VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3789

Ceylon · 954 pages · 112 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3789_0516 view scan ↗

English

The tawelangs lease at Trinkonomale farmed out de novo, with the exception of the provisions included under that lease. ...a custom claimed therein by the lessee to contribute the duty of three duijten per parra, requesting therefore to be permitted in the future to suffice with giving a tenth of the harvest for duty. The Governor, in order to accommodate these poor people, determined this duty at a fifth part of the harvest, with which they are very well satisfied, and we have confirmed that determination by resolution of 24 Maij passato. Section 334. The servants at Trinkenomale have, as appears from the record in the resolution of 12 Juli, proposed to us that, at the leasing of the Company's domains for this book year, the tax on the import of all provisions should be excused, because thereby, in these very expensive times, the inhabitants were excessively burdened. But because this proposal was made somewhat too indefinitely, we requested clarification from them as to which leases they intended thereby. To this they replied that it was actually the tawelangs lease which they deemed necessary to be revoked for the present; but since it was not to be presumed that they would desire all the articles belonging under the tawelangs lease to be exempted from paying the tax, we ordered them, as appears by resolution of 27 August passato, to state to us specifically which articles of food should be exempted from the lease. Section 335. Upon their further report that they had understood thereby all foodstuffs belonging under the tawelangs lease, such as horned cattle and poultry, butter, coconuts, fruits, and suchlike, grains excepted: we decided by resolution of 9 October last to exempt, provisionally and for as long as the dearness continues there, the provisions included under the tawelangs lease from the toll that is otherwise paid for them; and we have consequently authorized the servants to have this lease farmed out de novo with that exception. Fish and betel leases left unleased for this book year. Section 336. Also, provisionally and until the grievances of the Mannar Parruas should be investigated, we resolved in the session of 20 Juli passato to leave the fish and betel leases of Mannaar unleased for this book year. The Jaffanapatnam servants are ordered to conform in the leasing of the Company's domains in the Wanni to the instructions of Their High Nobilities. Section 337. Pursuant to what was noted in our respectful letter of 30 Januarij passato Section 126, that we would make a further arrangement regarding the leasing of the Company's domains in the Wanni, we have, as appears from the resolution of 24 Juli subsequent thereto, recommended the servants at Jaffanapatnam to make an arrangement regarding this after taking the advice of Commander Nagel; and since then they have been ordered, as appears from the record above in Section 34, to conform therein to the instructions of Your High Nobilities in the very respected missive of 31 Juli passato. Upon the complaint of the Trinkonomaale fish lessee, the Chief Van Senden is ordered to conduct an investigation. Section 338. Because the complaints of the Trinkonomaale fish lessee—that various fishermen there, instead of going to sea to fish, were earning their living by cutting wood on shore—caused us to suspect that the introduced rate of the fish lease there possibly gave rise to some hardship, and that if the fishery were not properly continued and encouraged, the community would suffer much inconvenience thereby, because foodstuffs are currently scarce besides, and this scarcity would thus be further increased if less fish were caught; and because our intention, in taking the resolution on 9 Maij 1786 to have the fishery within the bay of Trinkonomaale leased out, was not to make the fishermen contribute anything beyond what they were of old accustomed to contribute, we resolved by resolution of 7 August passato to write to the Trinkonomaale Chief Van Senden in a separate letter, to conduct the necessary investigation in this regard, with the recommendation that, in case he should find that the fish lease there was really too high and that this gave occasion to divert the fishermen from the catch, he report to us conscientiously what changes and reductions he deemed necessary therein. With the report received thereon. Section 339. Thereupon the Chief Van Senden reported to us that the fishermen there had previously been obligated to unload and load the Company's ships and vessels, daily to provide fish to the Chief and the Commander of the garrison, and also to carry letters to Battikaloa and Jaffanapatnam; but that now, being required according to the lease condition to give up 25 per cent of the fish, which had since been reduced to 20 per cent, most fishermen therefore abandoned their livelihood to switch to woodcutting: wherefore...

Dutch transcription

De tawelangs pacht te Trinkonomale de novo verpacht, met uitzon. 4 een door de pagter daar in gevorderde gewoonte de gerechtigheid van drie duij„ „ten per parra opte brengen verzoekende derhalven in het vervolg temogen volstaan, met een tiende van de in „zaameling voor gerechtig„ heid tegeeven. De Gouverneur heeft om deeze Schaamele lieden tegemoet te komen, deeze gerechtigheid bepaald op een vijfde deel van den inzaam, waarmeede ze zeer te vreeden zijn, en we hebben die bepaaling geconfir„ „meerd bij resolutie van den 24. Maij passato. §: 334 De bedienden te Trinkeno male hebben ons, blijkens het aangeteekende bij resolu dering tie 8 1524. dering van de levens pacht begreepen zijn tie van den 12. Juli, voorge„ middelen, die onder die steld, om bij de verpachting van 's Comp:s domainen voor dit boekjaar, de pacht op den invoer van alle leevens „middelen te excuseeren, wijl daar door, in deezen zeer duuren tijd, de ingezeete „nen te veel gedrukt wierden; Doch wijl dit voorstel wat al te onbepaald was gedaan hebben we van hun ophelde „ring gevraagd, welke pach„ „ten ze daarbij hebben be„ „doeld. Hierop antwoordden ze, dat het eigentlijk de tawelangs pacht was, die ze nodig oordeelden dat voor eerst ingetrokken wier „den, maar vermits het niet te presumeeren was, dat ze zouden begeeren dat alle alle de artikulen, behooren „de onder de tawelangs pach van het betaalen van pacht bevrijd wierden, hebben we hun, blijkens resolutie van den 27. aug:s pass:o, gelast om ons speciaalijk opte „geeven welke articulen van leevensmiddelen, van de pacht zouden behooren te worden ontheeven. §. 335. Op hun nader bericht, dat ze daar door hadden begree „pen alle mond behoeften die onder de tawelangs pacht gehooren, als hoorn en pluim vee, boter klappers, vrugten en wesmeer, uijtgezon „derd de graanen: hebben we bi resolutie van den 9. oktober Joleeden beslooten, om bij de provisie 1525. de vischen betelpachten „pacht gelaaten: provisie en tot zoo lange de duur te aldaar aanhoud, de leevensmiddelen, die onder de tawelangs pacht begreepen zijn, te ontheffen van den tol, welke anders daarvoor word betaald, en we hebben mits dien den bedienden ge„ „qualificeerd, om deeze pacht de novo met die uijt zonde„ „ring te laaten verpachten. §. 336. Ook hebben we bij provisie, en tot dat de beswaarnissen voor dit boekjaar onver van de Mannaarsche par„ „ruas zouden onderzogt zijn, ter sessie van den 20. Juli pass:o beslooten, om de vischen betel pachten van Mannaar voor dit boekjaar onverpacht te laaten. Ingevolge. De Jaffenase bedienden, zijn gelast om in de verpach „ting van 's Comp:s domainen in de warmi zich te rig „ten naar Hunne Hoog Edelheeden aanschrijvens. §. 337. Ingevolge het genoteerde bij onsen eerbiedigen van den 30. Januarij pass. o §. 126. dat we eene nadere schik „king zouden maaken, om „trent de verpachting van 's Comp.:s Domainen in de wanni, hebben we blij„ „kens resolutie van den 24. Juli daaraan, den bedien¬ „den te Jaffanapatnam aanbevoolen, om naa inge „nomen advies van den Commandant Nagel, derwegens eene schik „king te maaken; en zedert zijn ze gelast, blijkens het aangeteekende hiervooren §. 34. , om zich daarin te „richten naar uwer Hoog Edelheeden aanschrijvens, bij 1526. op de klagte van den trinkonomaalschen vispachter is het opperhoofd van sen„ „den gelast onderzoek te doen. bij zeer gerespecteerde Missive van den 31. Juli passato. §. 338. Wijl de klagten van den Trinkono„ „maalschen vischpagter, dat verschijde visschers aldaar in plaats van na zee tegaan vis„ „schen, zich met houtkappen aan de wal geneerden, ons deeden, vermoeden, dat den ingevoer„ „den voet van de vispacht al „daar mogelijk aanlijding tot eenig beswaar gaf en dat in „dien de visscherije niet be „hoorlijk worde voortgezet en aangemoedigd, daar door de gemeente veel ongerief zoude komen te lijden, om dat er tans de leevensmiddelen buijten dien schaars zijn, en dus deeze schaarsheid nog zoude worden vergroot, indien er minder visch gevangen wierd; hebben we, wijl ook onse intentie, bij het het neemen van de resolutie op den 9. Maij 1786, tot het doen verpachten van de visschere binnen de baaij van Trinkono „maale, niet geweest is, om daarmeede door de visschers iets te doen opbrengen, boven het geen dat ze van ouds pleeg „den opte brengen bij resolutie van den 7: aug:s passato beslooten het Trinkonomaalsch opper„ „hoofd van senden bij een apar„ „ten brief aante schrijven, om derwegens het nodig onder„ „zoek te doen, met recommanda„ „tie om, ingevalle hij mogte bevinden, dat de vispacht aldaar werkelijk te hoog stond, en dat dit aanlijding gaf om de visschers van den visch vangst te diverteeren, ons naar gemoede 1527. bericht. gemoede te berichten, welke veranderingen en verminderin„ „gen hij dan daarin nodig achtte te zijn. 1. 339. Hierop heeft het opperhoofd van wet daarop ingekomen senden ons bericht, dat de visschers aldaar bevoorens verplicht waren geweest, 'sComp:s scheepen en vaartuige te „lossen en laaden, dagelijks het opperhoofd en den Comman„ „dant van het guarnizoen visch te bezorgen, en ook brie¬ „ven na Battikaloa en Jaffa „napatnam te brengen; doch dat ze nu, volgens de pacht Con„ „ditie moetende afgeeven 25. p.:r C:o van de visch, die zedert was verminderd tot 20. p:r C. o daarom de meeste visschers hunne broodwinning verlieten om tot de houtkapperij overtegaan: Weshalven aan

NL-HaNA_1.04.02_3789_0524 view scan ↗

English

the arrangement made concerning it. Wherefore he proposed to reduce the duty on fishing to 10 per cent, and furthermore to stipulate that the fish should not be sold by ascending and descending auction, but only by descending auction, in order to prevent it, through mutual agreement of the fishermen, from being bid up too high. Section 340. And hereupon we resolved on the 4th of December last to authorize the servants at Trinkonomaale to reduce the assessment of this duty to 10 per cent, and accordingly also to reduce the farm fee for this financial year in proportion to that reduction, and according to what one might reasonably think the farm was worth less because of this further arrangement; and we have at the same time permitted them that the fish henceforth shall only be sold there by descending auction; with orders that if the farmer would not reasonably agree to this, then to put up the farm for auction anew on these conditions. Section 341. The servants having thereupon suggested to us whether it would not be better to have this fish farm, which through the granted reduction from 25 to 10 per cent would suffer a decrease of 1292 1/2 rixdollars and thus for 11 months would only yield 861 2/3 rixdollars, auctioned anew, since they maintained that, on account of the reduction of the duty, more fishermen would want to go out to sea, and the farmer could thereby derive just the same benefit from the 10 per cent as he otherwise would have enjoyed from the 25 per cent: we have, by resolution of the 13th of October last, consented to this proposed renewed farming out, but in order not entirely to discard the farmer who had leased it for this financial year and had already directed it for half a month, we have granted him the preference, if he so desires, to take over the farm for that for which it might be leased by others. Section 342. But this renewed farming out turned out fruitlessly, as it had to be held back at 800 rixdollars, because it went too low and no interested bidders appeared for it: wherefore we again resolved by resolution of the 6th of December to let the same farmer, who leased this farm at the recently held general farming out for 2500 rixdollars, retain it for this financial year, with a reduction of the farm fee to 666 2/3 rixdollars for the last eight months, or from the first of this month to the ultimate of August next: being the proportion of the reduction of the duty from 25 to 10 per cent that henceforth may be levied on fishing. The alphandigo farm of Jaffanapatnam was held back here at the general farming out of the Domains for 38000 rixdollars, as appears from what was noted in our resolution of the 15th of August past. But the elephant broker Kowalen Sittiaar Waijtelingen has since requested us by petition that this farm might not only be granted to him for this financial year for 40000 rixdollars, but also that he might at the same time be granted the privilege to retain this farm annually, whether in a rich or poor harvest of tobacco, for 28000 rixdollars, and the Jaffna, Mannar, and Kalpitiya chank farm, currently farmed by him for 15300 rixdollars, for 12000 rixdollars, under this further condition: that whenever those farms, at the public farming out, might be leased by others for higher than the sums offered by him, he should then have the preference to take them over, if he so wishes, for the leased prices, so that he might thereby find the opportunity annually to collect part of his outstanding funds among the merchants and others, whilst, upon a favorable disposition to this request of his, he was further willing to obligate himself to take over annually from the Company, for the ordinary prices, seven elephants, namely one tusker, five alias, and one female, without significant defect and at least 5 1/2 cobidos high, to be paid in six months. Section 344. We have taken into consideration on this matter that the Alphandigo farm at Jaffanapatnam, which is of very great importance to the Company, has since the year 1768 almost always been leased and directed by him, and thus has remained continuously in the same hands, in a manner with which we have been fully satisfied; so much so, that under the administration of the late Lord Governor Falck, it was twice granted to him for the price offered by him for it, without letting it be auctioned off at the general farming out, both because he is a man of means, and there is thus no fear of bad payment, as well as because through the reasonable conduct maintained by him in this business during a series of years, not only have the Jaffna tobacco planters been more and more encouraged to cultivate it, but also the Quilon merchants to

Dutch transcription

de daaromtrent ge „maakte schikking Weshalven hij proponeerde, om de gerechtigheid op den visch„ „vangst tereduceeren tot 10. p:r C. o, en voorts te bepaalen dat de visch, niet bij den op- en afslag, maar alleen bij af„ „slag moest worden verkogt om te beletten dat ze, bij on„ „derlinge afspraak van de visschers, niet te hoog wierd opgejaagd. § 340. En hierop hebben we op den 4. zber: J:o leeden beslooten, den bedienden te Trinkonomaale te qualificeeren, om den tax 6 deezer gerechtigheid, tever „minderen tot 10. p:r C:o, en mits dien ook de pachtschat voor dit boekjaar, naar proportie van die reductie, en naar het geen men reedelijker wijse mogte denken, dat door deeze nadere schikking 1528. deeze gerechtigheid is op nieuw verpacht. schikking de pacht minder waard was, te verminderen; en we hebben hun teffens toegestaan, dat de visch voor„ taan aldaar, alleen bij den afslag zoude worden ver„ „kogt; met last, om zoo de pachter zich daartoe in het reedelijke niet wilde laaten vinden, als dan de pacht op deeze Conditien, de novo te „laaten opvijlen. §341. De bedienden ons daarop in bedenking gegeeven hebbende of het niet beter waare deeze vischpacht, die door de toege„ „staane reductie van 25. tot 10. p. r C:o, eene vermindering zoude ondergaan van rd:s 12922. en dus voor 11. maanden maar 861 2/3. rd:s zoude opbrengen op op nieu te laaten verpachten wijl ze sustineerden, dat 'er wegens de vermindering van de gerechtigheid, meerder vissel na zee zouden willen gaan, en de pachter daar door van de 10. p. r C:o even het zelfde voor„ „deel zoude kunnen hebben, als hij anders van de 25. p r C:t hadde genooten: hebben we bij resolutie van den 13. okle „ber J:o leeden, in deeze gepro„ „poneerde nadere verpach „ting bewilligd, maar om den pachter, die ze voor dit boekjaar gemeind en reets 12 maand gedirigeerd had, niet geheel teverstooten, hebben we aan hem de pre¬ „ferentie gegeegeven, om des begeerende de pacht temoge overneemen de „„ 1529. dog vrugteloos afge „den pachter laaten behouden. overneemen, voor het geen waarvoor dezelve door andere mogte worden gemeind. §342. Doch deeze nadere verpachting is vrugteloos afgeloopen, wijl loopen en aan denzelf dezelve heeft moeten opgehou „den worden voor 800. rd:s, om dat ze te laag liep en er geene lief„ „hebbers toe opdaagden: Welhal„ „ven we bij resolutie van den 6. December weder beslooten heb„ „ben, dezelve voor dit boekjaar nog te laaten behouden aan den zelfden pachter die deeze pacht, bij de Jongst gehoudene generaale verpachting, ge= „meind heeft voor 2500. rd:s, onder vermindering van den pacht „schat tot rd:s 666 2/3. voor de laatste acht maanden, of van p=mo deezer tot ult:o augustus aanstaande „digo en sjankos pachten en het daaromtrent ge„ „daan verzoek door kowa „len waijtelingen. aanstaande: zijnde de propor „tie van de reductie der ge„ „rechtigheid van 25. tot 10. p.r C. o die voortaan van den visch„ „vangst zal mogen worden geheeven. De alphandigo pacht van Jaffa „napatnam is alhier, bij de ge voor hoeveel de alphan„ houdene generaale verpach te Jaffena zijn verpacht„ting van de Domainen, opgehou„ „den voor 38000. rd:s, blijkens heb aangeteekende bij onse reso„ „lutie van den 15. aug:s pass„o Doch heeft de Elephants maakelaar kowalen sittiaar waijtelingen, ons het zedert bij requeste verzogt, dat aan hem die pacht niet alleen voor dit boekjaar, voor 40000: rd:s mogte overgelaaten worden maar ook dat hem teffens het voorrecht mogte worden § 343. vergund 1530. vergund, om Jaarlijks deeze pacht, het zij bij eene rijke danwel slegte inzaameling van tabak, voor 28000. rd:s en de„ Jaffanasche, Mannaarsche en kalpettische sjankospacht, tans door hem voor 15300. rd:s gepacht, voor 12000. rd:s temogen behouden, onder deeze voor„ „waarde wijders, dat wan„ „neer die pachten, bij de pu„ „blicque verpachting, door anderen voor hooger dan de door hem aangeboodene sommen mogten worden ge „meind, hij als dan de prefe„ „rentie zoude hebben, om dezelven (des willende (voor de gemeinde prijsen overte „neemen, op dat hij daar door Jaarlijks geleegentheid mogte vinden wat daar op in aanmer„ „king genoomen is. § 344. vinden, om zijne uijtstaande penningen onder de kooplieden en anderen gedeeltelijk in tevorderen, terwijl hij bij eene favorabele dispositie op dis zijn verzoek, zich alverder wilde verplichten, om 'sjaars van de Comp:, voor de ordinair prijsen, over teneemen seven Elef „hanten, teweeten een getande„ vijf alias en een wijfje, zonder merkelijk gebrek en ten mins 52 Cobidos hoog, om in ses maanden te betaalen. We hebben hierop in aanmer¬ „king genomen, dat de Alphandig„ pacht te Jaffanapatnam, die van zeer veel aangeleegentheid is voo de Comp. , zedert het Jaar 1768. af meest altijd door hem is gemein en gedirigeerd geweest, en dus als bij continuatie in dezelve handen 1531. handen geverseerd heeft, op eene wijse daar we ten vollen genoegen in genomen hebben zoo zeer, dat onder het bestier van den hoogzaligen Heer Gouverneur Falck, hem dezelve tweemaalen voor de door hem daar voor geboodene prijs is overgelaaten, zonder ze bij de generaale verpachting te „laaten afslaan, zoo om dat hij een welgegoed man is, en er dus voor geene kwaade betaa„ „ling tevreesen is, als om dat door de reedelijke handelwijse, door hem geduurende eene reeks van Jaaren in dit bedrijf gehou„ „den, niet alleen de Jaffanasche tabaks planters tot het Gulti„ „veeren daarvan meer en meer zijn aangemoedigd, maar ƒ ook de koilangsche kooplieden om

NL-HaNA_1.04.02_3789_0532 view scan ↗

English

The alphandigo lease has been bid down by him. Section 345. to come to trade in Jaffana, to which it is principally to be attributed that this lease—under which the tobacco is included, in the trade of which, besides the profit the Company derives from it, the inhabitants of Jaffana are also so greatly interested—has risen so remarkably in price from time to time. And we have therefore, as well as not to subject the Company to the risk of it falling into the hands of someone who becomes lessee for a single year, and consequently has no interest as far as the coming year is concerned in treating both the tobacco planters and the foreign merchants with that reasonableness and accommodating manner necessary to encourage them for the future, decided by resolution of 27 August last to have the aforementioned alphandigo lease of Jaffana again auctioned publicly here, and to assign it to the aforementioned Kowalen Sittiaar Waitelingen, if it should not be bid down for more than the offered sum of 40,000 rds, for that amount for the account of this financial year, leaving his further request regarding the preference for the coming years for the time being without disposition; and the said lease has accordingly, upon bidding down, been secured by him. Upon his request Your High Excellencies are petitioned. Section 346. Since then, the aforementioned Waitelingen has repeated at Jaffana his instances which had been left without disposition by us, and we have therefore, upon the favorable proposal of the Jaffana servants, who consider his offer very advantageous for the Company, decided on the 24th of this month to submit this humbly to Your High Excellencies and to request Your High Excellencies' disposition thereon, just as we take the liberty of doing through this. The Jaffana proposal and the petition of the aforementioned Waitelingen are among the annexes to this. In this, the aforementioned Waiteling bid it down for 40,000 rds or f 74,200. -. By the undersigned Governor it was also inquired that, if it can be of service to the Company that he annually delivers at Kolombo a quantity of four to five hundred lasts of cargo rice, whether Bengali or from northern Cormandel, he is also willing to bind himself thereto, either against the market price or against fixed prices that can be further agreed upon. Through his extensive trade and wide correspondence, this man is perhaps more capable than anyone on Ceylon of fulfilling such an obligation, for which the chank vessels can also be of great service to him. One could, with the approval of Your High Excellencies, limit such a contract to a certain number of years, for example ten years, with the explicit condition besides that the Company retains the power to break this contract as soon as Waitelinge fails to fulfill the rice contract. The digging of precious stones in the pattuwas of the Pasdoen Korle granted for one year and to whom. Section 347. It having been requested by the Mohandiram of the Attepattoo, Don Cornelis de Alwis, to be permitted to have precious stones dug for a full year in the Maha and Gange-badde pattuwas of the Pasdoen Korle, and specifically in the villages of Kalloekandawe, Bellende, Ambegodde, and Karrenagelle, against the payment of 25 rds to the Company; we have, as there had previously been no digging at those places, granted this request by our aforementioned resolution of 27 August, and consequently granted those gem pits to him for one year as a further encouragement for such discoveries, without putting them up for public lease. Since the fish lessees of Navantura, Kolombogamme, and Jaffanapatnam have requested compensation for damages. Section 348. Since on the occasion of the departure of the Mannar Parruas, according to the entry in the resolution of 5 April last, 1 Adopenaar and 40 fishermen of Jaffanapatnam were sent to Mannar to man the cruising tonies, on condition that, over and above the maintenance allocated to them, they also remain exempt during their stay at Mannar from the payment of capitation and duty taxes, both to the Company and to the fish lessees; the fish lessees of Navantura, Kolombogammo, and Jaffanapatnam, under whom these fishermen had belonged, have since requested compensation for damages on that account. What kind of deduction has been granted to them on their lease payment. Section 349. And because this request of theirs was founded on equity, we have, upon the proposal of the Jaffana servants, as appears from our repeatedly mentioned resolution of 27 August, granted them a proportional deduction on the lease payment, namely: to the lessee of Navantura, for 10 heads whom he had to miss during 2 months, calculated at 6 stuivers a day each, rds 75. -. -; to the lessee of Kolombogammo, for 20 heads in 5 months and 4 days, calculated likewise, rds 402. 24. -; and to the lessee of Jaffanapatnam, for 10 heads in 5 months and 11 days, rds 201. 12. -; and this remitted amount of rds 678. 36 we have ordered to be written off against the revenue of the Mannar fish lease. While

Dutch transcription

de alphandigo pacht is door hem gemeind. § 345 om te Jaffana ten handel teko„ „men, waaraan men het voor „naamelijk heeft toeteschrij„ „ven, dat deeze pacht, waar onder de tabak, bij welker har „del; behalven het voordeel dat de Comp. daarvan heeft, ook de ingezetenen van Jaffan zoo zeer zijn g'interesseerd, begreepen is, zoo merkelijk van tijd tot tijd in prijs gestee gen is. En hebben daarom zoo wal, als om de Comp. niet te doen loopen het gevaar, dat iemand dezelve in handen krijgt, die voor een enkeld Jaar pachter word, en mits dien geen belang heeft zoodeel den aanstaanden aan „gaat, om zoo wel de tabaks planters, als de vreemde koop„ „lieden, te behandelen met die 1532. die reedelijkheid en inschik „kelijkheid, als nodig is om hun daar door voor het ver¬ „volg aantemoedigen, bij reso „lutie van den 27. aug:s pass:o beslooten, de voorschr: alphan„ „digo pacht van Jaffana weder„ „om alhier publicq te laaten afslaan, en dezelve aan voorn: kowalen Sittiaar Waitelingen, indien ze voor niet hooger, dan de aangeboodene somma van 40000. rd:s, mogte gemeind worden, daar voor aftestaan voor reekening van dit boek¬ „Jaar; laatende zijn verder verzoek, nopens de preferentie voor de aanstaande Jaaren voor als toen buijten dispo¬ „sitie: en is de gemelde pacht dienvolgende, bij afslag door hem op zijn verzoek word Hoog Edelheeden verzogt„ § 346. 'T zedert heeft deeze waitelingen voorschr: zijne door ons buijten de dispositie van hunne Lispositie gelaatene instan tien te Jaffana herhaald, en we hebben derhalven op den gunstigen voordragt van de Jaffanasche bedienden, die zijne aanbieding als zeer voordeelig voor de Comp: aan„ „merken, op den 24. deezer be„ „slooten, zulks uwen Hoog Edelheeden nedrig onder oogen te brengen, en daarop hoogst „derzelver dispositie tever „zoeken, gelijk we de vrijheid gebruijken dat door deezen te doen. De Jaffenase voordragt en het rekwest van voorsz waijte „lingen, leggen onder de bijlagen deezes Wier bij heeft voorsch: Waiteling hem gemeind voor 40000. rd s of ƒ74200. –. Door 1533. de ondergeteekende Gouverneur nog doen informeeren, dat in dien het de Compagnie van dienst zijn kan, dat hij Jaarlijks een quantiteid van vier à vijf hondert lasten Cargazoen rijst, het zij ben: gaalsche of van nooder Cormandel op kolombo doet leveren, hij sig ook daar daar toe verbinden wil, het zij teegens de prijs van de markt of tee gens vastgestel „de prijsen, die men nader kan con„ vinceeren. Door zijn uitgebrei¬ „den handel en uitgestrekte Correspondentie is deezen man misschien meer dan 1534. dan iemand op O Ceilon in staat tot het verullen van zulk een verbin „tenis, waartoe hem de Chian„ koosen tevens van veel dienst kunnen zijn. Men zoude zulk een Contract met believen van uw Hoog Edel „heeden kunnen bepaalen bepaalen, aan een zeker getal van Jaaren, bij voor beeld, tien Jaaren met expres be ding booven dien dat de Compenie het in haar ver moogen houd, om dit kontrakt te breeken, zoo dra waitelinge niet dan het rijst Contract voldoed. Door 1535. Het graaven van Edele gesteentens in de de pattoes van de pas „doenkorle voor een Jaar afgestaan en aan wie. § 347. Door den Mohandiram der atte „pattoe Don Cornelis de Aliis verzogt zijnde, om in de Maha en Gange-baddepattoes van de Maha en Gange bad„ Paschoen korl, en wel in de dorpen kalloekandawe, bel „lende, Ambegodde en karrena„ gelle, een geheel Jaar edele gesteenlens temogen laaten graaven, tegens de betaaling van 25. rd:s aan de Comp:e, zoo hebben we, wijl bevoorens op die plaatsen geene graaverij geweest is, dit verzoek bij voorschr: onse resolutie van 27. aug:s geaccordeerd, en mits dien die steengroeven, ter ver„ „dere aanmoediging tot dier„ „gelijke ontdekkingen, aan hem voor een Jaar afgestaan, zonder de zelve publicq te laaten verpachten. Vermits de vischpachters van Navantura, kolom: „bogamme en Jaffena „patnam hebben scha„ vergoeding verzogt. 1548: Vermits er bij geleegentheid van de uijtwijking der Mannaarsche parruas, volgens het aangetee„ kende bij resolutie van den 5. April pass. o 1. Adopenaar en 40. visschers van Jaffanapatnam na Mannaar zijn gezonden, om de kruijstonies te bezetten, mits boven het aan hun toegelegde onderhoud, ook geduurende hun verblijf te Mannaar„ bevrijd blijvende van de be„ „taaling van hoofd en dienst „gelden, bij de aan de Comp. en aan de vischp achters: hebben het zedert de visch„ „pachters van Navantura, kolombogammo en Jaffana „patnam, onder wien deeze visschers hebben gesorteerd, derwegens schaa vergoeding verzogt. 1536. hoedanigen afslag aan toegestaan is. § 349 En wijl dit hun verzoek op de billijkheid gegrond was, heb hun op hun pachtschat „ ben we op den voordragt van de Jaffanasche bedienden, blijkens onse meerm: resolu „tie van den 27. aug:s, aan hun een evenzedig afslag op den pachtschab toegestaan, naamelijk aan den pachter van Navantura, voor 10. koppen, die hij geduurende 2: maanden heeft moeten missen a 6. stuijvers 's daags ider gereekend, rd:s 75. –. – aan den pachter van kolombogammo, voor 20. koppen in 5. maanden en 4. da„ „gen, als even gereekend, rd:s 402. 24. -. , en aan den pachter van Jaffanapatnam voor 10. koppen in 5. maanden en 11. dagen, rd:s 201. 12. -. en dit geremitteerd bedraagen van rd:s 678. 36. hebben we laaten afschrijven op het ingekoomen van de Mannaarsche vischpagt Terwijl

NL-HaNA_1.04.02_3789_0542 view scan ↗

English

Complaint of the fishermen of Ponnorijn, Polverainkattoe, and Ilpekarwe, about the fish renter of those districts. 1350: While the Governor was in the Jaffna region in the month of October 1786, the fishermen of Ponnorijn, Polierainkattoe, and Ilpekarwe complained to him about the fish renter of those districts, stating that he forced them to go out fishing daily, and thereby deprived them of the opportunity to sow their fields, because of which they were not only unable to produce the Company's tithe, but also had to go without the necessary food for themselves, alongside their wives and children; And because the Governor found upon inquiry that these people had from olden times practiced agriculture and fishing equally, and that they had not, like other fishermen, made a daily work of catching fish, but that they had gone out to do so as often as it suited them: he has—since we, when introducing these rents by resolution of 6. August 1785, did not intend to impose anything on those people, whose means of subsistence are not too ample, beyond that to which they have of old been obligated—established an order for the future, that none of the inhabitants who lived thereabouts should be forced to fish against their will and desire, or have anything taken from them in default thereof. Which order has been established in that regard for the future. To the renter of that fishery a certain remission is granted. § 351. Since then, the renter of those fisheries has made known that, because of that established order, in the book-year 1786/7, out of his rent assessment amounting to 300.-.- rds, he had not been able to collect more than 52.24 rds, requesting therefore that the deficit might be remitted to him; but considering that this rent, under the same condition by which he claims to have suffered damage, has been rented out for this current book-year for 140.-.- rds, we have by the aforementioned resolution of 27. August decided to also have the aforesaid renter pay just as much for the year 1786/7, and therefore not to remit to him from the rent assessment more than a sum of 160. rds. The headmen of the Moors at Gale have complained that they were no longer able to fulfill their obligation. § 352. The headmen of the Moors at Gale have complained that, due to the decrease of oeliammers, through mortality as well as otherwise, they were no longer able to fulfill their obligation, of which we had the honor to inform Your High Noble Excellencies in our respectful letter of 31. January 1785 § 167; requesting for that reason that we, either by revoking the rent of the absent oeliammers, or by reducing the number of people for whom they had to account, would relieve them somewhat, the more so because they were greatly hindered by the renter of the absent oeliammers in supplying the determined number of oeliammers. § 353. Because it would completely go against the purpose for which the rent of the absent oeliammers was introduced, if with it there were gradually combined the inconvenience that a party of Moors, as the headmen asserted, keep themselves hidden at the registration, solely in the hope of later coming to terms with the renter of the absent oeliammers for a lesser sum than their poll tax amounts to, whereas this rent otherwise only extends to such people as cannot be traced by the headmen of the Moors themselves. What the Honorable Commander of Gale has been ordered in that regard. § 354. Therefore, and also to be able to judge to some extent whether the revoking of the aforesaid rent was more advantageous for the Company than making the same stand, we have, according to our resolution taken to that effect on 27. August past, ordered Commander Kraijenhoff to inquire of the first headman of the Moors at Gale, if this rent were revoked, and he were thereby restored as first headman of the Gale and Mature Moors, under that name and on that footing as he was some years ago: Continued. 1. how many Gale oeliammers he would then be able to deliver daily for labor. 2. how many Mature Moors he would then be able to deliver during the time that they, according to the current arrangement, must come to Gale for labor. and 3. how many laborers he can, during the busy season, deliver in addition for the payment of one schelling per day. § 355. With further instructions that if, from what the said first headman of the Moors agreed to, it was found that this arrangement gave the best account, and if Commander Kraijenhoff might thereby find that it would serve to better achieve the purpose in this matter, and at the same time to encourage the second headman of the Moors to deliver in full the oeliammers who must work during the months that he performs the service, we would then give to the latter, instead of the name of second headman of the Moors, the title of headman of the Gale Moors. § 356. Furthermore, we have ordered the officials at Gale to deliberate with the officials at Mature, where a party of Moors have been exempted from the oeli service, among other things for the transport of paddy into the Tangaal warehouse, whether it might sometimes be advantageous for the service of the Company,

Dutch transcription

klagte van de vis„ „schers van Pormorijn Polverainkattoe en Ilpekarwe, over den distrikten. 1350: Terwijl de Gouverneur zich in de maand oktober 1786. in het Jaffa „nasche bevond, hebben de vis„ „schers van Ponnorijn, Polie vispachter van die „ rain kattoe en Ilpekarwe, zich bij den zelven beswaard over den vischpachter van die districten, dat hij hun dwong om dagelijks op visschen uijttegaan, en daar door de geleegentheid benam om hunne velden te kunnen bezaaijen, waar door ze niet alleen 's Comp:s tiende niet konden opbrengen, maar ook zelven, nevens hunne vrouwen en kinderen, het nodige tot voed: „sel moesten ontbeeren; En wijl de gouverneur bij onderzoek heeft bevonden, dat deeze luij„ „den van ouds af, den landbou en de visscherij gelijkelijk hadden gehandleerd, en dat ze niet, gelijk 1537. welke ordre daarom„ „trens gesteld is voor den aanstaande. Aan den pachter van die gelijk andere visschers, van den vischvangst een dagelijks werk hebben gemaakt, maar dat ze daartoe waren uijtgegaan, zoo dikwijls het hun geleegen, kwam: zoo heeft dezelve, wijl we bij het invoeren deezer pachten bij resolutie van 6. aug:s 1785. , geen voorneemen gehad hebben die Menschen, welker middelen van bestaan niet teruim zijn, iets op te leggen boven het geene waartoe ze van ouds zijn ver„ „plicht geweest order gesteld voor den aanstaande, dat nie„ „mand der ingezeetenen, die daar om streeks woonden, tegen wil en dank tot het visschen moesten worden gedwengen of bij faute van dien iets mogt worden afgenomen. - - § 351. 'T zedert heeft de pachter van die die visscherij en zekere remissie verleend. die visscherijen te kennen gegeeven, dat hij wegens die gestelde order, in het boek„ „Jaar 1786/7. , van zijn pachtschat groot rd:s 300. –. , niet meer had kunnen te binnen krijgen dan rd:s 52. 24. , verzoekende mits dien, dat hem het manquee „rende mogte worden geremit„ „teerd; maar gemerkt deeze pacht, op dezelfde Conditie als waar door hij zegt schade te hebben geleeden, voor dit loopend boekjaar is ver„ „pacht voor rd:s 140. –. , hebben wij bij resolutie van 27: aug. s meerm: beslooten, ook door den voorschr. pachter even zooveel voor a:o 178 6/7. te laaten opbren„ „gen, en hem mits dien van de pachtschat niet meer teremitteeren 1538. De hoofden der mooren te Gale hebben zich be„ langer in staat waren om aan hun verbinte „nis te voldoen. teremitteeren, dan eene somme van 160. rd:s §352. De hoofden der Mooren te Gale hebben zich beswaard, dat ze wegens de vermindering van „swaard dat ze niet oe liammers, door sterfte als anderzins, niet langer in staat waren om tevoldoen aan hunne verbintenis, waarvan we de eere hadden, bij onsen eerbiedi„ „gen van den 31. Januarij 1785. § 167. , uwer Hoog Edelheden kennis te geeven; met verzoek overzulks, dat we, het zij door het intrekken van de pacht der absentee oeliammers, of door de vermindering van het getal van volk, dat ze verantwoorden moesten, hun eenigzins wilden verligten, temeer, wijl ze door den pachter der der absente de liammers, zeer belemmerd wierden in het opbrengen van het bepaald getal oeliammers. §353. Wijl het nu geheel tegen heb oogmerk zoude aangaan, waa /4 „om de pacht der absente oelian „mers is ingevoerd, indien daar meede langzaamer hand vor „bonden wierd het ongemak„ dat een parthij mooren ge „lijk de hoofden voorgaven, zich bij de beschrijving schuijt houden, alleen in de hoop om naderhand met den pachter der absente oeliammers, voor een geringer som dan hun hoofdgeld beloopt, zich teverdraagen, daar deeze pach zich anderzins alleen uijt„ „strekt over zulk volk, als door 1539. Wat den E: Gaals ge„ „zaghebber daar om„ trens is gelast. waar door de hoofden der mooren zelve niet kan worden opge¬ „spoord. §354. zoo hebben we daarom en ook om eeniger maate te kunnen beoordeelen, of het intrekken der voorschr: pacht voor de Comp: voordeeliger was, dan om dezelve te doen stand grij„ „pen, den gezaghebber kraijen „hoff, volgens ons daar toe genomen besluijt op den 27. aug:s pass:o, gelast, om het eerste hoofd der Mooren te Gale afte „vraagen, indien deeze pacht wierd ingetrokken, en hij daar „bij wederom wierd hersteld als eerste hoofd der gaalsche en Matureesche mooren, onder die naam en op dien voet als hij dat voor eenige Jaaren geweest is: 1. hoeveel. vervolg. 1. hoeveel gaalsche oeliammers hij als dan dagelijks ten arbijd zoude kunnen leeveren. 2. hoeveel Matureesche Mooren hij dan zoude kunnen leeveren geduurende den tijd, dat deeze volgens de leggende schikking te Gale moeten ten arbijd ko„ „men. en 3. hoeveel werkvolk hij ge duurende den drukken tijd, voor de betaaling van een schel„ „ling 'sdaags, nog boven dien leeveren kan. §355: Met verdere aanschrijvens, dat indien uijt het geen gedachte eerste hoofd der Mooren aan „nam, bevonden wierd, dat deeze schikking de beste reekening gaf, en indien de gezaghebber kraijenhoff daarbij mogte bevinden, dat het strekken zoude ter meerdere bereijking van 1540. van het oogmerk in deezen, en teffens ter aanmoediging van het tweede hoofd der Mooren, om Compleet te leeve„ „ren de celiammers, die ge„ „duurende de maanden, dat hij den dienst waarneemd, werken moet, wij als dan aan deezen, in steede van den naam van tweede hoofd der Mooren¬ den titul zoude geeven van hoofd der gaalsche mooren. § 356. Voorts hebben we den bedienden te Gale gelast, om met de be„ „dienden te Mature, alwaar een parthij mooren van den oeli dienst zijn vrijgelaaten, onder anderen tot het overbrengen van neli in het Tangaalsch pakhuijs, overteleggen, of het somtijds voor den dienst van de Comp: vorderlijk konde zijn,

NL-HaNA_1.04.02_3789_0550 view scan ↗

English

The report received on this matter. that these released Moors would be withdrawn again, and that on the contrary the transportation of the aforementioned neli would be done by Sinhalese or other inhabitants, provided something was allowed to them for it. 1357. Hereupon the servants of Galle reported to us that the aforementioned first head of the Moors had testified that, upon the abolition of the lease of the absent oeliammers and his restoration as first head of the Moors of Galle and Matara, he would be able to deliver daily 60 oeliammers from Galle and 32 from Matara, the latter during the time that they are obliged to come to work, and moreover in the busy time as many hired laborers for 1541. 359. To which the first head of the Moors has since bound himself. for a schelling a day as would be assigned to him according to an equitable arrangement. Section 358: Wherein the servants of Galle remarked that it seemed to them more advantageous for the service of the Company, while maintaining the lease of the absent oeliammers, to withdraw the payment of the poll tax again in a time when a large number of working people was required for the fortification work and further necessary labor. However, the aforementioned first head of the Moors has since come over here in person, and according to what was recorded in our resolution of 25 September last, has bound himself provisionally for the period of three years: 1. To 1. To deliver daily to the Company 60 oeliammers from the Moors of Galle who live in both the Galle and Matara districts, and from the Moors of Matara who also reside in the Galle district. 2. To deliver daily to the Company 40 heads from the Moors of Matara and Weligama during the months of November, December, January, and February. 3. To make these deliveries properly, without buying off the deficient number with a schelling a day, but if on single days some heads fewer were delivered, to supply them again in the following days. 4. 1542. The lease of the absent oeliammers at Galle is revoked. 4. Moreover, during the aforementioned three years, to pay annually to the Company 800 rixdollars for the 60 Moors of Galle who pay poll tax, and 1000 rixdollars for the 200 oeliammers of Matara who also pay poll tax; and 5. To do his best, during the busy time, to deliver furthermore to the Company for one schelling a day as many workers as he will be able to gather together, without however binding himself to a specific number in that regard. Section 360. And since, in comparison with the latest registration and the number of Moorish oeliammers that according to the same would have had What the servants have reported regarding the released Moors to transport neli to the Tangalle warehouse. to be delivered for labor at Galle, the convenience of the additional oeliammers, whom the aforementioned first head of the Moors now undertook to deliver, far exceeded the benefit of the lease of the absent oeliammers, we have, according to our aforementioned resolution of 25 September, revoked the said lease and on the other hand promoted the contractor to first head of the Moors of Galle and Matara. Section 361: Furthermore, the servants have reported, with respect to the released Moors to transport neli to the Tangalle warehouse, that these perform various other services in addition to this work, without 1543. are charged to the lease of the Nallua and Pallar slaves. enjoying any wages or maintenance for it, and that it was therefore more advantageous for the Company to let them continue therein than to employ other servants for that purpose, who, besides the maintenance that would have to be given to them, would still need to be provided with pack oxen and sacks for transporting the neli. We have therefore, by resolution of 6 December of the past year, decided to leave this on the old footing. Section 362. The coolie expenses that were incurred for the transport of the French director of engineering, Mr. de la Lustriere, from Trincomalee via Jaffnapatnam to here, and and on his return journey to Jaffnapatnam; as also the provisions that were made in the Jaffna and Mannar districts to the coolies of the undersigned Governor on his journey made in the year 1786 to Trincomalee, we have, according to resolutions of 14 August and 4 September last, ordered to be charged to the lease of the Nallua and Pallar slaves at Jaffnapatnam. We have at the same time established by the first-mentioned resolution that this must also take place in the future on all such occasions, because if this lease had not been introduced, those slaves would have been summoned as obliged persons 1544. as also the expenses on account of the flight of the Mannar Paravars. 369 The cause of the successive reduction of for those journeys, and all provisions of mantimentos would have been made to them. Section 363. We have also, by resolution of 9 October of the past year, decided to have the expenses that had to be incurred on account of the flight of the Paravars of Mannar, in so far as they might exceed the amount of the revenue from the Mannar fish lease, likewise written off against the aforementioned lease of private slaves, because they would otherwise have performed the work that now had to be done with hired laborers. Although we already, upon the successive reduction of the by Your High Mightinesses in very respected

Dutch transcription

Het daarop ingekomen bericht. zijn, dat deeze gelargeerde Mooren weder ingetrokken wierden, en dat daar en tegen het transporteeren van de voorschr. neli, wierd ge„ „daan door singaleesen of andere ingezeetenen, mits hen daarvoor iets wierde toegelegd. 1357. Hierop hebben de gaalsche be„ dienden ons bericht, dat het voorm: eerste hoofd der Mooren had betuijgd, bij de afschaf „bing van de pacht der absente oeliammers, en zijne herstel„ „ling als eerste hoofd der gaalsche en Matureesche mooren, te zullen kunnen leeve „ren dagelijks 60. gaalsche en 32. Matureesche oeliam „mers, de laatste geduurende den tijd dat ze verplicht zijn ten arbijd te komen, en nog boven dien in den drukken tijd, zoo veel huurlingen voor 1541. 359. Waartoe het eerste hoofd der Mooren zig zedert verbonden heeft. voor een schellingsdaags, als hem naar eene billijke schik „king zoude worden opgelegd. §358: Waarbij de gaalsche bedienden hebben aangemerkt, dat het hun, voor den dienst van de Comp. , voorde liger toescheen, met standhouding van de pacht der absente oeliam„ „mers; de betaaling van het hoofdgeld weder intetrekken in een tijd dat er een groot ge„ „tal van arbijds volk ver„ „eischt wierd, tot den vesting „bou en het verder nodig werk. Doch is het voorschr: eerste hoofd der mooren het zeedert in perzoon alhier overgekomen, en heeft blij„ „kens het aangeteekende bij onse resolutie van den 25. 7ber: pass:o, bij provisie voor den tijd van drie Jaaren zich verbon „den. 1. om 1. om dagelijks aan de Comp: te „leeveren 60. oeliammers uijt de gaalsche mooren, die bijde in het gaalsch en Matureesch district woonen, en uijt de Matureesche mooren die meede in het gaalsch dis„ „trict woonachtig zijn. 2. om geduurende de maanden November, December, Janúa¬ „ri en februarij, uijt de Matu„ „reesche en Belligamsche mooren, aan de Comp: dage „lijks te leeveren 40. koppen. 3. Om deeze leeverantien richtig te doen, zonder het daaraan ontbreekend getal aftekoo¬ „pen met een schellingsdaags, maar, indien er bij enkelde dagen eenige koppen minder geleeverd wierden, die weder te suppleeren in de volgende dagen. 4. 1542. de pacht der absente oeliammers te Gale is ingetrokken 4. om boven dien, geduurende de voorschr: drie Jaaren, Jaar „lijks aan de Comp: te betaalen, 800. rd:s voor de 60. gaalsche mooren die hoofdgeld opbren„ „gen, en 1000: rijk Bd:s voor de 200. Matureesche oeliammers, die meede hoofdgeld voldoen en. 5. Om zijn best tedoen, ten einde nog, geduurende den drukken tijd, zoo veel werkvolk voor een schelling 's daags aan de Comp:e te leeveren, als hij zal kunnen bij malkanderen brengen, zonder zich echter derwee „gens tot een bepaald getal teverbinden. §360. En nadien, in vergelijk te „gens de Jongste beschrijving en het getal der moorsche oeli„ ammers, dat volgens dezelve te Wat de bedienden heb. van de gelargeerde moo„ „ren om nelf na het tangaalsch pakhuis te vervoeren. te Gale zoude hebben moeten ten arbijd geleeverd worden, het gerief van de meerdere oeli„ „ammers, die voorschr: eerste hoofd der Mooren nu aannam te leeveren, verre overtrof het voordeel van de pacht der absente oeliammers, hebben we blijkens voorschr: onse resolu „tie van den 25. 7ber: gemelde pacht ingetrokken en daar entegen den anneemer bevorderd tot eerste hoofd der gaalsche en Maturee„ „sche mooren. § 361: Voorts hebben de bedienden be„ „richt, ten opzichte van de „ben bericht ten opzigte gelargeerde mooren om neli na het Tangaalsche pakhuijs te vervoeren, dat deeze behal„ „ven dit werk nog verschijdi andere diensten doen, zonder daar 1543. zijn belast op de pacht palasse slaaven. daar voor eenig loon of onder¬ „houd te genieten, en dat het dus voor de Comp: voordeeliger was, hun daarin te laaten Continueeren, dan andere dienste „lingen daartoe te emploijee„ „ren, die behalven het onder„ „houd, dat daaraan zoude moe „ten worden gegeeven, nog zullen moeten voorzien worden van draagossen en zakken; tot het transporteeren van de Neli- We„ hebben derhalven bij resolutie van den 6. December J:o leeden, beslooten, dit telaaten op den ouden voet. §362. De koeli ongelden die gedaan zekere koeli ongelden zijn, tot transport van den van de Nalluassche en franschen directeur van de genie, de heer de la Lustriere van Trinkonomale over Jaf„ d „fanapatnam na herwaarts, en de en op desselfs terug rijse na Jaffanapatnam; zoo ook de verstrekkingen, die in het Jaffanasche en Mannaarsche zijn gedaan, aan de koelies van den ondergeteekenden Gouverneur, op deszelfs ge„ „daane tocht in A:o 1786. na Trinkenomale, hebben we, vol„ „gens resolutien van den 14. aug:s en 4. zber: pass:o laaten be„ „lasten op de pacht van de Nalli „assche en pallasse slaaven te Jaffanapatnam. We hebben bij eerstgem: resolutie teffens gearresteerd, dat dit ook in den aanstaande, bij alle dier„ „gelijke geleegentheden, moet geschieden, om dat zoo deeze pacht niet was ingevoerd, die slaaven als verpligtelingen tot 1544. zomede de onkosten we de Manaarse parruas. 3.69 de oorzaak van de succes„ tot die tochten zouden ontbooden, en allen verstrekkingen van maindementos, aan hun zouden gedaan zijn §363. Ook hebben we bij resolutie van den 9. oktober J:o leeden beslooten, „gens de uitwijking van om de onkosten, die wegens de uijtwijking van de Mannaar„ „sche parruas hebben moeten gedaan worden, voor zoo verre die mogten surpasseeren het beloop van het ingekomene voor de Mannaarsche vispacht, meede te laaten afschrijven op de voorschr: pacht van de parti„ „culiere slaaven, wijl die an „ders zouden hebben verrigt het werk, dat nu met ge„ „huurd volk heeft moeten worden gedaan. schoon we reets op de door uwe „sive vermindering van Hoog. Edelheden bij zeer gezes „pecteerde de

NL-HaNA_1.04.02_3789_0558 view scan ↗

English

...the lease of the measuring of grain at Jaffna is demonstrated. In response to the requested elucidation regarding the cause of the gradual decrease in the lease of the measuring of grain at Jaffanapatnam since the year 1772, as required by the respected missive of the 1st of March last, although we indicated the probable reasons for it in our respectful letter of the 14th of August 1787, we nevertheless requested a report from the Jaffna officials on the matter. In their letter of the 9th of October last, they answered that in their opinion this decrease was caused by the reduction of the duty on grains, which stood at 7½ percent when the Memorandum of Economy was drawn up, but was subsequently, or actually in the year 1774, set by Your High Nobilities at 3¾ percent. It is very clear, however, that this reduction of the duty by half has contributed less to the decline of the lease than might have been expected in proportion thereto, since it appears from what was shown in our respectful letter of the 27th of November 1786, letter D, folio 40, that this lease, even after that reduction, namely in the financial years 1775/6, 1776/7, and 1777/8, yielded more or less 8,000 guilders, and thus not much less than in the financial years 1768/9 and 1769/70, when it fetched 9,642:12.— guilders and 9,504.— guilders; so that in our view, as we also noted in our aforementioned respectful letter of the 14th of August last, the rise and fall of the said lease must chiefly be attributed solely to the good or bad expectations that the farmers have regarding a plentiful or scarce supply of grain, in proportion to the harvest yield, both inland and on the Coast of Coromandel. Paragraph 365. Report concerning the amounts drawn by the Chiefs of Trinkonomale from the revenues of the fish and betel leases. Upon the question asked by Your High Nobilities in your very respected missive of the 17th of November 1786 regarding the amounts that the Chiefs of Trinkonomale previously enjoyed from the revenues of the fish and betel leases, the Trinkonomale officials informed us in their letter of the 4th of November last that the fishermen daily had to yield one rixdollar in fish, and that the betel sometimes yielded 500 rixdollars, and even 1,100 to 1,200 rixdollars in a year, so that the latter, on average, amounted to between 600 and 800 rixdollars; and the Chief of the same has at the same time urgently requested us, in our correspondence with Your High Nobilities towards obtaining a fixed income for him, to please take into consideration that the previous Chiefs, besides these two items, had many other sources of income, of which at present only an uncertain account can be given, and that expenses at Trinkonomale in former times had not been as burdensome as in the last five years. Paragraph 366. We hope it will not be necessary to demonstrate in detail here the truth of his statement regarding the present higher expenses, since the high prices are a necessary consequence of the larger garrison currently stationed there, which is at least three times stronger than it was before the last war, besides the fact that there is now a heavier influx of ships, both for repairs and otherwise. As a result, not only must the cost of provisions rise, but the Chief is also placed under the necessity of incurring considerably more expenses to maintain the national reputation than he would otherwise need to do; wherefore we humbly trust that Your High Nobilities will be pleased to recognize the fairness of him at least retaining those revenues that his predecessors enjoyed. Paragraph 367. Proposal made in this regard. However, in order not to leave this matter undetermined, we take the liberty of respectfully proposing to Your High Nobilities whether it may please Your High Nobilities to allocate to the Trinkonomale Chief, now and in the future, as a means of subsistence, the entire proceeds of the aforementioned fish and betel leases up to the amount of 1,500 rixdollars combined, while everything that they might yield in excess thereof must accrue to the benefit of the Company; on the condition that, in return, the Chiefs must renounce all other perquisites and revenues, so as to always be able, if required, to clear their oaths in this regard. Paragraph 368. What the fish and betel leases have yielded in three years. Since the public leasing of these two items was introduced, the fish lease has yielded 300 rixdollars in the year 1785/6 for the last 2½ months, 2,770 rixdollars in the year 1786/7, and 2,500 rixdollars, or according to the reduction mentioned above in paragraph 342, 1,500 rixdollars in 1787/8; and the betel lease yielded 104 1/6 rixdollars in the year 1785/6 for 2½ months, 755 rixdollars in 1786/7, and 650 rixdollars in 1787/8. Paragraph 369. The Chief of the same authorized to receive the aforementioned revenues provisionally, under a certain condition. And since the Chief of the same has repeatedly complained that, due to the great expenses he had to incur during the presence of the national squadron at Trinkonomale, and which he must continuously incur in particular for the French royal ships, of which there is generally at least one lying in the bay, he has suffered great financial depletion and has even had to run into debt, we resolved in our session of the 24th of this month to authorize him to provisionally receive the aforementioned revenues, insofar as they have already been accounted for by the farmers, up to...

Dutch transcription

de pacht van het afstrijf„ word vertoond. pecteerde missive van den 1. Ma „ken der maaten te Jaffina pass:o gevorderde elucidatie wegens de oorzaak van de suc„ „cessive vermindering van de pacht van het afstrijken der maaten te Jaffanapatnam zedert het Jaar 1772. bij onsen eerbiedigen van den 14:' augs 1787. de vermoedelijke redenen daarvan hebben aangeweezen hebben we nochtans daarom „trent het bericht van de Jaffanasche bedienden ge„ „vraagd, en deeze hebben bij hunnen brief van den 9. okto„ „ber J:oleeden geantwoord, dat die vermindering naar hunne gedachten veroorzaakt is„ door het verminderen van de gerechtigheid op de graanen, die toen de Memorie van menagie 1545. menagie gemaakt wierd op 72. p:r C:o stond, doch het zedert, of eigentlijk in A:o 1774. , door uwe Hoog Edelheeden op 3¾. p:r C:o was gesteld. 'T is echter zeer duidelijk, dat deeze ver„ „mindering van gerechtig„ „heid tot op de helfte, minder tot het deelen van de pacht heeft gewerkt dan men naar proportie daarvan zoude heb„ „ben moeten verwachten, wijl uijt het vertoonde bij onsen eerbiedi„ „gen van den 27. 9bar: 1786. D. 40. blijkt, dat deeze pacht nog na die reductie, en wel in de boekjaaren 1775/6. 1777. en 1777 7/8. min of meer ƒ 8000. opge„ „bragt heeft, en dus niet veel minder dan in de boekjaaren 176/9. en 17 8/70. , toen ze gegolden heeft ƒ9642:12. —. en ƒ9504. —; zoo dat Bericht nopens het „hoofden van Trinkeno „male genooten uit de revenuen van de visch en betel pachten. dat naar ons inzien, gelijk we het ook bij onsen voorm: eerbiedigen van den 14:' aug:s pass:o pass:o hebben aangemerkt, het rijsen en daalen van gem: pacht, voornaamentlijk moet wor¬ „den toegeschreeven, alleen aan de goede of slegte verwach„ „ting, die de pachters hebben op eenen ruimen of schraalen aanbreng van graanen, naar maate van den uijtslag des oegst, zoowel binnenslands als op de kust van kormandel. § 365. op door uwe Hoog Edelheeden gedaane vraage bij zeer ge¬ bedraagen door de opper respecteerde missive van den 17. 9ber: 1786. nopens het bedraagen, dat de opperhoofden van Prinkonomale bevoorens, uijt de revenuen van de visch 1546. en betel pachten genoten hebben hebben de Trinkonomaalsche bedienden ons, bij hunnen brief van den 4. 9ber: J:o Leeden bedeeld, dat de visschers 'sdaags een rijksdaalder aan visch heb„ „ben moeten opbrengen, en dat de betel somtijds 500. rijksd:s en, ook wel 11. â 1200. rd:s in het Jaar had opgebragt, zoo dat het laatste, door malkanderen gereekend, of tusschen de 6. à 800. rd:s kwam testaan; en het opperhoofd van senden heeft ons teffens instantig ver„ „zogt, om bij onse schrijvens aan uwe Hoog Edelheeden ter verkrijging van een vast inkomen voor hem, in aan „merking tewillen neemen dat de voorige opperhoofden, buijten vervolg buijten deeze twee articulen nog veele andere inkomsten hebben gehad, waarvan tans geene dan eene onzeekere opgave kan worden gedaan, en dat de verteeringen te Trin„ „konomale, in vroeger tijd, zoo drukkende niet waren ge„ „weest als in de laatste vijf Jaaren. § 366: Wij hoopen dat het niet nodig zal zijn, hier bij de waarheid van zijne betuiging, nopens de teegenswoordige meerder verleering, in het breede aan tewijsen, wijl de duurte een noodzaakelijk gevolgi van de meerdere bezetting die tans daar legt en ten min „ten drie maal, sterker is, dan „te ze was voor den laatsten oor„ „log, behalven dat er ook tan een 1547. „trent gedaan word: een sterker aanloop is van schee¬ „pen, zoo ter vertimmering als anderzins, waardoor niet al„ „leen de levens middelen in prijs moeten rijsen, maar ook het opperhoofd in de noodzaake „lijkheid word gesteld, om tot behoud van de nationaale reputatie, merkelijk meer onkosten te doen, dan hij ander„ „zins zoude behoeven, en waarom we nedrig vertrou„ „wen, dat uwe Hoog Edel„ „heeden de billijkheid zullen gelieven in te zien, dat hij ten minsten die inkomsten behoud, welke zijne anteles. „seurs hebben gehad. 367: Om nochtans ook dit niet on voorstel dat daarom bepaald te laaten, gebruijken wede vrijheid uwen Hoog Edelheeden eerbiedig voortestellen, of het hoogst ƒ 368 pachten in drie Jaaren gerendeert hebben. hoogst dezelven mag behaagen aan het Trinkenomaalschop¬ perhoofd, nu en in der tijd, tot een middel van bestaan toe te leggen, het geheel provenue van de voorschr. visch en betel pach„ „ten, tot dat ze tesamen 4500. rd:s zullen komen terendeeren, terwijl al het geen dezelven boven dien mogten gelden, ten voordeele van de Comp. zal moeten komen; mits dat daar en tegen de opper„ „hoofden zullen moeten afzien van alle andere voordeelen en in „komsten, om zich altoos derwe „gens, des gerequireerd wordend bij de te kunnen zuijveren. zedert dat de publicque ver Wat de vischen betel „pachting van deeze twee artill „len zijn ingevoerd, heeft de vis„ „pacht gerendeerd in a:o 1785/6. voo de laatste 22. maanden rd. s 300 in a:o 178 6/7. rd:s 2770. en in 178 7/6 rd:s 2500 f 1548. Het opperhoofd van senden gequalificeerd „venuen bij provisie te mogen ontfangen, onder zekere mits. of volgens de hiervoor I 342. ver„ „melde reductie rd:s 1500. –; en de betelpacht heeft opgeworpen in A:o 1785/6: voor 22. maanden rd:s 104 1/6. in 1787. rd:s 755. - en in 1787/8. rd:s 650. § 369. En wijl het opperhoofd van senden bij herhaaling heeft geklaagd, dat hij door de groote kosten, die hij had„ om voorschreeve re de moeten doen geduurende het aanweezen van 'slands Esquader te Trinkonomaale, en bij Continu„ „atie, inzonderheid moet doen om de fransche konings schee„ „pen, waarvan er doorgaans ten minsten een in de bhaaij legd sterk heeft moeten agter uijt„ „teeren, en zich zelfs in schulden moeten steeken, hebben we ter sessie van den 24. deezer be „slooten hem te qualificeeren, om de voorschr: revenuen, die voor zoo verre ze door de pach„ „ters reets zijn verantwoord, tot

NL-HaNA_1.04.02_3789_0566 view scan ↗

English

chilos lease. have hitherto been deposited in the Company's treasury, provisionally to receive, subject to remaining obligated to the restitution thereof, should it please Your High Noblenesses to dispose otherwise in that regard. Paragraph 370. Since the Chilos lease for this Request of the former current book year has been farmed out to leaseholder of the chilos another person and for a larger sum than the previous leaseholder Maha don Anthonij Rosakaria sittambela modliar had wanted to give for it, this latter person, who is the very person who gave cause for the introduction of that lease, as appears from that communicated in our respectful letter of 28 January 1785, and who also in the first two years himself held the lease 1549. Remarks thereon. had, has earnestly requested of us that, to sweeten his trouble and the damage he had suffered thereon in the last year, we would grant him the right to the delivery of the 420 oeliammers who daily must come to the Company's service, while retaining the salary of 25 rds per month granted to him as Captain Adigaar. 371. This man has certainly made himself deserving by the introduction of the aforesaid lease, whereby such a considerable advantage has been brought to the Company in the revenue of the Chikos pennies, and as he did not do that without hope of reward, it would serve little Paragraph 372. to encourage similar undertakings if one were now, when the lease has been put on a good footing and farmed out by another, to abandon him entirely, the more so as it is very probable that, besides the trouble to get the matter under way, he will also have suffered some damage thereby, as well as in the lease of the private slaves at Jaffanapatnam, which he likewise farmed the first year. We have therefore, according to the What has been granted to him. resolution of 8 November last year, granted him the retention of the monthly salary of 25 rds, solely for this current book year, and also 1550. Regarding the further resolutions regarding the domains, reference is made to the resolutions. also authorized Commander Raket, if that could take place without inconvenience and without giving lawful reason for complaint to the present leaseholder, to assign to him the direction over the aforesaid 420 oeliammers; and the said Commander has accordingly arranged it in such a manner that the present leaseholder will have to deliver those oeliammers to the said former leaseholder, to be further distributed and directed by him to the labor. Paragraph 373. Concerning the further decisions that we have taken regarding the Domains, and which are of too little importance to be specially mentioned herein, we take the liberty The servants have reported concerning the tarrego lease. humbly to refer to our resolutions of 15, 16, and 27 August, 4 and 11 September, 9 October, and 8 November past. 374. We only mention herewith additionally that the Mannar servants, upon the report demanded of them according to folio 30, answered by letter of the 18th of this month that they had found no creeping abuses in the Tarrego lease, but that they had judged the abolition of the toll on the import of rice and neli necessary solely because it was far too oppressive for the inhabitants, since, especially in lean times during crop failures through lack of rain, as has again taken place three years in succession, 1551. they not only had to purchase the grains very dearly, but also had to part with a portion thereof for the lease, besides also that the barkiers frequently sailed past Mannar and brought their grains for sale elsewhere where no duty was paid for it; that however the tarrego lease has not been entirely abolished, but as far as small crops are concerned, still continued, as the same has again been leased out in this current book year for 550 rds, and that the damage suffered by the Company through the abolition of the toll on rice and nelij would have been compensated for by the introduced betel lease, The amount of the 400 rds adigari, office fees, and land rents. if the same were maintained, since it can yield a good 500 to 600 rds per year. The Head Adigaar office fees and Land rents Paragraph 375. which are collected at Jaffanapatnam from the inhabitants, and accounted for annually in four terms to the Company, have in the book year 1786/7 amounted to - - - - f74933. 14. - and in the previous book year the same amounted to a sum of - 82416: 11. 8. thus the last year less f7482. 17. 8. The 1552. Paragraph 376. The duty of the Neli crop has amounted in the book year 1786/7 And that of the duty of the nelie crop. in the Colombo Dessavony - Lasts 137. 225. lands of Jaffanapatnam - - - - 99. 27/15. Mannar lands - 42. 125. Galle korle - - . . 59. /50. Matara dessavonie 374. 7/15. lands of Trincomalee 38 3/15. Vanni lands : - 20. 7/45. Kalpitiya and Puttalam lands - - - 3. /50. Batticaloa provinces. - - . . . . . . 370 1/15. Chilaw provinces. . . 31. 13/25. Yield Lasts 1079 9/1625. in the book year 1785/6 this duty amounted to - - 1773. 2 27/00. Thus the last year less Lasts 693 3/1500. Paragraph 377. This decrease is due to the continuous

Dutch transcription

„los pacht. tot nog toe in 'sComp:s Cas gedepo„ sileerd zijn geweest, bij provisie temoogen ontfangen, mits ver„ „plicht blijvende tot de restitutie daarvan, indien het uwe Hoog Edelheeden mogten behaagen daaromtrent anders te disponeeren §370. Nadien de Chilos pacht voor dit verzoek van den gewe loopend boekjaar, is gemeind door „zen pachter van de chi een ander perzoon en voor eene grooter somma, dan de voorige pachter Maha don Anthonij Rosakaria sittambela modli„ „aar, daar voor had willen gee „ven, heeft deeze laatste, die dezelfde perzoon is, welke aanleijding tot het invoeren van die pacht heeft gegeeven, blijkens het bedeelde bij ons eerbiedigen van den 28: Januari 1702 1885. , en die ook in de twee Eerst Jaaren zelfs de pacht gemein heeft 1549. aanmerkingen daarop heeft gehad, ons instantig ver„ „zogt, dat we hem tot verzoe„ „ting zijner moeijte en van de schade, die hij het laatste Jaar daaraan had geleeden, wilden vergunnen het recht tot de leeverantie van de 420. oeliam„ „mers, die dagelijks tot 'sComp. s dienst moeten komen, onder be„ „houd van de aan hem, als Capi„ „tain Adigaar, toegelegde be „zolding van 25. rd:s 'smaands. „371. Deeze Man heeft zich zeeker„ lijk verdienstelijk gemaakt, bij de invoering van de voorschr: pacht, waar door aan de Comp. in het inkomen van de Chikos penningen, een zoo aanmerke „lijk voordeel is toegebragt geworden, en wil hij dat niet zonder hoop op belooning ge „daan heeft, zoude het wijnig tot § 372. tot aanmoediging tot diergelijke onderneemingen strekken, in„ „dien men hem tans, nu de pacht op een goeden voet ge„ „bragt en door een ander gemeind is, geheel en al liet vaaren, temeer het zeer waarschijne „lijk is, dat hij boven de moeite om de zaak in train tebrengen ook wel eenige schade daarby geleeden zal hebben, zoowel als bij de pacht van de parti„ „culiere slaaven te Jaffana „patnam, welke hij meede het eerste Jaar heeft gemeind. Wij hebben derhalven, volgens wat hem toegestaan is resolutie van den 8. 9ber: J:o L: hem toegestaan het behoud van de maandelijksche bezol „ding van 25. rd:s, alleen voor dit loopend boekjaar, en ook 1550. „sluiten ten aanzien van de domainen word gere ook den Commandeur Raket gequalificeerd, om zoo dat, zon„ „der ongeleegentheid en zonder wettige reden van klaagen aan den tegenswoordigen pachter te geeven, kon geschieden, aan hem toetevoegen de directie over de voorschr: 420. oeliam„ „mers; en gemelde Commandeur heeft mitsdien het zoodanig geschikt, dat de tegenswoor„ „dige pachter die oeliammers aan gem: voorjaarige pachter zal moeten leeveren, om door hem tot den arbeid verder verdeeld en bezorgd te worden. §373. Nopens de verdere besluijten, Nopens de verdere be die we ten aanzien van de Domainen genomen hebben, en fereerd aan de resolutien van te wijnig belang zijn om in deezen specialiter te worden gemeld, gebruijken wede vrij= „heid bedienden hebben bericht nopens de tarrego pacht. heid ons nederig, terefereeren aan onse resolutien van den 15 16. en 27. aug:s, 4. en 11. 7ber. „ 9. ok „tober en 8: November passato 1374. Eenelijk melden we hier bij Wat de Manaarsche nog, dat de Mannaarsche be„ „dienden, op het van hun vol„ „gens I. 30: gevorderd bericht, bij brive van den 18. deezer hebben geantwoord, dat ze bij de Tarrego pacht geene ingesloopene misbruijken gevonden hadden, maar dat 2 de afschaffing van den tol op den invoer van rijst en neli, eenelijk hadden nodig g'oordeeld, om dat die veel te drukkend was voor de inge„ „zeetenen, wijl ze inzonderheid in schraale tijden, bij misge wasch door gebrek van reegen gelijk nu drie Jaaren agter aen weder 1551. weder plaats heeft gehad niet alleen de graanen zeer duur moes„ „ten koopen, maar ook daaruijt voor de pacht een gedeelte had „den moeten missen, behalven ook dat de barkiers veel „maalen Mannaar voorbij voeren, en hunne graanen el¬ „ders te koop bragten, daar er geene gerechtigheid voor be „taald werd; dat echter de tarrego pacht niet geheel is afgeschaft, maar zoo verre het klijn gewasch betreft, nog bleef continueeren, gelijk de „zelve in dit loopend boekjaar weder voor 550: rd:s is verpacht, en dat het nadeel, door de afschaffing van den tol op rijst en nelij, bij de Comp: ge¬ „beeden, zoude vergoed zijn ge„ worden door de ingevoerde betel. pacht het bedraagen van de 400 fd=s adigarij, officie gelden en landrenten. pacht, indien dezelve in stand bleef, wijl ze ruim 500. â. 600. rd:s 'sjaars kan op werpen. De Hoofd=adigaari officiegelden en Landrenten §: 375. die te Jaffanapatnam van de ingezeetenen ingevor„ derd, en Jaarlijks in vier termijnen aan de Comp:e verantwoord worden, heb„ „ben in het boekjaar 178. 6/7. bedraagen - - - - ƒ74933. 14. - en in het voorig boek Jaar beliepen dezelven eene somma van - „82416:11. 8. dus heb laatste Jaar minder ƒ7482. 17. 8. De 1552. § 376: L „tigheid van het nelie gewasch. De Gerechtigheid van het Neligewasch heeft bedraagen in het boekjaar 178 6/. en dat van de gerech in de kolombosche Descavo„ 134. nie - Lasten 137. 225. : landen van Jaffana„ „patnam- - - - 99. 27/15. „ 2 446 „ Mannaarsche landen - „ 42. 125. „ Gale korle - - . . „ 59. /50. „. „ Matureesche dessavonie „ 374. 7/15. p „. - - . „ landen van Trinkenomale „ 38 3/15. „. . „ Wannische landen : - „ 20. 7/45. „. „ kalpettische en Pute langsche landen - - - „ 3. /50. „ Battikaloasche pro„ „vintien. - - . . . . . . „ 370 1/15. 23 „ silausche provintien. . . „ 31. 13/25. 3913 Jeld Lasten 1079 9/1625. in het boekjaar 1785/6. be„ 661 „droeg deeze gerechtigheid - - „ 1773. 2 27/00. 37069. Dus het laatste Jaar minder Casten 69 3/1500. §377. Deeze minderheid is door de aanhoudende „-

NL-HaNA_1.04.02_3789_0574 view scan ↗

English

What caused the deficit of this lease in the past financial year. Two ottoe fields erroneously leased and therefore written off. Paragraph 378. caused by persistent great drought that has prevailed in the lands under Kolombo, Jaffanapatnam, and Gale, and on account of which, mainly in the lands under the Jaffna jurisdiction, the Wanni and Marnaar included therein, many sowing fields have remained unsown, and the crops of others that were sown have perished. Two ottoe fields, which had already been accommodated to an arraatje at Mature, having been erroneously leased out for the great harvest, we have, upon the proposal of the Gale servants, qualified them by resolution of the 16th January past to allow the same to be written off. An error crept in during the translation of the lease conditions of the nelie duty in the Gale korle into the Sinhalese language. Paragraph 379. Upon the introduction of the leasing of the neli duty in the Gale korle, it was determined in the year 1784 that the farmers would have to account for the same to the Company with 4 per cent excess; but through an incorrect translation of the lease condition into Sinhalese, it was stated instead that the farmers would have to deliver them with 4 koernies excess on each ammonam, which otherwise holds 40 koernies or 8 parras, and on that basis the delivery was also made in the first two years. But in the past year, the new farmers discovered the error and wanted to adhere to the actual determination of 4 per hundred, against which however Which has been redressed. however, the village headmen who must receive the neli for the Company have objected, requesting that the delivery might take place at 44 koernies the ammonam, as they would otherwise have to suffer loss, because for each ammonam they must account for 8 parras or 43 7/15 koernies of neli at the pantry, since the parra, although calculated at 5 koernies, actually contains 5 7/15 koernies. And as we considered that the village headmen were well-founded in their request and ought reasonably to be accommodated, because besides the loss which they certainly suffer upon receiving and accounting for the neli, they are also obliged to deliver the same free of charge to the pantry, for which, upon the delivery of the ammonam at 44 koernies, they would still profit a little or 8/15 koerni on the ammonam, whereas otherwise, if the determination of 4 per cent proceeded, they must notoriously suffer loss; we have therefore decided by resolution of the 5th April that the farmers would have to make the delivery at 44 koernies the ammonam, and the conditions have accordingly also been altered thereto, all the more because the farmers could bring forward nothing grounded against it, because they had in good faith bid for the lease upon the poorly translated conditions, and the error was only discovered afterwards. To the farmers of the nelie duty in the Mature district for the financial year 1785/6 granted to settle their arrears in cash. Paragraph 381. The farmers of the neli duty in the Mature district for the financial year 1785/6, seeing no chance of settling their arrears in kind, have requested to be allowed to satisfy them with payment in cash, at three rixdollars the ammonam, or 18 stuijvers the parra; and as the Mature servants assured us that there was indeed no chance of obtaining the lease in kind from them, we have, by resolution of the 9th June past, given qualification to accept the cash payment. Likewise to some Mature farmers of the past year of the great harvest. To the farmers of some Company fields in the baijgams their lease sum remitted. Paragraph 382. Likewise, the Mature farmers of the great harvest of the past year have requested to be allowed to satisfy a large part of their lease neli in cash, as they had suffered much damage and were therefore not in a state to deliver the same in kind; and by our aforesaid resolution we have qualified the Dessave to accept money only from such farmers as are found to be absolutely unable to account for the lease in neli. Paragraph 383. To the farmers of some Company fields in the Baijgams for the past year's great harvest, we have, according to our resolution of the 11th September past, remitted their lease sum amounting to 8 ammonams and 5 3/4 coernies of neli; as upon investigation made it was found that the crop of those fields, through the persistent heat and lack of water, was completely withered. What has been validated to some farmers in the Mature district and the stipulated condition for the coming one. Paragraph 389. According to constant custom, the seed corn is always first deducted from the neli that is harvested, and subsequently the Company's duty is levied on the remainder; but some farmers who have leased some parveniand fields in the Mature district have, out of misunderstanding, because this was not expressly stipulated in the lease condition, levied the duty on the entire harvest. We have therefore, upon the complaint made in that regard by the owners, according to the noted

Dutch transcription

Waar door de minderheid van deeze pacht in het gepasseerd boekjaar is veroorzaakt. abuis verpacht en daar „om afgeschreeven. § 378. aanhoudende groote droogte ver¬ „oorzaakt, die in de landen onder ƒ kolombo, Jaffanapatnam en Gale heeft geheerscht, en waarom voor „naamelijk in de landen onder het Jaffanasche gebied, de wanni en Marnaar daar onder begreepen, veele zaaijvelden on„ „bezaaijd gebleeven zijn, en het gewasch van anderen die be „zaaijd waren vergaan is. Twee ottoe velden, die reets aan„ Twee ottoe velden zijn bij een arraatje te Mature geac„ comodeerd waren, abusive voor den grooten oegst verpacht geworden zijnde, hebben wij op den voordragt der gaalsche bedienden, hun bij resolutie van den 16. Januari pass:o ge „qualificeerd, om dezel„ „ven temogen laaten af „schrijven. Bij 1553. Bij de vertaaling van de pacht Conditien van de nelie gerechtigheid in de Gale korle in het sin„ „galeesch is een abuis ingesloopen. § 379. Bij den invoer van de verpach „ting der neli gerechtigheid in de Gale korle, is in het Jaar 1784. bepaald, dat de pachters dezelve aan de Comp: zoude moeten verantwoorden met 4. p. r C.:o overmaat; doch door een verkeerde vertaaling van de pacht Conditie in het sin„ „galeesch, is daarvoor gesteld, dat de pachter ze zouden moe„ „ten leeveren met 4. koernies overmaat op elke ammonam, die anders 40. koernies of 8. parras houd, en op dien voet is ook de leeverantie in de twee eerste Jaaren geschied: Maar in het voorleeden Jaar hebben de nieuwe pachters het abuijs ontdekt, en wilden zich aan de eigentlijke bepaaling van 4. ten honderd houden, waartegen echter ƒ 380 hetwelk geredres„ „seerd is. echter de dorps hoofden, die de neli voor de Comp. moeten ont„ fangen, zich hebben beswaard, verzoekende dat de leeverantie mogte geschieden tegens 44. koernies de ammonam, wijl ze anders schaade zouden moeten lijden, om dat ze voor elke ammonam 8. parras of 43. /15. koernies neli in het dis„ „pens moeten verantwoorden, ver „mits de parra, schoon op 5. koer: „nies word gereekend, werke „lijk 5 /15. koernies inhoud. En wijl we Considereerden, dat de dorps hoofden in hun ver. „zoek gegrond waren, en billijk dienden tegemoet gekomen worden, om dat ze buijten het verlies, het welk ze zekerlijk hebben 1554. hebben bij het ontfangen en ver¬ „antwoorden van de neli, ook verpligt zijn, dezelve vrij in het dispens te leeveren, waar „voor ze dus, bij de leeverantie van de ammonam tegens 44. koernies, nog iets of /15. koer. „ni op de amm: zouden profi„ „teeren, daar ze anders, indien de bepaaling van 4. p:r C. o door „ging, notoir schade moesten leijden hebben we derhalven bij resolutie van den 5: April beslooten, dat de pachters de leverantie zouden moe„ „ten doen, tegens 44. koernies de ammonam, en is ook de Conditien mitsdien daarnaar veranderd, temeer de pachters niets met grond daar tegen konden Aan de pachters van de nelie gerechtigheid in het Maturees distrikt Contant tevoldoen. konden inbrengen, om dat ze de pacht ter goeder trou gemeind had„ „den op de kwaalijk vertaalde Con „ditien, en het abuijs eerst daarnaa van ontdekt is. §381. De pachters van de neli gerechtig „heid in het Matureesch distrikt voor het boekjaar 178 5/6. , geen van 1785/6. geakkordeerd kans ziende om hunne agter hunne agterstallen in stallen in natura teverevenen, hebben verzogt temogen vol¬ „staan met de betaaling in Com „tant, tegens drie rijksdaalders de ammon:, of 18. Stuijvers de parra; en wijl de Matureesche bedienden ons verzeekerden dat er werkelijk geen kans was, om de pacht in natura Aan eenig van hun te bekomen, hebben in pa bij resolutie van den 9: Juni „teerd pass:o, qualificatie gegeeven tot de acceptatie van de Contante voldoen g Jnsgelijks 1555. Jnsgelijks aan sommege Matureesche pachters van het voorleeden Jaar. Aan de pachters van in de baijgams hunne „teerd. a § 382. Insgelijks hebben de Matureesche pachters van den grooten oegst van het voorleeden Jaar verzogt, om een van den grooten oegst groot gedeelte van hunne pacht neli in Contant temogen vol. doen, wijl ze veel schade ge¬ „leeden hadden en derhalven niet in staat waren, om de zelve in natura te leeveren: en wij heb „ben bij evengem: onse resolutie den Dessave gequalificeerd, om alleen geld te accepteeren van zoodanige pachters, als vol„ „strekt niet is staat bevon„ „den worden, de pacht in neli te verantwoorden. §383. Aan de pachters van eenige Comp: velden in de Baijgams, voor den eenige komp:s velden voorleeden Jaarschen grooter oogst, pacheschat geremit hebben we, blijkens onse resolu „tie van den 11. 7ber: pass:o geremit „teerd hunne pachtschat groot 8. amm. 1„ van Sommigs ande velden „deerd is en het bepaalde aanstaande. §389. amm: en 5¾. Coernies neli: wijl bij gedaane onderzoek bevonden is, dat het gewasch van die velden, door de aanhoude hitte en gebrek aan water, ten eene „maale was verdord. Volgens het Constant gebruijk word altijd van de neli, die inge„ Wat aan eenige pachters „oegst is, eerste het zaadkoorn in 't Maturesche gevali afgetrokken, en vervolgens op bij de Conditie voor den de rest 's Comp. s gerechtigheid geheeven; doch eenige pach¬ „ters, die sommige parveniand velden in het Matureesche hebben gepacht, hebben uijt misverstand, om dat dit bij de pacht Conditie niet uijtdru „kelijk was bepaald, de gerecht „heid op den geheelen oegst geheve We hebben derhalven, op de der weegens gedaane klagte door de Eigehaars, volgens het aange „teekende

NL-HaNA_1.04.02_3789_0581 view scan ↗

English

1556: One wished to test whether the farming out of the paddy duty could also be introduced at Trinkonomale with good success. We recorded in our aforementioned resolution of 11 December that we had validated on their account 31 ammonams and 142 koernies of paddy, and at the same time decided to stipulate in the conditions for the future that the seed grain must be deducted before the crop is appraised, in order to pay the duty to the farmer. Section 385. In order to test whether the farming out of the paddy duty could also be introduced at Trinkonomale with good success, we, as appears from what was noted in our resolutions of 12 July last, sent copies of the lease conditions of Jaffanapatnam, Gale, and Battikaloa to the servants at Trinkenomale, with orders to draft from them a condition best agreeing with the constitution of the country and to send it to us for review. But instead of such a draft, we received from them a resolution of 8 August, by which they decided to proceed with the farming out, under this precarious precaution: namely, that the Resident of Tamblegam and the wannias of Koetjaar and Katkolompattoe should be informed that this farming out would only take place to try in the first year whether it would meet our objective, with orders to make this known among the people out of fear that they might otherwise abandon their sowing and planting in the Trinkonomale region. 1557: What the Trinkonomale servants have communicated. Section 386. Since we nevertheless could not understand on what the servants based this apprehension of theirs, we, as appears from our resolution of 27 August following, requested a report from them as to what the inconveniences of the aforementioned farming out were that made them apprehensive that the inhabitants would on that account abandon their sowing and planting, and in what respects, therefore, according to their thoughts, the method of appraisal would be less onerous and to be preferred for the community over the measure of farming out. Section 387. Meanwhile, and before they had received our letter in which that report was requested, the servants informed us by their letter of 27 August that the chiefs of the provinces of Koetjaar, Katkolompattoe, and Tamblegamme were unanimously of the opinion that the farming out of the tithes could not be introduced there without the danger of seeing not only the new inhabitants, who had recently been returning by degrees to cultivate once more their long-abandoned lands, but even the old inhabitants abandon the country, since a farmer would have his tithe measured out to the last mediet, whereas now the commissioners make only as close an estimate as possible, 1558: in which the inhabitants were usually not treated with the utmost severity; and that although it is indeed true that the tithes belong to the Company now just as they would to the farmer then, the cultivator nevertheless preferred to deal with his landlord rather than with the farmers; and that it therefore appeared to them, namely to the servants, that in a country like Trinkonomale, where one ought to endeavor to draw back the old inhabitants who were currently residing in the Kandyan territory, one should make them find as much advantage as in the Kandyan territory, where on that side there is no farming out. Wherefore they requested that for the present everything might still be left on the old footing, until the great objective for Trinkonomale, namely a noticeable increase of inhabitants, should be achieved. Provisionally left on the old footing. Section 388. Since then, the servants have answered the aforementioned report demanded of them that they can give no other reasons why the appraisal would be less onerous than the farming out than what they, as mentioned hereinbefore, had represented in their letter of 27 August. But because what was represented consisted of nothing other than presumed difficulties, which all came down to the fact that the people would be treated more severely by the farmers than by 1559: Section 382. The precaution used to collect the paddy duty in the Battikaloa provinces. the otherwise customary collectors of the tithes, the validity of which the servants ought to have investigated further without contenting themselves with the pretenses of the native chiefs, who might have their own interest in the continuation of the appraisal: we therefore resolved on 13 October last to let the collection of the paddy duty in the Trinkonomale region provisionally take place on the old footing until this further investigation should be made. Because the chiefs of the Battikaloa provinces have generally been somewhat slow with the delivery of the paddy duty, whereby the arrears mounted too high from year to year, the Battikaloa servants, in their letter of 15 December 1786, made a proposal to us to have the country chiefs henceforth pass notarial bonds for the amount of the overdue tithes for which each is accountable, under obligation to pay the usual interest of 50 percent; and since this has had such a good result that, according to their report by letter of 7 April last, all the arrears of the tithe

Dutch transcription

1556: Men heeft willen be„ „ting van de nelie ge„ Trinkonomale konde worden ingevoerd. teekende bij onse voorsz: reso¬ „lutie van den 11. xber:, aan hun derwegens laaten valideeren 31. ammonams en 142. koerniesneli„ en teffens beslooten om voor den aanstaande bij de Conditie te„ „bepaalen, dat het zaadkoorn moet worden afgetrokken, voor dat het gewasch word getaxeerd, om de gerechtigheid aan den pachter uijt te keeren. § 385 Om te beproeven of de verpach„ „ting van de neli gerechtig„ vb proeven of de verpach„heid, ook te Trinkonomale „rechtigheid ook te met goed succes zoude kunnen worden ingevoerd, hebben we blijkens het aangeteekende bij onse resolutien van den 12. Juli J:o leeder, Copijen van de pachtconditien van Jaffana „patnam, Gale en Battikaloa aan de bedienden te Trink enomale gezonden E vervolg gezonden, met last om daaruijt, eene met slands Constitutie best over eenkomende, Conditie te ontwerpen en aan ons ter re ƒ 7 „sumtie toetezenden, Maar in „steede van zoodanig ontwerf hebben we van hun ontfangen eene resolutie van den 8. augs: waarbij ze hebben beslooten met de verpachting voortte. „gaan, onder deeze kommer„ „lijke voorzorg, dat naamelijk de Resident van Tamblegam, en de wannias van Koetjaar en katkolompattoe, zouden worden g'informeerd, dat die verpach„ „ting alleen zoude geschieden, om in het eerste Jaar te probee „ren of ze aan ons oogmerk zo „de voldoen, met order om dit onder het volk gemeen temaakat bedie uijt vreese dat het anders zijn daeld Bezaaijing „ 1557. wat de Trinkonomaalsche deeld hebben.. bezaaijingen en beplantingen mogte verlaaten. § 386. Vermits we nochtans niet kon„ „den bevroeden, waarop de bedien„ „den deeze hunne bedugting fondeerden, hebben we, blijkens onse resolutie van den 27. aug. daaraan, van hun bericht ge vraagd, welke de in convenien „ten waren van de voorschr. verpachting, die hun doen bedugt zijn, dat de ingezee „tenen deswegens hunne be „zaaijingen en beplantingen zou„ „den verlaaten, en waarin der „halven naar hunne gedachten, de weg van taxatie minder onereus„ en voor de gemeinte teprefe¬ „reeren zoude zijn, boven het middel van de verpachting. ƒ387. Jntusschen en voor dat ze onsen bedienden daar omtrent bebrief, waar bij dat bericht ge „vraagd wierd, hadden ontfangen bedeelden re bedeelden ze ons bij hunnen brief van den 27. aug:s, dat de hoofden van de provintien koetjaar, katko„ „lompattoe en Tamblegamme, eenpaarig van gevoelen waren dat de verpachting van de tienden aldaar niet zoude kunnen worden ingevoerd, zonder gevaar van niet alleen de nieuwe ingezeetenen die zedert korten tijd lang„ „zaamer hand terug kwamen, om hunne voor lange verlaatene landen weder te bebouwen, maar zelfs de oude ingezeetenen het land te zien verlaaten, vermits een pachter zijne tiende tot op de laatste me „diet zoude laaten naamen „ten, daar nu de gecommit„ „teerdens maar eene zoo na mogelijke 1558. mogelijke overslag maaken, waar bij gewoonelijk de inge¬ „zeetenen niet ten strengsten wierden behandeld; en dat of schoon het wel waar is, dat nu aan de Comp:, even gelijk als dan den pachter, de tienden toekomen, de landbouwer echter liever met zijn landheer dan met de pachters, wilden te doen hebben: en dat het der„ „halven hun naamelijk den be„ „dienden, voorkwam, dat in een land als Trinkonomale, daar „men behoorde te tragten om de oude ingezeetenen, die zich tans in het kandiasche op„ „hielden, terug te trekken, men hun zoo veel voordeel moest doen vinden, als in het kandia „sche, alwaar aan die kant geene verpachting is; Weshalven ze verzogte bij provisie gelaaten op den ouden voet. verzogten, dat voor eerst nog al les op den ouden voet mogt wor „den gelaaten, tot dat het groot oogmerk voor Trinkonomale naamelijk eene merkelijke vermeerdering van inwoonders zoude berijkt wezen. §388: 'T zedert hebben de bedienden, op het voorschr: van hun gevor¬ „derd bericht, geantwoord, dat ze geene andere reden kunnen geeven, waarom de taxatie minder onereus zoude zijn dan de ver„ „pachting, dan het geen ze, gelijk hier voor gemeld, bij hunnen brief van den 27. aug:s hadden vertoond; Dan wijl dit vertoonde in niet anders bestond, dan is onder „stelde swaarigheden, die alle daar op uijtliepen, dat het om volk door de pachters straffer zoude behandeld worden, dan door 1559. „ 382. de gebruikte voorzorg het neli gerechtigheid in de Battikaloasche provin: „tien inte krijgen door de anderzins gewoone Col„ „lecteurs van de tienden, welker gegrondheid de bedienden na „der hadden behooren te onder„ „zoeken, zonder zich tevergenoe„ „gen met de voorgaves van de in landsche hoofden, die bij de continuatie van de taxatie hun belang konden hebben: zoo hebben wij op den 13. 8ber. J:oleeden beslooten om tot dat dit nader onderzoek zoude geschied zijn, de heffing van de neli gerechtigheid in het Trinkonomaalsche, bij provisie te laaten doen op den ouden voet. Wijl de Hoofden van de Batti¬ om de leverantie van de „ kaloasche provintien, doorgaans wat traag geweest zijn met de de leeverantie van de Neli ge„ „rechtigheid, waar door de agter„ stallen van Jaar tot Jaar te hoog opliepen, hebben de Battikalo „sche bedienden, bij hunnen brief van den 15. December 1786. aan ons het voorstel gedaan, om door de landshoofden in het vervolg, voor het beloop van de agterstallige tienden, die elk verantwoorden moet, secretari¬ „eele obligatien te laaten pas„ „seeren, onder verbintenis tot den opbreng van de ge „woonelijke interest van 50. pr C:o, en aangezien dit van zoo een goed gevolg is geweest, dat volgens hun bericht bij brive van den 7. April pass:o alle de agterstallen van de tiende

NL-HaNA_1.04.02_3789_0589 view scan ↗

English

and Koetjaar written off. the tithe dues already having been satisfied, we, by resolution of 19 April subsequent thereto, resolved to approve their aforesaid proposal. Paragraph 390. Furthermore, upon the The tithe of the paddy received report that of the harvested Karrewauwe paddy harvest, through high waters, have been lost, in the Battikaloa province Karrewauwe 179. 2. ammonams, and in the Trincomalee province Koetjaar 6 1/4 ammonams, according to the record entered by resolutions of 12 July and 25 September passed, we granted qualification to the officials to allow the tithes thereof to be written off. The Manaar cooking butter. The Recognition monies. Paragraph 391. The Duty on the Manaar cooking butter The amount of the duty has, in the year 1786/7, upon leasing out, on the Manaar cooking butter yielded - - - - - lb: 3937 3/4. - in 1785/6 the same amounted to 3108 7/8. thus the last year more lb: 828 7/8. The Recognition monies Paragraph 392: were in the past year only received The collected recognition monies from the ship crews on the ships Veere and the Leviathan, because with the ships Gouda, Pollux and the Vlugge Trekvogel no recognition goods were exported, and that which was received therefrom has, according to the record entered by resolutions of 28 July and 8 October passed, amounted to rds: 1480. –. fl. 2890. 16. - in the previous year was received on that account 2370. fl. 4692. 12. thus the last year less fl. 1801. 16. Paragraph 393. The Profit on the small stamp. The profit on the circulation thereof in this Government has, in the book- year 1786/7, amounted to: Here - - - - - fl. 4010. 17. 8. at Jaffanapatnam - fl. 2936. 7. - at Manaar - fl. 130. 8. - at Gale - fl. 1222. - 8. at Mature - fl. 241. 12. - at Tuticorin - fl. 85. 14. - at Trincomalee - fl. [illegible] at Kalpetti - - - fl. 114. 3. 8. at Battikaloa - - - fl. 18. 5. - Total - - fl. 8759. 7. 8. in 1785/6 there was gained thereon fl. 7108. 1. - thus the last year more fl. 1651. 8. - Concerning the arrears, further report will be made. Paragraph 395: Of the previous arrears some items have been written off, of which report is made. Paragraph 396. To the farmer of the Manaar tarrego farm, half of his loss remitted. The General arrears. Paragraph 394. Concerning the arrears under the ultimate of August 1787, we shall have the honor, according to annual custom, to report further to Your High Noblenesses by a separate letter as soon as the usual Memoir thereof shall have been received. Yet, since of the arrears under the ultimate of August 1786, mentioned in our respectful letter of 20 April 1787, we have since caused some items to be written off, we shall take the liberty to make respectful report thereof herewith. The farmer of the Manaar tarrego farm of the year 1785/6, having shown that he, both through crop failure due to lack of rain, as well as by the severe storm of the month of April 1786, had suffered great damage, as having been able to collect no more than a fourth part of the farm sum, which was rds: 700. –. : so we have, in consideration that the Manaar officials confirmed his statement, and he himself with two secretarial declarations, which at his requisition were attested by witnesses, has shown not to have received more in farm moneys than rds: 186. 15. —, thus rds: 513. 33. less than the farm sum, by resolution of 24 What to the farmer of the fish farm before the front of the Castle of Jafna was validated. May passed, subject to the further approval of Your High Noblenesses, resolved to remit to him the half of his loss, being rds: 256. 40. 2. Paragraph 397. Since the farmer of the fish farm before the front of the Castle at Jaffanapatnam has shown that he, in the book-year 1785/6, at the survey, conducted two times, of the Manaar and Aripo pearl banks, had on each occasion to provide two tonies with 28 heads from his district for that purpose, who the first time 52 and the last time 56 days were occupied with that work; with request, therefore, that the damage might be validated to him which he thereby had suffered in his farm: so we have, upon the presentation of the Jaffna officials, just as we, according to our resolutions of 29 June and 30 August 1786, for the same reason accorded a deduction to the fish farmer of Kolombogammo, by resolution of 19 November last past resolved, also to validate to this farmer, subject to Your High Noblenesses' approbation, for the last 56 days, 196 rijksdaalders, reckoning each fisherman whom he had to miss, To the Fish farmer of Mature, Mirisse and Dondra a certain remission granted. at 6 stuivers a day. Paragraph 398. The fish farmer of Mature, Mirisse and Dondra of the book- year 1785/6, under representation that he, on account of the smallpox, which at that time raged very severely in the Mature district, had suffered great damage in his farm, because through the removal of a large part of the inhabitants and especially of fishermen, the fishery at Mature in the months of October and December 1785 and January, February and March 1786, in which time, as the best catch months, otherwise the full farm sum usually came in, had practically stood still, having requested

Dutch transcription

1560. en koetjaar afgeschreeven tiende gerechtigheid reets voldaan waren hebben wij bij resolutie van den 19. April daaraan beslooten, hun voorschr: voorstel te approbeeren. §390. Voorts hebben we op het ont„ de tiende van het nelie fangen bericht, dat van het gewaschte karrewauwe neli gewasch door hoog water verlooren gegaan zijn, in de Battikaloasche pro „vintie karrewauwe 179. 2. ammonams, en in de Trinko „nomaalsche provintie koet. „ Jaar 6¼. amm:, volgens het aangeteekende bij resolu¬ „tien van den 12. Juli en 25. september passato, den bedien „den qualificatie verleend, om de tienden daarvan temo „gen laaten afschrijven. De „sche kookboter. „nitie penningen. ƒ 391. De Gerechtigheid van de Mannaarsche kookboter het bedraagen der gereehd deeft in A:o 178/7. bij verpachting „tigheid van de Mannaar opgebragt - - - - - lb: 3937¾. - in 1785/6. bedroeg dezelve „ 31087/8. „ dus 't laatste Jaar meerder lb. 8287/8. De Recognitie penningen §: 392: zijn in voorleeden Jaar, alleen ont„ de ingekomene recog:„vangen van de scheepelingen op de scheepen veere en de Levia „than, wijl met de scheepen Gouda, Pollux en de vlugge Trekvogel, geene recognitie goederen zijn uijtgebragt, en het geen daarvan ingekoomen is heeft volgens het aangeteekende bij resolutien van den 28. Juli, en 8: Gber: passato bedraag rd:s1480. –. ƒ2890. 16.- voorig in het vorwang Jaar is. derwegens ingekoomen „ 2370. „4692. 12 dust laatste Jaar minder ƒ 1801. 16: 1561. ƒ393. De Winst van het klijn zegel. De winst op den vertier daar„ „van ten deezen Gouverne „mente, heeft in het boek „Jaar 178 6/7. bedraagen. Alhier - - - - - ƒ„4010. 17. 8. te Jaffanapatnam - „ 2936. 7. „ 130. 8. „ Mannaar „ 1222. — 8. Gale 241. 12. Mature 85. 14. Tutu korijn „ Trinkenomale-„ kalpetti - - - „ 114: 3. 8. Battikaloa - - - „ 18. 5. — Teld - - ƒ 8759. 7. 8„ in 1785/6. is daarop „ 7108. 1. — - gewonnen dus 't laatste Jaar meerder ƒ 1651. 8. - - - klijn Zegel 8. ngen .. - De 16: Nopens de agterstallen zal nader verslag ge„ „daan worden § 395: van de vooriege agterstal„ „„len zijn eeniege posten afge„ „schreeven waar van berigt gedaan word. §396. Aan de pagter van de Man„ „naarse tarrego pagt die helft van zijn verlies geremitteerd De Generaale agterstallen. ƒ394. Nopens de agterstallen onder ult:o augustus 1787;, zullen we de eer hebben uwer Hoog Edel„ „heden, volgens Jaarlijks ge „bruijk, nader bij een afzonder „lijken brief verslag te doen zoo dra de gewoone Memorie daarvan zal zijn ingekomen. Dan wijl wa van de agterstallen onder ult:o aug:o 1786;, vermeld. bij onsen eerbiedigen van den tuileden April 1787. , zedert eenige posten hebben laaten afschrij „ven, zullen we de vrijheid ge „bruijken, om daarvan bij dee„ „zen eerbiedig bericht te doen. De pachter van de Mannaar„ „sche tarrego pacht van a:o 1785/6. vertoond hebbende dat hij zoo door misgewas wegens gebrek aan 350 1562. aan regen, als door den swaaren Storm van de maand April 1786. groote schade had geleeden, als hebbende niet meer dan een kwartgedeelte van den pachtschat, die groot was rd:s 700. –. , te binnen kunnen krijgen: zoo hebben we, uijt aanmerking dat de Mannaar„ „sche bedienden zijne voor „gaave Confirmeerden, en hij zelve met twee secretari „eele verklaaringen, die ter zijner requisitie door ge¬ tuijgens zijn belegd, aange „weezen heeft, niet meer aan pachtpenningen ontfangen de te hebben dan rd:s 186: 15: —, dus rd:s 513. 33. minder dan de pacht„ „schat, bij resolutie van den 24. Wat aan den pagter vande verpagt voor 't toort van 't kasteel van Jafna gevalideert is „naa 24. Maij pass:o tot op het nader goedvinden van uw Hoog Edelheeden beslooten, de helfte van zijn verlies, zijnde rd:s 256. 40. 2. , aan hem te re„ „mitteeren. §397. Wijl de pachter van de vis„ „pacht voor het front van het Casteel te Jaffanapatnam, heeft vertoond dat hij in het boekjaar 1785 /6. bij de tot tweemaalen gedaanen opneem van de Mannaarsche en arriposche paarlbanken, tel „kens twee tonies met 28. koppen uijt zijn district daartoe had moeten bezor „gen, die de eerstemaal. 52 en de laatste maal 56. da „gen met dat werk bezig zijn 4 „ 3. g het„ ger 1563. zijn geweest; met verzoek over„ zulks, dat hem de schade mogte worden gevalideerd, die hij daar door in zijn pacht had geleeden: zoo hebben we op den voordragt van de Jaffa„ „nasche bedienden, even ge„ „lijk we, volgens onse resolu„ „tien van den 29. Juni en 30. aug:s 1786: om dezelfde reden aan den vischpachter van kolombogammo een afslag hebben geaccordeerd, bij reso„ „lutie van den 19. 9ber: J:o leeden beslooten, ook aan deezen pach „ter op uwe Hoog Edelens approbaatsie voor de laatstede 56. dagen, tevalideeren 196. rijk sd:s, gereekend elk visscher die hy had moeten missen, tegens Aan den Vispagter van mature, Miaetse en d'ondure zeker remissie verleend teegens 6. stuijv:s 'sdaags. § 398: De vischpachter van Mature, Mi„ „risse en Dondure van het boek „Jaar 1785/6. heeft onder vertoo „ning, dat hij wegens de kinder „ziekte, die te diertijd, in het Matureesche zeer sterk heeft gewoed, in zijne pacht groote schade had geleeden, om dat door de verhuijsing van een groot gedeelte der inwoon „ders en voornaamelijk van visschers, de visscherij te Mature in de maanden Gbar„ en December 1785. en Januari februari en Maart 1786. in welken tijd, als de beste vangst maanden, anders de volle pachtschat gewoon „lijk inkwam, genoegzaam stil gestaan had, verzogt hebbende

NL-HaNA_1.04.02_3789_0597 view scan ↗

English

1564. having requested a reduction on his farm sum, amounting to 1700. rd:s; the Galle servants, upon receiving report from those of Mature that this farmer had transferred the fisheries of Mirisse and Dondure to others for 800. rd. s, and had retained only those of Mature for 900. rd:s for himself, but that on the Mature fishery, according to the incoming testimony of witnesses, among them five pattebendas, he would indeed have lost a quarter of the farm sum, decided by their resolution of 6. June 1786 to grant to the aforementioned farmer a reduction of one quarter of the aforesaid 900. rd:s for which he had retained the Mature fishery for himself; under this condition, however, that the write-off thereof should not take place until at the end of the farm year it should appear that he, the farmer, had subsequently not been able to recover entirely or partially from his loss through an extraordinary fish catch; and precisely because of the same uncertainty, we decided by our resolution of 29. June 1786 to postpone that disposition on the aforesaid Galle decision until with the ending of the book year the outcome thereof should have appeared. 1565. Continuation §399. Since then, the Galle servants, by letter of 12. May past, requested our disposition thereon; and as they at the same time communicated that the Mature servants had reported to them that there during the aforesaid book year, on account of the smallpox that was then prevalent, no profitable fish catch had taken place, whereby the farmer could have had the opportunity to recover his suffered loss: we decided, subject to Your High Nobilities' approval, in the session of 31. May to approve the aforementioned Galle decision, and consequently to remit 225. rd:s to the repeatedly mentioned farmer. § 400. Complaint of the farmer of the Galle and Mature absent uliyam workers. The farmer of the Galle and Mature absent uliyam workers of the year 1785/6 having lodged a complaint that nearly all Moors who had been registered as absent, and consequently should have paid poll tax to him, were pressed into the uliyam service by the head of the Moors, and also that due to the late completion of the Mature uliyam registration, of which he had obtained no copy, he had not been able to make the collection of his farm from the Mature Moors; requesting therefore that, since he had collected the full farm of the Galle absent uliyam workers, whose registration had begun in November 1785, only in the first two months, and had received nothing yet from those of Mature at that time, it might be granted to him to be allowed to suffice with accounting for what he had collected, provided he takes the oath that he truly had received no more than would be shown by him, and that he might thereby be discharged from his farm: 1566. What the Galle servants decided thereon. the Galle servants, in consideration that the heads of the Moors had done no more than their duty by having all absent uliyam workers whom they could discover registered into the uliyam service during the new registration, and that the aforesaid farmer thus could have no reason for grievance in that regard, but that he nonetheless deserved some consideration, because the registration being held after the leasing, he had thereby suddenly lost the prospects that he had on the registered absent uliyam workers, while the Mature registration, on account of the smallpox that had persisted there, could not be completed earlier than in the month of July 1786, decided by their resolution of 8. August 1786 to give the aforementioned farmer extension until the end of December of that year for the payment of his farm sum, since the Mature registration having only recently concluded then, he had not been able to collect anything from the absent Moors there, with a promise at the same time to him, the farmer, that when he, after the expiration of that term, should have made a clear indication of what he had received of his farm sum, they would propose him to us for the obtaining of a fair reduction, in proportion to his loss and unforeseen occurrences during his farm period. 1567. What has since been shown by him. § 401. Pursuant to this, the aforesaid farmer has since shown that, besides an amount of 40. rd:s which he had collected previously, he had since the aforementioned decision received, both from the Galle and from the Mature absent uliyam workers, a further 150. rd:s 30., so that he fell short on his farm sum amounting to 540. rd:s by 299. rd:s 18., requesting therefore that, under the taking of the oath already offered by him, 1568. And his shortfall is hereupon written off. he might be permitted to suffice with the payment of the aforementioned totally collected amount of 240. rd:s 30., and to remain released from the payment of what is still lacking; whereupon the Galle servants decided by their resolution of 4. May past to grant his request, provided he, according to his offer, confirmed with an oath that he had not been able to collect more of his farm sum than the aforesaid 240. rd:s 30.: and we have approved this disposition, as resting on the grounds of equity, subject to Your High Nobilities' approval, by our resolution of

Dutch transcription

1564. hebbende om een afslag op zijn pachtschat, groot 1700. rd:s; zoo hebben de gaalsche be„ „dienden, op het bekomen bericht van die van Mature dat deeze pachter de vissche„ „rijen van Mirisse en Dondure aan anderen voor 800. rd. s had overgedaan, en alleen die van „voor Mature voor 900. rd:s „ zich be „houden had, doch dat hij op de Matureesche visscherij, vol„ „gens ingekomene verklaaring van getuijgens, daar onder vijf pattebendas, wel een kwart van de pachtschat zoude hebben verlooren, bij hunne ide resolutie van den 6. Juni 1786. hij beslooten, om aan gem: pachter een afslag teverleenen, van een een kwart van voorsz: 400: rd:s waarvoor hij de Matureesche visscherij voor zich had be„ „houden; Onder deeze bepaa„ „ling nochtans, dat de af„ „schrijving daarvan niet zoude geschieden, dan wan „neer bij het einde van het pachtjaar zoude gebleeken zijn, dat hij pachter zich in den vervolge, door eene extra ordinaire vischrangst in het geheel of voor een ge „deelte van zijne schaade niet hadde konnen herstellen; en even om dezelfde onzeeker „heid, hebben we bij onse rest „lutie van den 29. Juni 1786 beslooten, om die dispositie op het voorschreeve gaalsch besluijt „ na 20 1565. Vervolg besluijt uijttestellen tot dat met het eindigen van het boekjaar, de uijtkomst daarvan zoude geblee„ „ken zijn. §399. 'T zedert hebben de gaalsche bedienden, bij brive van den 12. Maij pass:o, onse dispositie daarop verzogt; en wijl ze daarbij tevens hebben bedeeld, dat de Matureesche bedienden hun hadden bericht, dat aldaar geduurende het voorschreeve boekjaar, wegens de toen „maals geregeerd hebbende kinder ziekte, geene voordee„ lige vischvangst was geschied waar door de pachter gelee„ „hebben „gentheid hadde kunnen, mida„ zijne geleedene schade te hij „herstellen: hebben we op uwe= Hoog Edelheeden approbaatsie ter § 400: klagte van den pagter der gaalse en Matuaese absente deliammers ter sessie van den 31. Maij daaraan beslooten, 't voorm: gaalsche be „sluijt te approbeeren, en mitsdien aan den meerm: pachter 225. rd:s teremitteeren. De pachter van de gaalsche en Matureesche absente oeli„ „ammers van a:o 1785/6; klagtig gevallen zijnde, dat meest alle mooren, die als absent beschreeven waren en mits dien aan hem hoofdgeld had „den moeten betaalen, door het hoofd der mooren tot den celidienst zijn geprest ge„ „worden, en dat ook door de laate absolvatie van de Mata „reesche oeliams beschrijving waar van hij geen Copij beko „men had, de invordering van zijn pacht van de Matu„ „reesche mooren niet hadde kunnen 1566. kunnen doen; met verzoek derhalven, dat wijl hij van de gaalsche absente oeliam„ „mers, waarvan de beschrijving in 9ber: 1785. begonnen was, maar alleen in de twee eerste maanden de volle pacht ingevorderd, en van die van Mature toen nog niets ingekreegen had, het hem toegestaan mogte worden, temogen volstaan met de e verantwoording van het geen hij ingevorderd had, mits doende den eed, dat hij waarlijk niet meer hadde ontfangen, dan door hem zoude worden aangetoond, en dat hij daarmeede van zijn pacht mogte worden ontslaagen: zoo aan wat de gaalse bedienden daar op beslooten hebben zoo hebben de gaalsche bedien„ „den, uijt aanmerking dat de hoofden der mooren niet meer dan hun plicht hadden gedaan met bij de nieuwe beschrijving alle absente absente oeliam „mers, die zij konden ontdek„ „ken, tot den oelidienst telaaten intrekken, en dat de voorschr. pachter dus geen reden van be „swaar derwegen kon hebben, doch dat hij des niet temin eenige Consideratie meriteerde, om dat de beschrijving naa de verpachting gehouden zijnde hij daar door de uijtzichten die hij op de ingetrokkene absente oeliammers heeft gehad, eens klaps had verloo „ren, terwijl de Matureesche beschrijving, wegens de aldaar aangehouden 1567. aangehouden hebbende kinder ziekte, niet eerder dan in de maand Juli 1786. had kon nen volbragt worden, bij hun „ne resolutie van den 8. augs. 1786. beslooten, aan voorm: pach„ „ter tot ult:o December van dat op Jaar uijtstel te geeven tot de voldoening van zijn pacht „schat, wijl de Matureesche beschrijving toen korteling. eerst, afgeloopen zijnde, hij van de absente mooren aldaar t niets had konnen invorde chr „ren, met toezegging tef: af „fens aan hem pachter, dat te wanneer hij, naa verloop van dat termijn, eene duijde„ „lijke aanwijzing zoude heb„ ben gedaan, van het geen hij van roed zijn pachtschat had ingekreegen, in zij Wat door hem zedert aangeweesen is zij hem aan ons zouden voor„ „draagen, ter verkrijging van een billijk afslag, naar even¬ reedigheid van zijne schade en onvoorziene toevallen in zijn pachttijd. § 401. Ingevolge van dien heeft de voorschr: pachter het zedert aangeweezen, dat hij behal„ „ven een bedraagen van 40. rd:s het welk hij tevooren hadde ingevorderd, zedert het voor„ melde besluijt, zoo van de gaalsche als van de Maturee „sche absente oeliammers, nog ontvangen had rd:s 150. 30. zoo dat hij op zijn pachtschat groot rd:s 540. –. . – 1209 rd:s 299. 18. tekort kwam, verzoekende derhalven om, onder het afleggen van den door hem reets aangebooden eed, 1568. koming afgeschreeven. eed, met de betaaling van voorm:, in het geheel inge¬ „vorderde bedraagen van rd:s 240. 30. temogen volstaan, en van de voldoening van het nog ontbreek ende te „mogen bevrijd blijven; waarop de gaalsche bedienden bij hunne resolutie van den 4. Maij pass:o, beslooten hebben zijn verzoek te accordeeren, mits hij volgens zijne aanbie„ „ding, met eede bevestigde dat hij niet meer dan, dan voorschr: rd:s 240. 30. -, van zijn pachtschat had kunnen te binnen krijgen: en we hebben deeze dispositie„ En es hier op zyne tekort als op de gronden van billijk „heid steunende, op uwe Hoog Edelheeden approbaatsie en goed „gekeurt bij onse resolutie van den

NL-HaNA_1.04.02_3789_0606 view scan ↗

English

Lewaye salt farmer. the 9th of June last, and thereby ordered the deficiency of Rds. 299:18 to be written off, all the more because we deemed it necessary that some accommodation should be used with this farm, both because of its great uncertainty, and especially because it was instituted solely to better ascertain the actual number of oeliammers, whereby it might have happened, if one remained too strict regarding the collection thereof, that no one would dare to bid for it. The request made by the Lewaye salt farmer. §402. In the year 1785, the Kandyans, making use of the freedom to fetch salt duty-free from the lewayes, carried off a quantity of salt which the farmer of the financial year 1784/5 had caused to be heaped up, and hereupon this farmer made a request that Rds. 294. 432 might be credited to him for it, estimating the salt carried off at 69 heaps, each heap at the load of 17 beasts, and the load of each beast at 92 stivers; whereupon the Galle officials, by their resolution of the 27th of October 1786, resolved, in consideration of the fact that the carrying off of the aforesaid salt took place virtually at the beginning of the farming year, when no vessels could yet go to the lewayes, and the farmer thus had no opportunity to sell or transport the salt, an incontestably great loss must thereby have been caused to him, to propose to us to grant that farmer, on account of his sustained loss, which from all the obtained clarifications and circumstances could difficultly be determined or adjusted according to any estimate, a deduction of Rds. 218. 36, being a fourth part of his farm rent, amounting to Rds. 875:— instead of the loss of Rds. 294. 432 stated by him. Whereupon the considerations of the Matara Dessave were asked. The report received thereupon. § 403. But before deciding on this proposal, we, according to what was recorded in our resolution of the 23rd of November 1786, ordered the Matara Dessave immediately to conduct the investigation recommended to him shortly after the aforesaid carrying off of the salt, which through a misunderstanding had remained unpursued, and further to serve us with his considerations regarding the deduction that should on that account be granted to the farmer; and hereupon the said Dessave, according to what was communicated in the Galle letter of the 29th of May last, reported that the farmer, regarding the quantity of the carried-off salt, had been able to provide no other proof than a declaration of an Eastern soldier, and that he, the Dessave, had obtained no further light in that regard than the information of a former farmer, that the stated carried-off heaps of salt, estimated at 204 amanam, including the farm, would cost Rds. 75. 24, but that on the other hand another former farmer had declared that the heaps of salt indeed contain from 10 to 20 amanam and each heap was sold for 5 to 7 Rds., and that the complaining farmer had confirmed this, saying that there were 30 heaps which were heaped up for his own account, and that of the remaining 38 heaps only half belonged to him; wherefore the said Dessave maintained that the aforesaid 30 and half of the 38 heaps, thus together 49 heaps, could be calculated at the average price of 6 Rds., or together for Rds. 294. Remission granted to this farmer. § 404. We have thereupon, in consideration of the fact that one cannot be too exact regarding the Lewaye salt farm, because the farmers are often caused great damage by the Kandyans, which cannot well be prevented except by such means as one, out of accommodation for the King's subjects, does not gladly employ, all the more because in case the farmer causes the fallen salt mostly to be collected before the Kandyans come down, they can have little benefit from the fetching of free salt that has been granted to them, resolved by resolution of the 9th of June last, subject to Your Excellencies' favorable approbation, according to the proposal of the Galle officials, to remit to the farmer a fourth part of his farm rent, or Rds. 218: 36. As also to the Trincomalee areca farmer. 485. Upon the representation of the Trincomalee areca farmer of the financial year 1785/6, that he had suffered damage on this farm because the Kaffirs who deserted from the French and are marauding there in the country had obstructed the conveyance of areca; we, as appears from our decision of the 24th of May last, requested a report from the Trincomalee officials as to what extent the farmer's assertion was well-founded, and how much he, in their judgment, was curtailed thereby; and the officials thereupon reported by their letter of the 15th of July last that it was the truth that, because of the robbery of the aforesaid Kaffirs, no, or at least very little, areca had been brought down from the upper lands, and that they therefore maintained that at least half of the farm rent could be forgiven to the farmer. § 406. But because this advice rested upon too uncertain a foundation, we, according to what was recorded in the resolution of the 2nd of August last, further ordered the officials to investigate how much the farmer had actually received during his farming year; and upon their report that no more than 54 amanam of areca had been transported, for which the farmer

Dutch transcription

lewaijten zoutpagter. den 9. Juni passato, en mits dien de tekortgekomene rd„s 299:18. laaten afschrijven, temeer we het nodig oordeelden, dat met deeze pacht eenige in schikkelijkheid wierd ge „bruijkt, zoo om de groote onzeekerheid daarvan, als inzonderheid, om dat dezelve alleen was ingesteld, om te„ beter agter het werkelijk getal der oeliammers te „komen, waar door het hadde kunnen gebeuren, dat als men op de invordering daarvan al te streng bleef staan, nie¬ „mand dezelve zoude durven meinen. Het gedaan versoek door den §402: Jn het Jaar 1785. hebben de kandi „aanen, zich bedienende van de 1569. de vrijheid om zout tolvrij uijt de lewaijs temogen haa „len, een parthij zous, het welk de pachter van het boekjaar 1784 /5 hadde laa„ „ten ophoopen, weggenoomen en hierop heeft deeze pachter verzoek gedaan, dat hem daar voor rd:s 294. 432: mogten wor „den gevalideerd, schattende het weggevoerde zout op 69. hoopen, elk hoop voor de dragt van 17. beesten, en de dragt van elk beest op 92. stuijvs waarop de gaalsche bedien„ „den bij hunne resolutie van den 27. oktober 1786. besloo„ „ten hebben, om uijt aanmer: „king dat de wegneeming van het voorschr: zout geschied geschied zijnde genoegzaam in het begin van het pachtjaar wanneer nog geene vaartuij¬ gen na de lewaijs konden gaan, en de pachter dus geene gelee„ „gentheid hadde om het zout teverkoopen of vervoeren, hem daar door ontegenspreekelijk eene groote schade moest veroorzaakt zijn, aan ons voor te draagen, om aan dien pachter, uijt hoofde zijner geleedene schade, die uijt de allezins ingewonne ophel deringen en omstandigheden, beswaarlijk konde bepaald of naar eenige overslag ge¬ „schikt worden, een afslag tegeeven van rd:s 218. 36. zijnde een kwart gedeelte van 1570. Wierop zijn de Consideratien ge„ vraagd van den matureesen desJave Het daar op ingekoomen beregt van zijn pachtschat groot rd:s 875;— in steede van de door hem opge¬ „geevene schade van rd:s 294. 432. § 403. Dog alvoorens op dit voorstel te disponeeren, hebben we, vol„ „gens het aangeteekende bij onse resolutie van den 23. 9ber: 1786: den Matureeschen dessave opgelegd, het hem kort op de voorschr: wegvoe¬ „ring van het zout aanbe „voolen onderzoek, dat door mis verstand onvervolgd was gebleeven, daadelijk te „doen en ons voorts te dienen van zijne Consideratien, om „trent den afslag, die derwee „gens aan den pachter zoude behooren teworden verleend; en hierop heeft de gemelde dessave„ volgens het bedeelde bij gaal„ „schen brief van den 29. Maij pass. o pass:o, bericht, dat de pachter wegens de quantiteit van het ontvoerde zout, geen ander bewijs had kunnen leeveren, dan eene verklaaring van eenen oosterschen zoldaat, en dat hij dessave geen verder ligt dien aangaande beko„ „men had, dan de informatie van eenen voormaaligen pachter, dat de opgegeevene ontvoerde hoopen zout, ge „schat op 204. ammonams„ met de pacht zoude kos„ „ten rd:s 75. 24. doch dat daar en tegen een ander geweezen pachter hadde verklaard, dat de hoopen zout wel van 10. tob: 20. amm: houden en elk hoop voor 5. B. z. 7. rd verkogt 1571. § 404 Remissie aan deesen pagter verleend verkogt wierden, en dat de klaagende pachter zich hiermeede had geconfir¬ „meerd, zeggende, dat er 30. hoopen waren, die voor zijne eigene reekening zijn opge¬ „hoopt, en dat van de ove„ „rige 38. hoopen hem maar de helfte toekwam; wes„ „halven gem: dessave susti „neerde, dat de voorsz: 30. en de helfte van de 38. hoopen, dus tesamen 49. hoopen, naar de middel prijs van 6. rd:s zoude kunnen gereekend wor„ „den, of tezamen voor rd:s 294. Wij hebben daarop, uijt aan „merking dat men omtrent de lewaijsche zoutpacht, niet al te naaukeurig zijn kan wijl de pachters veeltijds door de kandiaane kandiaanen groote schaade toegebragt worden, het geen men niet wel tegengaan kan ten zij door zulke middelen die men uijt menagement voor skonings onderdaanen, niet gaarne tewerk steld, zoo veel te meer, wijl inge¬ valle de pagter het gevallen zout meest doet verzamelen voor dat de kandianen af„ „koomen, deze wijnig nut kunnen hebben van het warije„ vrij m zout halen, dat aan dezelven is toegestaan, bij resolutie van den 9. Juni pass:o besloten op uwe Hoog Edel gunstige „heeden approbaatsie volgens den voordragt van de gaal „sche bedienden, aan den pach„ „ter een kwart gedeelte van zijn 1572. zomeede aan den Trin konomaalsen arreeks pagter zijn pachtschat, of rd:s 218: 36. teremitteeren. 485 op de vertooning van den Trin„ „konomaalschen arreeks pachter van het boekjaar 1785/6. , dat hij schade op deeze pacht had ge„ „leeden, door dien de van de fran„ „schen gedroste kaffers, die daar in het land stroopen, de afbreng van arreek hadden belemmerd; hebben we, blijkens ons besluijt van den 24. Maij pass:o, van de Trinkonomaal: „sche bedienden bericht ge„ „vraagd, in hoeverre des pach„ „ters voorgaave gegrond, en hoe „veel hij naar hun oordeel daar door verkort was en de bedienden hebben daarop bij hunnen brief van den 15. Juli pass:o bericht, dat het de„ waarheid was, dat wegens de de rooverij der voorschreeve kaffers, geen of ten minsten zeer wijnig arreek van de bo„ „ven landen was afgebragt, en dat ze derhalven sustineerden, dat ten minsten de helfte van de pachtschat, aan den pach„ „ter zoude kunnen kwijtgeschol„ „den worden. §406. Maar wijl dit advies op eenen al te onzeekeren grond rustte„ hebben we volgens het aange„ „teekende bij resolutie van den 2. aug:s pass:o, den bedienden nader aanbevoolen, om te on„ „derzoeken, hoeveel de pachter„ geduurende zijn pachtjaar werkelijk genooten had. en op hun bericht, dat er niet meer dan 54. ammon: arreek waren vervoerd, waarvoor de pachter

NL-HaNA_1.04.02_3789_0615 view scan ↗

English

1573. Regarding the further arrangements, one conducts oneself according to the resolution. The farmer having received the rent at 6 rixdollars the ammanam, we decided at the session of 25 September to let the farmer suffice with accounting for the rent received, amounting to 324 rixdollars, and consequently to remit to him the remainder of the farming fee, which in total amounted to 400 rixdollars. 107. Furthermore, regarding the further arrangements for a speedy and complete collection of the arrears, we humbly refer to the decisions taken by us thereon by resolution of 24 May, 20 July, 2 August, 4 and 25 September, and 14 October past. Financial Affairs. A certain sum of money negotiated at Cochin under certain conditions. Paragraph 408: Upon the report of the Tuticorin servants that of the gold brought in the year 1786 with the ship Zeeland from the Netherlands, and also brought that year from Batavia, no more than roughly 18000 pagodas would remain once the incurred debts were paid off, and that this surplus was barely sufficient for one month for the procurement of piece goods, which at that time began to proceed vigorously; we, in consideration of the great interest the Company has in pursuing the cloth trade for the maintenance of the renewed exclusive right thereto, according to what was recorded in our resolution of 30 January past, requested the Malabar Governor Van Angelbeek by a separate letter of the 31st thereafter to negotiate, on account of this Government, a sum of 20000 pagodas or somewhat more, even if it were at 12 percent per year; and His Honour thereupon accepted from the junior merchant Jan Lambertus van Spal 50000 rupees at the interest of 6 percent per year, on condition that he would, if he should desire it, be granted bills of exchange here drawn on the Netherlands. 1574. 2000 pagodas exchanged here with a certain agio, sent to Trincomalee, and there reissued as such. Paragraph 409. Because, according to the Trincomalee letter of 18 January past, the treasury there had been unprovided with money to make the provision for the month of December, and the transport of copper money from Jaffna overland could not take place quickly enough, we resolved on 7 February past, in order to prevent the bad consequences that could have arisen if the troops there had to wait too long for their monthly pay, to exchange 2000 pagodas here at an agio of 72 percent and to send them to Trincomalee, 1575. To Captain de Rocques the interest paid on his capital standing with the Company. to be reissued there burdened with the agio, as indeed happened, because the money-changers readily accepted them at that price. Paragraph 410. Whereas the curators of the estate of the late former Coromandel Governor Van Vlissingen, among the funds of that estate which they transferred into the Company's treasury according to our resolution of 15 April 1786, also paid into the said treasury a sum of 4253 rixdollars and 18 stivers that belonged to the Captain of the Regiment of Luxemburg, De Roques, as having married the widow Meijbaum, and he, upon his return from Trincomalee where he had been stationed for some time, requested to leave that amount running at interest with the Company, we have since, upon his request made thereto, according to the resolution of 17 February past, caused to be paid to him the interest accrued thereon at 9 percent per year. Paragraph 411. Certain unusable credit notes destroyed and new ones issued instead. Upon the report of the cashier that of the credit notes circulating here, 183 pieces amounting to 22850 rixdollars had become full of writing and unusable, we resolved by resolution of 5 April past to have them destroyed and, in place thereof, to have new credit notes issued for 50000 rixdollars; and the aforementioned unusable notes were accordingly properly destroyed and written off, as appears from what was recorded in our resolution of 11 June thereafter. 1576. Interest granted to the Commandant of the Vanni on his advanced money. Paragraph 412. The Commandant of the Vanni, Nagel, having demonstrated that due to a lack of money in the Company's treasury he had successively been out of pocket in order to make the necessary provisions, requesting that the customary interest be granted on the sums advanced by him, we, in consideration of the fairness of his request, resolved by resolution of 19 November last to grant him the interest thereon at 9 percent per year. Monies negotiated at interest. What has been repaid in return of the borrowed capitals. Paragraph 413. Furthermore, in order to keep matters going here, because all the gold and most of the silver money that we received from Europe has been employed for the cloth trade, and because the small amount of copper money received, along with the few dudu that are struck here, could not suffice for the necessary expenditures, we have successively negotiated such sums of money from private individuals at interest as are recorded in our resolutions of 17 March, 12 and 31 May, 9 June, 20 and 21 July, 2 August, 4 September, 23 October, 19 November, and 6 December past. Paragraph 414. In return, of the borrowed capitals there have been successively repaid here 4000 rixdollars and at Tuticorin 28317 pagodas, according to resolutions of 17 March, 24 and 31 May, and 19 November past. Paragraph 415. We furthermore take the liberty to

Dutch transcription

1573. Nopens de Verdere schikkingen gedraagt men zig naa de resolutie pachter de pacht had ont: „vangen tegens 6. rd:s de amm: hebben we ter sessie van den 25. zber: beslooten, den pachter te laaten volstaan met de verantwoording van de ont„ „fangene pacht, uijtmaa „kende rd:s 324. , en hem mits dien het overige van de pacht „schat, die in het geheel groot was rd:s 400. , teremitteeren. 107. Voorts gedraagen we ons nedrig nopens de verdere schikkingen, tot eene spoe„ „dige en Compleete invorde „ring der agterstallen, aan onle derweegens genomene besluijten bij resolutie van 24. Maij, 20. Juli 2. aug:s, 4. en 25. zber: en 14. ok: „tober passato. De De Geld=Zaaken Zeeker somma gelds op koetsiem genegotieerd onder zeekere voorwaarde §408: Op het bericht van de Tutuko „rijnsche bedienden, dat van het goud, het welk in het Jaar 1786. met het schip zee „land uijt Nederland, en ook in dat Jaar van Batavia aangebragt is, niet meer dan een groote 18000. pagooden zou„ „den overschieten, wanneer de gemaakte schulden afbetaald wierden, en dat dit overschot naaulijks voor eene maand toerijkende was tot den in „zaam van lijnwaaten, die toen met kragt begon voort„ „tegaan; hebben we uijt aan „merking van het groot be„ „lang, dat de Comp: heeft in het doorzetten van den lijnwaathandel, ter matnc„ „tineering van het vernieud exclusive 1574. exclusive recht daarop, vol„ „gens het aangeteekende bij onse resolutie van den 30: Janu: pass:o, den heer Mallabaarsch gouverneur van Angelbeek bij een aparte brief van den 31: daar aan verzogt, om voor reekening van dit Gouverne „ment, eene somma van 20'000. pagooden of wat meer tenego„ „tieeren, al waare het zelfs tegens 12. per C. o in het Jaar, en heeft zijn Ed: daarop van den onderkoopman Jan Lambertus van Spal, 50'000. ropijen geaccepteerd tegens den interest van 6. pC=t sjaars, onder voorwaarde dat aan hem daarvoor, zoo hij het mogte begeeren, alhier assignatien op Nederland zouden 2000. Pag:s alhier ingewisseld met zeker agio, na Twin konomale ge„ „sonden en aldaar weder zodanig uijt „gegeven zouden worden verleend. „ 409. Wijl volgens Trinkonomaalsche brief van den 18. Januarij pass=o de cas aldaar van geen geld voor „zien was geweest, om de ver „strekking voor de maand de „cember te doen, en het transport van koper geld van Jaffana over land met spoedig genoeg konde geschieden, hebben we op den 7 ' februarij pass.o, tot voorkoming van de kwaade gevolgen die er hadden kun „nen ontstaan, wanneer de troupes aldaar te lang na hunne maandgelden moes„ „ten wagten, beslooten om 2000: pagooden alhier in tewisse „len, met een agio van 72. p r C. o, en ze na Trinkonomaale te zenden 1575. Aan den kapteijn de Rocques de renten op zyn by de Comp staande kapitaal voldaan te zenden, om deselve aldaar. beswaard met de agio weder uitgegeeven teworden, gelijk ook werkelijk geschied is, door dien de barkiers ze gaarne„ tegens dien prijs hebben overge nomen. 3410. Vermits de Curateuren des boedels van wijlen den Heer gew: kormandels Gouverneur van vlissingen, onder de penn. van dien boedel, die ze vol„ „gens onse resolutie van den 15. April 1786. in sComp:s Cas hebben overgebragt, ook in gem: Cassa hebben geteld eene somma van rd:s 4253. 18. die den Capitain van het regi„ „ment van Luxemburg de Roques, als in huwelijk hebbende de 1/ §, 411. zeeker onbruijkbaar geraakte Coediet brieven vernietigd en daar en teegen nieuwe geexpedieere de weduwe Meijbaum, toekwam, en deeze met zijne terugkomst van Trinkonomale, daar hij eeni„ „gen tijd beschijden was geweest, verzogt heeft dat bedraagen op interest bij de Comp: telaaten, voortloopen, hebben wa het ze„ „dert, op zijn daar toe gedaan ver„ „zoek, volgens besluijt van den 17. februarij pass:o, aan hem laaten voldoen de daarop verloopene renten tegens 9. p:r C:o 'sjaars. Op het bericht van den Cassier, dat van de Credies brieven die alhier aan de gang zijn 183. sluks bedraagende 22850: rd:s, vol be„ „schreeven en onbruijkbaar ge„ raakt waren, hebben we bij ze¬ „solutie van den 5. April pass:o beslooten, dezelve te laaten ver„ „nietigen en daarentegen voor 50000. rd:s nieuwe Credit brieven te doen expedieeren, en zijn mits dien 1576. vande wamie Jntrest goedgedaan op zijn verschoote geld dien de voorschr: onbruijkbaare briefjes, behoorlijk vernietigd en afgeschreeven, blijkens het aangeteekende bij onse resolu„ „tie van den 11. Juni daaraan. §412. De Commandant van de Wannie Aan den Commandant Nagel vertoond hebbende, dat hij bij gebrek van geld in 'sComps. Cas, successive in verschot had moeten weesen, tot het doen van de nodige verstrekkingen met verzoek dat op de door hem verschotene sommen, de gewoone interest mogte wor¬ „den goedgedaan, zoo hebben we uijt aanmerking van de billijk¬ „heid zijner instantie, bij reso¬ „lutie van den 19. 9ber: J:o leeden beslooten, aan hem daarop toe „teleggen den intrest van 9. p:r C.:o sjaars. §43: Voorts hebben we om de zaaken alhier Genegotieerde pen„ „ningen § 474. Wat daar en teegen van de geleende Capitaalen terug betaalt is De verder op ptrest alhier gaande te houden, wijl al het goud en het meeste zilvergeld, dat we uijt Europa¬ hebben ontvangen, tot den lijn „waats handel zijn g'emploijeerd en om dat het gering bedraagen van het ontvangen koper geld, met de wijnige doedoes die hier worden geslaagen, niet konden toerijken tot de nodige uitgaves, suc„ „cessive zoodaanigen sommas van penningen van particulieren op in„ „terest genegotieerd, als aangetee„ „kend staan bij onse resolutien van den 17. Maart, 12. en 31. Maij, 9. Juni„ 20. en 21. Juli, 2. aug:s 4. zber:, 23. 8ber: 19. Gber: en 6. xber: pass:o Daar en tegen zijn van de geleende capitaalen, successive terug betaald alhier 4000. rd:s en te Tutukorijn 28317. pagooden, volgens resolutien van den 17. Maart, 24. en 31. Maij en 19. November passato. §415. Wij gebruijken voorts de vrijheid omr

NL-HaNA_1.04.02_3789_0623 view scan ↗

English

1577. Statement of the Capital standing at interest with the Company Section 416 Demonstration of the Pagoda Mint To present to Your High Nobilities among the enclosures hereof a statement of the capitals of private individuals standing at interest with the Company at the end of August last, amounting to rds 265791. 43. -. The Pagoda Mint delivered in the financial year 178 6/7 158665 79/1200 pagodas, of 1652 mark trois 7 ounces and 72 engels, or 13136 364 mark fine gold, on which a profit of a sum of ƒ 15989: 14: 2 was realized, making slightly over 35 /16 per cent, as is all further evident from the following specific demonstration. M: O: E: 400. —. —. — for 20 bars of gold in a chest marked Z: and numbered No 1, and recently brought to Kolombo from Europe with the ship Zeeland and sent here from there per the narrow vessel De Verwachting, namely: 20. —. —. — for 1 bar of gold No 1. Assayed: at 18 kar 5. 2. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 13. Assayed: at 18 kar 5 2. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 14. Assayed: at 18 kar 5. 2. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 15. Assayed: at 18 kar 5 2. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 16. Assayed: at 18 kar 5 2. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 17. Assayed: at 18 kar 52. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 18. Assayed: at 18 kar 52. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 19. Assayed: at 18 kar 52. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 20. Assayed: at 18 kar 5 2. grains 166. —. —. — for 8 bars and one small bar of gold, in a chest marked /5: brought to Kolombo from the Fatherland per the ship Zeeland, and sent here per the sloop De Gustaaff, Namely. 20. —. —. — for 1 bar of gold No 21. Assayed: at 18 kar: 5. 2. Grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 22. Assayed: at 18 kar 5 2. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 23. Assayed: at 18 kar 5 2. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 24. Assayed: at 18 kar 5. 2. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 25. Assayed: at 18 kar 5. 2. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 28. Assayed: at 18 kar 5 ½. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 5. Assayed: at 18 kar 52 grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 12. Assayed: at 18 kar 52. grains 280. 20. —. —. — for 1 bar of gold No 26. Assayed: at 18 kar 5½. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 11. Assayed: at 18 kar 52. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 4. Assayed: at 18 kar 5 2 grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 10. Assayed: at 18 kar 5. 2. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 2. Assayed: at 18 kar 52. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 27. Assayed: at 18 kar 52. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 6. Assayed: at 18 kar 5 2. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 9. Assayed: at 18 kar 5 2. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 3. Assayed: at 18 kar 5. ½. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 7. Assayed: at 18 kar 5 2. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 8. Assayed: at 18 kar 5 2. grains 6. —. —. — for 1 small bar No 30. Assayed: at 18 kar 5½. grains 566. —. —. — for 28 bars and one small bar of gold, to be Carried Forward 1578. 566. —. —. — for 28 bars and one small bar of gold Carried Forward. 244. 6 17. –. for 14 ditto ditto in a chest marked 25: brought from Europe per the ship Veere and sent here from Kolombo per the bark De Hervatting, Namely: 20. —. —. — for 1 bar of gold No 1. Assayed at 18 kar: 5. ½. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 1:o Assayed at 18 kar 52: grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 2 Assayed at 18 kar 52 grains 5. 20. —. —. — for 1 bar of gold No 3. Assayed at 18 kar 52. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 3. Assayed at 18 kar 5: 2. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 4. Assayed at 18 kar 5½. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 4 Assayed at 18 kar 52 grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 6. Assayed at 18 kar 52. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 8. Assayed at 18 kar 52. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 8. Assayed at 18 kar 52. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 4. Assayed at 18 kar 52. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 12. Assayed at 18 kar 5½. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 13. Assayed at 18 kar 52. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 13. Assayed at 18 kar 52: grains 14. 6. 17. - for 1 small bar No 15. Assayed at 18 kar 52: grains 280. —. —. — for 15 bars of gold, in a chest marked L:ra A: being from the consignment of 300 Mark in 15 bars brought from Europe per the ship Veere, and sent here from Kolombo per the bark De Gustaaf, of which the last bar No 15 was held back for the minting of fanams, and the remaining 14 bars of gold were minted, Namely. 20. —. —. — for 1 bar of gold No 2. Assayed at: 18 kar 5 ½ grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 5. Assayed at 18 kar 52 grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 7. Assayed at 18 kar 52 grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 5. Assayed at 18 kar 52 grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 7. Assayed at 18 kar 52. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 14. Assayed at 18 kar 52. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 8. Assayed at 18 kar 5 2 grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 11. Assayed at 18 kar 52. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 14. Assayed at 18 kar 52. grains To be Carried Forward 20. —. —. — for 1 bar of gold No 10. Assayed at 18 kar 52 grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 10. Assayed at 18 kar 52 grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 11. Assayed at 18 kar 52. grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 12. Assayed at 18 kar 52 grains 20. —. —. — for 1 bar of gold No 9. Assayed at 18 kar 52. grains M: O. E:

Dutch transcription

1577. Aanwysing van de Capitaalen by de Comp: op intrest staande § 416 Aantoning van de pagooos munteay om onder de bijlaagen deezes uwen Hoog Edelheden aan tebieden eene aanwijzing van de Capitaalen van particulieren, die onder ulto aug:s pass:o bij de Comp: op interest stonden, bedraagende rd s 265791. 43. -. De Pagoodsmunterij heeft in het boekjaar 178 6/7. uijtgeleeverd 158665. 79/1200. pagooden, van 1652. mark: trois 7. oncen en 72. eng: of 13136 364. mark, fijn goud, en is daarop geprofiteerd eene som„ „ma van ƒ15989: 14: 2. , uijtmaa „kende 35 /16. p:r C:o ruim gelijk alles nader blijkt bij de onder¬ „volgende specific que aantooning. aald d M: O: E: 400. —. —. — aan 20. baaren goud in een kist gem: z: en genommert N:o 1. en Jongst met het schip Zeeland koomende uit Europa op kolombo aangebragt en per het smalschip de verwachting van daar hierna toe gezonden zijn, namentlijk: 20. —. „ —„ aan 1. baar goud N:o 1. G: Essaij:. . â 18. kan 5. 2. grijn 20. — „ —„ — „ „. . . „. „. . . „. . „ 13. . . „. . . „ 18. „ 5 2. „ 20. —„ —„ „ „. „. . „ - - „. . . „ 14. . „ 20. —„ —„ „ „ 1. . „. . „. . „ 15. . „. . . - - „ 18. „ 5 2. „ 20. — „ —„ „ „. . „. . . „. . „. . „ 16. . „. . . „ 18. „ 5 2. „ 20. —„ —„ „ „. . „. „. . „. „ 17. . . „. . . - - „ 18. „ 52. „ 20. —„ —„ —„ „ „. . „. . . „. . . „ 18. . „. . . - - - „ 18. „ 52. „ 20. — „ —„ „ „. 1. „. . „. . „ 19. . „. . . . „ 18. „ 52. „ 20. —„ —„ — „ „ 1. . „. „. „ 20. „. - - - - „ 18. „ 5 2. „ 166. —„ —„ —„ aan 8. bhaaren en een bhaartje goud, in een kist gem: /5: per het schip Zeeland uit Patria op kolombo aangebragt, en per de sloep de Gustaaff hier na toegesonden Namentlijk. 20. —. „ —„ aan 1. bhaar goud N:o 21. G Essaij. . . â: 18. kan: 5. 2. Grijn 20. —„ —„ —„ „ 1. - „ „ „ 22. „ 20. —„ —„ —„ „ 1 - - „ - „ „ 23. 20. —„ —„ —„ „ - - 1- „ „ „ 24. - „ - 20. —„ —„ —„ „. . . . 1. . „. „ „ 25 „ „ 20. —„ —„ — „ „ „ - - „. „ 28. -„ 20. — „ —„ —„ „ 1. . . „. . . „. . „. 5. - - „ - 20. —„ —„ „ „. . „. . . „. . „. . „ 12. „ - - - „ 18. „ 52. „ 280. 20. —„ —„ „ „ 1. . . „ - „. „ 26. „- - 20. —„ —„ —„ „. . „. . „. . . „. . „ 11. . . „. . - - - „ 18. „ 52. „ 20. —. „ —„ —„ „ 1. . . „. „. . „ 4. . . „. . . . „ 18. „ 5 2 „ „ 20. — „ —„ —„ „. . 1. . . „. . . „. . „ 10. . „ - - - - - „ 18. „ 5. 2. „ 20. —„ —„ — „ „ 1. . „. . . „. . „ 2. „ 20. —„ —„ „ „. . . „. . . „. . „. „ 27. . „. - - - - „ 18. „. 52. „ 20. —. „ —„ —„ „ 1. . . „. . „. „ 6. . „. . . . - „ 18. „ 5 2. „ 20. — „ —„ „ „. . „. . . „. . . „. . „ 9. . „. . . - „ 18: „ 5 2. „ 20. —. „ —„ —„ „ 1. . „. . „ „ 3. . „. . . . . „ 18. „ 5. ½. „ 20. —. „ —„ „ „ 1. . . „. . . „. . „ 7. . „. - - - „ 18. „ 5 2. „ 20. —. „ —„ „ „. 1. . . . „. . „. . „ 8. . „. . - - - „ 18. „ 5 2. „ 6. — —. - „ 1. baartje. „. - „ 30. „. . - - - „ 18. „ 5½. „ 566. —. —. — aan 28. bhaaren en een bhaartje goud Die Transporteere „ 18. „ 5. 2. „ - „ 18. „ 5 2. „ - - - „ 18. „ 5 2. „ - - - - „ 18. „ 5. 2 „ 18. „ 5. 2. „ „ 18. „ 5 ½. „ „ 18. „ 52 „ „ 18. „ 5½. „ - - - - „ 18. „ 52. „ „ „- 1578. 566. —„ —„ — aan 28. bhaaren en een bhaartje goud Per Transport. 244. 6 17. –. „ - „ 14. do — „ do — „ in een kist gem: 25: per het schip veere uit Europa aangebragt en per de bark de Hervat„ ting van kolombo hier na toegesonden Namentlijk: 20. —„ —„ „ aan 1. bhaar goud N:o 1. G' Essaijeert â: 18. kan: 5. ½. grijn 20. —„ —„ —„ „ 1. „ „ „ 1:o - „ „ 18. „ 52: „ 20. —„ - „ —„ „ 1. „ . „. „. 2 - „ - „ 18. „ 52 „ 5. 20. —„ —„ —„ „. 1. . „. . „. . „ 3. . . „ - - - - - „ 18. „ 52. „ 20. —„ —„ —„ „. 1. . „. . . . „. - „ 3. . „. . - - „ 18. „ 5: 2. „ 20. —„ —„ —„. . „. 1. . „. . „. . „ 4. . . „. . . . „ 18. „ 5½. „ 4 „ - - -. „ 18. „ 52„ 20. —„ —„ —„ „ 1. - „ . „. „ 6. „ - „ - - -- „ 18. „ 52. „ 20. —„ —„ —„. „. . 1. . . „. . „. . „ 8. . . „. - - - „ 18. „ 52. „ 20. —„ —„ —„ „ . 1. . „ - . „ - „ 8. . . „ - - „ 18. „ 52. „ 20. —„ —„ —„ „. 1. . . „. - „. - - „ 4. - - „ „ 18. „ 52. „ 20. —„ —„ —„. . . „. . 1. . „. . „. „ 12. . „ - - - -. „ 18. „ 5½. „ 20. —„ —„ —„ „. 1. . . „. . . „. „ 13. . . „ - - - - „ 18. „ 52. „ 20. —„ —„ —„ „ 1. . „ - „. „ 13. . - „ - - - - - „ 18. „ 52: „ 14. 6. 17. -„ „ 1 baartje - „ „ 15. - - „ - - - - „ 18. „ 52: „ 280. —„ —„—„ aan 15. bhaaren goud, in een kist gem: L:ra A: zijnde uit de parthij van 300. Mark aan 15. bhaaren per het schip veere, uit Europa aangebragt, en per de bark de Gustaaf van kolombo, hier na toegesonden, waar van de laaste staaf n. o 15. terug gehouden, tot het vermunten van fanums, en de overige 14. staanen goud zijn vermunt worden Namentlijk. 20. —„ —„ —„ aan 1. bhaar goud N:o 2. G Essaijeert. â: 18. kn 5 ½ grij„ 20. —„ —„ —„ - „ 1. - - „ - - „ - „ 5. . „ 20. —„ —„ —„ —„ 1. - - „ - . „. „ 7. - - „ 20. —„ —„ —„ „ 1. . „. . „. „ 5. . . „. – - - - „ 18. „ 52 „ 20. —„ —„ —„ „ 1. . . „. . „. „ 7. . . „. . . . . „ 18. „ 52. „ 20: —„ —„ —„ „ 1. . . „. . . „. . - „ 14. . „ . . . „ 18. „ 52. „ 20. —„ —„ —„ „ 1. . . „. . „. „ 8. . . „. - - - - - „ 18. „ 5 2„ 20. —„ —„ —„ „ 1. . . „. . . „. . „ 11. . . „. - - - - „ 18. „ 52.„ 20. —„ —„ —„ „ 1. . . „. „. „ 14. . . „. - - - - „ 18. „ 52. „ Die Transporteere 20. —„ —„ —„ „ 1. - - „ - - - „ - „ 10. - - „ — 20. —„ —„ —„ „ 1. . . „ - . „. „ 10. - - „ — 20. —„ —„ —„ . „ 1. . . „. . . „. . „ 11. . . „. . . - - . „ 18. „ 52. „ 20. —„ —„ —„ „ 1. . . „. . „. „ 12. . . . „ - . . . „ 18. „ 52. - - „ 18. „ 52. „ - „ 18. „ 52.„ „ 18. „ 52. „ - - - „ 18. „ 5½. „ 20. —„ —„ —„ „ 1. . . „. . . „. - „ 9. . . „. . - - - „ 18. „ 52. „ M: O. E: 0 r

NL-HaNA_1.04.02_3789_0626 view scan ↗

English

20. — — 20. — — — „ 1. 512. — 10½. on 25 bars and one small bar of gold in a chest marked: fra B: /25: brought here from Europe per the ship Leviathan Namely 20. — — — on 1. bar of gold No. 24. Assayed . . . at 18. karat 5 ½ grains 20. — — — „ 1. . . „. . „. „ 30. . . . „. . . . „ 18. „ 5½ „ 16 „ 1. . „. . . „. „ 32: . . — „. . . . „ 18. „ 5½. „ — — . „ 18. „ 5½. „ — — — „ 18. „ 5½. „ 12 — 10½. „. 1. small bar — „ — — — „ 48. — — — „ — — — „ 18. „ 5½. 20. — — — — „. 1. bar. „. — — „ 49. . . „. — — — — „ 18. „ 5½ „ 20. — — — — — „. 1. „. . . „. — — — „ 50 — — — „ — — — — — „ 18. „ 5½. 20. —. —. —. . „. . 1. „. . . „. . . „ 51. . . . „. — —. . . „ 18. „ 5½. 1652. 7. 2 on 81. bars, and on 3. small bars of gold as before and 6. 14 3/8. Deducted for 84. half-assays taken here each at 1¼ Engels and 55. home-country quarter-assays, each at 5/8. Engels: being delivered to the gentleman administrator in the main cash office. 20. — — —. „ 1. . „. „. „ 31. . . „. . „ . — — „ 18. „ 5½. „ 20. — — —. . „. . 1. . . „. . „. . „ 47. . — „. . . — — „ 18. „ 5½. „ 20. –. . . . . „. 1. . „. „. — „ 52. . . „. — — — — „ 18. „ 5½. „ „ „. „ 34. . . „. . . „ 18. „ 5½. „ „. „ 35. . . . „. . „ 18. „ 5½. „ 1. „. „. „ 36. . . „ — — — — „ 18. „ 5½. „ 164 1 — „. „. „ 37. — — — „. . . „ 18. „ 5½: „ 20. — — „ „. . 1. . . „. . . „. „ 45. . „. . . — — „ 18. „ 5½. „ 20: — —. —. „. 1. . „. „. . „ 46. . . . . „. . — — — „ 18. „ 5½. „ 20. — — . „. 1. „ „ — „ 53. . . . „ — — — „ 18. „ 5½. „ 1. . . „. „. „ 40. . . . „. . . . . „ 18. „ 5½. „ 20. — — . . „ 1. „. „. . „ 33. . „. . . . — „ 18. „ 5½. „ 20 . — — — „ 1. . . „. . . „. . . „ 41. . . „. . . . „ 18. „ 5½ „ 20. — — — „ 1. „. „. „ 43. . . . „. . . . „ 18. „ 5½. „ 20. — — „ 1. „. „. . . „ 44. — . „ 20. — — — „ 1. „. „. „ 39. . . . „. . — — „ 18. „ 5½. „ 20. — —. . . „ 1. . . „. . . „. . „ 42. . . — „. . . . . „ 18. „ 5½. „ 20. —. „ 1. — „. „. . „ 54. . . „ — — — — „ 18. „ 5½: „ 1. „ „ „ 38. „ 1652. – 8 1/8. Remains in Mint material 1. 4. 4¼. Lost in breaking the ingots and melting 5616 1650. 4. 3. 5/8. Remainder Carried Forward Brought Forward M: O. E: 20. — — — — „ 1. „ 20. — — — — — — „ 20. — — — — „ 20: — — — — — „ 20. — — „ „ and 1579. delivered to the cash office — — M: O: E: 1650. 4. 3 5/8. Remainder Brought Forward. 1. 3. 10. 1/16. Lost in remelting and grinding ra 3: ene brought 1649. —. 13 1/16. Remains —. —. 6¼. on five assays delivered as before, assayed at 18. 11/24. karats: Cra 5 grains 2„ 1649: — 7 5/16. Still remains — — 12½: on 10. assays of 10. minted pagodas taken from the entire heap by a person unknown in the mint in the presence of the Honorable fiscal and members, assayed as before 136 5½. „ 1648. 7. 14 1/16. Thus kept pure, calculated at 72¼. pagodas weight making each mark. pagodas 119137 464. for silversmiths or minters pagodas 3. 1. — „ the clerk or Brahmin — — „ — 2. — „ „ smelter or coppersmith — „ — 1¼. „ the loss — — — — — — — „ —. –¾. ƒ are — pagodas 3. 5. Converted against coast fanams at 22½. per pagoda are pagodas 3. ¼ per mille. . . . pagodas 383. 16. for coals — — — — pagodas — 12. — „ oil, crucible pots, pans, lemons and peons or lascars — „ — 6½. are — „ — 18½. Converted against coast fanams at 22½. per pagoda is pagodas 3 3/45. per mille. . pagodas 97. 6 5/16. thus Deducted . pagodas 481. 3 7/16. ed Remains. . „ 118656. 11. 1/4. From which in the manner as before to the Honorable fiscal and members for transfer into the main cash office — — „ „ Remains for the Mass — „ 118646. 11 1/4. Add here again the value of 18¾ Engels in 15. assays, delivered from the aforementioned five mintings-- Counts — „ 118655. 1¾. place delivered into the main cash office „ 10. — — 15 Adds „ 118665 1 1/4. Carried Forward 15 „ 118665. 1. 3/4. 8. 8¾. 2. „ 2. „ ½.„ „ 5½. „ „ „ 5½. „ 5½. „ 5½. „ 5½. „ 5½ „ 5½. „ 5½. „ 5½. „ 2. „ „ p —. 10. — — — Brought Forward pagodas 11865. 1 1/64. aforementioned troy marks 400:, or the first parcel and first minting are marks fine 307. 3/36. calculated at ƒ375. the mark fine after deduction of the assays of 1. ounce 5. Engels at the cost of ƒ45. 2. 7. penningen. . — ƒ115319. 9. 3. aforementioned troy marks 166. — or the second parcel and second minting are marks fine 127: 129/208. calculated at ƒ375. the mark fine after deduction of the assays of 11¼. Engels at the cost of ƒ20. 5. 9. penningen „ 47856. — 7. aforementioned troy marks 244 1/60. of the third parcel and third minting are marks fine 266. 1921/60. calculated at ƒ375. the mark fine, after deduction of the assays of 1. ounce 8 1/8. Engels at the cost of ƒ50. 13. 15. penningen. . „ 84989. 4. 7. aforementioned troy marks 280. — or the fourth parcel and fourth minting are marks fine 215 25/72. calculated at ƒ375. the mark fine after deduction of the assays of 1. ounce: 6¼. Engels at the cost of ƒ47. 6. 5. penningen. . — „ 80707. 17. 13. aforementioned troy marks 512. 10½ Engels or the fifth parcel and fifth minting 15663 are marks fine 393 3104320. calculated at: ƒ375. the mark fine after deduction of the assays of 2. ounces: 83¼. Engels at the cost of ƒ87. 17. 8. penningen. . . . — . — — — — „ 14759. 7. 14. 5: Thus the general receipt essentially amounts to ƒ476470. 6. 3. From which as said before after deduction of the incident charges incurred thereon for the Honorable Company were minted pagodas 118665 1200. making at ƒ387. 9. 2. penningen the mark fine — — — „ 492460. —. 5. Giving these five parcels of gold or the five mintings of 18 1/24. karats a profit of ample 3 5/16. per cent — or — — — — — ƒ15989. 14. 2 56.

Dutch transcription

20. — — 20. — - - - „ 1. 512. — 102. aan 25 baaren en een baartje goud in een kist gem: fra B: /25: per het schip Leviathan uit Europa alhier aangebragt16 Namentlijk 20. — — — aan 1. baar goud N:o 24. Gassaijeert. . . â 18. kan 5 ½ Gij 20. — — — „ 1. . . „. . „. „ 30. . . . „. . . . „ 18. „ 52„ 16 „ 1. . „. . . „. „ 32: . . - „. . . . „ 18. „ 52. „ - - . „ 18. „ 5½. „ - - - „ 18. „ 52. „ 12 — 10½. „. 1. baartje - „ - - - „ 48. - - - „ - - - „ 18. „ 52. 20. — — - - „. 1. baar. „. - - „ 49. . . „. - - - - „ 18. „ 52„„ 20. — — - - - „. 1. „. . . „. - - - „ 50 - - - „ - - - - - „ 18. „ 5½. 20. —. —. —. . „. . 1. „. . . „. . . „ 51. . . . „. - -. . . „ 18. „ 52. 16527. 7. 2 aan 81. baaren, en aan 3. baartjes goud gelijk voor en 6. 14 3/8. Gaat af aan 84. hier getrokkene, halve proeven ieder â 1¼ Eng:s en 55. vaderlandsche quart proeven, ieder à 5/8. Eng:s: zijnde aan de heer administrateur in de groote geld kassa afgegeeven. 20. — — -. „ 1. . „. „. „ 31. . . „. . „ . - - „ 18. „ 52. „ 20. — — —. . „. . 1. . . „. . „. . „ 47. . - „. . . - - „ 18. „ 52.„ 20. –. . . . . „. 1. . „. „. - „ 52. . . „. - - - - „ 18. „ 52. „ „ „. „ 34. . . „. . . „ 18. „ 5½. „ „. „ 35. . . . „. . „ 18. „ 52. „ 1. „. „. „ 36. . . „ - - - - „ 18. „ 52. „ 164 1 - „. „. „ 37. - - - „. . . „ 18. „ 52: „ 20. — — „ „. . 1. . . „. . . „. „ 45. . „. . . - - „ 18. „ 52. „ 20: — —. -. „. 1. . „. „. . „ 46. . . . . „. . - - - „ 18. „ 52. „ 20. — — . „. 1. „ „ - „ 53. . . . „ - - - „ 18. „ 52. „ 1. . . „. „. „ 40. . . . „. . . . . „ 18. „ 52. „ 20. — — . . „ 1. „. „. . „ 33. . „. . . . - „ 18. „ 52. „ 20 . — — — „ 1. . . „. . . „. . . „ 41. . . „. . . . „ 18. „ 52 „ 20. — — — „ 1. „. „. „ 43. . . . „. . . . „ 18. „ 52. „ 20. — - „ 1. „. „. . . „ 44. - . „ 20. — — — „ 1. „. „. „ 39. . . . „. . - - „ 18. „ 52. „ 20. — —. . . „ 1. . . „. . . „. . „ 42. . . - „. . . . . „ 18. „ 52. „ 20. —. „ 1. - „. „. . „ 54. . . „ - - - - „ 18. „ 52: „ 1. „ „ „ 38. „ 1652. – 8 1/8. Blijft aan Munt materiaal 1. 4. 4¼. Bij het breeken der staaven en smelten verlooren 5616 1650. 4. 3. 5/8. Rest Die Transporteere P:r Transport M: O. E: 20. — - - - „ 1. „ 20. — — - - - - „ 20. — — - - „ 20: — - - - - „ 20. — — „ „ ende 1579. kassa afgegeeven - - M: O: E: 1650. 4. 3 5/8. Rest P:r Transport. 1. 3. 10. 1/16. Bij het wederom smelten en gruisen verlooren ra 3: ene agt 1649. —. 13 1/16. Blijft —. —. 6¼. aan vijf proeven als vooren overgegeeven ge Essaij„ „eert â 18. 11/24. kars: Cra 5L Grij 2„ 1649: — 7 5/16. Blijft nog — — 122: aan 10. proeven van 10. geslagene pag: uit den heelen hoop gelangt door een in de munt onbekend persoon ter presentie van dE: fiskaal en leeden, g'Essaijeert gelijk vooren 136 52. „ 1648. 7. 14 1/16. Dus zuijver gehouden gereekend â 72¼. pag:s swaarte ieder mark uitmaakende. pag: 19137 464. voor zilver smits of munters pag„ 3. 1. — „den schrijver of bramine - - „ — 2. — „ „ smalter of koperslager - „ — 1¼. „ het verlies - - - - - - - „ —. –¾. ƒ zijn - pag: 3. 5. Gereduceert tegens kust fanum aan 222. per pag: zijn pag: 3. ¼ per miel. . . . pag: 383. 16. voor koolen - - - - pag — 12. - „olij gruijspotten, pannen, limoe„ „nen en pions of laskorijns - „ — 62. zijn - „ — 182. Gereduceert tegens kust fanum aan 22½. per pag: is pag: 3 3/45. permil. . pag: 97. 6 5/16. soo Gaat af . pag: 481. 3 7/16. ed Blijft. . „ 18656. 11. 1/4. Waar van in Manier als vooren aan dE; fiscaal en leeden ter overbrenging in de groote geld „ „ Blijft voor de Massa - „118646. 11 1/4. Voege hier wederom bij de waarde van 18¾ Eng:s aan 15. proeven, uit voormelte vijf vermun„ „tings zijn afgegeeven-- Teld - „ 118655. 1¾. stelle in de groote geld kasse overgegeeven „ 10. — — 15 Addeert „ 118665 11/4. Die Transporteere 15 „118665. 1. 3/4. 8. 8¾. 2. „ 2. „ ½.„ „ 5½. „ „ „ 5½. „ 5½. „ 52. „ 52. „ 52 „ 52. „ 5½. „ 52. „ 2. „ „ p —. 10. — — - P:r Transport pag:s 1865. 1 1/64. voorschreevene marken trois 400:, of de eerste parthij en eerster vermunting zijn marken fijn 307. 3/36. bereekend â ƒ375. het mark fijn naar aftrek der proeven van 1. onc: 5. Eng:s ten kosten van ƒ45. 2. 7. penn:. . - ƒ115319. 9. 3. voorschreevene marken trois 166. - of de tweede parthijen tweede vermunting zijn marken sijn 127: 129/208. bereekent a f 375. het mark sijn naar aftrek der proeven van 11¼. Eng:s ten kosten van ƒ20. 5. 9. penn: „ 47856. — 7. voorschreevene marken trois 244 1/60. op de derde parthij en derde vermunting zijn marken sijn 266. 1921/60. bereekend a ƒ 375. het mark sijn, naar aftrek der proeven van 1. onc. 8 1/8. Eng:s ten kosten van ƒ50. 13. 15. penn:. . „ 84989. 4. 7. voorschreevene marken trois 280. - of de vierde parthij en vierde vermunting zijn marken sijn 21525/72. bereekent â ƒ 375. het mark sijn naar aftrek der proeven van 1. onc: 6¼. Eng:s ten kosten van ƒ47. 6. 5. penn:. . - „ 80707. 17. 13. voorschreevene marken trois 512. 10½ Eng:s of de vijfde parthijen vijfte vermunting 15663 zijn marken fijn 393 3104320. bereekend a: ƒ 375. het mark fijn naar aftrek der proe „ven van 2. onc: 83¼. Eng:s ten kosten van Dus komt wesentlijk te bedragen den ƒ476470. 6. 3. generaalen ontfangst- . . . Waar van gelijk vooren gesegt naar de tractie der daarop gevallene ongel: „den voor d'E. kompagnie geslagen zijn pagooden 118665 1200. makende tot ƒ387. 9. 2. penn: de mark fijn - - - „ 492460. —. 5. ƒ87. 17. 8. penn:. . . . - . - - - - „ 14759. 7. 14. 5: Geevende dese vijf parthijen goud of de vijf vermunting van 18 1/24. kart: een winst van 3 5/16. pro C=to ruim - - of - - - - - ƒ15989. 14. 2 56.

NL-HaNA_1.04.02_3789_0629 view scan ↗

English

1580. 417. The Fanum Mint of the fanum mint M: O: E: M: O: E: 20. —. — — -1. ¼. 9. — 16.¼ 3. 5. 8. ¾. 2. 1. 13. ¾. 4. 7. 18¾. 16368726 12. 6. 6 141/9450319. 418665545677. 37040 177525 72. 3. -29941,8210686. —. 3. 1. 2. 71. 7. 18. 149709105343: has in the aforementioned financial year produced 49062 7/8 fanums, from 34 troy marks, 7 ounces, and 18 3/4 Engs or 27 147/456 marks of fine gold, upon which was profited ƒ405. 8. — calculating a generous 3 7/8 per cent, as appears from the specification inserted herein. for a gold bar No. 29 assayed at 18 carats 5 1/2 grains for an assay sample drawn here at 1 1/4 Engs 19. 7. 18¾. Remaining in gold. for a bar of Batavian gold no. 1. 9bs Caij at 19 carats 7 grains ditto ditto 2 at 14 carats 7 1/4 grains ditto ditto 3 at 13 carats 3 1/2 grains in Batavian gold Deducted for three half assay samples drawn here at 1 1/4 Engs each delivered to the gentleman administrator together into the main cash vault 14. 7. 15. — Remains in Batavian gold altogether 34. 7. 13. ¾. in Dutch and Indian gold together added Surat silver rupees of the assay at 11 2/3 pence 24. 4. 1. 598 3641372. added here refined Japanese copper to bring the same to the fineness of 8 2/24 carats of gold, 5 carats silver, and 16 carats —2 grains copper Gold, silver, and copper together Lost in preparing the planchets and melting Remains 118374641434. Carried forward —. „ — 3¾. 71. 7. 18. 144704105343. Balance brought forward — 1. 13 1/149709105343. 71. 6. 5. —. — 1 ¼. 71. 6. 3. 3¼. — — 2. ½. 71. 6. 1. ¼. Thus kept pure calculated at 7013 1/8 fanums per mark makes: the . . . pieces 50324 1/6. Deduct for mint charges at 2 1/2 per cent . . . . . . . . 1258. 3/16. Of which in the manner as aforesaid delivered to the Honorable Members for safekeeping in the main cash vault 12. — — Remains. 49058. 1/16. Subtract marks 24: 4: 1 45/98 26121/32 Engs refined copper, being 21 ¾ lbs unrefined Japanese copper at the cost of 23¼. Remains. 49035 1/16. Add here again the value of 3 3/4 Engs from the aforementioned mass delivered over - - - - - - 15 3/16. Counts - - ƒ 49050. 7/8. Place delivered into the main cash vault - - - - - - 12. —: — Added - ƒ49062. 7/8. ƒ aforementioned troy marks 34. 7. 18 1/4 Engs are marks: 27 147/456 calculated at ƒ375 the mark are after deduction of the assay samples of 5 Engs at the cost of ƒ 9. 1: 1 pence - - - ƒ10130. 9. 8. Carried forward Lost in remelting and drossing. Remains. Deduct for one assay sample delivered as before, assayed at 8 3 9/24 carats gold, 5 carats silver, and 10 carats 1 1/2 grains copper Still remaining for two assay samples of 12 minted fanums drawn from the whole heap by a person unknown in the mint, in the presence of the Honorable Fiscal and members, assayed as before. 118374641434. 118374641434. M: O: E: — - - 5n 56. 1581. §418. Of the Rupee mint from old metal Brought forward - ƒ101304. 8. 16368726 aforementioned marks of silver 12. 6. 6. 19450 319: and 9. 19446111. are marks fine 12 45 7/872 calculated at ƒ 26. the mark fine comes to - - - - - - - - - - 323. 7. 7. : Thus the general receipt actually amounts to - - - - - - - - - - - - - ƒ10453. 16. 15. whereof, as said before, after deduction of the charges incurred thereon, there were minted for the Honorable Company fanums 49062. 7/8 at 4 23/5 stuivers each, and amount to - - - - - - - - - - - - - - - 10859. 4. 15. the one being subtracted from the other, this coinage shows a profit of a generous 3 7/8 per cent or - - - - - - - - - - - - - ƒ 405. 8: — The Rupee Mint which is operated here, according to the communication in our respectful letter of 4 July past, has in the financial year 1787 delivered 6800: — rupees from 136: — lbs silver which was purchased for 4250. — rixdollars or ƒ8415. —. — §419. The Dudu Mint the minted dudus according to the communication in our respectful letter of 31 March past over er a assay. 3 3/8. 70 1429. The costs of refining and casting into bars past that for lack of Japanese copper, the dudus would be minted from the metal of old cannons, there were minted into dudus here in the financial year 1786/7 12500: —: - rixdollars. According to the notes in our resolution of the 17th of March past, for every 100 lbs of metal, 8 lbs of red copper had to be added to prepare the metal for the minting of dudus, and the further costs to refine it and cast it into bars would amount to 2 rixdollars 41 for every 100 lbs of metal, besides a loss of 9 3/4 lbs on the melted specie together, so that from the 108 lbs of metal and copper, 98 1/4 lbs 56 1582. Granted to the master smith on this coinage the determined payment and wastage for the dudus from Japanese copper 98 1/4 lbs of prepared metal would be obtained, from which the dudus then had to be minted, according to the determination in our resolution of 14 December 1786, mentioned in our respectful letter of 30 January past. §421. But because the master smith Rijnier Hendriksz, who operates this mint, has since demonstrated, having found by a carefully conducted test, that because of the hardness and brittleness of the specie, which gave him virtually double the work in everything during processing, it could not possibly be covered by the compensation granted in the aforesaid resolution for

Dutch transcription

1580. 417. De Fanumsmunterij van de fanum munterije M: O: E: M: O: E: 20. —. — — -1. ¼. 9. — 16.¼ 3. 5. 8. ¾. 2. 1. 13. ¾. 4. 7. 18¾. 16368726 12. 6. 6 141/9450319. 418665545677. 37040 177525 72. 3. -29941,8210686. —. 3. 1. 2. 71. 7. 18. 149709105343: heeft in het voorschr: boekjaar gegee„ „ven 490627/8. fanums, van 34. mark: 5713 trois, 7. oncen en 183¼. Eng:s of 27147456. mark„ fijn goud, waarop gewonnen is ƒ405. 8. — reekenende 3 7/8. p:r C:o ruijm, blijkens de ten deezen g'insereerde aanwijzing. aan een baar goud N:o 29. geEssaijeert â 18. kart: 52. grijn aan een proef hier getrokken â 1¼. Eng:s 19. 7. 18¾. Rest aan goud. aan een staaf Batav:s goud n:o 1. 9bs Caij: â 19. karb: 7. Grijn „ „ d_o do —. „. . „ 2. „ „ 14. „ 7¼. „ „. „ do — do — „ - - „ 3. - „. „ 13. „ 32. „ aan Batavias goud Gaat af aan drie hier getrokkene halve proeven à 1¼. Eng:s ieder aan de heer ad„ „ministrateur te samen in de groote geld kassa zijn afgegeeven 14. 7. 15. — Blijft aan Bataviasch goud te samen 34. 7. 13. ¾. aan vaderlands en aan Jndiasch goud te samen zuratsche silvere ropijen bij gedaan in Essaij â 11 2/3. penn: 24. 4. 1. 598 3641372. aan geraffineert kooper Jappans hier bij gedaan om 't selve te brengen op 't gehalte van 8 2/24. Mart: dan goud, 5. kart: silver, en 16. kart: —2. Grijn kooper Goud, silver, en kooper tesaamen Bij het berijden der mattam en smelten verlooren Rest 118374641434. Die Transporteere —. „ — 3¾. 71. 7. 18. 144704105343. Rest P:r Transport — 1. 13 1/149709105343. 71. 6. 5. —. — 1 ¼. 71. 6. 3. 3¼. — — 2. ½. 71. 6. 1. ¼. Dus zuiver gehouden gereekend â 7013 1/8. fanum per mark uitmaken: de. . . ps 50324 1/6. Gaat af voormunts ongelden /â 22. p:r C=to . . . . . . . . „ 1258. 3/16. Waarvan in manier als voo„ „ren ter bewaaring in de groote geld rassa zijn aan dE: leeden afgegeeven „ 12. — — Blijft. „49058. 1/16. Trek af mark 24: 4:145/98 26121/32: Eng:s geraffineert kooper, dan wel 21.¾. lb: ongeraffineert koo„ „per Jappans ten kosten van „ 23¼. Rest. „ 49035 1/16. voege hier weederom by de waarde van 3¾. Eng:s uit voorschreevene massa zijn overgegeeven - - - - - - „ 15 3/16. Teld. - - ƒ 49050. 7/8. stelle in de groote geld kassa zijn afgegeeven - - - - - - „ 12. —: — Addeert - ƒ49062. 7/8. ƒ voorschreevene marken trois 34. 7. 18¼. Eng:s zijn mark: 27147/456. bereekent â ƒ375 - het mark sijn naar aftrek der proeven van 5. Eng:s ten kes„ „ten van ƒ 9. 1:1. penn: - - - ƒ10130. 9. 8. Die Transporteere Bij het wederom smelten en gruij„ „sen verlooren. Blijft. Gaat af aan eene proefgelijk vooren over „gegeeven g' Essaijeert â 8. 39/24. kart: goud, 5 kart: silver, en 10. kart: 1½. Grijn koper Rest nog aan twee proeven van 12. geslagene fa „num door een in de munt onbekend persoon uit den heelen hoop gelant, ter presentie van dE: fiskaal en leeden g:' s spij„ „eert gelijk vooren. 118374641434. 118374641434. M: O: E: „ — - - 5n 56. 1581. §418. vande Ropias munterij van oud metaal P:r Transport - ƒ101304. 8. 16368726 voorschr: marken zilver 12. 6. 6. 19450 319: en 9. 19446111. zijn mark fijn 12 45 7/872. bereekent â ƒ 26. het mark fijn komt - - - - - - - - - - „ 323. 7. 7. : Dus komt wesentlijk te bedraagen den generaalen ontvangst - - - - - - - - - - - - - ƒ10453. 16. 15. waar van gelijk vooren gezegt naar de traktsie der daar op gevallene ongelden voor d'E: komp:e ge„ „slaagen zijn fanum 49062. 7/8. â 4 23/5. stuiver ieder, en bedragen - - - - - - - - - - - - - - - „10859. 4. 15. het eene van het andere afgetrokken zijnde, zoo vertoont zig bij deeze vermunting een winst van 3 7/8. p:r C:o ruijm of - - - - - - - - - - - - - ƒ 405. 8: — De Kopiasmunterij die alhier, volgens het bedeelde bij on„ „zen eerbiedigen van den 4. Juli pass:o gedaan word, heeft in het boekjaar 1787. geleverd 6800: —„ — roppijen van 136: —. – lb: zilver het welk. ingekogt is voor rd:s 4250. — —. — of ƒ8415. —. — §419. De doedoesmunterij de gemunde doedoet volgens het bedeelde bij onzen eerbiedigen van den 31. Maart pass:o over er a saij. 33/8. 70 1429. De onkosten van 't terafineeren en tot waaren tegeeten pass:o dat bij gebrek van Japans kooper, de doedoes zouden ge„ „slaagen worden van het metaal van oude kannons, zijn daar van in het boekjaar 1786/7. alhier „12500: —: - rd:s aan doedoes gemunt. Blijkens het aangeteekende bij onse resoluutsie van den 17=e Maart pass:o moest bij elk 100. lb: metaal, 8. lb: roodkoper gevoegd worden, om het me„ „taal te prepareeren tot het slaan van doedoes, en de ver„ „dere onkosten, om het te ra „fineeren en tot staaven te gieten, zouden op rd:s 2. 41. voor elk 100. lb: metaal koomen te staan, behalven een ver „lies van 9¾. lb: op de tesamen gesmoltene spetie, zoo dat van de 108. lb: metaal en kooper, 98¼ lb. 56 1582. Aan den baassmit toegestaan op deeze ver„ „minte de bepaalde be„ „taalingen spillagie voor de doedoes van Jan pans koper 98¼. lb: ge„pareerde metaal zouden, koomen, waar van dan de doedoes moesten geslaagen worden, naar de bepaaling bij onze resoluut „sie van den 14. December 1786. vermeld bij onzen eerbiedigen van den 30. Januarij passato. §421. Dan wijl de baas smit Rijnier Hendriksz. die deeze munterij doet, het zeedert heeft ver„ „toond, bij eene naaugenomene proef bevonden te hebben, dat wegens de hardigheid en brosheid van de spetie, die in de bewerking hem genoegzaam in alles dub„ „beld werk gaf, het met geene mogelijkheid konde goedgemaakt worden, met het toegelegde bij voorsz: resolutie voor

NL-HaNA_1.04.02_3789_0634 view scan ↗

English

The profit on the entire quantity of doddies is shown. For the processing of the Japanese copper, we have granted him, according to the minute noted in the resolution of the 24th of May, the payment and wastage that were granted by the Resolution of the 14th of December 1784 for the doddies made of Japanese copper. Section 422. The entire quantity of doddies that were struck in the financial year 1785/1786, both from Japanese copper and old metal, has consisted: Here in the amount of 411,490 Rd:s 20422:29 at Jaffenapatnam Rd:s 3211. 30 at Gale Rd:s 20986. 16 Together Rd:s 52620. 34: Section 423. The profit thereon, calculated excluding what was profited on the copper and metal, has amounted: The amount of the assignments granted on the Netherlands. A bill of exchange granted to a certain merchant on the Malabar government, without agio. Here ƒ 14116. 10. — at Jaffenapatnam ƒ 75. 17. 8. at Gale ƒ 22713. 2. 8 Total ƒ 36905. 10. — The Assignments. Section 424. Those which we have granted on the Netherlands since the dispatch of our General Report of the 30th of January past, amount to a sum of ƒ 293938:12:— according to the Memoranda sent over among the enclosures. Section 425. As we obtained the opportunity last year to purchase a parcel of rice and saltpetre from the Cochin merchant Isaak Purjon, Resolution to grant the bills of exchange to foreigners on the old footing. we have, in order not to divest ourselves of the little silver specie that we then had remaining here, granted him for the amount thereof, according to what was recorded in our resolution of the 22nd and 30th of January past, a bill of exchange on the Malabar Government amounting to 8680 1/15 Ropias, without payment of the otherwise customary agio. Section 426. The Tutukorijn servants having made known to us that from time to time the opportunity had presented itself to them to obtain small sums of money on bills of exchange to the Netherlands, but that the new order to state on the bills of exchange that payment shall be made to the holders or to their attorneys properly qualified for the receipt by a notarially or judicially executed power of attorney, made this entirely impossible, because the English would not take bills of exchange on this footing, because they are always accustomed to transfer the bills of exchange by private endorsement on the back thereof, and moreover, as it is strictly forbidden to them to invest money with foreigners, they cannot submit to having public deeds of proxy or transfer drawn up for it: we have decided by resolution of the 31st of May past to grant the bills of exchange to foreigners on the old footing, that payment shall be made to the holders thereof or to their attorneys or heirs, of which we have already informed the highly esteemed Gentlemen Seventeen. We humbly hope that this will be approved of us, on account of the reasons given for it, and that without the help The expenditure on the fortifications. which we procured for ourselves thereby, we would often have been at a loss to find the money needed for the linen collection. The Fortifications. Section 427. Have cost in the financial year 1786/1787: Here ƒ 23168. 48. at Jaffenapatnam ƒ 942. 1. 8. at Mannaar ƒ 98. 7. 8. at Gale ƒ 9110. 15. at Mature ƒ —. - at Tutukorijn ƒ —. – at Trinkenomaale ƒ —. - at Kalpettij and Putelang ƒ 209. 18. 8. at Battikaloa ƒ 66. 2:8. Total ƒ 33889. 8. 8. In the financial year 1785/1786 these expenses amounted to ƒ 43477. 14. 8. Thus in the last year less, except Trinkenomaale: ƒ 9507. 14. 8. What was done thereto at Kolombo. Section 428. At Kolombo, apart from the necessary maintenance of the works, work was provisionally carried out, according to our secret Resolution of the 4th of July, of which we had the honor humbly to inform Your High Nobilities by secret letter of the said day, on raising the height of the covered way from the point Middelburg to the point Rotterdam; a parapet 16 rods long was also made along the sea beach, beginning from the salient angle of the covered way in front of the point Middelburg, and ending on the prolongation of the left face of the said point; and the glacis lying between the sea and the common roadway was raised by two feet, in order to cover the covered way and the main rampart somewhat more against the high ground lying before it. The revetment walls of the left low face and flank of the point Middelburg, which had been severely damaged and eroded by the water, were repaired. The glacis before the left face of And what at Gale. the point Middelburg was provisionally heightened by two feet over a length of 26 and a width of 22 feet, and a banquette was constructed behind it; the glacis before the place of arms, between the points Middelburg and Rotterdam, was also raised and widened, and on the point Hoorn and on the battery Batenburg, tamped platforms of kapok earth were made in place of the rotted wooden platforms. Section 429. At Gale, a part of the parapet at the Vlaggeklip collapsed over a length of 5 to 6 rods, as well as between the Vlaggeklip and the point de Triton, over a length of 9 to 10 rods, and between the Triton and the point Neptinus, an equal distance. Upon receiving report of this, and that the entire line, from the battery Akkersloot up to the point Neptinus, with the exception of the face on the east side of the battery Utrecht, was utterly unfit to place any pieces of cannon upon it without apprehension that, when the pieces were fired, they, together with the parapet, would topple

Dutch transcription

de winst op de geheele quantiteit doedoes word vertoond voor de werking van het Japans koper, hebben we hem, blijkens het aangeteekende bij resolutie van den 24:e Maij toegestaan, de betaaling en spillagie, die bij Resoluutsie van den 14. Decem„ „ber 1784 voor de doedoes van Japans kooper zijn toege„ „staan. 1422. De geheele quantiteit doe„ „does, die in het boekjaar 178/ zoo van Japans kooper als oud Metaal, geslaagen zijn heeft bestaan. Alhier in de 411„ 49. —. Rd:s 20422:29 te Jaffenapatnam - - „ 3211. 30 - - „ 20986. 16 a 2 79 Jezaamen Rd:s 52620. 34: §423. De winst daarop, gereekend. buijten het geprofiteerde op „ Gale. . . . „ het 1583. het bedraagen der op nederland verleende assignatien aan zekre koopman een wissel verleend op, 34. 't mallabaarsch gou„ „vernement, zonder agio het koper en Metaal, heeft bedraagen. alhier . . . . . . . ƒ 14116. 10. — te Jaffenapatnam - - „ 75. 17. 8. ƒ 22713. 2. 8 Teld. ƒ 36905. 10. — „ Gale. . . . . . De Assignatien §424. die wij op Nederland hebben verleend, zeedert het afgaan van ons Generaal verslag van den 30:e Januarij passato, bedraagen eene somma van ƒ293938:12„— volgens de daar van onder de bijlaagen over „gaande Memorien. §425 Wijl we voorleeden Jaar gelee„ gentheid hebben gekreegen, om van den koetsiems koop „man Isaak Purjon een partij rijst en salpeeter opte doen, hebben 29 .16 besluit om de wis„ „sels aan vreemdelin„ „gen, te verleenen op de ouden voet hebben we, om ons niet te ontblooten van de wijnige silvere muntspetien, die we toen hier bij restant hadden, aan hem voor het beloop door van, volgens het aangetee„ „kende bij onze resoluutsie van den 22. en 30: Januarij. pass:o, een wissel op het Mallabaarsch Gouverne„ „ment verleend, groot Ro„ „pias 8680 1/15. zonder betaa„ „ling van de anderzints ge„ „woone agio. 4426. De Tutukorijnsche bedienden aan ons te kennen gegeeven hebbende, dat hun van tijd tot tijd geleegentheid was voorgekoomen, om klijne geld sommen op wissel na Nederland te bekoomen, maar dat 1584. dat de nieuwe order om bij de wissels bekend te stellen, dat de voldoening zal ge„ „schieden aan de houders of aan hunne gemagtigden, tot den ontvangst bij eene nota„ rieele of gerechtelijk ge¬ „passeerde prokuraatsie behoorlijk gequalificeerd, dit geheel onmoogelijk maakte, wijl de Engel: „schen op deezen voet geene wissels wilden hebben, om dat ze altoos gewoon zijn de wissels, bij onder„ „handsche overdragt agter dezelven, te transporteeren en zij boven dien, daar het hun scherpelijk verbooden is is, om geld bij vreemdelingen te be„ „steeden, zich niet kunnen onder„ „werpen, om publique acten van volmacht of overdragt daar van temaaken: hebben we bij resoluutsie van den 31. Maij pass:o beslooten, om de wissels aan vreemdelingen te verleenen op den ouden voet, dat de voldoening zal geschieden aan de houders derzelve of aan húnne gemachtig¬ „den of erven, waar van we ook de hoog achtbaare Heeren Zeventienen reets kennis hebben gegeeven. we hoopen nedrig dat dit ons ten besten zal worden ge¬ duijgd, uit hoofde van de daar van gegeevene reedenen en dat we zonder de hulp die 1585. het bekostigde aan de fortafikatien die we ons daar door bezorgt hebben, dikwils in verlegent. heid zouden zijn geweest om het geld voor den lijnwaat in „zaam noodig te vinden. De Fortificatien 4427. hebben in het boekjaar 178 6/. gekost. Alhier - - - ƒ 23168. 48. te Jaffenapatnam - - „ 942. 1. 8. „ Mannaar - - - - - „ 98. 7. 8. „ Gale. . . . . . . „ 9110. 15. „ Mature - - - - - „ —. - „. Tutukorijn - - - „ —. – Trinkenomaale - - „ —. - „ „ kalpettij en Putelang. „ 209. 18. 8. „ Battikaloa - - - „ 66. 2:8. Te ld. . . ƒ 33889. 8. 8. in het boekjaar 178/6. beliepen deeze onkos: „ 43477. 14. 8. Dus 't laatste Jaar minder bekalven Trink: ƒ 9507. 14. 8. Te ten wat te kolombo daar aan gedaan §420 Te kolombo is, buiten het noodzaakelijk onderhoud van de werken, bij provisie volgens onze sekreete Re „soluutsie van den 4:e Julij waar van wij de eere had „den uwen Hoog Edelhee„ „den nedrig kennis tegee„ ven bij sekreeten brief van gemelden dag, ge werkt aan de ophooging van den bedekten weg„ van de punt Middel. „burg tot de punt Rotter„ „dam; ook is er een borst „weering langs Zeestrand gemaakt, lang 16. roeden, beginnende van de uit„ springende hoek van den bedekten weg voor de is 1586. de punt Middelburg, en „gende eindi#t op het prolonge „ment van de linker face van gem: punt; en het gla„ „cis, dat tusschen de zee en de gemeene rijweg legd is twee voeten opgehoogd, ten einde den bedikten weg en de hoofdwal iets meer tegen de daar voor leggende aan hoog¬ „te te dekken: De beklee„ „dings muuren van de linker laage face en flank van de punt Mid„ „delburg, die sterk door het water beschadigd en uijtgekabbeld waaren, zijn gerepareerd. T glatis„ voor de linker face van de en wat te gale de punt Middelburg, is bij provisie ter lengte van 26. en ter breedte van 22. voeden, twee voeten ver¬ „hoogd en daaragter een banquet aangemaakt= ook is het glasis voor de wapen „plaats, tusschen de punten Middelburg en Rotter„ „dam, verhoogd en verbreed„ en zijn op de punt Hoorn en op de batterij Batenburg in plaats van de verrotte houte beddingen, aange„ „stampte beddingen van kapok aarde gemaakt. §429. Je Gale is een gedeelte van de borstweering aan de vlaggeklip, ter lengte van 5. â 6. roeden ingestort, zoo ook 1587. ook tusschen de vlaggeklip „ en de punt de Triton, terleng „te van 9. â: 10. roeden, en tus„ „schen de Triton en de punt Neptinus, eene gelijke dis„ „tantie. op het ontvangen berigt hier van en dat de geheele linie, van de batterij akkersloot af tot aan de punt Neptinus toe, uitge „zonderd de face aan de oostkant van de batterij utrecht, volstrekt buijten staat was om eenige stuk„ „ken kannons daar op te plaatsen, zonder beduch„ „ting dat, wanneer de stukken wierden afge¬ „schooten, dezelven met de bortweering tegelijk om

NL-HaNA_1.04.02_3789_0644 view scan ↗

English

to collapse downward: we have, pursuant to our resolution of March 6 past, ordered Commander Kraijenhoff by separate letter of the 27th thereof: 1. To have the necessary preparations made with the utmost speed to repair the protruding corner of the Utrecht point and the southern portion of that battery, and to have work thereon commence immediately and proceed as the weather permits. 2. To have repaired from these defects the revetment of the rampart from this battery up to the Flag Cliff, insofar as it had been undermined by the sea, as well as that portion of the parapet which had collapsed. 3. Taking into consideration that the revetment of the curtain wall between the Flag Cliff and the Triton had to be completely renewed, to have this curtain wall drawn back several feet according to the design that Lieutenant-Engineer Iohannes made thereof two years ago, in order to avoid building out into the sea. Concerning some other incidental arrangements regarding the Galle fortification works, on which, however, not much has been able to be done up to now, we take the liberty of referring to our aforesaid resolution and the secret resolutions taken since on July 26, August 2, and October 11 past. Section 430. Regarding that which must provisionally be executed with respect to the fortifications of Trinkonomale and Oostenburg, we have, according to what was recorded in our secret resolution of July 18 past, ordered Engineer Lowe: to set out on the ground, until Your High Nobilities' further orders, only the plan of Mr. De La Lustriere as far as the front toward the landward side is concerned, in order that in his provisional operations, pursuant to what was written by secret letter of March 16 last, he may direct matters as far as possible so that they can be of service for the execution of this plan should it be approved. Section 431. As we had to give something of value to the frequently mentioned Mr. de la Lustriere for his trouble taken in drawing up plans for the improvement of the Ceylon fortifications and for defraying the expenses of his journeys to and fro, but were unable to find anything that could be suitably offered to him, we resolved by our secret resolution of June 11 past to thank His Honour for the trouble taken by him, and furthermore to request him—considering that nothing had been found here which could be offered to His Honour to serve as reimbursement of expenses and at the same time as a token of remembrance—to be pleased to accept a sum of two thousand pagodas, in order to employ it in purchasing some piece or other that might be agreeable to him; and furthermore to give one hundred pagodas to a draftsman brought along by Mr. de la Lustriere, for the expenses of his journeys to and fro. But Mr. de la Lustriere having excused himself in the most courteous manner from accepting the aforesaid 2,000 pagodas, would take no more thereof than two hundred pagodas, which he said would approximately cover the expenses of his journey. Wherefore the Governor, upon His Honour's departure back to Pondicherie, gave him as a token of remembrance a gold snuffbox and a diamond ring, together valued, according to the appraisal made thereof by the sworn appraiser Reinier Hendriksz, at four hundred rixdollars; and moreover, as it appeared that such would not be displeasing to Mr. de la Lustriere, there were given to the draftsman, instead of the 100 pagodas stipulated by the aforesaid resolution, one hundred and fifty pagodas, and to a non-commissioned officer of the Regiment of Luxemburg, who assisted Mr. de la Lustriere in the clerical work and was recommended by the latter to the Governor, fifty rixdollars; all of which we resolved, by resolution of July 12 past, to have written off to the account of fortifications. Section 432. For the rest, only what was strictly necessary has been done to the other fortifications of this Government to maintain them and preserve them from decay; while we take the liberty, regarding the arrangements with respect to the laborers working on the fortifications here in Galle and Trinkonomaale and on account of the rations and allowances granted to them, to refer ourselves humbly to our resolutions of March 6, May 24, July 12, 18, and 20, August 24, and October 9 and 19 past. Section 433. The carpentry and repairs that have been performed on the Company's buildings amounted in the financial year 1787 to: at Kolombo: ƒ 24,053. 1. — at Jaffenapatnam: ƒ 3,649. 17. 8. at Manaar: ƒ 3,209. 2. — at Gale: ƒ 4,821. 3. 8. at Mature: ƒ 1,519. 8. 8. at Trinkenomale: ƒ —. —. — in the Wannie: ƒ —. —. — at Kalpetti and Pitulang: ƒ 470. 11. — at Battikaloa: ƒ 804. 18. 8. at Tutukorijn: ƒ 5,948. 6. — Together: ƒ 44,556. 8. — In the financial year 1785/6 these expenses amounted to ƒ 55,709. 4. — besides Trins:, thus the last year less ƒ 11,152. 16. —. Section 434. Since the military personnel here were very cramped in their lodgings for lack of the necessary barracks, and even a large

Dutch transcription

om laag storten: hebben we vol„ „gens ons besluit van den 6:e Maart pass:o den gezaghebber kraijenhoff bij apparten brief van den 27:e daar aan gelast: 1. Om ten allerspoedigsten de nodige toebereEdselen te laaten maaken, om de uit„ „steekende hoek van de punt utrecht, en het zuidelyke gedeelte van die batterij te herstellen, en daarmee„ „de aanstonds te laaten beginnen en voortvaaren naar dat het weer het zoude toelaaten 2. Om het bekleedsel der wal van deeze batterij af tot de vlaggeklip toe, voor zoo verre dat door de Zee ondermand 50 1588. ondermeind was, van deeze gebreeken te doen herstellen, als meede dat gedeelte van de borstweering, het welk ingestort was. 3. om uit aanmerking, dat het bekleedsel van de gordijn, tusschen de vlagge „klip en de Triton, ten eenemaal moest worden vernieuwd, deeze gordijn eenige voeten te laaten in„ „trekken, naar het ont„ „werp, dat de luijtenant ingenieur Iohannes daar van voor twee Jaaren gemaakt heeft ter voor„ „kooming om niet in zee uitte bouwen. Omtrent eenige ander verloopende gelast is nopens het geen aan de vestingwerk van tripkonomale en oosten„ „burg provisioneel moet worden geexkuteerd verloopende schikkingen nopens de Gaalsche fortifi „kaatsie werken, waar aan echter tot nog toe niet veel heeft kunnen worden gedaan gebruiken wede vrij„ „heid ons te gedraagen aan voorsz: onze resoluutsie en de zedert genoomene sekreete resoluutsien van den 26. Julij 2. e aug:s en 11:e 2ber: passato. 1480: Nopens het geen, met be„ wat den ingenieurzowe trekking tot de vesting„ „werken van Trinkonono„ het „maale en oostenburg, provisiheer is op de „oneel moet worden g'execueert fort etheer hebben we, volgens het aange „teekende bij onse secreete resolutie van den 18. Juli pass„o den Jngenieur Lowe gelast: om 1589. het gegevene aan den heer De la Lustriere si is op de reekening van uleer fortifikatien afge„ schreeven om tot uw Hoog Edelheeden nader ordre, alleen het plan van den Heer de La Lustriere zoo veel het front na de landzijde aangaat, op de gront aftezetten, ten einde in zijne provisioneele verrigtin„ „gen, volgens het aangeschrevene bij sekreete brief van den 16. Maart J:o leeden, de dingen zoo veel het geschieden kan daarna te be„ Een „stieren dat ze voor de exekuutsie van dit plan kunnen van dienst zijn, zoo het mogt worden goed „gekeurt. 1431 Wijl we aan meerm: heer de la Lustriere voor zijne genomene moeijte tot het formeeren van plans, ter verbeetering van de Ceilonsche vestingwerken, en tot defroijement voor de on„ „kosten op de heen en weder rijsen Ce rijsen, iets naamwaardigs moes „ten geeven, doch niet hebben kunnen vinden, het geen op een welvoeglijke wijse denzelven konde aangebooden worden, hebben we bij onse secreete resolutie van den 11. Juni pass. o beslooten, zijn E: te bedanken voor de door hem genomene moeijte, en voorts denzelven te verzoeken om, uijt aan mer „king dat men hier niets had kunnen vinden, het welk zijn Edele konde worden aangebo „den, om te dienen tot een defroi„ „ment en tevens tot een teken van aandenken, te willen acces „teeren eene somme van twee „duijzend pagooden, ten einde die te emploijeeren tot het inkoopen van het een of ander stuk 1590. stuk, dat hem aangenaam konde zijn, en voorts om aan een Tekenmeester, door den heer de la Lustriere meede gebragt, voor de kosten van zijn heen en weder rijsen, te geeven een honderd pagooden: Maar de heer de la Lustriere zich op de heuschte wijse ver„ „schoond hebbende, om de voorsz: 2000. pagooden te accepteeren, heeft daarvan niet meer willen neemen dan twee honderd pagooden, die de „zelve zijde, ten naasten bij te zullen uijtmaaken de on„ „kosten van desselfs rijse, weshalven de Gouverneur aan zijn E:, bij desselfs terug vertrek na Pondicherie tot een teken van aandenken heeft heeft gegeeven een goude snuijt „doos en een diamante ring, tezamen volgens de daarvan gedane taxatie door de geswoo „re taxateur Reinier Hen„ „driksz: waardig vierhonderd rijksd:s; en zijn bovendien, wijl het scheen, dat zulks den heer de la Lustriere niet onge„ „vallig zoude zijn, aan den teekenmeester, in steede van de bij voorschr. resolutie be„ „paalde 100. pagooden, gegeeven een honderd en vijftig pag:, en aan een onder officier van het regiment van luxem¬ „burg, die den heer de la lus„ „triere in het schrijfwerk heeft geassisteerd, en door deezen aan den Gouverneur is gerecommandeerd, gegeeven vijftig 1591. wat voor het overige aan de vestingwerk is gedaan vijftig rijksd:s al het welke we bij resolutie van den 12. Juli pass:o beslooten hebben, te laaten afschrijven op de reekening van fortificatien. §432. Voor het overige is aan de verdere vestingwerken deezes Gouver„ „nements, gedaan heb volstreks noodzaakelijke, om ze te onderhouden en voor verval te bewaaren; terwijl we de vrijheid gebruijken, nopens de schikkingen ten opzichte van het arbijds volk, dat hier te Gale en Trinkonomaale, aan de vestingwerken arbijden en wegens de verstrekk in„ gen die aan hun zijn toege¬ „legd, ons nederig te referee„ „ren aan onse resolutien van den 6. Maart, 24. Maij, 12. 18. en 20. Juli 24. aug:s en 9. en 19. 8ber: passato. De van de timmeragien en reparatien T. weeshuis tot een mi„ „litairen Cafern geap„ „propieerd en daarentegen 't rektoshuis verkogt Reparatien. die aan 's kompenies gebouwen zijn gedaan, hebben in, het boekjaar 1787. bedraagen: te kolombo „ Jaffenapatnam „ Marnaar - „ Gale. . Mature „ Trinkenomale - „ —. – in de Wannie. „ —. te kalpetti en pitulang - - - „ 470. 11. „ Battikaloa - - - „ 804. 18. 8. Tesamen ƒ44556. 8. — in het boekjaar 1785 /6. be„ „droegen deeze onkosten . „55709. 4: - x „ behalven Trins: der Dus het laatste Jaarm: ƒ 11152. 16. — §433 De Timmeragien en „ Tutukorijn - - - - . „ 5948. 6. —. § 434. Vermits de Militairen alhier bij gebrek van de nodige Ca„ „sernis, zeer bekrompen gelo: geerd waren, en zelfs een ƒ24053. 1. - „ 3649. 17. 8. „ 3209. 2. „ 4821. 3. 8. „ 1519. 8. 8. groot - 56

NL-HaNA_1.04.02_3789_0653 view scan ↗

English

1592. As a large part of the men were residing in outbuildings thatched with olas, which frequently caught fire, we decided, to prevent accidents, by resolution of 26 May last, to have the orphanage within the Castle appropriated for a military barracks, and on the other hand to employ the rector's house in the old town, which had stood empty since the departure of the last rector, the minister Manger, as an orphanage, after its defects had been repaired. Accordingly, the repair of the said rector's house was, pursuant to the resolution of 31 May last, contracted out for 340 rixdollars, alongside a few timber materials which the contractor for this work had stipulated. But because, through the arrangement subsequently made by resolution of 9 July following, the Seminary house also became vacant, and this building was more suitable for an orphanage than the rector's house, which moreover, upon sale, would find more buyers than the Seminary, which is not suitable for private individuals, we decided by resolution of 12 July to have the rector's house sold, as took place as appears from section 220 herebefore, and on the other hand to use the Seminary, after necessary repair, as an orphanage. Consequently, the aforesaid contract for 1593. 340 rixdollars was transferred to this building, which was thus repaired for that amount, as appears from what was recorded in the resolution of 23 October last, except that somewhat more timber materials had to be provided for it than had been stipulated for the rector's house. 435. The military kitchen or the mess at the point Den Briel having urgently required a repair, this work was also, as appears from the resolution of 12 July last, carried out by contract for 100 rixdollars and some materials. 436. Due to the insistence of the Dutch church here, the masonry of most all the burial vaults having collapsed, we likewise had it repaired by contract, and it cost, as appears from our resolution of 9 October last, 40 rixdollars, which we have had booked to a separate account to be repaid from the fund to be established for the repair of the church. § 437. The nelly warehouse at Chilaw, which had been raised from earth and clay, having collapsed due to the heavy rain, we granted authorization, as appears from the resolution of 31 May last, to repair the same. But the Dutch church at Negombo was found during the inspection to be so dilapidated that it had to be regarded as irreparable, for which reason we had it completely demolished, according to the resolution of 27 August, 1594. and ordered that divine service be performed henceforth in the rest house of the dissava, which is sufficient for the small congregation there. § 438. Furthermore, as appears from the resolution of 25 September last, we authorized the dissava Fretz to have the warehouse and the guardhouse at Hangwella and the school at Kottelawolle, of which the walls have collapsed, repaired by contracting out to private individuals, provided the required materials are supplied on the Company's behalf. § 439. On the occasion when we, pursuant to the authorization of Your Excellencies, in order to improve the domestic management in the hospitals of this Government, requested the necessary reports from the servants at the subordinate stations, it was among other things presented to us by the servants at Jaffanapatnam, as appears from what was recorded in the resolution of 11 December last, that the proximity of the blacksmith's shop to the hospital there was very detrimental to the sick, and that the hospital therefore ought to be relocated. We thereupon requested a report from them as to where, in their view, the hospital could best be situated, and if a new building had to be erected for it, what it would approximately cost. Upon their report that, in order to remove the hospital 1595. from the blacksmith's shop at the least expense, it would be best if this shop were moved to the gun carriage maker's shop, and the gun carriage maker's workshop into a certain building next to the ammunition house, with which rearrangement no other expenses need be incurred than that a new roof structure be placed on the gun carriage maker's shop and the masonry altered somewhat, we, in consideration of the benefit that will thereby be brought to the sick in the hospital, and that the blacksmith's shop will thereby also simultaneously be removed from the gunpowder magazine at the point

Dutch transcription

1592. groot gedeelte in opstallen met olas gedekt hun verblijf hielden, die dikwijls in den brand zijn geraakt, hebben we tot voorko„ „ming van ongelukken, bij reso„ „lutie van den 26. Maij pass:o beslooten, het weeshuis binnen het Casteel tot een militaire Casern te laaten approprieeren, en daar en tegen het Rectorl met huis, in de oude stad, het welken zedert het vertrek van den laatsten rector, de predikant Manger, ledig stond, naa dat het van zijne gebreeken zoude zijn verholpen, tot een wees„ „huijs te emploijeeren; en is mits dien de reparatie van gem: rectors huijs, volgens resolu„ „tie van den 31. Maij pass:o, aan „besteed voor 340. rd:s, nevens eenige wijnige houtwerken, die die de aanneemen van dit werk heeft bedongen. Maar wijl door onse zedert gemaakte schik„ „king bij resolutie van den 9 Juli daaraan, het Seminariums huijs ook ledig raakte, en dit gebou eerder tot een weeshuijs schikte, dan het rectorshuijs, het welk buijten dien bij ver¬ „koop, meer liefhebbers zouden vinden, dan het Seminarium dat niet geschikt is voor par„ „ticulieren, hebben we ter re„ „solutie van den 12. Juli besloo„ ten, het rectors huijs te laaten verkoopen, gelijk geschied is blij¬ „kens 3. 220: hiervoor, en daarentegen het Seminarium, naa noodige reparatie, te gebruijken tot een gaaf hersteld weeshuijs, en is dienvolgende geboek de voorschr: aanbesteeding Tmet voor a 1593. de reparatie aan de khafbaseaij aan de punt de Briel is bij aanbesteeding gedaan gaafkelders bij aanbesteding hersteld en op een aparte reek. geboekt voor 340. rd:s, overgebragt tot dit gebou, het welk dus daar voor is gerepareerd, blijkens. het aangeteekende bij resolutie van den 23. oktober Jo leeden behalven dat daar aan eenige meerder houtwerken hebben moeten worden verstrekt, dan voor het rectors huijs bedon¬ „gen was. 435 'I militaire Combuijs of de schafbaaserij aan de punt de Briel, eene reparatie zeer nodig vereischt hebbende is, dit werk, blijkens resolutie van den 12. Juli pass:o, meede bij aanbesteeding gedaan, voor 100. rd:s en eenige materiaalen. 1436 Door de instantig van de Nederer 'T metselwerk vand' gesakte „landsche kerk alhier, het „ metzelwerk van meest alle de grafkelders ingezakt zijnde e ingestoate nelie pak„ huijs te selau is ordre gegeven en tot het af„ „breeken van de kerk te negombo zijnde, hebben we dat meede bij aanbesteeding laaten herstellen en heeft het, blijkens onse reso„ „lutie van den 9. oktober pass„o 40. rd. s gekost, die we op eene aparte reekening hebben laaten boeken om uijt het opterichten fonds„ ter herstelling van de kerk„ te worden terug betaald. om §437. Tneli pakhuijs te silau, dat te Tot herstelling van het van aarde en klij was opgehaald, door den swaren regen inge„ stort zijnde, hebben wij, blij¬ „kens resolutie van den 31. Maij pass:o, qualificatie gegeeven om het zelve te herstellen; Doch de Nederduijtsche kerk te Nigombo, is bij den gedaanen opneem zoo vervallen bevonden dat het voor irreparabel moest worden gehouden, wes„ „halven we dezelve, volgens a resolutie her 1594. om het pakhuijs en dewagt te hangwelle en dephool te kottelawolle door aanbesteeding te laaten herstellen tot de verplaatsing van 't kopp:l en affumnattee winkel tesafna kwalifikatie ge„ geven resolutie van den 27. aug:s, ge: „heel hebben laaten afbreeken, en bevoolen om den Godsdienst voortaan teverrigten in het rust „huijs van den dessave, het welk toerijkende genoeg is voor de klijne gemeinte aldaar. §430: Voorts hebben we, blijkens reso„ dedessare faets gequalificeerd, lutie van den 25. 7ber: pass.:o, den dessave Fresz: gequalificeerd om door aanbesteeding aan particulieren, te laaten her„ „stellen het pakhuijs en de wags te Hangwelle, en de School te kottelawolle, waar van de muur en om ver zijn gevallen mits de benodigde materi„ „aalen daar toe, Comp:s wegen worden gegeeven. §439. Ter geleegendheid dat we, inge „volge de qualificatie van uwe Hoog Edelheeden, ter verbeelering van het huijs, „houdelijke houdelijke in de hospitaalen deezes Gouvernements, daar „toe de nodige berichten van de bedienden op de subalterne Can„ „tooren hebben gevraagd, is ons onder anderen ook, blijkens het aangeteekende ter resolutie van den 11. xber: pass:o, door de be„ „dienden te Jaffanapatnam ver„ „toond, dat de nabijheid van de Smitswinkel aan het hospi„ „taal aldaar, zeer nadeelig voor de zieken was, en dat mits dien het hospitaal diende verplaatst te worden. We hebben daarop van hun bericht ge¬ vraagd, waar naar hun inzien het hospitaal best zoude kun¬ „nen worden geplaatst, en zoo daar toe een nieu gebou moest worde opgehaald, wat het dan calcu „latief zoude komen te kosten. op hun bericht, dat om het hoo „pitaal 8 1595. pitaal met de minste kosten van de smitswinkel teverwijde„ „ren, het best waare dat deeze winkel wierde overgebragt in de affuijtmaakers winkel, en de affuitmaakerij in zeker gebou naast het ammonitie huijs, bij welke verschikking geene andere kosten behoef„ „den gedaan te worden, dan dat op de affuijtmaakers winkel een nieuwe dakwerk wierd opgezet, en de muragie eenig „zints veranderd worden: heb„ „ben we, uijt aanmerking van de nuttigheid, die daar door aan de zieken in het hospi„ „taal zal worden toegebragt, en dat daar door ook teffens de smits winkel verwijderd word van de kruijtkelder aan de pent

NL-HaNA_1.04.02_3789_0660 view scan ↗

English

The Manaar servants qualified to have the trade office and the sailors' guardhouse there converted into a hospital. § 440. Point Utrecht, where the most gunpowder is always stored, the servants, according to our resolution of the 14. October past, were granted qualification for the aforementioned arrangements. Likewise, the Manaar servants gave to understand that the hospital there stood in a very inconvenient and entirely unhealthy place, and that furthermore the ground was very damp due to the cold and the dripping water along the wall of the cistern; with the proposal also to have the trade office and the sailors' guardhouse there converted into a suitable hospital. We thereupon, according to what was recorded by resolution of 1596. of the 27. August past, requested a report from the servants as to what changes were required to convert the trade office and the sailors' guardhouse into a suitable hospital, and how much time and expense would have to be spent on it. And upon the report of the servants that the trade office and the sailors' guardhouse had to be provided with new roof framing, doors and windows, alongside two small lean-tos, and that additionally a small privy and kitchen had to be built, but that they could not determine the time and costs required for this, but would do their best to complete the work promptly in the Blacksmith's shop at Gale completed. § 442. least expensive manner, we, according to the resolution of the 19. October past, qualified them to make the aforementioned alterations. The repairs that had to be done to the blacksmith's shop at Gale, and according to our resolution of the 10. October 1785 were privately contracted out for rds: 714 2/3, having been properly completed by the contractor, and he having even, beyond his obligation, made a new half roof on it, we approved by resolution of the 5. April past that the contract wage be paid out to him. Upon the notification by the Gale servants that the old descaves dwelling at Mature 1597. The Mature servants qualified for the construction of a storage place for the ammunition, weapon, and equipment goods, and of a guardhouse for the lascars. Mature, which had been used for some years as a military barrack, but since then for the storage of ammunition, weapon, and equipment goods, was found to be entirely dilapidated and irreparable, and that the Mature servants had requested permission for the construction of another storage place for those goods and of a guardhouse for the lascars, who currently managed with an ola mandu, with the report also that both buildings, raised in lime and stone, would cost more or less 600 rixdollars, we have, according to our decision of the 17. March past, granted qualification to the servants for the construction of the As well as to have two small lean-tos made at the warehouse of Tangale, and the further repairs to that small fort. proposed warehouse and guardhouse. § 443. Likewise, upon the proposal of the Gale servants, we agreed by resolution of the 9. June to the proposal of the servants at Mature to have two small lean-tos made at the warehouse of Tangale, and to have the cisterns there, of which the woodwork was rotted, repaired; and by resolution of the 9. July, we qualified them to have the banquettes on the points of the Tangale fort, which had become broken by the settling of the filled ground, and the flat roof of the buildings, alongside the roof of the rest house there, repaired. The 1598. Concerning the restoration of the buildings at Ponnekail. § 444. The buildings at Ponnekail, which were completely ruined in the recent war, were surveyed and inspected last year in order to discover what needs to be done to them; and the Tuticorin servants reported to us that first of all the most necessary thing is a dwelling for the first Resident, for which, if the house were restored to its former state, the old foundations and even still some pieces of walls could serve, which they also judged more advantageous, because many expenses would thereby be saved, especially as one can hardly get solid ground at Ponnekail; and and moreover they showed us the necessity of restoring the lodge at Ponnekail as it was of old, because certain privileges are still attached to it which could come in handy again at some time, and that this could be done at little expense if the house were brought back to its former state. And as the servants also reported to us that they had not been able to find anyone who had been willing to undertake the renovation of these works at once, and that they had therefore had builders survey what would be necessary by estimate, who had judged that for the restoration of the entire lodge 1599. lodge, containing the dwelling of the first Resident, the outbuildings for his servants and for keeping a necessary provision, a writing room, a room for the writer, and a room for the military, alongside the raising of a perimeter wall which lies ruined, excluding the materials and coolie wages for the transport of the same, the labor costs alone would come to 700 pagodas, we wrote to them, according to the resolution of the 31. May, that it would be agreeable to us if this work, just as at Manapar, could be done by contract, but

Dutch transcription

De manaaase bedienden gequalificeerd om het negotie kantoor en de mattroose wagt aldaar tot een hospitaal telaten veranderen § 440. punt utrecht, daar altijd het meeste kruijt word geborgen, den bedienden, volgens onse resolutie van den 14. oktober pass:o, qualificatie gegeeven, tot de voorschreeve verschik„ „kingen. Insgelijks hebben de Mannaar „sche bedienden te kennen gegee „ven, dat het hospitaal aldaar op een zeer ongemakkelijke en gantsche ongezonde plaats stond, en dat daarbij de grond, door de koude en het druijpend water langs de muur van de regenbak, zeer vogtig was; met propositie teffens, om het Ne„ „gootsie Cantoor en de mattroose wagt aldaar, tot een bekwaar hospitaal te laaten veranderen we hebben daarop volgens het aangeteekende bij resolutie van 1596. van den 27. aug:s pass:o, van de bedienden bericht gevraagd, welke veranderingen er ver „eischt wierden, om het nego„ „tie Comptoir en de mattroose wagt, tot een bekwaam hospi„ „taal aan te leggen, en hoeveel tijd en kosten daaraan zouden moe„ ten besteed worden. en op het be te „richt van de bedienden, dat het negotie Cantoor en de Mab„ „troose wagt, van nieuwe span „werk, deuren en vengsters„ e nevens twee klijne afdakken moesten worden voorzien, en dat daar bij teffens een klijn gemakhuijs en kombuijs moes „ten aangeboud worden, doch dat ze de daar toe benodigde tijd en kosten niet konden bepaalen, maar hun best zouden doen om het werk, spoedige op de smits winkel te geele zijn gedaan § 442. de minstkostbaarste wijze, te„ „volbrengen: hebben we hun vol„ „gens resolutie van den 19. oktober pass:o, tot het doen van de voorschr: veranderingen gequalificeerd. de reparatien aan da De reparatien die aan de smits „winkel te Gale moesten gedaan worden, en volgens onse resolutie van den 10. oktober 1785; voor rd:s 7142 /3. particulier aanbesteed zijn, door den aanneemer behoor„ „lijk volbragt, en zelfs boven zijn verbintenis, een nieuwe half dak daaraan gemaakt zijnde, hebben we bij resolutie van den 5. April pass:o geapprobeerd, dat aan hem het aanbestee„ „dings loon uijtbetaald is. Op de te kennen geeving door de gaalsche bedienden, dat de oude descaves wooning te Mature en van 1597. gequalificeerd tot den voor de ammontie, wapen en Equipagie goederen en van een wagthuijs voor de tascouyns de matuaeese bedienen Mature, die eenige Jaaren tot obbouw van een bergplaats een militair Casern, doch ze„ „dert tot het begin van ammo„ „nitie, wapen en Equipagie goeder „ren, was gebruijkt, te eenemaal bouvallig en irreparabel bevon „den was, en dat de Matureesche bedienden verlof verzogt had, ge„ „den, tot den opbou van een ander bergplaats voor die goederen en van een wachthuijs voor de laskorijns, die zich tans met een ola mandoe behielpen met bericht tevens dat bij de gebouwen, van kalk en steen opgehaald, min of meer 600. rijksd:s zouden kosten: hebben we, volgens ons besluijt van den 17. Maart pass:o, den be„ „dienden qualificatie ver „leend, tot den aanbouw van het zomeede om aan 't paks„ huijs van tangale twee kleene afdakken te laten maken, en de verdere reparatien aan dat fortje het voorgestelde pak en wagt „huijs. 1443. Insgelijks hebben we, op den voor„ „dragt van de gaalsche bedien „den, bij resolutie van den 9. Juni„ geaccordeert het voorstel van de bedienden te Mature, om aan het pakhuijs van Tangale twee klijne afdakken telaaten maaken, en om de regenbakken aldaar, waarvan het houtwerk vermolmd was, telaaten her„ „stellen; en bij resolutie van den 9. Juli, hebben we hun gequa„ „lificeerd, om de banketten op de bij de punten van het tan„ „gaalsche fortje, die door het zakken van de opgevulde grond, stukken geraakt zijn, en het platte dak van de gebouwen, nevens het dak van het rusthuijs aldaar, te laaten verhelpen. De 1598. Nopers de herstelling van de gebouwen te pormekail §444. De gebouwen te Ponnekail, die in den Jongsten oorlog geheel geruineerd zijn, zijn voorleeden Jaar opgenomen en bezichtigd, om te kunnen ontdekken, wat er aan diend gedaan teworden; en hebben de Tutukorijnsche bedienden ons bericht, dat door voor eerst het aldernoodzaake „lijkst is, eene wooning voor den eersten Resident, waar toe indien het huijs weder in den voorigen staat hersteld wierd, de oude fondamenten en zelfs nog eenige stukken van muuren zouden kunnen dienen, het welk zij ook voordeeliger oordeelden, om dat daar door veele ongelden bespaard wier „den, inzonderheid wijl men op Ponnekail beswaarlijk een vasten grond krijgen kan; en en boven dien hebben ze ons ver„ „toond, de noodzaakelijkheid om de logie te Ponnekail, zoo als die van ouds geweest is, te her„ „stellen, om dat daaraan nog al eenige voorrechten verbonden zijn, die te eeniger tijd weder te pas konden komen, en dat dit met wijnig kosten kon geschieden, wan„ neer het huijs weder in den voori„ „gen stand gebragt wierd: En wijl de bedienden ons tevens hebben bericht, dat ze niemand hadden kunnen vinden, die de vernieu„ „wing van deeze werken in eens had willen aanneemen, en dat ze daarom door boukundigen heb„ „ben laaten opneemen, wat daartoe Calculatief zoude nodig wee „zen, die geoordeeld hadden, dat tot de herstelling van de geheele logie 1599. logie, bevattende de wooning van den eersten Resident, de bijgebouwen voor zijne bedienden en tot het bewaaren van eenen noodzaakelijken voorraad, een schrijf vertrek, een kamer voor schrijver den en een vertrek voor de militaire, nevens het op„ „haalen van een ringmuur, die om verlegd, behalven de materiaalen en koeli loonen voor den aanbreng van deselve alleen aan arbijds loon op z00. pagooden zoude komen te staan, hebben we hun, volgens resolu¬ „tie van den 31. Maij, aangeschree„ „ven, dat het ons aangenaam zoude zijn, indien dit werk, even als te Mannapaar, bij aan be „steeding konde geschieden doch

← previousnext →