Inventory 3816
Japan · 998 pages · 253 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
offered to help procure for the Company again the former quota of 11000 boxes of copper, if he wished to contract with His Honour to bring annually, for the amount of those increased two thousand boxes, as much of the merchandise in demand here; to which served as an answer, that this offer was very kind and for which he thanked in the most amiable manner, but would negotiate further about this with His Honour when His Honour pleased first to make his intention known more clearly and distinctly concerning the conditions on which this permission should take place and what goods would have to be brought for it, requesting therefore that he would please come to confer with the said First Draftsman about this if possible. Yet since then nothing further has been mentioned of this on the part of the Accountant, and by virtue of Your High Nobilities' revered order of the Year 1781 on this project, we have also not dared to bring this to the table again. § 33. Having herewith concluded everything that has any relation to trade and our operations, we request with all respect to honour all this with Your Right Honourable and High Esteemed approval, while 177. 179 Batavia Japan at the Factory Nagasaki the 30th of November 1788. praying that the Supreme and Most High Lord of the Universe may pour out a generous measure of the choice of His blessings upon Your High Nobilities' Persons, family, and Government, recommending ourselves to Your Right Honourable and High Esteemed powerful protection and remaining with due high respect and veneration. High Noble Stern High Esteemed Far-Ruling Lord, Right Noble Stern Lords, Your High Noble High Esteemed Humble and very Obedient Servants, P. V. Reede tot de Parkeler J. Homberg 179 Batavia To His Honour, The High-Noble High-Esteemed Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, along with The Right-Noble Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble High-Esteemed Far-Ruling Lord, Right-Noble Stern Lords, I have the honour to offer in copy to Your High Nobilities, via the State frigate of war the Oranjezaal which is returning to Batavia, a Report of the Lieutenant and Overseer of the Artillery here, Johan Wilhelm Diehl, regarding the examination and finding of the 26 pieces of iron cannon that were received from the said vessel for the Company, namely: 6 pieces of 6, 8 pieces of 4, and 12 pieces of 1 lb. They weigh together 25268 lb. Captain Reijnbende has, of the fourteen six-pounders that His Honour was inclined to deliver here according to Your High Nobilities' honored separate letter of the 23rd of January last, been able to deliver no more than six serviceable pieces. And whereas Mr. Wierts, Commander-in-Chief of the State's ships in these Regions, besides the 18 pieces of cannon already sent for Riau, namely: 4 pieces of 12, 2 pieces of 8, and 12 pieces of 6 lb., still requires 26 pieces for the new Forts, namely: 8 pieces of 12, 10 pieces of 6, and 8 pieces of 4 lb., while Your High Nobilities write in Your Highest said letter that you will send hither 8 pieces of 12, and 2 pieces of 6 lb., I hope we shall not be blamed that, for the purpose of dispatching 8 pieces of four-pounders to Riau, I have likewise taken them over from the Oranjezaal, in addition to the 12 pieces of one-pounders needed here, and I most humbly request Your High Nobilities that, in advance and in place of the 4 pieces of 12, and 16 pieces of 6 lb. sent to Riau and projected, others of that caliber may be obtained with the promised 8 pieces of 12 and 2 pieces of 6 lb., in order therewith to remount the bastions from which they have been removed. While I remain with the most distinguished high esteem, High-Noble High-Esteemed Far-Ruling Lord, and Right-Noble Stern Lords, Your High Nobilities' very obedient and dutiful Servant, P. G. de Bruijn. Malacca in the Castle, the 29th of May 1788. 181 Secret Batavia To His Honour, The High-Noble High-Esteemed Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, along with The Right-Noble Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble High-Esteemed Far-Ruling Lord, and Right-Noble Stern Lords, § 14. Having replied in our humble letter of the 29th of September 1787 to Your High Nobilities' very venerated Secret letter of the 19th of July prior, we do ourselves the honour of now doing so likewise to those of the 27th of April and the 17th of July of the same year and the 23rd of January of this year. § 15. We consequently send with respect the requested specific Statement of all that was lost at Selangor during the evacuation of the post there, amounting to ƒ 26349. 7. 8., together with a Note of the expenses that the Company has had to expend since the said evacuation, during the blockade, and up to the conclusion of the peace. § 16. The reason for the precipitate departure of the Company's fleet from Selangor remarked upon by Your High Nobilities, shortly after the
Dutch transcription
„bieden, om de Comp: weeder den voorige taf van 11000. kisjes koo„ „per te helpen besorgen, indien hij met zijn Ed: Contracteere Wil„ „de om Iaarlijks voor het bedraagen van die vermeerderde twee duijzend kisjes, zoo veele alhier gewil de koopmanschappen: aan te brenigen; waarop in antwoord gediend heeft, dat deese aanbie„ ding zeer Vriendelijk was en daar op voor op het allerminsaamst bedankte, dog hier over nader met zijn Ed: zoude handelen, wan „neer zijn Ed:s eerst klaarder en duijdelijker desselfs intentie ge„ „liefde te kennen te geeven; omtrend de voorwaardens waar op deeche Vergunning zoude geschieden en wat goederen daar voor zouden moeten aangebragt worden, versoekende dierhalven, dat zijn de des moogelijk met den gem: Eersten Teekenaar daar over eens geliefde te koomen aboucheeren. Dan hier van is zeedert van de zijde des Reekenmeesters niets Jap N meer of na der gewaagd, en wij hebben uijthoofden van uw Hoog Edel„ „heedens gereerde order Van den Jaare 1781. op dit Pirjet„ zulks ook niet weader op het tapijt durven brengen. — § 33. Ho Hier meede alles wat tot den handel en onse verrigtingen eenige relatie heeft afgehandeld hebbende, versoeken wij aller eerbied het een en ander met uw wel Ed: groot agtb: goekekering te vereeren terwijl 177. 179 Batavia Japan ten Comptoire Nangazucxij den 30=e November 1788. iets te van lij uwglgh bidede, dot de opnr e en esteder e Heer van 't Hteel al een ruijme mate van de Keure zijner zeegeningen Alting over uw Hoog Edelheedens Persoonen, familie en Regeering uijt storte, ons in uw: Wel Ed: groot agtb: vermoogende protexie aan„ „beveelen en met de verschuldigde hoogachting en Veneratie verblijven. — benevens Heeren udie Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaare Wijdgebrie den de Heer ijdgebiedende Heer, Heeren WelEdele Gestrenge Heeren UW Hoog Edele Groot Achtbaar heedens van oorloge de Orangekaat Onderdaanige en zeer Gehoorzaame Dienaaren sheeden in copie aan te bieden Artillerije alhier Iohan ring van de 26. –. ps. ijzeren nie zijn ontvangen; naamelijk Heer Capitein Reijnbende 8. , volgens Uwer Hoog Januari laastleden genegen aame stukken kunnen intleveren: Ew alzoo de Heer Wierts, Commandant en Reff van Apart P: V Reede tot de Barkeler F J: Homberg s lands del 179 Batavia Aan zijn Edelheid, Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr: Willem Arnold. Alting, Gouverneur Generaal, benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende eer, Wel-Edele Gestrenge Heeren, Ik heb de eere van me 's lands fregat van oorloge de Orangekaan dat naar Batavia wederkeert, uwer Hoog-Edelheden in copie aan te bieden een Berigt van den Luitenant en Opzigter der Artillerije alhier Iohan Wilhelm Diehl, nopens de examinatie en bevinding van de 26. –. ps. ijzeren canons, die ut den gemelden bodem voor de Compagnie zijn ontvangen; mamelijk 6. –. ps. van 6. –. , 8. —. „ „ 4. –. , en 12. –. „ „ 1. –. lb. zij wegen tezamen 25268. –. lb. De Heer Capitein Reijnbende heeft van de veerdien zesponders, die zijn Ed. , volgens Uwer Hoog Edelheden geëerden aparten brief van den 23. Januari laastleden genegen was hier af te geeven, niet meer dan zes bekwaame stukken kunnen uitleveren: En alzoo de Heer Wierts, Commandant en chef van Apart 's lands 1 's Lands schepen in deeze Gewesten, bij de reeds voor Riouw gezonden 18. — ps. canons, naamelijk 4. –. ps. van 12. –. 2. –. „ „ 8. –. en 12. –. „ „ 6. –. lb. nog 26. –. ps. voor de nieuwe Forten requireerd, naamelijk 8. –. ps. van 12. –. , 10. –. „ „ 6. –. en 8. –. „ „ 4. –. lb. , dan uwe Hoog Edelheden bij Hoogst derzelver gemelden brieft schrijven her„ „waarts te zullen bezorgen 8. –. ps. van 12. –. en 2. –. „ „ 6. –. lb., hoop ik wij niet te zullen misdeid worden, dat ik ter beschikkinge van 8. –. ps. vierponders naar Riouw dezelven mede uit de Orangezaal heb overgenomen, benevens de hier benoodigde 12. –. ps. een ponders, en verzoek uwer Hoog-Edelheden ootmoedigst, om voor af in plaatze van de naar Riouw verzonden en geprojecteerde 4. –. ps. van 12. –. en 16. —. „ „ 6. –. lb. anderen van dat Caliber met de beloofde 8. –. Jps. van 12. –. en 2. –. ps van 6. —. lb. te mogen erlangen, ten einde daar mede de bastions weder te monteeren, van dewelken zij geligt zijn. Terwijl ik met de gedistinqueerdste hoogagting blijf (Onderstond) Hoog- Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel- Edele Ge„ „stringe Heeren, (lager) Uwer Hoog-Edelheden zeer gehoorzaamen en trouwschul„ „digen Dienaar (etekend) P. G. de Bruijn (in margine) Malacca in het Casteel den 29. Mai 1788. Aan 181 Secreet Batavia Aan Zijn Edelheid, Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr: Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal, benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog Edele Groot- Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren, § 14. Bij onzen onderdaanigen van den 29. September 1787 geantwoord hebbende op uwer Hoog-Edelheden zeer gevenereerden Secree, vn „ten brieff van den 19. Iuli bevoorens, geeven wij ons de eere van het nu ook te doen op die van den 27. April en 17. Iuli des„ „zelfden en 23. Ianuari deezes jaars. § 15. Wij zenden dienvolgens in eerbied over de gerequireerde specifique Opgaaf van al hetgene te slangenoor bij de verlaating van de post aldaar verloven is geraakt, bedraagende ƒ26349. 7. 8. , benevens eene Notitie van de onkosten, die de Compagnie sedert de gemelde verlaating, bij de bloquade, en tot het sluiten der vrede heeft moeten ispendeeren. § 16. De reden voor het door uwe Hoog-Edelheden geremarqueer„ „de overlaaste vertrek van Compo: vloot van Slangeroor, kort na het
English
the conclusion of the contract with the king and the grandees of the realm, was the worsening of the illness from which our Commissioner, the Secunde Couperus, was then suffering. And, since he found himself thereby unable to sit up and conduct any discussion, he was also unable to receive the king and his grandees on board the ship Iava in order to take leave of them, as would otherwise have occurred according to the agreement. Section 17. We express our most humble thanks to Your High Mightinesses for sending a copy of the sentence passed against the military Captain Schwijkhard and associates, of which Your High Mightinesses have ordered the Advocate Fiscal to apply for revision; as well as for the communication regarding the disposition made upon the received report of the investigation conducted into the behavior maintained by Captain Abo during the first expedition against Riouw, and for the favorable declaration concerning us regarding the fatal outcome of that expedition. Section 18. Upon considering the received extract from the minutes of Your High Mightinesses' illustrious assembly dated 15 August 1786, stating that since the Gentlemen Majores had been pleased to consent to the proposal made by Your High Mightinesses to grant the soldiers at all the outer factories 3 cans of arrack each month, as well as 1/2 lb. of pepper, 1 lb. of salt, and 1 can of vinegar, and furthermore to have issued to them from the Company's warehouses for moderate use coffee, sugar, and kadjang, all at purchase price, Your High Mightinesses had resolved to give notice of this everywhere, and to introduce the same at Batavia, in so far as it had not yet taken place, from the first of September of the same year, and at the outer factories according to the arrangements to be made in that regard by the ministers and servants, we presumed that we were authorized to introduce the said allowance and distribution directly, and accordingly allowed the same to take effect. However, now that we see from Your High Mightinesses' esteemed remark by letter of 17 July 1787 section 11 that we should have submitted this to Your High Mightinesses beforehand and awaited Your High Mightinesses' disposition thereon, we request from Your High Mightinesses a favorable pardon for our misunderstanding in this matter. Section 19. The Fiscal Thierens, charged with the investigation into the validity of the complaints or grievances of the four Riouw deserters mentioned in Your High Mightinesses' esteemed letter of 17 July section 13, has, by a report received at our session of 26 October 1787 and sent in copy with its appendices to Your High Mightinesses alongside our letter of 28 April last, made known: That the rations had always been properly distributed to the soldiers stationed at Riouw, and whenever certain types of provisions were no longer in stock, they had received cash in lieu thereof; That none of the soldiers had ever complained that they could not manage with 1 rdr. for board money, and that consequently no one had been threatened with arrest or blows over this, nor actually placed under arrest or beaten; That the chest from which opium was stolen not only bore external marks of damage, but also had some pebbles placed inside with seven balls of opium, while an opening was found in the palisade facade wall of the warehouse through which a person could easily pass; That, to compensate for the stolen opium, each of the nineteen European garrison soldiers was charged for 2 rds. and each of the one hundred and forty-three native soldiers for 2 rds. 31 stivers; That six persons testified they had not heard that these soldiers complained about the assessment imposed upon them, but some others testified that such had occurred, and that the Commander Wetter had told them they would get their money back when the thief was discovered; That the Commander Vedder and Fireworker Schutz declared that the Resident Ruhde, having come before the front of the garrison in person, had said that the sentinel men had to pay for the stolen opium, but would receive their money back when the thief was discovered, without anyone having opposed that arrangement then or thereafter; That all the opium, and thus also the burgled chest, had been stored directly in the warehouse upon arrival, whereby it is proven that the theft must have been committed nowhere other than in the warehouse; That, finally, all the soldiers interrogated by the Fiscal had unanimously declared that their monthly wages had been properly issued to them and, so far as they knew, to others as well. And
Dutch transcription
het sluten van het Contract met den koning en de Rijksgrooten, is geweest depevergering der ziekte, waar aan onze Gecommitteerde, de Secunde Couperus, toen laboreerde. En, dewijl hij zig daar door niet in staat bevondt om op te zitten en eenig discours te voeren, heeft hij ook den koning en zijne Rijksgrooten bij zig aan boord van het schip Iava niet kunnen ontvangen, ten einde afscheid van hun te nee„ „men, gelijk dat anders geschied zoude zijn, volgens afspraak. §. 17. Wij betuigen uwer Hoog-Edelheden zeer nedrig onzen dank voor de toezending eener copie van de Sententie, tegen den Capitein militair Schwijkhard c. s. geslagen, waar van Uwe Hoog-Edel„ „heden den Heer Advocaat Fiscaal gelast hebben te komen in revisie; zoo mede voor de communicatie hoedanig op het ingekomen Berigt van het gedaan onderzoek na het gehouden gedrag door Capitein Abo in de eerste Expeditie tegen Riouw gedisponeerd is, en voor de gunstige verklaaring ten onzen opzigte over den fatalen uit„ „slag dier Expeditie. § 18. Bij het ontvangen Extract uit de Notulen van Uwer Hoog -Edelheden illustre Vergadering sub 15. Augs. 1786 gereflecteerd zijnde, dat vermits de Heeren Majores hadden gelieven te bewilligen in het door Uwe Hoog-Edelheden gedaan voorstel, om op alle de Buiten-comptoiren den soldaat toe te leggen 3. —. kannen arrak in ieder maand, gelijk mede -½. lb. Peper, 1. –. lb. zoud, en 1. –. kan azijn, en aan denzelven daar bij nog tot een maatig gebruik in't Comps. pakhuizen te doen verstrekken, koffi; suiker, en Kadjang, het een en ander inkoops-prijs, uwe Hoog-Edelheden verstaan hadden hier van alom kennis te geven, en zulks te Batavia te doen invoeren, voor zoo verre 183. verre hetzelve nog geen plaats vondt, met primo September deszelfden Jaars, en op de Buiten-comptoiren naar de daar om„ „trent te maaken schikkingen door de Ministers en Bedienden, hebben wij vermeend dat wij dit gequalificeerd waren tot de di„ „recte invoering van de gemelde toelage en verstrekking, en dezelve overzulks laaten gevolg, neemen; dan, nu wij uit uwer Hoog- Edelheden geëerde remarque bij brief van den 17. Juli 1787 5 11 zien, dat wij zulks alvoorens aan uwe Hoog-Edelheden hadden moeten voordraagen en daar op HoogEtderzelver dispositie afwagten, verzoeken wij van Uwe Hoog-Edelheden eene gun„ „stige verschooning onzer misvatting in deezen. § 19. De Fiscaal Thierens, belast met het onderzoek na de gegrondheid der klagten of bezwaarnissen van de vier Riouwsche deserteurs, in uwer Hoog-Edelheden geëerden brieff van den 17. Iu„ „li §13 gemeld, heeft bij een Berigt, dat ter onzer sessie van den 26. October 1787 ingekomen, en met dies bijlaagen in copie Uwer Hoog-Edelheden toegezonden is nevens onzen brief van den 28. April laastleden, te kennen gegeven, Dat aan de te Riouw bescheiden geweest zijnde Militairen hunne rantzoenen altoos behoorlijk waren uitgedeeld, en, wanneer er Jon„ „wijlen eenige soorten van provisien niet meer in voorraad waren, zij daar voor contanten hadden gekregen; Dat geene der Militairen zig ooit bezwaard hadden, dat zij met een rdr. voor kostgeld niet konden rondschieten, en dat overzulk niemand daar over met arrest off slagen gedreigd, dan wel werkelijk in arrest gezet of geslagen was; Dat de kas, waar uit amstiden was gestoolen, niet alleen uitwerdigen uitwendige tekenen van beschadiging, maar ook bij zeven bollen amfiren eenige klijrsteenen ingehouden hadt, terwijl in de pa„ „lissaden gevelmur van het pakhuis eene opening wierdt gevonden, daar een mensch gemakkelijk door kon; Dat ter vergoedinge van de gestolen' amstioen ieder van de ne„ „gentien Europesche Bezettelingen voor rds. 2. –. en ieder van de een honderd drie en veertig inlandsche Militairen voor rdps 2. 31. belast was; Dat zes persoonen getuigden niet gehoord te hebben, dat die :: Militairen zig over de hun opgelegde belasting bezwaard hebben„ dog eenige anderen dat zulks geschied was, en de Commandant Wetter hun gezegd hadt hun geld te zullen wederkrijgen, wanneer de dief ontdekt wierdt Dat de Commandant Vesder en Vuurwerker Schutz ver„ „klaarden, dat de Resident Ruhde, zelf voor het front van hed Garnisoen gekomen zijnde, gezegd hadt dat de schildergasten wil de gestolen amfioen moesten betaalen, dog hun geld weder zou„ „den ontvangen, wanneer de dief ontdekt wierdt, zonder dat toen of daar na iemand zig tegen die schikking hadt geoponeerd; Dat alle de amfioen, en dus ook de bestolen kak, bij aanbreng direct in het pakhuis was geborgen, waar door bewezen wordt, dat de dieverij nergens anders als in het pakhuis moet gepleegd zijn; Dat eindelijk alle de Militairen, door den Fiscaal ver„ „hoord, een paarig verklaard hadden, dat aan hem, en, voor zoo verre zij het wisten, ook aan anderen, hunne maandgelden be„ „hoorlijk verstrekt waren. En
English
185 And as it thus appeared that the complaints brought forward by the aforementioned deserters, except with regard to the tax for stolen opium, were merely feigned to excuse their crime, we have let the matter rest there, but have caused to be restituted to the participants in the said tax present here that which had been withheld from them, as we have already reported in our general letter of today 5107. 720. An extract from the vendue roll, containing the proceeds of the sold gold works of Radja Ioea, we have the honor to present herewith to Your High Nobilities, in compliance with Your very same requisition in the honored letter of 23. Ianuari last. § 21. We further add an improved memorandum of what the Company lost upon the abandonment of Riouw in the month of Mai 1787, amounting to ƒ 24225. 6. 8. , and most humbly request Your High Nobilities to allow that amount, as well as the loss at Slangenoor, mentioned here above § 15, to be written off in the trade books, as it is not apparent that anything thereof can yet be recovered. § 22. Apart from a steady cruising of the fairway between Palembang and Malacca with four and between Pera and Malacca with two well-sailing and armed pantjallangs, for which a larger number of that type of vessel would be absolutely necessary, since the cruisers must now and then be relieved by others, we know of nothing more efficacious to devise, in order successfully to counter the piracies which disturb the trade of the Company's subjects not a little, than when we receive intelligence that the robbers have returned home and have hauled their vessels onto the shore for repairs, or are equipping them again to put to sea, as we are usually informed thereof, to dispatch thither two cutters and six pantjallangs, strongly manned with troops, to fall upon them and destroy or drive them away, and relieve them of all their artillery, as well as destroy their vessels. This will need to happen only once or twice to deprive them of the desire for piracy. But, since for such expeditions, and the warding off of the vengeance which they in their turn will undoubtedly attempt to take for it, there ought to be here as well a strong garrison as a good number of pantjallangs, besides two cutters, whereas we now lack the former, we wish that the fortification of Riouw, for whose security most of the vessels stationed here still serve for the present, may soon be completed, in order at least to be able to have the cruising of the first-mentioned fairway done with more force than with two vessels placed at Poeloe Favella, which can do nothing else than convoy the arriving Batavian, Javanese, or Cheribon vessels as far as the Cardamonis islands, while before their return others may arrive and be plundered, since the robbers lie in wait for their prey in divisions at more than one place. § 23. 1857. Separate § 23. Concerning the proposal in the Reflections of the late Honorable and Gallant Mr. Radermacher, inserted in the received extract from the secret minutes of Your High Nobilities' illustrious assembly sub 14. Augustus 1787, to abolish superfluous artisan workshops, we must testify to Your High Nobilities that of the four workshops present here, namely the shipyard, the armory, the smithy, and the house carpentry workshop, none can be abolished or incorporated into others without notable disservice and detriment to the Company, and we therefore deem that it will be best to leave them on the present footing, under the supervision of the Governor against the increase of artisan journeymen beyond absolute necessity. We have the honor to remain with all veneration. (Signed below) High-Noble, Right-Honorable, Widely-Ruling Lord, and Honorable, Gallant Lords (lower) Your High Nobilities' very obedient and faithful servants (Signed) L. G. de Bruijn, A. Couperus, J: Thuerens, I. A. Hensel, C: G. Baumgarten, and G. Pungel (in margin) Malacca in the Castle the 7. Iuli 1788. To His Nobility, The High-Noble, Right-Honorable Lord Mr Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Honorable and Gallant Lords Councillors of Netherlands India High-Noble, Right-Honorable, Widely-Ruling Lord Honorable, Gallant Lords § 24. The omission to reply with the hooker ship the Zaarstroom to Your High Nobilities' highly respected secret and separate letters of 27. April, 16., 17, and 19. Iuli, as well as 24. September 1787, caused solely by the indisposition of my body and other inconveniences, being now redressed in all submissiveness, and at the same time, in so far as it has not already been done, a reply being written to Your High Nobilities' further received honored letters of 23. and 26. Januari, as well as 11. and 22. April of the current year, I pray Your High Nobilities to forgive me the delay in this matter. § 25. Although I must avow in respect to Your High Nobilities that this place lies at a great distance from Siam, it is nevertheless not impossible that the Siamese war bands could force a way hither just as well as to Pattani, where in the year 1786 they actually arrived, and executed a terrible massacre among the inhabitants of that country who resisted. The fear of the king of Trangano of an attack and
Dutch transcription
185 En dewijl het dus bleek, dat de ingebragte klagten door de voor„ „schreven deserteurs, uitgezonderd met opzigt tot de belasting voor gestolen amfioen, slegts gefingeend waren om hun misdrijf te verschoonen, hebben wij het daar bij laaten berusten, dog aan de participanten in de gemelde belasting, hier aanweezend doen restitueeren hetgene van hun was ingehouden, gelijk wij dat reeds gemeld hebben bij onzen gemeenen brief van heden 5107. 720. Een Extract uit de Vendurol, contineerende het rendement der verkogte goudwerken van Radja Ioea, heb„ „ben wij de eere van Uwer Hoog-Edelheden hier nevens aan te bieden, ter voldoeninge aan Hoogst derzelver requi„ „zit bij geëerden brief van den 23. Ianuari laastleden. § 21. Wij voegen er nog bij eene verbeterde Memorie van het de Compagnie bij de verlaating van Riouw in de maand Mai 1787 verloren heeft, monteerende ƒ 24225. 6. 8. , en verzoeken Uwer Hoog-Edelheden ootmoedigst om dat montant zoo wel, als het verlies te Slangenoor, hier vooren § 15 gemeld, bij de Negotie-boeken te mogen laaten afschrijven, dewijl het nied apparent is dat 'er nog iets van zal kunnen gerecourreerd worden. § 22. Behalven eene gestadige bekruissing van het vaarwater tusschen Palembang en Malacca met vier en tusschen Pera en Malacca met twee bezeilde en gearmeerde pantjal„ „langs, waar toe een grooter getal van dat soort van vaar„ „tingen absolut noodig zoude zijn, alzoo de Kruissers nu en dan door anderen moeten afgelost worden, weeten wij niets officatieusers te bedenken, om de zeerooverijen, die den handel van van Comps onderdaomen met weinig strenmen, met goed succers tegen te gaan, dan wanneer wij tijding krijgen, dat de voorers te huis gekomen zijn, en hunne vaartuigen ter vertimmeringe op de wal gehaald hebben, of dezelven weder equijreeren om nit te loopen gelijk wij daar van doorgaans geinformeerd worden, twee kot„ „ters en zes pantjallangs, sterk met Troupes bemand, der„ „waarts te expedieeren, om hun op het lijf te vallen en af te maaken, of te verjaagen, en hun van al hun geschut te ontzetten, mitsgaders hunne vaartuigen te vernielen. Dit zal sligts een - of tweemaal behoeven te geschieden om hun de lust tot het zeeschuinen te beneemen. Maar, dewijl tot zulke expeditien, en afwending van de wraak, die zij daar over op hunne beurt ongetwijffeld zullen tragten te neemen, hier zoo wel een sterk Garnisoen behoort te weezen, als een goed getal van pantjallangs, nevens twee kotters, daar het ons nu aan het eerste ontbreekt, wenschen wij hadde fortifi„ „catie van Riouw, tot welks beveiliging de meeste der hier bescheiden vaartuigen voor als nog dienen, spoedig voltooijd moge weezen, om ten minsten de bekruissingen van het eerstgemelde vaarwater met meer effort te kunnen laaten doen, dan met twee vaartuigen, bij Poeloe Favella ge„ „plaatst, die niet anders kunnen, als de aankomende Ba„ „tairasche, Iavasche, of Cheribonsche vaartuigen tot aan de eilanden de Cardamonis convoijeeren, terwijl voor hunne we„ „derkeering anderen kunnen komen en gevlonderd worden, nadien de roovors in divificu op meer don eene plaats na hunne prooi leggen uit te zien. § 23. 1857. Apart §23. Belangende het voorstel bij de Bedenkingen van wijlen den Wel-Edelen Gestrengen Heer Radermacher, geinse„ „reerd bij het ontvangen Extract uit de secreete Notulen van uwer Hoog-Edelheden illustre Vergadering sub 14. Augustus 1787, om overtollige Ambagtswinkels af te schaffen, moeten wij Uwer Hoog-Edelheden betuigen, dat van de hier zijnde vier winkels, naamelijk de scheepstimmerwerf, de wapen„ „kamer; de Smits- en Huistimmerwinkel, geene vernie„ „tigd, of bij andere ingelijfd kan worden, zonder merke„ „lijken ondienst en nadeel van de Compagnie, en wij over„ „zulks vermeenen dat het best zal weezen dezelve op den presenten voet te laaten, onder het toezigt van den Gouverneur tegen de vermoerdering der Ambagtsgezellen buiten de hoogste noodzaakelijkheid. Wij hebben de eere van met alle veneratie te blijven. (Onderstond) Hoog-Edele Groot-Agtbaare mijdgebiedende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren (lager) Uwer Hoog Edelheden zeer gehoorzaame en trouwschuldige Dienaaren Ge„ „tekend) L. G. de Bruijn, A. Couperus, J: Thuerens, I. A. Hensel, C: G. Baungarten, en G. Pungel (in margine) Malacca in het Casteel den 7. Iuli 1788. Aan zijn Edelheed, Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer M„r Willem Arnold Alting, Gouverneur Hoog Edele Groot- Agtbaare Wijdgebiedende Heer Wel-Edele Gestrenge Heeren § 24. De omissie van met het hoekerschip de zaarstroom te ant„ „woorden op uwer Hoog-Edelheden zeer gerespecteerde secreete en aparte brieven van den 27. April, 16. , 17, en 19. Iuli, mitsgaders 24. Sip„ „tember 1787, eenlijk veroorzaakt: door de ongesteldheid mijies lighaams en andere inconvenienten, nu in alle onderdaanigheid geredresseerd, en teffens, voor zoo verre het niet reeds geschied is, gerescribeerd wordende op Uwer Hoog-Edelheden nader ontvangen geëerd schrijvens van den 23. en 26. Januari, mitsgaders 11. en 22. April des loopenden Jaars, bid ik uwer Hoog-Edelheden om mij het retardement in deezen te willen vergeeven. § 25. Schoon ik uwer Hoog-Edelheden in eerbied avoueeren moet, dat deeze plaats op een verren afstand van Siam legt, is het egter niet impossibel, dat de Siansche krijgsbenden zig even zoo wel eenen weg naar herwaarts kunnen baanen, als naar Pattani, daar zij in het jaar 1786 actueel gekomen zijn, en eene ijzelijke massacre onder de bewooners van dat land, die zig te weer stelden, aangevegt hebben. De vrees van den koning van Trangano voor eenen benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Iubié Gouverneur Generaal, aanval en
English
189. attack by that nation was therefore not without foundation. But, notwithstanding their return home, and the settlement of the disputes that had existed between the King of Siam and that of Trangano, the last-mentioned Prince has up to this day sent no one to conclude a Contract of Friendship and Alliance with me. Nor do I believe that he will do so, because, following the threat made to him on behalf of the Company, he first sought the Protection of the Portuguese, but, being unable to reach an agreement with them on the matter, sought that of the English, and this Nation has already commissioned someone to Trangano to negotiate the conditions with the king upon which a Fortress would be built for them, without it being in my power to prevent this, however much it is to be feared that, once the English gain a firm footing there, the Palembang smugglers will transport all their tin thither. Section 26. Upon the capture of deserters, their Account is always charged for the bounty enjoyed by their captors. Section 27. In response to Your High Excellencies' forwarded inquiry regarding the building materials at Riouw, I can, according to the further information received, in addition to the report given in the third article of my humble letter of 16. March 1787 to Your High Excellencies, only report herewith that the Lime is not weighed there, but measured by the gantang of 5 5/8 lb., of which a koyan contains 800. –. gantangs, the same costing sometimes 10. –. and sometimes 12. –. reals, or rds. 12½. and 15. —. ; that only a single brick house stands there, covered with tiles, namely that of the late Radja Hadjie, but that the materials for it were brought thither from China, Batavia, and Malacca; that from the clay found there, being mixed with sand and small stones, one can have neither bricks nor roof tiles baked; that consequently the surrounding walls of the said house and the dwelling of the sultan are erected with a certain composition of lime, sand, and clay. Section 28. Tin and pepper, which can be disposed of even here at suitable prices, I consider, subject to correction, not expedient to send to Riouw in order to accommodate the arriving merchants therewith, since this might give cause to a Resident who does not act in good faith to supply himself by clandestine means with more tin and pepper than he can obtain from here. Section 29. The reasons that induced me not to allow his State Councillors to accede to the Convention concluded with the Sultan of Riouw on 7. February 1787, being expressed in the 15.th article of that Convention and my marginal Remark upon it in my letter of 16. March of the said Year, I shall not repeat them herewith, but only request Your High Excellencies to view my erroneous conception in that regard with indulgence. Experience has shown that the State Councillors as well as their prince were ungrateful and deceitful men, and thus the convention would not have been fulfilled in any case, even if it had been entered into with all of them together. Section 30. To promote the flourishing of trade at Riouw 191 was the sole motive for consenting to the duty-free import of the products of the subordinate lands; but since Your High Excellencies were not satisfied with this, and the said concession must also be considered null and void due to the perfidious conduct of the sultan, it has been stipulated in the new Lease conditions of the Boom, a copy of which is presented to Your High Excellencies, that all incoming and outgoing goods shall be subject to the duty of five per cent, solely excepting live cattle, fruits, and vegetables, as well as fresh and dried fish or karwaat, and it is at the same time stipulated that under this exception belongs only the dried fish brought from the places situated along the Strait of Malacca, but not from Siam, Cambodia, and elsewhere. Section 31. Just as the sultan, of the rice and opium delivered to him on credit, paid for the former shortly after his departure from here, payment for the opium would also have been received, or the cost thereof to the amount of f 2366. 14. 8. could have been deducted from his share in the farmed revenues, had a revolution of affairs not taken place at Riouw since. Section 32. The Captain of the Burgher Guard Kilian, who served as Intermediary between the Captain Commander of the State's warships van Braam and the former First Minister of State of Riouw Radja Toea and related to me that the latter had given His Honour a statement of the revenues of the subordinate lands, having been ordered by me to put that statement in writing, declared to me that he was unable to do so, because he had kept no record of it, nor could he recall the contents thereof anymore. Section 33.
Dutch transcription
189. aanval van dat volk is dus niet ongegrond geweest. Maare, onge„ „agt hunne wederkeering naar huis, en de bijlegging der geschillen, tusschen den Koning van Siam en dien van Trangano gesubsisteerd hebbende, heeft de laastgemelde Vorst. tot heden toe niemand: ge„ „zonden om met mij een Contract van Vriend- en Bondgenootshap te sluiten. Ik geloof ook niet dat hij het doen zal, dewijl i hij, op de bedreiging, die hem van wegen de Compagnie was gedaan; eerst de Protexie van de Portugeeschen, dog, met hun daar over„ net eens kunnende worden, die van de Engelschen verzogt, en deeze Natie reeds iemand naar Trangano gecommitteerd heeft om met den koning de voorwaarden te bedingen, op welke 'er voor haar eere Fordresse zoude worden gebouwd, zonder dat het aan mij staat om zulks te kunnen beletten, hoe zeer het te dugten zij dat, wan„ „neer de Engelschen daar eenen vasten voet krijgen, de zalem„ „bangsche smokkelaars al hun tin derwaarts zullen vervoeren. § 26. Bij agterhaaling van deserteurs worden zij altoos: op hunne Rekening belast voor de prenie, die hunne opbrengers ge„ „nieten. § 27. Op Uwer Hoog-Edelheden geëensindigde vraag nopens de bouwmateriaalen te Riouw Kaw ik, volgens de nader ingekomen informatien, ter ampliatie van het berigt, in het derde ardicul van 739: mijner onderdaanigen briefs van den 16. Maart 1787 aan Uwe Hoogd Edelheden gegeven, bij deezen nog eenlijk melden, dat de Kalk daar niet gewogen, maar met de gantang van 5 5/8 lb. geweten wordt, waar van eene koijang 800. –. gantangs inhoudt, kostende de„ „zelve somtijds 10. –. en somtijds 12. –. reaalen, of rds. 12½. en 15. —. ; dat 'er maar een enkeld steenen huis staat, met pannen gedekt „wijlen gedekt, naamelijk dat van „ Radja Hadjie, dog dat de materiaalen daar toe van Cina, Batavia, en Malacca derwaarts gebragt zijn; dat men van de klei, die er gevonden wordt, als ondermengd met zand en steentjes, geene metzelsteenen, nog dak pannen, kan lra„ „ten bakken; dat over zulks de ringmuuren van het gemelde hus en de wooning van den sulthan opgehaald zijn met zekere compo„ „sitie van kalk, zand, en klei. § 28. Lin en peper, die men hier zelfs tot convenable prij„ „zen kan van de hand zetten, agt ik, onder correctie, niet dienstig naar Riouw te zenden, om daar mede de aankomende handelaars te gerieven, dewijl zulks aan een Resident, die niet ter goeder trouwe handelt, aanleiding zoude kunnen geeven, om zig langs clandestine wegen van meer tin en peper te voorzien, dan hij van hier krijgen kan. § 29. De redenen, die mij bewogen hebben om tot de met den Sulthan van Riouw op den 7. Februarij 1787 gesloten Con„ „rentie zijne Rijksraaden niet te laaten accedeeren, bij het 15. de articul van die Conventie en mijne marginale Hammerking op dezelve in mijnen brief van den 16. Maart des gemelden Jaars uitgebrukt zijnde, zal ikze bij deezen niet herhaalen, maar ver„ „zoek eenlijk uwer Hoog-Edelheden om mijn abusief begrip daar omtrent gunstiglijk, in te schikken. De ondervinding heeft beweezen, dat de Rijksraaden zoo wel als hun vorst ondank„ „baare en bedriegelijke menschen waren, en dus zoude tog aan de conventie niet voldaan zijn, al ware die met hun allen te gelijk aangegaan. § 30. De florisance van den handel op Riouw te bevorderen, is 191 is het eenigste motief geweest voor de bewilliging in den tolvrijen in„ „voer der producten van de onderhoorige landen; dan vermits uwe Hoog-Edelheden daar mede geen genoegen genomen hebben, en de ge„ „melde concessie ook voor vervallen gehouden moet worden door het trouwloos gedrag van den sulthan, is bij de nieuwe Lagtconditien van de Boom, die uwer Hoog-Edelheden copieelijk worden aangeboden, gesteld dat alle inkomende en uitgaande goederen de geregtigheid van vijf per cent subject zullen zijn, eenlijk ui'tgezondert lee„ „vendig vee, vrugten, en groenten, mitsgaders versche en drooge visch of karwaat, en teffens geshipuleerd, dat onder deeze uit„ „zondering alleen behoort de drooge visch, die van de langs de straat Malacca gelegen plaatzen, maar niet van Siam, Com„ „bodia, en elders wordt aangebragt. §31. Gelijk de sulthan van de aan hem op credit afgegeven rijst en amfioen de eerste kort na zijn vertrek van hier betaald heeft, zal men voor de amfioen ook betaaling gekregen hebben, of het kostende daar van tot ƒ 2366. 14. 8. hebben kunnen inhouden van zijn aandeel in de ver„ „pagte revenuen, zoo niet sedert eene omwenteling van zaaken op Riouw hadde plaats gevonden. § 32. De Capitein van de Burgerije Kilian, die voor Zaalsman tusschen den Heer Capitein Commandant van 's Lands schepen van oorloge van Braam en den geweezen Eersten Rijksminster van Riouw Radja Toea gekiend en mij verhaald heeft dat deeze aan gemelde zijn Ed. eene op„ „gaaf hadt gedaan van de inkomsten der onderhoorige landen, door mij ge„ „last, zijnde om die opgaaf op schrift te stellen, heeft mij betuigd zulks niet te kunnen doen, dewijl hij daar geene aantekening van gehouden hadt, nog ook den inhoud daar van zig meer rappelleeren kon. 533.
English
Paragraph 33. The sons and nephew of the late Radja Hadjie, namely Radja Saphar, Radja Idries, and Radja Sleman, whom Your Right Excellencies desired to have removed from Riouw by one means or another, have fled from there with the sultan. However, I think that one must look for an opportunity to get hold of them, because they, being related to prominent Bugis, will always try to stir up the nation against the Company in order to wrest Riouw away from it again, if that were possible for them. Paragraph 34. I thank Your Right Excellencies heartily for the declaration that, however much Your Right Excellencies might for the most part ascribe the adverse outcome of the Slangenoor affairs to the good confidence placed in the Siackers and their misleading promises and assurances, Your Right Excellencies nevertheless hold yourselves fully assured that I, animated by the best intentions, have in every respect endeavored to attend to and advance the Company's true interest. Paragraph 35. By the Treaty recently concluded with the King of Slangenoor, in which the Company's ownership of that kingdom is recognized, it has no other notable interest than that he cannot now, under the protection of his beloved friends, the English, cause it any harm; but for the rest he is and remains a prince whom one cannot trust at all, although he, having appeared with a fleet at Lera, carried out nothing evil there. Paragraph 36. The return from Trangano of the reigning King of Siac before the receipt of Your Right Excellencies' honored letter of 16 July 1787 caused me to abandon the execution of my plan to keep him out of there for the purpose of exterminating the Siac pirates and to restore Radja Machomet Ali to the dominions taken from him by the former's father; the more so, because this could not have had any result without the Company participating in that undertaking. Paragraph 37. The King and other Princes of Siac, who mostly make their living from piracy, do not care at all anymore about my earnest admonitions and threats, because they see that it remains at that, and attacking them at sea is hardly possible, because they always keep themselves at a sufficient distance from the Company's vessels to know they are out of range, or when pursued run so close under the shore that the said vessels cannot approach them, nor fire upon them with effect. No other means for their destruction therefore remains than that which was proposed in the secret letter of today, Paragraph 22. I acknowledge that one recently had at hand for this purpose, as Your Right Excellencies remark in Your Right Excellencies' honored letter of 11 April last, besides the State's naval force, some nineteen ships and smaller vessels, although for the most part crewed with natives and Chinese, who are of little use in a battle; but as I was daily awaiting orders from Your Right Excellencies to take possession of Riouw again, I could not decide upon an expedition that required just as many men as I could barely assemble for Riouw, and from the State's ships I was to expect no assistance in this matter, since the mortality among their crew at Manspauwer made the Lord Captain Commander Silvester averse to listening to proposals that could only be carried out with further loss of men; as will not have been unclear to Your Right Excellencies from his Honor's Instruction for Mr. Wierts, submitted to Your Right Excellencies along with my letter of 24 December 1787, containing a prohibition against undertaking for the time being the extermination of some pirates proposed by me. I could therefore, regardless of the presence of the prescribed number of ships and vessels, do no more than deploy some cruisers to the east and west of this place, in order to protect the arriving or departing merchant vessels as much as humanly possible from the assaults of the Siac or other piratical rabble. Since then I have requested Mr. Lucas, Captain of the State's frigate the Scipio, which departed for Batavia, to fall upon the said pirates in passing at the place where they lay, given only any possibility, and to destroy or drive them off. And as news was received here at the end of June that of thirty-five pirate vessels attacked near Iambij by a French and a Dutch ship, together with two other craft, thirty vessels were riddled with shots beyond repair and lost, while five vessels escaped with the loss of many men, I must assume that Mr. Lucas will have persuaded the Count de Kargarian, who sailed from here with the French Royal ship la Calypso in company with the Scipio, to undertake the attack with his Honor and the cruisers near Poeloe Favelle, or else that this occurred with the assistance of or solely by a squadron sent out from Batavia. Paragraph 38.
Dutch transcription
§ 33. De zoons en neef van wijlen Radja Hadjie, naamelijk Radja Saphar, Radja Idries, en Radja Sleman, die uwe Hoog-Edel„ „heden begeerd hebben dat op de eene of andere wijze van Riouw zou„ „den worden verwijderd, zijn met den sulthan van daar gevlugt; dan ik denk egter, dat men na gelegenheid moet uitzien om hun magtig te worden, dewijl zij, dan voornaame Boegineeschen vernaag„ „schapt, de Natie altoos tegen de Compagnie zullen tragten op te rok„ „kenen, om haar Riouw weder afhandig te maaken, indien het hun mogelijk ware. § 34. Ik bedank Uwer Hoog-Edelheden hartelijk voor de verklaaring dat, hoe zeer uwe Hoog-Edelheden den verkeerden uitslag der Slangenoorsche zaaken voor het grootste gedeelte zouden kunnen toeschrijven aan het goed vertrouwen op de ziackers en hunne mis„ „leidende belaften en verzekeringen, Uwe Hoog-Edelheden zig egter volkomen verzekerd houden, dat ik, met de beste oog merken be„ „zield, in allen opzigte getragt heb Comp. waar belang te behar„ „tigen en te bevorderen. § 35. Bij het Trastaat, met den Koning van Slangenoor onlangs gesloten, waar in de eigendom van de Compagnie aan dat Rijker„ „kend wordt, heeft zij geen ander notabel belang, als dat hij haar nu onder de protexie van zijne geliefde vrenden, de Engelschen, gee„ „ne schade kom toebrengen; dog voor het overige is en blijft hij een vorst, dien men in 't geheel niet vertrouwen kan, schoon hij, met eene vloot te Lera verscheenen, 'er niets kwaads heeft uit„ „geregt. § 36. De wederkomste van Trangano des regeerenden Ko„ „nings van Siac voor den ontvangst van Uwer Hoog-Edelheden geëerden 193. geëerden brief van den 16. Iuli 1787 heeft. mij doen afzun van de exedutie mijnes plans, om ter uitroeijinge van de Siacsche Zee„ „schunmers hem daar uit te houden en Radja Machomet Ali in de hem door des eerstgenoemden vader ontnomun heerschappijen te herstellen; te meer, dewijl zulks tog niet zoude kunnen gevolg hebben, zonder dat de Compagnie in die onderneeming participeerde. § 37. De Koning en overige Prinsen van Liac, die zig meest, „ al van den zeroof geneeven, dekreunen zig mijner ernstige ver„ „maaningen en dreigementen in 't geheel nied meer, dewijl zijn zien dat het daar bij blijft, en hun op zee te attequeeren is met wel mogelijk, dewijl zij zig altoos op eene genoegzaame distantie van Comps. vaartuigen houden om schootvrij te weeten, of bij vervolgeng zoo na onder de wal loopen, dat de gemelde vaartuigen hun niet genaaken kunnen, nog met vrugt beschieden. Geen ander mid„ „del ter hunner verdelginge blijft dus over, als hetgene gepropo„ „neerd is bij den secreeten brief van heden §22. Ik beken„ dat men daar toe onlangs, gelijk uwe Hoog-Edelheden bij Hoog Hd„ „derzelver geëerden brief van den 11. April laastleden remarquee„ „ren, buiten 's Lands zeemagt, wel negentien schepen en mindere vaartuigen aan handen gehad heeft, hoewel voor het grootste deel bemand met inlanders en Chineeschen, die in een geregt van weinig nuts zijn; maar daar ik dagelijks order van uwe Hoog Edel„ „heden was verwagtende om Riouw weder in possessie te neemen, kon ik tot geene Expeditie besluiten, die even zoo veel volks vereischtte, als ik naauwelijks voor Riouw kon bijeenbrengen, en van 's Lands schipen had ik geene adsistentie in deezen te wagten, nademaal de zterfte onder derzelver Equipage te Mamspauwer den den Heer Capitein Commandeur Silvester afkeerig maakte van na voorstellen te hooren, die niet als met meer verlies van volk konden uitgevoerd worden; zoo als dat uwer Hoog-Edelheden niet on„ „duidelijk gebleken zal zijn uit zijn wel-Eds. Instructie voor den Heer Wierts, nevens mijnen brief van den 24. December 1787 Uwer Hoog-Edelheden aangeboden, inhoudende verbod om de door mij voorgeslagen uitvoeijing van eenige zeeschuimers vooreerst te onder„ „neemen. Ik kon derhalven, ongeagt het aanweezen van het voorschreven getal van schepen en vaartuigen, niets meer doen, „dan eenige kruissers beoosten en bewesten deeze plaats uit„ „zetten, om de aankomende of vertrekkende handelvaartuigen zoo veel immers mogelijk te beveiligen voor de bespringing van het Liadsche of ander roofgespuis. Sedert heb ik den Heer Ludas, Capitein van 's Lands naar Batavia vertrokken fregat de Seipio„ verzogt om enpassant bij maar eenige mogelijkheid de gemelde roovers ter plaatze, daar zij lagen, op het lijf te vallen en te ver„ „nielen of te verjaagen. En alzoo hier in het eind van Iuni tijding ontvangen is, dat van vijf en dertig roofvaartuigen, door een Fransch en een Hollandsch schip, mitsgaders twee andere kielen, omtrent Iambij aangevallen, dertig stuks reddeloos door„ „schooten en vergaan, dog vijf stuks met verlies van veel volks ontkomen waren, moet ik onderstellen dat de Heer Lucas den Heer Graaf de Kargarian, die met het Fransche Konings- schip la Calipso in gezelschap van de Scipio van hier is gezeild, zal hebben gedisponeerd om met zijn Ed. en de Kruissers bij Poeloe Favelle de attaque te onderneemen, dan wel dat zulks geschied is met behulp van of alleen door een van Batavia uitgezonden Esquader. §38.
English
195. § 38. On the occasion that the king of Siak, from whom I reclaimed a vessel taken by the pirates of that country belonging to the late Chief of the Moors and Gentus here, Siwa Sangra Chittij, which had departed from here three days after the Zaanstroom to join that ship and continue the voyage to Batavia under its convoy, but which surely must not have overtaken it, sent me a letter with the reply that he had no knowledge of it, but if that vessel were brought elsewhere into his kingdom he would let me know, he charged the bearer thereof (who arrived here on the 2nd of this month) to tell me, as has been confirmed by a confidant of Tuanku Daud (an honest prince well-disposed toward the Company), that Said Ali, the principal and boldest of the pirates across the strait, was having fortifications thrown up at Bukit Batu, Tanjung Limo Lurot, and another place near Tanjung Jati, and had summoned the Lanuns, undoubtedly to protect himself against the chastisement he fears the Company will inflict upon him, or with the intent to take revenge on the Company for the expulsion in the year 1785 of his brother Raja Abdul Rahman, who succeeded him in the governance of Selangor and likewise in his extortions, or else with some other evil design. I shall inquire further into this and then inform Your High Excellencies more precisely. § 39. From the contradictory reports successively received, from the Portuguese as well as from the Malays, concerning the events on Pulau Pinang, I have not been able to accept anything with sufficient certainty to bring it to the knowledge of Your High Excellencies. And since I am not yet in a position to do so, nor to elucidate to Your High Excellencies on what footing the English are settled there and what terms they have obtained from the King of Queda, I shall, in order to somewhat satisfy Your High Excellencies' desire in that regard, merely cite here that which seems to me to possess the greatest probability. Mr. Francis Light, now Governor of that island, who was known and accredited to the King through frequently coming to Queda to trade, desired and obtained that island for his nation in order to have a suitable harbor where their ships, when they had to leave the Coromandel coast, could lie in peace and be accommodated with the necessary provisions, on the condition of paying to the King 30,000 Spanish reals annually for it. Nothing of this acknowledgment having been paid during two years, the King had Mr. Light summoned to perform his promise, threatening upon further default in that regard to make them depart, and received from him the reply that he had no money, but cannon, powder, and ball to maintain himself in the possession of Pulau Pinang. The king also received a letter from Lord Cornwallis, Governor General in Calcutta, wherein it is recommended to him in an earnest tone to leave the English on Pulau Pinang unmolested. The garrison of the fortress constructed there with high palisades and mounted with heavy artillery consists of two hundred fifty Europeans, six hundred Sepoys, three hundred so-called Lascars or Moorish sailors, and some Africans; while two or three armed vessels lie there permanently. 197. The sale of linens, opium, and Chinese wares at lower prices than must be spent here, and on the other hand the purchase of tin and other products of the surrounding places at higher prices than the Company and the inhabitants of Malacca pay, along with the freedom for everyone to come and trade there without payment of any tolls or duties, lure all the native merchants with their wares thither. Some maintain that the object of the English is to make Malacca with its dependencies fruitless for the Dutch East India Company; but others that Mr. Light, with the administration he maintains on Pulau Pinang, tries to improve the decayed state of his finances, and flatters the ministry in Calcutta with the prospect of advantages that will never be realized, while the expenses already amount to several tons of gold. What a certain Frenchman thinks of it, and how he found Pulau Pinang, Your High Excellencies will see from the Report that I obtained with a Plan of that island, and have the honor to offer to Your High Excellencies alongside this; to which I also add the Account of a Malay who stayed there for some time. I hope with these various matters to have satisfied Your High Excellencies' honored request. § 40. It was the English who related to me that in the year 1786 considerable parcels of tin from Palembang or Bangka had been brought to Sukadana, and that Terengganu also drew from it has appeared to me from the two Accounts that I Your
Dutch transcription
195. § 38. Bij gelegenheid dat de koning van Sial, van wien ik gerecla„ „meerd heb een door de roovers van dat land genomen vaarduig van wijlen het Hoofd der Mooren en Ien dieven alhier Siwa Sangra Chittij, het welk drie dagen na de zaanstroom van hier vertrokken was om zig bij dat schip te voegen en onder dies convooi de reize naar Batavia voort te zetten, dog het„ „zelve zekerlijk niet moet opgelopen hebben, mij een brief zondt met het antwoord, dat hij daar geene kennis van hadt, dog zoo dat vaartuig elders in zijn Rijk gebragt wierdt, mij zulks zoude laaten weeten, heeft hij den brenger van dien (op den 2. deezer hier aangekomen) belast mij te zeggen, gelijk zulks door eenen vertrouweling van Ioenko Dauwt (een 'eerlijken en wel met de Compagnie meenenden Prins) geconfirmeerd is, dat said Alie, de voornaamste en Houtste van de overwalsche roovers, op Bouquit Batoe, Tanjang Linio Loeroot, en nog eene plaats omtrent Tanjong Iati, sterkten liet opwerpen, en de Elanon„ „gers ontboden hadt, ongetwijfeld om zig te dekken tegen de kastijding die hij vreest dat de Compagnie hem zal aandaen, oft met een oogmerk om zig aan de Compagnie te wreeken over de verdrijving in het jaar 1785 van zijnen hem in het bestier van Slangenoor en teffens in zijne knevelanijen opgevolgden broeder Radja Abdul Rachman, dan wel met eenig ander boos inzigt. Ik zal mij daar op nader en dan Uwe Hooog-Edelheden ook exacter informeeren. § 39. uit de successivelijk ontvangen tegenstrijdige berigten, zoo wel van de Portugeeschen, als van de Maleijers, nopens de gebeure„ „nissen op Loeloe Pinang, heb ik niets met toereikende zekerheid kunnen aanneemen, om het uwer Hoog-Edelheden ter kennisse te En dewijl ik 'er nog niet in staat toe ben, gelijk brengen. ook niet om uwe Hoog-Edelheden te elucideeren op hoedanigen voet voert de Engelschen daar gezeten zijn en welke conditien zijn van den Ko„ „ning van Queda verkregen hebben ! zal ik, ten einde aan Uwer Hoog-Edelheden verlangen daar omtrent eenigzins te beantwoorden, slegts dat gene bij deezen aanhaalen, het welk: mij toeschijnt de meeste waarschijnlijkheid te hebben. De Heer Francis Light, nu Gouverneur van dat eiland, die door dikwijls ten handel op Queda te komen bij den Koning bekend en geaccrediteerd was, heeft voor zijne Nutie dat eiland begeerd en verkregen, om eene bekwaame haven te hebben, daar haare sche„ „pen, wanneer zij de Chormandelsche kust verlaaten moesten, met gerustheid konden leggen en met de benoodigde vivres geriefd worden, onder beding van daar voor jaarlijks aan den Koning 30'000. –. Sp. reaalen te betaalen. Geduurende twee jaaren niets van deeze recog„ „nitie afgelegd zijnde, heeft de Koning Mr. Light op de prestatie zijner belofte laaten maanen, dreigende bij verder manque„ „mert daar omtrent hun te zullen doen vertrekken, en van hem ten antwoord bekomen, dat hij geen geld, maar geschut, kruid en kogels hadt, om zig in het bezit van Poeloe Pinang te maintineeren. De koning heeft ook eenen brieff ontvangen van Lord Cornwallis, Gouverneur Generaal te Calcutta, waar in hem op eenen ernstigen toon gerecommandeerd wordt de Engelschen op Poeloe Pinang onge„ „moeid te laaten. De Bezetting van de daar met hooge palifsaaden geëijstrueer„ „de en met zwaar geschut gemonteerde Fortresse bestaat in twee honderd vijftig Europeers, zes honderd Sipais, drie honderd zoo genaamde Laskaars of Moorsche Matroozen, en eenige Africaanen; terwijl 'er bestendig leggen twee of drie gearmeerde vaartuigen. De 197. De verkoop van lijwaaten, amfioen, en Chinashe waren tot laa„ „ger prijzen, dan hier besteed moeten worden, en de inkoop daaren tegen van tin en andere producten der omleggende plaatzen tot hooger prij„ „zen, dan de Compagnie en de Malaccasche ingezetenen betaalen, mitsgaders de vrijheid voor een ieder om 'er te komen handelen, zon„ „der betaaling van eenige tollen of geregtigheden, lokken alle de inlandsche kooplieden met hunne waaren derwaarts. Eenigen willen, dat het oogmerk der Engelschen is om Ma„ „lacca met dies onderhoorigheden infructueus voor de Nederlandsche Oostindische Compagnie te maaken; dog anderen dat Mr. Light met de directie, die hij op Poeloe Pinang houdt, der vervallen staat zijner finanitien tragt te verbeteren, en het Ministerie te Cal„ „culta flatteert met het uitzigt op voordeelen, die minner be„ „haald zullen worden, terwijl de lasten reeds eenige tonnen gouds beloopen. Wat zeker Transchman daar van denkt, en hoe hij Loeloe Linang bevonden heeft, zullen uwe Hoog- Edelheden zien bij het Berigt, dat ik met een Plan van dat eiland ben magtig ge„ „worden, en de eer heb van Uwer Hoog-Edelheden nevens deezen aan te bieden; waar bij ik nog voeg het Relaas van eenen Maleijer, die 'er eenigen tijd geweest is. Ik hoop met dit een en ander aan Uwer Hoog-Edelheden ge„ „eerd requisit voldaan te hebben. § 40. De Engelschun zijn het geweest, die mij verhaald hebben dat in het jaar 1786 aanzienlijke partijen tins van Palembang of Banca te Succadana waren aangebragt, en dat Trangano daar ook van trok is mij gebleken bij de twee Relaasen, die ik Uwer .
English
sent to your High Mightinesses alongside my letter of 15 December 1786. § 41. The high price of opium at up to 300 Spanish reals per chest restrained me in the year 1787 from purchasing more than 114 chests, of which 19 chests still remain. And in this year I was not even allowed to have the chest for 330 Spanish reals. § 42. The leaders of the predatory rabble who, united with the faithless people of Riouw, forced Resident Ruhde last year to take flight from Riouw with a portion of the Company's garrison, claimed that they had been sent by the Sultan of Solok to the aid of Sultan Sarief to attack Mampauwa, and had fallen upon Riouw due to a storm they suffered, according to the report of the said Ruhde dated 18 May 1787; but I was subsequently informed that they were Illanuns. A part of their fleet returned home after the plundering of Riouw with the sloop De Johanna and the remaining booty, and the other part, after having stayed for some time first around Riouw and subsequently near the Durian islands, disappeared upon the appearance of the country's ships in this strait, as I have already communicated to your High Mightinesses, without anyone knowing what route they took, except that, according to the account sent both to your High Mightinesses and to us by the Resident of Pontianak, a number of about thirty of those vessels arrived at Sukadana on the island of Borneo in the month of July. § 43. I have also made every possible inquiry in vain to be informed with certainty how matters actually stood regarding the said pretext that the Sultan of Solok had sent them to the aid of Sultan Sarief; but Resident Ruhde writes to me that he has received assurances from the Chinese at Riouw that Sultan Machmoed, when he departed hither with his three councillors of state, had dispatched the Malay Talip to the Sultan of the Illanuns to request that monarch to help them drive out the Company's garrison from Riouw. § 44. It would be desirable for the Company, and for the inhabitants of Malacca, who for the most part are already sorely afflicted, if the threat of the Illanuns to land shortly outside the city of Malacca and carry out a plundering there, but subsequently to come with a greater force to overpower this place, had consisted merely of empty boasts. But, because too much has been recounted of this design of theirs to be able to doubt it, I think that they will have suspended the execution thereof until the country's ships have returned to Batavia, being just as little able as your High Mightinesses to suppose that, during the presence here of those ships, they will have the courage to venture a formal attack on Malacca or Riouw, as I also made known to Captain Commandant Wierts in my letter of 11 March last, sent in copy to your High Mightinesses. § 45. The Sultan of Riouw and his councillors of state were not only instigators, leaders, and accomplices in the attack of the Illanuns on that place, since otherwise they would not have failed to excuse themselves to the Company by letter, but I am even assured that they strongly incited those people to come and attack Malacca as well, and this would have occurred had not a disagreement arisen among the leaders of the aforementioned predatory rabble over the division of the booty. § 46. I have nevertheless, in my letter of 29 September 1787, paragraph 121, proposed to exercise some leniency toward Sultan Machmoet when he submits, and to permit him to reside as a vassal of the Johor Kingdom at Johor or Pahang, without, however, ever readmitting him or his sons to Riouw, solely out of consideration that this would be the best means to prevent his subjects from placing themselves under the protection of the King of Terengganu and thus defecting entirely from the Company, since in that case they would no longer come to Riouw or Malacca to trade with the products of their lands and the Company's revenues would thereby be significantly diminished, besides the fact that there would then also be no opportunity ever to get paid the debt of the said sultan, mentioned here before in paragraph 31. But, since your High Mightinesses on the contrary, according to your esteemed letter of 23 January last, are of the opinion that the said monarch and his people must be subjected to such a severe punishment as it
Dutch transcription
uwer Hoog- Edelheden heb toegezonden nevens mijnen brief van den 15. December 1786. § 41. De duure prijs van de amfioen tot 300. –. Sp: veralen voor de kas heeft mij in het jaar 1787 wederhouden van meer dan 114. –. kassen op te doen; waar van nog 19. –. kassen overig zijn. En in dit jaar heb ik de kas zelfs voor 330. –. Sp. veaalen niet mogen hebben. § 42. De Hoofdu van het roofgespuis, dat met de trouw, „looze Riouwers vereenigd den Resident Ruhde in het voorige Jaar genoodzaakt heeft, om met een gedeelte van Comps. Bezetting de wijk van Riouw te neemen, hebben voorgegeven dat zij door den sulthan van Solok ter hulpe van Sulthan Sarief om Mampau„ „wa te attaqueeren waren gezonden, en door geleden storm op Riouw vervallen, volgens het Rapport van gemelden Ruhde sub dato 18. Mai 1787; dog ik ben naderhand onderrigt geworden, dat het Elanongers waren. Een deel van hunne vloot is na de plondering van Riouw met de sloep de Iohanna en den overigen buit naar huis gekeerd, en het ander deel, na dat het zig eenigen tijd eerst omtrent Riouw en vervolgens bij de eilanden de Doe„ „rioens hadt opgehouden, op de verschijning in deeze straat van 's Lands schepen verdwenen, gelijk ik dat Uwer Hoog-Edelheden reeds gecommuniceerd heb, zonder dat men weet wat voute zijn ge„ „nomen hebben, behalven dat, volgens het door den Resident van Luntiana zoo wel aan uwe Hoog-Edelheden als aan wij gezonden Relaas, een getal van omtrent dertig dier vaartuigen in de maand Iuli te klakkat aan het eiland Borneo gekomen was. 5. 43. 199 § 43. Ik heb ook te vergeefs alle mogelijke recherchers gebaan om met zekerheid geinformeerd te worden hoe het eigenlijk gelegen ware met het gemelde voorwendzel, dat de Sulthan van Solok hun ter hulpe van sulthan Sarief hadt gezonden; maar de Resident Ruhde schrijft mij van de Chineeschen op Riouw verzekering te heb„ „ben ontvangen, dat sulkhan Machmoed, toen hij met zijne drie Rijksraaden naar herwaarts vertrok, den Maleijer Talip naar den Sulthan van Elanong gedepecheerd hadt, om dien vorst te verzoeken dat hij hen Comps. Bezetting van Riouw wilde helpen verdrijven. § 44. Wenschelijk zoude het voor de Compagnie zijn, en voor de ten grootsten deele reeds deorlijk geteisterde Malaccasche ingezetenen, dat de bedreiging der Elanongers van eerlang buiten de stad Ma„ „lacca te zullen landen en 'er eene perlondering aanregten, dog vervolgens met eene grooter magt komen om deeze plaats te overmeesteren, in enkelde grootspraak hadt bestaan. Maar, dewijl van dit hun dessein te veel verteld is om het in twijfel te kunnen trekken, denk ik dat zij de executie van hetzelve zullen hebben opgeschorft tot dat 's Lands schepen naar Batavia zullen weezen geretour„ „reerd, kunnende even zoo min als uwe Hoog-Edelheden vermoe„ „den, dat zij bij het aanweezen hier van die schepen het hart zullen hebben om eenen formeeelen aanval op Malacca off Riouw te waagen, gelijk ik dat ook aan den Heer Capitein Comman„ „dant Wierts heb te kennen gegeven bij mijnen in copie aan uwe Hoog-Edelheden gezondenen brief van den 11. Maart laast„ „leden. § 45. De Sulthan van Riouw en zijne Rijksraader zijn zijn niet alleen aanstookers, beleders, en deelgenooten geweest van den aanval der Elanongers op die plaats, dewijl zij anders niet nagelaten zouden hebben zig door eenen brief bij de Compagnie te verontschuldigen, maar zelfs den ik verzekerd, dat zij dat volk sterk aangezet hebben om Malacca ook te komen atta„ „queeren, en dit geschied zoude zijn, indien met eene oneenigheid tusshen de Hoofden van het meergemelde roofgespruijs ware ontstaan over de verdeeling van den buit. § 46. Ik heb egter bij mijnen brief van den 29. Septem„ „ber 1787 §n 121 geperoponeerd om jegens Zulthan Machmoet, wan„ „neer hij in submissie kwam, eenig menagement te gebruiken, en hem toe te staan dat hij als een Leenman van het Io„ „harsche Rijk te Iohor of Lahan woonde, zonder hem egter, nog zijne zoons, doit meer op Riouw te readmitteeren, eenlijk uit consideratie dat zulks het beste middel zoude zijn om voor te komen dat zijne onderdaanen zig onder de bescherming van den Koning van Trangano begaven en dus geheel van de Compagnie afvielen, dewijl zij in dien gevalle met de producten hunner landen niet meer op Riouw of Malacca ten handel zouden komen en de inkomsten van de Compagnie daar door merkelijk verminderen, behalven dat dan ook geene gelegen„ „heid zoude zijn om de schuld van den gemelden sulthan, waar van hier vooren § 31 gesprooken wordt, ooit betaald te krijgen. Maar, vermits Uwe Hoog-Edelheden daarentigen volgens Hoogst derzelver geëerden brief van den 23. Ianuari laastleden, van gevoelen zijn, dat men den gemelden Vorst en de zijnen eene zoo gestrenge kastijding moet doen ondergaan, als het
English
as far as current capability and circumstances will permit, I have requested the advice of Resident Ruhde on this matter, or rather concerning the manner in which this might be done. In his letter of 18 May, he answers me that nothing would be more desirable than being able to attack and destroy those faithless ones in their hiding places; however, since their vigilance makes this impossible and they will take flight elsewhere upon the first news of our approach, it would be most advisable to leave them to their fate, inasmuch as the poverty they suffer is an actual chastisement for them, provided one can only be assured that they will not raise a following to attempt the recapture of Riouw or impede navigation in this strait by piracies. Having earnestly considered this advice, alongside Your High Excellencies' aforementioned esteemed opinion, I agree with Resident Ruhde to the extent that, while Your High Excellencies cannot after all find it proper to accept Sultan Machmoet into submission on the terms proposed by me, and him alone, since his State Councillors or other grandees, who will probably have been his instigators against the Company, need not be spared or treated with leniency in the least, it will be more appropriate not to trouble oneself with him, even though one cannot have the assurance that he will never undertake the recapture of Riouw nor allow navigation in this strait to be obstructed by piracies, considering that the former will not succeed for them after the completion of the fortifications on Riouw, once the same the same are reinforced with four hundred and forty men, and the latter could be checked through cruising patrols or other measures, rather than undertaking an expedition that promises no good success, nor any benefit, but will certainly impose sure and oppressive burdens on the Company. Paragraph 47: Upon discovering the whereabouts of the sergeant who, according to the account of three Malays, is said to have been delivered out of the enemy's hands on Riouw by a sayyid and brought to Lahan, but of whom nothing more has been heard since, I shall not fail to secure his freedom through the payment of his ransom. Paragraph 48: The captain of the ship Huisduinen, Arie Simonse Koek, who was dispatched to Riouw with three other vessels before the arrival of the State's ships in order to provisionally blockade that place, wrote and informed me by a small vessel belonging to the Captain of the Chinese on the day after his arrival over there that he had found no foreign European nations there, nor any Buginese or Solorese; however, that vessel having been captured by pirates, I only received the duplicate of the aforementioned letter on 2 November 1787. And that I made no mention of it in mine of 24 December was truly caused by the hasty dispatch to Batavia of the State's frigates the Sijne and the Zijl. I request of Your High Excellencies a favorable pardon for this omission of mine, which would be unpardonable if if the aforementioned small fleet had had any encounters at Riouw that ought to have been brought directly to the knowledge of Your High Excellencies. Paragraph 49: Lieutenant Engineer Lusson arrived here with the ship the Constantia on 4 June last and departed for Riouw on the 11th. Paragraph 50: The two hundred Europeans and three hundred sepoys whom I deemed necessary for the garrison of Riouw once it was recaptured, as stated in my humble letter of 29 September 1787, I had trusted would be dispatched hither, or that the Europeans and sepoys lacking from that number would be supplemented with Madurese or other combatant personnel; but having seen from Your High Excellencies' esteemed letter of 23 January that Your High Excellencies had deducted from the aforementioned number the troops that had been detached thither from the Malacca garrison, not because I found the same strong enough to be able to spare so many troops, but because I could not delay the reoccupation of Riouw and had no attack from a native enemy to fear as long as the State's ships lay here in the roads, and through this weakening of the garrison of this government being unable to increase that of Riouw to four hundred and forty men, even if I were to receive, alongside the ninety-six European soldiers and artillerymen and twelve natives sent with the ships Rotterdams Welvaaren and the Constantia, another fifty Madurese warriors, through
Dutch transcription
201 het actueel vermogen en de omstandigheden maar zullen toelaaten heb ik daar op, of eigenlijk over de wijze hoe dat zoude kunnen geschieden, het advies gevraagd van den Resident Ruhoe, die mij bij zijnen brief van den 18. Mai antwoordt, dat niets wenschelijker zoude zijn, dan dat men die trouwloozen in hunne schuilhoeken kon aantaften en verdelgen, dog, daar hunne waakzaamheid hetzelve onmogelijk maakt en zij op de eerste tijding onzer aannadering de vlugt naar elders zullen neemen, het raadzaamste zoude weezen hun aan hun tot over te laaten, nademaal de armoede, die zij lijden, eene weezenlijke kastijding voor hun is, indien men maar verzekerd kan zijn dat zij geenen aanhang zullen maaken om de her„ „neeming van Riouw te beproeven, of door zeerooverijen de 3. vaart in deeze straat te belemmeren. Dit advies, nevens uwer Hoog-Edelheden voorschreven geëerde opinie, ernsdiglijk overwogen hebbende, ben ik het in zoo verre met den Resident Ruhde eens, dat, terwijl uwe Hoog- Edelheden tog niet kunnen goedvinden Sulthan Machmoet, en wel hem alleen, alzoo zijne Rijksraaden of andere Grooten, die waarschijnlijk de aanhitzers van hem tegen de Compagnie geweest zullen zijn, in 't minste niet behoeven te worden ontzien, nog gemenageerd, op den door mij voorgeslagen voet in submissie te ontvangen, het oorbaarer zal zijn zig zijns niet te bekreunen, schoon men de verzekering niet kan hebben, dat hij de herneeming van Riouw nooit zal onderstaan, nog door zeerooverijen de vaart in deeze straat laaten belemmeren, gemerkt het eerste hun na het voltoojen der Vestingwerken op Riouw, wanneer dezelve dezelve met vier honderd veertig man versterkt zijn, niet gelukken zal, en het laaste door bekruissingen of andere maatregelen zoude kunnen worden beteugeld, dan eene Expeditie te onder„ „neemen, die geen goed Lucces belooft, nog eenig voordeel, maar wel zekere en drukkende lasten, dan de Compagnie zal geeven. § 47: Bij ontdekking waar de sergeant beland is, die op Riouw, volgens het verhaal van drie Maleijers, door eenen said in't 's vijands handen verlost en naar Lahan gebragt zoude zijn, dog waar van men sedert niets meer vernomen heeft, zal ik niet in gebreeke blijven om door de betaa„ „ling van zijnen losprijs hem zijne vrijheid te beschikken. § 48. De Capitein van het schip Huisduinen Arie Simon„ „se Koek, die met nog drie vaartuigen voor de komste van 's Lands schepen naar Riouw geëxpedieerd is, om die plaats bij„ provisie te bloqueeren heeft 's daags na zijn arrivement ginder met een klein vaartuig van den Capitein der Chineeschen aan mij geschreven en bekendgemaakt, dat hij 'er geene vreem„ „de Europesche Natien, nog eenige Boegineeschen, of solokkers, gevonden hadt; dog dat vaartuig door zeeroovers genomen zijn„ „de, heb ik het duplicaat van den gemelden brief op den 2. No„ „vember 1787 eerst ontvangen. En dat ik daar van in den mijnen van den 24. December geene mentie heb gemaakt is weezenlijk toegekomen door de verhaaste depeche naar Bata„ „via van s Lands fregatten de sijne en de Zijl. Ik ver„ „zoek van Uwe Hoog-Edelheden eene gunstige verschooning van dit mijn verzuin, hetwelk in pardonnabel zoude weezen, zoo 203. zoo het gemeld vlootje eenige ontmoetingen te Riouw hadt gehaad, welke direct ter kennisse van uwe Hoog-Edelheden hadden behooren gebragt te worden. § 49. De Luitenant Ingenieur Lusson is met het schip de Con„ „stantia op den 4. Iuni laastleden hier gearriveerd, en op den 11. naar Riouw vertrokken. § 50. De twee honderd Europeers en drie honderd Lipais, die ik bij mijnen onderdaanigen van den 29. September 1787 ter bezettinge van Riouw, wanneer het weder ingenomen wierdt, noodig oordeelde, heb ik vertrouwd dat herwaarts beschikt, of de Europeers en sipais, die aan dat getal manqueerden met Madureeschen of ander Strijdbaar volk gesuppleerd zouden wor„ „den; dan bij uwer Hoog-Edelheden geëerden brief van den 23. Ianuari gezien hebbende, dat Uwe Hoog-Edelheden van het ge„ „melde getal hadden afgetrokken de manschappen, die uit het Malaccasche Garnissen, niet om dat ik hetzelve sterk genoeg vond, om zoo veel Troupes te kunnen missen, maar om dat ik met de reoecupatie van Riouw niet vermogt te traineeren, en zoo lang 's Lands schepen hier op de reede lagen geenen aanval van eenen inlandschen vijand, te dugten had, derwaarts gedetacheerd waren, en door de verzwakking in zoo verre van het Garnisoen deezes Gouvernements luiten staat zijnde om dat van Riouw, al kreeg ik bij de met de schepen Rotterdams Welvaaren en de Constantia gezon„ „den zes en negentig Europesche Militairen en Artille„ „risten, mitsgaders twaalf inlanders, nog vijftig Maduree„ „sche krijgers, tot vier honderd en veerdig man te augmenteeren door
English
...required there by Captain Commandant Wierts for the two forts, I most urgently request Your High Mightinesses to be permitted to obtain three hundred Sepoys for the security and preservation of both Riouw and Malacca, whereupon the other native soldiers, who are more inclined to stealing and murdering than to the defense of the posts entrusted to them, could be discharged and sent back; while, regarding Your High Mightinesses' reservations about increasing the number of Sepoys, I make bold to assure Your High Mightinesses that through reasonable and obliging treatment of those people, one can win their affection for our Nation and rely on their loyalty, even if their number far exceeded that of the European and other garrison members, as is also experienced by other Nations, who sometimes have a thousand Sepoys to one hundred Europeans and perform courageous deeds with them. Section 51. The former Commandant of the Company's garrison at Pera, Diedenhoven, presented the apprehension of Sulthan Moeda—whom he held to be the author and promoter of the transport of tin to Poeloe Pinang, and described as hated by everyone—to me in such a manner that I could not doubt the success of that undertaking. However, when Mr. Lucas, Captain of the State's frigate of war the Scipio, charged with that apprehension, arrived there, and the King had refused to have his Ministers of State pay his Honour a return visit after his Honour would have appeared at Court, he omitted to inform his Honour accurately of the state of affairs, the disposition of the minds of the Court and other Grandees of the Realm for or against Sulthan Moeda, and of the latter's faction, in order to deliberate with his Honour on how one might seize that prince without his coming into the fort, just as I had ordered the said Diedenhoven in my secret letter of 24 December 1787. Mr. Lucas could therefore do nothing other than return with business unaccomplished. And since his Honour had observed that the King was not such a well-meaning Friend of the Company as he repeatedly pretended, his Honour prudently refrained from having His Highness told that Sulthan Moeda had to be delivered to his Honour at once or rendered incapable of ever again causing any detriment to the Company in its tin trade. Section 52. Meanwhile, regarding the said refusal to have Mr. Lucas complimented, the King apologized to the late Captain Commander Silvester by a letter stating that he certainly ought to have had Mr. Lucas received ceremoniously, but that all the Grandees were in the uplands, and since it had never happened under his ancestors that all the princes proceeded downriver to receive someone, he neither could nor might deviate from the former customs. Section 53. Upon deliberating with Mr. Silvester whether one should punish the Perackers for their breach of treaty, or not, the latter was concluded, since the former—if the King with his Grandees and remaining subjects took flight to the mountains, as they have said they would do—would yield no other fruit than that they, coming down after the departure of our force dispatched thither, would avenge themselves on the garrison members of the Company's fort. I therefore had the Commandant of that fort put to the King that I had expected nothing less than that His Highness—who is an old Friend and Ally of the Dutch, and who only recently, or in the month of June 1787, had come in person with all his State Grandees to Tanjong Poetos (a place situated close to the fort) to greet the King of Salangore—now refused the honour of sending his said Ministers to the Company's Fort for that purpose to a distinguished Servant of the Sovereign of the United Netherlands, whereas the King of Salangore and even much greater native Kings could by no means be compared to our said Sovereign; that Mr. Silvester, Captain Commander of the State's Squadron, deeply aggrieved by such a refusal, would have undertaken the voyage to Pera with two or three ships to show the Perackers who those were whom they had treated so coldly, had I not put the King's impolite behavior in the best light and requested his Honour to wait at least until it was perceived that the King, upon his Honour's exhortation to ensure that all the tin of
Dutch transcription
d' door den Heer Capitein Commandant Wierts voor de twee Fortiu ginder gerequireerd, verzoek ik Uwer Hoog-Edelheden op het in„ „zdantigste, om tot zekerheid en behoud zoo wel van Riouue als van Malacca drie honderd Sipais te mogen erlangen, wan„ „neer de andere inlandsche Militairen, die meer afgeregd zijn op steelen en moorden, dan op de verdediging der hun aanbe„ „trouwde posten, zouden kunnen afgedankt en te rug ge„ „zonden worden; terwijl ik wegens de bedenkelijkheid van Uwe Hoog-Edelheden over de vermeerdering van het getal der Lipais mij verstout uwe Hoog-Edelheden te verzekeren, dat men door eene redelijke en verpligtende behandeling van dat volk hunne liefde voor onze Natie win„ „nen en op hunne getrouwheid staat maaken kan, schoon hun getal dat van de Europesche en andere Bezettelingen verre surpasseerde, gelijk dat hij andere Natien ook ondervonden wordt, die somtijds een duizend Lipais bij een honderd Europeers hebben en 'er kloekmoedige daaden mede verrigten. § 51. De geweezen Commandant van Comps. Bezet„ „ting te Lera Diedenhoven heeft mij de opligting van zul„ „than Moeda, dien hij voor den auteur en begunstiger van den vervoer van tin naar Poeloe Pinang hieldt, en als bij een ieder gehaad beschreef, op zoo eene wijze voorgesteld, dat ik niet twijfelen kon of de onderneeming daar van zoude wel slaagen; dog toen de Heer Lucas, Capitein van slands Cregat van oorloge de Scijrio, met die opligting gechargeerd, daar aangekomen was, en de koning geweigerd hadt door zijne Rijksminsters zijn Ed, eene contravisite te laaten geeven, na 206. na dat zijn Ed. ten Hove verschenen zoude zijn, heeft hij geomis„ „teerd zijn Ed. naauwkeuriglijk te onderrigten van den staat der zaaken, de gesteldheid der gemoederen van de Hoff- en andere Grooten des Rijks voor of tegen Sulthan Moeda, en van des laastgemelden aanhang, ten einde met zijn Ed. te raadplegen hoe men dien prins, zonder zijne komste in het zort, zoude kunnen magtig worden, gelijk ik zulkes den gemelden Die„ „denhoven geordonneerd had bij mijnen secreeten brief van den 24. December 1787. De Heer Lucas heeft dens niet anders kunnen doen, als onverrigter zaake te rug keeren. En dewijl zijn Ed. opgemerkt hadt dat de Koning: zoo een welmeenend Vriend van de Compagnie niet was, als hij telkens voorgaf, heeft zijn Ed. voorzigtiglijk nage„ 7„6 „laten zijner Hoogheid te laaten zeggen, dat zul„ „than Moeda ten eersten aan zijn Ed. moeste overgeleverd i of buiten staat gesteld worden om ooit weder eenig na„r„ „deel aan de Compagnie in haaren tinhandel toe te bren„ „gen. § 52. Ondertusschen heeft de Koning zig wegens de gemelde weigering van den Heer Lucas te laaten complimenteeren bij wijlen den Heer Capitein Commandeur Silvester verontschuldigd door eenen brief, inhoudende dat hij zeker den Heer Lucas ceremonieelijk hadt moeten laaten inhaalen, dog dat alle de Grooten zig in de bovenlanden be„ „vonden, en hij, daar het nooit bij zijne voorouders geschied was dat alle de vorsten zig naar beneden begeven hadden om iemand te ontvangen, ook niet van de voorige gewoonten kon of mogt afwij„ „ken. §53. § 53. Bij overlegging, met den Heer Silvester, of men de Le„ „vaers over hunne bondbreuk straffen zoude, dan niet! tot het laaste geconcludeerd zijnde, dewijl het eerste, wanneer de Koning met zijne Grooten en overige onderdaanen de vlugt naar het gebergte nam„ gelijk zij gezegd hebben te zullen doen, van geene andere vrugt zoude weeten, als dat zij, na het vertrek van onze derwaarts ge„ „expedieerde magt afkomende, zig aan de Bezettelingen van Comps. Fort wreekten, heb ik door den Commandant van dat Fort den koning laaten voorhouden, dat ik niets minder verwagt had, dan dat zijne Hoogheid, die een oude Vriend en Bondgenoot van de Hol„ „landers, en nog onlangs, of in de maand Iuni 1787, in eigen persoon met alle zijne Rijksgrooten op Tanjong Zoetoes (eene plaats, digt bij het zort leggende) gekomen was om den koning van Slangenoor te begroeten, nu de eere van zijne gemelde Mini„ „sters tot dat einde naar Comps. Fort af te zenden weigerde aan eenen voornaamen Dienaar van den Souverain der vereenigde Nederlanden, daar de Koning van Slangenoor en zelfs veel groo„ „ter inlandsche Koningen op verre na niet in vergelijking ge„ „bragt konden worden bij onzen gemelden Souverain; dat de Heer Silvester, Capitein Commandeur van 's Lands Esquader, zeer gevoelig van zulk eene weigering, met twee of drie schepen de reize naar Leva zoude hebben ondernomen, om aan de Levaeers te toonen wie de genen waren, welken zijn zoo koeltjes beijegend hadden, indien ik het onbeleefd gedrag van den Koning niet in de beste vouw gelegd, en zijn Ed. verzogt hadde, om zoo lang ten minsten te wagten tot dat men bespeurde, dat de Koning op de aanmaaning van zijn Ed. , om te zorgen dat al het ten van
English
207 of Perak, according to the contract, was delivered solely to the Company, he would also pay no heed to it; that, although Mr. Silvester had since died, His Honor's successor would do the same that Mr. Silvester would have done, unless immediate proof was received of the King's loyalty and devotion to the Company; that I therefore hoped that His Highness, in order to avert the disasters that could befall the Kingdom of Perak, would forcefully prevent the smuggling in tin and promote the delivery thereof to the Company by all possible means. A threat of that nature would have had the best effect in earlier times; but now that the Perak nobles, one of whom has been to Poeloe Pinang according to the report cited in section 39, seem to have been instructed by Mr. Light regarding the conduct they should maintain toward the Company, I have been able to gain nothing by it. The King and Sultan Moeda have, on the contrary, had the audacity to request of me and the Council, in response to the letters given to the new Commander of the Perak Garrison Walbeehm upon his departure, and in which they had been addressed concerning the illicit trade in tin, to raise the price of that mineral to forty-four Spanish dollars per bahar, thus desiring four Spanish dollars more than the King had asked of us shortly before in his letter of 27 November 1787, since forty-eight such dollars were paid for the bahar on Poeloe Pinang. Section 54. Although I can therefore not flatter myself with with any hope that raising the tin price by two Spanish dollars will effect greater certainty and truer dealing in the delivery thereof, and will curb the smuggling trade to Poeloe Pinang, I have nevertheless, in order to make a trial of it, instructed the aforementioned Walbeehm by secret letter of 28 June that he was henceforth to pay thirty-four Spanish dollars per bahar, pretending as if he had agreed to this on his own accord for the promotion of an ample collection. Section 55. I express my utmost thanks to Your Right Excellencies for the sent copies of the letters written to Messrs. Silvester, Wierts, and Zuijkenhuis; as well as my infinite obligation for the kindness that Your Right Excellencies have had in honoring me, both by Your Right Excellencies' honored separate and general letter of 22 April last, with the communication of the favorable granting of my dismissal from here and satisfaction with my performance, assuring Your Right Excellencies that I shall carry the memory of these so generous regards for my person to the grave. Section 56. The Captain Commander Wierts returned here on 23 June with the National frigate of war the Amphitrite and the Company ship Huisduinen. I do not doubt that His Honor will report to Your Right Excellencies on the state of the fortifications on Riouw; while for Your Right Excellencies' consideration I enclose herewith the trial completed over there in the Court Martial of the National and Company combined squadron 209 Batavia squadron against Lieutenant Douwe van Koote, Gunner Ian Pieter Nieuwsheepen, and five sailors, all having been stationed on the pantjallang the Tonijn. Section 57. The Commanders of the French King's frigates la Calipso and le Marquis de Castries excused themselves from saluting as usual upon arrival and departure, because in response to their question whether they would be acknowledged by the Castle with an equal number of shots, I had to answer that I was not permitted to receive and return any salute for the Castle while National ships were present here in the roadstead. I have the honor to remain, with sentiments of true high esteem, (Was signed) Right Honorable, Highly Esteemed, Sovereign Lord, and Right Honorable, Noble Sirs (Lower) Your Right Excellencies' most obedient and dutiful servant (Signed) D. G. de Bruijn (in the margin) Malacca in the Castle, 7 July 1788. To His Honor, The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General, together with The Right Honorable, Noble Sirs Councillors of the Dutch Indies High Secret Right Honorable, Highly Esteemed, Sovereign Lord, and Right Honorable, Noble Sirs, Section 58. Having found ourselves honored, upon the arrival here in the roadstead of the National frigate of war the Valk on the 18th of this month, with Your Right Excellencies' most respected secret letter of 30 June last, together with its enclosures, we shall, according to the order contained therein, as soon as we are informed of the revival of the misunderstanding between the Courts of Versailles and London, which has now ceased through the fortunate turn of events in the Dutch Republic, observe the strictest neutrality toward the French and English, and take all possible precautions so as not to be taken by surprise by the armed force of either. Section 59. Meanwhile, we fulfill our duty by offering in copy to Your Right Excellencies herewith a report received from Riouw by the aforementioned National frigate the Valk, concerning the departure of the Sultan of Iohan to Linga, his intention to attack Malacca, the preparations being made to that end, and the reinforcements that are expected, although we can scarcely assume the probability thereof, both because, according to other reports previously received, neither Sultan Machmoet nor Radja Ali has a sufficient force of vessels and men with them for such an undertaking, and of the reappearance of the Iranuns
Dutch transcription
207 van Lera, volgens het Contract, aan de Compagnie alleen geleverd wierdt, ook geen agt wilde geeven; dat, schoon de Heer Silvester zedert overleden was, zijn Eds, opvolger het zelfde zoude doen, dat de Heer Silvester gedaan zoude hebben, ten zijn men daadelijke blijken ontving van 's Konings trouwe en verkleefdheid aan de Compagnie; dat ik derhalven verhoopte, dat zijne Hoogheid, ter vermijdinge der rampen, die het Perasche Rijk zouden kon„ „nen overkomen, de sluikerijen in tin met kragt beletten en de leverancie daar van aan de Compagnie bevorderen zoude langs alle mogelijke wegen. Eene bedreiging van dien aart zoude in den voorigen tijd van het beste effect geweest zijn; dog nu de Lerasche Grooten, van dewelken een te Zoeloe Linang geweest is, volgens het § 39 aangehaald Relaas, door Mr. Light schijnen te weezen geinstrueerd op het gedrag, dat zij tegen de Compagnie moeten voeren, heb ik 'er niets mede win„ „nen kunnen. De koning en sulthan Moeda hebben daar„ „entegen de vermetelheid gehad van mij en den Raad, in antwoord op de brieven, die den nieuwen Commandant van de Perasche Bezetting Walbeehen bij zijn vertrek medegegeven, en waar in zij over den morshandel in tin onderhouden waren, te verzoeken om den prijs van dat mineraal te verhoogen tot vier en veertig Sp. reaalen voor de baar, begeerende dus vier sp. reaalen meer, dan de koning kort te vooren of hij zijnen brief van den 27. November 1787 van ons gevraagd hadt, de„ „wijl op Poeloe Pinang agt en veertig zulke reaalen voor de baar betaald wierden § 54. Schoon ik mij derhalven niet flatteeren kan met met eenige hoop, dat de verhooging van den timprijs met twee Sp. reaalen meerder zekerheid en getrouwer behandeling in de beue„ „randie daar van zal uitwerken, en den Smokkelhandel op Poelo Linang Atremmen, heb ik egter, om 'er eene proef mede te neemen, den gemelden Walbeeren bij secreeten brief van den 28. Iuni aangeschreven, dat hij voortaan vier en dertig Zp. reaalen voor de baar betaalen moest, zig gelaatende als of hij uit zig zelf daar toe getreden was toe bevorderinge van eenen runnien inzaam. § 55. Ik betuig Uwer Hoog-Edelheden wel zeer mijnen dank voor de gezonden afschriften der aan de Heeren Silvetter, wierts, en zuijkenuis geschreven brieven; gelijk mede mij„ „ne oneindige verpligting voor de goedheid, die uwe Hoog- Edelheden hebben gehad van mij, zoo wel bij Hoogstderzelver geëerden aparten als gemeenen brief van den 22. April laatt„ „leden te vereeren met de communicatie van de gunstige be„ „williging in mijn ontslag van hier en genoegenneeming in mijne verrigtingen, verzekerende Uwe Hoog-Edelheden dat ik de erkentenis van deeze zoo edelmoedige egards voor mijn per„ „soon tot in het graf zal mededraagen. § 56. De Heer Capitein Commandant Wierts is op den 23. Iuni hier gereverteerd met 's Lands fregat van Doorloge de Amphitrite en Comps. schip Huisduinen. Ik twijffel niet of zijn Ed. zal aan uwe Hoog-Edelheden ver„ „slag doen van den staat der fortificatien op Riouw; terwijl ik tot uwer Hoog-Edelhedes Speculatie hier nevens voeg. het in den Krijgsraad van 's Lands en Comps. vereenigd Esquiader 209 Batavia Esquader ginder getermineerd Proces tegen den Luitenant Douwe van Koote, Coustapel Ian Pieter Nieuwsheepen, en vijf Matroozen, allen bescheiden geweest op de pantjallang de Tonijn. § 57. De Heeren Commandanten van de Fransche Konings-fre„ „gatten la Calipso en le Margeus de Castries hebben zig bij aan„ „komste en vertrek geexcuseerd van naar gewoonte te salueeren, dewijl ik op hunne vraag, of zijn van het Casteel met gelijke schooten bedankt zouden worden, heb moeten antwoorden, dat ik geen salut voor het Casteel vermogt op te neemen en te beantwoorden bij het aanweezen hier ter reede van 's Lands Schepen Ik heb de eere van met gevoelens van waare hoogagting, te blijven, (Onderstond) Hoog-Edele Groot-Agtbaare Mijdgebiedende Heer, en wel-Edele Gestrenge Heeren (Lager) Uwer Hoog-Edelheden zeer gehoorzaamen en Vrouwschuldigen Dienaar (Getekend) D. G. de Bruijn (in margine) Malacca in het Casteel den 7. Iuli 1788. Aan zijn Edelheid, Den Hoog-Edelen Groot- Agtbaaren Heer Mr. Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal, benevens De Wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indië Hoog Secreet Hoog Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer„ en Wel-Edele Gestrenge Heeren, § 58. Bij aankomsten hier ter reede van 's Lands fregat van oorloge de Valk op den 18. deezer ons vereerd gevonden hebbende niet uwer Hoog-Edelheeden zeer gerespecteerden secreeten brief van den 30. Iuni laastleden, benevens derzelver bijlaagen, zullen wij naar de order daar in vervat, zoo dra wij geinformeerd worden van de her„ „leeving des misverstands tusschen de Hoven van Versailles en Lonbon„ dat nu door de gelukkige omwenteling van zaaken in de Neder„ „landsche Republiek gecesseerd is, de allerstijtste neutraliteit omtrent de Fanschen en Engelschen in agt neemen, en de mogelijk„ „ste voorzorgen gebruiken om niet door de gewapende magt van de eenen of anderen overrompeld te worden. § 59. Ondertusschen voldoen wij aan onzen pligt met uwer Hoog-Edelheden hier nevens copieelijk aan te bieden een met het ge„ „melde 's Lands fregat de Valk van Riouw ontvangen Relaas, nopens het vertrek des sulthans van Lahan naar Linga, zijn voorneemen om Malacca te attaqueeren, de uitrustingen, die tot dat einde gedaan, en de secoursen, die verwagt worden schoon wij de waarschijnlijkheid daar van naauwelijks suppo„ „neeren kunnen, zoo om dat, volgens andere te vooren ingeko„ „men berigten, nog zulthan Machmoet, nog Radja Ali, eene genoegzaame magt van vaartuigen en volk bij zig heeft tot zulk eene onderneeming, en van de wederverschijning der Ela„ „ nongers
English
nothing is known to us in these seas up to now, as because first the king of Slangenoor, and subsequently that of Trangano, have caused application to be made to us, not only directly but also through others, for the reconciliation of the aforementioned sultan with the Company, the King of Trangano in particular indicating that he had been requested by sultan Machmoet to endeavour to bring it about that he might again be admitted to Riouw as before, or left unmolested on Lahan, as appears from the copies of the translations of their letters, which are respectfully subjoined hereto. § 60. Just as the first-undersigned Governor, before he had learned your High Excellencies' intention with regard to Sultan Machmoed from your esteemed separate letter of 23 January last, answered the king of Slangenoor that he could make no use of the offered mediation for the reconciliation of the Company with sultan Machmoet, because His Highness, after his flight from Riouw, had not written a single letter to him, and it would not befit the Company to take the first step towards reconciliation with a prince who, notwithstanding his conspiracy with the Bugis in the previous war against the Company, yet having been readmitted into its alliance, elevated, and favoured by the Company, rewarded the same with the basest ingratitude and perfidy, we shall likewise express ourselves in the same vein to the King of Trangano, in order to keep them in uncertainty regarding that matter until we shall be provided with your High Excellencies' further orders upon the said Governor's reflections in his separate letter of the 7th of this month, §45 and 46. § 61. Concerning the request of the king of Trangano to state to his Envoys what we wish to have said to him, we shall communicate to them the points upon which a Convention between him and the Company could be concluded, namely that he shall always remove the Bugis from his person and Realm, excepting a few who are born there or have wives and children, and above all not elevate them to any posts of honour and distinction; that he shall never ally himself with the enemies of the Company, even if they were related to him, or assist them in any manner to wage war against the Company or inflict any damage upon it, but on the contrary regard and pursue them as his own enemies; that he shall never allow any of the European Nations, besides the Dutch, to establish themselves for trade at Trangano or elsewhere under its Jurisdiction, much less to erect any fortification; that he shall no longer purchase and sell the tin which might be brought there from Banca, as well as the cloves, nutmegs, and mace which might be brought illicitly from elsewhere, but directly confiscate them with the vessels in which those articles are loaded, one half for him and the other half for the Company; that he shall also not allow any opium and textiles to be transported to places where the Company is established, or which belong to it, on pain of confiscation. These are the only points which we can with reasonableness demand of him. But, since we have come to know his deceitful nature, we doubt very much whether he will be willing to accept them in order to conclude a Convention with the Company thereon, and judge on the contrary that the costs which might be spent on a Mission thither would be fruitless; to which we shall therefore also not resolve without your High Excellencies' express authorization. We have the honour to remain with the deepest veneration, (Below stood) High-Noble Great-Honourable Far-Ruling Lord and Well-Noble Stern Lords (Lower) Your High Excellencies' most obedient and loyal Servants (Signed) P. G. de Bruijn, A. Couperus, I. Thievens, I. A. Hensel, D. Ruhde, and G. Lungel (In the margin) Malacca in the Castle, 25 July 1788. To His Honour, The High-Noble Great-Honourable Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General of Netherlands India High Noble Great Honourable Far-Ruling Lord, the secret letter of the 25th of this month had been prepared,
Dutch transcription
211 „nongers in deeze zeen ons tot nog toe niets bekend is, als om dat eerst de koning van Slangenoor, en vervolgens die van Tranga„ „no, niet alleen direct, maar ook door anderen, aanzoek bij ons hebben laaten doen ter reconciliatie van den meergemelden sul„ „than met de Compagnie, geevende den Koning van Trangano in 't bijzonder te kennen door sulthan Machmoet verzogt te zijn, om te willen bewerken, dat hij weder even als voorheen op Riouw geadmitteerd, oft op Lahan ongemoeid gelaten mog„ „te worden, blijkens de afschriften der Translaaten van hunne brieven, die deezen in eerbied zijn bijgevoegd. § 60. Wij zullen, gelijk de eerstondergetekende Gouverneur, voor dat hij uwer Hoog-Edelheden intentie ten aanzien van Sulthan Machmoed uit Hoog Htderzelver geëerden aparten brief van den 23. Ianuari laastleden vernomen hadt, den koning van Slangenoor geantwoord heeft, dat hij van de aangeboden mediatie ter verzoeninge van de Compagnie met suldhan Machmoet geen gebruik kon maaken, dewijl zijne Hoogheid, na zijne vlugt van Riouw, geen enkelden brief aan hem geschreven hadt, en het der Compagnie niet voegen zoude den eersten sdap te doen tot de verzoening met eenen vorst, die, nied tegenstaande zijne zamerspanning met de Boegineeschen in den voorigen oorlog tegen de Compagnie, egter door de Compagnie weder in haar Bondgenootschap geadmitteerd, verhoogd, en begunstigd zijnde, hetzelve vergolden heefft met de snoodste ondankbaar - en trouwloosheid, ons in denzelve„ „den smaak aan den Koning van Trangano ook uitlaaten, om hun in onzekerheid daar omtrent te houden tot dat wij op des gemelden gemelden Gouverneurs bedenkingen bij zijnen aparten brief van den 7. hujus §45 en 46 met uwer Hoog-Edelheden nadere bevelen zullen weezen gemunieerd. §61. Wat aangaad het verzoek des konings van Trangano, om aan zijne Gezanten op te geeven wat wij hem gezegd willen hebben, mij zullen hun de pointen mededeelen, op dewelken eene Conventie tusschen hem en de Compagnie zoude kunnen worden gesloten, naamelijk dat hij de Boegieeschen altoos van zijn persoon en Rijk zal verwijderen, eenige weinigen uitgezonderd, die 'er gebooren zijn of vrouwen en kinderen heb„ „ben, en hun vooral niet tot eenige posten van eer en aanzien verheffen; dat hij zig nooit met de vijanden van de Com„ „pagnie, als waren zijn zelfs aan hem vermaagschapt, allieeren, aft hun op eenigerlei wijze bijstaan zal, om de Compagnie te beoor„ „logen, af haar eenige schade toe te brengen, maar hun in te„ „gendeel als zijne eigen vijanden aanmerken en vervolgen; dat hij aan geene der Europesche Natien, buiten de Hollanders, in„ „mer zal toesdaan zig ten handel op Trangano of elders onder dies Iurisdictie te stabileeren, min nog eenige sterkte op te regten; dat hij het tin, hetwelk daar van Banca, mits„ „gaders de nagelen, nooten, en foeli, die ter sluik van el„ „ders, zouden mogen worden aangebragt, niet meer zal in- en verkoopen, maar direct met de vaartuigen, waar in die articulen geladen zijn, confisqueeren, de eene helfte voor hem en de andere helfte voor de Compagnie; dat hij ook geene amfioen en lijwaaten zal laaten vervoeren naar plaat„ „zen, daar de Compagnie gezeten is, of die haar toebehooren, op 213 Batavia op pane van confiscatie. Dit zijn de eenigste pointen, die wij met redelijkheid van hem vorderen kunnen. Maar, dewijl mij zijnen bedriegelijken aart hebben leeven kennen, twijffelen wij zeer of hij dezelven zal willen aanneemen, om daar op eene Conventie met de Compagnie te sluiten, en oordeelen daarentegen dat de kosten vrugteloos zullen weezen, die men zoude mogen be„ „steeden aan eene Bezending naar derwaarts; tot dewelke wij overzulks ook niet zullen besluiten buiten Uwer Hoog- Edelheden uitdrukkelijke qualificatie. Wij hebben de eere van met de diepste veneratie te blijven, (Onderstond) Hoog-Edele Groot-Agtbaare wijdgebiedende Heer en Wel-Edele Gestrenge Heeren (Lager) uwer Hoog-Edelheden zeer gehoorzaame en Vrouwschuldige Dienaaren (Getekend) P. G. de Bruijn„ A. Couperus, I. Thievens, I. A. Hensel, D. Ruhde, en G. Lun„ „gel (in margine) Malacca in het Casteel den 25. Iuli 1788. Aan zijn Edelheid, Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr. Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal van Nederlands Indië Hoog Edele Groot Agtbaare Wijd gebiedende E„r leer, den de secreete brief van den 25. deezer in gereedheid was ge„ „bragt,
English
brought, to be dispatched with the State's frigate de Valk, having been honored by the arrival here in the roads of the chartered private ship 't Drital Handelaars with Your Right Honorable's highly esteemed missive of the 7th preceding, I have communicated it and the letter received alongside it from the Junior Merchant Stuart, both to Mr. Wierts, Captain Commandant and chief of the State's warships in these regions, and to my successor in the main administration, Mr. Couperus. With mutual consultation, we thought it proper not only to send immediately a copy of the last-mentioned letter to the departing and incoming Residents of Riouw, Ruhde and Baumgarten, and to order them to devise the best measures in concert with Mr. Drillinger, Captain of the State's frigate Hoorn, in order to foil the invasion that the Ilanun, united with the Buginese and Malays, might undertake against that place, but also to make the necessary preparations here, at no expense to the Company, vigorously to await that band of robbers. And as, the day after the receipt of Your Right Honorable's honored writing, news was brought to me from the upper lands that the chiefs of a few Ilanun vessels arrived at Lahan, having been requested by the Sultan of Riouw to attack Malacca with his adherents, found some difficulty therein, but had finally decided to send eight of their number hither in priestly robes to survey the situation of this place, I have ordered them to be apprehended elsewhere upon their arrival. I hope that this will meet with Your Right Honorable's approbation, while I have the honor to remain with the most perfect high esteem, Batavia Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord Your Right Honorable's most obedient and duty-bound servant Signed P. G. de Bruijn In the margin: Malacca, in the Castle, the 29th of July 1788. To His Honor The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, and The Honorable, Stern Lords Councilors of the Netherlands Indies Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, and Honorable, Stern Lords, Having been requested with much urgency by the King of Slangenoor to the first two signatories that Radja Ali—who in the year 1784, when the State's and Company's united squadron lay before Riouw, fled from there with all the Buginese and recently arrived in Slangenoor—might be granted pardon and permitted to settle there, offering himself as surety for the peaceful conduct of that Prince, we have resolved, on such considerations as appear in our Resolution of the 30th of September last accompanying this in copy, to present that request most favorably to Your Right Honors, should it be confirmed by a letter from Radja Ali himself; as we now take the liberty of doing, since Radja Ali has fulfilled the mentioned condition with every appearance of sincerity. But to the further request of the first-named Prince, that Radja Ali might depart for Siantan to fetch his sisters and friends, we shall reply that we cannot grant him this until we are furnished with the honored orders of Your Right Honors regarding him. We have the honor to call ourselves with all veneration and respect, Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord and Honorable, Stern Lords, Your Right Honors' most obedient and duty-bound servants Signed P. G. de Bruijn, Couperus, J. Thievens, I. A. Hersel, D. Ruhde, G. Lungel, and I. van Kal In the margin: Malacca, in the Castle, the 29th of November 1788. Agrees, First Sworn Clerk Van Saak Secret: Batavia. To His Right Honor The Right Honorable, Stern, Highly Esteemed Lord: Mr. Willem Arnold Alting: Governor General, And The Honorable, Stern Lords Councilors of Netherlands India etc. etc. etc. Right Honorable, Stern, Highly Esteemed Lord and Honorable, Stern Lords: In respectful rescription to Your Right Honors' ever highly respected secret missive of the 29th of December of the past year, I find myself obliged to bring to Your Right Honors' knowledge that I do not fail to cheer and accommodate in every way the Prince who previously wandered in the upper lands, but who now resides in his kraton, just as I also continually encourage the Regent to that end; yet to my sorrow, I must testify
Dutch transcription
„bragt, om met ' Lands fregat de valk te worden afgezonden, door de aankompte hier ter reede van het ingehuurde particuliere schip 't Drital Handelaars vereerd zijnde met uwer Hoog-Edelheid zeer geagte missive van den 7. bevoorens, heb ik dien en den daar nevens ontvangen brief van den Onderkoopman Stuart, zoo wel aan den Heer Wierts, Capitein Commandant en chef van 's Lands schepen van oorloge in deeze Gewesten, als aan mijnen successeur in het hoofdbeHier, den Heer Couperus, gecommuniceerd, en met onder„ „ling overleg goedgedagt niet alleen een afschrift van den laass„ „gemelden brief aan de afgaande en aankomende Residenten van Riouw Ruhde en Baningarten ten eersten toe te zenden, en hun te gelasten om deconcert met den Heer Drillinger, Capitein van 's Lands fregat Hoorn, de beste maatregelen te beraamen, ter verijdelinge van de invasie, die de Elanongers, met de Boeginee„ „schen en Maleijers vereenigd, op die plaats mogten onderneemen, maar hier ook de noodige preparatien te maaken buiten laste van de Compagnie, om dat roofgespuis vigaureuselijk af te wagten. En alzoo mij 's daags na den ontvangst van uwer Hoog-Edelhend geëerd schrijvens tijding uit de bovenlanden gebragt is, dat de Hoof„ „den van eenige weinige te Lahan aangekomen Elanongsche vaartui„ „gen, door den sulthan van Riouw aangezogt om met zijnen aon„ „hang Malacca te attaqueeren, daar eenige difficulteit in gevonden, dog eindelijk besloten hadden agt van hun onder Priesterlijk ge„ „waad herwaarts te zenden, om de situatie deezer plaatze op te neemen, heb ik onder gesteld om hun bij aankomste elders op te pakken. Ik hoop dat het een en ander van Uwer Hoog-Edel„ „heid approbatie zal weezen; terwijl ik de eere heb van met de 215. Batavia de volmaakste hoogagting te blijven, (Onderstond: Hoog-Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer (Llager) uwer Hoog-Edelheid zeer gehoorzaamen en trouwschuldigen Dienaar Getekend) P. G. de Bruijn (in margine) Malacca in het Casteel den 29. Iuli 1788. Aan zijn Edelheid Den Hoog-Edelen Groot-Agtbaaren Heer Mr. Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal, benevens De wel-Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog- Edele Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel-Edele Gestrenge Heeren, Door den Koning van Slangenoor bij de twee eerste onder„ „tekenaars met veel empressements verzogt zijnde, dat aan Radja Ali, die in het jaar 1784, toen 's Lands en Comps. ver„ „eenigd Esquader voor Riouw lag, met alle de Boegineeschen van daar gevlugt en orlangs te slangenoor gekomen is, remis„ „sie verleend en toegestaan mogte worden zig daar neer te Secreet zetten, zetten, onder aanbiding van zig zelven tot Vorg voor het vreed„ „zaame gedrag van dien Prins, hebben wij, uit zoodanige consi„ „deratien, als bij onze deezen in copie verzellende Resolutie van den 30. September laastleden, besloten dat verzoek, in„ „dien het door een brief van Radja Ali zelf bekragtigd wierdt, op het favorabelste aan uwe Hoog-Edelheden voor te draagen; gelijk wij nu zoo vrij zijn van het te doen; dewijl Radja Ali aan de gemelde conditie met allen schijn van opregtheid voldaan heeft: dog op het nader verzoek van eerstgenoemden Vorst, dat Radja Ali naar Siantang mog„ „te vertrekken om zijne zusters en vrinden af te haalen, zullen wij antwoorden, dat wij hem zulks niet kunnen accor„ „deeren voor dat wij met de geëerde orders van UwE. Hoog Edel„ „heden ten zijnen opzigte zullen weezen gemunieerd. Wij hebben de eere van ons met alle veneratie en ontzag te noemen, (Onderstond:) Hoog -Edele Groot-Agtbaare wijd gebiedende Heer en Wel-Edele Gestrenge Heeren (lager) Uwer Hoog-Edel„ „heden zeer Gehoorzaame en trouwschuldige Dienaaren (getekend) P. G. de Bruijn Couperus, J: Thievens, I. A. Hersel, D. Ruhde„ G: Lungel, en I. van Kal (in margine) Malacca in het Cas„ „teel den 29. November 1788. Accordeert E. E. G. Klerk Van Saak Secreet: Batavia. Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaren Heere: M„r Willem Arnold Alting: Gouverneur Generaal, En. De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India &: &: &: Hoog Edele Gestrenge, Groot Agtbren Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren: In Eerbiedige rescriptie op uw Hoog Edelheedens Mteeds hoog gerespecteerde secreete missive van den 29: december A„o pass„o vinde ik mij verpligt Uw Hoog Edelheedens ter kennis te brengen, dat ik in geen gebreeken blijve de te vooren in de Bovenlanden zwervende, dog thans in desselfs Craton zig ophoudenden vorst, steeds op allerleij wijse op te beuren, en te gemoed te koomen, gelijk ik ook den Rijksbestierder daar toe bij aanhoudentheid amimeere, dan tot mijn leedweesen moet ik betuigen
English
I declare that although I cannot strictly accuse the same of any direct evil counsel to his prince, I nevertheless have many reasons to suspect such from him, as despite all efforts made I make no progress in that regard, and have already been informed by the Right Honorable, Valiant Mr. van den Beke of the insincere character of that prince, to whose advice, so it appears to me, the prince listens all too much, and to whom I also dare determine that the non-extradition of the Pangerang Aria Kidoel is mostly to be attributed. The goods under my custody I wished to divide, upon the advice of the old prince of Anom, in the manner as set down on the last sent list, to the Ratoe de pattij who stays with the said prince, and the remaining goods to the sulthan suppoe; but that prince not being willing to be content with this, I am once again forced, however gladly I would now leave the matter resting upon Your High Noble Honors' order, most respectfully to implore Your High Noble Honors' positive orders regarding this, as I would very reluctantly cause dissensions between those 2 princes through my doing. Furthermore, I still await the seal, the Gollok, and kris from Your High Noble Honors in order to be able to hand them over to the sulthan suppoe as well, as I have already had the honor to inform Your High Noble Honors that this prince makes request for them. While knowing nothing further to add to this, other than that a few days ago I heard from the mouth of the tommongong of the last-mentioned prince, in the presence of 2 persons, that if his prince were to call the pangerang Aria kidoel, he would indeed come to him in the dalam, which I, solely for high speculation in this matter while sending a declaration, cite, taking with deep respect and true submission the liberty to subscribe myself: Lower Your High Noble Honors' obedient and faithfully indebted servant signed G: C: Gockinga in the margin Cheribon the 18: January 1788: To. To my bitter regret, I find myself again compelled to bring to Your High Noble Honors' notice the occurred incident with the sulthan of suppoe, namely that, deeming it necessary to hold a meeting with the princes to speak to each other about capital punishments and other matters of importance, I had both princes requested to attend; whereupon the prince of Anom directly replied to me that he was very willing and ready every day, but the sulthan mentioned above sent me the Pangerang Aria natta diridja and had me requested that he might be excused from it, and to be willing to admit his uncle; whom I, asserting that this was not proper neither towards the sulthan Anom nor towards me as representing the Company, sent home again; and I subsequently received an answer from the sulthan through the Tommongong that if His Highness the sulthan of Anom came himself, he too would appear; whereupon I had everything brought into order and readiness for that meeting, and on Sunday, when the meeting was to be on Monday, I had the Tommongong of Suppoe summoned and ordered him to ask his prince, who had ridden on horseback at 7 o'clock in the morning to singaragie, a certain grotto near Cheribon, whether His Highness would be pleased to use my carriage; who, arriving there, could not get to speak to the prince, and thus followed him in going home at 4 o'clock in the afternoon; but having no answer at 9 o'clock in the evening, I again had the Tommongong called, who told me that thus far he could not approach his prince, whereupon I ordered him to tell the aforementioned Pangerang Aria natta diridja to come to me early in the morning; who then indeed was already with me at 6 o'clock, and upon asking him for what reason I had thus far received no answer from the prince, he also declared to me: To as before: declared that he could not get to speak to him, so that finding myself most disappointed, I resolved to go in person directly to speak with the sulthan Anom about these circumstances, whom I found already prepared to come to the meeting and very surprised at my arrival; and when I disclosed the reasons to His Highness, that prince declared to me that he had never attended such a thing, and that it grieved him that the Company and his person had to see themselves thus disappointed by a much younger prince; but upon my pointing out to His Highness that it was also disagreeable to me, though through no fault of mine, he calmed down considerably, and I then proposed to His Highness whether it might be well that I ask the sulthan suppoe through a European orderly whether he would await deputies in order to be able to hear the reasons for his strange behavior; which His Highness approving, took direct effect, and upon receiving an answer, the Warehouse Master van Leeuwendaal and the sworn clerk [illegible], who upon returning reported to me that the prince was very well and excused himself with many frivolous and meaningless pretexts, saying that he would appear when there was a meeting again; of which commission the sulthan Anom was informed by the same deputies, who had me answered that it indeed appeared to be child's play, but that if I were to arrange a meeting again, as is to happen the day after tomorrow, he would gladly try once more, in the hope, however, that I might inform Your High Noble Honors of this unheard-of occurrence, as I then respectfully report the entire state of affairs hereby for Your High Noble Honors' high speculation: While furthermore most humbly taking the liberty to subscribe myself with the most dutiful high esteem: Lower Your High Noble Honors' obedient and faithfully indebted servant was signed: G: C: Gockinga in the margin: Cheribon the 29: January 1788: To as.
Dutch transcription
ik betuigen dat schoon Juist den zelve van geene directe kwaads raed- =geevingen aan zijn vorstkan beschuldigen, ik Egter veele reeden heb om zulks van hem te vermoeden alsoo ondank alle aanwendende moeite daar omtrent niets vordere, en reeds door den wel Ed: Gestr: Heer van den Beke geinformeert ben, van het onopregte Carachter van dien Prins, na wiens raed soo het mij voorkomt den vor:stalte veel is luisteren de, en aan wie ik ook durve vast stellen het niet uitleeveren van den Pangerang Aria Kidoel het meeste te attribueeren is. De ondermijn berusting zijnde goederen heb ik op aanraading van den ouden brieven vorst van Anom willen verdeelen in voegen als het op de laeste overgesondene Lijst bekend staande aan den Ratoe de pattij die zig bij gemelden vorst ophoud, en de overige goederen aan den sulthan suappoe, dan dien vorst zig daar niet meede te vreede willende houden, ben ik alweeder genoodzaakt, hoe gaarn de zaek op uw Hoog Edelheedens order daar nu bij wilde laaten berusten uw Hoog Edelheedens positive orders daar omtrent aller Eerbiedigst te imploreeren, alsoo door mijn toe doen zeer ongaarn oneenigheeden onder die 2: vorsten wilde te weege brengen. Blijvende voorts nog het Cachet, den Gollok en kris van Uw Hoog Edelhee= =dens te gemoed zien, om meede aan den sulthan suppoe kunnen overgeeven alsoo gelijk reeds d' Eer gehad heb uw Hoog Edelheedens te bedeelen dien vorst daarom versoek doet. Terwijl overigs als hier niets meer bij te voegen weetende dan dat ik eenige daegen geleeden uit den mond van den tommongong van laast gemelden: vorst in presentie van 2: persoonen gehoordt heb, dat soo zijen vorst den pan„ =gerang Aria kidoel riep, hij wel bij hem in de dallan zoude komen, het welk ik eenlijk ter hooge speculatie in deesen onder overzending Eener ver= klaering aanhaelende met diepe Eerbied en waare submissie de vrijheid ge= bruike mij te onderschrijven: /:onderstond titel / Lager Uw Hoog Edelheedens Gehoorsame en trouw= schuldigen dienaar /:was geteekend/ G: C: Gockinga /in margine/ Cheribon den 18: Januarij 1788: Aan. Tot mijn bitter leedweesen vinde ik mij weeder genoodsaekt uw Hoog Edelheedens ter kennis te moeten brengen den geexcteerd geval met den sulthan van suppoe, namentlijk dat noodsaekelijk agtende eens vergadering met de vorsten te houden, ons over dood straffen en andere zaeken van aenbelang te spreeken, de beide vorsten daar toe liet ver= soeken, waar op den vorst van Anom mij direct ten antwoord gaff dat daar toe zeer geneegen, en alle daegen gereed was, den den sulthan in hoof= de gemeld, zondmijden Pangerang Arianatta diridja, en liet mij ver- „soeken daar van geExcuseert te moogen blijven, en zijn Oom te willen ad= midteeren, dien ik beweerende, dat zulks den sulthan Anons, nog mij als de Comp„e representeerende, niet en paste, weeder nahuijs keerde en ik ver =volgens door den Tommongong antwoord van den sulthan kreeg, dat soo zijn Hoogheid, den suthan van Anom zelfs kwam hoogst denzelve dan ook soude verschijnen, waar op ik alles tot die vergadering in order en gereed= „heid liet brengen, en zondags, toen het maendags vergaedering soude zijn, den Tommongong van Cuppoe liet roepen, en hem gelaste zijn vorst, die 's morgens om 7: uuren te paerd na singaragie, een zeeker grotwerk digt bij Cheribon, was gereeden te vraegen off zijn Hoogheid van mijn waegen wilde gedient zijn, die daarkoomende den vorst niet konde te spreeken krijgen, en dustiens volgde in het nahuijs gaen s' namiddags om 4uuren dog 's avonds ons 9: uuren nog geen antwoord hebbende, liet ik weeder den Tommongong, roeper die mij zeide dat tot nog toe zijn vorst niet konde naederen, waar op ik hem gelaste den Pangerang Ana natta diridja voornoemt te zullen zeggen 's morgens vroeg bij mij te koomen, die dan ook weesentlijk om 6: uuren reeds bij mij was, en hem vraegende uit wat reeden ik tot nog toe geen antwoord van den voostkreeg, mij meede Aan als vooren: verklaerde. verklaerde hoogst denzelve niet te spreeken konde krijgen, soo dat ik mij tenr hoogsten te teur gesteld vindende, resolveerde direct in persoon des sulthan Anom over die omstandigheeden te gaan spreeken, dewelke ik reeds klaar om in de vergaedering te koomen, en zeer verwondert over : mijn komst vond, en toen ik zijn Hoogheid de reeden ontrouwde, verklaerde mij dien vorst nog nooit soo iets te hebben bij gewoond, en dat het haars leed deede, de Comp„e en zijn persoon zig dusdaenig van een veel jongere vorst moes= ten zien te beur gesteld, danr zijn Hoogheid beduidende dat het mij meede niet aangenaem was, dog buiten mijn schuld, bedaerde hoog deselve merkelijk, en stelde ik toen zijn Hoogheid voor, of niet goeddagte ik den sulthan suppoe door Een Europeese opp asser liet vraegen off Gecommitteer= „dens wilde afwagten om de reeden van zijn wonderlijk gedragte kunnen hooven het welk zijn hoogheid gouteerende, direct effect sorteerde en op bekoomen ant woord den Pakhuijsmeester van Leeuwendaal, en den geswooren scriba stopkeerbernatoezone die terug koomende mij rapporteerden, den vorst zeer wel was en zig met veele frivole en niets beduidende uitvlugten liet excuseeren, seggende wanneer het weer vergaedering was te zullen Com- pareeren, van welke Commissie door dezelfde Gecommitteerdens den sulthan Anom verslag liet doen, die mij liet antwoorden dat het wel kinder spel gebeek, dog dat wanneer ik weeder vergaedering kwam te beleggen gelijk overmorgen staet te geschieden het nog wel eens wilde probeeren, in hoope egter dat ik uw Hoog Edelheedens van dit ongehoort voor wal mogte in Con- „meeren, soo als ik dan van den ganschen toedragt eerbiedig bij deesen tot uw Hoog Edelheedens hooge speculatie bendoende: Terwijl overigens zeer ootmoedig de vrijheid gebruijke wij met de ver= schuldigste hoogagting te onderschrijven: /:onderstond titel/ Lager Uw Hoog Edelheedens Gehoorsame en trouwschul„ digen dienaar /was geteekend:/ G: C: Gockinga /in margine:/ Cheribon den 29: Januarij 1788: Aan als.
English
To the same as before: Having recently had the honor of communicating to Your Right Noble Honours the orders concerning the Sultan Sepuh, I find myself now once again obliged to bring to Your Right Noble Honours' notice that His Highness nevertheless, upon my persistent requests, appeared in the meeting last Thursday. However, I must admit to my regret that he sat there like someone who was being hunted, without speaking almost a single word; besides this, the behavior of the entire court of Sepuh remains in every respect disadvantageous and detrimental to the welfare of the Company and Cheribon's inhabitants: As I respectfully cite an incident with the Pangeran Aria Natta Diredja as regent, who the day before yesterday had the Tommongong request me to release the Kuwu or village head of the negorij Radja Singa, as he had been condemned in a previous meeting to be flogged and sent to Batavia because he had concealed Bugis highwaymen in the negorij without giving notice, of which case I have already dutifully informed Your Right Noble Honours. Whereupon I had them answered that, in my opinion, according to our laws he had deserved a heavier punishment, and would therefore receive that which had been imposed on him in the meeting, just as it was indeed carried into effect yesterday, and he will remain in custody for now, in order to be sent up to the capital in early spring with several other villains: With this, may I be permitted to sign this with true high esteem: beneath stood title / Lower Your Right Noble Honours' obedient and dutiful servant / was signed / G: C: Gockinga / in margin / Cheribon the 5th of February 1788: P: S: Having postponed the dispatch of this for a couple of days on account of the continuous heavy rains, His Highness the Sultan of Anom sent me this morning, being the 8th of this month, the enclosed letter with the request to forward it to Your Right Noble Honours: To. Upon receipt of Your Right Noble Honours' highly respected secret missive of the 29th of January last, I immediately made His Excellency's positive orders regarding the estate of the deceased mindless Prince known to both gentlemen Sultans, just as the Sultan Anom readily accepted it with all willingness. But after I had to wait 5 to 6 days for an answer from the Sultan Sepuh, His Highness let me know that he was not inclined to let it be decided by the High Priests, and would very reluctantly see the Ratu Depati assigned anything of it, so that it is impossible for me to give effect to Your Right Noble Honours' orders on that footing, and therefore I am holding the goods in custody again until further orders. I have also informed the Sultan Sepuh, who is again staying at Setu without giving me the slightest notice, of Your Right Noble Honours' intention regarding the regent Aria Natta Diredja, in case the Pangeran Aria Kidoel is not delivered up to the Honorable Company, just as I also emphatically made known to the aforementioned regent in person. But both remain equally obstinate in denying any knowledge of him and persist in not being able to deliver him up, with the regent adding that he begs pardon for having to come up to Batavia, so that he will not want to leave willingly, and I therefore implore Your Right Noble Honours for positive orders regarding his person, when that time will have expired, as more than 3 [illegible] have already passed since the signing of Your Right Noble Honours' letter. I have also conferred with the Sultan Anom regarding Your Right Noble Honours' letter about assisting me in the apprehension of the said Aria Kidoel, but His Highness most humbly requests Your Right Noble Honours' pardon, as such is contrary to their customs, To the same as before: contrary, contrary, as long as the Sultan does not yet place himself against the Company; which His Highness already long ago gave me in answer to my request made in that regard; and he is absolutely not to be captured by Europeans, because he is kept so concealed that one does not discover the least thing of his whereabouts, and no common Javanese will point him out, much less touch him, although I continuously have him watched by the servants stationed in the uplands in order to capture him myself if possible, which would serve as a special satisfaction to me and bring much benefit to the Cheribon traders and farmers, as it is beyond dispute that through his instigations many murders, manslaughters, and robberies are committed without one ever being able to discover the perpetrator, whatever efforts I unceasingly employ in that regard: With deep awe and true respect, I make bold to call myself: beneath stood title / Lower Your Right Noble Honours' obedient and dutiful servant / was signed / G: C: Gockinga / in margin: / Cheribon the 11th of March 1788: With respectful reference to my latest secret letter of the 11th of March, I consider it my unavoidable duty to bring to Your Right Noble Honours' notice that up to 3 times I have had the seal, the golok, and the kris of the late mindless Prince, returned to me by Your Right Noble Honours via the ship Ridderkerk, offered to the present Sultan Sepuh, but received no other answer than that he was not inclined to accept any of it except with all the other goods at once, so that finding myself embarrassed therewith, I once again implore Your Right Noble Honours' further supreme orders in that regard, and meanwhile honor myself with submissive high esteem to To the same as before: [illegible]
Dutch transcription
Aan als vooren: Iongst d'Eer gehad hebbende uw Hoog Edelheedens het gelasteerde met den sulthan suppoe te bedeelen, soo vinde ik mij als nu ook weeder ver= pligt uw Hoog Edelheedens ter kennisse te brengen, dat zijn Hoogheid egter op mijn aanhoudende versoeken gepasseerde donderdag in de vergaedering is verscheenen, dog moet ik tot mijn leed weesen bekennen dat er gezeeten heeft als iemand die gejaagt wierde, sonder bij na een en= =keld woord te spreeken; daar bij blijft het gedrag van den ganschen staen van suppoe in allen deele naedeelig en schaedelijk voor 's Comp„s en Cheribons op en Jngezeetens welvaart: soo als ik Eerbiedig aanhaele een voorval met den Pangerang Aria hatta diridja als Rijksbestierder, die mij Eergisteren door den tommongong liet versoeken, den Coewoe of toet hoofd van den negorij Radja Singa te willen langeeren, daar den zelve in een voorige vergaedering gecondemneerd was, omgegeeselt en na Batavia versonden te worden, om dat Boegineese struikvoovens in de negorij zonder kennis geeving verborgen had, gelijk ik reeds uw Hoog Edelheedens van dat geval pligt schuldig geinformeert heb, waar op ik hun heb laeten antwoorden, dat na mijn gedagten volgens onse wetten zwaerdere straffe hadde verdiend, en daarom ook erlanger soude, die hem in vergaedering was opgelegt, soo als zulks dan ook op gisteren offect heeft gesorteert, en voor als nu in hegten is zal verblijven, om in het vroege voor jaar met meer andere booswigten na de hoofdplaats te worden opgesonden: Hier meede zij het mij geoorlooft deese met waare hoogagting te teekenen: /onderstont titel / Lager Uw Hoog Edelheedens gehoorsame en trouwschuldigen dienaar /was geteekend/ G: C: Gockinga /in margine / Cheribon den 5: februarij 1788: P: S: De versending deeser om de wille der aanhoudende zwaa„ =re reegens Een 2: paar dagen hebbende uijtgesteld, zond mij heedens morgen off den 8: deeser zijn Hoogheid der sulthan van Anom ingeslootene brieff met versoek deselve Uw Hoog Edelheedens te willen toeschikken: Aan. Op ontfangst van uw Hoog Edelheedens hoog gerespecteerde secree„ te missive van den 29: Januarij J:L: heb ik direct hoogst der zelver positieve orders omtrent de nagelaetene Goederen van den overleedene Simeloosen Vorst aen beide heeren sulthians bekend gemaekt, soo als er ook met alle bereid= willigheid der sulthan Anom genoegen inneemt, dan na dat ik 5 â 6: daegen na antwoord van den sulthan suppoe heb moeten wagten, liet mij zijn Hoogheid weeten, dat niet geneegen was om het door de hooge Priesters te laeten besliessen, en zeer ongaerw soude zien den Ratoe de pattij er iets van wierde toegeweesen, soo dat het wij onmoogelijk is uw Hoog Edelheedens beveelens op dien voet effect te doen sorteeren, en dierhalven de Goederen al weeder tot naedere order bew aanhoudende. Ook heb ik den sulthan sappoe die zig weeder sonder mij de minste ken„ „niste geevente setoe ophoud uw Hoog Edelheeden sintentie omtrent den Rijks bestierder Aria natta diredja ter kennis gebragt, ingeval den pan„ gerang Ariakidoel niet aan de Ed: Comp:e wierde overgeleevert, gelijk ik het den rijksbestierder voornoemd meede in persoon nadrutkelijk beduid heb, dan blijven beide eeven halstanig ontkennen iets van hem te weeten en persisteeren niet in staet te zijn, den zelven te kunnen uitleeveren voegende er den rijksbestierder bij, amponte versoeken om na Batavia te moeten opkoomen, soo dat niet met goede zal willen vertrekken en ik dus Uw Hoog Edelheedens om positieve orders omtrent zijn persoon ben imploreerende, wanneer die tijd geexpedieert zal zijn, soo als er van de teekening uwer Hoog Edelheeden.s brief afgereekent ruim / 3. reedsom is. Den sulthan- Anom heb ik meede onderhouden over Uw Hoog Edelheedens schrijvens van in de aprehentie van gedagten Ana kidoel mij behulp- =laems te willen zijn, dan zijn Hoogheid versoek uw Hoog Edelheedens aller ootmoedigst oms vergeeving, alsoo zulks teegen hunne gewoontens is Aan als vooren: strijdende. strijdende, soo lang den sulthan sig nog zelfs niet teegen de Comp: stelde het welk zijn Hoogheid mij reeds lang op mijn meede dien aangaend gedaen versoek ten antwoord heeft gegeeven; en door Europeesen is hij absoluit niet te bemagtigen, door dat soodanig verschoolen gehouden word, dat men niet het geringste van zijn verblijft ontdekt, en geen gemeen Javaen zal hem aanwijsen, nog veel minder aantasten, schoon ik bij continu= citie op hem laat passen door de in de boovenlanden bescheidene dienaeren om was toet moogelijk hem zelfs magtig te worden, het welk wij tot een bij sonder satisfatie soude stretken, en de Cheribonse handelaerl en veld- bouwers veel voordeel aanbrengen, alsoo hiet zonder kijf staet, dat door zijne inducties veel moorden, doodslaegen en roverijen gepleegt worden sonder men in staat i: sooit den daeder te ontdekken wat moeite ik daar ons= trent sonder ophouden ben aenwendende: Met diep ontzagen waare Eerbied verstoute ik mij te noemen: /:onderstond titel / Lager uw Hoog Edelheedens Gehoorsame en trouw schuldigen dienaar /was geteekend/ G: C: Gockinga /in margine:/ Cheribon den 11: Maart 1788: Het eerbiedig refert aan mijn Jongste secreete van den 11: maart agte het van mijn onvermijdelijken pligt uw Hoog Edelheedens ter ken= nis te moeten brengen, dat ik het mij door Uw Hoog Edelheedens pertoel schip Ridderkerk terug gesondene Cachet den Gollok, en kris van wijlen den onseinigen vorst tot 3: maalen toe den presenten sulthan suppoe heb laaten aanbieden, dan geen ander antwoord bekoomen dan dat niet geneegen was het een en ander te accepteeren als met alle de overige goederen tegelijk, so dat ik mij daar meede verleegen bevindende, alwee= der uw Hoog Edelheedens naadere hoogs beveelens dien aangaande in =ploteere en mij inmiddels met onderwerpende hoogagting vereere te Aan als vooren: verte
English
undersigned: beneath stood title / Lower Your Right Noblenesses' Obedient and duty-bound servant / was signed / G: C: Gockinga / in margin Cheribon the 18: April 1788. In respectful rescription to Your Right Noblenesses' ever highly respected secret missive of the 30: May, received here on the 3: of this month, I take the liberty to serve, that whereas the troop of slaves in question after all possible investigation even by the Postholder at Jndranaijoe has not in any way been discovered in that district, I have been unable to question the Demang accused in the report about anything, without his name or the name of the Dessa or Negorij being given, much less to be able to bring his presented reason of excuse to Your Right Noblenesses' knowledge; in the meantime I shall upon Your Right Noblenesses' serious orders leave nothing unattempted as I have always done to trace if possible where they have gone, and especially the head Dair Assam, and at the slightest intelligence not fail to give Your Right Noblenesses immediate notice thereof. That Your Right Noblenesses overlook the so very offensive conduct of sulthand suppre with indulgence for his weak faculties, I shall take for my guidance, and not desist from advising that prince as best as possible, which however it seems is all in vain, as His Highness continues to reside in the same manner, except that at the end of the Pocassa he stayed a few days in the Dallam, without troubling himself with anything other than heavily oppressing the common man by having useless services performed, and despite my repeated friendly requests during as long as I have been here, has never yet been willing to come to me, as has otherwise become customary at certain times, just as the otherwise upright huelthand Anom has also already been to visit me 3: times. To as before: Your Right. Your Right Noblenesses' missive to the aforementioned prince I have properly had delivered to His Highness by 2: delegates, but until now have heard nothing further thereof; meanwhile I do not doubt in the least whether His Highness upon Your Right Noblenesses' earnest recommendation will gladly do everything to advise the sulthan suppoe for the best: Then with respect to the Pangerang Aria Kidul I must declare to Your Right Noblenesses with regret, that I find myself unable to deliver him up, as according to the general rumors and as sulthan Anow also says, he is very circumspectly kept hidden here locally by his brother the Pangerang Aria wetang, whose dwelling is so difficult to attack with force that Captain Tamakan sees no chance of it, and with the Garrison I would not gladly attempt it without Your Right Noblenesses' express order, although I also do not in the least believe he will be captured thereby, as those dwellings have so many doors and holes for escape that it is impossible, even not knowing where they come out, to occupy them; And because it can then be established with sufficient certainty that he no longer wanders about, as he is also not perceived by any of the inland postholders, I have, in the hope of Your Right Noblenesses' favorable approval, for the present not yet publicized the set reward of 500:— ducatons upon his head, as fearing that he would thereby be kept hidden even more, whereas otherwise it might still happen that in time, no longer suspecting any harm, he would fly into the candle of his own accord, although I have nevertheless made it known to some trusted persons in order to be able to make use of it upon an unexpected occasion. The Goods of the deceased insane prince I have upon Your Right Noblenesses' special orders had inventoried by the 2: head priests of both lord princes and subsequently according to their laws and customs, as the enclosed Note demonstrates, the Ratoe de pattijen Ratoe Jboe having also already received their allotted share to satisfaction, but from the sulthans suppoe whom I have already three times had asked by the Tommongong whether it pleased His Highness to await delegates, continually received no other answer than that it was not yet convenient for the same, on which account I dare no longer leave Your Right Noblenesses' letters unanswered, without informing your highness of that persistent repulsive conduct of the said prince, the more so as I fear that it will not easily change: Availing myself further in respectful rescription to Your Right Noblenesses' Extract received yesterday from your respectable assembly dated 20: June to serve, that the written instructions by letter of the lords Majores shall serve for my strict guidance and observance, in the meantime dutifully congratulating Your Right Noblenesses from the bottom of my heart on the so favorable turn of events in our otherwise pitiable Netherlands, with sincere prayer that it may please the All-beneficent God to pour out His further precious blessings upon the same and these conquered territories in ample measure, and that Your Right Noblenesses may constantly taste undefined pleasure in seeing the decisions to be taken by you with respect to the latter crowned with the happiest successes. While furthermore with the most distinguished high esteem I take the liberty to call myself: beneath stood title / Lower Your Right Noblenesses' Obedient and duty-bound servant / was signed / G: C: Gockinga / in margin / Cheribon the 21: July 1788. To
Dutch transcription
onderschrijven: /:onderstond titel / Lager uw Hoog Edelheedens Getroorsame en trouwschuldigen dienaar /was geteekend/ G: C: Gockinga /in margine Cheribon den 18: April 1788. In Eerbiedige rescriptie op uw Hoog Edelheedens steds hoog gerespecteerde secreete missive van den 30: Meij, op den 3: deeser alhier ontfangen, Neeme de vrijheid te dienen, dat terwijl de bewuste troep slaeven na alle moogelijke navorsching zelfs door den Posthouder te Jndranaijoe in dat district in geen„ en deele ontdekt is geworden, ik buiten: staet ben geweest, de in 't berigt beschul= digt wordende Demang, sonder zijn, nog naam der Dessa of Negorij op te geeven over iets te kunnen onderhouden, veel minder uw Hoog Edelheedens zijn in =gebragte reeden van verschooning ten kennis te kunnen brengen, in tussen zal ik op uw Hoog Edelheedens serieuse orders niets onbesogt laeten /:gelijk nog steeds altijd gedaen heb:/ om des moogelijk op te speuren waar of deselve ge= =bleeven zijn, en voor al het hoofd Dair Assam en bij de minste kondschap niet in gebreeken blijven uw Hoog Edelheedens daar van direct kenniste geven Dat uw Hoog Edelheedens het soo seer beleedigend gedrag van sulthend suppre met toegeeventheid aen zijne swatke vermoogens passeeren, zal ik tot wijn narigt laeten staetken, en niet afzijn, dien voorst soo veel moogelijk ten besten te raeden, het welk egter soo het schijnt alles vrugteloos i:s, alsoo zijn Hoogheid steeds op setve blijft voortwoonen, buiten dat op het laest van de Pocassa eenige daegen in den Dallam is geweest, sonder sig met iets te bekommeren, danr de gemeene man door nutteloose diensten te laeten doen magtig te drukken en op mijn her= „haelde vriendelijke instanties soo lang ik hier ben, nog nimmer bij mij heeft willen koomen, gelijk het anders op zeekere tijden als een gebruik is geworden soo als den onder braeven: huelthand Anom ook reeds. 3: maal bij mij ter visite ge- weest is. Aan als vooren: Uw Hoog. Uw Hoog Edelheedens missive aan eevengenoemde vorst heb ik door 2: ge= committeerdens behoorlijk zijn Hoogheid laeten ter hand stellen, dog tot nog toe daar van niets verder vernoomen, inmiddens twijffele ik geen sint.s off zijn hoogheid zal op uw Hoog Edelheeden: lernstig aanbeveeling volgaern alles aen wender om den sulthan suppoe ten besten te raeden: Dens ten opsigte van den Pangerang Aria Kidul moet ik uw Hoog Edelhee= dens met regret betuigen, dat ik mij buiten staet bevinde den selve uit te leeveren alsoo gelijk de algemeene gerugten zijn en sulthan Anow ook zegt, zeer omsigtig door zijn broeder den Pangerang Aria wetang hier ter plaetse word schuil gehouden, welkers wooning, soo difficiel is om met geweld te attas= queeren, dat er den Captein Tamakan maar geen kans toe ziet, en met het Garrisoen wilde ik het niet gaern sonder uw Hoog Edelheedens expresse order tendeeren of schoon ik ook nog geensints geloove hem daar meede te zullen be- =magtigen, alsoo die wooningen soo veel deuren en gaeten ter ontvlugtinge hebben dat men die onmoogelijk, als zelfs niet weetende, waarse regt uit= koomen, kan besetten; En uit hoofde men dan met genoegsaeme zeekerheid kan vaststellen, dat den zelve niet meer rond zwerft, soo als ook door geen der boovenlandse posthouders ontwaerd word, soo heb ik in hoope uwer Hoog Edelheedens gunstig welduiden, voor eerst de gestelde praemie van 500:— ducatons op zijn kop nog niet rugtbaer gemaekt als wreesende dat daar door nog meer zoude worden schuil gehouden, daar het anders nog wel een skon ge= =beuren dat hij in der tijd als geen kwaed meer vermoedende, een s van zelfs in de kaars vloog, schoon ik het egter tog aan eenige vertrouwde persoonen heb bekend gemaakt om bij onverwagtse occasie er gebruik van te kunnen maeke„ De Goederen van den overleeden onsinnigen vorst heb ik op uw Hoog Edelheedens speciaele orders door de 2: hoofd pristers der beide heeren vorsten doen inventariseeren en vervolgens na hunne wetten en gewoontens, soo als in leggende Notitie aen toont, hebbende ook den Ratoe de pattijen Ratoe Jboe het huns toegeweesene aandeel reedstot oog reeds tot genoegen ontfangen, dan van den sulthans suppoe die ik al driemaalen door den Tommongong heb laeten vraegen of het zijn, Hoogheid behaegde Gecommitteerdens af te wagten, nog telkens geen ander antwoord gekreegen, dan dat het hoogst den selver nog niet geleegen kwam, weshalven ik uw Hoog Edelheedens letteren niet langen onbeantwoord durve laeten, zonder hoog derzelver van dat aanhoudent misselijk gedrag van gemelden vorst te informeeren te meer ik vreese dat het niet ligt zal veranderen: Mij verder verlerende in eerbiedige rescriptie op Uw: Hoog Edel heedens op gisteren ontfangen Extract uit hoog derselver respec= table vergaedering in dato 20: Junij te dienen, dat het aangeschree„ „vene bij brief van heeren Majores tot mijn stipt narigt en obser= vantie zal laeten strekken uw Hoog Edelheedens intussen pligtmaatig met de soo gunstige omwerteling van zaeken is ons anders beklaegen waardig Neederland grond hertig vergeluk kende, met sincere boede, dat het den Algoed doende God mag be= „haegen zijne verdere dierbaere zeegeningen over het zelve en deese wingewesten in ruimen maete te willen uitstorten, en Uw Hoog Edelheedens stoed stret onbepaeld genoegen moogen s maeken hoog desselfs te neemene besluit en ten opsigte der laaste met de gelukkigste successen bekroond te zien Terwijl overigs met de onderscheidenste hoog agting de vrijheid neeme mij te noemen: /:onder stond titel / Lager uw Hoog Edelheedens Gehoorsame en trouwschuldigen dienaar /:was geteekend/ G: C: Gockinga /in margine / Cheribon den 21: Julij 1788. Aan
English
Cheribon the 14: August Duly bound by duty, I take the liberty to inform Your High Nobilities that, upon my persistent and friendly urgings, the sulthan Suppoe has finally come for a short time, or a few hours, from His Highness's usual residence Setoe to the kraton, and there accepted from the hands of 2: commissioners the goods allotted to him by the high priests, together with the Seal, the Gollok and the kris, without, however, expressing any gratitude either to Your High Nobilities or to me, being very dissatisfied with the division, and would almost not have accepted the same again had the possession of the Seal itself not largely induced him to do so: Herewith, since I have learned nothing further concerning the aforementioned aria kidol than what I had the honor to impart in my latest dispatch, I make bold to remain with the highest respect and submission: High Noble, Severe, and Greatly Respected Lord: and Well Noble, Severe Lords: Your High Nobilities' obedient and faithful servant: Gockinga To as before. Agrees with the 1 Original 1788. 13 Official report of what occurred on the 14. January 1788. of which, upon the special request of the Well Noble Lord Godfried Carel Gockinga, merchant and resident of this Office, the following Note was kept among the Cheribon annexes. Today, Monday morning, at the hour of half past eight, we, the undersigned, having proceeded as expressly requested to the house of the Lord Resident, heard the Lord Resident ask, very clearly and comprehensibly in the Malay language, of the also present Tommongong Jaija diridja, pepatih of sulthan suppoe, how it was that his prince, the sulthan, had not yet complied with the orders of their High Nobilities concerning the extradition of his brother, whereas virtually everyone heard—as the tommongong might well remember having said several times to the Lord Resident alone—that this pangerang was still here, and that it was surely better to surrender him to the Company, or to indicate his permanent place of residence, than to maintain such indifference in that regard for so long; to which the aforementioned tommongong answered fully that his prince appeared to do so out of shame, but otherwise, if he were summoned, he would certainly come directly to the sulthan, yet that he, the tommongong, could not for the present tell the Lord Resident, nor point out, where the pangerang was staying. Whereupon we returned home, in order to set this down on paper in this manner as the true and authentic words spoken and heard by us, and to present it to the Lord Resident aforesaid. Done at Cheribon on the date as named in the heading of this document. [Underneath was signed:] C:H: Preijs, and P: Stopkeerb. 1st December 1788 Indies. 15 Note of such goods as were left behind by the deceased insane former Sulthan Suppoe, and, by Your High Nobilities' express orders, divided by the 2: chief priests of both gentlemen the currently ruling princes according to their laws and customs; namely: 1. cleaver without scabbard - - - - together with the Seal, the gollok, and Cris, allotted to sulthan suppoe: 4. bundles of arrows or 90: pieces and 2: bows 3. Flintlocks - - - - - 1. gold bokor. 1. Suasa oval Siri box allotted to the Ratoe de Pattij: 1. Silver bokor - 1. Silver Gogolet - 1. Silver spittoon - 3. Silver salvers of various sorts And the gold chain which weighed 35: Reals, appraised at 8: new ducatons per real in the following manner: New ducatons Stivers First, 1/2: or the value thereof calculated according to the aforementioned appraisal to the ratoe de pattij, being 93: 26 1/3 And the other 1/2: part in 12: portions, of which the aforementioned Ratoe was further assigned 3: portions or new ducatons 46: 27 The mother of the deceased prince, Ratoe Jboe, 2: portions or new ducatons. . . - - - - 31: 8 1/3. sulthan Suppoe and his brother, 7: portions or 108: 7 1/3. Together amounts to new ducatons 208:—. Cheribon the 21: July Anno 1788 [was signed] G: C: Gockinga. — Indies. December 1788. Indies, of Copy Separate Letters Written By The Well Noble Severe Lord Jan Greeve Extraordinary Councilor of the Netherlands Indies, As Well As Governor and Director of Java's North-East Coast. To Their High Nobilities at Batavia. From the 22nd December 1787. to the 10: November 1788. for the Netherlands. No. 52. Samarang The 22nd December Anno 1787. Batavia Page. To His High Nobility! The High Noble, Severe, Greatly Respected Lord, Master Willem Arnold Alting. Governor General, and The Well Noble Severe Lords Councilors of the Netherlands Indies etc. High Noble, Severe, Greatly Respected Lord and Well Noble Severe Lords! Upon the arrival here of the ships 'T Loo. and 'T Lam on the 16: and 17. of this month, I had the honor to receive therewith, in duplicate, Your High Nobilities' respected separate Missive of the 4: preceding, in compliance with the contents of which, for the planned Expedition to Sumbawa, there have been transported from the Samarang garrison aboard the ship De Nepthunus 2: capable officers, being Lieutenant Carel Willem van Boze, and the ensign Carolus Philippus Cesarie, 3: sergeants. 6: Corporals 36
Dutch transcription
Cheribon den 14: Augustus Sligtschuldig neem ik de vrijheid Uw Hoog Edelheedens ter kennisse te brengen, dat op mijn aanhoudende vriendelijke in= =stantien den sulthan Cuppoe eindelijk voor een korten tijd, of eenige uuren, van zijn Hoogheids gewoone verblijf plaats setoe in den traton is gekoomen, en aldaar uithanden van 2: gecommitteerdens de heur door de hooge preisters toegeweesene goederen, beneevens het Cachet den Gollok en kris geaccepteert heeft, zonder egter uw Hoog Edelhee =dens nog mij eenige dank te laaten betuigen als zijnde zeer onver= =genoegt over de verdeeling en soude dezelve bij na weeder niet hebben aangenoomen, so de bezitting van het Cachet hoogst den zelve er niet toe had doen overgaan: Hier meede, als niets naaders van den bewusten aria kidol verneemen de dan in mijn Jongste d'eer gehad heb te bedeelen, verstoute mij met de meeste hoog agting submis te zijn: Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaren Heere: en Wel Edele Gestrenge Heeren: Uw Hoog Edelhreedens Gehoorsame, en trouwschuldigen dienaan: Gockinga Aan als vooren. Acccudeer in g 1 Origineel 1788. 13 Verbaal van het voorgevallene op den 14. Januarij 1788. waarvan op speciael requi liet van den wel Edelen heer Godfried Carel Gockinga koopman en resident deses Comptoirs, de volgende Aanteekening werd gehouden bij de Cheribonse bijlaegen Heeden Meaarden morgen, de klotke halff negen uuren ons ondergeteekende als Expresselijk gerequireert ten huise van den heer Resident vervoegende, hoorden wij den heer Resident seer duidelijk en verstaan baar in de Maleidsetaale, den meede presente Tommongong Jaija diridja pepattij van sulthan suppoe vregen, hoe het kwam dat zijn vorst den sulthan aan de orders hunner Hoog Edelheedens omtrent het uitleeveren van sijn broeder nog niet voldoede, daar 't genoegsaam een ider hoorde /: soo als den tommongong sig nog wel sou kunnen erinneren, van meermaelen aan den heer Resident alleen gesegt te hebben:/ dat dien pangerang nog hier was, en dat het immer beter was, hem aan de Compagnie over te geeven, off zijn vast verblijff te doen aanwijsen, dan sig daar omtrent so lang als onverschillig te houden, waarop gem: tommon= =gong volmondig antwoorde dat sijn vorst uit schaam te zulse scheens te doen, maar anders hems ontbiedende hij verte Indië, van cember 1788. voorseeker direct bij den sulthan soude komen, dog dat hij tommongong voor als nog, niet aan den heer Resident kan zeggen, nog aanwijsen waar den pangerang sig ophield. Waarna wij ons weer na huis begaaven, om dit in dier voegen als 't waar ende waarachtig gesprookene en door ons aangehoorde op papier te stellen, en den heer Resident voormeld te presenteeren Gedaan te Cheribon op dato als in den hoofde deses genoemd /onderstondwas geteekend:/ C:H: Preijs, en P: Stopkeerb. 1e ember 1748 Indie. i 15 Notitie van soodaenige goederen als zijn na =gelaaten van den onzinnigen overleedene oud Sulthan Suppoe, en op Huw Hoog Edelheedens expresse orders door de 2: hooftpriesters der beide heeren thans regeerende vorsten na hunne wetten en gewoontens verdeelt zijn; als: 1. houwersonder schede - - - - met Een beneevens het Cachet 4. bossen pijlen of 90:p„s en 2: boogen den gollok en Cris, aan sulthan 3. Snaphaanen - - - - - A. suppre toegeweesen: 1. goude bokon. 1. Suwvasse ovaale Suridoos 1. Zilver bokor aan de Ratoe de Pattij - 1. „ Gorgelet - toegeweesen: 1. „ quispedoor - . 3. „ schenkborden in soort En de goude staan die zwaar was Reaalen 35: getaxeert op 8: nieuwe ducatons het reaal in maniere als volgt: Nieuwe duc: Strs Eerstelijk /2: off de waarde van dien gereekent volgens opgenoemde taxsatie aan den ratoe de pattij zijnde 93:26 1/3 En het andere 7/3: deele in 12: portsien waarvan de even gem: Ratoe dan nog is toegelegt 3: porthiet off. nieuwe ducatons .. - 46 De moeder van den overleeden vorst Ratoe Jboe 2: portsien off nieuwe ducatons. . . - - - - 31:8 1/3. sulthens Cuppoe en deszelfs broeder s7: portsien off. 108: 711 3. vember 1788 Komt te saemen nieuwe ducatons 208:—. Cheribon den 21: Julij A„o 1788 /was geteekend/ G: C: Gockinga. — Indie. cember 1788. Indië, van Copia Aparte Brieven Geschreeven Door Den Wel Edele Gestrengen Heer Jan Greeve Raad Extra Ordinair van Neederlands Indië, Mitsgaders Gouverneur en Directeur van Java's Noord=Oost- Cust. Aan Hunne Hoog Edelheden re Batavia. Zeedert den 22„e December 1787. tot den 10: November 1788. voor Neederland. No. 52. Samarang Den 22=e December A„o 1737. Batavia Pagina. Aan zijn Hoog Edelheid! Den Hoog Edel, Gestrenge, groot Achtbaeren Heere, a M„r Willem Arnold Alting. Gouverneur Generaal, en De Wel Edele gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Jndia V: d: v: Hoog Edel, Gestrenge, groot Achtbaeren Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren! Bij aankomst alhier van de scheepen 'T Loo. en 'T Lam op den 16: en 17. deeser, heb ik de eer gehad, daar meede, in duplo, te ontvangen uwer Hoog Edelheeden gevenereerde sparte Missive van den 4: bevoorens, in voldoening aan welker inhoud, tot de beraamden Expeditie na Sumbawa, iit het Samarangs guarnisoen aanboord van het schip De Nepthunus zijn getransporteert 2: bekwaame officieren, zijnde den Luijte„ „nant Carel willem van Boze, en den vaandrig Carolus Philippus Cesarie, 3: sergeants. 6: Corporaal 36
English
6 corporals, and 60 trained common soldiers, in exchange for 30 others brought with it from Batavia, and furthermore the extraordinary fireworker Gerrit flickenschildt appointed by Your Right Honourables. 1 bombardier, 5 cannoneers, and 6 capable gunners, the latter because the number of bombardiers and cannoneers, after deducting those lying in the hospital, did not allow more of them to be commanded without stripping ourselves here too much, while the command over these as well as over the 10 artillerymen who arrived from Batavia has been specially assigned to the said Flickenschildt. The aforementioned vessel, which arrived here at the roads on the 19th of this month at noon, and with which I also had the honour to receive the duplicate of Your Right Honourables' respected further separate letter of the 10th prior, would not have had to stay here so long for the embarkation of the aforementioned detachment, but, in accordance with Your Right Honourables' desire, could have resumed its voyage immediately, had this not been caused by the indisposition of the 22 December 1787. captain commanding it, Captain Galloo, and the illness of one of the sub-lieutenants, which latter subsequently also had to be replaced by a sailor found competent in navigation upon examination, and furthermore also on account of some repairs to the gun ports and the necessity to ballast the ship more heavily, as, according to the statement of the captain, it was not drawing enough water for as much deck cargo as the embarkation of so many people was about to add. In the meantime, the necessary order was dispatched immediately to sourabaija to have the Company of Sepoys garrisoned there ready in time with the required muskets and arms, as well as the necessary provisions and rations calculated for seven months, so that they can be embarked immediately upon the arrival of the said vessel. To that end, I ordered Captain Galloo to call at the eastern corner, and that in writing, as he maintained that he was just as little bound to do this as he was to show me the orders and arrangements which I could not doubt had been made by Your Right Honourables concerning this expedition, and of which I felt I necessarily had to have inspection in order to know what orders I had to give to the officers commanded from here, both of the infantry and artillery, concerning 22 December 1787. the conduct and direction of affairs; so that I, after much hesitation, was not able to obtain for review the instructions and annexes given to him by Your Right Honourables—of which the said captain declared upon my first inquiry that he was unprovided with, but which he afterwards, upon my repeated summons and statement that I could not possibly believe this, did admit to having received, yet claimed they were drawn up for him alone, and that he did not know how I could demand them from him—until the day after his arrival and after I had in the meantime already put on paper, as best I could in that uncertainty, some instructional points and advisory letters to Macasser as well as to Bima. Thereupon I obtained the required information from them and found nothing else necessary than to inform Lieutenant Boze of those orders in a few lines, so that he could also conduct himself accordingly in his department, as subsequently happened, by an instruction of which I have the honour to present a copy herewith to Your Right Honourables, and of which a copy has also been delivered for information both to the fireworker Flickenschildt and to Captain Galloo, in order to prevent as much as possible all misunderstanding and disharmony. 22 December 1787. 22 December 1787. Before and prior to obtaining this information, in the uncertainty of what ordnance and ammunition might have been sent from Batavia for this undertaking, as well as at the request and demonstrated utility by the fireworker Flickenschildt, I had already granted him permission to take along 2 pieces of metal quick-firing guns of 2 lbs, [blank] howitzers of 4 inches, and 4 hand mortars, furthermore some ammunition supplies and artillery tools. But when Captain Galloo showed me, not earlier than yesterday morning, a note of what had been given to him from Batavia for this expedition in addition to the ship's armaments, it appeared from this that some of the articles supplied from here were not necessary and thus had to be disembarked again, while others, being far too few in quantity, absolutely had to be supplemented. I hope that these actions of mine may merit the honoured approval of Your Right Honourables, and regarding this subject, I merely add hereto that the aforementioned ship De Nephtuinus is about to depart at the moment of sending this. Concerning Your Right Honourables' favourable concession to the request of the Emperor to be represented in public during his illness by his eldest son the Pangeran Adipattij Anom,
Dutch transcription
6: Corporaals, en 60 gedresseerde gemeene Militairen, in verwisseling teegen 30: andere daar meede van Batavia aangebragt, en voorts nog den door uw Hoog Edelheeden benoemden Extra ordinair vuurwerker Gerrit flickenschildt. 1. Bombardier 5: Cannomiers, en 6: bequaeme Busschieters, de laetste wijl het getal der Bombardiers en Cannoniers, na aftrek der geene die in het Hospitaal leggen, niet toeliet daar van meerder te Commandeeren sonder sig selve alhier te veel te ont„ blooten, terwijl so over deese als over de van Batavia gekomene 10: Arthilleristen, het Commando aan gem: Flickenschildt speciaal is opgedragen. Voormelde bodem, die den 19: deeser maand op de middag hier ter Rheede is gearriveert, en waar meede ik ook de eer had te ontvangen het dupp: van uwer Hoog Edel„ heeden g'eerbiedigd nader apart schrijven, van den 10:e bevoorens, soude tot de inscheeping van het voorm: Commando, so lang alhier niet te vertoeven gehad hebben, maar, ingevolge de begeerte uwer Hoog Edelheeden, weeder ten eersten hebben konnen reijze vorderen, indien dit niet was veroorzaakt door de onpasselijkheid van den daar den 22: December 1787. op pap: 3 op het gezag voerende Capitain Galloo en de ziekte van eene der Sous Luitenants, welke laetste vervolgens ook verwisseld heeft, moeten worden teegen een, bij ondersoek, in de Navigatie bequaam bevonden Matroos, en voorts meede nog weegens eenige verbeetering der geschut poorten en de noodsaekelijkheid om het schip swaarder te ballasten, als volgens opgave van den Capitain, met diep genoeg gaande voor so veel boven last, als de inscheeping van so veel volk stond aan te drengen. Intusschen is direct de nodige order na sourabaija gedepecheert, om de aldaar guarnisoen houdende Comp:e Sipaijs, met de vereijschte geweeren en wapenen, so meede de nodige provisien en randcoenen, gereekend voor seeven maanden, in tijds gereed te doen zijn, om bij aankomst van gem: Bodem, direct te kunnen worden ingescheept. Tot dat eijnde heb ik den Capitain Galloo gelast den oosthoek aantedoen, en dat wel bij geschriften, also denselven sustineer de hier toe eeven so min gehouden te zijn, als om mij te vertoo„ nen de orders en schikkingen, welke ik niet konde twijffelen door uw Hoog Edelheeden nopens deese Expeditie, te zijn gemaakt, en waar van ik meende noodsakelijk visie te moeten hebben, om te kunnen weeten welke beveelen ik aan de van hier gecomman„ „deerde officieren so van de Infanterie als Arthillerij, nopens den 22: December 1787. het „het beleid en directie van zaeken, te geeven had: invoegen ik de door uw Hoog Edelheeden aan hem meede gegeevene Instructie en dies bijlaegen, waar van gem: Capitain op mijne eerste afvraege verklaarde onvoorsien te zijn, dog die hij nader„ hand op mijne herhaalde sommatie en te kennen gave dat ik dit onmoogelijk konde gelooven, toen wel erkende ontvangen te hebben dog beweerde alleen voor hem ingerigt t p te zijn, en niet te weeten hoe ik die van hem konde vorde„ ren, na veel hositatie niet eerder dan sdaags na zijn komst en na dat ik intusschen reeds, so goed als mij in die onseekerheid mogelijk was, eenige Instructive poincten en advies brieven, so na Macasser als Bima, ten pa„ piere had gebragt, ter resumptie heb kunnen magtig wor„ „den, wanneer ik als toen, daar uijt de vereijschte informatie erlangde en bevond niets anders noodig te zijn, dan den Luijtenant Boze, bij eenige wijnige regulen, van die orders kennisse te geeven, op dat hij ook in zijn depart, sig daarna soude kunnen gedraegen so als vervolgens geschied is, bij eene Instructie, waar van ik de eer hebbe Copia hier neevens uwe Hoog Edelheeden, aan te beeden en waar van ook et een afschrift so wel aan den vuurwerker Flickenschildt als aan den Capitain Galloo ter informatie is afgegeeven, ten enia so veel mogelijk alle mis verstand en dis haamonie ventstans; den 22:e December 1787. voor pag: 5 den 22: December 1787. door en al eer ik deese onderrigting erlangde, had ik in de onseekerheid welk geschut ze en Ammunitie tot deese onderneeming van Batavia mogt afgezonden zijn, so meede op het versoek en de betoogde nuttigheid door den vuurwerker Ficken schildt, aan denselven reeds toegestaan, t meede neemen daan 2: p:s metaele geswind stucken van 2: lb:s, „ Houbitsen „ 4 d=m, en 4 „ Hand mortieren, voorts nog eenige Ammunitie goederen. en Arthillerij= gereedschappen, dog toen den Capitain Galloo mij niet vroeger dan gisteren voormiddag, een Notitie ver„ „toonde, van het geene hem, buijten, de scheeps armatuur, van Batavia, voor deese Expeditie, was meede gegeeven, bleek hier uijt dat, eenige der van hier verstrekte articulen, niet nodig Waeren en dus weeder moesten ontscheept, terwijl andere, als veel te wijnig, in quantiteit volstrekt, moesten gesup„ pleert worden. Ik hoop dat deese mijne verrigtingen de geEerde goedkeu„ „ing van uwe Hoog Edelheeden, mogen verdienen, en voege, nopens dit supt, hier bij eenelijk nog, dat het voorm: schip De Neph„ tuinus op het ogenblik der afsendinge deeser, taat te vertreken. van uwer Hoog Edelheeden gunstige Concessie in het versoek van den keijzer om sig, geduurende zijne ziekte„ in het publicq door zijn oudste zoon den pangerang Adipattij Anns, -
English
Anum to be represented, I have informed the First Resident Palm and at the same time instructed him, if possible, to direct matters in such a way that some noticeable distinction remains between the ordinary imperial state and that which the aforementioned Pangerang shall enjoy when representing his father, pointing out that this certainly shall not prejudice the objective of promoting good order and a more serious and expeditious handling of affairs. Thus, I shall make use of your High Excellencies' honored authorization to permit the maintaining of a completely equal state only in the event that the Emperor insists upon it. In the meantime, I hereby give your High Excellencies the dutiful notice that the Emperor's consort, the Ratoe Kentjono, after a lingering consumption illness, passed away on the 19th of this month at two o'clock in the afternoon, and in the evening was interred with a considerable retinue in the royal tomb at Magiril in the Mattaam. Although this death has affected His Highness greatly, the monarch is nevertheless reasonably comforted and tries to cheer himself up as much as possible. However, the circumstances of his own illness still remain the same. The letter enclosed herewith has been delivered to me on behalf of His Highness for transmission to your High Excellencies, and contains, as I am informed, the communication of the demise of the Empress. The Sultan, on the other hand, is again so completely recovered that His Highness has already appeared in public several times, even on horseback. Regarding the cheeks for gun carriages for 3, 6, and 8 lb cannons requested by your High Excellencies for Banda, I directly ordered the Resident of Joana to send a total of 10 pieces as quickly as possible to Rembang, to be loaded there onto the ship the Triton, which arrived here in Samarang on the 13th of this month and departed for the said Residency on the 16th to take in the timberwork etc. lying ready there, and subsequently to depart further to Sourabaija for loading, whither the ships 'T Zoo and 't Lain, having been provided with replacements for several dead and seriously ill men, as well as the Triton and the Nepthunus, also continued their journey from here on the 19th of this month, none of the remaining ships and vessels destined for the Great East having yet arrived here. I furthermore express to your High Excellencies my humble gratitude for Your High Excellencies' authorization by separate missive of the 27th of November to be permitted to purchase, for Java, to replace the rice sent in excess of the calculation, a quantity of 300 lasts, of which I shall try to make use, as far as possible, at the lowest price. With the greatest veneration and high esteem, I have the honor to call myself, below stood Title, lower stood: your High Excellencies' very obedient and faithful servant, was signed: Jan Greeve, in the margin: Samarang the 22nd of December 1787. Copy of Instructions for the military Lieutenant Carel Willem van Boze, going with the ship the Nephtunus from here on an expedition to Sumbawa. Since Their High Excellencies, the High Indian Government, have decided to undertake a secure landing on Sumbawa in order to assist the king and well-disposed grandees of that realm there against the Bouginese, and They have, to that end, requested the undersigned to provide the aforesaid ship with the prescribed number of troops, this shall serve as instructions for you, so that you may know precisely how to govern yourself. Article 1: First of all, you must let it serve for your information that the captain of the said vessel, Johannes Galloo, is prescribed by Their High Excellencies by instructions dated the 8th of this month, upon arrival at Bima, to give notice first of all to Resident Meurs of the purpose of the arrival there, while delivering the papers brought along, as well as to await his orders, and furthermore to act in communication with the same and with you, as well as Ensign Cesarie and Fireworker Flickenschildt, and to deliberate in a meeting to be held separately for that purpose upon all such preparations as ought to be made for and prior to the departure for Sumbawa and the making of the landing there, as well as that the said sea captain, during the time of this expedition, in all matters relating thereto, with the exception
Dutch transcription
Anum, te doen repraesenteeren, heb ik den Eersten Resi„ „dent Palm, kennisse gegeeven en hem tevens gelast om het, bij mogelijkheid, daar heenen te derigeeren, dat en eenig kennelijk onderscheid blijft tusschen de gewoone keijzerlijke statie, en die welke gem: pangerang, bij reproe„ „sentatie van zijn vader, sal genieten, onder voorhouding dat dit seekerlijk niet sal praejudiceeren aan het og„ merk, ter bevordering der goede order, en eene meer ernstige en voortvarende behandeling van zaeken. Dus sal ik van de g'eerde qualificatie, uwer Hoog Edelheeden om tot het voeren van eene volkomen gelijkstandige statie, permis„ sie te geeven, indien de Keijzer 'er op urgeert, niet dan in dat geval gebruijk maeken. Intusschen geeve ik uw Hoog Edelheeden bij deese de ver„ schuldigde kennis, dat 's keijzers gemalinne de Ratoe Kentjono na eene langduurige teering ziekte den 19: deezer, smiddags ten twee uuren overleeden, en 's avonds, met een aansienlijke statie, in het vorstelijk graff te Magi„ „ril, in de Mattaam is bijgezet. De vorst, hoe zeer dit sterfgeval zijne Hoogheid ook heeft getroffen, is egter tamelijk getroost, en tragt sig so veel mogelijk opte beuren Egter blijven de omstandig„ den 22: December 1787. heeden, pag: 7. heeden, zijner eige ziekte, steeds nog deselvde. De Hier bij ingeslootene Brief, is mij van weegens zijn Hoogheid, ter afzending aan uw Hoog Edelheeden bezorgd en behelst, so ik onderrigt den, de Communicatie van het afsterven der keijzerinne. De sulthan is daar en teegen weeder se Compleet her„ „steld, dat zijn Hoogheid reeds verscheide maelen, selvs te paard, in het publicq verscheenen is. - De door uw Hoog Edelheeden, voor Banda gevorderde swalpen tot affuijten, voor Canons van 3: 6. en 8. lb: s heb ik den Resident van Joana direct gelast, ten getalle van 10: stuks, ten spoedigsten na Rembang tesenden, om aldaar te worden afgelaeden in het schip de Triton, dat den 13: deezer, hier te samarang gearriveert, en den 16: na gem: Residen„ „tie vertrokken is, ter inneem van den aldaar gereedleggende houtwerken enz:, om vervolgens verder ter belaeding na sourabaija te vertrekken, werwaerds de scheepen 'T zoo en 't Lain, na, so wel als de Triton en de Nepthunus, in steede van verscheide dooden en swaare sieken met andere voorsien te zijn, op den 19: deeser ook van hier de reijse hebben voortgezet, zijnde 'er van de overige voor de groote oost be„ „stemde scheepen en vaartuijgen, nog geene hier gearriveert. Ik betuijge uw Hoog Edelheeden, voorts nog mijne needrige den 22: december 1787. dankbaarheid den 22:' december 1737: dankbaarheid voor Hoogst Derzelver qualificatie bij aparte missive, van den 27: November, om, voor Java, tot demplacement van so veel boven de Calculatie verzondene Rijst, een quantiteit van 300: lasten te moogen inkoopen, waar van ik, so veel mogelijk, tot de minste prijs, sal tragten gebruijk te maeken. Met de meeste veneratie en hoog agting heb ik de eere mij te noemen. /:onderstond/ Titul / Lager stond:/ uwer Hoog Edelheedens, seer gehoorzame en getrouwe dienaer /:was geteekent:/ Jan Greeve /:in margine /: Samarang den 22: de„ cember 1787. — verte pag: 9. den 22:' december 1787. Copia Instructie voor den Luijtenant militair Carel willem van Boze, gaande met het schip de Nephtunus, van hier in Expeditie na sumbawa. Nadien Hunne Hoog Edelheeden de Hoge Indidsche Regeering, beslooten hebben, op sumbawa, een secure lan„ „ding te doen onderneemen, ten einde den koning en welge„ „sinde grooten, van dat Rijk, aldaar teegens de Bouginee„ „sen, te adsisteeren, en Hoogst dezelve, tot dat eijnde den ondergeteekende hebben gedemandeerd, het voormelde schip, daar toe te voorsien, van het voorgeschreeven getal manschappen, so sal deese UE: strekken, voor Instruc„ „tie, op dat uE: presidelijk weeten moogt, waarna sig te reguleeren Art=l 1: door af moet uE: sig dan tot informatie laeten steekken, dat den Capitain van gemelde Bodem Iohannes Galloo, door Hunne Hoog Edelheeden bij Instructie van dato 8: deeser, word voorgesch: om bij aankomst op Bima, aan den Resident Meurs, ten eerster van het dogmerk der komst aldaar, onder overgave der meede brengende papieren kennisse te geeven, mitsg=s zijne orders aftewagten, en voorts met denselven en met UE: mitsg=s den vaandrig Cesarie en vuurwerker Flickenschildt Com„ „municatief te handelen, en in eene daartoe afsonderlijk te houdene vergadering, te overleggen; alle sodanige praeparatien, als 'er behooren gemaakt te worden, voor en tot het vertrek „na sumbawa, en het doen der Ladiding aldaar, so meede dat gemelde Capitain ter zee, tevens, geduurende den tijd deese 8 6 Expeditie, in alle zaeken daar toe betrekkelijk /:met uitson„ dering
English
...with the exception only of those concerning naval matters, as well as some minor points, must consult with the aforementioned Resident and Your Honour, together with the aforementioned two officers Cesarie and Flickenschild, before anything of importance is undertaken, provided that time and opportunity shall allow such consultation with any possibility without detriment to the main cause. Article 2. In these instructions it is furthermore ordered that after the arrival at Sumbawa, and after the landing has succeeded well, further military operations against the Buginese must be pursued with the joint consultation of the Bima Resident Meurs, the aforementioned Sea Captain Iohannes Galloo, and Your Honour, together with Ensign Cesarie and Pyrotechnician Flickenschildt, in such a manner that they act jointly, but the troops are commanded by their respective officers, both of the Navy, Infantry, and Artillery, under the general command, however, of the senior officer, whether of the sea or land forces, who shall be present at Sumbawa at the time of the action; provided that all of this must take place in accordance with the previously devised plan of attack. Article 3. From this it follows that, although Your Honour holds the separate command over the soldiers, just as the Extraordinary Pyrotechnician Flickenschildt holds it over the artillerymen, the general command of the expedition nevertheless belongs, in the first place, according to the orders of the High Government, to the aforementioned Captain Galloo, and that Your Honour is thus obliged, for the execution of such matters as have been decided upon by joint deliberation, to obey his orders, just as he, in his turn, December 22, 1787. again page 11: December 22, 1787. — is again obliged to obey those of the Resident of Bima. Article 4. The force placed under Your Honour's command consists of 1 ensign 3 sergeants, 6 corporals, 1 drummer 1 fifer, and 60 trained common European soldiers, to which shall be added at Sourabaija 1 captain 1 lieutenant 1 ensign 4 sergeants, 5 corporals, and 81 common sepoys, as the officers of the aforementioned ship the Nepthunus are ordered to call at the Eastern Salient to embark them, and subsequently, after the completed expedition, to transport them to Batavia, though returning back here first with Your Honour; while the artillerymen destined for this expedition consist of 1 extraordinary pyrotechnician 20 subordinate artillerymen, both bombardiers and gunners, as well as fireworkers and assistants. Article 5. To these troops are also supplied from here the full muskets and sidearms, as well as a bundle of live cartridges calculated for 60 common soldiers, besides the non-commissioned officers, from which, however, the sepoys are excepted, December 22, 1787. for whom the necessary weapons will first be received in the Eastern Salient. Article 6. There are also delivered into the custody of the artillery officer for the service of this expedition 2 pieces of bronze rapid-firing 2-lb guns, 1 piece of the same, a 4-inch howitzer, 4 pieces of the same, hand mortars, with the necessary shot and artillery tools; while the necessary ammunition, and among it 6000 lb of gunpowder, has already been shipped from Batavia on the aforementioned vessel. Article 7. The aforementioned soldiers and artillerymen, both officers and common men, have already been provisioned from Batavia for 7 months, everything resting aboard the aforementioned ship under the administration of the ship's officers, except for the sepoys, for whom the necessary rations will first be received in the Eastern Salient. Article 8. For the rest, I must recommend to Your Honour the maintenance of good order and discipline among the common soldiers, who during the expedition, both on board and ashore, will be especially under Your Honour's command; furthermore, the cultivation of the so necessary harmony with the other officers, as well as to combine prudence and discretion with courage and bravery; while wishing Your Honour Heaven's assistance and a fortunate outcome, I remain, /:underwritten:/ Your Honour's friend /:was signed:/ J: Greeve, /:in the margin:/ Samarang, December 21, 1787. turn over December 29, 1787. Batavia To His Excellency The Right Honorable, Stern, and Highly Esteemed Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Honorable, Stern Lords Councillors of the Dutch Indies etc., etc., etc. Right Honorable, Stern, and Highly Esteemed Lord and Honorable Stern Lords; In presenting a copy of the papers listed on the attached register, I have the honor to report to Your Excellencies on the return of the emissaries who, after the fruitless return of his first emissaries—who had not found the former First Regent of Tagal, Radeen Wadjie, in Bali—were employed for the second time by the Panambahan of Madura to deliver another letter to him in order to persuade him to leave that country and return to Java again; and his answer consisted of this: that he, Radeen Wadjie, wishes to make this return under no other condition than that he
Dutch transcription
„dering alleen van die geene welke het zeeweezen raeken, soo meede eenige kleenigheeden :/ met gem: Resident en VE: neevens voorm: twee officieren Cesarie en Flickenschild, sal moeten raadpleegen, voor en al eer iets van belang ondernomen werd, so tijd en geleegenheid die raadpleeging met eenige mogelijkheid sonder veragtering van de Hoofdzaek, immer sal toelaeten. Art=l 2. In die Instructie werd alverder bevolen, dat na het arrivement te Sumbawa, en na dat de landing wel geslaagd zal zijn, de verdere krijgs bedrijven teegens de Bougineesen, met gemeen overleg van den Bimas Resident Meurs, den voorm: Capitain ter zee Iohannes Galloo en VE: neevens de vaandrig Cesarie en den vuurwerker Flickenschildt, moeten gevolg neemen, indiervoegen, dat wel gezamentlijker hand geageerd word, dog de manschappen, door haare afzonderlijke officieren, so van de Zeevaart, als Infanterij en Arthizoaij, gecomman„ „deerd worden, onder het generaal bevel egter, van de eerste der officieren, het zij ter zee, of te Land, die ten tijde der Actie, sig te sumbawa sal bevinden, mitsgaders dat zulx alles moet geschiede over eenkomstig het bevoorens beraamde plan van Attacque. Art=l 3: Hier uijt volgd dus, dat, afschoon VE: wel het afsonderlijk Commando over de militairen toekomt, gelijk den Extra ordinair vuurwerker Flickenschildt dat over de Arthilleristen, het generaal Commando der Expeditie nogtans, in de eerste plaets, volgens de orders der Hooge Regeering, aan den gem: Capitain Galloo, Competeert, en dat UE: dus verpligt is, ter uijtvoering van zulke zaeken, als met gemeen beraad beslooten zijn, zijne orders te obedieeren, gelijk hij op zijn beurt den 22: december 1787. weeder pag: 11: den 22: december 1787. — Werder verpligt is, die van den Resident de Bima te ge„ hoorzaemen. De magt onder UE: ondergesteld Commando, bestaat in 1: vaendrig 3: sergeants., 6: Corporaals, 1: tamboer 1. pijper, en 1 Capitain 1. Luijtenant 1. Vaendrig 4. sergeants. 5: Corporaals en 81: gemeene sipaijs, te sourabaija sullen worden gevoegd, alzo de overheeden van het schip de Nepthunus voormeld, zijn gelast, ter inneem van deselve, den oosthoek aantedoen, en deselve vervolgens, na volbragte Expeditie na Batavia te vervoeren, dog met UE: alvoorens herwaards te rug te keeren, terwijl de Arthilleristen, tot deese Expeditie bestamd, bestaan in 1: Extra ordinair vuurwerker 20: Subalterne Arthilleristen, so Bombardiers als Cannoniers, mitsgaders Busschieters en handlangers Aan deese manschappen worden van hier meede gegee„ ven, de volle geweeren en Wapenen, so meede Een bosscherpe Patroonen gereekend voor 60. gemeenen, buijten de onder officieren, waar van egter uijtgezondert zijn de sipaijers, 60: gedresseerde gemeene Europeesche militairen, waar bij nog Art=a 4. voor Art:l 5. den 22: december 1787. voor dewelke de noodige wapenen, eerst in den oosthoek sullen ontvangen werden. Art=l 6: Ook sijn ter verantwoording van den officier der Anthilleri ten dienste deezer Expeditie meede gegeeven 2: p=s Metaele geswind stukken van 2: lb: 1: „ d:o toucitser van 4: d=m, den 4 „ d:o hand mortieren, met het nodige scherp en Arthil„ „lerij gereedschap; terwijl bereeds de Batavia de nodige Am„ munitie, en daar onder 6000: lb Buskruijt, in voorm: bodem sijn afgescheept. Art=l 7. De voorschreeven Militairen en Arthilleristen, zoo oficieren als gemeenen, zijn reeds van Batavia geproviandeerd, voor 7: maanden, alles in het bovengemeld schip onder administra„ „tie der scheeps overheeden, berustende, excepto de Sipaijers, voor welke de benoodigde randsoenen eerst inden oosthoek sullen ontvangen werden. Art=l 8. Voor het overige heb ik uE: te recommandeeren, het houden van goede ordre en discipline onder de gemeenen, welke ge„ duurende de Expeditie, so wel aan boord als te land, specialijk onder UE: Commando sullen staan, voorts de betrag„ 6 „ting der so noodsakelijke eensgezendheid, met de overige officieren, so meede, om bij moed en dapperheid, voorsigtigheid en beleid, te voegen, terwijl ik UE: 's Heemels bijstand en een gelukkige uitslag toewenschende, gaarne blijve /:onderstond:/ UE: vriend /:was geteekend/ J: Greeve, /:in „margine :/ Samarang den 21: December 1787. verte den 29: December 1787. Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edel, Gestrenge Groot Achtbaeren Heere, M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal, en De wel Edele Gestrende Heeren Raaden van Neederlands Jndia enz: enz: enz: Hoog Edel Gestrenge, Groot Achtbaeren Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren; Wij aanbieding van Copia der op neevens gevoegd Register vermelde papieren, heb ik de eer uw Hoog Edelheeden verslag te doen, van de te rug komst der sendelingen, welke door de Panum„ bahan van Madura na de vrugteloose te rug komst sijner eerste sendelingen, die den geweesen Tagals Eerste Regent Ra„ „deen Wadjie te Balie niet hadden aangetroffen, seedert ten tweede wale zijn gebruijkt der overbreng van een andere brief aan denselven, om hem te persuadeeren dat Land te verlaeten en weeder op Iava te rug te koomen, en zijn ant„ woord hier in bestaande, dat hij Radeen tadjie, op geen andere voet die te rug komst begeerd te doen, dan op voorwaarde, dat hem
English
a signed letter of pardon, sealed with the Company seal, be granted to him by Your High Excellencies, and at the same time a promise be made that the regency of Tagal, having been revoked, will be given back to his son, under his guardianship. The Governor of the Eastern Salient thinks, and I am of the same opinion with him, that all further embassies to Bali will be entirely in vain, since the aforementioned Radeen Hadjie seems to rely too much on the protection of the Gustijs to let himself be moved to return to Java by promises and good counsel, not even from his brother-in-law the Panambahan; for that reason I request to be further provided with Your High Excellencies' venerated orders as to what further should be done in this matter, particularly what answer shall be given to the Panambahan's intercession and advocacy, which His Highness bases on the obligation to work for the best of those who are related to him by blood. As far as the requested letter of pardon is concerned, that could in my opinion, on the foundation of the Panambahan's advocacy and as it were solely out of consideration for the same, be granted in a manner consistent with the Company's dignity, and Radeen Hadjie be thereby granted forgiveness for his clandestine departure from the place assigned to him for residence, 29 December 1787. and one could further, without making any mention of the condition under which he shows himself inclined to return, and of which one could keep oneself completely ignorant, let it be incorporated in that letter of pardon that, out of special respect for the Panambahan and on account of his family relation to the aforementioned Radeen Hadjie, the latter is granted residence here on Java and allotted a certain sum for his livelihood, to be determined by Your High Excellencies, to be recovered afterwards by a settlement to be made, either out of the first regency of Tagal, or from another fund, with the further promise that, if he answers the reasonable expectation by a quiet, modest and proper behavior, he will be remembered with favor on an upcoming occasion through the making of one or another suitable arrangement; everything nevertheless under this express condition that he must take advantage of that grace, so benevolently granted to him on the intercession of the said Panambahan, illico, at least within one month's time upon receiving knowledge thereof, and proceed to Madura and subsequently to Samarang, on pain of otherwise remaining exposed to the effects of the displeasure that the Company has so justly conceived against him for his clandestine flight and his placing himself under foreign protection. If one could thereby induce him to return under the Company's territory, then I believe it would be well worth it. If he refuses, on the other hand, to make use of this grace, then at least satisfaction has been given to the Panambahan, upon whose intercession alone it must always appear to take place, and one then also has just reason subsequently to use against the said Radeen Hadjie such means as one shall find suitable to get hold of him, without any grounded reason for offense or grievance being given thereby, neither to the Prince of Madura, nor to the Balinese Gustijs. Fully submitting these my respectful considerations to the much wiser judgment and discernment of Your High Excellencies, I further request Your High Excellencies' honored authorization to comply with the urgent request of the frequently mentioned Panambahan of Madura, in order to relieve His Highness of the head of the Chinese at Bancallang, Nojo Kiongtiouw, on account of his scandalous and bad behavior, and in his place to reappoint the Chinese bhandea at Sampang, Jan Hilnko. In the left-behind Memorandum of my predecessor 29 December 1787. 8. 29 December 1787. in this administration, the Honorable Extraordinary Councillor Siberg, mention is made among others on page 597 and following of such an expedition as in the coming spring, if in the meantime no more necessary employment for troops and vessels should be required, should take place against the Mandharese pirates, who for some years have settled on the south side of this coast in Balemboang, and for which expedition I find it stated that 120 common soldiers, both for land and sea, will be necessary. If it should thus please Your High Excellencies that this expedition shall nevertheless proceed at the appointed time, although from the garrison here 38 common soldiers and from the Sourabaya garrison the entire company of sepoys have departed under command to Sumbawa, and the number of available artillerymen has also been considerably reduced by the loss of 10 of the most capable, and will hardly suffice to supply the 18 that are required for this expedition, then I request to obtain as soon as possible Your High Excellencies' honored decision in this regard, in order to be able to make the necessary preparations, and that because according to the plan already presented to Your High Excellencies on 15 May 1786, there is required for it 1. Cotten
Dutch transcription
hem een geteekende en met Comp:s Cachet gezegelde Pardon brief„ door uw Hoog Edelheeden gegeeven, en tevens belofte gedaan worde, dat het regentschap Tagal, in een getrokken en, aan zijn, zoon, sal weeder gegeeven worden, onder zijne voogdije. — Den oosthoeks gezaghebbers meend, en ik ben met hem van het selvde begrip, dat alle verdere besendingen na Balie niet dan te vergeefs sullen zijn, alzo gem: Radeen Hadjie sig te seer op de protexie der Gustijs scheint te verlaeten, dan sig door beloften en goede raadgeevingen, selvs niet van sijn swa„ ger de Parumdahan tot de te rug komst na Iava te sullen laeten beweegen, om die reeden versoek ik nader met uwer Hoog Edelheeden gevenereerde orders gemunieert te worden, wat in deesen verder diend te worden verrigt, insonderheid wat 'er sal geantwoord worden op 's Panumbahans voor„ spraek en intercessie, die sijne Hoogheidt fundeert op de verpligting, om voor de sulken, die hem in den bloede be„ staan, ten besten te moeten werken. Wat de verzogte pardon brieff aanbelangd, die sou mijnes ƒ eragtens, op fundament van 's Panumbahans voorspraek en als 't waere alleen uit Consideratie voor dezelve, op eene met Comp=s agting bestaanbaere wijse, wel verleend en Radeen tadjie daar bij vergiffenis gegeeven worden, wee„ gens sijne Clandestijne verlating der hem ter verblijf aange„ den 29: december 1787. „weesere den 29: december 1787. „weesene plaets, en men sou voorts /: sonder eenig gewag te mae„ ken van het beding, onder het welke, hij sig tot de terug komst geneegen toond, en waar van men sig volkomen ignorant soude kunnen houden:/ bij die Pardon brie, f verder kunnen laeten influeeren, dat men, uit bisondere agting voor den P: Panumbahan, en ter ooersoeke van sijne familie betrekking op gem: Radeen Radjie den laastgemelde het verblijf hier op Iava vergunde en tot sijn bestaan toeleide seekere somma /:door Uw Hoog Edelheeden daar bij te bevaelen, om na eene naderhand te maekene schikking, off uijt 't eerste regentschap van Tagal, dan wel uit een ander fonds getour neert te worden:/ met toezegging alverder dat men; indien hij door een stil seedig en geschikt gedrag, aan de billijke verwagting beantwoord, men hem, bij voor komende geleegendheid door het mae„ „ken van de eene of andere Convenabele schikking in gunste sal ge„ „denken; alles nogtans onder deese expresse mits dat hij van die gratie, hem so goed gunstiglijk op de voorbeede van gem: Panum„ bahan verleend, op de erlangde kennisse desweegens, illico, ten minsten binnen een maand tijds, sal moeten profiteeren en sig na Madura en vervolgens na Samarang begeeven, op pane van andersints g'exponeert te sullen blijven, aan de uitwerking van het ongenoegen, dat de Compagnie so regt„ matige, over sijn Clandestine aufugie en het sig begeeven onder vreemde protexie, Jeegens hem heeft opgevat. Indien Indien men hem hier door konde disponeeren tot de te rug komst onder Comp:s gebied, dan geloof ik dat het so wel wel waard soude weezen. wijgerd hij daar en teegen van deese gratie gebruik te maeken, dan is ten minsten aan den paennin„ „bahan genoegen gegeeven, op wiens intercessie alleen, het altoos moet schijnen te geschieden, en men heeft als dan tevens regtmatige reeden, om vervolgens teegen den gem: Radeen Hadjie alsulke middelen te gebruijken, als men geschikt sal vinden, om hem magtig te worden, sonder dat hier door als dan eenige gegronde reeden van offensie of be„ swaar, so min aan de Prins van Madura, als de Balijse gustijs sal gegeeven worden. Deeze mijne Eerbiedige Consideratien hier meede volko„ „men submitteerende aan het veel wijser oordeel en doorsigt, van uw Hoog Edelheeden, verzoek ik voorts Hoogst derselver g'eerde qualificatie om te mogen voldoen aan de dringende instantie van meergem: Panumbahan van Madura, ten einde sijne Hoogheid te ontlasten van het hoofd der Chinee„ „sen te Bancallang Nojo Kiongtiouw, weegens sijne ergerlijk en slegt Comportement en in plaats van densel„ „ven weeder aantestellen den Chinees bhandea te Sampang Jan Hilnko. Bij de nagelaetene Memorie van mijnen predecesseure den 29: December 1787. in dit 8. den 29: december 1787. in dit bestier, den Heer Raad Extra ordinair Siberg, word onder anderen 597. en de volgende gewag gemaakt van sodaenige Expeditie, als in het aanstaande voor Jaar /: so 'er intus„ „schen geen noodsaekelijker emploij voor manschappen en vaar„ „thuijgen wierd gerequireerd:/ soude dienen te geschieden teegende Mandhareese roovers; die sig seedert eenige Jaeren, aan de Zuijd„ kand deeser Cust in het Balemboangse hebben ter needer gezet, en tot welke Expeditie ik vinde dat gesteld word 120: gemeene Militairen, so de land als ter zee te zullen noodig zijn, Jndien 't dus uw Hoog Edelheeden mogt behaegen, dat deese Expeditie als nog ter bestemde tijd voortgang sal hebben, afschoon er uijt het guarnisoen alhier 38: man geme: militairen en uijt het sou„ rabaijasche de geheele Comp: sipaijs in Commando na sum„ bawa sijn vertrokken en het getal der aanhanden zijnde Arthilleristen, door het gemis van 10: der bequaamste, ook merkelijk is gedeminueert, en niet wel zal toerijken, om 'er 18, die tot deese Expeditie worden vereijscht, te four„ „neeren, dan versoek ik, so dra mogelijk, de g'eerde dispositie hier omtrent van uw Hoog Edelheeden te mogen erlangen, om de noodige praeparatien te kunnen maeken, en dat Vermits volgens het bereeds den 15: Maij 1786. uw Hoog Edel„ heeden aangebooden project, daar toe gerequireerd word. 1. Cotten