Inventory 3818
Japan · 1,296 pages · 258 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
I am only a child, and even if I were an adult, I would still no longer want to be king; go away. Tuesday the 7th the king of Bonij sent Djema Iongang to me, who brought as an answer to yesterday's message given to the interpreter that his master had said he wished to send the king of Goa thither, and now asked of me, in case the Macassars no longer wished to accept their prince, whether he might take him under his protection and grant him a place of residence with him, following earlier examples, such as among others that of Matinroa Sambopoe, who, also having been dethroned as king of Goa by the Macassars, had taken refuge under the protection of the Bonians. I informed His Highness in response to this that from this answer, which served no purpose at all, I had to conclude that the interpreter yesterday must have carried out his commission very poorly and misrepresented my words, but that if His Highness would deign to listen to my conversation held yesterday afternoon with his emissary, in order to remove all misunderstanding, I would send the shahbandar Voll to him this afternoon for that purpose. A delegate of the Macassars having arrived and been announced to me at the very moment that I was about to dispatch Djema Tongang again, I ordered the latter to wait a little longer, so that he might be an ear-witness to the report that I was about to receive, in order to be able to recount the same to his prince; thereupon Galarrang Tjamba appeared, who on behalf of the Gousen Chancellor announced to me. How, pursuant to the persuasive admonitions and urgings made by me, the Macassar court nobles had gone to their departed king at the house of Caraeng Barombong here in the campong of the Buginese, and had once again requested him to be pleased to remain their king and return with them to Goa, but that in response, essentially as recorded on the 6th of this month, an answer had been given to them such that they had had to return before him with shame and disdain, as on multiple occasions before, wherefore he, the Chancellor, and the collective Macassar court dignitaries, now being at their wits' end, requested not to be burdened or urged any further in this matter, the more so because from their side they had now attempted fourfold and every time equally fruitlessly that which they were obliged to demonstrate to their king under their country's laws only once in such circumstances, besides the fact that they were completely unable to persuade him. I let the Chancellor know that I would send him my answer to this report tomorrow and subsequently, in fulfillment of my promise made this morning, sent the shahbandar to His Bonian Majesty, in order to make clearly known to him what had been discussed between me and his emissary yesterday: that my intention had by no means extended to just sending the king of Goa away, but, when the Macassars came to invite him again, not only to let him follow, but also to persuade him himself to return to Goa with his grandees of the realm; but since the matter had meanwhile changed in appearance, and had turned from bad to worse through the king's persistent refusal shown anew yesterday, instead of His Majesty, as I had reasonably flattered myself, having reflected upon my admonitions and persuaded the young prince to return with the Macassars. I therefore finally had His Highness asked positively. Whether, assuming that the Macassars might be brought for the last time to fetch their king, I could be assured that he would then resolve to go along, and if so, that I would then venture once more to see if they could be moved to do so for one more time, and in any case what means His Highness presently knew how to practice that would be useful for this purpose. His Highness thereupon testified to Voll that he could conceive of no better means in this crisis than my proposal just mentioned, with which, however doubtful and uncertain it might otherwise be considered in itself, he fully agreed with me, as the last sheet anchor in the storm of these threatening unrests; having thereupon called before him the young king, who was still with His Highness, in the presence of Voll, and asked him whether he would resolve to go along if the Macassars could be moved once more to come fetch him, and the latter having answered this in the affirmative, His Highness had further said to Voll: behold, you hear it from his own mouth, but he has promised it to me before as well, without keeping to it. After this, some more words were exchanged between them, and among other things His Highness recommended the youth to remain steadfast in this declaration of his, Voll had risen to take his leave and depart, when His Highness further requested and charged him to thank me on his behalf for the diligence and trouble expended in this matter, with the further assurance that he conformed to it in all respects and
Dutch transcription
ik nog maar een kind ben, en al schoon ik ook volwassen ware, zoude ik egter geen koning meer willen zijn, gaat heen. Dingsdag den 7„e Zond den koning van Bonij mij den Djema Iongang toe, die op den boodschap van gisteren aan den Tolk gegeven tot antw bragt, dat zijn Meester gezegd had, den koning van Goa na derwaarts te willen zenden, en thans aan mij vragen liet, ingeval de Maccassaren hunnen vorst niet meer wilde aanneemen, of hij denzelven dan wel onder zijne bescherming zoude mogen „nemen, en bij zig een verblijf vergunnen, na vroegere voor„ „beelden, gelijk onder anderen, dat van Matinroa Sambopoe, die ook als koning van Goa door de Maccassaren gede„ „troneerd zijnde zijn toevlugt onder de protectie der Boniers genomen had. Ik liet zijn Hoogh: hier op berigten, dat kk uit dit antw: het geen gants niet ter zake diende sustineeren moest, dat den Tolk zig van zijnen last gisteren zeer qualijk moest hebben gequeten, en mijne woorden verkeert overgebragt, dog dat ingeval zijn Hoogh: zig wilde verleedigen mijn gesprek van gisteren middag met zijnen zendeling gehouden, tot wegneming van alle misver„ „stand aan te hooren, ik ten dien einde den sabandhaar voll dezen nademiddag tot hem zoude zenden. Een afgevaardigde der Maccassaren op dit ogen blik dat ik den Djema Tongang weder depecheeren wilde, g'arriveerd en bij mij aangediend zijnde, gelaste ik geenen nog wat te vertoeven, op dat hij oor getuige zoude kunnen zijn van het berigt dat kk stond te ontfangen, om het zelve zijnen vorst mede te kunnen verhaalen, daar op verscheen galarrang Tjamba die uit naam van den Gousen Rijksb: wij aankondigde. Hoe 59 Hoe ingevolge de persuasive vermaningen en Instantien door mij gedaan, de Maccassaarse HofEdelen, zig tot hunnen uitgeweeken koning ten huize van Caraeng Barombong alhier in de Campong der Boegineezen hadden begeven, en hem andermaal verzogt, haren koning te willen blijven, en met haar weder mede na Goa keeren, dog dat daar op in substantie zodanig als bij den 6„e hujus staat aangetekend, aan hen tot antw: was gegeven, dus zij met schande en versmading, gelijk meermalen voor hem weder hadden moeten te rug keeren, overzulx hij Rijksb: en gezamentl: Maccassaarse Hofgrooten, als nu ten einde het bot, ver„ „zogten niet verder hier inne belast of gevergt te mogen werden, te meer zij van hunne zijde nu vier vouwdig en telkens even vrugteloos betragt hadden, het geen ze: maar eenmaal na hare Landswetten verpligt waren in zoda „nig omstandigheid aan haren koning te bewijzen, behalven, dat zij denzelven in't geheel niet vermogten te persucadeeren. Ik liet den Rijksb: weten hem morgen op dit naregt mijn antw: te zullen toezenden en zond vervolgens, in voldoening aan mijn toezegging heden morgen gedaan den Siabandhaar na zijn Bonijse Majesteit, om denzelven duidelijk te kennen te geven, het geen tusschen mij en zijnen zendeling gisteren gesproken was, dat mijn Intentie gants niet daar keenen streckende was geweest om den koning van Goa zoo, maar weg te zenden, maar om denzelven, wanneer de Maccassaren quamen om hem weder te Inviteeren, niet alleen te laten volgen, maar ook zelve te persuadeeren met zijne Rijksgr: na Goa terug te keeren: dan vermits de zaak In„ „tusschen als nu van gedaante verandert, en door 's konings aan„ „houdende weigering op gisteren de novo betoont, van quaad tot erger was verkeert, instede ik mij met reden geplatteert had zijne Majest: op 9 op mijne gedane vermaningen reflexie geslagen, en den Jongen vorst zoude gepersuadeert hebben met de Maccassaren terug te keeren. Ik dierhalven eindelijk aan zijn Hoogh: positiv liet vragen. Of verondersteld, dat de Maccasjaren voor het laatste nog eens daar toe te brengen mogte wezen hunnen koning te afhalen, ik verzekert zoude kunnen zijn dat hij als dan resolveeren zoude mede te gaan, zoo Ja, dat ik dan nog eens wilde onderstaan, of ze daar toe nog voor eene rheise te bewegen waren, en in allen gevalle wat middel zijn Hoogh„d tegenwoordig hier toe dienstig te practiseeren wist. zijn Hoogh: hier op aan voll betuigd, geen beter middel in dezen Crisis te kunnen uitdenken dan mijn voorstel zo even gem:, waar mede hoe twijffelagtig en onzeeker ook anders op zig zelven beschouwd, hij met mij volkomen over een stemde, als het laatste plegt anker in den storm dezer drijgende onlusten, hebbende daar op den Jongen Koning, die zig nog bij zijn Hoogheid bevond, in tegenswoordigheid van voll voor zig geroepen, en den„ „zelven gevraagd of hij resolveeren zoude mede te gaan, indien de Maccassaren nog eens te bewegen waren om hem te komen afhalen, deze zulx met Ja beantw: hebbende, had zijn Hoogh: verder tegens voll gezegd, zie daar gij hoort het uit zijn eigen mond, maar hij heeft het mij bevoorens ook al beloofd, zonder het na te komen. Hier na tusschen hen nog eenige woorden gewisseld en onder anderen door zijn Hoogh: aan den Jongeling gerecommandeert zijnde, bij deze zijne verklaring te blijven volharden was voll opgeresen, om zijn afscheid genomen hebbende heenen te gaan, wanneer zijn Hoogh„d hem nog verzogt en gelast had mij van zijnentwegen te bedanken voor de vlijt en bemoeijenisse in die zaak te koste geleid, onder nadere be„ „tuiging, zig in allen opzigten daar mede te conformeeren en 2
English
and also to be able to devise any further expedient, beyond that which had now most recently been proposed by me, for the remedy of these estrangements, and that he therefore, if such should be found fruitless, as well as I, must supercede therein. Requesting in conclusion to be pleased to suspend the mission for this purpose to Goa until the coming Saturday, since their Puasa would by then have expired. Upon this, I sent the chief interpreter back to the king in all haste, requesting that he, tomorrow morning, far from employing any further delay concerning a matter upon whose slowness or speed the entire fruitful outcome of so many deliberations and cares depended, would be pleased to send to me the Jema Tongang, whom I then, with Brugman, as quickly as possible and without leaving the Macassars much time to come to a decision, wished to dispatch directly to Goa, in order to make known to them the king's promise and declaration, and by further urgings and earnest exhortations to move and persuade them as much as possible to go and request and fetch their king this one and last time. Which the king, with counter-greetings, had fully approved. Sending, according to our agreement, on Wednesday the 8th early in the morning, his servant the Jema Tongang, whom I thereupon immediately dispatched with Brugman to Goa, with orders to inform the Chancellor and other Macassar court nobles how I, yesterday evening, had sent the shahbandar Voll to the King of Boni to definitively ask His Highness: Whether Goa's king then remained entirely persistent in completely separating himself from his realm and subjects, or else, Whether he, if the Macassars could once more be moved by me to come and request and fetch him, would now finally resolve to do so. That the Boni monarch thereupon, in the presence of the shahbandar Voll, had put and asked this of Goa's king, who thereupon had declared that in that case he was now ready to do so. That I now, for this purpose, sent to them my first interpreter, accompanied by the Boni monarch's Jema Tongang, to request them that the collective nobles of the realm should come down yet this time and bring home their king, of whom they could now be assured that he would not again turn them away as before; Brugman being especially ordered to urge this request as emphatically as ever possible. Nevertheless, this mission was found fruitless, for upon their return it was reported to me that the Chancellor, having understood the message, had requested them both to be pleased to wait until he should have gathered the grandees of the realm together, who also very quickly assembled; and that the Chancellor had subsequently requested the envoys to be pleased to repeat once more before the assembly the charge with which they had been addressed to him; which Brugman and his companion the Jema Tongang having performed, the Chancellor had earnestly admonished his people, without paying any regard to his person, to act herein according to their pleasure, declaring that he would concur with everything that they should come to resolve in this matter. After a period of deliberation, without the Chancellor having spoken anything further in the meantime, the First Tumilalang made known in the name of them all: That they collectively acknowledged me and the King of Boni to be far too reasonable to demand of them completely to trample underfoot, as it were, their country's laws, and thus to make themselves fully perjured against their oath and duty, since the same expressly commanded that their king might in no respect be persuaded to anything toward which he had declared, even only once, to be disinclined; and that, moreover, through so many repeated humiliating rejections as had now happened to them four separate times by their king—surely at the evil instigations of another—they had been compelled, as they had also already resolved, to trouble him no more. Here it was that the Chancellor first made himself heard, saying in particular to the Jema Tongang: Among our kings, four have already been deposed, namely Matinroa ri Sambopo, Karaeng Bisei, Tomenanga ri Gankana, and Batara Goa, of whom the first three were dethroned and the last one fled; but, O Jema Tongang, with none of all those has so much accommodation been exercised as with this last one, and that solely for the pleasure and upon the urgent instances of the Honorable Company, toward whom I shall always bear as much respect as possible. Continuing further on this subject to say: Had the king, when the Tumilalang along with the grandees of the realm went to him at Ujung Tanah for the last time, only said that before being able to declare himself he would have to take the advice and counsel of his foster father, the King of Boni, then matters would not yet have taken such a turn to his disadvantage, but might very easily still have been arranged in the best manner. Continuing
Dutch transcription
61 en ook verder Expedient buiten het geene nu nog laatstelijk door mij was voorgeslagen, te kunnen bezinnen, tot redie dezer ver„ „wijderingen, en hij dus, indien zulx vrugteloos mogte bevonden werden, zo wel als ik daar bij moest supercedeeren. Verzoekende tot slot om de bezending ten dezen einde na Goa tot aanstaande saturdag te willen surcheeren, ver „mits als dan hunne Poeasa g'Expireerd zoude zijn. Ik zond hier op in allerijl den oppertolk weder na den koning, met verzoek, dat hij mij morgen vroeg, verre van nog eenigen uitstel te gebruiken omtrend een zaak aan welkers traagheid ofte spoed, het gants vrugt gevolg van zo veel raadslagen en zorgen afhong, den Djema Tongang wilde toezenden, dien ik dan met Brugman zo ras mogelijk, en zonder de Maccassaren veel tijd over te laten, om tot een besluit te komen direct na Goa wilde afvaardigen, ten einde hem 's konings toezegging en verklaring bekend te maken, en door nadere Instantien en Ernstige adhortatien zo veel mogen„ „lijk te bewegen en te overreden, haren koning deze eenige en laatste reise nog maar te gaan verzoeken en afhaalen. het geen den koning onder Contra groete volkomen g'ap„ „probeerd had. zendende volgens onze afspraak woensdag den 8„e des morgens vroeg zijnen Dienaar den Djema Tongang dien Ik daar op met Brugman direct na Goa depecheerde, met last Den Rijksb: en verdere Maccassaarse HofEdelen te verwittigen, hoe ik gister avond den sabandhaar voll na den Koning van Bonij had gezonden, om zijn Hoogh„d diffinitief af te vragen. Of Goas koning dan ten Eenemalen persisteren bleef zig van zijn Rijk en onderdaanen volstrekt aftezonderen, dan wel Of hij, indien de Maccassaren nogmaals door mij te bewegen waren, om hem te komen verzoeken en afhalen, nu eindelijk daar toe resolveeren zoude. Dat den Bonisen vorst daar op in presentie van den sabandhaar voll Gods koning zulx had voorgehouden, en afgevraagd, die daar op had betuigd in dat cas als nu daar toe gereed te wezen. Dat ik nu ten dezen einde tot haar zond mijnen Eersten Tolk verzeld van Bonijs vorst zijnen Djema Tongang, om haar te verzoeken dat de gezamentlijke Rijks Edelen nog ditmaal afkwamen en haren koning diense als nu verze„ „kert konden zijn, dat hen niet weder gelijk voor heen zouden afwijzen binnen haalden, Brugman inzonderheid gelast zijnde, dit verzoek zo nadrukkelijk als immers mogelijk aan te binden: niet te min wierd deze bezending vrugteloos bevonden, want mij bij hun retour berigt wierd dat den Rijksb: den boodschap verstaan hebbende, hen beiden verzogt hadde zoo lange te willen vertoeven, tot hij de Rijksgroten zoude hebben doven bij een vergaderen, die ook al ras te zamen gekomen en den Rijksb: vervolgens de afgezondene verzogt hadde, andermaal voor de vergadering te willen herhaalen den last waar mede zij aan hem g'addresseert waren geweest, het geen Brugman en zijn medgezel der Djema Tongang verrigt hebbende, had den Rijksb: de zijne wel ernstig ver„ „maand zonder eenig inzigt op zijn Perzoon te slaan, hier in na haar wel gevallen te handelen, verklaarende zig te zullen voegen bij alle het geene zij in dezen zoude komen te besluiten; na een wijl tijds beraad, zonder dat den Rijksl: verder iets daar tusschen beiden in gesproken had, ƒ gaf 63 gaf den Eersten Tomilalang uit hunner aller naam te ken„ „nen. Dat zijl: gezamentlijk mij en den koning van Bonij al te redelijk erkenden, om hem te vergen hare Landswetten dan ten Eenemaal als het waare te vertreeden, en zig velbe dus aan haren Eed en pligt mijnEedig te maken, daar de„ „zelve uitdruckelijk beveelden, haaren koning in geenen op„ „zigten te mogen persuadeeren, tot iets waar toe hij maar slegts eenmaal betuigd, ongenegen te wezen, en dat zij boven dien door zoo veele herhaalde smadelijke afwijzingen als haar nu vier onderscheide rijzen door haren koning /:zekerlijk op de boze Instigatien van eenen anderen:/ waren wedervaaren, genoodzaakt geworden waren, gelijk zij ook reeds beslooten hadden, hem niet meer te zullen lastig vallen. Hier was het dat den Rijksb: zig eerst liet hooren zeggende in't bij„ „zonder tot den Djema Tongang onder onzen koningen zijn er nu reeds vier afgezet, als daar zijn Matinroa ri Sambopoe, Caraeng Biseij, Tomenanga rigankana en Batara Goa, waar van de Eerste drie gedetroneerd, en den laatsten gevlugt is, dog ô' Tjema Tongang met geene van die allen, is zo veel Inschikkelijkheid gebruikt als met dezen laatste, en dat alleen ter believing en op de dringende Instantien van d' E: Comp„e die ik altoos zo veel mij mogelijk Eerbied toedragen zal. Vervolgende op dit onderwerp nog te leggen had den koning toen den Tomilalang nevens de Rijksgr: de laastemaal tot hem op Oedjongtana zijn gegaan, nog slegts gezegt; voor en al eer zig te konnen declareeren, het advijs en den Raad van zijn pleeg vader den koning van Bonij te zullen moeten innemen, dan zoo zoude de zaken dusdanigen keer ten zijnen nadeele nog niet genomen maar veel ligt nog in de beste ploij geschikt hebben kunnen werden. voortvarende
English
I do not doubt in the least that now, having joined Bonij, he will possibly promise everything that is presented to him, but I am nonetheless certain that immediately upon being restored to the realm, he would once again be incited by old people to follow his old course, and thus throw the entire court into discord, if not apparently set the entire realm on fire, by opposing the decisions of the Company, which we ought to respect as always caring for our welfare; for it is true that his natural inclination by no means tends inherently toward brewing these disturbances, were he not led thereto by another hand, and this is an evil that can by no means be prevented or overcome. The Tomilalang thereupon continued that he and the entire court were obliged to persist in their decision, forwardly mentioned, asking the Lord Governor for forgiveness in this matter, offering his and the realm's high-ranking dignitaries' manifold greetings, also to the Prince of Bonij. The Djema Tongang of Bonij was ordered to report the proceedings to his king, and to tell the prince on my behalf that, although I am now entirely exhausted of further remedies for redress in this matter, I would nonetheless gladly embrace such measures as His Highness might still be able to devise, and that in that case he need only communicate them, provided they were founded upon fair maxims customary to the land. Monday the 13th. The matters demanded of the Djema Tongang on the 8th of this month were further presented to the King of Bonij by the Shahbandar Voll, continuously proceeding, since I had received no answer thereto from that day until the present. Voll reported to me upon his return that His Highness had declared in like manner that he could devise nothing further for the restoration of the interests of Goa's king, unless some hope might yet remain if, as he suggested to me, I were to invite the 9 votes or electors of Goa to me, alongside the Queen of Tello, in order to sound them out regarding the intrinsic nature and spirit of their laws as they might read in this case, to see whether, in repeatedly appealing to them, they really stand so firm in their shoes that one could not admit one or another interpretation thereof, and, once brought to that sentiment, then to attempt to make the same prevail. I was not obscure about the king's meaning regarding this, letting him know in the evening through the chief interpreter that I once again conformed to this proposal, although harboring a certain conviction that I would thereby suffer a refusal from the Macassars, yet to oblige His Highness, I would send the chief interpreter early tomorrow morning for that purpose to Goa and Tello, in proof that I am incessantly, as far as is at all possible, prepared to contribute everything that His Highness judged to be of any use for his grandson; that I would therefore expect the Djema Tongang at my quarters early tomorrow morning, in order to set out on the road thither jointly with Brugman. Which was mutually agreed upon in this manner, and Tuesday the 14th was put into effect this morning, as soon as the Djema Tongang had arrived. The latter had beforehand stated on behalf of the King, among other things, that His Highness had found the proposal presently on the table—to summon the 9 electors of Goa and the Queen of Tello—to agree perfectly with the contents of Article 25 in the Bungaya Contract, about which I did not express myself this time owing to the shortness of time. The emissaries having returned, it first became fully apparent how well-founded my doubt regarding the success of this last measure had been. The Chancellor had scarcely understood the reason for their coming when he very earnestly excused himself regarding the dispatch of the 9 electors, because by doing so he would rightfully be considered by all the high dignitaries of the realm as an infringer of their country's laws, and he therefore had me requested not to demand this of him, but to permit him and the high dignitaries of the realm to continue to enjoy their prerogatives granted to them by Lord Speelman of blessed memory; that he nevertheless, in fulfillment of his and the Macassars' duty, would provide the required communication to the principal ally of the time, as soon as their decision regarding the upcoming election of a new King had been reached. Thereupon Caraing Palemba, one of the electors, continued by saying that they had already conferred together on that subject and that tomorrow the result thereof was to be made public, and The Queen of Tello particularly gave to understand that in case the repeatedly mentioned high dignitaries of the realm resolved to appear before me upon this summons, she would also join them, but otherwise she could not venture to do so, for
Dutch transcription
Ik twijffel geenzints of thans nu hij bij Bonij zig vervoegd heeft, zal hij mogelijk alles belooven wat hem voorgehouden zal werden, maar ik ben niet te min verzekert, dat al aanstonds zo dra hij in het Rijk weder hersteld zoude wezen, op nieuw door oude lieden zoude werden opgehitst, om zijn ouden Cours te gaan, en dus het geheele hof in onEenigheid zo niet appa„ „rent het gantsche Rijk in vuur en vlam stellen, door zig te kanten tegens de besluiten van dE Comp„e dien we be„ „hooren te respecteeren; als altoos ons welwezen behertigen„ „de, want wel is waar, zijne natuurlijke Inclinatie is geenzints uit haren aard daar heenen helbende om deze onlusten, te brouwen, wierde hij niet door een andere hand daar toe geleid, en dit is een quaad dat geheel niet te ver„ „hoeden ofte boven te komen is. Den Tomilalang vervolgde daar op dat hij en 't gantse hof gehouden waren te persisteeren bij haar besluit, voorwaarts verm: verzoekende den Heer Gouverneur hier omtrend vergiffe„ „nis onder hare en des Rijksb: veelvuldige groete ook aan Bonijse Vorst. Den Djema Iongang van Bonij wierd gelast zijnen koning van het gepasseerde verslag te doen, en den vorst mijnentwegen te zeggen dat ik nu geheel uitgeput van ver„ „dere hulpmiddelen tot redres in deze zaak nogtans gaarne zoude amplecteeren de zodanige welke bij zijne Hoogh: nog mogten zijn te bezinnen, en dat hij in dat cas maar geliefde communicatie te geven, mits dezelve gefundeert waren, op billijke en 'slands gebruikelijke maximes. Maandag den 13„e Door den Sabandhaar Voll bonijs Koning nader het gedemandeerde aan den Djema Tongang op den 8„e dezer voortvarende laten 65 laten voorhouden, aangezien ik zedert dien dag tot heden geen antw: daar op bekomen hadde. Voll berigte mij bij zijn retour dat zijn Hoogh: op gelijke wijse verklaard had, niets meer te kunnen uitvinden, tot herstel der Belangen van Goas koning ten ware er nog eenige hoop toe overig mogte wezen, indien gelijk hij mij voorstellen liet, ik de 9 stemmen of kiesheeren van Goa bij mij verzoeken liet nevens de koninginne van Tello om hen nopens den Innerlijken aard en klein harer wetten, zo als die in cas subject luiden mogten eens te ondertasten, of zij met tel„ „kens haar daar op te beroepen, wel zoo vast in hunne schoenen staan, dat men niet de eene ofte andere uit„ „legging daar omtrend zoude kunnen admitteeren en zij in dat gevoelen gebragt zijnde, als dan te tenteeren het zelve te doen doorgaan. Ik begreep niet duister de meening des konings hier omtrend, latende hem des avonds door den oppertolk te kennen geven dat ik mij alweder conformeerde, met dit voorstel alhoewel in een zeeker denkbeeld hier mede refus bij de Maccasjaren te zullen ondergaan, egter ten gevallen van zijn Hoogh: morgen vroeg den oppertolk ten dien einde na Goa en Tello te zullen zenden ten blijke dat ik on ophoude„ „lijk, zoo veel maar immers mogelijk bereid ben alles te contribueeren wat zijn Hoogh: maar van eenig nut voor zijnen kleine zoon oordeelde; Dat ik overzulx den Djema Tongang morgen vroeg bij mij zoude verwagten, om met Brugman gesamenderhand op weg na der„ „waarts te gaan. het geen in dezer voegen wederzijds bepaald, en Dingsdag den 14„e heden morgen in't werk gesteld wierd, zo dra den Djema Tongang g'arriveerd was, deze had alvoorens uit naam van den Koning onder anderen te zeggen, dat het voorstel thans thans op het tapijt, om de 9 kiesheeren van Goa en de konin„ „ginne van Tello te ontbieden, zijn Hoogh: bevonden had met den Inhoud van Art: 25 in 't Boengaijse Contract vol„ „komen over een te stemmen, waar over mij ditmaal niet uitliet om de kortheid der tijds. De afgezondene terug gekeert zijnde bleik het eerst volkomen, hoe gegrond mijn twijffel over het succes van dit laatste middel geweest was. Den Rijkst: had nauwlijks de reden van hunne komst ver„ „staan, of hij had zig zeer ernstig verschoont, wegens het afzenden der 9. kiesheeren, dewijl hij dit doende van alle de Rijksgr: met regt voor een voorbreeker hunner Landswet„ „ten zoude gehouden werden, en mij overzulx verzoeken liet dit niet van hem te willen vergen, maar hem en de Rijksgr: vergunnen te blijven Jouisseeren van hunne prae„ „rogativen door den Heere Speelman Ch: L: g: ( aan haar vergunt, dat hij niet te min in voldoening aan zijnen en der Maccassaren verschuldigheid, den Eersten Bondgenoot in der tijd de verlischte Communicatie zoude doen gewor„ „den, zo dian hun besluit over de aanstaande verkiezing van eenen nieuwen Koning zoude zijn gevallen. Hier op had Caraing Palemba een der kiesheeren vervolgd te zeggen, dat zij te zamen over dat sujct alreede gebesoigneert hadden en dat morgen het resultat van dien rugtbaar stond te werden gemaakt, en De koninginne van Tello, had in 't bijzonder te kennen gegeven, dat bij aldien de meergemelde Rijksgr: resolveerden, om bij mij op dit ontbod te verschijnen zij zig mede daar bij voegen zoude, dog anders daar toe niet te mogen be Staan Want
English
67 After this report, being ready to send the chief interpreter along with the Djema Tongang back to the king of Bonij, in order that they could report on their experiences, the latter reminded me to provide an answer to his master regarding the actual meaning according to my understanding of the 25th Article of the Boengaijse Contract. Whereupon His Highness was given elucidation through this court servant of his concerning my opinion, namely: that the cited Article was in no respect applicable to the present case of the Maccassars, since in that passage mention is made of Kings and Allies among each other, but not of a king with his subjects, and therefore it must be understood from this. When two Allies fall into disagreement together, they must then address the Honourable Company as a mediator, but not when subjects are in disagreement with their monarch, regarding which everyone's local laws and charters speak separately, and each of the Allies as well as Bonij, without interference from anyone in the world, have the faculty within themselves to decide the same accordingly, just as they all also have a free election, except only Tello, which in that case directly depends solely on the Honourable Company, notwithstanding that the approval of all of them in such a case nevertheless depends on the Honourable Company; and that even assuming one presently wished to apply that Article according to His Highness's interpretation, such would entirely serve to the disadvantage rather than to the advantage of His Highness's grandson, since he had then gone directly against the same by abandoning his Realm and retreating to the Negorijen Manoeroekie and Barombong, instead of presenting his grievances to the Honourable Company. Subsequently, having also instructed the chief interpreter to ask His Highness whether, now that this latest effort, as I had well foreseen, was accomplished in vain and everything had gone awry, he could now still think of anything, and if so, to let me know then. Brugman having returned and properly performed his charge, reported to me: That the King could just as little devise anything more for redress, but in all respects had now made known his inability to do so, and at the same time had inquired of us whether he might then question the envoys of the Maccassars, whom he expected to see appear before him in the coming days following this evolution of their state affairs, according to their local laws, and whether I would please send the chief interpreter to them at that time, to be an eyewitness and earwitness thereof; having furthermore advanced that he did not deem it inadvisable if I were to invite the queen of Tello once more separately to come to me for an answer, whereupon he sent the Djema Tongang back to me again with Brugman. To this I had His Highness answered that I would gladly see him inform himself with the Maccassars according to their laws, but that I could not so easily consent to, nor did I foresee any fruit from, a further summons of Tello's queen, as the matter had already progressed far too far, as His Highness would surely have understood today from the chief interpreter and the Djema Tongang from the words of Caraeng Palemba, one of the 9 Maccassar Electors; that I nevertheless deferred it to the king, if he considered it of any value, to let the queen of Tello come to His Highness himself, but as for me, that I did not wish to risk another refusal for the Honourable Company from a lesser Ally, and that His Highness, according to the measure of his interest in this change of affairs, must be fully convinced of all the efforts and diligence applied principally in this matter for his sake, if he only comes to consider 69 consider how I thus far have done everything, indeed more than I am obliged to do, for the reconciliation of the Maccassars with their monarch, and for the sake of the country's peace and tranquility, largely out of consideration for a grandson of His Highness and for the sake of his youth. Yet that it had been His Highness's task to take care that his grandson, at the time the Maccassars came down the last time to request him again, had gone along willingly, and had not remained stubborn, the more so because he was present with His Highness at that time and thus, to some extent, had been under his authority. And for the rest, that it was all the same to the Honourable Company whom the Maccassars have as their king, provided he only swears to the Contracts and fulfills them sacredly, whereupon it follows naturally that he will be a friend of the Honourable Company and Bonij, and as such will also be esteemed and accepted as an Ally. Thursday the 16th. In the early morning, I was informed on behalf of the Queen of Tello how she had learned that yesterday afternoon the Realm's Insignia or the soedang had already been handed over by the council of state, the collective Bate Salapang of Goa, to the Regent, as proof that they had elected him as their king. I had Her Honour thanked for this report. Thereupon, having first requested access, the collective grandees of the Realm of Goa appeared before me for a solemn communication: That, since they had seen themselves abandoned by their former king, who, directly against their local laws, had remained obstinate upon their repeated entreaties to proceed back with them to Goa, without them having in any respects curtailed him, done him wrong, or shown any disobedience insofar as they were obligated to him, they were therefore brought to the utmost extremity; out of consideration of the consequences of an absence of government, to the election
Dutch transcription
67 Na dit berigt, gereed zijnde om den oppertolk nevens den Dje„ „ma Tongang na den koning van Bonij terug te zenden, ten einde zij van hun wedervaaren verslag konde doen, herinnerde den laatsten mij om een antwoord aan zijn Meester, nopens den eigentlijken zin na mijne bevatting van het 25 Articul van 't Boe=ngaijse Contract te willen opgeven. Waar op zijn Hoogh: door dezen zijnen hof dienaar blu„ „lidatie gaf van mijn gevoelen, namentl: dat het aangehaald Articul in geenen opzigten tot het tegenswoordige geval der Maccassaren te appliceeren was, aangezien 'er op die plaats van Koningen en Bondgenoten onder elkanderen maar niet van een koning met zijn onderdanen gesproken werd, en dus daar uit verstaan moet werden. Wanneer twee Bondgenoten te zamen in meenigheid geraakte, om dan bij dE Comp„e als bemiddelaar haar te moeten addresseeren dog niet wanneer onderdanen in menig„ „heid niet hunnen vorst zijn, waar omtrend een ijgelijk zijne Lands„ „wetten en handvesten afzonderlijk spreken, en een ijder der Bondgenoten zo wel als Bonij, buiten bemoeijenis van iemand ter wereld de faculteit aan haar hebben, dezelve daar na te beslissen, gelijk zij alle ook een vrije verkiezing hebben, uitgezondert alleen Tello, die in dat cas direct alleen van dE Comp„e dependeert, niet tegenstaande de approbatie van haar allen in zodanig geval nogthans van dE. Comp„e afhangt en dat schoon genomen men dat Artic: na zijn Hoog h=ds Interpretatie thans wilde appliceeren zulx allezints ten na„ „deele veel een als ten voordeele van zijn Hoog h=ds klein zoon zoude komen te strecken, dewijl hij dan direct tegens het zelve was aangegaan, met zijn Rijk te abandonneeren, en zig na de Negorijen Manoeroekie en Barombong te retireeren, insteede van zijne beswaarnissen bij dE Comp„e op te geven Vervolgens den oppertolk almede gelast hebbende zijn Hoogheid te vragen of daar ook deze laatste bemoeijenis, gelijk ik wel voor„ „zien had nu te vergeefs bewerkstelligt, en alles in 't riet gelopen was was, hij nu nog iets wiste uit te denken, zo Ja, mij zulks als dan te laten weten. Brugman terug gekeert, en zijnen last behoorlijk hebbende afgelegt, rapporteerde mij. Dat den Koning even zo min iets meer tot redres verzinnen, maar in allen opzigten als nu zijn onvermogen daar toe te kennen gegeven en te gelijk aan wij had laten vragen, of hij de afgezondenen der Maccassaren die hij na deze Evolutie hunner staats zaken eerst daags bij zig verwagtende was te zullen zien verscheinen; wel als dan na hunne Landswetten zouden mogen ondervragen, en of ik hun tegens dien tijd den oppertolk geliefde toe te zenden, om daar van oog en oor getuige te kunnen wezen, wijders nog g'avanceert hebbende, niet ongeraden te agten, zoo bij aldien ik de koninginne van Tello nog eens afzonderlijk bij mij verzoeken liet, om antw:, waar op hij den Djema Tongang weder met Brugman tot mij terug zond. Ikliet zijn Hoog h„d hier op antw: gaarne te zullen zien, dat hij zig bij de Maccassaren na hunne wetten Informeer„ „de, dog dat ik zo ligt niet konde toestemmen, of ook eenige vrugt voorzag uit een nader ontbod van Tellos Koningin„ „ne, alzo de zaak dog reeds al te verre was gevordert, gelijk: zijn Hoogh: van den oppertolk en den Djema Tongang heden wel zoude verstaan hebben, uit het zeggen van caraeng Palemba eene der 9 Maccassaarse Kiesheeren, Dat ik het nogtans aan den koning defereerde, om wanneer hij zulx van eenig niet agte, de koninginne van Tello dan bij zijn Hoogh„d zelve te laten komen, maar wat mij aanging, dat ik andermaal geen refuus voor d'E: komp„e wilde hasardeeren, van een minder Bondgenoot, en dat zijn Hoogh„d na maze zijn belang in deze verwisse„ „ling van zaken ten vollen overtuigd zal moeten wezen, van alle de bemoeijenissen en vlijt, ten zijnen gevalle principaal hier in aangewend, wanneer hij slegts te overwegen 69 overwegen komt, hoe ik dus verre tot de verbeniging der Marcasjaaren met hunner vorst, en ter behertiging van 's lands rust en vrede alles Ja meer dan ik gehouden ben, gedaan hebbe, veel uit Consideratie voor eenen klein zoon van zijn Hoogh: en ter wille zijner Jongheid. Dog dat het van zijn Hoogh: taak geweest was, zorge te dragen, dat zijn klein zoon ter tijd de Maccassaren de laatste rhijse zijn af„ „gekomen, om denzelven weder te verzoeken, hij gewillig was mede gegaan, maar niet hardneckig gebleven ware te meer hij toen„ „maals bij zijn Hoogh: tegenswoordig en dus eeniger maten, als onder zijn gesag was geweest. En voor het overige dat het dE: Maatschappij om zeven was, wien de Maccassaren tot hunnen koning hebben, mits hij slegt de Contracten besweerd, en heiliglijk daar aan voldoed, wanneer het van zig zelven volgt, dat hij een vriend van dE Comp„e en Bonij, en zodanig ook als een Bondgenoot g'agt en aange„ „nomen werd. Donderdag den 16„e In den vroegen morgen wierd mij van wegens de Koninginne van Tello gecommuniceert hoe zij vernomen had, dat gisteren na de middag de Rijks Insigniae of den soedang bereeds door den staats raad, de gezamentlijke Bate Salapang van Goa, aan den Rijksb: waren overgegeven, ten bewijze dat zij dezen tot hunnen koning hadden verkoren, Ik liet Haar Hoog Ed: voor dit narigt bedanken. Hier op verscheenen na alvoorens acces te hebben laten verzoe„ „ken, de gesamentlijke Rijksgroten van Goa bij mij ter plegtige Communicatie. Dat vermits zij zig verlaten hadden gezien van hunnen voorigen koning die regt streeks tegens hunne Landswetten aan, op hunne herhaalde Instantien weigerig gebleven was, zig weder met hun na Goa te begeven, zonder dat zij hem in eenige opzigten hadden verkort, misdaan of eenige ongehoorsaamheid in zo verre zij die aan hem verpligt ware hadden bewezen, zij dierhalven tot het uitterste gebragt; uit overweging der gevolgen van Regeering loosheid, tot de verkiesing
English
had been compelled to the election of a new king, and to that end had cast their eye upon their Chancellor Caraeng Tamaso-ngo, trusting that the Company would agree to this election, as having fallen upon one from whom they had reason to expect that he would endeavor to distinguish himself no less than the King of Bonij by an irreproachable observance of the Treaty of Bongaja, and therefore favorably approve this elevation of his, as well as give it effect, as they came humbly to request. I asked him whether all their electors had now also come down, and none were lacking from the number; they answered: Yes, except only Caraeng Bonto Manaij and Galarrang Samata, the latter sent to the Court of Bonij for the communication of their decision, while the former had been prevented by illness from coming down as well. Thereupon I put these three points to them very emphatically, ordering them to answer me truthfully thereon, namely: Whether they, with regard to their departed king, had acted according to the tenor of their country's laws, and in conscience had not the slightest reproach to make against themselves of having given him any offense in one thing or another. Whereupon they answered fully in the affirmative, repeating that they had not done him the slightest wrong. 2nd. Whether their country's laws, without being able to tolerate any mitigation, absolutely dictate in a case like the present that the departed King must or may no longer be accepted. Whereupon they all unanimously answered: no, absolutely not; and on that account they had also had to proceed to a new election. And 3rd. Whether in this election nothing was omitted or neglected of what their country's laws required with all rigor in a case like the present, and especially whether they had all been unanimous herein. Having answered this also in the affirmative, I finally dispatched them, giving them to understand that I had provisionally accepted the subject of their mission of today for communication. Saturday the 18th. Having learned that the queen of Tello was preparing to pay a visit of condolence on his demotion to the dethroned king of Goa according to the custom of the country, I had her reminded through the chief interpreter, who was accompanied by his substitute Blij, not to say or undertake anything during that visit that could cause any offense or estrangement between her and the Goan court; she thanked me for that faithful counsel with return greetings, and at the same time gave to understand that she had never had any such intention, but was rather resolved to exert herself more and more to continue in a good understanding with the Macassar Court. Thursday the 23rd. The King of Bonij having been informed by Arou Palacca a few days after the dethroning of his grandson how they had honored the latter with the dignity and title of Madanrang Palacca in compensation for the loss of his crown, His Highness had at the same time also bestowed upon this Prince the title of honor of Arou Mampoe Riawa, and ordered that in the future he should no longer be distinguished as King of Goa, but by one of these titles, as this was also recorded in the State Archives; on that occasion there was also present a certain Tosarasa, the King's brother's son, who at the same time had been an eyewitness and earwitness on that occasion to a conference then held there, and who came to report on it to me in person today, relating: That His Bonian Highness on this subject had at the same time asked Arou Tha what he thought of that change of state among the Macassars, and whether it could at any time have disadvantageous consequences for them; the answer had been: Yes, according to the saying of my King, without further explaining whom he meant thereby. His Highness had thereupon also put this same question to this Tosarasa, who had answered, as he related to me: Not to be of the opinion that the demotion of Goa's king could lead to any precarious aftermath for the Macassars, and that especially considering the whole course of this matter; at the same time giving His Highness to understand how Caraeng Sanrabonij, who previously with Caraeng Barombong, though especially the former, had seemed somewhat partisan in this regard, had soon taken off the mask and entirely withdrawn himself from that matter as soon as they had been informed of the decision of the Macassars by a letter from the Goan Tomilalang Craeng Jaranika, who among other things had maintained therein that the Macassar Court had absolute freedom to act in this according to its country's laws, without this being able or permitted to be rejected by subordinates, and that the Macassars, having taken a decision of that nature, were no longer bound further than to give only simple communication thereof to such under
Dutch transcription
verkiesing van eenen nieuwen koning waren genoodprangt ge „worden, en daar toe het oog te hebben laten vallen op hunnen Rijksb: Caraeng Tamaso-ngo, datse in het vertrouwen waren dat dE Comp„e deeze verkiesing agreëëren zoude, als gevallen op eenen van wien ze reden hadden te verwagten, dat hij zich niet minder dan den Koning van Bonij door een onkreuk„ „baare onderhouding van het Boe-ngaijse Contract tragten zoude te distinqueeren, en overzulx deze zijne verheffing gunstig approbeeren, mitsgaders Effect wilde doen zorteeren, gelijk ze ootmoedig quamen verzoeken. Ik vroeg hem of alle hunne kiesheeren tans mede waren afgekomen, en 'ik geene aan het getal ontbraken, zij antw: Ja, uitgezondert alleen Caraeng Bonto Manaij en Galar„ „rang Samata den laatsten ter Communicatie van hun besluit na 't Hof van Bonij afgezonden, terwijl den Eersten door ziekte verhindert was geweest mede af te komen. Hier op stelde Ik aan haar deze drie Poincten zeer nadrukke„ „lijk voor, hen beveelende mij na waarheid daar op te antwoor„ „den te weten Of zij ten aanzien van hunnen uitgeweeken koning volgens den teneur hunner Landswetten g'ageert, en hun zelven in gemoede geen het minste verwijd te doen hadden, van hem in het een of ander misnoegen te hebben gegeven. Waar op ze volkomen Ja beantw: herhalende denzelven geen het minste ongelijk te hebben aangedaan 2=o Of hunne Landswetten zonder Eenige mitigatie te kunnen ge „dogen, dan volstrekt in een geval als het tegenswoordige dic„ „teeren, den uitgeweeken Koning niet meer te moeten of mogen aanneemen. Waar op ze allen eenparig antw: neen absoluit niet; en uit dien hoofde ook tot een nieuwe verkiesing te hebben moeten treeden D=o treden, en 3=o Of bij deze verkiesing dan niets agterwege gelaten ofte ver „zuunt was, van het geene hunne Landswetten naar alle rigeur in een geval als thans quamen te vorderen, en inzon„ „derheid of zij allen hier in eenstemmaing geweest waren. het geen ze almede met Ja beantw, hebbende, zo depecheerde Ik hen ten laatsten, te kennen gevende, het supct hunner bezending van heden, bij provisie voor Communicatie te hebben aangenomen. Saturdag den 18„e Vernomen hebbende, dat de koninginne van Tello zig gereed maakte, om bij den gedetroneerden koning van Goa, volgens lands gebruik een vizite van rouw beklag over zijne dimotie te willen gaan afleggen, liet ik haar door den oppertolk; die van zijnen substituit Blij verzeld ging herinneren bij dat bezoek niet te willen spreken of onderstaan, het geen eenige aanstoot of verwijdering tusschen haar en het Goase hof zoude kunnen te weeg brengen, zij liet mij voor die trouwen raad, onder weder groete bedanken en te gelijk te kennen geven nimmer zulx in den zin te hebben gehad, maar veel een voornemens te zijn haar meer en meer te b'ijveren, om met het Marcassaarse Hof in een goede Instelligentie te continueeren. Donderdag den 23„e Den Koning van Bonij eenige dagen na het detroneeren van zijnen klein zoon, door Arou Palacca onderrigt geworden zijnde, hoe zij dezen in vergoeding voor het verlies van zijn Kroon met de waardigheid en titul van Nadanrang Palacca ver „eert hadde, had zijn Hoogh: ter zelver tijd, dezen Prins mede met den Eernaam van Arou Mampoe Riawa beschonken, en gelast denzelven in den aanstaanden niet meer als Koning van Goa, maar bij eenen dezer Tituls te distinqueeren, zo als zulx ook bij de Rijks Archiven aangetekend, bij die gelegentheid was aldaar mede tegenwoordig, zeekeren Tosarasa Tosarasa 's Konings broeders zoon, die teffens bij die gelegent„ „heid oog en oor getuigen was geweest, van eene conferentie toenmaals aldaar gehouden, en mij heden in Perzoon daar van quam verslag doen, verhaalende Dat zijn Bonijle Hoogh: op dit sujct ter zelver tijd aan Arou Tha gevraagd hadde, wat hem van die staats ver„ „wisseling der Maccassaren dagte, en of het zelve t' eenigen tijd voor hen van nadeelige gevolgen zoude kunnen zijn, was het antw: geweest, Ja volgens het zeggen van mijnen Koning, zonder zig nader daar bij te hebben verklaart, wien hij daar mede bedoelde. zijn Hoogh: had deze zelfde vrage hier op aan dezen Tosa„ „rasa mede gedaan die g'antwoord had zo als hij mij verhaalde Niet van gedagten te zijn dat de dimotie van Goas ko„ „ning van eenigen hachelijken nasleep voor de Maccassaren konde werden, en wel inzonderheid uit overweging van het gantse beloop dezer zaak, ter zelver tijd aan zijn Hoogh: te kennen gevende, hoe Caraeng Sanrabonij, die bevorens met Caraeng Barombong hoe wel inzonderheid den Eerste, eenigzints hier omtrend partijdig gescheenen hadden, al spoedig het masque afgelegt en zig die zaak te eenemaal onttrocken hadde, zo dra ze van het besluit der Maccas„ „jaren onderregt waren geworden, door eenen brief van den Goasen Tomilalang Craeng Jaranika die onder anderen daar inne had beweert, dat het Maccassaarse Hoft volstrekt vrijheid had in dezen volgens hare Lands„ „wetten te mogen ageeren, zonder dat zulx door mindere konden of mogten werden gerejecteerd, en dat de Maccas„ „saren, een besluit van dien aart genomen hebbende, verder niet meer gehouden waren, dan de Simpele Com„ „municatie daar van alleen te geven aan de zodanige onder
English
princes of the realm subordinate to them, such as Sanrabonij and Barombong were, that the attempt of their former king to obtain the release of his apprehended brother was, from another side, entirely directed toward bringing them, if possible, to oppose the Honorable Company and its resolutions in this matter, although since they were defeated at Sambopoe they were not capable of undertaking such a thing, Tosarasa further indicating his sentiments to the king as proof. That Caraeng Sanrabonij, after the receipt of this writing, had no longer visited Barombong, despite the latter having invited him repeatedly, having excused himself each time under the pretext of being ill. Confirming this with the change that had also been visibly observed in Caraeng Barombong shortly thereafter, for after he had escorted the King of Goa for the last time to His Highness, he had returned home alone in all haste, and furthermore had also shown that he had completely withdrawn from the interests of the dethroned king and had pushed that matter off his shoulders, as had become even more evident, since His Highness had requested him to appear at court repeatedly after that date, he had each time put forward all manner of pretexts not to appear, having finally excused himself on the grounds of being ill. Furthermore, he related to me that the king, having heard his aforementioned arguments, had turned to the Regent and said: Tosarasa's opinion has much probability, but how shall I now manage to satisfy Arou Palacca, as it was solely for her sake that I did what I did in this matter. Here Tosarasa ended the report of this negotiation at at court, at the same time assuring me in particular that in fact not the slightest difficulty was to be feared from this revolution of the Macassar Government, only adding further on this subject: That the malice of Arou Palacca, because she foresaw that she would not be able to obtain the freedom of her detained grandson, was very great and went so far that she had dared to make known to the Macassars sufficiently, though in a veiled sense, how gladly she would see them, the Macassars, take up arms against the Honorable Company, even if only for a single day, in order on that occasion, if possible, to cool her temper through the shedding of European blood. 75 Number Extract from the letter of Their High Excellencies at Batavia dated 30 December 1769 to Macassar, to Governor Boelen and Second in Command van Pleuren. The principal matter regarding Goa having already been dealt with in our secret letter of 8 September past, already dispatched in original and duplicate and directed separately to Mr. Boelen, we shall only say regarding the interests of this Court that, on account of the malice of Arou Palakka, regarding the downfall of the house of Palacca as a very good thing, we also fully approve the election of Sultan Saioedien to that throne. 2 And just as the Honorable Company's security truly lies enclosed in the union and a sincere reciprocal understanding with Bonij here, so it is to be wished that there may never be a lack of such princes who possess the required fidelity and uprightness for it, because in the opposite case things would look dangerous here; an observation that your Honor will find demonstrated in my separate advices of 5 June 1768, maintaining that, just as the Honorable Company united with Bonij, though not through Bonij as is written elsewhere, has obtained rule and property here, one must likewise maintain that authority and property through an enduring union with Bonij, so that the interest and security of both combined and bound together constitute the authority and balance against the evil practices and machinations of so many ill-disposed persons as are secretly present here under the name of Allies; but I also understand That Bonij can as little exist on its own without the Honorable Company as the latter without the former. Indeed, in my opinion, one makes no mistaken impression when one supposes that it is not so much affection, but rather necessity, even with the best of all, that causes the Company to be respected and valued; the perspicacious recommendation of the High Indian Government in their letter of 6 January 1699 must always be kept as a guiding rule here, namely: That we may not assume to have a secure peace with any of all these native nations; but that we must always remain watchful regarding them with a distrustful caution. Extract from the Memoir of the Extraordinary Councillor Boelen of 15 June 1771. Number 8 One
Dutch transcription
73 onder hen ressorteerende Rijkoprinsen (:gelijk Sanrabonij en Barombong waren:/ dat het zoeken van hunnen gewezen koning om het ontslag van zynen g'apprehendeerden broeder van een ander zeide volstrekt daar heenen gedirigeert wierd, om henl: waar 't mogelijk daar toe te brengen van zig tegens dE: Comp„e en derzelve- besluiten in dezen te verzetten daar zijl: zedert ze op Sambopoe overwonnen waren zulx niet vermogten te onderstaan, Tosarasa tot verder bewijs zijner gevoelens aan den koning nog te kennen gevende. Dat Caraeng Sanrabonij na den ontfangst van dit geschrift, niet meer bij Barombong geweest was, ongeagt dezen hem een en andermaal had laten Inviteeren, die zig telkens had verschoont, onder voorwendzel van ziek te zijn. Dit bevestigende met de verandering die men kort daar na ook aan Caraeng Baronbong kennelijk had be„ „speurd, want deze na hij den Koning van Goa de laatste rhijse bij zijn Hoogh: geconvoijeert had, in allerijl alleen weder na huis gekeerd was, en verder almede getoont zig de belangen van den gedetroneerden koning te Eenemaal te hebben onttrocken, en die zaak van zijnen hals geschoven, „gelijk het nog nader gebleken was, alzo zijn Hoogh: hem na dato een en andermaal ten hove verzogt hebbende hij telkens alle voorwendzelen had ingebragt om niet te verschijnen, zig laatstelijk hebbende laten verExcuseeren, ziek te wezen. Wijders verhaalde hij mij, dat den koning zijne redenen voorm: hebbende aangehoord, zig daar op tot den Rijksb: had gewend en gezegt; Het gevoelen van Tosarasa heeft veel waarscheijnelijkheid, maar hoedanig zal ik het nu stellen om Arou Palacca te vreden te maken, het is alleen om harent „wil geweest, wat ik hier in gedaan hebbe Hier eindigde Tosarasa het verslag dezer onderhandeling ten ten hove, mij teffens in't bijzonder verzeekerende, dat 'er in den daad geen de minste swarigheid uit deze omwenteling der Mac„ „cassaarse Regeering te dugten was, alleen voegde hij op dit sujet nog daar bij Dat de quaadaartigheid van Arou Palacca over dat ze voorzag de vrijheid van haren gedetineerden Klein zoon niet te zullen kunnen obtineeren zeer groot, en wel zoo verre ging, datse de Maccassaren genoegzaam dog in een bedekten zin had durven te kennen geven, hoe gaarne z'eens zien zoude dat zij /:Maccassaren:/ de wapenen te „gens dE Comp„e op vatteden, al schoon ook maar voor eenen dag om bij die gelegentheid, waare het mogelijk haar ge„ „moed te mogen koelen aan het vergieten van Europee; „sen bloed. — 75 N„ Extract uit de Brief van Hunne Hoog„ „Edelhedens Batavia gedateerd den 30„e December 1769 na Maccasser aan den Gouverneur Boelen en secunde van Pleuren. Het principaalsde met betrekking tot Goa, reeds. bedeeld zijnde, bij onze reeds in originali en duplo afgezondene en aan den Heer Boelen afzonderlijk gerigten secreeten brief van den 8„e September pagato, zo zullen wij nog eenlijk ten belangen van dit Hof zeggen, dat wij om de wille der quaadaardigheid van Arou Palakka het verval van het stamhuis Palacca als een zeer goede zaak aanmerkende, ook volkomen approbeeren de verkiesing van sulthan Saioedien tot dien throon 2 En gelijk 'sEComp„s veijligheid waarlijk in de vereeniging en een trouwhertige verstandhouding met Bonij (:reciprocque:) alhier legt opgeslozen, zo zij het te wenschen, dat 't nimmer aan zodanige vorsten, die de verEischte trouw en opregtheid daar toe possidee„ „ren, moge komen te mankeeren, want in Cas van het tegen„ „deel, zoude het 'er alhier gevaarlijk uitzien; eene aanmerking die uwEd: bij mijne aparte advisen van den 5„e Junij 1768 zal vinden betoogt, advoueerende, dat, gelijk de EComp„e met Bonij geconjungeert /:dog niet door Bonij gelijk elders beschreven staat:/ hier Heerschappij en eigendom verkregen heeft, men even zo ook door een bestendige vereeniging met Bonij, dat ontsag en eigendom mainctineeren moet, alzo, dat het belang en de veiligheid dezer bijden gecomprehendeert en verbonden, het ontsag en evenwigt uitmaakt, tegens de quade Practijcquen en machinatien van zo veele qualijk gezinden, als zig hier heimelijk onder den naam van Bondgenoten zijn bevin„ „dende; dan ik begrijpe ook Dat Bonij zo min buiten deEComp„e als de laaste buiten den Eersten; op zig zelve bestaanbaar is. Trouweur men make zig mijner eragtens geen verkeerde verbeel„ „ding wanneer men onderstelle dat niet zo zeer de genegentheid, als wel de noodzakelijkheid, zelf bij den besten van allen, de Maatschappij doed agten en waardeeren; de doorzigtige recom „mandatie der Hoge Indiasche Regeering bij hunne brief van den 6„e Januarij 1699 dient hier altoos tot een zet regul te werden gehouden Namentlijk. „Dat we met geene van alle dese Inlandse Natien mogen vast „stellen, eene verzekerde vreede te hebben; maar dat wij al„ „tijd omtrend dezelve, met een wantrouwende voorzigtigheid „moeten blijven waaken. Extract uit de Memorie van den Raad Extra ordinair Boelen van den 15 Junij 1771. No„ 8 Men
English
77 77 Nor should one imagine that the prince of Bonij would not realize how useful and important he is to the Honourable Company, as has sometimes been a political remark; the contrary has become all too evident to me, and one should by no means doubt the awareness he possesses of this, nor that based on this, and on the precedence he holds in the Alliance next to the Honourable Company, he has insolently, on several occasions, attempted to arrogate to himself an usurped, or more properly speaking, assumed authority over various of the lesser allies, which in all cases, as I have done, must be contradicted, observing what was recommended in the dispatch of the Honourable High Indian Government in this regard on 18 March 1704. Yet we could not think fit to let that point slip entirely, but deemed it necessary to order Your Honour to maintain the same according to the contracts, but with caution and discretion, in the least offensive manner, as that might also be of service in the event of a further growth of confidence and too close an alliance between the Courts of Bonij and Goa. For just as it belongs solely to the Honourable Company, according to the treaties, to keep each of the allies within the bounds of their duty, as I have already demonstrated above, so too is the Company obliged to preserve and defend each of the allies in their rights and preeminences; and in carefully observing this lies, in my opinion, the so highly necessary balance that ought to be maintained between the respective Courts here, properly contained. The Throne of Goa having become vacant through the death of the King on 1 September, we authorize Your Honour, if the majority of the Macassar Grandees make a request to that effect, to elect the closest and most legitimate claimant to the Throne as king, subject to our approval, provided he is not entirely related by marriage to Arou Palacca or her faction. Father Extract from the Letter of Their High Nobles to Governor van der voort dated 31 December 1779. We leave it deferred to Your Honour to elect Crain Bonto Lankas provisionally as king, if he possesses the required qualities for this, or else the one whom Your Honour considers the most capable for it, trusting that Your Honour will observe everything in this matter that caution and policy demand. While we regard it as a most necessary matter that the Macassar Empire be raised up again and protected against the Boniers, if one does not wish before long to lose on Celebes the balance between those two Empires. I then, hoping for Your High Nobles' favorable approval and according to the authorization given by Their High Honoureds on 31 December 1779, with the same upon their Extract Secret Dispatch to Their High Nobles dated 19 October Anno 1781. Extract from the Letter of Their High Nobles dated 19 December 1778. back No. 9 N 00 v 79 13 must be 19 October. Now one can rightly say according to the sinister aims of Bonij's prince return from the Expedition, immediately entered into negotiations on this subject and prescribed such points to them as I could devise to be most expedient for the Company's interests, which are described in the Contract enclosed herewith in all respect. They have kept themselves completely satisfied with all those articles and solemnly swore to the observance of them on the 16th of this month in the full Council of Policy, in the presence of the commissioners sent by the Court of Bonij. Thus we approve the election of Prince Craeng Bonto Lancas to King of the Macassars, accomplished as shown by Your Honour's separate letter of 30 May, after the number of electors, along with the dispatched prince, had shown themselves very faithful to us and courageous against the Rebels in the aforementioned Expedition, trusting that he will indeed have been judged the most worthy and capable for it, however much it would otherwise have been desirable that, according to the remark of Bonij's prince, all the electors had been present and all the Imperial regalia available, but since it is at the same time certain that as long as the said Rebel exists, the Empire cannot be brought into the required peace and order, much less can the peace remain lasting, we therefore also expect that Your Honour, alongside the New King and the Imperial Grandees admitted into submission, will further use all means and efforts to get the said Head Rebel into hands alive or dead, to induce the Grandees still scattered here and there to submit in a friendly manner, and to recover the Imperial regalia as much as possible, especially since all of this is, in the present worrisome time, more important than ever, in order to cut off the approach of our new enemies from turning one thing or another to our disadvantage. Extract secret Dispatch from Their High Nobles of 21 December Anno 1781.
Dutch transcription
77 77 Men imachineerde zig ook niet, dat Bonijs vorst niet zoude beseffen, van wat nut en aan gelegentheid hij voor de EComp„e is, gelijk zulks wel eens een Politicque aanmerking geweest is; het tegendeel is mij al te wel gebleeken, en men twijffele maar geenzints aan de bewustheid die hij daar van draagt, zo min, als dat hij daar op, en op de preferentie die hij naast de EComp: in het Bondgenootschap heeft, vermetel, zig bij verscheide gelegentheden, een g'usurpeerde, of eigentlijker gezegt, ge„ „waarde magt; over deze en geene der mindere g'allieerdens heeft getragt aan te matigen, 't geen hem in allen gevallen, gelijk ik hebbe gedaan, moet werden tegengesproken, in agt nee„ „mende het gerecommandeerde bij missive der Edele Hooge Indiasche Regeering op dit respect van den 18 Maart 1704. zo hebben wij egter niet kunnen goedvinden dat poinct in 't geheel te laten slippen, maar nodig g'oordeelt UE te beveelen, 't zelve volgens de contracten, dog met voorzigtigheid en discretie, op de minst aanstotelijke wijze te mainctineeren, dewijle dat ook zoude kunnen te stade komen, bij verderen aangroeij van de Confidentie en al te nauwe vereeniging tusschen de Hoven van Bonij en Goa. want gelijk het de E: Comp: alleen, volgens de verbonden toe „komt, een ijder der g'allieerdens binnen de Palen van hun pligt te houden; zo als Ik dat voor aan reets hebbe betoogt, even zodanig is ook de Maatschappij verpligt, ijder der Bond„ „genoten bij zijne regten en preminentien te conserveeren en voor testaan; en in dit wel te betragten legt mijnes eragtens die zo hoog nodige Balance die 'er tusschen de respective Hoven alhier dient te werden gehouden, eigentlijk opgesloten. Den Throon van Goa door de Dood van den Koning op den 1„e september vacant zijnde geraakt, qualificeeren wij UE: indien het grootste gedeelte der Maccassaarse Groten daar toe aanzoek doet, de naaste en wettigste tot den Throon tot koning te verkiesen op onze approbatie mits dezelve niet geheel vermaagd zij aan Arou Palacca of haren aanhang. Vader Extract uit de Brief van Haar Hoog Edelhedens aan den Gouverneur van der voort de dato 31„e December 1779. Wij laten aan UE: gedeffereerd Crain Bonto Lankas bij provisie tot koning te verkiesen indien hij daar toe de verlishte hoeda„ „nigheden bezit, dan wel de geene die UE: daar toe de bekwaamste oordeeld, in vertrouwen dat UE: in dezen alles zullen observeeren wat voorzigtigheid en beleid vorderen. Terwijl wij het als een allernoodzakelijkste zaak aanzien dat het Maccassaarsche Rijk wederom word opgebeurd en beschermd tegen de Boniers wil men eerlang op Celebes niet verliesen de Balans onder die beijde Rijken Ik ben dan onder hoope van uw Hoog Edelhedens gunstige goed „keuring en volgens qualificatie bij Hoog Derzelver g'Eerbiedigde van den 31„e December 1779 gegeven, met dezelve bij hun te Extract Sekreete Missive aan Hun Hoog Edelhedens de dato 19„e october Ao 1781. Extract uit de Brief van Haar Hoog„ Edelhedens de dato 19 December 1778. rug N„o„ 9 N 00 v 79 13 moet wezen 19 october. Nu kan men met regt zeggen volgens de sinistre oogmerken van Bonijs vorst rug komst uit de Expeditie, ten eersten in onderhandeling over dit onderwerp getreeden en heb haar zodanige poincten voorgeschreven, als Ik het ooirbaarste voor 's'komp„s belangen heb kunnen uitdenken, en beschreven staan bij het dezen in allen Eerbied bijgevoegde Contract. zij hebben zig zelve volkomentlijk met alle die artikulen te vrede gehouden en de nakoming van dien den 16„e dezer in volle vergadering van Politie ten bijweezen van de door het Hof van Bonij afgezondene gekommitteerdens plegtiglijk bezwooren. Zo approbeeren wij de blijkens uE: aparte brief van den 30 Maij, na dat het getal der kiesheeren, met den gedispidieerden vorst zig in de even gemelde Expeditie zeer trouw voor ons en manmoedig tegens de Rebellen: betoond hadden, volbragte verkiesing van den Prins Craeng Bonto Lancas, tot Koning der Maccassaren, in ver„ „trouwen dat hij daar toe met er daad de waardigste en bekwaamste g'oordeelt zal zijn, hoe zeer het anders ook te wenschen ware geweest, dat, volgens de aanmerking van Bonijs vorst, alle de ziesheeren present en alle de Rijksornamenten aan handen hadden konnen zijn, dan dewijl het teffens zeker is, dat zo lange gedagte Rebel in wezen zal zijn, het Rijk niet in de vereischte Ruest en order gebragt veel min de vrede bestendig blijven kan, zo verwagten wij ook, dat UE, nevens den Nieuwen Koning en de in submissie g'ad„ „mitteerde Rijksgroten, verder alle middelen en Pogingen zullen aanwenden om gedagte Hoofd-Rebel levend of Dood in handen te krijgen, de nog hier en daar verstrooide Grooten op een vrien„ „delijke wijze tot submissie te beweegen, en de Rijks ornamenten, zo veel mogelijk te recouvreeren, te meer aan dit een en ander bijzonder in den presenten zorgelijken tijd, meer dan ooit gelegen legt, om onze nieuwe vijanden den pas af te snijden, van het een off het ander ten onzen nadeele gebruik te maken. Extract sekreete Missive van Hun Hoog„ „Edelhedens van den 21„e December A„o 1781.
English
No. 10 Just as we also fully approve that Your Honour, after Sankielang's death, since the royal ornaments of Gowa, which he had with him, were presented to the King of Boni and that prince interfered in this matter, sought to put him under the necessity, in spite of himself, to set the affairs of the Makassars on the right track; regarding which the measures taken by Your Honour in these critical and weighty circumstances appeared to us in every way resolute and prudent, so that we may hope that Your Honour will successfully succeed therein, to counter the deceitful and dangerous design of the Boniers concerning the realm of Makassar, since the Company has the law of nations on its side and can never tolerate that the realm of Makassar be transferred to the House of Boni, whereby all the balance of power and the influence of the Company would suddenly and forever be broken and destroyed; toward which it was hoped that the steadfast loyalty of the Makassarese realm's grandees to, and the prompt presentation of their King, as that, according to Your Honour's letter of 9 November, was to take place on the 11th of that month, will fully contribute to the thwarting of the cunning scheme of the Boniers. Extract of a Missive from Their High Mightinesses to the Governor at Makassar, written separately, dated 27 December Anno 1785 81 Section 92. Terror and fear seem to have seized the rebels to such an extent that they sought to find their only salvation in flight, and the time, according to the Governor's separate letter of 24 October, should be near at hand to bring them to submission and make peace on advantageous conditions. We wish that this may already have taken place, so as to see peace restored in that quarter once and for all, while we furthermore would fear that a further destruction of the Makassarese realm might entail other inconveniences, which the Company might regret too late. Section 94. To this we attribute, among other things, the loss of the balance of power on Celebes between the Makassars and the Boniers, and it therefore meets entirely with our approval that Your Honours had qualified Governor Van der Voort to proceed, the sooner the better, to the election of a King on certain stipulated conditions, as in Your Honours' opinion it was also time that the Makassarese realm be restored once again and protected against the Boniers. Section 95. And truly, the conduct of the Boniers gives only too much reason to establish that their affection for the Company is not the reason why the Company has not hitherto been entangled in open unrest with that nation; for besides the Governor establishing that they would not have fulfilled their duty to send an embassy to Batavia had the Company's arms not continued to triumph, the change of mind regarding the sending of that embassy on wholly futile pretexts contrary to the Company's privileges is a clear proof of the indifference with which they treat the same. Extract of the Homeland General Missive dated Amsterdam, the 30th of November 1781. 596 No. 11 Section 96. The raid of around 400 Boniers into the Company's village Baleanging on Siang, the shooting dead of four and the wounding of several other inhabitants, solely on the pretext that a Bonier had been murdered in that vicinity, although this was denied by the village folk, and leaving unanswered the grievances and complaints made to the King on that account, show sufficiently in our opinion that one has not much good to expect from that quarter. No. 11 83 597 The measures which Your Honours have taken to render the peace lasting, as well as your further management of the political affairs of these lands, are fully approved by us, and we do not doubt that the ministers will also contribute everything on their part to restore gradually, in accordance with your design, the balance between the Celebes princes, which seems to have suffered quite considerably from the recent Makassarese war. Extract of the Homeland General Missive written by the Noble High and Mighty Lords Seventeen, dated Middelburg, 18 November 1784. No. 12 Copy of the Act of Renewal sworn to by the former King of Boni, grandfather of the present King. Since the Queen of Boni, Aroe Timoeroeng, now Matinroa Ritipoeloe-E, departed this life on 2 November 1745, and all the realm's grandees and electors unanimously resolved to elect and appoint in the place of Her late Highness the young King of Boni, Abdul Radjap Djalahoudin, and gave notice thereof by a letter and an eminent embassy to Their High Mightinesses the High Indian Government at Batavia, as well as requesting and obtaining Their High Mightinesses' approval thereon; and in order that this may also be manifest in the future, the aforesaid King, both for himself and in the name of the entire realm of Boni, declares beforehand, as the former kings have done repeatedly and in all sincerity heretofore, just as the present King also does, that the Company, next to God Almighty, is the only one that delivered the people of Boni from their slavery and placed them in a free state, which by God's grace they peacefully enjoy to this day; yea, that the Company alone is the cause that their heads still remain on their bodies; that he, the King, with all the grandees and the entire people of Boni, together with their descendants, will nevermore forget the aforesaid benefits of the Company, but will always acknowledge the same in loving and faithful gratitude, so long as the sun and the moon shall shine in the heavens; and whereas both the late Queen of Boni and the Kings of Loeboe and Turatte
Dutch transcription
No„ 10 Gelijk wij ook volkomen goedkeuren, dat uE na sankielangs dood, wijl de Rijksornamenten van Goar, welke hij bij zig heeft gehad, aan den koning van Bonij zijn gepresenteert, in die vorst zig in deze zaak heeft gemelleerd, denzelven in de noodzakelijkheid heeft tragten te brengen, om zijns ondanks, de zaak der Makassaren op het regte spoor te brengen, waar omtrend de door UE: in deze Critioque en gewigtige, omstandigheid genomene maat regulen, ons allezints als Cordaat en voorzigtig zijn voorgekomen, invoegen wij mogen hopen, dat uE: tot tegengang van het arglistig en gevaarlijk oogmerk der Boniers, omtrend het Rijk van Makas„ „ser daar in gelukkig zal slagen, wijl de Comp„e het regt der volken aan hare zeide heeft en nimmer kan dulden, dat het Rijk van Maccasser in het huis van Bonij overgebragt worde, en daar door al het evenwigt, en de invloed van de komp„e eensklaps, en voor althoos gebroken en vernietigt zoude worden, waar toe men hoopten dat de standvastige trouwe der Maccassaarsche Rijksgroten aan - en de spoedige voorstelling van hunnen Koning, gelijk die, volgens UE: schrijven van den 9 November den 11„e van die maand stond te geschieden, volkomen zal Contribueeren ter vereideling van den listigen aanslag der Boniers. Extract Missive van Hunne Hoog Edel„ „hedens aan den Gouverneur te Maccasser apart geschreven de dato 27 December A„o 1785 81 § 92 De schrik en vrees scheint de Rebellen zodanig te hebben bevangen, dat zij in de vlugt hun eenigste behoud hebben tragten te vinden, en de tijd zoude volgens 's Gouverneurs apparte brief van 24 october na bij zijn, om hun te doen in submissie komen, en de vrede op voordeelige Conditie te maken. Wij wenschen dat zulx nu reeds zal zijn geschied, ten teide einde 593 de Rust om dien ooird eens hersteld te zien, terwijl wij ook boven dien, zouden vreesen, dat eene verdere verdelging van het Maccassaarsche Rijk andere Inconvenienten zoude kunnen na zig sleepen, welke de Compagnie zig mogelijk te laat zoude beklagen. § 94. Hier toe brengen wij onder anderen het verlies van het evenwigt op de Celebes, tusschen de Makassaren en Boniers, en het is dus allezints van onze goedkeuring, dat UE: den Gouverneur van der voort hadden gequalificeert, hoe eerder zo beter tot de verkiesing van een Koning op zekere bepaalde Conditien over te gaan, alzo het ook na UE: gedagten tijd was, dat het Ma„ „kassaarsche Rijk wederom wierd opgebeurd en tegens de Boniers beschermd. §95 En waarlijk het gedrag der Boniers geeft maar al te veel reden, om vast te stellen dat hunne genegendheid voor de Comp„e de oorzaak niet is, dat de Maatschappij tot hier toe met die Natie in geene openbaare onlusten is gewikkeld want behalven dat de Gouverneur vast stelde, dat zij aan haar pligt om een gezandschap naar Batavia te zenden, niet zouden vol„ „daan hebben, zo 'skomp„s wapenen niet hadden blijven triom„ „pheeren, is het veranderen van gedagten omtrend het zenden van dat Gezantschap op allezints nietige en met 'skomp„s voorregten strijdige protexten een duidelijk bewijs van de en verschilligheid waar mede zij dezelve behandelen. Extract Patriasche Generale Missive gedateerd Amsterdam den 30„e November 1781. 596 No„ 11 Baleanging op Siang, het Doodschieten, van vier, en het kwet „sen van eenige andere inwooners, alleen op een voorgeven, dat daar omstreeks Een Bonier was vermoord, schoon zulx door de Negorijs volkeren wierd ontkent, het onbeantwoord laten van toonen naar onze gedagten genoeg dat men van dien kant de aan den Koning dies wegens gedane doleantie en klagten, §96 De inval van omtrend 400 Boniers in 'skomp„s Negorij niet veel goeds hebbe te verwagten. N„o 11 83 597 De maatregulen welke UE: hebben genomen om de rust bestendig te doen wezen, zijn zo wel als: uwe verdere behandeling der Poli„ „tike zaken van dezen Landen door ons volkomen goed ge „keurd, en wij twijffelen niet of de Ministers zullen mede van hunne kant alles toebrengen om het evenwigt tusschen de celebesche vorsten, 't geen door den Jongsten Makassaarschen oorlog vrij wat schijnt geleden te hebben, ingevolge van uw oogmerk lang zamerhand te herstellen geschreven door de Edele Hoog Agtbaare Heeren V7=nen gedateerd Middelburg den 18 November 1784.- Extract Patriasche Venerale Missive No 12 Copia Acte van Renovatie die de vorige koning van Bonij Grootvader van de presente Koning b'Eedigt heeft. Alz de koninginne van Bonij Aroe Timoeroeng nu Ma„ „tinroa. Ritipoeloe-E: op den 2 November 1745. dezer wereld aflijvig geworden is en alle de Rijksgroten en kiesheeren eenpariglijk hebben goedgevonden om in wijle Haar Hoog „heids plaatse den Jong Bonijs Koning Abdul Radjap Djalahoudin te verkiesen en aan te stellen en daar van bij een brief en aanzienelijk bezending aan Haar Hoog Edelhedens de Hoge Indiasche Regeering tot Batavia kennisse gegeven, als mede Haar Hoog Edelhed=s approbatie daar op verzogt en gevolgd zijnde, en op dat ook zulx in het toekomende blijke, verklaard opgem: koning zo voor zig zelven als uit name van het gantsche Rijk van Bonij voor af, gelijk de vorige koningen bevorens meermalen en in alle opregtigheid gedaan hebben, zo als den presenten Koning mede doet, dat dE Comp: naast God Almagtig de Eenigste zij die het volk van Bo„ „nij uit haare slavernij gereddet en in een vrije staat gesteld heeft, welke zij door Godes genade tot nog toe gerustelijk beleeven, Ja dat dE komp„e alleen de oorzaak is dat haare hoofden nog op het Lichaam staan, dat hij koning met alle de Groten en het geheele volk van Honij bij haare nakomelingen de voorsz: weldaden van dE Comp: nimmer„ „meer zullen vergeten maar dezelve altoos in liefde en trouwe dankbaarheid erkennen, zo lang de zon en Haan aan den Hemel zal schijnen, en dewijl zo wel de overledene Konin„ „ginne van Bonij met de Koningen van Loeboe, Turatte
English
85 Turatte, Laijo etc., as the Kings of Ternaten, Tidor, and Bouton are harmoniously included in an alliance which is known to all under the name of the Bongaijs Contract and was concluded near Barombong on the Company's own territory on the date of 18 November 1667, so the present King of Bonij, both for himself and the entire Realm of Bonij, solemnly promises and swears before God strictly to observe and follow everything that was stipulated and agreed upon in the aforementioned Contracts so far as the Allies are concerned, just as if all of it were inserted word for word, to which end the King of Bonij, in the presence of the Governor and Council and all the Grandees of the Realm of Bonij and the Company's other High Allies, had the aforementioned Contract clearly read aloud from the original minute kept here at the secretariat in the Malay and Arabic script, and for verification and proof of renewal confirmed this in the presence of the aforesaid with the Seal of the Realm and signature, and took the Oath according to the custom of the Land. Thus Renewed and sworn at Makasser in Castle Rotterdam on the 28th of June 1753. All Islands that begin directly level with Zagerie up to oedjoeng Pandang or Castle Rotterdam, together with those lying at sea before Maccasser, as they are known on the chart, none of all being excepted, in the matter of Glisjong already mentioned concerning the Island of Tanakeke and the three Brothers. All these also belong in full and lawful ownership to the Hon. Company, as having been, until the peace and still today, absolute Lord and Master of the sea, and thus not the least claim is maintained thereon by the conquered Kings. Extract from the Memorandum of Mr. Speelman. No 13 87 No 14 It having appeared to us indeed with surprise from Your Honour's dispatch of the 5th of May received per Vlaardingen, that the Boniers declared and proclaimed Radja Palacca as their King, and had removed the old oppoena Pacca Cooija from the Government, but this is a matter that has nevertheless been long foreseen and foretold from the very beginning of the restored freedom of the Bougijs, after the conclusion of the war with the Maccassars, as mention thereof is made in the Memorandum of Mr. Speelman; And although His Highness had sufficiently bound himself to decline it and to content himself with all the dignities conferred upon him, he has nevertheless by no means complied with that, being well aware that the factions and malcontents against the house of Pacca Cooija were of the intention, as they are the strongest following in the Realm of Bone, to call upon him for that purpose at the first opportunity: and to which end the solemn shaving of his long hair was intentionally directed and postponed, which plan, having already been defied during the war itself, was also known to those of the other side from that time on and did not cause a little inconvenience and hindrance through the jealousy of parties; and thus one may wonder all the less that these, fearful of this and undoubtedly at the same time afraid that their complaints to the Company against Radja Palacca would be of no effect, made use of the advice and deed of the Goa Government, of which Cronron is the Director, and having been unable to prevent the effect thereof, in hope of greater assistance than fell to them, rose in opposition Extract of a Dispatch written by the High Indies Government, the Governor-General, to President Harthouwer at Maccasser, dated Batavia the 27th of December a„o 1673. against it when they thought they had the opportunity at its finest, as in all likelihood they would not have been so ready for this rebellion, despite Cronron's instigations and grand promises, if Radja Palacca, now seated upon the Throne, had not promoted Tousawa so high and appointed him as great Minister of the Government, passing over the high lineages entitled thereto, since the same is by birth of no Name or family, although during and after the war, when his administration under Radja became somewhat great, people had attributed a good and noble descent to him; which upon examination repeatedly collapsed: for people here are informed that old Pacca Cooija, while being strongly urged during Radja's Coronation in the Bonese manner for license to forcefully disrupt that solemnization, would by no means consent thereto. Declaring that he indeed granted that Honour to Radia for the duration of his Life, for the efforts contributed by him toward their freedom, and all the more readily because no one expects a legitimate Heir from him, and that consequently after his death the crown would devolve back upon the Line of Pacca Cooija, so that at that time no opposition was made in his regard, though not without great displeasure from all the other interested parties, which then, through the appointment of Tousawa as was said, burst forth, it being not improbable that Radia will have calculatedly seized the opportunity of the late Mr. de Jongh's departure for here for this change, without having dared to attempt it before, since it occurred only a few days thereafter, and Your Honour on the 24th of November 1612 was notified by writings from Radja Soping and Saleran Tousauwa with express known commissioners of that order, in order to learn the approval thereon, which Your Honour
Dutch transcription
85 Turatte, Laijo etc: als de Koningen van Ternaten Tidor en Bouton eendragtelijk ingesloten zijn in een Bond genootschap dat onder de Naam van het Bongaijs Contract aan alle bekend en gesloten is omtrend Ba„ „rombong op 'skomp„s digen grond in dato 18 November 1667. zo beloofd en zweerd heiliglijk voor God den pre„ „senten koning van Bonij zo voor zig zelve als het geheele Rijk van Bonij stiptelijk waar te nemen en te agter„ „volgen al het geene bij gemelde Contracten is bedongen en g'accordeert zo veel de Bondgenoten betreft even of al het zelve van woord tot woord ware g'insereert ten wel„ „ken einde den koning van Bonij het voorsz: Contract uit de minute in het Maleidsch en Arabische Letteren hier ter secretarije berustende ten bijweezen van den Gouverneur en Raad en alle de Rijksgroten van Bonij en verdere Com„ „pagnies Hooge Bondgenoten duidelijk voorgelesen tot verificatie en blijke van Renovatie dezen ten overstaan als vooren met het Rijkszegel en handteekening bekragtigt en den Eed na Lands wijze gepresteert. Aldus Gerenoveert en bezworen op Makasser in het kasteel Rotterdam den 28„e Junij 1753. Alle Eilanden die regt effen aan Zagerie beginnen tot aan oedjoeng Pandang of Casteel Rotterdam toe, mitsgaders die welke in zee voor Maccasser leggen, gelijk bij de kaarte staan bekend geene van alle uitgezondert zijnde in de materie van Glisjong al vermeld van 't Eiland Tanakeke en de drie Gebroeders. deeze alle behooren ook in volle en wettige eigendom aan de Ed: komp„e als zijnde geweest, tot de vreede toe en nog heden absolut Heer: en Meester van de zee en zulx werd ook bij de verwonne Extract uit de Memorie van den Heer Speelman. koningen daar op geene de minste pretentie gehouden. No 13 87 No 14 Sijnde ons wel met verwonderinge uit UE: missive van den 5„e Maij p„r vlaardingen ontfangen, te voren gekomen, dat de Boniers Radja Palacca tot haren Koning verklaare, en uit„ „geroepen, mitsgaders den ouden oppoena Pacca Cooija uit de Regeeringe gesteld hadden, maar dit is een sake die egter al van den beginne der herstelde vrijheid van de Bougijs, naar 't aflopen van den oorlog met de Maccassaren, lange voorsien en voorspelt is, gelijk daar van in de Notitie van de H„r speelman ijetwer vermaant staan; En alhoewel zijn Hoogh: zig genoegsaam verbonden hadde, daar van te declineeren, en hem te vergenoegen met al de hoog„ „heden aan hem gedefereert zo en heeft hij evenwel dat geen„ „zints naargekomen, als wel bewust wesende, dat de Parthijen en malcontenten tegen 't huis van Pacca Cooija, van In„ „tentie waren (:als zijnde in 't Rijk van Bone van de sterkste aan„ „hang:) hem met de eerste occasie daar toe te beroepen: en waar naar het solemneel afscheeren van zijn lange haijr, expres ge„ „dirigeert, en uitgesteld is geworden, welk voornemen, staande het oorlog zelve al getrotteert hebbende, is ook van doen af, die van de ander zeide al bekend geweest en heeft doen ook niet weinig, door de Jalousie van parthijen zijn ongemak en verhinderinge veroorsaakt; en dus mag men zig te minder verwonderen dat deze hier voor bedugt, en onge„ „twijffelt met een bevreest, dat hare klagte aan de Comp„e tegen Radja Palacca, niet operatie zouden konnen wezen, haar gedient hebben van den Raad en daat der Goase Regie„ „ringe, daar Cronron den Directeur van is, en zulx 't Effect niet hebbende konnen verhinderen, (:op hope van grooter secours als haar is bijgevallen:) daar tegens in oppositie Extract Missive geschreven door de Hoge Indiasche Regeering den Gouverneur Ge„ „neraal aan den President Harthouwer te Maccasser gedateerd Batavia den 27„e December a„o 1673. gekomen eer gekomen zijn, doense dagten daar toe de geleegentheid op zijn schoonste te hebben, sullende naar alle apparentie tot dezen opstand nog zo gereet niet geweest zijn, ongeagt Cronrons Instigatien en grote beloften, indien Radja Palacca nu op den Throon geseten, Tousawa niet zo hoog opgetrokken en tot groot Mi„ „nister der Regeeringe gesteld hadde, verbijgaande, de hoge geslagten daar toe geregtigt, als zijnde denzelven uit de ge„ „boorte van geen Naam nog familie, alhoewel men hem (:doen in en na den oorlog zijn bewint bij Radja wat groot wierd:/ geen een goede en nobile Extractie toegere„ „kent hadde; Dat dan bij examinatie t' elkemaal quam te vervallen: want men is hier berigt, dat den ouden Pacca Cooija onder Radjas Krooninge naar de Bonese wijse, sterk aangeport werdende tot Licentie om die solemnisatie kragtelijk te steuren, daar geenzints toe verstaan woude. Verklaarende die Eere Radia wel te gonnen, voor den tijd van zijn Leven, om de debroiren door hem tot hare vrijdom gecontribueert, en nog te liever dewijle niemand van hem een wettig Erfgenaam verwagt, en dat gevolgelijk naar zijn dood de kroone weder op de Linie van Pacca Cooija devolveeren zoude, invoegen datmaals in zijn reguard niet g'opposeert is geworden, dog niet zonder groot misnoegen van alle de andere g'intresseerde, 't welk dan door de instel„ „linge van Tousawa als gezigt is komen uit te barsten, niet ongelovelijk weesende dat Radia tot dese veranderinge, de gelegentheid van de H„r de Jongh zal=r vertrek naar herwaarts, met studie zal hebben waargenomen, zonder het te vooren te hebben derven onderstaan nadien het maar- weinige dagen daar naar is voorgevallen, ende UE: op den 24„e November 1612 door aanschrijvens van Radja Soping en Saleran Tousauwa met expresse bekende gecommitteerde van die ordre genotificeert om daar op de approbatie te verstaan die UE
English
Your Honour has done well to refer the matter simply to us, with an admonition toward the public peace, although it was already disturbed to the highest degree, and even though it was His Highness's duty not to let it come to this, knowing full well that he had neither right nor legality to do so, at least during the reign of Pacca Cooija, nor was anyone authorized, except with the general consent of the estates, to dismiss the old man and choose someone else in his place, so that he ought to have declined it, the more so because it directly conflicted with the rights of the common Alliance and with his repeated promises and protestations never to accept it, since he could well consider that it could not easily happen without great unrest inevitably following from it. Besides that, he might in any case have requested to hear our consent beforehand, it is nevertheless much more agreeable to us that this latter did not occur, for without evident proof of harmful collusion against the public peace of the Allies with the house of Goa or Crain Cronron and his wicked accomplices, or other grievances of a similar nature to the charge of Pacca Cooija and his heirs, we could very hardly have condescended to it, as he could well imagine. This being nonetheless an act that in no way recommends the confidence we have always shown in him, and especially not the laws that he has since laid down regarding the alleged affronts suffered from Cronron over the abduction of his concubines, directed toward Your Honour contrary to the respect due to the Company. This has further appeared to us from his letter written to the Lord Governor-General, which is appended hereto in translation, wherein he truly forgets himself greatly, besides making not the slightest mention in it of his elevation, which gives us very little satisfaction. However, matters standing thus, no change can be made therein, and we may hope for the best, trusting that things will go well on this footing of his reign. Yet this may serve to instruct Your Honour as to how close a watch Your Honour must necessarily keep on all the intrigues of the Allies, and now especially, more than ever before, on the doings of His Highness, which is most earnestly recommended to Your Honour. This being also one of the principal points that were recommended to the late Mr. de Jongh, as well as to keep a sharp eye on His Highness's ambition. It being to be wished that this latest elevation could have been discreetly prevented, all the more now that through his marriage to the heiress of the king of Soping, upon the death of that old man, that entire territory, of which he already holds most and practically the entire administration, to all appearances will also fall to him. Such greatness is very questionable, and therefore he must henceforth be dealt with very circumspectly. No. 15 We find of considerable note that which Mr. Bogaard notes in his report regarding Isinrand by way of notice, the aforesaid writing being also to reach Your Honour herewith, not doubting that upon the return of the junior merchant Prins Your Honour will have received certain information as to what the truth may actually be concerning that and the gathering of the multitude of stones to fortify that place. Or if this, contrary to our supposition, should not have reached Your Honour through him, Your Honour will necessarily have to cause such exact inquiries to be made in the most capable and covert manner, so that Your Honour may be fully assured of the true state of affairs. For this would not only deviate much from reason and look too far ahead, but also expressly offend against the dignity and the contents of the Contract, to which the Bugis Allies, according to the transactions and agreements with the said His Honour and Your Honour, have practically subjected themselves, by the declaration that they continued to hold themselves bound, in so far as the aforesaid Bonaise Contract was also applicable to them all together, without wishing to depart therefrom, as it indeed affects the Allies in general. We being scarcely able to imagine how that Radja would so far forget himself as to conceive or undertake anything of the kind without giving prior notice thereof to Your Honour and providing reasons for such necessity that merited being taken into deliberation and then submitted to us before beginning anything on it, unless it was put into his head through the estrangement between him and the late President Harthouwer by the instigation of evil statesmen. From which it becomes evident how dangerous such discrepancies are, and how urgently necessary it is that they be avoided, as we hereby and in particular [instruct] Your Honour. Extract of a Missive from Their High Excellencies at Batavia to the President Wijbrand Dubbeldek on the date 28 December Anno 1676.
Dutch transcription
89 UE: wel gedaan hebben, zoo maar simpelijk aan ons te renvoij„ „eeren, met vermaninge tot de gemeene ruste, alhoewel die doe al ten hoogsten ontrust is geweest, en of schoon zijn Hoogh: wel g'incumbeert hadde, het hier toe niet te laten komen, als wel wetende dat hij daar toe, ten minsten staande de Regeeringe van Pacca Cooija, nog regt nog wettigheid had, ook niemand bevoegt was, als met een algemeen goedvinden van de stenden, den ouden manas te stellen en iemand anders in zijn plaatse te verkiesen, zulx het wel behoort hadde te declineeren, te meer nadien het directelijk street teegens 't regt van 't gemeene Bondgenootschap, en tegens zijne Jtera„ „tive beloften ende protestatien; van het nooit te zullen ampleo„ „teeren: nadien hij wel konde Considereeren, dat het zonder groote onlusten, daar uit onvermijdelijk te volgen, niet wel geschieden korte. behalven dat hij in allen gevalle alvoorens ook ons goedvinden mogt hebben verzogt te hooren, soo is 't ons even„ „wel nog al veel aangenamen dat dit laaste niet en is geschied: want wij dog zonder evidente blijken van schadelijke collusien, tegen de gemeene ruste der Bondgenoten, met het huis van Goa of Crain Cronron, en zijn boose Complicen, of andere beswaarnissen van diergelijke na„ „ture, tot laste van Pacca Cooija en zijne Erfgenamen, seer beswaarlijk daar toe souden hebben mogen Condescendeeren, ge„ „lijk hij zig ook wel heeft konnen Imagineren; zijnde dit niet te min een daad, die de confidentie„ welke bij ons altoos getoont is, van hem te hebben, geensints en recommandeert. en voornementlijk ook niet, de wetten die hij nog zedert over de pretense gelede affronten van Cronron, wegens 't ver„ „voeren zijner bijsitten, omtrend UE: tegen het respect van de Comp„e heeft aangeregt. Ons nader gebleken bij zijn brief aan den Heer Gouverneur Generaal geschreven die getranslateert, hier gaat bijgevoegt, waar in hij zig waarlijk grotelijks vergeet„ boven dat hij daar in van zijn verhooginge het allerminste vermaan niet doet 't welk ons wel zeer weinig vergenoegen geeft, geeft, maar de zaken dus leggende; valt daar in geen veranderin„ „ge te doen. en wij mogen daar van 't beste verhopen, in ver„ „trouwen dat het op dezen voet van zijn Regeeringe wel gaan zal. zullende egter UE: tot onderrigtinge konnen dienen, hoe nauwen reguard UE: noodsakelijk op alle de Intriques van de Bondgenoten, en nu inzonderheid, meer als ooit voor heenen, op het doen en laten van zijn Hoogh: zal dienen„ te nemen. 't gund UE: in allen ernst, ten hoogsten werd ge„ „recommandeert. als zijnde ook een van de voorneemste Poincten die de H„r de Jongh zal„r aanbevoolen waren, en Ins„ „gelijks om op de ambitie van zijn Hoogh: scherp toesigt te nemen. wel te wenschen weesende, dat dese laaste verhoogin„ „ge discretelijk was konnen voorgekomen werden; te meer nu hem door 't huwelijk met de Erfdogter des konink van So„ „ping, met het afsterven van dien ouden man, dat heele ge„ „bied, daar hij nu dog al het meeste, en genoegsaam 't heele bewint van in handen heeft, naar allen schijn ook staat aan te komen; hoedanige grootheid seer bedenkelijk is, en zal derhalven voortaan heel sircumspect met hem moeten omgegaan werden. ƒ 91 No„ 15 Wij vinden van Considerabele opmerkinge, het geene de H=r Bogaard in zijn Rapport ten belange van Isinrand tot advertentie noteert, staande het voorsz schriftuur UE mede hier benevens toe te komen, niet twijffelende of UE: zullen bij retour van den onderkoopman Prins zeker berigt hebben gekregen wat eigentlijk daar van en van de verza„ „melinge der menigste steenen tot het fortificeren van die plaatse, de waarheid mag zijn of zo dit met denzelven uE: tegens ons vermoeden niet mogt toegekomen wezen, zo zullen UE: noodzakelijk op de bekwaamste en bedekste maniere daar op zodanige exacte Enquesten dienen te laten doen dat UE van het regte wezen der zake ten vollen mogen verzekert wezen, want, dit zoude niet alleen ofte veel van de reeden afwijken en te ver heenen zien maar ook uitdrukkelijk aanstoten tegen de waardigheid ende den inhoude van het Contract, het welk de Boegise Bondgenoten volgens het gebesoigneerde, en geconcerteerde met opgemelde zijn E: en UE: haar genoegzaam hebben onderworpen, door de verklaringe dat zij hun voor zo veel het voorsz: Bonaise Contract op haar al te zamen mede applicabel was, bleven houden, zonder daar van te willen afstaan, gelijk het ook in effect op de Bondgenoten in het algemeen specteert, ons kwalijk konnende Smagineeren hoe dat Radja zig zo verre zoude vergeten van iets diergelijks te concipieeren of bij der hand te nemen, zonder daar van aan UE: eenige voirkennisse te doen en reden van zulke nootzake„ „lijkheid te geven die meriteerden in overleg genomen en als dan ons alvorens ietwes daar aan te beginnen voorgedragen te werden, ten waare het hem door de verwijderinge tusschen hem ende den President Harthouwer zal„r door instigatie van kwade staatsluiden in 't Hoofd gezet was, waar uit te blijken komt, hoe gevaarlijk zulke descrepantien zijn, en hoe hoognoodig dezelve dienen vermijdt, gelijk wij UE: bij dezen ende Extract Missive van Hun Hoog Edel„ „hedens te Batavia aan den President wijbrand Dubbeldek op de dato 28„e December A=o 1676. inzonderheid
English
especially most earnestly to recommend President Dubbeldik and to make it his foremost task, in any event, not to supply the least reason thereto from his side, and through prudent conduct mixed with good admonitions to lead Radja in such a manner that he may consider how far he and all of his, above all the other Bugis grandees, are infinitely obliged to the Company, without which and God's gracious blessing, they would indeed still be and remain perpetually in the deepest slavery of the Macassar greatness, from which they were so happily saved and now elevated so far above the same in prestige, which certainly merits no small gratitude and compliance, wherein, however, he tends to fall short in many respects more than others, arrogating to himself far more power and authority than is proper and belongs to him, which has nevertheless already extended so far that it cannot be retracted except through pure prudence and good intercourse by amicable induction, which must nonetheless take place gradually and almost imperceptibly, so that he may very gently come to himself again and remember that, even in the midst of this his greatness, he could by no means exist without the Company's support, as was abundantly proven in the last waged war against those of Goa, besides that the jealousy of his own countrymen against him is undoubtedly great enough, who would not respect him nearly so much if he were not clothed with the Company's favor and authority, of which, among others, no small proof was also given by our three sloops sent to assist the allies to Luwu, where it appears that the appearance of the same instilled no small courage in his people to attack the enemy with greater vigor than they would otherwise have dared to do, all of which, if he were once to consider and take it into deliberation, he would apparently somewhat moderate his absolute power, which he has already become accustomed to use, and assume a more civil conduct. See now how far this is from an ancestral heritage, and in what manner people have sought for so long to blindfold us with a native-born Queen of Timoeroeng; and in the same manner the common Bonian has been under the delusion for many years, yea, up to now, that Bontoalacq and Campong Boegier is the Queen's heritage, or at least independently ceded by the Honorable Company. Extract from the Memoir of the Honorable Governor Smout. No. 16 No. 17. As we have the pleasure to communicate the reasonable and peaceful state of this island to Your Right Honorable Excellencies, although now and then through the machinations of the Bonian Court and the Queen's irreconcilable hatred against Aroe Tanette some harmful schemes were forged, yet through our untiring vigilance in these uncertain times they were discovered in good time on each occasion, and countered and frustrated by all imaginable means, as we, by way of proof in this regard, humbly refer to the entries in the Daily Register on various dates, and to cite the most notable from it, Their Highnesses on the 30th of May last caused the first-named, through their envoys Aroe Bone and Aroe Oedjong, to give notice that not only the Queen and the Young King, but also all the court grandees and commons, had moved from the place of protection, Campong Beroe, to their old territory of Bontualacq to reside, without offering thanks for the protection enjoyed and the latest victories obtained over the Wajoese, which we nevertheless passed over as if unnoticed, but took this occasion nonetheless to request the emissaries to help remind Their Highnesses upon their return that the lordship of Bontuala as well as Campong Beroe belonged in property to the Honorable Company, but was granted of old to the Bonian kings merely as a place of residence as a fief until further notice. Where Their Highnesses were wished much peace and contentment by us, although we were already privately informed at that time that it would not stop with this removal, but that the Queen intended to proceed to Danouang, situated in the Southern Province, and the Young Extract from the General Letter of Governor Smout and Council at Macassar to Their Excellencies, dated the 26th of October 1741.
Dutch transcription
inzonderheid den President Dubbeldik op wel emnstelijk re„ „kommandeeren en aan zo veelen zijn meeste werk te maken om in allen gevalle van zijn zijde daar toe geen de minste rede„ „nen te suppediteeren en door een voorzigte Conduite vermingt met goede vermaningen Radja zodanig te leiden, dat hij ge„ „denken mag, hoe verre hij en alle de zijne, boven al de andere Boegijse groten oneindelijk aan de Comp: verpligt is, zonder dewelke en Godes goedertieren zeegen, zij immers nog zouden wezen en beuwig blijven in de alderdiepste slavernije van de Makassaarse Grootheid, uit dewelke zij zo gelukkig geredt en nu zo veel boven dezelve in aanzien verheven Eijn, dat zekerlijk geen kleene dankbaarheid en gedienstigheid meriteert, waar omtrend hij egter meer als andere in veele komt te ge„ „breeken, zig aanmatigende veel meerder magt en authoriteit als behoort en hem toekomt, die egter al zo ver g'extendeert is dat ze niet, als door puire voorzigtigheid en een goede ommegang bij minnelijke inductie zal in te trekken wezen het gunt nog„ „tans allengs en gelijk als ongevoelijk noodzakelijk zal dienen te geschieden, op dat hij al zagtjens weder tot hem zelven komen en zig erinneren mag, dat hij zelfs in het midden van deze zijne grootheid zonder Comp„s support geenzints zoude konnen bestaan gelijk daar van ten overvloede gebleken is in den laast gemaakten Oorlog tegens die van Goa, behalven dat de Jalousie van zijn eigen Landgenoten tegens hem onge„ „twijffeld groot genoeg is, die hem op verre na zo zeer niet ont„ „zien zoude indien hij met 'skomp„s gunst en ontzag niet be„ „kleed ware, zijnde onder anderen mede daar van geen kleen bewijs gedaan door onze drie afgezondene Chialoepen tot as„ sistentie van de Bondgenoten naar Loehoe alwaar het blijkt dat de verschijninge van dezelve zijn volk geen kleene couragie in boesemde om den vijand met meerder vigeur aan te tasten, als zij anderzints wel zouden hebben durven doen al het welke als hij het eens wel kwame te bedenken en in overleg te nemen 93 is te gebruiken, wel wat matigen en van Civielder Conduite nemen, zoude hij apparent zijn onbepaalde magt, die al gewoon werden. Liet nu eens hoe wijt dit van een verouderlijke Erffgoed van daan is, en op wat wijze men ons zo lange met een gebooren Koninginne van Timoeroeng heeft getragt te blind„ doeken; en op dezelve wijse is den gemeenen Bonier veel Jaren Ja tot nu toe in verbeelding, dat Bontoalacq en Campong Boegier 's koninginnes Erfgoed is, of voort Extract uit de Memorie van den Heer Gouverneur Smout. minste door de E Comp: onafhankelijk afgestaan. . No„ 16 95 N„o 17. Gelijk wij het genoegen hebben den redelijk en vreedigen stand van dit Eiland uw welEd: Groot Agtb: te bedeelent, schoon nu en dan door de werking van 'T Bonijsche Hof en den onversoenelijken haat van de Koninginne tegens Aroe Tanette, wel eenige schadelijke Oessijnen gesneed, dog door onze en vermoeide waaksaamheid in dese onsekere tijden telkens bij tijds werden ontdekt, en door alle bedenkelijke middelen tegen gegaan en verijdelt, zoo als wij daar omtrend tot bewijs ons ne„ „drig komen te gedragen aan het aangetekende in het Dag= Register op verscheide datums, en zullende daar uit het nota„ „belste aan haalen, lieten Haar Hooghedens den eertgetee„ „kende op den 30„e Mai laast verweeken door haare gezanten Aroe Bone en Aroe oedjong kennisse geven, dat niet alleen de koninginne en Jonge Koning maar ook alle de hofgroten en gemeene hun uit de protexie plaats Campong Beroe na haar oude territoir Bontualacq ter woon hadde begeven, zonder voor de genotene bescherming en laast behaalde overwinningen op de wadjoreesen te bedanken, het geen wij egter quasie vero ongemerkt hebben gepasseert, maar niet te min dese occagie waargenomen de zendelingen te verzoeken, bij retour haar hooghedens te helpen herinneren, dat de heer „lijkheid van Bontuala zoo wel als Campong Beroe dE Comp: in Eigendom toe behoorde, maar als een Leen goet tot wederseggens toe de Bonijsche koningen van ouds eenelijk tot verblijf plaats toegestaan was. alwaar haar Hooghedens door ons, veel rust en vergenoeging wierde toegewenscht, schoon wij te dier tijd onder de hand al ver„ „stendigt waren dat het bij dese verhuising niet zoude blijve, maar dat de koninginne voornemens was, na Danouang gelegen in de zuider Provintie te begeven, en den Extract uit de gemeene Missive van den Gouverneur Smout en Raad te Maccas„ „ser aan Hunne Hoog Edelhedens gedateert den 26„e october 1741. Jongen den van en
English
to leave the Young King at Bontoala, as we shall set forth in its proper place below for your Right Honourables, meanwhile the Court had secretly taken its measures, if possible by a stratagem to have the person and lands of Aroe Tanette hostiley attacked, choosing as leader for this purpose the Bone wanderer Aroe Boijo, who, from an innate predatory disposition, had already sought protection with almost all the kings and princes on Celebes one after another on account of various misdeeds, and under promise of a general pardon from the Court of Bone had taken this new disturbance upon himself, as we were confirmed in that opinion by a letter from Maros Commander Jurgen Christoffel van Diepenbroek dated 18 July stating that Radja Moeda had summoned almost all the Bone people from our Northern Province, and that the above-cited rumour had been spread there, whereupon on the 25th of that same month the emissaries of Aroe Tanette arrived at Castle Rotterdam to inform us, as the head of the allies, that a party of armed people had approached near their master's land as far as the settlement of Nepo, and that they had insolently declared they had come there in the name of the Company, Bone, and Wadjo to destroy his person and land, so that on the same day in our meeting we resolved to send with the utmost speed the merchant and fiscal Cornelis Jan Bogaard and junior merchant Willem van Duijvenvoorde as express commissioners to the Court of Bone at Bontoala, to give notice of this news brought by the Tanette emissaries, and politely to inquire, which we already knew, whether the Bone Court also had knowledge that a large crowd of armed people had appeared close to the land of Tanette, pretending to ruin that prince and his land in the name of the Company, Bone, and Wadjo; but since we trusted that those people had abused the name of Bone as well as the Company, and were trying to slander that ally, we came in this and similar cases to request, in order to prevent further confusion, to devise suitable means together that could serve to avert such enterprises and benefit the general alliance. However discreetly we handled this incident, Their Highnesses of Bone could nevertheless well gather that the inner workings of this undertaking were already known to us, and therefore had the said commissioners very hypocritically answered that they were particularly pleased that the Company still continued the old custom with regard to the Court, and had this matter been known to them, they would have informed us of it reciprocally; adding thereto that it had always been in vogue, if any lesser allies were aggrieved, that they were always accustomed to address the Court of Bone first, whereupon the same was later brought to the notice of the Company in case of necessity, yet they promised to be ready to come together to Castle Rotterdam to put into execution with us what was most beneficial for the alliance, just as His Highness Radja Moeda, the Nadangrang, Commander-in-Chief, along with all the other princes and grandees, for the first time since our return from Towadjo, appeared inside on 29 July, when after much discussion, debates back and forth, it finally came down to this on their part: whether every ally of the Company and Bone was not bound to make its interests known first to Bone, and later be escorted by Bone emissaries to the Company, which pretended right we finally declined, according to your Right Honourables' honoured letters dated 28 February 1726 and especially 25 February 1727, with the exception, however, that our intention was not aimed at preventing the allies from addressing the Court of Bone, but that the lesser allies on Celebes should be free, if they thought fit, to present their grievances in person to the Company as well as to the Court of Bone, and which topic went so far that His Highness, upon our proposal, declared that he was not inclined to dispatch an emissary together with us to the settlement of Nepo to see what and whose people intended to begin this new disturbance, and upon meeting them to tell them not to commit any hostilities, but to present their claim, if they maintained having one, to the Company and Bone to be examined and settled in fairness, but His Highness on the contrary claimed that Aroe Tanette, as the aggrieved party, ought first to have brought his complaints before the Court of Bone, and not first to the Company, maintaining therefore that the grievance of Aroe Tanette could not be credited with any belief, wherefore this conference, after much altercation, too tedious to burden your Right Honourables' weighty attention with, ended fruitlessly, on account of which we further respectfully refer to what was recorded on that day in the Dag-Register, yet with which we would not have been able to leave it, had we not shortly thereafter understood that Aroe Boijo and his adherents were routed by the people of the settlement of Nepo, and subsequently completely driven away by Aroe Tanette with the help of the Mandarese Naradia Ballanipa, so that the Court of Bone, having seen that their design has ended fruitlessly, will possibly await a better opportunity.
Dutch transcription
Jongen Koning op Bontoala te laten, zo als wij in 't vervolg deses op zijn plaats uwEd: Groot Agtb: zullen ter neder stellen, med„ „delerwijle hadde het Hof hijmelijk hare mesures genomen, om door een stratagema was het mogelijk de Perzoon en Landen van Aroe Tanette vijandelijk te laten attacqueeren, daar toe verkiesende als hoofd den Bonijsche Swerver Aroe Boijo die uit een aangeborene roof sieken aart, zig reets bij meest alle de koningen en Princen op Celebes nu en dan over misslag van den een na den ander in protexie begee„ „ven, en onder belofte van Generaal pardon, bij het Hof van Bonij deze nieuwe beroerte op zig genomen had, zoo als wij in dat gevoele wierden bevestigt, bij een briefje van Maros Commandant Jurgen Christoffel van Die „penbroek de dato 18„e Julij dicteerende, dat Radja Moeda meest alle de Bonijers uit onze Noorder Provintie hadde op ontboden, en dat het boven geciteerd gerugt aldaar verspreijt was, waar op den 25„e dier selve maand de zendelingen van Aroe Tanette ten Casteele Rotterdam arriveerde, om bij ons als hoofd der Bondgenoten kennisse te geven, dat een parthij gewapende volkeren, omtrend haar meesters Land tot bij de Negorij Nepo waren genadert, en dat dezelve Hout„ „moedig hadden verklaart, aldaar gekomen te zijn, uit naam van dE kompagnie Bonij en wadjo, om zijn Perzoon en Land te verderven, zo dat wij ten selven dagen ter onser verga„ „dering geresolveert hebben ten spoedigsten den koopman en fiscaal Cornelis Jan Bogaard en onderkoopman willem van Duijvenvoorde als Expresse gecom„ „mitteerdens na het Hof van Bonij op Bontoala te zen„ „den, omme van deze aangebragte tijding der Tanetsche sendelingen kennisse te geven, en vriendelijk te laten af„ „vragen (:het geen wij reets wiste:) of het Bonijsche Hof ook kennisse hadden, dat zig een grooten hoop gewapend volk digte bij het Land van Tanette verthoonde, met voorgeven uit 97 uit naam van dE Comp„e Bonij en wadjo die Prins en zijn Land te ruineeren: Dan dewijl wij vertrouwde, die volkeren zoo wel de naam van Bonij als dE Comp„e hadde misbruikt, en tragten bij dien Bondgenoot te bekladden wij in deze en diergelijke gevallen quamen te verzoeken tot voorkoming van meerder verwarring met malkander bequame mid„ „delen te beraamen. die tot wering van zodanige onderne„ „mingen, en ten nutte van het algemeene Bondgenoot„ „schap konde strekken. Doe agterhoudende wij dit voorval ook behandelden, konde Haar Hoog hedens van Bonij al egter wel nagaan, dat ons het interieur van deze onderneming reeds bekend was, en lieten dierhalven door gemelde gecommitteerdens seer ge„ „veinsdelijk antwoorden bezonder verblijt te wezen dat dE Comp: omtrend het Hlof de oude gewoonte nog continueerde en bij aldien haar deze zaak bekend geweest was, zij reciprocque daar van ons reeds kennisse soude hebben laten geven; daar bij voegende; dat het altoos in vogue geweest was indien eenige mindere Bondgenoten geledeert waren, haar altoos eerst bij het Hof van Bonij plagten te adresseeren, als wanneer het zelve naderhand in cas van noodzakelijk„ „heid ter kennisse van dEComp: wierd gebragt, dog beloofden bereid te wesen gesamentlijk ten Casteele Rotterdam te zullen komen, om met ons het heilsaamste voor het Bond genootschap ter Executie te stellen, gelijk zijn Hoogheid Radja Moeda den Nadangrang /:Rijxveldheer:/ benevens alle verdere Princen en Grooten (:voor de eerste reise 't zedert ons retour van Towadjo:/ op den 29„e Julij binnen verscheenen, wanneer na veel tusschen spraaken, debatten over en weder, het eindelijk bij haar hier uitquam, of alle Bondgenoot van dEComp: en Bonij niet gehouden waren, eerst bij Bonij haare belangende te kennen te geven, en door Bonijsche sendelingen naderhand bij dEComp: te werden geconduiseert geconduiseert, welk pretens regt wij finaal declineerde (:vol„ „gens uw Edele Groot Agtb: honnoreerde aanschrijvens de dato 28„e februarij 1726 en wel principaal 25„e februarij 1727:/ met uitsondering nogtans, dat onse intentie was streckende om de Bondgenoten te beletten hunne addresse bij het Hof van Bonij te nemen, maar dat het de mindere Bond„ „genoten op celebes soude vrijstaan indien zij goed dagten hare klagten zoo wel bij dE Comp: als het Hof van Bonij in eigener Perzoon voor te brengen en welk Chapitre zoo verre ging, dat zijn Hoogheid op onze voorstelling betuigde niet genegen te zijn, nevens ons een sendeling na de Negorij Nepo te depecheeren, om te zien wat en wiens volkeren deze nieuwe beroerte wilde aanvangen, en bij ontmoeting haar aan te seggen geene vijandelijkheden te plegen, maar haare preten„ „sie indien zij die sustenue te hebben bij dE Comp: en Bonij te komen aangeven om in billijkheid te werden ondersogt en afgedaan, maar zijn Hoogheid pretendeerde Contrarie dat eerst Aroe Tanette zijne klagten als beladigde bij het Hof van Bonij had moeten voortbrengen, en niet eerst bij dEComp: sustinerende dierhalven, dat de doleantie van troe Tanette geen geloof konde werden g'accrediteerd, waar door dese conferentie na veel woorden wisseling (:te lang„ „wijlige om uwEd: Groot Agtb: gewigtige attentie te ver„ „moeijelijkeres:) vrugteloos is afgelopen, en welkentweegen wij ons verder Eerbiediglijk aan het aangetekende ten dien dage in het Pag-Register komen te gedragen dog waar bij het wij egter niet zoude hebben kunnen laten, indien niet kort, daar aan verstaan hadde dat Aroe Boijo met zijnen aan„ „hang door de volkeren, van de Negorij Nepo opgeslagen, en naderhand door Aroe Tanette met behulp van de Manda„ „reese Naradia Ballanipa ten eenemaal weggejaagt was, zo dat het Hof van Bonij gesien hebbende dat haren toeleg vrugteloos afgeloopen is, mogelijk beter occagie zal afwagten
English
99 99 to wait to play some trick or other on that Prince at a more convenient time, which we nevertheless do not hope for and shall endeavor to prevent, in order to maintain as far as possible the balance between the major and minor Allies, and to uphold both fairly to the best of our ability. That Radja Moeda, concerning and for the reasons mentioned above, has appeared inside the Honorable Company's Castle for the first time since his return from Towadjo will certainly seem remarkable to Your Right Honorable, in view of the great and weighty services which the Court of Bonij has enjoyed from the Honorable Company with the regaining not only of its lands and subjects, without offering formal thanks for this, we shall respectfully report what transpired in this regard to Your Right Honorable. Her Highness and the Young King having several times sent inquiries after health to the First Signee, Radja Moeda on the 16th and 17th of June, among other things, conveyed through the messengers that he was well inclined to come inside the Castle to confer on behalf of the Honorable Company about various weighty matters, but was hindered from doing so out of fear that, through his conduct for some time, he had caused displeasure to the Honorable Company, which the Admiral would apparently reproach him with in public to his shame, and requested to be excused from this, so as to be instructed in private according to ancient custom. Thus that Lord was even convinced that he had acted ungratefully and wrongly by not helping to cultivate better manners of conduct at the Court, but rather playing the master over the minor Allies on the old footing, which we, however, as guarantors on Celebes to uphold the Honorable Company's prestige, shall endeavor to prevent, and far less allow our subjects to suffer any harassment from those people. No. 18 Descent of the King of Bonij on which he presumes to have a right to the Macassar Throne. The banished King of the Macassars, who was taken under the protection of the Boniers, named Ismael or Matinroa ri Sambopoe, was married to the Princess Craeng Pabieneang, with whom he begot a daughter, namely Aroe Palacca, who later became so dangerous to the Company. During the lifetime of this wife he took a second, namely the daughter of a priest Iege Oesoep named Sitti Habiba, by no means of such status as the Princess Craang Pabineang, with whom he produced a son named Aroe Soemalieng, who at the time of the war with Bontolancas was Prince Pongauwa or the first Bonij army commander. This Aroe Soemalieng married a daughter of Aroe Kadjoedra, also named Aroe Mabiering, who later became Madanrang of Bonij. With this wife Aroe Soemalieng had a son named Aroe Bakka, being the father of the present King of Bonij, whose mother was a certain Daeeng Matana, daughter of the recently deceased King of Bonij, by whose arrangement, made while still alive, the present King of Bonij was indeed elevated to the Throne of Bonij, to the prejudice of the monarch's own legitimate sons such as the Madanrang and the Dato Baringa, provided that, as he also did, marrying [illegible] 101 marrying the daughter of the Madanrang, who during his minority was also Regent of the Realm. Thus stated to the Right Honorable Lord Governor Barend Reijke upon His Right Honorable's requisition on the 15th of March in the Year 1788: by was signed Deefhout chief interpreter Intje Saleman Lieutenant of the Malays, and Noerdin Malay scribe. At the side stood the signature of Crdin Palemba One of the Macassar Grandees and underneath was stated by Caraeng Palemba, who confirms all of the above after it was clearly explained to him in the Macassar language, was signed D: Deefhout. No. 19. Genealogy of the Kings of the Macassars since the time of Matinroa ri Sambopoe. In the Year 1713 on the 17th of September, Abdul Djalil, otherwise in Macassar Tomenang di Lakioeng, was King of Goar. He was succeeded by King Ismael or Matinroa ri Sambopoe. After Ismael had reigned on the Macassar Throne for three years, he was deposed, and in his place was elected by the Realm his nephew the King of Tello, named Siradjoedien or Tomenang re Pasie. After this revolution Ismael was elected by the Boniers to be their King, who did not reign long but was deposed again. This same Ismael produced with his wife a daughter named Sitti Hamira, being the malicious woman Aroe Palacca who died recently after the last Macassar War. The aforementioned Siradjoedien or Tomenang ri Pasie had by two legitimate wives two sons, the one named Sapiodieng or Craeng Lempangang otherwise Napainga, and the other Makraeng alias Sainoedieng. Which Sapiodieng was elected King of Tello after his father's death. He married the aforementioned Aroe Palacca, with whom he fathered two sons named Abdul Hairmansoer and Abdul Koedoes.
Dutch transcription
99 99 afwagten om dien Prins de een of andere pots op bequamer tijd te spelen, het geen wij egter niet hopen en tragten zullen te prevenieeren, om zo veel als mogelijk de balans tusschen de groote en mindere Bondgenooten te houden, en beide in billijk„ „heid na vermogen te mainteneeren: Dat Radja Moeda, over en ter saak voorsz: voor de eerste reese binnen 'sE Comp„s Casteel verscheenen is, 't zedert zijne terug komst uit Towadjo zal uwEd: Groot Agtb: zeker„ „lijk op merkelijk voorkomen, ter saake de groote en gewigtige diensten die het Bonijsche Hof van de EComp„e genoten heeft met het herwinnen niet alleen van hare Landen en on„ „derdanen, zonder daar voor plegtelijk dank te zeggen, zullen wij het daar omtrend voorgevallene uwEd: Groot Agtb: Eerbiedig suppediteeren, haar Hoogheid en den J„o koning diverse maalen navrage van gezondheid hebbende laten doen aan de Eerst getekende, zo heeft Radja Moeda op den 16„e en 17„e Junij onder anderen door den boodschappen laten betuigen; wel genegen te zijn binnen het Casteel te komen, om 'sEComp„s wegen over een en ander gewigtige zaken te aboucheeren, maar daar inne te worden verhindert uit vreese door zijne gehoude conduites, 't sedert eenige tijd misnoegen aan dE Comp„e te hebben toegebragt die hem den Admiraal in het openbaar tot zijner beschaming apparent zoude voorhouden, en versogt daar van te worden g'Excuseert, om naar ouder gewoonte tusschen vier ogen te werden onderregt zo dat dien Heer zelfs overtuigt was ondankbaar en qualijk gedaan te hebben, geen beter maneance van Take, aan 't Hof te helpe Cultiveeren, maar op den ouden voet onder de mindere Bondgenooten den meester te speelen, het geen wij egter als garandeurs op celebes tot staving van 'sEComp„s Agt„ „baarheid zullen tragten te prevenieeren, en veel min toe„ „laten, dat onze onderdanen eenige overlast door dat volkje werden aangedaan N„o 18 Afkomst van de koning van Bonij waar op hij vermeend Regt op den Makasjaarschen Throon te hebben. De verstotene en onder den Boniers bescherming geno„ „mene koning der Makassaren genaamt Ismael of Matinroa ri Sambopoe is getrouwd geweest met de Princes Craeng: Pabieneang waar bij hij een dogter, namentlijk de naderhand zo gevaarlijk voor de komp„e gewordene Aroe Palacca geteeld heeft. Bij het leven van deze vrouw nam hij nog een twede namentlijk de Dogter van een Priester Iege Oesoep in name Sitti Ha„ „biba, in lange na van dat aanzien niet als de Princes Craang Pabineang, waar bij hij een zoon geproereert heeft genaamt Aroe Soemalieng, welke ten tijde van den oorlog met Bontolancas Prins Pongauwa of eerste Bonijs veld Heer geweest is. Deze Aroe Soemalieng is getrouwt met een Dogter van Aroe Kadjoedra ook genaamt troe Mabiering die naderhand Madanrang van Bonij geworden is. Bij deze vrouw heeft Aroe Soemalieng een zoon gekregen genaamt Aroe Bakka, zijnde de vader van de pre„ „sente Koning van Bonij wiens Moeder geweest is eene Daeeng Matana, dogter van de Jongst overle„ „dene koning van Bonij door welkers, nog bij zijn leven gemaakte schikking de presente Bonische Koning dan ook, in prejuditie van 's vorsten eigene egte zoons als den Nadanrang en den Dato Baringa, tot den Thioon van Bonij verheren is, mits gelijk hij ook gedaan heeft, trouwende de 1 de R A det h t 101 trouwende met de Dogter van den Nadanrang, die gedurende zijn minderjarigheid ook Regent van het Rijk geweest is. Aldus opgegeven aan den welEdelen Agtbaren Heer Gouverneur Barend Reijke op zijn welEdele Requisit den 15„e Maart Ao 1788: - door /was geteekend/ Deefhout oppertolk Intje Saleman Luitenant der Maleijers, en Noerdin Maleidse schrijver. ter zeide stond de handteekening van Crdin Palemba Een der Maccassaarsche Rijx grooten (:en daar onder:/ stond gesteld bij Caraeng Palemba die alle het vorenstaande na dat het hem duidelijk in de Makassaarse taal was te verstaan gegeven, bevestigt, /was getekend/ D: Deefhout. , No„ 19. Geslagt Register van de koningen der Mac„ „cassaeren zedert ten tijde van Matinioa ri Sambopoe Anno 1713 den 17„e September is Abdul Ojaliel anders op zijn Maccassaars Tomenang di Lakioeng Koning van: Goar geweest Deze is gesuccedeerd geworden door den koning Ismael of Matinroa ri Sambopoe. Na dat Ismael drie Jaren op den Makassaarschen Throon hadde geregeerd, is hij afgezet geworden en in desselfs plaats door het Rijk verkorens zijn Neef den koning van Tello in name Siradjoedien of Tomenang re Pasie. Na deze evolutie is Ismael door de Boniers tot hun Koning verkoren geworden, die niet lang geregeerd maar weder afgezet is Deze zelfde Ismael heeft bij zijn vrouw een dogter geprocreert genaamt Sitti Hamira zijnde het Jongst na den laasten Maccassaarschen oorlog overledene Boos„ „aardige wijf Aroe Palacca. voornoemde Siradjoedien of Tomenang ri„ Pasie heeft bij twee Egte vrouwen gehad twee zoons de eene genaamt Sapiodieng of Craeng Lempan„ „gang anders Napainga en de andere Makraeng alias Sainoedieng. welke Sapiodieng na zijn n vaders overlijden tot koning van Tello is verkoren ge„ „worden. Deze trouwde met voormelde Aroe Palacca waar bij hij twee zoons verwekt heeft in name Abdul Hairmansoer en Abdul Koedoes
English
103 The other son Makraeng alias Sainoedieng received nothing, and he was actually the father of this present King of the Macassars. In the year 1735 on the 5th of November, Siradjoedieng, forced thereto by the disputes with Craeng Bontolancas, abdicated his realm and ceded the same to his grandson Abdul Hairmansoer, instead of to one of his own sons, after which he went to reside at Tella. Anno 1744 the 28th of July, this Abdul Hairmansoer happened to pass away, receiving after his death the posthumous name of Tomenang ri Goadh, and was succeeded by his brother Abdul Koedoes. This Abdul Koedoes was married to a daughter of the King of Bima named Craeng Ballasarie, by whom he had four children, namely: A daughter named Craeng Tabaringan; A son Oesman, or the Batara Goah currently exiled on Ceilon; Another daughter named Craeng Patoekangang alias Andonda; As well as another son named Maliesoedjawa or Nadoedieng; this is the present Aroe Mampoe. After the death of Abdul Koedoes, Oesman, a son of his, ascended the throne, who had as his regent the father of this present King of the Macassars, named Sainoedieng. This Oesman is that same Battara Goah who is on Ceilon, who, after he was exiled over there, was succeeded by his brother Maliesoedjawa, or this Aroe Mampoe, who at that time abandoned his realm. After 104 In the margin stood the signature of Crain Palemba, one of the Macassar grandees of the realm, and beneath it was stated: by Caraeng Palemba, who confirms all the foregoing after it was clearly made known to him in the Macassar language. After this Aroe Mampoe had, as mentioned, abandoned his realm, he defected to the Bonians, and the grandees of the realm of Goah elected the aforementioned regent Makraeng alias Sainoedieng as King anno 1769, being a son of Siradjoedien or Tomenang ri Pasie. This is the same one who was driven off by the rebels and taken under the Company's protection, and died during the war, leaving three sons, namely: The eldest, Craeng Bontolancas, begotten before his accession to the throne with a legitimate wife, by whom he also subsequently procreated Prince Craeng Data; and The youngest is named Halieko, begotten with another legitimate wife during his reign. Of these three, the eldest has now been elected King, both because of his retreat with his father and brother Craeng Data to the Honourable Company and the subsequent popular election, as well as because the other at that time was not only merely a child of 8 to 9 years old, but was also raised by and resided with his cousin, the wife of Datoe Baringa, being a Macassar princess whom that Bonian general married at the end of the war, under whose influence Prince Halicko still wanders and thus can be considered to belong to the faction of Aroe Palakka. Thus reported to the Honourable Respected Lord Governor Barend Reijke upon his Honourable requisition on the 15th of March anno 1788 by: was signed: D: Deefhout, chief interpreter Intje Saleman, lieutenant of the Malays, and Noerdin, Malay writer. was signed: D: Deefhout. 104 In the margin stood the signature of Crain Palemba, one of the Macassar grandees of the realm, and beneath it was stated: by Caraeng Palemba, who confirms all the foregoing after it was clearly made known to him in the Macassar language. After this Aroe Mampoe had, as mentioned, abandoned his realm, he defected to the Bonians, and the grandees of the realm of Goah elected the aforementioned regent Makraeng alias Sainoedieng as King anno 1769, being a son of Siradjoedien or Tomenang ri Pasie. This is the same one who was driven off by the rebels and taken under the Company's protection, and died during the war, leaving three sons, namely: The eldest, Craeng Bontolancas, begotten before his accession to the throne with a legitimate wife, by whom he also subsequently procreated Prince Craeng Data; and The youngest is named Halieko, begotten with another legitimate wife during his reign. Of these three, the eldest has now been elected King, both because of his retreat with his father and brother Craeng Data to the Honourable Company and the subsequent popular election, as well as because the other at that time was not only merely a child of 8 to 9 years old, but was also raised by and resided with his cousin, the wife of Datoe Baringa, being a Macassar princess whom that Bonian general married at the end of the war, under whose influence Prince Halicko still wanders and thus can be considered to belong to the faction of Aroe Palakka. Thus reported to the Honourable Respected Lord Governor Barend Reijke upon his Honourable requisition on the 15th of March anno 1788 by: was signed: D: Deefhout, chief interpreter Intje Saleman, lieutenant of the Malays, and Noerdin, Malay writer. was signed: D: Deefhout.
Dutch transcription
103 De andere zoon Makraeng alias Sainoedieng kreeg niets. en deze is eigentlijk de vader van deze presente koning der Maccassaren geweest: In het Jaar 1735 op den 5„e November heeft siradjoe„ „dieng, door de stribbelingen met Craeng Bontolancas daar toe genoodzaakt, van zijn Rijk afstand gedaan en het zelve aan zijn klein zoon Abdul Hairmansoer gequiteert in plaats van aan een zijner eigene zoons, waar na hij zig op Tella ter woon begeven heeft. Anno 1744 den 28 Julij kwam deze Abdul Hairman„ „soer te overleiden na zijn Dood de Eernaarn krijgende van Tomenang ri Godh en wierd opgevolgd door zijn Broeder- Abdul koedoer Deze Abdul koedoes is getrouwt met een Dogter van de koning van Bima genaamt Craeng Ballasarie waar bij hij vier kinderen heeft gekregen als Een Dogter genaamt Craeng Tabaringan Een zoon Oesman of den tans op Ceilon verbannen Bata„ „ra Goah Nog Een, dogter gen=t Craeng Patoekangang alias Andonda Als mede nog een zoon genaamt Maliesoedjawa of nadoedieng, deze is de tegenswoordige Aroe Mampoe Na de Dood: van Abdul Koedoes is Oesmans een zoon van hem tot den Throon gekomen, die tot zijn Rijks bestier„ „der gehad heeft de vader van deze presente Koning der Makassaren gen„t Sainoedieng: Deze oesman is die zelfde Battara Goah die op Ceilon is, die na dat hij daar ginter verbannen is, gesuccedeert wierd door zijn broeder Maliesoedjawa of deze Aroe Mampoe die toen ter tijd zijn Rijk heeft verlaten. Na 104 ter zeide stond de handteekening van Crain Palemba, Een ver naccassaarsche Rijxgrooten (:en daar onder:) stond gesteld bij Caraeng Palemba die alle het voorenstaande na dat het hem duidelijk in de Makassaarse Taal was te verstaan gegeven, bevestigt. Na dat deze Aroe Mampoe zo als gezegt zijn Rijk verlaten had, is hij na de Boniers overgegaan, en hebben de Rijksgrooten van Goah den voormeldens Rijks bestier„ „der Makraeng alias Sainoedieng anno 1769 tot Koning verkorens, als een zoon zijnde van Siradjoedien of Tomenang ri Pasie. Dit is dezelfde die door de Rebellen verjaagd en onder 'skomp„s bescherming genomen, staande den Oor„ „log gestorven is: nalatende drie zoonen als De oudste Craeng Bontolancas geteeld voor zijn komst tot den throon bij een Egte vrouw. Bij dewelke hij ook na dato de Prins Craeng Data geprocreert heeft. en De Jongste is genaamt Halieko geteeld, bij een andere Egte vrouw, staande zijn bestier. van deze drie is nu de oudste tot koning verkoren, zo om zijn retraite met zijn vader en Broeder Craeng Data tot de Ed„e komp„e en daar op gevolgde volks verkiesing, als wel om dat den anderen toen er tijd niet alleen maar nog een kind van 8 â 9 Jaren oud was, maar ook opgeroed wierd door - en gehuis vest was bij zijn Nigt de vrouw van Datoe Baringa, zijnde een Makassaarsche Princes, waar mede dien Bonischen veldheer bij het eindigen van den oorlog getrouwt is, onder dewelke die Prins Halicko als nog dwaald en dus gerekent kan worden onder den aanhang van Aroe Palakka te sorteeren. Aldus opgegeven aan den welEdelen Agtbaren Heer Gouverneur Barend Reijke op zijn welEdele Requisit den 15„e Maart anno 1788. door /was getekend/ D: Deefhout oppertolk Intje Saleman Luitenant der Maleijers en Noerdin Maleidse Schrijver. /was getekend/ D: Deefhout. e 104 ter zeide stond de handteekening van Crain Palemba, Een ver naccassaarsche Rijxgrooten (:en daar onder:) stond gesteld bij Caraeng Palemba die alle het voorenstaande na dat het hem duidelijk in de Makassaarse Taal was te verstaan gegeven, bevestigt. Na dat deze Aroe Mampoe zo als gezegt zijn verlaten had, is hij na de Boniers overgegaan, en he de Rijksgrooten van Goah den voormeldens Rijks bed „der Makraeng alias Sainoedieng anno 1769 koning verkorens, als een zoon zijnde van Siradjo of Tomenang ri Pasie. Dit is dezelfde die door de Rebellen verjaagd onder 'skomp„s bescherming genomen, staande den „log gestorven is. nalatende drie zoonen als De oudste Craeng Bontolancas geteeld voor zijn komst Bij dewelke hij ook na den throon bij een Egte vrouw. de Prins Craeng Data geprocreert heeft. en De Jongste is genaamt Halieko geteeld, bij een andere vrouw, staande zijn bestier. van deze drie is nu de oudste tot koning verkoren, zijn retraite met zijn vader en Broeder Craeng tot de Ed„e komp„e en daar op gevolgde volks verkiese wel om dat den anderen toen er tijd niet alleen maar een kind van 8 â 9 Jaren oud was, maar ook opgevold door - en gehuis vest was bij zijn Nigt de vrouw van D Baringa, zijnde een Makassaarsche Princes, w mede dien Bonischen veldheer bij het eindigen van d oorlog getrouwt is, onder dewelke die Prins Malic als nog dwaald en dus gerekent kan worden onder aanhang van Aroe Palakka te sorteeren. Aldus opgegeven aan den welEdelen Ag„ Heer Gouverneur Barend Reijke op zijn wel Ed Requisit den 15„e Maart anno 1788. door /was getekend/ D: Deefhout oppertolk Intje Saleman Luitenant Maleijers en Noerdin Maleidse Schrijver. /was getekend/ D: Deefhout.
English
104 in the margin stood the signature of Crain Palemba, one of the Makassarese grandees of the realm, and beneath it was written: confirmed by Caraeng Palemba, who verifies all the foregoing after it was clearly explained to him in the Makassarese language. After this Aroe Mampoe had departed, as has been said, he went over to the Bonians, and the grandees of the realm of Goah chose the aforementioned Makraeng alias Sainoedieng as king in the year 1769, being a son of Siradja or Tomenang ri Pasie. This is the same one who was driven off by the rebels, taken under the Company's protection, and died during the war, leaving behind three sons, namely: The eldest, Craeng Bontolancas, fathered before his accession to the throne by a lawful wife. With whom, after the throne, he also fathered the Prince Craeng Data, and The youngest is named Halieko, fathered with another woman during his reign. Of these three, the eldest has now been chosen as king, his retreat with his father and brother Craeng to the Honorable Company having been followed by a popular election, not only because the other at the time was only a child of 8 to 9 years old, but also because he had followed, and was residing with, his niece the wife of Baringa, being a Makassarese princess who was also married to that Bonian general at the conclusion of the war, under whom that Prince Malic still wanders and thus can be considered to fall under the following of Aroe Palakka. Thus stated to the Honorable and Respected Governor Barend Reijke, at his Honorable requisition, on the 15th of March in the year 1788. By signed D: Deefhout, chief interpreter Intje Saleman, lieutenant of the Malays, and Noerdin, Malay clerk. signed D: Delfhout. Actions Papers concerning the punishable actions of the Bonians. Copy E Register of the papers concerning the punishable actions of the Bonians. Mr. Speelman already complained in his time about the bad conduct of the Bugis. No. 1 In contempt of the Bungaya contract, the Bugis opposed the introduction of silver Surat Rupees here in the year 1707, and they still continue to dispose of the Company's currency according to their own pleasure. No. 2 They also brought forward many unfounded claims in 1710. No. 3 They also sailed without passes as early as the year 1728, just as they still do today. No. 4 According to the Memorandum of Mr. Gobius, this nation is accustomed to seeking out and bringing forth all kinds of lawsuits and claims that have merely the appearance of justice, and they say that whatever comes out of it is profit. No. 5 In that Memorandum, Mr. Gobius also cites various examples of their robbing and stealing, and their refusal to pay the Company's tithe. No. 6 Mr. Arrewijne describes Sorrang as a harmful hideout of the Bonians and their presumption in establishing their own toll gate or shahbandar office there. No. 7 Mr. Boelen says that the villainies and insolences of the Bonians committed here and there against the Company's subjects, occurring as daily events, are too numerous to record, and have caused His Honor much annoyance and trouble. No. 8 In his late Honor's Memorandum, he complains that the Bonian rulers have successively been given so much slack that one almost let the reins slip from one's hands, whereas they, on the contrary, have known from time to time how to draw things to themselves and make use of them. Their infringement upon the Company's authority and respect has also disgusted and annoyed His Honor to the utmost. No. 9 A single proof of how bold they are in this matter is found committed in the year 1774, when Governor van der Voort pushed for the toll farmer to pay Rds. 1000 sp. annually to the king for the nominal abolition of a large vessel that sailed back and forth to the north free of toll, even though, by sheer accommodation, they live on the Company's own territory, and the Company is master of the beaches of all the islands around here and the entire north, up to Mandalle, which borders the small kingdom of Tanette. No. 9 1/2 The Bonians also play the rogue in failing to fulfill their promises to make those of Mandhar pay the Rro 22000: ps. demanded for the bark De Vrijheid and its cargo, which were captured and carried off by subjects of Bangaij. No. 10 In the late Goan war, the Bonians completely played the rogue by throwing a large party of people into Goah, because of which one of our attempts to conquer Goah ended without success and with the loss of men. No. 11 They also supplied the rebels inside Goah with powder and lead at the cost of much European blood. No. 12 On that occasion, they also committed even more vile acts entirely unbecoming of allies. No. 13 All this forced Governor van der Voort not to confer any further with the king and grandees of the realm regarding that siege. No. 14 Concerning a certain private Ambon vessel that was run aground and plundered at Neepo in the beginning of the year 1782, all attempts made to obtain restitution have been fruitless. No. 15 In the month of June in the year 1782, the present king of Boni advanced with a false claim upon the Campong Baroe situated under this castle. No. 16 From the separate Daily Register of the 6th of November 1782, it also appears that the Bonians, likewise by a wrongfully made claim, committed acts of violence against
Dutch transcription
104 ter zeide stond de handteekening van Crain Palemba, Een ver naccassaarsche Rijxgrooten (:en daar onder:) stond gesteld bij Caraeng Palemba die alle het voorenstaande na dat het hem duidelijk in de Makassaarse Taal was te verstaan gegeven, bevestigt. Na dat deze Aroe Mampoe zo als gezegt zijn verlaten had, is hij na de Boniers overgegaan, en de Rijksgrooten van Goah den voormeldens Rijks be „der Makraeng alias Sainoedieng anno 1769 Koning verkorens, als een zoon zijnde van Siradja of Tomenang ri Pasie. Dit is dezelfde die door de Rebellen verjaagd onder 'skomp„s bescherming genomen, staande den „log gestorven is: nalatende drie zoonen als De oudste Craeng Bontolancas geteeld voor zijn komt Bij dewelke hij ook na den throon bij een Egte vrouw. de Prins Craeng Data geprocreert heeft. en De Jongste is genaamt Halieko geteeld, bij een andere vrouw, staande zijn bestier. van deze drie is nu de oudste tot koning verkoren, zijn retraite met zijn vader en Broeder Craeng tot de Ed„e komp„e en daar op gevolgde volks verkiest wel om dat den anderen toen er tijd niet alleen maar een kind van 8 â 9 Jaren oud was, maar ook op gevol door - en gehuis vest was bij zijn Nigt de vrouw van Baringa, zijnde een Makassaarsche Princes, mede dien Bonischen veldheer bij het eindigen van d oorlog getrouwt is, onder dewelke die Prins Malic als nog dwaald en dus gerekent kan worden onder aanhang van Aroe Palakka te sorteeren. Aldus opgegeven aan den welEdelen Ag Heer Gouverneur Barend Reijke op zijn wel E: Requisit den 15„e Maart anno 1788. door /was getekend/ D: Deefhout oppertolk Intje Saleman Luitenant Maleijers en Noerdin Maleidse Schrijver. /was getekend/ D: Delfhout. Bedrijven Papieren wegens der Boniers Strafwaardige Copia E Register der Papieren wegens den Boniers strafwaardige bedrijven. Over der Boegineese slegte gedoentens heeft de Heer speelman in zijn tijd al geklaagd N„o 1 In vilipendi van het Bongaische kontract hebben de Boegineesen in A„o 1707 zig aan ge„ „kant tegens het gangbaar maken van zilvere Souratse Ropijen, alhier en met over 'sComps munt na haar eigen believen te disponeeren, con„ „tinueeren zij als nog veele ongegronde pretentien hebben zij in 1710 ook voort„ „gebragt - - - - - - - - „ 3. zij hebben ook al in A„o 1728 zonder Passen gevaren, gelijk zij tot heden nog doen - - - - - „ 4. Volgens de Memorie van de Heer Gobius is deze Natie gewoon op te zoeken en voor den dag te brengen, allerleij Actien en pre„ „tentien die maar schijn van regt hebben. en zeggen alles dat 'er af„ „komt is winst - - - - - - - „ 5. De Heer Gobius haald ook bij die Memorie aan ver„ „scheide staaltjes van haar Roven en steelen en weigeringe van het voldoen van 'sComp„s Thiende „ 6. De Heer Arrewijne beschrijft Sorrang als een schadelijk schuilnest der Boniers en haar aan„ „matiging om daar een eigen Thol„ „hek of Sabandarij te stellen – – – „ 7. De -„ 2 De Heer Boelen zegd dat de fielterijen en brutaliteiten der Boniers hier en daar aan 'skomp„s onderdanen gepleegt werdende, als dagelijks gebeurtenissen, te menig„ „vuldig zijn om aan te tekenen en zijn E: veel Ergernissen en moeijelijk„ „heden hebben gebaart - - - - N„o 8 Bij zijn Edelens Nagelatene Memorie klaagt hij dat de Bonische vorsten successive zo veel bot zijn gevierd dat men bij na het bindtje zelfs zig zoude hebben laten ontslippen, daar zij contrarie van tijd tot tijd het wel hebben weten na haar te palmen en daar van gebruik maken. Haar infractie in 'sComp„s gezag en Agtbaarheid heeft zijn Edele ook ten uiterste gedegoeteert en g'er„ „gert - - - - - - - - Een Enkeld bewijs, hoe stout zij in dit Artikul zijn, vind men in Anno 1774 gepleegd, door de gouverneur van der voort als te dringen dat de Boomspagter Jaar„ „lijx Rd„s 1000 sp„s aan de koning moet uitkeeren voor het dan quasie afschaf„ „fen van een groot vaarthuig dat vrij van tholl over en weder na de Noord voer. schoon zij door een puure inschikkelijkheid op 'skomp„s eigen ge „bied woonen en de komp„e meester van de stranden van alle de Eilanden hier rondsom en de geheele Noord is, tot aan het tegens het Rijkje van Tanette aangrensende Man„ „dalle toe - - - - e Boniers speelen ook den Schelm in het niet nakomen „ 9 „ 9½ — In den Jongsten Goalsen oorlog hebben de Boniers vol„ „strekt den shelm gespeeld met een groot. parthij van volk binnen Goah te werpen, waar door een van onze gedane tenzame om Goah te over„ „meesteren zonder vrugt en met ver„ „lies van volk is afgeloopen - - - „ 11 Zij hebben ook ten kosten van veel Europeeschen bloet de Rebellen binnen Goah met kruit en Lood voorzien - - - - - - „ 12 Zij hebben ook bij die gelegendheid nog meer slegte stuk„ „ken Bondgenoten gantsch niet be„ „tamende gedaan - - – – — „ 13 Dit alles heeft de Gouverneur van der voort verpligt om met de koning en Rijksgroten over die belegering niet verder te confereeren „ 14. Omtrend zeeker op Neepo in het begin van A„o 1782 afge„ „lopene en geplunderd Ambons particu„ „lier vaarthuig zijn alle de gedane tenta„ „mes tot restitutie vrugteloos geweest - - „ 15. In de maand Juni A„o 1782 is de presente koning van Bonij met een valsche pretentie op de onder dit Casteel leggende Campong Baroe opgekomen - - - - - - – – – „ 16 Bij het apart Dag Register van den 6„e November 1782 blijkt ook dat de Boniers door een almede verkeert gemaakte pretentie, geweldpleging g'oeffend hebben op nakomen harer beloften om die van Mandhar te zullen doen betaalen Rro 22000: p„s g'Eischt, voor de Bark de vrijheid en dier Lading door onder„ „horige van Bangaij overrompeld en vervoert. . . . . . . No 10 de
English
They have also in a sub- and obreptitious manner made themselves masters of the Makassarese negorij Takalara as well as nine others that also belonged to it 18 They are even so predatory that the fruit trees of our subjects are not spared, and these people are often afraid to hold their ordinary market days 19 In the time of Mr. Harthouwer at Makasser, Radja Palacca already began to show what he had up his sleeve, to such an extent that Their High Nobilities expressed themselves very strongly in a letter of 29 December 1675 regarding the arrogance and ingratitude of this nation 20 In July 1783 the Boniers nearly caused a major uprising through the treacherous wounding of a Madurese warrior 21 In the year 1783, according to what is noted in the separate daily register under 18 September, they also again committed many acts of violence without anyone having obtained the slightest satisfaction for it 22 Anno 1783, 18 December, I have [illegible] the King of Bonij the negorij Pota, situated in Mangarij or the Land of Floris and Ende, against which I had nevertheless guarded as much as was possible for me No 17 They also carry on an illicit trade in the Strait of Malacca, indeed even to Ceram and elsewhere 24 As also in the Bay of Tomini to the detriment of the Company's gold mines 25 In the year 1786, in the month of June, the Buginese with drawn krisses drove out of their kampongs the Chinese of the junk arriving here annually for trade, from whom they had bought various goods 26 In April 1787 the King of Bonij was not ashamed, as if in spite of us, to have the rebels taken into his protection come over here to Campong Boegis 26 Around that area to the north at Tjimpo near Loehoe a Chinese was murdered by his own crew, but of his goods the Boniers stole a value of fully upwards of 2000 Rixdollars, while the remainder was recovered only with great difficulty through formal demands 26 In the daily register of 1787 under 18 October, however, fruitlessly maintained concerning the scandalous conduct of his envoys at Batavia, especially that of the insolent Tomilalang, in the robbing and stealing of many people's slaves, etc., also concerning the continual poor payment of the tithes No 23
Dutch transcription
Zij hebben zig ook op een sub-en obreptive wijze meester gemaakt van der Makassaarse Negorij Takalara benevens ook nog Negen anderen deze almede toebehoord hebbende - - - - - - - - - - - „ 18 Zij zijn zelfs zo Roof ziek dat de vrugt Boomen onzer onderdaanen niet gespaart worden en deze Lieden dikwils bang zijn hunne ordinaire markdagen te Ten tijde van den Heer Harthouwer op Makasser, be„ „gen Radja Palacca al te toonen wat Hij in zijn schild voerde, zodanig dat Haar Hoog Edelheedens zig over de arrogantie en ondankbaarheid van deze Natie zeer sterk bij brief van den 29„e December 1675 hebben uitge„ In Juli 1783 hebben de Boniers door het verradelijk kwet„ „zen van Een Madureese Krijger bij na Een groote opstand verwekt – - - „ 21 In A„o 1783 hebben zij ook volgens het genoteerde bij 't apart Dag- Register onder den 18„e September weer veele geweldadigheden gepleegt zonder dat men daar over eenige de minste satisfactie heeft erlangd - - - - - - - - - - „ 22. Anno 1703. den 18 December heb jk den koning van Bonij de Mangarij of het Land van Floris en Ende leggende Negorij Pota, waar tegens Jk nog zo veel mijn mogelijk„ gewaakt heb. . . . . . . No 17 edog houden - - - - - - - - - „ 19 „laten - - – – – – – – – – „ 20 zij hebben ook een ongepermitteerde vaart in straat Malakka, Ja zelfs op Ceram en elders „ 24 Gelijk ook in de Bogt van Tomini tot nadeel van 'skomp„s goudmijnen - - - - - - - - „ 25 In Anna 1786 in de maand Juni Joegen de Boegineesen met bloote krissen uit haare Kampongs de chineesen van de hier Jaarlijks ten handel komende Jonk, waar van zij verscheide goederen hadde gekogt - - - „ 26. In April 1787 schaamde zig de koning van Bonij niet, om als in spijt van ons de in zijn protexie genomene Rebellen dit heen na de Campong Boegis te laten overkomen - - - - - - „ 26. Om die streeks is 'er om de Noord op Tjimpo digt bij soehoe Een Chinees door zijn eigen scheepelingen vermoord, dog van zijn goederen hebben de Boniers wel ter waarde van ruim 2000 Rixd„s gestoolen, terwijl het overige met veel moeite door opeissching nog te regt gekomen is - - - - - „ 26. Bij het Dag-Register van 1787 onder den 18=e edog vrugteloos onderhouden over het schandelijk gedrag van zijne gezanten op Batavia bijzonder dat van den brutalen Tomilalang in het Ro„ „ven en steelen van veeler lieden haare slaven Etc: ook over de con„ „tinueele slegte voldoening der Thiendens. . . . . . . . N„o„ 23. october Zij hebben zig ook op een sul- en obreptive wijze meeste gemaakt van der Makassaarse Negorij Takalara benevens ook Negen anderen deze almede toebeh hebbende - - - - - - - - Zij zijn zelfs zo Roof ziek dat de vrugt Boomen onderdaander niet gespaart word en deze Lieden dikwils bang zijn hunne ordinaire markdagen te Ten tijde van den Heer Harthouwer op Makasser „gen Radja Palacca al te toonen Hij in zijn schild voerde, zodanig de Haar Hoog Edelheedens zig over arrogantie en ondankbaarheid deze Natie zeer sterk bij brief den 29„e December 1675 hebben ui In Juli 1783 hebben de Boniers door het verradelijk „zen van Een Madureese krijger na Een groote opstand verwekt In A„o 1783 hebben zij ook volgens het genoteerde bij apart Dag-Register onder den September weer veele geweldadig gepleegt zonder dat men daar eenige de minste satisfactie erlangd - - - - - - - Anno 1783. den 18 December heb jk den Koning van Ha de Mangarij of het Land van Fo en Ende leggende Negorij Pota, tegens Jk nog zo veel mijn mogelij gewaakt heb - - - - - - edog houden - - - - - - - - „laten - - - - - - 1 —— — Zij hebben ook een ongepermitteerde vaart in straat Malakka, Ja zelfs op Ceram en elders „ 24. Gelijk ook in de Bogt van Tomini tot nadeel van 'skomp„s goudmijnen - - - - - - - - - „ 25 In Anna 1786 in de maand Juni Joegen de Boegineesen met bloote kressen uit haare kampongs de chineesen van de hier Jaarlijks ten handel komende Jonk, waar van zij verscheide goederen hadde gekogt - - . „ 26. In April 1787 schaamde zig de koning van Bonij niet, om als in spijt van ons de in zijn protexie genomene Rebellen dit heen na de Campong Boegis te laten overkomen - - - - - - „ 26. Om die streeks is 'er om de Noord op Tjimpo digt bij Loehoe Een Chinees door zijn eigen scheepelingen vermoord, dog van zijn goederen hebben de Boniers wel ter waarde van ruim 2000 Rijxd„s gestoolen, terwijl het overige met veel moeite door opeissching nog te regt gekomen is - - - - - „ 26. Bij het Dag-Register van 1787. onder den 18=e edog vrugteloos onderhouden over het schandelijk gedrag van zijne gezanten op Batavia bijzonder dat van den brutalen Tomilalang in het Ro„ „ven en steelen van veeler lieden haare slaven Etc: ook over de con„ „tinueele slegte voldoening der Thiendens. . . . . . . . N„o 23. october Zij hebben zig ook op een sul- en obreptive wijze meest gemaakt van der Makassaars Negorij Takalara benevens ook Negen anderen deze almede toebeh Zij zijn zelfs zo Roof ziek dat de vrugt Boomen on onderdaander niet gespaart word en deze Lieden dikwils bang zijn hunne ordinaire markdagen te Ten tijde van den Heer Harthouwer op Makasser „gen Radja Palacca al te toonen Hij in zijn schild voerde, zodanig de Haar Hoog Edelheedens zig over arrogantie en ondankbaarheid deze Natie zeer sterk bij brief van den 29„e December 1675 hebben uE In Juli 1783 hebben de Boniers door het verradelijk „zen van Een Madureese krijger na Een groote opstand verwekt In A„o 1783 hebben zij ook volgens het genoteerde bij apart Dag- Register onder den September weer veele geweldadig gepleegt zonder dat men daar eenige de minste satisfactie erlangd - - - - - - - - Anno 1783. den 18 December heb ik den Koning van Ae de Mangarij of het Land van F en Ende leggende Negorij Pota, tegens Jk nog zo veel mijn mogelij gewaakt heb - - - - - - edog hebbende - - - - - - - - houden - - - - - - - - „laten - - - - — ——
English
they also maintain an unauthorized navigation in the Strait of Malacca, yes, even to Ceram and elsewhere, 24. As well as in the Gulf of Tomini to the detriment of the Company's gold mines, 25. In the year 1786 in the month of June, the Bugis, with drawn krisses from their kampongs, chased away the Chinese of the junk arriving here annually for trade, from whom they had bought various goods, 26. In April 1787, the King of Boni was not ashamed to let the rebels taken under his protection come over here to Kampong Bugis, as if in spite of us, 26. Around that region, to the north at Tjimpo near Luwu, a Chinese was murdered by his own crew, but of his goods the Bonians stole to the value of well over 2000 Rijksdaalders, while the remainder was recovered only with great difficulty by demanding it, 26. In the Daily Register of 1787, under the 18th of October, maintained though fruitlessly regarding the scandalous conduct of his envoys at Batavia, particularly that of the insolent Tomilalang in robbing and stealing the slaves of many people, etc., also regarding the continual poor payment of the tithes. No. 23. Which are also partially described in my brief sketch dated 19th August 1787, delivered to the Commander of the war squadron Van Halm, 28. Makassar in Castle Rotterdam, the [illegible] October: one finds further several documents of the Bonians' insolence. No. 27. Several complaints have successively come before me concerning the nuisance that the Bugis caused to both one and the other, which has been addressed to the best of our ability, but nevertheless could not fully prevent the abduction and removal of the people, the more so because the Bugis imagined for themselves practically full authority over those people. Extract from the Memoir of Mr. Speelman. No. 1. No. 2. Extract from the Bungaya Contract concluded between the Honorable Company and the native princes and allies residing on and around this Celebes, at Barombong on the Company's own territory on Friday the 10th of November in the year 1667, wherein among other things is stated: Article 12. The Dutch currency, as it is current in Batavia in Rijksdaalders, schellingen, double stuivers, and pitjes, shall also have currency here in Makassar at its proper value, and in so far as it might be found that the community opposes it, the Government undertakes with all its power to make the same currency likewise acceptable among the common people at the bazaar. We had by no means expected that His Highness the King of Boni would have so absolutely refused to make the Surat silver rupees current, as was cited in your letter of the 10th of July, which specie has therefore also been reclaimed. Extract of a Dispatch from Their High Mightinesses at Batavia dated 30th March in the year 1708. No. 2. No. 3. It was also pleasing to us that you did not lend an ear to so many unfounded old pretensions which were subsequently, to our surprise, put forward by His Highness and recorded in your Daily Register under the dates of the 26th, 29th, and 30th of August, especially the extravagant demand on behalf of the Kingdom of Soppeng for the restitution of 100 pieces of firearms, 9 baju rantai or coats of chain mail, and 500 pieces of javelins that had already fallen into the hands of the Makassarese before the war of the year 1667, besides another 140 catties of gold received as a fine, among other things, at the time they had subjugated that kingdom, without our being able to comprehend how His Highness could still dare to maintain being entitled to that demand under the 18th Article of the Bungaya Contract, in which was only stipulated the restitution to those of Soppeng of such men, women, children, and goods as had been made prisoners of war by the Makassarese and were still residing under their territory, which certainly at the latest must already have been accomplished after the conquest of Sombaopu and the dispersion of the Makassarese in the year 1669, since after that time or in 41 years it does not appear that anything was mentioned of it. All which pretensions having then been rightfully rejected by you with demonstration of their groundlessness, His Highness might well have kept himself content with the surrender of the standard of Palakka, the double swivel gun named Pongoro, together with six ganrangs or brass cymbals, all first delivered on the 15th of July 1710 by the Makassarese. Extract from a Letter written by Their High Mightinesses the High Indian Government at Batavia to the Governor and Council here, dated 6th April 1711, wherein among other things is stated concerning the King of Boni: Makassarese, leaving behind most of his field equipment, besides a good number being put to flight and wounded, has to some extent been able to bring about that several allies adhere to and respect him not so much out of affection, but rather out of respect for the Honorable Company, and therefore he ought to embrace your advice for his own good. 5. The Bugis, Makassarese, Wajoese, and Mandarese sail to Borneo and Banjarmasin with and without passes, but those who sail without passes have forfeited their vessel and cargo according to the contracts. Further Extract from the Memoir of Mr. Gobius, dated 20th May in the year 1728. No. 4. 1.
Dutch transcription
zij hebben ook een ongepermitteerde vaart in straat Malakka, Ja zelfs op Ceram en elders „ 24. Gelijk ook in de Bogt van Tomini tot nadeel van 'skomp„s goudmijnen - - - - - - - - - „ 25 In Anna 1786 in de maand Juni Joegen de Boegineesen met bloote krissen uit haare kampongs de chineesen van de hier Jaarlijks ten handel komende Jonk, waar van zij verscheide goederen hadde gekogt - - - „ 26. In April 1787 schaamde zig de koning van Bonij niet, om als in spijt van ons de in zijn protexie genomene Rebellen dit heen na de Campong Boegis te laten overkomen - - - - - - „ 26. Om die streeks is 'er om de Noord op Tjimpo digt bij Loehoe Een Chinees door zijn eigen scheepelingen vermoord, dog van zijn goederen hebben de Boniers wel ter waarde van ruim 2000 Rijxd„s gestoolen, terwijl het overige met veel moeite door opeissching nog te regt gekomen is - - - - - „ 26. Bij het Dag-Register van 1787. onder den 18=e edog vrugteloos onderhouden over het schandelijk gedrag van zijne gezanten op Batavia bijzonder dat van den brutalen Tomilalang in het Ro„ „ven en steelen van veeler lieden haare slaven Etc: ook over de con„ „tinueele slegte voldoening der Thiendens. . . . . . . . N„o 23. october Die ook gedeeltelijk beschreven zijn bij mijn korte — schets in dato 19„e Augustus 1787 aan den Commandant van het oorlogs „Esquader van Halm overgege Makasser in het kasteel Rotterdam den October: vind men nader verscheidene stukken van der Boniers brutalitei„ „ten. . . . - - - - - - N„o 27: „ven – – – – – – – – – „ 28. e Verscheide klagten zijn mij successive te vooren gekomen over de overlast, die de Boegineesen zo wel de Een als de ander aandeede daar men naar vermogen in heeft voorzien, dog egter niet ten vollen kunnen verhinderen 't wegnemen en vervoeren der kenschen te meer om dat de Bougineesen haar zelve genoegzaam een Spielman Extract uit de Memorie van den Heer vol gebied over dat volk Imagineerde No„ 1 No 2. Extract uit het Bongaise kontract gesloten tusschen de Edele komp„e met de op en rentom dit Celeber zijnde Inlandse voorten en Bondgenoten te Barom„ „bon op 'skomp„s eigen grond op vrijdag den 10„e November A„o 1667 alwaar onder ande„ Art„l 12. De Hollandsche Munte zodanig als die op Batavia in Rijks„ „daalders, schellingen, dubbelde stuivers, pitjes gangbaar is, zal hier op Makasser in eigener waarde mede cours hebben en voor zo veel mogte bevonden worden, dat het de gemeente tegenstrijdt, neemt de Regeering aan met alle vermogen dezelve munte onder het gemene volk op de Bazaar mede aangenaam te maken. „ren staat. Wij hadden geenzints verwagt dat zijn Hoogheid de koning van Bonij, het gangbaar maken, der souratse zilvere Ropijen zo abvolut zoude afgeslagen hebben als bij uE: brief van 10„' Juli is aangehaald, welke specie daarom ook terug gevorderd is. Extract Missive van Hun Hoog Edelheden te Batavia de dato 30„e Maart A„o 1708. N„o 2: No 3 Met is ons mede behaaglijk geweest dat uE: het oog niet geleend „hebben aan zo veele ongegronde oude pretensien als naderhand tot onze bevreemdinge door zijn Hoogheid voortgebragt en bij uE: Dag Register onder datik 26, 29 en 30„e Augustus aangetekent zijn, Inzonderheid de uitsporige Eisch wegens het Rijk van Soping tot restitutie van 100 stux schiet ge„ „weeren, 9 bakjoe ranteer of gemalijde harnassen, en 500 stux werpspiessen al voor den oorlog van A„o 1667 in de magt der Maccassaren gevallen, nevens nog 140 kattjes goud onder meerder tot een boete genoten, ten tijde zij dat Rijk hadden gesubjugeert, zonder dat wij konnen begrijpen hoe zijn Hoogheid nog heeft derven staande houden tot dien Eisch ge„ „regtigt te zijn uit het 18„' Articul van 't Bongaijse Con„ „tract, waar in alleen bedongen werd de restitutie aan die van soping van zodanige mans, vrouwen, kinderen en goederen, als door de Makassaren tot krijgs gevangenen gemaakt en nog onder haar gebied woonagtig waren, dat zekerlijk ten langsten na de overwinninge van Samboppo, en de verstroijinge der Makassaren in den Jaare 1669 al volbragt zal wezen, aangezien na die tijd of in 41 Jaren niet blijkt dat daar van iets gerept is, alle welke pretensien dan door UE: ten regten met vertooninge van dies ongefondeertheid van de hand gewezen zijnde, hadde zijn Hoogheid hem wel mogen vergenoegt houden met de overgave van de Standaart van Palakka de dubbelde haak Pongoro genaamt, nevens ses ganrangs of kopere slagbek„ „kens, alle in het eerste geregt op den 15„e Juli 1710 door de Extract uit een Brief geschreven door Hun Hoog Edelheeden de Hoge Indiasche Regee„ „ring te Batavia, aan den Heer Gouverneur en Raad alhier de dato 6„e April 1711 alwaar onder anderen staat omtrend den Koning van Bonij Makassaren „vens een goed getal door den op de vlugt geslagen en gequetst is, wel eeniger maten heeft konnen bewerken dat verscheide Bondgenoten hem zo veel niet uit genegentheid, als wel ten respecte van dEComp„e aankleven, en ontzien, en daarom uE: raadgeevinge ten zijnen beste behoorde te amplecteeren. Makassaren met agterlatinge van zijn meeste veldtuig ne„ 5 vaaren na Borneo en Banjermassing met en zonder Passen, dog die zonder Passen varen, hebben haar vaarthuig De Boegineesen, Makassaren, wasjoreisen en Mandhareesen den Heer Gobius, de dato 20: Maij A„o 1728. en lading verbeurt volgens de contracten. 1 Nader Extract uit de Memorie van N„o 4.
English
No 4. While I was lying with the ship at Cambo, I caught a prahu at Kilo which, as he claimed, had come there to buy buffaloes, without the Company's pass, but provided with a pass from the King of Boni, which I take the liberty to attach here for Your Right Honorable's respected consideration, while that prahu master added that the King of Boni had told him that this pass of his was everywhere just as good as a Company's pass; meanwhile, I took that pass from him and gave another in its place, against which he protested greatly indeed, but that could not avail him, as I kept his pass. Extract from a separate Bima letter written by the Resident Meurs to the Governor at Macassar, dated 15 August 1787. Their custom, as well as that of the Boni people, is to produce and search for all sorts of actions and claims that have merely the appearance of right. For their saying is that everything that comes from it is profit, since by true right nothing is due to them except what has been or is granted to them through Dutch benevolence, which they themselves even admit, not to demonstrate thereby their sincerity to the Honorable Company, but to lull us to sleep. Extract from the Memorandum of the Governor, dated 20 May in the year 1728. No 1. Meanwhile, the absence of the Boni Court from here and their confusions in Boni seem not to leave them much occasion or time to exercise their arrogances here and elsewhere on the Company's lands, although that has diminished quite a bit since the latest incident, which they brought upon themselves at Kampong Bugis, which also shows a decrease of the acts of violence in the Company's Northern and Southern Provinces; nevertheless, all satisfactions to the Honorable Company remain unfulfilled. Murderers and wounders of Europeans, among whom one Jannang Boelecomba has already been in their hands, are neither delivered up nor surrendered. Two children of a Company female slave named Iava of Solor, mentioned in the Resolution of 26 November 1725, whose account is registered in the Miscellanea Book at the Secretariat in the year 1725 under No 318, are likewise still detained. Item, two slaves of the Company's subjects on Tankoeroe, according to the complaints, forcibly carried away by order of the Regent of Boni, Aroe Kajoe, of which Your Honor will find mention in the Daily Journal under 30 September 1726. Furthermore, two female slaves of Ensign Thomas Vromans, mentioned in the Daily Journal under 19 January in the year 1727. Many other detentions of slave-thieves and perpetrators of violence, such as Aroe Lonron, Tosamalie, etc., Your Honor will find mentioned in the Daily Journals since my presence; furthermore, various complaints of acts of violence on the Company's lands, which will also present themselves to Your Honor daily and can be read in the letters exchanged between Maros, Boelecomba, and this Government since my presence, besides the former ones; meanwhile, Extract from the Memorandum of Governor Gobius, dated 20 May in the year 1728. No 6. from here, only earnest recommendations have thus far been employed to all the Company's Regents not to tolerate the very least trifle or acts of violence anywhere on the Company's lands, but to repel all violence with violence, to which they must also be held with earnestness from time to time, as they otherwise, of their own accord, being fellow countrymen and coreligionists, are lax enough, and seem to have adopted or been imbued with an imagination that the Boni people have equal right with the Honorable Company; which has successively and earnestly been pointed out to them to the contrary, and likewise that all inhabitants of the Company's lands, even though they be Boni people, are also obliged to obey the Company's orders; although various Boni people, relying on the authority that that Court usurps, remain obstinate in paying the Company's lawful tithe on the basis of old indulgence and custom concerning those of the royal family or Boni grandees, of which, however, no evidence in the world is found in the papers, and therefore it has also successively been insisted upon for its fulfillment according to the intention in Their High Mightinesses' dispatch of 6 April 1711 and recently in that of the last day of February 1725 and 1726; item, our decisions in the Resolutions of 21 September and 16 October 1725, 5 January 1726, and 5 July 1727. Toreang or Padang Padang is one of the primary and harmful rogue-nests, where the Boni people usurp a toll gate or shahbandar office of their own, as has already partly been pointed out heretofore and is known well enough on all sides because sometimes thirty and more capable native trading vessels lie at the roadstead there. Extract from the Memorandum of Governor Arrewijne, dated 21 May in the year 1733. No 7. No 8. Tuesday the 6th In these days nothing has occurred other than various roguish acts and brutalities committed by the Boni people here and there in this vicinity against the Company's subjects, which, being daily occurrences and thus too numerous to record, I omit here according to custom, notwithstanding that they cause me much annoyance and trouble. Wednesday the 7th Thursday the 8th Friday the 9th Saturday the 10th Sunday the 11th Monday the 12th Tuesday the 13th Wednesday the 14th Thursday the 15th June Extract from the Secret Daily Journal at Macassar kept by Governor Boelen in the year 1769.
Dutch transcription
N„o 4. Terwijl Ik met het schip op Cambo lag, heb k op kilo een Prauw g'attrappeert, die zo hij voorgaf daar Buffels kwam kopen, zonder 'sComp„s Pas, dog voorzien met een Pas van de koning van Bonij, die ik de vrijheid gebruike tot uwelEd: Agtb: g'eerde speculatie hier nevens te voegen, ter „wijl die Prauw-voerder er bij voegde dat de koning van Bonij hem gezegd had, dat deze zijn Pas overal even zo goed was als een Comp„s Pas, intusschen heb jk hem die Pas afge„ „nomen en in plaats een ander gegeven, waar hij wel grootelijks tegen protesteerde, dog dat hem niet kon baten, wijl ik zijn Pas behield. Extract uit een Bimas aparte Brief geschreven door den Resident Meurs dan den Heer Gouverneur te Maccasser ge „dateert den 15„e Augustus 1787. Haar gewoonte zo wel als die der Boniers is voort te brengen en op te zoeken allerleij actien en pretensien die maar schijn hebben van Regt. Want haar zeggen is, alles datter afkomt is winst, alzo na het ware regt haar niets competeert als het geen dezelve door de Nederlandsche goeddadigheid toegelegt is, of word het geene zij ook zelfs bekennen, niet om daar door haare opregtigheid voor dE komp„e te vertoonen maar om ons den Heer Gobeur de dato 20„e Mai Anno Vader Extract uit de Memorie van 1728. N„o 1 in slaap te wiegen. Ondertusschen schijnt het afwezen van het Bonische Hof van hier en derzelver verwarringen in Bonij dezelve niet veel occa„ „sie of tijd te laten om hier en elders op 'skomp„s gronden haare arrogantien te exerceeren, hoewel dat al vrij wat ver„ „mindert is, zedert het Jongste geval, het welke dezelve haar hebben op den hals gehaald op de Campong Boegie dat ook een afneming der geweldenarijen op 'skomp„s Noorder en zuider Provintien vertoond niet te min blijven onvol„ „daan alle satisfactien: aan d'Ed: Komp„e Moordenaars en quetsers van Europeaanen, waar onder eenen Jannang Boelecomba: bereets in haare hauden geweest is; worden nog aan= of overgegeven. Twee Kinderen van een 'skomp„s slavin genaamt Iava van Solor vermeld ter Resolutie van 26 9ber: 1725 en welkers Relaas bij het miscelania Boek ter Secretarij A„o 1725 onder N„o 318: geregistreert is, werden almede nog aangehouden. Item twee slaven van 'sComp„s onderdaanen op Tankoeroe volgens de klagten op ordre van den Regent van Bonij, Aroe Kajoe, waar van UE: mintie zal vinden bij het Dag Regis„ „ter onder 30„e September 1726 geweldelijk weg gehaald. Voorts twee slavinnen van den vaandrig Thomas Vro „mans vermeld bij het Dag Register onder 19 Januarij Anno 1727. veele andere op houdinge van slavendieven, geweldma„ „kers, als Arcu Lonron, Tosamalie etc, zal UE: vermeld vinden bij de Dag Registers zedert mijn aanwezen, voorts diverse klagten van geweldewarijen op 'skomp„s gronden, die uE ook dagelijks zullen voorkomen, en gelezen kunnen worden bij de gewisselde brieven tusschen Maros, Boelecomba in deze Regeering zedert mijn aanwezen, buiten de vorige; men Extract uit de Memorie van den Heer Gobius, de dato 20„e Mai A„o 1728.. No„ 6. heeft 3 9 heeft ondertusschen van hier voor als nog alleenlijk gebruikt ernstige recommandatien aan alle 'skomp„s Regenten om nergens in de allerminste kleinigheid of geveldenarijen op 'skemp„s gronden te gedogen, maar alles geweld met geweld te keeren, waar toe dezelve ook nu en dan dienen gehouden met ernst, alzo zij anders uit haar zelven als Lands en geloofs genoten slap genoeg zijn, en ingeslagen schijnen te hebben of ingeboezemt te zijn een Imaginatie dat de Boniers even gelijk Regt hebben met de Edele komp„s het welke haarlieden Successivelijk ernstelijk ter contrarie is aangewezen ende zo mede dat alle be „woonders van 'tkomp„s gronden schoon Boniers ook ge „houden zijn te gehoorzamen 'skomp„s ordres hoewel diverse Boniers steunende op de authoriteit die dat Hof zich aanmatigt, weigerig blijven in het voldoen van skomp„s wettige Thiende op een grond van oude Indulgentie en gewoonte, omtrend die van de Koninglijke familien of Bonijse grooten, waar van nogthans bij de Papieren geen blijken ter wereld gevonden werden, en daarom successivelijk ook aangehouden werd tot dies voldoening na de Intentie bij Haar Hoog Edelhedens Missive van den 6„e April 1711 en Jongst bij die van ult„o februarij 1725 en 1726, item onze besluiten ter Resolutien van den 21„e september en 16„e october 1725, 5„e Januarij 1726 en 5e Juli 1727. Toreang of Padang Padang een van de Eerste en schadelijke stuiknesten is, daar de Boniers een eige tol„ „hek of Sabandharij haar aanmatigen, is reets ten deele hier voorwaards aangewezen, en allenthalven genoeg be„ „kend door dien er zomtijds dertig en meer bekwame Inlandsche handel vaarthuigen ter rheede leggen. Extract uit de Memorie van den Heer Gouverneur Arrewijne de dato 21=e Maij Anno 1733. om g arij No„ 7 „1 No 8 Dingsdag den 6„e In deze dagen is niet gepasseert, dan verscheide fielterijen 8e en brutaliteiten door de Boniers hier en daar in deze „ nabijheid aan 'tkompagnies onderdanen gepleegt, die als o dagelijkse gebeurtenissen en dus te menigvuldig om aan te tekenen na gewoonte hier uit laten niet tegenstaan„ „de dezelve mij veele ergernis en moeijelijkheden baaren. Donderdag „ 15„e woensdag „ 7„e Donderdag „ 8„e vrijdag - „9 Saturdag „ 10„e Maandag „ 12„e Dingsdag „ 13„e Zondag „ 11„e woensdag „ 14„e „ Juni „kasser gehouden door den Heer Gou„ verneur Boelen in A„o 1769. Extract Sekreet Dag Register te Ma„
English
No. 9 That the princes of Bonij have gradually been given so much slack that one has almost let the rope slip from one's hands, while they on the contrary have known how to haul it in from time to time and make use of it, I consider only too true. In my opinion, Bonij should have been accustomed from the beginning to that devotion and respect for the Company, in which one has allowed ourselves from time to time to be led more and more by Bonij, as if by a gentle hand. I well understand that the political nature of affairs has sometimes required some accommodation and dissimulation, but I also understand that such indulgence should only have been used so sparingly, and solely in cases of the highest necessity, that it could by no means denote or provoke impressions of fear leading to the decline of the respect and reverence for the Honorable Company. Consistent with what is observed regarding this respect in the letter from the High Indian Government dated 5th March 1697, in these words: As if we should have to seek friendship at the cost of the Honorable Company's disrespect, particularly toward those who, next to God, have to thank us for their freedom. When indeed has anyone here dared to use language toward Bonij proportionate to that which they have dared to shove under our noses on so many occasions? I, at least, have found no example of it in the archives. An infraction of the Honorable Company's authority and prestige, which I confess has utterly disgusted and annoyed me, and which I have not neglected to repair as far as was possible for me, by proposing and debating matters in firm yet well-reasoned terms where necessary, without in any respects yielding where I believed myself to be authorized and in the right. But to redress this in an efficacious manner can only be the work of the person who holds the command here upon the death of the present King, in order to accustom the new prince to it gradually and gently from the very beginning, and thus regain that which has been let slip largely due to a panic fear, or rather out of an excessive accommodation. Extract from the Memorial left by Governor David Boelen, dated 15th June Anno 1771. No. 9 1/2. Extract Secret Letter to Their High Nobilities at Batavia, dated 9th June 1774. The lease of the import and export duties, regarding which it has already been customary of old that the leaseholders pay a certain douceur to the King of Bonij for the assistance of their servants, who would otherwise run the risk of being mistreated by the murderous Boniers, which douceur has over time increased to six hundred Spanish rixdollars; in addition to which, since the year 1753, they have also been accustomed to pay two hundred Spanish rixdollars as an equivalent for the abolition of the practice that had existed until that time of sending one or two vessels with small goods from here to the North and vice versa without paying toll. The present leaseholders, having recently bid for that right, one of them went on that account to the prince to request his assistance once again, offering the one and the other, although he was already informed that they wished to reintroduce the sending of such a vessel. Upon the King's declaration that he was willing to receive the douceur, but no longer desired the equivalent—which His Highness affirmed he was granting him as a gift—the leaseholder, having replied that he hoped this would not turn to his disadvantage in any other way, received as an answer that he need not be apprehensive of that; that His Highness had indeed heard that there was talk of the reintroduction of the Malauwa, the name by which such vessels are designated, but that this rumor might much rather have originated from the quiver of the Company's subjects than from that of the Boniers, regarding which the outcome nevertheless provided little appearance of truth. I had, in the meantime, been informed long before that such a project was being forged, and the chief interpreter had even reported to me that he had been told in the King's name by the Matoa of the Wajo people in the Bugis kampong that it was actually to be carried out, according to the entry in the Daily Register under date of 12th December last. But as I saw nothing come of it, I thought I had reason to defer more to His Highness's declaration; however, it soon became evident that I had been very much mistaken, seeing that the month of January had not yet half expired before the loading of a large vessel was proceeded with, which has also since departed and was joined by a second, both of which have returned without a single penny of lease having been paid for the goods, which amounted to quite a considerable sum. No matter how many delegations I sent concerning this, and whatever pressing arguments were used to convince the King and realm's grandees of the injustice of this proceeding and to persuade them to desist from it, warning that an absolute estrangement would arise from it, everything was not only in vain, but as if they had deliberately set out to show that not the slightest fear remained of the Company's displeasure. Both became increasingly obstinate and the matter worsened more and more, since the prince, threatening that he also would no longer receive the douceur, refused assistance to the servants of the leaseholders, who consequently no longer dared to show themselves.
Dutch transcription
13 No„ 9 Dat de Bonijse vorsten successive zo veel bot zijn geviert, dat men bij na het Eindtje zelfs zig zoude hebben laten ontslippen, daar zij contrarie van tijd tot tijd het wel hebben weten na haar te palmen, en daar van gebruik maken, agte ik maar al te waar. men hadde mijnes eragtens Bonij van den beginne af, aan die devotie en dat opzigt voor de komp„e be„ „hooren te gewennen, waar in men ons van tijd tot tijd, als door een zagte hand, meer en meer door Bonij heeft la„ „ten lijden, wel begrijpe ik, dat het Politicque wezen van zaken, zom tijds wel eenige inschikkelijkheid en dissimulatie heeft verbisht gehad, maar ik begrijpe ook, dat men van die indulgentie bij de hoogste noodzakelijk alleen, slegts nog maar zo een spaarzaam gebruik had behooren te maken, dat dezelve immers geene indrukselen van vreeze tot declin van het respect en ontzag der E: Maatschappij had kunnen denoteeren of verwecken. eenstemmig het geene men op dit respect vind geremarqueert bij brief der Hooge Indiasche Regeering van den 5„e Maart 1697 in deze bewoor„ „dingen. Even of wij vriendschap met 's E Comp„s disrespect zouden moe„ „ten zoeken (:bijzonder:/ omtrend de geenen, die ons naast God voor haare vrijheid te bedanken hebben. Wanneer dog heeft men hier een taal durven voeren tegens Bonij, evenredig zij de onze bij zo menigvuldige gelegentheden hebben durven onder den neus douwen, Ik althans heb er geen voorbeeld van bij de archiven gevonden. Een Infractie in 'sEComp:s gezag en Agtbaarheid, die ik be„ „kenne dat mij ten uittrsten gedegouiteert en g'Ergert heeft, en die Ik zo verre het mij mogelijk is geweest, niet verzuimt hebbe te repareeren, met in cordate edog wel beredeneerde ter „men, zaken voor te slaan en te debatteeren, waar het nodig Extract uit de Memorie Nagelaten door den Heer Gouverneur David Boelen de dato 15„e Iuni Anno 1771. was zijn en regt te hebben, te lacheeren, maar dit op een efficacieuse wijze te redresseeren, zal eerst het werk kunnen zijn van den geene, die bij het overlijden van den tegenwoordigen Koning, hier het gebied in handen heeft, om als dan den nieuwen vorst, van den beginnen af aan, daar toe van tijd tot tijd, al zagtjes aan te gewennen, om zodanig wederom te verkrijgen, het geen men zig veel al uit hoofde van een paincque vreeze, dan wel uit eene al te groote inschikkelijkheid heeft ontslippen laten. was, zonder in eenige opzigten waar in Ik meende bevoegt te N„o 9½. Extract Sekreete Brief aan Hunne Hoog Edelheden te Batavia de dato 9„e Juni 1774. De Pagt van de In en uitgaande Regten, waar omtrend reets van ouds gebruikelijk is geweest dat de Pagters aan den koning van Bonij een zeeker douceur hebben opgebragt, voor de asjis „tentie hunner Dienaaren, die anderzints gevaar zoude lopen van mishandeld te worden, door de moordadige Boniers, welk douceur al met 'er tijd vermeerdert is tot ses hondert Rijxd„s spaans, waar en boven zij zedert 't Jaar 1753 nog twee hondert Rd„s spaans gewoon zijn geweest te betaalen, tot een Equivalent voor de afschatfing van het tot dien tijd toe ge„ „subsisteert hebbende gebruik om een of twee vaarthuigen met klenigheeden van hier na de Noord en vice versa te zenden zonder thol te betaalen. De presente Pagters die geregtigheid Jongst aangeslagen hebben„ „de, vervoegde een derzelver zig uit dien hoofde bij den vorst om zijne assistentie weder te verzoeken, onder offerte van 't een en ander, terwijl hij nogtans reets g'informeert, dat men het verzenden van een zodanig vaarthuig weder wilde invoeren op konings te kennen gave, om het douceur wel te willen ontfangen maar het equivalent niet meer„ „den te begeeren, 't welk zijn Hoogheid hem betuigde te schenken, gediend hebbende, hoe hij hopen wilde dat hem zulks op geen andere wijze tot nadeel zoude gedijen, tot antwoord ontfing dat hij daar voor niet behoefde bedugt te wezen, dat zijn Hoogheid wel gehoord hadde dat 'er gesproken wierd van de weder invoering der Malauwa /: de naam waar mede zodanige vaarthuigen benoemd worden:) maar dat dit gerugt mogelijk veel een uit de koker van 'skomp„s onderhorige dan uit die der Boniers zoude use 15 zoude zijn voortgevloeit, waar omtrend het gevolg nogthans weinig schijn van waarheid heeft uitgeleverd: Ik was ondertusschen lang bevoorens onderrigt dat er zodanige project gesmeld wierd en den oppertolk hadde mij zelfs gerap„ „porteerd, hoe hem door den Matoa der wadjoreesen in de Kampong Boegis uit 's konings Naam gezegt was dat het werkelijk stond uitgevoerd te worden na het vermelde bij Dag Register onder dato 12„e December pass„o dan vermit k daar van niets zag komen meende Ik reden te hebben aan zijn Hoogheids betuiging meer te kunnen defereeren, maar het bleek ras dat ik mij zeer misgist hadde, gemerkt de maand Januarij nog niet half verlopen was of 'er wierd met de belading van een groot vaarthuig voortgevaaren, dat ook zedert vertrok„ „ken en van een tweede gevoegd is, die beide terug gekomen zijn zonder dat er enkelen penning pagt voor de goe„ „deren betaald is, die nog al vrij wat beloopen hebben. Hoe veele bezendingen ik hier over hebbe laten doen en wat drangredenen 'er gebruikt zijn om den koning en Rijxgasten van de onbillijkheid van dit gedoente te overtuigen en te bewegen om daar van af te zien, onder voorhouding dat 'er een volstrekte verwijdering uit ont„ „staan zoude, alles was niet alleen vrugteloos, maar als of men het 'er op toegelegd hadde om te doen zien dat 'er voor 'skomp„s misnoegen geen de minste vreeze meer is overgebleven, de een en ander wierden hoe langer hoe obstinater en de zaak verergerde meer en meer aange„ „zien den vorst, onder bedreiging van het douceur ook niet verder te willen ontfangen, de assistentie aan de Dienaren der Pagters weigerde, welke zig dierhalven niet meer dertoen vertoonin
English
17 appear in the Kampong of the Bugis, where the aforementioned Matoa of the Wadjoese, ordered thereto by the present Pongauwa, both being the original designers of the project, even dared to begin levying toll from the small vessels that sail to and fro there. This, increasing the grievances of the farmers, finally caused them to request to be released from the lease, declaring that they would rather suffer the loss they had already sustained (although regarding this, not having had any income yet, they hoped for indemnification for the advance payment of two months already made) than continue any longer, as they were utterly unable to raise anything more. In this state of affairs, which I have presented as briefly as possible, and whose further context is recorded in my Daily Register under dates 30 December, 14, 15, 20, 21, 24, and 29 January, as well as 21, 22, 24, and 26 February past, the Pongauwa, summoned by the Regent to hear his thoughts on this subject, not only pointed out to him in emphatic terms the unreasonableness residing in the pretext of the Bone people that they are entitled to reintroduce the Malauwas, and the little regard that, on the other hand, was paid to the Company's reasonable demand, but also declared that from this, in time, very detrimental consequences were undoubtedly to be expected for the Kingdom, further adding that he could attribute their conduct in this 18 matter to nothing other than the ignorance of the one who had the management of affairs in hand, referring principally to Datu Baringang, who, having as aforesaid forged the project and expecting extraordinary advantages therefrom for himself, could by no reasons, however well-founded, be diverted from its execution, having not even hesitated, after the King had forbidden it, to dispatch the second vessel. But the Regent, on the other hand, persuaded by the Pongauwa's reasons, fully convinced the other grandees of the realm of their sound basis, and having addressed himself alongside them to the King with a request to help settle the matter, I have then finally, after much trouble and racking of brains, brought it so far that the Malauwa is abolished once and for all. Moreover, the King has bound himself in writing for the future to grant assistance not only to the farmer's servants, but also to help prevent smuggling, as appears from the Act to be found regarding this among the Annexes. However, instead of the previously paid eight hundred Spanish Rds., one had to grant him one thousand equivalent rixdollars, which seems to have been the principal object he envisioned under a feigned pretense of having no other aim than to maintain the Bone people in their privileges. In all respects, he played his role in this so subtly that I would have to expatiate all too extensively to give a complete description thereof; which, in order not to disturb Your High Excellencies' honored attention in Your High Excellencies' weighty occupations, 19 I shall rather omit, the more so as the particulars can be gathered from my Daily Register, to which I respectfully refer. No 9½ January. Thursday the 20th. Upon receiving the report from the farmer of the Import and Export Duties that the vessel in the Campong of the Bugis mentioned sub 14th of this month was fully loaded and might depart at the first opportunity, notwithstanding the messages sent regarding this to the King of Boni, I immediately sent the chief interpreter Brugman to His Highness, with orders to request him once again in my name most earnestly to prevent this. This was under the representation that it would be extremely disagreeable to me, after three years of friendly intercourse with His Highness in which I had on my part shown all goodwill in every respect, to fall into discord, which was undoubtedly to be expected therefrom. For, being bound to maintain the Company's rights, I could not view with favor that the same be infringed without bringing upon myself the extreme displeasure of Their High Excellencies, who likewise would have to regard such a step as highly contrary to the friendship between the Company and Boni. Brugman, having subsequently returned, reported to me that he had made everything known to the King as far as possible, but that His Highness, far from lending an ear thereto, had lashed out against him with unusual vehemence and said that the Bone people have had a Malawa from of old, and that although the holding thereof had ceased since 1753, this did not take away their right, but they were free to make use thereof again, which he could not prevent; that if I nevertheless wished to do so, I could do it, even if I also wanted to take away from him the money that the farmers were accustomed to pay for the assistance to their servants; after which he nevertheless told the Tomilalang Extract Secret Daily Register of Anno 1774. and
Dutch transcription
17 vertoonen in de Kampong der Boegineesen alwaar den voorm: Matoa der wadjoreesen, daar toe gelast door den presenten Pongauwa, beide de eerste ontwerpers van het Project, zig zelfs begon te onderstaan thol te heffen van de kleene vaarthuigen, die aldaar af-en aan vaaren het welk de doleautien der Pagters ver „meerderende, haar eindelijk deed verzoeken om van de Pagt ontslagen te mogen worden, met betuiging zig lieven te willen getroosten het nadeel dat zij reets geleden hadden (:hoewel zij daar omtrend niets de reets gedane voór uit betaaling van twee maanden en wijl z' nog geene Inkomsten hadden gehad op de domagement hoopten:) dan langer te continueeren, alzo zij volstrekt niet in staat waren iets meerder op te brengen. In deze toestand van zaken die k zo beknopt moge„ „lijk hebbe voorgesteld en welker boedere zamenhang bij mijne Dag-Register onder datis 30„e December 14, 15, 20, 21, 24 en 29 Januarij, mitsgaders 21, 22, 24 en 26„e februarij passato is aangetekend, heeft den Pongau„ „wa, door den Rijksbestierder ontboden om zijn ge„ „dagten over dit onderwerp te vernemen denzelven niet alleen in nadrukkelijke termen voorgehouden de onbillijkheid die 'er resideerde in het voorgeven der Boniers om tot het weder in voeren der Malauwas geregtigt te zijn, en het weinig reguard dat daar en tegen op 'skom p„s billijken Eisch ge „slagen wierd, maar ook verklaard dat daar uit ontwijffelbaar in der tijd zeer nadeeliger gevolgen voor het Rijk te wagten waren, met verdere bijvoeging dat hij derzelver gedrag in dezen dezen. gehouden nergens anders aan konde toeschrijven dan aan de onkunde van de geene welke de mancance der zaaken in handen hadde, doelende voornamentlijk op Datoe Baringang die als gezegd het Project gesmeed hebbende en daar uit ongemeene voordeelen voor hem zelfs ver„ „wagtende door geen redenen hoe gegrond ook konde wor„ „den gediverteert van de uitvoering, zelfs na dat den koning het verboden hadde niet geschroomd hebbende het tweede vaarthuig te verzenden. Dog den Rijksbestierder daar en tegen door des Pongau„ „was redenen overgehaald, d' overige Rijksgroten van derzelver gegrondleid volkomen overtuigd, mitsgaders zig nevens dezelve bij den koning g'addresseert hebbende met verzoek om de zaak te willen helpen bijleggen, heb ik het dan eindelijk, na veel moeite en hoofdbreekens, zo verre gebragt dat de Malauwa eens voor al afgeschaft is en den koning zig daar en boven voor het vervolg schriftelijk verbonden heeft tot het verleenen van assistentie niet alleen aan des Pagters Dienaaren, maar ook om de sluikerijen te helpen weeren: blijkens de dierwegens onder de Bij„ „lagen te vindene Acte, hoewel men hem instede van de bevoorens betaalde Agt Hondert Rd„s spaans Dui„ „zend gelijke Rijksdaalders heeft moeten toestaan het voorname dat hij zig onder een gemaakten schijn van geen ander oogmerk te bedeelen dan om de Boniers bij haar voorregten te mainctineeren, schijnt te hebben voorgesteld: in allen opzigte zijn Rol in dezen zo fijn gespeeld hebbende dat Ik al te breedvoerig zoude moeten uitwijden om daar van een volkomen beschrijving te doen: welke kom uw Hoog Edelheedens g'eerde attentie in Hoog Derzelver gewigtige occupatien niet te stoozen dan dan ook liever zal men ageeren, te meer het een en ander uit mijn Dag Register kan worden opgemaakt waar aan Jk mij Eerbiedig refereere. 19 No 9½ Januarij. Donderdag den 20„e Mits het ontfangen berigt van den Sagter der In- en uitgaande Regten, dat het vaarthuig in de Campong der Boegineesen vermeld sub 14„e dezer geheel volladen was en mogelijk met den eersten „vertrekken zoude, niet tegenstaande de daar over gedaane Boodschappen aan den koning van Bonij heb ik den opper„ „tolk Brugman direct bij zijn Hoogheid gezonden, met Last om denzelven nogmaals uit mijn Naam op het ernstigste te verzoeken om zulks te beletten, onder voorhouding dat het mij ten uitersten onaangenaam zoude zijn na een driejarige vriendelijken omgang met zijn Hoogheid, waar in ik in allen opzigte van mijne zijde alle welmenendheid betoond hadde, in onmin te geraken, welke daar uit ongetwijffeld te ver„ „wagten stond, vermits ik gehouden zijnde 'skomp„s geregtigheeden te mainctineeren, niet met goede oogen zoude kunnen aanzien, dat dezelve wierde g'infringeert zonder mij het uiterste ongenoegen van Haar Hoog Edelhedens op den hals te haalen, welke zoda„ „nigen stap insgelijks als ten hoogsten strijdig met de vriend„ „schap tusschen de Comp„e en Bowij zoude moeten aanmerken, Brugman vervolgens terug gekomen, rapporteerde mij, dat hij alles zo veel mogelijk den koning hadde te kennen gegeven, dog dat zijn Hoogheid wel verre van daar aan het oor te leenen, en gemeen hevig tegen hem uitgevaren en gezegd hadde, dat de Boniers van ouds een Malawa gehad hebben, en dat schoon het houden van dien zedert 1753 was gestaakt, zulx hun regt niet wegnam, maar het haar vrij stond daar van weder gebruik te maken het welk hij niet be„ „letten konde, dat ik zulks nogtans willende het zelve konde doen, al was het dat Ik ook hem ontnemen wilde, het geld dat de Pagters gewoon waren voor de assistentie aan haar dienaaren te betaalen, waar na hij nogtans aan de Tomilalang Extract Sekreet Dag Register van Anno 1774. en