof en mids di dien van de noodzake ko deein „lijkheid, dat men op de gedateerd Amsterdam den 12:e December 1786. alwaar onder ande¬ ren staat. gangen 1361. „belagtig voor of de kandiasche brief die zig in het kandiasche begonden te kompenie waaren aangeslaagen ten einde zig daar door te verzeekeren, gangen van het zelve onophoudelijk een bij zonder acht geeve. Ondertusschen schijnen de Ministers meer en meer in het denk „beeld te worden beves: „tigd, dat het gebruik van toegevendheid, omtrent dat Hof voor kompenies be „langen nadeelig zou„ zijn. En als wij overwegen, dat volgens het schrij„ Het komt ons eenigermaten twijf„ van der Ministers, de kandianen de Neder„ van de dessave van de drie korles, die onder de bijlaagen in kopij overgaat „landers aanmerkten en waar bij gedaan word de vraage noo ten „pens het munten van de pagooden niet als hunne leenbezit¬ misschien meer ten oogmerk gehad heeft om te weezen onderrigt, of de pagooden „ters, dat toen door de zake versprijden, werkelijk ter ordre van de kompenie te kolombo de pagooden waaren ge„ pde dat munt

NL-HaNA_1.04.02_3789_0198 view scan ↗

English

coinage, that from the side of the Court expressions had been made as if the Ministers ought first to have asked permission from that Court, that it not only had listened to the complaints of some rebellious cinnamon peelers as if they concerned them, but even prescribed the manner of settlement, that the Ministers' representations regarding the prohibition against peeling cinnamon in the King's land were answered proudly, as a manifest violation of the 8th article of the peace treaty, while the Kandians seemed to regard that treaty, so disagreeable to them, as annulled, then all this appears to us as yielding so many traits of the far-reaching and touchy sensitivity of that Court, which certainly must not be encouraged, unless one wishes to see it proceed from one demand to another. that it was no counterfeit coin, merely to dispute thereby with the Company the right to mint monetary species, various mintings have also since been carried out without the Court having interfered therewith. And as for the case mentioned here in the margin concerning a party of rebellious cinnamon peelers, this, although it ought not to be so, is precisely no novelty. In the Ceylon papers one finds several examples of this throughout all times; meanwhile, these people have since conducted themselves quietly and peacefully, and in that respect the Court has since also given us no reason for displeasure. § 385. And since we now clearly see from the Ministers' writing, what was already previously suspected by us as shown by our General Dispatch of the past year folio 282, that the King really was not yet in possession of the lands mentioned in the aforesaid paragraph of our letter, and that the surrender of the same would also be exceedingly precarious, and we, although the Ministers mention nothing of this, also assume that no use has been made by them of the means suggested by Your Honours to allow the Kandians this or that branch of trade, such as, for example, that of elephants, piece-goods, or areca, we thus hope that the Ministers will not have erred in their opinion of having the Company's military power at present on such a footing that they never had to fear the Court of Kandia, as well as that, in accordance with their expectation, the appearance of the squadron of Captain-Commander van Braam will have made such an impression on the Kandians that they have thereby abandoned thoughts of foreign assistance. That the Court, after Trincomalee was taken by the English, actually exercised control over all these lands, in so far as the English had not extended their territory over them, appears among a multitude of other proofs that undeniably demonstrate this, from the instructions given in the year 1782 to the Company's envoy Billing, and his report dated 10 April of that same year. We have therefore also, because it was a very well-known matter, only briefly pointed this out in our humble reply to the extracts from the General Dispatch of Your Right Honourable inserted in our humble letter to Their High Mightinesses of 30 January 1787, § 282. Therein it was also pointed out that all those lands were subsequently taken back under the direct rule of the Company and that Your Honours possess the same again on that very same footing as the Company formerly possessed them. For the rest, we take the liberty, regarding the use we made of the qualification of Their High Mightinesses mentioned here in the margin, to refer to our respectful secret letter written to the very same on 26 May 1786, and merely remark further regarding this, that the Court delivered some areca last year and also in this year pursuant to the arrangement occurring therein, but that regarding what is proposed therein to Their High Mightinesses concerning the elephants, one cannot perceive until now that the Court has any inclination to make use of it, since also the areca delivered by the Court in this and the preceding year amounts together to not yet 2000 amonams; from this one seems to be able to conclude that, however much this provisional arrangement was received by the King not unfavourably, the Court takes no great interest in it: that the Court might have had thoughts of calling in foreign aid, or at least that it might have taken some steps toward that end, nothing of the sort has ever come before us that could make us suspect that. § 386. We must now also await what consequence will have resulted from the declaration made to the recent embassy from that Court in the month of January 1785 by the late Governor Falck, that Your Honours had absolutely forbidden the return of the seacoasts, and the Ministers were thus unable to make any further proposals in that regard, with the addition that the Court, finding it advisable, could address its request to Your Honours or else to ourselves. § 387. Above all, we wish that the plan may have a good effect. In our secret letter to Their High Mightinesses, having to speak extensively about the Court of Kandia this time, the conduct of the first undersigned will also be pointed out therein.

Dutch transcription

munt, men van de zijde dat het geen na gemaakte munt was, dan om daarmeede aan de kom„ van het Hof zich uit „penie tewillen betwisten het regt tot het munten van geld specien ook zijn „ gelaaten had, als of de er zeeders verschijde vermuntingen gedaan, zonder dat het Hof zig daar Ministers daar toe van „meede gemoeijt heeft. En wat het hier ter zijde vermeld geval noopens dat Hof eerst verlof een partij wederhoorige kanneel schil zoude hebben moeten „lers aangaat, dit is schoon het wel zoo niet behoorde, Juist geen nieuwig vraagen, dat hetzelve „heid. Bij de Ceilonse papieren vind men daarvan door alle tijden heen„ de klagten van sommi verscheide voorbeelden, intusschen heeft dit volk zig zeedert stil en „ge oproerige, kanneel„ vreedzaam gedraagen, en heeft „schillers niet al„ ook het Hof zeedert in dat opzigt ons geen reeden tot misnoegen gegee leen had aangehoord even als of die hun aangingen, maar zelfs de wijze van afdoe„ „ninge voorgeschreeven dat trotselijk waaren beantwoord, der Mi „nisteren vertoogen wegens het verbod om in 's konings land kanneel te schillen, als een blijkbaare ver¬ „breeking van het 8. artikel „ven. Da 1362. Dat het Hof na dat Trinkenomaale artikel van het vree„ „des traktaat, terwijl de kandianen dat voor hun zoo onaangenaa „me traktaal schee„ „nen te houden voor vernietigd, dan komt het een en ander ons meede voor, als zoo veele trekken uit „leeverende van de verre gaanden waar„ ende hoog gevoelig. „heid van dat Hof die zeekerlijk niet gestijfd moeten worden, wil men het zelve niet van de eene vor„ „dering tot de andere zien overgaan. § 385. En daar wij als nu door het het geen reeds te vooren het werkelijk bewind over alle blijkens onze Genera deeze landen geoeflend heeft, voor zoo verre de Engelschen hun ge„„le missive van den „bied daar over niet hadden uitge„ voorleeden Jaare F. 282. „breid, blijkt onder een menigte andere bewijzen, die dit ontegen„ bij ons vermoed was „zeggelijk aanloonen, uit de in„ „struktsie die in het Jaar 1782. uit der ministeren meede gegeeven is aan 's komp:s gezand Billing, en zijn rapportge schrijven duidelijk „dagteekend den 10. April deszel„ „ven Jaars. We hebben ook daaromer zien, dat de koning wijl het een zeer bekende zaak was, dit bij ons nedrig antwoord noch werkelijk niet op de Extrakten uit de Generaale is geweest in het be missive van uw wel Edele Hoog achtb: g'insereerd bij onsen nedri zit der landen, van „gen brief aan Hunne Hoog Edel „heeden van den 30. Januarij 1787. welken bij voorm: §. 282. alleen kortelijk aangewee „sen. Daar bij is tevens aangewie paragraaf van onse „sen, dat alle die landen zeederd weeder genoomen zijn onder het brief gesprooken is, en direkt bewind van de kompenie en dat haar Edele dezelve zeedert dat ook de afstand weederom beziteren op dien zelf van dezelve ten uijter „den voet, als de kompenie ze eer„ „tijds, bezeeten heeft. voor het overige neemen we de vrijheid, om nopens „sten, zorgelijk zou zijn het gebruik, dat we gemaakt heb„ „ben van de hier ter zijde vermelde en wij of schoon de kwalifikaatsie van Hunne Hoog Edelheeden, ons tegedraagen aan Ministers hier van onsen eerbiedigen sekreeten brief. aan Hoogst dezelve den 26: Mai 1786. niets melden ook geschreeven, en merken daarom: „trent nog alleen aan, dat het onderstellen dat door door de Engelschen genoomen was, Hof hun 1363. dat ons dat zoude kunnen doen vermoeden. hun geen gebruik is Jaar, ingevolge van de daar bij voor gemaakt van het door „koomende schikking, wat arreek uE: aan de hand gege geleeverd heeft, dog dat nopens het geen daar bij omtrend de Elip: „vene middel, om „hanten aan Hunne Hoog Edelhee„ „den is voorgesteld, men tot nog toe aan de kandianen niet bespeuren kan, dat het Hof eenige neiging heeft, om daar deezen of geenen lak van gebruik te maaken, wijl ook de geleeverde arreek door het Hof van handel als bij in dit en het voorgaande Jaar, nog voorbeeld, die van geen 2000. ammonams te zaamen t bedraagd, schijnt men hier uit te Elifanten, lijnwaaden moogen opmaaken, dat hoe zeer ook deeze provisioneele schikking, of arreek toe te staan, van bij den koning niet onwiende „lijk is ontvangen, het Hof daarin zoo hoopen wij, dat M geen groot belang steld: Dat het de Ministers niet se Hof gedagten zoude gehad hebben, tot het inroepen van vreemde zullen hebben ge hulp, of ten minsten dat het en daar toe eenige stappen zoude heb „ dwaald in hunne „ben gedaan, daar van is ons meening van Com¬ pagnies Militaire magt tegenwoordig op zodanigen voet te hebben, dat zij voor het Hof van kandia nimmer iets voorgekoomen, Hof voorleede Jaar en ook in dit niet niet hadden te schroo „men, als meede dat ingevolge van hunne verwagting de ver„ schijning van het Eskader van den kapi„ „tain Commandeur van Braam op de kandi„ „anen van dien indruk zal zijn geweest, dat zij de gedagten van vreemde hulp, daar door hebben laten vaa¬ ren. §: 386. Wij moeten nu ook afwagten van wat ge „volg zal zijn geweest de aan het Jongst ge„ „zantschap van dat Hof in de maand Januarij 10 bij 1785. gedane verklaring door 6 1364. Bij onzen sekreeten brief aan „was breedvoerig over het Hof van bij tevens worden aangeweesen de han„ door wijlen den heer Gouverneur Falck, dat uE: teruggaave der stranden volstrekt had„ „den verbooden, en de Ministers dus buiten staat waaren deswege eenige nadere voor¬ „stellen te doen, met bij „voeging, dat het Hof zulks geraaden vin„ „dende, zich met des„ „zelfs verzoek bij uE: zoude kunnen ver„ „voegen, dan wel bij ons zelven. §. 387. Voor al wenschen wij aring delwijze door den eerst ondergetee kunnen zijn het plan„ Hunne Hoog Edelheeden, ditmaal dat van eene goede uit kandia moetende spreeken, zal daar werking zal hebben arij „kende het

NL-HaNA_1.04.02_3789_0204 view scan ↗

English

known Governor, observed in this matter. What was planned by the successor of the late Mr. Falck, Governor van de Graaff, considering that for the present there was not much hope of a change in the step taken by the Court in preventing the Company from peeling cinnamon in the upper lands, and that if one pressed further upon it for the time being, this would strengthen the Court in the hope that this prohibition would finally bring the Company to other thoughts with regard to the beaches, to have that same Court quietly and indirectly take note that the cultivation of cinnamon in the Company's lands had already progressed so far that it would soon be able to find all the necessary cinnamon on its own ground, and furthermore to have the prohibition against carrying salt up to the upper lands—an article which the Candians cannot do without—carried out in the strictest manner and without any connivance. Meanwhile it was pleasing to us that the planting of cinnamon, and in particular the clearing of the grounds of the brushwood standing upon them that impedes its growth, as well as the re-clearing of grounds previously cleared which were now overgrown again, was continuously pursued with all possible dispatch. Last year, the cinnamon peeled from the cleared or planted grounds, both of the Company and of private individuals, amounted to 623 bales, as we had the honor to point out in our respectful letter to Their High Excellencies of 30 January 1787. When one considers in addition that the clearing of the forests and the planting of cinnamon undertaken in recent years was done too recently to have contributed much to this, one seems justified in concluding from the progress of the work thus far that, if work is carried out in the next three years with the same diligence and dispatch, the objective of finding the necessary cinnamon in the Company's lands will have progressed so far that, in order to achieve it entirely, one will not need to do much more than solely ensure that the grounds are continuously kept clean, and that the fences or enclosures enclosing these grounds are properly maintained, to prevent cattle from entering and damaging the young shoots of the cinnamon. The planting of cinnamon should be pursued with all possible zeal, while this work—which, as Governor van de Graaff expresses it, was undertaken by the late Mr. Falck against all odds, whereby he had rendered himself an everlasting service—could, in the view of the former, be brought very far in five or six years. § 389. And what Mr. van de Graaff further wrote in his separate letter of 10 February 1785, that once those plantations had been brought to perfection, cinnamon peeling could then be done with less than half of the people currently employed for it. Once the cinnamon grounds are brought to such perfection as indicated above, the cinnamon peelers can easily deliver 6 to 8 pingos, and thus approximately 1000 or 1200 men will be able to perform this work adequately. Those who are then not needed for peeling can be used partly to maintain the cleared and planted grounds and the rest for other useful undertakings. Ceylon has a multitude of lands from which a very great benefit could be derived. Already the cinnamon work has progressed so far that one could, with the greatest confidence, employ large tracts where little or no cinnamon grows for the cultivation of many useful products, among others pepper and coffee, two articles that thrive especially well on this island, such that the pepper vines and the coffee trees often

Dutch transcription

kende Gouverneur, in deezen gehouden. het geen door den opvol „ger van wijlen den Heer Falck, den Heer Gouver„ „neur van de Graaff was beraamd, om in aanmerking; dat 'er voor eerst niet veel hoop was tot verande¬ „ring in den stap, dien het Hof had gedaan e met aan de komp:e het schillen van de kanneel in de boven „landen te beletten, en dat, zoo men voor het toenmalige daar op verder aandrong, zulks het Hof zou sterken in de Hoop, dat dit verbod, de komp:e ten aanzien van 1365. van de stranden einde„ „lijk tot andere ge„ „dagten zou brengen, het zelve Hof onder de hand, en van ter zijde te doen opmer„ „ken dat het aanplan„ „ten van de kanneel in 's komp:s landen reeds zoo ver gevorderd was, dat zij binnen kort al de noodige kan. neel op haar eigen grond zou kunnen vinden, en om voorts het verbod teegen het opvoeren van zout naar de boovenlanden /: een artikel, het geen de kandianen niet kunnen Jntusschen was het R. 388. Het aanplanten van de kanneel en ons aangenaam, dat de inzonderheid het zuijveren der gron„ „den van de daar op staande bosschagien die den groei daar van beletten, als aanplanting van de meede het andermaal schoonmaa„ „ken van eer tijds gezuiverde gronden kanneel met allen die nu wederom begroeid waaren, is bij voortduuring met alle mooge mogelijken iver zou „lijke voortaarendheid doorgezet. voorleede Jaar, heeft de kanneel, worden doorgezet, geschild uit de schoongemaakte of aangeplan te gronden zoo van de kom, terwijl dit werk, „penie als partikulieren, bedraagen 623. Baalen zoo als we dat de Eere het geen, zoo als de gehad hebben aan tewijsen bij onzen eerbiedigen brief aan Hunne Hoog Heer Gouverneur van Edelheeden van den 30. ' Januarij 1787. 652. Als men nu daar bij bedenkt, dat de Graaff zich uit het zuiveren der bossen en het aanplan„ „ten van kanneel geschied in de Jongste „drukt, door wijlen Jaaren, ta te onlangs gedaan is om veel daar bij te hebben kunnen toe¬ „draagen, schijnt men uit den voort den Heer Falck tegen „gang van het werk tot hier toe, oor met gronds te moogen besluiten, dat alle voordeelen aan wanneer in de drie naastkomende Jaaren, gewerkt word met de zelfde was ondernoomene vlijt en voortvarendheid, het oogmerk, o de noodige kanneel in 's Comp:s waar door hij zig een landen te vinden, zoo verre zal zijn 7 gevorderd, dat men om dat ten eene, altoos duurende ver „maal te berijken niet veel meer kunnen missen:/ op de aller strikste wijze en zonder eenig oog „luiking te doen uitvoe ren. zal „dienste 1366 zal noodig hebben te doen dan om alleen dienste had gemaakt, maar te zorgen dat de gronden gaande weg worden schoon gehouden, en dat daar bij behoorlijk onder„ houden worden de paggers of heiningen, waarnaar het begrip van in deeze gronden beslooten zijn, tot voorkoo„ „ming dat daarin geen vel komt waar door de Jonge spruiten van de kanneel zoude kunnen worden beschadigd. eerstgemelden en vijf of ses Jaaren zeer ver te brengen zou zijn. §. 389. En het geen de heer van de Graaff, bij zijnen die volkoomentheid gebragt zijn als hier boven is aangeweezen, kunnen aparten brief van den de kanneel schillers, gemakkelijk, 6. tot 8. pingos leveren, en zullen dus 10. februarij 1785. ver men of meer 1000. of 1200. Man dit werk bekwamelijk kunnen afdoen. der heeft geschreeven, zulke die dan tot het schillen niet dat, wanneer die noodig zijn, kunnen gedeeltelijk gebruikt worden tot het in ordre houden van de gezuiverde en aan„ aanplantingen eens „geplante gronden en de rest tot van andere nuttige ondernemingen. tot volkomendheijd Ceilon heeft een menigte van gron. „den waar van een heel groot voordeel zouden zijn gebragt, zoude kunnen getrokken worden. Nu het kanneel schil¬ reeds is het kanneel werk zoo verre gevorderd, dat men met de len als dan zou kun allergrootste gerustheid groote stree„ en „ken waar op wijnig of geen kanneel nen geschieden met staat zoude kunnen emploijeeren, tot het aanplanten van veele nut minder dan de helft „tige prodrukten, onder anderen van peper en koflij, twee artikelen van het volk het die op dit Eiland in zonderheid zoo wel voorkoomen dat de peeper geen men nu daar ranken en de koffij boomjes, veel„ Als de kanneel gronden eens tot „tijds. toe

NL-HaNA_1.04.02_3789_0208 view scan ↗

English

had to be used for three years. When the undersigned Governor exercised authority at Gale in the year 1784, he had a piece of land planted with pepper and coffee for the Company, more fully described in the Gale resolution of 26 October 1784; and when he had to cross over to Gale last year in the month of May, he went to see this land in the company of the Commander Kraijenhoff and found that both the pepper vines and the coffee trees were already producing the finest fruits. This proves in the clearest manner what could be done in this matter, but up to now we have had to use most of the people we could get for the cinnamon work. Moreover, those things, in order to reach that perfection to which they can be brought, require that proper supervision be kept over them. The Dessaves have too much to do for that, as we already have had the honour to propose to Their High Mightinesses in our humble letters of 28 January 1786 and 31 March 1787. Some minor servants to keep supervision over this work under the Dessaves, and who should mostly be in the countryside, would be of great service in this; they could at the same time serve to encourage the inhabitants to these plantations, and by this this work would be considerably advanced. And also that from various lands, which now lay uncultivated because of the little cinnamon growing on them, much more advantage would be enjoyed; this and other matters require the utmost attention, as serving to double, so to speak, the value of this island for the Company, and we do not doubt whether it will also be viewed with such an eye by Your Honour. The Sinhalese are tractable enough to obtain much from them when one takes the trouble of steadily admonishing them and encouraging and rousing them by examples; but they are moreover indolent and generally somewhat lazy, so that if one leaves them to themselves, they rarely do anything other or more than what is strictly necessary to feed and clothe themselves, and these needs of theirs are so slight that in a land where the earth, as on Ceilon, produces everything with little effort, they are soon fulfilled. We shall nevertheless do everything possible to push these plantations forward by all possible means, and in so far as can take place without detriment to the cinnamon. 390. We found very important the representation of the Ministers appearing in their letter of 6 April 1784 regarding the manner in which the planting of the cinnamon ought to take place, and the quantity of cinnamon which can be peeled from the planted trees; it having appeared to us from that representation that 20 million trees planted within Company territory are more than sufficient to supply 500,000 lb of cinnamon each year, and that for those 20 million small trees, calculated at the very widest, 8800 morgen of land is needed. In the distance that the cinnamon trees ought to stand from one another, a slight mistake was made in the beginning, as usually happens in those things, and as has already been noted in the letter mentioned here in the margin, and from this it has arisen that many cinnamon lands that were laid out in the early period are planted too densely. This is not only detrimental to the growth, but even seems to be more or less harmful to the quality of the cinnamon, which is why one also gradually thins them; and although the distance that one tree ought to have from the other was already taken noticeably larger in the letter mentioned above than at the first planting, the cinnamon trees, as they are now set, ought to stand at least 6 to 8 feet from one another, so as not to damage each other in growth, and this all the more because the trees, after they have been cut once, yield several shoots, which continually increases after they are cut more often. Meanwhile, to judge with great precision how much land will actually be needed for the cinnamon that the Company needs annually cannot well take place for the present and will best appear from experience. For this reason one cannot do better than quietly continue with the work as is being done, until one will be better able to determine this. We think meanwhile that the estimate made in the letter mentioned here in the margin of 8 to 9000 morgen will turn out fairly accurate. 391. Of great importance to us also appeared what was written by them, that the mere clearing of Maradana lands, on which the most flavorful cinnamon grows, and which one... The Maradana lands are continually taken with preference, for the reason mentioned here in the margin, to clear them of the woods standing upon them, and among others, the Maradana of Colombo, with which one began first, and which is now almost completely cleared of woods, proves in the most perfect manner the reality of the difference mentioned here beside, of what the cleared lands yield in comparison with the lands overgrown with forest, so much that...

Dutch transcription

toe gebruijken moest „drie Jaaren. Toende ondergetekende en ook als dan van Gouverneur in het Jaar 1784. het ge„ „zag te Gale waarnam, heeft hij een stuk grond voor de komp:e met peeper verscheide landen, en koffij laaten beplanten, breeder die nu om de wijnig beschreeven bij de Gaalsche reso„ „luutsie van den 26:' oktober 1784: kanneel, die op dezel¬ en toen hij voorleede Jaar in de maand van Maij na Gale eens moest overstappen, heeft hij deeze ve groeide, onbebouwd grond in gezelschap van den gezag laagen, veel meer voor „hebber kraijenhoff gaan zien en bevonden dat bijde de peperranken „ deel genooten zou en de koffij boomen, toen reeds de schoonste vrugten voortbragten. Dit worden, dit een en bewijst op het duidelijkste wat men in dit stuk zoude kunnen doen, dog ander vorderd de we hebben tot hier toe het meestevolk dat we hebben kunnen krijgen, tot alleruitterste op het kanneelwerk moeten gebruiken, bovendien hebben die dingen, om te koomen tot die volmaakt heid waar merk zaamheid, als toe ze gebragt kunnen worden, noodig G dat daar op een behoorlijk toezigt ge strekkende om de „houden word. De Dessaves hebben daar toe te veel te doen, zoo als we dat waarde van dit reeds de eere hebben gehad Hunne Hoog Edelheeden bij onze nedrige Eiland voor de komp: brieven van den 28: Januari 1786 en den 31:' Maart 1787: — voor te stellen Eenige om zoo te spreeken mindere bediendens om onder de Dessaves het toezigt over dit werk te houden, en welke meerendeels te verdubbelen, En in het land zouden moeten zijn, zou„ „den in deezen van veel diens twee wij twijffelen niet „zen ze, zouden tevens kunnen dienen om de ingezeetenen tot deeze plan of het zelve zal „tagien aan temoedigen en hier door zoude dit werk merkelijk bevorderd worden. De sirigaleesen zijn gezegge ook door UE: met „tijds reeds vrugten geeven binnen „lijk zodaanig 1367. lijk genoeg om wanneer men de zodaanig oog beschouwd moeijte neemt van haar gestaadig aan te maanen en hun door voor, worden;. „beelden aantemoedigen en op tewek„ „ken, veel van hun te kunnen verkrij gen, dog ze zijn daar bij indolent en door den bank wat luij, zoo dat als men ze aan haar zelven overlaat, ze zeldsaam iets anders of meer doen dan het geen zel volstrekt, noodig is om zig te voeden en te kleeden, en deeze hunne uw behoeftens zijn zoo gering, dat die in een land daar de aarde gelijk op Ceilon, met kleene moeite alles voortbrengt, spoedig zijn vervult. We zullen niet te min al het mogelijke doen om ook deeze aanplantingen door alle mogelijke weegen en voor zoo verre dat buiten benadeeling van de kanneel geschieden kan, door zeer belangrijk hebben 390. In de distantie die de kanneel boomen dienen van malkanderen te staan heeft wij gevonden het ver men zig in den beginne wat vergist, zoo ƒ als dat doorgaans in die dingen gaat„ „toog der Ministers en bij de hier ter zijde vermelde brief bereeds is aangemerkt en hier uit is, voorkomende bij hun ontstaan dat veele kanneel gronden die in de eerste tijd zijn aangelegd, ledigt „ nen brief van den 6 e beplans zin. Dit is niet alleen nadee„ „lig aan den groei maar schijnt ook April 1784. wegens de zelfs min of meer schaadelijk te weesen aan de deugd van de kanneel manier, waar op de waarom men ze ook gaande weg wat en doed dunnen en schoon de distantie aanplanting van de die de eene boom van de andere diend En te hebben, bij de hier booven gemelde kanneel behoord te brief reeds merkelijk grooter genoo„ men is dan bij de eerste aanplanting geschieden, en de hoe dienen de kanneel boomen, zoo als ze tans gezet worden, ten minsten 6. tot „ velheid van kanneel 8. voeten van den anderen te staan„ om malkanderen in den groei niet welke van de aange te beschaadigen, en zulks te meerwijl de „plante te zetten. plante boomen geschild de boomen na dat ze eens gekapt zijn, verscheide spruiten geeven, het geen na dat ze meer gekapt worden kan worden; zijnde ons telkens toeneemd. Om intusschen met veel nauwkeurigheid te beoor„ uit dat vertoog geblee„ „deelen hoe veel gronds er eigent„ „lijk zal noodig zijn voor de kanneel ken, dat 20. miljo en boo die de kompente Jaarlijks noodig heeft kan voor 't tegenswoordige nog „ men binnen komp:e ge niet wel geschieden en zal best bij de bevinding blijken. Hierom kan „bied aangeplant, meer men niet beeter doen dan rustig met het werk voorttegaan gelijk geschied, dan toereikende zijn tot dat men meer in staat zal zijn dit te bestemmen. we denken midde om 500'000: - lb: kanneel „lerwijl dat de bij de hier ter zijde vermelde brief gedaane gissing elk Jaar te leeveren, en van 8. tot 9000: morgens na genoeg dat men voor die 20. zal uitkoomen. miljoen boompjes op zijn allerruijmst ge¬ „reekend 8800. morgen „nodig lands„ heeft. §. 391. Van veel belang is De marandaan gronden worden om de hier ter zijde vermelde reeden bij ons meede voorgekoo¬ voortduuring bij preferentie ge„ „noomen om die te zuiveren van de men het door hun ge daarop staande bossen, en bewijst onder anderen, de Marandaan van „ schreevene, dat de kolombo, waarmeede men het eerst heeft begonnen, en die nu bijna ge enkele zuivering van „heel van bossen gezuiverd is, op de volkoomenste wijze, het bestaan van Mardaan gronden, waar het hiernevens vermelde verschil van het geen de gezuiverde gronden op de smaaklijkste kan geeven ey vergelijk van de gronden die met bosch bewassen zijn, zoo zeer „ neel groeijs, en die men dat te

NL-HaNA_1.04.02_3789_0211 view scan ↗

English

1368. that from this Marandaan now, where previously in order to peel the cinnamon that had grown in dense forests, the quantity of peelable cinnamon was increased five, six, and possibly even more times. §. 392. The Ministers, having begun shortly before the English war after that experience to clear such grounds of forest, and this work now being resumed again without needing to stop planting on that account, this also gives a very good prospect, all the more so since probably ten times more cinnamon is peeled than it formerly produced, and through time this difference will become much greater as the cinnamon trees growing thereon reach greater perfection. At the same time that the forests are being cleared, planting is also proceeding as much as possible in all such places where too little cinnamon is found, not to harm the growth. Besides this being done with the planting of seeds, in recent years they have also begun transplanting cinnamon trees taken from such places where they stand too close together, and this appears to promote the work extraordinarily. §. 393. Meanwhile, it has seemed less clear to us whether by this garden cinnamon should be understood the cinnamon from the planted cinnamon gardens, or from that of the cleared lands which, as is stated in the Ministers' letters of 31 January 1785, are known under the name of Company's gardens, or of both together, since from the financial year 1780/1 to the financial year 1783/4 inclusive, the delivery of garden cinnamon had climbed from 115 to 643 bales. Under this designation of garden cinnamon is included all the cinnamon that grows, both on the grounds cleared of forest and in the so-called gardens of the Company and the gardens of private individuals, in a word, all the cinnamon that is not sought from the forests, both in Company's and King's land. In the beginning, and before they undertook to clear very large pieces at once and plant them with cinnamon where necessary, such cleared and planted pieces, which were then separately enclosed, were given the name of Company's cinnamon gardens. They are also still recorded under that name in the Company's registers; but because these planted and cleared lands, where they border the forests that are being progressively cleared, are incorporated into them, the reason for this designation thereby lapses. One should therefore, strictly speaking, call only that cinnamon garden cinnamon which grows in the gardens of private individuals; but because the cinnamon taken from there also grows 1369. under the same circumstances as that which grows on the aforesaid cleared and planted lands of the Company, which they for the greater part border, it naturally follows that it is all one kind of cinnamon, which differs from each other in nothing except in so far as the ground upon which it grows corresponds more or less with the actual Marandaan grounds, which yield the most flavorful cinnamon. §. 394. One bale of each of these two sorts having been sent to you according to the aforesaid missive, we shall be pleased to learn whether your findings agree with what was written by the Ministers, namely that they had not yet been able to perceive that the planted cinnamon differed in quality from the other. We can until now say nothing else than that, according to all the tests taken here of it, the planted cinnamon is just as good and virtuous as that which springs up of itself. §. 395. The total collection of cinnamon, which in the financial year 1782/3 had amounted to 4333 bales, having decreased in the financial year 1783/4 to 3399 bales, this was certainly to be wished otherwise; but this having depended on circumstances beyond the reach of the Ministers' power, we must hope that there may soon be an opportunity for larger collections again. In recent years the collection of cinnamon has turned out somewhat more abundant, and although the harvest for this current year has not yet ended, we think that it will amount to somewhat over 5000 bales. §. 396. Furthermore, we acquiesce with you in the reasons given by the Ministers 1370. for the different accountings in the financial years 1780/1 and 1781/2, mentioned in our general letter of last year, §. 286, this difference being, as we have now seen, derived not only from an unequal footing of supply, but also and indeed chiefly from the fact that the harvests in the two said years were very different, while the expenses during a meager harvest remain virtually the same as when it turns out more favorably. §. 397. We have furthermore learned with pleasure that during the presence of the Governor van de Graaff at Gale, very useful arrangements were made to revive the obligatory areca nut delivery, both there and at Mature, which for several years had fallen into significant decay. It is very difficult to collect this obligation; in the meantime, that which has not been fulfilled in kind in recent years has mostly been paid in money at 3 rixdollars per amanam of 26000 areca nuts. §. 398.

Dutch transcription

1368. dat uit deeze Maraondaan nu waar te vooren, om de kanneel „schijnlijk tien maal meer kanneel en door den tijd zal dit verschil nog veel grooter worden na maate digte wouden had laa„ dat de kanneel boomen die daarop staan tot meer volkoomentheid „ ten bewassen, de hoe koomen. Te gelijker tijd dat de bossen worden „den van zulke plaatsen, daar ze te ongemeen te bevorderen. „veelheid der schil„ „baare kanneel vijf„ ses en mogelijk nog meermalen vergrootte §. 392. De Ministers na die ondervinding kort „schoon gemaakt, word ook met de aanplanting zoo veel moogelijke voor den Engelschen voortgevaaren op alle zulke plaatsen oorlog begonnen hebbende daar te wijnig kanneel bevonden word. Behalven dat dit geschied met het planten van zaaden, heeft zulke gronden van bosch men in de Jongste Jaaren ook be„ te ontblooten, en die „gonnen met het verplanten van kanneel boomen die genoomen wor arbeid, als nu weeder digt staan, en dit schijnt het werk zullende hervas wor„ „den, zonder dat men daarom met de aan „planting zoude be „hoeven op te houden, geeft zulks meede een zeer goede vooruit „zigt, te meer daar geschild word dan ze eertijds gaf, niet te schaaden, tot gen zeedert §: 393. is ondertusschen ons Onder deeze benaaming van tuin kanneel, is begreepen al de kanneel min klaar voorgekomen die groeijd, zoo op de van bos gezui„ „verde gronden als in de zoo genoemde of deeze tuin kanneel tuinen van de komp:e en de tuinen van partikulieren, met een woord, al de verstaan moet worden kanneel, die niet uit de bossen, zoo van de kanneel, uit in komp:s als koonings land, word op „gezogt. In den beginne en voordat de aangeplante kan men het nog ondernam om heele groote stukken tegelijk schoon te „neel tuinen, dan wel maaken, en die daar het noodig was met kanneel te beplanten, tree van die uit de schoon „gen zulke schoon gemaakte en aan„ „geplante stukken, die dan appart gemaakte landen, die om heinigt wierden, de naam van komp:s kanneel tuinen. ze loopen zo als bij der Ministe ook nog met die naam bij de re „gisters van de komp:e, dan wijl „ren letteren van 31. deeze aangeplante en schoonge„ „maakte gronden daar ze grensen Januarij 1785. ge¬ aan de bossen die zeeders gaande weg worden schoongemaakt, daarbij „ zegd word, onder den worden ingetrokken, vervalt daar door de reeden van deeze benaaming. naam van Compenies Men zoude dus eigentlijk gesprooken, alleen tuin kanneel moeten noemen, tuijnen bekend staan de kanneel die groeid in de tuinen der partikulieren, dan wijl de kan dan wel van beiden te zaamen „neel die daaruit gehaalt word ook zeedert het boekjaar 178/1. tot het boekjaar 1783¼. ingesloten, de leverancie van tuin kanneel geklommen was van 115. tot 643. baalen. groeid §. 394. 1369. We kunnen tot nog toe niets an„ „ders zeggen, dan dat naar alle de proeven die daarvan hier genoomen zijn, de aangeplante kanneel even van zig zelven opslaat. groeid onder dezelfde omstandigheeden, als die welke groeid op de voorsz. schoongemaakte en aangeplante gron„ den van de komp: waaraan ze voor het grootere gedeelte gren„ „sen, volgt van zelve dat het alles één zoort van kanneel is, die van malkanderen in niets is onderscheiden als alleen in zoo verre de grond waarop ze voortkomt, meer of minder over eenstemd met de werkelijke Marandaan gronden, die de smaakelijkste kanneel uitleveren. §. 394. Van ieder van die twee soorten door hun uitwij„ „zens voornoemde mis¬ zoo goed en deugdzaam is, als die „sive een baal aan uE. gezonden zijnde, zullen wij gaarne verneemen, of uwe bevinding met het geschreevene door de Ministers, dat zij tot nog toe niet hadden kunnen be „speuren, dat de aan„ „geplante kanneel in deugd van de andere verschilde„ over eenstemb. §. 395. dat ze nog wat booven de 5000. baalen beloopen zal. §. 395. De geheele inzaam van „zaam van den kanneel wat rui„ kanneel, die in het boek „mer uitgevallen, en schoon den oogst voor dit loopend Jaar nog „Jaar 1782/3. nog had niet is afgeloopen, denken we bedragen 4333. baalen, in het boekjaar 1783¾ verminderd zijnde tot op 3399. baalen, was dit zeekerlijk wel an¬ „ders te wenschen, dan het zelve van omstan„ „digheeden hebbende afgehangen buiten het bereik van der Ministeren vermoo„ „gen, moeten wij hopen, dat er spoedig weeder geleegenheid moge zijn, tot ruijmere in zaamen. §396. Voorts berusten wij met uE: in de redenen, welke door de Ministers gegeeven Jn de Jongste Jaaren is den in 1370. gegeeven zijn van de verschillende aanree „keningen in de boek„ „Jaaren 178 /1. en 178½. vermeld bij onzen generalen brief van den voorleeden Jaare §. 286. zijnde dit onder„ scheid gelijk wij nu hebben gezien, her¬ „komstig, behalven uit een ongelijken voet van verstrekking ook, en wel voorna „melijk daar uit, dat de oogsten in de gem: beide Jaaren zeer ver„ schillende zijn ge¬ „weest, terwijl nog. „thans de ongelden bij een schraalen oogst genoegzaam van Het is zeer moeijelijk om deeze is in de Jongste Jaaren, het geen in „deels in geld betaald teegens 3. rd:s §: 397. Wij hebben voorts met Heer Gouverneur van de Graaff te Gale veel nut te schikkingen gemaakt waaren om de verplichte ar„ „reeks leverantie, zoo daar, als te Mature die zeedert ver. „scheide Jaaren merkelijk in ver„ „val was geraakt weder op te beuren. verpligting in te krijgen, intusschen genoegen vernomen, natura niet is voldaan, meeren dat geduurende het de amm:s van 26000. arreeksnooten. aanweezen van den genoegzaam dezelve blijven, als wanneer dezelve voordeeliger uitvatt. 3. 398.

NL-HaNA_1.04.02_3789_0217 view scan ↗

English

1371. or that these shares will benefit them at any time. Section 398. And whereas it was proposed by the same Gentleman to strictly forbid the taking of so-called paresses from the native chiefs upon their appointment, as well as the giving or taking of any gifts, by whatever name and under whatever pretext it might be, and the Ministers, considering that these paresses had always been regarded as having a very harmful influence on the governance of the country, consented to this proposal, subject to a recommendation to Your Honors, as contained in the Highly Respected letter of Their High Excellencies dated 5 April 1785 regarding the douceurs mentioned in the margin, of which that for the Commander of Gale according to the proposal would amount to only 4008 rixdollars and which douceurs would thus together amount to no more than 6500 rixdollars, we have taken the liberty to make the further proposal to Their said High Excellencies contained in our respectful letter of 29 December 1785, and it would certainly encourage the present servants considerably if, after this our humble proposal, they were now assured that in the future, even if they should be transferred in the meantime, and even their families after they happened to pass away, [illegible], in order, pursuant to what was also suggested by the said Governor, to allocate for the loss of those benefits a sum of 6500 rixdollars to the Commander at Gale, 2000 rixdollars to the Dissave at Mature, and 500 rixdollars to the overseer of the Gale korle, to be found from the future revenues of the newly planted areca gardens, both in the Gale korle and in the Matureese dissavony; and since 3 to 4 years would still be needed before the areca gardens could yield this money, until such time the areca that comes in at Gale and Mature from the compulsory areca gardens, and currently amounts annually to about ƒ 4000, instead of distributing the aforesaid means of subsistence, upon the received answer we will now await what decision will have been taken by Your Honors on that proposal. Section 399. Furthermore, we desire that a good outcome may be found from the trial which, also on the proposal of the said Governor, was to be undertaken to bring a certain very extensive landscape lying in the Gale korle, the reclamation of which had been recommended since the oldest times, but regarding which one had always encountered insurmountable difficulties in execution, into such a state that the Company could derive very considerable advantages from it in time. 1372. The undersigned Governor went to see the Diwitoere landscape himself on the occasion of his visit to Gale in the course of the past year. Several years will certainly pass before it can be brought to that perfection which one may reasonably expect from it, and where the benefits in time can be very considerable. Meanwhile, much has already been done. Besides a large extent of low-lying lands, which in this landscape have now been cleared of forest and brushwood and will soon be able to be sown, more than 72 ammunams, being nearly one morgen of land each, have already been cultivated so far, which were also already partly sown last year and the rest this year, and of which this year in particular the crop showed great promise at first; but due to the flood which was also in the Gale korle a few months ago, and stood higher than one can remember in the course of 30 years, so much so that even the large sluice built at Diwitoere was submerged, it was largely lost. For the laying out of plantations, more than 180 ammunams of high grounds have also already been cleared of the heavy forests that stood thereon, and 77400 cinnamon trees, 12900 coffee trees, 98000 sappanwood plants, 597 teak trees, 2700 coconut trees, and 6690 soursop trees have already been planted thereon, and more would have been done if the work in the beginning had not been somewhat delayed by the construction of a large and a small sluice, and the laying of several dams that were necessary there, as well as the digging of a pair of canals, each fully a quarter of a mile long. What remains to be done of that nature at present consists mainly in digging another canal to drain the excess water all the more into a lake situated near the sea; and since all the people who have been occupied with those things until now will consequently now also be able to be employed in agriculture, we hope with good reason that our further reports will soon demonstrate the extensive utility of this enterprise. Section 400. The Ministers, for such reasons as are mentioned in their letter of [illegible] April 1786, are now under the direct management of the Company. The storm in the Warmiase lands mentioned in the margin caused great devastation, among which one especially and as the most [illegible]

Dutch transcription

1371. of de huine deze „deelen te eeniger tijd ten goede zullen koomen. §. 398. En alzoo door denzelven Heer is voorgesteld, om „vat bij Hunne Hoog Edelheeden zeer gerespekteerde brief van den het neemen van zoge¬ 5: April 1785 noopens de hier ter zijde vermelde douceurs, waarvan naamde paressen van dat voor den kommandeur van Gale„ volgens het voorstel maar 4008. rd:s zoude bedraagen en welke douceurs de Jnlandsche Hoof„ dus met malkanderen niet meer dan 6500. rd:s zoude beloopen, hebben we„den bij hun aanstel de vrijheid gebruikt welgem: hunne Hoog Edelheeden te doen het nader „ling volstrekt te ver voorstel vervat bij onzen eerbiedigen „bieden, als meede het brief van den 29:' december 1785. en het zoude zeekerlijk de teegenswoordige bediendens merkelijk aanmoedigen geeven of neemen van van indien ze, na dit ons nedrig voor „stel nu verzeekert wierden, datze eenige geschinken, van in den aanstaande, zoo zo ook in „tusschen mogten worden verplaast, wat naam en onder eel en zelfs hunne familien na hun„ wat voorwend zel zoo te koomen te overleijden #erde ged hun „ d voor het ook zoude mogen zijn, en de Ministers uit aanmerking dat deeze paressen steeds beschouwd waaren, als van een zeer schadelij¬ „ken invloed op 'slands bestuur te zijn, in dit voorstel hebben bewilligd, onder een voordragt aan uE: Op het ontfangen antwoord ver om om ingevolge van het meede aan de hand gegeevene van wel¬ „gem: heer Gouverneur ten einde voor het ge „mis van die voordee „len aan den Comman „deur te Gale toete „leggen een som van 6500. rijxd:s, aan den Des„ „save te Mature 2000. rijxd:s en aan den op„ „ziender van de Gale korle 500. rd:s, te vinden uit de aanstaande inkomsten van de nieuwe aangeplante arreeks tuinen, zo in de Gale korle, als in dat de Matureesche des G „saronij, mitsgaders voor vol om d Fet 1372. De ondergeteekende Gouverneur is het landschap Diwitoere ter gelegentheid dat hij in den loop van het voorleeden Jaar te„ des. Gale geweest is, zelfs gaan zien. Daar zullen uitslag moge worden zeekerlijk nog eenige Jaaren verloopen voor dat het kan worden gebragt, tot die volkoomentheid, die men met gronds daar van verwagten kan, en waar de voordeelen, door den tijd zeer merkelijk zijn kunnen. Jntus„ „schen is er reeds veel gedaan. Behalven om vermits 'er nog 3. â 4. Jaaren zouden nodig zijn, voor dat de arreeks tuinen dit geld zouden kunnen opbrengen, tot zoo lange de arreek, die te Gale en te Mature uit de verplichte arreeks tuinen in „komt, en thans Jaar„ „lijks ongevaar ƒ 4000. bedraagt, in plaats van het voorzeide middel van bestaan te doen verdeelen zullen wij nu afwach „ten, welk besluit door uE: op die voor „dragt zal zijn genoomen. §: 399. Wijders verlangen wij dat van een goeden bevonden, de proef„ rs aen welke in De warmiase landen hier ter zijde streeken groote verwoestingen, aangeregt „delijk bestier van de komp:e. De storm in een groote uitgestrektheid van laage gronden, die„ in dit landschap van bos en ruigtens nu gezie, welke meede op het „vers zijn, en spoedig zullen kunnen worden bezaaijt, zijn voorstel van gem: Heer er reeds tot hiertoe ruim 72. amm. s zijnde na genoeg elk een morgen land, gekultiveerd, die ook reets gedeelte „lijk in 't voorleeden en de overige in dit jaar zijn bezaaid, en waar van dit Jaar inzonderheid, 't gewas in't begin Gouverneur stond te veel beloofde, dog door de water vloed die ook voor worden genomen, om eenige maanden in de Gale korle geweest is, en hooger gestaan heeft dan men zig in den loop van 30. jaaren hevinneren kan, zoo zeer dat zelfs de groote sluis, die zeeker in de Gale karle te diwitoere aangelegt is, heeft ondergestaan, is 't zelve merendeels verlooren gegaan. Tot 't aanleggen van plantagien zijn ook bereedsruim leggend zeer uitgebreid 180. amm: hooge gronden van de daarop gestaan landschap, waar van de hebbende swaare bossen gezuiverd, en zijn daar op bereeds aangeplant §77400. kanneel boomen, bekwaammaking zee 12900. koffij boomen, 98000. planten van sappaan hout 597. kiate boomen 2700. kokus boomen en „dert de oudste tijden 6690. soersaks boomen, en daar zoude meer ge„ „daan zijn, zoo 't werk in den beginne niet wat was „1 vertraagd, door 't aanleggen van een groote en klijne was aanbevoolen, maar sluis, en leggen van verscheide dammen die daar M noodig waaren, als meede het graven van een waar omtrent men bij de paarspruiten elk ruijm een kwart mijl, lang. Het ge„ 'er van dien aart tans nog te doen is bestaat voor„ „namentlijk in 't graaven van nog een spruit om uitvoering altoos onover te meer 't nog overtollig waater, in een na bij zee geleegen lak te laaten afloopen, en wijl mits dien „koomlijke zwarighee„ al 't volk dat tot hier toe met die dingen is geokkupeerd geweest nu ook tot de landbouw„den had gevonden, in zal kunnen worden gebruikt, zoo hoopen we met gronds, dat uit onze nadere berigten zodanigen staat te spoedig blijven zal de uitgestrekte nuttig„ brengen, dat de Compag „heid van deeze onderneeming. nie daar van zeer aan „zeenlijke voordeelen door den tijd zoude kunnen behaalen. §. 400. De Ministers om zoda vermeld, staan tans onder het onmid„nige reedenen, als die April 1786., heeft inzonderheid in deeze vermeld zijn bij hunnen waaronder men voornamentlijk en als de meest brief b een d : in

NL-HaNA_1.04.02_3789_0221 view scan ↗

English

1373. most burdensome, one may count especially on the great quantity of grain that the Company in time can draw from there. Having resolved, by letter of 31 January, to bring the Vanni Provinces mentioned in that letter under the direct administration of the Company, and to entrust the governance thereof to the artillery lieutenant and sworn surveyor at Jaffenapatnam Thomas Nagel, as the one who, on account of his knowledge of the country and demonstrated zeal in the service, was judged the most capable; yet under the higher authority of the Commander and Council at Jaffenapatnam, we hope that this new arrangement may answer the intended purpose, and that they will have proceeded herein with the requisite circumspection. or diked places to preserve the water, in order to be able, by means of the same, to water the seed-fields during the dry season, and notwithstanding that at that time little order had yet been introduced in the Vanni, the Company's tithes for that year amounted to 13985. parras of paddy, and they would have been incomparably greater in the following year, in proportion as the administration of the country is brought here more and more onto a regular footing, were it not that these lands, as well as those of Jaffena and Mannaar, suffered an almost general crop failure due to the extraordinary drought, so much so that even a multitude of cattle perished from thirst and lack of food. Because of this, the tithes in the Vanni amounted to no more than 1586 1/3 parras. In the Jaffenapatnam and Mannaar districts, they also, for the same reasons, brought in no more than 10639 1/15 parras this year, instead of 35757/9 parras which they amounted to in the year 1787/88. The incoming Commandant Nagel takes all possible trouble to put the administration of the country in order; and we hope, as we think with good reason, that it will become evident in a few years that with the taking possession of these lands, which together cover fully 400 square hours, a very notable service has been rendered to the Company. Paragraph 401. It appears from the aforementioned letter of the Ministers that this change, already at the first rumor of it, caused quite some commotion, so that a Company postholder was murdered by a mob, and the Company sepoys assigned to Lieutenant Nagel were not found sufficient to overtake these mutineers; and since the Ministers hereupon had resolved to have three companies of Easterners advance into the Vannis, we wish that this force may have been able to curb the rioters. The good management maintained in this matter by Nagel, and as soon as the inhabitants saw that more adequate measures were being employed, this first caused the female Vanni ruler of Meelpattoe, Simbere Naatje, to take flight to the Soertie Vanni, which belongs under the King of Kandia, and with her the majority of the mutineers went into exile at the same time. They are, however, gradually returning, and since, as is often the case in such matters, one can hardly distinguish the guiltiest from the less guilty, and it is of great importance to the Company that the exiled inhabitants return, it was thought best to take no notice of it, so as not to discourage anyone from returning. The female Vanni ruler Nella Naatje, on the other hand, went to Jaffenapatnam upon the pardon promised to her, from where she was afterwards sent to Kolombo, where she was well treated until she recently passed away from smallpox, and since then everything has quickly returned to calm. 1374. Paragraph 402. The collection of textiles having not yet been able to take place because the Company's offices on the opposite coast, according to the Ministers' letter of 31 January 1781, were then still in the hands of the English, it meets with our approval that the Ministers sent the Junior Merchant and former First Resident at Manna-paar, Keuneman, to the coast of Madure, in order to purchase privately as many textiles of the Company's assortment there as could be obtained. And since the extraordinary high price of cotton also caused a great hindrance to the collection, and the Ministers were thereby forced to grant a price increase of five per cent on the coarse guineas and salempores first and second sort, we hope that at a subsequent purchase or contracting, that increase may have been withdrawn again. 1375. These 5 per cent have been revoked, as appears from our Resolution of 29 June 1786, and since then no more than the usual prices have been paid. Lord Macartney has simply answered to this that this matter would have to be decided according to the articles of peace. According to all reports that we have since been able to obtain, the English have had little or no benefit from this fishery. Paragraph 403. With regard to the pearl fisheries, we have not been able to ascertain from the Ministers' letters what effect had been produced by what was written by them to Lord Macartney, as appears from our General Letter of the past year paragraph 294, to the end that the leasing by the English of the Tuticorin pearl banks and chank reefs might not prejudice the Company's right of fishery, it being only reported by the Ministers how long and with how many dhonies the pearl fishing as well as chank diving was conducted on behalf of the English. Paragraph 404. According to the Ministers' letter, the pearl divers seemed to have recovered nothing worth mentioning.

Dutch transcription

1373. meest drukkende, reekenen mag heb in zonderheid om de groote quantiteid graanen die de komp:e in den tijd daar„ uis trekken kan. brief van den 31. Januarij beslooten hebbende, om of bedeikte plaatsen om het waater te bewaaren, ten eijnde door middel van de bij dien brief ver¬ dezelve, geduurende de drooge tijd de zaaijvelden te kunnen bewateren, en „melde wannische des niet teegenstaande en dat te dier tijd nog weinig geregeldheid in de wannie was ingevoerd, hebben 's kom Provincien te brengen tiendens voor dat Jaar bedraagen onder de directe be„ 13985. – parr:s nelie en ze zouden in het volgende Jaar na maate dat slands „ heering van de Comp. e bestier hier meer en meer op een gere „gelde voet komt, ongelijk grooter ge en het bestuur daar „weest zijn, was het niet dat deeze r landen zoo wel als die van Jaffena en „ van op te draagen aan Mannaar, door de ongemeene droogte„ een bijna generaale misgewas gehad hadden, zoo zeer dat zelfs een menigte de artillerij luite„ van vee door dorst en bij gebrek van voedsel is omgekoomen. Hierdoor hebben nant en geswooren de tiendens in de wannie niet meer bedraagen dan 1586 1/3- pacras. Jn het landmaeter te Jaffe Jaffenapatnamse en Mannaarse heb„ ben ook om dezelfde reedenen, dezelve napatnam Thomas insteede van 35757/9. parrt die ze in 't pag Jaar 17. 37/88 hebben bedraagen, dit Jaar niet meer opgebragt dan 10639 1/15: parr:s De Nagel, als welke aan kommandant Nagel geeft zig alle mo„ gelijke moeijte om het lands bestier daar toe weegens zijne in ordre te brengen; en we hoopen, zoo we denken met veel gronds, dat het landkunde en betoon in korte Jaaren blijken zal, dat het met het in bezit neemen van deeze landen „ den iever in den dienst die met malkanderen ruim 400. vier„ kante uuren beslaan. de kompenie de bekwaamste was geoordeeld; doch onder het hogere gezag van den Commandeur en Raad een zeer merkelijke dienst gedaan is doorbreeken van een menigte langen Een te e M 1 ƒ ƒ e da te Jaffenapatnam, hoopen wij dat deeze nieuwe inrichting aan het bedoelde oogmerk moge beantwoorden, en dat hier toe met de vereischte omzigtigheid door hun zal zijn te werk gegaan. §. 401. Het blijkt toch uit der Het goed beleid door Nagel in deezen gehouden, en zosdrade inge Ministeren voornoemde „zeetenen daarbij zaagen, dat er meer missive, dat die veran„ toerijkende maatregelen wierden te werk gesteld, heeft dit eerst het wan„ „netje van Meelpattoe simbere Naatje dering reeds op het de vlugt doen neemen na de soertie eerste gerucht van wannie, die onder de kooning van kandia behoord en met haar zijn, te dezelve vrij wat op gelijk de meeste muitelingen uitge„ „weeken, die egter langsamer hand „schudding heeft ver„ te rug keeren en wijl, gelijk het in zulke gevallen al veel gaat, men de schuldigsten van de min schuldigen „oorzaakt, zo dat een kwalijk onderscheiden kan, en dat er de„ komp:e veel aangelegen is, dat de uit Comp:s posthouder door „geweekenen ingezetene te rug keeren, een zaamgerotte mee¬ heeft men best gedagt daarvan geen notietie te neemen, om daar door nie„ „mand van het terug koomen afkee „ nigte vermoord en de „rig te maaken. Het wannetje Nella Compenie sipais, die men Naatje is daar en teegen op het aan haar beloofde pardon, na Jaffena„ den luitenant Nagel „patnam gegaan, van waar ze zeederd hadde toegevoegd, niet na kolombo gezonden is, daar ze, tot dat ze nu onlangs overleeden is aan de toerijkende 1374. de kinderziekte, wel behandelt, toerijkende bevonden is, en zeedert is alles spoedig tot rust gekoomen. was, om deeze muite „lingen te achterhaa„ „len, en vermits de Ministers hier op beslooten hadden drie Compagnien oosterlingen in de wannies te laaten rukken, wenschen wij dat diemacht de oproermakers zal hebben kunnen beteugelen. §. 402. De inzameling van lijwaaden nog niet hebbende kunnen geschieden, om dat Comp:s kantooren op de overwal, blijkens der Ministeren letteren van van den 31. Januarij 1781 als toen nog waaren in handen der Engel „schen, is het van onze goedkeuring, dat de Ministers belaaden den onder koopman en geweezen eersten Resident te Manna „paar keuneman naar de kust van Madure hadden gezonden, ten einde aldaar zo veel lijwaden van Comp:s sorteering particulier intekoopen, als 'er te bekomen zouden zijn. En naar dien de buiten gewoone duurte van het kattoen ook een grooten hinder aan den inzaam 1375. Deeze 5. p:r C=tos zijn blijkens onze Resolutie van den 29. Juni 1786. ingetrokken en zijn zeeders niet meer dan de gewoone prijzen betaald. Lord Macartrij heeft hier op een „gens de vreedens artikelen zoude moeten beslist worden. inzaam had toegebragt, en de Ministers hier door genoodsaakt waa„ „ren geweest op het graf guinees en salempoeris eerste en tweede zoort een prijs verhooging van vijf p:r C:to toetestaan, zoo hoopen wij, dat bij een volgende inkoop of aanbesteeding, die verhoging weeder zal hebben kunnen worden ingetrokken. §. 403: Ten aanzien van de paarel uit der Ministeren brieven niet kunnen nagaan, van welk een uitwerking was ge„ weest het door hun blijkens onzen Genera¬ „voudig geantwoord dat deeze zaak vol visscherijen hebben wij „len lier Volgens alle berichten die we zee„ „ders daar van hebben kunnen inkrijgen, hebben de Engelschen van deeze vesserij weinig of geene voordeelen gehad. len brief van den voor„ „leeden Jaare §. 294. ge „schreeven aan Lord Makartnij, ten eijnde de verpachting der Engelschen van de Tutukorijnsche paaren „banken en Chiankos reeven niet mogten benadeelen Comp:s regt van visserij, zijnde door de Ministers alleen gemeld, hoe lang en met hoe veel tonies het paarel vissen mitsgaders Chiankos duiken van weege de Engelschen gedaan was „d §. 404. Volgens der Ministeren H schrijven scheenen de opgedokene paarelen niets naam waardigs te

NL-HaNA_1.04.02_3789_0227 view scan ↗

English

1376. The Mannar pearl banks were inspected with the greatest accuracy in the autumn of 1785 and since in the spring of 1786, on the occasion of having a new map made of the pearl banks, without anything being found upon them; but on the Madura coast a pearl fishery was held last year on the bank Tolaijzenpaar, which yielded 33,500 rds. For the rest, concerning these pearl fisheries, we take the liberty to humbly refer to the account of our dealings with the Nabob's envoy, Mr. Doto, contained in our humble letter to Their High Excellencies of 4 April 1786. The same have indeed not yet been ratified, and it even appeared for some time that the Nabob of Arcot sought to consign them entirely to oblivion, the more so because General Campbell, Governor of Madras, with whom the undersigned Governor had entered into a private correspondence regarding this upon his offer made to that end, as evidenced by our secret letter to Their High Excellencies of 4 April 1786, had since left that correspondence unpursued. But now, while writing this, the Governor has received the letter from the aforementioned Mr. Campbell, transmitted in copy among the enclosures, which gives some hope that this matter may finally be settled to the reasonable satisfaction of the Company. It appears to have done much good that the Governor of the Cape, Van de Graaff, took the opportunity when the former Governor-General of Bengal, Sir John Macpherson, who seems very allied with the aforementioned Nabob of Arcot, passed through the Cape, to converse with him on this subject. The poor result of the trial made in this regard has caused this work to be discontinued since. to have amounted to, and since they would seek to obtain more certain reports regarding that, it will be agreeable to us to see the poor result of that enterprise confirmed by the aforementioned reports. § 405. And we repeat our wishes that the Company's pearl fisheries, which to its great disadvantage have now already stood idle for so long, may finally once again be resumed, we still expecting to be informed whether any result has come from the qualification given by you, as evidenced by your advices to us of 27 October 1784, for settling the disputes regarding those fisheries, or whether it has been given anew by you. § 406. The trial made to have chanks dived along the Colombo beaches, mentioned more fully in our general letter of the past year § 297, having not at all met expectations, we therefore also presume that nothing further will come of that enterprise. 1377. A farmer whose own business it is to manage the chank diving certainly does this with greater attentiveness than usually occurs when these things are done for the Company's account. Last year the farm along the Ceylon shores yielded 11,000 rds, and in the current year it has been farmed out for 15,300 rds. § 407. We have already made known in the general letter of the past year § 296 our desire to be informed of the reasons that had led the ministers to decide anew upon the farming out of the chank fisheries along the Ceylon beaches, and whether it has now been shown by them that with that farming out the farmer bears all the charges incidental to the diving, so that, as we must gather from the writing of the ministers of 6 April 1784, after deducting the commissions of five percent for the Governor and three percent for the Resident of Mannar, the farming sum is a pure profit for the Company. Yet this report, however satisfactory in itself, does not yet prove that the farming out is to be preferred above diving for the Company's account, since that farming out for the book year 1784/5 fetched only 6,000 rixdollars, or 1,100 less than that of the previous year. § 408. The combined domains for the aforementioned book year of 1784/5 having amounted to ƒ 227,585, or ƒ 75,112 less than those of the previous year, this reduction is quite disagreeable. And since 1378. This linen lease has come in properly, as have also the linen leases of the following two years. since the ministers have conceded the linen lease of Colombo, Galle, and Kalpitiya to a native for 23,000 rds, while he had provided guarantors for it, and for greater security had brought 10,000 rds in good pledges into the treasury, undertaking moreover to pay half of the lease sum by ultimo February, we must therefore acquiesce in the reasons that have moved them thereto, consisting herein: that almost all the linen 1379. Especially in leases of some importance, experience proves that the Company is much better off when it can find good people for them in this manner, than when, by conceding them to anyone, they fall into the hands of a party of fortune-seekers who take up this work in an ill-considered manner, and besides being ruined by it themselves, leave the Company a lot of arrears which afterwards usually have to be written off. All the leases that were offered for a good bid in this manner linen farmers had continually remained in arrears with considerable sums, so that there currently still ran on the books arrears from 10 years, for which one had no need to fear with this farmer's offer. § 409. Furthermore, various other leases having been left privately by the ministers, on the grounds that the contractors were all good payers and had bid the highest, which

Dutch transcription

1376. De Mannaarse paarlbanken zijn in 't Gouverneur van Maddras met wien te hebben bedragen, en vermids zij dien aan „gaande zeekerder be „rigten zouden tragten te erlangen, zal het aan ons aangenaam zijn den soberen uitslag van die onderneeming bij voorschreeve berig¬ „ten bevestigd te zien. § 405. En herhaalen wij onze wenschen, dat Comp:s najaar 1785. en zeedert in het vroegjaar, 1786. ter gelegentheid dat we een nieuwe kaart van de paarlbanken hebben laaten paarl visserijen, die maaken, met de grootste naukeurigheid ten, haaren grooten gevisiteerd, zonder dat daarop iets ge„ „vonden is, dog op de Madureese kust is in het voorleeden Jaar een paarlvisserij nadeele nu reeds kos gehouden op de bank Tolaijzenpaar, die 33500r d:s gedaan heeft, voor het overige zoo lang stil gestaan gebruiken we de vrijheid noopens bij de e deeze paarlvisserijen ons nedrig te ge hebben, eindelijk eens was, „draagen aan het verslag van onze han„ „delingen met 's Nababs afgezant de Heer weeder zullen kunnen Doto, vervat, bij onzen nedrigen brief aan ren Hunne Hoog Edelheeden van den 4:' April 1786. hervat worden, verwach Dezelve zijn wel nog niet geratificeerd, zelfs heeft het een tijd lang gescheenen, tende wij als nog te dat de Nabab van arkadde die geheel zogt in vergetelheid te brengen, te meer wijl ook de Heer Generaal Campbell worden onderricht 8 s s De slegte uitslag van de in deezen gedaane proeve, heeft dit werk zee „ders doen staaken. de ondergetekende Gouverneur op desselfs of van eenig gevolg zi daar toe gedaane aanbieding, blijkens onze sekreete brief aan Hunne Hoog Edelheeden geweest, de door UE. van den 4: Appril 142 & 6. daar over in een partiku „liere korrespondentie getreeden was, die korrespondentie zeedert onvervolgt ge blykens der zelver „laaten heeft, dan nu onder het schrijven dee„ „zes heeft de Gouverneur ontfangen de in advissen aan ons van kopij onder de bijlaagen overgaande brief van gem: Heer Campbell, die eenige hoop den 27. Oktober 1784. geeft, dat deeze zaak eijndelijk tot tame„ „lijk genoegen van de komp: zal kunnen wor„ „den afgemaakt. zoo het scheint heeft het gegeevene qualifi veel goeds gedaan, dat de Heer Gouverneur van de kaap van de Graaff, de gelegentheid „catie tot afmaking heeft waargenoomen, toen de geweezene Gouverneur Generaal van Bengale Sir der verschillen aan John Macpherson, die zeer g'eelieerd schijnt met de voorsz: Nabab van arkad„ de, aan de kaap passeerde deeze over dit „gaande die visscherijg onderwerp te onderhouden. de door UE: op nieuw „ is gegeeven. §. 406. De genomene proef, om langs de Colombosche Stranden Chiankos te „laaten duiken, breeder vermeld bij onze gene¬ „ralen brief van den voorleeden Jaare §. 297. aan de verwachting in het geheel niet voldaan 2 1377. Een pagter die 't zijn eigen bedrijf is de chankoos duikerij te derigeeren doed den Generalen brief dit zeekerlijk met groote oplettend„ wanneer ze voor reekening van de komp. de pagt langs de Ceilonse stranden ge„ „daan 11000. rd:s en in het loopend Jaar is ze verpagt voor 15300. rd:s voldaan hebbende, on„ „derstellen wij, dan ook, dat van die onder „neeming niets verder zal komen. §: 407. Wij hebben reeds bij te kennen gegeeven om van de reedenen onderricht te zijn die de Ministers tot het doen der ver „pachting van de Chi„ „ankos duikerijen langs de Ceilonsche stranden op nieuw hadden doen beslui „ten, en of wel tegen „woordig door hun heid dan die dingen doorgaans geschied van den voorleeden Jaare rgedaan worden. voorleede Jaar heeft §: 296. ons verlangen vertoond vertoond is dat bij die verpachting de pach„ „ter alle de ongelden draagd, die op de dui„ „kerij loopen, invoege dat, zo als wij uit het schrijven der Ministers van den 6. April 1784. moeten opmaken, na aftrek„ van de provisien van vijf ten honderd voor den Gouverneur, en drie ten honderd het Dag opperhoofd van Man„ „naar, de pachtschat een zuijvere winst is voor de Compenie, zo bewijst dit bericht, hoe voldoende op zich 5 1378. Deeze lijwaat pagt is behoorlijk ingekoomen, zoo als ook de lijwaat pagten van de twee volgende Jaaren. zich zelven nog niet, dat de verpachting boven het duiken voor Comp:s reekening te verkiesen zij, hebbende die verpachting voor het boekjaar 1784/5. maar gegolden 6000. rijxd:s of 1100. minder„ dan die van het vo„ „rige Jaar. §. 408. De gezamentlijke do„ „mainen voor het gem: boekjaar van 178 4/5. ƒ 227585. hebbende be„ „draagen, of ƒ75112. minder, dan die van voorige Jaar is die vermindering vrij onaangenaam, en vermits vermits de Ministers de lijwaat pacht van kolombo, Gale en kalpettij aan een inlander hebben afgestaan voor 23000: Ed:s terwijl dezelve daar voor borgen had gesteld, en tot meerder zeeker. „heijd voor 10'000: rd:s aan deugdelijke panden door den zelven in de geld kas was gebragt, onder aan „neeming daar en boven om de helft van de pagtschat onder ult:o februarij te voldoen zoo moeten wij berusten in de reedenen, welke her daar toe hebben bewon „gen, hier in bestaande dat meest alle de lijwaad 1379. Inzonderheid in pagten van eenig lijwaad pachters tel„ „kens met aanziene „lijke sommen waaren ten achteren gebleeven, zo dat thans nog werkelijk bij de boe „ken voortliepen de achterstallen zeedert 10. Jaaren, waar voor men bij des pachters aanbieding niet behoefde te vreesen. §: 409: Voorts nog door de Minis belang, bewijst de bevinding, dat ters verscheide ande de komp: e er veel beeter bij staat, „re pachten onder de wanneer ze daartoe op deze wijze goede luiden kan vinden, dan wan„ en hand zijnde overgela „neer die, door ze aan elk aftestaan, vallen in handen van een partij fortuin„ „ten, uit hoofde de „zoekers, die dit werk op een onbe„ „dagtzaame wijze aanvatten, en be anneemers alle goede „halven, dat ze daar door zelfs gerui betaalers waaren, en „neerd worden, de kompenie een partij agterstallen nalaaten, die naderhand dezelve het hoogste doorgaans moeten worden afgeschreeven. Alle de pagten die op deeze wijze voor een goed bod dat daarvoor gedaan gebooden hadden, het geen et

NL-HaNA_1.04.02_3789_0234 view scan ↗

English

those leases that were relinquished have all come in without any arrears, and since Their High Mightinesses made no remarks at the time upon the report that several leases had been transferred privately in this manner, this caused us, as appears from our respectful letter to Their High Mightinesses of 30 January 1737, to resolve in the following year, in accordance with this practice, to accept in the same manner the offer made by a number of well-to-do persons for various leases; only with this distinction, that for greater certainty that the leases might not be relinquished below value, we caused the same to be brought into public auction, giving preference to those who had made the highest bid before the auction, of which notice was given to the bystanders before such a lease was put up for bidding. By this means the Company obtained good lessees, and many leases rose considerably at the same time; however, since Their High Mightinesses did not approve this arrangement, it has since been discontinued. As they had yielded at auction previously, we must likewise trust that the Company's best interests will have been observed therein, and under that assumption we shall be satisfied with the same. Section 410. The sales for the financial year 1783/4, having consisted of a capital of f 350894. 13. purchase price, which was turned over for an amount of f 860308. 12. 8., and on which was therefore gained a sum of f 509413. 19. 8. or 145. 1/8 per cent, presents itself rather more favorably than that of the previous year. And however much the latest balance sheet therefore shows itself somewhat less disadvantageous than that of the financial year 1782/3, because the profits and revenues in 1783/4 to the sum of f 438228. 6. amounted to f 296737. 2. 8. more than those of the previous financial year, on the other hand the expenses, which had already climbed then to an astonishing sum of f 1641204., rose even higher this time, having amounted to f 1667008. 17. 8., or f 25804. 17. more than those of the previous financial year. This increase in the outstanding balances arose primarily from the funds that were advanced to the French, and have continued under the outstanding balances in 1784 until bills of exchange were received for them. Section 412. The general outstanding balances, which under the end of August were f 4224463. 15. 12., were under the end of August of the following year further increased by a sum of f 672506. 12., having then amounted to f 4896970. 17. Section 413. Referring to what we have dealt with very extensively concerning those balances, as well as the state of this office in general, and the necessity in particular of bringing those expenses by suitable means to a more bearable footing, in the general letter of the past year Section 302 and many following, we further saw with pleasure that the Lord Governor van de Graaff, following the praiseworthy example of his predecessor, had already considered whether, and in what manner, some means of savings might be introduced regarding the civil department of this Government; and since the same Governor has specifically revived and urged anew the proposal already made by the late Lord Governor Falck to make of Trincomalee solely a military post, we expect that your Honors will have taken this proposal into further consideration, in support of which several very good reasons were adduced in the separate letter of the first-mentioned of 10 February 1785, and will have decided upon it as will be deemed necessary to prevent further useless encumbrance. Section 414. And we also trust, from the zeal and care of the Lord Governor van de Graaff for the Company's interests, that he will continue with the devising of all such means as may serve to relieve the Company more and more of unnecessary expenses. The undersigned Governor has long had it in mind, and still believes, that the civil department on Ceylon can be considerably smaller than it is at present, but the abolishment of a few posts cannot be of much use, and one cannot well do more as long as the administrative household remains on its present footing. The manner of handling things has thereby become so cumbersome that one can say with much ground that in many matters the executing of them is less difficult than describing them. Such proposals, however, which would make a complete change in the administrative household, he has hesitated to propose lest he place too much trust in his own judgment therein, and therefore in this regard little more could be done so far than to withdraw some lesser posts in order to join them to others, as with the offices of warehouse master at Jaffnapatnam and at Manaar, of which the former is now held by the administrator at Jaffnapatnam.

Dutch transcription

geen die pachten te is, zijn afgestaan, zijn alle zonder eenige agterstallen ingekoomen, en wijl Hunne Hoog Edelheeden op het vooren by opveiling verslag dat verscheide pagten op hadden gegolden, moe deeze wijze, onder de hand, overge„ „laaten waeren ter dier tijd niets heb „ ten wij insgelijks ver ben aangemerkt, heeft ons dit blij„ „kens onzen eerbiedigen brief aan„trouwen, dat daar in Hunne Hoog Edelheeden van den 30. Jann: 1737 doen besluiten, om in het Compenies meeste daaraan volgend Jaar overeenkom„ belang betracht zal „stig met deeze handeling, in zel„ „vervoegen aanteneemen de aanbie„ zijn en zullen in die „ding van een partij gegoede luiden voor deeze en geene pagten gedaan onderstelling het alleen met dit onderscheid, dat we tot meerder zeekerheid, dat de pag: zelve ons laaten wel „ten niet beneeden de waarde mog„ „ten worden afgestaan dezelve heb. „gevallen „ben doen brengen in de publieke verpagting, en daarop de prefe „rentie gegeeven aan zulken die voor de verpagting daar voor het hoogste bod gedaan hadden, waar van aan de omstanders voor dat zulk een pagt opgevijlt is, is ken„ „nis gegeven. Hier door heeft de komp:e goede pagters gekreegen en veele pagten zijn ter zelver tijd merkelijk gereesen, wijl in„ „tusschen Hunne Hoog Edelheeden deeze schikking niet hebben goedgekeurd, is ze zeedert nagelaaten. §: 410. De verkoop van het boek „Jaar 1783/4. bestaan heb „bende in een Capitaal van ƒ350894. 13. inkoops het geen met een bedraa¬ gen 1380. D: 411. gen van ƒ860308. 12. 8. is omgezet, en waar op dus gewonnen is een som van ƒ509413. 19. 8. of 145. 1/8. p:r C:o vertoond de „zelve zig vrij gunsti„ „ger, dan die van het vo„ „rige Jaar. En hoe zeer dus de Jong: „ste staatreekening zig eenigsints minder na„ „deelig vertoond, dan die van het boekjaar 1782/3. alzo de winsten en Jnkomsten in 178. ¾. ter somma van ƒ438228. 6. hier door ƒ296737. 2. 8. meer hebben bedraagen, dan die van het voorige boekjaar zoo zijn daar teegen de lasten, die toen reeds tot een verbasende som Deeze vermeerdering van de restan„ „ten is voornamentlijk ontstaan door de gelden, die aan de fransen verstrekt „geloopen tot dat daarvoor wissels ont„ „fangen zijn. som van ƒ 1641204. waare geklommen, ditmaal nog al hooger gereezen als hebbende bedraagen ƒ1667008. 17. 8. of ƒ25804. 17. meer, dan die van het voorige boekjaar. D: 412. De Generaale Restante die onder ult:o aug:s ƒ 4224463. 15. 12. waaren onder ultimo aug= van het volgende Jaar meede nog vergroot met een som van ƒ672506. 12. als hebbend toen bedraagen ƒ4896970. 17 §: 413. Ons gedragende aan he geen wij over die restan¬ „ten, mitsgaders over den staat van dit kantoor zijn, en onder de restanten hebben voort: 1784. reeds bedraagen in 1381. in het algemeen, en de noodsakelijkheijd in het bijzonder, om die lasten langs bekwaame weegen op een drage „lijker voet te brengen, zeer breedvoerig heb: „ben verhandeld bij den Generalen brief van den voorleeden Jaare §: 302. en veele volgende, zagen wij voorts met genoegen, dat de Heer Gouverneur van de Graaff, naar het loffelijk voor „beeld van zijn voor „ganger reeds bedagt was geweest, of, en op wat wijze ten aan „zien van het Civiele gedeelte gedeelte van dit Gouver„ nement eenige midde „len van uitspaaring in „tevoeren zouden zijn; En vermids dezelve Gouver „neur bepaaldelijk verle „vendigd, en op nieuw aangedrongen heeft het reeds gedane voorstel van wijlen den Heer Gouver „neur Falck, om van Trinkonomale eeniglijk een Militaire post, te„ „maaken. zoo verwagten wij, dat uE: dit voor„ om „stel tot ondersteuning van het welke bij de moe zulk aparte missive van den gehee „de eerstgemelden van den „S „deel 10. februarij 1785. ver„ en hier „scheide zeer goede reedge in „nen bijgebragt zijn, nade gelijk 4 in van 1382. 5. 414. in overweeging zullen hebben genoomen, en op het zelve zodanig be¬ slooten, als tot voorko „ming van een verderen onnutten omslag noo „dig geoordeeld zal weezen. En wij vertrouwen mee„ zeedert lange in de gedagten geweest, „de van den iever en de en meend het nog, dat het Cirsiel de parte„ „ment op Ceilon merkelijk kleinder zorg van den Heer Gouver vallen kan, dan het tans is, dog het afschaffen van eenige weinige diensneur van de Graaff„ „ten kan niet veel baaten, en meer kan voor kompenies belan¬ men niet wel doen, zoo lange het huis„ „houdelijke op den teegenswoordigen„gen, dat dezelve zal voet staat. De Mannier om de din„ „gen te behandelen is daardoor zoo voortgaan met heb be omslagtig geworden dat men met veel gronds zeggen kan, dat in veele „raamen van alle zulke zaaken het verrigten daarvan minder middelen, welke dienen moeijelijk is, dan om ze te beschrijven. zulke voorstellen intusschen die een kunnen, om de kompenie geheele verandering in het huishou „delijke zoude maaken, heeft hij ge„ meer en meer van node„ „schroomt voor te stellen om zijn oor„ „deel daarin „ te veel toe te vertrouwen, „loose uitgaven te ont„ en heeft daarom in dit opzigt tot hiertoe weinig meer kunnen worden „ lasten. reeds gedaan, dan eenige mindere diensten intetrekken, om die bij andere te voegen En daar hij inzonder d gelijk de diensten van pakhuismeester te Jaffenapatnam en te Mannaar waar heid meende dat te van de eerste tans door den administra De ondergeteekende Gouverneur is teur Jaffenap:

NL-HaNA_1.04.02_3789_0240 view scan ↗

English

things are. administrator and the second is observed by the head of Jaffanapatnam, the establishment could noticeably be reduced without inconvenience, we do not doubt that the necessary plan for this has either already been offered to you or will still be offered by him. But now that their High Nobilities, by their separate letter of 24 August 1787, have sent to him the considerations of the late Councillor-in-Ordinary Radermacher, with orders to serve their well-mentioned High Nobilities with his humble considerations thereon, he will do so promptly. He will at the same time indicate the reasons why, in restoring the establishment at Trinkenomale, he made no use this time of the authorization of their High Nobilities to conduct a trial of his humble proposal contained in his separate, respectful letter to their High Nobilities of 10 February 1785. Section 415. We hope that, in the restoration of the offices on the opposite coast, it has also been examined whether greater economy might be observed on that side in the Company's establishment, and that absolutely no other establishment will be maintained there on the opposite coast, the establishment is so tight that, most likely, not much more can be deducted from it than that whose necessity has fully been demonstrated. Section 416. What we made known to you in the General Letter of the past year, Section 317, regarding the understanding of the writings by the Ministers in their letter of 7 February 1783 on the subject of economizing military expenses in the Civil department, compared with the further secret letter of the late Governor Falck and the Secret Council of 19 March 1784, sufficiently shows that the interpretation which we then gave in our mentioned letter to that writing completely agrees with the Ministers' meaning, as they themselves have now explained it, and which, moreover, had already appeared clear enough to us in the past year. Since the Ministers have at the same time shown that, besides those already abolished, there were still more offices which in their opinion could be merged, and of which they would make disclosure in case their proposal for making a further reduction in the political offices were accepted by you; and you thereupon assured the same Ministers that you would await that proposal with pleasure, we now look forward to the further outcome of that matter with great expectation. 417. Meanwhile, we cannot refrain from expressing our surprise at two remarks made by you with respect to the mentioned proposal, of which the first is that we annually send out a certain number of junior merchants, so that there are always some of them on hand both at Batavia and on Ceylon, and that consequently the Ministers' assumption that one could make use of the services of those junior merchants elsewhere than on Ceylon does not hold. Section 418. Indeed, it cannot be unknown to you that we have repeatedly suspended the sending out of junior merchants, namely when it appeared to us that the number of those who were without employment in India was too large; and it would certainly run most strongly contrary to our intention if offices which could either be entirely abolished or merged with others were allowed to remain standing on their own, merely for the purpose of being able to place the junior merchants whom we sent out. Section 419. You also know that when we insisted on placing junior merchants, this was done in order to prevent untimely promotions in India of persons not holding that qualification to posts in which the aforesaid junior merchants could have been placed. And the avoidance of such appointments made without absolute necessity will always be a suitable means to derive such service from the junior merchants being sent out that the expenses which the Company bears on their account are not useless. Section 420. If, however, despite the careful observance of these duties on your part, the number of junior merchants without employment remains too large, then indeed the way is open for you to make such proposals to us as you shall judge most expedient according to the nature and state of affairs. Section 421. Your second remark amounts to this: that if what is saved in the Civil department is spent on the Military department, no advantage is then brought to the Company by the economizing; but in making that remark you have entirely lost sight of the true origin from which the proposal of the late Governor Falck and the other Ministers flowed, consisting in this: that in order to make the unavoidable expenses of the Military department more bearable for the Company, one had to endeavor to gain that much more on the Civil department, so that in employing the means absolutely necessary to keep this important possession of the Company constantly in a proper posture of defense, one would not be held back by an apprehension of the excessively large costs that would thereby be caused to the Company. Section 422. We have deemed it necessary to expound somewhat more broadly on these various matters because, under the present circumstances of the

Dutch transcription

dingen zijn. teur en de tweede door het opperhoofd Jaffenapatnam de huijs„ waargenoomen word. Dan nu dat hun „ne Hoog Edelheeden bij Hoogst derzel„houding zonder onge„ „ver apparten brief van den 24. aug:s 1787. aan hem hebben toegezonden de be„ legenheid merkelijk „denkingen van wijlen den Heer Raad ordinair Radermacher, met last klijner zou kunnen val om welgem. Hunne Hoog Edelheeden len, twijffelen wij niet daarop te dienen van zijne nedrige konsideratien, zal hij dat ten eersten of ook daar toe, zal doen. Hij zal daarbij tevens aanwij zen de reedenen, waarom hij bij door hem het noodige het herstellen van de huishouding te Trinkenomale, ditmaal geen ge„ plan UE. of reeds zijn „bruik gemaakt heeft van de kwalifi„ aangebooden of nog „catie van Hunne Hoog Edelheeden, om van zijn nedrig voorstel vervat bij aangebooden worden. zijn apparten eerbiedigen brief aan hunne Hoog Edelheeden van den 10. febr: 1785. een proef te moogen neemen. §. 415. Wij hoopen, dat meede op de overwal is de huishouding bij de herstelling van de zoo knapgesteld, dat daarvan naast kantooren aan den over wal nagegaan zal wee¬ „zen, of ook aan dien kant in Comp. s huis: houding eene meerdere zuinigheid te betrag„ „ten zou zijn, en dat men aldaar volstrekt geen anderen omslag zal denkelijk, niet veel meer zal af te aanhouden 1383. aanhouden, dan welks noodzakelijkheid ten vollen is gebleeken. §. 416. Het geen wij uE: bij den Generaalen brief van den voorleeden Jaare §: 317. te kennen hebben gegeeven nopens het verstand van het geschreevene door de Ministers bij hunnen brief van den 7. februarij 1783. op het stuk van het bezuinigen der Militai „ren kosten in het Civiele departement vergeleeken met den naderen se „creeten brief van wijlen den Heer Gouverneur Falck en den secreeten Raad van den 19. Maart 1784. toond genoegzaam aan dat de uitlegging, die H wij wij bij gemelden onzen brief aan dat geschree„ vene als toen hebben ge¬ „geeven, met der Ministe „ren meening, zo als zij zelven die nu verklaard hebben, en die ons. buiten des in den voorleeden Jaare reeds duidelijk genoeg was voorgekoomen vol¬ „maaktelijk over een stem Daar nu de Ministers teffens hebben doen zien dat behalven de reeds ingetrokkene, en nog meer bedieningen waa „ren, die naar hunne ge„ „dagten zouden kunnen worden in een gesmolten en waarvan zij opening zouden doen, ingeval hun voorstel tot het maaken van 1384. van eene verdere ver„ „mindering in de poli „tieke bedieningen door uE: aangenoomen wierd; En uE: hier op dezelve Ministers verzeekerd hebben die voordragt met genoegen te zullen af„ „wagten, zien wij nu het verder gevolg van die zaak, met veel verlangen te gemoet. 417. Intusschen kunnen wij niet, nalaaten onze verwondering te kennen tegeeven over twee aan „merkingen, die met opzigt tot het gemelde voorstel door uE: ge „maakt zijn, en waar van 1: de de eerste is, dat wij Jaer „lijksch een zeker getal onderkooplieden uit „zende, er dus steeds eenige van dezelven zoo wel te Batavia als op Ceilon voor ha „den zijn, en dat mits „dien niet doorgaat der Ministeren onder „stelling, dat men van den dienst van die onder kooplieden elders dan op Ceilon zoude kunnen gebruik maaken. §: 418. Immers kan het uE. niet onbekend weezen dat wij meermalen de uitzending van onder„ kooplieden hebben opge¬ „schort, dan naamlijk wanneer ons bleek dat 1385. dat het getal der geenen, die zig in In die buiten emploij bevonden, te groot was; En het zoude gewisse „lijk ten allersterksten teegen ons oogmerk inloopen, wanneer men bedieningen die, of geheel afgeschaft, of met andere ver„ „eenigd zoude kunnen worden, op zich zelven liet blijven stand grij¬ „pen, alleen met oogmerk om de onderkooplieden, die wij uitzonden, te kunnen plaatzen. I: 414: UE: weeten ook, dat als wij hebben aangedron„ „gen op het plaatsen der onderkooplieden onder kooplieden, zulks gedaan is, om voor teko „men ontijdige bevorde „ringen in Indie van per „zoonen, die qualiteit niet hebbende, tot pos „ten, waar in voorsz: onde „kooplieden zouden heb „ben kunnen worden gesta En het vermeiden van dergelijke buiten een volstrekte noodzake „lijkheid gedane aan „stellingen, zal steede een geschikt middel zijn, om van de uitge„ „zonden wordende onder „kooplieden zodanige dienst te trekken, dat de kosten, welke de Maatschap „pij om hunnent wil draag niet nutteloos zijn. F: 420. 1386. §: 421. §: 420. Blijft echter in weer„ wil van het zorgvul¬ „dig aan uwe zijde in achtneemen deezer plichten, het getal der onderkooplieden buiten emploij te groot„ dan is immers de weg voor uE: open, om aan ons zodanige voorstellen te doen als uE. naar den aart, en de geschapen heid van zaaken meest dienstig zullen oordeelen. Uwe tweede aanmer¬ „king komt daarop neer, dat als het bespaar „de in het Civiele aan thet militaire departe„ „ment word te kost gelegd, door door de bezuiniging als dan aan de Comp:e geen voordeel toege¬ „bragt word; doch uE. hebben bij het maaken van die aanmerking ten eenemaal uit he oog verlooren den waar oorsprong waar uit he voorstel van wijlen de heer Gouverneur Fali en de verdere Minis „ters voortgevloeijd is hier in bestaande, dat om de onvermijdelijk kosten van het Milita departement voor de Maatschappij, draage ker temaaken, men zo veel meer op het Civie moest tragten uijttewr nen, op dat men in he aanwenden 1387. aanwenden der midde„ „len, volstrekt. noodig om deeze gewigtige bezitting van de Maat„ „schappij steeds in een behoorlijk postuur van verweering te doen zijn, niet terug ge¬ „houden zou worden door eene beschroomd. heid voor de al te groote kosten, die hier door aan de Maat„ „schappij zouden worden veroorzaakt. 1. 422: Wij hebben noodig geoordeeld over dit een en ander ons wat breeder uittelaten, om dat, in de teegenwoordige omstandigheeden van de

NL-HaNA_1.04.02_3789_0250 view scan ↗

English

the Company, we understand that, far from giving any reason to make the Ministers hesitate about making any proposals of a nature such as the one now discussed, on the contrary, they cannot be encouraged strongly enough to do so; wherefore we also trust that you will let the above serve for your information. Paragraph 423. In the General Letter of the previous year, page 305 and following, we also enlarged upon the work of the fortifications and the necessity that the same be directed with expertise and good deliberation. And having nothing further to add for the present to what was discussed by us at that time, we will now only cite that we have seen with regret from the secret dispatch of the Governor van de Graaff of 10. February 1785 that the fortifications of Kolombo, Gale, and Trinkonomale, in his opinion, were by no means in such a state as they ought to be, so that the great expenses which the Company continuously incurs for the maintenance of its Military establishment on Ceilon would, according to that view, for the greater part be useless expenditures if the defects of the aforesaid fortifications were not provided for; while the said Governor had been informed that the new works at Trinkenomale, which the French Engineer Des Rois had merely caused to be thrown up from earth there during the war, had already collapsed again. We must now await your decisions upon the representations made with so much urgency by the said Governor, and insofar as the sending of a good Engineer from the Netherlands to help regulate the necessary work of fortress construction also appears among them, we inform you for your guidance that the respective Chambers have continually been requested and authorized to look out for such skilled persons, and to enter into negotiations with them concerning the footing and the terms upon which they would be inclined to enter the service of the Company; and we desire nothing more than to take such persons into service, our resolution to have young men trained at the Cape in the engineering branch for the service of the Company in India having originated from those same principles. Paragraph 424. Furthermore, the plan and the profiles of the fortress at Gale having been sent to us by the Ministers along with their letter of 11. February 1785, we placed those documents into the hands of the Chamber of Zeeland, which thereupon, in the meeting of the past spring, laid upon our table the written remarks and reflections which had been delivered to the said Chamber regarding this plan; it will appear to you from the accompanying Extract of our resolution of 29. April 1786 that that Chamber was requested by us to send the aforementioned written remarks, together with a small map annexed thereto, as well as the plan and the profiles themselves, to the Governor of the Cape, van de Graaff, in order that he, together and along with the Director Gilquin, may examine those remarks along with the documents to which the same relate, and communicate their thoughts thereon to you as well as to the Governor and Council of Ceilon, in order subsequently to act with regard to those works as shall be judged most useful and necessary for the benefit of the Company after a mature and expert examination of matters, and with a strict observation of what was discussed in the General Letter of the previous year, Paragraph 313 and following. Paragraph 425. The description which appears in the aforementioned secret letter of 10. February 1785 concerning the condition of the European troops on that island serves in no small measure to confirm the fear which we expressed in our letter of 29. April of last year, that on the roll of the Company's Military force in India a great number of men is found from whom the Company cannot obtain that service which it might expect from them as they stand upon the rolls that display the Company's Military force. And since the very greatest and most harmful uncertainty must naturally arise from this concerning the forces which the Company could exert with its Military power in India in case of need, we refer to what was suggested to you for consideration in that dispatch regarding the formation of a Corps of Invalids from the old, sick, or otherwise defective officers and soldiers; in order to employ them in places where there is less danger of hostile actions, and thus always to be able to keep those places that require a stronger provision for their security garrisoned with sturdy men. Paragraph 426. We can here most conveniently make room for our remarks concerning what occurred with Major de Stettenhoffen and some other officers of the Regiment of Luxemburg, and in particular the actual opposition of the first-mentioned against the orders of the Ministers to the effect that the ship the Ceres, on board of which the aforementioned Major found himself with a part of the aforesaid regiment, should return to Gale. All this has provided material for great indignation to us, while we could not regard the conduct of that officer, as the same is described in detail in the Ministers' letter to you of 6. April 1784, otherwise than as serving to other officers

Dutch transcription

de Maatschappij, wij begrijpen, dat wel ver van eenige aanleiding tegeeven, om de Minis„ „ters te doen aarzelen omtrent het doen van eenige voorstellen van natuur, als de nu ver „handelde, integendeel dezelve daar toe niet sterk genoeg kunnen worden aangemoedigd waarom wij dan ook vertrouwen, dat uE. zich het bovenstaande tot naricht zullen laaten strekken. §: 423. Bij den Generaalen brie van den voorleeden Jaars 1. 305: en volgende, heb. „ben wij meede ons in het 1388. het breede uitgelaten over het werk der forti„ „ficatien, en de noodza„ kelijkheid, dat het „zelve met kunde en een goed overleg bestuurd worde, En bij het geen als toen door ons verhandeld is, voor ditmaal niets verder te voegen heb„ „bende zullen wij nog maar alleen aanhaalen, dat wij uit de secreete missive van den Heer Gouverneur van de Graaff van den 10. februarij 1785. met leedweezen hebben gezien, dat het met de vesting werken van kolombo, Gale en Trinko nomale naar zijn begrip begrip geensints zoda¬ nig geleegen was, als zulks behoorde, zo dat de groote kosten, die de Comp: bij voortduuring doet tot het onderhoud „den van haaren Mili„ „tairen staat op Ceilon„ naar dat begrip voor het grootere gedeelte nutteloze uitgaven zouden zijn, ingeval omtrent de gebreeken van voor zeide vesting werken niet voor zien wierd, terwijl aan gem: heer Gouverneur bericht was, dat de nieuwe werken te Trinkenomale, die de franschen Jngenieur Des 1389. Des Rois, geduurende den oorlog aldaar alleen van aarde had doen opwerpen, reeds weeder ingestort waaren. Wij moeten nu afwachten uwe beschikkingen op de met zo veel aan „drong gedane vertoo gen van gem: Heer Gou¬ „verneur, en voor zoo veel onder dezelve ook voor „komt het zenden van een goed Jngenieur uis Nederland om het nodige werk der vesting bouw te helpen regelen, zo melden wij ter uwer naricht, dat de respective kameren steeds zijn verzocht en gequalificeerd om om naar zodanige kun „dige perzoonen, om te zien, en met dezelve in onderhandelinge te treeden over den voet en de voorwaarde waarop zij geneegen zouden zijn, zich in den dienst der Maatschappij te be geeven, en wij verlangen niets meer, dan om zo „danige perzoonen in den dienst te neemen, zijn „de uit diezelfde begin „sels herkomstig ons besluit, om aan de kaaf Jonge luiden tot de geni ten dienste van de Comp:e in Jndie te doe aankweeken. D: 424. Wijders door de Minis „ters neevens hunnen brief 1390. brief van den 11. fe „ bruarij 1785. ons zijnde toegezonden, het plan en de profils van de vesting te Gale, heb„ ben wij die stukken gesteld in handen van de kamer Zeeland, die daar op in de ver„ „gadering van het laatsleeden voor Jaar ter onzer tafel heeft overgelegd de schrif„ „telijke aanmerkingen en bedenkingen, wel„ „ke nopens dit plan aan gemelde kamer waaren overgegeeven zullende uE: uit het nevensgaande Ex. tract onzer resolutie van den 29. April 1786. blijken blijken, dat die kame door ons verzogt is, d voornoemde Schrifte „lijke aanmerkinge beneevens een daar by gevoegde kaartje, mit „gaders het plan en de profils zelve te Zonden aan den Gouverneur van de kaap van de Graaff om met en beneevens den directeur Gilqui die aanmerkingen me de stukken, waar toe dezelve betrekkelijk zijn, te onderzoeken en hunne gedagten daar over u E: mitsga „ders den Gouverneur en Raad van Ceilon te doen toekomen, om vervol„ gens ten aanzien van die 1391. die werken zodanig te handelen als na een rijp en kundig onder „zoek van zaaken; en onder een stipte in acht neeming van het geen bij den Generaalen brief van den voorleeden Jaare D. 313. en volgende verhan„ deld is, ten meesten nutte van de Comp:e dienstig en noodig geoordeeld zou worden. §. 425. De beschrijving, die bij voormelden se„ „creeten brief van den 10. februarij 1785. voor komt weegens de ge „steldheijd der Euro „peesche troupes daar ten Eilande, diend niet weinig ter bevestiging van van de vrees, die wij bij onzen brief van de 29. April J:o leeden heb „ben laten blijken, dat op den staat van Comp Militaire magt in Jndie een groot aan tal manschappen gevonden word, van de welke de Comp: dien dienst niet kan heb „ben, welke zij van dezelve, als op de rollen staande, die Comp: Militaire magt ver„ „toonen, zouden kunnen verwagten. En naar dien hier uit natuurlijk de aller„ „grootste en allerschade „lijkste onzeekerheid gebooren 1392. gebooren moet worden omtrent de kragten, welke de Comp e inge¬ „val van nood met haar Militair ver„ „moogen in Jndie zou „de kunnen oeffenen, zoo gedragen wij ons aan het geen uE: bij die missive in beden king is gegeeven om „trent het formeeren van een Corps van In„ valides van de oude zieke of anderzints gebrekkige officieren en soldaaten; ten einde dezelve te gebruiken op plaatzen, alwaar minder gevaar is voor vijandelijke bedrijven en alzoo die plaatzen, welke welke een sterkere voorziening tot der zelver beveijliging vorderen altoos met kloeke manschap te kunnen bezet houden §. 426. Wij zullen hier het ge „voeglijkst plaats kun „nen geeven aan onze aanmerkingen wee „gens het voorgevallen met den Majoor de stettenhoffen, en eenige verdere officieren van het Regiment van Luyemburg, en inzon „derheid de feitelijke aankanting van eerst „gemelden teegen de ordres der Ministers ten einde het schip de Ceres 1393. ceres aan boord van het welke voormelde Majoor met een ge „deelte van het voorsch: regiment zich bevond, naar Gale zouden terug keeren. Het een en ander heeft voor ons stof tot groote ergernis uitgeleeverd, terwijl wij het ge¬ „drag van dien of fi „cier, zoo als hetzelve bij der Ministeren brief aan uE: van den 6. April 1784. omstandig is be „schreeven, niet an„ „ders hebben kunnen aanzien dan als strek„ „kende aan andere officieren

NL-HaNA_1.04.02_3789_0262 view scan ↗

English

officers to a most dangerous example and very detrimental to the preservation and maintenance of strict military discipline. Since without it no military force can exist, at least not exist in such a manner that one can rely upon it with confidence, and in case of need not have to fear in the least a perverse operation of the same, we therefore hope that, as with all Company troops, so also with respect to this Regiment, the aforementioned remarks will be duly taken into account, while we furthermore, with regard to this Regiment, abide by what was said in the General Letter of the previous year, § 386. § 427. The conduct of Engineer Lieutenant and former Commander of the Artillery at Trinkenomale, Willem Lowe, during the siege and surprise capture of Fort Oostenburg, having been investigated by Colonel and Head of the Militia Jan Jacob Coquart and Major and Commander of the Artillery Elias Paravicini de Capelli, and the said commissioners having declared that the aforementioned Lowe had done, performed, and observed everything that could have been required of him according to the circumstances of the time, such that the aforementioned Lieutenant Engineer Lowe on 5 March 1784 was declared innocent of any neglect of duty in his service and reinstated in his capacity as Lieutenant Engineer, we hope that this investigation will have taken place with the requisite accuracy and a pure and simple aim to inform the Ministers of the true state of affairs, and that the aforementioned very ample declaration may thus have rested on good grounds. And we expect no less that you, convinced of the weight of this investigation, will not have acquiesced in it, nor in the reinstatement of the aforementioned Engineer Lowe, until it had been sufficiently evident to you that regarding the one nor the other any well-founded doubt could exist, the latter having been all the more necessary because the resolution of the Ministers of the fifth of March aforementioned was taken by a majority of votes. § 428. Meanwhile, as in our aforementioned General Letter of the previous year, § 327, 48, as well as to the Ministers, it was very explicitly recommended that, in the investigation into the conduct [illegible] that was maintained during the defense of those forts, above all not to neglect the inquiry into how far the condition of the works, as they were at the surrender of Trinkenomale, helped to cause that loss, as well as whether those to whom the oversight of those works was entrusted observed their oath and duty therein, so it has appeared to us from what was noted in the Ministers' aforementioned resolution that our aforesaid order must give cause to review more closely the aforementioned investigation along with the consequences thereof, the further outcome of which we must therefore await. § 429. Pursuant to the investigation commissioned by you to the Company's Ministers at Colombo into the conduct of the military and civil officials on the Coromandel Coast at the time of the siege and surrender of Nagapatnam to the English, Major Haselman having been summoned thither in order to answer for that which was charged against him, we have seen with the utmost dismay from the report of the commissioners in the case of the said Hazelman, being Colonel Coquart and Major Paravicini de Capelli, as it appears in the Ministers' secret dispatch of 7 June, that the same Hazelman is thereby judged, concerning military discipline and military arrangements for the defense of the city, as well as regarding the sorties during the siege, to have conducted himself as a dishonorable and cowardly officer, so that the repeatedly mentioned Hazelman had made himself worthy of the strictest military punishment, but that in consideration of his simple-mindedness, ignorance in the service, and on account of the arbitrary conduct of Governor van Vlissingen, the punishment might well be softened. § 430. Indeed, this report provides a most convincing, but at the same time a most shameful proof of the negligent and reckless manner in which one has proceeded in the appointment and promotion of officers, and how grievously the Company has been the victim of such ill-considered steps. § 431. This example, which to our regret is far from being the only one, ought therefore to serve as a warning to the Ministers in the Company's possessions in the Indies to be more cautious in proposing persons for promotion in the military service, unless they wish to make themselves liable for the consequences of their levity in that respect. § 432. And you will no less on your part be obliged to see to it that the aforesaid military promotions take place on the grounds of

Dutch transcription

officieren tot een aller gevaarlijkste voorbeeld en zeer nadeelig voor de bewaaring en onder „houding eener Streng krijgstugt. Vermids nu zonder dezelve geen militaire verm „gen kan bestaan, ten minsten niet zo be staan, dat men op het zelve zich met gerust „heid kan verlaaten, en ingeval van nood geen zints behoeve te vee „sen voor eene verkeerde werking van het zelve zoo hoopen wij, dat ge „lijk omtrent alle Comp„ troupen, zoo ook ten aan „zien van dit Regiment de voorschr: aanmerkinge behoorlijk 1394. behoorlijk zullen worden in agt genoomen, terwijl we voorts met opzigt tot dit Regiment ons gedraagen aan het geen bij den Generalen brief van den voorlee„ „den Jaare §: 386. ge „zegd is. §. 427. Het gedrag van den Inge„ nieur luitenant en geweezen Commandant der artillerij te Prinke„ „nomale Willem Lowe geduurende de belee„ „gering en overrompe„ „ling van het fort oostenburg, door den kollonel en Hoofd der Militie Jan Jacob Coguart en den Majoor en kommandant der artillerij artillerij Elias Para „vicini de Capelli onderzogt en door de zel gecommitteerdens ver „klaard zijnde, dat ge melde Lowe alles ge¬ „daan verrigt en betragt had, wat naar tijds omstandigheeden van hem had kunnen worden gevorderd, zulks, dat voorn: luitenant Inge „nieur Lowe op den 5. Maart 1784. onschul„ dig was verklaard aan eenig pligt versuim in zijn dienst, en her steld in zijne qualiteid als luitenant Inge¬ nieur, hopen wij, dat dit onderzoek met de vereischte nauwkeu„ „righeid 1395. righeid en een zuiver en eenvoudig oogmerk om de Ministers van de waare toedragt van zaaken te onderrigten, geschied zal weezen, en dat alzoo de gem: zoo ruime verklaa¬ „ring op goede gronden mooge hebben gesteund. En verwagten wij niet minder, dat uE: van het gewigt van dit onderzoek overtuigd in hetzelve, als meede in de herstelling van gem: Ingenieur Lowe niet zullen berust hebben, dan, na dat aan UE: voldoende gebleeken zal zijn dat omtrent het een nog nog ander geene ge „gronde bedenkelijk. „heid kon plaats heb„ „ben, zijnde dit laatst te nodiger geweest, om dat het besluit der Ministers van den vijfden Maart voor „noemd bij meerder„ heid van Stemmen is genoomen. §: 428: Ondertusschen daarbij meer gem: onzen gene„ „ralen brief van den voor „leeden Jaare D: 327. 48. zoo wel als de Minis„ „ters wel uitdrukke „lijk is aanbevoolen om bij het onderzoek naar het gedrag, ##t gas Luij bit mn un thent pan, he geen 1396. gimaen Thuij lans a saule #anin minst gundng, het geen bij de verdeedi „ging van die forten was gehouden, voor al ook niet te verzuimen de naspooring, in hoe ver de gesteldheid der werken, zo als de „zelve bij de overgaave van Trinkenomale is geweest, dat ver „lies heeft helpen veroorzaaken, mitsga„ „ders of zij, aan wien het opzigt over die werken is toebetrouwd geweest, daar in hun eed en plicht betracht hebben, zoo is het ons uit het aangeteekende bij bij der Ministeren voor„ „meld besluit voorge „koomen, dat voor zeide onze ordre aanleiding zal moeten geeven, om het gemelde onderzoek met de gevolgen van het zelve nader te herzien, waar van wij derhalven den verde „ren uitslag zullen moeten verwachten. §. 429. Jngevolge van het door uE: aan Comp. s Minis„ „ters te Colombo opge „draagen onderzoek naar het gedrag der Militaire en Civiele beampten ter kuste kormandel ten tijde der belegering en over„ „gave 1397. gave van Nagapatnam aan de Engelschen, den Majoor Haselman der „waards ontbooden zijnde, ten einde zich op het geen ten zijnen laste was te verantwoorden, hebben wij uit het rapport der gecommitteerdens in de zaak van gemelde Hazelman; zijnde den Collonel Coquart en den Majoor Paravilini de Capelli zoo als het. „zelve bij der Ministere secreete Missive van den 7. Junij voorkomt, met de uitterste ont„ „stigting gezien, dat de „zelve Hazelman daar bij geoordeeld word aan. „gaande de krijgstugt en en militaire schikkin„ „gen ter verdeediging van de Stad, als ook om „trent de uitvallen, ge„ „duurende de beleegering zich als een eerloos en lafhartig officier ge„ „draagen te hebben, in „voege, dat meergem: Hazelman zich de strengste militaire straf had waardig ge „maakt, doch dat men uit aanmerking van desselfs ormoselheid, onkunde in den dienst en weegens de wille „keurige handelwijze van den Gouverneur van Vlissingen de straffe wel zoude kun „nen 1398. nen verzochten. §. 430. Immers leeverd dit rapport een aller over„ „tuigendst, maar tef„ „fens een allerschande „lijkst bewijs uit van de onachtzame en roekeloose wijze, waar op men in de aanstel¬ „ling, en bevordering van officieren tewerk hebbe gegaan, en hoe deerlijk de Maat „schappij van zulke onberaade stappen het slagt offer zij ge „weest. §. 431. Dit voorbeeld, het geen tot ons leedweesen ver is van het eenigste te te zijn, behoord dan ook de Ministers op Comp bezittingen in Jndie te waarschouwing te strek „ken, om in het voordra „gen ter bevordering van perzoonen in den Mili„ 27: „tairen dienst behoed „mer te zijn, willen zij anders zich niet aan „sprakelijk maaken voor de gevolgen hun „ner ligtvaardigheid in dat opzigt. §. 432. En zullen uE: niet minder van haaren kant behooren toete „zien, dat de voorzeide Militaire bevorderin „gen geschieden op gronden van

NL-HaNA_1.04.02_3789_0273 view scan ↗

English

1399. Since their High Excellencies' most esteemed letter of 28 March 1786 had already returned to the Coromandel Coast, we have communicated the order contained therein to the Ministers of Paleakatte, with the request to have it executed there. We take the liberty to refer to our humble letters to their High Excellencies of 27 November 1786 and 31 March 1787. And because upon receipt of the aforementioned Concerning Major Haselman Section 433. Seeing now that the Ministers have understood a judicial investigation against the aforementioned Major Hazelman to be unnecessary and almost unfeasible, since most persons who could testify against him had died or were scattered far and wide, and it served them by sending the aforementioned report alongside the answered questionnaire to you for information of competence and merits and nothing else, that they, the Ministers, were of the opinion that Major Hazelman ought to be dismissed from the service of the Company without the form of a trial, without granting him a passport or discharge; while subsequently the documents charging the repeatedly mentioned Hazelman have been delivered by you to the advocate fiscal to serve as advice, we shall await the outcome of this. Section 434. Captain Zeegelaar, who had commanded the native troops; the 1400. The Commander of the artillery Hilman, as well as Governor van Vlissingen and the merchant Mossel, who had held the post of Chief Administrator, having all died, it does not surprise us that, as the Ministers write, it had become difficult for them to bring the matter concerning the defense and surrender of Nagapatnam into such a state of evidence that a conscientious verdict could be passed upon it, while now all the blame was laid upon those who could not answer for themselves. Section 435. However, since the mentioned Captain Zeegelaar, according to the reports received by the Ministers, had much against him on account of the ill-treatment of the native soldiers and the bad payment of the same, and with respect to both the aforementioned artillery commander Hilman and Governor van Vlissingen it was judged that there would be sufficient ground to have them criminally prosecuted for dereliction of duty if they were still alive, it meets with our approval that the deceased estates of the mentioned three persons were seized. Section 436. Furthermore, it has not appeared to us what was decided by you upon the Ministers' proposal contained in the secret letter of 19 March 1784, whether and to what extent the estate of the mentioned merchant Mossel could be declared liable for for the deficit that was found in the main treasury. The reason for the Ministers' hesitation being based on the fact that the aforementioned Mossel indeed performed the service of Chief Administrator, but that no formal transfer of the aforementioned treasury had been made to him; that at the surrender of Nagapatnam not the least precaution was taken to preserve the trade treasury and other books for the Company, whereas otherwise, as 1402. Section 438. as it appears to us, it would have been possible to ascertain whether and to what extent the administration of the aforementioned Mossel could have had any relation to that shortage. Section 437. In any case, there seems to be little recourse to be had from the estate of the aforementioned Mossel, since already during his lifetime, according to the letter of the Ministers, the greatest part of that estate was remitted to the Netherlands. We must assume that this remittance was done done before the time of the discovered shortage in the treasury; for it certainly would demonstrate no care whatsoever for the Company's interests if that remittance had been permitted thereafter, and pending the investigation into the liability; but we cannot judge well on this matter, and would perhaps have received more light on it if we had obtained the memorandum that the remaining council members of Nagapatnam sent to you of what 1403. what was remitted from time to time by the aforementioned Mossel to P: Mossel in Amsterdam. Section 439. Meanwhile, the shortage itself appears to have amounted to quite a considerable sum; at least we see that on account of the compensation imposed by the English upon Governor van Vlissingen because of that shortage, the latter had to pawn jewels worth over 20,000 rds to the Council Member Johnson, just as by the same Governor for a similar purpose a pawning was made of pagodas 2502. 5. in silverware. And Section 440. Among the aforementioned jewels, according to the inventory drawn up by the Batavia Orphan Chamber of the estate of the aforementioned van Vlissingen and sent to Ceylon, a part having belonged to the sister of the widow of the mentioned van Vlissingen, married to Captain Des Roques of the Luxembourg regiment, The money paid to Captain Des Roques as well as the money paid to the bookkeeper Adams mentioned in the paragraph below, was paid out of the proceeds of the pawned jewels that were sold at Madras and remitted hither to the agents of the surviving widow of Governor van Vlissingen, by these 1404. and having been requested by the mentioned Captain that the same widow might compensate him for the value of the aforementioned jewels, or otherwise that a sum of 6000 rixdollars might be awarded to him in reduction of his claim, it surprises us that the Ministers have complied with those requests by granting the latter of them, since in our opinion they should have referred the mentioned Captain to the English Government with

Dutch transcription

1399. oedz Hunmne Hoog Edelheeden zeer g'eerde brief van den 28. Maart 1786. bereeds na de kust van kormandel gekeerd was, hebben we den last daarbij vervat„ de Ministers van Paleakatte bedeeld, met verzoek om die daar te doen exe„ „kuteeren. gebruiken we de vrijheid ons te ge. draagen aan onze nedrige brieven aan Hunne Hoog Edelheeden van den 27. November - 17. 86. en den 31: Maart 1787. en wijl hij op het ontfangen van welgem: Noopens de Majoor Haselman §. 433. Aangezien nu de Minis„ „ters een geregtelijke onderzoek teegen de voornoemde Majoor Hazelman hebben be greepen te zijn onnodig en bij na ondoenlijk alzoo de meeste per „zoonen, die teegen hem zouden kunnen getui„ „gen, overleeden, of wijd en zijd verspreed waaren en door hun onder over. „zending van het voorm: rapport neevens de be„ „antwoorde vraagpien „ten aan uE. tot bericht van bekwaamheid en verdiensten en geen andere. is is gediend, dat zij Minu „ters van gedachten waa „ren, dat de Majoor Hazel „man buiten figuur van proces uit den dienst van de Maatschappij behoorde te worden ontslagen, zonder aan hem een paspoort of afscheid te verleenen terwijl vervolgens door uE: de stukken ten laste van meergemelde kazer „man zijn afgegeeven aan den advocaat fis „caal om te dienen van advies, zullen wij het gevolg hier van tege „moet zien. §. 434. De kapitain zeegelaar die de Jnlandsche trou„ „pen, had gecommandeerd; De 400. De Commandant der arthillerije Hilman, mitsgaders de Gouver„ „neur van Vlissingen en den koopman Mossel die het ampt van Hoofd administrateur had waargenoomen alle overleeden zijnde verwonderd het ons niet, dat het zoo als de Ministers schrijven voor hun moeijelijk was ge „worden, de zaak nopens de verdeedi„ „ging en overgave van Nagapatnam in zodanigen staat van wijzen te brengen, dat dat daar over eene ge moedelijke uitspraak zoude kunnen geschied terwijl thans op deeze die zich niet konden verantwoorden, al de schal gelegd wierd. §. 435. Daar egter gem: kapitael Zeegelaar volgens de bij de Ministeren, ontfangene berigten veel had ten zijnen laste weegens slegte behandeling der inlandsche Mili„ „tairen, en kwaade beta „ling van dezelve en ten opzigte, zoo van voorm: artillerij kom „mandant Hilman, als van den Gouverneur van Vlissingen ge „oordeeld was, dat 'er grond 1401. grond genoeg zou zijn om hem indien zij nog in leeven waaren, van plicht verzuim Crimi„ „neel te laaten actionee „ren, is het van onze goedkeuring, dat 'er op de nagelatene boe¬ „dels van gem: drie per„ „zoonen beslag was gelegd. §. 436. Wijders is het ons niet gebleeken, wat door uE. is beslooten op der Mi„ „nisteren voordragt ver„ „vat bij de secreete missive van den 19. Maart 1784. of en hoe ver de boedel van gem: koopman Mossel aansprakelijk zoude kunnen worden verklaard voor voor de minderheid, die op de groote geld kas was bevonden. De reeden van der Mini „teren bedenkelijk. heid zich gegrond hebbende daarin, dat voorn: Mossel wal den dienst van Hoofdadmi nistrateur had waar „genomen, maar dat aan hem geen transport van de voorzeide kas was gedaan, dat 'er bijde overgave van Naga „patnam geen de minste voorzorg gebruikt is, om de Negotie kas en andere boeken voor de Compe te doen bewaard blijven, dewijl anders, zoo 1402. §: 438. zoo als het ons toeschijnt, nategaan zou zijn ge= „weest, of en hoe ver de administratie van voorm: Mossel op die te kortkoming eenige betrekking had kun „nen hebben. §: 437. In allen gevalle schijnt er aan de boedel van voormelde Mossel weinig verhaal te „zullen zijn, al zoo reeds bij zijn leeven volgens het schrijven der Mi„ „nesters het grootste gedeelte van dien boe „del naar Nederland was overgemaakt. Wij moeten onderstellen dat die overmaking gedaan gedaan zij voor den tijd der ontdekte te kort „ming op de geld kas„ dewijl het zeekerlijk gansch geen zorg voor Compagnies belangen zou aantoonen, wanneer men die overmaking da na, en hangende het ond „zoek over de aansprake „lijkheijd had toegelaten dan wij kunnen hier om „trens niet wel oordeelen, en zouden misschien desweege meerder liet hebben ontvangen, in „dien ons geworden was de Notitie, die de overgebleevene raads „leeden van Nagapat„ „nam aan uE: hebben gezonden van het geen 1403 geen door voormelde Mossel van tijd tot tijd aan P: Mossel te Amsterdam overge„ „maakt was. §. 439. Ondertusschen schijnt de te kort koming zelve een vrij aanzienlijke som te hebben bedraa¬ „gen althans zien wij dat uit hoofde der vergoeding door de Engelschen, weegens die tekortkoming den Gouverneur van Vlis. „singen gelegd, laastgen. voor een som van ruim 20'000: rd:s aan Juweelen onder het Raadslid Johnson had moeten verpanden, zoo als ook door „neur van vlissingen, door deeze §. 440. Onder de voornoemde Het geld aan kapitain Des Roques Juweelen volgens de zoo wel als het geld aan den boek„ „houder Adams vermeld bij de hier onder volgende paragraaf, is uijt door de Bataviasche het geproflueerde van de verbande weeskamer van de nala Juweele, die te Madras verkogt zijn, en herwaards is overgemaakt „ tenschap, van voorm: aan de zaak bezorgers van de nage„ „laatene weduwe van den Gouver„ van Vlissingen ge¬ „maakte en naar Cei„ „lon overgezondene Inventaris een gedeelte hebbende toebehoord aan de met den kapi„ „tain van het regi ment van Luxemburg Des Roques getrouwd suster van de weduwe van gemelde van Vlissingen betaald. door den zelven Gouver„ neur ten gelijken einde een verpanding was ge „daan van pagoden 2502. 5. aan zilver werken. en 1404. en door gem: kapitain verzogt zijnde, dat dezelve weduwe aan hem mogte vergoeden de waarde van voor„ „zeide Juweelen of anders, dat aan hem mogt worden toege¬ slaan een somma van 6000. rijxd:s in minde„ „ring zijner vordering, verwondert het ons, dat de Ministers in die verzoeken zijn ge¬ „treeden door het laatste van dezelve toetestaan, dewijl zij, onzes be „dunkens, gemelden kapitain naar de Engelsche Regeering met

NL-HaNA_1.04.02_3789_0284 view scan ↗

English

with his claim. § 441. The same may be said concerning the sum of 4000 rixdollars which the said widow van Vlissingen was also authorized to pay out to the bookkeeper Adams, as being married to a certain Johanna Catharina Steenhuysen, whose jewels had also been pledged by the said van Vlissingen in the manner aforesaid. § 442. Yet it did not appear very clear to us, from what was prescribed in your advices of December 31, that the 25563. 6. 5 pagodas paid out of his private purse to the English by the late Governor van Vlissingen on account of the deficit in the main treasury were left to the account of his estate, as that sum does not correspond with the one mentioned hereinbefore in § 439; unless this was not the principal sum, but solely what had to be made good in jewels by the repeatedly mentioned van Vlissingen to fulfill the same, for lack of ready money. § 443. Indeed, the entire contents of the 109th paragraph of your aforementioned advices, wherein several matters at once were, as it were, presented to us in an abridged manner, is so defectively drawn up that it can in no way serve to give us, as it ought, a clear understanding of what transpired between you and the Ministers. And since a similar, not very proper manner of writing has appeared to us among other main parts of these direct advices of yours, we would prefer to see that in the future one abstains from it, and without being too verbose, nevertheless gives an appropriate exposition to the matters that must be brought to our attention. § 444. In that same crowded report we find mentioned, among other things, that of the remaining administrators, the Mint Master Accama had not sufficiently accounted for himself, and that order had been given by the Secret Committee to detain the said Accama on the Coromandel coast, because he otherwise intended to depart from there for Europe on a French ship. Yet, it is only by adding hereto what we found reported in your secret letter of December 10, 1784 to the Governor and the Secret Council, that we have been able to form a clear idea of what occurred with respect to the said Accama. § 445. The same having actually arrived here in this country, we presume that the order of the Ministers to the remaining council members at Nagapatnam, mentioned in the secret letter of September 11, 1784, to the end of demanding from the said Junior Merchant Accama a sufficient accounting of his administration, and furthermore a specific account of those moneys which he himself confessed to having held under his care at the surrender of Nagapatnam, substantiated by authentic evidence; and, in case Accama should not be capable thereof, not to permit him to depart at that time; that, we say, this order will not have been received in time by the said council members. § 446. Nevertheless, as the same council members will probably not have been unaware that, according to an account of the former Secretary and Cashier Stoffenberg, whereof mention is made in the secret missive of the Ministers of March 19, the aforementioned Accama still had to account for 600 new pagodas, 4300 fanums, and approximately 8000 pagodas, unminted, it surprises us that those members did not oppose the departure of the aforementioned Accama, unless it was understood by them that the aforementioned Accama had sufficiently accounted for himself; but in that case we are still ignorant of the grounds upon which this understanding of theirs rested. § 447. We do not doubt, therefore, that the Ministers will have taken the departure of the said Accama seriously, and investigated whether the said council members can properly justify themselves in that regard. Since the government of Paliakatta has been restored, to which all the papers and orders regarding the Coromandel administration were sent, everything concerning the coast of Coromandel is handled by the ministers there. The Mint Master Accama departed before the offices on the coast were evacuated to us, and therefore at a time when we did not have the power to be able to prevent his departure immediately. § 448. For what is said in the letter of the said Accama of August 5, 1784 to Governor Falck and the Secret Council, namely that it had appeared to them from the Indies Name-Book of the last of August 1783 that you had favorably granted in general terms his request to be permitted to sail home, this certainly cannot have provided any authority to permit the said Accama to depart, because it could be assumed with complete justice that you had not been informed of the accounting which the said Accama was still obliged to render. § 449. Regarding the other members of the Nagapatnam Council, no grounds having been found by the Ministers to judge them guilty of neglect of duty, whereas on the contrary it had appeared to the aforementioned Ministers according to their letter from all the reports received that they had helped defend the city with great courage, we shall acquiesce herein, trusting that the said members will always observe their duty with the requisite fidelity. § 450. Nagapatnam having been surrendered to the enemy without inventory, it is without doubt difficult to estimate accurately the damage which the Company has suffered thereby. And the calculative statement which the Ministers of

Dutch transcription

met zijne vordering hadden kunnen en be „hooren over tewijsen. §: 441. Het zelfde zij gezegd omtrent de som van 4000. rd:s die gem: weduwe van Vlissingen meede gequalificeerd was uittekeeren aan den boekhouder Adams, als getrouwd met zeekere Johanna Catharina steenhuijsen, wier Ju weelen door gem: van vlissingen in manier als voor zeid meede wa „ren verpand geworden §: 442. Dan is ons niet zeer klaar voorgekomen heb voorgeschreevene bij uu adviesen van den 31. xber dat 1405. dat de uit hoofde van de te kort koming der groote kas door wijlen den Gouverneur van Vlis„ „singen aan de Engelschen uit prive beurs betaalde pagooden 25563. 6. 5. voor reekening van zijn boedel gelaten waaren, als komende die som niet over een met de gem: hier voor. §: 439. ten waare deeze niet als de hoofdsom, maar eeniglijk, als het geen aan Juweelen tot vervul „ling van dezelve, bij gebrek aan gereede penningen door meer „gemelden van vlissin gen had moeten voldaan worden: 1443. §. 443. Trouwens de gansche inhoud van de 109: para graaph van voorm: uwr adviesen, waarin men verscheide zaaken tegelijk, bij verkorting als het waare aan ons heeft willen voordraa¬ „gen, is zoo gebrekkig ingerigt, dat de zelve geen Zints dienen kan om aan ons, zo als het behoord, een duidelijk begrip te doen erlangen van het geen tusschen UE: en de Ministers verhandeld is. En vermits een zoortge¬ „lijke niet zeer gevoeg: „lijke schrijfwijze on„ der meer andere hoofd deele van deeze uwe directe 1406. directe adviesen, ons voorgekomen is, zullen wij liefst zien, dat men in het vervolg zig van dezelve onthouden en zonder al te wijd¬ „lopig te zijn, nogthans. aan de zaaken, die ter onzer kennis gebragt, moeten worden, eene gepaste uitbreiding geeve. §. 444. In dat zelfde op een gedrongen verslag vin„ „den wij onder andere gemeld, dat van de overige administra „teurs, de Muntmees„ „ter Accama zig niet voldoende had verant„ „woord, en dat door het geheim geheim Committe orde was gegeeven, om den „zelven Accama op kormandel aante„ „houden, wijl hij ander voorneemens was van daar met een fransch schip naar Europa te vertrekken. Dan, het is alleen door hier bij te voegen, het geen wij in uwen secreeten brief van den 10. December 1784 aan den heer Gouverneur en den secreeten Raadge „meld hebben gevonden, dat wij ons van het voorgevallene, ten aanzien van gemelden Accama„ een klaar denkbeeld hebben kunnen vormen. D. 445 1407. §. 445. Dezelve werkelijk hier te lande zijnde aange¬ „koomen, onderstellen wij dat der Ministeren order aan de overge „bleevene raadsleeden te Nagapatnam, ver meld bij den secreeten brief van den 11. 7ber: 1784. , ten einde van ge„ „melde onderkoopman Accama, eene vol¬ „doende verantwoor „ding van zijne admi„ „nistratie te vorderen. En voorts eene speci¬ „ficque reekening van die gelden, welke hij zelfs bekende bij de overgave van Naga „patnam onder zich gehad te hebben, met authentitqe ende ee authenticque bewijze gesterkt. d En om ingeval voor Accama daartoe niet in staat mogt zijn, hem als dan niet te laaten vertrekken, dat zeggen wij die order bij ge „melde raadsleeden niet tijdig genoeg ont„ „fangen zal zijn. S. 446. Evenwel, daar dezelve raadsleeden waarschijn „lijk niet onkundig zul„ „len zijn geweest, dat volgens eene reekening van den geweezen se cretaris en kassier Stoffenberg, waar van bij der Ministeren secreeten missive van Ze den 19. Maart word ge al sprooken 1408. zeedert dat de regeering van Palia „katta weeder hersteld is, aan dewelke of uE: zoo wel als de alle de papieren en ordres betrekkelijk„ sprooken, voormeld Ac= cama nog moest ver¬ „antwoorden 600. nieuwe pagooden, 4300: fanums„ en ongeveer 8000. pa „gooden, ongemunt, zoo verwonderd het ons, dat die leeden zich teegen het ver¬ „trek van voorn: Ac: „cama niet verzet- hebben, ten waare bij dezelve begreepen mogt zijn, dat voorm: Acca„ „ma zig voldoende had verantwoord; maar dan zijn wij nog onkundig van de gronden, waar op dit hun begrip gerust heeft §. 447. Wij twijffelen dus niet, de Ministers ge de kormandelse huishouding gezon Ministers zullen nader „den zijn, word alles wat de kust van kormandel aangaat, door de minis„ „ters aldaar behandeld. De muntmeester Accama is vertrokken voor dat de kantooren op de kust aan ons ingeruimt waaren, en mits dien in een tijd dat we het vermoogen niet hadden om zijn vertrek daadelijk te kunnen beletten. aan het vertrek van gemelde Aclama Ziek hebben laaten geleegen zijn, en onderzogt of gem: raadsleeden zig desweege behoorlijk kunnen verantwoorden. §. 448. Heb geen toch bij den brief van gem: Accama van den 5. aug:s 1784. aan den Heer Gouverneur Falch en secreeten Raad word gezegd, dat hun uit heb Jndisch Naamboekje van ult:o aug:s 1783. was gebleeken, dat uE: zijn verzoek om te mogen thuis vaaren in alge„ „meene termen goed „gunstig hadden toege„ „staan, dit heeft zeekerlijk geene 1409. geene bevoegdheid kun „nen uitleeveren, om den zelven Accama te laaten vertrekken, dewijl met volkomen regt ondersteld kon worden, dat uE: niet waaren onderrigt geweest van de ver„ „antwoording, die gem: Alcama nog Schuld „dig was te doen. §. 449. Omtrent de overige lee„ „den van den Nagapat „namschen Raad bij de Ministers geen grond bevonden zijnde, om de „zelve weegens pligt ver¬ „zuim schuldig te oordeelen, terwijl aan voorn: Ministers inte „gendeel volgens hun schrijven schrijven uit alle de ont „vangene berichten was gebleeken, dat zij de stad met veel har „telijkheid hadden het „pen verdeedigen, zullen wij hier in berusten van „trouwende, dat gem: leeden hun pligt steede met vereischte ge „trouwheid zullen be „trachten. §: 450. Nagapatnam buiten Jn: „ventaris aan den vijand overgegeeven zijnde, valt het buiten twijffel moeijen „lijk nauwkeurig te be „grooten de schaade, welke de Maatschappij daarbij heeft geleeden. En de Calcilative ofga „ve die de Ministers van

NL-HaNA_1.04.02_3789_0295 view scan ↗

English

have demanded in that regard from the remaining council members, will therefore be subject to quite a few uncertainties. Section 451. The inventories, according to which the administrations were handed over to the English, and of which the Ministers sent you a copy, have, contrary to your expectation, not been sent to us; we therefore cannot judge either whether this is to be understood of the administrations in general, and thus of all of them, or only of some, and indeed the principal ones in particular, while from what was discussed previously it seems quite certain that what concerns the administration of the mint cannot be included under this. Section 452. The loss suffered by the subordinate factories having as yet only been reported with respect to Paleacatta and Jaggernaikpoeram, we still await the statement regarding the remaining factories. Section 453. But since it is more than probable that those into whose hands the fortunes of war have caused the Company's goods to fall will not have proceeded so loosely and sloppily as those who had to hand over those goods to them, it might perhaps not be impossible to discover by that means at what amount the value of what was captured was estimated by the English themselves. Section 454. At least we believe that there can be no objection, since various books and other papers concerning the affairs of this Government seem to have been appropriated by the said nation, to sound out, either with the government at Madras or wherever it might be of service, whether they were inclined toward the return of the same; which, since that return would certainly be of great service, is therefore recommended for further consideration by you and the Ministers. Section 455. According to the Ministers' dispatch of 4 January 1785, the written order from the said Government of Madras to take back over the Company's possessions on the Coromandel and Madura coast was then daily expected by them. And Mr. van de Graaff having indicated in his secret dispatch of 10 February that he was not disinclined to think that the Governor of Madras, Lord Macartney, was waiting for a specific explanation from Europe as to what was actually to be understood by the words in the preliminaries that Nagapatnam with its dependencies was ceded to England, we hope to learn the final settlement of this matter from the next letters. Section 456. We wish the same regarding the restitution of Trincomalee, concerning which the aforementioned Governor was to write to Brigadier Coutenceau, who succeeded Mr. de Bussy in the French command. Section 457. With respect to what was written in the secret dispatch of the Ministers of 19 March, that they did not recall having reported that the French possessions at Trincomalee were paid for by the Company—those funds were certainly not given specifically for one purpose or the other, but at their urgent requests we have repeatedly had to furnish the French with cash, which was each time placed to their account and served in reduction of the credit of two and a half million—we cannot fail to remark that the Ministers at least expressed themselves in such a way that the idea had to arise from it as if the Company had at least advanced the monies which the French had needed for the payment of their aforementioned land and sea forces. Section 458. And however much it is also said in their letter of 11 December 1784 that the French land and sea forces at Trincomalee were maintained by the Crown of France without the Company having paid anything for them, the Ministers nonetheless immediately add thereto that the French had asked to borrow the 50000 rupees per month at which that expenditure was estimated, but that upon having demonstrated that the impossible was being demanded, the matter had remained at that. It appears nevertheless from what was written by the Ministers in their letter to us of 17 September 1784 that as long as the French had to manage at Trincomalee, as the Ministers express it, the Ministers would not be able to avoid advancing them some money from time to time, having been most strongly requested to do so by Mr. Bussy, and that gentleman having pressed hard for the fulfillment of the promised 2.5 million, last mentioned in our general letter of last year, Section 341. Section 459. The Ministers having received an invoice of account for various goods that were sent from Batavia to Ceylon with the French snow De Betsi, and although this vessel had stayed at Trincomalee for some months, nothing was nonetheless reported by its captain, the Chevalier de Kersaint, who had been to see Junior Merchant van Senden several times, regarding any goods loaded in his ship for the Company's account—the amount of these goods furnished at Batavia to Resident Kersaint, according to the account received from Batavia, was charged to the account of the French Crown at f 1076. 14. 8, as appears from the closed account of 30 July 1784—the Ministers did well to order the said van Senden to make inquiries among the French concerning those goods, and we look forward to the outcome of this. Section 460. The Ministers in their letters to us of the

Dutch transcription

1410. van de overgebleevene raadsleeden daar om„ „trent gevorderd hebben, zal over zulks aan vrij wat onzeekerheeden onderhevig zijn §. 451. De Jnventarissen, waar naar men de administra „tien aan de Engelschen overgegeeven heeft, en die de Ministers uE. in kopie hebben doen toekomen teegen uwe verwagting aan ons niet gezonden weezende, kunnen wij dus ook niet oordeelen, of zulks van de administra „tien in het algemeen, en dus van alle te ver „staan zij, dan slegts van van eenige, en wel de voornaamste in het bij zonder, terwijl uit het verhandelde hier voor, vrij zeeker Schijn te zijn, dat het geen de administratie van de munt betreft, hier onder niet kan zijn begreepen. §. 452. Het geleedene verliese de onderhoorige kan „tooren, nog alleen maa opgegeeven zijnde ten aanzien van Palea„ „catta en Jaggernaik„ „poeram, blijven wij de opgave ten aanzien va de overige kantoore nog afwagten. me §: 453. Dan vermids het maa dan waarschijnlijk dat 1411. dat zij welken het lot des oorlogs Comp. s goederen in de handen heeft doen vallen, niet zoo los, en slordig zullen zijn tewerk gegaan, als die gee „nen, welke aan hen die hen die goederen hebben moeten over¬ „geeven, zou het veeel ligt niet onmooge „lijk zijn, om langs dien weg te ontdek„ „ken, op hoe veel de waarde van het vero „verde door de Engel. „schen zelve geschat wierd, §: 454. Althans meenen wij„ dat 'er geene bedenke „lijkheid kan zijn, om daar daar 'er verscheide boek en andere papieren de zaaken van dit Gouver „nement betreffende door gemelde Natie schijnen te zijn geeigen te ondertasten, het2 bij de regeering te Ma „dras, of waar zulks van dienst zou kun „nen zijn of men tot de teruggave van dezelve was geneegen het geen derhalven alzoo die te rug gave zeekerlijk van veel dienst zou zijn, uwr en der Ministeren nadere overdenking word aanbevoolen. §: 455. Volgens der Ministers missive 1412. missive van den 4. e Januarij 1785. toen dagelijks bij hun wor¬ „dende tegemoed ge„ „zien het aanschrijven van gem: Regeering van Madras, om weeder over teneemen Comp. s bezittingen op de Cormandelsche en Madureesche kust. En den heer van de Graaff bij zijne se¬ „creete Missive van den 10. februarij daar aan te kennen heb. „bende gegeeven, dat hij niet vreemd was van te denken, dat de Gouverneur van Ma„ „dras Lord Macartnij naar naar eene bepaalde uit „legging uit Europa wagte, wat men eigent lijk te verstaan had door de woorden bij de praeliminairen, dat heb Nagapatnam met van desselfs onderhorig „heden aan Engeland wierd afgestaan, hoopen wij, uit de eerstvolgen „de brieven het vol„ „kome beslag deezer zaake te verneemen. §. 456. Dat zelfde wenschen wij omtrent de teruggave van Trinkenomale, waar omtrent voorn: Heer Gouver neur zou schrijven aan den Heer Bregadier Coute ceau, die den heer de Busse is 1413. Bepaaldelijk tot het een of het ander eijnde zijn die gelden wel niet gegeven, geschreevene bij de dog we hebben de fransen te meermaa„ „len op hunne dringende verzoeken, kon „ secreete Missive „tanten moeten verstrekken die hun tel„ „kens op reekening gesteld zijn, en gediend der Ministers van hebben in mindering van het krediet van twee en een halve millioen in het fransch bewind opgevolgd was. § 457. Met opzigt tot het den 19. Maart, dat men zich niet her„ „innerde gemeld te hebben, dat de fran„ „sche bezittingen te Trinkonomale door de Comp: betaald zijn, kunnen wij niet nalaaten aan te „merken, dat ten minsten de Minis„ „ters zig zoo hebben uitgedrukt, dat daar uit het denkbeeld moest worden gebooren, als als of ten minsten de Compe de penningen had voor uitgeschooten welke de franschen ter betaling van voor¬ „zeide hunne land en zee magt nodig hadden gehad. §. 458. En hoe zeer ook bij hunnen brief van den 11. xber. 1784. word ge „zegd, dat de fransche land en zee magt te Trinkenomale door de kroon van Frankrijk was onderhouden, zon„ „der dat de Compe voor dezelve iets had betaald Voegen de Ministers daar nogthans onmidd „lijk bij, dat de franschen de 1418 de 50000. ro/a: ter maand, waar op men die uit„ „gave begrootte, ter leen gevraagd hadden dog dat men hier op ver„ „toond, hebbende, dat het onmogelijke ge¬ „vergd wierd, het dan ook daar bij was ge¬ „bleeven. Het blijkt niet temin uit het geschreevene door de Ministers bij hunnen brief aan ons van den 17. 7ber: 1784. dat zoo lang de fran„ „schen te Prinkenomale moesten huishouden, zoo als de Ministers zich uitdrukken; zij Ministers zig niet zouden kunnen ontrekken aan dezelven van tijd tot tot tijd eenig geld voor „teschieten, zijnde da toe door den heer Buss ten sterksten versogt, en hebbende die Heer hard aangedrongen op de voldoening van de toegezegde 22. miljoe„ „nen laatst vermeld bij onzen generalen brief van den voorleeden Jaar §. 341. §: 459: De Ministers ontfangen hebbende een factuur van aanreekening ont van verscheide goede op met „ren, die met de fran„ reek schen snauw de Betsi van Batavia naar Ceilon waaren verzon„ „den.. En of schoon dit vaar tuig eenige maanden . te 1415. Het bedragen van deze goederen te r Batavia aan den Resident kersaint verstrekt, zijn volgens de van batavia ontfangene aanrekening, gesteld op de rekening van de franse kroon met ƒ1076. 14. 8. blijkens de gesloote reekening van den 30. Julij 1784. te Trinkonomale had vertoefd, nogthans door desselfs kapitain den Ridder de kersaint die verscheide maa „len bij den onderkoop „man van senden was geweest, niets gemeld zijnde van eenige goederen in zijn schip voor Comp:s reekening gelaaden. Hebben de Ministers wel gedaan denzel „ven van Senden te gelasten naar die goe „deren bij de franschen onderzoek te doen, en wij zien hier van den uitslag te gemoed. § 460. De Ministers bij hunne letteren aan ons van den e

NL-HaNA_1.04.02_3789_0306 view scan ↗

English

having represented on the 17th of September 1784 that during the war several Company ships and vessels were used by the French, for which a reasonable compensation, as the Ministers express it, could justly take place, but that they were not able to draw up the account thereof, as they did not know on what terms the ships were lent by the Cape Ministers to the French Government, and that for this reason it was judged by them that the entire handling of this matter had to be left to us, sending to that end a list approved by the French Agent Monneron of such ships and smaller vessels used in the service of the Crown of France, so far as the Ministers had any knowledge thereof, we deem it necessary to observe in this regard that, even if it might have been impossible for the Ministers to obtain the necessary reports in this respect from the Cape Ministers, we nevertheless believe that, even if one had remained deprived of those reports, a fair arrangement regarding the use of those ships and vessels could nonetheless have been made, which would have been somewhat easier for them, who knew from up close the services that the French had also enjoyed by means of those ships and vessels, than for us here in this country, and since the aforementioned list was by no means drawn up in such a manner, or one still needs several reports concerning the same, we shall therefore attach to this letter a Memorandum of the clarifications that are required regarding the contents of that list. § 461. You, just as we, will have received from the Ministers a copy of the concluded provisional account with the Crown of France, of which the balance in favor of the Company amounts to a sum of ƒ1,264,474. 11., and we therefore abide by what was presented to you on the subject of that account in our general letter of the past year § 337, that account, together with the aforementioned list of ships and vessels, having been placed in the hands of the Chamber of Amsterdam with a request to look after the Company's interests in that regard, under which therefore also belongs the making of the necessary arrangements concerning the calculation of the Interest, which, as you will have seen, has remained undetermined in that account. § 462. With the sale of the silk taken over from the frequently mentioned Agent Monneron, as appears from § 353 of our general letter of the past year, matters did not turn out entirely contrary to our expectation, as, so far as an account has already been rendered thereof, a sum of ƒ18,794. 10. was lost thereon, which thus shows that this accommodation remained entirely without burden to the Company, wherefore we also hope that the Ministers will not find themselves in such circumstances again as those which gave only too much ground for such accommodations. § 463. The negotiations with Captain Anthonij Rodrigo, commanding the Portuguese vessel Aurora, with whom the Ministers had sent 200 chests of Japanese copper to Malabar, have ended unfortunately, since the said captain went bankrupt with that cargo, and however much one had written about this to the Governor at Goa, little was to be expected from this, since the said captain, according to received reports, had departed for Europe. § 464. This captain having previously properly accounted for the cargoes entrusted to him, both at Colombo and at Cochin, this excuses the credit which the Ministers have now recently given to him, and we shall therefore make no remarks about this. § 465. In our letter of the past year § 364 it was already indicated by us that we very well understood what caused the Ministers, in order to provide themselves with the necessary funds, to have had to take recourse to measures that otherwise, considered abstractly with regard to the Company's interest, would not be entirely tenable, and just as we did not enter at that time into the discussion of any particulars concerning that matter, so shall we now also for those same reasons remain in that course. § 466. We, therefore, abiding by what was written at that time, meanwhile deem not unfounded the remark made by you that, insofar as any drafts were drawn upon us by the Ministers in order to have the cash counted into the treasury serve for the repayment of a part of the capital that one had been obliged to negotiate during the war at 6 per cent per year, this money should rather have been spent on the repayment of liquid debts on Coromandel, as the Company would sometimes have to pay off there with an interest of 9 to 12 per cent per year. § 467. [illegible]

Dutch transcription

den 17. 7ber: 1784. vertoond hebbende, dat 'er ge„ „duurende den oorlog verscheide Comp„s sche „pen en vaartuigen door de franschen gebruikt waaren voor welke een reedelijke scha¬ vergoeding, zo als de Ministers zig uit „drukken met regt kon plaats hebben, dan dat zij niet in staat waaren de ree„ „kening daar van op temaaken, als niet weetende, op welke voorwaarde de schee„ „pen door de Caabsche Ministers aan het fransche Gouverne. ment 1416. ment waaren geleent, en dat uit dien hoofde bij hun geoordeeld was de gansche be„ „handeling deezer zaake aan ons te moe „ten overlaten, zen „dende ten dien einde een lijst door den franschen Agent Monneron goedge „keurd van zodanige scheepen, en mindere vaartuigen in dienst van de kroon van Frankrijk gebruikt, voor zo ver de Minis¬ „ters daar van eenige kennis droegen. zoo achten wij noodig hier omtrent aante„ „merken merken dat, zoo het al voor de Ministers onmooglijk geweest mogt zijn van de kaa¬ „sche Ministers te erlangen de nodige berigten in dit opzig wij echter meenen, dat, al waare men van die berichten verstooken gebleeven nochtans weegens het gebruik dier scheepen en vaartui gen wel eene billij¬ „ke schikking te maaken zou zijn geweest, en het geen voor hun, die van na bij kenden de diensten welke de franschen ook door middel van die 1417. die scheepen en vaar „tuigen hadden genooten wij wat gemakkelijker zoude zijn geweest, dan voor ons hier te lande, en daar de voorschreeve lijst geenzints zodanig is ingericht geweest, of min heeft omtrent dezelve nog verschei„ „de berichten nodig, zoo zullen wij bij dee„ zen brief voegen een Memorie van de ophelderingen, die met betrekking tot den inhoude van die lijst vereischt worden. §461. UE. zullen eeven als wij van de Ministers hebben ontvangen een afschrift. afschrift van de afge„ „slotene provisioneele reekening met de kroon van Frankrijk, waar van het saldo ten voor¬ „deele van de Comp:e een som van ƒ1264474. 11. bedraagd, en wij gedraa „gen ons mitsdien aan het geen uE: op het stuk van die reekening is voorgehouden, bij onzen generalen brief van den voorleeden Jaare §. 337. zijnde die reeke„ „ning beneevens voorm: lijst der scheepen en vaartuigen gesteld in handen van de kamer Amsterdam met ver„ „zoek om daar omtrent Comp: 1448. Comp:s belangen waar te„ „neemen, waar onder dus ook behoord het maaken van de noodi„ „ge schikkingen over de bereekening van de Jntrest, die zoo als uE: zullen heb„ „ben gezien, bij die reek: is onbepaald gebleeven. 5: 462. Met den verkoop der zijde van meergemelde Agent Monneron blijkens §: 353: van onzen generalen brief van den voorleeden Jaare, overgenomen is het Juist niet zeer teegen onse ver „wagting uitgevallen, als zijnde, voor zo verre verre, daar van reeds een opgave is gedaan daarop verlooren een som van ƒ18794. 10. heb geen dus zien doed dat die gerieflijkheid gansch is gebleeven buiten beswaar van de Maatschappij, waar „om wij dan ook hoopen dat de Ministers zich niet weer in om¬ „standigheeden zullen vinden, als die welke voor zodanige gerief„ lijkheeden niet dan maar al te veel voet hebben gegeeven. §: 463. De onderhandelingen met den kapitain Anthonij Rodrigo voerende 1419. voerende het portu„ „geesch vaartuig Au„ „rora, met wiende Ministers 200. kisten Japansch kooper naar de Mallebaar hadden gezonden, zijn onge „lukkig afgelopen, alzoo gem: kapitein met die lading ban„ „keroet gegaan, en hoe zeer men daar over aan den Gouverneur te God had geschree„ „ven, hier van echter wijnig te wachten was, als zijnde gem: kapitain volgens ont„ „fangene berichten naar Europa vertrok „ken. §464. Deeze kapitain te vooren de de hem toevertrouwde ladingen, zoo te Colombo als te Cochim behoorlijk verantwoord hebbende, verontschuldigd, zulks het credis het geen de Ministers nu laatst aan denzelven hebben gegeven, en wij zullen ook daarom hier over geene aanmerkingen maaken. §. 465. Bij onzen brief van den voorleeden Jaare §. 364. is door ons reeds te kennen gegeven, dat wij zeer wel gevold hadden, waar door ver„ „oorzaakt was, dat de Ministers, om zich van de nodige fondsen te voorzien, tot midde „len 1420. len hadden moeten toe „vlucht neemen, die anders met Compe belang in het afge „trokkene beschouwd, niet ten vollen bestaan „baar zouden zijn, en gelijk wij als toen omtrent dat stuk niet zijn getreeden in de verhandeling van eenige bijzonder „heeden, zoo zullen wij ook thans om die zelfde reedenen in dat spoor blijven. §: 466. Ons derhalven gedra„ „gende aan het als toen geschreevene achten wij inmiddels niet ongegrond uwe ge „maakte maakte aanmerking dat in zoo ver door de Ministers eenige a signatien op ons getro ken zijn, ten einde he in kas getelde geld te doen dienen ter afbe „ling van een gedeelte der kapitalen die me in den oorlog had mo „ten negotieeren teeg 6. p:r C:o in het Jaar, dit geld liever had moeten besteed worden tot af¬ betaling van liquide schulden op Corman. Met del, als welke de comp ver aldaar somtijds zou ten het moeten afleggen met Jaar krea een rente van 9. à 12. Pr C: t. §. 467. ras dat n eer tan

NL-HaNA_1.04.02_3789_0317 view scan ↗

English

1421. D. 468. §. 467. We furthermore gladly wish to cite here, as a proof of zeal and devotion to the Company's interest, the borrowing of a capital of 4000. rd:s from Major Paravicini at an interest of three p:r C:t in order to pay off therewith a part of another Capital on which the Company paid 4. p:r C=t in interest. The reasons which the Ministers have given why paper money could not be introduced on Ceylon deserve the utmost attention and do not appear unfounded to us. However, one might consider whether, regarding what is said there that all provisions that come to the bazaar must be brought by the Sinhalese, and that these already make difficulties enough when an unusual kind of money is to be introduced, these Sinhalese know of any other outlet for their produce than that of the Company's lands, and if not, whether one could not thereby exercise some authority over them to the end that they accept the receipt of this paper money. With the Sinhalese who come to the bazaar to sell their goods there, this would not go very well, as that consists of small items; but with regard to larger sums, the paper money, introduced here for over two years, maintains its credit because we ensure that the holders thereof can realize it in cash in the Company's treasury whenever they see fit. It is even very convenient now for people who have businesses and occasionally have to make large payments, because in daily circulation there is nothing but copper money, which is difficult to handle. 1422. We are nonetheless completely convinced that it is most necessary to provide this Government with the required funds, and it will already have become apparent to you as well as to the Ministers that we also employ the Company's utmost capacity for this purpose. §. 469. We also acknowledge having found not unacceptable the reasons cited by the Ministers in demonstration of why they had the silver received from Batavia minted into rupees according to the alloy and the weight of the Bombay rupees, and not according to that of the Batavian ones. And since the Ministers were to send you a few samples of those minted rupees, we shall await whether any objections have occurred to you regarding the same. §. 470. We do the same regarding the copper dudu's of one and four dudu's apiece sent to you, which samples have very likely given you cause to investigate how the account of the Dudu's stands for the Company in comparison to that of the doits. The dudu's that are struck at Colombo yield, above the purchase cost of the Japan copper, an advance of 2: 23. p:r Ctos; nevertheless, it turns out more advantageous with the doits, because those are issued here for a quarter stuiver, and the Company can sell the Japan copper elsewhere for Tuticorin and Coromandel. 1423. §. 471. And we still abide by the detailed discussion under D. 364. and following of our general letter of the past year, concerning the minting at Colombo, as well as by what was written under the previous section D. 375. §. 472. The deficit of the Galle cashier de Moor, to the amount of rd:s 17140., more broadly mentioned in our general missive of the past year §: 368., having been compensated to the Company, we therefore need not express ourselves further on what has now been further discussed between you and the Ministers with respect to the liability of the guarantors of the said de Moor, of which mention is likewise made in our aforementioned missive D: 370. §. 473. Furthermore, we approve the orders that you have given to the Bengal Ministers to indemnify the Company, either out of the possessions of the former Director Ross, or in his absence by the members of the Political Council who by Resolution of 20. December 1780 accepted the surety of the aforementioned Director Ross and must thus be regarded as counter-guarantors, in case the chank shells granted on credit in the book year 1778. and 1779. to the burgher Blume are not yet paid for by the said Blume. §. 474. It having been represented by the former Master of the Equipage van der Wigge regarding the 30000. pieces of long gunnies sent to Batavia with the consent of the Ministers, for which you had refused the requested 25. rd:s per hundred, as they were judged to be of a bad sort and single gunnies, that the same gunnies had been purchased by him from an English captain for 25. rupees per Hundred, and that the 20000. pieces of that same sort purchased at Colombo for the Company were also received there and accounted for as double long gunnies, of which 8000. pieces of cinnamon bale covers were delivered; requesting therefore that some change might be made in your adopted resolution to pay no more than 122. rixdollars to the said van der Hegge for the same gunnies, and that he might at least remain indemnified under the assurance that the aforesaid gunnies had been good double Bengal gunnies, we shall now await your decision on that representation. § 475. And we observe meanwhile

Dutch transcription

1421. D. 468. Met de singaleesen die ter bazaar Jaaren hier in gebruik gebragt, zijn dat de houders daar van telkens wan„ cas kunnen realiseeren. Het is zelfs tans zeer konvenent voor luiden, die §. 467. Wij willen voorts als een blijk van zucht en iever voor Comp:s belang hier gaarn aanhalen heb in leen neemen van een capitaal van 4000. rd:s van den Majoor Paravicini teegen den intrest van drie p:r C:t om daarmeede aftelossen een gedeelte van een ander Capi„ „taal, waar van de Maatschappij 4. p:r C=t renten betaalde. De reedenen, die de koomen om hunne goederen daar te Ministers hebben gegee„ Comp verkoopen, zoude dit, wijl dat in kleinig „heeden bestaat, niet wel gaan, dog „ven waarom op Ceilon zou ten aanzien van grootere sommen blijft het papier geld, zeedert ruim twee het papiere geld niet met krediet behouden, door dien we zorgen was in tevoeren, verdie„ 12. neer ze het goedvinden, het in 'skomp„s„ nen de uitterste op„ merking en koomen. affaires ons affaires hebben, en nu en dan groote betaalingen te doen hebben, wijl 'er in de wandeling niets dan kooper „len is. ons niet ongegrond voor alleen zou men bedenken of daar gezegd word, dat alle levensmidde„ „len die ter bazaar koomen, door de Singa „leesen moeten worden aangevoerd, en dat deeze reeds spelsge„ „noeg maken, als men een ongewoon soort van geld wil invoeren, deeze Singaleesen voor hunne landsvruchten een anderen uitweg weeten, dan die van Comp. s landen, en zo neen, of men daar door als dan op dezelve niet eenig vermogen geld gaat, dat moeijelijk te behande„lijk heijd kunnen maak kan 1422. kan oeffenen, ten dien einde, dat zij zich den ontvangst van dit papier geld laaten welgevallen. Wij zijn niet temin volko„ „men overtuigd, dat het allernoodsaakelijkst is, dit Gouvernement van de nodige pennin „gen te voorzien, en het zal uE: zo wel als de Ministers reeds zijn gebleeken, dat wij ook hier toe Comp:s uitterste ver „moogen aanwenden. §. 469. Wij erkennen meede niet onaanneeme: lijk te hebben gevon¬ „den de reedenen door de De doedoes die op kolombo geslaa„ de Ministers aange„ „haald, ten vertooge waarom zij het van Batavia ontvangene zilver tot ropijen had„ „den laten vermunten naar het alloij en het gewigt van de bombaij„ „sche ropijen, en niet naar dat van de Bata„ „viasche En naar dien de Minis „ters uE: een paar mons: „ters van die gemunte ropijen zouden zenden, zullen wij afwachten, of op dezelve bij uE. eenige bedenkingen gevallen zijn. §. 470. Het zelfde doen wij „gen worden, geeven booven het uit omtrent de meede aan koops kostende van het Japans koo„ „per uE. 1423. „per nog een advans van 2: 23. p„r Ctos niet te min komt het met de duiten voordeeliger uit, wijl die hier voor een kwart stuiver indi duiten het stuk zul„ „al worden uitgegeven, en de komp„ verkoopen kan. uE: gezondene kopere doedoes van een en vier van die monsters uE: veel ligt, aanleiding hebben gegeeven om te onderzoeken, hoe de reek: van de Doedoes staat voor de Maat„ „schappij in vergelij„ „king van die der duiten„ §. 471. En gedragen wij ons als nog aan het om¬ „standig verhandelde bij D. 364. en volgende van onzen generalen brief van den voorlee „den Jaare, belangende het munten te Colombo buiten dien het Japans kooper „lende de ontvangst voor voor Tutu Corijn en kor¬ „mandel, als meede aan het geschreevene onder het vorige hoofd „deel D. 375. —. §. 472. De tekort koming van den Gaalschen kassier de Moor, ter somma van rd:s 17140. breeder vermeld bij onzen generalen mis„ „sive van den voorleeden Jaare §: 368. aan de Comp: vergoed zijnde, behoe¬ „ven wij ons dan ook niet verder uittelaten over het geen tusschen UE: en de Ministers thans nader verhan„ „deld is, met opzicht tot de aansprakelijk„ „heijd der borgen van gem: 1424. gem: de Moor, waar van bij voorm: onze missive D: 370. insge„ „lijks melding voor„ „komt. §. 473: Voorts zijn van onze goed„ „keuring de ordres die uE: aan de Bengaal„ „sche Ministers heb„ „ben gegeeven, om inge„ „val door den burger Blume niet als nog betaald wierdende op Crediet in het boekjaar 1778. en 1779. aan den„ „zelven Blume afge „stane Chiankosen, als dan de Comp:e deswee„ „gen schadeloos te stellen, het zij uit de bezittingen van den den geweezen Directeur Ross, dan wel bij ons„ „stentenis van den zel„ „ven door de leeden van den Politicken Raad die bij Resolutie van den 20. December 1780. de borgtogt van voorm: Directeur Ross hebben aangenoomen, en dus als achterborgen moe¬ „ten worden aangemerkt. §. 474. Door den geweezen Equipa „giemeester van der Wigge weegens de met der Mi„ „nisteren toestemming naar Batavia verzon„ „dene 30'000. stuks lange goenies, waar voor uE: de gevraagde 25. rd:s voor het hondert ontzegd hadde 1125. hadden, als zijnde ge „oordeeld van een slegte soort, en enkele goe„ „nies teweezen, vertoond zijnde, dat dezelve goenies door hem van een Engelsch kapitain voor 25. ropij „en het Honderd inge„ „kogt waaren, en dat de 20000. stuks van dat zelfde soort te Colombo voor de Comp:e gekogt, aldaar ook inge¬ „noomen en verant „woord waaren voor dubbelde lange goe„ nies; zijnde daar van 8000. stux kanneel bolk„ „vangers geleeverd, verzoekende verzoekende midsdien dat in uw genomene besluit, om aan gem: van der Hegge voor de zelve goenies niet meer dan 122. rijxd:s te betaalen, eenige ver„ „andering mogt worden gemaakt, en hij ten minsten schadeloos blijven onder verzee„ „kering, dat de voor„ „zeide goenies goede dubbelde Bengaal„ „sche goenies geweest waaren, zullen wij uwe beschikking op dien voordracht als nu afwachten. § 475. En merken inmiddels aan

NL-HaNA_1.04.02_3789_0327 view scan ↗

English

1428. We shall have a trial made to see whether the gunnies in Tutucorijn can be manufactured so well that they may be used with just as much confidence as the Bengal gunnies for the packing of cinnamon, in response to what was written by the Ministers in their marginal note on the 173rd paragraph of our general letter of the year 1783, stating that the Bengal gunnies are incomparably better than those from Tutucorijn, and that the latter are never used as long as the former can be obtained; because it appears from your reply to the same paragraph of our letter of the year 1783 that, according to what the Ministers have previously reported on the matter of those gunnies, it is not impossible to have those from Tutucorijn manufactured of as good quality as the Bengal ones, so that this article ought not to be lost sight of, insofar as it may be more convenient for the Company to obtain the gunnies from Tutucorijn than from Bengal. § 476. With regard to the purchases of equipment and other goods, we have repeatedly shown you that we harbored considerable misgivings, and that these misgivings pertained not only to the high prices that were sometimes paid for those goods, but in particular also to the means and ways used to offer those goods for purchase to the Company. Referring thereto, and especially to what was written in the General Letter of the year 1781, § 280, we shall not express ourselves on what appears regarding these purchases in the Resolutions of the Ministers, We shall allow this highly esteemed recommendation of Your Right Honourables to serve for our dutiful information, assuming that these purchases were made purely out of necessity, and above all in the expectation that the Ministers will duly heed those observations. Meanwhile, what appears in their Resolution of August 3, 1784, regarding a delivery of sailcloth made to the Company, serves as a further urging of what was written in our aforesaid letter of the year 1784. § 477. As we 1428. We have issued the necessary orders against this neglect. speak here of the Resolutions of the Ministers, we must briefly mention that, since no marginal notes are found on those Resolutions such as we annually receive on the Resolutions of almost all other offices of the Company, and we therefore also lack the brief summary of those Resolutions which is compiled by gathering the marginal notes together, this repeatedly causes us a rather burdensome searching, which could be prevented by means of the aforesaid marginal notes and the compilation thereof. Since use is now also made of their Resolutions at your table in describing this momentous main part of your correspondence with the Ministers, we firmly assume that you will likewise have experienced the aforesaid inconvenience several times, and we therefore expect 1429. we take the liberty to refer to the report that you will have the Ministers provide for this. § 478. The purchase of 5000 muskets by the Company's Agent in Tranquebar, Geeke, which were almost all found to be poor and unusable, and of which 2600 pieces had already been sent to Malabar to be sold in the least disadvantageous manner, this purchase has with reason drawn your attention, and we hope that it will be possible to fulfill that which was reported concerning these muskets to Their High Mightinesses in § 12, 13, and 14 above, regarding your expectation concerning the indemnification of the Company in this matter. § 479. Rightly have you ordered the Ministers to hold the aforesaid Agent Geeke accountable for the misleading reports he seemed to have given, when he had reported that if a Company vessel were to arrive on the Coromandel coast, a considerable quantity of private piece goods could then be sent on freight with it to Batavia. 1430. Batavia. The Ministers, in order to make the voyage of that vessel somewhat profitable, having written to the aforesaid Junior Merchant Geeke to summon the aforesaid vessel from the Junior Merchant Van Senden in the event that 25 to 30,000 pagodas' worth of private piece goods lay ready for shipment to Batavia on freight, we now see from your advices of December 31 that, according to the letter of the said Van Senden of October, that vessel had waited there in vain until that time for a summons to Coromandel, so that it had departed for the Capital solely in ballast, while nevertheless, by a private Dutch small vessel that had departed at virtually the same time, 70 bales were brought to Batavia. § 480. The good intention of the Ministers having thus been frustrated, 1431. frustrated, the return voyage of that vessel from Trincomalee to Batavia resulted in a considerable burden for the Company. And when one examines the large number of ships that were employed in the service of Ceylon in the year 1784, and the insignificance of the cargoes they carried to the Capital, it becomes further evident how oppressive were the burdens that the Company, particularly in recent years,

Dutch transcription

1428. We zullen 'er een proef van laaten neemen of de goenies te Tutuko„ „rijn zoo goed kunnen gemaakt wor„ „den, dat ze met even zoo veel gerustheid als de Bengaalse goe„ „nies tot het emballeeren van aan op het geschreeve ne door de Ministers bij hun marginaal paragraaf van onzen generalen brief van den Jaare 1783. dat de Bengaalsche goe nies ongelijk beeter zijn, dan de Tutuco„ „rijnsche en dat men de laatste nooijt gebruijkt, zo lang men de eerste kan krijgen dat vermits uit uw antwoord op den zelfden para „graaf van onzen brief van den Jaare 1783. blijkt, dat naar kanneel kunnen worden gebruikt antwoord op de 173. het het geen de Ministers op het stuk dier goenies te vooren gemeld hebben het niet onmogelijk is; dat men de Tutuco„ „rijnsche van zo goede deugd, als de Bengaal„ „sche doe vervaardigen over zulks dit arti„ „cuel niet uit het oog diend te worden ver„ „looven, in zo ver het voor de Comp: gelee „gener kan zijn, de goe„ „nies van Tutucorijn, dan van Bengale te bekoomen. §476. Met opzigt tot de in¬ koopen van Equipagie en andere goederen hebben wi meermaalen uE: doen blij„ „ken, dat bij ons vrij wat bedenkelijkheid viel, en dat 1427. dat die bedenkelijk heijd niet alleen zag op de hooge prijsen, wel¬ „ke voor die goederen somwijlen besteed wier¬ „den, maar in zonder heid ook op de midde len en weegen, welke dienden om de Comp: die goederen ter in„ „koop aan te bieden. Ons daar aan gedragen. „de, en in het bijzonder aan het geschreevene bij den Generalen brief van den Jaare 1781. §. 280. zullen wij ons niet uitlaten over het geen nopens die inkoopen bij der Mi„ „nisteren Resolutien voorkomt We zullen ons deeze uwel Edele Hoog achtb: zeer g'eerde rekom„stelling, dat die in „mandatie tot schuldige narigt laaten strekken. voorkomt in de onder¬ „koopen volstrekt uit noodzakelijkheid ge¬ „daan zijn, en voor al in de verwagting dat de Ministers die aanmer„ „kingen behoorlijk zul¬ „len in agt neemen. Terwijl het geen in hunne Resolutie van den 3. aug:s 1784. voor„ komt weegens eene ge„ „daane leverantie van zijldoek aan de Comp: tot eene naderen aan„ „drang verstrekt van het geschreevene bij voorm: onzen brief van den Jaare 1784. §477. Bij geleegenheid, dat wij 1428. We hebben teegens dit verzuim de noodige ordre gesteld. wij hier van der Minis¬ „teren Resolutien spree„ „ken, moeten wij met een enkel woord aan„ „haalen, dat vermids op die Resolutien geene marginalen zodanig, als wij die op de Resolutien van meest alle de andere kantooren van de Comp: Jaarlijks ont „vangen, gevonden worden, en wij dus ook den korten in „houd van die Resolu¬ „tien, dewelke uit de bij een brenging der marginalen word zaamgesteld, missen, hetzelve ons telkens een een vrij lastig nazoeken veroorzaakt, het geen door middel van de voorschr: marginaalen en de bij eenbrenging van dezelve zoude kun „nen worden voorgekoo „men.. Daar nu ook ter uwer tafel bij de beschrij„ „ving van dit gewigtig hoofddeel van uwe en der Ministeren brief. „wisseling van hunne Resolutien word ge„ „bruik gemaakt, zoo stellen wij vast, dat uE. insgelijks het voor¬ „zeide ongerief meer„ „malen zullen ondervor den hebben, e wij verwaelt derhalven 1429. we gebruiken de vrijheid om te gedraagen aan 't bericht derhalven dat uE: hier in door de Minis„ „ters zullen doen voor„ „zien. D. 478. De Jnkoop van 5000. geweeren door Comp. s ons nopens deeze geweeren Agent te Tranquebaar Geeke, die meest alle slegt en onbequaam bevonden waaren, en van welke 2600. stuy„ reeds ten verkoop op de onschadelijkste wijze naar de Malla„ „baar gezonden waaren, die inkoop heeft met reeden uwe opmer„ „king naar zig ge „trokken, en wij hoo„ „pen, dat zal kunnen voldaan worden aan dat daar van aan Hunne weHoog Edelheeden gedaan woord bij S. 12. 13. 9 44. hier voore. uwe uwe verwagting, wee„ „gens de schadeloos houding van de Comp in deezen. § 479. Teregt hebben UE: de Ministers gelast voorn: Agent Geeke zich te doen verantwoorden over de misleidende be„ „rigten, die dezelve scheen te hebben gegeeven, wan¬ neer door hem was gemeld, dat als een Comp: schip op de kust kormandel mogt komen, met heb zelve als dan eene aan zienelijke quanti„ „teid particuliere lij„ „waden op vragt naar Batavia 1430. Batavia zouden kunnen verzonden worden. De Ministers om de reize van dien bodem eenigzints voordeelig temaaken gem: onder„ „koopman Geeke aan: „geschreeven hebbende, om ingeval 'er van 25. â 30000. pao. parti„ „culiere lijwaaden gereed laagen ter ver„ „zending naar Bata„ „via op vragt, als dan voorm: bodem van den onderkoopman van senden te ont„ „bieden, zien wij als nu uit uwe advie „sen van den 31. De „cember dat volgens het het schrijven van gem van senden van den oktober die bodem tot dien tijd toe, aldaar te vergeefs gewagt had op een ontbod naar ko „mandel invoegen, dat dezelve enkel op zijn ballast naar de Hoofd „plaats was vertrok „ken, terwijl nogthans door een particuliere Nederlands Scheepje genoegzaam op den zelfden tijd vertrok„ „ken, 70. pakken te Batavia aangebragt waaren. §: 480. Het goede oogmerk der Ministers dus veriedeld 1431. verideld zijnde, heeft de te rug reis van dien bodem van Trinke „nomale naar Bata„ „via voor de Maat„ „schappij tot een merke „lijk beswaar gestortes. En als men nagaat het groote aantal schee„ „pen, dewelke in het Jaar 1784: ten dienste van Ceilon gebruijkt zijn, en de geringheid der ladingen, welke dezelve naar de Hoofd: „plaats vervoerd heb „ben, dan blijkt daar uit nader het druk„ „kende van de lasten welke de Comp: voor„ „namelijk in de laatste Jaaren

NL-HaNA_1.04.02_3789_0338 view scan ↗

English

we gradually seek more and more to procure a shipment of rice for ourselves from Cochin. Also, this year no other ships have sailed home from Batavia than those that had to sail home via this Government, or this has still for by far the greatest part been the cause of it for rice cargoes, because of the costs this Government has borne. Section 481. We acknowledge nevertheless that the necessity to provide the same with grains has been the cause of it for by far the greatest part. And we must therefore bear those costs, under the recommendation, however, to be further mindful of means in order to prevent in the future similar burdens, which not a little diminish the benefits that this Island produces for the Company and which it needs so very much in all their extent. As the supplies to the French will cease with the concluded peace, the circumstance will of itself contribute thereto. Section 482. Concerning what was written to us by the Ministers in their letter of 31 January 1785 regarding the poor packing of the glassware brought to Ceylon with the ship De Doggersbank, the Amsterdam Chamber, for which that account was kept, and of which a very clear account should be sent each time, so that the amount of such supplies to the Company could be satisfied here in this country as soon as possible. Section 484. With very great surprise and with no less displeasure, we have learned from the Ministers' letter of 5 January 1785 that the same Ministers made no difficulty, after the repeated request of the Master of Equippage Van der Hegge to be allowed to sail directly home from Ceylon had been referred to us by you, about allowing the said Van der Hegge to depart for the Cape, in order there, as they have expressed it, as it were to meet our reply. However much we have permitted, for such reasons as have already been cited in our dispatch to you of 23 November 1785, that the aforementioned Van der Hegge should continue his voyage from the Cape hither, this nevertheless in no way takes away that the aforementioned step of the Ceylonese Ministers must be regarded by us as entirely exceeding, yea far too far overstepping the bounds of those relations in which the same Ministers stand with respect to us, so that we must most strongly recommend them to take good care that never again such matter of displeasure be given to us; while we furthermore hold repeated here what was put before you on the subject of sailing directly home in our General Letter of the past year, Section 469. Section 485. The carelessness that took place in the mistaken delivery of the cinnamon for Batavia, as well as in sending thither a Tidorese Prince who ought to have remained on Ceylon as a State Exile, both the one and the other are matters which we would well wish not to have been obliged to touch upon. And it surprises us greatly to find no mention in the Ministers' letters that they have made those through whose doing or negligence those errors were committed feel the marks of their justified displeasure. Section 486. Much more agreeable, on the other hand, was it for us to be able to give our full approval to the cordial and well-fitting expressions made by the Extraordinary Councillor and present Governor Van de Graaff regarding the loss which the Company has suffered through the demise of the Ordinary Councillor and former Governor Mr. Iman Willem Falck. The undersigned Governor is highly grateful for the favorable trust which Your Right Honorable Excellencies are so good as to have in him. Nothing will contribute more to his happiness than to be allowed to make himself more and more worthy of the same through his zeal and faithfulness. Section 487. Feeling with him all the weight of that loss, we expect that the Governor Van de Graaff will constantly continue with the same zeal to bring the Company the greatest benefit from his abilities and acquired knowledge in Company affairs, and thus share in an equal esteem as that which his predecessor continually enjoyed, while the assumption by him of the Ceylonese Government immediately after the decease of Mr. Falck accords perfectly with our intent. Agrees. Was signed: P. de Elwijk, First Clerk. Return of the Leviathan from Cochin to make a voyage. Section 174. The ship De Leviathan returned on the 3rd of this month from its Cochin voyage to Galle, where it was discharged of the cargo brought, and is now being loaded with some remaining goods for Cochin, after which it is expected here to load the goods that we have received both from the Netherlands and from Batavia for Malabar, and to depart therewith for Cochin, from where it will return hither with a cargo of rice. Ships and Vessels. The supply made to that ship. Departure of the ship Java for Galle. Section 175. Because we had designated this ship, according to the entry in our resolution of 27 August, as a return vessel for the second consignment, the usual supply of equipage and other goods was made to it to that end, upon a requisition submitted by Captain Herman Carel Visser, according to our resolution of 25 September. Section 176. The ship Java departed for Galle on 31 December last, in order to be fitted out for the home voyage, and arrived there on the 2nd of this month.

Dutch transcription

we zoeken gaande weg meer en meer ons van koetsiem een partij rijst te Batavia geene andere scheepen die geene die over dit Gouverne„ staan tuis te vaaren. tot rijst laadingen gebruikt, dan. bezorgen. ook zijn dit Jaar van Jaaren, om de wille van dit Gouvernement ge„ „dragen heeft. §. 481. Wij erkennen niet te min, dat de noodzake „lijkheijd, om het zelve van Graanen te voorzien „ment zijn tuisgevaaren, of nog daar van voor ver het grootste gedeelte de oor„ zaak geweest is. En wij moeten ons derhalven die kosten getroosten onder aanbeveeling nogtans om nader op middelen bedagt te zijn, ten einde zoortge¬ „lijke beswaaren, die de voordeelen, welke dit Eijland voor de Maar„ „schappij uitleeverd, en die zij in alle derzelven uitgestrektheid zo zeer nodig 1432. nodig heeft, niet wei„ „nig verminderen, in het vervolg voorteko„ „men, De verstrekkin„ „gen aan de franschen met de geslootene vreede zullende op „houden, zal de omstan„ „digheid daar toe als nie van zelfs, meede werken. § 482. Op het geschreevene door de Ministers aan ons bij hunne lette „ren van den 31. Jann. 1785. weegens de slegte af„ „pakking der glaswer„ „ken met het schip de Doggersbank op Ceilon aangebragt heeft de kamer Am¬ „sterdam, voor welke die kening gehouden, en daar van telkens eene zeer duidelijke reekening over „gezonden worde, ten einde hier te lande ten spoedig sten het bedragen van dergelijke verstrekkin „gen aan de Maatschappij zoude kunnen voldaan worden. §. 484. Met zeer veel bevreem „ding en met geen minder ongenoegen hebben wij uit der Minister en let„ „teren van den 5. Janua„ „rij 1785. vernoomen, dat dezelve Ministers gee„ „ne zwarigheid hadden gemaakt, om na dat aan ons door uE: was overgeweezen het her„ „haald verzoek van den Equipagiemeester van der 1434 der Hegge, om van Ceilon direct te moogen thuijs vaaren, denzelven van der wegge naar de kaap te laaten vertrekken, om daar gelijk zij zig hebben uitge¬ „drukt, ons antwoord als het waare tege¬ „moed te gaan. Hoe zeer wij om zoda¬ „nige reedenen, als die bij onse missive aan uE: van den 23. November 1785. reeds zijn aange „haald, hebben toe „gestaan, dat gem: van der Hegge zijne reize van de kaap kaap herwaards zou „de vervorderen, neemd zulks echter geen zints weg, dat voorm stap der Ceilonsche Ministers door ons beschouwd moet wor „den, als ten eenemaal overschreide, Jaa veel te vergaande bui „ten de paalen van die betrekkingen, waar in dezelve Minis„ ters staan ten on¬ „zen op zigten, zulks wij hun ten sterk sten moeten aan¬ „beveelen om wel te zorgen, dat nim„ „mer weeder eene dergelijke 1485 dergelijke stof van ongenoegen ons werde gegeeven; houdende wij ver „der hier voor her haald, het geen uE. op het stuk van het direct 't huisvaaren is voorgehouden bij onzen Generaa „len brief van den voorleeden Jaare §: 469. D. 485. De achteloos„ heijd, die in de verkeerde bestel ling ling van de Canneel voor Batavia heeft plaats gehad, ge „lijk meede in het zenden der „waards van een Tidoreesche Prins, die als Banne¬ „ling van Staat of Ceilon had moeten blijven dit een en ander zijn zaaken, die wij wel wensch „ten niet ver: pligt te zijn geweest te moe¬ „ten aanroeren. En 1436. En het verwon: „derd ons zeer in der Ministe ren brieven geene melding te vin: „den, dat zij de gee„ „nen, door welker toedoen of verzuim die abuisen be „gaan zijn, de blij„ „ken van hun regt „maatig ongenoe„ gen hebben doen ondervinden. §: 486. Veel aangenaa „mer is het daar teegen voor ons geweest, onze goedkeuring goedkeuring ten vollen te kunnen geeven aan de harte„ „lijke en wel gepaste betuigingen, die door den Heer Raad Extra ordinair en teegenwoordi„ „gen Gouverneur van de Graaff zijn gedaan, wee¬ „gens het ver¬ „lies, het geen de Maatschappij door het afster„ „ven van den Heer Raad ordi „nair 1437. De ondergetekende Gouverneur nair en voorma¬ „ligen Gouver neur M:r Iman Willem Falck geleeden heeft. §. 487. Al het gewigt is ten hoogsten erkennelijk voor van dat verlies het gunstig vertrouwen dat met hem gevoe¬ uwel Edele Hoog Achtbaare zoo goed zijn van hem te hebben lende, verwagten Niets zal meer tot zijn geluk toedoen, dan zig het zelve door wij, dat de heer Gou„ zijn iver en trouwe meer en meer te moogen waardig maaken. verneur van de Graaff, steeds met denzelven iever zal voortgaan, om van zijne bekwaamheeden en verkreege ken. „nis in Comp. s zaaken de Maatschappij, het meeste meeste voordeel toe te „brengen, en alzoo te deelen in eene gelijke achting, als die zijn voor zaat onophou¬ „delijk genooten heeft, terwijl de aan „vaarding door hem van het Ceilonsch Gouvernement on „middelijk na het overleeden van den heer Falck met ons oogmerk vol„ „maakt overeen „stemt (:onderstond:) Accordeert /:was ge„ „teekend:/ P: de Elwijk Egklerk Scheeps 1438. terug komst van de Levia„ „than van koetsiem een togt staat te doen. §. 174. 'T schip de Leviathan is den 3. deezer, van zijne koetsiemsche tocht te Gale terug gekomen, alwaar het van de aange „bragte lading ontlost, is, en nu belaaden word met eenige overgeschootene goederen voor koetsiem, waar naa het Warwaards het weder zelve hier word verwagt, om ook de goederen, die we zoo uijt Nederland als van Batavia voor de Mallabaar hebben ontfangen, te laaden en daarmeede na koetsiem te vertrekken, van waar het met eene laa „ding rijst herwaarts zal retourneeren. Scheepen en Vaartuigen Wyl De verstrekking aan dat schip gedaan. vertrek van het schip Java na Gale §175. Wijl wa dit schip, volgens het aangeteekende bij onse reso„ „lutie van den 27. aug:s hebben aangelegd gehad tot een retourbodem voor de tweede bezending, is aan het zelve ten dien einde, op een inge „dienden eisch van den Capi„ „tain Herman Carel visser, volgens onse resolutie van den 25. September, gedaan de gewoone verstrekking van Equipagie en andere goederen. S. 176. 'T schip Java is den 31. Decem„ „ber J:o leeden na Gale ver„ „trokken, om tot de thuijs rijse te worden in staat ge„ „steld, en is den 2. deezer aldaar

NL-HaNA_1.04.02_3789_0351 view scan ↗

English

111. 1439. Set of new sails provided. Arrived there. § 177. Upon the notice from Captain Ian Kraaij that a set of his sails was unusable, we had the same surveyed in the presence of a Judicial Commission by commissioned seafaring men, and they were found entirely unfit and worn out, even to such an extent that they could be pulled apart with one's hands, and consequently serviceable for no other use than for parceling The further carpentries and supplies provided to that vessel. on the ropes: Wherefore we resolved on the 29th of December to have new sails provided to the same in place thereof. § 178. Regarding the further carpentries and supplies that necessarily had to be done to this vessel for the voyage home, we respectfully refer to our resolution of the seventeenth of this month, which accompanies the annexes hereof in extract, 1440. with the further papers belonging thereto. § 179. The ship de Negotie, after having discharged its Cochin cargo at Gale and taken in a portion of the goods brought for Malabar by the ships Veere and Gouda, departed from there on the 8th of this month and arrived here on the twelfth thereafter: To the same, Departure of the ship de Negotie for Cochin. some goods have been loaded here which we received from the Netherlands and from Batavia for that government, and therewith it departed on the sixteenth of this month for Cochin. § 180. The chartered ship de Vlugge Trekvogel departed from Gale for that destination on the 27th of this month, and we take the liberty to present herewith humbly to Your High Noblenesses the duplicate of our respectful letter dispatched therewith The Vlugge Trekvogel to Batavia. Departure of the ship. 1441. A heavy rope was supplied to the same here. of the 20th of this month. § 181. No other supply was made to it here than a heavy rope of 14, as appears from what is noted in our resolution of the 22nd of December, besides that which was spent on the mooring. § 182. The chartered ship de Maria, after having discharged its cargo brought from Silau and Nigombo, departed for Gale with a ballast of saltpeter on the nineteenth of this month, and arrived there on the 23rd thereafter; and the same, as soon as the stock of return goods will permit it, shall be dispatched to the Netherlands for the Amsterdam Chamber. § 183. Because the ship Gouda, which had already arrived at Gale on the 11th of July, Maria to Gale. The Gale servants ordered to communicate to Your High Noblenesses the reason for the long delay of the ship Gouda. Departure of the ship de Maria. 1442. lay there until deep into the following month of August, and Your High Noblenesses could have wondered thereat with good reason, we instructed the servants by our letter of the 11th of August to communicate to Your High Noblenesses, in their letters dispatched with that vessel, the reason for that long delay; whereupon they sent to us, alongside their letter of the 19th thereafter, a report from the Gale Master of the Equippage Abo, indicating the causes which he maintained had given occasion to the prolonged detention of The report received thereon. that vessel. § 184. In this report, of which a copy is added among the annexes, he states among other things: That although he had stated in a certain report that the ship would be able to depart within 15 days, and that by that time the sails would be ready, the making of the sails could nevertheless not be proceeded with until the 31st of July, when the full authorization for that, and for the purchase of the missing sailcloths, was first received. That he, having since stated 1443. that the ship would be able to depart on the 14th of August, this could also have happened had he not received orders the day before to load another 100 bales of cinnamon into it, and had the master of the smiths been able to make the missing ironwork earlier, and That he, having subsequently received an extract from our letter of the 14th of August containing orders to load the ships fully if goods were on hand for that purpose, had therefore, with the consent of Commander Kraaijenhoff, shipped another 50 hawsers on the Demand What was taken into consideration thereon. for this book year into that vessel on the 17th thereafter, at which time the muster was also held. § 185. We thereupon took into consideration that if the captain of the ship Gouda, in accordance with what is prescribed in the instructions for the chief naval officers, book 4, article 20, had upon his arrival in the Gale Bay, or at least within 24 hours thereafter, made the statement according to what is prescribed in that article, the compliance with which we had recently recommended to the Gale servants in our letter of the 20th of July 1785, and 1444. Continuation. that at the same time, as ought to have happened, the usual commissions had been sent on board to examine the repairs and carpentries that were necessary thereto, the servants could have been informed in at least twice 24 hours regarding both matters, at least as far as the main point was concerned; whereas now, through the neglect of this, so many days have passed uselessly that a portion of the work could already have been performed before one has even

Dutch transcription

111. 1439. stel nieuwe zijlen verstrekt. aldaar aangekoomen. §. 177. Op de tekennen geeving Aan hetzelve zijn een van den Capitain Ian kraaij, dat een stel van zijne zijlen onbruijkbaar waren, hebben we de „zelve, ten overstaan van eene Justitieele Commis„ „sie, door gecommit„ „teerde zievaarenden laaten opneemen, en zijn dezelven ten eene maale onbekwaam en versleeten bevonden, zelfs zoodanig dat ze met de handen van malkander konden ge „trokken worden, en mits dien tot geen ander dienst bruijkbaar, dan tot smar „tings de verdere vertimmeringen bodem gedaan. tings op de touwen: Was „halven we op den 29:e December beslooten heb„ „ben, aan hetzelve daar voor nieuwe zijlen telaa „ten verstrekken. §. 178. Nopens de verdere vertim„ „meringen en verstrek en verstrekkingen aan dien „ kingen, die aan deezen bodem tot de 't huijs rijse, noodzaakelijk hebben moeten ge„ „daan worden, refe„ „reeren we ons eerbie„ „dig aan onse reso „lutie van den seventienden deezer, die in extract de bijlaagen deezes verzeld 1440. verzeld, met de verder daartoe gehoorende papieren. § 179. 'T schip de Negotie is, Vertrek van het schip na dat het zijne koet de Negotie na koetsiem „ siemsche lading te Gale ontlost, en een gedeelte van de met de scheepen veere en Gouda voor de Mallabaar aange „bragte goederen inge „nomen had, den 8. dee„ „zer van daar vertrok„ „ken en den twaalf den daaraan alhier aan „gekomen: Aan het zelve zijn u hier nog eenige goederen de vlugge Trekvogel na Batavia. goederen, die we uijt Ne„ „derland en van Batavia voor dat gouvernement hebben ontvangen, in„ gegeeven, en is het daarmeede den sestienden deezer na koetsiem vertrokken. S. 180. T ingehuurde Schip de Vertrekt van het schip vlugge Trekvogel is den 27. - deezer van Gale na derwaards vertrokken, en we gebruijken de vrijheid het duplicaat van onse daarmeede afge„ gaane 1441. Aan hetzelve is alhier een swaar touw verstrekt. gaane eerbiedigen van den 20e deezer, hierne„ „vens uwer Hoog Edel „heden nederig aante „bieden. §. 181. Daaraan is alhier gee„ ne andere verstrek„ „king gedaan van een swaartouw van 14. om blijkens het aan „geteekende bij onse resolutie van den 22:' December behalven het geen tot het ver¬ „tuijen is besteed. §. 182. 'S ingehuurde schip de end en Maria na Gale. gelast om de reeden van het lang vertoef van het schip Gouda aan H: H: E: te bedeelen. vertrek van het schip de de Maria is, na dat het zijne van Silau en Nigombo gebragte lading heeft gelost, met een ballast van Salpeter, den negentienden deezer na Gale vertrokken, en den 23: — daar aan aldaar gearriveerd; en zal het zelve zoo dra de voorraad van re„ „touren het zal gehengen, na Nederland worden gedepecheerd, voor de kamer Amsteldam. §. 183. Wijl het schip Gouda, De Gaalsche bediendens zijn dat reets den 11:e Juli te Gale was aangekomen 1442. aangekoomen, tot diep in de volgende maand augustus daar heeft geleegen, en uwe Hoog Edelheeden met grond zig daar over zouden hebben kunnen verwonderen, heb„ „ben we bij onzen brief van den 11. aug:s den bedienden aanbevoolen, om bij hunne met dien bodem aftegaane schrijvens, de reeden van dat lang vertoef aan hoogst dezelven te bedeelen; waar op ze ons nevens hun „nen brief van den 19. e daar aan, hebben toegezonden een bericht van den Gaalsch Equipagiemeester Abo aanwijzende de oorzaa „ken, die hij sustineerde tot het langduurig ophouden van Het daarop ingekomen bericht. van dien boodem; aantijding te hebben gegeeven. S. 184. Bij dit bericht, waar van kopij onder de bijlaagen is gevoegd, zegt hij onder ande„ ren: Dat schoon hij bij zee¬ ker bericht had opgegeeven dat het schip binnen 15. daagen zoude kunnen ver¬ „trekken, en dat tegens dien tijd de zijlen gereed zouden weezen, echter met het aanmaaken der zijlen niet had kunnen worden voort „gevaaren tot den 31. e Juli wanneer eerst de volkoome qualifikaatsie daartoe, en tot den inkoop der ont„ „breekende zijldoeken was ontvangen. Dat hij zeedert hebbende opgegeeven 1443. opgegeeven, dat het schip den 14. e aug:s zoude kunnen ver „trekken dit ook had kun „nen geschieden, indien hij niet 'sdaags bevoorens or„ „der ontvangen had, om nog 100. baalen kanneel daar in aftelaaden, en hadde de baas der smeeden het ontbreekende ijzerwerk eerder kunnen aanmaaken en Dat hij naader ontvangen hebbende een extrakt uit onzen brief van den 14. augs houdende order om de schee„ „pen ten vollen te belaaden, indien daar toe goederen aan handen waaren, daar om, met toestemming van den gezaghebber kraaijen „hoff, nog 50. trossen op den Eisch genomen is. Eisch voor dit boekjaar, in dien boodem op den 17e daar aan had afgescheept, wan„ neer ook tegelijk de monste „ring was geschied. 1. 185. We namen daarop in ach„ Wat daarop in achting„ ting, dat indien de kapitein van het schip Gouda, over„ „eenkomstig met het voorge„ „schreevene bij de instrukt „sie voor de hoofd officieren ter zee lib: 4: art:l 20. , met zijne komst in de Gaalsche baaij, of ten minsten binnen 24. uuren daar na, gedaan had de opgaave volgens het voorgeschreevene bij dat artikel, waarvan we nog onlangs de naarkoo¬ „ming, den Gaalschen be„ „dienden bij onzen brief van den 20:e Julij 1785. had„ „den 1444. vervolg den aanbevoolen, en dat tege„ „lijker tijd, zoo als dat had behooren tegeschieden, na boord gezonden waaren de gewoone kommissien, om de reparaatsien en vertim„ „meringen die daar aan noodig waaren, te onder„ „zoeken, de bedienden in ten minsten tweemaal 24. uuren, nopens het een en ander, nimmers zoo veel het hoofdzaakelijke aanging, hadden kunnen zijn onderrigt, daar nu met dit teverzuijmen, nutteloos zijn verloopen zoo veele daagen, dat een gedeelte van het werk reets hadde kunnen zijn verrigt, voor dat men nu eens

← previousnext →