VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3816

Japan · 998 pages · 253 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3816_0001 view scan ↗

English

161a.3700 2 2 September 1789 Second part of the Secret Incoming Letter Book and some enclosures received 1784 4 T Batavia. Secret To His Excellency The Right Honorable, Valiant and Highly Esteemed Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General and the Honorable and Valiant Lords Councilors of the Dutch East Indies Right Honorable, Valiant and Highly Esteemed Lord, and Honorable and Valiant Lords: In our secret spring advices of 26 May, under section 19, we had the honor respectfully to inform Your Excellencies regarding the clove crop that the investigation into the Tatanamangs, or the private plantations of the natives, was not of the expected success, and the first signatory hereof was on that account requested to have a closer investigation conducted into the matter in secret at a suitable opportunity, even by offering a small reward. We now find ourselves obliged respectfully to explain to Your Excellencies that he, in order to fulfill the trust placed in him in that regard, has already done everything in his power that was ever possible and practicable, but without success, because besides nobody being persuadable to it out of fear of their fellow countrymen, this investigation is also not to be carried out by a person without power and authority! Wherefore, as well on that account as to leave no means untried by which the reduction of the fruit-bearing clove trees can be brought about and promoted without much murmuring from the native, we were obliged in our meeting of 15 August last, in accordance with the proposal of the Governor, to come to a resolution not only to charge the heads of the respective clove-producing offices, assisted by one or two of the most suitable persons to be found among them besides the ordinary clove writer, with the aforementioned investigation, but also to order them to have extirpated all the fruit-bearing clove trees which are found in the respective datijs in excess of the set number of 50 pieces, as well as the private plantations of the native chiefs and elders who since the year 1784 have been demoted from their posts, dismissed or deceased and contrary to the orders existing for that purpose might not have been eradicated, together with and in addition to all the clove trees which are to be found in such datijs of which the datij-holders have deceased, or having left this Province cannot be replaced with other datij-holders due to a lack of people. In order also to be assured that this all happens with the requisite loyalty and accuracy, we have likewise resolved to have the aforementioned chiefs confirm under oath their reports to be submitted in that regard, of which advance notice has already been given to them! We thus flatter ourselves with the hope that through these measures taken, no slight reduction in the present number of clove trees will be brought about, and by that means satisfaction will also be given to Your Excellencies' much honored intention for the reduction of those large clove crops for the future. While we must meanwhile await the outcome of this commission, the first signatory takes the liberty most sincerely to assure Your Excellencies that he will apply all possible care and diligence and leave nothing untried that can in any way serve to decrease that crop: We

Dutch transcription

161a.3700 2 2 Seb: Jub: 1789 Tweede deel van't Secreet Inkomend Briefb=k & eenige Bylagen Overgekomen 1784 4 T Batavia. secreet Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heere M: Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal roo coo 00 Raden van Nederlands India Hoog Edele Gestrengen Groot Achtbaren Heere. en Wel Edele Gestrenge Heeren: Bij onze voorjaarse secreete advisen van den 26. e Maij, hebben wij onder § 19: de eere gehad uw Hoog Edelens met betrekking tot het Na„ „gul gewasch reverentelijk ter kennisse te brengen, dat het onderzoek na de Tatanamangs of der Inlanderen particuliere aanplantingen, van het verwagte succes niet geweest, en den Eersten teekenaar deezes, uijt dien hoofde verzogt geworden is, om bij bekwaame geleegenheijd, daar na eene naadere recherge in secretesse te laaten doen, zelfs door het uijtloven van een smal geschenkje. Thans vinden w' ons verplicht uw Hoog Edelens in eerbied te moe„ „ten elucideeren, dat denzelven, om aan het in hem dientweegen gesteld vertrouwen te voldoen bereeds alles in het werk heeft gesteld, wat maar immers mogelijk en te practiseeren is geweest, edog zonder vrugt om dat behalven niemand daar toe te persuadeeren is uit vreese van hunne Beneevens. Landgenoten 1. e Batavia. secreet Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heere, M: Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal De wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands India Hoog Edele Gestrengen Groot Achtbaren Heere. en wel Edele Gestrenge Heeren. Bij onze voorjaarse secreete advisen van den 26. e Maij, hebben wij onder § 79: de eere gehad uw Hoog Edelens met betrekking tot het Na„ „gul gewasch reverentelijk ter kennisse te brengen, dat het onderzoek na de Tatanamangs of der Inlanderen particuliere aanplantingen; van het verwagte succes niet geweest, en den Eersten teekenaar deezes, uijt dien hoofde verzogt geworden is, om bij bekwaame geleegenheijd, daar na eene naadere recherge in secretesse te laaten doen, zelfs door het uijtloven van een smal geschenkje: Thans vinden w' ons verplicht uw Hoog Edelens in eerbied te moe„ „ten elucideeren, dat denzelven, om aan het in hem dientweegen gesteld vertrouwen te voldoen bereeds alles in het werk heeft gesteld, wat maar immers mogelijk en te practiseeren is geweest, edog zonder vrugt om dat behalven niemand daar toe te persuadeeren is uit vreese van hunne Beneevens. Landgenoten 1. 2 Landgenoten dit onderzoek door een, Persoon zonder magt en gezag ook niet te doen is! Weshalven wij zo wel uit hoofde van dien als om geene middelen onbezogt te laten, waar door de vermindering der vrugt dragende Nagul bomen zonder veel gemor van den Inlander te weeg gebragt en bevordert kan worden in onze bij een komst van den 15: Augustus Laast Leeden conform de propositie van den Gouverneur tot een besluit hebben moeten treden on voorschreve onderzoek; de Hoofden der respective Nagul geevende Comtoiren geadsisteerd door een â twee der geschikste perzoonen, die bij hen te vin„ „den zijn, buijten de ordinaire Nagul schrijver, niet alleen op te draagen maar hen ook te gelasten om alle de vrugtdragende Nagul boomen wel„ „ke in de respective Datijs boven het bepaald getal van 50: stuks gevonden worden te doen extirpeeren, gelijk ook de particuliere aan„ „plantingen der Inlandse Hoofden en oudstens welke zeedert Anno 1784. uijt hunne Posten gedimoveert, ontslagen of overleeden en Con„ „trarie de daar toe leggende orders niet uijtgeroeijd mogte weezen, met en beneevens alle de Nagulboomen welke te vinden zijn in zulke Datijs waar van de datijhouders overleeden, dan wel deeze Provintie verlaaten hebbende door gebrek aan volk, met geene an„ „dere datij houders te vervullen zijn Ten eijnde ook om verzeekerd te weezen dat dit een en ander met de vereijschte trouwe en accuratesse geschiede, hebben wij teevens beslooten de voorschreeve Hoofden hunne dientweegen in te diene Rapporten met Eede te doen bekragtigen, waar van hen reeds prealabel ken„ „nis gegeven is! Wij flatteeren ons dus met de hoope, dat door deeze genomene maat„ „regulen geene geringe vermindering in het present getal Nagulboomen te weege gebragt, en door dien weg ook voldaan zal worde aan uw Hoog Edelens veel g'Eerde intentie, ter vermindering van die groote Nagulgewasschen voor het vervolg. Daar wij intusschen den uijtslag van deeze Commissie moeten afwagten, bevrijmoedigt zich den eersten teekenaar uw Hoog Edelens op het sinceerst te verzeekeren, dat hij alle moogelijke zorge en vleijt aanwenden en niets onbezogt laaten zal, wat eenig„ „zints tot decressement van dat gewasch kan strekken: Wij

NL-HaNA_1.04.02_3816_0011 view scan ↗

English

On this occasion, we also cannot fail to give Your High Excellencies the due elucidation that the first signatory was informed, among other things, by the Governor of Banda, Mr. Haga, in a separate letter dated the 28th of May, how no use could be made of the military detachment sent there in the past year to recapture the overrun post at Aroe, on account of various impediments detailed at length therein; the said Governor Haga requesting that, since Banda alone cannot provide what is required for an enterprise against Aroe, it might be further assisted in the coming month of November with eight to 10 armed cruising orembaais and a further 40 soldiers distributed among those vessels, provided, if possible, they are covered by a Pantjallang; furthermore indicating that His Honour judged that, if those vessels and men arrived there in the month of November, they, joined with the vessels and weapons of Banda, being sent to Aroe under a competent fleet commander at the onset of the west monsoon, could be of double service, since after a successful outcome and operation at Aroe, that small fleet could return with the first easterly winds and, in passing, pay Goram a proper and considerable visit, and subsequently, according to orders from here and through mutual consultation of the delegates from here and Banda, make the necessary arrangements for the general interest of both Provinces! However, since Governor Haga of Banda left all this to the judgment of the first signatory, with the urgent request to be furnished with his thoughts and intentions regarding this as quickly and securely as possible, the first signatory, although he had long been contemplating means to assist the aforementioned Governor of Banda to the utmost of his ability so that the enterprise to be undertaken against Aroe might have a desired outcome, found no possibility, due to the fierce easterly winds prevailing at that time, to inform Mr. Haga of that intention before the end of the month of August, and that via Ceram: Regarding all this, we take the liberty of referring to the accompanying copies of the letters exchanged to and from Banda; from which Your High Excellencies, if you please, will be able to observe observe that Governor Haga was indeed notified by the first signatory of the assistance to be expected from here, but not in what manner the guilty Gorammers should be brought to their duty, for reasons cited therein. Your High Excellencies will also perceive from the secret Resolution of the 15th of August, now being forwarded, that since our garrison was no more than 340 common soldiers strong, whereas according to the Table of Organization, 400 men are determined and required both for the garrisoning of the guards within this Castle and the subordinate posts, and the subordinate sub-offices also require reinforcements rather than reductions, and if one wishes to provide Banda with the so urgently needed help, at least 40 heads must be recruited as a supplement to the missing number; we therefore resolved on the same day to reenlist into the Company's Service that number from the soldiers and citizens discharged in the year 1786; we trust, therefore, that this increase for the assistance of Banda will be crowned with Your High Excellencies' kind approval and, in conclusion, we have the honour to subscribe ourselves with the deepest respect. Was written beneath: High and Noble, Severe, Highly Esteemed Lord, and Noble and Severe Lords. Lower down: Your High Noble Excellencies' humble and obedient Servants. Was signed: J: A: Schilling, B: Smissaert, G: N: van Quericke, A: L: van Hamel, J: Hoogerwaard, W: J: De Bourghelles, P: van Iperen, F: L: Brust, and J: D: van Clootwijk. In the margin: Amboina, in Castle Nieuw Victoria, the 27th of September, in the year 1788. First sworn clerk. Agrees, Arie Coomans. Batavia Separate To the High and Noble, Severe, Highly Esteemed Lord, Willem Arnold Alling, Governor-General, and The Noble and Severe Lords, Councillors of the Dutch Indies. High and Noble, Severe, Highly Esteemed Lord, and Noble and Severe Lords, Just before the departure from this Province of the Noble, Severe, Esteemed Lord Adriaan de Bock, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, it was brought to my knowledge by Governor Haga of Banda, in a separate letter dated the 28th of May last, that His Honour has permitted several Citizens, at their request, to depart with their vessels to trade at Aroe; giving them as a convoy two well-manned and armed vessels, namely a sloop and a pantjalling, reinforced with 20 soldiers To His High Nobility

Dutch transcription

Wij kunnen te deeser geleegenheijd ook niet mankeeren uw Hoog Edelens de verschuldigde elucidatie te geeven, dat den eersten teekenaar door den Bandas Gouverneur de Heer Haga, bij eene apparte brief gedateerd 28=e Maij, onder anderen is bedeeld geworden, hoe van het in A:o p:o na der„ „waarts afgezondene Commando Militairen ter herovering van de afge„ „lopene post te Aroe, geen gebruijk heeft konnen worden gemaakt, uijt hoofde van verscheijde impedimenten daar bij in 't breede gedetailleerd, verzoekende gemelde Heer Gouverneur Haga, om, wijl Banda tot eene onderneeming op Aroe, alleen het vereijschte niet uijteeveren kan, in de maand November aanstaande, nader geadsisteerd te mogen worden met agt â 10: g'armeerde kruijs orembaijen en nog 40: Militairen op die vaartuijgen verdeeld, mitsgaders als het weezen konde, gedekt door een Pantjallang; onder verdere te kenne gave, dat zijn Ed:e oor„ „deelde, wanneer die vaartuijgen en Manschappen in de maand No„ „vember aldaar aankwamen, zij, geconjungeert met de vaartuigen en Mapenen van Banda, met de doorbraake der westmousson, onder een bekwaam vlootvoogd naar Aroe afgezonden wordende, van dubbelden dienst zoude konnen weezen, dewijl na een gelukkigen uijtslag en verrigting te Aroe, dat vlootje met de eerste oostelijke winden retourneeren en Goram en passant een geschikt en aanzienlijk bezoek geeven, en vervol„ „gens uijt de beveelen van hier, met weederzeijds overleg der afgevaardigde van hier en Banda, de nodige bestelling doen konde, tot een algemeen belang van beijde de Provintien! vermits den Heer Bandas Gouverneur Haga dit een en ander egter aan het oordeel van den Eerstgeteekende heeft overgelaaten, met instantie om met desselfs gedagten en intentie daar omtrend, zo spoedig en secuur als het zijn kon, gemunieert te mogen worden, heeft den eerstgeteekende of schoon al voorlange op middelen bedagt is geweest, om meermelden Heer Bandas Gouverneur na uijtterste vermogen te adsisteeren, ten eijnde de te doene onderneeming op Aroe van een gewenschten uijt„ „slag moge weezen door de te dier tijd doorgestaan hebbende felle ooste winden egter geen mogelijkheijd gevonden, den Heer Haga van dat voorneemen, kennisse te konnen geeven voor 't laatste van de Maand Augustus en dat wel over Ceram: wij bevrijmoedigen ons nopens dit een en ander, te refereeren, aan de deeze verzellende Copias der weederzeijds gewisselde Brieven, van en na Banda; waar uijt uw Hoog Edelens des gelievende zullen kunnen beoogen beoogen, dat den Heer Gouverneur Haga van de te verwagtene adsis„ „tentie van hier wel kennis gegeven is door den eersten teekenaar maar niet op welke wijze de strafschuldige Gorammers tot hunnen pligt ge„ „bragt behoren te worden, om reedenen daar bij aangehaald uw Hoog Edelens zullen uijt de thans overgaande secreete Resolutie van den 15=e Augustus almede ontwaaren, dat wij, vermits ons guarni„ „zoen niet meer dan 340: koppen gemeene Militairen sterk was, daar er nogtans bij de Memorie van Menage, zo voor de bezetting der wagten binnen dit Casteel, als onderhoorige Posten, 400: man bepaald zijn en vereijscht worden, mitsgaders de subalterne Comptoiren ook veel meer verstreking als vermindering nodig hebben, en wil men Banda de zo hoognodige kulpe bezorgen, er ten minsten nog 40: koppen tot supple„ „ment van 't mankeerend getal dienen aangeworven te worden derhal„ „ven ten selven dage besloten hebben, van de in A:o 1786: afgedankte sol„ „daaten en burgers, dat getal weeder in 'sComp: Dienst te laaten aan= „neemen, wij vertrouwen mits dien dat die vermeerdering tot adsistentie van Banda met uw Hoog Edelens goed gunstige approbatie bekrood zal worden en verEeren ons ten besluite met de diepste eerbied te on„ „derschrijven /:onderstond. /. Hoog Edelen Gestrengen groot Acht„ „baaren Heere en wel Edele Gestrenge Heeren /:Lager /. uw Hoog Edelhedens onderdanige en gehoorzame Dienaren /:was geteekend. /. J: A: Schilling, B: Smissaert, G: N: van Quericke, A: L: van Hamel, J: Hoogerwaard, W: J: De Bourghelles, P: van Iperen, F: L: Brust en J: D: van Clootwijk /in margine. / Amboina in 't Casteel Nieuw Victoria den 27:e September A:o 1788:— ¶ Eerste gezn klerk. Accordeert ArieCoomans. Batavia Apart Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heere A: Willem Arnold Alling Gouverneur Generaal De Wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands Indië. beneevens Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren Eeven voor het vertrek uit deze Provintie van den wel Edele Gestrenge Achtbare Heer Adriaan de Bock Raad extra ordinair van Nederlands Jndie is mij door den Heer Bandas Gouver„ „neur Haga bij een aparte brief in dato 28: Maij l: leden ter kennis gebragt, dat zijn E eenige Burgers op hun verzoek geper mit„ „teerd heeft om met hunne vaartuigen, ten handel na Aroe te vertrek„ „ken; geevende hen tot Convoij mede twee welbemande en g'armeerde vaar„ „tuigen als een Chialoup en een pantjalling versterkt met 20: Aan zijn Hoog Edelheid militairen

NL-HaNA_1.04.02_3816_0014 view scan ↗

English

intend, that Governor Haga has indeed been informed of the intention to be expected from here by the first signatory, but not in what manner the guilty Gorammers ought to be brought to their duty, for reasons cited therein. Your High Nobilities will also perceive from the secret Resolution of the 15th of August, now being transmitted, that since our garrison was no more than 340 common soldiers strong, and yet by the Memorandum of Establishment 400 men are stipulated and required both for the garrison of the works within this Castle and for subordinate posts, and since the subordinate offices likewise require reinforcement rather than reduction, and if one wishes to provide Banda with the most urgently needed help, at least 40 men must be enlisted to make up the missing number, we therefore resolved on the same day to re-enlist in the Company's service that number from the soldiers and citizens discharged in the year 1786. We trust that this increase for the assistance of Banda will be crowned with Your High Nobilities' gracious approval, and we honor ourselves in conclusion by subscribing with the deepest respect. Below stood: High Noble, Rigorous, Most Honorable Lord, and Right Noble, Rigorous Lords. Lower: Your High Nobilities' humble and obedient servants. Was signed: J: A: Schilling, B: Smissaert, G: N: Quericke, A: L: van Hamel, J: Hoogerwaard, W: J: D: Bourghelles, P: van Iperen, F: L: Brust, and J: van Clootwijk. In the margin: Amboina, in Castle Victoria, the 27th of September, in the year 1788. Agrees: First clerk, Arie Coomans. Batavia Separate To the High Noble, Rigorous, Most Honorable Lord, Willem Arnold Alting, Governor-General, and The Right Noble, Rigorous Lords, Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Rigorous, Most Honorable Lord, and Right Noble, Rigorous Lords, Just before the departure from this Province of the Right Noble, Rigorous, Honorable Lord Adriaan de Bock, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, I was informed by Banda's Governor Haga in a separate letter dated the 28th of May last that His Honor had permitted some citizens, upon their request, to depart with their vessels to trade at Aru; providing them as a convoy two well-manned and armed vessels, namely a sloop and a pantchiallang, reinforced with 20 soldiers of the detachment sent thither from here in the past year, with orders not to make the slightest movement but merely to facilitate trade, etc. Furthermore, that this convoy met and fought at Aru against a fleet of 56 vessels, after they had a few days earlier off the land of Wokam sighted a vessel, and wishing to ascertain what it was with three small orembaais, were attacked from the River of Wokam by an enemy fleet and lost one of them, whose crew, among them a corporal with 8 common soldiers, had prematurely jumped overboard, drowned, and gone missing; and that these enemies, according to a transmitted declaration, consisted of a collection of Maba, Weda, and Patani people, Gorammers, and some Cerammers; with an earnest request to be further assisted from here in the coming month of November for an enterprise against Aru with 8 to 10 armed cruising orembaais and another 40 soldiers distributed among those vessels, and if possible covered by a pantchiallang, since Banda alone could not furnish what was required for it; in order that, joined with the vessels and arms from there under a capable fleet commander, they might be dispatched to Aru at the break of the west monsoon, adding that double service could be rendered thereby, since after a fortunate outcome and operation at Aru, that small fleet, returning with the first easterly winds, could pay a suitable and considerable visit to Goram in passing, and, on orders and instructions from here with mutual consultation between the delegates from here and Banda, make the necessary arrangements for the general interest of both Provinces; leaving that arrangement, however, deferred to my judgment, with the request that I would communicate my thoughts and intentions to His Honor as speedily and securely as possible, as he was looking forward to them with longing, in such manner as has also been briefly cited in the secret letter now being dispatched. Since I, having taken into consideration the weak condition of the Banda garrison on the one hand and the necessity which pleads for the recapture of the post at Aru on the other hand, deemed it highly necessary to assist Banda to the utmost of our ability without, however, weakening the garrison here too much; I found myself for that reason obliged to inform the members of the Political Council of this, and with their approval to take into service 40 men to supply the missing number in this garrison, with the intention to assist Banda under the great hongi, which, life and health permitting, I am to undertake in the following month of October, with as much force as is ever possible and as time and opportunity will allow, in such manner that I also informed the Governor of Banda thereof as soon as there was any possibility of dispatching letters thither via Ceram, and at the same time invited him to come with a considerable force to Keffing, Pulau Geser, or Goram, to deliberate there with one another on the means required both for the recapture of Aru and the chastisement of the guilty Gorammers; since from the declarations and accounts sent over from Banda and transmitted among the enclosures, it is demonstrated more than clearly enough that when the already more than excessive power and following

Dutch transcription

beoogen, dat den Heer Gouverneur Haga van de te verwagtene „tentie van hier wel kennis gegeven is door den eersten teekenaar niet op welke wijze de strafschuldige Gorammers tot hunnen pli„ „bragt behoren te worden, om reedenen daar bij aangehaald uw Hoog Edelens zullen uijt de thans overgaande secreete Resol van den 15=e Augustus almede ontwaaren, dat wij, vermits ons ge „zoen niet meer dan 340: koppen gemeene Militairen sterk was, er nogtans bij de Memorie van Menage, zo voor de bezetting der wi binnen dit Casteel, als onderhoorige Posten, 400: man bepaald zij vereijscht worden, mitsgaders de subalterne Comptoiren ook a verstreking als vermindering nodig hebben, en wil men Ba hoognodige kulpe bezorgen, er ten minsten nog 40: koppen „ment van 't mankeerend getal dienen aangeworven te worden de „ven ten selven dage besloten hebben, van de in A. o 1786: afgedankt „daaten en burgers, dat getal weeder in 'sComp: dienst te laatena „neemen, wij vertrouwen mits dien dat die vermeerdering tot adsist van Banda met uw Hoog Edelens goed gunstige approbatie bek zal worden en verEeren ons ten besluite met de diepste eerbied te „derschrijven /:onderstond:/. Hoog Edelen Gestrengen Groot Ac„ „baaren Heere en wel Edele Gestrenge Heeren /:Lager /. J Hoog Edelhedens onderdanige en gehoorzame Dienare /:was geteekend. /. J: A: Schilling, B: Smissaert, G: N Quericke, A: L: van Hamel, J: Hoogerwaard, W: J: D: Bourghelles, P: van Iperen, F: L: Brust en J: van Clootwijk /in margine. /. Amboina in 't Casteel Nil Victoria den 27:e September A:o 1788: — Accordeert ¶ Eerste geen klerk. ArieCoomans. Batavia Apart Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heere A: Willem Arnold Alling Gouverneur Generaal De Wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands Indië. beneevens Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren Eeven voor het vertrek uit deze Provintie van den wel Edele Gestrenge Achtbare Heer Adriaan de Bock Raad extra ordinair van Nederlands Jndie is mij door den Heer Bandas Gouver„ „neur Haga bij een aparte brief in dato 28: Maij l: leden ter kennis gebragt, dat zijn E eenige Burgers op hun verzoek geper mit„ „teerd heeft om met hunne vaartuigen, ten handel na Aroe te vertrek„ „ken; geevende hen tot Convoij mede twee welbemande en g'armeerde vaar„ „tuigen als een Chialoup en een pantjalling versterkt met 20: Aan zijn Hoog Edelheid militairen militairen van het van hier in a.:o p=o na derwaards gezondene Com„ „mando, met ordre om geene de minste beweging te maken maar sligp den handel te faciliteeren etc=a voorts dat dit Convooij te Aroe ontmoet en geslagen heeft tegens een vloot van 56: vaartuigen na dat ze weinig dagen te voren onder het land wockum een vaartuig ontwaard en met drie kleine Orembaijen willende vernemen wat dit was, uit de Revier van wockum over val„ „len van een vijandelijke vloot eene derzelve verlooren hadden waar van de manschappen, daar onder een Corporaal met 8: gemeene militai„ „ren, ontijdig overboord gesprongen verdronken en vermist waren en dat die vijanden na eene overgezondene verklaring bestaan hebben uit een verzameling van Maba, weda en Pattaniereesen, Go„ „rammers en eenige Cerammers; met ernstig verzoek om van hier in de maand November aanstaande tot een onderneeming op Atra nader geadsisteerd te mogen worden, met 8: â 10: gearmeerde kruis orembaijen en nog 40: militairen verdeeld op die vaartuigen en dan nog als het wezen kon gedekt door een pantjalling vermits Ban„ „da daar toe het vereijscht alleen niet uitleveren kon; ten einde geconjun„ „geert met de vaartuigen en wapenen van daar onder een bekwaam vloot hoofd met de doorbrake der westmousson na Aroe afgezonden te worden, met bijvoeging dat daar mede dubbelde diensten gedaan zou„ „den kunnen worden, dewijl na een gelukkige uitslag en verrigting te Aroe, dat vlootje met de eerste oostelijks winden retourneerende in pas„ „sant Goram een geschikt en aanzienlijk bezoek kon geven en uit de beveelen en ordres van hier met wederzijds overleg der afgevaar„ digden van hier en Barda de nodige bestelling doen tot een algemeen 7. algemeen belang van beide de Provintien; latende die schikking egter aan mijn oordeel gedefereert met verzoek dat ik zijn E mijne gedagten en intentie zo spoedig en secuur als het zijn kon, wilde med„ deelen als daar na met verlangen uitziende, invoegen zulx bij den thans afgaande secrete brief bij verkorting ook is aan gehaald, dewijl ij ik de swacke gesteldheid van 't Bandase Guarnisoen aan de eene en de noodzakelijkheid welke voor de herovering van de Part te troe pleit aan de andere kant in overweging genomen hebbende t hoogt nodig geoordeelt hebbe Banda na uitterste vermogen te adsistee„ „ren zonder 't Guarnisoen alhier egter te veel te verswacken; heb„ bende ik mij uit dien hoofde verpligt gevonden de leeden van den Politicquen raad hier van kennis te geeven en met hun goed„ „vinden 40: mant„s suppletie van 't manqueerende getal aan dit Guarnisoen in dienst te neemen met voornemen om onder de groote Hongij die ik beij leven en gezondheid in de volgende maand October staa te ondernemen Banda met zo veel wagt te adsisteeren als immers mogelijk is en tijd en gelegenheid toelaten zal, invoegen ik de Heer Bandas Gouverneur daar van ook zodra er maar eenige mogelijkheid geweest is om brieven over Ceram na derwaards af te zenden kennis gegeven en te gelijk uit genodigt hebbe om met een tamelijke magt te keffing p=lo Gisser of Goram te willen komen om aldaar met elkanderen te overleggen de middelen dewelke vereischt worden zo ter herovering van Aroe als kastijding van de strafschuldige Gorammers dewijl uit de van Banda overgezondene en onder de bijlagen overgaande declaratoiren en relaasen. meer dan al te klaar doorstaald dat wanneer de reets meer dan te groote magt en aanhang

NL-HaNA_1.04.02_3816_0018 view scan ↗

English

adherents of the rebelling Prince Noekoe and his brother, who under the name of Dp. Magofva has already set himself up as king of the land of Aroe, are not stopped and opposed in time, they will both soon make themselves so formidable that one must reasonably fear the most dreadful consequences, since from the aforementioned accounts it appears not only that those of Klein Keij, Goram, and some Ceramers and Oedjier at Aroe favor and vigorously support their thirst for plunder and murder, but even those of Maba, Weda, and Pattenie have joined them with a large multitude of departed Ternatean Alfurs from the negorijen of Tobillo and Tobaro. Therefore, I have found it useful to give the necessary communication of this to the Lord Governor of Ternate, Cornabé, by letter dated the 8th of this month, with the request to persuade the aforesaid peoples of Maba, Weda, and Pattanie in the best manner to leave the party of Noekoe and his adherents, and at the same time to induce the King of Ternate to make his departed Alfur subjects of Tobello and Tobano return and forbid them to join Noekoe and his adherents again, the more so because although the Lord Governor of Banda, Haga, communicated to me in a separate further letter dated 20 August last that according to reports received from Ceram, in the latest attack at Aroe a certain captain of Noekoe, Jman Boelie of Maba, was shot dead, though not sent by Noekoe but having departed thither on his own accord with a vessel and people of Maba, it is nevertheless confirmed from this further report that some peoples of that country adhere to Noekoe and have been the attackers of the burgher vessels licensed to Aroe and their convoy. Under the main section of the Nutmeg Cultivation, Your High Nobilities have already been informed, by separate letter dated 24 May 1786 by my honored predecessor, the Honorable Mr. De Boek, of the order which his Honor gave to the regents of this main Castle to deliver henceforth their ripe nuts and mace at the contracted price of 8 stuivers for 10 lb of good nuts and 36 stuivers for 4 lb of good mace. Now I find myself obliged to bring to Your High Nobilities' dutiful knowledge that after assuming the direction of affairs, I soon found that neither native nor private individual is inclined to deliver his ripened nuts to the Company at the aforesaid price. Wherefore, in order to be enabled to send Your High Nobilities some samples for the Netherlands and Batavia, I had to resolve to accept the 100 pieces of nutmegs with their mace at 15 stuivers, by which means I then also succeeded in obtaining 13,000 pieces, which were prepared by the military captain of Querieke. From this has come 21 lb of mace, of which have been packed as a sample for the Netherlands, in small baskets packed in sailcloth and subsequently braided with rattan, 20 lb, or 10 lb in each, as well as 1 lb in 1 smaller ditto for Batavia; furthermore, in 2 single rattan baskets for the Netherlands, 10,000 pieces of nuts in their husk, or 5,000 pieces in each of the same, and in a smaller one for Batavia, 500 pieces. All of which baskets I now have the honor to present herewith to Your High Nobilities in two different small boxes, the one marked Mace and the other Nuts from Ambon, as samples for the Netherlands and Batavia, and to charge per invoice; as well as respectfully to inform Your Honors at the same time that since, of the aforesaid quantity of nuts, 2,500 pieces were removed from the shell through the ignorance of the suppliers, but are otherwise ripe and well-prepared, I have had them delivered to the shopkeeper for the daily supply in the household. I hope, therefore, that the purchase of those nuts at the aforesaid price of 15 stuivers per 100 pieces may meet with Your High Nobilities' approval; while in the meantime I venture to ask Your Honors with due respect for orders whether I may henceforth accept the delivered ripe nuts at the aforementioned price or not, since, be it said with deep respect, I must declare frankly that as yet I see not the slightest prospect of being able to obtain the same at a lower price. Among the enclosures hereto, I have meanwhile the honor to offer Your High Nobilities two copies of the memorandum left by my predecessor, the Honorable and Esteemed Extra-Ordinary Councilor De Boek, concerning the present state of affairs in this Province, for further forwarding to the Netherlands; while for the rest I take the liberty to commend Your High Nobilities' illustrious persons and the Company's weighty interests to the safe keeping and protection of God Almighty, and with all veneration and high esteem to style myself: Underneath stood: High Noble, Esteemed, Right Honorable and Honorable Sirs. Lower: Your High Nobilities' humble and dutiful servant. Was signed: I: A: Schilling. In the margin: Amboina, in Castle Nieuw Victoria, the 27th of September Anno 1788. Agrees: First Sworn Clerk, Arie Coomans Introduction To His High Nobility, The High Noble, Right Honorable, Esteemed, Wide-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Honorable and Esteemed Gentlemen, Councilors of the Dutch Indies, etc., etc. at Batavia. High Noble, Right Honorable, Esteemed, Wide-Ruling Lord, and Honorable and Esteemed Sirs. The necessity demanding that I again report to Your High Nobilities on what has occurred since the departure of my respectful previous communication under the date of the end of March last, in so far as this has not already been done by later letters of 25 April, 5 and 8 May, as well as 9, 16, and 21 of this month, I have the honor to report in the first place that on the 23rd of this month, from the Resident of Boelecomba, Van Diemar,

Dutch transcription

8 aanhang van den rebelleerende Prins Noekoe en deszelvs broeder die onder den naam van Dp. Magofva zig reets tot koning van het land van Aroe opgeworpen heeft, niet bij tijds gestuit en tegen gegaan word zij beide zig eerlang zo gedugt zullen maken dat men met reeden bedugt moet weezen voor de schromelijkste gevolgen, vermits uit de opgemelde relaasen niet alleen blijkt dat die van klein keij Goram en eenige Cerammers en oedjier te Aroe derzelver roof en moordzugt begunstigen en met kragt ondersteunen maar zelve die van Maba, weda en Pattenie zig bij hen gevoegt hebben met een groote menigte ut gewee„ „kene Ternataansche Alphoeren uit de Negorijen Tobillo en Tobaro wes ik het dienstig gevonden hebbe de Heer Ternaats Gouverneur Cornabé hier van de nodige communicatie te geven bij brieve in dato 8: dezer met verzoek de voorsz volkeren van Ma„ ba, weda en Pattanie op de beste wijse te overreeden de parthij van Noekoe en zijnen aanhang te verlaten en den koning van Ter„ „naten teevens te beweegen om zijne uitgeweekens Alphoerse onder„ „danen van Tobello en Tobano te rug te doen keeren en verbieden om zig bij Noekoe en zijnen aanhang weder te vervoegen, te meer om dat of schoon mij de Heer wandas Gouverneur Haga bij een aparte nadere brief ged=e 20: Augustus J: leeden gecom„ „muiniceert heeft dat volgens ontfangene berigt van Ceram in de jongste attacque te Aroe zeekeren Capitain van Noekoe Jman Boelie van Maba dood geschoten dog door Noekoe niet ge„ ronden maar uit zich zelve met een vaartuig en volk van Maba derwaards vertrokken zoude wezen, uit dit nadere berigt egter bewaarheid word dat eenige volkeren van dat land Noekoe aankleven aanbleven en de aanvallers van den na Aroe gelecentieerde burger vaar„ „tuigen en hun Convoij geweest zijn onder het Hoofd deel der Noote Cultuure is uw Hoog Edelens bereets bij aparte brief in dato 24: Maij 1786: door mijnen geherden predeces„ „seur den Ed: Heer de Boek ter kennisse gebragt de rdre die zijn Gestrenge aan de regenten van dit hoofd Casteel gegeven heeft om voor„ „taan hunne rijpe nooten en Foelij tegens de gecontracteerde paijs van 8: stuijvers voor 10: lb goede noten en 36: stuivers voor 4: lb goede foelij te leeveren; Thans vind ik mij verpligt uw Hoog Edelens ter schuldige kennis te brengen dat ik na de aanvaarding van 't bestier van zaken al ras bevonden hebbe dat zo min Jnlander als particulier genee„ „gen is om zijne rijp gewordene Noten tegens voorsz prijs aan de Comp te leeveren, wes ik om in staat gesteld te worden uw Hoog Edelens eenige monsters voor Nederland en Bata„ „via te kunnen toezenden, heb moeten resolveeren de 100 p=s noten Musschaten met hun Foelij tegens 15: stuivers te ac„ „cepteeren, waar door het mij dan ook gelukt is 13000: p:s te bekomen, die door den Capitain militair van Querieke geprepareerd, zijn, zijnde daar van gekomen 21: lb foelij, waar van tot een monster voor Nederland afgepakt zijnin . in zijldoek geembaleerde en vervolgens met rottings om vlogte soekeltjes 20: lb of in ieder 10: lb, mitsgaders in 1: kleindere dito voor Ba„ „tavia 1 lb voorts in 2: enkelde rottings voor Nederland 10'000: p:s voten in hun bolster of in elk der zelve 5000: p:s en in 3 10 een kleinders voor Batavia 500: p:s alle welke soekels ik thans de eere hebbe uw Hoog Edelhedens in twee differente kasjes, het eene beschreeven Foelij en 't andere noten van Ambon tot morsters voor Nederland en Batavia hier nevens aan te beeden; en per Factuur aan te reekenen mitsgaders Hoogst Deszelve tevens met eerbied te bedeelen, dat vermits van voorsz quantiteit noten 2500: p:s door onkunde van de leveranciers uit den dop gedaan dog voor 't overige rijp en weltobereid zijn, ik dezelve aan den winkelier heb laten afgeeven tot de dagelijkse verstrekking in de huishouding — Ik hope derhalven dat den inkoop dier Noten tegens den voorsz prijs van 15: stuivers de 100: p=s Uw Hoog Edelhedens goedkeure moge weg dragen; terwijl ik mij in„ „tusschen onderwinde Hoogst dezelve met verschuldigde eerbied om ordre te vragen of ik de geleeverd werdende rij„ „pe Noten teegens voormelde prijs voortaan mag ac„ „cepteeren dan niet! dewijl ik, het zij met diepe eerbied gezegt, rond uit verklaren moet voor als nog geen de min„ „ste apparentie te zien om dezelve tegens een minderen prijs te zullen kunnen bekomen - Onder den bijlagen dezes heb ik inmiddens de eere Uw Hoog Edelhedens aan te bieden twee afschriften van de door mijn predecesseur den wel Edele Gestrenge Heer Raad extra ordinair dl: Bock nagelatene memorie betreffende den teegenswoordigen staat van zaken en deze Provintie, te I. ter verdere voortschikking naar Nederland; Terwijl ik mij voor 't overige bevrijmoedige uw Hoog Edelheedens Jllustre per„ zonen en 's Maatschapp ijs swaarwigtige belangens op te dragen in de veilige hoede en bescherming van God Almach„ „tig en met alle veneratie en hoog agting te noemen. /: onder„ „stond:/ Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heere en wel Edele Gestrenge Heeren /:lager/. uw Hoog Edelheeden onderdanigen en trouw schuldigen Dienaar /:was geteekend:/ I: A: Schilling /: in margine. /. Am„ „boina in 't Casteel Nieuw Victoria den 27: September Anno 1788: — Accordeert Eerste gezwklenk. Arie Coomans ntie, 12 13. inleiding Aan Zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtbare Gestrenge wijdgebiedende Heere M Williem Arnold Alling Gouverneur Generaall Hoog Edele Groot Agtbaare Gestrenge Wijdgebiedende Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren. De noodzakelijkheid verbischende uw Hoog Edelheedens we„ „der verslag te doen van het voorgevallene zedert het afgaan mij„ „ner Eerbiedige voorjaarige bedeling onder ultimo Maart Jongst Leeden voor zo verre zulks niet reeds is geschied bij latere van den 25:e April 5 en 8:e Maij mitsgaders 9, 16' en 21 dezen, zo heb jk de Eere voor af in de eerste plaats te melden dat Jk den 23:e dezer van den Boelecombas Resident van Diemar Benevens De WelEdele Gestrenge Heren Ra„ „den van Nederlandsch Jndien ACch: N: Batavia bij. A

NL-HaNA_1.04.02_3816_0024 view scan ↗

English

Report concerning an English ship that appeared here. By a separate letter of the 21st previously, I received information that an English ship had arrived in the Bay of Boni with the intention of trading there. I immediately gave that Resident the necessary orders on how to counteract this, and at the same time, the following day, I wrote to the authorities of Maros not only to discuss this with the King of Boni, but also to request him, in the name of the General Dutch East India Company, to give the speediest orders to his lieutenant there, the Prince Aroe Manipoe (a completely different person from the leader of the rebels), to counteract this in accordance with the contents of the Bongaise contract and the absolute desire of Your High Nobilities; thus all of this can be seen in detail in the aforementioned papers forwarded among the appendices hereto, with the received, very speculative and far from the truth answer that Boni's monarch has given here. Although all of this afterwards was not necessary in so far as the said Briton appeared and anchored here in the vicinity of the castle on the 25th, from where he declared his cargo consisting of Opium and iron, and requested and received some refreshments; and the Supercargo and First Lieutenant, having been with me on the shore for an hour, departed again on the 27th, setting course past Hartebeesten Island toward China: all recorded more broadly in the separate Day-Register. Behavior of the Boniers. Appearance of their Envoy. As an example of the continuing unwillingness of Boni's king, who is still residing at Maros, to surrender the Goka State Regalia, or as proof that they seem by no means inclined to do so, I must also mention in this regard that on the 23rd of May last I received a letter from the Maros resident Burggraaff accompanying a Chap or Letter from Boni's king, which he sent to me for the Citizen Duverne for the recovery of some of his deserted slaves; but that I, as it was addressed to Aroe Mampoe with the title of Governor of the State over the Makassars staying in the mountains, which I could by no means recognize him as, not only detained it, but ordered the aforementioned Resident to bring this, with the reasons thereof, to the king's attention on occasion, just as I afterwards also had to do regarding his people's recent bad behavior shown again towards the Company's Regent at Maros. Since then, or on the 24th of this month, the King's Envoy has finally appeared here, and the Letter of Your High Nobilities brought along by him for his monarch was brought with customary ceremony first into the castle and subsequently to Maros, from where I hope that the king will soon return to confer with me about its contents. The Queen's confinement. Soping's adherence to the Company. The King's Wife having been delivered of a Prince on the 21st of this month and proper notice thereof having been given to me, I have also caused to be offered to His Highness the present customary to be given on such an occasion. Soping's King, being entirely attached to his Uncle the Prince Aroe Patjana, to whom he has enfeoffed the Duchy of Lampoella situated in Soping, will undertake nothing against his wishes, as Your High Nobilities, if it please you, will be able to see from a Letter recently written to me by Aroe Pantjana and the Datoe Sideureng, to be found among the appendices hereto. And therefore the Boniers have not the least help to expect from this Realm formerly so attached to them, to which their king was so closely related by Marriage with the monarch's sister. Report from Boutong. On the 31st of May last, the spice Extirpators, Sergeant Martin C:s:, who departed thither in November 1786 and remained there for a year due to adverse winds as well as a Change of Government, returned here, accompanied by the Envoys who customarily travel along annually; the former brought me a written Report of his activities, and the latter a Letter from their new King and State grandees. From the Report forwarded among the appendices hereto, Your High Nobilities will find noted, especially under the 10th of September 1787, the still continuing unwillingness of the Boutongers to return or pay the value of the Cannons so often demanded and fished up there from the wrecks of our ships; as well as that they detained the Extirpators for nearly four months before those People were in a position to carry out the spice Extirpation. The letter from the new king and grandees of the realm contained in particular various complaints about the aforementioned Sergeant Extirpator; a renewed request to retain the just-mentioned Cannons for their defense; the election of a new king in place of the Sultan who resigned the throne as old and decrepit; a notification of the arrival there of suspicious Boniers, and

Dutch transcription

braijt wegen ou hier versche„ „nen Engelsch schip bij een aparte brief van den 21„e bevorens narigt kreeg dat er een En„ „gelsk schip in de Bogt van Bonij gekomen was niet voornee„ „men om ginter te handelen. Dat jk daar op ten eersten dien Re„ sident de nodige ordre hoedanig dit tegen te gaan gegeven en te gelijk 's daags daar aan die van Maros aangeschreven heb om den koning van Bonij hier over niet alleen te onderhouden maar ook uit Naam van de Generaale Nederlandshe Oost Indische kompagnie te verzoeken van ten allerspoedigsten zodanige ordres aan zijn gin„ ter zijnde stedehouder den Prins Aroe Manipoe /: een geheel an„ „ „dere als het hoofd der Rebellen:/ tot tegengang van dien te geven in ovreenkomst met den inhoud van het Bongaijse kontract en de „ absolute vng begeerte uwer HoogEdelheedens, invoegen dit een een en ander in zijn omstande te b'ogen is bij de voorschreeven papieren x onder de Bijlaegen dezes overgaande met het ontfangene zeer specu„ „latiif en verre bezijden de waarheid zijnde andwoord dat Bonijs vortt hier opgegeven heeft. Schoon dit alles in zo verre naderhand„ niet nodig is geweest nadien gedagte Brit den 25:e hier in de na „bijsrijde van het kateel verscheen, en ankerde, van waar hij zijn lading bestaande in Amphioen en ijzer opgegeven en eenige ververthieng ver„ „zogt en gekreegen mitsgaders de Carga en Eerste Luitenant voor een uurtje bij mijn aan de wel geweest hebbende den 27=e weder vertrok„ „ken is, de Coers bezinden het Hartebeesten Eiland heen na China nemende: alles breder bij het spart Dag -Register aangetekent t tot 15 gedrag der Boniers. opdaging van haar Gezant Tot een staaltje van de Continueerende onwilligheid van de zig op Maros nog ophoudende Bonijs koning tot overgave der Goake Rijksoramenten of ten blijke dat zij daar toe nog geenzints schijnt te inclineeren dien jk in dezen ook aan te haalen dat Jk den 23„e Maij Jongst Leeden een briefje van den Maros resident BurgGraaff ontfing ten geleide van een Chiap of Briefje van Bonijs koning dat hij voor den Burger Duverne ter weder„ krijging van eenige van 's chans g'droste slaven mijn toesond, dog dat Ik het zelve als g'addresseert wezende aan Aroe Mampoe met den titul van Rijksbestierder over de in de gebergtens zig ophoudende Makasjaren, waar voor ik hem geenzints kon erkennen, niet alleen aan„ „gehouden maar den Resident voormeld gelast heb om zulks met de redenen van dien den koning bij gelegend„ „heid onder het oog te brengen, zo als jk hem nader„ „hand ook heb moeten doen omtrend zijn volks slegt gedrag Jongst weder omtrent 'tkompagnies Regent op Maros betoont Zedert of op den 24:e dezer is 's konings Gezant hier eindelijk opgedaagd en is de door hem mede ge „bragte Brief uwer Hoog Edelhedens voor zijn vorst met gewonelijke statie eerst in het kaszeel en vervolgens na Maros gebragt. van waar ik hoope dat den konnen 's koningins devalling Sopings aankleving aan de komp„e koning spoedig zal te rug keren om met mijn over dies inhoud te handelen. S konings Huisvrouw den 21 dezer van een Prins bevallen en mijn daar van de behoorlijke kennisse gege„ „ren zijnde, zo heb jk ook aan zijn Hoogheid laaten aanbieden de screnkagie bij Een zo gelegendheid gewoon af te geven Sopings Koning ten s geheel en al aan zijn Oom den Prins Aroe Patjana aan wien hij het in soping leggende Hertogdom Lampoella verbert heeft, gehigt, zal niets tegen de zin van dien ondernemen gelijk uw Hoog Edelheedens des gelievende zullen kun„ „nen zien uit eene onlangs van Aroe Pantjana en den Datoe Sideureng aan mijn geschreevene en on„ „der de Bijlagen dezes te vindene Brief. En dies hebben de Boniers ook van dit hun bevorens zo aan¬ „gekleefde Rijk, waar aan haar koning zo nauw door Huwelijx met 's vorsten zuster vermaagd„ „schap was, de minste hulpe te verwagten van Boutong zijn op den 31e Maij Jongst Leeden hier . Berigt van boutanag hier te rug gekomen de in November 1786 na derwaarts vertrokkene en ginter door tegenwinden zo wel als Rijks ver„ „andering een Jaar overgebleevene specerij Extirpateurs den zergeant Martin C: s: verzeld van de 'Tjaarlyks na ge„ „woonte mede overkomende Gezanten, welke eerste mijn een schriftelijke Rapport van zijn verrigtingen in de Laaste een Brief van haar nieuwen Koning en Rijks„ „grooten mede bragten. uit het Rapport onder de Bijlaagen dezes overgaande zullen uw Hoog Edelhedens bijzonder onder den 10„e September 1707 vinden aangetee„ „kend der Bouthongers als nog aan houdende onwillig„ „heid in de terug gave of voldoening van dies waarde van de zo dikwils op g'eischte en ginter uit de wrak„ „ken onzer scheepen opgevischte Canons. Als mede dat zij de Extirpateurs bij de viermaanden hebben opgehouden eer die Lieden instaat waaren de specerij Extirpatie te doen. De brief van den nieuwen koning en Rijks grooten hield bijzonders in diverse klagten over den zergeant Extir„ „pateur voormeld: Een vernieuwt verzoek tot aanhouding ter hunner defensie van de zo evengenoemde Canons: het verkiesen van een nieuwen koning in plaats van de als oud en afgeleefd de throon gequiteerden: Sulthan: Een bedeling van de aankomst ginter van suspecte Boniers en 17

NL-HaNA_1.04.02_3816_0028 view scan ↗

English

the remarks made upon it. drawings of the Batteries etc. are being forwarded and the receipt of a letter framed in just the same terms. On the first article, Sergeant Martin must, according to the resolution taken in the Council of Policy, answer: The second point, in which the Grandees of the Realm were very much mistaken, I also, deeming it very necessary, brought before the Council, and the resolution thereon, being very pressing, was respectfully communicated to Your Right Noble Honours with the general letter now departing: The third point regarding the cannons I must again leave to the discretion of Your Noble Honours, as it appears that nothing will come of it anyway, and Regarding the fourth, I shall reply that they acted very well in accordance with the treaties. In conclusion of this further communication, I have the honour to offer respectfully to Your Right Noble Honours the demanded drawings, made here as well as possible, of the four Batteries proposed by me for construction to strengthen this Government, along with a calculation of the expenses for lime and 23 stone, Makassar in Fort Rotterdam the 30th of June Ao 1788 and stone, alongside an original report from the Artillery Captain and supervisor of the works here, Johan Fredrik Abrecht, demonstrating the impossibility of gathering the aforementioned necessary materials of lime and stone in time for a speedy construction of those strongholds. For the procurement of which, if request therefor will this highly necessary work be carried out, I then once again submit the most humble solicitations, whether from the Headquarters or from Samarang. I remain with the deepest humility, Right Noble, High and Honourable, Severe, Wide-Ruling Lord, and Noble Severe Lords, Your Right Noble Honours' humble and obedient Servant, was signed: B.s Reijke Agrees 23 Batavia To His Right Noble Honour, The Right Noble, High and Honourable, Severe, Wide-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Noble Severe Lords, Councillors of the Dutch Indies, etc., etc. Right Noble, High and Honourable, Severe, Wide-Ruling Lord, and Noble Severe Lords! Having received yesterday from the Noble Severe Lord Fredrik Alexander Meurer the letter of the 26th of June last, accompanying this in authentic copy, in which he, while giving notice of his arrival at Sumbauwa Sumbauwa and the state of affairs there, makes a request for assistance of various necessities, and particularly for a number of 120 to 100 soldiers, we immediately decided in our Council to comply as quickly as possible with everything requested so far as feasible, as the accompanying resolution of that day serves to show, and to which we respectfully refer for the sake of brevity; it having also on that occasion been decided to give Your Right Noble Honours, with the ready-to-sail vessel of the former Bookkeeper Hendrik Ian Bz. Voll, not only timely and requisite notice of this, but also to request of Your Noble Honours a timely relief of European troops, which has become most necessary due to this rendered assistance, even if it were provisionally just a hundred men. We have the honour to be with the deepest 23 deepest respect and high esteem, Right Noble, High and Honourable, Severe, Wide-Ruling Lord, and Noble Severe Lords, Makassar in Fort Rotterdam the 12th of July Ao 1788 Your Right Noble Honours' humble and dutiful Servants, was signed: Bd Reijke W: Beth J: M Baserman J: Ls Devos Jn Monsieur Is Bosch J: G Budach and I: A: Wisse. Agrees 25. Batavia To His Right Noble Honour, The Right Noble, High and Honourable, Severe, Wide-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Noble Severe Lords Councillors of the Dutch Indies, etc., etc., etc. Right Noble, High and Honourable, Severe, Wide-Ruling Lord, and Noble Severe Lords, After the departure of my and the Council's respectful letter of the 12th of this month regarding the succour to be sent to Sumbauwa, having dispatched from here thither on the 15th following the two Pantjallangs De Vrede and Het Beleijd along with just as many Paduakangs, as one was not enough, I have the honour to give Your Right Noble Honours hereof the requisite notice and, along with the duplicate of that letter, to offer most humbly at the same time the correspondence sent on that occasion to Lord Meurer and the Bima Resident Meurs, along with the lists belonging thereto showing how the aforementioned two Pantjallangs were equipped or fitted out for war, and with what considerable reinforcement, of which I have caused the Noble Lord Governor of Java, Greeve, to obtain the necessary information, so that I also do not dare to doubt that with good conduct a complete victory over the enemy will be achieved, the more so because our European troops who departed from here, healthy and full of courage, have gone to war as if eager to fight. From the Poelecomba Resident van Diemar I received a few days ago a letter dated the 30th of June last, containing further incoming reports regarding the English private ship The Surprize that was present over there in the Bay of Boni and was already mentioned in my previous letter, which, as fabricated statements of natives or Bugis, do not deserve the slightest credence, particularly the details given therein

Dutch transcription

het gerenarqueerde daar op. aftekeningen van de Batterijen Atc: gaan over en de ontfangst eener even zo gestelde Brief. Op het eerste articul moet den zergeant Martin vol„ „gens het in Rade van Politie genomene besluit verant„ „woorden: Het tweede poinct waar in de Rijksgrooten zig zeer misgrepen hebben, heb ik ook als zeer noodzakelijk oordeelende in den Raad gebragt en het besluit daar op als zeer presseerende werd uw Hoog Edelheedens bij de tans afgaande gemeene Brief Eerbiedig Gecommuniceerd: Het derde poinct omtrent de kanons moet ik alweeder aan het goedvinden uwer Hove Edelheeden overlaten, Dewijl het schijnt dat daar van dog niets komen zal, en Omtrend het vierde zal ik antwoorden dat zij zeer wel in overeenkomst der verbonden gehandelt hebben. Tot slot van dit nader bedeelde heb ik de Eere uw Hoog Edelheedens reverentelijk aan te bieden de gevor„ „derde en hier zo goed mogelijk gemaakte aftekenin„ „gen van de tot versterking van dit Gouvernement door mijn ter Exstructie voorgestelde vier Batterijen met een Calculatie van dies bekostigde aan kalk en 23 „trend. Makaker int katteel Rotterdam den 30 Junij Ao 1788 en stein nevens een Berigt in originali van den Arthillerij kapitain en opzigter der werken alhier Johan Fredrik Abrecht, aantoonende de onmogelijkheid om tot een spoedige opbouwing dier sterkkens de voorschree„ „ven nodige Materiaalen van kalk en steen in tijds bij een te bekomen. Tot welkers erlanging, zal niet verzoek daar om„ dit zo hoog noodzakelijke werk ter uitvoer gebragt worden, ik dan ook nogmaals het zij van de Hoofd„ „plaats dan wel Samarang de aller nedrigste solli„ citatien kome te doen. Ik blijve met de diepte nedrigheid. Hoog Edel Groot Agtbare Gestrenge wijdgebiedende Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren. Uwer Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorzame Dienaar /:was getekend:/ B„s Reijke Accordeert 23 Batavia Aan Zijn Hoog Edelheid Den HoogEdelen Grot Agfbaare Testenge Wijdgebidende Heere M=r Willem Arnola Alting, Gouverneur Generaal Benevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Indien etiek: etc: HoogEdele Groot Agtbare Testrenge Tijdgebiedende Deere en WelEdele Gestrenge Heeren! Van den wel Edelen Gestrengen Heer Fredrik Alex„ „ander Meurer, op gisteren den in Authentieke Copia hier nevens gaande brief van den 26' Juni J: L: ontfangen hebbende, waar bij denzelven onder kennis geeving van zijn Arrivement op sumbauwa Sumbauwa en de gesteldheid der zaken aldaar, verzoek doet, om Assistentie van diverse noodwen„ „digheeden, en bij zonder om een aantal van 120 â 100 Militairen, zo hebben wij ten eersten in onzen Rade beslooten om ten allerspoedigsten aan al het versogte zo veel doenlijk te voldoen, gelijk het hier nevens gaande besluit van dien dag komt aan te wijzen, en waar aan wij ons Eerbiedigst om de kortheid te betragten ge„ „dragen; zijnde teffens bij die gelegendheid uw Hoog Edelheeden met het zeil beslooten rheede leggende vaarthiig van den oud Boek„ „houder Hendrik Ian Bz: voll nog tijdig de vereischte kennisse hier van niet alleen te geven, maar ook van Hoog Dezelve te verzoeken Een door deze verleen„ „de Assistentie allernoodsakelijkst geworden tijdig ontzet van Europeesche Manschap„ „pen alwaar het maar bij provisie Een tehondert stux. wij hebben de Eer met den dieposten - 23 diepsten Eerbied en hoogagting te zijn Hoog Edel Groot Agtbar estrenge wijdgebiedende Heere en WelEdele Gestrenge Heeren Maccaller in't kastel Rotterdam den 12 Julij Ao 1788 Uw Hoog Edelheeden onderdanige en Trouwschuldige Dienaaren /:was getekend:/ Bd Reijke W: Beth J: M Baserman J: Ls Devos 9 I„n Monsieur Is Bosch J: G Budach en I: A: wisse. Accordeert 25. Batavia Aan Zijn Hoog Edelheid Den HoogEdelen groot Agtbaare Testrenge Bijdgebiedende Heere Mr Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal Hoog Edel Groot Agtbare Gestrenge wijdgebiedende Heere en WelEdele Gestrenge Heeren Na het afgaan mijner en des Raads Eerbiedige E van den 12' dezer wegens het af te zenden sekours na Sumbauwa, op den 15e daar aan van hier na der„ waarts gedepecheert hebbende de twee Pantjallangs De vrede en het Beleijd nevens even zo veel Paduakangs want eene niet genoeg was zo heb ik de Eere uw HoogEdelhedens Benevens De WelEdele Gestrenge Heren Raden van Nederlandsch Jndien etc etc etc: hier. hier van de vereischte kennisse te geven en met het du„ „plicaat van die Brief te gelijk nedrigst dan te bieden het bij die gelegentheid teffens afgezondene schrijvens aan den Heer Meurer en de Bimas resident Meurs, nevens de daar bij gehorende Notitien ter aanthooning hoedanig voorsz: twee Pantjallangs g'equipeert of ten oorlog toegerust zijn geweest, en met welk aanzienlijk renfort waar van Jk de Edelen Heer Javas Gouverneur Greeve de nodige kundtchap heb doen erlangen, Wk dan ook niet in trijf„ „fel durf trekken of men zal bij een goed belejd een vol„ „komen overwintting op den vijand behaalen, te meer daar onze van hier vertrokkene Europeesche Mantchappen, gezond en vol Courage, als om strijd ten oorlog getrok„ „ken zijn. van den Poelecombas resident van Diemar heb ik voor eenige dagen een brief ontfangen van den 30 Junij Jongst Leeden houdende nadere inge„ komene Berigten wegens het ginter in de Bogt van Bonij aangeweest zijnde en in mijn voorige reets ver„ „melde Engelsch particuliere schip De Surpaize, die als verdigte opgave van Jnlanders of Boegineesen geen het minste geloof verdienen, bijzonders de daar bij opgegevene

NL-HaNA_1.04.02_3816_0037 view scan ↗

English

27. reported purchase that these Englishmen supposedly wished to make of the island of Poeloe Moelloeng Roea with, note, the anchorages around it for a trifle of four hundred Spanish Rijxdaalders, which then also does not at all agree or can be reconciled with the private letter of the said Resident to me stating that the English were afraid of the Buginese and the latter in turn were fearful of them. Here at the main office everything is still in a peaceful state, the Bonians, as I have been informed indirectly, being still engaged in deliberating upon the contents of the letter received from Your High Nobilities, concerning the answer to which they cannot agree at all. It is even whispered that among them there are some who rather incline to depose that fickle king than to meddle further in the affairs of the rebels. But however this may be, I eagerly await an answer, and meanwhile rely strongly upon the two princes Aroe Pantjana and the Dato of Sidenreng, which former will likely bring it so far that he brings his youngest brother, the petty king of Tanette, from the side of the Bonians to that of the Noble Company, as Your High Nobilities will be able somewhat to see from the copy of his letter recently Makasser in Castle Rotterdam the 18th of July, the year 1788 recently written to me, and if this happens then the haughty Bonians have little support further to expect from the allies successively detached by them per fas et nefas in former days through too much indulgence on our side, for as Aroe Pantjana is also somewhat related to the princes of Mandhar, it is thought, though I have no tangible proofs of it, that it will likewise no longer please these to bear the yoke of those domineering and intolerable peoples. I commend Your High Nobilities' precious person and the Noble Company's weighty interests to the solely secure keeping of the Almighty, and remain with the deepest respect, Right Honorable, Highly Esteemed, Stern, Widely Ruling Lord and Right Honorable Stern Lords, Your High Nobilities' humble and obedient servant, was signed: B.s Reijke Agrees. 29. Batavia To His High Nobility, The Right Honorable, Highly Esteemed, Stern, Widely Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Right Honorable Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. Right Honorable, Highly Esteemed, Stern, Widely Ruling Lord and Right Honorable Stern Lords, It is now fully a month ago that the King of Bonij received the letter written to him by Your High Nobilities, without me having obtained a sight of it according to custom up to this day, much less that he seems willing to make ready to consult with me about its contents, but on the contrary continues to stay at Maros. And as this delay must strengthen me in my opinion that this prince, who is now fully informed of the intention of Your High Nobilities and to which he has promised to conform himself, will not surrender the Gowan state regalia until and before he sees that the Company begins to use earnestness, I make so bold as to present these my humble considerations most submissively to Your High Nobilities and to request once again most humbly to be assisted with two armed Company ships, provided with four to five hundred soldiers, sailors, as well as artillerymen, whom I can employ on land. I do not doubt that upon that sight and upon the demanding of a categorical answer, he will soon come to other thoughts and acquire a comprehension that it will otherwise become a real earnest matter to compel him thereto by force. A letter recently received again from Aroe Pantjana and my answer thereto will further show Your High Nobilities how very necessary all this becomes. The collection of the tithe in the Macassarese lands 31. was accomplished reasonably well these days, although the Bonians again did not wish to observe this obligation for the fields still held by them by force. Otherwise everything is quiet there, especially since I privately informed the king, who had become somewhat uneasy or embarrassed, that the rumors which the King of Bonij had spread for his own advantage concerning the regalia are untrue, and that they can securely rely on the Company's protection. From Sumbauwa, where I think the reinforcement sent from here will have arrived several days ago already, I have not yet received any further reports. In a few days I shall also send back from here to Boutong, with the ordinary spice extirpators, the envoys of that realm with the necessary letters to the new king and the grandees of state there, as Your High Nobilities will be able to see from the copy of the already drafted letter respectfully annexed hereto. I in Castle Rotterdam I remain with the deepest humility, Right Honorable, Highly Esteemed, Stern, Widely Ruling Lord and Right Honorable Stern Lords, Makasser Your High Nobilities' humble and dutifully bound servant, was signed: B.s Reijke Agrees. the 2nd of August 1727

Dutch transcription

27. opgegevene koop die deze Engelschen zoude hebben willen doen van het Eiland Poeloe Moelloeng Roea met NB: de daar omtrent zijnde ankerplaatsen voor een Bagatel van Rijxdaalders vierhondert Spaans, dat dan ook met het partikulier schrijven van gedagte Resident aan mijn als dat de Engelsche voor de Boegineesen bang en deze weder voor haar bevreest zoude geweest zijn gantsch niet over eenstemt of overeen gebragt kan worden. Hier ten Hoofdkomptoire is alles nog in een gerusten toestand, zijnde de Boniers zo Jk van ter zijde onderrigt ben nog bezig met het beraadslagen over den inhoud uwer Hoog Edelheedens ontfangene Brief, omtrent welkers andwoord zij het gantsch niet eens kunnen worden, men mom„ „peld zelfs dat er onder haar zommige zijn die liever in„ „clineeren om dien wzeveligen koning af te zetten als zig ver„ „der in de zaken der Rebellen te mellieren. Dan hoe het hier mede zij jk nagt met smert na antwoord, en houde mijn intusschen sterk op de beide prinsen Aroe Pantjana en den Da„ „to van Sidenreng, welke Eerste het denkelijk wel zo verre zal brengen dat hij zijn Jongste Broeder het koningje van Ta„ „nette van de zijde der Boniers op die van de Edele komp„e brengt, gelijk uw Hoog Edelheedens uit het afschrift zijner Jongst Makasser in't kasteel Rotterdam den 18 Julij Ao 1788 Jongst aan mijn geschrevene Brief eenigzints zal kun„ „nen geblijken, en dit geschiedende dan hebben de trotste Boniers weinig Iteun meer te verwagten van de door haar perfas et Nevas in vroegere daagen door te veel toege„ „ „vendheid van onze zijde successive afgetrokkene Bondge„ „noten, want Aroe Pantjana onder de vorsten van Mandhar ook eenigzints vermaagdschap wezende zo wil men wel /:reele bewijzen heb /er niet van :/ dat het deze almeede niet lan„ „ger zal gelusten het Juk van de heerzugtige en onverdaagelijke volkeren te dragen. Jk beveele uw Hoog Edelheedens dierbare Perzoon en 's Edele kompagnies zwaarwigtige belangens in de alleen veilige hoede des Allerhoogsten en blijve met den diepsten Eerbied. HoogEdel Groot Agtbare Gestrenge wijd gebiedende Heere en Wel Edele GestrengenHeeren Uwer Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorsaame Dienaar /:was getekent:/ B„s Reijke Accordeert 29. Batavia Aan Zijn Hoog Edelheid Dan Hoog Edele Groot Agtarie ver renge uijtgebiende Heere M=r Billem Amnolit Alling, Gouverneur Generaal Benevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Indien et: etc: ekc: Hoog Edele Groot Agtbare Eesrenige Wrijdgebiedende Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren. Het is nu ruijm Een maand geleeden dat de Koning van Bonij ontfangen heeft de door uw Hoog Edelheedens aan hem geschreevene Brief, zonder dat jk tot heeden toe daar van na den gebruike visie gekregen heb veel min dat hij zig schijnt te willen vervaardigen om met mijn over - — over dies inhoud te raadpleegen, maar zig daar en tegen nog op Maros blijft ophouden; En dewijl deze vertraging mijn in mijn gevoelens moeten sterken als dat dien vorst die nu volkoomen van de Jntentie uwer Hoog Edelheedens is onderrigt en waar na Hij belooft heeft zig te zullen schikken, De Goathe Rijksornamenten niet zal afgeeven voor en al eer dat zij ziet dat de Compagnie ernst begint te ge„ bruiken, zeo vervrijmoedige jk mijn uw Hoog Edelheedens deze mijne geringe bedenkingen aller nedrigst te suppedi„ „teeren en nogmaals ootmoedigst te verzoeken om met twee stuks g'armeerde 'sComps scheepen, voorzien van vier â vijfhondert zo Militairen, mattroosen als Ar„ Milteristen, die jk aan land kana Implojeeren te mogen wor„ „den g'assisteert. sk twijfel niet of hij zal als dan op dat ge„ „zigt en op de afvraging van een Catagorisch andwoord spoe„ „dig tot andere gedagten koomen en een begrip krijgen dat het anders een regten ernst zal worden om hem daar toe met geweld te noodzaaken. Een brief onlangs weder van Aroe Pantjana ontfangen en mijn andwoord daar op zullen uw Hoog Edelheedens verder doen ge„ „blijken hoe zeer uit alles noodzakelijk word. De verthiening in de Makassaarsche Landen is. 31 is dezer dagen nog redelijk wel volbragt schoon de Boniers deze verpligting van de door haar als nog met geweld onder zig aanhoudende velden alweder niet hebben willen ob„ daar „serveeren. anders bevind zig alles stil, bijzondert ze„ „dert sk: de koning die wat ontrust of verleegen was geworden onderhands onderrigt heb dat de gerug„ „ten die Bonij Koning ten zijnen eigen voordeelen om„ „trend de ornamenten uijtgestraijt had onwaaragtig ƒ zijn en zij zig gerustelijk op 's komp„s bescherming verlaten kunnen. Van Sumbauwa alwaar jk denk dat al voor diverse dagen het van hier afgezondene renfort zal zijn g'arriveert, heb jk nog geen nadere berigten ontfangen Over wijnige dagen zal jk ook van hier met de ordinaire specerij Exterpateurs na Boutong te rug zenden, de Gezanten van dat Rijk met het nodige aan schrijvens aan den Nieuwen koning en Rijksgrooten aldaar, zo als uw Hoog Edelhedens uijt het afschrift van de reeds ontworpene brief, in Eerbied hier nevens gevoegd zullen kunnen zien Ik in't kasteel Rotterdam Ik blijve met de diepste nedrigheid. Hoog Edele droot Agtbaare Gestrenge Wijdgebiedende Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren Makaster Uwer Hoog Edelheedens onderdanige en Trouwschuldigen Dienaar - /:was getekent:/ B„s Reijke Accordeert den 2e Augustus 1727

NL-HaNA_1.04.02_3816_0043 view scan ↗

English

33. Batavia To His Excellency, The High Noble, Right Honorable, Strict, Far-Ruling Lord Willem Arnold Alting, Governor-General, as well as The Noble, Strict Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc. High Noble, Right Honorable, Strict, Far-Ruling Lord and Noble, Strict Lords. Yesterday towards the evening I received letters from the Bima Resident Meurs regarding the situation on Sumbawa. I immediately had the two letters which reported this, consisting of a general and a separate one addressed to me dated the 9th of this month, copied in order to be able to present them most humbly to Your Excellencies by the vessel departing today under Captain-Lieutenant of the Burgerij here, Rosenquist, the more 36. in Castle Rotterdam, Makassar. so because it appears therefrom that Captain Meurer intended around this time to return from there back to Batavia, and thus presumably leave affairs over there to Resident Meurs. As soon as that Resident writes to me further after the departure of the ships and informs me of his thoughts regarding the circumstances over there, I shall also provide mine to Your Excellencies with the utmost speed, since otherwise, for lack of the necessary clarification from Captain Meurer who held the authority there, it would only come out piecemeal. I humbly add hereto the duplicate of my separate letter respectfully sent on the 2nd of August last, and profess with all high esteem to be, High Noble, Right Honorable, Strict, Far-Ruling Lord and Noble, Strict Lords. The 22nd of September Anno 1788. Your Excellencies' humble and obedient servant, signed: B: Reijke Agreed. 35. Batavia. Introduction. To His Excellency, The High Noble, Right Honorable, Strict, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, as well as The Noble, Strict Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. Noble, Strict Lords, High Noble, Right Honorable, Strict, Far-Ruling Lord. Paragraph 1. Respectfully proceeding to an autumn report of affairs or communication of what has occurred here with regard to the Native Princes and that which pertains thereto since the dispatch of my last submission of the 2nd of August and 22nd of September, the following serves, Of the autumn communication, in the first place concerning: Reasons why Paragraph 2. The Court of Boni, that I, both on account of the situation on Sumbawa, of which the outcome was still unknown to me, the Northern tithes were again assigned to the Maros Resident C.S., and for what cause these turned out very meagerly. Further demonstration of the necessity and my indisposition which at that time even persisted for some days, as well as the King's unusually long stay with his entire court retinue at Maros, together with the Prince's persistent obstinacy in not having granted me the customary view of the letter from Your Excellencies received by him already a month ago, not to mention even the surrender of the Gowan state regalia, was compelled to assign the collection of the tithes, just as in the past year, once again to the Maros Resident Burggraaf and Chief Interpreter Deefhout, who are very skilled in that work. Paragraph 3. How meagerly that collection of tithes has turned out through unavoidable dispensations of Heaven, Your Excellencies will find noted in detail in the general letter now departing, although the wantonness of the Bone princes has also contributed not a little thereto. And if this latter—since the King's contempt for the Honorable Company has already risen to the highest peak, and he in no way seems 37. that exists to punish the Boniers. Among the Makassars it is quiet. In Sandrabone also. to wish to check his people in their evil conduct, which extends with plundering and arson even into our southern districts, as the Resident of Diemar recently reported to me in his separate letter of the 30th of September, but rather encourages them through all kinds of utterances—is not quickly brought to change through a fitting punishment, then I fear that the Company's authority on Celebes will be entirely done for, and for that reason I renew once again my request for assistance of troops in order to be capable of this. Paragraph 4. The Realm of the Makassars is entirely quiet and peaceful among themselves, and these people wait with nothing but longing for the Honorable Company to come and deliver them from the torments of the Boniers and the threats that their King secretly causes to be made to them. Paragraph 5. Sandrabone has delivered the two homage slaves this year, though with difficulty, on account of the King's renewed, pitiable ailment, over which his people are even as if in despair, as Your Excellencies, if you please, will be able to see in the report of Chief Interpreter Deefhout forwarded among the annexes hereof. To the Datu of Sidenreng, who adheres entirely to the Honorable Company, I, on the 14th of September past,

Dutch transcription

33. Batavia Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edele Groot Agtbare Gestreige wijdgebiedende Heere Wilem Arnold Alling Gouverneur Generaal M Benevens De Wel Edele Gestrenge Heeren: Raden van Nederlandsch Indien etc: F etc Hoog Edele Groot Agtbare Gestreenge Dijdgebiedende Heere en Weledele Gestrenge eeren Gisteren tegens den Avond ontfing Ik schrijvens van den Bimas Resident Meurs aangaande den toestand op Sum„ „bauwa. Jk heb de twee brieven die dit vermelde als een Gemeene en een aparte aan mijn in dato 9e dezer gezigt ten eersten doen afschrijven om uw Hoog Edelheedens nog per het opheden te ver„ „trekkene vaartuig van den kapitain Luitenant der Burgerij alhier Rosenquist aller nedrigst te kunnen aanbieden te meer 3 6 in't kasteel Rotterdam Makasser meer dewijl daar uit blijkt dat de Heer kapitain Meurer van voor„ „nemens was tegens deze tijd van daar te rug na Battavia te keeren en de zaken ginter dus denkelijk aan de resident Meurs over te laten. Jk zal zo dra dien resident mijn na het vertrek der schepen na„ „der geschreeven en mijn zijn gedagten over de omstandigheden gin„ „ter opgegeven heeft, uw Hoog Edelheedens ook als dan de mijne ten atter„ spoedigsten suppediteeren, dewijl het anders door ontstentenisse van de nodige Elucidatie van den het gezag ginter g'oeppende Heer kapitain Meurer maar in het gebrooken zoude uitkoomen. Ik voege hier nog nedrig bij het dupplikaat mijner in eerbied afgezondene aparte van den 2e Augustus laast Leden en betuige met alle hoogagting te zijn. Hoog Edele Groot Agtbare Gestrenge Bijdgebiedende Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren. den 22 September Ao 1788 Uuwer Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorsame Dienaar /:was getekend:/ B: Reijke Accordeert. 35. Batavia. inleiding Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Gestrengen wijdgebiedend Heer Mn Willem Arnolo Atting, Gouverneur Generaal. benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Nederlandsch Indien Ac, Ac etc. WelEdele Gestrenge Heeren. Hoog Edl rot Agtbare Gestrengen Wijdgebiedend Heer. §: 1. Eerbiedigst treden zullende tot een najarig verslag van zaken ofte bedeling van het geen zedert de averzending mijner laaste submisse van den 2=e augustus en 22=e September alhier met opzigt tot de Jnlandsche Vorsten en het daar toe betrekkelijke is voorgevallen, zo diend van de najarische bedeling in de Eerste plaats aangaande. redenen waarom. § 2. Het Hof van Bonij, dat jk zo om de toestant op Sumbauwa, waar van mijn den uitslag nog onbekend was. E H en. de Noorder verthiening. de Maros Resident C: S. weder is opgedragen en wat oirzake deze zeer Sober is uitgevallen. nadere betoging van de noodzakelijkheid was en mijne te dier tijd ook enige dagen zelfs bij geblevene enpasselykheid als wel des konings ongewoon lang ver= „blijf met zijn geheele Hofstoet op Maros mitsga„ 1 „ „ders des Vorsten aanhoudende halsterrigheid in de mijn tot nog toe na den gebruike niet gegevene visie van de bij hem reets voor een maand ontfangene Brief uwer Hoog Edelhedens, jk gezwijge de overgave zelfs van de Go= „ahse Rijks-ornamenten, genoodzaakt ben geweest het doen der verthiening weder even als in anno passato op te dragen aan den dat werk zeer kundigen Maros Resident BurgGraaf en oppertolk Deefhout. §3 Hoe Sober dat die verthiening door niet voor te ko= „mene schikkingen des Hemels is uitgevallen zullen uw Hoog Edelhedens bij de tans afgaande gemene Brief omstandig genoteert vinden, schoon de moetwil der Boeische Prinsen daar almede niet weinig toe gecon „tuibueert heeft, en zo dit laaste, daar 's konings min= „agting voor d' E komp=e riets tot den hoogsten top ge= „steigert is en hij de zijne in hun slegt gedrag dat zig met Roven en brandstigten zelfs tot in onze zuider Districten, zo als mijn den Resident van Diemar nog onlangs bij zijn aparte brief van den 30=e September bedeeld heeft, uitstrekt, geen zints schijn=t te 37. die er is om de Bouiers te kastijden bij de Makassaren is het stil in sandrabonij ook te willen stuiten maar eerder door allerhande uitlatin„ „gen aan te moedigen, niet spoedig door eene gepaste kastiding tot verandering word gebragt dan vrees jk dat het met 's komp„s Agtbaarheid: op Celebes geheel en al zal gedaan zijn en daaromme hernieuw jk nogmaals mijn verzoek tot assistentie van volk om hier toe in staat te zijn. § 4. Het Rijk der Makassaren is alles stil en vreedzaam onder elkander en deze Menschen wagten maar niet smurt dat de Ed komp=e haar van de kwellingen der Boniers en dreigementen die hun koning haar ondershands laat doen, koomt te verlossen. § 5: Sandrabonij heeft dit Jaar de twe homagie slaven gele= „vert, schoon egter met moeite, door 's konings weder vernieuwde deerniswaardige kwaal, waar over de zijne zelfs als radeloos zijn, gelijk uw Hoog Edelhedens bij het onder de Bijlagen dezes overgaande Berigt van den oppertolk Deefhout des gelievende zullen kunnen zien. Na den, de Ed komp=e geheel en al aanklevende §6 Datoe van Tidenreng, heb jk den 14=e September passato su

NL-HaNA_1.04.02_3816_0048 view scan ↗

English

Sidenrang, a small [illegible] and wherefore. In Soping it is quiet. On Thain there has been a fire. To Boutong the spice extirpators etc. have departed. sent off the Chief Interpreter Deefhout last [month], offered with some presents from me, in order to show some regard for him before his subordinates and the principal attendees of a certain feast to be given by him, though not yet ended, among whom is Prince Aroe Pantjana, and also at the same time to inspect and assess the circumstances there. § 7. In Soping and on Thain everything is also quiet and peaceful, except that at the last-mentioned place the market and some houses recently burned down, without anyone knowing what it is actually to be attributed to. § 8. To Boutong, on the 6th of September last, the King's envoys departed on their return journey, and with the same the annual spice extirpators; the former taking with them such a letter as I already had the honor to present to Your High Nobilities under the 2nd of August previously, and the latter a written instruction for their guidance. § 9. Although from the Other Shore as yet (probably due to the south-westerly winds still blowing strongly through here daily, which now delay the vessels on their voyage thither) the statement requested by me from the Bima Resident Meurs concerning the situation in Sumbauwa and his thoughts on how matters over there might or should be arranged to the best advantage and reputation of the Honorable Company, so that, joined with mine, it might be presented to Your High Nobilities, remains lacking; it would nevertheless be irresponsible if I therefore failed to withhold my humble opinion in this regard from Your High Nobilities, and therefore I take the liberty most respectfully to propose and say the following: § 10. That one must assume in advance, as an absolute necessity, that the Company, as patron and protector of the Sumbawan Realm, is obliged to assist the King of Sumbauwa against the rebelling Buginese and Wadjos, who, abusing the residence granted to them there for a long time, have risen against that monarch with the help of some of his own grandees; unless one wants to run the risk that, once they have driven this King out and elevated the head of their faction to the throne of the realm, they will make themselves masters of the entire Other Shore, oppress the Kings of Bima etc., and call in foreign nations, with whom they have already been accustomed to smuggle for so many years past, for their protection, for which the way over there through Sape Strait and Bali Strait lies fully open to them. § 11. The expenses that will have to be incurred for this can easily and quickly be reimbursed with sappanwood. Also, once that harmful smuggling nest is eradicated, it will yield general peace and security across the entire Other Shore and cause the Company to enjoy absolutely far more products obtained over there, especially sappanwood, than the Honorable Company has had or could have had during the long time that they have been nested there. § 12. Yea, the Sumbawans themselves, having paid a dear lesson, will also show far better and greater respect for the Honorable Company and thus observe the contracts more strictly than they have previously done through the instigation of and reliance upon this rabble now warring against themselves. § 14. This then being established, one must now consider what the best means are to exterminate this rebelling people and at the same time to instill a healthy fear of the Honorable Company in all the Princes of the Other Shore. § 15. The best means that occurs to me for this purpose is that, since they are so firmly entrenched that one is not capable of driving them from their stronghold without sacrificing many men in the process, one should seek to starve them out by completely occupying and surrounding them round about in such a manner that they can no longer receive the slightest supplies and thus must either surrender of their own accord or, half-emaciated, easily be overcome by our forces. § 16. In order to do this now, one must have our own troops, at least such upon whom one can rely and who are of proven loyalty, also not bound to these native peoples, as it is said that many are even found among our allies, and to which, as occurred here previously with Goah, one tends to attribute the enemy's continual reinforcement etc. § 17. This will then have to be done with a multitude of men, if one wishes to undertake the matter with hope of success. § 18. Since our European force cannot be sufficient for that end or for such an encirclement, I know of no other nor better troops to devise for this purpose than the Madurese warriors, who are entirely unobliged to this nation, who must be sent over thither in a number of at least one thousand men, provided for a full year with the necessary provisions of rice etc., with the utmost speed, either directly from Java or (and this I prefer as best, in order to have the troops on Sumbauwa at the most suitable times of the year) via Makassar here, with two ships to be projected for that purpose, assisted by one hundred men, both regular soldiers and artillerymen, under a capable chief officer, who commands the entire army and employs everything toward the intended end, namely to the

Dutch transcription

Sidenrang een klijn en waar over. in soping is het gerust op Thain is brand geweest. na Boutong zijn de Exter„t pateur ete vertrokken. passato afgezonden den Oppertolk Deefhout met presentje g'offereert enige presentjes van mijn, om aan zijn onderhorige en voornaamste bijwoonders van zeker door hem te gevene dog nog niet g'eindigt festijn, waar onder de Prins Aroe Pantjana is, eenig aanzien voor hem te verwekken en ook te gelijk toe te zien na en op te nemen - de omstandigheden aldaar §7 Soping en op Thain is ook alles stil en gerust behalven dat op laastgemelde plaats onlangs de passer„ en enige Huisen is afgebrand, zonder dat men weet waar het eigentlijk aan toe te schrijven is. Na. § 8. Boutong zijn den 6:e September J„o leden te rug ver= „trokken 's konings Gezanten en met dezelve de Jaar„ „lijkse specerij Extirpateurs. de Eerste mede ne„ „mende zodanig een brief als Jk reets onder den 2=e augustus bevoren de Eer gehaed heb uw Hoog Edelhe„ „dens aan te bieden en de laaste een schriftelyk Jn „structie tot haar nazigt. Schoon van §9. De Overwal als nog (:denkelijk door de dagelijks. Jn hier 5 39. bedenkingen over den en voorstellen wat daar omtrent zoude kunnen gedaan worden. hier nog sterk doorwaijende zuidweste winden, die toestant tesumbauwa de vaarthuigen in haare Reise nu derwaarts ver= „tragen:/ agterwegen blijft de door mijn van den Bi= „mas Resident Meurs gevorderde opgave wegens den toestant te Sumbauwa en zijn gedagten teffens op hoedanig een wijze de zaken ginter ten besten voordeele en reputatie van d' Ed Maatschap pij kun„ „nen of zullen dienen geschikt te worden, om daar bij de mijne gevoegd zijnde uw Hoog Edelhedens te kunnen aanbieden, zo zoude het egter onverantwoor= „delyk zijn als jk daaromme in gebreke bleef uw Hoog Edelhedens mijn gering gevoelen dien aan= „gaande te onthouden, en daar omme neem jk de vrijheid Eerbiedigst het ondervolgende voor te stellen en te zeggen. § 10 Dat men het voor af als een absolute noodzake= „lijkheid moet nemen dat de kompagnie als schuts en beschermheer van het Sumbauwarese Rijk verpligt is om de koning van Sumbauwa te assisteren tegens de Rebellerende Boeginesen en Wa- „sporesen dewelke, als misbruikende de haar al van langen tyd vergunde inwoning ginter, tegens die vorst met behulp van zommige zijner eigene Rijks= „groten vervolg. vervolg. „groten zijn opgestaan, wil men anders geen gevaar lopen dat wanneer zij deze koning verdreven en het Hoofd hunner aanhang tot den Rijkstroon verheven zullen hebben, zig meester van de gehelen Overwal maken, de koningen van Bima etc onderdrukken en vreemde Natien, met wien zij reets zo veele Jaren herwaarts gewoon zijn te smokkelen, ter harer bescherming in te roepen waar toe de weg ginter door straat Sapie en Straat Balij voor haar § 11 ten vollen op en legt. De onkosten die hier toe zullen moeten worden gedaan kan men met Sappanhout gemakkelijk en spoedig vergoed krij= „gen. Ook zal dat schadelijk Sluikness uitgeroeit wezende een algemene Rust en veiligheid op de gehele overwal uitleveren en de komp=e absolut doen gauderen van vrij meerder daar ginter Val= „lende producten, inzonderheid Sappanhout, als haar Ed: gedurende de langen tyd dat zij daar genesteld zijn geweest gehad heeft of heeft kunnen hebben. 513 ja.: de Sumbauwaresen zelfs zullen dan ook als een schoon leergeld betaald hebbende, vrij beter en meer ontzag voor d' Ed komp:e betonen en dus de kontracten stipter observeeren, dan zij door § 12 vervolg. 41. vervolg vervolg. vervolg. door ophitsing van - en steun op dit- nu tegen haar zelfs Oorlogend gespuis van te voren hebben gedaan. § 14. Dit dan vast gesteld wezende zo moet men nu zien wat de beste middelen zijn om dit Rebellee= „rend Volk te verdelgen en te gelijk alle de Over= „walsche Vorsten een zegte Vaees voor d' Ed: kom „pagnie in te boezemen. § 15: Het beste middel dat mijn daar toe voorkomt is dat men haar, dewijl zij zo vast verschanst zijn dat men zonder veel volk daar bij op te offeren niet in staat is haar uit haar sterkte te ver= „drijven, zoekt uit te hongeren door 2' rondsomme ten eenemaal zodanig te bezetten en als in te slui„ „ten dat zij geen de minste toevoer meer kunnen krijgen en zig dus of van zelfs moeten overgeven of half uitgeteert gemakkelijk door de onze over- „wonnen zien. § 16. Om dit nu te doen niet men eigen volk hebben, ten ƒ minsten zulke daar men staat op kan maken en van een beproefde trouw zijn, ook niet verbon„ „den aan deze landvolkeren, gelijk men zegd dat er zelfs veele onder onze Bondgenoten gevonden worden, vervolg. vervolg worden en waar aan men, zo als hier bevorens met Goah plaats heeft gehad,'s vijands Continueele ver „sterking etc. wil toeschrijven. § 17. Dit zal dan met een menigte van Manschap: „pen dienen te geschieden, wil men met hoope van succes de zaak ondernemen. § 18. Daar nu onze Europeesche magt tot dat einde of zo eene insluiting niet toezijkende kan zijn, zo weet jk geen andere nog betere volkeren daar toe uit te denken als de gants niet aan deze Na„ „tie Verpligte Madurese krijgers, die men ten getalle van ten minsten Duizend Man na der= „waarts moet laten overgaan, voorzien voor een Rondjaar van de nodige provisie van Rijst etc, ten allerspoedigsten het zij van Iava direct dan wel /:en dit preferere Jk om het volk op de geschikste tijden van het Jaar op Sumbauwa te kunnen hebben nog voor het beste :) hier over Makassar met twe daar toe te projecterene schepen, g'assis= „teert van Een Hondert stuks zo Militairen als Arthilleristen onder een bekwaam Hoofd-officier, die de gehele Legermagt kommandeert en alles tot het bestande einde aanwend namentlyk om den „

NL-HaNA_1.04.02_3816_0053 view scan ↗

English

43. continuation: to overcome the enemy through starvation. While this force, having executed the matter yonder, can then return directly to Makassar to see what needs to be done here, and thus, as the saying goes, two birds can be caught with one stone. § 19 I do not doubt in the least that these modest proposals of mine will not only be found to meet with good success, but will also at the same time be capable of entirely restoring and preserving the Company's esteem, which has begun to waver far too much in these regions due to our own impotence. § 19½. Meanwhile, I take the liberty of presenting solely for Your High Excellencies' perusal a small map regarding the position of our forces, etc. 18. on Sumbawa, as it was given to me by Sergeant Thobias Froman, who arrived here from there unassigned and has served as a soldier yonder since the beginning of the troubles. With regard to § 20. the Company's lands and subjects, I have, since Because of the prospect of a general meager rice harvest, the Resident of Boelecomba was ordered to purchase 60 lasts of rice yonder for the Company's account. since the tithing in the North has turned out very meager, as already mentioned before, and I was recently informed privately by the Resident of Boelecomba, Van Diemar, by letter of 16 September, and later confirmed on the Company's behalf, that according to reports the crop on Bonthain is in a worse state than in anno passato, and there was great distress from hunger on Boelecomba, rice and paddy being extraordinarily expensive and even unobtainable, and the native currently sustains himself with leaves and fruits of wild trees; and since I therefore had to fear that, upon a reinforcement of military personnel, etc., to be received here, there would be a great shortage of that grain, I have ordered the said Resident by letter of the 2nd of this month, as soon as the new paddy shall have been harvested, besides making the most diligent effort to secure a good tithing nonetheless, to purchase on Boelecomba and Bonthain for the Honorable Company's account, without any failure, at the ordinary price of 20 to 25 Dutch Rds. per last, even if necessary slightly more, at least 60 lasts of rice, and to send this here as soon as possible, 45. and in what case that grain will also need to be sent from Java. A wrongdoer arrives in chains. either with a pantjallang that I shall dispatch expressly for its collection, or by native vessels to be pressed into service by the Resident himself. § 21 And this then also constitutes the reason, in order that we might occasionally not lack this indispensably necessary food supply, why I must humbly petition Your High Excellencies to be provided from Java with one hundred and fifty coyans of rice by the same ship upon the dispatch hither of the requested force. In conclusion, I further respectfully notify Your High Excellencies of § 22. the dispatch, by the bearer of this, in chains, of the free native Pola Magga, whom I most humbly request may be banished elsewhere on account of both his excessive disobedience to my orders, which cannot possibly be overlooked in the eyes of the native, and the strong suspicion of slave theft, in such a manner that no opportunity may ever present itself to him to return again to Makassar. I commend Your High Excellencies' precious persons and the momentous interests of the Company to the sole safe keeping of the Almighty, and profess with the deepest respect and high esteem to be, Severe, Commanding Lord, High Noble, Right Honorable, and Valiant Lords. At Fort Rotterdam 13 October Anno 1788 Makassar Your High Excellencies' humble and obedient servant, signed: B.s Reijke, Agrees. received. 2 separate letters to be dealt with separately. To His Excellency, Right Honorable, Commanding Lord, The High Noble Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honorable, Commanding Lord, Honorable Lords. § 1 Having had the fortune of duly receiving on 8 September Your High Excellencies' most honored letters of 23 May and 8 July, I serve in all respect regarding the first: that I shall not fail to deal with all native affairs that require any secrecy in separate letters, as on the second: also to bring everything accurately and as comprehensively as possible to Your High Excellencies' knowledge. No. 1 47. And. § 2. The Company's domestic affairs, his further explanation, and request for forgiveness for the mistakes. Arrival of the ships and return dispatch. 23. Everything I encounter and perform is new to me: the nation, the language, customs, and labor, of which the Honorable, Valiant Major Teberg can testify that I did not yet speak any Malay when I departed for Wanjer. My capacities are not commensurate with my will, and I very humbly request to be somewhat excused; I shall not fail to improve all of this. § 4 Upon the arrival of the ships Dagtrust and 't Meeuwtje alongside smaller vessels, with personnel, ammunition, and provisions, I immediately decided to send them back to Java, the more so following Your High Excellencies' honored order and recommendation of economy, so as not to increase the expenses further; and I reproach myself for the fault of rashness in § 2. For since I have committed many mistakes, and perhaps still do daily, both in writing to Your High Excellencies and in managing the Company's domestic affairs, partly through lack of thorough knowledge and examples, and partly through lack of sincere assistance and trust from the subordinate officials, so that [illegible]

Dutch transcription

43. vervolg: den vijand door uithongering Master te worden, Ter= „wijl dan deze Magt, de zake ginter ter uitvoer gebragt hebbende, direct weder na Makassar kan komen om te zien wat hier te doen vald en dus kunnen er gelijk men zegd, twee vliegen in een slag gevangen worden. § 19 Ik twijffel geenzints of deze mijn geringe voor= „stellen zullen niet alleen van een goed Succes bevonden worden maar ook te gelijk in staat zijn om 'SEd: komp=s agting, die te zeer door onze eigene onmagt in deze Contreijen aan het wag= „gelen is geraakt, geheel en al te herstellen en te §19½. bewaren. Tewijl jk inmiddens de vrijheid neme uw Hoog Edelhedens eenlijk ter speculatie aan te bieden een kaartje wegens de legging der onze etc 18. op Sumbauwa, zodanig als mijn die opgegeven is door den hier niets in dispositie van daar opgekomene en ginter van het begin der trou= „belen af gemiliteerd hebbende zergeant Thobias Froman. Met betrekking tot §20. 'Skompagnies Landen en Onderdanen heb jk nadien om het vooruitzigt van een algemeene Schaalen Rijst-oogst. is den Boelecombas Resident gelast. 60 Lasten Rijst voor skomps Rekening ginter in te kopen. nadien de verthiening om de Noord zeer schraal, gelijk vooren reets vermeld, is uitgevallen en mijn jongst door den Boelecombas Resident van Diemar in het partikulier bij brief van den 16:e September bedeeld is en nader 'skomp„s wegen bevestigd, dat het gewas op Bonthain volgens Rapport slegter staat als in Anno passato en op Boelecomba een grote hongermood was, de Rijst en Padij ont= „zaggelijk duur zelfs niet te krijgen en den Jnlan„ „der zig tegenswoordig met bladeren en vrugten van wilde Bomen erneerde, En jk mits dien bedugt moest zijn dat men bij een hier te ontfan„ „gene versterking van Militairen etc: aan dat Graan een groot gebrek zoude hebben, zo heb jk gedoegte Resident bij brief van den 2:e dezer gelast om, zo dra de nieuwe Padij zal gesneden zijn, buiten een allervlijtigste aanwending van des niet te min een goede verthiening te doen, op Boelecomba en Bonthain voor 's E komps Ree= „kening zonder eenig manquement tegens de Ordi= „naire prijs van 20 â 25 Rd:s hollandsch het last al was het des noods iets meerder op te kopen ten minsten 60 Lasten Rijst en die zo daa mogelyk 45. en in wat geval dat graan ook van Java zal dienen gezonden te worden een quaaddoender komt in de ketting over dit heen te zenden het zij met een pantjallang die jk Expres tot dies afhaal zal overzenden dan wel door de door des Resident zelfs te pressene Jnlandsche vaar„ „thungen. § 21 En dit maakt dan ook om aan dit onmogelijk te ontberene Voetsch zomtijds geen gebrek te hebben, de redenen uit dat Jk uw Hoog Edelhedens ootmoedigt moet solliciteeren om bij overzending na herwaarts van de verzogte magt als dan met het zelfde schip van Iava met Een Hondert en vijftig Coijangs Rijst te mogen worden voorzien. Tot slot dezes bedeel jk uw Hoog Edelhedens nog §22. Eerbiedigst de overzending per brenger dezes in de ketting van den vrijen Jnlander Pola Magga die jk onderdanigst verzoek dat zo over zijn be= „toonde al te grote en niet mogelijk voor het oog van den Jnlander te passerene dis-obedientie aan mijn ordres als over vehemente suspicie van slave diefte zodanig na elders mag verbannen worden dat hem nooit de gelegendheid kan voorkomen om weder na Makassar te keeren. Jk beveele uw HoogEdelhedens Dierbare Perzonan en vane en gewigtige Belangens der Maatschappij in de Alleen Veilige Hoede des Allerhoogsten en betuigen met de diepsten Eerbied en Hoog-agting te zijn. Gestrenge heijdgebievend Heer Hoog Edel Groot Agtbare en wel Edele Gestrenge Heeren. Jn het Kasteel Rotterdam den 13=e October A„o 1788 Makassar uwer Hoog Edelhedens onderdanige en gehoorzame Dienaar /:was getekent:) B„s Reijke, Accordeert. na„ „ Clieke pa ontfangen. 2. Aparte brieven bij aparte vernande= =len. An zijn Hoog Edelheid Groot Achtbare weidgeb: Heer. Den Hoog Edelen M=r Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal. Neevens Den WelEdele Heeren Raaden. van Nederlands Jndia. Hoog Edele Groot Achtb=r wed geb: Heer WelEdele Heeren. 1. 1 Op uwe Hoog Edelheeden, zeer GeEerde schrijvens van den 23 Mej en 8 Julij; het geluk gehad hebbende den 8. September wel te ontfangen; diene in alle eerbied op den Jnlandsen zaaken. eersten, dat ik niet in gebreeke zal blijven alle inlandsche zaaken, welke eenig geheimhouding benoodtigt bij appart brieven te verhandelen gelijk op den tweeden: ook alles nouwkeurig, in zo veel moogelijk breedvoerig ter uwe Hoog Edelheeden kennis te brengen. No. 1 47. En. 8. 2. 's Comp:s muijshoudelijke zaaken desselvs verdere aantooning en vergifnis verzoeken. over de vouten ankomst der scneepen, en terutg zending 23. Alles wat ik ontmoet en verrigt, nieuw voor mij de Natie, de taal; gewoon deus, en arbeid van welk den welEdele Gestrengen, Maeir Teberg getuigen, dat in nog geen malijs sprak wanneer ik na wanjer vertrok de vermoogens zijn met den willen niet effenreedig en versoek zeer Ootmoedig mij eenigszins te verschoonen, ik zal niet in gebreeke belijven dit alles te verbeeteren. § 4: Bij ankomst des scheepen Dagtrust, en't meeuwt neevens mindere vaartuigen, met volk; Amonietie, en Provisie; besloot ten eersten dezelve weer na Iava te rug te zenden: te meer, op uwe Hoog Edelheeden ge= =Eerde Order en anbeveeling van Menagie, om de onkosten niet meerder te vergrooten: en verwet mij de schuld, van onbedaden heed in §2: Den dewijl ik zoo wel in 't schrijven en uwe Hoog Edelheedenes als het behandelen 's Comp:s hushoudelijk zaaken, veele vouten heb begaan, en nog misschien daagelijk Onwenten de andele do gbrek an guondige kennis, en vor =beelden, anderendeels gebrek an opregte hulp, en vertrouwen der mindere bediendens zo dat. ge

NL-HaNA_1.04.02_3816_0061 view scan ↗

English

49. Passier and the expenses of the Company to the prince, to have believed false reports and all false rumors, and first of all from the sea coast, as I have the honor to present under No. 2 some extracts of letters written by the ensign commandant Daal on Tabanio, navy lieutenant Jacob Greijsen, and to quartermaster Sneijder. §. 5. Further demonstrated. Neither Pangeran Amir nor Raja Ali have been with the pirates, nor have I heard anything of Dain Toeravie's vessels; but one is fully assured by all circumstances that he, Toeravie, must have granted aid and people to the prince of Passier to invade the Banjarese kingdom. Just as Lieutenant Dormancij testifies with all Banjarese chiefs that they have seen them and many of them have fallen, and about which I have addressed Toeravie in a friendly manner by a letter. §. 6. The effect of the expedition. The answer and the gift of Spanish reals 2,000. I have presented to the Banjarese prince the affection and help alongside the expenses of the Company in the strongest and most vivid manner, whereupon His Highness, touched with gratitude, lamented not being in better circumstances to support the Company with more toward the indemnification of a part of the expenses than two thousand Spanish reals, which His Highness offers and has also placed on his debt account, whether the same shall be paid in gold, diamonds, or money. §. 7. Meanwhile, this expedition has nevertheless achieved this advantage: that the prince as well as all Banjarese can see the Company's inclination and power to quickly support the Banjarese kingdom and has only placed an obligation upon them; the malicious neighbors will thereby be deterred from undertaking anything. §. 8. Deeds of ratification. I have had the good fortune to receive the deeds of ratification, and have delivered one to the prince and preserved the other at the office; for which forwarding I express humble thanks, as the prince is also very satisfied with it. §. 9. Answer written to the Malay translation from Passier and Palm. Upon the Malay translated letter, written received from Passier by an emissary to the late former Resident Palm in Surakarta, I have the honor humbly to inform Your High Nobilities that what has passed does not correspond with the truth, and concerning the future there is virtually no probability, for the reason that the old prince lives in good harmony with his son Sultan Sleeman; and if anything should displease the son, his filial duty or fear does not permit him to show it to the world. 51. §. 10. On guard against the natives; also exposing oneself. In the meantime, I shall not fail to be on my guard, though I must also now and then expose myself somewhat to make an excursion; for otherwise the orders and revenues will be executed and brought in very slowly. §. 11. Banjarese kingdom rich in treasures. Banjer taken as a whole is large, and rich in treasures and products. Nature provides them very simply and easily; it lacks only good order and execution to manage them and bad treatment back and forth among the inlanders to put an end to fear, distrust of being murdered or sold, bad treatment back and forth, both between the Banjarese, Dayaks, and Buginese still take place, are the reasons that Banjer must fall either into the hands of the Buginese or the Company. §. 12. Changes and improvements are being made. Many changes and improvements have been made and are still daily undertaken and accomplished; but with such a naturally malicious nation, and the vastness of the country and peoples, it is not possible to adjust everything in a short time, where one must moreover proceed with slow steps in order to more or less follow the course and customs of the nation; otherwise they run away and hide in the forests like monkeys. §. 13. For the present, the revenues cannot be determined. And for the reasons cited above, it is also impossible to determine the revenues, and much will depend in the first years on the Company's servants, on exercising constant vigilance to admonish both the prince and the subjects toward their own well-being; to which the prince has repeatedly, so to speak, ordered me to constantly awaken His Highness whenever he might have fallen asleep: which are the prince's own words. 53. §. 14. The actual revenues in 8 months. Demonstration of the probable or to be hoped for revenues. The actual received revenues this book year from the first of January to the end of August amount to 4685 17/16 Spanish reals. And regarding the probable ones, which we took the liberty of citing in our general letter of the 5th of April of this year, I believe they consist in the half of the revenues of Avesong with its extent, large and small villages in the uplands, and subsequently of those countries entirely ceded to the Company, such as Kotawaringin, Pambuang, Sampit, Mendawai, with all their upper lands and peoples which extend very high up to Lawai, which borders on the Pontianak uplands and river. These chiefs in earlier days paid tribute to the prince, and a lack of good, trusted people has prevented me from having these places investigated; one assures that the upper lands are more populated than the beaches. Near these above mentioned

Dutch transcription

49. Passier sen de onkosten van de Comp=e den vorst voor genauden valsche Raportn gelooogeslaagen te hebben, en alle valsche gerugten, en voor af van de zeekant, gelijk de eere hebben eenige Er= =tracten, van briev, geschreeven, van den vaand: Commandant. Daal op tabenjouw, luit=r ter zee Iacob Greijsen, en aan kwartier meester Sneijder, onder N=o 2 te presenteeren. §. 5. Nog Pangerang Amir, nog Radja Allie Nader angetoond. zijn bij de zeerovers geweest, nog heb iets van Dain toe= =ravies vaartuigen vernoomen; maar wel heeft men vatt= verzeekert met alle omstandigheeden, dat hij toeravie, Hulp en volk zoude verleend hebben, an den Passierschen vorst, om in het wanjersche rijk te vallen: Gelijk den Luitenant Dormancij met alle vanjersche hoofdens getuigen, dat zij gezien en veele van hun gesneeuweld, en waar over ik toeravie in 't vaiendlijke Onderhouden bij eenen briev. D. 6. Den Banjerschen vorst hebbe de geneegen heid en hulp teffen de Onkosten van de Comp:s op 't alderstekt en ƒ 7 176 part uit werking der Expadiatie. Actens van Ratificatie. antwoord op 't malijs. 8. translaat geschreeven. van Passier en Palm. Het antwoord en leevandigst voor gesteld, waarop zijn Hoogheid met en de gifde van erkentenis angedaan, beklaagende zig van niet in beetske Spr matt: 2000:— Omstandigheeden te zijn, de Compe. met meerder te ondersteur tot goedmaking een gedeelte der onkosten als twee duijzent Spanse matt:, welke zij Hoogheid anpresenteert, en ook op des =selvs schuld reekening gesteld, het zij dezelve an Goua, Dieamanten of Geld zullen voldoen worden. §7. Intusschen heeft deese Expeditie dog dit voordeel uit„ =gewerkt, dat den voost zo wel, als alle vanperasen zien kun =ken de Compes geneegen, en vermoogent in haast 't Bangersche rijk te onder steuren, en hun alleen eene verplichting op gelegt in de kwaaardige buuren zullen daar door afgeschrikt word, Om iets te onderneemen §8. De Actens van Ratefictie hebbe ts geluk gehad van te ontfangen, en eene an den vorst afgegeeven, en de andere op 't Comptoir bewaard; voor welke toezendig needing dank betuig. gelijk den vorst daar over zeer vergenaegd. 6 §9 Op den malijschen translaat briev, geschreven van ontfangen 51. op haede teegens den inlanders zig ook bloot stellen. Banger reijk aen Schatte. van Passier door eenen zendeling an wijlen geweene Opperhoofd Palm te Souracarta hebbe de eer uwe Hoog Edelheeden needrig te berigten, dat het gepasseert niet met de waarheid over een komt in Omtrent het anstaande noegenaamd geene waarschijn= =lijkheid om reeden dat den ouden vorst, met zijn zoon Sultan Sleeman in Goede Harmonie leeven, en wanneer den zoon iets mogt mishaagen, laat nem de kinderlijke plicht of vreese niet toe om het eens an de wereld te vertoonen §: 10. Ik zal intusschen niet in gebreeke blijven op ^ hoede„ mijn ^ te weesen, dog diene ik mij ook nu en dan iets bloot t' stellen om een tochtja te doen; want anders zullen de orders en inkoomen zeer traag ter uijtvoer en angebragt worden. §. 11 Banjer in zijn geheel genoomen is Groot, en rijk an Schatten en Productens. De Nattuur geevd zeen een vaudig en gemakkelijk, het ontbreekt alleenig an goede Order en verrigting om dezelve te zaeken en afte 2 „ 16 paart nu ps. en; nam verandering verbeetering worden gemaakt. voor eerst de inkoomen niet te bepaalen slegte behandeling af te brengen vreeze, mistrouwen om vermoord, of verkogt over en weer= te worden, slogte behandeling Over en weer, zoo tusschen d landers Bampreesen, Aaijakkers en b vinden nog plaats, zijn de reeden dat Banjer of in handen der boggeneesen, of Compn maest vallen. §. 12. veele verandering en verbertering zijn gemaakt en word nog daagelijks Ondernoomen en volbragt dog bij zulk een van natuur kwaadardige natie, uijtgebrijdheid van lan en volkeren, is het niet moogelijk in korten tijd alles te verstellen. daar men nog booven dien met lang zame treeden moet voortgaan, om min of meer den loop en gewoon =dens der natie te volgen, anders verloopen zij, en schuilen in boesschen als de apen. §. 13. En om booven angehaald reeden, ook onmoogelijk de inkoomen te bepaalen, en zal in de eerste Jaaren veel afhangen van 'sComps dienaaren, van geduurig op lettenheid te gebruik, om zo wel den vorst als de Onderdaanen an te maanen tot hun eijgen welweesen en tot welk mij de vorst meer maalen zo 53. de weezentlijke inkoomen in 8 maanden. antoning der waar= =schijnlijke of te noopen zo te zeggen beordert, van zijn Hoogheid geduurig wakker te maaken wanneer hij mogt in staap gevallen zijn: 't welk soorsten eijgen woorden. §. 14. De weezentlijk Genootene inkoomen bedraagen dit boekjaar van Primo Iannuarij tot ultimo August Spanse matten 4685 17/16. en omtrent de waarscheijnlijke, van vrijheid gebruikten hebben in onzen ge= welke wij de van den 5. april deezes Jaars aan te haalen, briev meene de helft der inkoomen van Avessong met desselv bestaan in de uijt gebrijdheid Groot en kline bidtjoes booven landen„ en Geheel an de Comp=e afgestaane vervolgens van die in zijn landen, als Cottewringen Pamboeang Sampit, Mandavie, met alle dies bovenlanden en volkeeren welke zig zeer hoog tot Pantang en lawij welke an 't ponti= uit strekkende landen en revier Grenzen, deese hoofdens booven sche vroeger daagen tribut an den vorst betaalt en hebben in gebrek en goede vertrouwde menschen heeft mij belet deese Plaatsen te laaten onderzoeken men verzeekert dat de booven landen meer bevolkt, als de stranden. bij deese boven genoemde & 1/66 part nu Ns.

NL-HaNA_1.04.02_3816_0066 view scan ↗

English

Situation regarding Daessang and the same. § 15 of Doessong in the sergeant Hartman with the Gustie Kassiem 2 Sepoys reinstated assuring that Gustie Koessiem made the best promises as he also requested me in writing to believe, the bentings have been broken down and the cannons taken away, although they have them more to frighten than to use, and for the further execution of their promises, Pangerang Arria, who was sent thither by the Prince and me, has remained there to watch them, also they are busy making a negorij and laying down weapons. This river revives the Banjer trade because of the quantity of products, and which river has now been closed for about three years, it divides above into several branches, which are all inhabited and must have their salt, rice and other necessities from Banger, its inhabitants presently suffer from all wants, and have requested support, which I have promised them, when they substantially show that they keep their promises. Mentioned comes also Tabenjouw and Poelloe Laut. § 16 1/6th part Doesjong and two Biajas handed over to the first servant Income of Daessong impossible Income of the small Bietajar § 16 The Prince has handed over to me both Doesjong and the two Biedjas or Dayak rivers, to govern the same, to the benefit of the Company and His Highness, to which is also added the village Tates, but the latter with the knowledge of His Highness's servants. § 17 Regarding the income of Daessong, it is not determinable, impossible to determine anything and will depend on time and circumstances. § 18 The small Biajas, or nearest river to the west of the Banjer; is governed below by two Banjarese Kiais, and in the upper lands, by one who all this year have delivered split rattans to the Company, to the number of 25000 bundles which have partly been sold to the benefit of the Company; but because the same take much trouble to bring in, and are also not always wanted, so I have already agreed with one Kiai to pay seven hundred Spanish dollars a year, and on a similar foot I shall see to deal with the others as well. Great Bietajae Not yet yielded anything. Little expense of the 3 Districts for the Company. Reduction of establishment § 19 The Great Bidjan has until now yielded nothing to the Company, and I expect this shortly. And in the meantime the Company regarding the two Biajas as well as Doessong will have no other expenses, than sending every year some small vessels thither, to urge them to their duty, the inhabitants of the two first mentioned are with the Company, and its servants very pleased, they have requested me to place a European in the settlement, which I promised them as soon as Doessong is in order, and which European at the same time could prevent headhunting. § 20 To keep in mind Your High Excellencies' repeated orders regarding the economizing, and reduction of establishment and expenses, the more so as the apprehension of unrest diminishes, through this last false alarm, and at the same time the arrival of the Expedition, so I humbly take the liberty to put down my modest opinion, under correction of wiser opinion that Transfer of the servants to Tates. Reduction of the servants on Tatis. § 21 The servants at Boemeekentjans, which consisted of some Europeans and Sepoys, I have all placed down at Tates, thus these expenses, of maintaining the servants there, and other domestic affairs, are saved; because by their stay there, no advantage, and by their departure no disadvantage will arise; the more so as I am presently more needed at Tatis than Boemiekintjano, and this moving was done by my arrangement, on the Prince's proposal and in this regard also no displeasure is to be expected, although the Prince after the departure of the servants noticed the emptiness, and requested to be allowed to have at least 10 common Europeans with him, so I have postponed this to a further opportunity. § 22 Tates, where I presently take my residence in the house of the First Resident, because he chooses to live in his garden, and the house, in the Lodge, has already stood empty and been closed for 9 or 10 months; the garrison and servants could be brought back to the old footing. The trade and pay affairs could be served by one person, 1/6th part Regarding the reduction of burdens. and in my modest opinion better that he be Bookkeeper in quality than Junior Merchant, for Your High Excellencies, if it pleases, could always favor him in this post which would obligate him more to act well and he could as before at the same time be the second person at Tates, and regarding the service of the Company. § 23 Thus instead of the two expensive Residents, and the Bookkeeper Van der Straaten, which last will never become more than a defective copyist, and more burden than benefit, because those I drew from the seafarers, and military satisfy, and cost less, it would be manageable with a good, and mediocre bookkeeper, to place the first at Tates, and the last at Tabenjouw, and if necessary it would be manageable with one, because here the Sergeants Hartman, and Coenradie, when instruction took place, would shortly be capable for the work. § 24 The expenses at Tates would therefore be much less

Dutch transcription

gesteldheid omtent Daessang en desselv. §. 1:5 van doessong in den sergent Hartman met de gustie Kassiem. 2. Sipain weer Gerestameert verzeekerende dat Gustie koessiem. de beste beloften gedaan neets. gelijk hij mij Ook schriftelijk verzogt heeft te gelooven, de bentings zijn afgebrooken en de kanonnen weg genoomen, noe wel zij dezelve meer tot bevreest maaken hebben, als tot gebuijk. en tot verder volvoering nunner beloftens, is Pangerang Arria, welke door den vorst en mij derwaarts gezonden, aldaar gebleeven om hun gaade te slaan ook zijn ze beezig Om eene negerij te maaken en de waapens veer te leggen. Dit revier zet dan bangesche handel leeven bij weegens de hoe veelheid der productens, en welke revier nu omtrent en drie Iaaren gesloten, het verdeelt zig boven in verschendene takken, welke alle bewoond en hun zout, rijst en andere benoodigt needen van Banger moeten hebben. desselvs inwoon= =ders lijden teegenwoordig en alles gebrek, en hebbe verogt om ondersteand, welk hun beloofd neb, wan neer zij weezentlijk toonen dat zij hunne beloftens na koomen. Genoemde komt nog tabenjouw en Poelloe laut. S. 16 1/66 paart Daes Jong en twee Bilagjas an den eersten dienaar over= =gegeeven in koomen van Daessong on moolijk in koomen der kline„ Bietajar §. 16 De vorst heeft zo wel-doesjong als de twee biedjas of daijakers reviernan mij overgegeven, om dezelve te besteeren, tot voordeel van de Comptn en zijn Hoogheid waar bij nog gevoegd met dorp tates, dog dit laaste met meede kennis van zijn hoogheids dienaaren. §. 17. Omtrat de inkoomen van Claessong, is het niet te bepaalen., mooglijk iets te bepaalen en zal afvangen van tijd en Omstandig haden. §18. de klijne bieajas, of naaste revier bij westen 't Banjersche; word beneeden door twee banjerreesen Kieijs Geregeert, en in de bovenlanden, van eenen welke alle dit Iaar an de Compn bintrottings hebben opge= bragt, ten Getalle van 25000. bosschen welke gedeeltelijk ten voordeel van de Comp=n zijn verkogt; dog om dat dezelve veel mooite ante brengen, teffens ook niet altoos gewild, zo hebbe reeds met eenen kieij Geaccordeert om 's jaars. zeeven hondert spanse matten te betaalen. en op dier= gelijken 2 „ 3 55. au fes. en;naa ƒ nog niets op gebragt. wijnig onkosten der 3. Disstreet. voor de Compe. vermindering van omslag =gelijken voet zal ik zien met de anderen ook te handelen groote bietagae §: 19 De Groote bidjan neeft tot nog niets an de Comp:n Opgebragt, en verwagt dit in korten. En tusschen zal de Comptn omterent de twee bicagos ze wel als doessong gaen ander Onkosten hebben, als alle Jaar eenige kline vaartui gen derwaarts te zenden; om hun tot hunnen plicht an te maanen, de inwoonders der twee eert genoemde zijn met e Comptn, en dezelve demaren zeer in hun schik zij hebben mij een Euroopas in de plaat te leggen verkogt, 't welk hun beloof zoo sielijk doessong in order, en welke Euroopees met eenen zoude kunnen het koppe kappen beletten. §20. Om uwe Hoog Edelheeden herhaald orders omtrent de menagie, en vermindering van omslag en onkosten in 't Oog te houden. te meer daar de bedugtheid voor onlusten vermindert, door deese laaste valsche opschudding, en met eenen de ankomst der Expiditie, zo gebruk nedrig de vrijhed, mijn geringe gevooelen ter neer te stellen, onder Corectie van wijzer Gevaelen dat 827 57. verplaatzing der die naren. na tates. vermindering der dienaaren op tatie. § §21 De dienaaren op boemeekentjans, welke in eenige van banniekintjan Europasen en Sipaiers bestonden, hebbe alle na in laag op tates geplaatst, dus deese onkosten, van de aldaar zijnde dienaren, en ander huislijke zaaken te onderhouding, gespaard; om dat door hun verblijf aldaar, geen voordeel, en door hun vertrek geen naa deel ontstaan zal; te meer daar ik teegenwoordig meer benoodigt op tatis als boemie kint= =Jano, en dit verhuisen is door mijne schikking, op soorts voordraagt geschied en hier Omtrent ook geen ongenoegen. te verwagten, hoe wel den vorst na 't vertrek der dienaaren de leedigheid Ontwaarde, en verzogt om ten menstaan en 10 ge= =meene Euroopeesen bij zig te moogen hebben, zo hebbe dit uitgesteld tot nader Gerleegentheid 122. Tates, Alwaar ik tegenwoordigt mijn verblijf in 't huijs van de Eerste Resiedent, om dat denzelve verkiest in zijn Thuin te woonen, en 't huijs, in de Logie reede en 9 of 10 maanden ledig Gestaan, en Geslooten geweest; zoude kunnen Omtrent de bezetting, en diena= =ren Op den Ouden voet gebragt worden. Het nego= =tie en soldij werk, door eene persoon bediend wor= =den 2 „ 1/6 part 179 au r ps. en; naam omtrnt de vermindering der lasten. den, en na mijne Geringe gevoelen beter dat hij boek= =houder van qualiteid als Onderkoopman, want uwe Hoog Edelheeden des behaagende hem altoos op deese post zoude kunnen begunstagen 't welk hem meer ver= =plichte om wel te handelen en hij zoude gelijk te vooren met eenen kunnen de tweede persoon weezen Op tates, en omtrent den dienst de Comp=:n §. 23. Dus in plaats van de twee kostbare residenten, en den resiedenten Boekhouder van der Straaten, welke laast nooit meer als den gebrekkinge Copiet zal worden, en mer last als voordeel, om dat ik uit de zeevarende, en milliteit getrokken die voldoen, en minder kosten zoude het te stellen wesen met een goed, en middelmatige boekhouder, om den eersten op tates, en den laasten op tabenjouw te plaatzen, en deess noots zoude het met eene te stellen weesen, door dien alhier de Sergant Hartman, en Coenradie, wan heer Onderwijzing plaats vond in korten tot het werk bekwaam zoude weesen. §. 24. De Onkosten op Tates zouden derhalven veel minder

NL-HaNA_1.04.02_3816_0071 view scan ↗

English

59. demonstration that fewer expenses and many unnecessary ones could be spared; as for example the 100 rixdollars per month which Your Right Honourables favourably granted to me for a gratuity could cease, just as this item stands in the specification book under Ordinary Expenses. Monthly from the Cash in Specie: Rds 5: 10 for the purchase of firewood 5: 10 Surie and pinang for the native 46: 24 for the 9 ordinary labourers who are employed in daily service during 31 days at 8 stuivers per day each Furthermore, the item under the Extraordinary Expenses from Cash of Rds 26: 32 for advanced chintzes and other linens to the Sultan's commissioners and pepper weighers, for delivering letters and making verbal messages, both to the Sultan and Rattorangem and other grandees of the realm, concerning affairs of the Company; these three items alone amount in the year to about one thousand and nine hundred rixdollars. These I mark as unnecessary expenses. Yet if the Residents remain, I have indeed needed the 100 rixdollars per month, and the Residents give out when I spoke of abolishing the two items, that Your Right Honourables granted this as a means of subsistence. Should Your Right Honourables find pleasure in my humble proposal, I would make bold to assure that it will succeed more easily. The Lodge at Tatas § 25. The alteration and improvement of the Lodge at Tatas can still endure delay for improvement, though the same would be necessary if one had to expect anything hostile; yet there being no probability thereof, the same can still be maintained for some years with slight repairs until the revenues increase, and in the meantime Captain-Engineer Reimer may bring the project into readiness to lay before Your Right Honourables. Tabenjouw key of Banjer. Concerning the garrison. § 26. Tabenjauw in itself can be regarded as the key of the Banjer realm; from the sea side it covers it, and from the land side it commands it. In my humble opinion, 50 European and 100 native soldiers would be sufficient, and also for the present necessary, for these natives are indeed instructed in the use of arms, but the remaining time they lay them aside and work on the buildings, as has taken place until today, 61. since one cannot obtain workmen more cheaply. And when the work is completed, half of them can be discharged and made into settled inhabitants. In time the expenses decrease and revenues increase. § 27. The expenses at Tabenjaaw would decrease in time and the revenues increase, because I assume that the inhabitants will multiply, although up to now very scanty, because many of them have been killed, carried off, or pledged, and for this reason have used the liberty to humbly propose beforehand to His Right Honourableness, as if seeking counsel: whether it were possible to populate the Tabenjouw country, and in my humble opinion with a portion of the poorest and bad Javanese, with wives and children, even if it were a collection and extraction from many places, to ship them over as opportunity permits and in batches by degrees; whereby I assume Java would have nothing to suffer. Nor would the Chinese fail to settle well and succeed in gold prospecting and pepper planting. Population of Taben Jouw. The number of people to be sent I would not make bold to determine, for the land is very good and fertile in crops and animals for the nourishment of mankind. Tabenjous the best district and its condition. § 28. It is known to everyone that the Tabenjouw district is the most fertile and requires but little trouble to obtain food, and for that reason single persons also still move thither daily; for in former days the best pepper and in large quantity came from there. Gold mines. § 29. The gold, which is held to be the best found in the whole Banjer realm, is found in fairly large quantities when hands are available. Meanwhile, I see no chance of purchasing it with profit for the Company; first, faithful servants are lacking, secondly, high price, for a Spanish dollar weight is sold at the gold mines for 12 ditto, and when it is cheap for eleven, and thirdly: the dearness of rice, which the gold diggers 63. require for that. In my humble opinion it would be best to lease out the gold mines, or the prospecting, and in later times another arrangement could always be made according to circumstances. I recently went overland myself to the gold mines and investigated everything and saw it with my own eyes, was in the gold pit, fetched earth, and washed the same, and repeated this several times and days, also found a little gold which was returned to the owner; all of whom and most diggers are very impoverished people, and themselves in debt to others; so that I advised them, instead of prospecting for gold, to take up agriculture, and that when they have food they can also easily prospect for gold. The gold lies at a depth of 3 to 4 fathoms, and in some places much less, but in very small lots. Tabenjouw Pepper Culture. § 30. The pepper culture is meanwhile strongly recommended after the rice planting, and what favours this hope is that the inhabitants pay practically no taxes

Dutch transcription

59. 166 paart antooning minder en veele onnoodige gespaard kunne worden; als bij voorbeeld de rd=s 100 - des maande welke uwe Hoog= Edelheedens gunstig an mij voor een doesseur toege= =staan, zouden kunnen ophouden, gelijk ook de Post in 't specificatie boek onder de Ordinaire Onkosten staat. Smaands uit 't Cassa an Contanten. Rd=s 5: 10 voor 't inkoopen van brandhoud 5: 10 Surie en pienang voor de inlander 46: 24. de 9 gewoone arbijders dewelke tot daage= =lijksen dienst zijn gebruikt geduren= =rende 31 daagen â 8 stuijv: 's daags ijder Nog kan de Post onder de onkosten Extraordinair uit Cassa rd=s 26: 32. over verschootene Chittzen en andere lijwaaten an sultans gecommiteertens peeper wegers, tot 't bestellen der brieven, en 't doen van mondlijkze boodschapen, zo ander sultan als Rattorangem, en andere rijks grooten, Over zaaken der Comp=n concerneerende, deese drie parten bedraagen alleenig in 't Jaar bij een duizent en neegen hondert rijkdaalders deeze merk ik an als onnoodige Onkosten. dog blijven de Residenten heb ik de Ed=s 100 smaands wel benoodigt, in de Resiedenten geeven voor„ wanneer t „ S: au k ps. kan nog uitstel Tabenjouw sleutel van Banjer. omtrent de bezetting. wanneer ik over het afschaffen der tweepooten gesproeken, dat dit uwe Hoog Edelheeden toegestaan als een middel van bestaan mogten uwe Hoog Edelheeden behaagen vinden in mij needrig voordrag, zoude ik mij verstouten, te verzeekeren e gemakkelijker te slaagen. De Logie op tates §. 25. de verandering en verbeetering der Logie op tates, lijden tot verbeete pae wel dezelve nootzaakelijk wanneer men iets vijande te verwagten; dog nier omtrent geen waarschijnlijkheid, zo ka dezelve nog eeniege Jaaren met Geringe reperatie onderhoud worden, tot de inkoomen vermeerderen, en intussenen tijd den Capt=n Ingeneur Reimer het Project in geredheid brengen om uwe Hoog Edelheedens voor te leggen. § 26. tabenjauw op zig zelvs kan angemerkt worden als den Sleutel van 't Banjersche reijk van de Zee= =kant dekt het, en van de land kant Commandeert het, Na mijn gering gevoelen zouden 50 Europ=s en 100 inland) militairen voldoende zijn, en ook voor eerst nootzaaklijk „want deese inlanders worden wel in den waapen handel onderweezen, dog den Overiege tijd leggen zij dezelve af¬ en werken an de Gebouwen, gelijk tot heeden plaats gevonden =ring ƒ 61. gaaven verminderen =meerder. bevolking van taben Jouw. gevonden, terwijl men niet beeterkoop an werkslieden kan koomen. en wanneer het werk voltooit, kunnen de helft afgedankt worden, en men maakt er in gezeet= =ne van. inder tijd de uit § 27. De uitgaaven op tabenjaaw zouden aan ver= ende inkoomen ver=minderen, en de inkoomen vermeerderen, door dien ik veronderstel dat zig de inwoonders vermeenig vuldigen zullen, noe wel tot nog toe zeer schraal; om dat veele van dezelve af gesneuveld, vervaerd, of verpand zijn, en om deese reeden hebben de vrijheid gebruikt zijn Hoog Edel= =heid, voor af als raad vraagende, needrig voor te draagen: off was het mooglijk 't tabenjouwsche land te bevolken, en na mijn Geringe gevoelen met een Gedeelte der armste, en slogte Javanen, met vrouwen en kinderen, al was 't eene verzaameling en uittrekzel van veele plaatzen, om dezelve met Geleegentheid, en bij Partijer langzamer hand Over te scheepen; waar door ik veronder stel Iava niets zoude te lijden hebben, Nog zouden de Chieneesen zeerwel aarden en slaager in 't goudzoeken en peeper 6 „ 9: /6 part 179 Orange au er ps. en; naeme beste Disstrict. en desselvs gesteldheid De noeveelheid der an te zendende men scha peeper planten. zoude mij niet verstouten te bepaalen; want het land zeer goed en vruchtbaar an gewassen, en dieren tot voed= =zel der menschen. tabenjous met §. 28. Jder is bekent dat 't tabenjouwkne district 't vruchtbaarste, en verEijscht maar wijnig mooite om ande kost te koomen, en om die reeden trekken zig ook nog daagelijks enkelde persoonen derwaarts; want in vroeger daagen kwam van daar de beste peeper en in Groote hoeveel heid. goud groeven §29 Het Goud 't welk men voor 't beste houd dat in 't geheele wampersche rijk vald, en in taamelijk noe veelheid gevonden word wanneer handen zijn. intusschen zien ik geen kans om 't met voordeel in te koopen voor de Comp voor eerst gebreken getrouwe dienaaken, tweedens hoogen preijs; want een spaanse matt zwaar word an de goud mijnen voor 12 d=o verkogt, en wanneer 't goed koop voor Elf en ter derden: duurde an rijst, welk de goud gravers 63. tabenjouw Peeper Culture graverd, dat verheizen, Na mijn gerurge gevoelen zoud 't best weezen de goud mijnen, of het zoeken, te verpagten, en naa laatste tijden zoude altoos na omstand= heeden een ander schikking kunnen gemaakt worden ik ben voor korten zelve over land na de goud mijnen geweest, en heb alles onderzogt en met eijgen oogen ge= =zien, in de goud groeve gewees, aarde gehaald, en di= =dezelve gewassen, in dit eenige maalen, en daagen verhaald, ook wijnig goud gevonden 't welk emn den Eijgenaar weer= =om gaf, welke alle, en meeste gravers zeer armoedige menschen, en zelven schulden bij anderen; zo dat ik hun angeraaden in plaats van goud te zoeken, den landbouw, en dat wan neer ze voedzel ook gemakkelijk het goud kun= =nen zoeken het goud legt tet diepte van 3 â 4 vaam en op eenige plaats veel minder; dog in zeer klijne Partijen. §. 30. De Peeper Culture is intusschen sterk anbevoolen na den rijst plant, en 't welk deese hoop be= =gunstiget, is, dat de inwoorders noege naamt geen afgaaven geeven & „ 3 16 paart au ik ps.

NL-HaNA_1.04.02_3816_0076 view scan ↗

English

Pepper to be delivered at Tabenjouw in the warehouse. Not paying for the prince, nor giving any work for the Company, than to accommodate, while they all move in with empty hands and burdened with debts, and for part of which I had to stand surety, in order to encourage those still wandering here and there. Boundary demarcation. Paragraph 31. The boundary demarcation between the Tabenjouw territory and the princely territory is not yet determined, and I shall carry this out at the first opportunity. I have already spoken about this to the prince, who approves it. Paragraph 32. The Tabenjouw inhabitants can also deliver their pepper to the fort or lodge, and have it weighed and paid for there in the Company's warehouses, which otherwise had to take place at Tates, and all the more to save the recognition money of the pepper to the prince per picul of one Spanish dollar. It seems to me, in my humble opinion, that the prince can in fairness make no claim either on that from Tabenjouw, or from Sampit, Cottawaringen, and Poelloe Laut, or brought from elsewhere, for the reason that those lands were fully ceded to the Company to reimburse the expenses incurred and still to be incurred; thus the products also can have no relation to the prince's revenue. Nor can the prince favor the population, since his villages and lands can still easily feed many. I still have a reason to bring against the prince, should a dispute arise over this, which is that when the prince some time ago sought to involve me in the co-rule, or rather for the prince's benefit, in the administration of the district of Oelloe Soengei, and I saw little or no advantage in it for the Company, I declined that offer, and added that it would be better for His Highness to keep and take this for himself alone, that I was willing to oblige myself to give my advice at His Highness's request; but that the Company did not insist so much on ruling the area itself, as on the benefit of the trade and other revenue, to indemnify itself. This can also serve as proof that the Company does not interfere with the domestic administration, nor with the revenue of the prince, specifically regarding villages ceded to His Highness as a fief; thus the prince must also accept that the Company allows no recognition on the pepper from its lands. Paragraph 33. Meanwhile I have already provisionally written to the commandants at Tabenjouw and Sampit not to deliver any pepper to Tates; for it seems to me better to make a beginning in time rather than later, even if the quantity is ever so small, and if disputes arise, I shall settle the matter and take it upon myself, in which I see not the slightest difficulty. Pepper at the outer posts. Paragraph 34. The ships or vessels that come to collect the pepper can take it in at the outer posts, which saves the transport back and forth. Mandawi, Sampit, Pembuang, the same rivers and inhabitants. Concerning the revenue of the 3 above-mentioned villages. Paragraph 35. Mandawi, Sampit, and Pembuang, three adjacent rivers, which are navigated by vessels that draw no more than 6 to 8 feet, because of the banks lying before the rivers, just as at Tabenjouw no larger vessels can enter either. These above-mentioned three rivers run very far and high inland, where they are heavily populated by the Dayaks; but the 3 villages which are named after the rivers lie not far from the beach, and these are inhabited by Mohammedans, very few in number, and are under Ensign Smit, from whose letter I have the honor to present some extracts to Your High Excellencies under Number 3. Paragraph 36. I have as yet no firmly assured knowledge of the revenues; but I assume that the expenditures will not exceed the revenues, and should I perceive this, the assessment there can be reduced. The revenues will consist of the poll tax of one Spanish dollar per head, and in the leases of the import and export duties; at the same time pepper is being planted at Sampit by the Dayaks. To disburse 300 Spanish dollars per year for Sampit and Mandawi. Paragraph 37. I have satisfied Pangeran Praba with an equivalent of three hundred Spanish dollars a year to be disbursed for the two villages of Mandawi and Sampit, which 300 Spanish dollars I have given him for the first time this year, and I humbly request Your High Excellencies' favorable approval. I have made virtually no written conditions with him that could, in time, cause any disadvantage. He is a man already advanced in years, and upon his decease this payment will cease, and no one can make any claim to it. Concerning Cottawaringen. Paragraph 38. From Cottawaringen, a certain Pangeran Praba was underway late in the westerly monsoon to come here to me, but was driven back by pirates; meanwhile he sent a pembekel hither with some Chinese who made this intention of his known, and at the same time brought a little pepper with them, assuring that it is planted there by the Chinese.

Dutch transcription

Peeper op tabenjom in 't paknieus eevern. voor den vorst niet betaalte geven, nog eenig werk voor de Comp:e dan, om voor wiats mun te gemaed te koomen terwil zij alle met ledige nan den en belaaden met schulden intrekken, en voor welk een gedeelte ik neb moeten goed spreeken, om die nog hier en daar zwervende an te moedigen. Lemit Schijding V: 31 De Lemit Schijding, tusschen 't taben jan =sche, en 't vorstelijke gebied, is nog niet bepaald, en zal dit bij eerste geleegentheid ter uijtvoert brengen, den vorst hebbe reeds daar overgesprooken welke het goed keurd. §: 32. ook kunnen de tabenjouwsche inwoonders hun o peeper an met fort of Logie leeveren, en alaaar in 's Comp Pakhuizen gewoogen, en betaalt worden, 't welk anders op Recognatie geld tates heeft moeten geschieden, en te meer om het recog= =nietie geld van den peeper, an den vorst p=r Piccol een spans =mat te kunnen in winnen, dunkt mij na mijn gering gevoelen kan de vorst met billijkheid geen pretentie maa= =ken zo wel van den wit 't tobenjoúw, als van Sampit, Cotte Cotteevringen, en Poelloe laut, of elders angebragt, om reeden dan die landen ten vollen afgestaan en de Compn: Om de Gemaakte en nog te maakende Onkosten te ver= =goeden dus de Productens ook geen betrekking tot svoroten inkoomen kunnen hebben, ook kan de vorst de bevolking niet begunstigen, door dien zijne dorpen en landen nog veele gemakkelijk kunnen voeden. Nog hebbe eene reeden teegens den vorst in te brengen, wanneer hierover verschil mogt ontstaan, dit is wanneer den vorst mij voor eeniege tijd net meede gesag of wel meer tot 'Pvorsten voordeel mijn zogt in te wik= kelen in de Regeering van het disstriet Oelloezongij, en ik voor de Comp=n daar omtrnt wij nig of geen voordeel in zag, zo dankt ik voor die an presntatie, en voegde daar bij dat het beeter zijn Hoogheid dit alleen voor zig hield, en zig nam dat ik mij wel wilde verplich= ten mijnen raad te geeven op zijn Hoogheids begee¬ =ren; dog dat de Compn niet zo wel op 't zelvs ge= =bieden stond, als wel op de voordeel van den nandel, en ander inkoomen, van zig schadeloos te stellen. Dit ƒ„ 9 3 S: 65. 66 part 179 an er . p.s. de Commandanten bedeelt den Peeper an te pooten in laaden Dit kan meede tot een bewijs strekkende, dat de Comp: zig niet met de Huishoudelijke regeering, nog niet de inkoomen van den vorst bemooid, en wel omtrent Dorpen an zijn Hoogheid als een Leen afgestaan; dus ook den vorst zig dit moet laaten gevallen, dat de Comp:e geen Recognietie van den peeper uit naare landen toe staat. §. 33. in tusschen hebbe de Commandanten op tabenjor en Sampit bij proviesie reeds aangeschreeven van gee peeper na tates te leeveren; want mij dunkt dat 't beeter in tijds een begin te maaken als laater, al io de quan= =titeijt ook nog zo min, en wanneer er verschillen ontstaan„ zal ik de zaak schikken, en op mij neemen, en waarin geende minste zwarigheid Peeper op de buit 34. de scheepen af vaartuigen die den peeper koomen afhaalen, kunnen den zelven op de buitenpostn in neemen, 't welk het over en weer brengen uit wind, §.35. nanden Mandavie Sampit Pambaeang dezelve Reviere en inwoonders omtrnt d' inkoomen der 3. booven genoem= de dorpen. §. 35. Mandavis, Sampit, en Pamba= =ang, drie naast elkander leggende Revieren, welk van vaartuigen bevaaren worden die niet diepper gaan als van 6 â 8 vaeten, door de Banken die voor de revieren leggen, gelijk op tabenjouw ook geen grooter vaartuigen binnen kunnen Deese booven genoemde drie revieren loopen alwaar dezelve sterk be= zeer ver en hoog in 't Land, dog de 3 dorpen welke zig volkt door de daijakkers; na de revieren noemen, leggen niet ver van strand, en deeze zijn bewoond door mahometanen, zeer wijnig in getallen, en staan onder den vaandrig Smit van welkers schrijven ik de eere heb uwe Hoog Edelheeden eeniege uittrekzel te presenteeren onder N=o 3. §. 36. Ik heb nog geene vaste verzeeker te kennis der inkoomen; dog veronderstel dat de uijt gaaven de inkoomen niet over het Hoofd zullen zien en indien ik dit mogt Ontwaaren kan den omslag aldaar vermindert worden. de inkoomen zullen bestaan in het hoofd geld de kop een spanse matt, en inde pagten dir in en uijtgaande geregtige =heeden teffens word op Sampit peeper angeplant door de Daaijakkers. S: 67. 16 paart die er ps. 001 837. 300 Sp: mat: des Jaars uit te keeren voor Sampit en Pang: Praba §. 37 Pangerang Praba hebbe te vreeden Gesteld met een Equivalant van drie hondert Spanse matten des Jaars va Mandavie/ te keeren, voor de twee dorpen mandavie en Sampit„ welke 300 spanse matt. ik hem voor 't eerste maal dit Jaar gegeeven, en verzoekt needrig uwe Hoog Edelheedens Gunsteege toestemming. ik web met hem noegenaam geene Schriftelijke voorwaarden gemaakt, die zouden, in der tijd eenig nadeel kunnen veroorzaaken. Hij is een man reeds bij Jaaren, en aflijvig wordende houd deese uitkeering op, en niemand kan daarop eenig pretentie V. 38. van Cottewringen, was in 't laaste van de westelijke zeekere Pangerang Prabo. onderweegs om eenen hier bij mij te koomen dog door de zeerovers weer te rug Gedreeven; intussenen zond hij een Panbakkel herwaarts met eeniege Thieneesen welk dit zijn. voorneemen be= =kent maakten, teffens en wijnig peeper meede bragten verzeekerten dat dezelve aldaar door de Chineesen ange= omtrnt Cottevringen =plant

NL-HaNA_1.04.02_3816_0081 view scan ↗

English

to send certain news from Cottewangen. planted; but a shortage of rice caused all inhabitants to feel the greatest poverty and already many have died of hunger. Further, the Pambakkel declared that the Rajas there are very well pleased and satisfied with the Company, and this is evident, because the Kiai Gijamagale, whom I sent with the Panbakkel, has already been there a very long time. How matters are further situated there is unknown, because private navigation between here and there is not underway. §. 39. To obtain real and certain news from Cottewangen, it would in my humble opinion be best to send a pair of small Company vessels thither around mid-October, partly to show themselves, and partly to survey the situation, and whether any advantage for the Company might be determined, and to that end one could employ a person as an envoy, to investigate both matters; but this year it is not well possible due to the shortness of time, lack of vessels because the pantjalling De Peperboom [has gone] to Java. §. 40. Poeloe Laut and its condition; continuation regarding Pulo Laut; request from the chief. §. 40. Poelloe Laut in itself is uninhabited, because the people are abducted and carried off by pirates; thus they have all settled on the Banjarese mainland, under one chief, and mostly Bugis, all very wealthy people, because a secret trade is carried on from there to the opposite shore and Passir, subsequently to Java and Batavia, and I assume that there is indeed smuggling, also in the import of spices and opium, and in the export of products such as pepper, wax, and birds' nests. When the English call at Passir, I assume that they visit Poelloelaut at the same time and dispose of their wares. Smuggling place. §. 41. And because so much opium is brought overland from Poeloelaut as well as from Passir hither, which is not well possible to prevent, we have also thus far been able to sell only one chest of those we have in the warehouse. §. 42. The chief of Poeloe Laut requested of me during my presence there a Company servant, either European or native, to reside there; but I have postponed this until it may please Your High Nobilities to order. Meanwhile, I recently sent two sepoys overland with letters and seals for passes for vessels. Passir and its condition unknown. Written to the ruler, to Toeravie, Pang: Amir. §. 43. From Passir I have virtually no certain news regarding the state of affairs; for no one openly comes from there, nor does any vessel from here dare to go thither. I would also not have presumed, without Your High Nobilities' orders, to write either to the Passirese ruler or to Toeravie; but upon the invasion of the Banjarese realm, I thought not to do ill by settling the matters amicably; on that occasion I also wrote to Pangerang Amir. The Banjarese ruler gives order to invade. §. 44. For the Banjarese ruler had already given orders to his uplanders to prepare to invade the Passirese lands, and to avenge this insult, but I restrained this, and [sought] to settle the matter as much as possible on good terms through scribes and envoys. Humblest request for orders regarding Passir, Plo. Laut, Cottewangen. §. 45. Regarding Passir, Poello Laut, and Cottewingen, I humbly request Your High Nobilities' order how I am to conduct myself regarding them in the future: whether to continue courting them, and to negotiate, or to send embassies, or rather to desist therefrom, and leave them to themselves. Banjarese court, all in peace. §. 46. At the Banjarese Court everything is in rest and peace, both among private individuals and in the whole realm, except Gusti Koessiem, who still isolates himself separately out of fear, although there is no difficulty. And regarding my person: I always try to arrange the proposals in such a way that the interests of the Company and the interests of the ruler and the public are one and the same, whereby I have obtained the general trust and authority, so that nothing in the whole realm is done or decided without the ruler giving me notice thereof and taking me into his confidence. And as proof of this I have the honor to present two copies of letters in Malay under No. 4, because no one here can translate the same. The ruler has also told me many times to seek wherever any advantage for the Company might be obtained with propriety. Mission of Lieut. Dormanceij against the Passirese. §. 47. When the Passirese invaded the Banjarese realm, in the district of Oeloe Soengai, and the territory of Tabalong, the ruler seemed very perplexed; but I immediately offered to send Lieutenant Dormanceij upriver with two sepoys to support the chiefs with good advice, and I at the same time sent two hand mortars after him, with their appurtenances; which also succeeded and turned out according to wish. And when I saw myself somewhat secure on the seaside, I myself marched upriver, in order, if possible, to negotiate with the Passirese ruler, or to drive him away; but upon my arrival they had already departed some days before, and for that reason I have written to the Passirese ruler, Daeng Toeravie, and Pangerang Amir, to inquire why

Dutch transcription

verzeekerte tijding van Cottewanger te zenden. plant; dog gebrek an rijst, deed alle inwoonders de grooste t gevoelen en reeds veele armoeder van honger gestorven wijders verklaarde den Pambakkel dat de Radjas aldaar met de Comp=e zeer wel in hun schik en te vreeden, en dit Blijk, om dat den kieij gijamagale welken ik met den Panbakkel gezonden, reds zeer langen tijd aldaar geweest noe de zaaken aldaar verder Gestel is onbekent, door dat de particuliere vaard tusscnen hier en daar niet in de gang §. 39. Om weezentlijke en verzeekerte tijding van Cotte= bekoomen vaartux waingen te bekoomen, zoude na mijn gering gevallen best weesen met medio. October en paar kleine Comp=s vaar= tuigen derwaarts te zenden, eens deels om zig te vertoonen, en anderendeels om de geeleegenheid op te neemen, en of er geen voor deel voor de Compe te bepaalen, en tot dien eijnde zoude men eene persoon voor zendeling kunnen gebruiken, Om het een en 't ander te onderzoeken: dog dit Jaar is 't niet wel moogelijk door de kortheid van tijd, gebrek an vaartuigen om dat de Pantjalling de Peeper boom na Iava. §. 40. ƒ „ S: 69. 66 paert 179 an ir ps. Poelo Laut en desselvs gestel= vervolg na P=lo Lout verzoek van het hoofd 840. Poelloe Laut op zig zelfp is onbewoond, om daa de menschen door de zeerovers opgeligt en vervoerd worden„ dus hebben zig dezelve alle op de vaste wanjersche wal terneer gezet, onder een hoofd, en meerendeels boggeniesen, alle zeer wel hebbende menschen, om dat steeken handel van daar na de overwal en Passier, vervolgens Java en veronderstelle dat er wel gesmok= Batavia geda ook specerijen en apphion, en =keld word, van anbreng in den den uijtvaet der Productens als Peepeer, wat, en vogel= =nesten wanneer de Engelsenen passer andoen, veronder stel dat zij Poelloelaut met eenen opzoeken; en hunne waaren van de hand zetten. Smakkel plaats §. 41 En om dat zo wel van Poeloelaut, als van passier overland zo veel apphion herwaarts gebragt word, en 't welk niet wel te beletten, zo hebben wij ook tot nog maar eene kist kunnen verkoopen, van die wij in 't pakkuis hebben §. 42. Het hoofd van Poeloe laut neeft mij bij mijn onweezen aldaar een Comp=s dienaar verzogt het zij Europees of =neid. Passier en desselve gestelheid onbekent. geschreeven an den vorst in toe= =ravie Pang: amir De bangersche vorst geevd order te vallen of inlander, om aldaar zijn verblijf te houden: dog ik heb dit uitgesteld tot uwe Hoog Edelheedens dies behaagende te ordinneeren. intussen nebbe voor korten tijd twee Sipaijn Overland gezonden met briev, en Zeegels voor Passen der vaartuigen 83. van Passier nebbe noegenaamt geene zeekere tijding om= =trent de getee geheid der zaaken; want niemand komt Opentlijk van daar nog geen vaartuig van hier duerf der= =waarts gaan, ik zoude mij ook niet verstont hebben. „buiten uwe Hoog Edelheeden Orders, nog ander Passiersche vorst, nog an toeravi te schreijven; dog bij 't invallen in 't Bangersche rijk, hebbe gedagt niet kwalijk te doen, de zaaken in der min zaeken af te doen, bij die geleegentheid hebbe ook an Pangerang Amir geschreven. §. 44. want de Bangersche vorst had reeds onder gegee= om in 't Passiesene en an zijne bovenlanders, om zig gereed te maaken in 't Passiersche te vallen, en deeze Hoon te wreeken, dog ik heb dit gestut, en de zaak zoo veel moo= =gelijk / ƒ 9 S: 71: /6 part 179 an er . pes. gen om onder voor Passier Plo. Laut „ Cotte= =wangen. Banjen sche Hoff alles in vreede =gelijk in goeden af te maaken door schrijvers en zen= =deling verzoek nedrig §. 45. Omtrent Passier, Poello Laut en Cottewingen versoek needrig uwe Hoog Edelheedens order, noe mij daar Omtrent te gedraagen in 't anstaande: of voort vaaren met hun an te haalen, en te onder aandelen, of bezendings te doen, dan wel daar van afzien, en hun op zig zelfs te Laaten § 46: An het Banjersche Hoff is alles in rust en Vreede zo wel onder partuculier als in 't gehale rijk, be¬ =halve Gusta Koessiem, welk zig nog apart af= =zondert door bevanstheid, woe wel geen zewarigheid En omtrent mijn persoon: ze trachte de voordraagen altoos zoo in te rigten dat, de belangen van de Comp:e met de belangen van den vordt, en't algemeen, een en 't zelfde zijn, en waardoor ik het algemeen vertrouwen en gezag bekoo= =men zoo dat niets in 't geneele rijk gedaan off beslost word, zond: dat wij de vorst daar van kenkis geevd. en mij nene in neemt. En tot bewijs hier van hebbe liet=r zending van Dooman bij teegens de Passiereesen. hebbe de eere twe Copij briev in 't malijsen te presenteeren onder N=o 4 om dat alhier niemand dezelve translateeren kan. ook heeft mij de vorst meenig maalen gezegt te zoeken waar maar eenig voordeel van de Compen met schik t te haalen weesen. §. 47. Wanneer de Passireesen in 't wanjaschi rijk vie= een, in 't district Olloe zongij, en met gebied van Tabalong, scheen dan vorst zeer verleegen; dog ik bood ten Eersten an, den Luit=r Dormanceij met twee supair na booven te zenden, om de Hoofden met goeden raad te ondersteunen, en zond hem teffens twe handmorteys na, met dies toebehooren; welk ook na wensch geslaagt en uitgevallen en wanneer ik mij in wijnig bevreijd zag een de zeekant, trok ik zelvs na boven, om of was het moogelijk met den Passiersene vorst te anderhandelen, of hem te verdreijven; dog zij waaren bij mij ankomst reeds eeniege daagen te vooren vertrokken, en uit dien noofd hebbe een den Passiersche vorst, Dain toeravie en Pangerang Amir geschreeven en te verneemen waarom & „ 73. 6 part 179 an er pes. ren; naa

NL-HaNA_1.04.02_3816_0086 view scan ↗

English

Gold and Diamonds not worthy of the name to purchase. A humble proposal to succeed. Rice planting is promoted. Why the invasion had occurred. 48. Purchasing Gold and Diamonds for the Company at present is not well possible, because the price is so High, and also so scarce that it is not worth the effort to make a beginning because all the inhabitants apply themselves to Rice Planting, in order to prevent the shortage thereof in the future. But if it would please Your High Noble Lordships to have a trial of that trade made there in due course; so I humbly request on occasion to send hither a man who has knowledge of both, and all the better if this person were a common Soldier or Sailor who has recently arrived from Europe and obtained more or less knowledge of Gold and Diamonds there, who could gradually practice the language and customs here, while also costing very little. Section 49. Pepper is ordered to be planted under the strictest instructions, and for which the prince gave orders to the commissioners of the pepper gardens, to fine all those who have been negligent with five Spanish dollars, as has also partly happened, and they have Smuggling Pepper is not possible in these times. Solely to purchase what is for the Company. obtained Sp. M. 136, which was distributed among the commissioners; the increase of the pepper plants this Year amounts to 85,510. Section 50. Exporting or smuggling Pepper is not well possible at present; because all roads for that purpose are closed and known. The Chinese Junks have strongly pressed me for Pepper; but I refused them outright, and there the matter remained. The prince has also not interfered with it at all, and left all this to me, as well as the collecting of the duties of the Junks. Section 51. Wax is prohibited for private individuals to transport, which was proposed to the prince, while it pleases Your High Noble Lordships to purchase it, to make known to everyone to deliver the same to the Company for the fixed price of pure wax for 18 to 20 Spanish dollars. The previous Year almost no wax was collected, because of the continuous rain. Section 52. With the vessels on hand like the Galley 75. 6 part 179 Orange vant Per Johan pieces namely metal To manage well with the vessels on hand. Timber from the prince to deliver to the Company. Concerning the pilgrimage to Mecca. galley the Araak, the Pantjalling the Pepper boom and two cruising prahu mayangs, to which the prince gave a large boat, with which we shall for the present manage, and at the change of the monsoon when the pirates come in strength, to counter them with these, while we did need a few small Javanese Prahus for Tates, to haul earth, sand, stone, as well as timber. Section 53. The prince has given strict orders in all Villages, to deliver timber to the Company, and these consist of round posts or trees of 20 to 24 feet long, and one foot thick, to be used for palisades, both for Tates and Tabenzouw, and of which we have already purchased a large quantity, the piece for 16 stivers, very good and hard Timber, as has also already been used for the revetment for the lodge of Tates. Section 54. I have conversed with the prince about the departure, or sending, of his Subjects to Mecca, and 77. 6 part Papers relating to the Emperor's abandoned Wife. Sent under a separate cover on Tabenjom. made known Your High Noble Lordships' orders and pleasure to his Highness: that they can obtain passage with the Company's vessels; though as little as possible, with which the prince is very well pleased, and thanks Your High Noble Lordships for the favor. Section 55. In compliance with Your High Noble Lordships' Highly Honored Orders, regarding the Papers relating to my abandoned Wife, I have the Honor to Present the same under a separate letter written to me by the Resident Mathijzen, with a humble request to please arrange this matter for the best. The construction of a fort on Tabenjouw. Section 56. Concerning the building of a fort on Tabenjouw and the improvement of the Lodge on Tates, Captain Engineer Reimer has been busy preparing some Plans, and he will even have the honor to present the same to Your High Noble Lordships; meanwhile I have kept a Plan of the same here, and fully agree with him in everything; while I am assured of his skill and sincere zeal for the service of the Company. 157 2 3: 179 hall to Per Johan pieces iron namely A Memorandum from Captain Reimer left here. Request for the 100 native Military for an allowance when they work. Section 57. Captain Engineer Reimer has also handed over a Memorandum to me for Ensign Mehel to serve him as a guide in which everything is shown as well as the Materials determined; lime and bricks we could have made here, although they will cost slightly more than in Batavia and Samarang because one must begin everything anew, and for which we would humbly request some Chinese, to make this material, if it might please Your High Noble Lordships that this work shall proceed. Section 58. I also take the liberty humbly to propose and to request, if it might please Your High Noble Lordships to employ the 100 native military men for the work, whether they might not be granted one stiver a day and three jugs of Arrack a month for the time that they worked, while they earn only 3 rixdollars a month, and thus with the allowance of 30 stivers a month, still earn 6 stivers less than the last sent Sumenapers, who had six rupees a month. Section 59.

Dutch transcription

gouden Diamanten niet naam waardig om in te koopen. een needrig voordragt. te slaagen. Repeplant. word bevordert. waarom de inval geschied was. 48. Goud en Diamanten in te koopen voor de Comp=e teegenwoordig, is niet wel moogelijk, door dat de preijs zo Hoog, en ook zo schaars dat het de moorte niet waardig een begin te maaken door dien zig alle inwoorders op 't reijst Planten leggen, om in 't vervolg 't gebrek van dien voor te koomen. Dog wan ne uwe Hoog Edelheeden dies om daar in der tijd: behaagende eene Rroef van dien handel te laaten doen; zo verzoeke needrig bij geleegentheid eenen man, die kennis van bij den heeft, herwaarts te zenden, en te beeter wanneer deese persoon een gemeene Soldaat of Mattroos die nouwelijk uit Europa gekoomen en aldaar de kennis min of meer van Goud en Diamanten bekoomen welke lang zamer„ =hand alhier zig zoude kunnen oefenen in de taal en gewoordene, teffens zeer wijnig kosten. §. 49 Peeper word met de alderscherpste onder anbe= =voolen te planten, en tot welk den vorst ande gecommi =teertens der peeper tuinen onder gegeven, alle die geene welke naalatig geweest in de boete van vijff spanse matten te slaan, gelijk ook gedeeltelijk geschied is, en hebben Peeper Smakkelen niet moogelijk in deese tijden. alleenig in kooper hebben Sp:r M: 136. - bekoomen, welke verdeelt onder de ge¬ =commiteertend; de vermeerdering der peeperplanten dit Iaar bedraagd. 85510. 850. Peeper uit te vaeren, of te smakkelen, is teegenwoordig niet wel moogelijk; door dien alle weegen daar toe geslooten, en bekent. de Chineese Jonken nebbe mij Sterk angewast om Peeper; dog ik heb mun kort vande hand geweesen, en daar bij is 't ook gebleeven. de vorst heeft zig ook daar meede in 't geheel niet bemooid, en dit alles an mij over gelaaten, gelijk ook 't in palmen der geregtigheeden der Jonken. wat voor de Compe §. 5V Wax, is voor de particuliere belet om te vervaeren, 't welk den vorst voorgedraagen, terwijl uwe Hoog Edel= heeden des behaagende in te koopen, om an jder bekend te mar¬ =ken, 't zelve aen de Comp te leeveren voor den bepaalde paijs zuiver wax voor 18 tot 20. Span. matte. Ihet vooreige Jaar is naegenaamd geen wax ingesameld, om de geduurige reegen. §. 52. met de an handen hebbende vaartuigen gelijk de gallijs & „ 9 S: 75. 6 part 179 Orange vant Per Johan . ps. gen; naamelijk etaal met de anhanden hebbende vaartuig het wel te stellen Houtwerken van den vorst ande Compt te leeven om tant de beede na mecca gullij de Araak, de Pantjalling de Peeper boom en twee kruijs prouwenmaijangs, waar bij de voorst een groote boot gegeeven, met welk wij het vooreerst wel zullen zien te stellen, en bij 't kenteren der moissong wanneer de zeerovers sterkt koomen, hun daar meede teegen te gaan, terwijl wij wel en paar klijne Iavasche Prouwen noodig had den voor tates, om grond, zand, steen, an te sleepen, zoo ook houtwerk §53. De vorst heeft sterke onders gegeven in alle Negerijen, om houtwerk te leeveren an de Comp:n, en deese bestaan in ronde paalen off boomen van 20 â 24 vaeten lang, en een vaet dik, om tot pallisaten te kunnen gebruikt worden, zo wee voor Tates als tabenzouw, en van welk wij reeds een groot naeveelheid hebben ingekogt 't stuk voor 16 stv: zeer goed en hart Hout gelijk ook reeds tot de beschouen voor de logie van tates daar van gebruikt vaard der banger eere §. 54. Ik heb den vorst over 't vertrekken, of verzenden, zijner Onderdaanen, na Mecca, onder houden, en uwe 77. /6 part pampieren tot des Schaeijsers verlaaten Huijs voom. gaan over bij een aparte port op taben jom. uwe Hoog Edelheeden orders, en behaagen an zijn Hoogheid bekent gemaakt: dat zij met 's Comp=s vaarturgen kunne gelijde bekoomen; dog zo min als moogelijk waarin den vorst zeer veel genoegen neemt, en dan kt uwe Hoog= Edelheeden voor de goetgunstigheid. betrekking hebbende §. 55. ter voldoening uwe Hoog Edelheeden Hoog geEerde Orders, omtrent de Pampieren, mij ner verlaatene Huis= vrouw zo hebbe de Eere dezelve te Presenteeren bij een apparte briev door den Resident Mathijzen in mij geschreeven met needrig verzoek om deese zaak ten besten te gelieve te schikken. den anleg van een 9. 56 omtant het bouwen van en fort op tabenjouw en het verbeetere der Logie op tates is den Capitain Jngeneur Reimer beezig gewest eengn Planen in gereed te brengen, en welke zelvs de eere zal hebben dezelve uwe Hoog Edelheeden te presenteeren in tusschen hebbe een Plan van 't zelve alhier gehouden, en stem volkoomen met hem over een in alles; terwijl ik verzeekert ben van zijne kundigheid, en opregten ijver voor den dienst van de Comp=n 157 2 „ 3: 179 zaal aan Per Iohan . ps. ijzeren ven; naam amelijk een Memorie van Capt:n: Reimer hier gelaaten versoek voor de 100 inlandscne toelaag wan neerze werken §. 57. Nog neeft den Capitain Jngeneur Reimer eene Memorie voor vaand: Mehel an mij overgegeeven om nem tot eene nandlijding te dienen in welk alles ange= =toont gelijk ook de Matrialen bepaald, kalk en met zet steenen zouden wij hier kunnen laaten anmaaken, hoe wel dezelve iets Aurder zullen te staan koomen als op Batavia en Samavang om dat men alles neuw beginnen moet, en waar toe wij wel eenige Chieneesen needrig zoude verzoeken; om deeze stoff an te maaken wanneer uwe Hoog Edelheeden behaagen mogt dat dit werk voortgang zal hebben. §58 Nog gebruike de vreijheid needrig voor te stellen en Militaire om een te versoeken wanneer uwe Hoog Edelheeden behaagen mogt de 100 koppen inlandsene milietair tot het werk te gebruiken of dezelve niet mogt worden voor den tijd dat zij werkten 's daag en sluijde toegelegt, en des maande drie kannen Arak, terwijl zij maar rd=s 3 des maands gewinnen, en dus met de 30. stv=s toelaag in de maand, nog 6. stv: minder als de laaste gezondene summanap= des maand roeppias zes =pers gewinnen welke hadden. 3. 59

NL-HaNA_1.04.02_3816_0091 view scan ↗

English

Humbly proposes regarding the increase of vessels in due time. §59 Although I took the liberty in §52 to state that the available vessels are sufficient, as I still maintain against the pirates as well as otherwise, this was mostly in view of Your High Excellencies' order regarding the reduction of the great scale and expenses; yet, under favorable approval and correction of wiser opinions, I take the liberty humbly to propose whether it might please Your High Excellencies in due time to grant two smaller vessels for Banjer, because here everything is, so to speak, commanded by them on account of the many rivers and lowlands. These two vessels could consist of a small chaloup which drew 4 or at most 5 feet, with a single mast (for two requires much rigging and trouble), armed with 6 or 8 pieces, of which two of 2 lb and the rest of one lb. The other vessel could be a native pantjalling, or a large strong cruising prau mayang carrying 4 small cannon; with these, and those already available, one could keep everything in check, and collect the revenues from Doessong, Dayaks, Poelloe Laut, and elsewhere more easily and quickly, because when these peoples do not immediately see superior force, they always put things off. §60 [illegible] Sultan Sleman requests a daughter of the Sumenep Pangeran. The receipt of 70 Spanish dollars weight in dust gold. Conclusion. Banjarmasin, 31 October 1788. §60. Sultan Sleman has recently made known that he is inclined to marry a daughter of the Sumenep Pangeran, if the same daughter about whom negotiations were already held in earlier years is still available, or else another suitable for that purpose. Upon this request I have written to the Honorable Mr. Jan Greeve, Governor of Java, and asked by way of information whether such a person is available, and whether it might accord with the Company's orders and interests. §61. I have just received seventy Spanish dollars weight in gold from Kiai Tumenggung and Tanapati, which the chiefs of the Great Dayak pay as an annual capitation tax, which is divided into two parts between the Company and the sovereign. The above-mentioned 70 Spanish dollars weight of dust gold follows with the ship Jachtrust, and is reckoned at the value of 700 Spanish dollars, of which 350 will be credited to the benefit of the Company, and the other 350 written off against the sovereign's debt account. §62. Knowing nothing further of note, I have the honor to call myself with all respect, High Noble, Grand and Honorable, Far-Ruling Lord and Honorable Sirs, Your High Excellencies' dutiful servant, Hoffman. [illegible] To His Excellency, The High Noble, Grand and Honorable, Far-Ruling Lord! Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Honorable Gentlemen, Councilors of the Netherlands Indies. High Noble, Grand and Honorable, Far-Ruling Lord, Honorable Sirs. In compliance with Your High Excellencies' most respected order concerning the existing papers relating between the first subscriber and his abandoned wife, as well as between the second subscriber, we have the honor humbly to present the existing paper to Your High Excellencies, with the humble request to be pleased to settle this matter to our best advantage. And the second subscriber declares that no papers whatsoever of this nature are any longer at hand. Herewith hoping to have satisfied Your High Excellencies' most respected order and pleasure, we have the honor to call ourselves with all respect, High Noble, Grand and Honorable, Far-Ruling Lord, Honorable Sirs, Your High Excellencies' dutiful servants, D. Matelizen E. Hoffman. Banjarmasin, 31 October 1788. [illegible] For the Netherlands, Secret. To His Excellency, The High Noble, Grand and Honorable, Far-Ruling Lord! Mr. Willem Arnold Alting, On behalf of the State of the United Netherlands, and the General Chartered East India Company, Governor General, Together with The Honorable, Grand and Honorable Gentlemen, Councilors of the Netherlands Indies, etc. High Noble, Grand and Honorable, Far-Ruling Lord, Honorable, Grand and Honorable Sirs. Having had the fortune on 12 September to see ourselves honored with Your High Excellencies' most revered secret letter of 8 July last, I have the honor humbly to serve in reply thereto that we cannot fail to express our humble thanks to Your High Excellencies for the assistance of vessels, men, specie, provisions, etc., promptly sent hither, although the enemies had already left this country before the arrival of the vessels, all being at present in peace and quiet. At the departure of the barque De Constantia, the first subscriber had not the least report of the alliance of Pangeran Huit, Radja Ali, and other pirates; otherwise he would not have failed to detain the said barque and give notice thereof to Your High Excellencies by a native vessel. Nor did the first subscriber receive the least report that Radja Toekawee also had a share in the above-mentioned alliance. The first subscriber requests Your High Excellencies that they will be pleased to excuse him this time for his voyage made to Poelloe Laut, and pursuant to Your High Excellencies' recommendation, he will take care not to expose himself again so rashly to such undertakings. Concerning

Dutch transcription

Needrig voor draagt omtrnt het vermeerder. der vaartuijgen in der tijd §59 Hoe wel ik de vrijheid gebruikt §. 52. te stellen dat de anhanden zijnde vaartuigen voldoende, gelijk ook nog vast stelle teegens de zeerovers als anderzins. zo is dit meerendeels uit Hoofde Uwer Hoog Edelheedens geede onder weegens ver= =mindering den grooten omslag en onkosten dog onder gunstig weldeiden, en Corectie van wijzer gevoelens gebruike de vreij= =heijd needrig voor te draagen off Uw Hoog Edelheeden behaagen mogten in der tijd nog en twee minder vaartuigen toe te staan voor Banjer; om dat men alhier alles, zo te zeggen, door dezelve Commandert, weegens de veele Revieren en laage landen. Deese twee vaartuigen zouden kunnen bestaan in eene Klijne Tallij welk en 4 off op 't hoogste en 5 voeten diep ging, met eene Enkelde mast; want twee verEijscht veel touwerk, moeite gearmeert met 6 off 8. stukken waar van twee van 2 lb, en den rest van een lb. – Het ander vaartuig zoude kunnen een inlandsche Pantjalling, off een groot sterk kruis prouwmaaijang weesen voerende en 4 een sonder kannoonen; met deesen, en de reeds anhander zijnde, zoude, men alles in bedwang kunnen houden, en de Inkoomen van Doessong, Daijakers, Poelloe Laut, en van elders gemakkelijker, en schielijker in palmen; om reeden wanneer deese volkeren geene overmagt dadelijk zien het altoos op de lange baan Schuiver. §. 60 C „ ƒ 3: 79. 6 part 179 Orang van Per Iohan ps. ijzeren ren; naamelijk gezaal Sultan Sleman versoekt een Dogter van den Summanap: Pangerang. het ontfangen van 70 Sp=s mott: zwaar an stoff goud. Slot Bangjermassig den 31 octob: §: 60. De Sultan Sleman heeft voor korten te kennen gegeven; geneegen te wisen, met eene Dochter van den Summanapsche Pangerang te trouwen, indien dezelve Dochter nog voorhanden, van welke in vroeger Jaaren reeds verhandelt, off wel eene andere daar toe geschikt op dit versoekt hebbe den wel Ed: gest: Heer Ian Greeve, gouverneur op Java. geschreeven en verzogt bij wijze van Jnformatie, off diergelijke eene parsoon voor handen, en of het wel met 's Comp:s order en belangen over een mogt koomen. §. 61. zo Effen bekoomen ik seeventig spaanse matten zwaar on goud van Kieij tommangon en tannapatteij welke bij de Hoofden van de groote Daijak, en dit als een Jaarlijks Hoofd geld opbrengen; welk verdeelt in tweeen door de Compe en den vorst. Het boven genoemde 70. Sp=n: Mab: Zwaar stoff goud volga met het schip Iachrust, en word gereekend ter waarde van Sp: matt: 700. – waar van voor de Comp:en 350 zal ten voordeel gebragt worden, en de andere 350: — ap s vorster Schúldreekening af geschreeven. §: 62. verders niets merkwaardige weetend zo geeve mij de eere van mij met alle ontzag te noemen. Hoog Edel groot agtb=r Werd gebiedende Heer En WelEdele Heeren. Uw Hoog Edelheedens Plichtschulten. anno 1788:— Dienaar Hofman 2„ S: /6 part 179 ind van Per Iohan . p.s. ijzeren ren; naamelijk bieden etaal de . 6 part An zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot agtb: Weidgebied: Heer! M=r Willem Arnold Alting Gouverneur Geneeraal Neevens. De WelEdele Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Groot agtb=r weidgebiedende Heer Wel Edele Heeren. Ter voldoenning uwe hoog Edelheedens zeer ge Eerde Onder om= =trent de inweesen zijnde Pumpieren welke betrekking hebben tus= sehen den Eersten teekenar en desselvs verlaaten Huijs vrouw, zo. ook tusscnen den tweeden teekenar. zo hebben wij de eere het in weezen zijnde Pampier Uwe Hoog Edelheeden needrig te pre= =senteeren, met Ootmoedig versoek deese zaak ten onzen besten gen; naamelijk aal & „ 3: 81 179 land van Per Iohan . ps. ijzeren En. te gelieven te schikken. En betuigd den tweden teekenaar geeve Pampieren hoegenaamt van deesen aard meer voor handen te weezen Hier meede Hoopen na uwe Hoog Edelheeden zae geEerde Onder en genoegen voldaan te hebben, geeven ons de Hoog Edel Groot agtb=: Weidgebiedende Heer Wel Edele Heeren. Uwe Hoog Edelheedens. Llicht schuldige Dienaren. Banjermassing den 31 Octob: anno 1788. — D Matelijzen eese van ons met alle ontzag te noemen. En E Hterman „ P: 8 part 179 land van Per -. pes. gen; zaal 6 part Ongenol voor Wederland Secreet. 83. Aan zijn Hoog Edelheid M:r Willem Arnold Alting van weegens den staat der Peter„ eenigde Nederlanden, en de Gene„ haale Geortroijeerde Oost Indin sche Compagnie Gouverneur Generaal. Neevens De Wel Edele Groot Agtbaare Heeren Raaden van Nederlands Jndie Ve dr H=r Hoog Edelen Hoog Agtbaaren Weijd Gebieenden Heer. Wel Edele Groot Agtbaare Heeren. 'T Geluk gehad hebbende ons op den 12. September Dekeert te zien met Uw Hoog Edelheedens zeer gevenereerde secreete letteren van den 8. Iulij Iongstleeden, zoo hebbe d' Eer daarop nee„ drig in antwoord te dienen, dat wij niet kunnen Den Hoog Edelen Hoog Agtbaaren Weijdgebiden den Heer! aal mankeeren C „ S: 179 land van Per Iohan . ps. ijzeren gen; naamelijk mankeeren uw Hoog Edelheedens onzen needrige dank te betuigen door de spoedige herwaarts gezondene adsistentie van Vaartuijgen, Volk, Contanten, proviseen &:a hoe wel de Vijanden bereets voor de aankomst der vaartuijgen dit land verlaaten hadden, zijnde thans alles en rust en Vreede Bij het Vertrek van de Baacq de Constantia had den Eersten Teekenaar nog geen de minste narigt van de Vereeniging van Pangelang Huit, Radja Alie, en andere Zeekoovers zoude anders niet gemankeert hebben Gem: Bakcq aan te houden, en uw Hoog Edelheedens per een Inlands Vaartuijg daar van kenniste geeven Ook heeft den Eersten Teekenaar geen de minste natuigt bekoomen dat Radja Toekawee meede en boovengen: Der eeniging deel had. Versoekt uw Hoog Den Eersten Teekenaar Edelheedens hem door ditmaal zijne gedaa „ne togt naar Poelloe Lauwt zullen gelieve te Excuseeren, zullende ingevolge Uw Hoog Edelheedens recommandatie zorg draagen zig niet weeder zoo ligt vaardig aan diergelijke onderneemingen te Expeneeken. Aangaande

NL-HaNA_1.04.02_3816_0101 view scan ↗

English

6 part 85. Regarding Gustij Roessiem we have the honor to inform Your Right Honorables that he has now again made good promises by missive to the First Signer, yet whether he will keep them better than the previous ones, time will have to tell; meanwhile sergeant Hartman and two Sepoys have fortunately returned from there. Wherewith taking the liberty to sign with due respect and high esteem. In the Company Office at Banjarmassing Tatas the 31st of October 1788. Right Honorable, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lords, Honorable Great Esteemed Lords, Your Right Honorables' Humble and Obedient Servants, Hoopman getaal Matthijszen H: Dn Port L. S. 7 van Ver pieces gen; elij seven a 179 Examined E vostraaten E 26 part Copy of Secret Letters written by the First Resident at Pontianak to Their Right Honorables the High Indian Government at Batavia Dated the 25th of October 1788: For the Netherlands gekaal Orang offer nan gen; namely pieces of iron bende C B: 3 Four 12 Orangekaal 8 part 179 to offer Pier Johan pieces of iron gen; namely bende 87. 26 part Batavia To His Right Honor, The High Honorable, Valiant, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Honorable, Valiant Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. High Honorable, Valiant, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lords, Honorable, Valiant Lords. leijnbende Humbly setting out to answer Your Right Honorables' highly revered separate missives dated the 8th of February and 3rd of June of this year, may the humble signer be permitted respectfully to report to the same that on the 29th of August hef gen; namely pieces of iron Orangekaal to offer Vier Jo the Lord He last 143 Johan ten Ku last past, a certain Kyai Mankka Hoediera of Banjarmassing arrived here overland along with a Sepoy, delivering all such letters and papers as were dispatched on the 3rd of September 1787 from Batavia on Java by a private barque destined for this place, which vessel having fallen off to Banjarmassing on account of the west winds, the aforementioned papers were delivered by its master to the Residents; and as no opportunity for dispatch by sea presented itself there during the west monsoon, those envoys, according to the accompanying letter from the aforementioned Residents, had already departed overland from there on the 7th of December of the past year, and thus had a journey of eight months and twenty-two days. I asked them for the reasons why they were so long on the way, to which I received the reply that this was caused by the illnesses that befell them from the bad drinking water, and to which the lack of food suffered in the kingdom of Matan contributed greatly, since it was only with great difficulty that they could obtain rice for money, the ruler having forbidden his subjects to grant them any assistance, and forbidden them on pain of corporal punishment to provide them with salt; indeed, they even wanted to force them to turn back, adding that this was still a mercy the 25th of October 1788 that 89. 6 part was shown to them; and while they protested strongly against it, that ruler did not hesitate publicly to demand the head of the Sepoy and to try to force the aforementioned Kyai to surrender the papers they were carrying, alleging that they only came to spy in his country. But the said envoys demonstrated, both verbally and by grasping their krisses and cutlasses, that whoever should dare to approach them would pay dearly for it. Furthermore, they said that for this ill-treatment no one was to blame but Kyai Soeta Menggala and Bembakol Jsoep of Kotawaringin, who by order of the Pangerang there were to prepare a letter for them to the aforementioned ruler, which they indeed did; but that in the beginning of said letter the assistance of the same was indeed requested, yet at the conclusion thereof the envoys were exposed to his suspicions, as is evident from a copy of a Malay document handed to me by said envoys, written by a Raden Aria of Matan, which I take the liberty to enclose under No. 1, while the envoys wish to retain the original among themselves in order to make further use of it. This aforementioned matter and the remote location of the residence leijnbende ten iron namely Orangekaal offer the 25th of October 1788 of 173 Lord nan here pieces gen; g of the ruler of Matan, which is located a full fifteen days' journey inland, added to the little time that the humble signer has had, are the reasons that he has not yet dispatched anyone thither; which nevertheless he shall effect at the first presented opportunity to obtain a written declaration from the said ruler that he will never again form any claim upon Succadana. The humble signer has also thankfully received with the aforementioned papers the third set of the act of investiture of the Panembahan at Mampawa, which had been missing until now, which during my presence there I had properly signed and sealed by the ruler and the dignitaries of the realm who were present; and I shall also have the same done by the third dignitary of the realm, who recently returned from Samarang, as soon as the Company's vessel is dispatched and the humble signer proceeds to Mampawa upon the request already made to him by the Panembahan. Meanwhile, regarding Sambas, I respectfully note that the missive and presents of Your Right Honorables, accompanied by a letter from the humble signer, were sent by the Malay writer the 25th of October 1788 Intje lle

Dutch transcription

6 part 85. Aangaande Gustij Roessiem hebben wij d'Eer Uw Hoog Edelheedens te bedeelen dat dezelve thans per Missieve aan den Eersten Teekenaar weeder goede beloften gedaan heeft, dog of hij die beeter zal houden dan de verrige, zal de tijd moeten leeken, intuschen is den sergeant Hartman en twee Sipaijers Gelukkig Van daar te rug gekoomen. Waar meede de Vrijheijd neemen ons met Verschuldigde Eerbied en hoog agting te teekenen. I„ Eet: Comptorir Tot Hoog Edelen Hoog Agtbaaren Weid gebroken der Heele. Banjek massing Tatas den 31. Octob: 1788. land Wel Edele Groot Agtbaare Heeren UW Hoog Edelheedens Onderdanigen en Gehoorsaame Dienaaren Hoopman getaal Matttijszen H: Dn Port L„a S: 7„ van Ver ps. gen; elij zeven a 179 Nagezien E vostraaten E 26 part Copia Secreete Brieven geschreeven Door den Eersten Resident te Zontiana Aan hunne Hoog Edelheedens de hooge G Jndiasche reegering te Batavia Gedateerd den 25den. October 1788: Voor Neederland gekaal Orang bieden nan gen; namelijk „ ps. ijzeren bende C„ B: 3 Vier 12 Orangekaal 8 part 179 nan te bieden Pier Iohan -. p.s. ijzeren gen; naamelijk bende 87. 26 part Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den hoog Edelen Gestrengen hoog agtbaren en wijd gebeedenden Har M„r Willem Arnold Alling Gouverneur Generael, Beneevens de Wel Edele Gestrenge Heeren Raeden van Neederlandsch Ja Offa Jndic EtC=a AC„n EtC„a Hoog Edelen Gestrengen hoog agtbaeren en wijd gebiedend en Severe„ Wel Edele Gestrenge Heeren. leijnbende uwer Hoog Edelheedens hoog gevenereerde aparte Missivers de datis 8=ten februarij en 3=ten Junij deeses Jaers onderdaenigst zullende beantwoorden zoo zij het den needrigen teekenaer ge„ „oorloost hoogst dezelve Eerbiedig te melden, dat op den 29=en aug=s hef gen; naamelijk ps. ijzeren Ovangekaal aan bieden VierJo de Heer He Jongst 143 Johan „ten Ku Jongst leeden alhier overland is gearriveerd seekeren keaij Mankka hoediera van Binjermassing beneevens Een Sipaije aenbrengende alle zoodaenige, brieven en papieren als op den 3 ten 3=en September 1787: van Batavia op Java per Een particue„ „liere herwaerds gedestineerde Barcq waeren versonden welk kiel door de westen winden te Banjer vervallen voor „melde papieren door dies voerder aen de Residenten afgege „ven zijn, en alzoo in de west mousson geen geleegendheijd te verzending over zee zig aldaer opdoed, zoo waeren die zen da „lingen, volgens de geleijde brieff van Eevengemelde Resi„ „denten, reeds den 7=ten december A=o passato: overland van daer vertrocken, en dus Eene reijse gehad van agtmaenden en twee en twintig daegen; ik vroeg hun naer de reedenen waerom zoo lange onderweegs geweest, waerop ik ten ant„ „woord kreeg dat ik dit veroorzaekt was door de ziektensal hun van 't slegte drikwaeter zijn overgekoomen, en waertoe veel heeft gecontribueerd de in het mattansche Rijk gelaest „ne Gebrek aen voedsel, alsoo niet dan met groote moeijte voorgeld Rijst konden magtig worden, zijnde door den vorst aen desselfs onderdaenen geinterdiceert hun Eenige adjude te verleenen, en op Lijffs straffe verbooden hun met zout te gerien ven Ja zelvs wilde men dezelve noodzaeken om weederom rugwaerts te keeren onder bijvoeging dit nog Een genaede Den 25: October 1788 was 89. 6 part was die men aan hun bewees, en terwijl zij sterk daer teegen protesteerden, zoo heeft dien vorst zig niet ontzien publicq het hoofd van de Sipaijer te vraegen, en den voormel„ „den kaaij te willen noodzaeken om de in bestelling hebben„ „de Papieren af te geeven; voorgeevende dat dezelve maer kwaemen in zijn Land spioneeren, dog gemelde zendelingen toonden zoo wel met mond als met 't slaen aen kris en houwers dat de geene die zig zal verstouten hun te naderen, het duur zoude koomen te betaelen, verders zeijden zij dat aan „de die mishandeling niemand oorzaek was dan keaij Soeta Men„ „gala en Bembakol Jsoep van Cottaringen die op ordres van den Pangerang aldaer hun moesten Een aenschrijving aen voormelde vorst vervaerdigen, 't welk zij ook gedaen „hebben, dog dat in 't begin van gemelde brieff de adsistentie van denselven wel versogt was, dog bij 't slot van dien de zendelingen aan desselfs overdenkingen bloot gesteld, zijn blijkens Copia van Een door gemelde zendelingen aan mij„ overhandigde Maleijdsch Cartabeltje geschreeven, door Ee„ nen Radeen Aria van Mattan het welk de vrijheid neeme deese te Includeeren Onder N=o 1: Terwijl de zendelin„ „gen het origineel onder zig willen zouden om naeder gebruijk daervan te kunnen maeken. Dit voor verhaelde ende verafgeleegdheid der Residentie „leijnbende ten ijzeren naamelijk Orangekaal bieder Den 25: October 1788 van 173 Heer nan hier -. pes. gen; „ g van vorst aan Mattan, dewelke zig wel vijffthien daegen reijsens Landwaerts in bevind gevoegd bij de weijnige tijd die den needrigen teekenaer gehad, heeft zijn oorzaeken dat denzelven nog niemand derwaerts heeft gepecheert 't welk des niet teegenstaende bij de Eerste voorkoomende Occasie zal Effectueeren ter Erlanging Eener schriftelijken Declaratie van gemelde vorst, dat hij nooijt meer pretensie op suc„ „Cadana sal formeeren. Ook heeft den needrigen teekenaer bij opgemelde papieren ten dank ontvangen de tot nu toe gemanqueerd hebbende der„ de stel der acte van Jnrestiture van den Panumbazang, te Mampawa, die ik bij mijn aenweesen aldaer door den vorst en present zijnde Rijxgrooten behoorlijk hebbe laeten teeken „nen en verzegulen; zullende het zelve meede door den Jongst van Samarang gereverteerden Derden Rijxgrooten laeten doen, soo drae 's Compagnies vaertuijg gedepecheerd is en den submissen teekenaer zig op het aen hem door den Panumbazang reeds gedaene versoek naer Mampawa zal begeeven. Terwijl omtrend Sambas Eerbiedig Nooteze, dat de Missive en Ge„ „schinken uwer Hoog Edelheedens verzeld van Een brieff van den needrigen teekenaer door den Maleijdschen Schrijver Den 25: October 1788: Jntje lle

NL-HaNA_1.04.02_3816_0111 view scan ↗

English

The 25th of October 1788. Intje Paijer presented them to that prince with the customary ceremony, and they were received by him in a solemn manner. In his reply, together with a small packet of dust gold, I take the liberty to include these, as well as copies of both the letter sent by me to that prince and of his reply given thereto, which first-mentioned letter I hope will be arranged according to Your High Honours' highly esteemed intention. While therein not only a request for friendship is made, but also, because credible residents who only recently returned from there reported that it was rumoured in Sambas that preparations were being made in Samarang to come and attack the first-mentioned place, and as the gullibility of Sambas's prince regarding this matter has already become sufficiently evident, His Highness is also requested not to mind those spreaders of tidings. According to reports from the messenger, that prince was very pleased with the letter and gifts from Your High Honours, and after reading the letter of the humble undersigned, he reportedly addressed the Captain of the Malays, who was also present there, saying, have you heard now; I have indeed long said that these are all merely rumours, here is now the proof of it, pointing to the letters and gifts. From these sayings one might infer a well-meaning disposition of that prince, but as the hidden intrigues and treacherous designs of the unfaithful native have become all too well known to the humble undersigned through a five-year stay in Malacca and nine years spent here, I shall, in accordance with Your High Honours' highly esteemed warning, constantly be on my guard as far as humanly possible, which admonition I have also given both to Sultan Sarieff here and to the Panumbahan in Mampawa, submitting the account given at Malacca and gratefully received here, the contents of which we hope will never be consummated. Concerning Mampawa, I find myself obliged to bring to Your High Honours' esteemed attention that on the 14th of August last, an English ship appeared at Trodokkan and also cast anchor there. The Panumbahan immediately, by the beating of the gong, forbade under penalty of punishment any trade with the Englishman. After this ship had already lain there for two days and no one was allowed to go out, its supercargo came ashore, requesting the Panumbahan to assist him with timber for his main topmast, of which he had only a stump left. The Panumbahan gave him the answer that, however gladly he would assist him, he was unable to do so, because such timber is only to be obtained upriver, and the nearest at least three days' journey away, so that the supercargo should and could excuse him from this, whilst on the island of Temajoe, situated about six miles from there, the finest mast timber was to be found, and he could also get better and more easily accessible drinking water there than at Mampawa. The Englishman went to the Postholder and questioned him as to the truth of what was alleged by the prince, which the Postholder affirmed; whereupon the Englishman asked the aforesaid Postholder whether he might obtain vegetables for money; who replied to him that if he asked the prince for them, he had no doubt that His Highness would have him properly provided therewith, on which occasion the Postholder questioned him one thing after another concerning the ship, its outfit, and armament, whereby I am enabled to report to Your High Honours that it was a freeman's ship, coming from Malacca, named The Surprise, commanded by Captain John Filips, bound for China, manned with twenty Europeans, twenty-five sepoys or soldiers, and ninety Moorish sailors, or together one hundred and thirty-five heads, its armament consisting of 20 twelve-pounders and six three-pounder pieces, and having for cargo opium, of which he at least [illegible]

Dutch transcription

91. 26 part Den 25: October 1788: Jntje Paijer met de gewoonelijke Statie aen dien vorst zijn ter hand gesteld en door hem op Een plegtige wijze zijn„ gerecipieert desselvs antwoord neevens Een kleen pakje stoff„ „goud neeme ik de vrijheid deese te jncludeeren meede en be„ „neevens de Copias soo wel van de aendien vorst door mij afgezondene Brieff als van dies gegeevene antwoord daer„ op: welk Eerst gemelde ik wensch naer uwe Hoog Edelheedens hoog GeEerde Jntentie zal weesen ingerigt; Terwijl daerbeij niet allen aensoek tot vriendschap word gedaen, maer hier door geloffwaerdige Jngeseetenen, /: die Eerst kortelijx van daer gereverteerd:/ berigt zijnde, dat te Sambas was uitgespargeerd in men te Samarang gereedheid maekte om Eerst gemelde plaets te koomen attacqueeren, en de sigtgeloovigheid van Sambas vorst omtrent dit Chapiter allreeds genoegsaem gebleeken zijnde, zoo versoeke meede zijn hoogheid: zig aen die tijding brengers niet te stooren; volgens berigten van de zen„ „deling, zoo was die vorst zeer in zijn schik met de Missive en geschenken uwer Hoog Edelheedens, en zoude naer 't Leezen van het submisse teekenaers zijn brieff zig hebben geadres„ „seerd aen den aldaer meede present zijnde Capitain der Ma„ „leijers met te zeggen, hebt gee nu gehoord; ik heb immers all lang gezeg dat het allemaelen maer uitstrooisels zijn, hier zijn er nu blijken van / op de Brieven en geschenken wijzende:/ nde e Orangekaal bieder an zeven naamelijk uiet welker 179 de „nan hier . ps. gen; „heijn „ten 85 uit welke gezegdens men zoude kunnen Eene welmeenent „heijd van dien vorst opmaeken, doch de Bedekte Jntriques en vervaderlijke dogmerken van den ontrouwen Jnlander den sub„ „missen teekenaer door Een vijff Jaerig verblijff te Malacca en in Neegen Jaeren die denselven alhier heeft toegebragt maer als te veel bekend zijnde geworden, zoo zal ik ingevolge Uwer Hoog Edelheedens hoog g'Eerde Waerschouwing soo veel naer mensch„ „lijke vermoogens moogelijk is steeds op goede zijn, welke admoni„ „tie ik meede zoo wel aan sulthan Sarieff alhier als aen de Panumbahan te Mampawa hebbe gedaen, onder voor hou„ „ding van het te Malacca gegeevene en alhier ten dank ont„ vangene Relaes, welkers in houd wij hoopen nooijt te zul„ „len worden Consommeerd Mampawa betreffende, zoo vinde mij verpligt uwe Hoog Edelheedens ter geeerde kennisse te brengen dat op den 14=ten Aug=s Jongstleeden zig Een Engels schip op Tro„ „dokkan vertoond heeft, en aldaer ook ten anker is gegaan De Danumhahan liet direct onder 't slaen van 't beeken verbieden op straffe om niet met de Engelsman te Negotieer „ren naer dat dit schip reeds twee daegen geleegen had en niemand buijten mogt, zoo kwaem dies Carga aan Land versoekende den Panumbahang om hem met hout te ad„ „sisteeren voor zijn groote steng daer hij nog maer Een stomp van had, de Panumbahang gaeff hem tot antwoord, dat hoe gaerne hij hem ook wilde adsisteeren hij daartoe Den 25: October 1788: onver„ 93. 6 part Den 25: October 1788. onvermoogens was, terwijl diergelijken hout niet anders als de revier opwaerts (: en het naechste nog wel drie daegens„ Reijse ver:/ te bekoomen is, dat de Carga hem dus hier van moest„ en konde Excuseeren, terwijl op het circa ses Mijlen van daer geleegene Eijland Temajoe, het schoonste mashout te„ vinden, was ende hij aldaer ook beeter- en gemakkelijkewel„ Drink waeter konde krijgen dan te Mampawa, De En „gelschman begaeff zig bij de Posthouder en ondervroeg den „selven naer de waerheid van het door den vorst gealle„ „gueerde dewelke het zelve affirmeerde; waerop de Engelsman„ aan Eevengemelde Posthouder vroeg off wel groente voor geld zoude kunnen bekoomen; dewelke hem repliceerde dat bij aldien hij de vorst daerom versogt hij gansch niet twijffelde offte zijn Hoogheid zal hem behoorlijk daar„ „meede voorlien laeten, bij welke geleegentheid de Post „houder hem het Een naer het andere omtrent het schip Mon„ „tuur, en armatuur afvroeg, waerdoor ik in staet gesteld ben„ uwe Hoog Edelheedens te melden dat het een vrijmans schip was, koomende van Malacca, zijnde genaemd The surpri¬ „ses, gecommandeert door Capitein John Filips, gaende naer„ China, zijnde bemant en Twintig Europeesen, vijff en twintig. Sipaijers off Saldaeten, en Neegentig moorse Zeevaerende off te zaemen Een hondert vijff en dertig Coppen, bestaende des„ „selvs armature in 20: Twaelff ponders en ses Drie ponders stukken, en hebbende voor laeding amphioen, waervan hij ten Reijnbende zeven naamelijk gehaal Orang bieden minsten de „ran hier . ps. gen; ten

NL-HaNA_1.04.02_3816_0114 view scan ↗

English

at least with the knowledge of the ruler and Postholder has nothing, from where, after having previously been provided with vegetables, he sailed away on the 21st of the same month, completely dissatisfied with the prohibition already mentioned before made by the ruler; with which, continuing my account to my heartfelt regret, I cannot supply your High Nobilities with such reports as I could have wished, everything was and remained on that footing where my predecessor had left it until August 31st last, when in the afternoon around two o'clock the letter marked A and around five o'clock the letter marked B, enclosed herewith with respect, from the Panumbahan Sarieff Cassim were delivered to the humble subscriber, whereby he made known that the enemy had arrived on the 30th or the evening before at Benibongang, being the place where formerly the landing was made by the Company's forces, situated about five quarters of an hour from Trodokkang and two hours from the Negorij Mampawa, that the Buginese Goeroe Pengadjie, who was staying or rather standing guard there in the remaining main defense, together with his little son, had been murdered by them, and that the forces stationed at Trodokkang had abandoned the Kubu, and that the Chinese had captured it, requesting gunpowder, cannonballs, and the pantjallang De Beschermer stationed here. I proceeded directly to Sultan Sarieff, who had also received two identical letters, in order to consult with his highness about this, October 25, 1788 who had already summoned the Second Grandee of State, Said Oessin, of Mampawa who is present here, as well as two of his Grandees of State, the one being his highness's brother named Sarieff Almat and the other the Captain of the Malays, Intje Bastam, who having arrived and having heard the contents of the letters, received orders to arm themselves without delay, each with as many people as they could gather together, in order to lie ready near the bridge towards seven o'clock, to receive gunpowder and ammunition there and to make as much speed as possible to get to Mampawa. These orders were strictly carried out, and at the appointed time four proper penjajaps were ready, each manned with 40 souls; in which small vessels were shipped from Sultan Sarieff eight small barrels of gunpowder and 50 eight- and twelve-pounder balls, and from the humble subscriber four small barrels of gunpowder, fifty three-pounder balls, and twenty-five grape-shots, with the addition of a letter to the Panumbahan, in which he was notified that I would drift down the next day with the pantjallang and come to him myself. The following morning, being September 1st, I had the aforementioned pantjallang made ready, and through the willingness shown by the merchants present here, I gathered another fifty men, all young people, with whom, after having given proper instructions and transferring the care of the office to the Second Aeneae, October 25, 1788 I departed from the office in the evening at about half past seven. Due to the poor runoff, we arrived before the sandbank only in the morning towards seven o'clock, over which we had to warp because of the calm. At about ten o'clock, my prahu, in which I had sent the gunner Fredrik Bloemhart to Mampawa on the 28th or the day before with the wages for the servants and the rations for the pantjallang De Valkeneer, came alongside us, delivering to me the letter from the Panumbahan respectfully enclosed herewith under Letter C, along with one from the Postholder there, which, although somewhat poorly written, I take the liberty to accompany this under Letter D. I asked the aforementioned gunner how matters stood over there, and received in reply the following account: that on Saturday evening at half past six the son of Goeroe Pengadjie, followed by about 20 men who had kept guard in the Kubu at Trodokkang, had come to the Panumbahan; that shortly thereafter the Commander of the pantjallang De Valkenaer, the Postholder, the assistant surgeon also present there, and he were summoned to the dalam. Being gathered together there, the Panumbahan spoke thus: The enemy is on the march to attack us; they have cut off the heads of Goeroe Pengadjie and one of his children at Benibongang and they are already advancing towards Trodokkang. I rely upon you and hope that you will stand by me like men. The Commander of the pantjallang October 25, 1788

Dutch transcription

minsten met weeten van de vorst en Posthouder niets heeft, van waer hij, naer bevoorens van Groentens te zijn voorzien op den 21ten derzelver Maend weg zeijlde gansch niet vergenoegd over de door den vorst bereeds hiervooren gemelde gedaene Jnderdictie; waermeede mijn bestek vervolgende tot mijn innig leedweezen uwe Hoog Edelheedens geen zulke berigten kan suppediteeren als ik wel wenste, alles was en bleeff op dien voet daer het mijn pra„ „decsseur op had gelaeten tot den 31=ten augustus Jongstleeden wanneer 's agtermiddags circa twee uuren de onder L„t A„t en omtrent vijff uuren de onder L„r B: en Eerbied hier bij gevoegde Brieffjes van de Panumbahang Sarieff Cassim den nee„ „drigen teekenaer zijn ter hand gesteld waer bij bekend maekte dat de vijand op den 30:te off 's avonds te vooren op Beni„ „bongang (: zijnde de plaets daer Eertijds door 's Compagnies volkeeren de landing gedaen is, leggende Ciria vijff quartier uurs van Trodokkang en twee uuren van de Negoreij Mam„ „pawa:/ waeren gearriveerd, dat de in de overgebleevene Booft weering remooreerende off liever op wagt aldaer Leggen„ „de Boeguinees Goeroe Pengadjie beneevens zijn zoontje door hun was vermoord en dat de Te Trodokkang leggende volkeren de Coeboe hadden verlaeten, en dat de Chineesen dezelve hadden ingenoomen versoekende om kruijt, hoogels en om de alhier zijnde Pantjallang de Beschermer, ik vervoegde mij direct naer Sulthan Sarieff die meede twee gelijke brieffjes ontvangen had, om met zijn hoogheid hier over Den 25: October 1788 Ete Consuleeren ll 95. 26 paart te Consuleeren, dewelke alreeds den alhier present zijnde Tweede Rijxgrooten /: saet Oessin:/ van Mampawa had lae„ „ten roepen beneevens Twee sijner Rijxgrooten, zijnde de Ee„ „ne zijn hoogheids Broeder genaemt Sarieff almat om de andere de Capitain der Maleijers Jntje Bastam, de„ „welke g'arriveerd zijnde, en den inhoud der Briefjes ge„ „hoord hebbende, ordres kreeger zig zonder Dilaij te wae„ „penen ieder met zoo veel volk als bij Elkanderen zouden krijgen- omme teegens seeven uuren gereed bij de Brug te leggen, ten Einde aldaer kruijt en scherp te ontvan„ de gen en daar meede soo veel spoed te maeken, als mooge¬ „lijk naer Mampawa te koomen, deese ordres wierden stip„ „telijk geeffectueert en op de bestaende tijd waeren vier orden„ „telijke panjajaps gereed ieder bemant met 40: Coppen; in welke vaertuijgjes van Sulthan Sarieff afgescheept zijn agt vatjes Buskruijt en 50: agt en twaelff ponders koo„ „gels, en van den needrigen teekenaer vier vaetjes kruit vijfftig drie ponder koogels en vijff en twintig druijven on„ „der bij voeging van een Brieffje aen den Panumbazang, waer in hem genotificeert dat ik 's anderen dags met de Pantjallang zoude afdrijven en zelvs bij hem koomen, 's mor„ „gens daeraen zijnde den Eersten september liet ik de Pant heijnbe bende jallang voormeld klaer maeken, en door de bereitwillig„ ten „heid die de alhier zijnde Negotianten toonden, kreeg ik nog vijfftig man bij Elkanderen, altemael jong volk, waermeede tes ik na bevoorens behoorlijke Jnstructie en de sorge voor 't zeven naamelijk gezaal de Orang bieder Den 25. October 17881 Comptoir aan hier -. ps. gen; ele Comptoir, aan de Secunde Aeneae te hebben overgegeeven 's avonds Circa halff agt uuren van het Comptoir vertrok zijnde wij door de slegte affwaetering Eerst 'smorgens tee„ „gens seeven uuren voor de bank gearriveerd, waerover wij weegens stilte moesten boekseeren , Circa thien uuren quaem mijn Prauw daer ik den 28=ten off danderdags te vooren de Cannonier Fredrik Bloemhart met de gagie voor de Dee„ „naëren ende Randsoenen voor de Pantjaltang de valkeneer naer Mampawa had gezonden bij ons zijde, mij ter hand stellende de onder Littera C: in Eerbied hier bij gevoegde Brieff van den Panum hahan beneevens Een van den Post houder aldaer die schoon wat gebrekkig geschreeven de vrijheid neeme deese te doen versellen onder L„a D:, ik vroeg aen Eevengemelde Cannonier Hoe de zaeken ginter Stonden, en en kreeg daerop het volgende Recit: dat Saturdags avonds ten hallf seeven uuren de zoon van Goeroe pengadjie gevolgt van circa 20: man die op Trodokkang in de Coeboe hadden wagt gehouden bij de Panumbahan was gekoomen dat kort daer op de Gezaghebber van de Pantjallang de val„ „kenaer de Post houder de meede aldaer present zijnde onderChirurgijn en hij in de dalam zijn ontbooden, aldaer bij Elkanderen zijnde, zoo zeijde de Panumbahan; De vij„ „and is op marsch om ons aente vallen, zij hebben Goeroe pengadjie en Een zijner kinderen op Benibongang de koppen afgeslaen en zij avanceeren all naer Trodok„ „dokkang ik vertrouwe mij op uulieden en hoop dat gee mij als mannen sult bijstaen, De Gezaghebber van Den 25: October 1788. de Pantjallang bedee

next →