VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3818

Japan · 1,296 pages · 258 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3818_0001 view scan ↗

English

1301 S 1 Six July 1789. Second Volume of the Annexes to the Secret Incoming Letters, fourth volume. Transmitted 1789. C Separately in the hands of Intje Abdulla. To his The High Noble, Greatly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Right Noble, Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., ditto. Number 1. Original Separate Dispatch to the aforementioned Their High Nobilities dated 31 March Anno 1788. Number 2. Copy of Secret Daily Register from 13 October 1787 until 31 March 1788. Number 3. Copy of Secret Annexes belonging to the Daily Register. Register of such secret papers as are currently sent in original with the vessel of the Malay Intje Abdulla. Number 4. Separately in the hands of Intje Abdulla. To His High Nobility, The High Noble, Greatly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Right Noble, Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., ditto. Number 1. Original Separate Dispatch to the aforementioned Their High Nobilities dated 31 March Anno 1788. Number 2. Copy of Secret Daily Register from 13 October 1787 until 31 March 1788. Number 3. Copy of Secret Annexes belonging to the Daily Register. Register of such secret papers as are currently sent in original with the vessel of the Malay Intje Abdulla. Number 4. E Note: The separate papers for the Netherlands will be forwarded on a subsequent occasion. Number 4. A bundle of papers which serve to prove that the present King of Boni has not the slightest right to the Makassarese Realm. Number 5. A bundle of papers concerning the punishable acts of the Bonians. Number 6. A sealed packet received for Their High Nobilities from Timor via Bima, mentioned in the currently departing letter, section 68. Number 7. Defense of the toll farmer Tadulla addressed to Their High Nobilities, annexed to a note belonging thereto. Number 8. The duplicate of the tables already sent over last year of the artillery on hand and its use, likewise mentioned in the currently departing letter, section 30. Makassar and the Castle Rotterdam, 12 April 1788. Papers which serve to prove that the present King of Boni has not the slightest right to the Makassarese Realm. Copy. 3 Register of the papers which The extract of Their High Nobilities' letter of 17 March 1710 demonstrates the plan of the Makassarese of that time, through intermarriage, to unite their realm with that of the Bonians and to transfer the seat of supreme rule over all Celebes to the Makassarese Court, completely contrary to the Company's maxims. Number 1. Their High Nobilities also express themselves in the letter of 28 April 1712 concerning the increased power of the Bonian monarch and the authority he has arrogated over other allies, and desire that the independence of the free allies must be maintained with caution. Number 2. Governor van Arrewijne shows in his memorandum of 21 May Anno 1733 how little reliance one could already place at that time on maintaining the balance of the Makassarese with the Bonians, since the Buginese, formerly the sworn enemies of the Makassarese, have since then become close friends with those of Gowa through mixed marriages, such that in Anno 1726 they even made a proposal to act hostiley against the Honorable Company with united power and arms, etc. Number 3. The said Governor also further demonstrates in that memorandum the concern it entails for the state and the interest of the General Company on this coast if one should lose the balance serve to prove that the present King of Boni has not the slightest right to the Makassarese Realm. Balance The Noble Lord Schreuder says in his reflections on Makassar of Anno 1765 that the High Government, by letter of 4 July Anno 1678, prescribed to the Makassarese Government that the foundation of the Company's maxim is properly to keep the Buginese and Makassarese in balance with one another and to leave all the other allies in their own free and sovereign territory without depending on either of them, and to recognize only the Honorable Company as their protecting and defending Lord. And in the preservation of this balance the High Noble Lords Seventeen fully concur. The said Lord Schreuder also further demonstrates that the Honorable Company, in order to direct the Celebes princes to its aim, assumed the character of first ally as well as arbiter of the mutual disputes, and preferred this means in all respects in order to give Boni no foothold for any superiority over the lesser allies. Number [illegible] The Noble Lord Boelen writes in a letter of 5 June 1769 to Their High Nobilities that the bond of mutual relationship between the Makassarese and Bonians, which had continued unbroken since the year 1702, now finally balance between these two Courts through mixed marriages, since it is notorious that as long as both these Courts can be kept separately on their own, the one can be counteracted with and by the other, etc. Number [illegible] with Number

Dutch transcription

1301 S 1 Ses Jucbi: 1789. Tweede Deel der Bijlagen van het Secreet Inkomend Briefblke ve. deel Overgekomen 1789. C Apart in handen van Intje Abdulla. Aan zyn Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Gestrengen wijd gebiedende Heere M„r Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal Benevens De welEdele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands Indien etc etc, Jeto, N„o 1. Origineel Aparte Missive aan Hoog gemelde Hunne Hoog Edel„ „hedens de dato 31„e Maart A„o 1788. „ 2. Copia Sekreet Dag- Register van den 13:e october 1787 tot den 31=en Maart 1788. „ 3. Copia secheete Bijlagen gehorende tot het Dag. Register Register van zodanige sekreete Sa„ „pieren als er thans in Originale met het vaarthuig van den Maleijer Intje Aboulla afgeszonden worden. No. 4. Apart in handen van Intje Abdulla. Aan zijn Hoog Edelheid Den HoogEdelen Groot Agtbaren Gestrengen wijd gebliedende Heere M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Benevens De welEdele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands Indien etc etc, Jeto, N„o 1. Origineel Aparte Missive aan Hoog gemelde Hunne Hoog Edel„ „hedens de dato 31„e Maart A„o 1788. „ 2. Copia Sekreet Dag- Register van den 13:e October 1787 tot den 31:en Maart 1788: „ 3. Copia scheete: Bijlagen gehorende tot het Dag Register Register van zodanige sekreeten Sa„ „pieren als er thans in originale met het vaarthuig van den Maleijer Intje Aboulla afgeszonden worden. No 4. E NB: De aparte Papie„ „ren voor Nederland zullen bij nadere gelegenheid over„ „ge zonden worden. N„o 4. Een Bondel Papieren die ten bewijze strekken dat de presente koning van Bonij geen het minste Regt Op het Maccassaarsch Rijk heeft. „ 5. Een Bondel Papieren wegens der Boniers stafwaardige bedrijven „ 6. Een voor Hun Hoog Edelhedens over Bima van Timor ontfangene gesloten Pa ket vermeld bij de thans afgaan„ „de Brieff §68. „ 7. verantwoording van den Beoomspagter Tadulla aan Hun Hoog Edelhedens gerigt annex een daar bij gehorende Notitie „ 8. De wedergade der reets in het voorleden Iaar overgezondene Tabellen van het aan handen zijnde geschut en der zelver gebruik al mede vermeld bij de thans afgaan de brieff §. 30. Makassar en het kastedel Rotterdam den 12: April 1708. — Papieren die ten Bewijze strekken. dat de presente koning van Bonij geen het minste Regt op het Ma„ =kassaarsche Rijk heeft. Copia. 3 Register van de Papieren die ten Het Extract Hunner Hoog Edelhedens Brief van den 17 Maart 1710 toont aan het ontwerp der Makasjaren van die tijd om door vermaagschapping, haar Rijk met dat der Boniers te ver„ „eenigen en de zetel der opperheerschappij over geheel Celeber in het Makassaarsche Hof over te brengen, gantsch strijdig tegens 'skomp„s Maximen - - - - N„o 1 Hun Hoog Edelheedens laten zig bij brief van den 28„e April 1712 ook uit over de aangegroeide magt van den Bonischen vorst, en het gezag dat hij zig over andere Bondgeno„ „ten heeft aangematigt, en begeeren dat de in dependentie der vrije Bondgenoten met voorzigtigheid moet gemainctineerd worden - - - - - - - - - - „ Den Gouverneur van Arrewijne toont bij zijn Memorie van den 21„e Meij A„o 1733 aan, hoe weinig staat men toen ter tijd reets maken kon om met de Boniers het evenwigt der Makas„ „saren te houden, dewijl de Boegineesen eertijds der Makassaren geslagen vijanden het zedert door gemengde Huwelijken, met die van Goah confidentie vrienden zijn geworden, zodanig dat zij zelfs in Abo 1726 een voorstel deden om met samen gevoeg„ „de magt en wapenen tegens deEkomp: vijandelijk te ageeren etc: - - - - -„ Gedagte Gouverneur toont ook bij die Memorie verder aan de bekommernis die het voor den staat en het belang der Generale Maatschappije te dezer kuste in zig heeft als men de bewijze strekken dat de presente Koning van Bonij geen het minste Regt op het Makassaarsche Rijk heeft. Balans Den Edelen Heer Schreuder zegt bij zijne bedenkingen over Makasser de A„o 1765 dat de Hoge Regeering bij briev van den 4„' Julij anno 1678 de Maccassaarsche Regeering voor„ „geschreeven heeft dat den grond slag van 'sComp„s Maxime eigentlijk is om de Boegineesen en Maccassaren met elkander in Balans te houden en al de verdere Bondgenoten bij haar eigen vrij en souverain gebied te laten zon„ „der van iemand hunner beide te depen„ „deeren en alleen deEComp„e als haren schut en scherm Heer te erkennen End in de conservatie van dit evenwigt stemmen de Hoog Edele Heeren zeventhienen volkomen toe„ Gedagte Heer Schreuder toont ook verder aan dat de E: komp: om de Celebesche vorsten tot haar wit te kunnen derigeeren het Caracter van eerste Bondgenoot mits„ „gaders scheidsman der onderlinge ver„ „schillen aangenomen en dit middel in allen opzigten geprefereert heeft om aan Bonij geen voet te geven tot eenige superioriteit over de mindere Dondgenoten - - - - - - - „ De Edel Heer Boelen schrijft bij brief van den 5„e Junij 1769 aan Hun Hoog Edelhedens dat de Band van onderlinge betrekking tusschen de Makassaren en Boniers die zedert den Jare 1702 onaf„ „gebroken had voortgeduurt nu eindelijk Balans tusschen deze beide Hoven door gemengde Huwelijken mogt verliesen dewijl het notoir is dat zo lang beide die Hoven separaat op haar zelfs te houden zijn, den eenen met en door den anderen is in te koomen etc: - - - - N„o met „

NL-HaNA_1.04.02_3818_0019 view scan ↗

English

The secret daily register from 31 December 1768 to 23 February 1769 shows in particular under 13, 20 and 26 January, item 1 and 7 February, as well as 8, 13, 14, 16 and 23 February most clearly the right that the Makassars had to this. According to what was noted in that daily register under 24 January, the Makassars had also testified that as long as they had had kings from the dynasty of Palakka, there had always been unrest in the realm. To all of this, Their High Nobilities replied by letter of 30 December 1769 that, on account of the malice of Aroe Palakka, considering the decline of the dynasty of Palakka to be a very good thing, they also fully approve the election of Sulthan Sacoeddien to the throne of the Makassars. The Honorable Mr. Boelen shows in his memorandum of 15 June 1771 that by preserving and defending the allies in their rights and preeminences, this highly necessary balance can be maintained in equilibrium; that with the flight of Aroe Mampoe from Goah it was broken; that the Makassars, on the basis of the rights and privileges never previously disputed to them in a similar case, had chosen another king in his place, etc. Number [illegible] The throne of Goar having become vacant through the death of the present king's father in the year 1778, Their High Nobilities authorized Governor van der Voort by letter of 19 December of the same year, if the majority of the Makassarese grandees made a request to that effect, to elect the nearest and most legitimate to the throne as king, subject to Their High Nobilities' approval, provided that the same be not entirely related by marriage to Aroe Palacca or her faction, which also took effect in Prince Crain Bontolancas. Number 9. By letter sent hither of 27 December 1785, Their High Nobilities state that the Company, in view of the deceitful and dangerous design of the Boniers regarding the realm of Makasser, has the law of nations on its side and can never tolerate that the realm of Maccasser be transferred into the house of Bonij, and thereby all the balance and the influence of the Company would be suddenly and forever broken and destroyed. Number 10. And that this agrees with the sentiment of the High Noble Lords Seventeen appears from the extract letter of 30 November 1781, 18 November 1784. Number 11. Copy of the deed of renovation which the previous king of Bonij, grandfather of the present king, swore to in the year 1753. Number 12. From which, as well as from the annexed extracts under numbers 13, 14, 15, 16 and 17, it can appear how unlawful the successive arrogated superiority of the Boniers over other allies is, and how dependent they are on the Honorable Company, and at the same time that the seigniory of Bontoala and the campong Boegis belong in full ownership to the Honorable Company, and have been granted to the Bonian kings only as a fief until revocation, as a place of residence, etc. Genealogy of the king of Bonij, on which he erroneously bases his right to the Maccassarese throne. Ditto ditto of the present king of the Makassars. Maccasser in Castle Rotterdam, the [illegible] The throne of Goak having become vacant through the death of the present king's father in the year 1778, Their High Nobilities authorized Governor van der Voort by letter of 19 December of the same year, if the majority of the Makassarese grandees made a request to that effect, to elect the nearest and most legitimate to the throne as king, subject to Their High Nobilities' approval, provided that the same be not entirely related by marriage to Aroe Palacca or her faction, which also took effect in Prince Crain Bontolancas. By letter sent hither of 27 December 1785, Their High Nobilities state that the Company, in view of the deceitful and dangerous design of the Boniers regarding the realm of Makasser, has the law of nations on its side and can never tolerate that the realm of Maccasser be transferred into the house of Bonij, and thereby all the balance and the influence of the Company would be suddenly and forever broken and destroyed. And that this agrees with the sentiment of the High Noble Lords Seventeen appears from the extract letter of 30 November 1781, 18 November 1784. Copy of the deed of renovation which the previous king of Bonij, grandfather of the present king, swore to in the year 1753. From which, as well as from the annexed extracts under numbers 13, 14, 15, 16 and 17, it can appear how unlawful the successive arrogated superiority of the Boniers over other allies is, and how dependent they are on the Honorable Company, and at the same time that the seigniory of Bontoala and the campong Boegis belong in full ownership to the Honorable Company, and have been granted to the Bonian kings only as a fief until revocation, as a place of residence, etc. Genealogy of the king of Bonij, on which he erroneously bases his right to the Maccassarese throne. Ditto ditto of the present king of the Makassars. Maccasser in Castle Rotterdam, the [illegible]

Dutch transcription

Het sekreet Dag- Register van den 31„e December 1768 tot den 23„e februarij 1769 toont in zonder„ „heid onder den 13„e 20„e en 26„e Januarij item 1„e en 7„e februarij mitsgaders 8„e 13„e 14„e 16„e en 23 februarij ten duidelijksten aan het Regt dat de Makassaren hier toe hadden - - - - - - - „ Volgens het genoteerde bij dat Dag-Register onder den 24„e Januarij hadde de Makassaren ook betuigt dat zo lange zij uit het stam„ „huis van Palakka koningen gehad hadden er altoos in het Rijk onlusten waren geweest - - - - - - - „ Op allen dezen antwoorden Hun Hoog Edelhedens bij brief van den 30„e December 1769 dat zij om de wille der kwaadaardigheid van Aroe Palakka het verval van het stam„ „huis Palakka als een zeer goede zaak aanmerkende ook volkomen approbeeren de verkiesing van Sulthan Sacoeddien tot den Throon der Makassaren - - „ De Edel Heer Boelen toond bij zijn Memorie van den 15 Junij 1771 aan dat met de Bondgenoten bij haar Regten en pre-eminentien te Con„ „serveeren en voor te staan de ze hoog„ „nodige Balance in evenwigt kan gehouden worden— met de vlugt van Aroe Mampoe uit Goah was verbroken: Dat de Ma„ „kassaren zig op fundament der Regten en privilegien, nimmer voorheen bij een diergelijk geval aan hen betwist, een ander Koning in zijn plaats ver„ „koeren hadden etc: - - - - N=o De — De Throon van Goar door de Dood van de presenten Koning zijn vader in A„o 1778 vacant geraakt wezende, zo qualificeeren Hunne Hoog „Edelhedens den Gouverneur van der voort bij brief van den 19 December desselvigen Jaars om indien het grootste gedeelte der Makassaarsche Grooten daar toe aanzoek deden de naaste en „wettigste tot den Throon als koning te verkiesen op Hoog Derselver appro„ „batie, mits dezelve niet geheel ver„ „maagdschap zij aan Aroe Palacca, of haren aanhang, dat ook gevolg ge„ „nomen heeft in den Prins Crain Bon„ „tolancas. . . . . . . N„o 9. Bij brief na herwaards van den 27„e December 1785 zeggen Hunnen Hoog Edelhedens dat de komp„e met opzigt van het arglistig en gevaarlijk oogmerk der Boniers omtrend het Rijk van Makasser het Regt der volkeren aan hare zeide heeft en nimmer kan dulden dat het Rijk van Maccasser in het huis van Bonij overgebragt worde en daar door al het evenwigt en de invloed van de Comp: eensklaps en voor altoos gebroken en ver„ „nietigt zoude worden – - - - - - „ 10 En dat dit overbenkomt met het gevoelen van de Hoog Edele Heeren Seventhienen blijkt bij het Er= „tract Missive van den 30„e November 1781, 18 November 1784 - - - - - „ 11 Copia Acte van Renovatie die de vorige koning van Bonij, Grootvader van de presente Koning in A„o 1753 b' Eedigt heeft - - - „ 12 waar uit zo wel als uit nevens gevoegde Extracten onder Nommoro Nommoro 13, 14, 15, 16 en 17 kan geblijken hoe onregtmatig der Boniers successive aangematigde superioriteid over andere Bondgenoten is en hoe afhankelijk zij van de EComp„e zijn, en te gelijk dat de Heer „lijkheid Bontoala en de kampong Boegis de Edkomp: in eigendom toebehoort en aan de Bonische Koningen maar eenlijk als een leengoed tot wederop zeg„ „gens toe, tot een verblijf plaats is toe„ „gestaan &„a Afkomst Lijst van de koning van Bonij, waar op hij verkeer„ „delijk zijn regt tot de Maccassaarse throon fundeert - - - - - - - - Dito Dito van de presente Koning der Makassaren - - Maccasser In't Casteel Rotterdam den „18 De Throon van Goak door de Dood van de presenten Ko„ zijn vader in A„o 1778 vacant geraakt wezende, zo qualificeeren Hunne Hoo„ „Edelhedens den Gouverneur van der voort bij brief van den 19 December desselvigen Jaars om indien het grootst gedeelte der Makassaarsche Groote daar toe aanzoek deden de naaste en wettigste tot den Throon als konid te verkiesen op Hoog Derselver aff „batie, mit dezelve niet geheel ver „maagdschap zij aan Aroe Palacca of haren aanhang, dat ook gevolg g „nomen heeft in den Prins Crain B „tolancas - - - - - - . Bij brief na herwaards van den 27„e December 1785 zegg Hunnen Hoog Edelhedens dat de kom„ met opzigt van het arglistig en gevaard oogmerk der Boniers omtrend het Rijk Makasser het Regt der volkeren aan hare zeide heeft en nimmer kan dul dat het Rijk van Maccasser in het ho van Bonij overgebragt worde en daar al het evenwigt en de invloed van de d eensklaps en voor altoos gebroken en 'd En dat dit overbenkomt met het gevoelen van de Hoog Edel Heeren Seventhienen blijkt bij het Er „tract Missive van den 30„e Novemb 1781, 18 November 1784 - - - - Copia Acte van Renovatie die de vorige koning van Bonij, Grootvader van de presen„ Koning in A„o 1753 b'Eedigt heeft waar uit zo wel als uit nevens gevoegde Extracten onder Nomm. „nietigt zoude worden - - - - - Nommoro 13, 14, 15, 16 en 17 kan geblijken hoe onregtmatig der Boniers successive aangematigde superioriteid over andere Bondgenoten is en hoe afhankelijk zij van de EComp„e zijn, en te gelijk dat de Heer „lijkheid Bontoala en de kampong Boegis de ldkomp: in eigendom toebehoort en aan de Bonische Koningen maar eenlijk als een leengoed tot wederop zeg„ „gens toe, tot een verblijf plaats is toe„ „gestaan &„a Afkomst Lijst van de koning van Bonij, waar op hij verkeer„ „delijk zijn regt tot de Maccassaarse throon fundeert - - - - - - - Dito Dito van de presente Koning der Makassaren - -„ Maccasser In't Casteel Rotterdam den „1

NL-HaNA_1.04.02_3818_0024 view scan ↗

English

The Throne of Goak having become vacant through the death of the present king's father in the year 1778, Their High Mightinesses authorized the Governor van der Voort by letter of the 19th of December of the same year, in case the majority of the Makassarese Grandees made request thereto, to elect the closest and most legitimate to the Throne as king, subject to Their High Mightinesses' approval, provided that the same was not entirely related by marriage to Aroe Palacca or his faction, which was also carried into effect in the Prince Crain Batolancas. By letter sent hither of the 27th of December 1785, Their High Mightinesses state that the Company, with regard to the deceitful and dangerous aim of the Boneans concerning the Realm of Makassar, has the law of nations on its side and can never tolerate that the Realm of Maccasser be brought under the House of Bonij, and thereby all the balance of power and the influence of the Company would be suddenly and forever broken and annihilated. And that this agrees with the sentiment of the High Noble Gentlemen Seventeen appears from the Extract Missive of the 30th of November 1781, 18 November 1784. Copy of the Act of Renewal sworn to in the year 1753 by the previous king of Bonij, grandfather of the present King, from which, as well as from the accompanying extracts under Numbers 13, 14, 15, 16 and 17, it can appear how unlawful the Boneans' progressively assumed superiority over other Allies is and how dependent they are upon the Honorable Company, and at the same time that the Manor of Bontoala and the Bugis village belong to the Honorable Company in full ownership and are granted to the Bonean Kings only as a fief until revocation, as a place of residence, etc. Genealogy List of the king of Bonij, upon which he wrongfully bases his right to the Maccassarese throne. Ditto Ditto of the present King of the Makassarese. Maccasser In the Castle Rotterdam the No 1 Extract from a Letter written by Their High Mightinesses the High Indian Government at Batavia to the Governor and Council here, dated the 17th of March 1710, in which among other things is stated: From Your Honor's letters and the separate one from Governor Erberveld, the improper conduct pursued for some time past by the King of Bonij to the great detriment of his own interests has been evident to us in various passages, and among others also from the separate letter of the 20th of May 1709, the harsh proceedings committed toward his children, especially toward Prince Aroe Palacka, as well as from Your Honor's letter of the 20th of September, how the same was thereby finally brought to such extremity, in order to evade his father's wrath, as to resume his once failed flight to his grandfather the king of Goah with better success in the month of June and also to carry off with him the Crown Jewels which were entrusted to him; furthermore also the subsequent flight of his father-in-law the Bonean provisional Regent Dain Magimba, first to Goa and from there to Mandhar, which, being a serious matter of very far-reaching consequence that could bring heavy repercussions, brought Radje Bonij not without reason into great perplexity, and compelled him to request Your Honor's mediation and to conduct himself in every respect as tractably as has since been found. And while on the one hand it was indeed somewhat to be accommodated that Radja Goa, as the grandfather of that Prince, took him under and kept him in his protection out of tender love, the more so because that Prince, not only at the time of his entrance into the Castle on the first of July past, but also subsequently several times showed himself entirely disinclined to come over to Your Honor upon the given promise and assurance of the Company's protection, it is nevertheless on the other hand undeniable that the Maccassarese laws could give Radja Goa no right to withhold from the king of Bonij his son and designated successor, contrary to the clear sense of the 22nd Article of the Bonean Contract, especially when His Highness is inclined to take him back into his favor, much less to keep the same out of the neutral hand and protection of the Honorable Company, which has never against its given word surrendered anyone to his adversary, and therefore we also approve Your Honor's conduct in this entire matter, maintained both toward the king of Bonij and the Maccassarese Court to our special satisfaction, in particular the means employed by Your Honor to move that prince to a voluntary transfer under the Company's protection, or otherwise to persuade Radja Goar to surrender the same. And although that was of no effect, but His Highness on the contrary expressed himself so haughtily thereabout toward the commissioners Steenbergen and Hartenberg when they were sent to that Court for the second time for that purpose on the 29th of August past, as noted in Your Honor's aforementioned letter of the 20th of September and their second Report, it was nevertheless through Your Honor's intervention still brought about that it did not break out into acts of violence, but the dark clouds of the begun commotion of the Maccassarese blew over again; just as the subsequent death of Radja Goah that occurred on the 18th of September also brought about a great change in that regard. Yet on that occasion the objective of the shrewd Regent Krain Bonto Songo was also more closely perceived, to prefer Aroe Palacka in the succession of that Realm before his older brothers, and the formerly declared heir Sampuali, and that having failed, there was subsequently

Dutch transcription

De Throon van Goak door de Dood van de presenten ko„ zijn vader in A„o 1778 vacant geraakt wezende, zo qualificeeren Hunne Hoo„ „Edelhedens den Gouverneur van der voort bij brief van den 19 December desselvigen Jaars om indien het grootst gedeelte der Makassaarsche Groote daar toe aanzoek deden de naaste en wettigste tot den Throon als koni# te verkiesen op Hoog Derselver afp„ „batie, mits dezelve niet geheel ver „maagdschap zij aan Aroe Palacca of haren aanhang, dat ook gevolg g „nomen heeft in den Prins Crain B „tolancas - - - - - - - Bij brief na herwaards van den 27„e December 1785 zegg Hunnen Hoog Edelhedens dat de kom„ met opzigt van het arglistig en gevaar„ oogmerk der Boniers omtrend het Rijk Makasser het Regt der volkeren aan hare zeide heeft en nimmer kan dul dat het Rijk van Maccasser in het ho van Bonij overgebragt worde en daar al het evenwigt en de invloed van de d eensklaps en voor altoos gebroken en d „nietigt zoude worden - - - - - En dat dit overbenkomt met het gevoelen van de Hoog Edel Heeren Seventhienen blijkt bij het Ex „tract Missive van den 30„e Novemb 1781, 18 November 1784 - - - Copia Acte van Renovatie die de vorige koning van Bonij, Grootvader van de presen„ Koning in A„o 1753 b'Eedigt heeft waar uit zo wel als uit nevens gevoegde Extracten onder Nomm. Nommoro 13, 14, 15, 16 en 17 kan geblijken hoe onregtmatig der Boniers successive aangematigde superioriteid over andere Bondgenoten is en hoe afhankelijk zij van de EComp„e zijn, en te gelijk dat de Heer „lijkheid Bontoala en de kampong Boegis de Edkomp: in eigendom toebehoort en aan de Bonische Koningen maar eenlijk als een leengoed tot wederop zeg„ „gens toe, tot een verblijf plaats is toe„ „gestaan &„a Afkomst Lijst van de koning van Bonij, waar op hij verkeer„ „delijk zijn regt tot de Maccassaarse throon fundeert - - Dito Dito van de presente Koning der Makassaren - - Maccasser In't Casteel Rotterdam den -- „ N„o 1 Extract uit Een Brief geschreven door Hun Hoog Edelheden de Hoge Indiasche Regee„ „ring te Batavia aan den Heer Gouver„ „neur en Raad alhier de dato 17„e Maart 1710 alwaar onder anderen staat. Bij UE: Brieven en de aparte van den Gouverneur Erberveld, is ons in verscheide passagien gebleeken de verkeerde Conduites door den Koning van Bonij tot groot nadeel van zijne Eigene belangen ze„ „dert Eenige tijd gehouden, en onder andere ook bij de aparte Brief van 20„e Meij 1709, de harde proceduuren omtrend zijne kinderen, inzonderheid omtrend den Prins Aroe Palacka gepleegt, als mede bij UE: brief van 20„e September, hoe denzelven daar door eindelijk tot die Extremiteit is gebragt, om tot ontwijking van zijn vaders gram„ „schap de Eenmaal mislukte vlugt na zijn grootvader den koning van Goah met beter succes in de maand Juni te hervatten en ook de Rijx-ornamenten die hem toevertrouwt waren mede te nemen; voorts ook de daar op gevolgde vlugt van zijn schoon vader den Bonijzen provr Rijxbestierder Dain Magimba eerst na Goa, en van daar na Mandhar, 't welke als een zorgelijke zaak van zeer verre uitzigt zijnde, die van een swaare nasleep konde werden, Radje Bonij niet zonder reden in groote verlegentheid gebragt, en genood„ „zaakt heeft UE: mediatie te verzoeken en zig in allen deele, zoo ge„ „zeggelijk te gedragen als men zedert bevonden heeft, en gelijk het aan de eene zijde wel eenigzints in te schicken was, dat Radja Goa als groot vader van dien Prins uit een tedere liefde hem in zijn bescherminge genomen en gehouden heeft, te meer dewijle dien Prins niet alleen ten tijde van zijne binnekomste in 't Casteel op primo Juli verleeden, maar ook naderhand meermaals hem gantch ongenege getoond hadde, om op de gedane belofte en verzekeringe van van 'sComp„s bescherminge bij UE: overtekomen, zoo is het aan de andere zeide ook onwedersprekelijk, dat de Maccassaarse witten aan Radja goa geen regt konde geven, om tegens de klaare zin van het 22„e Art„l van 't Bonaijze Contract den koning van Bonij zijn zoon en gedesigneerden successeur te onthouden, in zonderheid als zijn Hoogh: genegen is hem weder in zijne gunste aan te nemen, veel min denzelven uit de neutrale hand en bescherminge van dE Comp„e te houden, die noit tegens haar gegeven woord: Imant aan zijn tegenparthije heeft overgegeven, en daarom approbeeren wij ook UE: Conduite in dit geheele werk, zo omtrend den koning van Bonij als 'T Maccassaarse Hof tot ons bijzondere genoegen ge„ „houden, Inzonderheid de middelen door UE: aangewent om dien prins te beweegen tot een gewillige overkomste onder 'sComp„s bescherminge, of anders Radja Goar tot de overgave van den„ „zelven te persuadeeren, en hoewel dat van geen vrugt is ge„ „weest, maar zijn Hoogheid in tegendeel hem zo fier daar over heeft uitgelaten omtrend de gecommitteerdens steenbergen en Hartenberg, wanneer zij op 29 Augustij verleden tot dien einde voor de 2=de maal aan dat Hof gezonden waren, als bij uE: voorn: brief van 20„e September en haar twede Rapport is genoteert, zo is egter door uE: tusschen komste nog uitgewerkt, dat het tot geen feitlijkheden is uitgeborsten, maar de donkere wolken van de begonne beweeginge der Maccassaaren weder overgewaaijt waren; gelijk de daar op gevolgde dood van Radja Goah den 18„e September voorgevallen, daar omtrend ook groote veranderinge gegeven heeft, dog bij die occagie is ook nader be„ „speurt het oogmerk van den Schranderen Rijx bestierder krain Bonto Songo en Aroe Palacka in de successie van dat Rijk voor zijn ouder Broeders, en voormaals verklaarde Erfwagter Sampuali te prefereeren en dat mislukt zijnde, is in't vervolg

NL-HaNA_1.04.02_3818_0031 view scan ↗

English

continuation, furthermore evidenced by the offer of the Principality of Sandrabonij, his design to keep this Prince attached to the Kingdom of Goa, which appears rather dubious to us, and especially whether the plan of this subtle statesman is not to have this Prince, as the declared heir apparent of the Bonij Realm, also succeed in the Kingdom of Goa one day, and subsequently, through the unification of the most powerful realms, to transfer the seat of supreme sovereignty over all of Celebes to the Macassar court, just as the land of Bonij and Goa is already considered by them as one. For which and other weighty reasons, as well as to prevent further estrangement between the Courts of Bonij and Goa, you are most strongly commanded and recommended, both regarding the Macassar Court and Prince Aroe Palacka, to employ all further conceivable means and persuasions to cause this Prince, after prior further assurance of the Company's protection, to come over to you, and thus to draw him away from the Macassar Court. Yet to that end, and also to take away the resentment of his father and his justified apprehension of any harm, it will be above all necessary that you previously procure and obtain from Radja Bonij a powerful letter of pardon in proper form, in order to be able to deliver it to the said Prince for his complete peace of mind and the removal of all suspicion upon his arrival, and subsequently also to arrange that he will in due time be able to return to the Land of Bonij without any anxiety. Yet if this should bear no fruit, and those of Goa, notwithstanding what has been cited and recommended in that regard in our letter to Radja Goa, cannot be persuaded to the surrender of that Prince upon such a letter of pardon and assurance, then you shall have to bring that matter before the assembly of the collective Allies, in order to be discussed there, and after taking advice, not by a majority of votes, but as formerly understood at this table according to the tenor of the 25th Article of the Bongaij Contract, by the Memoir for Governor van Thije, dated 22 January 1695, now also transmitted in copy, such a resolution shall be taken and pronounced solely by you on behalf of the Company as you shall find to be proper according to justice. And in case those of Goa should then remain unwilling to obey and follow that judgment, you shall have to assist Radja Bonij, who will then surely wish to take up arms, together with the other Allies, whether by adding commissioners or, if necessary, also with some military force according to the measure of your capacity, to constrain the Macassars thereto, and furthermore, as far as possible, to ensure on the one hand that Radja Bonij does not succumb, and on the other hand, that the execution of the judgment is not exceeded. And with this instruction, we trust that you will not only be informed in every respect of our intention, but that your doubts concerning the order formerly dispatched with our letter of 6 January 1699, which was found to be only partly applicable to the present case, will also be fully removed. No. 2 It is certain, however, that if one of the Allies, especially the kings of Bonij and Goa, or one of the two, were to attack the other with arms without lawful reasons, contrary to your dissuasion and protestation on behalf of the Company, you would then also have to follow and put into effect in all respects that which was ordered and prescribed on that subject in our letters of 6 January 1699 and 14 February 1700, our intention being clearly declared therein as to how far you must observe neutrality in such a case, and yet also place yourself in a position, for the preservation of the necessary balance between the two prominent realms, Bonij and Goa, to be able to check the victor if he should wish to proceed too far; we being unable to believe that one of those princes would dare to pursue his victory further against your interposition, particularly when you had a considerable force of the Company's native subjects, assisted by 150 to 200 European soldiers and some cannon, ready to be able to support the succumbing party and prevent a further defeat, to which the other Allies would also have to contribute their aid if necessary. Regarding the increased power of the Bonij prince and the authority he has arrogated to himself over the other Allies, of which further mention is made in your letter of 30 April, we have frequently expressed our thoughts in our previous letters. Extract from a letter written by Their High Excellencies the High Indian Government to the Governor and Council here, dated 28 April 1712, in which, among other things, is stated:

Dutch transcription

3 vervolg nog door de aanbieding van 't Prinsdom Sandrabonij gebleken, zijn toeleg om dien Prins aan 't Rijk van Goa g'attacheert te houden, 't welk ons al wat bedenkelijk toescheint, en voorna„ „mentlijk of het Concept van dien fijnen staatsman niet is, om dien Prins als de verklaarde Erfwagter van het Bonijze Rijk ook eens te doen succedeeren in 't Rijk van Goa, en vervolgens door de vereeniging der magtigste Rijken de zetel der opperheerschappij over geheel Celebes in 't Maccassaarse hof overtebrengen, gelijk 't Land van Bonij en Goa bij haar reets als een gereekent is, om welke en meer andere gewigtige redenen, als ook tot voorkominge van verdere verwijderinge tusschen de Hoven van Bonij en Goa, uE: ten hoogsten gere„ „commandeert en aanbevoolen werd; zoo omtrend 't Maccas„ „saarsche Hof als den Prins Aroe Palacka alle verdere be„ „denkelijke middelen en persuatien in't werk te stellen, om dien Prins na voorgaande nadere verzekeringe van 'sComp„s protexie bij UE: te doen overkomen, en alzo van het Maccas„ „saarse Hof af te trecken, dog tot dien einde en om ook weg te nemen de verbolgentheid van zijnen vader en zijne regt„ „vaardige bedugtinge voor eenige onheil zal het voor al nodig zijn, dat UE: alvoorens van Radja Bonij Procureeren en bezorgen een kragtige Pardon brief in behoorlijke forme, om die aan gemelde Prins tot zijne volkomen gerustheid en wegne„ „minge van alle ergwaan met zijne overkomste te konnen over„ „geven, en vervolgens ook te bewerken, dat hij zig in der tijd weder zonder eenige bekommeringe in 't Land van Bonij zal konnen begeeven. Dog indien dit van geen vrugt mogt wezen, en die van Goa onaangezien 't geene daar over bij onze Brief aan Radja Goa aangehaalt en gerekommandeert is niet konnen gedisponeert werden tot tot de overgave van dien Prins; op zodanig pardon brief en verzekeringe dan zullen UE: die zaak in de vergaderinge der gezamentlijke Bondgenoten moeten brengen, om daar ge„ „ventileert en na het inneemen der Advijzen niet bij de meeste stemmen maar gelijk voormaals aan deze tafel na den teneur van het 25 Articul van 't Bongaijse Contract begreepen is, bij de Memorie voor den Gouverneur van Thije, de dato 22„e Januarij 1695 nu mede in Copia overgaande alleen door UE: 'sComp„s wegen zodanigen besluit genomen en uitgesproken te werden, als UE: na de regtmatigheid zullen bevin„ „den te behooren, en ingevalle die van Goa als dan onwillig ble„ „ven om dat vonnis te obedieeren en op te volgen, zo zullen UE: Radja Bonij, die dan zekerlijk de wapenen zal willen opnemen, nevens de verdere Bondgenoten moeten assisteeren, 't zij met bij voeginge van gecommitteerdens of des noods ook met eenige Militie na de mate van UE: vermogen, om de Marcassaren daar toe te Constringeeren, en wijders zo veel doenelijk zij aan de Eene zijde te bezorgen dat Radja Bonij niet komen te succumbeeren, en aan de andere zeide, dat ook in de Executie van het vormis niet g'excedeert werde, en met dit voorschrift vertrouwen wij dat UE: niet alleen in allen deele onderrigt zullen wezen van onze Intentie maar ook ten vollen weggenomen UE: twijffelinge over de voormaals g'Expebieerde ordre bij onze brief van 6„e Januarij 1699 die tot het presente geval maar ten deele applicabel bevon„ „den werd. — No„ 2 Het staat egter vast, dat bij aldien een der Bondgenoten, voor„ „namentlijk de koningen van Bonij en Goa of een: van beide den anderen zonder wettige redenen tegens UE: afradinge en protestatie 'sComp„s wegen met de wapenen quam aan te tasten; UE: als dan ook in allen deelen zoude moeten opvolgen en in't werk stellen 't geene bij onze brieven van 6„e Januarij 1699 en 14„e februarij 1700 op dat subject gelast en voorgeschreven is, als zijnde daar in duidelijk ver„ „klaart onze Intentie hoe verre UE: in diergelijke geval de neu„ „traliteit moeten betragten, en agter zig ook in staat stellen om tot Conservatie van de nodige balance tusschen de twee voor„ „name Rijken: Bonij en Goa, den overwinnaar te konnen stuiten indien hij te verre wilde voortgaan, konnende wij niet wel geloven dat een van die vorsten hunne overwinninge te„ „gens UE: Interpositie verder zouden derven vervolgen, ins onder„ „heid wanneer UE: een tamelijke magt van 'sComp„s Inlandse onderdaanen g'adsisteert met 150 @ 200 blanken Militairen en eenig Canon gereet hadde om den succumbant te konnen onder„ „steunen en de verdere nederlaag te beletten, waar toe des noods ook de andere Bondgenoten hare hulpe zoude moeten contribuee„ „ren. Over de aangegroeide magt van den Bonijzen vorst en het gezag dat hem over de andere Bendgenoten heeft aange„ „matigt waar, af in uE Brief van 30„e April nader gesproken werd, hebben wij onze gedagten bij onze vorige brieven meermaals Extract uit een Brief geschreven door Hun Hoog Edelheden de Hooge Indiasche Regee „ring aan den Heer Gouverneur en Raad alhier, de dato 28„e April 1712 alwaar onder anderen staat. quit 5

NL-HaNA_1.04.02_3818_0034 view scan ↗

English

expressed and ordered always to maintain the independence of the free allies in the most convenient manner with prudence. Further Extract. By the election of the new head king in the Realm of Wadjo according to your letter of 5 October named Poeanna Chanhaddij and by that of the 25th of the same month named Ioeanna Dania, instead of the old decrepit Ioanna Todanra who died previously in September, your well-founded concern mentioned in the aforementioned letter of 30 April has also been entirely removed, namely that the ambitious Bone prince aspired to attach that Realm to his own as well, or at least to make the succession fall upon his son the Prince of Mampoe, just as had already been decided beforehand in the year 1699 according to what was recorded in the Makassar Daily Register under the date 5 December 1699, who was also said in your letter of 8 September to be callable thereto according to the custom of the land. Therefore, the draft mentioned therein was pleasing to us, to recognize that Prince, in case he were elected in a lawful manner, solely provisionally until our further approval, under such condition that neither he nor his descendants should ever be allowed to accept any other Realm or Princedom, except with a full renunciation of this Realm and whatever depends on it, although this has now not come to pass. No. 3 Also, His Honour's, namely Mr. Gobius's, Memorandum, by comparison with those of the respective Governors Willem de Roo and Cornelis Beernink, has made me see at first glance what great changes the Courts of Bone and Goa have been subject to, especially Bone through the death of the old Radja Palacca, the waging of war in the year 1710 with those of Goa, and the dethroning of various of their kings since the course of approximately 25 years or the dating from the one Memorandum to the other. And that will be as clear as day to you once you have reviewed how people were formerly accustomed to deal with the old Radja Palakka and Dain Tahalila for the preservation of a sincere friendship and alliance, and the occasional curbing of the lesser allies who in one respect or another did not appear manageable enough; wherefore Radja Palakka was celebrated on various occasions and enjoyed much power from the Honourable Company, principally because, in view of his known loyalty, he could be regarded as the counterweight to Goa and the other allies. From which, according to my humble opinion, has arisen that earnest recommendation in Their High Honours' iterative orders to maintain the balance especially well, as has still been frequently enjoined and is also highly necessary. Extract from the Memorandum of Mr. van Arrewijne to his successor Mr. Sautijn, dated Makassar the 21st of May Anno 1733. However, driven by entirely different motives, since the Bonian form of government, as stated, is no longer as it was during the lifetime of the old Palakka. Describing then the Bonian Court according to its present condition, letting it take precedence in this as the first ally next to the Company, it will soon become apparent how little reliance one may place on maintaining the balance therewith at present as during the reign of the frequently mentioned Radja Palacca, because the Bugis, formerly the sworn enemies of the Makassarese, have since become confidential friends through mixed marriages with those of Goa, so much so that in the year 1726, with the incident at Campong Boegis, they made a proposal to the Goan Court to act hostiley with combined force and arms against the Honourable Company and to avenge their so-called suffered affront, toward which the agent Aroe Kajoe, being half Makassarese and half Bonian, was indeed most inclined, and during his marriage with the present queen, earnestly admonished the grandees, because matters were thus agreed with the Goan king, and as a token of that resolution in sincere intention granted two villages named Takallar and Palimba in ownership to Goa's king. Nevertheless, it seems that among the Bugis at that time there were still princes of the true Lappatau lineage who, being far from willing to bow under the Makassarese, finally refused the proposal of Aroe Kajoe, and having since fallen into hatred with him, saved their lives by fleeing to Bouton; as the princes Pongauwa Aroe Bakka and Latongan, who have arrived here from there and are presently under this castle, can verify at all times.

Dutch transcription

g'uit en bevoolens de in dependentie der vrije Bondgenoten altijd op de gevoeglijkste wijze met voorzigtigheid te mainctineeren. Nader Extract. Door de verkiesinge van den Nieuwen hoofd koning in't Rijk van wadjo bij uE: brief van 5„e october Poeanna Chanhaddij en bij die van 25„e d=o Ioeanna Dania genaamt, instede van den oude afgeleefden Ioanna Todanra die in september be„ „voorens gestorven was, is ook t' eenemaal neggenomen UE: wel gegronde bekommeringe vermeld: bij de voorschr: Brief van 30„e April, dat den staatzugtigen Bonijzen vorst ambieerde om dat Rijk almede aan't zijne te hegten of ten minsten de suc„ „cessie te doen vallen op zijn zoon den Prins van Mampoe, zo als in den Jare 1699 voor af al beslooten was na 't genoteerde in't Makassaars Dag= Register onder dato 5„e December 1699 die ook bij uE: brief van 8„e September gezegt werd volgens Cos„ „tume van 't Land daar toe beroepelijk te zijn, dierhalven is ons behaaglijk geweest het daar in vermelte concept om die Prins ingevalle op een wettige wijze verkooren wierde, eenelijk bij provisie tot ons nader goedvinden te erkennen, onder zoda„ „nige conditie dat hij nog zijne desendenten nooit eenig ander Rijk of Ptinsdom zoude mogen aanvaarden, als met een volle afstand van dit Rijk en 't geene daar van dependeert, alhoewel dit nu niet te stade gekomen is. N„o 3 Ook heeft zijn Ed„s (:namentlijk de Heer Gobius:) Memorie door vergelijking met die van de respective Gouverneurs willem de Roo en Cornelis Beernink mij al met den eersten opslag doen zien hoe groten verandering de Hoven Bonij en Goa onder „hevig zijn geweest, inzonderheid Bonij door sterfgeval van den ouden Radja Palacca, het oorlogen A„o 1710 met die van Goa„ en het detroneeren van diverse hunner koningen 't zedert den omloop van ongevaar 25 Jaren of de dagtekening van den eene Memorie tot den anderen. En dat zal uE: zomneklaar blijken wanneer maar eens overgezien zult hebben hoe men eertijds gewoon was met den ouden Radja Palakka en Dain Tahalila te handelen tot conservatie van een op regte vriend en Bondgenootschap en beteugeling zomtijds van de mindere Bondgenoten die in het een of ander opzigt niet handelbaar genoeg voorkwamen: alwaarom Radja Pa„ „lakka bij diverse gelegentheden is gevierd en veel pouvoir van dE Comp„e genoten heeft, principaal om dat hij ten aanzien zijn bekende trouw, voor het tegenwigt van God in de verdere Bondgenoten kan geschat werden. Waar uit voortgekomen is na mijn gering gevoelen die ernstige recommandatie bij Haar Hoog Edelhedens Iterative ordres om de Balance voor al wel te houden zo als dat nog me„ „nigmaal aangeschreven werd en ook ten hoogsten nodig is Extract uit de Memorie van den Heer van Arrewijne aan zijne E: vervanger de Heer Sautijn gedateert Makasser den 21„e Mai Anno 1733. egter egter gezoe door geheel andere motiven nadien der Boniers Re„ „geerings form, als gezegt, niet meer is als bij het leven van den ouden Palakka. Het Bonijze Hoff dan na zijn presente toestand te beschrijven in deze als de eerste Bondgenoot naast de Comp„e voor af latende gaan, zal wel haast in doorsteken, hoe weinig staat men maken mag om daar mede thans de Balance te houden als bij de Regering van den meermelde Radja Palacca, wijl de Boegineesen eer„ „tijd der Makassaren geslagen vijanden 't zedert door gemengde Hluwelijken met die van Goa confidente vrienden zijn geworden der„ „voege zelfs dat anno 1726 met het voorgevallene ter Campong Boegis aan het Goase Hof een voorstel deden om met het saamge„ „voegde magt en wapenen Jegens de E Comp„e vijandelijk te ageeren en haar zo genoemt gelede affront te revengeeren, waar toe den agent Aroe Kajoe als half Makassaars en half Boniers wel het meeste inclineerde, en staande zijn Huwelijk met de tegenswoordige koningin, de groten ernstig toevermaande, wijl met den Goas koning de zake dus eens was en ten blijke van dat be„ „sluit in opregte mening twee Negorijen gen„t Takallar en Pa„ „limba: aan Goas koning in Eigendom geschonken heeft. even„ „wel schijnt het dat onder de Boegineesen doenmaals nog prince van het regte Lappatauws geslagt zijn geweest die wel verre van onder het Makassaarse te willen buigen, den voorstel van Aroe Kajoe finaal refuseerde, en het zedert bij den zelve in haat geraakt, haar lijf en leven door te ontvlugten na Bouton salveerde; zo als de van daar overgekomene Prince Pongauwa Aroe Bakka en Latongan hier thans onder dit kasteel present ten allen tijden konnen bewaar„ „heden: Hot.

NL-HaNA_1.04.02_3818_0037 view scan ↗

English

9 3 Matters thus looked dangerous under the rule of Aroe Kajoe, because this son of the exiled Aroe Teko even dared to let it be known that on the occasion of his marriage he would in due time seek to avenge the insult done to his father by the Honourable Company and the King of Boni. And consulting daily in this regard with the Makassarese of Goa, a decision was nevertheless made at both Courts to complain openly to Their High Mightinesses about the conduct of Governor Joan Fredrik Gobius before resorting to the utmost extremity, and by dispatching Boni's Regent, the Makadantana cum suis, to make a request for Their High Mightinesses' approval concerning the marriage of Boni's Queen to the aforementioned Aroe Kajoe, and to be allowed to possess the region of Bonthain again, as well as the restitution of 80 picols of wax seized by the Governor and Council, as appears from their letters dispatched to Their High Mightinesses in the month of October 1726 under a mutual pledge that in case of refusal they would risk and employ the extreme. The King of Soping, Topa Wara, along with his Grandees, being at that time not too well-disposed toward the Court of Boni and having attempted to protect himself against it through letters to Governor Gobius, they went, departing from here in discontent, to undo that, throwing the Realm of Soping into a formal bloodbath with a superior force of arms, through the slaying of King Topawara and prominent Realm Grandees who were at that time most loyal to the Honourable Company, and that in defiance of Governor Gobius, who indeed kept the people of Soping lingering with promises, but in no way in no way lent a hand, surely out of fear that the fire of the Courts might thereby be kindled all the sooner, which is why His Honour, finding that affair foul all around, does not press too strongly in his Memorandum when he says, "Rumours have it that Soping's King was shamefully put to death by the Government of Boni, and others again that he was merely exiled." After committing this misdeed, they proceeded to the Court of Tjinrana Boni, in order to await in that customary hiding place Their High Mightinesses' disposition on their aforementioned request, and not to return to Oedjoeng Pandang except upon a change of Governor. Their High Mightinesses, having wisely considered the matter, granted the first two points, namely the replacement of the Governor and the marriage of Boni's Queen to Aroe Kajoe, whereby, having calmed down as if their anger were set aside, they merely waited for the arrival of the New Governor. The Regent Aroe Kajoe, meanwhile imagining himself cloaked as King of Boni because he had been accepted into the Alliance by the Honourable Company through the swearing of the contracts, very soon formed a conspiracy with the Court Grandees to reject his Queen, and as soon as he should be declared absolute King of Boni by the electors, to take back to himself his first wife Craeng Bonto Madjenne; in forging and polishing which plan the Court of Goa assisted him uncommonly, because Craeng Bonto Madjenne, a Lady of the Goan nobility and to that end covertly left under the protection of Goa's King, was a suitable instrument to help advance the affairs of that Court and gradually persuade the Bonians back to the dominion of Goa. Extract from the Memorandum of Governor Van Arrewijne, dated the 21st of May Anno 1733. Further Extract from that same Memorandum Now how harmful mixed marriages are, which like these occur here solely from political considerations, has already had enough paper written about it and is sooner considered with sound senses than to bring up all the cases arising from it here; but the question would be whether Bima's King or other Allies are authorized to transfer their land and people to any king without the foreknowledge and special consent of the general Company, and if Not, as goes without saying here, what reason one would have ever to acknowledge it or openly condescend to such, it could never enter my mind, and therefore I have also by no means wished to know of or recognize the surrender of the Doussons or Villages of Tokallar and Palimba by the Bonian agent Aroe Kajoe to that same Goan Court, already touched upon earlier. As also with the Name of Aroe Palakka, which they allow a son of Goa's King by a previous marriage to bear, because he married a daughter of Aroe Kajoe, just as if he were to represent the old Radja Palacka, with the consent of both Courts; for those are all intrigues to bring Boni and Goa once again under one Lord and crown, without those rigid Bonian minds having any knowledge or feeling of the fine cunning of the Makassarese, and perhaps ever will have, when it will be too late.

Dutch transcription

9 3 Het zag en dus met de Regeering van Aroe kajoe gevaarlijk uit, wijl deze een zoon van den verbannen Aroe Teko, zig wel dorst laten horen dat hij ter occagie van zijn huwelijk nog in der „tijd zouw zoeken te wreken de koon zijn vader door dE Comp„e en Bonijs koning aan gedaan. En dezen thalve dagelijks met de Goahse Makassaren raadple„ „gende nam men egter een besluit aan beide Hoven, om alvorens tot de uiterste Extremiteit te komen opentlijk aan Haar Hoog„ „Edelhedens klagtig te vallen over het gedrag van den Gouverneur Joan Fredrik Gobius, en door het afzenden van Bonijs Rijksbestierder den Makadantana /: C: s:/ met een verzoek te doen om Haar Hoog Edelhedens approbatie omtrend het huwe„ „lijk van Bonijs koningin met gem: Aroe Kajoe ende om het Landschap Bonthain weder in Posessie te mogen hebben, gelijk ook de restitutie van 80 picols wax bij Gouverneur en Raad aangeslagen als blijkt bij haarl: brieven in de maand october 1726 tot haar Hoog Edelhedens afgeveerdigt onder verbintenisse onderling dat ze in cas van refus het uiterste wilde wagen en te werk stellen. Den Sopings koning Topa wara nevens zijn Groten doen„ „maals het Bonijse Hof niet te zeer toegedaan en door brieven aan den Gouverneur Godius getragt hebbende zig daar en tegen te dek„ „ken, gink men (:misnoegd van hier vertrekkende:) dat verleren, met een overmagt van wapenen het Rijk van Soping in een formeel bloed bad zettende, door het ombrengen van den koning Topawara en voorname Rijksgroten op dien tijd de E: Comp„e meest toegedaan, en dat in weerwil van den Gouverneur Gobius, die wel de Sopingers met beloften dralende gehouden maar geenzints geenzints de hand geboden heeft, zekerlijk uit bedugting dat het vuur der hoven daar door te Eerder mogt ontvonken, waarom zijn Ed: die zake rontom vuil vindende, bij Memorie niet te sterk aanbind, als hij zegt, „De gerugten willen dat sopings koning door de Bonijse „Regeering schendig om het Leven is gebragt, en andere „wederom dat hij maar zouw wezen verbannen. Na het plegen van dezen buveldaad begaf men zig aan het Hof van Tjinrana Bonij om in dien ordinaris schuilhoek af te wagten Haar Hoog Edelhedens dispositie op hun vooraange„ „toge verzoek en niet weder tot oedjoeng Pandang te komen, als bij verandering van Gouverneur. Haar Hoog Edelhedens de zake wijsselijk hebbende overwogen accordeeren de twee eerste poincten, namentlijk verwisseling van Gouverneur en het huwelijk van Bonijs Koningin met Aroe Kajoe waar door zij als in colere ter neder gezet alleenlijk bleven wagten op de komst van den Nieuwen Gouverneur Den Regent Aroe Zajoe ondertusschen zig als koning van Bonij gehuld verbeeldende wijl bij dE: komp:e in het Bontgenoot„ „schap door het bezweren der contracten was g'accepteert maak„ „ten wel haast een te zamenspanning met de Hofgroten om zijn koningin te verwerpen, en zo dra door de kiesheeren tot Koning van Bonij absolut verklaart zouw wezen desselfs eerste vrouw Craeng Bonto Madjenne weder tot hem te nemen, welk Concept te smeden en poleijsten het Goase Hof hem buiten gemeen in assisteerde, om dat Craeng Bonto Madjenne Een Dame van de Goasen adel en ten dien einde bedektelijk onder de protexie van Goas koning gelaten een bekwaam werktuig was om de zake van dat Hof te helpen vorderen en de Boniers allenkens weder tot de Heerschappij van Goa over te halen. Extract uit de Memorie van de Gou„ „verneur van Arrewijne de dato 21=en Meij Anno 1733. - Nader Extract uit die zelfde Memorie Hoe schadelijk nu gemengde Huwelijken zijn, die als deze eenlijk uit inzigte van staat hier voorkomen, is reets Papieren genoeg over be„ „schreven en met gezonde Hersens eerder na te denken, dan alle de gevallen daar uit voortgekomen hier te berde te brengen dog zouw de vraag zijn of Bimas koning dan wel andere Bondgenoten bevoegd zijn haar Land en volk over te transpor„ „teeren aan eenig koning buiten voorweten en speciaal consent van de generaale Compagnie en zo Neew (:gelijk hier van zelfs spreekt:) wat reden men zouw hebben ooit daar van te willen weten of opentlijk zulks te condescendeeren, altijd het heeft in mij nooit konnen komen, en daarom heb ook geenzints willen weten of erkennen de overgaev der Doussons of Dorpen Tokal„ „lar en Palimba door den Bonijs agent Aroe Kajoe aan het zelve Goase Hof reets voorwaarts aangeroert. Als mede met de Naam van Aroe Palakka, die men een voor„ „zoon van Goas Koning laat voeren, om dat hij trouwde met een dogter van Aroe Kajoe even als of deze den oude Radja Palacka zouw representeeren, met bewilliging van beide Hoven, want dat alle intrigues zijn om Bonij en Goa weder te brengen onder een Heer en kroon zonder dat die stramme Bo„ „nijse verstanden van het fijn vernuft der Makassaren eenige weet of aandoening hebben en mogelijk ooit hebben zullen als wanneer het te laat zal zijn.

NL-HaNA_1.04.02_3818_0041 view scan ↗

English

13 The rest that is to be transacted with these two prominent Courts, and is of less weight than what has been mentioned before, cannot differ so much in daily intercourse according to the customs of old that it deserves a place here, the more so because time is granted to us to speak at length about those and other domestic matters, and once such things are known, mixing them with those of further perspective diminishes attention. Let it then be enough for Your Honour that I have pointed out here, as with the finger, the true condition of each Court, King, and Grandee at this time, and of what weight their strengths and weaknesses are to be regarded in order to find the counterweight and to draw up the so-called Balance, which to my knowledge was never specifically described, yet was earnestly recommended to be observed with regard to these two Courts, where it was also fully effective as long as they regarded each other with envy. But assuming that they have since lived in a better understanding with each other through mixed marriages and otherwise (as has been shown here before), where then to seek the Balance, or whence to obtain means that equal their combined counterweight? Believe freely that this contains the greatest concern for the state and the interest of the General Company on this coast, since it is notorious that as long as both Courts can be kept separate on their own, the one can be curbed with and by the other; and once these two, I say again, continue in peace and quiet, I know of none of all the other Allies, however obstinate they might be, who could cause the state of the General Company here to totter or be troubled. Further Extract from the Memoir of Mr. Arrewijne The opposition of the populous Bonij, so much dreaded from of old, is in itself, without admixture with the Makassarese, of no apprehension, as the latter alone are capable, with authorization on behalf of the General Company, of restraining them and serving as a scourge in our hand when it is well managed; besides that the other Allies in such a case would also quickly come over to the Honourable Company, and thus it must once again follow that the Makassarese Court and the growth thereof is of the greatest danger to the Honourable Company. To now finally also consider means by which these Courts, in the event of an unexpected conspiracy, could be powerfully checked in their course, it seems to me (subject to correction by better judgment) nothing is so sovereign as keeping at hand this or that Prince who, not being too attached to the aforementioned Courts, comes over to the Honourable Company. No 4 15 In the year 1678, by Missive of 4 July, the following was prescribed by the High Government: "being the foundation of our or actually the Company's maxim to keep the Bugis and Makassarese in balance with each other, and all the further Allies on that island in their own free sovereign territory, without depending on either of them, and recognizing only the Honourable Company as their protector and defender, in which none of them has yet fared ill, and at whose summons they will appear all too readily in time of need, especially those of Wadjo, as upon the order of Radja or his equal." In the year 1688, on 27 February, the following terms were used by the said High Government: "The King of Bonij, and proportionally the other Kings and Grandees of Makasser, Your Honour must treat and deal with in proper respect and modesty, saving the dearly bought privileges of the Honourable Company in matters of importance and consequence, in so far as political provisions require and will advise Your Honour to the greatest service of the Company." In the year 1699, by letter of 6 January, Their High Excellencies say: "we deem it most necessary that Your Honour, on occasion, present to the King of Bonij, and Extract from the Considerations of the Ordinary Councillor Mr. Schreuder on the state and management of the Honourable Company in the Government of Makasser, dated 14 February Anno 1765: with discrete, yet significant terms make him notice and thoroughly understand, that all the Allies are free and the Honourable Company is indeed the first, yet not to rule over the others, but to ensure through the observance of law and fairness that each Ally is preserved in his rights and freedoms, and thus the one does not come to dominate the other; being a lesson that is particularly difficult for him to understand, unpleasant to remember, and very contrary to put into practice, and must therefore be impressed upon him repeatedly in due time." In the year 1700, dated 14 February, it was written by the High Government to Makasser: "Your Honour must endeavour to keep matters between Bonij and Goah in the so much desired tranquility and especially required Balance. For two prominent matters are here mostly to be considered: namely that if the Company's troops were ever to suffer defeat, it would almost indelibly damage its so inevitably required authority, especially if such occurred far from the Castle or inland, where that misfortune could not be immediately repaired or revenged with new relief troops. Secondly, that the Makassarese can bring no greater harm to the Company anywhere than outside the island of Celebes. And therefore care must above all be taken that their own country is not made too oppressive for them, but that they are allowed to enjoy there as much peace and other necessities as is needed to assure them that they possess and experience a true peace with the Honourable Company; therefore it is certain that whenever Your Honour

Dutch transcription

13 Het overige dat er met deze twee voorname Hoven te verrigten valt en van min gewigt is als 't voorsz: kan in den dagelijksen ommegang na de costume van oude bekend zo veel niet differeren, dat het zelve hier plaats verdiend te meer ons tijd gegunt is over die en andere huisselijke zaken Largo te spreeken, en de zodanige eenmaal geweten, onder die van verder uitzigt gemengd de atten„ „tie verminderen. Laat het UE: dan genoeg zijn dat ik hier als met de vinger aange„ „wezen heb de ware gesteldheid van ieder Hof, koning en Grooten in deze tijd en van wat gewigt haar sterkte en zwakheden aan te merken zijn om het tegenwigt te vinden en de zo genoemde Balance uit op te maken die mijns wetens nooit specifice besz: dog wel ernstig aanbevolen werd te reguardeeren omtrend dees beide Hoven, daar het ook ten volle plaats heeft gehad zoo lange die elkanderen nijdig in betragting zijn geweest: maar geposeert dezelve 't zedert door gemengde Huwelijken als anders in een beter verstand met elkander Leven (:gelijk dat hier voor is aangetoont:: waar dan de Balance gezogt, of middelen van daan gehaald die hun beider tegenwigt evenaren: gelooft vrij dat dit zijn meeste bekommernis in heeft voor den staat en het be„ „lang der Generale Maatschappij te dezer kuste, dewijl het notoir is, zo lang beide Hoven separaat op haar zelfs te houden zijn den eene met en door den anderen is in te toomen, en wanneer deze beide nog eens zeg ik in rust en vrede continueeren weete ik gene van al de andere Bondgenoten die hoe obstinaat ze ook wezen mogte, de staat van de Generaale Comp„e alhier konnen Nader Extract uit de Memorie van de Heer Arrewijne doen doen waggelen of bekommerlijk zijn De van ouds zo zeer gedugte oppositie van het volkrijk Bonij is zelve, buiten vermenging met den Makassaar van geen bedugting alzo dees laaste alleen in staat zijn met qualifica„ „tie wegens de Generale Compagnie haar te beteugelen in ten geessel te strekken in onze hand wanneer het wel werd aan„ „gelegd behalven dat de andere Bondgenoten in zulken geval ook haast tot dEComp„e zoude overkomen en dus alweder volgen moet dat het Makassaarse Hof en den aanwas van dien voor dE komp„e van het meeste gevaar is. Om nu eindelijk ook op middelen verdagt te zijn, waar door deze Hoven bij onverhoopte te zamenspanning kragtijg in haar vaart te stutten zoude zijn dunkt mij (:onder Correctie van beter:) niets zo souverain, als het aan de hand houden van dees ofte geene Printen, die de voorsz: Hoven niet te zeer toegedaan tot dE Comp„e overkomen. - N„o 4 15 Anno 1678 bij Missive van den 4:' Iuli is door de Hooge Regeering het volgende voorgeschreven" zijnde den grondslag van onze of „eigentlijk 'sComp„s maxine om de Boegineesen en Makassaren „mitelkander in Balance te houden ende al de verdere Bond„ „genoten op dat biland bij haar eigen vrijen souverain Ge„ „bied, zonder van iemand hunner beiden te dependeeren en alleen „d' E: Comp„e als haren schut en scherm-Heer t'erkennen, daar „ze nog geen van allen kwalijk bij gevaren zijn en op wiens „ontbod zij in tijd van Nood al te veel gereder zullen te voor„ „schijn komen, inzonderheid die van wadjo als op de order „ van Radja of zijns gelijken„ Anno 1688 den 27„e februarij zijn door gemelde Hoge Regering de volgende termen gebruikt " Den koning van Bonij en naar „advenant de andere koningen en Grooten van Makasser „moeten UE: in het behoorlijke respect en zedigheid bejegenen en „handelen, behoudens de diergekogte voorregten van de E komp„e „in zaken van belang en Consequentie, voor zo verre de Politicque „voorzieningen medebrengen en UE: raaden zal ten meesten „dienste van de Compagnie. Anno 1699 bij Brieve van den 6„e Januarij zeggen Haar Hoog Edelhedens wij oordeelen het hoogst nodig te zijn dat uE: „bij gelegendheid aan den koping van Bonij voorhouden en den Heer Raad ordinair: Schreuder over den staat en ommeslag van de E: Comp„e ten Gouvernemente Makasser de dato 14:e Februarij A„o 1765: Extract uit de Bedenkingen van met „met discrete, dog segnaficante termen doen bemerken en in „den grond verstaan, dat alle de Bondgenoten vrij zijn „en dE: Comp„e wel de eerste is, dog niet om over de andere „te heerschen, maar om door betragting van regt en billijk„ „heid te bezorgen dat ieder Bondgenoot bij zijne Regten en „vrijheden geconserveert werden en alzo de een den anderen „niet kome te overheerschen, een Lesje zijnde, die voor hem „bijzonder zwaar te verstaan, onaangenaam te onthouden „ en zeer Contracr om te practiseeren valt, en daarom op zijn „tijd al meermalen ingescherpt zal moeten werden„ Anno 1700: dato 14„e Februarij is door de Hoge Regeering na Makasser geschreven UE: moeten tragten de zaken tusschen „ Bonij en Goah bij de zo zeer gedesidereerde ruste en voor al „gerequireerde Balance te houden. Want twee voorname zaken „vallen hier omtrend meest te considereeren, namentlijk dat wan„ „neer 'skomp„s troupes eens de nederlage mogten krijgen het zelve „als dan een bij na en uitwisselijke kraak in hare zo onvermij„ „delijk vereischte Agtbaarheid zoude geven, voornamentlijk wan„ „neer zulx verre van het Casteel of in het Land geschiede, al„ „waar men dat ongeval niet aanstonds met nieuwe „Troupes van secours zoude kunnen herstellen nog reven„ „geeren. ten anderen dat de Nakassaren dE Compagnie „nergens meer schade konnen toebrengen, dan buiten het „biland Celebes. en daarom voor al gezorgt moet worden „dat Haarlieden hun eigen Land niet te benauwt gemaakt „werd, maar dat men dezelve aldaar zo veel rust en andere „noodwendigheden doet genieten als er van noden is om „haar te konnen verzekeren, dat zij een ware vrede met „dEComp„e bezitten en beleven; hierom staat vast dat UE: wanneer

NL-HaNA_1.04.02_3818_0045 view scan ↗

English

17 when one Ally wished to wage war upon another without right and reason, against Your Honour's and our approval, without paying heed to Your Honour's counter-protests, you shall then remain neutral and watch the matter with forbearance until it becomes necessary on the Company's behalf to intervene and prevent the further progress of the victor. Your Honour must, on the other hand, consider that our ordained Neutrality in no way implies a quiet complacency on our part, as if the situation were entirely safe, since it would not be certain that the two contending parties would also remain neutral toward the Honourable Company. Thus, even in the event of this ordained Neutrality, Your Honour would have to place and maintain the Company's subjects in a posture of defense and under arms, not only in and around the castle, but also at Saleijer, Boelecomba, Galisson, Maros, etc., in order to compel those contending parties to observe Neutrality toward us and ours everywhere, and in Case of the contrary, to resist force with force; as well as to remain in a position always to be able to rescue the succumbing party. On 5 July of the same year, Their High Right Excellencies noted as an Instruction for Governor Beernink: "Whereas Makassar is considered the key to the East on account of the disturbances which the Makassarese, in their heyday, previously stirred up and fostered there, it consequently follows, after they have been subjugated by the Company's arms, that our principal objective must be to maintain them, together with the other Allies over whom they had previously gained dominion, in such state as they were brought into by our victory and were accepted again alongside the others as Allies under the Bongaise Contract, wherefore the Honourable Company is also authorized by the same contract, as the foremost Ally, to decide upon all their disputes in accordance with the equity of the Country's Laws and Customs. And by doing this properly, the Balance among the Allies is actually maintained. In order now not only to restore the Balance among the Allies, but also the Company's Authority over them, we have had no small trouble and many weighty deliberations in previous years to reach such resolutions for dispatching the necessary orders to Makassar as were required to establish the Company's state there, so that what was written to Your Honour at that time can supply sufficient material to fathom everything that needs to be done on Makassar. From the reading of all those Papers, Your Honour will be able to observe very clearly how cautiously the King of Bony must be kept within the bounds of his duty; likewise, on the other hand, how the king and the grandees of Makassar must be regarded and treated, together with all the other Allies, and most especially in what precise manner the Balance among them must be observed; as well as in what manner and for how long the Honourable Company must remain out of the fray and neutral, in Case the disputes could not be prevented from erupting into acts of violence; and furthermore prevent one party from utterly ruining the other, but ensure that everything in due course is directed, through the Company's authority as the foremost Ally, not only toward an accommodation and the pacification of both parties, but also toward the restoration of the defeated party to his former state and freedom. Furthermore, beyond the cited orders and treaties, more can certainly be found, but since I have perceived in the present constitution of the management of affairs in that Government, as well as in the Papers, that no new subjects appear therein, and also that in the successive Memoranda of the Governors, that which was noted in Their High Right Excellencies' letters of 6 January 1699, as well as 14 February and 5 July 1700, was principally cited, I therefore deem it unnecessary to proceed any further with this account. On the contrary, I believe this much will suffice, and that from the coherence of this, as well as from the concatenation of all orders, prescriptions, and maxims issued to date, it is possible to deduce with sufficient certainty what Their Excellencies' intentions and objectives regarding Makassar actually are. And whereas from the coherence of what is alleged herein it appears: 1. That the Honourable Company, through the war against the Makassarese, sought to secure its spice Provinces against the detrimental visits of that people; 2. That the Honourable Company conquered the said Nation, liberated its conquests, and subsequently accepted the Makassarese in their humbled state alongside all other Provinces that formerly bore their Yoke

Dutch transcription

17 „wanneer den eenen Bondgenoot den anderen zonder regt „en reden tegen UE: en ons goedvinden wilde beoorlogen zonder „gehoor te geven, aan UE: Contra protestatien als dan neu„ „traal zullen blijven en het werk met goede ogen zo lang „aanzien, tot dat het van noden werd van 'sComp„s wegen „tusschen beide te komen en den verderen voortgang van den „overwinnaar te verhinderen, dienen UE: daar en tegen te con„ „sidereeren dat onze g'ordonneerde Neutraliteit, geen zints „impliceert een stille gerustheid aan onze kant, even als „of het geheel zuiver valde was, dewijl het niet zeker zoude „zijn dat de twee strijdende parthijen ook omtrend deEComp=e „neutraal zouden blijven, zo zouden UE: ook in cas van deze „g'ordonneerde Neutraliteit, niet alleen in en omtrend het „casteel, maar ook tot Saleijer, Boelecomba, Galisson, „Maros etc, 'skomp„s onderdaanen in posituur van defensie „en in de wapenen moeten brengen en houden, om alzo die „strijdende parthijen Neutraliteit ook over al tegens ons en „de onze te doen observeeren, en in Cas van het Contrarie geweld „met geweld te resisteeren; mitsgaders alzo in staat te blijven „om altijd de succumbeerende parthij te kunnen redden„ Den 5„e Iuli 'T zelfden Jaars noteerden Haar Hoog Edelheedens tot Instructie van den Gouverneur Beernink "Aangezien „ Makasser voor de sleutel van de oost gehouden om de Brouil„ „leries welke de Makassaren in haar fleur zijnde, voor dezen „aldaar gestookt en gefoveert hebben, zo valt gevolgelijk na dat „dezelve door 'skomp„s wapenen te ondergebragt zijn, voor ons „bijzonderste oogmerk te betragten dezelve met de verdere „Bondgenoten waar over zij lieden bevoorens de Heerschappije „bekomen hadden in even zodanigen staat te houden als dezelve door „door onze overwinninge gebragt en weder nevens de andere „tot Bondgenoten bij het Bonaijse Contract aangenomen „zijn, waar toe dan ook dE Comp„e bij het zelfde contract „g'authoriseerd is over alle hare geschillen als eerste Bondge„ „noot in billijkheid van 's Lands-Rechten en Costumen te „disponeeren, ende met dit behoorlijk te doen werd eigentlijk „de Balance onder de Bondgenoten gehouden, om nu „ niet alleen de Balance onder de Bondgenoten, maar ook „'Ik om p„s Gezag over dezelve te herstellen, hebben wij in de vorige „Jaren geene kleine moeite en veel zwaare deliberatien ge„ „had om zodanige besluiten te nemen tot het afzenden der „nodige ordres na Makasser als 'er verlisht wierden om „'skomp„s staat aldaar te vertigen, zo dat het geen indien tijd „geschreven is aan UE. een genoegzame stoffe kan suppedi„ „teeren om daar uit alles te penetreeren wat er op Maccasser „te doen vald. uit de Lectura van al die Papieren zullen „uE: zeer klaar kunnen bemerken hoe voorzigtig den Ko„ „ning van Bonij binnen de paalen van zijn pligt diend „te werden gehouden, item hoedanig aan de andere zijde den „koning en de groten van Makassar aangezien en be „handeld dienen te werden, mitsgaders alle de verdere Bond„ „genoten en wel bijzonderlijk op hoe nauwkeurige wijze „de Balance onder dezelve moet betragt werden, als mede „op hoedanige wijze en tot hoe lange dEComp„e in Cas men de „differenten niet had kunnen beletten tot feitelijkheeden „uit te barsten, buiten 't spel en neutraal moet blijven, „en wijders beletten dat de eene parthij de andere niet „geheelijk verderve maar dat alles op zijn tijd niet alleen „weder tot een accornodement en de bevrediging van de „wederzijdsche parthijen maar ook tot herstelling van de ter 3 „ter nedergeslagen in zijne vorige staat en vrijheid door 'tkComp„s „authoriteit als eerste Bondgenoot aangelegt moet worden. Voorts zijn 'er buiten de geciteerde ordres en verbondens nog wel meer te vinden, maar vermit ik bij de hedendaagse constitutie van het maniment der zaken in dat Gouver„ „nement zo: min, als bij de Papieren hebbe ontwaart dat daar in eenige nieuwe onderwerpen voorkomen, en ook bij de successive Memorien der Gouverneurs principaal het ge „noteerde bij Haar Hoog Edelheedens brieven van den 6=e Januarie 1699 mitsgaders 14„e Februarij en 5 Julie 1700 aangetrokken werd. Zo agte ik het onnodig nog alverder met het verbaliseeren voort te gaan. In tegendeel ver„ „meene Ik met dus veel te kunnen volstaan, en uit den samenhang van dit zo wel als uit de aan eenschakeling van alle tot heden g'emaneerde beveelen voorschriften en maximes met een voldoende zekerheid te kunnen op ma„ „ken wat Haar Ed„s inzigten en oogmerken eigentlijk op Makassar zijn—. En vermits uit den Samenhang van het in dezen g'alle„ „gueerde blijkt 1. Dat dE Comp„e door den oorlog tegen de Macassaren getragt heeft haare specerij Provintien voor de nadeelige visites van dat volk te bevijligen Dat dE Comp„e ged=te Natie overwonnen, haare conquesten vrij gemaakt, vervolgens de Makassaren in hun vernederde staat nevens alle andere Provintien die eertijds hun Juk gedragen aan 2.

NL-HaNA_1.04.02_3818_0048 view scan ↗

English

allied to itself as Allies, prohibited sailing to the east and without Passes, along with the admission of foreigners; furthermore kept reserved the exclusive trade, the introduction of Dutch coinage, the construction of lodges, the extirpation of spice trees, etc. 3rd. That the Company, having learned by experience how little reliance can be placed on the oath and fidelity of its aforementioned contracting parties, has deemed it necessary to hold them to compliance through awe and politesse. 4th. That the Company, in order to be imposing, maintains a fortress, men, and vessels, and has placed the Court of Boni in balance against that of Makassar, so that by joining with the former, it can more easily hold the second named and all other Allies in check. 5th. That the Company, in order to direct the Celebes princes to its aim through politesse, has assumed the character of first Ally, as well as arbiter of mutual disputes, and has in every respect preferred this means in order to give Boni no footing for any superiority over the lesser Allies. 6th. That the Company sets no further store by the trade, nor the revenues, nor the awe, than insofar as the last-mentioned serves to support the authority that justifies its assumed character, and the two first-mentioned serve to compensate for the expenses annexed thereto. 7th. That 21 7th. That also that character of first Ally and arbiter solely has the purpose of keeping Goa and Boni separated, and to prevent any of those princes from falling out of balance through increase or decrease, but rather that each Ally, whether on Celebes or Sumbawa, be maintained in the independence in which he is placed with respect to the others. 8th. That maintaining the balance among the princes would be a useless endeavor for the Company if it did not aim at preventing anyone on this side of the quarters of Ternate, Amboina, and Banda from becoming so powerful as to disturb, like the Makassars in former times, the Company's exclusive collection of products and peaceful habitation. Regarding further the means that could serve to reduce the Company's expenses and at the same time to improve its condition, it is in the first place beyond all dispute that care must above all be taken to conserve among the Celebes princes such a balance that the one can be held in check by the other. Extract of the Letter of the Right Honorable Gentlemen Seventeen of 6 October anno 1766. 23 No. 5. The dispute is then decided; the Makassars have this last king of the lineage of Palakka, or rather said, they have been deserted by him, whereby the bond of mutual relation between them and the Bonians, which had continued unbroken since the year 1702 until now, is now finally severed, which constitutes a very useful conclusion from this evolution. They have, on the foundation of the rights and privileges never before contested to them in a similar case, as this is also undeniable, chosen another king in his place, being their former regent of the realm Craing Tammasongo, now renamed Sultan Saioedien alias Crain Katanka, their letter tending to a request for approbation along with a present of four slaves being sent herewith, for which they, according to the ancient institutions and customs, were indeed obliged to dispatch a solemn deputation of some of the most distinguished among them to Your Right Excellencies, but their exceedingly great poverty prevents them from doing so, wherefore they also solicit a favorable indulgence in this regard. Meanwhile, the deposed prince has taken up residence under the protection of Boni's ruler, and has been honored by him with the title of Aroe Mampoe Riawa, as also by the Princess Palakka with the honorary name of Madanrang Palacca, in order to distinguish him subsequently by this title. We note, meanwhile still in conclusion of this main part Extract from the Separate Letter of Governor Boelen and Secunde van Pleuren to Their Right Excellencies at Batavia, dated Makassar in Castle Rotterdam, 5 June 1769. that —. 5t that in this state of affairs, with respect to the prince detained on your side, on account of the ceaseless interferences that that vile, extremely malicious, and ill-disposed, restless woman, the Princess Palacka, has continually made for his release, added to the authority and the influence that she had on the mind of this now deposed king, affairs on that side could nevertheless never have remained on the right track, even if this event had not occurred, whereas one will henceforth be able to avoid that trouble much more easily, and the consequences are also much less to be feared.

Dutch transcription

aan zig als Bondgenoten g'allieert, de vaart om de oost en zonder Passen g'interdiceert, met de admissie van vreemde„ „lingen, voorts gereserveert gehouden den exclusiven handel, de introductie der Nederlandsche munt den opbouw van Logies, de Extirpatie van specerij Boomen enz: 3„e Dat dE Comp„e door ondervinding geleert hebbende hoe weinig staat er te maken is op den Eed en trouwe harer voormelte contractanten nodig heeft g'oordeelt dezelve tot de nakoming te houden door ontzag en politesse 4„o Dat dE Comp„e om ontzaggelijk te zijn eene vesting volk en vaarthuigen onderhoud en het Hof van Bonij tegen dat van Makasser in evenwigt gesteld om door zig bij het eerste te voegen, de twede genoemde en alle overige Bondge„ „noten te gemakkelijker te kunnen in toom houden. 5„e Dat dE Comp„e om door Politesse de celebesche vorsten tot haar wit te kunnen derigeeren het character van eerste Bond„ „genoot, mitsgaders scheidsman der onderlinge verschillen aangenomen en dit middel in allen opzigte geprefereert om aan Bonij geen voet te geven tot eenige superioriteid over de mindere Bondgenoten. 6„e Dat dE Comp„e nog aan de Negotie nog aan de Inkomsten nog aan het ontzag verder iets gelegen legt dan voor zo verre het laast gem: diend tot staving der authoriteit die haar Edele aangenomen Character verkeld en de twee Eerst gemelde tot goedmaking van de daar aan annexe Lasten 7„ Dat 21 7„o Dat ook dat Character van eerste Bondgenoot en scheidsman allien ten doel heeft om Goa en Bonij gesepareerd te houden en te beletten dat niemand dier vorsten door accressement of vermindering uit de Balance raake, maar elk Bondgenoot het zij op Celebes of sumbauwa gemainctineert werde in de mafhankelijkheijd waar in hij ten opzigte der overige ge„ „steld is. 8„e Dat het houden van de Balande onder de vorsten voor dE Comp„e een onnutte bezigheid zoude zijn indien daar door niet wierd beoogt de verhindering dat aan deze kant der quartieren Ternaten; Amboina, en Banda niemand zo mag„ „tig werde om gelijk iertijds de Makassaren 'skomp:s privativen in„ „zaam van Producten en geruste in woninge te turbeeren. Betreffende wijders de middelen die tot vermindering van 'sComp„s omslag en te gelijk tot verbetering van desselfs staat zouden kunnen strekken, zo is in de eerste plaats buiten alle tegenspraak, dat voor al dient te werden gezorgt om onder de Celebesche vorsten te con„ „serveeren zodanig evenwigt, dat de een door den anderen kan wer„ Extract Missive der Hoog Edele Heeren seventienen van den 6„e october a„o 1766. „den in teugel gehouden. 23 N„o 5. Het geschil is dan gedecideert, de Maccassaren hebben dezen laas„ „ten koning uit de stam van Palakka, of liever gezegt, zij zijn door dezen verlaten, waar door de band van onderlinge betrecking tusschen deze en de Boniers, die zedert den Jare 1702. tot nu toe onafgebroke heeft voortgeduurt, nu eindelijk is verbroken, dat een zeer nuttige gevolgtrecking uit dese Evolutie maakt. zij hebben zig op fondament der Regten en previligien, nimmer voor heen bij een diergelijk geval aan hen betwist, zo als zulx ook niet te wederspreken is, eenen anderen koning in de plaats verkoren, zijnde hunne gewesen Rijksbestierder Craing Tamma„ „songo, nu hernaamt sulthan Saioedien alias Crain Ka„ „tanka, gaande hunnen brief tendeerende versoek tot approbatie met een geschenk van vier slaven hier nevens over, waar toe zij na de al oude instellingen en gebruiken wel verpligt waren eene plegtige deputatie van eenige der gedistinqueerdste onder hen tot u Hoog „Edelhedens te decerneeren, maar hare overgrote armoede belet hun zulx, waarom ze dientwegen ook eene gunstige inschikking besol„ „liciteere Intusschen heeft den afgezetten prins zig onder de protectie van Bonijs vorst ter woon begeven, en is door dese met den Titul van Aroe Mampoe Riawa, gelijk ook door den Princesse Palakka met de eer naam van Madanrang Palacca gehonoreert, ten einde hem bij dese Titulature vervolgens te destinqueeren. Wij noteeren, inmiddens nog ten besluite van dit hoofd deel Extract uit de Aparte Brief van den Heer Gouverneur Boelen en Secunde van Pleu„ „ren aan Hunne Hoog Edelhedens te Bata„ „via gedateert Maccasser in het Casteel Rotterdam den 5„e Junij 1769. dat —. 5t dat in dese gesteltenis van zaken, op zigtelijk tot den â costij gedeti„ „neerden Prins, uit hoofde van de onophoudelijke bemoeijenissen die dat snood en ten uitersten quaadaardig en qualijk gezind onrustig wijf den Princesse Palacka, zig bij aanhouding tot zijne relaxatie heeft gegeven, bij gevoegt het gezag, en den invloed, die ze op het gemoed van dezen nu afgezetten koning heeft gehad, de zaken dog nooit in het regte spoor, aan die zeide zoude kun„ „nen zijn gebleven, alschoon deze gebeurtenis ook niet was voor„ „gevallen, daar men die quelling nu voortaan veel ligter zal kunnen ontleggen, en de gevolgen ook veel minder te dugten zijn.

NL-HaNA_1.04.02_3818_0053 view scan ↗

English

25 No. 6 Anno 1768 Anno 1769. December. Saturday the 31st. Paid a visit to the King of Bonij, received very politely and kindly, and after some indifferent conversation held beforehand, having communicated with the prince, received report that the King of the Macassars was said to have retired from Goa to Barombong, the cause unknown, though quite certainly to be guessed, since Arou Palacca accompanied him, and that it would be wisest to act by not concerning oneself with this matter at all, letting the Macassars sort it out among themselves, because passage from here was indeed currently closed to him. I, already informed of this, contradicted such by pointing out the consequences to be anticipated from it, and persuaded the King, as such a close blood relation of that prince, to commit an embassy to him, and to ask him for the reason of his departure, at the same time to admonish him to return to Goa, or otherwise to go to the Honorable Company or Bonij, and there, if he believed he had any reason for displeasure or grievance, to lay the same open, whereupon one could, according to the findings of the matter, let justice and satisfaction be done to him, which he accepted; further, having spoken about some more indifferent matters of various kinds, we took a polite and affectionate leave of one another. January. Wednesday the 4th. I had the King of Bonij asked by Voll for the outcome of the embassy sent according to the agreement on 1st December to the King of Goa, and received Extract of the Secret Daily Register at Maccasser kept by the Governor, Mr. Boelen. report that thus far he had not yet been able to think of anyone among his people suitable for it, but in the next few days would use Arou Patjero, whom he was expecting from the Northern Provinces, for it; upon this I informed His Highness that, finding it unadvisable to delay longer with this, I was resolved to dispatch an express messenger myself to the King of Goa tomorrow, and that in case the prince wished to join his own with it, even if it were not an Arou Patjero, such would be agreeable to me. The King was satisfied with this (as he declared), but Thursday the 5th, no deputy appearing on the part of Bonij, I dispatched the Captain Malay to Caraeng Barombong, to make some private inquiries there regarding the King of Goa, and to treat with him on my behalf in such a manner as I had agreed upon on 1st December with the prince of Bonij, as he then also departed thither, accompanied by the first envoy Daeng Mandjarekie, and having remained there, sent me the necessary report through the last-mentioned. Friday the 6th. A Macassar interpreter having had me politely requested in the name of the Goan Chancellor that I might send him the first envoy just mentioned today if possible, as he had something private and weighty to communicate to me through him, I had that minister answered that this time, on account of the requested person's absence, I could not comply with his desire, but would send him to him as soon as he had returned. After the departure of this man, the Bonij interpreter Moentoe appeared, sent by His Highness, in order to request access to come and pay the New Year's compliment to me together with his court nobles according to custom, adding the wish to expedite this visit, 27 if possible, solely for the reason that their great fast was soon about to begin, whereby the same would have to undergo too long a delay; whereupon I had His Highness answered with counter-greetings that for the present no fixed day could be determined for it, and that despite the intervention of His Highness's fast, that visit would be just as agreeable to me, even if after that date, in order to be able to keep him, according to custom, at midday dinner together with his court grandees. For which it was then for the present timely enough to fix a suitable day, further requesting to have an answer to this from His Highness. Saturday the 7th. The Djema Tongang arrived, accompanied by the Bonij interpreter Moentoe, informing me that his master the King had embraced my proposal made on the 4th of this month, but with poor success, as the King of Goa had only said that his distress over his brother had made him long for diversion, and that as far as his returning was concerned, whether to Goa or indeed to the Honorable Company or Bonij, he would submit to whatever the will of the Lord might have destined for him. Tuesday the 10th. Having received notice of a visit that the King of Goa, alongside Caraeng Barombong, was about to pay today to the King of Bonij, I had this prince requested by the License Master Voll that he especially should not fail during this visit to keep these guests with him for the time being, in particular in order to be able to sound them out regarding the true reasons that might have moved the young prince to quit his place of residence, and to betake himself to the district of

Dutch transcription

25 N„o 6 A„o 1768 A=o 1769. December. Saturdag den 31„e Een visite bij den koning van Bonij afgelegt, zeer beleefd en vriendelijk „gerecipieert, en na eenige voor af gehoude indifferente discoursen, mij door den vorst gecommuniceert te hebben, berigt erlangd, dat den koning der Makassaren zig uit goa na Barombong zoude hebben gere„ „tireert, de oorzaak onbekend, edog wel zeker te gissen, nademaal Arou Palacca hem verzelde, en dat men het voorzigtigste zoude handelen, met zig over deze zaak geheel niet te bekreunen, laten„ „de de Maccassaren onder malkanderen die afhaspelen, wijl de vaart van hier dog voor hem thans gesloten was. Ik hier van al reets g'informeert, wedersprak zulx onder voorhouding van de gevolgen daar uit te voorzien, en overrede den Koning om als eene zo na bestaande bloedverwant van dien vorst, eene bezending tot hem te Committeeren, en hem na de reden zijner uitwijking te vragen, teffens te vermanen zig weder na Goa, dan wel bij dE: Comp„e of Bonij te begeven, en daar indien hij eenige reden van ongenoegen of beswaar vermeende te hebben, dezelve open te leggen, wanneer men hem na bevinding van zaken, Justitie en satisfactie zoude kunnen doen wedervaaren, 't geen hij aannam, vervolgens over nog eenige indifferente zaken van verscheiden aard verder gesproken zijnde, namen we van den anderen een beleefd en minzaam afscheid. Januarij. woensdag den 4„e liet tk Bonijs koning door voll vragen na den uitslag der bezending volgens afspraak op 1„o December tot Goas koning, en kreeg Extract Sekreet Dag-Register te Maccasser gehouden door den Heer Gou„ „verneur Boelen.. tot tot berigt, dat hij dus verre nog niemand onder de zijne daar toe be„ „quaam had, kunnen uitdenken, dog Eerst daags Arou Patjero die hij uit de Noorder Provintien was verwagtende, daar toe zoude gebruiken; Ik liet zijn Hoogheid hier op verwittigen, dat ik ongera„ „den vindende hier mede langer te dralen geresolveerd was zelfs een Expresse tot Goas Koning morgen te Expedieeren, en dat ingevalle den vorst de zijne dan daar mede wilde bijvoegen, al was het ook geen Arou Patjero mij zulx zoude aangenaam zijn. Den koning nam hier in (:zo hij betuigde :) genoegen, dog Donderdag den 5„e geen gecomm: Bonijs wegen verscheinende, depecheerde ik den Capi„ „tain Maleijer na Caraeng Barombong, om aldaar eenige parti„ „culiere Informatien ten reguarde Goas koning te doen, en denzelven mijnentwegen zodanig te onderhouden, als ik op r„o December met Bonijs vorst was overeengekomen, gelijk dezelve dan ook der„ „waarts vertrok, verzeld zijnde van den Eersten zendeling Daeng Mandjarekie, en aldaar verbleven zijnde, mij door den laast„ „gem: het nodige verslag deed geworden. Vrijdag den 6„ Een Maccassaarsen Tolk mij uit naam van den Goasen Rijksb: onder heusch Compliment hebbende laten verzoeken, dat ik hem den Eersten zendeling zo even gem: waar 't mogelijk heden nog mogte toe„ „zenden, alzo hij mij met denzelven iets particuliers en gewigtig te communiceeren had, liet Ik dien Minister antw:, ditmaal om de wille van des gerequireerdens afwezen, aan zijn begeerte niet te kunnen voldoen, maar hem denzelven te zullen toezenden, zo dia hij zoude zijn gereverteerd. Na het vertrek van dezen, verscheen den Bonijsen Tolk Moen„ „toe van zijn Hoogh: afgezonden, ten einde acces te verzoeken, om met zijne HofEdelen te zamen na den gebruike het nieuw Jaar compliment bij mij te komen afleggen, met bij voeging dit bezoek te 27 te willen verhaarten, indien mogelijk, alleen om reden hunne grote vasten eerlang stond in te gaan, waar door het zelve te langen dilai zoude moeten ondergaan, waar op Ik zijn Hoogheid onder contra groete liet antw: voor als nog geen vasten dag daar toe te kunnen bepalen, en dat ongeagt de tusschen komst zijner Hoogh: vasten, mij dat bezoek even aangenaam zoude wezen, schoon ook na dato, om denzelven, als volgens usantie teffens met zijne Hofgroten ter middagmaal te kunnen houden. Waar toe het dan voor tegenwoordig tijdig genoeg was om een bequaamen dag vast te stellen, verzoekende wijders om antw: hier op van zijn Hoogh: te mogen hebben. Saturdag den 7„e quam den Djema Tongang verzeld van den Bonijzen Tolk Moentoe, mij berigtende dat zijn Meester den Koning mijne propositie op den 4„e dezer gedaan g'amplecteerd hadde, maar met een slegt succes, alzo Goas koning alleen gezegt had zijne bedruktheid over zijn Broeder hem na uitspanning had doen verlangen, en dat wat zijn wederkeeren betroft, 't zij na Goa dan wel bij dE Comp„e of Bonij, hij zig zoude onderwerpen aan het geene de wille des Heeren over hem mogte beschoren hebben. Dingsdag den 10„e Narigt bekomen hebbende, van een vizite die den Koning van Goa benevens Cardeng Barombong heden bij den koning van Bonij stonden afteleggen, liet ik dezen vorst door den Licentmeester voll verzoeken, dat hij bij dit besoek voor al niet wilde nalaten, deze gasten voor eerst bij hem te houden, ten einde inzonderheid dezelve te kunnen ondertasten na de ware redenen die den Jongen vorst mogten hebben ge„ „permoveert, zijn Residentie plaats te quiteeren, en zig na het district van k

NL-HaNA_1.04.02_3818_0056 view scan ↗

English

to withdraw from Barombong, and having understood the reasons for this, to then consider the necessary means to remove the displeasure, if any should be the cause thereof, as well as to report to me on the matter. Upon the return of Voll, I received word that as soon as the king had understood my request, he had immediately informed his First Minister, who was satisfied with this proposal as very suitable and necessary for achieving the intended goal, and had also promised the king on his part to make every effort to persuade the ruler of Goa to remain with him for some time. This mission was followed by a further one to the Goan Rijksbestierder through the assistant interpreter Blij, who was ordered to go first thither and subsequently from there also to the Queen of Tallo, to repeat my grievances to both concerning the defrauding of the Boom toll by various traders, who were once again in the River of Goa with their vessels, without first having had their cargoes properly cleared at the Boom here. With the further announcement that I would now counter these infringing abuses by having the mouth of the river occupied by vessels of the Boom farmer, without allowing myself to be appeased any longer with fine promises. The Rijksbestierder thereupon replied that he had not the slightest knowledge of any smuggling there, and that he had already given the necessary orders in that regard upon earlier complaints, namely to demand from all arriving vessels a pass as proof of the payment of duty at the Castle of Makassar, under penalty of confiscation; and regarding the few vessels currently there, according to the report given to him by his coastguard, they contained no other cargo than only split rotan and coconuts, and that only in a negligible quantity, as each hardly had a value of 10 rixdollars thereof. The Queen of Tallo gave to know that she had no power over the mouth of that river to prevent smuggling, as it fell outside her jurisdiction, and that she had already done what was feasible for her and had strictly forbidden her subjects to purchase any goods from those people if they were not provided with a toll pass. Towards the evening His Bone Majesty sent word that whatever efforts he had made to keep the King of Goa with him, he had not been able to persuade him to do so, under the pretext of having to take medicine; that he had likewise been unable to achieve his goal of fathoming the cause of his departure, other than that he had declared that an excess of heartache and melancholy over his absent brother had made him take that decision; and lastly that he had promised, as soon as he had finished using the medicines, to come and see the king again. The Goan Rijksbestierder also requested permission to confer with one of my confidants in a private place, which was granted to him for tomorrow. Wednesday the 11th. The Licentmeester Voll having been sent by me to the house of a confidant, the Goan Rijksbestierder appeared there at the same time following his request of yesterday, who, having reported on his master's departure, insofar as he had not yet left his subject territory, and had therefore until now withheld this report in the hope that he would listen to reason and return; and having been asked thereupon for the reasons thereof, he assured upon his book of law with religious solemnity that, despite all efforts made, he had been able to discover nothing else from his master than that he had indicated he was very melancholy over the absence of his detained brother, and out of longing for him had also resolved, as soon as he had retired from Goa, to withdraw entirely from his relationship to his kingdom and subjects. To this, the Minister added that it was not surprising that his master took advantage of this pretext of his brother's misfortune, as he was only out to pursue this matter to please his grandmother Arung Palakka, who harassed him daily with it in order to imprint this upon his mind by all means, also adding reproaches herself, as if he were not a legitimate ruler and had only ascended his brother's throne by means of usurpation, after having supplanted him, and the like. And he further testified that in his office as First Servant of State he had already done more in this matter to bring the King back to his duty than he was obliged to according to the laws of the land, claiming not only to have troubled him about this in person once or twice while at Barombong, and to have inquired into the reason and cause of the grief that had made him take this misstep, in order to discover whether he might have been offended by any of the

Dutch transcription

van Barombong te retireeren, en de motiven hier van verstaan hebbende, als dan verdagt te willen zijn, op de nodige middelen om het ongenoegen (:zo er eenige daar van d' oorzaak zijn mogte :/ uit den weg te ruimen, mitsgaders van het een en ander aan mij verslag te doen geworden. Bij retour van voll bequam ik berigt, dat de koning zoo dra hij mijn verzoek verstaan had, aanstonds zijnen Eersten Minis„ „ter daar mede kennis had laten geven, die in dit voorstel, als ter bereiking van het b'oogde doel zeer geschikt en noodzakelijk ge„ „noegen genomen, en den koning aan zijn zijde mede beloofd hadde, alles in het werk te zullen stellen, om den Goasen vorst tot eenig vertoef bij hem te persuadeeren. Deze Bezending wierd agtervolgd van eene nadere aan Goase Rijksb: door den ondertalk Blij, die gelast was eerst derwaarts en vervolgens van daar ook na de koninginne van Tello te gaan, om aan beiden mijne doleantien te her„ „haalen, over het fraudeeren der Boomstoll door dese en geene handelaaren, die zig in de Rivier van Goa alweder met hunne vaarthuigen bevonden, zonder alvoorens hunne Ladingen na behooren aan de Boom alhier te hebben laten verthollen. met verder aanzegging, dat ik deze Infractoire misbruiken als nu zoude tegen gaan met de mond van de Rivier door vaar„ „thuigen van den Boomspagter te laten bezetten, zonder mij verder met schoone beloften te laten paijen. Den Rijksb: liet daar op tot bescheid weten van geene smok„ „kelarijen aldaar de minste kennis te hebben, ook alreede op vroegere klagten de nodige ordres dien aangaande te hebben gegeven, om namelijk van alle aankomende vaarthuigen een Pas, ten bewijze der gedane vertolling aan 't Casteel op Maccasser af 29 af te vorderen, sub pene aan confiscatie, en wat belangde de weinige vaarthuigen die zig thans daar bevonden, volgens het Rapport, dat hem daar van door zijnen strandwagter gegeven was, dat dezelve geen andere waaht in hadden dan eenlijk bindrottingen en Clap„ „pers, en dat slegts nog in eene niet noemens w: parthij, als nauw„ „lijks ijder de waardij van rd„s 10 daar van inhebbende De Koninginne van Tello gaf te kennen geen magt over het inkomen dier Rivier te hebben, om het smockelen te kunnen beletten, als buiten haar Jurisdictie gehoorende, en dat ze bereeds het geen haar daar in doenlijk was in 't werk gesteld, en aan haar onderdaanen scherp verboden had, van die lieden, geene wharen af te kopen, zo ze van geen Tol Pas voorzien waren: Tegens den avond liet zijn Bonijse Majesteit berigten, dat wat moeiten hij ook hadde aangewend, om den Koning van Goa bij zig te houden, hij denzelven daar toe niet had kunnen disponeeren, onder voorwendzel van te moeten medicineeren, dat hij ook even zo min zijn doel had kunnen berijken om te doorgronden de oorzaak zijner uitwijking, dan alleen dat hij had verklaard een overmaat van hertzeer en droefgeestigheid over zijn afwezigen broeder hem dat besluit had doen nemen, en laatstelijk dat hij beloofd had, zo dra hij het gebruik der meditijnen zoude verlaten hebben, den koning nader te zullen komen zien. Ook liet den Godsen Rijksb: verzoeken op eene afgezonder„ „de plaats met eene mijner vertrouwelingen te mogen Confe„ „reeren, het geen hem op morgen toegestemd wierd. woensdag den 11=e Den Lidentmeester voll ten huize ener vertrouwling door mij gezonden zijnde, verscheen op zijn verzoek van gisteren aldaar te gelijk den Goasen Rijksb: die verslag gedaan hebben de van van zijn 's meesters uitwijking, in zo verre hij nogtans zig niet van zijn onderhorige grond gebied had begeven, en daarom ook tot dus verre dit berigt had agtergelaten in de hoop hij zig zoude laten gezeggen en wederkeeren, deze daar op gevraagd zijnde na de redenen van dien, verzekerde op zijn wetboek met een godsdienstigen ernst, uit zijn Meester ongeagt alle aangewende moeite niet anders te hebben kunnen ontdecken, dan dat hij te kennen had gegeven over het afwezen van zijnen gedetineerden Broeder zeer droefgeestig te zijn, en uitzugt tot denzelven ook bij zig voorgenomen had, zo dra hij uit Goa zoude zijn geretireert zig van zijne betrecking tot zijn Rijk en onderdanen te eenemaal te onttrekken: hier, voegde die Minister bij dat het niet te verwonderen was, hoe zijn mees„ „ter dit voorwendzel van zijn Broeders ongeluk te baat nain, als alleen daar op uit zijnde, om dit stuk te drijven „ter believing van zijn grootmoeder Arou Palacca, die hem da„ „gelijks daar mede lastig viel, om hem dit door alle middelen in den zin te prenten, ook zelve verwijtingen daar bij voegde, als waare hij geen wettig vorst, en slegts bij wege van usur„ „patie op den throon van zijnen broeder gestegen, na denzel„ „ven de voet te hebben geligt en wat dies weer was. en betuigde wijders in zijn ampt als Eerste staats Dienaar in dezen om den Koning weder tot zijn pligt te brengen bereeds meer te heb„ „ben gedaan, dan hij navolgens de Landswetten gehouden was, voorgevende niet alleen zelve in Perzoon een en ander„ „maal denzelven op Barombong zijnde hier over lastig te zijn gevallen, en na de reden en oorzaak van het ver „driet, dat hem dezen intstap had doen begaan, te hebben aangezogt, ten einde te ontdecken of hem ook door eene der

NL-HaNA_1.04.02_3818_0059 view scan ↗

English

31 of the grandees of the realm, reason for displeasure had been given, or any slight had been shown in one way or another, but that his sister, the Queen of Tello, had also been active in this matter to that end, both, however, without any other outcome after many insulting rejections than that which was mentioned above. All of which he indicated had caused him so much grief that, without the intervention of some turn of events for the better, he would rather resign his office and dignity. Wherewith he took his leave and went to the King of Bonij. Thursday the 12th, I sent the License Master Voll with very detailed instructions to His Bonij Highness, whom I had him sound out concerning his judgment and opinion on the conduct of the King of Goa, the more so since I had learned with regret that the day before yesterday, contrary to our agreement and contrary to all expectation, having not been persuaded to stay any longer, he had departed from there again very quickly. In particular, Voll was also instructed to inquire how the Goan Prime Minister had expressed himself yesterday to His Highness; that it appeared to me that the causa movens of this entire affair was no one other than Arou Palacca alone, whom, because of her restless and overly spirited nature, I considered not too good, along with other ill-intentioned persons in the interior, to stir up some unrest as well, out of revenge in the event that her desires were rejected by Their High Excellencies. An untimely impulse to which the prince, from an initial feeling of fear and unease upon hearing of unrest in Bonij being brewed through the actions of Arou Palacca, was carried away was the reason that the License Master's journey succeeded poorly and he returned practically empty-handed. For the King, refusing at once to give him time to present his commission further, had called close to him the Pomilalang Djema Tongang and Arou Timodjong, saying very abruptly: It is time that I be cautious so that nothing may later be blamed on me, and asked them whether they considered that the country had any disaster to fear in the event that Arou Palacca should proceed to the interior? Adding thereto that they had to declare themselves candidly on this matter, since this question came from my side (contrary to the plan of this negotiation). Their answer contained that in the power of Arou Palacca and her following not so much danger could lie. This first fit of the prince's misunderstanding was so violent that Voll from the outset tried everything in vain to calm him and to make him understand that it had never been my intention to make this negotiation public among his courtiers. It was followed by an indiscretion in all his other utterances, such that the other, judging it not advisable to disclose to him further in this inopportune mood everything with which he had been charged to discuss with His Majesty, broke off the conversation, asking the prince what report regarding what had transpired he wished to be made to me? To which he answered still very passionately: I have already informed the Governor that I could not keep the youth with me any longer against his will and inclination, and that he also gave me no other reason 33 for his grief than solely the absence of his brother. And as far as the Prime Minister of Goa is concerned, I have likewise been able to discover nothing else from him, but to declare my opinion about this, it seems to me that the Makassars, disheartened by the present administration of affairs which seems harsh and unbearable to them, desire another King. With this, Voll departed after taking his leave. Friday the 13th, the Assistant Interpreter Blij was dispatched to the Prime Minister of Goa, mainly to ask him what negotiation he had had the day before yesterday with the King of Bonij. Whereupon it was reported to us that the Prime Minister had made known to him: How he, after his conversation with the License Master, had proceeded to the court of Bonij, particularly in the confidence that he would still find his master, the young King of Goa, there. That he was deceived in this and was informed by the King of Bonij of the brief stay of his master there, on which occasion His Majesty had further related to him that he had attempted by all amicable means to keep the young prince with him longer, but that this had been fruitless, since under the pretext of indisposition he had promised, after taking medicine at Barombong, to return, and had departed again that very same evening, having answered to all that His Majesty had undertaken to fathom the reason for his despondency only that he had not been offended by anyone in any respect, but was only sad about the absence of his brother. That

Dutch transcription

31 „der Rijksgrooten, reden tot misnoegen gegeven, dan wel eenige klein agting inz ien of andere bewezen was, maar dat ook zijn zuster de Koninginne van Tello hier in tot dat einde werkzaam was geweest, beiden egter zonder ander uitsluitzel na veele smadelijke afwijzingen dan het voorwaards gemelde. Al het welke hij te kennen gaf hem zo veel verdriet te hebben gebaart, dat hij zonder tusschenkomst van eenige keer van zaken ten goeden, als dan lieven zijn ampt en waar„ „digheid wilde nederleggen Waarmede hij afscheid genomen en na den Koning van Bonij zig begeven had. Donderdag den 12„e Zond Ik den Licentmeester voll met een zeer uitvoerige Instructie na zijn Bonijse Hoogh„d dien kk bij dezelve deed ondertasten na zijn oordeel en gevoelen, over het gedrag van den koning van Goa, te meer nadien ik met leedwesen had verstaan dat hij Eergisteren: Contrarij onze af, „spraak buiten alle verwagting tot geen langer verblijf te persuadeeren geweest zijnde, al ras weder van daar vertrokken was, Insonderheid was voll ook gelast zig te Informeeren, hoedanig zig den Joasen Rijksb: gisteren bij zijn Hoogheid had uitgelaten? dat het mij voorquam de causa movens van dit gantse bedrijf niemand anders te zijn, dan alleen Arou Palarca, dien ik om haar onrustig en al te leven„ „dig naturel, niet te goed agtede, om nevens ander qualijk g'intentioneerden in de binnenlanden ook eenige onlusten te verwecken, uit weerwraak ingeval hare begeerte door haar Hoog Ed„s wierde afgewezen Een ontijdige drift waar toe den vorst uit een begintel van vreeze en ongerustheid, op het hoiren van onlusten in in Borij, door toedoen van Arou Palacca te brouwen ver„ „voerd wierd was oorzaak, dat den Lidentmeester de rhijze qualijk slaagde, en genoegzaam onverrigter zake terug keerde, want den koning al aanstonds hem geen tijd hebbende willen geven verder zijnen last voort te brengen, den Pomilalang - Djema Tongang en Arou Timodjong, na bij zig geroepen hadde, zeggende zeir Brusg, het is tijd dat ik voorzigtig ben„ op dat men mij naderhand niets te lasten legge, en hen ge„ „vraagd of z'oordeelden dat het Land eenig onheil te dugten stond, ingeval Arou Palacca zig na de binnenlanden mogte begeven ? daar bij voegende, dat ze zig hier omtrend rondborsdig verklaaren moeste, dewijl deze vrage van mijnent„ „wegen quam (:strijdig den aanleg. dezer onderhandeling:) hun antwoord behelsde, dat in de magt van Arou Palacca en haren aanhang zoo zeer geen gevaar konde steeken Deze Eerste vlaag van 's vorsten mis verstand zo hevig geweest, dat voll al bij den aanvang alles te vergeefs in 't werk stelde, om hem tot bedaaren en in Concept te brengen, dat het nim„ „mer mijn Intentie was geweest deze onderhandeling onder zijne hovelingen publicq te maken. wierd gevolgd van een onbescheidenheid in alle zijne overige gezegdens, zodanig dat den anderen niet geraden oordeelende, hem in deze ongelegene luim verder open te leggen, al het geene waarmede hij belast was zijn Majesteid te onderhouden, het gesprek had afgebroken, met den vorst te vragen, wat verslag nopens het verhandelde hij aan mij begeerde te heb„ „ben gedaan? waar op hij nog al zeer passieus g'antw: had, Ik heb den Gouverneur al reeds laten berigten, dat ik den Jongeling tegen wil en dank niet langer bij mij hebbe kunnen houden, en dat hij mij ook geene andere reeden van 33 van zijn verbriet gegeven heeft, als Eenelijk de afwesendheid van zijnen broeder. en wat den Rijksb: van Goa betreft, uit denzelven heb ik mede niets anders kunnen ontdekken, dan om mijn gevoelen hier over te declareeren, zo komt het mij voor, dat de Makasjaaren, moedeloos over het tegenswoor„ „dig bestier van zaken dat hun hart en onverdragelijk schijnt, eenen anderen Koning begeeren. Hier mede vertrok voll naar afscheid te hebben genomen. vrijdag den 13=e wierd den ondertolk Blij na den Rijksb: van Goa afgevaardigt, om denzelven hoofdzakelijk te vragen, welk eene onderhande„ „ling: hij voor gisteren met den koning van Bongj had gehad. Waar op wij gerapporteerd wierd, dat den Rijksb: hem te kennen had gegeven; Hoo hij na zijn gesprek met den Licentmeester zig na 't hof van Bonij had begeven, Ins onder„ „heid in vertrouwen zijnen Meester den Jongen koning van Goa nog aldaar te zullen vinden. Dat hij hier in bedrogen en door den koning van Bonij onderrigt was geworden, van het kortstondig verblijf van zijn Meester aldaar, bij welke gelegendheid zijn Majesteit hem nog wijders verhaald hadde, dat hij den Jongen vorst langs alle minnelijke wegen getragt had nog langer bij zig te houden, dog dat dit vrugteloos was geweest, aangezien hij onder voorwendzel van Indispositie had beloofd, na op Ba„ „rombong te hebben gemedicineert, te zullen weder komen, en dien zelfden avond weder was vertrocken, hebbende op al het gene zijn Majest: had aangewend, om de reden van zijn mis„ „troostigheid te doorgronden, slegts g'antw: door niemand in eenige opzigten g'offenseert, maar alleen over het afwezen van zijnen broeder treurig te zijn. Dat

NL-HaNA_1.04.02_3818_0062 view scan ↗

English

That the Chancellor of the Realm, having in the same manner reported that his undertaking at Barombong had met with no better success, had furthermore asked the King for advice as to how to conduct himself in these delicate circumstances; who had declined this as politely as he had coldly, with the profession of being afraid to give any advice in this matter, the more so because he had already been able to perceive, from a Makassarese letter written by the King detained at Batavia to Arou Palacca, despite some crossed-out words, that he, the King, along with the former Governor Mr Sinkelaar, was being blamed for having given the order and having been the cause of his apprehension and dispatch on Bima; for which reason he wished to keep himself entirely out of this, nor be involved therein in any way, the more so as it was also a matter that concerned him as little as the Honorable Company directly, but one which the Makassarese alone possessed the freedom and faculty to settle according to their country's laws and customs. Friday the 20th. The Goan Chancellor of the Realm having sent to request of me that I send someone to him, in order to be able to charge the same to communicate to me some further information regarding that which had been so vigorously and emphatically recommended on my behalf at his last conference with Mr Voll in the Chinese street, I therefore send the Chief Interpreter Brugman thither, who upon his return reported: That that Minister had given him to understand how, in his investigation into the true reasons for his master's retreat from Goa, he had at the same time again employed all possible means to remove that which might strengthen him in this his move, and to persuade this youth to return, but that with all this he had made no progress, as the King continued ever to pretend to have done this solely out of heartache and grief over his brother's absence. Adding thereto: That he had presumed he would easily overcome any other suspected cause thereof, but in this crisis of affairs was entirely incapable of this, for, he had said, to encourage the King in the certain expectation of very likely seeing his so greatly longed-for Brother again in the very near future, in order to make him return to Goa by this lure, would be tantamount to openly wishing to deceive him, and at the same time also to directly oppose the most likely intentions of the Honorable Company, which, as has been abundantly confirmed by earlier examples, would effect nothing other than my certain downfall. In the afternoon the King of Boni sent me an emissary, with the request that he would gladly treat on some matters with the License Master, for which reason I dispatched the same thither the next day, with orders not to express an opinion on anything, but merely to listen attentively to what His Highness had to bring forward. Saturday the 21st. Voll having returned, I received a report that the King had initially declared to him how the Bonians had consulted together and taken a resolution, as he at the same time read out, containing briefly that they had agreed to leave the matter concerning the departure of Goa's King to the Honorable Company, and to conform themselves fully to its pleasure. Further, as it were, excusing himself for not having succeeded in detaining that monarch on the 10th of this month, toward which he declared he had contributed everything that had been possible for him, and that just as he could not easily have turned that youth away when he had arrived, he could just as little have forced him to stay against his will and wish, letting me be very urgently requested not to burden him any further with this, as he would thereby appear even more suspect to Arou Palacca, who, at the latest visit of her grandson, had very carefully advised him with that prospect in mind not to let himself be persuaded into any delay, regardless of all the friendliest persuasions. That he meanwhile indeed believed, and already thought he could perceive, that Arou Palacca, now that this matter has gone so far, has great remorse and indeed wished she had not begun this game, as it was as clear as day that she was the sole mainspring and the mover of this affair, because her grandson was much too naive and too young for such a scheme, as he had also shown himself to be the last time in the garden, when his grandmother had been sitting and crying so bitterly, while he in the meantime played with the young son of His Highness, tickled him with his finger, and now and then laughed heartily over it. The King having arrived this far in his conversation with Voll, had turned to his grandees of the realm and asked them whether the Makassarese had properly observed their duty toward their King, thereby also making known

Dutch transcription

Dat hij Rijksb: daar op zijne onderneming in gelijker voe„ „gen op Barombong berigt hebbende van geen beter succes geweest te zijn, verder den koning om raad had gevraagd, hoedanig zig in deze netelige omstandigheden te gedragen! die dit zo heusch als zoel van de hand gewezen had, onder betuiging, daar inne bevreest te zijn, eenige raad te geven, te meer alzo hij bereeds bij een Maccassaarsen brief van den op Batavia gedetineerden Koning aan Arou„ Palacca geschreven, uit eenige hoewel door gehaalde woor„ „den had kunnen merken, dat men hem /:koning:/ ne„ „vens den gewezen Gouverneur de Heer Sinkelaar te lasten leide, ordre gegeven te hebben, en d' oorzaak te zijn geweest, dat denzelven op Bima g'apprehendeerd en opgezonden was geworden; waarom hij zig te Eenemaal hier buiten houden, nogte op eenigerlij wijze daar inne betrocken wilde zijn, te meer, het ook een zaak was, die hem zo min als dE Comp„e direct aanging, maar die de Mac„ „cassaren alleen de vrijheid en faculteit bezaten, na haar Landswetten en gebruiken af te doen. Vrijdag den 20„e Den Goasen Rijksb: mij hebbende laten verzoeken dat Ik hem Eenen wilde toezenden om denzelven met eenige verder na„ „rigt, aangaande het geen bij zijne laatste conferentie met den Heer Voll in de chineese straat, van mijnentwegen zo kragtig en nadrukkelijk was aanbevoolen, ter Communicatie aan mij te kunnen chargeeren, zo zend ik den oppertolk Brugman derwaards die bij retour berigte. Dat hem die Minister te kennen had gegeven, Hoe hij in zijne navorsching, na de wezendlijke redenen van zijn Mees„ G „ters retraite uit Goa, teffens weder alle middelen in't werk had 35 had gesteld, om uit den weg te ruimen het geen denzelven in deze zijne demarche mogte kunnen stijven, en dezen Jon„ „geling te persuadeeren terug te keeren, dog dat hij met dit alles niets gevordert was, alzo de koning nog al nimmer voorwenden bleef, zulx uit hartzeer en droefheid over zijn broeders afwezen alleen te hebben gedaan. daar bij voegende. Dat hij zig sterk had gemaakt, eenige andere vermoedelijke oorzaak daar van ligtelijk te boven te zullen komen, Edog in deze crisis van zaken hier toe te Eenemaal onvermogend was, want (: had hij gezegd:) den koning te sterken in de zekere verwagting van zijnen zo zeer verlangden Broeder veel ligt Eerst daags te zullen wederzien, om hem door dit lozaar weder binnen Goa te doen keeren, waare even zo veel als denzelven opentlijk te willen bedreegen, en teffens ook mij regtstreeks aan te kanten tegens de waarschijnelijkste oog„ „merken der E: Comp„e het geen, gelijk door vroegere voorbeelden ten overvloedigsten bevestigd is, niet dan mijn ontwijffelbaaren val zoude bewerken. Na de middag zond den koning van Bonij mij eenen zendeling, met verzoek, dat hij gaarne over eenige zaken met den Licentmeester wilde handelen, waarom ik denzel„ „ven 's anderen daags derwaarts afvaardigde; met last, zich nergens over uit te laten, maar slegts nauwkeurig aan te hooren, wat zijn Hoogh: voor den dag te brengen had Saturdag den 21„e voll terug gekomen zijnde kreeg ik berigt, dat de koning hem aan vangkelijk verklaard had; Hoe de Boniers te zamen geraadpleegt en een besluit genomen hadden, zo als hij teffens oplas, behelsende kort, Dat zij over een gestemt hadden 1 hadden de zaak behelsende de uitweiking van Goas koning aan dE Comp„e over te laten, en zig ten vollen met derzelver goedvinden te zullen confirmeeren. zig verder als 't ware verschoonende, dat hij in het aanhouden van dien vorst op den 10„e dezer niet was gereusseert, waar toe hij betuigde alles wat hem mogelijk was geweest te hebben gecontribueert, en dat zo min hij dien Jongeling, wanneer hij was gekomen gevoeglijk van de hand had kunnen wijzen, hij denzelven ook even zo min tegens wil en dank had kunnen noodzaken om te blijven, mij zeer dringend verzoeken latende, hem hier mede niet verder te willen beswaren, alzo hij daar door nog meer suspect zoude scheinen bij Arou Palacca, die bij het Jongste bezoek van haren klein zoon denzelven in dat vooruitzigt zeer zorg vuldig aanbevoolen had, zig ongeagt alle de vriendelijkste persuasien, tot geen vertoef te laten bepraten. Dat hij In„ „tusschen wel geloofde, en alreeds meende te kunnen merken, dat Arou Palacca, nu deze zaak zo verre is gekomen, grote„ „lijks berouw heeft, en wel wenschte dit spel niet te hebben begonnen, alzo het zomveklaar bleek, dat zij de Eenigste grond„ „veer en het roersel van dit werk was, want haren klein„ „zoon tot diergelijke ontwerp veel te onnozel en te Jonk was, gelijk hij zig ook zodanig de laastemaal in de Thuin betoond hadde, wanneer zijn grootmoeder zo bitter had zitten huilen, hij ondertusschen met het zoontje van zijn Hoogh„d gespeeld, het zelve met den vinger gekitteld, en nu en dan hartig daar over gelaggen had. Den koning tot hier toe in zijn gesprek met voll ge„ „komen zijnde, had zig tot zijne Rijksgroten gewend, en henl: gevraagd. of de Maccassaren hunnen pligt omtrend hunnen Koning na behooren hadden betragt? daar mede ook te kennen

NL-HaNA_1.04.02_3818_0065 view scan ↗

English

87 wishing to indicate whether they had gone out to welcome him properly, who answered: Yes, fully, the Macassars have done everything for their King that their duty entails and even more than that, without having given them any reasonable cause for displeasure. Which he concluded by saying: I fear that it will go no differently for the King of Goa with his realm than for the maidens who, having rejected their suitors for some time out of pride, repent too late over the loss of the same. Lastly, upon leaving, he had earnestly repeated his request to me that I would please not involve him in this matter, and that he would rely upon me in this. In the afternoon, having summoned the Djema Tongang of Bonij to me, I sent word to the King through this servant: That His Highness need only devise a prescription for the ailment of the Macassars, which I would then subsequently prepare, so that we might work together for the best in this matter. Monday the 23rd, the King sent me word again through this servant of his, that he had understood my opinion of the previous day with satisfaction, and that the only remedy seemed to him to be to investigate the matter more closely anew, and then to take the necessary measures according to the findings. Upon this, I sent the Licentmeester back to the same to announce to him: That I could not admit his proposal for a closer investigation, as I judged it by no means advisable to delay needlessly with so many preliminary inquiries, since the true reason for his displeasure was sufficiently well known to be the absence of his brother, though concerning concerning which nothing else was to be done than to await with patience the disposition of Their High Excellencies. That the Macassars, on their side, after the testimony at the investigation of the Court of Bonij itself, pursuant to what had passed with His Highness on the 21st of this month, had given no reason for displeasure to their King, but on the contrary had shown him every accommodation and fully observed their duty. That it was, moreover, more than too well known through whose doing this young prince had been brought to this step, which therefore also required an exception; because otherwise, if he were a man of mature judgment, it would now no longer be fitting for the Honorable Company or Bonij to admit him further as King of Goa, because he comes to give evidence as if he wished to resist the salutary intentions and resolutions of the Honorable Company in the banishment of his dethroned brother, and thus, by omission of duty and obligation, violate the contracts so solemnly sworn and accepted by him. On account of all of which no further investigation was required, but on the contrary one should rather contemplate means for a speedy prevention and redress of all further confusions and alienations to be feared, and that my concept regarding this was to summon the Chancellor and other grandees of Goa to a meeting to be expressly arranged at my quarters, at which His Highness, in order to add more solemnity to the matter, could send two commissioners in his name as assessors, at which time I intended to admonish the Macassars to go once again to invite their King to please proceed to his residence. This being the only means that appeared to me to be suited 39 to be, in order to see an end to this delicate matter, and if His Highness agreed with me in this, that he would then by a note recommend to the Chancellor in his name the pursuit of this advice of mine. The King, according to the report of the Licentmeester, had fully conformed to this plan of mine, and promised to fulfill the one and the other on his side. Pursuant to this, I had Goa's Chancellor requested through an under-interpreter to appear before me with all the Goan grandees of the realm by tomorrow at 9 o'clock, which he accepted. Tuesday the 24th. The Macassar grandees of the realm, together with two commissioners from Bonij, having appeared before me this morning and taken their seats, I first retired with the Chancellor of Goa into a separate room, and having then given the same the required disclosure of the scheme agreed upon and established between me and the King of Bonij, I recommended to him, in order to prevent all further estrangement and displeasure, to seize this opportunity to bring the further course of this estrangement to a close as quickly as possible, and to persuade the Court to follow the salutary advice that was to be given to them today for that purpose. Whereupon this minister answered me that he had learned that the King desired that he, the Chancellor, in person, alongside all the grandees of the realm, with the soedang, being the regalia, should come to fetch him, in order to cover, as it were, the shame of his committed step with that solemnity. That the Macassars, on their part, found difficulty in this, partly because this was as much to them as convicting their prince of falsehood and fickleness, to which they were not capable

Dutch transcription

87 kennen willende geven, of zij heenen waren gegaan, om denzelven behoorlijk in te halen? die tot antw: gaven, Ja volkomen, de Mac„ „cassaren hebben aan haren koning alles gedaan, wat haar pligt mede brengt en zelfs meer als dat, zonder hun ook eenige billijke redenen van misnoegen te hebben gegeven. het geen hij besloten had, met te zeggen, Ik vreese dat het den koning van Goa met zijn Rijk maar niet en gaa gelijk de maagden, die hare minnaars een tijd lang uit fierheid hebben„ „de afgewezen, over derzelven verlies te laat berouw krijgen Laatstelijk, onder het weg gaan, had hij zijn verzoek aan mij Ern„ „stig doen herhaalen dat ik hem dog in die zaak niet wilde betrek„ „ken, en dat hij zig hier inne op mij verlaten zoude Na de middag, den Djema Tongang van Bonij bij mij ontboden hebbende deed ik den koning door dezen Dienaar weten. Dat zijn Hoogh: maar slegts een recept voor der Maccassa„ „ren quaal geliefde uit te denken, het geen ik dan vervolgens zoude bereiden, op dat wederzijds door ons hier in ten goede gewerkt wierde: Maandag den 23„e Liet mij den Koning door dezen zijnen Dienaar weder boodschap„ „pen, mijne meening van 's daags bevoorens ten genoegen te hebben begreepen, en dat het eenigste middel hem voor quam te zijn de zaak op nieuw nader te onderzoeken, en als dan na bevinding het nodige werkstellig te maken. Hier op zond ik voll weder na denzelven om hem aan„ „tezeggen. Dat ik zijn voorstel van een nader onderzoek niet admitteeren, konde, alzo het geenzints raadzaam oordeelende met zo veele praeliminaire Enquesten nodeloos zig op te houden, daar de waare reeden van zijn misnoegen genoegsaam bekend was, de afwezendheid van zijn broeder te zijn, dog waar omtrend omtrend niets anders te doen was, dan met gedult af te wagten de dis„ „positie Haeren Hoog Edelhedens Dat de Maccassaren, aan hunne zeide, immers na het getuigenis bij onderzoek van het Bonijs Hof zelfs, ingevolge het gepasseerde bij zijn Hoogh: op den 21„e hujus, geen reden van ongenoegen hunnen Koning gegeven, maar denzelven in tegendeel alle Inschikking betoont en hun pligt volkomen g'observeert hadden. Dat het daar en boven meer dan te wel bekend was, door wiens toedoen dese Jongen vorst tot dien uitstap was gebragt, het geen daarom ook een uitzondering verEischte; wanz dat anders, indien hij een man was van volrassen oordeel, het dE Comp„e of Bonij thans al niet meer zoude voegen, hem verder als koning van Goa te admitteeren, om de wille hij blijken komt te geven, als wilde hij zig tegens 's E Comp„s salutaire oogmerken en besluiten in de verwijsing van zijnen gedettroneerden Broeder verzetten, en dus door agterlating van pligt en gehoudenis de bij hem zo plegtig bezworene en aange„ „nomene contracten violeeren. uit hoofde van al het welke geen verder onderzoek meer ver„ „bischt wierd, maar men daar en tegen Eerder op middelen tot een spoedig voorkomst en redres van alle verdere te dugtene Confusien en verwijderingen bedagt diende te zijn, en dat mijn Concept dien aangaande was, omme den Rijkst: en verdere groten van Goa tot een expres daar toe te beleggen te zamenkomst bij mij te ont„ „bieden, waar bij zijn Hoogh:t ten einde de zaak meer solemni„ „teit bij te zetten, twee gecomm: uit desselfs naam zoude kunnen zenden als Assessoren, wanneer ik de Maccassaren dagte te vermoenen, hunnen Koning andermaal te gaan nodigen, zig binnen zijn Residentie te willen begeven. Dit het eenigste middel zijnde dat mij voorquam gepast te 39 te wesen, om een einde van die netelige zaak te zien, en zoo zijn Hoogh: hier inne met mij over een stemde hij als dan bij een briefje den Rijksb: uit zijn naam de agtervolging van dezen mijnen raad wilde doen aanbeveelen. De Koning had zig volgens het Rapport van den Licent„ „meester; met dit mijn Sijsthema ten vollen geconformeert, en beloofd, aan het een en ander van zijne zijde te zullen voldoen: Jngevolge hier van liet Ik Goas Rijksb: door een ondertolk verzoeken zig met alle de goase Rijksgroten tegens morgen de klokke 9 uuren bij mij te laten vinden, het geen hij aannam. Dingsdag den 24„e De Maccassaarsche Rijksgroten te zamen met twee Bonijse gecomm: heden ogtend bij mij verschienen en zitplaats genomen hebbende, begaff ik mij voor af met den Rijksb: van Goa in een appart vertrek, en denzelven als toen van den aanleg tusschen mij en den koning van Bonij afgesproken en vast gesteld, de vereischte opening gegeven hebbende, recommandeerde Ik hem tot voorkominge van alle verdere verwijdering en mis„ „noegen, deze gelegentheid te capteeren om zo kort als mogelijk den verdere loop dezer verwijdering te sluiten, en het Hof tot de naarvolging van den heilsamen raad die hen heden daar toe stond te werden gegeven over te halen Waar op dezen Minister mij antw: te hebben vernomen, dat den Koning begeerde dat hij Rijksb: in Perzoon nevens alle de Rijksgro„ „ten, met den soedang zijnde de Rijksernamenten hem quamen afhaalen, om de schande van zijn begaanen uitstap, met die pleg„ „tigheid als 't ware te bedecken. Dat de Maccassaren aan hunne zijde hierinne zwarigheid vonden, eensdeels, om dat dit zo veel bij hen was, als hun vorst van leugen en wispelturigheid te overtuigen, waar toe z' niet vermogten :

NL-HaNA_1.04.02_3818_0068 view scan ↗

English

were permitted to step, and on the other hand, because this action was entirely contrary to their country's laws, of which sentiments he also declared himself to be, the more so, since he (the Regent) had abundantly fulfilled his duty on three several occasions, upon which he had come to the King with all the grandees of the realm for that purpose, whereas the latter had not even deigned to speak with them, let alone listen to their counsel, as little as to the admonitions which he (the Regent) had made to him on those occasions, but had merely answered that he no longer wished to be King of Goa in the place of another to whom it belonged, as he had indeed demonstrated by his clandestine departure and without the slightest harm having been done to him from their side, but on the contrary, all reverence, submission and obligingness having been shown and rendered to him, as they also greatly valued him on account of his gentle and pliable nature: Whereas among them it is a constant law that whenever a King departs from Goa, even if only for a single night, all the nobles and regalia of the realm must accompany him; That since he had been able to emancipate himself so far as to act against the law, they were not permitted to offer again to such a King the dignities thus rejected by him, nor accept him in his former position; unless they wished to violate and break their ancient institutions, and thus expose themselves to perjury regarding the oath which he and each of them had solemnly made to the realm in the hands of the King himself. I answered to this: That one could not entirely fault him in this, but that I nevertheless would like to see, since the matter in itself, viewed from the other side, loses much of its gravity, that he would exercise some indulgence in this and show himself accommodating in a case like the present one, concerning which not too much could be done to convince the world of the well-meaning nature of the Macassars. That Their High Mightinesses would also take great pleasure therein and he would thereby carry away the praise of having shown proofs of his loyalty and zeal for the interests of the realm in every respect: That he must at the same time consider that this young King had done such by no means of his own accord, but solely at the instigation of another, and That I, as well as he, if the King possessed his adult understanding, would then make difficulty about admitting him again, whereas now I proceeded so much in his favor. Upon this he answered: Assuming that the Macassars could be persuaded to it, and accepted their monarch again, what then, in case he should afterwards commit excesses again? For as long as a certain malicious creature retains as much influence over his mind as at present, I am in well-founded fear that it will thereby go from bad to worse, and thus the end will be much worse than the beginning; besides this, I hold myself assured that the Macassars, if this King should ever come upon the throne again, will not and cannot harbor for him that esteem and reverence which they owe him, and had shown him before. I answered again: That in the first case, the King doing this would thereby render himself all the more rejectable, and they would then still have the same power and means at hand as now, and that in the second case, the Macassars would be no less punishable if, after having accepted and acknowledged their King again, they should make themselves guilty of disrespect or slight towards him on account of what had passed, seeing that everyone is bound and obligated to honor and respect his King outwardly, at least as long as he is their Head, however thoroughly wicked he might otherwise be. Upon this he made known: That such could indeed be observed regarding the outward behavior, but could not easily be extended to the inner inclination and disposition of minds, and furthermore, that he would gladly contribute all that was in his power to put an end to this matter, only he requested not to be burdened with things that conflicted with their laws, testifying further that as long as they had had Kings from the house of Palacca, there had always been disturbances in the realm; "but why then," (I interjected here) "was this last one chosen as King?" "For no other reason," he answered, "than to please the King of Bonij, who had strongly patronized him and proposed him for it." I continued to ask him whom they would then be able to elect as their King in case the present one might not be accepted again, for there was no much better prospect concerning Totimor, consort of the King's sister, besides that his father Cardeng Kandjilo is known as an utterly abandoned scoundrel. He testified thereupon that he could not say such with any certainty.

Dutch transcription

vermogten te treeden, en anderdeels, om dat dezen handel met hunne Landswetten ten eenemaalen was strijdende, van welk gevoelens hij ook betuigde te wezen, te meer, daar hij (Rijksb:/ zijn pligt ten overvloed= hadde waargenomen, bij drie verscheide Rhijzen, waar in hij met alle de Rijksgroten tot dat einde bij den koning gekomen was, Intusschen deze zig niet eens verwaardigd had, met henl: te spreken, gezweige naar hunnen raad te luisteren, zo min, als na de vermaningen die hij /:Rijksbestierder:/ den„ „zelven bij die geleegentheden had gedaan, maar slegts g'antw: had, geen koning van Goa meer te willen wezen in de plaats van een ander, aan wien het behoorde, gelijk hij ook met de daad betoont had door zijn Claudestinen uittogt en zonder dat hem eenig het minste leed van haare zeide, maar in tegendeel alle Eerbied, onderwerping en believendheid was aange„ „daan en beweezen, zo als zij hem ook uit hoofde van zijn zagt„ „zinnig en buigzaam naturel zeer hebben gewaardeert: Daar het onder ken een Constante wet is, dat wanneer een koning zig ook maar slegts voor eene magt uit Goa begeeft, alle de Rijks Edelen en ornamenten hem moeten verzellen; Dat daar hij zig tot zo verre had kunnen Emancipeeren, tegens de wet aan te gaan, zijl: zodanig een koning de door hem dus als verworpene waardigheden, niet weder vermogten aan tebieden, nog den zelven in zijn voorige betrecking accepteeren; ten waare zij haere al oude Instellingen wilden verkragten en verbreeken, en haar dus meijn ledig stellen aan den Eed, die hij en een ieder hunner aan het Rijk plegtig gedaan hadden in handen van den Koning zelfs. Ik antwoorde hier op Dat hem wel geheel al geen ongelijk hierinne konde gegeven werden, dog dat ik egter gaarne zag, vermits de zaak op zig zelfs 41 zelfs aan de andere zijde beschouwd, veel van haren Ernst ver„ „liest, dat hij hier inne wat toegevendheid gebruikte, en zig vinden liet, in een geval, als het tegenswoordige, waar omtrend niet te veel konde gedaan werden, om de wereld te overtuigen van den Maccassaren welmenendheid. Dat Haar Hoog Ed„s ook veel genoegen daar inne scheppen en hij hier door den „loff wegdragen zoude, allezints blijken zijner trouw en ijver voor de belangen van het rijk te hebben betoont: Dat hij te gelijk Considereeren moest dezen Jongen ko„ „ning zulx geenzints uit eigen beweging, maar alleen op de Instigatie van eenen ander gedaan hadde en Dat Ik, zo wel als hij indien den koning zijn volwassens kennis bezat, zwarigheid als dan zoude maken, om hem weder te admitteeren, instede ik nu zo zeer ten zijnen voordeele procedeerde. Hier op antwoorde hij Ondersteld zijnde, dat de Maccassaren daar toe over te haalen mog„ „ten zijn, en hunnen vorst weder aannamen, Hoe dan, ingeval hij naderhand weder buitensporigheden komt te begaan ? want zo lange zeker quaadaardige Creatuur zo veel vermogen als thans op zijn gemoed behoud, ben ik in een gegronde bedugting, dat het daarmede van quaad tot erger zal overslaan, en dus het uit einde veel slimmer zijn, dan het begin; behalven dit, houde ik mij verzekert, dat de Maccassaren, wanneer dezen koning al eens weder op den throon mogten komen voor hem die agting, en Eerbied niet meer zullen en konnen voeden, die ze hem verschuldigd zijn, en zodanig te vooren bewezen hebben. Ik antwoorde weder Dat in het eerste geval de koning dit doende, zig zelven daar door door als dan te verwerpelijker zoude maken, en zij dan nog die zelfde magt en middelen aan handen hadden, als nu, en dat in secunde Casu, de maccassaren niet minder strafwaardig zouden zijn, indien zij na hunnen koning weder te hebben aan„ „genomen en erkend, zig om het gepasseerde halven aan dis respect ofte klein-agting voor denzelven quamen schuldig te maken, aangezien een ijder gehouden en verpligt is, zijnen koning hoe booven ondeugend dezelve ook anderzints zoude mogen wezen ten minsten, zo lange hij hare Hoofd is, voor het uitterlijke te Eeren en te respecteeren. Hier op gaf hij te kennen Dat zulks omtrend het uitterlijke wel in agt genomen konde werden, dog tot de innerlijke neiging en gesteldheid der gemoe„ „deren niet ligt uit te breiden was, en voorts, dat hij gaarne alles wat in zijn vermogen was wilde contribueeren, om aan deze zaak een einde te maken, alleen verzogt hij niet te mogen werden beswaard met dingen, die tegens hunne wet„ „ten Streeden, Betuigende wijders, dat zo lange zij uit het stamhuis van Palacca Koningen gehad, er altoos in het Rijk onlusten waren geweest; maar waarom dan /:viel ik hier op in :/ dezen laatsten tot Koning verkoren." om geene andere reden, antw: hij, als ter believing van den koning van Bonij die dezen sterk gepatrocineert, en daar toe voor„ „gesteld hadde, Ik vervolgde hem te vragen, welken zij dan tot hunne koning zoude kunnen Eligeeren, ingeval den presenten niet weder mogte werden aangenomen, want 'er niet veel beter apparentie was, omtrend Totimor gemaal van 's konings zuster, behalven dat zijn vader Cardeng Kandjilo voor een overgegeven deug niet te boek staat. Hij betuigde daar op zulx met geen zekerheid te kunnen zeggen.

NL-HaNA_1.04.02_3818_0071 view scan ↗

English

saying, he only believed that no thought or reflection was given to Totimoe, and as for this his wife, that no woman was permitted to rule over Goa, further declaring frankly that the Macassars did not seem averse to requesting him to do so, and that should such a case arise he would not well be able to withdraw from it either, but that he nevertheless testified by his Holy Prophet and all that was dear to him, that such was in no way his aim in this, as people might possibly suspect him of. Hereupon I exhorted him with all possible seriousness and urgency, as I had already caused to be done to him through the Sabandhaar Voll on the 11th of this month, to declare to me frankly whether someone had not given displeasure to the King, or had shown some contempt, yet he testified by his Mahometh, that truly neither he nor the Tomilalang or any other of the grandees of the realm had shown or done the King any displeasure or disrespect, and that, as they had previously indicated once more, the King seemed only to mourn over his brother's absence, a matter which he said was beyond their decision. After some more words were exchanged back and forth and that minister had indicated once again that his greatest objection in this was that if the King were accepted again and after date were to start new excesses, he might not be held as the cause thereof, for which I promised him to stand surety then. After this, having stepped outside with that minister and rejoined the others who had assembled, I made a start of presenting to them the matter in question, as it would be best put into practice, under recommendation to accommodate themselves thereto as much as possible, in order that a desired end of these troubles might be achieved to the benefit and welfare of their own country and people. The Tomilalang, alongside the 9 votes or electors, declared hereupon that after having already had their grievances recorded with the Rijksbestierder concerning this, they were willing to abide by his sentiment in this regard, and according to custom would submit themselves thereto, provided it did not conflict with their country's laws. Seizing the word hereupon, I turned again to that minister, saying to him that in a situation like this, in which all the other grandees of the realm came to submit to his decision, I recommended to him once more to direct the matter in such a way as might serve their common good according to the draft known to him and mentioned herebefore. After some discussions among them back and forth, he replied in conclusion that he currently could not or was not able to declare himself on this, as the Macassars, insofar as they had just declared, had indeed by duty entrusted this delicate matter to him as Rijksbestierder for decision to that extent; yet that he nevertheless could not or might not decide concerning this without a general approval, so he first had to assemble the nobles of the realm and hear their sentiments each individually, the more so because two prominent figures, namely Caraeng Paganackan and the second Tomilalang being absent, had remained at home due to indisposition, whom he would have informed in this regard within the next few days, and do everything possible on his part for the pleasure of the Honorable Company to achieve the proposed goal. This conference with the Macassars being concluded herewith, and they having departed again, I recommended to the remaining Bonijze envoys to give a proper report to their King of what they had attended today, requesting His Highness to kindly take the matter into careful consideration, whereupon these also left. Wednesday the 25th, I ordered the Captain Moor to go to the court of Boni, to ascertain the King's sentiment regarding what had been negotiated yesterday with the Macassars, as I did not doubt that his deputies would have given him a proper report thereof, and especially what thoughts His Highness had regarding the demand of the exiled King, who desired nothing less than to be brought back in full state by the Rijksbestierder of Goa himself in person accompanied by the entire nobility and with the royal regalia, to which, however, the nobility on their side did not have much inclination, alleging that such was directly contrary to their country's laws, whoever of the two was right. His Highness let me know hereupon that he agreed with me on a plan to seriously recommend to the Macassars the further bringing back of their King, and that the Boni laws obligate their subjects in such a case to bring their king back inside. Thursday the 26th, Voll departed to Boni's King, to whom I let be known through this

Dutch transcription

43 zeggen, alleen vermeende hij dat geene gedagten of reflectie op Totimoe genomen wierd, en wat deze zijn Huisvrouw betrof, dat geen vrouw over Goa mogt Heerschen, verklarende wijders rondborstig dat de Maccassaren wel niet vreemd scheenen hem daar toe te verzoeken, en dat hij in Cas zulx zo viel hem daar van ook niet wel zoude kunnen onttrecken, maar dat hij egter bij zijn Heilige Propheet en alles wat hem dierbaar was betuigde, zulx geinsints hier in zijn doel was, zo als mens hem mogelijk daar in mogt verdenken. Ik vermaande hem hier op met alle mogelijke ernst en aandrang, gelijk ik door wege van den Sabandhaar voll op den 11„e hujus hem bereets had laten doen, mij rondborstig te verklaaren, of niet iemand den koning misnoegen gegeven, dan wel eenige kleinagting betoond hadde, Edog hij betuigde bij zijnen Mahometh, dat voorwaar zo min hij als den To„ „milalang ofte eenige andere der Rijksgroten, den koning eenig misnoegen ofte onEerbiedigheid beweezen of aangedaan hadde, en dat gelijk zij voor heen nog eene rheize te kennen had gegeven, de Koning alleen over zijn Broeders af zijn, scheen te treuren, een zaak dien hij zeide buiten hun lieder decisie te wezen. na nog Eenige woorden over en weder gewisseld en door dien Minister andermaal te kennen gegeven te zijn, dat zijn grootste beswaarnis hier inne bestond, dat indien de koning weder aangenomen en na dato nieuwe buitensporigheeden mogte komen aan te vangen, hij niet voor de oorzaak daar van mogte werden gehouden, waar voor ik hem beloofde als dan te zullen caveeren. Hier na met dien Minister buiten getreden en ons bij de overige te zamen gekomene weder gevoegd hebbende, deed Ik Ik een aanvang henl: de zaak in questi, zodanig als dezelve het best zoude in het werk te stellen wezen voor ogen te houden, onder recommandatie, zig zo veel mogelijk daar na te schikken, ten einde een gewenschte doel dezer verdriete„ „lijkheden, tot nut en welwezen van hun eigen Land en volk getroffen mogten werden. Den Tomilalang: nevens de 9 stemmen ofte Kiesheeren verklaarden hier op Dat ze na hunne graevamina hier over bereeds, bij den Rijksb: te hebben laten aantekenen, zig aan zijn gevoelen dezen : aangaande wel wilden gedragen, en na den gebruike zig daar van zoude onderwerpen, niets egter het zelve niet tegens hunne Landswetten streedt, hier op het woord vattende, keerde ik mij weder tot dien Minister, hem zeggende. Dat in een gesteldheid als deze, waar in alle de verdere Rijksgroo„ „ten zig aan zijne decisie quamen te onderwerpen, Ik hem nog„ „maals recommandeerde, de zaak zodanig te derigeeren, als tot hunl: gemeen best strekken mogte navolgens het ontwerp hem bewust en hier vooren vermeld. na eenige gesprecken onder henl: over en weer, gaf hij bij slot tot Replijcq Dat hij zig thans hier op niet konde of vermogte te declareeren, alzo de Maccassaren wel in zoo verre als zij datelijk hadden verklaard, deze delicate zaak aan hem pligtshalven als Rijksb: ter decisie in zo verre hadde opgedragen; Edog dat hij nogthans buiten een algemeen goedvinden hier omtrend niet konde of mogte besluiten, dus hij de Rijks Edelen eerst moest vergaderen, en haare sentimenten ijder afzonderlijk hooren„ te meer 'er twee voorname /:te weten Caraeng Paganac„ 9 „kan en den tweeden Tomilalang afwezende, door Indispositie waeren 45 waren t' huis gebleven, dien hij Eerst daags dezen aangaande zoude doen onderrigten, en alles wat mogelijk was, van zijn zijde ter believing van d'E: komp„e Lacheren, om het voorgestelde doel te bereiken. Deze Conferentie met de Maccassaren hier mede besloten, en zijl: weder vertrocken zijnde, recommandeerde Ik de overgeblevene Bonijze afgezondene, om aan hunnen Koning behoorlijk ver„ slag te geven, van het geen ze hadden bijgewoond heden, onder verzoek aan zijn Hoogh: om de zaak in aandagtige overweging te willen nemen waar op ook deze heenen gingen. woensdag den 25„e Gelaste Ik den Capitain Maleijer na het 3off van Bonij te gaans, om aangaande het met de Maccassaren verhandelde op gisteren 's konings gevoelen op te nemen, alzo ik niet twijffelde of zijne gecomm: zoude hem daar behoorlijk Rapport van hebben ge„ „daan en inzonderheid wat gedagten zijne Hoogh: hadde van den Eesch des uitgeweken konings, die niets minder begeerde, als door den Rijksb: van Goa zelve in Perzoon verzeld van den gantsen adel, en met de Rijks Insigniae in volle statie weder ingehaald te werden daar egter den adel aan haar zeide niet veel zin toe had, onder voorgeven, dat zulx met hunne Landswetten regelregt strijdig was! wie van beide nu ge„ „lijk had. zijn Hoogh: liet mij hier op weten, dat hij met mij in een Concept was, om de Maccassaren het nader inhalen van hun„ „nen Koning ernstig aan tebeveelen, en dat de Bonise wetten hare onderdanen verpligten haren koning in cas subject weder binnen te moeten brengen. Donderdag den 26„e Vertrok voll na Bonis Koning, dien ik door deze liet te kennen

NL-HaNA_1.04.02_3818_0074 view scan ↗

English

made known that his answer of yesterday, conveyed to me by the Captain of the Malays, had appeared of no use and completely unsatisfactory to the question, since I was not concerned with the Boniers in this matter, but indeed with the laws of the Macassars, wherefore I had fully instructed to raise that question once more, and if it should appear that the King of Goa urged that solemnity with foundation, that his Highness would then also kindly have the goodness to convince the Prime Minister and other grandees of their error and urge them toward a speedy mediation, and in the contrary case to recommend the necessary course to Arou Palacca, just as I had him promised that I would likewise not fail in this. The King, having excused himself for misunderstanding my question of yesterday, had declared that he was not knowledgeable enough in the laws and customs of the Macassars to be able to give a positive answer to the aforementioned question (:which of the two was right:); but he promised to have himself informed regarding this by a certain Caraeng Parangie, a man thoroughly versed in the knowledge of these and similar matters, and subsequently to obtain a definitive answer for me. For the rest, the King had deferred to whatever I might find useful and good in this matter, yet requested once again that I would not make him act directly therein, in order to prevent all further hatred and estrangement from Arou Palacca. Meanwhile, I was privately informed: That Arou Palacca, fearing the consequences, was said to have advised her grandson to simply return within Goa, even if only the grandees of the realm came to fetch him, since otherwise he might easily run the risk of being deposed, and thus losing his power entirely and completely; and that, if he resumed the realm again, even if on their request concerning the former King no favorable letter arrived with the Office's ship, he would nevertheless maintain power over the Macassars on all sides, and could then take his measures accordingly. Monday the 30th. The Prime Minister of Goa had an audience requested for his deputies, regarding when it would be convenient for me, for which the 1st of the coming month at eleven o'clock was fixed, wherefore on Tuesday the 31st the King of Bonij was requested to be pleased to depute the Djema Tongang, in order to assist at that meeting, who promised to comply with this. February Wednesday the 1st. In the morning, pursuant to my request of yesterday, the Djema Tongang of Bonij came to me, who on behalf of the King was also charged with a note from Caraeng Parangie regarding his aforementioned question, sent to me for reading, and of the following content: "I cannot at all recall having found anywhere in times past an example from which it could be deduced that in the present case one ought to fetch the departed King with all those ceremonies that he claims; on the contrary, the Macassar laws presently oppose such a thing." I had the King thanked for this reading. Meanwhile, at the appointed time, the deputies on behalf of the Court of Goa appeared, who, having taken their seats, reported: That they came in the name of the Prime Minister, who had sent them expressly to inform me: That since their last visit, having returned to Goa, a private council of state had been convened, and there they had deliberated on the subject that currently occupies everyone, and particularly on my advice and admonitions given to them on this matter. That the result of all their deliberations taken on that day had again amounted to this: to leave it to the choice of the Prime Minister whatever he might judge advisable and useful in that regard, provided he decided nothing contrary to their country's laws; and That this Minister, by virtue of this resolution, and also in compliance with my recommendation, had thought fit: To have the King requested and invited once more, against the day after tomorrow, by all the grandees of the realm, except for the second Tomilalang and Craeng Paganackang, who both were still lying ill, by a stately commission, yet without carrying the soedang along, to be willing to come back into Goa, and, if he should incline thereto, then also to fetch him; in which case, if he subsequently committed new excesses, which they greatly feared, or in case he still remained unwilling to return, they, in the first case, would rely solely on the maintenance of the Company, and in the second case, would finally be obliged to do and act as their country's laws expressly command them, namely to proceed without further delay to the election of another King. I had the Prime Minister thanked for this communication, with the promise of conveying my thoughts to him on this tomorrow

Dutch transcription

kennen geven, dat zijn antw: van gisteren, mij door den Capitain Maleijer geboodschapt, van geen nut en aan de vraag gants niet voldoende was voorgekomen, alzo het mij niet om den Boniers, maar wel om der Maccassaren wetten in dezen was te doen, waarom ik voll gelast had, die vrage andermaal te opperen, en zo het quam te blijken dat de koning van Goa met fun„ „dament op die solemniteit urgeerde, dat zijn Hoogh: dan ook teffens de goedheid daar bij geliefde te hebben, van den Rijksb: en verdere groten wegens hunne dwaling te overtuigen en tot een spoedige bemiddeling aantespooren, en in het tegen gesteld geval Arou Pa„ „lacca het nodige aantebeveelen, gelijk ik hem belooven liet mede hier inne niet in gebreke te zullen wezen. De Koning, na zig over het verkeerd begrip mijner vrage van „gisteren verschoont te hebben, had betuigd, niet kundig genoeg in de regten en Ieden der Maccassaren te zijn, om Positief op de gem: vrage (:wie van beide gelijk had:) te kunnen antw; maar beloofde zig dien aangaande te zullen laten onderrigten door eenen Caraeng Parangie, Een Man doorkneed in de kennis dezer en geener dier gelijke zaken, en mij vervolgens uitsluitzel doen erlangen. Voor de rest had de koning zig gerefereerd aan al het geene ik in deze zaak mogte komen nuttig en goed te vinden, dog verzogt alweder dat ik hem niet direct daar in wilde doen ageeren, om alle verdere haat en verwijdering van Arou Palacca te prevenieeren. Jntusschen wierd mij particulier berigt. Dat Arou Palacca voor de gevolgen bedugt haren klein zoon zoude hebben geraden om zig slegts maar weder binnen Goa te begeeven, al quamen ook maar alleen de Rijksgroten om hem af te haalen, aangezien hij anders ligt gevaar konde loopen, af„ „gezet te werden, en dus zijn magt geheel en al quit te raken 47 raken: en dat, indien hij het Rijk weder aanvaarde, alwaar het dan ook dat 'er op hun verzoek om den gewezen koning geen gunstig aanschrijven met het Comp toir schip overquam, hij allenthalven dan nog evenwel de magt over de Maccassaren behield, en zijne maatregulen dan daar na konde nemen. Maandag den 30„e Liet den Rijksb: van Goa voor zijn gecomm„s actes verzoeken, tegens wanneer het mij gelegen zoude komen, waar toe den 1=e der aanstaande maand vast gesteld is tegens Elff uuren, waarom Dingsdag „ 31„e den koning van Bonij verzogt wierd den Djema Tongang te willen Committeeren, ten einde bij die zamenkomst te kunnen adsisteeren, die hier aan beloofde te zullen voldoen. Februarij Woensdag den 1„e Smorgens quam ingevolge mijn verzoek van gisteren bij mij den Djema Tongang van Bonij die van wegens den koning ook gechargeert was, met een briefje van Caraeng Parangie op desselfs vrage voorm: aan mij ter lecture toegezonden en van Inhoud aldus. Ik kan mij geenzints te binnen brengen ergens in de ver„ „strekene tijden een voorbeeld te hebben gevonden, waar uit „op te maken zoude zijn, dat men in het tegenwoordig geval den uitgeweken koning met alle die plegtigheden die hij pretendeert zoude moeten gaan afhaalen, in tegendeel spreken de Maccassaarse wetten zulx thans tegen„ kliet den koning voor dies lecture bedanken: Intusschen ver„ „scheenen ter bestemder tijd de gedeputeerdens van wegens het Goase Hoff, dewelke zitplaats genomen hebbende, verslag deden, Dat er Dat ze quamen uit naam van den Rijksb: die hem Expresse had gezonden om mij bekend te maken. Dat zedert hun laaste bezoek op Goa gereverteert, 'er een particuliere staats vergadering was belegd, en daar bij gebesoig„ „neerd over het onderwerp dat thans een ijder occupeert, en Inson„ „derheid over mijne aan hen op dit stuk gegeven raad en ver„ „maningen. Dat het resultat van alle hunne deliberatien te dien dage genomen, alweder hier op uit was gekomen, om het aan de keuse van den Rijksb: te stellen, wat hij daar omtrend geraden en nut mogte oordeilden, mits hij niets quam te be„ „sluiten strijdig hunne Landswetten, en Dat deze Minister uit kragte van dit besleut dan teffens in voldoening aan mijne recommandatie had goed gevonden. Om den koning tegens overmorgen door alle de Rijksgr: uitgezondert den tweeden Tomilalang en Craeng Paga„ „nackang, die beide nog ziek lagen, bij een statieuse Com„ „missie, egter zonder den soedang mede te voeren, nog „maals te laten verzoeken, en nodigen, weder binnen Goa te willen komen, en om hem, daar toe inclineerende, als dan ook af te haalen, in welken geval indien hij naderhand nieuwe buitensporigheden beging, waar voor zij grotelijks dugte, of ingeval hij dan nog onwillig bleef weder te keeren, zij in cas van het eerste alleen vertrouwde op de maintenue van dE Comp„e en in het tweede geval, dan eindelijk zoude ge„ „noodzaakt zijn, zodanig te doen en handelen als hare Lands„ „wetten haar uitdrukkelijk kome te beveelen, namentlijk tot de verkiesing van een andere Koning zonder verder dilaij overte gaan. Ikliet den Rijksb: voor deze Communicatie bedanken, met belofte, van hem morgen mijne gedagten daar over

NL-HaNA_1.04.02_3818_0077 view scan ↗

English

to let them know. With a recommendation to these delegates not to stand so rigidly on their laws and customs that they would not dare to go a step further for the common good and for the pleasure of the Company, in order to convince the world that, in any case of a bad outcome, they and the Rijksbestierder had nevertheless more than completely fulfilled their duty. The latter especially would thereby gain much glory and praise with Their High Excellencies and place himself beyond the reach of any reproach. Subsequently, I recommended to the Djema Tongang to give a proper and accurate report of what was transacted above to his master, the king of Boni, requesting His Highness to consider the matter to see whether he might yet devise anything advisable in this, in which case I wished to know his advice, preferably yet this evening. Wherewith everyone went home. In the afternoon, the Djema Tongang returned and brought me a reply on behalf of His Highness: That he fully concurred with my handling, being unable to devise anything more that could be serviceable beyond what had already been done, and That if the king of Goa still continued to be refractory, and the Makassars then put into effect what their country's laws dictate in this regard, he would then also be beyond any excuse, and no one would be able to do otherwise than fully justify the conduct maintained by his subjects in this matter. In response, I had His Majesty most emphatically urged to most persuasively recommend and admonish the Young King and no less Princess Palacca, that when the Makassars approached the monarch again for the aforementioned purpose, to finally make useful use of that opportunity, because if he missed this chance, it would undoubtedly result in his downfall, which he sent word assuring me he would comply with. Thursday the 2nd, according to my promise of yesterday, I let the Rijksbestierder of Goa know through the under-interpreter Blij that if it absolutely could not be otherwise, and this matter had to be directed according to their country's laws as stated yesterday by the delegates, I also concurred with that and hoped that this scheduled deputation might meet with desired success. Upon the return of Blij, he sent word expressing his satisfaction with this message. He also reported that the scheduled commission could not proceed on the appointed day of tomorrow, because the ferry of the three rivers that discharge between Goa and Barombong had for several days been unusable due to the heavy and frequent rains; but as soon as this should change, the delegates would then undertake their journey. Friday the 3rd, the king of Boni sent me the Djema Tongang, accompanied by his interpreter, from whom I learned that the king of Goa, with Caraeng Barombong and Ordeng Lempangan, had arrived at that monarch's place yesterday evening and stayed the night; that His Highness on that occasion had once again attempted to learn from that youth the reason for his departure from Goa, but that he, instead of answering, had handed to His Highness a note which they had brought along, and which, being translated, was found to read as follows: Your Highness's grandson comes only to testify that he by no means intends to follow his brother's example of removing himself from the country, but only to amuse himself innocently here and there against the sorrow he feels over his brother's absence, and therefore he can also no longer be of any service to his country. Furthermore, upon my question, the Djema Tongang reported that he had heard the king of Goa had given no other reason for this visit than merely wishing to fulfill his promise made at his departure on the 10th of January, namely that as soon as he had used the medicines he would resume his visit, and that the Rijksbestierder of Goa, according to the statement of Caraeng Barombong, also had knowledge of this visit. I provisionally had His Highness thanked for this report and at the same time announced that I would send the Licentmeester Voll to him tomorrow to approach him regarding the nature of that address and to make my opinion known. Saturday the 4th, pursuant to my promise made yesterday to the king of Boni, having sent the Shahbandar Voll to His Highness to return to him the address by which the king of Goa had declared himself concerning the cause of his retreat, and at the same time on my behalf

Dutch transcription

49 te zullen laten weten. onder recommandatie aan deze afgezondenen van zoo stijf op hunne wetten en gebruiken niet te blijven staan, dat z' niet voor het gemeene best en ten believe van dE Comp„e een stapje verder zoude durven gaan, om de wereld te overtuigen, dat in allen gevalle bij een verkeerden uit„ „slag zij en den Rijktb: niet te min hunnen pligt meer dan volkomen waren naargekomen. den laatsten inzonderheid hier door bij Haar Hoog Ed: veel roem en lof zullende behalen, en zig buiten berijk van eenige reproche stellen. Vervolgens recommandeerde ik den Djema Tongang, om van het verhandelde hier boven aan zijn Meester den koning van Boroij behoorlijk en nauwkeurig verslag te geven, met verzoek aan zijn Hoogh: om zijne gedagten daar over eens te willen laten gaan, of hij zomtijds nog iets raadsaamst hier inne konde uitdenken, wanneer ik zijn advis gaarn nog heden avond wenschte te mogen weten. Waarmede een ijder na huis ging. Nademiddag keerde den Djema Tongang weder en bragt mij van wegen zijn Hoog h„ds bescheid Dat dezelve zig ten vollen omtrend mijne behandeling con„ „formeerde, niets meer konnende uitvinden, buiten het geen ver„ „rigt was dat dienstig konde wezen, en Dat wanneer de koning van Goa nu nog voortging weder„ „spannig te zijn, en de Makassaren als dan in het werk stelden, het geene hunne Landswetten hier omtrend dicteeren, hij dan ook buiten eenige verschooning meer was, en niemand het gedrag zijner onderdanen in dezen gehouden, anders zouden kunnen doen als volkomen billijken. Kliet zijn Majest: in antw: op het nadruckelijkste adhorteeren, den Jongen Koning en niet minder de Princesse Palacca op het het overtuigenste te willen recommandeeren en vermanen, de Maccassaren wanneer die tot het voorsz: einde haar weder bij den vorst vervoegde, van die gelegentheid eindelijk het nuttig gebruik te maken, wijl hij deze kans verziende, zulx ontwijffelbaar zijnen val zoude ten gevolg hebben, 't geen hij mij verzekeren liet te zullen nakomen. Donderdag den 2„e Liet Ik den Rijksb: van Goa, navolgens mijne belofte van gisteren, door den ondertolk Blij weten, dat indien het vol „strekt niet anders konde wezen, of deze zaak moest volgens het zeggen der op gisteren afgezondene na hunne Landswetten werden gedirigeert, ik mij dan ook daar mede conformeerde en hoopte dat deze vast gestelden bezending van een gewenscht succes mogte zijn. Bij retour van Blij liet hij mij hier op zijn genoegen over deze boodschap betuigen. Nog deed hij melden, dat de vastgestelde Commissie op den bepaalden dag van morgen geen voortgang zoude kunnen hebben, door dien het veer, der drie Rivieren, die tusschen Goa en Ba„ „rombong uitwateren, zedert eenige dagen door de sware en menig vuldigen regens; voor als nog onbruikbaar waren, dog zoo dra dit mogte veranderen, de afgezondene hunne rhijse als dan zouden aannemen. vrijdag den 3=e Zond den Koning aan Bonij mij den Djema Tongang ver„ „zeld van zijnen Tolk, waar uit ik vernam, dat de Koning van goa met Caraeng Barombong, en Ordeng Lempa ngan gister avond bij dien vorst g'arriveerd en overnagt hadden, Dat zijn Hoogheid bij die gelegentheid andermaal getragt had uit dien Jongeling de reden van zijn vertrek uit Goa te verstaan, dog 8 51 dog dat deze instede van te antw: aan zijn Hoogh„d overhandigd hadde een briefje, het geen ze hadden mede gebragt en over„ „gezet zijnde bevonden wierd te luiden, aldus uw Hoogh: klein zoon komt alleen te betuigen dat hij geenzints het voorbeeld van zijn Broeder om zig van het Land te verwijderen heeft voorgenomen, maar alleen om zig wat schuldeloos hier en daar te vermaken, tegens het verbriet dat hij gevoeld over zijn Broeders afwezen, en daarom kan hij zijn Land ook van geen dienst meer zijn. Wijders berigte den Djema Tongang op mijne vraag nog dat hij gehoord had de koning van Goa geen andere reden tot dit bezoek had voorgegevens, als alleen om daar meede te willen voldoen aan zijn belofte, bij zijn vertrek op den 10„e Januarij gedaan, namentl: dat zo dra hij de geneesmiddelen zoude hebben gebruikt zijne visite te zullen hervatten, en dat den Rijksb: van Goa volgens 't zeggens van Caraeng Barombong mede kennis van dit bezoek had. Ik liet zijn Hoogh„d voor dit narigt bedankens bij provizie en teffens aanzeggen, dat ik hem morgen den Li„ „centmeester Voll zoude toezenden, om hem over den aanleg van dat addres te abrucheeren, en mijn gevoelen te kennen te geven. Saturdag den 4„e Deden navolgens mijne belofte gisteren aan den Koning van Bonij gedaan, den Siabandhaar voll na zijn Hoogh„d hebbende afgezonden, om aan denzelven weder te geven het addres waar bij den koning van Goa zig wegens de oorzaak zijner retraite gedeclareerd had, en denzelven teffens van mijnentwegen van en t H .

NL-HaNA_1.04.02_3818_0080 view scan ↗

English

to ask him privately on my behalf what he now thought could or should further be done in this critical matter, he reported to me upon his return that the king had immediately become hot-tempered and had replied very impertinently to that question that he was annoyed at being so incessantly troubled with that narrative, as he claimed, saying: what should I think of it, I have done everything that was required of me, and know no further means nor counsel in this; let the Lord Governor do as he shall judge best, I wish henceforth to be burdened with it no more. In vain did Voll, in the most amicable and gentle manner, as he had done, present to him that my intention was only to ask him whether the king of Goa had also intended to express some reason of displeasure toward his subjects the Macassars by and through that note; if so, why he had not brought it forward in the first instance, when it had been presented to him by commissioners both on the part of the Company and of Boni at Barombong, and also when he had been with His Highness the previous time; especially since so much had already been done in this matter, and the Macassars, moved and virtually persuaded by the powerful admonitions and efforts of the Chief Allies, had decided to go once again to request their king to be pleased to return within Goa, as they had given notice on the first of this month that they had taken that resolution among themselves, which had been communicated to me by them in the presence of the Djema Tongang of Boni. The prince, just as angry, had replied thereto as in the beginning: I know nothing of it, and will not be involved in it any further. The Lord Governor may do what seems best to him, I withdraw my hands from this. Upon this, I resolved to dispatch the shahbandar once again this afternoon to the King, to make him understand that his answer of this morning was by no means satisfactory to me, nor was the statement he made with it, both being as improper as they were entirely out of place, all the more since I had done nothing in this matter except with the communication and full consent of His Highness, and furthermore had no such pressing reasons to take further trouble over it, were it not that, caring for the peace and unity of the Macassars, I gladly wished to see their affairs proceed peacefully; but that since it appeared that His Highness wished to shrug off this weighty affair, feeling so disturbed merely when his considerations in this were requested, notwithstanding that at his request I spared him as much as possible from acting openly therein, I now let him know that I would also withdraw my hands from it for the present, and let the Macassars deal with it as they shall see fit according to the laws of their land, since it is indifferent to the Company whom the Macassars have as their King, provided only that he complies with the contracts in all respects. Voll having delivered his message in this manner, it appeared that the king was dismayed, or at least quite unprepared for such a declaration, his words being: Tell me, pray, what have I done or said, that such a harsh message is delivered to me? Upon this, the king's words of this morning having been repeatedly held up to him by Voll, with the assurance that he had conveyed them to me in that manner without adding or subtracting anything, he continued: Well, may I not make my inability known? Surely I cannot do or act otherwise in this matter than what my brother has effected therein thus far, all of which I declare to approve; if he now wishes to withdraw himself entirely from that affair, I shall not be able to do anything against it, and am utterly at my wit's end; the King of Goa constantly declares to feel no displeasure other than concerning the affair of his brother. Sunday the 5th, Caraeng Barombong secretly reported to me through a confidant that when he, together with the king of Goa and Caraeng Lempangang, had been with the king of Boni the last time, His Highness had expressed to them that if the king of Goa had no other pretext to offer to justify his withdrawal from Goa than merely the grief over his brother's experiences, that was a matter to which no regard could be paid, that one must have more urgent pretexts to proceed to such a step, and that His Majesty had at that time asked him, Caraeng Barombong, in particular, what the laws of the land of the Macassars were and to what they were obligated to a king. To which he had replied that the service of the Macassars to their prince usually consisted in this: that the state umbrella be offered to him and carried over his head, his paddy fields cultivated, the same

Dutch transcription

mijnentwigen in het particulier af te vragen wat hem nu dagt dat in deze Criticque zaak verder konde ofte diende gedaan te werden, zo berigte hij mij bij zijn terugkomst, dat den koning al aanstonds oploopend geworden, zeer onbescheiden op die vraag ten antw: had gegeven geraakt te zijn, over dat met dat historiaal zo on ophoudelijk gelijk hij voorgaf vermoeijlijkt wierde, zeggende wat zoude mij daar van dunken, Ik heb alles gedaan wat van mij is gevergd, en weet middel nog raad meer hier in, laat den Heer Gouvern: doen zoo als hij 't best zal oordeelen, Ik wenschte voortaan niet meer daar mede lastig te werden gevallen. te vergeefs mogt voll hem op de minnelijkste en zagtste wijze, zo als hij gedaan had, voorstellen, dat mijn Intentie alleen was, om hem te vragen, of de koning van Goa ook eenige reden van misnoegen tegens zijne onderdanen de Maccassaren met en door dat briefje had willen te kennen geven! zo Ja waarom hij zulx dan niet ter Eersten instantie, wanneer hem het zelve door gecomm: zoo van s Comp„s als Bonijse wegen op Barombong en ook toen hij de voorige maal bij zijn Hoogh: was geweest had ingebragt! daar reeds nu zo veel in deze zaak gedaan, en de Maccassaren door de kragtige vermaninge en bewerking der Eerste Bondgenoten bewogen en als gepersuadeert waren, haren koning ander„ „maal te gaan verzoeken zig weder binnen Goa te willen begeeven, zo als zij op Primo dezer hadden laten aankondi„ „gen, dat besluit onder haar te hebben genomen, het geen mij in presentie van den Djema Tongang van Bonij door haar was gecommuniceert Den vorst al even verstoond, had daar op g'antw: gelijk 53 gelijk in den aanvang, Ik weet nergens van, en wil daar in niet verder betrocken wezen. Den Heer Gouverneur kan doen wat hem 't beste dunkt, Ix trekke de hand hier af. Ik resolveerde hier op den sabandhaar dezen namiddag andermaal na den Koning af te vaardigen, om denzelven te doen verstaan, dat mij zijn antw: van dezen morgen gants niet voldoende was, zo min als zijne verklaring daar bij gedaan, beiden zo onbetamelijk als gants qualijk te passe gebragt, te meer aangezien ik in deze zaak niets dan met Communicatie en volkomen toestemming van zijn Hoogh„d had gedaan, en wijders ook geene zoo dringender redenen hadde, om mij verdere moeiten daar toe te geven, waar het niet dat Ik de rust en Eendragt der Maccassaren behertigende, gaarne hunne zaken vreedsaam zag gaan, dog dat dewijl het scheen dat zijn Hoogh: deze gewigtige affaire van den hals wilde schui„ „ven, zig zelfs zo gestoord vindende als men hem maar slegts zijne consideratien in deze quam verzoeken, ongeagt ik op zijn verzoek hem zo veel mogelijk menageerde daar in opentlijk te ageeren, Ik hem als nu weten liet de hand thans ook daar van te zullen trecken, en de Maccassaren daar meede laten omspringen zodanig, als zij volgens hunne Lands wetten zullen goedvinden, aangezien het de Maatschappij Indifferent is, wien de Maccassaren tot haren Koning hebben, indien hij slegts in allen deelen voldoed aan de Contracten. Voll in dezer voegen zijn boodschap hebbende verrigt, scheen het dat den koning zig ontzet hadde, althans gants niet verdagt op een diergelijke declaratie, luiden zijne woorden. Zeg mij dog wat heb ik gedaan of gesproken, dat mij zodanig een hard be„ „scheid werd toegevoegd. Hier op den koning zijne woorden van dezen morgen door Voll voll bij herhaling voorgehouden zijnde, onder betuiging dezelve indiervoegen zonder daar iets toe ofte af te doen, aan mij te hebben overgebragt, voer hij voort, wel mag ik dan mijn onver„ „mogen niet te kennen geven; Ik kan immers in deze zaak niet anders doen ofte handelen: dan het geens mijn Broeder tot dus verre daar in heeft bewerkstelligt, al het geen Ik betuige voor goed te keuren, wil hij zig die zaak nu te Eenemaal onttrecken, Ik zal daar niets tegens kunnen doen, en ben ten Eenemaal ten einde allen raad; den Koning van Goa verklaard bij aanhouding geen misnoegen dan over de zaak van zijn Broeder te gevoelen. Zondag den 5„e Piet Caraeng Barombong mij door een vertrouweling in 't geheim berigten, dat wanneer hij Donderdag bevorens nevens den koning van Goa en Caraeng Lempangang (:dog ter van Aiou Palacca:/ de laatste rheise bij de koning van Bonij geweest waren, zijn Hoogh: zig tegens hen had uitgela„ „ten, dat Indien den koning van Goa geen andere voorwendzel in te brengen had, om zijn retracte uit Goa te billijken, dan alleen de droefheid over zijn Broeders wedervaren, zulx een zaak was waar op geen reflectie konde werden geslagen, dat men dringender voorwendzel hebben moest om tot zodanig een uitstap over te gaan, en dat zijn Majesteit te dier tijd aan hem Caraeng Barombong nog in 't bijzonder had ge„ „vraagd, hoodanig de Lands wetten der Maccassaren en waar toe zij aan eenen koning verpligt waren, Op het welke dezen had g'antw:, dat het servitut der Mac„ „cassaren aan hunnen vorst gewoonlijk hier in bestond. Dat hem de Rijkschambreel aangeboden en boven 't hoofd gedragen. zijne Padij velden bewerkt. Den zelven

NL-HaNA_1.04.02_3818_0083 view scan ↗

English

55 For the same, a house had been built for his grains. Daily, at his pleasure, the usual court and house services were performed three times, and At his disposal a sufficient trauw with its bantilang always had to be kept in readiness. Whether the Macassars had not fulfilled that, then? had been the king's further question, to which he had answered: To know no better than yes, but yet not to be able to say such with complete certainty, as his residence was located too far from Goa, and he, besides that, did not involve himself in any affairs of the Court; That the king by this, so it seemed, wished to burden the Macassars, as if something had to be lacking on that side, and that quite possibly their negligence in the prompt observance of their owed attendance upon the king could have brought about some hidden displeasure in the latter, which he, for honor or other reasons, did not wish to make known openly; whereupon he had declared to Caraeng Barombong that he would like to see that tomorrow, when the Licentmeester Voll according to his expectation should appear at court, they would also be present there, when His Highness would ask the king of Goa with emphasis and earnestness about the reason for his departure, and whereupon he, Caraeng Barombong, then had to speak and bring up the aforementioned matters. But the latter had excused himself heartily from this, by saying to the king: How can I say anything advantageous in the name of the king that I do not know to be certain? I shall certainly beware of that, since the king himself declares to have no reason for sorrow or or displeasure, except only regarding his brother, and has repeated that so many times; should I make him a liar without any grounds, that be far from me. His Bonian Majesty had been somewhat displeased about this refusal by Caraeng Barombong, and had subsequently attempted to persuade Caraeng Lempangang to that end, with little better result, as she had not answered to the same, and whereupon that conference was for that time broken off with the departure of the aforementioned guests. Thus far went the story of that emissary, to which he added for his private part that Caraeng Barombong, among other things, had also expressed himself to him with these words: What shall I say much of the king of Goa; everyone knows that he is still only a child, who moreover is steered by a woman, from which on this footing I still foresee bad consequences. Monday the 6th. The king of Goa being on a visit to His Bonian Highness today, that monarch let me be informed thereof in the afternoon by his interpreter Moentoe, and with friendly greetings asked what I further pleased to have done regarding this guest of his at present, and whether he should detain the same or let him go again, if he wished to depart. I had answered to this that it was all the same to me what His Highness wished to do in this matter; that I knew of nothing more to do therein; that it seemed quite strange to me how Goa's king now appears with a silly pretext, as was mentioned in the note delivered to His Highness on the 3rd of this month, undoubtedly invented and drafted by someone else, whereas he had now persisted in his rebelliousness for fully six weeks, 57 as if he wished to oppose the decisions of the Honorable Company in the arrest of his brother, after so many efforts had been made in vain and the Macassars had been persuaded repeatedly to go and petition their monarch again, who also had been disappointed by him every time therein, so that I knew of no other advice to give the king than to admonish his grandson earnestly, as I had highly recommended to him on the first of this month and now again by reiteration, in order that, whenever the Macassars might come to petition him once more, as they had already been disposed thereto by me, he without further refusal or delay should only return with them as quickly as possible, as it was to be feared that if he missed this chance this time, they might possibly no longer be persuaded to do so. This conversation having ended and the Bonian interpreter having departed, it was communicated to me secretly in all haste that the collective Macassar court dignitaries had gone to their king this afternoon, and had repeatedly, solemnly and emphatically requested him to be pleased to betake himself with them back to his kingdom within Goa; but that the king, just as obstinate as before, not even in person but through Caraeng Barombong, had caused to answer thereto: That he had not yet taken a decision regarding that, but such having occurred, he would let them know the same, or else declare himself regarding that toward the one with whom he had been lodged for so long since his departure. It was also related thereto that the king nevertheless appeared a few moments afterward, and had made known in particular to the Goan Tomilalang: I will no longer occupy the royal dignity, because I

Dutch transcription

55 Denzelven Een huis voor zijne Granen opgetimmert. 'Sdaags ten zijnen believe driemalen de gewone hof en huis„ „diensten verrigt, en Per zijner dispositie altoos een Sufficiante Trauw met zijn Bantilang in gereedheid gehouden moeste werden. Of de Maccassaren dan niet daar aan voldaan hadden? was 's konings verdere vraag geweest, waar op hij g'antwoord had. Niet beter te weten als van Ja, dog egter zulx met geen volkome zekerheid te kunnen zeggen, alzo zijn verblijf te verre van Goa afgelegen was, en hij zig ook behalven dat in geene zaken van het Hof inwickelde Dat den koning hier door zoo 't scheen de Maccasjaren wilde beswaren, als of 'er iets aan die zeide moeste haperen, en dat veel ligt hare nalatigheid in de prompte observantie van hunne verschuldigde opwagting voor den koning aan dezen eenig bedekt misnoegen konde hebben te wege ge„ „bragt, die hij, om de Eere of andere reden niet opentlijk te kennen wilde geven, daar op aan hem Caraeng Barombong had gedeclareert gaarne te zullen zien, dat morgen als den Licentmeesters Voll na zijne verwagting, ten hove verscheinen zoude, zijl: mede aldaar tegenswoordig waren, wanneer zijn Hoogh„d den koning van Goa eens met nadruk en Ernst zoude afvragen, na de reden van zijn vertrek, en waar op hij Ca„ „raeng Barombong dan het woord voeren, en het vooren„ „gewaagde moeste opperen. dog deze had zig daar van hartelijk verschoont, met tot den koning te zeggen; Hoe kan ik iets ten voordeele in den name van den koning zeggen het geen ik niet wete zeker te wezen, ik zal mij daar wel voor wagten daar den koning zelve betuigd geen reden van droefheid ofte ofte ongenoegen, dan alleen opzigtelijk over zijnen Broeder te hebben, en dat nog zo dikwerf herhaald heeft, zoude ik hem zonder Eenige grond tot een leugenaar maken dat zij verre van mij. zijn Bonise Majest: was over dit refus van Cardeng Barombong eeniger maten mis„ „noegt geweest, en had vervolgens Caraeng Lempangang daar toe getragt te persuadeeren, met beter weinig gevolg, alzo zij op het zelve niet g'antw: had, en waar bij die Conferentie met het vertrek der gasten voorn: voor als toen was afgebro„ „ken geworden. Dus verre luide het verhaal van dien zendeling, waar bij hij voor zijn prive nog vregde, dat Cardeng Barombong zig onder anderen ook tegens hem had uitgelaten met deze woorden wat zal ik veel zeggen van den koning van Goa, een ijder weet dat hij nog maar een kind is, dat boven dien door een wijf be„ „stierd werd, waar aan ik op dezen voet nog quade gevolgen voor zie. Maandag den 6„e Den Koning van Goa zigheden bij zijn Bonise Hoogh: ter bezoek bevindende, liet mij die vorst des nademiddags door zijnen Tolk Moentoe daar van kennis geven, en onder vriendelijke groete vragen, wat ik verder geliefde omtrend dezen zijnen gast als nu gedaan te hebben, en of hij denzelven zoude aanhou„ „den dan wel weder gaan laten, Indien hij vertrecken wilde, Kliet hier op antw: dat het mij om 't even was, wat zijn Hoogh: in deze zaak doen wilde, dat ik daar in niets meer te doen wiste; dat het mij al vrij wonderlijk te voren quam hoe Goas koning nu verscheind met een onnozel uitvlugt als bij het aan zijn Hoogh: overhandigd briefje op den 3„e dezer vermeld werd, ongetwijffeld door een ander verzonnen en op„ „gesteld, daar hij nu ruim ses weken bij zijn wederspannigheid was 57 was blijven volharden als wilde hij zig tegens de besluiten van d' E: Comp„e in de gevangen neming van zijn Broeder verzetten, na dat men zoo veel moeiten vrugteloos hadde aangewend en de Maccassaren een en andermaal bewoogen haren vorst weder te willen gaan verzoeken, die daar in ook telkens door hem te leur gesteld waren geworden, zo dat ik den koning geen anderen raad meer wist te geven dan zijn klein zoon Ernstig te verma„ „nen zo als ik hem op Primo dezer en nu weder bij reiteratie ten hoogst aanprees, omme wanneer de Maccassaren hem nog eene reise mogte komen verzoeken, zoo als zij door mij daar toe bereeds gedisponeert waren, hij zonder verdere weigering of dilai maar zoo spoedig weder met haar terug keerd, alzo het te dugten was dat hij ditmaal dezen kans verziende zij mogelijk niet meer daar toe over te haalen zullen wezen: Dit gesprek ten einde gelopen en den Bonijsen Toek vertrocken zijnde wierd mij in allerijl onder de hand gecommuniceert dat de geza„ „mentl: Maccassaarse Hof grooten heden middag tot haren koning waren gegaan, en hem andermaal plegtig en na „druckelijk verzogt, zig nevens haar weder na zijn Rijk bin„ „nen Goa te willen begeven; dog dat de koning even ob„ „stinaat als te vooren zelfs niet eens in Perzoon maar door Caraeng Barombong daar op had laten antw: Dat hij nog geen besluit daar over genomen had, maar zulks geschied zijnde henl: het zelve zoude laten weten, dan wel zig dien aangaande verklaaren tegens den geenen bij wien hij zedert zijn vertrek zoo lange gehuisvest had. nog wierd daar bij verhaald, dat den Koning zig egter eenige ogenblikken daar na vertoond, en in 't bijsonder tot den Goasen Tomilalang te kennen gegeven had. Ik wil de koninglijke waardigheid niet meer bekleeden, overmits ik

next →