Inventory 3793
Ceylon · 1,154 pages · 155 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
could no longer hold out. Upon this the emissary departed, promising that he would make a faithful report of what had transpired to the Land Regent, and request further orders as soon as possible. I request that Your Right Honourable Worship please prescribe to me how I should conduct myself, if the Land Regent further opposes the leasing and continues to insist that the diving take place for the account of the Company and the Nabob. Specifically, I request Your Right Honourable Worship's orders as to whether we must give in in such a case, or whether I shall let the leasing proceed without the presence and without the consent of the Nabob's deputies. If this does not happen, the Land Regent will very easily be able to keep the matter dragging on until the time when the diving usually begins; in which case we must either forfeit the profit of the diving, or submit to the desire of the Land Regent to let the diving take place for the account of the Company and the Nabob. It is not my habit to raise untimely difficulties; but that holding the diving for the account of the Company and the Nabob, especially according to the notions of the Land Regent, will entail insurmountable difficulties, I need not demonstrate to Your Right Honourable Worship at length. In such a case, more than ordinary means would have to be employed, both to maintain good order and to ensure that the Company is not shortchanged. The Land Regent would certainly want to make use of all those means employed by us, and through that avenue the Nabob would also gain influence in the conduct of affairs on and at sea; from which disputes may arise in the future, the consequences of which are difficult to determine. The Land Regent is gathering together all coolies that can be obtained, and it is said quite openly that he is to depart with them in a few days for Madras. It is hard to believe that the Land Regent will dare to depart without first settling the matter of the chank diving; but one never knows what such an arrogant fellow, relying on the radiant favour of the young ruling Nabob, is capable of, and I therefore find myself also obliged to request Your Right Honourable Worship's orders on how I shall conduct myself in such an event. I have written once more to the Land Regent, and if matters do not arrange themselves to our satisfaction thereupon, I shall immediately write to the Nabob and Governor Campbell. I enclose herewith the letters exchanged with the Land Regent regarding this matter, and I have the honour to be with true respect and fidelity. Below stood: Right Honourable and Grand Worshipful, High Commanding Lord! Your Right Honourable Worship's humble and faithful servant. Was signed: M: Mekern. In the margin: Tuticorin, 30 September 1788. Agrees: Sijbrands Clerk Colombo. To the Right Honourable, Right Worshipful, Grand Worshipful Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its Dependencies, and the Council. Right Honourable, Right Worshipful, Grand Worshipful Lords. We have the honour most humbly to report to Your Right Honourable, Right Worshipful, Grand Worshipful Lordships that the remainder of the gunpowder at the end of the last passed month in the cellars here consisted of 88744 lb., and we remain furthermore with all respect and deep reverence. Below stood: Right Honourable, Right Worshipful, Grand Worshipful Lord and Lords, Your Right Honourable, Right Worshipful, Grand Worshipful Lordships' humble and obedient servants. Was signed: I: F: van Senden, D: C: von Drieberg, A: P: Lever and I: G: Stubbe. In the margin: Trincomalee, 8 October 1788. Agrees: Sijbrands Clerk To the Right Honourable, Right Worshipful, Grand Worshipful, High Commanding Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its Dependencies. Colombo. Right Honourable, Right Worshipful, Grand Worshipful, High Commanding Lord. I had the honour duly to receive Your Right Honourable, Right Worshipful, Grand Worshipful Lordship's separate government letters of the 7th, 9th, and 10th, with the certificate sent to me therewith of the good conduct and discipline of the Regiment of Jan Luxembourg during its stay on this island, which testimonial I handed to the Lord Lieutenant Colonel De Raymond on the 14th instant, when His Honour was about to go on board the transport ship Johanna, and I simultaneously notified several officers of the regiment who were present right there. Prior to the receipt of the said separate government letters, the dispute regarding the provision of rations on board
Dutch transcription
niet langer zoude kunnen ophouden. Hier op vertrok de zende „ling, met belofte, dat hij van het verhandelde, en getrouw Rapport zoude doen aan den Landregent, en ten spoedigste, om nadere ordres verzoeken. Ik verzoek, dat uwel Ed: Groot Achtb: mij gelieve voor teschrijven hoe ik mij gedraagen zal, indien de Landregent zich verder teegen de verpachting verzet, en blijft aandringen, dat de duij„ „kerij voor reekening van de komp: en den Nabab geschied. Bepaaldelijk verzoek ik uwel Ed: Groot Achtb: beveelen, of wij in zulk geval zullen moeten toegeeven, dan wel, of ik de verpachting zal laaten geschieden, zonder het bij weezen en zonder toestemming van 'swabbabs gekommitteerden. Indien dit niet geschied, zal de Landregent hael gemakkelijk de zaak sleepende kunnen houden, tot den tijd, dat de duijkerij gewoon lijk begint; in welk geval wij, of het voordeel van de duij„ „kerij zullen moeten missen, of ons onderwerpen, aan de begeerte van den Landregent, om de duijkerij te laaten geschieden, voor reekening van de komp: en den Nabab. Het is mijn gewoonte niet, om ontijgte„ „ge zwaarigheeden over te geeven opperen; maar dat het houden van de duijkerij, voor Reek: van de komp: en den Nabab, inzonderheid begrippen na de begrijpen van den Land regent, ondverkomelijke mooije„ „lijkheeden zal na zieh loopen, zal ik uwel ed: Groot Achtb: niet breedvoerig behoeven te behoogen. In zulk geval zouden en meer dan gewoone middelen moeten worden, in het werk gesteld, zo om de goede ordre te bewaaren als om toetezien dat de komp: niet verkord word De Landregent zoude voorzeeker willen gebruijk maaken van alle die middelen, die door ons wierden in het werk gesteld, en langs dien weg, zoude de Nabab ook een invloed krijger, in 344 3440 inde behandeling van de zaaken, aan en op de zee; waaruijt voor van 't vervolg geschillen kunnen gebooren worden, waar de ge„ „volgen qualijk te bepaalen zijn. De Landregent laat alle koelies, die er te krijgen zijn bij een verzaamelen„ en men zegt vrij opendlijk, dat hij daar meede in wijnige daagen na Madras staat te vertrekken: Qualijk is het te gelooven, dat de Landregent, zonder alvoorens het stuk van de sjankoosduij„ „kerij geregeld te hebben, zal durven vertrekken; maar men weet zom„ „tijds niet, waartoe een zoo trotsche vent, steunende op de blaa „kende gunst van den Jongen regeerenden Nabab, in staat is, en ik vinde mij derhalven ook verpligt, om uwel Ed: Groot Achtb: be„ „veelen te verzoeken, hoe ik mij in zulk een geval zal gedraagen. Ik heb nog eenmaal aan den Land regent geschreeven, en zo de zaaken daarop niet tot ons genoegen schikken, zal ik ten eersten aan den Nabab en den heer Gouverneur Campbel schrijven. Ik weg hierbij de gewisselde brieven met den Land regent over deeze zaak, en ik heb de eer met waare eerbied en trouwe te zijn. /:onderstond:/ wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebie„ dende Heer! uwel Ed: Groot Achtb: onderdanige en getrouwe Dienaar /:was geteekend:/ M: Mekern /:in margine :/ Tutukorijn den 30. September 1788. Veyklenk Akkordeert Hijbrands de zende chrij ijven dien woor¬ te ing „ d „ meer zo om de krijger 2: 1. 3641 kolombo. Aan den wel Ed: Gestr: Groot agtb: Heer. Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlandsch indien Gouverneur en Direkteur van het Eijland Ceijlon met dies Onderhoorigheeden benevens den Raad. Wel Edele Gestrenge Groot agtb: Heeren Heeren. Wij hebben de eer uwel Edele Gestr: Groot agtb:, nee„ drigst temelden, dat het restant den buskruit onder ult:o van de laast gepasseerde maand in de kelders alhier heeft bestaan, in 88744. - lb. en blijven overigens met alle eerbied en diep ontzag /:onderstond:/ wel Edele Gestr: Groot agtb: Heer en Heeren uwel Ed: gestr: Groot. agtb: onderdaanige en gehoorzaame dienaaren /:was„ geteekend:/ I: F: van Senden, D: C: von Drie„ berg, A: P: Lever en I: G: Stubbe /:inmar„ giene:/ giene:/ Trinkonomale den 8. ' October 1788. Accordeert. Sijbrands W Gijklerk 788. 3442 Aan den Wel Edelen Gestrengen Groot agtb: Hoog geb: heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlandsch India Gouverneur. en Directeur van het Eijland Ceijlon met dies onderhoorig heeden. Kolombo. Wel Edele Gestr: Groot Agtb: Hoog Gebiedende Heer. Ik heb de eere gehad wel te ontvangen uwel Ed: gestr: gr: agtb: apparte regeerings brieven van den 7. 9:' en 10. ' met het daar bij aan mij afgevaardigde Certificaat van goedgedrag en ordi„ ning van Rregiement Jan Liexemburg, geduurende zijn verblijf op dit Eijland, welk getuijgschrift Ik den heir d Luijtenant Kollonel De Raijmond den 14. ' dee„ ren, wanneer zijn Ed: zig na boord van 't transport schip de Iohanna dagt te begeeven, ter hand gesteld, en door van Teffens aan eenige officieren van 't regiement, Juist daar bij teegenswoordig, kennis gegeven hebbe. Voor den ontfangst van gem: Aparte regeerings brieven was„ 't verschil over de verstrekking der Ranzoenen aan „ „ boord 111 „ 1
English
would constitute after the departure of the transport ships, if possible, to have them tracked down, and to bring them back, or send them over, to their banners along with the sick still remaining behind in the hospital after their recovery, at the first following opportunity, under his own escort or under that of any other officers of that regiment who remained behind at Colombo. I have thus fortunately been able to accomplish the embarkation and the departure of this regiment without granting to the same any special favor at the charge or expense of the Honorable Company, as having, with the Honorable Administrator of the packhouse, in accordance with our respectful letter of the 4th of this month, taken upon ourselves, out of high necessity and for the attainment of the good, merely to avoid all visibly sensitive displeasure as far as was in our power, the reimbursement of the 587 bottles of red wine provided in excess to the officers of the said regiment upon the urgent insistence of them and their commander, because after the first letter regarding this, in the event of a continued assent, we were apprehensive of further unpleasant remarks, and thus preferred to take upon ourselves the damage caused to the Honorable Company by our deliberate assent against Your Right Honorable High Respected's intention, rather than draw even more displeasure upon ourselves. Because calms and contrary winds still prevent the sailing out of the ships, I find myself for three days now endlessly more troubled with all kinds of troublesome requests and proposals than before, whereas those were already very frequent, and many of them very difficult to clear out of the way and decide, through all of which, however, not without exceedingly great tribulations, I have fortunately managed to get through, and by as much as possible a good reception and friendly influence have been able to maintain good order and discipline in the aforementioned regiment and sufficient harmony and a confidential good disposition among the officers to the end, although I have not been able at all to satisfy their latest demands, submitted only the day before yesterday late in the evening by Mr. de Raijmond, and consisting in a more ample provision of all kinds of well-tinned copper kitchen utensils for Their Honors' service on the ships, as those of the ship's officers were judged by them not to be sufficient enough, both because of the shortness of time and because of the great costliness thereof, which has partly grieved me because I would gladly have procured something thereof for them, if it had been so quickly obtainable, since it would have served for Their Honors' great convenience, and I have now only been able to procure some large and small earthen pots for the service of their galleys, with which they will have to be content, but if the ships cannot sail out today due to the persistent south-southwesterly weather, I know that they will still trouble me further about that copper kitchen utensils and about yet more other matters with which they now also first come forward, and desire to buy it, if possible, from private individuals, when it, however, will only be able to be satisfied for a small part. I have the honor to be with all sentiments of high esteem was subscribed: Right Honorable, Valiant, High Respected, High Commanding Lord, Your Right Honorable, Valiant, High Respected's humble servant was signed: C: D: Kraijenhoff in margin: Gale the 16th October 1788. Agrees. Sijbrands First Clerk To the Right Honorable, Valiant, High Respected Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Council. Right Honorable, Valiant, High Respected, High Commanding Lord. The French warship, mentioned in our ordinary Company's letter of yesterday, went out of sight of our flag-keeper towards the afternoon in the south-southeast of this city, without having made the usual signal for a pilot. This morning the Country's Frigate the Ceres and the four transport ships were finally successfully piloted out of the Bay under a favorable opportunity and with good weather, of which I have the honor hereby to give notice to Your Right Honorable, Valiant, High Respected, and to be with all sentiments of high esteem was subscribed: Right Honorable, Valiant, High Respected, High Commanding Lord, Your Right Honorable, Valiant, High Respected's humble servant was signed: C: D: Kraijenhoff in margin: Galle the 18th October 1788. Agrees. Sijbrands First Clerk to divide the chanks being dived up into two equal parts, and that I, in order if possible to put this notion out of his head, had written to him once more on the 29th of September with the request to order his emissary without further delay to assist at the leasing of the chank diving, since the leasing could now no longer be delayed. To this the Land Regent has not answered until now, but yesterday he had his emissary present here orally announce to me that he could not consent to the leasing of the chank diving, but that he would allow the diving to take place on account of the Company and of the Nabob, and that the chanks being dived up were divided into two equal parts, because the Nabob had given him no orders on account of the provisional contract recently made at Colombo, and Mr. Buchanan had also told him nothing about this
Dutch transcription
zouden uitmaaken na 't vertrek der Transport scheepen, des doenlijk, te laaten opspeuren, en hun met de nog in het hospitaal agter blijvende zieken na hun„ „ne herstelling, bij eerst volgende geleegenheijd onder zijn eijge gelijde, dan wel onder dat van eenig ander te kolombo agter gebleeve officieren van dat regie„ ment, tot hunne vaandels te rug tebrengen, dan wel tot dezelve overtezenden. Ik heb dus de ingescheeping en 't vertrek van dit regiement gelukkig konnen volbrengen, zonder aan 't zelve eenige bijzondere gratie ten lasten of kosten der Ed: Makt„ „schappij toetestaan, als hebbende met den E: Admi„ nistrateur van den spak, volgens onze eerbiedige aanschrijving van den 4. ' deezer, de uit hooge nood„ „zaakelijkheijd en tot berijking van 't goede, om maer alle zigtbaar gevoelig ongenoegen, zoo verre in ons mij vermoogen was, te vermoogen wel te vermijden, de vergoe¬ „dig van de aan de officieren van gem: regiement op 't dringend aanhouden van Hun en Murme kommandant meerder verstrekte 587. bottels rode„ wijn op ons gekoomen, wijl wij na de eerste aenschrij¬ ving dienaangaande, bij eene doorstaande inwil„ „liging 3444 liging voor. nog onaangenaam aanmerkingen be„ dugt waaren, en dus liever 't door onze welbedagte inwilliging aan der Ed: komp:e tegen uwel Ed: Gestr: Groot: Achtb: intentie in deeze toegebragte schaaden op ons wilden neemen, dan nog meerder ongenoegen tot ons te trekken. Wijl stiltens en kontrarie winden, als nog 't uitzijlen der scheepen beletten, wind jk mij zeederd drie daagen, nog oneijndig meer met allerlije lastig aenzoeken en voor„ stellingen gekeveld dan te vooren, wanneer die egter zeer meenigvuldig, en veelen daar van alzeer moeijelijk uit den weg te ruijmen en te beslissen wae„ ren, door alle welken jk egter niet zonder overgroote kwellingen, gelukkig ben door geraakt, en door een zoo veel moogelijke goed onthaal en vriendelijke in„ vloed eene goede order en duos cipline bij 't voorm: regi„ ment en eene genoegzaame harmonie en vertrou„ welijke goede gezindheid onder de officieren tot den eijnde heb konnen onderhouden, Schoon jk aen hunne laaste eijsschen eerst vergister laat in de avond door den heer de Raijmond ingediend, en in eene ruijmer voorziening van allerlijd wel vetin¬ de che pen „ ment ge de chrij inwil„ „de koper keuken gereedschappen voor Hun Ed: dienst op de scheepen bestaande, als die der scheeps officieren niet toereijkende genoeg door Hun geoordeeld wor„ „dende, zoo om de kontheid des tijds als om de groote kostbaarheijd daar van in 't geheel niet 't hot konnen voldoen, dat mij voor een gedeelte heeft leed gedaan wijl Ik Hun gaarne wel iets daar van, zoo 't zoo spoedig te bekoomen waare geweest, had willen bezorgen, weijl 't hun Ed: tot een groot agrement zoude gestrekt hebben, en jk nu maar alle eenige groote en klijne aarde potten ten dienste hu „ner kombuijten heb kunnen bezorgen, en zig daar„ „meede zullen dienen te vergenoegen, dog als de schee„ „pen heeden door de aanhoudende zuijd zuijd weste we „der weder niet konnen uitzijlen woet ik dat mij om dat koper keuken gereedschap en om nog meer andere zaaken daar men nu ook eerst meede te voorschijn komt, nog al verder zal lastig vallen en begeeren om 't, des doenlijk bij partiku„ lieren optekoopen, wanneer 't egter maar voor een klijn gedeelte zal konnen voldaan worden. Ik heb de eere met alle gevoelens van hoog agting te zijn /:onderstond:/ 3445 /:onderstond:/ Wel Ed: Gestr: Er: Agtb: Hoog gebiederd Heer uw wel Ed: gestr: gr: achtb: onderdaanigen Dienaar /:was geteekend:/ C: D: Kraijenhoff /:in„ margiene:/ Gale den 16: 8ber: 1788. Accordeert. Sijbrands HEgklerk dienst officieren st, alleen tehun daar„ schee„ wr een te zijn 3446 A Kolombo Aan den wel Edelen Gestr: Groot Agtb: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van het Nederlandsche India Gouver„ neur en Direkteur van het Eijland Cijlon met dies onderhoorig„ „heeden, Nevens den Raad. Wel Edele, Gestrenge, Groot agtb:, Hoog gebiedende Heer. Het fransche oorlog schip, vermeld bij onze gewoone kom„ panies brief van gister, is ten tegen den nademid„ „dag in 't Z: Z: O: van deeze stad, zonder het gewoo„ „ne seijn van een loots te hebben gedaan, uijt 't „gesigt van onze vlaggen wagter geraakt. Hee„ „den morgen zijn s' Lands Fregat de Ceres en de de vier transport scheepen bij eene gunstige ge„ loogendheijd en met goed weer eijndelijk geluk„ „kig de Baaij uitgloost, waar van Ik de eere hebbend uwel Edele Gestrenge Groot agtb: bij deeze kennis te geeven, en met alle gevoelens van hoog agting te zijn /:onderstond:/ wel Edele, Gestr:, Groot Agtb: Hoog Geb: Heer uwel Edele Gestr: Groot Agtb: onderdaanige Dienaar /:was geteekend:/ C: D: Kraij„ „enhoff /:in margiene:/ Pale den 18. ' 8ber: 1788. Accordeert. Sijbrands Egkeerk 1 er nis ng ting g A gtb: :kraij„ 1788. Agtb: gedoken wordende sjaerkoos in twee ge„ lijke deelen te verdeelen en dat ik om hem waare het mogelijk dit denkbeeld uit 't hoofd te brengen, den 29:e september nog eenmaal aan hem had geschreeven met verzoek om zonder langer uitstel aan zijnen zendeling last te geeven bij de verpachting van de sjankoos duijke„ rij te assisteeren wijl de verpachting nu niet langer, uitgesteld konde blijven. Hierop heeft de Landre gent tot nu toe niet geandwoord, maar gisteren heeft hij mij door zijnen zich hier bevindenden zende¬ mondeling laaten aankon- ling „digen dat hij in de verpachting van de Tjankoos-duijkerij niet kon- de bewilligen, maar dat hij zou¬ de toestaan dat de duijkerij ge¬ =schiedde voor reekening van de kompenie en van den Nabab en dat de opgedoken wordende sjan koos in twee gelijke deelen wier- „den gedeeld, wijl de Nabab hem wegens het onlangs te kolombo gemaakte provisioneel kontrakt geen ordres had gegeeven, en de heer Buchanan hem deswegen ook niets
English
had written nothing. Believing that I should no longer delay, I have written this very day to the Nabab and also to Governor Campbel regarding this matter, and I have also enclosed a letter to Mr. Buchanan, requesting that an expeditious order be delivered to the Land Regent to hold the lease auction of the Chank diving, as the diving must begin on the 1st of November, and therefore the lease auction cannot be postponed any longer. However, because of the advanced age of the Nabab and the illnesses of the young ruling Nabab, affairs at the Nabab's Court are handled very slowly. I therefore repeat my request for orders as to how I shall conduct myself if no reply arrives before the 1st of November, or if they persist in holding the diving for the account of the Company and the Nabab; namely: whether in such a case I shall have to let the diving stand still, or rather hold the diving for the account of the Company and the Nabab. Furthermore, I request your Right Honourable's definite orders as to whether, in the latter case, I shall have to add a cruising vessel to the diving, as was previously done during the diving for the Company's account, and whether I shall have to permit a similar vessel to assist on behalf of the Nabab in like manner, as the Land Regent will surely demand, maintaining that the Nabab, who holds half of the Chank diving, is also entitled to all those precautionary measures to secure his interest which we employ. It is even likely that the Land Regent, as was maintained in the pearl fishery, will want to place a Nabab's Sepoy on each diving vessel, regarding which I also find myself obliged to request your Right Honourable's high orders. I enclose herewith the copies of the letters dispatched by me to the Nabab, the Governor of Madras, and to Mr. Buchanan, and I have the honour to be with due respect and fidelity, Right Honourable, High and Mighty Lord, Your Right Honourable's humble and obedient servant, M. Meken Tuticorin, the 6th of October 1788. Colombo To the Right Honourable, Highly Esteemed Lord! Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Council. I have had the honour duly to receive your Right Honourable's separate Government letters of the 14th and 19th of this month, in reply to which I serve to state: that I received several letters from your Right Honourable concerning some differences, in themselves of little or no significance and yet causing much noise, between Captain-Commander van Braam and myself over some supposed deficiency of ceremony on the occasion of my having Captain-Lieutenant Chevret and the Junior Merchant and Overseer of the Galle Korale van de Graaff go aboard the State warship Utrecht to convey a compliment of congratulations in my name on the first day of the year 1786—for which commission, although unrequired and unbinding, and entirely outside the prescribed ceremony for the reception and departure of the State's High Naval Commanders, his Honour nevertheless should have been commissioned or instructed by the Political Council, and thus he was completely dissatisfied with my so well-intentioned attentiveness and courtesy, and lodged entirely groundless complaints thereabout with your Right Honourable—before this vexing matter was fully settled. And as your Right Honourable now demands of me merely an authentic copy of one of these letters, had I had them at hand, I should have been much at a loss as to which of these I ought to have transcribed. I recall that your Right Honourable's pronouncement at that time in this matter was twofold: the one by way of giving advice, and the other, in the event that I did not comply with the first, threatening and clearly declaring that a public judgment would then be pronounced upon it. I therefore request to be informed which of both these letters your Right Honourable actually wishes to have transcribed. All those letters, belonging as they do to incidental circumstances settled at that time—although revived again by the recent case involving Captain van Halm, as I could not imagine any much more favorable consideration for myself in that instance either—have gotten mixed among a great multitude of other papers, among which I have been searching for them in vain for several days; yet I flatter myself that I shall still find them, as I have no recollection of having destroyed them. I shall therefore meanwhile await your Right Honourable's further order regarding this matter.
Dutch transcription
3448 niets had geschreeven Meenende, dat ik nu ook niet langer mogte zuijmen heb ik nog heden aan den Nabab en ook aan den heer Gouverneur camp- bel over deeze zaak geschreeven, en ik heb er ook bijgevoegd een brief aan den heer Buchanan, met verzoek, om een spoedige ordre aan den Landregent tot het houden van de verpachting van de Tjan- koosduijkerij te bezorgen alzo de duijkerij op den 1:' November moet beginnen, en dus de verpachting niet langer uitgesteld blijven kan, maar wijl wegens de hooge jaaren van den Nabab en de ziekten van den jongen regeerenden Nabab de zaaken aan swababs Hof zeer lang¬ zaam behandeld worden herhaal ik mijn verzoek om ordres hoe ik mij gedraagen zal indien en voor den 1=e November geen andwoord komt, 4 of indien men bij het houden van de duijkerij voor reekening van de kompenie en den Nabab blijft per- sisteeren, teweeten: of ik in zulk een geval de duijkerij zal moeten laaten stil staan, dan wel de duijkerij hou„ „den voor reekening van de kompe- nie en den Nabab; voorts verzoeke ik twee ge ik dit „ hem uijke dre door ko zou ting den de en bo stellige bevee„ ik uwelEdele groot Achtb: geval bij de „len, of ik in het laaste duijkerij een kruijstonie zal moeten voegen, zo als te vooren bij de be= „duijking voor kompenies reekening geschied is en of ik zal moeten toestaan dat daarbij op gelijke wei¬ ze zulk een tonie van wege den Nabab assisteere, zo als de Land- regent voorzeker eisschen zal, als sustineerende, dat de Nabab, die taris de helft van de Tjankoos- duijkerij heeft ook geregtigd is tot alle die behoedmiddelen, om zijn intrest te verzekeren, waarvan wij ons bedienen. Het is zelfs vermoedelijk, dat de Landregent„ zo als dit in de paarlvisscherij ge= „sustineerd is, een Nababs Sipai op elke duijktonie zal willen plaatsen waaromtrent ik mij mede verpligt vinde uwelEd: Groot Achtb: hooge beveelen te verzoeken. Ik voege hierbij de afschriften van de brieven door mij aan den Na- bab, den heer Gouverneur van Madras en aan den heer Bu chanan afgevaardigd, en ik heb de eer met verschuldig¬ de 3649 de eerbied en trouwe te zijn. Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer. UwelEdele Groot Achtb: onderd: en gehoorzaame Dienaar. M: Meken Tutukorijn den 6: october 1788 bevee bij moeten be- ning en wei- den Land- die s- is inzijn van fs Cent ge¬ ai mij Ed: te „ van u 1 ƒ dig- als de Kolombo Aan den Wel Edelen Gestrengen Groot Achtbaaren Heer! Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands India, Gouverneur en Dierekteur van het Eijland Cijlon, met dies onder„ „hoorigheeden, Nevens den Raad. Ik heb de eere gehad wel te ontfangen uwel Edele Gestr: Grod Achtb: aparte Regeerings Brieven van den 14. en 19. deezer, op dewelken Jk tot antwoord diene; Dat ik van uwel Edele Gestr: Groot Achtb: weegens eenige op zig zelven wijnig of niets beduijdende, en egter veel gerugt maakende verschil G G „len tusschen den heer kapitain kommandeur van Braam en mij over eenig ondersteld onvoldoend Ceremonieel, bij geleegendheid dat ik zijn wel Edele Gestr: op den eerste dag des Jaars 1786. uijt mijn naam een Compliment van ge„ „luk wensching door den kapitijn Luijtenant Chevret, en door den onderkoopman en opziender der Gale korle van de Graaff aan Boord van 'slands oorlog schip Utrecht liet afleggen, tot welke komissie, schoon onverpligt en onver„ „bonden, en in het geheel tot het bepaald Ceremonieel bij reciptie en afscheid van 'slands Hooge Bevel hebberen ter Wel Edele Gestrenge, Groot Achtbaare, Hoog Gebiedende Heer. sekreet 3450 Zee 6 - „ zee niet behoorende, zijn wel Edele Gestr: egter van den Raad van Polictie hadden moeten gekommitteerd of gelast worden, en dus over mijne zoo welmeenende opmerking en hoffelijkheid geheel onvoldaan was, en daar over bij uwel Edele Gestr: Groot achtb: gantsch ongegrond klagten deed, onderschijdene Brieven ontfangen hebbe eer deeze verdrietige zaak ten vollen afgemaakt was, en uwel Edele Gestr: Groot Achtb: mij nu maar een autentiek afschrift van een deezer Brieven afeijscht, zoude ik re voor handen gehad hebbende, al veel verleegen geweest zijn welke deezer ik zoude laaten afschrijven; Mij geheugd dat de toenmaalige uijtspraak van uwel Edele Gestr: groot Achtb: in deeze zaak tweederlij was, de eene als raad gewen„ „de en de andere, ingevallen Jk aan de eerste niet voldoed, bedrijgende en duijdelijk verklaarende, van er als dan publieke uijtspraak over te zullen doon; Ik verzoek dan te moogen onderrigt worden, welke van bijden deeze brieven uwel Edele Gestr: Groot Achtb: eijgentlijk gelieft afge„ „schreeven te hebben; alle die Brieven, als tot toenmaalige afgedaane toevallige omstandigheeden behoorenden, Schoon weeder bij het laaste geval met den Heer kapitain van Halm verleevendigt, wijl Ik mij daar bij ook al geene veel gunstiger opmerking voor mij konde voorstellen, zijn onder een groote meenigte andere papieren geraakt, waar onder Jk ze zeederd eenige daagen te vergeefs zoeken, dog mij egter vlije, zo nog wel te zullen vinden, wijl mij niet voorstaat, dat Jk ze vernietigd hebbe; Jk zal dan ond „wijl uwel Edele Gestr. Groot Achtb: nader order dien aangaande
English
3451 concerning delay, and request that Your Right Honorable and Highly Esteemed Lordship also be pleased to recall my reasonable petition made already some months ago to be permitted to have the authentic copy of the submitted Report by the commissioners Raket and van Schuller, regarding their commission carried out at Diwitoere in the month of June of this year by order of Your Right Honorable and Highly Esteemed Lordship, in which so great a trust is shown for those Gentlemen, and so little in me, who had already declared to Your Right Honorable and Highly Esteemed Lordship, before the departure of this commission, that I myself would proceed thither with the Engineer Johannes, in order to examine in person with the greatest attention and diligence everything that had been declared and presented in writing by the Land Surveyor Foenander against the contractors of the improvements of that district, and which writing I still, in that case which as far as I know is unsettled, consider necessary both for the public benefit and for my honor and further new interests involved therein, and therefore request it anew; but should this, contrary to my thoughts, be improper, and no authentic copy of that Report can be granted to me, I request to be informed thereof by an ordinary or separate Government Letter, in order to govern myself accordingly. An authentic copy of a Letter written to me by Your Right Honorable and Highly Esteemed Lordship regarding the order given by me to the First Land Surveyor Foenander for the accurate surveying of the small district of Duwitoere, I have the honor hereby to present to Your Right Honorable and Highly Esteemed Lordship, and at the same time to impart with great pleasure that Captain van Halm, a few days before his departure from here, had it proposed to me through Lieutenant Colonel De Raymond, the Honorable Administrator van der Spar, the Honorable Master of the Equipage Abo, and the Honorable Secretary van Albedijhl in a very friendly and obliging manner, to sacrifice the unpleasantnesses that occurred between us to a friendly accommodation and oblivion, and to part as well-meaning friends, in which I, being always ready to maintain peace and quiet with everyone, and to give no one any reason for substantial complaint against me, willingly acquiesced, and thus our good agreement was accomplished in the presence of the three first-named Gentlemen to mutual satisfaction, and even so much to my particular satisfaction, that modesty forbids me to give a more detailed description of it, and I was myself moved by it, as I could not well expect such great satisfaction from a man who, over accidental circumstances insignificant in themselves, seemed a few days before so very prejudiced against me that he even made public complaint about it, for which I then also, by order of Your Right Honorable and Highly Esteemed Lordship, had to justify myself openly. May I be permitted hereby to remark that this friendly agreement between Captain van Halm and me would likely have been reached more easily and earlier, had our differences not been presented openly, by which the estrangement was more likely to increase than diminish; the cordial assurances and friendly treatments of Captain van Halm at and since our friendly agreement bind me to all possible regard for His Honor, and it is for that reason that I take the liberty hereby to propose to Your Right Honorable and Highly Esteemed Lordship to nullify entirely what was dealt with mutually in that respect in the Company's separate letters, and to regard this matter as if it had never occurred; and if this cannot be done, and copies of these papers should also have been sent to the High Indian Government, or are yet to be dispatched thither, that then also a copy of this Letter may be enclosed therewith, or sent after at the first occurring opportunity, so that I on my part practice everything that one may rightly expect from an honest and conscientious heart. Captain van Halm has also assured me that he has given notice of our friendly agreement to Your Right Honorable and Highly Esteemed Lordship, and some [illegible] written to me since by His Honor and [illegible] to Your Right Honorable and Highly Esteemed Lordship in original 3452 [illegible]
Dutch transcription
3451 aangaande verbijden, en verzoeke dat uwel Edele Gestr: Groot Achtb: zig ook gelieve te hevinneken mijne reets voor een eenige maanden gedaane billijke Jnstantie om de authen„ „terk afschrijft te moogen hebben; van het ingediend Rapport door de gekommitteerden Raket en van Schuller, wee„ „gens hunne, op bevel van uwel Edele Gestr: Groot Achtb:, in de Maand Junij deezes Jaars te Diwitoere volbragte kommissie, bij dewelke zig een zoo groot vertrouwen aan„ „duijd voor die Heeren, en zoo wijnig op mij, die uwel„ Edele Gestr: Groot Achtb: , voor het vertrek deezer kom„ „missie, reeds verklaard had mij zelve met den Jngenieure Johannes na derwaards te zullen begeeven, om alles, wat door den Land Meeter Foenander teegen de Aan„ „neemers van de verbeeteringen van dat landschap schriftelijk verklaard en voorgesteld was, in eijge per„ „zoon met de meeste aandagt en oplettendheid op teneemen en welk schriftuur Jk als nog in dat, zoo verre mij bekend is, onaff gedaan geval, zoo door het al gemeen nut, als voor mijne eere en daar bij betrokke verdere nieuw aangeleegendheid noodig agte, en er dus op niem om verzoeke, dog zoo dit, teegen mijne gedagten, oneijgen mogte zijn, en mij van dat Rapport geen autentiek afschrift kan toegestaan worden, zoo verzoek ik daar van bij een gewoone of aparte Regeerings Brief onder„ „rigting te moogen bekoomen, om mij daar na te konnen reguleeren. Een autentiek afschrift van een door uwel Edele Gestr: Groot aan mij geschreeve Brief Weegens den den last den aan den Eersten Land Meeter Toenander tot het nauw„ „keurige opneemen van het Landschapje Duwitoere door mij gegeeve Last heb ik de eere uwel Edele Gestr: Groot Achtb: bij deeze aan tebieden, en teffens met veel genoegen te bedeelen, dat de Heer kapitain van Halm mij eenige daagen voor zijn wel Edele vertrek van hier, door den Luijtenant Collonel De Raijmond, den E: Admini„ „strateur van der spar, den E: Equipagiemeester Abo en door den E: Sekreetaris van Albedijhl op eene zier vriendelijke en verpligtende wijze heeft laaten voor„ „stellen om de tusschen ons gepasseerde onaangenaam hee„ „den aan eene Vriendelijke inschikking en vergetelheid op te offeren, en als welmeenende Vrienden te schijden, waar in ik, als altoos berijd om rust en vreede met een ieder te bewaaren, en niemand eenige reeden van weezend „lijk beklag teegen mij te geeven, dan ook gaarne berist hebbe, en dus onze goede overeenkomst in teegenwoordig „heid der drie eerstgenoemde Heeren tot weeder zijds ge„ „noegen, en zelfs zoo zeer tot mijne bijzondere satis„ „faktie volbragt is, dat de zeedigheijd mij verbied en eene omstandiger beschrijving van te doen, en ik er zelve over aangedaan was, als eene zoo groote voldoening niet wel konnende verwagten van een Man, die over op zig zelve niets beduijdende toevallige omstandigheeden wijnige daagen te vooren zoo zeer teegen mij ingenoomen scheen„ over dat er zelfs publick beklag overdead, waar over ik mij dan ook, op bevel van uwel Edele Gestr: Groot Achtb:, opentlijk heb moeten verandwoorden. Het zij mij geoor„ lofd „lofd bij deeze aantemerken, dat deeze vriendelijke over„ „eenkomst tusschen den Heer Kapitain van Halm en mij waarschijnelijk ligter en wel vroeger zoude gevonden zijn, zoo onze verschillen niet opentlijk waaren voorgesteld geweest, waar door de verwijdering eer konde toe dan afneemen; de hartelijke betuijgingen en vriendelijke bejeegeningen van den Heere kapiteijn van Halm bij en zeedert onze vriendelijke over„ „eenkomst; verbinden wij tot alle moogelijke opzigt Voor zijn wel Edele Gestr:, en het is om die reeden dat ik de vrijheid noeme uwel Edele Gestr: Groot Agtb: bij deeze voorstellen om het ten dien opzigte over en weeder bij 'skomp:s aparte brieven verhandelde geheel te ver„ „nietigen, en deeze zaak aan temerken als of te nimmer voorgevallen was; en indien dit niet geschieden kan, en van deeze papieren ook afschriften aan de Hooge Jndia„ „sche Regeering mogten gezonden zijn, of nog derwaards geschikt worden, als dan ook meede een afschrift van deeze Brief daar bij mag gevoegd, dan wel bij eerst„ „voorkoomende geleegendheid na gezonden worden, op dat Jk van mijne zijde betragte alles, wat men van een eerlijk en gemoedelijk hart met regt verwagten mag= De Heer kapitain van Halm heeft mij ook betuijgd uwel Edele Gestr: Groot Achtb: kennis van onze vriendelijke overeenkomst te hebben gegeeven, en eenige van zijn wel Edele Gestr: aan mij zederd geschreeven en uwel Edele Gestr: Groot Achtb: in origineele 3452 toe ge ge s # chtb: geoor„ tege
English
dispatched letters have certainly also fully confirmed this. To Your Right Honorable, Right Worshipful separate Government Letter of the 19th of this month, mentioned in the heading of this, I know not how to answer other than that I acted fully in communication with Captain van Halm regarding the French Royal Frigate mentioned in our ordinary letter of the 17th of this month, as will have sufficiently appeared from a letter written to me by the said Captain, and sent to Your Right Honorable, Right Worshipful in the original; That also on that day the wind, remaining south of west, and a high sea and heavy swells continuing in the bay here, thereby prevented the piloting out both of the national Frigate and of the four transport ships, and we therefore, with the French war Frigate coming sailing up this Bay with a favorable opportunity, could not well have detained it until the transport ships were first piloted outside, even had we at that time been informed of the signal of the blue flag at the foretop, and had the said Frigate made closer and thus better recognized signals to have a pilot while sailing past this Bay; the national Frigate and the transport ships also having sailed out only the following day, and the French Frigate having very quickly passed out of sight of our flag watch to the S.E. of this city the day before, while the dispatched vessel sent to hail it, owing to the high sea and strong wind, was unable to overtake the same, but returned back again in the afternoon. I have the honor to be with all sentiments of high esteem, [below was written:] Right Honorable, Respected, Right Worshipful, High Commanding Lord! Your Right Honorable, Respected, Right Worshipful's humble Servant. [was signed:] C: D: Kraaijenhoff [in the margin:] Galle the 22nd October 1788. Agrees. Lijbrands Clerk Colombo To the Right Honorable, Right Worshipful, High Commanding Lord, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the island of Ceylon and the coast of Madura, etc., etc., etc., alongside the Council. Right Honorable, Right Worshipful, High Commanding Lord, On the 9th of this month the envoy of Tirunelveli present here brought me a letter from the Land Regent, whereby, although in an intricate manner, he consented to the leasing of the chank diving, but orally the envoy said that he had orders to conform to whatever I might think fit to do regarding the chank diving. The leasing was thereupon fixed for the 11th of this month and publications thereof were made immediately, and today the leasing took place in the presence of the Tirunelveli Envoy according to the conditions which I offered to Your Right Honorable, Right Worshipful with my letter of the 3rd of September, and the lease was struck for 2500 pagodas to both Paritia Johannes Waas, no stranger having come to the auction. The letter of the land regent, of which a copy is attached hereto, is dated the 1st of this month, and the Envoy of Tirunelveli gave an entirely mendacious account of the cause that had kept this letter back somewhat longer than usual, not reflecting that he himself had come to announce to me on the 5th of this month, in the name of the land regent, that he would not consent to the leasing of the chank diving, but could only allow that the diving take place for the account of the Company and the Nawab, while this letter, dated five days earlier, contained an assent to the leasing. But through the clerk of the Envoy, it has come to my knowledge that the regent had backdated his letter intentionally, to cover up his opposition to the leasing, because, although otherwise very bold, he was this time somewhat worried about the displeasure of the Nawab, and had therefore strongly recommended to the envoy to see to it that I did not write to the Nawab; but my letter to the Nawab had already gone out on the 6th. I have the honor to be with all respect and fidelity, [below was written:] Right Honorable, Right Worshipful, High Commanding Lord, Your Right Honorable, Right Worshipful's humble and faithful Servant [was signed:] M: Mekern [in the margin:] Tuticorin the 11th October 1788. Agrees. Sijbrands Clerk Ceylon. To the Honorable Lord Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Island and its dependencies. Honorable, Valiant, Gallant, Wise, Prudent, Most Discreet Lord. This serves solely to accompany the annexed packet to their Excellencies the High Indian Government, with the request to forward the same with the first opportunity, while after friendly greetings I remain, [below was written:] Honorable, Valiant, Gallant, Wise, Prudent, Most Discreet Lord, Your Honor's ready friend and Servant [was signed:] J: G: van Angelbeek [in the margin:] Cochin the 9th September Anno 1788. Agrees. Sijbrands Clerk
Dutch transcription
toegeschikte Brieven hebben dit zaeker meede volkome dever„ „tigd op uwel Edele Gestr: Groot Achtb: in den hoofde deeses ver„ „melde aparte Regeerings Brief van den 19. deezer, weet Jk niet anders te andwoorden als dat ik volkoomen met den Heer Kapitain van Halm weegens het bij onzer gewoone brief van den 17. deezer vermeld Fransch Koning„ Fregat kommunikatief bon te werk gegaan, gelijk uijt een door gem: Heer kapitain aan mij geschreeve, en uwel Edele Gestr: Groot Achtb: in origineel toegeschikte brief genoogzaam zal gebleeken zijn; Dat ook op die dag de wind nog al bezuijder het westen blijvende, en eene hooge zee en swaare duijningen in de Baaij alhier aan houdenden, daar door het uijtlootsen zoo van 'slands Fregat als van de vier Transport scheepen verhinderd wierd, en wij dus het fransche oorlogs Fregat met eene voordeelige geleegend heid deeze Baaij komende op zijlen niet wel zouden hebben konnen ophouden, tot dat eerst de transport scheepen waaren buijten gelootst, zoo wij van het teeken van de blaauwe vlag aan de voortap als doen waaren onderrigt geweest, en gem: Fregat„ nader en dus beeter erkende seijner om een Loots te hebben in het voorbij zijlen deezer Baaij gedaan had; zijnde ook slands Fregat en de transport schelpen eerst der volgenden dag uijtgezijld, en het Fransche Feregat al heel spoedig in het Z: O: van deeze stad den dag te vooren uijt het gezigt van onze vlaggewag ter geraakt, terwijl de afgezondene verpraaij toried door de hooge Ze en 3453. en sterke wind het zelve niet heeft konnen inhaalen, E maar in de nademiddag weeder te rug gekeerd is. Jk hebde eere met alle gevoelens van hoog agting te zijn. /:onderstond:/ Wel Edele, Gestrenge, Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer! uwel Edele Gestr: Groot ƒ G E Achtb: onderdanige Dienaar. /:was geteekend:/ C: D: Tale den 22. 8ber: 1788: Kraaijenhoff /:in margine:/ Akkordeert Lijbrands WGijklerk beves„ ver„ h land rd 3454 Kolombo Aan den Wel Edelen Groot Agtbaaren Hoog geb: Heer. Willem Jacob van de Graaff, Raad ordinaijr van nederlandsch Indien Gouverneur en direkteur van 't eijland Ceijlon en de kust Madure Etl: EtC=r Et: Nevens den Raad. Wel Edele Groot Agtbaare hoog Gebiedende Heer Den 9. ' deezer bragt mij de alhier zijnde zendeling van Tirnevelli een brief van den Landregent waar bij hij schoon op een ingewikkelde wijze bewilligde in de verpagting van de sjankoos duijkerij maanmondeling zeide de zendeling dat hij last had om zig te schikken na al 't geen ik omtrent de Sjankoosduijkerij mochte goedvinden, te doen, nieuge de verpachting wierd hierop, op meun bepaald op den 11. ' deezer en daar van ogenblikkelijk pu„ blikatien pliblikatien gedaan en heeden is de verpachting ten bijweezen van den Tirnevellische Zendeling geschiedt volgens de kondietsien die ik z wel„ Edele Groot agtb: bij mijn brief van den 3. ' heb september t aangebooden en de pagt is ge„ meijnd voor 2500. pagooden Beijden Paritia Iohannes Waas, zijnde beij de verpachting geen enkelde vreemdeling gekoomen. De brief van den landregent waar van een kopij hierneevens gaat, is gedateerd 1. deezer, en de Zendeling van Tirnevelli deed een geheel leugenachtig verhaal van de oorzaak die dee„ „zen brief wat langer dan gewoonelijk had doen agter weege blijven, niet naadenkende, dat hij zelve op den 5. deezer mij was ko„ „men aankondigen, uit naam van den landregent, dat hij in de verpachting van de sjankoos duikerij niet zoude bewilligen, maar alleen konde toestaen, dat de duij„ kerij geschiede voor reek: van de komp:e en de Nabab, terwijl deeze brief vijf dagen vroeger gedagtekend behelsde eene toestem„ ming tot de verpachting, maar door den Schrijver nat schrijver van den Zendeling, is mij terkennis gekoo„ „men dat de regent sijn brief met voordagt gean„ „tidateerd had, om te bedekken zijne tegenstreving teegen de verpagting, wijl hij schoon anders zeer stout, dog ditmael wat bekommerd was voor 't mis„ „voegen van den Nabab, en den zendeling daar om sterk aanbevoolen had, om te maaken dat ik niet aan den Nabab Schreef, maar mijn brief aan den Nabab was reets den 6. afge„ gaan Ik heb de eer met alle eerbied en trouwe te zijn /:onderstond:) Wel Edele Groot agtb: hoog Ge„ biedende Heer, uwer wel Edele Groot agtb: onderdaenige en getrouwe Dienaar /:was geteekend /M: Mekern /:in margiene:/ Tutukorijn den 11. 8ber: 1788. Accordeert. Sijbrands HEgeerk chting ling wel„ rief op uij en n „ den 3455 3656 Ceilon. Aan den Edelen heer Willem Iacob van de Graaff„ Raad Extra ordinair van nederlands Indica mitsgader Gouverneur en Directeur van het Eijland en deszelfs onderhoorig„ „heeden. Edelen Erntfesten Manhaf„ „ten wijzen voorzienigen zeer Diskreten heer. Deeze diend alleen ten geleide van het ne„ vens gaend pakket aan hunne hoogedel„ „heeden de hooge indische reegeering, met verzoek het zelve met de eerste geleegenheid tewillen voortzenden terwijl ik na vrien„ delijk groete blijven /:onderstond:/ Edelen. Kolembo te. Erntf: Erntf: Manhaften wijzen voorzienigen zeer Duiskreeten hoer Uwer Wel Edele Dienstwillige vriend en Dienaar /:was geteekend:/ F: P: van Angelbeek /:inmargiene:/ koetsiem den 9.:' September A:o 1788. Sijbrands H lealer Accordeert. 188. „ be daarbij brief a
English
3659 Colombo known to have served in the aforementioned Regiment, together with a letter submitted by the aforementioned sergeant and sixteen privates addressed to him, in which they earnestly request to be accepted into the service of the Honorable Company. To the Right Honorable, Valiant, and Highly Respected Lord, Willem Jakob van de Graaff, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies. The deserters from the Regiment of Luxemburg left behind here, consisting of a sergeant, a surgeon, and sixteen privates, have finally appeared one after another. At the request of Captain De L'Egrevisse of the aforementioned Regiment, who remained behind here on leave and is authorized thereto by Lieutenant Colonel De Raymond, these people are kept in custody in the main guardhouse here. The aforementioned Captain has written a letter to me concerning these men, and at my request has attached a roll of names of the said deserters, indicating their age, birthplace, trade, and the time they are known to have served in the aforementioned Regiment. In the aforementioned letter from Captain De L'Egrevisse, which I have the honor to present herewith to Your Right Honorable, Valiant, and Highly Respected Lordship in the original together with the abovementioned pertinent papers, he gives an account of the surrender of the said deserters, and that they have been brought into custody at the main guardhouse; requesting me to consult with Your Right Honorable, Valiant, and Highly Respected Lordship about these people, in order to learn your esteemed pleasure in this regard. He states that he questioned them and understood from them that while they have some complaints against the treatment by the Major-General of the aforementioned Regiment, the principal reason for their remaining behind is that they gladly wish to remain in this country in the service of the Honorable Company, either with the national Battalion or as workmen. Furthermore, they declared that they spent the entire time of their absence in the forest without having hidden or stayed with anyone, whoever it might be. He further requests to obtain a speedy decision regarding the fate of these people, as he is unable to provide them with the necessary supply of clothing and other necessities. They are all healthy, strong, and good-looking men who are very well suited to Military Service and seem very inclined thereto, there being among them also some who would gladly enlist here under the artillery. The aforementioned Captain De L'Egrevisse also requests in the said letter that he may be reimbursed by the Honorable Company for an amount of 32 rixdollars, which he says he paid for the daily feed of the livestock intended for the sustenance of the officers of the Regiment of Luxemburg during the voyage; which provision was consumed from the 12th to the 18th of this month, during which time the ships could not depart, and thus had to be replenished by others, since the three thousand rixdollars granted by the Honorable Company for the officers' table had already been spent and expended. And as this was an unforeseen expense, he hopes that the Government will have the same reimbursed to him and thus indemnify him. Awaiting Your Right Honorable, Valiant, and Highly Respected Lordship's esteemed pleasure on the foregoing, I have the honor to be, with all sentiments of high esteem, Right Honorable, Valiant, Highly Respected, and High-Commanding Lord, Your Right Honorable, Valiant, and Highly Respected Lordship's humble Servant, Signed, C. D. Kraijenhoff. In the margin: Galle, 24 October 1788. Agrees: Lijbrands, Clerk. 3459 Colombo To the Right Honorable, Valiant, and Highly Respected Lord, Willem Jacob van De Graaff, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies. Right Honorable, Valiant, Highly Respected, and High-Commanding Lord, By my separate letter of 8 September of last year, I had the honor to inform Your Right Honorable, Valiant, and Highly Respected Lordship that the gunpowder required for blasting cliff rocks for the fortifications, and also to avoid storing everything in one place at the same time, had to be removed from the then powder magazine and transferred to another suitable storage place; that it should be stored in the barracks at the Point de Star, these barracks having been deemed most suitable for that purpose by Captain-Lieutenant and Commander of the Artillery Chevaet and the Engineer Johannes; and that with the approval of Your Right Honorable, Valiant, and Highly Respected Lordship, I would have the said barracks prepared for that purpose and have the aforementioned gunpowder transported thither, that
Dutch transcription
3659 Kolombo: # Regiment gediened heb„ bekend „ben, staanen teffens daarbij overgelegt een brief van voorm: Aan Den Wel Edelen Gestrengen Groot Achtbaaren Heer! Willem Jakob van de Graaff. Raad ordinair van Nederlands Jndia, Gouverneur en Direkteur van het Eijland Cijlon met dies onder hoo„ „righeeden. De hier agter gebleeve deserteurs van het regiment van Luxem„ „burg bestaande in een zergeant een Chirugijn en sestien gemeenen, zijn eijndelijk de een na den ander voor den dag gekoomen, en deeze lieden zijn op verzoek van den al hier niet verlof agter gebleeve kapitein van gem: Regiment De L„' Eg revisse, als daartoe door den Luijtenant Collonel De Raijmond gemagtigd is, in de hoofdwagt alhier bewaard en gem: Kapitain heeft aangaande deeze manschappen aan mij een brief geschreeven, en op mijn verzoek daarbij G: gevoegd een Naam lijst van gem: deserteurs, waar bij hun ouderdom geboorte plaats, ambagt, en de tijd dat ze bij voormt zergeant en sestien gemeenen aan hem gerigt, waar bij ze hartelijk verzoeken, in dienst der Ed: Komp: te moogen worden aangenoomen: Bij voorm: brief van der kapitein De L' Egrevisse, die ik de eere hebbe uwel Edele Gestr: groot ged: Achtb: met de hier vooren ged: daartoe behoorende papieren in origineel bij deeze aantebieden, doed derzelven verslag van de opdraaging van gem: Deserteurs, en dat ze aan Groot: Achtb: Wel Edele Gestrenge Hoog Gebiedende Heer. Sekreet 3457 de ae ƒ de Hoofdwagt in bewaaring gebragt zijn; met verzoek aan mij uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: over deeze lieden te willen onderhouden, ten eijnde hoogst desselfs be haar dien aangaande te moogen verneemen. Hij zegd dezelven te hebben ondervraagd, en van hun verstaan te hebben dat ze van de wel eenige klagten teegens de behandeling Etal -Majoor van voorsz: Regiment in te brengen hebben, dog dat de voornaamste reeden, van hun agter uijtblijven is, dat ze gaan „ne in het Landsen in den dienst van D Ed: komp: wilden blijven, het zij bij het nationaale Bataljon, dan wel als werklieden; Dat ze voorts verklaard hebben, de geheele tijd van hunne afweezendheid in het bosch te hebben door gebragt, zonder bij iemand, wie het ook zijn mogte, zig te hebben verschoolen of opgehouden, versoekende wijders een spoedige uijtspraak over het tot deezer menschen te moogen erlangen, als buijten staat zijnde hun de noode „ge toerijking van kleeding als anderzints te konnen be„ ende „zorgen; het zijn allen wel uijtziende, sterke en gezonde Mannen, die zig zeer wel tot den Militairen Dienst schikken, en daartoe zeer geneegen schijnen, zijnde onder hun ook eenigen die gaarne onder de artellerie alhier willen dienst neemen. Nog verzoekt gem: Capitein De L' Egrevisse bij even ged=te brief, dat aan hem door de Ed: komp: mooge ver„ „goed worden een bedraagen van 32. rd=s die hij zegt betaald te hebben voor het daaglijks voedzel der beesten, behoorende tot het onderhoud der officieren van het Re„ „giment van Lutenburg op de reijze, welke verstrekking van 3459 3458 van den 12. tot den 18. deezer geduurende welke tijd de scheepen niet hebben kunnen vertrekken, verkonsu„ „meerd is, en dus door ander weeder heeft moeten ver„ „vuld worden, als zijnde de door de Ed: komp: vergunde drie duijsend ud=s voor de Tafel der officieren reets be„ „steed en uijtgegeeven; En dit een uijtgave is, die niet te voorzien was, hoopende dus, dat het Gouverne„ „naent hem dezelve zal laaten restitueeren en dus scha„ „deloos stellen. uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: g'eerd welbehaagen op het voorenstaande verbijdende, heb ik de eere met alle gevoelens van hoog agting te zijn. /:onderstond:/ Wel Edele Gestrenge Groot Acht„ „haare Hoog Gebiedende Heer, uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: onderdanigen Dienaar /:was geteekend:/ C: D: Kraijenhoft /:in margine:/ Gale der 24. oktober 1788. — Akkordeert Lijbrands Weiklerk erzoek lieden behaag zel ze de gaan de zig de in ie n g ver„ ten Re„ trekking dat 3459 Kolombo Aan Den Wel Ed: Gestrengen Groot achtb: Heer. Willem Jacob van De Graaff„ Raad ordinaijr van Nederlands India Gouverneur en Direkteur van 't Eijland Ceijlon met dies onderhoorigheeden Wel Edele gestr: groot agtb: hoog ged: heer. Bij mijne Aparte brief van den 8. ' 7ber: A:o pass:o heb ik de eere gehad, uwel Ed: Gestr: Groot agtb: tebedeelen, dat 't buskruijt, dat noodzaakelijk om 't doen springen van klifsteenen voor de vestingwerken, en ook om niet alles op een plaats tegelijk te bergen, uit 't toenmaali„ „ge kruijtmagazijn moest genoomen en in een ander bekwaame bergplaats overgebragt worden in kasern aen de punt de star diende geborgen teworden, zijnde deeze kasern daer toe door den kapit: Luijt: en komman„ dant van de Artillerij Chevaet en den Ingesiaur Iohannes 't bekwaamst, geoordeeld; en dat ik met believen van uwel Ed: Gestr: Gr: agtb: gem: kassern daar toe in staat zoude laaten brengen, en voorm: buskruijt daer in laeten transporteeren, dat
English
which indeed also actually took place in the month of July of last year. However, the said Captain Lieutenant Chevret has recently presented to me in a petition, which I hereby submit in copy to your Right Honourable and highly esteemed Sir, showing that the powder would largely spoil if it were kept any longer in the aforementioned barracks at the Point De Ster, since from the aforementioned month of July until the middle of this past month it has noticeably lost its strength and value, it having been found upon testing that it discharged 10 feet in height less than when it was stored in the said barracks, requesting me to please have the said gunpowder moved back from the aforementioned barracks into the old powder magazine, so that it will not become completely spoiled and lost. I considered myself obliged to consent to this proposal of the said commander of the artillery, and in consequence thereof all the gunpowder has now indeed been transferred back into the old powder magazine, and the barracks at the Point De Ster, after having been cleansed and made clean, were handed over to the artillerymen for their lodging, and that of the artillerymen to the detachment of the Regiment De Meuron stationed here in garrison. I trust that this will meet with your Right Honourable and highly esteemed Sir's high approval, and I have the honour to be, with all sentiments of high esteem, Your Right Honourable, highly esteemed and high commanding Sir, Your Right Honourable and highly esteemed Sir's humble servant, was signed C. D. Kraijenhoff, in the margin Gale the 2nd of September 1788. Agrees, Sijbrands, WEijkler. To the Right Honourable and Highly Esteemed Sir Willem Jacob van de Graaf, Ordinary Councillor of the Dutch East Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its Dependencies at Colombo. Right Honourable, Highly Esteemed and High Commanding Sir, This morning I had the honour to receive your Right Honourable and highly esteemed Sir's separate government letter of the 1st of this current month, with an original declaration or document of justification or clarification enclosed therein from the dismissed Captain D'Elmillac of the Regiment of Luxemburg, in reply to which I herewith state that I am very well aware that both in announcing the dismissal of the said captain upon receiving your Right Honourable and highly esteemed Sir's order via his highest government letter of the 26th of July of the past year, as well as in other more and less delicate matters entrusted to my conduct for execution in this my subordinate government post, I have conducted myself with all circumspection, precautions, and modesty; and thus also to the said former Captain D'Elmillac on the 28th of July of the past year, when I announced to him the verdict of your Right Honourable and highly esteemed Sir and of the Council at Colombo before his then present departure, I presented nothing other than what was proper and fitting. I thus very much doubt whether in this government any reasonable person, to whom my customary actions and way of thinking are even superficially known, will be found who would suspect me of such indiscreet thoughtlessness as that with which the said former captain, in his aforementioned document of justification or clarification, seemingly intends to tarnish me, which is certainly a great thoughtlessness on his own part. For this reason, immediately upon receipt of your Right Honourable and highly esteemed Sir's aforementioned separate government letter, I sent Secretary Van Albedijl to him, instructing him to interview the said D'Elmillac regarding his declaration concerning me in the aforementioned declaration, and to ask him what I had actually said to him upon the announcement of his dismissal, and to report to me the answer received from him thereon. Following this, the said secretary handed over to me a written declaration by the said D'Elmillac, which I have the honour to present herewith in original to your Right Honourable and highly esteemed Sir. It states that on the 28th of July 1787 I had him, the dismissed captain, called to me, and that I then announced to him that the government at Colombo—because he had written to them with far too much boldness, had insulted Mr. De Raymond, and had sought to dishonour Mr. Des Rocques—dismissed him from his character as captain of the Regiment of Luxemburg, and that his allowances ceased from the moment this announcement was made, and that he would be sent back to Europe. Furthermore, that it would cause him, D'Elmillac, great regret if the government at Colombo thought it was a thoughtlessness to have mentioned my name in his aforementioned document, since it is entirely improper to condemn someone without reasons, however slight the indiscretions alleged against him may be, and it is certain that these should first be presented to him; and that he considers me too prudent to have announced anything else to him than that which was ordered to me by the government; and that he likewise also
Dutch transcription
dat dan ook werkelijk in de maendgulij I:o L: geschiet is; Edog gem: kap:t Lui:t Chevret heeft mij nu kortelings bij een addres dat ik uwel Ed: Gestr: Groot agtb: bij deeze in afschrift aenbiede, vertoond, dat 't kruijt grootelings zou„ te bederven indien 't langer in voorm: kasern aen de punt de star bewaard wierd, alzoo 't zelve van de voorm: Maand Julij tot medie Hee¬ I:L: merkelijk van zijn kragt en waarde verlooren heeft, zijnde bij 't probeeren van dien, bevonden, dat 't 10. voeten Hoogte minder geslageheeft; dan toen 't in gem: kasern geborgen wierde, mij verzoekende om tog weerder in gem kruit uit voormeld kasserin 't oude kruitmage zijn te laaten overbrengen, op dat 't niet ten heelemaale en verlooren bedorven onverloopen raakt. Ik heb mij verpligt geagt in dit voorstel van gem: komm: van de artillerij temoeten bewilligen, en ingevolg van dien, is nu al 't buskruit ook werkelijk weeder in 't oude kruijtmagazijn overge„ bragt, en de kassern aen de punt Destar nadat dezelve gezuijverd en schoon gemaekt is, aen de artille risten tot hun verblijf, en dat der artille risten aan t alhier in guarnizoen leggende Detactemen van 't regiement van Meuron afgegeevenljk= vertrouwe dat dit uwel Ed: Gestr: groot agtb: Hoog goedkeuring 3460 goedkeuring zal Erlangen, en febde eere met alle Hoog gevoelens van hoog agting te zijn /:onderstond:/ welEd: Gestr: Groot achtbaare Hoog gebidende Heer Uwel Ed: Gestr: ƒ Gr: agtb: onderdaanigen dienaer /:was geteekend:/ C: D: Kraijenhoff, /:in margiene:/ Gale den 2. ' 7ber: 1788- Accordeert Sijbrands WEijkler zo die n dat 8ber: # aga„ aale in dit temoeten erge¬ t en lle Hoof 29 3461 Aan den Wel Edelen Gestrengen Groot agtb: Heer. Willem Jacob van de Graaf Raad ordinair van Nederlands jndia Gouverneur en dirk„ „teur van 't Eijland Ceijlon met Dies onderhoorigheeden Kolombo. Wel Edele Gestrenge Groot agt„ „baare Hoog gebiedende Heer Heeden morgen had Ik de eere te ontvangen uwel Ed: Gestr: Groot agtb: apparte regeerings brief van den maij ten 1=en deezer, met een daar bij aan bij toegeschikte origieneel Deklaratoir of schriftier van verand„ woording of opheldering van den gedestueerden kapit: D' Elmillac van 't regiement van Luxenburg, waar op bij deezen in antw: diene, dat ik zeer wel bewust ben, mij zoo wel bij 't verklaaren der Destitutie van gem: kap:t op 't ontfangen van uwel Ed: Gestr: Groot agtb: order, bij hoogst Desselfs regeerings brief van den 26. ' Iulij, der laast gepasseerde Iaars, als bij andere meer en minder delicaate, en mijn belijd ter uitvoering in deeze mijne ondergeschikte Regeerings Regeerings post aanvertroude aangeledgerodt heeden, met alle onzigtigheijd voorzorgen en bescheijdentheid te hebben gedraagen, en dus ook gemelden geweezene kapp:t DElrullac op den 28. ' Iulij A:o p:o, wanneer ik hem de uitspraak van uw wel Ed: Gestr: Groot agtb: en van den raad te koplombo voor zijn toenmae „ge lige al aankondigde, niet dan 't voegelijke en be„ „taemelijke heb voor gehoouden, en dus zeer twijffel of in dit gouvernement wel eenig bescheijde Mensch bij wien mijne gewoone handelingen en wijze van derken zelvs maar oppervlakkig bekend zijn, zal gevon„ den worden, die mij van zodaanige onbescheijdene onbedagtzaamheijd zal willen verdenken, als die is waar meede gem: geweeze kap:t mij bij zijn hier of pheldering. voormeld schriftuur van verandwoording (welschijnt te willen bekladden, en zeekere eene groote onbe„ dagtzaamheid van hem zelve is, waar om ik dan ook daadelijk bij den ontvangst van uwel Ed: Gestr Gr: agtb: booven gem: apparte regeerings brief van den Sekretaris van Albedijkl bij hem gezonden, en hem opgedraagen hebbe om gem: D'Elmillac over zijne verklaaring ten mijnen opzigte bij voorsz: Deklarat oij te onderhouden, en hem aftevraagen wat jk eijge „lijk aan Hem bij het verklaaren zijner Distitutie zoude 3462 zoude gezegd hebben in mij varet daar op te ontfangene antwoord verslag te doen, waar na mij door gem: sekre„ taris overgegeeven is eene Schrijftelijke verklaering van gem: D'ElmillaC:, die ik de Eere hebbe uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: bij deeze in orgieneel aantebieden, en hou„ dende dezelve dat ik hem gedestitueerd kapit: op den 28. Iulij 1787 bij mij lied roepen, en hem als doen aenkondigt hebbe dat de reguering te kolombo hem¬ wijl hij met al teveel stoutheijd aen de zelve geschree „ven den heer De Raijmond geinsutteerd en gezogt had„ den heer Des Rocqurs te Des honoreeren, Destitueerde van ^ als kaptijn sig het regiment van Sixemburg zijn karakter, en zijne appoinktementen van 't oogenblik dat dede aankondiging geschiede, weeder ophielden, en hij na 6 Europa zoude terug gezonden worden, voorts, dat 't hem D' Elmillac seer leed zoude doen, indien de regeering te kolombo dagh dat 't eene onbedagtzaamheijd is Mij in naam in zijn bovengem: schriftuur te hebben vermed„ terwijl 't geheel oneijgen is iemand zonder reeden te veroordeelen, hoe gering ook de onvoorzigtigheeden moo„ „gen zijn die men ten zijnen lasten voorsteld en 't zeeker is dat men hem die eerst diend voortehou „den, in Mij te voorzigtig agt om hem iets anders aengekondigd te hebben, dan 't geene Mij door de regeering belast was, Dat 't hem insgelijkijs ook meer a ffeld e schijnt :Ge str dan hem e zijn ratoij eijgen titutie
English
would also cause me sorrow if I thought that he had committed an indiscretion, or that he had wanted to cover himself with my name in order to undertake a move of whatever nature to my detriment, even if he could thereby have gained his advantage. Because I can no longer recall precisely with which words on the said day, at the declaration of the dismissal, I announced your Right Honorable Sir's honored order to the aforementioned Captain D:Elmillac, I also find myself unable to give an exact verbatim account of it herewith; yet I flatter myself that I observed this with all modest caution, and I request your Right Honorable Sir also to be assured that in executing his highest order in this matter I undertook nor said anything other than what duty and attentiveness demanded of me, and that I would never presume under such circumstances to interpret his highest orders, and thus much less to contradict them, and know all too well my owed attentiveness than to add anything of my own to the said orders, or to detract from them; with which declaration and testimony regarding the aforementioned former captain I flatter myself that your Right Honorable Sir will be well satisfied, in which confidence I also rest; and I have the honor to be, with all sentiments of high esteem, below: Right Honorable Sir, High Commanding Lord, your Right Honorable Sir's humble servant, was signed: C: D: Kraijenhoff, in the margin: Gale, the 3. 7ber: 1780., lower: P: S: I further add to this the declaration of the former Captain D: Elmillac sent to me. Agrees. W. Eijklerk Sijbrands 3465 Kolombo To the Right Honorable Sir, Willem Jakob van De Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceilon, with its dependencies, alongside the Secret Council. The remainder of the gunpowder on hand here amounted at the end of October last to 91020 1/8. pounds, of which we dutifully inform your Right Honorable Sir herewith, and further have the honor to be, with all sentiments of high esteem, below: Right Honorable, High Commanding Lord! Your Right Honorable Sir's humble servants, was signed: C: D: Kraijenhoff, A: C: Lever, J: Cherret, in the margin: Gale, the 11. November 1788. Right Honorable, High Commanding Lord! secret 3464 Agrees. Sijbrands H. Eijklerk 3465 Kolombo To the Right Honorable Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceijlon with its dependencies; alongside the Council. Right Honorable Sir and Gentlemen. We take the liberty most humbly to report to your Right Honorable Sirs that our remainder of gunpowder in the cellars here, at the end of the last passed month of October, amounted to 86. 479 lb; and have the honor to be, with deep respect, below: Right Honorable Sir and Gentlemen, your Right Honorable Sirs' humble and obedient servants, was signed: P: F: van Senden, D: C: van Drieberg, I: G: Tornbauer, A: P: Lever, and J: P: Stubbe, in the margin: Trinkonomale, the 5. 8ber: 1788. Agrees — Sijbrands H. Eijklerk Kolombo. To the Right Honorable Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Cijlon, with its dependencies, alongside the Council. Right Honorable, High Commanding Lord! We have the honor herewith to present to your Right Honorable Sir a report submitted by the Captain-Lieutenant and Engineer Johannes concerning the fortification works of Gale worked on during the past fiscal year, as they actually stood at the beginning of the month of September 1787, and what has been altered and improved on them since then. Attached to the said report are, as annexes: A plan marked: No 1, showing a part of this fortress as it stood in the month of 7ber of the past year. A plan marked: No 2, indicating the aforementioned part of this fortress as it was at the end of August last, also showing all improvements made during the last passed fiscal year on the sea side of this fortress, with a profile of the cross-sections of the two newly constructed batteries, one between the demi-bastion Neptune and the demi-bastion Triton of 15 pieces of cannon, and one between the aforementioned demi-bastion Triton and the Vlaggeklip, of 13 pieces.
Dutch transcription
ook leed zoude doen. indien Ik dacht dat hij eene had , of dat Hij zig met mijn onbezortenheijd begaan naam had willen dekeen, om eene demarche van wat natuur ook inmijn nadeel te bestaan, zelvs wanneer hij ook daar door zijn voordeel zoude kan„ „tien behaalen. Wijl ik mij nu Juijst niet meer kante binnen brengen met welke woorden ik ten gem: dage bij 't verklaaren der destitutie aangedagte kapit: D:Elmillak uwel Ed: Gestr: Groot agtb: geeerde order heb aen ge„ kondigt, zoo vinde ik mij ook niet instaat daer van bij deezen een juijst woordelijk verslag te doen dog ik olije mij dat met alle bescheijdene voor„ zigtigheid te betragt te hebben en verzoeke uwel Ed: Gestr: Gr: agtb: zig ook wel te willen verzeekend hou„ den dat ik bij 't volbrengen van Hoogst Desselfs bevel in deeze niets bestaan nog gezegd hebbe dan 't geen pligt en opmerking van mij vorderden, en jk mij nimmer zoude onderstaan om hoog desselfs bevee„ „len bij zodaanige omstandigheeden uittelegger en dus veel minder teegen te spreeken en al te wel mij„ „ne verschuldigde opmerking te kennen, om iets uit mij zelve bij gem: beveelen tevoegen, of daar van te vermin„ deren, met welke verklaaring en betuiging van gem geweeze 3663 geweese kapit: Jk mij vlijen dat uwel Ed: Geste: Groot Achtb: wel zal voldaan zijn, in welk vertrouwen ik dat ook beruste: en de eere hebbe met alle gevoelenis van hoog agting te zijn /:onderstond:/ wel Ed: Gestr: Groot achtb: Hoog gebiedende Heer uwelEd: Gestr: Groot agtb: onderdaanigen dienaar /:was geteekend:/ C: D: Kraij„ „enhoff /:in margiene:/ Tale den 3. ' 7ber: 1780. /:lager/ P: S: Ik voege nog bij deeze 't aan wij toegezonden de klaratoir van den gew: kap:t D: Elmillac Accordeert. WEijklerk Sijbrands gen laa aen r en in ge 9 11. 4 v 3465 Kolombo Aan den Wel Edelen Gestrengen Groot Achtbaaren Heer Willem Jakob van De Graaff Raad ordinair van Nederlandsch Jndia Gouverneur en Direkteur van het Eiland Ceilon, met dies onder„ „hoorigheeden, Nevens den sekreeter Raad Het Restant van het hier aanhanden zijnde Bus kruijt bedroeg onder ult:o october Jongst weeken 91020 1/8. ponden waar van wij uwel Edele Gestr: Groot Achtb bij deeze pligtschuldig kennis geeven in voorts de eere hebben met alle gevoelens van hoog agting te zijn /:onderstond:/ Wel Edele, Gestrenge, Groot Achtbaare, Hoog Gebie„ „dende Heer! Uwer Wel Ed: Gestr: Groot Achtb: onderdanige Dienaaren /:was geteekend:/ C: D: Kraijenhoff A: C: Lever J: Cherret /:in marjine:/ Gale den 11. November 1788 Gestrenge, Groot Wel Edele Hoog Gebiedende Achtbaare, Heer! sekreet 3464 Akkorbeert Sijbrands H. ejreert 2 2 3465 Kolombo Aan den Wel Edelene Gestrengen Groot agtb: Heere! Willem Jacob van de Graaff Raad ordinaijr van Nederlandsch Indien Gouverneur en direkteur van 't Eijland Ceijlon met dies onderhoorig heeden; beneevens den raad WelEdele Gestrenge Groot agtb: Heer en Heeren. Wij gebruiken de vrijheijd uwel Ed: gestr: groot agtb: needrigst temelden, dat onzen restant dan buskrtuit in de kelders alhier, onder ult:o van de laast gepasseerde maand oktoober, 86. 479 lb: heeft bestaan en hebben de eer, met diep ontzag te zijn /:onderstond:/ wel Ed: Gestr: Gr: agtb: Heer en Heeren uwel Ed: Gestr: Gr: agtb: onderdaanige en gehoorzaame dienderen /:was geteekend:/ P: F: van Senden, D: C: van Drieberg, I: G: Tornbauer, A: P: Lever, en P: F: Stubbe „le den 5. 8ber: 1788. J: P: Stubbe /:immargiene / Trinkonoma„ Accordeert — Sijbrands H Eijklert noma Kolombo. Aan den Wel Edelen Gestrengen Groot Achtbaaren Heer! Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlandsch Jndia, Gouverneur en Direkteur van het Eijland Cijlon, met dies onder„ „hoorigheeden, nevens den Raad. Wel Edele, Gestrenge, Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! Wij hebben de eere uwel Edele Gestrenge Groot Achtb: bij deeze aan tebieden een door den Kapitijn Luijtenant en Inge„ „nieur Johannes overgelegd Bericht over de Gaalsche vesting werken, waar aan geduurende het gepasseerde Boekjaar gearbeid is, zoo als dezelve in den beginne van de Maand September 1787. werkelijk gesteld waaren, en wat daar aan zeedert dien veranderd en verbeeterd is. Bij gemeld Bericht bevinden zig tot bijlaagen, Een Plan gemerkt: N:o 1. vertoonende een gedeelte deezer vesting zoo als dezelve in de Maand 7ber: A:o pass:o gesteld was. Een Plan gem: N: 2. aanwijzende voorm: gedeelte deezer vesting zoo als dezelve zig onder ult:o Augusto J:oleeden be„ „vonden heeft, teffens vertoonende alle verbeeteringen in het laatst gepasseerde Boekjaar aan de Zeekant deezer vesting gedaan, met een Profil van de doorsnijdingen der twee nieuw aangelegde Batterijen, een tusschen het half bol„ „de Naptien en haef sblive „werk, de Triton van 15. stukken kannon, en een tusschen bolwark evengem: halfbok de Triton en de Vlaggeklip, van 13. secreet 3466 stukken
English
pieces of cannon. And indicates at the same time the Breach on the left side of the flag rock, and a portion of the overthrown line between the flag rock up to the Battery Utrecht; which Breach and overthrown Line the Engineer Johannes is currently busy repairing and raising anew. Twelve Notes, of each Month in particular, from the 1st of September 1787 to the last of August of the past year, from which it becomes apparent that throughout the entire course of the past Book year an average of 394 heads were employed monthly on the work of the Fortifications of this place, and that these laborers in the said Book year from the 1st of September to the last of December were mainly occupied with the digging out, breaking, cleaving, and blasting of rocks within the fortress, for the service of the previously projected improvements on the sea side of this Fortress, see Plan No. 2; with the leveling of the Mountain Kalloe arraatje godelle situated outside this town, and the carrying up of the earth taken from the said Mountain in front of the fortress on the North side, and filling several pits on the terrain in front of the Glacis, destined for the newly executed work on the Land side; and having commenced on the first of January filling up the Breaches between the half Bastion Neptune and the flag rock, see Plan No. 1, in order to repair the ramparts and subsequently accomplish the projected improvements, with which work was continued until into the Month of August of the past year (a portion of the laborers during all that time being continuously engaged in digging out and breaking rocks and stones within the fortress and in carrying up sand, lime, and stones) and this work was advanced as far as Plan No. 2 indicates. Also during the Months of January and February the Parapet and the Embrasures of the Battery Utrecht were repaired and restored. Adding hereto a statement submitted by Captain-Lieutenant Johannes, also accompanying the report written here above, of the expenditures for the service of this fortress during the Months of June, July, and August of the past year; we sincerely wish that the labor of the said Engineer during the course of the last passed Book year, performed under our eyes and indicated hereby, may obtain the much-valued and honoring approval of Your Honorable, Severe, and Right Worshipful Sirs. By Your Honorable, Severe, and Right Worshipful Sirs' Government Letter of the 24th of September of the past year, it is recommended to us to have prepared annually six sets of the Reports requested by the Lords Major, as appears from the Extract of the missive sent to us, written by the Meeting of Seventeen under date of 20 December 1787 to the High Indian Government at Batavia, containing a description of the alterations, repairs, and the costs incurred on the Fortification works and buildings: would it not, by Your Honorable, Severe, and Right Worshipful Sirs' pleasure, be sufficient if here at Gale only one set were prepared, and the necessary copy thereof were made at Colombo to complete the remaining sets? The number of scribes at the secretariat of Police and Justice here is so limited and must, according to the testimony of the secretary, sit at work so continually and for the most part until late at night, that it is practically not possible to perform the ordinary writing work, of which a large part still lies undone, much less so much extraordinary work. Convinced of the truth of this testimony of the secretary, we request Your Honorable, Severe, and Right Worshipful Sirs to be pleased to grant a favorable increase of two more Clerks at the said office, so that the occurring work may be done speedily and properly, and to give some relief in the labor to the poor Clerks, who (with favorable interpretation) must truly work very hard for a very meager monthly income, for they have not the least time left to be able to earn something above their pay for the upkeep and refreshment of themselves as well as for their households; we dare to trust that Your Honorable, Severe, and Right Worshipful Sirs will be pleased to give a favorable consideration to this, and find ourselves obliged to testify that otherwise we see no way to have the writing work properly performed. We have the honor to be with all sentiments of high esteem (was written underneath) Right Honorable, Severe, and Right Worshipful, High Commanding Lord! Your Honorable, Severe, and Right Worshipful Sirs' humble Servants (was signed) C. D. Kraijenhoff, A. C. Lever, M. van der Spar, E. N. Abo, H. L. Martezes, J. D. D. Estandau (in the margin) Gale the 20th of November Anno 1788. Accordeert Sijbrands First Clerk
Dutch transcription
stukken kannon. En wijst teffens aan de Bres aan de linker zijde van de vlagge klip, en een gedeelte der om verre geworpene lienie tusschen de vlagge klip tot aan de Batterij Utrecht; welke Bres en omvergeworpe Linie der Jngenieur Johannes tans beezig is te herstellen en nieuw op te haaleyn. Twaalf Notieties, van elke Maand in het bijzonder, van P=mo 7ber: 1787. tot ult=mo Aug:so J:o leeder, waar bij komt ten blijken dat in den geheelen loop des voorleeden Boekjaars 394. koppen door malkanderen gereekend maandelijks tot het werk der Fortifikatien van deeze plaats g'emplooijeerd zijn, en dat deeze volkeren in gem: Boekjaar van P=mo 7ber: tot ult=o December voornamentlijk beezig geweest zijn, met het uijtgraaven, breeken, klooven en springen van klipsteenen binnen de vesting, ten dienste van voorm toonmaals geprojekteerde verbeeteringen, aan den zeekant deezer Vesting, vide het Plan N: 2:; Met het slegten van de Berg Kalloe arraatje godelle buijten deeze steede gelee„ „gen, en het opdraagen der van gemelde Berg genoome aarde voor de front der vesting aan de Noord zijde, en opvullen van verscheijde kuijlen, op het terrijn voor het Glacis, van het nieuw gepresteerd werk aan de Land zijde„ gedestineerd; En met primo Januarij begonnen hebben de Bressen tusschen het half Bolwerk de Neptuun, en de vlaggeklip, vide Plan N:o 1. , op tevullen, ten eijnde de wal„ „len te harstellen en vervolgens de geprojjekteerde verbeeterin„ „gen te volbrengen, waarmeede tot in de Maand Augustus J:oleeden /: zijnde een gedeelte van het werks volk. geduuren„ „de al dien tijd bij aanhoudentheid beezig geweest met klippen 2 3467 en steenen binnen de vesting uijt te graaven, en te breeken en met opdraagen van zant, kalk/en steenen :) is voort„ „gegaan, en /:dit werk:/ zoo verre gevordert als het Plan N: 2. aanwijst. Ook zijn geduurende de Maanden Janu„ „arij en Februarij het Parrapet, en de Ambrasuures van de Batterij utrecht gerepareerd en hersteld. Onder bij voeging, bij deeze, van een door den kapitain Luijtens „nant Johannes, meede bij het hier voorschreeven berigt, overgelegde aantooning, van de uijtgaaven ten dienste deezer vesting geduurende de Maanden Junij Julij en Augustus Jolee„ „den; wenschen wij opregt, dat den arbeijd van gem: Jn„ „genieur geduurende den loop van het laast gepasseerde Boekjaar, onder ons oog verrigt, en bij deeze aangewee„ „zen, uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: veel waarde en vereerende goed keuring magterlangen. Bij uwel Edele Gestr: Groot Achtb: Reegeerings Briefs van den 24. 7ber: J:o leeden word ons aanbevoolen, van de door de Heeren Majores, blijkens het ons toegezonder Extrakt mis„ „sive door de vergaadering van Zeventienen in dato 20. De„ „cember 1787. aan de Hooge Jndiasche Regeering te Bata„ „via geschreeven, gevraagde Berigten, houdende eene be„ „schrijving van de veranderingen, reparatien en het bekostig„ „de aan de Fortifikaatie werken en gebouwen, Jaarlijks ses stellen te laaten vervaardiger: zoude het met believen van uwel Edele Gestr: Groot Achtb: niet toerijkende zijn wan„ „neer hier te Gale alleen een stel vervaardigd, en daar van het noodige afschrift, ter kompletteering van de overige stellen op Kolombo genoomen wierd. ? Het getal derkri„ „benten op het sekretarij van Polietie en Iustiette alhier is zoo aande om de den uw van Pom ƒ eerd leg van orm gen in¬ ustus geduuren„ klippen be Nts. zoo bepaald en moet, volgens betuijging van den sekretaris„ zoo geduurzaam en Meesten tijds, tot in den laaten nagt aan den arbeijd zitten, dat het genoegzaam niet moogelijk is het gewoone schrijfwerk, waar van nog een groot gedeelte onafgedaan legd, nog minder zoo veel buijten gewoon, tewer„ „rigten. Overtuijgd van de waarheid deezer betuijging van den sekreetaris, verzoeken wij uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: eene gunstige vermeerdering van nog twee Pernisten op gem: kantoor te willen toestaan, op dat het voorkoomende werk spoedig en na behooren kan geschieden, en aan de arme Pennisten, die /:onder gunstige welduijding :/ voor een zeer sober maandelijks inkoomen waarlijk zeer veel moeten ar„ „bijden, eenige verligting in den arbeijd te geeven, want zij hebben niet de minste tijd overig, om tot onderhoud en ver„ „kwikking, zoo voor hun als voor hunne huijshoudingen. iets boven hunne bezolding te kunnen verdienen, wij durven vertrouwen dat uwel Ed: Gestr: groot Achtb: hier op een gunstige reflexie, zal gelieven te slaan, en vinden ons ver„ „plicht te betuijgen dat wij anders geen kans zien het schrijfwerk behoorlijk te kunnen laaten verrigten. Wij hebben de eer met alle gevoelens van hoogagting te zijn /:onderstond:) Wel Edele Gestrenge Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer ! uwel Edele Gestr: Groot Agtb: onderdanige Dienaaren /:was geteekend:/ C: D: Kraijenhoff A: C: Lever M: van der Spar E: N: Abo H: L: Mar„ teze s: J: D: D: Estandau /. in marsine :/ Gale den 20. November A:o 1788. Ankorbeert Sijbrands Hlijklerk
English
Colombo. To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its Dependencies Right Honorable, Highly Esteemed, High Presiding Lord! Yesterday I had the honor of receiving Your Right Honorable's separate government letter of the 17th of this month, concerning some counterfeit copper doddies discovered in Colombo, which seem to have been made in Galle. In respectful reply to this notification, I serve to inform you that we already discovered some counterfeit pieces of that money here in the month of January of this year, of whose criminal manufacture some inhabitants of the villages of Sildehadde and Boek situated in the Galle Korle are said to be guilty. For this reason, the counterfeit coins were immediately placed in the hands of the Honorable Fiscal, and he was charged to conduct every possible investigation in this regard and to bring the guilty parties before justice. Thereupon, three persons were apprehended by the said officer of justice as highly suspect of that criminal trade, placed in detention, and prosecuted before the Court in accordance with orders. The said officer is still engaged in this investigation and hopes shortly to bring the proceedings held regarding it into a state for judgment, whereupon a verdict will be pronounced on that inquest by the Court of Justice here and submitted to Your Right Honorable for approval. I have handed over to the said officer the counterfeit doddie sent to me by Your Right Honorable and instructed him to inform himself accurately of all malicious acts in that regard, which he assures me he will fulfill with all possible attention. Among the doddies that have been circulating here for some time, one also finds a great multitude of diverse shapes which many also consider to be counterfeit. They seem to have been made in Colombo and differ greatly in shape as well as weight from other doddies struck in the said capital for the Honorable Company, some of these being of such an uncommon and unusual three- and multi-sided shape that many will not consider them genuine and refuse to accept them. Wherefore I enclose herewith five pieces, to the end that Your Right Honorable, upon inspecting them, may be pleased to have the necessary investigation concerning them completed there as well. Following its completion, I request that Your Right Honorable be pleased to inform me how these very deformed and underweight doddies—compared to which the counterfeit doddie sent to me by Your Right Honorable and mentioned above, presumed to have been made in Galle, still seems an excellent coin—ought to be regarded here, and what further I should observe and determine in this regard in order to be able to settle all disputes concerning this properly. I have the honor to be with all high esteem, /: Lower stood :/ Right Honorable, Highly Esteemed, High Presiding Lord, Your Right Honorable's humble servant /: was signed :/ P: D: Kraijenhoff. /: In the margin :/ Galle, 20 November 1788. Agrees, First Clerk Sijbrands Colombo. To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its Dependencies, alongside the Council. Right Honorable, Highly Esteemed, High Presiding Lord. Your Right Honorable's secret government letter of the 18th of this month has duly reached me, and I have the honor to reply thereto by this: That all Your Right Honorable's orders regarding the Galle fortifications, occurring in Your successive missives sent hither, have been properly made known to the engineer Johannes, even through extracts from the letters received concerning this, and he has at the same time been strictly ordered to comply accurately with them. Which also, as far as I know according to his duty and knowledge, has been observed by him with all zeal and fidelity, and as became clearly evident, in my opinion, in the secret letter dispatched to Your Right Honorable on the 20th of this month. Being assured that since the receipt of Your Right Honorable's secret letter of 23 May of the previous year all possible frugality has been observed in the expenditures for the necessary small improvements to these fortifications, I have had Administrator Van der Spar provide me with a brief statement of the expenses incurred for the fortification works here from the 1st of September 1787 to the last of September of the current year. Which statement, for Your Right Honorable's further and clearer information and conviction, I have the honor to insert herewith. According to this statement, the following was spent: In the month of September 1787: rds. 708. 46. ƒ 1403. 15. — Ditto October: rds. 906. 30. ƒ 1795. 2. 8. Ditto November: rds. 1143. 29. ƒ 2264. 6. 8. Ditto December: rds. 1007. 12½. ƒ 1994. 7. 8. Ditto January 1788: rds. 1437. 18. ƒ 2846. —. —. February: rds. 1447. 27. ƒ 2866. 3. 8. Ditto March: rds. 1540. 4. ƒ 3049. 7. 8.
Dutch transcription
Holombo. ap Aan den WelEdeleen Gestrengen Groot Aghtb: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad Ordinair van Neederlands Jndia, Gouverneur en Diver„ „teur van 't Eijland Ceijlon met dies onderhoorigheeden Wel Edele Gftrage Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer! Gifter had ik de eere te ontfangen Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: af zon„ „derlijk Regerings brief van den 17: deezer, handelende over eenige te ko„ „lombe ontdekte kopere doedoes, die valsch zijn, en te Gale aan„ „gemaakt schijnen, op welke aankondiging ik in eerbied antwoord diene, dat wij hier veets in de maand Januarij deezes jaars eenige valsche stukken van dat geld ontdekt hebben, aan welker missaadige ver„ „vaardiging eenig inwoonders van de in de Gale Korle geleege dorpen silde hadde en Boek zouden schuldig zijn, waarom ook de valsche geeld stukken daadelijk in haaden van deen E: Fiskaal gesteld zijn, en hene plast is alle moogelijke onderzoek dien aangande te doen, en de schuldigen voor het regt te stallen, waarop dan ook door gem: officier der justitie drie perzoonen, als ten hoogste susppect aan dat misdaadig bedrijf, opgevat, in verteekening gestald, en naa de order voor 't Ragt geactioneerd zijn, met welk onderzoek gem: officier als nog beezig is, en desweegens gehoudene procaduuren haast in staat van wijten hoopt te bren„ „gere, wanneer over die enqueste bij den Raad van Justitie alhier uijtspraak gedaan, en die uwelEd: Gestr: Groot Achtb: ter goedkeuring zal toegeschikt worden. Jk heb gem: officier de mij door UwelEd: Gestr: Groot Achtb: toege„ „schikte valsche doedoe ter hand gesteld, en hem gelast zich naauwkeurig naa alle quaade handelingen in dien opzighten te 3468 3464 onder„ otaris. ged te wer„ van den : eene op 9 N een zeer ten ar„ tzij ing durven een ons ver„ het zijn aave Agtb: i L: 20. . Ver„ me werk gem: onderrigten, waaraan hij mij verzeekert met alle moogelijke aan„ „dagt te zullen voldoen. Onder de hier zeadert eenigen tijd roulleerende doedoes, vind- men ook eene groote mernigte van onderschijdene gedaanteur, die veelen ook voor valsche houden; te kolombo aangemaakt schijnen, en zoo in gedaante als gewigt met aendere in gemelde hoofd„ „plaats voor de E: komp: aangeslaege doedos zeer veel verschil„ „len, zijnde zommige deezer van eene zoo ongemeene en ongewoone drie en meer kantige gedaante, dat veelen ze niet voor ngjt wil„ „len aanmerken, ende aanneeming daarvan weijgeren, om welke verder ik bij deeze vijf stuks sluijte, ten eijnde uwelEd: Gestr: Groot Achtb: bij der zelver basskouwing het dieze aangaaende meede noodzaakelijk onderzoek aldaar gelieve te laaten vol„ „brengen, naa welker voleijndaging ik verzoeke, dat hoogst dezelve mij gelieve te onderrigten, hoedaanig dee te zeer mismaakte en minwigtige doodoes, bij dewelken de mij door UEd: Gestr: Groot Aghtb: toegeschikte, en hierboven vermelde valsche, te Gale onderstelde aangemaakte doedoe, nog wel een voortreffelijk munt„ „stuk schijnd, alhier zullen dienen aangemerkt te worden, en wat ik dien aangaande verder behoor ootemerken, en te bepaalen, om alle geschillen daarover naa behooren te konnen besliffen. Jk heb de eer met alle hoogagting te zijn :/ Onderstond /: Wel Edele Gestrenge Groot Achtb: Hoog Gebienede Weer, uwelEd: Gestr: Groot Achtb: Onderdaanigen dienaar /:was geteekend:/ P: D: Kraijenhoff. /:in margine:/ Gale den 20: November 1788: Accordeert Wlijklerk Sijbrands nt 14 3469 kolombo Aan den Wel Ed: Gestr: Groot agtbaaren heer Willem Jacob van de Graaff„ Raad Extra ordinair van Nederlands India Gouverneur en direkteur van 't Eijland Ceijlon met dies onderhoorighee„ „den Nevens den Raad. Wel Edelen Gestrenge, Groot, agtb: Hoog Gebiedende Heer. uwel Edele Gestr: Groot Agtbaare Schreete Regeerings Brief van den 18 deezer is mij wel be„ steld, en ik heb de eere daar op bij deeze te andw: Dat aen de ingenieur Johannes alle uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: beveelen, weegens de gaalsche vestingwerken, voorkoomende bij hoog Desselfs Súccessive aenschrij¬ vingen na herwaarts, behoorlijk zelfs bij Extrakten uit de Desweegens ontfangene brieven bekend ge„ „maakt zijn, en hun teffens wel stiptelijk is aenbe„ voolen dezelve nauwkeurig natekoomen, 't geen ook door hem, gelijk ik niet beeter weet volgens zijn zijn pligt en kennis, met alle iever en trouwe betragt is, en bij de aan uwel Ed: Gestr: groot agtb: afgevaar„ „digde schrut brief van den 20,' deezer, mijnes eragtens, duijdelijk gebleeken is. Mij verzeekerende dat zeedert den ontfangst van uwel Ed: Gestr: Groot agtb: sekreete brief van den 23. ' Maij I:o L: alle moogelijke suinigheijd, inde uit gaaven voor de noodzaakelijke kzrijn verbeeteringen deezer vesting werken betragt is, heb ik mij door den administrateur van der spar een korte opgaave doen geeven van 't geen zedert P=mo 7ber: 1787. tot ult„o 7ber: I:o wee„ „ken aan de fortifikatie werken alhier Jonkost is, welke opgaave ik tot uwer welEd: Gestr: Groot agtb: naadere en meerduijdelijke ondervigting en overtuijging de eere hebbe bij deeze te insereeren volgens deeze opgaave is uitgegeeven. In de maand 7ber: 1787. rd:s 708. 46. ƒ 1403. 15. — _=o 8ber:. „ - „ 906. 30. „ 1795. 2. 8. _=o: Iber: „ — „ 1143. 29. „ 2264. 6. 8. _=o: xber: „ - „ 1007. 12½. „ 1994. 7. 8. _=o Iannuarij 1788. - „ 1437. 18. „ 2846. —. —. Februarij „ 1447. 27. „ 2866. 3. 8. _=o: Macart. „ - „ 1540. 4. „ 3049. 7. 8. St v
English
3670 In the month of April 1788. rd:s 1441. 5½. ƒ 2853. 3. 8. — Ditto May 1473. 24. –. – 2917. 10. 8. — Ditto June 1410. 42. – . 2793. 10. 8. — Ditto July 1414. 11. ½. – 2800. 4. – . – – Ditto August 1473. 21.½. – 2917. 8. 8. -– Ditto September 1259. 36. – – 2494. 16. — – — In addition to this. from the Galle petty cash In the month of September 1787. rd:s 50. 40. – 100. 13. – – Ditto February 1788. 21. 24. ½. 42. 12. — — Ditto May 26. 42. ½ 53. 4. 8. Ditto August 42 30. 8. 84: 8. — — from which demonstration it is clearly evident that from the month of January of this year, when, according to the secret letter from Galle of the 20th of this month, the actual repair of the completely collapsed and open places of this fortress and the further most necessary improvements were first begun, until the month of May last, roughly eighty rd:s a month on average was spent more on the fortifications than after the receipt of Your Right Honorable's secret letter of the 23rd of May last, or properly speaking from the first of June until the end of September last, which has already been shown in the Galle treasury account of the month of June last; and I therefore cannot well understand Your Right Honorable's aforementioned instruction of the 10th of this month, that in the most recent months of June, July, August, and September, nearly 200 rd:s more per month would have been expended on these fortifications than in the months from September to May; and I request that a further demonstration thereof may be sent to me if I should be mistaken; this now aforementioned saving could, in the three following months, if Your Right Honorable had approved and ordered this, have been determined even further by having work done with an even smaller number of laborers than has been done now; and I wonder greatly, and believe not without reason, how Your Right Honorable comes to the idea that in the months of June, July, August, and September last, contrary to the instructions sent to me with the aforementioned secret letter of the 23rd of May last, greater expenditures were made for these fortifications than previously. From a report yet to be submitted in further detail by the Engineer Johannes, it will clearly appear 3471 appear that since the receipt of Your Right Honorable's aforementioned order nothing but the most necessary work has been performed to close this fortress on the sea side, and that much extremely urgent work still remains to be done there, as there is along the line from the flagpole to where the battery extends, and thus along the sea side of this fortress, still a considerable section of fully 20 roeden that has collapsed and remains completely open; which, however much one has tried to close this fortress especially on the sea side and bring it into a state of necessary defense, has until now not been able to be repaired, partly on account of the small amount of cash in hand, and partly on account of the lack of sufficient laborers, about which the Engineer Johannes continuously complains and strongly urges for a better number of laborers in order to be able to accomplish the work still so necessary to be done on this fortress, not only properly, but also as quickly as possible, and to be able to close the so considerable opening in the sea side of this fortress as quickly as possible; which I must acknowledge is also of the highest importance to consider, especially in the present so uncertain circumstances of the times, and I would consider it highly culpable if I did not meet this with all attention, at least as much as absolute necessity requires and my limited authority allows. The Engineer Johannes, who in the months of August and September was in Colombo, in order, as he assured me, to confer verbally with Your Right Honorable about the state and condition of the Galle fortifications, has upon his return here declared and testified to me that all his actions were not only approved by Your Right Honorable, but that he was moreover verbally instructed by the same to carry out further everything, not only along the sea side, but also along the land side of the city, for the improvement and especially the necessary provisioning of the fortifications, according to his best knowledge and judgment, and to send continuous written reports thereof to Colombo; on which account I therefore also fully trusted that what was performed on the fortifications in the months of June and July in part and in August last was entirely to Your Right Honorable's satisfaction and pleasure; for 4 years now, concerning the greater and lesser
Dutch transcription
3670 In de maand April 1788. rd:s 1441. 5½. ƒ 2853. 3. 8. — „. . . . „ 1473. 24. –. – „ . 2917. 10. 8. — _=o: Maij „ „ _=o Iunij. „. . . . . „ 1410. 42. – . „ „ 2793. 10. 8. — „ „ _=o: Iulij „. . . . . . „ 1414. 11. ½. – „ 2800. 4. – . – – 1473. 21.½. – „ 2917. 8. 8. -– 1259. 36. – – „ 2494. 16. — – — „ D=o: 7ber: boven dien nog. uit de Gale korle In de maand 7ber: . . . . . . 1787. rd:s 50. 40. – „ 100. 13. – – _=o Februarij 1788. „ 21. 24. ½. „ 42. 12. — — „ „ D=o Maij.- „ - - - „ 26. 42. ½ „ 53. 4. 8. „ d=o: Aug:s - - - „ - - - - „ 42 30. 8. „ 84: 8. — — uijt welke aantooning duijdelijk blijkt dat van de maand Ianm deezes Jaars, wanneer blijkens Gaalsche sekreete brief van den 20. deezer, eerst werkelijk met de opene herstelling der geheel ingestorte en op eene plaatzen deezer vesting en met de verdere ten hoogste noodzake„ „lijke verbeeteringen begonnen is, tot de Maand Maij I: L: na genoeg taggentig rd:s smaands door malkander geree„ kend, meer aan de vesting werken besteed, is dan na de ontfangst van uwel Ed: Gestr: Groot agtb: Sekreete brief van den 23. ' Maij I:o L: ofereijgentlijk zeederd p=mo mo: Iunij tot ult:o 7ber: I: L: 't geen bij de gaalsche kassa„ „ d=o: Aug:s „. . „ . „ reekening etragt waar„ agtens elEd: werken a van wee„ „ „ „ ing en 8 8. 8. 8. 8. de reek: van de maand Iunnij 'Fleeden reets gebleeken is, en ik kan dus niet wel begrijpen uwel Ed: Gestr: Groot agtb: voormelde aanschrijving van den 10 ' deezer, dat in de Iongst werke Maanden Iunij, Iulij, Aug:s en 7ber: bij na maandelijks 200. ' rd:s meer dan in de maand van 7ber: tot Meij aan deeze Vresting werken zouden veronkost zijn, en ik verzoeke dat wij daar van een naadere aentooning mag toekootnen zoo ik mij mogte misgissen, deeze nu voorm: be„ zuijviging had bij de drie volgende Maanden zoo uwel Ed: Gestr: Fr: agtb: dit goot gedalst en aen„ „bevoolen hadden nog wel verder konnen bepaalt wor„ „den, door met nog een minder getal van arbijdens dan nu geschied is, te laaten werken en jk verwon„ „dere mij grootelijks, en vermeene niet zonder ree„ „den hoe uwel Ed: Gestr: Groot agtb: in 't denkbeeld komt dat in de maand Iunij, Iulij Aug:s en Iber I: L:, teegens de mij bij moorm: secreete brief van den 23. Maij Laastweeken toegekoomen onder mear„ dan dere uijtgaaven dat te vooren ten behoeve deezer vestingwerken zouden gedaan zijn. Bij een nog nader intediene Berigt van den Inge„ nieur Johannes, zal duijdelijk koomen te blijken 3471 blijken dat zeederd den ontfangst van voorsz: uwel Ed: Groot agtb: ordre niets dan 't hoog noodsaake„ lijk werk verrigts is, om deeze vesting aen de Zee zijde te sluijten, en daar aan nog veel ten uijt„ terste aangeleege werk te doen is, leggende, langs de lienie van de vlagge stok, tot dan de batterij uijttegt, en dus langs de zee kant deezer vesting nog een konsiderabel stuk van wel 20. roeden dat ingestorte is, geheel oopen, 't welk hoe zeer men tey ook getragt heeft deeze vesting voor al aen de zijde digt te merken en in staat van noodzaekelijke teegen weer tebrengen; tot nog toe niet heeft kunnen her „steld worden, eensdeels om de wille van 't wijnig aen handen zijnde geld, en andere deels om de wille van 't gebrek aen genoegzaem werks volk, waer over zig de ingenieur Johannes geduurzaem beklaegd een een en zeer om beeter getal arbijders aenhoud, om 't zoo noodzakelijk nog te verrigte werk aen deeze wes„ ting, niet alleen nabehooren, maer ook zoo spoe„ „dig doenlijk te konnen volbrengen, en om de zoo aenmerkelijke opening in de zee zijde deezer vesting zoo spoedig moogelijk, te konnen sluijten 't geen ik bekennen moet meede van de hoog„ ste aengeleegenheijd voor al in de teegenwoordige 7oo bleeken Gestr: . deezer, Augs dan vesting dat ek ko rien mij rin: n aen„ wor„ arbij der verwon„ rec„ kbeeld Iber va deezer ea nge„ te Zoo zoo onzeekere tijds omstandigheeden aentemerken, en 't zeer verandwoordelijk zoude agter, wanneer ik daar aen niet met alle aandagt, ten minsten zoo veel als de mijn volstrekte noodzaakelijkheijd verEijscht, en moogen bepadd gezag toe laate voldeed. De Iregenieur Johannes, die in de maanden Aug:s: en 'Hber ria kolombo geweest is, om gelijk hij mij verzeekerde uwel Ed: Gestr: Groot agtb: over den staat en toestad der Gaalse vesting werken mondeling te onderhouden, heeft bij zijne terug komst alhier „ aan mij betuijgd, ore verklaard dat alle zijne verrigtingen door uw wel Ed: Gestr: Groot agtb: niet alleen goedgekeurd zijn, maer dat hem nog boven dien door hoog derzelven mon„ „deling belast is, om verder alles, niet alleen langs de Zee, maer ook langs de Landzijde der stad, tot verbeetering en voor al noodzaakelijke voorziening der vesting werken, na zijne beste kennis en oordeel ter uit voer te brengen en daer van geduurzaame schriftelijk Rapport na kolombo te zenden; waer om ik dus ook volkoomen vertrouwd heb, dat 't gee in de maenden Junij en Julij in een gedeelte en aug:s I: L: aan de vesting werken verrigt is voolkoor na uwel Ed: Gestr: groot agtb: genoegen en wel be„ „haagen is zeederd nu 4. Jaeren is over de meerder en minder
English
3472 the lesser necessity of improving and repairing these so very dilapidated fortifications, so much has been written, and so many different plans and proposals have been put to paper regarding it, that I will readily testify that my superficial and certainly insignificant knowledge in the matter of fortification architecture, and particularly concerning the necessary improvement of this fortress, has become so divided and more and more limited, that I find myself not only obliged to excuse myself from declaring my thoughts concerning it, but also confess that I do not dare presume to report anything more concerning the improvements already completed and still to be made on the seaward side of this fortress according to the plan of Engineer Johannes, other than merely that I consider this work in itself good, solid, strong and, to all appearances, both from the exterior and interior, very durable, and that I deem the same infinitely more suitable and in accordance with the present state of the financial resources of the Honorable Company, in terms of expense, than all other plans proposed and submitted in that regard; although that of the French Engineer de La Lustrieve, upon his so careful survey of this fortress, in and during the high presence of Your Right Honorable, Highly Respected and Mighty Lord in the month of April of the last past year, may well be the most complete and best elaborated for the general improvement and reinforcement of this fortress in general, but whose complete execution [illegible] execution would cause many years of labor, and such excessive costs, that it may rightly be deemed and declared an excellent work for execution by the great wealth of the King, his master, but not for that of the Dutch Company, especially in its present circumstances. While testifying that I have always, to the best of my knowledge, attended to the interests of the Honorable Company in this so momentous post entrusted to me with all possible attention, and always with an observant heart strive to fulfill in the best manner the esteemed orders of Your Right Honorable, Highly Respected and Mighty Lord, I have the honor to be with the highest sentiments of esteem, /:below was written:/ Right Honorable, Highly Respected, Mighty and Commanding Lord! Your Right Honorable, Highly Respected and Mighty Lord's humble servant. /:was signed:/ C: D: Kraaijenhoff /:in the margin:/ Galle, 23 November 1788. Agrees. Hijbrands Eilenk G 1 Secret Colombo To the Right Honorable, Highly Respected, Mighty and Commanding Lord Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies Right Honorable, Highly Respected, Mighty and Commanding Lord! The crops here are currently in a very bad state, and one has almost nothing else to expect than a great famine, unless the Lord should have mercy upon us and grant us a good rain even within these days; for it is not only here in the Jaffna district that matters are bad, but also on the coast, and in the bay, since it has not rained there either; the poor inhabitants will have great difficulty in paying the head and officer taxes, as well as the land rents, because they have had no harvest for 3 consecutive years: could Your Right Honorable, in order to accommodate them, not write in time to Batavia and Cochin to request that they assist us with grain? If so, then I very humbly urge Your Right Honorable to do so, and I commend the poor inhabitants, who are perhaps about to suffer a great lack of provisions, to the care of Your Right Honorable. I, for my part, have made every effort to obtain grains 3473 [illegible] Colombo. Secret To the Right Honorable Lord Willem Jakob van de Graaff Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies, together with the Council. Right Honorable, Highly Respected, Mighty and Commanding Lord! We most humbly report to Your Right Honorable that as of the ultimate of October last, the remaining gunpowder amounted to 17982 7/8 Pounds And furthermore we testify to be with all sentiments of high esteem, /:below was written:/ Right Honorable, Highly Respected, Mighty and Commanding Lord! Your Right Honorable's humble and obedient servants, /:was signed:/ B: J: Raket, Daniel De Bok, C: Fred: Schreuder, G: Mooijaart, H: D: Bodenschatz /:in the margin:/ Jaffnapatnam, 20 November 1788. First Clerk Lijbrands Agrees. 3474 3475 Colombo. Secret To the Right Honorable, Highly Respected, Mighty and Commanding Lord! Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Council Right Honorable, Highly Respected, Mighty and Commanding Lord and Gentlemen! We have had the honor of duly receiving Your Right Honorables' esteemed circular secret letter dated the 15th of this month. What has been ordered therein with regard to the foreigners arriving here or passing through, both Europeans and natives, shall be strictly complied with and observed by us. While in the meantime we have the honor to call ourselves with all high esteem and the greatest respect, /:below was written:/ Right Honorable, Highly Respected, Mighty and Commanding Lord and Gentlemen, Your Right Honorables' humble and obedient servants, /:was signed:/ J: F: van Senden, D: C: von Drieberg, I: G: Fornbauer, A: C:s Lever, I: G: Stubbe /:in the margin:/ Trincomalee, 26 November 1788. Agrees. Sijbranes 2 First Clerk
Dutch transcription
3472 minder noodzaakelijkheid der verbeetering en herstelling van deeze zo zeer vervalle vesting werken, zoo veel geschreeven, en daar over zijn zoo veele onderscheidene Plans in voorstellen ten papiere gebragt, dat ik wel wil betuijgen, dat mijne oppervlakkige en zeeker weinig be„ „duijdende kennis in het stuk der vesting bouw kunde, en wel bijzonders over de noodzaakelijke verbeetering van deese Vesting, zoodanig verdeeld, en meer en meer bepaald is geworden, dat ik mij niet alleen verpligt zie mij te moeten verschoonen om mijne gedagten dien aan„ „gaande te verklaaren, maar ook bekennen mij niet te durven veroorlooven verder van de nu roots volbrag„ „te en nog te doene verbeetering aan de zee zijde deeser Vesting, volgens het Plan van den Jngenieur Jo„ „hannes iets meer te melden, dan alleen dat ik dit werk op zig zelve goed, hegt, sterk en, na alle aanzien, zoo van de buijten als binne zijde, zeer deurrzaam houde, en dat ik het zelve met den teegenwoordigen staat van het vermoogen der Edele Maatschappij, in kostbaarheid, oneijndig meer geschikt en overeenkomen„ „de agte, dan alle andere dien aangaande voorgestelde en ingediende Plans; Schoon ook dat van den Heer Fransch Jngenieur de La Lustrieve, bij zijne zoo naauw keurige opneeming deeser Vesting, in, en bij de hooge teegenwoordigheid van uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: in de maand April van het laast gepasseerde Jaar, wel moogelijk het volmaakste en begt uijt ge„ „werkte, ter generaale verbeetering en versterking deeser vesting in het algemeen is, dog welker volkoome uijt voering 't aen bepaald en Hber zeekerde toestadd ouden, betuijgd, wel Ed. mon„ maer ning oordeel aame waer 't gee deelte va voolkoom wel be¬ der en NNts. uijtvoering veele Jaaren arbeijd, en zoo overgroote kos„ „ten zoude veroorzaaken, dat het met regt een voortreffe„ „lijk werk ter uijtvoering voor het groot vermoogen des Konings, zijne Meesters, dog niet voor dat der Ne„ „derlandsche Maatschappije, voor al in haare teegen„ „woordige omstandigheeden, mag geagt en verklaard worden. Onder betuijging dat ik altoos na mijne beste kennisse de be„ „langen der Edele Maatschappije in deese mij aan vertrouw„ „de zoo gewegtige Post met alle moogelijke aandagt behar„ „tigd hebbe, en altoos met oplettend herd uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: g'eerde beveelen op de beste wijze tragt te volbrengen, heb ik de eere met de meeste gevoelens van hoogagting te zijn. /:onderstond:/ Wel Edele, Gestreng Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! Uwel„ Edele Gestr: Groot Achtb: onderdanigen Dienaar. /:was geteekend:/ C: D: Kraaijenhoff /:in marjine:/ Gale Den 23. November 1788. Akkordeert Hijbrands Eilenk G 1 Sikreet Kolombo Aan den Wel Edelen Gestrengen Groot Achtb: Hoog Geb: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndie, Gouverneur en Dierekteur van het Eiland Cijlon, met dees onder hoorigheiden Groot Agtbaare Wel Edele Hoog Gebiedende Heer! men Het is thans zeer slegt gestelt, met het gewasch alhier, en eene heeft schier niet anders te verwagten, dat een groote hongers„ „nood, indien de Heere zig over ons niet mogte erbarmen, en ons in deeser daagen zelfs eene goede reegen schenken, want het is niet alleen hier in het Jaffenasche daarmeede slegt gesteld, maar ook op de kust, en in de bogt, vermits er ook niet geveegent heeft; de arme ingezeetenen zullen veele moeijte hebben, om de hoofd, en officier gelden, mitsgaders de land vinten op te brengen, door dien ze, in 3. Jaaren agter den anderen geene oogst hebben gehad: zoude uwel Ed: Groot Achtb: tot te ge„ d „ moot kooming van deselfs, niet tijdig na Batavia, en koet„ „siem schrijvende, kunnen verzoeken, om ons met graanen te adsisteeren zo Ja.: dan insteere ik uwel Ed: Groot Achtb: zeer oodmoedig, om het te doen, en ik beveele de arme, en misschien groot gebrek aan levensmiddelen te leijden hebbende ingeteelenen aan de voorsorge van uwel Ed: Groot Agtbaare Jk heb van mijne seijde, alle moeijte gedaan, om graanen 3473 te kos„ voortreffe„ der Ne„ teegen„ worden. de be„ vertrouw¬ behar„ Gestr: te van Gestreng uwel„ marsine N. des Kolombo. secreet Aan den Wel Edelen Groot Achtbaaren Heer Graaff Willem Jakob van de Raad ordinair van Nederlands India, Gouverneur en Direkteur van het Eijland Ceilon, met dies onder„ „hoorigheeden, Nevens Den Raad. WelEdele Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer! Onderdanigst melden wij uwel Edele Groot Agtb: dat onder ult.:o 8ber: J:o Leeden het restant buskruijd is geweest. 17982. 7/8. Ponden En betuijgen overigens te zijn met alle gevoelens van hoog agting /:onderstond:/ Wel Edele Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer! Uwer wel Ed: Groot Achtb: onderdanige en gehoorzaame Dienaaren /:was getekend:/ B: J: Raket Daniel De Bok C: Fred: Schreuder G: Mooijaart H: D: Boden„ „schatz /: in marjine:/ Jaffenapatnam den 20 9ber: 1788: H eijkeerk Lijbrands Akkordeert 3474 3475 Kolombo. Secreet Aan den Wel Edelen Groot Achtbaaren Hoog Gebiedende Heer! Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Indien, Gouver¬ „neur en Direkteur van het Eijland Ceijlon met dies onderhoorigheeden, Nevens Den Raad Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer en Heeren! Uwel Edele Groot Achtb: gevenereerde Circulaire se„ „kreete missive de dato 15. deezer, hebben wij de eere ge„ „ had wel te ontfangen. Het daar by geordonneerde, met betrekking tot de vreem„ „delingen, die alhier aangekoomen, ofte passeeren, zoo Eu„ „ropeesen als Jnlanderen; zal door ons stiptelijk worden nagekoomen en geobserveerd. Terwijl wij intusschen de Eere hebben ons met alle hoogagting en het meeste ontzag te noemen /: onderstond:/ wel Edele Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer en Heeren uwel Edele Groot Achtb onderdanigen en Gehoorzaa„ „me Dienaaren /:was geteekend:/ J: F: van Senden D: C: von Drieberg I: G: Fornbauer A: C:s Lever I: G: Stubbe /:in margine:/ Trinkonomale den 26. November Akkoideert 1788. Sijbranes 2 Wlijklerk
English
3476 Colombo. Secret Right Honorable Lord! To the Honorable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of Netherlands India, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Council. Right Honorable, High Commanding Lord! We have had the honor to receive your Right Honorable's most respected circular letter of the 15th of this month, and shall observe what is ordered therein and the manner in which to proceed with strangers, whether Europeans or natives, who arrive at any places belonging under the government and subordinate stations, and travel back and forth. We profess further to remain with all sentiments of high esteem. Below stood: Right Honorable, High Commanding Lord! Your Right Honorable's humble and obedient servants. Was signed: B: J: Raket, D: D: Bok, C: F: Schreuder, G: Mooijaart. In the margin: Jaffnapatnam, the 4th of December 1788. Agreed, Sybrands, Road clerk. 3477 Colombo. To the Right Honorable, High Commanding Lord, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of Netherlands India, Governor and Director of the Island of Ceylon and the coast of Madura, etc., etc., etc., together with the Council. Right Honorable, High Commanding Lord! I have had the honor to receive your Right Honorable's most honored letter of the 22nd of November. The new Porto Novo pagodas, struck from gold of 15 carats, have found no currency at all at Manapaar, Punnaikayal, and at Cape Comorin, and we have therefore had them returned from there. At Tuticorin, 2,000 pagodas were issued with an agio of ten percent, and at Kilakarai they were accepted at the same price without objection, but later all returned because they were new, unknown pagodas whose value was not known. One cannot, however, yet judge with certainty about the popularity or unpopularity of these pagodas, because the lamentable condition of Secret the land of Marawa, which presently swarms with beggars and vagrants, makes the roads unsafe and deters the money traders from the Udayar Thevar country from coming with money to Kilakarai and hither; for it is these traders who carry on a money trade between Coromandel and the Madura coast, and from Coromandel, where the old Porto Novo pagodas stand only one and a half or two percent above the new Porto Novo pagodas, bring old Porto Novo pagodas to this coast, and exchange them here for gold and silver specie which they think they can spend with some profit on Coromandel, and especially new Porto Novo pagodas, which on this coast have a much lower value than on Coromandel. In this circumstance, I have found myself in the absolute necessity of having two more chests of silver minted into rupees, which have also already been issued; but now that gold from Europe has been received, I have suspended further minting, and I request that I may obtain your Right Honorable's most honored orders concerning the remaining five chests of silver. However, I find myself obliged to remind your Right Honorable that we already owe pagodas 27,500, besides the 2,000 pagodas for piece-goods which the merchants of Manapaar have delivered against the as yet unsold copper, besides the accrued interest on the negotiated capitals, and besides 3478 another six thousand pagodas which I borrowed without interest and advanced to the merchants in the same manner, in order to be repaid from the first minted gold, I having made this loan with the object of thereby still obtaining piece-goods with certainty for the shipment of the coming spring. Of the pagodas that come from the chest presently being minted, 6,000 pagodas must therefore first be paid, and the rest will be necessary for the trade of this shipment, so that from this entire chest of gold, nothing will be able to be taken for the repayment of our debts. From Messrs. Amos and Bowden in Madras, I have likewise as yet received no answer concerning the bills of exchange on the Netherlands offered to them, although I hold proof in hand from the postmaster of Palamcottah that my letters were already dispatched to Madras on the 21st of November. I readily grant that bad faith hands reaching out might seek to undermine our rights to an exclusive trade if we did not readily consent to the price increase that the merchants demanded of us. I am also very much of the opinion with your Right Honorable that we must maintain the fixed prices as much as possible. I have shown this during the entire time that I have been chief, and especially in this spring, when, solely to avoid a price increase, I brought the entire collection to a standstill and held the contracting three months later than usual, whereby our objective was achieved.
Dutch transcription
3476 Kolombo. Secreet Groot Achtbaaren Heer! Aan den Wel Edelen Willem Jacob van de Graaff. Raad ordinair van Nederlands Jndia, Gouverneur Ceilon, met dies onder„ en Direkteur van het Eijland „hoorigheeden, Nevens den Raad Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! Wij hebben de Eere gehad te ontfangen uwel Edele Groot Achtb: zeer gerespecteerde Circulaire missive van den 15. deezer, en zullen het geordonneerde daar bij en de wijze hoedaanig er met de vreemdelingen het zij Europeeren of inlanderen, die op eenige plaatsen gehoorende onder het gouvernement en subalterne Comptoiren aan koomen, en over en weeder rijzen, observeeren Wij betuijgen overigens te zijn met alle gevoelens van hoog Achting. /:onderstond:/ Wel Edele Groot Achbaare Hoog Gebiedende Heer! Uwer wel Edele Groot Agtb: onderdaanige en gehoorzaame Dienaaren /:was geteekend:/ B: J: Raket D: D: Bok C: f: Schrei„ „der G: Mooijaart - /:in marjine:/ Jaffenapatnam den 4. xber: 1788:— Sijbrands Akkordeert Wegklerk 3477 Kolombo Aan den wel Edelen Groot Achtbaaren Hoog Gebiedende Heer. Willem Jacob van de Graaff. Raad ordinair van Nederlandsch Jndien; Gouverneur en Direkteur van het Eijland Ceijlon en de kuste Madure e=a etc=a &c=a Nevens den Raad. Groot Achtbaare Wel Edele Gebiedende Heer! Hoog Ik heb de eer gehad te ontvangen uwel Ed: Groot agtb: hoogst g'eerde letteren van den 22. November. De nieuw Portonooosche pagooden, geslaagen van het goud van 15. karaat, hebben te Mannapaar, Ponnekail en aan ng de Kaab comorijn geheel geen gangbaarheid gevonden, en wij hebben ze daarom van daar laaten te rug koomen. te Tutukorijn zijn 2000. pagooden uijtgegeeven met een agio van tien percent, en te kil kare wierden ze teegen den zelven prijs zonder teegenspraak aangenoomen, maar nader hand alle terug gebragt, om dat het nieuwe onbekende pagooden waaren, waar van men de waarde niet wist, Men kan echter over de gewildheid of onge„ „wildheid van deeze pagooden nog niet met zeekerheid oordeelen, wijl de beklaagers waardige toestand van secreet het het land van Marrua, 't welk tans krield van beede„ „laars en landloopers, de weegen onveilig maakt, en de geldhandelaars uijt het oedea Teuversche land afschrikt, „ om met geld na kil kare en herwaards te koomen: want het zijn deeze handelaars, die een en geld handel drijven, tusschen Kormandel en de Madureesche Kust, en van kormandel, daar de oude Portonovosche pagooden, maar een en een half of twee percent booven de nieuwe poo „tonovosche Pagooden staan, oude Portonovosche pa„ „gooder na deeze kust brengen, en daar voor inwissele goude en zilvere speetsien, die zij denken met eenig profijt op kormandel te kunnen uijtgeeven, en in„ „zonderheid nieuwe Portonovosche pagooden, die op deeze kust een veel minder- waarde hebben, dan op kormandel„ In deeze omstandigheijd, heb ik mij in de volstrekte noodzaakelijkheid gevonden, om nog twee kasten zilver te laaten vermunten tot ropijen, die ook reets zijn uijtgegeeven, maar nu er goud uijt Europa is ontvangen, heb ik de verdere vermunting gestaakt, en ik verzoeke uwel Edele Groot Achtb: hoogst g'eerde be„ „veelen, omtrent de overgebleevene vijf kisten zilver te moogen erlangen: Doch ik vinde mij verplicht uwel Edele Groot Achtb: te errinneren, dat wij reets schuldig zijn pag: 27500. , buijten de 2000. pagoode aan lijwaaten, die de kooplieden van Manapaar op het nog onverkogte koper hebben geleeverd, buijten de ver„ „loopene renten op de genegortijeerde kapitaalen, en buijt nog 3478 nog ses duijsend pagooden, die ik zonder intrest heb ge„ „leend, en aan de kooplieden op dezelve weize verstrekt, ten einde uijt het eerste vermunte goud te worden betaald, hebbende ik deeze loening gedaan, met oogmerk, om daar voor nog met zeekerheid lijnwaat te bekoomen voor de hetverscheepen van het aanstaande voor Jaar. Van de pa„ „gooden, welke van de tans vermunte kist koomen, moeten dus eerst worden betaald 6000. pagooden en de rest zal noodig weezen voor den handel van deeze bezending, zoo dat van deeze heele kist met goud, niets zal kunnen worden genoomen tot afbetaaling van onze schulden. Van de heeren Amos en Bouden te Madras, heb ik weegens de hun aangeboodene assignatien op Neederland ook nog geen antwoord; schoon ik een bewijs in handen heb van der Postmeester van Palam cotte, dat mijne brie„ „ven reets den 21. November na Madaas verzonden zijn Ik staa gaarne toe, dat men ten kwaader trouwe handen na „lende onze rechten tot een er exclusiven handel zoude kunnen tragten te ontzenuwen, indien wij niet gereedlijk bewilligden in de prijs verhooging, die de kooplieden van ons vorderden. Ik ben ook met uwel Ed: Groot Achtb: heel zeer van gevoelen, dat wij zoo veel moogelijk de be„ „paalde prijsen moeten behouden: Dit heb ik geweezen ge„ „duurende den geheelen tijd, dat ik opperhoofd geweest ben„ en inzonderheid in dit voorJaar, wanneer ik alleen om eene prijs verhooging te ontgaan, den geheelen inzaam ƒ heb laaten stil staan, en de aanbesteediging drie maanden laater dan gewoonelijk gehouden, waar door ons oogmerk bereikt beede¬ ,en de afschrikt, drijven. en van den maar we por sche een in„ ssele pa„ want mij in twee die ook Europa taakt erde be l licht wij pagood aar op en de verke en buijte te ,en nog ik mij
English
reached, and the contract has been concluded at the previous prices, because cotton had in the meantime naturally fallen due to the standstill of trade and had reached moderate prices; but besides the difficulties that can arise from a complete standstill of trade, adherence to fixed prices can only be pushed to a certain degree. Alongside our political prospects, we must, in my view, not lose sight of those of a merchant. It is an undeniable truth that no one will supply linen to the Company at a loss. If the linens then become more expensive, and we do not accommodate the merchants somewhat in this price increase, we may be certain that we will receive either no linen or poorer linen, which can be delivered for lower prices. One would have to lack any understanding of the human heart not to concede that the persistent complaints of the merchants regarding the losses they suffer, the conviction of the truth thereof, and the fear of missing any douceur upon the complete cessation of deliveries, would have some influence on the linen inspectors despite all admonitions. I am therefore respectfully of the opinion that, in times of extraordinary dearness of cotton, it is in our own interest to accommodate the merchants through a small price increase, so that they are deprived of any pretexts for reducing the quality of the linen. Such a time existed when I took the liberty of presenting to Your Right Honourable the request of the merchants for a price increase of five percent on coarse goods, and I assure Your Right Honourable that the necessity for this price increase was so great that I do not believe it would have been sufficient had it not pleased God to grant us abundant rain at an unusual time, by which these lands were preserved from extreme ruin. I shall now do my best, in accordance with the intention of Your Right Honourable, to refuse the further request of the merchants, although I cannot yet state what consequences are expected from the fallen rains, especially regarding the cotton, as the usual sowing time has passed. I shall take care that the two barks, de Hervatting and de Gustaaf, with our ready packages for Europe, arrive in Gale so promptly that the ship de Gouverneur Falck can depart on 10 January. I have the honour to be with all respect and reverence, Right Honourable High Commanding Lord, Your Right Honourable's humble and faithful servant, Signed: M: Mekern In the margin: Tutukorijn, 24 December 1788. Agrees, Sijbrands reached, and the contract has been concluded at the previous prices, because cotton had in the meantime naturally fallen due to the standstill of trade and had reached moderate prices; but besides the difficulties that can arise from a complete standstill of trade, adherence to fixed prices can only be pushed to a certain degree. Alongside our political prospects, we must, in my view, not lose sight of those of a merchant. It is an undeniable truth that no one will supply linen to the Company at a loss. If the linens then become more expensive, and we do not accommodate the merchants somewhat in this price increase, we may be certain that we will receive either no linen or poorer linen, which can be delivered for lower prices. One would have to lack any understanding of the human heart not to concede that the persistent complaints of the merchants regarding the losses they suffer, the conviction of the truth thereof, and the fear of missing any douceur upon the complete cessation of deliveries, would have some influence on the linen inspectors despite all admonitions. I am therefore respectfully of the opinion that, in times of extraordinary dearness of cotton, it is in our own interest to accommodate the merchants through a small price increase, so that they are deprived of any pretexts for reducing the quality of the linen. Such a time existed when I took the liberty of presenting to Your Right Honourable the request of the merchants for a price increase of five percent on coarse goods, and I assure Your Right Honourable that the necessity for this price increase was so great that I do not believe it would have been sufficient had it not pleased God to grant us abundant rain at an unusual time, by which these lands were preserved from extreme ruin. I shall now do my best, in accordance with the intention of Your Right Honourable, to refuse the further request of the merchants, although I cannot yet state what consequences are expected from the fallen rains, especially regarding the cotton, as the usual sowing time has passed. I shall take care that the two barks, de Hervatting and de Gustaaf, with our ready packages for Europe, arrive in Gale so promptly that the ship de Gouverneur Falk can depart on 10 January. I have the honour to be with all respect and reverence, Right Honourable High Commanding Lord, Your Right Honourable's humble and faithful servant, Signed: M: Mekern In the margin: Tutukorijn, 24 December 1788. Agrees, Sybrands
Dutch transcription
bereikt, en de aanbesleeding geschied is teegen de voorige prijsen, wijl het kattoen inmiddels door het stilst dan van den handel natuurrlijk gedaald en tot maatige prijsen gekoomen was, maar buijten de swaarigheeden, die uijt eenen volleedigen stilstand van den handel kunnen gebooren worden, kan de aankleeving aan de vast be„ „paalde prijsen maar tot een zeekeren trap gedreeven worden. Bij onze staatkundige uijtzigten, moogen wij na mijn inzien die van een koopman niet uijt het oog verliesen. Het is een zeekere waarheid, dat nie„ „mand aan de kompenie met schaade lijnwaat leeva„ „ren zal: Indien dan de lijnwaaten verduuren, en we de kooplieden in deeze verduuring niet eenigzints te ge„ „moet koomen, zoo kunnen wij verzeekerd weezen, dat wij off geen of slegter lijnwaat krijgen, 't geen voor minder prijzen kan geleeverd worden. Men zoude geen begrippen van het menschelijke hart moeten hebben indien men niet wilde toestaan, dat de aan„ „houdende klagten der kooplieden over de schaade, die zij lijden, de overtuijging van de waarheid hier van, en de vreese voor het gemis van eenige doecaur bij het geheel ophouden van de Leverantie, op de lijnw aat„ „bezigtigers teegen alle vermaaningen aan eenigen in„ „vloed zoude hebben. Ik ben derhalven eerbiedig van gevoelen, dat het in tijden van buijten gewoone duur te van het katoen met onse eigen belang overeen komt, om de kooplieden door eene klijne prijs verhooging te gemoet zien, door 3679 gemoet te koomen, op dat hun alle voorwendzels tot vermin„ „dering van de deugd van het lijnwaat benoomen worden. zulk een tijd was er toen ik de vrij heid nam, uwel Ed: Groot Achtb: 't verzoek van de kooplieden om eene prijs verhoo„ „ging van vijf percent op het grofse goed voor te draagen en ik verzeekere uwel Ed: Groot Achtb:, dat de nood„ „zaakelijk hoid tot deese prijs verhooging zoo groot was, dat ik niet geloove, dat dezelve toerijkende zoude zijn ge„ 6 „weest, indien het God niet behaagd had. om ons op eener niet zeer, gewoonen tijd eenen overvloedigen reegen te schen„ „ken, waar door deeze landen voor het uijterste verdert bewaard zijn. Ik zal nu mijn best doen, om volgers uwel Edele groot Achtb: oogmerk 't verdere aanzoek van de kooplieden te ontleggen, schoon ik nog niet kan opgeeven welke gevolgen men van de gevallene tegens verwagt, inzonderheid ten belange van het kattoen, wijl de gewoone zaaijtijd voor bij is. Ik zal zorge draagen, dat de twee barken de Hervatting E en de Gustaaf met ons gereede pakken voor Europa Zo„ spoedig te Gale zijn, dat het schip de Gouverneur Talk den 10. Januarij vertrekken kan. Ik heb de eer met alle eerbied en ontzag te zijn. /:onderstond:) Wel Edele Groot Achtb: hoog Gebiedende Heer uwel Ed: Groot Achtb: onderdanige en getrouwe Dienaar /:was geteekend:/ M: Mekern /:in margine:/ Tutukorijn den 24. December 1788. Accordeert Cirman Wegkeer Sijbrands bereikt, en de aanbesleeding geschied is teegen de voor prijsen, wijl het kattoen inmiddels door het stilst den handel natuurrlijk gedaald en tot maatige pr gekoomen was, maar buijten de swaarigheeden, eenen volleedigen stilstand van den handel kur gebooren worden, kan de aankleeving aan de vo „paalde prijsen maar tot een zeekeren trap ged worden. Bij onze staatkundige uijt zigten, wij na mijn inzien die van een koopman niet oog verliesen. Het is een zeekere waarheid, d „mand aan de kompenie met schaade lijnwaar „ren zal: Indien dan de lijnwaaten verduurd de kooplieden in deeze verduuring net eenig „moet koomen, zoo kunnen wij verzeekerd w wij off geen of slegter lijnwaat krijgen, 't ge minder prijzen kan geleeverd worden. Men geen begrippen van het menschelijke hart hebben vindien men niet wilde toestaan, dat „houdende klagten der kooplieden over de sch die zij lijden, de overtuijging van de waar van, en de vreese voor het gemis van eenige bij het geheel ophouden van de Leverantie, op de E „bezigtigers teegen alle vermaaningen aan eeni „vloed zoude hebben. Ik ben derhalven eerbied gevoelen, dat het in tijden van buijten gewoone van het katoen met onse eigen belang over ee om de kooplieden door eene klijne phijs verhoog gem zien, door Sirman 3479 gemoet te koomen, op dat hun alle voorwendzels tot vermin„ „dering van de deugd van het lijnwaat benoomen worden. zulk een tijd was er toen ik de vrij heid nam, uwel Ed: Groot Achtb: 't verzoek van de kooplieden om eene prijs verkoo„ „ging van vijf percent op het grofse goed voor te draagen en ik verzeekere uwel Ed: Groot Achtb:, dat de nood„ „zaakelijk houd tot deese prijs verhooging zoo groot was, dat ik niet geloove, dat dezelve toerijkende zoude zijn ge„ „weest, indien het God niet behaagd had. om ons op eener niet zeer, gewoonen tijd een en overvloedigen reegen te schen„ „ken, waar door deeze landen voor het uijterste verdert bewaard zijn. Ik zal nu mijn best doen, om volgers uwel Edele groot Achtb: oogmerk 't verdere aanzoek van de kooplieden te ontleggen, schoon ik nog niet kan opgeaven welke gevolgen men van de gevallene tegens verwagt, inzonderheid ten belange van het kattoen, wijl de gewoone zaaijtijd voor bij is. Ik zal zorge draagen, dat de twee barken de Hervatting E en de Gustaaf met ons gereede pakken voor Europa Zo„ spoedig te Gale zijn, dat het schip de Gouverneur Falk den 10. Januarij vertrekken kan. Ik heb de eer met alle eerbied en ontzag te zijn. /:onderstond:) Wel Edele Groot Achtb: hoog Gebiedende Heer uwel Ed: Groot Achtb: onderdanige en getrouwe Dienaar /:was geteekend:/ M: Mekern /:in margine:/ Tutukorijn den 24. December 1788. Wegkeert Accordeert Sybrands
English
reached, and the contracting was done against the previous prices, because cotton had in the meantime naturally fallen due to the stagnation of trade and had come to moderate prices, but apart from the difficulties that can be born from a complete stagnation of trade, adherence to the predetermined prices can only be pushed to a certain degree. In our political perspectives, we must in my view not lose sight of those of a merchant. It is an undeniable truth that no one will supply linen to the Company at a loss: if then the linens become more expensive and one does not somewhat meet the merchants halfway in this price increase, we can be assured that we will get either no linen or poorer linen, which can be delivered for lower prices. One would have no understanding of the human heart if one did not admit that the continuous complaints of the merchants about the losses they suffer, the conviction of the truth thereof, and the fear of a total lack of any linen upon the complete cessation of the delivery, would have an influence on the inspectors despite all admonitions. I am therefore respectfully of the opinion that in times of extraordinary price increases of cotton it is in accordance with our own interest to meet the merchants halfway with a small price increase, examined, by meeting them halfway, so that all pretexts for diminishing the quality of the linen may be taken away from them. Such a time it was when I took the liberty to submit to your Right Honourable the request of the merchants for a price increase of five percent on the coarse goods, and I assure your Right Honourable that the necessity for this price increase was so great that I do not believe it would have been sufficient, had it not pleased God to grant us abundant rain at an unusual time, whereby these lands have been preserved from the utmost ruin. I shall now do my best, in accordance with your Right Honourable's aim, to reject the further request of the merchants, although I cannot yet state what consequences are expected from the fallen rains, especially regarding the cotton, because the usual sowing time has passed. I shall take care that the two barks de Hervatting and de Gustaaf with our ready bales for Europe arrive in Galle so promptly that the ship de Gouverneur Falk can depart on the 10th of January. I have the honour to be with all respect and deference, (was signed below) Right Honourable High Commanding Lord Your Right Honourable's humble and faithful servant (was signed) M: Mekern (in the margin) Tuticorin the 24th of December 1788. — 3479 Louman Agrees Sijbrands Weijkeert No. 34
Dutch transcription
bereikt, en de aanbesleeding geschied is teegen de voor prijsen, wijl het kattoen inmiddels door het stilstg den handel notuurrlijk gedaald en tot maatige pr gekoomen was, maar buijten de swaarigheeden, eenen volleedigen stilstand van den handel kus gebooren worden, kan de aankleeving aan de vo „paalde prijsen maar tot een zeekeren trap ged worden. Bij onze staatkundige uijt zigten, wij na mijn inzien die van een koopman niet oog verliesen. Het is een zeekere waarheid, d „mand aan de kompenie met schaade lijnwaar „ren zal: Indien dan de lijnwaaten verduurd de kooplieden in deeze verduuring niet eenigz „moet koomen, zoo kunnen wij verzeekerd wij off geen of slegter lijnwaat krijgen, 't ge minder prijzen kan geleeverd worden. Men geen begrippen van het menschelijke hart hebben indier men niet wilde toestaan, dat „houdende klagten der kooplieden over de sch die zij lijden, de overtuijging van de waar van, en de vreese voor het gemis van eenige bij het geheel ophouden van de Leverantie, op de „bezigtigers teegen alle vermaaningen aan eens „vloed zoude hebben. Ik ben derhalven eerbied gevoelen, dat het in tijden van buijten gewoone van het katoen met onse eigen belang over ee om de kooplieden door eene klijne prijs verhoog naagezien, door gemoet te koomen, op dat hun alle voorwendzels tot vermin„ „dering van de deugd van het lijnwaat benoomen worden. zulk een tijd was er toen ik de vrij heid nam, uwel Ed: Groot Achtb: 't verzoek van de kooplieden om eene prijs verkoo„ „ging van vijf percent op het grofse goed voor te draagen en ik verzeekere uwel Ed: Groot Achtb:, dat de nood„ „zaakelijk hoid tot deese prijs verhooging zoo groot was, dat ik niet geloove, dat dezelve toerijkende zoude zijn ge„ 6 „weest, indien het God niet behaagd had. om ons op eenen niet zeer, gewoonen tijd een en overvloedigen reegen te schen„ „ken, waar door deeze landen voor het uijterste verdert bewaard zijn. Ik zal nu mijn best doen, om volgers uwel Edele groot Achtb: oogmerk 't verdere aanzoek van de kooplieden te ontleggen, schoon ik nog niet kan opgeeven welke gevolgen men van de gevallene tegens verwagt, inzonderheid ten belange van het kattoen, wijl de gewoone zaaijtijd voor bij is. Ik zal zorge draagen, dat de twee barken de Hervatting E en de Gustaaf met ons gereede pakken voor Europa Lo„ spoedig te Gale zijn, dat het schip de Gouverneur Falk den 10. Januarij vertrekken kan. Ik heb de eer met alle eerbied en ontzag te zijn. /:onderstond:) Wel Edele Groot Achtb: hoog Gebiedende Heer uwel Ed: Groot Achtb: onderdanige en getrouwe Dienaar /:was geteekend:/ M: Mekern /:in margine:/ Tutukorijn den 24. December 1788. — 3479 Louman Accordeert Sijbrands Weijkeert No. 34