VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3840

Ceylon · 894 pages · 175 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3840_0789 view scan ↗

English

large dam or dike, along the river, in order to prevent the annual flooding thereof, and with the placement of several scoop mills for bailing out the excess water, which in the rainy season comes down from the nearby mountains and falls there upon the low lands, and remains standing to the height of ten feet, for full fifteen days and sometimes longer, and causes the crop to perish, and thus in that manner to relieve the said land of the excess water, of which they then also estimate the expenses far above the revenues to be expected from Duvitoere. And since the so capable engineer Johannes and First Land Surveyor Toenander also declare that entirely different and more adequate means than those which the Maha Mudaliyar and his son have employed to that end until today must necessarily be applied in order to liberate the said district in the best possible manner from the annual floods, as have now taken place for three consecutive years, and from the further almost incredible amount of water pouring and rushing into it, whereby the crop of the low fields there has been completely spoiled and perished, one can easily understand that the intended purpose regarding Duwitoere will never be able to be achieved on the present footing, because the Maha Mudaliyar now for four years, when one considers it well, has done nothing else to it than than clearing and cleaning chenas or high grounds, from the sown crop of which he actually has delivered the four hundred parras of paddy in four years to the Honourable Company, while it is publicly and thus indisputably known that for some years now nothing could be preserved of the crop of the low lands. It is certain, if only the clearing and cleaning of the forests on the high grounds were desired, the inhabitants of the environs of Duvitoere probably would have requested and gladly undertaken this long ago, because the crop from those so fertile and splendid lands, upon which such old mukalanas or high forests have stood, is most advantageous and can never perish except through willful destruction; but the intention of the respected government cannot be otherwise than also to have the multitude of low fields likewise cultivated and made suitable for sowing at the time of the cleaning of the high grounds, and thus to liberate them from floods. By Resolution of the respected government in Colombo of 18 October 1776, the small district Diwitoere was assigned for reclamation to the then Head of the Mahabadde and to the supervisor of the Galle Korale and present Honourable Disava Fretz cum suis, with the very express express refusal of the request also presented at that time by the Maha Mudaliyar and by some of his friends, made to that end by petition, to which the respected Ceylon government answered that such work is performed by natives only very defectively, and the Company therefore can have no good expectation of it. Thus thought at that time the so capable and shrewd Noble Lord Falck, of venerable memory, and from the request made at that time by the Maha Mudaliyar of his own accord, one might well infer that in 1784 one also did not need to make much effort to induce him to this undertaking, as is also quite clearly mentioned in the decision taken on that day that this undertaking was proposed upon his offer, and one might thus well conclude that he, as a very discerning man, already early on promised himself something good and most profitable from it in due course; and it is little probable that he was induced thereto at that time out of mere ambition to make himself meritorious to the Honourable Company, as your Honourable, Strict, Highly Esteemed Council was pleased to note, in His said Resolution of 21 October last, so favourably for his second offer and present undertaking for the reclamation of of that so important district. In the latter part of the year 1789, however, the above-mentioned unfavourable thoughts regarding the incapacity and thus unacceptability of the natives for such undertakings were completely reversed, and the expectation of what could be hoped from this Maha Mudaliyar for his new offer, on the contrary, and indeed upon the proposal and special recommendation of your Honourable, Strict, Highly Esteemed Council, became very great; but since then it has also become clear enough how little he, the Mudaliyar, has accomplished thereof to date. And however much one might wish to maintain that the Company will suffer no loss if this Mahabadde officer should not fulfill his contract, the significant damage thereof nevertheless manifested itself immediately, as soon as one is pleased to consider that the said Maha Mudaliyar, since the beginning of the year 1785, has pressed and employed in Duvitoere over four hundred heads from the low castes and from other inhabitants, mostly for clearing and cleaning chenas, which multitude could otherwise have served in the plantations of cinnamon, areca, etc., and to which also Seen Kriekenbeek No. 108

Dutch transcription

2057 groote Dam of Dijk, langs de Revier, om de Jaarlijkse overstrooming daar van te beletten, en met het plaatsen van verscheijde schep Moolens tot het uijthoosen van het overtollig waater, dat in de reegen tijd van het daar bij geleege Gebergte afkomt en aldaar op de laage landen valt, en tot de hoogte van tien voeten, wel vijftien daa„ „gen en zomtijds langer, blijft staan, en Het gewesch doet vergaan, en dus gem: Land op die wijze van het overtollig water te ontlasten, waar van zij dan ook de onkosten verre booven de te verwagten Jnkomsten van Duvitoere stellen: En daar nu de zoo kundige Jngeni„ „eur Johannes en Eerste Land-Meeter Toenander ook verklaaren dat er geheel andere en genoegzaamer midse„ „len, dan die de Mala-Moddeljaar en zijn zoon tot heeden daar toe aangewend hebben, noodzaakelijk moeten wor„ „den aangelegd om gem: Landschap van de Jaarlijkse overstroomingen, gelijk nu drie Jaaren agter den ande„ „ren plaats gehad hebben, en van de verdere daar in stor„ „tende en dringende bij na ongelooflijke meenigte water, waar door 't gewasch van de laage velden aldaar geheel bedorven en vergaan is, best moogelijk te bevrijden, kan men ligtelijk begrijpen dat het bedoeld oogmerk weegens Duwitoere, op den teegenwoordige voet nooijt zal konnen berijkt worden, wijl de Maha Moddeljaar nu vier Jaaren lang, wanneer men het wel betragt, niet anders daar aan zoed, dan v2 dan Chenassen of hooge gronden te kappen, en te zuijve „ren, uijt welker bezaaijd gewasch hij eijgentlijk de vierhon„ „dert parras Nelie in vier Jaaren aan de E: Comp: gelee„ „verdheeft, terwijl het algemeen, en dus zonder teegens praak bekend is, dat van 't gewasch, der laage Landen, nu eenige Jaaren lang, niets heeft konnen behouden worden. Het is zeeker, zoo het kappen en schoonmaaken van de bro„ „sen op de hooge gronden alleen begeerd wierd, de Jnwoonders van een omstreeks Duvitoere dit waarschiplijk reeds lang zouden verzogt en gaarne ondernoomen hebben, wijl hit ge„ „wasch van die zoo verte en heerlijke gronden, waar op zul„ „ke oude Moekelanes of hout gewaschen gestaan hebben al„ „der voordeeligst is, en nammer dan door moedwillige verderving vergaan kan, dog het oogmerk van de geeerd Regeering kan niet anders zijn dan om ook de meenig„ „te laage velden, bij het schoonmaaken van de hooge gronden insgelijks te doen hultiveeren, en bezaaij„ „baar te maaken, en die dus van overstroomingen te bevrijden Bij Resolutie der geerde Regering te kelom„ „bo van den 18. ' oktober 1776. wierd het Landschapje Di„ „witoere aan het toenmaalige Hoofd der Ma„ „habadde en aan den opziender der Gale korle en teegenwoordige E: Dessave Fretz C: s: ter bekwaarenmaking opgedraagen, met wel expresse zien Vriekenbeek No: 108 2058 expresse ontzegging van 't meede als doen voorgedraage verzoek van den Maha-Moddeljaar en van eenige zijner vrienden, ten dien eijnde bij Requeste gedaan, op het welk de geerde Cijlonse re„ „geering andwoorde dat diergelijk werk door Jnlanders niet dan zeer gebrekkelijk verigt word, en de Comp: dus daar van geen goede verwagting kan hebben; Dit dagt toenmaals de zoo kun „dige en schrandere Edele Heer Falck . W: L: M: J en uijk 't als doen door den Maha-Moddeljaar uijt eijge beweeging gedaan ver„ „zoek, zoude men wel moogen opmaaken dat men in 1784. ook niet veel moeijte heeft behoeven aan tewenden om hem tot dee„ „ze aanneeming te beweegen, gelijk bij het ten dien daage genoome Besluijt ook wel duijdelijk vermeld word dat deeze aanneeming op zijn aanbieding voorgesteld wierd, en men dus wel zoude moogen besluijten dat Hij, als een zeer door zigtig Man, en al vroeg wat goeds en voordeeligst voor hem zelve in der tijd van beloofde, en het is wijnig waar scheijnelijk dat Hij er als doen uijt en¬ „kelde ambetie om zig bij de E: Maalschappije verdienstelijk temaaken toe bewoogen wierd zoo als uwel Edele gestrenge groot agtbaare bij Hoogst Derzelver voormelte Resolutie van den 21 oktober Jongst leeden wel zoo gunstig voor zijne tweede aanbieding en teegenwoor„ „dige onderneeming ter bekwaam maaking van van dat zoo important Distrikt gelieven aan„ „temerkeij In het laast van het Jaar 1789. zijn egter de hier booven gemelde nadeelige gedagten wegens de ongeschikthejd en dus onaanneemelijkhijd der Jnlanders tot diergelijke onderneemingen ten eene maal omgekeerd, en de verwagting van het geen van deeze Maha-moddel Jaar voor zijne nieuwe aanbieding verhoopen konde, daar en teegen, en wel op voorstel en bijzondere aan¬ beveeling van uwel Edele gestrenge groot Achtb:) zeer groot geworden, dog ziedert is ook duijdelijk genoeg gebleeken hoe wijnig Hij ModdelJaar tot heeden daar volrdaan heeft. En hoe zeer men ook zoude willen beweeren dat de Komp:s geen nadeel zal lijden, in dien deeze Porta Bedienden ook aan zijn kontrakt niet mogte voldoen zoo oopen„ „baarde zig egter de gewigtige schaade van dezelve dadelijk, zoo dra men maar gelieft aantemerken dat gem: Maha-Moddel Jaar zederd het begin van het Jaar 1785. ruijm vier honderd koppen uijt de ladge deslagten en uijt andere Inwoonders, meest tot het Chenas kappen en schoonmaaken, te Duvitoere geprest en gebruijkt heeft, welke Meenigte anders inde plantagien van kanneel, Arreek etc: hadden konnen dienen, en waaraan ook ezien Kriekenbeek No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0793 view scan ↗

English

259 also must and should largely be attributed to the bad state and poor condition of those plantations in the Galle Korle, as this is generally known, and against which certainly an overseer of the Galle Korle, if a capable and zealous man had been appointed thereto, and even the native Shabandar, had he not been a son of the Maha Mudaliyar and a fellow participant in the contract regarding Diviture, would already long ago have made the necessary representations, since the said contract can certainly never be or be considered onerous for the present contractors, because, although unable to free the low grounds from floods and thus failing to fulfill the contract, they remain the wealthy possessors of a multitude of pressed inhabitants sighing under manifold harsh treatments, and of cleared, sown, cultivated, and better plantable high grounds; and which poor people now, because of the great power of the Maha Mudaliyar and Porte Mudaliyar, dare not bring forward their complaints, though possibly with time they will indeed come forward with them and will further prove all the injustice done to them, instead of being provided with board and clothing as they allegedly declared before the honorable commissioners Raket and van Schuler, and because they retain as free properties these grounds, now cleared and laid out and made suitable into such precious fields and gardens, which cost them little in labor, from which they will enjoy a considerable profit, which sufficiently appears to be the true and essential aim of these present contractors, while they have done nothing of importance or real service to protect the low lands of Diviture, especially against floods, in which regard attentive observations were a sufficient motive for me to have the work done by the said contractors in that little district surveyed with all accuracy by knowledgeable persons, and not by ordinary native commissioners, who all tremble before the great power of the Maha Mudaliyar and therefore adhere to his interest out of fear, and also to go and inspect this work closely myself, and to survey in person all further remarkable and relevant matters thereto, which, however, with respect to the commissioners appointed by me, without giving any notable reason therefor, as little as for the issued and repeated interdict at the beginning of this so useful and so highly necessary, and thus supremely requisite and dutiful undertaking, was almost entirely hindered and stopped. Seen Kriekenbeek No: 108 2060 The Maha Mudaliyar requests compensation for the paddy crop lost through the execution of the commission of the honorable Foenander, without any notice having been given to me on that occasion, or during my presence at Diviture itself, as I already mentioned hereinbefore, concerning this alleged loss—which was entirely disapproved for acceptance by the honorable Dissava Fretz himself in his written advice presented on the day of the deliberation on this matter; and who will satisfy the loss of the crop of the low fields through the floods of the two preceding years, and even of the present crop ruined by high water? For now, everything that was sown on those low lands, and also the paddy that was laid in the water for seed-corn, has for the greatest part been spoiled and lost, and thus, as the Engineer Johannes rightly remarks in his submitted report, 226 has not been able to serve in the least as nourishment for the poor inhabitants; and although the crop of the high grounds in that district turns out well, one cannot indeed deny that a great damage was caused to the colony by the thoughtlessly caused loss of the grains on the low lands there: and how can one reconcile that this Porte servant dares to ask compensation for the loss of some paddy which, through the so badly and so entirely unacceptably alleged inconvenience and unrest among the inhabitants at Diviture caused by the barely begun commission of the First Surveyor Foenander, could not be salvaged from the low fields due to the so rapidly following flood, whereas the honorable commissioners Raket and van Schuler, in the report of their findings concerning the aforementioned district presented by them on 3 July, testify that the aforementioned Maha Mudaliyar assured their honors that Diviture, since his undertaking for its improvement, has undergone no floods, the contrary of which is only too well known here to the whole world, and he, First Porte Servant, thus most visibly contradicts himself! In your Honorable, Valiant, Highly Esteemed Council's above-mentioned resolution of 21 October last regarding Diviture, it is also remarked that the Maha Mudaliyar was only with difficulty brought to accept the preparation of that district, but from an earlier resolution of the honorable Government of Ceylon of 18 October 1776, it appears that he then indeed requested it very much, but that this was refused to him, and that the work, also then considered very important, as I have already cited hereinbefore, was assigned and entrusted, upon the proposal of the latter, to the then Head of the Mahabadde and present Chief Administrator at Colombo, and to the then officiating overseer of the Galle Korle and current Dissava of the Colombo environs, the gentlemen Sluysken and Fretz. And one may therefore well remark from this that this so crafty Porte servant already before the undertaking secured for himself and his people many advantages therefrom, and all the more so, because on that day he very probably especially Vriekenbeek Seen No: 108

Dutch transcription

259 ook veel al de slegte staat en geringe toestand dier plan„ tagien in de Tale Korle, zoo als dit in het algemeen be„ „kend is mag en moet toegeschreeven werden, en waartee„ „gen zeeker een opziender der Gale Korle, indien een kundig en ijverig Man daar toe benoemd waare geweest en zelvs de Jnlands Sabandaar, zoo Hij geen Zoon van den Maha-ModdelJaar, en een meede participant in het kontrakt wegens Diwitoere was, reets lange de noodige vertoogen zouden gedaan hebben, konnende gem: kontrakt voor zeeker nimmer voor de teegen„ „woordige Aanneemers onereus zijn of geagt worden, alzoo zij de laage Gronden van overstroomingen niet konnende bevrijden, en dus aan het kontrakt niet mogten voldoen, rijke Bezitters blijven van een meenigte door gepreste, en onder veelerlije harde behandelingen Zugtende Jnwoonders, Schoon, bezaij bebouw en beeter beplantbaar gemaakte hoog gronden, en welke arme lieden nu Hunne klagten, wegens het groot vermoogen van den Maha en Porta- Moddel Jaar niet durven inbrengen, dog moogelijk met den tijd daar meede wel voor den dag zullen koomen, en al het Hun aangedaan ongelijk, insteede van Hun met kost en kleederen, zoo als ze voor de E: Gekommitteerden Raket en van Schuler zouden verklaard hebben, te voorzien, wel nader zullen bewijzen, en al zoo deeze nu gezuijverde en tot zoo kostelijke velden en Tuijnen Tuijnen aangelegde en bekwaam gemaakte gronden, die Hun ter bearbijding niet veel kosten, als vrije eijgendom„ „men blijven behouden, waar van zij een Considerabel voor „deel zullen genieten, het geen genoeg blijkt het waar en weezendlijke oogmerk van deeze teegenwoordig Aanneemers te zijn, wijl zij niets van belang of we „zendlijke Dienst gedaan hebben om de laage Landen van Diwitoere, voor al voor overstroomingen, te be¬ „hoeden, waar dan de aandagtige betragtingen een genoegzaame beweegreeden voor mij geweest is om het verrigte van gem: Aanneemers in, dat Land„ „schapje met alle nauwkeurighijd te laaten opneemen door des kundige perzoonen, en niet door gewoone Jnlandsche Gekommitteerden, die allen voor de grot magt van den Maha-moddelJaar beeven, en zijn belang dus uijt vreeze aankleeven, en dit werk ook zelvs van na bij te gaan bezigtigen, en al het verdere daar bij aanmerkelijke en betrekke„ „lijke in eijge perzoon opteneemen, het geen egter, E:ten opzigte der door mij benoemde Gekommitteer„ „den, zonder daar voor, zoo min als voor het geligt en herhaald Jnterdikt, bij den aanvang deezer zoo nuttige en zoo hoog nodige, en dus ten hoogste noodzaakelijke en pligtige verrigting eenige aanmerkelijke reeden te geeven:) bij na ge¬ „heel verhindert en teegengehouden is. De zien Kriekenbeek No: 108 2060 De Maha-ModdeJaar verzoekt Schaa vergoeding voor het door de uijtvoering van de kommissie van DE: Foenander voeloore Neelie gewasch, zon„ „der dat wegens dit voorgewend, en door den E: Dessave Fretz zelve bij zijn E: ten daage der Deliberatie over deeze zaak, voorgesteld schrif„ „telijk advies geheel ter aanneeming afgekurd verlies, aan mij gelijk Jk reeds hier booven vermelde, bij die geleegendhijd, of bij mijne tee„ „genwoordighijd te Diwitoere zelve eenige ken„ „nis gegeven is; en wie zal het verhoore ge„ „wasch der laage velden door de overstroo„ „mingen. van de twee voorgaande Jaaren en zelvs van het teegenwoordig door Hoog water bedorven gewasch, voldoen. want nu is ook alles wat op die laage landen gezaaijd en ook de Netie die tot zaadkoorn in het water gelegd was, ten grootsten deelen bedorven en ver¬ looren, en heeft dus, zoo als de Jngenieur Jo„ hannes ten regten bij zijn overgelegd Be„ nigt 226 „rigt aanmerkt, mets rens tot voedzel van de arme Jnwoonders moogen strekken, en schoon het gewasch van de hooge gron„ „den in dat Distrikt wel uijtvalt, kan men immers niet teegenspreeke dat door het onbedagt veroorzaakt verlies der graanen op de laagelan„ „den aldaar een groote schaade aan de kolonie toegebragt werd: En hoe kan men overeenbrengen dat deeze Porta Bediende Schaade vergoe¬ „ding durft vraagen voor het verlies van eenige Netie, die men door de zoo kwalijk en zoo geheel onaanneeme„ lijk voorgewende ongeleegendhijd en onrust van de maar eeven begonne kommissie van den Eerste land Mee„ „ter Foenander onder de Jnwoonders te Diwvitoere, van de laage velden door de gezien Kriekenbeek No: 108 2061 de zoo schielijk gevolgde overstrooming, niet heeft konnen bergen, daar de E: Gekommitteerden Raket en van Schi „ler bij Hun op den 3 Julij wegens Hunne voorgestelde bevinding van het voorm: Landschap je betuijgen dat de voorm: Maha-Moddel Jaar Hun E: verzeekerde dat Diwittoere zedert zijne aanneeming ter verbee„ „tering geene, overstroomingen onder„ gaan heeft, waar van het teegendeel hier bij de geheele waareld maar al te wel bekend is, en Hij Eerste Porta Bediender Zig zelve dus aller zigt¬ „baarst teegenspreekt! Bij uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare booven gem: Resolutie van den 21:' oktober Jongstleeden wegens Diwi¬ „toere, word ook aangemerkt dat de Maha-ModdelJaar niet dan met moeijte tot het aanneemen van de bekwaammaaking van dat Land Landschapje gebragt is, dog bij vroeger Resolutie der ge-eerde Cijlonsche Reegee„ „ring van den 18:' oktobber 1776. blijkt dat Hij er toenmaals wel zeer om ver„ „zogt heeft, dog dat Hem dit gewijgerd, is, en dat als doen meede als zeer aange¬ „leege beschouwd werk, gelijk Jk: hier booven reeds aangehaald hebbe, aan het toenmalig Hoofd der Mahabadde en teegenwoordige Hoofd-administra¬ „teur te kolombo, en aan den als doen fungeerende opziender der Gale- Korle en thans Dessave der Kolombose om „melanden, de Heeren Sluijsken en Fretz:, op voorstel van den laastgenoem „de opgedraagen en toevertrouwd wierd En men mag dus hier uijt wel opmer„ „ken dat deeze zoo door sleepe Porta Be„ „diende zig al voor de aanneeming veele voor deelen voor Hem en de zijnen daar uijt als verzeekerde, en wel te meer, wijl Hij ten dien dage zeer waarschijnelijk met het voor al Vriekenbeek zien No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0799 view scan ↗

English

already for a Sinhalese Maha Mudaliyar would not have been favored with so respectable and advantageous an office as that of Native Shabandar, just as nothing is mentioned of it in the proposal made by Your Right Honorable Grand Worship in the month of August 1784 to entrust and assign to him, likewise upon his offer, the improvements and cultivation of Diwiture, nor in the subsequent approval from the esteemed Ceylon Government; and he obtained this indeed great favor (certainly to give him thereby more prestige among the native population and greater credit and capacity for his proposed undertakings for the cultivation of that district) upon the assumption of the government by Your Right Honorable Grand Worship as Governor of Ceylon. And to him, according to the contents of what was proposed to the aforementioned Supreme Government by Your Right Honorable Grand Worship to that end on 31 August 1784, also then, according to the knowledge we have of the views and intentions of the government at that time, would not easily have been assigned so many laborers for his aforementioned undertaking of Diwiture, which now consist of one hundred and ninety, both lascars and other jagreiros, of whom thirty paid the ordinary poll tax and have been exempted therefrom, of ten blacksmiths, twelve olias, and eighteen families from the charcoal burners, and often other servants are still designated for this by the Native Shabandar, and one may thus well calculate that through one another four hundred servants have been assigned to him, whom he treats according to his pleasure; and of whom one cannot now make use for the so important cinnamon, areca, and other plantations, as they are now said to be suited for Diwiture, and meanwhile work for the Maha Mudaliyar wherever he sees fit. This, in my view, would be a rather great loss for the Company if the undertaking for the cultivation of Diwiture, after the expiration of five years of which four have now already passed, should fail or not meet the expectations conceived of it; for only then could one form a true understanding of the disadvantages that have arisen from it, if one would only please note the generally poor condition in which the cinnamon and areca plantations in the Galle Korale currently are. This is largely to be attributed to the lack of these and other servants now sorting directly under the Native Shabandar and designated for the proposed cultivation of Diwiture, and to the frequent and long absences and insufficiently adequate abilities of the overseers of the Galle Korale assigned to me for four years now. For the Commander of the province, with the arrival and departure of so many Company ships, and with so many other official duties both in the political and judicial departments, and with the so continuous, attentive, and manifold correspondence with the capital of this Government, cannot possibly attend to this in his own person. For this reason, the Honorable High Indian Government of these lands has also assigned him a junior merchant for his assistance in the country service and land administration, from whom he certainly can have little service in the first two years, when such a man must first, upon entering his service, learn the true customs, habits, characteristics, and usages of the natives, and moreover their deceitful ways of acting, and the wiles of the native chiefs, and all further knowledge and training required for the country service, both for the plantations of cinnamon, pepper, coffee, areca, as well as sappanwood and for other matters. Just as for four years now, three such city helpers have been assigned to me one after the other, without even a single, more or less competent one having come in between to my satisfaction and encouragement; of which three overseers the second was considered by Your Right Honorable Grand Worship himself to be quite unfit for that post, and you on that account proposed the then Secretary Martheze for it, as I have already mentioned hereinbefore; and the first and third are truly very good and honest men, against whose moral character I have nothing to remark, but who had never before been employed in any country service or land commission, and thus had not the slightest understanding of it. And although they would in time have learned and qualified themselves in the service of overseer of the Galle Korale entrusted to them here—while there were so many more knowledgeable and thus fitter persons for it, who also alone had the right to be allowed to ask for it—and thus, like many others, have also become good and competent land regents in the future; yet it is permitted to me to remark herewith that, in my opinion, the country and the inhabitants suffer too much, and no service at all is rendered to the sufficiently burdened Commander of the province, when three successive overseers are appointed and assigned to him who must first learn their official duties from scratch, as I trust I clearly pointed out and presented in the official letter dispatched from here on that subject dated 23 April of the last passed year. The Commander of this commandery bears absolutely all the burdens of the administration, without even

Dutch transcription

2062 al voor een singalees Moddel Jaar zoo aan „zienelijk en voordeelig Ampt. van Jnlandsch „seh Sabandhaar niet zoude zijn begunstigd geworden, gelijk ook niets daar van bij het door uwel Edele Gestrenge Groot Agtbaare =p in den Maand Augustus 1784. gedaane voorstel, om Item op zijne aanbieding, de verbeeteringen en bekwaammaaking van Diwitsere optedraagen, en toete„ „trouwen, nog ook bij de daar op gevolg„ „de Approbatie van de ge eerde fijlonse Regeering, iets vermeld staat, en Hij deeze wel groote gunst /: zeeker om, Item daar door te meer aanzien bij den Jnlander, en tot zijne voorgestelde onderneemingen ter bekwaam„ „maaking van dat Distrikt, meer„ „der krediet en vermoogen te geeven bij het aanvaarden der Regeering van van uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare als Gouverneur van Cijlon verkreegen heeft en Hem, volgens den inhoud van het door uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare ten dien eijnde van hier Gemelde opper Regeering voorgestelde, op den 31: Augustus 1784, ook als doen na de kennis, die wij van de denkbeelden en inzigten der toenmalige Regeering hebben, tot zijn voormelde aanneeming van Diwitoere niet ligt zoo veele arbijders zouden toegelegd zijn, die nu in een Honderd en Negentig, zoo Las„ „korijns als andere Jagvreros, waar van dertig gewoone Lijfs geregtighijd, betaalden en daar van ontheeven zijn, in tien smeeden, twaalf oliassen en in agtien Families uijt de kool„ branders bestaan en dikwils daar toe door den Jnlandsch sabandaar nog andere diens telingen bepaald worden, en men dus wel ree„ „kenen mag dat Hem door elk ander vier honderd Dienstelingen zijn toegevoegd die hij na zijne welgevallen be„ „handeld, en zien Kriekenbeek No: 108 0 2063 en van welken men zig nu bij de zo aangeleege kanneel, Ar„ reeks en andere plantagien niet bedienen kan, als nu gezegd werdende voor dimitoere geschikt te zijn, en onder„ wijl voor den Maha-Moddeljaar werken daar hij het goedvind, het geen, na Mijn inzien, al een vrij groote schade voor de Kompagnie zoude zijn zoo de aannee„ ming ter bekwaammaaking van diwitoere, na verloop van vijf Jaaren waar van er nu reeds vier verstreken zijn, eens mislukte, of niet voldeed aan de verwagting die men zig daar van voorstelde, want als dan zoude men eerst een regt begrip van de daar uijt voortgevleij„ „de nadeelen konnen maaken, als men maer gelieft op temerken de doorgaens slegte toestand, waar in thans de kanneel en arreeks plantagien in de Gale Korte zijn dat men grootelijks aan het gemes deezer en andere nu direkt onder den Jnlandsen Sabandaar sorteerende en tot de voorgestelde bekwaam„ maaking van Diwitoere bepaalde dienstelingen en aan de veelvuldige en lange afweezigheeden en niet genoeg voldoende geschikte heeden van de Mij nu zedert vier Jaaren toegevoegde opzienders der Gale Korle te wijlen heeft, konnende de Gesagvoeder der provintie bij de aan„ komst en het verstrek van zoo veele kompanies schee„ pen, en bij zo veele andere Ampts verrigtingen, zoo bij het politiek als justitieel de partement, en bij de zoo geduurzaame aandagtige en meenig„ vuldige Correspoodentie met de Hoofdplaats deezes Gouvernements, daar in onmoogelijk in eijge perzoon voorzien, waarom de Edele Hooge Indiasche Regeering deezer 37 be„ deezer Landen hem ook een onderkoopman tot zijn assistentie in den Land-Dienst en Land-bestellin gen toegevoegd heeft, waar van hij zeeker in de eers te twee jaaren wijnig dienst kan hebben, wanneer zoodanig een Man eerst bij het aanvaarden van zijn dienst de regten zeeden, gewoontens, eijgenscha „pen en gebruijken van den Jnlanders, en daar en bov„ ven hunne bedriegelijke handelwijzen, ende listende Jnlandsche Hoofden en alle verdere tot den land dien zoo voor de plantagien van kanneel peper, koffi arreek als van Sappanhout en tot andere aang „leegendheeden benoodigde kennis en oplijding, moe aanleeren, gelijk er Mij nu zeedert vier Jaaren, dre zoodanige siede helpers agter den anderen zijn toe„ „gelegd:, zonder dat eens een enkelde, min of meer kundige tot mijn genoegen en aanmoediging tussen bij den gekoomen is, van welke drie opzienders de tweede door uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: zelve tot die post al vrij ongeschikt geagt wierd; en slij uijt dien hoofde den toenmaalige sekretaris Martheze daar toe voorstelde, gelijk Jkreeds hier booven vermeld hebbe, en de eerste en derde werkelijk zeer goede en braag „ve menschen zijn, op welker zeedelijk karakter Jk niets weet aantemerken, dog die nimmer te vooren tot Kriskenbeek tien No: 108 2064 tot eenige Land-Dienst of Land-kommissie ge-emplo„„ „ijeerd waaren, en dus daar van ook geen het minste be„ „grip hadden, en de hun hier egter aanvertrouwde Dienst van opziender der Gale korle, terwijl er zoo veel kundiger en dus geschikter perzoonen toe waaren, die ook alleen regt hadden daarom temoogen vraagen wel met er tijd zouden aangeleerd en zig daar in be„ „kwaam gemaakt hebben; en dus; gelijk veele ande„ „ren, ook goede en kundige Land- Regenten in het ver„ „volg geworden zijn, dog het zijn Mij geoorloft bij deese aantemerken dat, na mijne gedagten, het Land en Lands volk te veel lijd, en den zoo genoeg arlijdende Gezagvoerder der Provintie gantsch geen Dienst ge„ „schied, wanneer drie agter een volgende opzienders benoemd ens hem toegevoegd worden, die hunne Ampts verrigtingen eerst uijt den grond moeten aan„ „leeren, gelijk Jk, zoo vertrouwe, duijdelijk bij de van hier over dat onderwerp afgevaardigde offici„ „eele brief in dato 23:' April des laast gepasseerde Jaars aangeweesen en voorgesteld hebbe- De Gezagvoerder van dit kommandement draagd volstrekt alle de lasten der Regeering, zonder zelfs in tot zijn bestellin in de eerst en eijgenscha aren bov¬ listende dien van neer de tot ut aa

NL-HaNA_1.04.02_3840_0804 view scan ↗

English

to have any part in any apparent agreements thereof, being permitted to confer no offices of whatever name, and not even to appoint any other officer in the garrison; nor to promote any clerks after the expiration of their term of service, or to take on trainees upon vacancies in the service of the Honorable Company in the clerical offices, and not even to grant consent for the consummation of any marriage proposed by one of the Company's servants assigned under his authority, except solely provisionally, and not even to give away any non-commissioned officer's post at the outposts, just as this latter, even upon the vacancy of the sergeant's post at Bentskhe, was sufficiently forbidden to me by His Honor's Government Letter of 26 February 1787; he also may not confer any native offices above the rank of Draatje or non-commissioned officer, and must content himself with whoever is assigned to him in the service of the Honorable Company, and retains nothing other than only to be allowed to make some proposals of seen Beickenbeek 1 No: 108 2065. lesser importance, while he at present does not have even half sufficient revenues for his subsistence, and thus bears the mere name and title of Commander, and he therefore, according to my thoughts, has so much greater a claim to at least be allowed to propose an overseer of the Gale korle and a secretary, with both of which servants he personally has the most to deal, according to his pleasure, and to await the appointment thereof, this however has not been permitted to happen to me for the first-named, however much I insisted on it for the third and thus also for the present fourth appointment by official letters, even with the most binding recommendations of the Council, to which we have never even been dignified with any answer, and it has only been communicated to us, we have appointed him to the vacant post of overseer of the Gale korle, and order you to confirm him immediately in the acting of it, about which I might well have openly complained as being a very sensitive slight and wholly undeserved harshness, which I however, and out of special considerations, have not done, and have rather accommodated myself to the pleasure of Your Right Honorable, and have kept the burden solely to myself, comforting myself that the first appointment mostly took place to prevent as much as possible at the outset all complaint about the deprivation of the office of Shahbandar from the overseer, just as it also worked out through this, the second to help an old servant on higher recommendation to a larger piece of bread; the third to point out to me that there are always means to make a subordinate feel in a most powerful and striking manner to him that he stands under a higher authority, from which he, for reasons, has no favor or pleasure to expect, and the fourth or present one for precisely the same reason; why I then have also just contented myself with these appointments, seen Vriekenbeek No: 108 2066. though whether the service of the Country, and thus of the Honorable Company in this Government, has indeed been promoted thereby, I shall most preferably leave to higher judgment, and only request a favorable pardon for this and all other digressions, which actually do not serve directly for my present accountability. In the above-mentioned proposal of Your Right Honorable regarding the small landscape Diwitoere dated 31 August 1784, it is also stated that the high grounds of that district might in the beginning perhaps produce some maize here and there, but that in the long run only fine grains can be sown upon them, and that the Honorable Company shall take no duty from those high grounds, and they must remain forever exempt from the payment of duty to the Honorable Company, but very advantageous for the contractor, if it should happen that he could not fulfill his obligations, that he has then still become master of the high grounds, and out of that, beyond a trifle for the planted coconut gardens, has to pay no duty. One please only check what is mentioned in the Gale compendium of the years 1786/4 regarding the areca plantations, to which I have received no answer or any instruction up to the present day, and further to note that with the alleged plantings since the year 1772 until now, out of all those areca gardens both at Gale and at Mature no more than 15 7/8 ammonams and 520 pieces have been delivered together, which, calculated at four rixdollars and eighteen stuivers, have brought in for the Honorable Company a certainly not very considerable profit of sixty-nine Indian rixdollars and fourteen and a half stuivers, and thus the ruler of this province, who, as I have pointed out and declared repeatedly, must bear so many and so great expenses for the proper maintenance of his dignity and of the honor of his position, would still have to wait quite a while for any improvement of revenues; if seen Kriekenbeek No: 108

Dutch transcription

in eenige schijnbaare agrementen daar van eenig deel te hebben, moogende geene Ampten, hoe genaamd begeeven en zelfs geen ander officier bij het Guarnizoen benoemen; ook geene schri„ „benten na expiratie van hun Dienst verband be„ „vorderen, of aankweekeling bij vacatura in den Dienst der Edele Maatschappix op de schrijfkan„ „tooren aanneemen, en zelfs geen konsent tot het voltrekken van eenig door een der onder zijn ge„ „zag beschijdene kompanies Dienaaren voorgesteld. huwelijk dan alleen provisoir verleenen, en zelfs geen onder officieren plaats op de buijten posten vergeeven, gelijk Mij dit laaste, zelfs bij vakatura van den sergeants Post te Bentskhe bij Hoogst Desselfs Regeeringh Briev van den 26. ' Februarij 1787. genoeg geinterdi„ „cent wierd; wij mag ook geene Jnlandsche Bedieningen booven den rang van Draatje of onder officier, begeeven, en moet zig laae „ten welgevallen wie hem in den Dienst der E: Compenie worden toegevoegd, en be„ „houd niets dan alleen eenige voordragten van ezien Beickenbeek 1 No: 108 2065. van minder aanmerking te moogen doen, terwijl hij thans geene half toerijkende Jnkomsten tot zijn, bestaan heeft, en dus den bloote Naam en Titul van kommandeur draagd, en hij heeft dus, nas mijne gedagten, zoo veel te grooter aanspraak om ten minste een opziender der Gale korle en een sekretaris, met welke bijde Dienaaren hij het meest in eijge perzoon te verhandelen heeft; na zijn genoegen temoogen voorstellen, en de benoe„ „ming daar van te verwagten, dit heeft Mij Voor de Eerstgenoemde egter niet moogen gebeuren, hoe zeer voor dee derde en dus ook voor de teegen„ „woordige vierde benoeming daarom bij of„ „ficieele Brieven, zelfs met de verbindenste aanbevoelingen van den Raad, aanhield. waar op wij nimmer met eenig andwoord zelfs verwaardigd zijn, en ons maar alleen be„ „deeld is, wij hebben Die tot de vacante Post van opziender der Gale korle benoemd, en ge„ „ lasten uw hem terstond in der waarneeming daar van te bevestigen, waar over Jk Mij, als eene zeer gevoelige verklijning en geheel on„ „verdiende eld che raatje T hij laa van „verdiende hardigheid zijnde, wel opentlijk ou„ „de hebben moogen beklaagen, dat Ik egter, en uijt bijzondere Consideratien, niet gedaan, en Mij liever na het welbehaagen van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: geschikt, en den last alleen voor Mij zelve gehouden hebbe, Mij vertroosten, „de dat de Eerste benoeming meest geschie „de om alle beklag over de ontneeming van den Dienst van Sabandaar aan den op„ „ziender, zoo veel doenlijk, in den begin„ „ne voortekoomen, gelijk dit daar door ook uijtgewerkt is, de tweede om een oud Dienaar op Hooger aanbeveeling aan een ruijmer stuk brood te helpen; De derde om Mij aan„ „tewijzen dat er altoos middelen zijn om een on„ „der geschikte op eene voor hem meest kragtige en trefpende wijze te doen gevoelen dat hij onder een hooger Gezag staat, van het welk tij, om reedenen, geen gunst of belie„ „ving te verwagten heeft, en de vierde of teegen„ „woordige om eeven gelijke reeden; waarom Jk Mij deese benoemingen dan ook maar heb laaten Vriekenbeek zien No: 108 2066. laaten welgevallen, dog of daarmeede den Dienst des Lands, en dus der Edele Maatschappije in dit Gouvernement wel bevorderd is, zal jk het liefste aan Hooger oordeel overlaaten, en alleen maar om eene gunstige verschooning verzoeken voor deese en alle andere uijtwijdingen, die eijgentlijk niet diackt tot mijne teegenwoordige verand„ „woording dienen. Bij de boovengem: voorstelling van uwel Edele Gestrenge Groot Achtb: weegens het Landschap je Diwitoere in dato 31:' Augustus 1784. staat ook dat de Hooge gronden van dat Distrikt in den beginne misschien wel hier en daar wat Melie zullen voortbrengen, dog dat bij voortduu„ „ring daar op alleen fijne graanen kunnen worden gezaaijd, en dat de E: Comp: van die hooge gronden geen geregtigheijd zal neemen, en die voor altoos van het opbrengen van geregtig„ „heijd voor de E: Comp: moeten bewijd blijven, logg zeer voordeelig voor den aanneemer, wanneer hij hoet is ^ aan zijne verbintenissen niet voldoen mog„ „te, dat hij als dan nog meester van de hooge gronden gewerden is, en daar van buijten eene geringheijd lijk zou„ E on„ geringheijd voor de aangeplante kikus Tuij„ „nen, geene geregtigheijd hoeft te betaalen. Men gelieve maar na te gaan wat bij het Caals kompendium van de Jaaren 1786/4. weegens de Arreeks plantagier vermeld staat, waar op 7½ tot heeden geen andwoord of eenige onderrigting bekoomen hebbe, en verder optemerken dat met de voorgewende aanplantingen zeedert het Jaar 1772. tot nutoe uijt alle die arreeks tuijnen zoo te Gale als te Mature niet meer dan 15 7/8. Am„ „monams en 520. stuxs te zaamen geleeverd zijn, die teegen vier Rijxd:s en agtien stuijvers geree„ „kend; voor de Edele Maatschappije een gewisniet zeer aanmerkelijk voordeel van Jndiasche rijsedaa„ „ders neegen en sestig, en veertien en een halve stuijvs aangebragt hebben, en dus de Gezag voerden dee„ „zer Provintie, die, gelijk Jk te meermaalen aangeweesen en verklaard hebbe, tot de behoorlij„ „ke maintenu van zijne waardigheijd en van de Eere zijner voorstelling, zoo veele en zoo groote kosten moet draagen, nog al vrij wat na eenige verbeetering van Jnkomsten zoude moeten wagten; indien gezien Kriekenbeek No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0809 view scan ↗

English

if he will have to draw them from the promised benefits of these areca plantations, if no other means of subsistence is granted to him, or if that is otherwise again assigned to him from indirect revenues, which, although almost legitimized by length of time and willing acceptance, and by no means extorted, were nevertheless entirely abolished in the year 1784 by your Right Honourable and Venerable, and since then strictly forbidden, or if, in his certainly by no means easy and very laborious post, he is made to live off his own means, if he has any, and out of that alone is left to make good all expenses, both during the protracted stay of the country's squadrons and in other no less unavoidable costly circumstances, as has fallen to my charge for four years now through this former arrangement, so disturbing particularly for the commander of this province, made by your Right Honourable and Venerable; and this year the very meager revenues will still decrease considerably due to the delivery of ten thousand bundles of coir by the government to the coast of Malabar, since two stuijvers for each bundle of 24 pounds have already for many years been allocated to the commander as a means of subsistence, which I now also must forfeit for that quantity, and thus for all my demonstrative zeal and attentiveness nothing but a multitude of entirely undeserved unpleasantnesses have been dealt to me. Regarding the condition of the cinnamon plantations in the Galle Korale, I also clearly stated and demonstrated, after the inspection of some of the same in the aforementioned year, in what condition they were then found by me; they have since, and especially in the past year, considerably improved overall through the greater attentive care of the native shahbandar and through the greater industry of the native chiefs in their districts, and particularly in the Talpe Pattuwa, where most of those cinnamon gardens lie and where they were and still are in the worst condition; yet they are by no means sufficient and need to be attended to with more attention and zeal, for which such useful precautions a knowledgeable and zealous overseer is certainly best suited. And thus I will now have to await how the overseer Van Schuler, who has now been assigned to me and arrived here from Colombo only a few days ago, will conduct himself in this, of which I hope for the best, and I will endeavor to encourage him in this in every possible and most obliging manner, so that the Honourable Company may receive the so considerable and so important benefits which have been so greatly promised from the establishment and zealous continuation of these and other precious plantations, toward which I have always applied myself with all possible attention and zeal. Now, how bad the condition of these so important cinnamon gardens is, and how little reliance one can and may place upon the commissions and inspections of the native commissioners, is made abundantly clear from the report submitted to me these days by the First Surveyor Meusz regarding his findings of the fifty-one of these cinnamon plantations situated in the Talpe Pattuwa, to the inspection and description of which he was himself charged by high order of your Right Honourable and Venerable; and of which he declared to have found only six in good state and order, but that all the rest are entirely dilapidated, overgrown with wilderness, covered with brushwood, damaged by cattle, and without fences or enclosures; whereas the special native commissioners who were also appointed shortly before for that inspection, according to annual custom, submitted a very fine and favorable description thereof, as appears from the Compendium of the native shahbandar under the ultimo of August last. Since it is now certain and indisputable that the small territory of Diviture can become a source of prosperity and blessing for this colony, and bring very considerable benefits to the Honourable Company, once its so extensive low fields may be permanently freed from the heavy flooding, one must also be assured that the esteemed Government of this island, with the confidence placed in the present contractors for the adequate preparation of these so valuable lands, had no other aim than to encourage and guide them in this by all kinds of suitable means, and for that purpose granted them the clearing of some chenas or timber on the high and so fertile lands only in so far as this might be necessary for the needful maintenance of the inhabitants settling in Diviture itself and even for their own encouragement; and that they, the contractors, fulfilling this so salutary purpose, might well cut down and burn all the woody growth in the mada-dorawas, or mud overgrown with wood, and certainly also on the high grounds required for the subsistence of the inhabitants and for their own convenience and even so greatly desired for their benefit; and in this case it is almost of no consequence how large the chenas cleared and cleaned by them are, and whether much or little wood has been destroyed, provided that

Dutch transcription

2967 indien hij die uijt de beloofde voordeelen van deese Arreeks plantagien zal moeten trekken, zoo hem geen ander middel van bestaan toegevoegd word, of hem dat anders, weeder, gelijk te vooren uijt indirekte, schoon door langheijd van tijd en gewillige aan„ „neeming, haast gewettigde, en gantsch geen afgedwonge, dog door uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare in den Jaare 1784. geheel vernietigde, en zeedert ten scheppe verborde Jnkomsten, toegeweesen worde, of bij zijn, zeeker gantsch niet gemakkelijke en wel zeer arbijdzaame Post, van zijn eijge vermoogen, zoo hij dat heeft, doen leeven, en daar uijt alleen laaten goedmaaken alle kosten, zoo bij het langduurig verblijf van slands Esquaders, en bij andere niet min te vermijde kostbaare omstandigheeden, gelijk Mij, door deesevorm: van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: voor den kommandeur deeser provintie in het bijzonder zoo ongerustige schikking, nu vier Jaaren lang ten lasten viel en de zoo gerin„ „ge Jnkomsten dit Jaar door de leverantie van tien uids de wagten; 3 dien tien duijsend bossen kaijer door het Gouverna„ „ment ter kuste Mallabaar, nog aan merke„ „lijk zullen verminderen, wijl den kommandeur tot een middel van bestaan, twee stuijvers voor ieder Bos van 24. ponden reeds voor veele Jaaren zijn toe„ „gelegd, die Jk nu ook voor die quantiteijd moet missen, en Mij dus voor al mijne aangeevende ijver en oplettendhijd niet dan een meenigte geheel onverdiende onaangenaamheeden zijn toe„ „gedeeld. Weegens den toestand der kanneel plantagien in de Geele korle heb Jk mij meede; na het op„ „neemen van eenige Derzelven in voorm: Jaar, duijdelijk verklaard, en aangetoond in wat toe„ „stand ze als doen door Mij gevonden wierden, ze zijn zeedert, en wel voor al in het laast gepas„ „seerde Jaar, aanmerkelijk door de meerdere op„ „lettende zorgen van den Jnlandsch sabandaar over het geheel, en door de grooter werk„ „zaamheijd der Jnlandsche Hoofden in hunne Distrikten, en wel in het bijzonder in de Talpepattoe, alwaar gezien Krickenbeek No: 108 2068 de meeste dier kanneel Thuijnen leggen, en ze het slegtste gesteld waaren en als nog zijn, vrij wat verbeeterd, dog egter gantsch niet onvoldoende en dienen met meer aandagt en ijver behartigd teworden, tot welke zoo nuttige voorzorgen zeeker een kundig en ijve„ „rig opziender zig het best schikt, en Jk dus nu zal dienen aftewagten hoedanig zig de Mij nu toegevoegde en eerst deeser daa„ „gen van Kolombo hier aangekoome opziender van schuler, daar in schikken zal, waar van Jk het beste hoope, en hem daar toe 'alle moogelijke en meest verbin„ „dende wijze zal tragten aantemoedigen, op dat de Edele Maatschappije de zoo aanmer„ „kelijke en zoo aangeleege voordeelen, welke men zig uijt den aanleg en ijverige voortzetting van deese en andere kostbaare plantagien zoo zeer beloofd heeft, moogen toekoomen, waar op Jk Mij altoos met alle moogelijke aandagt en ijver het toegelegd. Hoedanig; nu den slegte toestand deeser zoo aangeleege kanneel Tuijnen is, en hoe wijnig¬ „ ke„ ieder toe„ moet e ge d zijn 1 Ze toe op„ daar an allo staat men op de kommissien en opneemingen der Jnlandsche Gekomm: kan en mag staat maaken blijkt overduijdelijk uijt het deeser daagen aan mij gedaan Rapport van den Eerste Landmeeter Meusz weegens zijne bevinding der in de Tal„ „pepattoe geleege een en vijftig deeser kan„ „neel zuijnen plantagien, tot welker op„ „neeming en beschrijving wij door uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare Hooge order zelve gelast is, en van dewelke hij verklaard er maar ses in goede staat en order gevonden te hebben dog dat alle de overigen geheel vervallen, verwilderd, met wildhout begroeijd, door de koebeesten beschaadigt, en zonder paggers of om„ „schijningen zijn, terwijl de meede tot die opneeming kort te vooren be„ „noemde expresse Jnlandsche Ge„ „kommitteerden, volgens Jaarlijks ge„ „bruijk, daar van, blijkens 't Compendium van den Jnlandsch Sabandaar onder ult:o Augs Jongt leeden eene zoor schoone en voordeelige beschrijving hebben gezien Brickenbeek No: 108 2069 hebben ingediend. wijl het nu zeeker en onbetwistbaar is dat het Landschapje Duvitoere, een bron van welvaart en Zeegening voor deese kolonie kan worden, en zeer aanmerkelijke voordeelen aan de Edele Maatschappije toebrengen, wanneer de zoo uijtge„ „brijde laage velden daar van eens van de geduurzaam swaa¬ „re overstroomingen moogen bevrijd blijven, zoo moet men zig ook verzeekerd houden dat de geeerde Regeering deeses Eijlands met het gesteld vertrouwen in de teegenwoordige Aanneemers tot genoegdoende bekwaammaking van deese zoo kastelijke gronden geen ander oogmerk gehad heeft dan hun daar toe door allerlije geschikte middelen, aantemoedi„ „gen en optelijden, en hun ten dien eijnde het kappen van eene„ „ge Chenassen of houtgewassen op de hooge en zoo vrugtbaa„ „re gronden, alleen vergund heeft voor zoo verre dit tot nood„ „wendig onderhoud van de zig te Duvitoere zelve neerzetten, „de Jnwoonders en ook zelfs tot hun eijge aanmoediging mogte noodig zijn, en dat zij Aanneemers, aan dit zoo hijlzaame oogmerk wel voldoende, ook wel al het houtge„ „wasch in de mattoerawes, of met hout begroeijde modder, en zeeker ook op de voor het bestaan der Jnwoonders en voor hun eijgen gerief benoodigde en zelfs tot hun voordeel zoo zeer gewenschte hooge gronden, mogten wegkappen en verbranden, en in dit geval is het haast onverschil„ „lig hoe groot de door hun gekapte en gezuijverde Chenas„ sen zijn, en de er veel of wijnig hout vernietigd is, met dat 2 sten ing Hben

NL-HaNA_1.04.02_3840_0814 view scan ↗

English

that distinction however: that, in my opinion, it should not have been dealt with so indifferently, and one could easily have had the good timber transported to Gale, which could very easily have been done, while always leaving enough wood for the manuring of the grounds; yet this carelessness could also still be overlooked, if only the beneficial purpose had been sufficiently fulfilled, of which one is certainly still far off, although four of the five years stipulated for their contract have already elapsed, and if this now also passes and the so necessary work of the substantial improvement of the low grounds in that small territory is not completed, as there appears to be not the least certain prospect of this based on their present very defective and completely insufficient means employed, then the Company, according to the contract made, will have to take back that land as it then finds itself, and reimburse the Maha Mudaliyar or his heirs for all that has been expended on it by them according to the account, or the entire district, whatever their achievements may have been, will remain with the contractors, if it does not please the Honourable Company to pay for the expenses incurred. In the first case, now, I cannot find a sufficient benefit for this colony and no advantages for the Honourable Company, at least no considerable ones, because Her Honour, taking back that land in that incomplete condition, will then also have to manage it herself, which certainly does not suit Her Honour, and will have to have it further prepared at Her Honour's own expense, or entrust that again to other contractors, whereby the present administrators, through the benefit they have had for so many years from so many laborers who have been at their service, and through the revenues of the high grounds retained for them for so long, will thus alone enjoy the substantial advantage; and in the latter case the damage for the Honourable Company becomes even greater, and the supposed advantages much less, when one properly considers that so many laborers could have worked for five years on the cinnamon, pepper, coffee, areca, and sappanwood plantations, and brought them into a more flourishing state than they are now in, and from which they have been kept away by the proposed improvement of Diwitoere; and when, in addition to that great disadvantage, there follows the loss of so much timber, among which, if it had been permitted to be brought hither and inspected more closely, one might possibly have found quite a lot of good timber useful for the Service; and the advantage for the present contractors becomes much more considerable, even though the low fields could not or were not able to be improved by them into arable sowing lands, and properly secured against the annual floods, because they nevertheless retain for themselves the so splendid and fertile high grounds, which alone constitute a great wealth in themselves, and especially for such powerful native chiefs, who have so much facility for maintaining and further preparing them, and can and will certainly make them the most powerful people in this Government, and cause them to acquire such greatly advantageous lands, with which all their other very extensive fine possessions in this country cannot be compared; and thus in both these respects all the disadvantage will always be on the side of the Honourable Company, and on the contrary all, and indeed such important advantages, will be solely for the present contractors, which no one certainly would or could rightfully dispute them, had they truly fulfilled the true purpose of the contract entered into by them; and to prove all this even more clearly, and thus indisputably, one needs only for a single year to lease out publicly, and without influence or direction of the Maha Mudaliyar or of his son, but each separately, both the high grounds now already made clear, cultivable, and plantable, and at the same time also the old fields drawn in green and clearly indicated on the map of the since deceased First Surveyor Haartel in the year 1778, as well as the new and low fields laid out since then, and in addition all the wattorawes or mud grounds, which the contractors claim to have been made completely or partially fit by them for cultivation and sowing land, when one will best be able to be convinced and assured of what the true value actually is of the high grounds, and of both the old, or former, and the low fields at Duitoere now, so to speak, prepared for peaceful cultivation by the Maha Mudaliyar and his son; and it is certain that this enormous difference will become greater and greater the longer it continues, if one proceeds to cut and destroy the forests on the high grounds at pleasure, and lay them out as arable lands and fruit gardens, and in that respect it is certainly completely not indifferent or harmless how many and how large chenas or forest clearings and cleanings take place in that district, because these, insofar as no Company plantations are made of them, serve only to the advantage of the contractors, and one could also easily, through well-trusted persons, survey and map more accurately than has been done to this day

Dutch transcription

dat onderscheijd egter: dat, na mijne gedagten, daar mee„ „de niet zoo onverschillig had behooren gehandeld tewor„ „den, en men ligt het goede Timmerhout na Gale had konnen laaten afbrengen, het geen zeer gemakkelijk konde geschieden, blijvende altoos tot mesting der gron „den hout genoeg over, dog deese zorgeloosheijd, zoude ook nog al konnen voor bij gegaan worden, wanneer maar aan het Hijlzaam oogmerk genoegzaam val „daan wierd, waar van men zeeker nog verre af is, Schoon reeds vier van de voor hun kontrakt gestelde vijf Jaaren verloopen zijn, en als dit nu ook voorbe en het zoo noodzaakelijke werk der weesendlijke ver„ „teetering en der laage gronden in dat Landschapje n volbragt is, gelijk daartoe als nog geene het minste zeeker vooruijtzigt op hunne teegenwoordige zeer gebrekk „ge en gantsch niet toerijkende aangewende middelen voor„ „komt, zoo zal dan de Comp:, volgens het gemaakt contract dat Land; zoo als het zig dan bevind, weeder moeten over nee„ „men, en aan den Maha-Moddeljaar of aan zijne Erfg „naamen voldoen al het geen door hun, volgens reekening daar aan veronkost is, of het geheele Destrikt zal, hoeda „nig ook hunne verrigtingen geweest zijn, voor de aann „mers blijven, zoo het de E. komp„ voor de gedaane onkos „ten niet gevalt: Jn het eerste geval nu kan jk niet de een voldoend nut voor deese kolonie en geene voordeele voor de Edele Maatschappije, ten minste geene aanmer kelijke Krickenbeek No: 108 20 70 kelijke, vinden, wijl haar Edele dat Land in die onvol„ „koome toestand weeder overneemende het als dan ook zel„ „ve zal dienen te laaten bestieren, het geen haar E: zeeker niet lijkend, en het verder voor haar E: zeeker eijge ree„ „kening moeten laaten bekwaam maaken, of dat wee, „der aan andere Aanneemers vertrouwen, of dat weeder aan andere waar bij dan de teegenwoordige Bestierders door het nut dat ze zoo veel Jaaren van zoo veele ten hunnen dienste gestaan hebbende arbijds lieden, gehad hebben, en door de zoo lang voor hun behoude Jnkomsten der hooge gronden, dus alleen het weesendlijke voordeel zullen genieten; En in het laaste geval word de schaade voor de E: Comp: nog grooter, en de onderstel„ „de voordeelen veel minder, als men wel aanmerkt, dat„ zoo veele arbijds, lieden vijf Jaaren lang aan de kan„ „neel, peper, koffij, arreeks en sappanhout plantagien hadden konnen arbijden, en die in Rloeijender staat brengen dan ze zig nu bevinden, en waar van ze door de voorgestelde verbetering van Diwitoere afgehouden zijn, en als dan bij dat groot nadeel nog volgt het verlies van zoo veele houtwerken, waar onder, zoo het herwaards had moogen gebragt en nader bezigtigd worden, men moogelijk nog al vrij wat goed, en voor den Dienst nuttig Timmerhout zoude gevonden heb„ „ben, en het voordeel voor de teegenwoordige Aannee„ „ ook „mers, word veel aanmerkelijker, schoon de laage velden tewoo vor mee„ zoude neer 442 rre af is, gestelde k voorbe lijke ver¬ schapje m minste gebrekk delen voor Contradt en of n zijne Erfge reekening zal, hoede de aanne onkor Ik niet de voor deel aa kelijke mer za Nat d velden niet door hun tot Zaaijlanden mogten of kon„ „den verbeeterd, en voor de Jaarlijkse overstroomingen wel ver„ „zeekerd worden, wijl ze als dan egter de zoo heerlijke en vrugtbaare hooge gronden voor hun behouden, die alleen een groote rijkdom, en wel voor al voor zoo ver„ „moogende Jnlandsche Hoofden, Die zoo veele gemak„ „kelijkheijd tot het onderhouden en de verdere bekwaam „making daar van hebben, op hun zelven uijtmaa„ „ken, en hun zeeker de aller vermoogends te lieden in dit Gouvernement konnen en zullen maaken, en hun zoo groote voordeelen aanbrengende Landerij doen verkrijgen, waar bij alle hunne andere zeer uijt „gebrijde schoone bezettingen in dit Land niet kon„ „nen vergeleeken worden, en dus zal in bijde deese op„ „zigten altoos al het nadeel aan de zijde der E: komparie en daar en teegen alle, en wel zoo importante voordeelen alleen voor de teegenwoordige Aanneemers zijn, die nu „mand hun zeeker met regt zoude moogen of willen be„ „twisten, zoo ze aan het waare oogmerk van het door hun aangegaan kontrakt werkelijk voldaan hadden; en om dit alles nog klaarder, en dus onweederspreeke„ „lijk te bewijzen, behoeft men maar voor een enkeld Jaar zoo wel de nu reeds schoon, bebouw en beplant „baar gemaakte hooge gronden en te gelijk ook op de kaart van den zeedert overleedene Eerste Land meeter Haartel in den Jaare 1778. , met groen afgeteekende en zien Krickenbeek No: 108 1 2071 en klaar aangeweese oude, als de zeedert aangeleyde nieuwe en laage velden, en daar bij alle de wattoera¬ „wes of modder gronden, die de Aanneemers voorgeeven door hun tot bouw en Zaijland geheel of gedeeltelijk bekwaam gemaakt te zijn, publiek, en zonder invloed of direk„ „tie van den Maha Moddeljaar of van zijn zoon, dog ieder afzonderlijk te verpagten, wanneer men best zal konnen overtuijgd en verzeekerd worden wat eijgentlijk de hooge gronden, en de zo wel oude, of lang voormaalige, als de nu, zoo gezegt, ter geruste bebouwing door den Maha Moddeljaar en zijn zoon bekwaam gemaakte „laage velden, te Duitoere in hunne weesendlijke waar¬ „de zijn; en het is zeeker dat dit ontzaggelijke verschil hoe langer hoe grooter zal worden, als men voortgaat met de bossen op de hooge gronden na welbehaagen te kappen en te vernietigen, en die tot bouwlanden en vrugt Juijnen aanteleggen, en in dat opzigt is het zeeker gantsch niet onverschillig of onschaadelijk hoe veel en hoe groote Che„ „nassen of bosch kapping en zuijteringen in dat Distrikt geschieden, wijl die, voor zoo verre ergeen kompanies plantagien van gemaakt worden, alleen tot voordeel van de Aanneemers strekken, en men zoude ook ligt door wel vertrouwde perzoonen, en nauwkeuriger, als tot heeden geschied is, konnen opneemen en in kaarten b t lieden maa Landeij zeer uijt deese op„ komparie voordeelen ,die nie willenb het door hadden; Verspreeke„ enCed beplant op de nd mae geteekende kon„ e aam

NL-HaNA_1.04.02_3840_0818 view scan ↗

English

map all the plantations of cinnamon, coffee, and sappanwood which the present contractors have laid out for the Honorable Company, and to which, as I am very well informed, they have applied themselves with far greater zeal and continue to pursue with uncommon attention ever since the commission for the accurate inspection of Diwitoere, appointed by me and held back and hindered by Your Right Honorable and Worshipful Sir's wholly unexpected and unmerited repeated interdict; as also all the coconut and soursop gardens laid out by them, both for the poor inhabitants who have settled in that small district and for themselves, and also to have all of these appraised for their real value by experts, whereby one will also best be able to perceive how great the merits of the aforementioned contractors are in this regard, and not to curtail them in any of their rights and good proposals. And it was with that good intention that I designated this my commission to that small district, which was halted and prevented on Your Right Honorable and Worshipful Sir's repeated order, and intended to go and inspect this myself in person with all attention, but was kept from it by having an extraordinary commission from Colombo unexpectedly and wholly unmeritedly set over my head, while I was already present at Diwitoere for that purpose, and had dutifully and officially informed Your Right Honorable and Worshipful Sir thereof, as I have clearly shown hereinbefore. And I also had no other intention than this when I requested to be informed, by official letter of November 25th of last year, whether a commission from Colombo would again come hither for the inspection of Diwitoere, or whether I, following Your Right Honorable and Worshipful Sir's own established order for the annual inspection thereof, should myself appoint and dispatch expert persons, and who might best be chosen for this according to Your Right Honorable and Worshipful Sir's own pleasure, in order not to draw His Highest displeasure upon myself again and thus new unpleasantries, and so that no further inspections in that small district might occur other than according to His Highest pleasure, and thus also no other or further reports thereof be submitted other than according to His Highest satisfaction, in order, if it were possible, to be able thereby to earn more favor and pleasure with His Highest Person than I, to my great regret, have managed to obtain to date with all my faithful attention and zeal in the service of the Honorable Company under His Highest Government; on which matter I still await a definite and encouraging reply, and thus shall continue the thread of my respectful representation concerning Diwitoere. One might then also remark, with regard to that so beautiful district, that after the expiration and non-fulfillment of the specified contract with the Maha Mudaliyar Dias, the Honorable Company can also take back unto itself those so magnificent high grounds laid out by him; this I fully acknowledge, but then the contractors will first have to be reimbursed for their incurred expenses, of which the account has not yet been drawn up, while they nevertheless retain the five years of enjoyed profits, for which one cannot well demand an accounting from them. And those grounds, however magnificent in themselves, are never of that importance and of that use and profit for the Honorable Company as for the Maha Mudaliyar and his own, and in that case the so useful and beneficial purpose is and remains for the greatest part unfulfilled, which is indeed most to be lamented. And one can thus certainly not apply oneself enough to achieve this so magnificent and praiseworthy enterprise at last, to which everyone, according to their ability, ought indeed to contribute their share, and toward which all right-thinking persons and the attentive observation of the general and great interest, and in particular of the present state of the Government—while we are now entirely without the so comforting ability to provide the poor and suffering multitude from abroad with rice, the food so indispensable for them, which must certainly make the heart of all well-meaning persons bleed, who duly consider the welfare of this so important colony and of its large number of poor inhabitants, and take a real share therein—are certainly fully inclined. And I also wish from the bottom of my heart, and gladly desire to employ all that is in my power toward it, and recommending myself anew to Your Right Honorable and Worshipful Sir's high favor and protection, have the honor to be with all sentiments of high esteem, which was written below, Right Honorable, Worshipful and High-Commanding Sir, Your Right Honorable and Worshipful Sir's most humble and obedient servant, which was signed, C: D: Kraijenhoff, in the margin, Galle, the 12th of January 1789. Agrees. Hijbrands. Seen. Krickenbeek. No: 108. Vegelen.

Dutch transcription

kaarten brengen alle de plantagien van kanneel, koffij, en Sappanhout, die de teegenwoordige Aanneeman voor de E: komp: aangelegt, en waar op zij zig, zoo als Jk zeer, wel onderrigt ben, zeedert de door Mij bepaalde, en door uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: geheel onverwagt en onverdiend, herhaald Jnterdikt aan mij teegengehoude en belette kommissie ter nauwkeurige opneeming van De „witoere, met ongelijk meer ijver toegelegd hebben, en als nog met ongemeen veel aandagt voortzetten, ge„ „lijk ook alle de door hun, zoo voor de zig in dat Landschapje neergezet hebbende arme Jnwoonders, als voor hun zelven aangelegde kokus en soorsaks tuijnen, en die allen ook voor hunne weesendlijke waarde door des kundigen doen taxeeren, wanneer men ook best zal konnen ontwaaren. hoe groote ver„ „diensten de voorm: Aanneemers daar bij toekomt, en hun ook in geene van hunne regten en goede voor„ „stellingen te verkorten, en het was met dat goedin„ „zigt dat Jk deese mijne op uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: herhaald bevel gestaakte en verhinderde kommissie na dat Landschap je bepaalde, en dit ook zelve in eijge perzoon met alle aandagt wilde gaan opneemen, dog daar van door het mij op het onverwagts en ge„ „heel onverdiend voor het hoofd stellen van eene buijten gewoone zien Krickenbeek No: 108 2072. gewoone kommissie van kolombo, terwijl, Jjse Mij reeds te Duvitoere ten dien eijnde bevind, en uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: daar van pligtelijk en officieel kennis gegeeven had, afgehouden wierd, gelijk Jk hier booven duijde„ „lijk aangetoond hebbe, en Jk heb ook geen ander dan zoodanig oogmerk gehad, wanneer Jk uwelEd: Gestr: Groot Achtb: bij officieele brief van den 25. e November JoL: verzogt te moogen onderrigt worden, of weeder tot het opneemen van Duviloere eene kommissie van ko„ „lombo herwaards zoude koomen, dan wel of Jk, na de door uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: eijge bepaalde or„ „der tot de Jaarlijkse opneeming daar van, zelve deskundige perzoonen zoude benoemen en afzenden, en wie daar toe het best na uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: eijge believen, diende verkoosen teworden om niet weeder voogst Desselfs ongenoegen, en dus nieuwe onaangenaamheeden tot mij te trekken en geene verdere opneemingen in dat Landschapje dan na Hoogst Derzelver genoegen mogte geschieden en dus ook daar van geene andere of verdere Rapporten dan na Hoogst Desselfs welbehaagen, ingediend worden, om, waare het moogelijk, daar door meergra„ „tie en genoegen bij hoogst Denzelve temoo„ „gen verdienen, als Jk, tot mijn groot leedweesen, tot heeden me als en en en 2 anneer groote ver¬ ekomt, en voor¬ goedin„ Achtb missie in eijge neemen, en ge¬ buijten woone ke heeden met alle mijne getrouwe aandagt en ijver in Dienst der Edele Maatschappije on„ „der Voogst Desselfs Reegeering, heb koomen verkrijgen, waar op Jk als nog een bepaalden aanmoedigend antwoord verbijde, en dus den draad mijner eerbiedige voorstellinge wegens Diwitoere zal vervolgen. Men zoude dan ook met betrekking tot dat zoo schoon Distrikt wel konnen aanmer „ken dat na verloop en onvoldoening van het bepaald kontrakt met den Maha Mod„ „deljaar Dias, de E: kompanie ook weder die zoo keerlijke door hem aangelegde hooge grond en kan na zig neemen; dit erken ik volkoome, dog als dan zullen de Aannee„ „ners eerst hunne gemaakte ongelden, waar van men de reekening nog niet opgemaekt heeft, moeten vergoed worden, die dan evenwel de genootene vijf jaarige voordee„ „len blijven behouden, waar van men Hun niet wel reekenschap vraagen kan en die gronden, hoe Heerlijk ook op hun zel„ „ven, zijn nimmer voor de E: Rompanie van zien Kriekenbeek No: 108 N 2073 van die importantin en van dat nut en voordeel als voor den Maha Moddeljaar en de Zijnen, en als dan is en blijft het zoo nuttige en uijlzaame oogmerk ten groot„ „sten deelen onvoldaan het geen wel het meest te be„ „klaagen is, en men zig dus zeeker niet genoeg kan toeleggen om dit zoo heerlijk en loffelijk bestaan een„ „maal te berijken, tot het welk een ieder, na vermoogen, wel het zijne behoord toetebrengen, en waar toe alle wel„ „denkenden, en de aandagtige opmerking van het alge„ „meen en groot belang, en in het bijzonder van den tee„ „genwoordige staat des Gouvernements, terwijl wij nu geheel buijten het zoo troostelijk vermoogen zijn om de arme en noodlijdende Meenigte langer van rijst, het zoo onontberlijke voedzel voor hun, van buijten te voor„ „zien, het geen zeeker het hart van alle welmeenenden„ die het welzijn deeser zoo aangeleege kolonie, en van Desselfs groot getal van arme Jnwoonders wel betragten, en daar in een weesendlijk deel neemen, moet doen bloe„ „den, zeeker ten vollen geneegen zijn, en Jk meede uijt grond Mijnes harte wensche, en alles wat in mijn vermoogen is, gaarne daar toe wil aanwen„ „den, en mij in uwer wel Edele Gestrenge Groot Achtbaare hooge gunste en bescherming op nieuw beveelende „ n Mod ½ beveelende, de eere hebbe met alle gevoelens van hoog agting te zijn /:onderstond:/ wel Edele Gestren„ „ge Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer. uwer wel Ed: Gestr: Groot Achtb: Zeer onderdani„ „ge en Gehoorzaame Dienaar /:was geteekend:/ C: D: Kraijenhoff /:in margine:/ Gale den 12:e Januarij. 1789. Accordeert. Hijbrands gezien Krickenbeek No: 108 Vegelen ni„ d den e gezien Kriskenbeek No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0825 view scan ↗

English

Apaat 2074 kolombo To the Right Honourable, High and Mighty Sir Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceilen with its dependencies. The report mentioned in Your Right Honourable's government letter of 28 April last, and sent hither in copy, from the Honourable Disawa van Angelbeek and Junior Merchant van Schuler, concerning their further findings on the District of Duviloere situated in this Province, for whose more attentive survey their Honours were commissioned by Your Right Honourable by separate instruction, and which commission seems to have been completed by their Honours with great accuracy, I have the honour herewith, pursuant to His Excellency's order, to return to Your Right Honourable, which certainly might have been accomplished earlier, but was delayed for so long by my stay in the Hope Place, for which I request a favourable pardon. Right Honourable, High and Mighty, High-Commanding Sir. I do not doubt in the least that this further report will satisfy Your Right Honourable much better than those successively submitted by the First Land Surveyor Coenander regarding his supposed accurate, though incompletely executed surveys of the true condition of that District, upon my commission issued to him for that purpose in the month of April of the past year, as I flatter myself, pursuant to Your Right Honourable's own determination, and thus determined according to the order of the service, while he was engaged with his subordinate surveyors by high command of Your Right Honourable in conducting a water-levelling in that District, and which were presented to Your Right Honourable with the utmost sincerity and zeal for the service entrusted to me; and may I be permitted herewith to renew my sincere declaration that I proceeded to that small district in the month of June of the past year solely with the objective of as accurate and satisfactory a survey as possible, of which I dutifully gave notice to Your Right Honourable by official letter of the 6th of that month, and would also have accomplished this with the greatest attention, had I not been, as it were, deterred by the arrival of the commissioners, the Honourable Raket and van Schuler, ordered to the same task by Your Right Honourable, while I myself was present there, because I could then regard this undertaking of mine, however dutiful and necessary, as nothing other than completely superfluous and entirely beyond requirement, and which caused me to decide, after a short walk and superficial inspection of this region, whose low fields were then completely under water, and of what had been performed there by the Maha Mudaliyar Dias and his son, to return hither in a manner not very flattering to public observation, and thus not at all encouraging or satisfactory to myself, and to leave this so necessary survey entirely to the care of the aforementioned commissioners, as designated and entrusted thereto by separate instructions not disclosed to me, which certainly could not be otherwise than painful to me, because I was thereby deprived of being allowed to present to Your Right Honourable myself a sincere, accurate, and as far as possible satisfactory report on the true condition of a district of the highest importance for the welfare of the colony and situated under this command, whose subordinate management has been entrusted to me for so long by the High Government of these lands as well as by Your Right Honourable; in which attentive completion I, without any particular pride or self-love, may well flatter myself that Your Right Honourable would have been presented with as detailed, accurate, and sincere a report on the true state of that district and on the actual progress and utility of the operations of the present contractors towards its better preparation, as could best have presented the entirely undisguised and unvarnished pros and cons of everything relating thereto, and would have been most satisfactory to the true interest of the affairs, and consequently, as I am confident, would in no way need to yield to the reports now submitted by the three commissioners dispatched for that purpose by Your Right Honourable; Yet, having not been allowed to present this sincere report of my high and so very dutiful well-intentioned observations, now, for the reasons aforesaid, I may not, however, refrain from giving to everyone that share in justice and equitable observation which belongs and is due to them in all the relations and circumstances of my subordinate administration, and I therefore declare that it would have been very agreeable to me if the entirely free, unconstrained, and, as I assure myself, disinterested reports seen Kriekenbeek No: 108

Dutch transcription

Apaat 2074 kolombo Aan den wel Edelen Gestrengen Groot Achtbaaren Heer Willem Jacob van de Graaff, Raad ordinair van Nederlands Jndie, Gouverneur en Direkteur van het Eijland Ceilen met dies onder„ „hoorigheeden. Het bij uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Regeerings brief van den 28. April J=ol: vermelde, en in afschrift her„ „waards gezonde rapport van D: E=s Dessave van An„ „gelbeek en onderkoopman van Schuler, weegens hunne nadere bevinding van het in deese Provintie geleege Landschap Duviloere, tot welker meer aandag„ „tige opneeming van E=s door UwelEd: Gestr: Groot Achtb: bij afzonderlijke Jnstruktie gekommitteerd zijn, en welke kommissie door hun E=ds met veel nauw„ „keurigheijd schijnt volbragt te zijn, heb ik de eere uwelEd: Gestr: Groot Achtb: bij deese, ingevolge Hoogst Desselfs aanschrijving, te rug te schikken, 't geen zeeker wel vroeger mogte volbragt zijn, dog door het verblijf van mij in de Hoopplaats zoo lange uijt„ „gesteld is, waer door eene gunstige verschooning verzoeke. Wel Edele Gestrenge Groot Achtbaaren Hoog Gebieden „de Heer. Jk. Jk twijffele geensints of dit nader berigt zal uw EEd: Gestr: Groot Achtb: veel beeter voldoen als die door den Eer„ „ste Land-meeter Coenander weegens zijne onderstel„ „de nauwkeurige, dog onvolkoome volbragte opnee„ „mingen van de waere gesteldheijd van dat Landschalp op mijne aan hem ten dien eijnde in de Maand April des Jongst gepasseerde Jaers uijtgevaerdigde, zoo ik Mij Wije„ na uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: eijge bepaeling, en dus na de order van den dienst bepaelde kommissie, ter„ „wijl hij met zijne ondergeschikte Landmeeters beezig was op hoog bevel van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: eene water passing in dat Distrikt te doen, successivelijk in „gediend, en uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: met de meeste opregtheijd en ijver voor den Mij aanvertrouwde dienst voorgesteld zijn; en het zij mij geoorloft bij deese te moo„ „gen vernieuwen mijne opregte betuijging van mij al„ „leen met het oogmerk van eene zoo veel moogelijke nauwkeurige en voldoende opneeming, in de Maend Junij des Jongst gepasseerde Jaers na dat Landschapje te hebben begeeven, daer van uwelEd: Gestr: Groot Achtb: bij officieele Brief van den 6. dier Maand plij „tig kennis gaf, en dit ook met de meeste aandagt zoude volbragt hebben, indien ik niet door de aen„ „komst van de tot gelijk verrigting door Uwel Edele Gestr: Groot Achtb: gelaste E=s gekomm: Raket en briskenbeek zien No: 108 2075 en van Schúler, terwijl ik mij zelve aldaar bevond, als teegen gehouden waere, wijl ik dit mijn voorge„ „steld zoo pligtelijk als noodzaekelijk bestaen als doen niet dan ten eenemael overvloedig en geheel buijten Vereijsch konde aenmerken, en Mij deed besluijten, na een korte omwandeling en oppervlakkige beschou„ „wing deeser als doen voor de laage velden geheel on„ „der water staande Landstreek, en van het aldaar verrigte door den Maha-Moddeljaar Dias, en zijn zoon, op eene voor de publieke opmerking niet zeer vlijende, en dus voor Mij zelve gantsch niet aenmoe„ „digende of voldoende wijze herwaards te keeren, en deese zoo noodzaekelijke opneeming geheel overtelaeten aan de zorgen van gem: gekomm:, als daer toe bij afzonderlijke, en aen mij niet opengelegde Jnstruk„ „tie bepaald en vertrouwt, het geen mij zeeker niet dan gevoelig konde zijn, wijl ik daer door verstooken wierd van uwelEd: Gestr: Groot Achtb: zelve te moogen voor„ „stellen een opregt, nauwkeurig en zoo veel moogelijk voldoend berigt van de waare gesteldheijd van een ten„ hoogsten voor 't wel zijn der kolonie aangeleege, en onder dit commandement, waar van mij het onder„ „geschikt beleijd door de hooge regeering deeser landen zoo wel als door uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: zoo lan„ „ge toevertrouwd is, geleegene Landschap; bij welken aandagtige tel„ Schap April Vlije en des sie, ter„ ers beezig b: Vlvel de dienst te moo„ mij al¬ moogelijke de Maend ndschappe : Groot Maand pli dagt de aen¬ wel Edele aket en meeste in n ikMij and aandagtige volbrenging ik mij, zonder eenige bijzon„ „dere hoogmoed of eijgen liefde wel durve vlijen dat uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: een zoo omstandig, nauw„ „keurig en opregt berigt van de waere toestand van dat distrikt en van de werkelijke vorderinge en mittig„ „heijd der verrigtingen van de teegenwoordige aan„ „neemers tot de beetere bequaemmaking daar van zoude voorgesteld zijn, als best 't geheel onbewimpeld en onver„ „cierd voor en teegendeel van al het daer toe betrekke„ „lijke zoude hebben konnen voorstellen, en aan het waere belang der zaeken meest voldoende zoude ge„ „weest zijn, en bijgevolg, zoo ik mij verseekere, in geenen deelen voor de nu overgelegde berigten der drie ten dien eijnde door UwelEd: Gestr: Groot Agtb: afgevaardigde gekommitteerden behoeven te wijken; Dog dit opregt Berigt mijner hooge en zoo zeer ver„ „pligte welmeenende betragtingen, nu, om reede„ „nen, voormeld, niet hebbende moogen voorstellen, mag ik mij egter niet onthouden van aen een ieder dat deel in de regtvaerdigheijd en billijke op„ „merking te geeven dat hun in alle de betrekkingen en omstandigheeden mijner ondergeschikte beheering be„ „hoord en toekomt, en ik betuijge dus dat het mij zeer aange„ „naem zoude geweest zijn indien de geheel vrije, onbe„ „dwonge, en, zoo ik mij verzeekende, eijge belangloose Berigten gezien Kriekenbeek No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0829 view scan ↗

English

2076 Reports of the First Land Surveyor Toenander regarding the condition of the small landscape Dewiloere as found by him, and regarding the operations of the Maha Moddelaar and his son, as the latest contractors for the preparation thereof, and above all the timber felling in that district supposed and announced by him—very likely following incorrect and much exaggerated statements—which brought so much disadvantage to the Noble Company; had these been just as advantageous and favorable for these people as are in reality those of the aforementioned commissioners, and especially those of the Honorable Dissave van Angelbeek, upon whose latter full and satisfactory acceptance I gladly testify that a great injustice was done to the said contractors by that of the First Land Surveyor Toenander, and, upon satisfactory acceptance of these latter reports so sufficient for the zeal and labor expended by them, they could complain greatly about the contents of the former, and request such satisfaction as Your Right Honorable and Highly Esteemed Worships' verdict in this case shall make most equitable, useful, and necessary for their honor and good name. I have also always been of the opinion, and still am, that the present contractors truly wanted to bring about good improvements to that small landscape, but that the means employed by them to that end, being defective and insufficient, could not answer expectations, which does not take away from the merit of their operations; yet, relying on the inspected reports of a very knowledgeable, zealous, and capable man, who is still employed in this Government in such flattering regard for such important matters, and who offered to confirm his well-considered and precise reports with solemn oaths, I also had to conclude that these operations of theirs were also very much arranged for their own particular private interest, and that this would best appear at the expiration of the stipulated time of the contract for the better preparation of the said small landscape. No one can suspect me in this, and even less so when one observes with attention that the way to accurate self-information regarding the true condition of the aforementioned landscape and of the actual operations of the present contractors toward the real improvement thereof was practically cut off for me, or rather declared useless, by the preferential appointment and dispatching of the two above-mentioned commissions, whereby I myself was also unable to render that justice to those people which, according to the submitted reports of the aforementioned Honorable Commissioners, has been accorded to them, nor do I ever wish to withhold it from them, but would gladly myself, upon my own findings, have acknowledged and granted the merit of their operations, and shall now also fully submit to whatever Your Right Honorable and Highly Esteemed Worships and the Council of Government of this island shall be pleased to determine for their satisfaction in this matter; to which declaration I have always been prepared, and which in my separate official letter of 12 January of this year, serving as an answer to Your Right Honorable and Highly Esteemed Worships' government resolution taken on 25 October of the last-passed year regarding the concerns of this matter and sent to me for that purpose in the latter part of the following December, has been presented in more than one place, as I flatter myself, just as clearly as it was sincere, and which I now of my own free will and out of love for justice hereby renew, and urgently request that this separate letter of mine may also be joined to all the other papers submitted by me in this matter and be forwarded with the same to the Noble High Government of these Lands; with which sincere testimony and respectful representation I hope that this matter, so far as it concerns me or my previous declarations and representations, upon my so imminent release from the administration of affairs in this command and departure from these lands to that of my fathers, may be considered and held as completely settled, in which good expectation I have the honor, with all sentiments of high esteem, to be, was signed, Right Honorable Highly Esteemed High Ruling Lord, Your Right Honorable and Highly Esteemed Worships' humble servant, was signed, C: D: Kraijenhoff, in the margin, Galle, 11 September 1789. Agrees. Sijbrands Vijkleek seen Vriekenbeek No: 108

Dutch transcription

2076 Berigten van den Eerste Land meeter Toenander weegens de door hem bevondene gesteldheijd van het Landschapje Dewiloere, en van de verrigtingen van den Maha Moddel„ Jaaren van zijn zoon, als de Jongste Aanneemers tot de bekwaammaking daar van, en booven al de door hem, zeer waarschijnelijk na verkeerde en veel vergroote opgoe„ „ven, onderstelde en aangekondigde voor de Edele Maatschap„ „pije zoo veel nadeel toegebragt hebbende hout kapperij in dat Distrikt; eeven zoo voordeeligen gunstig voor deese lieden geweest waaren, als werkelijk zijn die van de voorm. gekomm:, en insonderheijd die van den E: Dessave van Angelbeek, bij welker laaste volleedige en voldoende aanneeming, Jk gaarne betuijge dat gem: Aannee„ „mers groot ongelijk bij die van den Eerste Landmeeter Toenander geschied is, en zij zig bij genoegdoende aan„ „neeming deeser laatere voor hun aangewende ijver en arbijd zoo voldoende rapporten, zeer over den inhoud der eerstgemelden konnen beswaaren, en om zooda„ „nige voldoening verzoeken als uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: uijtspraek in dit geval voor hunne eer en goede naam meest billijk, nuttig en noodig zal maaken. ook Jk ben ^ altoos in het denkbeeld geweest en als nog, dat de teegenwoordige Aanneemers werkelijke goede verbee„ „teringen aan dat Landschapje hebben willen toebrengen, dog dat de door hun ten dien eijnde aangewende midde„ „len, als gebrekkig en onvoldoenden, niet aan de ver„ „wagting kunnen beandwoorden, het geen het verdienst „lijke „ tig „ zoude van n en Agtb: ken; zeer ver„ reede¬ n„ lijke op„ trekkinge ring be¬ zeer aange¬ onbe¬ ngloose igten te wij 1 „lijke van hunne verrigtingen niet wegneemd, dog mij verlaetende op de ingeziende rapporten van een zeer kundig, ijverig en bekwaam, en als nog in die voor hem zoo vlijende aanmerking tot zoo aangeleege ver„ „rigtingen in dit Gouvernement geemploijeerd wordend, man, Die aanbood zijne als wel bedagte, en naauw„ „keurige Berigten met solemneelen eeden te bevestigen, ook wel moeten opmaeken dat deese hunne verrigtingen meede al zeer veel tot hun bijzonder eijge belang inge„ „rigt waaren, en dit bij het expireeren van de bepallde tijd der aenneeming voor 't beeter bekwaam maeken van gem: Landschapje best zoude blijken, hier in kan mij nie„ „mand verdenken, en wel te minder als men met aan„ „dagt op merkt dat mij den weg tot nauwkeurige zelfs onderrigtinge van de waare gesteldhijd van voorm: Land„ weezendlijke vervigtingen van de „schap, en van de teegenwoordige Aanneemers tot de werkelijke verbeetering daer van, door de preferentes be„ „noeming en voortschikking van de twee bovengem: kommissien genoegsaem als afgesneeden, dan wel nutteloos verklaard wierd, waar door ik dan ook zelve aan die Menschen het regt niet heb konnen toe„ „brengen dat hun, volgens de overgelegde berigten der voorm. E=s gekommitteerden toegedeelt is, ik hun ook nimmer onthouden wil, maar hun gaar„ „ne zelve, na eijge bevinding, van het verdienste„ „lijke kunnen verrigtingen zoude erkend en toege„ „staan hebben, en mij nu ook volkoome zal schik ken gezien Vriekenbeek No: 108 2077 „ken na het geen uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: en de raad der Regeeringe deeses Eijlands tot hunne voldoe¬ „ning in deese zaak zullen gelieven te bepaelen, tot welke verklaering ik altoos bereijd geweest ben, en bij mijne Aparte officieele brief van den 12 Januarij deeses Jaars, als in andwoord dienende op uwel Edele Gestr: Groot Achtb: op den 25. ' 8ber: des Jongst gepas„ „seerde Jaers weegens de aangeleegendheeden deeser zaeke genoome, en mij ten dien eijnde in het laast van December daar aan volgende toegeschikdte Re„ „geerings besluijt, op meer dan eene plaats, zoo Jk mij vlije, eeven duijdelijk als opregt voorgesteld is, en ik thans uijt vrije beweeging en uijt liefde voor 't regt bij deese vernieuwe, en instantig verzoeke dat ook deese mijne sparte Brief bij alle de overigen door mij in deese zaak overgelegde papieren mag gevoegd =en met Deselven aan de Edele Hooge Regeering dee„ „zer Landen overgezonden worden, met welke opregte betuijging en eerbiedige voorstelling ik verhoope dat deese zaak, zoo verre die Mij of mijne voorige verklaeringen en voorstellingen betroft, bij mijn zoo kort op handen zijnde ontbinding uijt de ond geschiten „te Administratie van zaaken in dit kommandement„ en dag mij„ Ven¬ „ ook ig ting inge lde tijd van mij nie¬ aan„ zelfs orm Land„ tot de be„ gem: wel ook toe„ ten is, ik hun gaar dienste„ en toege¬ zal schik Een berig Naagetien Lostman en vertrek uijt deese Landen na dat mijner vade„ „ren, voor geheel afgedaan mag aangemerkst en gehouden worden, in welke goede verwagting. Jk de eere hebbe met alle gevoelens van hoog agting te zijn /:onderstond:/ wel Edele Grot Achtb: Hoog Gebiedende Heer uw welEd: Gestr: Grot„ Achtb: onderdanigen Dienaer /:was geteekend:/ C: D: kraijenhoff /:in margine:/. Gale den 11. 7ber: 1789. Accordeert. Sijbrands Vijkleek gezien Vriekenbeek No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0833 view scan ↗

English

2078 Account of the expenses incurred for the excavation in the Morruakorle, in compliance with the requirement of the Colombo missive of 26 November last, namely: 226 3/9 kannen coconut oil 135 3/8 pounds salt 26 pickaxes 45 crowbars 7 1/4 quires large Median paper 1 bundle quill pens 225 pounds 1 piece 342 kannen double arrack 24 axes 40 sledges 14 small fire tongs 1 large fire tongs 2 fire hooks 1 iron pin 5 eyelet irons 3 large chisels small chisels large file 526 1/2 pounds Dutch iron 2 quires small format paper 1 quire Imperial paper 88 pounds coir 3 pounds sulphur 1094 720 20 1/8 pounds lock-plate iron 37 pounds Dutch steel baskets 2 14007 19/40 parras paddy 617 pieces inchiadossen, 404. - . - . 1 gunpowder, 3. 15. - whole hourglass, 45. - . - small ditto, - . 8. - sledgehammers, 2. 14. - 1 anvil, 7. 4. - nail mould, - . 6. 8. Sinhalese iron, 37. 12. - hand hammer, - . 18. 8. rice, 48. 18. 8. 16. 17. 8. 8. 11. 8. 1. - . - 1. 2. 8. 1. - . - - . 15. - 56. 7. - - . 11. 8. 1. 4. - 3. 12. 8. 13. 13. 8. Total . . . f 19767. 13. - Deducted from this is that which was received to the credit of this account: serviceable pickaxes, f 3. 16. 8 whole hourglass, - . 8. - 4. 4. 8. Remaining still as debit, f 19763. 8. 8. 1. 6. 8. f 13312. 12. 8. - . 9. 8. - . 7. 8. 19. 4. 8. 1. 11. 8. 2. 13. - 113. 17. 8. 1. 6. 8. 5583. 1. - 24. 6. 8. 31. - . 8. 13. 17. 8. - . 7. 8. - . 14. - To be carried forward - . 5. 8. 4 1 1 1 1 2 7 pieces The value of the fields used for the excavation and the loss of the net revenue of the parveny share of these utilized fields, and of those fields which could not be sown on account of the excavation, as well as the loss of the parveny share of the year 1789 of those whose fields were used for the excavation as they have received no payment or equivalent. The one and the other amounts in total to - Rx 545: 1 1/2, f 1079. 3. -. Together f 20842. 11. 8. Because the inhabitants of the Morrua Korle are currently in the King's Land to harvest cardamom, the delivery of Company's fields in lieu of the lost fields, as well as the paddy on account of the loss of the parveny share of the fields mentioned above, has not yet been able to take place, but this will only be able to be accomplished in the coming month of March, as according to the report of the Matara servants by letter of the 7th of this month, the harvesting of cardamom usually lasts until that time. Galle, 18 December Anno 1789. /:signed:/ M: v: D: Spar. To which must still be added Carried forward f 19763. 8. 8. Agrees Hijbrands Seen Kriekenbeek No: 108 Note: Examined Cl: Gijsbertszon First clerk 63. 8. 8. 1079. 3. -. 12. 11. 8. No. 47 No. 125 2079 To the Honorable, Respected Sir! Peter Huisken Commander of the city and lands of Galle, Matara, etc., together with the Council. Honorable, Respected Sir and Special Good Friends, In accordance with your Honorable's highly esteemed missive of the day before yesterday, to state in a separate report the advantages and utility indicated in my letters of 18 October last regarding the excavation in the Morrua Korle, I have the honor hereby to demonstrate the same to your Honorable to the best of my ability. The unfortunate times that afflicted the Girwais only very recently are sufficient proof that in times of drought the Katuwana River is far from capable of supplying enough water for the fields irrigated by it to be sown. These fields amount in the rest house of Marakadde: in ande fields: amonams 84. 22 in parveny fields: 961. 8 In the rest house of Ranne: in ande fields: 261. 3 in parveny ditto: 567. 31 In total amonams 2631. 19 Which fields, calculated at sixfold, yield a quantity of amonams 15788. 26 or parras 126308. 4; as long as the Noble Company can be assured that the Girwais will yield this quantity of paddy, so long does it also not have to fear that this district will be visited by famine, and that a multitude of its faithful subjects Seen Kriekenbeek No: 108 2080 subjects, on account of grief and want, will perish or have to abandon the land of their dwelling. All means that are thus employed for the greater assurance of a desired harvest on the aforementioned fields are not only of the greatest importance, but the benefit which the Noble Company expects to derive from it includes within itself the reimbursement of all the costs which the Company applies to this. In times of the greatest drought, the Matara River has always had a sufficient quantity of water. The main branch of the Matara River is now cut off, and the water from it falls through the newly dug branch and the Katuwana River. The rest houses of Marakadde and Ranne have

Dutch transcription

2078 Reekening van de gedaane ongelden van de doorgraa„ ving in de Morruakorle, ter voldoening aan 't geEijschte bij kolombosche Missive van 26' No¬ „vember jongstleeden als: 226 3/9 kann: kokus olie - - - - 135 3/8 l: zout - - - - - - - - - 26. – „ piekhaans - - 45 - „ koevoeten - - 7¼ boeken groot Mediaan Papier - - - - - - - „ 1 - bos penneschagten - - - - 225. l: 1 - P: 342. — kann: arrak dubbelde- 24. — p: bijlen - - - 40 - „ 14. — „ Mookers - - - 1. – „ 2. — „ kleene vuurtangen 1. – „ 5. – „ vuurhaaken 3. — „ oogijzers - - ijzere Pen- groote bijtel - - kleene bijtels groote vijl - - 526½ l: ijzer hollandsch - - - - - - - - - „ 2. — boeken kleen formaat papier - - - - - - - „ 1. — „ Jmperoijaal papier - - - - - - - - „ 88. — l: kaijer - - - 3. — „ Swavel 1094. - 720. —„ 20 1/8 l: slootplaat ijzer - - - - - - - - - - „ 37 - „ staal hollandsche - - - - - - - - - „ kooijtassen - - - - groote vuurtang - - - - - 2. — „ 14007 19/40 pars: Nelie - - 617. — pees Jnchiadossen - - - - - - - - - - - „ 404. —. —. 1 buskruijt - - - - - - - - - - - „ heele uurglas - - - - - - - - - - - „ kleene d=o: - - - - - - - - - - - - „ voorhamers - - - - - - - - - - „ 1. – „ Ambeeld - - - - - - - - - - - - „ Spijker Form - - - - - - - - - „ —. 6. 8. ijzer singaleesche - - - - - - - - „ 37. 12 —. handhamer - - - - - - - - - „ —. 18. 8. Rijst - - - - - - - - - - - „ – – – - – –– „ 3. 15. — 45. —. —. —. 8. —. 2. 14. —. 7. 4. —. 48. 18. 8. 16. 17. 8. 8. 11. 8. 1. —. —. 1. 2. 8. 1. —. —. —. 15. —. 56. 7. —. —. 11. 8. 1. 4. —. 3. 12. 8. 13. 13. 8. — m daar van gaat af Somma . . . ƒ 19767. 13. —. het geen ten voordeele deeser reekening ingekomen is bruijkbaare piekhaans - - - - ƒ 3. 16. 8 . . . „ - 8. -.„ heele, uurglas - 4. 4. 8. Rest nog ten laste - . ƒ 19763. 8. 8. 1. 6. 8. - - - - - ƒ 13312. 12. 8. - - - - - „ —. 9. 8. - - - - - - „ —. 7. 8. - - - - - - „ 19. 4. 8. 1. 11. 8. 2. 13 —. - - - - - – – „ 113. 17: 8. 1. 6. 8. - - - - - „ 5583. 1. —. - - - - - - - „ 24. 6. 8. - - - - - - - - - - „ 31. —. 8. - - - - - „ 13. 17. 8. - - - - - - – – – – „ —. 7. 8. -- - - - - „ —. 14. —. Die Transporteere -- - - - - - „ —. 5. 8. 4. – „ 1. — „ ale den 1. – „ 1. – „ 1. – „ 2. – „ 7 - pees „ -- s --–– ––„ „ -„ „ - - - - - - - - . . „ - - „ ..„ -„ - - De waarde der geEmploijeerde velden tot de door¬ „graaving en het verlies van 't Suijver Provenue van 't Parvenie aandeel deeser GeEmploijeerde velden, en van die velden die weegens de doorgra= „ving niet hebben konnen bezaaijd worden als me„ „de het verlies van't parvenie aandeel van 't Jaar 1789. van hun wier velden tot de door= „graaving geEmploijeerd zijn als hebbende zij geen betaaling of Equivalent gekreegen. Het een en ander bedraagd in 't geheel - Rx545: 1½ ƒ 1079. 3. -. - Tezamen ƒ 20842. 11. 8. Wijl de Ingezeetenen van de Morrua korl tans in skonings Land zig bevinden tot 't inzaa„ „melen van kardamom, heeft de opgaave van skomps: velden insteede vande verloo¬ „rene Velden als meede de Nelie weegens 't verlies van 't Parvenie aandeel der hier= „boven gemelde velden; tot als nog niet kon„ „nen geschieden maar zal zulks eerst inde aanstaande Maand van Maart konnen bewerkstelligd worden, wijl tot zoo lange de inzaam van kardamem gewoonelijk duurd volgens Berigt der Matureesche Bediender bij brieve van den 7e. deeser Gale Den 18. ' december Anno 1789. /:was getekend:/ M: v: D: Spar. Waarbij nog moet koomen Pr Transport ƒ 19763. 8. 8. Accordeert Hijbrands gezien Vriekenbeek No: 108 Nota: Nagezien Cl: Gijs banzon Ei klerk 63. 8. 8. 1079. 3. -. - 12. 11. 8. end/ No. 47 dan en Nerber 17 No. 125 2079 Aan den E: E: Agtbaaren Heer! Peter Huisken Kommandeur der stad en Lan„ „den van Gale Mature Etna ne„ vens Den raad. E: E: Achtbaare Heer en Bijzondere Goede vrie¬ „den Ingevolge uw E: E: Agtbadne veel g: Eerde aanschri„ vens van hergisterigen datum om de bij mij„ „ne brieven van den 18 october Jongstleeden aangeweesene voordeelen en nuttigheijd van de doorgraaving in de Marria Korle bij een apparten afzonderlijk berigt op„ te geeven, hebbe ik de Eere uw EE: Agtb: de„ „zelve bij dezen naa mijn best vermoogen aantetoonen. De ongelukkige tijden die de Girwais nu nog maar voor zeer korten getroffen hebben zijn een genoegzaam bewijs, dat de Kattoense Revier in tijden van droogte op P 3„ op verre na niet in staad is zoo veel water uijtteleeveren, dat de velden die door dezelve besproyt worden, konnen bezaaijd worden. Deelze velden bedraagen in het Rusthuij van Mariakadde aan ande velden - - -amm: 84: 22 aan parpenie velden - - - - - „ 961. 8 In het Rusthuijs van Ranne aan ande velden aan parvenie d:o - - - - -- 567. 31 eeen In het geheel amom:s 2631. 19 Welke velden op ses voudig gereekend zijn „de, een kwantiteid van ann. 18708. 26 of parras 126308. 4. opwerpen, zoo lange de redele komp: verzekert kon zijn, dat de Girweis deeze kwantiteid van Nelie zal opwerpen zoo lange heeft zij ook niet te vreesen, dat dit landschap met hongers nood zal geplaats worden en dat een meenigte van haare getrouwe „ 261. 3 onderdaanen gezien Krickenbeek No: 108 -- —. 2080 onderdaane, uijt hoofde van kommer en gebrek, zullen om koomen of het land hunner inwooning zullen moe„ „ten verlaaten alle middelen die dus ns„ tot meerdere verzeekering van een gewenscht geweisch op voormelde velde gebeligt worden zijn van het grootste belang, niet alleenig maar t welk de Edele: Compaig:, daar van te sluijten het voordeel t:twachten heeft in zich zelven op en bij gevolg ook de vergoeding van alle de kosten die haar Edele hier toe aanwend.. In de tijden van de grootste droogte heeft de Materse Revier steeds eene ge„ noegzaame hoeveelheijd van watere gehad. De hoofdtak van de Maturse= Revrer is thans afgesneeden, en het water uit dezelve valt door de nieuw gegravene spruite, en de Kattoense Ravier. De rusthuij „sen van Marakadde en Ranne hebben 19 zijn 26 g ieve Jaaren een P

NL-HaNA_1.04.02_3840_0840 view scan ↗

English

thus now have all the water that was previously drained through the Matara river from the King's land and a portion of the Morawak Korale to the Korales and Pattus and the Baygams. The danger of a general famine in the Giruwais is not only reduced by this, but there is every reason to hope and expect that the above-mentioned 2631 amunams 19 kurunis can also be sown in the driest times, and that consequently the Giruwais will always remain a flourishing and prosperous land, while meanwhile the reduction of the water in the Korales and Pattus is likewise a very desirable circumstance, for the reduction of which I was still busy devising the necessary means, because the water, which cannot be too much in the Giruwais, on the contrary causes very much devastation on the fields of the Korales and Pattus and of the Baygams. This canal excavation has thus brought a double and general use and benefit both to the Noble Company and to the inhabitants of almost all the districts of this extensive Dessavony. In the hope of having hereby complied with your Honorable Reverences' esteemed order, I have the honor to be with due respect, Honorable Reverent Sir and especially good friends, Your Honorable Reverences' duty-bound friend and servant, signed: C. van Angelbeek. In the margin: Matara, the 16th of January, Anno 1790. Agrees. Hijtzames First Clerk Ch: GepsKanron Examined by Seen Krickenbeek No. 108 No. 48 Today, the 11th of January, Anno 1790, appeared before me, Michiel Justinus Gratiaan, First Sworn Clerk of Police and Justice here, present the witnesses to be named hereafter: The Honorable Valiant Frans Joseph Weber, Military Lieutenant, The Honorable Valiant Hendrik De Neijs Schwalje, Military Ensign, and Gerrit Balkhuijsen, master craftsman of the smiths, all stationed here in those capacities, who together and each of them in particular declared to be true: That pursuant to the esteemed order of the Right Honorable Peter Sluijsken, Commander of the city and lands of Galle, Matara, etc., they went on board the return ships Trinkonomale and Huijsduijnen, currently lying anchored in this bay, and there accurately and precisely inspected all the dry goods belonging on the said vessels, and found that all of the same are good and fit. The attestants herewith end their given declaration, which they affirmed contains the sincere and pure truth, giving as reason of knowledge as in the text, accordingly remaining prepared to confirm the attested under oath. Thus done. Examined Beukman Seen Krickenbeek No. 108 Today, the 11th of January, Anno 1790, appeared before me, Michiel Justinus Gratiaen, First Sworn Clerk of Police and Justice here, in the presence of the witnesses to be named hereafter: The Honorable Jacob Metler, Military Lieutenant, and Goussaint Clamar, Extraordinary Lieutenant in the Artillery, both stationed here in those capacities, who together and each of them in particular declared to be true that, pursuant to the order of the Right Honorable Peter Sluisken, Commander of the city and lands of Galle, Matara, etc., they had gone to the flag rock here and, having there conducted the ordinary test of the gunpowder of the return ships Trinkonomale and Huisduinen lying anchored in this bay against that from the shore, found that the powder from the said ships, tested by the mortar, propelled as follows: The fine powder from the ship Trinkonomale: 10 feet The coarse ditto of the ship Trinkonomale: 25 ditto The fine powder of the ship Huisduinen: 60 ditto The coarse ditto of the ship Huisduinen: 90 ditto From the shore: The fine powder: 45 ditto The coarse ditto: 50 ditto. With further declaration by the attestants that they, together with the captains and gunners of the aforementioned vessels, also went to the Utrecht Point and that there, by the second attestant and the just mentioned gunners, a brass cannon firing 18 lb. balls was inspected, which was subsequently loaded successively with 9 lb. of the accurately weighed test powder from the aforementioned vessels, and placed at a proper elevation, and having been distinctly fired, the ball, each time calculated according to the distance of the Dhoni beacon, which lay with a small flag 500 rods into the bay from the said point, was carried as follows: By the powder of the ship Trinkonomale: 525 rods By ditto of ditto Huisduinen: 545 ditto By ditto of the shore: 530 ditto. The attestants herewith end their given declaration, which they affirm contains the sincere and pure truth, giving as reason of knowledge as in the text, accordingly remaining prepared to confirm the attested under oath. Thus declared in the city of Galle, at the Secretariat and date aforesaid, and in the presence of the clerks Johannes Winandus Martens and Johannes Martinus Anthonisz as witnesses, who signed the minute hereof along with the attestants and me, First Sworn Clerk. Below stood: Which I witness, was signed: M. J. Gratiaan, First Sworn Clerk. Agrees. Hijbrands First Clerk Seen Krickenbeek No. 108 Examined Seen Krickenbeek No. 119 No. 108

Dutch transcription

hebben dus thans al het water, dat bevoorens uijt's konings land en een gedeelte van de Moorewa Korle door de Materse rivier na de Korles en pattoes en de baijgams afgevoerd wierd. Het ge „vaar van eenen algemeenen hangers „nood in de gierwaijs word hier door niet alleenig vermindert maar alle redenen zijner om te hoopen en te verwagten dat de hier boven vermelde amm:s 2631. 19. ook in de droogste tijden, zullen kennen bezag worden en dat bij gebolgd de gerae „waijs steeds een bloeijend en wel vaa„ „rend land zal bleiven, terwijl in„ tusschen de vermindering van het water in de korles en pattoes teevens eene zeer gewenschte om¬ „standigheijd is, en tot welkers ver„ mindering ik nog steeds bezigden om de nodige middelen te beraamen wijl gezien Krickenbeek No: 108 2081 wijl het water, dat in de Girwais niet te veel kan zijn, daar en teegen zeer veele verwoestinge op de velden van de korles en pattoes en van de Baigams aanrigt. Deeze doorgraving heeft dus een dubbeld en algemeen nud en voor¬ „deel zoo aan de Edele Komp:e als aan. de Jngezeetenen van meest alle de distrikten van deese uijtgestrekte Des„ „savonie toegebragt In hoope hiermeede aan uw E:E: Agtb: ge„ eerde ordre te hebben voldaan hebbe ik de Eene met de verschildigde achtbring te zijn /:onderstond:/ E: E: Agtb: Heer en beij„ „zondere goede vrienden Uw E: E: Achtbaare Dienst schuligen vriend en Dienaar /:getee„ „kend:/ C: van Angelbeek /:in margiene:/ Mature den 16 Jannuari A„o 1790— Accordeert. Hijtzames liklerk Ch: GepsKanron e Laa vaa„ n ver¬ be aamen Zig n Nagezien bij gezien Krickenbeek No: 108 No. 48 te dan en ertan 17 Ali 16d 2082 Heden Den 11: Januarij Anno 1790 kompareerden voor mij Michiel Justinus Gratiaan, Eerste Gesw: klerk van Politie en Justitie alhier, present de natenoemene getuijgen Den E: Manh: Frans Joseph weber, Luijtenant Mili¬ „tair Den E: Manh:r Hendrik De Nejs Schwalje vaandrig Mielitair en Gerrit Balkhuijsen, meesterknegt der sinee„ „den Alle in die kwaliteiten alhier bescheiden de„ „welken tezaemen en ieder van Hun in het bij zonder verklaarden waragtig teweesen. order Dat zij ter geeerde „ van den wel Edelen Achtb: Heer Peter sluijsken, kommandeur der stad en Landen van Sale Mature EtC=na Hun of Heden hebben begeeven aan boord van het tuns in dees Baij geankert leggend Retoer Scheepen Trinkonomale en Huijsduijnen en aldaar alle de waten goederen die op gedagte Bo„ „dems gehooren Exakt en nauwkeurig gevisi„ teerd en bevonden hebben dat alle deselve goed en bekwaem zijn. Eijndigende hier meede de attestanten hunne gege„ „vene verklaering die zij betuijgde de ofregte en suijvere waarheijd te behelsen gevende voor reeden van wetenschap als in den text over„ „zulks bereijd blijvende het geattesteerde na„ „der met Ede gestand te doen Aldus Nagezien Beukman P„„ gezien Beickenbeek No: 108 12083 Heden den 11e. Januarij Anno 1790. Kompareerde voor mij Michiel Justinus Gratiaen Eerste Gesw: klerk van Politie en Justitie alhier, ten bijweesen van de natenoemene getuigen. De E: Jacob Metler, luitenant Militairen „ Goussaint Clamar Extra ordinair luitenant bij de Artillerij. Bijde in die kwalietijten alhier bescheiden, de wel„ „ken tezaamen en ieder Hunner in het bijzonder verklaarden waaragtig teweesen, dat zij ter order van den wel Ed: Agtb: Heer Peter Sluisken, kommandeur der stad en landen van Gale Matu„ „re &t=a thun begeeven hadden, aan de vlagge klip alhier en aldaar de ordinaire proef genoomen hebbende van het Buskruijt van de in deese Baij g' ankert leggende Retoer scheepen Trinko„ „nomale en Huisduinen teegen dat van de wal bevonden hadden, dat het kruit van ged:te scheepen door den dop bij troef geslagen hadden als volgd. 10. voeten — - Het fijne kruit „ Grove d=o van 't schip Trinkonomale - 25. do -- - - 60. d_o -„ Het fijne kruit - „ Grove d=o 3 van 't schip Huisduinen - - - 90. do van de wal. — - — 45. do het fijne kruit - „ Grove d=o - - - - - - 50. d–o Met verdere verklaring door de attestanten dat zij met de kapiteins en konstabels van voorm: Bo„ „dems Hun ook begeeven hebben na de punt utrecht en dat aldaar door den tweeden Attestant en even gem: konstabels gevisiteerd is een metale kanon schietende 18. lb: bals, het welk vervolgens met het korrekt afgewoogen troef kruit van voorm: Bodems Bodems na den anderen met 9. lb. kruit gelaa„ „den en op een behoorlijke hooge gesteld, mitsga„ „der distinctelijk afgeschooten zijnde, de koegel telkens gekalkuleerd na de distantie der thonie Baak, die met een vlaggetje van gem: punt op 500. roeden in de Baij lag, gevoerd wierd als volgd. Door het kruit van 't schip Trinkonomale. . . 525 roeden Eijndigende hiermeede de attestanten hunne ge¬ „gevene verklaring, die zij betuijgen te behelsen de opregte en zuivere waarheid, gevende voor reeden van weetenschap als in den text, over zulx be¬ „reijd blijvende 't g'attesteerde nader met Eede gestand tedoen. Aldus verklaard Jn de stad Gale, ter sekre„ tarije en dato voormeld, en ten presentie van de klerken Johannes winandus Martens en Johannes Martinus Anthonisz: als getuigen die de minute deses de attestanten en mij Eerste gesw: Clerk hebben ondertekend. /:onderstond:/ 'T welk Getuigd /:was geteekend:/ M: J: Gratiaan egklerk. „. . . „ d=o „ „ do Huisduinen . 545. do „ - „ d-o. . „ dewal - - 530. d–o Accordeert Hijbrands VEiklerk gezien Vriekenbeek No: 108 i Eerste getuigen derstond:/ tgelaa„ mitsga¬ Koegel der thonie punt erd als 525 roeden 545. d=o 530. d=o hunne ge¬ behelsen voor reeden zuly be„ Eede sekre„ van nen J: Gratian Nagasie gezien Keiskenbeek Taftet ƒ No. 119 No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0851 view scan ↗

English

2084 To the Honorable and Respected Lord Peter Sluijsken, Commander of the City and Lands of Gale, Mature, etc. Honorable, Respected, and Commanding Lord The undersigned Chief Surgeon of the Dutch Hospital here has the honor to inform Your Honorable and Respected Lordship that, having obtained the order, he betook himself to the Trade Warehouse, and that there, in his presence, by the Head of the Mahabadde, the Honorable Theodorus van Teijlingen, on account of the small harvest, was delivered a quantity Seen Krickenbeek No. 108 2475 To the Right Honorable, Highly Respected, and Sovereign Lord, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Right Honorable, Highly Respected, and Sovereign Lord. In compliance with the highly esteemed order of Your Right Honorable and Respected Lordship, we, the undersigned Johan Kloprogge, Chief Surgeon, and Levinus Agathanus Douwe, Assistant Surgeon, assigned here, betook ourselves inside the Fort of Nigombo and there saw delivered by the Honorable Theodorus van Teijlingen, Junior Merchant and Head of the Mahabadde, on account of the small harvest, 412, that is, four hundred and twelve bales of good fine cinnamon, which we have accurately examined and subsequently caused to be packed in double gunnies, as well as 2 bales of coarse cinnamon packed in single gunnies, in addition to 60 pounds of cinnamon scrapings in 2 bags for the distilling of oil. Hoping thereby to have complied with the honored order and intention of Your Right Honorable and Respected Lordship, we subscribe ourselves with all all respect. Below stood: Right Honorable, Highly Respected, and Sovereign Lord, Your Right Honorable and Respected Lordship's humble and faithful servants. Was signed: J. Kloprogge, L. A. Douw. Nigombo, the 16th of January Anno 1790. Agrees. Wijbrands, Clerk. Seen Krickenbeek No. 108 [illegible] Right Honorable faithful L. A. 1790 Inspected van Geizel Seen Krickenbeek No. 108 2086 To the Right Honorable Commanding Lord, Mr. Christiaan van Angelbeek, Senior Merchant, Second of the Commandery of Gale and Dissave of Mature and its surrounding lands. The undersigned Surgeon at this Fortress, Mijndert Huijbertsz, has the honor to inform Your Right Honorable Lordship that in his presence, by the Junior Merchant and Head of the Mahabadde, Mr. Theodorus van Teijlingen, on account of the small harvest of 1789, was delivered a quantity of 182, that is, one hundred eighty-two bales of cinnamon, namely: 43 bales of fine garden cinnamon, and 139 ditto forest ditto, all packed in double gunny; furthermore, 9, that is, nine bales of coarse cinnamon packed in single gunny; 40 ditto, forty pounds of scrapings in two bags. Which first-mentioned 182 bales of fine cinnamon were accurately inspected and examined by me, and since the same is of a good quality, preparation, and smell, the same has been packed as such. Furthermore, I testify according to my knowledge and accurate attention, Right Honorable Commanding Lord! this Seen Krickenbeek No. 108 2087 To the Right Honorable and Highly Respected Lord, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, etc., etc. Right Honorable, Highly Respected, and Sovereign Lord! According to the highly honored order of Your Right Honorable and Respected Lordship, we betook ourselves to the Material Warehouse and there, by the Head of the Mahabadde, the Honorable Theodorus van Teijlingen, from the 18th to the 22nd of this month, saw delivered 635, that is, six hundred and fifty-five bales of cinnamon, which we have all accurately inspected and as much as possible tasted, and have found the same to be good fine cinnamon, as well as 17, seventeen bales of coarse cinnamon. Wherewith we have the honor to subscribe ourselves with deep respect. Below stood: Right Honorable, Highly Respected, and Sovereign Lord, Your Right Honorable and Respected Lordship's humble and obedient servants. Was signed: B. Aleman, C. F. Strasburg. In the margin: Colombo, the 23rd of January 1790. Agrees. Wijbrands, Clerk. Krickenbeek Seen No. 108 Woutersz. Inspected No. 120. Seen Krickenbeek No. 108 2088 Note of the following 1680 bales of cinnamon, which since the 10th of November 1789 until the date of this document have been received on account of the small harvest and packed at Colombo, Nigombo, Beruwala, Gale, and Mature, showing where the same were peeled, and the number of the small board placed in each bale, namely: At Colombo. From the Beligal Korale in the Four Korales in the King's territory, from the forests, from No. 1 to 45. 45 From the Dehigampal Korale in the Three Korales, King's territory, forests, from No. 46 to No. 106. 61 From the Atulugam Korale in the Three Korales, King's territory, forests, from No. 139 to No. 160. 22 From the Panawal Korale in the Three Korales, King's territory, forests, from No. 107 to No. 138. 32 From the Siyane Korale, Company's territory, forests, from No. 161 to No. 186. 26 From the Four Gravets, plantations, from No. 187 to No. 237. 51 From the Atulugam Korale in the Three Korales, King's territory, forests, from No. 238 to No. 292. 55 From the Hewagam Korale, Company's territory, forests, from No. 293 to No. 341. 49 From the Four Gravets, plantations, from No. 342 to No. 463. 122 Carried forward: 463 bales.

Dutch transcription

2084 Aan den wel Edele Achtbaaren Heer Peter Sluijsken, kommandeur der stad en Landen van Tale, Mature &=a Wel Edele Achtbaare Gebiedende Heer De Ondergeteekende oppermeester van het Neder„ „landsche Hospitaal alhier, heeft de eere uwel Edele Achtb: te berigten, dat hij zig, na erlangde ordre, vervoegd heeft in het Negotie Pakhuijs, en aldaar in zijne teegenwoordigheid door het Hoofd der Marabadde D E: Theodo„ „rus van Teijlingen, voor Reekening van den klijnen Oest geleeverd zijn een kwantitijt gezien Kriskenbeek No: 108 2475 Aan den wel Edele Groot Achtb: Hoog sebiedende Heer; Willem Jacob van de Graaff Raad, ordinair van Nederlands Jndie Gouverneur en directeur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheden. wel Edele Groot Achtb: Hoog Gebied: Heer. Jn voldoening der Hoog g'eerde ordre van uwe wel Edele groot achtb: hebben wij ondergeteekende Johan Kloprogge oppermeester en Levinus agathanus Douwe ondermeester alhier bescheiden ons vervoegt binnen het fortte-Ni„ „gombo in aldaar door den wel Edele Heer Theodorus van Geijlingen onderkoopman en Hoofd der Mahabadde zien Leveren voor reekening van den kleinen oegst 412. zegge vierhondert en twaelf Balen goede fijne kan„ „neel. dewelke wij naauwkerig g'examineert en vervol„ „gens in dubb: goenijs Laeten Emballeeren zoo meede 2 Balen grove in enkelde goenijs gestoken beneevens in 2: zakken 60 ponden geruis kanneel tot het stoken van olie verhopende dien volgende aan de gevenereerde ordre en intentie van uwewel Edele groot achtbaere te hebben voldaan onderschrijven ons met alle - alle Eerbied /:onderstond:/ wel Edele Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer. uwe wel Edele Groot achtbaare onderdanige trouwschuldige Dienaren /:was geteekend:/ J: Kloprogge L: A: Douw Nigombo den 16 Januarij Anno 1790 Akkordeert Dijbrands Hlijklerk gezien Driekenbeek No: 108 t wel Edele schuldige L: A: o 1790 Nag sien van Geizel gezien Vriekenbeek No: 108 2086 Aan den wel edelen Gebiedenden Heer M:r Christiaan van Angelbeek, Opperkoopman, sekunde van het kom„ „mandement Gale en Dessave van Ma„ „ture en dies Omme-landen. De ondergeteekende Chirurgijn ter deezer Fotreffe Mijndert Huijbertsz „heeft de Eere uwel Ed. geb: teberichten, dat in sij eegenwoodigheid door den Onderkoopman en Hoofd des Mahabadde, deH:r Theodorus van Sijlingen, voor Reekening van den kleenen Oegst 1789. geleeverd is een Quantetijt van 182. Dege Een Honderd twen paggentig Baalen kanneel, teweeten 43. Baalen fijne Juin kanneel en 139. d=o –. „ Bdosch do —, alle in dubbelde goenie ge=ombaleerd, neevens 9. Zegge Veegen Balen prore kanneel in en kelde Goenie ge-embaleerd 40. d=o veertig Ponden Grui in twee dakken welke eerstgemelde 182. Baalen sijne kanneel door Mij nau keurig ge„ „visiteerd en ge examineerd is geworden, en alzoo dezelve van een goede Qualitijt, maak en Reuk is, is dezelve als zoodanig geembaleerd. Overigens betuige Ik naarbete keniss en aukeurige oplettendheid Wel Edele Gebiedende Heer! deeze gezien rickenbeek No: 108 2087 Aan den wel Edelen Groot agtb: Heer willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands, Jndia, mitsgaders Gouverneur en Directeur, van het Eijland, Ceijlon met dies onderhoorigheeden W=a &=a wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! Volgens hoog d'Eerde ordre van uwel Edele Groot agtb: hebben wij ons in 't Matriaahuijs vervoegt en aldaar door het hoofd der Mahabaade DE: Theodorus van Sij„ lingen, van den 18. tot den 22. deser sien leveren. 635. zegge ses hondert, vijf en vijftig. baalen kanneel, dewelke wij alle nauwkeurig besigtigt, en so veel mogelijk waar geproeft hebben, en hebben deselve bevonden goede fijne kanneel te zijn. als meede. groove 17. „ seventhien, baalen „ Kanneel. - - - Waarmede wij de Eere hebben ons met diep ontsag te on„ „derschreijven. /:onderstond:/ wel Edele groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer uwel Edele groot agtb: onderdanige en gehoorsaame Dienaren /:was getee„ „kend:/ B: Aleman, C: F: Strasburg /:in margine/: Kolombo den 23 Januarij 1790. Accordeert Wijbrands -- —. Eikeerk Keickenbeek zien No: 108 Woutersz: Nagezien No. 120. gezien Krickenbeek No: 108 2088 Notitie van de volgende 1680. Baalen kanneel, die zeedert den 10:' November 1789. tot dato deses voor reekening van den kleijnen oogst ontfangen en G' Emballeert zijn te Colombo, Nigombo Berberij, Tale en Mature, aantoonende waar dezelve is geschild, ende nommer van het plankje dat in ieder Baal gedaan is, teweeten. Op Kolombo. van de Beligalkorle in de 4. korles in skonings Gebied uijt De Bosschen. . . . . . . . . . . . . . . Van No. 1. tot 45. van de De begampele korle in de 3. korles, konings Gebied. 61. Bosschen - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - - - „ . „ 46. – „ . „ 106. van de AttoelegamKorle in de 3. Korles Konings Gebied van de panamalkorle ende 3. korles, konings gebied. van de Hisa Korle, Comp: Gebied. „ Bosschen - - _ _ _ _ - - - - - - - - - - „ „ 139. . „ . „. 160. 22. . „. . „ Bosschen - - - - - - - - - - - - - - - „ „ 107. —„. „ 138. 32 „. „ Bosschen - - - _ _ _ _ _ _ - - . . . . „. „ 161. „ . — „ 186. 26. van de Vier Gravetten „. . „ Plantagien - - - - - - - - - - - - - - . „ „ 187: —„ —„ 237. 51 van de Attoelegam Korle in de 3. Korles, Konings Gebied. . „. „ Bosschen. - . _ _ _ _ _ _ _ _ . . . . . . „ „ 238. . „ „ 292 55. van de Hewagam Korle 1 's Comp: Gebied. . . . „. „ 293. „ . „ 341. 49 - „ - „ Bosschen - - - - - Van de Vier Gravetten. „. . „ Plantagien. - - - - - - - - - - - - - „. „ 342. „. „ 463. 122. Transporteere. . . . . . 463. Baalen

NL-HaNA_1.04.02_3840_0864 view scan ↗

English

Carried forward from the Raijgam Korle. From the Plantations from No. 464. to No. 494. 31 from the Four Gravets. ditto Plantations ditto ditto 495. ditto ditto 524. 30. from the Hinakorle and Salpittikorle. ditto ditto Plantations ditto ditto 525. to ditto ditto 544. from the Salpetti Korle. ditto ditto Forests ditto ditto 545. ditto ditto 583. from the Beligalkorle in the 4 Korles in the King's Territory. ditto ditto Forests ditto ditto 584. ditto ditto 594. from the Attoelegam Korle in the 3 Korles King's Territory. ditto ditto Forests ditto ditto 595. to ditto ditto 633. 39. from the Salpittikorle. ditto ditto Plantations ditto ditto 634. ditto ditto 644. from the AloetkoerKorle and the Four Gravets. 11 At Nigombo. from the BeligalKorle in the 4 Korles in the King's Territory. ditto ditto Forests ditto ditto 1. to ditto ditto 163. 163. from the Oedepallekorle in the 7 Korles, King's Territory. ditto ditto Forests ditto ditto 164. ditto ditto 306. 143. from the Pitigalkorle in the Company's Territory. Carried forward 316. 655. ditto ditto Forests ditto ditto 307. ditto ditto 316. 10. ditto ditto Plantations ditto ditto 645. ditto ditto 655. 11. 655. 39 Bales Bales 463 Seen Vriekenbeek No. 108 2089 Bales Bales Carried forward from the AloetkoerKorle in the Company's Territory. From the Plantations from No. 37. to No. 185. 69. from the Hapitigam and Pitigal Korle in the Company's Territory. ditto Plantations ditto ditto 386. to ditto ditto 387. 2. from the Nigombo district from the Oedoepallekorle in the 7 Korles, King's Territory. ditto ditto Forests ditto ditto 410. to ditto ditto 412. 3. 412. At Barberij. From the Raijgam Korle Company's Territory. ditto ditto Forests ditto ditto 1. to ditto ditto 19. 19. from the Paschoenkorle. ditto ditto Forests ditto ditto 20. ditto ditto 54. 35. from the Koekoeloekorle in the Saffregam in the King's Territory. ditto ditto Plantations ditto ditto 388. to ditto 409. 22. from the Galle Wallabewitte Korle. ditto ditto Forests ditto ditto 55. ditto ditto 83. 29. 4. from the Naudoen Korle in the Saffregam in the King's Territory. ditto ditto Forests ditto ditto 68. ditto ditto 128 41. from the Kalutara district ditto ditto Plantations ditto ditto 129. ditto ditto 164. 36. from the Pascoen and Raijgamkorle Carried forward 168. 1067. ditto ditto Plantations ditto ditto 165. ditto ditto 168. 4. ditto ditto Forests ditto ditto 84. ditto ditto 87. 6 10. 11. 655. 63 2 316. 655. 316. 655. from the Galle Wallabewitte Korle. Carried forward 168. 1067. from the Koekoeloe Korle in the Saffregam in the King's Territory. ditto ditto Plantations ditto ditto 188. to ditto 277. 90. from the Raijgamkorle and the Kalutara district 280. At Galle from the Naudoen Korle in the Saffregam in the King's Territory. ditto ditto Forests ditto ditto 1. ditto ditto 8. 8 from the Galle Korle Company's Territory. ditto ditto Forests ditto ditto 9. to ditto ditto 41. 33. from the Koekoeloekorle in the Saffregam in the King's Territory. ditto ditto Forests ditto ditto 42. ditto ditto 109. 68. from the Galle Korle, Company's Territory. ditto ditto Forests ditto ditto 110. to ditto ditto 119. 10 from the 4 Gravets and the Wellebadde pattu ditto ditto Plantations ditto ditto 278. to ditto ditto 288. From the Plantations from No. 169. to No. 187. 19. ditto ditto Plantations ditto ditto 120. ditto to ditto 122. from the Talpepattu ditto ditto Plantations ditto 123. ditto ditto 133. 11. from the Gangebaddepattu. ditto ditto Plantations ditto ditto 134. ditto ditto 137. 4. from the Wellebaddepattu 5. ditto ditto Plantations ditto ditto 138. ditto ditto 142. From the Four Gravets. ditto ditto Plantations ditto ditto 143. ditto ditto 145. 3 from the Talpepattu and Wellebaddepattu. ditto ditto Plantations ditto ditto 146. ditto ditto 147. 2. Bales Bales Carried forward 147. 1347. Vriekenbeek Seen No. 108 2090 Carried forward from the Wellebaddepattu the Four Gravets and the Talpepattu From the Plantation from No. 148 to No. 150. from the Galle Korle ditto ditto Forests ditto ditto 1. to ditto ditto 47. 47. from the Meddekorle in the Saffregam in the King's Territory ditto Forests ditto ditto 48. ditto ditto 90. 43. from the Naudoen Korle in the Saffregam in the King's Territory ditto ditto Forests ditto ditto 91. to ditto to ditto 116. 26. from the Kadoewiltikorle in the Saffregam in the King's Territory. ditto ditto Forests ditto ditto 117. to ditto to ditto 124. 8. Within the Four Gravets. ditto ditto Plantations ditto ditto 125. to ditto ditto 143. 19. from the Wellebaddepattu. ditto ditto Plantations ditto ditto 144. ditto ditto 149. from the Gangebaddepattu ditto ditto Plantations ditto ditto 150. ditto ditto 151. 2. from the Four Baijgams. ditto ditto Plantations ditto ditto 152. to ditto ditto 153. 2. from the BelligamKorle. Carried forward 159. 1498. ditto ditto Plantation ditto ditto 154. to ditto ditto 159. 6. At Matara from the Attekelankorle in the Saffregam in the King's Territory. ditto ditto Forests ditto ditto 150. ditto ditto 151. 1. 151. 6 Bales Bales 280. Seen 5 3. 147. 1347. Bales Bales 3 147. 1347.

Dutch transcription

P:r Transport - - - - - - van De Raijgam Korle. Uijt De Plantagien. . - - - . . . - . . . van N:o 464. tot N:o 494. 31 van de Vier Gravelten. „. . . „ Plantagien. . . . . . . - - - - - - - . . . . „. „ 495. „. „ 524. 30. van de Hinakorle en Salpittikorle. . . „. . „ Plantagien. . . . . - - . . . . . . . „. „ 525. — „. „ 544. van de salpetti Korle. „. . „ Bosschen - - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ - . . . „ - „ 545. „. „ 583. van de Beligalkorle in de 4. korles in 's Conings Gebied. - „. . „ Bosschen - . . . . . . . . - . . . . . . „ „ 584. „. „ 594. van de Attoelegam Kokle in de 3. Korles Konings Gebied. „. „ Bosschen - - - - - - - - - - - - - - - - - „ - „ 595. –. „ „ 633. 39. van de Salpittikorle. .„: - „ Plantagien. . . - - - . - - - - - - . . . „ - „ 634. „. „ 644. van de AloetkoerKorle ende Vier Gravetten. 11 Op Nigombo. van de BeligalKorle in de 4. korles in skonings gebied. -. „. - „ Bosschen - - - _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - „ - „ 1. – „. - „ 163. 163. van de oedepallekorle in de 7. Korles, Konings Gebied. . „. - „ Bosschen - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - . „. „ 164. „. „ 306. 143. „van de Pitigalkorle in 'sComp: Gebied. Transporteere . . . . . 316. 655. -. . „: „ Bosschen - - - - - - - - - - - „. - „ 307. . „ „ 316. 10. . „. . . „ Plantagien - - - - - - - - - - - - - „. „ 645: „. „ 655: 11: 655. 39 Balen Balen 463 gezien Drickenbeek No: 108 2089 Balen Balen P:r Transport. . . . . . . . . van de AloetkoenKorle in 's Comp: Gebied. utijt de Plantagien. . . . . . . . . . . . . . van N:o 37. tot N:o 185. 69. van de hapitigamen Pitigal Korle in 'sComp: Gebied. . . „ Plantagien - - - - - - - - - - - - - - - „ - „ 386: - „. „ 387. 2. van Het Nigombosche district van de oedoepallekorle in de 7. Korles, konings. Gebied. -. . „. - „ Bosschen - - _ - _ _ - - - - - - - - „ -„ 410. – „ „ 412: 3. 412. Op Barberij. Van de Raijgam Korle Comp: Gebied. „. - „ Bosschen - - - - - - - - - - - - - - - „ . - „ 1. – „ . „ 19. 19. van de Paschoenkoule. . „. . „ Bosschen - - - - - - - - - - - - - -. . . „ - „ 20: „. „ 54: 35. van De Koekoeloekople in de saffregam in 'skonings gebied. „ „. . „ Plantagien. . . . . . . - - - - - . . „. „ 388. — „ 1409: 22. van de Gaalsche Wallabewitte Korle. „. . „ Bosschen. . . . . . . . . . . . . . . . . „. . „ 55. „ . „ 83. 29. 4. van de Naudoen Korle in de Saffregam in sConings Gebied. -„ - „ Bosschen - _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - - - . „. - „ 68. „. „ 128 41. van Het Kaltersch distrikt „. . „ Plantagien. . . . . . . - - - - . . . „. - „ 129. „. „ 164. 36. van de Pascoen en raijgamkorle „Transporteere - - - - - 168. 1067. „. . „ Plantagien - - - _ - - - - - - - - - - „. „ 165. „. „ 168. 4. „:: „ Bosschen _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - „ - „ 84. „. „ 87. 6 10. 11: 655. 63 2 316. 655. — 316. 655. van de Iaalsche Wallalle„ Witte Korle. P:r Transport - . . . . . . . . 168. 1067. van de Koekoeloe Korle in de Saffregam in 'skoningsgebied. . „. . . „ Plantagien. . . . . . . . . . . . . . . . . . . „. „ 188. –. „ 277. 90. van de Raijgamkorle en het Kaltersch distrikt —. 280. Op Gale van de Naudoen Korle in de Saffregam in skonings Gebied. „. . . „ Bosschen - - - - - - - - - - - - - - - - - „. „ 1. „. „ 8. 8 van de Gale Korle Comp: Gebied. „. - „ Bosschen - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ . „ 9. - „ „ 41. 33. van de koekoeloekorle in de saffregam in 'sConings Gebied. „. . „ Bosscher - - - - - - - - - - - . -. „. „ 42. „. „ 109. 68. van de Galekorle, Comp: Gebied. „. - „ Bosschen - - _ _ _ _ _ _ _ - - - - - - - „ „ 110. – „ „ 119. 10 van de 4. Gravetten en de welle„ badde pattoe „. . „ Plantagien - - - - - - - - - - - - - - . . „ „ 278. — „ „ 288. Uijt De Plantagien. . - - - - - - - - - van N:o 169. tot N:o 187. 19. „. . „ Plantagien. . . . - - - - - - - - -. . . „ „ 120. „ — „ 122. van de Talpepattoe ƒ . . - . . . . . „ 123. „. „ 133. „ - . „ Plantagien - - - - 11. van de Gangebaddepattoe. „. . . „ Plantagien - - - - - - - - - - - - - - - „ „ 134: „ „ 137. 4. van de Welle baddepattoe 5. „„ 138„„142. „ - „ Plantagien Van de Vier Gravetten. ---- „ „ 143„ „ 145. 3 - „. „ Plantagien van de talpepattoe en wel lepad„ de pattoe. „. „ Plantagien. . . - - - - - - - -. - - . „. „ 146„ „ 147: 2. Balen Balen Transporteere. . . . . . 147. 1347. Vriekenbeek zien No: 108 2090 P:r Transport an de welle badde pattoe de vier Gravetten ende Talpe pattoe Uijt De Plantagie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . Van N:o 148 tob N:o 50. D van de Gale Korle „. „ Bosschen - - - - - - - - - - - - - - - - - „ „ 1. - „ „ 47. 47. van de Meddekoole in de saffregam in r Gebied= „ Bosschen - - - - - - - - - - - - - - „ „. 48. „ . „ 90. 43. van de Naudoen korle in de 's konings saffregam in Gebied „. „ Bosschen _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - „ - „ 91. — „ — „ 116„ 26. van de Kadoewiltikorle in D' Konings de Saffregam in fe Gebied. „. . „ Bosschen - - - - - - - - - - - - - „ - „ 117. — „ —„ 124. 8. Binnen de Vier Gravetten. „. . „ Plantagien - - - - - - - - - - - - - „ - „ 125. — „ „ 143: 19. van de Welle badde pattoe. „. „ Plantagien. . . . . . . . . . . „ „ 144. „ „ 149. van de Gange baddepattoe „. . „ Plantagien. . . . . - - - - - - - - -. „ - „ 150: „. „ 151. 2. van de Vier Baijgams. „. - - „ Plantagien - - - - - - - - - - - - „. „ 152. - „. „ 153: 2. van de BelligamKorle. Transporteere 159. 1498. „. . „ Plantagie. - - - - - - - - - - - „. „ 154. — „. „ 159. 6: Op Mature van de Attekelankorle in de s konings saffregam in pacento Gebied. „. . . . „ Bosschen - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ - „ 150: „. „ 151. 1: 151. 6 Balen Balen 280. . Hnt Ge 5 3. - - . . . 147. 1347. Balen Balen 3 147. 1347.

NL-HaNA_1.04.02_3840_0868 view scan ↗

English

Plantations 164 to 167 from the Attekelan Korle in the Saffregam in the King's territory Galle, the 30th of January 1790, signed: J. van Teijlingen Agreed. M. Abrahaen Total 1680 Forests 168 to 182, 15, 182 Carried forward from the Lordship of Belligam from the Kandebadde Pattu from the Four Gravets, the Galle, Walallawiti Korle, the Willebadde Pattu and the Kalutara District From the Plantations from No. 160 to No. 163 Bales Bales Seen Kriekenbeek No. 108 159 1498 4 4 Clerk Teijlingen Bales Bales 159 98 15 182 1680 12 Examined Kriekenbeek No. 108 2091 Note of the following 2915 cinnamon bales, which up to 10 November 1789 have been received and packed on account of the Great Harvest at Colombo, Negombo, Beruwala, Galle, and Matara, showing where the same were peeled, and the numbers of the boards that were placed in each bale At Colombo from the Atulugam Korle in the 3 Korles Bales Bales in the King's territory from No. 1 to 102: 102 From the Forests from the Dehigampal Korle in the Saffregam in the King's territory 103 to 207: 105 Forests from the Beligal Korle in the 4 Korles the King's territory 208 to 297: 90 ditto from the Dehigampal in the Saffregam the King's territory 298 to 324: 27 Forests from the Atulugam Korle in the 3 Korles, the King's territory 325 to 354: 30 Forests from the Beligal Korle in the 4 Korles 355 to 379: 25 Forests from the Panawal Korle in the 3 Korles 380 to 453: 74 Forests Within the Four Gravets Plantations Carried forward 829 1474 829 376 Bales Bales Carried forward 829 from the Salpiti Korle From the Plantations from No. 830 to No. 929: 100 from the Raigam Korle Plantations 930 to 972: 43 from the Hewagam Korle Plantations 973 to 1021: 49 from the Hewagam Korle Plantations 1022 to 1027: 6 from the Hewagam Korle Plantations 1028 to 1035: 8 from the 4 Gravets Plantation 1036 to 1070: 35 from the Beligal Korle in the 4 Korles Forests 1071 to 1100: 30 from the Dehigampal Korle in the Forests 1101 to 1140: 40 from the Atulugam Korle in the 3 Korles Forests 1141 to 1172: 32 from the 4 Gravets Plantations 1173 to 1207: 35 from the Atulugam Korle in the 3 Korles Forests 1208 to 1224: 17 1224 At Negombo from the Alutkuru Korle From the Plantations 1 to 164: 164 Carried forward 164 1224 Seen Kriekenbeek 1 3 No. 108 2092 Bales Bales from the Hapitigam Korle From the Plantations from No. 165 to No. 171: 7 from the Beligal Korle in the District of Negombo 172 to 198: 27 from the Beligal Korle in the 4 Korles 199 to 387: 189 Forests from the Udugaha Korle in the 4 Korles in the King's territory 388 to 532: 145 Forests from the Beligal Korle 533 to 540: 8 540 At Beruwala in the Kalutara District From the Plantation 1 to 53: 53 from the Raigam Korle Plantation 54 to 59: 6 from the Pasdun Korle Plantation 60 to 64: 5 from the Raigam Korle Forests 65 to 86: 22 from the Pasdun Korle Forests 87 to 106: 20 from the Galle Walallawiti Korle 107 to 126: 20 from the Nawadun Korle in the Saffregam the King's territory ditto 127 to 185: 59 Carried forward 185 1764 Carried forward Bales Bales 829 6 1224 8 422 14 7 ditto from the Kukulu Korle in the Saffregam King's territory from the Forests 186 to 342: 157 from the Nawadun Korle in the Saffregam in the King's territory 343 to 435: 93 from the Kuruwita Korle in the Saffregam the King's territory 436 to 482: 47 from the Kalutara Walallawiti Korle in the Kalutara District Plantations 483 to 485: 3 from the Galle Walallawiti Korle 486 to 532: 47 from the Pasdun Korle Company's territory Forests 533 to 534: 2 from the Nawadun Korle in the Company's territory 535 to 538: 4 538 At Galle from the Nawadun Korle in the Saffregam King's territory from No. 1 to No. 34: 34 from the Kukulu Korle in the Saffregam the King's territory Carried forward 185 1764 35 to 143: 109 from the Galle Korle 144 to 151: 8 Carried forward 151 2302 Bales Bales Seen Kriekenbeek No. 108 ditto Bales Bales 2093 Bales Bales Carried forward 151 2302 from the Belligam Korle from No. 152 to No. 181: 30 From the Forests From the Four Gravets and the Talpe Pattu Plantation 182 to 207: 26 from the Gangaboda Pattu 208 to 215: 8 from the Four Gravets and the Wellaboda Pattu 216 to 241: 26 241 At Matara From the Four Gravets from No. 1 to No. 40: 40 from the Wellaboda Pattu, Morawak Korle, the Gangaboda Pattu, the Four Baygams, and the Kandebadde Pattu 41 to 74: 34 from the Atakalan Korle in the Saffregam, King's territory ditto ditto 2 508 Forests 75 to 191: 117 from the Meda Korle, the King's territory 192 to 279: 88 from the Kolonna Korle the King's territory ditto 280 to 339: 60 from the Nawadun Korle in the Saffregam the King's territory 340 to 368: 29 368 25 48 From the plantations Carried forward 185 1764 8 4 ditto ditto 151 from No. 369 to No. 372: 4 372 From the Plantations Total 2915 Underneath stood: Galle, the 30 January Anno 1790 / was signed: Theod. van Teijlingen from the Four Gravets, the Lordship of Belligam and the Giruwa Pattu Carried forward Bales Bales 368 25 43 Agreed Abrahaen Head Clerk Seen Kriekenbeek No. 108 802 Bales Bales 368 25 43 4 372 2915 signed: van Clerk 1712 No. 134 No. 108

Dutch transcription

„. . „ Plantagien. . . . . . - - - - . . . . „. „ 164. „. „ 167. van de AttekelanKorle in de Saffregam in 'sConings. Gebied Tale Den 30:' Ianuarij 1790 / getekend:/ I: van Teijlingen Akkorgteert. M bbratiaen Somma. . . . . . . . . 1680. „. - „ Bosschen - - - - - - - - - - - . . . . „ . „ 168. —„. „ 182„ 15. 1 82. P:r Transport. . . . . . -. van de Heerlijkheid van Belligam. van de kande badde pattoe van de vier Gravetten, de Gaalsche, Wallallewitti kor„ le De Willebadde pattoe en het kaltersch Distrikt Uijt De Plantagien. . . . . . . . . . . . . . van N: 160 tot N:o 163. Balen Balen zien Kricekenbeek No: 108 159. 1498 4 4. egklerk teijlingen alen Balen 159 98. 15. 182. .1680. : 12 vlineand Brickenbeek No: 108 2091 Notitie van De volgende 2915 kanneel„ Baalen „ die tot 10. November 1789 voor Hes„ kening van den groote Oogst, ontfangen en Ge=Embaleerd zijn te Colombo, Nigombo, Berberij, Gale, en Mateure Aantoonende waar Dezelve Geschildis, en de Nommers van het planke, dat in ieder Baal gedaan is Op Kolombo van de Attoelegam korle in de 3 Korles Baalen Baalen in s' Konings Gebied van Ne tobr 132: 102 Uijt de Boschen. van de dehagampele Koble in de Sassregam ik's konings Gebiet „„103„207„ 105 Boscher van de Belligal koble in de 4 korlen 's konings gebied „ 208„ 297 90 her - ƒ van de dehegampele in de ƒ Saspegam 's koningsgebiet 9 - - - „ 298 /324. 27. Boschen van de Mtoelegam korle in de 3 korles, 's: Konings Gebied - „ 325„ 354„ 30 Boscher Van de Beligat korle in de 4 Korles „ 355„ 379. 25 Baschu Van de panamal korle in de 3 korles „„ 380„ 483 74 „ Baschen - - - Binnen de 4 gravetten „ Plantagien. - - - - Transportare - - - - 829 „1474. 829 37/6 Baales Obracen Pr Transport - . - - - - - - - 829 van de Salpettia korle Uijt De Plantagien- - - - van N:o 80 tetk: o9g„ 100 van de Raijgamkorlan „ Plantagien „ „ 930 „„ 972 43 Van de Hina Korle „ Plantagien 1973 „ 1021 49 Van de Herragan Korle Plantagien — — — —. — „ „ 1022: – „ 1027: 6. van de Hina Korle „ „ Plantagien „1028. „ 1038 van de 4 gavette Plantagie „ 1036„ 1070 35 Van de Belligal Korle in de 4 korbes Boocher 1871„ - 100 30 van de Eelte gampele Karlo in Bosschen „. 110: „ „ 140„ 40: van de Attoeligam Korle in de 3. korles Bossehan 141144 „ 1172. 32 van de 4 Gravetten „ Plantagier – - – – – – – – – „ 1173 „ 1287 39 Van de Moelegam Korle in de korles Boschen „ — Op Nigombo Van de Alotkoer korle Uijt De Plantagien - - - - : to 15. 164 164 Transporteere - - - - - - - - - - 64. 124 – - - „ 4208„ 1224 1224 gezien Krickenbeek „ „ 1 „ 3 No: 108 „ 2092 Baals Baal Van de Hapitigan Korle Uijt de Plantagier- Na No 26 cto o 17 Van De Beligal Korle en het Distrikt van Nigombo 27 1. 172 „ 198 van de Beligal Kotle in de 4 korles - - - „ 199 „„ 387 189 Boschen van de Oedepalle Kerle in de I horles in 'KConings Gebied 532 145 Boscher- -- - . van de Petigal Korle 533 „ 6 /6 s 540 Op berberij in het Kaltersih distrikt 1 tob. 1753 53 - Uit De Plantagie- - - - - van De Raijgam Kople 54„ „59 6 „ Plantagie van de Pasdoen Korle 5 „„ 60 „ „64„ van de Raijgan korle - „165: „86 22 — „ „ Boschen - - - van de Pasdoen Korle —„ 87 „ „ 106. 20. - van de Gaalsche walleille Witte Korle -. 107„„ 126 20 van de Naudoen Korle in het Sasfregams h Konings Gebied „ d=n „ d=o = 59 —„127„ „ 185 e 185 1764 P=r Transpoort - - - - - - 164. 1224 Transporteer Baasen Baasen 829 6 1224 „ „ 8 422 14 7 „ „ d=o. van de koekoeloe korle in de Sasseregan Kooings Gebied dat de Beschen - - - . . 8 — -- — van de Naudoen Korle in de Saspegam in 's koning Gebied —„„ 343„ „485 van de Koeroe witte korle in de saffregame 's Konings Gebied -„„436„1„482 4 van Kolabosc he wallalle wette Korle en het kaltensch distork ƒ „ Plantagier. „483„ 1485 - van de Gaalsche Wallallawitte Korle —„ 1486. „„ 532 47 van de pasdoen Korle Comp=s Gebied „ Boscher „„ 533„ „ 534 - 2 van de Nandoen Korle in ^C Ii konings 'S komp=s Gebied — — „ 1535 „ 538 508 op gale van de Natdoen Korle in het sasjregamsch koningsch Gebied — — — Van N„o 1lbt N=o 34 34 van de Koekoebee korle in het Paspegaamsch's konings Gebied 6 rTransport - - - - - 185 1764 d „ 435„ 1143 209 van de gale Korle „„144„ „ 451 8 7 Transporteere 15 ƒ 3022. Baal Boren ezien Kriskenbeek No: 108 „ „ - — - „do Baal Bore„ 2093 Baalen Bwele 15 1 2302 Pr Transport van de Belligam korla van N=o 152 tot N:o 38„ 30 Uit De Boschan - Van de Vier Gravette, en de Talpattoe 182. „ 207 26 Plantagie - - - - - - - - van de gangeballde pattae „„208 „ 215 8 van de vier Gravetten en de Wellebadde pattoe —„ 246„ „24 26241. Op Matare Van de vier Gravette ven N=o stet N=o. 40 40 van de wellebadde pattob, Moria Korle, De Gange badde pattoe de 4 Baij„ Gams „ en de kandebadde pattoe „ 141„ „ 74. 34 van de Attekalarkorle in de Lasseregam, konings Gebied - „ „ do do 2 508 „ „ Boschen - . - - - - - - - - - - 75 „ „ 191. 117. van de medde korle, D konings Gebied - - - - - „ „ 192„ „ 279. 88 van de koadewette Korle konings Gebied „ „ d=o. . ————„ 1280„ 339 60 - van de Naudoen korle in de sasjregam konings gebied „ 1340 „ 368 29 ƒ 368 25. 48 Uij de plantagin Trasporteer 185 1764 „ 8 4 „ „ 0 „ d. o - - 151 an N:o 3869trt: 32: 4. 372 Uijt De Plantagier Somma 2915 /:onderstond:/ Gala Den 30 JanuarijAo 19 / was getekend:/ Thod: van Teijlingen van de Vier Goavetten de Heerlijkhijd van Belligam en de Grrewaip attoe P=r Transport - - - - Baale Rone 368 25 43 Akkordeerd Abbrahaen egklerk. gezien Kriskenbeek No: 108 802 aale Boal 368 25 43 4. 372 2915 teekend:/ n klerk. a 1712. No. 134 No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0879 view scan ↗

English

Separate 2094 To His High Excellency The High Noble, Rigorous, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting on behalf of the state of the free United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company Governor General Batavia The Noble, Rigorous Lords Councillors of the Dutch Indies High Noble, Rigorous, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord Noble, Rigorous Lords. I have had the honour to receive the separate letter with which I was favoured by Your High Excellencies on 10 September, and I shall dutifully take the orders given therein as my guidance. The lieutenant of the regiment de Meuron Matthij has been released from his arrest, in which I had let him continue, and turned over to the regiment, and I have informed the Chief of the regiment by missive of Your High Excellencies' intention, provided that the aforementioned Lieutenant Matthij takes his dismissal. In continuation of my separate humble letter of 10 November, which, for lack of opportunity, departs simultaneously with this one, I still have the honour to report that on the occasion when the Kandyan embassy was here, the first envoy, the dessave of the Three Korales and Sabaragamuwa, requested me to give my opinion regarding the person of Sankasarie, mentioned in my aforementioned respectful letter, namely whether it was advisable to keep him here, or rather to send him away from this Island, whereupon I simply had him answered that the Company has no interest in this man other than in so far as the Court itself believes to have an interest in him; that by making him stay a while longer on Ceylon, he thereby remains in our power, and that on the other hand, by letting him depart, one cannot seen Krickenbeek No. 308 3 2095 cannot know what his perspectives might sometimes be, especially since it had appeared to the Court from the old archives, as the Ambassador had let me know, that in the place where this man claims to be from, there have been descendants of the Sun Dynasty. Since then, the aforementioned Kandyan dessave, after his return to the Court, has had me asked whether it would not be good to send Cankasarie to Batavia, just as formerly a similar man, who also said he was from the Sun Dynasty, was sent thither, and I have let him know in reply that he is not only disinclined to go to Batavia and that for propriety's sake one cannot send him against his will, but also that it may even perhaps be useful to keep him a while longer in Colombo, to see if perhaps in the meantime something further regarding him could be discovered. I have furthermore let him know that the King may meanwhile rest assured that proper supervision is kept over him here. I commend Your High Excellencies to God's gracious protection and profess with all respect and fidelity to be, at the bottom: High Noble, Rigorous, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord and Noble, Rigorous Lords, Your High Excellencies' most obedient and humble servant, signed: W. J. van de Graaff. In the margin: Colombo, 26 December 1789. Agrees W. J. van de Graaff No. 136. Kriekenbeek seen No. 108

Dutch transcription

appart 2094 Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gestr: Groot agtb: wijdgebiedende Heer M:r Willem Arnold Alting weegens den staet der wije vereenigde Nederlanden en de Generaale Nederlandsche geoktroijeerde oost Jndische kompenie Gouverneur Generaal Batavia De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndien Hoog Edele Gestr: Groot achtbaare wijdgebiedende Heer Wel Edele Gestrenge Heeren. Jk heb de eere gehad te ontfangen de apparte brief waarmeede ik door uw Hoog Edelheden op den 10. 7ber: ben begunstigt, en zal ik mij de daar bij gegeevene ordres schuldig tot na= nigt laaten strekken. De luijtenant van het regiment van Meuron Matthij ende is is uijt zijn arrest waar in ik hem hadde laa„ ten kontinueeren, aan het regiment overgegee= ven, en heb ik de Chef van het regiment bij missive geinformeerd van uw Hoog Edelheden intentie mids dat de voorsz: luijtenant Matthij zijn demissie neemt. Ten vervolge van mij apparte nedrige van den 10. November die bij gebrek van gelegentheid, met dezen tegelijk afgaet, heb ik de eere nog te melden, dat ter gelegentheid dat de kamiase ambassade is nier geweest, de eerste gezant, den dessave van de drie korl en sappaegam mij heeft verzogt om hem nofens de perzoon van sankasarie, bij voorsz: mijn eerbiedige vermeld mijn ofinie te geven of het namentlijk waare aanteraade om hem hier te houden, dan wel om htem van dit Eiland teverzenden, waar op ik hem eenvoudig heb doen antwoorden, dat de komp: in dezen Man geen intrest stelt dan voor zoo varre het Hof zelve in hem en belang meend te hebben; dat men hem op Ceilon nog wat doende verblijven, Hij daer door blijft in ons vermoogen, en dat men daar en teegen hem laatende vertrekken men niet gezien Krickenbeek No: 308 3 2095 niet kan weeten wat zijn uitzigten somtijds zoude kunnen zijn, te meer bij het Htof uijt de oude archiven waare gebleeken zoo als de Ambassadeur mij hadde laaten weeten, dat er ter plaatse waar van deeze man zig op- geeft, afstammelingen van het sonne geslagt zijn geweest. zeedert heeft de voornoemde kandiase dessave na zijn terugkomst aan het stof mij doen vraagen of het niet goed waere Cankasarie na Batavia tezenden gelijk eertijds een dier- gelijk Man, die ook zijde uijt het sonne ge- slagt te zijn, naar derwaards gezonden is, en ik heb hem hier op laaten weeten, dat wij niet alleen ongenijgt is om naar Batavia tegaan en dat men betaemelijks halven hem tegens zijn wil niet zenden kan, maar dat ook zelfs misschien zijn nuttigheid heb- ben kan, hem nog wat te kolombo te houden, of 'er misschien middelerwijl iets naders hem aangaande konde worden ont- dekt. Ik heb hem daar bij laaten weeten dat de koning intussen gerust kan zijn, dat hier behoorlijke toezigt op hem gehouden word: Jk ge Matthij den bij gee- laa„ den 10. met nog te as zant, mmij zoon van vermeld waare van wel aarop dat de dan em hem op Hij dach men ken men niet Jk beveele uwe Hoog Edelheden in Gods genaedige bescherming en betuige met alle eerbied en trouwe te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele Gestr: Groot Agtb: wijd gebievende Heer en wel Edele Gestrenge Hee„ hen. uw Hoog Edelheden zeer gehoorl: en ookmoe„ dige dienaan /:was getekend:/ W: J: van de Graag /:in margine:/ kolombo den 26. December 1789. Akkerdeert D vande Graar No. 136. Kriekenbeek zien No: 108 en ootmoe de Graag en trouwe nge Hee genaedige Agtb: blr 1789. Jk beveale uwe Hoog Edelheden in Gods bescherming en betuige met alle eerbied te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele Gestr: Gr wijd gebievende Heer en wel Edele Gest: hen. uw Hoog Edelheden zeer gehoorz: dige dienaan /:was getekend :/ W: J: V /:in margine:/ kolombo den 26. Decem Akkerdeert Dl vande Griap No. 136. Kriekenbeek No: 108 Jk beveele uwe Hoog Edelheden in Gods op bescherming en betuige met alle eerbied te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele Gestr: Gr wijd gebievende Heer en wel Edele Gestr hen. uw Hoog Edelheden zeer gehoorz: dige dienaan /:was getekend:/ W: J: va /:in margine:/ kolombo den 26. Decem WV vande Griap Akkerdeert No. 136. ezien Krickenbeek No: 108 Vreknbeek Vriekend

← previous