VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3818

Japan · 1,296 pages · 258 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3818_0173 view scan ↗

English

and Datoe Baringang, who were present there, having said that they could now reply to the message of the chief interpreter, they had solely requested that they might not be curtailed in their rights. Which the prince subsequently ordered Brugman to convey to me also in reply, who further declared that due to the prince's demonstrated anger and passion he had had no opportunity to answer him properly. Further Extract February 1774. Monday the 21st. The Farmer of the Boom with his associates having once again brought their complaints before me, not only concerning the actual dispatch of the disputed Malawa by the Boniers without payment of toll, but also that their servants, far from receiving assistance from the King as had always been customary until now, were on the contrary violently prevented from keeping proper watch and conducting inspections, indeed even ran risks to life and limb, which made them unwilling to let themselves be employed further for a meager wage; and likewise that besides all this, the Wadjoese Matora Samadang, who is considered the cause of the reintroduced Malauwa, had already had the audacity to levy toll himself on the small vessels arriving in and departing from the kampong Boegis, by all of which they, thus being deprived of a considerable part of the revenues they had counted upon, were rendered unable to produce the due lease payments; with a request therefore for forceful maintenance or else to be released from the lease, which they declared they would prefer even more, notwithstanding that they had already paid for two months and against that had had no revenues of any significance, already stood to suffer a considerable loss, even if they were accommodated as they were requesting in that case; so I have instructed the Licentmeester Voll to submit this matter to the King of Bonij and to argue at length to His Highness the undoubtedly detrimental consequences to be expected from these actions, as well as therefore to request and insist in the most earnest manner that on the one hand he still cause the further dispatch of the Malauwa to cease, and on the other hand forbid the collection by his people of rights that belong solely to the Company, and cause the Farmer's servants to be properly assisted as before; with further orders that in case he might perceive that His Highness is acting for his own benefit, or perhaps to have somewhat less for an equivalent in the future than hitherto, as he declared he had to maintain on account of private reports received, then to sound out the prince as to what he would claim, though in that case presenting the matter as if it were solely in the name and on the orders of the Farmers, and not before it should have appeared to him that all other persuasive arguments must be considered fruitless to avert, while maintaining the Company's respect and privileges, the undoubted estrangement that would otherwise be expected therefrom, at a time when it does not suit the Company at all to become embroiled in difficulties with the princes, however desirable it would still be at present that one were in a position to be able to maintain the infractions of its prerogatives with power, and if necessary with force. The Merchant Voll therefore having expressly requested a private audience with the King, and having proceeded thither in the afternoon, reported to me toward evening that he had fulfilled what was mandated to him according to his ability, but had succeeded in neither the one nor the other matter, seeing that His Highness had once again declared that he could not forbid the Boniers from holding a Malawa, and that, not wishing to be a slave to the Farmers, he did not need to assist their servants, but they could withhold the douceur paid to him for that purpose up to now. That he had further, with regard to the offer in the name of the Farmers to contribute somewhat more as a douceur for the assistance of their servants and the equivalent for the abolition of the Malauwa, shown himself very indifferent and had even said that he no longer wished to receive the former, though regarding the equivalent it was said by him to the Tomilalang and some grandees of the realm who were present there, that now hearing the Governor's message they could declare themselves, who thereupon had responded that they requested to be maintained in their privileges.

Dutch transcription

21 en Datoe Baringang, die zig daar bevonden gezegd heb„ „bende, dat z' nu op de boodschap van den oppertolk konden antwoorden, zo hadden dezen Eenlijk verzogt, dat zij in hunne geregtigheid niet mogten worden verkort. het welk den vorst vervolgens aan Brugman hadde gelast, mij mede in antwoord te boodschappen, die wijders betuigde door 's vorsten betoonde drift en passie geen gelegend„ „heid te hebben gehad, hem behoorlijk te kunnen antwoorden. Nader Extract Februarij 1774. Maandag den 21„e De Pagter van de Boom met zijne medestanders andermaal hunne klagten bij mij ingebragt hebbende niet alleen over de werkelijke verzending van de questieuse Malawa door de Boniers, zonder betaling van thol, maar ook dat hunne Dienaaren wel verre van assistentie t' ontfan„ „gen van den Koning zo als tot hier toe steeds gebrui„ „kelijk was geweest, in tegendeel geweldadig belet wierd de behoorlijke wagt te houden en visitatie te doen, Ja zelfs gevaar liepen aan Lijf en Leven, het geen haar onwillig maakte zig verder voor een gering loon te laten gebruiken: en zo mede dat behalven dit alles den wadjo„ „reer Matora Samadang, welke men houd voor de oorzaak van de weder ingevoerde Malauwa, zig zelfs reeds hadde onderstaan van de kleene in de kampong Boegis aankomende en van daar vertrekkende vaar„ „thuigen, thol te heffen, door welk een en ander zij dus van een merkelijk deel der Inkomsten daar zij op gereekend hadden, verstoken wordende, buiten staat wierden gesteld, de de verschuldigde pagtpenningen op te brengen, met verzoek dierhalven om een kragtdadige mainctenue dan wel om van de Pagt ontslagen te mogen worden, het welk ze betuig„ „den nog liever te zullen hebben. niet tegenstaande zij reets voor twee maanden betaald en daar en tegen nog geene Inkomsten van eenig belang gehad hebbende, alreede een aanmerkelijke verlies stonden te lijden, alwaar het schoon dat zij te gemoet gekomen wierden gelijk z' in dat ge„ „val waren verzoekende: zoo hebbe Ik aan den Licentmeer„ „ter voll opgedragen, om het een en ander aan den koning van Bonij voor te houden en zijn Hoogheid in het breede te betoogen de ontwijffelbaare nadeelige gevolgen uit die gedoentens te wagten, mitsgaders dierhalven op het ernstig„ „ste te verzoeken en aan te dringen om aan de eene zijde als nog de verdere verzending van de Malauwa te doen staaken, en aan de andere kant het invorderen door de zijne van geregtigheeden die de Compagnie alleen competeeren te verbieden, en des Pagters Dienaaren als vooren behoorlijk te doen assisteeren: met verdere Last om ingevalle hij bespeuren mogte, dat bij zijn Hoogheid te doen zij om eigen voordeel of wel voor het vervolg wat minder tot een Equivalent te hebben dan tot dus verre zo als hij betuigde te moeten sustineeren, ter zaake van particuliere ontfangen berigten, als dan den vorst te ondertasten wat hij wel pretendeeren zoude, egter indien gevalle de zaak voordragende als waare het alleen uit Naam en Last van de Pagters en niet eerder voor hem zoude zijn gebleeken, dat alle andere drangredenen vrugteloos moeten worden g'agt om behouden skomp„s 23 's komp„s respect en voorregten de ontwijffelbare verwijdering te weeren, welke daar uit anderzints zoude te wagten zijn in een tijd dat het der Maatschappij gantsch niet convenieerd om zig met de vorsten in moeijelijkheden te wikkelen, hoe wensche„ „lijk het nog thans zoude zijn dat men in staat ware de in fractien harer prerogativen met magt, en des noods met geweld te kunnen maenctineeren. Den koopman voll dierhalven Expres particulier belet bij den koning doen vragen, en lig des nademiddags derwaarts begeven hebbende, zo bragt denzelven mij tegen den avond rapport aan het hem in mandatis gegevene na vermogen voldaan, dog omtrend het een zo min als ten aanzien, van het ander gereusseert te hebben, gemerkt zijn Hoog„ „heid alweder verklaard hadde de Boniers het houden van een Malawa niet te kunnen verbieden en dat hij geen slaaf van de Pagters willende zijn, hunne Dienaaren niet behoefde te assisteeren maar zij het dou„ „teur daar voor aan hem tot dus verre betaald, konde inhouden. Dat hij wijders met opzigt tot de aanbieding uit Naam van de Pagters om wel iets meer tot een douceur voor de assistentie hunner Dienaaren en het equivalent voor de afschaffing der Malauwa te willen opbrengen zig. zeer onverschillig getoond en zelfs gezegd hadde, het eerste niet meer te willen ontfangen, dog egter ten belange van het equivalent door hem aan den Tomilalang en eenige Rijksgroten die 'er tegenwoordig waren gezegd was, dat zij 's Gouverneurs boodschap thans hoorende zig verklaaren konde, welke daar op hadden gediend dat zij verzogten, bij haar voorregten te mogen worden gemainctineert. Nader ge „ n

NL-HaNA_1.04.02_3818_0176 view scan ↗

English

Further Extract Saturday the 26th. The License Master Voll, intending to go to the King of Boni on the granted audience in order, if possible, to put an end to the dispute over the Malauwa, came this morning to inform me that His Highness had let him know further yesterday that, since One thousand Rds. had been offered by him during his previous visit, he should simply bring the same with him; promising that he would then see to it that the matter was settled, and that he having meanwhile asked the Farmers, had found them fully willing to do so; whereupon I gave him orders to offer that amount, if the matter could thereby be resolved, but to proceed safely, also first to persuade and dispose the prince to the granting of such a bond as was being drafted by me at once, in order to be translated into the Bugis language and duly sealed by him. Which was then found to have the desired success, since Voll, returning towards noon, not only reported to me that the dispute was settled, the prince having accepted the offer of the Farmers, but also brought with him the said bond duly sealed, declaring that it had cost him less trouble than he had expected, demonstrating that the prince had mainly been concerned with his own interest, both with regard to enjoying a larger gratuity from the Farmers for assisting their servants and to remaining master, if not entirely then at least for the largest part, of the equivalent for the abolition of the Malauwas, hitherto enjoyed by others. February 1774. 25 No. 9½. The King of Boni promises hereby, both for himself and his successors in the Kingdom, henceforth not only to allow the Farmers of the Import and Export Duties freely and unhindered to collect toll in the settlement of the Buginese, as well as elsewhere, on all arriving and departing vessels as well as on all trade goods transported overland from here back and forth to Sapiria, but also likewise to maintain a capable person in the said settlement of the Buginese and another over the Bonians who have settled in the settlement Baroe, who shall assist the servants of the Farmer in every respect with the collection of their dues and protect them against all acts of violence, as well as prevent any vessels whatsoever from being left untolled, whether upon arrival or departure. In such manner also that the Bonian grandees of the realm shall forever renounce the keeping of a Malawa, or the sending back and forth of a vessel from here to the North and elsewhere under whatever pretext it might be. For which assistance of the king and the renunciation of the Malawa, the Farmers shall pay annually to His Highness, beginning with the current year, in two or three terms, a sum of One thousand Spanish Reals, without being obliged to pay anything to anyone else. Written and sealed with the royal seal at the king's house on Saturday the 26th of February 1774. No. 9½ Finally, after much debate back and forth, seeing that the matter could not well be carried further in that regard, one was compelled to conclude the following treaty, namely: To release the aforementioned vessels upon the word of honor of the deputies and their commitment to ensure, upon return to the Court, that the Company obtains the required satisfaction, undetermined however by what kind of expedient, whether fines or other recourse against the person of the ruler of the realm, and that without prejudice to the Company's action at any time in case the promised satisfaction should not yield satisfactory results. Furthermore, that they undertook to ensure that no trading vessels of the Wadjos or Buginese should set sail from their settlements anymore before the Lord's dues had been satisfied at the Shahbandar's office and they had provided themselves with the necessary passes. Which last point was then immediately published everywhere in the settlements by the posting of bills with the beating of gongs in the presence of the Bonian deputies. And since from this it can plainly be seen how difficult it is to dissuade the aforementioned Buginese and Towadjos from that underhand trade even through courteous admonition and threats, for the maintenance of the Company's prerogatives and the enlargement of the country's revenues so highly recommended to us. Extract of a Dispatch to Their High Nobilities written by the Governor of Arrewijne, dated Makassar the 23rd of May 1732. 0. 1 The Mandharese having declared that they will restore freedom to the hijacked bark if they are ordered to do so by the Bonians, and also that they would assist the Company with men as soon as the great Bonian flag was struck, you must see to it to persuade the Bonians on both these matters. Extract of a Dispatch from Their High Nobilities dated the 11th of December 1777 to the Governor at Makassar No. 10

Dutch transcription

Nader Extract Saturdag den 26„ De Licentmeester Voll op het g'accordeert, acces zig bij den Koning van Bonij zullende begeeven, om ware het mogelijk een einde van de questi over de Malauwa te maken kwam mij dezen morgen berigten hoe zijn Hoogheid hem gisteren nader hadde laten weten dat vermits er door hem bij zijn voorige visite Een duizend Rd„s p„s aangeboden was, hij De„ zelve maar moeste mede brengen; onder toezegging om als dan te bezorgen dat de zaak afgedaan wierd, en dat hij inmiddens de Pagters gevraagd hebbende, deze daar toe volko„ „men bereid willig hadde gevonden, waar op ik denzelven in mandatis gegeven hebbe om dat bedragen aan te bieden, wanneer de zaak daar door gevonden zoude kunnen worden, dog om zeker te gaan den vorst teffens alvoorens t' overreden en te disponeeren tot het verleenen van zodanig verbandschrift als door mij op stond ontworpen, wierd; ten einde in de Boegineese taal overgezet door hem behoorlijk gezegeld te worden: 't welk dan ook van het gewenschte succes bevonden wierd, vermits voll tegen de middag terug komende mij niet alleen rappor„ „teerde dat de questi afgemaakt was, den vorst de aanbieding der Pagters g'accepteert hebbende, maar, ook het gem: verband „schrift behoorlijk gezegeld mede bragt, met betuiging dat „het hem minder moeijte hadde gekost dan verwagt hadde ten blijke dat het den vorst voornamentlijk was te doen ge„ „weest om eigen belang zo wel met opzigt tot het genieten van een grooter douceur van de Pagters voor het asjis„ „teeren hunner Dienaaren als om van het equivalent voor de afschaffing der Malauwas, tot nog toe door anderen genoten zo niet geheel ten minsten voor het grootste gedeelte meesters te blijven. Februarij 1774. 25 N„o„ 9½. Den Koning van Bonij belooft bij dezen zo voor hem als zijne opvolgeren in het Rijk, voortaan de Pagters van de Inkomen„ „de en uitgaande Regten niet alleen vrij en onverhinderd te zullen toelaaten om in de kampong der Boegineesen, zo wel als elders thol te heffen van alle aankomende en ver„ „trekkende vaarthuigen zo mede van alle Negotie wharen die over land van hier over en weder na Sapiria vervoerd wer„ „den, maar ook alzoo Een bequaam Perzoon te zullen hou„ „den in de gemelde Campong der Boegineesen en een ander over de Boniers die zig in de Campong Baroe ter woon hebben nedergezet, welke de Dienaaren des Pagters in allen opzigte tot invordering van hunne geregtigheid de behulp„ „zame hand bieden en tegen alle geweldenarijen bevijligen, mitsgaders beletten zullen dat 'er eenige vaarthuigen hoe genaamt, 't zij bij aankomst of vertrek onvertolt gelaten werden. Invoegen ook de Bonijse Rijksgroten voor altoos zullen afzien van het houden van een Malawa, of het over en weder zenden van een vaarthuig van hier na de Noord en elders onder wat Protext zulks zijn mogte. Voor welke assistentie van den koning en het afzien van de Malawa de Pagters 'sJaarlijks met dit loopende te beginnen, aan zijn Hoogheid in twee a drie termijnen betaa„ „len zullen Een somma van Een duizend spaanse Realen zonder gehouden te zijn aan iemand anders iets op te brengen. Geschreeven en Gezegeld met het koninglijke zegel op 's konings-huis op Saturdag den 26:„' februarij 1774. deelte No„ 9½ Is men Eindelijk genecessiteert geweest na veel debatten over en weder ziende de zake niet wel verder te brengen dien aan„ „gaande tot het volgende verdrag te besluiten namentlijk. „De vaarthuigen meer gemeld te Relaveeren op het woord van „Eer der gedeputeerdens en hare verbintenisse om bij „retour aan het Hoff te bezorgen dE Comp„e de verEischte „satisfactie erlangd onbepaald egter door wat voor een „Expedient, 't zij geld boetens of ander verhaal op des „Rijks bestierders Perzoon en dat behoudens 'sComp„s actie „ten allen dage in cas de beloofde satisfactie niet ten „genoege Effect zorteerde. „ Voorts dat ze aannamen te bezorgen dat geen han„ „del vaarthuigen der wadjos of Boegineesen uit haar „ Campongs meer zoude 't zeil gaan, alvoorens 's Heeren gereg„ „tigheid ter Sabandharij voldaan, en zig van de nodige Passe „voorzien hadde. Welk laaste Poinct dan ook opstonds door de affictie van Biljetten bij bekkenslag ten overstaan der Bonijse gecommit„ „teerdens allerwege in de Campongs wierd gepubliceerd. En nadien hier uit volstrekt te zien is, hoe bezwaarlijk het voold: de Boegineesen en Towadjos, door heusth vermaan en bedrei„ „ginge zelfs van dien slinksen handel af te zoeten, tot mainctenue van 'sComp:s prerogative en vergroting van 's lands Inkomsten ons zo hooglijk aangerecommandeert. Extract Missive aan Hunne Hoog Edelheden geschreven door den Gouverneur van Ar„ „rewijne, gedateert Maccasser den 23„e Maij 1732. 0. 1 De Mandhareesen verklaart hebbende de afgelopene Bark de vrijheid te zullen restitueeren, indien het haar door de Boniers g'ordonneert wierd, en zo mede dat zij de Compagnie met volk zoude adsisteeren zo dra de groote Bonische vlag wierd afgebragt moet uE: beide die zaken de Boniers zien te bewegen. Extract Missive van Haar Hoog Edelhed„s de dato 11„e December 1777 aan den Gouver„ „neur te Marcasser No„ 10

NL-HaNA_1.04.02_3818_0180 view scan ↗

English

No. 10. Have on the 18th of this month promised to the Regent of Bonij up to two times, namely once in the presence of the Honorable Company's and Bonij's Interpreters Daeng Mandjarekie and Moentoe, and once in the presence of the Tomilalang, that they bound themselves to pay to the Honorable Company a sum of Twenty-Two thousand Spanish reals, demanded for the Bark the Vrijheid and its cargo, overpowered and carried off by subjects of Bangaij. Both the aforementioned envoys first, and subsequently the Tomilalang, reported this promise of theirs to His Highness the King of Bonij in the presence of the merchant and License Master Voll, the Pongauwa, the Tanete Prince Magoesila Aroe Soepa, and Captain Daen Masiki. The same having departed hereupon without beforehand granting a written act thereof as ought to have been done. Thus the King has seen fit to have this proof thereof granted, which as such has been confirmed with His Highness's seal and the seals and signatures of the Regent, Tomilalang, and all the others who were present thereat in proof of the truth, at the King's House on the 23rd of October Anno 1771, to my knowledge, signed J. H. Voll. Underneath the Buginese stands the King's Seal and various signatures: The Tamboran envoys of the Maradia of Bellanipa, namely Tjangelang, Limbora, Lambe, and Pakodjong, and of the Maradia of Bangaij, Pangali, Tolie Tolie, Palipie, and Soreang. 29 No. 11. That, notwithstanding the failure of this second enterprise, one had as yet no, indeed even less reason to cease the siege and withdraw, both on account of the aforementioned considerations and because one was at that time hoping for relief, so that, having received it, we dealt the Rebels a significant blow shortly thereafter by taking all their outer works; indeed, without doubt we would have been complete master of the game had not the Boniers, or rather Datoe Baringan, utterly played the rogue by throwing a large party of men into Goa, whereby our last attempt to overpower Goa was also without fruit and accompanied by more loss, but nevertheless was not further disadvantageous to us, since the outcome has shown that the enemies with their whole force have not dared to venture to attack even the weakest of our posts. Extract of a Secret Letter written to Their High Mightinesses by the Governor van der Voort, dated 3 June 1778. The Throne of Goa having become vacant through the Death of the King on the 5th of September, we authorize you, if the greatest part of the Makassarese grandees makes application thereto, to elect to king, subject to our approval, the nearest and most legitimate to the Throne, provided he is not completely related to Arou Palakka or her faction, and in this case to assign another residence to the king, since we persist in the ordered demolition of Goa, to which you shall have to employ all useful means, leaving it to you to bestow a modest gift in commemoration to the wall-breakers who have demolished twenty rods of the walls, and authorizing you further to the delivery of a modest gift to the Datoua of Sidenreng for his proven services in the course of these disturbances, in the hope that it will encourage the remaining Allies to follow this example. On the other hand, we shall in due course remember the forbidden assistance of powder and lead given by the Wadjorese, Mandharese, Tanette, Bali, Salemparang, and the Kingdom of Bonij to the Rebels. Extract from the Letter of Their High Mightinesses, dated 19 December 1778. No. 12. 31 As for Bonij, I cannot omit to report to Your High Mightinesses how the king, having informed me once again on the 13th of November that he intended to depart to the interior with the State Standard, although I had protests made against it both in writing and verbally in the most earnest terms, nevertheless seemed willing to execute that intention; but after I summoned the grandees of the realm closer to me and put to them that I would leave the evil consequences bound to flow therefrom to their account and responsibility in case they continued to persist in their resolution, adding that I anticipated from it nothing less than a complete estrangement, indeed even a rupture of mutual friendship, the King's own mother came to inform me shortly thereafter that her son had abandoned the journey, stating further, however, that he would now go to Maros for some time, as also happened, and where he still resides, without my having been able with propriety to oppose it, as had previously been more customary, however much I had wished to do so, because of the suspicion that the grandees collude with the Rebels and provide them with provisions, for which they now have better opportunity, being closer thereto and out of sight here, and at the same time to be able to play their part as long as the war lasts by robbing and plundering both their own and the Honorable Company's subjects, of which one receives daily news without the perpetrators being traceable; in particular Datoe Baringang makes his business of the former, not only supporting the Rebels with powder and lead, but also, so it is claimed, with men. As for the Kingdom of No. 13. Extract of a Secret Letter to Their High Mightinesses, dated 25 March 1779. Indeed, his Makassarese father-in-law Crain Bonto Panno and the same's son Ciaeng Bonto Nompo were at Bonto Bonto when the last action occurred, which last-named shortly thereafter, without my prior knowledge, was taken into protection by the Court of Bonij.

Dutch transcription

No„ 10. Hebben op den 18„e dezer maand aan den Rijksbestierder van Bonij tot tweemaalen toe beloofd, als eens in de tegenwoor„ „digheid van 'sE komp„s en Bonijs Tolken Daeng Mandja„ „rekie en Moentoe en eens in presentie van den Tomilalang „dat zij haar verbonden aan dE Comp„e te zullen betaalen „Een somma van Twee en Twintig duizend spaanse „reaalen, g'eischt voor de Bark de vrijheid en dies „Lading, door onderhoorige van Bangaij overrompeld „en vervoerd. Beide de voormelde zendelingen hebben eerst en vervolgens de Tomilalang van deze hunne toezegging berigt gedaan aan zijn Hoogheid den koning van Bonij in de tegenwoordigheid van den koopman en Licentmeester voll, den Pongauwa de Tanets Prins Magoesila Aroe Soepa en den Capitain Daen Masiki. Dezelve hier op vertrokken wezende zonder daar van alvoo„ „rens Een schriftelijke Acte te verleenen zo als behoort hadde. Zo heeft den koning goed gevonden daar van dit bewijs te doen verleenens dat overzulks met zijn Hoogheids zegul en de zegels en handtekeningen van de Rijksbestierder Tomila„ „lang en alle de verdere die er bij tegenwoordig zijn geweest ten bewijze der waarheid bekragtigt is geworden op 's konings Huis den 23„e October A„o 1771 in kennisse van mij /getekend/ J: H: voll onder het Boeginees staat 's konings Zegul en diverse handtekeningen: De Tamborangangers van den Ma„ „radia van Bellanipa in name Tjangelang, Limbora, Lambe en Pakodjong en van den Maradia van Bangaij Pangali, Tolie Tolie, Pa„ „lipie en Soreang. 29 No„ 11. Dat men in weerwil van het mislukken dezer tweede onder„ „neming nog geen Ja zelfs minder reden hadde om de belege„ „ring te staaken en af te trekken, zo uit hoofde van de voor„ „melde bedenkingen, als dat men doenmaals op ontzet hopende was, invoegen wij het ontfangen hebbende de Rebellen al kort daar aan een merkelijke afbreuk hebben gedaan, door het inneemen van alle hunne buiten werken, Ja buiten twijffel het spel geheel meester zouden zijn geweest, bij aldien de Boniers of wel Datoe Baringan niet volstrekt den schelm gespeeld hadde met een groote parthij van volk binnen Goa te werpen, waar door onze laaste tentamen om Goa te overmeesteren, ook wel zonder vrugt en met meer verlies gepaard, dog ons egter niet verder nadeelig is geweest, vermits de uitkomst heeft doen zien, dat de vijanden met hun gantsche magt niet hebben durven onderstaan zelfs de zwakste onzer Posten aantelasten, Extract Sekreete Brief aan Hun Hoog„ „Edelhedens geschreven door den Heer Gouver„ „neur van der voort de dato 3„e Juni 1778. Den Throon van Goa door de Dood van den Koning op den V=e September vacant zijnde geraakt, qualificeeren wij UE: indien het grootste gedeelte der Maccassaarsche groote daar toe aan„ „zoek doet, de naaste en wettigste tot den Throon tot koning te verkiezen op onze approbatie, mits dezelve niet geheel ver„ „maagd zij aan Arou Palakka of haren aanhang, en in dit geval aan den koning een ander verblijf plaats aantewijzen, alzo wij persisteeren bij de g'ordonneerde slegting van Goa, daar UE: alle nuttige middelen toe zal moeten aanwenden, latende aan UE: over een matig geschenk tot gedagtenisse aan de overwalders toe te leggen, die twintig roeden der muuren geslegt hebben, en qualificeerende UE: nog ter af„ „gaaf van een matig geschenk aan den Datoua van Si„ „denreng voor zijne bewezene diensten in den loop dezer onlusten, in hope dat het de overige Bondgenooten zal aanmoedigen, dit Exempel te volgen. Daar en tegen zullen wij in der tijd gedenken aan de verbodene bijstand van kruit en Lood door de wadjoreesen, Mandhareesen, Tanettij, Balij, Salemparang; en het Rijk van Bonij aan de Rebellige gedaan Extract uit de Brief van Haar Hoog„ „Edelheedens de dato 19 December 1778: No„ 12. 31 Donij betreft, zo mag Ik niet af uw Hoog Edelhedens te berigten, hoe den koning mij op den 13„e November andermaal hebbende doen„ weten, dat voornemens was met de Standaart van staat na de binnenlanden te vertrekken schoonsk daar tegen zoo wel schriftelijk als mondeling in de ernstigste bewoordingen deed protesteeren, dat voornemen egter scheen te willen uitvoeren, dog na dat ik de Rijxgrooten nader bij mij en hun voorgehouden hebbe gehad, dat Ik de quade gevolgen die daar uit stonden voort te vloeijen voor hunne Reekening en verantwoording zoude laten, ingevalle zij bij hun besluit blevens volharden, onder byvoeging dat Ik daar uit niet minder dan een volkomen verwijdering Ja zelfs een verbreeking van de onderlinge vriendschap te gemoet zag zo kwams 's: konings eige moe„ „der mij kort daar aan berigten, dat haar zoon van de reise had afgezien, verder egter zeggende dat hij als nu voor eenigen tijd na Maros zoude gaan, gelijk ook geschied is, en alwaar hij zig als nog onthoud, zonder ge dat Ik mij daar tegen, als bevoorens meer gebruikelijk geweest zijnde, met welvoeglijkheid hebbe kunnen kanten, hoe zeer Ik zulks ook gewenscht hadde, ter oorzaake van het vermoeden dat de grooten met de Rebellen heulen en hun van vivres voorzien waar toe zij thans, als daar nader bij en hier uit het oog zijnde, beter gele „gendheid hebben en teffens om zo lange den oorlog duurd hun personagie te kunnen speelen door het Rooren en plunderen zo van de eigene als 'skomp„s onderdaanen, waar van men dagelijks tijding krijgt, zonder dat de daaders te agterhaalen zijn, in zonderheid maakt Datoe Baringang van het eerste zijn werk, de Rebellen niet alleen met kruit en Lood ondersteunende maar ook zo men wil met volk, Wate rvu het Rijk van No 13. Extract Sekreete Brief aan Hun Hoog Edelhedens de dato 25„e Maart 1779. immers Panno en desselfs zoon Ciaeng Bonto Nompo op Bonto Bonto geweest, toen de laaste actie voorviel, welken laast genoemde kort daar aan, buiten mijne voorkennisse, bij immers is zijn Maccassaarsche schoonvader Crain Bonto het Hof van Bonij in protexie genomen is.

NL-HaNA_1.04.02_3818_0185 view scan ↗

English

No 14. I would never have presumed to bring these modest remarks of mine under the wise and discerning eye of your High Nobilities, had not experience taught me that no Bonese are obliged to the slightest gratitude by benefits, favors, or courtesies, but are on the contrary spurred thereby not only to demand even more in the rudest manner and, if one refuses them the slightest thing, to show themselves displeased, but even to rob their greatest benefactors of their property by cunning or force, or indeed both—a Nation, a few good ones excepted (and such persons mostly betake themselves among us to escape the greed and avarice of the grandees), possessing as detestable an internal character as one can find anywhere. Besides that, the right time has now come to act vigorously and to restore the Company's authority, which has fallen into such considerable decline, among them as well as among other faithless allies; and it is therefore for these and many other reasons, which your High Nobilities may easily infer from my successive advisements if it please you, that I have deemed myself obliged to draw this up. In continuation whereof, I also take the boldness to remark how by the words also contained in the letter, "that in case your High Nobilities might please to question the envoy about one thing or another concerning the affairs here," it might well in my view be intended to provide an occasion to complain about me—not that they can bring anything to my charge that would merit even the slightest displeasure of your High Nobilities, much less a reproach, and thus just as little Extract of a Secret Letter written to their High Nobilities by the Lord Governor van der voort, dated 1 October 1779 little correction, but rather with regard to my present conduct toward them, in so far as I give the king not the slightest notice, much less confer with him and the grandees of the realm about what I undertake or intend to execute, particularly with respect to the remnant of the Rebels still roaming here and there; indeed, I have already been questioned about this several times, both directly and indirectly, by some of them, and although I have not remained indebted to them in my reply, by clearly showing that the unfaithful, nay, treacherous conduct of many obliged me to such behavior, in order not to see my efforts for the further reduction of the Rebels frustrated, they seem unable to stomach this indifference. This is also not surprising, considering that being mistrusted by the Company must bring them into contempt even among the common Bonese, while it cuts off the passage of those who collude with the Rebels to inform them of our intentions. I therefore most humbly pray that, in case the envoys should express themselves on this subject, your High Nobilities will be pleased to justify my actions in this matter. 35 No 15. Monday January Wednesday the 16th. Toward noon I also sent the chief interpreter Brugman to the King of Bonij to confer with His Highness regarding a pantjallang belonging to the Chinese Tjotem residing in Amboina, which had been overrun by pirates and subsequently, so it is said, partially plundered by the peoples of Neepe, the account of which given to me is to be found among the annexes hereto. This interpreter, returning, brought me in response, with the King's greetings, that His Highness thanked me for the notification of this case and was fully inclined, as I had proposed to him, to dispatch one of his court grandees thither alongside the chief interpreter himself, to investigate this affair and at the same time to reclaim the people and goods. February Sunday the 24th. Today the chief interpreter Gerrit Brugman, who had been dispatched thither on a commission on the 25th of January past, returned from Neepo with as little success for a good outcome as his submitted report and kept daily register demonstrate. Whereof I then also, on the following day, being the 25th, gave notice to the King of Bonij, with further insistence upon the restitution of the goods stolen from the Amboinese. April Monday the 29th. Early in the morning I sent the chief interpreter Brugman to the Extracts from the separate Daily Register of the Year 1782, concerning a private Amboina pantjallang overrun by pirates and plundered at Nepo. King

Dutch transcription

No 14. Ik zoude mij nimmer hebben verweten deze mijne geringe aan„ „merkingen onder het wijs en doorzigtig oog van uw Hoog Edel„ „heedens te brengen, wanneer de ondervinding mij niet hadde geleerd hoe geene Boniers door weldaden gunsten of beleefdheden tot de minste dankbaarheid verpligt maar daar door in tegendeel aangespoord worden om niet alleen op de onbeschofste wijze nog meerder te Eisschen en als men hun het geringste weigert zig nog misnoegd te toonen, maar zelfs hunne grootste wel„ „doeners, door list of geweld dan wel beide van het hunne te berooven, eene Natie, weinige goede uitgezondert (:en de zodanigen begeeven zig meest ter ontwijking van der grooten schraap en hebzugt onder ons:) die een zo verfoeielijk interi„ „eurs Caracten bezit, als men 'er ergens eene vind: Buiten dat het thans de regte tijd geworden is om door te lasten en het zo merkelijk vervallen ontzag van de Maatschappij onder hun zo wel als onder andere trouwlose Bondge„ „noten te herstellen, en het is dierhalven om deze en meer andere redenen die uw Hoog Edelhedens uit mijne successive advisen des behagende ligtelijk zullen kunnen opmaken dat Ik mij verpligt g'oordeeld hebbe dezen in te stellen. Ten vervolge van dewelke Ik nog de hardiesse neme te remarqueeren hoe door de woorden bij den brief almede vervat. „ dat ingevalle uw Hoog Edelhedens den gezant „over het Een of ander mogten gelieven te ondervragen „aangaande de zakelijkheden alhier „ naar mijn gedagten wel zoude kunnen b'oogd worden, om aanleiding te geven over mij te klagen, niet dat z' iets ten mijnen laste kunnen inbrengen, dat zelfs het minste mishargen uwer Hoog „Edelhedens veel min dan reproche en dus nog al zoo Extract Sekreete Brief aan Hun Hoog Edelhedens geschreven door den Heer Gouverneur van der voort, de dato 1„e october 1779 weinig weinig Correctie zoude verdienen, maar wel ten aanzien van mijne tegen„ „woordige handelwijze ten kunnen opzigte, in zo verre dat Ik nog de minste kennisse aan den koning geeve veel minder met hem en de Rijxgrooten confereere over het geene Ik onderneeme of uit„ „voeren wil, inzonderheid met betrekking tot het hier en daar nog zwervend overschot der Rebellen, immers hier over ben Ik al meermalen zo direct als door de tweede hand door zommigen on„ „derhouden, en schoon Ik hun in mijn antwoord niet schuldig geble„ „ven ben door eene duidelijke vertooning dat de ontrouwe Ja verraderlijke gedoentens van veelen mij tot een zodanig ge„ „drag wel verpligtede, ten einde mijne pogingen tot verdere afbreuk der Rebellen niet verijdeld te zien, schijnen zij deeze indifferentie niet te kunnen verkropen, dat ook niet te verwinderen is, gemerkt het hun bij de gemeene Boniers zelfs in veragting moet brengen door de Comp„e mistrouwt te worden, terwijl 'er den Pas aan de zulke door afgesneeden werd, die met de Rebellen heulen om hun van onze voorne„ „mens te verwittigen. Ik bidde dierhalven dan ook op het oodmoedigste dat uw Hoog Edelhedens ingevalle de gezanten zig over dit onderwerp mogten uiten, mijn doen in deezen wel zullen gelieven te Justificeeren. 35 No 15. Maandag„ Januarij woensdag den 16„e Iegens de middag zond 12 ook den oppertolk Brugman na de Koning van Bonij om zijn Hoogheid te onderhouden wegens eene door de zee Rovers afgelopene en vervolgens zo men zegt gedeeltelijk door de volkeren van Neepe geplunderde Pantjal„ „lang van den te Amboina woonagtigen Chinees Tjotem„ waar van het mijn gegevene Relaas onder de Bijlagen dezes te vinden is Deze Taalsmans terug keerende bragt mijn onder 's konings groete ten antwoord dat zijn Hoogheid mijn voor de kennis geving van dit geval bedanken liet en volkomen genegen was om gelijk ik hem had doen voorslaan, nevens den oppertolk zelve, een zijner Hofsgroten na der „waards ter onderzoek dezer affaire en teffens reclaie van Menschen en goederen af te zenden. Februarij Zondag den 24„e Op heden arriveerde van Neepo terug de op den 25„e Januarij pass„o na derwaarts in commissie afgezondene oppertolk Gerrit Brugman met zo weikig succes van een goede uitslag als zij daar van overgegevene Rapport en gehoudene Dag Register aantoond. waar van Ik hem dan ook 's daags daar aan zijnde 25 De koning van Bonij kennisse liet gevens met nadere aan„ „houding tot restitutie der van de Amboineese geroofde goederen. April Maandag „ 29„e Smorgens vroeg zond jk den oppertolk Brugman na de uittrekzels uit het apart Dag Re„ „gister van A„o 1782. wegens Een door de zee„ roovers afgelopene en op Nepo geplunderde Ambons particulier Pantjallang. Koning

NL-HaNA_1.04.02_3818_0188 view scan ↗

English

King of Bonij to hear what decisions his Highness had taken regarding those of soupa and Neepo with respect to the goods plundered by them, who upon his return brought me word that the king seemed by no means minded to leave it at their refusal, but that he had decided to present this matter shortly to the Council of all the Great Men of the Realm, at which time he would then give me further notice regarding it. June Anno 1782. Monday the 10th I sent the chief interpreter Brugman to the king of Bonij to urge his Highness again to reclaim the goods plundered by those of Soupa and Neepo, mentioned under the 16th and 22nd of January, also the 25th of February and the 29th of April last, to which I received for an answer that those of Soupa, by order of the king, had already addressed those of Neepoer, they having been the actual robbers, and that disputes having arisen between these two over this, the people of Soupa and the people of Nepo had already come to blows with one another, but that the prince would continue to make his utmost effort to have them make restitution. Wednesday the 11th of September Court of Bonij maintained concerning the promised restitution or recovery of the goods plundered by those of Soupa and Neepoe from an Amboinese vessel. October Tuesday the 22nd The king of Bonij was reminded de novo of the promised assistance regarding the restitution of the plundered goods of the Amboinese Chinese at Nepo, to which his Highness had answered that he had not even obtained any further report from Datoe soeppa, whom he had caused to be admonished regarding those goods. November 1782. Sunday the 10th I sent the chief interpreter Brugman to the king of Bonij in order, pursuant to the letter received from the Ministry at Ambon, to insist further upon the king's promised aid toward the restitution of the goods plundered at Neepo from an Amboinese vessel stranded there. Whereupon I obtained such an answer as his written report given to me thereof dictates. Saturday the 16th At the request made by the king of Bonij, I sent the junior interpreter de Graaf to the Madanrang or First Minister of State of this Court, in order to insist with him as well upon the restitution of the goods plundered at Nepo mentioned under the 10th of this month, who upon his return brought me such an answer as can be seen in his note to be found under the Appendices hereof, from all which prevarications it then also seemed sufficiently clear to me that little was to be expected from this. Number 16. June Wednesday the 12th Thursday the 13th Friday the 14th Saturday the 15th Nothing occurred except that the king of Bonij caused me to be asked on the last-mentioned date whether the campong Baroe no longer stood under him as it had stood under his grandfather, the deceased king. I let him know that it had never stood under his grandfather and now much less stood under him: That as his Highness knew very well, or at least must clearly recall from an answer received on this same subject from the late Mr. van der voort on the 17th of May 1779, being informed at that time that Campong Baroe, lying under the cannon of this castle, belonged in property to the Company, that moreover it had from of old served as a residence and place of protection for all indigenous Princes and grandees, and that the authority that his grandfather might have arrogated to himself over it had sprung from the protection that was granted to that prince, see the concise history of Mr. Blok in Anno 1730, against his bloodthirsty paternal half-sister, the then-reigning queen Matinroa ri Sippoeloe-E, at which time he was permitted to reside there for so long under our protection, and at the same time for the maintenance of himself and his people to be allowed to set up some stalls or a kind of small Pasar or Bazaar: all of which, when his grandfather subsequently came to the Throne through the direction of Mr. Loten after the death of that queen, lapsed of itself. Extract Separate Daily Register of Anno 1782. November Wednesday the 6th I sent the junior interpreter Israel Pietersz to the king of Bonij to give him notice of the unreasonable incursion of some Boniers under the command of Daeng Marandoe cum suis upon the Negorij Pota, or properly Potta, whereupon, as having previously belonged along with the Negorij Rio (see the separate letter sent from here to Their High Excellencies on the 25th of May 1754) to the Macassars, I also caused him to be told that the Boniers could formulate not the slightest claim, and that therefore the Boniers will also have to tolerate that they will be driven away from there again by force; indeed, that in this the king of Bima, as the actual Lord of the Mangarij, will always be maintained by the Honorable Company: I received for an answer to this that the king knew no better than that this Negorij presently belonged under Bonie, since during the war of Sankielang the peoples of Pota had placed themselves under his standard or protection, but that he would nevertheless make further inquiry regarding this. Answer of Their High Excellencies hereto, by letter of the 30th of December 1783. Paragraph 31. You have done well by assisting the Court of Bima with powder and lead against the wanton Bonij Princes who have attacked the Negorij Pota on the Mangarij. Extract Secret Daily Register of Anno 1782. Number 17.

Dutch transcription

Koning van Bonij om te hooren wat besluiten zijn Hoogheid omtrend die van soupa en Neepo met opzigt tot de door hun geroofde goederen genomen had, denzelven bragt mijn tot keer berigt dat den koning gantsch niet van voornemens scheen het bij hunne gedane weigering te laten maar dat hij beslooten had die zaak eerst daags in den Raad alle de Rijksgrooten voortedragen, wanneer hij mijn als dan nader daar omtrend bescheid zoude geven.. Juni Ao 1782. Maandag den 10„e Lond ik den oppertolk Brugman na de koning van Bonij om zijn Hoogheid weder aan te spooren tot het re„ „clameeren van de door die van Soupa en Neepo geroofde goederen, vermeld onder den 16„e en 22„e Januarij item 25„e februarij en 29 April pass„o waar op Ik ten antwoord kreeg dat die van Soupa op last des konings reets die van Neepoer als de eigentlijke Roovers geweest zijnde, daar over hadden aan gespro„ „ken, en dat hier over onder deze twee dispuuten ontstaan zijnde de soupaneezen en Nepoeneesen met den anderen al hand gemeen waren geweest, dog dat den vorst zijn uiterste de„ „voir om het hun te doen vergoeden, zoude blijven aanwenden. woensdag den 11„e Hber Hof van Bonij onder gehouden over de beloofde restitutie of invordering der door die van Soupa en Neepoe van een Ambons vaarthuig geroofde goederen, October Dingsdag den 22„e Is den koning van Bonij de novo herinert de beloofde adjude omtrend de restitutie der geroofde goederen van den Ambonschen Chinees te Nepo, waar op zijn Hoogheid g'ant„ „woord had zelfs nog geen nader berigt van Datoe soeppa September die 37 die hij over die goederen had laten aanmanen te hebben er„ „langd. November 1782. Zondag den 10„e zond ik den oppertole Brugman na de koning van Bonij om mits het ontfangene schrijvens van het Ministerie te Ambon nader aan te dringen op 's konings beloofde hulpe tot restitutie van de op Neepo van een aldaar gestrand Ambons vaarthuig geroofde goederen. Waar op Ik zodanig een antwoord erlangde als desselfs mijn daar van gegevene schriftelijk Rapport dicteerd Saturdag den 16„e zondik op 's konings van Bonij gedaan verzoek den onder„ „tolk de Graaf na den Madanrang of Eerste Rijks-Mi„ „nister van dit Hof, ten einde bij dezen almede aan te dringen op de onder den 10„e dezer vermelde restitutie van de te Nepo geroofde goederen, die mijn tot keer berigt bragt zodanig een andwoord als bij zijn onder de Bijlagen dezes te vindene aanteekening te zien is, uit alle welke draijerijen mijn dan ook genoegzaam toescheen dat hier van weinig te verwagten was. 1 N„o 16. Juni Woensdag den 12„' Donderdag „ 13„e vrijdag „ 14„e Saturdag „ 15„e Viel niets voor als dat den koning van Bonij mijn op laast gemelde datum vragen liet of de campong Baroe niet meer onder hem stond zo als dezelve onder zijn grootvader de overledene koning had gestaan. Ik liet hem weten, dat dezelve nooit onder zijn grootvader had gestaan en nu veel minder onder hem stond: Dat gelijk zijn Hoogheid zeer wel wist ten minsten hem nog, uit een over dit zelfde onder„ „werp van wijlen den Heer van der voort op den 17„e Mai 1779 ontfangene andwoord, duidelijk moest voorstaan toen„ „maals onderrigt te wezen dat de onder het geschut van dit kasteel leggende Campong Baroe de Comp„e in eigendom toebehoorde, dat dezelve boven dien ook van ouds afgestrekt had tot een verblijf- en protexie plaats van alle Inlandsche Princen en groten, en dat het vermogen dat zijn groot va„ „der zig daar over mogt aangematigt hebben voort was gesproten uit de bescherming die men dien vorst vide de beknopte historie van den Heer Blok in A„o 1730 verleend: had tegens zijn bloed dorstige halve zuster van 's vaders zijde de toen regeerende koninginne Matinroa ri Sippoe„ loe=E, wanneer hem toen gepermitteerd wierd om aldaar zo lange onder ons protexie te woonen, en teffens tot on„ „derhoud van hem en de zijne te mogen opregten eenige Kraampjes of een zoort van kleene Passar of Bazaar: het geen alles toen zijn groot vader vervolgens door de directe van de Heer Loten na de dood van die koninginne tot de Throon gekomen was, van zelfs vervallen . 10 Extract Aparte Dag Register van Anno 1782. 39 November woensdag den 6„e Lond Ik den ondertoek: Israel Pietersz na de koning van Bonij om hem kennis te geven van de onredelijke inval eeniger Boniers onder het beleid van Daeng Marandoe C: S: op de Negorij Pota of eigentlijk Potta waar op als bevoorens nevens de Negorij Rio (:vide de van hier aan Hunne Hoog„ Edelhedens afgegane aparte brief van den 25 Mai 1754: de Makassaren toebehoord hebbende, Ik teffens liet zeggen dat de Boniers de allerminste pretentie konden formeeren en dat dierhalven de Boniers ook zullen moeten gedogen dat z' met geweld van daar weder verdreeven zullen worden; Ja dat zelfs daar inne de koning van Bima als wezentlijk Heer van de Mangarij, door de Ed: Komp„e altoos zal worden gemainctineerd: Ik kreeg hier op ten antwoord dat de koning niet beter wist of deze Negorij hoorde thans onder Bonie, terwijl met de oorlog van Sankielang de volke„ „ren van Pota zig onder zijn vaandel of bescherming be„ „geeven hadden, dog dat hij egter zig hier op nader zoude Informeeren. Antwoord van Hun Hoog Edelhedens hier op, bij brief van den 30„e December 1783. §31. UE: heeft wel gedaan door het Bimas Hof met kruit en Lood te assisteeren tegen de moedwillige Benijsche Prinsen die de Negorij Pota op de Mangarij hebben aangedaan. Extract Sekreet Dag Register van Anno 1782. N„o 17.

NL-HaNA_1.04.02_3818_0192 view scan ↗

English

No. 18 Section 10. The village of Takalara actually belonged to the Macassars, but has for a long time been inhabited by the Bonians in a surreptitious and obreptitious manner, and they still inhabit it, and it is also the same one mentioned in the secret Daily Register of the 11th of October 1778 and the secret letter of the 23rd of that month. However, all the other lands lying thereabout not only belong to the Macassars, but have always been managed by them, which is why I, along with the late Mr. van der Voort, cannot deem it fitting, much less advisable, to surrender them to the gentlemen Bonians, who thus have had the least right to them and who repeatedly, indeed very often, have been insolent enough to form claims on lands to which they possessed the slightest property, as is found clearly enough recorded in the Memorandum of Governor Sinkelaar and many other papers besides. Wherefore I will also in the future, for times are not suited to it now, not only keep alive the Macassars' claim to nine of their villages wrongfully taken into possession by the Bonian Tomilalang, but also then insist on the restitution thereof. From the Separate Letter to Their High Nobilities, dated the 31st of May Anno 1783. No. 19. Friday the 20th of June, I heard several complaints about the hostilities that the retinue of the King of Boni committed here and there in the villages to the north with robbing and stealing, even to such an extent that the people of Pankadgene, whose fruit trees were not spared, were afraid to hold their ordinary market day, so as not to run the danger of getting buyers without money. Extract from the Separate Daily Register of Anno 1783. The brutalities and extortions of the Bonians have persisted even from the time of the High Noble Lord Speelman, Lieutenant General, see His Excellency's Memorandum left behind as Governor of Macassar. They have subsequently increased and not decreased. In the time of President Harthouwer, Radja Palakka began already to show what he was scheming, to such an extent that Their High Nobilities were compelled in Anno 1675 to make the Governor-elect of Banda, Bogaard, call in here in order to settle the disputes that had arisen between that gentleman and the King of Boni, Radja Palakka, which then also occurred in favor of the former, not without strong expressions in Their Excellencies' missive of the 29th of December 1675 concerning the arrogance and ingratitude of this nation, as can be seen in its particulars in that letter. And I assure Your High Nobilities that they would gladly set foot upon our neck and hold mastery over Celebes, if they only saw an opportunity to do so; but they know this to be impossible, and therefore they seek to draw as much as possible to themselves, especially in these times when our weakness is only too well known to them, caring not in the least whether their claims are just or not, as I have partly cited in my latest respectful letter of the 31st of May, and as can be seen from many papers, especially the Memoranda of the Governors Gobius and Sinkelaar, indeed can also be gathered from their insolent demand recently made on Campong Baroe. My predecessor, Governor van der Voort, says in his letter of the 1st of October 1779 that the Bugis possess as detestable an inward character Extract from a Letter of the Lord Governor at Macassar to Their High Nobilities at Batavia, dated the 22nd of July Anno 1783. as No. 20. one can find in any nation, and Mr. Boelen, having had the government here shortly before, also speaks with no little praise of them. Wednesday the 23rd of July, towards noon, the under-surgeon de Graaf reported to me that one of the Madurese about to depart for Java, who with some four of his comrades had gone to exchange doits, was very severely wounded in a treacherous manner in front of the Bugis quarter by a Bonian, and that the unknown perpetrator, having seized the doits, had immediately taken to flight. That, as Captain Commandant Baserman also came to warn me at the same time, all the Madurese with their officers, numbering over three hundred heads, were standing ready to attack the Bugis quarter and take revenge for it, indeed that they were almost impossible to restrain. Upon this, I immediately had the officers of the Madurese come to me and spoke to them, and especially Captain Dramantakka, about such a reckless intention, and represented to them all at the same time the mischief that was to be expected from it; that we ourselves, the perpetrator being unknown, had often had to overlook this, and that for that reason such strict orders and punishments had been established for our people who dared to venture to go to the Bugis quarter. And all this then reassured them; indeed, Captain Dramantakka admitted having been too hasty, and thanked me for the advice given for the good of them all. Extract from the Secret Daily Register of July Anno 1783. No. 21

Dutch transcription

No„ 18 § 10. De Negorij Takalara heeft eigentlijk de Makassaren toe„ „behoord, dog is zedert langen tijd door de Boniers op een sub-en- obreptive wijze bewoond geworden, en deze bewoonen ze nog, en is ook dezelfde, waar van bij het sekreet Dag Register van den 11„e october 1778: en de sekreete brief van den 23„e dier maand gesproken word. Dog al de andere daar omstreeks leggende Landen gehooren ook niet alleen aan de Makassaren maar zijn althoos door dezelve beheert geweest, waaromme Ik met wijlen den Heer van der voort niet voeglijk veel min raadzaam kan oordeelen om ze af te geven aan de Heeren Boniers, die 'er dus het minste Regt op gehad hebben en die meermalen Ja zeer dikwils onbeschaamd ge„ „noeg geweest zijn pretentien te formeeren op Landerijen 0 daar ze de geringste Eigendom aan hadden, gelijk duide„ „lijk genoeg genoteerd gevonden word bij de Memorie van de gouverneur Sinkelaar en veele andere Pa pieren meer. 511 Waarom Ik dan ook in het vervolg, want nu zijn er de tijden niet na gesteld, niet alleen levendig zal houden der Nakas„ „saren pretentie op Negen hunne door de Bonische Tomi„ „lalang ten onregte in bezit genomene Negorijen, maar ook als dan doen aandringen op de restitutie derzelve. uit de Aparte Brief aan Hunne Hoog„ „Edelhedens, de dato 31„e Mai A„o 1783. No„ 19. 4 411 Vrijdag den 20„e hoorde 1k verscheidene klagten over de hostiliteiten die het gevolg van Bonijs Koning hier en daar op de Negorijen om de Noord met Rooven en steelen pleegden, zelfs zodanig dat de Lieden op Pankadgene, wiens vrugtboomen niet gespaard wier „den, bange waren hunne ordinaire Markt-dag te houden om geen gevaar te lopen van kopers zonder geld te zullen krijgen. Junij Extract Apart Dag Register van A„o 1783. Der Boniers brutaliteiten en Knevelarijen hebben gebleepen zelfs al ten tijde van den Hoog Edelen Heer Speelman L: G: vide Hoog Desselfs Memorie als Gouverneur van Maccasser nage„ „laten. Dezelve zijn naderhand successive vermeerdert en niet vermin„ „dert. Ten tijde van den President Harthouwer begen Radja Palakka al te toonen wat hij in zijn schild voerde, zodanig dat Hunne Hoog Edelhedens genoodzaakt waren in Ao 1675 hier te doen aangieren den g'Eligeerd Bandas Landvoogd Bogaard, om te beslissen de ontstaane verschillen tusschen dien Heer en Bonijs koning Radja Palakka, dat dan ook in faveure van den Eersten geschiede, niet zonder sterke uitdrukkingen bij Hoog Derzelver missive van den 29„' December 1675 over de arrogantie en ondankbaarheid dezer Natie, gelijk bij die brief in zijn om„ „stande te beoogen is. En Ik verzeeker uw Hoog Edelhedens dat zij ons gaarne den voet op de wek zoude zetten en het meesterschap op celebes voeren willen, zagen zij 'er maar kans toe: dog dit weten zij onmogelijk te zijn en daaromme zoeken zij zo veel haar doenlijk is na zig te haalen, bijzonder in deze tijden daar onze swakheid haar te over bekendis. kreu„ „nende zij zig geensints of haare pretentien regtvaardig zijn dan niet gelijk Ik bij mijne Jongste Eerbiedige van den 31„e Mai gedeeltelijk heb aangehaald, en bij veele Papieren, inson„ „derheid de Memorien van de Gouverneurs Gobius en Sin „kelaar geblijken kan, Ja ook afgeweeten kan worden na hunnen brutalen Eisch nog Jongst op de Campong Baroe: Mijn predecesseur de Gouverneur van der voort zegt bij zijn E: Brief van den 1„e october 1779 dat de Boe„ „ „gineesen zo een verfoeijelijk interieur Caracter bezitten Extract uit een Brief van den Heer Gouverneur te Maccasser, aan Hunne Hoog Edelhedens te Batavia gedateerd den 22„e Juli A„o 1783. als N„o„ 20. . 43 weinig lof van. als men ergens een Natie vind, en de kort bevoorens het r bestier hier gehad hebbende Heer Boelen spreekk 'er ook niet woensdag den 23„e Tegens de middag rapporteerde mijn de ondertoek de Graaf dat 'er van de op hun vertrek na Java staande Madu„ „reese die met een stuk of vier van zijn makkers duiten had gaan wisselen, voor aan de kampong Boegis door een Bonier op een verraderlijke wijzes zeer, swaar was gekwest geworden, en dat de dader onbekend zig meester van de duiten gemaakt hebbende terstond de vlugt had genomen. dat zo als mijn de kapitain kommandant Baserman ook te gelijk kwam waarschouwen al de Madureesen met hun officieren ten getallen van ruim drie hondert koppen klaar stonden om in de Lampong Boegis te vallen en daar over revarigie te nemen Ja dat zij genoegzaam niet te hou„ „den waren. Ik liet hier op de officieren der Madureesen zelfs ten eersten bij mijn komen en onderhield hun en wel bijzonder den kapitain Dramantakka over zo een ruke„ „loos voornemen, en stelde hun allen teffens voor, de onheilen die daar uit te verwagten zoude zijn. dat wij dit zelfs, de dader onbekend, dikwils hadden moeten door de vingeren zien, en dat 'er daarom zulke sterke ordres en straffe gesteld waren voor de onze die zig durven verstou„ „ten na de Campong Boegis te gaan. En dit alles stel„ „den hun toen gerust Ja kapitain Dramantakka bekende wat te haastig te zijn geweest, bedankte mijn voor de Raad hun allen ten beste gegeven. Juli A„o 1783. Extract Sekreet Dag-Register, van No„ 21

NL-HaNA_1.04.02_3818_0197 view scan ↗

English

No 22 45 September Thursday the 18th. I received by a letter from the Maros Resident Brugman, dated yesterday, another series of complaints about the insolence of the Bone princes, and that first regarding the intention of Aroe Nanka and Aroe Palingorang to go and help the King of Tanette against Aroe Pantjana, contrary to the agreement between me and the King of Bone; secondly, about the violent abduction of a female person by the son of the King of Tanette named Sakoetta at our village Nipa; and thirdly, about the violence committed by a brother of Matoa Wage at our village Talaka, murdering two of our subjects there, severely wounding two, and subsequently setting fire to a house in which a large quantity of paddy lay. I immediately informed the King of Bone of this through the sworn interpreter Bewers, but as insolent as the Bone people are, His Highness seems to become just as indifferent regarding matters of that nature or regarding misdeeds that the princes of the blood happen to commit; for sending word that he could not prevent Aroe Nanka and Aroe Palingorang, as blood relatives of Tanette's king, in their intention, and that there might have been reasons given for the deed of the brother of Matoa Wage, denotes nothing other than that he either approves of their bad conduct, or that he does not have sufficient power to oppose the same. Extract Separate Daily Register of the year 1783. Extract Secret Daily Register December of the year 1783. Thursday the 18th. When I now saw the good humor in which the king was, or let me rather say into which he had been brought by the recent case of Tanette, which by an arrangement other than mine could very easily have caused him to bounce from the throne, as I also made known to him in no uncertain terms and as he also had to acknowledge fully, I spoke with him, though in a friendly manner, about the complaints that I had received by rumor from the capital as well as in writing from Samarang and Sourabaija regarding the bad conduct of his envoys, who, if not themselves then at least their subordinates with their knowledge, had made themselves guilty of robbery and theft, both of the slaves of many people and of gold and silver goods that the latter had brought along. That I was sorry to have had to hear such a thing, both for his sake and because of the intercession I had made to obtain permission for them to travel back and forth duty-free, and that if all this were found to be true, His Highness, for the preservation of his good name, ought to have such shameful acts punished in the envoys themselves, adducing to that end the almost identical case that occurred in the year 1760, when concerning the then first envoy Aroe Timoedjoeng, who has since become a fugitive, the court sentence was pronounced that after restitution of everything still possible to recover, he should either be stripped of his property, kris-stabbed, dismissed from his dignity, or sentenced to a fine. See the note by Mr. Sinkelaar in the Secret Daily Register of that year under the 22nd of June. And that I in that respect could advise him nothing better than to have the vessels of the envoys searched thoroughly as soon as they might arrive, even if with delegates from us, whom I voluntarily offered for that purpose. Although the king now, out of fear of the insolent Tomilalang, possibly and as it appeared to me, might well have wished not to have heard this news, he promised me, not to do so with Company delegates, but upon arrival of the Tomilalang to conduct an investigation into these accusations. Then, since I was now in conversation with the prince and, without the interpreter, in private, I also seized the opportunity to speak with His Highness himself about the ever-increasing unwillingness of the Bone people in paying their tithes, and to make known to him that if this did not improve, it would absolutely be able to cause a breach of the peace between the Honorable Company and Bone. For their Honors would no longer be able to tolerate that he, as the lawful lord of those cultivated lands, should be refused the satisfaction of that right for which he ceded his fields to them for cultivation. To this His Highness also gave a satisfactory answer to that extent, namely that around the upcoming tithing time he would issue the necessary orders regarding this matter, and then went back outside the office with me to the other friends, where, after having sat for a little while, he took his leave in a friendly manner. It being then already nearly half past six o'clock.

Dutch transcription

No 22 45 September Donderdag den 18„e Ontfing 1k bij een brief van den Maros Resident Brug„ „man, gedateert op gisteren weder ben reeks van klagten over de brutaliteiten der Bonische Princen en wel eerste „lijk omtrend het voornemen van Aroe Nanka en Aroe Palingorang om tegens de overbenkomst tusschen mijn en Bonijs koning den koning van Tanette, tegens Aroe Pantjana te gaan helpen, 'twedens over het ge„ „weldadig schaaken van een vrouwsperzoon door de zoon van den Koning van Tanette genaamt Sakoetta op onze Negorij Nipa, en derdens over het gepleegd geweld door een Broeder van Matoa Wage op onze Negorij Talaka met twee onzen onderdanen aldaar te vermoor„ „den, twee zwaar te kwetsen en vervolgens een Huis waar op een menigte Padij lag in brand te steeken. Ik liet hier van ten Eersten de Koning van Bonij door den gezworen tolk Bewers kennisse geven, dog zoo brutaal als de Boniers zijn, even zo onverschillig schijnt zijn Hoogheid ook te worden omtrend zaken van die natuur of omtrend Euveldaaden die de Princen van den bloede komen te pleegen, want niet te laten weten dat hij Aroe Nanka en Aroe Palingorang als bloed verwanten van Tanettes koning in hun voornemen niet konde beletten en dat tot het bedrijf van den Broeder van Matoa wage mogelijk redenen zoude gegeven zijn, denoteerd niets anders dan dat wij het zij hunne slegte gedoentens goed gekeurt, of dat hij geen vermogens genoeg heeft dezelve tegen te gaan. Extract Apart Dag Register van Anno 1783. Extract Sekreet Dag-Register Donderdag den 18„e Doen ik nu zag de goede luim waar in de koning was, off laat Ik liever zeggen in gebragt was, door het laaste geval van Tanette dat door een andere schikking als de mijne hem zeer gemakkelijk van den throon zoude hebben kunnen doen bonsen zo als ik hem ook niet onduister te kennen gaf en zo als hij ook volkomen avoueeren moest, zo onderhield Ik hem, dog op een vriendelijke wijze, over de klagten die Ik per gerugte van de Hoofdplaats als bij geschrifte van Samarang en sourabaija ontfangen had wegens het slegt gedaag zijner afgezanten, die zij zo niet zelfs ten minsten hun onderhorige met hun weten, schuldig hadden gemaakt aan Roven en steelen, zo van veele Lieden haar slaven als van goud en zilver goed, dat deze laaste hadden mede gebragt. dat het mijn leed deel dat Ik zulks had moeten hooren zo om zijnen t„ „wille als om de voorspraak die ik gedaan had tot ontfan„ „gen van permissie dat dezelve Tholvrij mogte over en wedervaren en dat als dit een en ander waar bevonden wierd zijn Hoogheid tot bewaring van zijn goede Naam, zulke schandelijke stukken in de gezanten zelfs moeste laten straffen, ten dien einde bijbrengende het in Ao 1760 bij na g'Exteerde zelfde geval, wanneer over de toenma„ „ligen dog zig zedert fugatief gestelde Eerste afgezant Aroe Timoedjoeng het Hof vonmis wierd geveld dat na restitutie van al het mogelijke nog te rug te krijgene hij of gerampast, gekrist, van zijn waardigheid afgezet of een geld boete zoude verwezen worden. vide het genoteerde door de Heer Sinkelaar bij het sekreet Dag Register van dat December van A„o 1783. Jaar No„ 23 - Jaar onder den 22„e Juni en dat kk ten dien opzigte hem niets beter konde aanraden dan de vaarthuigen der gezanten zo dra zij mogte aankomen exact te doen visiteeren al was het met gecommitteerdens van ons, die Ik daar toe vrijwillig aanbood. of schoon nu den koning uit vreze voor den brutalen Tomi„ „lalang mogelijk en zo het mijn toescheen wel gewenscht had dit nieuws niet te hebben gehoort, zo beloofde hij mijn, niet om met 'skomp„s gekommitteerdens, maar bij aankomst van den Tomilalang na deze beschuldigingen onderzoek te zullen doen. Dan dewijl ik nu met den vorst aan de gang en buiten de Tolk onder vier ogen was, zo nam Ik teffens de gelegend„ „heid ook waar, zijn Hoogheid zelfs te onderhouden over de hoe langer hoe meer toenemende onwilligheid der Bo„ „niers in het voldoen hunner Thiendens en hem te kennen te geven dat dit niet beter wordende absolut een vredebreuk tusschen de Ed„e komp„e en Bonij zoude kunnen verwekken. want dat hun Edele niet langer zoude kunnen gedogen dat aan hem als wettigen Heer van die bewerkte Landen zoude geweigert worden de voldoening van die geregtigheid waar voor hij zijne vel„ „den ter bewerking aan hun lieden heeft afgestaan. Op dit gaf zijn Hoogheid voor zo verre ook een voldoe„ „nend antwoord namentlijk van tegens de aanstaande verthienings tijd omtrend dit artikul de nodige ordre te zullen stellen, en gong toen weder met mijn buiten het komptoir bij de andere vrienden, waar na een weinig gezeten hebbende hij zijn afscheid op een vriendelijke wijze nam. zijnde het toen reets bij na half zeven uur geworden.

NL-HaNA_1.04.02_3818_0200 view scan ↗

English

§4: Likewise, the complete ignorance claimed by the ruler of Boni regarding the voyages of his subjects to the said strait, as well as the assurance given to the Lords Masters by Your Honour and the Council in the marginal reply to the Extract of the Patriotic Letter of 30 November 1781—namely, that one had nothing to fear regarding a conspiracy of the Boniers with the rulers in that strait—is entirely contradictory to the reports from Malacca, as will appear to Your Honour from the account of a certain Daing Napattij cited in our general reply, and the convention concluded between Riau and Boni, etc., copies of both of which are enclosed herewith. This is sent so that Your Honour may firmly yet cordially point out to the ruler of Boni how openly the contracts have been violated thereby. And while, out of affection for him and his kingdom, one is willing to consign this matter to oblivion as a thing of the past, it is nevertheless trusted that, since that convention has been nullified by the Company and the lawful Regent of Riau, His Highness on his part will likewise consider it formally null and void. Since the Wajo and Mandar peoples are accused of being the ones seen in the said strait, and Your Honour also states it to be the truth that they do not hesitate to sail to all unauthorized places without passes, Your Honour should strive, in an indirect manner, to ensure that the reports of the victories gained over the Riau and Selangor peoples, and their consequences, are also made known to those nations. Extract of a separate letter from Their High Excellencies at Batavia to the Governor at Makassar, dated 31 December Anno 1784, wherein matters are reported to the charge of the Boniers. No. 24. §13: We have found the remarks supplied by Your Honour to be no less well-founded concerning the question asked by the said ruler, whether his kingdom also had a share in the conquest of Gowa and whether he was not entitled to a share of the revenues of those conquered lands. For this reason, without committing ourselves further on the matter, we leave it at that. §19: We likewise consider it well done that Your Honour has given notice to the Court of Boni of the complaints of the Ambon ministers regarding the appearance of Bugis and other nations secretly and without passes on Ceram. And since this has had the good effect of the king renewing the strict interdict of 1776 against that navigation, we flatter ourselves that Your Honour will meet with no less success in presenting the complaints of the Ternate ministers, according to the enclosed extract from their secret letter of 14 September 1783 concerning the conduct of the Bugis in the Bay of Tomini and their request that they may be summoned back; of which Your Honour must accordingly make use when opportunity arises and with any prospect of succeeding therein. Boni's queen, with some of the foremost grandees, is still at Luwu, whither Her Highness's emissaries Aroe Pontjing and Aroe Timoedjoeng recently returned, as mentioned in our humble letter of the date just stated, without anything being heard as yet concerning the promised satisfaction regarding the vessels dispatched to Banjar and three ditto that likewise departed without passes for Berau. However, it is known that two of the latter have arrived at the ordinary hiding place, Padang Padang (alias) Soreang, laden with wax, karet, and other wares, which, according to the account given here at the secretariat by the traders on 12 September, have already been unloaded and the vessels immediately sold to other natives so as not to become known and overtaken by our servants. From this it is once again evident with what arrogance that people is accustomed to defraud the Company's duties on import and export, however much vigilance is maintained against it, and however much it has been attempted to counter it through diligent means grounded in the contents of the contracts. And although the Company possesses the right and power to prevent such with vigour, as was under consideration in our conference of the 9th instant after review of the aforesaid account, it was nevertheless resolved upon reluctantly, because proceedings have already advanced so far with the queen and grandees of Boni that the effect of their promised satisfaction should first be awaited. This serves to convince that Court all the more that the Company seeks to maintain its honours and privileges through the path of friendship and peacefulness, rather than by such means of force and violence as it is fully authorized to use according to the contracts. Extract of a letter to Their High Excellencies at Batavia, dated 24 October 1732. No. 24. No. 25. §30: Expelling the Bugis from the Bay of Tomini being, even in peaceful times, a point that may well be regarded as completely unfeasible so long as those people, with the prior knowledge and consent of their king, maintain a permanent residence at Todjo, Ampana, Saluwang, and several other places in the aforesaid bay, and from there sail to and fro with provisions and other merchandise from Palu and Makassar to the gold mines, we humbly beseech Your High Excellencies to bring about with the Court of Boni that these Bugis be summoned to leave the Bay of Tomini. Extract from the secret letter from Ternate to Their High Excellencies, dated 14 September 1783.

Dutch transcription

§4: Insgelijks is door den Bonischen vorst gepretendeerde volko„ „mene ignorantie, van de vaart zijner onderdaanen naar gedagte straat, en de door UE: nevens den Raad, bij het marginaal andwoord. op het Extract Patriasche Missive van den 30„e November 1781 aan de Heeren Meesters gegevene verzekering „ dat men niet te dugten had voor „een conspiratie van de Boniers met de vorsten in „die straat „ ganschelijk tegenstrijdig met de berigten van Malakka, gelijk UE: zulks zal blijken uit het bij onze gemeene Rescriptie geciteert Relaas van zekere Daing Napattij en ben tusschen Riouw en Bonij C: S: geslotene Conventie, van welk een en ander de afschriften hier nevens gevoegd worden, op dat UE: Cordant dog vriende„ „lijk aan den Benischen vorst zal kunnen voorhouden, hoe zeer daar door de contracten opentlijk geschonden zijn, en dat hoe zeer men zulks uit genegendheid voor hem en zijn Rijk wel als een gedane zaak aan de vergetelheid wil op offeren men egter vertrouwd dat terwijl die confontie door de kom„ „pagnie en den wettigen Regent van Riouw vermengd is geworden, zijn Hoogheid het zelve ook van zijnen kant, als for„ „meel vervallen zal aanmerken. Dewijl de wadjoriesen in Mandhareesen beschuldigd wor„ „den, de geene te zijn, die in gedagte straat vernomen worden, en UE: mede zegd de waarheid te wezen dat zig dezelven niet ontzien, op alle ongepermitteerde plaatsen zonder Passen te Extract aparte Missive van Hunne Hoog Edelhedens te Batavia aan den Heer Gouverneur te Makasser de dato 3.1„e December A„o 1784 alwaar ten lasten van de Boniers gemeld- word. N„o 24. vaaren 55 49 vaaren, zo diend UE: op een indirecte wijze te betragten, dat de narigten van de overwinningen op de Riouwers en salangoreesen behaald en derzelver gevolgen ook aan die volken bekend worden. § 13. Niet minder gegrond hebben wij bevonden de door UE: gesuppedi„ „teerde aanmerkingen, op de door gedagte vorst gedane vraag of zijn Rijk ook deel had aan de overwinning van goah„ en of hem van de Inkomsten dier overwonne Landen geen deel toekwam? waarom wij die zaak, zonder er ons ver„ „der over uit te laten daar bij laten berusten. § 19. Wij houden mede voor wel gedaan dat UE: aan het Hof van Bonij heeft kennis gegeven, van de klagten der Ambon„ „sche Ministers, over de verscheining van Boegineesen en andere Natien ter sluik en zonder Passen op Ceram; En dewijl dat van zulx een goed effect is geweest, dat de ko„ „ning het scherp Interdict van 1776 tegen die vaart heeft gerenoveerd, zo vlijen wij ons, dat UE: niet minder gelukkig zal slagen, met de vertooning van de klagten der Ternaatsche Ministers; bij het hier nevens gevoegd Ex„ „tract uit hun secreete brief van den 14„e september 1783 over het gedrag der Boegineesen in de Bogt van Tomini en hun verzoek dat dezelve mogen op ontboden worden, waar van UE: mits dien bij gelegendheid en bij eenig vooruitzigt van daar in te zullen reusseeren, moet gebruik maken. Donijs koningin met Eenige der voornaamte Groten haar als nog bevinden tot Loewoe, werwaards hem laast gereverteerd zijn Haar Hoogheids zendelinge Aroe Pontjing en Aroe Timoedjoeng vermeld bij onzen onderdanige van even gemelde datum, zonder dat men tot nog iets vermeend van de beloofde satisfactie, we„ „gens de aangelegde vaarthuigen na Banjar en drie ditos mede zonder Passen na Bero vertrocken, maar wel dat van dees laast gemelde 'er twee in het ordinaire schuilne 't Padang Padang (:alias:) Soreang aangekomen zijn, geladen met wax, Caret en andere wharen, welk volgens het Relaas van de handelaars in dato 12„e september hier ter secretarij ge „daan bereeds gelost en de vaarthuigen op stonds aan andere Inlanders verkogt zoude wezen, om niet bekend te raken, en door inze bediendens te werden agterhaald, waar uit dan alweder komt te blijken met wat een arrogantie dat volkje 's komp„s geregtigheden van in-en - uitvoer gewoon is te fraudeeren hoe zeer men ook daar en tegen vigileert en dat zelve getragt heeft tegen te gaan, door middelen van Industrie gegrondvest op den inhoud der Contracten. En of wel dE Comp„e Regt en magt heeft om zulks met vigeur te beletten, zo als dat in onze conferentie van den 9„e„ Courant na resumptie van het voorschr: Relaas in til ge„ „weest is, heeft men egter ongeerne daar toe geresolveerd, om dat bereeds met Bonijs koningin en de groten daar over in zo verre is geprocedeert, dat men het effect hunner beloofde satisfactie, voor eerst nog diend in te wagten, tot te meer overtuiging van dat Hof, dE Comp„e eerder door de weg van vriendschap en vredelievendheid haar E: voorregten zoekt te mainctineeren dan door zodanige middelen van kragt en geweld als ze volgens de contracten in zijn volkomentheid toe bevoegd zij: Extract Missive aan Hun Hoog Edelhedens te Batavia de dato 24„e October 1732. No„ 24. No„ 25. § 30 Met verjagen der Boegineesen uit de Bogt van Tominie zelfs in de geruste tijden een poinct zijnde het geene wel als finaal ondoenlijk mag werden aangemerkt zo lange die menschen met voorkennisse en bewilliging van haar koning op Todjo: Ampana, Saluwang en meer andere plaatsen in voorschreeve bogt een vast verblijf houden, en van daar met levensmiddelen en andere koopmanschappen van Palo en Makasser naar de goudmijnen af en aanvaaren, smee„ „ken wij uw Hoog Edelheden nedrig, om bij het Hof van Bonij te willen bewerken dat deze Boegineesen uit de Bogt van Tominie werden op ontboden. Extract uit de Sekreete Brief van Ter„ „naten aan Hunne Hoog Edelheedens gedateerd 14„e September 1783. 51

NL-HaNA_1.04.02_3818_0204 view scan ↗

English

That the Bugis and Mandarese are entirely no strangers to such piracy and marauding was demonstrated again last year at Tontole and Pdwool, falling under the territory of Ternate, because they devastated that region, killed part of the inhabitants, and dragged others away to their robber nests, just as the High Indian Government has been dutifully informed by the ministers from Ternate and from here, and they solely allege here on the basis of what has been asserted in their regard, without even mentioning the scandalous conduct of the Bone prince Aroe Sinkang and his accomplice at Passir and Coete. Extract from the missive of the Highly Esteemed Gentlemen Seventeen dated 15 September 1730, answered by the Governor of Arrewijne by letter of 23 May Anno 1732. No. 25. 53 No. 25 by to wit the Bonians and they certainly cannot deny that at their own desire and for their protection the castle was built there and maintained at the Company's expense, and that without the same they would fall back, in a much shorter time than they were made free, into a much worse slavery than ever before; should the Honourable Company then bear the burdens, and they, through an unlimited power, be authorized and qualified to permit traders into their country and themselves sail everywhere without passes, that is not to be tolerated. Extract Secret Missive from Their High Nobles at Batavia to the President Harthouwer dated 29 December Anno 1675. Anno 1786. June Monday the 12th I gave the Madaurang to know that the Nakhoda of the Chinese junk lying here in the roads came to me the day before yesterday to complain about the wanton and bad behaviour of the Bugis in the Kampong Bugis, who had inflicted all manner of wantonness upon his people, who had come to demand their money for sold trading goods, indeed even chased them away with drawn krisses and threatened to murder them if they dared to return. That such doings were bad and impermissible, and that if this were not stopped, the Chinese in the future would no longer want or dare to sell any goods to the Bugis; indeed, that such matters, coming to the ears of His High Nobility the Lord Governor-General and the Council of the Indies, and possibly of the Chinese Emperor, would serve as nothing other than a disgrace to the Bone Court, and give proof of the little respect that the King and Grandees had among their people. Wherefore, in prevention of both these matters, I expected that the Madaurang would make a proper arrangement concerning this for the future. April Anno 1787. Sunday the 1st The King of Bone returned from the inland territories. His Highness passed the castle in the morning around 8 o'clock with a retinue of fully near two hundred vessels, Further Extract from the Daily Register of the month Extract from the Secret Daily Register of the month vessels No. 26. 55 vessels, saluting the castle in sailing past with some shots from his small artillery and the lowering of his large pennant three times, after which he was also, according to custom, greeted with nine cannon shots from the castle. Having arrived at Oedjoong Tana, his place of residence, he immediately sent word to me of this, for which I gave thanks, and at the same time sent him the second sworn interpreter Bewers, both to welcome the King and to request access for the delegates who, according to custom, must do so in ceremony on the Company's behalf. Which His Highness, while extending his greetings, appointed for the day after tomorrow. Meanwhile I received report from the side of the Macassars that Aroe Nampoe and Karaeng Sapanang, having come down overland, accompanied by the rebel chiefs Karaeng Bonto Nompo and Karaeng Pattoeng with a number of upwards of three thousand men, both Bugis and defected Macassars yonder, taking the course via Thaeng, had passed as a retinue of Bone's King. Wednesday the 4th I sent the chief interpreter Deefhout to the King of Bone to inquire about the state of the money, goods, and vessel, likewise the murderers of the Chinese and resident here, Hoijteek, mentioned under the 21st of November and 19th of December past, who was murdered at Tjimpo near Loehoe by his own crew members; who brought back report that the murderers, having attempted to resist upon their apprehension, were massacred yonder, and further that of that Chinese's his goods, for lack of proper notation, nothing was to be found except the vessel, three head of slaves purchased yonder, fifty-eight Spanish rixdollars in cash, and two firelocks, a chest with junk or some trifles not worth mentioning, all of which the King would send to me tomorrow, which also Thursday the 5th took effect. The widow and her creditors thereby losing circa about two thousand rixdollars, which the murdered Chinese had taken with him thither, both in cash and goods for trade.

Dutch transcription

Dat de Boegineesen en Manchareesen van zulken hoof en stroperijen geheel, niet vreend zijn, is in het voorleden Jaar nog gebleeken, tot Tontole en Pdwool onder het ge„ „bied van Ternaten resorteerende, wijlse die Landstreke verwoest en d' Inwoonders ten deele omgebragt en andere na haar Roofnesten weggesleept hebben zo als dat de Hoge Indiasche Regeering door de Ministers uit Ternaten en van hier schuldpligtig is gecommuniceerd en hier eenlijk allegueeren op den grond van het in haar ƒ opzigt geposeerde zonder eens te melden van het erger„ „lyk gedoente van den Bonijs Prinse Aroe Sinkang en zijn Complice tot Passir en Coete Extract uit de door den Gouverneur van Arrewijne beantwoorde Missive van de Hoog Agtbare Heeren seventienen de dato 15„e September 1730. bij brief van den 23„e Mai A„o 1732. N„o 25. 53 No. 25 bij /: te weten de Boniers:/ en konnen immers niet ontkennen dat op haar eigen begeerte en te hunner bescherminge 't kas„ „tiel daar gebouwt en op 's komp„s kosten onderhouden werd, en dat zij zonder 't zelve in veel korter tijd als zij vrij ge„ „maakt zijn weder in veel slimmer slavernije zoude ver„ „vallen als ooik te vooren, zoude dan de E Comp„e de Lasten dragen en zij luiden door een ongelimiteerde magt bevoegd en gequalificeert wezen als handelaars in hun Land toe te laten en zelver allerwegen zonder Passen te vaaren, dat is niet gedooglijk. Extract Sekreete Missive van Hen Hoog Edelhedens te Batavia aan den President Harthouwer de dato 29=e December Anno 1675. A„o 1786. Juni Maandag den 12„e Gaf k den Nadanrang te kennen dat den Anachoda van de alhier ter rheede leggende Chineese Ionk Eergisteren bij mijn was komen klagen over het baldadig en slegt gedrag der Boeginee„ sen in de Kampong Boegis, die zijn volk dat om haar geld van verkogte Negotie wharen was komen maanen alle baldadigheden hadden aangedaan, Ja: zelfs met de bloote krissen weggejaagd en gedreigd van haar te zullen vermoor„ „den zo zij weder durfde komen. Dat zulke gedoentens slegt en ongepermitteerd waren en dat als zulks niet gestuit wierd, de Chineesen als dan in het toekomende geen wharen meer aan de Boegineesen zoude willen of durven verkopen, ja dat zulx ter ooren van zijn Hoog „Edelheid den Heer Gouverneur Generaal en de Raaden van Indien en mogelijk van den Chineese keizer komende niet anders als tot schande van het Bonische Hof zoude strekken, en een blijk geven van het weinige ontzag dat de koning en Groten onder hun volk hadden. Weshalven Ik tot voorkoming van dit een en ander verwagte dat de Madaurang een goede schikking daar omtrend voor het vervolg zoude maken. April A„o 1787. Zondag den 1„e Reverteerde uit de binnen Landen terug de koning van Bonij. zijn Hoogheid passeerde 's morgens omstreeks 8 uuren met een gevolg van wel bij de Twee hondert Nader Extract uit het Dag-Ae„ 6 gister van de maand Extract uit het sekreet Dag Register van de maand vaarthuijgen N„o 26. 55 vaarthuigen het kasteel, salueerende het zelve in het voorbij zeilen met Eenige schooten uit zijn klein geschut en het driemaal strijken van zijn groote wimpel, waar na hij ook na den gebruike met Negen kanon schooten van het kasteel begroet wierd. Op Oedjoong Tana zijn Residentie plaats g'arriveerd zijnde liet hij min hier van terstond kennisse geven waar voor Ik bedankte en hem te gelijk den tweede gesworen Tolk Bewers toezond zo om den koning te verwelkomen als om acces te vragen voor de gecommitteerdens die zulks na den gebruike in Ceremonie 'skomp:s wegen moeten doen. Het geen zijn Hoogheid onder het doen van zijn groete tegens overmorgen bepaald. Intusschen kreeg IB van de kant der nakassaren berigt dat de over land afgekomene Aroe Nampoe en Graeng Sapanang verzeld van de Hoofd Rebellen Crain Bonto Nompo en Crain Pattoeng met een aantal van ruim drie duizend mannen zo Boegineesen als afgevallene Nakassaren ginter, de coers over Thaeng nemende, waren gepasseert als een gevolg van Bonijs Koning. woensdag den 4„e Lond ik den oppertolk Deefhout na de koning van Bonij om te vernemen hoe het gelegen was met het geld, goe„ „deren en vaartuig, item de Moordenaars van de onder den 21„e November en 19„e December pass„o vermelde en op Tjimpo digte bij Loehoe door zijn eigen scheepelin„ „gen vermoorde Chinees en Inwoonder alhier Hoijteek dewelke tot keer Berigt bragt, dat de Noordenaars zig bij hun oppakking te weer hebbende willen stellen gin„ „ter gemassacreert waren, dat 'er voorts van die Chinees O zijn zijn goederen door gebrek van behoorlijke annotatie niets te vinden was geweest als het vaarthuig, drie stuks ginter op„ „gekogte slaven, agt en vijftig Rd„s spaans aan Contan„ „ten en Twee stux snaphaanen Een kist met prullen of eenige niet noemenswaardige kleinigheden, al het welke den koning mijn morgen zoude toezenden dat ook Donderdag den 5„e Gevolg nam. Verliezende de wed„e en haar Crediteuren hier bij Circa circa Twee duizend Rd„s die de vermoor„ „de Chinees zo aan contanten als goederen tot Negotie na derwaards had mede genomen.

NL-HaNA_1.04.02_3818_0209 view scan ↗

English

No 27. 57 October Anno 1787. Thursday the 18th, the station commander, Sergeant Trouerbagh, arriving from Siang, came to report to me that the son of the deceased King of Bonij, named Soemang, had not yet returned the two horses forcibly taken from a Company subject, mentioned in this Daily Register under the 26th of May of this year. Also that this Company subject, being the Jennang Romang, had not yet received back twenty pieces of paddy fields situated near the village of Bang Tanette, which the Bonijse Anrongoeroe named Nenena Tonra appropriated for himself three years ago, and has enjoyed the usufruct thereof ever since. That one of the chiefs of the Bonijers on Towagea had forcibly taken seven water buffaloes from the sommo of Boelo, without knowing why. That the brother of the aforementioned Chief of Towagea, named Poea Manja, had come to one of the chiefs of the Company's subjects, being Lommo Pioe, and had brazenly taken five paddy fields from him. That the aforementioned officer had felt obliged to make this known to me, the more so because through all these actions of the Bonijers, many Company subjects wish to flee their places, as has already been done by Jennang Romang, Further Extract from the Daily Register of the month who has taken refuge from his village to Labakkang, whereby the teak forest over there, over which this man was to keep watch, is now left without the slightest supervision. The King of Bonij not being here, and considering his inability to restrain these princes who are already virtually beyond control, I could in this matter again do nothing else than recommend the aforementioned station commander to pay as much attention as possible to everything and, if the opportunity arises, to repel force with force; while I would add these bad deeds to so many previous ones in order to demand proper satisfaction for all of them at once in due course. 59 No 28 In order to give Your Right Honorable a brief sketch of the state of affairs with the indigenous princes here, especially the Bonijers, so that we may subsequently consult with one another about the bad conduct of the latter, it serves to show that the entire behavior of this nation—with regard to the Realm of the Makassars, won by the Company with the sword and newly restored by their Honors' benevolence, and the taking into protection of the rebels, together with the appropriation of the greatest part of the Goan royal regalia that had been among these mutineers and was previously, or in the year 1777, stolen by the rebel Tankielang from the father of the current legitimate king—most clearly demonstrates their bad disposition toward us. Indeed, it also appears even more clearly from this that, having hidden under the mask of Aroe Palacca, Aroe Mampoe, and Craeng Sapanang who lived among them, they were the actual cause of the uprising of the Makassars, which cost the Company so many thousands, and specifically to make themselves, as the King now also openly admits, great, indeed master of the whole of Celebes. Extract from the brief sketch delivered by Governor Reijke to the Commander of the Squadron of the Country's Warships, Mr. van Halm at Makassar, dated the 19th of August Anno 1787. Further Extract from the brief sketch. Secondly, confronted them, although they denied it, with the treaty concluded between the King of Bonij and Johor and Riouw, according to the reports received from Malacca. Thirdly, also the actions of the Buginese at Todjo, Ampana, Saluwang, and other places in the Bay of Tontolij, to the detriment of the Company's gold mine, see the Ternate Letter of the 14th of September 1783. Together with Fourthly, the daily insolences and acts of violence that the Bonij princes and subordinates here and everywhere have committed against the Company's subjects for so many years and still commit daily, without complaints or representations made on that account having the slightest influence or having any effect toward improvement, as has among other things particularly appeared recently in and through the case with the outlawed Prince Nappa, the King's nephew, during or in which the Bonij army commander Dato Baringa unjustly appropriated a number of Company subjects: see the separate Daily Register under the 12th and 15th of June Anno 1786; and who still must be returned, as well as the three Company subjects who were likewise fruitlessly reclaimed and who were seized and carried off by the Bonij Prince Soemang at the Tjamba Bazaar in the Northern Province of Siang in the month of May last. And

Dutch transcription

No 27. 57 October A„o 1787. Donderdag den 18„e Kwam den van Siang opgekomene Posthouder den zergeant Trouerbagh mijn rapporteeren dat de zoon van den overledene kening van Bonij genaamt Soemang nog niet terug hadde gegeven de twee van een 's komp„s onderdaan met geweld afgenomene Paarden, vermeld bij dit Dag Register onder den 26„e Mai deezes Jaars Ook dat deze 's komp„s onderdaan zijnde den Jennang Romang nog niet hadde terug gekregen Twintig stux Padij velden bij de Negorij Bang Tanette gelegen, die de Bonijse Anrongoeroe met name Nenena Tonra voor drie Jaren, zig toeg'eigent, en zedert het usufruct daar van heeft genoten. Dat een van de hoofden der Boniers op Towagea met geweld zeven buffels van de sommo van Boelo had weggenomen zonder te weten waarom. Dat de Broer van voormelde Hoofd van Towagea met nam Poea Manja bij een van de Hoofden van 'skomp„s onderdaanen, zijnde Lommo Pioe, gekomen was, en van denzelven op een assurante wijze vijf Padij velden afgenomen had. Dat voormelde afscheepen zig bezwaart gevonden had om mijn zulx niet te kennen te geven, te meer dewijl door alle deze gedoentens der Boniers, veele 's kompagnies onderdaanen hunne plaatsen met de vlugt willen ver„ „laten, gelijk reets door Jennang Romang gedaan is, Nader Extract uit het Dag-Re„ „gister van de maand die die van zijn Negorij na Labakkang de wijk genomen 2 heeft, waar door dan ook het Jatij Bosch ginter, waar over deze Man het oog moest houden nu zonder de minste toezigt is. De koning van Bonij hier niet zijnde en daar hij ge„ „considereert zijn onvermogen om deze reets als genoegzaam buiten bedrang zijnde Prinsen te beteugelen, konde ik in dezen weder niets anders doen als de Posthouder voormeld te recommandeeren zo verl attentie mogelijk op alles te vestigen en bij gelegendheid geweld met geweld te keer te gaan; terwijl kk deze slegte gedoentens bij zo veel vorige zoude bekend stellen om van alle op eenmaal te zijner tijd te gelijk de behoorlijke satisfactie te vorderen. „ 59 No 28 Om uw welEdele Gestrenge een kleine schets te geven van den toestand der zaken met de Inlandsche vorsten alhier, bijzonders der Boniers, ten einde met elkander vervol„ „gens over de slegte gedoentens dezer laaste te kunnen raadplegen, zo diend dat het geheele gedrag van deze Na„ „tie met opzigt tot het door de kompagnie met den zwaarde gewonnene en weder door haar Ed„s goedheid op nieuw opgeregte Rijk der Makassaren en het in protexie nemen der Rebellen, mitsgaders het toeligenen van het onder deze muitelingen geweest zijnde en de thans wettige koning zijn vader bevoorens ofte in A„o 1777 door den Rebel Tankielang ontroofde grootste gedeelte der Goasche Rijksornamenten, ten duidelijksten aan toont haar slegte gezondheid omtrend ons. Ja het blijkt daar uit ook nog alverder ten klaarten dat zij geschueld heb„ „bende onder het masker van de bij haar ingewoond hebbende Aroe Palacca, Aroe Mampoe en Craeng Sapanang, de wezentlijke oorzaak geweest zijn, van der Makassaren opstand, die de komp„e zo veel duizen„ „de gekost heeft en dat wel om haar zelfs, zo als 'er de koriing nu ook opentlijk voor uitkomt, groot Ja meester van geheel Celebes te maken. Extract uit de door den Gouverneur Reijke aan den Commandant van het Esquaderslands oorlogs scheepen de Heer van Halm op Nakasser overgegevene korte schets in dato 19„e Augustus A„o 1787. en ven Nader Extract uit de korte schets. Ten tweeden haar, schoon zij het ontkend hebben, voorge„ „houden het verbond dat 'er gesloten legt tusschen de koning van Bonij met Johor en Riouw volgens de Berigten van Malacca ontfangen. Derdens ook de gedoentens der Boegineesen op Todjo, Am„ „pana, Saluwang en andere plaatsen van de Bogt van Tontolij, tot nadeel van 's komp„s goudmeijn, vilde Ter„ „naatse Brief van den 14„e September 1783. Mitsgaders Ten vierden de dagelijkse brutaliteiten en feijtelijkheeden die de Bonische Princen en mindere hier en alomme aan 's komp„s onderdanen zo veel Jaren een g'oeffend hebben en nog dagelijks oeffenen, zonder dat klagten of verthogen dient„ „wegen gedaan de minste invloed hebben of iets tot verbetr„ „ring uitwerken, zo als onder meer anderen bij zonder Jongst gebleeken is in en door het geval met de voor vogel vrij verklaarden Prins Nappa, 's konings Neef, wanneer of waar bij den Bonijschen veldheer Dato Baringa zig on„ „billijker wijze een deel 's komp„s onderdanen toe g'eigent heeft: vede het apart Dag-Register onder den 12 en 15„e Juni A„o 1786 en die nog zo wel terug moeten gegeven wor„ „den als de almede vrugteloos gereclameerde en in de Noorder Provintie Siang op de Bazaar Tjamba in de maand Mei Jl door de Bonische Prins Soe„ „mang opgepakte en weggevoerde drie stux 's komp„ onderdanen. waar En

NL-HaNA_1.04.02_3818_0213 view scan ↗

English

61 To which, as a necessary article, must not be forgotten to be added the bad conduct of the people of Boni to the north with regard to their consistently deficient payment, years in succession, of the tithe that is due to the Company as legitimate lord of all the provinces situated there, while to this is also added the great damage which the Company suffers both here and in the southern provinces on account of the dreadful quantity of paddy that is repeatedly registered under the King's name (and this has been exempt from of old). Under which much belonging to others is hidden, who are thereby likewise exempt from the tithe, not to mention many grandees of the realm who wish to pay nothing at all, these appealing to ancient customs which certainly crept in gradually from time to time, but, not being determined by any laws or conditions, are no longer to be tolerated beyond what the Company's goodness permits, all the more because this indulgence is being abused more and more. Acts of violence which one has had to endure for so long and against which one has as yet been able to do nothing by reason of our weak incapacity, which has also compelled Their High Nobilities repeatedly to recommend to us the taking of the gentlest course. For the past forty to fifty years, one must do the same armed, if one does not wish to be turned away by these insolent people, whereas in earlier times such was done by a sergeant and some six men. Further extract from the short... Secondly, to confront them, although they have denied it, with the treaty concluded between the King of Boni with Johor and Riouw according to the reports received from Malacca. Thirdly, also the doings of the Bugis at Todjepana, Saluwang, and other places in the Bay of Fontolij, to the detriment of the Company's gold mine, see the letter from the native court of 14 September 1783. Fourthly, the daily insolences and outrages which the Boni princes and inferiors have practiced here and everywhere against the Company's subjects for so many years and still practice daily, without complaints or representations made on our part having the slightest influence or producing any redress, as has appeared especially, among other instances, in and by the case of Prince Nappa, the King's nephew, who was declared an outlaw, on which occasion the Boni commander Dato Baringang unjustly appropriated a number of the Company's subjects: see the separate Daily Register under 12 June Ao 1786, and who must be returned just as well as the three subjects of the Company who were likewise fruitlessly claimed back and who were seized and carried off in the northern province of Siang at the bazaar of Tjammang in the month of May last by the Boni Prince [illegible]. Together with where And 3 61 To which, as a necessary article, must not be forgotten to be added the bad conduct of the people of Boni to the north with regard to their consistently deficient payment, years in succession, of the tithe that is due to the Company as legitimate lord of all the provinces situated there, while to this is also added the great damage which the Company suffers both here and in the southern provinces on account of the dreadful quantity of paddy that is repeatedly registered under the King's name (and this has been exempt from of old). Under which much belonging to others is hidden, who are thereby likewise exempt from the tithe, not to mention many grandees of the realm who wish to pay nothing at all, these appealing to ancient customs which certainly crept in gradually from time to time, but, not being determined by any laws or conditions, are no longer to be tolerated beyond what the Company's goodness permits, all the more because this indulgence is being abused more and more. Acts of violence which one has had to endure for so long and against which one has as yet been able to do nothing by reason of our weak incapacity, which has also compelled Their High Nobilities repeatedly to recommend to us the taking of the gentlest course. For the past forty to fifty years, one must do the same armed, if one does not wish to be turned away by these insolent people, whereas in earlier times such was done by a sergeant and some six men. Further extract from the short... Secondly, to confront them, although they have denied it, with the treaty concluded between the King of Boni with Johor and Riouw according to the reports received from Malacca. Thirdly, also the doings of the Bugis at Todjepana, Saluwang, and other places in the Bay of Fontolij, to the detriment of the Company's gold mine, see the letter from the native court of 14 September 1783. Fourthly, the daily insolences and outrages which the Boni princes and inferiors have practiced here and everywhere against the Company's subjects for so many years and still practice daily, without complaints or representations made on our part having the slightest influence or producing any redress, as has appeared especially, among other instances, in and by the case of Prince Nappa, the King's nephew, who was declared an outlaw, on which occasion the Boni commander Dato Baringang unjustly appropriated a number of the Company's subjects: see the separate Daily Register under 12 June Ao 1786, and who must be returned just as well as the three subjects of the Company who were likewise fruitlessly claimed back and who were seized and carried off in the northern province of Siang at the bazaar of Tjammang in the month of May last by the Boni Prince [illegible]. Together with where And 1 9

Dutch transcription

61 Waar bij als een noodzakelijke Artikul niet vergeten moet worden te voegen der Boniers slegt gedrag om de Noord met opzigt tot haar steets Jaren agter een gedane gebrekkelijke voldoening der verthiening die de komp„e als wettig Heer van al de daar leggende Provincien Competeert /:a:/ ter„ „wijl daar bij ook nog komt de grote schade die de komp„ zo hier als in de zuider Provincien ondergaat door de schrikkelijke menigte van Padij die telkens op 's konings Naam (:en deze is van ouds af vrij:) word opgegeven. Waar onder dan veel van anderen schuild, die daar door almede vrij van verthiening zijn, uitgezondert, nog veele lijksgroo„ „ten die in het geheel niets voldoen willen, beroepende deze zig op oude gebruikelijkheden, die zekerlijk wel lang za„ „mer hand van tijd tot tijd ingeslopen zijn, dog door geen wetten of conditien bepaald, niet langer te dulden bennen dan 's komp„s goedheid toelaat, te meer daar deze inschik„ „kelijkheid hoe langer hoe meerder misbruikt word. Geweld plegingen die men zo lange heeft moeten dulden en waar tegens men als nog niets heeft kunnen doen om redenen van ons zwak onvermogen, het geen Hun Hoog Edelheedens ook genoodzaakt heeft ons tel„ „kens het inslaan van de zagtste weg aan te be„ „veelen. dezelve moet men zedert veertig â vijftig Jaren herwaards gewapenden land doen, wil men door dit brutale volk niet afgewezen worden, daar ulks in vroegere tijden door Een zergeant en een man of zes wierd gedaan. Nader Extract uit de korte. Ten tweeden haar, schoon zij het ontkend hebben, voo „houden het verbond dat 'er gesloten legt tusschen de van Bonij met Johor en Riouw volgens de Berig van Malacca ontfangen. Derdens ook de gedoentens der Boegineesen op Todje „pana, Saluwang en andere plaatsen van de Bogt Fontolij, tot nadeel van 's komp„s goudmeijn, vide „naatse Brief van den 14„e September 1783. Ten vierden de dagelijkse brutaliteiten en feijtelijkheeden de Bonische Princen en mindere hier en alomme 's komp„s onderdanen zo veel Jaren een g'oeffend hebben nog dagelijks oeffenen, zonder dat klagten of verthogen „wegen gedaan de minste invloed hebben of iets tot re „ring uitwerken, zo als onder meer anderen bijzonder gebleeken is in en door het geval met de voor vogel verklaarden Prins Nappa, 's konings Neef, wann waar bij den Bonijschen veldheer Dato Baringa „billijker wijze een deel 's komp„s onderdanen toe g' heeft: vede het apart Dag-Register onder den 12. Juni A„o 1786 en die nog zo wel terug moeten gegeven „den als de almede vrugteloos gereclameerde en in Noorder Provintie Siang op de Bazaar Tja in de maand Mei Jl door de Bonische Prins „mang opgepakte en weggevoerde drie stux 's onderdanen. Mitsgaders waar En . 3 61 Waar bij als een noodzakelijke Artikul niet vergeten moet worden te voegen der Boniers slegt gedrag om de Noord met opzigt tot haar steets Jaren agter een gedane gebrekkelijke voldoening der verthiening die de komp„e als wettig Heer van al de daar leggende Provincien Competeert /:a:/ ter„ „wijl daar bij ook nog komt de grote schade die de komp„ zo hier als in de zuider Provincien ondergaat door de schrikkelijke menigte van Padij die telkens op 's Konings Naam (:en deze is van ouds af vrij:) word opgegeven. waar onder dan veel van anderen schuild, die daar door almede vrij van verthiening zijn, uitgezondert nog veele lijksgroo„ „ten die in het geheel niets voldoen willen, beroepende deze zig op oude gebruikelijkheden, die zekerlijk wel lang za„ „mer hand van tijd tot tijd ingeslopen zijn, dog door geen wetten of conditien bepaald, niet langer te dulden bennen dan 's komp„s goedheid toelaat, te meer daar deze inschik„ „kelijkheid hoe langer hoe meerder misbruikt word. Geweld plegingen die men zo lange heeft moeten dulden en waar tegens men als nog niets heeft kunnen doen om redenen van ons zwak onvermogen, het geen Hun Hoog Edelheedens ook genoodzaakt heeft ons tel„ „kens het inslaan van de zagtste weg aan te be„ „veelen. dezelve moet men zedert veertig â vijftig Jaren herwaards gewapenden and doen, wil men door dit brutale volk niet afgewezen worden, daar sulks in vroegere tijden door Een zergeant en een man of zes wierd gedaan. Nader Extract uit de korte. Ten tweeden haar, schoon zij het ontkend hebben, voo „houden het verbond dat 'er gesloten legt tusschen de ke van Bonij met Johor en Riouw volgens de Berig van Malacca ontfangen. Derdens ook de gedoentens der Boegineesen op Todje „pana, Saluwang en andere plaatsen van de Bogt Fontolij, tot nadeel van 's komp„s goudmeijn, vide „naatse Brief van den 14„e September 1783. Ten vierden de dagelijkse brutaliteiten en feijtelijkheeden de Bonische Princen en mindere hier en alomme a 's komp„s onderdanen zo veel Jaren een g'oeffend hebben nog dagelijks oeffenen, zonder dat klagten of verthogen „wegen gedaan de minste invloed hebben of iets tot ve „ring uitwerken, zo als onder meer anderen bijzonder gebleeken is in en door het geval met de voor vogel verklaarden Prins Nappa, 's konings Neef, wann waar bij den Bonijschen veldheer Dato Baringa „billijker wijze een deel 's komp„s onderdanen toe g' heeft: vede het apart Dag-Register onder den 12e Juni A„o 1786 en die nog zo wel terug moeten gegeven „den als de almede vrugteloos gereclameerde en in Noorder Provintie Siang op de Bazaar Tja in de maand Mei Jl door de Bonische Prins „mang opgepakte en weggevoerde drie stux 'sk onderdanen. Mitsgaders waar En 1 9

NL-HaNA_1.04.02_3818_0217 view scan ↗

English

61 To which, as a necessary article, must not be forgotten to be added the bad conduct of the Bonians in the North with regard to their consistently defective payment, for years in succession, of the tithes due to the Company as lawful Lord of all the provinces situated there, while to this is also added the great loss which the Company suffers, both here and in the southern provinces, through the dreadful quantity of paddy that is repeatedly declared in the King's name (and this has from of old been exempt). Under which much belonging to others is concealed, who are thereby also free of tithes, not to mention many great men who will pay nothing at all, appealing to old customs, which certainly have gradually crept in from time to time, yet, being determined by no laws or conditions, are no longer to be tolerated than the Company's goodness permits, the more so because this indulgence is being abused more and more. Acts of violence which one has had to tolerate for so long and against which one has as yet been able to do nothing by reason of our weak incapacity, which has also forced Their High Excellencies repeatedly to recommend to us the taking of the gentlest course. Note a: this must be done by force of arms since forty to fifty years ago, if one does not wish to be rejected by these insolent people, whereas in earlier times this was done by a sergeant and about six men. Account of the Boom Farmer Intje Sadulla. Copy. No 7. To His High Excellency The High Noble, Right Honourable, Strict, Far-Ruling Lord Dr Willem Arnold Alting Governor General The Right Noble Strict Lords Councillors of Netherlands India High Noble, Right Honourable, Strict, Far-Ruling Lord Right Noble Strict Lords The humble undersigned takes in all reverence the liberty to inform Your High Excellencies how he, some time ago, was spoken to by the Honourable Lord Governor of this Coast regarding the complaints made by the King of Boni to the Right Noble Strict Lord van Halm, As well as Account of the Boom Farmer Intje Sadulla Commander and Commander of the squadron of national warships, concerning his person, and having now heard anew that the said King of Boni has addressed himself further with his complaints to Your High Excellencies, the humble suppliant finds himself compelled to submit his account to Your High Excellencies themselves, and to leave it to the wise judgements of Your High Excellencies who has the right to complain. First, the King of Boni allegedly accuses me of appraising too highly the goods imported or exported by the Bonians; such is completely untrue, especially regarding the Bonians, whom he has always treated with some consideration; this can all the more impossibly be true, because whatever the farmer appraises too highly, he is obliged to take over according to the farm conditions; if he, the farmer, wished to appraise something worth one hundred Rixdollars at that amount, and it were yielded to him by the owner, where would he obtain so much money to take over all such goods; for this reason he finds himself all the more obliged to appraise the goods being imported and exported below their value; furthermore, the King of Boni has appointed the Datu Baringen and the latter in turn a Puah Gauw, in order to avoid as much as possible all disagreements that might happen to occur between the farmer and the Bonians, and for that purpose to be present daily at the Boom to see all the goods appraised that are imported or exported by the Bonians, but this Puah Gauw acts alike towards all Bonians and uses his commission to an evil end, assuming so much power and authority that even if the farmer had already agreed with the owner of the goods, this would absolutely have no progress if this Puah Gauw had anything against it, even clearing all the vessels that he brings to the Boom under the name of the King of Boni without paying the farm, although the King knows the least of it; and which the humble suppliant is not in a position to investigate most strictly, in order fundamentally to convince him, Puah Gauw, of this, the above-mentioned Puah Gauw enjoying, above the agreed farm conditions for these special services, an annual sum of Rixdollars from the farmer.

Dutch transcription

61 Waar bij als een noodzakelijke Artikul niet vergeten moet worden te voegen der Boniers slegt gedrag om de Noord met opzigt tot haar steets Jaren agter een gedane gebrekkelijke voldoening der verthiening die de komp„e als wettij Heer van al de daar leggende Provincien Competeert /:a:/ ter„ „wijl daar bij ook nog komt de grote schade die de komp„e zo hier als in de zuider Provincien ondergaat door de schrikkelijke menigte van Padij die telkens op 's Konings Naam (:en deze is van ouds af vrij:) word opgegeven. Waar onder dan veel van anderen schuild, die daar door almede vrij van verthiening zijn, uitgezondert, nog veele lijks groo„ „ten die in het geheel niets voldoen willen, beroepende deze zig op oude gebruikelijkheden, die zekerlijk wel lang za„ „mer hand van tijd tot tijd ingeslopen zijn, dog door geen wetten of conditien bepaald, niet langer te dulden bennen dan 's komp„s goedheid toelaat, te meer daar deze inschik„ „kelijkheid hoe langer hoe meerder misbruikt word. Geweld plegingen die men zo lange heeft moeten dulden en waar tegens men als nog niets heeft kunnen doen om redenen van ons zwak onvermogen, het geen Hun Hoog Edelheedens ook genoodzaakt heeft ons tel„ „kens het inslaan van de zagtste weg aan te be„ „veelen. /:a:/ dezelve moet men zedert veertig â vijftig Jaren herwaards gewapenden hand doen, wil men door dit brutale volk niet afgewezen worden, daar zulks in vroegere tijden door Een zergeant en een man of zes wierd gedaan. Verantwoording van den Booms-Pagter Jntje Sadulla. Copia. N„o 7. Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog delen Groot Agtbaaren Gestrengen wijd gebiedende Heere Dr Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal De welEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Jndia Hoog Edele Groot Agtbaare Gestrenge wijd gebiedende Heere Vel Edele Gestrenge Heeren Den nedrige Tekenaar neemt in alle Eerbied de vrijheld uw Hoog Edelhee„ „dens te berigten hoe, hij voor Eenigen tijd geleeden, door den Agtbaare Heer gouverneur deezer Custe is onderhouden geworden, nopens de gedane klagten door den koning van Boni aan den Wel Edele Gestrenge Heer van Halm Beneevens verantwoording van den Booms Pagter Intje Sadullar Commandant en Commandant van 't Esquader lands oorlog scheepen, betreffende zijn Perzoon, en nu op nieuws vernomen hebbende gemelde Koning van Boni zig verder met zijne klagten bij uw Hoog Edelheedens heeft geaddresseert zoo vind den Nedrige Suppliant zig genoodzaekt zijne verantwoording uw Hoog Edelheedens zelve voor te draagen, en het aan de wijze oordeelen van uw Hoog Edelheedens over te laaten, wien regt tot klaagen heeft. voor Eerst zoude mij den koning van Boni betigten jk de goederen welke door de Boniers werden aangebragt of verwert te hoog taxeerde zulx is vol„ „strekt onwaar en voor al omtrent de Boniers welke hij altoos met Eenige Con„ „sideratie heeft behandelt, zulx kan te meer onmogelijk waar zijn, door dien alwat den pagter te hoogtaxeerd, hij volgens Pagt Conditie verpligt is over te neemen; als hij Pagter iets dat hondert Rijxd:s waardig is op zoo veel wilde taxeeren en hem zulx door den Eijgenaar wierd afgestaan, waar zoude hij zoo veel geld van dan haalen om alle zodanige goederen over te neemen; om deze rede vind hij zig des te meer verpligt, de aangebragt en vervoert wordende goederen beneden de waarde te taxeeren, nog buiten dit zoo geeft den koning van Boni den dato Bariengien en deze weder eenen Poea Gauw aangesteld, om alle oneenigheedens die er tusschen den Pagter en de Boniers zoude koomen voor te vallen zoo veel mogelijk te vermijden en daar om dagelijks aan den Boom present te wezen om alle de goederen welke door de Boniers werden aangebragt of vervoert te zien taxeeren maar deesen Poea gauw doet gelijk om„ „trent alle Boniers en gebruikt zijne Commissie tot een quaad einde maatigende zig zoo veel magten gezag aan, da tal was 't dat den Pagter bereeds met den Eijgenaar der goederen hadde geaccordeert, zulx volstrekt geene voortgang zoude hebben, indien er deeze Poea gauw iets tegen had„ „de, passeerende zelfs alle de vaarthuigen welke hij aan de Boom brengt onder den naam van den koning van Boni de zelve pagtmij, alhoewel er den koning het minste van weet; en het welk den nedrige Suppliant niet in staet is op 't naauwkeurigst te onderzoeken, om hem Poea gan w' hier van fondamen teel te kunnen overtuijgen, genietende deezen bovengemelde Poea gauw boven de geaccordeerde Pagt Conditie voordie „ze bij zondere diensten nog van den Pagter 'sJaarlijks eene somma van Rijxd„s

NL-HaNA_1.04.02_3818_0229 view scan ↗

English

One hundred and fifty Spanish Rijxd:s. Previously, the King of Boni received no more from the Farmer annually than six hundred Spanish Rijxd:s, until the time of the Honorable, Respected Mr. van der Voort, who saw fit to increase this sum up to One Thousand Spanish Rijxd:s, provided that the King of Boni would not concern himself with any difficulties whatsoever, and would not allow any vessels whatsoever, under whatever pretext it might be, to sail from here to elsewhere. This increase took place during the time of the Chinese Ong-Tjoe, who was then Farmer at the Boom. And now that the King of Boni allows all vessels sailing under his name to pass the Boom duty-free, this causes the humble Supplicant the greatest disadvantage, and gives him not a little reason to complain; yet he was rather inclined not to bring this up, if only everything could thereby remain at peace, and no unjust complaints were sought to be brought against him. The undersigned also has the greatest reason to wonder how it can be possible that the King of Boni can get it into his mind to complain about him, since he not only advanced, successively, at the request of the Honorable, Respected Mr. van der Voort, a sum of Five Hundred and Nine and a Half Spanish Rijxd:s in the Goa war, both to the King of Boni and to his grandees, but has also had due to him from the Bonians for eleven years a sum of Two Thousand and Fifty-Two Spanish Rijxd:s and Fifty-One st:s in lease dues. They continuously delay the Farmer, now with the return of their vessels, then with the sale of their goods, up to the present day, such that he, the Supplicant, has not been able to collect anything of all this whatsoever, and of which the list is annexed hereto. Secondly, the King of Boni charges the Supplicant with interfering too much in native affairs. In this regard, the humble Signer goes no further than his lawful master orders him and whom he finds himself obliged to obey, and to discover to His Honor, the Respected [Governor], the ruses and snares that he, the Supplicant, daily sees the Bonians lay—if it were possible, to make the Company dance to their tune—and to investigate the same as far as it is in his power. In this matter, we have already been employed from father to son by various governors, and have also been rewarded for this by Their High Excellencies, the High Indian Government. It has already been the undersigned's privilege to enjoy the trust of the Honorable, Respected Mr. van der Voort to such an extent that His Honor sent me thither in the year 1776 in the war between the Tanettes and the Aroe Pantjana with carte blanche, as Your High Excellencies will be able to discover in more detail from the secret papers of that governor. The hatred that the King of Boni bears toward me, and which is the reason he seeks to bring all kinds of complaints against me, stems from nothing other than that he sees that I can uncover all the ruses that he could possibly forge inwardly, or otherwise would actually carry into execution if it were not discovered and prevented in time, and that I, along with mine, have always been faithful to the Company. But if I were to turn my coat and seek to insinuate myself into the favor of that Bonian monarch, I would soon become one of his greatest favorites, and he might also seek to use me to help plunge the Company into ruin. Your High Excellencies will easily be able to gather from the above upon what grounds the King of Boni brings his complaints, and which of the two of us has the right to complain, and to whose wise judgment I refer myself, being prepared to confirm the aforementioned under oath if required. Herewith the humble Signer hopes to have cleared himself thus far of the blame cast upon him, and takes the liberty of having the honor to be, with due respect, Your High Excellencies' very humble and obedient servant, The 31st of March, Anno 1788, High Noble, Right Honorable, Severe, Widely Ruling Lords, The Honorable, Severe Lords, Maccasser Signed with Malay characters, the name of Sadullah. 6 List of such outstanding moneys as the undersigned Farmer both advanced to the Bonians in the War of Ida, and has had due to him from the same in lease dues for eleven years: Madanrang for the King of Boni - . . . Rd:s sp:s 300:— Datoe Soepa - -- - - . . . . . . . „ 20:—:— Indo Gaoe . . . . . . -- - Rd:s p:s 110: —:— Pabitjara Soepa . . . . . . . . . 50:—:— Soro Paoedoe - - - - - - - - - - „ 11:15: Daing Malimpo . . . . . . . . . . . . . . . . „ 15: —: — Soelewatang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 58: —: rd:sp:s 509:30: Aroe Kalibang . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 20: —:— Patta Djawala . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 16: —:— Ladji - . . . - . - - - - „ 25: 45:— Lasoelemang . . . . . . . . . . . „ 13:30:— 1777 Lamadang . . . Amanna Eesa . . . .. . Lamadang - - -. : 8 .- Larada . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 3: —: Latola - - - - - - - - - - - - - - - . . . . . . . . .. „ 8: 37: 8:- Padawa - . . - - - - - - - - - - . . .. . . . . . „ 2: —: — Matowa - - - - - - - _ - _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - - - - - „ 19: 10: Ladjala - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - _ _ „ 14: 45:— 't Jala . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 5: 12: 8: Lama Gila - - - - - - - - - - - - - - - - - - - . . . „ 2: 57: 8: .. . . . . . 11:—:— .. . . . . . . . . .. 7:15:— Lamdje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ Carried over: Rd:s Sp:s 203: 57. 8. Ibid. 509:30:—

Dutch transcription

Rijxd:s spaans Een hondert en vijftig, Den koning van Boni heeft van te vooren niet meer van den Pagter 'sjaarlijks genooten dan Rijxd: spaans ses hondert tot ten tijde van den WelEd: Agtb: Heer van der voort welke deeze som heeft goed gevonden te verhoogen tot op Rijxd:s spaans Een Duizent mits de koning van Boni zig hoe genaamt met geene moeijelijk„ „heedens zouden hebben te bemoeijen, en geene vaarthuijgen hoe genaamt onder welke pretext het ook zoude moge wezen van hier naar elders zoude mogen laten vaaren deeze verhooging is geschied ten tijde van den Chinees ong==tjoe die toen Pagter aen de Boom was, en daar nu den ko„ „ning van Boni alle vaarthuijgen die onder zijn naam vaaren Pagt vrijden Boom doet passeeren, geschied daar door den nedrige Suppliant het groot„ „ste naadeel, en geeft hem niet weinig stoff tot klaagen; Doges liever ge„ „zind daar niets van te roeren, indien het daar door maar alles in rust konde blijven, en men geene onregtvaardige klagten tegens hem zogt in te brengen den Ondergeteekende heeft ook nog de grootste reeden zig te verwonderen hoe het mogelijk kan zijn den koning van Boni het en zijne ge„ „dagten kan krijgen over hem te klaagen, daar hij niet alleen in den oorlog van goa zo welden koning van Boni als desselfs Rijxgrooten successive op verzoek van den welEdelen Agtbaaren Heer van der voort heeft verschooten Eene somma van Rijxd:s spaans vijff hondert Neegen en Een half, maar zederd Elff Jaaren eene somma van Eijxd„s spaans Twee Duizent twee en vijftig en Een en vijftig st„s aan Pagt„ „penningen aan de Bonierste goed heeft welke hem Pagter geduurig uitstellen, dan met het wederom koomen hunnen vaarthuijgen, dan met het verkoopen hunner goederen, tot op heeden dat hij Suppliant van dit alles nog niets hoegenaamt heeft kunnen in krijgen en waar van de Lijst hier nevens geannexeerd is. ten anderen legt den koning van Boni den Supliant te last, zig te veel met Jnlandsche zaaken te bemoeijen, Hier omtrent gaat den ne„ „drige Tekenaar niet verder dan zijnen wettige gebieder hem ordon„ „neert en welke hij zig verpligt vind te gehoorzamen, en zijn Edele Agtbaare Agtbaara de listen en lagen die hij Supliant de Boniers dagelijks zie taan leg„ „gen /: den ware 't mogelijk de Comp:e naar hunne pijpen te doen danssen te ontdekken, en de zelve zoo veel in zijn vermogen is te vorsschen In dit stuk zijn wij bereeds van ouders tot ouders door verscheidene gou„ „verneurs gebruijkt geworden, en daar voor ook van Hunne Hoog Edel„ „heedens de Hooge Jndiase Regeering beloond geworden; mij Ondergetee„ „kende heeft 't bereeds mogen gebeuren de vertrouwentheid van den wel Edelen Agtbaaren Heer van der voort zodanige te genieten dat zijn welEdele Agtbaare mij in 't Jaar 1776 in den oorlog tusschen de Tenet„ „ters en den Aroe Pantjana met Carte blanche na derwaarts zond gelijk uw Hoog Edelheedens zulx breeder bij de secreete Papieren van die gouverneur zal kunnen ontwaaren, Den Haat welke mij den koning van Boni toedraagt en welke oorzaek is hij aller hande klagten tegens mij zoek in te brengen spruit nergens anders uit voorsz: dan dat hij zie 't jk agter alle listen kan koomen die hij maar inner smeeden kan, off ook wel anders werkelijk ter uitvoer zou brengen, indien zulx niet in tijds ontdekt en beletwierd en Jk de Comp„e met de mijnen altoos ben getrouw geweest maar wilde jk den mantel eers om„ „keeren en mij in de gunst van dien Bonise vorst zoeken te Insinueeren, Welhaast zoude jk een zijner grootste gunstelingen worden en mij ook wel misschien tragten te gebruiken de Comp„e in zijn verderffte helpen storten Uw Hoog Edelheedens zullen uit dit bovenstaande wel kunnen nagaan Op wat grond den koning van Boni zijne klagten inbrengt en welke van ons beiden regt tot klaagen heeft, en aan wiens wijze oordeel ik mij referee„ „ra, bereid zijnde dit boven gemelde des geEisht werdende met eede ter bevestigen Hier meede verhoopt den Nedrige Tekenaar zig van den blaam hem opgezegt, tot dus verre gezuivert te hebben den 31„e Maart A„o. 1788 Hoog Edele Groot Agbaare Gestrenge wijd gebieden de Heere Dwel Edele Gestrenge Heeren Maccasser uw Hoog Edelheedens zeer onderda„ „nige en gehoorzame Dienaar was geteekend met Ma„ „leijdsche Caracters de naam van Sadullah hebben, en matigt zig de Eer aen met verschuldigde Eerbied te zijn, 6 Lijste van zoodanige uitstaande Penningen als den ondergetekende Pag„ „ter zo in den Oorlog van Ida den Boniers verschooten als wel aen dezelve zedert Elff jaaren aan Pagtpenningen te goed heeft Madanrang voor de koning van Boni - . . . Rd:s sp„s 300:— datoe Soepa- -- - - Indo Gaoe. . . . . . Pabitjara Soepa. . . . . . . . . Soro Paoedoe - - - - - - - - - Daing Malimpo. . . . . . . . . . . . . . . . „ 15: —: — Soelewatang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Aroe kalibang. . . . . . . . . . . . . . . . . „ 20: —:— Patta djawala. . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 16: —:— Ladji. - . . . Lasoelemang. . . . . . Lamadang Amanna Eesa. . . . .. Lamadang- - -. 8 Larada. . . . . . . . . . . . . . . Latola - - - - - - - - - - - - - - - Padawa. - . . - - - - - - - - - - Matowa - - - - - - - _ - _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - - - - - „ Ladjala - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - _ _ „ 't Jala. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ Lama gila - - - - - - - - - - - - - - - - - - - . . . „ 2: 57: 8: Lamdje. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 3: —: 8: 37: 8:- 2: —: — 19: 10: 14: 45:— 5: 12: 8: 11:—:— 7:15:— Transporteere Rd:s Sp:s 203: 57. 8. ld„ 509:30:— . . . . . . . „ 20:—:— -- - Rd:s p:s 110: —:— 50:—:— - „ 11:15: -. . . „ 58: —: rd:sp„s 509:30: - . - - - - „ 25: 45:— . . . . . . „ 13:30:— 1777 . . . . : .- . . . . . . . „ . . . . . . . . .. „ . . .. . . . . . „ .. . . . . . .. . . . . . . . . .. . . . . . „

NL-HaNA_1.04.02_3818_0236 view scan ↗

English

Poea Maoewa - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Laboedoe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Malawa - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Lasoele - - . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . rd:s sp:s Lahama - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Padawa - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Poeava Soelemang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - rd:s pers Matowa wadjo . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . " 3: 10: — 1780 1781 Bapa Malika . . . . . . . . . . . . . . . - - - - - rd:s Sp:s Poea groe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Labaso . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - . . . . " 20: 30: — Poewa Soelemang - - - - - - - - - - - - - - - - - - " tjambang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " 2: 5: — Poewa djiba - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " 4: 48: 8:— Lasapi - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Ed:s sp:s Lamalla . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . " Santarij - - - - . . - . - - . - - - - - - - - - - - - - " Ambo glloe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - : " 4: —:— 1782 Carried forward Rd:s sp:s 42: 24:12: pds 866 24 — 10: 21: 4: 8: 22: 8: 7: 10: 5: 37: 8: 25: 31: 4: 4: 7: 8: — 53: 12:— Da Eng Manassa - - - - - - - - - - - - - - - - - - " 2: 37: 8: 84: 10: 12:- Brought forward Rd:s p:s 203: 57. 8 lb. 509: 30 — 2: 32: 8: 12: 17: 8: " 226: 54— 8: 6: 8: 9: 10:- 2: 37: 8: —:52: 8:— Laoenoe . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . " " 4:20:— 17:15:— 23: 26: 4: 24: 22: 8: 16: 37: 8: Mannoe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - rd:s S:s Laroeka . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . " 5:12:8:— 14:57:8:— Labela - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1778 1779 " . . ." dalla - - - - - - - - - - - - - - - - - - Poewa Manrang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Laoegoe . . . . . . . . . . . . . - - - - - - - - -. - . rd.:s sp:s Lasamgeele - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Latawa - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " tadjang - - - - - - - - - - Ambo larepoe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " tamik . . . . . . . . . . . . . - - - - - - - - " Laboewa - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " 3: —:— Ambo Pasere Djoeroebasa Pasere . . . . . . - . -. . . - - . . . . . . . . . " 14: 45: — Lamaoewa tawakkoa goeroe Laoedoe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Lakatoepa - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Poewa Manmoe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Poewa baiko - - - - - - - - - - - - - - - - - " Lahamat - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Ladama - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Ambo Pela - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - rd:s Sp:s Ambo Basso . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . " Lamanma - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Poewa Balang - - - - - - - - - - - - - - - - - " 60: 57: 8: Lakawarij . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " 25: 27: 8: Poewa Eesa . - - - - - - - - - - - - - - - - - . . . " Pamase - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Latola - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Latawa - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " 13: —:— Carried forward 22: 40:— 32:45:— 43: 27: 8: 12: 12: 8: 33: 52: 8: 25: 27: 8: 14: 2: 8: 27: 32: 8: 7: 20:— 9: —:— 45: 2: 8: 58: 21: 4: 9: 18: 12: 60:—:—: 500: 27:8:— 17:22:8: 57: 45:— 14:—:—: 5: 30: — 16: 45: — . - - - - - - - - - . rd:s sp:s Laoeseng - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " 18:30:— rd:s sp:s 2:37: 8: 1785 1784 Brought forward rd:s Sp:s 27: 5: 39: 21: 4: 5: 52: 8: 12: 40:—: —: 30: —: " 127. 53. 8. 4224: 12 rd: 866:24 — Rd:s Sp:s - . . . . " 1569 52. 8. 1783 . . . . . . . . . . . . . - . . - - - - - " . . . - - - - - - - - - -- " .. " 1786 Brought forward Rd:s R:s 1569:52:8. Soewva groe . . . . . . . - - - . . . . Lamaoeloe Jalsapan - - - - - - - - - - - - - - - - rd:s Sp:s Poewanna Patek - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Ambo daga . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . " Lasamaeele . . . . . . . . . . . - - - - - - - - - - - - - " oewatna lapij - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Zadoella - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " La sanre - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Ambo Bada - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Lasang . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . " Poewa waroe . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " 22: 45: — Laoeseng - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Poewa Sempa - - - - - - - - - - - - - - - - - " 42: 15: — Laoepi - - - - - - - - - . . . . . . . . . . . . . . " goeroe towankij - - - - - - - - - - - - - - - - " 20: —:— Padoella - - - - - - - - - - - - - - - - - - " 14: 7: 8: Laoenoe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Latola - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Latawa - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " 62: 15:— Ambo tjada - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " 35: 30:— Poewa Sinkarroe - - - - - - - - - - - - - - - - - " Bapa Pinang - - - - - - - - - - - - - - - rd:s Sp:s Poewa Madjoe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Poewa Labe . . . . . - . . . . . - - - - " Poewa boolong - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Lapalapang - - - - - - - - - - - - - - - - - " 26: 30: —: ta sallo - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " 33: 37:8:— Lasaka - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " 46: 22: 8: Laima - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " 31: 37: 8: 1787 6: 5: 13:15: 20:15:— 16: 37: 8:— 91: 51: 4:— Rd:s sp:s 286: 11: 14 lb:s 2081: 2:8. Carried forward -.. " 6:55:— 16: 47: 8: 48: 15:— 16: 53:12 8: 11:4 40: —:— 18:15:— 4: —:— 4: 49: 15:— 4: 30: 9:45:—: 75: —:— 12:30:— 511: 10: —

Dutch transcription

Poea Maoewa - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Laboedoe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Malawa - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - _ „ Lasoele - - . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . rd:s sp:s Lahama - - - - - - - _ - - - - - - - - - - - - - - - „ Padawa - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - _ - - - - - - - - - „ Poeava Soelemang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - rd:s pers Matowa wadjo. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 3: 10: — 1780 1781 Bapa Malika. . . . . . . . . . . . . . . - - - - - rd:s Sp:s Poea groe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Labaso. . . . . . . . . . . . . . . . . . . -. . . . . „ 20: 30: — Poewa Soelemang - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ tjambang. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 2: 5: — Poewa djiba - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 4: 48: 8:— Lasapi - - - - - - - - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - - Ed:s sp:s Lamalla. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ Santarij - - - - . . - . - - . - - - - - - - - - - - - - „ Ambo glloe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - : „ 4: —:— 1782 Transporteere Rd„s op„s 42: 24:12: pds 866 24 — 10: 21: 4: 8: 22: 8: 7: 10: 5: 37: 8: 25: 31: 4: 4: 7: 8: — 53: 12:— Da Eng Manassa - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 2: 37: 8: 84: 10: 12:- P Transport Rd„s p„s 203: 57. 8 lb. 509: 30 — 2: 32: 8: 12: 17: 8: „ 226: 54— 8: 6: 8: 9: 10:- 2: 37: 8: —:52: 8:— Laoenoe. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ „ 4:20:— 17:15:— 23: 26: 4: 24: 22: 8: 16: 37: 8: Mannoe - - - - - - - - - - - - - - - - - _ _ rd:s S:s Laroeka. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 5:12:8:— 14:57:8:— Labela - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1778 1779 „ . . .„ dalla - - - - - - - - - - - - - - - - - - Poewa Manrang - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -„ Laoegoe. . . . . . . . . . . . . - - - - - - - - -. - . rd.„s sp„s Lasamgeele - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Latawa - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ tadjang - - - - - - - - - - Ambo larepoe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ tamik. . . . . . . . . . . . . - - - - - - - - „ Laboewa. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 3: —:— Ambo Pasere Djoeroebasa Pasere. . . . . . - . -. . . - - . . . . . . . . . „ 14: 45: — Lamaoewa. tawakkoa. goeroe Laoedoe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Lakatoepa - - - - - - - - - - - _ - - - _ _ _„ Poewa Manmoe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Poewa baiko. - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Lahamat - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -„ Ladama - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -„ Ambo Pela - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - rd:s Sp:s Ambo Basso. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ Lamanma - - - - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _„ Poewa Balang - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 60: 57: 8: Lakawarij. . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 25: 27: 8: Poewa Eesa. . _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ . . . „ Pamase - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - _ _ „ Latola - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -„ Latawa - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 13: —:— Transporteere 22: 40:— 32:45:— 43: 27: 8: 12: 12: 8: 33: 52: 8: 25: 27: 8: 14: 2: 8: 27: 32: 8: 7: 20:— 9: —:— 45: 2: 8: 58: 21: 4: 9: 18: 12: 60:—:—: 500: 27:8:— 17:22:8: 57: 45:— 14:—:—: 5: 30: — 16: 45: — . - - - - - - - - - . rd sep„s Laoeseng - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 18:30:— rd:s ep:s 2:37: 8: 1785 1784 Pr Transport rd:s Sp:s 27: 5: 39: 21: 4: 5: 52: 8: 12: 40:—: —: 30: —: „ 127. 53. 8. 4224: 12 rd„ 866:24 — Rd„s Sp„s. - . . . . „ 1569 52. 8. 1783 . . . . . . . . . . . . . - . . - - - - - „ . . . - - - - - - - - - -- „ .. „ 1786 Pr Transport Rd:s R„s 1569:52:8. Soewva groe. . . . . . . - - - . . . . Lamaoeloe Jalsapan - - - - - - - - _ _ _ _ _ . _ rd:s Sp:s Poewanna Patek. - - - - - - - - - - - - - - - - - - -„ Ambo daga. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ Lasamaeele. . . . . . . . . . . - - - - - - - - - - - - - „ oewatna lapij - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Zadoella - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ La sanre - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Ambo Bada - - - - - - - - - - _ _ _ _ _ _ _ _ „ Lasang. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ Poewa waroe. . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 22: 45: — Laoeseng - - - - – – – – - – – – - - - - - - - - -„ Poewa Sempa - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 42: 15: — Laoepi - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ . . . . . . . . . . . . . . „ goeroe towankij - - - - - - - - - - - - - - - - „ 20: —:— Padoella - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 14: 7: 8: Laoenoe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Latola - - - - - - - - - - _ - - - - - - - - - - - - - - „ Latawa - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 62: 15:— Ambo tjada - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 35: 30:— Poewa Sinkarroe - - - - - - - - - - - - - - - - -„ Bapa Pinang - - - - - - - - - - - - - - - rd:s Sp:s Poewa Madjoe - - - - - - _ _ - - - - - - _ _ _ -„ Poewa Labe. . . . . - . . . . . - - - - „ Poewa boolong - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Lapalapang. - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 26: 30: —: ta sallo - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 33: 37:8:— Lasaka - - - – – - - - - – – – - - - - – – –. „ 46: 22: 8: Laima. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 31: 37: 8: 1787 6: 5: 13:15: 20:15:— 16: 37: 8:— 91: 51: 4:— Rd:s sp:s 286: 11: 14 lb:s 2081: 2:8. Transporteere -.. „ 6:55:— 16: 47: 8: 48: 15:— 16: 53:12 8: 11:4 40: —:— 18:15:— 4: —:— 4: 49: 15:— 4: 30: 9:45:—: 75: —:— 12:30:— 511: 10: —

NL-HaNA_1.04.02_3818_0239 view scan ↗

English

10 Boewa Gade - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - d:s sp:s Latawa - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 30: —: — Samaeele - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 24: 25:— Poewa boolong - - - - - - - - - - - - - - - - - - 96: 15:— totakah. . . . . . . . . . . . . . . . . By Transport Rds 206: 1 4 281: 2: 8. 19:42:8 24:45:— 481:18:12 Rds 2562: 21:4 Total was signed in Malay characters with the name of Cadullah 28. 2:8. Daily Register Secret since 13 October A:o 1787 until 18 June A:o 1788. Copy. 9 the 13th pantjallang Secret Daily Register. A:o 1787. October 14th nothing happened. 15th Sent by the burgher Bastiaan Steijns to Their High Nobilities the duplicate of the late-year secret missive, of which the original is to depart per the pantjallang De Maria the 16th nothing. 17th The Company's pantjallang De Maria dispatched under the command of Captain Lieutenant at Sea Tramburg with the original of the duplicate secret letter to Their High Nobilities in Batavia sent the day before yesterday, dated the 15th of this month. the 18th The postholder from Siang, Sergeant Trouerbagh, arrived to report to me that the son of the late King of Bonij, named Soemang, had not yet returned the two horses violently taken from a Company subject, mentioned in this Daily Register under 26 May of this year: Also that this Company's subject, being the Jennang Romang, had not yet received back twenty paddy fields situated near the village of Bang Tanetta, which the Bonian Anrongoeroe named Nenena Toura 9 the 13th atavia pantjallang Secret Daily Register. A:o 1787. October 14th nothing happened. 15th Sent by the burgher Bastiaan Steijns to Their High Nobilities the duplicate of the late-year secret missive, of which the original is to depart per the pantjallang De Maria the 16th nothing. 17th The Company's pantjallang De Maria dispatched under the command of Captain Lieutenant at Sea Tramburg with the original of the duplicate secret letter to Their High Nobilities in Batavia sent the day before yesterday, dated the 15th of this month. the 18th The postholder from Siang, Sergeant Trouerbagh, arrived to report to me that the son of the late King of Bonij, named Soemang, had not yet returned the two horses violently taken from a Company subject, mentioned in this Daily Register under 26 May of this year: Also that this Company's subject, being the Jennang Romang, had not yet received back twenty paddy fields situated near the village of Bang Tanette, which the Bonian Anrongoeroe named Nenena Toura Secret Daily Register. letters to Batavia per the burgher Steijns. Tuesday the 16th nothing. also per the Company's pantjallang De Maria. complaints from the North about the Bonians. turn over Saturday the 13th Sunday 14th nothing happened. Monday 15th Sent by the burgher Bastiaan Steijns to Their High Nobilities the duplicate of the late-year secret missive, of which the original is to depart per the pantjallang De Maria. Wednesday 17th The Company's pantjallang De Maria dispatched under the command of Captain Lieutenant at Sea Tramburg with the original of the duplicate secret letter to Their High Nobilities in Batavia sent the day before yesterday, dated the 15th of this month. Thursday the 18th The postholder from Siang, Sergeant Trouerbagh, arrived to report to me that the son of the late King of Bonij, named Soemang, had not yet returned the two horses violently taken from a Company subject, mentioned in this Daily Register under 26 May of this year: Also that this Company's subject, being the Jennang Romang, had not yet received back twenty paddy fields situated near the village of Bang Tanette, which the Bonian Anrongoeroe named Nenena A:o 1787. October Toura A:o 1787. October what order was placed against it. sonra had appropriated for three years and of which he has enjoyed the usufruct ever since. That one of the chiefs of the Bonians on Sowagea had forcibly taken seven water buffaloes from the Lommo of Boelo without knowing why. That the brother of the aforementioned Chief of Sowagea, named Poea Manja, had come to one of the chiefs of the Company's subjects, being Lommo Tioe, and had brazenly taken five paddy fields from him. That the aforementioned officer had felt compelled to make this known to me, the more so because through all these actions of the Bonians, many Company subjects wish to flee and abandon their places, as has already been done by Jennang Romang, who fled from his village to Labakkang, as a result of which the teak forest over there, over which this man was to keep watch, is now without the slightest supervision. The King of Bonij not being here, and considering furthermore his inability to restrain these princes who are already virtually out of control, I could in this matter do nothing else than recommend to the aforementioned postholder to pay as much attention as possible to everything and, if the occasion arises, to repel force with force, while I would make these bad deeds known alongside so many previous ones in order to

Dutch transcription

10 Boewa Gade - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - d:s sp:s Latawa - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 30: —: — Samaeele - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 24: 25:— Poewa boolong - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 96: 15:— totakah. . . . . . . . . . . . . . . . . „ Pr Transport Rds206: 1 4 281: 2: 8. 19:42:8 24:45:—„ 481:18:12 Rd„s 2562: 21:4 Somma was getekent met Na„ leijdsche Caracters de Naam van Cadullah 28. 2:8. Dag-Register Dekreet zedert den 13=e October A„o 1787 tot den 18=e Junij A=o 1788. Copia. 9 den 13„e pantjall Sekreet Dag-Register. A„o 1787. October „. 14„e spasseerde niets. „ 15„e Isper den Burger Bastiaan Steijns aan Haar Hoog= Edelhedens afgezonden het duplicaat van de neijarige sekre„ Aavia „te beschrijving, waar van het origineel per de pantjallang De Maria staat af te gaan den 16„e inhil. „ 17„e Skomp:s pantjallang De Maria gedepecheert onder gezag van den kapitain Luitenant ter Zee Tramburg met het Origineel van het op eergisteren afgegane dupli= „kaat sekreet schrijvens aan Hun Hoog Edelhedens te Ba„ „tavia van den 15=e dezer. den 18„e kwam den van Siang opgekomene Posthouder den Sergeant Trouerbagh mijn Rapporteeren dat de zoon van den overledene koning van Bonij genaamt Soemang nog niet te rug hadde gegeven de twee van een Skomps Onderdaans met geweld afgenomene paarden, vermeld bij dit Dag-Register onder den 26:e Mai deses Jaars: Ook dat deze 's komp:s onderdaan zijnde den Pen= „nang Romang, nog niet hadde te rug gekregen Twin= „tig stuks Padij Velden bij de Negorij Bang Tanetta gelegen, die de Bonijse Anrongoeroe met name Nenena Toura ns. 9 den 13„e atavia pantjall Sekreet Dag-Register. A„o 1787. October „. 14„e s'passeerde niets. „ 15„e Isper den Burger Bastiaan Steijns aan Haar Hoog= Edelhedens afgezonden het duplicaat van de neijarige sekre„ „te beschrijving, waar van het origineel per de pantjallang De Maria staat af te gaan den 16„e inhil. „ 17„e 'Skomp:s pantjallang De Maria gedepecheert onder gezag van den kapitain Luitenant ter Lee Tramburg met het Origineel van het op eergisteren afgegane dupli= „kaat sekreet schrijvens aan Hun Hoog Edelhedens te Ba„ „tavia van den 15=e dezer. den 18„e kwam den van Siang opgekomene Posthouder den Sergeant Trouerbagh mijn Rapporteeren dat de zoon van den overledene koning van Bonij genaamt Soemang nog niet te rug hadde gegeven de twee van een 'Skomps Onderdaans met geweld afgenomene paarden, vermeld bij dit Dag- Register onder den 26:e Mai deses Jaars: Ook dat deze 'skomp:s onderdaan zijnde den Pen= „nang Romang, nog niet hadde te rug gekregen Twin= „tig stuks Padij Velden bij de Negorij Bang Tanette gelegen, die de Bonijse Anrongoeroe met name Nenena Toura ns. Sekreet Dag-Register. schrijvens na Batavia p„r den Burger Steijns. Dingsdag den 16„e inhil. ook par 'skomp„s pantjall De Maria. klagten van de Noord over de Boniers. verte Saturdag den 13„e Zondag - „ 14„e spasseerde niets. Maandag „ 15„e Isper den Burger Bastiaan Steijns aan Haar Hoog= „Edelhedens afgezonden het duplicaat van de naijarige sekre„ „te beschrijving, waar van het origineel per de pantjallang De Maria staat af te gaan. woensdag „ 17„e 'Skomp:s pantjallang De Maria gedepecheert onder gezag van den kapitain Luitenant ter Zee Tramburg met het Origineel van het op eergisteren afgegane dupli= „kaat sekreet schrijvens aan Hun HoogEdelhedens te Ba„ „tavia van den 15=e dezer. Donderdag den 18„e kwam den van Siang opgekomene Posthouder den Sergeant Trouerbagh mijn Rapporteeren dat de zoon van den overledene koning van Bonij genaamt Soemang nog niet te rug hadde gegeven de twee van een 'skomps Onderdaans met geweld afgenomene paarden, vermeld bij dit Dag- Register onder den 26:e Mai deses Jaars: Ook dat deze 'skomp:s onderdaan zijnde den Ien= „nang Romang, nog niet hadde te rug gekregen Twin= „tig stuks Padij Velden bij de Negorij Bang Tanette gelegen, die de Bonijse Anrongoeroe met name Nenena A„o 1787. October Toura A„o 1787. October wat ordre daar tegens gesteld. „sonra voor drie Jaren zig toeg'eigent en zedert het Usu= „fruct daar van heeft genoten. Dat een van de hoofden der Boniers op Sowagea met geweld zeven Buffels van de Lommo van Boelo had weg= „genomen zonder te weeten waarom. Dat de Broek van voormelde Hoofd van Sowagea met name Poea Manja bij een van de Hoofden van 'skomp„s Onderdanen, zijnde Lommo Tioe, gekomen was en van den „zelven op een assurante wijze vijf Padij velden afgenomen had. Dat voorm: afscheper zig bezwaart gevonden had om mijn zulks niet te kennen te geven, te meer dewijl door alle deze gedoentens der Boniers, veele komp„s onderdanen hunne plaatsen met de vlugt willen verlaten, gelijk reets door Iennang Romang gedaan is, die van zijn Negorij na Labakkang de wijk genomen heeft, waar door dan ook het Iatij-Bosch ginter, waar over deze man het oog moest houden, nu zonder de minste toezigt is. De koning van Bonij hier niet zijnde en daar bij geconsidereert zijn onvermogen om deze reets als genoeg= „zaam buiten bedwang zijnde Prinsen te beteugelen, konde jk in dezen weder niets anders doen als de Post= „houder voormeld te rekommandeeren zo veel attentie mogelijk op alles te vestigen en bij gelegendheid geweld met geweld te keer te gaan, terwijl jk deze slegte ge„ „doentens bij zo veel vorige zoude bekend stellen om van

NL-HaNA_1.04.02_3818_0251 view scan ↗

English

Year 1787. October A Goramese vessel at Saleyer. Message from Aroe Pantjana. An offer. Who receives a present. Friday the 19th and Saturday the 20th, nothing occurred. Sunday the 21st, nothing happened worth noting herein, except the receipt of a letter from the Saleyer Resident Whijts concerning the quiet departure of the Goramese vessel mentioned under the 8th of this month. Monday the 22nd, Prince Aroe Pantjana informed me that the King of Boni had arrived at Tanette with his retinue, partly by sea and partly by land, around the back of Segeri, that everything had proceeded quietly without any outrages having been committed. That he now had with him at Segeri: Aroe Mario, two Wajo princes, uncles of his son who was married over there, the Mandarese Prince the Maraddika Tjanpalagia, and two Soppeng princes, namely Aroe Panintjong and Aroe Barroe Barroe, all alongside him ready to assist the Company as soon as they should be needed. Tuesday the 23rd, I sent the chief interpreter Derfhout to Segeri to convey my greetings and, on behalf of the Company, to present Prince Aroe Pantjana with six grenadier muskets for the further attachment of him and his followers, whereby I knew that an extra special honour and pleasure would be done to him, to demand proper satisfaction for all at once in due time. Furthermore, Year 1787. October. The pantjalang De Vrede from Bima and Sumbawa. The pilots who had been to Banjar returned. Derfhout back from Segeri. With adjacent reports. Wednesday the 24th and Thursday the 25th, nothing to note. Friday the 26th, the pantjalang De Vrede returned from Bima and Sumbawa, with letters from Resident Meurs concerning the still ongoing unrest on Sumbawa, of which I also gave further notice to Their High Noble Mights via Semarang in a letter dispatched today per the Chinese Quetatjoang. Saturday the 27th, in the afternoon, the natives who had served as pilots to bring the war frigates De Pijl and the Scipio thither returned from Banjarmasin, bringing proof, not from the chief Hofman, but from Resident Matthijsen, that they had performed this properly. Sunday the 28th, Monday the 29th, nothing. Tuesday the 30th, the chief interpreter Derfhout returned from Segeri, bringing greetings and great expressions of thanks from Aroe Pantjana for the gift of six grenadier muskets offered to this prince on behalf of the Company. The said chief interpreter also reported to me that he had learned indirectly that the Datu of Sidenreng and his brother, Prince Aroe Brantie, were said to have secretly made an overture to Aroe Pantjana A letter to Batavia. Furthermore, there occurred on for Year 1787. October. Intje Boeang from Banjar with writings. Its contents. reconciliation. As well as that another brother of Datu Sidenreng, by name Aroe Ngatakka, had already removed himself from under Boni and gone to his said brother. What the truth of this is, time will tell; at least Boni's greatness would be significantly diminished by this. Furthermore, from Wednesday the 31st to in November, Friday the 2nd, nothing to note herein. Saturday the 3rd, after a very adverse journey, the Malay Intje Boeang finally returned from Banjarmasin, who had departed thither on the 27th of June last, both to deliver my missive to Chief Hofman to give communication of the impending arrival there of one of the war frigates, and to deliver 10 shipwrecked subjects of the King. For which the King had me thanked through the said chief, who also simultaneously informed me in a letter of the 24th of August of the disputes between us and the Bonians that had blown over to Banjarmasin, the solicitation by this nation of other peoples to their interest, etc. All can be seen more extensively in that letter itself among the annexes hereto, as well as the proposal made by this Chief Hofman to Their High Noble Mights and shared with me, whether it would not be good or useful Year 1787. November. Letter from Bulukumba and Saleyer. Improper conduct of Boni's King. Governor to give each other vice versa and mutually notice whenever they come from elsewhere or go thither. to open navigation between Makassar and Banjar. Sunday the 4th, received via Bulukumba a letter from the Saleyer Resident Whijts in reply to my order given on the 10th of October last not to accept or permit any more Goramese to arrive there. Also one from the Bulukumba Resident himself, concerning the regency of Sala that has fallen vacant, to which latter I, on Monday the 5th, dispatched the necessary answer by land. From Tuesday the 6th to Saturday the 10th, nothing occurred to note. Sunday the 11th, I received a report from the Maros Resident that the King of Boni had returned there some days ago from Tanette. I was surprised that His Highness had not even let me know this himself, the more so as it had pleased him to send some of his people from there, among whom was one Amma Gaoeh, to inquire after the health of the provisional senior merchant Beth, while offering at the same time a deer as a present. It is an ancient, constant, and at the same time necessary custom that the King of Boni as well as a Monday 1

Dutch transcription

A„o 1787. October Een sporanas vaartuig op Saleijer. en aanbod. die een present krijgt. Vrijdag den 19„e en Saturdag „ 20„e viel niets voor Zondag. - - - „ 21„e passeerde ook niets om in dezen te noteeren, als de ontfangst van een briefje van den Saleijers Resident whijts wegens het stil vertrek van het Goramse Vaar= „tung vermeld onder den 8„e dezer.. Maandag den 22„e Piet mijn de Prins Awe Pantjana weten dat de koning van Bonij op Tanette met zijn gevolg was bootschap van Aroe Pantjana aangekomen, gedeeltelijk over zee en gedeeltelijk over Land, agter Sagerie om, dat alles stil was toegegaan, zonder dat er eenige baldadigheden waren gepliegd. Dat Wij nu bij zig op Sagerie had Aroe Mario, Twee wadjorese Prinsen Ooms van zijn ginter getrouwde zoon, den Mandarees Prins den Maradice Tjanpala= „gia en Twe Sopingse Prunsen als Aroe Panintjong en Aroe Barroe Barroe alle nevens hem gereed tot 'skomp„s hulpe, zo dra men die maar zoude nodig hebben. Dingsdag den 23„e zond jk den oppertolk Derfhout na Sagerie om onder mijn groete de Peins Aroe Pantjana 'skonop„ wegen ter verdere aankleve met de zijne een present te doen van zes stuks Granadiers geweeren, waar mede jk wist dat hem een Extra bijzonder Eere en ge„ „noegen zoude geschieden. van alle op eenmaal te zijner tijd te gelijk de behoorlijke satisfactie te vorderen. voorts A„o 1787. October. de Pantjall De vrede„ van Biina en sumbauwa de na Banjar geweest zijnde lootsen terug. Deafhout te rug van Pagerie. met nevenstaande Rrigten. Woensdag den 24„e en Donderdag „ 25„e niets te noteeren. Vrijdag „ 26„e Reverteerde de Pantjallang De vreede van Bima en Sumbauwa, met schrijvens van den Resident Meurs„ wegens de nog al aanhoudende Onlusten op Sumbauwa waar van jk Hun Hoog Edelhedens ook nog over Samarang nadere kennisse gaf bij een op heden afgegane briefje per de Chinees Quetatjoang.- Saturdag den 27=e Snademiddags reverteerde van Banjermassing de Jnlanders die voor Lootsen hadden gediend om de Oorlogs Fregatten De Pijl en de Scipio derwaarts te brengen, mede brengende een bewijs niet van het opperhoofd Hofman maar van den Resident Matthijsen, dat zij zulks behoor= „lijk hadden verrigt. Zondag den 28=e Maandag „ 29„e Snihil. Dingsdag „ 30„e Reverteerde den oppertolk Deefhout van Sagerie te rug mede brengende de groete en grote dankbetuiging van Aroe Pantjana voor de dezen Prins tot geschenk skomp„s wegen aangebodene ses stuks Granadiers geweesen. Gedagte oppertolk Berigte mijn ook dat hij van ter zijde verstaan had dat den Datoe van Tidenreng en zijn Broeder den Prins Aroe Brantie ondershands aan. „zoek bij Aroe Pantjana zoude hebben laten doen een briefje na Batavia. Voorts viel er op Tot A„o 1787. October. Jntje Borang van Banjar. met schrijvens. dies inhoud tot verzoening. Als mede dat een ander Broeder van Da„ „toe Sideureng in name Aroe Ngatakka zig reeds van onder Bonij verwijderd en bij gedagte zijn Broeder begeven had. wat hier nu van is, zal de tijd moeten leeren, ten minsten Bonijs Grootheid zoude hier door merkelijk ver„ „minderen. Voorts viel er van. Woensdag den 31„e tot in November. Vrijdag den 2„e Niets in dezen te noteeren. Saturdag „ 3„e kwam door een zeer tegenspoedige reise eerst van Banjer= „massing te rug de Maleijer Intje Boeang, die na derwaarts den 27„e Junij laastleden vertrokken was, zo ter overbreng myner missive aan het opperhoofd Hofman om kom„ „municatie te geven van de aanstaande komst ginter van een der Oorlogs Fregatten als ter overbreng van 10 stuks schipbreukelingen 's konings onderdanen. waar voor de Vorst door ged„e opperhoofd mijn bedanken liet, dewelke mijn ook teffens bij een brief van den 24:e augustus bedeelde de tot op Banjermassing overgewaijde verschillen tusschen ons en de Boniers, het aanzoeken van deze Natie tot andere vol= „keren in hun belang etc:, Alles breder bij die brief zilve onder de Bijlagen dezes te zien zo wel als het door dit Opperhoofd Hofman aan Hunne Hoog Edelhedens gedane en mijn bedeelde voorstel of het niet goed of nuttig zoude wezen A„o 1787. N Ovember Briefje van Boelecomba. en Saleijer. verkeerde handelwyze van Bonijs koning. Gouverneur elkander vise versa over en weder kund= =schap geven bij aldien zij elders van daan komen of na toe gaan. wezen, de vaart tusschen Makasseer en Banjar te ope„ „nen. Zondag den 4„e over Boelecomba een briefje van den Saleijers Resi „dent whijts ontfangen in andwoord van mijn den 10„e October J„o leden, gegevene ordre om geene Gorammers ginter meer te accepteeren of te permitteeren daar aan te komen. Ook een van de Boelecombas Resident zelps, wegens het vacant geraakte Regentschap van Sala op welke laaste ik Maandag den 5„e Over Land het nodige antwoord afzond. van Dingsdag den 6=e tot Saturdag „ 10„e Viel niets te noteeren. Zondag den 1=e Ontfing jk van de Maros Resident Berigt dat de koning van Bonij aldaar voor eenige dagen van Ta„ „nette was te rug gekeert. Jk verwonderde mijn dat zijn Hoogheid mijn zulks zelfs ook niet had laten weten te meer het hem behaagd had om van daar nog door eenige van de zijne waar bij was eenen Amma Gaoeh na de gezondheid van den p=l opperkoopman Beth te laten vernemen onder aanbod teffens van een Hartebeest tot present. /:a:/ Het is een oud Constant en teffens noodzakelijk gebruik dat de koning van Bonij zo wel als een Maandag 1

NL-HaNA_1.04.02_3818_0255 view scan ↗

English

Year 1787. November A new Regent of Tanette A Buginese thief Monday the 12th Nihil Tuesday the 13th On the favorable testimony and proposal of the Resident on Saleijer Whijts, present here, I appointed as Regent of Tanette, in place of the deceased Daeng Maladja, the Anaksaeng Daeng Malassa. Wednesday the 14th Sent a note to Maros regarding what was noted under the 11th of this month, see Appendices. A note to Maros. Thursday the 15th until Friday the 23rd there was nothing to note. Saturday the 24th it was reported to me by the fiscal that in the kampong Maleijo a Buginese who, being caught stealing, had resisted, was killed by the people of the kampong. Sunday the 25th and Monday the 26th nothing occurred. Tuesday the 27th Received a note from Boelecomba. Wednesday the 28th Thursday the 29th and Friday the 30th nihil December Saturday the 1st Sunday the 2nd Monday the 3rd and Tuesday the 4th Nihil. Year 1787 December Strange reports from the Makassarese, who send their envoys with the following message. Wednesday the 5th Chief Interpreter Deefhout came to report to me that the King of the Makassarese felt aggrieved by the erection of a new palisade benting on Goa instead of the bamboo one, which was almost completely dilapidated, and that he would let me know his opinion on it in more detail, for the former postholder at Malankesie, Lecerf, had once also said that in time a stone fort would surely come there. Deefhout also told me that he had heard through the grapevine that a rumor was circulating among the Makassarese that the King of Boni on Tanette had expressed that even Europeans had advised him not to hand over the Goan regalia. Thursday the 6th nothing. Friday the 7th there came to me the envoys from the realm of the Makassarese, being The old Shahbandar Kraeng Palemba The King's brother-in-law Kraeng Kaballokan Glarrang Tombolo and Glarrang Mangasan, who made known to me the King's and dignitaries' grievances regarding the renewal or the actual erection of a new palisade benting at Malangkesie, not so much, as they said, out of any apprehension about the Honorable Company, as the shame Year 1787 December My answer thereto. the shame that was implied therein for them, according to the murmuring of some among their people. After a brief delay, I replied to these envoys that I was astonished at the poor opinion they held of the Honorable Company; that it seemed they allowed themselves to be frightened by those people who sought to promote the best interests of the Bonians and to thwart the advantageous prospects that the Honorable Company has with the Makassarese. Yet that I trusted, since they had never heard that the Honorable Company had broken its faith and word with whomever it might be, that they too would maintain that trust in the Honorable Company as they had sworn on the Quran, and thus understand that since this precaution served solely and exclusively to protect them against the wantonness of the Bonians, they should not be disturbed by all the fabricated instigations among which, as I had already heard indirectly, even Europeans were said to be involved. That I promised them, as soon as matters with them were arranged in such a manner as corresponded with the intention of the Governor-General and the Councilors of the Indies, I would immediately remove the battery and leave there only the Interpreter Tabia Theunisz, who had been there for years and was fully acquainted with their ways and ours. They fully acknowledged all these statements of mine, and thanked Year 1787 December. Complaints about Kraeng Labakkang, how to settle them. thanked me most kindly for this newly given assurance and departed satisfied, undertaking to give a proper report of all this to the King and other dignitaries. After this, around midday, the Maros Resident BurgGraaff came to me, having arrived some days ago to account for the tithe and now being on the point of departure again, informing me that Kraeng Pabakkang was very embarrassed about his committed indiscretion of leaving his province without the prior knowledge of him, the Resident, or myself, and quietly going to Tanette to attend the feast held there, and would be even more so if he had to come up here to account for it; and that Aroe Pantjana had already offered to put in a good word for him in this respect, and since neither one thing nor the other was advisable under the present circumstances, I instructed the Resident to settle this matter over there, with a stern reprimand to Kraeng Labakkang for his bad conduct in this matter, and a warning that this will be the last time that such leniency will be shown to him. Saturday the 8th Today I also learned that there had returned to the nearby island of Poeloe Laija a

Dutch transcription

A„o 1787. November een nieuwe Regent van Tanette Een Boegineese dief Maandag den 12„e Niril Dingsdag „ 13:e Heb jk op de favorabele getuigenisse en Voordragt van de hier aanwezende Saleijers Resident whijts op Saleijer aangesteld. tot Regent van Tauette in plaats van den overledene Daeng Maladja, benoemt de Anaksaeng Daeng Ma„ woonsdag den 14„e Een briefje na Maros gezonden wegens het genoteer„ Een brefje na Maros. de onder den 11„e dezer vide Bijlagen. Donderdag den 15:e tot Vrijdag - - „ 23„e viel niets te noteeren. Saturdag. - den 24„e wierd mijn door de fiskaal gerapporteerd dat in de kampong Maleijo een Borginees die op diefstal g'attrapeert zijnde zig ter weer had gesteld, door het kam„ =pongs volk was neergelegt. zondag den 25„e en Maandag „ 26„e passeerde niets. Dingsdag „ 27„e Een Briefje van Boelecomba ontfangen. Woensdag „ 28:e Donderdag „ 29„e en Vrijdag „ 30:e nchil Zaturdag den 1„e Zondag „ 2„e Maandag „ 3„e en Dingsdag „ 4„e Nihil. December neergelegd. van „lassa woensdag Ao 1787 December wonderlijke Berigten van de Makassaren die haar afgezondene zenden. met naenstaande Bootschap. Moensdag den 5„e kwam den Oppertolk Deefhout mij rapporteren dat de koning der Makassaren zig bezwaard vond tegen de oprigting van een nieuwe Benting van Pallisaden op Goa in stede van de van Bamboesen als genoegzaam ge„ „heel vervallene, en dat hij er mijn zijne mening nader„ over zoude laten te kennen geven. want dat de voorma„ „lige posthouder op Malankesie Lecerf ook al eens ge„ „zegd had, dat er met er tijd nog wel een stene forties zoude komen. Deefheout zeide mijn ook van ter zijden verstaan te hebben dat er onder de Makas= „saren ook een gerugt zoude lopen dat den koning van Bonijzig op Tanette had uitgelaten dat Eeero„ „pesen hem zelfs tot het niet afgeven van de Goase Rijks-ornamenten zouden hebben aangeraden Donderdag den 6„e niets. Vrijdag - - - „ 7:e kwamen bij mij de afgezondene uit het Rijk der Makassaren, zijnde Den ouden Sabandhaar Eraeng Palemba Den zwager van den koning Eraeng kaballokan Glarrang Tombolo en Glarrang Mangasan die mijn 'skonings en Rijks= „grooten bezwaarnissen te kennen gaven wegens het ver„ „nieuwen of de eigentlijke oprigting eener nieuwe Ben„ „ting van Pallisaden op Malangherie, niet zo zeer als zij zeide uit eenige bedugting voor d Ed komp„e als de schanden A„o 1787: December mijn andwoord daar op. schande die daar omtrent voor hun na het gemompel van sonninge onder den haare, daar in opgesloten lag: Jk gaf deze afgezondene na een weinig vertoef ten ant= „woord dat het mij verwonderde het zwak gevoelen dat zij van d'Ed komp„e hadden- dat het scheen dat zij zig lieten bevreest maken door de zulken en zodanige die het bestwil van de Boniers zogten te betragten, en het voordeelig uitzigt dat de Ed: komp:e met de Makassaren heeft, te vereidelen. dog dat jk vertrouwde dat daar zij nooit of doit gehoort hadden dat dE komp=e met wien het ook mogte zijn, zijn trouw en woord gebroken had, zij ook dat vertrouwen in dE komp:s gelijk zij op den Alcoran beloofd hadden, zoude behouden, en dus begrijpen dat daar deze voorzorg enkeld en alleen diende om haar tegens de moedwil der Boniers te dekken, zij zig aan alle de gefingeerde opstokerijen waar onder jk reets van ter zijde gehoort hadde dat zelfs Europeesen zig zoude bevinden, niet hadden te stooren. dat jk haar beloofd om zo dra de zaken met haar op dien voet zoude geschikt wezen als met de intentie van den Heer Gouverneur Generaal en de Heeren haa= „den van Jndia overeenkwam, jk terstond de Batterij zoude wegnemen, en daar eenlijk laten verblijven den daar zedert Jaren geweest zijnde Tolk Tabia Theunisz; die de manier van haar en ons ten vollen bekend was. zij avoueerde alle deze mijne gezegdens ten vollen, en bedankten Ao 1787 December. klagten over krain Labakken hoe af te doen. bedankte mijn vriendelijkst voor deze nieuw gegevene verzekering en vertrokken vergenoegd te rug, aan= „nemende de koning en verdere Rijksgroten van dit een en ander een behoorlijk verslag te zullen doen. Hier na kwam tegens de middag bij mijn de over eenige dagen tot het verandwoorden van de Verthie= „ning overgekomene en nu weder te vertrekken staande Maros Resident BurgGraaff, mij te kennen gevende dat Craeng Pabakkang, over zijne begane buiten „pas van zonder hem Resident dan wel mijne voor„ „kennisse zijn Provintie te verlaten en in stilte na Tauette te gaan ter bijwoning van het aldaar gehou„ „dine festijn, zeer verlegen was, en nog meer zoude wezen zo hij daar over na herwaards ter verandwoording mogte opkomen, en dat Aroe Pantjana zig reets tot het doen van een goed woord ten dien opzigte bij hem aangeboden had en dat nog een nog het ander in deze tijds omstandigheden gereeden was, zo heb jk hem Resi= „dent opgedragen deze affaire maar ginter af te doen, onder een ernstige voorhouding aan Craeng Labakkang over zijn slegt gedrag in dezen, en aanzegging dat dit nu de laastemaal zal zijn, dat men zodanige inschik= „kelijkheid met hem komt te gebruiken. Saturdag den 8„' Op Heeden vernam ik ook nog dat op het hier digte bij gelegene Eiland Poeloe Laija, te rug gekomen was, een

NL-HaNA_1.04.02_3818_0259 view scan ↗

English

Year 1787. December. A vessel of the Buginese envoys was unable to make the voyage and has returned. Complaints from the Maros Resident about the Bouiers to the north, and what was proposed regarding it. One of the four vessels sent by the king to Batavia and separated from the others, aboard which is the fellow Boni envoy Aroe Pilamreeng mentioned under the 10th of September last, who undoubtedly will have spent too much time smuggling here and there. Sunday the 9th and Monday the 10th: nothing. Tuesday the 11th: The Sulewatang of Boni requested an audience with me for tomorrow, which I granted. Wednesday the 12th: In the morning I received a letter from the Maros Resident Burggraaff dated the 10th of this month, containing yet another series of complaints about the insolence of the Boniers to the north, and most particularly that of the King's brother Daeng Malimpo. He wrote to me at the same time that, in response to the grievances he had presented about this to the king who was at Maros, he had received the answer that he indeed wished, according to his ability, to see proper justice done to our subjects, but that his own people paid little heed to his admonitions, and that he had therefore requested him, the Resident, to inform me of all the aforesaid and, notably, to request that I myself complain to him, the king, about this in writing; in which case he would then summon those ringleaders in the presence of his grandees of the realm in a full assembly and seek in that manner to provide the Honorable Company with all proper satisfaction, thinking that this will have a far better effect upon their minds than if he were to have them addressed by his emissaries. From that same letter I also perceived the truth of what was noted in this Daily Register under the 11th of November last. Subsequently, at around ten o'clock in the morning, the Sulewatang of Boni mentioned yesterday came to me, accompanied by the Gallarrang of Bontoala, who after sitting for a short while told me that they came in the name of the king, as they had also brought him with them, to present the one envoy named Aroe Pilaureeng, mentioned under the 8th of this month, who had returned due to heavy and strong westerly winds, and at the same time to request permission to unload his goods. For the former I had thanks conveyed, and the latter I granted while extending my greetings, after which, having partaken of a betel and a cup of tea, they departed again. This having just been concluded, the King of the Macassars likewise had an audience requested for his emissaries for tomorrow morning. 13 Year 1787. December. Letter to Maros. Emissaries of the Macassar realm. Their message concerning the post at Malangkeri. My remarks. Thursday the 13th: Before noon I dispatched a fitting answer to the letter received yesterday from the Resident of Maros. At ten o'clock there came to me the same emissaries from the Court of the Macassars mentioned under the 7th of this month. After sitting for a short while, they told me that the king and grandees of the realm had nothing against the erection of a new post at Malangkeri of palisades instead of bamboo, since they were all assured that this served for their own safety, but that they humbly requested, both to remove the notion from the common people, including particularly many mountain Macassars, that one might later erect an even stronger one of stone to hold them as if in bondage, as well as to serve for their security in time to come, that they might be provided with a written proof that after the settlement of their affairs with the Boniers, or rather the receipt back of the Gowa royal regalia according to the wish of the Honorable Company, the aforesaid benting will be removed, and that only, as has been the case for many years, the searcher Sabia Theunisz shall remain stationed there. However much this went against my grain, and I had to deduce it to be an absolute consequence of so many intrigues and machinations, which principally originated through the channel of our own servants—who, as the Most Noble Gentlemen Seventeen in the Mother Country very rightly were pleased to observe in their esteemed missive of the 5th of November 1785, paragraph 103, make no difficulty in sacrificing the interests of others to their own particular interests and even putting those of the Company in jeopardy whenever it may serve the furtherance of their aims—I nevertheless found it advisable to choose the lesser of two evils and to grant them such a certificate for their reassurance, since, after all, the most suitable objectives having been drawn up, there will be nothing more to do in the future concerning the intended construction; the certificate that I gave in that regard being of the following content and signed by me: For the reassurance of the king, the grandees of the realm, and the lesser subjects of the Realm of the Macassars newly re-established by the Honorable Company, I hereby promise to the same that the battery placed at Malangkeri solely and exclusively for their own safety shall be removed from there as soon as the arrangement concerning the Gowa royal regalia still held by the Boniers shall have been concluded in accordance with the intention and pleasure of the Honorable Company. Friday

Dutch transcription

Ao 1787. December Een vaartuig van de Boeginese afgezanten heeft de reise niet kunnen krijgen en is te rug gekeert. klagten van de Maros Resident over de Bouiers om de Noord! en wat daar bij voorgesteld. een van de vier door den koning na Batavia afge„ „zondene en van de ander afgeraakte vaarthuigen, waar op zig bevind den mede Bonijs afgezant Aroe Pilamreeng vermeld onder den 10„e September Joleden, die zekerlijk te lang hier en daar zal hebben leggen Smokkelen Zondag den 9„e en Maandag „ 10„e nihil. Dingsdag „ 11„e Lut de Saluatang van Bonij acces bij mijn vragen bootschap van Bonij. tegens morgen dat jk accordeerde Woensdag den 12:e Smorgens Ontfing jk een briefje van den Maros Resident BurgGraaff gedateert den 10„e dezes, behelsende weder een reeks van klagten over der Boniers bruta„ „liteiten om de Noord, en wel bijzonder die van 'Tko= „nings Broeder Daeng Malimpo. Hij schreef. mij met eene dat hij op zijn daar over aan den op Ma= „ros zijnde koning gedane doleantien tot antwoord bekomen had, dat Hij wel na vermogen een behoorlijk Regt aan onze onderdanen wilde doen geven, dog dat de zijne weinig reflectie op zijne vermaningen sloegen en dat hij dierhalven hem Resident verzogt had mijn van alle het voorsz: kennis te geven en NB. te verzoeken om bij hem koning hier over zelfs schriftelijk te doleeren, wanneer hij als dan die Bel= =hamels E Ao 1787. December. en verder gesz: binnenkomst van de Salia„ tang van Bonij zijn Bootschap en andwoord. Bootschap van de Makassaran. „hamels ter presentie van zijne Rijksgroten in volle vergadering zoude doen ontbieden en d'E komp:e door dien weg alle behoorlijke satisfactie zien te bezorgen, denkende dat zulks van vrij betere uitwerking op haare gemoederen zal wezen dan dat hij haarlieden door zendelingen van hem liet onderhouden uit dien zelfde Bruef ontwaarde ik ook de waarheid van het genoteerde bij dit Dag-Register on= „der den 11„e November Jongstleden. Vervolgens kwam bij mijn tegens thien uuren voor den middag den opgisteren vermelden Soelewatang van Bonij, verzeld van den Gleerrang van Bontoalacq„ dewelke na een weinig zittens mijn zeide dat zij uit Naam van den koning kwamen om mijn /:gelijk zij desen en mede gebragt hadden :/ te verthoonen de door zwaar en sterke weste winden te rug gekeerde eene afgezant in name Aroe Pilaureeng, vermeld sub 8„e dezer en teffens te verzoeken vrijheid tot Los= „sing zijner goederen, voor het eerste liet jk bedanken en het andere stond jk toe onder het laten doen mijner groete, waar na zij na het nuttigen van een sirie en een koppie thee, weder heen gingen Dit even afgedaan wezende liet de koning der Ma„ „kassaeren almede acces vragen voor zijn afte zendene tegen morgen ogtent. Donderdag 13 A„o 1787. December. Brief na Maros. afgezondene van het Ma= „ kassaarse Rijk haar Bootschap omtrent de Post op Malankerie mijn remarcques. Donderdag den 13„e voor de niddags zond jk een gepast andwoord af op de op gisteren van de Resident van Maros ontfangene brief. Ten tien uuren kwam bij mijn dezelfde afgezondene van het Hof der Makassaren vermeld onder den 7„e dezer. Na een weinig zittens zeiden zij mijn dat de koning en Eijko= „groten in zo verre niets hadden tegens het opregten van een nieuwe Post te Malangkerie van Pallisaden in plaats van Bamboesen, dewijl zij alle verzekert waa„ „ren dat dit tot haare eigen veiligheid diende, dog dat zij ootmoedig verzogten dat zij, zo om het gemeen daar onder bijzonder begrepen veele Berg- Makassaren uit het denkbeeld te brengen dat men naderhand zelfs niet nog eene sterkeren van steen om hun als in den Band te houden zouden opregten, als wel om ook te dienen tot haare securiteit in der tijd, mogten werden voorzien van een schriftelijk Bewijs, dat na het vereffenen hunner zaken met de Boniers of ei= „gentlijken ter Rug ontfanging der Goahse Rijksorna, „menten na de zin van dE komp=e, voorsz Ben= „ting zal worden weggenomen, en eenelijk even als zedert veele Jaaren daar geplaatst blijven den onderzolk Sabia Theunisz: Hoe zeer mijn dit nu tegens de Borst stuite en Jk moest opmaken en assolut gevolg te zijn van zo veele A„o 1787. December. en andwoord daaer op. veele konkelarijen en draijerijen als wel principaal uit het kanaat van onze eigene Dienaren voorkwa„ „men dewelke zo als de Hoog Ed. Heeren: 17=nen in het Patria bij Hoog Derzelver g'eerde Missive van den 5„e November 1785 § 103 zeer wel hebben gelieven aan te merken, geene zwarigheid maken om aan hun eigen bijzondere belangen die van anderen op te offeren en zelfs die van de komp:e in de waagschaal te stellen, zo dikwils het ter bevordering van hunne inzigten strekken kam, zo vonden ik egter raadzaam van twe kwader het beste te kiesen en haar zo een Be= „wijs ter gerust stelling af te geven, dewijl er dog door het uittekken der best geschikste oogmerken niet in het vervolg omtrent den voorgenomene Exstructie te doen zal zijn, zijnde het bewijs dat jk ten dien opzigte gaf van den volgenden inhoud en door mij on„ =dertekend Tot Geruststelling van den koning en Rijksgroten „stein mindere onderdanen van het door d'Ed komp e „op nieuw opgeregte Rijk der Makassaaren, zo beloven „ik bij dezen aan dezelve dat de enkeld en alleen tot „haar eigener veiligheid op Malangkerie gestelde „Batterij van daar zal worden weggenomen zo dra „de schikking, met de nog onder de Boniers zijnde Goahse Rijks-ornamenten na de intentie en het wel= „behagen van dEd. komp=e, zijn beslag zal hebben erlangd Vrijdag

NL-HaNA_1.04.02_3818_0263 view scan ↗

English

15 Anno 1787. December Friday the 14th nihil. A letter from Aroe Pantjana answered. Saturday the 15th in the afternoon I received a letter from Aroe Pantjana, whereby that prince informed me that he intended to let his son Aroe Mario return to his country, and that he even wished to accompany him as far as Laboso, if it met with my approval, all the more to effect a reconciliation there with the Adatoeang of Sidenreng, who had made a request to that effect and was to be found over there, in order thereby to increase the power of the Company's well-disposed. As this particularly accorded well with the Company's present interests, I replied to him this very same evening that this was very good, but that he must ensure he returned quickly; see the Appendices. Sunday the 16th nihil. Monday the 17th The Chief Interpreter Deefhout departed for the latterly mentioned little kingdom to settle or reconcile some disputes that have arisen between the Makassars and Sanraboniers over some paddy fields. Deefhout to Sanrabonij. From Tuesday the 18th until Saturday the 22nd there was nothing to note in this matter. Sunday the 23rd I received a short letter from the Maros Resident Burggraaff, dated the 20th of this month, containing a partial answer to the one I sent on the 13th of this month; see the Appendices. A short letter from Maros. Monday the 24th, Tuesday the 25th, Wednesday the 26th nihil. Thursday Anno 1787. December. Thursday the 27th the Chief Interpreter Deefhout returned from Sanrabonij. He reported that he had provisionally settled the disputes over there until the upcoming paddy harvest, when the matters can only then be decided according to law and equity by indicating everyone's actual boundary lines. Deefhout back from Sanrabonij. Subsequently, nothing further occurred in this year that requires any annotation in this matter. Anno 1788. B 17 Anno 1788. January. Complaints about the Boniers to the North. Short letter from Aroe Pantjana received. Answered. Ad idem from Maros. Sidenreng submits itself to the Company; see text. Tuesday the first nihil. Wednesday the 2nd A short letter received from Maros and answered, containing among other things anew various complaints about the continual acts of violence that the Boniers commit against our subjects. Thursday the 3rd nihil. Friday the 4th In the afternoon I received a short letter from Aroe Pantjana, reporting principally, in accordance with his promise noted under the 15th of December last, the already effected reconciliation between the Dato of Sidenreng and Aroe Mario, and the one to follow thereupon between Soppeng and this son of his; see the Appendices. Which letter I Saturday the 5th answered. Sunday the 6th nihil. Monday the 7th A short letter received in the forenoon from Maros and answered, regarding some unfounded complaints or disputes between Craang Labakkang and our subjects placed under him. In the afternoon I received a letter written to me by the Adatoeang of Sidenreng and Prince Aroe Pantjana and stamped with the royal seal of the first, whereby they informed me of their mutual, strongest alliance with one another and the complete submission of the Dato to the Company, with the offer of his services in whatever capacity one might Anno 1788. January. Short letter from Maros. Complaints from the farmer about the Bonian Prince Baso Barang. wish to employ him. This alliance between two princes so formidable to Boni, and the submission of them both to the pleasure of the Honorable Company being impossible to value enough at this time, I answered the said letter in such manner as may be seen in the Appendices of this document. Furthermore, until Tuesday the 15th nothing noteworthy occurred. Wednesday the 16th A short letter received from the Resident at Maros in reply to the writing sent by me on the 2nd of this month. Thursday the 17th I had the Company's subject, the free native Poea Magga, apprehended by the Chief Interpreter and secured in the Company's irons until there shall be an opportunity for sending such a bad subject to Batavia, both on account of his demonstrated all too excessive disobedience to my orders, impossible to overlook in a native, and on vehement suspicion of slave theft, particularly in the recently occurred case of the missing slave girl of a certain Chinese residing here, Ong-jenko. Friday the 18th Today, the Chinese Sousonko, farmer of the Topbanem here, came to lodge a complaint with me about renewed brutalities committed by the well-known Bugis Prince Baso Barang, who had however kept somewhat quiet for some time. I thereupon sent the Chief Interpreter Deefhout to

Dutch transcription

15 Ao 1787. December Vrijdag den 214„e mihil. Een Brief van Asoe banjana b'andwoord. Saturdag „ 15:e 'Sagtermiddag Ontfing jk een brief van Aroe Pan„ tjana, waar bij die suns mijn te kennen gaf dat hij van zints was om zijn zoon Aroe Mario na zijn Land te rug te laten keeren en dat hij hem zelfs, zo het van mijn goedkeuring was, tot aan Laboso wilde verzellen, te meer om hem daar ter plaatse met den Adatoeang van Si= „deuring, die daar toe aanzoek had gedaan en zig ginter„ zoude bevinden te doen verzoenen, ten einde daar door de magt van 'skomp:s welgezinde te vergroten. Jk gaf hem hier op als bijzonders wel met 's Comp. s tegenswoordige belangens strokende nog dezen zelfden avond ten antwoord dat zulks heel goed was, dog dat hij maken moest spoedig te rug te zijn- vide Bijlagen. Zondag den 16„e nchil Maandag „ 17„e Js de oppertolk Deefhout ter afmaking of bijlegging van eenige, over zommige Padij velden tusschen de Ma„ Doefhout na Saurabonij „kassaren en Sanraboniers ontstane verschillen na laast„ „gemeld Rijkje vertrokken. van Dingsdag den 18=e tot Saturdag „ 22„e viel in dezen niets te noteeren. „ 23:e Ontfing jk een briefje van den Maros Resident zondag BurgGraaff. ged„t 20=e dezer dat een gedeeltelijk andwoord Een Briefje van Maros. hield op mijn afgezondene den 13=e dezer vide Bijlagen. Maandag den 24=e Dingsdag „ 25=e nihil. woensdag „ 26=e Donderdag Ao. 1787. December. =bonij Donderdag den 27:e kwam van Sandrabonij te rug den oppertolke eefhout. Rapporteerde dat hij de verschillen ginter bij provisie zo Deefhout te rug van Saura lange bijgelegd had tot de aanstaande padij snijding, wanneer als dan eerst de zaaken na regt en billijkheid met het aanwijzen van een ieders eigentlijke pimiet= „scheiding zullen kunnen worden beslist. Vervolgens viel in dit Jaar verders niets voor, dat eenige annotatie in dezen vereischt. Anno 1788. B 17 Anno 1788. January. klagten over de Boniers om de Noord. Briefje van Aroe Pantjana ontfangen. b'andwoord. Zondag - - - - „ 6„e inhil ad idem van Maros. Sidenreng begeeft zig onder de komp„e vide text. Dingsdag den Eersten Achil Woensdag „ 2„e Een Briefje van Maros ontfangen en beandwoord houdende onder andere weder op nieuw in diverse klag= „ten over de Continueele geweld plegingen die de Boniers onze Onderdanen aandoen„ Donderdag den 3„e Nihil Vrijdag „ 4„e Snademiddags ontfang jk een briefje van Aroe Pantjana, bedelende principaalst desselfs in overeenkomst van zijne on= „der den 15„e December Jol: genoteerde belofte, bereets bewerkte verzoening tusschen den Dato van Sideureng en den Aroe Mario en de daar op te volgene tusschen soping en deze zijn zoon. vide Bijlagen. welke brief jk Saturdag den 5„e beandwoord. Maandag - - „ 7: Een briefje 's voordemiddags van Maros ontfangen en beandwoord, wegens eenige ongefundeerde klagten of ver= „schillen tusschen Craang Labakkang en onze onder hem ge„ „stelde onderdanen. 'S agtermiddags kreeg Jk een brief door den Adatoeang van Sidenreng en den Prins Arde Pantjana aan mijn gesz: en met het vorstelijk Cachet van den eersten bestem= „peld waar bij zij mijn te kennen gaven hunne weder= „zijdsche allersterkste verbintenisse met den anderen en de vol= „komen onderwerping van den Dato aan de Comp=e weet aanbod zijner dienst offertes waar inne men hem maar zoude A„o 1788. Januarij Briefje van Maros. klagten van de Pagter over de Bouische Prius Baso Barang. zoude willen emploijeeren. Deze verbintenis onder twee voor Bonij zo ontzaggelijke Prinsen en de onderwerping van haar beide aan het welbehagen van de Ed: komp=e in deze tijd niet genoeg te warderen zijnde zo b'and= „woorde jk ged: Brief in zodaniger voege als bij de Bij= „lagen deses te zien is. Wijders viel er tot Dingsdag den 15„e niets noterenwaardig voor „ 16 „ Een briefje van den Resident te Maros ontfangen Woensdag in andwoord van het door mijn den 2„e dezer afgezon= „dene schrijvens. Donderdag den 17„e Heb jk 'skomp„s Onderdaan den vrijen Jnlander Poea Magga zo over zijn betoonde al te overgrote en niet mogelijk voor het dog van den Inlander te passerene dis- obedientie aan mijne Ordres als over Vehemente suspecie van slave diefte, bijzonder in het onlangs g'exteerde geval van de absent geraakte slave meid van zekere alhier. woonagtige Chinees Ong-jenko, door de oppertolk laten apprehendeeren en in 'ssComp„s Boeijen zo laarge secureeren dat er gelegendheid zal wezen tot de verzending van zo een slegt Subject na Batavia. Vrijdag den 18„e Heden kwam bij mijn plagtig vallen den Chineesch Sousonko, pagter van de Topbanem alhier, over weeder gepleegde Brutaliteiten van den welbekenden dog zig zedert enigen tijd wat stil gehouden hebbende Boeginesen Prins Jk zoud hier op den Oppertolk seefhout Baso Barang. na

NL-HaNA_1.04.02_3818_0267 view scan ↗

English

Year 1788. January. Saturday the 19th, nothing. Sunday, to the Soelewatang to lodge a complaint about it, and also to notify this dignitary who holds authority here in the king's absence, that he should issue the necessary orders against such unlawful acts, so that such things do not occur again in the future, or else that I will be forced to have Baso Barrang arrested to be sent to Batavia, or upon resistance to have his neck broken. The Soelewatang served me in reply that he would immediately have Baso Barrang forbidden from entering the gambling houses of the Chinese any more, much less to commit any brutalities or violence against the Chinese or other inhabitants, and that if he refused to listen to this, he would have only himself to blame for all the misfortunes arising from his bad conduct. In like manner the Soelewatang also had all other Buginese ordered to give Baso Barang no assistance whatsoever in case he should be attacked on the Company's territory, and he had also undertaken to inform the king of Bonij of all this. Secondly, received a letter from the Saleyer Resident Whijts, dated the 10th of this month, conveying the death of the Chief Regent of the land Bonto Bango, named Daeng Madjannang, with a proposal to fill this Regency with one Daeng Manoedjoengang, present Regent of Batta Matta, whom the people of the land had provisionally chosen as the best, most capable, and closest candidate. From Monday the 21st to Friday the 25th, nothing further occurred. Saturday the 26th, the Madanrang requested an audience with me for next Monday morning, to offer the New Year's greetings on behalf of the king, which I accepted. Sunday the 27th, nothing. Monday the 28th, the Madanrang, whom I had waited for until past eleven o'clock, was prevented from coming by the continuous rain. Tuesday the 29th, around nine o'clock, the weather being a little milder than yesterday, the Madanrang appeared before me, accompanied by the Soelewatang and three other Bone court dignitaries, offering the New Year's greetings in a friendly manner on behalf of the king and the court, which I answered reciprocally in the same manner and treated them to a cup of tea, etc. After partaking of this, without having discussed any matters, even indifferent ones, they departed again with my regards to the king, who is still in the north under the district of Maros. Wednesday the 30th, nothing. Thursday the 31st, received by Captain-Lieutenant Tramburg the duplicate of Their High Nobilities' written reply to my letters sent successively in the past year. February. Friday the 1st, nothing. Just as until Monday the 18th nothing noteworthy occurred. Tuesday the 19th, I sent to the kings of Bonij and Gowa some Chinese treats brought by the wankang, according to custom. Wednesday the 20th, received a letter from Maros containing a further report or account of the Boniers' wanton conduct towards our subjects. Furthermore, until Thursday the 28th nothing of importance occurred. Friday the 29th, sent a separate letter to Ambon to the Honorable Governor De Boek regarding the Ceram vessels that had been at Saleyer, dated 1 December 1787, since which time it had already been drafted, but due to lack of opportunity could not be dispatched earlier than now. Today I also sent a letter to the Maros Resident Burggraaff in reply to the letter received from there on the 20th of this month. March. Saturday the 1st, Sunday the 2nd, and Monday the 3rd, nothing, except that on the 3rd I granted the gallarrang of Bontoala an audience for the following day. Tuesday the 4th, according to the audience granted yesterday, the Gallarrang of Bontoala came to me, accompanied by the emissary Lamassie, who declared to have been sent expressly by the king of Bonij to inform me, while conveying his greetings, that, barring any unexpected impediment, His Highness intends to have his eldest daughter's teeth filed on the 18th of this month. I thereupon had the king thanked, while offering my counter-greetings, for the communication provided, and had him told that I would not fail to observe what is customarily required on such an occasion on behalf of the Honorable Company. Wednesday the 5th, for the congratulation to be made for this upcoming ceremony, after consulting the Members of the Council of Policy, I appointed commissioners and determined the customary gifts. Thursday the 6th, through the Second Sworn Interpreter Bewers to the Soelewatang of Bonij, and through the Chief Interpreter Deefhout to the kingdoms of Gowa, Sandrabonij, and Tallo, I dispatched for their information copies of the edict recently issued here and published today.

Dutch transcription

A„o 1788. Januarij. wat hier in gedaan Saturdag den 19„e inhil. Zondag De Regentesse van Bonto Bang.o overleden. na de Soelewatang om er over te doleeren en dezen hier bij 'skonings absentie gezag deffende Rijksgrote teffens, aan te zeggen dat hij tegens zulke ongeoorhoofden bedrijven de nodige ordres diende te stellen, zodanig dat zulks in het vervolg niet weder kome te gebeuren of dat jk an= „ders genoodzaakt zal zijn Baso Barrang te laten oppakken ter verzending na Batavia, dan wel bij te wierstilling de hals te doen breken. De Poelewatang let mij hier op in antwoord dienen dat hij Baso Ba„ „rang in mediaat zoude laten verbieden van niet meer in de topbanen van de Chinesen te gaan veel min eenige brutaliteiten of geweld aan de Chineesen of andere Jngezetenen te plegen en dat bij aldien hij daar na niet luisteren wilde dat hij als dan alle de ongeluk= „ken uit zijn slagt gedrag voortkomende zig zelfs te wijten zoude hebben. Jnvoegen de Saluatang te ge= „lijk ook aan alle andere Boeginesen belasten liet om hem Baso Barang in het geheel geen assistentie te bieden ingevalle men hem op 'sComp„s Gebied mogt attacqueeren en ook aangenomen had om van dit een en ander de koning van Bonij kennisse te geven. 2d„e Een briefje van den Saleijers Resident Whijts ont= „fangen de dato 10:e dezer bedelende het overleiden van de Hoofd-Regentesse van het Land Bonto Bango in „ hout A„o 1788. Januarij. de Mhadanrang verzoekt kan door de sterke regan niet komen. komt daais daar aan. en leit het nieuw Jaars Compliment af. in name Daeng Madjannang met voordragt ter ver= 3 „vulling van dit Regentschap van eenen Daeng Manoe= „djoengang presente Regent van Batta Matta - die 's Lands volk als de beste bekwaamste en naaste daar toe provisioneelijk verkoren hadde van Maandag den 21„e tot Vrijdag „ 25:e viel wijders niets voor Saturdag „ 26„e Liet de Madanrang acces bij mijn vragen tegens Maandag morgen aanstaande om uit Naam des konings het Nieuwjaars kompliment te doen, het geen Jk accepteerde Zondag den 27„e mihil. Maandag „ 28„e wierd de Madaurang, die jk tot over Elf uuren had afgewagt, door de aanhoudende Regen verhindert te komen. Dingsdag den 29„e Onstreeks Negen uuren, een weinig handzamer weer dan gisteren zijnde, verscheen bij mijn de Madanrang, verzeld van de Soelewatang en nog drie andere Bonische Hofsgroten, uit Naam van de koning en het Hof op een vriendelijke wijze afseggende het nieuw jaars Compli= „ment, het welk ik reciprocque inzelver voegen b'and„ „woorden en haarlieden op een koppje thee etc regaleerde. na welkers nuttiging zij zonder over eenige dog indiffe= „rente zaken gediscoureert te hebben weder vertrokken met de groetenisse van mijn aan den koning, die zig nog om om acces. 21 A„o 1788. Januarij. Een Briefje na Ambon en na Maros. om de Woord onder het district van Maros bevind. Woensdag den 30 e Achil: Donderdag „ 31„e per de kaptein. Luitenant Tramburg ontfangen de dupli„ „kaat Hunner Hoog Edelhedens schrete rescriptie op mijne Tramburg van Batavia. in Anno passato Successive afgezondene Brieven Februarij Vrijdag den 1„e inhil. Gelijk er ook tot Maandag „ 18„e niets noterenswaardig voorviel Dingsdag „ 19„e heb jk de koningen van Bonij en Ioah, eenige met de wankang aangebragte Chinesche Versnaperingen na den gebruike toegezonden eenige peesentjes afgezonden. woensdag den 20„e Een Briefje van Maros ontfangen, houdende een nieuwe moedwil der Bouiers verder verslag of Berigt van der Boniers moedwillige han„ „delwijze omtrent onze Onderdanen. Voorts viel er tot Donderdag den 28„e niets van aanbelang voor Vrijdag den 29„e Een apart briefje omtrent de op Saleijer aange= „weest zijnde Joramse Vaartuigen na Ambon afgezon„ „den aan de Edele Heer Gouverneur De Boek, ged„t 1 december 1787. zedert welke tijd het al ontworpen is geweest dog. door gebrek aan gelegendheid niet eerder als nu heeft kunnen afgevaardigt worden, Op heden zond jk ook af een briefje aan de Maros Resident BurgGraaff in andwoord van het van daar den 20„e dezer ontfangene schrijvens Maart „ A„o 1788. Maart. Bonijs koning geeft kennis van een aanteregtene feest. wat daar omtrent g'obser„ een plakaat g'emaneerd. Saturdag den 1„e Zondag „ 2„e en. Maandag „ 3„e Nihil, als enkeld dat jk op den 3„e de glarrang van Bontoala acces verleende tegens 'S anderen daags. Dingsdag den 4:e Volgens verleend acces van gisteren kwam bij mijn de Glarrang van Bontoala, verzeld van den zende„ „ling Lamassie, die betuigde Expres door den koning van Bonij gezonden te zijn om mijn onder het doen van zijn groete kennisse te geven dat, buiten eenige onderhoopte verhindering zijn Hoogheid van voorne„ „men is om zijn Oudste Dogter op den 18„e dezer de tanden te laten slijpen: Jk liet hier op den koning onder het doen mijner Contra groete bedanken van de gegevene kom= „municatie en aanzeggen dat jk niet in gebreke zoude blijven om het nodige bij zo een gelegendheid gebruike„ „lijk van wegens de Ekomp„e te observeeren. woensdag den 5„e Heb j/k tot de te doene filicitatie van deze aan„ „staande plegtigheid, bij rondvrage onder de Leden van Politie, gekommitteerdens benoemd en de ge„ „woonlijke geschenken bepaald. Donderdag den 6„e Heb jk door de Twede gezw: Tolk Bewers aan de Saluatang van Bonij en per de oppertolk Deefhout aan de Rijken van Ioah, Sandrabonij en Thain tot narigt afgezonden Exemplaren van het jongst alhier g'emaneerde en op heden gepubliceerde plakaat „veerd.

← previousnext →