VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3818

Japan · 1,296 pages · 258 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3818_0271 view scan ↗

English

235 Anno 1788. March. An envoy from Sumbauwa, what news he brings. Placard against the non-acceptance of the double stuivers sent hither for circulation by Their High Nobilities in Batavia. Friday the 7th and Saturday the 8th nihil. Sunday the 9th Received a note from Maros and answered regarding our Regents attending the upcoming feast of the king of Bonij, should they be requested. Note to Maros. In the afternoon I received a note from the Saleijer Resident Whijts, dated 31 January last, which served as an escort for an envoy from the king and grandees of Sumbauwa arriving hither via Boelecomba on a Sandrabonij vessel. Destined for this place, his own vessel was lost and ran aground over there off Saleijer. This envoy also brought me a letter from the Resident Meurs and one from the king and grandees at Sumbauwa addressed to me, the former dated the 10th and the latter the 6th of December of the past year: That of the Resident mainly contained an account attributing the continuation of the unrest to the slack, slow, indeed indifferent behavior of the Sumbawanese themselves, and on the other hand the praiseworthy conduct overleaf. Anno 1788. March. conduct of the king of Bima, to assist their people as much as possible on our behalf. The Resident of Bima, by that same letter, also informed me that on 30 November last a two-masted vessel had arrived there from Timor with letters for Their High Nobilities in Batavia, which apparently served to communicate some unrest that had arisen there with the native, and whose commander he had therefore advised to try to reach Sumanap or the Pangian as soon as possible, in order to deliver them there for further dispatch. The aforementioned letter from the king and grandees, addressed to me, contained a shameless request to be assisted with another twenty pikols of powder, twenty pikols of lead, and five thousand Rijksdaalders in cash, as well as with armed powder-vessels. To all of which I shall reply as needed. The aforesaid envoy also delivered to me two letters he had to convey, namely one for the king of Bonij and one for the Dato Baringang, accompanied by a male slave. And although this manner of proceeding, or the writing at this time to Bonij by those of Sumbauwa, appeared strange to me, I nevertheless deemed myself obliged to have the same delivered according to their Anno 1788. 25 March. Sandrabonij Samarang Commissioners to Maros to attend the king's feast etc. Letters dispatched to Bima: and also the above-mentioned message to the commissioners at Maros. their address, which I will then have done in the coming days by the secretary Budach, who is to go on a commission to Maros. Monday the 10th Nothing else occurred except the return of the chief interpreter Deefhout from Jan. from Sandrabonij etc.: see the appendices. Tuesday the 11th Received a secret letter with the office ship Hoorn from the Noble Lord Governor of Java Greve, secret letter dated 2 January last, requesting information whether Madurese warriors might at times be needed here. Wednesday the 12th As a consequence of what was made known on the 4th of this month, the secretary of police Budach was dispatched on a commission to Maros, in order to deliver the gifts etc. on the Company's behalf to the king of Bonij, alongside Resident Burg Graaf. On that occasion I also sent him the letters from the king of Sumbauwa and the accompanying male slave noted under the 9th of this month, with an added request to be allowed to inspect them according to custom. Thursday the 13th I dispatched secret letters to Bima via the Malay Intje Dala to the Resident Meurs and at the same time also to the kings of Bima, Sumbauwa, and Dompo, containing together an answer to the letters received from there on the 9th of this month. Toward noon I also dispatched a letter, see the appendices hereof, to the junior merchants Budach and Burg Graaff at Maros, whereby I instructed them to complain to the king Anno 1788. March. of Bonij about the persistent bad conduct of his nephew Batjo Barang etc. Friday the 14th Saturday the 15th nihil. Sunday the 16th Received a note from Aroe Pantjana, see appendices. From Monday the 17th to Tuesday the 25th there was nothing further to record in this matter. Wednesday the 26th Early in the morning, after having completed his commission to Maros, Secretary Budach, who had departed thither on the 12th of this month, returned, delivering to me such written report as is to be found in the appendices hereof, together with the translation copies of the letters written by those of Sumbauwa to the king of Bonij and the Dato Baringang, which the monarch offered me for perusal through the said Budach. After this, toward nine o'clock, appeared the entire court of the Macassar grandees, consisting—apart from the Regent, Craing Data, the Tomilalang, and Craing Barombong, of whom the first had gone to his estate Sipoekasie and the three others were sick—of: The king. The king's son Craeng Bontolancas. Both sons of Craeng Barombong. Craeng Saleemba, the old Shahbandar. Craeng Kabalokang. Craeng

Dutch transcription

235 A„o 1788. Maart. Een afgezant van sumbauwa wat die mede brengd voor tijding plakaat tegens het niet accepteeren van de door Hun Hoog Edelhedens te Batavia na herwaarts ter uitgave„ gezondene dubbelde stuivers. Vrijdag den. 7:e en Saturdag „ 8„e nihil. Zondag „ 9„e Een briefje van Maros ontfangen en b'andwoord omtrent de bijwoning onzer Regenten van het aan= Briefje na Maros. „staande feest van Bonijs koning, zo zij verzogt mogte worden. Snademiddags Ontfing jk een briefje van den Sa= „leijers Resident whijts de dato 31:e Januarij passato dat ingerigt was ten geleide van een over Boelecom„ „ba na herwaarts met een Sandrabonijs Vaar= „ting overkoment Gezant van Sumbauwas koning en Rijksgrooten die na herwaarts gedestineerd zijn eigen vaartuig. voor Saleijer verloren en ginter ge= strand was. Deze afgezondene brogt mijn mede een brief van de Resident Meurs en een van de koning en Rijksgroten te Sumbauwa aan mijn gerigt gedateert de eerste den 10:e en de laaste den 6=e December Anno passato: Die van den Resident hield principalijk in een bedeling van de Continuatie der onlusten toe te schrij= „ven aan de soone en trage Ja onverschillige ge„ „doentens der sumbauwaresen zelfs en het roemwaardig gedrag verte. A„o 1788. Maart. gedrag daar en tegen van Bimas koning, om onzent= „halven haarlieden zo veel mogelijk te assisteeren Bimas Resident gaf wijn bij die zelfde Brief ook kennis dat op den 30„e November passato aldaar van Simor was aangekomen een twee maste vaar= „tuig met Brieven voor Haar Hoog Edelhedens te Batavia die zo het scheen ingerigt waren ter kom= „munucatie geving van eenige geresene Onlusten met den Jnlander aldaar en wiens gezaghebber hij dierhalven geraden had van te probeeren om nog maar hoe eer hoe liever Sumanap dan wel de Pangian te bezeilen tot afgave van dezelve ginter ter verdere bestelling. De Brief van de koning en Rijksgroten voor- „nield aan mijn gerigt, hield in een Onbeschaamd ver„ „zoek om met nog Twintig pikols kruijt, Twin„ „tig pikols Lood en vijf duizend Rijksdaalders aan Contanten mitsgaders met kruitvaartuigen te mogen worden g'assisteert. Op al het welke Jk dan ook het nodige zal antwoorden. voorsz Gezant gaf mijn ook nog over twee in bestelling hebbende Brieven als een voor den koning van Bonij en een voor den Tatot Baringang Ver= „zeld van een Mansslaaf. en of schoon mijn deze handel= „wijze of het schrijven in deze tijd door die van Sum= „bauwle aan Bonij wonderbaarlijk voorkwam, zo re= „kende jk dog gehouden te wezen dezelve na luid van haar - Ao 1788 25 Maart. =drabonij Samarang gekommitt„s na Maros. ier bijwoning van 's konings feest etc schrijvens na Bima afgezonden: en ook wermnstaande Bootschap aan de gekommitteerdens te Maros. haar addresse te laten bestellen, het geen jk dan eerst daags door den na Maros in kommissie te gane sekretaris Budach zal laten doen. Maandag den 10„e Viel niets anders voor als des oppertolks te rugkomst Deefhout te ug van Jan. van Sandrabonij etc: zie de Bijlagen. Dingsdag den 11„e Met het komptoir schip Hoorn een sekreet Briefje ontfangen van den Edelen Heer Iavas Gouverneur Greve sekreet schrijvens van de dato 2=e Januarij passato vragende informatie of men hier zomtijds Madurese krijgers nodig heeft Woensdag den 12„e Js als een gevolg van het bekend gestelde op den 4=e dezer den secretaris van Politie Budach in kommissie na Maros gedepecheert om nevens den Resident Burg Graaf de geschenken ete 'skomp„s wegen af te geven aan den koning van Bonij. die jk ook bij die gelegendheid toezond de Brieven van Sumbauwas koning en daar bij gehorende Mansslaaf onder den 9„e dezer genoteerd, met bijgevoegd verzoek om daar van na den gebruike visie te mogen hebben. Donderdag den 13„e Feb jk per den Maleijer Intje Dala, sekreet schrijvens na Bima afgezonden aan den Resident Meurs en te gelijk ook aan de koningen van Bima, Sumbauwa en Dompo, houdende met eenen andwoord op de op den 9=e dezer van daar ontfangene Brieven Tegens de middag zont jk ook vide de Bijlagen deses, een Brief af aan de onderkooplieden Budach en Burg Graaff te Maros, waar bij jk dezelve Last gaf om bij de koning van Ao 1788. Maart. p Zondag Een Briefje van Aroe Pantana. de kommissie op Maros afgelopen. de koning en groten der Makassaren binnen. nihil. „ 16„e Een Briefje van Aroe Pantjana ontfangen vide Bijlagen. van. Maandag den 17:e tot Dingsdag „ 25„e viel wijders niets te noteeren in dezen. woensdag „ 26„e Smorgens vroeg kwam na volbragte kommissie van Maros terug den onder den 12=e dezer na derwaarts vertroc= kene sekretaris Budach mijn overgevende zodanig schrif= „telijk Rapport als bij de Bijlagen deses te vinden is ne= „vens de Copia translaat Brieven door die van Sumbau= „wa aan Bonijs koning en den Dato Baringa geschreven welke de vorst mijn door gedagte Budach ter lecture liet aanbieden. Vrijdag den 14:e Saturdag „ 15:e Hier na verscheen tegens Negen uuren het geheele Hof der Makassaarsche Groten bestaande, behalven den Rijks„ „bestierder, Ciain Data, den Tomilalang en Craing Ba„ „rombong waar van den eersten na zijn Landgoed sipoeka„ „sie was gegaan en de drie andere ziek waren. in Den koning. 'S konings zoon Eraeng Bontolancas. de Beide zoons van Craeng Barombong Eraeng Saleemba, de oude Sabandhaar Eraeng kabalokang. van Bonij te doleeren over de slegte aanhoudende gedoentens van zijn Neef Batjo Barang etc. Praeng

NL-HaNA_1.04.02_3818_0275 view scan ↗

English

27 Anno 1788 March Kraeng Katapang, Gallarrang Mangasa, Gallarrang Tombolo, Gallarrang Samata, both Gallarrangs of Batoe, Kraeng Pantaranpangie, Daeng Palanga, Anronggoeroe Mandalle, Gallarrang Mapalla, Gallarrang Patjinongang, Daeng Pakoe, Bontoa, and Kraeng Lambeengie, in order to deliver, just as His Highness also did in the name of himself and all the grandees of the realm, the New Year compliments, which had until now been suspended due to the continuous rainy season. After which I regally entertained them all in the presence of the most prominent qualified officials and kept them for dinner, which lasted until four o'clock in the afternoon, when the Prince and his retinue returned home very well contented, with the proper state and under the customary ceremonial. Thursday the 27th: Nothing. Friday the 28th: Dispatched a note to Maros to the Resident, accompanying two letters from the King of Sumbauwa returned to be delivered to the King of Boni, which were received from that Prince for perusal, see the 9th and 12th of this month. Also Anno 1788 March Also dispatched secret correspondence via the Malay Intjesjone to the Bima Resident Meurs, see appendices, along with 2 chests with Their High Excellencies' presents for the kings of Bima and Dompo. Saturday the 29th: Received correspondence from Bima Resident Meurs dated the 1st of this month, stating that affairs on Sumbauwa were still in the same condition as mentioned in his last letter, but that there was now good hope to bring affairs yonder to a desired conclusion with the relief obtained from the ship De Neptunus and the help of the rulers from across the sea who are crossing over there with their forces; the two war frigates Te Lijnt and De Pijl not yet having arrived yonder. After this, the Sulewatang of Bontoala also sent me, via a Boni interpreter, a most inappropriate and shameless message from Boni's king, containing some raised objections against the recently issued placard regarding the unwillingness to accept the Company's coin, principally amounting to the claim that a Governor, to the Company's humiliation, was obliged to take the opinion or advice of this king before the publication of such an edict, which, according to the true meaning of the Bongaya Contract, was never the intention nor could have been, for which reason I replied to this message, which was as unreasonable as it was delivered to me merely through a common interpreter: 29 Anno 1788 March that, this arrangement having been made according to the tenor of the Bongaya Contract, it was therefore the duty of the Bonians to regulate themselves accordingly, which now finally ought to happen once and for all, since all too often for so many years in succession people have been troubled by their doing with this article, to the notable detriment of the Company's servants and inhabitants. Subsequently, around 9 o'clock, after access was granted beforehand, the Queen Regent of Thain also appeared to deliver the customary New Year compliment, on which occasion that princess urgently requested of me that, as she has already reached a very great age, upon her future decease, her grandson named Hassan Oedien, nine years old and begotten of her natural daughter by the one of Sidenreng, might succeed in her place as Regent of the kingdom of Thain, which I promised this well-meaning old matron to keep in mind. Sunday the 30th and Monday the 31st: Nothing occurred to note in this, before April. Anno 1788 April From Tuesday the 1st until Friday the 4th: Nothing of any importance occurred. Saturday the 5th: On the proposal of the Bulukumba Resident van Diemar, I approved the appointment of a new Regent for the village of Tala, belonging under the district of Pantarang, who was sent here for that purpose, see letter sent thither. Furthermore, from Sunday the 6th to Tuesday the 15th: Nothing occurred. Wednesday the 16th: Received secret correspondence from Bulukumba Resident van Diemar regarding the pantchiallang Het Beleed, which ran aground at Buton and was destined from Batavia to here, see appendices and the secret resolution taken on it this very day. From Thursday the 17th to Wednesday the 23rd: Furthermore nothing of importance occurred. Thursday the 24th: In the afternoon, received secret correspondence from Their High Excellencies via the Malay Intje Bolijn. Friday the 25th: Dispatched thither, via the Malay Intje Abdulla, the secret rescription of last year and a further separate note in response. From Saturday the 26th to Wednesday the 30th: Likewise nothing of note occurred. 21 May

Dutch transcription

ens 27 A:o 1788 Maart Eraeng katapang. Glarrang Mangasa Glarrang Tombolo. Glarrang Samata de beide glarrangs Batoe Craeng Pantaranpangie Daeng Palanga Anrongoeroe Mandalle Glasrang Mapalla Glarrang Patjinongang Daeng Pakoe Bontoa en. Eraeng Lambeen-gie Om gelijk zijn Hoogheid ii't Naam van hem en alle de Rijksgroten ook dede, het Nieuwjaars Compliment, door de aangehouden Regentijd tot nog toe opgeschort, af te leggen. Waar na jk z'allen ten bijwezen van de voor„ „naamste gequalificeerdens deftig heb onthaald en smiddags ten Eeten gehouden, dat geduurd heeft tot 'snamiddags vier uuren, wanneer de Vorst en de zijne met de behoor= „lyke statie en onder het gewone Ceremonieel zeer ver= „genoegd naar hunnent te rug keerde. Donderdag den 27„e Nihil Vrijdag - - „ 28„e Na Maros afgezonden Een Briefje aan den Resident ten geleide van twe in bestelling aan den koning van Bonij Een Briefje na Maros. + te rug gaande en van dien Vorst ter lectuere ontfangene Brieven van den koning van Sumbauwa vide den 9„e en 12„e dezer. Ook Ao. 1788 Maart. schrijvens na Bima. en dito van daar. verwaarde Bootschap van Bonijs koning. over het geld-plakaat. Ook sekrieet schrijvens per den Maleijer Intjesjone na den Bimas Resident Meurs afgezonden vide Bijlagen. nevens 2 kassen met Hun Hoog Edelhedens geschenken voor de koningen van Bima en Dompo Saturdag den 29„e Schrijvens van Bimas Resident Meurs ontfangen de dato 1„e dezer, bedelende dat de zaken op Sumbauwa nog in de„ „zelve toestand verzeerde als bij zijn laaste schrijvens vermeld was, dog dat er nu goede hoop was om met het erlangde ontzet van het schip De Nephtunus en hulje der mede na derwaarts met hun magt over te gane Over= „walsche vorsten, de zaken ginter tot een gewenscht einde te brengen. wezende de Twee oorlogs Fregatten Te Lijnt en de Pijl nog niet ginter aangekomen. Hier na zond ook de Saluatang van Bontoala mijn met een Bomische tolk een aller ongepaste en onbe= „schaamste Bootschap van Bonijs koning, behelsende eenige g'opperde zwarigheden tegens het Jongst. g'emaneer= „de plakaat omtrent de onwilligheid in het accepteeren, van 'skomp„s Munt principalijk hier op uitkomende als of een Gouverneur tot 's Maatschappijs vernedering bevoegd was, voor de uitgave van diergelijk bevelschrift het gevoelen of advis van dezen koning in te nemen, dat na den waren zin van het Bongaische kontract, nooit de mening is geweest of geweest kan zijn, waaromme jk dan op deze zo onbillijke als mijn maar met een gemeene tolk toegezondene Bootschap ten antwoord gaf: 29 A„o 1788 Maart. visite van Thains Regen„ =tesse en verzoek. gaf dat deze inrigting na den teneur van het Bongaijse kontract geschied zijnde het dus der Boniers pligt was zig daar na te reguleeren, het geen nu eens eindelijk dien„ =de te geschieden, dewijl men maar al te dikwils zo veel Jaaren agter een door haar toedoen met dit Artikel is g'brouilleert geweest tot merkelijke schade van 'skomp„ Dienaaren en Jngezetenen Vervolgens verscheen ook tegens 9 uuren na voor afgege„ „vene acces de koninginne Regentesse, van Thain ter aflegging van het gewoonlijke Nieuwjaars Compliment, bij welke gelegendheid mijn die vorst in instantig verzogt heeft dat daar zij al zeer hooge Jaren bereikt, bij voor= „komend overleiden van haar, haar kleinzoon in na= „me Hassan Oedien oud Negen Jaren en door die van Sidenreng bij haar lijvelijke Dogter geprocueëert in haar plaats als Regent van het Sunsdom Thain mogte succedeeren. het geen jk deze oude welmenende Mattrone beloofde in gedagten te zullen houden. Zondag den 30„e en Maandag „ 31„e viel niets in dezen te noteeren, voor April A„o 1788. April. Vrijdag Zondag den 6„e fet: Woensdag Van Dingsdag den 1„e tot. „ 4=e passeerde niets van eenig aanbelang. Saturdag „5„e Neb jk op voordragt van den Boelecombas Resident van Diemar g'approbeert de aanstelling van een ten dien einsi na herwaarts overgezondene Nieuwe Regent van de onder het district van Pantarang gehorende Negorij Tala. vide Brief na derwaarts. Wijders viel van. Dingsdag „ 15:e niets voor. Woensdag „ 16„e Sekreet schrijvens van Boelecombas Resident van Diema„ ontfangen wegens de op Bouton vervallene en van Ba= „taira na herwaards gedestineerde Pantjallang Het Beleed, vide Bijlagen en de daar op nog op heden genomene Schrete Resolutie van Donderdag den 17„e tot „. 23„e passeerde wijders niets van aanbelang. Donderdag „ 24=e Snamiddag sekreet schrijvens van Haar Hoog „Edelhedens per de Maleijer Intje Bolijn ontfangen Vrijdag den 25:e De voorjarige seprete rescriptie en een nog nader apart Briefje daar en tegen na derwaarts afgezonden per den Maleijer Intje Abdulla van woensdag „ 30: e is almede niets van Remarcque voorgevallen Saturdag den 26:e tot 21 Mai ƒ Ti

NL-HaNA_1.04.02_3818_0279 view scan ↗

English

31 May Message from the State captain Meurer who ran aground hereabouts. How this was dealt with. Letters from Batavia. Secret letters to Batavia. Thursday the 1st early in the morning came to me the Lieutenant who arrived here during the night with a boat from the State War Frigate De Lijnx, destined via Bima and Sumbauwa to the Moluccos with the Brig De Pijl, to make known on behalf of Captain Meurer their grounding at or around the Pater-Nosters Islands and to request a pilot and relief of fresh water of which they were in want, all with what was immediately undertaken by me in that matter being described more broadly in its particulars in the report made this day by my order to the members of the Political Council. In the afternoon I received via Java by the burgher Steijns a secret circular letter from Their High Excellencies dated the 12th of February of this year, along with three more copies for Amboina, Banda and Ternaten. From Friday the 2nd to Tuesday the 6th there was nothing to note. Wednesday the 7th in the evening I received by a letter from Captain Meurer mentioned under the 1st of this month communication that he intended to return to Sourabaija, etc., see Appendices. Thursday the 8th original secret letters sent to Batavia by the burgher Sergeant Geesdorp, as well as the duplicate of the original sent with the Malay Abdulla on the 25th of April. Friday Anno 1788. 7 Anno 1788. May Sent with complaints. What was done therein. A strange chap received from the king of Boni. How this was dealt with. Friday the 9th nothing. Saturday the 10th with the burgher Ensign De Siso, duplicate secret letters sent off to Their High Excellencies, duplicate thereof. From Sunday the 11th to Monday the 19th there was nothing to note. Tuesday the 20th I received from the former Ternate Second Hemmekam, who is at Saleijer, a letter containing complaints that the king of Boneratte was withholding a great part of his goods until such time as he should have obtained orders regarding their surrender from the Company and Boni, with an added request to be pleased to assist him herein, a letter from Hemnekam. Whereupon I also on the following day, Wednesday the 21st, sent the second sworn interpreter Bewers to Maros to the king of Boni to request him to issue orders for the release of those goods. Thursday the 22nd nothing. Friday the 23rd I received from the Maros Resident BurgGraaf a letter conveying a chap from the king of Boni which he sent to me for the burgher Duverne for the recovery of some of his runaway slaves. But since this chap or letter was addressed to Arve Mampoe with the title of Regent over the Macassars dwelling in the mountains, and neither the Company nor a Governor can recognize this instrument for such, May 33 Anno 1788 A separate letter to Samarang. Order from the king of Boni to that of Boneratte regarding the goods of Hemmekam. Friday the 30th Envoys from Boetong. I have withheld that chap and written to the aforesaid Resident to present these reasons of mine, grounded in right and fairness, to the king when occasion arises. From Saturday the 24th to Tuesday the 27th there was nothing to note herein, except that by the Wadjoese Saleman I sent off a separate letter to Samarang to the Honorable Governor Greve. Wednesday the 28th the aforesaid Bewers returned from Maros with a letter from the king of Boni to the one of Boneratte which, according to report, was to contain orders for the surrender of the goods of Hemmekam mentioned under the 20th of this month. Which letter I then also sent by the Company's messenger Poea Wage via Boelecomba to the oft-mentioned Hemmekam, under the necessary instructions in that regard as to how he was to act further in this matter. Thursday the 29th and Friday the 30th nihil. Saturday the 31st the envoys of Boetong arrived in the roads, and with them returned as usual the Sergeant Extirpator Hendrik Willem Martin, who handed me such a written report of his proceedings as can be seen in the Appendices hereof. June Anno 1788. June. Letters from Boelecomba. Reception of the Boetonese envoys. Particular conference with the same. A secret letter to Batavia. Sunday the 1st I received by a private letter received overland from the Boelecomba Resident van Diemar, dated the 25th of May last, report that in the afternoon of the 24th Captain Meurer had been lost from sight close to the Boeseroens, that His Honor was presumed to be already at Bouton and in half a month at Ternaten. Monday the 2nd I received with the customary ceremonial in the castle the aforementioned Boutonese envoys, who handed to me with a proper compliment the letter brought along from the king and grandees of the realm, which is of such content as may also be inspected among the Appendices hereof. Tuesday the 3rd and Wednesday the 4th nothing occurred. Thursday the 5th I held such a conference with the recently arrived Boutonese envoys concerning a certain suspect writing mentioned in the letter received from the king and grandees of the realm, as shown by the notes kept thereof by the chief interpreter Deefhout, see Appendices. From Friday the 6th to Sunday the 8th nothing passed. Monday the 9th a message received from the Datu of Tidenreng. See the secret letter gone off this day to Their High Excellencies. Tuesday

Dutch transcription

31 Mai bootschap van de hier omstreeks vervallene hands kapitain Meurer hoe daar omtrent gehandeld. Schrijvens van Batavia. sekreet schrijvens na Batavia. Donderdag den 1„e Smorgens vroeg kwaem bij mijn de van de Nagt hier met een schuit aangekomene Luitenant van het over Bima en Sumbauwa na de Moluccos met de Brik De Pijl gedestineerde 'sLands Oorlogs Fregat De Lijnx om uit Naam van den Heer kapitain Meurer bekend te en maken hun verval bij of omstreeks de Pater-Nosters Eilanden en verzoek te doen om een Loots en ontzet van vers water waar aan zij gebrek hadden, alles met het geene daar omtrent terstond door mijn in het werk is gesteld breder in zijn omstande beschreven bij de op heden ter mijner ordre bij de heeden van den Politicquen Raad gedane Ronderage Snamiddags ontfing jk over Iava per den Burger Steijns Een sekreet Circulair briefje Hunner HoogEdel= „hedens van den 12„e februarij deses Jaars nevens nog drie stuks voor Amboina, Banda en Ternaten. van. Vrijdag den 2=e tot Dingsdag „ d„e Viel niets te noteeren. Woensdag „ 7„e Savonds Ontfing jk per een briefje van de onder den 1„e dezer vermelde kapitain Meurer kommunicatie dat voornemens was na Sourabaija te rug te Heeren etc. vide Bijlagen. Donderdag den 8=e Origineel Sekreet schrijvens na Batavia verzonden per den Burger Sergeant Geesdorp als mede het dupli= „caat van het met den Maleijer Abdulla den 25„e April verzondene Origineel. Vrijdag A„o 1788. 7 A„o 1788. Mai verzonden met klagten wat daar in gedaan een wonderlijke sjap van Bouijs koning ontfangen hoe daar omtrent gehandeld. Vrijdag den 9„e Nihil. Saturdag „ 10„e Met de Burger Vendrig De Siso, duplicaat sekreet schrijvens aan Haar Hoog Edelhedens afgezonden van duplikaat daar van Zondag den 11:e Tot Maandag „ 19=e viel niets te noteeren Dingsdag „ 20:e Ontfing jk van den te Saleijer zig bevindende gewezene Ternaatsch Sekunde Hemmekam een briefje houdende klagten dat Bonerattes koning een heel deel zijner goederen aanhield tot tijd en wijle hij ordre wegens dies afgave van de komp:e en Bonij zoude hebben erlangd, met bij= „gevoegd verzoek hem hier inne te willen behulpt aan zijn een briefje van Hemnekam: Waar op Jk dan ook 'sdaags daar aan. Woensdag den 21„e de twede gezw: tolt Bewers na Maros bij de ƒ koning van Bonij zond om ordre te willen stellen tot largatie van die goederen Donderdag den 22:e nihil Vrijdag „ 23:e Ontfing sk van den Maros Resident BurgGraaf een briefje ten geleide van een sjap van Bonijs ko= „ning dat hij voor den Burger Duverne ter weder= krijging van eenige van hem gedroste slaven mijn toe= „zond. . Dan dewijl dit sjap of Briefje g'addresseert was aan Arve Mampoe, met den Titul van Rijks= „bestierder over de in de gebergtens zig ophoudende Makassaren en de komp„e nog een Gouverneur dit Jnstrument Maij 33 A„o 1788 een apart briefje na samarang.. ordre van Bonijs koning. aan die van Boneratte: wegens de goederen van Hemmekam. Vrijdag - - „ 30=e Gezanten van Boetang. Jnstrument daar voor niet kan erkennen, zo heb jk dat Jap aangehouden en den Resident Voormeld geschie „ven deze mijn op regt en billijkheid gegronde redenen bij gelegendheid de koning voor te stellen. van Dingsdag „ 27„e Viel niets in dezen te noteeren, als dat jk per den Wadjorees Saleman een apart briefje na Sa= „marang aan den Ed: Heer Gouverneur Greve afzond. Saturdag den 24„e Feb Woensdag den 28„e kwam ged=e Bewers van Maros te rug met een Brief van Bonijs koning aan die van Boneratte die, volgens zeggen, zoude inhouden ordre tot afgave van de onder den 20„e dezer vermelde Goederen van Hemmekam. welk brief jk dan ook per 'skomp:s zendeling Poea wage over Boelecomba meermelden Hemmekam toezond onder het diendwegen nodige aan„ „schrijvens hoe verder in dezen te handelen had Donderdag den 29„e en Enchil Saturdag „ 31„e arriveerde ter Rheda de Gezanten van Boetong en kwam daar mede te rug na gewoonte de sergeant Ex= „tirpateur Hendrik willem Martin, die mijn overhandig= „de zodanig een schriftelijk Rapport zijner verrigtingen als bij de Bijlagen dezes te zien is. Junij A„o 1788. Junij. schrijvens van Boelecomba. Receptie der Boetonijse gezanten. bij sondere Conferentie met dezelve. een sekreet Briefje na Batavia. Bondag den 1„e kreeg jk bij een over Land ontfangen partikulier briefje van den Boelecombas Resident van Diemar de dato 25„e Maij J„oleden berigt dat snamiddags den 24=e digt bij de Boeseroens uit gezigt was ge= „raakt de Heer kapteijn Meurer, dat zijn Edele na gedagten reets op Bouton zoude wezen en in een halve maand op Ternaten. Maandag den 2„e Recipieerde Jk met het gewone Ceremonieel in het kasteel de voorm: Boutonse Gezanten die mijn met een behoorlijk Compliment overhandigde de Brief van de koning en Rijksgroten mede gebragt, dewelke van zodanigen inhoud is als almede onder de Bijlagen deses te b'oogen is. Dingsdag den 3„e en woensdag „ 4=e Viel niets voor Donderdag „ 5=e heb jk met de jongst aangekomene Boutongse Gezanten zodanige Conferentie over zekere bij 's konings en Rijksgroten ontfangene brief vermeld suspect ge„= „schrift gehouden, als de daar van door den oppertolk Deefhout gehoudene aantekening; vide Bijlagen, aan„ „wijst. van. Vrijdag den 6:e tot Zondag „ 8„e passeerde niets. Maandag „ 9„e Een Bootschap van den Dato van Tidenreng ont= „fangen. vider de op heden aan Hun Hoog Edelhedens afge „gane Sekrete Brief. Dingsdag

NL-HaNA_1.04.02_3818_0283 view scan ↗

English

Anno 1788: June Deafhout to the South Tuesday the 10th. The Chief Merchant Deefhout departed for the Southern Districts, both to conduct the annual census and to collect the tithes in the Makassarese lands, and at the same time to urge those of Sandrabonij to make some payment toward their debt to the Honorable Company. Also sent the duplicate of the separate original letter that departed the day before yesterday to Their Right Excellencies via the citizen Kroekwits. Duplicate letter to Batavia. Wednesday the 11th, Thursday the 12th, Friday the 13th, and Saturday the 14th. Nothing noteworthy occurred during these days. Sunday the 15th. The pantjallang De Maria returned from Bima and Sumbawa with a separate letter from the Resident Meurs dated the 7th of this month concerning the situation there, etc. Reports from Sumbawa. See the resolutions taken in that regard on this day and also on Resolutions taken thereon Monday the 16th, a separate letter was dispatched to Their Right Excellencies in Batavia via the citizen Johannes Ulrich. Letters to Batavia Tuesday the 17th. Nothing. Wednesday the 18th. Lieutenant Heilman was dispatched back to Sumbawa with the well-armed pantjallang De Maria. And to Sumbawa See the outgoing separate letter to the Resident Meurs to be found among the annexes hereof, of which letter the duplicate was also dispatched on this day with a native vessel. Anno 1788. June of which letter the duplicate was also dispatched on this day with a native vessel. A. V. Leena Qualified Clerk Agrees 36 also in duplicate. Anno 1788. June of which letter the duplicate was also dispatched on this day with a native vessel. Agrees A. V. Seena Qualified Clerk 36 also in duplicate. Anno 1788. June of which letter the duplicate was also dispatched on this day with a native vessel. J. V. Seena Qualified Clerk Agrees 36 also in duplicate. Annexes Separate 3 belonging to the Secret Daily Register from the 13th of October 1787 to the 18th of June Anno 1788. Copy No. 9 Letter from the Saleyer Resident Wlijte to the Honorable Governor dated the 14th of October Anno 1787, folio 1 Letter from the Bima Resident Meurs to the Honorable Governor and Council dated the 17th of October 1787, folio 2 Translation of a Malay letter written by the Resident of Bima to the Gusti of Karangasem written at Sumbawa [illegible] November 1787, folio 5 Letter from the Chief at Banjarmasin Hofman to the Honorable Governor dated the 24th of August Anno 1787, folio 7 Letter from the same to the Honorable Governor and Council here dated the 24th of August Anno 1787, folio 9 Letter from the Saleyer Resident Whijfe to the Honorable Governor dated the 20th of October 1787, folio 10 Letter from the Boelecomba Resident van Dieman to the Honorable Governor dated [illegible], folio 11 The reply of the Honorable Governor to the letter of the Boelecomba Resident dated the 5th of November 1787, folio 12 Letter from the Maros Resident Burggraaff to the Honorable Governor and Council here dated the 5th of November 1787, folio 13 Letter from the Saleyer Resident Wlijte to the Honorable Governor [illegible], folio 14 Letter from the Honorable Governor to the Resident at Maros dated the 14th of November 1787, folio 15 Letter from the Boelecomba Resident van Dieman to the Honorable Governor dated the 21st of November 1787, folio 16 Register of the Annexes belonging to the Main Letter and the Secret Daily Register of Castle Rotterdam, dispatched the 30th of June Anno 1788. The reply of the Maros Resident to the letter of the 14th of November last from the Honorable Governor, dated the 10th of December 1787, folio 17 The reply of the Honorable Governor to the aforementioned letter of the Maros Resident, dated the 13th of December 1787, folio 20 Translation of a Buginese letter written by Prince Arou Pantjana to the Honorable Governor, without date, folio 22 The reply of the Right Honorable Governor to Arou Pantjana, dated the 15th of December 1787, folio 23 Letter from the Maros Resident Burggraaff to the Honorable Governor, dated the 20th of December 1787, folio 24 Letter from the Maros Resident Burggraaff to the Honorable Governor, dated the 29th of December 1787, folio 25 The reply of the Honorable Governor to the aforementioned letter of the Maros Resident, dated the 2nd of January 1788, folio 29 Translation of a Buginese letter written by Arou Pantjana to the Honorable Governor, dated the 3rd of January 1788, folio 31 The reply of the Honorable Governor to the aforementioned letter of Arou Pantjana, dated the 5th of January Anno 1788, folio 33 Letter from the Maros Resident Burggraaff to the Honorable Governor, dated the 5th of January 1788, folio 34 The reply of the Honorable Governor to the letter of the Maros Resident Burggraaff, dated the 7th of January 1788, folio 36 Translation of a Buginese letter written by Arou Pantjana and the Addatuang of Sidenreng to the Honorable Governor, without date, folio 37 The reply of the Honorable Governor to the letter of the aforementioned Arou Pantjana and Datu of Sidenreng, dated the 9th of January 1788, folio 38 Letter from the Maros Resident Burggraaff to the Honorable Governor, dated the 14th of January Anno 1788, folio 39 Letter.

Dutch transcription

A„o 1788: Junij Deafhout na de Zuid Dingsdag den 10„e Js den oppertelk Deefhout na de Zuider Districten verstrokken, zo tot het doen der Jaarlijkse zielbeschrijving als het doen der verthiening in de Makassaarse Landen en die van Sandrabonij te gelijk aan te manen tot eenige afbetaling van hun Debet aan d' Ed: komp=e Ook het duplikaat van het op eergisteren afgegane Origineel apart briefje aan Hun Hoog Edelhedens per dupl:t Briefje na Batavia. den Burger kroekwits afgezonden. Woensdag den 11 e Donderdag „ 12„e Vrijdag „ 13„e en Saturdag „ 14„e Viel niets voor in dezen noterenswaardig. Zondag. „ 15:e Reverteerde de Pantjallang de Maria van Bima en sumbauwa met een aparte brief van den Resident berigten van sumbauwa. Meurs de dato 7„e dezer wegens den toestand ginter etc. vide de op heden daar omtrent genomene besluiten en besluiten dar op genomen nog op Maandag den 16=e afgezondene apart briefje aan Hunne Hoog Edelhe: schrijvens na Batacia „deus te Batavia per den Burger Iohannes Ulrich. Dingsdag den 17„e Nihil Woensdag den 18„e Den Luitenant Heilman met de wel g'armeerde Pantjallang De Maria weder na Sumbauwa gede„ en na sumbauwa „pecheert. vide afgaande aparte brief aan de Resident Meurs onder de Bijlagen dezes te vinden van A„o 1788. Junij een Jnlandsch vaartuig afging. van welk brief het duplikaat ook nog op heden met AV Leena g klerk Accordeert 36 ook in duplo. A„o 1788. Junij een Jnlandsch vaartuig afging. van welk brief het duplikaat ook nog of Accordeert AV Seena g'klerk 36 ook in duplo. A„o 1788. Junij van welk brief het duplikaat ook nog of een Jnlandsch vaartuig afging. J„V Seena g klerk Accordeert 36 ook in duplo. Bijlagen Aparte 3 gehorende tot het Sekreet Dag-Register van den 13:e October 1787 tot den 18„e Iunij Anno 1788. Copia N„ - 9 Brief van den Saleijers resident wlijte aan den Heer Gouverneur de dato fo 1 14„e october Ao 1787 Brief van den Bimas resident Meurs aan den Heer Gouverneur en Raad de dato 17:e October 1787 _ — — — — — — „ 2 Translaat Maleidsch brief geschreeven door den Resident van Bima, Aan den Justi van Karangasjang geschreeven te - sumbauwa lbo vor7 -- „ 5 Brief van t' opperhoofd te Banjermassing Hofman aan den Heer Gouverneur de dato 24.:e Augustus Ao 17817 - - - - - „ 7 Brief van als Even aan den Heer Gouverneur en Raad alhier de dato 24 Augustus Anno 1787 -- –„ 9 - Brief van den saleijers resident whijfs aan den Heer Gouverneur de da to 20 october 1787. - „ 10 Boif van den Joletombas reset van iemar aen den he uamnense at t Tantwand van den Hee Gouiverneur op de brief van boeleon bas resident deset 5: vormn 1 Brief van den maars resident Burg Gaasf aan den Heer ouverneur en Baad alhier de dato 5: November 1787 _ _ _ _ - - - - „ 13 Tief va de soliger resent wijs van de de omneue t er Brief van den Heer Gouverneur aan den resident te mans de dato 14 November 1737 -— „ 15 Brief van den bolecombas resident van dimnar an e e oudveneur de dato 2:' Novemb 17 „ 16 „te Brief en het Sekreet Dag- Register des kasteels Rotterdam afgezonden den 30=e Junij A.„o 1788. Register der Bijlagen gehevende tot de Hoor„ Tantwoord 'T antwoord van den maros resident op de brief van den 14:e November Jongst Leeden van den Heer Gouverneur de dato 10„e december 1787 - - - - fo 17 Het antwoord van den Heer Gouverneur op Even gem: brief van den maros resident de dato 13' december 1787 — — — — - - - „ 20 Translaat Boeginees brief geschreven door den Prins Arou Pantjana aan den Heer Gou„ „verneur zonder datum – - - - - - - - „ 22 's antwoord van den welE dele Agtbaren Heer Gouverneur aan Aroupantjana de dato 15: December 1787 - - - - - - - - - - „ 23 brief van den maros resident Burgsgaags aan den Heer Gouverneur debato 20 decem:r 187. „ 24 brief van den maros resident BurgGraaff an den Heer Gouverneur de dato 29 decem„r 1787. - „ 25 't antwoord van den Heer Gouverneur op Even gem: brief van den maros resident de dato 2„e Januarij 1788 – – – – – – – – – – – „ 29 — . „ Translaat boeginees brief geschreeven door Arou Pantjana aan den Heer Gouverneur de dato 3„e Januarij 1788 – – – – – – – – – – –„ 31 't antwoord van den Heer Gouverneur op de gem: brief van Arou Pantjana de dato 5e 5„ Januarij Ao 1788 – – — — — — — — —„ 33 Brief van den maros resident BurgGraaf aan den Heer Gouverneur de dato 5:e Januarij 1748 „ 34 t' antwoord van den Heer Gouverneur op de brief van maros resident Burg haale / de da to 7:e Januarij 1788 - - - - - - - - - - - - - „ 36 Translaat Boeginees brief geschreven. door Arou Pantjana en den Adatouang van siden„ „reng, aan den Heer Gouverneur zonder datum - - - „ 37 't antwoord van den Heer Gouverneur op de brief van Even gen: Arou Pantjana en Datou Sidenreng de dato 9e Januarij 1788 - – – – – – – „ 38 brief van den maros resident Burgh raast aan den Heer Gouverneur de dato 14 Januarij anno 1788 - - - - „ 39 Brief.

NL-HaNA_1.04.02_3818_0295 view scan ↗

English

Letter from the Saleyer resident Whijts to the Governor dated 10 January 1808 folio 41 Letter from the Governor to the Ambon Governor De Bock dated 1 December 1787 folio 42 Letter from the Maros resident Burg Graff to the Governor dated 17 February 1788 folio 43 Written justification of Deefhout regarding the untruthful statement made by the Boniers dated 21 February 1788 folio 46 Letter from the Governor to the Maros resident Burggraaf dated 29 February this current year folio 48 The Maros resident's answer to the just-mentioned letter dated 8 March in the year 1788 folio 49 Letter from the Governor to the Maros resident Burggraaf dated 9 March 1788 folio 51 Letter from the Saleyer resident Wijts to the Governor dated 31 January 1788 folio 52 [illegible] Copy of a circular letter from Timor's Chief van Este to the respective chiefs and servants of Java's Northeast Coast or elsewhere dated 22 October in the year 1787 folio 56 Translation of a Malay letter written by the King and grandees of Sumbauwa to the Governor, dated 6 December 1787 folio 57 Report from the Chief Toll Collector Deefhout to the Governor regarding his executed commission to Sanduabonij dated 10 March 1788 folio 58 Letter or the answer from the Governor to the letter of the Bima resident Meurs dated 11 March in the year 1788 folio 60 Letter from the same as above to the King and grandees of Bima dated as mentioned folio 62 Letter from the same as said to the King and grandees of Dompo dated as above folio 63 Letter Letter from the same as mentioned on the other side to the King and grandees of Sumbauwa dated 11 March in the year 1788 folio 64 Letter from Java's Governor Greeve to the Governor here dated 2 January 1788 folio 65 Letter from the Governor to the Commissioners who are at Maros with the King of Bonij dated 13 March in the year 1788 folio 66 Translation of a Buginese letter written by Arou Pantjana to the Governor dated 5 March in the year 1788 folio 67 Report from the Commissioners Budach cum sociis reporting their actions with the King of Bonij at Maros to the Honorable Worshipful Sir dated 21 March 1788 folio 68 Copy translation of a Malay writing written by the King and grandees of Sumbauwa to the King of Bonij dated the 28th day of the month of Safar 1201 folio 71 Copy translation of a Malay writing written by the same as above to Patoe Baringang dated as mentioned folio 72 Letter from the Governor to the Maros resident Burggraaf dated 28 March 1788 folio 73 Letter from the same as above to the Bima resident Meurs dated 24 March 1788 folio 74 Letter from the Bima resident Meurs to the Governor dated 1 March 1788 folio 75 Private letter from the Governor to the Bima resident Meurs dated 29 March in the year 1788 folio 78 Letter to the Boelecomba resident van Diemar from the Governor dated 6 April 1788 folio 79 Resolution of 16 April 1788 taken in the Council of Policy at Makassar folio 80 Extract Extract from a private letter from the Boelecomba resident van Diemar to the Governor dated 8 April 1788 folio 84 Letter from the Boelecomba resident to the Governor and Council here dated 8 April 1788 folio 85 Private letter from the Boelecomba resident to the Governor dated 9 April 1788 folio 87 Letter from the Saleyer resident Whijts to the Governor dated 10 April 1788 folio 89 Letter from the Boelecomba resident to the Governor dated 10 April 1788 folio 91 Letter from the Governor and Council to the Boelecomba resident van Diemar dated 17 April 1788 folio 94 A letter from the same as mentioned to the Saleyer resident Whijts dated 17 April 1788 folio 96 Letter from the Saleyer resident to the Governor dated 21 April 1788 folio 97 Resolution taken in the Council of Policy at Makassar on the 1st of May folio 98 Extract of a private missive written by Soerabaja's Chief Barkeij to the Governor Reijke, with respect to the Country's war frigates the Lijn, and the Pijl, dated 3 April 1788 folio 100 Extract of a Boelecomba letter of 20 September in the year 1787 Extract of the answer thereto of 7 October 1777 having relation to the native Badoe folio 103 Declaration Letter from the same as mentioned on the other side to the King and grandees of Sumbauwa dated 11 March in the year 1788 Letter from Java's Governor Greeve to the Governor here dated 2 January 1788 Letter from the Governor to the Commissioners who are at Maros with the King of Bonij dated 13 March in the year 1788 Translation of a Buginese letter written by Arou Pantjana to the Governor dated 5 March in the year 1788 Report from the Commissioners Budach cum sociis reporting their actions with the King of Bonij at Maros to the Honorable Worshipful Sir dated 21 March 1788 Copy translation of a Malay writing written by the King and grandees of Sumbauwa to the King of Bonij dated the 28th day of the month of Safar 1201 Copy translation of a Malay writing written by the same as above to Patoe Baringang dated as mentioned Letter from the Governor to the Maros resident Burggraaf dated 28 March 1788 Letter from the same as above to the Bima resident Meurs dated 24 March 1788 Letter from the Bima resident Meurs to the Governor dated 1 March 1788 Private letter from the Governor to the Bima resident Meurs dated 29 March in the year 1788 Letter to the Boelecomba resident van Diemar from the Governor dated 6 April 1788 Resolution of 16 April 1788 taken in the Council of Policy at Makassar Extract

Dutch transcription

Brif van den Zalijere resident Whijts aan den Heer ouverneur de dato 10 Januarij 18 pbs 41 brief van den Heer Gouverneur aan den Ambons Heer Gouverneur De Bock de dato 1„e December 1787 brief van den Maras resident Jurg Graff aan den Heer Gouverneur de dato 17e febr: 178. — „ 43 Schriftelijke verantwoording van Deefhout op der Boniers gedane leugenagtige opgave de dato 21: febr 1788 . . „ 46 Brief van den Heer Gouverneur aan den maros resident Burgjaaafs de dato 29:e febru„ „arij lb vese „ 48 'tanswoord van den maror resisent op Even gem: brief de dato 8:' Maart Ao 183. - „ 4 9 brief van den Heer Gouverneur aan den maros resident burghjraapt de dato 9:e Maart 1788. - „ 51 brief van den saligas residens wijs aan den Hee ouvrneur dedato 31 Januarij1730 „ 12 doe nen Jne bedens Mensom en en ouen ato e cee Copia Circulaire brief van Timors opperhoofd van Este aan de respective opperhoofden en bediendens van Javas Noordoost kust ofte Elders de dato 22: october A:o 1787 - - - - - - - „ 56 Translaat maleids brief gescreeven door den koning en Rijksgrooten van sumbauwa aan den Heer Gouverneur, de dato 6 december 1712- „ 37 Berigt van den oppectolr Deefhout aan den Heer Gouverneur omtrent zijn gedane Commissie na Sanduabonij de dato 10 Maart 17887 „ 58 brief ofte het antwoord van den Heer Gouverneur op de brief van den bimas resi„ „dent Meurs de dato 11 Maart anno 1788 - - - „ 60 brief, van als Even aan de koning en Rijksgrooten van bima de dato als gemeld„ brief nan als ge zigdaandekoning en Rijesgroten van sonjoo de dato als boven - - - „ 63 –„ 42 brief Brief men als omme gemeld aan de koningen Ruiksgroten van Sumbauwa den dato 11„e ƒ0 64. Maart anno 1788 brief van den Heer Javas Gouverneur Greeve aan den Heer Gouverneur alhier de dato 2:e Januarij 1788. — „ 65 „ Brief van den Heer Gouverneur aan de Gekommitteerdens die op Maros bij de koninegn van Banij zijn de dato 13 Maart A:o 1788 - - - - „ 66 Translaat Jouginees brief geschreeven door Arou Pantjana aan den Heer Gouverneur de dato 5e Maart Abo 1788 - - - - - - - „ 67 Berigt van de Gecommitteerdens Budach C: L: doende verslag van hunne verrigtin„ „gen bij de koning van Bonij op Maros aan den welEd Agtb: Heer gedateert den 21e Maart 1788 „ 68 Copia Translaat Maleijds Geschrigt geschreeven door den koning en Rijksgrooten van Sumbauwa aan den koning van Bonij geda „teert de 28e dag van de maand Sappar 1201.-„ Copia Translaat Maleijdsch Geschrift gesreenen door als Even aan Patoe Ba„ „ringang de dato als gemeld – – — — „ 72 Brief van den Heer Gouverneur aan den Maros resident BurgGraafs de dato 28 Maart 1788 - – – – – – – – – „ 73 Bief van al oven aan den Jimas resident Mecus de dato 24 Maart 1788. – „ 74 briev van den bimas resibent Meurs aan den Heer Gouverneur de dato 1' Maart 178„ 7E Particuliere brief van den Heer Gouverneur aan den Dimas resident Meurs de dato 29 Maart anno 1788 - - - - - „ 78 Brief aan den Boelerombas resident van Diemar van den Heer Gouverneur de dato 6 April 1788 — — — — — – „ 79 Resolutie van den 16: April 17re8 genomen in Rade van Politie te Makassen „ 80 E trart Extract uijt een particulier brief van den Boelecombas resident van Diemar aan den Heer Gouverneur de dato 8e. April 1718 fo 84 Brief van den Boelecombas resident aan den Heer Gouverneur en Raad alhier de dato 8 April 1708 - - — - „ 85 Particuliere brief van den Boelecombas resident aan den Heer Gouverneur de dato 9e April 17287 - — „„ 87 Brief van den saleijers resident wlijts aan den Heer Gouverneur de dato de April 1728 — „ 89 Brief van den Boelecombas resident aan den Heer Gouverneur de dato 10 April 1788 - - — - ƒ91 brief van den Heer Gouverneur en Raad aan den Boelecombas resi„ dent van Diemar de dato 17:e April 1727. 94 Een brief van als gem: aan den saleijers resident whijts de dato 17e April 1788 brief van den saleijers resident aan den Heer Gouverneur de dato 21 April 1788 - —- „ 97 Resolutie genomen in rade van Politie te Diakaker op de 1keij van „ 98 Extract Partikulier Missive door sourabaijs Opperhoofd Barkenj aan den Heer Gouverneur Reijke geschreeven, met opzigt tot de Lands oorlogs fregatten de Lijn, en de Pijl, de dato: 3e April 17187 - „ 100 Extract Boelerombas brief van den 20:e September anno 1707. ---„ Extract van het antwoord daar op Van den 7:e october 1777 bij de Re„ latie hebbende tot den Jnlander Badoe„ 103 „ 96 verklaring : - Brief van als omme gemeld aan de koning en Rijksgrooten van Sumbauwa den dat Maart anno 1788 brief van den Heer Javas Gouverneur Greeve aan den Heer Gouverneur alhier de 2:e Januarij 1788 Brief van den Heer Gouverneur aan de Gekommitteerdens die op Maros bij de ko van Banij zijn de dato 13e Maart Ao 1788 Translaat Jouginees brief geschreeven door Arou Pantjana aan den Heer Gouver de dato 5e Maart Abo 1788 - - - - - Berigt van de Gecommitteerdens Budach C: L: doende verslag van hunne verrig „gen bij de koning van Bonij op Maros aan welEd: Agtb: Heer gedateert den 21:e Maart 172 Copia Translaat Maleijds Geschrigt geschreeven door den koning en Rijksgrooten de Sumbauwa aan den koning van Bonij Ged „teert de 28e dag van de maand Sappar 120 Copia Translaat Maleijdsch Geschrift geschreeven door als Even aan Pavoeh „ringang de dato als gemeld - - — Brief van den Heer Gouverneur aan den Maros resident Burgslaats de da 28 Maart 1788 - - - - - - Brief van des Eoven aan den Zimas resident Teurs de dato 24 Maart 1788 briev van den bimas resident Meurs aan den Heer Gouverneur de dato 1 Maart 1 Particuliere brief van den Heer Gouverneur aan den Bimas resident Mei„ de dato 29 Maart anno 1788 - - - Brief van den Boelerombas resident van Diemar van den Heer Gouverneur de dato 6e April 1788 -— - Resolutie van den 16 April 17rs genomen in Rade van Politie te Maken„ Extraad s - — -

NL-HaNA_1.04.02_3818_0299 view scan ↗

English

Extract from a private letter from the Boelecomba resident van Dieman to the Governor dated 8 April 1788 folio 84 Letter from the Boelecomba resident to the Governor and Council here dated 8 April 1788 folio 85 Private letter from the Boelecomba resident to the Governor dated 9 April 1788 folio 87 Letter from the Saleijer resident Wluijts to the Governor dated 4 April 1788 folio 89 Letter from the Boelecomba resident to the Governor dated 10 April 1788 Letter from the Governor and Council to the Boelecomba resident van Dieman dated 17 April 1788 folio 94 A letter from the same as mentioned to the Saleijer resident Wluijts dated 17 April 1788 folio 96 Letter from the Saleijer resident to the Governor dated 21 April 1788 folio 97 Resolution taken in the Council of Policy at Makassar on 17 May folio 98 Extract of a private missive written by Sourabaya Chief Barkey to Governor Reijke, with regard to the country's frigates of war the Lijn and the Pijl, dated 3 April 1788 folio 101 Extract of a Boelecomba letter of 20 September anno 1787 Extract of the reply thereto of 7 October 1787, both relating to the native Badoe folio 103 Declaration Letter from the same as mentioned to the King and Grandees of Sumbauwa dated March anno 1788 Letter from Java's Governor Greeve to the Governor here dated 2 January 1788 Letter from the Governor to the Commissioners who are at Maros with the King of Bonij dated 13 March anno 1788 Translation of a Bugis letter written by Arou Pantjana to the Governor dated 5 March anno 1788 Report from the Commissioners Budach and company giving an account of their proceedings with the King of Bonij at Maros to the Right Honorable Worship dated 21 March 1788 Copy translation of a Malay writing written by the King and Grandees of Sumbauwa to the King of Bonij dated the 28th day of the month Sappar 1202 Copy translation of a Malay writing written by the same as mentioned to Datu Beringang dated as mentioned Letter from the Governor to the Maros resident Burggraaff dated 28 March 1788 Letter from the same as mentioned to the Bima resident Meurs dated 24 March 1788 Letter from the Bima resident Meurs to the Governor dated 1 March 1788 Private letter from the Governor to the Bima resident Meurs dated 29 March anno 1788 Letter from the Boelecomba resident van Dieman to the Governor dated 6 April 1788 Resolution of 16 April 1788 taken in the Council of Policy at Makassar Extract Extract from a private letter from the Boelecomba resident van Dieman to the Governor dated 8 April 1788 folio 84 Letter from the Boelecomba resident to the Governor and Council here dated 8 April 1788 Private letter from the Boelecomba resident to the Governor dated 9 April 1788 folio 87 Letter from the Saleijer resident Wluijts to the Governor dated 4 April 1788 folio 89 Letter from the Boelecomba resident to the Governor dated 10 April 1788 Letter from the Governor and Council to the Boelecomba resident van Dieman dated 17 April 1788 folio 94 A letter from the same as mentioned to the Saleijer resident Wluijts dated 17 April 1788 folio 96 Letter from the Saleijer resident to the Governor dated 21 April 1788 folio 97 Resolution taken in the Council of Policy at Makassar on 17 May folio 98 Extract of a private missive written by Sourabaya Chief Barkey to Governor Reijke, with regard to the country's frigates of war the Lijn and the Pijl, dated 3 April 1788 folio 101 Extract of a Boelecomba letter of 20 September anno 1787 Extract of the reply thereto of 7 October 1787, both relating to the native Badoe folio 103 Declaration Declaration of the sergeant jailer Hendrik Holberg executed on 5 May 1788 folio 104 Certificate of the chief interpreter Diederik Deefhout and company executed on 5 May 1788 folio 105 Letter from the Captain of the country's frigate of war the Zwaan, Meuren, written to the Governor dated 4 May 1788 folio 106 Declaration of the Naval Captain and Master of Equipage here Dirk Pinse executed on 8 May 1788 folio 108 Letter from the former secunde in Ternate Hemmekam to the Governor dated 11 May folio 110 Letter from the Maros resident Burggraaff to the Governor dated 21 May 1788 folio 111 The Governor's reply thereto, dated 23 May 1788 folio 112 Letter from the King of Bonij to the Regent of the Makassarese who are in the mountains dated 23 May 1788 folio 113 Letter from the Governor here to Java's Governor the Honorable Greeve dated 21 May 1788 folio 114 The Governor's reply to the letter from Hemmekam dated 28 May 1788 folio 116 Daily journal kept by the sergeant and spice extirpator Martin during his commission to Bouton dated 31 April anno 1788 folio 117 Translation of a Malay letter written by the King and Grandees

Dutch transcription

Extract uijt een particulier brief van den Boelerombas resident van diemar aan den Heer Gouverneur de dato 8e April 1788 fo 84 Brief van den Boelecombas resident aan den Heer Gouverneur en Raad alhier de dato 8 April 172 - - - - „ 85 Particuliere brief van den Boelecombas resident aan den Heer Gouverneur de dato 9e April 1728 - — „ 87 Brief van den saleijers resident wlijts aan den Heer Gouverneur de dato 4e April 1788 - „ 89 Brief van den Boelecombas resident aan den Heer Gouverneur de dato 10 April 1788 - - - - — „ brief van den Heer Gouverneur en Raad aan den Boelecombas resi„ dent van Diemar de dato 17e April 1727. 94 Een brief van als gem: aan den saleijers resident whijts de dato 17e April 1788 brief van den saleijers resident aan den Heer Gouverneur de dato 21e „ 97 — April 1788 Resolutie genomen in rade van Politie te Miakakler op den 17 Meij varr„ 98 Extract Partikulier Missive door sourabaijs Opperhoofd Barkeij aan den Heer Gouverneur Reijke geschreeven, met opzigt tot de Lands oorlogs fregatten de Lijve en de Pijl, de dato 3 April 1747 „ 10 Extract Boelerombas brief van den 20=e September anno 1007 - - -„ Extract van het antwoord daar op Varn den 7:e october 1787 bijde Re„ latie hebbende tot den Jnlander Badoe„ 103 „ 96 verklaring - - Brief van als omme gemeld aan de koning en Rujksgrooten van Sumbauwa de dat Maart anno 1788 brief van den Heer Javas Gouverneur Greeve aan den Heer Gouverneur alhier de 2:e Januarij 1788 — Brief van den Heer Gouverneur aan de Gekommitteerdens die op Maros bij de ko van Banij zijn de dato 13 Maart Ao 1788 — Translaat Zouginees brief geschreeven door Arou Pantjana aan den Heer Gouver de dato 5e Maart Abo 1788 - - - - - Berigt van de Gecommitteerdens Budach C: L: doende verslag van hunne verrig „gen bij de koning van Bonij op Maros aan welEd: Agtb: Heer gedateert den 21e Maart 172 Copia Translaat Maleijds Geschrift geschreeven door den koning en Rijksgrooten Sumbauwa aan den koning van Bonij Geo „teert de 28e dag van de maand sappar 120 Copia ranslaat Maleijdsch Geschrift gekereenen door als Eren aan Datbe „ringang de dato als gemeld - - — Brief van den Heer Gouverneur aan den Maros resident BurgGraaff de da 28 Maart 1788 - - - - Brief van als Even aan den Zimas resident Teurs de dato 24 Maart 1780 briev van den bimas resisent Meurs aan den Heer Gouverneur de dato 1 Maart Particuliere brief van den Heer Gouverneur aan den Bimas resident Med de dato 29 Maart anno 1788 - - - Brief vam den Boilerombas resident van Diemar van den Heer Gouverneur d dato 6e April 1788 -— Resolutie van den 16 April 17r8 genomen in Rade van Politie te Maken Extrart — — - Extract uijt een particulier brief van den Boelerombas resident van dieman aan den Heer Gouverneur de dato 8e. April 1748 fo 84 Brief van den Boelecombas resident aan den Her Gouverneur en Raad alhier de dato 8 April 1747 - - - - „ Particuliere brief van den Boelecombas resident aan den Heer Gouverneur de dato 9:e April 17787 - - -„ 8 Brief van den saleijers resident wluijts aan den Heer Gouverneur de dato 4e April 1788 — „ 89 Brief van den Boelecombas resident aan den Heer Gouverneur de dato 10 April 1788 - — — - brief van den Heer Gouverneur en Raad aan den Boelecombas resi„ dent van Diemar de dato 17e April 1727. 94 Een brief van als gem: aan den saleijers resident whijts de dato 17e April 1788 brief van den saleijers resident aan den Heer Gouverneur de dato 21 „ 97 April 1788 Resolutie genomen in rade van Politie te Mrakaker op n 1 keij van„ 98 Extract Partikulier Missive door sourabaijs Opperhoofd Barken aan den Heer Gouverneur Ruijke geschreeven, met opzigt tot de Lands oorlogs fregatsen de Lijn, en de Pijl, de dato 3 April 1747. „10 — Extract Boelerombas brief van den 20=e September anno 1007 -.-„ Extract van het antwoord daar op van den 7:e october 1771 bij de Re„ latie hebbende tot den Jnlander Badoe„ 103 „ 96 verklaring - — verklaring van den zerge antcipier Hendrik Holberg gepasseert 1 V den 5e Meij 1788. - . - „. fo 104 -- — ƒ Certificaat van den oppertolk Diederik Deefhout C: S: gepas„ seert op den 5e Meij 1788 - — - - — „ 105 6: Brief van den Heer Kapitain van het Lands oorlogh fregat de zijnen s Meuren aan den Heer Gouverneur geschreeven de dato 4e Maij 1788 — — — — „ 106„ verklaring van den Capitain ter Zee en Equipagimeester alhier Dirk pinse gepasseert den 8e Meij 178 - - „ 108 Brief van den voormaligen secunde in Ternaten Hemmekam aan den Heer Gouverneur de dato 11. Meij – – – – – – „ 110 brief van den maros resident Burg Graafs aan den Heer Gouverneur de dato 21e Maij 178 — — — — — - „ 111 't antwoord van den Heer Gouverneur daar op, de dato 23 maij 17813 „ 112 Brief van de koning van Bonij aan den Rijksbestierder van de in Tit de gebergtens zijnde Makatlaaren de dato 23 Meij 1718 — — — — — — — „ 113 brief van den Heer Gouverneur alhier aan den Javas Gouverneur den Edele Heer Greeve de dato 21e Maeij 1788 - - - „ 14 't antwoord van den Heer Gouverneur op de brief van Hemmekam de dato 28e Meij 1788 — — — — — „ 116 Dog Register gehouden door den sergeant en specerij Ex tripateut Martin in zijn Commissie na Bouthonen de dato 31 April A„o 1788 — „ 117 Translaat Maleijds brief geschreeven door den Koning en Rijksgroo „ten

NL-HaNA_1.04.02_3818_0303 view scan ↗

English

Copy Translation of a Buginese document written by the Tomilalang of Boni to the King of Houstug, 142. Conference held by the Honorable Governor on the occasion of the arrival of the Bouton envoys on 5 June 1718, 143. Letter from the Bima Resident Meurs to the Honorable Governor, dated 7 June 1788, 145. Statement given by the soldier David Davids concerning the arrival on Sumbawa of an English ship, dated 14 May 1788, 153. Resolution taken by polling on the receipt of Bima's letter, dated 15 June 1788, 157. The answer of the Honorable Governor and Council to the said letter from Bima, dated 18 June 1788, 159. Makassar in Castle Rotterdam, 30 June Anno 1788. From the envoys of Bouton to the Honorable Governor and Council here, dated 26 May 1788, f0757. Leena, Clerk. 104 105 Folio 1 Makassar Saleyer To the Honorable Barend Suijke, Governor and Director of the Coast of Celebes. The Goram nakhoda named Talhaa, of whose arrival here I had the honor to inform Your Right Honorable in my humble letter of the 3rd of this month, has today, in the past night, secretly absconded from here with his prahu, without the slightest harm having been done to him, but certainly out of his own fear. Therefore, I deemed it my duty to inform Your Right Honorable of this, while I always remain on my guard against visits from such people. Meanwhile, I take the liberty, with the utmost high esteem and respect, to call myself, Honorable Sir, Your Right Honorable's very humble servant, was signed: An Whijts Makassar In the Company's fortress Defentie, 14 October 1787. Honorable Sir, Makassar To the Honorable Barend Suijke, Governor and Director of the Coast of Celebes, together with the Honorable Council, Honorable Sir and Sirs, On 30 September I had the honor to receive Your Right Honorables' respected letter of the 3rd of that month. Expressing my thanks for the 16 pieces of flintlocks that Your Right Honorables were pleased to send me, I must hereby, to my regret, inform Your Right Honorables that thus far no change could be brought about in affairs here. An excessively far-reaching factionalism that prevails here among the Sumbawan chiefs frustrates all good designs, so that if affairs cannot be settled by the other allies outside the Sumbawans, I fear they will have long and evil consequences, which might very easily cause a complete revolution in the government here, unless a strong intervention on the part of the Honorable Company and the collective princes of this coast comes to maintain the King and the well-disposed grandees of the realm in their rights; to which end I have called in the powerful assistance of Bima primarily and also of the other princes, and meanwhile I also very humbly implore Your Right Honorables' assistance. However, if the King of Bima, along with the other princes, are willing to devote their efforts to it, I still have hope that things will not come to that extreme here, to which end I shall employ all my diligence and power. The only thing that holds back several ill-disposed Sumbawans from their otherwise certainly formed intention to join the Buginese party is that Mille Besoella has called in the so-called Raja of Gowa, whereby they would directly become enemies of the Honorable Company, since I declared that this Raja of Gowa himself, as well as by his deeds, had become a direct enemy of the Honorable Company. The pancalang De Vrede, however serviceable it might otherwise be here for repelling the enemy coming from outside, I had to let depart toward your coast because of the approaching west monsoon and because of the difficulty raised by the naval lieutenant Jan Heilman of not daring to put to sea during the west monsoon due to the bad condition of his mast. On 30 September, we sighted 26 prahus from the roadstead, of which 12 anchored at a short distance from us on 1 October. The following morning we would have taken a chance against them, had not some of those prahus come to us, reporting that they were envoys from Gusti Ngurah Made Karangasem with letters to the Sumbawans and to the matoa of the hostile Buginese, whereupon I thought it proper to suspend our intention and first learn the true reason for their arrival, so that, however much it appeared to us that they had hostile designs, we would not, through excessive haste, bring upon ourselves the enmity of the Balinese. On the 2nd of this month, a pambakal from those prahus, along with 30 Balinese, came to the winexanga with his letter from the said Gusti, and from there to me. His commission contained nothing other than that the said Gusti wished to be informed whether the so-called Raja of Gowa was truly the Raja of Gowa, or someone else; to which end they also requested to be permitted into the Buginese kampong to investigate this with the head of the Buginese. But since it appeared somewhat to us from the letter to the winexanga that the same might perhaps not have been written by the repeatedly mentioned Gusti, but forged and written by themselves, for which the Buginese might very easily have bribed that pambakal, all the more because they claimed that with the letter to the Buginese matoa there were some bags of rice in which perhaps powder and lead could also be hidden, we did not permit them to approach the Buginese kampong, but I promised to provide them tomorrow with a letter to the said Gusti, in which I would inform that prince concerning the affairs here and the so-called Raja

Dutch transcription

Copia Translaat Boegineesth Geschrift geschreeven door den Fomila„ „lang van Bonij aan den koning van Hou„ „ 142 .- stug Conferentie gehouden door den Heer Gouverneur ter gelegendheid van de binne komst der Boudonse Gezan„ — — — — „143 „ten op den 5. e Iunij 1718 brief van den bimas resident Meurs aan den Heer Gouverneur de dato 7=e Junij 1788 —. - - - „ 145 verklaring gegeven door den soldaat David Davids wegens de aankomst op Sumbauwa van een Engels schip de dato 14e meij 1788 - — — — — — „ 153 Resolutie bij rondvrage genomen op de ontfangst van bimas brief de dato 15 Juni 1788 — — — — „ 157 't antwoord van den Heer Gouverneur en Raad op gemelde brief van biema de dato 18 Juni vanr - - „ 159 Makcassar in het Kasteel Rotterdam den 30:e Junij A„o 1788. „ten van Bouthan aan den Heer Gouverneur en Raad alhier de dato 26 Maij 17188 - - - ƒ0757 Leena„ Klerk 104 105 fo 1 Marcasser Saleijer Aan den welEdelen Agtbaren Heer Barena Suijke Gouverneur en directeur ter Cutte Celebes Den Gorams nachoda Talhaa genaamt, van wiens komst alhier ik de Eer had uwwel Edele Agtbare bij onderdaanige van den 3„e dezer te berigten, heeden in de gepasseerde na nagt met zijn prauw zonder dat haar de allerminste quaat geschried egter zeeker„ uijt eigen vreesch heijmelijk van hier gedrost is, so hebbe derhalven pligtshalven g'eagt uwwel Edele Agtbare daar van Commu„ nicatie te geeven, blijvende Ik althoos ophoede voor bezoek van zulk volk. Jntusschen dat Ik bevrijmoedige van, met de uijterste hoog. agting en Eerbied, mij te noemen - WelEdele Agtbare Heer Uwwel Edele Agtbare zeer onderdaniger Dienaar /:wat getekent:/ A„n Whijts Marcatten in's Comps vesting defentie den 14:e october 1787. Wel Edele Agtbaaren Heer Maccatjer Aan den wel Edele Agtbaren Heer Barend Breijke Gouverneur en Directeur der Custe Celebes Nevens wel Edele Agtbaaren Heer en Heeren Den 30 september heb ik de eere gehad te ontfangen uwwelEe Agtb: gerespecteerde van den 3.„e van die maand, voor de 16 p s snaphaanen die uwwelEd Agtbare, mij hebben gelieven toe te zenden dank betuijgende, moet ik uuwel Edele Agtbare bij deezen tot mijn leedweezen bedeelen, dat in de zaaken alhier tot nog toe geen verandering te brengen is geweest, eene al te verre gaande partijschap die hier onder de sumbauwareese hoof„ „den heerscht, verijdelt alle de goede aanslagen, zo dat bij aldien de zaaken buijten de sumbauwareesen, door de overige handgenoten niet kunnen beslist worden, ik vreeze dat dezelve lange en kwaade gevolgen zullen hebben, waar door veel ligt eene gansche omwenteling in de regeering van hier zoude kunnen veroorzaakt worden, zo niet een sterke tusschen komst van weegens de E: komp:e en de gezamentlijke vors„ „ten van deeze wal, de koning en wel gezinde Rijksgrooten in haar regt koomen te mainctineeren; waar toe ik de keig kragtdadige bijzand van Bima voornamentlijk en ook van de overige vorsten heb ingeroepen en ik intusschen ook tot dat eijnde zeer nedrig uwwelEdele Agtbare bijstand implorere: — zo echter de koning van Bima nevens de overige vorsten, het haare daar toe willen aanwenden, heb jk nog hoope dat het hier niet tot dat uijterste zal koomen waar toe Ik al mijn vlijd en vermoogen zal in 't werk stellen; — Het eenigste dat ver„ scheijden kwaadwillige sumbauwareesen, van haar anders zekers gevormd voorneemen om zig bij de Boegineesen parthij te voegen, te rug houd, is, dat mille Besoella, den zogenaamden Radja Goa heeft ingeroepen, waar door zij direct met de E: komp:e vijanden zouden worden, wijl ik verklaard heb dat deeze Radja Goa zelve zo wel als door zijne daaden een dierecten vijand van de EComp:e was geworden. De Partjallang de vreede, zo hoe zeer hier anders ook dignstig, Den Raad tot 3 tot afweering van den van buijten inkoomenden vijand, heb jk om de wille van de aannaaderende westmoessen en om de door den Luij„ „tenant ter zeer Jan Heilman g'opperde zwarigheid, van in de west mousson, om de slegte gesteldheid van zijn mast geen zee te burven kiesen, Costij waards moeten laaten vertrekken. Den 30 September kreegen wij van de rheede in't Gezigt 26. Prauwen, waar van er den 1=e october 12 stuks: op een klijne af„ „stand van ons ten anker kwaamen, den volgenden morgen morgen zouden wij een kans op haar gewaagd hebben, zo niet eenige van die prauwen bij ons waaren gekoomen, die ons berigten, dat zij zendelingen waaren van den Gustij moera made Carrang Assang, met brieven aan de sumbauwareesen en aan den matoa der vijandelijke Boegineesen, waar op ik goed gedagt ons voornee„ „men te moeten staaken en eerst te verneemen de waare oorsaak van haar komst; om hoe zeer ons ook gebleek dat zij vijandelijke des„ „lijnen hadden, door geen te groote voorbaarigheid, de onvriendschap van de Baliers op den hals te haalen, — den 2e dezer kwam een Panbakkal van die prauwen niet nog 30 - baliers, bij den winne ranga, met zijn brief van gemelde Gustij en van daar bij mij zijn Commissie hield niet anders in, als dat gemelde Gustij zig liet informeeren, of den zo genaamden radja Goa, waar„ „lijk radja Goa was, dan wel een ander; dot wat eijnde zij ook verzogten in de zoegineese Campong te mogen werden „toegelaaten, om dit bij het hoofd der Boegineesen meede te onderzoeken; doch dewijl ons uit den brief aan den Nime ranga eenigzints gebleek dat dezelve misschien wel niet door meermel„ de Gustij zoude geschreeven zijn, maar door haar zelve gefin„ „geert en geschreeven, waar toe misschien de Boegineesen veel ligt dien Panbakal konden omgekogt hebben, te meer wijl zij voorgaaven dat bij de brief aan de Boegineese matoea eenige blassies rijst waaren /:waar in misschien ook wel kruijd en Lood kon steeken :/ permitteerden wij haar niet de Boegineesen Campong te naderen, doch beloofde jk, haar mor„ „gen een brief aan gem: Gustij te zullen bezorgen, waar in ik dien Prins, omtrend de zaaken hier en den zd genaamden 2e Radja

NL-HaNA_1.04.02_3818_0308 view scan ↗

English

Sumbauwa the 17th October 1787. would inform Radja Goa:— with this they returned to their prahus, but the next morning they had all disappeared and neither prahu nor envoy was to be found any longer; whereupon I thought it proper to inform the said Gustij of this occurrence as I have done; as the Honorable Governor may see, if he pleases, from the copy of the letter written to that prince, which I have the honor respectfully to present to His Right Honorable along with the enclosed duplicate separate letter of 30 September. Pursuant to Your Right Honorable's esteemed authority, I shall detain Sergeant Froman along with the Madurese troops for the present or until Your Right Honorable's esteemed further orders. While for the rest I have the honor to subscribe myself with due high esteem and respect, Sir and Gentlemen, Right Honorable, Your Right Honorable's very obedient and humble Servant, signed: P: Theurs Translation 5 Written by the Resident of Bima, to the Gusti Moera Madde karang Asjang Translation of a Malay Letter Compliments as customary. I inform you, my brother, that a Panbakal named Samarang from Laboeang Tjarre has arrived here along with thirteen vessels carrying Bugis, bringing a letter, as the said envoy says, from Your Highness addressed to the Nene Ranga of sumbauwa, which was duly received by him with all possible ceremony. Whereupon I ordered the Nene Ranga to reply to your letter, to which I would also attach a letter of my own. But the envoy of Your Highness who had brought the letter to Nene Ranga departed back again with the thirteen vessels with Bugis without giving notice thereof either to me or to Nene Ranga, because of which I was deprived of the opportunity to dispatch those letters from the two of us. I request Your Highness to please take care that whenever Bugis from karang-Assang and Salemparang might wish to cross over to sumbauwa, the same be opposed as much as possible, as the Bugis residing here have revolted against the Sumbawarese, have thereby become enemies of the Company, and here consort with one who claims to be Radja Goah though falsely. Which Radja Goak has repeatedly been demanded by me from the Bugis, but not obtained. I will hope that Your Highness will remain steadfast, adhering to the so sacredly made agreement to regard the enemies of the Company as enemies of karang-assang, just as the Company will likewise regard the enemies of karang Asjang as its enemies as long as the world stands. Written in the Land of Sumbauwa anno 1787 For the Translation Hendrik Bewers Harcassen signed: Maccasser To The Right Honorable and Severe Lord Barend Reijke The Right Honorable Lord Governor and Director of the Coast of Celebes Right Honorable and Severe Lord, I have duly received Your Right Honorable and Severe's highly esteemed letter of 27 June of this year and understood the sending hither of one of the small frigates, which I shall await with pleasure, and humbly thank for the communication. One of the prince's vessels here recently went to Biema to fetch horses, and upon returning, had a verbal commission for this prince from the prince or Radja at Tambora, that there was some displeasure between the Radja of Bonij and the Company, and that this might break out into actual hostilities, and that the prince of Bonij would try to draw several other Radjas or princes into it and, if possible, even stir up something on Java itself; thus the prince at Tambora had let this Banjarese prince know whether he might also be inclined to take part in this. All of which this prince immediately made known to me, though he added that he did not vouch for the truth. I have read the letters from the princes of Biema and Tambora, which contain nothing noteworthy, except only that the one from Tambora asks for some cannons, ammunition, and muskets, which he will not obtain. This prince adds that he wishes to show hereby that he has no secrets from the Honorable Company, as well as his affection for the same. If there should be nothing to this, and no probability whatsoever, then this is a piece of statecraft of this one, or, the 178

Dutch transcription

Sumbauwa den 17:e October 1787. Radja Goa zoude informeeren:— hier mede vertrokken zij na haare prauwen te rug, doch sanderen daags 'S morgens waaren zij alle verdweenen en er was geen prauw nog sendeling meer te vinden; waar op ik goed dagt gem: Gustij van dit voorval te moeten informeeren gelijk ik gedaan heb; zo als den Agtb: Heer Gouverneur des gelievende zal kunnen geblijken uit Copia van de aan dien prins geschreevene brief, die ik de here heb zijn welEdele Agtbare bezijden neevens gaande duplicaat apar„ „te brief van den 30 september in eerbied te presenteeren. Op uwwel Edele Agtbare g'eerde qualificatie, zal ik den zer„ „geant Froman nevens de madureese troupes voor eerst of tot uwelEd: Agtbare g'eerde nadere ordre aanhouden. Terwijl ik voor 't overige de eere heb mij met verschuldigde hoogagting in eerbied te subscribeeren Heer en Heeren Wel Edele Agtbare uwwelEd: Agtbarens zeer gehoorzame en onderdanige Dienaar /:was getekent:/ P: Theurs Translaat 5 Geschreeven door den Resident van Bi„ „ma, Aan den Gusti Moera Madde karang Asjang Translaat Maleijdsche Brieff Compliment na Gewoonte. Ik maak uw mijn broeder bekent dat hier eenen Panbakal genaamt Samarang van Laboeang Tjarre is aangekoomen benevens nog dertien vaartuigen met Bougineesen, mede brengen„ „de Een brief zo als gemelde zendeing zegt van uw Hoogheid aan den Nene Ranga van sumbauwa gerigt die behoorlijk met alle mogelijke Ceremonie door hem is ontfangen. waar op W Nene Ranga g'ordonneerd heb om op uw brief te antwoorden wanneer wk ook een brief van mijn zoude bijvoegen. dog de zendeling van uw Hoogheid die de brief aan vene Ranga hadde gebragt is weder te rug vertrokken met de dertien vaartui„ „gen met Bougineesen zonder daar van kennisse te geven zo wel aan mijn als eene Ranga waar door verstoken ben ge„ „bleven om die brieven van ons beide ap te zenden Jk verzoek uw Hoogheid om te willen zorg dragen dat wan„ „neer er Boegineesen van karang-Assang en Salemparang na sumbauwa mogte willen overkomen, dezelve zo veel mo„ „gelijk worde tegen gegaan, alzo de Boegineesen alhier woonag„ „tig zig tegens de sumbauwareesen opgeworpen daar door vijan„ „den van de komp:e geworden zijn en hier met eenen die zig voor radja Goah : /: schoon onwaar:/ uijtgeeft;, heulen. welk Radja Goak door mijn te meermalen van de Boegineesen opgeischt is, dog niet verkreegen. Ek. houden aan de zo Heilig gedane verbintenisse om de vijan„ „den van de komp:e voor vijanden van karang-assang aan te merken, gelijk de kompagnie ook in diervoegen de vij„ „anden van karang Asjang voor zijne vijanden zal aan„ „zien zo lange de wereld staat. Geschreven op het Land van Sumbauwa anno 1787 voor de Translatie Hendrik Bewers Harcassen Ik wil hoopen dat uw Hoogheid standvastig zal blijven /:getekent:/ Maccasser Aan Den welEdelen Gestrenge Agtbaren Heer Barend Reijke Den wel Edele Agtbaren Heer Gouverneur en Directeur van de Custe Celebes wel Edele Gestrenge Agtbaren Heer uwwelEdele Gestrenge Agtbare Hoog g'eerde van den 27:' Junij, deeze hebbe wel ontfangen en verstaan het na herwaarts zenden een van de klijne fregatten welke ik niet genoegen zal te gemoet zien, en dank needrig voor 't bedeelte. Een van 's vorsten vaartuigen alhier is voor korten tijd na Bie„ „ma. geweest om paarden te haalen, en van te rug koomende, heeft monde„ „lijk aan deezen vorst een Commissie gehad, van de vorst ofr Radja op Tambora, dat er tusschen den Radja van Bonij en de Comp„e eenig„ misnoegen plaats had, en dat dit misschien zoude uitbreeken tot dadelijkheid, en dat de vorst van Bonij zoude trachten meerdere Ra„ djas of vorsten daar in te trekken en wel wanneer het mogelijk op Java zelfs iets aantestoken, dus had de vorst te Tambora deze Banjareesche vorst laaten weeten of hij misschien ook geneegen hier in deel te neemen. Dit welk mij alles deze vorst ten eersten bekend maakte dog er bij voegde niet instond voor de waarheid De Brieven van de vorsten van Biema en Tambora hebbe ik geleesen, welke niets merkwaardigs behelzen, als Al„ „leenig vraagd die van Tambora om eenig kanoonen, Ammonitie en Geweeren, 't welk hij niet bekoomen zal. Deze vorst voegt er bij, hier meede te willen laaten, niets geheijms voor de Ed: komp:e te hebben teffens desselve genegendheid. anneer hier aan niets mogt wezen, en hoegenaamd geene waarschijnlijkheid, zo is dit een staats kunde van deezen, of, den 178

NL-HaNA_1.04.02_3818_0312 view scan ↗

English

the monarch residing there, to keep the Company's vessels in this sea, as they are very afraid of pirates and particularly of Toenavi's following. The Deed of Cession of the Banjar Kingdom, in full ownership and sovereignty to the Honorable Company, along with the Contracts, was signed on the 13th of this month, and the country was granted to the prince as a fief, except for the Lands which the Company retains in its own possession, these being Boeloelant, Passir, Taboenouw, half of Tates in the Biedjos, Mandawie, Sampit, Pamboeang, and Cottewringen. Several places are already occupied by the Honorable Company, such as Taboeniouw, Sampit, Mandawie, etc. Regarding Passier and Poelloe laut, they are resting a little for now to see how matters will unfold. I have humbly informed the High Government whether it might not be good or useful to open the shipping between Makassar and here, as I have also done to the Honorable Mr. Siberg. My statesmanship goes no further; I request Your Right Honorable, should this be advantageous and useful both for the inhabitants and the Company, to please submit a proposal to Their High Excellencies, since Banjer and Makassar lie so close to each other. All Banjar Grandees have likewise consented to and also signed this Contract, and the Company has hope of drawing benefit from here. The only issue is that the Buginese make the sea between here and Makassar so unsafe, and they appear strongly around Passir. For the rest, I have the honor to call myself, with all high esteem, Right Honorable Severe Sir, Your Right Honorable's obedient Servant, was signed: the 24th of August 1787 Banjer J: Hoffman Makassar Banjarmassing To the Right Honorable Severe Sir Barend Steijke, Governor and Director there, together with the Council. Right Honorable Severe Sir and Honorable Gentlemen. Your Right Honorable Severe's highly respected letter of the 21st of June this year, together with the ten Banjarese in the same account, have safely arrived here, and were received with the vessel of the Boomdagter, for which sending and trouble taken I offer my humble thanks, just as the prince of Banjarmassing offers his thanks. After which I commend myself to Your Right Honorable Severe's friendship and have the honor to call myself, Right Honorable Severe Sir and Honorable Gentlemen, the 24th of August 1787. Your Right Honorable's humble Servant, was signed: Hoffman To the Right Honorable Severe Sir Makassar 0 Makassar Saleijer in the Company's fortress Defensie the 20th of October Anno 1787. To the Right Honorable Sir Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes. Right Honorable Sir, Your Right Honorable's much respected order contained in your honored letter of the 10th of this month reached me on the 18th following, regarding how I should conduct myself upon the arrival here of the vessels of Gorammers; I shall not fail to observe the same most obediently and endeavor to comply. Meanwhile, I have the honor to call myself, with all due high esteem and respect, most submissively, Right Honorable Sir, Your Right Honorable's very submissive Servant, was signed: A: Whijts Makassar 1 Makassar Boelecomba To the Right Honorable Sir Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes. Right Honorable Sir, Having yesterday received the enclosed separate missive for Your Right Honorable from Saleijer's Resident Whijts, I took the liberty of presenting it to Your Honor via the overland route. While I have the honor to inform Your Right Honorable that the Regents of Gantarang and Paliowee and the other minor chiefs comprising the standard of Gantarang have proposed to me the son of the deceased Regent of Tala, named Paseere, to be regent in his father's place, and requested to implore Your Right Honorable for a gracious approval on behalf of the standard, whereupon I referred them collectively to Your Right Honorable to personally beseech Your Honor for it; however, the regents and minor chiefs of that standard collectively requested to be allowed to remain by their ancient custom, which entailed that the minor regents who were subordinate to a major regent were appointed here when the regents and minor chiefs of a standard agreed upon such an appointment. I therefore take the liberty of submitting this urgent request most humbly to Your Right Honorable on their behalf, awaiting Your Honor's much respected order. While I have the honor to call myself, with due high esteem, Right Honorable Sir, Your Right Honorable's submissive and faithful Servant, was signed: J: B: Vleman in the Company's fortress the 26th of October Anno 1787. de Makassar in Fort Rotterdam To the Junior Merchant Godlieb van Ziemar, Resident on behalf of the Company at Boelecomba. Honorable, pious, discreet. Since Tala is as much a regency as Gantarang and Pauliowee, and I therefore cannot condescend to your absurd proposal to let them abide by an incorrectly chosen ancient custom, I hereby order you, and that most strictly, to have both aforementioned regents of Gantarang and Pauliowee, along with the proposed regent of Tala, come up here as soon as possible to personally request the necessary approval from me here, according to custom. I remain in that expectation, the 5th of November Anno 1787. Your good friend, was signed: Makassar B: Reijke

Dutch transcription

den aldaar zijnde vorst, om 'sComp„s vaartuigen in deeze zee te houden, terwijl zij zeer bevreest voor de zee rovers en wel voor„ „namentlijk voor Toenavi zijn aanhang. De Acte van afstand van het Banjersche Rijk, in vollen eigendom en souverainiteit aan de E: komp:e neevens de Contracten zijn den 13:e dezer getekent, en den vorst het Land als een leen opge „dragen, behalven de Landen die de Comp„e in haar Eigendom in be„ „hit houd, en dit is Boeloelant, Passir, Taboenouw halff Tates in de Biedjos, Mandawie Sampit, Pamboeang en Cottewringen Eenige plaatzen zijn reeds bezet daer de Ed: Comp:e als Taboeniouw, Sampit en Mandawie &„a omtrent Passier en Poelloe laut blijft men voor eerst nog wat berusten, om te zien hoe de zaken zig zul„ „len vouwen: Jk heb de Hoge Regering nedrig te kennen gegeven, of het niet goed of nuttig zoude weezen, de vaert tusschen makaker en hier te openen, gelijk ook aan den welEdelen Heer Siberg Mijn Staatskunde gaan niet verders verzoek uwwelEd Agtbare wanneer dit mogte dienstig en nuttig, zo wel voor de jnwoonders als de Comp:e weeken, dezelve met een voordragt aan Hun Hoog Edel„ „heeden gelieven te doen terwijl Banjer en maccasser zo digt bij malkanderen legt. Alle Janjersche Grooten hebben in dit Contract meede toe„ „gestemt en ook getekent, en de Comp:e heeft Hoop van hier uit voordeel te trekken. Het eenigste is dat de Boegineesen de zee tusschen hier en maccasser zo onvijlig: maaken, en wel omtrent Passir koomen hij Sterk voor 't overige heb de Eer van, met alle Hoogaefting mij te noemen wel Edele Gestrenge Agtbare Heer uwwel Edele gehoorzame Dienaar /:was getekent:/ den 24„e Augustus 177 Banjer J: Hoffman Maccasser Banjermassing Den welEdele Gestrenge Agtbaren Heer Barend Steijke Gouverneur en Directeur aldaar neevens Den Raad welEdele Gestrenge Agtbare Heer en wel Edele Heeren. Uwwel Edelens Gestrenge Agtbaren, Hoog g'eerde Schrijvens van den 21 Junij dezes nevens de thien zanjareesen in desselfs Relaas zijn alhier wel aangekoomen; en ontfangen met het vaar„ „ting van den Boomdagter voor welke toesending en genoomene moeite mijn nadrige dankbetuiging aflegge, gelijk ook den vorst van Banjermassing desselfs dankbetuiging aflegt. Na welk mij in uwwelEd Gestrenge Agtbare vriendschap beveele en geen mij de Eere van wij niet ontzag te noemen. welEdele Gestrenge Agtbare Heer en welEdele Heeren den 24:' Augustus 17417. Dunwel Edelen ootmoedigen Dienaar /:was getekend: Hoffman Aan den welEdelen Gestrengen Agtbaren Heer Marraka 0 Maccasser Saleijer in't Comps vesting desentie den 20 october Ao 1787. Aan den welEdelen Agtbaren Heer Barend Reijke Gouverneur en Directeur ter Custe Celebes WelEdele Rytbaren Heer uwwelEdele Agtbare veel geraespecterde ordre vervat bij hoogst desselfs g'Eerde van den 10 dezer mij den 18„e daar aan ter leren geworden, hoe mij bij aankomst alhier van Gorammers vaartuigen zoude hebben te gedragen, zal niet in gebreeke blijven dezelve gehoorsaamst te observeeren, en tragten te voldoen. Jnmiddens dat de her heb met allen beeschied verschuldigde hoogagting en respect, mij onderdanigst te noemen. Agtbaren Heer. WelEdele uwelEd: Agtbare zeer onderdanigen Dienaar /:was getekend: A: Whijts Maccasser 1 Maccasser Brelecomba Barend Reijke Aan den welEdelen Agtbaren Heer Gouverneur en Directeur de Lia Custe Celebes Wel Edele Agtbare Heer van saleijers Resident Whijts inleggende aparte missive voor uwwelEd Agtbare gisteren ontfangen hebbende, naem ik de vrijheid dezelve over den Landweg Hoog dezelve aantebieden Terwijl ik de Eer heb unwelEde Agtbare te bedeelen dat de Regenten van Gantarang en Paliowee en de verdere anderhoofden uijtmakende het vaandel van Gantarang bij mij hebben de zoon van den over„ „leedene Regent van Tala in name Paseere tot regent in zijn vaders plaats voorgedragen, en versogt een gracieuse approbatie uijt naam van het vaandel uuwelEdele Agtbare te imploreeren, waar op Ik dezelve gezamentlijk overgeweesen heb tot uwwel Edele Agtbare om die in perzoon van Hoog Dezelven afte smeeken, dan de gezamentlijke regenten en onderhoofden van dat vaandel hebben verzogt bij hun oud gebruik te mogen blijven 't welk mede bragt dat de geringe regenten die onder een Grotere regent sorteer„ „den alhier wierden aangesteld, als de regenten en onderhoofden van een vaandel nopens zodanige aanstelling over een kwamen: Jk: neem dan de vrijheid die Jnstantie uijt derzelver naam uwwel Ed Agtbare onderdanigst voor te dragen, waar op Hoog dezelve veel gerespecteerde order den inwagtende Terwijl ik de Eer heb mij niet verschuldigde Hoogagting te noemen. Wel Edele Agtbare Heer uwwel Edele Agtbare onderdanige en trouwschuldigen Dienaar /:was getekend:/ J: B: Vleman in 'sComp:s fortres den 26 october Ao 1787: de Maccaker in't kasteel Rotterdam Boelecomba. Aan den onderkoopman Sodlies van Resident 'skomp„s wegen aldaar Ziemar Discrete. Eerzame, vrome, Dewijl Tala zo goed een regentschap is als Gantarang en Pauliowee en jk dus niet kan kon destendeeren in uwE on„ „gerijmde voordragt om haar bij een verkeerd uitgezogt oud gebruik te laten blijven, zo gelaste jk uE en dat wel ten ernstigste om voorsz: beide regenten van Gantarang en Pauliowee met den voorgedragene regent van Iala zo dra mogelijk na herwaards te laten opkomen om hier van mijn, na den gebruiken, in perzoon de nodige approbatie te verzoeken. Ik blijve in die verwagting den 5. e November Ao 1787. uE goede vriend /:was getekend:/ accasser P: Reijke

NL-HaNA_1.04.02_3818_0317 view scan ↗

English

13 Maccasser Maros To the Honorable Sir Barend Reijke Governor and Director of the Coast of Celebes together with The Council Honorable Sir and Gentlemen. Hereby having the honor to give your Honors dutiful notice that on the 3rd of this month, the King of Bonij arrived back here from Tanette, and that everything here in the countryside is in peace and quiet, and according to custom the required honors were given to his aforementioned Highness. While for the rest with the highest respect and esteem we call ourselves Honorable Sir and Gentlemen Your Honors' humble Servant signed Pr BurgGraaff in the Company's fortress Valkenburg the 5th of November in the year 1787. Maccasser Honorable Sir. In place of the deceased regent of Tanette, named Njelleng or Daing Maladja, I hereby propose to your Honor an anak karaeng named Lamaddoe, otherwise Daing Malassa, judging him to be the best or most capable for it. the 12th of November in the year 1787 Your Honor's very humble Servant signed Maros Ar Whijts 15 Maros Makasser To the junior merchant Simon BurgGraaff Resident there on the Company's behalf Honorable, pious, discreet Sir. If you should happen to meet or speak to the King of Bonij on Maros at times, you must make known to His Highness my surprise that, as ought to have happened according to old custom, he has not given me the slightest notice of his return from Tanette, whereas His Highness has nevertheless been able to take the trouble to send people from his side over here and make inquiries about the health of the provisional second-in-command Beth. After greetings, I remain Your good friend signed B: Reijke Maccasser in the Castle Rotterdam the 14th of November in the year 1787 Maccasser in the Company's fortress the 25th of November in the year 1787 Boelecomba To the Honorable Sir Barend Reijke Governor and Director of this Coast of Celebes Honorable Sir Pursuant to your Honor's order contained in the respected letter of the 5th of this month, I have in the most serious manner commanded the Regents of Gantarang and Pauliowee in your Honor's name to come up to your Honor with the proposed Regent of Tala as soon as possible, in order to request in person the necessary approval from your Honor; whereupon both aforementioned regents and their lesser chiefs declared that they must submit like slaves to your Honor's orders, and that as soon as their paddy has been cut and tithed, they will come over to your Honor with the proposed Regent of Tala. While I have the honor to subscribe myself with due high esteem, Honorable Sir, Your Honor's very humble and dutiful Servant signed J:B: v: Diemar Sarvaken 17 Makasser To the Honorable Sir Barend Reijke Governor and Director of the Coast of Celebes Honorable and Commanding Sir Pursuant to your Honor's esteemed letter dated the 14th of November last, I visited His Highness the King of Bonij on the 1st of this month, and in the name of your Honor asked him during our conversation the reason why he, the King, as he was obligated to do, had given no notice to your Honor of his return here from Tanette, as he had done to the senior merchant and second-in-command Beth; whereupon His Highness replied to me that he did not know he was obligated to do so, but that he was free to go wherever he pleased, and that he had given his Honor notice of his departure from Maccasser to Maros, and at the same time he also said that he had indeed sent an envoy to inquire after the senior merchant's health, and that he had also sent a deer as a present for his Honor's son, and nothing else. At the same time, upon my return from Maccasser, I also lodged a complaint with His Highness the King regarding some grievances that were submitted to me by the Company's subjects here and Siam, as well as the Malays, namely: Firstly, concerning the outrages committed by Karaeng Tanette on account of seizing the paddy fields in the village of Rea-Rea, belonging to the Company's subjects here and the Malays who had their dwellings there, which latter village he caused to be cleared by force, so that those people had to seek their dwelling places in other villages, and have been entirely robbed of the few lands that they had cultivated for many years for their livelihood. Secondly, I have, pursuant to his already previously given

Dutch transcription

13 Maccasser Maros Aan den welEdele Agtbaren Heer Barend Reijke Gouverneur en Directeur ter Custe Celeber benevens Den Raad wel Edele Agtbaare Heer en Heeren. Diermeede de Eer hebbende uwwel Edele Agtbare pligtschuldig kennis„ „se te geeven dat op den 3 dezer, de koning van Bonij, van Tariet„ „te alhier wederom is g'arriveert, en dat alles alhier op 't Land„ Edog in rust en vreede is, en is volgens gebruike aan voormelde zijn Hoogheid de verEijschte Honeur gegeven. Terwijl voor het overige met de meeste Eerbied en hoog agting wij noeme wel Edele Agtbare Heer en Heeren uwwel Edele Agtbares onderdanige Dienaar /: was getekent:/ Pr BurgGraaff in'sComps fortres valkenburg den 5e November Ao 1787. welEdel haccasser Heer. wel Edelen Agtbaren Instrede van den overleeden regent van Tanette, genaamt Njelleng of daing Maladja, zo drage aan uwwel Edele Agtbare voor, Eenen anak kraing net nain Lamaddoe. anders Daiig Malassa. als oordeelende ik, de beste of bequaamste daar toe te zijn den 12 November Ao 1787 uwwel Edele Agtbare zeer onderda„ „nigen Dienaar /:was getekend:/ hanos A„r Whijts 15 Maros Makaller Simon BurgGraaff Aan den onderkoopman Resident 'sComps wegen aldaar Eerzame vrome, Discrete. Als uE zom tijds de koning van Bonij op Maros mogt ontmoeten of te spreken krijgen zo moet uE aan zijn Hoogheid te kennen geeven mijn verwondering over dat Dezelve gelijk volgens oud gebruik had dienen te geschieden mijn geen de minste narigt van zijn te rug komst van Tanette gegeven heeft daar zijn Hoogheid zig egter heeft kunnen verledigen om van de zijne na herwaarts te zenden en informatie van de gezondheid van den p„l sekunde Beth te nemen. Ik blijve na groete uE goede vriend /:was getekend:/ P: Reijke Marcassen in't kasteel Rotterdam den 14e November Ao 1787 Maccakser in't Camp fortres den 25„e November Ao 1787 Boelecomba Aan den welEdelen Agtbaren Heer Barend Klipke Gouverneur en Directeur deser Cutte Celebes wel Edele Agtbare Heer Jk heb ingevolge uwwel Edele Agtbare bevel vervat bij gerespecteer„ „de missive van den 5e dezer de Regenten van Gantarang en Pau„ „liowee uijt Hoog derzelver naam op 't ernstigste aangesegt, om met den voorgedragene Regert van Tala zo dra mogelijk tot uwwelEd: Agtbare op te Komen, ten Einde de noodige approbatie van Hoog„ Dezelve in perzoon te verzoeken; waar op beide voornoemde re„ „genten en Derzelver onderhoofden gedeclareerd hebben, zig als slaaven te moeten onderwerpen aan uwwel Edele Agtbare beveelen, en zo dra hun padie gesneeden en verthiend was tot uwwel Edele Agtbare met den voorgedragene Regent van Tala te zullen overkomen. Terwijl, ik de Eer heb mij met verschuldigde Hoogagting te onderschrijven Wel Edele Agtbare Heer uwwel Edelens Agtbaare zeer onder„ „danige en Trouwschuldigen Dienaar /:was getekent:/ J:B: V: Diemar Sarvaken 17 Makasser Aan den welEdelen Agtbaren Heer Barend Reijke Gouverneur en directeur ter Custe Cilebes wel Edele Agtbare en Gebiedende Heer Jn volge uwwel Edele Agtbare g'Eerde brief gedateert 14e November Jongst Leeden ben ik op den 1„e dezes bij zijn Hoogheid den koning van Bonij geweest, en hem uijt naam van Hoogst uwwel Edele Agtbare bij discourse ge„ „vraagt de reede waarom hij koning, gelijk als verpligt was geen kennis„ „se aan uwwelEd Agtbare gegeven had van zijn te rug komst van Tanette alhier, gelijk hij aan den Heer opperkoopman en secunde de Beth ge„ „daan heeft, waar op van zijn Hoogheid mij tot antwoord diende, niet wiste daer toe verpligt te weeze, maar dat het hem vrijstond te mogen gaan, over al waar het hem beliefde, En dat Hij zijn welEdele Agtbare kennisse gegeven had, van zijn vertrek van Maccasser naer Maros en teffens zijde hij ook dat hij wel Een zendeling gezonden had, om na den Heer opperkoopman zijn gezondheid te late vernemen, en dat hij ook voor Een present aan zijn E: zoon, Een harte beest geson„ „den had, en anders niet. Jk heb teffens ook met mijn te rug komst van Maccasser, bij zijn Hoogheid de koning laaten doleeren over eenige klagtens die bij mij door 't Compagnies onderdane alhier en siam zo wel als de Maleijers aangedient zijnde, als Ten eersten over de gepleegde geweldenarij van Crain Tanette weegens het wegneemen, van de Padij velde op de Negorij Rea-Rea, tCom„ „pagnues onderdaane alhier en de Maleijers toebehoorende, die aldaar haare huijsvesting hebbe gehad, welke laeste hij de Negorij met geweld heeft doen ruijmen, zo dat die mensche haare woonplaatze op andere Nego„ „rijen hebbe moete zoeke, en zijn in 't geheel van de wijnige Lande, „rijen die zij tot haare leevens onderhoud veele Jaaren herwaards bewerkt hadde, ontrooft. Ten tweede heb jk zijn Hoogheid, in volge zijne reets bevoorens aan

NL-HaNA_1.04.02_3818_0322 view scan ↗

English

pursuant to the promise made to me, requested the restitution of the female person with her child abducted from the village of Boeka matta by Matto, son of the Tomilalang. Thirdly, concerning the actions of Dain Malimpod on Siam regarding two female persons, subjects of the Company's mountain regent Crain Manlawa, whom he seized there. Fourthly, concerning the complaints of the soelewatang of Siam regarding the aforementioned Dain Malimpo about the seizure of approximately two hundred paddy fields, and the top table at the Bazaar, for which latter he demands 70 Spanish reals under the pretext that the game or top table at the Bazaar there had been pledged to him by the son of the former and already deceased Loouw of Siam, who had fled to Tanette, named Jakaria, who at present also falls under the camp of Dain Malimpo, who insists that the Company's subjects of Siam in general shall pay him those 70 Spanish reals. The soelewatang of Siam declares frankly that if the violent acts of the Bone people persist, and they, the Company's subjects, are not protected by the Honourable Company and shielded from harm, they will be utterly ruined, and compelled, solely to preserve their lands as a livelihood and possession, to submit against their conscience to the authority of the Bone people and abandon the Honourable Company; all of which the Chief Interpreter has known the history of for a long time, as that matter of Dain Malimpo has already been settled several times and the expenses stipulated for it have been paid by the Company's subjects. His Highness the King of Bonij has thus given me to answer, regarding both matters, that the bad and insolent conduct of his subordinate princes and blood relations was in every respect impermissible, and that he, as resident in all the Company's affairs, which he always seeks to take to heart, would gladly do me justice to the best of his ability, 19 Maros dinsjangs Fortress Valkenburg the 10 December 1757. but that those people pay little heed to his admonitions and counsel; therefore he has requested me to inform Your Right Honourable of all the aforesaid, with the request that Your Right Honourable complain to His Highness in writing about these matters, whereupon he will summon those persons in the presence of his grandees in full assembly and reprimand them for their bad conduct and see to giving the Honourable Company all proper satisfaction, thinking that this will produce better and more powerful sentiments in their minds than if he were to have them addressed on the matter by his envoys. However, I humbly request, if it pleases Your Right Honourable to write to the King about this, that the letter may be delivered to him by the Chief Interpreter or whomever Your Right Honourable sees fit to command, and that I, as the one who lodged the complaint with His Highness on behalf of the Company, may be excused from delivering the letter. While for the rest, with the greatest honour and high respect, I declare myself, Right Honourable and Ruling Lord, Your Right Honourable's humble servant, was signed: J: BurgGraaff Maros Maros To the Junior Merchant Simon BurgGraaff Resident on behalf of the Company there Honourable, Pious, Discreet, In reply to your letter of the 10th of this month, it serves to state that although His Bone Majesty has said, regarding the complaints renewed by you concerning the insolence of the Bone people at Siang etc., that he can do nothing against it because his people will not listen to him, I nevertheless do not consider it advisable to write to him myself about this, as he would ostensibly wish. For with your complaints made in the name of the Honourable Company and myself, while His Highness is himself at Maros, he is able to accomplish nothing, or let me rather say unwilling to accomplish anything, so these are merely frivolous evasions that he seeks. And therefore I judge it best to exercise patience until we shall have received news from Batavia, since one can then settle all outstanding matters at the same time. But what you mean to say by the last paragraph in your letter, or what it signifies, is too obscure for me to understand its meaning, for surely I cannot think that you would have so little ambition as to wish, as soon as things are confirmed, to immediately shrug off your shoulders matters of such a nature if they were to be carried out. Yet, however that may be, it will meanwhile, although we exercise patience, nevertheless be your duty not to fail to make every possible investigation into the further conduct of the Bone people, to arrange matters over there as best as possible, especially with regard to the top table at the Bazaar in Siang, to bring the Bone people and the subjects to a good agreement, and if this does not succeed, then to encourage the subjects, as an absolute necessity against so many violent acts, to counter force with force without any hesitation as much as possible, as being a right that no person ever can or may take amiss. After greetings, I remain your good friend, was signed: B: Reijke Makasser in the Castle Rotterdam the 13th December A:o 1757 21

Dutch transcription

aan mijn gedane belofte gevraagt om de restitutie, van die door Matto, zoon van den Tomilalang op de Negorij Boeka matta weg„ „geroofte vrouws perzoon, met haar kind. Ten derde over de gedoentens van Dain Malimpod op Siam die twee vrouws perzoone, onderdane zijnde van den 'sComp„s berg regent Crain Manlawa, dien hij aldaar weggenomen heeft. Ten vierde over de klagtens van de soelewatang van siam wegens meermelte Dain Malimpo over het wegneeme van Circa tweehondert stuks padij velden, en de top tafel op de Bazaar, voor welk laaste hij Eijscht realen 70 spaans onder voorwendsel dat het spel of top Tafel op de Ba„ „zaar aldaar, door de zoon /: van den geweezene en reets overleedene Loouw van siam, die na Tanette weggelopen is geweest:/: genaamt Jakaria aan hem verpand zoude weezen, en die tans ook sorteerd onder het Camplod van Dain Malimpo, die hebbe wil dat 'sComp„s onderdaane van siam in 't generaal aan hem die 70 realen spaans zulle betale. Deir sokewattang van siam verklaard rondborstig zoo bij aldien, de Boniers haar geweldenarije stand houde, en zij lieden 'sComp„s onderdane, niet door dE kompagnie beschermt, en de hand over 't hoofd gehouden word, ten Eenemaal geruineert te zijn, en genoodzaakt alleen om haare Landerije tot leevens middel en besitting te kunne houde, zig tegens haare gemoedere, onder het gezag der Boniers te onderwer„ „pen, en de E: kompagnie te verlaten, het welk een en ander, den Heer oppertolk die Historie daar van, over lang geweest is, als die zaak, van Dain Malimpo reets verscheijde maale afgemaakt, en door 'sComp„s onderdaane de daar toe gestelde onkosten, van dien voldaan zijnde Dus heeft zijn Hoogheid de koning van Bonij aan mij zo wel over het Een als ander tot antwoord laate geeve, dat het slegte en brutale gedrag van zijn onderhoorige Prinsen, en bloeds verwante, ten Eenige opzigte ongeoorloofd was, En dat Hij mij als resident in alle 'sComp:s affaires /:die Hij altijd zoekt te behertigen:/ na vermogen regt. 19 Charos dinsjangs fortres valkenburg den 10 decem„r 1757. regt willen doen geven, maar dat zij lieden weinig reflexie op zijne vermaninge en raadslagen, dierhalven heeft hij mij versogt uwwel Edele Agtbare van al het voorsz: kennisse te geven, niet verzoek dat uw„ wel Edele Agtbare over die zaake schriftelijk aan hem zijn Hoogheid te doleeren, dan zal hij die geene in presentie van zijne Rijksgrooten in volle vergadering doen ontbieden en over haar slegte gedrag doen berispen en aan dE komp:e alle behoorlijke satisfactie zien te geeven denkende dat zulks betere en kragtiger gevoelens op haar gemoe„ deren zal doen verwekken, als of hij door zijne zendelingen Haar¬ „lieden daar over liet onderhouden. Edog verzoek ik ootmoedig indien het uwwelkedle Agtbare be„ „haags., de koning daar over te schrijven, dat de brief door den opper„ „tolk, of wie dat uwwelEdele Agtbare gelieft te ordonneeren aan hem overhandigt mag worden en dat ik als de geene die 'tkomp wegen aan zijn Hoogheid gedoleerd heeft, voor het overleeveren van de brief bevrijd mag wezen. Terwijl voor het overige met de meeste Eerlied en Hooij agting mij noeme. wel Edele Agtbare en Gebiedende Heer uwwelEd: Agtbare onderdanige Dienaar /:was getekent:/ J: BurgGraaff Manos Maros Aan den onderkoopman Eerzame, vrome, Discrete In antwoord op uE brief van den 10=e dezer dient dat schoon zijn Bonische Majesteit op de door uE op nieuw gedane klagten over der Boniers brutaliteiten op tiang etc: gezegd heeft niets daar tegen te kunnen doen, dewijl de zijne na hem niet willen luijsteren, jk het egter niet geraden vinde daar over, gelijk hij quasie zoude willen, hem zelfs te schrijven. want op uE klagten uijt naam van de E: komp:s en mijn daar zijn Hoogheid zelfs op maros is, gedaan mits kunnende of laat ik liever zeggen niets willende uijtregten, zo zijn het alle maar frivoole uitwegen die hij zoekt. En dier„ „halven oordeele ik best ze lang geduld te oeffenen tot dat wij tijding van Batavia zullen hebben erlangt, dewijl men als van alle het uijtstaande te gelijk kan verevenen. Dog wat uE met de laaste periode in desselfs brief zeggen wil of wat die beduid is mijn al te rand om de meening daar van te verstaan, want ik kan immers niet denken dat uE zo weinig ambitie zoude hebben om, zo dra bevestigd aanstonds zaaken van die natuur bij aldien zij te verrigten waaren van zijn hals te willen schuijven. Dan hoe het zij, het zal intusschen schoon wij gedult oeffenen uE zaak egter zijn om niet te versuijmen alle mogelijke na„ „vorsching wegens der Boniers verder gedrag te doen de zaken ginter, bijzonder met opzigt tot de toptafel op de Iazaar te Siang, zo goed mogelijk te schikken met de Boniers en onderdaanen tot een goed verdrag te brengen en dit niet gelukkende als dan de onderdaanen als een absoluute noodsakelijkheid tegens zo veele geweldenarijen aan te moedigen om zo veel mogelijk Simon BurgGraaff Resident 'skomp wegen aldaar zonder als een regt zijnde dat geen mensch doit of ooit kan of mag kwalijk genomen worden Ik blijve na groete zonder eenig schroom geweld met geweld te keer te gaan uE goede vriend /:was getekend:/ B: Reijke Makasser in't kasteel Rotterdam den 13„e December A:o 1737 21

NL-HaNA_1.04.02_3818_0326 view scan ↗

English

Translation of a Buginese letter written by Prince Arou Pantjana to the Right Honorable Lord Governor, reading as follows: Compliments as usual. Herewith I have to inform Your Right Honorable that I intend to send Arou Mario back to his country again, and that I even wished to accompany him as far as Laboso, because I fear that his people might cause some trouble to the Sopingers, and also because I have received an envoy from the Adatonang of Sidenreng, who let me know that he would gladly meet me at Laboso; therefore I am also of the opinion to reconcile Arou Mario with the Adatouang of Sidenreng, in order thereby to gain more persons who bear a sincere heart toward the Honorable Company, so as soon as my envoy has returned here I shall undertake the journey at once, if such might meet with Your Right Honorable's approval. Was signed, D: Deefhout For the translation. Letter. 23 My greetings to you, my son, and I inform you that I have received your letter with your envoy Poeanna-Iocka, so it serves in reply thereto that it is very pleasing to me to learn that you wished to accompany Arou Mario as far as Labose, not only to reconcile him with the Adatouang of Sidenreng, but also to meet the last mentioned in person; however, my son must not linger there long, because news from Batavia is to be expected any day, and also because the west winds might sometimes be troublesome to you on your return journey. Written at Makasser in Castle Rotterdam, the 15th of December Anno 1787. Letter from the Right Honorable Lord Governor to Arou Pantjana. Was signed, D: Reijke Makasser Maros in the Company's fortress Valkenburg the 22nd of December 1787 To the Right Honorable Lord Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes. Right Honorable and Commanding Lord, Your Right Honorable's much honored letter dated the 13th of this month was duly received by me, and in accordance with the contents thereof, ipso facto upon receipt, I had a complaint lodged in the name of Your Supreme Right Honorable with the King of Boni concerning the matter of Tanette and Siang. His Highness has most amiably returned the answer to me that he will send his envoy Aurongoeroe Toganka thither in order to mediate with Aroe Tanette, in the name of him, the King, the matter between the aforementioned Aroe and the Company's subjects of the village of Rea Rea, and also to order Dain Sialimpo in the name of his King to surrender to the Company's subjects of Siang everything that they had in their possession up to the time when the session between the Honorable Company and the Boniers took place. The aforementioned envoy departed thither on the 18th of this month, and I shall have the honor, upon the envoy's return from there, to give Your Right Honorable a report of the answer regarding the execution of his affairs there. While for the rest, with the greatest respect and high esteem, I call myself, Right Honorable and Commanding Lord, Your Right Honorable's humble servant, Was signed, S: BurgGraaff 25 Makasser To the Right Honorable Lord Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes. Right Honorable Lord, Upon my return from Makasser here, I had Crain Labakang summoned to me, who, owing to his continuous illness, did not come to me earlier than on the 22nd of this month; so I have in the name of Your Right Honorable most seriously, with harsh words and strong admonitions, confronted the aforementioned Crain with his fault in going to the feast to the King of Tanette without the prior knowledge of his master, and likewise imposed as a punishment for this a monetary fine of 80 Spanish reals. After he had excused himself, but had agreed to pay the aforementioned fine, he requested me, because he was not provided with cash, to advance the aforementioned sum for him to be delivered to Your Right Honorable, which I have agreed to do, and I have authorized my son-in-law the Budach to hand over to Your Right Honorable the aforementioned 80 reals or 100 Dutch guilders. Having received on the 26th of this month with the Soelewattang of Siang a letter from Sergeant Trouerbach, in which he gives me notice that the Bonian envoy, Anrongoeroe Toganka, had arrived there to mediate the matter between Dain Malimpo and the Company's subjects concerning the paddy fields and [illegible] there, but that the aforementioned envoy had accomplished nothing, and that the Boniers proceeded as before with the cultivation of the paddy fields. Yesterday I had a complaint lodged anew with the King of Boni about this, who let me know that he could give me no answer to it before

Dutch transcription

Translaat „schreeven door den Prins Arou Pantjana, Aan den wel Edele Agtbare Heer Gouver„ „neur luijdende, aldus Boegineese Brief ge„ Compliment na Gewoonte Diermeede heb ik uwwelEdele Agtbare bekend te maaken dat jk van zints ben om Arou Mario weder na zijn Land te rug te zenden, en dat jk hem zelfs wilde verzellen tot na Laboso toe, wijl jk be„ vreest ben dat zijn volk aan de Sopingers eenige moleste mogte doen, als ook dat ik een zendeling van den Adatonang van siden„ „reng gekreegen hebbe, die mij liet weeten dat hij mij gaarne op Laboso wilde ontmoeten, dierhalven ben ik ook van meening om Arou Mario met de Adatouang van sidenreng, te verzoonen, om daar door meerder perzoonen te krijgen die voor de Edele komp„e en een opregt hart toedragen, dus zo dra als mijn zendeling hier te rug zoude zijn gekeert zal ik de reijse ten eersten aannemen, zo zulks met uwel Edele Agtbare goedkeuring mogte weezen D: Deefhout voor de Translatie /:was getekent:/ Brief. 23 De groetenis van mijn aan uE mijn zoon, en maake uE bekend dat ik met desselfs zendeling Poeanna-Iocka ontfangen hebbe uE brief, zo dient daar op in antwoord dat het mijn zeer lief is te verneemen dat uE Arou Mario tot na Labose wilde versellen„ om niet alleen denzelven met den adatouang van sidenreng te verzoenen maar ook zelfs in perzoon den laast genoemde te ont„ „moeten, dog mijn zoon moet zig aldaar niet lang ophouden, wijl men alle dagen tijding van Batavia te verwagten is, en ook om dat de weste winden, die uE zomtijds in zijne te rug reise hinderlijk mogte wesen. Geschreven tot Makasser in't Casteel Rotterdam den 15:e December Anno 1787. Makalier Brief van den wel Edele Agtbaren Heer Gouverneur aan Arou Pantjana /:was getekent:/ D: Reijke Makasser Maars in't Comp fortres Valkenburg den 22. December 178: 7: Aan den welEdele Agtbaaren Heer Barend Reijke Gouverneur en Directeur ter Custe Celebes wel Edele Agtbare en Gebiedende Heer HuwelEdele Agtbares veel g'Eerde brief gedateert 13e dezer is mij wel geworden, en heb ik in volge den inhoud van dien; ipto facto, bij den ontfangst, uijt Naam: van Hoogst uwel Edele Agtbares bij de koning van Bonij over de zaake van Tanette en Siang laate doleere, zijn Hoogheid heeft aan mij op het vriendelijkste tot antwoord laate diene, dat hij zijn zendeling Aurongoeroe Toganka, naer der„ „waards zulle zende om bij aroe Tanette, uijt naam van hem koning, te bemiddele „ de zaake tusschen voormelt Aroe en 'sCom„ „pagnies onderdaane van de Negorij Rea Rea, en om teffens Dain Sialimpo uijt Naam van zijn Koning te ordonneere aan 't Comps onderdaane van siang, over te geeve, al het geene, dat zij in bezitting gehad hebbe, tot tijd en wijle, dat de sitting tusschen dE Comp:, en de Boniers plaats hadde, voormelt sendeling is op den 18„e dezes na derwaarts vertrokken en zal ik de Eere hebbe met de zendeling zijn te rug komst van daar, uw welEdele Agtbares verslag te geeven van het antwoord wegens de verrigtinging zijne affaires aldaar Terwijl voor het overige met de meeste Eerbied en hoog:agting mij noeme. Wel Edele Agtbare en Gebiedende Heer UwelEdele Agtbares onderdanige Dienaar /:was getekent:/ S: BurgGraaff Makaker 25 M Makasser Aan den welEdelen Agtbaren Heer Barend Reijke Gouverneur en directeur ter Custe Celebes wel Edele Agtbare Heer Met mijn te rug komst van Makasser alhier, heb ik Chain Labakang, bij mijn late ontbiede, die door zijn aanhoudende ziekte, niet Eerder als op den 22:e dezes bij mijn is gekoomen, dus heb ik voor„ „melte Crain uijt Naam van uwwel Edele Agtbare op het serieuste met haarde woorde, en sterke vermaninge, voorgehouden zijn fout in het ter festijn gaan, naer de koning van Tanette zonder voorkennisse, van zijn gebieder, en Item tot Een straf daar over opgelegt Een geld boete van realen 80 Sp„s, Na dat hij zig ver Excuseert had, Edog aangenomen hadde, voormelte boete te betaalen, versogte hij mij om dat hij van Contante niet voorzien was, voormelte somma voor hem te verschiete, om aan uwwelEdele Agtbares af te legge, het geen ik aangenoomen heb te doen, dewelke ik mijn schoon zoon dE Budach qualificeerde om aan uwelEd: Agtbares de voormelde 80 pp:s of rijgt 100:- hollands te overhandige. Op den 26„e dezes met de soelewattang van Tiang, Een brief van den sergeant Trouerbach ontfangen hebbende, waar in hij mij kennisse geeft, dat de Bonische sendeling, Anrongoeroe Toganka, aldaar was gekoomen om de zaake, tusschen Dain Malimpo, en 'sComp„s onderdaane, te bemiddelen wegens de Padij velde en top tafel aldaar, maar de voormelde sendeling niets uijtgerigt hadde, en dat de Boniers gelijk als bevorens met let bewerkte van de Padij velde voortvoere. Jk heb op gisteren weederom op Nieuws bij de koning van Bonij daar over laate doleere, die mij liet weete, dat hij mij geen antwoord daar op kunnende geeve voor

NL-HaNA_1.04.02_3818_0330 view scan ↗

English

before and rather, that his emissary who had departed from Siang to Tanette, returned back again. At the same time Sergeant Trouwerbach gives me notice that on the 21st of this month, a Madurese warrior named Lanzing absented himself from his sentry post, whom he has had searched for everywhere thereabouts but did not find. I have, just as I now have the honour, to give Your Right Honourable notice that I have again brought forward some complaints to the King of Boni regarding various other incidents, both at Siang and here on the plains. First, concerning a Bonese Prince named Dain Masese, who at the Negorij Baroe-Baroe-Ioa, under Siang, murdered the Company's subject named Iambo at his own house, and carried off a maid, subsequently plundering the house of the below specified goods, being: 30: Spanish reals in cash 1 piece of silk belly-girdle 7 small cloths 12 white Biranese cloths 2 flintlocks 5 assegais 1 gold ring, and 1 klewang. Second, concerning Anrongoeroe La-Eijdjo, who at the Negorij Matana, resorting here under Maros, took away all their paddy fields from the Company's subjects, as well as concerning the mother of Anrong Radja, who at the Negorij kaloekoe usurped some paddy fields from the subjects there. Regarding both matters, I received as an answer from His Highness that all was well, and that the King would give me all satisfaction and restitution through the Madaurang, whom he had ordered for that purpose, but it is all a promise promise without effect, therefore I take the liberty to give Your Right Honourable notice of everything, and at the same time to request Your Right Honourable orders on how I am to conduct myself further here, because the complaints concerning both the one and the other matter are incessant, and the Madaurang takes the side of his Bonese very strongly, and even if all our proposals or claims of the subjects are ever so just, he twists everything to his liking, and interprets everything according to his discretion to benefit the Bonese, and I making little count of obtaining any redress, yet he delays me from day to day, and at the same time just continues with the working of the paddy fields; what the outcome of it will yet be, is unknown to me, and I hope for the best from it. In my heart I pity the poor Company's subjects who suffer this, for the reason that some will now be entirely deprived of their paddy fields, and once the Bonese have them in hand, it is impossible to get them out again. It truly seems as if the Bonese are currently doing their best to divide the country among themselves on this occasion, according to their pleasure and discretion, for might goes before right, and the Company's subjects also say that they are too weak to undertake anything against the Bonese. Since the old year is drawing to an end, and the new approaches daily, I consider it my duty to felicitate Your Right Honourable therewith, with the wish that the Lord of Hosts may bless Your Right Honourable together with the Lady, Your Right Honourable's most respected spouse and dear offspring, in the coming and many following years with all health, and at the same time bestow everything that a mortal can wish for himself from Heaven. After shortening this, I have the honour to call myself with the most Maros in the Company's fortress Valkenburg the 29th of December Ao 1707 most respect and high esteem. Right Honourable Sir Your Right Honourable's humble servant /: was signed:/ P:r BurgGraaff P.S. Thus ipso facto after the conclusion of this, an emissary came to me on behalf of Aron Pantjana to complain that at the Negorij Barobosso, some paddy fields were taken away from the first-mentioned's people by the people of the Bonese prince Aroe Nanka, and that he requested that I would try to procure him redress regarding this, or else he was forced to bring his interests before Your Right Honourable, therefore I take the liberty to bring this to Your Right Honourable, beforehand, to give notice of this, and also that I sent my interpreter directly to the King of Boni to give notice thereof, but His Highness could not be spoken to due to the holding of his Mahoedoe or feast of the Prophet. Maros Maros To the junior merchant Simon BurgGraaff Resident on the Company's behalf there Honourable, Pious, Prudent From your letter of the 29th of December last past I have observed: how the bad conduct of the Bonese is becoming more unbearable from day to day and that all representations against it bear not the slightest fruit. If I knew of any other remedy against this besides what has already been written, I would suggest it at once to put it into effect, but since neither admonitions nor representations have any effect on the mind of this insolent king, I am at my wits' end regarding this matter. Nevertheless, you must, as if for the last time, go in person in my name and that of the Noble Company to the king and the Madaurang and present the matters to them in the clearest manner before their eyes as they truly are, and protest by my order against all these acts of violence, with the declaration that I hold them all to the account of the Bonese Court; possibly this will still have some effect, otherwise we must, as I have said repeatedly, await with grief and patience the orders from Batavia as to how one will have to deal with these people, whose intrinsic worth and sinister intentions I have made known in the clearest manner to Their High Nobilities; and which I then also expect daily. Meanwhile, and notwithstanding all this, you must keep yourself well supplied and infuse all possible courage into the Regents. Makasser and say that better conduct henceforth will be quite more agreeable to me than his offer of money. I remain after friendly greetings. The paid fines by Cayn Labakkang you can put back into their spirits, especially the Lommo Maros. Your good friend Translation. in the Castle Rotterdam the 2nd of January A:o 1788 Reijke /:was signed:/

Dutch transcription

voor en al eerder, dat zijn sendeling die van Siang naer Tanette vertrokken was, weederom te rug quam. Teffens geeft den sergeant Trouwerbach mijn kennis dat op den 21„e dezes zig van zijn schildwagt, g'absenteert heeft Een Ma„ „dureese krijger genaamt Lanzing, die hij daar over al heeft laate opzoeke maar niet gevonde. Ik heb gelijk ik thans de Eere heeft, uwwel Edele Agtbare kennisse te geeven, dat ik bij de koning van Banij Eenige klagtens op Nieuws in„ „gebragt heeft ver verschijde andere voorvallen, zo wel op Siang, als hier op de vlagtens. Eerst over Een Bonies Prins genaamt Dain Masese, die op de Negorij Baroe-Baroe-Ioa, onder Siang, hen Comp:s onderdaan bij naame Iambo, op zijn Eijge Huis vermoord heeft, en Een meijd weggenoomen vervolgens het huijs geplunderd van de onder gespecificeerde goederen als 30: realen spaans aan Contante 1 ps zijde buijk gorde 7 „ kleetjes 12 „ witte Biranees 2 „ Snaphaane 5 „ Assegaijen 1 goude ring en 1 klewang. Tweede over Anrongoeroe La-Eijdjo, die op de Negorij Matana, alhier onder Maros sorteerende 'sComps onderdane alle haare Padij velde wegnam, gelijk ook over de moeder van Anrong Radja die op de Negorij kaloekoe, haar Eenige padij velde van de onderdane aldaar aanmatigd zo wel over het een als ander heb ik tot antwoord gekreegen van zijn Hoogheid, dat alles wel was, en dat de koning mij door de Madaurang, die hij daar toe g'ordinneerd had, alle satijs„ „factie en restitutie te zulle geeve, waar het is altemaal belofte 27 belofte zonder effect, dierhalven gebruike ik de vrijheid uw wel Edele Agtbares van alles kennisse te geeven, en teffens te verzoeke uwwelE: Agtbare ordres, hoe ik mij verder alhier te gedragen het want de klagtens zo over het een als ander is onophoudig, en de Madan„ „rang treckt de parthij van zijn Boniers heel sterk aan, en al zijn alle onse voorslage of pretensies der onderdaane, nog zo regtvaardig, zo draijt hij alles naer zijn sin, en legt alles uijt naer zijn goeddunken, om de Boniers te bevoordeele, en ik wijnig staat maakende van eenige revencie te krijgen, dog stelt hij mij van dag tot dag uijt, en gaat teffens met het bewerke der padij velden maar voort, wat den uijtslag er nog van zal weese, is mij onbewust, en hoop daar het beste van Jk. beklaag de arme 'sComp„s onderdaane in mijn hard, die het overkoome om reden zommige nu van haare pabij velde in 't geheel onstooke zulle worde en als het Eerst de Boniers in hande heeft, is het onmogelijk haar weder uijt te krijge„ Het lijxt wel als dat de Boniers tans hun best doen, om bij deeze occasie het Land onder haar te verdeele, naar haar genoege en goed dunke, wan't geweld gaat boven regt, en 'sComp„s onderdaane zegge ook als dat zij te swak zijn om teegens de Boniers iets te onderneemen. Dewijl het oude Jaar ten eijnde loopt, en het nieuwe dage„ „lijks nadert, zo agt Ik het van mijn pligt uw wel Edele Agtbare daarmeede te filiciteeren, met toewensching, dat den Heere der Heijrschaare uwwel Edele Agtbare nevens de mevrouwe Hoogst uwwel Edele Agtbare gerespecteerde Gemalinne en lieve spruij„ „tjes in 't aanstaande en veele navolgende Jaere met alle gezond„ „heid mag zegenen, en teffens toe te legge, al het geene dat een sterveling zig van den Hemel kan toewensche. Na deeze te bekorte, zo heb jk de Eere mij niet de meerte Maros in't Camp fortres Valkenburg den 29„e December Ao 1707 meeste Eerbied en hoog-agting te noemen. 6 wel Edele Agtbaare Heer Duwel Edele Agtbare onderdanige Dienaar /: was getekent:/ P„r BurgGraaff P: S: zo ipso -facto na het suijte dezes, quam een sendeling uijt Naam van aron Pantjana bij mij klagtig valle dat op de Negorij Barobosso, door de volkere van den Bonies prins Aroe Nanka, van eerstgenoemde zijn volkere weggenomen was Eenige patij velde, en dat hij versogte dat ik hem revencie daar over wille zien te verschaffe of dat hij genoodzaakt was zijne belangens bij uwwel Edele Agtbare in te brenge, dierhalven gebruike ik de vrijheid uwwel Edele Agtbare in te benge, voor af, hier van kennisse te geeven, teffens ook dat ik mijn tolk direct naer de Koning van Bonij Sond, om daar van kennisse te doen geeve, maar zijn Hoogheid was door het houde van zijn Mahoedoe niet te spreeke of Prasfeest. Maros 29 Maros Aan den onderkoopman Simon BurgGraaff Resident 'sComp„s wegen aldaar Eerzame, vrome, Discrete uit uE brief van den 29 December Jongst Leeden heb ik neder gezien: hoedanig de slegte gedrentens der Boniers van dag tot dag ondragelijker worde en dat alle vertoogen daar tegens van geen de minste vrugt zijn. wist jk buiten het reets aangeschrevene hier andere raad tegen. Jk zoude ze aanstonds opgeven om in het werk te stellen, dog ik ben, daar nog vermaningen nog vertho„ „ningen iets op het gemoed van dezen ureveligen koning uitwer„ „ken, omtrent dit stuk uitgestudeerd. Egter moet uE nog als voor het laast zelfs in perzoon uijt mijn Naam en die van de Edele Comp„e na de koning en de Tiadaurang gaan en haar de zaaken ten duijdelijksten voor oogen stellen zo als zij wezentlijk zijn en protesteert ter mijner ordre tegens alle deze geweldenarijen met aanzegging dat jk ze allen laat voor Reekening van het Bo„ „nijsche Hof, mogelijk dat dit nog van eenig effect zal zijn, anders moeten wij gelijk ik meermalen gezegt heb. met smert en geduld afwagten na ordres van Batavia hoedanig men met dit volk, wiens intrinsique waarde en Simistre oogmerken jk ten duijdelijksten aan Hun Hoog Edelhedens heb te kennen gegeven, zal te handelen hebben; en die ik dagelijks dan ook te gemoet ziet. Moetende uE zig intusschen en des niet tegenstaande dit alles wel voorzien houden en de Regenten alle mogelijke moet in. Makasser geven en zeggen dat een beter gedrag voortaan vrij aangenamen voor mij zal zijn, dan zijn aanbod van geld. Ik blijve na vriendelijke groete. De betaalde boeke door kaaimn Labakkang kan uwE hem te rug in het Lijf spreken, bijzonder den Lommo Maros. uwE goede vriend Translaat. in't kasteel Rotterdam den 2„e Januarij A:o 1788 Reijke /:was getekent:/

NL-HaNA_1.04.02_3818_0335 view scan ↗

English

31 Translation of a Bugis letter written by Arou Pantjana to the Honorable Governor, of the following content: My humble compliments to Your Honor, and I hereby inform Your Honor that after having been here for three days, I met with the Adatouang of Sidenreng, and immediately following that, the reconciliation between him and Arou Mario took place. On that occasion, we also deemed it proper to send an embassy to Soppeng in order to request pardon for Arou Mario from the Datu of Soppeng; however, the Adatouang of Sidenreng offered his own person to bring him to Soppeng himself in order to carry out what was intended. Thus, I will need to tarry here until the return of the aforementioned Adatouang. Furthermore, the Adatouang also told me, among other things, that they are also angry with me because they are also angry with him; so the Adatouang said further, let them just be angry with both of us, and thus through that channel Sidenreng and Mario have become one people. Next, I also inform Your Honor that I have agreed with the Adatouang of Sidenreng to depart together for Makassar, and also that the people of the negorij Manoebba have come to me (note: this negorij belongs under Souppa, but they have recently defected from the same), but I have deemed it proper to reunite those people with Nepo (note: Nepo also used to stand under Souppa, but they defected from him and crossed over to Sidenreng), and... ...and regarding what further the Adatouang of Sidenreng and I have agreed upon separately between ourselves, I shall reveal it to Your Honor myself upon my arrival in Makassar. Written in the negorij Laboso on the third of January 1788. For the translation: D. Deefhout To... Signed: 33 Pantjana To Prince Arou Your letter of the 3rd of this month has been duly delivered to me. I express my pleasure regarding the good arrangements that have already been made regarding the effected reconciliation between the Datu of Sidenreng and Arou Mario, and that which will follow therefrom with those of Soppeng and your aforementioned son. Do your best to be back in Segeri as soon as possible, and let the Datu of Sidenreng delay his coming hither until I shall make this known in more detail, for I expect news from Batavia every day, according to which we shall have to conduct ourselves. Written at Makassar in Fort Rotterdam, the 5th of January anno 1788. Signed: D. Reijke Makassar 1788 D Makassar To the Honorable Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes. Honorable Sir, Just now an envoy from Karaeng Labakkang came to give notice that Daeng Malewa, under the pretense of having Your Honor's permission and using force, had seized some paddy fields from the son of the late Lomo Labakkang, of which the bearer of this, the envoy of Karaeng Labakkang, can show the proof of ownership given by the Commandant Mr. Kringer in the year 1745; and whereas the Chief Interpreter Mr. Deefhout, last year when the aforementioned Daeng Malewa laid claim to the paddy fields, awarded the fields back to their people after the payment of 22½ Spanish reals. Karaeng Labakkang requests my orders concerning this, and also let me know that he was afraid that misfortunes would arise therefrom if Daeng Malewa is not stopped in his conduct and bad practices. The aforementioned Daeng Malewa does not mind my orders at all, but also thinks, like others, that might makes right; therefore I request Your Honor's order as to how I am to conduct myself in this matter. At the same time, I have the honor to inform Your Honor that the King of Bone's envoy from Tanete has not yet returned, and that I have to this day received no answer from His Highness, neither regarding Tiang nor the negorij Rea Rea, for which I am only waiting in order to speak in person on behalf of Your Honor about the one thing and the other, pursuant to Your Honor's esteemed letter. While for the rest, with the greatest respect and high esteem, I call myself, Honorable Sir, Your Honor's humble servant, Signed: BurgGraaff Maros In the Company's fortress Valkenburg, the 5th of January 1788. Maros Makassar In Fort Rotterdam, the 7th of January anno 1788. To the Junior Merchant Simon BurgGraaff, Resident there on behalf of the Company. Honorable, Pious, Discreet [Sir], The dispute between Daeng Malewa and several others over some paddy fields I personally settled here in person in a native assembly at the end of anno 1786, when more than two hundred persons complained about all too harsh treatments by Karaeng Labakkang. That ought to be known to you, so that I must be highly surprised that such matters are brought up anew again. Through his continual scheming with the Bonians and others, as well as his all too severe conduct on the contrary with the Company's subjects, Karaeng Labakkang has lost so much of his credit with me that, without more valid proofs than the supplied old note on paper of anno 1745 granted by the postholder Kauger, I cannot by any means bring myself to wrong the latter on his behalf; and thus it must rest with this, without either Regent or subjects having to molest one another; toward which it is your duty as Resident to direct matters. After greetings, I remain, Your friend, Signed: D. Reijke

Dutch transcription

31 Translaat Bouginees Brief geschreeven door Arou Pantjana, Aan den wel Edele Agtbare Heer Gouverneur, zijnde van den volgenden inhoud Mijn neezrig Compliment aan uwwelEdele Agtbare, en maake uwwelEdele Agtbare bij deezen bekend, dat na ik drie dagen hier aange„ „weest te hebben, heb ik met den Adatouang van sidenreng ontmoet, en opstonds daar op gevolgd is de verzoening tusschen hem en Arou Mario, en bij die gelegendheid hebben wij dan ook goedgevonden Een bezending na Sopping te doen, ten eijnde bij den Datou van Sop„ peng pardon voor Arou Mario te verzoeken; dog dat Adatouang van sideureng zijn perzoon daar toe had aangeboden, om hem zelfs na Copping te brengen om het voorgenomene ter uijtvoer te bren„ „gen, dus zal ik mij hier zo lang dienen te vertoeven tot na de te rug komst van meergemelde Adatonang wijders had mij den Adatouang ook onder anderen gezegd dat zij op mijn ook quaad zijn, wan't dat zij ook op hem quaad zijn, dus had den Adatouang nog verder gezegd laaten ze naar op ons beijden quaad weezen en dus door dat Canaal is Ledenreng en Rario tot Een volk geworden. vervolgens maak ik ook uwwelEdele Agtbare bekend dat ik met den Adatouang van sideuren, hebbe afgesprooken om te samen na Makasser te vertrekken, als ook dat de volkeren van de Negorij Manoebba bij mijn zijn gekoomen /: NB: deese Negorij gehoort onder souppa dog zij zijn van denzelven onlangs afgeval„ „len:/ maar ik heb goedgevonden om die menschen met Nepo weder te vereenigen /: NB: Nepo heeft ook onder Souppa gestaan, maar te zijn van hem afgevallen en na sideureng overgelopen:/ en. zal ik met mijn opkomst te snaccapser, zelfs aan uwwelEd Agtbare openbaaren Geschreven op de Negorij Laboso den derden Januarij 1738 voor 't Translateeren En aangaande ik het geen verders met den Adatouang van Sidenaeng afzonderlijk met malkanderen hebben afgesproken, D Deefhout Aan /:was getekent:/ 33 Pantjana Aan den Prins Arou uwe brief van den 3 dezer is mijn behoorlijk bezorgd : jk betuige mijn genoegen over de goede schikkingen die omtrend de bewerkte verzoening tusschen den Dato van Sidenreng en Arou Mario reets gemaakt heeft en die daar uit volgen zal met die van soping en gedagte uwE zoon Doet uwE best om zo spoetig doenlijk op Sagerij te rug te wezen en laat: den Datou van Tidenreng zo lange vertoeven niet zijn opkomst na herwaarts tot Ik zulks nader zal laten weten, want jk verwagte alle dagen tijding van Batavia waar na wij ons zullen moeten rigten. Geschreven tot Makasjer in'tkasteel Rotterdam den 5:e Ianuarij anno 1788 /:was getekend:/ D: Reijke Makaker 17888 D Makasser Aan den wel Edelen Agtbaren Heer Barend Reijke Gouverneur en Directeur ter Custe Celebes wel Edele Agtbare Heer Soo inmediaat quam een sendeling van Crain Labakkang kennisse te geeven, dat Dain Malewa, onder voorgeeving van uw„ „ wel Edele Agtbares Permissie te hebbe, en met geweld eenig Padij velden, van den overleedene Lomo Labakkang, zijn zoon hadde afge„ „noomen, waar van den brenger deezes, den sendeling van Crain Labakkang, het bewijs van Eijgendom gegeven door den Commandant De Heer Kringer in't Jaar 1745 kan verthone., en dewijl den op„ „pertolk de Heer Deefhout in 't verleede Jaer toen voormelt Dain Malewa pretensies op de padij velde gedaan heeft; en na betaling van realen 22½ spaans haar lieden de velde weederom toegewee„ „zen heeft. Crain Labakkang verzoekt hier omtrent mijn ordres, en liet mijn teffens weete, dat hij bevreest was, dat daar door ongelukke zulle ontstaan, indien, Dain Malewa, in zijn handelwijze, en slegte gedoentens niet gestuit word. voormelt Dain Malewa, stoort zig in 't geheel niet aan mijn ordres, maar denkt ook, gelijk als andere, geweld gaat be„ „ven regt, dierhalven verzoek ik uwwel Edele Agtbare ordre, hoe ik mij daar in te gedragen heb. teffens heb ik de Eere uwwel Edele Agtbare kennisse te geeven, dat de koning van Bonij zijn sendeling van Tanatte nog niet wederom te rug is, en dat jk van zijn Hoogheid tot heeden toe 35 toe geen antwoord heeft gekregen, so min over Tiang, als de Negorij Rea Rea, waar op ik alleen wagt, om ingevolge uwwelEd Agtbare g'Eerde brief, in perzoon de uijt Naam van uwwel Edele Agtbares over het Een en ander te spreeken. Terwijl voor het overige met de meeste Eerbied en Hoog„ agting mij noeme wel Edele Agtbare Heer UwwelEdele Agtbares onderdanige dienaar /:was getekent:/ BurgGraaff Maros Maros in 't jamps fortres valkenburg den 5e Januarij 1788. Maros Makaller in't kasteel Rotterdam 7e den 7„e Januarij Ao 1738. Aan den onderkoopman Eerzame, vrome, Discrete. Het disput tusschen Dain Malewa en meer andere over eenige padij velden heb ik in het laast van Ao 1786 toen er doen door meer dan twee Hondert perzoonen over al te staatfe behandelingen van Crain Labak„ „kang geklaagt is, zelfs hier in perzoon in een Jnlandsche ver„ „gadering afgedaan. dat uE bekend moet zijn, zo dat jk mijn ten hoogsten verwonderen moet dat zulke zaken weder op nieuw worden opgehaald. Craeng Labakkang heeft door zijn Continueel konkelen met de Boniers en anderen mitsgaders zijn al te stren„ „ge handelwijze daar en tegen met 'skomps onderdaanen bij mijn zo veel van zijn Credit verlooren dat jk zonder valabeler tewijlen als het gesuppediteerde oudt briefje op papiertje van A:o 1745 door den posthouder kauger verleend, geensints op mijn kan verkrijgen de laaste zijnenthalven ongelijk aan te doen, en dus moet het hier bij berusten zonder dat nog Regent nog onderdanen elkander zal hebben te molesteeren; waar toe het uE pligt als resident is om het daar heene te de„ „rigeeren Ik blijve na groete. UE vriend /:was getekend:/ Simon BurgGraaff resident 'sComp„s wegen aldaar D. Reijke .

NL-HaNA_1.04.02_3818_0341 view scan ↗

English

37 Translation of a Buginese letter written by Arou Pantjana and the Adatouang of Sidenreng to the Right Honorable Governor, being of the following content: The humble compliments of both of us to Your Right Honorable, and we make known to Your Right Honorable that we have now bound ourselves to each other in the strongest possible manner. At the same time, the Adatouang assures Your Right Honorable that he now completely subjects himself to the will and pleasure of Your Right Honorable, with the request to please employ him in such services wherever Your Right Honorable may desire, for we shall never forsake one another in order to obey the orders of Your Right Honorable and the Honorable Company in all faithfulness. For the translation, signed: Seefhout To the Datoe of Sidenreng and the Prince Aroe Pantjana: Since the Datoe of Sidenreng, since the making of the Bongaaij Treaty, has been an ally of the Honorable Company and in the late war against the Macassars proved such services that even Their High Excellencies the Supreme Government of the Indies at Batavia highly praised the same by letter to Governor Vander Voort in the year 1778, so the alliance entered into between you both and communicated to me is as agreeable to me as that the Datoe shows himself anew to be prepared and has promised willingly to obey the Company's orders as a faithful ally of Their Excellencies. I shall therefore in the course of time make such use of it as the service of the Honorable Company will require, while I also await with patience the return of Aroe Pantjana to Segeri. Written at Macassar in Castle Rotterdam, the 9th of January, in the year 1788. Reijke signed: Macassar 39 Makasser To the Right Honorable Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes. Right Honorable Sir, Having hereby the honor to inform Your Right Honorable that the envoy of the King of Boni, Anrongoeroe Toganka, has returned from Tanette and told me on behalf of His Highness the King of Boni that Aroe Tanette refused to return the paddy fields of the village Rea Rea to the Saleijers, but that he would have them worked by his own people, and that the Malays had not the least pretensions to them, just as they, the Malays, are said to have testified to him themselves according to the statement of the aforementioned envoy, about which I can do nothing further. Regarding the paddy fields that were taken by the Bonians from the Company's subjects on the plains here, His Highness has had them restored by the Hadat to let the Company's subjects work them this year just as in the previous year. And because Daing Kalimpo at Siang paid no heed to the orders of the King of Boni regarding the return of the paddy fields and fishponds there, conveyed by his envoy Anrongoeroe Toganka, about which His Highness showed himself very annoyed, he promised me to send a second envoy thither to order the aforementioned Daing Kalimpo to surrender the paddy fields as well as the fishponds to the Company's subjects, and to wait with his pretensions until such time as the Honorable Company and the Bonians hold a session concerning national affairs. The King of Boni has also had me told that the Maros paddy fields of Aroe Pantjana in the village Batobosjo, which Aroe Nanka has taken, that this was done on the orders of Aroe Tanette, and that he cannot assist me in that matter. While for the rest having the honor to call myself with the greatest respect and high esteem, Right Honorable Sir, Your Right Honorable's humble servant, signed: Burggraaff Maros, the 14th of January, in the year 1788, in the Company's Fortress Valkenburg. 41 Saleijer Makasser To the Right Honorable Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes. Right Honorable Sir, The combined sub-chiefs of the district Bontobango having appeared before me upon the encouragement given, gave me to understand that, since no claimants to that regency—neither the relatives of the regentess Daing Madjannang who passed away on the 16th of November, nor any other private person—have come forward in her place, and that no capable person was found in the district for this purpose except the present regent of Battamatta, Daing Manoedjoennang, who is entitled thereto as originating from Bontobango and who now comes to apply for it, I therefore consider it my duty to inform Your Right Honorable thereof most respectfully, adding that if it should please Your Right Honorable to favor Daing Manoedjoennang with it, for whom they have much respect and affection, they would very gladly acknowledge and respect him as their lawful regent, just as I myself judge that he, as one of the most capable and discerning regents, merits Your Right Honorable's favor for this purpose. With which I remain with all submission and due high esteem, Right Honorable Sir, Your Right Honorable's very humble and dutiful servant, signed: A. Mhijts in the Company's Fortress Defensie, the 10th of January, in the year 1788.

Dutch transcription

37 Translaat Bougineese Brieff ge„ „schreeven door Arou Pantjana en den Adatouang van sideureng, Aan den wel„ Edelen Agtbaren Heer Gouverneur, zijnde van den volgenden inhoud De nedrig Compliment van ons bijde aan uwel Ed: Agtbare en maake uwwelEd Agtbare bekend, dat wij nu met elkanderen op het allersterkste hebben verbonden, teffens laat den Adatouang aan uwwelEd Agtbare verzeekeren dat hij zig thans in 't geheel aan de wille en 't welbehaagen van uuwwelEdele Agtbare onder „werpende, met verzoek om hem nu tot zodanige diensten gelieft te Emploijeeren waar uwwel Ed: Agtbare maar gelieft te begeeren, want dat wij nimmer Elkanderen zullen ver„ laaten om in alle getrouwigheid de ordres van uw wel Edele Agtbare en de EComp:e te obedieeren. voor 't Translateeren /:was getekent:/ Seefhout Aan Aan den Dasou van Pidenrengen den Bris Sroe bantjana Daar den Latoe van Tidenreng sedert de making van het Bon„ gaijse Contract een meede Bondgenoot van dE kompagnie is, en in den Jongsten oorlog tegens de Makawaaren zodanige diensten te„ „wezen heeft dat zelfs hun Hoog Edelheedens de Edele Hooge Jn„ diasche Regering te Batavia zulx bij brief aan den Heer Gouver „neur vander voort in Ao 1778 ten hoogsten hebben gepresen, zo is de tusschen uw beide aangegaane en mijn bedeelde verbintenis„ „se, mijn zo wel aangenaam als dat den Datoe sig als op Nieuw betoond bereid te zijn en beloofd heeft 'tkomps beveelen gewillig als een getrouw bondgenoot van haar Ed: te zullen gehoorzamen, Jk sal er dan ook in vervolg van tijd zodanig een gebruik van maken als den dienst van dE Comp:e zal komen te ver„ Eijsschen. terwijl jk met mmerte ook verwagt na de terug komst van Aroe Pantjana op Sagerij Geschreven tot Makaker in't Casteel Rotterdam den 9e Januarij Ao 1788 : Reijke :was getekent: hakaker 39 Makasser Aan den wlEdele Agtbaren Heer Barend Suijke Gouverneur en Directeur ter Custe Celebes WelEdele Agtbare Hier Hier meede de eer hebbende uwwel Ed: Agtbare kennisse te geeve dat de sendeling van de koning van Bonij, Aurongoeroe Toganka van Tanette weederom te rug is gekomen, en mij uijt Naam van zijn Hoogheid de koning van Banij gezegd, dat Aroe Tanette weij„ „gerde de Padij velde van de Negorij Rea Rea weeder aan de sa„ „leijers over te geeve, maar dat Hij so door zijn volk zoude laa„ „ten bewerken en dat de Maleijers daar aan geen de minste preten„ „sies hadde, gelijk zij liede maleijers, zelvers aan hem zoude hebbe getuijgd, volgens gezegde van voornoemde sendeling, alwaar ik verder niets tegen kan doen. wegens de padij velde die door de Boniers, van 'sComp:s onder„ „daane, op de vlagtens alhier weggenomen zijn, heeft zijn Hoogheid door de Nadaurang die wederom te rug laate restitueere om de sComp„s onderdaane in dit, gelijk, als in 't voorige Jaar te laate bewerke. En deweil Dain Kalimpo op Siang, geen reflectie sloeg, op de koning van Bonij zijn ordres, met het te rug geeve van de Padij velde en toptafel aldaer, gezonden door zijn sen„ „deling, Anrongoeroe Toganka, waar over zijn Hoogheid sig zeer moeijelijk liet zien, en beloofde hij mij een tweede sendeling der „waarts te senden, om voormelde Dain Malimpo te ordineere, „de padij velde, zo wel als de toptafel aan 'sComps onderdaane te doen afgeeve, en met zijne pretensies te wagte tot tijd en wijle dat de E: Comp:e en de Boniers zitting hielde over s. Lands zaake, de a Maros Padij velde van Aroe Pantjana op de Negorij Batobosjo, die Aroe Nanka weggenoomen heeft, dat zulks op ordre van Aroe Tanette geschied is, en dat hij mij daar in niet kunne Assisteere Terwijl voor het overige de her hebbende mij met de meeste Eerbied en hoogagting te noemen WelEdel Agtbare Heer Uwwel Edele Agtbares onderdanig Tienaar /:was getekend:/ BurgGraaff Makassen den 14. e Januarij Ao 1788 in 's Comps fortres valkenburg de koning van Bonij heeft mij teffens laate segge dat de 41 Saleijer Makasser Barend Reijke Aan den welEdelen Agtbaren Heer Gouverneur en Directeur ter Custe Celebes WelEdele Agtbare Heer De gezamentlijke onderhoofden van het Land bontoban„ „go op de gedane aanspooring bij mij verscheenen zijnde, gaeven mij te kennen dat, vermits geen pretendenten tot dat regentschap zo min der nabestaande des op den 16:e November overleeden regentin Dainen Madjannang; als andere particuliere perzoon in haar plaats zijn koomen aenmelden en dat door het Land daar toe geen bequaam per„ „zoon gevonden werd uijtgezondert ten presenten regent van batta matta, Daing Manoedjoen-ngang die daar toe gewettigt, als herkomstig zijnde van banto Bango en welk tans daarom komt te besolliciteeren, so agte Jk van mijn pligt uwwelEd Agtbare daer van eerbiedigst te bedeelen onderbijvoeging, dat zo het hoogst uwwelEd: Agtbare behage mogt hem Daing Manoedjeen-ngang voor wien zij lieden veel respect en genegendheid toedrage, daar mede te begunstigen, zij denzelven zeer gaarne voor haaren wettigen regent zoude hr„ „kennen en respecteeren, gelijk ik zelve oordeele hij als een der bequaamste en schaanderste regent daar toe uwwel Edele Agtbare gunst meriteert. waarmeede blijve met alle onderdanigheid, en verschuldig„ de hoogagting Wel Edele Agtbare Heer uwwelEd Agtbare zeer ootmoedigen en Thouwschuldigen Dienaar /:was getekent:/ in'sComps vesting. defentie den 10 Januarij Ao 1781/ A„ Mhijts

NL-HaNA_1.04.02_3818_0346 view scan ↗

English

Amboina Makassar in Castle Rotterdam the 1st of December 1777. To the Right Honorable, Venerable and Severe Sir Adriaan de Bock Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director there Right Honorable, Venerable and Severe Sir and Friend Whereas for some time now several Goram vessels have visited Saleyer one after another, as just recently one whose juragan is named Talka, and it thus raises suspicion that they seek either to smuggle or in time to gain close acquaintance over there with the native population, which might be of harmful consequence, I have once and for all ordered the Resident Wuijts to henceforth completely turn away all such smugglers and also to arrange that this be likewise observed by the Regents. Of which I have deemed it necessary to give notice to your Right Honorable and Venerable, as I also do hereby, with the friendly offer at the same time of the letters received from Saleyer regarding the aforementioned juragan Talha, and further my order sent off upon it. After paying my cordial respects, I remain with very much esteem: Right Honorable, Venerable and Severe Sir and Friend Your Right Honorable, Venerable and Severe's humble and obedient Servant was signed Keijke 1. 43 Makassar To the Right Honorable and Venerable Sir Barend Keijke Governor and Director for the Coast of Celebes, there Right Honorable and Venerable Sir Herewith having the honor to give notice to your Right Honorable and Venerable, that the disputes over the paddy fields between the Company's subjects and the Bone people on the plains here have been settled, so that everyone now has his own in cultivation and everything is furthermore in peace and quiet here. Although I in person, as well as through the interpreter, have several times urged the King of Bone regarding the conduct of Daeng Malimpo at Siang to possibly thereby bring about that the Company's subjects there might obtain possession again of their paddy fields and tuptafel, which were taken away by the aforementioned Daeng Malimpo, all of this has been in vain. However, His Highness the King on the 2nd of this month sent an envoy named Lamassie to me to give notice, that he was sent by his King to Siang in order to hand over again, by order of his aforementioned Highness, to the sommo of Siang the paddy fields and tuptafel which the often-mentioned Daeng Malimpo had taken into possession, with the request that he might be accompanied thither by a Company envoy. Instead of the requested envoy, I have for greater security and in order to be able to obtain a complete elucidation of all that passed, sent the interpreter Trouerbach with the Bone envoy thither, where he on the 4th of this month, with the lomo and sulewatang of Siang, presented himself at the place where the restitution of the paddy fields was to occur, where finally Daeng Malimpo arrived with a retinue of circa 100 men, who began to speak in the most insolent manner, where are now the paddy fields of the Company's subjects that are being demanded of me, the same being pointed out to him by the sommo and sulewatang of Siang, Daeng Malimpo answered in a malicious manner, striking his kris, those are paddy fields that belong to me and have belonged to me for a long time already before my departure to the Bugis; and which I during my stay there could not have cultivated, but now with my presence here I am having taken into possession by my people. The demanded sum of 70 Spanish Reals for the tuptafel, I offered to pay to Daeng Malimpo on behalf of the Company's subjects, provided that he restore to me the son of the recently to Tanette absconded and now deceased sommo named Jakaria, who now also belongs under his people and who is the one who actually pawned the tuptafel, which he also refuses me, thus it appears that he wants to keep everything in his power. My interpreter, having replied to the answer of Daeng Malimpo in the most friendly manner, understood that the blood in the bodies of the Company's subjects began to boil and therefore, to prevent all further mishaps, for the time being pacified the Company's subjects until further orders and further took his leave of Daeng Malimpo, promising him that he would depart immediately to make his report hereof to me as Resident, as I now have the honor to write to your Right Honorable and Venerable. I immediately had notice given of all that occurred to the King of Bone, who had the answer served to me that he cannot give me any decision before his envoy had returned thence and 45 Maros had submitted his report to him, which will not be able to happen for some days, because His Highness had also sent the aforementioned envoy to Labakkang for the execution of private affairs. On the 13th of this month, the aforementioned envoy La Massie returned after the execution of his commissions and came to tell me on behalf of his King, that the King's brother Daeng Malimpo, according to the words of the envoy, lets it be known that the said paddy fields were allotted to him by the present chief interpreter Mr. Deefhout while still being under-interpreter, and that he had made a present of a slave boy and a horse to the aforementioned Gentleman for it. To what extent these pretexts contain the truth is unknown to me, however His Highness has had me requested to give notice of this to your Right Honorable and Venerable and has at the same time promised me that he will have his brother Daeng Malimpo summoned hither, which is already 5 to 6 days ago, yet up to this day I see no result thereof. While for the rest with the greatest respect and high esteem I call myself Right Honorable and Venerable Sir Your Right Honorable and Venerable's humble Servant was signed D: BurgGraaff in Camp Fortress Valkenburg the 17th of February Anno 1788

Dutch transcription

Amboina Makaker in'tkasteel Rotterdam den 1e xber: 1777. Aan Den wel Edelen Agtbaren Gestrengen Heer Adriaan de Bock Raad Extra ordinair van Nederlandsch Jndien, mitsgaders Gouverneur en Directeur, aldaar Wel Edele Agtbare Gestrenge Heer en Vriend Dewijl er nu zedert eenigen tijd agter een verscheidene Gorainse vaartuigen op Saleijer zijn aangeweest gelijk nog laast eene waar van dies Anachoda Talka genaamt is en het dus suspicie geeft dat zij zoeken of om te smokkelen of in der tijd nauwe kennisse ginter met den Jnlander te krijgen dat van schadelijke gevol„ „gev: zoude kunnen zijn, zo heb jk den resident wuijts eens voor al gelast om voortaan al diergelijke Lorrendraijers finaal aftewij„ „ „zen en ook ordre te stellen dat zulks door de Regenten almede worde g'observeerd. waar van Ik nodig g'oordeeld heb uuwelEdele Agtbare Gestrenge kennisse te moeten geven, gelijk Ik dan ook doen bij dezen onder vriendelijke aanbod teffens van de over voorsz: Anachoda Talha van Saleijer ontfangene Brieven en voortz: mijne daar op afgezondene ordre Ik blijve na aflegging mijner hertelijke groete met zeer veel agting: wel Edele Agtbare Gestrenge Heer en vriend uwer welEd: Agtb: Gestrenge onderdanige en gehoorzame Dienaar /:was getekend:/ Keijke 1 . 43 hakakter Aan den wel Edelen Agtbaren Hier Barend Keijke Gouverneur en Directeur ter Custe Celebes, aldaar wel Edele Agtbaare Heer Hier mede de Eer hebbende uwwel Edele Agtbare kennisse te geven, dat de verschillen over de Padij velden tusschen 'skomp„s onderdanen en de Boniers op de vlaktens alhier afgemaakt zijn, zo dat een ieder thans het zijne in dewerking heeft en is verders alles hier in Rust en vrede. Al schoon, dat ik in Perzoon, zo wel als door de tolk versei„ „de keeren bij de koning van Bonij over het gedrag van Daeng Malimpo op Siang heeft aangedrongen om mogelijk daar door te bewerken dat 'skomp„s onderdanen aldaar haare Padij velden en toptafel, die door voormelde Daeng Malimpo wegge„ „nomen zijn, wederom in bezitting te mogen verkrijgen, zo is zulks alles te vergeefs. Edog heeft zijn Hoogheid de koning op den 2e dezer len zen „deling genaamt Lamassie bij mij gezonden om kennisse te geven, dat hij door zijn koning naar Siang gezonden wier om op ordre van voorm: zijn Hoogheid aan de sommo van siang wederom over te geven, de Padij velden en toptafel die meermelde Daeng Malimpo in bezitting had genomen met verzoek dat hij door een 'sComp„s zendeling naar derwaarts verzeld mogte worden. Jn plaatse van de gerequireerde zendeling heb jk tot meerder securiteit en om een volstrekte elucidatie van al het gepasseerde te kunnen krijgen, den tolk Trouerbach niet den Bomische zendeling derwaards gezonden, alwaar hij op . .. en r ge op den 4„e dezes met de Lommo en soelewattang van Siang, zig vervoegde ter plaatse, waar de te rug geving van de Padij vel„ „den zoude geschieden, waar eindelijk Daeng Malimpo, met een ge„ „volg van Circa 100 man aankwam, die op de brutaalste wijze begon te spreeken, waar zijn nu de Padij velden van 'sComps onder„ „danen die mij afgelijkst word, dezelve hem door den sommo en soebewattang van Siang aangewezzen, Antwoorde Daeng Malim„ „po kwaadaardige wijze, met het slaan op zijn kria, dat zijn Padij velden die mij toebehooren en lange tijd toebehoord hebben al voor mijn vertrek naar de Boegies; en die Jk met mijn verblijf aldaar niet heb kunnen laten bewerken, maar thans met mijn aanwezen alhier door mijn volk laat aanvaarden. De G'eischte somma van Realen 70 spaans voor de toptafel, heb ik gepresenteerd om voor 'skomp„s onderdanen aan Daeng Malimpo te betalen, mits dat hij aan mij restitueer„ „de de zoon van den onlangs na Tanette weggelopene en tans over„ „ledene sommo gen„t Jakaria, die tans ook onder zijn volk zor„ „teerd en die geene is die wezentlijk de Toptafel verpand heeft het welk hij mij ook weigerd, dus blijkt dat hij alles in zijn magt wil houden. Trijn tolk het antwoord van Daeng Malimpo op het vriendelijkste gerepliceerd te hebben verstond dat het Bloed in de Lichaame van 'skamp„s onderdane begon te koken en dier„ „halven om alle verdere ongelukken voor te komen 'skomp„s onderdanen voor eerst tot nader ordre te vreede stelde en voorts zijn afscheid nam van Daeng Malimpo hem toezeggende dat hij ten eersten vertrok om zijn Rapport aan mij als Resident hier van te doen, gelijk ik tans de Eere heb uwwelEdele Agtbare aan te schrijven. Ik heb ten eersten van al het voorgevallene aan de koning van Bonij kennisse laaten geven, die mij tot antwoord liet dienen dat hij mij geen besluit kan doen geven, voor dat zijn zendeling van daar wederom te rug gekomen was en bij: vlinelandt in 45 Sharos bij hem zijn Rapport ingebragt had, het welk niet zal kun„ „nen geschieden als over enige dagen dewijl zijn Hoogheid ook ƒ voorm: zendeling naar Labakkang gezonden had, tot ver„ „rigtinge van particuliere affaires. Op den 13e dezer is voormelde zendeling La Massie na verrigtinge van zijne Commissies wederom te rug gekomen en mij uit naam van zijn koning kwam zeggen, dat 's' konings„ 3roor Daong Malimpo; volgens gezegde van den zendeling liet weten dat de gemelde Padij velden hem door den tans wezende oppertolk de Heer Deefhout nog als ondertolk zijnde was toege„ # „wezen, En dat hij daar voor aan voorm: Heer een slave Jonge en een Paard present gedaan had in hoe verre deze voorwendzels de waarheid behelft is mij onbewust, Edog heeft zijn Hoogheid mij laten verzoeken uwwel Edele Agtbare hier van kennisse te ge„ „ren en mij teffens beloofd dat Hij zijn Broer Daeng Malim„ „po herwaards zal laten opontbieden, het welk alreeds 5 â 6 da„ „gen geleden is, dog zie ik tot heden toe geen gevolg daar van. Terwijl voor het overige met de meeste Eerbied en Hoog-agting mij noeme wel Edele Agtbare Heer Uwer welEdele Agtbare onderdanige Dienaar /:was getekend:/ D: BurgGraaff in 'tCamp portres valkenburg den 17=e februarij A o 1788

NL-HaNA_1.04.02_3818_0350 view scan ↗

English

To the Right Honorable Sir Barend Reijke Governor and Director of this Coast of Celebes. Right Honorable Sir, The Maros resident, the Honorable Simon Burggraaff, having made known by letter of the 17th of this month to Your Honor what a certain Daeng Malimpo had let know to the King of Boni, and through His Highness further to the said Resident, namely that the said Daeng Malimpo had claimed that the paddy fields in question on Siang were assigned to him by the undersigned, while still serving as junior interpreter, and that in return he had received from him as a present a young slave boy and a horse; therefore the humble undersigned takes the liberty, in dutiful observance of Your Right Honorable's highly esteemed order, to state in response: Firstly, that Daeng Malimpo had presented a young slave boy and a horse to the undersigned for the paddy fields assigned to him, the humble undersigned testifies and declares that such is entirely beside the truth, if Your Right Honorable would only please consider how a junior interpreter would dare to be so bold as to decide matters of that nature, much less to take paddy fields away from the Company's subjects and hand them over to Bonians or Bonian princes, and especially one like Daeng Malimpo, which causes the Honorable Company much trouble and annoyance in order to obtain the tithe thereof. Secondly, where on the land of Siang does Daeng Malimpo have paddy fields, if not a portion thereof having belonged to a certain Karaeng Bontonompo, who passed away long ago, which he now comes to claim as his own, as well as a portion of those fields belonging to the Company's rebellious subjects who have defected to him, and principally the families and dependents of the two Lo'mos of Siang who deserted to the Bonians, which he has likewise taken for himself in an unjust manner, whereas it has been sufficiently demonstrated that since the year 1784 they have been worked by no other than the rightful owner of the said paddy fields. No, Right Honorable Sir, these are all mere frivolous exceptions that the often-mentioned Daeng Malimpo comes to raise, and it will also not be unknown to Your Right Honorable how these quarrelsome and dispute-seeking peoples have long known how to come forward with absurd claims merely to stir up trouble. Therefore, I would indeed wish that the said Daeng Malimpo, upon this his pretended statement, might be heard in my presence. Herewith I hope that this will be sufficient to have complied with the esteemed order of Your Right Honorable, calling myself with all high esteem and remaining, Right Honorable Sir, Your Right Honorable's humble and dutiful servant, was signed: D. Deefhout the 21st of February, Anno 1788. Makassar in Fort Rotterdam the 29th of February 1788. To the Junior Merchant, the Honorable, Pious, Discrete Simon Burggraaff, Resident on the Company's behalf there at Maros. To your letter of the 17th of this month I know of nothing else to answer than that I wish to hope for the best regarding the continual bad conduct of the gentlemen of Boni, especially with respect to the [illegible] and such through your further efforts to be applied in that regard, all the more so since Deefhout, in his written explanation demanded of him by me, maintains that of Daeng Malimpo to be mendacious, as in my opinion it cannot be otherwise; see the copy of that very explanation enclosed herewith. After greetings, I am your friend, was signed: B. Reijke To the Right Honorable Sir Barend Reijke Governor and Director of the Coast of Celebes. Your Right Honorable's much esteemed letter dated the 29th of February last, along with the copy of that explanation made by the senior interpreter, Mr. Deefhout, regarding the accusation so mendaciously made against him by Daeng Malimpo, has been duly received by me, and I also reported such to the King of Boni, whereupon His Highness answered me that he would have Daeng Malimpo sought out. Because I have heard from afar that at the feast of the King of Boni it is customary that the regents of the Company's subjects in general are invited, and at the same time that they also had to bring their salonreng troupe along, and if such occurs, I request, if it pleases Your Right Honorable, that I may permit them to attend that feast, merely so as to give no cause for dissatisfaction to the Court of Boni in these present circumstances. While for the rest, with the greatest respect and high esteem, I call myself, Right Honorable Sir, Your Right Honorable's humble servant, S. Burggraaff Maros in the Company's fortress Valkenburg the 8th of March, Anno 1788. was signed. Makassar in Fort Rotterdam the 9th of March, Anno 1788. To the Junior Merchant, the Honorable, Pious, Discrete Simon Burggraaff, Resident on the Company's behalf there at Maros. If our regents are invited by Boni's King to the upcoming feast, then upon your proposal I may allow that they attend the same and, according to custom, bring their salonreng troupe thither, provided that you continue to observe and watch all the doings of the Bonians, and in everything remain properly on your guard, as well as our regents themselves. After greetings, I am your good friend, was signed: B. Reijke

Dutch transcription

Aan Den WelEdelen Agtbaaren Heer Barend Reijke Gouverneur en Directeur dezer kuste Celekes. wel Edele Agtbare Heer Den Maros resident dE: Simon Bourg Graaff bij brief van den 17„e dezer aan ummelte Aetbare te kennen hebbende gegeven wat het geen eenen Paeng Malimpo aan den koning van Bonij en door zijn Hoogheid: verder aan gem: Resident had laten weten, namentlijk dat gem: Daeng Malimpo had voorgegeven dat de in questie zijnde Padij velden op Siang, den ondergetekende nog als ondertolk zijnde, aan hem zoude hebben toegewezen en daar voor van denzelven tot een present had gekregen Een slave jonge en een paard. zo neemt den nedrigen teekenaar de vrijheid in schuldpligtige obser„ „vantie uwer welEdele Agtbare Hoog g'Eerd bevel daar op te dienen. Eertelijk dat hij Daeng Malimpo aan den ondergeteekende voor de hem toegewezene Padij velden Een slave Jonge en Een Paard had present gedaan, betuigd en verklaard den nedrigen tekenaar, dat zulks ten eenemaal bezijden de waarheid is, als uwwel Edele Agtbare maar gelieft te considereeren, hoe eenen ondertolk zig zouden durven verstouten om zaken van die Natuur te beslissen, veel min Padij velden van 'skomp„s onderdanen af te nemen en aan Boniers of Bonische Princen en voor„ „namentlijk gelijk Daeng Malimpoo is, af te geven en de E: kamp:e veel moeite en ergernisse baard, om er de thiende - van den 47 Makakier van te kunnen krijgen en P Swedens waar heeft dog Daeng Malimpo op het Land van Siang Padij velden, zo niet een gedeelten daar van toegehoord heb„ „bende aan eenen Craeng Boutoeiama die lange verleden is, die hij thans komt te eigenen, zo wel als een gedeelte dier velderen van de tot hem overgelopenen 'skamp„s onwillige onderdanen en prin„ „cipaal, de families en afhangelingen der twee tot de Boniers ge„ „droste Lommos van siang die hij almede op een onregtvaardige wijze na zig heeft genomen, daar het genoegzaam gebleken is dat zedert het Jaar 1784 door geen andere zijn dewerkt ge„ „worden, dan door den Regten eigenaar die gedagte Padij velden Neen wel Edele Agtbare Heer dit zijn maar alle frivoole Eijceptien die meerm: Daeng Phalimpo komt op te geven en het zal ook bij uwwel Edele Aoftbare niet onbewust zijn, hoe deze Rorf en twistzugtige volkeren al voor lange met ongerijmde pretentien weten voor den dag te komen om maar moeijelijkheden te verwekken, Dus wenschte bij wel dat gedagte Daeig Malimpo op deze zijne voorgewende opgave, ter mijner presentie mag gehoort Hier mede hoop Ik dat dit genoeg doende zal wezen van aan de g'eerde ordre van uwwelEd Agtbare te hebben voldaan, noeme jk mij met alle Hoogagting en blijve worden. Wel Edele Agtbare Heer Uwer wel Edele Agtbare onderdanige en Trouwschuldige Dienaar /:was getekent:/ D: Duefhout den 21e februarij A:o 1788: 1 Charos Makasser in 'tkasteel Rotterdam den 29:' februarij 178. Aan den onderkoopman Eerzame vrome Discrete OP UwE brief van den 17e dezer weet Ik niets anders te antwoorden dan dat Ik van het Continueele slegte be„ „drijk der Heeren Boniers het beste wil hoopen, bijzonder met opzigt tot de toptafel en zulks door uws aan te wendene verdere pogingen ten dien opzigte te meer daar Deefhout bij zijne door mijn van hem gevorderde schriftelijke verantwoording beweert die van Daeng Malimpo leugenagtig te zijn, ge„ „lijk ook mijne bedunkens niet anders wezen kan, vide het hier bijgevoegde afschrift van die verandwoording zelfs Ik den na groete Reijke uE vriend /:was getekent:/ Simon Burg Graaff Resident 'sComp:s wegen aldaar naroasen 18 O. 49 Maccasser Aan den welEdelen Agtbaren Heer Barend Reijke Gouverneur en Directeur ter CusteCilebes uwwel Edele Agtbare veel g'Eerde brief gedateert 29„e februarij Jongst leeden neevens de Copie afschrift van die verandwoor ding, gedaan door den oppertolk de Heer Deefhout oer die door Daeng Malimpo tegens Item zo leugenagtig gedaane Beschuldiginge, is mij wel geworden, en ik ook zulks aan de koning van Bonij gerapporteerd waar op zijn Hoogheid, mij antwoorde, dat Hij Daenen Malimpo zullen laten op zoeke. Dewijl ik van verre gehoort heb, dat bij de teszijn van de koning van Bonij, gebruijkelijk is, dat de re„ „gente van 't Compagnies Onderdaane in 't generaal worden verzogt, teffens dat ook dat zij Lieden haar salourang spel meede moeste brenge, en als zulx ge„ „schied, verzoek ik indien het uw wel Edele Agtbare behaagt, dat Ik haar liede Permitteere mag, om die fettijn, bij te woone, alleen om met deeze tijds omstandigheeden, geen reede, tot misnoegen aan Het Hof van Bonij te doen geene Terwijl voor het overige, met de meeste wel Edele Agtbare Heer Eerbied. Maros uit Eerbied en Hoogagting mij Noeme wel Edele Agtbare Heer uwwel Edele, Agtbare onserdanige dienaar J. BurgGraaff Jaros in't Comp:s fortres valkenburg den 8„e Maart Ao 1van3. /:watgetekent./ 57 Maros Makaster in't Casteel Rotterdam den 9e Maart Ao 1788 Aan den onderkoopman Eerzame vrome Discrete Als onzer Regenten, door Bonijs Koning op het aanstaande fes„ „tijn worden versogt, dan mag Jk: op uw voorstel wel leiden dat zij het zelve bij woonen en na den gebruike haar salourang spel derwaarts mede brengen, mits dat uE blijft observeeren en gate slaat alle ter Boniers bedrijven en in alles zo wel als onze Regenten zelfs op behoorlijke hoede blijft Ik ben na groete uE goede vriend /:was getekent. B Reijke Marvalier Simon BurgGraaff Resident sComps wegen aldaar

NL-HaNA_1.04.02_3818_0356 view scan ↗

English

Maccasser Saleijer In the Company's fortress Defentie the 31st of January A:o 1781 Barend Reijke To the Right Honourable Lord Governor and Director of the Coast of Celebes Right Honourable Lord. The emissary Makatjoorong, sent by the Bimas resident Cornelis Meurs with a small paduwakang from Sumbauwa to Maccaker, but having encountered heavy weather on the way, arrived here yesterday before Toelang terhouw where that vessel subsequently ran aground and was smashed to pieces, handed over to me five pieces consisting of both letters and translations. Thus I have the honour, since it is now utterly impossible during this monsoon to complete the journey to Your Right Honour with another prahu within the month without exposing oneself to the danger of the sea, to forward the same to Your Right Honour via Boelecomba, together with the said emissary and his retinue, numbering in all 16 heads. While for the rest I have the honour to conclude this and to testify that I am with all high esteem and respect, Right Honourable Lord, Your Right Honour's very humble servant /:was signed:/ A:r Whijts Marcaker 53 Macasser To the Right Honourable Lord Barend Reijke Governor and Director of the Coast of Cilebes Right Honourable Lord, In the hope that my submission of the 17th of October with the sloop De Vrede will have arrived at Your Right Honour in due time, I was honoured thereafter to receive Your Right Honour's esteemed letter dated the 10th of October. Since the circumstances at Cottij do not allow Your Right Honour to dispatch any significant force here to curb the unrest in this place, one will have to exercise patience until receiving news of what Their High Mightinesses will please to resolve upon Your Right Honour's address concerning this matter, and in the meantime take all measures in hand and put them into effect so as, if at all possible, to settle the affairs here without the direct assistance of the Honourable Company; regarding which Your Right Honour may rest assured that I shall spare no effort day or night; while it pains me that for the present I am unable to inform Your Right Honour that anything of note has been achieved here, except that on the 28th of November the Sumbauwarese overcame and set fire to a fairly large fortress of the enemies. It sometimes seems as though the Sumbauwarese, through my constant protestations, are beginning to be of one mind, but this is usually short-lived and seems to me to stem more from fear of the Company than from their own desire to destroy their enemies. The King of Sumbauwa has also recently informed me that through some people who had fled the enemy campong, they had received news that the son of Crain Petoeng, who had come here together with the so-called Radja Goa, was killed— killed—if it were true that this man was truly a son of Craing Betoenig, this would, in my humble opinion, strengthen the suspicion that some grandees of Maccasser or Bonij had a hand in this. However, among others, Craingn Barang Manasje met this so-called son of the said Caaing Petoenen, but did not recognize him as the true son of the said Craing, at least stating that he does not recall ever having met or seen him with Craeng Betoenen; so that I almost believe that this will merely be a vagabond posing as such to hoodwink the Buginese and Nadjorese. Furthermore, this also serves respectfully to accompany the emissaries of the King and Grandees of Sumbauwa crossing over to Your Right Honour herewith. On the basis of what Your Right Honour was pleased to write to the said King and Grandees, namely to apply to me as Resident of Bima, I have, upon their repeated requests, successively accommodated them with eight small barrels of gunpowder against payment; but since they have again long been in want of powder and lead, and I have not been able or dared to dispense more to them without Your Right Honour's special order, I was compelled to refer them to Your Right Honour, and this will also be the main reason for this embassy, in which I hope Your Right Honour's kindness will please to assist them according to capacity, for they are truly in want of those articles; but at the same time I take the liberty very respectfully to request Your Right Honour to admonish the King and Grandees very earnestly in a letter to bring their affairs to a resolute and speedy conclusion, adding all such pressing arguments as Your Right Honour's wiser insight shall deem will make some impression on the minds of that sluggish and slow /:yes, I almost dare say indifferent:/ nation. Meanwhile, I cannot praise enough the faithful conduct of the King and Grandees of Bima, who, although they have already sent a very significant number of men here for assistance, have nevertheless, upon my request made to that end, seen fit further

Dutch transcription

Maccasser Saleijer In 's Comp:s verting defentie den 31:e Januarij A:o 1781 Barend Reijke Aan den welEdelen Agtbaren Heer Gouverneur en Directeur ter Custe Celebes Wel Edelen Agtbaren Heer. Den zendeling Makatjoorong. door den brinas resident Cornelis Meurs met een kleen paduwakang van sumbauwa na Maccaker gezonden edog onderweeg van een swaar weder beloopen gisteren al„ „hier voor Toelang terhouw gekomen alwaar dat vaartuig vervolgens gestrand, en uijt malkander geslagen zijnde mij overhandigde vijf stux zo brieven, als Translaaten so hebbe ik de Eere ver„ „mitts thans volstrekt onmogelijk is om het in dese mousson met een ander prauw binnen de maand zonder zig om het gevaar der zee te Exponeeren de rheijse tot uwwelEd Agtbare te kunnen gewinnen, dezelve over boelecomba tot uwwelEd Agtb: te laeten toekoomen benevens gemelde zendeling en zijn gevolg sterk in allen 16 koppen. Terwijl voor 't overige de her heb deese te besluijten en te betuigen dat ik met alle hoogagting en respect ben. WelEdele Agtbaren Heer uwwelEd Agtbare seer ontmoedigen Dienaar /:was getekent:/ A„r Whijts Marcaker 53 Macasser Aan den wel Edelee Agtbaare Heer Barend Reijke Gouverneur en Directeur der Custe Cilebes Wel Edele Agtbare Heere In hoope dat mijne Subsmissie van den 17e october met de sloep de vrede, ter behoorlijker tijd bij unwelEe Agtbare zal aangekomen zijn, heb Jk mij daar na verEert mogen vinden net uwelEd Agtbare gehonoreerde sub dato 10„e october Daar dan de omstandigheden â Cottij uwel Ed Agtbare niet toelaten, eenige naamwaardige magt, ter beteugeling der onlusten alhier dit heen overtesenden, zal men dan gedult moeten oepfaien, tot de erlan„ „ging der tijding, wat Haar Hoog Edelhedens op uwwelEdele Agtbare aanschrij„ „ven hier omtrend, zullen gelieven te resolveeren, en intusschen alle middelen bij de hand neemen en in 't werk stellen, om bij eenige mogelijk„ „heid, de zaken alhier, buiten dadelijke assistentie van de E: Comp„e te verEffonen, waar toe uwwelle Agtbare zig gelieve verzeekert te houden, dat ik dag nog nagt geen moeijte zal spaaren; terwijl het mij leed doet, dat voor als nog buiten staat ben uwel Ed: Agtbare te mogen bedeelen, dat hier iets naamwaardigs is uitgevoerd, als dat de sumbauwareesen op den 28e november een tamelijke groote Berting der vijanden hebben overwonnen en in de brand gestooken: het schijnt somtijd wel of de sumbauwareesen door mijne geduurige protestatien, eenpariger van gedagten beginnen te worden, doch dit is ordinair van korten duur en schijnt mij toe meer uit vrees voor de Compagnie, als wel uit eigene lust om haare vijanden te verdelgen voor te koomen. ook heeft de koning van Sumbauwa mij onderdaags laaten weeten, dat zij door eenigen ttijd de vijandelijke Campong ge„ „vlugten, tijding hadden bekoomen, dat de zoon van Crain Petoeng, die met den zo genaamden radja Goa te zamen hier was gekomen, wes gebreuveld gesneuveld - zo het waar was dat deeze waarlijk een zoon van Craing betoenig was, zou dit mijns gering bedunkens het vermoeden dat eenige grooten van maccasser of Bonij hier de handen in hadden versterken doch behalven meer anderen, heeft Craingn Barang manasje deeze zo ge„ „naamde zoon van gemelde Caaing Petoenen ontmoed, doch dezelve niet voor de waare zoon van gezegde Craing erkend, ten minsten gezegd, dat het hem niet voorstaat deeze ooijt bij Craeng betoenen ontmoed of gezien te hebben; zo dat jk bij kans geloof, dat dit ook maar een vagebond zal zijn, die zig daar voor uijtgeeft, om de Boeginee„ „sen en nadjoreesen te blindoeken - overigens is dezen dan in eerbied ook dienende ten geleide van de bij deezen tot uwwelEd: Agtb: overvarende sendelingen van de koning en Rijksgrooten van sum„ „bauwa; — op fundament van 't geen uwwelEd Agtbare gemelde koning en Rijksgrooten heeft gelieven aan te schrijven, te wieten om zig bij mij als Resident van Bima te vervoegen, heb ik haar op haar herhaalde verzoeken successive geriefd met agt vaatjes kruijt, tegens betaaling, doch dewijl zij al lang weder gebrek aan kruijt en Lood hebben, en jk buiten uwwelEd: Agtbare speciaale ordie haar niet meer heb kunnen of durven afgeeven ben ik genoodzaakt geweest haar tot uwwelEd Agtb: over te wijzen en dit zal dan ook de grootste reeden van deeze bezending zijn, in welke ik hoope dat uuwel Edele Agtbare goedheid haar na vermogen zult gelieven te assisteeren, want zij hebben waarlijk gebrek aan die artikuls, doch teffens gebruik ik zier eerbiedig de vrijheid unwelEe Agtbare te verzoeken, de koning, en Rijksgrooten in Eenen brief zeer ernstig te vermaanen, tot een Cordaate en spoedige afdoening haarer zaken met bijvoeging van al zulke drangreedenen als uwwelEd Agtbare wijzer doorzigt zal oordeelen eenig empressement op het gemoed van die loome en traage /: Ja ik durf bij kans zeggen onverschil„ „lige:/ natie te zullen maaken. Jntusschen kan ik in deezen niet genoeg roemen het trouwe gedrag van de koning en Rijksgrooten van Bima, die, oftchoon zij hier reeds een zeer naamwaardig getal volk tot hulpe gezonden hebben, zij echter op mijn daar toe gedaan verzoek, hebben goedgevonden nog

NL-HaNA_1.04.02_3818_0359 view scan ↗

English

55 Sumbauwa the 10th December Ao 1787. to have another over 1000 men under the two Jenelles march hither, who are currently on the march and are expected here daily; this, they say, they are obligated to do not only on account of what was sworn in the contracts, but because they wish to show the Company that they always stand at its service with their lives and property; it were to be wished that those of Sumbauwa had always held and bound themselves so closely to the Honorable Company and their sworn contracts. Further, I have the honor to bring to your Right Honorable's esteemed knowledge that on 30 November a two-masted vessel arrived at Bima, coming with letters for Their High Mightinesses from Timor, as your Right Honorable, if it please you, will be able to see more fully from this copy circular letter enclosed with respect, under cachet volant, given along to that vessel by the chief and council at Timor; but because from here there is no opportunity for the dispatch of those papers to the Main Place, and in my humble opinion it would also take too long via Maccasser, I have ordered the boatswain appointed thereto to attempt whether he cannot still make Sumanap or else the Cangiaan, in order to deliver his letters there, from where there is always opportunity, by small vessels, for their further dispatch across Java; having acted here to the best of my knowledge, I hope this will also meet with your Right Honorable's approval. I hope meanwhile that your Right Honorable will be pleased to approve the delivery of the abovementioned eight small barrels of powder to those of Sumbauwa, and at the same time to inform me how much I must make the Kingdom of Sumbauwa pay for them. Herewith I commend your Right Honorable, together with the Company's important interests, into the safe protection of the Almighty, and subscribe myself with due respect, Right Honorable Sir, Your Right Honorable's very humble and dutiful servant, was signed, Meurs 6 To the Respective Gentlemen, Chiefs, Residents, and other commanding servants at the offices of Java's Northeast Coast or elsewhere where this may first be presented. Honorable Gentlemen and Friends, Native affairs here obliging us, notwithstanding that the monsoon is so far spent, to expedite a dispatch to Their High Mightinesses, the Honorable High Indian Government at Batavia, and for which the small vessel of the first undersigned, navigated by the boatswain in the service of the Honorable Company Fredrik Hagedoorn, is employed, with orders to hand over the Honorable Company's dispatch to the chief at the first office where he may arrive; We kindly request your Honors, upon receipt of the said letters, to convey them as quickly as possible to Their High Mightinesses, and to let this small vessel return again without delay, as we have great need of it here; with which, after friendly greetings, we remain with all esteem, was written below: Honorable Gentlemen and Friends; lower down: Your Honors' humble servants; was signed: W: A: van Este, F: Wanjon, J: D: Gans, C: W: Frans, and C:s J:k Fruij, sworn clerk; in the margin: Coupong on Timor, the 22nd October A:o 1787. Agrees was signed: P Meurs Copy Circular. 6 57 Translation from the Malay: Letter written by the King and grandees of Sumbauwa to the Right Honorable Sir Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes, etc. After customary compliments. I expressly make known to your Right Honorable that I am having my envoy named Makkal Zjoetjoeroeng cross over towards the coast to request your Right Honorable, as we have a shortage of powder and lead, for twenty picols of powder and twenty picols of lead, as well as to assist us with five thousand Rixdollars in cash. We also make known to your Right Honorable that upon our request made we have received four pikols of powder from the Bima resident, who told us he had no more powder nor shot. We also request your Right Honorable to assist us with cruising vessels. Being able to send your Right Honorable nothing else than a slave girl, and further to testify that we have fixed our hope upon no one else than your Right Honorable. Written in the Land of Sumbauwa, the 6th December anno 1787. For the translation, was signed: D Dechout To To the Right Honorable Sir Barend Reijke, Governor and Director of this Coast of Celebes. Right Honorable Sir, In compliance with your Right Honorable's much respected order to betake myself to Sandrabonij and there to hand over to the king and his grandees an edict prepared here by your Right Honorable, tending to the effect that according to the Bongaise Contract mentioned under article 12, all coin species shall have to be accepted by the Celebesian princes and peoples such as the Honorable Company shall be pleased to send hither and issue, with the further notification that His Highness the king of Sandrabonij will also have to have this published in his states; as well as to admonish that prince to pay this year in part the long delayed payment of the state debt and the two homage slaves to be delivered annually, and to deliver them to the Honorable Company, the more so as they had paid off nothing of the former since your Right Honorable's administration, the undersigned has the honor to report on his commission to your Right Honorable: That he betook himself to Sandrabonij, and upon arrival there made the above known to the king, who, after the aforesaid edict was handed to him, gave me as answer that he will indeed have this proclaimed and posted on Sandrabonij, but that the King requested that all coin species which the Company might issue and they, the Sandraboniers, should receive, would likewise be accepted by Their Honors; concerning the Sandraboniers' debt, the king had to testify with regret that as yet he was utterly unable to pay anything in deduction according to promise

Dutch transcription

55 Sumbauwa den 10:e December Ao 1787. nog over de 1000 man onder de twee Jenelles, herwaarts te doen terk„ „ken, die thans op marth zijn en hier daagelijks te gemoed gezien worden; dit zeggen zij, zijnse verplicht niet alleen uit hoofde van het bezwoorene bij de contracten, maar om dat zij de Compagnie wil„ len toonen, dat zij hem steeds met goed en bloed ten dienste staan, het waare te wenschen dat die van sumbauwa zig steeds zo nauw aan de E: komp: en haare betwoorene Contracten hadden gehouden en verbonden. wijders heb ik de eere uwwelEd: Agtbare ter g'eerde kennisse te brengen; dat op den 30 November te Bima is aangekomen, Een twee maste vaartuig, koomende met brieven voor Haar Hoog Edelheedens van Timor, zo als uwwel Edele Agtbare des gelievende breeder zal kunnen zien, uit deezen in eerbied nevens gevoegde Copia Circulaire brief, onder Cachet voland, door het opperhoofd en raad te Timor aan dat vaartuig mede gegeven, dooh dewijl van hier geen occasie tot de versending dier papieren na de Hoofdplaats is en het mijns gering bedunkens over Maccasser meede te lang zoude duuren, heb ik den daar op bescheijdene schieman- gelast te probeeren, of hij niet nog Sumanap dan wel de Cangiaan kan bezeilen, om daar zijne brieven af te geeven, van waar altoos occasie, per klijne vaartuigen is, tot dies verdere versending over Java, na mijn beste weeten hier ingehandelt hebbende, hoope ik dit ook uweld Agtbare goedkeuring zal wegdragen. Jk hoope intusschen dat uwwelEd Agtbare de afgaave van boven gemelde agt vaatjes kruijd aan die van sumbauwa zal gelieven te ap„ „probeeren en mij teffens te bedeelen; hoe veel ik daar voor 't Rijk van sumbauwa moet doen betaalen - Hier meede verbidde ik uuwel Edele Agtbare nevens Comps wigtige belangen, in de vijlige bewerming des allerhoogsten en noeme mij met verschuldigden eerbied wel Edele Agtbare Heer uwwelEd Agtbare zeer onderdanige en trouwschuldigen Dienaar /:was getekent. Meurs 6 Aan de Respective Heeren, Opperhoofden Residenten en andere Ge„ „zag voerende Bediendens, op de Comptoiren van Javas Noordoost Cust of Elders waar deeze het eerst mogte vertoond worden. E: E. Heeren en vrienden De Jnlandse zaken alhier, ons verplichtende om niet tegen„ „staande de mousson zo verre verlopen is, eene missive aan Hunne Hoog Edelheedens, de Edele Hoge Jndiasche Regering te Batavia te Expedieeren, en waar toe het vaartuijgje van den eerst getekende gevoerd door den schieman indienst der E: Comp:e Fredrik Hagedoorn g'emploijeert word, met last om op het eerste Comptoir daar hij mogte aankomen, 'sE Compagnies missive aan 't hoofd aldaar over te verzoeken wij uuwelEdelens vriendelijk om bij ontfangst gemelde letteren zo spoedig doenlijk aan Hunner Hoog Edelheedens te bezorgen en dit vaartuijgje zonder op onthoud weder te laten retourneeren alzo wij dezelve hier zeer benoodigt hebben, waarmeede na vriende„ „lijke groete niet alle achting blijven /:onderstond:/ E: E: Heeren en vriender /lager:/ uwwel Edele Dwsinaar /:was getekent:/ W: A: van Este, F: wanjon, J: D: Gans, C: w: Frans en C:s J=k Fruij getworen Schiba /:in margine:/ Coupong op Timor den 22„e october A:o 1787. Accordeert /:was getekent:/ P Meurs Copia Circulair. geeven. „ 6 57 Translaat Maleitsch: Brief Gesrroe„ „ven door den Koning en Rijksgrooten van sum„ „bauwa aan den wel Edelen Agtbaren Heer Barend Reijke Gouverneur en Directeur ter Custe Celebes &s Na gewone Compliment Ik make unwel Edele Agtbare expres bekent dat ik mijn zendeling genaamt Makkal zjoetjoeroeng Costij waards laat overvaaren om unwellid te verzoeken dewijl mijn gebrek aan kruijt en Lood hebben, om Twin„ „tig picols kruijt en twintig picols Lood, als mede ons te willen assisteeren met vijfduijzend Rijxds aan Contant. Ook maken wij uwwel Edele Agtbare bekende dat wij van den Bimas resident op ons gedane verzoek, vier Pikols kruijt ontfangen hebben, die ons gezegt heeft geen kruijt nog zoot meer te hebben. wij verzoeken uwwel Edele Agtbare ook om ons niet kruijs„ vaartuigen te assisteeren Niet anders uwwe Edele Agtbare kunnende zenden als Een slave meid en verders te betuigen dat wij op niemand anders ons Hoop hebben gevestigt dan op uuwelEdele Agtbare. Geschreeven op het Land- van Sumbauwa den 6: December anno 1787 voor de Translatie /:was getekent:/ D Dechout Aan Aan den wel Edelen Agtbaren Heer Dareva Reijke Gouverneur en Directeus dezer Cutte Celebes wel Edele Agtbaare Heer In opvolging van uwwel Edele Agtbare veel gerespecteerde ordre om mij na sandrabanij te begeeven en aldaar den koning en zijn Rijks„ „grooten over te handigen een alhier door uwwelEd Agtbare in gereedheid gebragte plakkaat tendeerende dat volgens het zongaijse Contract onder articul 12 vermeld, alle munt specien door de Celebesche vors„ „ten en volkeren zullen moeten aangenoomen worden zodanig als de Edele Compagnie zal gelieven herwaarts te zenden en uijt te geeven, met verdere te kennen gave dat zijn Hoogheid den koning van Tandrlebonig zulks almede in zijn staaten zal moeten laten publiceeren. als mede dien vorst aan te maanen om van dit Jaar gedeeltelijk van de zo lang uijtgestelde betaling van 't Rijkschuld en de Jaarlijks te leverene twee homagie slaven op te brengen en aan de E: komp te leveren, te meer zij zedert uwwelEd. Agtbare bestier nog niets van het Eerste hadden afbetaald, zo heeft den ondergeteekende de Eer van zijn Com„ „missie uwel Edele Agtbare te berigten. Dat Hij zig na Sandrabonij begeven, en bij aankomst aldaar den koning van het voorenstaande te kennen gegeven heeft die na dat hem het voormelde placcaat overgegeven is mijn ten antwoord gaf zulxj wel op Sandrabonij zal laten uijtroepen en affigeeren dog dat den Coning verzogte om alle muntspecien die de kompagnie mogte komen uijt te geven en zij Sandraboniers kwamen te ontfangen alweeder door Haar Edele zodanig geliefde te accepteeren omtrent sandraboniers schuld moest de koning met leedwezen betuigen als nog finaal onvermogend te zijn om na belofte iets inmin„ „dering

NL-HaNA_1.04.02_3818_0363 view scan ↗

English

59 Macassar to be able to pay the remainder of it, caused by the fact that he has not yet fully recovered from his indisposition, and also proved unable to produce the homage slaves, but that the king requested a delay until his vessel, which he had fitted out for Sumbauwa and which presumably still remains behind over yonder due to the intervening unrest, shall have returned, at which time he will pay off as much as is within his power. After this, the king informed me that a few days ago a vagabond had presented himself here under the name of Batara Goah, and who had already won over a multitude to his faction, surely instigated by someone or other to disturb the Land of Sandrabonij while they see that he, the king, is still in a sorrowful condition; but that the king had summoned that rascal to him and questioned him about the circumstances of Ceylon where the true Batara Goah is exiled, but being unable to obtain from him any answer that resembled the truth, he had him executed. In the confidence that my commission will have somewhat satisfied Your Right Honourable's requisitions, I call myself with all respect, Right Honourable Sir, Your Right Honourable's humble and dutiful servant, was signed: Delfhout the 10th of March 1788. To the Junior Merchant Cornelis Meurs, Resident on behalf of the Company over there in Bima. Honourable, Pious, Discreet. Your Honour's letter of the 10th of December Anno 1787 I have only received on the 9th of this month from the hands of the Sumbauwa envoy, who lost his vessel near Saleijer, and thus arrived here with the help of our people. From the same, I have observed with no small regret the indifferent conduct of the Sumbauwarese in attending to their own welfare. From my letter now departing for that realm, Your Honour will see that I gave them somewhat to know of this, as well as excused as subtly as possible their unseemly request for a large amount of gunpowder etc., and expressed hope that matters will now take a good turn with that of the Company through the war-equipped ship De Nepthunus as well as with the assistance obtained from the kings of Bima and Dompo. The copy of this letter of mine now departing for the realm of Sumbauwa and those which I on this occasion also write to the kings of Bima and Dompo accompany this, together with that received from Sumbauwa, both to serve for Your Honour's information and to convey Their High Honours' received approval and the appointment made of the Torelie Dompo as king of that realm, of which Your Honour must notify that prince and his grandees, and urge them, after the quelling of the unrest on Sumbauwa, to come over hither with those of Bima to swear the contracts. Your Honour's conduct with all these princes deserves my full approval and therefore one will also charge to the account of 61 Makasser in the Castle Rotterdam the 11th of March Ao 1788 the realm of Sumbauwa, to be paid in slaves or else sappanwood, the eight small barrels of gunpowder lent thereto. While I also cannot see but that Your Honour has taken the best middle course with the vessel arrived yonder from Timor for a speedy delivery of the letters thereon for Their High Honours in Batavia. After greetings, I remain. P.S. Herewith Your Honour receives two authentic extracts from the Samarang letter written hither dated the 3rd of January of this year. The first serving to order the commanders of the ship De Nepthunus, both in the name of the Honourable Governor of Java Greeve and in mine, to call at the Eastern Salient again after the end of the Sumbauwa expedition, in order to give the sepoys the opportunity to collect their wives and children left behind there and take them with them. And the second dictates to also send the 17 common soldiers mentioned therein directly hither after the end of that expedition; both of which requisitions must then also be promptly complied with. Your Honour's good friend, was signed: D. Reijke To the King and Grandees of the Realm of Bima. Since I have learned with exceptionally great pleasure from the successive letters received from the Resident Meurs of Your Highness's assistance in the present unrest on Sumbauwa caused by the Wadjorese and Bugis who have been given too much leeway there, I cannot refrain from commending Your Highness for this in the name of the Company and urging further zeal in this begun work, in order thereby and with the Company's assistance to restore everything to a good footing and secure the opposite shore against a rabble of people who are not at all serviceable there and might otherwise also disturb the other allies of the Company. Written at Makasser in the Castle Rotterdam the 11th of March anno 1788. was signed: D. Reijke 63 Since I have learned with exceptionally great pleasure from the successive letters received from the Resident Meurs of Your Highness's assistance in the present unrest on Sumbauwa caused by the Wadjorese and Bugis who have been given too much leeway there, I cannot refrain from commending Your Highness for this in the name of the Company and urging further zeal in this begun work, in order thereby and with the Company's assistance to restore everything to a good footing and secure the opposite shore against a rabble of people who are not at all serviceable there and might otherwise also disturb the other allies of the Company. Written at Makasser in the Castle Rotterdam the 11th of March anno 1788. was signed: D. Reijke To the King and Grandees of the Realm of Dompo.

Dutch transcription

59 Saocaster „dering van dien te kinnen afbetaalen, veroorzaakt door dien hij van zijn onpasselijkheid nog niet ten vollen hersteld s, en ook verstooken gebleeken om de homagie slaven op te brengen, maar dat de koning uijtstel verzogte tot wanneer zijn vaartuig dien hij na Sumbauwa uijtgerust had en denkelijk door de tusschen komende onlusten daar ginter nog agterwegen blijft, zal wezen geretourneert als dan zo veel als in zijn vermogen is zal afleggen. Hier na gaf mij den koning te kennen dat voor eenige dagen alhier een vagebond onder de naam van Batara Goah zich had uit gegeven, en die reets een menigte oot zijn aanhang had overgehaald, zekerlijk door deze of geene g'instigeert om het Land van sandra„ „bonij terwijl zij zien dat hij koning nog in een bedroefde toe„ stand is, te ontrusten; Dog dat de kaning dien deugniet bij hem heeft laten roepen en na de omstandigheeden van Ceijlon al„ „waar de Regte Batara Goah verbannen is had aangebragt, maar van denzelven geen antwoord dat na waarheijd gelijkt kunnende krijgen, zo had hij denzelven laten matacreeren. Jn vertrouwen dat mijn Commissie eenigzints aan uwelEd: Agtbare requisit zal hebben voldaan, zo noeme, ik mij met alle Eerbied wel Edele Agtbaaren Heer uwer wel Edele Agtbare onderdanige en Trouwschuldigen Dienaar /:was getekent: Delfhout nna den 10 Maart 1788. Dima Aan den onderkoopman Eerzame, vrome, Discrete. uE drief van den 10„e December Anno 1787 heb eerst den 9:e dezer uit handen van sumbauwas afgezant die zijn vaartuig bij Sa„ „leijer, verlooren heeft en zo door behulp van de onze herwaarts gekomen is, eerst ontfangen. uit dezelve heb jk niet Liedweezen gezien der sumbauwareesen onverschillige gedoentens in het bezorgen harer eigen wel zijn. uit mijne thans aan dat Rijk afgaande Brief zal uE zien dat w haar zulks eenigzints te kennen gaf, ook zo subtiel mij mo„ „gelijk ontlegt, heb haar onbethaamd verzoek om een menigte Bus„ „kruijt etc: en gestelde hoope dat de zaaken nu niet de van de komp„e door het ten oorlog g'equipeerde schip De Nepthunus zo wel als met de van Biias en Dompos koningen erlangde adsistentie een goede keer zullen neemen. Het Copij van deze mijne aan het Rijk van sumbauwa nu afgaande brief en die welke ik bij deze gelegendheid ook aan de ko„ „ningen van Bima en Dompo schrijven gaan hier nevens niet die van sumbauwa ontfangen is, om zo wel tot uE narigt te dienen als Haar Hoog Edelhedens ontfangene goedkeuring en de gedaane aanstelling van den Torelie Dompo tot koning, van dat Rijk, waar van uE die vorst en zijn grooten moet kennisse geven en aanspooren om na stilling der onlusten op Sumbauwa met die van Bima herwaarts tot bezwering der Contracten over te komen. UE handelwijze met alle deze vorsten verdiend mijn volke„ „men goedkeuring en daarom zal men ook op Rekening van Meurs Cornelis Resident Skampagnies wegen aldaar het 61 Makasser in't kasteel Rotterdam den 11e Maart Ao 1788 het Rijk van sumbauwa stellen om niet slaven dan wel Sap„ „panhout afbetaald te werden de daar aan geleende agt vaatjes Buskruijt. Terwijl Jk ook niet beter kan zien of uwE heeft met het ginter van Timor aangekomene vaartuig de beste mid„ delweg ingeslagen tot een spoedige besorging der daar op zijnde brieven voor Hun Hoog Edelheedens te Batavia Ik blijve na groete. P: S: Hier nevens bekomt uE Twee authenticque Extracten uit de samarang„ „se brief na herwaarts geschreeven in dato 3 Januarij dezes Jaars. Het eerte dienende om de overheden van het schip De Nepthunus zo uit naam van den Edelen Heer Iavas Gouverneur Greeve als uit die van mijn te gelasten om na het Eindigen der sumbauwase Expeditie, den oosthoek weder aan te doen, ten einde de Sipaijers occasie te geven hunne aldaar verblevene vrouwen en kinderen aftehaalen en met zig te ne„ „men. en Het twede dicteert om de daar bij vermelde 17 gemeene Militairen almede na het eindigen dier Expeditie direct dit heen te zenden aan welke beide requisiten dan ook pcomptelijk voldaan moet worden. uE goede vriend /:was getekend: D: Sleijke van Rijksgrooten van Aan De Koning en Dewijl jk uit de successive van de Resident Theurs ontfange, „ne brieven met een bijzonder groot genoegen vernomen heb uwe Hoog„ „heids assistentie in de presente onlusten op Sumbauwa door de daar te veel voet gegevene radjorersen en Boegineesen veroor„ zaakt, zo kan jk niet afzijn om uw Hoogheid uit skompag„ Naam zulks te bedeelen en aan te spooren tot een verdere volvaardigheid in dit begonnene werk, ten einde daar door en met 'skomps bijstand alles weder op een goede voet te brengen en de overwal te beveiligen tegen een gespuis van volk dat door gantsch niet dienstig is en de overige kompagnies zondgenooten anders almede mogte ontrusten Geschreven tot Makasser in't Casteel Rotterdam den 11„e Maart anno 1788 Reijke Lima (:was getekent:/ Aan —„ 63 Dewijl jk uit de successive van de Resident Meurs ontfangene brieven met een bijzonder groot genoegen vernomen heb uw Hoog„ heids assistentie in de presente onlusten op Sumbauwa door de daar te veel voet gegevene wadjereesen en Boegineesen ver„ „oorzaakt, zo kan jk niet afzijn om uw Hoogheid uit skomp Naam zulks te bedeelen en aan te spooren tot een verdere volvaardig heid in dit begonnene werk, ten einde daar door en met skomp„ bijstand alles weder op een goede voet te brengen en de overwal te beveiligen tegen een gespuid van volk dat daar gantsh niet dienstig is en de overige kompagnies Bondgeno„ „ten anders almede mogten ontrusten Geschreven tot Makasjer in't kasteel Rotterdam den W Maart anno 1788 /:was getekent: D: Reijke Aan Aan De Koning en Cijksgrooten van Dompo.

← previousnext →