VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3816

Japan · 998 pages · 253 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3816_0117 view scan ↗

English

He requested the Pantjallang to go on board immediately and load all its guns with live ammunition, and to permit no one whomsoever to pass him, since one could not know what the mood was inside Mampawa, and furthermore to keep a good watch. He requested the Postholder to come inside his Dalam with the Europeans, and he charged the gunner with the care, together with his native constables, of inspecting and loading the guns, which was also carried out at once. In the meantime the Panumbahan had the signal of alarm struck on the basin, whereupon a crowd of people came inside, who nevertheless departed again not long thereafter. Around half past nine o'clock four Bugis came running with the news that the enemy had occupied the redoubt abandoned on Trodckkang and that they were already halfway to Mampawa. After the departure of these four men the Panumbahan again had the alarm signal struck, but no one appeared in the dalam other than Pangawa Latimang, Pangel Lima Lindro and the Pontianak resident Anachoda Camil with about fifty armed men, who received orders to tear down the bridge over the teroessan, or canal, which Sultan Sarieff, being present there after the conquest of Mampawa, had caused to be dug through, whereby the Dalam had been made inaccessible to pedestrians. The 25th October 1788 During this there also came running a son-in-law of the Chinese Captain Tommongong, who reported that while keeping watch along the road from the Chinese Campong to the teroessan, he had heard a heavy rustling in the grass and in the gardens, that he firmly maintained it was the enemy, requesting the Panumbahang to have a good watch kept, while he would go out to watch again with his men, and would give immediate notice thereof upon any further discovery. He departed; and the Panumbahan, seeing that upon the given signal of alarm had come inside, thus His Highness sent out scouts and shortly thereafter received word that the Bugis were busy storing their goods, that several houses already stood empty and that their small vessels which had been on the riverbank were for the most part already in the water. Upon this report the Panumbahang had his drawbridge raised and gathered together everyone who was male and able-bodied within the dalam, and they found themselves to be seventy-four heads strong, among which were also counted seventeen Europeans, which men were properly stationed in order to be able to offer a brave resistance in case of attack. Thus positioned they continued to keep watch the entire night, the Panumbahan having the basin struck and a cannon shot fired every quarter of an hour, which The 25th October 1788 was answered by the pantjallang as well as by the Campongs and by various private traders lying there on the river; that at half past three o'clock a dreadful screaming was heard which was made by the Bugis, who by now probably had finished securing their little possessions, marching armed toward the dalam to the number of 150, and having arrived there, requested to be let inside, or else to be allowed to know what they had to do. The Panumbahang sent word to them that they should just proceed to the teroessan to the Pangawa and further do whatever he will charge them with. They departed shouting just as they had come, and everyone remained at his assigned post until daybreak arrived. Around half past five o'clock the Chinese Captain Tommongong arrived with about 30 men of his nation, who requested to speak with the Panumbahang. They were admitted, and the Panumbahan asked them what they wanted now and why they had not appeared at the so often repeated alarm. The previously mentioned son-in-law, taking the floor for the Captain who, being deaf, had not heard the question asked, saying, when I wanted to proceed back to the Camp from here yesterday, I was surrounded by 12 to 15 men who jumped out of the grass The 25th October 1788 and forced to follow them to the Camp. Coming to the gate I found it surrounded by more than fifty heads, the entire Campong being in an uproar. My guides brought me to the house of the Captain, which was also surrounded by more than fifty men. I found the old man, or aforementioned Captain, there in a single pair of trousers, who was prevented from leaving the house by the Chinese Toeakou kampak, who was well armed and had much to say; which fate I, notwithstanding all efforts made, also had to undergo, together with the old writer whom they wanted to force, by pulling his beard, pushing and beating, to say where Tommongong had stored his money. In this manner the entire Campong was guarded and plagued until about 4 o'clock, when they, having even cooked their pots and filled their hungry bellies, left upon the screaming and shooting that began near the Teroessan, taking with them by force whatever suited their fancy, such as rice, oil, cloths and iron pans. We wanted to come hither immediately after their departure, but were prevented therein by the continuous shooting with live ammunition that was done with small arms near the Teroessan. Furthermore he requested in the name of the Chinese that the Panumbahang assist them with men, in order to The 25th October 1788

Dutch transcription

97. 2 part de Pantjallang versogt hij om direct naer Boord te gaen en allzijn geschut met scherp te laeden, en aen Niemand hoe genaemd te permitteeren hem Voorbeij te passeeren terwijl men niet konde weeten hoe de Gemoederen binnen Mampawa gesteld waeren en verders goede wagt te hou „den, den Post houder versogt hij om met de Europeesen binnen zijn Dalam te koomen en hem Cannonier droeg hij de zorg op, om beneevens zijne Jnlandsche Constapels 't geschut naer te zien en te laeden, 't welk meede ter„ „stonds geffectueert wierd in dien tusschen tijd liet De Panumbahan op 't beeken 't teegen van onraed slaen, waerop een meenigte van volk is binnen gekoomen, die egter niet en lang daerna weederom verstrokken: circa halff thien uuren= quaemen vier Boeguineesen aanloopen met de tijding dat de Vijand de op Trodckkang verlaetene Coeboe hadden inge„e Orangezaal„ „noomen en dat dezelve reeds halver weegs waeren om naer aan Mampawa te koomen naer het vertrek van deese vierman liet de Panumbahan all weederom het teeken van al„ „larm slaen, maer het verscheen niemand anders in de da„ „lam als Pangawa Latimang, Pangel Lima Lindro en de Pontianasche Jngeseetene Anachoda Camil met Circa vijfftig gewoepende mannen, dewelke ordres kreegen om de Brug op de toerofsan /: off kragt die sulthan Sarieff naer de overwinning van Mampawa aldaer present zijnde had laeten doorgraeven waerdoor de Dalam voor het de voetgangers ongenaekbaer gemaekt was:/ aff te breeken gen; zeven naamelijk de Reijnben bieder Den 25: October 1788: geduurende 179 de Vier . ps. en ten geduurende dit quaem meede aenloopen Een Schoon „zoon van den Chinees Captein Tommongong, dewelke rap„ „porteerde dat hij de wagt langs de weeg van de Chi „neese Campong naer de teroessan houdende, een swaer gedruijs in 't gras en in de thuijnen gehoord hadde, dat hij vast sustineerde het de vijand was, versoekende de Pa„ „numbahang om goede wagt te laeten houden, terwijl hij weederom bij de zijne zoude gaen uijtkijken, en bij Eenige naedere ontdecking direct daervan zoude kennis gee„ „ven hij vertrok; en den Panumbahan ziende dat op 't gegeevene teeken van Allarm binnen gekoomen, zoo zond zijn hoogheid op kondschap uit en kreeg kort daerna berigt dat de Boeguineesen aen 't bergen hunnen Goederen beezig waeren, dat reeds verscheijde huijszen leeg stonden en dat hunne op de wael gestaen hebbende vaer „tuijgjes ten grootste deelen reeds te waeter zijn op Dit 1999 Rapport liet de Panumbahang zijne volbrugge op haar „len en versaemelde bij Elkanderen all wat manlijk en- weerbaer binnen de dalam was, ende zij bevonden zig Sterk vier en Seeventig Coppen, waeronder mede gereekend zijn seeven thien Europeesen welke Man„ „schappen behoorlijk wierden geposteert om in Cas van aenval Een dapperen weerstand te kunnen bieden dusdaenig geschikt bleeven zij de geheele nagt wagt houden, lattende de Panumbahan alle quartier uurs op het beeken slaen en Een Canon Schot doen, dewelke Den 25: October 1788: C van de Alle 99. /26 part van de plantjallang soo wel aels van de Campongs en van diverse particuliere aldaer op Stroora leggen¬ „de handelaers beantwoord wierd; dat men ten halff vier uuren Een ijzelijk geschreeuw hoorde 't welk De Boeguineesen maekten, die nu waerschijnlijk klaer hadden met hun Goedertjes te bergen, ten getalle van 150: gewaepend naer de dalam aanmarcheerden, en aldaer gearriveerd, zijnde versogten om binnen ge„ „laeten te worden, dan wel om te moogen weeten, wat zij doen moesten; de Panumbahang liet hun zeggen dat zij zig maer naer de teroessam Bij de Pangawa moesten begeeven en verder doen het geen hij hun belas„ en „ten zal; zij vertrocken al schreuwende gelijk zij wae¬ „ren gekoomen, en Een ieder bleeff op zijn bescheijden post tot de dag aanquaem; Circa halff ses uuren quaem e Orangetaalt te bieden de Chineese Capt=n Tommongong met omtrent 30: man zij han „ner Natie, dewelke versogten om de Panumbahang . ps. izeven te spreeken; Sij wierden binnen gelaeten, en de Pa„ gen; naamelijk „numbahan vroeg hun wat zij nu moesten hebben en de waerom zij op het zoo dikwils herhaelde zijn van allarm niet waeren verscheenen. de hier vooren geci„ de „teerde schoon zoon, vattende het woord voor den Captein die doof zijnde, de gedaene vraege niet gehoord hadde /: zeggende, toen ik gisteren hier van dan mij weede„ „rom welde na de Camp begeeven, zoo ben ik door zef 12: á 15: mannen die uit het gras sprongen omeingelt aan Den 25 october 1788 „de hier Reijn ten En en genoodzaekt om hun naer het Camp te volgen aen de poort koomende vond ik dezelve Omringt van ruijm vijfftig koppen zijnde de geheele Cam„ „pong in rep en roer, mijne Leijdsmannen bragten mij tot aen het huijs van de Captein dat meede Door ruijm vijfftig man omcingeld was, ik vond aldaer den ouden man /: off voorm= Capt=n:/ in Een Enkelde broek dewelke door den Chinees Toeakou kampak die wel gewaepende was en veel te zeggen had, belet wierd. om 't huijs uit te gaen welk lot ik / niet teegenslaen „de alle aengewende poogingen meede het moeten ondergaen, beneevens de oude Schrijver die zij met „het trekken aen zijn beerd, stooten en slaen, wilden dwingen om te zeggen weeer Tommongong zijn geld ge„ „borgen was; Dusdaenig wierde het geheele Cam„ „pong bewaekt en geplaegd tot circa 4: uuren dat zij hun potten zelvs gekoogt ende hun hongerige daer „men gevult hebbende op het geschreeuw en schieten dat, bij de Teroessan begon:/ weg zijn gegaen met ge„ weld meede neemende het geen van hun gading was als Rijst, olij kleedjes en ijzere pannen: wij wilden na hun vertrek aenstonds herwaerds koomen, dog wierden daer „in teegen gehouden door het onophoudelijke schieten met scherp dat bij de Teroessan uit handgeweir gedaen wierd veerders versogt hij uit naem van de Chineesen den Pa„ „numbazang om hun met volk te adsisteeren, ten einde Den 25: october 1788:~ in en

NL-HaNA_1.04.02_3816_0121 view scan ↗

English

101 Part 26 The 25th of October 1788: to conduct a search in and behind the campong, as it was not known whether any of the enemy might possibly have hidden here or there. The Pangawa who was present there requested permission to go thither, which was granted to him. Around eight o'clock, he returned with fifty men who had accompanied him, bringing along sixteen prisais, or shields woven from wild rattan, eight Chinese cleavers, three large iron qualijs or pans, and five sacks of rice, relating furthermore that no people were found, but that they had found quite as much spilled rice along the road trodden into the mud, and that according to the tracks the enemy had certainly retreated toward Trodokkang. Up to this point, everyone had still been at his assigned post in the dalam; and now the Europeans were permitted to go and rest, while the natives made a palisade that day along the terossan. While nothing else occurred, in the evening everyone had to report back to his assigned post, and that entire night was again spent on alert without any incident. That on Monday afternoon around three o'clock, four penjajaps from Pontiana had arrived with ample men, and that shortly afterward he, the gunner, was summoned to the Panumbahang, who said to him, "Fredrik, you must get ready to depart for Pontiana tonight with the falling tide. I shall prepare a letter through the Sultan and the Factor, and what has occurred here you can tell them better than I can write it, for which I also have no time." Upon this, the gunner had his prau readied, and after he had received the letters from the Panumbahang at 7 o'clock in the evening, he departed immediately from there. I dispatched him directly to Pontiana, and as the sea breeze was already quietly picking up, we continued our course toward the roadstead of Mampawa, where we came to anchor at sunset in 6 feet of water. I immediately had my orangbaij readied together with a Javanese boat that I had taken along for this purpose, and after I had instructed the master of the pantjallang to use all possible diligence to haul quickly over the bank, I departed upriver accompanied by the aforementioned Javanese. I landed at the Chinese campong and found there the Chinese Captain Tommongong together with about twenty Chinese who were keeping watch. I asked the Captain how matters currently stood, to which I received the answer: about one hour this afternoon the master of the pantjallang came ashore and went to the dalam to speak with the Panumbahang; I was there, but I do not know what was transacted, as I am hard of hearing; shortly afterward he went back on board, brought his vessel abreast of the road of Trodokkang, and began firing with live shot at the benting; he also succeeded in disheartening the enemy with this, The 25th of October 1788: 103 Part 26 The 25th of October 1788: disheartened, and they fled partly with 4 fishing praus that lay there on the beach, and partly along the beach toward Benbongang, after they had set fire to the small houses standing in the benting. Otherwise there is no news yet, as it was already nearly six o'clock when the small houses were seen on fire. The Chinese accompanied me as far as the broken bridge where the Pontiana Buginese were keeping watch, who immediately announced my arrival to the Panumbahang and passed over some heavy planks so that I and my retinue could cross the ditch over them. Having crossed, I was met by the Sultan's brother Sarieff Ahmat, Sait Oefsin, Saijt Aloe, as well as the Postholder, who came to compliment me. In this company I continued my way to the dalam, where I arrived on the stroke of one o'clock and found everyone up and about. I was very amiably received by the prince and First Minister Saijt Achmat amid the firing of 9 cannon shots. After having sat for a short while, I asked the prince about the state of affairs, who repeated to me all that has been recounted above, adding that since yesterday, or the arrival of the Pontiana forces, he had been somewhat set at ease, whereas he could place little or no trust at all in the inhabitants of Mampawa, since they were indeed good merchants but poor fighters, and that he, seeing that I was now here, requested me to make some provision in this regard.

Dutch transcription

101 26 part den 25: october 1788: in en agter het Campong uit zoeking te doen, alsoo niet wusten off zig niet moogelijk welke van de vijand hier off daer verschuilt hebben. De Pangawa die daer pre„ „sent was versogt om derwaerds te moogen gaen, het welk hem toegestaen wierd; Circa agt uuren reverteerde dezel„ „ve met vijfftig man die hem geaccompagneerd hadden meede brengende sesthien Prisaijs, off schilden van wil„ „de rottings gevlogten agt Chineese houwers, drie groote ijzere qualijs off Pannen en vijff zakken Rijst, verhaelende daerbeij dat geen menschen gevonden, maer dat zij nog wel zoo veel gestorten Rijst langs de weeg hebben gevonden in de modder getrapt, en dat de vijand navolgens het spoor vast naer trodokkang zig had geretireerd: tot hier toe was een ieder nog op zijn bescheijden post in de dalam geweest; en wierde nu de Euroopeesen gepermitteerd om te gaen rusten de Ovangekaad aan te bieder terwijl den Jnlander dien dag Langs de Terofsan Eene bepag hier Johan „gering maekten terwijl niet anders voorviel 's avonds moest . ses. ijzeren een ieder zig weederom op zijn bescheijden post laeten van den „gen; naamelijk en is die geheele nagt weederom vervall gehouden sonder eenig voorval: dat 's Maendags na middag circa drie uuren vier Panjajaps van Pontiana waeren gearriveerd met Rijke„ Reijnbende „lijk volk, en dat hij Cannonier kort daerna bij de Tanumba„ ver „hang geroepen is, die hem zeijde Fredrik gee moet gee ten kleer maeken om van avond met vallend waeter naer Pon„ „tiana te vertrecken ik zal Een briefje door de suthan hef en Feitor klaer maeken, en wat hier voorgevallen is kunt gee beeten 179 de Heer, en e „gee beeter ain dezelve vertellen als dat ik het schrijven kan daertoe zoo het ik ook geen tijd, hier op heeft hij Can„ „nonier zijn Praauw laeten gereed leggen, en naer dat hij de Brieven van den Panumbahang ten 7: uuren 's avonds ont„ „vangen hadde direct van daer vertrokken is= ik depecheer„ „de hem direct naer Pontiana, en de zee wind al stilletijes doorkoomende, zoo zettenen wij onse Coers voert naer de Rheede van Mampawa, alwaer wij met sonsonder „gang op 6: voet waeter ten anker quaemen ik liet direct mijn Orangbaij beneevens Een Javaese Schuit die ik ten dien Einde meede genoomen had klaer maeken, en naer dat ik de gezaghebber van de Pantjallang gerecommandeerd had alle moogelijke vlijt aentewenden, om spoedig over de Banck te haelen; zoo vertrok ik verselt van de hier vooren gemelde Javaenen naer booven; aen de Chineese Campong leg „de ik aen en vond aldaer den Chinees Captein Tommongong be„ „neevens nog wel Twintig Chineesen die de wagt hielden, ik- vroeg de Capitein hoe thans de zaeken stonden daer op ik ten ontwoord kreeg: omtrent Een uur heeden agtermiddag quaem de gezaghebber van de Pantjallang aen de wal en giing naer de dalam om met de Panumbahang te Spreeken: ik waser, maer ik weet niet wat er verhandelt is:/ terwijl ik slegt van gehoorben :/ kort daerop gieng hij wee„ „derom naer boord haelde zijn vaertuijg dwars voor de weeg van Trodokkang, en begon met scherp naer de Coeboe te schieten, het is hem ook gelukt de vijand hier meede te Den 25: october 1788:~ verzaegen, e 103 26 part den 25: october 1788: verzaegen, en zijn dezelve dezelve gedeeldelijk met 4: Vis„ „schers Prauwen die aldair aen strandlaegen, en gedeelte„ „lijk langs strand naer ben: bongang gevlugt, naer dat zij de in de Coeboe staende huijsjes hadden in brand gestooken anders heeft men nog geen tijding, terwijl het all bijna ses uuren was toen men de huijsjes in brand zag: de Chineesen vergebschapten mij tot aan de afgebrookene brug alwaer de Pontianasche Boeguineesen wagt hielden dewelke direct mijne komst aen de Panumbahang lieten bekent maeken en Eenige swaere planken overgaeven, om langs deese met mijn gevolg over de gragt te kunnen koomen: over zijnde ontmoete mij sulthans Broeder Sarieff ahmat, sact oef„ „sin; Saijt aloe beneevens de Posthouder die mij quemen Complimenteeren, met dit gezelschap-vervolgde ik mijn weeg naer de dalam, alwaer met de klokslag Een uur arriveer„ „de en alles aldaer op de Beenenvond: ik wierde zeer Vrien„ „delijk door de vorst en Eerste minister saijt achmat on„ „der 't Lossen van 9: Canon schooten gerecipieerd: naer Een kleene wijl gezeeten zijnde, Vroeg ik de vorst naer de staat der zaeken, die mij all het hier vooren verhaelde repeteerde met bijvoeging dat hij zeedert= gisteren off- de arrive van de heij nde Pontianasche volkeren wat in gerustheijd gesteld is Ter„ ver wijl hij op de Mampawasche Jngezeetenen weinig off in 't ten Geheel geen vertrouwen stellen konde tewijl zij wel goe„ „de Negotianten maer slegte vegters waeren, en dat hij mij :/ het thans hier zijnde :/ versogt om daerinne Eenigsints te Orangekaal te bieden han . p. s. ijzeren „gen; neemelijk voorsien 179 „de Heer aan hier 181

NL-HaNA_1.04.02_3816_0124 view scan ↗

English

provided, which I promised to do as far as possible. I then asked the prince along with the two present realm grandees which direction the routed Chinese had set their course, and what they thought of it; to which I received the reply that the greater part had gone away overland, namely along the beach, toward Benibongang, where they would undoubtedly hide in the woods by day, and if they wished to undertake something, they would surely attempt it again by night. Upon this, I asked further whether they had not had them pursued, to which I received the reply from the prince that it was already evening when they went away, and furthermore dark; besides, Feiton, whom shall I command? If I go in front with the Europeans and my boys, then some might follow for shame's sake, though few; but if an English ship were lying there and they were allowed to trade with it, then everyone would do his best to be the first on the beach for fear of otherwise not obtaining his share, for at trading and smuggling they are experts, but if one speaks of fighting, they make ready to run. And while I had, apart from this, already resolved for myself to inspect Trodokkang and Benibongang, and this opportunity now presented itself, I made my intention known to the Panembahan, with the request to add to my men as many of the Pontianak Malays and Bugis as could be spared, in order to be able to effect something upon the subjection of those thieves, and that I would set out at the stroke of five o'clock; which the prince, with expressions of thanks, promised would happen. The second realm grandee, Saijt Oessin, immediately offered to accompany me, together with the sultan's brothers Sarieff Armat and Sarieff Alij. I thanked them for their willingness, adding that while these Chinese could not be regarded as enemies seeking to attack us, but rather had to be viewed as a band of murderers and starved thieves, and I did not doubt in the least that after this poor success of theirs they would continue their march directly to their dwelling place in order to await a better opportunity there, it was more to see the avenues and situation of the places than to pursue the enemy that I wished to go thither, for which stated reasons they needed not take the trouble. And as the clock had already struck three, I took leave of the prince and went to the house of the postholder, who informed me, among other things, that on the way to Benibongang, after walking for about a quarter of an hour, we had to pass through heavy swamps. I arranged my equipment according to the road we had to travel and stayed there until five o'clock, having my retinue make ready for the march in the meantime. The reveille having sounded and my retinue being armed, I went to the prince to inform him that I now wished to set out. I found there Saijt Oessin and Saijt Alij with about 30 heads of the Pontianak people, along with some young Arabs, all properly armed. After having first greeted the prince, we left the dalam; there we found the Pontianak Bugis to the number of 60 heads, led by Goeroe Lebo, Wa Lele, and Jntje Magmoet, to whom was also added the son-in-law of Captain Tommongong with twenty Chinese, along with several merchants, both Javanese and Chinese, with as many armed men as could be spared on board, as well as over eighty heads of the Mempawah inhabitants, the retinue having thereby become over 270 heads strong, with whom we began our march. Shortly after sunrise we arrived at the kubu of Trodakkang, which we found scandalously ruined and, so to speak, beyond repair without great expense and heavy work; along with some iron pans, remnants of their thefts. We continued our march along the beach through the woods until we finally came to the swamps; here everyone thought that I would go no further, but they found out quite differently, since Saijt Oessin and I, along with our own retinue, marched straight through without uttering a word (although in several places we sank into the mud up to our waists) until we had reached good ground and the breastwork at Benibongang. Having waited here for those following us, we found that of the Mempawah people no more than 12 men were with us, and that our retinue was reduced by 90 men, so that we were now only one hundred and eighty heads together, the missing ones being mostly Bugis, among whom were some elderly men, deterred by the mud. We then went to the pondok of Goeroe Pengadjie, where we found the corpses lying; his son, who was present with us, after first swearing to avenge his father amid ranting and raving, had his boys make preparations to bury them. We wished to continue straight on along the road, but encountering thousands of caltrops, we set our course along them diagonally toward the woods, and marched until we finally reached the end of them, along with a footpath. We followed this and found several places where fire had been made for cooking, and after a march of about three quarters of an hour, we came out at the seashore again, where we found two of the aforementioned fishing proas stolen at Trodokkang upon the mud.

Dutch transcription

voorsien, 't welk ik beloofde te doen soo veel moogelijk was vervolgens vroeg ik de vorst beneevens de twee presente Rijx „grooten, werwaerds de verjagte Chineesen hun Coers gezet heb„ „ben, en wat zij daervan dagten waerop ik ten antwoord kreeg, dat het grootste gedeelte overland; te weeten, Langstrand waeren weg gegaen naer Benibongang alwaer zij buiten twijfe „fel zig bij dag in het Bosch zouden schuilen, ende iets wil„ „lende onderneemen, het zeeker bij nagt weederom sullen waer gen: ik vroeg hier op verder, off zij dezelve niet hadden laeten agtervolgen daer ik van de vorst op antwoord kreeg, het was all avond toen zij weg giengen daar beij donker wel„ „der; daeren booven Feiton wien zal ik Commandeeren. als ik met de Europeezen en mijn Jongens voor aan gaa, dan zullen er moogelijk wel Eenige /dog weinig:/ schaems„ „halven volgen; maer Lag en Een Engels schip en zij mog „ten daermeede Negotieeren, dan zoude Een ieder zijn best wel doen om de Eerste aen strand te zijn uit vreese an„ „ders zijne portie niet te obtineeren, want van handelen en smokkelen zijn zij baeren, dog spreekt men van veg„ „ten, zoo macken zij gereedheid om te loopen, en ter „wijl ik, buijten dees reeds bij mij beslooten hadde om tre„ „dokkang en Benibongang te berigten, en zig deese ge„ „leegentheijd thans op deede, zoo maekte ik mijn voornee= „men aen de Panumbahan bekend, met versoek om bij mijn volk nog zoo veel als missen konde van de Pontianasche Maleijers en Boeguineesen te voegen ten Den 25: October 1788: Einde 105. 1/26 part Den 25 October 1788: Einde bij ootmoedjgng van die gaauwdieven eenig effect te kunnen doen, en dat ik met de klokslag van vijff uuren zoude opbreeken, het welk de vorst onder dankbetuiging beloofde te zullen geschieden, de Tweede Rijxgrootensaijt oef„ „sin presenteerde zig direct om mij te accompagneeren, bene„ „vens sulthans zijne broeders Sarieff armat en Sarieffalij ik darkte voor hunne bereidwilligheid onder Brijvoeging dat Tewijl deese Chineese niet konden aengemerkt worden als vijanden die ons zogten te attacqueeren, maer wel voor een hoop moordenaers en uijtgehongerde Gaauw„ „dieven moesten aengezien worden, en ik geensins twijf„ „felde off zij zullen naer dit hun slegt reufsit de marsch en weldirect naer hun woonplaets doorzetten, om aldaer eene beetere geleegentheid af te wagten, zoo was het meer om de advenues en geleegendheid van de plaetsen te zien, als om de vijand te agtervolgen dat ik mij derwaerds wilde begeeven, om welke geallegueerde reedenen zij lieden geene moeijte behoefden te doen: ende alsoo de klok reeds drie had geslaen zoo naem ik afscheid van de vorst en begaff mij aen het huijs van de Posthouden; die mij onder anderen berigtede, als dat wij onder weegs naer Reijnbende Benibongang omtrent Een quartier uurs gaende, door ver swaere Moerassen moesten passeeren, schikte mijne ten toerusting naer de weeg die wij over moesten en vertoefde alaer tot vijff uuren, Laetende in die tusschen tijd mijn hef gevolgd gereedheid maeken tot de Marsch: De Reveille igen; de Orangezaat bieder an zeren naamelijk gestaen dde Heer aan hier . ps. ds gestain en mijn gevolgd gewaepend zijnde, begaff ik mij bij de vorst hem bekend maeken dat ik thans wilde opbreeken; ik vond aldaer Saijt oefsin en Saijt Alij met Circa 30: Coppen van het Pontianasche volk benee„ „vens Eenige jonge arabiers alle na behooren gewaepend naer bevoorens den vorst gegroet te hebben, giengen wij de dalam uit; aldaer vonden wij de Pontianasche Boeguineesen ten getalle van 60: Coppen, opgevoerd door Goeroe Lebo, Wa Lele, en Jntje Magmoet waerbij zig nog quaem voegende schoon zoon van Captein Tommongong met Twintig Chineesen benee„ „vens verscheide Negotianten zoo wel Javasnen als Chineesen met zoo veel gewaepende mannen als aen boord konde gemist worden mitsgaders ruijm Tagtig Coppen van de Mampawasche Jngeseetenen zijnde het gevolg hier door sterk geworden ruim 270: Coppen waermeede wij ons marsch begosten en eeven naer sons opgang bij de Coeboe van Trodakkang arriveerden, die wij Seandaleus geruineert, en om zoo te zeggen buij„ „ten kosten en swaer werk om herstelbaer vonden; benee„ „vens nog Eenige ijzere Pannen over blijffsels van hun Diefstallen, wij vervolgden onsen marsch langs strand door het Bosch, tot wij Eindelijk aen de Moerassen quaemen, hier dagt een ieder dat ik niet verder zoude 6 gaen, dog wierden heel anders gewaer„ naerdemaelen Saijt Oessin en ik beneevens ons Eigen gevolg. zonder Den 25: October 1788:~ Een 107 /6 part Den 25: October 1788:~ Een woord te uijten door marcheerden: (:Schoon wij op verscheide plaetsen tot ons middent toe in de modder „zaekten :/ zoo lang tot wij goede grond en de Postweering op Benibongang bereijkt hadden: ende alhier de ons vol„ gende ingewagt hebbende, soo bevonden wij dat van de Mampawers niet meer dan 12: man bij ons waeren en dat ons gevolg om 90: man vermindert was, terwijl wij thans nog maer Een hondert en Tagtig Coppen bij El„ „kanderen waeren, zijnde de manqueerende meest Boe„ guineesen waeronder Eenige bejaerde mannen, door door de modder afgeschrikt wij giengen vervolgen naer de Pondok van Goeroe Pengadjie, alhaer wij de Lijken vonden Leggen; zijn zoon die bij ons present was, liet naer hij bevoorens onder raesen en thieren zijn vader te wreeken; door zijn jongens liet gereedheid maeken om dezelven te begraeven, wij wil„ „den de weeg verders regt voort loopen, maer ontmoe„ „moetende duijzenden van voet angels, zoo hebben wij ons Coers Lang dezelve dwaers Boschwaerts gezet, en zoo lang gemarcheerd tot wij Eindelijk het Einde daer „van bereikten beneevens Een voetpad, wij volgden dit Reijnbende en vonden verscheijde plaetsen daer men vuur om te kooken gestookt hadde en naer circa een Marsch van drie quartier uurs, quaemen wij weederom aen Zee strand uijt, alwaer wij twee der hier vooren gemel¬ res „de op Trodokkang geroofde vissersprauwen op de igen; gezaal„ bieden zeven elijk de Orange modder „de en Heer aan hier . ps. ver ten e

NL-HaNA_1.04.02_3816_0128 view scan ↗

English

lay in the mud, and at sea we discovered about two miles from us two proper panjajaps flying Chinese pennants and small flags from their tops, and directing their course toward Soengie Doeroé. At this sight, everyone maintained that they were the Chinese. Having met with nothing up to this point and being unable to pursue the vessels, we turned back along the seashore, arriving after eleven o'clock at the island of Hoorn, situated one-quarter of an hour from the shore directly across from Benibongang. We also cruised around this island, and then stepped into 4 prahus (which had been sent thither by the first grandee of the realm Saijt achmat and the captain of the Chinese) in order to pass the swamps with them. Having crossed, we went along the seashore again to Twodokkang and from there back home, where we arrived at about 4 o'clock. After having given a brief report to the ruler, it was resolved to fortify against such visitations, and the Panumbahan requested me to remain there until the undertaken work was finished, for otherwise he would see no end to it. I promised His Highness that I would do so, and thus, under the favorable approval of Your High Nobles, I remained for seventeen natural days at Mampawa, during which time the aforementioned teroessan or canal was deepened and made wider. The excavated earth was used to fill in a breastwork made of two rows of palisades, five feet high and three feet thick, along the said canal. The same was also done to the ditch running around the dalam; and the Chinese likewise provided their kampong at the rear with a ditch and formed a parapet along it with the excavated earth. The kubu of Prodokkang, most humbly cited above and occupied by the Chinese during the Mampawa siege, a remnant of the said siege, the ruler had demolished with general consent, because by God's goodness no enemy is expected from the sea, and since that kubu cannot be properly equipped with guns, it can be of little service and serves rather as a hiding place for rascals and thieves than for the defense of the place, while the 15 to 20 men who guard it at the ruler's expense are incapable of acting against five to six hundred men. The second day of my presence there, several Javanese Chinese who were there for trade came to me to lament their distress, which consisted in this: that their imported goods found no sale, notwithstanding that they had already been present there for three months. Asking the cause of this, I received the answer that there was no trade to the upper lands, the inhabitants of Mampawa for the most part buying nothing other than what was needed for their own use, and only a few trading small wares to Sambas, and that it was impossible for the ruler to purchase all that had been imported. I promised to inquire into this and to assist them as much as lay in my power. The following day, being with the Panumbahan, I asked him what might be the reason that no one went upriver to trade with the Chinese, whereas previously the inland navigation had been so strong. To which I received the answer: "Well, Resident, who will venture it so long as the fled ruler and princes remain upriver? Knowing their fate beforehand, they would act like fools who put their small poverty at stake, while they well know that it is a great stroke of good fortune if they escape with only the loss of their little goods." I then asked him the reason for his opinion, and he replied: "If I were not convinced of the truth of my words, I would not utter this. In the first place, the former Resident and I have twice sent letters upriver; the distrustful and ill treatment then meted out to my people, and the refusal to receive the letters, are altogether no signs of friendship. Moreover, personal experience is indeed the greatest reason why I maintain this. About four months ago, two or three of my people requested to be allowed to travel upriver to see if they could earn a doit. I pointed out to them that since my accession here no one had yet come down to buy anything, and that it was therefore not advisable to put themselves in danger. They insisted further, adding that having little they could also not lose much, and that if they obtained permission they wished to take along nothing but some pots of Javanese sugar, some dindeng, tamarind, and fifty gantangs of salt; which, if it went well, they would subsequently risk with more. I gave them a chop," the ruler continued, "and they went away. But on the fourth day thereafter they returned home destitute, having been attacked at Panking, not yet two days' journey from here, by thirty to forty Dayaks, who took everything from them, leaving them nothing but their trousers, nay, not even a paddle to properly"

Dutch transcription

modder vonden leggen en in Zee ontdekten wij omtrent - Twee mijlen van ons aff, Twee ordentelijke Panja„ „japs die van hun Toppen Chineese wimpels en vlag„ „getjes lieten Waeijen, en hun Coers stelden naer Soengie Doeroé, wordende op dit gezigt van een ider gesustineerd dat het de Chineesen waeren tot hier toe niets ontmoet hebbende, ende vaertuijgen niet kun „nende agtervolgen, zoo keerden wij Langs zee strant weeder te rug arriveerende, na Elff uuren bij 't Eij¬ „land Hoorn geleegen ¼: uurs uijt de wal dwars over Benibongang; dit Eiland kruisten wij meede Rond, en stapten vervolgens in 4: praauwen /:die door den eersten Rijxgrooten Saijt achmat en den Cap„n den Chineesen wiezen derwaerds gezonden :/ om daermeede de moerassen te passeeren, over zijnde zoo giengen wij langs- Zee Strand weeder naer Twodok, „kang en van daer naer huijs, alwaer wij circa 4: ule „ren arriveerden; naer een kort verslagt aen de vorst te hebben gedaen, zoo wierde geresolveerd om zig tee„ „gens diergelijke bezoekingen te versterken en ver„ „sogt mij de Panumbahan om soo lange aldaer te vertoeven tot het voorgenoomen werk klaer was, want hij anders geen Einde daervan zoude zien ik beloffde zijn Hoogheid het zelve te zul„ „len doen en bleef dus onder gunstige welduijding van uw Hoog Edelheedens seeventhien Etmae„ Den 25: October 1788: ten 109. 16 part len te Mampawa, binnen welke tijd de hien„ „vooren geciteerde Teroessan off kragt, uijtgediept en breeder gemaekt is, zijnde de uijtgegraeve grond g'emploijeert tot het opvullen van een uit Twee Reijen pallisaeden gemaekte Borstweering, hoog Vijff en dik Drie voeten, langs gemelde kragt 't zelve is meede gedaen aen de om de dalam rond loopende sloot; en hebben de Chineesen hun Cam„ „pong van agteren meede voorzien van een sloot en met de uitgegraeve Grond daer langs een para„ „pet geformeerd: De hier vooren onderdaenigst geci„ „teerde en door de Chineesen geduurende Coeboe van Prodokkang, Een overblijffsel van de Mampawa„ „sche beleegering heeft de Vorst met algemeene toe„ de Ovangekaaa „stemming laeten demolieeren, om reeden men /:door Gods Goedzeid :/ uit zee geen vijand is verwagtende han en die Coeboe met geen stukken na behooren kun ijzeren nende voorsien worden, weinig dienst kan doen igen; naamelijk en auseerder tot een Schuilplaets van schelmen en dieven is streekende dan tot defensie van de Plaets terwijl 15: â 20: man die dezelve ten kosten van de vorst bewaeken, onvermoogend zijn teegens Reijnbende ver og vijff â ses hondert man te kunnen ageeren. Den den Tweeden dag van mijn aenweesen aldaer, quaemen verscheide Javaese Chineesen dewelke aldaer ten hef handel Laegen, mij hun nood klaegen, bestaende aan te bieden Den 25: October 1788. daerin 179 de en Heer hier . ps. daerin, dat hunne aengebragte goederen geen de„ „biet vonden niet teegenstaende reeds drie maen „den alwaer present waeren naer de oorzaek hiervan vraegende kreeg ik dat antwoord dat er geen vaert naer de boovenlanden zijnde de man „pawasche Jngezeetene voor het grootste gedeel„ „te, niets kogten dan het geene tot eige gebruik benoodigd waeren en maer weinige met kleenig „heeden naer Sambas Negotieerden en dat het doen vorst onmoggelijk was all het aengebragte aen te slaen ik beloofde mij daerna te zullen Informeeren en hun So veel in mijn vermoogen te adsisteeren. Panderendags mij bij de Panimbahan bevinden „de zoo vroeg ik hem wat de Oorzaek mogte weesen dat 'er niemand naer booven gieng met de Chinees ne„ „gotieeren, daer bevoorens de binnenlandsche vaert soo sterk is geweest waerop ik ten antwoord kreeg wel fector wie zal het waegen zoo lang de gevlugte vorst en prinsen sig booven bevinden; zijn lot voor uit weetende zoo zouden zij als dwaesen te werk gaen die hun armoedje in de waagdschael leggen terwijl zij wel weeten dat het Een groot geluk is, als zij met het verlies hunner goedertjes vrij dobbelen ik vroeg hem vervolgens naer de reeden van zijn sustenue„ ende hij Repliceerde, wanneer ik niet van de Waerheid van mijn gezegdens overtuijgd Den 25 October 1788: was 111. /26 part was, zoo zoude ik dit niet uit en: Eerstelijk hebben ik ende voorige Resident tot Tweemae„ „len brieven naer booven gezonden, de wantrouwe„ „ge en slegte behandeling die toen aen mijn volk gedaen is en de wijgering om de brieven te ontvan„ „gen zijn alttemaelen geen teekens van vriendschap daer en booven zoo is eige ondervinding wel de Grootste reeden waerom ik dit sustineerde; nu omtrent vier moenden geleeden zoo versogten twee â drie van mijn volk om naer booven te moogen vaeren zien om een duit te winnen ik stelde hun voor dat het zee„ „dert mijn zeet alhier nog niemand was afgekoomen en om wat te koopen dat het dus niet raedzaem was om zig in gevaer te begeeven zij insteerden al verder met bijvoeging dat zij weinig hebbende ook niet veel konden verliesen, en dat zij Consent verkrijgende niets dan Eenige potjes Javaese zuiker; wat din„ „ding Tammarinde en vijfftig gantangs zout welden meede neemen, het welk goed gaenden zij het naer„ maels met meerder zoude waegen; ik gaff hun een Tjap, vervolgde de vorst en zij giengen weg: doch Reijn nde quaemen den vierden dag daeraen kael weederom te huijs zijnde zij op Panking nog geen twee dagreij„ „zen van hier door dertig a veertig Dazakkers bespon „gen die hun alles hebben afgenoomen niets overhou„he „dende dan de Broek, Ja zelvs geen pagaijer om igen; ver de Ovangekaag han ijzeren naemnelijk aan te bieden Den 25: October 1788: behoorlijk 179 dde Heer hier . pes. d ds

NL-HaNA_1.04.02_3816_0132 view scan ↗

English

to be able to return properly. The humble signatory, having listened attentively to the aforementioned, and having seen from the taken-over secret papers that seventeen Dayak settlements had already submitted, thus considered within himself whether one could not take a chance up the river, considering that we at Mampawa currently numbered over 400 heads of Pontianak peoples alone, to which one could gradually add from each Dayak settlement as many as could be spared, and thus could become over a thousand heads strong, in order to pay a visit to the fugitive prince and princes. I therefore addressed myself to the prince, saying to him: "Ioean Panumbahan, I have come here to assist you if possible, whether by counsel or deed; the scoundrels were gone, so I could do nothing about it, but come, let us, if it is feasible, also undertake something for the service and profit of the Company and for our own honor and advantage. In the upper lands the enemy calls us! We are currently here over 400 men strong of Pontianak peoples alone. Add to this easily another 100 men of the merchants, who I am convinced will be ready at the first request, so we would be 500 men strong The 25th of October 1788 to go from here; then let some twenty-five Dayaks come down to show us the way." And I wanted to speak further, but the Panumbahan said to me: "Well, Feitor, where shall I get twenty-five Dayaks? Since my residence here I have only seen seven persons, and they have greatly deceived me." I replied to him: "Well, how am I to understand that? Seventeen Dayak settlements have submitted and paid homage to you, and yet Your Highness cannot procure twenty-five Dayaks?" The prince said upon this: "I see no chance of procuring one, nor has a single Dayak submitted to me or paid homage, much less seventeen settlements. It is true that last year in the month of Mulud, or December, 7 Dayaks from Sanking arrived here, whom I had detained and brought to me. I asked," continued the prince, "about the reasons for their arrival, and they answered me that they and their chiefs, being troubled by the scarcity that prevailed among their people, had been sent hither to buy various things, and that their chiefs would take into consideration the reports that they bring back. I asked them," the prince said further, "what they were in need of, and they said of salt, rice, tamarind, and blachan. I gave them," continued the prince, "100 gantangs of salt, 200 gantangs of rice, 1/4 picol of tamarind, 1/8 picol of blachan, and added to that a corgie of washed clothes to encourage them, with the request to report honestly to their chiefs how they had been treated. They promised and swore to do this, adding that they did not doubt that their chiefs would also come down very soon. However, they have paid me no homage, and these were only seven Dayaks from Sanking and not people of seventeen Dayak settlements." Continuing to speak: "Neither they nor others have come down again since." I shook my head at this, while the Panumbahan, continuing to speak, said: "Well, Feitor, if it had happened to me that so many Dayaks had wished to submit, would I not have reported the same to Mr. Stuart and requested him to come hither? Most certainly, for this is not a work that I would wish or be able to take upon myself alone; moreover, the fugitive princes would then have played the master in the gold mines somewhat less than they have done until now." I expressed my astonishment to the Panumbahan about this, as well as Your Right Honorables' just displeasure over this news, since Your Right Honorables, having been informed of this submission by my predecessor, were in the expectation that the remainder, following this example, would also submit. The 25th of October 1788 The Panumbahan hereupon swore by all that is holy never to have reported anything else to Resident Stuart concerning the Dayaks than the above-cited incident with those seven men from Sanking; but that he had long since complained to him about the impossibility of properly satisfying the thirteenth chapter of the deed of investiture without Your Right Honorables' further help and assistance; while he has obtained possession of nothing other than the settlement of Mampawa with its inhabitants, and of himself is powerless to bring the true subjects of the country, being the Dayaks who hold the upper lands and gold mines under their control, by force into submission to the Company, requesting me to write circumstantially to Your Right Honorables about this, as he was obliged to request assistance from Your Right Honorables for the destruction of the fugitive princes; while as long as they maintain their domicile in the upper lands no Dayak will submit; that they, besides this, had already brought matters so far with the tempting of the Chinese that only very few mine workers remain: which last-mentioned being also well known to the humble signatory, he dares with tranquility to assure Your Right Honorables of the truth of it, with respectful request to, under favorable

Dutch transcription

behoorlijk te kunnen retourneeren „ Den Needrigen teekenaer het voorferhaelde met opmerksaemheid aengehoord hebbende, en bij de over „genoomene secreete papieren gezien hebbende dat reeds seeventhien Dazakse Negoreijen zig hadden gesus„ „mitteerd, zoo overlegden ik bij mij zelvs off men niet een kansje de revier op zoude kunnen waegen waerdemaelen wij thans te Mampawa alleen van Pontianasche volkeren ruim 400: Coppen sterk waeren, waerbeij men successive uit ieder der zak „se Negoreij konde voegen soo veel te missen waeren en dus ruim-duijzend Coppen sterk sou„ „de kunnen worden, om de vlugtige vorst en Prinsen Eene visite te doen ik adresseerde my derhaelven aen de vorst, teegens hem zeggende! Ioean Panumbahang ik ben hier gekoomen Om uw des mogelijk te adsisteeren 't zij wel Raed off doed de schelmen waeren weg dus kond ik er niet aen doen maer kom aen laet ons als het doenlijk is ook wat ten dienst en profijt van DE Compagnie en tot ons eigen houneur en voordeel onderneemen in de boovenlanden roept ons de vijand! wij zijn thans alhier alleen aen Pontianasche volkeren, ruim 400: man Ligt hierbeij nog 100: man van de Negoti„ „anten, die ik overtuigd, ben dat op het Eerste aensoek gereed zullen zijn dus zoude wij 500: man sterk Den 25: October 1788 van e 113: 6 part Den 25: October „ 788:— van hier kunnen gaen, laet dan Een- vijff en twintig Dajak„ „kers afkoomen om ons de weeg te toonen en ik wilde verder spreeken, maer de Panumbakan zeijde teegens mij wel Feitor waer zal ik aen vijff en twintig dazakkers koo„ „men. . ik heb 't zeedert mijn zeet alhier nog maer see„ „ven pees gezien, en die hebben mij dapper opgezet; ik re„ „pliceerde hem: wel hoe moet ik dat verstaen Seeventhien Dajakse Negoreijen hebben zig onderworpen en den uw Hulde gedaen, en nog kan Uwe geen vijff en twintig Dajakkers magtig worden, de vorst zeide hierop= ik zien geen kans om Een magtig te worden, ook heeft zig nog geen een dazakker aen mij onderworpen off hulde en gedaen, veel min seeventhien Negorijen, wel is het waer dat voorleeden Jaer in de Maend Moeloet de Orangekaal„ off December van Panking alhier zijn gearriveerd bieder 7: Dajakkers die ik liet aenhouden en bij mij brengen, ik vroeg vervolgde de vorst naer de reedenen van Eaen . –. ps. zeven komst en zij gaeven mij tot antwoord, dat zij en hun„ „gen; naamelijk „ne maekers moeijelijk zijnde over 't gebrek dat bij haer lieden regeerde zij lieden waeren herwaerds gezonden. om het een en andere te koopen en dat hunne maekers„ Reijn de de berigten die zij lieden te rug brengen in overdenking ver zullen neemen ik vroeg haer /zeijde de vorst al verder:/ den waer zij dan gebrek van hadden, en zij zeijden aan zout„ Rijst Tammarinde en Blatjang ik gaaf hun / vervolgde de vorst: 100: gantangs zout 200: gantangs rijst hier aan ¼: picol 179 Ede Heer, ¼: picol Tammarinde 1/8: pic: Blatjang en voegde er nog bij een corgie wasch kleedjes om hun te animee„ „zen; met verzoek aen haer maekers opregt te berigten hoe zij behandeld waeren; zij beloofden en Sweerden dit te zullen doen met bijvoeging dat zij niet twijffel den offte hun maekers meede wel hast zouden afkoomen egter hebben zij mij geen hulde gedaen, ook waeren dit maer Seeven Dajakkers van Sanking en geen volkeren van seeventhien Dajakse Negorijen= daer„ toe al voort sprekende :/ zijn nog zijlieden, nog ande„ „re 't zeedert weederom afgekoomen, ik schuttede hier„ „over mijn hoofd terwijl de Panumbahan allvoort spree„ „kende, zeijde wel Feitor als mij het gelijk was overge„ „koomen dat zoo veel Dajakkers zig hadden willen onderwerpen, zoude ik het zelve niet aen de Heer stuart hebben gemeld en verzogt om herwaerds te koo„ „men, wel zeeker, want dit geen werk is dat ik op mij alleen zoude willen off kunnen neemen daeren booven zoo zouden de gevlugte Prinsen wat minder den Baas in de Goud mijnen hebben gespeeld als zij tot nu toe gedaen hebben ik gaeff den Panumbahan mijne verwondering hier over te kennen, zoo wel als uwer Hoog Edelhee„ „dens billijk ongenoegen over deese tijding, Alsoo hoogst dezelve door mijn predecesseur van deese onderwerping verwittigs in verwagting waaren dat de resteerende dit voorbeeld volgende, zig meede zouden submitteeren. Den 25: October 1788: Der 115. 6 part Den 25: October 1788: De Panumbahang swoer hierop bij all wat heilig is nooit iets anders aen de Resident Stuart omtrent De Dazakkers te hebben berigt, dan het hier booven geciteer„ „de voorgevallene met die seeren man van Sanking; maer dat hij zig overlange bij dezelve had beklaegd over de onmoogelijkheid om buijten uwe hoog Edelhee„ „dens verdere hulp en adsistentie naer behooren te kun„ „nen voldoen aen het Derthiende Chapiter der acte van Jnvestiture; terwijl niets in bezit heeft bekoomen dan de Negoreij Mumpawa met dies ingeseetenen, ide Heer, en van zig zelvs onmagtig is om de waeragtige ont „derdoenen van t Land /:zijnde de Dajakkers :/ die de en boovenlanden en goud mijnen onder zig hebben met ge„ „weld tot onderwerping aen DE Compagnie te brengen de Orangekaart mij versoekende om UWe Hoog Edelheedens hierover aan te bieden Omstandig te schrijven alsoo hij verpligt was van hier Johan hoogst dezelve adsistentie te versoeken tot het vernie„ . ps. ijzeren „len der gevlugten vorsten; terwijl zoo lange dezelve tigen; naamelijk in de boovenlanden hun Domicilium houden geen da„ „jakker zig zal onderwerpen, dat dezelfde het buijten dees all reeds soo verre hadden gebragt met het tenteeren Reijn ende der Chineesen; dat maer zeer weinige mijn werkers maer ver overblijven: welk laetstgemelde den needrigen teeke„ den „naer meede wel bekent zijnde, zoo durfft hij met ge„ „rustheid uwe Hoog Edelheedens de agtheidt daer het van verseekeren, met Eerbiedig versoek om / Onder ids gunstige 179

NL-HaNA_1.04.02_3816_0136 view scan ↗

English

favorable interpretation of the Same, here briefly to note further that it will prove very difficult to find a suitable means to move the fugitive Panumbahang to submit to the Company; while the Pangerangs Anom and Soeta who, together with the aforementioned Panumbahang, being present again in Landak about four months ago to request assistance from the Pangerang there once more, swore they would rather roam in the forests than submit, are the ones who refused the acceptance of the dispatched letters out of fear of finding acceptable conditions therein, whereby the Panumbahang and Pangerang Manko might change their minds; moreover, they constantly seek to disturb and ruin the country: the first place they targeted, while my predecessor was still present, was Dinetti, a small rendezvous place situated about four miles from here, where the Chinese from both here and Mampawa brought their goods to market and retailed them to the Chinese coming from the gold mines; they arrived there more than two hundred men strong, both Chinese and Dayaks, unexpectedly, but drew the fire from two of Sultan Parieff's panjajaps lying there laden with rice, and indeed in such a manner that they, not unwounded The 25th of October 1788 and leaving behind some bakkols of rice, some pikes, and a small keg of gunpowder, had to take flight; however, they resumed it on the 20th of June last; well knowing that that place, as long as there is no vessel here, is poorly guarded, they came there indeed more than 500 men strong, led by the Chinese Touakou Kampak and Gusti Pottel, a nephew of the fugitive Panumbahang who has become a Chinese and lives with them from plunder. Three men who guarded that spot became aware of them and immediately took to a prahu to seek safety; more than twenty and more shots from muskets and blunderbusses were fired at them, so that one lost his life and the others arrived here wounded. They set fire to the Sultan's warehouse standing empty there, along with three other houses, and continued their march inland to tempt the Chinese, which succeeded to such an extent that currently not a single Chinese is to be found in the gold mines at Koenjit, Mandoor, and Bauwing, and very few remain at Penaman; a small party of the fugitives arrived here through the forests half dead from hunger and thirst, while the greatest part went to Drado in the Sambas territory. After this exploit they targeted Mampawa, while it was the same rogues who sought to disturb that place, and as by these doings the Panumbahang, and thus the Company, has no lasting peace to expect and very little progress can be made as long as the Mampawa uplands have not been brought to obedience, the humble undersigned finds himself compelled to submit the ruler's request for assistance to Your Right Noblenesses as highly necessary, while on my part, after the departure of the bearer of this, the pantjallang De Jan, no effort will be spared to capture, if possible, at least the aforementioned Pangerangs Anom and Soeta as being the ringleaders of all unrest, by one ruse or another, whether alive or dead; and since, as long as the uplands are not submitted, no one will come forward to farm the duties, it is my opinion, subject however to humble submission to Your Right Noblenesses' far wiser judgment, that the manner in which they are currently collected is best suited thereto, in no way being offensive to the ruler, proceeding thus: when one, two, or more merchants come to the ruler to settle their duties, the postholder is called to inspect the passes and to declare their cargo listed therein, according to which the duties are calculated The 25th of October 1788 and paid, the postholder noting on the back of the pass how much was paid, while the Panumbahang keeps an exact record of what is received; and the humble undersigned can supply Your Right Noblenesses with no other reports concerning Landak than that the inhabitants of this country have not been downriver from the month of November 1786 until today, the fugitive Panumbahang having come there in person in the meantime to request the assistance of the Pangerang, who also promised him help, but could not keep his word because of the refusal made to him by the Radens Mankaboemi and Tommongong in the name of the subjects on that subject, alleging that in the unrest they had in earlier years with Sanggau, they were refused not only assistance of men, but even of provisions; consequently the people of Mampawa must now also see to managing on their own. After this refusal, various rumors emerged there, among others it was related there for certain that six galleys had arrived at Pontianak and that twenty more vessels were being prepared here to attack Landak; upon which news they

Dutch transcription

gunstige welduiding van Hoogst dezelve :/ hier nog kortelijk te noteeren, dat het zeer beswaerlijk zal vallen een bequaem middel te vinden om den vlugti„ gen Panumbahang tot onderwerping aen DE Compagnie te beweegen; terwijl de Pangerangs Anom en Soeta /:die beneevens gemelde Panumbahang voor circa vier maenden weederom present zijnde te Zandak om den Pangerang aldaer nogmaels om adsistentie te versoe„ „ken, geswooren hebben omlieven in de Bosschen te swerven dan zig te onderwerpen :/ de geene zijn die de acceptatie der afgezondene Brieven gewijgerd hebben uit vreese anneemelijke Conditie daerin te vinden waer „door den Panumbahang en Pangerang Manko mooye„ „lijk van gevoelens zouden veranderen; daer en booven- zoo zoeken zij gestaedig om 't land te ontrusten en bederven: de Eerste plaets daer zij 't nog bij aenweesen van mijn predecesseur op gemunt hadden was Di„ „netti, een kleene render vousplaets geleegen circa vier mijlen van hier, alwaer de Chineesen zoo van hier als van Mampawa hunne Goedertjes Te Marktbragten en aen de uit de goud mijnen koomende Chineesen verdebiteerden, zij quaemen aldaer ruim twee „hondert man zoo Chineesen, als Dajakkers om te vooren, dog troeken onverwagte de Laag uit twee van sulthan Parieffs aldaer met Rijst gelaeden leggen„ „de Panjajaps, en wel zoodaenig dat zij niet onge„ Den 25: October 1788:~ quetst 117. 6 part Den 25: October 1788: quetst, en met agterlaeting van Eenige Bakkols Rijst ee„ „nige pieken en Een vaetje Buskruijt de vlugt hebben moeten neemen; dog zij hebben 't hervat op den 20:ten Junij Jongst leeden; wel weetende dat dien plaets zoo lange geen vaert alhier is, slegt bewaakt word, zoo quaemen zij aldaer wel ruijm 500: man sterk, opgevoerd door den Chinees Touakou kampak en gustij Pottel Een neeff van den vlugtigen Panumbahang dewelke Chinees is ge„ „worden, en met hun te zaemen van de Rooff is leevende drie man die dien plek bewaekten, wierden hun ge„nde Heer, „weer, en begaeven Dig direct in Een prauw om een goed heene koomen te zoeken: wel twintig en meer schoo„ en „ten uit snaphaenen en donderbussen wierden op haer gelost zoo dat de Eene het leeven verloorende de Orangekaad andere gequetst alhier arriveerden: zij staeken sul„ aan te bieden „thans aldaer leedig staende Pakhuijs, beneevens nog Hhier Iohan drie andere huissen in brand en vervolgden Hun . . prs. ijzeren marsch Landwaerts op om de Chineesen te tenteeren ngen; naamelijk het welk hun zoodaenig gelukt is dat er thans in de goud mijnen te koenjit, te mandoor en Bauwing geen een Chinees zig meer bevind en te Penaman zeer wei„ Reijn bende „nige zijn overgebleeven; zijnde Een kleene parthij ver der Vlugtende door de Bossen halff dood van den den honger en dorst alhier gearriveerd, daer het grootste „ gedeelte zig naer Drado /: in het sambassche gebied:/ hef van hebben begeeven. na deese verrigting hebben zij het op ids Mampawa 179 Mampawa gemunt, terwijl het dezelve schelmen waeren die dien plaets hebben soeken te ontrusten ende alsoo door deese gedoentens De Panumbahangen Dus DE Compagnie geene langduurende ruste te verwag„ „ten heeft en seer weijnig progressen kunnen gemaekt worden, soo lange men de Mampawaese Boovenlan„ „den niet onder Gehoorzaemheid heeft gebragt, zoo vind den Needrigen teekenaer zig gedwongen 's vorstens ver¬ „soek om adsistentie als hoog noodzaekelijk uwe hoog Edelheedens submis voor te draegen terwijl bij mij naer het vertrek van Bringer deeses De Pantjallang de Jan geene moeijte zal gespaert worden omme des doe „nelijk ten minsten de hier vooren gemelde Pangerangs Ansm en Soeta /:als zijnde de Roervinken van alle Onlusten:/ door de Eene off andere list, het zij leevendige off dood magtig te worden en naerdien, zoo lange de boo„ „venlanden niet zijn gesubmitteerd, zig niemand zal op doen om de Lagten aen te slaen; soo is mijns dunken met needrige onderwerping egter aen uwE Hoog Edel¬ „heedens veel wijzer oordeel /: de wijze daer thans op werden ingepaelmnt het best daertoe geschikt is kun„ „nende in geenen deelen aenstootelijk zijn voor de vorst geschiedende aldus; wanneer een twee off meer negotianten bij de vorst koomen om hunne Jagten te Effenen, zoo word de Posthouder geroepen om de Pasten naer te zien en hun daerbij aengebragte Den 25: October 1788: ~s Laedinge e 119. 26 part Den 25: October 1788: de Heer Laeding op te geeven, naer welke de Sagten bereekende en betaeld worden, Noteerende de Post houden in dorso van de Pas hoe veel betaelt is, terwijl den Panumbohang van het ontvangene Pertinent Boek houd; ende den needrigen teekenaer Omtrent Zandak uwe Hoog Edelheedens geen andere berig„ ten Suppediteeren dan dat de Inwoonders van dit Land 't zeedert de Maend November 1786: tot heeden toe niet zijn beneeden geweest, zijnde in die tusschen tijd de vlugtige Panimbahang in persoon aldaer gekoomen om de adsistentie van de Pangerang te versoeken, dewelke hem ook hulp heeft beloofd, dog zijn woord geen en gestand konde doen weegens de aen hem door de Rae„ „deens Mankaboemie en Tommongong uijt naem de Orangekaat van de onderdaenen ten dien Sujette gedaene wij„ „gering, allegueerende dat in de Onlusten die zij in vroegere Jaeren met Sangouw hebben gehad, hun niet alleen adsistentie van volk, maer zelvs ngen; naamelijk van Leevens middelen was gewijgert; dien volgen de Mampawers thans ook moesten zien om zig al„ „leen te redden; na deese weigering zijn er aldaer eijn nde veelderhande uitstrooisels voor den dag gekoomen on„ ver der anderen wierde aldaer voor zeeker verhaeld als den dat 'er te Pontiana ses galeijen waeren gearriveerd en dat men alhier nog Twintig vaertuijgen in gereedheid he bragt om Landak te attacqueeren; op welke tijding aan te bieden . – . ps. ijzeven Hier Iohan zij 179 eds

NL-HaNA_1.04.02_3816_0140 view scan ↗

English

they had also supplied themselves; but having waited long enough and seeing nobody arrive, they had become fearful of coming down, and due to a total lack of supplies, they were compelled to fetch their necessities overland from Taijang. At present, they were busy building a new mosque, and after the Maulid festival, they will dispatch emissaries hither, all according to what Radeen Mankaboemie related to the Samarang Bugis Intje Magmoet, who went thither with consent to collect some outstanding debts, and upon his return reported this to me, adding that he had been well treated, and that the people of Landak will never allow themselves to be used against the Honorable Company, nor consequently against Pontiana or Mampawa, although their Pangerang harbors different intentions, but alone can accomplish nothing. Concerning Pontiana, I find nothing else to communicate to Your High Nobilities than the continued peace and tranquility in these parts, and that private trade seems to want to revive again through the arrival of some thirty Javanese traders and the descent of the people of Sanggau, although of the latter, who are still hampered by internal unrest, very few are currently present. 25 October 1788. So I do not doubt in the least, however, that trade from that place hither will gradually increase, while Succadana itself remains uninhabited, and Gustij Bandhaer, who retired from Mattan due to a lack of food, is at Battang, about two miles inland from Succadana, where he has kept very quiet up to now; whereas here one has no other news of Raadja Alij than that he is said to be in Pahang. However, people here state for certain that the English, who in the past year already established a post on Pulau Pinang near Queda, also wish to establish themselves in Trengganu, and that they are already said to be busy constructing a fort there; which I considered it my duty to bring to the esteemed attention of Your High Nobilities, although I would not dare to vouch for the authenticity thereof. Concluding this, may I be permitted, while offering a letter from Panumbarangs Sarieff Cassim, together with a packet of gold dust sewn in yellow silk, humbly to plead with Your High Nobilities for favorable forgiveness if I have been too extensive herein. Presuming otherwise to have the high honor, with the deepest respect and dutiful though true high esteem, most humbly to subscribe, underneath stood: High Noble, Right Honorable, and Wide-Ruling Lord, and Right Honorable Gentlemen; lower: Your High Nobilities' humble, obedient, and faithful servant; was signed: Jacob Klaagman; in the margin stood: Pontiana, 25 October 1788. 25 October 1788. J. Klaagman Agreed. [illegible] To His High Nobility, the High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Right Honorable Gentlemen, Councillors of the Dutch East Indies. High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, Right Honorable Gentlemen, The Malay letter received on the 19th of this month from the hostile young Emperor of Sonnebaij, Alphonsus Adriaan, addressed to the humble subscriber and the council, wherein he, together with his allies—excluding those of Amanubang—comes to request forgiveness from the Honorable Company for their misdeeds, which I am now dispatching in copy along with our respectful collective letter via Java to Your High Nobilities, I find myself obliged to approach Your High Nobilities with this separate dispatch, and to state my humble thoughts to the same: that in case the requested pardon is sincere and well-intentioned, as is hoped here, it will be most advantageous for the Honorable Company and for this trading post to take the gentle course, since our force—even if the requested relief from Roti and Savu should arrive completely—is no match for that of the enemies, who, according to reliable reports received, through the recent support of the regents of Waiwiku, Wehale, and yet other settlements situated on the south side of this island, which were formerly vassals of the Honorable Company, but afterwards through the machinations of the Portuguese

Dutch transcription

zij zig ook hadden verstrekt; dog lang genoeg ge„ „wagt hebbende en mits ziende koomen zoo waeren zij bevreest geworden om aff te koomen en uit gebrek aen alles genoodzaekt geweest overland van Taijang hunne benoodigdheeden te haelen thans waeren zij bee„ „zig aen Een nieuwe Moschee te maeken, en naer het Feest Moeloet zullen zij zendelingen her„ „waerds depecheeren, alles volgens het verhaelde van Radeen Mankaboemie aen den Samarangs boe „guinees Jntje Magmoet dewelke met Consent Der„ „waerds is gegaen om Eenige uitstaende penningen in te palmen, en bij zijn retour mij dit heeft ge„ „rapporteerd, met bijvoeging wel behandelt te zijn ge„ „worden, en dat de Landakkers zig Nooijt teegens D'E Compagnie dus ook niet teegens Pontiana off Mam„ „pawa zullen laeten gebruijken, schoon hun Pange„ „rang andere gedagten voedende, alleen niets kan ter uijt voer brengen. Pontiana Concerneerende, vind ik niets an„ „ders uwE Hoog Edelheedens te bedeelen dan de be„ „stendige Rust en vreede aen deesen ooirt, en dat de particuliere vaert door de aenkomst van Een dertig Ja„ „vaese handelaers, en de afkomst van de Pangouwers schijnt weederom te willen opluiken Schoon van de Laetstgemelde /: dewelke nog door binnenlandsche on„ „lusten behemmert :/ zeer weijnig thans present sijn Den 25: October 1788: Soo 121„ 16 paart 179 Den 25: October 1788:~ soo twijffele egter geensins off te de vaert van die plaets herwaerds successive zal toeneemen, Tenwijl Succadana zelfs Onbewoond is en blijfft, en de uijt gebrek aan voedsel van Mattan geretireerde Gustij Bandhaer zig op Battang circa Twee, Mijlen van Succadana Landwaerts in bevind alwaer hij zig tot hiertoe zeer stil heeft gehouden; Daer men hier van Raadja Alij geen andere tijding heeft dan dat hij zig te Pahang zoude bevinden: Egter wil men hier voor zeekerd vertellen Dat de Engel„ „schen die in A„o passato reeds hebben post op Poe„ „loe Pinang bij queda zig meede te Trangano wil„ en „den stabileeren, en Dat Dezelve reeds met het Construeeren van Een Fort aldaar beezig zoude de Ovangetaa zijn zijn; 't welk van mijn Pligt hebbe geagt UwE aan te bieden Hoog Edelheedens ter GeEerde kennisse te hier Iohan brengen schoon voor de Egtheid van dien niet . . pers ijzeren zoude durven instaen ngen; naamelijk Deese besluijtende zoo zij 't mij geoorlooft on¬ „der aenbieding van Een Brieff van den Panum„ „barang Sarieff Cassim veselt van Een Pak„ Reijn bende „je Htoffgoud in geele zijde genaaijt uwE Hoog ver Hoog Edelheedens ootmoedig om Gunstige vergeeving getten genegen te Jnsteeren indien in deese te geExtendeert „kunnen r mogte zijn geweest Mij overigens de hooge Eere heft van aenmaetigende van met 't diepst ontzag en ver„ de Heer Schul ids schuldigde Dog waere Hoogagting op het al„ „lerneedrigst te subsigneeren /:onderstond/ Hoog Edelen Gestrengen hoog agtbaeren en wijdgebiedenden Heere en wel Edele gestrenge hee„ „ren /:lager:/ Uwer Hoog Edelheeden onderdaenigen ge„ „hoorzaeme en trouwverschuldigden Dienaer /was geteekend) Jacob Klaagman /:ter zijde stond:/ Dontiana den 25: October 1788: Den 25: October 1788:~ J„ Klaagman J Accordeerd 2 part de Heer, de Orangezant„ aan te bieden Reijnbende 179 Hhier Iohan . . prs. ijzeren ngen; naamelijk ver Hoog hlten genegen „ kunnen hheff van ids de Heer de Orangekaan„ Reijnbende 8 part 179 aan te bieden hhier Iohan . . s. ijzeven ngen; nanmelijk ver Hoog- den genegen „ Kunnere hef van ids 179 A6 paart Aan Zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edele Groot Achtaare Wijdgebiedende Heere M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndië Hoog Edele Groot Achtbaare Wijdgebiedende Heer Wel Edele Gestrenge Heeren De op den 19: deser ontfangene maleijdse brief van de vijandelijke Jonge Keijzer van sonnebaij Alphonsus Adriaan, aen den needrigen tee„ „kenaer en den raad gerigt, waar bij de zelve met in Reijnbende Uwer Hoog astleden genegen Ikken kunnen en Reff van age de Orangetaal„ opie aan te bieden alhier Iohan „ 26. –. pes ijzeren „tvangen; naamelijk dende Heer eeren, No 5 123 zijne 's Lands En zijne geconjungeerdens /: buijten en behalven die van Amanubang:/ om vergeeving over hunne me „daeden van D'E Comp: komen te verzoeken, thans in Copia nevens onse Eerbiedige gemeene Letteren over Java aen uw Hoog Edelheedens afvaerdigend vinde ik mij verpligt om met dese apparte mis„ „sive tot uw Hoog Edelheedens te naderen, en hoog dezelve mijne geringe gedagten onderdanigst te verklaeren, dat bij aldien de verzogte Pardon opregt welmeenend is, gelijk men hier verhoope, het voordeeligste voor dE: Comp: en voor det Comptoir sal zijn om de sagte weg in te slaen, vermits ons magt /: of schoon de verzogte secours van Rottij en sava Compliet mogten overkomen:/ niet bestae is teegens die van de vijanden, die, volgens ontfan „gene Echte berigten, door de nadere ondersteuning van de regenten van waij wiko, waijhale, en nog meer andere Negorijen aen de Zuijdkant van dit Eijland geleegen, en bevoorens sE: Comp:s vasac„ „len geweest, dog naderhand door bewerking der portugeezen

NL-HaNA_1.04.02_3816_0149 view scan ↗

English

Portuguese, have become disloyal and apostate, currently amounts to nearly 10,000 men bearing arms. That the Young Emperor makes no mention in his letter of the Amanubang people who are joined with him, his envoys testified upon my explicit inquiry that since the Amanubang pretender to the throne, Tobanie, recently went over in secret without consulting the emperor to the chiefs of the Black Portuguese of Oekoesie, the Emperor, having become very displeased about this, had declared that he no longer wished to have anything to do with him, but that after obtaining a pardon from the Honorable Company he would make every effort to bring the legitimate Amanubang king, Jacobus Albertus (who, together with his family and some subjects who have since joined him, keeps a separate residence and refused to go over to the Black Portuguese), who was violently abducted by the aforementioned Tobanie on 27 October of the previous year, back under the obedience of the Honorable Company. That this Amanubang usurper Tobania had indeed recently gone over to the Black Portuguese and had not been able to persuade the legitimate King Jacobus to do so, we here at the office had already been informed of a few days before the receipt of the Emperor's letter, so that the reports in that regard agree well. Your Right Excellencies will notice from the said Emperor's letter that he complains greatly about the ill treatment previously inflicted upon him by his guardian Bakkie Bena, but to what extent this agrees with the truth is unknown to me, except that the Young Emperor was kept somewhat strictly by his said guardian Bernardus Nisi Noni, alias Naij Bakkie or commonly called Bakkie Bena, in order not to let him indulge too much in excesses in his childhood years, to which he was by nature very inclined, and that this was indeed the reason why he took flight from here at Coepang to escape that curatorship and give himself over to a dissolute way of life, as it became apparent not long thereafter that he managed to create a following for himself, and in the year 1783 violently attacked the Molonese and completely devastated and plundered their village Kaunikie under the pretext of punishing his subjects residing there for disobedience, as was brought to the respected attention of Your Right Excellencies in the general letter dated 15 September of that year. And whereas the frequently mentioned Young Emperor clearly declares in that letter that he will not appear here at Coepang as long as the aforementioned Bakkie Bena is present or alive, and therewith makes a request, firstly, to divide the realm of Sonbai again into two as before so that each emperor can govern his own subjects, and secondly, for the return of the female family members present here, both of his and of the King of Ambeno, I am of the humble opinion that if Your Right Excellencies should favorably grant the requested pardon, it would be best for the restoration of peace and quiet to also graciously grant those petitions, provided that both of those rulers, together with the King of Amphoang Sorbiang and all those who co-signed the letter, first take a solemn oath to remain attached to the Honorable Company henceforth as faithful vassals and to completely abandon the Portuguese. However, to keep the request regarding the restitution of the subjects who are settled nearby here somewhat pending, until such time as those chiefs confirm their promises with deeds and thereby completely remove the suspicion held against them. Furthermore, it will appear to Your Right Excellencies from the frequently mentioned Malay letter of the Young Emperor that he himself confesses to having bought ammunition goods from the Portuguese priest, and as far as the quantity is concerned, his envoys did not keep it hidden among their friends here, through which it has come to my further and more certain knowledge that the Portuguese priest Francisco de Sam Ioze Toscano, with two small vessels in the month of November of the previous year, brought to the emperor: 17 barrels of gunpowder, A quantity of flintlocks, estimated at well over 50 pieces, Some blunderbusses, A case full of pistols, Seven pieces of brass small cannon of about ½ lb balls, Twenty pieces of lead in pigs and bars, A banner with the Portuguese coat of arms, and A brass drum. All in exchange for sandalwood that the Emperor was to have cut for him, which, however, has remained unfulfilled to this day. That the priest subsequently visited the Emperor by land three more successive times with various gifts of silverwork, 2 state parasols of silk damask with large silver knobs, and various other goods, which the Emperor rewarded with a gold plate weighing 9 thails and some gold dust, but that since the rumor spread that the Emperor would go over to the Honorable Company again, that clergyman has no longer appeared there in person, but indeed sent someone on his behalf with a small gift of

Dutch transcription

125. 3part 179 portugeezen, ontrouw en afvallig geworden zijn, thans genoegsaem 10'000 man uijtmaakt die wapens voeren. — Dat de Jonge Keijser in zijn brief geen gewag maekt van de Amanubangers die met hem mede geconjungeert zijn, hebben zijne gezanten op mijne Expres afvrage betuijgd, dat vermits den Ama„ „nubangs troonspretendent Tobanie nu on„ „langs sonder raedpleeging met den keijzer in stilte tot de hoofden der swarte portugeezen van eeren, OEkoesie is overgegaen, den Keijzer daer over seer misnoegd geworden zijnde, zig verklaard had van niet meer met hem te doen te willen hebben maer toge de Orangetaal„ oprie aan te bieden dat hij na verkreegen Pardon van d'E: Comp: alles soude aenwenden, om den door gemelde Tobanie „ 26. —. pes ijszeren op den 27: october a:o p:o met geweld ontvoerde ntvangen; naamelijk Amanubangs wettigen koning Iacobus Albertus (welke met zijn familie mitsgaders Eenige onderdaenen die hem zeedert toegevallen zijn een appart verblijf plaets houden, en tot de alhier Iohan in Reijnbende 5 Uwer Hoog astleden genegen Ikken kunnene en Reff van swarte 's lands dende Heer, swarte portugeezen niet hebben willen overgaen„ weder onder de gehoorzaemheijd van d'E: Comp: te brengen. — Dat die Amanubangs uzurpateur Tobania werkelijk zig onder de swarte portugeezen onlangs begeeven en den wettigen Koning Jacobus niet daer toe heeft kunne overhaelen waeren wij hier ten Comptoire al reets daer van g'informeert, Eenige dat „gen voor den ontfangst van s' Keijzers missive, zo dat de berigten daer omtrent wel accordeeren. Uw Hoog Edelheedens sullen uijt gemelde keijsers Letteren ontwaeren dat hij zig seer beklaegd over de slegte behandeling bevoorens hem door zijn voogd Bakkie Bena aengedaen dog in hoe verre sulks met de waerheijd accordeert is mij onbekend, maer wel, dat hij Jonge Keijzer door gemelde zijn voogd Bernardus Nisi Noni, Alias, Naij Bakkie of in de wandeling genaemt Bakkie Bena, wat kort gehouden is, om hem in zijne kindse 127. 179 Apart kindse Jaeren niet te veel te laeten uijtspatten daer hij van natuure seer toegeneegen was, en dat sulx wel de reeden is geweest, waerom hij de wijk hier van Coepang genoomen heeft om die burateele te ontgaen, en zig aen Losbandig Levenswijse over te geeven, zo als niet lang daer na gebleeken is, dat hij zig een aenhang heeft weeten te maeken, en in a:o 1783: de Moloneesen geweldadig op het Lijf gevallen, mitsgaders hunne negorij kaunikie onder pretext van zijne aldaer zig ophoudende on„ eeven „derdaenen over ongehoorzaemheijd te straffen ten eenemael verwoest en uijtgeplundert heeft, gelijk toge de Orangekaal„ in dat Jaer bij generaele missive dato 15: september opie aan te bieden aen uw Hoog Edelheedens ter geEerde kennis is alhier Iohan „ 26. –. prs. ijzeren gebragt — „tvangen; naamelijk En dewijl meerm: Jonge Keijzer zig duijdelijk in die brief verklaerd, van hier op Coepang niet te sullen verscheijnen, zo lang voorsz: Bakkie Bena in Reijnbende present of in wesen is mitsgaders daer bij verzoek Uwer Hoog astleden genegen Ikken Kunnere en cheff van doende 's Lands t dende Heer, doende, Eerstelijk om het rijk van Connebaij wee„ „derom als bevoorens in twee te verdeelen op dat Elk keijser zijn Eijgen onderdaenen kan bestieren, En ten tweeden om de afgave der alhier zig bevindende vrouwelijke familie zo van hem als van den koning van Ambeno, ben ik van needrig gevoe„ „len bij aldien uw Hoog Edelheedens de verzogte Pardon gunstig mogte accordeeren, dat het best zoude zijn om tot herstelling van rust en vreede ook teffens die supplicatien gratieuslijk in te wil„ „ligen, mits die beijde vorsten nevens den koning van Amphoang sorbiang, en alle die de brief meede onderteekend hebben, alvoorens een plegtigen Eed afleggende, om d'E: Comp:e voortaen als getrouwe vasaelen te blijven aenkleeven, en den portugees ten Eenemael te abandonneeren. Dog het verzoek omtrent de uijtkeering der on„ „derdaenen welke hier na bij gezeeten zijn, nog wat sleepende te houden, tot tijden wijlen die hoofden hunne 129 179 A6paart hunne beloften met daeden komen te bevestigen, en daer door het mistrouwen op deselve geheel uijt den weg geruijmt hebben. Wijders sullen uw Hoog Edelheedens uijt meerm: maleijdse missive van den Jonge Keijzer komen te blijken, dat hij selfs bekend, amunitie goederen van den portugeeze Paeter gekogt te heb„ „ben, en wat de quantiteijt betreft hebben zijne dende Heer „gezanten onder hunne vrienden alhier niet ver„ „borgen gehouden, waer door 't mij dan naeder en eeren seeker der te weeten is gekoomen, dat de portugeeze Priester Francisco de sam Ioze Toscano met oge de Orangekaal de twee vaertuijgjes in de maend November a:o p:o copie aan te bieden bij den keijser aengebragt heeft, = alhier Iohan 26. –. ps. ijzeven 17 vaeten Buskruijt ntvangen; naamelijk Een quantiteijt snaphaanen die men op ruijm 50 stux begroot Eenige Donderbussen Een kelder vol met pistoolen in Reijnbende seven pees metaele stukjes Canon van 6 Uwer Hoog lastleden genegen Ikken Kunnere en cheff van omtrend sLands t omtrend ½ lb: bals Twintig stukken Looth aen Zeugen en schuijten Een vaandel met het portugeeze waepen, en Een kopere Trommel Alles in ruijling teegens sandelhout dat den keijser voor hem soude laeten kappen dog tot heeden nog onvoldaen is gebleeven. Dat den Paater naderhand nog drie keeren successive overland bij den keijser is geweest met verscheijde geschinken van silverwerken, 2: statie parasols van zijde damast met groote silvere knoppen en verscheijde andere goederen meer, die den Keijser gerecompenseerd heeft met een goude plaat ter swaarte van 9: thaijlen en Eenig stof goud, dog dat zeedert het gerugt zig verspreijd heeft, dat den keijser weder tot d'E Comp: soude overgaen die geestelijke daer niet meer in perzoon verscheenen is, maer we ijmand zijnent weegen gezonden met Een geschenkje van

NL-HaNA_1.04.02_3816_0155 view scan ↗

English

131 179 Separate of drinks and preserves, and reminded the Emperor of his debt. I hope that it will now fully appear to Your High Noble Lordships that the Portuguese Governor of Dili, Joao Baptista Vieira Godinho, is in cahoots with the aforementioned Priest, and find that his writings, wherein he states in defense of that clergyman that he carried on not the least illicit trade with the Young Emperor, are filled with lies. Having at present nothing more to note worthy of Your High Noble Lordships' precious attention, I thus conclude this, and count myself fortunate to subscribe with the utmost respect. Was signed: High Noble, Right Honorable, Wide-commanding Lord and Noble Stern Lords. Lower: Your High Noble Lordships' humble and faithful servant, signed: W. A. van Este. In the margin: Coupang on Timor, the 22nd of October 1787. Agrees: O. Ehuijsen Sworn Clerk 133 Top Secret 179 Batavia To His Honor the High Noble Right Honorable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Noble Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble Right Honorable Lord and Noble Lords. Having felt honored by Your High Noble Lordships' venerated separate letters of the 15th of April, I take the liberty to respectfully reply to the same that I have most emphatically urged and requested the King once again to forbid his subjects from all clandestine trade with foreign nations, among which primarily the English, and under whatever pretext not to permit them any water on Bangka or purchase of provisions. I fear however, High Noble Right Honorable Lords, that notwithstanding the King's serious promises this year, smuggling was again conducted by the Bangkarese in tin, and primarily with the English private ship the Nonsuch, Captain Kimming, because after that Briton had already lain under Muntok for several days, I had His Honor requested to move on since he hindered the delivery of tin from Bangka, but he testified he could not comply with this because he had orders 135 179 Batavia orders from Bengal to watch for the outgoing China traders, so under that frivolous pretext he roved around in the strait for fully two months. And although I always had him observed by 2 cruisers as much as possible, and Mr. Schuler was sent outside twice by me to dispose him and also another English ship, which at that time roved around in the Bangka Strait, to a speedy departure, I at the same time instructed His Honor, in the event of Dutch warships from Malacca or Batavia passing here, to request their Commander to compel the aforementioned English ships to depart, because we maintained that their lingering in the strait was solely to carry on illicit trade. Yet despite all these precautions of mine, the Nonsuch, according to rumors, carried on clandestine trade around the north of Bangka, which is not only very possible considering the good sailing qualities of his ship, but because at that time a multitude of sea rovers roved in the strait and especially around the north, I had for that reason ordered the cruisers not to venture further, the more so because I deemed it necessary to join 2 cruisers to the same for the observation of the King's armed fleet, among which were the renowned smugglers, and which at that time cruised in the south. However, with the vessels at hand, I have employed all possible means to prevent that clandestine trade, and earnestly requested the King to add four of his cruising vessels to them to ward off all illicit trade, which, however much I proposed it with good intentions and by demonstrating the well-founded consequences,

Dutch transcription

131 179 Apart van Dranken en Confituuren, en den Keijser zijn debet Laeten herinneren. Ik hoop dat 't uw Hoog Edelheedens nu ten vollen sal blijken dat den Portugeese Gouverneur van Dilie soad Babtista Wiera Godinho met Evengen: Priester onder een dee„ eden de Heer „ken Legt, en bevinden dat zijne schrif¬ Heeren, tuuren daar hij tot defensie van die geestelijke segt, dat dezelve geen de loge de Orangekaa minste ongepermitteerde handel bij copie aan te bieden den Jonge Keijser gedreeven heeft, je alhier Iohan met Leugentaal opgevult zijn. de 26. –. pes. ijzeren ontvangen; naamelijk Voor Tegenwoordig niets meer uw Hoog Edelheedens dierbaare attentie waerdig te noteeren hebbende, zo be„ ten Reijnbende „sluijte deze, en vergelukke mij met de ns Uwer Hoog laastleden genegen ukken kunnen „en chef van uijtterste s lands uijtterste Eerbied te onderschrijven. /onderstond/ Hoog Edele Groot Agtbaere wijdgebiedende Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren /Lager/ uw Hoog Edelheedens onder „danigen Trouw schuldige dienaer /was getekend /w: A: van Este /in margine / Coepang op Timor den 22: october 1787. Accordeert O ehuijsen gesw: scriban 179 edende Heer, loge de Orangekaal„ copie aan te bieden tem Reijnbende ns Uwer Hoog . Apart Ceeren, e alhier Iohan do 26. –. ps. ijzeren ontvangen; naamelijk laastleden genegen ukken kunnen en Rheff van slands 133 O: Secreet 179 Batavia Aan Zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer benevens heeren M:r Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal die Beneevens De WelEdele Heeren Raeden id gebiedende Heer, van Neederlandsch Jredic Heeren, Hoog Edel: Groot Agtbaar Heer en WelEdele Heeren van oorloge de Orangekand leeden in copie aan te bieden Artillerije alhier Iohan ring van de 26. –. pers. ijzeren nie zijn ontvangen; naamelijk Mij ver Eeerd gevorideent hebbende met uw HogEdel¬ „heedens gevenereerde aparts letteren van den 15 april neem ik de vrijheijd op dezelve Eerbiedigst te reschribeeren, dat ik by den Koning op 't aller nadrukkelijkst eer Capitein Reijnbende „volgens Uwer Hoog Januari laastleden genegen rame stukken kunnen nandant en cheff van tlting Heer Hpart slands nadrukkelijket, mwederom hebbe aangehoulde en verzogt, sijne onderdaenen alle morshand met vreemde natie, naar onder wel voorna „mentlijk de Engelsche, te willen verbieden en dezelve hoegenaamt, en onder wat protecti geen waeter op Banca off inkoop van virres te wil „len permitteeren. vrees ik egter hoog Edels Groot Agtbaere Heeren dat niet teegenstaande des Koningsserieuse belijf „ten dit jaar meederom s mokkel handel door de morshandel banccareeren en thin, en wel voornaementlij met 't engelsch particulier schip de Nontjust kaptaijn Kimming gedreeven is, dewijl ik die Brit naar hij bereeds eenige daegens onder Mun¬ „tok geleegen had, heb laeten verzoeken zijn Eje te willen vervorderen vermits hij den aanbreng van thien van Banca viorhunderde betuijgde hij hier aan niet te kunnen voldoen dewijl hij orders 135. 179 Batavia orders van bengaelen had om op de uijtkommende Chinaas vaerders te moeten Passen, dus hij on„ Clting „der dat frivool voorgeeven, dan ook ruijm twee maanden, in straat heeft rondgezorren, en off benevens schoon ik hem altoos door su 2 kruijssers to vee reeren immer doenlijk hebben laeten observeeren, ende die Heer Schuler twee maal door mij naar buijten gevonden is, om hem en nog een ander Engelseij id gebiedende Heer, aschip, t geen ter dier tijd in straat Banca Rond„ Heeren, „sworff, tot een spoedig vertrek te Disponneeren, heb ik zijn E teffens belast om bij ramenter, der hol„ van oorloge de Orangekaan „landsche oorlogscheepen van Malacca of Bata„ leeden in copie aan te bieden „via, hier passeerende Derzelver Commandant te Artillerije alhier Iohan versoeken voorm: Engelsche Scheepen tot vertreking van de 26. –. ps. ijzeren te willen noodraeken, dewijl wij sustineerden nie zijn ontvangen; namelijk dat haar ophouden in straat, Enkeld was, om Smokkelhandelts drijven dan ongeagt alle deeze mijne voorzorgen heeft de Nontjust volgen eer Capitein Reijnbende „volgens Uwer Hoog Januari laastleden genegen iame stukken kunnen nandant en chef van Aa6part gerugte 's lands Heer gerugte om de naard van Banca marshandel ge¬ „dreeven, 't geen niet alleen aangemerkt de welbe „zeijldheijd van zijn schip Zeer mogelijk is maar door dien er ter dier tijd een meenigte teeschuijmensi straat en wel om de naard rondswiewen, had ik dier halaven de kruijssers g'ordonneert, zig niet te verderwaarts te begeeven, te meer derwijl ik Gong noedig oordeelde 2 kruijssers ter observeering van S' Konings g'armeerde sloot, waar onder de geaemameerd „te smokkelaars waeren, en die ter dier tijd oa de zuijn kruijste bij dezelve te moeten voegen. Egter heb ik met de aan handen Zijnde vaartuijgen alle morgelyke middelen ter beletting van die mone¬ „handel in 't werk gesteld, en dem koning Ernstig verzogt vier zijner kruijsvaartuijgen bij dezelve, ter weering van alle geshrikse handel te willen voegen 't geen myj egter hoe zeer ik zulks wel meenend, en met aanatvoning van de gefondeerde gevolgen hebbe voorgesteld)

NL-HaNA_1.04.02_3816_0163 view scan ↗

English

179 Separate Batavia Lord was refused, and that solely under the pretext that he dared not separate his fleet on account of the multitude of pirates, and which then always took another course than those ships, merely to compel the cruisers not to pursue the same northwards; yet upon which received reports I immediately divided the 2 vessels that were with the King's fleet also for the observation of the ships, and have resolutely and earnestly remonstrated with the King concerning these ruinous dealings, which all too much facilitated the opportunity for smuggling; these and many other unpleasantries having contributed very much to the still deficient shipment of tin, I dare nevertheless assure Your High Noblenesses conscientiously and as an honor-loving servant that I have exerted all possible effort towards its advancement and complete fulfillment, for which purpose I have been in audience with that King on more than 10 different occasions; but alas, all fruitless promises, paired with a multitude of faint-hearted, frivolous allegations of piracies as well as otherwise, are solely the fruits that I have been allowed to reap from all my applied efforts, which I fear will repeatedly be unpleasant to me, since the King daily appears to become indifferent regarding the weighty interests of his country, to which is joined an unlimited avarice, which makes the tin suppliers look out for all possible means to seize every opportunity to deliver the most into his treasury in order to retain his favor; this shall then also constantly give the greatest cause for smuggling, so I fear never, although with the exertion of all my possible endeavors, to have the fortune of being able to give Your High Noblenesses the owed satisfaction in this post of mine, but to which I shall nevertheless apply my utmost efforts. Meanwhile, it pained me most sensitively, Your High Noblenesses' striking reflection regarding the frequent arrival of the Chinese junks on this river, and the smuggling that might be deduced therefrom, as I can conscientiously assure Your High Noblenesses that since my stay here, no other junks have entered into this or the salt River than those of which I have informed Your High Noblenesses in my submissive reports of the 24th of March of this current year, and wherefore I then most humbly beseech Your High Noblenesses will be pleased to consider me free in this matter from all unpermitted trade or connivance. Concerning the hostilities committed at Lampong Tulang Bawang, and the far-reaching audacity of the Palembangese in carrying off the Lamponger Abu Bakar together with 11 of his slaves, I have, pursuant to High Honorable orders, earnestly addressed the King and requested him to have the most accurate investigation and execution of punishment carried out in this matter, whereupon the Mantri Mandalap was sent by the King to the Highlands nearly two months ago, and although I have already repeatedly insisted upon the settlement of that matter, he has not yet returned, so I shall have to wait for his return, whereupon I shall duly inform Your High Noblenesses of his proceedings at the next opportunity. Furthermore knowing nothing of importance to report that merits Your High Noblenesses' attention, I take the liberty to recommend myself into your favorable protection, and having wished the mildest blessing of heaven, I have the honor to remain with the deepest respect, Palembang, the 25th of September 1788. High Noble, Right Honorable Lord and Honorable Lords, Your High Noblenesses' humble and faithful servant, A. M. Weeck. Examined: E. Kuijper. 123 To the High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Right Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Rigorous, Right Honorable, Wide-Ruling Lord! Right Honorable, Rigorous Lords! Rendering most humble thanks for the gracious approval of our [illegible], and whereas the Lord Captain Reijnbende, commandant and chief of 's Lands ship of war the Oranjezaal, according to Your High Noblenesses' inclination of January last, has offered in copy to hand over those pieces; and also Johan [illegible] of the Artillery here, regarding the delivery of the 26 pieces of iron guns which have not been received; namely:

Dutch transcription

179 Apart Batavia Heer vorgelidegter gewreygerd id, en dait eeniglyjk ounder voorgaene dat hij zijn vloot uijt hoofde der meenig te zeerovers tlting niet dorst sipareren, en die dan altoos een andere Cours dan die scheepen genoomen heeft, om als't maer benevens heeren de kruijssers te noodzaeken dezelve niet veromde die noord te vervolgen, dog op welke ontfange berigten ik direct de 2 bij ' konings vloot zijnde vaartuijgen id gebiedende Heer, meede tot observatie van de scheepen verdeeld, Heeren en den Koning deeze fruineste handelingse, dewelke maar al te veel de geleegentheijd tot vermokkelkan: „del faciliteerde Cordaat en Ernstig heb voorgehou„ van oorloge de Orangetaal leeden in copie aan te bieden „den, diten meer andere onaangenaamheedens Artillerije alhier Iohan dan zeer veel gecontribueert hebben, tot de als ing van de 26. –. ps. ijzeren nog Gebrekkige thin verzending, Durff ik unjoon, nie zijn ontvangen; neemelijk Edelheedens egter gemoedelijk, en als een Eerhievend Dienaar verzeekeren dat ik alle mogelijke aandmg tot dies vervroeging en Compleete voldoening heb eer Capitein Reijnbende „be in 't werk gesteld en waar toe ik meer dan 10 8. , volgens Uwer Hoog Differente Januari laastleden genegen aame stukken kunnen mandant en chef van 's lands Differrente rijaen bij dien koning ben teraudientie geweest, dan helaas alle vrugteloerde belaften, ge„ „paard met een meenigte dwaarmoedige friwole aantooningen van Zeeroverijen, als anderzins zijn eenelijk de vrugten die ik van alle mijne aangewende pogingen heb, mogen genieten, conaangenaam t' geen ik vrees dat te meermaelen mijne tot sijn zal dewijl den koning zig dagelijks in differenti omtrent de zwaere belangens van zijn landschijn te worden, waar bij zig eene onbepaalde Geldrugt voegd, die de thin Leveranciers op alle mogelijke middelen, doet omzien om ter gehouding s vort gunst alle geleegentheeden aan te grijpen om 't meeste in zijn schat kamer te leeveren, dit zal dan ook steeds de grootste aanleijding tot Ss mekke „handelgeeven, dus ik vrees nummer, Sschoon Met aanwending va alle mijne mogelijke Devoiren, g „luk te zullen mogen hebben, om uw Hoog Edelhed in deeze mijne port 't verschuldigt genoegen te hunnen 139 179 Batavia kunnen geeven, Dog waartoe ik egter mijne uijterste pogingen adhiberen zal; Jntusschen Clting smerte wij aller geroelijket uw Hoog Edelheedens treffende reflectie weegens de frequente aangie„ benevens „ring der Chinaese Jonken op deeze rivier, ende de reeren daaruijt afgelijd kunnende worden smekkel„ die „handel als kunnende ik uw Hoog Edelheedens gemoedelijk verzeekeren, dat seedert mijn ver„ id gebiedende Heer, „blijff alhier, in deeze off zoute Rivier geen andere Heeren, Ionken zijn binnen geloopen dan die, waar van ik Ioogst derzelver bij mijne Submissehap„ „porten van den 24.:e Maart A: J:m hebben g'informeert van oorloge de Ovangestaant en waarom ik dan aller demoedigst smeeke „leeden in copie aan te bieden Artillerije alhier Iohan uw Hoog Edelheedens mij in deeze, van alle om„ ring van de 26. –. pes. ijzeren „gepermitteerde handel off oogluijkung zullen ge„ nie zijn ontvangen; naamelijk „lieven vrij te denken Over de gepleegde hostiliteijten te Lampong toelong Bouwang, en de vernegaande stoutheijd Heer Capitein Reijnbende van de Palembangers in 't neg voeren van der 8. , volgens Uwer Hoog Lamponder Januari laastleden genegen aame stukken kunnen mmandant en Ref van 3part 's lands Heer Lamponder Aboe Bakker beneevens U zijnen slaeven, heb ik den Koninig ingevolge boog Geend bevel, ernstig onderhouden, en verzogt hier om„ trent ten naukeurigst, onderzoek in straffis¬ fening te willen doen, is daar op den Manterie„ Mandalap beneede twee maanden geleeden door den Koning naar de Bovelanden gezonden, en off schoon ik bereeds te meermaelen ter afdoening van die zaak heb aangehouden, is denzelven nog niet geretourneerd, dus ik naar dien te„ „touer zal moeten wagten als wancneer ik uw hoog Edelheedens bij naeders geleegentheijd van Dies verrigtingen behoorlijk imfor¬ „meeren zal. Wijders niets van aanbelang uw Hoog Edel„ „heedens attentie montienende te melden wieten „de, Neem ik de vrijheijd mij in hoogst derzelver gunstige 141 Heer 179 Batavia Palembang Den 25 7ber: 788 Gunstige protectie aan te beveelen, En hebbe desers naar toewensching van shems Colting; milste zeegen met de Diepste eerbied te verblyven benevens beeren die idgebiedende Heer, Hoog Edel: Groot Agtbaar Heer Heeren en Weledele Heeren van oorloge de Orangekaarl „geeden in copie aan te bieden Artillerije alhier Iohan uw Hoog Edelheedens onderdanige ring van de 26. –. pes. ijzeren en getrouwe Dienaar nie zijn ontvangen; naamelijk A Ma Weeck Heer Capitein Reijnbende 8. , volgens Uwer Hoog Januari laastleden genegen aame stukken kunnen mandant en cheff van Apart 's lands 179 Batavia Heer Elting, benevens heeren id gebiedende Heer, Heeren, die van oorloge de Orangekaal leeden in copie aan te bieden Artillerije alhier Iohan ring van de 26. –. pes. ijzeven nie zijn ontvangen; naamelijk Heer Capitein Reijnbende 8. , volgens Uwer Hoog Januari laastleden genegen raame stukken kunnen imondant en Rhef van Apart slands hegteke denide heeren 411 1 Nagesien E Kuijper 123 Heer 179 Batavia Den Hoog Edelen Gestrenge Groot Ackilar widgebiedende Heer! Mr Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Jndia Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaare wijdgebiedende Heer! WelEdele Gestrenge Heeren. Heer Capitein Reijnbende Allermedigst dank betuijgende vor de gedgunstige aprie Ed. , volgens Uwer Hoog- onser Januari laastleden genegen raame stukken kunnen intleveren. w alzoo de Heer merrs, commandant en cheff van van oorloge de Orangetaant cheeden in copie aan te bieden Artillerije alhier Iohan ring van de 26. –. pers. ijzeren rie zijn ontvangen; naamelijke Clting benevens Heeren udie ijdgebiedende Heer, Heeren, A part Aan zijn Edelheijd slands en F1.

NL-HaNA_1.04.02_3816_0172 view scan ↗

English

negotiations of the past year, we have the honor, in respectful reply to Your High Excellencies' most revered secret letters of the 10th of June of this year, to note at the outset that we have, pursuant to Your Right Honorable and Highly Esteemed respected orders, very earnestly represented to the Japanese that although Your Right Honorable and Highly Esteemed had this year again proceeded to send two ships in order to accommodate the Japanese and give them as much satisfaction as possible, this had nevertheless chiefly taken place in the rightful expectation that they, on their part, through an equitable improvement in the trade, would reasonably meet the Company halfway, in order to be able to keep it going as something tolerable, but that Your High Excellencies, in the contrary case and if they continued to insist on forcing a constrained and detrimental trade upon us without granting any relief toward making good the expenses, had firmly resolved henceforth to employ only three ships in two years for the Japanese trade. We also sought to persuade them of the fairness of allowing the Company to enjoy a profit instead of a loss on the cloths, on all of which, apart from the black and scarlet, a considerable loss is suffered, but to this they gave the disguised answer that the price of manufactures, having been fixed since the year 1784 for 15 years, absolutely no price increase is at present to be obtained on the cloths, as well as on the broadcloths and perpetuanas. Having again, as in the past year, traded with the Java and Sumatra sapanwood, as appears from ib of our general letter, with the former, we flatter ourselves that this likewise will carry Your Right Honorable and Highly Esteemed approval. Although we cannot say this year that we have obtained any improvement in trade through the influence of the Lord of Satsuma as father-in-law to the Emperor on the administration of the affairs of this Empire, we nevertheless venture to flatter ourselves with the prospect that through this, in time, some change for the better might yet be brought about; and the First Signatory has in the meantime, by commencing a friendly correspondence and making various presents to this prince, laid the first foundation for this and considerably rekindled His Highness's good inclination toward the Dutch, with which His same has always been inspired. Yet that His Highness was not permitted to come and visit the First Signatory during his stay in Yedo, and His same's intentions to do this secretly were repeatedly frustrated, Your Right Honorable and Highly Esteemed will be able to see in detail from the daily register under date of the 22nd of April. § 5 The Japanese accepted without cavil the cloves sent over and above the fixed quota of the year 1784, so that we consequently had no need to make use of the authority kindly granted by Your High Excellencies for their return. § 6. Most humbly thanking for the payment from the Treasury of the 700 chests of private bar copper sent over in the past year, we very respectfully request that you be pleased favorably to pay to the First Signatory and the attorneys of the Second Signatory the 700 chests now again going over by both ships pursuant to the granted concession. § 7. Having thus, as we hope, fully answered Your High Excellencies' revered secret dispatch, we proceed to the communication of various arrangements and attempts toward the improvement of trade devised and carried into effect by the First Signatory during the quiet season; for spurred by the desire and ambition to apply and spend his humble abilities to the greatest use and advantage of his lords and masters, and knowing by experience that the trading season is too short to begin and conclude anything with sufficient fruit, and that all undertakings of importance and weight before the arrival of the ships, if not altogether regulated and completed, must at least be brought forward and the negotiations thereon opened, he already began immediately upon taking over the administration and after the departure of the ships to turn his thoughts to the improvements in trade which he would make the subjects of his efforts this year, and determined principally upon the following: Firstly, the fixing of the price of powdered sugar at 7 taels per picul, concerning which he had to expect no little opposition from the side of the Japanese and could easily foresee that this would not be carried through except with great difficulty, by reason of the document granted last year by the governor, wherein it was said that henceforth no more than ƒ 6: 6: 2 would be paid for that sweet. Secondly,

Dutch transcription

onserhandelingen van a„o pass=o, hebben wij de Eer bij de Eerbiedige rescriptie van UW Hoog Edelheedens zeer gevenereerde Secreete letteren van den 10e. Junij deeses Jaars aanvankelijk te noteeren, dat Wij de Capandens, ingevolge Uw: Wel Ed: groot agtb: gerespecteerde Ordee„ met zeer veel ernst hebben voorgehouden, dat schoon Uw. Wel Ed: groot agtb: deesen Jaare nog waaren overgegaan tot de afsending van twee scheepen, om de Japanders te wille te zijn en hen zoo veel moogelijke genoegen te geeven, zulks echter voornamentlijk geschied was in de regtmaatige verwagting, dat zij van hunne zijde door een billijke verbeetering in den handel de Comp:e op een reedelijke voet te gemoed zouden koomen, om het als dan als draagelijk te kun„ maan gaande houden, dog dat uw Hoog Edelheedens bij t Contrarie van dien en zoo zij bleeven volharden ons een gedworgen en nadeligen handel op te dringen zonder eenige verligting toe te brengen tot goed „maaking der Lasten, vastelijk beslooten hadden om voortaan maar drie scheepen in twee Jaaren tot den Japanschen handel te en ploijeren Ook hebben wij hen tragten te overreeden van de billijkheijd on de Compen op de Laakenen, op welke alle, buijten de Swarte en Sch „roode, merkelijk verlooren word, winst in steede van Verlies te doen genieten, dog hier op geeven zij om bewimpeld ten antwoorde, da 12. de 125 179 Batavia de prijs der manufactuuren zeedert A„o 1784. voor 15 Jaaren Vast bepaald zijnde, thans op de zaakenen zoo wel als op de Laakenwassen„ en perpetuaamen, Volstrekt geen prijs verhooging te bekomen is. — benevens Met het Jaras en Sumatras Sappanhoud, blijkens ib van Heeren onse gemeene brief, weeder eeven als in A„o pass=o met het udie eerstgenoemde gehandeld hebbende, vlijen wij ons dat zulks ins„ „gelijks weeder Uw Wel Ed: groot agtb: goedkeuring zal weg draagen. — ijdgebiedende Heer, schoon wij dit Jaar niet zeggen kunnen door den invloed van de Landsheer van Patsuma als schoonvader van de Keijzer op de be„ „heering van de saaken deeses Rijks, eenige verbeatering in den handel ge=obtineerd te hebben, durven wij ons egter flatteeren met van oorloge de Ovangetaak het vooruijtzigt, dat hier door in der tijd nog wel eenige verandering lheden in copie aan te bieden ten goede zoude kunnen te weege gebragt worden; En den Eersten Artillerije alhier Iohan Teekenaar heeft intusschen door het aantangen van een Vriendelij„ ling van de 26. –. pes. ijzeren „ke briefwisseling en het doen van diverse geschenken aan deesen „nie zijn ontvangen; naamelijk vorste, hier toe den eersten grond gelegd en zijn Hoogheijds goede geneegendhaijd Voor de Hollanders, waarmeede Hoogst denselven al„ „thoos is besielt geweest, nog merkelijk doen opwakkeren. — Dan dat het zijn Hoogheijd niet toegelaaten is om den Eersten Heer Capitein Reijnbende Ed. , volgens Uwer Hoog Januari laastleden genegen raame stukken kunnen intleveren. i alzoo de Heer merrs, commandant en Reff van Teekenaar Heeren, Clting Heer 3part 14. slands § 3. Teekenaar bij zijn verblijf in Jedo te koomen besoeken en Hoogst desselfs voorneemens om dit in stilte te doen, telkens verie„ „delt zijn, zullen uw wel Ed groot agtb: uijt het dagragister sub dat 22 april breedvoerig kunnen beoogen. § 5 De booven de bepaalde tax van A„o 1784. aangesondene gar„ wioffel nagulen hebben de Japanders zonder Captie geaccepteerd, zoo dat wij oversulks geen gebruijk hebben behoeven te maaken van de voor Uw Hoog Edelheedens goedgunstig verleende qua„ „lificatie ter te rug voering van dien. — § 6. zeer Ootmoedig bedankende voor de voldoening uijt Cassa van de in A„o pass=o overgezondene 700. kisjes particulier stag „kooper, versoeken wij zeer eerbiedig de thans ingevolge de verleand concessie weeder per beijde scheepen Overgaande 700. Kisjes am den Eersten Teekenaar en de gemagtigdens van den Tweede geteeken „den gunstig te Willen voldoen. §7: Na dus uw Hoog Edelheedens gereen de Secveste Missive zoo wij hoopen vollaedig beantwoord te hebben, gaan wy Over ten 147 179 Batavia ter bedeeling van onderscheijdene schikkingen en pogingen ten verbeetering 3. van den handel door den Eersten Teekenaar in de stille tijd beraamd en Clting te bewerk stelligd; want aangespoord door de zugt en ambitie om zijne ge¬ „ringe vermoogens ten meesten nutte en voordeele zijnen Heeren en mees„ benevens „ters aan te leggen en te besteeden, en bij hadang bevinding weetende dat Heeren de Negotie tijd te kort is om iets met genoegsaame vrugt te beginnen en ten eijnde te brengen, en alle onderneemingen van belang en gewigt udie voor de komst der scheepen zoo niet ten eenemaale gereguleerd en volvoerd, ten minsten ten terpijte gebragt en de onderhandelingen daar ijdgebiedende Heer, over gerentammeerd moeten zijn, begon hij reeds aanstonds bij het Heeren, Overneemen van 't bestier en na het vertrek der scheepen zijne gedagten te laaten gaan over de verbeeteringen in den handel, die hij dit Jaar ten onderwerpen zijner poogingen zoude maaken en be„ van oorloge de Orangekaak „paalde zig voornamentlijk bij de volgende, lheden in copie aan te bieden P=ro de Jast stelling van de prijs der poeder Suijker op 7 thaijl per Artillerije alhier Iohan picol, waar omtrend hij met weijnig teegenstand van de zijde der Japan„ ling van de 26. –. pes. ijzeren „ders te wagten had en ligtelijk voorsien kon dat dit niet dan met „nie zijn ontvangen; naamelijk groote moeijte door te bringen zooude zijn, uithoofde van het voorlee¬ „den Jaar door den gouverneur Verlaande geschrift, waarbij gezegd woor„ dat voortaan niet meer als ƒ 6: 6: 2. voor die soetigheijd betaald zou„ „de worden. — Heer Capitein Reijnbende Ed. , volgens Uwer Hoog Januari laastleden genegen raame stukken kunnen intleveren. iw alzoo de Heer merrs, commandant en cheff van 3part sLands Heer 2do

NL-HaNA_1.04.02_3816_0176 view scan ↗

English

Secondly, a price increase on tin and lead or otherwise a reasonable reduction in the large annual demands made for them. Thirdly, a notable increase in the price of ray skins, of which the Japanese are very fond and which one could finally, either this year or at least in the following year, reasonably expect in a noteworthy quantity, and whereupon it therefore served to the essential benefit of the Company to effect a considerable increase before the consignment thereof. Fourthly, a final agreement concerning the sampans, two of which are so old and worn out that already in the recently dispatched letter authorization from Your High Excellencies should have been requested for the construction of two new ones, had the First Signatory not already formed the plan this year to renew, with all earnestness and zeal, the attempts undertaken regarding this matter since the year 1783, which had always turned out fruitless due to the self-interest of the Japanese, in order to reduce as much as possible this expense item that runs so high annually, and to place it on a firm footing. Fifthly and principally, to have the Treasury, where possible, completely excuse the consignment of ducatoons, and in return to have them accept annually another thirty thousand catties of cloves in addition to the ten thousand catties currently stipulated by contract; knowing that by this means a double, particular service and considerable benefit would be rendered to the Company, partly by excusing the ducatoons, which are greatly needed on the main island in these moneyless times, and on the other hand by notably increasing the sales of cloves, upon which Your Right Honorable High Worships and the Gentlemen Masters in the Fatherland urge so strongly each year and encourage the servants here, as well as the great profit which this item yields, and which is therefore the most suitable means to improve and revive the trade, and to make the balance sheet of this factory appear in a more favorable light. Yet these matters required good management, and many difficulties presented themselves in the execution thereof, especially regarding the last item, for which was required principally an accurate knowledge of the profit that the Treasury made on the cloves, which could only be obtained through a confidant. The two principal prerequisites to succeed well in all this were, therefore, a trusted person among the interpreters, and a zealous and truly sincere, well-intentioned helper among the Nagasaki Regents, who, through his influence upon the rapporteurs, burgomasters, and the Treasury servants, which in such cases are always consulted by the governor, could present and promote matters in the most favorable manner and, as it were, cement them, before one addressed the governor with written petitions. For the latter, the First Signatory chose the Commissioner Tannemon, whom he then also completely won over to his interests through many and considerable gifts; and for the former, the Chief Interpreter Monsuro, who was very intimate with this Commissioner and was daily on familiar terms at his house, associating with him as confidentially as was deemed consistent and compatible with the rules of prudence that one must never lose sight of regarding this shrewd nation. With this person, even before undertaking the journey to the court, he was continually busy devising the necessary means for the execution of these plans, and did not fail to set to work with all might and zeal, and upon his return from the court journey he redoubled his efforts to get everything settled, if possible, before the appearance of the ships. Paragraph 9. And the First Signatory, furthermore wishing to leave nothing untried that, with any semblance of possibility, might serve for the revival and improvement

Dutch transcription

2=e Een prijs vermaardering op het thin en Lood of anders een m dlelijke vermindering in de dar van Jan lijs gedaan woredende groote e „schen. 3=te Een merkelijke Verhooging van de prijs der Roggevellen, waar op de Japanders zeer versot zijn en die men eijndelijk of in dit of ter minst in het volgende Jaar met eenige grond in een naamwaardige quanti„ „teijt kon te gemoed zien, en waar op het dus tot essentieel voor deel van de Comp=e strekte, om voor de aansending van dien, een aansientijg Verhooging te bewerken. 4=te Een last accoord Omtrend de Champangs, waar van twee zoo on en afgesleeten zijn dat reads bij de Jongst afgegaane brief qualific „tie van uw Hoog Edelheedens zoude hebben moeten verbogt worden tot den aanbouw van twee nieuwe, in dien de Eerste Teekenaar toen niet reeds het plan geformeerd had om dien aangaande de zeedert A„o 1783. aangewende dog talkens door de baatsugtigheijd dan Japande krugteloos afgeloopene poogjingen, dit Jaar weeder met allen ernst en iaver te Verniauwen, ten eijnde deese Juarlijks zoo hoog loopende last post zoo veel moogelijk te verminderen en op een vasten voet te brengen. Ten Vijfden en Voornamentlijk, om waar het moogelijk de geld t „mer de aansending van ducatons geheel te doen excuseeren en da en teegen Iaarlijks nog dartig duijzend Cotges garioffel Nagulaen te doen 149. Heer 179 Batavia doen accepteeren booven de thans by Contract bepaalde teen duijzend Catjes; als weetende hier door de Comp=e een dubbelde bijsondere dienst en Considera„ Alting „bel voordeel te doen, eens deels door het excuseeren van de ducatons, in deese geldeloose tijden op de hoofplat dezelf grootelijks benoodigd, en ten anderen benevens door het merkelijk vergrooten van het debiat der Nagulen, waar op uw wel beeren „lEd: groot agtb: en de Heeren Maijores in Patria Iaarlijks zoo stark udie urgeeren en de Bediendens alhier aanspooren, als meede de groote winst, die dit articul afwerpt en dus het aller geschikste middel is om den ijdgebiedende Heer, handel te verbeeterin en op te beuren en de staat reekening van dit Comptoir in een voordeeliger dagligt te doen Heeren voorkoomen. Dan deeze zaaken vereijschten een goed beleijd en in de uijtvoering van oorloge de Orangetaal van dien deeden zig vaele zwarigheeden op, vooral omtrend het laatste Cheeden in copie aan te bieden Artillerije alhier Iohan articul, waartoe voornamentlijk gezorderd wierd een naauwkeurige ling van de 26. –. ps. ijzeren kennis van de winst die de geld kaamer op de Nagulen had en die alleen „nie zijn ontvangen; naamelijk door een Vertrouweling konde verkreegen worden. — De twee voor„ „naamste Requisiten om in allen deesen wel te slaagen waaren dus, een vertrouwde onder de Tolken en een ieverig en waarlijk opregt wel„ „meenende meede helper onder de Hangazackijsche Ragenten, die Heer Capitein Reijnbende door zijn invlood op de Rrapporteurs Burgemeesters en de geld Kaumer Ed. , volgens Uwer Hoog bediendens. Januari laastleden genegen raame stukken kunnen intleveren. in altoo de Heer merrs, commandant en Rheff van Apart 's lands F8. Bediendens, walke in zulke gevallen althoos door de gouverneur geraa„ „pleegt worden, de zaaken op het favorabalst voordragen en bezoederen en als 't waare in Cement laggen konde, voor dat men zig met versoek schrij „ten bij de gouverneur aduresaarde. Tat het laatste verkoos den Eer„ „sten Teekenaar den Commissaris Tannemon, die hij dan ook door veele en aansienlijke geschenken geheel in zijne belangens overhaalde, en tot het eerste den met deesen Commissaris zeer intiem zijnde en daagelijks familiaar ten zijnen huijsse verkeerende oppertolk Monsuro, met denzelven zoo vertrouwelijk omgaande, als met de reegels van voorsigtigheijd, die men omtrend deese doorsleepen natie nimmer uijt het oog moet verliesen, over eenkomstig en bestaan„ „baar oordeelde. — Met deesen was hij dan al voor het aanvaarden der Hofreijse geduurig beesig om de noodige middelen te beraamen ter volvoering van deese plans en versuijmde niet om met alle magt en iaver de handen aan het werk te slaan, en verdubbelde bij zijn te rugkom Van de hofreijs zijne pogingen, om waare het moogelijk alles voor de opdaaging der scheepen afgedaan te krijgen. § 9. En den Eersten Teekenaar wijders niets onbeproefd willende laat wat maar met eenige schijn van moogelijkheid tot opbeuring en ver„ „beetering

NL-HaNA_1.04.02_3816_0179 view scan ↗

English

151. 179 Batavia could serve the improvement of trade, he decided upon his return from the court journey to make an attempt to see whether, over and above the aforementioned articles about which he was already negotiating, some advantage might not also be derived in another way from the bad condition of the money chamber, and therefore had his confidant Monsuro propose to it whether it, now perceiving by experience through its credit books that its entire preservation currently depended on the generous supply of profitable goods by the foreigners, and thus seeing that it was more than high time to encourage them in all possible ways and by reasonable treatment, would not deem it advisable to enter into negotiations with him concerning changes, improvements, and renewals that could be made in trade to mutual benefit and satisfaction, proposing to that end to make a list or memorandum of all such goods as had in earlier years been imported here by the Company, but whose supply had subsequently ceased, both because of the all too low prices and the loss that the Company thus suffered on them, and for other reasons that had occurred, and to see whether an agreement could be reached regarding them by setting new prices, in order to submit the same upon the return of the First Draughtsman to Batavia to the Right Honourable High Indian Government for approval, and, having been approved by the same, to import such articles of trade again in subsequent years, or at least some of them. And furthermore to add such new articles to them as the money chamber would gladly have. Which proposal was accepted with eagerness, and a few days later the said interpreter came to hand the First Draughtsman a memorandum from the money chamber, on which a multitude of trade goods that had been brought here in former times, as well as some new ones, were noted, and after which the said First Draughtsman (who in the meantime had also compiled from the old books from the year 1700 onward a list of the goods formerly arrived here that are currently no longer imported, and had verified what had been gained and lost on them at that time) set a new price which he judged that the Company should now receive for them upon importing them, taking care to arrange the price of all goods in such a manner that the Company, even if the purchase price since that time had also increased by about one-third, would still have a considerable profit on them. After which he sent this memorandum back to the money chamber for consideration, and subsequently negotiated about it many times, but did not receive it back with the closest prices offered on it until shortly before his departure, as will further appear from the sequel hereof. 153. 179 Batavia as will further appear from the sequel hereof. However, since, on the one hand, the full detail of all the successive, numerous, and almost daily negotiations with the said Commissioner Tannemon and the chief interpreter Monsuro would be too long and tedious and would also cause the daily register to expand to an all too large volume; and, on the other hand, deeming secrecy in this matter necessary, because the weight of the matter required that the money chamber obtain no opportunity through lesser servants to gain any light regarding the advantages that the Company stood to enjoy upon the successful outcome of the proposals and requests concerning the cloves and ray skins, the First Draughtsman thought it best merely to mention the negotiations concerning the sampans in the daily register and to omit the rest entirely, and to reserve the succinct but substantive relation thereof, together with their outcome, for these secret letters. No. 11. The negotiations with Commissioner Tannemon, and through him with the money chamber, proceeded well, and the First Draughtsman had every reason to promise himself good success from his efforts. Already in the month of July, the contract concerning the sampans was concluded (although with not a little difficulty)

Dutch transcription

151. 179 Batavia „betering van den handel dianen kon, besloot bij zijn te rug komst van de Hofreijseen proef te neemen of er buijten en behalven de hier vooren ver„ Alting „melde articulen, waar over hij reeds in onderhandeling was, ook nog niet op eene andere wijze voordeel zoude te trekken zijn uijt de slogte benevens toestant der geld kaamer en liat diarhalven door zijn Vertrouweling Heeren Monsura aan dezelve voorstallen, of zij nu bij ondertinding door haar gelid geboek bespurende, dat haar geheele instandhouding thans van den ruijmen aanbreng van winst gesvende goederen ijdgebiedende Heer, door de Vreamdelingen dependeerde, en zij dus zag dat het meer dan hoogtijd was, om die op alle moogelijke wijsen en door een readelijke be„ handelingte animeeren, oversulks niet raadsaam oordeelde, om met hem in onderhandeling te treeden over veranderingen, verbeeteringen en ver„ „nieuwingen, die tot weeder zijds voordeel en genoegen in den handel van oorloge de Orangekaak - zouden kunnen gemaakt worden, daartoe voorslaande een lijst of lheden in copie aan te bieden notitie te maaken van alle zoodaanige goederen, als in vroege„ Artillerije alhier Iohan „re Iaaren door de Comp=e alhier waaren aangevoerd, dog welkers ling van de 26. –. ps. ijzeren aanbreng naderhand zoo om de al te geringe prijsen en het „nie zijn ontvangen; naamelijk Verlies dat de Comp:e er dus opleed;, als om andere plaats gehad heb„ „bende reedenen, gestaakt was, en te zien of men daar omtrend door het maaken van nieuwe prijsen, een accoord kontreffen, om zulks bij retour van den Eersten Teekenaar te Batavia aan de Edela Hooge Heer Capitein Reijnbende Ed. , volgens Uwer Hoog- Januari laastleden genegen raame stukken kunnen intleveren. in alzoo de Heer merrs, commandamt en cheff van Heeren, 3part slands in Heer Judie Hooge Indiascha Reegering ter approbatie aan te bieden, en door Hoogs dezelve goedgekeurd zijnde, als dan in volgende Jaaren weader zoodaanige articulen van Negotie of ten minsten eenige van dezelve alhier aan te brengen. — En Voorts daarbij zoodanige nieuwe articuls te Voegen; als de geld kamer gaarne hebben wilde. welk voorstal met greetigheijd geaccepteerd wierd en weijnige dragen daarna kwam gemelde tokk den Eersten Teekenaar een Notitie van de geld kamer overhandigen, waarop een meerigte van Negotie goederen, die 1 in voorige tijden hier waaren aangebragt, als ook eenige nieuwe, genoteerd stonden, en waar agter gem: Eerste Teekenaar, /: die in die tussche tijd meede ugjt de oude boeken van A„o 1700. af, een lijst der wel eer hier aangekoomene goederen, welke thans niet meer aangebor worden, geformeerd en vat dezelven diertijd gewonnen en Verloosen hebben nagesien had:/ een nieuwe prijsstelde, welke hij oordeelde dat de Comp:e thans bij aanbreng van dien daar voor hebben mo zoog deragende van de prijs van alle goederen zoodaanig in te rigten, da de Comp=e, al was de inkoops prijs zeedert die tijd ook Circa een derde verhoogd, er egter nog een merkelijk voordeel op zoude hebben. Waarna deese Notitie aan de geldkamer ter Over „weeging te rug zond, en naderhand daar over veele maalen in onde d „handeling geweest is, dog dezelve met de naaste daar op geboode 88 „ mne prijsen niet dan kort voor zijn Vertrek weederom te rug geko „gen 153. 179 Batavia „gen heeft, zoo als uijt het vervolg deeses nadeblijken zal. Dan daar voor eerst het ampele de tail van alle de successieve, mee„ „nigvuldige en bijna daagelijks plaats gehad hebbende onderhandelingen, met den gem: Commissaris Tannemon, en den oppertolk Monsuro te lang en tadieus zoude zijn en ook het dagregister tot een al te groote Volume zoude doen uijt dijen; En ten anderen de geheijmd hou„ „ding in deezen noodzaakelijk oordeelende, wijl het gewigt der zaake vorderde, dat de geld kaamer geen Occasie kreeg om door mindere Bediendens eenigligt te krijgen, omtrend de voordeelen, die de Comp=e bij het wel uijtvallen van de voorslaagen en versoeken Omtrend de Nagulen en Roggevellen, stond te genieten, heeft den Eersten Teekenaar best gedagt, bij het Dagregister alleenlijk mentie te maaken van de onderhandelingen over de Champangs en het Overige geheel te Omitteeren en de Cuccinte dog zaakelijke be„ „deeling van dien, mitsgaders derselver uijtslag tot deese secreete letteren te reserveeren. N5 11. De onderhandelingen met den Commissaris Tannemon en door denselven met de geld kamer gingen dan ook een goeden gang en den Eersten Teekenaar had alle reeden om zig een goed succes zijner poogingen te belooven. — Reeds in de maand Julij kwam het Contract omtrend de Champangs, (: schoon mot meijndig veel moeij„ Heer Capitein Reijnbende Ed. , volgens Uwer Hoog= Januari laastleden genegen raame stukken kunnen intleveren. ww alzoo de Heer merrs, Commandant en chef van van oorloge de Orangetaal verheeden in copie aan te bieden Artillerije alhier Iohan ling van de 26. –. ps. ij zeven „nie zijn ontvangen; naamelijk Heeren, ijdgebiedende Heer, benevens Heeren Colting 3apart S 10. s lands in Heer Judie „ten

NL-HaNA_1.04.02_3816_0182 view scan ↗

English

as your Honorable Grand Esteemed Council will perceive from the daily register, were concluded; and upon the arrival of the ships, the remaining articles were also already for the most part regulated between Fannemon and the Second Commissioner and the money chamber, with the exception of the price increase on the powdered sugar, regarding which the aforementioned Commissioner Fannemon encountered the greatest difficulty, because in this matter it depended not only on an increase in price, but especially on the revocation and annulment of the document given in the past year by the governor. In order now to pursue this matter with all possible emphasis, the Chief Signatory communicated, the day after the arrival of the ships, to Commissioner Fannemon and the trusted interpreter Monsum that your Right Honorables had not accepted the document—stipulating that henceforth no more than f 6: 6: 2 should be paid for the powdered sugar—but had returned it with the greatest displeasure and indignation, with orders to make serious and resolute representations and protests to the governor and other regents of Nagasaki regarding this matter, and read to them, in support of these statements, the passage from the letter in which your Honorable Grand Esteemed Council express their displeasure about this, with such alterations and additions as he deemed useful to convince them of the truth thereof and of the necessity to also push through this point; while he also showed them the copy of that document concerning the sugar that had remained here, which before their appearance at his dwelling he had inserted into the packet of arriving papers, and presented it as having been returned; of the truth of which statement, seeing that it was among the other arriving papers in the envelope addressed to the Council and was drawn out from it before their eyes, they did not doubt in the least. All of which then also produced the expected effect and moved them to employ anew all their abilities toward the realization of this article, whereby matters soon took such a favorable turn that by the beginning of September there remained not the slightest fear regarding the good success of this point. The Chief Signatory also deemed it best to make no use of your Right Honorables' authorization to show the Japanese the extract of the Coromandel letter concerning the ray skins, nor to mention the high water floods, because through the small supply and poor condition of this article so dearly desired by them, he obtained further occasion to support his previous statements and could derive therefrom new compelling arguments to further urge his request for a price increase on the same. On the 9th of September, it was also resolved and promised to the Chief Signatory that, since the increase in the price of tin and lead was utterly impossible, the Japanese would henceforth content themselves with the dispatch of as little as possible of those two articles, provided that the Honorable High Indies Government were only in a position [illegible] Then a fatal coincidence, a few days later, changed almost the entire aspect of affairs and nearly thwarted all hope for the fruits and good success of his efforts and endeavors so continuously made throughout the entire year; namely, an unexpected message from the court, which arrived here on the 16th of that month and announced house arrest to the governor of Nagasaki, whereby his Right Honorable now dared to arrange or do almost nothing, but was fearful and hesitant even in the most trivial matters, indeed even revoking some requests already granted to the Chinese before his arrest, and whereby likewise, according to the report of Fannemon, the agreement already made concerning the sampans was in danger of being annulled again. All Nagasaki government affairs therefore remained unsettled and postponed until the arrival of his replacement, who otherwise, on account of the death of his mother, would only have arrived in the month of January, but had now set out on his journey with all speed and in his mourning attire and could be here by the 12th or 14th of the coming month; whereby all work was delayed to the utmost.

Dutch transcription

„te, zoo als uw welEd: groot agtb: uijt het dagregister zullen ontwaan tot stand; en bij de komst der scheepen waaren de Ooverige articulen ook reeds meerendeels tusschen Fannemon en de tweede Com¬ „missaris ende geldkamer gereguleerd, excepto de verhooging op de poeder Cuijker, waaromtrend de gemelde Commissaris Fan„ „nemon de meeste difficulteijt ontmoete, wijl het in deesen niet alleen op een Verhooging van prijs, maar insonderheijd op het intrekken en vernietigen van het in A„o pass=o door de gouven„ „neur gegeeven geschrift, aan kwam. Om nu deese zaak achter alle mogelijke nadruk bij te zatten Communiceerde de Eerste Teekenaar daags na het arrivement ders scheepen aan den Commissaris Tanne mon en de Vertrouwde tolk Monsum dat uw Hoog Edelheedens het geschrift, waarbij gesegd wierd, dat voor„ „taan niet meer dan ƒ 6: 6:2. voor de poeder suijker betaalt zoude worden, niet geaccepteerd, maar met het alles grootste ongenoem „„gen en terontwvaardiging te rug gesonden hadden, met order om dient „verge ernstige en Cordaate Vertoogen en protesten bij den gouver„ „neur en verdere Regenten van Hangazackij te doen, en las hen, to staaving van deese gezegdens, de periode van de brief, waar bij uw wel „ Ed: groot agtb: derselver ongenoegen hier over betuijgen, voor, met „daanige Voranderingen en bij voegsels, als hij dienstig achte, om hen van de waarheijd van dien en van de noodsaakelijkheijd om ook dit N. 12. 155. 3part 179 Batavia dit princt door te dringen, te Ounvereerden, ter wijl hen almeede, het al¬ „hier verbleeven afschrift van dat schriftuur Over de Suijker, dat voor Alting hunne verschijning op zijne wooning in het pacquet der aankoomende papieren gestooken had, vertoonde en als te rug gekoomen op gaf; aan benevens de waarheijd van welke opgaave zij ziende dat het onder de andere Heeren aankoomende papieren in het aan den Raad geaddresseerde Judie Couvert zat, en voor haare ogen daar uijt gehaald wierd, ook in 't minst niet twijfelende. — welk alles dan ook de verwagte ijdgebiedende Heer, uijtwerking doar en hen bewoog om op niouw alle vermogens tot effectuaa„ „ring van dit articul te bewerk stelligen, waar door de zaaken weldraa„ zoo een gunstige keernamen, dat in het bogin van September almeede geen de minste vrees voor de goede roussite van dit porinct overblaaf. — S. 13. — van oorloge de Orangekaal Ook oordeelde den Eersten Teekenaar best, om van uw Hoog lheden in copie aan te bieden Edelhaedens qualificatie, om het Extract Cormandelse brief over Artillerije alhier Iohan de roggevellen handelende, aan de Japanders te vertoonen, geen ge„ ling van de 26. –. ps. ij zeven „bruijk en van de hooge watervloeden, geenge wag te maaken, wijl door „nie zijn ontvangen; naamelijk de geringe aanbreng en slegte bevinding van dit bij hen zoo zaar gewilde articul, naader Occasie kreeg tot staaving zijner Voorige gezegdens en daar uijt nieuwe drangreedenen ontleenen konde, ter nadere aan drin„ „ging van zijn versoek om prijs verhooging op dezelve. — Heer Capitein Reijnbende N. 14. Ed. , volgens Uwer Hoog Den 9=e September wiardook vast gesteld en aan den Eersten seeke„ „naar Januari laastleden genegen raame stukken kunnen uitleveren. ww alzoo de Heer wierrs, commandant en chef van Heeren s Lands in Heer J8 „maar beloofden tegesagd, dat daar hat verkoogen der jongs van het thin en lood volstrekt onmoogelijk was, de Japanders zig voortaan zou „den vergenoegen met de aansending van zoo min moogelijk van die twee articulen, in dien de Edele Hooge Indiasche Regeering maar in staa dsn het sond oor de aende in an de a e el de oen e ete e Dan een fatral toeval veranderde eenige daagen daarna bijna de g „heele gedaante van de zaaken en Veriedelde Schier alle hoop op de Vrug „ten en 't goed succes zijnen zoo aanhoudend geduurende het gant sche Jan gedaane moeijte en pogingen; namentlijk een onverwagte tijding van 't stof, die den 16:e dier maand alhier arriveerde en den gouverneur van Nangazaekij het huijs arrest aankondigde, waar door zijn Ed: agt nu bijna niets durfde schikken of doen, maar zelfs in de al „lergerings te zaaken beschroomd en vrees agtig was, Ja zelfs ean „ge aan de Chineesen voor zijn arrest roeds toegestaane versoeken wee „der introk, en waar door insgelijks volgens het berigt van Tanneman het reeds gemaakte accoord omtrend de Champangs gevaarliep van Waader Vermiatigs te worden. — Alle de Hangarakkijscha regeering zaaken blaeten dus on afgedaan en uijtgestald tot de komst van zi vervanger, die anders om de dood van zijn moeder eerst in de maand Januarij zoude gekoomen zijn, dog nu met alle spon en in zijn rouw gewaad op reijs gegaan was en teegen den 12=e of 14=e der aanstaande maand hier konde zijn; waar door alle werk ten uijt „sten N. 15.

NL-HaNA_1.04.02_3816_0185 view scan ↗

English

157. 179 Batavia was delayed, as Your Right Honourable Worships will be able to observe in detail from the daily journal. F. 16 The reason for this displeasure of the Court regarding the Governor and the resulting arrest was generally purported by the interpreters to be that His Honour had, some months prior, admitted a Chinese junk to trade without a pass and had neglected to inform the Court thereof immediately. However, the confidant Monsuro assured the First Draftsman that this misfortune was brought upon His Honour by his enemies in Jedo, being the chief accountants, who had kept the letters which His Honour had dispatched directly upon the arrival of that junk to inform the Court thereof—possibly through forgetfulness, but probably on purpose—in their possession for more than three months before they delivered the same to the assembly of the Council of State, because of which the Court had thus remained ignorant of this incident for so long. The Commissioner Fannemon, having been made zealous by gifts already received and spurred on by further promises, labored tirelessly in the meantime, despite these unfavourable circumstances and an event that boded little good, continuously consulting with the second Commissioner, the Reporters, the Burgomasters, and the Treasury officers, to whom he presented the requests of the First Draftsman as reasonable and equitable. After having persuaded them and won them over to our interests, he agreed with them how they, following the submission of our written petition to the governor, should formulate their advice or so-called council paper (which the governor always demands of them in such cases) in order to make it palatable to him. And having finally arranged all this satisfactorily, His Honour informed the often-mentioned First Draftsman on 25 September through his confidant Monsuro that he now deemed it time to present a written petition to the governor, hoping that His Honour, notwithstanding the arrest, by virtue of the good and unanimous council paper of the Reporter Burgomasters, Treasury officers, and his Honour with the second Commissioner, would indeed consent to this and grant a favourable approval. Whereupon we also, on that same day, delivered to this interpreter the writing inserted in the Daily Journal under the above-mentioned date, who went with it to the said Commissioner to read it to him and to draw up the Japanese translation under his dictation and as His Honour deemed necessary. § 18. This turned out contrary to the expectation of the Commissioner and just as we had feared; with this matter as well, as with all other affairs, according to the reply received a few days later, one had to wait until the arrival of the other governor. 159. 179 Batavia No. 19 On 10 October, the expected governor finally arrived, who immediately assumed the government and took rank above the outgoing one, as became apparent to us afterwards upon presenting the hassaku and the inspection of the island by their Honours. Yet it was very far from the case that matters would take on a more favourable outlook with his arrival, as the Commissioner Fannemon had thought and flattered us; on the contrary, the appearance thereof became much more bleak and unfavourable and made us greatly fear that all good hope and expectation of a desired outcome would be dashed. For the often-mentioned Commissioner, who through his counsel had also had a large share in admitting the junk without a pass, suddenly lost his credit entirely with the newly arrived governor and, just at the same time, to cloud our prospects even further, became embroiled in a quarrel with the confidant Monsuro; so that this Commissioner on the § 20.

Dutch transcription

157. 179 Batavia „sten vertraagd wiard, zoo als uw welEd: groot agtb: uijt het dagra„ „gister braedvoerig zullen kunnen beoogen. F. 16 De reeden van dit ongenoegen van het Hof over den Gouwer„ „naur en het daaruijt voortgevloeijde arrest, wierd door de tolken benevens in 't algemeen voorgegeven te zijn, dat zijn agtb: voor eenige maan„ Heeren „den een Chineese Jonk zonder pas ter handel geadmitteerd en ver„ Judie „suijmd had, om daar van ten eersten aan 't Htof kennisse te geeven, dog de vertrouweling Monsuro verseekerde den Eersten Teekenaar, ijdgebiedende Heer, dat dit ongeluk zijn Ed: agtb: door deselfs vijanden in Jedo, zijnde de opperreekenmeesters, berokkend was, die de brieven welke Heeren, zijn Ed: agtb: direct bij't arrivement dier Jonk had afgesonden. Om het Hof daar van te verwittigen, moogelijk door vergaetelheijd, dog waarschijnlijk met opset, meer dan drie maanden onder van oorloge de Orangekaal zig hadden gehouden, voor dat zij dezelve aan de vergaadering cheden in copie aan te bieden der Rijksraaden hadden overgeleevert, waar door dus het Hof Artillerije alhier Iohan zoo ling van dit voorval onkundig was geblaaven. — ling van de 26. –. ps. ijzeren „nie zijn ontvangen; naamelijk De Commissaris Fannemon door reeds ontfangene geschen„ „ken ieverig gemaakt en door verdere beloften aangespoord, arbeij„ „de intusschen, niet teegenstaande deese ongunstige tijds omstan„ „digheijd en waijnig goeds voorspelkende gebeurtenis, onvermoeijd, raad„ Heer Capitein Reijnbende „pleegende Continuael met de tweede Commissaris, de Rapportaurs 2d. , volgens Uwer Hoog Burge Januari laastleden genegen raame stukken kunnen uitleveren. uw alzoo de Heer merrs, commandant en Reff van Alting in Heer 3part slands § 17. Burgemeesters en geldk aamer Bediandens, aan Wien hij de versoeken van den Eersten Teekenaar als reedelijk en biblijk voordroegen na hen gepersuadeerd en in Onze belangens overgehaald te hebben, met hen afsprak, hoedanig zij na hot in dienen van ons versoek schrift aan de gouverneur, hun advies of zoo genaamd raad papier /:'t welke de gouverneur althoos in zulke gevallen van hen vorderd:/ zouden inrigten, om het den zelven smaakelijk te maaken. — En dit alles eijndelijk ten genoegen gereguleerd hebbende, liet zijn Ed: aan den meerm: Eersten Teekenaar op den 25=e September door zijn vertrouweling Monsuro weeten, dat het nu tijd oordeelde, om een versoeke schrift aan de gouverneur te presenteeren, hoopende dat zijn Ed: agtb:, in Weerwil van het arrest, uijthoofde van het goede en unanieme raad papier van de Rapporteurs Burgemoesters, geld kamer bediendens en zijn E: met den twee den Commissaris, hier in, wel bewilligen en een gunstig fiat verleenen zoude. Waar op wij dan ook dien zelfden dag aan deesen Taalsman het in het Dagregister sub oover gem: geinsereerde geschrift afgaaven, die er 8 meede na genoemde Commissaris ging, om het denselven voor te leesen en de Japanse ver„ „taaling onder zijn dictamen en zoo als zijn Ed: het noot¬ oordeelde op te stellen. — SS. 18. van dit viel teegen de verwagting van den Commissaris en 159. 179 Batavia en zoo als wij wel gevrees hadden, uijt; — ook hiermeeds, zoo wel als met alle andere zaaken, moest volgens het eenige daa„ „gen daarna bekoomen antwoord, tot de komst van de andere Alting gouvverneur gewagt worden. No. 19 benevens Den 10: october arriveerde dan ook eijndelijk de verwagte gouver„ Heeren „neur, die direct de Regeering aanhaarde en de rang nam Jndie booven den afgaanden, zoo als ons naderhand bij het presentee„ „ren van de fassak en het besigtigen van 't Eijland door hun Ed: agtb=r, kwam te blijken. Dan het was er wel velle verre van daan, dat de zaak en bij de komst desselven een favorabeler uijtzigt zouden krijgen, gelijk de Commissaris Fannemon gedagt en ons geflatteerd had, in„ van oorloge de Orangekaalt „toegendeel wierd de gedaante derselver daar door veel akeliger lheden in copie aan te bieden en ongunstiger en dead ons grootelijks bedugt zijn, dat alle goe„ ƒ Artillerije alhier Iohan „de hoop en verwagting op een gewenschte uijtslag veriedelt ring van de 26. –. ps. ijzeren zouden worden; want meermelde Commissaris, die door zijne raadgea„ nie zijn ontvangen; naamelijke „vingen meede veel deel had aan het admitteeren der Jonk zonder pas, verloor eensklaps ten eenemaale zijn Crediat bij den nieuw aangekoomenen gouverneur en raakte Juijst ter zelver tijd, om onse vooruijtsigten nog meer te benaevelen, met den vertrouweling Heer Capitein Reijnbende Monsuro gebrouilleerd; zoo dat deese Commissaris op Ed. , volgens Uwer Hoog den Januari laastleden genegen raame stukken kunnen intleveren. iw alzoo de Heer wierrs, commandant en Ref van Heeren ijdgebiedende Heer, en Heer 3apart 5. 20. 's lands

NL-HaNA_1.04.02_3816_0188 view scan ↗

English

on 14 October, upon presenting the fassak, when the First Signer was in lengthy conversation and negotiation with his Honour about this, he testified to giving up almost all hope of a successful outcome. Section 21. All these unfavourable changes therefore foreboded nothing other than that the First Signer would have to see all the fruits of his zealous efforts, exerted both before and after the arrival of the ships, vanish into smoke. Yet, despite all adverse obstacles and dark thistles that obscured his fair prospects for the improvement of trade, not losing heart, the First Signer changed his batteries with the greatest haste, placed another, namely the under-interpreter Siubij, in his confidence, though with the requisite caution, renewed all his previously exerted efforts as well as his promises of substantial gifts, and addressed himself with these, through the assistance of the said Suijbij, to the servants and accountants of the money chamber, with an earnest request to please lend him a helping hand in this matter; adding to these promises and offers the most powerful and convincing representations that in truth, in these bad times and the desolate state of the money chamber, their own prosperity, far more than the advantage of the Company, depended on and was enclosed within the granting of these requests and proposals. Section 22. Section 23. 161. Lord 179 3 apart Batavia Alting India Yet our hope waned constantly when the First Signer, on the evening of 17 October, received word through the aforementioned Siubij that the petition of 25 September would be returned by the governor within a few days, which is a sign of refusal and rejection of the requests, and also that this year no more than 7500 pieces of the imported ducatoons would be accepted, and the remainder imported above this number would have to serve for the trade of the following year; whereupon he directly sent that interpreter to the servants of the money chamber and the reporting burgomasters and other gentlemen, to point out to them in the most serious manner that the non-acceptance of all the ducatoons astonished him to the highest degree and was utterly unreasonable, and he therefore requested with all emphasis that this might be taken into consideration and altered, and furthermore that, upon the refusal and rejection of our requests, they certainly had to fear the following unpleasantries as the most infallible consequences of your Right Excellencies' displeasure and reciprocal disinclination to accommodate the Japanese, namely: First, the sending of only 3 ships in two years, and thus also the lesser import of sugar and sapanwood, from which the money chamber principally derives its profits. Secondly, the reduction of the requisition of the gift goods for the Nagasaki regents. Thirdly, the withdrawal of the increase of 100 taels in the annual fassak, conditionally granted to the commissioners in the year 1785. Fourthly, that no effort would be made by the Company to obtain rayskins and send them hither. Fifthly, that no taffachelas, except for a few for gifts, were to be imported. Sixthly, that annually, despite their prohibition, 20 to 25 thousand ducatoons were to be imported. Besides such other arrangements as your Right Honourable Excellencies might deem useful for reducing the burdens and expenditures at this factory, since it then became convincingly clear that no improvement in trade was to be expected from the Japanese side, and your Right Excellencies therefore found themselves under the necessity of seeking it themselves; all of which consequences and disadvantages they would therefore have to blame solely on themselves, since all this had been represented to them for so long and so often by the First Signer, and solemnly affirmed in all earnestness. At the same time letting those gentlemen know that tomorrow we would present another further petition to the governor. Section 24

Dutch transcription

den 14=e october bij 't presentaeren der fassak, wanneer de Eaerste Teekenaar lang met zijn Ed: hier over in gesprek en onderhandeling was, betuijgde bijna allehoop op een goede reussite op te geaven. — § 21. Alle deese ongunstige veranderingen voorspelden dus niets anders dan dat de Eerste Teekenaar alle de vrugten zijner ieverige poogingen, zoo voor als na de komst der scheepen aangewend, in rook zoude moeten zien verdwijnen. Dan in weerwil van alle teegenspoedige hinderpaalen en donken neetelen, die zijne schoone vooruijtzigten op de verbeetaring van den handel verduijsterden, geen moed verlooren geevende, veranderde den Eersten Teekenaar ten spoedigsten zijne batterijen, stelde een ander, te werten den ondertolk siubij, in zijn vertrouwen /:met de ver„ „eijschte precautie egter :/: vernieuwde alle zijne reeds aangewond poogjingen, als ook zijne beloften van aansienlijke geschenken, en addresseerde zig met dezelve door behulp van gemelde Suijbij bij de geld kamer Bediendens en Reekenmeesters, met aller ernstijk versoek, om hem tog in deesen de behulpsaame hand te bieden; voegende bij deese beloften en aanbiedingen de alkerkragtigste en Over „tuijgens te vertoogen, dat in der daad in deese slegte tijden en de solaats 1 toestand van de geldkamer, hun eijgen welvaarte veel meer dan het voordeel van de Comp:e van de inwilliging deeser: versoeken en propen „sities afhing en daar in opgeslooten lag. — § 22. § 23. 161. Heer 179 3apart Batavia Dog onse hoope verflaauwde nog al maar, wanneer den Eersten Teekenaar op den 17=e October des avonds door booven gem: sin bij berigt Alting kreeg, dat het versoek schrift van den 25=e September binnen korte daagen door de gouverneur te rug gegeaven zoude worden, het geen een teeken van Weijgering en afslag der versoeken is, als meede dat er dit Jaar van de aangebragte ducatons niet meer dan 7500. p„s geaccepteerd zou„ Judie „den worden en de Ooverige booven dit getal aangebragte tot den handel van haard het volgende Jaar zouden moeten dienen, waar op hij direct dien taalsman na de geldkamer Bediendens en Rapporteurs Bur„ „gemeesters en vardere Heeren zond, om hen op het aller seriaus te voor te houden, dat het niet accepteeren van al de ducatons hem ten hoogsten verwonderde en ten uijtersten onreedelijk was en hij daarom met alle nadruk versogt dat zulks in Consideratie van oorloge de Orangekaal genoomen en verandert mogt worden en voorts dat hun, bij het lheden in copie aan te bieden Weijgeren en afslaan onser versoeken, als de onfeijl baarste 8 Artillerije alhier Iohan gevolgen van uw Hoog Edelheedens ongenoegen en reciproque 1 ring van de 26. –. pes. ij zeven ongeneegendheijd om den Japander te wille te zijn, voor zeeker nie zijn ontvangen; naamelijke de volgende onaangenaamheeden te dugten stonden. — Voor eerst, het zenden van maar 3 scheepen in twee Jaaren en dus ook de mindere aanbreng van suijker en Sapanhout, daar de geldkaamer voornamentlijk haare winsten van heeft. Ten Tweeden, stot verminderen van den Eijsch der schenke ijed: goe„ Heer Capitein Reijnbende Ed. , volgens Uwer Hoog- Januari laastleden genegen aame stukken kunnen uitleveren. tw altoo de Heer merrs, Commandant en Reff van Heeren ijdgebiedende Heer, benevens Heeren 's lands § 23. in „deren goederen voor de Hangazaekijscha Regenten. Ten derden, Het weeder intrekken van de vermeerdering van 100. thaijn „len in de Jaarlijkse fassak, aan de Commissarissen in A„o 1785. Conditioneel toegelegd. Ten vierden, Dat er door de Comp=e geen moeijte zoude gedaan woo„ „den om zoggevellen te erlangen en herwaards te zenden. — Ten vijfden, Dat er geen taffachalassen behalven eenige weijnige voor de schenkagie stonden aangebragt te worden. Ten zesden, Dat er Jaarlijks in weerwil van hun Verboo 20 â 2. duij„ „zend ductons stonden aangebragt te worden. — Buijten nog zoodanige andere schik kingen, als uw Wel 2d. groot agtb: ter vermindaring van de Lasten en Omslag op dit Comptoir zouden dienstig oordeelen, wijl dan tog op een overtuijgende wijse blaek, dat er van de Japanders zijde geen beeterschap in den handel te wagten is, En uw Hoog Edelheedens zig dus in de noodzakelijkheijd bevonden die zelfs te soeken. — alle welke gevolgen en nadeelen zij dierhalven aan hen zelven alleen zou¬ „den moeten wijten, wijl dit alles hen door den Eersten Teekenaar zoo lang en dikwerf voorgesteld en op het plagtigst met allen ernst betuijgd was. - Laatende teffens die Heeren Verwittigen dat wij morgen weeder een nader versoek schrift aan den gou„ „verneur zouden presenteeren. § 24

NL-HaNA_1.04.02_3816_0191 view scan ↗

English

163. and Lord 179 3rd part Batavia Which emphatic warning had the consequence that the First Signer received news again on the 20th of October that the Governor had indeed intended to return the petition, but that the Commissioners, money-chamber servants, and Reporter-Burgomasters had prevented this by representing what is mentioned above, and had so earnestly requested the Governor to nevertheless look upon this with a favorable reflection. Section 25. These new negotiations, continued with as much emphasis and vigor as they had been started with seriousness and zeal, promised something good and finally caused our hope to revive a little again. At least the repeatedly mentioned Siubij secretly reported to the First Signer a few days thereafter that the article regarding the increase on powdered sugar, which was the heaviest matter among the Japanese, had already been pushed through, though not according to the request for always, but was to be granted only for three years. But that all trouble to have the ducatons accepted would be in vain, as it had been firmly decided not to accept more than 7500 pieces this year, and that the plan regarding the cloves would probably not go through either. Section 26. But a new incident and change in the course of affairs forced the First Signer once again to shift his batteries, to break off these latter negotiations, and to resume and pursue the first broken-off ones. For the Governor, who was released from his arrest on the 13th of October, though as is said will have to account for himself further in Jedo, having spoken extensively with the incoming Governor about the questionable case regarding the junk without a pass and having informed him of everything, Commissioner Fannemon thereby also had the opportunity to make his case good and restore his credit, while His Honor in the meantime had also renewed the friendship with the first confidant Monsuro. The said Commissioner then offering to the First Signer to continue the suspended negotiations again through the help and means of Monsuro, although he added at the same time that he did not believe he could make everything succeed to satisfaction, because this Governor was much more obstinate, less favorable to foreigners, and by far not as accommodating as the previous one, and because of the prevailing hatred and envy among the interpreters, especially between Monsuro and Siubij, which latter is very embittered against the first-named because he jumped over his head in the promotion to chief interpreter, and it being impossible to keep both these negotiations going at the same time, 165. 3rd part 179 Batavia he decided to let the one started with Siubij gradually slacken, yet, to avoid dissatisfaction which in the present circumstances of the times could only be detrimental to affairs, not to break it off suddenly, and to resume his first negotiations with Fannemon and Monsuro, and to push them through with all vigor. To which the First Signer turned all the sooner, both because this Monsuro, after the renewal of friendship with Fannemon, now again mostly played the leading role in the college of interpreters, and because he was informed that this interpreter, in a secret conference held one of these days between the Governors, Ottona masters, and Commissioners concerning the subject of our requests and other arrangements regarding our trade and about the list of goods imported in former times with the new prices handed over by the First Signer during the quiet period, on account of his experience and knowledge in the affairs, besides the old Kosak, had been chosen by the Ottona masters and proposed to the Governors to consult with us about the one and the other, to present the thoughts and questions of the Governor to us and to report back the answers thereto, and to that end had been present with the said Kosak at that conference. Section 27.

Dutch transcription

163. en Heer 179 3part Batavia welke nadrukkelijke vaarschouwing van dat gevolg was, dat den Eersten Teekenaar op den 20:e October weeder narigt kreeg, dat de Alting gouverneur wel van intentie geweest was om het versoek schrift te rug te geeven, dog dat de Commissarissen, geldkamer bediendens benevens en Rapporteurs Burgemeesters dit door het voordraagen Heeren van het hier booven vermelde teegen gehouden en den gouverneur zoo ernstig versogt hadden, hier op tog een gunsti„ udie „ge reflexie te willen slaan. §. 25. Deeze nieuwe onderhandelingen met zoo veel nadruk en Heeren, kragt voortgeset, als zij met ernst en iever begonnen waaren, beloofden dan ook eenig goeds en derden ten laatsten onse hoop weeder, een weijnig opwakkeren; ten minsten berigte meermelde van oorloge de Orangetaakt siubij weijnig dragen daarna heijmelijk aan den Eersten Teekenaar, lheden in copie aan te bieden dat het articul der verhooging op de poeder Suijker, 't welk Artillerije alhier Iohan bij de Jupanders het zwaarste was, reeds was door ge drongen, dog ring van de 26. –. pes. ijzeren niet ingevolge het Versoek, voor al thoos, maar alleenlijk voor drie nie zijn ontvangen; naamelijk Jaaren geaccordeerd stond te worden. — Maar dat alle moeijte om de ducatons te doen aanneemen vergeefs zoude zijn, wijl vas te„ „lijk beslooten was dit Jaar niet meer dan 7500. p„s te accep„ „teeren, en dat het plan omtrend de Nagulen waarschijnlijk ook Heer Capitein Reijnbende niet doorgaan zoude. — Ed. , volgens Uwer Hoog= Januari laastleden genegen aame stukken kunnen in'tleveren. Uw alzoo de Heer wierrs, commandant en chef van ijdgebiedende Heer, s Lands § 24. F 26 S. 26. — Maar een nieuw incedent en verandering in de loop der zaaken noodsaakte den Eersten Teekenaar andermaal zijne batterijen te verleggen en deese laatste onderhandelingen afte breeken en de eerste af„ „gebrookene weeder op te vVatten en te vervolgen, want de gouvernaa die den 13:e October uijt zijn arrast ontslaagen was /: dog zoo als gezegd word zig nader in Jedo zal moeten verantwoorden:/ breedvoerig met den aankomenden gouverneur over het questieuse geval omtrend de Jonk zonder pas gesprooken en hem van alle onderrigt hebbende, had de Commissaris Fannemon daar door ook geleegendheijd om zijn zaak goed te maaken en zijn Crediat te herstellen, terwijl zijn Ed: intusschen ook weeder met den Eer„ „sten vertrouweling Monsuro de Vriendschap vernieuwd had. - ge¬ „melde Commissaris den Eersten Teekenaar dan laatende aan bie den om de gestaak te onderhandeling weaeder door behulp en middel van mon„ „suro voor te zetten/: schoon hij er teffens liet bij voegen dat hij niet gelo „de alles nagenoegen te zullen kunnen doen slaagen, wijl deese gouverneur veel eijgensinniger, den vroamdelingen min gunstigen op verre na zoo inschikkelijk niet was als de voorige :/ en Oms: heerschende haad en nijd onder de tolken, voor al tusschen Monsie en siubij, welke laatste zeer toegen den eerst genoemden verbitten is, om dat hij ham in de optroeding tot oppertolk booven het hoofd is gespongen beijde dese onderhandelingen met geen mogelijkheijs te gelijk 165. 3part 179 Batavia G gelijk kunnende gaande houden, besloot hij da met sun bij, aange„ „gaane langsaamerhand te laaten verflauwen, dog ter vermijding van ongenoegen, dat in de teegenwoordige tijds omstandigheeden niet dan Zlling; nadeelig voor de zaaken konde zijn, niet eensklaps afte breeken, en zijne eerste onderhandelingen met Fannemon en Monsuro benevens weeder te aanvaarden, en met alle keragt door te zetten; waartoe de Eersten Hbeeren Teekenaar deste eerder Overjing, zoo om dato deese Monsuro na de Judie vernieuwing der Vriendschap met Fannemon nu woeder meerendeels ijdgebiedende Heer, op het solken Collagie de hoofdrol speelde, als om dat hij onderrigt was, dat deese taalsman in een, deeser daagen gehoudene geheijme Heeren, Conferentie, tusschen de gouverneurs, Roeken meesters en Commis„ „carissen, over het suget onser versoek en en andere schikkingen om„ strend onsen handel en over de Notitie de in voorige tijden aangebrag„ van oorloge de Orangekaal „te goederen met de nieuwe prijsen, door den Eersten Teekenaar in de lheden in copie aan te bieden stille tijd overgegeeven, om zijne geverseerdheijd en kundigheijd in de Artillerije alhier Iohan ding van de 26. –. ps. ijzeren zaaken, beneffens den ouden kosak door de Roekenmeesters „„nie zijn ontvangen; naamelijk verkooren en aan de gouverneurs voorgedraagen was, om over het een en ander met ons te raadpleegen, ons de gedagten en vraagers van de gouverneur voor te houden en de antwoorden daar op weeder over te brengen, en ten dien eijnde met genoemdekosak bij die Conferen„ Heer Capitein Reijnbende atie teegenwoordig geweest was. — 2d. , volgens Uwer Hoog Januari laastleden genegen vaame stukken kunnen in'tleveren: Ew altoo de Heer merts, commandant en Rhef van en Heer slands §27.

NL-HaNA_1.04.02_3816_0194 view scan ↗

English

On the 27th, Monsurs also came with Kosak, with whom he had now associated himself, to secretly inform the Chief Draughtsman that the governors, genuinely concerned about the condition of the money chamber, had decided in the aforementioned secret meeting not to reject our requests entirely, but to grant them partially and as far as possible for them, provided that the Dutch chiefs would accept and promise that next year the demand of the Japanese would be fully satisfied. To which was answered that this did not depend on us, but on our lords and masters, the Noble High Indian Government, and that we could not express ourselves on the matter before we had seen the demand; but that, if the governor granted our requests and proposals and acted communicatively in setting the demand, we would then endeavor to arrange everything as much as possible to the satisfaction of his Honor and the money chamber, and would propose such to our lords and masters. Furthermore, they informed the Chief Draughtsman, as Suijbij, according to paragraphs 23 and 25, had also done a few days ago, that no more than 7,500 pieces of the arrived ducatoons would be accepted for this year's trade, and the remainder would have to serve for the trade of the following year. At this he expressed his utmost astonishment and forcefully pointed out to them that he was not aware of anything other than that in the previous year the number had been fixed at 15,000 pieces, and that we had also communicated this as such to our lords and masters, and therefore it was most unreasonable to make cavils about it now that significantly fewer than that number had arrived, especially since nothing had been mentioned of it when the prices were stated. That it was indeed true that on the 4th of December, together with the imperial demand, a document had been offered to him, whereby the number of ducatoons to be brought henceforth was fixed at 7,500 pieces, but that he had not accepted this, but returned it with expressions of great dissatisfaction and strong protests, as he, having no knowledge of any further negotiations or stipulations, maintained that it had to be 15,000 pieces, as was known from the Company's papers; to which protests and the return of that document he now further referred. Requesting therefore to earnestly urge the Commissioner Tannemon to bring about that the full quantity would be accepted. Paragraph 28. On the 2nd of November, the Chief Draughtsman again secretly received report from the aforementioned interpreters that some of the articles mentioned in paragraph 7 would be granted by the governor, though not in all respects fully according to the desire and demand of the Chief Draughtsman, namely: That the price of sugar was to be increased to 7 taels per picul for this and the two following years. That the price of ray skins would also be increased, though, how much not yet being definitely determined, this would be given in more detail at the public announcement. And that the demand for tin and lead, according to what had already been announced before and mentioned in paragraph 14, would also be significantly reduced, as it was impossible to raise the price of these articles without special prior knowledge and permission from the court, and thus the reduction of their demand was the only thing they could do in that regard, requesting at the same time to bring sugar and sappanwood in their place as much as feasible. However, that the article of cloves still met with much difficulty, as the opinions of this governor and the new account masters who arrived with him differed greatly from those of the money chamber servants, the latter being very inclined to embrace the proposal made, while the former were of the opinion that such a large quantity of that product could not easily be sold in this empire

Dutch transcription

Den 27: kwam, dan ook Monsurs met Kosak /:die hij zig nu g: rasseciaard had:/ den Eersten Teekenaar in stilte berigten, dat de gouverneurs weezendlijk bekommard over de toestand van de geldke„ „mer, in het hier boven gemelde geheijme besoigne beslooten hadden, om onse versoeken niet geheel van de hand te wijsen, maar gedacktelijk en zoo vaal als hot hen moogelijk was in te willigen indien de Hollandsche opperhoofden aanneemen en belooven wille dat aanstaande Iaar de Eijsch dat Japanders volkoomen vol„ „daan zoude worden, waarop antwoorde wat zulks niet van ons maar van onse Heeren en meesters de Edele Hooge Indiata Regearing dependeerde en ons daar over niet kunnen uijt laa¬ 3 „ten, voor dat wij den Eijsch gesien hadden, dog dat wij, indien de gouverneur onse versoeken en voorslaagen in willigde en in het son „meeren van den Eijsch Communicatief te werk wilde gaan, als dan tragten zouden, alles zoo veel moogelijk ten genoegen van zijn Ed: agtb: en de geld kamer te schikken en onse Heeren en maak 8 „ters zulks zouden voordraagen. — Voorts berigte den zij den Eersten Teekenaar /: zoo als suijbij blijkens §23 an 25, voor een „ge daagen ook reeds gedaan had:/ dat er niet maar dan 7500 ps van de aangekomene ducatons voor den handel van dit Jaar aange„ F 27. „noomen 167 179 3part Batavia vroomen zouden worden, en de Overige tot den handel van het volgende Jaar zouden moeten dienen, waar over hij zijn uijterste verwondering Aolting te kennen gaf en hen op het kragtigste voorhield, dat hem niet anders bewust was, of in den voorleeden Jaars was het getal op benevens 15000 p„s bepaald, en dat wij zulks ook zoodaanig aan onse Heeren Heeren en meesters bedeeld hadden, en het dus aller onreedelijkst was, dn Judie thans nu er nog merkelijk minder dan dat getal waaren aangekoomen, daar over Captie te maaken, te meer daar er bij het opgaeven der prijsen ijdgebiedende Heer, niets van gerept was. — dat het wel waar was, dat hem op den 4=e december te gelijk met de Keijzerlijke Eijsch een geschrift was Heeren, aangebooden, waar bij het getal. der voortaan aan te brengene ducatons op 7500: - bepaald wierd, dog dat hij zulks niet aange„ van oorloge de Orangekaal „noomen, maar met betuijgingen van groot ongenoegen en starke lheden in copie aan te bieden protesten te rug gegeeven had, wijl hij van geen nadere Onder„ Artillerije alhier Iohan „handelingen of bepaalingen kennis draagende staande hield, ling van de 26. –. pes. ijzeren dat het 15000. p„s moest weesen, zoo als bij Comp„s papieren „nie zijn ontvangen; namelijk bekend stond; op welke protesten en te rug gaave van dat ge„ „schrift hij zig thans naader beriep. — Versoekende dierhalven den Commissaris Tannemon ernstig aan te spooren, om te bewerken, dat de volle quantiteijt geaccapteerd wierd. - Heer Capitein Reijnbende § 28. 2d. , volgens Uwer Hoog Den 2:e November heroog den Eersten Teekenaar weeder in 't geheijm Januari laastleden genegen berigt raame stukken kunnen in'tleveren. Ew alzoo de Heer Merts, commandant en chef van en Heer slands berigt door de booven gemelde Tolken, dat eenige van de bij s 7. vermelde articulen door de gouverneur in gewilligd zouden worden, schoon niet in alle opsigten ten volben na de begeerte en Eijsch van den Eersten Teekenaar, Namentelijk. Dat de poijs der Cuijker tot 7 thaijl per picol Verhooge stond te vorlen voor dit en de twee volgende Jaaren. Dat de prijs der Roggevellen ook verhoogd zoud worden, dog hoe veel nog niet zeeker bepaald zijnde, zulks nader bij de opentlijke bekendmaaking zoude opgegeven worden. En dat den Eijsch van het thin en Lood, volgens hot te vooren reed aangekondigde en bij § 14. vermelde, ook merkelijk zoude vermin„ „derd worden, wijl het onmoogelijk was om zonder speciaale voor kennis en toelaating van 't stof de prijs deeser articulen te verhoogen, en dus de vermindering van dies Eijsch het eenigste was, dat zij daar omtrend doen konden, versoekende teffens zoo veel doenlijk in dies plaats suijker en sappanhout aan te brengen. — Dan dat het articul der Nagtelen nog veel zwarigheijd Vond¬ wijl de gevoelens van deese gouverneur ende met hem aangekoomend nieuwe Rakenmeesters grotelijks verschilden met die van de geld Kaame bediendens, zijnde de Lootste zeer geporteerd vm de gedaane propositie te amplacteeren, terwijl de Eerste van Opinie waaren, dat er zoo en groote quantiteijt van dat profuct in dit Rijk niet wel te slijtens zoude

NL-HaNA_1.04.02_3816_0197 view scan ↗

English

would be, without a noticeable drop in its price; but that they were currently busy with the Chinese, to see whether they could not dispose of a good portion of it to them annually, in which case this would also be immediately approved and permitted. However, that the full acceptance of the ducatoons would not go through at all, because the governor, no matter how much Commissioner Fannemon had argued for it, remained persistent in his decision to accept only 7500 pieces for this year and to let the remaining 3432 pieces serve for the trade of the following year; and the said Commissioner therefore advised us to acquiesce in this, since all efforts would be in vain anyway, and too strong an insistence on this might sometimes hinder and prejudice the granting of the other requested and almost settled articles, indeed possibly overturn them completely again. Furthermore, that the governor would gladly work communicatively with the chiefs in drawing up the demand, and requested His Honour, to that end, to provide on a slip of paper from our side what goods we thought could be brought next year, as well as the quantity thereof, and the latter especially with regard to the sugar and the sappanwood. Which interpreters the First Signer sent back with the answer that, however agreeable the first three articles were to us, we nevertheless, as long as the article of the cloves was not settled, could not express ourselves on this latter matter nor enter into any arrangement or negotiation regarding the demand; but that, this being also arranged and agreed upon, we were fully prepared and ready, while awaiting the approval and further ratification of our Lords and Masters, to arrange everything as much as possible to the satisfaction of the Japanese. But that, notwithstanding the advice of Commissioner Fannemon, we could not acquiesce in the non-acceptance of the ducatoons, but had to continue protesting against it. Furthermore, the said interpreters related that the Court, upon the complaints of the governors about the poor condition of the treasury, had remitted 15000 coubangs or half of the hitherto customary annual tribute to the Emperor, and also that the salaries and income of all interpreters and servants down to the lowest messenger were noticeably reduced and curtailed. Which remission of 15000 coubangs annually has brought considerable relief to the treasury and gives hope that within a few years, if the trade of the foreigners goes favourably, it will be restored to its former prosperity. Section 29. On the 4th of this month, they came once again to confer privately with the First Signer about the article of the cloves, about the demand, about the ducatoons, and about the note—already delivered to the treasury during the quiet season and cited here above in section 9—of many merchandise brought here in earlier times by the Company, with the new prices that the said First Signer now demanded for them; whereupon it was again presented to them that first the arrangement concerning the cloves had to be settled and concluded before one could proceed to other matters, with the solemn declaration that, in the event of failure or refusal thereof, they should not flatter themselves with the complete fulfillment of their demands and the annual sending of two ships, since the slight increase on the powdered sugar and ray skins and the reduction of the demand for tin and lead alone were not sufficient to encourage the Company to accommodate itself to the caprice and arbitrariness of the Japanese, but that they, on the contrary, had certainly to fear and expect all the unpleasant consequences mentioned here above in section 23 of the displeasure of the Noble High Indian Government, which he once again emphatically pointed out to them one by one; the more so since not accepting all the ducatoons, which was a clear sign of their unreasonableness, would not a little increase this displeasure of Your High Honours. The First Signer having subsequently been busy daily with the negotiations on the subject of the cloves, wherein he incessantly urged a speedy conclusion of matters, since, due to the advancing time, he could no longer delay the preparation of the Company's papers, finally on the 16th of this month both Commissioners and the two Reporting Burgomasters came openly to announce to us, on behalf of the governor, what was privately meant on the 2nd with regard to the price increase on the powdered sugar for three years and the reduction of the demand for tin and lead, and further to make known that the price of ray skins, 1st and 2nd sort, was increased by 2 maas or 6 3/5 stuivers per piece each. However, that in the proposition to import annually thirty thousand catties of cloves above the ordinary quota of 10000 catties, instead

Dutch transcription

169. 179 Batavia en Heer zoude zijn, zonder een merkelijke daaling van dies prijs: dog dat men thans met de Chineesen beesig was, om te zien of men aan dezel„ de Iaarlijks niet een goed gedeelte daarvan de bitaeren kon, in welk Klling; geval dit ook aanstonds goedgekeurd en toegestaan zoude worden. — Maar dat de volle acceptatie van de ducatons in 't geheel niet benevens door zoude gaan, wijl de gouverneur, hoe zeer de Commissaris Fanne„ Heeren „mon daar ook voor gerieverd had, bleef persisteeren bij zijn genoo„ Jndie „men besluijt om voor dit Jaar slagts 7500. p„s ten accepteeren en de Overige ijdgebiedende Heer, 3432 p„s voor den handel van het volgende Jaar te laaten strekkan en gemelde Commissaris ons dus liet aanraaden, om hier in te Heeren berusten, wijl tog alle poogingen vergeefs zouden zijn, en een al te sterke aandrang hier op, somwijlen de inwilliging der andere versogte en bijna afgeduane articulen belemmeren en benadaelen, van oorloge de Orangekaat Iaa mogelijk weeder geheel Om verwerpen zouden. — lheden in copie aan te bieden Voorts dat de gouverneur gaarne in het opmaaken van den Eijsch Artillerije alhier Iohan ling van de 26. –. pes. ijzeren communicatief met de opperhoofden te werke wilde gaan; en „rie zijn ontvangen; maamelijke versogt, zijn E: agtb: ten dien eijnde van onze zijde eens op een klud„ „se te willen opgeeven, walke goederen wij dagten, dat aanstaande Jaar zouden kunnen aangebragt worden, als meede de quantiteijt der„ „selve, en dit laatste vooral ten opsigten van de suijker e 't Sappanhoute - Heer Capitein Reijnbende 8d. , volgens Uwer Hoog Welke Januari laastleden genegen raame stukken kunnen in'tleveren: Ew alzoo de Heer Werts, Commandant en cheff van 3part sLands welke talslieden den Eersten Teekenaar te rug sond mat ant„ „woord, dat hoe aangenaam ons ook de drie eerste articulen waaren, wij echter, zoo lang het articul der Nagulen niet gereguleerd was, ons over dit laatste niet uijtlaaten en nopens den Eijsch in geen schikking of onderhandeling tweeden konden, dan dat wij, dit meede geschikt en geaccordeerd zijnde, Volvaarig en bereijs waarm Om onder inwagting van de approbatie en nadere ratificatie van onse Heeren en Meesters alles zoo veel doenlijk tot genoegen der Japanders in te rigten: Dog dat wij niet teegenstaande deraad van den Commissaris Fannemon in het niet accepteeren van de ducatons niet konden berusten, maar daar teegen moesten blijven protesteeren. — Wijders Verhaalden gemelde Tolken dat het Hof op de klag „ten der gouverneurs over de slogte toestund der geld kamer, aan dezelve 15000. Coubangs of de helft van de tot hier toe gewoon Jaarlijksche opbreng aan den keijzer, heeft kewijd gescholden, als meede dat de gagien en inkomsten van alle Tolken en Bedianden tot de geringste boodschapper toe markelijk verminderd en besnoeij waaren. — Welke remissie van 15000. Coubangs Jaar„ lijks, de geldkaamer een Considerabele verligting heeft toe¬ „gebragt en hoope geeft om binne Weijnige Jaaren, als den 171 179 Batavia in Heer der handel der vreemdelingen voordeelig grat, weeder in haar voorige bloeij hersteld te worden. — § 29. Den 4:e deeser maand kwaamen zij nogmaals den Eersten Teeke„ benevens „naar in stilte Onderhouden over het articul dar van de Nagulen, Over den Eijsch, over de ducatons, en over de in de stille tijd reeds aan de Heeren geldkamer afgegevvene en hier voor bij § 9. geciteerde Notitie Judie van veele koopmanschappen in troegere tijden alhier door de Comp=e ijdgebiedende Heer, aangebragt, met de Nieuwe prijsen die gem: Eersten Teeke„ „naar thans daar voor vorderde, waarop hen alweeder voorstelee; Heeren, dat de eerst de schikking Omtrend de Nagulen moest afgehan„ „deld en geslooten worden, voor men tot andere zaaken konde Overgaan, Onderplegtige betuijging, dat zij, bij mislukking of van oorloge de Orangekaat Weijgering van dien, zig niet moesten flatteeren met de rheden in copie aan te bieden volkoomene voldoening hunner eijschen en de Jaarlijkschek Artillerije alhier Iohan aansending van twee scheepen, wijl de geringe verhooging op ling van de 26. –. ps. ijzeren de poeder Suijker en Roggevellen en het verminderen van den „nie zijn ontvangen; naamelijk Eijsch van het thin en lood alleen niet genoegsaam waaren Om de Comp=en te arimeeren, om zig na de zinnelijkheijd en wille keurigheijd der Japanders te schikken, maar dat zij in teegendeel alle de hier vooren bij § 23. vermelde onaangenaame Heer Capitein Reijnbende d. , volgens Uwer Hoog- Januari laastleden genegen raame stukken kunnen in'tleveren. Uw alzoo de Heer wierts, Commandant en chef van gevolgen Alting 3part s lands gevolgen van het ongenoegen der Edele Hooge Indiasche Regee„ „ring, welke hij hen nogmaals, een voor een, nadrukkelijk voor„ „hield, voor zeeker te dugten en te verwagten hadden. — te meer daar het niet accepteeren van alle de ducatons, het geen een duijdelijk blijk hunner onhandelbaarheijd was, dit ongenoepen uwer Hoog Edelheedens niet weijnig vermeerderen zoude. Den Eersten Teekenaar, vervolgens nog daagelijks beesig ge„ „weest zijnde met de onderhandelingen over het supt der nagulan, waarbij hij onophoudentlijk op een spoedige afdoening van zaaken aandrong, dewijl hij mits de verinschietende tijd, met het Vervaardigen van Comp„s papieren niet laniger draalen kon, kwon „men eijndelijk den 16: deeser de beijde Commissarissen en de twee Rapporteurs Burgemeesters ons uijtnaam des gouver¬ „neurs, het op den 2=e in 't geheijm bedoelde ten aansien van de prijs verhooging op de poeder suijker voor drie Juaren en het verminderen van den Eijsch van Thin en Lood, opentlijk aankondigen en voorts bekendmaaken, dat de prijs der Reg„ „gevellen 1=e en 2=e soort, iader 2 maas of 6 3/5 stuijvers per pees Verhoogd was. — Dan dat in de propositie om Jaarlijks dertig duijzend Catges garioffel nagulen booven de Ordinaire tax van 10'000. Catjes, in 130. steede

NL-HaNA_1.04.02_3816_0201 view scan ↗

English

173 179 Batavia instead of accepting ducatons, could not yet be granted for this year, because such a large quantity could not be sold in this Empire without a noticeable fall in its price; but that the Governor had made every effort to have the Chinese accept annually a good quantity of that product, or else of its oil, the distillation of which had been attempted here with good success, but that the Chinese Captains could not yet state definitively on this matter for the present, but had undertaken to give a positive answer upon their return in the coming spring, and it would therefore depend on that answer whether this proposal could be brought about in the following year; While in the meantime 7500 ducatons, but no more, would again be accepted next year, including the 3432 that arrived this year above that number, which the Governor absolutely refused to accept in trade at present and which must thus remain here in the treasury. — Yet, in order not to reject entirely the greater acceptance of the cloves, the Governor consented to accept 15000 Catjes of cloves annually if 1300000 Catjes of powdered sugar were sent, but if less sugar were sent, also pro rata fewer cloves, and if less than 1200000 Catjes of sugar were brought, no more than 12000 Catjes of cloves, being thus, whenever it pleases Your High Nobilities to give them full satisfaction regarding the powdered sugar, 5000 Catjes or 6043¾ lb, and otherwise 2000 Catjes or 2417½ lb above the quantity contracted in the year 1784. — Furthermore, that no price increase could be granted on the Siamese sappanwood, nor on the Taffachelassen, because the price thereof was fixed for 15 years by the Contract of the year 1784; and no credit could be granted this year either, because of the scarcity of money for the treasury; but that the Governor, on the other hand, in order to procure some equivalent for the Company for the requests and proposals of the First Signer not having turned out satisfactorily, had decided to demand nothing in gifts this year and to forbid the same also to all the other gentlemen Regents of Nagasaki, and subsequently to bring it about at court that those demands for gifts be henceforth forbidden and abolished forever, whereby the Company will thus save a considerable expense item annually (which this year alone amounted to ƒ13727: 8: 8). — Further, they handed over to us the Note of diverse merchandise mentioned herefore in paragraph 29, which was now reduced by them to a few items, with the notification that the Governor permitted, if it pleased and suited the Noble High Indian Government, to send some of these items for the prices given in that Note, to let such serve instead of the ducatons mentioned hereinbefore, either in whole or in part. The Governor, in conclusion of all this, had it presented to us that the price of copper and camphor here is never raised, although the treasury loses considerably thereon and the Company on the other hand annually requests a price increase on its goods, which, especially now in the bad condition of the treasury, could not be called all too reasonable, and might well be taken into consideration. — This being all that unceasing efforts and a zealous care for the Company's interests this year, through the unfortunate incident of the Governor's arrest, have been able to effectuate, we hope that Your High Nobilities are satisfied therewith and will be content with this. — Finally, we find ourselves obliged to bring to the respected notice of Your Honorable Greatly Respected, that the Imperial Accountant secretly had offered to the First Signer on the 10th of July

Dutch transcription

173 179 Batavia steede van ducatons te accepteeren, voor dit Jaar nog niet kon bewil„ „ligt worden, om dat zoo een groote quantiteijt niet zonder een merke„ „lijke daaling van dies prijs in dit Rijk te slijten was; dog dat de Gou„ Klling, „vernaur alle moeijte gedaan hadde, om de Chineesen Iaarlijks een goede par„ „thij van dat product, dan wel derselver olij, welkers stooking men alhier benevens met goed succes getenteerd had, te doen accepteeren, dan dat de Chi„ Heeren „neesk Captijns zig voor als nog hier over niet bepaaldelijk konden udie uijt laaten maar aangenoomen hadden, om bij hunne te rug komst in het aanstaande voor Jaar daarop positief antwoord ta geaven, en het over„ ijdgebiedende Heer, „sulks van dat antwoord zoude afhangen of deesen voorslag in het 1 volgende Jaar tot stand gebragt kon worden; Terwijl intusschen aanstaande Jaar weeder 7500. ducatons, dog ook niet meer, zouden geaccepteerd worden, de 3432, die deesen Jaare booven dat getal zijn aangekoomen, welke de gouverneur van oorloge de Ovangekaarl volstrekt waijgerde thans in den handel te accepteeren en dus al¬ lheden in copie aan te bieden Artillerije alhier Iohan „hier in de geld kamer verblijven moeten, daar onder begreapen. — ling van de 26. –. ps. ij zeven Dog dat de gouverneur om de meerdere acceptatie van de guri„ „rie zijn ontvangen; neemelijk „offel nagulen niet gehael van de hand te wijsen, bewilligde om Jaar„ „lijks, alser 1300'000. Catjes poeder suijker wierd aan gesonden, 15000. Catjis nagulen te accepteeren, dog minder suiker aange„ „sonden wordende ook pro rato minder nagulen en zoo er beneeden Heer Capitein Reijnbende de 1200'000. Catjes suijker wierd aangebragt niet meer dan 8. , volgens Uwer Hoog 12000 Januari laastleden genegen aame stukken kunnen initleveren. Ew alzoo de Heer Werts, Commandant en Reff van en Heer 3part Heeren, s lands 12000. Catjes nagulen, zijnde dus, wannaer het uw Hoog Edelheedens behaagd, hen omtrend de poeder Suijker volleedig genoegen te geeven, 5000. Catjes of 6043¾ lb, en anders 2000. Catjes of 2417½ lb. boo„ „ten de in A„o 1784. gecontracteerde quantiteijt. — voorts dat op het Siams sappanhout als meede op de Taffachelassen geen prijs verhooging hon worden toegestaan, om dat de poijs daar van bij hiet Contract van Ao: 1784. Saek voor 15 Jaaren bepaald was; En deeser Jaare ook geen Craedict Verleend kon worden om de schaarsheijd van geld vorde geld kamer; maar dat de gouverneur daar en teegen, om de Comp:e een „ger maats een equitalent te bedorgen voor het niet nagenoegen uijt„ „gevallen van de versoeken en proposities van den Eersten Teekenaar beslooten had, om deesen Jaare niets in geschenk te eijschen en zulke ook aan alle de verdere Heeren Hangazac hijsche Regenten te verbieden, en vervolgens ten hoove te zullen bewerken, dat die Eijschen van geschenk voortaan voor althoo terbooden enafgeschaft wirden Waar door dus de Comp=s Jaarlijks een merke lijke last post (: die dit Jaar alleen ƒ13727: 8: 8. bedrangen hoeft. / zal uitwinnen. — Wijders overhandigden zij ons de hier vooren bij §. gen 29. vermelde Notitie van diverse koopmanschappen, die nu door hen tot op eenig Weijnige articulen gereduceerd was, met aansegging dat de goleverin toestond om, indien het de Edele Hooge Indiasche Regering behoog„ „de en Convenueerde,enige deesen articulen voor de bij die Notitie op gegeevene 175. 179 Batavia n Heer opgegevene prijsen aan te zenden, zulks te laaten strekken in steade van de hier booven vermelde ducatons, 't zij in 't geheel dan wel ten deele. Laatende ons de gouverneur, ten besluijte van dit alles, benevens voorhouden, dat de prijs van 't kooper en de Camphur alhier Heeren nimmer Verhoogd word, Schoon de geld kamer daar op marke¬ udie „lijk verliest en de Comp:e daaren tregen Iaarlijks om prijs verhooging op haare goederen versoekt, het geen, voor al nu, in de slegte toestand ijdgebiedende Heer, der geldkaamer, niet al te reedelijk kongenoemd, en wel in Consi¬ „deratie mogt genoomen worden. — Fo. 31 Dit dus alles zijnde wat onophoudentlijke poogingen en eene van oorloge de Orangetaat iesverige behartiging van Comp„s belangens deese Jaare, door het lheden in copie aan te bieden facheuse toeval van het arrest des gouverneurs, hebben kun„ Artillerije alhier Iohan d „nen effectueeren, hoopen wij dat uw Hoog Edelheedens daar ring van de 26. –. pes. ijzeren over voldaan zijn en hier meede wel genoegen neemen zullen. — „rie zijn ontvangen; namelijk Eijndelijk vinden wij ons verpligt uw Wel Ed: groot agtb: ter gereerde 8 kennisse te brengen, dat de Keijzerlijke Reekenmeester op den Heer Capitein Reijnbende 10:e Julij aan den Eersten Teekenaar heijme lijk heeft laaten aan„ 8. , volgens Uwer Hoog „bieden Januari laastleden genegen aame stukken kunnen in't leveren: Ew alzoo de Heer Wierts, Commandant en Reff van Fo. 32 Heeren, Aolting Apart 's lands

← previousnext →