Inventory 3840
Ceylon · 894 pages · 175 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
2017. willingly testify to my own satisfaction that if one attentively considers him, the Maha-Mudaliyar, according to his substantial great knowledge of native affairs, according to his good and even great judgment, and according to the extent of his worldly fortune, and if this may be deemed sufficient, he is truly a man worthy of the great trust and the high favor and protection of his master, and of the so important native office and marks of honor with which he is presently invested and adorned. Observing with all respect the deliberative remarks of your Right Honorable Sirs, on the day of your aforementioned resolution of 21 October last, regarding the successive reports brought to the table by those deputed from here, as well as those submitted at Colombo on 3 July prior by the Honorable Commissioners Raket and van Schuler concerning the district of Diwildere, with all official letters and other documents sent from here relating thereto since then; may it be permitted to me, against this, to present my considerations, especially in my own defense under such delicate and significant circumstances, so that I may not be suspected by anyone of any substantial misconduct or dereliction, nor of the slightest thoughtlessness or partiality, and that your Right Honorable Sirs yourselves, in your further resolution still to be expected in this matter, may declare and pronounce me entirely free thereof, and that the Honorable High Government of these lands, under whose discerning eye this whole matter will now have to be unfolded and presented, may subsequently also favorably confirm this. I shall therefore also confine myself solely to that which, in the aforementioned remarks, is presented principally to my charge, and leave that which concerns the Engineer Johannes and the First Land Surveyor Toenander to their own accountability and explanation, should they deem it necessary to submit further their respectful proposals in this regard; and await with all respect the decision, both on the provisional resolution and that still to be taken by your Right Honorable Sirs in this matter, from the fair and righteous judgment of the aforementioned Honorable High Government, and submit myself thereto with all obedience. May it then, for my excuse, be permitted to present respectfully to your Right Honorable Sirs herewith: 1. That I proceeded, with the best intention and in good conscience, to the accurate survey of the work of the present contractors in their proposed improvements seen Brickenbeek No: 108 2018 improvements of the district of Duvitoere, and for that purpose appointed and deputed those who, in my judgment, were the best qualified among the servants of the Honorable Company here, namely in the persons of the Engineer Johannes and of the First Land Surveyor Doenander. 2. That the great skill of these always irreproachable men is known to everyone in this Government, and this can be fully proven with your Right Honorable Sirs' own testimony, for the first-named certainly—and that too under the so glorious and never sufficiently praised administration of the late Honorable Governor Falck, now resting in God, who knew very well the worth and importance of his subordinate servants, and granted promotion to no one before he gave real proofs that he truly deserved it—rose, solely on account of his exceptional abilities, from wagon or gun-carriage maker's master to the dignity of Lieutenant Engineer, in which capacity he gave such great proofs of his skill and loyalty, that your Right Honorable Sirs yourselves in the year 1784, when he was already determined to leave the service of the Honorable Company and had permission from the Honorable High Indian Government to return to Europe, persuaded him, and indeed with much encouragement, to apply his good services in this Government for another four years or so, which he has also fully accomplished, as is evident from his so splendid works on the fortifications along the seaside of this city, which were so severely dilapidated and for a large part entirely collapsed, which he, in less than a year, and indeed with very little expense in proportion to this great work, has so well repaired and renewed, that they not only put the city on that side once again, so far as this work was completed by him, into a proper state of defense, and it were well to be wished that he had been allowed to bring this to an end. It is a work of very good deliberation and of very long durability, as it was fully judged by experts and described to me, which also, according to the calculation recently sent thereof to Colombo, costs the Honorable Company no more than sixteen thousand eight hundred six rixdollars and twelve stivers Indian currency, and would be undertaken by no one for three times as much, and holds me seen Brickenbeek No: 108
Dutch transcription
2017. mijne eijgene voldoening gewillig betuijgen dat als men hem Maha-Moddeljaar naa zijne weesendlijke groote kennis der Jnlandsche zaaken, na zijn goed en zelfs groot oordeel, en na de uijtgebrijdheijd van zijn tijdelijk vermoogen, met aandagt betragt, en dit genoeg doende mag ge„ „oordeeld worden, hij waarlijk een Man is waardig het groot vertrouwen en de hooge gunst en Bescherming zij„ „nes Meesters en de zoo importante Jnlandsche Bedie, „ning en eere teekenen, waarmeede hij thans bekleeden versierd is. Met alle eerbied betragtende de Deliberative Aanmerkingen van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: ten daage van hoogst derzelver voorm: Besluijt van den 21:' oktober J:sL:, weegens de als doen ten tapijle gebragte successive van hier afgevaardigde als door de E:s gekommitteerde Raket en van Schuler te kalombo op den 3. ' Julij te vooren ingediende Berigten weegens het Landschap je Diwildere met alle zeedert daar toe betrekkelijke van hier afgezonde officieele brieven en andere beschijden, zoo zij het Mij geoorlofd daar teegen, mijne bedenkingen, voor al ter mijner verdeediging in zoo delikaate en aan „geleegene omstandigheeden te moogen voorstellen op dat Jk in deese bij niemand van eenig weezendlijke verkeerd be„ „lijd of afleg, en van geene de minste onbedagtsaamheijd, of of een zijdige betragting, verdagt worde, en dat uwel Edele Gestr: Groot Achtb: zelven bij derzelver nog te verwagte na „der Besluijt in deese aangeleegendheijd Mij daarvan ge „heel vrij kennen en spreeken, en de Edele Hooge Regge „ring deeser landen, onder welker door zigtig oog nu deese geheele zaak zal moeten ontvouwt en voorgesteld worden dit vervolgens meede goedgunstig gelieve te bevestigen. Jk zal mij dus ook maar alleen houden aan het geen bij gem: Aanmerkingen, voornamentlijk ten mijnen lasten, voorgesteld word, en het geen den Jngenieur Johannes en den Eerste Landmeeter Toenander betreft voor hun „ne eijgene vandwoording en verklaaring overlaaten, zoo zij noodig agten desweegens hunne eerbiedige voorstellen, nader intedienen, en de decisie, zoo wel over het pro„ „visoir als nog te neeme besluijt van uwel Ed: Gestr: Grt Achtb: in deese zaak, met alle eerbied van het billijk en regtmaatig oordeel van op gem: Edele Hooge Regering verbijden, en mij daar aan, met alle gehoorzaamheijd onderwerpen. Het zij dan tot mijne verschooning georhooft uw elEd: Gestr: Groot Agtb: bij deese eerbiedig voor te stellen. 1 Dat Jk met het beste inzigt en in gemoede tot het nauwkeurig opneemen van het verrigte der teegen„ „woordige Aanneemers in de door hun voorgestelde verbeeteringe zien Brickenbeek No: 108 2018 verbeeteringen van het landschapje Duvitoere ge„ „treeden ben, en daar toe, na mijn oordeel, de best ge„ „schikte onder de Dienaaren der Edele Maatschap„ „pije alhier en wel in de perzoonen van den Jngenieur Johannes en van den Eerste Land meeter Doenander benoemd en afgevaardigd hebbe 11 Dat de groote kundigheijd deeser althoos onbesprooke lieden een ieder in dit Gouvernement bekend is, en dit met uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: eijge ge„ „tuijgenis ten vollen kan beweesen worden, want de eerstgenoemde zeeker, en nog wel onder de zoo roen„ „rijke en nimmer volpreese Regeering van den nu bij God rustende Edele Heer Gouverneur Jalck, Die zeer wel de waarde en het gewigt zijner onder„ „geschikte Dienaaren kende, en niemand eenige bevordering toedeelde voor dat hij werkelijke bewij„ „zen gaf dat hij het waarlijk verdiend niet dan om zijne bijzondere geschiktheeden van waagen of affuijts maa„ „kers Baas tot de waardigheijd van Luijtenant Inge„ „nieur opgeklommen is, in welke hoedanigheijd hij zoo groote blijken zijner kunde inde trouwe gegeeven heeft, dat uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: zelve hem in A:o 1784, uan„ „neer hij reeds bepaald was om den Dienst der Edele Maatschappije te verlaaten en vrlof van de Edele Hooge Wooge= Jndiase Regeering, had om na Europa te keeren, en wel met veel aanmoediging overeede om nog voor een Jaar of vier, zijne goede Diensten in dit Gouvernement aantewenden, waar aan hij ook volkoomen voldaan heeft, blijkens zijne zoo heerlijke verrigtingen aan de langs de zee zijde dee„ „zer stad zoo zier vervalle, en voor een groot gedeelte geheel ingestorte vestings werken, die hij in min„ „der dan een Jaar, en wel met zeer wijnig on„ „kosten, na eevenreedigheijd van dit groote werk zoo wel verbeeterd en vernieuwd heeft, dat ze niet alleen de stad aan die zijde nu weeder, zoo verre ditwerk door hem volbragt is, in behoorlijke staat van teegen weer stellen, en het wel te wenschen waar dat hij dit tot den eijnde had moogen volbrengen. Het is een werk van zeer goed overlegen van zeer langen duur, zoo als het door des kundigen ten vollen geoordeeld en aan mij beschreeven is, dat ook, volgens de onlangs daar van na ko„ „lombo gezonde bereekening niet meer dan ses„ „tien duijsend agt honderd ses rijxdaalders en twaalf stuijvs Jndisch geld, aan de Ed: Maat„ „schaptije kost, en door niemand voor drie maal zoo veel zoude aangenoomen worden, en ehoud Mij gezien Brickenbeek No: 108
English
2019 I am assured that Your Right Honourable in a personal inspection would express a particular pleasure therein, and would also gladly confirm these sentiments of mine with your high approval; The Engineer Fornbauer, who departed from here to Trinkonomale, and the Engineer Lowre, who is still here, have approved this work in the highest degree, and thus this Engineer has thereby rendered a truly great service to the Noble Company, and with little additional expense, as he declared and assured me at the commencement thereof, accomplished a great, good, solid, and strong work, which he, according to Your Right Honourable's written instruction of 26 February of the last passed year under the then critical circumstances of the times, might have accomplished only in haste, by loose fillings and thrown-up earthworks in the completely collapsed very large breaches in the rampart walls, and thus completely imperfect for the future; by which prudence the Noble Company has thus gained very much, as everyone must testify with me, when one observes that the provisional closing of these large breaches or openings was a costly work, was, from which one in the future would have had no other benefit than the remaining part of the applied and filled-in stones and earth, so far as they had not been washed away again by the churning waves and surf of the Sea, but which was necessary against a well-constructed and solid work. Let one read with attention his reports submitted under the dates of 26 December 1787 and 10 December of the same year and forwarded to Your Right Honourable, and let one examine the plans and profiles cited, submitted, and belonging thereto, and one shall then, upon a careful inspection by expert persons, find that these statements of mine are in no way exaggerated or overstated, and probably be convinced that with so little expense in the time of a single year, possibly as much work was done on the fortifications of this city as in twenty years by our fortification masters on those of Trinkonomale, which have cost the Honourable Company so many thousands of Rixdollars, and on which, as I am assured, very much will still have to be spent if they are to come to any real perfection. This Engineer, having under Your Right Honourable's administration been promoted to Captain Lieutenant, which certainly happened out of recognition of his real merits, and since he was appointed by Your Right Honourable to such an important work here, and has now accomplished it thus far with so much benefit for the Company and with such great honour for himself, and all his other actions on this Island testify to his praise, it is indeed undeniable that he is a man of proven knowledge, whose loss to this Government, now that he has resolved again to return to Europe, I truly regard as very great, and I would gladly have wished to be able to dissuade him therefrom, because his knowledge, especially in a time when we are not provided with engineers, or at least not sufficiently, and his further abilities might well be preserved for this colony; and he might possibly, at my request, have resolved upon a longer stay here if he had been excused from submitting his monthly reports concerning his activities at the fortifications under the oath of fidelity by which he was bound to the Noble Company upon accepting his commission as Engineer, because he can do this indeed for his actual activities at the work itself, but not for the number of coolies mentioned therein, as he does not count them in person, but this is done twice daily by separate, trustworthy persons appointed for that purpose under his supervision and from his own house, and over this, by me as well as by others, an unnoticed and accurate supervision is kept; and even if this were done by himself, he, as a conscientious man, could nevertheless not make such a solemn declaration thereof monthly unless he were never to be kept from it by illness or other accidental circumstances, but always be present thereat, which cannot well happen; thus he has rather chosen to request his discharge than to burden his conscience with such levity, imagining that having once taken an oath of fidelity, and nothing ever having been found to his charge, he might also be excused, for this part of his activities at the fortification works here, from the repetition of this assertion, as solemn as it is formidable, upon submitting and presenting his monthly reports, while he always declares himself ready
Dutch transcription
2019 Mij verzeekerd dat uwel Ed: Gestr. Groot Achtb: bij eene perzooneelijke opneeming daarin een bijzonder genoegen zoude betuijgen, en deese mijne gevoelens ook gaarne met zijne hooge toestemming bevestigen; De van hier na Trink onomale vertrokke Jngenieur Fornbauer en de Zig nog hier bevindende Ingenieur Lowre hebben dit werk ten hoogste goedgekeurd, en dus heeft deese Jngenieur daar door een weesendlijk groote dienst aan de Edele Maatschappije gedaan„ en met wijnig meerder kosten, gelijk Hij Mlij bij den aanleg daar van verklaarde en verzeekerde, een groot, goed, hegt en sterk werk volbragt, dat hij„ na volgens uwel Ed. Gestr: Groot Achtb: Sehree„ „te aanschrijving van den 26. ' Febr: des laast gepass: Jaars in de toenmaalige bedenkelijke tijds omstandigheeden, maar in haast, door losse invruillings en opwerpings van de geheel ingestorte zeer groote bressen in de wal muuren, en dus ge„ „heel onvolmaakt voor het toekoomende, had kunnen volbrengen, bij welk overleg de Edele Maat„ „schappije dus zeer veel gewonnen heeft, gelijk een ieder met mij zal moeten betuijgen, als men opmerkt dat het Provisoir digtmaaken deeser groote bressen of oopeningen een kostbaar werk was was, waar van men in het vervolg geen ander niet zoude hebben dan het overgesleeve gedeelte van de aan „gebragte, en ingevulde steenen en aarde, zoo ver die niet door de inwoelende daaren en branding der Zee, maar teegen een wel aangelegd en hegt werd nodig is, weeder waaren weggespoeld. Men leese met aandagt zijne over dat werk onder da„ „ti 26: xber: 1787. en 10 xber: Jo : ofrgelegde en Uwe Ed Gestr: Groot Achtb: toegeschikte Berigten, en men betragte de daar bij aangehaalde en overgelegde en daar toe behoorende Plans en Profels, en men zal als dan, bij eene nauwkeurige opneeming door des kundige lieden bevinden dat deese mijne opgaeven daar van in geenen deelen vergroot of opgevijzeld zijn, en waarschijnlijk wel overtuijgd worden dat met zoo wijnig kosten in den tijd van een enkeld Jaar moogelijk wel zoo veel arbijd aan de vetting werken deeser stad ge„ „daan is, als in twintig Jaaren door onse fortifikatie Meesters aan die van Trinkonomale, die zoo veel Duij„ „zenden Rijxd=s aan de E: kompanie gekost hebben, en waaraan, zoo mij verzeekerd word, nog zeer veel zal moeten ten koste gelegd worden, zullen ze tot eenige wazendlijke volkoomendheijd koomen. Deze Ingenieur nuts onder uwelE: Gestr: Gret Seb Regeering gezien Vriekenbeek No: 108 2020 Regeering tot kapileijn Luijtenant bevorderd, dat zee„ „ker uijt erkentenis van zijne weesendlijke verdiensten geschied is, en daar hij door uwel Ed: Gestr: Groot aghtpaere tot zoo een aangeleege werk alhier bepaald is, en dat met zoo veel nit voor de Maatschappije, en met zoo groote eere voor hem zelve nu zoo verre volbragt heeft, en alle zijne overige verrigtingen op dit Eijland tot zijn lof getuijgen, is het immers onweederspreeke„ „lijk dat hij een Man van beproefde kennisis, wiens verlies voor dit Gouvernement, nu hij zig weeder be„ „paald heeft nu hij zig weder om na Europa te kee„ „ren, Jk waarlijk als zeer groot aanmerke, en gaarne wenschte hem daar van te konnen aflijden, wijl zijne kennis, voor al in een tijd dat wij van gee„ „ne Jngenieurs, immers niet genoegdoende voor zien zijn, en zijne verdere geschiktheeden voor deese kolonie wel mogten behouden blijven, en hij zig moogelijk op mijn verzoek nog wel tot een langer verblijf alhier zoude bepaald hebben, indien hij had moogen ver„ „schoond worden van zijne Maandelijkse Rapporten weegens zijne verrigtingen bij de vesting werken intedienen op den eed van trouwe waarmeede hij aan de Edele Maatschappije bij het aanvaarden van zijne kom„ „missie als Jngenieur verbonden is, wij hij dit wel voor zijne - zijne weesendlijke verrigtingen bij het werk zelve man niet voor het daarbij vermelde getal van koelies doen kan, alsoo hij die niet in perzoon teld, maar dit tweemaal sdaags door afzonderlijke daar toe onder zijn opzigt, en na zijn eijge huise gestelde wel ver„ ^door „trouwde perzoonen geschied, en daar over, zoo „ mij als door anderen een onvermerkt nauwkeurig toe, „zigt gehouden word, en schoon dit ook door hem zelfs gedaan wierd Zoo zoude hij als een gemoedelijk Man, egter daarvan smaandelijks zoodanig een plegtige verklaaring niet konnen afleggen, of hij zoude nimmer door ziekte of door andere toevallige om„ „standigheeden daar van moeten afgehouden worden, maar altoos daar bij teegenwoordig zijn, dat niet wel geschieden kan, dus heeft hij liever verkoosen zijne dimissie te verzoeken, als zijn gemoed met zoodanig eene ligtvaardigheijd te beswaaren zig voorstellende dat hij, eenmaal een eed van trouwe gedaan hebbende en nammer iets tot zijn lasten gebleeken zijnde, ook wel voor dit gedeelte van zijne verrigtinge bij de fortifi„ „kaatsie werken alhier tot het herhaalde van deese zoo plegtige als ontzaggelijke verzeekering bij het in„ „dienen en overleggen van zijne Maandelijkse Rappor„ „ten mogte verchoond blijven, terwijl hij zig altoos berijd verklaard Briekenbeek zien No: 108
English
2021 declared to assure under solemn oath that he properly observes his duties, and is fully content with what is allocated to him by his superiors for a decent living, and in no way appropriates a single indirect penny not rightfully belonging to him, and knows himself to be completely clear thereof: He is thus, according to the testimony of your Right Honorable, highly esteemed, Great and Venerable Sir yourself, a capable and very competent man, and everyone who knows him considers him upright and honest, incapable of any devious or wicked actions to the detriment of his fellow man; he has been to Diwitoere multiple times, knows that district thoroughly, has no business with the Maha Mudaliyar or his son, nor ever, so far as is known to us here, had any dispute with them, and it is thus not to be expected that in a matter of such great weight, and in which he has absolutely not the slightest personal interest, he would not have spoken and testified according to his customary piety and honest sentiments; and thus may I be permitted to declare that I regard his report submitted under date of 26 June of last year concerning the aforementioned small province and his sentiments regarding the same as a well-reasoned, capable, and sincere piece of work, according to the best of his abilities, and can discover no other spirit in it than that which animates and guides man in the purest and best intention, and thus have also quietly adopted and declared his sincere and capable declaration and thoughts as my own, and still hold them as such, by which I do not think that I can bring the slightest diminution upon myself, because this report of his is grounded on very acceptable proofs supporting his own knowledge and findings, and not on the testimony or the declarations of others. The First Land Surveyor Toenander is likewise a man of very great competence; I was present in the Council at Colombo when he, having left the private service of Mr. Princeps at the mines in Bengal, was accepted well over four years ago into the service of the Honorable Company, upon the favorable recommendation of your Right Honorable, highly esteemed, Great and Venerable Sir yourself, as an extraordinary fireworker in the Corps of Artillerymen in this Government, and was favored with the office of First Land Surveyor at Jaffnapatnam; this certainly happened in reliance on his capabilities, of which he then subsequently, having been called up from his aforementioned post by your Right Honorable, highly esteemed, Great and Venerable Sir, gave many proofs during his surveys and measurements in the environs of Colombo, and thereby certainly also moved your Right Honorable, highly esteemed, Great and Venerable Sir to entrust him with the so important commission of cutting through the Mature river into that of Kattoene, in order to provide a large part of very good arable land with sufficient water, of which it otherwise has a very great shortage during a dry season, and thus the crops sown upon it completely wither and perish to the exceedingly great damage of the needy native. This so important work, which according to all prospects can indeed bring much blessing and utility to the country, has now been almost completed by them at much less expense and in a shorter time than had been thought, and than had been stated by them themselves at the beginning of that work. He was also appointed by your Right Honorable, highly esteemed, Great and Venerable Sir in the month of December 1787 to conduct a very important leveling in the small province of Duvitoere, which he also completed, and according to his own declaration, during that execution, without being in any way hindered in this his commission, would have simultaneously, at my proposal, made an accurate survey of that district, and, to the best of his abilities, have pointed out the suitable means not only to free those fields, so magnificent and promising of so much good, forever, if possible, from the annually invading and falling excess water, but also to make that entire district serve as a most useful land for the Honorable Company and thus as a source of blessings and prosperity for the entire colony, had he not been prevented therein by the interdict of your Right Honorable, highly esteemed, Great and Venerable Sir repeatedly written to me and announced to him; because I was then indeed forced to hinder him in the continuation of his already so far advanced public observations in that small province, which entirely unexpected order made him completely despondent, while it exceedingly astonished me and impeded the progress of a work from which one could, through his substantial great abilities, expect utility and advantage, of which I could not or ought not fail to make the best use on the occasion of the leveling entrusted to him at Diwitoere, and with that intention also encouraged him thereto, which surely no one will or can take amiss of me, since, according to his own declaration, he was not at all hindered or delayed by this so important observation in carrying out what had been assigned to him by seen Driekenbeek No: 108
Dutch transcription
2021 verklaard met solemneelen eede te verzeekeren dat hij zijne pligten na behooren waarneemt, en zig ten volle te vleeden houd met het geen hem tot een behoorlijk bestaan door zijne superieuren toegelegd word, en zig op geener„ „lije wijze een enkelde indirekte en hem niet regt„ „maatig toebehoorende penning toeeijgend, en zig daar„ „van geheel zuijver kent: Hij is dus, volgens het ge„ „tuijgenis van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: zelve, een kundig en wel geschikt Man, en een ieder, die hem kend, agt hem voor traaf en eerlijk, onbekwaam tot eenige slinkse of kwaade handelingen, tot nadeel van zijn eeven ettensch; wij is te meermaalen te Di„ „wiloere geweest, kint dat Distrikt grondig, heeft niets met den Maha Moddeljaar of zijn zoon uijt„ „staande, of immer, zoo verre ons hier bekend is, eenig verschuil met hun gelad, en het is dus niet te verwagten dat hij in een zaak van zoo groot gewigt, en daar hij volstrekt geen het minste eijge belang bij heeft, niet na zijne gewoone vroomheijd en eer„ „lijke gevoelens zoude gesprooken en getuijgd hebben; en dus zij het Mij geoorloofd te verklaaren dat Ik zijne onder dato 26. Junij J:o L: overgelegd Berigt, weegens het voorm: Landschapje en zijne gevoelens deswee„ „gens als een, na zijn beste vermoogens, wel bereede„ neerd, „neerd, kundig en opregt stuk aanmerke, ener geenan „dere geest in kan ontdekken dan die den Mensch in de zuijverste en beste betragting bezield en gelijd, en dus zijne opregte en kundige verklaaring en gedagten, ook gerustelijk voor de mijnen overgenoome en verklaard he „be, en ze als nog daar voor houde, waar meede Jk niet denke dat Jk mij zelve eenige de minste ver„ „klijning kan toebrengen, wijl dit zijn Berigt op„ zeer aanneemelijke en op eijge kennis en bevinding steunende bewijzen, en niet op het getuijgenis of op de verklaaringen van anderen gegrond is. De Eerste Land Meeter Toenander is meede een Man van zeer veele geschiktheeden; Jk was in den Raad te ko„ „lombo teegenwoordig, wanneer hij den partikulieren Dienst van den heer Princeps bij de Bergwerkee in Bengale verlaaten hebbende, voor nu ruijm vier J „ren op de gunstige voorstelling van uw wel Ed: Ggestr Groot Achtb: zelve in den dienst der Edele Maart „schappije, als extraordinair vuurwerker bij het Corpa Artilloristen in dit Gouvernement aangenoomen en met den Dienst van Eerste Landmeeter te Jaffan „patnam begunstigd wierd, dit geschiede zeeker in „trouwen van zijne bekwaamheeden, waar van hij dan ook vervlgens door uwel Ed. Gestr: Groot Achtb: uijt z voormelde gezien brickenbeek No. 308 2022 voormelde Post opgeroepen, bij zijne opneemingen en mee„ „tingen in de kolombose ommelanden, veele blijken gegeeven, en daar door uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: zeeker ook bewoogen heeft hem de zoo importante kom„ „missie van de doorgraaving van de Matureesche Rie„ „vier in die van kattoene optedraagen, om een groot gedeelte zeer goed bouw-land van genoegzaam water te voorzien, waar aan het bij een droog Jaar-getij anders zeer groot gebrek heeft, en dus het daar op gezaijde ten eenemaal verdort en tot overgroote schaade voor den nooddriftigen Jnlander vergaat. Dit zoo aangeleege werk, het geen weel zoegen en nut aan het Lands immers na alle voor uijtzigten kan toe„ „brengen, is nu bijna door hun voltooijd met veel min„ „der kosten, en in korten tijd als men gedagt had, en door hun zelve in den beginne van dat werk opgegaven wierd. Hij is ook door Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: in de Maand xber: 1787. tot het doen van een zeer aangeleege water pas„ „sing in't Landschapje Duvitoere benoemd, die hij ook vol„ „dragt heeft, en volgens zijn eijge verklaaring, bij die Erig„ „ting zonder in dlise zijne kommissie eenigzints belet te worden, te gelijker tijd op mijn voorstel eene nauwkeurige opneeming van dat Distrikt zoude gedaan, en, na zijne beste vermoogens, de geschikte middelen aangewee„ „sen „sen hebben, om die zoo hierlijke en zoo veel goeds beloo„ „vende velden niet alleen van het Jaarlijks indringende en vallende ovrtollige water, waare het moogelijk, voor altoos te bevrijden, maar ook om dat geleede Distrikt tot een aller nuttigst Land voor de Edele Maatschappij en dus tot een bron van zeegeningen en welvaard voor de gelede kolonie te doen strekken, Zoo hij daar in daon het mij bij herhaaling aangeschreeve en hem aange „kondigt Jnterdikat van uw wel Ed: Gestr Groot Actb: niet waare verhinderd geworden, wijl ik als doen wel ge„ „noodzaaket was hem in 't voortzetten zijner reeds zoo verre gevorderde open waarneemingen in dat Land„ „schapje te belekten, welk geheil onverwagt devel hem gantsch mismoedig maakte, terwij het Mij ten hoogt verstelde, en de voortgang belette van een werk, waar on men zig door zijne weesendlijke groote geschiktheeden nut en voordeel konde belooven, van dewelken Jk niet konde of mogte nalaaten bij geleegendheijd der hem of „gedraage waterpassing te Diwitoere het baste gebruijk te maaken, en hem met dat inzigt daar toe ook aanmoedigde, dat mij zeeker niemand zal of kan kwalijk duijden, wijl hij, volgens zijne eijge verklaar „ring, door deese zoo aangeleege waarneeming in het geheel niet belet of opgehouden wierd zijne hem door ezien Driekenbeek No: 108
English
to accomplish the commission entrusted to him by Your Right Honourable, Right Respected, Most Worshipful Sirs properly and at the same time; this Surveyor is a man who possesses many other important qualifications for this so significant colony, as is also very well known to Your Right Honourable, Right Respected, Most Worshipful Sirs yourselves. He has, according to the general testimony to his honour, always conducted himself blamelessly and completely free of any self-interest, and has accomplished the commissions entrusted to him with the greatest fidelity and attention. He is a man of good morals and blameless conduct, and it is therefore, in my view, not probable that he, having conducted himself in all his previous commissions with so much approval and honour, would now, in these accurate surveys of the small district of Duuitoere entrusted to him, in which he has not the slightest self-interest, not have conducted himself equally meritoriously and uprightly, and would dare to offer to confirm the reports submitted by him in this regard with a solemn oath, if he were not fully assured of the pure and upright truth of their contents, for which one cannot point to the least probability. Now this Surveyor, on account of his great capabilities, is also a very useful and necessary man for this colony, which no one will wish to dispute, and thus his departure from this island, for which he has since so urgently requested and for which he is already preparing, is in my opinion also a great loss, which will not easily be recovered. And since these two officers are men of honour, fidelity and proven knowledge, and bear the written testimonials of praise from Your Right Honourable, Right Respected, Most Worshipful Sirs to their particular satisfaction in this matter, no one will suspect that I also regard and respect them as such, and have appointed them to survey the true condition of the so important small district of Duwitoere, and that even after the disadvantageous reports that reached me from there; and I certainly consider the repeated prohibition laid upon this so dutiful and important execution as most remarkable, and all the more so as there is nowhere the least necessity for it, and it was not even cited or mentioned in the above-mentioned Resolution of Your Honourable, Right Respected, Most Worshipful Sirs of the 21st of October of last year, as complained of by me. I have arranged this commission, entrusted to the above-mentioned officers who are so skilled, completely according to the order proposed by Your Honourable, Right Respected, Most Worshipful Sirs yourselves and approved by the esteemed Government in Kolombo; and in that particular matter, I could not have made use of ordinary native commissioners, as Your Right Honourable, Right Respected, Most Worshipful Sirs, in your remarks, would have it understood that according to the custom of the country it ought to have been done, because, in the first place, the most capable among such people do not have half enough knowledge for it, which no one will contradict me on. Secondly, that such people are also always fearful dependents of their native headmen, and would not dare to presume to present any other report on any commission entrusted to them than what they well know is serviceable and thus pleasing to their headmen, which especially all the Land Regents, alas, experience all too well in their attentive administrations. And this is all too clearly experienced upon closer examination, immediately or even long thereafter, in the daily reports and accounts concerning surveys of plantations, gardens and all kinds of other lands entrusted and carried out in such manner. A fresh proof of this is seen in the report recently submitted by the First Surveyor Toenander concerning a cinnamon garden situated in the village of Denepittie in the Matura Dissavony, where a million cinnamon trees were stated by the native commissioners appointed for the survey thereof, yet the Honourable Dissave Fretz, as appears from the transmitted compendiums of the years 1785/6 and also of the following year, upon closer and accurate examination, found only thirty thousand trees in it, which indeed makes a very remarkable difference. Thus the dispatching of all such low dependents to all such important commissions is all too certainly, and in my opinion serves best to be avoided as much as possible in all more or less weighty affairs, as long as the headmen have such great overriding power over all their subordinates. And this will appear even more clearly if one will only please examine the annual reports, mentioned in his compendium by the native Shabandar here to the overseer of the Galle Korale, of the four appuhamies or native commissioners, who then also, according to the custom of the country, surveyed the condition of Duvitoere, to which he also always appeals in his justification or report; and it is certain that, according to the substantial force and findings of the later information, one will immediately
Dutch transcription
2023 „door uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: opgedraage kom„ „missie na behoorg en te gelijken tijd te volbrengen; Deeze Landmeeter is een Man, die voor deese zoo importante kolonie, meer andere wigtige geschiktheeden heeft, ge„ „lijk uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: dit ook zelve zeer wel bekend is, hij heeft zig, volgens het algemeene ge„ „tuijgenis ter zijner eere, altoos onbesprooke en geheel vrij van alle eijge belang gedraagen, en zijne aanvetrouwde kommissien met de meeste trouwe en aandagt volbragt. Hij is een Man van goede zeeden en van een onbesprooke wandel, en het is dus, na mijne inzien, niet waar„ „schijnelijk dat hij, zig in alle zijne voorige kommis„ „sien met zoo veel goedkeuring en eere gedraagen heb„ „bende, nu in deese zijne aansetrouwde nauwkeurige opneemingen van het Landschapje Duuitoere, waar bij hij geen het minste eijge belang heeft, niet eeven verdienstelijk en opregt zoude gedraagen hebben, en durven aanbieden de door hem desweegens overgelegde Berigten met solemneelen eede te bevestige, wanneer hij van de zuijvere en opregte waarheijd van Derzelver inhoud niet ten vollen verzeekerd, was, waar voor men niet de minste waarschij„ „nelijkheijd kan aanwijzen Deeze Land-Meeter nu is om zijne groote geschiktheeden meede een zeer nuttig en noodzaakelijk Man voor deese deese kolonie, het geen niemand zal willen teegen „spreeken, en dus is zijn vertrek van dit Eijland, waa „rom hij zeedert zoo instantig verzogt. heeft, en waart hij zig reeds berijd, na mijne gedagten, meede een groo verlies, het welk zoo ligt niet zal hersteld worden, en daar nu deese bijde officieren Mannen van eer, trouw en beproefde kennis zijn, en daar van de schriftelijk lof getuijgenissen van uuwel Ed: Gestr: Groot Achtb tot hunne bijzondere voldoening in deese draagen, zal s niemand verdenken dat Jk hun ook als zoodanig aan „merke en agte, en hun tot het opneemen der waaren „steldheijd van 't zoo aangeleege Landschapje Duwitoere en nog wel na de mij van daar toegekoome nadeelen berigten, benoemd hebbe, en zeeker het gelegde herhaald „terdikt op deese zoo pligtelijke en aangeleegene verigtin als ten hoogste op merkelijk beschouwe, en wel te mee „der als daar voor nergens eenige de minste noodzou „kelijkheijd voorkomt, en het ook zelfs niet eens bij r „ Edele Gestr: Groot Achtb: boovengem: Resolutie van den 21:' october J:2: als door mij beklaagd, aangelaald of vermeld. werd. # Heb Ik deese an de hier booven gem: zoo kundige offic „ren toevertrouwd kommissie volkoomen na de door uwe „Edele Gestr: Groot Achtb: zelve voorgestelde en door a geeerde briskenbeek No: 108 2024 geeerde Regeering te kolom bo geapprobeerde order, inge¬ „rigt, en Jk zoude mij bij die bijzondere aangeleegend„ „heijd van geene gewoone Jnlandsche Gekommitteerden, /:gelijk Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: bij derzelver aan„ „merkinge wel willen begrijpen dat, na slands gebruijk„ had behooren te geschiede, niet hebben konnen bedienen ^ wijl„ voor eerst, de allergeschikste onder zoodanige lieden daar toe geene half voldoende kennis hebben, dat mij niemand zal teegenspreeken. Ten tweede, Dat ook zoodanige Lieden altoos vreesagtige af„ „hankelingen van hunne Jnlandse Hoofden zijn, en niet„ zouden durven onderstaan eenig ander Berigt over 4: eenige hun toevertrouwde kommissie voortestellen, dan 't geen ze wel weeten dat hunne hoofden dienstigen en dus welgevallig is, het geen voor al de Land-Regenten, he„ „laas! in hunne aandagtige bestieringen maar al te zeer ondervinden, en men bij de dagelijkse Rapporten en Berigten weegens aanvertrouwde en op diergelijke wijzen volbragte opneemingen van plantagien, Juijnen en van allerlije andere zoorten van gronden, bij naderon¬ „derzoek, dadelijk, en ook wel eerst lang daar na, maar al te duijdelijk ondervinden, en waar van men bij't deeser daagen door den Eerste Land- Meeter Toenander nader ingediend Berigt weegens een in 't Dorp Denepittie in de de Matureesche Dessavonij geleege kanneel Tuijn, een versch bewijs ziet, wije daar een Millioen kanneel bon door de tot den opneem daar van benoemde Jnlandsche Gekommitteerden opgegeeven waaren, en de E: Dessave Fretz, blijkens de overgezonde Compendiums van de Ja „ren 1785/6. en ook van 't naast volgende Jaar, er egter bij nader en nauwkeurig onderzoek, maar Dertig Ee „send boomen in gevonden heeft, het geen al een zeer aa „merkelijk verschil uijtmaakt, dus is het afvaardigen en alle zoodanige laage afhankelingen, tot alle diergel „ke aangeleegene kommissien al te zeeker, en dienst„ mijne gedagten, in alle min of meer gewigtige betrekt „gen, zoo veel doenlijk best vermijd te worden, zoo lange de Hoofden, een zoo groote overwigten vermoogen op alle keda hunne onderhoorigen hebben, en dit zal nog duijdde blijken, wanneer men maar gelieft nategaan de Jaar „lijkse door den Jnlandsch Sabandaar alhier bij zijn Com „pendium aan den opziender der Gale korle vermelde Rapporten van de vier appoehamijs of Jnlandsche Ex„ „kommitteerden, die dan ook, na slands Gebruijk de gesteldhijd van Duvitoere, waarop hij zig bij zijne ver„ „andwoording of verslag ook altoos beroept, hebben opge„ „noomen, en het is zeeker dat men, na de weesendlijk kragt en bevinding der laatere onderrigtinge aanstond zal Beidkenbeek No: 108
English
will understand how they can and may be regarded and accepted. Thirdly, in Your Right Honourable, Highly Esteemed, and Very Worshipful Sir’s own proposal regarding the annual inspection of the accepted improvements of Duwitoere, mention is only made of dispatching a commission assisted by a surveyor thither for that purpose, but nowhere do I find it noted that this ought to consist of native commissioners, as is customary for inspecting lands requested for cultivation. In this, the late Honourable Mr. Falck, with his discerning insight, would not have consented either, and they also lack sufficient knowledge for such a specific, precise inspection of so extensive a district, even if they possessed the further requisite aptitudes and integrity for it. It is certain that Your Right Honourable, Highly Esteemed, and Very Worshipful Sir, with this your own proposed stipulation on the day of the proposed acceptance for the improvement of Duvitoere by the Maha Mudaliyar Dias, earnestly intended that the most knowledgeable and in all respects most suitable persons would be appointed for this purpose, upon whose clear and well-trusted reports one could safely rely, and thereby by no means intended timid dependants, and thus not at all the native commissioners. Since I have in this respect also complied with the particular and useful objective of Your Right Honourable, Highly Esteemed, and Very Worshipful Sir, I cannot well understand how the same can and will charge against me that for the commission appointed by me for the precise inspection of the aforementioned district, and that too in an extraordinary respect and context according to the custom of the country, I have not appointed ordinary native commissioners. I remain assured that the Honourable Supreme Government of these Lands, whose discerning eye this will not and cannot escape, will also favourably do me the justice to understand that my commission appointed for a precise inspection of that district was not only determined in good faith and after dutiful deliberation, properly and as it ought to be, and arranged according to the order and true objective prescribed to me by Your Right Honourable, Highly Esteemed, and Very Worshipful Sir yourself, but that I also appointed such persons for it as were best suited thereto, and upon whose faithful and knowledgeable findings one could safely rely. Thus I have in no way deserved that to me, by Your Right Honourable, Highly Esteemed, and Very Worshipful Sir, and that too upon the bare and entirely unsubstantiated statement of a native chief, who himself had so much self-interest in the matter, a public, repeated interdict has been issued, through which, to the highest degree of diminution, and through the subsequent appointment of an extraordinary commission for the inspection of Diwitoere—while I had already declared that I would proceed thither myself as soon as possible for that purpose, and was also present there two days before the arrival of these commissioners—I was completely obstructed in the proper execution of that which I, with so much good insight and deliberation, was bound to observe by honour, office, and duty, and indeed with all diligence. Consequently, through this entirely undeserved public exposure, a most oppressive infringement has been inflicted upon the subordinate authority entrusted to me in this great province by the said Honourable Supreme Government, which I certainly regard as a great and entirely undeserved grievance. I am also well assured that the Honourable Supreme Indian Government, to whose lawful and equitable protection I appeal in this matter, will not let this pass unnoticed, and that the equitable satisfaction which I promise myself from the justice of the same with all confidence will soon be granted to me, and which I await with the greatest respect and submission. Fourthly, in my view, I have already repeatedly and also in this memorandum fully demonstrated and proven that I not only appointed and dispatched an extraordinary commission to Duvitoere with good and well-considered insight, but that this was also necessary in its commencement and even more so in its continuation, and ought not to have been postponed if one wished to be properly informed of all matters of consequence in good time, and so that the First Surveyor Toenander would not be delayed in returning to his so important and undertaken work at the canal cutting in the Morruakorle in the Disavany of Mature, on which also much depended. Thus I am in no way guilty of the least actual disobedience to Your Right Honourable, Highly Esteemed, and Very Worshipful Sir's command in this case, no more than in all others in which, after proper deliberation of matters and circumstances, and with the best intentions for the good, I have had to deviate according to my abilities within this my subordinate authority, just as I have already cited some instances of this above, which were not imputed to me as accidental, much less as an intentional disobedience, and as I well trust will also not be imputed to me in this matter by the Honourable Supreme Indian Government.
Dutch transcription
2025 zal begrijpen hoedanig die konnen en moogen aan„ „gemerkt. en aangenoomen worden. Ten derde, word bij uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: eijge voorstelling tot de Jaarlijkse opneeming van de aange„ „noome verbeeteringen van Duwitoere maar alleen ge„ „sprooken om ten dien eijnde een kommissie geassisteerd van een Land Meater derwaards aftevaardigen, dog ner„ „gens vind Jk aangeteekend dat die uijt Jnlandse Ge„ „kommitteerden, zoo als gewoonlijk tot het visiteeren der gronden, die ter bebouwing verzogt worden, zoude moe„ „ten bestaan, waarin de nu zaalige Edele Heer Kalck in zijn zoo kundig door zigt ook niet zoude bewilligt hebben, en die ook tot eene zoo bepaalde naauwkeu„ „rige opneeming van een zoo uijtgestrekt Landschap, geene genoegzaame kennis hebben, al hadden ze er ook de verdere vereijschte geschiktheeden en braafheijd toe, en het is zeeker dat Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: met deese zijne eijgene voorgestelde bepaaling ten daage der voorge„ „draage aanneeming ter verbutering van Duvitoere door den Mala-Moddeljaar Dias wel ernstig gedagt 6 6 heeft dat daar toe de kundigste en in allen opzigten meest geschikste perzoonen zouden benoemd worden, op welker duijdelijke en wel vertrouwde Rapporten men zig gerustelijk konde velaaten, en daar meede geene Schroomagtige schroomagtige afhankelingen, en dus geheel noodan „de Jnlandse Gekommitteerden beoogd heeft, en alsoo Jk in deese opzigte ook aan het eijge en nuttig oog„ „merk van uwel Ed: Gestr Groot Achtb: voldaan, en kan dus niet wel begrijpen hoe hoogst Dezelve Mij ke en wel wil ten lasten brengen dat Ik tot de door mi benoemde kommissie ter nauwkeurige opneeming in het voorm: Landschapje en nog wel in een buijten ge„ „woon op zigt, en betrekking, na slands gebruijk, geen gewoone Jnlandse gekommitteerden benoemd hebbe„ en Jk houde Mij verzeekerd dat de Edele Hooge Regie „ring deeser Landen welker doorzigtig oog dit niet zal of kan voor bij gaan, Mij ook wel gunstig het Reg„ zal doen van te begrijpen dat mijne tot een nauwkeuire opneeming van dat Landschapje benoemde kommis„ niet alleen ter goeder trouwe, en na een pligtmaatig overleg, wel en na behooren bepaald, en, volgens de door uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Mij zelve woorn „schreeve order en waare oogmerk ingerigt is, maar dat Jk daartoe ook zoodanige perzoonen benoemd he „be als zig best daar toe schikten, en op welker getrouw en kundige bevinding men zig gerustelijk verlaaten konde en dus in geenerlije opzigte verdiend hebbe dat Mij„ door Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb:, en nog wel Brickenbeek zien d No: 108 Op ƒ 2026 op de bloote en geheel onbekleede voorgaave van een Jnlands Hoofd, die bij de zaak zelve zoo veel eijge be„ „lang had, een publiek herhaald interdikt voorgeschree„ „ven is, door welk, ten hoogste verkclijning verbad, en door de daar op nog gevolgde benoeming van een buijten gewoone kommissie ter opneeming van Di„ „witoere, terwijl Jkreeds verklaard had, Mij zelve ten dien eijnde ten eerste derwaards te zullen begeeven, en Mij ook twee daagen, voor de aankomst deeser Gekom„ „mitteerden, aldaar bevond, Ik volkoome belet wierd in de behoorlijke uijtoeffening van het geen Jk met zoo veel goed inzigt en overleg„ Eer, Ampts en pligtsweegen verbonden was, en wel met alle aandagt te betragten, en dus bij de geheel, onverdiende opentlijke ten toon stel„ „ling een geheel drukkende inbreuk in het Mij door gem: Edele Hooge Regeering toevetrouwd ondergeschikt Gezag in deese groote Provintie toegebragt is, het geen Jk zee„ „ker als een groote en geheel onverdiende verongelijking aanmerke, en Mij ook wel verzeekere dat de Edele Hoog Indische Regeering, op welker regtmaatige en dillijke Bescherming Jk mij in deese beroepe, dit ook niet onvermerkt zal passeeren en Mij dus eerlang die billijke voldoening zal toekoomen, welke Jk Mlij van Hoogst Derzelver regtmaatigheijd met alle vertrouwen beloove, en en met de meeste ersie en onderwersing verbijde. Ten vierde, heb ik, na mijn inzien, reeds te meermaalen, en ook in deese Memorie volkoome aangetoond en bewa dat Jk niet alleen met een goed en wel beraade inzigt een buijten gewoone kommissie na Duvitoere be„ „noemd en afgevaardigd hebbe, maar dat die ook in zijn aanvang en veel meer bij de voortzetting noodzaak „lijk was, en niet behoorde uijtgesteld te worden zoo me van al het aangeleegene nog bij tijds wel wilde onder„ „rigt, en de Eerste Land-Meeter Toenander niet zou„ „de opgehouden worden om tot zijn zoo aangeleege en door hem aangenoome werk bij de doorgraving in de Mor„ „ruakorle in de Dessavonije van Mature weeder te keeren waar aan meede veel geleegen was, en Jk dus aan geene„ de minste weezendlijke disobedientie van uwelEd: Ghrr Achtb: Bevel in dit geval meer schuldig benals in alle anderen, van dewelken Jk, na een goedoverleg van zaaken en omstandigheeden, en met het beste oog„ „merk ten goede, na mijne vermoogens in dit Mijn ondergeschikt Gezag wel heb dienen aftewijken, gelijke ik daar van reeds hier booven eenige gevallen aange„ ^ als toevallige veelminder als „haald hebbe, die Mij niet als eene opzettelijke Disce„ „dientie toegereekend zijn, en gelijk wel vertrouwe, Mij ook in deese aangeleegendhijd door de Edele Hooge Jndiasche gezien dris kenbeek No: 108
English
will not be imputed by the Indian Government, but rather be regarded as an equitable, proper, and even necessary mere deviation, or rather as a precise qualification for the good of the order received, and all the more so because the interdict, so painful to me, upon its first announcement, according to Your Right Honorable and Highly Esteemed’s own declaration in His Supreme Government letter of 9 May of the last-passed year, was solely based on the insinuations or information of a native chief, which were entirely unsubstantiated, and even devoid of all probability for acceptance, consisting as they did of the alleged unrest caused by two simple carpenters among a portion of an insignificant number of about forty inhabitants, concerning which I, in my respectful as well as clear memorial forwarded to Your Right Honorable and Highly Esteemed on that day, endeavored to present the best explanations to His Supreme conviction, and thus for the sake of such a man, and indeed without even being heard on the matter, I was summarily and entirely arbitrarily impeded and obstructed in my well-considered performance of duty for the benefit of the country and to the honor of the present Government, and thereby exposed to the whole world as a man who was mistrusted, and upon receipt of the said interdict, repeated on 11 June 72, I immediately ordered the First Surveyor Toenander to suspend, until further orders, his surveys and observations in the small district of Divitoere, which had then advanced so far, because the honored Government of this Government, or rather Your Right Honorable and Highly Esteemed in the fullness of his authority, saw fit to do so, and I myself, while seeing myself so entirely undeservedly affronted by the commission that had arrived from Kolombo with so much fuss and rumor, and being also in Diwitoere, stayed there only a short time, and solely to make a superficial and passing inspection of that small district, and with the greatest cordiality provided those gentlemen commissioners with all conveniences and satisfaction for the execution of their entrusted commission, regarding which I, in this my by no means insignificant post entrusted to me by the Noble High Government of these lands, was given not the least disclosure, and those gentlemen even refused to let me read their accompanying instructions, and even after the return of this commission, did not even have the timbers surveyed and indicated by the said two carpenters brought hither, which could easily have been done, and also, for further information, was quite proper, but was not done by me, because I had repeatedly been forbidden to proceed further with my specific surveys regarding the aforementioned small district, and had once again and very strictly been ordered to suspend them until further orders, which I then complied with in all dutiful submission, however much it pained me, and thus exhibited in this matter as great a proof of obedience and submission as any supreme government could ever in any way demand and expect from a subordinate magistracy, which aims at what is good, useful, and proper, and thus entirely dutifully necessary, and endeavors to execute it for the benefit of the country and to the honor of the Government, to whose attentive regard we are all called and bound, in such important and delicate circumstances; in the presentation and announcement of which Your Right Honorable and Highly Esteemed certainly did not think that it could by no means serve to encourage me in the service of our Lords and Masters, and only conceived and considered this in favor of the Maha Mudaliyar in his private letter written to me, mentioned here before, regarding my provisional memorial sent on 25 May 172. Fifthly, that as far as the present true condition of the small district of Diwitoere itself is concerned, this can, in my opinion, best be understood from the submitted reports of the First Surveyor Toenander and the Engineer Johannes, who base their determinations on their own findings, and not on the allegations and information of others, and both declare their readiness to confirm their submitted reports concerning this with a solemn oath, and it serves, in my view, as no proof that there would not be a sufficiently substantial quantity of good timber in that small district because, as they say, it has never been brought out of it before, since one first of all knows very well the usual indifference of the native, who, to satisfy his habit, prefers to go search and fetch a few hours further away what he, with attention and specific observation, could indeed obtain closer and with more ease; and is always inclined and ready, out of the sight of his native
Dutch transcription
2027 Jndiasche Regeering niet zal toegedagt, maar als een billijke, betaamelijke en zelfs noodzaakelijke bloote af„ „wijking of liever als eene nauwe bepaeling ten goede van het ontvange Bevel aangemerkt worden, en wel te meer, wijl het voor Mij zoo gevoelig Interdiket bij zijne eerste aankondiging, volgens uwe Ed: Gestr: Groot Achtb: eijge verklaaring, bij hoogst desselfs Regeeringe brief van den 9=e Maij des laast gepasseerde Jaars, al„ „leen steund op de aangewangen ofe onderrigtingen van een Jnlands Hoofd, die geheel onbekleed, en zelfs van alle waar„ „schijnelijkheijd ter aanneeming ontbloot waaren, als in de pretense onrust door twee eenvoudige Timmerlieden on„ „der een gedeelte van een onaanmerkelijk getal van omtrend veertig ingezeetenen, bestaanden, waar van Jk uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: bij mijn ten dien daa„ „ge toegesduikte, zoo eerbiedige als duijdelijke Memorie, de beste verklaaringen tot Hoogst Desselfs overtuijging tragte voortestellen, en dus om de wille van een zooda„ „nig Man, en wel zonder eens daarover gehoord te zijn zoo maar aanstonds en dus geheel wille keurig in Mijne welbedagte pligts betragtingen tot nit van den Lande en tot eere der teegenwoordige Regeering ben belet en teegen gehouden, en daar door als een Man, Die men mistrouwde, voor de geheele waereld ten zoon gesteld wierd, wierd, en Jk op den ontvangst van het op den elfde Junij 72. herhad sod of Jnterdiket dadelijk den En Land- Meeter Toenander gelast hebbe zijn begonnen als doen zoo verre gevorderde op en waarneemingen in het Landschapje Divitoere, tot nader order, te staaken, wijl de geeerde Regeering deeses Gouvern „ments of lievertuwel Ed: Gestr: Groot Achtb: in de volheijd van zijn Gezag het alzoo goed dagt, on Jk zelve, terwijl Jk mij de van kolombo met zo veel op hef en gerugt overgekoome kommissie zou geheel onverdiend voor het hoofd gesteld zag, en meede te Diwitoere was, Mij, maar wijnig tijds, en allee tot het doen van eene oppertlakkinge en doorloopende beschouwing van dat Landschapje, aldaar opgehou en die Heeren Gekommitteerden met de meeste hart „lijkhijd alle gemaken genoegen tot het volbrenge van hunne aanvertrouwde kommissie toegebragt hebbe, van welke Mij in deese Mijne gantsch niet onaanmerkelijke en door de Edele Hooge Regee„ „ring deeser Landen tovertrouwde standplaats geene de minste oopening gegeeven is, en Mij die Heeren zelfs, het leesen van hunne meede gegeeve Instrat „tie gewijgerd hebben, en zelfs na de terug keering deeser kommissie, niet eens de door de bewuste twee ezien Brickenbeek N. No: 108 2028 twee Timmerlieden opgenoome en aangeweesene hout„ „werken na herwaards heb laaten brengen, het geen ge„ „makkelijk had konnen geschieden, en ook, tot na„ „der onderrigting wel zoo behoorde, dog door Mij niet gedaan wierd, mijl Mij bij herkaaling verbooden was met mijne bepaalde opneemingen met betrek„ „king tot voormn: Landschapje verder voort te vaaren, en andermaal en wel zeer ernstig gelast wierd die tot nader order te staaken, waar aan, Jk dan ook in alle pligtelijke onderwerping, hoe zeer het Mij ook smerte, voldeed, en dus in deese een zoo groot bewijs van gehoorzaamheijd en onderwerping voorstelde als immer eenige opper-Regeering van een onderge„ „schikt Regendschap, Dat het goede, het nutte, en betaamelijke, en dus het volkoome pligtelijke nood„ „zaakelijkke, voor heeft, en tot nut des Lands en tot eere der Regeering, tot welker aandagtige betragting wij allen geroepen en verbonden zijn, tragt uijttevoeren, in zooda„ „nige aangeleege en Delikaate omstandigheeden eenig„ „zints vorderen en verwagten kan, bij welker voorstelling 5 en aankondiging uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Zee„ „ker niet gedagt heeft dat het mij gantsch niet tot aanmoediging in den Dienst onzer Heeren ende Meesters konde oplijden, en zig dat maar alleen ten faveure faveure van den Mala-Modeljaar bij desselfs aan Mij hier vooren verm: op mijne overgezonde provisi¬ „oneele Memorie van den 25. Maij 172: geschreeve par „tikuliere Briev voorstelde, en in agting nam. Ten vijfde, Dat wat de teegenwoordige waare gesteldheijd van het Landschapje Diwitoere zelve betreft, men na mijne gedagten, dit best zal konnen begrijpe uijt de overgelegde Berigten van den Eerste Land= Meeter Toenander en van den Ingenieur Johan¬ „nes, Die hunne bepaalingen op eijge bevinding, en mit op de voorgaaven en onderrigtingen van anderen gra „den, en Bijden verklaaren berijd te zijn Hunne des „gens overgelegde Rapporten met solemneelen eede te bevestigen, en het, na mijn inzien, tot geen be „wijs strekt dat in dat Landschapje geen genoeg„ „zaam aanmerkelijk getal van goed Timmer„ „hout zoude vallen, om dat het er nooijt te vooren zoomen zegt, uijt afgebragt is, wijl men voor eerst zeer wel kend de gewoone onverschilligheijd van den Jnlan „der, die liever, om aan zijne gewoonte te voldoen, een „ge Uijlen verder gaat op zoeken en haalen, dat hij vde aandagt en bepaalde opmerking, wel nader en met me gemak zoude konnen magtig worden; en altoos ge„ „neegen en berijd is om buijten het oog van zijne Jnland „sche Briekenbeek No: 108
English
to work most noteworthy and in that consideration would rather work a distant forest than one situated nearby even if it costs them more effort, because their wages, consisting of a little maintenance or mantimentos, remain the same, and they can far more easily indulge their natural indolence outside; One also sees daily indigenous products, appearing as if spontaneously, brought down from places where they were thought to exist, and from where they were never fetched before, and this was recently shown in this Province and quite nearby when, through some disputes between the inhabitants of the villages of Mallidoewe and Magiddere, which form the boundary separation between the District of the Galle Talpepattoe and the Matara Dessavony, it was fully proven that not only very good Cardamom grows there, but even in great abundance, from which Districts, as far as is known, it was never brought down before, and therefore also the now retired overseer of the Galle Korle, van Thijlingen, in his Compendium submitted these days, simply declared outright that no Cardamom grows in the Galle Korle, because he, as appears from the Report submitted thereafter by the junior merchants Hendrik Levin Marthaze and Pieter de vos, possibly having been in this post of his for only a short time, had no knowledge of this recent finding in those Districts, or this escaped his attention during the drafting of his Report. Sixthly, I do not intend by these two remarks to present great proofs that truly very much and good timber would be found in the District of Duvitoere, and even less that the present contractors for the improvement of that District would have destroyed very much of it on the chena lands cleared and burned by them, yet it is certain that some good timber is found, and much of it has been destroyed or burned by the present contractors, and this your Honorable, Valiant, Highly Esteemed Sirs acknowledge yourselves, and thus it would here only come down to the greater or lesser number and to the absolute necessity of this destruction, which would best have been clarified if the aforementioned First Land Surveyor Coenander had not been prevented from his very important surveys and observations by the aforementioned interdict, and the timbers already surveyed and marked, to a number of sixteen thousand six hundred and fifty-five trees, had been ordered to be brought down hither, as far as this could in any way be done and was to be accomplished with little effort, and which subsequently could and might have been further examined with all accuracy by the master carpenters present here, of whom the most skilled at that time suffered from a broken leg and thus could not be employed for that survey at Duvitoere itself, and also by other capable and trusted carpenters to be sent hither from Colombo for that purpose; but out of obedience to your Honorable, Valiant, Highly Esteemed Sirs' order, this was not permitted to happen, whereby this part of the remarkable observation concerning the state of that District remains in great uncertainty or incompleteness, and now, so long after the aforementioned survey, can no longer be proven regarding the number of the aforementioned trees, and could only for a small part still be cleared up by the, in this case, very pertinent declaration of three members in your Honorable, Valiant, Highly Esteemed assembly, the Honorable Head Administrator Sluijsken, Dessave Fretz, and Trade Bookkeeper Samlant, who have been overseers of the Galle Korle for many years, and thus will best be able to state whether in their frequent regional tours they ever traversed the deep and dense forests of the small territory of Duvitoere and attentively surveyed and observed the trees that were present therein and are still to be found for their greater or lesser suitability as timber, from which one certainly could obtain quite some clarification and certainty in this matter, and which possibly, upon a proposal from your Honorable, Valiant, Highly Esteemed Sirs, might still be done by those gentlemen, and thus accomplish that to which your Honorable, Valiant, Highly Esteemed Sirs on the day of your High Deliberation possibly paid no attention, or else regarded and passed over the same as not serving the matter, in which latter respect I then also do not propose it and much less recommend it, readily considering my limited insight as well as the authority entrusted to me in this Province subject to your High Esteemed more enlightened knowledge and higher order. Seventhly, I have already clearly demonstrated herebefore that the son of the Maha Mudaliyar, who upon written and oral instruction from his father the improvements
Dutch transcription
2029 „sche meest aanmerkelijke woorden te arbijden en in die betragting liever een ver als een nabij geleege Bosch zullen bearbijden al kost het hun ook meer moeijte, wijl hunne loon in een wijnig onderhoud of Mainc¬ „tementos bestaande het zelfde is, en zij buijten of veel ligter aan hunne natuurlijke traagheijd voldoen konnen; Men ziet ook dagelijks als van zelven voortkomende Jnlandsche produkten afbrengen van plaatsen daar men dagt dat ze waaren, en van waar ze nimmer gehaald wierden, en dit is nog on„ „langs in deese Provintie en wel na bij gebleeken wan„ „neer door eenige verschillen tusschen de Jngezeetenen van de Dorpen Mallidoewe en Magiddere, die de Limiet Schijding tusschen het Distrikt van de Gaal, „sche Talpepattoe en de Matureesche Dessavonij uijt „maaken, volkoome beweesen wierd, dat aldaar niet alleen zeer goede Cardamon maar zelfs in groote overvloed groeijd, uijt welke Distrikten, voor zoo verre men weet, ze nimmer te vooren afgebragt wierd, en daarom ook door de nu afgegaane op ziender der Gale Korle van Thijlingen, bij zijner deeser daagen ingediend Compendium, maar regt uijt ver„ „klaard heeft dat in de Gale korle geen Cardamon groeijd, wijl hij van deese onlangs gedaane bevinding bevinding in die Distrikten, blijkens het daar na door de onderkooplieden Hendrik Levin Martha „ze en Pieter de vos overgelegde Rapport, moogelk als maar korte tijd in deese zijne bediening geweer zijnde, geen kennis heeft, of dit zijne aandagt, d het opstellen van zijn Berigt ontvallen is. Ten sesde, wil ik deese bijde aanmerkingen ook tot gr „te bewijsen aanduijden dat er waarlijk zeer veel en goed Timmerhout in 't Distrikt van Duvi„ „tbere zoude gevonden worden, en nog veel minder dat de teegenwoordige Aanneemers der verbee„ „tering van dat Distrikt zeer veel daar van op de door hun gekapte en verbrande Chenassen zoude vernield hebben dog het is zeeker dat er eenig goed timmerhoud gevonden word, en veel daar van door de teegenwoordige Aanneemers, vernield of verbran is, en dit erkennen uwel Ed: Gestr. Groot Acht zelven, en dus zoude het hier maar op het meer of minder getal en op de volkoome noodzaakelijk „heijd tot deese vernietiging aankoomen, het welk zig best zoude verklaard hebben wanneer de voorn Eerste Land- Meeter Coenander door het boor „gemeld Jnterdikt van zijne zoo aangeleege op en waarneemingen niet waare belet geworden en gezien Krickenbeek No: 108 2030 en men de reeds op gewoome en aangeweese hout„ „werken tot een getal van sestien duijzend ses hondert vijf en vijftig boomen hierwaards had laaten afbrengen, zoo verre dit maar eenigzints geschieden konde, en met wijnig moeijte te volbrengen was, en die vervol„ „gens door de alhier zijnde Timmer-Baasen, waar van de kundigste ter dier tijd aan een been breuk laboreerde, en dus tot die opneeming te Duvitoere zelve niet konde gebruijkt worden en ook door ande, „re van kolombo ten dien eijnde herwaards te schik„ „ken bekwaame en wel vertrouwde Timmerlieden na„ „der met alle nauwkeurigheijd hadde kunnen en moog„ onderzogt worden, dog uijt gehoorzaamhijd, van uEel Edele Gestr: Groot Achtb: Bevel niet heeft moogen geschieden, waar door dan dit gedeelte der opmerke„ „lijke beschouwing over de aangeleegendhijd van dat Distrikt in groote onzeekerhijd of onvolkoomenthijd blijft, en nu zoo lange na de voorm: opneeming voor het getal der voorm: boomen niet meer te bewijsen is, en alleen nog voor een klijn gedeelte zoude konnen #ƒ opgehekderd worden door de in dit geval, wel aangelee„ „ge verklaaring van Drie Leeden in uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: vergadering, de E:s Hoofd Admini„ „strateur Sluijsken, Dessave Fretz: en Negotie Boekhouder 05 Boekhouder Samlant, Die veele Jaaren op zienden der Gale korie geweest zijn, en dus best zullen kin„ „nen opgeeven, of ze in hunne veelvuldig Landsoeten immer de Diepe en digte Bossen van het Land„ „schapje Duvitoere door kruijst in met aandagt de daar ingeweest zijnde en als nog te vindene Boomen voor hunne meer of minder aanneeming tot Tim „merhout opgenoomen en betragt hebben, waaruijt men zeeker in deese vrij veel opheldering en verzee„ „kering zoude konnen bekoomen, en dat moogelijk op voorstelling van Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: nog wel door die heeren zoude gedaan, en dus dat geene volbragt worden waar op uwel Ed: Gestr: Groot Achtb:, ten daage van Derzelver Hooge Deliberatie moogelijk niet gelet, of wel het zelve all niet ter zaake dienende aangemerkt en gepasseerd hebben, in welk laaste opzigt Ik het dan ook niet voorstelle en veel minder aanbeveele, als gereedelijk mijn bepaald door zigt zoo wel, als aanvetrouwd Gezi in deese Provintie onder Hoogst Derzelver meer Eer „ligte kennis en Hooger Betel onderworpen agtende. Ten seevende, Heb Jkreeds hier vooren duijdelijk angetoond dat den zoon van den Maha Moddeljaar, die op schrif„ „telijke en mondelinge Jnstruktie van zijn vader de ver„ „beeteringen gezien Krickenbeek No: 108
English
2031 improvements of the district Duuvitoere upon himself, was properly informed by me, which I however could have avoided in the beginning, of the commission assigned to the First Land Surveyor Toenander, and accompanied him on his first and third journey to that district, and subsequently was also there with me personally, and remained there until the departure of the Honorable Commissioners Raket and van Schuler, and that upon his insistence he was excused from accompanying the said Land Surveyor on his second journey thither, and I could not act otherwise in this matter, because the father, though actually the contractor of that work, was in Colombo, and, due to his appointment and summoning to Your Right Honorable Maha and Porta Mudaliyar in Colombo, was unable in his own person to occupy himself with this work for more than merely a couple of months, but left this to his son, who thus had to be the actual and local person responsible for the actions under investigation, for which I, according to his own testimony, also held and regarded him, and that I in no way deserve the remarks of Your Right Honorable in their aforementioned Resolution, as if I had bypassed both father and son in this entire circumstance and had not called them 265 to the investigation determined by me, but also in that respect conducted myself with all modesty, just as I also hold myself assured that this will likewise be understood as such by the Noble High Government of these lands, and I shall thus be completely acquitted, to my great satisfaction, of all wrong or one-sided actions in this matter. The Maha Mudaliyar could not or was not permitted to be invited by me to this provisional inspection; he could always appear at the further inspection, to which I resolved myself before submitting any Report, if he deemed that necessary, and it is not unlikely that this entire dutiful investigation determined by me would have been entirely prevented if I had given prior notice of it to such a shrewd man, because I was already publicly forbidden to proceed with it upon his mere representation, and indeed without first hearing me on the matter, without any circumstance calling for the actual necessity thereof, and it is completely certain that, if the so dutiful commission determined by me had been permitted to take its proper course, and I had not in such a harsh, unheard-of, and entirely undeserved manner, both by the sending of an extraordinary commission into a my Krickenbeek No: 108 2032 province entrusted to my care by the Noble Company, while I had clearly declared that I myself would proceed to Duvitoere with experts for a further investigation of matters, and thus as if I might not or could not be trusted therein, but also by the repeated interdict that long preceded the appointment and speedy dispatch of this commission, been publicly exposed, never would so much commotion have been made or written about this matter, but the so precious time used for it would have been spent on other more useful matters, which certainly cannot or will not be blamed on me, because I have given not the least grounded reason for it, unless it must be, which cannot well exist, a crime in a subordinate distinguished regency, that one observes with all attention that which one is bound to in actual loyalty and honor, which I was truly obliged and bound to do in this high post entrusted to me, which the Noble High Indian Government will also certainly be pleased to note, and thus completely acquit me of all wrong conduct in this matter. I have, concerning the interdict as well as the dispatch of the abovementioned commission, in my quite considerable dignity as Commander of this Province, and in consideration of being allowed to flatter myself with having always observed and complied with the Service of the Noble Company with all loyalty, zeal, and devotion, and with the utmost precision, considered and declared myself wronged in the highest degree, and can still not view it otherwise, as long as it is not demonstrated to me that I actually deserved such harsh and highly sensitive treatment from Your Right Honorable, to whom I am bound with such high and close relations both in the Service of the Noble Company in this Government and outside of it; who has never been able to indicate to me any actual violation of orders, or neglect of duty, and from whom I, especially in this case, might have hoped for an entirely different treatment; and, if I might or could not be considered sufficient to accomplish, according to my assumption and declaration, the necessary inspection of the district Duvitoere, with the assistance of those I myself thought best suited for it, at least expect that to me the Chief Administrator Sluijsken, or the Dissave Fretz, who had both for long years been District Regents and overseers of the Galle Korale, and not, like the abovementioned Honorable Commissioners, ignorant briskenbeek No: 108
Dutch transcription
2031 „beeteringen van het Landschapje Duuvitoere op zig genoomen heeft, door Mij, dat Jk egter in den begin„ „ne had konnen vermijden, behoorlijk van de aan den Eerste Land-meeter Toenander opgedraage kommis„ „sie onderrigt is, en hem op zijn eerste, en derde togt na dat Landschapje verzelde, en er vervolgens ook met Mij zelve geweest, en tot het vertrek der E: Gekom„ „mitteerden Raket en van Schuler, aldaar gebleeven, is, en wij op zijne aanhouding verschoond wierd gem: Land Meeter op zijn tweede togt derwaards te verzellen, en ik hier in niet anders konde handelen, wijl de vader, Schoon eijgentelijk Aanneemer van dat werk, te ko¬ „lombo was, en zig, door zijne benoeming en oproeping tot uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Ma„ „ha en Porta Moddeljaar te kolombo, niet dan enkeld een paar Maanden met dit werk in eijge perzoon heeft konnen bemoeijen, maar dit zijn zoon overgelaaten heeft, die dus de eijgentlijke en plaatzelijke verandwoorder der onderzogt wordende handelingen moest zijn, waar voor Jk hem, volgens zijn eijge getuijgenis, ook gehouden en aan„ „gemerkt hebbe, en de Aanmerkingen van uwel Edele Gestr: Groot Achtb:, bij derzelver voorm: Resolutie, als of Jk en vader en zoon in deese geheele omstandigheijd voor bij gegaan en bij het door Mij bepaald onderzoek niet geroepen ngen 265 geroepen had, in geenen deelen verdiene, maar mij ook in dien opzigte met alle beschijdendheijd gedraagen heb„ „be, gelijk Jke mij ook verzeekerd houde dat dit meede zoodanig door de Edele Hooge Regeering deeser landen zal begreepen, en Ik dus van alle verkeerde of een zijdige han „delingen in deese tot mijne groote Satistaktie geleel z vrij gesprooken worden. De Mala- Moddeljaar konde of mogte door mij indese pa „visoire opneeming niet genoodigt worden, wij konde bij de nadere opneeming, waar toe Jk Mij zelve, voor h indienen van eenig Rapport bepaalde, altoos verschijnen zoo hij dat noodig oordeelde, en het is niet onwaarsch „nelijk dat deese geheele pligtelijk en door Mij bepaald onderzoeking wel geheel zoude agter gebleeven zijn, wanneer Ik daar van voor aff aan een zoo doorsleepe Man kennis ge „geeven had, wijl Mij reeds op zijne bloote voorstelling, en wel zonder Mij eerst daar over te hooren, oopentlijk verbooden wierd daar meede voorttevaaren, zonder dat eenige om„ „standigheijd de weezendlijk noodzaakelijkheijd daar van opriep, en het is volkoomen zeeker dat, wanneer de door aijbepaalde zoo pligt maatige kommissie zijn behoorlij „ke voortgang had moogen hebben, en Jk niet op zoo een ha „de, ongehoorde en geheel onvrdiende wijze, zoo wel door het zenden van eene buijten gewoone kommissie in een mijn Krickenbeek No: 108 2032 mijn belijden zorgen door de Edele Maatschappije toever„ „trouwde Provintie, terwijl Jk duijdelijk verklaard had Mij zelve met des kundigen tot een nader onderzoek van zaa„ zeeven „ken na Duvitoere te zullen begeeven, en dus ^ als of Ik daar in niet mogte of konde vertrouwd worden, maar ook door het herhaald- Jnterdikt, dat lang het benoemen en spoedig af„ „vaardigen deeser kommissie voorging, voor het publiek waare ten toon gesteld, ook minmer over deese zaak zoo veel beweeging zoude gemaakt of geschreeven, maar de daar toe gebeezigde zoo kostbaare tijd tot andere nutter zaaken besteed zijn, het geen Mij zeeker niet kan of zal geweeten worden, wijl Ikeer geene de min„ „ste gegronde aanlijding toe gegeeven hebbe, of het moeste, het geen niet wel bestaan kan eene mis„ „daad in een ondergeschikt aanzienlijk Regentschap zijn, dat men met alle aandagt betragt het geene waartoe men in weezendlijke trouw ende eere verbonden is, het welk Jk waarlijk in deese Mij aanvtrouwde hooge post verschuldigd ende gehouden was, het geen de Edele Hooge Jndiasche Regeering ook zeeker wel zal gelieven optemerken, en Mij dus van alle verkeerd belijd in deeze volkoomen vrij kennen. Jk heb Mij over het merdikt zoo wel als over het af„ „vaardigen der boovengem: kommissie in mijne genoe„ aanmerkelijke aanmerkelijke waardigheijd van Gezag voerder deesen Provintie, en in opmerking van Mij te moogen vlijen van steeds met alle trouwe, ijver ende aankleeven den Dien der Edele Maatschappije betragt en met de meeste naum „gezethijd opgevolgt te hebben, ten hoogste vrngelijkt ge„ „agt en verklaard, en kan hiet als nog niet anders aanmer „ken, zoo lange Mij niet word aangetoond dat Ik werke „lijk zoodanig eene harde en ten hoogste gevoelige behand „lingen veriend hebbe van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: aan wien, Ik met zoo hooge en nauwe betrekkingen zo in den Dienst der Edele Maatschappije in dit Gouver„ „nement; als daar buijten, verbonden ben; Die Mlij nimmer eenige weesendlijke overeeding van orders, of van pligt verzuijm heeft konnen aanduijden, en van wien Jk dul voor al in dit geval, een geheel andere behandeling had moogen verhoopen; en, zoo Jk al niet genoegdoende mog„ „te of konde aangemerkt worden om, volgens mijne aan„ „neeming, en verklaaring, de noodzaakelijke opneeminge van het Landschapje Duvitoere, met assistentie van die Jk zelve daartoe best geschikt dagte, te volbrengen, ten minste verwagten dat mij op de Heer Hoopd administateer Sluijsken, of de Heer Dessave Fretz, die bij den lange Jaaren Land- Regenten en opzienders der Gale korle ge„ „weest, en niet, gelijk de hier booven gem: E:s gekomm: onkundig briskenbeek No: 108
English
2033 could be ignorant of the situation of the Diwitoere District, and during that part of the year could best break away from their posts and limit themselves to such a commission, and could also have come hither with far less trouble and commotion, and if in addition the Dessave Mr. van Angelbeek, who is likewise close at hand and could easily accommodate himself thereto, had been joined with them for the proper fulfillment of this dutiful consideration, in which case I certainly would have had far less reason for grievance, and we could then have divided among ourselves the accurate survey of that which the First Land Surveyor submitted in his provisional Report of 8 May last concerning the condition of Diwitoere as stated by him, communicated and compared our observations in that regard with one another, and submitted in respect thereof a complete and satisfactory Report, based on our own findings and not resting on the statements or declarations of others, in which case this matter certainly would not have caused so much commotion, and likely would not have left behind such great doubts and special remarks as it has now, and thus the Noble High Government of these Lands, whose attention is directed toward so much higher and more useful ends, should not have had to be troubled with this now incomplete and very uncertain matter, as I deem and hold it to be. And since such an interdict, in my opinion entirely groundless and utterly humiliating, has been repeatedly prescribed upon my dutiful actions, and a commission of two Company servants, expressly appointed for that purpose, who are entirely unacquainted with these Districts and so inferior to the present rank assigned to me in this Government, has been placed over my head, and that for an accurate investigation of matters for which I myself had offered and declared myself ready, and also found myself present there for that purpose, which can signify nothing other than a public and humiliating mistrust, and since there appears not the slightest plausible necessity for either of these determinations of Your Right Honorable, I also think I may and must with great justice complain thereof, and consider myself highly wronged thereby so long as it is not clearly and plainly demonstrated to me that I have deserved and brought upon myself such harsh treatment; and I do not doubt in the least that the Noble High Indian Government, upon attentive consideration of these circumstances, will also regard this complaint of mine as equitable and well-founded, and on that account, through its most righteous exoneration, grant me that Justice to which I flatter myself to have so great and equitable a claim. 2034 I am, however, very far from supposing that the Honorable commissioners Raket and van Schuler, placed over my head in so humiliating a manner, who were dispatched so hastily for the proper accomplishment of this commission entrusted to them that the Instructional papers drawn up for Them reached them only during their Journey hither, would not have fulfilled their assigned task in good faith and according to their best judgment; they have certainly done this according to their ability, though mostly existing upon the Reports and statements that reached Them and the information from others, and thus not upon their own findings, and I therefore believe I may and can declare that their presumed knowledge and faithfulness could in no way be preferred to mine in that dutiful circumstance, and still less in so harsh and oppressive a manner, unless one were to pretend that mere arbitrary pleasure is a sufficient reason to inflict upon a Man, who has always conducted himself with all zeal and faithfulness and to the best of his abilities in his Posts entrusted to him in this Government, and on that account now sees himself in a more distinguished station of so much importance, and who strives to occupy it tirelessly with all faithfulness, honor, and devotion according to his best ability, merely an open humiliation, indicating nothing but mistrust, and thus most deeply felt, which he never deserved. I do not therefore strive in any respect to belittle these Commissioners in their Honorable character, or to complain of their personal encounter with me, as I have already fully declared in my separate official Letter of 30 June last, and this would also not befit me at all, since Their Honors' submitted Report regarding their presented findings on the condition of Diwitoere has been entirely accepted and adopted by Your Right Honorable in preference to the Reports submitted to that end by the Engineer Johannes and by the First Land Surveyor Toenander, and both of those Gentlemen, shortly after the completion of this commission entrusted to Them, received the clearest and open tokens of Your Right Honorable.
Dutch transcription
2033 onkundig van de gelegendheid van het Landschappe Di¬ „witoere konnen zijn, en in dat gedeelte des Jaars best uijt hunne posten konnen afbreeken en zig tot zoodani„ „ge een kommissie bepaalen, en ook met veel minder omslag en gerugt konden herwaards gekoomen zijn, en daar bij de Heer Dessave van Angelbeek, die meede digt bij de hand is, en zig ligt daar toe schikken konde tot het behoorlijk volbrengen van deese pligtelijke betrag„ „ting zouden toegevoegd zijn, wanneer Ik zeeker veel min„ „der reeden van beswaar had, en wij als dan de nauw„ „keurige opneeming van het geen de Eerste Land-Meeter bij zijn op den 8:' Maij J:oL: ingediend provisoir Rapport, weegens de door hem verklaarde toestand van Diwitoere onder ons hadden koonnen verdeelen, onze waarneemin„ „gen dien aangaande aan elkanderen bedeelen en verge„ „lijken en desweegens een volkoome en voldoend Rap„ „poort, op eijge bevinding, en niet op de aangeevingen of verklaaringen van anderen steunende, indienen, wanneer zeeker deese zaak niet zoo veel gerugt zou„ „de gemaakt, en waarschijnelijk geene zoo groote twijffelingen en bijzondere opmerkingen als nu overgelaaten. hebben, en dus de Edele Hooge Regeering deeser Landen, welker aandagt tot zoo veel hooger en nuttiger eijn„ „dens bepaald is, met deese nu on volkoome en opheel onzeekere ig onzeekere zaak, gelijk jk ze agte en houde, niet zou „de hebben behooren vrmoeijelijsch te worden. En daar nu een zoodanig, na mijne gedagten, geheel on„ „gegrond en ten uijterste verneederend Jnterdikt op mijn pligtmaatige handelingen bij herhaaling voorge„ „schreeven, en een kommissie van twee in deese Dis„ „trikten geheel onkundige, en aan Mijn toegedeelde teegenwoordige rang in dit Gouvernement zoo in„ „ferieure sComp:s daar toe expres benoemde Dienaaren voor het hoofd gesteld is, en wel tot een nauwkeurig on „derzoek van zaaken, waar toe Jk Mij zelve aanbond gereed verklaarde, en Mij ook daar toe teegenwoordig vond, het geen niet anders dan een publiek en ver„ „neederend mistrouwen kan aanduijden, en voor geen van bij den deese bepaalingen van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: eenige de minste aanneemelijke nood„ „zaakelijkheijd voorkomt, denk Jk ook Mij met groot regt daar over te moogen en te moeten beklaagen, en Mij daar meede ten hoogste vongelijkt te agten zoo lange mij niet klaar en duijdelijk aangetoond word dat Jk eene zoodanige harde behandeling verdiend en tot Mij getrokken hebbe; en Jk twijffele geenzints of de Edele Hooge Jndiasche Regeering zal in aan„ „dagtige betragting van deese omstandigheeden, dit ezien Krickenbeek No: 108 2034 dit mijn beklag ook als billijk en wel gegrond aan„ „merken, en Mij desweegens door Hoogst Desselfs regt„ „maatige ontschuldiging dat Regt doen toekoomen, waar op Jk mij vlije een zoo groote en billijk aans praak te hebben. Ik ben egter wel verre van te onderstollen dat de mij op eene zoo verneederende wijze voor het hoofd gestelde E:s gekom„ „mitteerden Raket en van Schuler, die tot het wel volbringen van deese hunne aanvtrouwde kommissie zoo spoedig afgevaardigd, wierden, dat de voor Hun Edelen ontworpe Instruktive papieren hun eerst op de Reijz: na herwaards toegekoomen zijn, Hunne opge„ „draage last niet ter goeder trouwe, en na hun beste oordeel zouden volbragt hebben; ze hebben dit zeeker na hunne zoodanig dog meest op de hun Edelen toegekoome Berigten en opgaaven, en onderrigtingen van anderen, en dus niet op eijge bevinding bestaan, en Jk vermeene dus wel te moogen en te konnen verklaaren dat hunne onderstelde kennis en trouw in geenen dee„ „len de wijnen in die pligtelijke de mijnen in die plig„ „telijke omstandigheijd, en nog veel minder op zoo eene harde en drukkende wijze mogten of konden voorgetrok„ „ken worden, of men zoude moogen voorwenden dat een enkeld welbehaagen een genoegdoende reeden is om om een Man, Die zig altoos met alle ijver ende trouwe, en na zijne beste vermoogens, in zijne in dit Gouvernement aanvertrouwde Posten gedraagen heeft, en zig uijt dien hoofde thans in een meer aanziene„ „lijke en van zoo veel belang zijnde stand plaats ziet, en die met alle trouwe, eere, ende aankleeven, na zijne beste vermoogen, en onvermoeijd tragt te bekleeden zoo maar eene opentlijke en niet dan mistrouwen aanduijdende, en dus ten hoogste gevoelige vrneede¬ „ring toetebrengen, die hij nimmer verdiende. Jk tragte dus in geenerlije opzigten deese Gekommit„ „teerden in hun Edele karakter te verklijnen, of mij ner hunne perzoonelijke ontmoeting te beklaagen, gelijk Jk reeds bij mijne aparte officiele Letteren van den 30. Junij J:=L: ten vollen verklaard hebbe, en dit zoude Mij ook gantsch niet voegen, wijl hun Edele inge„ „diend Raport weegens hunne voorgestelde bevinding van den toestand van Diwitoere door Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: bij prafarentie voor de ten dien eijnde door den Jngenieur Johannes en door den Eerste Land-Mee„ „ter Toenander overgelegde Berigten geheel aan en over„ „genoomen is, en die bijde Heeren, kost na het volbren„ „gen van deese Hunne aanvertrouwde kommissie, de„ duijdelijkste en oopentlijke blijken van uwel Ed: Gestr: Groot briskenbeek zien No: 108
English
2035 have received the high pleasure and favor of the Right Honorable, which ought therefore to be one reason more for me to understand that they have carried out the charge entrusted to them very well, and to the particular pleasure and satisfaction of the Right Honorable. Yet may I be permitted to note herewith that the appointment of the last-mentioned as superintendent of the Galle Korle is extremely hard and sensitive for me and the Galle Council, since already upon the death of the previous superintendent Gratiaan in the month of March of the past year, we proposed the then secretary Martheze to the high favor of the Right Honorable for that post, precisely on account of his knowledge, very well known to us, and his particularly great aptitude for this land service, assigned to the commander of this city and lands for his support; to which we were all the more moved because the Right Honorable had already written to him upon the demise of the aforementioned Gratiaan regarding the actual assumption of that post, while he had shortly before been present in the high company of the Right Honorable in Colombo, and returned hither with this assurance so magnificent for him, but soon became entirely ill and bedridden through the presently more than ever multiplied paperwork, and it is therefore not probable that he could have undertaken anything during that time which would not only cause the Right Honorable to decide not to favor him with that office, then vacant, but even to take it very amiss of us that we had entrusted the provisional performance thereof to him, and, without explaining anything in that regard for our reassurance or clarification, appointed thereto the junior merchant Van Thijlingen, at that time superintendent of the iron warehouse at Colombo, whose knowledge and training were indeed by no means comparable to the capabilities of Martheze, who is so well versed in the land, which indeed fell extremely hard upon us at that time and is now renewed by the appointment of the junior merchant Van Schuler, and even more sensitively so because the junior merchant Martheze, nominated for that post by the Galle Council, has already during his provisional administration given so many proofs of his knowledge and capabilities, of which his reports submitted under the dates of March 31, April 3, 4, and 5, and May 1, 2, and 15 of the past year and sent in copies to the Right Honorable provide the clearest evidence, and it is certain that through the Briekenbeek No. 108 2036 knowledge of this man, many more other very important circumstances in the affairs of the native chiefs, and thus shortly a system of extortion of a different nature, would have been discovered and exposed, if he had been permitted to be favored with that post, which he was allowed to hold only for a very short time provisionally in accordance with the repeated earnest directives of the Right Honorable in those days, and from which he has now been passed over twice in succession, after the Right Honorable's own and even unsolicited proposal; one could indeed think and allege that all these indications, however well-founded and important, might have caused much unrest and dissatisfaction among those chiefs, and therefore represent his rejection as necessary, but this will immediately fall away if one would only please note that this rejection of his already preceded his submitted aforementioned reports by many days, and that the instructions for the native chiefs prescribed by the Right Honorable himself in the year 1784, and several other new arrangements by which they are bound more closely to their duties, which was an entirely new regulation for them, have not caused any considerable unrest among them, and it is also certain that one ought not to neglect what is good and important for the welfare of the country in such matters, and with a prudent observation thereof no misfortune is ever to be feared or expected; and it was indeed perhaps the well-known merits to the Right Honorable that encouraged him, in recognition thereof, to intend and write to me to appoint him to that post even before it had fallen vacant, and thus by some proposed arrangement; and thus it could not be these advantageous observations that have deprived him thereof, to the grief of me and of the Galle Council; and since nothing was ever explained to us about it, we think we do not err when we presume that it was his frank declaration concerning the separation of the office of native Shahbandar from the post of superintendent of the Galle Korle, which constitutes the most distinguished and important part thereof for the native population and also the most advantageous part for the superintendent himself, and with which the present Maha Mudaliyar was invested upon the assumption of the government of this administration by the Right Honorable, and which was taken from the then departing superintendent Lamlant, and in which now the son of the aforementioned seen Vriekenbeek No. 108
Dutch transcription
2035 Groot Achtb: hooge genoegen en goedgunstighijd ont„ „vangen hebben, het geen dus voor Mij eene reeden te meer behoord, te zijn om te begrijpen dat ze hun Edelen aanvertrouwde last zeer wel, en tot bij zonder genoe„ „gen en welbehaagen van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: volbragt hebben. Dog het zij Mij egter geoorlofd bij deese aantemerken dat de benoeming van den laastgem: tot opziender der Gale„ korle, voor mij en den Gaalsche Raad ten uijterste hard en gevoelig is, wijl wij reeds bij het overlijden van den voo„ „rige opziender Gratiaan in de Maand Maart des laast gepasseerde Jaars, daar toe, en wel op de ons zeer wel bekende kennis en bijzonder groote geschikkhee„ „den tot deese, den kommandeur deeser stad en Landen tot zijne ondersteuning toegevoegde Land-Dienst, den toenmaalige sekretaris Martheze uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: hooge gunste voorstelden, waar toe wij te meer bewoogen wierden, wijl uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: hem nog bij het leeden van voorm: Gratiaan tot de werkelijke bekleeding van die Post aanschreef, terwijl hij zig kort te vooren zelfs in uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Hooge teegenwoordigheijd te kolombo be„ „vond, en met deese voor hem zoo heerlijke verzeekering herwaards keerde, dog haast door het teegenwoordig meer meer dan ooijt veelvuldig schrijfwerk geheel ziek en bedleegerig wierd, en het dus niet waarschijnelijk is de hij in die tijdiets zoude konnen bestaan hebben, dat Uuwel Ed: Gestr: Groot Achtb: niet alleen deed beschuij „ten om hem met dat, als doen vakante, Ampt niet te begunstigen maar ons zelfs zeer kwalijk te neemen dat wij hem de provisioneele waarneeming daar hadden opgedraagen, en, zonder ons ielts dien aangaa „de tot onze geruststelling offhelding te verklaaren de on„ „derkoopman van Thijlingen, toenmaals op ziender van het ijzer Magazijn te kolombo, wiens kennis en oplijding immers in geenen deelen bij die van de zoo landkundige geschikerheeden van Martheze te vergelijke waaren, daar toe benoemde, het geen ons als doen zee „ker ten uijterste hard viel en nu zeedert door de aan „stelling van den onderkoopman van Schuler ver „nieuwd word, en wel te gevoeliger, wijl de door de Gaal „sche Raad tot die Post voorgedraage onderkoopman Martheze reeds bij zijne provisioneele waarneeming zoo veele blijken zijner kennis en geschiktheeden gegeevn heeft, waar van zijne onder datis 31. ' Maart 3: en 4 5.:' April 1. 2. en 15. ' Maij A:o p:o ovegelegde en uwelEd: Gestr Groot Achtb: in afschriften toegezonde Berigten de duijde „lijkste bewijzen opleeveren, en het is zeeker dat door de Briekenbeek No: 108 2036 de kundigheeden van deese Man veel meer andere zeer aangeleege omstandigheeden in de bedrijven der Jnlandsche Hoofden, en dus haast een Duvitoere van een andere aard zoude ontdekt en opengelegd zijn, wan„ „neer wij met die Post, die hij maar een zeer korte tijd, volgens uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: herhaalde ernstige aanschrijvingen ten dien daagen provisioneel heeft moogen waarneemen, en waar van hij nu tweemaal agter een, na uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: eijge en zelfs ongesoliciteerde voorstelling, terug gesteld is, had moogen begunstigd worden; Mllen zoude wel konnen denken en voorgeeven dat alle deese aanwijzinge, hoe gegrond en aangeleege ook, veel onrust en ongenoegen onder die Hoofden zoude hebben konnen veroorzaaken, en daarom zijne afkeuring als noodzaakelijk voor„ „stellen, dog dit zal aanstonds vervallen, wanneer men maar gelieft optemerken dat deese zijne verwerping reeds veele daagen zijne overgelegde voorm: Berigten voorging, en de door Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb:r in A:o 1784. zelve voor„ „geschreeve Jnstrucktie voor de Jnlandsche Hoofden, en meer andere nieuwe inrigtingen, waar door deze nader tot hunne pligten verbonden worden, en voor huin: eene geheele nieuwe bepaaling was, geene aanmerkelijke onrust onder hun veroorzaakt hebben, en het ook zeeker is dat men men het goede en aangeleegene om diergelijke op zijn tot wel zijn des Lands niet behoord natelaaten, en met eene voorzigtige betragting daar van nimmer eenig onhijl kan te dugten of te verwagten zijn, en het waa immers sekans uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: wel „kende verdiensten, die Hoogst Denzelven aanmoedigde om hem, in erkentenis daar van, aan mij tot die Post, zelfs nog niet open gevallen zijnde, en dus be eenige voorstelle verschikking, toetedenken en aante„ „schrijven, en aldus konden het deese voordeelige betrag „tingen niet zijn die hem daar van, in spijl van Mij en van den Gaalsche Raad, beroofd hebben, en al„ „zoo er ons nimmer iets over verklaard is, zoo denken wij niet te misdoen wanneer wij onderstellen dat zijne vrijmoedige verklaaring over de schijding van den Dienst van Jnlands Sabandaar van den Post van opziender der Gale korle, die er voor den Jnlande het aanzienlijkste en gewigtigste en voor den op zien„ „der zelve er ook het voordeeligste gedeelte van uijt„ „maakt, en waarmeede de teegenwoordige Mala Mod„ „deljaar bij het aanvaarden der Regeering van Uw Edele Gestr: Groot Achtb: van dit Gouvernement bekleed, en den als doen afgaande op ziender Lam„ „lant ontnoomen wierd, en waar in nu de zoon van gem: gezien Vriekenbeek No: 108
English
2037 the aforementioned servant appointed here at Porta may well have given some reason for it, but whether that is sufficient for such an open, unexplained demotion in the face of so many acknowledged merits, I would rather leave to an enlightened and more powerful judgment than mine. But meanwhile, through this rejection of him as overseer of the Gale Corle—for which he certainly possesses, above all others who might ask for it, the greatest aptitude and skills—many important matters in the native administration of the chiefs, who know very well how to conceal everything, remain entirely covered and hidden. And to be better convinced of this, one need only look into his submitted reports mentioned above with some attention, at which time one may indeed wonder why no further explanation about this was demanded. One might well ask me why I did not do that myself, and thus I am obliged to testify that this was attempted by me more than once, but the completely dejected man, who has languished for so long from an oppressive chest ailment, answered me that through his completely unexpected demotion he is no longer able to accomplish it in that perfection and vigour of execution as it ought to be done, and also that he already walked enough in darkness to no longer expose himself to further unpleasantries, and that it is also no longer of his department, and thus requests for the present to be excused from that further explanation, in which I then had to acquiesce; since it is impossible for a commander of this province to examine and investigate all these important matters himself at close hand and thus with the requisite attention to the covert dealings of the native chiefs. For this, he has far too many other official duties which prevent him from travelling through the country, which is required for this, and for which reason the Noble High Government of these lands also assigned an overseer to his assistance, and it is certain that the person most knowledgeable about the country serves best and most appropriately for this, and all persons designated for it, whatever their other aptitudes and moral qualities may be, who must first learn the nature and customs of the native upon assuming their post, cause him much more vexation and trouble by having to be instructed daily, than when he finds himself without No. 108 2038 without their so-called assistance: since then no more or less important matters in the country's service, misunderstood and thus wrongly handled through their ignorance, need to be corrected, as I have experienced all too well since assuming this my present post with three overseers assigned to me one after the other in four years by Your Right Honourable, and have sufficiently complained to Your Right Honourable, especially about the one who was appointed to it the second time; whereupon Your Honour then also recognized the fairness of it and, fully understanding the importance of the circumstances, of his own accord proposed to me the aforementioned junior merchant Martheze, as having all possible aptitudes for it, yet has now passed him over twice in succession, without ever explaining anything to me in this regard, whether by public or private letters, or giving any reason for the so remarkable withdrawal of His so solemnly given word, about which we might certainly openly complain. The country service, especially in this Government, is a very very important matter, and upon its good and accurate observation depends entirely the well-being, happiness, and contentment of the native, who thereby obtains law and justice, and is preserved and maintained in his well-acquired property and privileges, and thus becomes more and more attached to the land of his habitation. And it is therefore certain that one should always choose, by preference over those who must still learn the skills necessary for it, suitable people for this purpose. I at least think so for myself, being in full conviction that a Regent, to whose conduct and care the management of any land and people is entrusted, and who strives to the best of his abilities to fulfill the attentive observation of the high obligations resting upon him, ought always to imagine that he is completely responsible for all bad consequences that may arise from his choice in appointing persons not sufficiently qualified for such important posts, while others of better education and knowledge are at hand for it; as the Chief Administrator Mr. Sluijsken on the day of the appointment of the now retired overseer of the Gale Corle No. 108 in
Dutch transcription
2037 gem: Porta bediende alhier gesteld is, wel moogelijk daar toe eenige reeden gegeeven heeft, dog of die tot zoodanige opentlijke onverklaarde terug stelling bij zoo veele er„ „kende verdiensten genoegdoende is, wel Jk liefst aan verligter en kragtiger oordeel dan het mijne operlaaten; dog onderwijl zijn en blijven nu door deese zijne af„ „keuring tot opziender der Gale korle, waar toe hij zeeker booven alle anderen, Die daarom zouden, moo¬ „gen vraagen, de meeste geschikt en kundigheeden heeft, veele aangeleegene zaaken in de Jnlandsche bestelling der hoofden, die alles zeer wel weeten te bedek„ „ken, als geheel bedekt en verborgen, en om daar te beeter van overtuijgd te worden behoeft men alleen zijne hier boovengem: ingediende Berigten met eenige aandagt intezien, wanneer men zig te gelijker tijd wel mag verwonderen dat daar over geene nadere verklaaring gevorderd is, elen zoude Mij wel konnen voorhouden waarom Jk dat zelfs niet gedaan hebbe, en dus ben Jk verpligt te betuijgen dat dit door Mij meer dan eens bestaan is, dog de geheel verslaage en zoo lange aan eene benauwde borst kwaal gekwijnd hebbende Man heeft Mij daar op geandwoord dat door zijne ge „heel onverwagte terug stelling nu niet meer in die volmaaktheijd en kragt van aanneeming als het het wel kehoorde te konnen wolrengen en ook reds dal genoeg in duijsterris wandelde om zig voor geen verdr onaangenaamheeden meer bloot te stellen, en het ook nu niet meer van zijn Departement is, en dus van die nadere verklaaring voor het teegenwoordige verzorkt verschoond te blijven, waar in ik dan ook wel heb moeten berusten; wijl het voor een Gezagvoerder van deese Provintie onmoogelijk is om al dit aangeleegen „ne zelve van na bij in dus met de vereijscht wordende aandagt de bedekte handelingn der Jnlandsche voofden opteneemen en te onderzoeken, hier toe heeft wij al te veel andere Ampts beezigheiden, die hem het doorwijzen des Lands, het geen daar bij vereijscht word, beletten, en om welke reeden de Edele Hooge Regeering deeser Landen item ook een op ziender tot zijn assistentie toegevoegd heeft, en het is zeeker dat de Land„ „kundigste wem daar toe het meest en best diend, en alle daar toe bepaalde perzoonen, hoedanig hunne overige geschiktheeden en zeedelijke: hoedanigheeden zijn moogen, zoo te eerst den aarden de gewoon„ „tens van den Jnlander bij het aanvaarden van hun„ „ne Post moeten aanheeren, hem veel meer kwel„ „ling en moeijte, door hun dagelijks te moetegon„ „derrigten, aanbrengen, dan wanneer hij zig zonder Brickenbeek zien No: 108 2038 zonder hunne zoo genaamde bijstand bevind: wijl als dan geene door hunne onkunde kwalijk be„ „greepe en dus verkeerd behandelde meer en minder aan„ „geleege zaaken in den Land dienst niet behoeven ver„ „beeterd te worden, gelijk Jk zeedert het aanvaarden van deese mijne teegenwoordige Post bij drie Mij nu reeds in vier Jaaren door Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: agter den anderen toegeschikte opzienders maar al te zeer ondervonden, en Mij, voor al over die de tweede maal daartoe benoemd wierd, genoeg bij uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: beklaagd. hebbe; waar van Hoogst Dezelve als doen ook de billijk„ „heijd erkende en de aangeleegendheijd der omstan„ „digheeden ten vollen begrijpende, Mij uijt zig zelve de voorm: onderkoopman Martheze, als daartoe alle moogelijke geschiktheeden hebbende, voorstelde in hem egter nu tweemaal agter een, zonder Mij immer iets desweegens, het zij bij publieke ofpar„ „tikculiere brieven te verklaaren, of eenige reeden tot het zoo op merkelijke intrekken van Hoogst desselfs zoo plegtig gegeeven woord te geeven, voor bij gegaan is, waar over wij ons zeeker wel oentlijk zouden moogen beklaagen. De Land Dienst is voor al in dit Gouvernement een zeer Twe „zeer aangeleegend heijd zaak, en van desselfs goede en nauwkeurige betragting hangt geheel en al af het wel zijn, het geluk in genoegen van den Jnlander die daardoor regt ende geregtigheijd verkrijgt, en bij zijn wel verkreege vermoogen in vooregten bewaard en behood en dus aan het Land zijner inwooning meer en meer verbonden word, en het is dus zeeker dat men daar toe altoos de geschikkte Lieden bij praeferentie voor die de daar voor noodzaekelijke kundigheeden moete aan „leeren, diend en behoord te verkiesen; Jk denke het ten minste voor Mij zoo, als in volkoome verzeekering zijn „de dat een Regent, aan wiens belijd en zorgen de beheering van eenig Land en volk word toebetrouwd en in de aandagtige waarneeming van zijne hoog op hem leggende verpligtingen na zijne beste vermoo„ „gens tragt te voldoen, zig altoos behoord voortestel„ „len dat hij volkoome verandwoordelijk is voor alle kwaade gevolgen, die ontstaan konnen uijt zijne verkiesing in het benoemen van perzoonen niet genoep „zaam geschikt tot zoo aangeleegene posten, ter„ „wijl anderen van beeter oplijding en kennis daar„ „toe voor handen zijn; gelijk de Heer Hoofd admi„ „nistrateur Sluijsken ten daage der aanstelling van den nu afgegaane opziender der Gale korle driskenbeek teen No: 108 in
English
also very clearly and in the most binding manner represented in the Council of the Government at Kolombo, and no one in the world will wish to contradict us, even though it is not always acted upon accordingly: and I trust in your Right Honourable Goodnesses that you will kindly pardon this extensive digression, which actually bears only a small relation to the matter of Diwiloere, and which I could not well keep within my breast on this occasion. VIII. Relying on the written statements and assurances of persons under oath, who had not the slightest self-interest in the matter, who are of good name and repute, and who possessed all the requisite qualifications for the complete execution of the charge and commission entrusted to my care, and who offered to confirm their submitted reports and accounts under solemn oath, I furthermore declared in my public capacity that the self-serving actions of the Maha Mudaliyar and of his son in their proposed improvements of the small district of Duviloere constitute very reprehensible conduct, wherein one could not oppose them swiftly enough, as they were thereby bringing very great damage and disadvantages upon the Honourable Company. Herewith I believe I have pursued nothing other than what is right and dutiful, and have neither prejudiced them nor, much less, thoughtlessly insulted them, as your Right Honourable might well perceive, even though the Port Officials may also be able to prove that they are entirely innocent thereof, which I myself would gladly see, but which has not yet been demonstrated to me. The Maha Mudaliyar also himself states in his petition submitted at Kolombo that he is convinced that I have been prejudiced by the bad reports given to me against him and his son, which he considers undeserved, and he thus himself places the blame for this burden presently weighing upon him on those reports that presented his and his son’s actions at Duviloere to me in such an unfavourable light, and thus he accuses me far less in his own case than your Right Honourable, who impute and attribute the trust I placed in these so dutiful and so plausible disadvantageous representations, and the subsequent public declaration against the aforesaid Port Officials, to my being very mistaken and thus entirely out of place and quite premature; which I likewise consider to have not deserved, since prior to my public declaration, I seriously informed and questioned the native Shabandar about the disadvantageous reports brought to me against him and his father regarding their actions in the small district of Duvitoere, and, as I declared above, he merely presented a bare denial in his defense, and I was thus permitted and even obliged to rely on the written and oral reports brought against him with so much plausibility, and thus had to suspect rather than declare them innocent of entirely bad and self-serving actions that were imputed to them with so much plausibility, of which they certainly ought to clear themselves; whereupon, as has already been declared by me above, I shall be the first to declare them honest and worthy people in that respect, and will give them written assurance thereof, should they desire it, as soon as this is proven to me, and I do not think they will desire or expect more from me: for your Right Honourable will surely grant me that in public affairs, on the submitted solemn assurances of unblemished persons who provide knowledgeable accounts of their activities and have no self-interest in the proposal, and are thus represented with very much plausibility against the native chiefs, one may well rely upon them until one is convinced of the contrary regarding their innocence; and of this your Right Honourable yourself, on the day of the disturbances among the caste of the Chandas and fishermen, now three and a half years ago in this province, gave me the clearest assurance, by holding and declaring, on the reports received by you, some of their most prominent chiefs to be very criminal and thus punishable to the highest degree, and thereby refusing to accept any intercession in their favour, whereas, after their hearing and a very careful judicial investigation of the matter, it was completely shown that they were nearly all entirely innocent, and only a single one of them was found guilty of some thoughtlessness in his writing to the Reverend Minister Ondaatje, to whom he complained in friendly confidence about the undeserved slight, in his view, inflicted upon his caste, and at the conclusion of his trial he was restored to his capacity of Titular Mudaliyar and Malabar Interpreter, and was only suspended from the actual exercise thereof for the period of six months, of which I hope to mention something more below; Thus I
Dutch transcription
2039 in den Raad der Regeering te kolombo meede zeer klaar en op de verbindenste wijze voorgesteld heeft, en niemand ter waereld ons zal willen teegenspreeken, schoon er ook niet altoos na gehandeld word: en Jk vertrouwe van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: goedheeden dat Mij deese groote uijtwijding, die eijgentlijk tot de zaak van Diwiloere maar eene klijne betrekking heeft, en die Jk niet wel bij deese geleegendhijd in mijn boezen konde ophouden, wel gunstig zullen gelieven te verschoonen. VIII. Heb Jk, Mij vrlatende op de schriftelijke verklaaringen en verzeekeringen van onder Eed staande Perzoone„ die bij het geval geene het minste eijge belang hadden, ter goeder naam en Faam staan, en alle de vereijsch„ „te geschiktheeden tot de volkoome volbrenging van den munne aandagt aanbetrouwde last en kom„ „missie hadden, en aanbooden hunne overgelegde Pap„ „porten en Berigten met solemneelen Eede te bevesti„ „gen, en, verder in mijn publiek karakter verklaard dat de baatzugtige Handelingen van de Mala-Mod„ „deljaar en van zijn zoon bij hunne voorgestelde ver„ „beeteringen van het Landschapje Duviloere een zeer straf waardig gedrag is, waar in men hun, als daar door over groote schaade ende nadeelen aan de E: Comp: der oude Comp: toetebrngenden, niet zoo spoedig genoeg konden teegengaan; hier meede denk Jk niet anders dan het goed en pligtelijke betragt, en hun niet benaadeld, veel minder ligt vaardig beleedigt te hebben, zoo als uwelEd: Gest: Gred Achtb: dat wel gelieven te begrijpen, schoon zij Porta Bedienden ook konnen bewijzen dat ze daar aangeheel onschuldig zijn, het geen Jk zelve gaarne zag, maar Mij tot nog toe niet gebleeken is. De Mara-Moddeljaar zegd ook zelve bij zijn te kolombe ingediend Request zig verzeekerd te houden dat Ik door de teegen hem en zijn zoon aan Mij gegeeve kwaade Be „rigten, die hij niet verdiend agt, ingenoomen ben, en heef dus zelve de schuld van deese hem thans nog drukkend last op die Mij zoo nadeelige Berigten van zijne en zijnes zoon handelingen te Duvrtoere voorstelden, en be„ „schuldigd Mij dus in zijn eijge zaak veel minder als uwel Ed: Gestr: Groot Achtb:, Die Mij het aangenoome vertrouwen op deese zoo pligtige en zoo waarschijnelijke nadeelige voorstellingen, en de daarop gevolgde opentlij„ „ke verklaaring teegen voorm: Porta Bedienden, als zeer kwelijk begreepen, en dus geheel ongeplaatst, en vrij „ten tijds toedenken, en reekenen, het geen Jk meede aanmerke als niet te hebben verdiend, wijl Jk voor mijn soublieke verklaaring, den Jnlandsche Sabandaar wel eenstig gezien Brickenbeek No: 108 D 2040 ernstig over de Mij toegebragte nadeelige Berigten teegen hem en zyn vader, weegens hunne handelingen in het Landschapje Duvitoere onderrigt en ondervraagd hebbe, en hij Mij, gelijk Jk hier booven verklaarde, daar over maar alleen eene bloote ontkenning tot zijne ont„ „schuldiging voorstelde, en Ik Mij dus de teegen hem met zoo veel waarschijnlijkhijd ingebragte schriftelijk en mondelinge Berigten, wel heb moogen en zelfs moeten verlaaten, en dus hun veel eer moest verdenken dan on„ „schuldig verklaaren aan geheel kwaade en baatzugtige handelingen, die hun met zoo veel waarschijnelijk„ „heijd ten lasten gelegd wierden, waar van zij zig zeeker behooren te zuijveren; wanneer Jk, zoo als door Mij„ reeds hier booven verklaard is, de eerste wil zijn om hun in dien opzigten voor eerlijke en braave lieden te verklaaren; en hun daar van, zoo zij het verlangen, schriftelijke ver„ „zeekering wil geeven, zoo dra Mij dit beweesen word, en meer denk Jk niet dat ze van Mij zullen verlangen, of verwagten: want uwel Ed. Gestr: Groot Achtb: zul: „len mij immers wel willen toestaan, dat men zig in publieke aangeleegendheeden op overgelegde plegtige ver„ „zeekeringen van onbesprooke Lieden, die kennis van weetenschap over hunne verrigtingen geeven, en bij't voor„ „gestelde geen eijge belang hebben, en alzoo met zeer veel vel waarschijnelijk hij dekelee wor, voo d tegen „sche Hoofden, wel zoo lang verlaaten mag tot dat men van het teegendeel tit hunne onschuld overtuijgd is, en hier van heeft uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Mijok zelver, ten daage der opschuddingen onder de kasta der Chander en vissers, voor nu drie en een half Jaar, in deese provinti een allerduijdelijkste verzeekering gegeeven, met op de hoor Denzelven toegekoome Berigten, eenige hunner meest aanzienelijke Hoofden voor zeer misdaedig en dus ten han „ste strafwaardig te houden en te verklaaren, en alsoo „ne voorspraak ten hunne faveure niet te konnen aam „neemen, terwijl egter, na hunne verhoor, en zeer nair „keurig geregtelijk onderzoek van zaaken, volkoomen gebleeken is dat ze meest allen en geheel onschuldig waaren, en maar een enkeld Hunner aan eenige onbe„ „dagtzaamheijd in zijn schrijven aan den Eerwaarde Predikant Ondaatje, aan wien bij zig in vriendelike ven„ „trouwen over zijne kasta toekoomende, na zijne gedagten onverdiende verklijning beklaagde, schuldig gevonden, en bij het uijteijnde van zijn proces in zijn kwaliteijd van Ti „tulair Moddeljaar en Mallabaars Tolk hersteld, en alleen voor den tijd van ses Maanden in de werkelijke exercitie daar van gesuspendeert wierd, waar van Jk hier onder nog iets nader hoop te behooge; Dus J in ezien briokenbeek No: 108
English
in accepting the filed objections and accusations against the conduct of the servants near the aforementioned Porta, regarding their proceedings at Duuitoere, I have done nothing other than to place confidence in persons of good name and reputation, recognized as fully competent and disinterested; and if this may not be accepted, then the submitted report of the Honorable Commissioners Raket and van Schuler, and the reports belonging thereto from various persons who so well assisted their Honors therein, would likewise no longer be acceptable, and upon what could one then finally rely. It certainly requires little refutation to demonstrate that the dispatching of two simple carpenters and a pair of native servants to join the First Surveyor Coenander at Duitoere, where he already found himself for the third time by order of Your Right Honorable Grand Worships to carry out a leveling, with two assistant or junior surveyors and further servants, could not have caused any unrest in that district, and thus far less have brought any harm to the Nelie crop standing ripe there at that time, as Your Right Honorable Grand Worships wish to charge against me, and even as a completely inverted conduct, and in my opinion, completely unfounded, especially when one pleases to understand that these two simple men, with yet a pair of native servants who only accompanied the aforementioned surveyor on his third journey to that district, when the entire low land had already been flooded by the heavy downpours, by the water coming down from the mountains, and by the overflowing of the great river, and for that reason they all had to return hither after a few days, and only went thither for the second time thirty-five days later, when the land was in nearly the same conditions, and the crop was already sufficiently ruined, or lay entirely under water: and it thus cannot be plausible that these four simple people would have caused more harm thereto than the First Surveyor himself with his accompanying assistants, who constituted fully three times as many in number, and had been sent thither by the express order of Your Right Honorable Grand Worships, and were present there so much earlier, and then solely for the completion of the ordered leveling; thus this will give to the discerning eye of the Honorable High Indian Government, whose high attention it cannot and will not escape, a new and clear proof of how little Your Right Honorable Grand Worships excuse me in this state of affairs, and rather choose to charge me with everything that could, with even the slightest appearance of plausibility, be construed to my disadvantage. Yet innocence always finds protection, and especially so when it is presented clearly and with all modesty; this I believe to have done in this matter as well, and thus I hold myself fully assured that this Honorable and High Tribunal will not let this pass unnoticed, and will fully acquit me also of this completely unfounded and undeserved accusation, to my particular satisfaction and encouragement! It is also certainly much sooner to be presumed that the appearance of the Honorable Commissioners Raket and van Schuler with the Maha Mudaliyar and with many other native chiefs and a further formidable retinue of servants and coolies, who together, according to the statement made to me on that day, constituted a number of over two hundred people, and who were only simultaneously with these two carpenters on their second journey to and at Diwitoere, caused a much greater sensation and unrest among the inhabitants of that district, and through their much more extensive surveys and marches, as they are represented, could have caused considerably greater harm to the Nelie crop there, if one may suppose and indicate that the presence of four people, who did nothing other than to survey and record some timbers pointed out by the First Surveyor or by his assistants, would have caused any damage thereto. It is certainly good and well ordered that one bestows all good upon the native chiefs, and especially the most distinguished among them, and grants them all possible protection, and preserves them in their rank and dignity so long as they deserve it; yet it is, in my opinion, far more equitable, more important, and thus of even greater statecraft, never to grant them so much power and influence that one, upon discovery of their offenses, would need to spare them, and hesitate to proceed to their dismissal or other well-deserved punishment, in which certainly much is at stake; and I believe that also in this respect, especially in this Government, the principles constantly used by the so glorious Governor Falck may best be adopted, under whose upright and so discerning administration I had the honor to serve the Honorable Company in this Government. Kriekenbeek No: 108
Dutch transcription
2041- in de aanneeming der ingebragte beswaaren en be„ „schuldigingen teegen het gedrag van de bij de voorm: Porta Bedienden, weegens hunne verrigtingen te Duuii„ „toere, niet anders gedaan hebbe dan een vertrouwen te vestigen op ter goedernaam en faam staanden, en voor vol„ „koome kundig en belange loos erkende Lieden; en indien dit niet mag doorgaan, zoo zoude immers het inge„ „diend Rapport der E:s Gekomm: Raket en van schuler, en de tot hetzelve behoerende Berigten van onderschijdene perzoonen, die hun Edelen daarbij zoo wel assisteerden, niet meerder aanneemelijk zijn, en waar op zoude men zig dan eijndelijk konne velaaten I Vereijscht het zeeker wijnig weederlegging om te behoogen dat het afzenden van twee eenvoudige Timmerlieden en een paar Jnlandse Bedienden bij den Eerste Land-Meeter Coenander na Duitoere, alwaar hij zig reeds op last van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb:, tot het doen van eene water passing, met twee onder of Joge Land Meeters en verdere Dienaaren voor de derde maal bevind„ eenige onrust in dat Distrikt zouden verorzaakt, en dus veel minder eenig nadeel aan het aldaar als doen rijp staande Nelie gewasch toegebragt hebben, gelijk uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Mijdit, en wal als een gehel vereerd belijd, willen ten lasten leggen, en na mijne gedagten gedagten, gelel verald wanneer men gelieft te begrijsen da deese twee aenvoudige, met nog een paar Jnlandsche P „naaren, die den voorm: Land Meeter eerst op zijn derse togt na dat Landschap je verzelden, wanneer het geheedle laage Land reeds door de swaare slag reegens, door het afgekoome water uijt het gebergte, en door de verlosin van de groote Rivier overstroomd was, en zij allen ook daarom, na verloop van wijnige daagen herwaards mos„ „ten keeren, en eerst vijf en dertig daagen laaten voo de tweede maal derwaards gegaan zijn, wanneer het land bij na in gelijke omstandigheeden, en het gewak reeds genoegzaam bedorven was, of geheel onder water lag: en het dus niet aanneemelijk kan zijn dat deese vier eenvoudige lieden daar aan meer nadeel zouden hebben toegebragt als de eerste Land- Meeter zelve met zijn bijgevoegde meede helpers, die wel driemaal zoo veel in getal uijtmaakten, en op uijtdrukkelijke last van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: derwaards gezonden waaren en er zig zoo veel vroeger, en wel als doen alleen tot het volbrengen der aanbevoole water passing bevonden, dus dit aan het doorzigtig oog der Edele Hooge Jndia„ „sche Regeering, welker hooge aandagt, het niet kan of zal voor bij gaan, een nieuw en klaar bewijs zal gee „ven hoe wijnig uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Mij in deese Kriekenbeek No: 108 2042 deese toedragt van zaaken verschoonen, en liever vrkiesen Mij maar alles ten lasten te leggen wat maar met eeni„ „ge, hoe klijne, schijn van aanneeming ook, tot mijn nadeel zoude konnen aangemerkt worden. Dog onschuld, vind altoos bescherming, en wel vooral, wan„ „neer ze klaar en met alle beschijdendhijd voorgesteld word, dit meen Jk ook in deese te hebben bestaan, en dus houde Jk ellij volkoomen vrzeekerd dat deese Edele en Hooge vierschaar dit niet ongemerkt zal laaten door„ „gaan, en Mij ook van deese geleel ongegronde en onver„ „diende beschuldiging, tot Mijne bijzondere voldoening en opbeuring, volkoome vrij spreeken! Het is ook zeeker veel eer te onderstellen dat de verschijning van de E:s Gekommitteerden Raket en van Schuler met den Mala-Moodeljaar en met veele andere Jnland„ „sche hoofden en verder ontzaggelijkgevolg van Dienaars en koelies, die te zaamen, volgens de aan mij ten dien daage gedaane verklaaring, een getal van ruijm twee Hondert Menschen uijtgemaakt hebben, en die alleen te gelijker tijd met deese twee Tammerlieden op hun twee „de togt na en te Diwitoere waaren een veel grooter op„ „zien en onrust onder de Jngezeetenen van dat Discrikt verwetet, en door hunne veel uijt gebrijder op neemingen en doortrekkingen, zoo als ze voorgested worden, vrij grooter grooter nadeel aan het Nelie genasch aldaar zouden hebben konnen toebrengen, zoo men mag z'onderstellen en aanduijden, dat de teegenwoordigheijd van vier Men„ „schen, die niet anders gedaan hebben dan eenige door de Eerste Land Meeter of door zijne assistenten aan gewees houtwerken op teneemen en opteteekenen, daar aan eenige schaade zouden veroorzaakt hebben. X Js het zeeker goed en wel geordent dat men de Jnland„ „sche Hoofden, en wel voornaamentlijk de aanziene„ „lijfste onder hun, al het goede toebrengt, en alle moo„ „gelijke bescherening vergund, en bij hun stand en waar „digheijd, bewaard zoo lange, ze het verdienen, dog het is„ na mijne gedagten, val billijker, aangeleegener, en dus nog grooter staat kunde hun nimmer zoo veel magt en invloed toetestaan dat men, bij ontdek„ „king van hunne misdrijven, hun zoude behoeven te ontzien, en schroomelijk tot hunne afzetting of an„ „dere wel verdiende straffe treeden, waar aan zeeker veel geleegen legd; en Jk geloove dat ook in dit op„ „zigt wel best, voor al in dit Gouvernement, moo„ „gen aangenoomen worden de altoos gebeezigde grond beginzelen van den zoo roemrijke Heer Gouverneur Zalck, onder wiens braaf en zoo doorzigtig belijd Jk de eere gehad hebbe de Edele Maatschappije in dit Gouvernement Brickenbeek No: 108
English
to serve the Government for nearly eighteen years, who was surely taken away too early from me as well as from many others, and which great Man, under whose prolonged rule the entire country flourished, and the Noble Company experienced the most excellent and best blessings, even amid the gleaming sword of war, and all Servants and further Inhabitants considered and declared themselves each in his own sphere fortunate and contented, never allowed his prime Porta Servants, and even less other Native Chiefs, so much power and influence that even the humblest of the natural Inhabitants had to fear them, but could and were permitted freely to present all reasonable complaints and grievances against them, without being apprehensive that any harm would come to them or their family on that account, and yet treated these his prime and lesser Servants well, and inspired in them an exceptional love and high esteem toward him, as everyone will gladly testify with me. And may it also be permitted me hereby to present to Your Right Honorable High Respected Sir that in its essential relation it is of no less importance that the Company's old European Servants, and especially those who are placed in High and more distinguished Posts, both throughout the whole and in this so extensive Government in particular, and who fulfill their High obligation with all possible attentiveness and to the best of their abilities, are also preserved in all respect, and encouraged and supported by all suitable training and guidance, and thus are bound more and more to the attentive observance of their duties, to which certainly such a treatment as was dealt out to Me in the case of the so well-intentioned surveys of the condition of Diuitoere upon the bare allegations of a Native Chief, and through several previous, no less very sensitive and highly humiliating cases, which I do not consider necessary to explain for the present, certainly cannot serve, and thus through despondency can and must indeed bring about very much harm, and Your Right Honorable High Respected Sir will yourself understand in the full force of its meaning, if Your Honor will only be pleased to observe that precisely these Servants placed in higher Posts, through their faithful as well as zealous efforts, must continually support and help bring to a good end all the good intentions of the sovereign, especially with respect to cinnamon, pepper, coffee, cardamom, arrack, and sappanwood plantations, and in many other great affairs of the country, and without whose effective and zealous cooperation, in my view, no sovereign in this so extensive and so important Government will ever be capable of bringing his endeavors in this regard to any essential satisfaction, and thus much less to perfection, even if he were endowed with the extraordinary wisdom and knowledge of the great Solomon and the years and attentiveness of the old and worthy Nestor, and in my judgment, even with those magnificent, excellent, and so extraordinary gifts, none of those advantageous aims that one could and might in any way imagine will or can ever be brought to any essential state and reality, but will either languish at their birth and inception and very easily perish, or in their progress remain without true and essential effect, and thus never fulfill the good expectations thereof; and thus, in my view, it is of no less importance to bind all such old Servants, who strive to the best of their abilities and are best suited thereto by experience—for newly arrived or inexperienced men are certainly not chosen for such important Posts—with all possible and suitable cordiality to their duties in this Government, wherein they have resided for so long, and not, by all manner of harsh and belittling treatment, to make the burden imposed upon them continually more difficult, and thus finally, out of despondency, force them to ask for their discharge from their so oppressive burden and return to the Country of their birth, or lead an almost entirely inactive, and thus for the Noble Company completely useless and unprofitable life in the Country itself, to which former course I now also see myself compelled by the burden that oppresses me more and more, and, utterly weary of such undeserved treatment, I have therefore requested my discharge from this my so sorrowful and increasingly difficult Post from the Noble High Indian Government, and have only declared in the Petition presented to the Same for that purpose that I was moved thereto because I could no longer make good out of my own so limited means.
Dutch transcription
2043 Gouvernement bij na agtien Jaaren te dienen, voorzee„ „ker Mij zoo wel als veele anderen te vroeg ontvallen is, en welke groote Man, onder wiens langduurige Regee„ „ring het geheele land bloeijde, en de Edele Maatschap„ „pije de voortreffelijkste en beste zeegeninge, zelfs bij het glimmende swaard des oorlogs, ontmoete, en alle Dienaaren en verdere Jngezeetenen zig een ieder in het zijne, gelukkig en vergenoegd agte en verklaarden, nimmer aan zijne eerste Porta Bedienden, en nog veel minder aan andere Jnlandsche Hoofden, zoo veel magt en invloed toe liet dat de minste der natuurlij„ „ke Jngezeetenen zelfs hun behoefden te ontzien, maar vrijelijk alle billijke klagten en beswaaren teegen hun konden en mogten voorstellen, zonder bedugt te zijn dat hun of de kunnen daar over eenig leed zoude toekoomen, en egter deese zijne eerste en minder Die„ „naaren wel behandelde, en tot bijzondere liefde en hoog agting tot hem opwekte, gelijk een ieder gaar„ „ne met mij zal willen getuijgen. En het zij wij ook gevorloofd uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: bij deese te moogen voorstellen dat het in zijne weesend„ „lijke betrekking niet minder aan geleegen is dat 'sComp:s oude Europeese Dienaaren, en voor al die in Hooge en meer aanzienelijke Posten, zoo wel over het t 1. het geheel, als in dit zoo uijtgestrekt Gouvernementin het bijzonder gesteld zijn, en die hunne Hooge verkli „ting met alle moogelijke aandagt, en na hunne bert vermoogens, volbrengen, ook in alle aanzien bewaard, an door alle voeglijke oplijding aangemoedigd en opgebe en dus meer en meer tot de aandagtige waarneeming hunner pligten verbonden worden, waar toe zeeker eene voo „danige behandeling, als Mij in het geval der zoo welmeenende opneemingen van de gesteldheijd van Diuitoere op de bloote aangeevingen van een Jn„ „landsche Hoofd, en door meer voorige niet min zeer gevoelige en ten hoogste verneederende gevallen, die Jk voor het teegenwoordige niet noodig agte te ver„ „klaaren toegedeeld zijn, zeeker niet zeer konnen die „nen, en dus door moedeloosheijd zeer veel nadeel ko „nen, en wel moeten toebrengen, en uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: zelven wel in de volle kragt der beta „kenis zullen begrijpen, wanneer hoogst deselven maar gelieven optemerken dat eeven deese insoo„ „ger Posten gestelde Dienaaren, door hunne zo getrouwe als ijverige betragtingen, alle de goede inne „tingen van den oppergebieder, voor al niet betrok„ „king tot kanneel, peper, koffij, kardamon, ar„ „reck en sappanhout plantagien, en in veele an „te Brickenbeek No: 108 2044 „re slands groote aangeleegendheeden, geduurzaam moeten ondersteunen, en meede tot een goed eijnde helpen brengen, en zonder welker kragtdaadige en ijverige meede werking, na mijne gedagten, geen opper Gebieder in dit zoo uijtgestrekt en zoo imper„ „tant Gouvernement immer in staat zal zijn, zijne betragtingen desweegens tot eenige weesend„ „lijke genoegdoening, en dus veel minder tot vol„ „maaktheijd te brengen, schoon hem ook de ongemee„ „ne wijshijd en kennis van den grooten Salomaon en de Jaaren en aandagt van den oude en braave Nestor toegedeeld wierden, en na mijn oordeel zelfs met die heerlijke uijtneemende en zoo ongemeene gaavens, geen van die voordeelige beoogingen, die men zig maar eenigzints zoude konnen en moogen voorstellen, im„ „mier tot eenige weesendlijke stand en waar nit zul„ „len of konnen gebragt worden, maar, of in hunne geboorte en oplijding kwijnen en veel ligt te niet gaan, of in hunne voortgang zonder waare en weesendlijke uijtwerking blijven, en dus nimmer aan„ de goede verwagting daar van voldoen, en dus is na mijn inzien, het van gantsch geen minder belang„ om alle zoodanige, na hunne beste vermoogens ijvc„ „rende oude en door ondervinding daar toe best voegen„ „de wore „de Dienaaren, want nieuw aangekoomene of on„ „bedreevene worden zeeker niet tot zoodanige aange„ „leegene Posten verkoesen, zoo veel moogelijk aan hunne pligten in dit Gouvernement, waar in hij un zoo lang verblijf hielden, met alle moogelijke en voegelijke hartelijkheijd te verbinden, en hun niet wit met allerlije harde en verklijnende behandelingen den hun opgelegde last, hoe langer zoo moeijelijken te maaken, en dus eijndelijk door moedeloosheijd na te noodzaaken hun ontslag van hunne zoo druk„ „kende last te moeten vraagen, en na het Land hun„ „ner geboorte weeder te keeren, of een bij na geheel wer„ „keloos, en dus voor de Edele Maatschappeije, gantsch ondienstig en onnut leeven in het Land zelve te lijke tot welke eerste Jk Mij nu door de Mij hoe langer zoot meer drukkende last ook verpligt zie, en, zoo „danige onverdiende behandelingen geheel moede, daar „om mijn ontslag uijt deese mijne zoo verdrietige en meer en meer moeijelijk gemaakt wordende Post van de Edele Hooge Jndiasche Regeering verzogt en maar alleen bij het ten dien eijnde door sij= „Hoogst Dezelve aangeborde Request verklaard hebbe dat jk daar toe bewoogen wierd; wijl Jk niet lan „ger uijt mijn eijge zoo bepaald vermoogen konde goed maaken Brickenbeek No: 108
English
make the large expenditures required for the proper maintenance of the prestige and honor attached thereto, in the face of the frequent arrivals and stays of so many foreigners, among whom are often persons of high rank and status. This was the only reason I presented, so as not to complain openly of your Right Honourable Sirs' so humiliating and therefore so harsh treatment of me. Yet I now see myself forced to do so, however reluctantly, since I find myself not only placed on an equal footing with a native servant in public, but even receive the most convincing proofs that your Right Honourable Sirs view and take his case into much more favorable consideration and protection than everything I have put forward for the honor of my station and prestige, and for the preservation of my so crucial credit. Thus my interests are placed far behind his, and in these respects all possible slights and harsh treatments befall me. Furthermore, by an open Resolution, not only are all conceivable disadvantages of mismanagement, a one-sided conception, and frivolous insult against him and his son attributed to me, but on top of that it is also imposed upon me to openly account for some of these offensive propositions. This certainly shows me for the present that I am not respected in the least with regard to station, dignity, or any other relation, and that against such a man; which certainly can bring me very little pleasure, and from which I may promise myself even much less good for the future. Yet everything has an end in this sorrowful, wandering Mesech, and thus an end will also soon come in this oppressive territory to all these harsh and so humiliating treatments inflicted upon me so entirely undeservedly, with which I console myself for the present. XI. I deem myself obliged further to elucidate to your Right Honourable Sirs hereby that, upon dispatching my respectful Memorial or Acta dated 25 May of the past year, in order provisionally to give your Right Honourable Sirs a most satisfactory report of affairs regarding my commission appointed shortly before for the accurate survey of the small district of Duvitoere, I had not yet received the letter from the Right Honourable Lord Governor dated the fifth of June, intended in response thereto and sent to me. For that reason, I considered it necessary to insert the aforementioned Acta or Memorial, which contains nothing but the most respectful expressions, into the official letter dispatched from here on the sixth of that month. Thus, in my opinion, your Right Honourable Sirs certainly do not give a friendly interpretation to this so dutiful and good precaution in your deliberative remarks on the day of the provisionally adopted Resolution concerning what occurred regarding the small district of Duvitoere, and would wish to draw from it, were it possible, such conclusions as might be most obstructive to me in my present defense, which certainly are not contained therein. For the First Surveyor Toenander, together with the two carpenters assigned to him, departed only on the 8th of that month, for the second time, to carry out their commission, in my view of the highest importance and so useful to the country, for the survey of and to the small district of Duvitoere, and on my substantial assumption that I acted well and according to the requirements of the matter, as appears most clearly from the submitted papers, and can be irrefutably proven from the further notes kept in that regard. XII. May your Right Honourable Sirs not take it amiss of me that, in this my dutiful defense regarding my survey appointed for Duvitoere—which was disapproved notwithstanding your High Mightinesses' precautionary and for me so very humiliating notification of 9 May of the past year, but which in my opinion was dutiful and necessary—and the commission dispatched for the second time on the eighth of June, I submit for your High Mightinesses' attention and further consideration that it must cause no little surprise to me, and certainly to many others to whose knowledge this will come, that whereas it is clearly cited in your High Mightinesses' Resolution of 21 October last that, upon the presentation of the aforementioned matter in the Council of Ceylon, the other gentlemen members present at that time, besides the Chief Administrator Mr. Sluijsken, whose submitted advice deserved no more notice and acceptance than my presentation to that end, all agreed with the advice likewise submitted by the Dessave Mr. Fretz, so far
Dutch transcription
2045 maaken de vereijscht wordende groote uijtgaaven tot be„ „hoorlijke maintenue van het daar aan verbonde aan„ „zien ende eere, bij de meenigvuldige aankomst en het verblijf van zoo voele vreemdelingen; waar onder dik„ „wijls Perzoonen van hooge rang en staat zijn, en welke reeden Jk dus ook maar alleen voorgesteld hebbe om Mlij niet opentlijk over uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: zoo pneederende en dus zoo harde behandelingen aan Mij te beklaagen, dog waar toe Jk Mij nu al meede, hoe ongaarne ook, genoodzaakt zie, wijl Jk Mij met een Jnlandsch Dienaar niet alleen in het pu„ „bliek gelijk gesteld vinde, maar zelfs de oertuijgend„ „ste bewijzen ontvange dat uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: zijn geval in veel gunstiger beschouwing en bescherming neemt, dan al het geen Jk tot eere van mijn staat en aanzien, en tot behoud van mijn zoo aangeleege krediet opgeroepen hebbe, en mijn aange„ „leegendheeden dus verreagter de zijnen gesteld worden, en Mij in dien opzigten alle moogelijke verklijningen en harde behandelingen toekoomen, en bij een opent„ „lijk Besluijt Mij niet alleen alle bedenkelijke na„ „deelen van kwaad belijd, een zijdig begrip, en ligt¬ „vaardige beleediging teegens hem en zijn zoon worden toegekend, maar Mij ook nog daar en booven opge„ „leyd „legd word om mij over eenige deeser zoovrederende voorstellen oopentlijk te moeten verandwoorden, het geen Mij zeeker voor het teegenwoordige aantoond dat Jk in geen het minste op zigt van staat, waardigheijd, of eenige andere betrekking, en nog wel teegen en zooda„ „nig Man, ontzien worde, het geen Mij zeeker gants niet veel genoegen kan toebrengen, en er Mij voor het toekoomende nog veel minder goeds uijt belooven mag.:t dog aan alles is in dit droevig Redarende Mesech een eijnde, en dus zal het ook wel haast in dit drukkend Gebied aan alle deese Mij zoo gteel on„ „verdiend aangedaane harde en zo verneederende be„ „handelingen zijn, waarmeede Jk Mij voor het tee„ „genwoordige vertrooste., XI Agt Jk mij gehouden Uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: bij deese nader te moeten elucideeren dat Jk, bij het afvaardigen van mijne eerbiedige Memorie of Adta in dato 25. ' Maij des laast gepasseerde Jaars, om uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: provisioneel een meest voldoend verslag van zaaken met betrekking tot mijne ter nauwkeurige opneeming van het Landschapje Duvitoere kort te vooren bepaalde kommissie te geeven, nog niet ontvangen hadde, den daar op in andwoord toegedagte en Mij toege„ „schikte Kriskenbeek No: 108 2046 „schikte Brief van den Hoog Edelen Heer Gouver„ „neur in dato vijfde Junij en daar om nodig agte die voorm: Adta of Memorie, die niet dan de eerbiedigste betuijgingen inhoud, bij de op den ses„ „de dier maand van hier afgevaardigde offici„ „eele Briev te insereeren, en uwel Ed: Gestr: Groot dus, na mijne gedagten, aan deese zoo pligtelijke en goede voor zorgen bij derzelver Deliberative aan„ „merkingen ten daege van het provisioneel genoome Besluijt over het voorgevallene weegens het Landschap„ „je Duvitoere, zeeker geene vriendelijke uijtlegging geeven, en daar uijt /:waare het moogelijk:/ wel zoodanige gevolgen willen trekken, als mij meest in mijne teegenwoordige verandwoording zoude konnen hinderlijk zijn, en er voor zeeker niet in opgeslooten: „leggen, wijl de Eerste Land Meeter Toenander met de twee hem toegevoegde Timmerlieden eerst den 8. ' dier Maand, voor de tweede maal tot het volbrengen hunner, na Mijn inzien, ten hoogste aangeleege en voor den lande zoo nuttige kommissie ter opnee„ „ming van en na het Landschapje Duvitoere, en op Mijne weesendlijke onderstelling dat 7½ wel en na vereijsch van zaaken handelde vertrokken zijn, gelijk uijt de overgelegde papieren ten duijdelijkste blijket, en en uijl de ten dien opzigte gehoudene verdere aantee„ „koning on weederspreekelijk kan beweesen worden. XII Gelieven uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Mij nit kwae„ „lijk te duijden, dat Jk bij deese Mijne pligtelijke verandwoording weegens Mijne na Duvitoere bepaal„ „de, en niet teegenstaande Hoog Derzelver voorzie„ „nige en voor Mij zoo zeer verneederende Haanschrij„ „ving van den 9. Maij des laast gepasseerde Jaars, afgekeurde, dog na mijne gedagten , afgekeurde, dog, na mijne gedagten, pligtelijke en noodzaake„ „lijke, opneeming, voor de tweede maal op den agt„ „ste Junij afgevaardigde kommissie Hoog Derzel„ „ver aandagt en nadere overweeging voorstelle dat het Mij, en zeeker veele anderen, die dit ter kan„ „missie zal koomen, niet wijnig moet verwonderen dat daar, bij Hoogst Derzelver Resolutie van den 21. ' october J: L: duijdelijk aangehaald staat dat op de voorstelling van gem: zaak in Raade van Cijlon de verdere als doen aanweezende Heeren Leeden, buij¬ „ten den Heer Hoofd Administrateur sluijsken, wind overgelegde Advies niet meer aanmerking en aan„ „neeming dan mijne voorstelling ten dien eijnde heeft moogen verdienen, zig allen met het meede ingediend Advies van den Heer Dessave Fret, uu verre Brickenbeek F. 5. No: 108
English
2047 in so far as the principal part thereof was concerned, were pleased to confirm, and whereby nothing of any bare, and thus much less intentional, disobedience toward Your Right Honorable, Highly Esteemed, Highly Respected orders has been spoken to my charge, yet by His very Resolution taken on that day, and indeed with the harshest and most unfavorable declaration, I have been deemed and presented as guilty thereof, and concerning which assumed disobedience I, in my opinion, certainly and properly have excused myself in this my further vindication, and also flatter myself that I shall be completely acquitted and cleared thereof both by the Honorable High Indian Government and by Your Right Honorable, Highly Esteemed, Highly Respected self; and whereas the said Dessave further at the end of his aforementioned advice says he remains assured that all the commissions to Diwitoere were performed in good faith, and Your Right Honorable, Highly Esteemed, Highly Respected in His deliberative remarks in more than one presentation say that one cannot consider and hold as acceptable that which is based on one's own knowledge and findings and not on that of others or on their information, yet the submitted reports of the First Land Surveyor Toenander and of the documents belonging thereto, and the the report of the Engineer Johannes regarding the actual condition of Diwitoere, for which he had previously been ordered even by Your Right Honorable, Highly Esteemed, Highly Respected, were rejected so completely and to such an extent, as if they should not merit the least consideration, whereas all or by far the most of their statements and declarations are based entirely on their own knowledge and findings, and the report submitted under date of the third of July by the Honorable Commissioners Raket and Van Schuler concerning their thoughts on Diwitoere is for by far the greatest part based on arbitrary conjectures and on the information received by them from some native saffermados, whom I, and probably many with me, especially in this Government and in this so delicate circumstance, cannot consider and hold to be any more honest, skilled, and infallible than the carpenters and the two or three Sinhalese servants who assisted the first Land Surveyor Toenander in surveying the aforementioned small tract of land, and especially in pointing out, counting, and recording the timber found there, and have offered to demonstrate their statements and indications further, and also to confirm them with solemn oaths, which in my opinion is a counter-presentation and demonstration of quite considerable weight and consideration, and also certainly the discerning eye of Krickenbeek No: 108 2048 of the Honorable High Indian Government will by no means pass by unnoticed! Now, concerning the conduct of the Maha Mudaliyar Dias brought up by me in official letters of the 6th and 14th of June of the last passed year in the case and against the headmen of the castes of the Chandos and fishers residing in this Province, who in the months of June and July of the year 1785, predominantly here, and indeed mostly over the words of Ettele Doerawe and oede gangattere karause, mentioned in the new Instructions for the Native Headmen drafted and determined by Your Right Honorable, Highly Esteemed, Highly Respected in the month of February of the same year for their further regulation, to the degradation, as they understood it, of their castes, with which they considered themselves greatly disparaged and humiliated, created so much commotion and unrest, whereof Your Right Honorable, Highly Esteemed, Highly Respected now ask of me further explanation and information, I have the honor to serve regarding this: 1. That it is known to the whole world, and thus will not be contradicted, that this Maha Mudaliyar for many years past has been very hostile toward the headmen of both these abovementioned castes, the titular Mohandiram and Sinhalese Interpreter Simon de Zilva, and the since since deceased Titular Mudaliyar and Malabar Interpreter Augustinus Ferdinandus, and has caused them all possible grief and indignities, and everyone has gathered from this, and even held themselves quite assured, that he, in order to avenge himself as much as possible on those persons who have so long been held and esteemed by everyone as upright and virtuous and who troubled themselves little about him, was also the actual instigator of the insertion of these indications, which were degrading and humiliating for their castes and thus also for themselves according to their understanding, in the newly determined and just-cited Instructions for the Native Headmen, whereby so much upheaval and unrest was caused in the country among such a large number of those people; and I remain assured that everyone who possesses knowledge thereof and wishes to present it with equal sincerity as I do will also testify to this, and this therefore is not based on mere conjectures, but on the general opinion and on all acceptable probability. II. That in the days of these commotions mentioned Krickenbeek No: 108 by
Dutch transcription
2047 verre het hoofzaakelijke daar van betrof, wel hebben gelieven te Confirmeeren en daar bij niets van eenige bloote en dus veel minder opzettelijke Disobe „dientie teegen uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Htalli„ „ge orders ten mijnen lasten gesprooken word, Jkeg„ „ter bij hoogst Derzelver ten dien daage genoomen Be„ „sluijt, en wel met de hardste en ongeneegendste verklaaring daar aan schuldig geagt en voorge„ „steld ben, en over welke onderstelde Disobedientie na mijne gedagten Jk Mij zeeker wel en na behooren bij deese mijne nadere verandwoording verondschul„ „digd hebbe, en mij ook vlije zoo door de Edele Hooge Jn„ „diasche Regeering als door uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: zelven daar van geheet te zullen vrijgekend en verklaard worden: En daar gem: Dessave verder aan het eijnde van zijn voorm: Advies zegt zig verzeekerd te houden dat alle de kommis„ „sien na Diwitoere ter goeder trouwe volbragt zijn, en uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: bij hoogst derzelver Deliberati„ „ve aanmerkingen bij meer dan eene voorstelling zeggen dat men niet voor aanneemelijk kan agten en houden van het geen op eijge kennis en bevinding, en niet op die van anderen of van hunne onderrigting steund, eg„ „ter de overgelegde Rapporten van den Eerste Landmeeter Toenander en van de daar toe behoorende Beschijden, en het het Berigt van den Ingenieur Johannes over de weesen „lijke gesteldheijd van Diwitoere, waar toe hij zelfs te voo„ „ren door uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: gelast wierd, zoo geleel en zoo verre verworpen, als of te geene de minste aanmerking moogen verdienen, daar toe alle of verre de meeste hunner opgaaven en verklaaringen geheel op eijge kennis en bevinding steunen, en het onder dato derde Julij door de E:s Gekomm: Raket en van schu„ „ler overgelegd Berigt, weegens hunne gedagten over Duvitbere, voor verre het grootste gedeelte steund op eij„ „gendunkelijke gissingen, en op de hun E:s toegekoome onderrigtingen van eenige Jnlandsche saffermados, die Jk, en waarschijnelijk veelen met Mij, voor al in dit Gouvernement, en in deese zoo delikaate omstan „digheijd, voor niet eerlijker, kundiger en onfijlbaarder „ de Timmerlieden en de twee ope drie singaleese bedienden, die den eersten Land me kan agten en houden dan de twee Land Meeter Toena „der in 't opneemen van voorm: Landschapje, en voor al bij het aantoonen, tellen en opschrijven van de al„ „daar bevonde houtwerken geassisteerd en aangeborden hebben hunne opgaaven en aanduijdingen, nader te willen aantoonen, en ook met solemneele eede lee„ „vestigen, het geen na mijne gedagten, eene teegen overstelling en betooging van al vrij veel kragt en aanmerking is, en ook zeeker het doorzigtig vog der Krickenbeek No: 108 2048 der Edele Hoog indiasche Regeering gantsch niet on, vu„ „vermerkt zullen voor bij gaan! wat nu betreft de door mij bij officieele Brieven van den 6. ' en 14. Junij des laast gepasseerde Jaars opgehaalde Gedrag van den Maha Moddeljaar Dias in de zaak, en teegen de Hoof„ te „den van de zig in deese Provintie bevindende kasten der Chandos en vissers, die in de Maanden Junij en Julij des Jaars 1785. , voornamentlijk alhier, en wel meest over de in de door uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: in de Maand februarij desselfden Jaars ontworpe en bepaalde nieuwe Jnstruktie voor de Jnlandsche Hoofden ter hunner nadere reguleering over de tot verneedering van, zoo zij begreepen, hunner kasten, vermelde woorden van Ettele Doerawe en oede gangattere karause, waarmeede zij zig grootelijks verlagt en verneederd hielden Gt G zoo veel beweeging en onrust maakten, waar van uE Edele Gestr: Groot Achtb: Mij nu nader verklaaring en onderrigting vraagen, zoo heb Jk de eere des weegens te dienen. 1 Dat het de geheele waereld bekend is, en dus niet zal tee„ „gengesprooken worden dat deese Mala Moddeljaar. van veele Jaaren herwaards, de Hoofden van bijde deese hier booven verm: kasten, de titulair Mohan„ „diram en Zingaleese Tolk Simon de Zilva, ende E zeedert zeedert overleede Titulair Moddeljaar en Malla „baarsch Jolk Augustinus Ferdinandus zeer vijf „andig geweest is, en hun alle hem moogelijke ver„ „driet en smaadheeden aangedaan heeft, en een„ ieder daar uijt heeft opgemaakt, en zelfs zij ge„ „noeg vrzeekerd hield dat hij, om zig over die bij een ieder zoo lange voor braaf en deugzaam gehoude en geagte Menschen die zig zijner mij„ „nig bekreunden, zoo veel doenlijk te wreeken, ook de werkelijke aangeever geweest is ts het stellen van deese voor hunne kasten, en dus oor voor hun zelven na hun begrip, verneederende en verlaagende aanduijdingen bij de nieuw „paalde en zoo eeven aangehaalde Jnstrutktie voor de Jnlandsche pootden, waar door zoo vel opschudding en onrust in het Land onder„ zoo talrijk getal dier lieden doorzaakt wierd, en Jk houde Mij verzeekerd dat een ieder, die daar van kennis draagt, en gelijke opregt„ „heijd met mij wil voorstellen, dit meede getuij„ „gen zal, en dit dus niet op bloote gissingen maar op het algemeene gevoelen, en op alle aanneemelijke waarschijnelijkheijd steund. II Dat ten daagen deeser opschuddingen vermeld Krickenbeek No: 108 bij
English
2049 by Galle official letters of 26 and 31 July 1785, this Post servant from Colombo arrived here and immediately interfered in the matter, apprehended the persons who in his opinion were guilty of that unrest and commotion, locked them up in the Mandoe or provisional prison house of the superintendent of the Galle Korale, and also in that of his son, the native Shabandar, and kept them in the closest custody according to his own pleasure, and subsequently heard and interrogated them before his pretended tribunal, sent them back to the Mandoes or set them free, and gave me no other notice thereof than when he sent those poor people under close guard to the city, to be secured there in the ordinary prison house, or in the guard Mandoe, or in that of the Fiscal, about which I could not but be most deeply resentful; as nothing had been communicated to me regarding this authority exercised by him in so entirely improper a manner in any government letter or privately, as was indeed proper and as I surely might have expected, and as I, apart from what was announced to me in Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir's private letter of 26 July, containing containing only that the Honorable superintendent of the Galle Korale van de Graaff would point out five persons to me, and that I was to summon the Maha Mudaliyar to me in order to confer with him how those fellows could best be secured, thus had no further information whatsoever regarding this until, in the full force of this his audacious conduct, after I had declared my displeasure, it was communicated to me by the then aforesaid Honorable superintendent, when I caused the Maha Mudaliyar, who lived outside the city, to be notified to proceed to me immediately, which he also did, but first repaired to the said superintendent, who also appeared before me before the said Mudaliyar, and then reported to me that he had received a letter from Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir, which he had immediately torn up, by which it had been communicated to him that the Mudaliyar would point out the principal ringleaders of the then unrest among the aforementioned Chando and fishermen, and that they were to be placed in close custody immediately, with a further recommendation to assist him, the Mudaliyar, therein; of which he, the superintendent, upon receiving that letter, and also afterwards, though without any premeditation and solely through many occupations, had then forgotten and neglected to give me proper notice, Kriekenbeek No: 108 to 2050 to give, but that it was not mentioned in that letter, and had also not been said by him, the superintendent, to this Post subordinate servant, that he would be allowed to conduct a provisional public judicial investigation into this all by himself, which also displeased me in the highest degree against him; and subsequently, seeing him with me to account for these his so presumptuous and so extreme actions, I also held this before him in all seriousness, to which lawful and proper reproach and complaint he audaciously answered me that he was ordered to such an undertaking by Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir by a certificate or instruction written in Sinhalese and handed to him, which alleged mandate document he also showed to me, but refused a closer inspection of it, and even a copy, yet, well understanding how wicked and insulting his conduct was, asked my pardon, which I would not accept, and ordered him not to interfere with the affairs of the natives here without my express prior knowledge and consent; and I further, concerning these improper, very extreme, and highly insulting actions of him, the Maha Mudaliyar, who actually has not the least commission in this Province, and certainly may not venture anything on his own authority, authority, and much less in so bravado and insulting a manner, complained to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir in a very fitting manner, and one most consistent with my rank and the trust already placed in me by the esteemed Government, and thereupon only, and indeed to my increasing sorrow, then received as an answer that His Honor had seen himself compelled to this arrangement, and did not think that it could in any way offend me, but that, if I deemed it advisable, I could complain on that account to the High Government of these Lands, which certainly, in those unpleasant moments, and when I had imagined all good things from Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir's friendship and trust, by no means served to cheer and encourage me; whereto, however, I answered nothing else than that, however much and however grievously insulted in my rank and public status, I preferred to adapt myself to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir's pleasure and give His Honor no further displeasure in this matter than to lodge public complaints about what occurred with the Maha Mudaliyar, and rather wished to forgive him his committed offenses against me, to Kriekenbeek No: 108
Dutch transcription
2049 bij Gaalsche officieele Brieven van den 26. en 31. Ju¬ „lij 1785. deese Posta Bediende van kolombo al„ „hier aangekoomen is en zig daadelijk metst geval be„ „moeijde, de, na zijne gedagten, aan die onrust en beweeging schuldige Perzoonen opgevat, in de Mandoe of provisioneel, gevangen, huijs van den opziender der Gale korle, en ook in dat van zijn zoon, de Jnlandsch sabandaan opgeslooten en in de nauwste verzeekering, na zijn eijge wel„ „gevallen, gehouden, en hun vervolgens voor zijn pre„ „tense Regterstoel gehoort en ondervraagd, weeder na de Mandoes gezonden of vrij gelaaten, en mij geen ander kennis daar van gegeeven heeft dan wanneer hij die arme lieden onder nauwe bewaaring na de stad zond, om aldaar in het ge„ „woone gevangen Huijs, of in de guarde Mandoe of in die van den Fiskaal verzeekerd te worden, waar over Ik niet dan ten hoogste gevoelig zonde zijn; alzoo Mij over dit door hem zoo geheel oneijge geoeffend wordende Gezag niets bij eenige Regee„ „ringh brief of, gelijk dit wel behoorde en Jk zeeker mogte verwagten, in het partikulier bedeld was, en Jk, buijten het Mij aangekondigde bij uw ElEd: Gestr: Groet Achtb: particuliere brief van den 26: Julij houdende houdende alleen dat de E: op zinder der Gade koele van de Graaff Mij vijf perzoonen zoude aanwijzen, en dat Jk den Mala-Moddeljaar bij mij moest ontbieden om met hem te overleggen hoe best die knaapen in verzeekering zouden te brengen zijn, dus daar van zelfs geen verder onderrigting had als Mij, in de volle kragt van dit zijn stoud bestaan, na mijn verklaard ongenoegen„ „door den toenmaalige booven gem: E: opziender bedeeld wierd, wanneer Jk de Mala-Moddeljaar, die buijten de stad woonde, liet aanzeggen, om zig daadelijk bij Mijte begeeven, het geen Hij ook deed, dog zig eerst bij gem: op„ „ziender vervoegde, Die ook voor den gem: Moddeljaar bij mij verscheen, en Mij als doen berigte een terstord door hem verscheurde Briev van uwel Ed: Gestr: Groot„ Achtb: te hebben ontvangen, bij dewelke hem bedeeld was dat de Moddeljaar de voornaamste Belhamels van de toenmaalige onrust onder de voorm: Chander en visschers zoude aanwijzen, en dat die daadelijk in nauwe verzeekering moesten gesteld worden, met verdere aanbeveeling om hem Moddeljaar daar in bij testaan, waar van wij op ziender bij het ontvan„ „gen van die Briev, en ook naderhand, dog, zonder eeni„ „ge voorbedagthijd, en alleen door vele bezigheeden, als doen vergeezen en verzuijmd had Mij behoorlijk kannis Kriekenbeek No: 108 te 2050 te geeven, dog dat bij die Brief niet vermeld, en door hem opziender ook niet aan deese Porta Nderzaan be„ „dienden gezegt was dat hij daar in een pronisoir bu„ „bliek Regterlijk onderzoek op zig zelve alleen zoude moogen doen, het geen mij ook iehoogste teegen hem ver„ „stoorde, en hem vervolgens bij mij ziende, om zig over„ deese zijne zoo vermeetele, en zoo verregaande hande„ „lingen te verandwoorden dit ook met alle ernst voorhield, op welke regtmaatig en behoorlijk verwijd en beklag wij Mij stoutelijk andwoorde tot zoodanig een bestaan door Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: bij een hem ter hand gesteld in 't singalees geschreeve Bewijs of Jnstruktie gelast te zijn, welk ondersteld Mandaat schrift bij mij ook vertoonde, dog daar van nader visie, en zelfs een afschrift wijgerde, egter Mij, als wel begrijpende hoe kwaad en hoonend zijn bestaan was, om ver„ „schooning verzogt, welke Jk niet wilde aanneemen, en hem gelaste zig zonder mijne uijtdrukkelijke voorkennis en toestemming met de zaaken der Jn„ „landers alhier niet te bemoeijen; en Mij verder over deese onbehoorlijke zeer verregaande en ten hoogste beleedigende behandelingen van hem Mala Modde„ „Jaar, die eijgentlijk in deese Provintie geene de minste bestelling heeft, en zeeker niets op eijge au„ thoriteijd. „tlorleijd, en veel minder op zoo eene beraaveerende en hoonende wijze bestaan mag, bij uwel Ed: Gestr: Grot Achtb: op eene zeer voeglijk, en met mijn staat en het in Mij door de geeerde Regeering reeds gesteld ver„ „trouwen meest overeenkoomende wijze beklaagde, en daar op alleen, en wel tot mijn toeneemend leed„ „woesen, als doen tot andwoord bekewam, Dat hoogst: Dezelve zig tot deese schikking had genoodzaakt ge„ „zien, en niet dagt dat Mij die eenigzints zoude ken„ „nen stooten, dog dat Jk Mij, des geraaden agtende, bij de Hooge Regeering deeser Landen des weegens kon„ „de beklaagen, het geen Mij zeeker in die onaange„ „naame oogenblikken, en daar Jk Mij van uwvel„ „ Edele Gestr: Groot Achtb. vriendschap, en vertrouwen alles goeds voorstelde, gants niet tot opbeuring en aanmoediging strekte, dog waar op Jk egter niet anders andwoorde dan dat Jk, hoe zeer en hoe grie„ „vend ook in mijn stand en staats voorstelling belee„ „digt, liever verkoos Mij na uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: welkehaagen te schikken en Hoogs=t Den„ „zelve geen verder ongenoegen in dit geval te geeven als over het voorgevallene met den Mala-Moodel, „Jaar publieke klagten intebrengen, en hem liever zijne begaane misdrijven teegen Mij wilde vergee„ aan Kriskenbeek No: 108
English
than to fatigue Your Right Honourable and Highly Esteemed Worships any further therewith, all appearing from the private letters written by me to Your Right Honourable and Highly Esteemed Worships on 27, 28, 29 and 30 July and of 1, 3 and 9 August and 20 December of the year 1785, of which, for the further clarification of matters, and in order to serve as proof of the punishable conduct displayed at that time by the said Port servants as Your Right Honourable and Highly Esteemed Worships demand of me in Their aforementioned Resolution of 21 October last, I add herewith the authentic copies, which may also serve at the same time to recall what occurred here at that time, in case Your Right Honourable and Highly Esteemed Worships might perhaps have misplaced the originals written in my own hand, which copy letters I respectfully request may accompany this Memorial or further justification in its transmission both to the Most Honourable and Esteemed Lords Directors and to the Noble High Indian Government, as they now proceed from here, or in further authentic copies, so that thereby the most convincing proofs may also reach them of the harm done to me early on in this, my entrusted and so important and distinguished Post, and of my dutiful observations, and certainly not inconsiderable modest compliance. 11. That the outcome of the meticulous and so long-lasting judicial inquiry against these persons, who were designated by the Maha-Mudaliyar, brought up under arrest, and interrogated in a harsh manner under an authority boldly assumed by him with all improper, unseemly, and thus exceedingly insulting conduct toward me in particular, and treated as the men guilty of the aforementioned commotion (whilst, even at their apprehension, he could not provide any certainty of accusation against them upon my express inquiry, and merely told me that he would furnish it after the lapse of a few days), were afterwards nearly all found and declared entirely innocent, and only two of these designated persons, the Titular Mudaliyar Augustinus Ferdinandus, and the second schoolmaster of the village Ahangama, Theodorus Ferdinandus, were found guilty thereof in some degree, and that in an excusable degree, for which reason also by Sentence of the Esteemed Council of Justice here, the first-mentioned was merely removed from his service as Malabar Interpreter on account of his considerable thoughtlessness in his writing, but by Your Right Honourable and Highly Esteemed Worships, upon Their revision of the said trial, was only suspended from the exercise of his dignity and office for the time of six months, and the second, as guilty in a higher degree, was imposed no other punishment than only a confinement of a few years, which Your Right Honourable and Highly Esteemed Worships also deemed too severe in proportion to his proven offense, and sentenced him only to a two-year banishment outside this Commandement, from which sentence and mitigation it thus appears most clearly that I was better informed on that day than Your Right Honourable and Highly Esteemed Worships of the entire course of this commotion among the aforementioned Chandos and fishers, which certainly caused quite a stir at the time, and was entirely in the right when I attempted to defend their case to Your Right Honourable and Highly Esteemed Worships to the best of my abilities and to request a more favorable consideration for them, and declared not at all unjustly that this case could very easily, without so much stir, and without the picking up and arresting of so many people, have been settled, and that I therefore also could not indifferently look on as old enmity was covered with the cloak of uncorrupt justice, of which no further justification or explanation was asked of me on that day by Your Right Honourable and Highly Esteemed Worships, which I certainly at that time, better than at present, now that all those very considerable circumstances are so long past, would have been able to present in a very clear manner; and it is certain that if, according to the so express orders and according to equity, the Chalias also completely guilty of false witness in the final judgment in this case, Karanoe Siman, Kangan of the village Baddegama, near Diviture, Agampodiya Christoboe Mendis, Gamarala of the village Raigam, and Magina Bastiaan, Kangan of the Company's Garden Banderewatte, and thus according to the tenor of the above-mentioned sentence of the Galle Council of Justice of 27 December 1787, could and might have been called to account in court, and been prosecuted by the officer of justice for this crime of theirs, one would also have obtained further and clear information as to who actually was most guilty of these so restless agitations, and by whom these false witnesses had been instigated.
Dutch transcription
2051. dan uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: nog verder daar„ meede vermoeijelijken, alles blijkens de door Mij aan Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: op den 27. ' 28:' 29:' en 30. Julij en van den 1. 3. en 9. ' augustus en 20. xber: des Jaars 1785. geschreeve partikuliere brieven, van dewelken Jk, tot meerder opheldering van zaa„ „ken, en ten eijnde te konnen dienen tot bewijzen van het als doen gehoude straf waardig gedrag van gem: Porta Bedienden zoo als uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: die van mij Derzelver voorm: Resolutie van den 21:' october J:o L: afvorderen, de autentique afschrif„ „ten bij deese verhoege, konnende ook teffens dienen tot herinnering van het als doen hier voorgevallene, of Uwel Ed: Gestr: Groot- Achtb: moogelijk de ongi„ „neele door Mij eijgenhandig geschreeve mogte ver„ „legt hebben, en welke kopij brieven Jk eerbiedig verzoeke dat deese Memorie of nadere verandwoor„ „ding in desselfs toeschikking zoo aan de Hoog Ede„ „le Achtb: Heeren Bewindhebberen, als aan de Edele Hooge Jndiasche Regeering, zoo als ze thans van hier overgaan, danwel in nadere autenthique afschriften moogen verzellen, op dat voogst de„ „zelven meede de overtuijgends te bewijzen van het mij in deese mijne aanvertrouwde zoo aange„ „leege „leege en aanzienelijke Post al vroeg aange„ „daane lied, en van Mijne pligtmaatige betrag„ „kingen, en zeeker niet onaanmerkelijke be„ „schijden inschikkelijkheijd moogen toekoomen. U1 Dat de uijtkomst van het nauwkeurig en zoo lang geduurd hebbende Regterlijk onderzoek tegen deesze door den Maha-Moddeljaar aangewelse opgebragte gearresteerde en met alle ongeplaast, onbehoorlijk en dus ten hoogste voor mij in het bijzonder beloe„ „digend door hem stoutelijk aangenoome Gezag, op eene harde wijze verhoorde, en als aan de voorm: opschudding schuldige manschen /: terwijl hij zelfs bij hunne opvatting niet eens eenige zeekerheijd van beschuldiging teegen hun op Mijne uijtdrukke „lijke af vraage konde voorstellen, en Mij alleen zij de die na verloop van eenige daagen te zullen bezor„ „gen:/ bij na allen geheel daar na onschuldig bevonden en verklaard zijn, en maar twee van deeze aangewee„ „zenen, de Titulair Mobdeljaar Augustinus Per„ „dinandus, in de tweede schoolmeester van het doop Ahangamme, Theodorus Ferdinandus, daaraan eenigzints, en nog wel in eene vergeeflijke graad, schuldig bevonden zijn, waarom ook bij Pentontie van den Achtb: Raad van Justitie alhier, de eerstge„ „noemde Krickenbeek No: 108 2052 „noemde blootelijk om zijne aanmerkelijke onbe„ „dagtzaamheijd in zijn schrijven van zijn Dienst, als Mallabaarse Tolk gedimoveerd, dog door uwel „ Edele Gestr: Groot Achtb:, bij hoogst Derzelver revisie van gem: proces, maar alleen voor den tijd van ses„ Maanden in de excercietsie van zijne waardigheijd en Ampt gesuspondeert, en de tweede als in hooger graad schuldig, geene andere straffe dan alleen een Confinement van eenige Jaaren opgelegt is, het welk uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: ook te swaar, na eeven„ „reedigheijd zijner beweese mislag geoordeeld hebben, en hem maar alleen tot een twee Jaarig banisse„ „ment buijten dit kommandement veroordeelden, uijt welke sententie en miligatie dus aller duijdelijkst blijkt dat Ik beeter als uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: van de geheele toedragt deeser als doen zeeker al vrij wat ge„ „rugt maakende opschudding onder voorm: Chandos en vissers ten dien daage onderrigt was, en gantsch geen on„ „gelijk had wanneer Jk hun geval bij uwel Ed. Gestr: Groot Achtb: na mijne beste vermoogens tragte te verdeedigen en een gunstiger beschouwing voor hun te verzoeken, en gantsch niet ten onregte verklaarde dat dit geval veel ligt, zonder zoo veel beweeging, en zonder het opligten en arresteeren van zoo vel Menschen had konnen afge„ „maakt 4 maakt worden, en Jk dus ook niet onverschillig konde aanzien, dat oude vijandschap met de Mantel van het onkreukbaar Regt bedekt wierd, waar van mij ten dien daage door uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: geene nadere ver„ „andwoording of verklaaring gevraagt is, die JIk ook zeeker als doen, deeter dan teegenwoordig, nu alle die zeer aan„ „merkelijke omstandigheeden zoo lange geleeden zijn en wel op eene zeer duijdelijke wijze zoude hebben konnen voorstellen, en het is zeeker dat wanneer, na de zoo uijt, „drukkelijke orders en na billijkheijd, de bij eijnde oordeel in deese zaak meede als volkoomen aan valsche getuijg „genis schuldige Chaliassen, karanoe Siman, kan„ „gaan van het Dorp Baddegamme, na bij Diwitoe „re, Agam poddia Christoboe Mendis, Gammeraale van het Dorp Raijgam, en Magina Bastiaan, kan„ „gaan van 'sComp:s Thuijn Banderewatte, en dus na luijd der boovengem: sententie van den Gaalsche Raad van Justitie van den 27. xber: 1787. , in regten hadden konnen en moogen aangesprooken, en door den offi„ „cier der Justitie over deese hunne misdaad geactioneerd worden, men ook wel nadere en duijdelijke onderrigting zoude hebben bekoomen, wie eijgentlijk aan deese zoo onrustige beweegingen wel het meest schuldig was, en door die deese valsche getuijgen opgestookt waaren„ Krickenbeek No: 108
English
2013 were, which was then certainly rendered impossible by the imposed interdict, and could now no longer be explained; whereby those poor innocent people, having suffered so much for five months in such a harsh imprisonment, anguish, and anxiety, to some of whom even their wives and children were forbidden and prevented from having such comforting access, so that not the least consolation remained for their truly hard and soul-stirring case, just as it was rightfully described and recommended by me at that time to Your Right Honourable, Right Respected, Most Worshipful; and they were not even able to prove by whose cunning and cruel actions they were plunged into those sorrowful circumstances, and indeed had to content themselves with an openly and judicially approved declaration and their subsequent release from their harsh and so prolonged imprisonment. IV: I rest assured that with this further and clear declaration of mine, now completed upon Your Right Honourable, Right Respected, Most Worshipful's own high command, and by citing the private letters written by me at that time to Your Right Honourable, Right Respected, Most Worshipful, and mentioned above regarding their dates and contents, I will have satisfactorily shown and proven that the Maha and Your Right Honourable, Right Respected, Most Worshipful's Porta Mudaliyar Nikolaas Dias Abeysinghe behaved in the contentious case of the castes of Chandos and fishermen in the year 1785 in a very one-sided, improper, unjust, presumptuous, wholly ill-considered, and insolent manner, and thus very poorly and blameworthily, and completely abused the trust so very deeply placed in him at that time by Your Right Honourable, Right Respected, Most Worshipful; and I may well wonder with great reason why Your Right Honourable, Right Respected, Most Worshipful now demand and require from me a further explanation and indication thereof, since I already so clearly presented his transgressions committed therein and further bad conduct to Your Right Honourable, Right Respected, Most Worshipful in the aforementioned letters, regarding which no further elucidation or accounting was requested at all at that time; but this may possibly no longer stand clearly and plainly enough before Your Right Honourable, Right Respected, Most Worshipful, it being now more than three years ago, in all its circumstances, amidst so many other very burdensome occupations, amidst so many other very weighty occupations, amidst so many other very weighty occupations; for which purpose this further declaration demanded of me will indeed serve best and most appropriately. And since it is sufficiently evident from all that has been presented, Krickenbeek No: 108 that 2054 that Your Right Honourable, Right Respected, Most Worshipful consider the aforementioned Maha Mudaliyar not only as a very capable, but also as a trustworthy man, and would gladly see him generally accepted as such, and may also in the now repeated case of the Chandos and fishermen not consider him as guilty as I certainly regarded as certain and clearly proven on the days of the wrongs inflicted on me by him, and therefore complained about it very much, though with by no means inconsiderable modesty; it might indeed seem very improper, and could even appear as if I now wished to take revenge on him for it, if I wished to continue to hold and represent him as a wicked, bad, and harmful man, from which I am very far removed; and, to prove this incontrovertibly, and indeed out of high regard and respect for Your Right Honourable, Right Respected, Most Worshipful's better opinion, and in order completely to erase all bad and disadvantageous impressions of the man, I hereby declare myself willing also to openly declare him an upright and honest man, if he—which is of very great importance to him—will please request from, and can obtain from: the Honourable Chief Administrator Sluysken; the Honourable Disawa Frietzen; the Honourable Trade Bookkeeper Samlant, who for many years were consecutively overseers of the Galle Korale and subsequently heads of the Mahabadde; the Honourable former Senior Merchant Burnand, who was Disawa at Matara for twenty years; the present Honourable Disawa van Angelbeek; the Honourable Administrator van der Spar, who is one of the Company's oldest meritorious servants in this Government; the Honourable van de Graaff, presently Opperhoofd at Calpentyn, who was also an overseer of the Galle Korale; and the Honourable former Galle Secretary Martheze; and the Fabriek Commissioner De Vos, who have resided here for many years and are thoroughly informed of all native affairs and relations, and whom we all consider and esteem as very knowledgeable in local affairs and very well-informed servants of the Company, and who also all know the Mudaliyar thoroughly and are certainly best informed of his actions, and who will certainly not refuse to give solemn testimony to the truth; and if he can obtain that they, as men of honour and upon the oath of loyalty by which Their Honours are bound and obliged to the service of the Honourable Company, declare that they consider and recognize him, Mudaliyar Nikolaas Dias Abeysinghe, as an upright, virtuous, and worthy man, and him of any public crimes, evil Krickenbeek see No: 108
Dutch transcription
2013 waaren, het geen toen door het geleyd Interdikt zeeker on„ „moogelijk wierd, en nu niet meer zoude konnen ver„ „klaard worden, waar bij die arme vijf Maanden lang in zoo harde gevangenis, angst en bekommering zoo veel geleeden hebbende onschuldige Menschen, tot eeni„ „ge van welken zelfs hunne vrouwen en kinderen den zoo troostelijk toegang verbooden en teegen gehouden wierd, dus geen de minste vertroosting over hun waar„ „lijk hard en zielvoerend geval, gelijk het door mij ten dien daage met regt aan Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: beschreeven en aanbevoolen wierd, overgebleeven is, en zij zelfs niet hebben konnen bewijzen door wiens listig en wreed bedrijf zij in die bedroefde omstandigheeden ge„ „dompeld wierden, en zig wel met een oopentlijke Reg„ „terlijk geapprobeerde verklaaring en daar op gevolgd ontslag uijt hunne harde en zoo langduurige gevan„ „genis, hebben moeten te vreeden houden. IV: Houde. Jk Mij verzeekerd dat Jk met deese mijne, op uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Hoog bevel zelve, nu volbragte nadere en duijdelijke verklaaring en met de aanhaaling van de door Mij ten dien daage aan uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: geschreeve, en hier booven voor hunne dagteekeningen en inhoud verm: partikulie„ „re Brieven, genoeg doende zal aangetoond en beweesen hebbe, hebbe, dat de Maha en uwelEd: Gestr: Groot Achtb: Porta Modeljaar Nikolalas Diasbezinge, zig in het questius geval der kasten Chandos en vissers in den Jaare 1785. zeer eenzijdig, onbehoorlijk, onregt vaardig, vermeete geheel onbedagt en insolent, en dus zeer slegt en strap„ „waardig gedraagen, en het in hem ten dien daage door UwelEde: Gestr: Groot Achtb: zoo zer gesteld metrouid geheel misbruijkt heeft, en Jk Mij wel met groote ree„ „den mag verwonderen hoe uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: nu van Mij daar van eene nadere verklaaring en aanduijding afvraagen, en vorderen, daar Jk reeds zoo duijdelijk zijne daar bij gepleegde overtreedingen en verder slegt bestaan, aan Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: bij voorm: Brieven heb voorgesteld, waar van Al in die tijd geene nadere opheldering of verandwoording gevraagd is, dog dit zal moogelijk uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: , als nu ruijm drie Jaaren geleeden, in al „te zijne omstandigheeden, bij zoo veele andere zeergeure „tige beezigheeden, bij zoo veele andere zeer gewigtige beede „heeden, bij zoo veele andere zeer gewigtige beezigheeden niet duijdelijk en klaar genoeg meer voorstaan, waar toe dan deese van Hij afgevorderde nadere verklaa„ „ring wel meest en best zal konnen dienen: En al„ „zoo het genoegzaam uijt al het voorgestelde blijkt Krickenbeek No: 108 dat 2054 dat uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: den voorm: Mala= Moddeljaar niet alleen als een zeer kundig, maar ook als een welvertrouwend Man aanmerken, en hem gaarne daar voor in het algemeen aangenoomen zaagen, en hem moogelijk ook in het nu herhaald geval der Chandos en vissers niet zoo schuldig zullen agten als Jk wel ten daagen der Mij van hem toegebragte verongelijkingen voor zeeker en als klaar beweesen aanmerkte, en Mij dus daar over, ook zeer, hoewel met gantsch geen on„ „aanmerkelijke beschijdendheijd beklaagde, zoo zoude het wel als zeer onwelvoeglijk schijnen, en zelfs konnen voorkoomen, als of Jk Mij thans daar over op hem wilde verhaalen, indien Jk hem verder voor een kwaad slegt en schadelijk Man wilde houden en voorstellen waar van. Jk wel verre ben, en, om dit onweeder„ „spreekelijk te bewijzen; en wel uijt hoogagting en eerbied voor uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: beeter gedagten en om alle kwaade en nadeelige Jndruk over den Man geheel uijttewisschen, Mij bij deese geraed betuijge om hem meede oopentlijk voor een braaf en eerlijk Man te verklaaren wanneer hij, waar aan hem zeer veel geleegen legt, maar van den E: Hoofd Administra„ „teur sluijsken, van den E: Dessave Frietzen van den E: M„ „gotieboekhouder samlant, die veele Jaaren agter en op zinders der. der Galekerle en vervolgens Hoofden der Malabasde ge„ „weest zijn; van den E: oud opperkoopman Burnant„ die twintig Jaaren lang Dessave te Mature was, van den teegenwoordige E: Dessave van Angelbeek; van Den „ E: Administrateurs van Der spar, die een der oud„ „ste komp:s verdienstelijke Dienaar in dit Gouverne„ „ment is, van den E: van de Graaff, teegenwoordig opperhoofd te Calpettij, die meede opziender der Gale korle geweest is, en van de E:s oud Gaalsch Sekretaris Martheze, en van den Fareeks kommissaris De vos„ die veele Jaaren hier hun verblijff gehouden hebben, en grondig van alle Jnlandsche zaaken en betrekkingen onderrugt zijn men die wij allen voor zeer Landkundt „ge en zeer wel onderrigte kompanies Dienaaren hou„ „den en agten en ook allen hem Moddeljaar gronde kennen en zeeker best van zijne handelingen onder„ „rigt zijn, en die zeeker niet zullen wijgeren der waarheijd plegtige getuijgenis te geeven, zal gelieven te verzoeken, en van hun Edelen kan verkrijgen dat ze als mannen van eer en op den eed van trouwe, waarmeede hun Edelen aan den Dienst der Ed: Maatschappije verbonden en de gehouden zijn verklaaren hem Moddeljaar Nikolaas Dias chb „singe, te houden en te erkennen voor een braaf, deugdzaam en waardig Man, en hem aan eenige publieke misdrijven boose Krickenbeek zien No: 108
English
wicked and evil deeds in his entrusted official duties, both now and formerly, consider and hold in their hearts completely innocent, and especially declare him entirely free: I. of the bad and very punishable conduct maintained in the Year 1772 by some Native Chiefs in the Disavany of Mature, through which the then Honorable Disava Burnat suffered so much grief and difficulty, and which caused so much unrest in the Land. II. of the great commotions and unrest among the Inhabitants of the Galle Talpe and Gangebadde Pattu in the Year 1774, which caused so many difficulties for the Honorable Disava Fretz, then superintendent of the Galle Korale. III. of the later unrest or difficulties in the Year 1784 in the Mature Disavany, when Your Right Honorable was present there in person, and whereby the Honorable Disava Burnat, according to his public testimony also made on that day, suffered so much and complained greatly about it to Your Right Honorable personally. IV. of the above-mentioned disturbances and also commotions among the Chandos and fishermen here in the Year 1785; and those who were the most prominent servants of the Noble Company in this Government, if they are pleased to give him, the Maha Mudaliyar, who in public is attributed so much part in it, written assurances of these their excuses and acquittals so useful and obliging to him, then I declare that, in complete reliance upon the true, honest, and best sentiments of these my fellow Servants, I shall also sign them; and, notwithstanding all my sensitivity regarding his evil deeds committed under my own eyes against the aforementioned Chandos and fishermen, I shall view it as a misstep in his ordinary execution of Native affairs, and also completely acquit him and next his son of many evil and self-serving interests in the improvements undertaken by them in the small district of Diviture, as soon as it is clearly and plainly proven to Me that they are also entirely innocent thereof; and I do not think that these Mudaliyar officials can expect more of my leniency toward them, and they will surely consider and deem it most obliging. With this, my further defense and explanations, arranged with all respect, to the best of my abilities, and with the greatest willingness, I hope to have complied well and to Your complete satisfaction with the Highly esteemed command received by Me in Your Right Honorable Government letter of 24 December of last year; and I would therefore be permitted to end this Apology, which I gladly would have submitted in less detail had it been possible and permissible to arrange it solely for the proper instruction of the circumstances cited therein for Your Right Honorable, who possess complete knowledge thereof, so as not to detain Your attention with it any longer; but understanding that Your Right Honorable, whose cares over the entire Country are ever watchful and active, and in particular take the matters of the small district of Diviture so much to heart, and will kindly tolerate so many elaborations and repetitions in this matter, will also permit Me some special remarks regarding that very important District itself, and rest assured that they are presented with the best intentions for the good, in which flattering confidence, especially for this my labor, I then also take the liberty to submit the following to Your attention with all Respect; In Your Right Honorable Resolution of 2 October of the past Year, it is disputed against Engineer Tonander that there were no old fields in that small district; yet the survey Reports of Diviture submitted by some Engineers etc. in the Years 1733 and 1738 speak throughout of low fields, just as the low grounds in that district are indeed naturally suited to be fields, and this is not contradicted by the Honorable Disava Fretz, who had this small district in hand with a society for its reclamation. The said Reports, and especially the last one by Mr. Le Beck, as Engineer, and by two Members from the Galle Council attached to that commission, and by the then superintendent of the Galle Korale, and by two then Mudaliyars, clearly demonstrate, if not the complete impossibility, at least the improbability of being able to cultivate and sow the low grounds of the aforesaid District with any certain prospect of success, other than by constructing a very large
Dutch transcription
2055 boose ende kwaade handelingen in zijne aanvertrouw¬ „de Dienst verrigtingen, zoo wel nu als voormaals, in hunne harten geheel onschuldig agten, en houder, en wel voornamentlijk geheel mij kennen: t: van het in den Jaare 1772. door eenige Jnlandsche Hoft Hoofden in de Dessavonije van Mature geloude slegt en zeer strafwaardig gedrag; waar door den toenmaalige E: Dessave Burnat zoo veel verdriet en moeijelijkheeden toekwaamen, en zoo veel onrust in het Land verwekte. II van de groote opschuddingen en onrust onder de Jngezeetenen van de Gaalsche Talpe en Gan„ „gebadde pattoe in den Jaare 1774. die den E: Des„ „save Fretz: toenmaals opziender der Gale korle„ zoo veele moeijelijkheeden veroorzaakten. III van de laatere onrust of moeijelijkheeden in den Jaare 1784. in de Matureesche Dessavonije, wan„ „neer Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Zig zelve aldaar bevond, en waar bij de E: Dessave Burnat, volgens zijne ten dien eijnde dage gedaane opentlijke ^ ook betuijging, zoo veel geleeden heeft, en zig daar over, aan uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: zelve zeer beklaagde. IV van de hier booven vermelde onlusten en meede g 174 en opschuldingen onder de Chandos en vissers al¬ „hier in den Jaare 1785. en die onder de dienaaren der Edele Maatschappije in dit Gouvernement meest aanzienelijke weeren, hem Maha Moodal„ „Jaar, die in het publiek daar van zoo veel aan„ „deel toegereekend word, van deese hunne voor hem zoo dienstige en verpligtende ontschuldigingen en vrij kenning schriftelijke verzeekeringen. gelieven te geeven, zoo betuijg jk, die, in volkoo„ „men vertrouwen op de waare, eerlijke en beste gevoelens deeser mijner meede Dienaaren meede te zullen onderteekenen, en, niet teegen„ „staande alle mijne gevooeligheijd weegens zijne onder mijne oogen gepleegde kwaade hande„ „lingen teegens voorm: Chandos en vissers, als een drukfout in zijne gewoone bestellingen der Jnlandsche zaaken aanmerken, en hem naa zijn zoon verder van veele kwaade en baatting „tige belangen in de door hun aangenoome verbeterin „gen van 't Landschapje Dlivitoere, ook ge„ „heel vrij spreeken, zoo dra Mij klaar en duijde, „lijk beweesen worden dat ze meede daar aan gantsch ontschuldig zijn, en meerdenk Jk niet dat deese por„ „ta bedienden van mijne toegeevendhijd voor hun zullen ezien Driekenbeek No: 108 2056 zullen verwagten, en het wel als ten hoogste be„ „lievende zullen aanmerken en agten. Met deese nu mijne nadere verandwoording en verklaa„ „ringen met alle eerbied, en na mijne beste vermoogens, en met de meeste berijdwilligheijd ingerigt, verhoop Jk aan het Mij bij uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Regeerings brief van den 24.:' December J:o L: toegekoome Hoog geeerd bevel wel, en na Hoogst Derzelver volkoome genoegen te hebben voldaan, en Jk zoude dus deese Apologie, die Jk gaarne minder uijtgebruijd, zoude ingediend hebben, indien ze alleen tot behoorlijke onderrigting der daar bij aangehaalde omstandigheeden voor uwel Ed: Gestr: Groot Achtb:, die daar van volkoome kennis draagen, had konnen en moogen ingerigt worden, ook wel moogen eijndigen, om hoogst Derzelver aandagt niet langer daarmeede optehouden, dog begrijpende dat uwel Ed. Gestr: Groot Achtb: welker Zorgen over het geheele Land steeds waak- en werkzaam zijn; en in 't bijzon„ „der de aangeleegendheeden van 't Landschapje Duvitoere zoo zeer ter harte neemen, en zoo veele uijtwijdingen en her„ „haalingen in deese wel gunstig willen inschikken, Mij ook nog wel eenige bijzondere aanmerkingen en over dat zoo important Distrikt zelve zullen gelieven te passeeren, en zigter„ „zeekerd te houden dat die met het beste oog merk ten goede worden worden voorgesteld, in welk voor deese mijn arbijd in het bijzonder zoo vlijend vertrouwen Jk dan ook de vrijheijd neeme dien aangaande nog het ondervolgende aan hoogh: Derzelver aandagt met alle Eerbied voortedraagen; Bij uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Resolutie van den 2:' xp „tober des laast gepasseerde Jaars word den Jngenieur To „nander betwist dat er geen oude velden in dat land„ „schapje zouden geweest zijn, dog de opneemings Pappor„ „ten van Diwitoere door eenige Jngenieurs C: S: in de Jaaren 1733 en 1738. overgegeeven, spreeken doorgaans van laage velden gelijk de laage gronden, in dat hand„ „schap ook waarlijk, als uijt de natuur, tot velden geschikt zijn, en door den E: Dessave Fretz:, die met een societijd dit Landschapje ter bekwaammaaking onder handen gehad heeft, niet teegengesprooken word. Gemelde Rapporten, en wel inzonderheijd het laaste van den Heer Le - Beck, als Jngenieur, en van twee Leeden uijt den Gaalsche Raad, bij die kommissie gevoegt, en van den toenmaaligen opziender der Galekorle, en van twee toenmaalige Moddeljaars, wijzen duijdelijk zoo niet de volkoome onmoogelijkheijd, ten minste de on„ „waarschijnlijkhuijd aan, om de laage gronden van voorsz. Landschap, met eenig zeeker vooruijtzigt te konnen bebou„ „wen en bezaijen, dan met het aanleggen van een zeer groote Krickenbeek zien No: 108