VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3838

Ceylon · 1,258 pages · 177 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3838_0168 view scan ↗

English

fort, or for some other reasons having enjoyed some acknowledgment from us, were our vassals. The intention of Tiepoe Poeltan in his account regarding kranganoor thus aims solely, if possible, to put himself provisionally in possession of that fort; whether, if he succeeds in that, he will let the matter rest there, or whether he will proceed further, cannot be determined for the present; that he has long harbored intentions to subjugate, if feasible, the realm of the king of trevankoor, seems beyond doubt. In this uncertainty, pursuant to the request made to us for that purpose by the Governor van angelbeek, we have caused another party of troops from Ceilon to cross over to koetjiem. Our two nations being very closely allied by the treaty of alliance concluded on the 15th of April 1788, and since our mutual high sovereigns are also very considerably interested in this, we very kindly request, gentlemen, that your honors will have the goodness on that account to inform us whether it is your intention to support the King of Trevankoor, with whom the Dutch company is also closely allied, against tiepoe sultan if he attacks him at kranganoor, which has now become the lawful property of the king of trevankoor, and upon which Tipoe sultan has no claim, 823. whether, upon the unfortunate capture of this fort, he advances further, or whether he might let the matter rest there. We have the honor to be with all high esteem, stood below, gentlemen, your honors' very obedient servants, signed W: I: van de graaff, M: P: Raket, C: Tilenius, J.b Reintous, A: Samlanten, J: A: vollenhove; in the margin Kolombo the 9th of January Ao 1790. Agrees Hijbrands Egreerk Examined No 6. LV D Linde 824. Mallabaar To the Honorable Joan Gerhard van Angelbeek Ordinary Councillor of Dutch India, Governor and Director over the Company's establishments on the coast there, together with the Council. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet Sir and Friends! By the ship Trinkonomale we received on the 7th of this month, and since then via Mannaar on the 12th of this month, your honor's secret letters of the 28th and 31st of December, containing among other things that the hostilities which the Nabab Tipoe sultan began on the 29th of December have since been continued by him. Upon receipt of the first letter, we immediately deliberated in our meeting upon what was indicated therein: that there is great reason to fear that Tipoe sultan will meet with little resistance from Trevanhoors undisciplined troops, and when they are beaten from the field, will attack koetsiem with his main force, and upon the pressing necessity deduced therefrom to provide koetsien with more garrison. We are most willing to come to your honors' aid in this critical situation with all that is in our power, and shall on all occasions give your honors the most convincing proofs thereof; but after mature deliberation we have found that it is not possible for the present, and until we ourselves are provided with more troops, to assist koetsiem with more than upwards of 300 European men. For this purpose our Grenadier company and a company of the Regiment Meuron have been ordered, together with a detachment of the artillery company of 40 men. The aforementioned both companies and the detachment of artillery are described more fully in the general letter which goes off at the same time as this one, and in the accompanying lists, showing that the entire relief force is 322 men effective strength. Some time ago we sent to Tutukorijn a detachment of 56 native troops effective strength, and the officials at Tutukorijn have today been ordered by us to send this detachment by the shortest route to koetsien, and that as quickly as can be done. The four sloops which we have assigned for the transport of the aforementioned European troops were immediately prepared, and would have already departed with these troops, were 825. it not that the strong N.E. and N.W. winds prevent doing almost anything in the roadstead. They will depart as soon as the weather permits it in the least, and not a moment will be wasted in this. With these sloops we also send the requested 20000 lb of powder. Before it was dispatched, we had this powder examined by a special commission, in order to be all the more assured of its quality, and the reports received concerning it are enclosed in copy with the general letter. We sincerely hope that the aforementioned succor may arrive safely with your honors, and that heaven will be pleased to bless your honors' faithful efforts for the preservation of koelsiem. With our secret letter of the 30th of December last, we sent your honors in original a letter received from the Governor and Council of Madras, and a copy of our letter sent in reply to it. Upon receipt of the aforementioned secret letter from your honors of the 28th of December, we resolved to dispatch further to the Government of Madras the letter which lies alongside in copy, wherein we provisionally, and until this shall be done more fully by your honors yourselves, have informed their honors how completely unfounded is the pretense of Tipoe sultan concerning branganoor. We have likewise resolved to the Government of Madras

Dutch transcription

fort, of uit eenige andere reedenen, eenige recognitie van ons genooten te hebben, onse vassaelen geweest zijn. Het oogmerk van Tiepoe Poeltan in zijn vertelling weegens kranganoor, strekt dus alleen om zig des mogelijk, bij provisie te stellen in het bezit van dat fort, of hij zoo hem dat gelukt, het daar bij zal laaten berusten, dan wel of hij zal verder gaen is voor het tegenwoordige niet te bestemmen, dat hij zeedert lange uitzigten voed om zig des doenlijk het rijk van den koning van trevankoor te onder„ werpen, scheint men niet in tweffel temoogen trekken In deeze onzeekerheid hebben we, ingevolge het daer toe door de heer gouverneur van angelbeek aan ons: gedaene verzoek, na koetjiem nog een partij troupes van Ceilon doen overgaan. onse beide naatsien door het traktaat van alliantie, op den 15: ' april 1788. geslooten, zeer nauw verbonden zijnde, en wijl ook onse wederzijdse hooge souverainen in deese zeer merkelijk zijn g'in„ „teresseert, zo versoeken we zeer vrindelijk mijne „de goedheid willen ons uijt hoofden van dien te onderrigten of 't wwe= heeren dat uwedelens „ voorneemen zijn, om den Koning van Trevankoor, met wien ook de Nederlandsche compenie naeuw verbonden is teegens tiepoe sultan te ondersteunen indien heij hem te kranganoor, dat nu een wettigen eigendom van de koning van trevankoor geworden is, en waar opt Tipoe sultan niets te eischen heeft 823. heeft, aantast, het zij dat hij bij onverhoop te verove„ „ring van dit fort verder goet, of dat hij het daer bij mogte laaten berusten We hebben de Eere met alle hoogagting te zijn /:onder„ „stond:/ mijne heeren, uwel Edelens zeer gehoorzaeme Dienaaren /:getekend W: I: van de graaff, M: P: Raket, C: Tilenius, J„b Reintous, A: Samlanten J: A: vollenhove /: in margiene Kolombo den 9. ' Januarij A„o 1790. —. Akkordeert Hijbrands Egreerk Nagezien No 6. LV D Linde 824. Mallabaar Aan den Edelen Heer Gerhard van Angelbeek Joan Raad ordinair van Neederlands Jndia, Gouverneur en Di„ „rekteur over sComp:s etablissementen ter kuste aldaar, nee„ „vens den Raad Edelen, Erntfesten, Manhaften, wijzen, voorzienigen zeer Discree„ „ten Heer en Vrienden! Met het schip Trinkonomale hebben we op den 7: deeser en zee„ „dert over Mannaar den 12: deeser, ontfangen uw Ed=e secreete missives van den 28: en 31. December, houdende onder ande„ „ren, dat de vijandelijkheeden die de Nabab Tipoe sultan op den 29: December heeft begonnen zeedert door hem zijn voort„ „gezet. we hebben op den ontfangst der eerste brief daadelijk in onse ver„ „gaedering gedelibereerd op het daarbij aangeweesen, dat men groote reedenen heeft van te dugten, dat Tipoe sultan aan Trevanhoors ongeoeffende troupen geringe teegenstand ontmoe„ „ten zal, en als deselve uijt het veld geslaagen zijn, met zijne grootste magt op koetsiem zal aanvallen, en op de daaruijt afgeleijde dringende noodzaekelijkheijd om koetsien van Te Koelsiem secreet meer meer guarnizoen te voorzien. we zijn ten hoogsten bereijd om uw Ed=ns in deese critique toe„ # „stand, te hulp te koomen, met al wat in ons vermoogen is, en zullen uw Ed=ns daarvan bij alle geleegendheeden de door „slaans te blijken geeven, dog naa rijp overleg hebben we bevon„ „den dat het niet moogelijk zij koetsiem voor eerst en tot dat we zelfs van meer troupes zijn voorzien, met meer te kunnen bijstaan dan met ruijm 300: man Europeesen. N Hiertoe zijn gecommandeerd onze Granadier companie en een compenie van het Regiment Meuron, beneevens een detachement van de kompenie artillerie van 40. man De voorsz: beijde compenien en het detachement van de artillerie, zijn breeder beschreeven bij de gemeene brief, die met deesen te gelijk afgaat, en bij de daarvan overgaande lijsten, aanwijzende dat het geheele ontzet sterk is 322. Man primo plan. voor eenigen tijd, hebben we na Tutukorijn gezonden een de„ „tachement van 56: oosterlingen primoplan, en zijn de bediendens van Tutukorijn heeden door ons gelast, om dit detachement langs den kortsten weg te zenden na koetsien en zulks zoo spoedig als het gescheeden kan. De vier sloepen die we geschikt hebben tot het overbrengen van de voorsz: Europeese troepen, zijn ten eersten in gereedheijd ge„ „bragt, en zouden met deese troupes reeds vertrokken zijn, was het. 825. het niet dat de sterke N:o en N: W: winden beletten, om bij na iets op de rheede te doen. ze zullen vertrekken, zoo dra het weeder het eenig sints toe„ „laaten kan, en zal daarin geen moment worden verzuijmd. Met deese sloepen zenden we ook de gevraagde 20000 lb: kuijt we hebben dit kruijt voor dat het afgezonden is door een ex„ „presse commissie doen examineeren, om te meer van de deugd daar van te weesen verzeekerd, en de daarvan ingekoomene rapporten gaan bij de gemeene brief in Copij over. we hoopen hartelijk, dat het voorsz. secoers bij uw Ed=ns gelukkig mag aankoomen, en dat de hemel uw Ed=ns getrouwe poo„ „gingen tot behoud van koelsiem zal gelieven te zeegenen. Bij onsen secreeten brief van den 30. December Jongstleeden, heb„ „ben we uwel Edelens in origineel gezonden een ontfangene brief van den Gouverneur en Raad van Madras, en een copij van onsen brief daar op in andwoord gezonden. op den ontfangst van voorsz: uw Ed=ns secreete missive van den 28. December hebben we beslooten aan het Gouver„ „nement van Madras naader te laaten afgaan de brief die in Copij hierneffens legt, waarbij we hun Edelen bij provisie en tot dat dit naaden door Uw Ed=ns zelve zal worden gedaan, hebben geinformeerd, hoe zeer ongegrond is het voorgeeven van Tipoe sultan nopens branganoor. wa hebben teffens beslooten om het Gouvernement van Madras

NL-HaNA_1.04.02_3838_0174 view scan ↗

English

to request Madras, as has been done, that it would have the kindness to inform us what measures it intends to take in this matter. The State's frigates the Zephir and the Havik already departed on 27 December. The captain of the ship Trinkonomale has informed us that he passed the same during the night between 30 and 31 off the latitude of Porka, so that we hope they will have arrived safely in Cochin long since. The letter to Captain Vaillant is accordingly returned herewith. We were very pleased to see from Your Honor's letter of 31 December the brave conduct of the Travancore troops during the first attack by Tipu Sultan, and we heartily hope that they may have been equally successful in the further attacks, the outcome of which was still unknown upon the dispatch of Your Honor's letter. We cannot conceal that we are very surprised at the inactivity of the English Government at Madras on this occasion; for even if it might genuinely doubt in good faith, which one can hardly believe, that the purchase of Cranganore and Ayacotta by the King of Travancore could have infringed upon the rights of Tipu Sultan, it ought, in our view, at least to have ensured that matters did not come to actual hostilities until it had obtained information regarding this from the King of Travancore. Also, as we see matters, it ought at the same time to have taken the measures that were necessary in order not to remain idle spectators should Tipu Sultan press forward, as he has done; and it is chiefly these considerations that have moved us to put the above-mentioned question to the English Government. Regarding the ship Vreedenburg, of which we received news yesterday that it has arrived at Galle from Surat, we have resolved to send it at once to Cochin for your assistance, and the necessary written order to that effect has consequently already been sent to Galle. We send herewith another password for the cipher mentioned in our secret letter of 14 March 1788. Until such time as we have news that this password has been received by Your Honor properly sealed, we shall make use of the password sent with our aforementioned secret letter; Your Honor may nevertheless make use of this new password immediately if you please. For the rest, after friendly greetings, we remain, Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, and very Discreet Sir and friends, Your Honor's obedient friends and servants. Was signed: W: J: van de Graaff, C: Tilenius, J:s Reintous, B: L: van Zitter, and A: Samlant. In the margin: Agrees, Hybrands, First Clerk. Colombo, 14 January 1790. Checked: Bromveld. No. 7. Colombo. To the Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of Ceylon with its dependencies. This afternoon a trusted person, whose name I cannot readily mention on account of weighty reasons, but upon whose words and accounts one can in several respects place some reliance and give credit, was with me and made known to me a matter of great importance, concerning the welfare of our whole country and of us all. I therefore consider it my duty to inform Your Right Honorable and Valiant Worship thereof with respect, as I hereby do; yet to report to Your Right Honorable and Valiant Worship in writing by this means the true state of the matter, and what it actually is, and how it is connected, I do not find advisable, as I fear that if anything thereof becomes known, many evils may arise and everything may fall into turmoil, Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, High-Commanding Sir, before one will be able to get behind the secrets in order to know the truth. Therefore I make bold to ask Your Right Honorable and Valiant Worship whether Your Worship does not judge it advisable that I should come over thither at once, in order to reveal the matter to Your Right Honorable and Valiant Worship verbally. It seems to me that the matter is of too great importance for one to let it pass unheeded; yet it should for the present be kept strictly secret to prevent all misfortunes. Therefore I also very humbly beg Your Right Honorable and Valiant Worship to be pleased to tear this letter to pieces at once, so that no one, whoever it may be, can obtain any reading of it. Should Your Right Honorable and Valiant Worship judge that it will be necessary for me to come over thither, then I very humbly beg Your Right Honorable and Valiant Worship to summon me by a Company's letter, and at the same time to write and order to Puttalam that 50 good coolies may be held in readiness there at my disposal, so that as soon as I arrive there, I can take the same for my further journey; likewise to issue a sannas so that I can obtain what is necessary on the way for my speedy journey thither. While for the rest, awaiting Your Right Honorable and Valiant Worship's honored speedy reply hereto, I take the high honor to call myself with the greatest deference and utmost respect, Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, High-Commanding Sir, Your Right Honorable and Valiant Worship's entirely humble and dutiful servant. Was signed: D: D: van Ranzou. In the margin: Mannar, 12 June Anno 1789. Agrees. Dijbrands, First Clerk. L: V: D: Linde. Checked. No. 8.

Dutch transcription

Madras te verzoeken, zoo als is geschied, dat het de vrien„ „delijkheijd wilde hebben ons te informeeren wat maatree„ „gelen het voorneemens is in deesen te neemen. Jƒ 's Lands fregatten de Zephir en de Havik zijn reeds op den 27. December vertrokken. De kapitain van het schip Trinkonomale heeft ons bedeeld; dat hij deselve in de nagt tusschen den 30. en 31: op de hoogte van Porka is gepasseerd, zoo dat we hoopen dat ze reeds lange te koetsiem gelukkig zullen zijn aangekoomen. De brief aan de Heer capitein vaillant gaat mids dien in deesen terug. we zijn zeer verblijd geweest, bij Uw Ed=ns brief van den 81. De„ „cember te zien het dapper gedrag der Trevankourse troup bij den eersten aanval van Tipoe sultan, en we hoopen hartelijk dat ze eeven gelukkig moogen geweest zijn, in de verdere aanvallen, waarvan de uijtkomst bij het afgeaen van Uw Ed=ns brief nog onbekend was. we kunnen het niet ontvansen wij zijn zeer gesurprineerd over de inactivileid van het Engels Gouvernement te Ma„ „dras in deese geleegendheijd, want zoo het ook werkelijk ter goeder trouw mogte twijffelen, het geen men bijnaa niet ge„ „looven kan, dat het koopen van kranganoor en aijkotte door den koning van Trevankoor, de regten van Tipoe sul„ „tan zoude hebben kunnen beleedigen, behoorde het naar ons inzien, ten minsten te hebben gezorgd, dat het tot geene daadelijkheeden 826. daadelijkheeden kwam tot dat het zig door den koning van Trevankoor derweegens zoude hebben doen onderrigten. ook hadde het naar we de zaaken inzien, te gelijker tijd, behooren te neemen de maatreegelen die noodig waeren, ten eijnde geene leedige aanschouwers te blijven, wanneer Tipoe sultan mogte doorlasten, zoo als hij heeft gedaan, en het zijn voornamentlijk deese consideratien die ons be„ „woogen hebben om 't Engels Gouvernement te doen de hier boven gem: vraage. Het schip vreedenburg waar van we gistern tijding ont„ „fangen hebben, dat het van souratta te Gale is aangekoo„ „men, hebben we beslooten ten eersten ter uwer assistentie te zenden naa koetsiem, en is dienvolgens reeds het noo„ „dige aanschrijven daartoe naa Gale gedaan. we zonden hierneevens een ander wagtwoord voor 't Ceiffer vermeld bij onsen secreeten brief van den 14. maart 1788:. Tot zoo lange dat we tijding hebben dat dit wagtwoord behoorlijk verzeegeld bij uw Ed=ns zal zijn ontvangen, zullen we ons bedienen van het wagtwoord bij voorschreeven onzen secreeten brief gezonden uw Ed=ns kunnen zig niet te min des gelievende aanstonds van dit nieuwe wagtwoord bedienen. wij blijven voor het overige naa vriendelijke groete /:on„ „derstond:/ Edelen, Erntfesten, Manhaften, wijzen, voor Zie voorzienigen zeer Discreeten Heer en vrienden uw Ed=ns Dw: vriend en dienaaren /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, C: Tilenius J:s Reintous B: L: van Zitter en A: Samlant /:in margine:/ Akkordeert Hybrands DEgklerk kolombo den 14. Januarij 1790. Nagezien Bromveld. No. 7. 827. Kolombo. Aan den Wel Edelen Gestrengen Groot Achtbaaren Heer Willem Jacob van de Graaff Raad Ordinair van Neederlands Indien, Gouverneur en Directeur van 't Ceijlon Ceijlon met dies onderhoorighee„ den. Heden middag is een vertrouwde perzoon /: wiens naam ik weegens gewigtige reeden niet zoo gelijk mogen kan noemen, dog op wiens woorden en vertellingen, men wel in verscheijde opzigter eenigzints staat kan maaken en geloof geeven:/ bij mij geweest en heeft mij een zaak van veele aangeleegenheid te kennen gegeeven, behelzende het welzijn van ons heele land en ons allen, Ik vinde dus van mijn pligt te zijn, om uwelEd: Gestr: Gr: achtb: daar van in eerbied kennis„ se te geeven, gelijk ik zulks doe bij deezen, maar dog om de waare gesteldheijd van de zaak, en wa t eijgent„ lijk is, en hoe 't aan malkander hangd, om aan uwelEd: Gestr: Er: achtb: schriftelijk bij deezen te melden, vind ik niet raadzaam, alzoo ik bevreest ben, dat indien iets daar van rugtbaar word, dan veele onheijlen zul„ len kunnen ontstaan, en alles in repen voer koomen, Wel Edele Gestrenge Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer. eer e eer en bevoorens menagter de geheijmen zal kunnen koomen, om de waarheijd te konnen weeten, daarom devrijmoedige ik mij uwel Edele Gestr: Groot Achtb: te vraagen, of hoogst dezelve niet raadsaem oor„ deelt, dat ik ten eersten naa derwaards moet overkoomen, om uwelEd: Gestr: Groot achtb: monde„ lings de zaeke te openbaaren: mij dunkt dat de zaeke van veele importantie is, als dat men die on„ verschullig zal konnen laaten passeeren, maar ze dient nogthans voor eerst zeer geheim gehouden, te worden tot voorkooming van alle onheilen, daar„ om bed ik ook uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: zeer oot„ moedig om deezen brief ten eersten te willen aan stukkend scheuren, op dat niemand, wie 't ook mag zijn eenige lectuur daar van kanerlangen. In„ dien uwel Ed: Gestr Groot achtb. mogte oordeelen dat noodzaakelijk zijn zal, dat ik naander„ waards moet overkoomen, dan bid ik uwel Ed: Gestr: Groot achtb: zeer needrig, om mij bij een Comp:s brief te opentbieden, en teffens naa Putti„ lang aanteschrijven en te ordonneeren, dat 50. goede koelies aldaar in gereedheijd moogen worden gehouden ter mijner dispositie, om zoo dra ik aldaar koome, de zelve 828. zeselve tot mijne verdere reijse kan neemen. Someede een sannas te laaten afgaan, dat ik onder weegen het benoodigde kan bekoomen, tot mijne spoedige rijze heen. Terwijl ik overigens onder afwagting van uwelEd: Gestr: Groot achtb: g'eerd spoedig antwoord hier op de hooge eere aanmaatige, van met de meeste eer„ bied en uijtterst respect mij te noemen (:onderstond:) wel Edele Gestrenge Groot achtb: Hoog gebieden, de Heer, uwelEd: Gestr: Groot achtb: Gantsch on„ derdaanige en trouwschuldigen Dienaar /:was ge„ „teekend:/ D: D: van Ranzou /:in margiene:/ Ma„ „naar den 12. Iunij A=o 1789. Accordeert. Ge Dijbrands VEgklerk L: V: D:Linde Nagezien No. 8.

NL-HaNA_1.04.02_3838_0183 view scan ↗

English

829. Today, the third of August A:o 1789, I, Benedictus Lambertus van Zitter, Merchant and Secretary of Police, upon the summons of the Right Honorable Willem Jakob van de Graaff, Ordinary Councillor of Dutch India, Governor and Director of the Island of Ceilon, with its dependencies, proceeded to the Government House, and there found with His Honour the titular Merchant and Chief of Manaer, the Hon. Daniel Ditlof Graave van Ranzon, and the Roman priest of Manaer, Francisco Rodrigo, of whom the first-named, at the requisition of the aforementioned Lord Governor, declared to me, the Secretary: That the aforesaid priest had been with the Hon. declarant on several occasions to speak about the loss of some goods which he had given in safekeeping to a widow de Bont, That upon one of these occasions, in the month of June last, the priest had requested the Hon. declarant to speak with him in private, as he was in duty bound to reveal an important secret to His Honour. That the Hon. declarant having thereupon led him into a room, the priest, after first looking around and then asking whether he could be overheard by anyone, upon the assurance that he could speak freely, had made known to His Honour: That when he, the priest, was here in Kolombo in the month of February of this year, the Father Superior of Ceilon, Gabriel Pacheco, having taken him aside, had secretly made known to him that the French, in the month of October or November, would make an attack on Ceilon to take away Trinquenemale; that it would be good if the French obtained the country, because they, the priests, would then have greater freedom, and the inhabitants would then also be freed from all lord's services, poll taxes, and other burdens, and that therefore each priest in his district must try to dispose the inhabitants, when the French came, to defect from the Company and join them. That besides him, the priest, the priests of Kalpettij and Nigombo also had knowledge of this secret, because the Superior had gone in person to both of those places to speak with the said priests, and that he thinks that the Superior had given a commission to those priests to treat concerning that matter at Manaer and Kaliture, because after this journey of the Superior, the Nigombo priest had been to Kaliture, and the Kalpettij priest to 830. Manaer, where he otherwise had nothing to do, and had also stayed only one day; that he certainly thought that the Jaffana priest was also in on this secret, but that he did not know it with certainty. That he, the priest, maintained that the Superior must have been persuaded to this conduct by a Roman priest, also a native of Goa, who had arrived about two and a half years ago on a French ship, and during his presence at Kolombo had great intercourse with the Superior; that that priest was the same man who had since plotted a treason to deliver Goa over to Tippoo Sultan; and that the Lord Governor would perhaps know him, and thereby remember with whom he had most associated here. That the Hon. declarant, having heard everything, had said to him, the priest, that he would give notice of his discovery to the Lord Governor, and that the priest had thereupon declared to have nothing against it, requesting however that his name might be concealed, because at the conversation of the Superior with him, the priest, no one had been present and he consequently could not prove it, besides which, if it came out that he had revealed the matter, his life would no longer be safe, neither among the black nor among the white Roman Catholics on this Island, and that also the French, if they became masters of the country and learned that he had disclosed the secret, would cut his throat. That the repeatedly mentioned priest had since been to the Hon. declarant another three or four times, and had each time repeated his aforesaid story, and finally, upon the question of His Honour whether he spoke the truth and whether His Honour could proceed upon it to give notice thereof to the Lord Governor, or whether he had perhaps fabricated this and that out of hatred or envy against the Superior, replied that everything contained the truth, and that he had no reason to bear hatred or envy toward the Superior, requesting, nevertheless, that the Hon. declarant would not give notice of the matter by letter, but rather make a trip to Kolombo to speak with the Lord Governor in person, because the letter might perhaps fall into the wrong hands. That the Hon. declarant, in accordance with the priest's prompting, having requested and obtained leave from the Lord Governor to come over hither for a short trip, summoned the repeatedly mentioned priest to him, made known to him the leave obtained, and thereby further asked whether he persisted in his revelation

Dutch transcription

829. Heden den derden augustus A:o 1789. heb ik Benedictus Lambertus van Zitter, C:l koopman en sekretaris van politie, op de ont= bieding van den wel Edelen Groot achtbaaren Heer willem Jakob van de Graaff, Raedondi nair van Nederlands Jndia Gouverneur en direkteur van 't Eiland Ceilon, met dies onder- hoonigheeden, mij na 't gouvernement begeeven, en aldaar bij zijne Edele gevonden den tit: koop man en opperhoofd van Manaer, de E: Daniel Ditlof Graave van Ranzon, en den Room- schen priester van Manaer Francisco Rodri go, waer van de eerst genoemde, ter requi sitie van wel gemelden Heer Goeverneur, aan mij secretaris declareerde: dat voorm: priesten een en andermael bij den E: declarant was geweest, om over het verlies van eenige goederen, die hij aan eene wed:e de Bont in bewaering had gegeeven, te spreeken, Dat hij priester bij eene van die geleegend— heden, in de maand Junij JoE, den E: de- clarant had verzogt hem eens apart te mogen spreeken, wijl hij in gemolde ver- plicht. was, een gewigtig geheim aan zijn E: te ontdekken. dat de E: declarant hem daerop in eene kamer geleid hebbende, hij Priester na eerst rond gezien en vervolgens gevraegd te hebben, of hij van niemand konde belustend worden: op de verzeekering dat hij vrijelijk konde spreeken spreeken, aan zijn E: had te kennen gegeeven: Dat toen hij priester in de Maend Febr: dee„ zes Jaers, zich hier te kolombe bevond, de pater superceur van Ceilon Gabriel atheco hem eens apart genomen hebbende, in secre= „gegden ƒ „tesse aan hem had te kennen „ dat de franschen in de maand 8ber: of 9ber:, een gancal op Ceilon zouden doen om Jai Konomale weg„ teneemen; dat het goed waere dat de fran- schen 't land kreegen, wijl zij Priesters dan meerder vrijheid zouden hebben, en ook de ingezeetenen dan bevrijd zouden zijn van alle heeren diensten, hoofd gelden en andere lasten, en dat derhalven elk priester in zijn distrikt, de ingezeetenen moesten zien te disponeeren, om als de franschen kwamen van de Comp. af en hun toete¬ Dat behalven hij Priester, van dit geheim „ van nog kennis hadden de priestens „ kalpettij en Nigombo, wijl de superieur zich in per- zoon na beide die plaetsen hadden beyer„ ven, om gemelde priestens te spreeken, en dat hij deukt dat de superieur aan die priesters Commissie had gegeeven, om over die zaek op Manaer en kalture te handelen, wijl na deeze tocht van den superieur, de Nigombosche pemester na kaliture was geweest, en de kalpettische priester na vallen. Memoer 830. Manoer, daar hij anders niets te doen raden, en zich ook maer een dag opgehouden had, dat hij wel dagte, dat de Jaffanasche priester ook in dit geheim was, maar dat hij er had met ze„ kerheid niet van wist. dat hij priesten sustineerde, dat de supenieur tot dit gedrag moet zijn overgehaeld door eenen Roomschen priester, mede van goa geboortig die nu omtrent twee en een half jaar geleeden met een fransch schip was gekomen, en geduu= rende zijn aanwezen op Kolombo, groote om- gang met den superieur rad: Dat die prils„ ten dezelfde Man was, die het zedert een verraed had gesmeld, om Joa aan sipoe sul„ tan overteleveren; en dat de heer gouver neur hem misschien zoude kennen, en zich daer bij exinmeren met wien hij hier 't meest had verkeerd. Dat de E: declarant na alles aangehoord te . hebben, aan hem priester had gezegd, dat hij van zijne ontdekking aan den heer Gouver neur zoude kennis geeven, en dat de priester daerop had betuigd, daar niets tegen te hebben, met verzoek echter dat zijn naem mogte worden versweegen, om dat bij 't gesprek van den superieur met hem pniester, er nie- mand tegenswoordig was geweest en hij het mits dien konde bewijzen, behalven dat ook, als het uitkwam dat hij de zaek had ontdekt, zijn leven niet meer zeker zoude weezen, noch bij de swarte, noch bij de blanke blanke Rooms gezinden op dit Eiland, en dat ook de franschen, indien ze 't land, meester wierden, en vernomen dat hij 't geheim had geopen baard, hem den hals zouden afsuijden. Dat meerm: priester 't zedert nog drie â vier wijzen bij den E: declarant was geweest, en tel= kens zijn voorsch: verhael had gerepeteerd en eindelijk op de vwaege van zijn E:, of hij de waerheid sprak en of zijn E: daer op kon„ de aangaan, om er kennis van tegeeven aan den Heer Goeverneur dan wel of hij somtijds uit raat of uijd tegen den superieur, het een en ander had versonnen geantwoord, dat al„ les de waerheid behelsde, en dat hij geene reden had om den superieur haat of uijd toetedraegen, met verzoek, nochtans, dat de E: declarant van de zaek geen kennis bij brie ve wilde geeven, maar liever een tocht na Kolombo doen, om en den heer Goevenneur in perzoon over te spreeken, wijl de brief somtijds in verkeerde handen zoude kun nen vallen. Dat de E: declarant, ingevolge van des priesters aanreeeding, van den heer Goever- neur verlof verzogt en bekomen hebbende, om voor een springtogt herwaerts temoogen overkomen, den meerm: priester bij zich ontboden, het bekomen verlof aan hem bekend gemaekt, en daer bij nader gevraegd heeft, of hij bij zijne ontdekking bleef persistee= ren

NL-HaNA_1.04.02_3838_0187 view scan ↗

English

Whereupon the priest had insisted once more, asking the honorable declarant how his honor thought that the Lord Governor would investigate the matter, since there was no evidence? To which the honorable declarant having answered that the Lord Governor would know what to do about that: he the priest had thereupon submitted that in his opinion it would be best if the Lord Governor, in order to make no stir, were to send the superior with the priests of Nigombo and Kalpitiya to Tuticorin under the pretext of needing them there, and subsequently have them transported from there to Cochin, as the matter would then come to a halt, and the French also perhaps, noticing that the secret had leaked out, would abandon their intention, and that if everything ended quietly, the dispatched priests could be recalled in the month of January and restored to their posts: with the further urgent request that the honorable declarant would arrange that on account of this matter the other innocent priests might not be troubled, nor those of their religion be treated harshly. That the day before the honorable declarant's departure for this place, the aforesaid priest, coming to his honor, had further made known that in the month of April last a certain native of Goa had arrived at Mannar from Pondicherry, who subsequently went on to this place, and during his stay here had very familiar intercourse with the superior, after which, having given him some money, he had sent him to Tuticorin or somewhere else. That on the following evening, while the honorable declarant had some friends with him, the aforementioned priest had come to his honor again around eight o'clock, requesting to speak with him in private, and that having then stepped aside, the priest had further earnestly requested his honor to please ensure that his name was kept secret, as he would otherwise be compelled to deny everything and even under oath, because he could prove nothing. Thus done in the Castle of Colombo. Colombo, date and place as aforesaid. Signed: D. D. van Ranzow. Agrees: Wijbrands Egkbert Pompeus Examined. No 9 Today, the 3rd of August in the year 1789. I, Benedictus Lambertus van Zitter, provisional merchant and Secretary of Policy here, by order of the Right Honorable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the island of Ceylon with its dependencies, have presented in the Portuguese language to the Roman priest of Mannar, Francisco Rodrigo, the declaration made today before me by the Head of Mannar, the Honorable van Ranzow, with the specific inquiry whether that which the Honorable van Ranzow declared as having occurred between his honor and the priest had not taken place in such a manner? Whereupon he attested that everything the Honorable van Ranzow had declared was the pure truth and had essentially occurred in that manner between his honor and him, except that he had not advised his honor to make a journey hither, but rather not to write about the matter out of fear that the letter might fall into the wrong hands, and that thereupon the Honorable van Ranzow himself had said he would ask permission to come hither for a short trip; and that he had also not said that he would deny under oath what he had revealed, but rather that he would deny it if it came out that he had reported it. Subsequently, by order of the Lord Governor, the following questions having been put to the aforesaid priest, he answered as noted beside each question: 1. What conversation he had this evening with his honor upon his arrival at the government house? Answer: about the matter of which the declaration of the Honorable van Ranzow spoke. 2. Whether, upon his honor's inquiry as to what secret things he had revealed to the Honorable van Ranzow at Mannar, he did not first answer that he knew of nothing? Answer: Yes. 3. Whether, having thereupon been placed under oath by the Honorable van Ranzow, he did not confess to having told his honor that when he was here in the month of February, the superior, having taken him alone into a room, had said that the French would come in October or November to capture Trincomalee, and that he must then prepare the people to join the French, because the priests would then be better off and the people also be relieved of all corvée labor and taxes? Answer: Yes. 4. Whether subsequently, when the Lord Governor asked him at what time the superior had spoken to him about it, he had not requested permission to say something in secret, and thereupon asked for forgiveness for having engaged in lies, because of all that he had revealed, nothing was true; but everything was fabricated out of hatred against the superior in order to have him removed from his post? Answer: Yes. Thus done at the Government House, date as aforesaid. Signed: I. Fran. Rodrigo Agrees: G. Wijbrands Egkbert Examined: Fretz No 10.

Dutch transcription

831. ren ? waerop de priesten het nogmaals staen„ de gehouden had, met afvraege aan den E: declarant, hoe zijn E: dagt, dat de Heer Goeverneur de zaak zoude onderzoeken, wijl en geene bewijzen waren ? dat de E: de„ clarant daerop g'antwoord hebbende, dat de Heer Goeverneur daer raed toe zoude weeten: hij priesten daarop hadde gediend, dat het naer zijne gedachten best zoude zijn, indien de Heer Joevenneur, om geene beweegingen temaeken, dan supenieur met de priesters van Nigomoo en Kalpettij, onder pretext van hun op Jutukorijn no„ dig te hebben, na derwaards verzond en vervolgens van daar na koetsiem riet trans„ porteeren, wijl de zaak als dan zoude blijven steeken, en de franschen ook mit- schien, merkende dat het gereim, was uitgelekt, van hun voorneemen zoude af- zien, en dat indien alles stil afliep, de verzondene prieftens in de Maand Janu: konden terug genoepen, en weder in hunne posten hersteld worden: met instantig verzoek wijders, dat de E: declarant wilde bewerken, dat om deeze zaak de andere onschuldige prieffens niet mog„ ten wonden gemoeijd, noch die van hunne religie hand behandeld worden. Dat 'sdaags voor des E: declarant ver= trek na herwaerds, de voorsz: priester bij bij zijn E: komende, nog had te kennen gegeeven, dat in de maand april Jz: van pondichenie te Manoer was aan gekomen zeker inboorling van Goa, die zich vervolgens na herwaerds had be„ geeven, en geduurende zijn verblijf alhier, een zeer vertrouwelijk omgang met den superieur gehad heeft, waerna hij hem eenig geld gegeeven hebbende, na Tutukorijn of ergens anders had ver- zouden. Dat des avonds daerop, terwijl de E: declarant eenige vrienden bij zich had de meerm: priesten nogmaals tegens acht uuren bij zijn E: was aangekomen verzoekende met denzelven een apart te spreeken, en dat re toen ten zijden gegaan zijnde, de preester zijn E: na= „ der ernstig had verzogt, om toch te willen zorgen dat zijn naam wond versweegen, wijl hij anders genood zaakt zoude zijn, alles te ontkennen en zelfs onder Eede, om dat hij niets konde bewijzen Aldus Gepasseert in het Casteel Kolombo . 832. Kolombo, dato en ter plaetse voormeld /:was getekend) D: D: van Ranzon. Akkorbeert Dijbrands Vegklert Pompais Nagezien „ No 9 833. Heden den 3. Augustus Anno 1789 Heb ik Benecictus Lambertus van Zitter p:l koopman en secretaris van Politie alhier, ter ordre van den wel Edelen Groot achtb: heer Willem Jacob van de Graaff„ raad ordinair van nederlandsch Jndia Gouverneur en direc„ „teur van het Eijland Ceilon, met dies onderhoorigheeden, aan den Roompschen Priester van Manaar Francisco. Rodrigo, in de portugusche taal voorgehouden, 't op heeden door 't Mannaars opperhoofd de E: van Ranzou voor mij afgelegd declaratoir, met speciaale afwaage, of het geen de E: van Ranzou, als gebeurd tusschen zijn E: in ten Priester, declareerde, zich niet zoodanig hadde toe gedragen? waar op hij betuijgde, dat alles wat de E: van Ranzou had gedeclareerd, de zijvere waarheid was in wezentlijk zodanig tusschen zyn E. in hem was gepas„ „seerd, behalven dat hij zijn E: niet had aangeraaden om een tocht na herwaards te doen, maar wel om over de zaak niet teschrijven, uijt bedugting dat de brief in verkeerde handen mogte komen, en dat daar op de E: van Ranzow zelv had gezegd, verlof te zullen vragen om voor een sprintogt herwaarts tekomen; en dat hij ook niet had gezegd het geen hij ontaekt had onder eede te„ zullen ontkennen, maar wel dat hij het ontkennen zoude, zoo het uijtkwam dat hij het had aan„ „gebragt. vervolgens antwoord Ja antwoord Ja Gouverneur aan voorm: Vervolgens. ter ordre van den heer Priester de volgende vraagen gedaan zijnde, heeft hij geantwoord als besijden elke vraag staat aangetekend. antwoord om de zaak waar wat geprek hij heden avond, bij zijne komste in 't gouvernement, met zijn van 't diclaratoir van den E: van Ranzou sprakt edele heeft gehad. of hij op zijn edeles vraag, welke geheime dingen hij te Mannaar aan den E: van Ranzon had ont„ acht, eerst niet heeft geantwoord dat hij van niets wist op hij daar op, door den E: van Ranzou ter eede gesteld zynde, niet heeft be„ „kend aan zin E: te hebben verhaald, dat toen hij in de maand februarie hier was, de superieur hem alleen in een kamer genomen hebben de had ge„ Legd, dat de franschen in 8ber: of 9ber: zouden komen om Trinkono„ „maale wegtenemen, en dat hij als. dan 't volk moest disponeeren, om zich bij de Fransen en tevoegen, wijl 2. 3. 834. antwoord Ja wijl de priesters het als dan beter zouden hebben, en ook 't volk ont„ last worden van alle heerren diensten en belastingen of hij vervolgens, toen de Heer Gou„ verneur hem vroeg, op wat tyd de superieur hem daar om had gespro„ „hen niet had verlof versogt, om iets in secretetse temogen zeggen, en daar op verschooning versogt dat hij zich met leugens had opgehouden, wijl van al het geen hij had ontdekt, niets waar was; maar alles uijt haat tegen den superieur gesengeerd, om hem uijt zyn post te doen ligten Aldus gepasseert in 't Gouvernement dato voorschreven /:was getekend:/ I. Fran: Rodrigo Accordeert G Wijbrands Egkeerk wijl 4. Nagezien Fretz No 10.

NL-HaNA_1.04.02_3838_0195 view scan ↗

English

835. The priest Pacheco, being examined on the adjacent questions, declares: Whether he, the priest Gabriel Pacheco, had not been to Nigombo and Kalpettij in the month of February or March, and also whether he had not intended to go to Manaar. To what end he had been to those two places, since priests were stationed there, and why and for what reason. Whether he, while staying at Kalpettij, had not sent the priest of Kalpettij to Manaar, who nevertheless had nothing to execute or settle there. What he therefore had to perform in Manaar, since Manaar at that time had its own priests. That having been appointed by the mission of Goa as priest superior on this island of Ceylon, with the charge to administer the sacrament of confirmation to a person across the entire island, he had excused himself from this charge because his sickly condition did not permit him to take this charge upon himself; but that orders had again been given from Goa that he must accept the services entrusted to him, and that for this reason he found himself obliged to comply with the orders of his superiors as far as his physical condition would allow; that last December he set out on a journey with the intention of traveling on to Trinconomale and administering the confirmation to the congregation there, but that his illness became so much worse on the journey that it was not possible for him to travel further than Kalpettij, and that for that reason he returned from there to Kolombo; and that he did not send the Kalpettij priest to Manaar, but that this priest, whose district extends as far as Mantotte, has been there from time to time in accordance with his duty. Pacheco declares further to have learned that the said priest of Kalpettij went to Manaar without his permission, wherefore he had intended to reprimand him on occasion. Whether the priest of Kalpettij did not have a dispute with the Bengali priest on the occasion of passing the first Bengali priest; if so, about what and why this arose. Pacheco says he heard this concerned an insulting remark made by one priest to the other's servant, which was of no consequence. Whether he, priest Pacheco, when the Kalpettij priest returned from Manaar to Calpettij, had not then returned to Nigombo and sent the Nigombo priest with a secret commission to Kalture. To what end he had done so, and why the said priest had to depart for Caluture, since at that time a priest was also stationed there. Pacheco says: that he sent a priest from Nigombo and one from Kolombo to Kaltere to administer the sacraments, because the priest there was a capricious man who, on account of trifles, refused people confession and communion when he was in a bad temper. Whether about 2 to 2½ years ago a priest, being a native of Goa, had not come here from Europe and departed via Tutucorijn for Goa. Yes, that this man had crossed over by ship to Galle, but the ship had sailed away without waiting for him, and that he had then come to Kolombo and shortly thereafter departed by sloop for Tutucorijn. 836. Whether he, Pacheco, did not then maintain and live in very secret intercourse with the said priest. Whether the said priest had not then proposed to him to incite our Roman Catholic subjects to a rebellion against the Company, in the event that the Company should happen to become involved in a war with the French. Whether the said priest had not advised him to maintain correspondence in that regard with the government of Pondicherry. Whether he had not done so from that time onward, and whether the said government had not since written to him and requested him to execute the proposal of the arrived priest. That this priest lived in friendship with him, Pacheco, and all other priests, and was well received by all as a stranger, a colleague, and a man of much understanding and experience, who related in detail the war over America and all the subsequent wars between the English and the French, the Spaniards, and the Dutch; but that he said nothing that could be detrimental to the Dutch nation, and much less to encourage the Roman Catholic subjects against the Company. Whether he had not then, in the past month of February, made this proposal to some of his confreres, such as to the priests of Nigombo, Calpettij, Manaar, and Jaffana, namely that each of them should endeavor to bring the congregation of which they were priests into rebellion against the Honorable Company, if in the coming month of October or November the French should attack us to capture Trinconomal, with the promise to those congregations that, because they are currently too much oppressed, they would then be discharged from all feudal services, leases, and further dues that they currently must perform and pay. Pacheco says that for 4 to 5 years he has not seen or spoken to the priests of Jaffana; that he has never spoken with any priests or anyone else about anything that could serve to the detriment of the Company, and much less to incite the subjects against the Company; and that he was also never solicited to this end by anyone; that he even had very little to do with the French gentlemen, because they were very bad Christians, of whom he had not yet seen a single one go to confession; adding further that he had more esteem for the Reformed than for the French, whom he had very often seen and heard mocking their own religion, which he had never seen from the Reformed.

Dutch transcription

835. of hij priester Gabriel Pacheco de priester pacheco op de nevenstaande vragen onderhouden zijnde verklaad niet in de maand februarij of dat hij door de mission van Goa aangesteld zijnde tot preester superieur op dit eijland maart na nigombo en kalpettij Ceijlon met last om een persoon het „sakrament van het vormsel over 't is geweest en ook niet. voorne„ geheele Eiland te bedienen zich van deesen last g'exkuseerd had wijl zijnen ziekelijken toestand hem niet toeliet om „ mens was Geweest na Manaar deese last op zig tenemen, maar dat op nieuw van goa was last gegeven dat hij de hem opgedragene diensten moet Tot wat einde hij na die twee aannemen en dat hij zig uijt dien hoofde verpligt heeft gevonden maar de beveelen plaatsen is geweest alsoo dog van zijne superieunen te voldoen fo veel zijn lighaams gesteldheijd dit zoude daar priesters lagen en toelaten dat hij op xber: laast zig op rijs heeft begeeven met het oogmerk waarom en uijt wat reeden. om tot trinconomale voor te rijsen en over aldaar waaom de gemeente waeren het formeel hij te kalpettij verblijvende te bedienen maar dat zijne ziekte op de reijse zo zeer vreagert was dat 't hem niet mogelijk is geweest om verder, de kalpettijsche priesters dan tot kalpettij te rijsen en dat hij uijt dier hoofde van daar na kolombt is terug de halpettise priester niet heeft na manaar had gezonden. gekeert en dat hij ^ na manaar gesonden dog dat deede priester welks distrikt die dog daar niets te verrigten tot mantotte toe gaat volgens zijn pligt van tijd tot tijd daar is geweest nog uitstaande had. verklarende wijders pacheco vernomen. te hebben dat de gemelde priester van Wat hij dus te manaar heeft Kalpettij zonder zijn verlof is te ma„ naar geweest waaren hij voorgeno„ moeten verrigten also dog „men had hem bij gelegentheijd te bestraffen. Manaar ter dier tijden hunne priesters hadden. of de kalpittysche priester geen verschil met de bengaalse priester ter gelegentheijd de te gaan Bacheco zegt dit gehoort te hebben ^over een ^salijkisch gezegde van den eenen priester voor des anderen dienaar 't welk van geen waarde was. eerste Pacheco zegt: een priester van of hij priester pacheco toen de nigombo en eenen van Kolombo Kalpettische van Manaar na na Kaltere te hebben gezonden Calpettij is terug gekomen hij om de zakramenten te bedienen toen niet na nigombo waste wijl de preester aldaar een rug gekeert en de nigombosche guillig man was die om beuzelingen de menschen priester niet met een geheijme de biegt en het avondmaal Commissie na kalture gezond weijgerden als hij niet wel had gehumeert was. Ia dat deese man met een schip of voor 2 â 2½ Jaaren te Egale overgekomen was zijnde niet een priester zijnde een het schip was weggezeijlt zonder goasche kind uijt Europa na hem te wagten en dat hy hier was gekomen en over toen na kolombo was gekomen. tutucorijn na Goa vertrokken en kort daar na met een sloep na tutucorijn vertrokken Waes: Tot wat eijnde hij zulx hadde gedaan en waaren gem: pries „ter na Caluture had moeten vertrekken alsoo dog ter dier tijd daar ook een priester eerste Bengale passeerde gekree „gen had so Ia waar over en waar om zulx was ontstaan. lag 836. dat deese priester met hem pac„ of hij Pacheco toen met gem: hoco en alle andere priesters in priester niet in een seer ge„ vriendschap geleeft heeft en door heijme zaamen leeven hadde allen wel onthaald is als een gehouden en geleeft. vreemdeling een ampt genoot en een man van veel verstand of gem: priester aan hem toen ondervinding die omstandig niet had voorgesteld om onse verhaald heeft den oorlog over roomsche onderdanen tot een merica, en alle de daar op ge„ opstand tegen DE Comp:e volgde oorlogen tusschen de te brengen ingevalle het engelschen en faanschen, de eens mogte gebeuren dat m spanjaarden en de hollanders. dEComp: met de franschen onde maar dat hij niets gesprooken heeft het geen de hollandsche in oorlog raakten. de naatsie konde benadelen en of gem: priester hem niet hadde prieeel minder om de roomsche aangeraaden om met het onderdanen tegen de komp: aan„ pondecherische gouvernement te moedigen dier derweegens Correspondentie te houden of hij van dien tijd af zulx niet gedaan had en of het gemelde gouvernement zedert aan hem niet had geschreven en verzogt de propositie van de aangekomene priester te volvoeren een Pacheco zegt dat hij sedert 4 à 5 of hij toen in de maand februar Jaaren de priesters van Iaffana passato deese propositie niet gezien of gesprooken heeft niet hadde gedaan aan dat hij nimmer met eenig pries„ eenige van zijne Confraterd „tersf net iemand anders iets als aan de priesters van gesproken heeft het geen tot be„ nigombo, Calpettij, Manaar „nadeling van de Kompanies zoude kunnen worstrekken en veel en Jaffana namelijk dat minder en de onderdanen tegen ieder van hen de gemeente de komp: op te zetten en dat hij waar van zij priester waar ook nimmer door iemand hier toe is aangezogt dat hij zelfs zoude tragten tot een opstan heel wijnig zig met de fransche tegen D' E: Comp: te brengen heeren had opgehouden wijl als in de maand 8ber: of zij heel slegte Christenen waeren waar van hij ew nog geen een had November aanstaande de zien biegten voegende en verder franschen ons mogten bij dat hij meer agting had voor de gereformeerde dan voor de attakeeren om trin Conomal franschen die hij heel dikmaals weg teneemen met belofte over hunnen eigen godsdienst aan die gemeintens dat had zien en hooren spotten 't welk hij van de gereformeerden wijl zo tans te veel nooit gezien had. onderdrukt worden zij dan van alle heeren diensten pagten en verdere geregtigheeden, die te tans doen en betaalen moeten ontslagen sullen worden. of

NL-HaNA_1.04.02_3838_0199 view scan ↗

English

837. whether the priest of Calpettij, Nigombe, Kalture, Jaffana, and Mannaar had not agreed to do so, and whether to that end he had not sent the priest of Calpettij to Manaar and that of Nigombo to Caluture; whether he had not, since that time, regarding this intended revolt, maintained and still maintains a secret correspondence with the government of Pondicherij; whether some French gentlemen who are here, and also some servants of the Company both here and at Jaffana and Trinconomale, have not treated together with him regarding this conspiracy and strongly encouraged him to that uprising and had knowledge of the matter; whether in the middle of April last, a person under the name of Anthony Soese Dorisoor, who was dispatched by the government of Pondicherij via Manaar, did not come to him in person with secret letters from the said government; whether the said man did not live with him for some time, receive money from him, and was again sent away quietly and secretly; Pacheco says that he can recall nothing of the sort, that he only remembers that around that time, via Tutucorijn, a poor man who appeared to be a very pious man came to Kolombe, claiming to have suffered shipwreck and to be a countryman of his, and that he gave this man, who asked for assistance, food for one afternoon and also assisted him with some money; that this man subsequently stayed for some time with the priests of Kolombo and Gale and then departed, without him hearing anything further from him. whether he had not, in order to get the poor innocent congregation into his hands for the execution of his illicit intent, distributed a sum of money among the Chittijs of Kolombo under the pretense that it was a gift that the late Captain Berskij had intended for the poor by will, in order to keep the matter secret in that manner. Pacheco says that he had the money distributed among the poor of Kolombo which had been handed to him for the same purpose by the executor of Captain Berskij. 838. Agrees Dijbrands First Clerk Examined Supke No. 11. 839. Translation of a Latin letter To the most excellent, illustrious, and Noble Lord Governor of Ceilon, the very worthy Willem Jacob van de Graaff. Most excellent and Illustrious Lord! Fulfilling to the best of my ability the very just orders of your most excellent Nobility, I arrived after five days at this town of Tutukorijn, and amid many marks of honor which I received from Mr. Melhern, head of this place, I also learned the reason why I have justly been sent here by your excellent Nobility. All the reasons which not only defend my innocence, but can also fully prove my love and loyalty to the very Noble Dutch Company according to my oath, which I have taken repeatedly at Kalpettij and Jappena, I have set forth in brief before the same Mr. Melhern. And although I do not wish lightly to judge anything evil against my brothers and others of my neighbors, I surmise nevertheless, most Noble Lord, that the strictness of justice which I had to exercise toward my aforementioned brothers and subordinates, and the loyalty toward the Noble Company whose rights and orders I fully wished to remain inviolate, are the reasons why I suffer, wherefore I humbly request and earnestly pray to be allowed to lay out all my reasons in the worthy presence of your most excellent Nobility and defend my innocence. And while I hope that the great God, who never despises the supplications of the poor and has never abandoned a miserable person, will very favorably incline the pious dispositions of your excellent Nobility toward me and make you merciful, I pray to the same great God that he will preserve your excellent and Noble person, and his entire illustrious family, from all disasters. And finally, while I write this letter with a troubled heart and trembling hands, I pray that any disrespect and any error, if I should have committed any in this, may be kindly accommodated and attributed to my ignorance and troubled mind. Was signed: Most excellent, Illustrious, and Noble Lord, your most excellent Nobility's very humble and very loyal subject, signed, Gabriel Pacheco. Agrees Hyjbrands First Clerk D. V. D. Linde Examined No. 12. 840. To the Right Honorable and Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Island of Ceilon and its dependencies, etc., etc. Right Honorable and Highly Esteemed Lord! In compliance with the Kolombo resolution of the 14th of this month, the undersigned have caused the Roman priest Father Francisco Rodrigo, arrested by the Civil Jailer, to appear in the Political Council Chamber, and have distinctly presented to him every sentence of the declaration made on the 3rd of August past at the Government House by Count van Rantzow, titular merchant and head of Manaar, in the presence of your Right Honorable and according to the record thereof kept by Mr. B. L. van Zitter, merchant and Secretary of Political Affairs, and delivered to us; expressly inquiring whether he, the priest, still persisted in its essential content, as he had already done according to the further note kept on the same day by the said Mr. Secretary. The priest declared upon this that, in general, in the declaration of Mr. van Rantzow more arguments were given than he could recall that

Dutch transcription

837. of de priester van Calpettij, Nigombe, kalture, Jaffana, & en mannaar, niet aangeno„ „men hadden zulx te doen en of ten dien einde hij ook. priester van Calpettij niet na Manaar gezonden had en die van nigombo na Caluture of hij zedert dien tijd weegens. deese voor hebbende revalte niet in een geheijme Corres„ „pondentie met het gouver„ „nement van Pondicherij hadde gehouden en tot nog houd. of niet eenige fransche Heeren die hier zijn en ook eenige Comp:s dienaren so hier als te Iaffana en tainConomale met hem van deese Consperaatsie te zaemen handelt en hem tot dien opstand seer anmoedigen en van de zaak kennisse draagen of of in medio april laastleeden Pacheco zegt dat hij van iets ^ in niet ^ persoon onder de naam diergelijks zig niets kan te binnen brengen dat hem alleen voorstaat van anthony soese dorisoor dat omtrent dien tid over tutu„ die van het gouvernement „ Corijn een arm man die zig als een, zeer, vroom man vertoonde van pondicherij was afge„ te kolombe is gekomen voorge„ zonden over manaar bij „vende schip breuk te hebben hem niet was gekomen geleeden en een landsman van met geheime brieven hem te weesen en dat hij deeze man die om een onderstandvroeg van Gem: gouvernement. een middag te eeten heeft gegeven of gem: man niet een tyd en ook met eenig geld bij gestaan lang bij hem gewoont hebben dat deese man zig vervolgens eenigen tijd bij de priesters van „de van hem geld hadde Kolombo en gale opgehouden ontvangen en weeder stiltjes hebbende vertrokken is zonder en geheijm was weg gezonden dat hij verder iets van hem ge„ „hoord heeft. geworden of hij ook niet om de de arme Pachoca zegt dat hij onder de onschuldige gemeinte aan zijn armen van kolombo heeft laeten hand te krijgen ter uitvoering uitdeelen het geld 't geen hem van zijn ongepermitteerde tot het zelfde einde door den teijt onder de Colombose executeur van Kapitein Berskij was ter hand gesteld. Chittijs een Somme geld had uijtgedeelt, onder de naam dat 't een gifte was die de heer Capitain Berskij /Z: aan den armen per testament hadde 838. hadde toegedagt, om op die wijse de zaak geheijm te houden. Akkordeert Dijbrands VEiklerk Nagezien Supke No. 11. 839. Translaat van een latijnsche brief Aan den zeer voortreffelijken, door„ luchtigen en Edelen Heer opperbe„ stierder van Ceilon den zeer waar„ „digen Willem Jacob van de Graaff. Seer voortreffelijke en Doorluchtige Heer! Na mijn vermogen voldoende aan de zeer rechtvaer„ „dige bevelen van uwe zeer voortreffelijke Edelheid ben ik na vijf daagen aan deeze stad Tutukorijn gekomen, en onder veel eerbewijzingen, die ik van den heer Melhern opperhoofd van deeze plaats heb ontvangen, heb ik ook vernomen de oorzaak waarom ik door uwe voortreftelijke Edelheijd billijk hier ben gezonden. Alle de reedenen, die niet alleen mijne onschuld verdedigen, maar ook mijne liefde en getrouwheijd aan de zeer Edele Hollandsche kompenie volgens mijnen Eed, welke ik te kalpettij en Jappena een en andermaal heb afgelegt, volkomen bewijzen kunnen, heb ik in het breve voor denzelven Heer Mekeuw open„ „gelegt. En hoewel ik niet ligtvaardig iets kwaads tegen mijne broeders en anderen van mijnen naasten oordeelen wil, gisse ik echter zeer Edele hier, dat de rechtheijd van Justietsie, die die ik omtrent evengemelde mijne broeders en onderhoorigen heb moeten oeffenen, en de getrouw „heijd omtrent de Edele kompenie welks regten en beveelen ik volkomen heb gewild, dat ongeschonden zouden blijven, de oorzaaken zijn, waarom ik lijde, waarom ik ootmoedig verzoeke en kragtig bidde, om alle mijne reedenen in de waardige tegenwoordigheijd van uw Ed: voortreffelijke Edel„ „heid te mogen openleggen en mijn onschuld ver„ „dedigen. En terwijl ik hoope, dat de groote God, die de smeekingen der armen nooijt veragt en nooijt eenen ellendigen verlaaten heeft, de zeen Godvaugtige genegenheeden van uwe voortreffelijke Edelheijd zeer gunstig tegen mij zal buijgen, en barmhertig maaken, bidde ik denzelven grooten God, dat hij uw Ed: voortreftelijke en Edele perzoon, en desselfs geheele doorlugtige familie voor alle rampen wil bewaaren. En eindelijk, terwijl ik met een beroerd hart en beevende handen deezen brief schrijve, bid ik dat de on„ „eerbiedigheijd en allen misslag, zo ik in deeze eenige mogte hebben begaan, genegentlijk mag worden ingeschikt en toegeschreeven aan mijne onwetenheyd en beroerd gemoed . /:onderstond:/ zeer voortreffelijke Doorlijchtige en Edele Heer uw E: voortreffelijke Edelheids zeer nedrige en zeer getrouwe onderdaan /:get:/ Gabriel Pacheco Akkordeert Hyjbrands Eyklerk DV: D Linde Nagezien No 12. 840. Aan den welEdelen Groot Achtbaaren Heer Willem: Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlandsch India, mitsgaders Gouverneur en Directeur van 't Eiland Ceilon en dies onderhoorigheeden &:a &:a Wel Edele Groot Achtbaare Heer! In voldoening dea kolombosche resolutie van den„ 14. deezer, hebben de teekenaaren, ter Politieke Raad kaamer doen verscheijnen, den bij den Cipiea Civiel gearresteerden Roomschen Priester P: Francisco Rodaigo, en hem ieder zin van het declaratoir, den 3. aug:s pass:o door den Heer Gaave van Rant„ zon, tit:r koopman en opperhoofd van Manaar ten Gouvernemente, in tegenwoordigheid van uw Ed Groot Achtb: en naar luijd der aanteeke„ ning, daar van door den Heer B: L: van Litter, koopman en secretaris van Politie gehouden, gepasseerd en ons ter hand gesteld, distinctelijk voorgehouden: onder expresse afvraage, of hij Priester als noch bij dies weezendlijke, contenue„ bleef persisteeren, zoo als hij, blijkens de ten zelfde daage, door gem: Heer secretaris nog nader gehoudene notitie bereeds gedaan had. Hij Priester heeft hier op gedeclareert, dat over„ het algemeen bij het declaratoir van den Heer van Rantzoue meer raisonnementen opge„ geeven waaren, dan hij zich konde herinneren dat

NL-HaNA_1.04.02_3838_0208 view scan ↗

English

that they had indeed been held in such a manner, as among other things, that he had spoken of no other priests than of the superior alone; he had conferred with Mr. van Rantzow about certain facts in a conjectural manner, nor had he said, as among other things is stated in the declaration, that his life was uncertain if it should be known that he had disclosed the matter; Mr. van Rantzow had himself made these considerations and said much on those occasions, and in this declaration, as it appeared to him, had intentionally held back, and he himself might easily have made a slip of the tongue now and then: nevertheless, he again fully confessed to having made the main thrust of the accusation, and exactly as was stated in the articles ve 4. of the aforementioned further note. We then earnestly admonished the priest to state to us the true motive and what had genuinely moved him to denounce to Mr. van Rantzow matters of such great weight and dangerous consequences; to this he said that the Father Superior had written to Goa regarding many matters to his detriment, and when he had even spoken with him about it, demonstrating that nothing stood to his disadvantage, and that those of Goa would nevertheless defer belief to his writing, all these representations had been able to effect nothing with this superior, and had been answered by him in an unreasonable manner; he had then, through human weakness, proceeded to fabricate and make accusations of the crimes contained in the aforementioned declarations, but that he assured us in truth that everything was false and an invention of him alone, without anyone knowing of it or being an accessory thereto. He finally begged that they would request Your Right Worshipfuls not to punish these outgrowths of his vindictiveness and heartache according to the law, but to prefer clemency before rigor. We trust hereby to have complied with the intention, and remain, with all due high esteem. Below stood: Right Honorable and Right Worshipful Sir, Your Right Worshipfuls' humble servants. Was signed: I. Reintous and I: A: Vollenhove. In margin: Kolombo, 18 7ber: 1789. Agrees. Sybrands Sworn Clerk Examined Pompouis: No 13. The Hague To the Honorable Worshipful Lords Directors of the Assembly of Seventeen authorized for secret matters Honorable Worshipful Lords! With the ship Trinconomale, we had the honor to receive Your Right Honorable Worshipfuls' highly esteemed missive of 13 9ber: 1788., with the annexes belonging thereto. We humbly beg pardon that we were mistaken in thinking that signals might be given to the chartered ships. We were ignorant of the order issued and shall not do it anymore in the future. We present herewith to Your Right Honorable Worshipfuls two receipts from Captain Ari Simonse Koek and Harmanus Driesman, commanding the now departing return ships Huijsduijnen and Trinconomale, for the receipt of 2 regular and 2 separate secret orders and signals, for the return ships departing from Cailon after the first of December 1789, sent to us by Your Right Honorable Worshipfuls. The remaining 2 sets of these orders and signals, being no longer needed, are returned unopened enclosed herein. We commend Your Right Honorable Worshipfuls to the protection of the Almighty and remain with all high esteem. Below stood: Honorable Worshipful Lords! Your Right Honorable Worshipfuls' obedient servants. Was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: T: Fretz, A: Samlant and J: A: Vollenhove. In margin: Kolombo, 27 Januarij 1799. Agrees. Sijbrands Sworn Clerk Examined Verwitsz [illegible] Zeeland To the Honorable Worshipful Lords Directors of the General Netherlands Chartered East India Company for the aforementioned Chamber Honorable Worshipful Lords We hope that our respectful letter of 12 9ber: past, dispatched with our early ships the Arend and the Zaanstroom, which departed from Gale on the 17th thereafter, with the one consigned to the Chamber of Amsterdam, will be delivered in due time to Your Right Honorable Worshipfuls. The ship Huijsduinen, which arrived here from Batavia on 28 October past, and is destined by the Honorable High Indian Government to be a return vessel, we have consigned to Your Right Honorable Worshipfuls' Chamber, and sent on the -- 9ber: thereafter to Gale, in order to be prepared there for the homeward voyage. This ship was inspected at Gale according to the order by specially appointed commissioners, and such defects were found in it and in its rigging, as appears from the reports and sworn statements received thereof, which accompany this in copy. The Gale officials have, by their resolutions of 30 xber and 16th of this month, granted authorization to provide therefor, and also to fulfill the requisition of necessities, submitted by the captain of this ship, and examined and moderated by the Equipagemeester Aams, which is inserted in the first-mentioned resolution. The consumption account of this vessel has been examined at Gale, and the report submitted thereof by the Administrator van der Spar is inserted in the officials' resolution of the 14th of this month, which is transmitted in copy among the annexes. Regarding the cargo and crew of this vessel, as well as regarding the passengers who are crossing therewith, we take the liberty to refer most humbly to the report that the Gale officials will have the honor to make thereof to Your Right Honorable Worshipfuls. Among the aforesaid passengers are Lieutenant Jean Bapteste Dominique de Poligny and Second Lieutenant Arnaud Pierre de Makin, and

Dutch transcription

dat werklijk derwijze zouden gehouden zijn, als onder anderen, dat hij van geene andere Priesters dan van den superieua alleen ge„ sprooken had; hij had over zommige feiten gissen„ der wijze met den Heer van Rantzoo ge„ aboucheert, ook niet gezegd, zoo als onder anderen bij de verklaaring staat, dat zijn leeven onzeeker was, wanneer men zoude weeten, dat hij de zaak ontdekt had; De Heer van Rantkou had zelfs deeze consideratien gemaakt en veel bij die geleegendheeden gezegd en bij deeze verklaaring, zoo het hem toescheen op zettelijk ingehouden, en lichtelijk had hij zich hier door nu en dan versprooken: het hoofd zaakelijke dteek van de accusatie be„ kende hij nochtans andermaal volmondig en even zoodanig als bij de actkulen ve„ 4. van voorm: nadere aanteekening geesten„ deert was, gedaan te hebben. wij hebben den Priester toen ernstig vermand aan ons op te geeven den waaren beweeg grond en was hem toch weezendlijk bewoogen had, tot het denunchieeren aan den Heer van Rantzon van zaaken van zoo een groot gewigt en gevaarlijke gevolgen hij zeide hier op dat de Pateo supekieur over veele zaaken ten zijnen laste naar Goa geschreeven en wan„ neer hij hem daarover zelfs onderhouden had, onder vertooning, dat niets en zijn nadeel consteerde, en dat die van Goa nogtans aan zijn schrijven geloof zouden defereeren, alle deeze vertoogen niets bij deezen superieua hadden kunnen opereeken, en door hem op eene 841. eene onreedelijke wijze beandwoord waaren, hij toen door menschelijke zwakheid overge„ gaan was tot het fingeeren en aantijgingen te doen van de caimina in de voorm: decla„ ratoiren begreepen, doch dat hij ons in waar„ heid verzeekerde, dat alles onwaar en een uijt„ vinding van hem alleen was, zonder dat hier van iemand wist offe aan handdadig was. Wij Wij smeekte eindelijk, dat zij uwel Groot Achtb: zouden verzoeken, om deeze uijtbroeij„ sels zijner wraakzugt en hartzeer toch niet te willen staaffen naar de wet, maar Clementie te prefereeren voor ingena. wij vertrouwen hier meede aan de intentie te hebben voldaan, en blijven, met alle ver„ schuldigde Hoog achting. /:onderstond:/ wel Edele groot Achtbaare Heer uwel Groot Achtb: onderdanige Dienaaren /:was gete„ kend:/ I. Reintous en I: A: vollenhove /in margiene/ kolombo den 18. 7ber: 1789. Accordeert Hybrands VEgklerk Nagezien Pompouis: N„o 13. 842. J Haage Aan De Edele Agtbaare Heeren Bewindhebberen van de vergadering van zeeventienen ge„ „magtigd tot de secreete zaaken Edele Agtbaare Heeren! Met 't schip Trinconomale, hebben we de eere gehad te ontvangen uwer wel Edele Achtb: zeer g'eerde Missive van den 13. 9ber: 1788. , met de daar toe gehoorende Bijlaagen. We verzoeken nedrig verschooning, dat we ons heb„ „ben vergist met te denken dat aan de inge„ „huurde scheepen seinen mogten worden meede gegeeven. we waaren onkundig van de ordre gesteld en zullen het in den aanstaande niet man meer meer doen. Wij bieden uwel Edele Achtb: hier neevens aan, twee recipissen van de Capitain Ari Simonse koek en Harmanus Driesman, Commandee¬ „rende de tans vertrekkende Retour scheepen J Huijsduijnen en Trinconomale, weegens den ontvang van 2. stux gewoone en 2. stux apparte secreete orders en seinen, voor de retour scheepen die na primo December 1789. van Cailon ver„ „trekken, door uwel Ed: Achtb: ons toegeschiket. De overige 2. stellen van deese orders en seinen, gaan als niet meer nodig, ongeopend in deesen geslooten t terug. Wij beveelen uwel Edele Achtbaare in de bescher„ „ming des Allerhoogsten en blijven met alle Hoog agtin /:onderstond:/ Edele Achtbaare Heeren ! UwelEd. Achtb: gehoorsaeme Dienaaren /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: T: Fretz; A: Samlant en J: A: vollenhove /:in margine:/ Kolombo den 27. Januarij 1799. Accordeert. Sijbrands Wegalert Vog stien Verwitsz Hee 843. Zeeland Aan de Edele Achtbaere Heeren Bewindhebberen. van de Generaele Nederlandsche Geoktroijeerde oost- Indische kompagnie ter gem: kamer Edele Achtbaare Heeren Wij hoopen dat onse Eerbiedige brief van „den 12. 9ber: pass=o, afgevaardigd met onse vroegscheepen den Arend en de Zaanstroom, die den. 17. daaraan van Gale zijn vertrok„ =ken, bij de geconsiqneerd aen de kamer Amsterdam, ter behoorlijker tijd aan uw wel Edele uw wel Edele Achtb: zullen worden toege„ „bragt. 'T schip Huijsduinen, dat den 28:' oktober passo van Batavia alhier aangekoomen, en door de Edele Hoog indische regeering tot een retour bodem bestemd is, hebben we geconsigneerd ae„ uwe welEdele Achtb: kamer, en den -.. 9ber: daar aen na gale gezonden, om aldaer tot de 'thuis rijse teworden in staat gesteld. Dit schip is te Gale naar de order door expresse gecommitteerden opgenoomen, en zijn daar aen en aan dies tuijgagie zodanige manquementen bevonden, als blijkt bij de daarvan ingekoomene rapporten en b'eedigde verklaaringen, die in Copia deezen verzellen. De Gaalsche bedien„ „den hebben, bij hunne resolutien van den 30: xber en 16. deezer qualificatie gegeeven, om daar in te voorzien, en ook om te vol„ „doen 844. „doen den Eisch van benoodigtheeden, door den Capitain van dit schip ingediend, en door den Equipagiemeester Aams g'examineerd en gemode„ „reerd welke bij eerst gem: resolutie is g'insereerd. De Consumtie reekening van deezen bodem is te Gale g'examineerd, en 't daar van ingediend be„ =rigt door den Administrateur van der spar„ is g'insereerd bij der bedienden resolutie van den 14. deeser, die in Copia onder de Bijlaegen over„ =gaat. Noopens de lading en bemanning van deesen bodem, als meede nopens de passagiers die daer meede overvaeren, nemen we de vrijheid, ons nedrigst te refereeren aen 't verslag dat de Gaalsche bedienden de eere zullen hebben uw welEdele Achtb: daarvan te doen. onder de voorsz: passagiers bevinden zig de luijte„ „nant Jean Bapteste Dominique de Polignij„ en de sous luijtenant Arnaud Pierke de Makin„ en

NL-HaNA_1.04.02_3838_0218 view scan ↗

English

and Victor Mattheij, who have been detached with the regiment de Meuron and have taken their discharge. The aforementioned Mattheij is the same one who is mentioned in the secret letter from Trinconomale of [illegible] and the documents received therewith, which are transmitted among the enclosures. Furthermore, we take the liberty to refer to the Governor's separate letter to Their High Noble Authorities of 10 May last, and the answer received thereto from the same of 10 September last, and only remark concerning him further that he chose to request his discharge. Also traveling over on this occasion are some soldiers of the regiment van Meuron who have served out their engagement, of whom the muster-roll will be presented to Your Noble Worships by the Galle servants. The 845. The findings regarding the cargo delivered here from the ship Huijsduijnen are inserted in our resolution of 11 December last, from which we take the liberty to note down here That the 21 chests of cloves did not maintain their accounted gross weight, and that upon the opening of four of them, which differed the most, 369½ lb net were found in them instead of the accounted 383 lb; wherefore we have charged the deficit of 135 lb to the ship's officers for compensation, after deducting the allowed wastage of 1 per cent. The remaining 17 chests we left unopened, but have had the found deficit of 40 17/16 lb on their gross weight placed to the pay account, after deducting the allowed wastage. In the crate of porcelain, which arrived in good condition and maintained the noted gross weight, some porcelain was broken and and some was cracked, and since it was poorly packed and not well provided with straw, we resolved to have the cracked porcelain sold by public auction, and to have the deficiency thereof, with the purchase cost of the broken pieces, charged to Batavia at the disposal of Their High Noble Authorities. With this ship were brought here 7 leaguers of Dutch vinegar and 1 leaguer of sack wine, which were brought from the Netherlands to Batavia by the ship Wanderlust; the former was 82 and the latter 10 inches wanting, in addition to which the sack was woody and strong of taste and thus unserviceable; and although it also did not appear from the bill of lading that these leaguers had been gauged at Batavia, nor that the sack had been tasted there, we have nevertheless, in order to comply with the existing orders, caused the deficit on the vinegar and sack, after 846. after deduction of the specified wastage, to be charged to the pay account of the ship's officers, along with the lesser yield of the unserviceable sack, which we had sold by public auction for what it would fetch. We also, in order to comply with the order, have caused to be charged to their pay account 8000 lb of rice which they delivered here short, above the permitted wastage, though at the purchase cost, because they proved by a sworn declaration that this rice had been thrown into the sea due to spoiling. Finally, we also had them debited for 280 Chinese planks and 90 lb of nails, which according to the bill of lading were given to them from Batavia for dunnage for the voyage home, but which they claimed not to have received there. Furthermore, we report herewith for Your Noble Worships' esteemed speculation, that the 54 rolls of narrow sailcloth, which were brought out with the ship Handelust and sent here from Batavia by this vessel, upon remeasurement here measured 3998 ells. Regarding the cargo delivered at Galle from this vessel, the servants decided by their resolution of the 14th of this month, a copy of which is enclosed herewith, and which was approved by us only with this alteration: that the 2911 lb of rice which was delivered wet and spoiled, and therefore thrown into the sea at Galle, will be charged at purchase cost to the pay account of the ship's officers, pending further disposition by Your Noble Worships; whilst we must also note here that the allegation of the ship's officers, as if the throwing into the sea of the aforementioned 8000 lb of rice had given rise to the deficit found at Galle, is very erroneous, 847. since that parcel belonged to the Batavia cargo, which was entirely accounted for here according to the findings inserted in our aforementioned resolution of 11 December, and therefore had no relation whatever to the cargo carried by them from here to Galle. We have the honor to inform Your Noble Worships that, in accordance with your recommendation by separate letter written to the first-undersigned Governor on 29 March 1787, we had the regiment van Meuron renew the oath of loyalty on account of the change of garrison. Last year we had the honor, in our humble letter of 26 January, to inform Your Noble Worships in detail about this regiment, among other things concerning the article of payment according to the Dutch standard, and for the increase of two guilders in pay for those who have served 5 years. We have also of this

Dutch transcription

en Victor Mattheij, die bi 't regiment de Meuron zijn bescheiden geweest en hunne demissie genoomen hebben. Even gem: Mattheij is dezelfde die vermeld is bij den Trinconomaalschen secreeten brief van den „ en de daar nevens ontfan„ „gene stukken, die onder de bijlaegen overgaen. voorts neemen wij de vrijheid ons te gedraegen, aen 's Gouverneurs apparte brief aen Hunne Hoog Edelheeden van den 10:e maij a:o Jasso, en 't daar op ontvangene antwoord van hoogst de„ selven van den 10=e 7ber: Jz: en merken ontrend hem nog alleen aen dat hij verkoosen heeft om zijn demissie te vraegen. ook vaaren bij deese geleegentheid over eenige zoldaeten van 't regiment van Meuron, die hun verband hebben uitgediend, waarvan de naamlijft door de Gaalsche bedienden uwelEdele Achtb: zal worden aangebooden. De 845. De bevinding van de alhier uijtgeleeverde lading van 't schip Huijsduijnen, is g'insereerd bij onse resolutie van den 11. December J:o leeden waar uit we de vrijheid neemen hierbij tenoteeren Dat de 21. kisten met garioffel nagulen haere aenge„ „reekende bruto gewigt niet hebben gehouden en dat hij de opening van veer derzelven, dit het meeste gediffereerd hebben daar in 369½. lb: netto gevonden zijn in steede van de aangereekende 383 lb: waarom wij de minderheid van 135. lb: den scheeps over„ „heeden ter vergoeding hebben opgelegd, na aftrek van de toegestaene spillagie van 1. P. r C. De overige 17. kisten hebben we ongeopend gelaeten, maar de bevondene minderheid van 40 17/16. lb: op 't bruto zoldij reekening doen. gewigt derzelven, h stellen, naar aftrek van de toegestaene ppillagie Jn de kas met porcelijnen, die wel geconditioneerd is aangebragt, en 't aangeteekende bruto gewigt heeft gehouden, zijn eenige porcelijnen gebrooken en en sommige gescheurd geweest, en wijl dezelve slegt in gepakt en niet wel van stroo voorzien zijn geweest, hebben we beslooten de gescheurde por „celijen per Vendutie telaeten verkoopen, en het minder geldende daarvan, met 't inkoops kostende van de gebrookene, na Batavia telaeten aanreekenen ter dispositie van Hunne Hoog Edelheeden. Met dit schip zijn hier aangebragt 7. legger holl: Azijn en 1. legger zekwijn, die p=r 't schip wander lust uijt Nederland te Batavia zijn aange„ „bragt, de eerste was 82. en de laetste 10. d=m wan, waar en booven de zek houtig en sterk van smaak dus onverstrekbaer was en schoon het ook bij 't Cognoissement niet bleek, dat deese leggers te Batavia gepijld waeren, en ook niet dat dezek aldaer geproefd wes, hebben we nochtans om aen de leggende onder te voldoen deminderheid op de azijn en zek, na 846. na aftrek van de bepaalde spillagie, op de zoldix„ reekening van de scheeps overheeden doen stellen, nevens 't minder rendement vande onver„ „strekbaare zek, die we per publicque ven „dutie voor het geldende hebben laeten ver„ „koopen Ook hebben we om aen de order te voldoen op hunne zoldij reekening doen stellen 8000. lb: rijst, @ die ze hier minder geleeverd hebben, boven de gepermitteerde spillagie, doch met 't in„ =koops kostende, om dat ze met eene b'eedigde verklaering hebben beweesen, dat deeze rijst wegens bederf in zae was geworpen. Eindelijk hebben we ook hun doen belasten voor 280. sineese planken en 90. lb: spijkers, die volgens 't Cognossement aen hun zijn meede Bataviasche gegeeven tot garniering voor de thuijs rijse, doch die ze betuigden aldaer niet te hebben ontfangen Voorts melde we hier bij tot uwer welEdele Achtb: g'eerde speculatie, dat de 54. rollen smale ver„ g'eerde =doek, die met het schip Handellueft uitge„ „bragt, en per deezen bodem van Batavia dit heer gezonden zijn, alhier bij nameeting 3998. ellen gehouden hebben. op de te Gale uitgeleeverde lading van deezen boodem hebben de bedienden gedisponeerd bij hunne resol: van den 14: deezer, die in Copia hierneevens gaat, en door ons geapprobeerd is alleen met deeze verandering, dat de 2911. lb: rijst die nat en bedurren uitgeleeverd, en daarom te Gale in zee geworpen is, met 't inkoops kostende op de zoldy reekening van de scheeps overheeden zal worden belast, ter nadere dispositie van uwelEdele Achtb: terwijl we hier bij nog moeten aanmerken, dat de voorgade der scheeps overheeden, als of het in zee werpen van de hier vooren vermelde 8000 lb: rijst, aenleijding zoude gegeven hebben tot de bevondene minderheid te Gale, zeer abusief is, 847. is, wijl die parthij tot de Bataviasche lading gehoord, die hier geheel was verantwoord blijkens de bevinding, in onse voorschreeve resol: van den 11. ' December g'insereerd, en dus geheel geen betrekking had tot de lading door humn van hier na Gale vervoerd. wij hebben de eere uwel Edele Agtb: te berigten, dat we ingevolge hoogst derzelver aanbereeling bij apparte missive, den 29:' Maart 1787. aan den eerst ondergeteekenden Gouverneur geschreeven, door 't regiment van Meuron, wegens de verandering van guarnizoen den eed van trouwe hebben doen vernieuwen. voorleeden Jaar hebben ne deeere gehad bij onzen nedrigen van den 26. Januarij uwelEdele Agtb: omstandig te onderhouden over dit regiment, onder anderen over 't Articul van de betaeling na den Nederlandschen voet, en voor de verhooging van twee guldens gagie voor die geenen, die 5=e Jaeren gediend hebben. wij hebben ook hier van

NL-HaNA_1.04.02_3838_0224 view scan ↗

English

gave notice to Their High Noble Lordships by letter of the 17th of October, who answered us thereupon by very respected missive of the 17th of April 1789, that their highest selves had decided to defer the proposed proposals, among which also belong the aforesaid two articles, to Your Right Honourable. For this reason, we thought it best to let the matter of the payment of wages to this regiment remain on the foot on which it was begun, and thus without making any change therein on account of the 6th article of the Capitulation. For that reason we also thought it well not to make any decisions regarding the matter of the increase of two guilders for the non-commissioned officers and soldiers who have served five years, but to await thereupon Your Right Honourable's very respected orders. Meanwhile 848. Meanwhile, the Colonel of the regiment, Mr. de Meuron, has these days handed over to us the two accompanying lists, showing how much the paid wages to the regiment amount to since its arrival in this Government until the ultimo of August last, together with two more statements of what the two guilders augmentation amounts to for the non-commissioned officers and privates who have served five years, with a summary of the wages paid until the ultimo of August, reduced to ducatons of 66 stuivers and brought back to Indian guilders, in which the wages were paid in effects, and whereby it is shown that from what the aforesaid wages amount to in this manner, subtracting the wages as they were paid here, this makes a difference of f 14886. 16. To this sum, in the same summary, is also added the aforesaid increase of two guilders after after completed term of service, for the years 1787/8 and 1788/9 amounting together to f 18425. 8, and thus the total sum of the aforesaid statement amounts to f 63312. 4. The Colonel of the regiment amply demonstrates from this statement with the aforesaid sum that he can now transfer the aforesaid sum of f 63312. 4 less to Europe for the settlement of his accounts with his suppliers and others than he would otherwise have been able to do. The deduction made in the aforesaid lists, in the one to the amount of 2802 pagodas, which were provided in kind to the regiment, and are calculated in this list according to the ordinary rate of 102 stuivers or f 5. 2, and in the other of the amount of different goods which the regiment received against the cost price, to the amount of f 18532. 2, were only made to show how much 849. for earned wages was effectively paid to the regiment in copper coin. All the aforesaid papers we caused to be examined by the comptroller, who found the same to agree with the muster rolls and the lists of payment. At the request of the aforementioned Colonel de Meuron, as appears from resolutions of the 31st of March and the 15th of August last, we have permitted that the sick of this regiment, at Colombo and Trincomalee, may be attended to in separate hospitals by the regimental surgeons, and we have therefore also decided to let a portion of the allocations granted to the chief surgeons of Colombo and Trincomalee be paid to the surgeons of this regiment, pro rata of the sick that they will treat at each place. We have consented to this all the sooner because it could happen completely without expense to the Company, and because the surgeons of this regiment believed that their soldiers, accustomed to their practices and nursing, would fare better thereby. Due to the death of Captain Sequier, and because Colonel de Meuron was uncertain which of the absent officers would return from Europe, and therefore wished to postpone the filling of the Captain's post until the arrival of the ships, we decided upon his proposal at the session of the 5th of June last, to give agreement provisionally, subject to approval of Your Right Honourable, to the promotion of Lieutenant Charles Groener of Ludwigsburg in Württemberg to Captain-Lieutenant and of Ensign Jacob Fredrik Spieler of Thun in the Canton of Bern to Lieutenant. Since then, on the proposal of the said Colonel, as appears from our resolution of the 9th of December last past, subject to Your Right Honourable's approval, we have agreed to the eldest Captain-Lieutenant 850. Lieutenant of this regiment, Louis Bernard of Montbéliard, as Captain, who has been absent from the regiment on leave for some time due to illness, and who came out on the ship Trincomalee. Colonel de Meuron at the same time demonstrated to us that the said Bernard, since his absence due to illness, or from the 12th of January 1786 onward, had received no more than Lieutenant's pay until the ultimo of December last, notwithstanding that on the 1st of May 1787 at the Cape of Good Hope he was promoted to Captain-Lieutenant, and also the commission thereto was granted to him in Middelburg on the 21st of June 1787; and that although he, Bernard, had gone on board the ship Blijsterwijk in Middelburg in November 1787, he had, for lack of opportunity, not been able to arrive in Ceylon earlier, with the request that to him, Bernard, might be made good the surplus of Captain-Lieutenant's pay since his

Dutch transcription

van kennis gegeeven aan Hunne Hoog Edelheeden bij brief van den 17. 8ber:, die ons daar op, bij zeer gerespecteerde missive van den 17. april 1789. hebben geantwoord, dat hoogst dezelven beslooten hadden de geproponeerde voorstellen, waar onder ook gehoorende de voorsz: twee artikel „len, te defereeren aan uwelEdele Achtbaare We hebben hier om gedagt, best tedoen, om 't stuk der betaaling van de gagie aan dit regiment, telaeten door staan op den begonnen. voet, en zonder mits dien daarin, uit hoofde van 't 6: artikul van de Capitulaatie, eenige verandering temaeken. ook hebben we uit dien hoofde gemeend wel te doen, geene besluijten teneemen over 't stuk van de verbeetering met twee guldens der onder officeers en zoldaeten, die vijff Jaeren gebiend hebben, maar daarop aftewagten uwer welEd achtb: zeer gerespecteerde beveelen. Jntusschen 848. Intusschen zijn door den Colonee van 't regiment de heer de Meuron, deezer daagen aan ons overgegee„ „ren de hier nevens gaande twee lijsten, aanwijzende hoe veel bedraagen de betaalde gagien aan 't rogi„ „ment, zedert de komst van 't zelve in dit Gouver„ „nement tot ult:o aug=s J:=L:, nevens nog twee aanwijzingen van 't geen bedraagd de twee gulden augmentatie voor de onderafficieren en gemeenen, die vijff Jaeren gediend hebben met een tesaamen„ trekking van de tot ult=o aug=s betaalde gagien, gereduceerd tot ducatons van 66. stx: en wederom gebragt tot indische guldens, waar in de gagien in effecten betaald zijn, en waar bij word aan„ geweezen, dat van 't geen de voorsz gagien op deeze wijze bedraagen, afgetrokken de gagien„ zoo als ze hier betaald zijn, dit een different maakt van ƒ 14886. 16 —. Bij deeze zom zijn bij dezelfde tezaamen trekking nog geteld de voorsz: verkooging van twee guld=s na na uitgediend verband, voor de Jaeren 1787/8. en 178 8/9 tezaemen bedraagen ƒ18425. 8. — en bedraagd dus de totaale zom van de voorsz: aanwijzing ƒ63312. 4. De Colonel van 't regiment wijft uit deeze aanwijsing bij voorsz: somma ruijm- aan„ dat hij hier door tans de voorsz: som van ƒ63312. 4. -. minder! na Europa kan overmaeken ter verreekening van zijne reekeningen, met zijne leverankiers en andere dan hij ander„ zins zoude hebben kunnen doen. De aftrekking, die bij de voorsz: lijsten gedaen is bij de eene ten bedraage van 2802 pagooden, die in natura aan 't regiment verstrekt zijn, en bij deeze lijst gereekend worden na de gewoone Cours van 102. stxe: of ƒ 5. 2. — en bij de andere van 't bedraegen van diffexente goederen, die tt regi„ ment teegens 't inkoops kostende ontvangen heeft, ten bedraage van ƒ18532. 2. — zijn alleen geschied om aantewijzen, hoeveel voor 849. voor verdiende gagie in effecte aan 't regiment in kopere munt is betaald. Alle de voorsz: papieren hebben we door de visitateur doen examineeren, die dezelve met de monster rollen en de lijsten der betaeling accordeerende heeft bevonden. op 't verzoek van voorm: Collonel de Meuron hebben we, blijkens resolutien van den 31. Maart en 15 aug=s pass:o toegestaen dat de zieken van dit regiment, te Colombo en Trinkonomale in apparte hoppi„ „taelen, door de regements Chirurgijns moogen wor„ „den bediend, en hebben we ook mits dien beslooten om van de toegelegde verstrekkingen aan de opper„ „meesters van Colombo en Trinkonomaale, eene pratie te laeten uitkeeren aan de Chirurgijns van dit regiment, na rato van de zieke, die ze of elk plaats zul„ „len behandelen. we hebben te eer hier en be„ „willigt om dat 't volstrekt buijten laste van de Comp: konde geschieden, en dat de Chirurgijns van dit regiment meenden, dat hunne soldaeten, gewent 2 gewent aan hunne practijken en vervleging, zig daar bij beter zouden bevinden. Mits 't overlijden van den Capitein Sequier, en wijl de Colonel de Meuron in 't onzeeker was, welke van de absente officieren uit Europa zouden terug koomen, en daarom de vervulling vande Capitains plaats tot de komste der scheepen wilde uitstellen hebben we op desselfs voordaagt„ tet sessie van den 5. ' Junij pass=o beslooten, om op approbatie van uwelEdele Achtb: bij provesie 't agrement te geeven, ter bevordering van den luijtenant Charles- Groener van Ludwichsburg in wurtenburg tot Capitain luijtenant en van den vaandrig Jacob fredrik spieler van Thoun in 't Carttonbern tot Luijtenant. T sedert hebben we op de voordragt van gem: Colonel, blijkens onse resolutie van den 9:' xber: J=o Leeden, op uwerwelEdele Achtb: goed keuring, als Capitain geagreert den oudsten Capitain luijtenant 850. luijtenant van det regiment Louis Bernard van Montbeleerd, die een tijd lang mits ziekte, met verlof van 't regiment is absent geweest en die met 't schip TainConomale is uitgekromen. De kolonel de Meuron heeft aan ons ter zelver tijd vertoond, dat gem: Bernard, ziedert zijne absentie wegens ziekte, of van den 12. ' Januarij 1786. af niet dan luijtenants appoinctementen genooten had tot ult=o xber: laastleeden, onaangezien hij den 1. maij 1787. aan de Caab de Goede Hoop tot kapitain luijtenant was bevorderd, en ook 't brevet daartoe aan hem te Middelburg was verleend den 21. Junij 1787: en dat schoon hij Bernard in 9ber: 1787. te Middelburg aan boord was gegaen, op 't schip Blijsterwijk, hij mits gebrek aange„ „leegentheid niet vroeger op Ceijlon hadden kunnen koomen met verzoek dat aan hem, Ber„ naard mogte worden goedgedaen 't surplus van Capitain luijtenans appoinctementen zedert ve zijn

NL-HaNA_1.04.02_3838_0230 view scan ↗

English

his appointment thereto, and that of Captain since the decease of Captain Sequier, or from the first of June last; but as we do not judge ourselves authorized to grant him, Bernaad, any back pay for the time he was absent from the regiment, we have, by our aforementioned resolution of the 9th of September, assigned to all of them the emoluments of a Captain from the time of his arrival here, or from the first of December of last year, and deferred the decision regarding the remainder of the request to your Honors, as we take the liberty to do most humbly by this present. We commend your Honors to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, Honorable Sirs, your Honors' most humble and obedient servants. Was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: J: Jaetz:, N: Samlant, and J: A: Vollenhove. In the margin: Kolombo, the 27th of January, Year 1790. Agrees. Sijbrands First Clerk 851. Delft To the Honorable Directors of the General Dutch Chartered East India Company in the aforementioned Chamber. Honorable Sirs, We hope that our respectful letter dispatched on the 12th of November of last year with the ships den Arend and de Zaanstroom, which departed from Gale on the 17th following, may be delivered to your Honors in due time. Now departing for the second shipment are the ships Trinkonomale and Huijsduijnen, the first for the Chamber Amsterdam and the latter for the Chamber Zeeland; and we take the liberty, regarding their crews and cargo, to refer to the documents that the servants at Gale will present to your Honors. Herewith we have the honor to present to your Honors a set of our advices currently being sent over to the Honorable Gentlemen Seventeen, and a copy of the general description of the state of this government in the past fiscal year and of our principal transactions therein, which is due to depart shortly to the High Indian Government, along with such further papers as are more fully detailed in the enclosed register. We commend your Honors to the protection of the Almighty and remain with all high esteem. Below was written: Honorable Sirs, your Honors' obedient servants. Was signed: W: I: van de Graaf, M: P: Raket, D: T: Fretz, A: Samland, and I: A: Vollenhoven. In the margin: Kolombo, the 27th of January 1790. First Clerk Agrees. Sijbrands LVB Linde Checked. 852. Memorandum regarding the pay, respectfully addressed to the Honorable Directors in the Chamber Delft. Honorable Sirs, In accordance with your Honors' recommendation in the esteemed missive of the 29th of October 1788, we have given the necessary order so that the widow of Nicolaas Egberts shall refund to the Company half of the pay enjoyed by her from her said deceased husband; and henceforth we shall allow no payments of the pay of deceased servants without having your Honors' authorization thereto. We furthermore have the honor to be with all high esteem, Honorable Sirs, Your Honors' most humble and obedient servants, W van de Graaff M P Raket Fretz Samland J: Vollenhove Kolombo, the 27th of January, Year 1790. Checked. JV: Geijzel 853. Rotterdam To the Honorable Directors of the General Dutch Chartered East India Company in the aforementioned Chamber. Honorable Sirs, We hope that our respectful letter dispatched on the 12th of November of last year with the ships den Arend and de Zaanstroom, which departed from Gale on the 17th following, may be delivered to your Honors in due time. Now departing for the second shipment are the ships Trinkonomale and Huijsduijnen, the first for the Chamber Amsterdam and the latter for the Chamber Zeeland; and we take the liberty, regarding their crews and cargo, to refer to the documents that the servants at Gale will present to your Honors. Herewith we have the honor to present to your Honors a set of our advices currently being sent over to the Honorable Gentlemen Seventeen, and a copy of the general description of the state of this government in the past fiscal year and of our principal transactions therein, which is due to depart shortly to the High Indian Government, along with such further papers as are more fully detailed in the enclosed register. We commend your Honors to the protection of the Almighty and remain with all high esteem. Below was written: Honorable Sirs, your Honors' obedient servants. Was signed: W: I: van de Graaf, M: P: Raket, D: T: Fretz, A: Samland, and I: A: Vollenhoven. In the margin: Kolombo, the 27th of January 1790. First Clerk Agrees. Sijbrands Checked. Spetz 854. Hoorn To the Honorable Directors of the General Dutch Chartered East India Company in the aforementioned Chamber. Honorable Sirs! We hope that our respectful letter dispatched on the 12th of November of last year with the ships den Arend and de Zaanstroom, which departed from Gale on the 17th following, may be delivered to your Honors in due time. Now departing for the second shipment are the ships Trinkonomale and Huijsduijnen, the first for the Chamber Amsterdam and the latter for the Chamber Zeeland; and we take the liberty, regarding their crews and cargo, to refer to the documents that the servants at Gale will present to your Honors. Herewith

Dutch transcription

zijn aanstelling daartoe, en die van Capitain zedert 't overlijden van Capitain Sequier, of van primo Junij pass=o, maar wijl we ons niet bevoegd oordeelen, om aen hem Bernaad eenig supplement goed te doen, voor den tijd dat hij absent was geweest van 't regiment hebben we bij voorsz: onse resolutie van den 9=e 7ber: aan hun allen toeteleggen de appoinctementen van een Capitain, zedert zijne komst alhier of van p=mo xber: J:zeeden af, en de dispositie over 't verder verzogte te defereeren aan uwelEdele Achtb: zoo als we de vrijheid gebruijken dat nedrigst te doen door deezen Wij beveelen uw welEdele Achtbaere inde bescherminge des allerhoogsten en blijven met alle hoog achting /onder„ =stond/ Edele Agtb: Heeren, uwel Edele Achtbaere zeer onderdanige en gehoorsaeme Dienaeren /was getekend/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: J: Jaetz: N: Samlant en J: A: vollenhove /in margine/ kolombo den 27:' Januarij A:o 1790. Akkordeert. Sijbrands VEgklerk 851. Delft van de generale Nederlandsche geoktroij„ eerde oost Indische Kompenie ter voorm: Kamer. Aan de Edele Achtb: Heeren, Bewindhebberen Edele Achtbaare Heeren Wij hoopen dat onsen eerbiedigen brief van dden 12 9ber: J:o leeden afgevaardigt, met de scheepen den Arend, en de Zaanstroom die den 17. — daar aan van gale zijn vertrokken aan uwel Edele Achtb: ter behoorlijker tijd mag worden besteld Tans vertrekken voor de tweede besending, de scheepen Trinkonomale en Huijs¬ duijnen, 't eerste voor de kamer Amster„ dam en 't laaste voor de kamer zee„ land en wij neemen de vrijheijd ons nopens derselver bemanning en lae„ ding te refereeren aan de bescheijden die de bedienden te gale uwel Ed: agtb: zullen aanbieden Hier nevens hebben wij de eere uwelEd: agtb: aante bieden een stel van onse tans overgaande advresen, aande wel Edele 1. achtb: g d Achtb: Heeren 17=ne. en een copij vande gene„ rale beschrijving van den staat deeses gou„ vernements in 't gepasseerde boekjaar en van onse voornaamste verrigtingen in 't zelve welke eerstdaags aan de hoe„ ge indische regeering staat aftegaan nee„ vens zodanige verdere papieren als breeder vermeld staan bij 't ingeslooten Wij beveelen uwelEdele achtb. inde beschenmin ge des aller hoogsten en blijven met alle hoog agting /:onderstond:/ Edele Achtb: heeren uwelEd: agtb: gehoorsame dienaren /:was geteekend W: I: van de graaf M: P: Rakel, D: T: Fretsz:, A: Samland en I: A: Vollenhoven /:in margine Kolom bo den 27- Januarij 1790. Heirlerk Accordeert Sijbrands register „ gou„ LVB Linde Nagezien 852. Memorie wegens de zoldij„ en in Eerbied gerigt aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen ter Kamer Delft Edele Achtbaare Heeren over eenkomstig uwer wel Edele achtb: aanbeveeling, bij g'eerde missive van den 29. october 1788. hebben we de nodige order gesteld, op dat door de weduwe van Nicolaas Eg„ berts aan de komp:e word geresti„ tueerd de helfte van de door haar ge„ nootene gagie van gem: haar overleeden ne man, en we zullen voortaan geene geene afbetaalingen laaten doen van de Gagie van overledene dienaaren zonder daar toe te hebben uwer wel„ Edele achtb: authorisaatsie wij hebben voorts de eere met alle hoog achting tezijn Edele Achtb: Heeren uwer wel Edele Achtb: zeer ouderdanige en Gehoorszaa„ ne Dienaaren H D Raket Remtens aemland Kolombo den 27. Janu: A:o 1790 W van de Graaff J: Vollenhove Nagesien sy JV: Geijzel 4 853. Rotterdam Aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen van de generaale Nederlandsche geok„ troijeerde oost Indische kompenie ter voorm: Kamer. Edele Achtbaare Heeren Wij hoopen dat onsen eerbiedigen brief van den 12 9ber: Jleeden afgevaardigt met de scheepen den Arend ende Zaanstroom die den 17: — daar aan van gale zijn vertrokken aan uwel Edele Achtb: ter behoorlijker tijd mag worden besteld. Tans vertrekken voor de tweede besending de scheepen Trinkonomale en Huijsduijnen 't eerste voor de kamer Amsterdam en 't laaste voor de kamer Zeeland en Wij neemen de vrijheijd ons nopens derselver bemanning en lading te resereeren aan de bescheijden; die de„ bedienden te gale uwel Ed: achtb: zul„ len aanbieden. Hier nevens hebben wij de eera uwel Edele achtb: aantebieden een stil van onse tans overgaande adviesen aan de WelEdele : WelEdele Achtb: Heeren 17=me en een Copij van de generale beschrijving van den staat deeses gouvernements in 't gepasseerde boekjaars en van onse voornaamste verrigtingen in 't zelve welke eerst„ daags aan de hooge indische regeering staat aftegaan nevens zodanige ver„ dere papieren als breeder vermeld staan bij 't ingeslooten register Wij beveelen uwel Edele Achtb: in de bescher„ minge des allerhoogsten en blijven met alle hoog achting /:onderstond:/ Edele agtb: heeren uwel Ed: acht. gehoorsame dienaren /:was geteekend W: I: vande graaf, M: P: Rakel, D: T: Frets, A: Samland, en I: A: Vollenhoven /:in margine kolom„ bo den 27. Januarij 1790. Sijbrands Egalerk Accordeert. 1 van de Nagezien. Spetz 854. Hoorn Aan de Edele Agtbaaren Heeren. Bewindhebberen van de Generaale Nederlandsche Geoktroijeerde oost- Indische kompenie ter voorm: kamer. Edele Achtbaare Heeren! Wij hoopen dat onzen Eerbiedigen brief van den 12 9ber: J:oLeeden afgevaardigt met de scheepen den Arend, en de Saarstroom die den 17:=' daar aan van Gaele zijn vertrok„ aan uwel Edele Agtb: ter behoorlijker tijd mag worden besteld. Tans vertrekken voor de tweede bezending de scheepen Trinkonomale en Huijsduijnen 't Eerste voor de kamer Amsterdam en 't laatste voor de kamer Zeeland, en wij neemen de vrijheijd, ons nopens der„ „bemanning en laading te refereeren „zelver, dan de beschyden die de bedienden te gale UWelEdele Achtbaare zullen aanbieden. Hiernevens

NL-HaNA_1.04.02_3838_0244 view scan ↗

English

Herewith we have the honour to present to Your Noble Worships a set of our advices now departing for the Noble High Worshipful Gentlemen Seventeen, and a copy of the general description of the state of this government in the past financial year, and of our principal transactions therein, which is due to be sent shortly to the High Indian Government, along with such further papers as are specified in the enclosed register. We commend Your Noble Worships to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, below stood, Noble Worshipful Gentlemen, Your Noble Worships' obedient servant, was signed, W: J: van de Graaff, M P: Raket, D: T: Frets, A: Samland and J: A: Vollenhove, in margin, Colombo the 27 January 1790. Agrees. Wegkeert Sibrands Examined Pompeul. 855. Enkhuizen To the Noble Worshipful Gentlemen Directors of the General Dutch Chartered East India Company for the aforesaid Chamber Noble Worshipful Gentlemen We hope that our respectful letter of the 12 November last, dispatched with the ships den Arend and de Zaanstroom, which departed from Gale on the 17th thereafter, may be delivered to Your Noble Worships in due time. Now departing for the second consignment are the ships Trinkonomale and Huisduinen, the first for the Chamber Amsterdam and the latter for the Chamber Zeeland, and we take the liberty, with respect to their crew and cargo, to refer to the documents that the officials at Gale will present to Your Noble Worships. Herewith we have the honour to present to Your Noble Worships a set of our advices now departing for the Noble Worshipful Gentlemen Seventeen, and a copy of the general description of the state of this government in the past financial year and of our principal transactions therein, which is due to be sent shortly to the High Indian Government, along with such further papers as are specified in the enclosed register. We commend Your Noble Worships to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, below stood, Noble Worshipful Gentlemen, Your Noble Worships' obedient servants, was signed, W: I: van de Graaf, M: P: Raket, D: T: Fretts, A: Samland and I: A: Vollenhoven, in margin, Colombo the January 1790. Agrees. Sijbrands Eijneert L V:D Sinda Examined Cape of Good Hope To the Noble Lord Cornelis Jacob van de Graaf Governor and Director of the Company's Important Trade and Affairs, along with the Council there Noble, Stern, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Lord and Friends We have had to send a detachment of over 300 men to Cochin, we hope therefore all the more to receive a good number of recruits with the outgoing ships, and if there is still room on the ships after the recruits there for the Regiment de Meuron have been placed thereon, it would do us great service if Your Honours, according as the strength of Your Honours' own garrison may permit, could somewhat increase the number of our outgoing recruits. We have the honour, with dutiful greetings, to be with esteem, below stood, Noble, Stern, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Lord and Friends, Your Honours' obliged friend and servants, was signed, W: J: van de Graaf, Secret 856. M: P: Raket, J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant and J A: Vollenhove, in margin, Colombo the 29 January 1790. Sijbrands HEgreerk Agrees Pieres Examined 857. Cape of Good Hope To the Noble Lord Cornelis Jacob van de Graaff Governor and Director of the Company's Important Trade and Affairs, along with the Council there Noble, Stern, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Lord and Friends We hope that our recent letter of the 12 November last, sent with the ships den Arend and de Zaanstroom, which departed from Gale on the 17th thereafter, will have been delivered safely. Since then, we have had the honour to receive with the national frigates the Zephijr and Havick Your Honours' esteemed missive of the 30 September past, and we thank Your Honours kindly for the homeland packets sent therewith. Now departing for the second consignment are the ships Trinconomaale and Huisduinen, the first for the Chamber Amsterdam and the latter for the Chamber Zeeland, and we take the liberty, with respect to their crew and cargo, to refer to the documents that the officials at Gale will present to Your Honours. The Gale officials have been ordered to have shipped on these 858. ships as much of the Surat bales brought for Your Honours' Government, and of the goods requisitioned by Your Honours from this government, as the ship's hold will permit. There are also going over with them 7 bales of linen, which Colonel de Meuron requested of us permission to send along, for the benefit of the recruits of the Regiment de Meuron who are there. To Captain-Lieutenant Montandon, assigned to the said regiment, we have granted permission to sail over thither on this occasion for a restorative journey, for the recovery of his health. The goods which Your Honours had the goodness to send to us with the ship Trinconomaale have all been delivered in good order, except only 5000 pieces of sweet almonds which were found to be old and decayed, and as they were therefore of absolutely no use for making medicines, we had them sold by public auction for the going rate. By the aforementioned ship was brought here a chest of oleum vitrioli and spiritus salis, which was destined for Your Honours' government, and as the oleum vitrioli was too much for Ceylon, and the spiritus salis is not dispensed here, we have decided to send this chest back to Your Honours, also

Dutch transcription

Hiernevens hebben wy de Eere uwel Edele Agtb: aantebieden een stel van onse tans overgaande adviesen aan de welEdele Hoog Agtb: heeren 17=wen, en een Copij van de generaale beschrijving van den staad deeses gouvernements en het ge„ passeerde boekjaar, en van onze voor„ naamste verrigtingen in het zelve, welke Eerstdaags aan de hooge in„ „dische regeering staat aftegaan nevens zodanige verdere papieren als breeder vermeld staan bij te in„ geslooten register. Wij beveelen uwelEd: Agtb: in de bescherming des allerhoogsten en blijven met alle hoogachting /onderstond:/ Edele Agtb: hee„ „ren uwelEdele Agtb: gehoorzaeme Dienaer /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, M P: Raket D: T: Frets z: A: Samland en J: A: vollenhove / in mar„ „giene:/ Kolembo den 27 Januarij 1790 Accordeert. Wegkeert Sibrands nagezien Pompeul. 855. Enkhuijsen Aan de Edele Achtb: Heeren Bewindhebberen van de generale Nederlandsche geoktroijeerde oost indische kompe„ nie ter voorm: kamer Edele Achtb: Heeren Wij hopen dat onsen eerbiedigen brief van den 12 9ber: J:o leeden afgevaardeyt met de scheepen den Arend en de Zaanstroom die den 17 daar aan van gale zijn vertrokken aan uwel Edele Achtb: ter behoorlijker tijd mag werden besteld Tans vertrekken voor de tweede besending de scheepen Trinkonomale en Huijs„ duijnen 't eerste voor de kamer Amster„ dam en 't laaste voor de kamer zee„ land en wij neemen de vrijheijd ons nopens derselver bemanning en laeding te resereeren aan de bescheijden die de bedienden te gale uwel Edele Achtb: zullen aanbieden Hier nevens hebben wij de eere uwelEd: agtb: aan tebieden een stel van onse tans overgaande advresen aan de welEdele Achtb. „ - Achtb: Heeren 17=ne en een Copij van de ga„ nerale beschrijving van den staat deeses gouvernements in 't gepasseerde boekjaar en van onse voornaamste verrigtingen in 't zelve welke eerstdaags aan de hooge indische regeering staat aftegaan nevens zodanige verdere papieren als breeder ver„ meld staan bij 't ingesloten register Wij beveelen uwel Edele achtb: inde beschermin„ ga des allerhoogsten en blijven met alle hoog agting /:onderstond:/ Edele achtb: hee„ ren uwel Edele acchtb: gehoorsame dienaren /:was geteekend W: I: van de graaf, M: P: Raket, D: T: Fvettz, A: Samland en I: A: vollenhoven /:in margine Kolombo den Januarij 1790. Accordeert. Sijbrands Eineert g ge„ en hoog in„ L V:D Sinda Nagezien Kabo de Goede Hoof Aan den Edelen Heer Cornelis Jacob van de Graaf „ Goeverneur en direkteur van sComp:s Jmpontanten handel en ommeslag Nevens den Raed aldaer Edelen Erntfesten, Manhaften wijzen voorzienigen zeer Diskreeten Heer en vrienden we hebben een detachement van over de 300. Man, moeten zenden na koetsiem we roopen dus te meer, met de uitkomende scheepen een goed getal neknuten te zullen ontfangen, en zoo er nog minute op de scheepen overschiet„ na dat de aldaar, zijnde rekrulen voor 't regiment van Meuron, daerop zullen zijn geplaatst, zoude ons groote dientt geschie„ den, indien uwel Edelens, na maete dat de sterkte van uwel Edelens eijgen guarnisoen dat kan toelaeten, het getal onzen uit- komende rekruten nog wat konden ver- wij hebben de eene met na gedienstige groete grooten. met agting te zijn (:onderstond) Edelen Erntfesten, Manhaften wijzen voorzienigen # zeer diskreeten Heer en vrienden, uwel Ed: Dw: vriend en dienaeren /:was W: g: van de Graaf getekend sekreet 856. M: Zitler, A: Samlant en J N: vollenhove /:in margine) Holombo den 29. Janu: 1790 Sijbrands HEgreerk Akkondeert M: P: Paket, J: Reintous, B: L: van Pieres Naep Zien 857. Kabo de Goede Hoop Aan den Edelen Heer Cornelis Jacob van de Glaaff Goeverneur en diwekteir van s Comp:s Jmportanten handel en omslag Nevens den raad aldaar Edele, Erntfesten, Man„ haften, wijzen voorzieni„ „gen zeer Diskreeten Heer en vrienden Wij hoopen dat onse jongste van der 12. november jong leeden, afgesonden met de scheepen den Arend en de Zaan 17. =e ^ aan die den ^ daar ^ van Gale zijn Stroom ver - ^ zal trokken wel ^ zijn besteld. zedert hebben we met 'slands tregatten de Zephijr en Havick de eer gehad te ontvangen uwer wel Edelens g'achte missive van den 30. 7ber: pass:o en wij bedruken uwelEdelens vreende„ lijk voor de daar nevens gesondene vaderlandsche pakketten Jans vertrekken voor de tweede besen ding, de scheepen Trin Conomaale en Huijsduijnen, 't eerste voor de kamer Amsterdam, en 't laaste wer de ker„ me atverstendan, en t laatste voor„ de kamer Zeeland, en wij neemen de vrijheid, ons nopens derselver be„ manning en laading teresekeeren aan de beschijden, die de bedienden te Gale uwel Edelens zullen aanbieden. De Gaalsche bedienden, zijn gelast om in deese 858. deese scheepen te doen afscheepen, zoo veel van de souratsche pakken die voor uwer wel Edelens Gouvernement zijn aangebragt, en van de goederen die door uwel Edelens van dit gou„ vernement zijn g'eischt, als de scheeps ruijm te zal permitteeren. ook gaan daar meede over 7. paken lijnwaaten, die de Colonel de Meurois ons versogt heeft daar meede temoogen versenden, ten behoeve van de recruten van't regiment van Meuron, die zig aldaar bevinden. Aan den Capitain luijtenant Mon„ tandon, beschijden bij gem: regi„ ment, hebben we toegestaan, om bij de se geleegentheid voor een speingtogt na derwaards temoogen overvaaren, ter herstelling zijner gezondhaid. E in De goederen, die uwel Edelens de Goedheid hebben gehad, ons met 't schip Trincouo„ maale toetesenden, zijn alle wel uit geleeverd, behalven alleen 5000 stux zoe„ te ammandelen die oud en verleegen zijn bevonden, en wijl ze dus tot 't maaken van mesilijnen volstrekt van geen nut waaren, hebben we de„ selve per publicque vendutie voor 't geldende laaten verkoopen. Het evengem: schip is alhier aange„ bragt een kist met oleum vitriolie en spiaitus salis, die gedestineerd was, voor uwer welEdelens gouver „nement, en wijl de oleum vitroli te veel voor Ceilon was, en de spiritus falis hier niet verstrekt word, hebben we beslooten deese kist aan uwelEdelens terug tesenden, teffens 3

NL-HaNA_1.04.02_3838_0259 view scan ↗

English

859. also to have charged to the Cape a small chest of oleum vitrioli, marked No. 3, which was intended for us and was erroneously discharged there. If Your Honors should be provided with good drawing paper and pencils, and the stock on hand with Your Honors might permit it, we request that you be pleased to share some of it with us, as we are entirely unprovided with it. Since the arrival here of the Regiment de Meuron, we have sealed the salaries, both of the officers and of the non-commissioned officers and privates of the same, as appears from the enclosed list; and as the regiment has always been paid here on that footing, we take the liberty of submitting to Your Honors' consideration whether the payment of the recruits of this regiment who are present there could not also be effected accordingly. Since it has come to our attention that private linens are being shipped on the return ships departing from Galle for the Cape of Good Hope, and this might in time tend to the detriment of the Company's cargo, we have resolved that henceforth, beyond what is shipped in the permitted branded chests, no more linens or other permitted trade goods may be shipped by private individuals in the Company's return ships without having previously requested and obtained permission for that purpose; and that they then shall still have to pay for 860. freight to the Company at the Cape of Good Hope ten percent of the amount of the original invoices. We have also ordered the servants at Galle to comply again with the order of the Noble High Indian Government, which had fallen into disuse for some time, providing that for private slaves who are transported on the Company's return ships to the Cape of Good Hope, there must also be paid to the Company for transport and board seventy-two and a half rds. for each head; provided that there is also observed the prohibition issued by Their High Nobles against the transportation of eastern male slaves to that corner by publication of 2 September 1784, and our order given in the year 1787 not to place many slaves on any one ship at the same time. In order that Your Honors may be informed of the goods that are transported with permission in the manner aforesaid, so that the aforementioned freight can be caused to be paid there, and also to ensure that no more goods are brought beyond the permitted chests than those for which permission was given, we have ordered the servants at Galle not only to send the invoices of these goods to Your Honors, but also to have those goods specified on the bill of lading for the cargo for the Cape. Likewise, we have ordered them to inform Your Honors on each occasion 861. how many slaves are crossing to the Netherlands or the Cape on each ship against payment of the stipulated transport and board, and also to have these slaves specified on the muster rolls of the ships. After we had issued this order, the Galle servants informed us that Captain Driesman reported that he has 20 packages consigned to the Cape, for which he has no invoice; and that the Second Warehouse Keeper De Moor also reported that he has on commission for consignment to the Cape to a certain person 15 packages of Surat linens and 1 chest with soap, for which he likewise has no invoice; and for that reason the Galle servants have been authorized by us nonetheless to allow these goods to be sent with the return ships Trinconomale and Huijsduijnen, provided that those to whom these packages are addressed at the Cape shall be obligated to state the purchase amount thereof to Your Honors and to pay to the Company for it the 10 percent freight that we have placed upon it. If import duties should have to be paid on these goods at the Cape, which we do not know, we request that the amount thereof, both for these goods and for all those that might further cross on this occasion and are specified on the bills of lading, may be deducted from the 10 percent freight, because the owners 862. of these goods did not count upon the 10 percent freight in making the arrangements for it, and it therefore appears to us that, provided they pay the 10 percent to the Company for freight, they should for this time, and until Their High Nobles' further orders, remain exempt from all further charges thereon. We have also, upon a received petition from the captains and other officers of the ships Huijsduijnen and Trinconomale, provisionally and subject to the approval of the Gentlemen Masters, decided to excuse them for this time from the immediate payment of freight for the goods, and of transport and board for the slaves, which they are taking with them to the Cape for their own account and not on commission for others; provided however that they shall be obligated to satisfy the aforesaid freight and transport and board in the Netherlands to the Company, if the Gentlemen Masters should see fit to require it; and the Galle servants have been ordered to inform Their Right Honorable Worships and Your Honors of what the goods of these mariners consist, and how many slaves they are taking with them, sending along the invoices of the aforesaid goods. We have the honor, after dutiful greetings, to remain with respect, /:was undersigned:/ Noble, Stern, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sirs and Friends /:was signed:/ D. I. Fretsz, van de Graaff, M. S. Raket, A. Samlant, and J. A. Vollenhove /:in the margin:/ Colombo, 29 January 1790. Agrees: Sijbrands

Dutch transcription

859. teffens na de Caab te laaten aanreekenen een kistje met oleum vitriobi, gem:t N:o 3. dat voor ons geschikt was, en abusief aldaar ontscheept is Jndien UE: mogten zijn voorsien van Goed teeken papier en potlood en de voor raad bij UE: aan handen het mogte kun„ nen toelaten versoeken we ons daar van wat tewillen mededelen wijl we daar van in 't geheel niet zijn voorsien zeedert de komste alhier van 't regi„ ment van Meuron, hebben we de appoinctementen, zoo van de officie„ ken, als ouder officieren en gemeene, van 't zelve, zoodanig gezeegeld als blijkt bij de ingeslootene lijst, en wijl 't re„ gement nadie voet hier altijd is be„ taald, neemen we de vrijheid uwel„ Edelens Edelens in overweeging tegeeven, of de be„ taaling van de recouten van dit regimant die zig aldaar bevinden, meede daar naar niet zoude kunnen geschieden vermits 't ons voorgekoomen is dat in de rctour scheepen, die van Gale vertrek„ ken, partikuliere lijnwaaten voor de Caab de Goede Hoop worden afgescheept en dit zoo tijds zoude kunnen strekken ter benaadeling van 's Comp: laading, hebben we gearresteerd, dat voortaan buijten 't geen in de gepermitteerde ge„ brande kisten word afgescheept, geen meer lijwaaten nog anderen gepermit„ teerde handelwhaaren, door partiku„ liere in sComp: retour scheepen zul„ len moogen worden afgescheept, zonder daar toe alvoorens verlof versogt en verkreegen te hebben, en dat ze dan nog voor 860. voor tragt, aan de Cabo de Goede Hoop aan de Comp: zullen moeten betaalen tien percent van 't bedraegen van min„ ne factuuren ook hebben we den bedienden te Gale aan„ bevoolen om de een tijd lang in onbruijk geraakt aader van de Edele hooge in„ dische regeering wederom na tekoomen houdende dat ook voor de partiku„ lieke slaaven, die met 'sComp: retoude scheepen van de Caab de Goede Woop overvaaren voor Transport en kost geld, aan de Comp: moeten worden betaald twee en zeventig en een halve rd:s voor „den elke kop, mits dat daar bij ook waa„ geobserveerd t door hunne Hoog Edelh: gesteld verbod, tegen te vervoeren van oos„ „tersche manslaaven na die uithoek bij publiekaatie van den 2. 7ber: 1784. , en onse gegeevene ordre - i an eft g in't jaar 1787, om niet veele slaaven tegelijk op elk schip te plaatsen op dat uwel Edelens kunnen zijn on„ deraigt van de goederen die in voegen voorsz: niet verlof worden vervoerd om daar van de voorm: vragt aldaar kunnen te doen betaalen en ook om te doen toe sien dat er geen meerdere goederen, buij„ ten de gepermitteerde kisten, worden aangebragt, dan waar voor verlos ge„ „geeven is, hebben we den bedienden te Gale gelast, om niet alleen de factuuren deeser goederen aan uwel Edelens toetesenden maar ook om die goederen te doen be„ kend stellen op de cognossement van bekendvertelen de laading voor de Caab Jnsgelijks hebben wa hun aan bevoolen om telkens aan uwel Edelen te berig ting 861. ten, hoe veel slaaven met elk schip, tee„ „gens betaaling van 't bepaald transport en kostgeld, over vaaren na Nederland of de Caab, en om ook deese slaaven te doen bekend stellen op de monster vol„ len van de scheepen Na dat we deese ordre gesteld hadden hebben de Gaalsche bediendens ons be„ deeld, dat de Capit: Driesman heeft opgegeeven dat hij 20. pakken in be„ stelling heeft na de Carb, waar van hij geen paktuur heeft, en dat ook de tweede pakhuijsmeester de Moor heeft op gegeeven, dat hij in kommissie ter be„ „de stelling na de kaap heeft aan eenen wet 15. pakken soeratsche lijwaaten en 1: Nis=s met zeep waar van hij insgelijks geen factuur heeft, en zijn de Gaalsche bediendens door ons om die reeden ge„ kwalificeerd om des niet te min te moogen moogen toestaan dat deese goederen met de retour, scheepen Trin Conomaa„ le en Huijsduijnen warden versonden, mits de geenen aan wien dese pakken aan de kaap zijn geaddresseerd, zullen ge„ houden zijn, het inkoops bedraagen daar van aan uwel Edelens op te geeven en daar voor aan de Comp: te betaalen de 10. p:r C„o veragt, die we daar op gestelt hebben. zoo er inkoomende regten voor deese goederen aan de Kaab zouden moeten worden betaald, 't geen we niet weeten, versoeken we dat 't be„ draagen daar van, zoo voor deese goe„ deren als voor alle de geene, die ver„ der ter deeser geleegentheid mogten overgaen en op de kognossementen bekend staan, van de 10. p:r C: vragt mag worden gekort, wijl de eijge„ naars 862. naars deeser goederen, in 't neemen van de „ aarangementen daar toe op de 10. p:r C„s ragt niet gereekend hebben, en 't ons mits die voorkomt, dat ze mits betaalen, de de 10 p:r C: aan den Comp: voor„ vragt, voor dit keer, en tot hunner Hoog Edelh: nadere ordere, van alle de verdere lasten daar op dien en blijven verschoond. ook hebben we op een ingekomen ad„ dres van de Capitains en verdere officeeren van de scheepen Huijs„ duijnen en Trin konomaale bij pro„ visie en op approbatie van de heeren majores beslooten, hun voor dit maal te verschoonen, van de daade„ „lijke betaaling van vragt voor de goederen, en van transport en hoft geld voor de slaaven, die ze voor hunne Nagezien G upke hunne eigene reekening, en niet in Com„ missie voor anderen, na de Caab meede neemen, mits dat ze echter verplicht zullen zijn, om voorschr: vragt en Trans„ „poot en kostgelden in Nederland aan de Comp: te voldoen, in die de heeren majores dat mogten goedvinden: en zijn de Gaolsile bedienden gelost, om aan hunne welEdele hoog achtb: en aan uweledelens te bedeelen, waar in de goe„ deren deeser scheepelingen bestaan, en hoeviel slaaven ze meede neemen, on„ der toesending van de factuuren der voorschr: goederen wij hebben de eere na gedieenstige groete met achting te zijn /:onderstond Eder len Erntfesten Manhaften, wijsen voorzienigen zeer diskreeten Heer en vrienden /:was getekend: van M ^D: I: Fretsz: de Graaff, M: S: Raket A: Sam„ lant en J: A: vollenhove /:inmargine:/ 27. Kolombo den 29 Januarij 1790: Accordeert Sijbrands Egkeerk 1

NL-HaNA_1.04.02_3838_0267 view scan ↗

English

863. Cape of Good Hope To the Noble Lord Cornelis Iacob van de Graaff, Governor and Director of the Company's important trade and business, together with the Council there. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet Lord and Friends. After the closing of our presently departing letter of the 27th of this month, we received from Gale a petition from the Sea Captain and retired Gale Master of Equipage Erland Nicolai Abo, which accompanies this in copy, and in which he among other things requests our recommendation to Your Honors to have his funds there, which are in the hands of his authorized agents, the former Sea Captain Christiaan van Veeren, the Captain of the Regiment de Meuron von Zornlin, and the merchants Jan Brink and Jan Adriaans, demanded from them and deposited into the Company's treasury, in order to be transferred hither for the account and risk of him, Abo, on two ships sailing from there next toward this place, in cash, whether gold or silver, for disbursement to him, Abo. The said retired Master of Equipage Abo is short a considerable sum in his past administration on his journal, and although sufficient security is offered for that shortage, insofar as it has appeared up to now in his aforementioned petition, one cannot yet know, before the confrontation shall have been entirely completed, to what extent this and other shortages might reach. We have therefore not been able to refuse this request, as it serves as a means to secure the Company in case more shortages should be found. We therefore very kindly request Your Honors, in accordance with his aforementioned request, to cause all the funds residing with his aforementioned authorized agents to be transferred by them into the Company's treasury, and to be so good as to send the same hither with the Company's ships coming to Ceylon, divided over two vessels, for the account and risk of the repeatedly mentioned Abo, in gold or silver specie, addressed to us, in 864:5. order to be disbursed here to him, Abo. Since it might nonetheless happen that the aforementioned authorized agents could not account for all the funds so quickly, we have ordered the servants at Gale to confer further with Abo about this, and to make such further communications to Your Honors in that regard as they should find necessary; and we kindly request Your Honors, as far as that can be done, to please pay heed thereto. After dutiful greetings, we have the honor to be, with respect, Noble, Honorable, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet Lord and Friends, Your Honors' obedient friends and servants. Signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo, the 29th of January 1790. Agrees. Sijbrands WEijkeert Examined Eit spaar No. 3 865. Tuesday, the 6th of January, Year 1789. Present. The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Governor Willem Iacob van de Graaff, The Honorable Chief Administrator Peter Sluijsken, The Honorable Dissave Diederich Thomas Fretz, The Honorable Lieutenant Colonel Johannes Theodorus Christiaan Tilenius, The Honorable Fiscal Mattheus Petrus Raket, The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter, The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant. Absent due to indisposition: The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous. The Honorable Chief of Tuticorin Mekern having reported by separate letter of the 24th of December past that the new Porto Novo pagodas, minted from the 15-carat gold, have found no currency at all at Manapaar, Punnaikayal, and Discrete Resolution taken in the Council of Ceylon. No. 4 at Cape Comorin, and have therefore been brought back from there; and also that 2,000 pagodas that were issued at Tuticorin with an agio of 10 percent, together with what was issued at Kilkare at the same price, have all been brought back because they were new, unknown pagodas; yet that one cannot judge with certainty about the popularity or unpopularity of these pagodas, because the bad condition of the country of Marawar, which currently swarms with beggars and vagrants, makes the roads unsafe, and the money merchants from the Udayar Thevar's country, who properly conduct a money trade between Coromandel and the Madura coast, are thereby deterred from coming with money to Kilkare and Tuticorin; that the servants have therefore been under the absolute necessity of having two more chests of silver minted into rupees, which have also already been issued, but as more gold has been brought from Europe, the further minting thereof will be suspended until further orders from this Government. 866. Government. That His Honor is nonetheless obliged to show that the Company is already indebted 27,500 pagodas, besides the 2,000 pagodas in linens that the merchants of Manapaar have delivered, besides the accrued interest on the negotiated capital, and besides another 6,000 pagodas that have been borrowed without interest to be paid out of the first minted gold; and that of the gold now received, after deduction of the aforementioned 6,000 pagodas, the remainder will be needed for the trade of this shipment, so that nothing thereof can be taken toward the repayment of the aforementioned debts. This having been deliberated upon, and in consideration of the fact that the answer from Messrs. Amos and Bowden to the proposal mentioned in the resolution of the 30th of October past will now probably arrive soon, it has been approved and agreed to write to the Honorable Chief Mekern not to have the remaining five chests of silver minted for the time being, but to wait with that until it shall have been seen

Dutch transcription

863. Kabo de goede Hoop Aan den Edelen Heer Cornelis Iacob van de Graaff # Gouverneur en Derekteur van sComp=s Jmportanten handel en omslag Nevens den Raad. aldaar Edelen Erntfesten Manhaften, wijzen voorzienigen zeer Diskreeten Heer en Vrienden. Naa het sluijten van onsen tans afgaanden brief van den 27:e deezer, hebben we van Gale ont„ vangen een addres van den Capitain ter Zee en afgegaanen gaalsch Equipagiemeester Erland Nicolai Abo dat in kopia deezen verzeld, en waarbij hij onder anderen onse voorschrijvens er„ aan uwel Edelens verzoekt, om zijne aldaar zijnde gelden onder zijne gemachtigden, de oud en Capitain ter zee Christiaan van veeren, de Capitain van 't regiment van Meuron van Zornlen 2 en en de kooplieden Jan Brink en Jan Adriaans, van hun tedoen afvraagen en te doen in 'sComp=s Castellen, om voor reekening en refico van hem Abo„ op twee van daar eerst herwaards komende scheepen in Contanten het zij goud of zilver herwaards over„ gemaakt teworden, ter uijtkeering aan hem Abo. Gemelde afgegaane Equipagiemeester Abo komt in zijne gehad hebbende administratie op zijn kaijer eene aanzienelijke somma te kort, en schoon voor die kortkoming in zoo verre ze tot hier toe ge„ ^ voldoende bleeken is bij voorm: zijn addres ^ borg word aan„ gebooden, kan men nogtans als nog en voor dat de konfrontaatsie geheel zal zijn gedaan, niet weeten tot hoe verre zig deese en andere te kort komingen zoude kunnen uijtstrekken. we hebben daerom dit verzoek, als strekkende tot een middel om de Comp: ingevalle er meer te kort„ komingen mogte worden bevonden; te sekuraeren, niet kunnen afzijn. Wij verzoeken uwel edelens mitsdien zaer vriendelijk, om overeenkomstig zijne voorschreeve instantie, alle de gelden, die onder zijne voorm: gemachtigden berusten„ door hun in 'sComp:s kas tedoen overbrengen, en de„ zelve met de Comp: scheepen, die na Ceilon komen, verdeeld over twee bodems, voor reekening en refico van meermelte Abo, in goude of zilvere spetien herwaards 864:5. herwaards tewillen zenden, geaddresseerd aan ons, om om alhier aan hem Abo teworden uijtgekeerd. Wijl het nochtans konde gebeuren, dat de voorschreeve gemachtigden alle de gelden niet zoo spoedig zouden kunnen verantwoorden, hebben we den bedienden 9. te Gale gelast, om daar over Abo nader te onderhouden, en daaromtrent zoodanige verdere aanschrijvens aan uwel edelens tedoen, als ze nodig zouden vinde en we verzoeken uwel edelens vriendelijk, om zoo veel dat geschieden kan, daarop tewillen letten. Wij hebben de Eere na gedienstige groete met agting te zijn /:onderstond:/ Edelen Erntfesten Manhaf„ ten wijzen voorzienigen zeer Diskreeten Heer en vrienden Uwel Edelens Dw: vriend en Dienaeren /:was getekend/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, J: Reintous, 13: L: van Zitter A: Samlant en I: A: vollen„ hove /:in maagine:/ kolombo den 29. Janu„ arij 1790. Accordeert. Sijbrands WEijkeert Nagezien Eit„ spaar N: 3: 865. Dingsdag Den 6:' Januarij A:o 1789. Present. De wel Edele Groot Achtb: heer Gouverneur Willem Iacob van de Graaff D„ D: E: Hoofd administrateur. - . - - - - Peter sluijsken, 2: b: Dessave. . . . . . . . . . . . . . Diederich Thomas Fretz:; D: E: Luijtenant Kollonel - - - - - - Joh:n Th: Christiaan Tilenius, V: E Fiskaal - - - - - - - - _ Mattheus Petrus Raket, Bened:k Lamb:s van Zitter, dE. secretaris. 88. p:s negotie Boekhouder - - - - - - Abraham Camlant, Absent, mids indispositie. D: E: Zoldij Boekhouder - - - - Gerrit Engel Holst, D: E: Eerste Pakhuijsmeester - - - - Iohannes Reintous, J: E: Tutu korijnsch opperhoofd Mekern bijapar„ ten brief van den 24:' December passato bericht heb„ „bende, dat de nieuwe Portonovosepagooden, geslaagen van 't goud van 15. karaat, te manapaar, Ponnekail en S Dekreete Resolutie genoomen in Raade van Ceilon. op aan N:o 4 - ƒ P aan de caab Commorijn geheel geen gangbaar„ „heijd gevonden hebben, en daarom van daar terug gebragt zijn om dat ook 2000 pagooden, die te Tutu„ „zijn nevens het geen de kilkare teegens denselven prijs uijtge „korijn met een agio van 10 p:Cent uitgegeeven was „geeven was alle terug gebragt zijn, om dat het nieuwe onbe„ kende Pagooden waaren; doch dat men echter over de geweldheyd of ongewildheijd deezer: pagooden, nog niet met zeekerheijd kan oordeelen, om dat de slegte toestand van 't land van marria, 't welk tans krield van beedelaars en landloopers, de weegen onvijlig maakt, en de geldhandelaers uijt 't oedra Theuverschland, die eijgentlijk eenen geldhandel drijven tusschen Cormandel en de madu„ reesche kust, daardoor afgeschikt worden, om met geld naa kilkare en Tutukorijn te koomen, Dat zij bedienden daarom in de volstrekte noodzaake„ lijkheijd zijn geweest, om nog twee kisten zilver te laaten verminten tot ropijen, die ook reets zijn uijtgegeeven, maar dat mier goud uijt Eurepa gebragt is, de verdere vermunting van 't zelve zal worden gestaakt, tot naader order deeze Regeering een 866. Regeering. Dat zijn E: nogtans verplicht is te vertoonen dat de Comp: reets schuldig is 27500 pag:, buijten de 2000: pagooden aan lijwaaten, die de kooplieden van mannapaar hebben geleeverd buijten de ver„ „loopene renten op de genegotieerde capitaalen, in buijten nog 6000 pag=n die zonder intrest geleend zijn„ om uijt 't eerst vermunte goud te worden betaald, en dat van 't tans ontfangen goud, naa aftrek van de voorsz: 6000: pagooden, de rest noodig zal zijn voor den handel van deeze bezending, zoo dat daarvan niets zal kunnen worden genoomen tot afbetaaling van voorsz: schulden. Is daarop gedelibereerd, en uijt aanmerking dat 't antwoord van de Mecren amos en Bouw den op de propositie vermeld bij resolutie van den 30:' oktober passato denkelijk nu spoedig zal inkoo„ „men, goedgevonden en verstaen, 't E: opperhoofd Mekern aante schrijven; om de overige vijf kisten zilver voor eerst niet te laaten vermunten, maar daarmeede te wagten, tot dat men zal hebben gezien,

NL-HaNA_1.04.02_3838_0274 view scan ↗

English

whether the proposal made to the aforementioned Messrs. Amos and Bowden shall proceed: and it is also understood, so that the collection of linens may meanwhile take place unhindered, that the second chest of gold brought by the ship De Gouverneur Generaal de Klerk shall be sent to Tuticorin by the first opportunity. Thus resolved in the Castle of Colombo, on the day, month, and year aforementioned: /:was signed:/ W: J: van de Graaff, P:s Sluijsken, D: T: Fretz, C: Tilenius, M: P: Raket, B: L: van Zitter, and A: Samlant. Agrees. Hybrands Velland Examined G: Ledule 867. Sunday, 1 February 1789. Present The Right Honorable Lord Governor Willem Jakob van de Graaff The Honorable Chief Administrator Peter Sluijsken The Honorable Dissave Diederig Thomas Fretz The Honorable First Fiscal Mattheus Petrus Raket The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter The Honorable Lieutenant Colonel The Honorable Pay Accountant The Honorable Provisional Trade Accountant Abraham Samlant The Honorable First Warehouse Master Johannes Rijntous Absent Joh: Ph: Chr: Tilenius Gerrit Engel Holst the first two due to indisposition, and the latter in the Company's service to Galle Secret Resolution, taken in the Council of Ceylon As the Mannar Resident von Ranzow has transmitted, alongside a letter of 27 January last, a copy of a letter written to him by the residents of Kilkare on the 20th of the said month, containing a report: that a servant of the Nabob, named Kader Saayboe, was present in Kilkare, who, as it was said, had undertaken on behalf of the Nabob—since the Hollanders acted deceitfully in every respect—to inspect the pearl banks in the Bay of Condatchy, and had also brought letters for this purpose from the Nabob to the court of the Theuver to provide him with up to 7000 rixdollars, of which he had already received 2000 rixdollars, and that he would proceed to the inspection with 3 to 4 tonies: It has been approved and understood after deliberation to write to the Mannar Resident von Ranzow: 1. To order the commanders of the two cruising boats, which cruise for the security of the pearl banks, further and most emphatically, that, in accordance with what is prescribed in their instructions, they must remain constantly vigilant to ensure that nothing is attempted on the pearl banks by whomever it may be, and that they must immediately seize those who might presume to do so, along with their vessels, and send them under arrest to Mannar, with explicit orders not to heed any protests whatsoever. 2. If it should happen that Kader Saayboe should arrive at Mannar or in the Mannar district, and he, the Resident, should judge from the circumstances that this occurs with any purpose relating to the pearl banks, then to summon him, Kader Saayboe, to his presence and to weigh the reasons for his coming; and when he shall have made them known, and it appears to him, the Resident, that he has come with the intention to inspect the pearl banks or to undertake anything with respect to them contrary to the sovereign rights of the Company, then to notify him that he must put in writing his commission and by whose order he has come, and that this must subsequently be sent at once to this government: with orders at the same time, if this Kader Saayboe should make the slightest move to go to the banks with his vessels, to forbid him from doing so, with an emphatic warning that if he nevertheless does so, he, the Resident, will cause him to be arrested along with his accompanying crew and vessels, which must also be executed immediately if he will not listen to that warning; and that this must be done in the same manner if, instead of Kader Saayboe, another person, whomever he might be, should come to Mannar or into the Mannar district with such intentions as are mentioned in the Kilkare letter. 3. When it comes so far that he, the Resident, must cause either the aforementioned Kader Saayboe or whomever it might be to be taken into arrest in the manner aforementioned, then to send him, with the crew and vessels he brought with him, directly hither, and also to act in the same manner with the crews and vessels that might be brought in by the cruisers, unless this cannot be done without depriving himself of the vessels that he, the Resident, shall find necessary for the security of the pearl banks; in which case the arrested vessels must be hauled ashore, and the crews provisionally kept under arrest in Mannar itself, until further orders from this government. Furthermore, it is approved and understood to order the Resident von Ranzow to conduct himself for the rest according to what was prescribed in the secret letter of this government of 30 March 1786, solely with this exception: that whatever protests might or would be made, and whatever assurances one would wish to give him that there are banks covered with oysters, with an offer to point them out, he, the Resident, shall not be permitted to give any ear to them, nor enter into any discussion about them; with the further recommendation to see to it properly in general that the territory

Dutch transcription

of de gedaane propositie aan voorsz: heeren Amos en Bouwden zal doorgaan: en is teffens verstaan op dat de inzaam van lijwaaten intusschen onver„ hinderd kan geschieden, de tweede kist goud, die met het schip de gouverneur generaal de klerk aan gebragt is, per eerst geleegendheid naa Tutukorijn te zenden. Aldus Geresolveerd in 't kasteel kolombo, ten dage maand en Iaare voorsz: /:was geteekend:/ W: J: van P:s Sluijsken: D: T: Fretz: C: Tilenius de Graaff M: P: Raket, B: L: van Zitter en A: Sainlant Accordeert. Hijbrands Vefland Nagezie G: Ledule 867. De welEd: Groot Agtb: Heer Juw: dE: Hoofdadministrateur- dE: Dessave dE: t:e fiskael - dE: sekretaris dE: luijtenant Kolonel dE: soldijboekhouder Je Door het Mannaaksche opperhoofd van Ranzow nevens brief van den 27. Januarij J:o L:, overgezon- den zijnde een kopie brief, door de residenten van kilkare den 20. van gem: maand aan hem geschree= ven, houdende berigt: dat een bediende van den Nabab, genaamt Kader Saaijboe, zig te kilka re bevond, die gelijk gezegt wierd, bij den na- bab hadde aangenoomen; om vermits de hollan- Sondag den 1. Februarij 1739. Present Willem Jakob van de Graaff Peter Sluijsken Diederig Thomas Fretz Mattheus Petrus Raket Bened:s Lamb:s van Zitter absent Joh: Ph: Chr: Tilenius Gerrit Engel Holft de twee eerste mids indispo= sitie, en de laeste in 'skomp„s dienst na Gale dE: p:l Negotieboekhouder Abraham Camlant dE: Eerste Pakhuijsmeester Johannes Rijntous Sekreete Rezolutie, genoomen in Raade van Ceilon ders op dert in alle opzigten bedriegelijk handelden, de paarlbanken in den bogt van kondaatje te gaan visiteeren, en daar toe brieven van den Na bab meede hadde getragt aan 't theuvers Hof, toe om hem tot 7000: rd=m „ te bezorgen, waer van hij reeds 2000: rd=m hadde ontvangen, en zig met zoude 3 â 4. tonies tot de visitatie, „ begeeven: Is na deliberatie goedgevonden en verstaen, 't Main= naars opperhoofd van Ranzon aanteschrijven, bools 1. om aan de gezaghebbers van de twee kruijste niet, die ter bevijliging van de ppaarlbanken kruijsen, nader en op 't nadrukkelijkste te be„ veelen, dat ze overeenkomstig met 't aanbevoo- lene bij hunne instruktie, steeds waakzaam moeten zijn, om te zorgen dat op de paarl= banken niets word onvernoomen, door wie 't ook zij, en dat ze die geenen, die mogten onder- staan dat te doen, daadelijk met hunne vaartuijgen moeten neemen in beslag, en die in arrest opzenden na Manaar, met expres- se last, om zig aan geene protestatien hoe ge= naamd te stooren. 2. om indien 't mogte gebeuren, dat kader saaij- boe te Manaar of in het Mannaarsche mog= te aankoomen, en hij opperhoofd uijt den toe stel mogte oordeelen, dat 't geschiet met eenig oogmerk, betrekkelijk tot de Baarlbanken als dan hem kader saaijboe bij zig te d ontbieden 868. ontbieden, en de reedenen van zijn komst aftewae= gen, en wanneer hij die zal hebben bekend ge maekt, en hem opperhoofd daar uijt komt te blijken, dat hij is gekoomen met 't oolmerk, om de paeul banken te visiteeren, of ten aanzien van dezelve iets te onderneemen, strijdig met de souveraine regten van de komp: als dan hem aantezeggen dat hij zijne kommissie, en uijt wient last hij gekoomen is, moet stellen ingeschrifte, en dat dit vervolgens ten eersten aan deeze regee„ ring moet worden toegezonden: met last tef= fens, om wanneer deeze kader saaijboe de minste beweeging mogte maaken, om met zijne vaartuijgen na de banken te gaan, hem dat te verbieden, met nadrukkelijke waar= schouwing, dat zoo hij 't des niet teegenstaen de doet, hij opperhoofd hem met zijn bijheb= bend volk en vaartuigen, zal doen neemen in arrest, zoo als dat ook daedelijk moet worden uijtgevoerd indien hij na die waar schouwing niet wil luijsteren, en dat dit inzelver voegen moet geschieven, indien in steede van kader saaijboe, eenen ander, wie hij ook zijn mogt, na Manaar of in 't Mannaersche mogte koomen, met zoodanige oogmerken, als bij de kilkareesche brief zijn vermeld 3. Om wanneer 't ook zoo verre komt dat hij opperh: l opperhoofd, 't zij voorm: kader saaijboe, of wie 't ook wosen mogt, invoegen voorsz: moet doen neemen in arrest, als dan hem, met zijn meede gebragte manschappen en vaartuijgen, direct opte zenden na herwaards, en ook inzelver voegen te handelen met de manschappen en vaartuigen die door de kruijsers mogten worden opgebragt, ten zij dat dit niet kan geschieden, zonder zig te ontrieven van de vaartuigen, die hij op= perhoofd tot de bevijliging van de paarlban„ ken zal bevinden nodig te hebben in welk geval de gearresteerde vaartuijgen op den wal gehaald, en de manschappen bij provisie te Manaar zelve in arrest gehouden moeten worden, tot nader order deezer regeering Voorts is goedgevonden en verstaen 't opperhoofd van Ranzon aantebeveelen, om zig voor 't overige te rigten na 't voorgesz: bij sekreete brief deezer regeering van den 30. Maert 1786 alleen met deeze uijtzondering, dat wat pro- testatien men ook zoude moogen of willen doen, en welke verzeekering men ook hem zoude willen geeven, dat er banken zijn met oesters bezet, met aanbieding om die aantewijzen hij opperhoofd daar aan geen gehoor zal moogen geeven, nog daar over treeden, in eenige dis- cussie; met rekommandatie wijders, om in 't generaal behoorlijk toetezien, dat 't grond gebied

NL-HaNA_1.04.02_3838_0279 view scan ↗

English

869. Examined territory of the Company is in no respect violated, and to prevent in fact those who would wish to undertake such a thing, with all the power at his disposal. And in order that the said Chief may be all the better able to care for the safety of the banks, it has been resolved and agreed to send the bark De Gustaaff, properly armed and equipped, to Manaar, with orders to the Chief of Ranzon to provide the master of the said bark with the necessary instructions and to entrust to him the command over the cruising. Thus resolved in the Castle of Kolombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijken, D: F: Tritz, M: P: Raket, J: Reintous, and B: L: van Zitter Agrees Hijbrands Clerk 9th schedule 870. Tuesday the 3rd of February 1789 Present The Right Honorable Lord Governor Willem Jakob van de Graaff The Honorable Chief Administrator Peter Sluijsken Dessave Diederig Thomas Fuett Lieutenant Colonel Joh: Ph: Christiaan Tilenius Fiscal Mattheus Petrus Raket Secretary Bened:s Lambertus van Zitter Absent The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst First Trade Bookkeeper Abraham Samlaut The first due to indisposition and the latter in the Company's service to Gale. Secret Resolution, taken in the Council of Ceilon. Regarding that which appears in the letter written by the Nabab of Karnatika under the date of 12 October last to the Lord Governor, namely that he had learned that the Chief of Tutukorijn is the principal cause of the disputes and differences that have taken place between the servants of the Cercar and the Company; it having been shown by the Honorable Chief Mekern in a separate letter of 27 January last that he has had absolutely no private differences with the land regent or the lesser servants of the Nabab, but on the contrary has had so much influence over many of these people that during the administration of the present troublesome Land Regent very many difficulties were prevented by him which otherwise would have been unavoidable; that all that his Honor had done in the differences with the Land Regent and his servants had consisted in this, that his Honor, in accordance with duty, had made representations against their frequent acts of violence and opposed the same as much as possible; that it is more than sufficiently known to this government that in the present times it is already an achievement if one can ward off the violence with which the Company's rights are incessantly attacked, and that the slightest offense from the Company's side would instantly bring it into the greatest difficulty; that everything of any note that occurred with the native government during his stay on the coast of 871. Madure is known to this Government, and all of his actions have been fully approved by this Government; and that his Honor therefore considers himself entitled to the protection of this Government against the false accusation of the Nabab, which, being framed merely in general terms and pointing out no specifics, certainly proves nothing, but nevertheless it could not be a matter of indifference to him that such slander against him should remain uninvestigated and undecided: requesting therefore that it might please this Government, if it be necessary, to further examine or cause to be examined his conduct maintained with the native Government, and subsequently to deliver judgment as to whether his Honor is to blame for the differences with the Nabab's Government! further leaving it deferred to the judgment of this government whether it could be detrimental to the interest of the Company to make representations against such a slanderous express from the Nabab, as his Honor believes he might reasonably request. Having deliberated upon this and taken into consideration that the Honorable Chief Mekern in all his actions has constantly guided himself by the standing orders and instructions, and that he furthermore, as a faithful and honor-loving servant, has sought to advocate and maintain the rights and privileges of the Company against all infractions by the native Government, without it ever having appeared to this Government that his actions have given any occasion whatsoever for the aforesaid accusation. And it has therefore been resolved and agreed to confer with the Nabab on this matter in order to disabuse him in this regard, and nevertheless, for the removal of all further suspicion, to request him, if any particulars should have been presented to him whereby it appeared to him that the repeatedly mentioned Chief could be considered as the cause of the disputes and differences between the Company and his servants, 87½. Examined to then be so good as to communicate that to the Lord Governor, because no investigation can be made into accusations made in such general terms as was done in his aforesaid letter. Thus resolved in the Castle of Kolombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, D: J: Puetz, C: Filenius, M: P: Raket, J: Reintois, and B: L: van Zitter. Agrees Hijbrands Clerk 9th Schedule

Dutch transcription

869. Nagezien gebied van de komp: in geen opzigt geschonden word, en den geenen die dat zouden willen onder neemen, zulx met de daad te beletten, met al de magt die bij hem aan handen is. En op dat gem: opperhoofd, te meer in staet zij om voor de vijlighijd der banken te kunnen sorgen, is goed gevonden en verstaen de bank de Gustaaff behoorlijk gearmeerd en g'equipeerd na Manaar te zenden, met last aan 't opper- hoofd van Ranzon, om den gezaghebber van gem: bark te voorzien van de noodige Jnstruktie en aan hem opte draagen 't kommen do over de bekruijsing. Aldus Geresolveerd in 't Casteel Kolombo ten dac„ ge maand en Jaare voorsz: /:was getekend:/ W: J: van de Graaff, P: sluijken, D: F: Tritz, M: P: Raket, J: Reintous, en B: L van Zitter Accordeert Hijbrands Vlijkeirk 9: zedule 870. Dingsdag den 3. Februarij 1789 Present de welEd: Groot agtb: Heer Gouverneur Willem Takob van de Graaff dE: Hoofd administrateur Peter Sluijsken Diederig Thomas Fuett Dessave Joh: Ph: Christiaan Tilenius, Luit: Kolonel Mattheus Petrus Raket fiskaal — sekretaris Bened:s Lambertus van Zitter Absent Gerrit Engel Holst Abraham Samlaut de Eerste mids indispositie en de laatste in 'skomp:s dienst na Gale. — Nopens het geen voorkomt bij den brief door den Nabab van Karnatika, onder dato 12. 8ber: pass=o aan den Heer Goeverneur geschreeven, dat hij naamelijk vernomen had, dat 't opperhoofd van Tutukorijn de principaale oorzaak is van de disputen en differenten, die er hebben plaats gehad, tusschen de bedienden van den Cercar en de Comp: door 't E: opperhoofd Mekern, dE: soldij boekhouder p:o Negotie boekhouder Sekreete Rezolutie, genoomen in raade van Ceilon bij - - bij apparte brief van den 27. Janu: I:o Leden, ver„ toond zijnde, dat hij volstrekt geen bijzondere verschillen met den landregent, of de mindere bedienden van den Nabab heeft gehad, maer in teegendeel op veelen van deeze menschen zoo veel vermoogen gehad heeft, dat 'er geduu- rende 't bestier van den tegenswoordigen onge makkelijken Landregent, heel veel mogelijk„ heeden door zijn voorgekoomen, die anders onvermijdelijk waaren; dat al wat zijn E: in de differenten met den Landregent en zijne bedienden gedaan had, daar in hadde bestaan, dat zijn E: volgens pligt teegen hunne meenigvuldige geweldenarijen representatien had gedaan, en dezelve zoo veel mogelijk tegen gegaan; Dat het aan deeze regeering meer dan overbodig bekend zij, dat het in de tee„ genwoordige tijden al vergebragt is, indien men 't geweld, waar mede 's komp:s regten onophoudelijk worden aangevogten, kan afkee„ nen, en dat de minste beleediging van 'sComp:s zeide, haar oogenblikkelijk in de grootste moeijelijkheid zoude brengen; Dat al het desselfs verblijf ter geen er geduurende kuste 871. kuste Madure van eenige aanmerking met de inlandsche Regeering was voorgevallen, aan deeze Regeering bekend is, en alle desselfs ver„ rigtingen door deeze Regeering volkomen goedgekeurd zijn; en dat zijn E: dus vermeend geregtigd te zijn tot de bescherming dezer Regeering, tegen de valsche beschuldiging van den Nabab, die enkel in generaale termen ingerigt zijnde, en geene specialiteiten aan wijzende, wel niets bewijzen, maer egter den zelven niet onverschillig konde zijn, dat zulke lasteringen tegen hem buiten onderzoek en onbeslist blijven: verzoekende derhalven, dat het deze Regeering mogte behaegen om indien het nodig zij, desselfs gehouden ge„ drag met de Jnlandsche Regeering, nader te onderzoeken of te laaten onderzoeken, onvervolgens uitspraeke te doen, of zijn E: aan de differenten met de Nababsche Regee„ ring schuld heeft! laatende wijders aan het oordeel dezer regeering gedefe„ reerd, of het voor het belang van de Comp: nadeelig zoude kunnen weezen, om teegen zulk eene lastenlijke expresse van den Nabab Nabab vertoogen te doen, zoo als zijn E: ver- „moogen meind billijk te zullen „ verzoeken Js daarop gedelibereerd en in agting genomen dat 't E: opperhoofd Mekern, in alle zijne handelingen, zig steeds heeft bestierd na de leggende ouders, en voorschriften, en dat hij voorts als een getrouw en eerlievend dienaen„ de regten en voorregten van de Comp: te„ gen alle infractien van de Jnlandsche Regee„ ring heeft getragt voor te staan en te hand„ haven, zonder dat het deeze Regeering im mer is voorgekoomen, dat zijne verrigtingen eenige aanlijding, hoe genaamd, hebben kun- nen geeven tot de voorsch: beschuldiging. En is derhalven goedgevonden en verstaan, den Nabab hier over te onderhouden, om hem deswegens te disabuseeren, en niet te min hem, ter wegneming van alle verdere verdenking, te verzoeken, om zoo hem eeni„ ge bijzonderheeden mogten zijn aangediend, waar bij het hem is voorgekomen, dat meermeld opperhoofd, als de oorzaek van de disputen en differenten, tusschen de Comp: en zijne bedienden, zoude kunnen worden 87½. Nagezien worden aangemerkt, als dan zoo goed te willen zijn, dat aan den Heer Goeverneur te bedeelen, wijl men geen onderzoek doen kan op beschuldigingen gedaan in zoo al„ gemeene termen, als bij voorsch: zijn brief is geschied. Aldus Geresolveerd in 't Casteel Kolombo ten dage Maand en Jaare voorsch: /:was getekend:/ W: J: van de Graaff, P: sluijsken, D: J: Puetz:, C: Filenius, M: P: Raket, J: Reintois en B: L: van zitter. akkondeert Hijbrands V Egkeerk 9. Sedulx

NL-HaNA_1.04.02_3838_0291 view scan ↗

English

873. Friday the 13th February Anno 1789. Present. The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaf The Honorable Dessave Diederig Thomas Fretz, The Honorable Principal Fiscal Mattheus Petrus Raket, The Honorable First Warehouse Keeper Johannes Reintous, The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitler The Honorable Principal Trade Bookkeeper Abraham Samland, Absent. The Honorable Chief Administrator Peter Sluijsken, The Honorable Titular Lieutenant Colonel Johan Philip Chris: Filenius The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, the first on an excursion to Gale, the second occupied in the service, and the last due to indisposition. Secret Resolution taken in Council of Ceylon. Alongside the secret letter from Gale of the 2nd of this month, there was received a report inserted below concerning the inspection of the condition of the foundations of the old rampart wall between the Battery Utrecht and [illegible] [illegible] between the intervals from the inside have not sometimes been washed out, thus, upon the breaking down of the first-mentioned two to three feet, the foundation should be inspected and, depending on the findings, more should be broken down. Herewith we trust to have fulfilled the honored intention of your Right Honorable and further take the honor to call ourselves with all high esteem, beneath stood, Right Honorable Commanding Sir, your Right Honorable's very humble and obedient servants, was signed, W: Lowe, P: Lagarde, and with a Malabar signature, in the margin, Gale the 15th Jan: 1789, beneath stood, Agrees, was signed, M: I: Gratiaan, first clerk. And after deliberation it was approved and agreed to authorize the officials to have the improvements indicated in the aforementioned report carried out, provided that the execution thereof must remain suspended until the arrival of the fabric inspector Diederikz. Thus resolved in the castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed, W: I: van de Graaff, Diderig Thomas Fretz, M: P: Raket, J: Reintous, B: L: van Zitter, and A: Samland. Agrees. Hijbrands First Clerk. 875. Examined, G: Ledulx 876. Monday the 16th February 1789. Present. The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Chief Administrator Peter Sluijsken, The Honorable Dessave Diderig Thomas Fretz, The Honorable Titular Lieutenant Colonel Joan Philip Christ: Filenius The Honorable Principal Fiscal Mattheus Petrus Raket, The Honorable First Warehouse Keeper Johannes Reintous, The Honorable Secretary Benedictus Lamb: van Zitter The Honorable Principal Trade Bookkeeper Abraham Samlant, Absent. The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, due to indisposition. Secret Resolution taken in Council of Ceylon. Having taken into consideration that the Honorable High Government of the Indies might sometimes not be in a position to satisfy the further requisition of rice corrected today by the general resolution, and that in such a case this Government would fall into the greatest embarrassment if it also received no relief from Cochin; considering additionally that the ministers of Cochin, in order to provide Ceylon with the necessary rice, must contract for it early, it was after mature deliberation, and in view of the weight of the matter, approved and agreed to show to the Malabar Governor van Angelbeek in a separate letter in the most emphatic manner the great embarrassment into which this government might fall if in the upcoming season it were not assisted with at least 1000 lasts of rice from Batavia, over and above the 1200 lasts already requested, in case Cochin should also be unable to help Ceylon; and therefore very kindly to request His Honor to be pleased to take into consideration whether and to what extent ordinary bills of exchange on the Company, granted by this government to be paid in the Netherlands at the ordinary terms, money for money, and thus without any discount or loss, up to a sum of 80000 rupees, could be of service to enable Cochin to purchase at least 1000 lasts of rice for this Government, to be conveyed hither in the following season, whereby one will let the discount be charged on the rice, or what in effect amounts to the same, to purchase the rice so much more dearly as the aforementioned discount amounts to, because payment for it cannot be made at the usual time. And in order to venture nothing on an uncertain outcome in this matter, it was likewise resolved to promise to the aforementioned Mr. van Angelbeek that, if neither of the two aforementioned means can succeed, this government will then, from the gold expected from Europe in the coming month of July for the linen trade, and from the first minting thereof, send to Cochin 877. fifteen thousand ordinary Company pagodas, in order provisionally to be able to pay for half of the requested rice, in case no gold or silver minted specie suited for this purpose can be obtained here; and that the other half will likewise be paid from the gold sent from Europe for the linen trade, if this government in the meantime obtains no other means at hand for this purpose, and if Cochin, being without new funds, should also not be in a position to pay that amount on account of Ceylon. Thus resolved in the castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed, J: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, D: T: Fretz, J: P: C: Tilenius, M: P: Raket, J: Reintous, B: L:s van Zitter, and A: Samlant. Agrees. Hijbrands First Clerk. Examined, P: Ledulx

Dutch transcription

873. Den wel Edele Groot Achtbaare Heer Gouverneur Willem Iacob van de Graaf Den E: Dessave - - - - - - - Diederig Thomas, Fretz:, Den E: p:l fiscaal - - - - _ _ Mattheus Petrus Raket, Den E: Eerste Pakhuijsmeester - - - Iohannes Reintous, Benedictus Lambertus van Zitler„ Den E: secretaris - - - - - - Den 6: p:l Negotie Boekhouder - - Abraham Samland, Absent Den E: Heer Hoofdadministrateur - Peter Sluijsken, Den E: tit: Luijt: kollonel - - - - Johan Philip Chris: Filenius Den E: Zoldij boekhouder - Gerrit Engel Holst, de eerste voor een springtogt na Gale, de tweede in den dienst geoccupeerd, en de laatste mits„ indispositie Is nevens Gaassche secreete brieff van den 2 deezer ontvangen een hier onder g'insereerd Rapport, van de van opneem van de gesteldheid der fondamenten die de oude wal muur tusschen de Batterij utrecht Vrijdag den 13:' Februarij A:o 1789. Present. op. Sekreete Resolutie genoomen in Raade van Ceilon en 9 - ne tusschen de Jnter valle van binnen niet somtijds zijn uijtgespoeld, zo diend bij het afbreeken der eerst genoemde twee a drie voe„ ten het Findament gevisiteerd en naar be„ vinding van zaaken meerder afgebroo¬ ken wonden. Heer mede verkopen wij aan de geeerde In„ tentie van uwel Ed: Achtb: voldaan te heb„ ben matige ons wijders de Eere aan ons met alle hoog Agting te noemen /:onderstond:) wel Edele Achtb: gebiedende heer s uwel Ed: Achtb: Geb: zeer nedrige en Gehoorzaame Dienaaren /:was geteekend:) W: Lowe, P: Lagarde, en met een Mallabaarse handteekening /: in margiene:/ Gale den 15:e Jan: 1789. onder„ stond:) Accordeert (:was geteekend:) M: I: Gra„ tiaan E: g: klerk. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan, den bedienden te qualificeeren, om de bij 't voorsz 875. Nagezig G: Ledulx voorsz: berigt aangeweezene verbeetering te laaten doen, mits dat de Excekutie daar van zal moeten blijven uijtgesteld, tot de over„ komst van den fabricq Diederikz: Aldus Geresolveerd in 't kasteel Kolom„ bo ten dage maand en Jaare voorsz: /:was getekend:) W: I: van de Graaff, Dide„ rig Thomas Fretz, M: P: Raket; J: Reintous, B: L: van Zitter en A: Samland. Akkordeert Hijbrands VEgklerk aan, sta 876. Maandag Den 16:e Februarij 1789. Present. aen wel Edelen Grot Achb: hee ourneur Willem Jacob van de Traaff„ Den E: Heer hoofdadministrateur - - - - Peter Sluijsken, Aen „ Lassave - - - - - - - Diderig Thomas Fretz:, Den „ tit Luijt: Hollonel - - - - Joan Philip Christ: Filenius Den „ p:l Fiskaal - - - - - - Mattheus Petrus Raket, Den „ Eerste pakhuijsmeester - - - - - Johannes Reintous; Benedictus Lamb: Van Zitter Den „ secretaris - Abraham Samlant, Den p:l Negotie Boekhouder - Absent, Gerrit Engel Holst, mits in Dispositie In overweeging genoomen zijnde, dat der Edele Hooge indische regeering somtijds met in de gelegend„ heid zoude kunnen zijn, om den op heden bij de gemeene resolutie g:'corresteerden naderen Eisch van rijst te voldoen, en dat in zulk geval dit Den E: Zoldij Boekhouder - - - - - Sekreete Resolutie genoomen in Raade van Ceilon. op. Gou -- -- -- Gouvernement in de grootste ongeleegendheid zal ge„ raaken, zoo t ook van koeldiem geen ontzet be„ quaamen daar bij geconsideert zijnde, dat de van koetsiemsche ministers, om Ceilon met de nodige rijst te voorzien dezelve vraegtijdig moeten con tracteeren, is na rijpe deliberatie, en uit aanmer„ king van 't gewigt der sake goedgevonden en verstaan, om den heer Mallabaarsche Gouverneur van Angelbeek bij een aparte brief op na adtuk„ kelijkste wijze te vertoonen, de groote ongeleegend„ heid, waar in dit gouvernement soude kunnen koomen, indien men in 't naastkoomende Saisoen niet ten minsten met 1000. Lasten rijst, booven de reeds gevraagde 1200. lasten, van Batavia wond ge assisteerd, ingevalle koetsiem ook Ceilon niet zou„ de kunnen helpen; en om zijn Edele mits dien zeer vriendelijk te verzoeken, van te willen nee„ men in overweeging, of en in hoe verre gewoone assignatie op de Comp: door deeze regeering ver„ leend om in Nederland op de ordinaire termij„ nen 877. nen te worden betaald, geld om geld, en mits dien zonder eenig rabat of verlies, tot een som van 80000. rapiassen toe, van dienst zoude kunnen weezen, om koetsiem in staat te stellen, tot 't inhoopen van ten minsten 1000. lasten rijst voor dit Gouvernement, om in t volgende saisoen her„ waards te worden bezorgd, wanneer men 't rabat op de rijst zal laaten beswaaren, dan wel, 't geen in effekte op 't zelfde uitkomt om de rijst wijl, de betaaling daar voor niet op de ge„ woone tijd kan worden gedaan, zoo veel duur„ der intekoopen, als 't voorsz: rabat bedraagt. En is, om in deezen mits aan eene onoorzee„ kere uijtkomst te waagen teffens beslooten, aan wel gem: heer van Angelbeek toete zeggen, dat soo geen van bijde de voorsz: middelen kan aan„ gaan, deeze regeering als dan van 't goud dat in de aanstaande maand Julij voor den Lijwaats handel uit Europa verwagt word, en wijl uit de eerste verminting daar van na koetsiem zal zen„ den Nagezign den vijftien duijszend gewoone Comp:s pagooden, om bij provisie de helfte van de gevraagde rijst te kunnen voldoen, indien men ook geen goude of zilver gemunte spetien hier toedienen de, mog„ te uijtkrijgen en dat de andere helfte, insgelijks zal worden voldaan uit 't goud, dat uit Europa voorden Lijwaathandel gezonden word zoo deeze regeering intusschen daar toe, geene andere mid„ delen aanhanden krijgt en dat ook koetsiem middelen wijl door nieuwe fondsen, niet mooge in staat zijn, om dat bedraagen voor reekening van Ceilon te betaalen. Aldus, Geresolveerd in het kasteel kolombo ten dage maand en Jare voorsz: /:was geteekend:) J: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, D: T: Fretz: J: P: C: Tilenius M: P: Raket, J: Rein„ tous, B: L:s van Zitter en A: Samlant. Accordeert. Hijtrauds Eiklerk P: Ledule

NL-HaNA_1.04.02_3838_0301 view scan ↗

English

878. Monday the 23rd of February 1789: Present The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Governor Willem Iacob van de Graaff, The Honorable Lord Chief Administrator Peter Sluijsken, The Dessave Diderich Thomas Fretz, The Lieutenant Colonel Joan Philip Christiaen Tilenius, The Provisional Fiscal Mattheus Petrus Raket, The First Warehouse Master Johannes Reintous, The Secretary Benedictus Lambertus van Zitter, The Provisional Trade Bookkeeper Abraham Samlant, Absent. Due to indisposition The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon. Having taken into consideration that now and then some difficulties arise on the Madura coast, which make it necessary to find arrangements regarding this before the exchange of the ratification takes place, whereby this will be provided for in the future, it was approved and understood, upon the proposal of the Lord Governor, to authorize thereto the Chief of the Madura coast, D. E. Mekern, and to attach to him in this commission the Lieutenant of Infantry Ian Brohier, especially because Chief Mekern does not have sufficient command of the English language to negotiate with Mr. Buchanan, the Nabob's agent, who speaks no other language than English, without an interpreter. Furthermore, it was approved and understood, in order that the aforementioned Brohier can be used with more propriety in this commission, subject to the approval of Their High Mightinesses, to appoint him Captain Lieutenant. Business concerning Trincomalee. An address from Captain Fornbauer was reconsidered, 879. Revised. along with the plan and profile attached thereto of a section of rampart wall which he proposes to have built at the top of Fort Ostenburg, instead of a small wall of 18 inches thickness and equal height, with which that part of the fort is currently fortified, or rather merely enclosed, because over it, when the gate is closed, one can enter and exit the fort, not to mention that the interior of the fort is thereby completely exposed to the batteries that the enemy could establish on the eastern height of the Company's island. And after deliberation, it was approved and understood to grant authority to have the proposed rampart wall erected in accordance with the plan and profile received thereof. Thus resolved in the Castle of Colombo, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, P. Sluijsken, D. T. Fretz, J. P. C. Tilenius, M. P. Raket, I. Reintous, B. L. van Zitter, and A. Samlant. Agrees. Lijbrands, First Clerk. P. Leduk. 880. Tuesday the 7th of April 1789. Present The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Governor Willem Jakob van de Graeff, The Lord Commander of Galle Peter Sluijsken, The Honorable Dessave Diederig Thomas Fretz, The Honorable Lieutenant Colonel Joh. Ph. Christiaen Tilenius, The Honorable First Warehouse Master Johannes Rijntous, The Honorable Secretary Benedictus Lamb. van Zitter, The Honorable Provisional Trade Bookkeeper Abraham Samlant, The Honorable Fiscal Mr. Joh. Adrianus Vollenhoven. Absent Due to indisposition The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, The Honorable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon. The Lord Governor having brought forward for further deliberation the article of the toll which the Theuver claims on the linens that the Company exports from his lands, it was taken into consideration that although the payment of duty was abolished by the agreement of the year 1767, further confirmed in the year 1769, 881. Revised. P. Leduk. and nevertheless since that time, pag. 1 9/32 per 100 pieces has been paid on the export of linens; and that it appears more advisable, if one could get the increased toll of pag. 1 19/160 rescinded by the Theuver without having to complain about it to the Nabob, to then rather acquiesce in paying the aforesaid pag. 1 9/32 per 100 pieces, which corresponds nearly enough to the 2 percent that must be paid according to the ratified treaty of the year 1759, than to make much fuss about it by appealing to the aforesaid agreement of the year 1767, concluded with the Regent during the minority of the Theuver; in order thus to prevent that someone might perhaps seek to raise this or that objection to it, to invalidate the same, and why it will even be best, if the matter cannot be settled with the Theuver and one should consequently have to address oneself regarding this to the Nabob, to then only urge the abolition of the increased toll above the toll of pag. 1 9/32 paid before that time, because that toll, as noted herefore, corresponds nearly enough to the 2 percent that must be paid according to the treaty of the year 1759, of which a copy was delivered to Mr. Buchanan while he was present here, and to which one can appeal without any reservation. And it was therefore approved and understood to recommend to the Tuticorin Chief Mekern to govern himself in accordance with this in his dealings with the Theuver. Thus resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, P. Sluijsken, D. T. Fretz, J. P. C. Tilenius, Johannes Rijntous, B. L. van Zitter, Abraham Samlant, and J. A. Vollenhoven. Agrees. Lijbrands, First Clerk.

Dutch transcription

878. Maandag den 23:e februarij 1709:— Present Den wel Edelen Groot Achtb. Heer Gouverneur Willem Iacob van de Graaff„ Den E: Heer hoogd administrateur . . . . . . Peter Sluijsken, Den „ Dessave - - - - - - - - Diderich Thomas Fretz:, Den 1„ tel: Luijt: kollonel - - - - - Joan Philip Christiaen Filemius, Den „ P:l fiskaal - - - - - - Mattheus, Petrus Raket, „den „ Eerste Pakhuijs meester - - - - - - Iohannes Reintous, 239 p0: Setretanris - - - - - - - - - Benedictus Lambertus van Zitter, Den „. P:l Negotie Boekhouder - - - Abraham Lamland, Absent. Gerrit Engel Holst, mits indispositie Den E: Zoldij Boekhouder - - Jn agting genoomen zijnde dat er nu een dan op de De kreete Resolutie genoomen in Raade van Ceilon Maduresche ƒ op Maduresche kust eenige moeijelijkheeden ontstaan, die het noodig maaken om dien aangaande voor dat de uitwisseling van de ratificatie geschied, schikkin„ „gen, te vinden waardoor daar in voor den aanstaen„ „de word voorzien, is op de propositie van den Heer gouverneur goedgevonden en verstaan om daar toe te autoriseeren het opperhoofd van de Maduresche kust D: E: Mekern en hem in deeze kommissie toe te„ voegen den Luijtenant van de Infanterie Ian Bro„ hier, inzonderheid wijl het opperhoofd Mekaan de Engelse taal niet genoeg magtig is oms met den Heer Kachanan 'sNababs agent die geen an„ ders taal dan het Engels spreekt, zonder een „taal naar te kunnen handelen. Voorts is goedgevonden en verstaan gem: Arohier ten eijnde Hij in deeze kommissie niet te meer wel„ voegelijkheid kan worden gebruijkt op de approbatie van hunne Hoog Edelheeden aan te stellen tot kapitein Luijtenant. Bezaigne over Trinkonomale Is geresumeerd een addres van den Capitein Forn„ „bauer, 879. Nagezig „baucr, nevens 't daar bij gevoegde Plan en profil van een stuk walmuur welke hij voorsteld te laaten op bouwen boven aan 't fort oostenburg, insteede van een klijn muurtje van 18 bunnen dikte en even soo veel hoogte, waarmeede tans dat gedeelte van 't fort bevestigd, of veel meer slegts omgeeven is, wijl men daar over bij geslooten poort, in en uit 't foat kan koomen, geswijge nog dat de binnen kuunte van 't foat, daar door te eene„ „maal open legt voor de Batterijen, die de vijand op de oostelijke hoogte van 't Comp: eijland, zoude kunnen aanleggen. En is na deliberatie goed gevonden en verstaan qualifi„ calie te verleenen tot het laaten ophaalen van de voorgestelde walmuur Conform 't daar van ont„ fangene plan en Profil. Aldus geresolveerd in het kasteel Kolombo, ten daar„ „ge, maand, en Jaare, voorsz: /:was geteekend /: W: C: van de Graaff, P: Sluijsken, D: T: F retz: J: P: C: Tilenius, M: P: Raket, I: Reitous, B: L: van Zitter en A: Samlant„ Accordeert. Lijbrands EGKlerk P: Leduk 888. dE: Hoofd administrateur dE: Dessave. dE: luijtenant kolonel- dE: Eerste Pakhuijsmeester dE: sekretaris dE: p:l negotieboekhouder dE: fiskael - De Heer Gaals kommandeur - - Peter Sluijsken dE: soleij boekhouder De Heer Gouverneur nader ter deliberatie gebragt hebbende 't artikeul van den zeetel, die de Theuver pretendeerd of de lijwaeten, welke de komp: uijt zijne landen uijtvoerd, is in achting genoomen dat schoon het betaa len van tol, bij de overeenkomst van 't Jaer 1767, nader bevestigd in 't Jaer 1769, is afge= Gerrit Engel Holft mids indispositie Dingsdag den 7. April 1789. Present Mattheus Petrus Raket Diederig Thomas Fretz Joh: Ph: Christiaen Jilenius Johannes Rijntous P:H Benedict:s Lamb: van Zitter Abraham Samlant Mr: Joh: Adrianus Vollenhoven Absent De welEdele Grot agtb: Heer Gouverneur Willem Jakob van de Graeff Sekreete Rezolutie genoomen in Raede van Ceilon schaft . - op schaft, en nogtans zedert dien tijd, op den uijtvoer van lijnwaeten, is betaeld pag: 1 9/32 op de 100. stukken; en dat het raadzaamen schijnt, dat zoo men de verhoogde tol van pag: 1 19/160. konde ingetrokken krijgen bij den Sieuver, zonder dat daer over bij den Na- bab behoefd te worden geklaegd, zich als dan het betaelen van voorsz: pag: 1 23/12 op na de 100. stukken, dat w genoeg uitkomt met de 2. p:r C:o, die volgens 't geratificeerde traktaet van 't Jaer 1759 moeten worden betaald, liever te laaten welgevallen, dan om veel beweeging daar over te maeken door zich te beroepen op voorsz: overeenkomst van 't Jaar 1767; aangegaan met den Rijks kancelier geduurende de minderjaerighijd van den sheuver; ten einde dus tevoorkoo= men, dat men niet mitschien deeze of geene aanmerkingen daar op mogte zoe- ken ter baan te brengen, ter ontzenuwing daar van, en waarom het zelfs best zal zijn, zoo de zaak met den Jheuver niet kan worden afgedaen, en men zich dien- volgens derweegens aan den Nabab zoude moeten 881. Nagezien g: Leduli moeten addresseeren, als dan alleen tewaagen de afschaffing van de: verhoogde tol, op de voor dat tijdstop betaelde tol van pag: 1: 29/2, wijl die tol, gelijk hier vooren aangemerkt is, na genoeg overeenstamd met de 2. p:r C:o die betaeld moeten worden, volgens 't traklaet van 't Jaer 1759, dat in kopij aan den Heer Buckanan, bij aanweezen alhier, afgegeeven is, en waar op men zich zonder eenige bedenking kan beroepen. En is derhalven goedgevonden en verstaen, 't sutuko rijns opperhoofd kekern terekommandeeren eb: om zich overeenkomstig hier meede in zijne handelingen met den Theuver te bestieren Aldus geresolveerd in het kasteel kolombo ten daege maand en Jaare voorsz: /:was ge- tekend:/ W: J: van de Graaff, P: sluijsken, ƒ p Freth, C: Gilenius M: P: Raket, P: J: J: Rijntous, B: L: van Zitter, A: samitaal en J: A: vollenhoven Hijbrands VEgklerk akkondeert 6

NL-HaNA_1.04.02_3838_0309 view scan ↗

English

882. Sunday, 10 May 1789. Present The Right Honorable, Most Worshipful Governor Willem Jacob van de Graaff Peter Sluijsken, Commander of Galle Mattheus Petrus Raket, Honorable Chief Administrator Joh: Philip Christ:n Tilenius, Honorable Lieutenant Colonel Johannes Reintous, Honorable First Warehouse Master Benedictus Lamb:s van Zitter, Honorable Secretary Abraham Samlant, and Honorable Trade Bookkeeper Mr. Johannes Adrianus Vollenhoove, Honorable Fiscal Absent Diederig Thomas Fretz, Honorable Dessave Gerrit Engel Holst, Honorable Pay Bookkeeper The first in the country and the latter indisposed Secret Resolution taken in the Council of Ceylon Read and approved at the assembly was a letter, number 4, to the Viscount de St. Riveul, to serve as a reply to his letter written to the Governor on 26 April last concerning what occurred during the sailing into the Trincomalee inner bay of the French Company ship named the Comte d'Artois, more extensively mentioned in the secret resolution of the 2nd of this month, of which it is understood this record shall be kept. And it is further understood to request a report from the Trincomalee officials regarding the assertion made by the aforesaid Mr. de St. Riveul in his aforesaid letter, namely, that the ship le Comte d'Artois reduced its sails at the first shot fired with blank powder from Oostenburg, as no mention was made of this detail in the report of the officials. Read around and now tabled are two secret letters from the officials of Trincomalee, dated 27 and 29 April last, with the copies received alongside them of the letters that have been exchanged since the dispatch of their letter of 883. 24 April between them and the aforementioned Mr. de St. Riveul. And as these letters contain nothing other than a further explanation of the complaint of Mr. de St. Riveul, and a further assertion of the lawfulness of what the officials undertook during the sailing into the inner bay of the ship le Comte d'Artois, except that Mr. de St. Riveul, in his letter of 28 April last, makes known his intention to depart, and accordingly requests a pilot, which was answered by the officials in a polite manner, it is understood to keep only this record of the matter. Furthermore, since it is uncertain what influence the war between Russia and Turkey might have on the continuation of general peace in Europe, and it is almost beyond doubt that upon the outbreak of a rupture in Europe the first blow is to be expected at Trincomalee, unless the superiority of the French in the Indies should be great enough to begin with the capital of Ceylon, which is however not likely; it is therefore approved and understood to reinforce Trincomalee for the present, and until one shall be more assured of the continuation of peace in Europe, with the Galle company of jaegers alongside a company of the Regiment de Meuron and 44 artillerymen from the Colombo garrison. And as the aforesaid company of jaegers is the company of Major Lever, Commander of Galle, on the grounds that it is necessary that another commander be placed over it, and that an alert officer on whom one can rely be chosen for this purpose, it is approved and understood to give command over the same to Sub-Major Johan Willem Uhlenbeek, who was already recommended to their High Mightinesses for Captain-Lieutenant in a letter of 27 November 1786, and that he 884. Seen shall accordingly now be further recommended to their High Mightinesses for Captain-Lieutenant. Thus resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W: J: van de Graaff, P: Sluijsken, M: P. Raket, C. Tilenius, J:s Reintous, B: L:s van Zitter, A: Samlant, and J: A: Vollenhoove. Agrees Dijbrands First Clerk 885. Tuesday, 19 May 1789. Present The Right Honorable, Most Worshipful Governor Willem Jacob van de Graaff The Commander of Galle, Peter Sluijsken, Honorable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket, Honorable Dessave Diederig Thomas Fretz, Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous, Honorable Secretary Benedictus Lamb:s van Zitter, Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant, Absent Honorable Lieutenant Colonel Joh:s Philip Christ:n Tilenius, Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, Honorable Fiscal Mr. Joh: Adrianus Vollenhoven The first two due to indisposition and the latter for an excursion to Galle. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon. Upon the circular instructions sent to the officials at the subordinate offices of this government, stating that in the future no agents or consuls, nor any such qualified persons of foreign powers, may be admitted without special instructions from the Lords Major; the Trincomalee officials have reported by letter of 29 April last that a certain Mr. Presier had remained behind there for the shipment of the French goods when the King's garrison evacuated the place; that he has since purchased a piece of land, built upon the same, and still lives there; and that although he is known and permitted by the officials only as a private individual who is very decent and orderly in his conduct, he nevertheless procures and orders things now and then for the French ships that arrive there, and receives an allowance from the King for this, on which account the officials humbly request to be instructed

Dutch transcription

882. Sondag den 10 Maij 1789. Present De wel Edele groot Achtb: heer Gouverneur Willem Iacob van de Graaff Peter Sluijsken. heer gaals kommandeur Mattheus Petrus Raket - d:E: Hoofdadministrateur. Joh: Philip Christ:n Tilenius d: E: luijtenant kolonel- Johannes Reintous d: E: Eerste pakhuijsmeester Benedictus Lamb:s van Zitter d: E: Secretaris Abraham Camlant. en DE: Negotie boekhouder Mr. Johanns Adrianus Vollenhoove d:E: Fiskaal - - Absent Diederig Thomas Fretz: Gerrit Engel Holst De eerste in 't land en de laatste in dispositie De De kreete Resolutie genoomen in Raede van Ceilon Is ter vergadering geleezen en goed gekeurt een brief no4 aen den Heer Burggraaff „ de St. Riveul, om d E. Dessave dE: zoldij boekhouder — te op . te strekken in antwoord van zijn brief, aan den heer Gouverneur van den 26:' April J:o L: geschreeven over 't voorgevallen bij 't inzijlen in de Prin„ konomaalsche binnen baaij van 't fransch Comp:s schip, genaamd de Graaff d: Artois breder vermeld bij sekreete resol: van den 2: dezer waar van verstaen is deeze aanteekening te houden. En is wijders verstaen, om van de Trinkonomaalsche bedienden berigt te vraagen noopens de betuiging, die de heer de S:t Rieeul bij voorsz: zijn brief doet, dat naamelijk 't schip le Comnte d' Artois, op de eerste schoon met los kruijt van oostenburg gedaen zijne zijlen gemindert heeft, wijl van deeze bijzonderbeid bij dea bedienden verslag geen men„ „tie is gemaakt. zijn rond geleezen en thans ter tavel gebragt, twee sekreete brieven van de bedienden van Trin„ konomale, de datis 27: en 29 April I:o L:, met de daarnevens ontvangene kopijen van de brieven, die zedert 't afgaen van hunne brief van 883. van den 24:' April, gewisseld zijn tusschen hun en voormelden heer de St Riveúl En wijl deeze brieven niet anders behelsen, dan eene na„ dere explikatie van de klagte van den heer de C=t Riveul, en eene nadere beweering van de wettig„ „heid van 't geen de bedienden hebben in 't werk gesteld, bij 't in de binnenbaaij zijlen van 't schip de Graap, de Artois, uitgenoomen dat de heer de S:t Riveul bij zijn brief van den 28:' April J:o L: bekent maakt, zijn voorneemen om te vertrek„ „ken, en mids dien verzoekt, om een loots, 't geen door de bedienden op een heuse wijse is beantwoord, is verstaen daar van alleen deeze aanteekening te houden. Vermits 't nogtans onzeker is, wat invloegt de oorlog tusschen Ruesland en Turkij en zoude kunnen hebben op de voortduuring der algemeene kust in Europa en het bijna ontwijffelbaer is:, dat bij 't ontstaen van een ruptuure in Europa de eerste sloot op Trin konomale te wagten is, ten zij de supcraviteit der fran„ „schen # F schen in Jndien, groot genoeg zijn mogt, om met de hoofdplaats van Ceilon te beginnen, dat echter niet vermoedelijk is; js derhalven goedgevonden en verstaen, om Trinkonomale voor eerst, en tot dat men van de voortduurig meer verzeekerd zal zijn, der Rust in Europa nog te versterken met de gaalsche komp gaagers nevens een komp: van 't regiment van Meuron en 44 artilleristen uit 't kolom„ bosche quaam soen En wijl de voorsz: komp: Jalgers is de komp: van den Majoor Lever, kommandant van Gale, is ou't hoofde dat 't noodig zij, dat daar over een andere kommandant word ge „steld, en dat daer toe een wakker officier wierd verkooren waar op men staat maeken kan: goed gevonden en verstaen; den ondermajoor Johan willem uhlenboek die reeds bij brief van den 27. 9ber: 1786; aan hunne Hoog Edel „heeden tot kapitain Luijtenant is voorgedraa„ „gen, 't gezag over dezelve te geeven en dat hij mids 884. Nagezin mids dien nu nader aan hun hoog Edelhee„ „den tot kapitijn Luijtenant zal worden voor„ „gedraagen AAldus Geresolveerd in het kasteel kolom„ bo ten dage maand en Jaere voorsz: /: was ge„ teekend.:/ W: J: van de Graaff, P: Sluijsken M: P. Raket, C. Tilenius, J:s Reintous, s B: L:s van Letter, A: Samlant, en J: A: vol„ „lenhoove akkondeert Dijbrands VEklerk 9: Ledul 885. Dingsdag den 19:' Maij Ao 1709:—. Present De wel Edele Groot Achtb: Heer Gouv=r Willem Iacob van de Graap„ De heer Paals kommandeur . . - - - Peter Sluijsken, D: E: Hoofdadministrateur Mattheus Petrus Raket, dE: Dessave Diederig Thomas Fretz:, dE: Eerste Pakhuijsmeester - - - - - Johannes Reintous, d: E: secretaris Bened:k Lamb:s van Zitter, d E: Negotie boekhouder Abraham Camlant, Ab Sent. d: E: zoldij boekhouder dE„ Tiskaal Op de gedaane Circulaire aanschrijvens aan de d. E: luijtenant kolonel . . . . . Joh=s Philip Christ:n Silenius, Gerrit Engel Holst, Mr. Joh: Adrianus Vollenhooven de twee eerste mids indispositie en de laatste voor een springtogt na Gale De kreete Resolutie genoomen in Raede van Ceilon. op bedienden. ..... bedienden op de subatterne komptoiren deezes gouvernements, dat in den aanstaende geene agenten of Consuld dan wel eenige zodanige gequalificeerde perzoonen van vreemde Mogend„ „heeden, mogen worden gealtmitteerd, zijnder speciaale aanschrijvens van de Heeren Ma„ „Jores; hebben de Trinkonomaalsche bediendens, bij brieve van den 29:' April J:o Leeden berigt, dat aldaar tot het afscheepen der fransche goederen; toen 'skonings bezetting de plaats ontruimde, was terug gebleeven eenen heer Presier, die 't zedert een stuk grond gekogt hebbende, 't zelve heeft beboud en tot nog daer op woond; en dat schoon hij bij de bedienden niet anders bekend en toe„ gelaaten is dan als een bijzonder Man, die zeer betaemelijk; en ordentelijk in zijn gedrag is. Hij nogtans voor de fransche scheepen, die aldaar aankoomen, nu en den iets bezorgd en besteld, en daar voor van den koning eene toe laagt krijgt, weshalven de bedienden met onder verzoeken tem oogen worden gemini„ „eerd

NL-HaNA_1.04.02_3838_0319 view scan ↗

English

how they should conduct themselves towards him. Whereupon deliberation having been held, it was taken into consideration that although Mr. Prezier has never been recognized in a public capacity by the Company, and that even with this Government, nor with the Trinkonomale servants, no request or proposal to that effect was ever made by the French, nevertheless such a residence of a foreigner in the Company's possessions is contrary to the orders of the Right Honorable Lords Masters and of the Noble High Indian Government, who among other things have disapproved that the Coromandel Ministers, upon the request of the government of Madras to permit a Mr. Robert Doucett as Resident for Nagapatnam, had allowed that he might come to reside there as a private person, with orders at the same time to refuse and politely turn away, for an indefinite time, any request for the admission of foreigners, under whatever name or pretext it might be, as appears from their High Noble Honors' Missive to the Coromandel Ministers, dated 31 May 1763, and from the Extract from the General Missive written by the Gentlemen Seventeen under date of 4 October 1765 to their High Noble Honors. And it is therefore approved and understood to write to the servants at Trinkonomale to notify the aforementioned Mr. Prezier in the most suitable manner that no foreigners may be admitted into the Company's territory for longer than a specified time, regardless of what their activities might be; but in order that this notification does not follow too quickly upon what recently occurred with Mr. de Saint-Riveul, it is understood at the same time to instruct the Chief of the same to await a convenient opportunity for it and to do it first by way of conversation, but if that does not help, to tell him then straightforwardly. Thus resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, P. Sluijsken, M. P. Raket, D. T. Fretz, J. Reintous, B. L. van Zitter, and A. Samlant. Agrees. D. IJbrands, First Clerk. Examined: G. Ledrix. The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff, The Lord Commander Peter Sluijsken, The Honorable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket, The Honorable Dissave Diederich Thomas Fretz, The Honorable Lieutenant Colonel Joh. R. Christiaen Tilenius, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honorable Secretary Benedictus Lamb.s van Zitter. Absent: The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove, the first two due to indisposition, and the latter on an excursion to Gale. The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, The Honorable Provisional Trade Bookkeeper Abraham Samlant. Friday, the 5th of June, Anno 1789. Present. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon. The Governor communicated to the assembly that the Commander of Jaffanapatnam, Raket, has sent to His Honor a report received from the bookkeeper Scheuneman at Nagapatnam, stating that it is confidentially reported in Tranquebar that most of the French troops are about to leave Pondicherry; that a French officer who arrived from Pondicherry confirmed this to the Governor at Tranquebar, adding that two armed fluyt ships from France were expected daily; that some assume the said troops are intended for the assistance of Tipu, others again to occupy Mangalore, but that Mr. Vinai, Intendant of Karikal, who is currently in Tranquebar, displeased about the leaking of the Pondicherry news, pretends that those troops would merely serve to take possession of Goa; but that the common opinion is that it is again aimed at Trinkonomale, because the aforesaid Mr. Vinai received writings from Pondicherry that the English would give Nagapatnam back in exchange for Trinkonomale. Whereupon deliberation having been held, it was taken into consideration: That in the uncertainty of what the French intentions are, prudence requires providing Trinkonomale as much as possible against all attacks, the more so because the enterprise of Mr. de Conway in the past year gives very well-founded reasons to mistrust his intentions. That in the assumed case, namely of an attempt on Trinkonomale, it is not impossible that Governor de Conway, or whoever else might command the French forces, would attempt to position himself in the Northern Bay, right under the fire of Trinkonomale, in such a manner that from his ships he would be able to inflict great damage on Trinkonomale on that side. That positioning his ships in such a way, without yet declaring himself, he would have the time to have everything for this intention prepared upon them, and in the meantime, until he should reveal his intentions, coming ashore under the appearance of friendship, or sending some of his officers ashore, one would hardly be able to prevent them from taking note of the situation of the place where he might wish to make the attack. That moreover, if the intention really were with the French to attack Trinkonomale, it is best to know it as early as possible, and not to leave them, when they come, any time that they could spend to the detriment of the place. And it is therefore approved and understood to write to the Chief and the Secret Council at Trinkonomale

Dutch transcription

889. „eerd, hoedaanig ze zich omtrent hem zouden hebben te gebraegen Waar op gedelibereerd zijnde, is in agting enoomen dat schoon de Heer Prezier nimmer in eene publicque qualiteijd bij de komp: is erkend, en dat ook zelfs bij deeze Regeering, nog bij de Crinkonomaalsche bedienden; daar toe min„ „mer eenig aanzoek of voorstel door de fran„ schen is gedaen, nogtans zulk een verblijf van een vreemdeling in 'skomp:s bezittin„ „gen, strijdig is met de beveelen van de wel„ „Edele Agtb: Heeren Meesteren en van de Edele Hooge Jndische Regeeren die onder anderen hebben afgekeurd dat de kormandelse Mi„ nisters, op 't aanzoek van 't gouvernement wan Madaas, om eenen M:r Robbert Dou„ te „sett als Resident voon Nagapatnam te per„ mitteeren hadden toegestaen dat hij als par„ ticulier aldaer mogte komen huijsvesten met bevel teffens, om alle aanzoek tot de admissie van vreemden, onder wat naem of pretext pretexct het ook mogte zijn voor een onbepaelden tijd te ontzeggen en belefdelijk van de hand te wijzen, zoo als dat beijkt bij hunner Hoog Edelhee„ den Missive aan de kormandelsche Ministers, de dato 31: Maij 1763; en bij 't Extrakt uijt de generaale Missive, door de Heeren Zeventiene onder dato 4:' ok„ tober 1765. aan hunne Hoog Edelheeden geschree„ „ven. En is derhalven goedgevonden en verstaen, den bedien„ „den te Trinkonomale aan te schrijven, om voormel„ „den Heer Prezier op de geschikste wijze aante„ zeggen, dat geene vreemdelingen langer dan een bepaalden tijd in 'sComp:s gebied mogen worden geadmitteerd, onverschillig. wat hunne verrigtin„ gen ook zoude mogen zijn, doch om deeze aankon„ „diging echter, niet tespoedig tedoen komen op het onlangs voorgevallene met den Heer de „„teffens S:t Riveul, is „ verstaen, 't E: opperhoofd van senden aan te beveelen, om daar tot eene bequra„ me geleegentheid aftewagten, en het eerst te doen bij weege van konvertaatie doch zooe dat 887. Nagezien dat niet helpt, het hem als dan onbewimpeld aan te zeggen. Aldus Geresolveerd in het kasteel Kolombo ten daage maand en Jaere voorsz:/was geteekend:/ ,P: Sluijsken, M: P: W: J: Van de Graaff Fo Raket, D: P: Fretz:, J: Reintous, B: L: Van Litters en A: Famlant, Accordeert. Dijbrands VEijklerk G: Ledrix 888. Den wel Edele Groot Achtbaare Heer Gouvern: Willem Jacob van de Graaff, Den heer commandeur - - - - Peter Sluijsken, Den E: hoofdadministrateur - - - - Mattheus Petrus Raket, Den „ Dessave - - - - - - - - Diederich Thomas Fretz: Den „ Luijtenant Collonel - - - - - Joh: R: Christiaen Tilenius Den „ Eerste Pakhuijsmeester - - Johannes Reintous, „Den „ Secretaris - - - - - - - Benedictus Lamb:s van Zitter Absent. Den„ Fiscaal - - - - - - - De heer gouverneur heeft ter vergadering gekom„ municeert dat de heer Jaffanapatnamscomman„ deur Raket aan zijn Edele heeft toegezonden, een ontvangen bericht van den boekhouder scheune„ manste Nagapatnam, houdende dat te Tran„ quebar vertrouwelijk verhaeld word, dat de meeste fransche troepes Pondicherij staan te„ M:r Johannes Adrianus Vollenhove de twee eerste mits indispositie, en de laatste voor een springtogt na Gale. Den E: zoldij boekhouder - - - Gerrit Engel Holst, den, P:l Negotie Boekhouder - - - Abraham Samlant, Vrijdag den 5:' Junij Anno 1789. Present op. Sekreete Resolutie genoomen in Raade van Ceilon verlaaten verlaaten, dat een fransche officier die van Pon„ dicherij gekomen is, zulks aan den Gouverneur te Tranquebaar bevestigd had met bijvoeging dat er dagelijks twee gearmeerde fluijt scheepen uit orang rijk verwagt wierden, dat eenige onderstellen dat de gemelde troepen geschikt zijn ter assistentie van Tipoe, andere weder, om Mangaloor te bezetten, doch dat de heer vindi jntendant van karikal die zich tans te Tranquebaer bevind, te onvreeden over het dutlekken van 't Pondicherijsche nieuws voor geeft, dat die troepen en kel zouden dienen om Goa in bezit teneemen: maar dat het gemeenst gevoelen is, dat het weder om Trinkonomale te doen is, om dat voorn: heer vinai schrijvens van Ponduchetij heeft ontfangen, dat de Engelschen Na„ gapatnam zouden terug geeven, voor Trinkonomale„ Waar op gedelibereerd zijnde, is in achting genoomen Dat in de onzeekerheid wat der Franse oogmerken zijn, de voorzigtigheid vordert Trinkonomale zoo veel doenlijk tegens alle aanslaagen te voorzien, te meer wijl de onderneeming van heer de Conwaij in 't voorleeden jaar zeer gegronde reden geeft, om zijne oogmerken temoeten mistrouwen. Dat in het onderstelde geval, van eene tentame naa„ melijk op Trinkonomale het niet onmoogelijk is, dat 889. dat de gouverneur de Conwaij, of wie anders de fransche macht mogte gebieden, het zoude willen onderneemen, om zich in de Noorderbaaij, kort on„ der 't geschuit van Trinkonomale, zoodanig te „plaatsen, dat hij van zijne scheepen Trinkono„ male aan die kant groote schade zoude kun„ nen toebrengen. Dat hij zijne scheepen zoo plaetsende, zonder zich nog te verklaeren, de tijd zoude hebben om al„ les tot dit voorneemen, op dezelve telaeten in onder brengen en intusschen en tot dat hij zijne oogmerken zoude ontdekken, onder schijn ^ van zommige vriendschap aan de wal komende, of Contaije zijner officieren aan de wal zendende, men het kwaalijk zoude kunnen voorkoomen, dat niet dezelve kennis zoude neemen van de geleegendheid der plaatse, daar hij den aanval zoude willen doen. Dat booven dien, zoo 't voornemen et werkelijk mogte leggen bij de franschen, om Trinkonomale aantelasten, het best is om dat hoe eer zoo bee„ ten teweeten, en aen hun, wanneer ze komen, geen tijd telaaten, die ze tot nadeel van de plaats zoude kunnen besteeden. En is derhalven goedgevonden en verstaan, aan 't opperhoofd en den secreeten Raad te Trinkono„ male

NL-HaNA_1.04.02_3838_0328 view scan ↗

English

to send a letter to Trincomalee which, in order to prevent all suspicion, will be dated 29: Maij last, being one day after the dispatch of the letter to the government of Pondicherry concerning what occurred regarding the French company's ship le comte d'Artois, and by this letter to instruct them that all foreign ships wishing to anchor in the Northern Bay must do so at a distance of more or less 400: Rhineland rods from the nearest shore, and that consequently, whenever one or more ships come into sight intending to head toward the Northern Bay, the commander or commanders thereof must be timely informed of this. And it is also understood to instruct the officials to place three dhonies or catamarans at the aforesaid distance, or at least to keep them in readiness so as to place them there immediately, to mark the place where the ships must anchor. Furthermore, it is approved and understood to instruct the aforesaid Chief and the Secret Council of Trincomalee: 1:) that if Mr. de Conway, or whoever else might command the French force, approaches Trincomalee with a squadron, then as soon as he comes into sight, to send a commission on board the commanding ship consisting of two of the most qualified officers whom they deem most capable for this purpose, with an Instruction signed by the Chief and the Members of the Secret Council, adapted to the circumstances and more or less along the following lines: You must proceed on board the commanding ship of the squadron currently in sight and request to be introduced to the General. You must congratulate him on our behalf upon his safe arrival in our roads. Next, you must tell him that, not having been informed of his impending arrival, we cannot but be astonished to see him appear in our roads with a considerable fleet; that we hope he will be willing to anchor far enough from the fort to demonstrate to us that his unforeseen arrival harbors no hostile intentions; that, in this confidence, we have provided you with a pilot to bring him to anchor in the safest place, and at the distance we desire his fleet to be kept from the fort. 1. If the General shows you his willingness to comply with this desire of ours, the pilot must bring him to anchor outside the 3 dhonies placed to mark the anchorage. 2. If, on the contrary, the General should answer you that when visiting one's friends one cannot anchor close enough to them, and that it is his intention to approach the shore as near as possible, you must answer him that the distance we request to be maintained between his fleet and our fort is easily traversed, that we await His Honor with impatience, and eagerly desire to embrace him and explain to him the reasons that guide us on this occasion, which he will not fail to approve. After this, you must in the most polite manner invite him to do us the honor of coming ashore. 3. If, on the other hand, the General should adopt a haughty tone and answer you that the flag of the King anchors wherever it pleases, that he knows how to command respect, and that he receives orders from no one, etc., you must answer him that, notwithstanding all the respect we hold for the flag of His Most Christian Majesty, if he anchors within the three dhonies placed to mark the anchorage, we cannot refrain from declaring to him that we leave to his responsibility all the events that will arise and result from his refusal, of whatever nature they might be. If, in a haughty tone, or whatever tone he might adopt, he persists in his intention, and consequently continues to sail on, you must then tell him that as soon as he passes the three dhonies placed to mark the anchorage, we shall have a cannon shot fired with blank powder to announce to him that it is our intention that he anchor there; and that if he pays no heed to this, this shot will be followed by a cannon shot with live ball; that these two shots will be regarded as a signal or warning of the place, and that if this signal or warning is not respected according to the law of nations, we shall do what we are obligated to do for the honor of our flag and the protection of the place we command. Thereafter you shall leave the General's ship and come to report his answer to us, without coming between the fleet and the fort on your way to the shore. In any digressions—which will most likely not be lacking in your conversation with the General—concerning matters not, or at least not directly, pertaining to the ship, you must exercise the caution and prudence required by the nature of your mission. 2:) to have these instructions written on four separate sheets, as they are numbered, so that

Dutch transcription

male te zenden een brief die om alle angwaan te voorkoomen gedateerd zal worden den 29: Maij J:os= zijnde een dag na het afvaardigen van de brief aan 't gouvernement van Pondichenij over het ge„ beurde nopens 't fransche comp:s schip lecomte de Atrois, en bij deezen brief hun tegelasten, dat alle vreemde scheepen, die in de Noorderbaaij willen ankeren, dat moeten doen op een afstand van min of meer 400: rijnlandsche noeden van de naaste wal, en dat ze mits dien wanneer er een of meer scheepen in 't gezigt komen, die wil hebbende na de Noorder baaij den commandant of comman„ dants van dezelve, van deeze onder tijdig moeten doen verwittigen: En is teffens verstaan den bedien„ den tegelasten, om op den voorschr: afstand drie tonies of kattemaraus te doen leggen, of ten minsten in gereedheid tehouden, om die aan„ stonds daar te kunnen doen leggen, ter aanwij„ zing van de plaats, daar de scheepen ankeren moeten. Wijders is goedgevonden en verstaan, t voorschr= opperhoofd en den secreeten Raad van Trinkono„ male tegelasten. 1:) om indien de heer de Conwaij, of wie anders de fransche macht mogt gebieden, met een Es„ quader Trinkonomale naderd, als dan zoo dra hij in het gezicht komt, eene Commissie aan boord van 890. t Commandeerend schip te zenden, van twee der meest gequalificeerde officieren, die ze daar toe met bekwaamst zullen vinden, met eene Jnstructie door t' opperhoofd en de Leden van den secueeten Raad geteekend, geschikt naer de omstandighee„ den, en min of meer naar 't ondervolgd voorschrijft. UE: moeten zich begeeven aan boord van 't commandeerend schip van 't tans in 't gezigt zijnde Esquader, en verzoeken teworden inge„ leid bij den Generaal uE: moeten den zelven ontzendwegen vergelukken, wegens, zijne o„ houde aan komst op onse rheede. vervolgens moeten uE: hem zeggen, dat we niet verwittigd zijnde dat hij stond te komen, niet dan verwonderd kunnen zijn van hem op onse rheede te zien verschijnen met eene considerable armé, dat we hoopen, dat hij wel zal willen ankeren, verre genoeg van 't fort, om ons te toonen, dat zijne onvoorziene aankomst, geene hostiele inzigten heeft dat we uE: in dit vertrouwen hebben meede gegeeven een Loots, om hem ten anker te brengen op de allerseekerste plaats, en op den afstand, die we wenschen, dat zijne arnee verwijderd zal zijn van 't fort„ zoo 1. „ zoo de generaal uE: toond zijne bereidwilligheid, „om te voldoen aen dit ons verlangen, moet de „loots hem ten anker brengen buijten de 3 tonies die „gelegd zijn om de anker plaats aantewijsen. Boo de Generiaal uE: daarenteegen mogte antwoor„ den, dat men zijne vrienden koomende, bezoeken kan na men die niet genoeg anderen konnen, en dat het zijne intentie is, om de wal zoo na teneemen als geschieden kan moeten uE: hem antwoorden, dat de afstand die we verzoeken, dat er blijven mag tus„ schen zijne ariee en ons fort, gemakkelijk te passee„ ven is, dat we zijn Edele met ongeduld verwag„ ten, en met empressement verlangen hem te em„ kasseeren, en hem te verklaaren de reedenen, die ons bestieren in deeze geleegendheid, en hij niet zal nalaaten goedtekeuren Hier naa moeten uE: hem op de beleefdtste wijse verzoeken, om ons de eene tewillen aan doen van aan de wal tekoomen„ Zoo de generaal in tegendeel een hoogen toon mogte aanneemen en UE: antwoorden, dat de vlag van den koning ankerd waar ze wil, dat hij zich weet te doen respecteeren, en dat hij van niemand eenige orders ontfangt etc„ra moeten uE: hem antwoorden, dat niet tegensstaande al 't respect„ dat we hebben voor de vlag van zijne aller„ chris„ 2. 3. .. 0. Ceelen 1790 H, 667 leggen de drie tonies gelegd, om de ankerplaats aantewijsen, we ons niet kunnen disponceeren van hem te doen verklaaren, dat we ter zijner verantwoording laaten, alle de gebeurtenissen, die zullen voortvloeijen en gevolgen zijn van zijne weijgering, van wat natuur ze ook zou„ den mogen zijn, zoo hij op en hoogen toon, den wel wat toon hij ook mogte aanneemen, bij zijn voor„ neemen persisteerd, en dat hij mits dien blijft voortzijlen, dan moeten uE: hem zeggen dat, ƒ Gelickt uit zoo id 38a 6„ zoo dra hij zal zijn gepasseerd de drie tonies ge„ legd om de ankerplaats aantewijsen we zul„ len laaten, doen een kanon schoot met loskruijt, om hem aantekondigen, dat het onse intentie zij dat hij daar ankerd, en dat zoo hij daar op geen agt geeft, dit schot zal gevolgd worden van een kannonschoot met scherp; dat deeze twee schooten zullen worden aangezien als een leus of sein van de plaats, en dat zoo deeze leus of sein niet word gerespecteerd, volgens 't recht der natie we zullen doen 't geen roe verplicht zijn voor de eere van onse vlag, en ter bewaeking van de plaats, die we Commandeeren- Vervolgens zullen uE: 't schip van den generaal verlaaten, en ons komen rapport doen van zijn antwoord, zonder in het gaan na de wal te koomen tusschen de armee en 't fort. Bij inlassingen, die naastdenkelijk niet zullen ontbreeken in uE: conversatie met den generaal, van zaaken, niet of ten minsten niet direct sieffet tot 't schip behoorende moeten uE: de voorzig„ tigheid en omzigtigheid, hebben, die de natieder van uE: zending verderd, 2:/ om deeze instructie te doen schrijven op vier a„ parte stukken, zoo als ze genommend zijn op dat

← previousnext →