Inventory 3792
Ceylon · 1,076 pages · 151 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
To the Most Illustrious and Most Mighty Monarch Sre Rajadie Raja Singe, who presently rules the far-famed and mighty Empire of Kandia and sits upon its Golden Throne Most Illustrious and Most Mighty Monarch To my particular pleasure and joy, there appeared here in the month of January a very distinguished embassy from Your Imperial Majesty, which was composed of the Lords Pilimetalauwe Ralahamij, Disava of the Three and Four Korles, the Attepattoe Mohottiaar Pattepolle Ralahamij, and the Mohandiram Niramoelle, who have handed over to me the letter written to me by the collective Lords of the High Court upon the high order of Your Imperial Majesty. The Lord Ambassadors have further given me the strongest assurance of Your Imperial Majesty's unwavering devotion to the interests of the Illustrious Company and of Your Imperial Majesty's particular affection and friendship for me; and how could I doubt either of these matters, since the letter itself conveys to me the most friendly and explicit assurances thereof. I express for this my most sincere gratitude, and I desire nothing more than that opportunities may be granted to me to give active proof of my inclination to make Your Imperial Majesty's empire and reign prosperous and glorious. For this and several other reasons tending to the further confirmation of mutual friendship, I am now dispatching to Your Imperial Majesty's Court the merchant and fiscal of Colombo, Carl Fredrik Schreuder, being also a member of my Council, who, in presenting this my letter, will further give Your Imperial Majesty the most sincere assurance of my unshakable sentiments of friendship and alliance; and I request that Your Imperial Majesty be pleased to give full credence to all that he shall propose and request from Your Imperial Majesty in my name, especially that Your Imperial Majesty may be pleased to give orders that our cinnamon peelers may not be hindered in the peeling of cinnamon in the lands of Your Imperial Majesty. The said ambassador will also have the honor to offer Your Imperial Majesty some precious gifts, accurately specified in the enclosed memorandum, which I hope and trust that Your Imperial Majesty will be pleased to accept as tokens and signs of my friendship. May the fortunate reign of Your Imperial Majesty extend for a long succession of years to the happiness and prosperity of the famed Kandian Empire, and of its faithful subjects, and to the confirmation of that close friendship and alliance with Your Imperial Majesty's sincere Dutch friends, from which mutual prosperity must necessarily flow. I have the honor to be, with all respect and high esteem, [below was written] Most Illustrious and Most Mighty Monarch, Your Imperial Majesty's very obedient servant, [was signed] W. J. van de Graaff [in the margin:] Colombo, the 3rd of May, anno 1785. Agrees [with the original]. Sijbrands, First Clerk. Memorandum or specification of the gifts which, on behalf of the General Dutch East India Company, under the care of Mr. Carel Fredrik Schreuder, merchant and fiscal, and fellow member of the Council of the Right Honorable Lord Governor here, going on an embassy to the distinguished Court of Kandia, are sent to be presented with due respect to the Most Illustrious and Most Mighty Monarch Sre Rajadi Rajasinga, namely: In six cases marked No. 1, 2, 3, 4, 5, and 6: six large mirrors with gilded frames. In four cases marked No. 7, 8, 9, and 10: four pieces of glass chandeliers. In four cases marked No. 11, 12, 13, and 14: four pieces of glass bells. In eight cases marked No. 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22: eight vase lanterns. In one case marked No. 23: fifty-two cubits of silver cloth with gold flowers. In one case marked No. 24: fifty-two and three-quarter ells of gold cloth with silver flowers. In one case marked No. 25: fifty-two cubits of silver watered moire. In one case marked No. 26: fifty-two ells of gold watered moire. In one case marked No. 27: thirty-one ditto cubits of silver moire with gold and silver flowers on a red ground. In one case marked No. 28: twenty-seven cubits of haircloth with silk fabric, rose color. In one case marked No. 29: fifty-two and a half cubits of red velvet. In one case marked No. 30: forty-nine and a quarter ells of blue velvet. In one case marked No. 31: fifty-one cubits of rose-red velvet. In one case marked No. 32: fifty cubits of broad plain gold passementerie. In one case marked No. 33: fifty ells of broad plain silver passementerie. In one case marked No. 34: one piece of gold-embroidered robe. In one case marked No. 35: one piece of gold dhoti. In one case marked No. 36: one piece of silver ditto. In three cases marked No. 37, 38, and 39: three pieces of gold bodidaars. In two cases marked No. 40 and 41: two pieces of gold soosies. In one case marked No. 42: one piece of silver soosie. In one case marked No. 43: six pieces of tupattis with broad gold ends, extra fine Tirunelveli No. 2. In one case marked No. 44: five pieces of tupattis with broad gold ends, extra fine Tirunelveli No. 3. In one case marked No. 45: five pieces of tupattis with broad gold ends, extra fine Tirunelveli No. 4. In one case marked No. 46: five tupattis with broad gold ends, extra fine Tirunelveli No. 5. In one case marked No. 47: four pieces of sailas with broad gold ends, extra fine Tirunelveli No. 2. In one case marked No. 48: three pieces of sailas with broad gold ends, extra fine Tirunelveli No. 3. In one case marked No. 49: three pieces of sailas with broad gold ends, extra fine Tirunelveli No. 4. In one case marked No. 50: three pieces of salus with broad gold ends, extra fine Tirunelveli No. 2. In one case marked No. 51: twenty-five pieces of fine bleached muris, first sort, Coromandel.
Dutch transcription
2907 Aan den doorluchtigsten en Groot Machtigsten Monar Sre Rajadie Raja Singe, die tegenwoordig 't wydberoemde en magtige Ryk van Kandia bestierd en op desselfs Goude troon zit Doorluchtigste en Groot Machtigste Monarch Tot mijn bezonder genoegen en blijdschap, zal ik hier in de maand Januarij verscheinen een zeer aan zeene lijkgezantschap van uw E: K: M: het welk bekleed wierd, door de Heeren Pilimetalauwe Kalahamij des„ save van de drie en vier korles, den Attepattoe Mohot„ liaar Pattepolle Ralahamij en den Mohandiram Niramoelle die mij hebben overhandigd de brief, op uw E: K: M: loge ordre aanmij geschreven door de gesamentlijke Heeren Hoffgrooten De Heeren gesanten hebben mij wyders de sterks„ te verzeekering gegeven van uw E: K: M: onwan„ kelbaare aankleeving aan de belangen der door lichtige Maatschappij en van uw E k M bij„ zondere genegentheid en vriendschap - voor mij; En hoe zoude ik aan een van beide die zaaken moogen twijffelen daar de brief zelfs en mij de allervriendelijkste en nadaukkelijks„ te betuijgingen van doet Ik Ik betuijge daar voormijne aller opregssse dankbaar heid en oik verlange niets meer, dan dat mij ge„ legentheden mogen gegeven worden om dadelijke blijken te geven van mijne geneigtheid, om uw E:M: Mryk en regeering voorspoedig en Roemruglig te maaken, om deeze en Meer andere reedenen tot na„ dere bevestiging der onderlinge vriendschap strek„ kende laat ik tans naar uw E:k: M: Hof: ver„ trekken den koopman en fiskaal van kolombo„ Carl Fredrik Schreuder, zijnde een meede Lid van Mijne vergadering, die onder overrijking van deezen hijnen brief, uw E K: M: wyders de aller opregtste verzeekering zal doen van mijne onwrik baare gevoelens van vriendschap en bondgenootschap en ik verzoek dat uw k: M: volkoomen geloof ge„ lieve tegeven aan al het geene den zelven uijt mijn naam aan uw K M: zal voorstellen en ver„ zoeken, als spesiaal is dat uw k: M gelieve ordre te stellen dat onze kanneel schillens niet moo„ gen worden gehinderd in het schillen van kan„ kanneel in de landen van uw E: K M:— Gemelde gezant zal ook de eere hebben uw E k M: aan te bieden eenige kostbaare geschenken, op de bij leggende memoorien naaukeurig verma„ meld die ik hoope en vertrouwe dat uw Kk M: zal gelieven aantenemen als blijken enteeken mijner vriendschap De gelukkige regeering van uw k: M: Strekke een lange reeks van Iaaren tot het geluk en welvaard van 't beroemde kandiase Rijk, en van 2908 Nagekden en van zijne getrouwe onderdanige, en tot beves„ tiging van die nauwe vriendschap en bond ge„ noodschap met uw E: k: M: opregt Nederland„ ^ bloeij noodwendig voor tvloeijen moet se vrienden waar uijt weder zijdse ^ vrienden wat #de dr leen ddg voorvlasen maet Ik heb de eere met alle eerbied en hoogagting te zijn /onderstond/ Doorluchtigste en Groot magtigste Monarch: uwer kijzerlyke Majes„ teids zeer gehoorzaame Dienaar /was geteekend/ W J: van de Graaff /:in margine /: Kolombo Den 3 Maij Ao 17885 Akkordeert. Sijbrands Egklerk 7 Hoo 2909 „ vier „ Memorie ofte specificatie van de Geschenken Die van wegens de generaale Nederlandsche oostjndische komparie onder opsigt van den heer Carel Fredrik Schree „der Koopman en fiscaal en meede liet van den Raad van den wel Ed: Groot Achtbaare heer Gouverneur alhier, gaende in ambassade na het aan„ zienlijk hof van Kandia wor„ den opgesonden maanden Doorlachtigsten en Groot mach„ tigsten Monarch Sie Raa„ „jadi Rajasinga met behoor„ „lijk respect gepresenteerd. teworden Namentlijk Jn ses kassen gemerkt N:o 1:2: 3. 4.5. en 6. ses groote spie„ gels met vergulde lijsten „ 4. 8. 9. en 10. vier ps glase kroonen „ 11. 12. 13. en 14. vier „ glase klokken „ 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. „ agt vaaslanthaarens „ 23 twee en vijftig 6: zilver laaken met goude bloemen „ vier In „ agt „ „ Een „ „ „ Een „ Een „ Een „ „ Een „ „Een „ „ Een „ „ Een „ „ Een „ „ Een „ „ Een „ „ Een „ In Een kas gemerkt N=o 24 twee en vijftig en drie quart E goud laken met zilver bloemen. „ 25. twee en vijftig C: zilver gewaterd moor „ 26. tweeenvijftig E: goud gewa„ lerd Moor „ 27. Een en dertig. C:o zilver moor met goud en zilver bloe„ men roode grond „ 28. seven en twintig C: haar leen„ met zijde stof roose kleer „ 29. twee en vijftig en een halfC: rood fluweel „ 30. Negen en veertig en een quart E: blauw fluweel 6„ „ 31. Eenenvijftig C: roose rood fluweel „ 32. vijftig C: goud breed effe pas„ Teurent. „ 33. vijftig E: breed zilver affa passement. „ 34. Een p:s goud geborduurd kleed „ 35. Een „ goude dotie „ 36. een „ zilver d=o „ 37. 38. en 39. drie p:s goude bodidaars „ 40. 41: twee p:s goude soesies „ twee „ „Derie„ „ Een „ In „ „ „ „ 29. 10 een „ een „ een „ een „ een „ een „ In Een kas gemerkt N:o 42. Een p:s zilvere soesje „ 43. ses p:s toepelies met goud breede hoofden Extra fijn Tirnevelsch N=o 2. „ 44. vijf p:s toepeties met goude breede hoofden extra fijn ternevelsch N=o 3. „ 45. vijf p. s toepeties met goude breede hoofden Extra fijn tiureversch N:o 4. „ 46. vijf toepelies met goude breede hoofden Extra fijn ternevelsch N:o 5. „ 47. vier p:s selassen net goude breede hoofden Extra fijn ternevelsch N:o 2. „ 48. drie p:s selassen met goude breede hoofden Extra fijn ternevelsch N=o 3. „ 49. drie p:s selassen met goude breede hoofden extra fijn ternevelsch N:o 4. „ 50. drie p:s saloes met goude breede hoofden Extra fijn ternevelsch N:o 2. „ 51. vijfentwintig p:s moeries fijn gebleekt eerste zoort Cormandelsch „ een In „ een „ „ een
English
two two two one one In a chest marked No. 52. twenty-five pieces of fine bleached moorees, 2nd sort, Coromandel 53. Twenty-five pieces of fine bleached moorees, 3rd sort, Coromandel. 54. 55. fifty pieces of fine bleached moorees, First sort, Tuticorin. 56. 57. fifty pieces of fine bleached moorees, 2nd sort, Tuticorin. 58. 59. Twenty-five pieces of fine bleached salempores, Coromandel. 60. 61. thirty pieces of fine red moorees, Jafnapatnam. One chest 62. Twenty-five pieces of cut glass decanters. two chests 63. Twenty-five pieces of water basins without saucers 64. Twenty-five pieces of large water basins with covers and handles two cases 65. 66. fifty bottles of rose water One keg 67. Twenty-five lb mace one ditto 68. fifty lb Nutmegs In one Cloves In a keg marked No. 69. one hundred lb Cloves four Cases 70. 71. 72. 73. five hundred lb candy sugar Eight ditto 74. 75. 76. 77. 78. 79. 80. 81. one thousand lb powder sugar Two chests 82. 83. one hundred lb sandalwood One 84. One piece of fine firearm with three barrels 85. Two fine firearms with two barrels Two bundles 86. 87. Eight pieces of fine firearms with one barrel Colombo The 3rd of May Anno 1788: was written below: By order of the Right Honorable Lord Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies was signed G: J: Sijbrands sworn clerk Agrees. Sijbrands Sworn Clerk Specification of the gifts which, by the Right Honorable Lord Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, under the supervision of the Ambassador the Honorable Carel Fredrik Schreuder, merchant and Fiscal of Colombo, and fellow member of its supreme council, are sent to the illustrious court of Kandy in a small chest covered with red velvet, namely No. 1. 2 pieces of Extra fine Tuptis with broad gold headers and borders 2. 3 ditto ditto Chelis ditto ditto 3. 3 ditto ditto Chaloes ditto ditto 4. 6 ditto ditto Tuptis second sort with broad gold headers and borders 1. 1 ditto Pudukottai Tuptis Tirunelveli ditto 1. 1 ditto Curtail Chelis ditto ditto 1 ditto Chaloes ditto ditto Colombo the 3rd of May 1788 was written below By order of the Right Honorable Lord Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies was signed G: J: Sijbrands sworn clerk. Agrees. Sijbrands Sworn Clerk Instruction for the merchant and Fiscal, the Honorable Carel Fredrik Schreuder, who is to go as ordinary envoy to the court of Kandy Special good friend, Article 1 Objective The purpose of the ordinary embassy that is now held by Your Honor according to the resolution taken for that purpose in the Council of Ceylon on the 15th of January last, is mainly to confirm the Court more and more in its goodwill toward the Company. 2. Concerning the ceremonial, Your Honor must conduct yourself in the same manner as the previous embassy, and for Your Honor's information in these and other matters, some reports of former embassies are provided, which will be handed to Your Honor by the First sworn clerk of the Secretariat. 3. In the first audience, after the customary compliments have ended, Your Honor must make the customary request for the peeling of cinnamon in the King's territory. Article 4: What was written by the Court regarding the beaches in the recently received letter from Kandy, Your Honor will see in the copy of the letter annexed hereto; in the letter that Your Honor is now taking along, and of which a copy is also annexed hereto, it is passed over in silence. I hardly think that the court grandees will bring it up, or at least if they do, that it will be done with no great emphasis, and in such a case, as far as it can be done with any decency, it is best to speak over it as if unnoticed, bringing the discourse to another subject. Should, however, the court grandees bring this matter up with Your Honor in such a manner that Your Honor cannot decently leave it unanswered, then Your Honor must briefly say that this is a matter entirely beyond and above my power, but that the lords court grandees otherwise see that I continually do everything in my power to give to the Court all possible tokens of friendship and sincerity, and therewith Your Honor must end the conversation and, in a decent and unconstrained manner, begin to speak of something else. Article 5. Wish Leaving the rest to Your Honor's discretion, I wish Your Honor a speedy journey and good success in your proceedings, while I gladly remain was written below Particular good friend: Your Honor's Good friend was signed W: J: van de Graaff in the margin Colombo the 3rd of May Anno 1788 Agrees. Sijbrands Sworn clerk Examined E: Critee Further Instruction for the Company's envoy, the merchant and Fiscal, the Honorable Carl Fredrik Schreuder. Special Good Friend. The Nawab Muhammad Ali Khan has sent with his servant Abdul Qadir, who arrived here via Mannar several days after the arrival of the Nawab's envoy Mr. Buchanan, a letter addressed to the King of Kandy. Upon his arrival, he said to Mr. Buchanan that the Nawab had ordered him to bring this letter to Kandy himself; but I dissuaded this when Mr. Buchanan spoke to me about it, and I undertook in return to ensure that the letter would be properly conveyed to Kandy. This letter, which Mr. Buchanan subsequently caused to be delivered to me, is herewith handed to Your Honor, and Your Honor must, upon the first meeting with the Disava of the Three and Four Korales, simply in a private conversation
Dutch transcription
„ twee twee „ twee een een „ Jn Een kis gemerkt N:o 52. vijfentwintig p:s moe„ „ries fijn gebleekt 2. zoort Coormandelsch „ 53. Vyfentwintig p:s moeries fijn gebleekt 3 zoort Com„ mandelsch. 54. 5½. vijftig p:s moeries fijn gebleekt Eerste zoort Jutukorijnsch. „ 56. 57: vijftig p:s moeries fijn gebleekt 2. zoort Juli k: „ 58. 59. Vijfentwintig p:s fijn gekleekt Salmpoeris Cormandelsch. „ 60. 61. dertig p:s roode moeries fijne Jaffenase Vijfentwintig p:s gesleepe„ ne Karaffen. „ 63. Vijfentwintig p:s water kommen sonder peringen 64. Vijfentwintig p:s groote water kommen met dekselsen ooren twee kassen „ „ 65. 66. vijftig bottals. roose waler „ Een kos „ „ 62. „ twee kassen „ Een vaatje „ „ 67. Vijfentwintig lb foeli „ een d=o „ „ 68. vijftig lb: Nooten In „ een „ „ „ „ „ „ „ „ „ 2911 Nagelling In Een vaatje gemerkt N:o 69. een hondert lb: Nagelen„ „ 70. 71. 12. 73. vijff hondert lb kan„ „ vier Kassen „dij zuijker „ 74. 75. 76. 77. 78. 79. 80. 81. een duijsend lb: poeder zuijker „ 82. 83. een hondert lb: sandelhoud „ 84. Een p:s fijne geweer met drie Loopen „ 85. Twee fijne geweeren met twee Loopen „ „ 86. 87. Agt p:t fijne geweeren met een Loop Kolombo Den 3. ' Maij A:o 1788: /onderstond/ Ter or„ donnantie/ van den wel Edele Groot Achtbaeren Heer Willem Jacob van de Graaff, Raad Extraordi„ nair van Nederlandsch india Gouverneur en directeur van het Eijland Ceijlon met dies onderhoorigheeden /was geteekend/ G: J: Sijbrands gklerk Akkordeert. W Eiklerk „ Twee kassen „ Een „ Twee bondels „ Een kas „Agt. d=o Sijbrands wwel „ „ „ „ 2912 Specificaatie van de geschenken, die door den weledelen Groot Achtb Heer willem Iacob vande Graaff Raad Extra ordinaijr van nederlandsh India Gouverneur en directeur van het Eiland Ceilon met dies onderho„ righeeden onder opzicht van den Ambassadeur de Heer Carel Fredrik Schreuder, koopman en Fiskaal van kolombo. en medelid van hoost des„ selfs vergaadering na 't aanziene lijke hof van kandia worden gezon„ den in een met rood fluweel be„ kleede kasje namelijk N=o 1.2. p:s Extra fijne Toepeties met Goude breede hoofden en vanken d=o d=o „ d=o „ 2.3. „ d–o d=o Chelassen „ „ „ 3. 3 „ d–o do Chaloesen „ „ d=o d=o „ d=o „ 4. 6. „ d–o d=o Toepeties tweede zoort met goude brede hoofden en van den do Soepetis Tirnevallis do do Chelas d=o do d=o Chalve d=o do Kolombo den 3' Maij 1788 onderstond / Teror„ donnantie van den wel Edele Groot Achtb: Heer willem Jacob van de Graaff Raad Extraordinair van Nederlands, in die Gou„ verneur en directeur van 't Eijland Ceilon met dies onderhoorigheeden /was geteekend/ G: J: Sijbrands geswoornklerk.. Akkordeert. d=o do „ 1. 1 „ do „ 1. 1. „ Pudekier Cortel Sijbrands ECleerk „1 „ „ 2913 Instruktie voor den koop man en Fiskaal De E Carel Fre„ drik Schreuder die als gewoone gesant staat te gaan na 't hoff van kandia Bij zondere goeden vriend, Art 1 Coogmerk Het zewak van het gewoongezantschap dat tans door uw E: word bekleed volgens het daer toe genoomen besluijd in Raade van Ceilon op den 15. Januarij jL:, is hoofdsaakelijk om het Hof in zijne goedegevoelene tegens de komp: meer en meer te bevestigen 2. Nopens het coremonieel moet uw E zich op de zelfde wijze gedraagen als het voorig gezantschap, en wor„ G den tot uw E: onderrigtinge in deeze en an„ dere dingen medegegeven eenige Rapporten van vroegere gezandschappen die uw E door den Eerste gesw: klerk: van ziller zullen worden ter hand„ gesteld In de eerste audientie na dat de gewoone kom„ plimenten zijn afgeloopen moet uw E het gewoone verzoek doen tot het schillen van kanneel in skonings Land Art= 4: Het geschrevene door het Hof nopens de Stran den bij de Iongst ontfangene brief uit kander zal uw E. zien bij het afschrift van de brief dat hiernevens legt, bij de brief die uw E: tans mede naemt en waarvan ook een kopij. hiernevens gaat word het stils wijgende gepasseert Ik denke bijna niet dat de hofs grooten daar van ophaalen zullen, of dat ten minsten zoo ze het doen„ het met geen grooten nadruk geschieden zal, en ik zulk een geval, voor zoo verre het met eenige welvoegelijkheid geschieden kan, is het bestom er als ongemerkt over heen te spree„ ken, met het diskours op een ander onder werp te brengen Mogten. nogtans de Hofsgrooten deeze zaak bij uw E op het tapijt brengen, op eene wyze dat uw E het niet welvoegelijk om beantwoord laaten kan dan moet uw E: kortelijk zeggen dat dit een stuk is geheel buyten en booven mijn vermoogen dog dat de heeren Hofs groo„ ten voor 't overige zien dat ik bijvoort diu ring doe alwat in mijn vermoogen is, om aan 't Htoff te geeven alle moogelyke blyken van vriedschap en welmeenentheid en daar meede moet uw E het gesprek eindigen en op een welvoegelijke en ongedwongene wijze - beginnen van wat anders te spreeken, Act:s 4. Her 2914 Wensch Het overige aan uw E belijd overlaatende won ik uw E: een spoedige reize en een goedsuc„ ces in desselfs verrigtingen Terwijl ik gaarne blyve /onderstond/ Byzondere goe„ de vriend: uw E Goede vriend /was geteekend/ W: J: van de Graaff /: in margine/ Kolombo den 3 Maij Ao 1788 Akkordeert. Sijbrands W. Ekeerk Nagesien E: Critee 2. 17 Nadere Instrucktie voor 's komp:s gezant den koopman en Fiskaal D E: Carl Fredrik Schreuder- Vriend. Bijzondere Goeden De Nabab Machmet Alichar, heeft met zijn bedienden Abdul kader, die verscheide daagen na de aankomst van s' Nababs ge„ „zant de Heer Beickanan, over Mannaar hier is aangekoomen, meede gegeeven een brief aan den koning van Mandia. Met zijn komst zijde hij aan den Heer Buc„ „kanan dat de Nabab hem hadde gelast deeze brief zelve na kandia te brengen; dan dit heb ik ontlegd toen de Heer Buckanan mij daar over spraak, en heb mij daar en teegen belast de brief. behoorlijk na Kandia te zullen behoo„ „gen. Deeze brief die de Heer Buckanan aan mij vervolgens heeft doen overge„ „ven, word uE: hier nevens ter hand ge„ steld, en moet uE: bij de eerste ontmoe„ „ting van de dessave van de drie en vier korles, hem eenvoudig in een appart 2915 gesprek
English
conversation say, or if you have no opportunity to do so, let him know through the Mudaliyar, that I have given you a letter for the King of Kandia from the Nawab of Arcot, which was delivered to me on his behalf, containing, according to what I have been informed, only an expression of thanks for the elephants sent. You must also tell him, or let him know, that I have instructed you to deliver this letter to His Honour at your first meeting, with the request to deliver it, or cause it to be delivered, to the King in such manner as he shall deem most suitable. If he asks you in what manner I think this is best done, then tell him that in my view this could be done by sending it ahead to the King by a couple of Appuhamies, or that His Honour could take it with him himself to present it to the King upon his arrival at Court, which is perhaps even the best way. If he finds difficulty in receiving the letter from you before he is at Court, in order to be able to speak about it with the King first, then you may keep it in your possession until further notice. I do not think so, but should he propose to you that it be delivered to the King himself, that is by you, then you must decline this by telling him that this cannot be done with any propriety. If he nevertheless insists upon it, you must write to me, and until my answer arrives, keep the letter in your possession. You must take care as much as possible that this does not cause your first audience, with which there is currently great haste on account of the cinnamon, to be postponed thereafter. I have already noted above that I have been told that the aforementioned letter contains nothing more than a simple expression of thanks for the elephant, and you must seek an opportunity to make the Dessave of the Three and Four Korles understand, without him nevertheless noticing that it is done intentionally, that it is not customary to answer such letters, as otherwise such a correspondence would have no end. Most likely, the conversations which the aforementioned Dessave will have with you concerning this will provide you with a suitable occasion to make this comprehensible to him. I am, below stood, Special good friend, Your good friend, was signed: W: I: van de Graaff, in margin: Kolombo, the 3rd of May 1788. Agrees. Sijbrands First Clerk Examined 17th Examined I have presented your request to the Governor to grant further transport for the curved-bamboo palanquins and the Nayakkars, who are to be sent from the Court to the opposite coast at the end of this month, and His Right Honourable the Governor, on account of the friendship residing between the Illustrious Company and the Court of Kandia, has sent the necessary orders to the Chief at Mannaar to show the said Nayakkars the customary respect and to provide what is necessary for their transport. was signed: D: T: Freth, in margin: Kolombo, the 4th of February 1788. Agrees. To the Dessave of the Three and Four Korles. Sijbrants First Clerk Examined By order of the Right Honourable the Governor, I hereby give you notice that on Thursday the 28th of this month, the Merchant and Fiscal of this Government, Mr. Carl Fredrik Schreuder, who is also a member of the Council of the said Right Honourable, will depart from here for Kandia as Ordinary Ambassador, with a letter and the gifts for His Imperial Majesty, of which you will please give the necessary notice to the Court. was signed: D: F: Frett, in margin: Kolombo, the 19th of February 1788. Agrees. To the Dessave of the Three and Four Korles. W. First Clerk Sijbrands Examined Compared To the Dessave of the Three and Four Korles The Right Honourable the Governor has recently received news from Holland that at the end of this year or the beginning of the coming year, a regiment of European troops called Meuron, consisting of 1100 men, is expected to arrive at Trincomalee aboard various ships, having been stationed in garrison at the Cape of Good Hope and ordered by the Noble Company to proceed to Ceylon, to relieve the Luxembourg troops who are stationed divided among Kolombo, Gale, and Trincomalee, and who, according to the orders received to that effect from the Company, will be sent away from this island again on the same ships that bring the Regiment of Meuron. And since many provisions will be needed at Trincomalee for these new troops, I am therefore ordered by the said Governor to request you, as is hereby done, to be pleased to encourage and promote the export of provisions from the King's lands to Trincomalee as much as possible, as the King's subjects who bring their provisions to Trincomalee to sell them there may be assured of good treatment. was signed: D: I: Frett Agrees Sijbrands First Clerk Examined Title 1
Dutch transcription
gesprek zeggen, of zoo uE daartoe geen gelegentheid heeft, hem door den Modliaer laaten weeten, dat ik aan uE heb meede gegeven een brief aan den koning van kandia van den Nabab van Arkaddie die van weegens den zelven aan mij is overge„ „geven, houdende na dat men mij heeft onderrigt alleen een dankzegging voor de gezondene Elijphanten: uE moet hem daar bij zeggen of laaten weeten, dat ik uE heb gelast om deeze brief bij uE eerste ont„ „ moeting aan zijn Ed overtegeven met ver„ zoek om die op zulke wijz als wij dat best voegelijk agten zal aan den kooning te bezorgen of te doen bezorgen. Als wij uE vraagd op wat wijze ik denke dat dit het best word gedaan, dan zegt hem dat dit na mijn inzien zoude kunnen geschie„ „den met ze door een paar Apohanies voor uit te zenden aan den kooning, of wel dat zijn Ed: ze zelfs zoude kunnen meede neemen om ze bij zijn komst aan het Hof aan den kooning te inhandigen het welk mis„ „ schien 2936 „schun zelfs de beste weg is. vind Hijswa„ „righeid om de brief van uE overteneemen voor dat Hij aan het Hof is om er eerst met den kooning over te kunnen spreeken, dan kan uE ze tot nader onder zig houden. Jk denke het niet, dog mogt hij het uE voor„ „stellen, om ze zelfs, dat is door uE, aan den kooning te worden overgegeven dan moet uE dat ontleggen met hem te zeggen, dat dit met geen gevoeglijkheid geschieden kan. Blijft wij niet te min daar op staan dan moet uE het mij schrijven en tot mijn antwoord komt de brief onder uE. houden uE moet zoo veel moogelijk zorgen dat dit geen oorzaak geeft dat uE eerste audientie, waar bij tans om de wille van de kanneel veel haast is, daarna blijft uitgesteld. Jk hieb hier boven reeds aangemerkt dat men mij gezegt heeft, dat de voorsz: brief niets behelst dan een eenvoudige dankzegging voor de Eliphiant, en uE moet gelegent„ „heid zoeken om den dessave van de drie en vier korles te doen begrijpen, zonder dat Hij en Hij nogtans merkt dat liet op zettelijk geschied, dat het de gewoonte niet om op diergelijke brieven te antwoorden wijl an„ „ders zulk een korrespondentie geen einde heb„ „ben zoude, waar schijnlijk zullen de ge„ „sprekken van de voorsz: dessave die hij met uE hier over hebben zal, uE een bekwaam aanlijding geeven om hem dit begrijpelijk te maaken. Ik ben /:onderstond:/ Bijzondere goeden vriend uE goeden vriend /:was geteekend:/ W: I: van de Graaff /:in marginne:/ kolon„ „bo den 3. Maij 1788. Akkordeert. Sijbrands Egreerk NagCliei 17de 2917 Nagblier Jk heb uw E: verzoek aan den heer Gouver„ neur voorgedraagen om aan de Kromme bamboes palenkijns en de Naijkers, die met het einde van deeze maand van het Hoff na de overwal staan gezonden te worden, verder transport te verlee„ „ne, en zijn wel Edele Groot Achtbaere heeft, van wegens de vriendschap, die tusschen de doorluchtige kom, „panie en het Hoff van Kandia resi„ deert, de nodige ordres aan het opper„ „hoofd te Mannaar gezonden, om aan gemelde Nuijkers het ge„ „woon respekt te geven en het no„ dige tot derzelver transport te bezorgen. /:was getekend:/ D: T: Freth /:in mar- gine:/ kolomboden 4. februarij 1788. Akkordagat. Aan den Dessave der Drie en vier korles. Sijbrants Gklerk Bibel Op order van den wel Edelen Groot Acht„ ^geef baaren heer Gouverneur ^ heeft ik uwel Ed: bij deezen kennis, dat op donderdag den 28. deezer de Koopman en fiskaal deezes gouvernements, de Heer Carl Fredrik Schreuder, die een meede Lid is van de vergadering van wel ^ zijn Edele gem: ^ groot Achtbaare, als gewoone Ambassadeur van hier na Kandia zal vertrekken, met een brief en de geschenken voor zijne kijzerlijke Majesteit, waarvan uwel Ed: de no„ dige kennis aan 't hoff gelieve te geeven. /:was getekend:/ D: F: Frett /:in margine:/ kolombo den 19. februarij 1788. Akkordelat. 2918 Aan den Dessave van de Drie en vier korles. W. Eijklerk Igbrauds Nagdzien Boortel 2919 Aan den dessave van de drie en vier korles De weledele Groot Agtb: Heer Gouverneur heeft deezer daagen uit Holland tij„ „ding ontvangen, dat nog in het laast„ van dit jaar of begin van het aanstaan „de Jaar, te Junkonomale niet ver„ schijde scheepen in staat aante„ „koomen een Regiment Europeeze trou„ „pen genaamt Muron, bestaande uit 1100 Man, dat op de kaap de Goede Hoop en guarnizoen gelegen heeft en door de Edele Komp geordo„ neerd is, om na Ceilon over te gaan, om aftelossen de Luxenrburgste trou„ „pen die te kolombo, Gale en Jrin„ konomale verdeeld leggen, en met de zelfde scheepen, die het Regimend van Meuron aanbrengen, volgens de daartoe ontfangene ordres van de komp, wederom van dit Eij„ „land zullen worden verzonden, En wijl voor deeze nieuwe troupes veele levensmiddelen op Junkond„ male zullen noodig zijn, ben ik mits dien door wel gem: Heer Gou„ „verneur „verneur gelast om UE: te verzoe „ken, gelijk geschied bij deezen om den afvoer van levensmiddelen uit 's konings landen na Gimko„ nomale zoo veel het mogelijk is te willen aanmoedigen en bevon„ „deren kunnende 's konings inge„ „zeetenen, die hunne levens mid„ delen na Junkonomale afbren„ „gen om daar te verkoopen zig verzeekerd houden van een goede behandeling. /:was getekend:/ D: I: Tretf: Akkordeert Sijbrands Heikeert Nageltien . Trtel . 1 „
English
2920 By high order of the Right Honourable Lord Governor, I hereby inform your Honour that according to the latest news from Europe, the disputes that prevailed in the Netherlands have been settled, and thus everything is in peace and quiet. However, that before the arrival of that news, and upon rumours that the English were making preparations on the Coromandel Coast to wage war against Trincomalee, several French ships had departed from Pondicherry with a detachment of men, in order to offer us a helping hand at Trincomalee against the English should they attempt anything against our aforementioned place, so that in all probability that French military force will now already have arrived at Trincomalee, or is expected daily; which, however, will depart again very soon when To the Lord Dissave of the Three and Four Korles they learn from us that peace has been restored in Holland, and everything is at rest. Wherewith, after many greetings, I remain below was signed: D: T: Frets, in the margin: Colombo the 23rd of March Anno 1788. Agreed Sijbrands Revised The Right Honourable Lord Governor has ordered me to inform your Honour that the French troops who were en route by ships from Pondicherry to Trincomalee, upon receiving news that everything in the Dutch Republic was in peace and quiet, have returned again to Pondicherry, to which end this solely serves, and further having the honour, after friendly greetings, to remain with all respect below was signed D: J: Frets, in the margin Colombo the 29th of March 1788. Agreed 2921 To the Lord Dissave of the Three and Four Korles. Sibrands 2922. To the Dissave of the Three and Four Korles Whereas on account of the still persisting illnesses, the departure of the Company's envoy to the Court remains suspended for the present, by whom otherwise the usual proposals and requests would be made to His Royal Majesty, that His Royal Majesty may be pleased to give orders that the Company's cinnamon peelers may not be hindered in the peeling of cinnamon in the lands of His Royal Majesty, and that meanwhile the time when the cinnamon peelers must go to the forests, being in the beginning of the month of May, begins to approach closely, I have been ordered by the Right Honourable Lord Governor to request your Honour, as is done hereby, to be pleased to make provisionally the aforementioned proposals and requests to the highly mentioned His Royal Majesty at a favourable hour, so that His Royal Majesty may give the necessary orders orders that the Company's cinnamon peelers may not be hindered in the peeling of cinnamon in the lands of His Royal Majesty. Wherewith I further have the honour, after friendly greetings, to remain with all respect, was signed D J Frets; in the margin Colombo the 15th of April Anno 1788. Agreed Sijbrands Clerk Revised 2923. To the Lord Dissave of the Three and Four Korles I have communicated the contents of your Honour's friendly letter to the Right Honourable Lord Governor, and received orders from His Honour to inform your Honour thereupon, That the usual envoy is due to depart from here for the Great Court of His Royal Majesty on the 3rd of May, to which end this letter may serve. While furthermore, after many friendly greetings, I have the honour to be with all respect, underneath: Your Honour's obedient servant, was signed, D: J: Frets, in the margin Colombo the 24th of April Anno 1788. Agreed Clerk Sijbrands 2924 Yesterday the Company's envoy, Mr. Schreuder, returned to Colombo; his report regarding the answer given to him at the Court with respect to the peeling of cinnamon in the usual places in the King's lands has greatly surprised the Right Honourable Lord Governor; his Right Honourable has ordered me to write to your Honour this very day that his Honour, already upon the first report sent to him by Mr. Schreuder, namely that it had been made known to him at the Court that there allegedly had been cinnamon peelers outside the usual places in the King's land to peel cinnamon there, had ordered a strict investigation to be made concerning this, but that no one could be discovered who was guilty of that. The Right Honourable Lord Governor always does everything he can devise that may give any pleasure to the King. With those same friendly sentiments the King has always acted with regard to all the proposals that his To the Dissave of the Three and Four Korles Honour Honour had made to His Majesty, and for this reason the Right Honourable Lord Governor has written both to Holland and to Batavia that the friendship between the Company and the King is very great and sincere, indeed greater than ever. His Right Honourable also wishes nothing so much as that he will continually be able to send such good reports, but he had not thought that for such a small matter as the conduct of a few ignorant cinnamon peelers, even supposing that, despite the strict investigation made concerning it, it might be true that some might have gone outside the designated places, that could have constituted a reason to suspend on that account the granting of the King's usual permission for peeling in His Majesty's lands, despite the assurance offered by the Company's envoy, Mr. Schreuder, in his public capacity, that such would be forbidden anew. It is now already almost two months that the cinnamon peelers, according to custom, have enjoyed their maintenance without working, which a
Dutch transcription
2920 Op hoogebevel van den wel Edelen Groot Achtbaaren Heer Gouverneur brenge ik uw E: bij desen ter kennis dat volgens de jongste tijdingen uijt Europa de verschillen, die in Neederland heersch„ „ten, bij gelegt zijn, en dus alles in rust en vreede is. Dog dat voor de aankomst dier tijding, en op gerucht dat de Engelschen op de Kust. kormandel toestele maakten om Jrin kanomale te beoorlogen, ver„ scheide Fransch scheepen van Pondi„ „cherie waaren vertrokken met een partij volk, ten einde ons op Junke„ nomale de behulpzaame land te bieden tegens de Engelschen wan„ „neer dit iets tegen ons voorschree„ ve plaats wilden koomen ondernee„ men, zo dat die Fransche Militaire Macht, na alle waarschijnlijkheid, nu reeds te junkenomale zal aan„ gekoomen zijn, of dagelijks te gemoed gezien word; die echter wel haast weederom zal vertrekken wanneer Aan den Heer Dessave van de drie en vier korles zin Nageszieg zij van ons verneemen dat de vreede in Holland herstelt, en alles in rust is Waarmeede na veelmalige groete verbleeven /:onderstond:/ was geteekend:/ D: T: Frets, /inmargine/ Kolombo den 23. ' Maart A:o 1788. — Akkordeert Sijbrands Egreert bridel de Nagezien Den wel Edelen Groot Achtb: heer Gouver„ „neer heeft mij gelast om uw Ed: ter ken„ nis te brengen, Dat de Franse Trou„ pes, die met scheepen van Pondicherie na Junkenomale op weg waaren op bekoome tijding dat in de Nee„ derlandsche Republik alles in rust en vreede was, weeder na Pondicherie terug gekeert zijn ten welken einde dan desen eenelijk gericht zijn de voorts de eere hebben na vriendelijk groete met alle agting te zijn /onderstond /was geteekend/ D: J: Frets, /inmargine/ Kolombo den 29. ' Maart 1788. - Akkordeert 2921 Aan den Heer Dessave. der Drie en vier Korles. Sibrands Eiseert widel „ 2922. Aan de Dessave van de Drie en Vier Korles Wijl om de wille van de nog voor 't duu„ rende ziektens, als nog opgeschort blijft, het vertrek van 's komp: gezant naar het Hof door wien anderzints aan Z: K: M: gedaan worden de gewoone voorstaelen en verzoeken, dat Hoogst. dezelve gelieve ordre te stellen, da skomp: kanneel schillers niet moogen worden gehinderd in het schillen van kanneel in de landen van Z: K: M:, en dat in„ „tusschen de tijd dat de kanneel schil„ lers na de bossen moeten gaan, zijnde in het begin van de maand Meij, zeer begind te naderen, ben ik door den Wel Edele Groot Agtb: Heer Gou„ „verneur gelast uw Ed: te verzoeken, gelijk geschied, door deezen, om bij een goed uur aan Hoog gem: L: K: M: de voorsz voorstellen en verzoeken bij provisie te willen doen, op dat Z: K: M: de noodige beveelen beveelen geeven dat 's komps kan„ „neel schillers in het schillen van Kanneel in de landen van Z: K: M: niet moogen worden gehinderd WWaarmeede voorts de eere hebbe na vriendelijk groete met alle Ach„ „ting te verbleeve /was geteekend/ D J piets; /:inmargine/ Holombo den 15. ' April Ao 1788. Akkordeert Sijbrands Wegklerk Nagotien Brevel „ 8 8 ƒ 2923. Dagekier Mandia Aan Den Heer Dessave van de Drie en Vier korles Jck heb den inhoud van uw Ed: vrien„ delijke brief ola aan den UEEed: Groot Agtb: Heer Gouverneur bekent ge„ maakt, en van Hoogst denselven bevel bekoomen om aan uw Ed: daarop ter kennis te brengen, Dat den gewoonen gezant op den 3. ' Meij van hier na het Grote Hof van L: K: M: staat te vertrekken, ten welken einde dus desen late dienen. Terweil voorts na veelmalig vrien„ delijk groete met alle Achting de eere hebbe te zijn /onderstond:/ uw Ed: D: W: Dienaar / was getee„ kand / D: I: Fiets, /in margine/ Kolombo Den 24. ' April Ao 1788. — Akkordeert WEgkeerk Eijtrands ribel 2924 isteren is te kolombo te rug gekoomen 'skomp:s ge„ zant de heer schreuder zijn Rapport nope het antwoord dat hem aan het hof gegeeve is, betrekkelijk tot het kanneel schillen op de gewone plaatsen in s konings landen heeft de wel Edele Groot Achtb Heer Gout neur zeer verwonrderd, zijn wel Edele Gro Achtb heeft mij ordre gegeeven om nog den aan uw Ed:e te schrijven dat zijn Edele reeds op het eerste berucht dat door den Heer Schoeuder aan hem gezonden dat hem namentlijk, aan het hof was be gemaakt, dat er kanneel schillers zouden ge weest zijn buyten de gewoone plaatsen in s koningsland, om daar kanneel te schillen, en streng onderzoek derwegens heeft laaten doen, dog dat men niemand heeft kunnen ontdekken dien zig daar van heeft schul„ dig gemaakt. Den wel Edele Groot Achtb heer Gouverneur doed steeds alles wat hi uijtdenken kan, dat de kooning eenig ge„ noegen kan geeven. Met die zelfde vrien„ delyke gevoelens heeft de koning altoos ge„ handeld noopens alle de voorstellen die zijn Aan den Dissave van de Drie en vier korles Edele 4 Edele aan zijn Majesteid heeft laaten doen en hier om heeft deelEdele Groot Achtb heer Gouverneur zo na holland als na Bata„ via geschreven, dat de vriendschap tusschen de komp: en den konings zeer groot en op regt is, Ia grooter dan ooigs — Zijn Edele Groot Agtb: wenscht ook niets zoo zeer, dan dat Hij bij voortduuring altoos zulke goede berigten zal kunnen doen, dog hij hadde niet gedagt dat om zoo een klijne zaak als is het bedrijf van eenige wijnige onweetende kan„ neel schillers, verondersteld selfs, dat niet tegenstaande het strenge onderzoek dat der„ wegens gedaan is het mogte waar zijn dat er eenige mogten gedgaan zijn buijtende bepaal„ de plaatsen een reden zoude hebben kunnen uijt„ maaken om daarom het geeven tot het ge„ woone verlof van den koning tot het schil„ len in zijne Majesteids landen op te schor„ ten niet tegenstaande de verzeekering door 'skomp:s gezant de heer schreuder in zyne publike kwaalihed aen gebooden dat zulx op nieuw zoude worden verbooden Het is nu reeds bij na twee maanden dat de kanneel schillers nagewoon te mauste men, tos genooten hebben zonder te werken, het geen een
English
2925. is a great loss for the Company. That can certainly not be very pleasant either in Batavia or in Holland, and is something that the Right Honorable Lord Governor in particular had not expected at all. His Honor has therefore instructed me to request you, as is done hereby, to please speak with His Imperial Majesty about this at an auspicious hour, and therewith to request that His Imperial Majesty will send the necessary orders so that the Company's cinnamon peelers may proceed unhindered with the cinnamon peeling in the usual places in the lands of His aforesaid Imperial Majesty, and that this may be done as quickly as it can take place, the more so as a good part of the harvest has already passed fruitlessly. By express order of the Right Honorable Lord Governor I further add hereto that His Honor has again given strict orders to the head of the Mahabadde to ensure that no cinnamon peelers go to peel cinnamon outside the usual places, and this order will be strictly observed. Signed: D. T. Fretz. In the margin: Colombo, the 15th of June 1788. Agrees. First Clerk Sijbrands Examined. O. Fritel. 2926. Since the cutter the Diana, being a small warship of the Dutch Republic, has brought the very joyful news that in the aforesaid Republic all disputes have been settled, and tranquility and peace have again been fully restored, the Right Honorable Lord Governor has instructed me to inform Your Honor of this very pleasant news, with the request to please make this known to the Great Court at an auspicious hour. I furthermore have the honor, after many friendly greetings, to remain with all respect, below stood, Your Honor's obedient servant, signed, D. T. Fretz. In the margin: Colombo, the 30th of June 1788. To the Lord Dissave of the Three and Four Korales. Agrees. Sijbrands First Clerk Examined. Inbel. 2927. By the highly respected order of the Right Honorable Lord Governor, I have the honor to present herewith to Your Honor the translation into the Sinhalese language of the letter written to His Imperial Majesty of Kandy by His Highness the Nabob Mahomet Ali Khan, accompanied by its original. I furthermore have the honor, after very friendly greetings, to remain with all respect, below stood, Your Honor's obedient servant, signed, D. T. Fretz. In the margin: Colombo, the 5th of July, anno 1788. To the Lord Dissave of the Three and Four Korales. Agrees. Sijbrands First Clerk Examined. Widel. 28. The two servants of the Nabob of the Carnatic, who brought over via Mannar to Colombo the letter written to His Imperial Majesty of Kandy by the aforesaid Nabob, said yesterday that they would tarry here for another ten days, in order to wait and see if His Imperial Majesty of Kandy might send any answer to the letter of His Highness the aforesaid Nabob; and the Right Honorable Lord Governor has instructed me to bring this to Your Honor's knowledge, as is done hereby. If the answer does not arrive within that time, the Right Honorable Lord Governor will let the aforesaid servants of the Nabob depart, and announce to them that His Honor himself will send the answer of His Imperial Majesty of Kandy to the Nabob, should it arrive at a later time. I remain furthermore, after many friendly greetings, with all respect, below stood, Your Honor's obedient servant, signed, D. T. Fretz. In the margin: Colombo, the 11th of July 1788. 2928. To the Lord Dissave of the Three and Four Korales. Agrees. Sijbrands First Clerk Examined. Aorde. 2929. Your Honor's ola letter, accompanied by a letter for His Highness the Nabob of the Carnatic, I had the honor to receive in good order, and to deliver to the Right Honorable Lord Governor. And since His Right Honorable has instructed me to reply to Your Honor that the letter for His Highness the Nabob of the Carnatic will be handed over to the two servants of His said Highness who brought the letter for His Imperial Majesty of Kandy, this is done hereby in compliance with the aforesaid order. I furthermore have the honor, after many friendly greetings, to remain with all respect. Signed: D. T. Fretz. In the margin: Colombo, the 24th of July, anno 1788. To the Lord Dissave of the Three and Four Korales. Agrees. Sijbrands First Clerk Examined. Vride. No. 21. Brief detail of the most remarkable events in the Madura, Marawa, and Travancore kingdoms occurred in the year 1788, respectfully dedicated to the Right Honorable Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the island of Ceylon and the Coast of Madura, together with the Council; by Martinus Mekern, Senior Merchant and Resident, and the Council at Tuticorin. Right Honorable, High-Commanding Lord, We take the liberty, according to orders, to report briefly hereby to Your Right Honorable on what has occurred since the conclusion of our respectful compendium of the last of August past in the Madura, Marawa, and Travancore kingdoms, beginning with the Kingdom of Madura and the lowlands which are still governed by the Nabob Mahomet Ali Khan and the country regent Edward Khan, mentioned in the compendium. Before the beginning of the inspection of the pearl banks along this coast, with which on the 7th of November 2930. a
Dutch transcription
2925. een groote schade voor de Komp„e is ^ zyn Dat kan zekerlijk niet zeer aangenaam zoowelte Batavia als in Holland, en is iets dat in 't bijzonder der wel Edelen Groot Achtb: heer Gouverneur geheel niet hadde verwagt zijn Edele heeft mij mitsdien gelast om„ uw te verzoeken, gelijk geschied door deezen om zijne k: M: bij een goeduw hier over te willen onderhouden, en daar bij te verzoe ken, dat zijne k: M: de nodige ordere wil„ zenden op dat 'skomp:s kanneel schillers op de gewoone plaatsen in hoog gem: zijne kijzer„ lijke Majesteid landen onverhinderd met het kanneel schillen kunnen voortgae„ en dat dit mag worden gedaan, zoo spoe„ te meer dig als het geschieden kan temaar erreeds een goed gedeelte van den oegst vrugteloos ver loopen is op Expressie last van den wel Edelen groot voege Achtb: heer gouverneur vooge ik hier nog bij dat zijn Edele aan het hoofd van de Mahabadde op nieuw strikte beveelen gegeven heeft, om te moeten zorgen dat geene kanneel schillers kanneel gaan schillen buijtende gewoone plaatsen en zal deeze or„ dre met naauwkeurigheid worden nagekoomen /was oen /:was getekend:/ D: T: Freth /: inmargine:/ kolomboden 15 Junij 1788. Akkordeert VGklerk Sijbrands ƒ Nagdhier O Fritel 2926 Vermits de kotten de Diana / zijnde een a„ klein oorlogscheepje van de Nederlandschag Republik:/ de seer verheugelijke tijding heeft aangebragt dat in evengemelde Re„ publik alle verschillent bijgelegt, ende rust en vreede weder ten vollen herstelt is zo heeft den wel Edelen Groot Achtb Heer Gouverneur mij gelast, om uw Ed: van dit seer aangenaeme nieuws kennis te „ geven, met verzoek om zulks bij een goed uur aan het groote Hoff te wil„ lenbekend maaken Ik heb voots de eere van na veel maali„ f ge vriendelijke groete met alle achting te zijn /onderstond/ uw Ed: D W: Die naer /was geteekend/ D: T: Fretsz: / in„ „ margene. / Kolombo Den 30 Juny 1708 Sijbrands WEgkeerk Aan Den Heer Dissave van de drie en vier korles Ak kondert Nagezien en 8 Inbel 2927 Op het Hoog gerespecteerd bevel van den wel Edelen Groot Achtbaaren Heer Gouver„ neur heb ik de Eere uw Ed: hier nevens aana te bieden het Translaat in de singaleesetaal eb„ van de aan Z: k: M: van kandia, door zijnen hoogheid den nabab Mahomet Aliham geschreeven brief verzelt van dies orgineel Jck heb voorts de eere na seer vriende lijk groete met alle agting te zijn /(onderstond /uw Ed: D: W: Dienaar /was geteekend/ D: J: Fretsz / in margine Kolombo den 5. Juelij Ao 1780 Egklerk van Aan den Heer Dessave der Drie en vier korles Akkordeert Sijbrands Nagezien 28 widel 28 De twee bediendens van de Nabab van karna„ tiga die over Manaar na Kolombo overgebrag hebben de brief aan zijn k: M: van kan dia, door den voorsz: Nabab geschreeven heb„ ben, gisteren gezegt dat zij nog thiendaagen alhier zoude vertoeven, ten einde aftewag„ ten of zyn k: M: van Kandia eenig ant„ woord kwam te senden op de brief van zijn Hoogheid de Nabab voormeld, en heeft de wel Edele Groot Agtb: Heer Gouverneur mij gelast, om uw Ed: zulks ter kennis te brengen gelyk geschied bij deesen zoo het antwoord binnen dien tijd niet komt, zal de wel Edele Groot Agtb Heer Gouverna neur de voorsz: bedienden van Nabab laaten vertrekken, en hun aanzeggen dat zijn Edele zelve het Antwoord van zijne: K: M: van kandia aan den Nabab zenden zal, wanneer het naderhand koo„ men mogt, Ik verblijve voorts na veel maa„ lig vreendelijk groete met alle agting /onder„ stond/ uw Ed: D: W: Dienaer /:was getekend:/ D: I: Fuetz: /: in margine:/ kolombo den 11. Julij 1788. Akkordeert Sijbrands Aan den Heer Dessave van de Drieen vierkorles 2928 WVegreerk Nagestien Aorde 2929 Uw Ed: brief ola, vertelt van een brief voor zijne Hoogheid den Nabab van Karnatika, heb ik de eere gehad wel te ontfangen, en aen den weled: Groot Achtbaaren Heer Gouverneur over te ge„ „ven en vermits zijn welEd: Groot Achtb: wij heeft gelast om aen uweled: te aentwoorden, Dat de brief voor zijne Hoogheid den Nabab van Kar„ natika aen de twee bediendens van gemelde zijne Hoogheid, die de brief voor Z: K: M: van Kandia hebben aengebragt, zal overhandigt worden zo geschied zulks bij desen ter vol„ doening voorschreeve bevel. Ick heb voorts de eere van na veelma„ „lig vriendelijk groete, met alle ag„ „ting te zijn. /:was geteeken:/: D: T: Tretsz, /inmargine/ Kolombo den 24. ' Julij Anno 1788. Akkordeert. Aan den Heer Dessave der drie en vier Korls Sijbrands W Eiklerk Vride Nagetier No: 21: Kort ditail vande aan„ merkelykste gebeurtenissen inde Madurese Marruasche en Ire van Koorsche Rijken in het Iaar 1788. voor gevallen, in eerbied opgedraegen Aan den Wel edelen Groot Agtb: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndia, Gouverneur en Direkteur van het eyland Ceilon ende Huste Madure, Nevens den Raad; door Martinus Mekern opperkoopman en opperhoofd en den Raad te Tutukorijn Weledele Groot achtbaere Hoog gebiedende Heer. Wy gebruijkende vrijheijd uwel Edele Groot achtb: volgens ordre by deesen in 't kort te berichten het voorgevallene zeder het afsluijten van ons Eerbiedige kompendium van den laasten aug=o Joleeden inde Madurese, Marruasche, en Trevankoorsche ryken, beginnende met Het Rijk van Madure en de benedelanden die noch bestierd worden door den Nabab Machmet Alichan enden Land re„ =gent Edward chan vermeld bij het kompendium Voor het begin vande visitaatsie der Paarlbanken lang deese kust, waarmeede op den 7. November 2930 een
English
a beginning has been made, according to our humble letter of the 12th of this month, the Nabob's commissioner at the inspection, Sangerosie Pandider, has provisionally requested that the sample pearls being fished up be delivered to him for the Nabob, or else that they be divided into two parts, one half for the Company and the other half for the Nabob, of which we gave notice to your Right Honourable Worships in our humble letter of the 24th of October and from your Worships received instructions by respected dispatch of the 22nd of November to point out to the said envoy that the pearls fished up during the inspection must serve as samples for the leasing of the fishery, and that they may even be necessary during the fishery to settle any disputes that might arise, but that if no fishery can be held, or otherwise after the conclusion of the fishery, half of the sample pearls may then be delivered to him. In the month of August last, when Mr. Buchanan was here to depart for Madras, whither His Honour departed on the 4th of that month, we agreed with him that the chank fishery would be leased on the first of September. His Honour gave notice of this to the land regent of Jernevelli with a request to send someone here by that time in order to attend the leasing on behalf of the Nabob; but seeing nothing come of this, we ourselves wrote to the land regent to send someone here on behalf of the Nabob for the said purpose. The land regent's answer was that he had sent Mr. Buchanan's letter as well as ours to the Nabob and had to await the reply thereto. On the 16th of September we received a letter from the land regent, whereby he gave notice that he had sent to Tuticorin one Sangerasie Pandider, in whose presence all matters could take place. But this envoy delayed us with stalling representations, consisting in this: that we had to ensure that this lease would yield more than had previously come from it, including under the English rule; and after we had repeatedly declared that this was not within our power, since the leasing was to take place publicly and we could not know how much would be bid, the Nabob's envoy finally declared on the 26th of September, in the name of the land regent, that he could not consent to the lease, but was only willing to allow that the chank fishery be held for the account of the Nabob and the Honourable Company, and that the fished-up chanks be divided into two equal parts. Now, because this arrangement would run completely contrary to the arrangements that your Right Honourable Worships made with Mr. Buchanan, we addressed ourselves directly to the Nabob by letter of the 6th of October; but scarcely had this letter been dispatched when the land regent consented to the leasing of the chank fishery, which subsequently took place on the 11th of October, the fishery being leased for 2500 pagodas. We took this opportunity to confer with the Nabob on several other matters concerning which he could obtain no settlement from the land regent: 1. concerning the seizure at Kailpatnam of a thoni with its cargo belonging to the second resident of Manapaar, this thoni, having sprung a leak on the voyage, having arrived at Kailpatnam to repair its leak; 2. concerning the arrest of the salvaged goods from the stranded sloop De Vliegende Vis, which have now lain in a small church near Insingoere for two years and have been virtually devoured by white ants; 3. concerning the mistreatment in the arrest of the Punnaikayal merchant Tanoewemaale Settiaen, who has since been released; but to all these complaints we have not received the slightest answer. With Mr. Buchanan, agent of the Nabob, we have had some differences because during his absence in Madras we regulated the inspection of the pearl banks with the land regent of Jernevelli and not with him; but these disputes seem to be considered settled, after Mr. Buchanan, by a very friendly letter dated the 17th of this month, declared that it had become apparent to him that, through bad translations, an injustice had been done to the sentiments of the first signatory. The weather this year has been very unfavourable for the inspection of the pearl banks, which is the reason why the inspection is still only half completed up to now. The Punnaikayal merchant Ganoemaele Pettiaer, who at the close of our latest compendium was arrested at Atoer in the guard of the manigar, has since been taken up to Jirnevelli and, after being delivered by the land regent to Mr. Buchanan, was finally released from his arrest and set at liberty. Mr. Buchanan gave notice of this to us by letter of the 1st of this month, in which he reports that he had released the said merchant because we had stated that we employed this man for the purchase of piece goods, and that he had effected this release in fulfillment of the latest treaty; but that nevertheless he, Janoemaale Settiaer, as an inhabitant of the Aramana as well as all others who are in a similar condition with him, must at all times be considered legally subject to summons before the Nabob for debts.
Dutch transcription
een aanvang gemaakt is, volgens onsen Eerbiedigen van den 12:e deser maand, heeft 's Nababs ge„ kommitteerde bijde visitaetsie sangerosie pan„ dider bij voorraad verzoek gedaen, dat aan hem voor den Nabab: mogen worden afgegeven de opge„ -dooken wordende monster paerlen, dan wel dat dezelve in twee deelen verdeeld worden, de eene heefte voor de kompenie ende wederhelfte voor den Nabab, waervan wij uweledele Groot Achtb: bij onsen eerbiediegen vanden 24:e oktober ken- =nis gegeeven en van hoogst dezelve bij gerespek- =teerde missive vanden 22. november aanschrijving bekoomen hebben om gem: zendeling voorte houden, dat de paarlen die bijde visitatie worden opgedooken, dienen moeten tot monsters bijde verpagting vande visscherij, en dat ze zelfs. geduurende de visscherij noch nodig kunnen zijn om de questien die ontstaen mochten te beslis- =sen, doch dat indien 'er geen visscherij kan gehouden worden, of anders na het afloopen der visscherij„ dat als dan de helfte der monster paarlen aan hem moogen worden afgegeeven Jnde maand Augustus J:o leeden wanneer de Heer Brichanan hier geweest is om naer Madras te vertrekken, waar heen zyn Ed: op den 4. dier„ maand is vertrokken, zijn wij met hem over- een gekomen: dat de Sjankos duikerij op den eersten september zoude verpogt worden, zijn E: gaf hier van kennis aanden Landregent van Jernevelli 2931 Jernevelli met verzoek om tegen, dien tijd iemand hier te zenden ten einde de verpagting van wegen den Nabab bij te woonen; maar hier van niets ziende komen schreeven wij zelve aanden land regend om iemand van wegen den Nabab tot het gemelde einde hier te zenden. T ant- =woord vanden landregent was, dat hij den brief vanden heer Buchanan zo wel als de onse aanden Nobab had gezonden en daar op het antwoord moest af wachten. op den 16. 7ber ontvangen wij een brief vanden Land regent, waar bij kennis gaf, dat hij naar Gutukorijn had gezonden eenen Sangerasie pand ider ten wiens bij weesen alle zaaken konden geschieden, maar deese zendeling hield ons op met uitstellende vertoogen, hier in bestaende: dat wij moesten maeken dat deese verpachting meer opbracht, dat 'er te vooren en ook onder de Engelsche regeering van was gekomen; en na dat wij bij herhaling hadden verklaerd, dat wij dit niet in onse macht hadden wijl de verpachting openlijk zoude geschieden, en wij niet konden weten hoe veel er zoude gebooden worden, verklaerde eindelijk 's Nababs zendeling op den 26. e September, uit naam vanden landregent, dat hij inde verpachting niet konde bewilligen, maar alleen dit wilde toestaen, dat de sjankos duikerij zoude worden gehouden voor reekening van van den Nabab en dE. kompenie ende opgedooken wordende sjankos in twee gelijke deelen gedeelt. wijl nu deese schikking geheel en al zoude aanloopen tegen, de arrangementen; die h Uwel Edele Groot achtb: met den Heer Buchanan gemaakt heeft, hebben wij bij brief van den 6. october ons direkt aanden Nabab. geaddresseerd; maar nauwelijks was deese brief afgegaen, of de land- =regent heeft inde verpachting vande Tjankos duijkerij bewilligd, die daar op ook is gevolgd op den 11.:e october, zijnde de duijkerij verpacht voor 2500 pagoden wij hebben deese gelegend- =heijd waar genomen, om de Nabab te onderhouden over verscheidene andere zaeken, waar van hij bij den landregent geen afdoening konde krijgen over het in beslag neemen te kailpatnam van een tonie met dies lading toebehoorende, aan den tweeden resident van Manapaar, als zijnde deese toni, die op de reise lek geworden was, te kailpatnam aangekomen om zijn lek te herstellen 2. over 't arresteeren vande geborgene goederen vande gestrande sloep de vliegende vis die nu twee Jaaren lang in een kerkje bij insingoere leggen, en genoegsaam door de witte mieren zijn ver„ „vreeten. over de mishandeling in het in arrest houden vanden ponnekailschen Koopman Tanoewemaale settiaen, die sedert ontslaegen is; maar wij hebben op alle deese klagten geen het minste antwoord ont- =vangen. Met den Heer Buchanan agent vanden Nobob hebben wij eenige verschillen gehad; om dat wij geduurende zijn afweesen te Madras de visitaatsie 19 2932 visitatie van de paarlbanken habben geregu- =leerd met den landregent van Jerne valli en niet met hem, maar deese geschillen schijnen voor afgedaen, te moeten worden gehouden, na dat de heer Buchana by een zeer vrindelijken brief gedateerd 17. deeser heeft verklaerd dat hem was gebleeken, dat men door kwaade vertaelingen tort had gedaen aande gevoelens van den eersten tekenaer. Het weeder is dit Jaar zeer ongunstig ge- weest tot de visitaetsie vande paarlbanken, 't welk de oorsaak is, dat de visitaatsie tot nu toe nog maar half volbragt is. De ponnekailse koopman Ganoemaele Pettiaer die bij het afsluiten van ons Jongste kompendium op Atoer inde wacht vande mannigaer g'arresteerd was, is zedert naar Jirnevelli opgevoerd en na dat hij door de Landregent aande heer Buc- =hanan overgeleverd is, eindelijk uit zijn arrest ontslaegen en op vrije voeten gesteld. de Heer Buchanan heeft hier van aan ons kennis- =gegeven by brief vanden 1. deezer, waar bij hij meld, dat hij gem: koopman ontslaegen had, wijl wij hadden voorgesteld dat wij deesen man gebruikten tot het inkoopen van Lijnwaet, en dat hij dit ontslag bewerkt had ter voldoening van 't Jongste traktaet, maar dat echter hij / Ja- noemaale settiaer /als een inwoonder van den Armane zo wel als alle andere die met hem in gelijke omstandigheijd zijn, ten allen tijde zullen moeten gekonsidereerd worden wettig beroepelijk te weesen by den Nabab voor schulden
English
debts and custom according to habits. Because this addition was entirely contrary to our ancient privileges, and because, if our merchants were at all times accountable to the Nabob and his officials, we would in this regard have no privilege at all over any private inhabitant, who can also employ other inhabitants as his servants, we have, by letter of the 7th of this month to Mr. Buchanan, clearly demonstrated our ancient rights over the merchants and the difficulties regarding their accountability before the Nabob's servants, and in accordance with the proposals of the said Mr. Buchanan, which have provisionally been put in the form of a contract, claimed our ancient privilege that the merchants are accountable solely to the Company's servants. A new violation of our rights, of which no precedent exists until now, followed upon this at Manapaar on the 9th of this month; first came some of the Nabob's sepoys and lascars, demanding in the name of a certain commandant named Kamodien, who was at Kollesegrepatnam, the Company's merchants, in order to appear before the said commandant, adding that they had orders to compel them to do so by means of force. The residents at Manapaar, asking for the reason for this undertaking, as unusual as it was unlawful, received as an answer that they could give no account of it, but that they had to have the merchants, just as they indeed arrested a Company merchant, Jaroem Perroemaal, and brought him to Kollesegrepatnam. The residents have grieved over this to the said commandant and sent to ask him the reasons for this improper step, but instead of receiving an answer, shortly thereafter a sepoy corporal came to the residents, delivering a letter addressed to the head of Manapaar and signed by Mabarcauw, denoting the land regent of Gernevelli. This letter, which was signed with a neat hand and thus visibly forged or signed with a forged signature, since the land regent can only sign his name very defectively, contained an obscure demand for three chettis who were said to be at Manapaar with their goods. The residents, wishing to comply with the contents of this letter, had the village heads investigate whether the persons and goods mentioned therein could be found in the village, with orders to seize them and bring them to them; but neither the persons nor their goods were found, and the village heads assured that they were not in the village either. Meanwhile, the lascars who had come along with the corporal had already taken our merchants from their houses and arrested them. The residents, being informed of this, demonstrated to these people that the letter they had brought made no mention of the merchants themselves, but of three other persons, and that they should therefore keep quiet until further orders from the commandant at Kollesegrepatnam, to whom they would send a message about this matter, as was indeed done, to complain to the commandant about the violence committed by his people in his name; but shortly thereafter came a detachment of armed sepoys, who seized our merchants and several kanakapulles and brought them to Kollesegrepatnam, where they were immediately placed under arrest by the commandant, while one of the merchants, Sodelle Maden Setti, was clapped in chains; we have complained about this incident in very earnest terms to Mr. Buchanan and asked him for satisfactory redress and, alongside a fair punishment of the guilty, for the release of the arrested merchants and kanakapulles. The letter which Mr. Buchanan wrote in reply to this on the 17th of this month, and which we have now presented in the original together with the copies of the letters written to His Honor, alongside our humble submission of the 26th of this month, to Your Right Honourable Nobilities, is full of good words, consolations, and encouragements, but in effect nothing is answered therein to the claim of our rights and privileges over the merchants, which we have presented, as we believe, with as much propriety as clarity; nor is any satisfactory answer given in the substance of the matter to our complaints about the violence committed at Manapaar, and still less have we perceived any effect toward the redress of the violence committed. When our merchants were seized, the commandant at Kollesegrepatnam promised that they would be released immediately once he had examined some accounts with them, but this was postponed from day to day until the 17th of this month, when they were released, on which occasion the commandant of Kollesegrepatnam, coming in person to Manapaar, made known to the residents that he had very good knowledge that goods of value belonging to the family of Pietjaandi and Pandaren Settie were concealed in the house of the assistant Trek and the interpreter; that he was reluctant to search these houses as they were inhabited by Company servants, but that he considered the goods concealed therein to belong to the Armane
Dutch transcription
schulden en kostumie volgens gewoonten. wijl nu deese byvoeging geheel strijdig was met onse oude previschen en wijl indien onse kooplieden ten allen tijde beroepelijk waeren voor de Nabob en zijne amptenaeren, wij ten deesen belange in 't geheel geen privileesie zouden hebben boven elk bijsonder ingeseetenen, die ook andere inwoonders tot zijne dienaeren gebruiken kan, hebben wijn bij brief vanden 7. dezer aan den heer Buchanan onse oude rechten over de kooplieden ende zwaarigheeden tegen hunne beroepelijkheijd voor 's Nababs dienaeren duijdelijk vertoond en ingevolge de voor„ =stellen van gem: Heer Bachanan, die bij voor- =raad inde form van een kontrakt zijn gebragt gereklameerd ons oud previlesie, dat de kooplieden alleen voor 'sCompenies dienaeren beroepelijke zijn. Een nieuwe schending van onse rechten waer van tot nu toe geen voordeeld voorlanden is, volgde hier op te Manapaar op den 9. deezer; eerst quam eenige Nababs sipais en laskorijns, eischend =de uit naem van zeekeren kommandant genaamt kamodien, die zich te kollese gre„ =patnam bevond, de kompenies kooplieden, ten einde voor gemelde kommandant te verscheinen met bijvoeging, dat te last hadden om hen daar toe door middel van geweld te noodzaeken. De residenten te Manapaar na de reede van deese zo ongewoone 2933 ongewoone als onwettige onderneeming vraegende, kreegen tot antwoord, dat ze daar van geen reekenschap konden geeven, maar de kooplieden moesten hebben, gelijk ze ook werkelijk eenen kompenies koopman Jaroem perroemaal arresteerd en na kolle segre patnam gebragt hebben. De residenten hebben zich door over by den gemelden kommandant be= =zwaard en hem de reedenen van deesen onbe„ =hoorlijken stap caeten afvraegen, maer insteede van antwoord 't ontvangen, kwam kort daer na een Sipais korporaal bijde residenten, over„ geevende een brief g'addresseerd aan het hoofd van Manapaar en getekend door Mabarcauw de noteerende den landregent van Gernevelli. Deese brief die met een propere hand ge„ tekend en dus zichtbaer valsch of met een ^geteekend valse handteekening ^ was, alzo den land- regent met den heel gebrekkig zijn naam teekenen kan, behelsde een duistere op eif- sching van drie sittis, die met hunne goe„ =deren zich te Manapaer zouden bevinden. De residenten aanden inhoud van deesen brief willende voldoen, lieten door de dorpshoofden ondersoek doen, ofde daer bij vermelde persoonen en goederen in 't dorp mochten te vinden weesen, met last om dezelven in beslag te neemen en bij hen te brengen, maar noch de persoonen noch hunne goederen wierden gevonden, ende dorps hoofden verzeekerden, dat ze zich ook niet in 't dorp bevonden. Jntusschen hadden hadde en de laskorijns die met den korporael waeren meede gekomen, onse kooplieden reeds uit hunne huisen gehaalde g' arresteerd. De residenten hier van onderrigt vertoonden aan dit volk, dat de brief die ze gebragt hadden, geen melding maekte vande koop- lieden zelven, maer van drie andere per„ =soonen en dat ze zich dus moesten stil„ =houden tot nadre ordre vanden komman„ =dant te kolle segrepatnam, aan wien zij een boodschap over deese zaak zoude zende, gelijk ook werklijk geschied is, om den kommandant over het geweld door zijn volck uijt zijn naam gepleegd te klaagen, maar kont daer na quam Een kommando gewapende Sipais, die onse kooplieden en verscheidene kannekapfels hebben opgevat en naar kollesegrepat- =nam gebragt, daar zij door den komman„ =dant oogenblikkelijk zijn g'arresteerd. , terwijl een van de kooplieden sodelle maden setti in de ketting geklonken is; wij hebben over dit geval in zeer ernstige termen aan den Heer Buchanan geklaagd en hem om eene voldoende satisfaktie, en bij een bil- lijke bestraffing van de schuldigen, om de ont- slaging vande g'arresteerde kooplieden en kannekappels gevraagd —. De brief die de Heer Buchanan hier op den 17. deser heeft in antwoord geschreeven en 2934 en welke wij in origineel nevens de kopijen vande aan zijn Ed: geschreevene brie„ =ven nevens onse onderdanige vanden 26=e deser nu welEdele Groot achtb: hebben aangebooden, is vol van goede woorden, vertroostingen en op beuringen, maar in effekte word daar bij niets g'ant„ woord opde reklame van onse rechten en prevelegie en over de kooplieden die wij, zo wij meenen met zo veel betame„ lijkheijd als klaerheid hebben voorgesteld; ook word in den grond der zaeken geen vol- =doenind antwoord gegeven, op onse klagten over het gepleegd geweld te Mannapaar en nog minder hebben wij eenig effekt bespeurd tot herstelling van 't gepleegde ge= weld. soen onse kooplieden wierden, op gevat, beloofde de kommandant te kollese grepatnam, dat ze ten eersten zoudene worden ontslaegen, wanneer hij eenige reekeningen met hen had nagezien, maar dit wierd van dagh tot dogh uitgesteld tot den 17. deser, wanneer te ontslagen zijn, bij gelegendheijd de kommandant van kollesegrepatnam in perzoon te manapaar komende de residenten te kennen gaf, zeer goede kennis te dragen, dat in 't huis van den adsistent trek en den Tolk goederen van waerde geborgen waeren van de familie van pietjaandi- en pandaren settie, dat hij deese huisen als bewoond door kompenies dienaeren niet gaarne wilde visiteeren, maar dat hij de doar in geborgene goederen als den Armane
English
belonging to the Armane, in the expectation that the same would be delivered up to him, as he would otherwise be compelled to make himself master thereof in another manner. The Residents thereupon gave the assurance that if there should be any goods concealed by the aforesaid two persons, they would seize the same and keep them from further transport, but that they would not be able to deliver them up before our merchants were released, and before they had obtained permission from us to that end, although they did not doubt that if the commandant were fair towards the merchants, fairness would also be observed towards him. The Residents having thereupon questioned the assistant and interpreter, the former produced a small chest which Waerantarom Peroemoel, brother of the merchant Soepermanien, had brought into a room that Soepermanien, as owner of the house occupied by Trek, had retained for his own use and trade, and the interpreter a sealed pouch which had been given to him for safekeeping by a certain Ramen Swanier, partner of the merchant Sodelle Moden. The Residents have further informed us that they opened this small chest and sealed pouch and found therein various gold and silver works, which, according to the pieces of olas lying with them, belong to various people, among others also some to Pietjaandi Sitti, requesting orders as to what they shall do with these goods, whether they must deliver up the whole lot or only the goods of the said Sitti, or else retain everything, with the further addition that, in the meantime, upon their promise that they would interest themselves concerning the said goods, the merchants and kannekappels were released, with the exception of Sodellemaden Sitti, who was put in chains, and concerning whom the commandant declared it was no longer in his power, but in that of the Land Regent, to release him, and that upon their release the merchants had to promise that they would examine their accounts and within four days report to him the share of Sodellemaden Titti in the profit. Hereupon, pursuant to our resolution of the 19th of this month, after having taken into consideration that although previously goods belonging to Armanese subjects have frequently been sheltered in our villages, against which the Armane did not object at that time, it would nevertheless not be advisable in the present circumstances—wherein we must carefully endeavor to avoid anything that does not conform to the strictest rules of law and equity—to grant protection to subjects of the Nabab or their goods that we would not be able to maintain, we wrote to the Mannapaar Residents that although we could not fully answer their question because they had not stated to whom the discovered goods belonged, we nevertheless authorized them to deliver up the goods that might be among them belonging to Pietjaandi and Pandaran Sitti, under receipt, to the commandant Kamandien, after the merchant shackled in chains should first have been released, with the further addition that they should endeavor to obtain the freedom of the merchant by this means; but that although it was to be expected that the commandant would not dare to undertake further violent measures, we nevertheless did not wish that for a few goods of Pietjaandi and Pandare Sitti, which do not concern us, our village and factory should be exposed to the utmost violence, and that in case of necessity, rather than see it come to that, we would prefer that the aforesaid goods, so far as they belonged to Pietjandi and Pandane Sitti, be delivered up under proper receipt, even if our merchant were not released. Of all this we have had the honor to report to your Right Honorable Worships in our respectful letter of the 26th of this month, and at the same time requested to be provided with your Right Honorable Worships' high orders, which we still await at the closing of this letter, regarding the following: whether, if Supermanie, who is present here, and all other merchants who are in the same circumstance with him, should be demanded by the Land Regent or his servants, we must extradite them; and if not, whether we shall thereupon await the utmost violence and repel this violence forcibly; and whether we must deliver up the goods found in the houses of the assistant and the interpreter, belonging to merchants and other servants related to Pietjaandi and Pandaren Titti, if they are claimed by the servants of the Nabab. Informed that the Land Regent of Jirnevelli denied what had occurred at Manapaar, we had a declaration drawn up thereof, the copy of which we had the honor to present to your Right Honorable Worships alongside our respectful letter of the 26th of this month, whereby it appeared that, apart from the violence committed against our merchants, many other acts of violence were committed in the village of Manapaar, and among others that the Nabab's people caused all houses of the Parruas in which jaggery sugar was found, and also the house of the merchant Supermanien, to be sealed after having driven out the inhabitants. And since matters are thus visibly proceeding from bad to worse, we deliberated thereon in our assembly on the 25th of this month.
Dutch transcription
Armane toegehoorende replameerde, in ver„ wagting dat dezelve aan hem zoude worden overgegeven, wijl hij anders genoodzaakt zoude weesen zich op eene andere wijse daar van meester te maeken. De Residenten gaaven hier op de verzeekering dat indien er bij de vooren twee perzoonen geborgene goederen mochten weesen, zij dezelve zouden in beslag neemen, en voor verder vervoer bewaeren, maar, dat ze de zelve niet zouden kunnen afgeeven voor dat onse koop- lieden ontslagen waaren, en voor dat ze daar toe van ons verlof hadden bekomen, schoon ze niet twijffelden, dat indien de kommandant billijk was omtrent de kooplieden, en ook billijk= =heijd omtrent hem zoude plaats hebben. De Residenten hier op den assistent en Jolk ondervraagd hebbende heeft de eerste te voor„ =phyn gebragt een kisje het welk waerantarom peroemoel broeder vanden koopman soeper„ manien heeft gebragt in een kamer, die soepermanien als eige naer van 't huis door Trek bewoond, voor zijn eigen gebruijk en negootsie heeft behouden, ende tolk een verzegeld zakje, 't welk hem door eenen Ramen Swanier partisipant vanden koopman sodelle moden was ter be„ =woering gegeven. De Residenten hebben ons verder bedeeld, dat ze dit kistje en ver„ =zeegeld zakje open gemaakt endaar in ingevonden hadden verschijdene Goud en zilver werken, dewelke volgens de daer bij bij leggende stukjes olas aan onderscheidene lieden toebehooren, onder anderen ook eenige aan piet„ =Jaandi Sitti, om ordres vraegende, wat ze met deese goederen zullen doen, of ze de heele boel of alleen de goederen van gem: sitti moeten afgeeven, dan wel alles aanhoude met verdere bijvoeging, dat intusschen op hunne belofte, dat ze zich wegens gemelde goederen zouden interesseeren, de kooplieden en kannekappels waar en ont- slagen, met uijtzondering van Sodellemaden sitti, die inde ketting was geklonken, en waar omtrent de kommandant verklaerde het niet meer in zijne macht, maar in die van den Land regent te weesen om hem te ontslaan, en dat de kooplieden bij hunne largaatsie hebben moeten belooven, dat ze hunne reeke„ ningen zouden nazien en in vier daegen aan hem opgeeven het aandeel van Sodel„ lemaden Titti inde winst. Wij hebben hier op volgens ons besluijt vanden 19: dezer, na in overweeging genomen te hebben, dat hoewel te vooren meermaals in onse dorpen goederen van Armaneesche onderdaanen zijn geborgen, waer tegen ter dier tijd de armane zich niet verzel heeft, het echter inden tegenwoor- =digen toestand, waar in wij alles 't geen niet met d' uitterste regelen van recht en billijk =heid overeenstemt, zorgvuldig moeten tragten te vermerden, niet raadzaam zoude weesen, om aen onderhoorigen vanden Nabab of 2935. hunde protexie te verleenen, die hunne goederen kunnen maink teneeren, de Man= wij niet zouden =napaarsche residenten aangeschreven, dat hoe wel wij op hunne vraage niet volleedig kon„ =den antwoorden, wijl ze niet opgegeven hadden aan wien de gevondene goederen gehoorden, wij hen echter kwalifikatsie gaaven om de goederen die daer onder mogten weesen, toegehoorende aan pietjaandi en pandaran Sitti, onder qui= =tantsie aanden kommandant kamandien aftegeeven, na dat eerst de in de ketting geklonkene koopman zoude weezen ontslaegen, met verdere bijvoeging dat ze door dit middel de vrijheijd van den koop- =man moesten trachten te verkrijgen, maar dat hoewel het te verwagten waere; dat de kom= =mandant geen verdere geweldige middelen zoude durven onderneemen, wij echter niet wilden hebben dat om eenige weinige goederen van pietjaandi en pandare sitti, die ons niet aan„ =gaan, ons dorp en faktorij aan 't uitterste ge- =weld zoude worden blootgesteld, en dat wij in nood, liever dan het daar toe te zien komen, zouden zien dat de voorm: goederen voor zo verre ze aan piet- =Jandi en pandane sitti, gehoorde, wierden afgegeven onder behoorlijke quitantsie, schoon ook onse koop- =man niet ontslagen wierde; van dit een en ander hebben wij de eere gehad uwwel Edele groot achtb: verslag te doen bij onsen Eerbiedigen van den 26:e deser en tevens verzogt met uw welEdele Groot Achtb: Hooge ordres te moogen worden voorzig, die wij onder het sluiten deeses noch verwachten, op het het volgende; of wij indien supermanie, die zich alhier bevind, en alle andere kooplieden, die met hem ingelijk omstandigheid zijn, wanneer te door den landregent of zijne bedienden worden opge- =eischt, moeten uitleeveren, en zo neen, of wij daar op het uitsterfte geweld zullen afwachten, en dit geweld geweldodig afkeeren, en of wij de goederen die gevonden zijn inde huisen vanden Assistent en de tolk, en die aan kooplieden en andere be- dienden vermaagtschapt, aan pietjaandi en pandaren Titti moeten overgeeven indien ze ge- =reklameerd worden door de bedienden van den Nabab; onderricht, dat de landregent van Jirnevelli het voorgevallene te manapaar ontkende, hebben wij eene verklaaring daar van laaten beleggen waar van het afschrift wij de eene gehad hebben uw wel Edele Groot achtb: aan- tebieden nevens onsen eerbiedige vanden 26: deser, waar bij gebleeken is, dat buiten het gepleegd ge- =weld aan onse kooplieden noch veele andere ge- weldenarijen in 't dorp Manapaar zijn ge- pleegd, en onder anderen, dat het Nababs volk alle huisen der parruas waar in Ja- =ger zuijker is gevonden en ook 't Huis van den koopman supermanien heeft laaten ver„ zegelen, na de bewoonens en te hebben uitgejaagd. - En vermids dus de zaaken blijkbaar van quaad tot erger overgaan, hebben wij daar over op den 25:' deser in onse vergadering 2936. gedelibereerd
English
deliberated and taken into consideration: That the sealing of the houses of the Parruas and the merchant Supermanien is contrary to all ancient customs and to our rights and privileges, since the Parruas have at all times been regarded as subjects of the Company, and the Company has also always solely held the civil government at Manapaar; that we therefore had full right to hold the sealing of the aforementioned houses as null and void and to unseal them again; but that the standing orders of Your Right Honorable Worships consist in this: that we may indeed oppose the bold provocation of a Mannigaar, but that, seeing that such bold acts were supported by the native government, we were to request orders from Your Right Honorable Worships, which instructions are entirely applicable to the present case; moreover, we are also restrained therein because Your Right Honorable Worships and also the Honorable High Indian Government have disapproved of the unsealing of certain paddy warehouses which the land regent had caused to be sealed in May 1787 at Tuticorin: And we have therefore decided to request hereupon the orders of Your Right Honorable Worships as to what we shall have to do in this matter, as was done in our humble letter of the 26th of this month; we have also given notice of what occurred to Mr. Buchanan and requested of His Honor redress for the violations committed against our rights, and in the meantime sent to Manapaar a sergeant, a corporal and 12 sepoys to cover the Company's lodge and effects, and to counter all further minor acts of violence. On the 6th of this month, hearing that a Parria and inhabitant of Tuticorin named Kajetano was arrested at Meloor, we had the surrender of this Parrua demanded from the Nabab's commissioner during the inspection of the pearl banks, and the answer was that this could not be done, because the said Parrua Kojetano had recounted that the chank divers had brought pearl oysters ashore and sold them in a tavern, but that he would bring him to the fort himself in order to be able to investigate the matter. On the 8th, the Nabab's commissioner also arrived with the Parria at the fort, and we had the Parrua Kajetano questioned before the court in the presence of the said commissioner. The Parrua confessed thereby that in the presence of the Parrua Shomme he had heard another Parrua, Historiaan, say that he had heard it said that the chank divers had brought 1 to 2 pearl oysters ashore and sold them in a tavern. After the conclusion of this examination, we pointed out to the commissioner of the Nabob that we would conduct all possible further investigation into this matter and punish the guilty to his satisfaction; but that the Parrua Kajetano, as a Company's subject, was unlawfully arrested by him, and that he had refused to surrender him upon our reclamation; that we now further requested him to hand this man over to us as a subject of the Company, since we could not permit this Company's subject, who was now within our fort, to be led out of it: but because all these reasonable proposals availed nothing, we had the said Kajetano taken away from the hands of the Nabab's sepoys by a patrol and transferred to the Company's prison, without any difficulty occurring in the process, as the unarmed Nabab's sepoys, who had come along to guard the Parrua, did not resist our people: to prevent all ill impressions, we have given notice of this incident to Mr. Buchanan, and also, at the request of the Nabab's commissioner, provided in writing the reasons that moved us to detain the Parrua Kajetano. The said Parrua Kajetano having confessed during his examination that in the presence of a third Parrua named Somme he had heard another Parrua named Kittoriaan Santiago say that the chank divers had brought one or two oysters ashore and sold them in a tavern, we also caused the two Parruas Kitoriaan Santiago and Somme to be civilly arrested, not because we believe that this was right, but to show the Nabab's servants, who are making a great clamor over this case, that we are treating the matter with the utmost seriousness; but both having been heard against the accusation of Kajetano, they deny that which was stated by him; the first, Hitoriaan, says that he did not recount having heard that the chank divers brought pearl oysters ashore and sold them in a tavern, and the second says that he did not hear this recounted by the first to Kajetano; the accuser Kajetano being asked whether he could prove that other people had seen him speaking with the Parruas Kitoriaan and Somme on the road to Meloor, declared that at that time he saw two Carnatic sepoys whom he could point out, and that when he was brought by the Moor Tambij Markair to the commissioner of the Nabab, the two Parruas Kitoriaan and Somme had remained standing in front of the temple of Meloor. Now to send Kajetano to Meloor in order to point out the two sepoys of the Nabob would be a dangerous undertaking, because people would wrest this Parrua Kajetano away from us there again, quite apart from the fact that it would be difficult to point out the two from among the Nabab's sepoys who come and go, and even if they were pointed out, this presumably
Dutch transcription
gedelibereerd en in overweeging genoomen: Dat het verzegelen van de huisen der parruas ende koop- =man supermanien met alle oude gebruiken en met onse voorrechten en previlesie strijdig is, also de parruas ten allen tijde als onderdaanen van de kompenie zijn aangemerkt en ook de kompenie altoos alleen de burgerlijke regeering te manapaar„ gehad heeft; dat wij derhalven het volle recht hadden, om de verzegeling vande voormelde huijsen voor nul en geener waerde houdende dezelven weder 't ontzegelen; maar dat de per- =manente ordres van UwwelEdele Groot achtb: hier in bestaen: dat wij wal de stoute terging van eene Mannigaar mogen tegen gaan, doch dat wij ziende dat zulke stoute daaden door de inlandsche regeering ondersteunt wierden, ordres na uw welEdele Groot achtb: moesten vraegen, welke voorschriften op het presen te geval volkomen toepasselijk zijn, boven dien zijn wij ook daar in weder houden also uw wel Edele groot achtb: en ook de Edele Hooge indische regeering hebben afgekeurd de ont- -zegeling van eenige nelie pakhuijsen, die de land regent in mei 1787. te Jutukorijn had laaten versegelen: En hebben derzalven beslooten om hier op te versoeken de ordres van Uw Wel Edele Groot achtb:, wat wij indeese zaak zullen hebben te doen, gelijk geschied is bij onsen nedrige letteren van den 26:e dezer, ook hebben wij 2937. wij van 't voorgevallene aanden Heer Buchanan kerm nis gegeven en zyn Ed: om reparantsie van de gepleegde schendingen van onse rechten gevraagd, en intusschen naar Manapaar gezonden een sergiant. een korporaal en 12. sipais tot dekking van 'skomp=s losie en effekten, en om alle verdere kleene gewel- denarije tegen te gaan—. Den 6. deser hoorende dat te Meloer g'arres= =teerd was een parria en inwoonder van Jntu- =korijn genaamt kajetano, lieten wij de overgaa- =ve van deesen parrua eischen vanden Nababs ge- =kommitteerde bijde visitatie vande paare- -banken, en t antwoord was dat dit niet konde geschieden, wijl gem: parrua kojetano had verteld, dat de sjankos duikers paarloes- =ters hebben aande wal gebracht en in een slier- =kroog verkogt, maar dat hij hem zelve in 't fort zoude brengen om de zaak te kunnen „zoeken. onder „ den 8:e quam ook 's Nababs gecommitteer„ 11 J11 =de met den parica ^ bijsons binnen 't fort, wijliets den parrua kajetano voor 't geregt in presentie van gem: gekommitteerde verhooren. De parrua bekende daar bij, dat hij in presentie vanden parrua shomme van een ander parrua historiaan had hooren zeggen, dat deese had hooren zeggen, dat deese had hooren zeggen, dat de sjankos duikers 1. â 2. paerl oes- „ters hadden aandewal gebracht en in een slierkroeg verkogt. Na het afloopen van dit verhoor, vertoonden wij den gekommitteerde vanden Nabob, dat wij na deese zaak verder alle mogelijk onder zoek zouden doen, ende schuldigen ten ten zijnen genoegen straffen; maar dat de parrua kajetano als een kompenies onderdaan, ten onregte door hem was g'arresteerd, en dat hij hem op onse reklame niet had willen overleeveren; dat wij hem nu nader verzogten, om deesen man als een on- =derdaan vande kompenie aen ons over te lee- =veren, wijl wij niet zoude kunnen toelaeten, dat deese kompenies onderdaan, die zich nu in ons fort bevond, daar uit wierd ge- =voerd: maar wijl alle deese billijke voort- stellen niets konden baaten, hebben wij gemelde kajelano door een patroelje uit handen van 'S Nababs Sipais laaten wegneemen en over- =brengen in 'tkomp: gevankenis, zonder dat hier bij eenige moeylijkheid is voorgevallen, alzo de ongewapende Nababs, sipais, die tot bewaa- =ring van de parrua waaren mede gekomen, zich tegen ons volk niet verset hebben: wij heb- =ben om alle quade impressie voorte komen van dit geval kennis gegeeven aanden heer Buchanan, en ook op verzoek van snababs gekommitteerde, de reedenen, die ons bewogen hebben om den parrua kajetano aantehouden in geschrifte opgegeven. De gemelde parrua kaptano bij zijn verhoor be„ =kend hebbende, dat hij van eenen anderen parrua genaamt kittoriaan Santiago in presentie van eenen derden parrua genaamt Somme had hooren zeggen, dat de sjankos duikers een à twee oesters hadden aan de wal gebragt, en in een slier kroeg verkogt, hebben wij ook laaten Civiel arresteeren de twee parruas kitoriaan Pantiago en Somme somme, niet om dat wij gelooven dat wij ge- =looven, dat dit recht was, maar om snababs bedienden, die over dit geval een groot geschreuw maaken, te doen zien, dat wij de zaak op 't ernstigste behandelen, maar beiden tegen de beschuldiging van kajatano gehoord zijnde, ontkennen 't geen door hem verklaerd is, de eerste hitoriaan zegd, dat hij niet verhaald heeft gehoort te hebben, dat de sjankos duikers paarloesters aande wal gebragt en in een slier kroeg verkocht hebben, en de tweede zegd, dat hij dit door den eersten niet heeft hooren verhaalen aan Kajotano; de beschuldiger kajetano gevraagd zijnde, of hij konde bewijsen, dat ander menschen hem met de parruus kitoriaan en somme op den weg na Meloen hadden zien spreeken, heeft verklaerd dat hij ter dier tijd twee armoneesche sipais heeft gesien die hij zoude kunnen aanwijsen en dat toen hij door den Moor Jambij markair beijden gekommitteer„ =de vanden Nabab. was gebragt de twee panruos kitoriaan en tomme voorden tempel van keloer waeren blijven stran. om nu kajetano na meloea te zenden, ten einde aanwijzing te doen van de twee Sipais vanden Nabob, zoude een gevaerlijke onderneeming weezen, wijl men ons daar deese parrua kajetano weder zoude dat ontweldigen, buiten en behalven het beswaerlijk zoude weesen, om uit de Nababs sipais die gaan en komen, de twee aantewijzen, en zo ze ook aangeweezen werden dit ver„ 2938 =moedelijk
English
presumably not provide much clarification on the matter. The only thing that, in our view, would still remain to be done would consist in interrogating the Moor Tambij Markaia, whom Kajetano brought before the Nabob's commissioner, regarding whether—according to Kajetano's statement that the two Parruas Kitoriaan and Tomme were standing in front of the temple of Meloer—he, Jambij, had at that time also seen the aforementioned Parruas Kitoriaan and Somme standing in front of the Temple of Meloer. We have repeatedly requested this man from the commissioner of the Nabob, both orally and in writing, in order to confront him with the accuser Kajetano and Kitoriaan and Somme, but he has been unwilling to send him to us. We have submitted the documents gathered concerning this case to Your Right Honorable Worships alongside our respectful letter of the 26th of this month, and requested your highest decision, particularly regarding the punishment of the false accuser Kajetano. Although not the slightest evidence has appeared to us that the accusation regarding the sale of pearl oysters has any basis, and although this accusation is all the less probable since no banks were found with oysters of any value, it would not be morally impossible for the chank divers who are employed to examine the pearl banks to have concealed and sold a few oysters, but if it is permitted to make conjectures, we would consider it far more probable that the Parrua Kajetano, who is a poor and very wretched fellow, was induced by the Moor Jambij Markan to give such a statement as he has given, since this Moor Jambij Markan is a notorious rogue who committed the greatest villainies during the last pearl fishery and finally grossly deceived Mr. Dot himself; who, in that same fishery, was arrested in the fort by the resident for his acts of violence committed against the Parruas, and who, therefore, in order to avenge himself for that as much as possible, fabricated this entire affair and further added to his statement this malicious tale that the resident was indeed aware of the matter, but attempted to suppress it. This suspicion that the Moor Jambij Markan is the chief fabricator of the affair deserves further reflection, because, ever since he was summoned to be examined again against the witnesses, he has no longer been heard of in our village, having resided continuously in Keloer without even going to sea with the Nabob's dhonies as before. After the conclusion of the leasing of the chank diving, which was held on the 14th of October on behalf of the Honorable Company and the Nabob, the emissary Sangerosie Pandiden, who attended the auction on behalf of the Nabob, demanded that the lessee, in addition to the lease sum, should pay one hundred pagodas for the Nabob's secretary, who was accustomed to receive a similar douceur from all such arrangements. Whereupon we demonstrated to him that, although half of the proceeds were granted to the Nabob, nothing was granted to his secretary, and that the lessee could not be obligated to anything more than what was specified in the lease conditions; and that consequently, if the demanded payment for the Nabob's secretary had to be made, this would have to be made known in the conditions. We most respectfully notified Your Right Honorable Worships of this pretension in our letter of the 12th of November, and it has pleased Your Right Honorable Worships to approve our conduct in this matter by your highly respected letter of the 22nd of November, with the instruction at the same time that similar pretensions must also be rejected in the future. In order to comply with Your Right Honorable Worships' highly respected order by letter of the 5th of March of this year to provide a report on the tributes of the Tuticorin and Punnaikayal Parruas for presentation to Their High Excellencies the Supreme Government of the Indies, we have had the honor on the date of 19 November to present to Your Right Honorable Worships a distinct account of the tributes that were paid in former times to the poor by the Parruas of Tuticorin and Punnaikayal as well as from the remaining villages belonging under this residency, what reductions have since been made therein, and what the Parruas still pay, with which we hope to have met the intention of Your Right Honorable Worships. In accordance with what was stated in our respectful letter of the 19th of November, we again dunned the land regent on the 29th of October and requested the payment of his remaining debt amounting to 4,244 Company's pagodas and 10½ Madurese fanams. Whereupon he, by a letter of the 5th of November, of which we have presented the translation to Your Right Honorable Worships, expressed his inability to satisfy it due to the failure of the rains, with the promise to settle his debt from the proceeds of the harvest in January or February next. The
Dutch transcription
moedelijk niet veel opheldering aande zaak geeven. Het eenige 't geen na ons inzien dus noch te doen zoude weezen, zoude bestaen in het verkooren vanden Moor Tambij Markaia, die ka„ =jetano bij 's Nababs gekommitteerde heeft ge- bracht, terwijl volgens 't verhaal van kajetano de twee parruas hitoriaen en tomme voorden tempol van Meloer stonden, of namelijk hij Jam bij ter dier tijd ook de gemelde parruas Kitori„ -aan en Somme voorden Tempel van Meloen had zien staan. Wij hebben den gekommitteerden vanden Nabab bij herhaaling zo mondeling als schriftelyk om deesen man verzogt, ten einden hem tegen den beschuldiger kaptano en kitori„ aan en somme te konfronteeren, maar hij heeft hem ons niet willen zenden. De ingewonne stukken van dit geval hebben wij uw Wel Edele Groot achtb: nevens onsen eerbiedigen van den 26=e dezer aangebooden, en om hoogst desselfs dis- posietsie verzogt, inzonderheijd over de bestraffing van den vulschen beschuldiger kajalano. Hoewel ons nu geen de minste blijk is voorge„ =komen, dat de beschuldiging wegens het ver„ koopen van paarloesters eenigen grond heeft, en hoewel deeze beschuldiging te minder waerschijnlijkheijd heeft, wij er geen banken zijn gevonden met oesters van eenige waarde zo zoude het niet moreel onmogelijk weesen, dat de sjankos duikers die gebruikt worden tot 't visiteeren van de paarl-banken eenige weinige oesters verborgen en verkogt. 2939 verkogt hadden, maar zo het g'oorloofd is om gissingen te maeken, zo zouden wij veel eer voor waarschijnlijk houden, dat de parrua kajatano die een arme en heel slegten kerel is, zich doorden moor Jambij markan had laaten verlijden, om zulk een verklaaring te geeven, als hij gegeeven heeft, alzo deese moor Jambij Markan een befaamde schelm is, die inde loeste paerl visserij de grootste schelmerijen bedreeven en eindelijke den Heer Dot zelve grovelijk bedrogen heeft, die in dezelve visscherij over zijne gepleegde geweldenarijen tegen de parruas door 't opperhoofd in 't fort is g'arresteerd, en die dus om zich daar over zo veel mogelijk te wreeken, deese geheele zaak verdigt en bij zijne verklaering noch gevoegd heeft, dit quaadaardig verhaal, dat 't opperhood de zaak wel geweeten, maar getragt heeft de zelve te smooren. Deese verdenking, dat de moor Jambij markon de heere verdigter vande zaak zij, der diend meerder nadenken, wyl hij, zedert hij is ontboden, om tegen de getuigen andermaal te worden verhoord, niet meer in ons dorp is vernomen, hebbende hij zich bestendig te keloer opgehouden, zonder zelfs met detonies van den Nabab gelijk te vooren, naar zee te gaan. Na Na het afloopen vande verpagting van de Tjankosduikerij, die op den 14. oktober ge- =houden is voor reekening van dE: kompenieen den Nabab, heeft de zendeling Sangerosie Pandiden, die van weegen den Nabab de verpagting heeft bygewoond begeert, dat depagter booven den pachtschal zoude moeten betaelen een honderd pagoden voor de sekretaris van den Nabob, die gewoon was van alle zulke arrangementen een gelijke doeceua„ te erlangen, waar op wij hem vertoond hebben, dat wel aan den Nabab. de helfte van het provenu was toegestaen, maar niets voor zijnen sekretaris, dat ook de pagter tot niets meer konde verpligt worden dan tot het geen bijde pacht kondietsien bepaald was en dat derhalven, indien de geeifte betaeling voorde sekretaris van de Nabob moest geschieden, zulx bij de kondietsien zoude moeten worden bekend gesteld. wij hebben uw wel Edele groot Achtb: van deese pretentie eerbiedigst kennis gegee¬ =ven bij onsen brief van den 12. november, en het heeft uw wel edele groot achtb: be„ =gaagd ons gehouden gedrag hier in te approbeeren bij hoog g'eerde missive vanden 22:e november met aanschrijving tevens dat ook in 't vervolg der gelijke preten„ =tien vanden hand moeten geweesen worden. Om aan uw Wel edele groot Achtb: veel g'eerde ordre bij missive vanden 5. maart h: a: om een een berigt te bezorgen vande tributen, van de Tutukorijn pche en ponnokailsche parruas ter aanbieding aan hunne hoog Edelheeden de Hooge indische aen regeering, te voldoen. hebben wij de eene gehad uw wel Edele Groot achtb: onder dato 19. november aantebieden een distinkte aanwijsing van de tributen die door de parruas van Jutukorijn en ponnekail zo wel als van d' overige oor- „pen, gehoorende onder deese opperhoofdije, in voorige tijden aande armene betaald zijn, welke verminderingen zedert daar in zijn gemaakt, en wat de parruas noch betaalen, waarmeede wij hoop en aande intensie van uwel Edele Groot achtb: te hebben voldaen. volgens het ter nedergestelde bij onsen eerbiedigen vanden 19. november hebben wij den land regent op den 29. october weder gemaand en verzogt om de voldoe„ ning van zijn restant schuld Groot 4244- komp:s pagooden en 10½. madurese Ja= nums, waar op hij bij brief van den 5. november waar van wij het translaat uw welEdele groot achtb: hebben aangebooden, zijn onvermoogen heeft betuigd om daer aan te vol„ doen, mits het agter blyven vande reegens, met de belofte uit de inkomsten vanden oogst in Januarij of febr: aanstaende zijn schuld te zullen voldoen 2940. Het
English
The Land of Marrua is governed by His Excellency Wissere Regoenade Sedoepaddi Katta Teuver, just and in such manner as is mentioned in our respectful compendium. To the Jonver vessel mentioned in our compendium, which arrived at Manaar without a pass, the Manaar officials, upon receiving authorization from Your Right Honourable, have granted a free pass, and we had the honour to show Your Right Honourable in our humble letter of 12 7ber that the arrival of this vessel at Manaar without a pass was an isolated incident caused by the negligence of the mandari, which will not easily recur, because Teuver vessels always request passes here, which are granted to them free of charge. In order to proceed with the commission to the Teuver, which according to our latest compendium was entrusted to the Bookkeeper and resident of Ponnekail Francke, and which has been postponed for some time due to the absence of the Regent, who had departed for Madras for a considerable time, we had the bookkeeper Franken depart for Kilkare on 15 7ber. From there he gave notice of his mission to the Teuver and asked him when it would be convenient for him to receive Francken, to which the answer was received that the Regent had departed for Madras and that without him the Teuver could not receive the bookkeeper Francken. And since the Teuver thus declared that he could negotiate nothing without the presence of the Regent, and the return of this man was entirely uncertain, we wrote to Francken instructing him to return, handing over the presents he had brought along to the Residents at Kilkare, whom we ordered to give notice thereof to the Teuver, with the request that he kindly notify us of the return of the Regent, and also when it would be convenient for him to receive someone on our behalf, the more so as the great heathen feast was also at hand, during which the Teuver was not permitted to speak with any foreigners for 20 days. We had the honour to report respectfully on all of this to Your Right Honourable in our letter of 1 October, to which we attached a letter from the colonel at Ramenaderaram, Mr Martin, written to the Chief, to the effect that we had done very well to recall Franken, because the Teuver could do nothing of importance without his minister, and the return of this man was still uncertain. Since then, or in the month of October, the Regent returned from Madras, of which, however, we have up to now received no report from the Court of Rammenadewaram, much less any communication as to when it will be convenient for the Teuver to receive someone on our behalf, which is the only thing awaited for the execution of the commission, although the Regent, after his return from Madras, verbally informed the residents of Kilkare that he would request that the bookkeeper Francken might be sent in the coming month of January. And if he does not fulfill this, we will address ourselves to the Teuver to learn when it will be convenient for him to receive the commission proposed by himself. In the Kingdom of Trevankoor, in which Cape Comorin lies, we continue to enjoy unhindered freedom of trade, and since the closing of our compendium no further request has been made by the King to deliver the linens to the Honourable Company himself. We have the honour to be, with much respect and faithfulness, Right Honourable, High Ruling Lord, Your Right Honourable's humble and faithful servants, Signed: M: Mekern, A: van der Wall, I: f: Hubert, and F: Damman In the margin: Tuticorin, 31 December 1788. Agrees, Sijbrands, Clerk No 24: Examined. C: Bromsveld.
Dutch transcription
Het Land van Marrua word „ bestierd door zijn Exellensie wissere Regoenade sedoepaddi Katta Teuver, Even en indiervoege als bij ons eerbiedig kompendium vermeld staat. Aan het Jonversch vaartuig vermeld bij ons kom pendium en 't welk zonder pas te Manaar is gekomen, hebben de Manaarse bediendene op bekomene qualifikaatsie van uw WelEdele Groot Achtb: een vrije pas gegeven, en wij hebben de eere — gehad uw WelEdele groot achtb: bij onse hum- =ble letteren van den 12. zber te vertoonen, dat de aan= =komste van dit vaartuig zonder pas te manaar een enkel geval is door d' onoplettendheid van de mandari veroorzaakt, 't welk niet ligt weder voorkomen, zal, door dien teuver= =sche vaartuigen altoos passen alhier vraagen die hen gratis verleend worden. om de kommissie bijden Jeuver, die volgens onse Jongste kompendium aan den Boekhouder en resident van Ponnekail Francke is op- gedraegen, en die zeder eenige tijd uit ge„ =steld is omde afweezigheid van de Rijks- besterden, die voor een genuimen tijd maar madras vertrokken was, voortgang te doen hebben, hebben wij den boekhouder Franken op den 15: 7ber: naar kilkare laaten vertrekken van waar bij den Jeuver van zijne zending „ nog heeft 2941 heeft kennis gegeven en hem gevraegd, wan= =neer het hem zoude gelegen komen hem franken 't ontvangen waar op tot antwoord is bekomen dat de Rybestierder naar Madras was vertrokken en dat zonder hem de Jeuver den boekhouder Francken niet ontvangen konde: En de wijl dus door de Teuver van klaard is niets te kunnen verhandelen zonder het bij weesen van den Ryx bestierder, en de te rugge komst van deeze man geheel onzeeker was, hebben wij Francken aangeschreeven om te rugge te komen, met overgaeve vande medegenomene geschenke aan de Residenten te kilkare, die wij gelast. hebben, om hier van kennis te geeven aanden Jeuver, met versoek om ons de te rugge komt vande Rijx-bestierder te willen melden, en tevens wanneer 't hem gelegen, zoude komen om imand van onzentweegen 't ont- =vangen, te meer het groot heidens heeft ook op handen was; wanneer de Teuver met geene vreemde in 20 dagen spreeken mochte. van dit een en ander hebben wij de eere gehad uwwel Edele Groot achtb: eerbiedigst verslag te doen bij onsen brief vanden 1:e ok- -tober, waar bij wij gevoegd hebben een brief vande kollonel te Ramenaderaram de Heer Martin Martin aan 't opperhoofd geschreeven van inhou= =de, dat wyj zeer wel hebben gedaan om Franken terug te roepen, wijl de Jeuver zonder zijn minister niets van belang doen konde, en de te rugge komst van deesen Man noch onzee„ ker was. Zeder of inde maand october is de Ryx bestierder van Madras te rugge gekomen waar van wij echter tot noch van het Hof van Ramme„ =nadewaram geen berecht ontvangen hebben, veel minder eenig aanschryven wanneer het den Jeuver gelegen zal kommen iemand ontent weegen te ontvangen, waarna alleen het wachten is ter uitvoering vande kommissie, schoon de rijx bestierder, na zijne terug komst van Matras, mondeling aande resi- =denten van Kilkare heeft laaten weeten, dat hij zoude verzoeken, dat de boekhouder francken inde aanstaande maand Januari mocht worden gesonden, en zullen wij indien hij dit niet nakomt ons bij den Jeuver addresseeren, om te verneemen, wanneer het hem gelegen zal koomen, om de door =hem zelve voorgestelde kommissie te ontvangen In het Rijk van Trevankoor waerin kaap kommorijen =legd genieten wij bij voortgang eene onverhun„ =derde handel vryheid, en is door den koning Zeder zeder het afsluiten van ons kompen dium geen nadere aanzoek gedaan om zelven de lijnwaeten aan dE: kompenie te leeveren, wij hebben de eer met veel eerbied en trouwe te sijn /:onderstond:/ Wel Edele Groot Achtb: Hoog, Gebie- dende Heer, uw WelEdele Groot achtbaere onderdanige en Getrouwe dienaeren /:was getekend:/ M: Mekern, A: van der Wall, I: f: Hubert, en F: Damman /:in margine:/ Jutukorijn den 31:e December 2942 Accordeerd Sijbrands Eyklerk r0 me 1788. —. Martin aan 't opperhoofd geschreeven van inhou =de, dat wij zeer wel hebben gedaan om Frank terug te roepen, wijl de Jeuver zonder zijn minister niets van belang doen konde, en de te rugge komst van deesen Man noch onzee =ker was. Zeder of inde maand oktober is de Rijx bestierd van Madras te rugge gekomen waar van wij echter tot noch van het Hof van Ramm =nadewaram geen berecht ontvangen hebben veel minder eenig aanschryven wanneer het den Jeuver gelegen zal komen iemand ontent weegen te ontvangen, waarna alleen het wachten is ter uitvoering vande kommissie schoon de rijx bestierder, na zijne terug komst van Matras, mondeling aande resi- =denten van Kilkare heeft laaten weeten dat hij zoude verzoeken, dat de boekhoud francken inde aanstaande maand Januari mocht worden gesonden, en zullen wij indie hij dit niet nakomt ons bij den Jeuver addresseeren, om te verneemen, wanneer het hem gelegen zal koomen, om de door =hem zelve voorgestelde kommissie te ontva In het Rijk van Trevankoor waerin kaap komme =legd genieten wij bij voortgang eene onverhin =derde handel vryheid, en is door den koning Zeder zeder het afsluiten van ons kompen dium geen nadere aanzoek gedaan om zelven de lijnwaeten aan dE: kompenie te leeveren; wij hebben de eer met veel eerbied en trouwe te sijn /:onderstond:/ Wel Edele Groot Achtb: Hoog, Gebie- =dende Heer, uw Wel Edele Groot achtbaere onderdanige en Getrouwe dienaeren /:was getekend:/ M: J Mekern, A: van derWall, I: f: Hubert, en F: Damman /:inmargine:/ Jutukorijn den 31. ' December 1788. —. Accordeerd Sijbrands Eyklerk 7 2942 N:o 24: agezien. C: Bromsveld.