Inventory 3789
Ceylon · 954 pages · 112 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
but if that were not possible, that we then authorized them to have it carried out for the Company's account. Since then, the servants have reported that the repair of the lodge with its aforementioned buildings, except the perimeter wall, has been undertaken by the master carpenter on the island of Allelande for the sum of 700 pagodas, provided that the Company would supply the necessary materials, such as lime, bricks, timber, posts, laths, and roof tiles, along with the doors and windows with their full ironwork, and that the erection of the roof trusses would also be done at Their Honors' expense. And this contracting, being fairly advantageous for the Company according to the local circumstances, we approved by our resolution of 29 December last. We have nonetheless instructed the Chief of Tuticorin to deliberate on proceeding with or postponing this work according to the present circumstances of the times, in order not to incur any useless expenses for it. On the occasion of inspecting the aforementioned lodge, Chief Mekern, along with Resident Francken and some of the most knowledgeable natives, also examined the condition of the village of Ponnekail and its environs, and the servants of Tuticorin have reported to us concerning this that since the English war, the old dikes of the village have been completely neglected, so that hardly a shadow of them remains, and that the embankments made outside the village have likewise been neglected. Already for many years, means have been considered to close and divert the course of the headwaters, which increasingly took their course toward the village of Ponnekail and threatened it with the uttermost danger, but opinions on this have varied. Major Paravicini, who investigated the condition of Ponnekail and its environs in the year 1772, proposed at that time in a report to build a heavy dam across the Sjammankal stream, through which the water is led from the great river to Ponnekail, and thus to stop the flow of the water and force it to continue its course straight through the great river itself. This expedient, which the servants now also consider the best and simplest, was also approved at that time, as it seems, because in the said year 1772 a dam was constructed in the said stream, which has held fairly well until now. A small channel was also dug at that time, just above this one, to divert the water and carry it into the sea below the village of Ponnekail, but this small channel very rapidly widened into a large river, which expands more from time to time and now has only a very small strip of land between it and the stream that runs along Ponnekail; and this strip of land, consisting entirely of loose and swampy earth, naturally had to breach shortly, whereupon the village of Ponnekail will come into much greater danger than it has ever been, because the current, which previously struck the corner of the village out of the Sjammankal stream and scraped past it, will, if the said strip broke through, rush with its full force upon the entire village and create a washout through the middle of the village. The servants have therefore found it of the uttermost necessity to build a dam higher up in the Sjammankal stream, which would close off the water and force it to continue its course through the great river, for which they have chosen a location where a heavy and long island has already formed in the middle of the said stream, so that now only the openings remaining on either side in the stream need to be blocked. This work is estimated at eighty pagodas, which the Company will have to pay for, as the inhabitants of Ponnekail, the poorest people there on the coast, are unable to contribute anything toward it. However, they have agreed, if the Company would have this dam constructed at its own expense, to restore the old dikes of Ponnekail to their former condition in order to be able to resist an unexpected rush of water. Because of the great importance of this matter, which made it necessary that the aforementioned dam be constructed at the very earliest dry season, when the Sjammankal stream is completely dry, the servants provisionally gave orders to work on it, and we could not fail to approve the execution thereof by resolution of 31 May last. The repair of the lodge at Manapad, with the buildings standing therein, which Resident Keuneman, according to the resolution of 14 June 1785, had initially undertaken to perform, provided the costs thereof, according to further stipulation, did not exceed the sum of two thousand pagodas, having since then been fully executed and found satisfactory upon inspection, and even in a better condition than they ever were before; we have, upon the received account thereof, amounting to 2165 1/30 pagodas, and
Dutch transcription
doch zoo dat niet mogelijk was, dat we dan hun qualificeerden, om het voor Comp:s reekening telaaten uijtvoeren. 'T zedert heb„ „ben de bedienden bedeeld, dat de herstelling van de logie met haare voorschr gebouwen, excapt de ringmuur, door den baas tim merman ten eilande Allelande is op zich genomen, voor de somma van 700. pagooden, mits dat de Comp: de benoodigde mate riaalen, gelijk kalk, steenen, houten, praalen, latten en pannen a nevens de deuren en vensters met haar volle beslag zoude ge bezorgen, en dat ook het op zette van de spanwerken op haar Ed: kosten gedaan worde, en deeze aanbesteeding hebben we, als naar de geleegentheid van de 1600. tot het leggen van een dam in de spruijt Sjammankal te ponnekail is en ordre gegeven de plaats taamelijk voordeelig voor de Comp: geapprobeerd bij onse resolutie van den 29. xber: Joleeden. Wij hebben nochtans het tutukorijns opperhoofd gere„ „commandeerd, om met het voort„ „zetten of uijtstellen van dit werk, teraade te gaan met de tegenswoordige tijds omstan„ „digheid, ten einde geene nutte „loose kosten daaraan te doen. 1445 Ter geleegentheid van de bezig„ „tiging der voorschr: logie, heeft ook het opperhoofd Mekern„ met den Resident Francken en eenige van de kundigste inlanders, onderzogt de toe„ „stand van het dorp Ponne „kail en desselfs environs, en de bedienden van Tutukorijen hebben ons derweegens bericht, dat vervolg dat zedert den Engelschen oor„ „log, de oude dijken van het dorp ten eenemaal verwaarloost zijn, zoo dat er haast geene scha„ „duwe meer van overig is, en dat de bedijkingen, die buijten het dorp zijn gemaakt, inzel¬ „vervoegen verwaar loost zijn. Reets zeedert veele Jaaren is men op middelen bedacht ge„ „weest, om den loop van het opperwater, dat meer en meer zijn loop na het dorp Ponne„ „kail nam, en het zelve met het uijtterste gevaar drijgde„ te sluijten en een anderen weg te doen neemen, doch de gevoelens zijn daaromtrent verschillende geweest. De Majoor Paravilini die de gesteldheid van Ponne¬ „kail en dies environs in A:o 1272: heeft 1601. vervolg heeft onderzogt, heeft toen bij een bericht voorgesteld, om in de spruijt Sjammankel, waar „door het water uijt de groote rivier na Ponnekail geleid word, een swaaren dam te leggen, en dus den loop van het water te stuijten en heb tenoodzaaken om rechts streeks zijn loop tevervolgen door de groote ri „vier zelve. Dit expedient, het welk de bedienden tans ook voor het beste en eenvoudig „ste houden, is ook toen zoo het schijnt geapprobeerd, wijl in gem: Jaar 1772. een dam in gemelde spruijt gelegd is, die zich tot nu toe reedelijk wel gehouden heeft. Men heeft ook toen, even boven deezen, een spruijtje gegraaven, om het water afte „leiden vervolg leiden en in zee tevoeren beneeden het dorp Pormekail, maar dit spruijtje is heel schielijk verwij 1: „derd tot eene groote rivier, die zich van tijd tot tijd meer uijt¬ „brijd en tans maar een heel klijn strookje grond heeft tusschen dezelve en de spruijt¬ die langs Ponnekail loopt, en dit strookje grond, geheel uijt losse en moerassige aarde bestaande, moest natuurlijk binnen korten doorbreeken, wan¬ „neer het dorp Ponnekail in een veel grooter gevaar zal komen, dan het ooit geweest is, wijl de stroem, die tevoeren uijt de spruijt Sjammankel, op den hoek van het dorp aanstiet en daar voorbij schuurde, wanneer het ge„ „melte strookje doorbrak, met zijn 1602. vervolg zijn volle kragt op het geheele dorp zal komen aanloopen, en een schuuring midden door het dorp maaken. De bedienden hebben het daarom van de uijtterste noodzaakelijkheid gevonden, om hooger op in de spruijt Sjammankel een dam te leggen, die het water zoude sluijten, en noodzaaken zijn en loop te vervolgen door de groote rivier, waar toe ze een plaats hebben verkoosen, daar zich reets een swaar en lang Eiland in het midden van gem: spruijt heeft geplaatst, zoo dat nu alleen de openingen, die ter weder zijden in de spruijt ge „bleeven zijn, behoeven te worden gestoft. Dit werk is geschat op tachtig pag:, die de Compenie zal vervolg zal moeten bekostigen, wijl die ingezeetenen van Ponnekail, de armste menschen daar ter kusten onvermogend zijn, om daartoe iets te Contribueeren, maar ze hebben echter aangenomen, wanneer de Comp: deezen dam voor eigene reekening wilde laaten aanleggen, de oude dijken van Ponnekail in haaren voori„ „gen staat te herstellen, om een onverwagten aanloop van water te kunnen tegen staan. Om het groot belang van deeze zaak, die het nodig maakte, dat de voor schr. dam in den aller eersten droogen tijd, wanneer de spruijt Sjammankel geheel droog is, wierd gelegd, hebben de bedien¬ „den bij provisie last gegeeven om daaraan tewerken, en we hebben 1608. de Herstelling van de logie te mannapaar met de daar in staande en wat daar omtrend is g'arresteerd hebben niet kunnen naalaaten, om bij resolutie van den 31. Maij pass„o, de executie daarvan te approbeeren. §446. De herstelling van de logie te Mannapaar, met de daarin „ eersten: staande gebouwen, welke in der¬ gebouwen is g'effectueerd resident keuneman, blijkens resolutie van den 14. Juni 1785. had aangenoomen te doen, mits de onkosten daarvan, volgens nadere bepaaling, de som van twee duijsend pagooden niet excedeerden, het zedert vol„ 116 koomen geeffectueerd en bij den opneem voldoende bevonden zijnde, en zelfs in beeteren toe „stand, dan ze immer tevooren waren; zoo hebben we op de daar van ingekomene reeke„ „ning: groot 2165 1/30. pag:, en
English
upon the request made to that end by the said Keuneman, it was decreed on the 31st of May last that for what was disbursed by him on the aforesaid lodge and further buildings, whenever he might change his post of service, there shall be reimbursed to him the two thousand pagodas stipulated for the reconstruction, with a moderate reduction, by his successor in office, and in case of the latter's inability, by the Company; and that this payment shall likewise be made to his heirs should he happen to pass away in his present office; and that since it appeared from the submitted account that he, Keuneman, actually disbursed more 1604. The repair of the residence of the second resident at Mannapaar was contracted out. thereon than the 2000 pagodas stipulated for that purpose, the reimbursement in both cases shall be made even without any deduction if it should occur within the space of three years, but if occurring after that time, the reduction shall be made each year by fifty pagodas. Section 447. Upon the proposal of the Tuticorin officials to be permitted likewise to have repaired, by way of contracting out, the residence of the second resident at Mannapaar, which is not included in the aforementioned lodge, we granted them authorization for that purpose according to our aforesaid resolution of the 31st of May; and that Concerning the main part, reference is made to the resolution. Section 449. Why the greater consumed amount of gunpowder has passed the limit. work has accordingly, as appears from the resolution of the 21st of July, been contracted out for 388 21/3 pagodas. Section 448. Regarding what further concerns this main part, we humbly request permission to refer to our resolutions of the 31st of May, the 11th of August, the 23rd of October, and the 6th of December last. The entries and write-offs. The consumption of gunpowder, as appears from the statement of the examiner included among the annexes, amounted in the financial year 1785/6 to 26997 1/16 lbs, thus 7497 13/16 lbs more than the limit. We have passed this excess, as appears from our resolution of 1605. The arrangements made in that regard. the 31st of May last, because it was caused by extraordinary occurrences, such as the arrival and departure of the State’s Squadron, the journeys of the gentleman captains of the said Squadron, the arrival and departure of the Nabob’s Ambassador, and the elephant hunt held at Negombo. Section 450. However, we deemed it necessary to make some arrangements toward a more sparing use of gunpowder, and have therefore decided in our aforesaid resolution that henceforth, of the powder which is consumed both for salutes and for the drilling of the military and artillerymen, as well as for the blasting of rocks, the necessary statements shall be added to the annual gunpowder accounts to demonstrate that the written-off powder in fact had to be consumed; and at the same time we have ordered that for the firing of salutes, as far as can be done, nothing but light cannon must be used, and that no more powder 1606. 18. Of the goods found unfit upon inventory. Quarterly findings of excesses and shortages. must be allocated for this than one third of the weight of the ball. Section 451. The usual annual report of the goods found unfit at the inventory as of the last of August 1786 has been inserted in our resolution of the 9th of July last; and besides that, such other goods here as were successively found unfit were destroyed and written off, as appears from our resolutions dated the 9th of January, the 2nd and 17th of March, the 11th of June, and the 11th of December last. Section 452. The usual quarterly findings of excesses and shortages, together with discovered defects, with the accompanying memoranda of unfit Memoranda of excesses and shortages at Hulftsdorp. Excesses and shortages at Jaffna have been disposed of. goods at Colombo, have been inserted in our resolutions of the 16th of January, the 31st of May, the 20th and 21st of July, and the 25th of December last, and we humbly request permission to refer to them, everything having been dealt with according to orders. Section 453. The quarterly memoranda of excesses and shortages at Hulftsdorp and the subordinate posts have been entered in our resolutions dated the 19th of April, the 24th of May, the 4th of September, and the 19th of November, and they have likewise been disposed of according to orders. Section 454. Concerning the found excesses and shortages, defects, and unfit goods at Jaffnapatnam and Mannar, the officials there 1656. 98. Also of Galle have made dispositions, and these dispositions, having been generally found correct upon previous examination by the examiner, were approved by us in our resolutions of the 2nd of August, the 9th of October, the 19th of November, and the 6th of December. Section 455. The findings and memoranda of excesses and shortages, defects, and unfit goods at Galle and Matara were also, along with the officials' disposition, approved after examination made by the examiner in our resolutions of the 16th of January, the 15th of February, the 14th of April, the 8th and 31st of May, the 9th of June, the 11th and 25th of September, and the 14th of December. And of Tuticorin. Section 456. On the found excesses and shortages, as also regarding the unfit goods at Tuticorin and subordinate residencies, the officials have made dispositions, and their dispositions, having been found correct upon examination by the examiner, were approved by us in resolutions dated the 12th of April, the 31st of May, the 2nd of August, the 23rd of October, and the 6th of December. We only note from the aforesaid resolutions that we had the shortage found on a quantity of paddy sent from Jaffna to Tuticorin charged back to Jaffna, in so far as it was caused by the difference in the parras, of which the Jaffna
Dutch transcription
op het daartoe gedaan verzoek door gem: keuneman, den 31. Maij passato gearresteerd, dat voor het door hem bekostigde aan voorschr: logie en verdere gebouwen, wan„ „neer hij van dienst mogte verwis„ „selen, aan hem zullen worden ge„ „rembourseerd, de ter vertimme„ „ring bepaalde twee duijsend pag:, met een maatige vermin„ „dering, door zijn naarvolger in offilio, en bij deezes onver„ mogen door de Comp:, en dat inzelvervoegen deeze betaa„ „ling zal geschieden aan zijne Erven, wanneer hij in zyne presente bediening mogte komen te overleijden, en dat wijl het uijt de overgesondene reekening bleek, dat hij keu„ „neman werkelijk daaraan meer 1604. de herstelling van de wooning van den tweede resident te Hannapaar is aanbesteed meer bekostigd heeft, dan de daartoe bepaalde 2000. pag: het remboursement in bij de gevallen zal geschieden zalfs zonder eenige korting, in „dien ze mogte voorvallen binnen den tijd van drie Jaaren, doch dat na dien tijd voorvallende, de verminde„ ring zal geschieden elk Jaar met vijftig pagooden. „ 1447. Op het voorstel van de tutuko „rijnsche bedienden, om de woo„ „ning van den tweeden Resi „dent te Mannapaar, die in de voorm. logie niet is be„ „greepen, meede bij weege van aanbesteeding temogen laa „ten herstellen, hebben we hun daartoe, volgens voorschr onse resolutie van 34. Maij qualificatie verleend, en is dat hoofddeel betreffende gedraagd men zig aan de resolutie §449. „bruijkte Buspoeder aan de bepaaling gepasseerd is dat werk mits dien, blijkens resolutie van den 21. Juli aanbesteed voor 388 21/3. pag. §440. Wegens het geen verder dit Nopens het verdere dit hoofddeel betreft verzoeken we verlof ons nedrig temoo„ „gen gedraagen, aan onse reso„ „lutien van den 31. Maij, 11. aug:s 23. oktober en 6. December passato. De in- en afschrijvingen. De Consumtsie van buspoe Waarom de meerder ver„der heeft, blijkens de onder de bijlaagen overgaande aan „wijzing van den vesitateur in het boekjaar 178/6. bedraa „gen 26997. 1/16. lb dus 7497 13/16. lb. meerder dan de bepaaling. we hebben deeze meerderheid blijkens onze resoluutsie mt van 1605. De schikkingen daar omtrend gemaakt van den 31. e Maij pass:o gepas„ „seerd, om dat ze door extra ordinaire gevallen zijn veroor„ „zaakt gelijk zijn de aankomst en het vertrek van 'slands Esquader, de tochten van de heeren kapitains van ge„ „melde Esquader, de aan„ „komst en het vertrek van 's Nababs Ambassadeur en de gehoudene Elephants Jagt op Nigombo. §450. Echter hebben we noodig geoordeeld, eenige schikkin „gen te maaken, tot een mena„ „gieuser gebruik van het buskruijt, en hebben der „halven bij voorsz: onze re„ „soluitsie beslooten, dat voortaan van het kruijt, het het welk zoo wel tot salut schooten, als tot de exercitie van de Militairen en artille„ „risten, en tot het doen sprin„ „gen van de klippen word ver„ „bruikt, de noodige aanwij„ „zingen bij de Jaarlijksche kruijtreekeningen zullen worden gevoegd ter aantoo „ning dat het afgeschreeven kruijt, met 'er daad heeft moeten worden verbruijkt. en teffens hebben we ge„ „last, dat tot het doen der salutschooten, zoo veel het geschieden kan, niet dan ligte kannons moe „ten worden gebruikt, en dat daar toe niet meer kruijt 1606. 18. van de bij opneem onbe„ kwaam bevondene goederen. maandige bevindin„ „gen van meer en minderheeden. kruijt moet worden besteel, dan een derde van de zwaarte van de kogel §451. Het gewoon Jaarlijks bericht van de goederen, die bij den opneem onder ult:o aug. s 1786. onbekwaam zijn bevonden is g'insereerd bij onse reso „lietie van den 9. Juli pass:o en zijn buijten dien alhier zodaanige andere goederen, die successive onbekwaam bevonden zijn, vernietigd en afgeschreeven, als blijkt bij onse resolutien de datis 9. Januarij, 2. en 17. Maart 11. Junij en 11. xber: passato. De gewoone drie 5: De gewoone driemaandige bevindingen van meer en min „derheeden, nevens ontdekte defecten, met de daarbij gehoorende Memorien van onbekwaame memorien van meer en minderhee„ „den op Hulftsdoap. meer en minder„ „heeden te Jassena is gedisponeerd. onbekwaame goederen te kolombo, zijn g'insereerd bij onse resolutien van den 16. Jann„ 31. Maij, 20. en 21. Juli en 25. xber, pass:o, en we verzoeken nedrig verlof, om ons daar aan temoo „gen refereeren, als alles naar de order behandeld zijnde. De driemaandige § 453. De driemaandige Memorien van meer en minderheden op Hulftsdorp en de onder „hoorige posten, zijn inge„ „schreeven bij onse resolu¬ „tien de datis 19. April, 24. Maij, 4. Zber. en 19. Gber: en is daarop almeede naar de order gedisponeerd. over de bevondene §454 Over de bevondene meer en minderheeden, defecten en onbekwaame goederen te Jaffanapatnam en Man „naar hebben de bedienden aldaar 1656. 98. ook of Gale aldaar gedisponeerd, en zijn deeze dispositien, na voor„ „gaande examinatie door den visilateur, als door. „gaans wel bevonden zijnde, door ons geapprobeerd bij onse resolutien van den 2. aug. s , 9. oktober 19. November en 6. December. §455. De bevindingen en Memorie van meer en minderheeden defecten en onbekwaame goederen te Gale en Mature, zijn meede, nevens der be„ „dienden dispositie, na gedaane examinatie door den visitateur, geapprobeerd bij onse resolutie van den 16. Januari, 15. februarij 14. April 8. en 31. Maij, 9. Juni 11: en 25: 7ber: en 14. Decem „ber. „rijn en van Tutuko. 8456. Op de bevondene meer en minder „heden, zoo ook nopens de onbe„ „kwaame goederen, te Tutuko„ „rijn en onderhoorige residen „tien, hebben der bedienden ge disponeerd en zijn hunne dispo „sitien „ als door den visitateur bij examinatie wel bevonden door ons geapprobeerd bij resolu¬ „tie de datis 12. April, 31. Maij, 2. aug:s 23. oktober en 6. December: Eenelijk merken we uijt de voorschr. resolutien aan, dat we de bevondene minderheid op eene quanti„ „teit neli, die van Jaffana na tutukorijn verzonden is, na Jaffana hebben laaten terug reekenen, voor zoo verre die veroorzaakt was door het different in de parras, waar van de Jaffanasche
English
1608. and Trincomalee was found to be larger than that of Tuticorin, and these parras have since been compared here against the standard measures and equalized therewith; we have also, on the aforementioned paddy, allowed a wastage of 3 per cent instead of the ordinary 12 per cent, because the vessels had to be unloaded and reloaded again when passing through the Mannar river. § 457. The surpluses and deficits found, as also unsuitable goods, at Trincomalee, have, with our decisions thereon, been inserted in our resolution of 16 January, 26 July, 11 and 27 August, 30 October, 19 November, and 6 December. The write-offs at Batticaloa. Various comparisons took place here. § 458. The write-offs at Batticaloa, on account of surpluses, deficits, and defects found, have been recorded in our resolutions of 19 April and 4 and 30 October. § 459. Here, the comparison in various administrations and workshops took place under the last day of August 1786, and the findings thereof, upon which we have decided according to order, have been inserted in our resolution of 19 June; and we have furthermore, for the Company, caused to be taken in a quantity of gunpowder and ammunition goods which, upon handover by Major Paravicini to Captain Kulm, were found to be in excess, according to the resolutions of 2 March and 28 November. 1609. The administrations at Jaffna have been compared. Some goods from the blacksmith's shop at Kalpitiya were found in excess. The three-monthly reports of the apothecary. The refined saltpetre has been refined once more, according to the proposal of Major Paravicini. § 460. The administrations at Jaffnapatnam were compared under the last day of August last, and the decisions taken thereon by the officials were approved by us, as appears from the resolution of 19 November following. § 461. At Kalpitiya, upon the transfer of the blacksmith's shop due to the death of the blacksmith, some goods were found in excess, for which we have caused his widow to be credited, as appears from the resolution of 25 September. § 462. The three-monthly reports of the apothecary here, regarding the compounds prepared by him, have been inserted in our resolutions of 6 March, 9 June, 25 September, and 6 December. § 463. Major and head of artillery Paravicini having demonstrated that, in his view, the saltpetre used for making gunpowder ought to be refined better than had been done hitherto, so that the foreign parts remaining therein should not cause the powder to spoil after it had been stored in the magazines for some time, or at least diminish its quality to such an extent that it finally, as is shown by experience, becomes good for almost nothing other than firing salutes; therefore, in order to make a test of it, a lot of saltpetre that had already been refined according to the former custom was refined once more under his supervision to such an extent as he deemed necessary to purify it of the foreign parts still remaining therein, and this yielded a loss 1610. Major Paravicini ordered to conduct a further test, and to keep the powder resulting therefrom separately. What the master powdermaker has been ordered in that regard. of 17 13/357 per cent. § 464. Thereupon, in consideration of the high necessity of having the powder made as good as is in any way possible, even if it must thereby become somewhat more expensive, we resolved by resolution of 9 January last to have the aforementioned incurred loss written off, and furthermore recommended Major Paravicini to have a further lot refined from the raw saltpetre in the very same manner, in order to be able to determine from this further test the true loss that the Company ought to bear on the saltpetre when it is refined properly and as it ought to be done. § 465. We have also ordered the said Major to have the powder made from this further refined saltpetre kept separately, and after it shall have stood for some time, to have it tested anew, in order to observe whether, in proportion to this further purification, it has preserved better than the ordinary powder. § 466. According to the aforementioned decision, a quantity of 11000 lb of raw saltpetre has since been refined up to three times, and it has yielded a loss of 2702 lb, or 24 15/55 per cent, which, as appears from the resolution of 17 March, we have passed for write-off, with orders at the same time to the master powdermaker to 1611. relieved of the debit on their pay accounts, upon the petition of the master of the sloop Sunda and his quartermaster, who were relieved of a certain debit. refine the saltpetre on the same footing in the future, and to use no other saltpetre for making powder than that which has been refined in this manner, provided that each time, before the refined saltpetre is used for that purpose, he shall show a sample thereof to the head of artillery to judge whether it is well refined. § 467. On the request of the master of the sloop Sunda, Jan Jakobsz, to be relieved of f200. 9. 8, which has been charged to the pay accounts of him and his quartermaster for 1 9/50 last of paddy, by them in the year 1785, on the delivery of
Dutch transcription
1608. „kondmale Jaffanasche grooter bevonden is, dan die van Tutukorijn, en zijn deeze parras het zedert, alhier tegens de slaapers ge„ „confronteerd en daarmeede g'equaliseerd ook hebben we¬ op de voorschr. neli, in steede van de ordinaire 12. p:r C:o 3. p.r C. o spillagie gevalideerd, om dat de vaartuijgen, bij het doorvaaren van de Mannaar„ „sche rivier, hebben moeten onb „laaden en weder belaaden worden. zoomeede van Tuin „ 1457: De bevondene meer en minder „heeden, zoo ook onbekwaame. goederen, te Trinkenomale, zijn met onze dispositien daarop g'insereerd bij onse resolutie van den 16. Januarij, 26. Juli, 11. en 27. aug:o, 30. oktober 19. Gber. en 6. December. De De affschrijvingen te Battikaloa. „tien alhier zijn ge„ „schied §450 De afschrijvingen te Battika„ „loa, wegens bevondene meer en minderheeden en defecten zijn aangeteekend bij onse resolutien van den 19. April en 4. en 30. Oktober. verscheide Confronta §459 Alhier is de Confrontatie in verschijdene administratien en werkwinkels, onder ultimo aug. s 1786. geschied, en is de be„ vinding daar van, waarop we naar de order hebben ge„ „disponeerd, g'insereerd bij onze resoluutsie van den 19e Juni, en hebben we voorts een quantiteit kruijt en ammonielsie goederen welke bij overgave door den Majoor Paravilini aan den kapitain kulm, meerder zijn 1609. De administratien te Jasfena zijn ge„ „konfronteerd. de Smitswinkel te kalpethij zijn over bevonden. De driemaan„ „dige berigten van den appothekar. De geraffineerde salpeeter, is nog eens gerassineerd volgens voorstel zijn bevonden, voor de Comp. laaten inneemen, volgens resolutien van den 2 Maart en 28. November §460 De Administratien te Jaffanapat „nam zijn onder ult:o aug:s passato geconfronteerd, en der bedienden daarop genomene dispositien door ons geapprobeerd, blijkens resolutie van den 19. November daaraan eenige goederen van §46: Te kalpette zijn bij overgaan van de smitswinkel, mits het overlijden van den smit, eenige goederen over bevonden, die we aan zijne weduwe hebben laaten goeddoen, blijkens resolutie van den 25. September. § 962. De driemaandige berichten van den apothekar alhier, wegens de door hem aangemaakte Composi¬ „ras, zijn g'insereerd bij onse resolu„ „tien van den 6. Maart, 9. Juni 25. september en 6. December. §463. De Majoor en hoofd der arthillerie Paravicini vertoond hebbende, dat voorstel van Ma„ joor Paravacim dat naar zijn inzien de salpeter„ die tot het maaken van buskruijt word gebruijkt, beter dan tot hiertoe geschied was, behoorde te worden gerafineerd, op dat de vreemde deelen, die daarin overblijven, het kruijt, naa dat het eenigen tijd in de Magazijnen geborgen was, niet deeden bederven, of ten minsten in zoo verre in deugd doen verminderen, dat het einde„ „lijk, zoo als dat bij de bevinding blijkt, bijna tot niets goed word, dan tot het doen der salutschoo„ „ten; zoo is, om er een proef van teneemen, een parthij salpeter, die reets naar de vroegere ge„ „woonte geraffineerd was, nog eens onder zijn opzicht in zooverre geraffineerd, als hij nodig oor„ „deelde om ze te zuijveren, van de daarin nog overgebleevene vreemde deelen, en heeft dit een verlies gegee„ „ven. 1616. De Majoor Para„ vacini gelast een nadere proefte neemen „ven van 17 13/357. p r C. o 3464. We hebben daarop, uijt aanmer„ „king van de hooge noodzaake „lijkheid, om het kruijt zoo goed te laaten maaken, als dat eenig„ „zins mogelijk is, al was het ook dat het zelve daar door wat duurder moet te staan komen, bij resolutie van den 9. Januarij pass:o beslooten, het voorschr. gevallen verlies te laaten afschrij „ven, en voorts den Majoor Para „vilini aanbevoolen, om nog een nadere parthij uijt de ruwe sal peter, op even dezelfde wijse te doen rafineeren, ten einde uijt deeze nadere proeve te kunnen bestem „men, het waare verlies, dat de Comp. op de salpeter behoord te draagen, wanneer die be„ „hoorlijk en zoo als het geschieden moet, word gerafineerd. ook 6 en het daar van af„ koomend kruijt appart te bewaaren. §466:— wat de baas kruijt„ „maker daar omtrand gelast is §465 Ook hebben we gemelden Majoor gelast, om het kruijt, dat van deeze nader gerafineerde sal„ peter werd gemaakt, apart te doen bewaaren, en naa dat het eenigen tijd zal hebben gestaan, op nieu te doen probeeren, ter ontwaa„ „ring of het zich, naarmaate van deeze nadere zuijvering, beter dan het gewoone kruijt, heeft geconserveerd. Volgens het voorschr: besluit is het zedert, eene quantiteit van 11000. lb: ruw salpeter, tot driemaalen toe gerafineerd, en hebb heeft dezelve een verlies gegee sun l 122 „ven van 2702. lb: of 24. 15/5. p. r C„o die van we, blijkens resolutie van den „ting 17. Maart, ter afschrijving heb„ „ben gepasseerd, met last teffens aan den baas kruijtmaaker, om in 1611. de zoldij reekenin„ „ting ontheven. in het vervolg op denzelven voet de salpeter terafineeren, en tot het maaken van kruijt geen ander salpeter tegebruij „ken, dan die op deeze wijse is gerafineerd, mits dat hij tel„ „kens, eer de gerafineerde salpe„ „ter daartoe word verbruijkt, daar van een monster aan het hoofd der arthillerie zoude hebben tevertoonen, om te beoor„ „deelen of ze wel gerafineerd is. § 467. Op het verzoek van den gezag hebber van de sloep sunda Jan Jakobsz:, om ontheven temogen worden van ƒ200. 9. 8. , die op de zoldij reekeningen van hem en zijnen quartiermeester zijn be„ „last, , voor 1. 9/50. last Neli„ door hun in A:o 1785. , bij aanbreng „gen van den gezag„ hebber van de sloep sunda, en zijnen kwartiermeester die van zeekere belas„ van
English
accounted for less 68. lasts from Mannapaar: considering that this is the same parcel of paddy for which, because of the difference in the measure by which the purchase and shipment were made, a write-off was granted to the junior merchant Keuneman by our resolution of 29. June 1786., as we have communicated to Your High Nobilities in our respectful letter of 30. January last §220., we resolved on 9. January to grant the request of the aforementioned commander, and consequently to have the pay accounts of him and his quartermaster released from the aforementioned charge. 1612. A certain sum of money paid to the soldier Atzli, and written off to the account of gifts. §468. The soldier of the regiment of Luxemburg Alzli, who earns his living here by repairing watches, having been sent thither at the requisition of the Court of Kandia, repaired several watches of the King there, and upon his return here submitted an account of 213. rixdollars for springs and other necessities consumed, requesting the settlement thereof and a reward for his journey and labor; and as this could not be arranged otherwise, because the Court is not accustomed to pay for anything, we caused to be paid to him, in accordance with the resolution of 16. January last, three hundred rixdollars, and had the same written off to the account of gifts. Likewise to the soldier Sukkie. §466. Likewise, the Court of Kandia, having been informed by the returned ambassadors that there was a glassblower here who had various kinds of glassware for sale, requisitioned this man, being a soldier named Sukkie, and took over from him various pieces of glassware, consisting of telescopes, barometers, spyglasses, etc.; and since he has proved by a declaration that these things were truly kept at the Court, we have, as shown by our resolution of 8. February last, caused to be paid to him for them, according to his submitted account, 359. rixdollars, also charged to the account of gifts. 1613. Also paid to the said Sukkie for damage suffered by him upon departure from Kandia, written off. §470. Upon the notification of the aforementioned glassblower Soekki that he received his chest containing the remaining glassware, which he had been obliged to leave behind upon departure from Kandia, back a month later, and then found that various glass pieces inside were broken and others damaged by becoming wet, for which he claimed 224. rixdollars 16. as compensation: we, considering that he immediately gave notice of this discovered damage to the late Dessave Billing, and that upon inspection by the ordinary commissioners the poor condition thereof was indeed found to be so, resolved by resolution of 31. May last to grant him the requested compensation for damages, provided that he declared under oath that the damaged and broken works were truly worth as much as he had requested for them. Certain ducats are written off. 471. Upon the authority granted for this purpose to the undersigned Governor by Your High Nobilities in their highly respected separate letter of 17. November 1786., we have, as evidenced by what was recorded in our resolution of 6. March, caused four hundred ducats, which were expended in the Company's service, to be written off. 1614. 1472. The lost Company's tools in the wheelwright's shop are written off. In the wheelwright's shop here, theft was committed up to three times in short succession, and various Company's and private tools were stolen thereby; and since investigation showed that the locks of the doors were forced and the theft was genuinely committed, for which reason a sentinel has since been placed before that shop, we, at the request of the master of the said shop, in accordance with the resolution of 17. March, caused the lost Company's tools to be written off, provided that he confirmed under oath that they were in the shop and were stolen from it. Credited to the Master Attendant Andringa for some provisions supplied to a private snow. 4473. In the month of November 1786., the Malabar Ministers sent a cargo of rice on freight for the Company hither on the private French snow Jason, and the captain of that vessel, being a certain Monron, indicated here by petition that the Governor van Angelbeek had promised him exemption from all harbor dues. Consequently, by resolution of 13. November 1786., we also declared him exempt from all those dues and took them on the Company's account, because we could not imagine that a man of good name and reputation could go so far astray as to make use of untruths in this matter. Since then, the Ministers have informed us of the contrary, but by then he had already departed and had in the meantime referred the Master Attendant, who had made some provisions to him, both for the mooring of his vessel, and for the dragging up of his anchors lost here in the roads, and for the unloading of his cargo, to us, with which the said Andringa, also by virtue of our aforementioned resolution, was satisfied; and since he thus acted in good faith in this matter, we have, by resolution of 19. November of the past year
Dutch transcription
van 68. lasten van Mannapaar Z minder verantwoord: hebben we uijt aanmerking, dat dit dezelfde parthij neli is, waar voor, wegens het different van de maat, waarmeede de inkoop en afscheep is ge „schied, bij onse resolutie van den 29. Juni 1786. den onderkoop„ man keuneman eene af„ „schrijving is toegestaan, ge„ lijk we het uwen Hoog Edel„ heeden hebben bedeeld bij onsen eerbiedigen van den 30. Januarij pass:o §220. , op den 9. Januarij be„ „slooten, het verzoek van voorm: gezaghebber te accordeeren, en mits dien de zoldij reekeningen van # hem en zijnen quar¬ „tiermeester, van voorschr: be„ „lasting te laaten ontheffen. De 1612. zeekere somma gelds aan den soldaat Atz„ „li betaald, en op de reekening van schenka„ „gie afgeboekt r §468. De zoldaat van het regiment van Luyemburg Alzli, die alhier zich met het repareeren van horologien erneerd, op het requisit van het Hof van kandiaa derwaards gezonden zijnde, heeft aldaar verschijde horologien van den koning gerepareerd, en heeft bij zijne terug komst al¬ „hier, eene reekening overge „legd van 213. rijksd:s, weegens verbruijkte veeren en andere benodigdheden, met verzoek om de voldoening daarvan en om eene belooning voor zijne rijse en arbeid; En wijl dit niet anders te schikken was, om dat het Hof voor niets gewoon is te betaalen, hebben we aan hem, volgens resolutie van den 16. Januarij pass:o drie „honderd aar zoomeede aan den zoldaat sukkie honderd rijksd: laaten toe tellen, en dezelve op de reekening van schenkagie doen afboeken. §466. Jnsgelijks heeft het Hof van kandia, door de teruggekeerde ambassadeurs onderrigt, dat zich hier een glasblaaser be„ „vond, die verschijde zoorten van glaswerken te koop had, dee „zen Man, zijnde een zoldaat genaamt sukkie, gerequireerd en van hem verschijde glas „werken, bestaande in Teles coopen, barromeeters, verrekijkers &=a overgenomen: en wijl hij met eene verklaaring heeft beweezen, dat die dingen we„ „zentlijk aan het Hof zijn aan„ „gehouden, hebben we hem, blij„ „kens onse resolutie van den 8. februarij pass:o, daar voor, vol„ „gens zijne overgelegde reeke„ „ning ƒ 1613. Nog aan gemelde suk„ „kie betaald, door hem geleedene schaade bij vertrek van kan„ ning, laaten voldoen 359. rijksd:s, meede ten laste van de reeke „ning van schenkagie §470 Op de te kennen geeving van voorschr: glasblaaser soekki, dat hij zijn kist met de res: „teerende glaswerken, die hij bij vertrek van kandia had moe„ „ten agterlaaten, een maand daar„ „naa hadde terug ontfangen en toen bevonden, dat daarin verschijde glaswerken gebro„ „ken en andere door het nat worden bedorven geraakt waren waar voor hij rd:s 224. 16. eischte ter schaadeloos stelling: zoo hebben we, uijt aanmerking dat hij van deeze ontdekte schade, ten eersten aan wijlen den dessave Billing heeft kennis „dia afgeschreeven. kennis gegeeven, en dat bij bezig¬ „tiging door de ordinaire gecom„ „mitteerdens, de slegte Constitutie daarvan wezendlijk zoodanig bevonden is, bij resolutie van den 31. Maij pass:o beslooten, aan hem de gevraagde schaa ver„ „goeding te accordeeren, mits hij met eede verklaarde, dat de bedorvene en gebrookene werken, waarlijk zoo veel waardig waren, als hij daar voor heeft gevraagd. zekere ducaten zijn 471 op de door uwe Hoog Edelheden daartoe, aan den ondergetee „kenden Gouverneur, gegeevene qualificatie bij hoogst derzel„ ver zeer g'eerde aparte Missive van den 17. November 1786. , hebben we, blijkens het aange¬ „teekende bij onse resolutie van den 1614. 1472. De verloorene komp:s gereedschappen in de waagemaakers zijn afgeschreeven den 6. Maart, laaten afschrijven vier honderd ducaaten, die in 's Comp:s dienst zijn uijtgegeeven. In de wagenmakers winkel alhier is kort na den anderen tot driemaalen toe diefstal gepleegd, en zijn daar door verschijde Comp:s en particuliere gereed. „schappen ontstoolen; en wijl bij onderzoek is gebleeken, dat de slooten der deuren zijn gefor„ „ceerd, en de dieverij werkelik gepleegd is, waarom ook het zedert een schildwagt voor die winkel is geplaatst, heb„ „ben we op het verzoek van den baas van gemelte winkel„ volgens resolutie van den 17. Maart, laaten afschrijven de verloorene Comp:s gereedschap „pen, mits hij met eede be „vestigde Aan den Equipagie„ „meester Andringa goed gedaan eenige ge„ „daane verstrekkin„ „gen aan een parti„ kuliere snauw. vestigde, dat ze in de winkel ge „weest en daar uijt gestoolen zijn. 4473. In de maand November 1786. heb„ „ben de Mallabaarschche Mi„ „nisters, met de particuliere fransche Snaau Jason, eene lading rijst op vragt voor de Comp: dit heen gezonden, en de Capitain van dat vaartuijg, zijnde eene Monron, gaf hier bij requeste te kennen, dat hem de heer Gouverneur van An¬ „gelbeek hadde toegezegd, vrijheid van alle haren ongel „den. We hebben mits dien ook hem, bij resolutie van den 13. 9ber: 1786. , vrij gekend van alle die ongelden en dezelven genomen voor Comp:s reekening, om dat we niet konden denken, dat een man staande ter goeder naam en faam, zig zoo verre konde 1615. konde misgaan van zig in dezen van onwaarheden te bedienen. 'T zedert hebben de Ministers ons van het tegendeel onderrigt, doch toen was hij al vertrok„ „ken en hadde intusschen den Equipagiemeester, die eenige verstrekkingen aan hem had gedaan, zoo tot vertuijing van zijn vaartuijg, als tot het op= „visschen van zijne hier ter rheede verloorene ankers en tot de ontlossing zijner lading, aan ons overgeweezen, waarmeede gemelde Andringa, ook uijt hoofde van voorschr. ons besluit, zich heeft te „vreeden gehouden, en wijl hij dus in deezen ter goeder trou„ we heeft gehandeld, hebben we ter resolutie van den 19. 9ber: J:o leeder
English
The agio on the Dutch guilders written off. Request for authorization to write off the leaked-out half aams of linseed and olive oil. 4475. of the past year, it was resolved to have the aforementioned supplies reimbursed to him. Section 474. The Dutch guilders that were brought out in the year 1786 with the ship De Draak for the Cape of Good Hope, but were spent on the linen trade at Tutukorijn, having been calculated from the Netherlands with a 3 per cent agio, we have, as appears from our resolution of 12 April, had this agio written off against the profit of the Tutukorijn mint. Of the goods brought from the Netherlands for Malabar by the ship Gouda, and stored in the warehouse on the island of Allelande to be shipped to Cochin when opportunity arises, 6 half aams of linseed oil and 2 half aams of olive oil were found to be empty. The master carpenter on the said island, who has oversight of the said warehouse, declared that he had inspected the goods from time to time and had always found everything in good order, but that at last he had suddenly found the aforementioned half aams empty. Upon investigation by a Judicial Commission, it was discovered that the hoops sat loose on those casks, but that the tin plates over the bungholes of those casks were properly nailed and that they had not been tampered with; wherefore the said Commission presumed that, through the drying out of the staves, the hoops must have become loose and the oil had run out because of it, as the ground where those casks had been placed was found to be like clay and mud from oil. Upon the remark of the visitor that these casks had been kept in a cramped warehouse where they could not be stored without being stacked, and that thereby the leakage to which oil casks are constantly subject could not be so easily discovered—besides the fact that the master, who must spend the entire day at carpenter's work, could not possibly have kept that close watch which a warehouse keeper, who is always in his warehouse, is obliged and able to do—we resolved on 30 October of the past year to request Your High Nobilities' favorable authorization for writing off the aforementioned leaked linseed and olive oil, as we take the liberty to do herewith, the more so as there is no reason to suspect the repeatedly mentioned master, who is known as a man of good conduct, in this matter of bad faith or neglect of duty. The amount of certain expenses incurred by him reimbursed to the Chief of Trincomalee. Section 476. The Chief of Trincomalee, Van Senden, made a circuit in the Trincomalee district in the year 1786 by order of the undersigned Governor to inspect the state of the country and to issue the necessary orders concerning the service; and since this first circuit after the war could not well be charged to the impoverished inhabitants, he was ordered to incur the expenses himself and subsequently to submit an account thereof. This he has since done, and by resolution of 16 January last, we resolved to have the amount of the same, being 385 Rds 37 1/6, paid to him. A certain percentage granted to the Forester at Batticaloa. Section 477. To the Forester at Batticaloa, whose duty it is to have the necessary timbers for the Company felled in the forests and delivered, we have, on the proposal of the Batticaloa servants to bind him thereby to a better observance of his duty, as appears by resolution of 19 April of the past year, granted the usual 5 per cent that is otherwise validated on the processed timber, and that only on the timber that shall be transported from there. What has been paid to the divers. Section 478. To the divers who, both here and at Trincomalee and elsewhere, have dived up various goods and delivered them to the Company, we have, according to the condition of the goods, ordered such payment to be made for their further encouragement in that work, as appears by our resolutions of 16 January, 2 March, 19 April, 9 June, 4 September, and 14 December. Regarding further write-offs, reference is made to the resolutions. On account of some further write-offs of lesser importance, for which we have successively granted authorization, we take the liberty to refer ourselves humbly to our resolutions dated 9 January, 15 February, 6 March, 5 and 12 April, 12, 20 and 26 July, 2, 11, 14 and 16 August, 4 September, 9, 23 and 30 October, 19 November, and 6 and 14 December. The Company indemnified because of a certain notification from Europe. Taxes and Reimbursements. By an extract received from the Homeland's Memorandum of remarks on the pay books, dated 5 December 1785, it being directed to indemnify the Company for 54 Rds or 144 fl., which were debited in the financial year 1778/9 to the pay account of Sergeant Kolbe, who died on 10 December 1778 at Tutukorijn; thus we have, upon the report of the pay administrators that this debit had arisen on account of a debt to the late merchant and trade bookkeeper De Bordes, who had drawn the pay of the aforementioned Kolbe, but that he, Kolbe, at the close of his account upon his death was in arrears to the Company for no more than 136 fl. - -, imposed the reimbursement of this amount, as appears from the resolution of 9 January last, upon the Galle administrator Van der Spar, as presently married to the widow of the aforementioned trade bookkeeper De Bordes. Section 481. Mr. Lucas, Captain of the State's frigate
Dutch transcription
De agio op de Holland„ „sche guldens afge„ schreeven. verzoek om kwalifica„ „tie tot de afschrij„ „ving van de ledig ge„ loopene halve aamen met lijn- en- olijven 4475. J:o leeden beslooten, de voorschr. verstrekkingen aan hem te „laaten goeddoen. §474. De hollandsche guldens, die in het Jaar 1786. met het schip de draak voor de Caab de Goede Hoop aangebragt, doch tot den lijnwaat handel op Tutukorijn besteed zijn, uijt Nederland met 3. p:r C:o agio zijnde aangeree „kend, hebben we deeze agie, blij„ „kens onse resolutie van den 12. April, laaten afschrijven op de ^ winst van de Tutukorijnsche muntezij. Van de goederen, die het schip Gouda uijt Nederland voor de Mallabaar heeft aangebragt, en in het pakhuijs ten Eilande Al¬ lelande opgelegd zijn, om bij geleegentheid na koetsiem te „worden verzonden, zijn er 6. olie halve 1616. halve aamen lijn olie en 2. halve aamen olijven oli ledig bevonden, en de baas timmer„ „man ten gem: Eilande, die het opzicht over het gemelde pakhuis heeft, heeft ver= „klaard, dat hij de goederen van tijd tot tijd naagezien en alles steets wel bevonden had, maar dat hij op het laatst de voorschr: halve aamen, eens klaps ledig hadde bevonden. Bij onderzoek door eene Justitieele Commissie, is ontdekt dat de hoepels los op die fusten zaten, doch dat de blikken op de spons„ „gaten dier fusten behoorlijk gespijkerd en dat dezelven niet geswigt waren, weshal„ „ven gem: Commissie onderstelde, dat 6 dat door het indroogen der duij„ „gen, de hoepels moesten los ge„ „worden en daar door de oli er uijt geloopen zijn, wijl de grond, daar die fusten geplaatst wa„ „ren, als klij en slijk van oli bevonden was: We hebben op de aanmerking van den visitateur dat deeze fusten zijn bewaard geweest in een beknopt pak „huijs, daar ze niet zonder op een staapeling konden geborgen worden, en dat daar door ook de lekkagie, die de oli fusten steets onderworpen zijn, niet zoo ligt heeft kunnen ontdekt worden, behalven dat de baas, die den geheelen dag zich bij het tim„ „merwerk moet ophouden, on„ „mogelijk die naauwe toezicht daarop had kunnen houden, welke een pakhuijsmeester, die altoos in 1617. van het Trinkono„ maalsche opperhoofd goed gedaan het be„ „loop van zeekere on„ kosten door hem ge„ in zijn pakhuijs is, verplicht is en kan doen, op den 30. oktober J:o leeden beslooten, uwer Hoog Edelheeden gunstige qualificatie te verzoeken, tot de afschrijving van voorm. ledig gelekte lijn- en olijven olie gelijk we de vrijheid neemen te „doen bij deezen, temeer er geene. redenen zijn, om meerm: Baas, die „een bekend is voor „ Man van een goed gedrag, in deezen teverdenken van kwaade trou of plichtversuim §476. 'T trinkonomaalsch opperhoofd van senden, heeft in het Jaar 1786., ter order van den ondergeteekenden Gouverneur, een ronde gedaan in het Trinkonomaalsche district, om de gesteldheid van het land in oogenschijn teneemen, en de nodige orders te stellen omtrent den dienst, en wijl deeze eerste ronde na den oorlog, niet wel „daan ten Aan den Houtvester te Battikaloa zee„ „kere p:r Centos toe„ „gelegd. ten laste van de verarmde ingezee„ „tenen kon gebragt worden, is hij gelast geweest om zelfs de kosten te doen, en daarvan ver„ „volgens eene reekening over„ „teleggen. Dit heeft hij het zedert gedaan, en we hebben bij resolutie van den 16. Januari pass. o beslooten, om het beloop derzelve, zijnde rd:s 385: 37 1/6. aan hem te laaten voldoen. §477 Aan den Houtvester te Battika„ „loa, wiens plicht het is de benodigde houtwerken voor de Comp:, in de bosschen telaa„ „ten kappen en leeveren, hebben we op den voorstel van de Batti„ „kaloasche bedienden, om hem daar door tot beetere betrachting van zijn plicht te verbinden, blijkens resolutie van den 19. April J:o leeden, toegelegd de gewoone de 1618. wat aan de duijkers is betaald. dere afschrijvingen gedraagd men zig aan de resolutien. gewoone 5. p:r C:o, die anders op het verwerkte houtwerken word gevalideerd, en dat alleen op de houtwerken, die van daar zullen worden vervoerd. § 478. Aan de Duijkers, die zoo hier als te Trinkonomaale en el„ „ders, diversche goederen opge„ „dooken en aan de Comp: gelee„ „verd hebben, hebben we naar de gesteldheid der goederen, zoo „danige betaaling, ter verdere aanmoediging tot dat werk laaten doen, als blijkt bij onse resolutien van den 16. Januarij, 2. Maart, 19. April 9. Juni 4. xber: en 14. December. weegens eenige ver„ Wegens eenige verdere afschrij„ „vingen van minder belang, waar„ toe we successive qualifica „tie hebben verleend, neemen we zee 3480 „pa is de komp: scha„ „deloos gesteld, we de vrijheid ons nederig te beroepen op onse resolutien de datis 9. Januarij, 15. febru„ „ari, 6. Maart, 5. en 12. April 12. 20. en 26. Juli, 2. 11. 14. en 16. aug:s, 4. zber: 9. 23. en 30. oktober 19. November en 6. en 14. xber. De Belastingen en Vergoedingen. Bij een ontfangene Extract uijt weegens zeekere aan„ de Patriasche Memorie van schrijving uijt Puro„remarques op de zoldij boeken, gedateerd 5. December 1785, aan „geschreeven, zijnde om de Comp:e schadeloos te stellen voor rd:s 54. of ƒ144. , die in het boekjaar 177/9. zijn belast op de zoldij reekening van den zergeant koebe, welke den 10. xber: 1778. te 1619. te tutukorijn overleeden is; zoo hebben we op het bericht van de zoldij bedienden, dat deeze belasting was gesprooten, uijt hoofde van eene schuld aan wijlen den koopman en negotie boekhouder de Bordes, die de gagie van voorm: kolbe hadde genoten, doch dat hij koebe, bij slot van reekening met zijn overlijden niet meer aan de Comp. ten agteren was. gebleeven, dan ƒ136. - –, de ver „goeding van dit bedraagen, blij „kens resolutie van den 9. Januari pass:o, den gaals administrateur van der spar opgelegd, als tans getrouwd met de weduwe van voorm: negotie boekhouder de Bordes. §481. De heer Lucas, Capitain op 'slands fregat
English
[Margin: The excess accounted for on the expense accounts of the national frigate De Scipio is charged for reimbursement to the accountant.] the national frigate De Scipio, upon the signing of the expense account for the provisions supplied to it here, noted that an excess of 14188 lb of rice and 495 lb of salt had been charged, and pursuant to the resolution of 28 December 1786, we demanded an accounting in this regard from the dispensary accountant Tavel, who has since submitted it, maintaining that he had actually supplied the quantity of rice and salt that he had charged. But since he was unable to prove this statement with any written evidence that, according to orders, he should have obtained for his supplied provisions, we resolved at the session of 30 January to require him to reimburse the Company for the aforementioned rejected quantity of rice and salt, and to debit the amount thereof to the Netherlands for the benefit of the expense account of the aforementioned frigate. §482. [Margin: The excess amount for the oil purchased at Galle above the ordinary price is charged to the Shahbandar of Belligam for reimbursement.] Since the required oil that the Shahbandar of Belligam was to deliver was not received, and the Galle officials were consequently compelled to purchase the necessary oil at high prices, both for household maintenance and to fulfill the Cape and Ceylon requisitions, the officials charged the aforementioned Shahbandar for reimbursement of the excess amount of this purchased oil above the ordinary price, in the amount of 345 Rds 41 [stivers], and we approved this in our resolution of 5 April last. §483. [Margin: Regarding the remainder, reference is made to the resolutions.] Regarding what further concerns this section and is of lesser importance, we defer respectfully to our resolutions of 2 and 6 March, 19 April, 31 May, 30 October, and 6 and 14 December. The Trade Books §484. [Margin: A certain error in the Trincomalee cash account of November 1785 discovered and rectified.] During the compilation of the Trincomalee trade books of the year 1785/6, which, for lack of expert personnel, was done at Jaffanapatnam for the first year, it was discovered that in the cash account of November 1785, a counting error of 100 Rds had been made, and by resolution of 6 March we instructed the officials to have this error rectified. §485. [Margin: Disposed upon the report regarding the entries carried forward in the Ceylon general ledgers for adjustment.] Upon the annual report of the Chief Administrator regarding such entries as have been carried forward in the Ceylon general ledgers of the year 1785/6 for adjustment, we disposed by our resolutions of 19 April and 9 July, and we take the liberty to refer humbly thereto, as they contain no particulars that require quotation here. We only note therefrom that, on this occasion, we repeatedly instructed the trade officials to comply with our decision of 17 June 1784, by which they were ordered to state what prevents them from settling the credit current accounts by means of verification; and likewise to comply in the same manner with our decision of 7 May 1785, by which they were instructed to present the credit current entries annually in a separate specification, just as is done with the debit current accounts, and to do so for the last two financial years simultaneously, each in its own column, in order to be able to see which credit entry was increased by an unforeseen contingency and which was reduced by verification and settlement. Furthermore, in view of the large increase in the credit current accounts of the year 1785/6 to an amount of 73527 guilders 11 stivers 12 penningen, we instructed the trade officials to point out, as quickly as possible and at least within the space of a month, in a written report, entry by entry, what gave rise to these very notable increases in that financial year. §486. [Margin: The keeping of trade books at Kalpitiya, Batticaloa, and Mannar abolished.] Since the limited administration existing at Kalpitiya, Batticaloa, and Mannar makes it entirely unnecessary to keep separate trade books at each of these places, whereas Kalutara, Negombo, and Chilaw, which have no less business, keep no separate books but conclude their affairs with a consumption account; we resolved on 19 November last to abolish the keeping of trade books at the first-mentioned three places, and to have the affairs of Kalpitiya and Batticaloa handled in the Colombo trade books, and those of Mannar in the Jaffna trade books, taking effect from the first of December last. §487. [Margin: The Trincomalee original journal and specifications have gone missing.] The Trincomalee officials informed us in their letter of 5 December last that the original journal and specifications of the last six months of the year 1785/6 were found missing from the trade office on the morning of 29 November, the door lock of the office having been forced in the morning and the drawer in which those papers had been locked the evening before being found empty on the floor in the morning. We instructed the officials to cause a careful investigation to be made into this bold deed, and in the meantime to proceed promptly with the work.
Dutch transcription
op de onkostreekenin„ „gen van 'slands fac„ de kamp vergoed. het teveel opgebragte fregat de scipio, heeft bij het teekenen van de onkost „gat De scipio is aan „ reekening van de daar aan gedaane verstrekkingen alhier aangemerkt dat daarbij teveel waren opgebragt 14188. lb: rijst en 495. lb: zout, en we hebben vol„ „gens resolutie van den 28:e December 1786., daar omtrent ge„ „vorderd de verantwoording van den dispensier Tavel, die het zedert ingekoomen is en waarbij hij Tavel staande hield, de quantiteit rijst en zout, die hij opgebragt had, werkelijk verstrekt te hebben; Dan wijl hij dit zijn gezegde niet heeft kunnen probeeren, met eenig schriftelijk bewijs, dat hij naar de order voor zijne 1620. vergoeding op gelegt. zijne gedaane verstrekkingen had moeten neemen, hebben we ter sessie van den 30. Janu „arij beslooten, de voorschr.. gerejecteerde quantiteit rijst en zout, door hem aan de Comp: te laaten vergoeden en het beloop daarvan na Ne„ „derland aan tereekenen, ten voor„ „deele der onkostreekening van het voorschreeve fregat. §482. Vermits de verplichte olie, die Het meerder bedraagen de sabandaar van Belligam der ingekogte olie te moest leeveren, niet ingekoomen gale dan de ordinaire is en daar door de gaalsche be„ prijs, de sabandaar van Belligam ter „dienden in de noodzaakelijk, „heid zijn geweest, om de benoo„ digde oli, zoo voor de huijshou „ding als ter voldoening der Caabsche en Ceilonsche Eisschen, tegens duure prijsen intekoopen, hebben r Noopens het verdere gedraagd men zig aan de resolutien 5484. zeeker abuijs bij de Trinkonomaalsche kassa reek: van Novem„ „ber 1785. ontdekt en geredesseerd. hebben de bedienden het meer„ „der bedraagen deezer ingekogte, oli dan de ordinaire prijs, ten bedraage van rd:s 345. 41. – den voornoemden Sjabandaar ter vergoeding opgelegd, en we hebben dit geapprobeerd bij onse resolutie van den 5. April passato. §403. Nopens het geen verder dit hoofd„ op „deel aangaat, en van minder belang is, gedraagen we ons eerbiedig aan onse resolutien van den 2. en 6. Maart, 19. April, 31. Maij, 30. oktober en 6. en 14. December. De Negotie Boeken Bij het opmaaken van de Trin„ „ konomaalsche Negotie boeken van A:o 178 1/6. , dat bij gebrek van des kundige luijden, voor het eerste Jaar te Jaffanapatnam is 1621. op 't berigt weegens de bij de Ceilonsche hoofdboeken ter ont„ voort gedraagene is geschied, is er ontdekt dat bij de Cassa reekening van Gber¬ 1785. , door telfout een abuijs was begaan van 100. rd:s, en we hebben bij resolutie van den 6. Maart, den bedienden gelast om dit abuijs te laaten redresseeren. 1485 Op het Jaarlijks bericht van den Hoofdadministrateur, we„ „gens zoodanige posten, als bij de Ceilonsche hoofdboeken posten is gedisponeerd van a:o 178 5/6. ter ontmoeting van redres, zijn voortgedraagen hebben we gedisponeerd bij onse resolutien van den 19. April en 9. Juli, en we gebruijken de vrijheid ons daar aan nedrig tegedraagen, als geene bijson„ „derheden behelsende, die in deezen aanhaaling vereisschen„ moeting van redres Eenelijk mee meer Eenelijk noteeren we daaruijt, dat we bij deeze geleegentheid, den Negotie bedienden bij her„ „haaling hebben aanbevoolen, om tevoldoen aan ons besluijt van den 17. Juni 1784. , waarbij ze gelast zijn om op te geeven, waar door ze belet worden, om de Credit loopende reekeningen door middel van Confrontatie tevereffenen; zoomeede om in zelvervoegen te voldoen aan ons besluijt van den 7. Maij 1785. waar bij hun aan bevoolen is de Credit loopende posten, even gelijk geschied van de debet loopende reekeningen, Jaar: „lijks bij aparte specificatie tevertoonen, en zulks van de twee laatste boekjaaren tegelijk elk in zijn Colom, om te konnen ervaare 1622. §486. W Het houden van negootsie boeken te Kalpetti Batti„ „kaloa en Mannaar ervaaren welke Creditpost, door een onvoorzien toeval vermeerderd, en welke door Confrontatie en vereve„ „ning verminderd zij. voorts heb „ben we nog, uijt aanmerking van de groote augmentatie der Credit loopende reekeningen van A. o 1785/6: tot een bedraagen van ƒ 73527. 11. 12: den negotie bedienden gelast, om ten spoedigsten en ten minsten bin „nen den tijd van een maand, bij een schriftelijk bericht, van post tot post, aantewijzen, waar„ „uijt deze zoo merkelijke ver„ „meerderingen in dat boekjaar was ontstaan. Wijl de bekrompene huijshouding die er te Kalpettij, Battikaloa en Monmaar plaats heeft, het afgeschaft. te e lijk n 1487. „sche origineele Jour„ „naal te eenemaal noodeloos maakt, dat op elk deezer plaats bijsondere nego „tie boeken gehouten worden, daar nochtans Kaltere, Nigombo en Pilauw, die geen minder om„ „slag hebben, geene apparte boeken houden, maar hunne zaaken met eene Consumtie reekening afmaa¬ „ken; hebben we op den 19: 9ber: J:o leeden beslooten, om het houden van Negotie boeken op de eerst: „gem:, drie plaatsen afteschaffen, en de zaaken van Kalpotti en Battikaloa bij de kolvmbosche, doch die van Manaar bij de Tapfenasche Negotie boeken te laa„ ten verhandelen, en dit te laaten. ingaan met primo xber: pass. o De Trinkonomaal, De Crinkonomaalsche bedien „den „1 1623. „naal en specifi„ katien zijn absent geraakt den hebben ons, bij hunnen brief van den 5. December J:o lieden berigt; dat de originee en „le Journaal en specificatien van de laatste ses maanden van A:o 178 / den 29. November smorgens ten negotie Comptoire absent waren bevonden, als o. zijnde het deúrslot van het Cantoor 'smorgens geforceerd geweest, en de laade, daar die toen, papieren 'savonds tevooren in geslooten waren, 'smorgens ledig op de grond gevonden. we nten hebben den bedienden, gelast, de eene naaukeurige veCherge na dit stout bestaan telaaten doen, en intusschen spoedig al met het werk te laaten voort gaan t
English
account cannot be sent, but will be sent later. 1489. to go, in order at least to be able to send them the statement of accounts in time, which, however, owing to shortage of time, we have not yet received. Whereby the statement 3408: Because of this unexpected circumstance, we are now unable to present the complete Statement of Accounts of this Government to Your Right Excellencies according to custom. We hope nonetheless to do this by the next opportunity, and in the meantime we have had a provisional statement of accounts drawn up, with the omission of Trink[illegible], which we add to the annexes solely for the consideration of Your Right Excellencies. But the usual demonstration of 1624 when also will be demonstrated the general charges and profits Section 490. in the general balances the General Charges and Profits. with the reasons for the increases and decreases that appear therein, both in comparison with the previous financial year and against the determination in the Memoranda of Economy, we shall have to provide once the general statement of accounts has come in. At that time we will also make mention of the General Balances as this likewise cannot be done at present owing to the absence of the Trincomalee Papers. The The Pay Books The general muster rolls have been collated with the pay books. Section 492. On the report regarding the audit of the record books of Jaffna and Galle, disposition has been made. Section 491. The general muster rolls of the Servants in this Government, under the ultimate of June 1786, have been collated against the pay books and the regulations, and upon the reports received thereof, we have made disposition by our resolutions of the 5th of April and the 8th of May last. Upon the report of the pay bookkeeper regarding the audit of the record books of Jaffnapatnam and Galle, we have made disposition by resolution of the 19th of April, and regarding the enlistment mentioned therein of 4 sailors at f 12 each, the servants at Galle have been reproached with 1625. The pay books of Colombo and Galle have been inspected. what was resolved upon the representation by the Galle servants regarding the provision of six months pay instead of three months to common soldiers. a recommendation to guard against this in the future. 1493. The pay books of Colombo and Galle for the financial year 1785/6 have, as appears from our resolutions of the 9th of June, 12th of July, and 9th of October, been properly inspected, and we have issued the necessary orders to redress the errors occurring therein without disadvantage to the Company. Section 494. Upon the representation by the Galle servants that the provision of six months pay, instead of the previously determined 3 months, to common soldiers who are in debt in the books, was disadvantageous to the Company, because among them are also those who are burdened with monthly notes, we have, by resolution of the 8th of May last, altered our decision taken thereanent on the 14th of December 1786 in such a manner that only to those who are burdened with a single assignment shall six months pay per year be provided with the customary subsidy of f 2 per month, but that such persons who, in addition to their assignment, are also burdened with a monthly note, must remain with the previous enjoyment of three months pay and the customary subsidy. The 1626. The request of the Trincomalee servants to keep pay books there refused. Section 495. The Trincomalee servants having made a request that, as previously, the pay books of the Servants stationed at that place might also now be kept there, we have, as appears from the resolution of the 11th of August, requested a report from them as to why this was necessary and in what the inconveniences consisted that arise from keeping those books in Colombo; and as they gave no other reason of necessity for this than that one would then immediately be able to see what each Servant was entitled to have, we resolved by resolution of the 4th of September to persist in the arrangement already introduced and approved by Your Right Excellencies. The pay servants ordered to keep separate quires for the servants of each office. Yet further authorized to keep separate books for Tuticorin and Trincomalee, and to incorporate Batticaloa into the latter. Section 496. Nevertheless, for the convenience of the Offices whose pay books are kept here, we ordered the pay servants on the same day to keep, when forming the new books and henceforth always, separate quires with the Colombo books for the Servants of such Offices, and to draw up therefrom and send to each Office a statement of all those who are in debt in their account, and who consequently may not receive full pay. Section 497. But upon the representation of the pay servants that it would be better to keep separate books rather than separate quires, not only to execute the work in a much more orderly manner, 1627 what was resolved upon the request of the pay servants for elucidation regarding a certain permission but also to be able to finish it the sooner, because otherwise sometimes, on account of the returns of a single Office, the books cannot be closed, we have authorized them by resolution of the 19th of November to keep separate books for Tuticorin and Trincomalee, and to incorporate Batticaloa into the latter as well. 498. Upon the request of the said pay servants to be elucidated whether the permission mentioned in the received extract of the Patras letter of the 23rd of October 1785 and in the Extract from the Minutes of the resolutions in the Council of India of the
Dutch transcription
„reekening niet kan worden over„ „gezonden maar zal nader ge„ „zouden worden 1489. gaan, om ten minsten bij tijds de staatreekening dit hun te kunnen zenden, die we echter mits kortheid van tijd, nog niet hebben ontfangen. waar door de staat 3408: Voor dit onverwagt geval zijn we dus tans buijten staat gesteld, om de volleedige. Staatreekening dezes Gou¬ „vernements. nu naar gewoonte uwen Hoog Edel¬ „heeden aantebieden. We hoopen niet temin dit per naaste geleegent „heid te doen, en hebben intusschen eene provisioneele staat reekening laaten opmaaker met uijtlaeting van Trink= die we eenelijk ter speculatie van uwe Hoog Edelheeden onder de bij„ „lagen voegen, Doch de ge„ „woone aanwijsing van 1 1624 wanneer ook zal aangeweezen worden de generaale lasten en winsten §490. inde generaale restanten trnsan van de Generaale Lasten en Winsten. met de reedenen van de meer en minderheeden, die daarbij voorkomen, zoo in vergelijk tegens het voorig boekjaar, als tegens de be „paaling bij de Memorien van Menagie, zullen wede eene hebben te doen, wanneer de generaele staatreekening zal zijn ingekomen. Als dan zullen we ook mel: „ding doen van. de Generaale Restanten wijl zulks tans almeede niet kan gedaan, worden wegens het gemis van de Trinkonomaal„ „sche Papieren. De De Zoldij Boeken De generaale monster„ „rollen zijn gekonfron„ „teerd met de zoldij boeken. § 492. Op 't berigt nopens de revisie van de akte boeken van Jaffena en gale is gedispo„ „neerd §49/: De generaale monsterrollen van de Dienaaren ten deezen Gouver„ „nemente, onder ult:o Juni 1786. zijn tegen de zoldij boeken en de reglementen geconfronteerd, en op de daarvan ingekomene berichten, hebben we gedispo„ „neerd bij onse resolutien van den 5. April, en 8. Maij pass. o Op het bericht van den zoldij boekhouder, nopens de revisie van de acte boeken van Jaffa „napatnam en Gale, hebben we gedisponeerd bij resolutie van den 19. April, en nopens daar bij aangehaalde in dienst neeming van 4. mattroosen tegens ƒ 12. ider zijn de be „dienden te Gale gereprocheerd met 1625. De zoldig boeken van kolombo en gale zijn gevisiteerd. wat beslooten is op de maanden aan gemee„ met recommandatie om zich in den aanstaande daarvoor tewagten. 1493. De zoldij boeken van kolombo en Gale van het boekjaar 1785/6. zijn blijkens onse resolutien van den 9. Juni, 12. Juli en 9. oktober behoorlijk gevisi„ teerd, en we hebben de nodige orders gesteld, om de erreuren die daar bij voorkomen, buijten nadeel van de Comp. te re„ „dresseeren. §494. Op de vertooning door de gaalsche bedienden, dat de verstrekking van ses maanden „sche bedienden nopens de verstrekking van gagie, in steede van de tevooren ses maand en gagie bepaalde 3. maanden, aan in steede van drie gemeene militairen die „ne militairen. bij de boeken te kwaad staan, vertooning door de gaal„ nadeelig st nadeelig voor de Comp:e was, om dat 'er ook onder loopen, die met maand ceduls zijn be„ „swaard, hebben we bij resolu¬ „tie van den 8. Maij passato„ ons daaromtrent genomen besluit van den 14. Decem „ber 1786. zoodanig gealte„ „reerd, dat alleen aan die gee„ „nen, die met een enkelde transport zijn belast, ses maanden gagie 'sjaars met de gewoone subsidie van ƒ2. 'smaands, zal worden verstrekt, maar dat zulken die boven hun transport, nog met een maand Cedul belast zijn, moeten blijven bij het voorig genot van drie maanden gagie en de gewoone subsidie De 1626. Wet verzoek van de Trinkonomaalsche bedienden tot het houden van soldij boeken aldaar ont„ „zegdt. § 495. De Trinkonomaalsche bedienden verzoek gedaan hebbende, dat ge „lijk tevooren, ook tans aldaar de zoldij boeken mogten gehouden worden, van de Dienaaren daar ter plaatse beschijden, hebben we„ blijkens resolutie van den 11. aug:s van hun bericht gevraagd, waarom zulks nodig was en waarin de in convenienten bestonden, die spruijten uijt het houden van die boeken te kolombo! en wijl ze daarvoor geene andere reden van noodzaakelijkheid hebben gegeeven, dan dat men als dan ten eersten zoude kunnen nazien wat elk Dienaar moest hebben: hebben we bij resolutie van den 4. 7ber:, beslooten te persis„ „teeren bij de reets g'introdu „ceerde, en door uwe Hoog Edel„ „heden De soldij bedienden gelast om van de die„ „naaren van elk kan„ te houden. Dog nader gequali„ ficeerd, om van Tu„ „tukorijn en Trinko„ „nomale apparte boe„ „ken te houden, en bij de laaste Bat„ „tikalaa intetrekken. heden g'approbeerde schikking. §49 t Niettemin hebben we, tot gemak van de Cantooren, waarvan de zoldij boeken hier worden gehou„ „toor apparte katerns „ den, ten zelven dage den zoldij be„ „dienden aanbevoolen, om van de Dienaaren van zulke Can„ „tooren, bij het formeeren van de nieuwe boeken en voortaan al„ „tijd, aparte Catorns bij de ko„ „lombosche boeken te houden, en daaruijt op temaaken en na elk Cantoor te zenden eene aanwij „zing van alle die geenen, die bij hunne reekening tekwaad het staan, en mits dien geene volle sol gagie mogen genieten. §497. Doch op de vertooning van de zoldij bedienden, dat het beter ware aparte boeken te houden, dan aparte Caterns, niet alleen om het werk in een deste ge „schikter ali zee 1627 wat beslooten is op het verzoek van de soldij bedienden, om elucidatie nopens zeekere vergunning schikter order teverrigten, maar ook om daarmeede te eerder te kunnen klaar komen, wijl anders somtijds, om de opgaves van een enkelde Cantoor, de boeken niet kunnen worden gesloten hebben we hun bij resolutie van 19. November gequalificeerd, om voor tutu „korijn en Trinkonomale aparte boeken te houden, en bij de laatste ook Battikoloa intetrekken. 498. Op het verzoek van gemelte zoldij bedienden, om temogen wor„ „den g'elucideerd, of de ver„ „gunning, vermeld bij het ont„ „vangen extract Patriasche missive van den 23. oktober 1785. en bij het Extract uijt de Notulen van het geresol. „veerde in Raade van Jndia van den d le
English
the 18th of August 1786, whether to the common soldiers, whether they have served out their first contract or not, all due credit must be paid out, and that which is furthermore prescribed therein must also relate to the officers? We have, according to the resolution of the 19th of November, informed them that because those orders explicitly speak of common soldiers, the officers must be considered to be excepted therefrom, but that this allowance may nevertheless be extended to the non-commissioned officers, since these are generally understood under the denomination of common soldiers. 1628 Request to Your High Noblenesses that a certain deed may be demanded from Joan Paul Sabienskij. §499: Upon the received approval from the Noble and Honorable Directors of the Amsterdam Chamber regarding the issued payment of the salary of Lieutenant Jan Ernst Sabienskij to his widow Anna Catharina Gastman, their Noble and Honorable having also written to likewise have his son Joan Paul Sabienskij execute a receipt for the receipt of his share, whereby the Company is indemnified against all future claims: we thus take the liberty, while offering an extract from the aforementioned written orders, humbly to request Your High Noblenesses that such a deed may be demanded there from the said Sabienskij, as he had already departed thither with the ship Middelwijk in the year 1786 prior to the receipt of this order. Requisition of supplies. § 500. The Requisition of Supplies for this government accompanies the appendices of this document, and is also inserted below according to order; with the respectful request that it may be fulfilled as closely as possible. 1629 For the Trade Warehouse 300000, that is three hundred thousand lb. of white powdered sugar, because that which was sent was almost black. 10000 lb. of white candy sugar 15 to 16 bags of mace, 15000 lb. of cloves, 4000 lb. of nutmegs, 150000 lb. of Japanese bar copper. 10000 lb. of tin 5000 lb. of spelter 250 lb. of opium 2000 bundles of rattans, 50 pieces of large platters, 50 half ditto 100 pieces of quarter ditto 500 deep plates 500 shallow ditto 100 slop bowls 5000 lb. of packthread 500 lb. of sandalwood. 10000, that is ten thousand lb. of sheet lead, 5000 lb. of red sheet copper For the Provisions Storehouse 1200 lasts of rice. According to the turnover of this article, which amounts to more or less 700 lasts, we cannot adjust our requisition, on account of a large supply contributing to a large sale. Truly our annual requirement is as large as 2000 lasts: for which we must make purchases at excessively high prices from private suppliers; and which we count under the turnover. 2000 lb. of sago. For the Iron Storehouse 4000 lb. of Persian soda earth 1630 For the Dispensary 5 lb. of rad: Calumba. 250 lb. of rad: China 200 lb. of gum Camfor 20 lb. of gum opium, 5 lb. of gum guaiaci 2 lb. of oleum Cajapoeti 2 lb. of oleum Colilawang 1 lb. of oleum mentha distell. 10 lb. of oleum petra. 10 lb. of oleum Camfor 10 lb. of semen anisi half a lb. of muscus. 1 lb. of Castoreum 50 lb. of manna Calabrina 10 lb. of terra Japonica or Catechie 2 lb. of oleum nucc: mosch di stell. 1 lb. of oleum nucc: mosch expresse For the Cooper's Shop 5000 pieces of teak staves For the Armory 50, that is fifty double bundles of Dutch drum cords 50 bundles of drum strings. For the Shipwright's Yard 503, that is five hundred and three pieces of beams, of which: 12 of 36 feet, thick 16 to 18 inches. This is unavoidably required for keels and stems for the vessels and among highly necessary work for the shipwright's yard; wherefore we most respectfully repeat this requisition. 12 of 36 feet, thick 14 to 15 inches. 60 of 36 feet, thick 12 to 14 inches, as: 15 for the Shipwright's Yard 25 for the House Carpentry Shop 20 for the Wheelwright's Shop 58 of 30 feet, thick 12 to 14 inches, as: 25 for the Shipwright's Yard 25 for the House Carpentry Shop 6 for Gale 2 for Tutukorijn 50 of 25 feet, thick 7 to 8 inches for the House Carpentry Yard 80 of 20 feet, thick 7 to 8 inches, as: 20 for the Shipwright's Yard 60 for the House Carpentry Shop 60 of 18 feet, thick 7 to 8 inches for the House Carpentry Shop 50 Tangons of 20 feet, thick 7 to 8 inches, as: 30 for the Shipwright's Yard 20 for the House Carpentry Shop 272 pieces of beams carried forward 1638. 272 pieces of beams carried forward 76 Amboina beams of 25 feet, thick 9 to 10 inches, as: 30 for the Shipwright's Yard 40 for the House Carpentry Shop 6 for Tutukorijn. 30 Jaffna beams for the Shipwright's Yard 15 for anchor stocks for ditto 180, that is one hundred and eighty pieces of capstan bars, as: 100 for the Shipwright's Yard. 30 for Jafnapatnam 50 for Gale 134 pieces of half-timbers, as: 84 of 6 and 8 inches, as: 30 of 6 and 8 inches, as: 50 for the Wheelwright's Shop 4 for Tutukorijn 50 of 3 inches for the Shipwright's Yard. 9860 pieces of planks, as: 350 large teak planks, of which: 150 for the Shipwright's Yard, 50 for the House Carpentry Shop 100 for Jafnapatnam 50 for Trinkonomale 330 small teak planks, as: 100 for the Shipwright's Yard 80 for the House Carpentry Shop 100 for Jafnapatnam. 50 for Trinkonemale 680 planks carried forward.
Dutch transcription
den 18. aug.:s 1786., om aan de gemeene Militairen, of ze hun eerste verband hebben uijtgediend dan niet, al het tegoed heb„ „bende aftegeeven, en het geen daarmeer bij voorgeschreeven is, ook betrekking moet hebben tot de officieren? hebben we hun, blijkens resolutie van den 19. November, onderrigt dat wijl bij die aanschrijvens bepaaldelijk word gesprooken, van gemeene Militairen, de officieren daar van moeten worden geagt. teweezen uijtge„ „zonderd, maar dat die ver „gunning echter mogen worden g'extendeerd tot de onder offi„ „cieren, vermits deeze door „gaans onder de benaaming van gemeene Militairen worden begreepen Bij 1628 Verzoek aan H: H: E: dat van Joan Paul sabienskij zeekere ac„ „te mag gevordert worden. §499: Bij de ontvangene approbatie van de Edele achtb: Heeren Bewindhebberen ter kamer Amsterdam, op de gedaane ver „strekking van de gagie van den luijtenant Jan Ernst Sabienskij, aan zijne weduwe Anna Catharina Gastman, hun Edele achtb: teffens aan „geschreeven hebbende, om ook door zijn zoon Joan Paul sabienskij, een quitantie voor den ontvang van zijn aandeel te laaten passeeren, waarbij de Compenie word geguarandeerd voor alle naa„ Ntis „maaningen: zoo gebruijken we de vrijheid, onder aanbie „ding van een exjtract uijt voorschr. aanschrijvens, uwe H009 Eisch van benoodigt„ „heeden. Hoog Edelheden nederig te ver„ „zoeken, dat aldaar eene zoo „danige acte van gem: sabienskij mag worden gevorderd, wijl hij10 reets voor den ontvang dee„ 15 „zer order, met het schip Mid 15 „delwijk na derwaarts is 40 vertrokken, in het Jaar 1786. 150 § 500. De Eisch van Benodigdheden voor dit gouvernement verzeld de bijlaagen deezes, en word teffens naar de order hier onder g'insereerd; met eerbiedig verzoek dat daaraan zoo na mogelijk mag worden voldaan. 3 1629 Voor het Negootsie Pakhuis 1 30000. zegge drie honderd duizend lb: witte poeder. zuiker, want de gezondene was bijkans zwart. tienduizend lb: witte kandij zuiker vijftien à: zestien zoekels foeli, vijftien duizend lb: nagelen, vierduizend lb: nooten muskaas, Een honderd vijftig duizend lb: Japansch Staaf koper. tienduizend lb: tin vijfduizend lb: spiauter tweehonderd en vijftig lb: amfioen tweeduizend bossen rottings, vijftig p:s groote schotels, vijftig „ halve do Een honderd p:s kwart do vijfhonderd „ holle borden 500. – „ vijf honderd „ vlakke do — „ Een honderd „ spoelkommen vijf duizend lb: pakgaaren „ vijfhonderd - „ zandelhout. 500:— 10000- 50. — „ 500. — 100. — 5000. - „ 250. – „ 2000. - „ 50. — „ 100. –. „ 10000. – 16. – „ .— 0. — 0000. – „ 150.0 10000 lb. „ „ „ 5000. — Zegge 5000. — „ 1200. — 2000. — 4000. — 10000. — zegge tien duizend lb: platlood, vijfduizend - - „ rood plaat koper Voor het Dispens Een duizend en twee honderd lasten rijst. Naar het vertier van dit artikel, dat min of meer 700. lasten uitmaakt, konnen wij onze eisch niet schikken, uit hoofde groote voorraad grooten verkoop kontribueerd. Immers onze benoodiging Jaarlijks is groot 2000. lasten: Waartoe wij van partikuliere aanbrengers exsessif hoogden inkoop moe„ „ten doen; en welken wij onder het vertier rekenen. twee duizend lb: sagoe. Voor het ijzermaga zijn vier duizend lb: Persiasche zoodaarde voor „ „ 1630 50: — 250. — 5000. — Voor de Medisijnwinkel vijf lb: rad: Calumba. twee honderd en vijftig lb: rad: China„ twee honderd lb: gyn Camfor twintig lb: gum opium, vijf lb. gui quajaci twee „ oleum Cajapoeti twee „ „ - - Colilawang mentha distell. tien. „. . .„ petra. tien 4: „ Camfor tien „ semen anisi eenhalf lb: muscus. Een lb: Castoreum vijftig „ manna Calabrina 10. – „ tien - „ terra Japonica of Catechie Voor de kuipers Winkel vijfduizend p:s kiate duigen twee „ - - „ nucc: mosch di stell. Een „ . „ Een „ „ - - „ - - „ expresse 10. - „ 10. — „ —2 „ 50. — „ 1. — „ 10. – „ 2. - „ 1. - „ 50. – zegge vijftig dubbele bossen Holl: tromlijnen vijftig bossen tromsnaaren. Voor de Wapenkamer voor 5. — 200. 20. – „ 5: — „ 2. - „ 2. – „ 1. - „ e rde „ „ Voor de ScheepsTimmerwer 503: - zegge vijf honderd en drie p:s balken daarvan: 12. van 36. v:s, dik 16. â 18. d:m Dit wordt onvermijdlijk tot kielen en voors. voor de vaartuigen en onder hoog noodzaaklijk werk vereischt; voor de scheeps„ waaromme wij deezen eisch timmer„ eerbiedigst herhaalen „werf. 12. „ 36. v„t, dik 44. â 15. d.:m . . - . . - 60. „ 36. „ „ 12: „ 14. „ als. 15. voor de scheeps Timmerwerf 25: - „ „ Huis Timmerwinkel 20. „ „ Wagenmaakers winkel 58. „ 30. v:t, dik 12. â 14. d:m, als. 25. voor de scheepstimmerwerf 25. „ „ Huistimmerwinkel. 6. - „ Gale 2. „ Tutukorijn 50: van 25. v:t dik 7. â 8: d=m voor de Huistimmerwerf 80. „ 20. „. . „ 7. „ 8. „ als. 20. voor de scheeps Timmerwerf 60. „. „ Huis Timmerwinkel 60. „ 18. v:t dik 7. â 8. d:m voor de Huis Timmerwinkel 50. Tangons van 20. v:t dit 7. â 8. d:m als. 30. voor de scheeps Timmerwerf 20. „ „ Huis Timmerwinkel 272. p:s balken Transporteere 1 48 1638. 134. — „. 9860. –„ 272. p:s balken P:r Transport 76. Ambons van 25. v:t dik 9. â 10: d=m als. 30. voor de scheeps Timmerwerf 40. . . „. „ Huis Timmerwinkel 6. . „ Tutu korijn. 30. Jaffemsche voor de scheeps Timmerwerf 15. voor ankerstokken voor do 180. –. zegge Een honderd tagtig p. s wind boomen, als: 100. voor de scheeps Timmerwerf. 30. . „ Jafnapatnam 50. „ Gale Een honderd vierendertig p:s zwalpen als 84. van 6. en 8. d:m als. 30. van 6. en 8. d:m als: 50. „. „ wagenmaakers winkel 4. „ Tutukorijn 50. „ 3. d:m voor de scheeps Timmerwerf. Negenduizend agt honderd en zestig ps planken, als. 350 groote tinkanse, daarvan 150. voor de scheeps Timmerwerf, 50. „ - - „ Huis Timmerwinkel 100. „ Jafnapatnam 50. „ Trinkonomale 330. kleine tinkanse, als: 100. voor de scheepstimmerwerf 80. „ - - „ Huis Timmerwinkel 100. „ Jafnapatnam. 50. „ Trinkonemale 680. planken Transporteere. 1 nkel
English
680 planks carried forward. 225 [illegible] of 3 inches, namely: 100 for the house carpentry shop 50 for the wagonmaker's shop 25 for Gale 50 for Trinkonomale 50 ditto of 2 1/2 inches for the ship carpentry yard 235 ditto of 2 inches, namely: 50 for the ship carpentry yard 110 for the house carpentry shop 25 for Jafnapatnam 50 for Trinkonomale 300 ditto of 1 1/2 inches, namely: 100 for the ship carpentry yard 120 for the house carpentry shop 570 ditto of 1 inch, namely: 100 for the ship carpentry yard 240 for the house carpentry shop 50 for the wagonmaker's shop 50 for Jafnapatnam 80 for Gale 50 for Tutukorijn 7800 Chinese, namely: 3000 for the ship carpentry yard 2000 for the house carpentry shop 300 for the wagonmaker's shop 600 for Jafnapatnam and Manaar 1000 for Gale 500 for Tutukorijn Trinkonomale 400 for [illegible] 80 for Gale We 1632 Why the requisition of cloves has been made somewhat large this time. Paragraph 501. We have made our requisition of cloves somewhat large this time, because we can often manage quite well with them when dealing with foreign merchants, who otherwise must be paid with gold or silver money; and we therefore humbly request that, even if the stock of nutmegs and mace should not permit the requested quantities thereof to be entirely fulfilled, the full quantity of cloves may nevertheless be sent to us. The Cash and grains are shown. Retrenchment is observed. The balances of Paragraph 50. The balances of cash and grains in this Government have consisted of the following, namely: Cash, Netherlands money; Rice lasts; Paddy lasts; Sufficient grains Here under the present date: f 62519:12:—; 710 17/200; 24 29/25; at Jaffenapatnam, the last of December 1787: f 9169:9:—; —; —; at Mannaar, ditto: f 1208:—:—; 1 1/4; 22 7/15; at Gale, ditto: f 83363:7:4; 267 1/2; 89; for 8 months at Mature, ditto: f 6177:12:—; —; 10; for 1 month at Tutukorijn, November: f 2859:19:—; —; —; at Trinkonemale, December: f 22742:5:8; 135; 240; for 19 months in the Wanni: f 14308:3:—; —; —; at Kalpetti: —; —; —; at Battikaloa, December: f 11541:12:8; —; 5 1/10; for 8 ditto Paragraph 503. Retrenchment is observed as much as can be done without prejudice to the Company's service, and we hope 1633 The number of coolies for the overseer of the Gale korle reduced to the old footing. hope that better times will give us more opportunity for this. Meanwhile, we take the liberty briefly to show below what was accomplished by us with respect to retrenchment during the past year. Paragraph 504. The overseer of the Gale korle has for some years, instead of the 6 coolies stipulated by regulation, continuously had 10 coolies in service; but, as appears from the resolution of the 16th of January, we have reduced this number back to 6 persons; with instructions to use uliyam workers for that purpose in case of prompt journeys into the country, if the additional required coolies could not be awaited. What has been ordered to the searcher regarding paddy boys serving with the equipment here. Paragraph 505. For some years, due to a shortage of the established number of sailors, 25 natives under the name of paddy boys have been in service with the equipment here; but in order to prevent them from continuing unnoticed in the long run, we have, according to the resolution of the 17th of March, ordered the searcher to keep watch on this, and to report on it from time to time as the number of sailors increases. The former chief surgeon Lytner has improperly received house rent, but it is no longer provided. Paragraph 506. The former chief surgeon of Tutukorijn, Lytner, who, owing to old age and sickly condition, did not return thither upon the restoration of the place, but remained at Negombo or Silau, has improperly continued to receive house rent. We have remitted the past to him on account of his great poverty, but by resolution of the 5th of April we have decided that henceforth no house rent shall be provided to him anymore. 1634. The postholder at the Vendeloose Bay withdrawn. Paragraph 507. Because the sergeant who was stationed as postholder at the Vendeloose Bay was not necessary there in time of peace, we have, upon the report of the Battikaloa servants that The carpentry and cooperage shops at Battikaloa placed under one person. that post is sufficiently manned by 1 kangany and 2 lascars who are stationed there, decided by resolution of the 19th of April to withdraw the said postholder. Paragraph 508. According to regulation, a carpenter and a cooper were stationed at Battikaloa, who had oversight there over the carpentry and cooperage shops; but because, according to the servants' report, it could be managed with one alone, we have, on account of the demise of the cooper, united both shops and, as appears from the aforesaid resolution, placed them under the oversight of the carpenter. By 1635 Paragraph 509. The offices of consumption bookkeepers at Kalpetti and Mannaar and of trade transferrer at Battikaloa withdrawn. By the abolition of the trade books at Kalpetti, Mannaar, and Battikaloa, the offices of consumption bookkeeper at Kalpetti and Mannaar and of trade transferrer at Battikaloa having become unnecessary, we have consequently abolished them, as appears from resolutions of the 9th of October and 19th of November last, and we have assigned the administration of the warehouses, as has taken place at Battikaloa, also at Kalpetti and Mannaar to the chiefs. For the function of authorized commissioner at Kalpetti and Mannaar, which was previously performed by the consumption bookkeepers
Dutch transcription
680. planken P:r Transport. 225. moole van 3. d:m als: 100. voor de Huis Jimmerwinkel 50. „ „ Wagenmaakers winkel 25. „. Gale 50. „ Trinkonomale 50. d=o van 22. d:m voor de scheeps Timmerwerf 235. do– „. 2. –. „ als. 50. voor de scheeps Timmerwerf 110. „ - „ Huis Timmerwinkel 25. „ Jafnapatnam 50. „ Trinkonomale 300. d=o van 12. d:m als. 100. voor de scheeps Timmerwerf 120. „ „ Huis Timmerwinkel 570. do van 1. d:m als. 100. voor de scheeps Timmerwerf 240. „ - - „ Huis Timmerwinkel 50. „. „ wagenmaakers winkel 50. „ Jafnapatnam. 80. „ Gale 50. „ Tutukorijn 7800. Sineesche, als. 3000. voor de scheeps Timmerwerf 2000. - - „. „ Huis Timmerwinkel 300. . . „ „ wagenmaakers winkel 600. - „ Jafnapatnam en Manaar 1000. - „ Gale 500. - „ Tutukorijn Trinkonomale 400. „ 80. „ Gale Wij 1632 waarom de eijsch van nagelen dit maal wat groot genomen is. §501. Wij hebben onsen eisch van Nagelen ditmaal wat groot genoo= „men, om dat we dikwijls met de vreemde kooplie „den daarmeede nog al te recht kunnen komen, die anders met goud of zilver „geld moeten worden betaald; en we verzoeken mits dien nederig, dat zoo ook den voorraad van Nooten en foeli„ niet mogte toelaaten, de daarvan verzogte quam „titeiten geheel tevol„ „doen, niettemin de volle quantiteit nagelen ons mag worden toege¬ „zonden. De Contant en graa„ „nen word vertoond. De Menagie betragt. De restanten van §50 De Restanten van Contant en Graanen. hebben in dit Gouvernement be„ „staan in het volgende, als. Contanten, Rijst Nelij toerijkende Nederl: geld lasten lasten graanen Alhier onder dato deezes ƒ 62519:12:—: 710 17/200: 2429/25: te Jaffenapatnam uttimo xebpr 1787: ƒ 9169: 9:—. — „ Mannaar - - -. - do — „ 1208: —: —: 1¼: 22 /15: „ Gale. . . . . d=s „83363:7:4: 267½. 89. —. voor 8: maenden „ Mature. . - - - do „ 6177:12:—. —. —. „ 10. —. „ 1: mand. „ Tutukorijn - - - - - - - November „ 2859: 19:—. —. —. —:—. „ Trinkonemale - - - - xber: „ 22742: 5:8: 135:-. 240:—: „ 19: maenden in de Wanni te kalpetti- - - . . §. 503. „ De Menagie word, zoo veel het, buijten benaa¬ „deling van sComp:s dienst, ge „schieden kan, betragt, en we „ 14308: 3: —: —: —: —: —: „ Battikaloa. . . . . - xber: „ 11541:12:8: —:—: 5: 1/10. „ 8: d=o hoopen 1633 Wet getal der koelies voor den opziender der„ „den voet gebragt. hoopen dat beetere tijden ons daar„ „toe meer gelegentheid zal geeven. Intusschen gebruijken we de vrijheid, om het geen met betrekking tot de mena„ „gie, voorleeden Jaar door ons is verrigt, hier onder korte„ „lijk tevertoonen. §404. De opziender van de Gale korle heeft zedert eenige Jaaren, in gale korle op den ou„ steede van de bij reglement bepaalde 6. koelies, geduurig 10. hoelies in dienst gehad; doch hebben we, blijkens resolutie van den 16. Januari, dit getal weder op 6. koppen gebragt; met last, om bij voorkomende gevallen van spoedige tochten in het land, daartoe oeliam„ mers wat den visitateur gelast is nopens een Equipagie alhier dienst doende. §506. De gew: oppermees„ „ter Zijtuer heeft„ abusive huijshuur meer verstrekt mers te gebruijken, indien de meerder benodigde koelies niet konden worden afgewagt. § 505 zedert eenige Jaaren zijn alhier, mits manquement aan het padi jongens bij de bepaald getal Mattroosen, 25. Jn „landers, onder de benaaming van padi- Jongens, bij de Equipagie in dienst geweest; maar om voor „tekomen, dat ze niet ongemerkt op den duur blijven Continueeren, hebben we, volgens resolutie van den 17. Maart, den visitateur ge „last, om er opteletten, en naar maate dat het getal der Mattroosen toeneemt, daarvan van tijd tot tijd bericht tedoen. De gew: oppermeester van tutuko „Lytner „rijn „ die mits ouderdom en genooten dog word niet ziekelijken toestand, bij de herstelling 1634. De posthouder aan de vendeloose baaij ingetrokken. herstelling van de plaats, niet weder derwaarts is terug gekeerd, maar zich te Negombo of silau heeft onthouden, heeft abusive geduurig huijs „huur blijven genieten. We hebben hun het voorleedene, wegens zijne groote armoede kwijtgescholden, doch hebben we bij resolutie van den 5. April beslooten, voortaan geen huijshuur meer aan hem te laaten verstrekken. §507. Vermits de zergeant, die als posthouder aan de vendeloose baaij heeft geleegen, in vreedens tijd aldaar niet nodig was, hebben we, op het bericht van de Battikaloasche bedienden, dat De timmermans en kuijpers winkels op Battikaloa onder een perzoon gesteld. dat die post genoeg is bezet met 1. kangaan en 2: laskorijns die daar beschijden zijn, bij resolutie van den 19. April be„ „sloten, gemelden posthouder intetrekken. §508. Te Battikaloa zijn volgens re „glement, een timmerman en een kuijper beschijden geweest, die daar het opzicht hadden over de timmermans en kuijpers winkels; doch wijl, volgens der bedienden bericht, het met een alleen te stellen was, hebben we mits het overlijden van den kuijper, de bijde win „kels vereenigd en ze, blijkens evengemelde Resolutie, onder het opzicht van den timmer„ „man gesteld. Door trek 1635 ƒ509 In diensten van Cous„ sumptie boekhouders op kalpettij en Man„ „naar en van Negoot„ „sie overdraager op Battikaloa inge„ trokken Door de afschaffing van de Negotie boeken te kalpette Man„ „naar en Battikaloa, de bedier„ „ningen van Consumtie boek„ „houder op kalpetti en Mannaar en van Negotie overdraager te Battikaloa onnodig zijnde geworden, hebben we dezelven mitsdien ingetrokken, blijkens resolutien van den 9. oktober en 19. November pass:o, en we hebben de administratie van de pak„ „huijsen, gelijk te Battikaloa heeft plaats gehad, ook te kalpetti en Mannaar aan de opperhoofden opgedraagen. Tot de functie van geautho „riseerde te kalpetti en Man naar, die tevooren door de Consumtie boekhouders is waargenomen
English
and writers at Kalpitiya and Mannar reduced. Some sepoys discharged. observed, we have appointed two writers, without filling their places again, but on the other hand we have reduced the number of writers at Mannar, determined by the regulation at 6 heads, to 3 writers and 1 trainee. Section 540: Of the Company's sepoys of Captain Segoeoessin, we have, as appears from the resolution of 11 September, caused the captain, a subaltern officer, 3 sergeants, 3 corporals, 1 drummer, and 63 privates to be discharged; and of them retained no more in service than a subaltern officer, a sergeant, a corporal, and about 30 privates to keep garrison at Tuticorin. Furthermore, 1636 Supply of oil and tar for greasing the cannons. Determination of what in future may be supplied for the hauling ashore of a sloop. Section 511. Furthermore, by resolution of 24 May, we have determined what in future here may be supplied for the hauling ashore of a sloop, amounting in monetary value to f 104. 19. - less than was charged in the 15 preceding years. Section 512. And because the supply of oil and tar for greasing the cannons and other artillery goods was also somewhat too liberal, we have also in that regard, in proportion to the supplies made at Colombo since 1737/60 until 1785/6, calculated on average, made a fixed determination for the future, both for Colombo and for the subordinate offices, as appears from the resolutions Oil for making tar wreaths at Galle canceled. Domestic administration. Orphan Chamber. resolutions of 9 June, 2 and 27 August, 4 and 25 September, 9 October, and 19 November. Section 513: On the other hand, as appears from our resolution of 25 September, we have canceled the otherwise customary annual supply of 200 jugs of oil for making tar wreaths at Galle. Domestic Administration Section 514: Several departments being included under this, we take the liberty to begin with the Boards. Section 515. 1: The capital of the Dutch Orphan Chamber here amounted, as of the last of August 1787, to rds 223340. 46: 23/40., as appears from the balance sheet received thereof, 1637 Insolvent Estates Chamber. Fund of the Lepers. Capital of the diaconate. The profit on the lottery held. which is inserted in our resolution of the 14th of this month. Section 516. The capital of the Native Insolvent Estates Chamber here amounted, on the aforesaid last of August, to rds 19230. 7. 3/, as appears from the balance sheet inserted in the resolution of 6 October. 517: The Fund of the Lepers amounted under the aforesaid date to rds 24289. 43:, of which the balance sheet is inserted in the resolution of the 10th of this month. Section 518. The diaconate here had under the repeatedly mentioned date a capital of rds 14474. 41/5., according to the balance sheet, which is transmitted in copy. Section 519. Upon the repeated urgent petitions of the Colombo deacons to grant them some means for the improvement of the diaconate's revenues, which had decreased markedly, we have made such arrangements for that purpose as appear from our resolutions of 19 April, 24 May, 11 August, and 8 December; and specifically included among these is a lottery of 10000 rds, which we, as appears from the resolution of 9 June, have organized for that purpose, and of which the profit, to the amount of rds 706. 9., is destined, one half for the relief of needy widows and orphans of officers and civil servants, and the other half for the widows and children of non-commissioned officers and privates, both of the military and the artillery 1638 A Board of Matrimonial Affairs. Also established at Trincomalee are the Boards of Matrimonial Affairs and Native Insolvent Estates Commissioners. Judicial affairs. artillery and the navy. Section 520. At Tuticorin last year, a Board of Matrimonial Affairs was re-established, just as it had existed before the abandonment, as appears from our resolution of 15 February. Section 521. At Trincomalee, the Boards of Matrimonial Affairs and Native Insolvent Estates Commissioners, which also existed there before the war, were re-established, as appears from our resolutions dated 12 April, 27 August, and 13 September. Judicial Affairs Section 522. On the criminal trials that were concluded by the Courts of Justice here, at Jaffnapatnam, and Galle, we have disposed as is noted duly performed. noted in our resolutions of 4, 16, and 25 January, 2 and 17 February, 17 March, 12 and 19 April, 24 and 31 May, 30 June, 12 and 20 July, 25 September, 30 October, 19 November, and 6 December. Divine Service Section 523. Divine service is duly performed here by the ministers Fijbrandsz and Hofman, together with the candidate Camp, in the Dutch; by the minister Philipsz and the candidates Giffening and Philipsz in the Sinhalese; and by the candidate Ondaatje in the Malabar congregation; at Jaffnapatnam by the ministers Ondaatje and Hugonis; at Galle by the minister 1639 The school visitations have been performed. minister Capelle and candidate Engelbregt; at Matara by the candidate Don Louis; and at Trincomalee by the candidate Ondaatje. The recently arrived ministers Kauwerts and Meijer have not yet been called. Section 524: The school visitations were performed, according to the reports transmitted among the appendices, in the Colombo Dissavany by the ministers Fijbrandsz, Philipsz, and Hugonis; in the Jaffnapatnam Commandery and also in the Trincomalee and Batticaloa regions by the minister Ondaatje; and in the Galle Commandery by the minister Capelle. At Tuticorin, the Holy Sacraments
Dutch transcription
ende pennisten te kalpettis en Man„ „naar verminderd. Eenige Sipahis af„ „gedankt waargenomen, hebben we twee scribenten benoemd, zonder hun plaats weder te vervullen, maar daar en tegen hebben we het getal der scribenten te Mannaar, bij het reglement op 6. koppen bepaald, gereduceerd tot 3. scribenten en 1. aankweeke „ling. § 540: Van de Comp: sipahis van den Capitain segoeoessin, hebben we blijkens resolutie van den 11. 7ber. den Capitain, een subaltern of fi„ „cier, 3. Zergeants, 3. Corporaals, 1. tamboer en 63. gemeenen laaten afdanken: en daarvan niet meer in dienst gehouden, dan een subaltern officier, een serge „ant, een korporaal en omtrent 30. gemeenen om te Tutukorijn guarnisoen te houden. Voorts 1636 verstrekking van olie en theer tot het aan„ smeeren van de kanons §511. Voorts hebben we bij Resoluutsie van den 24. Maij bepaald, wat bepaeling wat in de aanstaande tot op en in den aanstaande alhier, tot van de wal haelen het open van de wal haalen van een sloep zal van een sloep, zal moogen ver„ mogen verstrekt „strekt worden, bedraagende in gelds waarde ƒ104. 19. - min worden. voorgaande „der dan in de 15. Jaaren daar voor is opgebragt. §512. En wijl het met de verstrekking van oli en theer, tot het aan „smeeren van de kannons en andere arthillerie goederen, meede wat ruim loeging, heb= „ben we ook daaromtrent, naar „maate van de gedaane ver „strekking te kolombo zedert N:o 1737/60. tot 1785/6. , door den anderen gereekend, eene vaste bepaaling voor den aanstaande gemaakt, zoo wel voor kolombo als voor de onderhoorige Comptoiren, blijkens resolutie olie tot het maeken van pikkransen te Gale ingetrokken. van de huijselijke bestellingen. weeskamer resolutien van den 9. Juni, 2. en 27. aug:s 4. en 25. 7ber: 9: oktober en 19. November. § 513: Daaren tegen hebben we blijkens de verstrekking van onse resolutie van den 25. 7ber: ingetrokken de andersins gewoone Jaarlijksche verstrek„ „king van 200. kannen oli, tot het maaken van pikkransen te Gale De Huijselijke bestellingen „ 514: Hier onder begreepen zijnde ver„ „schijde afdeelingen, zoo neemen we de vrijheid te beginnen met de Collegien § 515. 1: Capitaal van de Nederland Hapitaal van de „sche weeskamer alhier heeft onder ult:o aug:s 1787. bedraagen rd:s 223340. 46: 23/40. , blijkens de daar„ van ingekomene staatreeke: ning 6 1637 boedelkamer. 35 '1 fonds der Leproosen. Kapitaal van de dia „konia de winst op de gehoudene loterij. ning, die g'insereerd is bij onse resolutie van den 14. deezer. § 516. 'T Capitaal van de Jnlandsche van de Jnlandsche boedelkamer alhier, bedroeg ult:o aug:s voormeld rd:s 19230. 7. 3/, blijkens de staatreekening, g'in„ „sereerd bij resolutie van den 6. 8ber. 517: 'T Fonds der Leproosen beliep onder voormelde datum rd:s 24289. 43: waarvan de staatreekening is g'insereerd, bij resolutie van den 10. deezer. § 518. De Diaconia alhier had onder meermelden datum, een Capitaal van rd:s 14474. 41/5. uijtwijsens de staatreekening, die in Copij 7. overgaat. §519. Op de herhaalde kragtige in stantien van de kolombosche Diaconen, om hun eenige midde¬ „len len toetevoegen, tot verbeetering van diaconias in komen, die mer„ „kelijk waren verminderd, hebben we daartoe zoodanige schik „kingen gemaakt, als blijkt bij onse resolutien van den 19. April 24. Maij 11. aug:s en 8. December en speciaalijk is hier onder begree„ „pen eene loterij van 10000. rd:s die we daartoe blijkens resolutie van den 9. Juni hebben uijtge„ „schreeven, en waarvan de winst, ten bedraage van rd:s 706. 9. bestemd is de halfte tot gemoedkominge van be„ „hoeftige weduwen en weezen van officieren en Civiele be „diendens, en de wederhelfte voor de weduwen en kinderen van onder officieren en gemee„ „nen, zoo van de Militie, als arthillerie 0 „ 1638. een Collegie van huwe„ legien van huwelijk „sche boedelmeesters. van de Justitieele zaaken. arthillerie en zeevaard. §520 Te tutukorijn is voorleeden Jaar Te tutukorijn is weder eene Collegie van huwelijksche „lijksche zaaken opgerigt zaaken, gelijk dat voor de opbraake heeft plaats gehad, weder opgericht, blijkens onse resolutie van den 15. februarij. §521. Te trinkenomale zijn de Collegien, ook zijn te Trinkend van Huwelijksche zaaken en Jn „male opgerigt de col„landsche Boedelmeesteren, die „sche zaaken en Jnland meede voor den oorlog daar ge weest zijn, weder opgericht blij¬ „kens onse resolutien de datis 12. April, 27. aug:s en 13. 7ber: Justitieele zaaken ƒ 522. Op de Crimineele processen, die door de Raaden van Justitie alhier te Jaffanapatnam en Gale getermineerd zijn, hebben we zoodanig gedisponeerd, als aangeteekend behoorlijk verrigt. aangeteekend staan, bij onse resolutien van den 4. 16. en 25. Januarij, 2. en 17. februarij, 17. Maart, 12. en 19. April, 24. en 31. Maij, 30. Juni, 12. en 20. Juli, 25. Zber:, 30. oktober, 19. Novem. „ber en 6. December. De Godsdienst § 523. word behoorlijk verrigt, alhier De De Godsdienst word door de predikanten Fijbrandsz zijn en Hofman, nevens den propo„ „nent Camp, in de Nederduijtsche door den predikant Philipsz. en de proponenten Giffening en Philipsz: in de singaleesche, en door den proponent ondaatje in de Mallabaarsche gemeinte; te Jaffenapatnam door de predikanten ondaatje en Hugonis, te Gale door den predi„ „kant 1639 De Schoolvisites zijn gedaan. kant Capelle en proponent Engelbregt, te Mature door den proponent Don Louis en te Trinkonomaale door den propo„ „nent ondaatje. De onlangs aangekomene predikanten kauwerts en Meijer, zijn nog niet beroepen.. § 524: De schoolvisites zijn, volgens de onder de bijlaagen overgaande rapporten, verrigt, in de kolombo„ „sche dessavonij door de predikan„ „ten Fijbrandsz, Philipsz. en Hugonis, in het Jaffanapat„ „namsch Commandement en ook in het Trinkonomaalsche en Battikaloasche door den predikant ondaatje, en in het gaalsche Commandement door den predikant Capelle. te Tutukorijn zijnde Heilige Sacramente
English
sacraments administered by the minister Kauwerts. 4525. The number of Christians has consisted, both in the Colombo as well as Jaffna, Galle, Trincomalee, and Batticaloa districts, according to the aforementioned reports of the School Visitation, of the following, namely: at Colombo - - - - - - 91501. — in Jaffna and Mannar 203043. - in Galle and Matara. - 58846. — in Trincomalee - 1900. in Battikaloa - - - - - 779. — Among these are 2116 members, namely: at Colombo. . . . . 1855. — Jaffna and Mannar - 140. – Gale and Matara. 69. Trincomalee. . 1. - Batticaloa - - - - 1. — 1640. Seminary has presently nothing special to report. What the printing office has produced §526. The Seminary gives presently nothing special to report, because what there was to mention about it, we have already communicated in our respectful letter of 14 August last. 1527. The Printing Office has produced last year the following: The placards and advertisements that are posted annually. The Letters of Credit. The placards against the buying and selling of slaves on private contracts. The regulations and tickets for the announced lottery. Copies of Assignment. Notification of the Day of Prayer, and other ordinary reports, etc. The correspondence has been properly maintained. A certain unendorsed will of the deceased Major Berschkij approved under a certain condition. §528. The correspondence with the neighboring offices has been properly maintained, as appears from the exchanged letters, which are transmitted as copies among the enclosures. Further Domestic Matters. §529. The deceased Major Christiaan Emanuel von Berschkij has, by a private sealed will, declaring to have no descendants as yet, bequeathed all his estate, half to the diaconate poor here, and the other half to the poor of his religion, being the Roman Catholic. Because this will, although found well sealed, 1641. found, was not notarially endorsed, his executors named therein, Captain Lieutenant Mackena and shopkeeper Wickerman, who had the same opened by a notary according to regulations, requested our qualification in order to be allowed to execute the disposition of the testator. In consideration of the good intention of the deceased, and that owing to his own advanced age it is not probable that any of his ascendants could still be alive, while, having never married, he also could have no legitimate descendants, we judged that the lack of formalities in the will ought not to be an impediment to the execution of his disposition, but that his military rank and the charitable purpose were sufficient motives to excuse an unintended omission. And we have therefore, by resolution of 9 January, approved the aforementioned private will and qualified the executors for the execution of his disposition, under this condition however, that half of the estate will be deposited in the Company's treasury 1642. What was decided upon the qualification of Their High Mightinesses to grant the soldier three cans of arrack per month. and the interest thereof will be paid to the diaconate, in order that, if contrary to expectation someone should present themselves who is entitled to the legitimate share, it can be satisfied from that. §530. Upon the favorable qualification of Your High Mightinesses, contained in the extract from the Minutes of 15 August 1786, to grant the soldier 3 cans of arrack per month, we, in order to make the sailors also enjoy this favor, resolved on 16 January last to provide, both here and in Jaffnapatnam, Renaldus Andrado appointed as Mudaliyar and head over the fishermen of Colombo, provided he pays a certain office fee. Galle, and Trincomalee, to the common military and artillerymen of the national troops and of the regiment of Luxembourg, as well as to the sailors, two cans of arrack each, but to the military and artillerymen in addition one can extra, during the time they have to drill. The execution of this resolution in Jaffnapatnam is nevertheless suspended for the present, because of the small number of European men in the garrison there. 1531. The auctioneer of the fish market of Mutwal, Renaldus Andrado, having made a request 1643. to be appointed Mudaliyar and head over the fishermen of Colombo, we, in consideration of the good services which he and his ancestors have rendered to the Company, and because this appointment could take place without damage to the Company and without prejudice to anyone's rights, granted his request, provided he pays an office fee of one thousand rixdollars, because he is a well-to-do man, and others in similar circumstances are generally charged with planting a parcel of cinnamon or other useful products, according to everyone's capacity, which one thousand rixdollars we have accordingly, pursuant to the aforementioned resolution of 16 January, caused to be collected for the benefit of the cinnamon plantation. What was decided upon the complaint of the head surgeon regarding the high price of medicines. §532. Upon the grievance of the head surgeon of the Dutch hospital here, that the medicines here are presently much more expensive than before, we have, by resolution of 19 April, appointed a committee to investigate and report what causes this; and this report having since arrived
Dutch transcription
salramenten toegediend, door den predikant kauwerts. 4525. 'T getal der Christenen heeft be 'T getal der Christenen „ staan, zoo in het kolombosche 2 als Jaffanasche gaalsche„ Trinkonomaalsche en Batti„ „kaloasche volgens de voorschr„ rapporten van de Schoolvisite in het volgende, als. te kolombo - - - - - - 91501. — Wa „ Jaffana en Mannaar 203043. - „ Gale en Mature. - 58846. — „ Trinkenomale - 1900. „ Battikaloa - - - - - 779. — daar onder zijn 2116. ledemaaten, naamelijk. te kolombo. . . . . 1855. — Jaffana en Mannaar - 140. – Gale en Mature. 69. Trinkonomale. . 1. - Battikaloa - - - - 1. — de „ „ 1640. Seminarium tans niets bezon „ders te zeggen. Wat d' boekdrukkerij heeft uitgeleeverd 3 §526. geeft tans niets bezonders te 'T Seminarium heeft zeggen, wijl we, het geen er van temelden was, reets be „deeld hebben bij onsen eerbie „digen van den 14. aug:s passato 1527. De Boekdrukkerij heeft voorleeden Jaar uijtgelee= verd, het volgende De placcaaten en advertisse, „menten, die Jaarlijks worden geaffigeerd De Credit brieven. De placcaaten tegen het koopen en verkoopen van slaaven op onderhandsche bewijsen. De reglementen & briefjes voor de uitgeschreevene loterij„ exemplaaren van Assignatie Notificatie van den beedendag. en andere gewoone rapporten &:m De den De Correspondentie De Correspondentie is behoorlijk onderhouden „beerd testament van de overleeden Majoor Berschkijge appro„ „beerd onder zekere bepaaling §528: met de nabuurige Cantoor en is behoorlijk onderhouden, gelijk blijkt uijt de gewisselde brieven, welke copieelijk onder de bijlaagen overgaan. De verdere Huijsselijke Bestellingen. §529 De overleedene Majoor Christi zeker ongesuperseri„ aan Emanuel von Berschkij heeft bij een onderhandsch beslooten testament, onder ver„ „klaaring van geen alnoch descendenten te hebben, alle zijne nalaatenschappen be „sprooken, de helfte aan de diaconie armen alhier, en. de wederhelfte aan de ar „men van zijne Relegie, zijnde de Roomsche. Wijl dit testa ment, schoon wel verzegeld bevonden 1641 bevonden, niet Notariaal was gesuperscribeerd, hebben zijne daarbij benoemde exe „cuteurs, de Capitain luijte„ „nant Mackena en winke„ „lier Wickerman, die hetzelve naar de order door een Nota ris hebben laaten openen, onse qualificatie verzogt; om de dispositie van den Testateur temogen executeeren. We heb„ „ben uijt aanmerking van de goede intentie van den over„ „leedenen, en dat het wegens zijn eigen hoogen ouderdom, niet waarschijnelijk is dat iemand zijner ascendenten meer in het leeven zoude kunnen zijn, terwijl hij als noois getrouwd ook geene wettige wettige descendenten konde hebben, geoordeeld dat het ge„ „brek aan de formalias in het testament, niet behoord te zijn een empediment, om „trent de uijtvoering zijner dispositie, maar dat bij de zijn militaire stand en het weldaadig oogmerk, toerijkende motiven waren om eene onvoor„ „dachte omissie teverschoonen. en hebben derhalven bij resolu„ „tie van den 9. Januarij, het voorschr: onderhandsch testa„ ment geapprobeerd, en de executeurs tot de uijtvoering zijner dispositie gequali „ficeerd, onder deeze bepaa „ling nochtans, dat de helfte van den boedel in sComp:s Cas a 1642 Wat beslooten is op de „ne Hoog Edelheden om den soldaat toete „leggen drie kannen attak 's maands. cas zal worden gedeponeerd, en de interest daarvan aan de diaconia betaald worden, om indien buijten verwacht„ „ting zich iemand mogte opdoen, die tot 'blegetim aandeel gerechtigd is, dat daaruijt te kunnen vinden. §530 Op de gunstige qualifica„ „tie van uwe Hoog Edelhe qualifikatie van Hun „den, vervat bij extract uijt de Notulen van den 15. aug. 1786., om den zoldaat toete „leggen 3. kannen arrak smaands, hebben we, om ook de Mattroosen van dit gunst bewijs te doen Jouis „seeren, op den 16. Januarij passato besloten, om zoo wel alhier, als te Jaffenapat„ nam Renaldus Andrado aangesteld tot Modli nam, Gale en Trinkonomale, aan de gemeene militairen en arthilleristen bij de nati„ onaale en van het regiment van Luxemburg, zoo ook aan de Mattroosen, te laaten ver„ „strekken elk twee kannen arrak„ doch aan de Militairen en ar „thilleristen daar en boven nog een kan tot extra, ge „duurende den tijd dat ze exerceeren moeten. De Eye„ lutie van dit besluijt te Jaffanapatnam, is nochtans voor eerst opgeschort, om het gering aantal van Europeese manschappen in het guarnizoen aldaar. 1531. De afslaager van de visch „markt van het Matuaal „aar en hoofd over de Renaldus Andrado, verzoek visschers gedaan 1643. visschers van kolom. zeker ampt geld. gedaan hebbende, om tot „bo mits betaalende Modliaar en hoofd over de visschers van kolombo te „worden aangesteld, hebben we, uijt aanmerking van de goede diensten, die hij en zijne voorouders aan de Comp: gedaan hebben, en om dat deeze aanstelling, buijten schade van de Comp. e en zonder benaadeeling van iemands rechten kon ge „schieden, zijn verzoek ingewilligd, mits betaa „lende een amptgeld van een duijsend rijksdaalders, wijl hij een wel bemiddeld man is, en andere in „diergelijke gelegent „heeden daar voor tans doorgaan Wat 'er beslooten is op de klagte van den de duurte der medi„ „lijns. doorgaans word opgelegt, het aanplanten van een partij kan„ „neel of andere nuttige pro„ „ducten, na mate van een elks gelegentheid, welke een duizend rd:s we ook mits dien blijkens voorschreeve resolutie van den 16. Januarij ten voordeele van de Canneel plantagie hebben laaten innee„ „men.. §532: op de beswaarnisse van den opper„ „meester van het Nederlandsch oppermeester weegens hospitaal alhier, dat de Medi„ cijnen tans alhier veel duurder zijn, dan bevoorens, hebben, we bij resolutie van den 19. April, eene Commissie benoemd, om naategaan en van bericht te dienen waar door dit veroorzaakt word; en dit bericht zedert inge„ koomen
English
1644. Continuation. having come to light, whereby it appeared that the simplicia, from time to time, have been charged at higher prices from the Netherlands, we have, because the rising cost of medicines can also have other causes, decided by resolution of 9 July to further instruct the aforesaid head surgeon of the hospital, the surgeon major, and the city head surgeons, in accordance with our resolution of 9 December 1779, to be present at all compositions or preparations of remedies made here in the pharmacy, and to see to it that the simplicia, in Continuation. in the prescribed quantities and of good quality, are truly prepared, mixed, and used for that purpose, and furthermore to cause the prepared compositions to be weighed, and to keep record both of this and of the quantities of the simplicia used for each composition, and to provide an indication thereof in the report that they, together with the apothecary, must submit every three months pursuant to the aforesaid resolution of 9 December 1774. Paragraph 533. And the apothecary is thereby at the same time instructed to make no compositions whatsoever except in the presence of the aforesaid commissioners, or at least two of them, should at times one of them, due to illness or other lawful impediments, be prevented from being present, in which case we have ordered that for a single instance, and insofar as it cannot be avoided, the dressing master or another capable assistant master must assist. Paragraph 534. Furthermore, considering that the Apothecary Strasburg already in the year 1780 pointed out in a report that it would be necessary for some changes to be made in the prescriptions drawn up by the late Apothecary Stork and mentioned in our Continuation. our resolution of 18 June 1757, as was also done at that time in several items according to an indication submitted by the apothecary alongside his aforesaid report, in order to ascertain whether there are any other compositions that require any alteration or improvement, we have decided by our aforementioned resolution of 9 July that the aforesaid commissioners and the apothecary must further investigate and report whether among the compositions mentioned in the aforesaid indication of the Apothecary Stork there are any others, besides those already reported by the Apothecary Strasburg, in which any change should be made, and if so, which compositions they are, and which changes they deem necessary in that regard. 1645. Continuation. Paragraph 535. And because there are several compounded remedies that can be kept for many years without fear of spoilage, for which reason it might perhaps be just as convenient for the Company to order them from the fatherland as to have them made here, we have on this occasion also decided that the aforesaid commissioners and apothecary must investigate and report which kinds of compounded remedies it would, in their view, be better to order from the fatherland instead of the simplicia from which they are prepared here. Continuation. Paragraph 536. We have also, because sometimes in the requisitions to the Netherlands for the pharmacy too much of some items and not enough of others is requested, decreed that henceforth the requisitions for the pharmacy, before they are sent to the Netherlands, shall be placed in the hands of the frequently mentioned commission, who must compare them with the remaining stock and state in a written report whether they have found them to be in accordance with the requirements, or what in their opinion has been requested in too large or too small a quantity. 1646. Paragraph 537. Because the material laborers, or rather the convicts, were distributed in various places, such as on the water padies and in the administrations, and we needed these people for the work on the fortifications, we decided on 19 June to withdraw them for that purpose and to place hired laborers on the water padies and in the administrations; and accordingly, as appears from what is recorded in the resolutions of 9 and 24 July, 52 hands were hired for this purpose, namely 37 hands at 2.5 rixdollars and one parra of rice, and 15 at three rixdollars per month each. Paragraph 528. Since the letters from here to the subordinate offices and back from there, especially those to and from Jaffanapatnam and and Trinkenomale, remained in transit too long, we, considering the inconveniences that could sometimes arise therefrom, deemed it necessary to make a firm arrangement in this regard, and in order to encourage the letter carriers to a better performance of their duty through the grant of a sufficient remuneration, and to be able to have a sufficient fund for that purpose, we have at the same time established post offices here and at the subordinate offices, and determined a moderate postage rate for private letters, as is all shown in detail in the regulation decreed for this purpose, which is inserted in our resolution of
Dutch transcription
1644. vervolg koomen zijnde, waarbij bleek dat de simplicia, van tijd tot tijd, uijt Nederland duurder zijn aangereekend, hebben we„ om dat de verduuring van de medicijnen ook andere oorzaaken kan hebben, bij resolutie van den 9 Juli besloten, den voorm: opper „meester van het hospitaal den chirurgijn Majoor en den stads oppermeesters nader te gelasten, om overeenkom „stig met ons besluijt van den 9. December 1779, pre sent te zijn bij alle Compo¬ „cita, of toeberijdingen van middelen, die hier in den apoteek worden aange „maakt, en daarbij toete „zien, dat de simplicias, in Vervolg. in de daar toe voorgeschreeve, „ne quantiteiten en van goede deugd, werkelijk worden ge„ „prepareerd, gemengd en daar „toe gebruijkt, en voorts om de gemaakte Compolita te doen weegen, en daarvan zoowel, als van de quanti„ „teiten der simplicias, die tot elk compocita gebruijkt zijn aanteekening te houden en daarvan aanwijzing te doen bij het bericht, dat ze alle driemaanden, met en benee „vens den apothecar, vol„ „gens voorsz: resolutie van den 9. December 1774. moe „ten indienen. § 533. En is mits dien de apothe„ „car ter zelver tijd gelast, om geene Compolita, hoe ge„ naamd 1644 vervolg. naamd ook, temaaken, dan in pre „sentie van voornoemde gecommit„ „teerdens, of ten minsten van twee derzelven, zoo somtijds een van hun, door ziekte of andere wet„ „tige beletzelen, mogte verhin„ „derd worden daarbij tegenswoor „dig te zijn, in welk geval wij bevoolen hebben, dat voor een enkelde maal en voor zoo verre dat niet kan worden ontwee„ „ken, de verbandmeester of een ander bekwaam ondermeester daarbij zal moeten assisteeren. §534. Voorts hebben we uijt aanmer„ „king, dat de Apothecar Stras„ „burg reets in het Jaar 1780. bij een bericht heeft aange„ „weezen, dat het nodig waare, dat in de voorschriften, door wijlen den Apothecar Stork opgemaakt, en vermeld bij onse Vervolg onse resolutie van den 18. Juni 1757. eenige veranderingen gemaakt wierde, zoo als dat ook toen in verschijde stukken gedaan is, volgens eene aanwijzing door den appothecar nevens zijn voorschr: berigt overgegeeven ter ervaring of er ook nog andere Composi„ „tas zijn, die eenige verandering of verbeetering nodig hebben, bij voorm: onse resolutie van den 9. Juli beslooten, dat de voor„ „noemde gecommitteerdens en de apothecar, nader zullen moeten onderzoeken en opgeeven, of er in de Compocitas, die vermeld zijn bij de voorschre aanwijzing van den apothecar Stork, nog eenige zijn, buijten die, welke door den apothecar Strasburg reets zijn opgegeeven, waarin eenige ver „andering zoude dienen te worden gemaakt, en zoo Ja, welke Compo„ „Citat 1645. vervolg. Citas het zijn, en welke veran„ „dering ze daaromtrent nodig achten. §535. En wijl er verschijde gecompo„ „neerde middelen zijn, die veele Jaaren kunnen worden bewaard, zonder vrees voor be„ „derf, waarom het misschien voor de Comp: als zoo Conve¬ „nens konde zijn, om die uijt het vaderland te eisschen dan om ze hier te laaten aan „maaken, hebben we nog bij deeze geleegentheid besloo„ „ten, dat de voorschr: gecom„ „mitteerdens en apothecar„ zullen moeten onderzoeken en berichten, welke zoorten van gecomponeerde middelen, het re naar hun inzien beter waare uijt het vaderland te ontbie„ 129 „den, in steede van de Simplicias waarvan vervolg. § 536. Ook hebben we, om dat er som de de „tijds, bij de Eisschen na Nedertrok ling „land, voor den apotheek, van sommige dingen teveel en van andere niet genoeg gevraagd word, gearresteerd, dat voortaal de Eisschen voor den apothecar voor dat dezelve na Neder „land worden gezonden, zullen worden gesteld in handen van de meermelde Commissie, die dezelve zullen moeten vergelijken met de restanten en bij een schriftelijk bericht opgeeven, of ze dezelve heb „ben bevonden, over eenkomstig te zijn met de benodigdheden dan wel wat naar hunne Alh hoor gedachten daar van teveel of k tewijnig gevraagd is. waarvan za hier worden aange „maakt. Wijl 1646 materiaals volk op de waterpadies en bij de administratien inge„ lingen geplaatst. Alhier en op de onder kantooren opgeregt. §537 Wijl het materiaals volk of eigentlijk de gecondemneerden, op verschijde plaatsen, als op de der trokken en daarop huur waterpadies en bij de administra „tien, verdeeld was en we dit volk nodig hadden tot den arbeid aan de fortificatien hebben we den 19. Juni beslooten hun daar toe intetrekken, en op de waterpadies en bij de admi„ „nistratien huurlingen te „plaatsen; en zijn mits dien blijkens het aangeteekende bij de resolutien van den 9. en 24. Juli, daar toe 52: koppen ingehuurd teweeten 37. koppen tegens 22: rd:s en een parra rijst, en 15. tegens drie rijks d:s smaands ider §528. Vermits de brieven van hier na hoorige kantooren post de onderhoorige Comptoiren en van daar terug, voornaamelijk ng die van en na Jaffanapatnam en en Trinkenomale, telang onder „weege bleeven, hebben wa uijt aanmerking van de ongelee„ „gendheden, die daaruijt somtijds konden voortspruijten, nodig ge„ Copij „acht daaromtrent eene vaste lui schikking temaaken, en om de hib brive draagers, door toelaage van een toerijkende belooning tot eene beetere plichtsbe„ „trachting aantemoedigen, en daartoe een genoegzaame fonds te kunnen hebben, hebben we tegelijk post Cantooren hier en op de onderhoorige Can„ „tooren opgericht, en eene matige brive port bepaald, voor de particuliere brieven, gelijk alles omstandig blijkt bij het daarvan gearresteerd reglement, het welk g'inse„ „reerd, is bij onze resolutie van luil
English
1647. The resolution upon a copy of a decision delivered by Lieutenant Colonel von Drieberg of the 4th of July, to which we humbly request permission to conform. Paragraph 539. Upon the arrival here of Lieutenant Colonel von Drieberg, the same delivered to the undersigned Governor a copy of a recent decision made by the Honorable and Highly Esteemed Directors, regarding the post of head of the militia at the Cape of Good Hope, which was communicated to him, von Drieberg, by the Colonel and head of the militia there, Gordon, containing among other things that the concept of head and chief of the Company's militia necessarily implies that neither any officer nor common soldier who constitutes a part of the Company's military force can or may exempt himself from the obedience that he must show to that head, to that chief of the Company's troops, because he is the head and chief, and that the capitulation of the regiments of Luxemburg and Meuron can by no means conflict with this concept, as not a single article is found therein whereby that obligation, arising from the fact that the aforementioned regiments belong to the Company's troops, would be repealed, while on the contrary everything that appears in those capitulations to indicate that the Company or those who represent it in the Indies 1648. have full right to dispose over the service of those regiments, just as over that of the Company's other troops, serves precisely to reinforce and further urge that obligation; since neither the Company nor any Governor or any other supreme commander of lesser rank who represents it in its possessions will ever be able or permitted to have any other will than to place all regiments, battalions, companies, or particular officers and common soldiers belonging to the aforementioned troops in military service under the orders of that head, wherever a head or chief of the Company's troops is located. Paragraph 540. The undersigned Governor brought the aforementioned copy of the decision into our meeting for deliberation, and we took into consideration thereon: 1. that one could not doubt its authenticity, as it was signed as a true copy by the aforementioned Colonel and head of the militia at the Cape of Good Hope, Gordon, and in his public capacity handed over to Lieutenant Colonel von Drieberg. 2. that as regards especially the artillery, of which this decision speaks in great detail, indicating that the head of the Company's militia, under the supreme administration of the Governor of the Colony, ought to have the general supervision and command over all the troops without distinction who constitute the military force of the Company, and thus also over the corps of artillerymen as being part of the military force, the prescriptions made in this respect on this subject, at least as far as the principal matters were concerned, were formerly also in use on Ceylon, especially at the time when the late Colonel and head of the militia in the Indies, Mr. Frankena, was head of the militia here, and had only, so to speak, tacitly fallen into disuse from time to time. 3. that indeed the Chiefs who have successively commanded the regiment of Luxemburg hitherto have pretended, as it seemed, on the basis of the 20th article of the capitulation, that in military service they did not need to receive or comply with any orders from the head of the Company's militia, except only in the case specified in the subsequent 21st article, and that they also for that reason, and as a consequence thereof, do not need to make or cause to be made any reports whatsoever to the Chief of the military force on Ceylon, but that from the aforementioned decision it was very clear that this ran counter to the intention of the gentlemen of the Directorate, and that thus the meaning of the aforementioned 20th article of the capitulation cannot be deemed to extend further than solely to that which does not belong to what is properly the military service whereof mention is made in the aforementioned decision. 4. that it was also evident from the very nature of the matter that only this and no other meaning can or ought to be given to the aforementioned 20th article of the capitulation, because even in times of peace it caused inconvenience, and in times of war it could give rise to the greatest confusion, if the Governor, and likewise the subordinate commanders at the subordinate stations, should repeatedly have to intervene to receive from the regiment of Luxemburg, and subsequently have made known again, here to the head of the Company's militia, and at the subordinate stations to the military Commandants there, all reports that otherwise, according to the rules of the service, must be made directly to the head and chief of the Company's militia; and when likewise the head of the Company's military force on Ceylon should have to go to the Governor, and the heads of the militia at the subordinate stations to the lesser commanders, every time something regarding military service must be ordered of the regiment of Luxemburg, and which is consequently within their department, to make it known, so that these orders may subsequently be issued, here by the Governor to the Chief of the regiment, and at the subordinate stations by the lesser commanders to the Commandants of the detachments who
Dutch transcription
1647. „Het beslootene op eene Copij decisie door den luijtenant Collonel vonr Driberg overgegeven van den 4. Juli, waaraan we ons nederig verzoeken temoo„ „gen gedraagen. §539 Met de arrive alhier van den luitenant Collonel von Driberg, heeft dezelve aan den onderge„ „teekenden Gouverneur overgegee „ven, een Copij van eene onlangs gedaane decisie door de wel Edele Hoog Achtbaare Bewind„ „hebberen, in de post van hoofd der militie aan de Caab, de Goede Hoop, welke door den Collo„ „nel en hoofd der Militie aldaar Gordon aan hem voor Drieberg is meede gedeeld, houdende onder anderen, dat het denkbeeld van hoofd en chef van 'sComp:s militie nood „zaakelijk meede brengt, dat zoo min eenig officier als gemeene, welke 'sComp=s militairen vervolg militaire macht helft uijt „maaken, zich onttrekken kan noch mag, aan de gehoorzaam „heid, welke hij aan dat hoofd aan dien chef van 's Comp:s troe „pen, om dat dezelve het hoofd en chef is, moet bewijsen, en dat met dit denkbeeld de Capitulatie der regimenten van Luxemburg en Meuron geenzins kunnen strijden, als in welk niet een eenig arti „cuel gevonden word, waarbij die verplichting, als daar uijt, dat voorschr. regimenten tot Comp: troepen behooren, voortvloeijende, zouden zijn opgeheeven, terwijl integen„ „deel al het geene bij die Capitulatien voorkomt, om aan tewijsen, dat de Comp:e of de geene, welke haar in Jndien representeeren 1648. vervolg. representeeren, een volkomen recht hebben, om over den dienst van die regimenten, even, als over dien van 'sComp:s overige troepen te beschikken, Juijst dient, ter versterking, en tot nader aan „drang van die verplichting; aangezien noch de maat„ „schappij, noch eenig Gouverneur of eenig ander opperbestierder van minderen rang, die op haare bezittingen haar verte„ „genwoordigen, immer een ander wil zal kunnen of mogen hebben, dan om ter plaatse, waar zich bevind een hoofd of chef van 'sComps troepen, alle, het zij regimen „ten, bataillons, Compagnien of bezondere officieren en gemeenen, die tot voorschr. troeng„ „pen behooren, in den militairen dienst „ : vervolg. dienst ook onder de orders van dat hoofd te doen staan. §540. De ondergeteekende Gouver„ „neur heeft de voorschr. Copia decisie, in onse vergadering ter deliberatie gebragt, en wij hebben daar op in achting genomen. 1. dat men aan de echtheid daar van niet kon twijffelen wijl dezelve door den voorschr. Collonel en hoofd der militie aan de Caab de Goede Hoop Gordon, voor het accoord was geteekend en in zijne public que qualiteit aan den luijte „nant Collonel von Driberg terhand gesteld. 2. dat wat speciaal de arthil „lerie aanging, waarvan bij deeze decisie zeer omstandig gesprooken word, ter aanwij „zing dat het hoofd van 'sComp. s militie 1649 vervolg. militie, onder het opperbe „stier van den Gouverneur van de Colonie, het generaal opzicht en bevel behoord te „hebben over alle de troepen, zonder onderscheid, die de militaire macht van de Comp:e uijt „maaken, en dus meede over het Corps arthilleristen als een deel van de mili „taire macht zijnde, het daarbij voorgeschreevene op dit subject, ten minsten zoo veel het hoofdzaake „lijke aanging, eer tijds ook op Ceilon in gebruik ge„ „weest is, speciaal ten tijde dat wijle de Collonel en hoofd van de militie in Jndien, de heer Frankena„ hier hoofd van de militien geweest ne „ vervolg geweest is, en alleen, om zoo te spreeken, stilswijgende van tijd tot tijd in onbruijk gekomen is. 3. dat wel de Chefs, die het re„ „giment van Luyemburg suc„ „cessive gecommandeerd hebben tot hier toe, zoo het scheen, uijt hoofde van het 20. articul van de Capitulatie, hebben ge„ „pretendeerd, dat ze in den mili„ „tairen dienst geene orders van het hoofd van sComp:s militie behoefden te ontfangen, noch naar „tekoomen, dan alleen in het geval bepaald bij het daaraan vol „gende 21. articul, en dat ze ook uijt dien hoofde, en als een gevolg daarvan, aan den Chef van de militaire macht op Ceilon, geene rapporten behoeven te doen of telaaten doen, hoe genaamd, doch dat het ver 1650 vervolg het uijt de voorschreeve deci„ „sie heel duijdelijk was, dat dit aanliep tegen de intentie van de heeren van het Bewind, en dat dus de zin van het voorschr: 20. artikel van de Capitulatie, niet kan geacht worden zich verder uijtte „strekken, dan alleen tot dat geene, dat niet behoord tot het geene eigentlijk is de militaire dienst, waarvan bij de voorschreeve decisie word gesproken. 4. dat het ook zelfs uijt den aart der zaake blijkbaar was, dat alleen deeze en geen andere zin aan het voorschreeve 20. artikel van de Capitulatie kan, noch behoord, teworden gegeeven, wijl het zelfs in tijden 120 vervolg. tijden van vreede zijne onge„ „leegendheid had, en in tijden van oorlog de grootste confusie zoude kunnen baaren, indien de Gouverneur, en in zelvervoe„ „gen de ondergeschikte gebie„ „ders op de subalterne Cantooren telkens zouden moeten tus: „schen bij de treeden, om van het regiment van Luxemburg te „ontfangen, en vervolgens weder„ „om temoeten laaten bekend maaken, hier aan het hoofd van 's Comp:s militie, en op de onderhoorige Cantooren aan de militaire Commandanten aldaar, alle rapporten die ander„ „zins, volgens de regels van den dienst, aan het hoofd en chef van 's Comp:s militie direct moe„ „ten worden gedaan, en wanneer inzelvervoegen het hoofd van sComp. s 1651. vervolg. s Comp:s militaire macht op Ceilon, bij den Gouverneur, en de hoofden van de militie op de onderhoorige Cantoo „ren bij de mindere gebieders, zouden moeten komen, tel„ „kens wanneer er iets aan het regiment van Luxemburg moet worden belast, den mi„ „litairen dienst aangaande, en het welk mits dien van hun departement is, om dat bekend temaaken, ten einde deeze orders vervol„ „gens worde uijtgevaardigd, hier door den Gouverneur aan den Chef van het regi„ „ment, en op de onderhoorige Cantooren door de mindere ge„ „gebieders aan de Comman„ „danten van de detachementen die
English
continuation. who are garrisoned therein. 5. finally, that although the aforementioned decision of the Gentlemen Directors had not yet been communicated to this Government, and consequently in the strictest sense could not yet serve for our guidance, yet even if this decision had not been given, it was evident from what was pointed out herebefore that if the military service was to go well, and the head of the Company's military power on Ceylon and the subordinate Commanders at the subaltern stations were to be capable of fulfilling the duties which their offices impose upon them, the orders and arrangements contained in the aforementioned decision could not be 1652 continuation introduced too quickly; and that such was particularly and absolutely necessary with regard to Trinkonomale, on account of the remoteness of the place, and to prevent the inconveniences that might arise from the uncertainty as to how far not only the Corps of artillerymen, but especially the detachment of the regiment of Luxemburg that is garrisoned therein, was obliged to obey the orders of the head of the Company's militia there. §541. Wherefore, as appears from the resolution of 4 December last, we have resolved: 1. that the aforementioned decision should be delivered in copy to continuation to the head of the Company's military power on Ceylon, and to the head of the Ceylon artillery, to serve for the information of each and to regulate themselves accordingly; and that copies thereof should also be sent to the subordinate stations, with orders to have transcripts thereof delivered, as far as Jaffanapatnam, Gale, and Trinkonomale were concerned, to the Commanders of the Company's militia there, as well as to the Commanders of the artillery; but that at the remaining small stations, where no more than one officer is stationed as Commander of the militia, and only one non-commissioned officer of the artillery, these copies shall only be delivered to the commanding officer. 2. that considering that here with the chief of the regiment of Luxemburg, and at the subaltern stations with the subordinate Commanders of the detachments of the said regiment garrisoned therein, the practice has hitherto been observed that they have made their reports directly here in Colombo to the Governor, and at the subordinate stations to the lesser rulers, and likewise have received their orders, it was therefore necessary that the chief of the said regiment should be informed of the change which continuation. it was necessary to make herein, and that consequently the letter inserted in our aforementioned resolution should be written to him, wherein he is not only notified of our aforementioned decision, but also that he accordingly, in the future, in all matters which, properly speaking, belong to the military service, should receive orders from the head and Chief of the Company's military power on Ceylon, which should be regarded by him as flowing directly from the Governor, and that he should also make, or according to circumstances have made, to this head and Chief 1656. The received reply thereto from Lieutenant Colonel de Raijmond. have made all such reports as in the military service, according to the established order, must be made to the head and Chief of the Company's military power; while at the same time he was instructed, in accordance with this our written communication, also to make the necessary notifications to the Commanders of the detachments garrisoned at Gale and Trinkonomaale. §542. But the Commander of the aforementioned regiment, Lieutenant Colonel de Raijmond, to whom the aforementioned letter was written, maintained in his written reply submitted thereto that our aforementioned And the decision taken thereon. disposition was contrary to the capitulation, and consequently requested that no change might be made in that respect regarding the regiment until the arrival of Mr de la Fage, who is expected as Colonel Commandant. §543. And whereas we considered that, although it was indeed certain from the nature of the matter that the regiment, in that which properly constitutes the military service, just like other Company troops, must be subordinated to the Chief of the Company's troops, nevertheless as far as the capitulation was concerned, it speaks so sparingly of this subject that from it alone this question could not be decided with such certainty that there did not always seem to remain some uncertainty on one side or the other: we therefore, in consideration thereof, and because the regiment had hitherto been treated on a different footing, resolved by our resolution of 13 October to leave our aforementioned disposition, as far as concerns the regiment of Luxemburg, provisionally and as long as peace lasts, unexecuted, and in that regard to await the decision of the Gentlemen Directors of the Zeeland Chamber, provided that the regiment nevertheless would be obliged, in case in the meantime and before the receipt of their Honorable Worships' disposition a rupture should occur
Dutch transcription
vervolg. die daarin guarnizoen leggen. 5. eindelijk dat wel de voorschr: de cisie van Heeren Bewindheb„ „beren, aan dit Gouvernement nog niet was gecommuni„ „leerd, en mits dien in den striktsten zin, als nog niet kon strekken tot onse naricht, ook doch dat, zoo zelfs deeze decisie niet gegeeven was, het uijt het hier vooren aan „geweezene blijkbaar was, dat zoude de militaire dienst wel gaan, en het hoofd van 's Comp:s militaire macht op Ceilon, en de ondergeschikte Commandanten op de subalterne cantooren, in staat zijn, om tever„ „vullen de plichten, die hun amps hen opleggen, de orders en schik„ „kingen in de voorschreeve decisie vervat, niet te spoedig konden worden 1652 vervolg worden ingevoerd; en dat zulks in zonderheid volstrekt nodig was ten aanzien van Trinkeno „male, om de afgeleegenheid van de plaats, en om te voor„ „komen de ongeleegendheden, ne die zouden kunnen ontstaan uijt de onzeekerheid, in hoe„ „verre niet alleen het Corps arthilleristen, maar voor „naamelijk het detache „ment van het regiment van Luxemburg, dat daarin guarnizoen legd, schuldig ge was tegehoorzaamen aan de ie beveelen van het hoofd van s Comp. s militie aldaar. 1541. Weshalven we, blijkens reso„ „lutie van den 4. xber: passato, beslooten hebben. 1. dat de voorschr. decisie in Copia zoude worden afgegeeven aan vervolg aan het hoofd van 's Comp. s militaire macht op Ceilon, en aan het hoofd van de Ceilonsche arthillerie, om te dienen tot een elks naricht en om zich daarnaar tere„ „guleeren; en dat ook Copijen daarvan zouden worden ge „zonden na de onderhoorige Cantooren, met last om daarvan afschriften te „laaten afgeeven, zoo veel Jaffanapatnam, Gale en Trinkonomale betrof, aan de Commandanten van 'sComp. s militie aldaar, als meede aan de Commandanten van de arthillerie, doch dat op de overige klijne Can„ „tooren, daar niet meer dan een officier als Commandant van de militie legd, en maar een 1 1653. vervolg een onder officier van de arthil „lerie, deeze Copijen alleen zullen worden afgegeeven aan den Com „mandeerenden officier. 2. dat gemerkt hier met den. chef van het regiment van luxemburg, en op de subalterne Cantooren met de onderge „schikte Commandanten van de detachementen van het zelve regiment, die daar in guarnizoen leggen, tot hier toe gehouden is deezen voet, dat de „zelve hier te kolombo aan den Gouverneur, en op de onderhoorige cantooren aan de mindere gebie„ „ders hunne rapporten direct hebben gedaan, en insgelijks hunne orders ontfangen hebben, dat het daarom nodig ware dat de chef van gedachte regiment van de verandering, die ge vervolg. die het nodig zij hierin te „maaken, wierd, onderrigt en dat dienvolgens aan hem zoude worden geschreeven den brief, die g'insereerd is bij onse voorschreeve resolutie waars hem niet alleen bedeeld is ons voorschreeve besluijt, maar ook dat hij dienvolgende, in den aanstaande, in alle zaaken die, eigentlijk gesprooken, gehooren tot den militairen dienst, de or„ „ders zoude ontfangen van het hoofd en Chef van 'sComp:s van 's Comp:s militaire macht op Ceilon, die door hem zoude moen „ten worden aangemerkt, als di„ „rect voortvloeijende van de Gou„ „verneur, en dat hij ook aan dit hoofd en Chef zoude moeten doen, of naarmaate van de omstandig¬ et Collo heden 1656. het daarop ingekoomen moe intwoord van den luitenant Collonel de Raijmond. heden laaten doen, alle zoodanige rapporten, als in den militairen dienst, volgens de geëtablisseerde order aan het hoofd en Chef van 's Comp:s militaire macht; moe„ „ten worden gedaan, waarbij hem teffens is aanbevoolen, om over„ „eenkomstig met dit ons aan „schrijven, ook het nodige aan „schrijvens te doen aan de Comman „danten van de detachementen, die te Gale en Trinkonomaale in guarnizoen leggen. §542. Doch heeft de Commandant van het voorschr. regiment, de luij„ „tenant Collonel de Raijmond, aan wien de voorschr. brief is geschreeven, bij zijn daarop gediende schriftelijk ant „woord, gesustineerd, dat voorschr. onze en het daarop geno. men besluit. onze dispositie strijdig was tegen de capitulatie, en mits dien ver„ „zogt, dat daar omtrent, met be„ „trekking tot het regiment, geene verandering mogte worden ge „maakt tot de komst van den heer de la Fage, die als Collonel Commandant word tegemoet gezien §543: En wijl we Considereerden, dat schoon heb wel uijt den aart der zaake zeeker zeeker was, dat het regiment in dat geen, wat eigent „lijk den militairen dienst uijt „maakt, even als andere Comp. s troepen, aan den Chef van sComp. s troepen moet gesubordonneerd zijn, het echter wat de Capitula „tie aanging, deeze zoo spaarsaam van dit onderwerp spreekt, dat daaruijt alleen, deeze kwesti niet met zoo veel zekerheid kon worden beslist, dat 'er niet altoos aan 1655. aan de eene of andere zijde, eeni „ge onzeekerheid scheen overte „blijven: zoo hebben we uijt aan „merking van dien, en dat het regiment tot dus verre op eenen anderen voet was behandeld bij onse resolutie van den 13. okto „ber beslooten, om onse voorschr. dispositie, voor zoo verre aan„ „gaat het regiment van Luy 6„ emburg, bij provisie en tot zoo lange het vreede blijft, telaaten buijten executie, en daaromtrent„ te insteeren de decisie van de heeren Bewindhebberen ter kamer Zeeland, mits dat het regiment nochtans verpligt zoude zijn, om bij aldien er in „tusschen, en voor den ontfang van hunner Edele Achtbaare dispositie, eene rupture mogte komen
English
given to the servants at Gale and Trinkonamale. arise, they must then immediately submit to and comply with the aforesaid resolution. §544. Notice of this has been given to the servants at Gale and Trinkonamale for their guidance, with special instructions to the rulers of these places, in case the Commandants of the detachments of the said regiment garrisoned there should, in the aforesaid event, raise any difficulties about submitting to our oft-mentioned resolution, that they then, in consultation with and with the approval of the Commandants of the Company's troops there, shall have to take such measures against this as they would deem necessary in due course 1656 The servants of Gale authorized to take 28 rope-yard boys into service as before. to enforce obedience; and notice of this further disposition and missive has also been given to the aforementioned Lieutenant Colonel de Raymond, to serve for his guidance and to inform the Commandants of the detachments at Gale and Trinkonomaale thereof, as he has done. §545: The servants of Gale having represented, against the abolition of 28 rope-yard boys recommended according to the resolution of 24 December 1786, that they have served at rope-making for many years, and that they were now all the more necessary because of the scarcity of coolies, who moreover would be poorly suited to knot the coir properly, in which they would thus first have to be trained, but that such could not conveniently be done given the continuous changes and turnover: we have, by resolution of 31 May past, since hired coolies must otherwise now and then be taken into service for rope-yard work, authorized them to re-engage 28 rope-yard boys as before, at 12 rixdollars and one parra of rice per month each, and this for as long as the Resident Kraijenhoff should find that they are actually necessary and that this 1657 The request of the servants of Trinkonomaale for an allowance for the officers and concerning the board money of the common soldiers. gives a better return than to hire separate coolies for that purpose now and then. §546. The servants at Trinkonomale have requested us that, because of the extraordinary dearness of provisions, an allowance might be granted to the officers there above their usual emoluments, and that the board money of the common soldiers might also be made equal to that of the European soldiers here, of which the Corporals enjoy 1 rixdollar 32 stivers and the common soldiers 1 rixdollar 1/2 stiver, whereas at Trinkenomale the Corporals receive 1 rixdollar 12 stivers and the common soldiers 28 1/2 stivers each. But however much we were convinced of the dearness The Lieutenant Colonel shows the distress of the garrison and requested speedy provision therein. at Trinkonomale and of the necessity to accommodate the servants there, especially the military, we nevertheless did not dare to intervene therein, but resolved in the session of 20 July to bring this request to the attention of Your High Mightinesses, and thereupon to request Your esteemed decision. §547: Since then, the Commandant of the militia at Trinkonomale, Lieutenant Colonel von Drieberg, has represented with great urgency the distress of the garrison there, with the request that speedy and sufficient provision might be made therein; and since a similar complaint about want and scarcity recently came before us during an interrogation of five deserters of the detachment 1658: To what the Chief van Senden and Lieutenant Colonel van Drieberg are authorized in this regard. of the Regiment of Luxemburg that is garrisoned at Trinkenomale, we could not venture to postpone providing therein until the receipt of Your High Mightinesses' disposition, out of apprehension that this might at times give rise to evil consequences. §548. We have therefore, according to the resolution of 22 December last, authorized the Chief van Senden and Lieutenant Colonel van Drieberg by separate letter to provisionally have paid to the victuallers, for each European soldier of our national troops, twenty Indian stivers; and since these national soldiers were thereby made equal with those of the Regiment of Luxemburg, who have 18 stivers board money, we furthermore instructed them to also have provided to the victuallers, for each European Company, both national and of the aforesaid regiment, according to their strength, a gratuity of ten rixdollars or thereabouts, in order to relieve them the more thereby. §549. However, in order to keep it in our power to be able to revoke both the granting of the aforesaid twenty stivers and the gratuity when better times permit, we have instructed the aforementioned servants not to let it appear that these allowances were ordered by us, but to manage the matter as if they themselves, subject to our approval and for as long as the dearness lasted, provided this relief. §550. Upon the representation of the Kalpetti servants that the coolie wages for Kalpetti 1659 the Kalpetti servants authorized to take certain into service. sailors and Putielang amount to a considerable sum annually, and that they are further considerably increased by the rent paid for
Dutch transcription
„ven is aan de bezien „den te Gale en Trinke „nomale. komen te ontstaan, zich als dan daadelijk te onderwerpen en voldoen aan voorschr. besluijt. §544. Hiervan is kennis gegeeven aan Waarvan kennisgege„ de bedienden te Gale en Trinkono „male, tot hun naricht, met speciaale last aan de gebie„ „ders deezer plaatsen, om inge„ „valle de Commandanten van de detachementen van gedachte regiment, welke aldaar in qu „arnizoen leggen, in het voor„ „schreeven geval eenige diffi„ „culteiten mogten maaken, om aan ons meerm: besluijt te on„ D „derwerpen, ze als dan, met over„ „leg en goedvinden van de Com„ „d „mandanten van 's Comp:s troe„ „pen aldaar, daar tegen zullen moeten neemen zulke maat„ „reegelen, als ze in der tijd zouden nodig ƒ 1656 De Gaalsche bedien „ „dens gequalificeerd om zoo als bevoorens 28. baanjongens in dienst teneemen. nodig achten, om zich te doen gehoorzaamen en is ook van deeze nadere dispositie en aan schrijvens, kennis gegee„ „ven aan voorn: luijtenant Col„ „lonel de Raijmond, om te dienen tot zijn naricht, en om de Commandanten van de detachementen te Gale en Trinkonomaale daarvan te informeeren. zoo als hij heeft gedaan. §545: De gaalsche bedienden, tegens „de, volgens resolutie van den 24. December 1786;, aanbevoo„ „lene afschaffing van 28. baan „jongens, vertoond hebbende, dat ze van lange Jaaren af bij het touw slaan dienst ge „daan hebben, en dat ze nu te meer nodig waren, wegens de ver de schaarsheid van koelies, die buijten des wijnig geschikt zou¬ „den zijn, om de kaijer behoorlijk te knoopen, waarin zij dus eerst zouden moeten worden geleerd, doch dat zulks, bij de geduurige verandering en verwisseling niet gevoeglijk kon geschie¬ „den: hebben we, bij resolutie van den 31. Maij passato, wijl er toch anderzins gehuurde koelies tot het baanwerk, nu en dan moeten in dienst genomen worden, hun gequalificeerd, om als bevo„ „rens 28. baanjongens, tegens 12. rd:s en een parra rijst 'smaands ider, weder in dienst temogen neemen, en zulks tot zoo lange de gezaghebber kraijenhoff zoude bevinden, dat ze werke „lijk nodig zijn en dat dit Het beter „ 1657 Het verzoek van de trin „konomaalsche bedien„ „den om een toelaag aan de officieren en noopens het kostgeld der gemeene militairen. beter reekening geeft, dan om daartoe nu en dan aparte koelies te huuren. §546. De bedienden te Trinkonomale hebben ons verzogt dat wegens de ongemeene duurte van de leevensmiddelen, aan de offici„ ren aldaar een toelaag mogte vergund worden, boven hunne gewoone emolumenten, en dat ook het kostgeld der gemeene Militairen, eguaal mogte worden gesteld met dat van de europeese Militairen alhier, waar van de Corporaals rd:s 1. 32. en de gemeenen rd:s 1a ½ st:s genieten, terwijl te Trinkeno„ „male de Corporaals rd. s 1. 12. en de gemeenen 282. stuijv=s ider krijgen, Dan hoe zeer we verzeekerd waren, van de duurte de luitenant Collonel vertoond de nood van het garnizoen en verzogt spoedige voorziening daarin. duurte te Trinkonomale en van de noodzaakelijkheid, om de Dienaaren aldaar, in zonder „heid de militairen, te gemoet te komen, hebben we echter daar „in niet durven treeden, maar ter sessie van den 20: Juli besloo„ „ten, dit verzoek te brengen onder het oog van uwe Hoog Edelheden, en daarop te verzoeken hoogst der „zelver g'eerde disposietsie §547: 'T zedert heeft de Commandant van Driberg heeft zeders van de militie te Trinkonomale, de luijtenant Collonel von Dri berg, met veel aandrang vertoond de nood van het guarnizoen aldaar; met verzoek dat daar in spoedig van en toerijkende mogte worden voorzien; en wijl ons ook on „langs, bij een verhoor van vijf deserteurs van het detachement Waa van 1658: Waartoe het opperhoofd oedig van senden en de luite nant Collonel van Driberg hier omtrent gequalificeerd zijn. van het regiment van Luyem „burg, dat te Trinkenomale in guarnizoen legt, eene diergelijke klagte over gebrek en schaars„ heid is voorgekomen, hebben wij niet mogen hasardeeren, om de voorziening daarin uijtte„ „stellen tot den ontvang van uwer Hoog Edelheden dispo„ „sitie, uijt beduchting dat zulks som tijds aanleiding tot kwaade gevolgen mogte geeven.. ƒ548. Wij hebben derhalven, blij kens resolutie van den 22. ' December, J:o Leeder; het opperhoofd van senden en den luijtenant Collonel van Driberg, bij een aparte brief gequalificeerd, om bij provisie aan de schafbaasen, voor elk europeese zoldaat van onse daar vervolg onse nationaale troepes, te „laaten betaalen twintig indi„ „sche stuijvers; en wijl daar door deeze nationaale zol„ „daaten, eguaal gesteld wierden met die van het regiment van luxemburg, die 18. stuijv. s kostgeld hebben, hebben we hun nog aangeschreeven, om boven dien aan de schafbaasen, voor elke Comp:e Europeesen, zoo wel nationaale als van het voorschreeve regiment, naar maate dat ze sterk zijn te laaten verstrekken een dou ceer „ceur van tien rijksd:s of daar„ „omtrent, om dezelven daar door temeer te soulageeren. §549. Om het echter in ons vermogen te houden, om zoo wel het lan in geeven lanc 1659 dienden gequalifi ceerd om zekere in „dienst teneemen. geeven van de voorschreeve twin„ „tig stuijvers, als van het dou„ „ceur, weder te kunnen intrek„ „ken, wanneer betere tijden het toelaaten, hebben we den voorm: bedienden aanbevoo„ „len, om het niet te laaten blijken, dat deeze toelaagen van ons gelast zijn, maar die bestelling te doen, even of zij zelven dit soulaas, op onse approbatie en voor zoo lange de duurte aanhield, toeleijden. §550. Op de vertooning van de kal de kalpettische be „pettische bedienden, dat de koeliloonen voor kalpetti landsche mattroosen en Putie lang, Jaarlijks eene aanmerkelijke somme be „draagende en dat ze nog merkelijk verswaard worden door de huurpenningen, die voor
English
must be paid for the use of private tonies; to prevent which they proposed to us to take 48 native sailors into permanent service for two Kalpetti and one Putalang toni, because with these all ordinary work, both unloading and loading as well as the cleaning of the fortifications etc., could be performed: we resolved at the session of 14 December to approve their proposal, all the more because the number of 48 native sailors does not prove too large, since 34 heads were determined for Kalpetti alone by the regulation of 11 August 1758; and we have ordered the officials to deduct what is paid to these native sailors from the poll taxes of the Kalpetti oeliammers. 551. Regarding some other domestic affairs of lesser importance, concerning both this main settlement and the subordinate offices, we take the liberty of referring respectfully to our resolutions of 4 and 25 January, 15 February, 2, 6, and 17 March, 5, 12, and 19 April, 8, 24, and 31 May, 9 and 19 June, 12, 20, and 26 July, 14 and 27 August, 4 and 11 September, 19 October, 19 and 28 November, 6, 8, and 14 December. 552. Concerning native affairs, we take the liberty in the first place, regarding 553. the Court of Kandy, to report humbly that the ordinary annual embassy of that Court arrived here on the 6th of this month, being composed of the Dessave of the Three and Four Korles Pilimetalauwe Ralehamy, the Attepattoo Mohotiaar Pattapelle Ralehamy, and the Mohandiram Niramoelle. At the first audience they handed the Governor the letter which is transmitted in copy among the appendices, and the ambassadors further had nothing else in mandatis, as appears from the notes kept of both the first and the farewell audience. They departed again on the 12th thereafter. 554. Since we have noted what is necessary concerning the contents of the aforesaid letter in our presently departing respectful secret writings, we humbly request permission to be allowed to refer thereto in this matter. 555. We have appointed the Fiscal Schreuder to the counter-embassy, and shall have the honor to present to Your High Mightinesses copies of the letter and instruction that are to be given to him on a further occasion. 556. The Madura Kingdom provides us with nothing remarkable to make special mention of here, except only that regarding the vexation caused to the Company's people at Kailpatnam, and of which mention was made hereinbefore in section 260, a complaint was lodged with the land regent, but no satisfactory answer has yet been received thereto. 557. The Danish merchant Verwijk contracted for some linens in this Kingdom last year, and upon the report given thereof by the Tuticorin officials, we ordered them by resolution of 31 May to make the necessary representations against it to the Court, if it were worth the trouble. This could not yet take place due to the absence of the Theuver or prince of Marrua; meanwhile the officials have since informed us that Verwijk now makes the purchase of his linens in the northern part of the Kingdom, and thus without noticeable prejudice to the Company, which gets its linens from the southern part. The Maldive Islands. 558. The letter from the Sultan of these islands, which was brought by his ordinary annual envoy, is transmitted in copy among the appendices, together with a copy of the answer given thereto, and of the memorandum of the return gift that was sent to him. 559. From these islands nine vessels arrived here and three at Gale during the past year, which sold their imported cowries to the Company, the quantity of which is noted hereinbefore in section 218. Company's Lands and subjects. 560. The short summary of the chenas which the inhabitants of Silau, Gale, and Mature requested permission to clear, are inserted in our resolutions of 15 and 18 January and 19 November last, whereby we have granted the requested permission thereto under the customary restrictions. 561. To several petitioners who requested diverse waste Company's lands, in Colombo, Gale, and Mature, as well as Silau districts, for development and cultivation, we have granted this, as appears from our resolutions dated 6 March, 8 May, 9 June, 9 July, 27 August, and 19 November. 562. To the Wanniya Nella Naatje, who passed away here on the 4th of this month, we have successively, for the maintenance of herself as well as of her husband, and for the benefit of her further
Dutch transcription
voor het gebruik van particu„ „liere tonies moeten worden be„ „taald; tot welker voorkoming ze ons voorgesteld hebben, voor twee kalpettische en een pute„ „langsche toni, 48. inlandsche mattroosen in vasten dienst te neemen, wijl daarmeede al het ordinaire werk, zoo van lossen en laaden, als het schoonhou¬ „den der fortificatien &:a, konde worden verrigt: hebben we ter sessie van den 14. Decem „ber beslooten, hun voorstel te approbeeren, temeer het getal van 48. inlandsche mattroosen niet te groot valt, wijl er alleen voor kalpetti 34. kop¬ „pen bij het reglement van den 11. aug: s 1758. zijn bepaald; en wij hebben den bedienden gelast, om an i „lik het 1680. „lijke bestellingen word het geen aan deeze Jnlandsche mattroosen word betaald, afte„ „schrijven op de hoofdgelden der kalpettische oeliammers. §551. Nopens eenige andere huijsselijke Nopens de verdere huijse bestellingen van minder belang, in refereerd aan de resolutien zoo deese hoofdplaats als de onderhoorige Cantooren betref. „fende, neemen we de vrijheid ons eerbiedig terefereeren aan onse resolutien van den 4. en 25. Januarij, 15. februarij, 2. 6. en 17. Maart, 5. 12. en 19. April, 8. 24. en 31. Maij, 9. en 19. Juni, 12. 20. en 26. Juli, 14. en 27. aug.: s , 4. en 11. Zber, 19. oktober, 19. en 28. Novem „ber, 6. 8: en 14. December. De Inlandsche zaaken § 552. betreffende gebruijken we de vrij an de Jnlandsche zaakenheid uwer Hoog Edelheden in de eerste plaats, nopens. 15 I Hof van Kandia sschap van het hof van 6553. nederig te bedeelen, dat het 'T Jaarlijks gezant gewoone Jaarlijks gezantschap over kandia is aangekoomen van dat Hof, den 6. deezer al„ door „hier aangekoomen is, zijnde brie bekleed bij den dessave der drie en vier korles Pilime¬ „talauwe Ralehamij, den atte„ „pattoe mohotiaar Pattapelle Ralehamij, en den mohandi „ram Niramoelle. Bij de eerste audientie hebben ze den Gouverneur ter hand ge„ to „steld de brief, die in Copia onder de bijlaagen overgaat, en hebben de gezanten voorts niet anders in mandatis ge„ had gelijk blijkt bij de ge¬ „houdene aanteekeningen, zoo van de eerste als van de afscheids bri audientie 1661 over den inhoud van den door hun medegebragte de sekreete afgaande brief aangeteekend. tot de Contra ambas: „sade benoemd. audientie. ze zijn den 12. daar „aan weder vertrokken. § 554. Wijl we over den inhoud van den voormelden brief, het brief is het nodige bij nodige bij onse tans afgaan „de eerbiedige secreete schrij „vens hebben aangeteekend, verzoeken we nederig ver„ „lof, ons in deezen daaraan temogen refereeren. §555. Wij hebben den fiscaal schreu de fiskaal schreuder der tot de Contra ambassade benoemd, en zullen de eer hebben Copijen van de brief en Jn„ „structie, die aan hem staan„ te worden meede gegeeven bij eene nadere geleegent„ heid uwen Hoog Edelheden aan te bieden. d ge §556. 'T Madureesche Rijk van het Madureesche rijk. Jaar in 't Marzuasche rijk eenige lijwaaten aanbesteed, en wat de tutukorijnsche be„ „dienden daar omtrent gelast is. geeft ons niets aanmerkelijks aan de hand om er hier eene speciaale melding van te maaken behalven alleen, dat wegens den overlast, aan sComp:s volk te kailpatnam aange „daan, en waarvan hier vooren §: 260. gesprooken is, bij den landregent klagte gemo „veerd, doch daarop tot nog geen voldoende antwoord ontfangen is. T Marruasche Rijk §557: De Deensche koopman Verwijk Verwijk heeft voorleden heeft voorleeden Jaar, in dit Rijk eenige lijwaaten aan besteed, en op het daarvan gegeeven bericht van door de tutukorijnsche bedienden hebben we hun bij resolutie Eil van 23 1662 Eilanden. van den 31. Maij gelast, om zoo het der moeijte waard was, daar „tegen de nodige vertoogen aan het Hof te doen. Dit heeft nog niet kunnen geschieden, mits de afweezigheid van den Theuver of vorst van Marrua, intusschen hebben de bedienden ons zeedert bedeeld, dat verwijk nu den inkoop van zijn lijwaaten doet in het noorderdeel van het Rijk en dus buiten merkelijk nadeel voor de Comp:, welke haare lijwaaten uijt het zuijder deel krijgt. De Maledivosche Eilanden. §558. De brief van den zultan deezer van de Maldivosche eilanden, die door zijn gewoone Jaarlijksche gezant is aange„ de „bragt, gaat in Copij onder„ bij „laagen 1559. Hoeveel, Maldivosche vaartuigen aangekomen zijn. tot het sjenas kappen is gegeven. laagen over, nevens Copij van het daarop gegeeven antwoord, en van de Memorie van het contra geschenk, dat aan hem is gezonden. Van deeze Eilanden zijn in het gepasseerde Jaar, alhier Negen W en te Gale drie vaartuijgen aan„ „gekomen, die hunne aange„ „bragte kauris aan de Compe verkogt hebben, waarvan de quantiteid hier voor 5. 218. is genoteerd. Compenies Landen en onderdaanen. § 560. De korte sommier van de Sjenas, Het verzogt verlof die de ingezeetenen van Silau Gale, en Mature verzogt hebben temogen kappen, zijn g'insereerd bij onse resolutien van den 15. en 3 1663 Aan verscheide verzoe „kers toegestaan 's Comp. s making. de verstrekkinge aan het wannetje Nella Naatje gedaan. en 18. Januarij en 19. November pass:o, waar bij we het ver „gegeven „zogte verlof daartoe „ hebben onder de gewoone restrictien. §561. Aan verschijde verzoekers, die diversche woest leggend Comp:s gronden ter bekwaam gronden, zoo in kolombosche gaalsche en Matureesche, als silausche, ter bekwaam maaking en bebouwing ver„ „zogt hebben, hebben we zulks toegestaan, blijkens onse resolutien de datis 6. Maart 8. Maij, 9. Juni, 9. Juli, 27. aug. s en 19. November. 1562. Aan het Wannetje Nella Naatje, die op den 4:' deezer alhier overleeden is, hebben we suc cessive, zoo tot onderhoud van haar als van haaren Man„ als ten behoeve van haare het verdere en
English
further family, to make such provisions to be reimbursed from her possessions in the Wanni, as appears from our resolutions of the 16. January, 6. March, 9. June, 12. July and 9. October, and for the securing of her possessions, we have issued such orders as stand recorded in our aforementioned resolution of the 9. June and in that of the 19. October; in the meantime, since the Wanni was brought under the management of the Company, her fields have been sown for the Company's account and the crops thereof kept as if in sequestration. 1664. The land regent further instructed to conduct an annual survey of certain cinnamon plantations. § 563. In order to be assured that the people who, upon obtaining offices, voluntarily obligated themselves to make plantations of cinnamon and other products, and also that others who obtained the Company's lands on similar conditions, faithfully fulfill the condition, we have, upon renovation and amplification of our resolution of the 30. December 1784, as appears from the resolution of the 6. March last, further instructed the land regents to have an annual survey made thereof, and to add to their reports each time a comparison of the latest survey against that of the previous year. The revenue of certain governor's pantry villages added to the cinnamon peelers of the villages of Kaloemodere, Morregalla and Kallimoelle. § 564. Whereas the cinnamon peelers of the villages of Kaloemodere, Morregalla and Kallimoelle, consisting of roughly 300 heads, usually had no further annual revenue from the village of Aloetgam accommodated to them than 3 to 4 parras of nelie in tithes and 12 rds in garden rights, the Governor has consented that to them, as appears from our resolution of the 12. April, has also been added the revenues from the governor's pantry villages of Tanneboddegamme, Morregodde and Toendoewe situated in the Galle part of the Wallallawitte Korle, of which the tithe 1665. The privileges granted to a certain weaver. right of the neli, in the last 10 years, has not amounted to more than from 20 to 50 parras of neli annually. 565. A certain weaver, who had crossed over from the Coromandel Coast to Jaffanapatnam, having offered to come and settle in the Colombo district alongside some of his companions, and to continue their weaving, we have, in consideration of the utility that this will bring to the Company and the country, accepted this, and granted to them, besides the necessary lands for dwelling and cultivation, also some privileges, such as exemption from burdens for some years and free exercise of religion, as appears from our resolutions of the 31. May and 9. October, whereby we also have advanced to them as a loan, against the interest of six percent per year, an amount of two thousand rds, in order to be able to establish themselves here with it, and to be repaid successively from the sale of their fabric. They have already arrived here and, by their diligent work, provide the best prospects. 1566. Whereas we could not put into execution our purpose to introduce the planting of neli on Ceylon according to our resolution of the 16. May 1786, 1666. Mr. Bonvoust qualified to negotiate with some farmers over the conditions and to transport them hither. approved in Your High Noblenesses' respected Letter of the 17. November following § 58, because we shortly thereafter had to place the team of Chinese that had been employed for that purpose on the ship Zeeland for want of sailors, and we besides found no suitable subjects for that purpose among the convicts, the Governor, during the presence here of Mr. Bonvoust, made known his desire that some farmers from the Coromandel Coast might come to settle here. Mr. de Bonvoust, having since returned to the Coast, informed the Governor that eight to ten families of farmers [illegible], who had some reasons for discontent, were resolved to come settle here with their residence, under such conditions as they had drawn up and delivered in writing. 1567. In the deliberation over these conditions, we have taken into consideration that these people, according to the report of Mr. Bonvoust, notwithstanding the reasons for discontent which 1667. they have, would not decide to leave their country on any other conditions; and that although they would cost the Company somewhat the first year, this will nevertheless not amount to as much as the maintenance of the team of Chinese whom we first wished to employ for that purpose; besides that the example of these people might at times have a favorable influence on others, which is certainly very desirable for Ceylon, where so many fine lands still lie waste that lack only cultivators to produce crops: and we have for that reason, and because we humbly hoped that Your High Noblenesses, who were so good as to approve the employment of the team of Chinese, will be pleased to take these lesser costs, through which so extraordinary a benefit is to be obtained, no less favorably, as appears from our resolution of the 7. September, qualified Mr. Bonvoust to negotiate further with the aforementioned farmers on the footing of their offer, and to transport them hither. We hope that they
Dutch transcription
verdere familie, zoodanige verstrekkingen laaten doen, om uijt haare bezittingen in de wannie te worden geresti „tueerd, als blijkt bij onse reso„ „lutien van den 16. Januarij 6. Maart, 9. Juni, 12. Juli en 9. oktober, en ter verzeeke „ring van haare bezittingen, hebben we zoodanige orders gesteld, als aangeteekende staan bij voorschr. onse reso¬ „lutie van den 9. Juni en bij die van den 19. oktober; ondertus„ „schen worden haare velden zedert dat de wanni onder de beheering van de Compe is gebragt, voor Comp: reeke „ning bezaaid en het gewasch daarvan als in sequestratie gehouden. Om plan 1664. de landregent en nader opgelegd om Jaar lijks een opneenste doe van de zekere kanneel plantagien. §563. Om verzeekerd teweezen, dat de luijden, die bij het obtineeren van bedieningen, zich vrijwillig verplicht hebben, tot het doen van aanplantingen van Can„ neel en andere producten, en ook dat andere, die op gelij „ke voorwaarde 'sComp:s gron„ „den verkreegen hebben, ge trouwelijk aan de Conditie voldoen, hebben we, bij reno „vatie en ampliatie van ons besluit van den 30. December 1784. , blijkens resolutie van den 6. Maart J:o leeden, den landregenten nader opgelegd, om Jaarlijks een opneem daar van te laaten doen, en bij hunnen berichten telkens tevoegen een vergelijk, van den laatsten opneem tegens dien van het voorig Jaar. Vermits de inkomste van zekere 's Gouver„ „jes aan de kanneel„ schillers van de dorpe „galle en kallimoelle toegevoegd. § 564. Vermits de Canneelschillers van de dorpen kaloemodere Morre „neurs dispensdorp „galla en kallimoelle bestaande omtrent, in 300. koppen, uijt het kaloemodere, Morre aan hun geaccommodeerd dorp Aloetgam, doorgaans Jaar, „lijks geen meer inkomsten hadden, dan 3. â 4. parras nelie aan tienden en 12. rd:s aan tuijns gerechtigheid, heeft de Goever„ neur er in bewilligt dat aan hun, blijkens onse resolutie van den 12. April nog is toegevoegd, de inkomsten van 's gouverneurs dispens dorpjes Tanneboddegamme, Morregodde en Toendoewe geleegen in het gaalsch ge¬ „deelte der Wallallawitte korle, waarvan de tiende gerechtigheid 1665. „ren wever toegestaan gerechtigheid der neli, in de laatste 10. Jaaren, niet meer heeft bedraagen dan van 20. tot 50. parras neli 'sjaars. 565. zeekere wever, die van de kust de vorrechten aan zeke kormandel, te Jaffenapatnam was overgekomen, aangebooden hebbende zich nevens nog eenige van zijne makkers, in het kolombosche dis„ „trict te komen nederzetten, en hunne weeverijen voort„ te zetten, hebben we uijt aan „merking van de nuttigheid die dat bij de aan de Comp. e en het land zal toebrengen zulks geaccepteerd, en aan hun behalven de nodige gronden ter woon en bebouwing, ook eenige voorrechten, gelijk wij „heid heid van lasten voor eenige Jaaren en vrije oeffening van Godsdienst, toegestaan, blij „kens onse resolutien van den 31. Maij en 9: oktober, waarbij wij hun nog, tegens den in „terest van ses p:r C.:o sjaars, ter leen hebben voorgeschre¬ ten een bedraagen van twee duijzend rd:s, ten einde zich daar door hier te kunnen in „richten, en om successive uijt den vertier van hun fabricq afbetaald te worden. ze zijn reets hier aangekomen en geeven door hun vlijtig wer¬ „ken, de beste vooruijtzigten. 1566. Wijl we ons oogmerk, om het planten van neli op Ceilon in tevoeren, volgens ons be„ „sluit 1666. De heer Bonvoust sluit van den 16. maij 1786. gequalificeert om met eenige landbou, geapprobeerd bij uwer Hoog wers over de voorwaarde Edelheden gerespecteerde te handelen en ze her„ Missive van den 17. November waards te transportee„ daar aan §. 58. niet hebben kunnen ter uijtvoer brengen, om dat we de ploeg sineesen die daar toe was g'emploijeerd, kort daaraan, bij gebrek van mattroosen, op het schip zee „land hadden moeten plaatsen, en we ook buijten dien daartoe onder de gecondemneerden geene geschikten onder „werpen gevonden hebben heeft de gouverneur, bij aanweezen alhier van den heer Bonvoust, zijn verlan„ „gen tekennen gegeeven, dat eenige land bouwers van de. ren vervolg de kust kormandel hier mogten komen stabileeren. De heer de Bonvoust, het zedert. op den kust, terug gekeerd, heeft aan den Gouverneur bedeeld, dat acht à tien familie Landbouwers/ van eam #m, die eenige reden van ongenoegen had„ „den, geresolveerd waren zich hier met er woon te koomen nederzetten, onder zoodanige voorwaarden, als ze schrif„ „telijk hadden opgesteld en overgegeeven. 1567. Bij de deliberatie over deeze voorwaarden, hebben we in aan „merking genomen, dat deeze luijden, volgens het bericht van den heer Bonvoust onaan„ „gezien de redenen van misnoegen„ die 1667 die ze hebben, op geene andere conditien zouden besluijten hun land teverlaaten; en dat schoon ze het eerste Jaar de Compenie wat zouden kosten, dit echter niet zoo hoog zal komen te staan, als het onderhoud van de ploeg si„ „neesen, die we eerst daartoe wilden gebruijken; behalven dat het voorbeeld van deeze luijden, zomtijds van eene gien„ „stige influenti op anderen zoude kunnen zijn, het welk zeekerlijk zeer wenschelijk is voor Ceilon, daar nog zoo veele schoone landen woest leggen, die het alleen aan bebouwers ontbreeken, om vrugten voorttebrengen: en hebben hebben we mits dien, en om dat we nedrig verhoopte dat uwe Hoog Edelheden, die zoo goed zijn geweest het emploij van de ploeg sineesen goedtekeuren, deeze mindere kosten, waar door een zoo uijt neemend nut teverkrijgen is, niet min gunstig zullen gelieven opte „neemen, blijkens onse reso„ „lutie van den 7. 7ber:, den heer Bonvoúst gequalifi¬ „ceerd, om met voormelde landbouwers verder, op den voet hunner aanbie „ding, te handelen en ze herwaarts te transpor¬ „teeren. We hoopen dat ze
English
1668. Description in the Jaffna region. they will soon arrive, and that we shall have just as much reason to be content with their labor as we are with that of the weavers mentioned hereinbefore. Section 568. Concerning the land and tree registration in the Jaffna territory, which for some time has not been able to be continued as had formerly been done, most recently in the book years 1754/5 and 1755/6, the Jaffna servants have proposed to us to have it taken in hand again by way of renovation of the tombo by the Majoraals and under oath, because to do so according to the instruction in our resolution of 29 October 1785, mentioned in our respectful letter of 28 January 1786, required too much time, and the Company would thereby remain deprived of the intended benefit for too long. Also, that the female jaggery trees along the border of the Vanni might remain exempt from taxes as of old, provided that the additional planted trees be purchased by the planters from the Company at 8 stuivers, because the inhabitants of that region paid no annual dues like those of the four Jaffna provinces; and that, in compiling the new land tombo, a certain reduction might be granted to the inhabitants of the said provinces and the inhabited islands on the compulsory delivery of the necessary timbers, laths, 1669 Some lascorin guard posts in the Galle Korale abolished. laths, and olas for the repair of the churches, resthouses, and elephant stables, and for fodder for the elephants. Section 569. By resolution of 8 May last, we agreed to all these proposals as tending to the benefit of the Company and of the inhabitants, but regarding the continuation of the surveying of the lands proposed at the same time by the servants, we ordered them to postpone that until the renovation of the land tombo, according to the proposal made by them, should be completed. Section 570. In consideration of the fact that in the Galle Korale many useless guard posts had been established which had to be occupied by lascorins, and the Company was thereby deprived of the service which these people could perform elsewhere with much greater utility, we instructed Chief Administrator Sluijsken and the Dessave Fretz, as having served for several years as overseer of the Galle Korale, by resolution of 11 August, to deliberate and provide their considerations as to whether some of those guard posts could not be abolished without causing any hindrance to the service; and upon their advice and indication, we have, as appears from the resolution of 9 October, abolished five unnecessary guard posts which 1670 The inhabitants of the Belligam Korale have proposed a canal cut through which the water from the river of Polwatte can be led into that of Mature. ordinarily are occupied by at least 1 kangaan and 6 lascorins. Section 571. The excavation undertaken in the Girreways, having demonstrated the possibility and utility of this work, has prompted the inhabitants of the Belligam Korale in the Mature district to propose a similar excavation, by which the water from the river of Polwatte can be led into that of Mature. They offered to labor on it themselves and to bear all the costs thereof; they only requested that the Company would have a dam built at a certain bridge, and surrender some rush lands in compensation to those inhabitants on whose land the excavation should fall. Upon the favorable report of the Galle servants that it would be of just as much utility to the Company as to the inhabitants; that the Company needed to provide nothing for the proposed dam except the materials, since the Moors of Belligam and the Belligam Korale had offered to supply the necessary labor force for it, and that the requested rush lands were of little importance and yielded practically no or very little profit, we have, 1673. by resolution of 9 October last, decided to grant our consent to both matters; and in order to assist the inhabitants so that this work may be well planned and executed, we have ordered the surveyor Toenander to survey the tract of land where the excavation must take place and to provide further necessary directions in that regard. Meanwhile, until now nothing but some preliminary arrangements have been able to be made for the execution of this useful work, and we shall also proceed no further with it until we know whether it meets with Your High Nobilities' favorable approval. The Mudaliyar of the Morrua Korale condemned to a certain fine, and why. approval that it be done. Section 572. Since it has appeared that the Mudaliyar of the Morrua Korale, ever since the Jaggery people who were pressed into peeling cinnamon in the year 1778 were excused from that work, had for up to three years demanded from them the quantity of iron which they had previously been obliged to deliver annually to the Company, and which obligation we, according to what was communicated in our respectful letter of 28 January 1780, had abolished for the aforementioned reason by our resolution of 26 January 1779; the Galle servants, upon the proposal of those of Mature, decided not only [illegible] the aforementioned obligation [illegible]
Dutch transcription
1668. beschrijving in het Jaffinasche. ze spoedig zullen overkomen, en dat we even zooveel reden zullen hebben, om met hun arbeid verge„ noegd te zijn, als we het zijn met dien van de wevers hier vooren gemeld. § 568. De Jaffanasche bedienden hebben Wegens de landen boom ons voorgesteld, om de land en boom „beschrijving in het Jaffanasche gebied, die zedert eenigen tijd niet heeft kunnen worden voort„ „gezet, zoo als eertijds was geschied en wel het laatst in de boek „ Jaaren 175. 4/5. en 175 5/6. weder te„ „laaten onder handen neemen, bij weege van renovatie der thombo„ door de Majoraals en onder eede, wijl om dat te doen; naar het voorschrift bij onse resolutie van den 29. oktober 1785. , vermeld bij onsen eerbiedigen van den 28. Jann. Jannuarij 1786. teveel tijds vereischte en de Comp: daar door van het bedoelde voordeel te lang ver„ „steeken zoude blijven; zoo meede dat de wijfjes Jagerboomen aan den boord der Wanni, als van ouds; van belastingen mogten bevrijd blijven, mits dat de meer„ „der aangeplante boomen, door de planters van de Compenie worden afgekogt tegens 8: stuijv:s om dat de inwoonders aan die streek geene Jaarlijksche ren „ten ofbragten, gelijk die van de vier Jaffanasche provintien; en dat bij het formeeren van de nieuwe landtombo, aan de ingezeetenen van gem. pro„ „ventien en de bewoonde Eilan „den, op de verplichte leeve„ „rantie van de nodige houten, latten 1669 eenige laskorijns wachtposten in de Gale korle ingetrokken. latten, en olas tot de reparatie der kerken rusthuijsen en Elephants stallen, en tot voeder voor de Elephanten, zeker afslag mogte worden toegestaan. §569. We hebben bij resolutie van den 8. Maij pass:o alle deeze propo„ „sitien, als strekkende ten voordeele van de Comp. . en niet der ingezeetenen, geaccor „deerd, doch nopens de teffens door de bedienden gepropo„ „neerde voortzetting, van de meeting der landen, hun aan¬ „bevoolen, om dat uijt te stellen dat de renovatie der land tombo, naar den door hun gedaanen voorstel, zoude zijn afgeloopen: 1570. uijt aanmerking dat er in de gale korle, veele nutte loose wachtposten ingesteld zijn zijn die door laskorijns moesten worden bezet, en de Comp: daar door den dienst kwam temis„ „sen, die deeze luijden elders en met vrij meer nut konden de verrigten, hebben wij bij resolu de hebb een „tie van den 11. aug: s, den hoofda door „ministrateur sluijsken en des revier : in die „save Fretz, als verschijde kan Jaaren den dienst van opzien „der der Gale korle gefungeerd hebbende opgedraagen, om te overleggen en van hunne Consideratien te dienen, of niet eenige van die wacht„ „posten zouden kunnen worden ingetrokken, zonder eenig hig „der aan den dienst toete brengen; en op hun advies¬ en aanwijzing, hebben we blij„ „kens resolutie van den 9. oktober vijf onnodige wachtposten die 1670 de Belligamkorle hebben geproponeerd een doorgraving waar door het water uit de revier van Polwatte in die van Mature kan geleid worden. die ordinair met ten minsten 1. kangaan en 6. laskorijns wor„ „den bezet, ingetrokken. §571: De ondernoomene doorgraa de ingezeetenen van „ving in de girrewaijs, de moge „lykheid en nuttigheid van dit werk aan den dag gelegd heb„ „bende, heeft zulks de ingezee„ „tenen van de Belligamkorle in het Matureesch district opgewakt, om eene ziergelijke doorgraaving, waar door het water uijt de rivier van Pol„ watte in die van Mature kan geleijd worden, te proponeeren: zij booden aan zelfs daaraan te arbijden en alle de kosten daarvan te draagen; alleen ver„ „zogten ze dat de Comp:e een beer aan zeekere brug wilde laaten maaken, en aan zulke ingezetene ad ingezeetenen, op wier grond de doorgraaving zoude vallen, eenige bieslanden in vergoe„ „ding afstaan. We hebben op de favorabele voordragt van de gaalsche bedienden, dat het tot even veel nuet zoude strekken voor de Compe, als voor de ingezee¬ „tenen; dat de Comp:e tot de voorgestelde beer niet dan de materiaalen behoefde teverschaffen, wijl de mooren van Belligam en de belli „Korle „gam „ hadden aangebooden, daartoe het benodigde arbeijds volk te leeveren, en dat de verzogte bieslanden van wijnig belang waren, en genoegzaam geen of zeer wijnig voordeel aanbragten: bij 1673. bij resolutie van den 9. oktober pass:o beslooten, tot het een en ander onse toestemming te geeven; en om de ingezeetenen terecht te helpen, op dat dit werk wel aangelegd en uijt„ gevoerd word, hebben weden landmeeter Toenander ge„ „last, de landstreek, waar de doorgraaving moet ge „schieden, op teneemen en daaromtrent verder de nodige aanwijzingen te „doen. Tot de uitvoering van dit nuttig werk, hebben intusschen tot nog toe niet dan eenige voorloopende „schikkingen kunnen worden gemaakt en we zullen ook daar mede nu niet verder voortgaan, tot dat we weeten of het van uw Hoog Edelheden gunstige Morruakorle ge„ „condemneerd in ze „kere boete en waarom. gunstige goedkeuring zij dat het geschied. ƒ 572. Wijl het gebleeken is, dat de modliaar van de Morruakorle de Modliaar van de zedert dat de Jagereros, die in het Jaar 1778. tot het schil„ „len van Canneel waren ge „prest, van dat werk zijn ge excuseerd, tot drie Jaaren toe, van hun had ingevorderd de quantiteit ijzer, die ze te „vooren verpligt waren geweest aan de Comp:s Jaarlijks te leeveren. en welke verplichting we vol„ „gens het bedeelde bij onsen eerbiedigen van den 28. Janu„ „arij 1780, ter zaake voorschr: bij onse resolutie van den 26. het Januarij 1779. hadden inge trokken; hebben de gaalschelijk bedienden, op den voorstel. gezon van dien van Mature, besloo„ „ten, niet alleen de de voorschr. „wee gepu waar verplichting graa a
English
whereby the forbidden degrees of marriage are pointed out, sent to the Wanni to be published. obligation, amounting annually to 675 lb of iron, but also to compel the aforementioned Modliaar, who had not accounted to the Company for the three-year obligation collected, to do so, and furthermore to sentence him on that account to a fine of 25 rds for the benefit of the Matura Diaconate; and this disposition of the Galle servants we approved by our resolution of the 11th of September past. Section 573. Commandant Nagel has made known that the inhabitants of the Wanni have 3 to 4 wives at the same time in marriage, whom they abandon again as they see fit, and that the women do likewise, which gives rise to many disputes concerning the division of inheritances, with the request that we might make the necessary provision against this. And we have accordingly, as appears from our resolution of the 12th of July, sent to him the advertisement of the 5th of June 1773, whereby the forbidden degrees in marriage are pointed out, to be published and posted in the Wanni; with orders, however, not to make any inquiry into the past except out of necessity, and only when complaints were lodged about it, and that in this case he should try to arrange matters in such a way that the inhabitants were gradually guided to regulate themselves in their marriages in accordance with our statutes. A quantity of paddy lent to the farmers of the Wanni for seed corn. Section 584. Upon the request of the farmers in the Wanni to lend them the necessary seed corn in order to be able to sow their fields, as they had none of it left, having lost their previous harvest due to the severe drought; we have, upon the assurance of Commandant Nagel that this could be done without fear of loss, since it is returned again when the harvest turns out well, whereas otherwise the fields would have to remain unsown and the Company would lose its tithe rights, as appears from the resolution of the 31st of August, authorized the same to lend up to two thousand parras of paddy to the inhabitants for seed corn. The Korlepattoe in the Batticaloa territory surveyed. Section 52. The Korlepattoe in the Batticaloa territory has, upon the proposal made to that end by the Batticaloa servants, as appears from our resolution of the 19th of April, since been surveyed by the sergeant and former postholder at Vendeloos Bay, and the servants have sent us the report thereof, with some proposals to place the administration of the country on a better footing, as the arable lands there were incomparably more fertile than in the Batticaloa district, without the Company having yet derived the slightest advantage from it, although they declared that they did not know the reasons why, after the Company had conquered that district, the obligation of the tithes of the crops and of the oeli service were not introduced. However, as this matter required a closer and clearer inquiry in order not to make a mistake in the arrangements that must be made in that regard, we have provisionally, as appears from the resolution of the 11th of September, appointed another head over the aforementioned district, and suspended further disposition until the receipt of a more complete report. The decision of the Batticaloa servants to have the mountains adjoining the province of Akkrepattoe surveyed, approved. Section 576. The Batticaloa servants having decided to have the mountains that adjoin the province of Akkrepattoe—and which according to reports received are said to be a considerably extensive and fertile tract of land, bordering on the land of Ouwa and inhabited by Sinhalese and Veddas—surveyed, because they yielded abundant paddy and other grains, and much wax is also collected there, from which the head of Akkrepattoe had hitherto drawn the revenues, because the previous chiefs were incorrectly informed that the greatest part of that tract of land was situated within the King's limits: we have approved this decision by our resolution of the 9th of October last. The chief of Batticaloa has made himself highly meritorious. Speaking of Batticaloa, we cannot pass by doing justice to the chief, the Junior Merchant Burnant, by testifying of him here with praise that by his untiring zeal for the promotion of agriculture in that district he has made himself highly meritorious. The Company's dues in Batticaloa have this year amounted to 27801 parras, which is unexampled, and he gives us well-founded hope that, through the good order introduced by him in that district, it will turn out even better this year. We have thereby been enabled to supply Trincomalee with this paddy received in Batticaloa, and with a parcel of paddy which we have also had purchased there, for a large part of the necessary grains. Private individuals have also exported a parcel of paddy to Trincomalee from the Batticaloa district for the convenience of the community there, and the entire exported quantity of paddy there has amounted to six hundred lasts. In order to stimulate the desire of the farmer there more and more, we have, upon the proposal of the said chief, resolved to grant the inhabitants the free export of grain to Trincomalee and Jaffna, until such time
Dutch transcription
1672. waarbij de verbodene graaden in de huwe „weezen na de wanni gepubliceerd. verplichting, bedraagende 'sjaars 675: lb: ijzer, weder te „introduceeren, maar ook den voorschr: Modliaar, die de ingevorderde drie jaarige verplichting aan de Comp. e niet had verantwoord, daar toe tenoodzaaken en hem boven dien derwegens te Condem „neeren in eene boete van 25. rd„s, ten behoeve van de Matu „reesche Diaconia; en deeze dispositie van de gaalsche bedienden, hebben we geappro„ „beerd bij onse resolutie van den 11: 7ber: passato. §. 573. De Commandant Nagel heeft het advertissement te kennen gegeeven, dat de in gezeetenen van de Wannie tef lijken worden aange„fens 3. â 4. vrouwen ten huwe gezonden om te worden„ lijk hebben die ze naar goed „vinden weder verlaaten, en 2 en dat de vrouwen het meede zoo doen, waar door er veele ver„ „schillen over de deeling der naalaatenschappen ontstaan met verzoek dat we daar te „gen de nodige voorziening mogten doen. En we hebben mits dien, blijkens onse resolutie van den 12. Juli het advertissement van den 5. Juni 1773. , waar bij de verboodene graaden in de huwelijken worden aange „weezen, aan hem toegezon „den, om in de Wanni teworden gepubliceerd en geaffigeerd; met last nochtans. om geen onderzoek te doen op het voorleedene buijten nood„ „zaakelijkheid, en niet dan wanneer daar over klagten wierden 1673 een quantiteit nelie aan de landbouwers „de wanni geleend tot Zaadkoorn. wierden ingebragt, en dat hij in dit geval het zoodanig moest zien te schikken, dat de ingezeetenen gaande weg daar „heenen wierden geleid, om zich in hunne huwelijken terichten, overeenkomstig met onze inzettingen. §584: Op het verzoek van de land„ „bouwers in de wanni, om hun het nodige zaadkoorn te leenen, ten einde hunne velden te kunnen bezaaijen wijl ze daarvan niets over hadden, als hebben hun voo „rige oegst door de zwaare droogte verlooren; hebben we, op de verzeekering van den kommandant Nagel„ dat dit buiten bedugting voor schaade kon geschieden wijl het wanneer de oegst wel het Battikaloa„ „sche opgenoomen. wel uitvalt weeder word ge„ „restitueerd, daar anderzints de velden onbezaaijd zouden moeten blijven, en de komp„ haare tiende gerechtigheid zoude verliesen, blijkens re„ „soluutsie van den 31. aug:s, den „zelven gequalificeerd, om tot twee duizend parras neli toe, aan de ingezeete „nen tot, zaadkoorn uitte„ „leenen. De korlepattoe in §52: De korlepattoe in het Batti„ „kaloasche gebied, is op de daar toe gedaane proposietsi door de Battikaloasche be„ „dienden, blijkens onze reso„ „luutsie van den 19. April het zedert door den serge„ „ant en geweezene posthou„ „der aan de vendeloose baaij opgenoomen en hebben de be¬ „dienden 1674. dienden ons het rapport daar van overgezonden, met eenige proposietsien om het lands „bestier op eenen beeteren voet te brengen, wijl de Zaaijlan „den aldaar ongelijk vrugt „baarder waaren, dan in het pattukaloasche, zonder dat de kompenie daar van noch het geringste voordeel had getrokken, hoewel ze betuijg „den de reedenen niet te„ „weeten, waarom in dat landschap, naa dat de komp:e het geconquesteerd had, niet zijn ingevoerd de verplichting van de tienden van het gewasch en van den oelidienst. Wijl echter dit stuk een nader en duijdelijker onderzoek vereischte Het besluijt van de Battikaloasche be„ „diend enden om de gebergtens aan de provintie Akkre„ „pattoer te laaten op„ „neemen, geapprobeerd. vereischte, om in de schikkin„ „gen die daaromtrent moe= „ten gemaakt worden, niet mis te tassen, hebben we bij provisie, blijkens resoluutsie van den 11:' 7ber, een ander hoofd over het voorschreeve landschap aangesteld, en de verdere disposietsie gesurcheerd, tot den ontvang van een vollediger bericht. §576. De Battikaloasche bedienden beslooten hebbende, om de ge„ „bergtens bu###e die aan de provintsie akkrepattoe gedaan, en volgens ingekoomene be rechten, eene aanzienelijke uitgestrekte en vrugtbaare land streek zoude zijn, gren sende aan het land van ouwa en bewoond door singaleese 1675 57. 5587 singaleesen en weddassen, te laaten opneemen, wijl ze overvloedig nelie en andere graanen gaven, en er ook veel waks ingeza meld word, waar van het hoofd van Akkrepattoe tot nog toe de revenuen hadde getrokken, door dien de voorige opperhoofden kwaa lijk waaren onderrigt, dat het grootste gedeelte van die lanstreek, binnen 'sko nings limieten geleegen was: hebben we dit besluit geapprobeerd, bij onze resolutie van den 9. oktober Joleeden. Van Battikalo spreekende kunnen wij niet voor bij om aan het opperhoofd den onderkoopman Burnant het battikalva heeft zig ten hoogsten verdien„ stelijk gemaakt. het opperhoofd van het regt te doen, van hier van hem met lof te moeten getuigen, dat hij door zijn onvermoeiden iever ter bevordering van de land „bouw in dat landschap zich ten hoogsten verdiens. telijk heeft gemaakt. 'skomp:s gerechtigheid in het Batti„ „kalose heeft dit Jaar be „dragen 27801 –. — parr:s het geen, buiten voorbeeld is, en hij geeft ons gegronde hoop„ dat het door de goede ordre in dat landschap door hem ingevoert, dit Jaar nog beeter uitvallen zal, we zijn hier door in staat gesteld Trinke „nomale met deeze te Batti kalo ingekoomene Nelie en met een partij nelie die we 1676 we daar nog hebben doen in koopen voor een groot gedeelte van de noodige graanen te voorzien. Partikulieren heb„ „ben ook een partij nelie na Trinkenomale uit het Batti „kalose uitgevoert tot gerief van de gemeente aldaar, en heeft de geheele uitgevoerde kwanliteit nelie aldaar bedraagen ses honderd las„ „ten. Om de lust van den landbouwer aldaar meer en meer op tewekken, hebben op de voordragt van ge „melde opperhoofd beslooten, aan de ingezeetenen toe te „staan den vrijen uitvoer van graan en na Trinkeno„ male en Jaffena, tot zoo lange
English
Indication of the gifts account as long as the price of paddy there does not rise higher than 15 stuivers the parra. Section 578. Regarding the remaining entries relating to this main part, we take the liberty, on account of their lesser importance, to refer respectfully to our resolutions of 9, 16, and 18 January, 6 March, 5 April, 1 June, 12 and 20 July, 11 December, and 19 October. The Gifts Section 579. Those which had to be made to the indigenous princes, to the land regent of Tirnevelli, and the Chancellor of the Theuver, are mentioned in our resolution of 6 March, 12 April, 2 August, and 6 December. Section 580. We take the liberty, as usual, to place below a brief indication of the total of the Gifts account in the latest financial year. Here. To the king of Kandia: ƒ23083. 1. — The Company's envoy and scribe: ƒ2052. 9. — The Kandian envoys and retinue: ƒ9885. 16. — The Maldivian sultan: ƒ113. 4. — At Colombo: ƒ35134. 10.— Carried forward: ƒ35134. 10.— At Jaffanapatnam To the Elephant servants: ƒ3669. 11. — At Gale To the Maldivian sultan: [illegible] At Tutukorijn To the merchants on the first day of the year: ƒ1242. 8. — To the land regent of the Madurese lowlands: ƒ230. 5. — To the Chancellor of the Theuver: [illegible] To the king of Trevankoor: ƒ1472. 5. 8. At Trinkenomaale To the Tamblegam and Koetjaar chiefs: [illegible] Together: ƒ40276. 6. 8. In 1785/6 the gifts amounted to: ƒ57564. 9. 4. Thus the last year less: ƒ17288. 2. 4. Foreign Nations What provisions to make to the French ships in the future. Section 581. Whereas the Right Honourable Gentlemen Seventeen, upon the report given by us to the same by letter of 18 March 1786, stating that upon the assurance of some captains of French king's ships and of the Government of Pondicheri that a further arrangement had been made between the mutual governments in Europe concerning the continuation of the provisions to the king's ships, we had resolved provisionally, and until further elucidated regarding this, to allow all king's ships to be provided with what is necessary; by their most respected missive of 28 December 1786 have pleased to observe that no such arrangement has taken place, and that as the credit given to the French had taken its origin from the circumstances of the war, it was self-evident that now that the cause of that credit giving ceases, the same can no longer take place at present; thus we resolved on 6 December past to let only the provisions, which were then being made at Trinkenomale to the king's ship Astrea, continue on the former footing, but otherwise in the future to make no other provisions to the French ships than only such without which they would not be able to proceed on their voyage, and which, consequently, could not be refused without giving offence; and to give notice thereof in the most courteous manner to the Government at Pondicheri, with the request to inform the captains of the king's ships thereof, so that they may guide themselves accordingly in the future. Two bills sent to the Netherlands. Section 582. Meanwhile, with our latest return ships the Doggersbank and Dordrecht, we have sent to the Netherlands two bills of exchange drawn by the Government of Pondicheri on the Royal Treasury of the Navy and of the Colonies in Paris, the one The French account is closed and sent to Pondicheri. amounting to forty thousand and the other ten thousand livres tournois, which were sent to us to serve in reduction of the provisions granted to the Agent Merlier, according to the report in our respectful missive of 30 January past; and the remainder of these provisions was refunded here in cash into the Company's treasury by the said agent, as appears from the resolution of 14 December last. Section 583. Of the remaining provisions, successively made to the king's ships, both on Ceylon and at Koetsiem and Soeratta, the account was closed under date of 18 December past, with a balance amounting to ƒ15243. 19 sent to Pondicherie, and we have requested the Government there to procure bills of exchange for us for that amount, for transmission to the Netherlands. A copy of the said account accompanies the annexes of this, for the esteemed consideration of your High Honours, and we shall send the bills that we are to receive for it to Europe with the ship the Maria. Private Navigation and Trade. Section 584. The private navigation and trade giving no matter for treatment, we proceed to: The Servants The recruitment of Javanese children for the establishment of the Company land militia has had no result. Section 585. According to the report in our respectful missive of 30 January past, sections 311 and 312, that we intended to establish a company of land militia from the Javanese children born here in this country, we authorized, by resolution of 15 February, the son of the deceased Captain Sassera Ningare, who had offered to do the recruiting for it, to recruit 100 heads, and we would then have appointed him Captain over them, and taken the further officers from other eastern companies; but this recruitment had no result, as no one wished to engage on other conditions than those of the regular eastern troops.
Dutch transcription
Aanwijzing van de reekening der schenker„ „gie lange de prijs van de nelie aldaar niet hooger stijgs dan 15. stuijv. s de parra. §578 Nopens de overige posten, relatie hebbende tot dit hoofddeel, neemen we de vrijheid, mits de mindere aangeleegent. „heid daar van ons eerbiedig te refereeren aan onze reso„ „luitsien van den 9. e 16. en 18. Janúarij, 6. Maart, 5. April 1. Juni, 12. en 20. Juli 11:e xber: en 19. oktober. De Geschenken §579. die aan de inlandsche vorsten aan den landregent van Tirne „velli en den Cancelier van den Theuver, hebben moe„ „ten worden gedaan, zijn ver „meld bij onse resolutie van den 6. Maart, 12. April, 2. aug. s en 1672 167 en 6. December.. § 580. Wij gebruijken de vrijheid, om naar gewoonte, eene korte aan„ wijzing van het beloop der reekening van Schenka „gie, in het Jongste boek Jaar, hier onder te plaatsen. Alhier. Aan den koning van kan„ dia - - - - ƒ23083. 1. — „skompenies ge „zant en scriba - - - „ 2052. 9. — „ de kandiasche gezanten en gevolg „ 9885. 46. — den Maldivo. „schen zultan. -„ 113. 4. — Te ld. - - ƒ 35134. 10.— Die Transporteere „ 29 677 Te Iaffenapatnam Aan den Elephants bedienden „ 3669. 11. je Gale Aan den Maldivoschen sultan-- - Te Tutukorijn Aan de kooplieden op den eersten dag van het Jaar - - - - - ƒ1242- 8. Aan den landregent der Madureesche beneeden landen - „ 230. 5. — Aan den Cancelier van den Cheuver Aan den koning van Trevankoor - - „ -. -. - „ 1472. 5. 8. je Trinkenomaale Aan de Tamblegamsche en koetjaarsche hoofden - - „ Tezaamen ƒ40276. 6. 8. In 1785/6. bedroegen de geschenken - - - - „ 57564. 9. 4. Dus 't laatste Jaar minder ƒ17288. 2. 4. Vreemde Natien §: 501: Vermits de wel Edele Hoog „ —. —. — Per Transport - - ƒ35134. 10. achtb. — --„ —:–— 1678 Achtb: Heeren Zeventienen, op welke verstrek kin„ gen in den aanstaan „ het door ons aan hoogdezelven de aan de franse bij brive van den 18. Maart 1786. schepen te doen. gegeeven bezicht, dat we op de verzeekeering van eenige Ca „pitains van fransche konings schepen en van 't Gouvernement van Pondicheri, dat er een nader arrangement tusschen de weder Zijdsche gouverne „menten in Europa was ge „maakt, wegens de Continu„ „atie van de verstrekking aan de konings scheepen, beslooten hadden om bij provisie, en tot dat men daaromtrent nader zoude g'elucideerd weezen, aan alle konings schee„ „pen het benodigde telaaten verstrekken; bij hoogst der„ „zelver zeer gerespecteerde missive van den 28. xber: 1786. hebben gelieven aantemerken dat dat er geen zulk een avange „ment plaats heeft en dat gelijk het gegeeven Credies aan de franschen, zijn oorsprong geno„ „men had uijt de omstandig„ heden van den oorlog, het dus van zelfs sprak, dat nu de oorzaak van die Crediet gee„ „ving ophoud, dezelve tans niet meer plaats kan hebben zoo hebben we op den 6. decembe pass. o beslooten, om alleen de ver „strekkingen, die te Trinkeno. „male aan het koning schip Astrea toen gedaan wierden op den voorigen voet te laaten Continueeren, doch voor het overige in den aanstaande geene andere verstrekkingen aan de fransche scheepen te „doen, dan alleen zoodanige zonder dewelken ze hunne rijse 1679 Twe wissels na neder, land gesonden. ryze niet zouden kunnen vervorderen, en die men mits dien, zonder aanstoot te geeven niet zoude kunnen wijgeren en daarvan op de bestroeglijk. „ste wijse, aan het Gouverne„ „ment te Pondicherijken „nis te geeven, met verzoek om de Capitains van 's konings scheepen daar van te informee „ren, op dat ze zich in 't vervolg daar naar mochten richten: §. 582. Inmiddens hebben we met onse laatste retourscheepe de Doggersbank en Dordrecht na Nederland gezonden twee wissels, door het Gouverne„ „ment van Pondicheri ge„ „trokken op de koninglyke tie saurie van de Marine en der Colonien te Parif, de eene groot de franse reek: is ge sloote na pondeclierij gezonden groot veertig duijsend en de andere tienduijsend livres tournouis, die ons zijn toege „zonden, om te dienen in min „dering van de verstrekkin „gen, die volgens het bedeelde bij onsen eerbiedigen van den 30. Januarij pass:o, aan den Agent Merlier zijn toegestaan; en het restant van deeze verstrekkinge is door gemelte agent blijkens resolutie van den 14. december J:o leeden, alhier Contant in 'sComp:s Cas geresti„ „tueerd. §. 583. Van de overige verstrekkingen, successive gedaan aan de konings scheepen, zoo wel op Ceilon als te koetsiem en Soeratta, is de reekening afgeslooten, onder dato 18. xber. pass:o 1680. van de particuliere pass:o met een zal do groot ƒ15243. 19: na Pondicherie gezonden, en we hebben het Gouvernement aldaar verzogt, om ons daar voor wissels te bezorgen, ter verzending na Nederland. Eene Copij van gemelte reek: verzeld de bijlaagen deezes, ter g'eerde speculatie van uwe Hoog Edelheeden, en we zullen de die wissels we daar voor staan te ontfangen, met het schip de Maria na Europa zenden. §: 504. De Particuliere Vaart en Handel. vaart en handel geene stoffe tot verhandeling geevende, gaan we over tot. De Dienaaren §. 585. Volgens het bedeelde bij onsen eerbiedigen van den 30. Januarij pass:o §: 311. en 312. dat we de aanwerving van Ja„ vanse kinderen tot oprichting van de komp:e landmilie heeft geen gevolg geliad we voorneemens waren eene Compenie landmilitie op „terichten, van de Javaansche kinderen hier te lande ge„ „booren, hebben we bij resolu„ „zie van den 15. februarij, den zoon van den overleeden Capi„ „tain Sassera Ningare, die aangebooden had de werving daar toe te doen, gequalifi„ „ceerd om 100. koppen aante „werven, en we zouden hem dan daarover tot Capitain aangesteld, en de verdere offi„ „cieren uijt andere oorstersche compence genomen hebben; maar deeze aanwerving heeft geen gevolg gehad, wijl zich niemand wilde en gageeren, op andere kon„ „dietsien dan die derge„ „woone oostersche troupen. a