VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3789

Ceylon · 954 pages · 112 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3789_0833 view scan ↗

English

1681 A master journeyman added to the master smith at Trinkonomale. Added to the Galle secretariat. Paragraph 586: Because the master of the smiths at Trinkonomale, who also has the oversight of the armory, now that this administration involves a greater workload, and that there is also much to be done in the blacksmith's shop, both due to the large garrison and on account of the work on the fortifications, cannot possibly look after everything properly on his own, we have, upon the nomination of the servants, decided by resolution of 12 July to assign him a master journeyman for his assistance. Paragraph 587: The servants at Galle have represented to us by their letter of 19 August that the voluminous clerical work at the secretariat there, and especially in the department of Justice, gave incessant occupations that could not well be performed with the number of clerks fixed in the year 1784, because frequently two or more of them, exhausted from the continuous writing, fell ill and were unable to work during that time; with the request, therefore, that at least a couple more clerks might be added to the said secretariat. We have, as appears from the resolution of 27 August, granted this request, and added two more clerks to them for the secretariat, 1682 the number of clerks at the Galle secretariat nevertheless remaining 2 persons less than the regulation allows for it. Paragraph 588: The Captain of Infantry Paul Francois Grave de Bonneval, who came out in the year 1786 with the ship De Draak, has requested that his wages might be credited to him from the date of the signing of his commission; but because we have received no instructions from the Netherlands regarding this, we have decided by resolution of 4 September to let his wages, provisionally according to the constant custom, be credited to him from the day that he sailed from Texel; and to submit the remainder of his request to the disposal of Your High Excellencies, as we have the honor to do hereby. 589. The Trinkonomale servants have put before us the request of the ordinary fireworker there, Jacob Carstens, that in consideration of the fact that he was already advanced to his present capacity on 5 June 1777, he may be promoted to Lieutenant of Artillery, and pursuant to our resolution taken to that end on 9 October, we take the liberty humbly to submit this request to Your High Excellencies. 1683 Paragraph 590: The currently acting pay-transferrer Justinus Kriekenbeek, whom we nominated as such for confirmation to Your High Excellencies in our respectful letter of 27 November 1786, has represented to us by a petition, the original of which is among the appendices, that he has not yet been approved in that post, and has therefore requested, in consideration of the fact that he has served the Company since the year 1748, and for over 22 years as bookkeeper first held the office of sworn clerk and subsequently that of secretary to the Council of Justice, that we would be pleased to nominate him further to Your High Excellencies, so that he, who as an old servant of the Company had flattered himself that he would attain some promotion in the service, might through Your High Excellencies' goodness be confirmed as pay-transferrer, and be nominated to the Lords Principals to obtain the capacity and salary of junior merchant appertaining thereto. The pay bookkeeper Holst has, in a petition which is likewise added in original among the appendices, supported the request of the said Kriekenbeek, who has already performed the service of 1684 pay-transferrer to satisfaction for a year and a half, with his intercession, because there are presently no other unassigned junior merchants on Ceylon than Hendrik Anthonij Johnson and Hendrik Willem Francke, who have arrived fresh from Europe, and neither of whom is suited for it, especially now that the pay work has increased so considerably. Your High Excellencies were pleased, by highly respected missive of 1 May, to answer our submitted nomination of the said Kriekenbeek that we must adhere to the orders, and in accordance with them place the unassigned junior merchants into junior merchant posts that become vacant, and that this should also be observed regarding the post of pay-transferrer at Colombo; but because the junior merchant Jan Jakob Augier, whom we appointed as Secretary of Justice here upon the transfer of the junior merchant Jan Jakob David de Estandau as fiscal to Galle, which office Kriekenbeek held previously and at the time when he was 1685 promoted to pay-transferrer, has since been approved in that post by Your High Excellencies by highly respected missive of 31 July last, we hope that Your High Excellencies will not take it amiss that we hereby take the liberty respectfully to recommend further the oft-mentioned Justinus Kriekenbeek to Your High Excellencies' high favor, with the humble request that he may yet be confirmed in his acting post of pay-transferrer, and be favorably nominated to the Lords Principals for the obtaining

Dutch transcription

1681 aan den baas smit te Jrinkenomale een meester knegt toegevoegt aan de Gaalse sekretarij toegevoegd. §: 586: Wijl de baas der smeeden te Trinkonomale, die teffens het opzicht heeft over de wapenkamer is, nu dat deeze administratie van grooter omslag is, en dat er ook veel op de smitswinkel te doen valt, zoo, door het groot guarnizoen, als wegens den arbeid aan de fortifica „tien, niet mogelijk alleen alles naar behooren kan gaade slaan, hebben we, op den voordragt van de be„ „dienden, bij resolutie van den 12. Juli beslooten, hem een Meesterknegt tot zijne assistentie toe tevoegen. §. 587. De bedienden te Gale hebben twee schribenten men aan ons bij hunnen brief van den 19. aug. s vertoond, dat het ne het menigvuldig schrijfwerk ter secretarije aldaar, en wel voornaamelijk in het departement van de Justitie enophoudelijk bezigheden gaven, die met het in a:o 1784. bepaald getal van Scribe: „ten, niet wel konden verrigt worden, wijl dikwijls twee en meer daarvan, door het ge „duurig schrijver afgemat„ ziek wierden en voor dien tijd niet werken konden; met verzoek derhalven, dat ten minsten nog een paar scri„ „benten, aan gemelte se creetarije mogten worden toegevoegd. We hebben, blij¬ „kens resolutie van den 27. aug. s dit verzoek geac„ cordeert, en hun nog twee scribent 1682 scribenten voor de Secretarije blijvende niet toegevoegd temin het getal der scriben„ „ten ter gaalsche sekretarij„ nog 2. stuks minder dan 't reglement daarvoor toestaat §: 588. De Capitain van de infanterie Paul Fran Cois Grave de Bonne de gagie aan de val, die in 't Jaar 1786. met 't kapit: de bonne val toegelegt schip de draak is uitgekomen, van de dag dat hij heeft verzogt, dat aan hem uit texel gezelt zijne gagie mogte worden goedgedaan, van den datum der teekening zijner Com„ „missie; maar wijl we der wegens geen aanschrij vens uijt Nederland hebben ontfangen, hebben wij resolu„ „tie van den 4. zber: beslooten, aan hem bij provisie volgens het Constant gebruijk, zijne gagie te laaten goeddoen van de . is ƒ voordragt van Carstens den dag af, dat hij uijt Toxel gezijld is; en het verdere van zijn verzoek te brengen ter dispositie van uwe Hoog Edelheeden, gelijk we de eere hebben dat bij deeze te dog. 589. De Trinkonomaalsche be„ „diende hebben aan ons voorge dragen, het verzoek van de ordinaire vuurwerker aldaar Jacob Carstens, om uijt aan „merking, dat hij reets den 5. Juni 1777. tot zijne presente qualiteit is geadvanceerd, temoogen worden bevorderd tot luijtenant der arthillerie en wij gebruijke de vrijheid ingevolge ons daartoe geno„ „men besluijt op den 9. oktober dit verzoek aan uwe Hoog Edel „heede nedrig voorte stellen. tot luit: der arthullerij 1683 § 590. De tans fungeerende zoldij nader voordragt overdraager Justinus krie„ van kriekenbeek „kenbeek, dien we als zooda tot soldij overdraegen nig ter bevestiging aan uwe Hoog Edelheeden hebben voorgesteld, bij onse eerbiedigen van den 27: 9ber 1786. heeft aan ons bij een re„ quest, dat in origineel onder de bijlaagen gaat, vertoond, dat hij nog niet in dien post is geapprobeerd, en vt, heeft mits dien verzogt om uijt aanmer king, dat hij zedert A:o 1748. de Comp:e diend, en ruim 22. Jaaren als boekhouder, eerste het ampt van gesw: klerk en vervolgens dat van selve „taris bij den Raad van Jus„ titie heeft bekleed, hem nader Toxel nader aan uwe Hoog Edel„ „heeden te willen voordraa „gen, op dat hij, die als een oud dienaar van de Comp. zich gevlijd had, eenige bevordering in den dienst te zullen verwerven, door uwer Hoog Edelheeden goedheid, als zoldij over „draager bevestigd, en ter verkrijging van de daartoe staande qualiteit en gagie van onderkoopman, aan de heeren Majores voorgedraagen mogte worden. De zoldij boek „houder Holst heeft bij een addres, het welk meede in origineel onder de bijlaagen gevoegd is, het verzoek van gem: kriekenbeek, die reets ander half Jaar den dienst van 1684 van zoldij overdraager ten genoegen heeft waargenoo¬ „men, met zijne instantie onder steund, wijl „en geene andere ledig loopende onder„ kooplieden tans op Ceilon zijn, dan Hendrik Anthonij Johnson en Hendrik Wil¬ „lem Francke, die kers„ vers uijt Europa gekomen zijn, en geen van bijden zich daartoe Schikt, voornaame „lijk nu dat het zoldij werk zoo aanmerkelijk is ver„ „meerderd. uwe Hoog Edel„ „heden hebben wel, bij zeer g'eerde missive van den 1. Maij, op onsen gedaanen voordragt van gem: krie¬ „kenbeek 1. 59. gelieven te antwoorden, dat we ont moe„ „te ten houden aan de orders, en Conform dezelve de leedig loopende onderkooplieden plaatsen in open zullende. onderkoopmans posten en dat dit ook diende geobserveerd te worden, omtrent den dienst van zoldij overdraager te kolombo; maar wijl de onderkoopman Jan Jakob Augier, dien we bij de verplaatsing van den onderkoopman Jan Jakob David de Estandau ald fiskaal na Gale, heb¬ ben aangesteld tot se cretaris van Justitie alhier welke bediening kreeken beek tevooren, en toen hij tot 1685 tot zoldij overdraager is bevorderd, heeft bekleed, door uwe Hoog Edelheeden het zedert in dien post is geapprobeerd, bij zeer geres¬ „pecteerde missive van den 31: Julij pass:o, zoo hoopen we, dat uwe Hoog Edelheeden het ons niet ten kwaade zullen gelieven te duijden, dat we mits deezen de vrijheid gebruijken de meerm. Justinus Krieken beek uwer Hoog Edelheeden hooge gunste nader eerbie„ „dig aantebeveelen, met nedrig verzoek, dat hij als nog in zijn fungeerende post van zoldij overdraager mag worden bevestigd, en den heeren Majores gunstig voorgedraagen worden, ter oblinu

NL-HaNA_1.04.02_3789_0842 view scan ↗

English

transfer clerk, obtaining the associated status and salary of an undermerchant. 159. Furthermore, the aforesaid pay accountant Holst has shown in a second petition, which is also among the appendices to this letter, that the post of second pay transfer clerk is not a new post in Colombo, but that the accountants Cornelis van der Putten and Martens were also such in former times, having been appointed thereto successively by the late Governor Schreuder outside the council of policy, and that the mentioned Martensz held that post until his death, which occurred in May 1785. And because the Company loses nothing through the appointment of a second pay transfer clerk, because he continues to be counted among the fixed number of clerks, the mentioned pay accountant Holst has thereby requested that we might propose Cornelis de Kretser, whom we appointed as second pay transfer clerk with the rank of undermerchant, further for approval to Your Excellencies, the more so because the pay work has increased considerably and the number of capable clerks has decreased, and under his eye and co-supervision it can be well observed. We cannot conceal that this De Kretser, who likewise was disapproved by Your Excellencies' aforesaid letter of 1 May last, is a very useful and even necessary person in the pay office, and that through his many years of service, capability, and good conduct he well deserved the favor of having merely the title and rank of undermerchant, and we therefore hope that Your Excellencies will be pleased to give a favorable consideration to this. Section 592. The lieutenant of the artillery Ferdinand Casper Heupner, who was first sent by us to Trincomalee in order to replace Lieutenant Lowe there in the command over the artillery, and has since, at the request of the Cochin ministers, been recalled and ordered to Cochin, but because of the unfavorable news received regarding the state of affairs in Europe, was sent back again to Trincomalee, has shown us that through this traveling back and forth he had already had to incur many expenses and now again would have to incur them anew, because he had to make the journey overland, and consequently take along everything that is necessary on the road, and that he consequently requested us that we would grant him something for the indemnification, and also henceforth let him enjoy the title and rank of captain lieutenant by virtue of the private message received that Your Excellencies had been pleased to appoint him as captain lieutenant and commandant of the artillery at Cochin. Section 593. We were assured that the man had great expenses and damage through the removals following quickly upon one another, and because he is moreover an impecunious person and burdened with a heavy family, we have, as appears from the resolution of 29 December last, granted to him, subject to Your Excellencies' favorable approval, a gratuity of 300 Rds., with which he will at best be indemnified, and also decided to let him henceforth provisionally be regarded as captain lieutenant. We humbly hope that Your Excellencies will be pleased favorably to pass this our decision. Section 594. The provisional Lieutenant Colonel Tilenius, who arrived in the year 1764 per the ship Geydenburg as sergeant for the Amsterdam Chamber under the wrong name of Johan Philip Christiaen Silenius of Mengeringhausen, has made a request to be registered in the pay books under his true name of Johan Philip Christiaan Tilenius Mengeringhausen; and the accountant Von Albedijhl, who arrived in the year 1776 with the ship Honkoop, also for Amsterdam, as corporal under the name of Carel Lodewijk Baron van Aldebeijl van Linde, has requested that there might be given to him in the pay books his true name of Carl Ludewig Baron von Albedijhl of Lund in Sweden. As appears from the resolution of the 18th of this month, we have authorized the pay officials here to make the prescribed alterations in the pay books, and we therefore take the liberty humbly to notify Your Excellencies thereof. Section 595. We also take the liberty to present to Your Excellencies among the appendices a petition from Frans Philip Fretz of Kirchheimbolanden, who arrived last year with the ship de Leviathan as young sailor, and now makes a request to be changed to assistant. He is a very capable young man who conducts himself very well, and we therefore humbly request Your Excellencies that a favorable consideration may be given to his petition. Section 596. Already by Brigadier Monsieur de Contenceau, at the time that he was Governor of Pondicherry, there was most strongly recommended to the undersigned Governor, as a man of great capability in the department of the engineers, a certain Monsieur Marchand, who served for a long time in the French Corps of Engineers for the Indies and conducted himself so well in the recent siege of Pondicherry that upon arriving in France he immediately [illegible] to

Dutch transcription

overdraeger obtenue van de daar toe staan „de qualiteit en gagie van onderkoopman. 159: Nog heeft de voormelde zolde zomede van de kret boekhouder Holst, bij een ser tot tweede soldij tweede addres, dat ook onder de bijlaagen deezes gaat, vertoond, dat de dienst van tweede zoldij overdraager, geen nieuwe dienst te kolombo is, maar dat de boekhouders Corne „lis van der Putten en Mar„ „tens eertijds het ook ge„ weest zijn, als door wij „len den heer Gouverneur schreuder successive daartoe aangesteld zijnde, buijten de vergadering van politie, en dat gem: Mar„ „tensz: dien dienst heeft bekleed 1686 bekleed tot aan zijn dood, die voorgevallen is in May 1785. En wijl de Comp. e niets ver„ liest door de aanstelling van een tweede zoldij over draager, om dat hij blijft voortloopen onder het be „paald getal van scribenten heeft gem: zoldij boekhouder Holst daarbij verzogt, dat we den door ons tot tweede zoldij overdraager, met de rang van onderkoopman, be „noemden Cornelis de kret. ser, nader ter approbatie aan uwe Hoog Edelheeden mogten voorstellen, temeer het zoldij werk tant mer„ „kelijk vermeerderd en het getal van bekwaame schre ^ verminderd zijnde, onder zijn oog benten ^ en meede opzicht beta kan kan gaade geslaagen worden. wij kunnen niet ontvijnsen dat deeze de kretser, die insgelijks bij uwer Hoog Edel „heden voorm: missive van 1„ Maij pass:o gedesapprobeerd is, een zeer nuttig en zelfs noodzaakelijk perzoon op het zoldij Cantoor is, en dat hij door zijne lang jaarigen dienst, bekwaam „heid en goed gedrag de gunst om alleen te hebben den tib: en rang van onder„ „koopman wel verdien„ de, en hoopen we daar om dat uwe Hoog Edel„ „heeden daar op een gun stige reflektsie zul„ len gelieven te slaan. De 1687 §592: De luijtenant der artillerij Ver„ aan den luit: Heip „ dinand Casper Heupnier, die ner eene gratofi„ door ons eerst na Trin kono„ catie toegelegd en male was gezonden, om word aangemerkt als kapit: luit: aldaar den luijtenant Lowe in 't Kommando over de ar„ thillerie te vervangen, en 't zedert, op 't verzoek van de hoetsiemsche ministers, te„ rug geroepen en na Koetziem gekommandeerd, doch wegens de ontvangene ongunstige tijdingen, nopens den staat der zaaken in Europa, nader na Trin Ronomale terug ge„ zonden is heeft ons vertoond, dat hij door dit heen en weder rijden reeds veele kosten had moeten doen en nu wederom op „hij nieuw zoude moeten doen, wijl „ de rijse overland moest doen, en mits dien dien allas wat op den weg noodig is meede neemen, en dat hij ons— mitsdien verzogt, dat we hem iets wilden toeleggen tot de domage„ ment, en hem teffens voortaan laaten gandeeren van den titul en vang van Kapit: luijt: uit hoofde van het ontfangen particulier bericht, dat uwe Hoog Edelheeden hem hadden gelieven aan te stellen, tot Kapit: luijt: en kommandant van de arthillerie te Roetsien: §593. We waren verzeekerd, dat de man groote kosten en schade ge had heeft door de koot op elkander gevolgde verhuijsingen, en wijl hij daar bij een onbemiddele per„ zoon en met eene swaan fomilie be„ last is, hebben we, blijkens resol: van den 29:' xber: Jo l aan hem op uw HoogEd: genstige approbatie ene gratificatie ge toegelagd 1688 toegelegd van 300 Rd.s waarmeede hij op zijn best zal schadeloos ge„ stelt zijn, en teffens beslooten hem voortaan bij provisie, te laaten aan„ merken als kapit: luijt: we hoopen nedrrig, dat uwe Hoog Ed: dit ons besluijt, gunstig zullen gelieven te passeeren. § 594. De p:l Cuijt: Kol: Tilenius, die in 't Jaar 1764. p:r 't schip Giedenburg, als zergeant voor de verzoek van de luit hollonel Jelenius Kamer Amsteldam is uitgekomen, onder den en boekh: albedijld verkeerden naam van Johan Philip Christiaen dat hen bij de soldij Silenius van Mengering hausen, heeft verzoek boeken hunne regte= naeme mogen gedaan, met zijn rechte naam van Johan gegeven worden. Philip Christiaan Filenius Mongeunghaus= bij de zoldij boeken temogen worden bekend ge„ steld, en de boekhouder von Albedijht, die in 't Jaar 1776. met 't schip Honkoop, meede voor Amsteldam, als horporaal is uitge„ komen, met den naam van Carel Lodiewijk baron van Aldebeijl van linde, heeft ver„ zogt, dat hem bij de zolvij boeken mogt gegeeven 2 ld: ti tot assistent. gegeeven worden, zijn rechte naam van Carl Ludewig baron von Albe dijhl van Lund in Sweeden wij hebben blijkens re„ solutie van den 18. ' deezer, de zoldij bediende alhier gequalificeerd, om voor schr: man„ deringen bij de zoldij boeken temaaken en we gebruiken derhalven de vrijheid anne Hoog Ed: daar van nederig kennis te geeven. § 595 Nog gebruiken we de vrijheid, onder de frans Philip Fretz: bijlaagen uwen hoog edelheden aan„ word voorgedraegen te bieden, een request van Fransz: Philip Freth: van Kirckheim Bohlanden, die voorleeden Jaar met 't schip de Leriathan als Jong mattroos is uitgekomen, en nu ver„ zoek doet om tot adsistent teworden gechangeerd. Het is een heel geschikt Jongman die zig zeer wel gedraagt en wij verzoek en uwe Hoog Ed: derhalven nederig, dat op zijne instantie eene gunstige reflectie mag worden geslaagen. „ 1689 §. 596: Reeds door den Brigadier zekere presentatie de Heer de Contenceau van den heer Mar„ ten tijde dat deeze Gou„ „verneur van Pondicherij was is op het sterkstaan den ondergeteekenden Gouverneur gerekom: „mandeerd als een Man van veel bekwaamheid in het departement van de genie, eenen Mijn Heer Marchand, die langen tijd gediend heeft in het frans Corps Jn „genieur voor Jndien en zig in het Jongste beleg van Pondicherij zoo welgedraagen heeft dat hij in Frank. rijk koomende aanstonds „chiant tot

NL-HaNA_1.04.02_3789_0850 view scan ↗

English

was promoted to captain, but since then this Corps of Indian Engineers has been reduced, and instead of them, officers serving in this Royal corps have been sent out. Mr. de la Lustriere, upon his arrival here, has further recommended this man to the Governor with great emphasis as a subject from whom the Company could derive great service. In the engineering department we are truly lacking a sufficient number 1690 of skilled people. It is not enough to have good plans. The execution must, in order to be confident that it will proceed well, be directed by a skilled hand, and all the more so because the errors committed through ignorance in matters such as these can afterwards only be repaired at great expense. These considerations have induced the Governor to request, some time ago already, a leave of absence of some months for the aforementioned Captain Engineer Marchand from the Governor of Pondicherry, since, although the corps in which he served no longer exists at Pondicherry, he was nevertheless actually employed in the engineering department; and since he has been here, he has in the most complete manner justified the good testimony that Mr. de Contenceau and Mr. de la Lustriere have given of him. In addition, he is a man of very good and irreproachable conduct. He offers to serve the Company for two years at a salary of 3000 rupees a year, and that if the 1691 Company is pleased with his service after that time, he will then transfer into their Honors' actual service. Section 597. We take the liberty of most humbly informing Your High Noble Lands of this proposal of his by this letter, and we do this all the more as we are convinced that the Company will make a good acquisition thereby. In the meantime, and until we have received Your High Noble Lands' reply to this, he will be of much service at Trincomalee to Captain Lieutenant Hupner in the engineering department, which, as we had the honor to inform Your High Noble Lands in our humble secret letter of the second of this month, has been placed under the said Heupner, who has been provisionally appointed by us as commander of the artillery at Trincomalee. In the meantime, while Captain Marchand is employed in this manner, we will have him paid the salary at the aforesaid rate, which will nevertheless be returned to the 1692 Company if Your High Noble Lands should not accept his offer and deem that proper. Section 598. At Pondicherry there is another artillery officer named Roman, who has offered to transfer into the service of the Company as captain lieutenant of artillery. The Governor of Pondicherry, Mr. de Souillac, gives the very best testimony of him, and since skilled officers are especially needed in the engineering and artillery, so that the Company will be well served, we have thought not to do ill by informing Your High Noble Lands of this offer as well, in case Your High Nobles might perhaps see fit to make use of it, in which case we will request the Governor of Pondicherry that he will permit the aforesaid officer Roman, who currently holds the rank of second captain at Pondicherry, to transfer into our service. The said Roman would be of all the more service to the Company because, according to this testimony of all who know him, he is a very good constructor, and our cannons, especially the iron ones, are generally of varying proportions, which requires a particular attentiveness in the making of the gun carriages. Section 599. 1693 Regarding some further arrangements concerning the Servants, we request permission to refer to our resolutions of 15 February, 17 March, 5, 12, and 19 April, 9 July, 2 and 14 August, 30 October, 28 November, and 6, 20, 22, and 29 December. Section 600. However, we take the liberty to let follow under this main section that which concerns the Regiment of Luxemburg and deserves special mention. Section 601. Because on the last day of February the term expired whereby Captain Lieutenant Jacob and Captain Lieutenant de Legrevisse, mentioned in our respectful letter of 30 January past, could enjoy the salaries determined for their capacities, which they had had to forgo for so long because of the advance made to the former Captain d'Hugonet, through whose resignation they were promoted, we decided by resolution of 22 April past to have the same credited to them from the first of March onwards. Section 602. Likewise, as appears from the said resolution, we have allowed the salary of second lieutenant to take effect from the first of May past for Jouy, who was admitted thereto by resolution of 27 December 1786, because on that date the enjoyment of the said Second Lieutenant Dobson, whom he succeeded, ceased. Section 603. Upon the nomination of the Lieutenant Colonel and commander of the regiment, de Raymond, we have, as appears from the resolution of 24 May, admitted as second lieutenant the

Dutch transcription

tot kaptain bevorderd is dog zeedert is dit Corps Jndiase Jngeni„ eurs gereduceerd en zijn in steede van dien uitge„ „zonden officieren die. nende in dit korps Royal: De Heer de la lustriere met zijn komst hier heeft deezen man de Gouverneur naader met grooten nadruk gerekommandeerd als een sujet daar de kompe groote dienst van zoude kunnen trek„ „ken. Jn het departe „ment van de genie mankeerd het, ons wer kelijk aan een toerijkend getal 1690 getal kundige lieden. Het is niet genoeg goede plant te hebben. De uitvoering diend om gerust te kunnen zijn dat ze wel geschieden zal, door een bekwaame hand te worden bestierd, en zulks te meer wijl de abuisen die door onkunde begaan werden in zaaken als deeze, nader hand niet dan, met groote kosten te herstellen zijn. Deeze konsi deratien hebben den Gouver neur bewoogen om voor gem: kaptain Jngenieur Marchand nu reeds wat geleeden, van den Gouverneur van Pondi „cherij een verlof voor eenige eenige maanden te vraa¬ gen wijl hij schoon het korps waar in hij gediend heeft niet meer bestaat te Pondi„ „cherij nogtans werkelijk g'amploijeerd was bij het departement van de genie„ en hij heeft zeedert dat hij hier is op de volkomenste wijze gejustificeerd het goede getuigenis, dat bij de de Heer de Contenceau en de Heer de la Lustriere van hem gegeven hebben Hij is daar bij een Man van een zeer goed en onbe„ „prooken gedrag. Hij pre„ „senteerd de komp:e twee Jaaren te dienen op een appo„ „inktement van 3000. ropijen sjaars en dat wanneer de komp. 1691 gegeven word. komp:s na dien tijd zijn dienst aanstaat hij als dan in haar Ed: wer¬ „kelijke dienst zal over „gaan. 5. 597: Wij gebruiken de vrijheid waar van kennis van dit zijn voorstel uw Hoog Edelheeden door dee„ „zen op het op 't nedrigst kennis te geeven en doen dit te meer, wijl we ons verzeekerd houden dat de komp:s daar aan een goede acquisitie doen zal. Jntussen en tot dat we hierop uw Hoog Edelheeden antwoord zullen ontfangen hebben. zal hij te Trinkonomale de kaptain luitenant Hupner Hupner van veel dienst zijn bij het departement van de genie, dat zoo als we de eere gehad hebben uw Hoog Edel „heeden bij onsen nedri„ „ secreete „gen van den tweede deser te bedeelen onder gem: Heupner gesteld is, die door ons provisioneel benoemd is als komman dant van de artillerie te Trinkonomale. Mid„ „de terwijl dat de kap„ „tair Marchand op deeze wijze g'emploij „eerd is, zullen we hem inktement het op## na den voorsz: voet laaten betaalen het geen niet temen aan de 1692 overste gaan de komp: zal worden terug ge „ven indien uw Hoog Edelheeds zijne aanbieding niet mogte aanneemen en dat goedvinden, §. 590 Te Pondicherij is nog een nog een officien officier van de artillerie genaamt Roman die zig heeft zig aange, boden om in 'skomp heeft aangebooden in den dienst van de komp: overte „gaan als kapitain luite „nant van de artillerie. De Gouverneur van Pondi „cherij den Heer de Contaaij #### geeft van hem het aller beste getuigenis, en wijl bij de genie en de artillerie in zonder heid kundigd offi „cier noodig zijn, zal de kompenie wel ge „diend worden, hebben we gemeind gemeind niet kwaalijk te doen om uw Hoog Edelheeden ook van deeze aanbieding kennis te geeven, op hoogst dezelve zomtijds mogte goedvinden om daar van gebruik te maaken, wanneer we den Gouverneur van Pondicherij zullen verzoe ken dat hij wil toestaan dat voorsz: officier Roman die tans werkelijk te Pondicherij den rang van tweede kaphain heeft, in onzen dienst over „gaat. Gem: Roman zoude de komp. te meer van dienst zijn wijl hij volgens dit getuige „nis van alle die hem kunnen, en heel goed konstructeur is, en ons kanons in zonderheid de ijzere doorgaans van onder scheidene proporties zij 't geen in 't maaken van de affuijten Eene bezondere oplettendheid vereischt. § 599 1693 omtrent de die„ schikkingen betreffende het reg: van Luxemb: §. 599. Nopens eenige verdere schikkingen van eenige verdere omtrent de Dienaaren, verzoeken we verlof ons te mogen regeenen, aan onse resol: van den 15. febr: 171 maart, 5. 12. en 19. ' April, 9:' Juli 2. ' en 14. ' aug:s, 30.:' 8ber:, 28: 9ber: en 6.' 20. 22. en 29.:' xber: 4600. Echter neemen we de vrijheid, om nog het geen 't Regiment van luxem„ burg betreft en speciaale melding verdiend, onder, dit hoofddeel te laaten volgen. 1601. wijl onder ult:o febr: 't termijn is ver„ scheenen, dat de kapit: luijtenant de appointementen van Iacob en de kapitein luitenant der kapit: de Jacob en de „ leEgrerisser vermeld bij onsen kapit: luit de Legre„ eerbiedigen van den 30:' Jann: pass.:o visse goedgedaan van konden genieten de tot hunne quali„ teiten bepaalde appoinctementen, welke ke zoolange hadden moeten missen, om 't gedaan voor uijt ren„ p=mo maart. naem schot. insgelijks van den sous lint: de Jouij de kadet bonel luit: schot aan den gew: Kapit: D Hugonet door wiens demissie te zijn gavanceerd, hebben we bij retol: van den 22. ' april pass:o beslooten, hem dezelven van pmo maart af te laaten goed doen. 1602. Insgelijks hebben we blijkens gem: retol:, met p:mo meij passo laaten ingaan de appoinctementen van soud luijt: voor den daar toe bij resol: van 27:' xber: 1786: g'agreëer, den Jonij wijl onder dien datum is opgehouden 't genot van den gem: sous luijt: d' obson in wiensplaats lig gesuccedeerd is. §603. Op den voordragt van den luijtenant Kollonel en kommandant van g'aggreeert tot sous 't regiment de Raijmond, hebben we, blijkens resol: van den 24:' maij, tot sous luijt geagreëerd 3 den

NL-HaNA_1.04.02_3789_0859 view scan ↗

English

1694 the second lieutenant du Cook ordered as lieutenant, the Cadet Bonelle; and this with his current salary, until a second lieutenant post should become vacant. § 609. To the second lieutenant d'Aubertin we have, upon a similar nomination and at his own request, granted his discharge to Europe, with retention of his salary until mid-May of this year, until which time his successor will have to forego it, as appears from the resolutions of 1 June and 13 October last. To the second lieutenant d'Aubertin his discharge granted. § 605. The second lieutenant du Crock having been nominated as lieutenant by Lieutenant Colonel de Raymond on account of a vacancy, we have given our agreement thereto by resolution of 2 August, and permitted that his salary commence on the first— Tonneau appointed as lieutenant with— —first of June prior, in consideration that his promotion, which otherwise should have taken place long since, was only delayed until the Council of Justice had rendered a verdict concerning what occurred at Oostenburg, mentioned in our respectful letter of 26 June 1786. § 606. Furthermore, as appears from our resolution of 11 August, upon the request of the aforementioned lieutenant colonel, agreement was given to the appointment as lieutenant with the artillery company for an officer named Tonneau, who has served for some time in the regiment, provided that he receives no more than sergeant's pay until a lieutenant's post falls vacant, and this out of special consideration— The pay of sergeant. 1695 —consideration for the intercession of the commander of the French naval force in India, the Chevalier d'Entrecasteaux, who was then at Trincomalee. § 607. The aforementioned Tonneau having since been placed in command of the detachment of artillerymen of the Regiment who, among other troops according to what was communicated in our secret letter of 6 October, were sent as relief to the Captain, we have, as appears from the resolution of 13 October, granted him the effective salary of a lieutenant for as long as he shall remain with that detachment. § 608. The provisions of arms and uniform goods that were made to the regiment from time to time at the request of the commander are recorded in our resolutions of 23 April, 12 July, 2 and 27 August, 25 September, and 13 October. The provisions made to the regiment. Concerning the regiment. § 609. Concerning the further arrangements regarding this regiment, we take the liberty respectfully to refer to our resolutions of 4 and 25 January, 5 April, 8 May, 9 June, 23 and 30 October, and 29 December. Concerning the further arrangements. The Pensioners. § 610. Who at the end of June last consisted of 50 heads, most humbly request continuation for another year— The pensioners request continuation. 1696 —pensioned. Statement of the deserters. § 611. In the past year there were pensioned by us: at Mannaar, the soldier Johannes Muller of Neskij, and at Batticaloa, the gunner Claas Schijf of Amsterdam, as appears from the resolutions of 16 January and 19 April. Who were pensioned in the past year. The Deserters. § 612. Consisted in the past year of the following, namely: 1 assistant artisan at Colombo, named Pierre le Prex of St. Malo. 8 sailors, of whom 6 at Colombo, namely: 1 Bartholomeus Kolas of Colombo 1 Willem Terwel of Wellin 1 Emanuel Jansz of Colombo 1 Casper Renselvoet of Stockholm 1 Hans Adolf Schenck of Revert 1 Janse Mengels of Ronkarte 2 at Galle, named Frans Meuts and Johannes Jansz, both of Galle. Exiles. § 613. Upon the authorization received from your Right Excellencies in your most respected letter of 17 November 1786— The increase in the allowance of the state exiles. 1697 —to grant to the state exiles whose families have increased the increase in allowance proposed in our respectful letter of 26 June 1786, we resolved by resolution of 12 April to have that augmentation take effect from the date of our proposal; and in the last-mentioned resolution an extensive list has been inserted, showing what they formerly received, what they now receive according to that increase, and how much this increase amounts to. Padang given a larger allowance. § 614. To the Prince of Padang, Panglima Radja Johang, who arrived here together with his brother Sidie Korer in the year 1786 per the ship De Paarl, we have, upon his representation that he, with his brother and their mutual retinue, could not subsist on the allowance of 25 rixdollars in cash, 8 parras of rice, 1 1/3 parra of salt, and 1 lb. of pepper per month, as appears from the resolution of 12 July, furthermore granted, subject to the approval of your Right Excellencies, ten rixdollars— To the Prince of Padang. 1698 Ternate prince. —rixdollars in cash and four parras of rice per month; yet even with this they are not satisfied, and continually request that, since they cannot manage with this to subsist in any way according to their station and birth, an additional allowance may be granted to them. § 615. Upon the nomination of the Galle officials, we have, as appears from the resolution of 25 September, furthermore granted to the Ternate Prince Kaitjel Rhetie—who since the year 1742, when he arrived at Galle, has received 8 rixdollars 16 stivers per month, and whose allowance was increased in 1769 to 12 rixdollars per month—12 rixdollars in cash and one parra of rice per month. As well as to the Ternate prince. rixdollars 8. 16. –. We commend your Right Excellencies and the interests of the Company into God's safe keeping, and remain with all respect and fidelity, was signed: Right Honourable, Highly Esteemed, Sovereign Lord, and Honourable Valiant Sirs, Your Right Excellencies' humble and very obedient

Dutch transcription

1694 de sous luit: die Cook geoordert tot luit den Radet Bonelle; en zulks op zijne winnen de appoincte„ menten, tot dat er een soud luijt„ plaats zoude vaceeren. 1609 Aan den sous luijt: d' Aubertin hebben aan den sous luit: we op gelijke voordragt en eigen d' Aubertin zijne verzoek, zijne demissie na Eu„ de missie verleend ropa gegeeven, met behoud zijner appoinctementen tot medio maij deezes Jaars, tot hoe lange zijn successeur die zal moeten misse, blijkens retol: van den 1' Juni en 13. 8 ber pass:o § 605. De sous luijt: du Crock, door den luijt: Bolbonel de Raijmond mits vaca„ tura voorgedraegen zijnde tot luijt:, hebben we daar toe 't agre„ ment gegeeven bij resol: van den 2: aug:s, en toegestaan dat zijne apoinctementen ingaan met primo: Tonneau aange„ „stelt tot luit: met primo Juni bevoorens, uit aan„ merking dat zijne bevordering, die anders zedert lange hadde behooren te geschieden, alleen was uitgesteld tot dat de Raad van Justitie uitspraak hadde gedaan, over 't voorgevallene op oostenburg, vermeld bij onsen eerbiedigen van den 26: Junij 1786. — §606: Nog is blijkens onze recol: van den 11. ' aug:s op het verzoek van voorm: de gagie van sergennt luitenant kolonel gegeeven het agrement tot de aanstelling als luit: bij de artillerij Romp: voor een officier genaamt Tonne au die een tijds in het regiment ge„ dient heeft mits bij niet meer dan sergeants gagie geniet tot dat er een luijt: plaats op en „valt en zulx uit bezondere Bon„ sidenaattie 1695 consideratie voor de voorspraak van de kommandant der fransche zee magt in Jndien de Heer Entre „custe naux die zich toen te Tuin„ kenomale bevond §667. Het zeedert gemelde Tonmau in kommando gesteld zijnde over 't detachement artilleris ten van 't Regiment die onder ande„ re troupes volgens 't bedeelde „ 6: october bij onzen secreeten van den„ tot secours aan kapitein zijne gezonden, hebben we hem, blij¬ kens resoluutsie van den 13. 8ber: toegelegd de effective appoincte„ menten van den luijtenant, voor zoo lange hij zich bij dat de ta„ chement zal bevinden. 4600 De verstrekkingen van wapen- en monteerings goederen, dia aan het aan het regiment gedaan. gaande het regem: de verstrekkinge het regiment op 't versoek van den kommandant successive zijn gedaan staan aangetee„ „kend bij onse resoluutsie van den 23. april 12. Juli, 2. en 27. augustus 25. Zeptember en 13. ok„ „tober. § 609. Wegens de verdere bestellingen aan„ wegens de verdere gaande dit regiment, neemen bestellingen aan„ we de vrijheid ons eerbiedig tege„ draagen aan onse resoluutsie en van den 4. en 25. Januarij 5. april 8. Maij, 9. Juni 23. en 30. oktober en 29. december De Gegagieerdens §610 die ultimo juri passato bestaan de gegagieerden ver„ hebben in 50. koppen, verzoeken zoeker continuatie ootmoedigst om nog een Jaar contunuatie in 1696 „geeerd zijn aantooning van de decerteurs. § 611 In 't voorleeden jaar zijn door ons wie in hot voor, gegagieerd, te Mannaar den leden Jaar gega„ zoldaat Johannes Muller van Neskij en te Batikalo den kan„ nonier Claas Schijf van Amster„ dam, blijkens resoluutsien van den 16. Januarij en 19. april De deserteurs § 612. hebben voorleeden Jaar bestaan in de volgende als 1. handlanger te kolembo genaamt Pierrel de prex van S:t: Malo. 8. Mattroosen, daar van 6. te kolembo als 1. Bartholomeus Kolas van Kolombo 1. willem terwel van wellin 1. Emanuel Jansz: van Kolombo 1. Carsper renselvoet van Stokholm 1. Hans adolf schen„ doaf van revert 1. Janse Mengels van ronkarte 2. te gale gen:t frans Meuts en Johannes Jansz:, bij de van gale Bannelingen §. 613. op de ontvangene qualifikatie de verhooging van van uwe Hoog Edelheeden het tractement van bij seer gerespecteerde mis„ de steats bannelingen. November sive van den 17. aprars 1786. om 1697 om aan de staatsbannelin„ „gen, wier familie vermeer „derd zijn, toete legge de bij onsen eerbiedige van den 26. Juni 1786. voorge „stelde verhooging van tractement, hebben we bij resolutie van den 12. April beslooten die aagmentatie te laaten ingaan met de datum onser voordragt: en is bij laastgem resolutie g'in„ „sereerd eene uijtvoerige lijst, aanwijsende met ze eertijds genooten hebben, wat ze volgens die ver hooging nu genieten. en hoe veel deeze ver¬ meerdering t padang een meerder toelaege gegeeven. meerdering bedraagt. §614 Aan den Print van Padang aan de prins van Paglima Radja Johang„ die nevens zijn broeder sidie korer, in a:o 1786. per het schip de Paarl alhier is aangekomen, hebben we op zijn beswaar nis, dat hij, met zijn broeder en hun bij der gevolg, niet konde bestaan van het tractement van 25. rd:s Contant, 8. parr:s rijst, 11/3. parra zout en 1. lb. peper 's maands, blijkens resolu „tie van den 12. Juli, nog daar en boven, op approba¬ „tie van uwe Hoog Edel: heeden, toegelegd tien rijksd. 1698 naatschen prins rijksd:s Contant en vier par„ „ras rijst 'smaands, dan ook hiermeede zijn ze niet te vreeden, en verzoe „ken bij aanhoudendheid dat wijl ze om eenig: zins na hun staat en geboorte te kunnen be „staan, daarmeede niet „hun toekunnen daar bij een toelaage mag worden gedaan. §615 op den voordragt van de zomede aan den ter gaalsche bedienden, heb„ „ben we aan den ternaatsche Prins kaitjel Rhetie die zedert het Jaar 1742., wanneer hij te Gale aangekomen is, 'smaands rd:s 8. 16 rd:s 8. 16. –. genooten heeft, en wiens tractement in 1769. tot 122. rijk sd: s smaands verhoogd is, blijkens re „solutie van den 25. 7ber. nog toegevoegd, 12. rijksds: Contant en een parra rijst smaands. Wij beveelen uw Hoog Edel„ „hedens en de belangens der maatschappije in Godes veilige haedeen blijven met alle eerbied en trouwe /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Achtb:, wijdge „biedende Heer, en Wel Edele Gestr: Heere. uwer Hoog Edelhedens on „derdaanige en Zeer gehoorzaam

NL-HaNA_1.04.02_3789_0869 view scan ↗

English

1699 Obedient servants was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, D: I: Fretz, C: Tilenius, G: E: Holst, M: P: Raket, J: Reintous, and C: F: Schreuder in the margin: Kolombo, the 31st of January A:o 1788. lower: P: S: Major Paravicini and the other commissioners for engineering have since submitted to us the report required of them concerning the fortification works, as mentioned herebefore, and we take the liberty to present a copy thereof to Your High Mightinesses herewith. A copy thereof is now also sent, with all the plans belonging thereto, per the ship Java to the Gentlemen Seventeen, and in the same manner we now send a copy of this report to the Cape Governor van de Graaff, to whom the plans and Memoir belonging thereto have already been delivered with the ship de Doggersbank. It appears to us, in our humble view, that what the aforesaid engineers state in their aforementioned report is based on reasonably good grounds; and until we have received the final decisions of Their High Honorable Excellencies and Your High Mightinesses thereon, we shall, regarding that which can suffer no delay in its execution, have it directed according to this as far as possible, so that it may be of service in the execution of the designs that Their High Honorable Excellencies will see fit to determine. Agrees Sijbrands Clerk 1701 Register of the papers which, by order of the Right Honorable Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, are dispatched with the ship - - - -, consigned to His High Mightiness, the Right Honorable Mr. Willem Arnold Alting, on behalf of the State of the Free United Netherlands and its General Chartered East India Company, Governor-General, together with the Honorable Severe Gentlemen Councilors of the Dutch Indies at Batavia. No. 1. Original general letter of today's date, written by and to those named in the heading hereof. No. 2. A sealed packet, containing: original secret missive of today, written by and to those just named, together with its appendices, consisting of: A copy of a secret missive written by the chief of Trinkenomale, the provisional merchant Jacques Fabrice van Senden, and the commander of the militia there, Lieutenant Colonel Diederich Carel van Drieberg, to the Right Honorable Governor of Ceylon on 30 December 1787, and the reply thereto, dated the 16th of this month. A copy of a letter written by the Governor of Pondicherry, Mr. de Conway, to the aforementioned Governor of Ceylon on 17 December 1787, with the reply thereto, dated 19 of this month, as well as a duplicate secret letter of the 20th of this month, written to those named in the heading hereof, and the cipher mentioned therein. No. 3. Duplicate general missive of the 20th of this month, written for and to those named in the heading hereof. Together with the register of the papers sent therewith. No. 4. Separate letter from the Honorable Governor of Ceylon, addressed to those named in the heading hereof, in a sealed packet. No. 5. Copy of a letter of today's date, written from Kolombo to the Right Honorable Gentlemen Directors at the Assembly of the 17, at the presiding chamber of Amsterdam. Together with the register of the papers dispatched therewith. No. 6. Copy of a letter of today's date, written from Kolombo to the Honorable Gentlemen Directors and delegates of the Assembly of the Gentlemen 17 for secret affairs in The Hague. No. 7. Ditto ditto, dispatched from Kolombo to the Honorable Gentlemen Directors of the respective Chambers. 1703 No. 8. Copy of general letters written from the Cape of Good Hope to Kolombo, of the dates 18 December 1786, 16 January, 12 May, and 6 August 1787. No. 9. Ditto ditto written from Kolombo to the Cape of Good Hope, of the dates 30 January and 12 November 1787, and 10 and 31 of this month. No. 10. Ditto secret resolutions taken in the Council of Ceylon from 15 February to 29 December 1787, enclosed in a packet. No. 11. Ditto general resolutions taken in the Council of Ceylon, from 6 March to 20 December, provided with the register formed thereof. No. 12. Copy of general resolutions taken in the Council of Ceylon, concerning the Native Department, of 9 and 18 January, 15 February, and 9 October 1787. No. 13. Translation of a French letter written by Mr. Archibald Campbell, Governor of Madras, on 27 January 1787 to the Honorable Governor of Ceylon. No. 14. Copy of letters of the dates 22 February and 8 March 1787 written by the Honorable Governor of Ceylon to the aforementioned Mr. Campbell. No. 15. Translation of a letter written by Mr. Abestee, Governor at Tranquebar, together with his Council, on 9 June 1787 to the Honorable Governor of Ceylon and the Political Council. Together with its appendices. 1704 No. 16. Copy of letters of the dates 13 July and 27 August 1787 written by the Honorable Governor of Ceylon to the aforementioned Governor and Council at Tranquebar. No. 17. Ditto French letter written by Mr. D'Entrecasteaux on 29 June 1787 from Trinkenemale to the Honorable Governor of Ceylon. Together with its appendices. No. 18. Ditto letter written by the Honorable Governor of Ceylon and Council to Messrs. de Conway and de Moracin at Pondicherry, dated 15 December 1787. No. 19. Translation of a letter of the date 6 February 1787 by

Dutch transcription

1699 Gehoorzaame dienaaren /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, P: Sluijsken ƒ D: I: Fretz, C: Tilenius, G: E: Holst, M: P: Raket J: Reintous, en C: F: Schreuder /:inmargine:/ kolombo den 31. Januarij A:o 1788. /:lager:/ P: S: De Majoor Paravicini en de verdere gecommitteerden tot de genie, hebben het zee „dert aan ons overgelegd het van hun, blijkens het verm: hier vooren 1 81: gevorderd berigt met betrekking tot de forti „fikaalsie werke, en wij gebruijke de vrijheid me met een afschrift daarvan uwer Hoog Edelheeden hier nevens aantebieden, een Copij daarvan word ook tans„ met alle de plans daartoe gehoorende, per 't Schip Java aan de Heeren 17n ge „zonden, en inzelvervoeg zenden we tans een Copij van dit rapport, aan den Heer Kaabse Gouverneur van de Graaff, aan wien reets de daar toe gehoo„ rende plans en Memorie met 't schip de doggers „bank zijn bezorgt. Het komt ons, naar ons nedrig inzien voor, dat 't geene de voorsch: in. genieurs bij voormelte hien 1700 hun rapport koomen op te geeven op redelijke goede gronden steund; en tot dat we daarop hunner Edele Hoog Achtb. en uw Hoog Edelheedens bi„ naale besluiten zullen hebben ontfangen, zullen we 't geene dat geen uit „stel veelen kan dat 't geschied, zoveel 't moge „lijk is daar naar laaten rigten, dat 't van dienst kan zijn, in de Executie der ontwerpe die welgem: Hunne Edele Hoog Achtb. zullen goedvinden vast te stellen: Akkordeert Sijbrands Cklerk 01 1701 Register der papieren die ter ordre van den wel Edelen Groot Achtbaaren Heer Willem Ja„ „cob van de Graaff, Raad extre ordinair van Nederlands India, Gouverneur en Direkteur van het Eijland Ceilon met dies onderhoorigheeden, met het schip - - - - worden afgezonden, gekonsigneerd aan zijn Hoog Edelhijd den Hoog Edelen Groot Achtb Heer M:r Willem Arnold Alting, wegens den Staat der vrije verEenigde Nederlan„ „den en haare algemeene ge„ okrroijeerde oost Indische Kompenie, Gouverneur Gene„ „raal, benevens de wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India te Batavia. N:o 1. origineele gemeene brief van hedigen dato door en aan als in den hoof „de dezes geschreeven No: 2. N:o 2. Een gesloote paket, zijnde daar in: origineele Sekrete missive van heden door en aan als even geschreeven, nevens dies bijlagen, bestaande Een Kopia Sekrete missive door het opperhoofd van Trinkenoma „le de p:l koopman Jacques Fabrice van Senden en den Kommandant der Militie aldaar de Luijtenant kollo „nel Diederich Carel van Drie, berg, aan den wel Edelen Groot Achtb: Heer Ceilons Gouverneur den 30. ' december 1787. geschreeven, en het antwoord daar op, gedateert den 16. ' deser Een kopia brief door den Gouverneur van Pendecherij den Heer de Conwaij aan voorm: Heer Ceilons Gouver„ „neur den 17. ' december 1787. geschreven, met het an woord 19: 1702 antwoord daarop, ged:t 19. de„ „zer, zomeede een duplikaat Sekreete brief van den 20. ' de „zer aan en als in den hoofde dezes geschreeven, en het daar bij vermeld Cijffen N:o 3. Duplikaat gemeene missive de dato 20„' dezer voor en aan als in den hoofde dezes geschree¬ „ven Neevens het register der daarmeede gezondene pa„ „pieren. Edelen 4. Apparte brief van den Heer Ceilons Gouverneur aan en als in den hoofde dezes gerigt, in een gesloote paker. „ 5. Kopia brief van hedigen dato van Kolombo Drie „ Kolombo geschreeven aan de wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Bewindhebberen nen ter vergadering van 17=m, ter presidiale Hamer Amster¬ dam Nevens het register der deecer„ meede afgevaardigde pa „pieren N:o 6. Kopia brief van hedigen dato van Kolombo geschreeven aan de Edele Achtb: Heeren Bewindhebberen en gemagtigde van de verga„ „dering van Heeren 1Cnen tot de sekrete zaaken in S Hage. „ 7. d=o d=o. . van Holombo aan de Ede„ „le Achtbaare Heeren Bewindhebberen van de Respective Kameren afgezonden N. 8. — 1703 N:o 8. kopia Gemeene brieven van Kabo de goede Hoop na kolembo geschreeven, de datis 18: December 1786. 16. Januarij 12. Maij en 6. aug:s 1787. 9. d=o _o. van kolombo na de kaab de goede Hoop geschreeven, de datis 30. Januarij en 12: No„ „vember 1787. 10. en 31. dezer N:o 10. d=o. Sekrete Resolutien genomen in Raede van Ceilon zedert den 15. febr: tot den 29. december 1787, in een paket geslooten. N:o 11. d=o. gemeene Resolutien genoomen in Raade van Ceilon, zedert den „22. 6. Maart tot den 20 Decem„ „ber, voorzien met het daar van geformeerd Register N:o: 12. A:o N:o 12. kopia gemeene Resolutien genoomen in Raade van Ceilon, raakende Het inlands Departement, van den 9. en 18. Januarij. 15. febr: en 9. october 1787. N:o 13. Translaat franse brief door den heer Arclie„ „bald Campbell gouverneur van Madras, den 27. Januarij 1787. aan den Heer Ceilons Gouverneur geschreeven N:o 14. Kopia brieven de Datis 22: febr: en 8. Maart 1787. door den Heer Ceilons Gouverneur aan voorm: Heer Campbell geschreeven N:o 15: Translaat brief door den heer Abestee„ Gouverneur te Frankebaer, nevens desselfs raad, den 9. Junij 1787. aan den heer Ceilons Gouverneur en den Politiken Raad geschree„ „ren Nevens dies bijlagen N:o 16 6 1704 N:o 16 kopia brieven de datis 13. Julij en 27. aug:s 1787. door den Heer Ceilors gouverneur aan voorm: heer Gouverneur en Raad te Frankebaar geschreeven. N:o 17. d=o. franse brief door den Heer D' Entre„ „castau den 29. Junij 1787. van winkenemale aan den Heer Ceilons gouverneur geschreeven. Nevens dies bijlaagen. N:o 18. d=o brief door den Heer Ceilons gouverneur en raad aan de Heeren gaare de Canwaij en de Morachim te Pondecherij geschreeven, ged:t 15: december 1787. N:o 19. Translaat brief de dato 6. februarij 1787. door 6

NL-HaNA_1.04.02_3789_0880 view scan ↗

English

No. 20. Copy of the reply to the aforementioned letter, dispatched on 22 February 1787. No. 21. Ditto translation of a missive written by the Maldivian Sultan to the Governor of Ceylon. No. 22. Ditto reply to the aforementioned letter, dated 12 December 1787. Together with a list of the presentation gifts. No. 23. A copy translation of a Sinhalese ola, dated 13 September 1787, written by the Disava of the Three and Four Korales to written by the Nabob of the Carnatic to the Governor of Ceylon. 1705 written to the Maha Mudaliyar of Colombo. Two translations written by the court dignitaries of Kandy to the Governor of Ceylon. Three translations dated 9 February, 21 April, and 29 December, written by the Disava of the Three and Four Korales to the Disava of Colombo. No. 24. Two copy draft letters dated 25 January and 22 February 1787, written by the Colombo Disava to the Disava of the Three Korales. Copy of the instructions given to the Company's envoy to the Court of Kandy, the merchant and trade bookkeeper Mattheus Petrus Raket given Manstius, dated 1 March 1787. Copy of the letter written by the Governor of Ceylon to the King of Kandy, dated 1 March 1787. Copy of the memorandum of the gifts sent to that monarch on behalf of the Company, and copy specification of the gifts sent as above by the Governor of Ceylon. No. 25. Copy of the notes of what was transacted with the Kandyan envoys who were in Colombo this month. No. 26. A brief detail of the events in the Madurai, Marava, and Travancore realms in the year 1787, along with 1706 along with a copy of a draft letter written on 13 December 1787 by the Chief of Tuticorin, Senior Merchant Martinus Mekern, to the Chancellor of the Realm of the Court of Teuver. No. 27. Copy of general letters dated 8 February, 16 May, and 12 December 1787, written by the ministers at Pulicat to Colombo. Together with two copy letters written to Colombo by the members of the Pulicat Council, Simons, Bloeme, and Brouwer, dated 16 May and 21 June 1787. No. 28. Ditto letters written from Colombo to the ministers of the Coromandel Coast, from 15 February to 16 December 1787. No. 29. ditto No. 34. Ditto. No. 29. Copy of a general letter dated 19 March 1787, written from Bengal to Colombo. No. 28. Ditto letters dated 5 January, 23 April, and 16 September 1787, written from Surat to Colombo. No. 32. Ditto ditto letters dated 9 March, 17 September, and 5 December 1787, written from Colombo to Surat. Letters written from Malabar to Colombo, from 16 December 1786 to 10 December 1787. Ditto letters written from Colombo to Malabar, from 3 January No. 33. Ditto ditto. No. 30. Ditto ditto letters dated 15 February and 5 December 1787, written from Colombo to Bengal. to 1707 No. 37. Ditto ditto. No. 38. Ditto. No. 35. Copy of circular letters dispatched to the subordinate offices, from 11 April to 26 December 1787. No. 36. Ditto general letters written from Jaffnapatnam to Colombo, from 21 December 1786 to 20 December 1787. Written from Colombo to Jaffnapatnam, from 3 January to 29 December 1787. Ditto written from Mannar to Colombo, from 25 December 1786 to 21 December 1787. January to 5 December 1787. No. 39. No. 39. Copy of general letters written from Colombo to Mannar, from 10 January to 29 December 1787. No. 40. Ditto ditto written from Galle to Colombo, from 30 December 1786 to 30 December 1787, in two bundles. No. 41. Ditto ditto written from Colombo to Galle, from 10 January to 31 December 1787. No. 42. Ditto ditto written from Tuticorin to Colombo, from 16 January to 21 December 1787. No. 43. Ditto ditto written from Colombo to Tuticorin, from 3 January to 14 December 1787. No. 44. Ditto written from the Vanni to Colombo, from 8 January ditto 1708 No. 48. Ditto. No. 49. Ditto. No. 45. Copy of general letters written from Colombo to the Vanni, from 11 January to 29 December 1787. No. 46. Ditto ditto written from Kalpitiya to Colombo, from 5 January to 19 December 1787. Ditto written from Colombo to Kalpitiya, from 11 January No. 47. Ditto ditto letters written from Colombo to Trincomalee, from 12 January to 29 December 1787. Written from Trincomalee to Colombo, from 15 December 1786 to 18 December 1787. January to 6 December 1787. to to ditto Corin No. 50. Copy of general letters written from Batticaloa to Colombo, from 15 December 1786 to 8 December 1787. No. 51. Ditto ditto written from Colombo to Batticaloa, from 27 January to 26 December 1787. No. 52. A packet, containing: Copy of secret and separate letters written in the year 1787 from Colombo to various places, and copy of secret and separate letters written in that same year from various places to Colombo. No. 53. General return of the leased ordinary until 26 December 1787. domains 1709 No. 54. Specification of the leased ordinary domains of the Company in the Government of Ceylon, for the account of the financial year 1786/7, compared with the financial year 1785/6. No. 55. General return of the merchandise sold in the Government of Ceylon, along with the specific returns of the same, both at Colombo and at subordinate offices, during the financial year 1786/7. No. 56. Two copy findings or returns of the domains of the Company expired in the past year in the Government of Ceylon, for the account of the financial year 1787/8, compared with the financial year 1786/7. pagoda ordinary

Dutch transcription

N:o 20. kopia antwoord op evengem: brief, den 22: febr: 1787. afgezonden. N:o 21. d=o translaat Missive door den Maldi„ „rosen sullan aan den Heer Ceilons gouverneur geschree„ „ren. N:o 22: d=o antwoord op evengem: brief, ged:t 12: de„ „cember 1787. Nevens een lijst der schenka„ „gie goederen. N:o 23. Een kopia translaat singaleeze ola gedateerd 13. 7ber: 1787. door den Dessave van de drie en vier korles aan door den Nabab van Karnati„ „ka aan den Heer Ceilons Gou„ „verneur geschreeven. 1705 aan den Mahamodliaer van kolombo geschreeven Twee translaaten door de Hofs„ „grooten van kandia aen den heer Ceijlons Gouverneur geschree„ ven. Drie Translaaten gedateerd, 9. Februarij, 21:' April en 29.:' de„ „cember door den dessave der drie en vier korles aen den kolomboschen dessave geschreeven. N:o 24: Twee kopia Concept brieven de datis 25: Januarij en 22:' Februarij 1787: door den kolomboschen Dessave aen den Dessaie der drie korles geschreeven Kopia jnstrukte aen 'skomp:s gezant na het Hof van kandia den koopman en Negotie boekhouder Mal„ „theus Petrus Rakel gegeven Manstius gegeeven, gedateerd 1:e Maert 1787: Kopia brief door den heer Ceij„ „lonse Gouverneur aen den koning van kandia geschree„ „ven, ged:t 1:' Maert 1787:— kopia memorie van de ges„ „schenken van weegens de komp: aen dien vorst gezonden. en kopie specifikatie der Ge„ „schenken, door den heer Ceijlon„ gouverneur aen als Even gezonden. N:o 25: Kopia aenteekeningen van het verhan„ „delde met de kandiasche gezanten, die in deeze maend le kolombo zijn geweest N:o 26: D kost detail van de Gebeurte„ „nissen in de Madureesche Marruasche en Frevankversche Rijken in 't Jaar 1787: evens 1706 Nevens een kopia Concept brief door het opperhoofd van „ Tietukorijn den opperkoopman Martinus Mekern den 13:' december. 1787: aen den Rijks„ „kancelier van T: Teuvers Hof geschreeven N:o 27: kopia gemeene brieven de datis d:' febr:, 16: Meij en 12:' xbr: 1787:, door de ministers te Palleakac„ „ta na kolombo geschreeven. Nevens twee kopia brieven door de Leeden van den Pallea„ „katsen Raed Simons, Bloe„ me en Brouwer na kolom„ „bo geschreeven, geb:t 16:' Meij en 21:' Junij 1787: N:o 28: O —. brieven van kolombo aen der ministers der Custe kor„ „ „mandel geschreeven, zee„ „derd den 15:' febr: tot den 16: December 1787: 8 N:o 29: d N:o 34: d=o. N:o 29: kopia Gemeene brief de dato 19:' Maert 1787: van Bengale na kolombo ge„ „schreeven N:o 28: P=—. d=o. brieven de datis 5: Januarij, 23:' April en 16:' 7ber: 1787: van suratta na kolombo geschree „ven. N:o 32: d=o. d=o. brieven de deelis 9: Maert, 17: 7ber: en 5: December, 1787: van kolombo na souratta ge„ „ „schreeven brieven van Mallabaer na kolombo geschreeven, zeederd den 16:' December 1786: tot den 10:' december 1787: — d_o. brieven van kolombo na de mallabaer geschr: zeederd den 3:' Januarij N:o 33: d=o. d=o. N:o 30: d=o —. d=o —. brieven de dalis 15:' febr: en 5:' december 1787: van kolom„ to na Bengale geschreeven. tot 1707 N:o 37. d=o— d. o —. N:o 38. do N:o 35. Kopia Circulaire brieven na de subalterne Cantooren afgevaardigt, van den 11. April tot den 26. decem„ „ber 1787. N o 36. d=o gemeene brieven van Jaffenapatnam na Kolombo geschreeven, zedert den 21. desember 1786. tot den 20. december 1787. van Kolombo na Jaffana„ „patnam geschreeven, zedert den 3. Januarij tot den 29. december 1787. —: d—. van mannaar na ko„ „lombo geschreeven, zedert den 25. december 1786. tot den 21. December 1787. Jnanuuij tot den 5. december 1787. N:o 39. 1 :: N:o 39. Kopia gemeene Brieven van Kolembo na mannaar geschreeven, zeder den 10. Januarij tot den 29. d cember 1787. N:o 40. d=o d=o van gaele na Kolembo geschr „ven, zedert den 30. december 1786. tot den 30. december 1787. , in twee bondels N:o 41. d=o d=o van kolembo na gale geschr „vem, zedert den 10. January tot den 31. december 1787. N:o 42. d=o d=o van Tutukorijn na kolembo geschreeven, zedert den 16. Janu „arij tot den 21. december 1787. N:o 43. d=o d=o. van kolembo na Tutucorijn geschreeven, zedert den 3. Ja„ „nuarij tot den 14. december 1787. N. o 44. d=o van de wanni na Colombo geschreeven, zedert den 8. Janu„ arij d=o 1708 N:o 48. do N 4 No. do 49. brieven van kolembo na de wan„ N:o 45. Kopia gemeene „nie geschreeven, zedert den 11. Jas„ „nuarij tot den 29. december 1787. N:o 46. d:o do d=o van kalpettij na kolombo geschreeven, zedert den 5. Ja„ nuarij tot den 19. december 1787. de van kolembo na Kalpettij geschreeven, zedert den 11. Januarij N:o 47. O=o d=o. brieven van Kolembo. na Trinko, nomaale geschreeven, zedert. den 12. Januarij tot den 29. de„ bember 1787. van Trinkenomale na Colembo geschreeven; zedert den 15. decem„ „ber 1786. tot den 18. december 1787. arij tot den 6. december 1787 tot na d Corij N:o 50. kopia gemeene Brieven van Battikaloa na Kolombo geschreeven, zedert den 15. december 1786. tot den 8. A cember 1787: N:o 51. d=o do —. van Kolombo na Batticaloa geschreeven, zedert den 27. Ja„ nuarij tot den 26. december 1787. N:o 52. Een paket, zijnde daar in: Kopia secrete en apparte brie„ „ven in A:o 1787. van Kolombo na diverse plaatsen geschree„ ren en Kopia sekreete en apparte brie„ ren in dat zelfde Jaar van diverse plaatsen na kolombo geschreeven N:o 53. genoraale Rendement van de verpagte ordinaire tot den 26. December 1787. domaijne 1709 Van de Verpagte ordinaire Domai„ N:o 54: Spesificaatie „nen Van de Kompenie ten gou„ „vernemente Ceijlon, Voor Reek: Van het Boek Jaar 178/7: Der ge„ „leeken met het boekJaer 178 5/6: N:o 55: Generaale Rendement der Verkogte koopmanschap„ „pen ten Gouvernemente Ceilon Nevens de speciaele Rendementen Van dezelve, zo op Kolombo als onder„ „hoorige kantooren, geduurende het Boek Jaer 1788/7: N:o 56: Twee Kopia Bevindings. of Rerdementen van de in anno passato afgeloopene Zomeinen Van de Komperie ten gouvernemente Ceilon, Voor Reek: Van het BoekJaer A=o178 7/8:„ Vergeleeken met het boek Jaer 178 /7: Pagoodt ire

NL-HaNA_1.04.02_3789_0890 view scan ↗

English

No 51. Specific demonstration of the expenses for the repair of the Company's sloops and lesser vessels. No 58. Specification of the expenses for the construction and repair of the Company's fortification works. No 60. Specific statement of the Country's revenues. No 61. List of such vessels as are in existence and required under this Government, with specification of their length, width, depth, and size. No 59. Ditto of the expenses for the repair and construction of the Company's warehouses and dwelling houses. No 63. Pagodas and fanams mint at Tutukorijn. 1710 No 62. Memorandum of the delivered homeward cargo of the ships the Pollux, the Leviathan, Gouda, the Vlugge Trek Vogel, Dordrecht, and the Maria. No 63. Ditto of the assignments of the monies counted into the Company's treasury for remittance to the Netherlands, which are dispatched with the ship Java. No 65. Brief statement of the condition of the Company's treasury in the Government of Ceilon, except that of Trinkonomaele, with its enclosures. No 64. Requisition of the uniforms required for the tally of the Company Jaeger Corps, which are dispatched with the ship Java. No 66. Copy statement of accounts of the Diaconate poor of Kolombo, Jaffanapatnam, and Gale, closed under the last of August 1787. No 68. Ditto ditto of the General Native Estate Chamber, also under that date. No 69. Ditto ditto of the Dutch Orphan Chamber, under the aforementioned date. No 70. Notice of the monies borrowed on interest in the Government of Ceilon. No 67. Ditto ditto of the leper house, also closed under the aforementioned date. 1711 No 72. Four statements and inventories of the artillery and further ammunition goods to be found in this Government. No 73. Copy statement of the consumed gunpowder in this Government in 1785/6. No 74. Ditto reports concerning the condition of the churches and schools in Kolombo, Jaffanapatnam, and Gale. No 75. Two lists of the arrivals and departures of the Company's ships at Kolombo and Gale, in the past year 1787. No 71. Account of ammunition and other goods delivered to the Regiment of Luxemburg, dated the last of August 1787. No 76. Two lists of the foreign ships and lesser vessels arrived and departed at Kolombo and Gale in the past year. No 77. List of the number of state exiles, with indication of when they arrived and what they receive monthly. No 78. Copy Colombo Deed Book of the year 1787, provided with an alphabetical register. No 79. Ditto Galle Deed Book, also of the year 1787. 1712 No 80. Two copy declarations dated the 22nd and 29th of this month, concerning the finding of the gunpowder and the textiles of the ship Java. No 81. Copy current account to the debit of the French Crown, closed the 15th of December 1787, with an adverse balance of f15243:19:— with its translation into French. No 82. A comparison of the servants on Ceijlon, according to the general muster rolls under the last of June 1787, compared with the regulations of the Honorable Mr. Schreuder and the orders given since by the High Government at Batavia. No 83. Duplicate Galle expense account of the ship the Vlugge Trek-vogel, amount f2070: 9:— No 84. Brief strength of the European seafarers who were assigned in this Government under the last of December 1787. No 85. General brief strength of the European and native military personnel of the island of Ceijlon and the subordinate posts under the last of December 1787. No 86. List of the old, sickly, and infirm military personnel, under the last of December 1787. No 87. Statement of all Company servants, artillery, and ammunition goods, as well as sloops and vessels, which are in existence in the Government of Ceilon and its dependencies. 1713 No 88. Extract from the logbook kept on board the ship Doggersbank, during the stay in the roads of Kolombo. No 89. Ditto from the logbook kept on board the ship the Pollux, during the stay in the roads and in the bay of Trinkonomale. No 90. Ditto from the logbook kept on board the ship Java, during the stay in the roads of Kolombo. No 91. Two lists of Ceylon medicinal chests, which are dispatched with the ship Java for the Hortus Medicus in Amsterdam and Leiden. No 92. Five extracts from the Jaffanapatnam Compendium of the year 1787, concerning the elephants, the horse breeding, jaggery timber and laths, chaya roots, and the head adigar office revenues and land rents, together with a copy summary of the elephants. No 93. Four reports, namely: One Batavian dated 24 May 1787. One Tuticorin dated 9 August 1787, both of the draft of the ship the Doggersbank. 1714 One Batavian dated 27 September 1787, and One Colombo dated 8 December 1787, both of the draft of the ship Java. No 94. Seven original registers of all the Ceylon and ship pay books, which are dispatched with the ships Java and the Maria to the Netherlands. No 95. Two accounts of cash and clothing given along to the officers of the ships Leviathan and Pollux on their outward voyage, with indication of how they accounted for the same. No 96. General muster rolls of the last of June 1787. No 97. Ditto salaried roll of the last of June 1787. No 98. Ditto brief strength of the last of June 1787. No 99. Ditto qualified roll of the last of June 1787. No 100. Copy ledger of the ship Doggersbank. No 101. A pay notice dated the 20th of this month, concerning a charge on the account of the sailor Hertog Arendsz of Dessau. No 102.

Dutch transcription

N:o 51. Specifike aantooning van het bekostigde tot het Repareeren van Skomp:s sloepen en mindere Vaartuijgen. N:o 58: Specifikaatie van het bekostigde tot het opbou„ „wen en Repareeren van 'skomp:s fortificaatie werken N:o 60: Specifike aanwijzing van slands Jnkomsten N:o 61: Lijste van zoodaanige Vaartuijgen als onder dit Gouvernement in weezen en benodigt zijn, met specificaatie Van der zelver Lengte, wijdte, Liefte en Groote Van het bekostigde tot het Repa„ „reeren en opbouwen dan skomp:s pak en woonhuijsen pagoods en fanumis Munterij te Tutukorijn N:o 63. N:o 59: Do -. 1710 N:o 62: Memorie van de uijtgeleeverde Daderlandsche Lading Van de Scheepen de Pollux, de Leviathan, Gouda, de Vlugge Trek Vogel, Dordrecht en de Maria N:o 63: D:o N:o 65: korte vertooning Van den Staat der kompe N:o 64: Eijsch van de te Tale Voor de Kompenie Jaegers benoodigde Monteering stukken, die Met het schip Java afgezon„ „den word: — —. Van de Assignatien der in 'Skomp:s Kassa getelde penningen ter overmaeking na Nederland, die met het schip Java afge„ „zonden Word „rie 1 a4 C N:o 66: Kopia Staat Reekening Ian de Diakonij armen Van kolombo, Jaffana patnam en Jale, geslooten onder ultimo Augustus 1787: „ 68: do „ 69: do —. do —. Van de algemeene Jnlandse Boedelkamer, meede onder dien Datum „ 70: Notietsie van de in het gouvernement Cei„ „lon op Jntrest geleende Pennin„ Van de Nederlandsche wees „kamer, ondergem: Datum „ 67: d=o — d. o —. Van het leproosen huijs, mede geslooten onderevengem: Da„ „tum „rie ten gouvernemente Ceilon, behalven die van Trinkonomaele, met derzelver bijlaegen. „gen - do 1711 N:o 72: Vier staet en inventarissen van het geschiet en de verdere ammonitie goederen ten deezen Gouver„ „nemente de vinden. N:o 73: Kopia aenwijzing van het verbruijkte bus„ „kruijs ten deezen Gouverne„ „mente m 178 5/6: N:o 74: D —. Rapporten aengaende den stael der kerkken en schoolen te kolom„ „bo, Japfenapalnam en Gale. aengekomene en vertrokkene N:o 75: Twee lijsten den op 's komp:s scheepen Kolombo V:o 71: Reekening van verstrekte Ammonitie en andere goederen aen het Re„ „giment van Luxemburg. „gen, ged:t ult=mo augustus 1787:— & n N:o 76: Twee Lijsten der vreemde scheepen en minder „re vaertuijgen in het verlee„ „den Jaer op kolombo en Gale aengekoomen en vertrokken. N:o 77: Lijste van het getal der bannelingen van staet, met aentooning wan„ „neer dezelve aengekoomen zijn en wat ze maende„ „lijks genieten. N:o 78: Kopia kolombosche Akte boek van het Jaer 1787:, voorzien van een alphabettische Register. N:o 79: 8 —. Gaelsche Akte boek, mede van het Jaer 1787: kolombo en Gale, in 't ge„ „passeerd Jaer 1787: — No. 80: 1712 N:o 80: Twee kopia verklaaringen de fatis 22:' en 29:' deezer, wegens de bevinding van het buskruijt en de gewee„ „ven van het schip Java. N:o 81: Kopia reekening kourant ten laste van de franse kroon, geslooten den 15:' december 1787:, met een zal„ „do te quaed van ƒ15243:19:— met dies vertaaling in 't fransch. N:o 82: Een vergelijk der dienaaren op Ceijlon, vol„ „gens de generaale monster Kollen onder ult:mo Junij 1787:, vergeleeken met het Reglement van den Edelen heer Schreu„ „den en de zeederd door de hooge Regeering te Bata„ „ria gegeevene ordres. No 83: 9: b het N:o 83: Duplicaat Gaalse onkost reekening van het schip de Vlugge=Trek= vo„ „gel, Groot ƒ2070: 9:— N:o 84: korte sterkte der Europeese Zeevaarenden, die onder ult=mo december 1787: in dit Gouvernement zijn bescheiden geweest. N:o 85: Generaale Korte sterkte der Europeesche en inlandsche Militairen van het Eijland Ceijlon en de onderhoorige posten onder ult=mo december 1787:— N:o 86: Lijste der oude, ziekkelijk en gebrekkige militairen, onder ult=mo decem„ 1787: N:o 87: Vertooning van alle kompences dienaeren, arlic„ „lerij en ammonitie goederen, mitsgaders sloepen en vaer„ „tuijgen, die in het Gou- 1743 N: 88. Extract uit het Journaal gehouden aan boord van het schip dog, „gersbank, geduurende het verblijf ter rheede van kolombo „ 89. do —. uit het Journaal gehouden aan boord van het schip de Pollux, geduurende het verblijf ter rheede en in de bhaaij van Jrinkono„ „male „ 90. do —. uit het Journaal gehouden aan boord van het schip Java, geduurende het verblijf ter rheede van kolombo gouvernement van ceilon en dies onderhorigheden in wer „sen zijn No. 91. cem„ i N:o 91. Twee lijsten van Cijlonsche medicinaale Laeden, die met het schip Java verzonden worden voor de Hortus Medicus te Amster„ „dam en Lijden „ 92. vijf extracten uit het Jaffenapatnamsch kompendeum de anno 178/7, we„ „gens de Elephanten, de paarden„ „teelt, Jagerhouten en latten, zaaije wortelen en de hoofda„ „digari officie gelden en land„ renten, Nevens eene kopia samentrek„ „king van de Elephanten „ 93. vier rapporten; als: Een bataviasche ged:t 24. Mei 1787. Een Jutie korijnsche ged:t 9. aug:s 1787. , bijde van het dieptree„ den van het schip de dog„ „gersbank Een 1714 Een bataviasche ged:t 27. 7ber: 1787. en Een kolombosche ged:t 8. decem¬ „ber 1787. bijde van het dieptreedenige van het schip Jara N. 94. seven origineele registers van alle de ceilonse en scheeps Zoldij boe„ „ken, die met de scheepen Java en de maria na nederland worden verzonden „ 95. Twee reekenings van kontanten en kleederen aan de overheden van de scheepen Leviathan en Pollux op hun uit„ „rijse mede gegeeven, met aanwijzing hoedanig ze dezelve hebben vorant: woord No. 96. et: i g N:o 96. Generaale monstervollen van ultino Junij 1787. 97. do —. „ 98. d —. „ 99. do „ 100. kopia Groot boek van het schip Dog„ „gensbank. „ 101. Een soldij notitie geb:t 20. dezer; wegens eene belasting op de reek: van den mattroos Hertog Arendsz: van dessau gegagieerde rol van uttimo su„ nij 1787. korte sterkte van ult: Junij 1787. gequalificeerde rol van ult. o Juni 1787. No 102.

NL-HaNA_1.04.02_3789_0901 view scan ↗

English

1715 No. 102. Copy of the report from the Disava Mr. Diederich Thomas Frdz, regarding the difference of the Areca trees indicated in the Compendiums of the Disavani of the financial years 1785/86. No. 103. Copy of the Lease Conditions of Colombo and the subordinate offices. No. 104. Copy of the Report from the first examiner Berghuijs regarding the Dudu mint, together with four Returns of the minted dudus in Colombo, Jaffnapatnam, and Galle. No. 105. No. 105. Copy of the Report from the Ceylon engineers on the remarks made by the captain engineer Reimer against the demolition of the first block of the old town of Colombo. No. 106. Instruction for the burgher Council of Tuticorin, dated 17 February 1786. No. 107. Copy of a concise demonstration of the Cinnamon gardens planted by Private Individuals in the Year 1786, as well as of such Cinnamon gardens that were established due to certain obligations; together with an indication of what was performed in the cleaning of the cinnamon bushes, dated 31. 1716 No. 108. Copy of the report from the Disava Mr. Fretz, indicating what should be understood by a Second Dispens village and the new vidana, as well as small and large dagoba, and in particular in what state the Lands of the vidani of Kehelbaddara are, how much paddy they yield in dues, and what expectation one may have thereof in the future, 31 December 1786, and signed by the late Disava Mr. Bieling. No. 109. 688 rds. No. 109. Copy of the Pay Account of Soldier Jan Everhard Leets. No. 110. Copy of the English Letter written by Mr. Archibald Campbell to the Governor of Ceylon, dated the 9th of this month, together with its Translation. No. 111. Copy of the Translation of the ola written on 14 July 1782 by the Disava of the Three Korales, Lewke Ralahamy, to the Disava of Colombo. No. 112. Copy of the justification from the Galle Master of Attendants Abo, regarding the long delay of the ship Gouda at Galle. No. 113. 1717 No. 116. Ditto ditto No. 113. Extract of a letter dated the 8th of this month written from Galle to Colombo, regarding private goods shipped on the return ship De Draak. No. 114. Copy of the Demonstration of the Chank Diving over eighteen Years. No. 115. Galle Resolution of the 10th of this month, on the findings of the straw mats delivered there from the ship Java. of the 11th of this month, regarding the repairs and provisions made to the ship Java, together with four accompanying reports, a declaration, and a Demand. No. 117. No. 117. Extract of the Resolution of the 17th of this month, by which the two last-mentioned Resolutions are approved. No. 118. Ditto ditto of the 18th of this month, containing the decision on the findings of the delivered homeland cargo of the ship Gouda. No. 119. Ditto ditto of the 18th of this month, containing the decision on the findings of the delivered homeland Cargo of the ship De Vlugge Trekvogel. No. 120. Ditto ditto of the 17th of this month, containing the decision on the findings of the delivered Batavia cargo of the ship Java. No. 121. Copy of the Galle Resolution of the 7th of this month, containing the decision 1718 decision on the findings of the Cochin cargo of the ship De Negotie, together with the accompanying report and declaration. No. 122. Extract of the Resolution of the 14th of this month, by which the aforementioned Resolution was decided upon. of the 18th of this month, by which a decision was made on the report of the head administrator, regarding the loss incurred on the chintzes, which upon arrival per the ship De Leviathan were found melted and were steamed out here. No. 123. Ditto ditto. No. 124. No. 124. Extract of the Jaffna Resolution of 30 March 1787, containing the decision on a petition submitted by the sergeant and overseer of the Island of Delft, Godfried Koch, in which the condition of the said island and the means for its improvement are stated. No. 125. Ditto from the Tuticorin Compendium of the Year 1786/87 concerning the pearl banks. No. 126. Copy of the petition of the Elephant broker in Jaffnapatnam, Nowale Chittiar Waytelingam, requesting to be granted the privilege to hold annually the Alfandiga lease 1719 No. 127. Copy of the Jaffna resolution of the 8th of this month, by which the request made in the aforementioned petition is further proposed. No. 128. Extract from a homeland letter regarding the payment of the Salary to Lieutenant Sabien Kij. No. 129. Two Copy reports from the first examiner Berghuijs, regarding the back fees due to Messrs. D'Hugonet, De Bas, and De la Roche. to be permitted to hold the lease for 28000 rds and the chank lease for 12000 rds. Together with. No. 130. Copy of the report from the head administrator, regarding a difference of 6000 lb of rice in the delivered cargo of the ship Doggersbank at Tuticorin. No. 131. Ditto order for 6000 lb of rice dated 31 July 1787, issued by the chief of Tuticorin to the officers of the Ship De Doggersbank, together with a Copy of the receipt of 13 August granted to the said officers by the administrator Van der Wall. No. 132. Ditto report from the Tuticorin administrator Van der Wall, regarding the discovered difference of rice mentioned above, together with a certificate granted by Lieutenant Des Enfers. 1720 mentioned, together with a Copy of the report from the commissioners who attended the receipt of the rice. A Copy of the notes kept by the said commissioners upon the receipt of the said rice. Copy of the extract drawn from the trade warehouse booklet and a copy of the declaration granted by the repeated commissioners. No. 133. Copy of the report submitted by the commissioners who attended the unloading of the cargo of the ship De Doggersbank at Tuticorin. No. 134. [illegible]

Dutch transcription

1715 N:o 102. Copia bericht van den heer Dessan Diederich Thomas Frdz, nopent het verschil van de aneeks Boompjes aange weezen bij de Kempendiums van de Dessavoni van de Boekjaaren 18 7/5 „ 18 5/6. N:o 103. Copia Pacht Condistien van Kolanbo en de onder horrige antooren. N:o 104. Copia Bericht van den eersten visitaleur Berghuijs nopent de Doedoes munterij, Nevens vier Rendamenten van de geslaagene doedors te Kelembo, Jaffana patnam en Gale N:o 105. N: 105. Copia Bericht van de Cijlensche ingenteurs op het aange„ markte door den kapitain ingenieur Reimer tegen het afbrecken van het eerste blok der oude stad Tekolank. N: 106. Jnstruksie voor den burger Raad van Tutukerijn, gedateerd 17. februarij 1786. N:o 107. Copia beknopte aantooning van de in het Jaar 1786. door Partikulieren aangeplante Kanneel thoijnen, als meede van zodanige Kanncol„ thuynen die wegens zekere verbintenissen zijn aangelegd; benevens een aanwijzing van het geen in het schoen„ maaken der kanneel bro„ schen verrigt is, gedateerd 31. 1716 N: 108. Copia bericht van den heer dessave Fetr: aanwijzende d wat door een Tweede Dispens dorp en de nieuwe vidan mitsgaders klijn en groot dagone verstaan moet worden, en inzinder„ heijd in wat toestand de Landerijen van de vidani Kein boelapittij zijn, hoe veel nelij deselve aan gerechtigheijd opbrengen en wat verwachting men daarvan in den aanstaande kan hebben 31. december 1786. en ge„ „teekend door den over„ leeden Heer Dessare Bieling N: 109. 688„ rd N:o 109. Copia Zoldij Reekening van Zoldaat Jan Everhard Leets N. 110. Copia Engelsche Brief door den Lampbell heer Archibald „ aan den Heer Cijlent Gouver neur geschreven, gedat: 9. deezer, nevens dies Translaat. N: 111. Copia Translaat dla door den des Jave der drie Korles Leuke Ralehamie den 14: Julij 1782. aan den dessair van Kolembo geschreven. N: 112. Copia verantwoording van den gaalschen Equipagiema ster Abo, wegens het lang vertoef van het schip Gouda te Gale No. 113. 1717 N. o 116. O=o d=o N:o 113. Extracht missive de dato 8. deser van Tale na Kolombo gesz:, wegens afgescheepte goederen van partikuleeren in het retour-schip De Draak N:o 114. Jespij Aonwijzing van de Sjankos Duijkenj in agtien Jaeren N:o 15. d' Gaalsche Resolutie van den 10. deser, op de bevinding der aldaer uijtgeleverde stroomatten van het schip Iava van den 11 ' deser, wegens de gedaene vertimmeringen en verstrekkingen aen het schip Iava Nevens vier daar bij gehoorende rap„ „potten een verklaering en een Eysch No 117 N:o 117. Extrakt Resolutie van den 17. deser, waer bij de totee laetgem: Resolutien geapprobeert zijn N:o 118: d=o d=o van den 18: dezer, behelsende dispositie op de bevinding der uijtgeleverde patriase laeding van het schip Girida N:o 119. d=o d=o van den 18. deser, houdende dispositie op de bevinding der uijtgeleverde patriasche Lading van het schip de vlugge trek-vogel N: o 120. d=o do — Van den 17:' deser, houdende dispositie op de bevinding der uijtgeleverde Bata„ „viasche laeding van het schip Iava No 121. Joppia Gaelse Resolutie van den 7. ' deser, houdende dispositie 1718 dispositie op de bevinding der Koethemse laeding van het schip De Negotie Nevens de daar bij gehoorende berigt en verklaering No 123. Extrakt Resolutie van den 14. deser, waar bij op voorm Resolutie gedisponeert is. van den 18' deser, waar bij gedisponeert is op den bericht van den heer hoofd„ „administrateur, wegens het gevallen verlies op de salias, die bij aenbreng per het schip De Leriathan gesmolten bevonden en alhier uijtgedampt zijn No. 123. O — 8 — No. 124 tria het ƒ N„o 124. Extrakt Jaffenasche Resolutie van den 30: Maart 1787, houdende dispositie op een inge„ „diend addres door den sergeant en opziender van het Eijland Delft Godfried Koch, waar bij opgegen word de gesteldheijd van gem. eiland en de middelen tot verbeetering van het„ Zelve N:o 125. d=o uijt het tutuk omjns Reom pendium de Anno 178 6/7. aengaende de paarlbanken N„o 26. Duspia request van den Elephants makelaar te Jaffa„ „nappatnam Nowale Chittiaar waij„ „telingen, verzoekende hem het voor„ regt te vergunnen om Jaarlijks de Alphandigo pagt 1719 N=o 127. Kopia Jaffanasche resolutie van den 8. deser, waar bij het bij voorsz: request gedaan ver„ „zoek naeder word voor„ „gedraegen. N=o 128. Extract uit een patriaschen brief we„ gens de uitkeering van de Gagie aan den lieutenant Sabien Kij N=o 129. Twee Kopia berichten van den eersten vi„ sitateur Berglimis, we. „gens de te goed behou „dene emolumenten van de heeren D' hugo, „net, de bas en de la„ „roche pacht te mogen hebben voor rd=s 28000. en de sjan„ Kospagt voor rd=s 12000. Nevens . N=o 130. Kopia bericht van den heer hoofd admini strateur, wegens een ver„ „schil van 6000. lb rijst bij de uitgeleeverde lading van het schip Doggersbank te Jutukorijn N=o 131. d=o. ordonnantie van 6000 lb rijst ged=t 31. Julij 1787. , door het op„ „perhoofd van Jntukorijn op de overheeden van het Schip de doggersbank ver¬ „leend Nevens Kopia quitantie van den 13. aug=o voor den ad„ „ministrateur van den Wal aangem: overheeden verleend N=o 132. d=o —. berigt van den Tutukorijnschen ad mini „strateur van der wall, no„ „pens het ontdekt verschil van rijst hier vooren ge„ Nevens een bewijs door den lieutenant des Enfers, verleend. meld 1720 „meld Nevens een Kopia rapport van de gecommitteerdens, die den ontvangst van de rijst heb„ „ben bijgewoond Een Kopia aanteekening door gem: gecommitteerd:s bij den ontvangsh van gem: rijst gehouden. Kopia extract getrokken uit het negotie pak„ „huijs boekje en een ko„ „pia verklaaring door meerm: gecommitteerd=s verleend N=o 133. Kopia rapport door de gecommitteer= „vens, die de ontlossing van de laeding van het schip de doggersbank te tutukorijn hebben bij gewoond, ingediend N=o 134. een no bank t mini¬ no„ l

NL-HaNA_1.04.02_3789_0912 view scan ↗

English

No 134. Copy of a pass written by the Amsterdam warehouse master Hendrik Claans on 22 December 1786 to the officers of the ship de vlugge trekvogel. No 135. Ditto of a decision rendered by the Right Honourable Lords Directors, regarding the post of head of the militia at the Cape of Good Hope. No 136. Ditto. Translation of a letter written by the Lieutenant Colonel and commander of the regiment of luxemburg de Raijmond, concerning the aforementioned decision, to the Lord Governor of Ceylon; together with a copy of an attestation from the captains of the said regiment. No 137. A bundle of papers belonging to the criminal proceedings against Colonel D'hugonet and associates, consisting of: Copy. 1721 Copy of the reviewed and sworn declaration rendered by Sergeant Major P:t vallerij on 22 December 1785. Copy of the reviewed declaration rendered by Lieutenant des Enfers on 13 October 1785. Copy of the reviewed and sworn declaration rendered by Captain Finiels on 13 October 1785. Copy of the reviewed and sworn declaration rendered by quartermaster rhouline on 24 October 1785. Copy of the record of confrontation held on 2 March 1786. Extract from the interrogatories answered and reviewed by Captain De Latoche. Extract. 1 Extract from the interrogatory answered and reviewed by Colonel and second Conrad De Bas. Copy of the record of confrontation held on 7 March 1786. Copy of the record of confrontation held on 13 March 1786. Extract from the interrogatory answered and reviewed by Colonel D'Hugonet. Copy of the interrogatories answered and reviewed by Lieutenant des Enfers. Copy of the reviewed declaration rendered by Lieutenant Colonel de Raijmond on 25 April 1786. Two copies of reviewed extracts from the report of Ensign Mitman of 8 October 1785. Copy. 1722 No 138. Copy of the considerations of Lieutenant Tilenius on the case of Colonel D'Hugonet and associates. No 140. Original requisition of necessities for the Government of Ceylon, together with a list of the remainders. No 141. Petition of the provisionally appointed pay transfer clerk Justinus kriekenbeek, requesting a further recommendation to Their Right Noble Lordships, to No 139. Ditto of Major Paravicini, on the aforementioned case. Copy of the record of confrontation held on 5 May 1786. Copy of the record of confrontation held on 9 May 1786. Copy of the record of confrontation held on 4 May 1786. be confirmed. No 142. Address from the merchant and pay bookkeeper Gerrit Engelholst, requesting that the said kriekenbeek may be further recommended to Their Right Noble Lordships, to be confirmed in the service of pay transfer clerk. No 143. Petition from the aforementioned pay bookkeeper Holst, requesting that the bookkeeper Cornelis de kretzer may continue as second pay transfer clerk. No 144. Petition of Frans Philip Fretz, requesting promotion to assistant. to be confirmed in the said service. No 145. 1723 No 145. A packet with an unsealed slip, addressed to the Honourable Court of Justice of the Castle of Batavia. No 146. A sealed packet addressed to the Reverend Consistory in batavia. No 147. Copy of the report from the Ceylon engineers regarding the fortification works. kolombo, 31 January 1788. signed: G: J: Sijbrands, sworn clerk. No 148. Copy of a letter of the 16th of this month written from kolombo to the Right Honourable Lords Directors in the Assembly of the Seventeen, at the presiding chamber of Amsterdam. No 149. No 149. Copy of letters of the 16th of this month written from kolombo to the Honourable Lords Directors at the Chamber of Zeeland and to the ministers at the Cape. No 150. Ditto letter written by the government of Pondicherry to kolombo, dated the 1st of this month. No 151. Ditto translation of an ola written by the dissave of the Three and Four Korales to the Colombo maha mudaliyar. kolombo, 20 February 1787. signed: G: J: Sijbrands, sworn clerk. Agrees. Sijbrands No 11. 1724 To His Right Noble Lordship, The Right Honourable Mr Willem Arnold Alting, Governor General, and The Right Noble and Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable Lord and Right Noble and Honourable Lords. Pursuant to the most respected order of Your Right Noble Lordships given by minute resolution of 24 May 1785, the undersigned Commander and Master of Naval Equipment has the honour to report with respect to the private flute ship Dordrecht chartered for the Company: that the said vessel appeared here in the roadstead on 2 June last, and its officers were ready the following day to unload the cargo brought by them, and subsequently continued the delivery thereof until 4 July, thus during 27 lay days, after which they were notified on the 5th of that month that they had to take in a cargo for Ceylon, so that on that day begins the time stipulated by the charter party for an inland voyage. With this report the undersigned hopes to have complied with the intention of Your Right Noble Lordships, wherefore, after expressing due respect, he signs the same. Right Honourable Lord and Right Noble and Honourable Lords. Your Right Noble Lordships' humble and obedient servant. signed: C: Blom Batavia, 10 August 1787. Agrees. signed: P: de Elwijk, sworn clerk. Agrees. Dijbrands, sworn clerk. No 18. Examined: P:s Pompeus

Dutch transcription

N=o 134. Kopia geleij brief door den Am. sterdamsen pakhuijs meester Hendrik Claans den 22. Decbr 1786. aan de opperhooffden van het schip de vlugge trek:„ vogel geschreeven No. 135. do. . van een decisie gedaen door den wel„ Edele hoog achtb: heeren bewind hebberen, in de post van hoofd der militie aan de Caab de Goede hoop N=o 136. d=o —. Translaat van een brief door den lieutenant Kolloneel en kommandant van het regi„ ment van luxemburg de Raijmond, over evengemelde devisie aan den heer Ceijlons Gouverneur geschreeven: Nevens Kopij van een atte. „statie van de Kapitains van gem: regiment. N=o 137. Een bondel papieren gehoorende tot het Crimineel proces tegen den Kolloneel D1 hugonet C: S., bestaande in Copea 1721 Copia gerekolleerde en bezdigde verklaaring door den sergeant majoor P:t vallerij, den 22:' xber: 1785: verleend Copia gerekolleerde verklaaring door den luijtenant des En„ „fers, den 13:' oktober 1785: ves„ „leend. Copia gerekolleerde en beEedig„ „de verklaaring door den kap„ „tain Finiels, den 13:' october 1785: verleend. Copia gerekolleerde en beEedig„ „de verklaaring door den fourier 1785: r houline, den 24:' oktober ver„ „leend. Copia akte van Confrontatie den 2:' Maert 1786: gehouden Extrakt uijt de Jnterrogatorien door den kapitain De La„ „toche beandwoord en gerecolleerd. Extrakt. . „ 1 Extrakt uijt de jnterrogatorie door den kolconel en se Courad De Bas bandwoord en ge„ „rekolleerd. Copia akte van konfronta„ „tie den 7:' Maert 1786: gehouden. Copia afcte van konfrontatie den 13:' Maert 1786: gehouden Extrakt uijt de Interrogatora door den kollonel D' Hu„ „gonet beandwoord en gerecolleerd. Kopia Interrogotorise door den luijtenant des Enfers be„ „antwoord en gerekolleerd. A kopia gerekolleerde teklara„ „toir door den Luijtenant sol„ „lonel de Raijmond, den 25. April 1786: verleend. Twee kopia gerekolleerde Ex„ pakten uijt het Rapport van den vaendrig Mitman, van den 8:' october 1785: Kopia 1722 N:o 130: kopia Consideratien van den Luijtenant Tileni„ „us over het geval van kollo„ „nel D' Hugonet C: S: N:o 140: origineelen Eijsch van behoeftens voor het Gouvernement Ceijlon. Nevens een Notitie van de Restanten. N:o 841: Rekwest van den p:l zoldij overdragen Justi„ „nis kriekenbeek, verzoe„ „kende nader voordragt aen hunne hoog Edelh, om N:o 139: D—. —. van den Majoor Paravicini, over even gem: Geval kopia akte van konfrontatie den 5:' Maij 1786. gehouden ko„ „pia akte van konfrontatie den 9:' Maij 1786: Gehouden kopia akte van konfrontatie den 4:' Maij 1786: gehouden bevestigt. ie be„ ava vol 25:' Ex N:o 142: addoes van den koopman en Zoldij boek hou„ „der Gerrit Engelholst, ver„ „zoekende dat Gem: krieken „beek aan hun hoog Edelhee„ „den nader mag worden voor„ „gedraagen, om bevestigd te„ worden in den dienst van zoldij overdrager. N:o 143. P—. van even gem: zoldij boekhouder Holst, verzoekende, dat den boekhouder Cornelis de kret„ „zer, als tweede zoldij over„ „drager mag blijven Continu„ „eeren N:o 144: Request van Frans Philip Fretz: ver„ „zoekende om bevordering tot assistent. bevestigd teworden in Gem: dienst. No: 145: 1721 No 145. Een paket met open slip, gericht aan den Edelen achtb: Raad van Jus„ „titie des kasteels Batavia „ 146. Een gesloote paket gericht aan den wel eerwaarden kerkenraad te batavia „ 147. kopia bericht van de Ceilonse ingenieurs, nopens de fortefeikatie wer„ ken kolombo den 31. Januarij 1788. /:was geteekend:/ G: J: Sijbrands. gezw: klerk. N:o 148. kopie brief van den 16. deser van kolombo geschr: aan de wel Edele hoog achtb: leeeren bewind hebberen ten ver„ „gadering van 17:=ne, ter presi„ diaele kamer Amsterdam. N:o. 149 ver¬ Nog N:o 149. kopia brieven van den 16. deeser van kolonbo. geschreeven aan de Edele achtb: heeren bewind hebberen ten kamer Zeelande aen de caabse ministers. N:o 150 d — brief door hiet gouvernement van Pondecherij na kolombo geschreeven, ged:t 1: deser. N o 151: d=o Translaet ola door de dessave der drie en vier korles aan de kolom„ bosche mahamodliaar ge„ schreeven. kolombo den 20:' februarij 1787: /: was getekend:/ G: J: Sijbrands g: klerk. SGkeerk Abkordeert Sijbrands No: 11. 1724 Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heer f M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Nevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Groot Achtbaare Weer en wel Edele Gestrenge Heeren. Ingevolge het zeer Gerespekteerd bevel van ui„ Hoog Edelen gegeeven bij notulaia besluit „Mai van 24„ 1785. heeft de ondergeteekende Commandeur en opper Equuipagiemeester De eer ten opzigte van het voor de Companie ingehuurd partikulier fluit schip Dor drecht te berulden: Dat die boodem den Junij laatstleeden hier ter rleede is versche„ „nen en dies overheden 's daags daar aan tot het lossen van de door hen aa „gebragte lading gereed geweest zijn de „volgens 2 volgens de uitlevering der selve hebben voort„ „gesel tot den 4. Juli dus geduurend 27. legdagen waarna hen op den 5. dier maand is aan gesegt dat een Cargasoen voor Ceilve meesten jnneemen, zo dat men dien dag aanvang neemt de tijd bij de Certepartij voor een binnenlandsche reise bepaald met dit verslag hoopt de ondergeteekende aan de intentie van uw Hoog Edelen voldaan te hebben weshalven hij na betuiging van het verschuldigd ontzag het zelve onder te„ kend /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtb: Heer en wel Edeles Gestrenge Heeren /:lager:/ uwer Hoog Edelehen onderdanige en Gehoor„ dienaar /:was getekend:/ C: Blom Zaame /:inmargine:/ Batavia den 10. aug:s 1707. /:onderstond:/ akkordeert /:was getekend:/ P: de Elwijk, E: gklerk Akkordeert. Dijbrands gklerk voor dit 7. No: 18: Nagesien P„s Pompeus

NL-HaNA_1.04.02_3789_0929 view scan ↗

English

1725 Register of the Papers belonging to the letter which, by order of the Right Honorable Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Dutch East Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, via Gale, is dispatched with the privately chartered ship Dordrecht, consigned to the Honorable Directors of the Chartered Dutch East India Company at the Amsterdam Chamber. No. 1. Original Letter dated today, written by the one named in the heading of this document. No. 2. Duplicate Letter dated 12 November 1787, written to the same as above. No. 3. Extract Letter, dated 29 December 1787, written from Colombo to Batavia. No. 4. Copy of the protest of the captain of the chartered ship De Vlugge Trekvogel, Barend Janse Ussen, executed on 10 December 1787 at Gale, to which are inserted the two petitions presented by him. No. 5. Extract Resolution of 13 October 1787, whereby the captain of the ship Dordrecht, Pleun van der Giesen, is excused from the voyage to Cochin, with insertion of the petition presented by him. No. 6. Extract Resolution of 30 October 1787 and 14 December 1787, containing disposition on the findings of the discharged Batavian cargo of the ship Dordrecht. No. 7. Ditto. No. 8. A receipt granted by Captain van der Giesen at Batavia, dated 21 August 1787, for the reception of some nautical charts in order to account for the same again in the Netherlands. No. 9. A letter packet from the Orphan Masters here to the Orphan Masters at Amsterdam. No. 10. Recipe for the preparation of the medicinal vinegar against contaminated air, in a sealed envelope. Colombo, 10 January 1788. Examined: C. P. Thomassz 1727 Amsterdam To the Honorable Directors of the Chartered Dutch East India Company at the aforementioned Chamber. Honorable Gentlemen, The ship De Doggersbank, destined for your Honorable Chamber, sailed from the bay of Gale on 15 November last, but on account of contrary wind had to remain at anchor in the outer roads until the following day, when it continued its voyage during the night. We sincerely wish that that vessel may have a prosperous voyage, and we hereby present to your Honors the duplicate of our respectful letter of 12 November aforesaid dispatched therewith. On 28 November thereafter, the chartered hooker ship De Vlugge Trekvogel arrived at Gale, aboard which Minister David Meijer arrived. This ship arrived at the Cape on 13 July and departed from there hither on 26 August. With the said vessel we had the honor to receive your Honors' esteemed letter of 6 January past, and in consequence thereof we have already made the necessary arrangements to receive the regiment of Meuron and transport it to the designated garrisons. Pilots have also been appointed at Trincomalee to bring the transport ships hither, for the embarkation of the regiment of Luxembourg. 1728 As soon as we received news of the arrival of the ship De Vlugge Trekvogel at Gale, we instructed the officials to have that vessel depart hither at once, which however did not occur until after having written about it several times, as appears from our respectful letter to the Honorable Supreme Government of the Indies of 29 December last, of which an extract, with the documents belonging thereto, is transmitted among the enclosures, and to which we request to be allowed to refer. On 18 December the frequently mentioned ship arrived in the roads here, and unloaded its cargo here as far as was possible, since one did not dare risk having the cargo port opened here, and it was consequently sent back to Gale on the 24th thereafter to be further unloaded there, where it arrived on 27 December. As soon as it is completely unloaded there, we shall have it depart for Batavia with a cargo of coir. The ship Dordrecht, which according to our respectful letter of 12 November last was designated by the Supreme Government of the Indies as a return vessel and departed from here for Gale on 16 October to be put in condition there for the voyage home, is the carrier of this letter and consigned to your Honorable Chamber. We had intended to let this ship make a voyage to Cochin to fetch a cargo of rice, while the return goods were being assembled for it; and since it did not seem conclusive to us whether the voyage from Batavia to Ceylon in order to repatriate was to be regarded as the one inland voyage for which, according to the charter party, it was solely permitted to be used, this intention of ours was notified to Captain Pleun van der Giessen by an extract from our resolution; but he objected thereto in a written petition. Thereupon, by resolution of 13 October last, which accompanies this in extract, we decided

Dutch transcription

1725 Register der Papieren gehoorende tot de brieff, die ter ordre van den wel Edelen Groot Achtbaaren Heer willem Jacob van de Graaff Raad extra ordinair van Neder„ lands Jndia gouverneur en Di„ 3 „recteur van het Eijland Ceilon met dies onderhoorigheeden, over„ Tale, met het partikulier in„ gehuurd schip Dordrecht, word verzonden, geconsigneerd aan de Edele Achtbaare Heeren Be„ windhebberen van de geoktroij„ eerde Nederlandsche Oost-Indische Kompenie ter kamer Stin„ sterdam N: 1. orgineele Missive gedateerd op heeden, door een als in den hoofde deezes geschreeven. „ 2: Duplicaat Missive gedateerd 12. November 1707. aan als even geschreeven „ 3. Extract Missive, de dato 29:e Decemb: 1787 van Kolombo na Batavia geschreeven „ 4. Kopia protest van den schipper van het inge„ „huurd schip De vlugge Trekrogel Barend Barend Janse ussen, den 10: xber: 1787. te gale geposseerd, waar bij geinsereerd zijn, de door hem gepresenteerde twee addressen. N: E: Extract Resoluutsie van den 13:e 8ber: 1787. waar bij den schipper van het schip Dor„ drecht Pleun van der Giesen van de rijze na Koetsiem geex „cuseerd is, met insertie van het door hem gepresenteerd addres. „ 6. Extract Resolutie van den 30:e oktober 1787 en „ „ 14. December 1787. hou„ „dende dispositie op de bevindingen der uijt geleeverde Bataviasche lading van het schip Dordrecht „ 8. Een beweis door den schipper van der giesen te Batavia verleend gedateerd 21:e Aug:s 1787. weegens den ont„ fangst van eenige zeekaarten om dezelve in Nederland weder te verandwoordin. „ 9. Een brief Paket van de weesmeesteren alhier ran de weesmeesteren te Am¬ sterdam. „ 10. voorschrift van de berijding van de Medicinaale do . azijn N T„ „ 7. d. o —. 1726 azijn tegens besmette lugt, in een omslag, verzeegeld Kolombo den 10. Januarij 1788. —. gale gen i „ A ciaale 2 1 Nagezien C„n P„ Thomassz Na 11 s „ 1727 Amsterdam Aan de Edele achtbaare Heeren Bewindhebberen van de geoktroieerde nederlandsche oostindische kompenie ter voormelde kamer Edele Achtbaare Heeren! 'T schip de doggersbank; voor uwer wel Edele achtb: kamer gedestineerd, is den 15: 9ber: J:s Leeden uit de blaaij van Gale gezeild, doch heeft wegens contrarie wind, tot 's daags daar aan op de buiten rheede moeten „blijven ten anker „ leggen, wanneer het des nachts de rijse heeft voortgezet. We wenschen van van harten, dat die bodem eene voorspoedige rijse mag hebben, en bieden uwel Edele achtb: hier nevens aan, 't duplicaat van onse daarmeeede afgezondene eerbiedige letteren van den 12: 9ber: voormeld Den 28: 9ber: daar aan is 't ingelueuwrde koeker schip de vlugge trek vogel te Gale gearriveerd, waar meede uitgekoomen is de predikant David Meijer. Dit schip is den 13: Julij aan de Caab gearriveerd en den 26: aug:s van daar na herwaards ver„ trokken. Met gem: bodem hebben we de eer gehiad te ontvangen uwer wel Edele achtb: g'eerde missive van den 6: Januarij pass:o, en we hebben ingevolge van dien, reets de nodige schikkingen gemaakt, om 't regiment van Meuron te ontvangen en na de bestamde guarnizoenen te transporteeren. ook zijn er„ lootsen te Grinkenomale bestemd, om de transport scheepen na herwaarts te brengen, ter inneeming van 't regiment van Luxemburg. Zo 1728 zo dra we van de komste van 't schip de vlugge Trekvogel te Gale bericht kregen, hebben we den bedienden aangeschreeven, om dien bodem ten eersten na herwaarts te laeten vertrekken, het geen echter niet geschied is, dan na verschijde maalen daar over te hebben geschreeven, blijkens onsen eerbiedigen brief aan de Edele hooge indische regeering van den 29: december J:o Leeden, waar van een extract, met de daar toe gehoorende stuk„ ken, onder de bijlaegen overgaat, en waar aan we verzoeken ons temogen gedraegen. Den 18: december is meerm: schip alhier ten rheede gearriveerd, en heeft zijne lading hier gelost, zo verre het geschieden konde, vermits men niet dinft waegen, om de lastpoort hier te laeten openen, en is 't zelve mits dien, den 24: daar aan na Gale te rug gezonden, om aldaar verder teworden ontlaeden, alwaar het den 27: December aangekomen is. zo dra het daar geheel zal zijn ontlost, zullen we 't zelve met eene lading kaijer na Batavia laeten vertrekken. - „ oedige 2 e nde ter 'T schip dordrecht, dat volgens onsen eerbiedigen van den 12: 9ber: Jleeden, door de hooge indische regeering tot een retour bodem bestemd en de„ 16: october van hier na Gale vertrokken is, om daar tot de t' huijs vijse teworden in staat ge„ steld, is de brenger deeses en gekonsigneerd aan uwer wel Edele achtb: kamer. wij hadden dit schip gewvone een togt na koet„ siem laeten doen, ten afhaal van eene lading rijst, intusschen dat de retouren daar voor wierden te zamen gebragt; en wijl het ons niet beslissend voorkwam, of de rijse van Batavia na ceilon om te repatrieeren voor de eene binnenlandsche tocht moeste worden gehouden, waar toe het volgens de Certepartij eenelijk mogt worden gebruikt, is den schipper Pleun van der Giessen dit ons voorneemen, bij een oxtrakt uit onse resolutie aange„ kondigd, doch hij heeft zich daar over bij een schriftelyk addres beswaard. We hebben daar op bij resolutie van den 13: october Jzeeden, die in extrakt deese verzeld, besloote

NL-HaNA_1.04.02_3789_0937 view scan ↗

English

1729 decided to excuse him from that voyage. We have since tried whether the skipper of the flute de Maria would be willing to make a voyage to Koetsiem, but he too, upon receiving the extract of our resolution sent to him regarding this matter, likewise raised so many difficulties that we had to abandon that as well. And we inform your Honorable Worships of this chiefly so that your honors might see fit in the future to make some further stipulations in this regard in the charter party, because it could at times be of great service if such ships, when they arrive here from Batavia and cannot immediately be loaded for Europe, could in the meantime be used for this or that voyage. Because there were still 51 days remaining of the designated 121 lay days for the unloading and loading of the ship Dordrecht, and their High Excellencies instructed us to arrange matters with them as was most convenient, in the uncertainty of whether the ship might not occasionally need so many lay days, we thought it best to have them commence on 15 November of last year, and have also had skipper Van der Giessen informed of this, who declared that he had nothing against it. The cargo that it brought from Batavia was delivered reasonably well, except that on the rice a considerable shortage of 78176 lb was found, or rather 48714 7/2 lb more than the wastage of 100 lb per coyang stipulated by regulation. But because skipper Van der Giessen signed the Batavian bill of lading with this express declaration that the weight and the contents of the received chests, cases, barrels, and bales, and especially also of the rice sacks, were unknown to him, and besides this nothing has come to our attention 1730 that could give cause to suspect him of bad faith, we have, by resolution of 30 October and 14 December, of which extracts are enclosed among the appendices, decided not to credit him for any wastage on the delivered cargo, but to have the discovered surpluses and deficits, both here and at Gale, recorded and written off, and to inform your Honorable Worships thereof, as we have the honor to do by these presents. Also, the aforementioned skipper Van der Giessen did not deliver here certain necessities that were supplied to him at Batavia for bulkheads, dunnage, etc., because he declared that he could not do without them. We have therefore decided by our aforementioned resolution of 14 December to have them noted down on the invoice of the cargo that he is currently taking along as return cargo. This cargo will mainly consist, besides a good bottom layer of saltpeter and cowries, of 1500 to 1600 bales of cinnamon and 423 packages of Madurese linens and cotton yarn; and since the Gale officials have informed us that these are not sufficient to fully load the ship, and that we cannot detain that vessel until more packages are brought from Tutukorijn, we have ordered them to fill the remaining space with pepper. We refer further in this regard to the report that the officials will have the honor of making to your Honorable Worships about it. Of the provisions that may have been supplied to this ship, the Gale officials will present to your Honorable Worships the account signed by skipper Van der Giessen for receipt, and the duplicate and triplicate thereof we shall transmit upon a further occasion. 1731 With this vessel, we have granted passage to the Cape to the court and commercial agent of the King of Prussia, Mr. Jakob Gabriel von Mollen, who arrived here from Kormandel; provided that he pays in Dutch money such transport and board money as is stipulated for passengers in the charter party, and the billing for this will be delivered to your Honorable Worships by the Gale officials. Furthermore, we have permitted the naval captain and said master of equipment Jakob Hartman, who has permission from the High Indian Government to repatriate via Ceilon, to travel to the Netherlands with his two daughters and a free maidservant, by this vessel or on the ship Java, which is due to depart toward the end of this month; provided that if it takes place with the bearer of this letter, he must then pay in Dutch money such transport and board money for himself, his daughters, and the maidservant as is determined in the charter party of the said vessel; but if going with Java, according to constant practice, only for the daughters and the maid, and indeed double for the latter, or for the outward and return journey: so that, should he choose to go with the bearer of this letter, an account of the amount of the transport and board money to be paid will be sent by the Gale officials. We have the honor, in compliance with the orders of the Most Noble and Honorable Gentlemen Seventeen, to present to your Honorable Worships under seal among the appendices to this letter, a copy of the instructions.

Dutch transcription

1729 beslooten, hem van die rijse te excuseeren. wij hebben zedert geprobeert, of de schipper van de fluijt de Maria een togt na koetsiem zou„ „de willen doen, doch ook deese heeft, op 't derweegens aan hem gezondene extrakt onser resolutie, insgelijks zo veel swaarigheeden ingebragt, dat we ook daar van hebben moeten afzien; Een we geeven uwel Ed: achtb: hier van voornamentlijk kennis„ of hoog deselven mogten goedvinden, om in 't vervolg bij de certe partij hier omtrent eenige nadere bepaelin„ „gen te doen, wijl het somtijds zeen van dienst zoude kunnen zijn, indien dier„ gelijke scheepen, wanneer ze van Ba„ „tavia hier komen, en men ze niet aanstonds voor Europa belaeden kan„ intusschen konden worden gebruikt voor deese of geene tochten. wijk er van de bepaalde 121: legdagen tot het lossen en laeden van 't schip Dordrecht nog 51. dagen overig waren, en hunne hoog Edelh: ons gelast hebben eerd ld, hebben, het daarmeede te sthikken als meest convenent was hebben wij in de onzeeker„ heid, of 't schip somtijds zo veel legdaegen niet mogt nodig hebben, best gedagt de„ selve telaeten ingaan met den 15: Novem„ ber: J:o Leeden, en hebben daar van ook den schipper van den Giessen laeten informeeren, die verklaard heeft niets daar tegen te hebben. De lading die 't zelve van batavia heeft aangebragt, is reedelijk wel uitgeleeverd. behaleen dat op de rijst eene aanmerke„ „lijke minderheid is bevonden van 78176: lb of wel 48714. 7/2. lb meerder; dan de bij reglement bepaalde spillagie van 100: lb per Coijang; Dan wijl de schipper van der Giessen, 't bataviasche Cognois„ „sement heeft onderteekend, met deese expresse verklaering, dat hem 't gewegt en de inhoud van de ontvangene kiste„ kassen, vaten en baelen, en specialijk ook van de rijst zakken, onbekend was, en buijten dien ons ook niets voorgekomen is 1730 is, dat aanlijding konde geeven om hem van kwaede trouw teverdenken: hebben we bij resolu„ „tie van den 30: october en 14. december, waar van extracten onder de bijlaegen overgaan, beslooten, aan hem op de aangebragte lading geene spillagie goed tedoen, maar de bevon„ „dene meer en minderheeden, zo hier als te Gale, telaeten inneemen en afschrijven, en daar van aan uwel Edele achtb: ken„ „nis te geeven, gelijk we de eere hebben door deesen tedoen Ook heeft voorm: schipper van der Giesen. alhier niet uitgeleverd, eenige benoodigt„ heeden, die hem op batavia tot scholten garnievings etc: zijn verstrekt, wijl hij betuigde die niet te kunnen missen. wij hebben derhalven bij voorm: onse resolutie van den 14. december beslooten, deselven per nota telaeten bekend stellen op de factuur van de lading, die hij tans in retour meede neemt. deese men Deese laeding zal voornaemelijk bestaan, be„ halven eene goede onderlaag van sal peter en kauris; in 1500: â 1600: baelen kanneel en 423: pakken madureesche lijwaeten en kattoenegaeren, en wijl de gaalse bedienden ons hebben bericht, dat de niet toerijkende zijn om 't schip te vollaeden, hebben we den dat we dien bodem niet kunnen aanhouden, tot dat er meer pakken van tutukorijn worden aangebragt, hun gelast, om de overige ƒ vunnte met peper te laeten vallen. we refereeren ons daar omtrent voorts aan 't verslag, dat de bedienden de eere zullen hebben uwel Ed: achtb: daar van te doen. van de verstrekkingen, die aan dit schip mogten zijn gedaan, zullen de gaalsche bedienden de reekening, door den schipper van den Giessen voor den ont„ „vang onderteekend, uwel Edele achtb: aanbieden, en het dieplicaat en tripoli„ caat daar van, zullen we bij nadere occa„ „gien 1731 „gien overzenden Met deesen bodem hebben we passagie na de caab verleend, aan den hof en commercie agent van den koning van pruijssen, de heer Jakob Gabriel voor Mollen, die van kormandel alhier is aangekomen; mits betaelende in nederlands geld zodanig transport en kostgeld, als voor de passagiers bij de certepartij is bedongen, en zal de aanreekening daar van door de gaalse bedienden aan uwel Edele achtb: worden bezorgd. — Nog hebben we aan den kapitein ter zee en gem: Equipagiemeester Jakob Hart„ man, die van de hooge indische re„ „geering verlof heeft, om over Ceilon terepatrieeren, toegestaan, om met zijne twee dochters en eene vrije diens„ „meid, per deesen bodem of met 't schip Java, dat met het laatst van deese maand staat te vertrekken, na na nederland te mogen overvaeren; mits dat zo het niet brenger deeses geschied, hij dan zal moeten betaelen, zodanig transport en kostgeld in nederlandsch geld, voor zich zelven, zijne dochters en dienstmeid, als bij de certe parthij van gem: bodem is be„ „paald, doch met Java gaande, naar 't constant gebruik, alleen voor de dochters en meid, en wel voor de laatste dubbeld, of voor de heen en terug rijs: zullende mits dien, zo hij verkiesen mogt net brenger deeses overtegaan van het bedraegen van het te betae„ „lene transport en kostgeld, door de gaalsche bediende eene aanreekening worden overgezonden wij hebben de eere, in voldoening aan het aanbevoolene door de wel Edele hoog achtb: heeren zeventienen, onder de bijlaegen deeses uwel Edele achtb: ver„ zegeld aantebieden, een kopij van 't voorsalwift

NL-HaNA_1.04.02_3789_0943 view scan ↗

English

prescription how the mixture must be prepared, with which the plague and stench dispelling vinegar must be prepared, with a humble request to keep this secret as much as possible, as we had to promise this to the inventor in order to induce him to disclose the secret. We have already sent Your Noble Worships two half leggers of the mixture with which that vinegar is prepared, by the ship de Draak; and since the Right Noble Highly Honorable Gentlemen Seventeen have instructed us to deliver some cellars of prepared vinegar to Your Noble Worships, we shall continually send from time to time some cellars filled with this mixture, to be added to the vinegar needed for it, as we suspect that when it is mixed with the vinegar here, it evaporates over a long period of time and loses its best qualities. Nonetheless, we have written to Gale to also send to Your Noble Worships 12 cellars filled with prepared vinegar per the ship Dordrecht. We Kolombo the 10th of January, Year 1788. We commend Your Noble Worships to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, Noble Honorable Sirs, Your Noble Worships' obedient servants, W:d: van de Graaf J: Huystier Verf ATietz Ahrslenius Holst Ro Jaeleg H D Raket J: Hennous Carel Jacobs Schneider No: 1 No: 1 Kolombo the 10th of January, Year 1788. Noble Honorable Your Noble Worships' obedient W:D. van de Carl Ja We commend Your Noble Worships to the protection of the Almighty and [illegible] all high esteem [illegible] All No: P

Dutch transcription

1732 voorschrift hoedanig 't imengzel moet worden toe„ „bereijd, waar meede de pest en stank verdrijvende azijn moet worden geprepareerd, met nederig verzoek om dit zo veel doenlijk tewillen secretee„ „ven, wijl we zulks aan den inventeur hebben moeten belooven, om hem tot de ontdekking van het geheim tebeweegen we hebben uwel Edele achtb: reets van het meng„ „zel, waarmeede die azijn word geprepa„ „veerd, twee halve leggers met 't schip de draak toegezonden; en vermits de wel Edele hoog achtb: heeren zeventienen ons hebben aangeschreeven, om eenige kelders geprepareerde azijn aan uwel Edele achtb: te bezorgen, zullen we bij voortduuring, eenige kelders gevuld met dit inmengzel van tijd tot tijd overzenden, om bij de azijn daar toe nodig teworden gedaan, wijl we vermoeden, dat hetzelve hier met de azijn vermengd wordende, door langheid van tijd vervliegd en zijne beste hoedanighe„ „den verliest. Niet te min hebben we ne Gale geschreeven, om ook 12: kelders met geprepareerde azijn gevuld, per 't schip Dordrecht aan uwel Edele achtb: te zenden wij . kolombo den 10: Januarij Wij beveelen uwel Edele achtb: in de beschen „ming des allerhoogsten en blijven met alle hoogagting Ao 1788: Edele Achtbaere Heeren! Uwel Edele Achtbaare Gehoorzaeme dienaeren. W:d: van de Graaf J= Huystier Verf ATietz Ahrslenius Holft Ro Jaeleg H D Raket J: Hennous Care Jaco„s Scnacuder No: 1 No: 1 kolombo den 10: Januarij Ao 1788: Edele Achtbaere DUwel Edele Acht Gehoorzaeme W:D. vande Carl Ja Wij beveelen uwel Edele achtb. „ming des allerhoogsten en alle hoogagting F Alle No:P

← previous