VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3837

Ceylon · 886 pages · 233 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3837_0749 view scan ↗

English

placed on ships, during the voyage 48 died and 221 invalids were brought in, whom we, as well as the healthy ones, have all caused to be disembarked at Robben Island, and allowed to remain there for their recovery and refreshment. The transport ships, however, sailed from there to the Cape roads, and after having provided themselves with what was necessary, 540 men of those troops were again embarked on the ships the Vrouwe Johanna, the Drie Gebroeders, and the Susanna, with which those vessels, under convoy of the national frigate of war the Valk, undertook their voyage to L'Orient on the 3rd of March, while we had to detain the fourth of those transport ships to transport the soldiers who were then still sick, who, after their recovery, to the number of 125 head, also departed from here for L'Orient on the 11th of April under convoy of the national ship of war the Ceres. We found ourselves not a little embarrassed with the manifold requests and demands made on us by Lieutenant Colonel De Raymond during the stay of the Regiment of Luxemburg at Robben Island, and have complied with them as far as our duty and the Company's interests permitted. The remaining soldiers belonging to that regiment, together with those sent by your Honours on the ship the Gouverneur Falck, we shall also cause to depart at the first suitable opportunity and inform your Honours thereof, as well as of the departure of their chief, the Knight De Raymond, who has had to remain at this corner due to indisposition. With regard to the remaining aforementioned ships, arrived here from your Honours' government, we may have the pleasure of informing your Honours that the same, together with their cargoes, were found in very good condition, and that the invoices of their cargoes were forwarded by us to the Fatherland in accordance with orders, whither Josephus de Tweede departed on the 15th of February, the Gouverneur Falck on primo May, and the Batavia on the 13th of May. We hope and wish that these richly laden ships may arrive in the ports of our dear fatherland as speedily as free from disaster, as well as all the other return ships of the Noble Company arrived here from the different regions of the Indies and departed again, regarding which we can inform your Honours that the entire return fleet arrived safely in the bays of this colony, with the exception of the ship the Vrouwe Johanna Jacoba, which is still expected from Batavia, and the ship Het Drietal Handelaars, which on the 16th of the past month of May, favoured by a south-easterly wind, sailed into False Bay, but nevertheless ran aground on the eastern point of that bay, without our being able to entertain the slightest hope of salvaging anything of its cargo to the benefit of the Company. However pleasant it would be for us to communicate some agreeable reports to your Honours regarding the unfortunate ship the Maria, we find ourselves in the harsh necessity of reporting to your Honours that that vessel has been entirely shattered in Plettenberg Bay, and of its valuable cargo, notwithstanding all dutiful and well-intentioned efforts, nothing was salvaged except 22,215 pieces of linen, 4 cases of gum myrrh, 7 cases of cinnamon, a little cotton yarn and sappanwood, and all the rest has become a prey to the wild waves. Of much better result have been our cares for the Ceylon return ship Java, which, entirely repaired of the damage it suffered, set sail for the Netherlands with the first division of the return fleet on the 9th of February. We have made use of the little space available on board the bearer of this to consign to your Honours, in deduction of your received requisition: 45 leaguers of Cape wine of various sorts, 1 aam of vino tinto, 1 half-aam of tarragon vinegar, 6,442 lb of Cape butter, 10 mudden of grey peas, 168 lb of dried fruit, 300 lb of garden seeds, 50 lb of canary seed, 20 half-aams of pickled cabbage, 100 lb of aloes, 2 ankers of salted roses, 5,000 pieces of almonds, and 50 lb of raisins. Everything more fully specified with its costs in the bill of lading and invoice accompanying this, to which we have also caused to be stated one case marked R. d. V. No. 24 for the Regiment Meuron, brought here per the ship the Diamant. Furthermore, in satisfaction of the requisitions received from Malabar and Coromandel, we have shipped on this vessel: for Cochin: 72 lb of garden seeds, 3 mudden of grey peas, and 550 lb of dried fruit; for Paleacatta: 3 mudden of grey peas, and 64 lb of garden seeds; which goods we request your Honours to be pleased to have forwarded to those governments upon occurring opportunities, together with our missives accompanying this, addressed to the ministers there. The severe frost that prevailed in the Netherlands during the last winter having considerably delayed the departure of the bearer of this and of the ships destined for China, the High and Mighty Gentlemen Directors, in order to accelerate the dispatch of those ships from this corner as much as possible, have ordered us not to discharge from them any goods destined for this Government; on which account we have the honour to present to your Honours a bill of lading and invoice of 30 hoeds of blacksmith's coals which have had to remain in the bearer of this. We have caused to be embarked on the bearer of this

Dutch transcription

701 scheepen geplaatst zijn geduurende de rijze 48: overleeden en 221: impetenten aangebragt die wij zo wel als de gezonden allen ten Robben hilande hebben laaten ontscheepen, en aldaar ter hunner herstelling en verversching laaten verblijven. De transport scheepen echter zijn van daar naar de kaabsche rheede gezeild, en na zig van 't noodige„ te hebben voorzien, zijn in de scheepen de vrouwe Johanna, de drie gebroeders en de Susanna we„ derom van die troepes ingescheept 540. Man, waar„ meede die bodems, onder Convooi van 's lands Fregat van oorlog de valk op den 3:e Maart hun„ ne reize naar l' orient hebben ondernoomen, terwijl wij 't vierde dier transportscheepen, hebben moeten aanhouden om de als toen nog ziek zijnde soldaaten te transporteeren, die na derzelver her„ stelling ten getalle van 125: koppen onder Convooi van 's lands schip van oorlog de Ceres op den 11:e april, meede van hier naar Porient zijn vertrokken wij hebben ons niet wijnig geembarasseerd gevonden met de menigvuldige verzoeken en Eisschen aan ons gedaan door den Luijtenant Collonel de Raijmond, geduurende het verblijf van het Regiment van Luxemburg ten Robbeneilande, en daaraan, zoo verre als onzepligt en 'skomp:s belangen toelieten, vol„ daans. De overgebleevene soldaaten tot dat Regiment gehoo„ rende benevens de geene door uw wel Edelens niet het schip de Gouverneur Falik verzonden, zullen wij bij eerste bequaame gelegentheid meede doen, vertrekken en uw wel Edelens daar van bericht doen, zomeede van het vertrek van hunnen Cheff de Ridder De Raimond, die door indisposietsie aan deeze uithoek heeft moeten verblijven. Ten „de overige ten aanzien van „ voormelde scheepen, van uwer wel Edelens Gouvernement ten deeze aangekoomen, mogen wij het genoegen hebben uw wel Edelens te berigten dat dezelve benevens hunne Ladingen zich in zeer goede staat hebben bevonden, en dat de faktuuren hun„ ner laadingen door ons ingevolge de ordres zijn voortgeschikt naar Patria, werwaards Jose„ „phus De Tweede op den 15:e februarij, de Gouverneur Falck op primo Maij en de Bataviea op den 13:e Maij zijn vertrokken. Wij hoopen en wenschen dat deeze Rijkbelaadene scheepen zoo spoedig als ramp vrij in de Havenen van ons dierbaar vaderland mogten aanlanden zoo wel als alle de andere uit de differente oorden van Indien alhier aangelande en wederom ver„ trokken aetoerscheepen der Edele Maatschappij, omtrent dewelke wij uw wel Edelens kunnen bedeelen dat het geheel retoer behouden in de baaijen deezer Colonie is gearriveerd, uitgezonderd het schip de vrouwe Johanna Jacoba, dat van Ba„ tavia nog word verwacht, en het schip Het Drie„ tal Handelaars dat op den 16:e der Jongst afgeloo„ „pen maand Maij onder begunstiging van een Z: O: wind Baaif als is ingezeild, doch niet temin aan de oosthoek van die baaij is koomen te stranden, zonder dat wij eenige de minste hoop kunnen voeden van dies laading iets ten voor„ deele der Maatschappij te bergen. Hoe aangenaam het ons ook zijn zoude, uw wel Edelen eenige aangenaame berichten meede te deelen omtrent het ongelukkig schip de Maria, vin„ den wij ons in de harde noodzaakelijkheid uw wel Edelens te melden dat die Bodem in Plettenbergsbaai gesien ndeastraat, 702 Pettenbergsbaai geheel is verbrijzeld en van dies kostbaare Laading, niet tegenstaande alle pligt„ „schuldige en welmanende pogingen niets gebor„ „gen als 22215: stukken Lijwaat, 4. kassen Gom Mirahe, 7. kassen kanneel een wijnig kattoene gaaren en sappanhout, en al het overige een provi der woeste goeven is geworden. van veel beeter uitslag zijn geweest onze zor„ „gen voor het Ceilonsch retoerschip Java, dat van dies geleedene schaade geheel hersteld, met het eerste smaldeel der Retoervloot op den 9:e febru„ arij naar Nederland is gesteevend. Wij hebben van de weinige ruimte die zig aan boord van brenger deezer bevind, gebruik ge„ maakt, om aan uw wel Edelens in mindering op wel derzelver, ontvangen Eisch te Consigneeren. 45. Leggers kaabsche wijn in soort 1. Adm wijntint. 1. half aam Dragonazijn 6442: lb: kaabsche boter 10. Mudden graauwe Erwten 168. lb: gedroogde vruchten 300. „ tuijnzaaden 50. „ Canaaij zaad. 20. stalfaamen ingelegde kool 100. lb: Aloé, 2: Ankers gezoute Roozen 5000. p:s Amandelen en 50. lb: Rozijnen. Alles boeeder met dies kostende gespecificeerd bij 't deeze verzellend Cognossement faktuur, waar bij nog teffens hebben laaten bekend stellen een n een kas gem: R: d: V: N:o 24. voor 't Regiment Meuron alhier per het schip de Diamant aange„ bragt. Nog hebben wij in voldoening der Eisschen van Mal„ labaae en Cormandel ontvangen, in deeze bodem afgescheept. voor Cochim. 72. lb: Luinzaaden „3. Mudden graauwe Erwten en 550. gedroogde vrugten voor Paleacatta 3. Mudden grauwe Erwten en 64. lb: tuijnzaaden welke goederen wij uw wel Edelens verzoeken bij voorkomende geleegentheiden, naar die gouvernemente te willen laaten expedieeren be„ nevens onze deeze verzellende Missives aan de Ministers aldaar gerigt. De strenge vorst die in den laatste winter in neerland heeft geheerst het vertrek van brenger deezer en de naar China bestemde scheepen, merkelijk vertraagd hebbende, hebben de Hoog„ „gebiedende Heeren Majores, ten einde de expedict„ sie dier scheepen van deeze uithoek zoo veel mogelijk te accelleeren, ons bevoolen, geene goederen voor dit Gouvernement bestemd uit dezelve te ligten, weshalven wij de eer hebben uw wel Edelens aantebieden een Cognossement faktuur van 30: hoeden smeekoolen die in brenger deezer hebben moeten verblijven. wij hebben op brenger deezer doen embarquee„ ten gesien ndeastraat,

NL-HaNA_1.04.02_3837_0753 view scan ↗

English

703 fifty-three military personnel belonging to the Swiss Regiment de Meuron in garrison under Your Honours' government, consisting of: 1 Major 1 Captain Lieutenant 1 Surgeon 1 Sergeant 2 Corporals, and 47 Privates. We cannot omit informing Your Honours that we have paid the Major, Captain Lieutenant, and Surgeon three months of salary and emoluments in advance for the months of July, August, and September, and to the non-commissioned officers and privates two months of salary and duty pay, so that Your Honours may regulate yourselves accordingly regarding the payment of these troops over there. Furthermore, for Your Honours' information, we record that the depot present here for the Regiment de Meuron consists of: 2 Captains 1 Captain Lieutenant 1 Lieutenant 1 Lieutenant à la suite 1 Surgeon 2 Cadet Sergeants 1 Cadet Corporal 5 Sergeants 5 Corporals 139 Soldiers, thus 158 men in total. We We have the honour to enclose herewith our requisition of supplies for the coming year 1790, which we most kindly request Your Honours to fulfill, especially the linens for the clothing of the Regiment of Wurtemburg, as the lack thereof this year was the reason that these linens had to be purchased here at the highest prices. We recommend the accompanying small packet of letters, addressed to the Director and Council at Souratta, to Your Honours' kind and prompt dispatch. The Engineer Loeve, who arrived here on the ship De Gouverneur Falck, having died intestate shortly after his arrival, his estate was placed under the administration of the Curator ad lites, who, in accordance with the desire dictated by the said Loeve to the official clerk and witnesses, has made a request to us to emancipate a certain slave named Julij van Trinkenomaale. We have consented to that request and have also granted that this slave may cross over with the bearer of this letter, in order to perform ship's service for his board. We commend Your Honours and the precious interests of the Noble Company to the safe protection of God, and having the honour, after friendly greetings, Seen, vander Straat. 704 to remain, (was written beneath:) Noble, Honorable, Valiant, Wise, Provident, Highly Discreet Sir and Friends, Your Honours' affectionate friend and servants, (was signed:) C. J. van de Graaff, J. Rhenius, I. N. S. van Lijnderz, I. I. Le Sueur, A. G. de Wit, and W. S. van Reede van Oudtshoorn. (in the margin:) In the Castle of Good Hope, the 11th of June 1789. Agrees: Hijbrands, Clerk. Seen, vander Straat. Commercial Bookkeeping Examined No. 78. Seen, vander Straat. No. 79. Copy of Separate Missives written by the Governor of Ceilon to Their High Mightinesses the High Indian Government in Batavia. Seen, vander Straat. Seen, vander Straat. Separate 705 Batavia. To His High Honour, the High and Well-Born, Right Honorable, Eminent Sir, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and the Noble Dutch East India Company, and the Right Honorable Gentlemen, Councillors of the Indies. Right Honorable, Right Respected, Eminent Sir, and Right Honorable Gentlemen! I had the honour to receive in original and duplicate the separate Missive with which I was favored by Your High Mightinesses on the 12th of August. August. Section 1. Concerning the Court of Kandia, I shall dutifully conduct myself according to what has been prescribed to me by Your High Mightinesses therein. No. 2. I have only had two patrol boats built, which are destined and currently also profitably used to patrol the Mannar pearl banks, in order to be more certain that no dishonesty is committed regarding these banks. These cruisers will simultaneously carry out the regular patrolling between Channa and Kalpettij to prevent all smuggling. I hope that Your High Mightinesses will favorably approve the construction and use of these two boats. No more will be made. Seen, vander Straat. 706 § 3. I shall take what Your High Mightinesses have recommended regarding household affairs as my dutiful instruction, and merely take the liberty, regarding the abolition or retention of the Political and Judicial Council meetings at the subordinate stations, to humbly note that the same reasons which moved Your High Mightinesses to allow the Political Councils at Jaffna and Gale to remain in existence, to a great extent also apply to Tutucorijn, and consequently advise to make no change there in this respect, the more so because this place lies somewhat detached, and also because with the abolition of the Political Council nothing significant would be gained there. § 4. At Trinkonomale, as long as there is an artillery department there, the Political Council should, in my humble opinion, also remain, so that those of the Military department may continue to participate in the administration on the usual footing. § 5. Pay books have not been kept at Trinkonomale since the re-establishment of that station. The monthly accounts from which they are drawn up at Kolombo are sent over here, and as this is currently in practice and presents no notable inconveniences, Seen, vander Straat. 707 it could, if it pleases Your High Mightinesses, be continued in that manner. § 6. Due to the increased clerical work, the clerks cannot be reduced at Kolombo, Jaffena, Gale, and Tutucorijn. One has even had to allow some beyond the usual number, as Your High Mightinesses were humbly informed thereof in the regular letter of 17 October 1788. § 7. Concerning the reduction of officials, I shall act upon vacancies in accordance with Your High Mightinesses' recommendation. § 8. At the factories that fall under Tutucorijn, there should [illegible]

Dutch transcription

703 „ren drie en vijftig Militairen gehoorende tot het Zwitsersche Regiment de Meuron ten Gou„ vernemente van uw welEd:s in guarnisoen, bestaande in 1. Majoor 1: kapitein Luitenant 1: Chirurgijn 1. Serge aut 2: Corporaals en 47. gemeenen wij kunnen niet afzijn uw wel Edelens kennis„ „se tegeeven dat wij aan den Majoor kapitein Luitenant en Chirurgijn drie, maanden gagie en Emolumenten in avans hebben betaald voor de maanden Julij Augustus en september en aan de onderofficieren en gemeenen twee maan„ den gagie en dienstgeld, ten einde uw wel Ede„ len zich in de betaaling dier troepes a:o Costij daar naar zullen kunnen reguleeren. Nog zullen wij tot naricht van uw welEdelens ter nederstellen dat het alhier aanwezend depot voor 't Regiment de Meuron bestaat in 2: kapiteins 1: kapitein Luitenant 1: Luitenant 1: Luitenant â la suite 1: Chirurgijn 2: kadets sergeants 1: kadet Corporaal 5. sergeants 5. Korporaals 139. soldaaten 3 dus 158. Man tezaamen wij 6 Wij hebben de eer uw wel Edelens ingeslooten aante„ bieden onze Eisch van benodigdheeden, voor den aanstaande Jaar 1790. aan welke wij uw wel Edelens zeer vriendelijk verzoeken tewillen laaten voldoen, voornamentlijk de Lijwaaten tot kleeding voor 't Regiment van wurtem„ burg, alzoo de ontstentenis daar van dit jaar oorzaak is geweest dat men die Lijwaaten ten duurste alhier heeft moeten inkoopens. Het deeze verzellend Briefpacquetje aan den Heer Dierekteur en Raad te Souratta geaddres „seerd, beveelen wij aan uwer wel Edelens vrien„ delijke en spoedige voortschikking. Den Ingenieur Loeve per het schip de Gouverneur Falck alhier aangeland, kort na zijn aan„ komst ab intestato overleeden zijnde, is deszelfs nalatenschap gesteld onder administraatsie van den Curator adlites, die in opvolging van de begeerte door gemelde Loeve aan Beamptschaij„ ver en getuigen gedicteerd, aan ons verzoek heeft gedaan; om vat zeekere slaaf genaamt Julij van Trinkenomaale temoogen eman„ cipeeren, zoo hebben wij in dat verzoek ge„ condescendeert en teffens vergunt dat deeze slaaf met Brenger deezer mag overvaaren, omme voor de kost scheepsdienst te doen Wij beveelen uw wel Edelens en de dierbaare belangens der Edele Maatschappij in de veilige protexie Godes en hebbende eer na vriendelijk groete gesien ndeastraat, 704 groete te blijven /:onderstond:/ Edele Erntfeste, Manhafte, wijze voorzienige zeer Diskreete Heer en vrienden uwe wel Edelens dienstgeneegene vriend en Dienaaren, /:was getekend:/ C: J: van de Graaff, J: Rhenius, I: N: S: van Lijnderz, I: I: Le Siceur, A: G: de Wit, en W: S: van Reede van Oudtshoorn. /:in margine:/ In 't Casteel de Goede Hoop den 11:e Juni 1789. — Akkordeert Hijbrands Degreerk gesien ndeastraat, Hans: Boek nledtering Nagesien No 78. gesien nderstraat No 79 Copij Apparte Missives geschreeven door den Gouverneur van Ceilon aan Hunne Hoogedelheeden de Hooge Indiasche Regeering te Batavia gesien ndenstraat gesien nderstraat Apart 705 Batavia Aan zyn Hoog Edelheid Den Hoogedelen Gestr Groot agtb Sryd Eeb Heer M=r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal van weegens den staat der vereenigde Nederlanden en de Edele Nederlandse Oost Indische Maatschappij De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Indien Hoogedele Gestr: Groot agtbaare wijd Geb: Heer en Weledele Gestrenge Heeren! Jk heb de eere gehad in origineel en duplo te ontfangen de apparte Missive, waarmee„ de ik door UWe Hoogedelheeden op den 12. Augustus augustus ben begunstigd. 5 1. Omtrend het Hof van Kandia zal ik mij schuldpligtig na het door Uwe Hoogedelheeden mij daar bij voorgeschreevene gedraagen. N 2. Jk heb alleen twee Kreeisboots laaten aanbou„ wen die gedestineerd zijn en tans ook over kelijk gebruikt worden tot het bekruis„ der Mannaarse paarlbanken, om te meer verzeekert te zijn dat 'er geen ontrouw om trend deeze banken word gepleegd. Deeze Krueivers zullen tevens doen het werk van de gewoone bekruising tusschen Channa en Kalpettij. tot het teegen gaan van alle Sluikerijen= Het aanbouwen en gebruiken van deeze twee boots hoop ik dat uwe Hoogedelheeden gunstig zellen gesien nderstraat 706 zullen goed keuren. Meer zullen 'er niet worden gemaakt. § 3 jk zal mij het door uwe Hoogedelheeden aanbevoolene noopens het huishoudelijke tot schuldige narigt laaten verstrekken, en neem alleen de vrijheid noopens het afschaffen of behouden van de Poletieke en Justitieele Raads vergadering op de ondergeschikte kantooren nedrig aante merken, dat dezelfde reedenen die uwe Hoogedelheeden hebben bewoogen om te Taffena en te Gale de Poletieke vergade ringen te laaten in weezen blyven voor een goed gedeelte ook bestaan op Tutuco„ rijn, en mits dien aanraade om ook aldaar in deezen geen verandering te maaken te meer wijl deeze plaats wat afgescheiden afgescheiden legt en dat ook aldaar bij het afschaffen van de Politieke verga„ seting niets merkelijks zoude worden uitgewonnen. o Te Trinkonomale zoo lange daar een Car„ departement is, diend ook na mijn na drig inzien de Poletieke vergadering he blyven, op dat die van het Militaire departement op den gewoonen voet deel aan het bewind blyven behouden. § 5 zoldij boeken zyn te Trinkonomale zee„ dert de herstelling van dat kantoor neet gehouden. De maand reekeningen waaruit dezelve te kolombo worden geformeerd, worden na herwaards over gezonden, en wijl dit tans zoo in ge„ bruik is, en geen markelyke ongeleegent heeden gesien nderstraat 707 heeden heeft, zoude met believen van Uwe Hoogedelheeden daarbij kunnen worden gekontinueerd. §6 Door het vermeerde Schrijfwerk kunnen op Kolombo, Iaffena, Gale en Tutucorijn de pennisten niet worden verminderd. chen heeft 'er zelfs eenige moesen toestaan boven het gewoone getal zoo als uwe Hoog Edelheeden daarvan bij den gewoonen brief van den 17 October 1788 nedrig is ken„ nis gegeeven § 7. Omtrend het verminderen der amptenaa„ ren zal ik bij vacatura handelen over eenkomstig met uwe Hoog edelheeden aanbeveeling. §. 8. Op de factorijen die onder Lutucorijn zorteen„ Dienen Ceve„ te

NL-HaNA_1.04.02_3837_0768 view scan ↗

English

the Second Residents should indeed continue to be maintained, not only because it provides somewhat more readiness and can also have its great utility that the acceptance of linens is done by two people, but also because rather substantial sums must still be entrusted to the Residents. Section 9. The Puerbang is not a military officer. This post is occupied from Kalpettij by 1 sergeant, 2 corporals, and 24 privates. Instead of the Resident, who is a bookkeeper—and no more employees are stationed at Putlang—a good, experienced non-commissioned officer can be stationed there as postholder. Seen. In the street, 708 Section 10. No officer is stationed at Chilauw. A junior merchant who is presently stationed there costs no more than an officer would cost, and if Your High Excellencies should see fit, I believe that a civil servant would continually be much more suitable there than a military officer for the administration of the country, which is rather extensive there. From the River of Kaijmelle, where the Chilauw district begins, to Andepanne on the borders of Putlang, where it ends, is a distance of over 10 hours, and in this strip of land, which is generally nearly 3 hours wide, there is a great deal of good arable land, the revenues from which, increasing annually, could become quite good before long. The junior merchant Ebell, who is presently stationed there, is an industrious man and takes much trouble. For some time now, besides improving agriculture, he has also been engaged in planting coffee and pepper. The post is otherwise only garrisoned by a detachment from the Moorish Company consisting, including the non-commissioned officers, of 15 men. The work of the authorized agent can be done by the junior merchant Ebell himself. I commend Your High Excellencies to God's gracious protection and have the honor to be with deep respect and true loyalty, below was written, High Noble, Stern, Highly Respected, Far-Commanding Lord and Seen. In the street, 709 and Right Noble, Stern Sirs; lower was written: Your High Excellencies' very obedient and humble servant, was signed, Willem Jacob van de Graaff; and in the margin: Colombo, the 9th of February 1789. Agreed. W. van de Graaff Seen. In the street. Seen. In the street. 710 Batavia. To His High Excellency, The High Noble, Stern, Highly Respected, Far-Commanding Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General on behalf of the State of the United Netherlands and the Noble Dutch East India Company, and the Right Noble, Stern Lords, Councilors of the Indies. High Noble, Stern, Highly Respected, Far-Commanding Lord, Right Noble, Stern Sirs, I have had the honor to receive the separate letter with which Your High Excellencies have favored me today, on the 27th of November. It would certainly have been desirable if the contract with Mr. Buchanan could have turned out more advantageous. It is clearly evident that the Nabob in this matter wished to make the Company rely on the interest it has in the continuation of its privileges in the lands of Madura and Marawar. Regarding all exclusive rights of the Company in the linen trade, there can be no disputes as long as this treaty is observed in good faith. Mr. Buchanan has, moreover, in his letter of the 19th of June 1788, taken upon himself whatever must serve Seen. In the street, 711 for the further assurance thereof. Before his departure from Ceylon, I discussed with him repeatedly the subject of Verwijk, and pointed out to him that the trade he conducts in the Teuver's lands in coarse linens, however much or little it may be, conflicts with the Company's privileges, as he himself had to admit. The Prime Minister of the Teuver has also been spoken to about this, and I do not doubt that Mr. Buchanan will ensure that justice is done to us in this matter. I shall now have the necessary representations made further to his honor concerning this. That this has not already been done with more urgency is because our supply of money is at present not large enough to provide work to the weavers everywhere, and that I am apprehensive that by drawing that cord tighter at present than is necessary to make our rights recognized, one might sometimes give rise to the difficult question of whether the exclusive right of the Company, if we wish to have it observed most strictly, does not also imply that the Company, for its part, must ensure that the weavers can properly Seen. In the street, 712 remain at work. During the holding of a fishery at Mannar, the most suitable opportunity will most likely present itself to make such stipulations, in accordance with Your High Excellencies' intention regarding the 9th article of the Treaty, as are necessary to declare the true purpose thereof more clearly and to exclude all detrimental consequences thereof. As far as I am informed, private individuals properly speaking pay no freight for their linens from Surat to this place. It is nevertheless probable that it is not done entirely for nothing, and that in one way or another some gratuity is given for it. I shall inquire further into this in order to comply as well as possible with the desire of the Right Noble, Highly Respected Lords Masters and Your High Excellencies' honored order; but if one cannot precisely determine what is generally customary among private individuals in this matter, I do not see that it would involve any inequity if the Company fixed the freight on this at five percent. Whereas in the Kandyan letter this Seen. In the street.

Dutch transcription

dienen wel de tweede Residenten te blyven kontinueeren niet alleen om dat het eenigermaate meer gereestheid geeft in ook zeer zyne nuttigheid hebben kan, dat het aanneemen der lywaaten door twee Menschen geschied, maar ook om dat 'er nog al merkelijke sommen aan de Residenten moeten worden toe vertrouwd. § 9 De Puerbang is geen Militair Officier. Deeze plaats word van Kalpettij bezet door 1. Zergeant, 2 korporaals en 24 gemeenen. Insteede van den Resident die boekhouder is, en meer bedienden leggen 'er te Putlang niet, kan daar een goed oud onder officier als goosthouder gelegd worden. gesien nderstraat, 708 ƒ 10. Te Chilauw legt geen Officier. Een onderkoop man die er tans legt, kost niet meer dan een Officier kosten zoude en indien Uewe Hoogedelheeden het mogten goedvinden, geloove ik dat bij aanhoudentheid een Civiel bediende daar veel properder zij dan een Militair voor het lands besteer dat daar nog al uitgebreed is. Van de Revier van Kaijmelle daar het Chilauwe begind tot andepanne op de grensen van Putlang daar het eyndigd, is een uitgestrekt heid van ruim 10 uuren en in deeze strook lands die doorgaans na genoeg 3 uuren breed is, is heel veel goed bouwland, waarvan de inkomsten die Iaarlijks toeneemen binnen korten vrij goed worden kunnen. De onderkoopman Ebell die 'er tans legt is een werksaam werkzaam Man en geeft zig veel moeijte. Hij heeft zig reeds eenigen tyd behalven met het verbeeteren van de land boren ook bezig gehouden met het aanplanten van Roffij en Peeper. De post is voor het ovrige alleen bezet met een Oeta. chement uit de Moorse komp be„ staande met de onder Officiers uit 15 Man. Het werk van den geautoriseerden kan door den onder„ Koopman Ebell zelve worden ge¬ daan. Jk beveele Uwe Hoogedelheeden en Gods genaadige bescherming in heb de eere met diep eerbied en waare trouwe te zijn /:onderstond:/ Hoog. edele Gestr: Groot agtb: wijd Geb: Heer en gesien ndeastraat 709 en Weledele Gestrenge Heeren /:laager:/ Uwe Hoogedelheed en zeer Gehoorzaame en Oot„ moedige dienaar /:was geteekend./ Willem Iacob van de Graaff /:en in margine.:/ ko lombo den 9 Februarij 1789. Akkordeert. W vande Graak heb gesien nderstraat gesien nderstraat 710 Batavia Aan zyn Hoogedelheid Den Hoogedelen Gestr Groot agtb: Wyd Geb Heer M=r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal van weegens den staat der vereenigde Nederlanden en de Edele Nederlandse Oost Indische Maatschapijn De Weledele Gestrenge Heeren Raaden van Indien Hoogedele Gestrenge Groot agtb: Wid Gebiedende Heer Weledele Gestrenge Heeren Ik heb de eere gehad te ontfangen den appoi brief, waarmeede Uw. Hoogedelheeden me op den 27 November Heeden hebben, beguenstigd Appart begunstigd. Het waare zeeker te wen„ „schen geweest, dat het kontrakt met den Heer Buchanan voordieliger hadde kunnen uitvallen. Klaarlijk blykt het dat de Nabab de komp: in deezen heeft willen doen reekenen op het intres dat dezelve heeft in de voortduuring haarer voorregten in de landen van Mhaduse in Martica. Noopens ale uitsluitende regten van de komp: in den lywaat handel kunnen er zoo lang dit Traktaat ter goeder trouwe word nagekoomen geene verschillen zijn. De Heer Buchanan heeft ten overvloede bij zijn brief van den 19 Junij 1788 op zig genoomen het geene ter verdere gesien Inderstraat 711 verdere verzeekering daarvan strekken moet Voor zijn vertrek van Ceilon heb ik Item reeds te meermaalen onderhouden over Verwijk, en hem doen opmerken dat den handel die deeze in s' Teuvers landen doed in groove lijwaaten hoe veel of weinig het ook is, stryd met s' komp. s voorregten zoo als hij dat zelve bekennen moest. De Ryks. kanselier van den Leuver is ook daar over gesprooken en ik twijffele niet of de Heer Buchanan zal zorgen dat ons in dit stuk regt geschiede Ik zal nu naader aan zijn Edele daarover de noodige voorstillen laaten doen. Dat Dat dit niet reeds met meer empresse „mant geschied zij, is om dat onze geld voorraad voor het teegenswoordig niet groot genoeg is om de weeders overal aan werk te helpen, en dat ik bedugt ben dat met die koort voor het teegenswoordige starker te trokken van noodig is, om onze regten te doen erkennen, men zomtyds zoude kunnen doen ontstaan de moeijelijke vraage of het uitsluitend regt van de komp: wanneer we het ten striksten willen hebben nagekoomen ook niet insleut dat de kompt van haare zijde moet zorgen dat de weevers behoorlijk aan geseen indeastraat, 712 aan het werk kunnen blijven. Bij het houden van een visserij op Mhannaar zal zig naastdenkelijk de bekwaamste geleegentheid op doen om overeenkomstig met uwe Hoogedel heeden intentie noopens het 9=e arti„ kel van het Praklaat zulke aan haalingen te kunnen doen als noodig zijn om het waare oogmerk daar van meer duidelijk te verklaaren, en alle nadeelige gevolgen daarvan uittesluiten. zoo veel ik geinformeerd ben betaalen de particulieren eigentlijk gesprooken geen vragt voor hunne lijwaaten van Suratte na herwaards. Het is egter vermoedelijk dat het niet geheel voor niets res e lijk niets geschied, en dat 'et op de eene of de andere wijze eenige erkentelykheid voor word gedaan. Ik zal mij daer na naader erkondigen, ten eijnde aan de begeerte van de Weledele Hoogagt Heeren Meesteren en Uwe Hoogedelheed g'eerde order zoo goed moogelijk te voldoen, dan zoo men ook niet nau keurig kan bestemmen wat in deezen voorgaans onder de parti„ kulieren de gewoonte is, zie ik niet dat het eenige onbillykheid zoude insluiten, indien de komp daarop sheldt de vragt van vijf ten honderd Wijl bij den kandiaschen brief dit gesien nderstraat

NL-HaNA_1.04.02_3837_0781 view scan ↗

English

713 this time the matter of the Beaches was dealt with somewhat more prolixly than in the letters of the two or three earlier years, I further indicated in the reply that no change can be made to the Treaty; and seeing that this topic was furthermore not brought up at all during the latest embassy to Kandy and the peeling of cinnamon was assented to, I almost think that the objective to talk the Court out of this matter has for the greater part been achieved. I commend Your High Nobilities and the interests of the Company to God's gracious protection and profess, with deep respect and true fidelity, to be, was written below, Right Honorable, Highly Esteemed, High-Born Sir and Right Honorable Sirs, lower, Your High Nobilities' very obedient and humble servant, was signed, Willem Jacob van de Graaff, and in the margin: Colombo, the 24th of April 1789. Agrees, D. van de Graaff seen in the Street 714 Batavia. To His High Nobility, The Right Honorable, Highly Esteemed, High-Born Sir, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and the Noble Dutch East India Company, and The Right Honorable Gentlemen Councillors of the Indies. Right Honorable, Highly Esteemed, High-Born Sir, Right Honorable Sirs! A detailed report of what occurred at Trincomalee regarding the French Company's ship, the Count of Artois, is given in the secret letter from me and the Council, which departs at the same time as this one. Possibly the servants would not have done poorly if, instead of firing the warning from the cannon upon the entrance of the aforesaid ship in the manner that it occurred, they had for this once only had it announced to Mr. de St. Reveul that he, having entered this ship without permission, must immediately cause it to sail to the Northern Bay, with the addition that if this happens again, one would in the future be forced to prevent such by force. This would certainly have caused less stir; meanwhile, strictly speaking, I cannot see that any wrong was committed here in any respect, as the servants could in any case ignore what kind of ship it was, since this ship did not display the appointed signals and only flew from the stern a white flag, which another ship could also have flown. For this reason, and especially because it is not only a fait accompli, but that, now this step has been taken, we shall also have to abide by it, I thought it best not to present the aforesaid remark to the servants, so as not to give any reason to act differently in similar circumstances in the future, and thereby furnish the French in due course with a motive to complain that they were treated with more rigor than others. With no reasonable grounds can one have any suspicion that the French Government at Pondicherry would wish or be able to give any other consequence to this incident than merely to leave the judgment and decision thereof to the respective High Sovereigns. Nor is it at all in the assumption that this could in any respect be possible that I considered it necessary to send to Trincomalee the reinforcement of which an account is given in the aforesaid secret letter. I did it solely for the sake of prudence, and in case the continuation of peace in Europe might at some point be disturbed. I suspect that in the large bay before Oostenburg a suitable anchoring place will be found for foreign ships to lie during the Northern Monsoon; if this turns out to be so, one could once and for all take a resolution to admit no more foreign ships into the inner bay, except solely on account of distress at sea or other weighty considerations, and provided that they submit to being brought to anchor by our pilots under the cannon of Oostenburg, in order that they are in all cases under our control. The resolution of Trincomalee to prevent all communication between the shore and the crew of such a ship whenever a ship does not heed our warning and nonetheless sails through to the inner bay, I thought could provisionally be approved. In six or seven days we now have news from Trincomalee, and I therefore thought it best to let the matter rest there for the time being, as long as no alarming news arrives from Europe. At the slightest suspicion of a rupture, it stands to reason that other measures must be followed. We are beyond all dispute in the most complete manner entitled to proceed to the utmost, with all the force that Fort Oostenburg is capable of, against those who wish to sail into the inner bay without permission. Also, subject to correction, I am very humbly of the opinion that we ought to do so; nevertheless, it will serve to my great reassurance to see myself strengthened in this matter with Your High Nobilities' positive orders. Trincomalee being strongly garrisoned as it currently is, one may with reason view it from a different perspective than formerly. I think, therefore, that no one can find it strange or consider themselves in any way offended that, in accordance with the importance of the place, we take such measures as are necessary for its greater security, even though they might not in all respects conform to former customs. I commend Your High Nobilities to

Dutch transcription

713 ditmaal het stuk van de Stranden wat meer breedspraakig is behandeld dan bij de brieven van de twee of drie vroe„ gere Jaaren, heb ik bij het antwoord naader aangeweezen dat in het Trak„ taat geen verandering koomen kan„ en gemerkt dit sreek bij de Iongste Ambassade na Kandia voorts ge heel niet is ter ter spraak gebragt en in het kanneel schillen is bewil¬ ligt, denk ik haast dat het oogmerk om het Hof dit stuk uit het hoofd te praaten. voor het grootere gedeelte is berijkt.. Jk beveele Uwe Hoogedelheeden of de in de belangens van de komp in God„ genaadige bescherming en betuige„ met diepe eerbied en waare trouwe te zijn /:onderstond:/ Hoog edele Gestr: Groot agtb. wyd Get: Heer en weledele Gestrenge Heeren /:laager:/ Uwv. Hoog edelheeden zeer gehoorzaame en ootm dige Dienaar /:was geteekend:/ Willem Iacob van de Graaff /: en in margine Kolombo den 24 April 1789. Akkordeert D ande Graatt gesien indeastraat 714 Batavia Aan zijn Hoog edelheid Den Hoogedelen Gestr: Groot agtb: wyd Geb Heer M=r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal van weegens en staat der vereenigde Nederlanden en de Edele Nederlandse Oost indische Maatschappij in De Welidele Gestrenge Heeren Raaden & Indig Hoogedele Gestrenge Groot agtb Wid Geb: Heer WelEdele Gestrenge Heeren! Van het voorgevallene te Trinkonomale betrekkelijk tot het Frans komp. s schip Appart de de Graaf van Artois, word omstandig verslag gedaan, bij den Sekreeten brief van mij en den Raad, die met deeze te gelijk afgaat. Moogelijk hadden de bediendens nee kwalijk gedaan, zoo ze insteede van bij het inkoomen van het voorsz schip te doen de waarschou wing uit het kannon, op die wijz als dat is geschied nog voor ditmaal den Heer de St Reveul alleen had den doen aankundigen, dat Hij dit Schip konder verlof binnen gekoom ten eersten moest doen verzijlen na de Noorder baaij met bijvoeging dat zoo dit meer gebeurd men in den gesien ndeastraat, 715 den aanstaande zoude genoodzaakt zijn zulks fijtelijk te beletten. Dit zoude zeekerlijk minder op zien gegeeven hebben, intusschen kan ik, strikt gesprooken, niet zien, dat hieren in eenig opzigt zoude zyn mis„ daan, wijl de bedienden in allen ge. val kunnen ignoreeren wat het voor . . een schip was; door dien dit schip niet hadde de beraamde teekenen in alleen van agteren liet waaijen een witte vlag, die ook een ander schip konde hebben doen waaijen. Hierom en inzonderheid wijl het niet alleen een gedaane zaak is, maar dat dig dat we ook nu deeze stap is gedaan daarbij zullen moeten blyven, heb ik best gedagt voorsz aanmerking de bediendens niet voortehouden om daar door geen aanlijding te geeven van in zoort gelike geleegentheeden in den aanstaande anders te hande len, en daar door de Fransen te fourneeren in der tyd een motier om zig te beklaagen; dat 'er teegens hen met meer rigeer dan teegens ande „re gehandeld is Met geen draagelijke reeden kan men eenig vermoeden hebben dat het Fransch Gouvernement te Pondi„ cherij gesien onderstraat 716 cherij aan dit voorval eenig ander gevolg zoude willen of vermoogen te geeven, dan alleen om de beoordeeling en beslis„ „sing daarvan over te laaten aan de weederzydsche Hooge Souverainen. Ook is het in het geheel niet in de veronderstelling dat dit in eenig op„ „zigt zoude kunnen moogelijk zijn dat ik het noodig geagt heb om na Trinkonomale, te zenden de verster king waarvan bij de voorsz sekreete brief is verslag gedaan. Ik heb het alleen gedaan voorzigtigheeds halven en of de voortduuring der rust in Europa zomtyds konde worden gestoort Jk vermoede dat men in de groote baaij voor Oostenburg een bekwaam anker d anker plaats zal kunnen vinden voor vreemde Scheepen om daar te leggen gedieurende de Noorder mousson, zoo dit zoo uitkomt zoude men eens vooral een besluit kunnen neemen om geene vreemde scheepen meer in de binnen baaij te admitteeren dan alleen uit hoofde van zeenood of andere gewigtige konsideratiën en mits dat ze zig onderwerpen om zig door onze lootsen te laaten ten anker brengen onder het kan non van Oostenburg, ten eijnde ze in allen geval zijn onder ons be¬ Owang Het besluit van Trinkonomale om gesien ndeastraat, 717 om wanneer een schip zig aan onze waar„ schouwing niet stoort en mits dien des niet te min na de binnen baaij door zylt, als dan alle gemeenschap te beletten tusschen de wal en de land aard van zulk een schip, heb ik gemeend dat voor eerst konde worden goedgekeurd. In zes af zeeven daa¬ „gen hebben we hans tyding van Trinkonomale en ik heb daarom best gedagt om zoo lang 'er geen „ ontrustende tijdingen uit Europa in koomen, het daarbij voor eerst te laaten berusten. Bij het minst vermoeden tot een reptieur, spreekt het het van zelve, dat 'er andere maatregelen moeten worden gevolgt. We zijn buiten alle teegenspraak op de volkoomenste wijze geregtigd om teegens die geene die zonder ver„ lof in de binnen baaij willen inzij„ len tot het uitersten toe te procedeeren met al het geweld waartoe het fort Oostenburg in staat is. Ook ben ik onder verbeekering zeer needrig van gevoelen, dat wa dat behooren te doen, niettemin zal het mij tot groote gerustheid strekken mij op dit stuk met uwer Hoog edelheeden stellige beveelen te zien gesien indeastraat 718 zien gesterkt. Trinkonomale sterk bezet gelijk het tans is, mag men met reeden ret een ander gezigt pient beschouwen dan Ik denke daarom dat eertids. niemand het kan vreemd vinden of zig in eenig opzigt kan gebelgt agter dat we overeenkomstig met het gewigt der plaats, zulke maat regelen neemen als tot meerdere zeekerheid daarvan noodig is, schoon ze ook niet in allen op„ zigten mogten overeenstemmen met de vroegere gebruiken Jk beveele uwe Hoogedelheeden gelen in

NL-HaNA_1.04.02_3837_0792 view scan ↗

English

in God's gracious protection and testify with all respect to be in true loyalty. Underneath was written: Right Honorable, Stern, Highly Respected, Widely Born Lord and Well-Born Stern Lords. Lower: Your Right Honors' Very Obedient and humble servant. Was signed: Willem Jacob van de Graaff. And in the margin: Kolombo, the 10th of May 1789. P.S. Here enclosed goes a copy of a declaration granted by the ensign Deibert, concerning what occurred with a lieutenant of the Regiment of Meuron named Mathij. At the least his dismissal from the Regiment will have to be given to him. Or if Your Right Honors should still at this time judge that this matter must be considered to be malversation, of which is spoken in the capitulation, the same shall remain unsettled until I shall have received Your Right Honors' pleasure hereupon. The aforesaid officer, having been interrogated on this and other declarations agreeing therewith, has denied what appears therein to his charge, but that the matter is really as it stands in the declaration one cannot call into doubt. Agrees. W. van de Graaff. I, the undersigned G. N. Deibert, military ensign in the company of the Well-Born Valiant Lord Captain Commandant P. P. Fornbacer at Oostenburg, declare that on the 24th in the evening, after a tour made, I came to Oostenburg where I found the Sub-Lieutenant De Mathij before the officers' guard, and De Mathij went with me, the undersigned, into the room, where my food was already standing. De Mathij asked, I shall eat with you, and did the same, whereupon I said to my orderly, give us a drink. There the aforementioned Mijnderts, alias Freiderich, was present in the aforesaid room, who brought the drink to the said Mijnderts. Thereupon De Mathij said, drink to the health of the King of France, where the said Mijnderts answered him, I would rather drink to the health of the Prince and of the Lords States. Thereupon De Mathij again took up the word and said, Yes, you are a Dutchman and I a Frenchman and remain a Frenchman; he who will not believe it shall well see it. All this aforementioned I have heard and understood and it is the pure truth, which I testify on my honor and under offering of oath. Trinkonomale, the 26th of April 1789. Was signed: P. N. Deibert. Underneath: Agrees. Was signed: W. W. Bartholomeusz, sworn clerk. Agrees. Pieter Joh. Muller, sworn clerk. Batavia. To His Right Honor, the Right Honorable, Stern, Highly Respected, Widely Born Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and the Honorable Dutch East India Company, and the Well-Born Stern Lords Councillors of India. Right Honorable, Stern, Highly Respected, Widely Commanding Lord, Well-Born Stern Lords! Separate. I have had the honor to receive the separate letter with which I have been favored by Your Right Honors on the 17th of April last. With the Court of Kandia things are, in my view, continually going well. I hope thereby to be in a state to fulfill the 4 to 500 bales of cinnamon requested by Your Right Honors, and I shall take care that this happens in the forthcoming early year as timely as it can happen. Regarding the movements of the French at Pondicherij, of which report is made in the secret letter from me and the Council departing together with this one, it is difficult to guess what aims are hidden beneath them. They are still always closely allied with Tippo Sultan, who, as I hear, by his movements gives much cause to believe that he is about to resume his hostile designs against the Company, of which he has now given the clearest evidence by demanding Kranganoor, in the forthcoming favorable monsoon. This cannot well happen without him having to deal with the Travancore and consequently also with the English, and according to the highest presumption he will not come to such steps without knowing what we can calculate with regard to the French. If therefore Tippo Sultan is really going to make movements to resume his started hostilities against us, it will, as I think the matters must be viewed, be one more reason to mistrust the French designs. If they should really have hostile intentions, it does not seem impossible to me that they will begin them with an attack on Ceylon, in order, at the commencement of the war, if possible to make themselves master of Trinkonomale, which would give them very great advantages in India. If the French should really have the intention to come to a rupture, it is not beyond presumption that they will first seek to carry out their designs with the beginning of the bad monsoon on Coromandel, because then the navigation from Madras to Pondicherij is very difficult, and it would be almost impossible for the English to bring up overland everything necessary for a siege. Trinkonomale has at present a garrison of more or less 1700 men, among whom are fully 700 Europeans. The Ravelin and the covered way before Trinkonomale can, according to the latest reports I have from there, be completed in more or less a month. The Pagoda Hill has, as far as could be done, been made inaccessible. I think therefore that Trinkonomale, as well as Oostenburg, on which many improvements have also already been made, will be able to offer a fair resistance, but it makes me somewhat concerned that the English have no warships in India. Not long ago there was news that the brother of

Dutch transcription

in Gods genaadige bescherming en betuige met alle eerbied in waare trouwe te zijn. /:onderstond:/ Hoog edele Gestrenge Groot agtb: wyd Geb: Heer en Weledele Gestrenge Heeren /:laager/ Uwe Hoogedel„ heeden Zeer Gehoorzaame en ootm dige dienaar /:was geteekend:/ Wel lem Jacob van de Graaff (: en in margine:/ Kolombo den 10 Maij 1789: P: S: Hier ingeslooten gaat een Kopij verklaaring ver„ leend door den vaandrig Deibert, betreffende het voorgevallene met een luitenant van het Regiment van gesien Inderstraat van 719 van Meuron genaamt Mathij. Voor het menst zal hem zijn demissie uit het Regement moeten worden ge„ Of Uwe Hoogedelheed nog geeven. tans zomtyds mogten oordeelen dat deeze zaak moet gereekend worden te zijn malversatie, waarvan bij de kapitulatie gesprooken word zal dezelve onafgedaan blijven tot dat ik hierop Uwer Hoogedelheeden goedvinden zal hebben ontfangen. De voorsz Officier op deeze en meer andere verklaaringen daarmeede overeenstemmende verhoord zijnde heeft het geen daarin tot zijne laste voorkomt Wil voorkomt ontkend, dog dat de zaak werkelijk zoo is als bij de verklaaring staat kan men niet in twijffel trek„ Akkordeert. D van de GHraack gesien ndeastraat, „ken. 720 Jk ondergeteekende G=t N=s Deibert vaan drig Militair onder de kompenie van den Weledele Manhafte Heer Kapitain Comman dant P: P: Tornbacer te oostenburg verklaare dat ik op den 24en. Savonds naar een gedaane kuijm weg te oostenburg kwam daar ik den Sous Luikenant De Chathij vond voor de officiers wagt in De chathij met my onder geteekende in de kamer gong, daar reeds mijn kost stond, vroeg De Mathij, ik zal met ten eeten en Desselfs ook deed, waar op ik teegens mijn oppaster zijde, zok geef ons een soopje daar bevond zig de gem Chynderts d=o Freiderich in de voorgem gem Lok die de gem chynders de Poopge aanbragt; daarop zijde de Mathij drink op de gezondheed van de kooning van Frankrijk daar de gem Mynders hem antwoorde ik drink leever op de gezond heid van de Prins in van de Heeren Staaten daarop daarop zyde de Mathij weeder de woord op nam en zijde Ja Jey bent een hollander en ik een fransman in blijf een transman die het niet gelooven en wil die zal het wel zien Dit bovengemelde heb ik alles ge hoord en verstaan en is de Zuivere waarheid het welk ik op mijn eer be„ tuige en onder presentatie van eed, sin konomald den 26 April 1789 /:was ge teekend :/ P: N: Deibert /onderstond:) Akkordeert /:was geteekend :/ W W Bartholomeuss=z gesw: klerk. Akkordeert. Pietr Joh Muller getw klerk gesien Inderstraat gesien nderstraat 721 Batavia Aan zijn Hoogedelheid Den Hoogedelen Gestr. Groot agtb: Wijd Geb: Heer M=r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal van weegens den staat der vereenigde Nederlanden en de Edele Nederlandse Oost Indische Maatschappij De Weledele Gestrenge Heeren Raaden van India Hoogedele Gestr: Groot agtb: Wijd Gebiedende Heer Weledele Gestrenge Heeren! Jk heb de eere gehad te ontfangen de apparte brief waarmeede ik door Uwe Hoog Edelheeden. Appart Hoogedelheeden op den 17 April Izeeden ben begunstigd. Met het Hof van Kandia gaan de dingen naar mijn inzien bij voort duuring wel. Ik hoop daardoor in staat te zijn om de 4 â 500 baalen kanneel door Uwe Hoogedelheeden gevraagt te voldoen en ik zal zorgen dat dit in het aanstaande vroeg jaar zoo tydig geschied als dat geschieden kan. Koopins de beeeegingen der Fransen te Pondicherij waarvan word verslag gedaan bij den sekree ten brief van mij en de Raad met deeze gesien ndeastraat, 722 deeken te gelijk afgaande, is het moeielijk te gissen wat oogmerken daaronder verborgen zijn. ze zijn nog altid naauw verbonden met Pipoe Sultaan„ die naar ik hoor door zijne boereestin „gen veel oorzaak geeft om te geloosen dat Hij zijne vijandelijke oogmerken teegens de komp: waarvan Hij door het opeijsschen van kranganoer nu de Duidelykste blijken gegeeven heeft, in de aanstaande goede moeisson staat te hervatten. Dit kan niet wel geschieden zon„ der dat zij met de Prevankeert en bij gevolg ook met de Engelsen te doen krijgt zede ree met krijgt, in naar het hoogste vermoeden zal Hij tot zulke stappen niet koo„ „men zonder te weeten waarop wij te aanzien van de Fransen Cijpperen kan zoo dus Pipoe sultaan werkelijk beweegingen gaat maaken om zijne begonnene vijandelijkheeden teegens ons te hervatten, zal het naar ik de zaaken dink te moeten inzien een reeden te meer zijn om der Fransen oogmerken te mistrouwen - zoo ze werken lijk hostile voorneemens mogten hebben komt het mij niet onmoogelijk voor dat ze die zullen beginnen met aan val op Ceilon ten eijnde zig bij het in gaan van den oorlog des moogelijk meer„ ter gesien ndeastraat, 723 ter te maaken van Trinkonomale, het geen hun in Indien zeer groote avantages geeven zoude. (zoo de fransen werkelijk het voornee„ men mogten hebben om tot een ruep tuur te koomen is het niet beuken vermoeden dat ze hunne oogmerken eerst zullen zoeken der uitvoer te bren„ „gen met het begin van de kwaade mousson op Kormandel, wijl dan de vaart van Madras na Pondicherij zeer difficiel is, in het voor de Engel. „sen bij na niet doenelijk zijn zoude om alles wat tot een beleg noodig is over land aantebrengen. Trinkonomale heeft tans een quar„ „nizoen oeden os. te kan e s e „ nizoen van min of meer 1700 Man, waaronder ruim 700 Europeezen: Het Ravelijn in de bedekte weg voor Tin konomale kunnen na de Longst bezigten die ik van daat heb, in min of meer een maand voltooijd zijn. De pagoods berg is zoo veel het heeft kunnen geschieden ontoegankelyk gemaakt. Ik denke dus dat Prin Konomale zoo wel als Oostenburg waaraan ook reeds veele verbeeteringen gedaan zijn, een tamelijke teegenstand zal kunnen doen, dog het maakt me wat bekommert dat de Engelsen geen oorlog scheepen in Indien hebben. Rech voor lange is 'er tyding dat de broeder van gesien nderstraat

NL-HaNA_1.04.02_3837_0805 view scan ↗

English

of Lord Cornwallis, Governor-General of Bengal, would come out as commander with a ship of 74 guns and several frigates, but although a ship from England has recently arrived at Madras that had a very short voyage, one nevertheless hears nothing more of it. Meanwhile, the French have a fairly large naval force in the Indies. If there should thus be warships of the state at Batavia, I take the liberty humbly to submit to Your Right Honourables' consideration whether the same ought not immediately to sail for Ceylon, in the uncertainty of what designs the French have. If they cannot be on this side of Ceylon in good time, they ought to touch somewhere on the Coromandel coast in order to be windward of Trincomalee, and also to be able to hear news there of the state of affairs. Our Eastern companies urgently require some recruitment, and I hope therefore that Your Right Honourables will be able to make it possible to provide Ceylon, the sooner the better, with a good consignment of Eastern recruits. In particular, I urgently repeat hereby the request made to Your Right Honourables in the aforementioned secret letter from me and the Council to provide Ceylon with rice as far as possible. I also hope that the requested Japanese copper can be sent, as that is absolutely necessary for the minting of money in order to be able to maintain the daily expenditures. I commend Your Right Honourables and the interests of the Company to God's gracious protection and profess for the rest to be, with deep respect and true fidelity, below stood: Right Honourable, Valiant, Highly Respected, Nobly Born Sir, and Right Honourable, Valiant Sirs; lower: Your Right Honourables' Very Obedient and Humble Servant, was signed: Willem Jacob van de Graaff; and in the margin: Colombo, the 18th of July 1789. Agrees. D. van der Geugten. Batavia. To His Right Honour, the Right Honourable, Valiant, Highly Respected, Nobly Born Sir, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and the Noble Dutch East India Company, and the Right Honourable, Valiant Sirs, Ordinary Councillors of the Indies. Right Honourable, Valiant, Highly Respected, Nobly Born Sir, Right Honourable, Valiant Sirs! With the ship the Slot ter Hooge I have had the honour to receive the secret and separate letters with which I was favoured by Your Right Honourables on the 5th of May and 2nd of June. The order given to me by Your Right Honourables for the sending of the troops mentioned therein, I shall seek dutifully to fulfill as closely as possible. I shall make the relief force as large as it can possibly be, and shall use the ship the Slot ter Hooge for conveying the same, but I am not yet in a position to be able to determine the exact number thereof. This will depend very much on the conduct of the French. The Galle Secretary van Albedijhl, whom I sent to the coast to be informed with greater certainty of what is going on there, writes to me from Nagapatnam in a letter of the 9th of this month that the French on the 15th of the past month of July sent a detachment of 450 men of the Regiment of the Isle de France from Pondicherry on a frigate, so they profess, to the French Islands; but that the English Chief at Nagapatnam, Mr. Fallofield, had told him that it appeared probable to many that the French have sent these troops to the Malabar to join the army of Tipu Sultan, which is stationed at Coimbatore and at Palakkad. The dispatching of the 450 men from Pondicherry makes us reasonably certain that the French have no designs against Trincomalee, but the conjectures of the English Chief that these troops are destined to reinforce Tipu Sultan is not so entirely unbelievable. For some time now, it has begun to be spread about that the French have permitted all subjects of this realm to enter into the oath and service of Tipu Sultan, and that they even intend to transfer a portion of the troops that make up the garrison of Pondicherry into the service of Tipu Sultan. The rumours that Tipu Sultan is again preparing for an expedition to southern Malabar are confirmed from all sides, and if he puts his hostile designs against the Company into execution with deeds, this government, if it is in any way possible, will also have to provide Cochin with some assistance in troops. In a short time these matters must clear up; meanwhile, all these uncertainties cause that I dare not yet take a resolution to let the ship the Gouverneur Generaal de Klerk depart, lest it should perhaps be needed for some purpose or another that cannot be foreseen, which I hope Your Right Honourables, on account of the circumstances of the times, will favourably condone. The Court of Kandy continuously conducts itself in a friendly manner towards the Company, and I think I can fully rely on its good intentions and good disposition. I commend Your Right Honourables to God's gracious protection and profess to be with all respect and fidelity, below stood: Right Honourable, Valiant, Highly Respected, Nobly Born Sir, and Right Honourable, Valiant Sirs; lower: Your Right Honourables' Very Obedient and Humble Servant, was signed: Willem Jacob van de Graaff; and in the margin: Colombo, the 28th of August 1789. Agrees. D. van de Graaff.

Dutch transcription

724 van Lord Connialles, Gouverneur Genen¬ taal van Bengale zoude uitkoomen als kommandeur met een schip van 74 stukken in verscheide Fregatten, dog Schoon 'er onlangs een schip uit Engeland te Madaat is aangekoomen dat een zeer korte rijze gehad heeft, hoord min nogtans daar niets meer van In tusschen hebben de Fransen in Indien een kamelijke groote zee magt. zoo 'ir dus oorlog scheepen van den staat mogten op Batavia zijn, neem ik de vrijmoedigheid Uwe Hoogedelheeden nedrig in bedenking be geeven, of dezelve niet ten eersten na Chilon zouden behooren te verzeijlen in de onzeekerheid wat oogmerken n en oeder oogmerken de fransen hebben. zoo ze niet tydig genoeg kunnen aan deeze kant van Ceilon zijn, zouden ze de kuest van Kormandel ergens moeten aandoen om boven winds van Tren Konomale te weezen, en om daar tee„ „vens tyding te kunnen hooren van den toestand der zaaken. Onsze oostersche komp hebben nood zaakelijk eenige rekruteering noodig en ik hoope dus dat Uwe Hoogedelheed het zullen kunnen moogelijk maa„ „ken om Ceilon hoe eer zoo beeter met een goede partij Oostersche rekreeten te voorzien. Inzonderheid herhaale ik door deezen met empressement het gesien inderstraat 725 het verzoek aan Uwe Hoogedelheeden gedaan bij de voorsz Sekreete brief van mij en den Raad om Ceilon zoo veel moogelijk van rijst te voorzien. Het verzogte Iapans kooper koop ik ook dat zal kunnen worden gezonden wijl dat volstrekt noodig is tot het slaan van geld ten einde de daagelijkse uitgaven te kunnen gaande houden„ Jk beveele Uwe Hoogedelheeden in de belangens van de komp. in Gods genaadige bescherming en betui„ „ge voor het ovrige met diepe eerbied en waare trouwe te zyn. /:onderstond/ Hoogedele Gestr: Groot agtb: Wijd Geb: Heer en Weledele Gestrenge Heeren /laager:/ Uerde ze d oo de ## aa„ Uw Hoogedelheedens Zeer Gehoorzaame en Ootmoedige dienaar /:was geteekend:/ Willem Jacob van de Graaff /:en in margine:/ Kolombo den 18 Iulij 1789. Akordeert. D. van de Gelienk gesien ndeastraat, gesien nderstraat ƒ 726 Batavia Aan zijn HoogEdelheid Den Hoog edele Gestr Groot agtb: Wid Geb: Heer M=r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal van weegens Den staat der vereenigde Nederlanden en de Edele Nederlandse Oost. Indische Maatschappij De Weledele Gestrenge Heeren 1 Raaden van Indien Hoogedele Gestr: Groot agtb: wijd Gebs Heer WelEdele Gestrenge Heeren! Met het schip het Slot ter Hooge heb ik de eere gehad te ontfangen de sekree„ appart Lekreet. „te te en apparte brieven, waarmeede ik door Uwe Hoogedelheeden op den 5 Maij en 2 Iunij ben begunstigd. Aan den last mij door Uwe Hoog edelheeden gegeeven tot het zenden van de daarbij gemelde troupen, zal ik zoo na moogelijk Schuldpligtig zoeken te voldoen. Jk zal het ontzet zoo groot neemen als het eenigsints vallen kan, en zal het schip het Slot ter Hooge gebruiken tot het overbrengen daar van, dog ik ben nog niet in staat om het nette getal daarvan te kun„ „nen bepaalene Dit zal veel afhan van gesien ndenstraat„ d 727 van het gedrag der Fransen. De Gaalse Sekretaris van Albedijhl die ik na de kust gezonden heb om met te meer zeekerheid te weezen gein„ formeerd van het geen daar omgaat, schrijft. mij van Nagapatnam bij een brief van den 9=e deezer dat de Fransen den 15=de van de gepasseerde maand Julij een detachement van 450 Ahan van het Regiment van Lisle de France met een Fregat van Pondicherij gezon„ om hebben, zoo zo voorgeeven, na de Fransche Eylanden, dog dat de Er„ gelse Chef te Nagapatnam de Heer Tallofielt hem hadde gezegt dat het veelen k tigtig men han ƒ va vulen waarschijnlijk voorkwaamen dat de Francen deeze troupen na de Mallabaar gezonden hebben om zig bij de Annee van Tipoe Sultaa die te Boumbatoir en te Palikaschen staat, te voegen. Het verzenden der 450 Man „ van Pondicherij steld ons genoegzaam zeeker dat de Fransen geen oogmerk teegens Trinkonomale hebben, dog de gissingen van den Engelsen Chof dat deeze troupes gedestineerd zin; ter versterking van Tipoe sultaan is niet zoo geheel ongeloofbaar Reeds eenigen tyd heeft men beginnen gesien inden straat 728 beginnen te versprijden dat de Fransen hebben toegestaan aan alle onderdaanen van dit Rijk om in eed en dienst van Tipoi sult aan te moogen treeden en dat ze zelfs het voorneemen zoude hebben om een gedeelte der troupes die het guarnizoen van Pondicherij „uietmaaken, in den dienst van Pipoe Sultaan te doen overgaan. De gerugten dat Pipoe Sult aan zig op nieuw gereed maakt tot een . togt na zuider Mallabaar worden van alle kanten bevestigd in zao Hij zijne vijandelijke oogmerken tee„ : . 7: „gens de komp: met der raad gaat ter her zaan de dat r „ en ter uitvoir brengen zal dit gerever nement zoo het eenigsints moogelyk zij, ook aan koetseem eenige assisten „tie van trousen doen moeten. In korten tijd zullen zig die dingen moeten opklaaren, intussen maaken alle deeze onzeekerheeden dat ik tot nog toe geen besluit duaf neemen tot het laaten vertrekkon van het schip de Gouverneer Go„ neraal de klerk, of zomtyds het zelve, tot deeze of geene eijndens die men niet voorzien kan, mogte noodig zijn, het geen ik hoop dat uwe Hoog Edelheiden uit hoofde van gesien ndenstraat 729 van de omstandigheeden der tyden gunstig zullen inschikken. Het Hof van Kandia gedraagd ƒ ƒ zig bij voortduuring vriendelijk teegens de komp. en denk ik op de welmeenentheid en welgezent. heid van hetzelve volkoomen staat te kunnen maaken. Jk beveele Uwe Hoog Edelheeden in Gods genaadige bescherming en betuige met alle eerbied en ƒ trouwe te zijn /:onderstond:/ Hoog edele Gestr. Grootagtb: wyd Geb: Heer en Weledele Gestrenge Huitz:laagers w 2 yk Cesten g te nog dat 3 Uwe Hoogedelheedens zeer Gehoorzaam en ootmoedige Dienaar /:was geteekend/ Willem Jacob van de Graaff /: en in margine:/ Kolombo den 28 augustus 1789 Akkordeert D van de Graaff gesien onderstraat

NL-HaNA_1.04.02_3837_0819 view scan ↗

English

730 Batavia To His High Honour The Right Honourable, Highly Respected, Most Noble Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and the Honourable Netherlands East India Company The Right Honourable and Most Respected Lords Councillors of the Indies Right Honourable, Most Respected Most Noble Lord Right Honourable and Most Respected Lords! By my separate secret letter of 28 August, of which I take the liberty to enclose the duplicate herewith, together with another duplicate of my separate humble letter of 18 July, I have already had the honour to communicate to Your Honours the reasons why I believe that one may be certain that the French, at least for the present, have no hostile intentions against Ceilon. However, some change seems to have occurred in their intention to evacuate Pondicherij, as Your Honours will see from the enclosed extract from a letter from the Secretary of Albedyhl, written from Pondicherij on 21 August. 731 When we were still uncertain what the French intentions might be, I sent a sealed order to Trinkonomale, to be opened in case the place should be hostiley attacked, wherein I ordered that in such a case the authority must pass to the Head of the Militia, Lieutenant Colonel van Driberg. These are purely military operations, the success of which often depends on the speed with which... [illegible] to purchase Kranganoer and Aykotte from the Company. At both of these places, Tipu Sultan can attack the Company without having to deal with Trevankoer, and from there he can march to Koetsum across the island of Baijpin without setting foot on the soil of Trevankoer. For this reason, I have most earnestly advised Mr. van Angelbeek, in the official letter of which a copy is attached hereto, to make use of the aforementioned favorable opportunity to rid the Company of these places as soon as possible, 733 in order thereby to prevent the Company from becoming entangled in a separate war with Tipu Sultan, in which the English would not be able to assist us, and consequently neither would the King of Trevankoer, whose assistance alone, moreover, would be of little help against a large and well-trained army of the aforementioned Nawab. When Kranganoer and Aykotta are in the hands of Trevankoer, the Nawab Tipu Sultan cannot attack the Company without first starting with Trevankoer, and consequently also having to deal with the English, unless he were to do so by sea; but this, in all probability, may be regarded as a matter entirely beyond and above his capabilities. After having first taken the advice of the Head of the Militia on the matter, and without stripping Ceilon too much, I have not dared to set the European military detachment higher than 165 men, officers and non-commissioned officers included, and I hope that it will not displease Your Honours that, in order to make up as much as possible for the shortage of Europeans, I have added a company of Sepoys. 734 Now that gold and silver money has risen to such an exorbitant price on Ceilon relative to copper coins, I have repeatedly turned my thoughts to how one might best act if hereafter gold and silver specie should be sent out for the administration in sufficient quantity, to be able to resolve a point of consideration in this matter: 1. If one issues them at the ordinary value, then presumably only some private individuals will profit from it, who will immediately exchange them, unless one could bring so much gold and silver specie into circulation among the public at once that the aforementioned difference would thereby cease all at once. It seems to me that the Company could profit from this situation, without anyone suffering real harm, by allowing the gold and silver 735 specie, whenever it arrives, to be sold in moderate lots at public auctions, to be paid for with credit notes or copper coin. One could adhere to this practice until the difference has fallen back to 4 to 5 per cent, as was formerly generally the case. The silver and gold specie are only needed here to pay for those things that are imported from abroad, in so far as the country's products are not sufficient for that purpose. For paying for what the country itself provides, the copper money is sufficient, and by keeping that in use among the public, the credit notes will also remain sustained. The Company can thereby continuously remain master of a fairly large capital, without having to pay any interest on it. I commend Your Honours to God's gracious protection and declare with all respect and fidelity to be, /:was written underneath:/ Right Honourable, Highly Respected, Most Noble Lord, and Right Honourable, Most Respected Lords, /:lower:/ 736 Your Honours' very obedient and humble servant /:was signed:/ Willem Iacob van de Graaf /:and in the margin:/ Kolombo, 16 September 1789. Agrees. D van de Graaf 737 Extract from a letter written by the Galle Secretary of Albedihl to me, the undersigned, from Pondicherij, 21 August 1789. Regarding the evacuation of Pondicherij, the following is known to me: A battalion of the Regiment of Isle de France has already departed for the islands on different ships and at different times; the second battalion will also follow; and another regiment is now expected in its place. There was indeed /:it is said:/ the intention to evacuate Pondicherij, but counter-orders have been issued, and now only a change of garrison will take place.

Dutch transcription

730 Batavia Aan zyn Hoogedelheed Den Hoogedelen Gestr Groot agtb: wyd Geb Heer Mr Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal van weegens den Staat der vereenigde Nederlanden en de Edele Nederlandse Oost Indische Maatschappyin De Weledele Gestrenge Heeren Raaden en Indie„ Hoogedele Gestr: Groot agtb Wijd Geb: Heer G WelEdele Gestrenge Heeren! Bij mijn apparte sekreete van den 28 au„ 1 gusties, waarvan ik het duplicaat nee„ Appart Sekriet zaame d vens „vens nog een duplicaat van mijn apparh needrige van den 18 Iulij de vryheed gebruik hierin te sluiten, heb ik reeds de eere gehad uwe Hoogedelheeden. te bedeelen de reedenen waarom ik denk dat men zeeker mag zijn dat de Fransen ten minsten voor het bee„ gens woordige geene hostile oogmerken teegens Ceilon hebben. In hun oogmerk om Pondicherij te wacueeren schijnt nogtans eenige verandering te zijn gekoomen zoo als Ulwe Hoogedelheeden dat zien zullen bij het hier ingeslooten Extrakt uit gesien inden staat 731 uit een brief van den Sekretaris van Albedyhl geschreeven van Pondicherij den 21 augustus Toen wi nog onzeeker waaren wat der Franse Oogmerken zijn mogte heb ik na Trinkonomale een geslooten order gezonden om te worden geoopend inge val de plaats vijandelijk wierde aan„ getast, waarbij ik heb bevoolen dat in zulk een geval het gezag op het Hoofd van de Militie de Luitenant Kolonel van Driberg moet overgaan. Hit zijn dan alleen Militaire verrig„ tingen, waarvan het wilgelukken dikwils afhangt van de spoed waar„ „meede p aak 83 e ri h g n akd om Kranganoer en Aykotte van de komp te koopen. Op beide deeze plaatsen kan Sipoe sultaan zonder met Trevankoer te doen te hebben de komp: aanlasten en van daar kan Hij na Koetsum marcheeren over het Eyland Baijpin zonder den boo„ dem van Porevankoer te betreeden. Ik heb hierom den Heer van Angel beek met veel empressement aange raaden bij de Officieele brief die in Kopij hiernevens gaat om van de voorsz gunstige geleegentheid om de komt van deeze plaatzen te ontdoen koe eer zoo baeker gebruik te maaken ten gesien onderstraat 733 ten einde daardoor te voorkoomen dat de komp niet in een afzonderlijke oor„ „log met Pipoe sultaan worde ingewek„ kelt waarin de Engelsen ons niet zoude vermoogen bij te staan en bijgevolg ook niet de kooning van Trevankoer, wient bystand alleen, boovendien weinig baaken zoude teegens een groo„ te in welgeoeffende armé van meermel„ de Nabab. Als Kranganoer en Aykotta in handen van Prevankoer zijn , kan de Nabab Pipoe Sult aan de komp niet aanlasten zonder eerst. met Trevankoct te beginnen en bij: „gevolg de den gevolg ook met de Engelsen te doen te krijgen ten zij Hij het deede ter zee; dan dit mag men na de Hoogste waarschijnlykheid, houden voor een zaak ten eenemaal buiten en booven zijn vermoogen. Ik heb het Europees Militair detachement na alvoorens daar over te hebben ingenoomen het ad¬ vies van het Hoofd van de Mhiletie zonder Ceilon al te veel te ontblooten niet hooger durven neemen dan 165 Chan de Officiers en onder Officiere daar onder begreepen en hoope dat het uwe Hoogedelheeden niet ongeval„ „lig gesien inden straat 734 lig zijn zal dat ik om zoo veel moogelijk te vervullen het ontbreekende aan Eeerd „peezen 'er bij gevoegd heb een kompa„ nie Sipaijen Nu dat het goud en zilver geld tot zoo een onmaatige prijs op Ceilon ge steegen is relatiev tot de koopere - muenten heb ik te meermaalen mijne gedagten laaten gaan hoe men best zoude handelen wanneer 'er na deezen goud en zilvere spechien voor de huishouding mogten worden uitge„ zonden in een genoegzaame hoe veelheid, om in deezen een point van bedenking n al bedenking te kunnen uitmaaken 1. Geeft men die uit teegens de gewoone waarde dan zullen daarvan naast dinkelijk alleen eenige partikuleeren profiteeren, die ze daadelijk zullen opwisselen ten zij men op een maal zoo veel goud en zilvere Spetien onder de gemeente brengen kon dat het voorsz verschil daardoor eens klaps ophoud De Komp zoude naar het mij dunkt van dit geval kunnen profiteeren zonder iemands wer kelijk nadeel met de goude en zilvere gesien nderastraat 7. 735 zilvere spectsien wanneer te koomen, bij maatige partijen bij publieke ven„ duteen te laaten verkoopen, om te worden betaald met Crediet brieven of koopere munt. Mken zoude bij deeze gewoonte kunnen blyven tot dat het verschil weederom gedaald is op 4 a 5 pac=t zoo als het eertyds doorgaans was. De zilvere en goude spietsien zijn hier alleen noodig om aftebetaalen die dingen die van beeeten worden aangebragt voor zoo verre slands producten daartoe niet toerijkende zijn mij ƒ Tot het afbetaalen van het zijn. geen het land zelk geeft, is het kooper geld voldoende en met dat in gebruik te houden onder de gemeente zullen ook de krediet brieven in stand blyv De Komp kan daardoor bij voortdien ring Maester blijven van een vrij groot Kapitaal, zonder dat ze daar voor een ge renten behoeven te betaalen. Jk beveele Uwe Hoogedelheeden in Gods genaadige bescherming en betuige met alle eerbied en trouwe „te zijn. /:onderstond:/ Hoogedele Gestr Groot agtb wyd Get: Heer en wel edele Gestrenge Heeren (:laager:) Urde gesien ondeastraat 736 Uwe Hoogedelheeden zeer Gehoorzaama en ootmoedige dienaar /:was geteekend:/ Willem Iacob van de Graaf (:en in margine:/ Kolombo den 16 Septem„ ber 1789. Akkordeert. D van de Grakf gesien nderstraat gesien nderstraat 737 Extract uit een brief door den Gaalse Sekretaris van Albe„ dihl: aan mij ondergeteekende geschreeven van Pondicherij en 21 aug=s 1789. Noopens de evacuatie van Pondicherij is mij het volgende bewust. Een Battaillion van het Regement van Isle de France is reeds na de Eijlan„ den op differente scheepen en tyden vertrokken; het tweede Battaillon zal ook volgen; en men verwagt tans een ander Regiment in dies plaats- Mken is werkelijk /:zegt men:/ van intentie geweest Pondicherij te evacueeren, dog 'er zijn contre orders en tans zal alleen een changement van guarnizoen plaats hebben

NL-HaNA_1.04.02_3837_0834 view scan ↗

English

have. For General de Conway, all necessary preparations for His Honor's passage were already being made on a frigate, which is now lying here alone, all other warships having successively departed from here for the islands, and this General was searching everywhere for vessels to transport the troops, artillery, and superfluous ammunition. This has all changed; they want no more ships, and only the aforementioned battalion still present here shall depart for Isle de France; then about 1500 men of Bourbon and artillery alongside 1200 Sipahis will remain to garrison here, until the Regiment that is to relieve Isle de France arrives from the islands. Besides the aforementioned frigate, there are six or seven merchantmen and other French ships lying here, which have arrived from Europe and the Islands, and which brought the news that two Regiments from Europe have arrived at the Islands, whose destination cannot be determined; further, that in France they are very busy restoring internal tranquility and the finances. Here they are also doing their best to observe economy; little activity is being expended on the fortifications, which are still far from finished. I myself made the rounds of all Pondicherij without anyone making anything of it. Rapikain, Marchand, and Vaugine accompanied me. The possibility that they might have any intentions here regarding Ceilon completely vanishes for the present, in my opinion. The dispatched troops are not sufficient to undertake anything; moreover, they departed in small detachments, on various vessels, at different times. That these vessels and troops would be destined for Mallabaar seems to me impossible on account of the monsoon, yet should this contrary to all expectation be the case, about which they appear completely ignorant here, then the proposed evacuation and now counter-orders serve merely as a pretext to conceal this plan. With the aforementioned ships much ammunition was also sent, but no artillerymen nor engineers, as far as I am aware. Agreed, Vande Braal. Mallabaar To the Honorable Johan Gerrard van Angelbeek, Ordinary Councillor of Netherlands India, Governor and Director of Roetsiem. Honorable, Valiant, Wise, Prudent, and most Discreet Sir and Friend. That the Nabab of Maizoer, Tipoo Sultan, who by demanding Kranganoor has declared his hostile intentions against the Company, still remains with his army at Koimbetoer, makes it more than probable that he intends to resume his hostile attempts. It is certainly the evident interest of the King of Trevankoor to prevent Kranganoor and Aykotte from falling into the hands of the aforementioned Nabab, and to assist us to that end with all his power, but it is known how irresolute indigenous princes generally are. Even if the King of Trevankoor should have enough courage of his own accord for this, it is still very uncertain how the English Government will view this matter. Madras currently has only a provisional Governor at the head, who probably will not remain. From him in particular it is rather questionable whether he will take steps on our behalf that could involve the English Government in a war with Tipoo Sultan, and yet the express consent of the English appears necessary so that Trevankoor can grant us the assistance that would be indispensable should the oft-mentioned Nabab attack Kranganoor or Aykotte. Kranganoor is not a place to hold out for long against a force as large as he can bring against it, if we can rely only on our own strength. Aykotte can do so even less. The reasons why it was formerly thought necessary to retain Kranganoor no longer exist, or have at least lost most of their weight, and a remote hope in things that are merely possible, namely that this place could be of use to expand in Mallabaar, cannot be considered weighty enough to offset the dangerous consequences that the retention thereof and of Aykotte could have. I therefore most completely agree with Your Honor that it is strongly advisable for the Company to dispose of Kranganoor and Aykotte by transferring these places to the King of Trevankoor. As I see the matter, this should even take place the sooner the better; nor should one doubt that Their High Mightinesses, on account of the pressing circumstances that recommend it, will readily resolve to do so, but the time when Tipoo Sultan is likely to return is too near at hand to be able to await Their High Mightinesses' most esteemed approval. I think therefore that Your Honor will render the Company a very real service by making use without delay of the favorable opportunity that now offers itself through the request of the King of Trevankoor to purchase these places. Stipulating the highest price possible for them certainly benefits the Company, but I do not think that such in this case is a point of considerable concern.

Dutch transcription

hebben. Voor den Generaal de Conwaij wierden reeds op een Fregat, dat nog alleen hier legt, zynde alle ovrige oorlogs vaartui„ „gen van hier na de eilanden successive vertrokken, alle noodige preperatien tot zijn Ed=s passagie gemaakt, in deeze Generaal zogt overal na vaartuigen om de troupen, artillere en overtollig„ amonitie te transporteeren. – dit is alles veranderd, men wil geen Scheepen meer, en alleen zal het voorsz nog hier zynde Bathaillon na Ile de france vertrekken; als dan blijven heer nog C: c. 1500 chan van Boerbon en artilleree gesien nderstraat 738 artillerie nevens 1200 Sipahis guarnizoen houden, tot dat het Regiment, dat isle de france aflossen moet, van de eilanden aankomt Buiten het voorsz fregat leggen hier nog Zes of Zeeven Kompeneirs en andere scheepen van de fransen, die uit Europa en de Eilanden aangekoomen zijn, en die de tiding hebben meede gebragt dat 'er twee Regimenten uit Europa op de Eylanden zijn aangekoomen, uit welker distinatie men niet wijs kan worden; voorts dat men in Frankrijk zeer beezig is om de innarlijke rust en de finantien te herstellen. Heer Hier boed men ook zijn best om de huishouding te betragten; aan de forte ficatien die nog lange niet voltooijd zijn word met wynig activeteed gear„ beid. Ik heb zelve de ronde van geheel Pondicherij gedaan zonder dat men er iets van gemaakt heeft. Rapikain Marchand en vaugine hebben mij verzelt. De moogelykheid dat men hier omtrend Ceilon eenige intenties zoude hebben, vervalt voor het teegenswoor„ dige, na mijne gedagten geheel. De verzondene troeijven zijn niet torijten „toerykende gesien onderstraat 739 toerijkende iets te onderneemen; boovendien zijn dezelve in kleine gedeeltens, op ver scheide vaartuigen, te differente tijden Dat deeze vaartuigen vertrokken. en troupen na de Mallabaar zoude gedistineerd zijn, schynt mij weegens de mousson tant onmoogelijk, dog zoo dit buiten alle verwagting mogte zyn waaromtrend min hier geheel onwee„ „tende schynt, zoo dienen de voorge„ stelde eacuatie en nu contra orders, maar tot pretext om dit plan te cacheeten. Met voorsz scheepen is ook veel ammonitie verzonden, dog geen artilleresten artilleresten nog Ingenieurs zoo veel mij beweest is. Akkordeerd Vande Braal gesien ndeastraat, gesien nderstraat 740 Mallabaar Aan den Edelen Heer Johan Gerrard van Angelbeek Raad ordinair van Nederlands Indien Gouverneur en Direkteur Roetsiem Edele, Erntfeste Manhafte, Wijze, Voorzienige zeer Diskreete Heer„ Vriend Dat de Nabab van Maizoer Pipoe Sul„ taan, die door het opeijsschen van kran„ ganoet zijne vijandelijke inzigten tee„ „gens de komp: verklaard heeft, zig nog Appart Sekreet met De met zyn armee op Koimbetoek blijft op houden, maakt het meer dan waar„ schijnlijk dat hij zijne vijandelijke aanslaagen denkt te hervatten. Het is zeekerlijk het zigtbaar be lang van den Kooning van Trevan koer, om te voorkoomen dat kranga noer en Atykotte niet vallen in de handen van voorsz Nabab, en om ons ten dien eijnde met al zijn vermoogen by te staan, dog men weet hoe besluiteloos doorgaans de In landse vorsten zijn. zoo ook de kooning van Prevan koer uit zig zelve daartoe hartelyk heid gesien nderstraat 741 heid genoeg hebben mogt, is het nog hal onzeeker, hoe het Engelsch Gouvernemend dit stuk zal inzien. Madras heeft tans maar een prointe cum Gouverneur aan het Hoofd, die het waarschijnlijk niet blyven zal. Van deeze inzonderheid is het vrij wat beden„ kelijk of stij ten onzen behoeve shappen zal doen, die het Engels Gouvernement zoude kunnen inwikkelen in een oorlog met Tydoe sulkaan, in nogtans schijnt de expresse bewilliging der Engelsen noo „dig, op dat Trevankoer ons doen kan den bystand, die wanneer meerm: Nabab Kranganoer of Aykofte mogte aantasten, niet niet te ontbeeren zoude zijn. Sranganoer is geen plaats om het lang te kunnen uithouden teegens een magt zoo groot als Hij daarteegens aanvoeren kan, wanneer we niet dan alleen op ons eijgen vermoogen reekenen kunnen. Aykotte kan dat nog minder doen. De reedenen waarom men eer tyds gemeend heeft kranganoer te moeten aanhouden, bestaan tans niet meer of hebben ten minsten haar meeste gewigt verlooren, en een verre afgelee¬ „gene hoop op dingen die alleen mooge lijk zijn, dat namentlijk dez plaats van gesien nderstraat 742 van dienst zoude kunnen weezen om zig op de Mallabaar uit te brijden, kan niet geagt wor„ „den gewigtig genoeg te zijn om ze te stellen teegens de gevaarlyke uitkomsten die het aanhouden daarvan en van Aijkotte Zou„ den kunnen hebben. Jk ben het daarom met uweledele op de volkoomenste wijze eens dat het de komp zeer aanteraaden zij om zig van Kranga„ noer en van Aykotte te ontdoen met deeze plaatzen over telaaten aan den koo„ ning van a revankoer. Naar ik de zaake in zie diend dit zelfs hoe eer zoo beeter te geschieden, Men mag ook niet twijffelen of Hunne Hoog„ Edelheeden zullen uit hoofde der dringen„ de omstandigheeden die dat aanraaden daartoe N. daartoe gereedelijk besluiten, dog de tyd dat Pipoe Sultaan waarschijnlijk staad te rug te keeren is te kort op handen om daarop Hoogst Derzelver zeer g'eerde goed vinden te kunnen afwagten. Jk denke mits dien dat uweledel de komp:s een zeer werkelijken dienst doen zal om: zonder uitstel gebreik; te maaken van de gunstige geleegent„ heid die zig door het aanzoek van den kooning van Prevankoer om deeze plaatzen te koopen, tans aanbeed De Hoogste prijs daar voor mosgelijk te bedingen, lykend zeekerlijk de komp, dog ik denke niet dat zulks in deeze een point van merkelijke be Denking: gesien ndeastraat, v 8

NL-HaNA_1.04.02_3837_0847 view scan ↗

English

743 reflection, so as to hold up the matter afterward. If these places are in the hands of the King of Travancore, Tipu Sultan can do no hostilities against the Company without first attacking Travancore. He cannot do this without also getting into conflict with the English Government, and according to the highest probability he will not easily venture that, unless he counts on considerable assistance from the French. By ceding these two places to the King of Travancore, which even in peacetime are of almost no benefit to the Company and meanwhile serve as considerable burdens to Your Honors, a war with Tipu Sultan can be prevented, which otherwise is very probable and could have very dangerous consequences. In my opinion, it may therefore be considered a favorable circumstance that the King of Travancore, in the dilemma in which he finds himself, either to see these places occasionally fall into the hands of the Nabob, or to have to accept them himself, thinks cleverly enough to choose the latter. I must all the more advise bringing this matter 744 swiftly to a conclusion, because Ceylon is not in a position to assist Colombo with a considerable reinforcement in troops; even if the number of incoming recruits might turn out to be somewhat large, 150 or at most 200 men will in all probability be all that Ceylon will be able to contribute. Apart from the fact that this is uncertain, it would also help little against the power of the Nabob. I have the honor to be with true high esteem, /:was written below:/ Noble, Steadfast, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Sir and Friend, /:lower:/ Your Honor's obedient friend and servant, /:was signed:/ Willem Jacob van de Graaff, /:and in the margin:/ Colombo, the 26th of June 1789. Agrees, D.D. van de Graaff. 745 Batavia. To His High Excellency, The High Noble, Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General on behalf of the State of the United Netherlands and the Noble Dutch East India Company, and The Right Noble, Honorable Councilors of the Dutch Indies. High Noble, Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, and Right Noble, Honorable Gentlemen. In this early spring, there came here from Kataragama, a pagan temple on the south side of the island in the King's territory, a man who was said to be a Brahmin who had taken a vow not to speak for a certain determined period. He was named Sri Sankasarie. He had a whole party of people who followed him and seemed to show him great respect. I informed him that he had to leave quickly, and he did so too; but arriving in the Chilaw district, he went to a pagan temple named Munneswaram Kovil, where he seemed to intend to stay for some time. He drew a considerable crowd there, and upon the communication which the Resident of Chilaw gave regarding this, I instructed the latter that he must summon him to leave. I furthermore wrote to the Resident that if he did not leave voluntarily and promptly, he should, if necessary, immediately make him leave the country. He continually pretended as if he could not speak, and because he nevertheless remained despite the notification given, the Resident was obliged to send some men to make him relocate. While he was still there, on a certain occasion he sustained a wound in the side, which was, however, of little importance 746 and healed quickly. Thereupon he subsequently departed across Mannar to the opposite shore. When I heard that he had departed from Mannar, I thought no more of him since then; but some time ago, a Brahmin crossed over from Tuticorin, who stayed here for some time without appearing to have anything to conduct. My Maha Mudaliyar, who has general orders to pay some attention to the foreigners who arrive, came to report that to me. I thereupon instructed him to keep some watch on him; a few days later he came to tell me that this man seemed very likely to be the same Brahmin spoken of above, who had pretended to be unable to speak. To confirm his suspicion, he added that it had been noticed that he had a scar in the same place where the Brahmin had been wounded in the temple of Munneswaram Kovil. I thereupon summoned from Chilaw some people who had interacted with him there, and among these the Resident sent me someone who had been present at the wounding of the Brahmin in the aforementioned temple, and who had seen the wound repeatedly. This person immediately recognized him as the same man, and then I had him come to me. I sent him a palanquin, as he appeared to be a man of distinction, and also to instill some confidence in him by this means. When I began to interrogate him, he confessed to me to be the same man of whom I have spoken above. He thanked me for having had him fetched in a respectable manner, and then related to me: That the first time he had come to see the country, and now had come to speak with me about a matter of great importance. That he was of the Solar Dynasty, and born in the country formerly named Jaipur.

Dutch transcription

743 denking, zijn kan, om de zaak daarna op„ te houden. Als deeze plaatzen zijn in de handen van den kooning van Trevankoek, kan Pipoe sult aan de kompt geene vijande lykheeden aandoen, zonder eerst Prevan„ koer aante lasten. Hij kan dit niet doen zonder dat wij ook met het Engels Gou„ vernement te doen krijgt, en dat zal Wij na de hoogste waarschijnlykheid niet ligt waagen, ten zij Wij op merke„ lyke hulp der Fransin ment te kun„ nen Cyfferen. Met aan den kooning van Prevan„ koer over te laaten deeze twee plaatzen die zelfs in vreedens tijd de Komp nu bij na tot den lijk be tot niets goeds zijn en intusschen tot merke lijke last posten aan Haar Edele Strek„ ken, kan worden voorkoomen een oor„ log met Tipoe sultaan die busten dien zeer waarschijnlijk is, en van zeer ge¬ vaarlijke uitkomsten zoude kunnen zijn. Men mag het mits dien naar myn inzien voor een gunstig omstandigheid agter dat de kooning van Privankoet in de alternative waarin hij zig bevind om deeze plaatzen zomtyds te zien vallen in handen van den Nabab, of te zelf te moeten aanvaarden, vernuftig ge noeg denkt om dit laaste te verkiesen, Ik moet te meer raaden om deeze zaak gesien ndeastraat 744 zaak spoedig tot konklusie te brengen, wijl Ceilon niet in staat is om kolombo met een merkelyke versterking in troupes bij te staan, zoo ook het getal der uit„ koomende rekruten wat groot mogte vallen zal 150 of ten hoogsten 200 Mkan na de hoogste waarschijnlykheid alles zijn wat Ceilon zal kunnen bijzetten, Behalven dat dit onzeiker is zoude dat ook teegens de magt van den Nabab weenig helpen. Jk heb de eere met waare hoogagting te zijn /:onderstond:/ Edele, Erntfeste Man hafte wijze voorzeenige zeer diskreete Heer en vriend /:laager:/ Uweledele diendt willige vrund en dienaar /:was geteekend:/ willem Iacob van de Graaff /:en in margine margene:/ Kolombo den 26 Iunij 1789. Akkordeert DD. van de Graerl gesien nderstraat gesien nderstraat 745 Batavia Aan zijne Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gest:rn Groot agtb: wijd. gebiedende Heer M=r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal van weegens den staat der vereenigde Nederlanden en de Edele Neder „landsche oost=Jndische Maatschappijn, en De Wel Edele Gest=rn Heeren Raaden van Nederlands Jndien Hoog Edele Gest:r Groot agtb: wijd gebiedende Heer en WelEdele Gest=r Heeren. Jn dit vroegjaar kwam hier van katergam een Heijdense tempel aan de Zuidkant van het Eiland in 's konings land, een Man die gezegt wierd te zijn een Braminels die een gelofte gedaan had van geduurende een zeekere bepaalde tijd niet te zullen spreeken. Wij wierd genoemd srie Sankasarie Wij had een heele partij volk dat hem volgde 7 volgden en hem groot eerbied scheen toe te draagen. Jk liet hem weeten, dat hij spoedig moeste vertrekken, en dit deed kij„ ook, dog in het Chilauwse koomende begaf Wij zig na een Heijdense tempel genaamt Moenaserie Dewale, daer hij scheen het voorneemen te hebben om een tijdlang te blijven. Wij kreeg daar merkelijke toe„ „loop, en op de kommunikatie die de Resident van Chilauw daarvan deed, belaste ik deeze, dat hij hem moeste doen aanzeggen om te vertrekken. Jk schreef daarbij den Resident„ aan, dat zoo wij niet goedwillig en spoedig vertrok wij hem des noods daadelijk moest doen uit het land gaen. Wij hield zig bij voortduuring als of hij niet spreeken konde, en wijl Wij niet tegenstaande de gedaane aankondiging nogtans bleef was de Resident verpligt eenig volk te zenden om hem te doen verhuisen. Terwijl. Hij nog daer was kreeg wij bij een zeekere geleegentheid een kwetsuur in de zijde, die egter van wijnig belang was gesien ndeastraat, 746 was, en spoedig genas. Hij is daarop vervol„ „gens over Mannaer na de overwal vertrokken Toen ik hoorde dat Hij van Mannaer vertrokken was, dagte ik zeedert niet meer aan hem, dog nu wat geleeden kwam een Braminees van Tutukorijn over, die zig hier een tijdlang ophield zonder dat het scheen dat Wij iets te verrigten hadde Mijn Maha Modeliaer, die eens vooral ordre heeft om op de vreemdelingen die aan„ „koomen, wat te letten, kwam mij dat aandienen. Jk belaste hem daarop wat het oog op hem te houden, een wijnige daagen daaraan kwam wij wij zeggen dat deeze Man wel leekende te zijn de zelfde Braninees, waarvan hier boven gesprooken is, die zig hadde gehouden niet te kunnen spreeken. Ter bevestiging van zijn gedagte voegde Wij 'er bij, dat men hadde opgemerkt, dat Hij een lidteeken hadde op de zelfde plaats daer de Braminees in den tempel van Moenaserie Dewale was gekwetst geworden Jk „ N zij begaf an D Jk ontbood daarop van Chilauw eenige luiden, die daer met hem hadden omgegaen en onder deeze zond mij de Resident iemand die bij het kwetsen van den Braminees in voorsz: tempel was geweest, en de wonde te meermalen gezien hadde. Deeze erkende hem aanstonds voor den zelfden Man, en toen liet ik hem bij mij koomen. Jk zoud hen en palenkijn, wijl Hij leeken een Man van aanzien te zijn, en ook om hem hierdoor wat vertrouwen in te boesemen. Toen ik hem begon te ondervraagen, be„ „kende Wij mij de zelfde Man te zijn, waar„ „van ik hier boven gesprooken heb. Wij bedankte mij dat ik hem op een orden„ „telijke wijze hadde laaten afhaalen 7 en verhaalde mij toen: Dat Wij de eerste maal was gekoomen om het land te bezien, en nu gekoomen was om met mij te spreeken over een zaak van veel aangeleegentheid. Dat Wij was van het zonne geslagt, en gebooren in het land eertijds genaamt Jajepoe„ gesien ndeastraat

NL-HaNA_1.04.02_3837_0857 view scan ↗

English

747 Jajepoereje and now Ekoba, situated between the lands of the King of Dellie and of the Marratters. That his ancestors had possessed that territory from ancient times, from which his House still draws the revenues by virtue of a grant given under their seals by the Sovereigns of Dellie and the Marratters, and that these sovereigns have always been very well disposed toward his House and lineage. That he and another younger brother of his were currently the only ones of his House, and that this brother was currently staying with the King of Dellie. That two Naikers (people from the coast of some considerable standing, of whom some usually reside in kandia) had come to him three years ago and had told him various matters, and that he had therefore come hither under the name of Sankasarie. That the previous kings of Kandia were of the solar dynasty, from which he, Sankasarie, was also descended, and that since this lineage is now extinct on Ceilon, he was the nearest heir to the crown. That That of the two Naikers, the one had returned to Ceilon some 6 or 7 months ago, and that the other was still in Madure. About the true purpose of his arrival he always spoke somewhat evasively, nevertheless it seems to me that it may be inferred that the aforesaid Naikers, who induced him to this journey, have made him hope for great things. Who these Naikers are I have not been able to learn from him. He said he knew them only by sight. Shortly before this man returned from Tutukorijn, shortly after one another, two olas were found where the Hapitigam Korl, situated in the Colombo Dessavony, borders the King's land. They were written to me with a signature such as the sovereigns are accustomed to make in this country, with a severe threat that no one was permitted to open them. They mainly contained that someone of great importance was staying in that vicinity, who 748 who intended to come to me at Kolombo. I asked Sankasarie whether he also knew of this. He told me no, but added that it was possibly the work of the Naiker who had gone back to Ceilon. As the Court of Kandia might have an interest in being informed of this, I sent the aforesaid two olas to Kandia, as is customary, through the Disawa of Kolombo to the Dessave of Suffregam and the Three Korles, but concerning the arrival of this Sankasarie I had notice given in secret by my Maha Mudaliyar to the aforementioned Kandian Dessave. To the communication of the aforesaid olas no answer was received, but to the writing of the Maha Mudaliyar an answer came immediately, which clearly demonstrated that they took great interest in this report. The first ola of the Maha Mudaliyar had contained only a brief report, but I then ordered him to write somewhat more circumstantially, and upon this further report report an answer came again immediately, written by the first First Adigar and the Dessave of Saffregam and the Three Korles, to thank me with great eagerness for this communication, and to request me to ensure that no Kandians associate with this Sankasarie, and at the same time to inquire after the abovementioned Naikers, as Your High Excellencies will see all of this in more detail in the translations of the exchanged olas transmitted herewith. They are all without date, as is very much the custom in such correspondences among the Natives. The last-mentioned ola was brought in only in these past few days. That this Sankasarie could gain any following here I do not believe, but it is known that among the Naikers some are very discontented because this King places much trust in several of his Court dignitaries, whereby these people enjoy less prestige and authority than formerly, which is very good, as those fellows usually occupy themselves with 749 with wicked schemes. My principal objective in this has been to give the King a token of trust on the Company's part, and it appears that this has had the good effect at the Court that I anticipated from it. As I hear, they are at the Court not without concern regarding this man, and as I have been requested to take care that he does not get away, I shall keep him here a while longer until Your High Excellencies' further orders. I think that this may even serve as a small means of constraint. If at any time anything further should be discovered regarding this man, I shall have the honour to dutifully give notice thereof to Your High Excellencies. In the meantime I shall ensure that he maintains no communication with any Kandians or other Natives. I commend Your High Excellencies to God's gracious protection, and declare myself to be, with with all respect and true loyalty, below stood: High Noble, highly respected, widely commanding Lord and Well-Noble, respected Gentlemen; lower: Your High Excellencies' humble and very obedient servant; was signed: W. J. van de Graaf. In the margin: Kolombo, the 10th of November 1789. Agreed. W. van de Graaff

Dutch transcription

747 Jajepoereje en nu Ekoba geleegen tusschen de landen van den Koning van Dellie en der Marratters, Dat zijne voorlaaten dat landschap bezeeten hadden van oude tijden af, waarvan zijn Huis nu nog de inkomsten trekt uit hoofde van een gifte van de Vorsten van Dellie en den Mar„ „ratters onder hunne zegels gegeven, en dat deeze vorsten zijn Huis en geslagt steeds zeer geneegen zijn. Dat Wij en nog een jonger Broeder van hem tans de eenigste waeren van zijn Huis, en dat deeze zig tans bevond bij den Koning van Dellie Dat twee Naikers (: volk van de kust van nog al eenig aanzien, waarvan zig doorgaens eenige in kandia ophouden :/ nu drie jaaren geleeden bij hem waeren gekoomen, en hem verschijde zaaken hadden gezegt, en dat wij daarom onder de naam van Sankasarie - na herwaerts was gekoomen. Dat de voorige koningen van Kandia zijn geweest, van het zonnegeslagt, waaruit wij sanka„ „sarie ook gesprooten was, en dat wijl nu dit geslagt op Ceilon is uitgestorven, Wij de naarste Erfgenaam van de kroon was Dat ge Dat van de twee Naikers de eene nu 6. of 7. maenden geleeden op Ceilon was teruggekoomen en dat de andere zig nog te Madure bevond. Over het waare oogmerk van zijn komst sprak Wij steeds wat bewimpelt, niet te min schijnt het mij toe daaruit te moogen opmaaken, dat de voorsz: Naikers, die ham tot deeze togt bewoogen hebben, hem op groote dingen hebben doen hoopen. Wie deeze Nai„ „kers zijn heb ik van hem niet kunnen verneemen. Hij zeide ze niet anders dien van aanzien te kennen. kort voor dat deeze Mai van Tutu „korijn terug was gekoomen zijn 'er, daer de Hapitigam Korl geleegen in de kolom „bosche Dessavonie grenst aan 's koningsland, kort na den anderen twee olassen gevonden, met een handteekening zoo als de vorsten dat hier te landen gewoon zijn te doen, aan mij geschreeven, met een zwaare 7 bedrijging, dat niemand die openen mogt ze bekelsden hoofdzakelijk dat iemand van groot belang zig daaromstreeks op hield, die gesien ndeastraat, 748 die het voorneemen hadde om bij mij te koomen op Kolombo. Jk heb sankasarie gevraagd, of Wij ook hiervan wist. Wij zeide mij van neen, dog voegde 'er bij, dat het mogelijk het werk was van den Nan„ „ker, die naar Ceilon was terug gegaen Op het Hof van Kandia aan de kennis daarvan iets mogte geleegen zijn, heb ik de voorsz: twee olassen na kandia gezonden, na gewoonte door den Dissard van Kolombo aan den Dessave van Suffregam en de drie - korles, dog over de komst van deeze san kasarie heb ik door mijn Maha Modeliair in stilte doen kennis geeven aan gem: kan „diase Dessave Op de kommunikatie van voorsz: olassen is geen antwoord gekoomen, dog op het schaij„ „ven van den Maha Modeliaer kwam aanstonds antwoord, dat duidelijk aantoonden, dat men in dit bericht veel belang stelde. De eerste ola van den Malia Modeliacr hadde alleen ingehouden een kort bericht dog nu belastede ik hem om wat meer omstandig te schrijven, en op dit naader bericht ien van bericht kwam en weder aanstonds antwoord, geschreeven door den eersten Rijks Adigaer en de Dessave van Saffregau en de drie korles, om mij met veel empressement te bedanken voor deeze kommunikatie, en mij te verzoe„ „ken van te zorgen dat 'er geene kandianen met deeze sankasarie verkeeren, en tevens te willen verneemen na de hier bovengem: Naikers, zoo als uw Hoog Edelheeden dat alles naader zullen zien bij de hierin overgaande translaaten van de gewisselde vlassen. ze zijn alle zonder dagteekening, zoo als dat in dier„ „gelijke korrespondentien onder de Jnlanders veel de gewoonte is. De laatstgem: ola is eerst deezer daagen aangebragt Dat deeze sankasarie hier eenig aanhang zoude kunnen maaken geloove ik niet, dog het is bekend, dat er onder de Naikers zommige zijn, zeer misnoegd om dat deeze koning veel vertrouwen steld in verschijde van zijne Hofs grooten waardoor dit volk in minder aanzien en bewind is dan eertijds, het geen heel goed is, wijl die knaapen, zig doorgaens met gesien nderstraat, 749 met slegte streeken ophouden — Mijn voornaamste oogmerk in deesen is geweest om aan den koning een blijk van ver„ „trouwen te geeven van 'skomp:s zijde, en het schijnt dat dit bij het Hof de goede uitwer„ „king gedaan heeft, die ik daarvan verwagt heb. zoo ik hoor is men aan het Hof weegens deezen Man niet zouden zorg, en wijl ik verzogt ben zorge te draagen dat Wij niet weg komt, zal ik hem tot uw Hoog Edelheedens nadere ordre nog wat hier houden. Jk denke dat dit zelfs een klijn middel van kontrainte kan zijn zoo zig zomtijds iets naders noopens deezen zal ik de eere Man mogte ontdekken, hebben uw Hoog Edelheeden 'er pligtschuldig kennis van te geeven. Jntusschen zal ik zorgen dat wij met geen kandianen of andere Jnlanders eenige gemeenschap onderhoud Jk beveele Uw Hoog Edelheeden in Gods genadige bescherming, en betuige met met alle eerbied en waare trouwe te zijn. /:onderstond:/ Hoog Edele Getz: Grootagtb: wijd gebiedende Heer en welEdele Gesz: Heeren /:laager:/ Uw Hoog Edelheeden ootmoedige en zeer gehoorzaame Dienaer /:was geteekend :/ W: J: van de Graaf en /:in margine:/ Kolombo den 10=en november 1789. Akkordeerd. W. van de Grtaaff gesien ndeastraat, gesien ndenstraat

NL-HaNA_1.04.02_3837_0865 view scan ↗

English

750 Translation of an ola written by the Maha Mudaliyar of the Governor’s Gate to the Disawa of Saffragam and the Three Korales. Some time ago, by order of the Right Honorable Governor, I sent you two packages, and concerning the matter mentioned therein, His Honor has ordered all possible investigations to be made. It has been discovered that a person who came under the name of Sankasarie now 10 or 11 months ago from the Coast to Jaffna, and from there went overland via Trincomalee, Kataragama, Matara, Galle, and Colombo to Mannar, and subsequently departed from there for the Opposite Coast, is presently here again under another name and in different clothing. If you send a trusted person, I shall be able to disclose to him several things concerning this matter orally in secret. On the occasion when he was here previously, the Brahmins who were with him published, in a writing composed in a learned language, his erudition, birth, and qualities, and I send you a copy thereof herewith. Translation of an ola written by the Disawa of Saffragam and the Three Korales to the Maha Mudaliyar of the Governor’s Gate. We have received your ola and have observed from it that the person who previously was in Ceylon under the name of Sankasarie is presently in Colombo again in different clothing. We request that you very kindly thank the Right Honorable Governor for the goodness that His Excellency was pleased to display by notifying us of this. Where was this Sankasarie born? Why has he come here? In what country did he dwell previously? We earnestly request to be thoroughly informed about this entire matter from the beginning to the end. 751 Translation of an ola written by the Maha Mudaliyar of the Governor’s Gate to the Disawa of Saffragam and the Three Korales. I communicated the contents of the ola written by you to me to the Right Honorable Governor, who ordered me to write the entire state of affairs to you. I received notice that a certain person, well-proportioned and of handsome stature, had arrived here dressed as a Brahmin with a cord across his shoulder and accompanied by two servants, and that he was residing with a prominent heathen Chetty. I had him summoned, and when I saw him, it appeared to me that he was the same man whom I had previously seen here under the name of Sri Sankasarie, accompanied by a party of Brahmins, with only this difference, that he now had a mustache. I summoned the heathen Chetty with whom Sankasarie had resided and told him to go see the said Brahmin. He did so, and came to tell me that he thought this man was Sankasarie himself. I then also sent the washerman and barber who served Sankasarie to the aforesaid man to view him, and upon their return they related to me that it likewise appeared to them that he was the same Sankasarie. I thereupon informed the Right Honorable Governor of this matter, and requested His Honor to order the attendants of the temple of Munneswaram Kovil near Chilaw, where Sankasarie stayed for some time, to be summoned hither, in order to be better convinced of the truth that the aforementioned Brahmin is the same Sankasarie. The Honorable Governor then wrote to the Head of Chilaw and had three people from this temple come here. These also declared, after they had seen the man, that they recognized no other difference between Sankasarie and him than that this man had a mustache and was dressed differently. These three people related furthermore that when Sankasarie resided near the aforementioned temple, he once had a yogi or Brahmin beaten because he would not speak and sat smoking ganja in the temple, and that this man, two days thereafter during a night, inflicted a stab wound in Sankasarie's side with a knife, of which the wound healed again in three days without any remedies, but that the scar would still be visible. Now, as Sankasarie has the habit of washing twice a day, I told one of the aforementioned three people to go to him when this man washed, and to see whether he could still discover the aforementioned scar. He came afterwards to assure me that he had seen the scar, and that this man was undoubtedly Sankasarie himself. I reported this at once to the Honorable Governor, who thereupon immediately sent a Mohandiram and four lascoreens to fetch the said Sankasarie. He having appeared before His Honor, the following questions were put to him: 1st, whether he is not the very man who was previously here under the name of Sri Sankasarie? He answered yes. 2nd, if that be so, why he has now come here again in different clothing? He said that he came the first time to see the country, and now to be able to speak with the Honorable Governor about a matter of great importance. 3rd, of what caste he is, and where he was born? He said that he was of the Solar caste, and born in the country formerly called Jaipur and now Ekoba, situated between the lands of Delhi Padshah and the Marathas, that his caste has possessed the said region from ancient times and draws the revenues thereof by virtue of a grant from the princes of Delhi and of the Marathas given under their seals, and that these princes are very favorably disposed toward his caste. 4th, how many people of his caste might still be in that country? He said that he and his younger brother were currently the only ones, and that his brother was presently with Delhi Padshah. 5th, how he, who according to his saying has everything in abundance in his country, has

Dutch transcription

750 Translaat ola door den Maha Modeliaer van den Heer Gouverneurs Porta geschreeven aan den Dessave van Suffregam en de drie korles. Voor eenigen tijd heb ik aan Uw: op ordre van den welEdelen Groot agtb: Heer Gouverneur twee vlassen gezonden en omtrent de zaak daarbij vermeld, heeft zijn Edele alle mogelijke onder„ zoeken laaten doen. Men heeft ontdekt, dat een perzoon die onder den naam van Sanka„ „sarie nu 10. of 11. maenden geleeden van de kust op Jaffena is gekoomen, en van daer over land over Trinkourmale, katergam Mature, Gale, en Kolombo na Mannaer gegaan zijnde, van daar vervolgens na de - Overwal is vertrokken, zig thans hier weder onder een ander naam en met een ander gewaat bevind. Als Uw: een vertrouwd perzoon zend, zal ik aan hem mondeling in se kretessen verschijde dingen omtrent deeze zaak kunnen openbaaren. Bij gelee „gentheid dat Wij de voorige keer hier was, hebben de Bramineesen die bij hem waeren bij een geschrift in een geleerde taal geschreven gepubliceerd zijne gelartheid, geboorte en hoedering. hoedanigheedens, en ik zoud uw: daarvan hiernevens een kopij Translaat ola door den Dessare van Saffregam en de drie Korles geschreeven aan den Maha Mode „lider van den Her Gouverneurs Porth UW: ola hebben wij ontfangen en hebben daaruit gezien, dat de perzoon die bevog„ rens op Ceelon geweest is onder de naam van Sankasarie, zig thans weeder op kolombo bevind onder een ander gewaat. wij verzoeken den WelEdelen Groot agtb: Heer Gouverneur zeer vrindelijk te bedanken voor de goetheid, die Hoogst Dezelve heeft gelievens te hebben om ons hiervan te doen kennis geeven. Waar is deeze Sankasarie gebooren! waarom is Hij hier gekoomen. in wat land heeft wij bevorens gewoond. we verzoeken heel zeer om van deeze geheele zaak van het begin af tot het einde omstandig te worden onderrigt gesien nderstraat 751. Translaat ola door den Maha„ Modeliaer van den Heer Gouverneurs Porta geschreeven aan den Dessave van Saffregam en de drie korles Den inhoud van de ola door UW: aan mij geschreeven heb ik aan den WelEdelen Groot agtb: Heer Gouverneur te verstaan gegeven, die mij gelast heeft de gantsche toedragt van de zaak aan Uw: te schrijven Jk kreeg kennis dat een zeeker perzoon welge„ maakt en schoon van postuur hier gekoomen was gekleed als een Braminees met een draad over zijn schouder, en verzelt van twee dienaers, en dat Wij woonde bij een aanziene„ lijke Heijdensche Chettij. Jk liet hem 7 roepen, en toen ik hen zag kwam het mij voor, dat Wij de zelfde Man was, die ik hier bevorens ons gezien had onder de naam van srie saukasarie, verzelt van een partij Bramineesen, alleen met dit onderscheid, dat Wij nu een paar knevels had. Jk liet bij mij koomen de Heijdensche Chettij bij wien Saukasarie gewoond heeft, en zeide hem om gem: braminees te gaan zien Wij deed dit; en kwam mij zeggen, dat Wij dagte dat deeze Man sankasarie zelve was. Jk van Jk zoud vervolgens ook de wasser en barbier die sankasarie bediend hebben, bij voorsz: Man om hem te zien, en bij hun terugkomst verhaalden ze mij, dat het hun ook voor„ „kwam, dat Wij de zelfde sankasarie was. Jk gaf daarop van deeze zaak kennis aan den Wel Edelen Grootagtb: Heer Gouverneur, en verzogt zijn Bdele, om de bediendens van den tempel van Moenaserie Dewale digt bij Chilauw, daar sankasarie een tijdlang geweest is, te laaten op ontbieden, ten einde van de waarheid dat voorm: braminees de zelfde sankarie is, bee„ ter te worden overtuigd. De Edele Heer Gouverneur schreef toen aan het Hoofd van Chilauw, en liet drie luiden van deezen tempel hier koomen. Deeze verklaarden almeede, na dat ze de Man hadden gezien, dat ze tusschen sankasarie en hem geen ander onderscheid kenden, dan dat deeze kne„ „vils had en anders gekleed was. Deeze drie luiden verhaalden bovendien, dat toen Sankasarie bij voorm: tempel woonde, hij eens een Jogie of braminees heeft laaten kloppen wijl wij niet spreeken wilde en in den tempel kanja heeft zitten rooken, gesien ndeastraat 752 en dat deeze Main twee daagen daarna op een nagt aan Sankasarie met een mes een steek in zijn zijde heeft toegebragt waarvan de wonde in drie daagen weeder is geneesen zonder eenige middelen, dog dat het lidteeken nog zal te zien zijn. wijl nu sankasarie de gewoonte heeft om twee maalen op een dag te wasschen, zeide ik aan een van de voorsz: drie luiden om wanneer deeze Man waschte bij hem te gaan, en te zien of wij het voorsz: lid „teeken nog kon ontdekken. Wij kwam mij naderhand verzeekeren, dat wij het lidteeken hadde gezien, en dat deeze Man ongetwijffelt sankasarie zelve was. Jk heb hiervan ten eersten rapport gedaan aan den Edelen Heer Gouverneur, die daarop aanstonds gem: saukasarie met een Mo„ „handiram en vier laskorijns heeft laaten haalen. Wij voor zijn Edele verscheenen 57„9 zijnde, zijn hem de volgende vraagen gedaan: 1=e of Wij niet de eigenste Man is, die hier bevorens is geweest onder den naam van srie sankasarie! Wij antwoorde van ja. 2oo 2:e zoo dat zoo is, waarom wij nu hier wee„ „der is gekoomen met een ander gewaat Wij zeide dat Wij de eerste maal was gekoomen om het land te zien, en nu om den Edelen Heer Gouverneur te kunnen spreeken over een zaak van veel aange„ „legentheid. 3=e van wat kaste Wij is, en waar Hij is ge„ booren? Wij zeide dat Wij was van de kaste der zonne, en gebooren in het land eertijds genaamt Jajpoereje en nu Ekoba, geleegen tusschen de landen van Dellie Patja en der Marratters, dat zijne kaste gem: landschap bezit van oude tijden af, en de inkomsten daarvan trekt uit hoofde van een gifte van de vorsten van Dellie en van de Marratters onder hunne zegels gegeven, en dat deeze vorsten zijne kaste zeer gunstig zijn. 4:e Hoeveel luiden van zijne kaste nog in dat land zouden weezen? Wij zeide dat Wij en zijn jonger Broeder tans de eenigste waeren, en dat zijn broeder zig tegens„ „woordig bij Dellie Patja bevond. 5=e Hoe dat Wij die volgens zijn zeggen in zijn land alles in overvloed heeft, het heeft gesien ndeastraat,

NL-HaNA_1.04.02_3837_0871 view scan ↗

English

could have entered his head to go to a land so far distant from his own as Ceilon! He remained silent upon this for a short while, and said afterwards that two Naikers had come to him three years ago and had told him various matters, and that he therefore, having departed from his place under the name of Sankasarie, had traveled through several countries and had finally arrived here; that the previous kings of Kandia, who ruled from the beginning, were of the solar race, from which he, Sankasarie, also descended, and that since this race had now died out on Ceilon, he was the nearest heir to the crown. 6th. Where those Naikers are at present! He said that one of them had arrived on Ceilon about 6 months ago, and that the other was still in Madure. The Noble Lord Governor thereupon ordered him to return to his dwelling until further orders, and not to leave from there without his Honour's permission. Thus he has been residing there until now. I asked him to let me see the two seals of the princes of Dellie and of the Marratters, which he said he had with him, and which he showed to me. One is as large as a piaster, and upon it in the middle is a mark that resembles a pillar, and written around it a number of Arabic letters; and on the other, which is as large as a schelling, there is an image in the middle and around it a number of characters that appear to me to be of the Tellingase or Sangieskertose language. This Sankasarie understands four languages, namely, the Sangieskertose, Tellingoese, Jndostanse, and the Mallabaarse, as various Brahmins who know these languages and have spoken with him have related to me. I have also heard, though not seen, that five persons from the King's country came to him some 24 or 25 days ago with three pingos of butter, katjang, onions, and garlic; that they received three or four pagodas from him, and that they departed again two or three days later. It was told to me that one had to infer from their clothing that they were people from Oewe. When I had inquiries made about it, they were already gone. Translation of an ola written by the first First Adigaar and the Dessave of Saffregam and the Three Korles to the Maha Modeliaer of the Lord Governor's Gate. We have received and read the ola written by you regarding the person of Sankasarie, and from it the true affection of the Right Honourable Lord Governor for his Imperial Majesty and the Court has been shown to us in the most convincing manner. We thank his Honour most kindly for it and request that good care be taken

Dutch transcription

753 heeft kunnen in het hoofd krijgen om na een land zoo verre geleegen van het zijne als Ceilon te gaan ! Hij bleef hierop een poosje tijd zonder te antwoorden, en zeide naderhand dat twee Naikers nu drie jaaren geleeden bij hem waaren gekoomen, en hem verschijde zaaken hadden gezegt, en dat Wij daarom onder ik naam van Sankasarie van zijn plaats ver„ „trokken zijnde, verschijde landen had doorge„ „rijst, en eindelijk hier was aangekoomen: dat de voorige koningen van Kandia, die van Der„ beginne af geregeerd hebben, zijn geweest van het zonne geslagt, waaruit Wij sankasarie ook gesprooten is, en dat wijl nu dit geslagt op Ceilon is uitgestorven, wij de naaste Erfge: „naam van de kroon was. 6=e Waar die Naikers tans zijn ! Hij zeide dat een daarvan nu omtrent 6. maanden geleeden op Ceilon was gekoomen en dat de andere zig nog te Madure bevond. De Edele Heer Gouverneur heeft hem daarop ge„ „last om weeder na zijne wooning te gaen tot naadere ordre, en van daar niet te moogen vertrekken zonder zijn Edeles verlof. Hij woond dus tot nog toe daar. k Ik heb hem verzogt om mij te laaten zien de twee Zegels van de vorsten van Dellie en van de Marratters, die Hij zeide bij zig te hebben, en die wij mij heeft vertoond. Het eene is zoo groot als een piaster, en daarop staat in het midden een teeken dat na een pilaar lijkend, en rondom geschreven een partij arabische letters, en op het ander dat, zoo groot is als een schelling staat in het midden een beeld en rondom een partij karakters, die mij voorkoomen te weezen van de Tellingase of Sangiesker„ „torse taal. Deeze sankasarie verstaat vier taalen, te weeten, de sangieskertoese, Tellingoede. Jndostanse, en de Mallabaarse, het geen verschijde Bramineesen, die deeze taalen weeten en met hem gesprooken hebben mij hebben verhaalt. Ik heb ook gehoort dog niet gezien, dat vijf Menschen uit Konings land nu 4 of 25. daagen geleeden met drie pingos booter, katjang, uijten en knoflook bij hem gekoomen gesien ndeastraat 754 gekoomen zijn, dat ze drie of vier pagoo„ „den van hem hebben gekreegen, en dat ze twee of drie daagen daarna weeder ver „trokken zijn. Men heeft mij gezegt dat men uit hunne kleeding heeft moeten opmaaken dat het luiden van Oewe waaren. Toen ik 'er na liet verneemen waaren ze al weg Translaat ola door den eersten Rijks Adigaar en den Dessave van Suffregam en de drie korles ge „schreeven an den Maha Modeliaer van den Her Gouverneurs Porta De ola door Uw: geschreeven over de perzoon van Sankasarie hebben we ontfangen en geleesen, en is ons daaruit op de overtui„ „genste wijze gebreken de waare toege negentheid van dn WelEdelen Groot agtb: Heer Gouverneur oor zijne keijzerlijke Majesteid en het Hof. Wij bedanken zijn Edele daarvon op het vrindelijkst en verzoeken dat 'er goede zorge gedragen word . Ik heb hem verzogt om mij te laaten de twee Zegels van de vorsten vanD en van de Marratters, die Hij zeide bij te hebben, en die wij mij heeft verto„ Het eene is zoo groot als een piaster daarop staat in het midden een teeken na een pilaar lijkend, en rondom ge„ een partij arabische letters, en op het dat zoo groot is als een schelling in het midden een beeld en rondom partij karakters, die mij voorkoomen weezen van de Tellingase of sangie „toese taal. Deeze sankasarie verstaat vier taalen, weeten, de sangieskertoese, Tellingver Jndostanse, en de Mallabaarse, het gee verschijde Bramineesen, die deeze taale weeten en met hem gesprooken hebbe mij hebben verhaalt. Ik heb ook gehoort dog niet gezien, der vijf Menschen uit konings land nu of 25. daagen geleeden met drie pin„ booter, katjang, uijen en knoflook bij gekor gesien ndeastraat, 754 gekoomen zijn, dat ze drie of vier pagoo„ „den van hem hebben gekreegen, en dat ze twee of drie daagen daarna weeder ver „trokken zijn. Men heeft mij gezegt dat men uit hunne kleeding heeft moeten opmaaken dat het luiden van Oewe waaren. Toen ik 'er na liet verneemen waaren ze al weg Translaat ola door den eersten Rijks Adigaat en den Dessave va Saffregam en de drie korles ge„ „schreeven van den Maha Modeliaer van den Her Gouverneurs Porta De ola door Uw: geschreeven over de perzoon van Sankasarie hebben we ontfangen en geleesen, en is ons daaruit op de overtui„ „genste wijze gebreken de waare toege negentheid van dn WelEdelen Groot agtb: Heer Gouverneur vor zijne keijzerlijke Majesteid en het Hof. Wij bedanken zijn Edele daarvon op het vrindelijkst en verzoeken dat 'er goede zorge gedragen word . Ik heb hem verzogt om mij te laaten de twee Zegels van de vorsten van 2 en van de Marratters, die Hij zeide O te hebben, en die wij mij heeft verto Het eene is zoo groot als een piaster daarop staat in het midden een teeken na een pilaar lijkend, en rondom ge„ een partij arabische letters, en op het dat, zoo groot is als een schelling, in het midden een beeld en rondom partij karakters, die mij voorkoomen weeken van de Tellingase of saugier „toese taal. Deeze sankasarie verstaat vier taalen, weeten, de sangieskertoese, Telling ver Jndostanse, en de Mallabaarse, het gee verschijde Bramineesen, die deeze taald weeten en met hem gesprooken hebbe mij hebben verhaalt. Ik heb ook gehoort dog niet gezien, de vijf Menschen uit konings land nu of 25. daagen geleeden met drie pin„ booter, katjang, uijen en knoflook bij gekor gesien ndeastraat,

NL-HaNA_1.04.02_3837_0877 view scan ↗

English

754 arrived, that they received three or four pagodas from him, and that they departed again two or three days later. I have been told that one had to conclude from their clothing that they were people of Oewe. When I sent to inquire after them, they were already gone. Translation of an ola written by the first Adigar of the realm and the Dessave of Jaffregam and the three Korles to the Maha Mudaliyar of the Gate of the Honorable Governor. We have received and read the ola written by you concerning the person of Sankasarie, and the true affection of the Right Honorable Governor for his Imperial Majesty and the Court has been shown to us thereby in the most convincing manner. We thank His Honour for this most amicably and request that good care be taken that the aforementioned Sankasarie does not escape, and also that other people do not visit him. If Kandyans should happen to arrive at his place from time to time, we request that they be apprehended and sent hither under arrest. We also request to learn from him and communicate to us what the Nayaks of whom he spoke are called, and where they are at present. We reiterate hereby that we are exceedingly obliged to the Right Honorable Governor for his affection and the trouble taken. For the translation as the contents of the aforementioned olas were given to me by the Maha Mudaliyar, and this by the express order of the Right Honorable Governor, C: S: Wickerman. seen [illegible]

Dutch transcription

754 gekoomen zijn, dat ze drie of vier pagoo„ „den van hem hebben gekreegen, en dat ze twee of drie daagen daarna weeder ver „trokken zijn. Men heeft mij gezegt dat men uit hunne kleeding heeft moeten opmaaken dat het luiden van Oewe waaren. Toen ik 'er na liet verneemen waaren ze al weg Translaat ola door den eersten Rijks Adigaat en den Dessave va Iaffregam en de drie korles ge „schreeven van den Maha Modeliaer van den Her Gouverneurs Porta De ola door Uw: geschreeven over de perzoon van Sankasarie hebben we ontfangen en geleesen, en is ons daaruit op de overtii„ „genste wijze gebreken de waare toege„ negentheid van dn WelEdelen Groot agtb: Heer Gouverneur vor zijne keijzerlijke Majesteid en het Hof. Wij bedanken zijn Edele daarvon op het vrindelijkst en verzoeken dat 'er goede zorge gedragen word . . word dat gem: sankasarie niet weg komt, en dat ook andere lenden niet bij hem koomen . Zoo zomtijds kandianen bij hem mogten aankoomen, verzoeken we dezelve te laaten opvatten en ze in arrest herwaerts te zouden. Ook verzoeken we van hem te verneemen en aan ons te bedeelen hoe de Naikers, waarvan wij gesprooken heeft, heeten, en waer ze tans zijn. we verhaalen het door deezen dat we den Wel Edelen Groot agtb: Heer Gouverneur voor zijne genegentheid en genomene moeijte ten hoogsten verpligt zijn. Voor de vertaaling zoo als mij den inhoud van voorm: olassen door den Mahia Modeliaer is opgegeven, en zulks op expresse last van den wel Wdelen Grootagtb: Heer Gouverneur C: S: Wickerman. gesien ndeastraat, komt, voor agtb: . gesien nderstraat gesien nderstraat ges nd

← previous