VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3840

Ceylon · 894 pages · 175 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3840_0620 view scan ↗

English

so that it can be accounted for by the Master of the Equippage. §98: It is resolved to have this topmast written off the inventory, and to take note that the cheek remained on board. It is approved to have these unusable half leagers written off the ship's inventory, and to have the repairable half leagers repaired as soon as possible. It is resolved to enter and account in the books for these whole and undamaged covers for the ambassadors, for the service of the artillery and military, as well as for rain and sun flaps, etc., namely: 320 C: of 1 main topsail 210 C: of 1 fore topsail 340 C: of 1 mainsail 289 C: of 1 foresail 105 C: of 1 main topmast staysail 106 C: of 1 crossjack 90 C: of 1 main topgallant staysail opaap 126 C: of 1 fore topmast staysail 3181 C: being of no other use than for parceling the ropes in the ropewalk and for the vessels, and thus cannot be entered in the books, namely: 291 C: very old and worn from the square of the sail, such as: 49 C: of 1 main topgallant sail 40 C: of 1 fore topgallant sail 20 C: of 1 flyer 15 C: of 1 main topgallant topmast staysail 31 C: of 1 common jib 34 C: of 2 top studdingsails 102 C: of 1 mizen topgallant sail 2890 C: being strips and patches of the aforementioned sails. At the shipyard. 798: 1 piece made topmast 1 cheek, remained on board, see report Letter R. In the smith's and cooper's shop out of necessity 3 pieces wooden chests with brass lips, unserviceable. The captain certifies that these goods came into this condition through use during the voyage. See report Letter S. 8 tin lanterns, of which 3 ditto 1 brass bottle pump 1 ditto cook's spoon, unserviceable 1 ditto skimmer 3 whole leagers, unserviceable, rendered as such through constant use, out of the supply. whole leagers, of which 60 pieces under date 11 September of the past year were provided to the ship 't Slot ter Hooge, see report Letter T. All these goods to be entered into the books to the credit of the ship expenses account and the hard bread to be written off, since the officers have declared that the shortage arose because it rotted and became unusable on board; on the other hand, the officers are charged to compensate for the short-delivered vinegar, shirts, linen stockings, and shoes. The 146 fathoms of old Dutch rope, cut into 4 ends according to custom, to be sold for use in the ship's service. The cheek that remained on board to be charged to Galle. The unserviceable sails to be written off, and the resulting 1486 C:ds of sailcloth that can still be employed for some services to be taken in, as well as the remaining 3181 Ca that cannot be used for any useful service except for parceling the ropes in the ropewalk and for the vessels, to be employed for that purpose. half leagers repairable 85 pieces to be taken in for further accounting. Unserviceable goods to be sold by public auction for what they are worth, but the 5 serviceable tin lanterns to be retained. remained. §100: repair. The weigh buy see less less 3101: It is resolved to deal with these weapon goods according to the proposal made in this regard by the Honorable Head. §102: It is approved to have this deficit of 5¾ lb garden seeds written off. The captain certifies in this report to have received these three baskets of garden seeds unweighed. §103: It is resolved to have these garden seeds charged to Cochin and Paleacatte. It is approved to have the short-delivered 1226½ cans of ordinary white Cape wine written off, and to allow the officers 153¾ cans which are due to them. The remaining unserviceable goods to be disposed of by public auction. The following weapon goods were provided to the soldiers of this vessel upon departure from the fatherland and delivered here. In the Armory. 50 pieces grenadier muskets with iron ramrods and triangular bayonets 1 partisan 1 drummer's cutlass with its frog 1 assembled wooden drum, of which the skins, cords, and hoops, carrying strap, snare, and drumsticks are unserviceable, see report. 1 barrel with 1 drum and accessories remained on board. These weapons and weapon goods to be booked to the credit of the ordinary expenses account after the unserviceable ones have been destroyed, but the items that remained on board to be charged to the destination of this vessel. For the account of the Cape of Good Hope. In the Trade Warehouse. New and fully ripe garden seeds According to bill of lading and invoice, 3 baskets: 300 lb net According to report Letter V: delivered in 46 sealed bags, weighing gross: 300 lb deducting their tare of: 5¼ lb thus remaining net: 294¼ lb The undersigned believes that this leakage may be passed with the pleasure of Your Honorable Excellency. For Cochin Garden seeds According to extract of the Cape missive: 72 lb According to report Letter W: delivered in a well-conditioned basket with 23 sealed bags: 72 lb thus kept unopened. For Paleacatte. Garden seeds According to extract of the Cape missive: 64 lb According to report delivered in a well-conditioned basket with 28 sealed bags: 64 lb thus kept unopened. The seeds for Cochin and Paleacatte have already been sent thither. In the Pantry. Cape wine ordinary white. According to invoice, 33 leagers, should contain: 13804 cans According to report Letter X: delivered 18 of 2 dm each: 6885 cans 15 of 2½ dm each: 5692 cans Total: 12577½ cans The regulation permits 10 percent: 1380¾ cans thus the officers are still entitled to: 153¾ cans short cans: 1226½ due on account of leakage. §101: see administrator. report Letter E. remained. in report Letter T. §109: 6 1 5 ¾: 2: A: 1226 ½ 1:

Dutch transcription

om zodanig door den Equipa„ „giemeester verantwoord te §98: Is verstaen deese steng bij den Jnventaris te laeten afschrijven, en voorkom„ „minicatie, te neemen dat de wang binnen boord ver„ Is goedgevonden deese on„ halve leggers bij den scheep inventaris te laeten af„ schrijven, en de repara„ ble halve leggers ten eersten telaeten repa„ Is verstaen deese heele en dermanden voor de ambassadeurs, ten dienste van de artillerie en melitaijren mitsgaders tot reegen en zonne klappen et C:a welke daerom bij de boeken kunnen ingenoomen en verantwoord worden, teweeten 320: C: van 1: groot marzijl 210: „ „ 1 voor d-o 340 „ „ 1: groot zijl 289: „ „ 1: fok 105: „ „ 1: groot steng stag zijl 106: „ „ 1: kruijs zijl 90: „ „ 1: beraems groot stag, zijl opaap /26. „ „ 1. voorsteng stag Piffl 3:181: C=t tog geen ander dienst nuttig dan tot amartings voor de touwen in de lijnbaan en voor de vaertuigen, dus bij de boeken ook niet kunnen ingenoomen worden, teweeten. 291: C: heel oud en versleiten uijt vierkant van 't zijl, als. 49: Ca: van 1: groot bramzijl 40: „ „ 1: voor d-o — 20: „ „ 1: vlieger 15: „ „ 1: groot bramsteng stag zijl 31: „ „ 1: gemeene kluijver 34: „ „ 2 boven lijzeijls. 102: „ „ 1: grietje van dijk 2890: C=o zijnde aen stroooken en lappen van voorm: zijlen Op de scheepstimmerwerff. 798: 1: p:s gemaakte stang - - - - - - - - 11 wang, binnen doord verbleeven } vide raport L=a R: Jn de smitsen kuijpers winkel uijt de behoefte 3: p:s houte kisten met kopere lippen onbequaem de kap:t betuijgd, dat deese goederen 8: „ blikke lanthaarens daer van 3: d=o— door 't gebrukik op de rijse, in 1: „ kopere bottelies pomp 899:2 deese sutuatie gekoomen zijn, 1. „ do koks. leepel onbequaam - - iide raport L: S: 1: „ do schuimspan 3: „ heele leggers onbekwaem, door 't geduurig gebruik zodanig geworden, uit voor den voorraad. heele leggers, waar van 60: p:s onder dato 11: 7ber: J:o Leeden ver„ vide rap„ port L: T: „strekt aen 't schip 't slot ter hooge Alle deese goederen ten voordeele der reekening van onkosten van scheepen in teboeken en 't hart brood afteschrijven, wijl de overheeden verklaerd hebben dat het minwigt ontstaen is door dat het aen boord verrot en onbruikbaer is geworden daar en tegen de overheeden ter vergoeding op teleggen de minder geleeverde azijn, hemden, linne kousen en schoenen De 146: vadems oud Holl:s touw aen 4: enden na den gebruijke telaeten verkoppen om tot scheeps dienst gebruijkt te worden. De binnen boord verbleevene wang naer Gale aentereekenen. De onbekwaame zeijlen te laeten afschrijven en de daar van uijt gekomene 1486: C=ds zijldoek die als nog tot eenige diensten kunnen worden geemploijeerd inteneemen mitsg:s de overige 3181: Ca die tot geen nuttig dienst kunnen gebruikt worden als een„ „lijk tot smarting voor de touwen in de lijnbaen en voor de vaartuigen daer voor te laeten imploijeeren. pport halve leggers reparabel - - - - - - - - - - 85: „ ter nader verantwoording te laeten inneemen. bfquaeme goederen, per publike vinditie voor. 't geldende te laeten ver„ koopen, dog de 5: bequae„ „me blikke lantaarens t worden. bleeven is. 199: § 100: „reeren. 100: 14: „ De weeg koo vid 1977 minder minder 3101: Is verstaen met deese waepen goederen te laeten handelen naar 't in deesen gedaene voorstel door den E: hoofd„ 9102: §102: Is goedgevonden deese min„ De kap:tn betuigd bij derheid van 5:¾ lb: tuin „ dit rapport dat der raden te laeten afschrij„ze drie maenden tuijzaeden onge„ „woogen te hebben ontvangen. §103: 3103: Is verstaen deese tuijn zaeden te laeten aenreekenen na poetsiem en Paleakatta Is goedgevonden te laeten fschrijven de minder uitgeleeverde 1226:½ kann: ordinaire witte kaebsche wijn, en aen de overheeden, te laeten goederden 153: ¾: kann:, die hun dog De overi onbekwaame goederen per vendicetsie aen de man te helpen De teweldene wapen goederen zijn de militairen van deese bodem bij vertrek uit 't vaderland meede ge„ „geeven en alhier geleeverd. In de Wapenkamer. 50: p:s granadier geweeren met ijzere ladstafken en bejonetsten driekantiger - - 1 „ partizaen 1: „ tamboers houwer met zijne portepee. 1: „ opgemonteerde houte trommel, waer van de vellen, lijnen en dreeren wide spaanders, draagband, slagband en tromstokken onbekwaam ra „ vat met 1: trom en toebehooren binnen boord verbleeven. ƒ Deese wapenen en wapengoederen ten voorsdeele der reek: van onkosten ordinair inteboeken na dat de onbekwaame zullen vernietigd weesen doch de binnen boord verbleevene werwaerds deeze bodem gebleeven is aentereekenin. Voor reekening van de kaap De Goede Hoop. In 't Negootsie Pakhuis. Nieuwe en volkomen rijpe tuin raeden Volg:s kognossement faktuur en 3: manden . . . . - lb: 300: netto „ rapport L:a V: geleevert in 46: verzegels „de zakjes weegende b=to. . lb: 300:— afrekkende derzelver tarra van „ 5: ¼: zoo resteerld metta - - - 294:¼: - - - „ De ondergeteekende vermeend, dat deese spillagie met believen van uwelEd: groot agtb: zou konnen gepasseerd worden. voor koetsiem Tuin zaaden Volg.:s Extrakt kaabsche missive. . . . . lb: 72: rapport L: W: geleeverd een welge:conditi„ „oneerde maend met 23: verzegelde zakjes „ 72:— dus ongeopend bewaerd. Voor Palleakatta. „ Tuinzaeden Volg:s extrakt kaabsche missive - - - - lb: 64: — „ raport geleeverd een welgeconditioneer„ „de mand met 28: versegelde zakjes, dus ongeopend bewaerd – – – – – „ 64: De raeden voorkoetsiem en Palleakatta zijn reeds naar derwaerds verzonden. Jn 't Dispens. Raatsche wijn ordinaire witte. volg:s faktuur 33: leggers, moetende in houden - - - - - - - - - kann: 13804: 9 „ raport d: X geleeverd 18: wan 2: d=m ieder. . . . - - - - - kann: 6885:— 15: wan 2:½ d=m ieder - - - „ 5692: „ 12577:½ Het reglement permitteerd 10: p:r C=to kann: 1380:¾„ dus komt de overheeden nog toe - - „ 153:¾ reot kann: - - - „1226:½ 3104: weegens spillagie stoe„ koomen. § 101: 8105: videren administrateur. port :E: ven. — in „ rap„ L:T: §109: . 6 1 5 ¾: 2: A: 1226 ½ 1:

NL-HaNA_1.04.02_3840_0622 view scan ↗

English

§105: more less per cent 54:¾ cans that they have delivered short must be credited It was resolved to write off The captain states in Red Rising Red Stomach It is understood to write off 27 cans Cape red stomach wine and to allow the officers 11:¾ cans which are due to them beyond that on account of ullage. beyond that have short It is approved to write off 2:¼ cans tarragon vinegar 1:¾ cans that they 1107: write off 105 lb Cape butter which were delivered short here, and to allow the officers 217 lb which in addition, on account of the determined It is understood to write off 4108: §189: It is approved to allow the officers on account of the permitted ullage: 15 lb grey peas 2:¾ dried pears 1:– dried apples 1:– dried peaches § 105: rising Cape wine on account of permitted ullage that the one leaguer with red rising wine which here are to the badness of write off 426:¾ cans red proof L: A: F: officers to have compensated empty has run out §108: Tarragon vinegar According to invoice 1: half anker having to contain C: 49: — Report delivered with 2:½ inches ullage 45: — On this 5 per cent validating c: 2:¼ Thus the officers must compensate 1:¾ together cans: 4: —. Cape butter According to invoice 12 half leaguers weighing gross 7907: tare 1465: and net lb: 6442:— Report delivered 12 half leaguers weighed gross 7802: tare 1465: with net 6337:— Conform regulations 5 per cent validating lbs 322:— thus the officers must still be compensated 217:— Remainder lb 105: Grey peas According to invoice 10 muds in 10 bags lb 1750:— Report delivered in 10 bags 1750:— The regulation permits 2 per cent, thus to the benefit of the officers lb: 15: — Dried whole pears. According to invoice Report delivered on the fruit the officers are allowed 3 per cent, thus calculates 98: lb 2:¾ Dried Apples According to invoice lb: 98: Report delivered 34:— ditto lb: 1:— 1199: accounted for short. tarragon vinegar on account of permitted ullage and to be compensated by the officers §: 106: According to invoice 1 leaguer cans 388:— Report delivered 1 with 4:½ inches ullage 361: Conform regulation calculating 10 per cent c: 38:¾: thus one must still meet the officers with 11:¾ remainder c: 27: According to invoice 11 leaguers having to contain cans: 4268:— Report delivered 7 with 2: inches each c: 2677:½ 2 with 2½ inches each 759: — 1 with 5½ inches 350: — 1 empty 0 3786:½ 481:½ Conform regulation 10 per cent validating c: 426:¾: thus comes to the charge of the officers 54:¼ Money cans 481:½ dried accounted for. 1106: the cask. 4:— 7: 27: 105: 1: 17/82: receive §108: ullage due. lb: 34: 1978 tent wine on account of write off 10 cans permitted ullage §112: §112: It is understood to have these grey peas and dried fruits charged according to Cochin. It is understood to write off officers to have compensated 7 cans which they have accounted for short beyond that. ullage and by the officers § 110: It was approved to sanction the sale of these spoiled Cape cabbages, to write off the shortfall thereof. Noted that instead of half an anker of cauliflower, 1 half anker of savoy cabbage was mistakenly received on the quay. Instead of half an anker of cauliflower, half an anker of savoy cabbage was delivered in its place, which, as stated, being found with a foul smell and some pieces mushy, the same, in order to prevent greater spoilage, was immediately after receipt on the 15th of October of the current year publicly sold for the going rate, and obtained for it 6:24:— rixdollars. To book this amount to the credit of extraordinary expenses, because cabbage upon issuance is usually written off to that, or else have the officers pay market price, crediting to them that which the same fetched at auction. for Cochin Grey peas According to extract Cape dispatch muds 3:— Report delivered in 3 well-conditioned corn bags weighing net 539: lb, thus left unopened 3:— Dried fruits. According to extract Cape dispatch lb 550:— Report delivered apples in 5 small boxes lb: 186: whole pears in 3 ditto 141: — yellow ditto in 2 ditto 75: — peaches in 2 ditto 73: —: apricots in 2 ditto 75: 550: — NB: these 14 boxes kept unopened. Cabbage According to invoice cauliflower half ankers 5: head ditto 5: savoy ditto 10: 20: — Report delivered cauliflower 9: head ditto 5: Savoy Cabbage whereof one with a foul smell and some pieces mushy 6:— 20: Tent Wine. According to invoice 1 anker having to contain cans: 100:— Report delivered with 5:½ inches ullage 83: —— Conform regulation 10 per cent cans: 10: — thus to the charge of the officers 7: — money cans: 17: lb: 1:— 17:— 17:— Dried Peaches According to invoice lb 36:— Report delivered 36:— Ditto lb: 1:— for per cent §: 111: §: 111: § 110: more less per cent 10:—

Dutch transcription

§105: meerder minder pr C=o 54:¾: kann: die ze boven leverd moet dien hebben minder ver„ toegeschreeven „s goed gevonden te laeten af„ De kap:t zegt bij Roode Rijzende Roode maag Is verstaen te laeten afschrij „ven 27. kann: kaabsche roade maag wijn en aen de overheeden te laeten goed doen 11: ¾: kann: die hun boven dien wegens spillagie toekoomen. boven dien hebben min„ Is goedgevonden te laeten afschrijven 2:¼ kann: dra„ „goeden 1:¾ kann:, dier ze 1107: „schrijven 105: lb: kaabsche boter, welke alhier minder geleverd zijn, en aen de over„ „heeden te laeten goeddoen 217: lb: die hun daar en boven, wegens de bepaelde Is verstaen te laeten af„ 4108: §189: Is goedgevonden aen de overheeden, wegens de toegestaene spillagie te laeten goeddoen. 15: lb: grauw Erten 2:¾„ gedroogde peeren 1:– „ gedroogde appelen 1:– „ gedroogde persiken § 105: „zende kaabsche wijn, we„ dat de eene leg„ gens toegestaene spillagie ger met roo de daer en teegen door de over„rijdende wijn welke alhier worden aen de slegtheid van chrijven 426:¾: kann: roode bewijs L: A: F: heeden te laeten vergoeden ledig is uijtge„ §108: Dragonazijn volgens faktuur 1: halve aen moetende K: 49: — -- inhouden ƒ raport geleverd met 2:½ d=m wan - - - - „ 45: — Hier op 5: p:r C=o valideerende. k: 2:¼ Dus moet de overheeden vergoeden 1: ¾ „ zamen kann: 4: —. kaabsche boter Volg:s faktuur 12: halve leggers weeg: b=to 7907: t=t 1465: en netto . . . . . .. lb: 6442:— „ rapp:t geleverd 12: halve leggers gewoo„ „gen b=to 7802: l= 1465: met netto - - - „ 6337:— konform reglement 5: p:r C=o vali„ deerende lbs= 322:— zoo moet de overheeden nog vergoed „ 217:— Rest. lb. 105: Graauwe erten volg:s faktuur 10: mudden en 10: zakken lb. 1750:— „ 1750: — raport geleverd in 10: zakken Het reglement permitteerd 2: p:r C=to dus ten lb: 15: — voordeele van de overheeden— Gedroogde heele peeren. volg:s faktuur- „ raport geleevert - - — op de fruitasie worden de overheeden 98: 3: p:r C=to bewilligd dus rekend - – - lb 2: 3¾ Gedroogde Appelen volg: s faktuur : . . . - - - lb: 98: „ rapon=t geleeverd – – – – – – – – - „ 34:— „ adidem - - - - - - - - - - - lb: 1: 1199: „der verantwoord. „gona zijn wegens toegestae„ „ne spillagie en door de overheeden te laeten ver„ §: 106: Volg:s faktuur v: legger kann: 388:— rapport geleevert 1: van 4:½ d=m „ 361: konform reglement 10: p:r C=to rekend - - k: 38:¼: zoo moet men den overheeden nog te gemoet „komen met. 11: 3¾ 5 rest k: 27: 4 9: Volg:s faktuur 1: leggers moetende inhouden kann: 4268:— rapport geleevert7: wan 2: d=m ider k: 2677:½ 2: „ 2½: „ „ „ 759: — 1: „ 5½ „ „ „ 350: — 1:leedig - - Konform reglement 10: p:r C=o valideerende k: 426:¾: zoo komt ten laste van de overheeden - - - „ 54:¼ Geld kannen „ — „ 3786:/½ - - - . . 481:/½ 1: ¼2 -- - . 481:½ gedroogde „antwoord. 1 106: de fust. „ - 0 „ 4:— „ 7: 27: .. 105: 1: 17/82: - krijgen - - - „ §108: spillagie toekoomen. - — —. lb: 34: e „ 1978 wijn tint, wegens afschrijven 10: kann: toegestaene spilla„ §112: 8112„ Is verstaen deese grauwe erten en gedroogde brugten na kaetsiem te laeten aenreekenen. Is verstaen te laeten „den te laeten vergoeden 7: kann: dieze boven dien hebben minder verantwoord. „gie en door de overhee„ 3 110: so goedgevonden te teerd dat in steede approbeeren den ver„ van een halve aen „koop van deese bedurblom kool abu„ „vene Caabsche koosivelijk 1: halve aen savooijkool „len 't minderrende„ aen de kaal is ont„ „ment daer van te lae-vangen. „ten afschrijven. Jn steede van een half aam blom kool is in dies plaetse een half aan savoij kool geleeverd welke als gezegd met een benaauwde renk en eenige stukken pappig bevonden zijnde deselve ter voorkoming van grooter bederf straks na den ontvangst op den 15: 8ber: J:Z: openlijk voor het geldende verkogt en daar voor bekoomen rd:s 6: 24: —. Dit bedraegen ten voordeele van onkosten extra„ ordinair inteboeken, wijl de kool bij verstrekking gewoonlijk daar op afgeschreeven wordt dan wel marksprijs door de overheeden ten doen be„ „taelen, komende hen ten goede het geene de„ zelve op vendietsie geholden heeft. voor koetsiem Graauwe erten Volgens extrakt kaabsche missive midden raport gelevert in 3: welgeconditi„ „oneerde koornzakken weeg: C=to 539: lb dus ongeopend gelaeten 3:— „ 3 Gedroogde vrugten. Volg:s extrakt kaabsche missive - - - lb 550:— „ rapport geleevert appelen in 5: kasjes - - lb: 186: hulepeeren - - „ 3: „ - „ 141: — gule do „ 2: „ „ 75: — persike - - - „ 2 „ - - - „ 73: —: aprikosen - - „ 2: „ - - - „ 75: „ 550: — 3 „ N3: deese 19: kassen ongeopend bewaard. 3: 5: „ 5: — 20: — Volg:s faktuur blom kool halve aemen kop d=o. „ savoij d=o. „ „ rapport gelevert blom kool „ - - - „ - - - 9: kop d=o - „ - - - „ - - Savooij Kool waar onder een met een benaauwde reuike eenige stukken pappig 6:— 20: 5:- Kool Wijn Tint. volg:s faktuur 1: aem moetende inh: kann: 100:— raport geleevert met 5:½ d=m wan „ 83: —— komform reglement 10: p:r C:to kann: 10: — dus ten laste van de overheeden- „ 7: — geld kann: 17: „1 lb: 1:— 17:— 17:— Gedroogde Persiken Volg:s faktuur - „ raport geleevert - - - - - Jdem - - - - - - - voor rCo ¾ 2 1 §: 111: §: 111: § 110: .- . .- „ 36:— lb 36:— meerder minder p. r C=to 10:— d „ „ 8 — 3

NL-HaNA_1.04.02_3840_0624 view scan ↗

English

For Palleakatta. Section 113: It has been approved to allow the fixed wastage of 10½ lb on these short-delivered 26½ lb of grey peas to be charged to Paleakatta, in order to be written off there, and to have the remaining 16 lb reimbursed by the ship's officers. Section 113: According to extract of the dispatch, 3 muddes or report delivered in 3 well-conditioned bags, weighing gross 509 lb, tare 10½ lb, thus net - 498½ lb The regulation permits 2 percent Thus to the debit of the officers - 16 lb 10½ lb Grey peas. 26½ lb These grey peas and dried fruits were likewise sent to Koetaiem and Palleakatta. Colombo, the 29th of December 1789. Signed: M. P. Raket In the margin: Recalculated. Signed: W. N. Bergh 525 rb 26½ 5 Agrees: Hijbrandt, first clerk More, less per Examined: Brickenbeek No. 108 Resolution taken by way of circular vote in the Council of Galle. Saturday, the 23rd of January, in the year 1790. Present: The Right Honorable Commander Peter Sluijsken. The Honorable Administrator Mattheus van der Spar. The Honorable Captain-Commandant Johan Lodewijk Schede. The Honorable Pay-Bookkeeper Nicolaas Bernardus Marthezze. The Honorable Fiscal and Cashier Jean Jacques David D'Estandau. The Honorable First Warehouse Master Mr. Andreas Everrardus De Lij. The Honorable Shopkeeper and Commissioner of Areca Pieter De Vos, and The Honorable Secretary Carel Lodewijk Baron van Albedijhl. Absent: The Right Honorable former Ruler Cornelius Dionijsius Kraijenhoff. The Honorable Master of the Equipage Lucas Aems. The Honorable Junior Merchant Hendrik Levin Martheze. The Honorable Purser Christiaan Fredrik Willem De Ranitz, and The Honorable Overseer of the Galle Korale Pieter Willem Ferdinand Adriaan van Schuler. The findings entered here concerning the cargo delivered here from the ship Trinkonomale have been resumed, and it has been approved and agreed to dispose thereof as noted in the margin of the same below. Findings 9655 lb of saltpeter. 15849 lb of pepper. Because of the granted wastage, to let the officers be compensated for what is due to them at the buy-out price. To the same: According to the bill of lading, good, dry, and well-sifted: 130889½ lb According to the aforementioned bill of lading, five hundred net pounds were taken from the shipped parcel, which being sifted again were found to contain: Pure pepper: 499½ lb Dust and grit: 3/8 lb Evaporated: 1/8 lb According to the report of the commissioners: 53081½ lb According to the aforementioned report, at the request of the warehouse masters, Lieutenant Smitskam chose at his discretion 500 net pounds from the run, which were sifted and found to be 496 lb. By Colombo dispatch of 8 January 1776, 3 percent wastage is permitted, amounting to 15927 lb. Deduct the short-accounted 78 lb. Remainder to be compensated to the officers at the buy-out price: 15849 lb. Pepper: 78 lb. 345 lb of saltpeter spilled during processing. According to the Cochin bill of lading, in 3503 bags: 500000 lb. According to the report of the commissioners, in 3503 bags: 499655 lb. With 2 percent permitted for wastage by regulation: 10000 lb. Deduct the short-accounted 345 lb. Remainder to be compensated to the officers at the buy-out price: 9655 lb. Finding of the delivered cargo of the ship Trinconomale coming from Cochin. 42 corgies More, Less: Hides Keickenbeek No. 108 1980 More, Less: Hs. Driesma; could be employed for ropes. Hides. According to the bill of lading: 137½ corgies. Of the 42 corgies of cowhides that had to be accounted for, they were evidently caused by an error during the shipment of the same at Cochin, and therefore they can be accepted for the Honorable Company. The 53½ corgies found with tears and holes, and thus reported as entirely unfit, are to be accepted and accounted for as such, since such hides can be used in the packaging of cinnamon bales for end pieces and also for ropes. According to the report of the commissioners: 139½ corgies accounted for here. Of which 86 corgies are good, 53½ with tears and holes, thus according to the report entirely unfit. Galle, the 23rd of January, in the year 1790. Signed: M. van der Spar. Thus resolved in the city of Galle on the day aforesaid. Signed: P. Sluijsken, M. v. der Spar, J. L. Schede, N. B. Martheze, J. J. D. D'Estandau, A. E. De Lij, P. De Vos, C. L. B. van Albedijhl. Below stood: Agrees. Signed: M. J. Gratiaan, sworn clerk. In the margin: Examined and nothing to note. Signed: W. A. Berghuijs. Agrees: Hijbrands, first clerk 2 corgies No. 109 No. 160 1981 To the Right Honorable Sir, Peter Sluijsken, Commander of the city and lands of Galle, Matara, etc. Right Honorable Ruling Sir, In compliance with the order of the Venerable Ceylon Government contained in the extract of the Colombo dispatch of the 30th of September last, the undersigned has the honor to report to Your Right Honor that he proceeded on board the return ships Huijsduijn and Trinconomale, and there requested the Turkish passes from their captains, the Honorable Koek and Driesman, and having inspected the same, returned them to their honors, with instructions to preserve them well and make use of them according to the order. Herewith the undersigned trusts to have Examined: W. Arends complied with the order and remains, for the rest, with all respect, below stood: Right Honorable Ruling Sir, Your Right Honor's humble servant. Signed: L. Aems. In the margin: Galle, the 24th of January, in the year 1790. Agrees: M. Gratiaan, sworn clerk Examined: Riekenbeek No. 108 No. 10

Dutch transcription

Voor Palleakatta. § 113: Is goed gevonden van deese minder geleeverde 26:½ lb: graauwe erten de bepael„ „de spillagie van 10:½ lb: na paleakatta te laeten aenreekenen, om aldaer he te worden afgeschree„ 54 „ven, en de overige 16: lb de door de scheeps overhee„ aen te laeten vergoeden. §113: volg:s extrakt paabsche missive mudde 3: of- „ raport geleeverd in 3: welgeconditioneerde takken weeg:t b=to 509: L=a 10:½ dus voor netto - „ 498:½ Het reglement permitteerd 2: p:r C=to L - Dus ten laste van de overheeden - - - - - „ 16:— „ 10:½ 3 Grauwe erten. seld - - lb: 26:½ Deese graeuwe erten en gedroogde vrugten zijn insgelijks naer koetaiem en Palleakatta ver„ zonden. Kolombo den 29: xber: 1789: /:was geteekend:/ M: P: Raket /:in margine/ Nagereekend /:was geteekend:/ W: N: Bergh rb: 525: — 26:½ 5: accordeert Hijbrandt V Gklerk - meerder minder pr agezien Brickenbeek No: 108 Resolutie genoomen bij weege van rondvaage in Raade van Gale Zaturdag Den 23:' Januarij. Ao: 1790. Present De wel Edele Achtbaare Heer kommandeur Peter Sluijsken. „ E: Administrateur Mattheus van Der Spar. „ E: kapitijn kommandant Johan Lodewijk Schede. „ E: Zoldij Boekhouder Nicolaas Bernardus Marthezze „ „ Fiskaal en kassier Jean Jacqus David D'Estandau„ „ „ Eerste Pakhuismeester M:r Andreas Everrardus De Lij„ „„ winkelieren kommissaris van den Arreek Pieter De vos, en „„ Sekretaris Carel Lodewijk Baron van Albedijhl. Absent Den Wel Edele Achtb: afgegaane Gezaghebb: Cornelius Dionijsius Kraij en hof De E: Equipagimeester Lucas Aems. „ „ onder koopman Hendrik Levin Martheze. „ „ Dispencier Christiaan Fredrik Willem De Ranitz. en „ „ opziender der Galekorle Pieter Willem Ferdinand Adriaan van Schuler. Is geresumeerd de ten deezen geinsereerde bevinding der alhier uitgeleeverde lading van het schip Trinkonomale en is goedgevonden en verstaan daar op zodanig te disponeeren als in margine van de zelve hier onder aangeteekend staat. Bevindin 9655. . lb: sal=wegens „peter. 15849. lb: Pl) vergunde „per. spillagie den overhee„ „de toekomende aan hun uitkoops te laaten goeddoen. AdIdem Volgs: Kognoissement goede droogen wel uitgeharpte lb: 130889½ Blijkens gem: Kognoisse¬ „ment zijn van de afge= „scheepte partij vijfhonderd lb: Notto genomen die an= „dermael geharpt zijnde bevonden Aan Zuivere Peper. . lb: 499½. aan stof en gruis „ — 3/8. „ vervloogen „ — 1/8. — volg=s Rapport der gekomm:„ 53081:½ Blijkens gem: Rappt. zijt, op verzoek van de Pakhuis= „meesters door den Luitenant Smitskam na zijn verkie= „sing uit den loop 500. lb: Netto genoomen geharpt en bevonden 496. lb: tezijn. Bij kolombose Missive van den 8 Januarij 1776. 3. p=r Co: spillagie toegestaan uit ma= „kende - - - - - - lb: 15927. — Gaetaf de minder verantwoorde lb: 78. — Rest om aan de overheeden uit= „koops goed gedaan te worden. lb: 15349— Peeper. . . . . lb: 78. —. — lb: 345. salpeter Door het volgt: koetsiemse kognois: verwerke verspild. in 3503: Zakk: lb:. . . . . 500'000. volgs Rapp: der gekomm: in 3503. Zakken. . . . - lb: 499655. Bij Reglement 2. p:s Co: tot spillagie vergund Zijnde lb: 10'00- Gaet af de minder verandwoorde lb: 345. 9 Rest omaande overheden uitkloops goed gedaan, tewerden. . - . lb: 9655. — Bevinding der uitgeleeverde Lading van 't 42. Corg schip Trinconomale komende van koetsie porzen sant Toir Meerd: Mind: als. Huijden Keickenbeek 2 dH No: 108 de no 1980 Meerd. Mind: Hs: Driesma; baan souden konnen g emploijeerd worden. Huijden. volgens kognoissement. korgies 137. ½. van't 42. Corgies koehuiden zodanig te sier verantwoord moesten no= vangen en Blijkens gem=t rapp=t zijn daar „ rapport: der gekomm: „ 139. ½. toir door vergissing bij alhier ver¬ van 86. korgies Goede. en afscheep der zelven andwoord. te Cochiem ontstaan /:was getekend: 53. ½. met scheuren en gaeten zijn, dus kunnen desel„ dus volgens opgave ten eene maal onbequaam ven voor DE: Comp: inge= „noomen worden. Gale Den 23. ' Januarij Ao:o 1790. /: was getee= de 53. ½ Corg=s met „kend:/ M: Van der Spar: scheuren en gaeten bevonden 41. —. — dus voor onbeq: opgegee= „ven alsodanig te laten inneemen en berandwoor= „den wijl diergelijke huiden bij de ombalagie van de Canneel baalen tot kopstukken en ook ten dienste van de zijn- Aldus Geresolveerd in de Stad Gale ten daage voorschreeven. /:was geteekend:/ P: Sluijsken. M: v: der Spar; J: L: Schede, N: B: Martheze, J: J: D: D' Estandau A: E: De Lij, P: De vose C: L: B: van Albedijhl /:onder= „stond:/ Akkordeert. /:was getekend:) M: J: Gra„ „tiaan. Egklerk. /:in margine:/ g'examineerd en niets aante merken. /:getekend:/ W: A: Berghuijs. Accordeert Hijbrands H Eijkelerk kong: 2. — 1gafij nke No. 109 ngeand No. 160 1981 Aan Den wel Edele Achtb: Heer./ Peter Sluijsken Kommandeur der stad en landen van Gale Mathere EtC:a Wel Edele Achtbaare Gebiedende Heer. In voldoening aen de ordre der Gevenaraarde Ceijlonsche regeering vervat bij Extrakt ko„ „lombosche missive van den 30. ' September Jongst Leeden heeft de ondergeteekende de Eeruwel Edele Achtb: te berigten, dat hij aen boord van de retour scheepen Huijsduijn en Trinco„ „nomale zig vervoegt en aldaar van dier ka„ „piteins DE:s koek en Driesman afge„ „vraegt de turksche Lassen en bezigtigt heb„ „bende dezelven weder aen hun E:s overgegee„ „ven heeft, met aen zegging om ze wel te bewaa„ „ren en daar van na de ordre gebruijk temaeken Hier meede vertroud de ondergeteekende aen de Nagezien W: Arends de ordre voldaan te hebben en, noemt zig voor het overige met alle achting /:onderstond/ wel Edele Achtb: Gebiedende Heer uwel Edele Achtb: onderdanige Dienaar /was getekend/ L: Atems /in margine/ Gale den 24. ' Januarij Ao 1790. Akkordeerd M Sbratiaen egklerk gezien riekenbeek No: 108 vingelandt No: 10

NL-HaNA_1.04.02_3840_0635 view scan ↗

English

1982 To the Honorable, Most Venerable Sir, Willem Jacob Van de Graaff, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceilon with its dependencies. Honorable, Most Venerable, High Commanding Sir, Iohan Fredrik Conradie, Junior Merchant on discontinued salary, Your Honorable Most Venerable obedient servant, most respectfully shows: That he, having been prevented by various concurring circumstances from initially benefiting from the granted leave to repatriate, has settled here with his household in order to find his livelihood in trade. That trade with foreigners currently, due to a shortage of gold and silver specie, takes a great deal of time, because the foreign Europeans, upon whom matters mainly depend since they supply this island with grain, desire nothing other than arrack in payment for the country's products. That the petitioner had the pleasure, in the year just passed, to meet the shortage of grain here by securing several cargoes of rice in exchange for arrack, which he was nevertheless barely able to deliver due to a lack of sufficient cooperage, as hoop iron is very scarce here. Moreover, as this inconvenience is always great on Ceilon because the hoop iron sent out by Your Company is not sufficient for the Company's service and for the convenience of the colony, which now especially needs it very urgently because, as stated, the grains can be paid for with almost nothing other than arrack. Therefore, the petitioner takes the liberty most humbly to submit to Your Honorable Most Venerable Sir whether you might see fit to order from the Netherlands, on behalf of the Company: 50000 lb of hoop iron, namely: 10000 lb whole-leaguer hoops 20000 lb half-leaguer ditto ditto 20000 lb whole-aam ditto ditto To be delivered directly upon arrival here to him, the petitioner, for which he undertakes to pay the customary purchase price to the Company as soon as he shall have received the same. Underneath was written: Which was deemed. Agreed, Corns: Johanns: Zaé Sworn Clerk. Briekenbeek Seen No. 108 5 Krickenbeek Seen No. 108 No. 114 No No. 116. Copy of an incoming separate letter written from Gale to Kolombo and 11 December, dated 12 January 1784. Seen Krickenbeek No. 108 Inspected Brickenbeek No. 108 1983 Separate Kolombo To the Honorable, Rigorous, Most Venerable Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceijlon, with its dependencies, together with the Council. Honorable, Rigorous, Most Venerable, High Commanding Sir! Having read through with all attention the resolution mentioned in Your Honorable, Rigorous, Most Venerable Government's letter of the 24th of last month, taken in the Council of Ceijlon on the 21st of October prior, concerning some matters of the currently more than ever remarkable District of Duvitoere located in this province, and some documents belonging to that decision, and the articles of the accounting and explanation imposed upon me with respect to the views and thoughts proposed in my writings about the performance by the Maha Mudaliyar, Nicolaas Dias Abesinge, appointed to Your Honorable, Rigorous, Most Venerable High Gate at Kolombo, and of his son, the Gate Mudaliyar and native Shabandar here, regarding the improvement undertaken by the first-named of the said district, and regarding my thoughts on the moral character of this Gate official, and primarily regarding his conduct observed during the census of the Chando and Fisher castes in this province in the year 1785, and regarding several other remarks to be further mentioned here; I thought to postpone the necessary answering thereof until after the departure of the return ships being dispatched from here by this second consignment, and of the first country ships immediately following thereafter, in order to be able to accomplish this requirement with so much more attentiveness and thus to the particular satisfaction of Your Honorable, Rigorous, Most Venerable Sir, and not to be distracted therefrom by more multiple official duties than in another part of this year, imagining that since so many months have now elapsed with the drafting and dispatching of these papers, and only now is being sent to me the copy, inserted into said resolution, of the report submitted on the 3rd of July prior by the Honorable Commissioners Raket and van Schuler, concerning their findings and remarks upon accomplishing the commission assigned and entrusted to them by Your Honorable, Rigorous, Most Venerable Sir's foresight in the district of Diwildere, which I had so urgently requested in the official letters dispatched from here dated 30 June, 30 July, and 22 October of the year 1787, I decided to defer my further accounting regarding my observed policy... Seen Brickenbeek No. 108

Dutch transcription

1982 Aan den Wel Edelen groot agtb: heer Willem Jacob Van de Graaff Raad ordinair van nederlands india gouverneur en Direkteur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden Wel Edele Groot agtb hoog gd: haar Iohan Fredrik Conradie, onderkoopman met afgeschen„ „ve gagie, uwel Edele groot agtb: gehoorsaamen dienaar„ vertoond eerbiedigts Dat hij door verscheide Concurreerende omstandigheeden, be„ „let zijnde, voor eerst te profiteeren van t' verkreegen verlof, om te moogen repatrieeren, zig met zijne huijs„ „houding hier heeft neder gezet, om inden koophandel zijn bestaan te vinden. Dat de handel met vreemden tans, door gebrek aan goude en zelvere spetien, zeer veel tijd om dat de vreemde Eu„ „roupeesen daar het voornaemelijk op aan komt, om dat ze dit Eiland met graanen voorzien van slands produkten niet anders in betaaling begeeren dan de araak Dat de supp: het genoegen heeft gehad, om in het Jongst ge„ „passeerde Jaar de schaersheid van graanen alhier te gemoed te te koomen door het aanslaan van eenige ladingen reijst, in ruijling teegens arrak welke hij nogtans ter nauwer nood heeft, kunnen leeveren, mits gebrek aan genoegzam waatwerk, wijl het hoep ijzer her zeer schaars is Dan wijl dit incomenient altijd groot is op Ceilon om dat het hoop ijzer het welk UE: Comp: uijtzend, niet werijkende is bij de voor haar Edele dienst en tot gerief van de Coloni„ die het egter nu inzonderheid zeer nodig heeft, om dat ge„ lijk geregd de graaven, bij na met niet anders dan met arrak kunnen worden voldaan. zoo neemt de supp de vrijheid Uwel Edele groot agtb: ne„ drigst voortestellen op hooft dezelve zoude kunnen goed„ „vinden, Comp=s weegen uit nederland te eijsschen. 50000. lb: Hoepijzer, namelijk 10000 lb: heele leggers banden. 20000 „ halve do d=o 20000 „ heele aams d=o Om direkt bij aan bring alhier aan hem supp:t te roor„ „den afgegeeven, waar voor hij aanneemt de gewoone uijt„ koops prijs aan de Comp:e te betaalen, zoo dra het 't zel„ ve zal hebben ontvangen /:onderstond:/ T: Welk doordel Akkordeart Corns: Johanns: Zaé gezin: klerk Briekenbeek ezien No: 108 5 Krickenbeek gezien No: 108 No. 114 No No. 116. Copij Aankoomende Aparte Brieff van Gale na kolombo geschreeven en 11. xber: de dato 12. Januarij 1784. gezien Krickenbeek No. 108 agezien Brickenbeek No: 108 1983 Apart Kolombo Aan den Wel Edelen Gestrengen Groot Achtbaaren Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndia, Gouverneur en Directeur van het Eijland Ceijlon, met dies on„ „derhoorigheeden, nevens den Raad. Wel Edele, Gestrenge Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! Met alle aandagt doorleesen hebbende de bij uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Regeerings brief van den 24. der laast gepasseerde maand vermelde resolutie, genoomen in Raede van Ceijlon op den 21. October te vooren, over eenige aangeleegendheeden van het tans meer dan ooijt op merkelijke en in deese provintie geleege Landschap„ „je Duvitoere, en van eenige bij hat besluijt behoorende be„ „scheijden, en de artikulen van de mij opgelegde verandwoording en verklaaring, ten opzigte van mijne ingeschriften voorgestelde ge„ „voelens en gedagten over het verrigten; door den aan uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: hooge porta te kolombo bescheijde Mala Moddeljaar, Nicolaas Dias Abesinge, en van zijn zoon den porta Moddeljaar en inlands Sabandaar, alhier over de door den eerstgenoemde aangenoome verbeteringe van gem: Landschapje Landschapje, en weegen mijne gedagten over het Zeedelijk be „rakter van deese porta bediende, en wel voornamentlijk m „gens zijn gehouden gedrag bij de opschulding der kasta sjand en visschers in deese provintie in den Jaare 1785., en over mee andere hier nader te vermelde aanmerking; dagt ik de noodz „kelijke baandwoording daarvan, tot naa het vertrek van de door deese tweede bezending van hier afgevaardigd mordende Retour, en van de eerst daarop volgende contra scheepen uijt „testellen, om dit vereijschte met zoo veel te meer op lettand he en dus tot bijzonder genoegen van Uwe edele Gestr: Gron Achtb: te konnen volbrengen, en daarvan niet door meen „nildiger ampts verrigtingen dan in een ander gedeelte desse afgetrokken te worden, mij voorstellende dat daar nu z „le maanden met het opstellen en afvaardigen van deese pa „ren verloopen zijn, en mij nu ook eerst word toegeschikt bij gem: resolutie geinsereerd afschrift, van het op den der Julij te vooren door de E:s gecommitteerden Raket en va Schuler ingediend rapport, weegens hunne bevinding e opmerking bij het volbrengen van de Hun door Uwe Ed: Ge Groot Achtb: voorzorgen opgedraage en aanvertrouwde com „missie in 't landschapje Diwildere, om het welke ik zoo in „stantig bij de van hier afgevaardigde officieele brieven in dat 30. Junij: 30. Julij en 22. 8ber: J.:o 7. verzogt hebbe, besloot ik t mijne naadere verandwoording weegens mijn gehoude pol „maatig gezien Brickenbeek No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0645 view scan ↗

English

1984 moderate conduct in this, and on all the above-mentioned remarks was also not required so quickly, and I therefore thought to postpone it for at least a month, and first to dispatch the aforementioned return ships and the subsequent first company contra ships, and finally to take a little time to settle my own affairs and matters for my upcoming voyage to Europe. I also thought first to await the return, now so long awaited and so much requested, of the two Galle carpenters Jetswaart and Bijer, who under the supervision of the First Surveyor Zoenander surveyed some timber works at Duvitoere, and of the Attepattoe Mohandiram, Mandenaaijke, who, according to the entirely improbable accusation brought against him by two Sinhalese belonging to the low caste of the Jagereros, was said to have spoken indiscreetly about the conditions of that district and about the Maha Moddeljaar. I had to await the return of these persons, as I necessarily had to interrogate them on some articles concerning their proposed further statements and testimonies, and on several other remarkable relations in that so important case, in order properly to refute a large and considerable part of the aforementioned report of the Honorable Commissioners Raket and van Schuler regarding their findings on Diuvitoere, so as to be able to form and present from their answers a more clear and certain conclusion; but imagining that Your Right Honorable, Highly Esteemed, who expected so much good from the actual improvement of that district by the Maha Moddeljaar and his son, and certainly still holds that flattering notion for the interest of the country and for his own honor, might well decide to dispatch all the papers submitted and presented regarding the conditions of Diwitoere since the month of April of the last passed year, together with and alongside the resolution of the Council of the Government of this Government on the 21st of October last, to the Most Noble Lords Directors with the return ship de Gouverneur Falck, now lying ready for its departure, or with the ship de Gouverneur Generaal de Klerk following shortly thereafter, and also at the first occurring opportunity, which is very near due to the Company ship Zeeland expected from Cochin, to the Honorable High Indian Government at Batavia, I considered it best to prepare the explanations demanded of me by Your Right Honorable, Highly Esteemed in their aforementioned Government letter of the 24th of December last, and my as respectful as dutiful further proposals and reflections on their remarks on the day of their resolution on the conditions of the aforementioned small district, and regarding the report submitted in that respect by the Honorable Commissioners Raket and van Schuler on the third of July last, seen Briskenbeek No: 108 1985 submitted, and regarding the subsequent and presented request of the Maha-Moddeljaar Nicolaas Dias Abesinge, the sooner the better, because, by the absence of this my further respectful defense, I might very easily fall into some entirely—as I flatter myself—undeserved suspicion of wrong conduct, little attention, and of considerable disobedience, all of which I dare confidently assure myself will disappear instantly upon the perusal of this my dutiful consideration, and that my High Superiors will retain those favorable sentiments toward me, for which I have always striven with the greatest attention, and arranged and directed all my official duties, according to my best abilities, accordingly. I therefore proceed to this as respectful as necessary satisfaction with a willingness completely equal to the confidence and the high regard that I conceive of the discernment and righteous judgment of my Honorable and High Superiors in this and all other considerations in the service of the Noble Company; and I hope to accomplish that further defense with the greatest respect and modesty so well, that even Your Right Honorable, Highly Esteemed, against whose thoughts and remarks, arising solely from lack of sufficient instruction and explanation—as I am well assured—it is properly arranged in fulfillment of my high obligation, will themselves find a satisfactory pleasure in it, which I, knowing no other interests than those to which I consider myself bound and obligated by office and duty, also solely aim at thereby, and that I shall make these my further explanations as brief and succinct as the circumstances and the importance of the matter will permit in any way, and therefore only cite what is most remarkable; but as a part of this further account of matters must be a dutiful defense and justification, it is, at least for my limited abilities and powers of thought, not well possible to arrange and define this my treatise in all respects so that not here and there some digressions and remarks appear, which possibly in their first presentation will seem of little significance and unnecessary, and thus somewhat displeasing to Your Right Honorable, Highly Esteemed, and possibly somewhat disagreeable to their attention. I shall therefore, and that out of high respect, avoid them as much as possible, and bind myself mostly to the matter itself, requesting beforehand a noble and encouraging excuse for all such digressive expressions as might appear least pleasing or satisfactory to Your Right Honorable, Highly Esteemed in this my further defense. Briekenbeek seen No: 108 I

Dutch transcription

1984 „maatig gedrag in dese, en over alle de hierboven vermelde aan„ „merkingen ook zoo spoedig nietveijscht wierd, en dagt dus die ook ten minsten voor een maand te verschuijven, en eerst de voormelde Retour, en de daarop volgende eerste kompanies kon„ „tra scheepen af te vaardigen, en eijndelijk eens een wijnigtijd tot 't regulleren mijner eijge zaaken en aangeleegend heeden voor mijne aanstaande rijze na Europa te neemen. Jk dagt ook eerst aftenagten de nu zoo lang verbijde en zoo zeer verzogte terug komste van de twee Gaalse timmerlieden Jets„ „waart en Bijer, die onder het opzigt van den Eerste landmee„ „ter Zoenander eenige houtwerken te Duvitoere opgenoomen hebben, en van den attepattoe Mohandiram, Mandenaaijke, die zig, volgens de teegen hem door twee tot de laage kasta der Jagereros behoorende singaleesen ingebragte geheel onwaar„ „schijnelijke beschuldiging, onbeschijden over de omstandigheeden, van dat landschappe, en over den Maha Moddeljaar zoude uijt„ „gelaaten hebben. Jk diende de terug komsten van deese menschen te verbijden, alsoo ik hun tot het behoorlijk woederleggen van een groot en aanmerkelijk gedeelte van 't bovengem: Rapport van D: E:s gecommitteerden Raket en van schuler weegens hunne bevinding van Diuvitoere, noodzaakelijk op eenige artikelen weegens hunne voorgestelde naadere gezeijdens en betuijgingen, en over meer andere op merkelijke betrekkingen in dat zoo aange„ „leege geval, diende te verhooren, om uijt hunne andwoorden een meerder 8 meerder duijdelijk en zeekerder besluijt, te konnen opmaaken en woor„ „stelln; dog mij verbeldende dat uwelEd. Gestr: Grot Achtb: die zig zoo veel goeds van de werkelijke versetering van dat disticet doom den Maha moddeljaar en zijn zoon voorstelde, en zeeker als nog voor het belang des lands en voor hoogst desselfs eijge eere in dat vlijend begrip is, wel ligt konde besluijten alle de tot de omsta„ „digheeden van Diwitoere zeedert de maand April des laast gepasseerde Jaars ingediende en voorgestelde papieren, met end „nevens het besluijt van den Raad der Regeering deeses Gou„ „vernements op den 21. October 7:Z. , aan de Hoog Edele Heeren Bewindhebberen met het tans op zijn vertrek leggende retour schip de Gouverneur Talck, danwel met het haast daarop volgende schip de Gouverneur Generaal de klerke en ook bij eerst voorkomende geleegendheijd, welke door het van cochim verwagt wordende komp:s schip Zeeland zeer nabij is, aan de Ed „le Hooge Jndiasche Regeering te Batavia aftevaardigen heb ik best gedagt de van mij bij uwel Ed: Gestr: Groot Agtb gevorderde verklaaringen, bij hoogst derselver voormelde Re „geerings brief van den 24. December J:=L:, en mijne zoo eerbie „dige als pligtmaatige naadere voorstellen en bedenking en op hoogst derselver aanmerkingen ten daege van derselver besluijt op de omstandigheeden van voormelde Landschap „je, en wegens het dien aangaande door de E:s gecommit „teerden Raket en van Schuler op den derde Julij 7:2L te belen ingediend gezien Briskenbeek No: 108 1985 ingediend rapport, en over het daarop gevolgd en overgelagd request van den maha-moddeljaar Nicolaas Dias Abe„ „singe, maar hwe eer zoo beder tevervaardigen, wijl ik, door 't agterblijven van deese mijne naadere eerbiedige verandwoording veel ligt in eenige geheel/: zoo ik mij vlije:/ onverdiende ver„ „denking van verkeerd belijd, weijnig aandagt, en van aan„ „merkelijke disobedientie zoude konnen vervallen, al 't welk ik mij gerust durve verzeekeren, dat bij de doorloping van deese mijne pligtelijke betragting oogenblikkelijk verdwijnen zal, en mijne Hooge superieuren die gunstige gevoelens voor mij zullen behouden, om de welken ik altoos met de meeste aandagt geijvert, en alle mijne dienstbetragtingen, volgens mijne beste vermoogens, daarna ingerigt en geschikt hebbe. Ik treede dan tot deese zoo eerriedige als noodzaakelijke voldoe¬ „ning met een bereijd willigheijd volkoomen gelijk an het ver„ „trouwen en de hooge gedagten, die ik mij van het door zigt en regtmaatig oordeel mijner Edele en Hooge superieuren in deese en alle andere betragtingen in den dienst der Edele Maatschappij voorstelle; en hoop die naadere verandwoording met de meeste eerbied en beschijdendheijd zoo wel te vol„ „brengen, dat zelfs Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb:, teegen welker gedagten en aanmerkingen, alleen voortkomende uijt geen genoeg doende onderrigting en verklaaring /:zoo ik mij wel verzeekere:/ ze eijgentlijk, in opvolging mijner hooge ve che 4 hooge verpligting, ingerigt word, en zelven een genoegdoend o „behaagen in zullen vinden, het geen ik, als geene andere bela kennende, dan die waartoe ik mij ter, ampte, en pligts ha gehouden en verbonden agte, ook alleen daarbij beooge, en da deese mijne naadere verklaaringen zoo kort en Zaakelijk z invinden, als mij de omstandigheeden en het belang der z „ken maar eenigzints zullen veroorlooven, en daarom mits als het aanmerkelijkste aanhaalen; Dog alsoo een gedeel van dit naader verhaal van zaaken eene pligtelijke verand „ding en verdeediging moet zijn, zoo is het, ten minsten voor m bepaalde vermoogens en denkings kragten, niet wel doenlijk om deese mijne verhandeling in allen opzigten zoo interigten en te bepaalen, dat niet hier en daar eenige uijtwijdingen en aanmerkingen voorkomen, die moogelijk in hun eerste „stelling als wijnig beduijdende en buijten noodzaakelijkheijd en dus eenigsints onbehaaglijk voor Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: zullen schijnen, en moogelijk wel eenig zints der za „ver aandagt ongevallig zijn. Jk zal ze dus, en wel uijt h „ge eerbied, zoo veel doenlijk vermijden, en mij meest aan zaak zelve verbinden, voor af eene Edele en opbeurende verschooning verzoekende voor alle zoodanige uijtwijsend uijtdrukkinge, als bij deese mijne naadore verandwoording uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: het minst behaagelijk of vo „doenden moogen voorkomen. Briekenbeek zien No: 108 Jk

NL-HaNA_1.04.02_3840_0649 view scan ↗

English

1986 I proceed then to the performance of this my high duty with the best confidence; yet, in order to do so by order, and in such an arrangement as will best unfold the entire matter before the lawful judgment of my Noble High superiors, and to present it in a conception as well linked together as possible, it is strictly necessary to trace this whole circumstance somewhat higher and indeed from the beginning of its present relation. It was then that I, after multiple informations regarding the inadequate actions of the Maha and Porta Mudaliyar Dias, and of his son, the Porta Mudaliyar and native Shabandar here, and of the great disadvantages thereby accruing to the Honorable Company in the purported improvements of the small district of Duvitoere undertaken by them and now with so much deliberation maintained for four years, had for more than a year looked in vain with all attention for such persons as in my thoughts would be best suited to survey from nearby and with all attentiveness the true condition of that small district, and to submit a report thereof as clear and complete as possible; to which observation I am certainly, according to Your Right Honorable and Highly Esteemed’s own determination during his acting authority here in the year 1784, bound by duty, and therefore looked with all attention for such persons best suited for that survey, when finally, in the latter part of the month of March of this year, through the long-awaited arrival here of the first surveyor Joenander from the canal excavation undertaken by him and now almost completed in the Morua Korale in the Dissavony of Matara, a very favorable opportunity presented itself, so wished for by me and so greatly longed for during many months; since this so capable man had been ordered beforehand by Your Right Honorable and Highly Esteemed in his government letter written to the Galle Council on the 16th of December to perform a water-leveling in that small district, and accurately to survey and demonstrate whether the abundant water descending and falling into it could not, by means of a canal excavation of the great river by which it is annually more or less flooded, be drained into the nearby situated Lake of Madampe, and thus as much as possible finally be relieved of it; I did not, however, confer with him about this upon his arrival here or upon his first journey to that small district, but being ready to betake himself thither for the second time and to execute this his so momentous order, I proposed to him to undertake at the same time or subsequently and to perform as best as possible the commission to survey the condition of that small district in all its relations, and seen Kriskenbeek No: 108 1987 and to submit as complete a report thereof as possible, provided this double performance would not in any way be a hindrance to him, not only in the proper and accurate observance of the duties assigned to him by Your Right Honorable and Highly Esteemed, but also in the speedy execution thereof; this he assured me, after I had verbally presented and pointed out to him the importance and the circumstances thereof as clearly as possible, and showed me that not only could his commission assigned to him by Your Right Honorable and Highly Esteemed have its proper progress, but that he very easily could at the same time, without any delay or postponement of the leveling in that small district charged to him, complete my separate commission for an accurate observation of that district. Rejoiced at this favorable encounter, I immediately drew up an instruction or ordinance for him, such as I could best determine for the purpose myself, and arranged it as best as possible to comply with the order determined by Your Right Honorable and Highly Esteemed here during his acting authority in 1784, and approved by the esteemed Government at Colombo, which, for a better understanding, I explained to him before his second journey to the said small district at the beginning of the month of April of this year; whereupon the first surveyor, in firm assurance of earning a double approval, betook himself to that district, whither he was accompanied the first time by two young surveyors and by the Mudaliyar and native Shabandar Don Balthazar Dias, and had furthermore taken with him, and now again took along, such native servants and instruments as he himself deemed best suited and necessary for this his double commission; yet the Mudaliyar and native Shabandar Dias, administrator over the said district, I indeed had to excuse this time on this journey upon his persistent request, as he testified to me that he could not get along with the disposition of the first surveyor, which was represented by him as uneasy and difficult, and he also believed to have already pointed out everything that could be useful to him in his surveys, and also had properly provided for all that was necessary both for the servants and for the daily provisions of the surveyor and his retinue; whereupon the surveyor, denying the allegations of the Mudaliyar as false and entirely groundless, and on the contrary complaining greatly about this his extreme arrogance and poor provision of all necessities for him the surveyor and his retinue, departed for the said small district only with some necessary native attendants according to his own choice, where he had barely been again for a few days when he reported to me seen Kriskenbeek No: 108

Dutch transcription

1986 Jk treede dan tot het volbrengen van deese mijne hooge pligts betragting met het beste vertrouwen, dog om dat naa order, en in zoodanige schikking te doen als best de geheele zaak voor het regtmaatig oordeel, van mijne Edele Hooge superieuren zal konnen ontrouwen, en in een zoo veel doenlijk wel aan elkander ge„ „schakeld begrip voortestellen, is 't velstrekt noodig deese ge„ „heele omstandigheijd wat hooger en wel van de beginne haarer teegenwoordige betrekking op te haalen. Het was dan dat ik, na veelvuldige onderrigtingen weegens de onvoldoende handelingen, van den Maha- en porta Moddel, „Jaar Dias, en van zijn zoon, de porta Moddeljaar en in„ „lands sabandaar alhier, en van de daardoor toekoomende groote nadeelen aan de E: komp: in de door Win aangenoome en nu zeedert vier Jaaren met zoo veel overleg voorgeevende ver„ „beeteringen van het Landschapje Duvitoere, zeedert meer dan een Jaar te vergeefs met alle aandagt naa zoodanige perzoo„ „nen had omgezien, die na mijne gedagten, best zouden ge„ „schikt zijn om eens van naabij en met alle oplettendheijd de waare gesteldheijd van dat Landschapje op te neemen, en daar„ „van een zoo veel doenlijk duijdelijk en volleedig rappart in te dienen, tot welke opmerking ik zeeker, volgens uwel Edele Gestr: Groot Achtb: eijge bepaaling bij desselfs waarnee„ „mend gezal alhier in den Jaare 1784:, pligtsweegen verbonden ben en daarom met alle aandagt naa zoodanige tot die op„ „neeming „neeming best geschikte, perzoonen omzag, wanneer zig gin„ „delijk in 't laast van de maand Maart. deeses Jaars, door de lang verbijde aankomst alhier van den eerste Landmeeter Joe„ „nander van de door hem aangenoome en nu haast vol„ „bragte doorgaeving in de Morria korle in de Dessavonij van Mature, daartoe eene zeer gunstige en door mij zoo gewensch „te en zeedert veele maanden, zoo zeer verlangde geleegendheijd opdeed; wijl deese zoo kundige man, door uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: bij desselfen aan den Gaalschen Raad geschreven Regeerings brief van den 16: December te vooren gelast was, om eene waeter passing in dat Landschapje te doen, en naauw„ „keurig opteneemen en aantetoonen of het daarin afkoomende en needervallende overvloedig waeter, niet door middel eener door „graeving van de groote rivier, door dewelke het Jaarlijks, dan meer, dan minder overstroomt word; in het digt daarbij geleege Lak van Madampe zoude konnen afgeleijd, en dus daarvan zoo veel doenlijk eijndelijk eens bevrijd worden; skon„ „derhield hem egter hierover niet bij zijne aankomst alhier of bij zijn eerste togt naa dat Landschapje, dog gereed om zig voor de tweede maal derwaards te begeeven, en deese zijne zoo aangeleege last te volbrengen, stelde ik hem voor om te ge„ „lijker tijd of in het vervolg op zig te neemen en best moo„ „gelijk te volbrengen, de commissie om de gesteldheijd van dat handschapje in alle zijne betrekkingen op te neem„ en zien Kriskenbeek No: 108 1987 en daarvan een zoo veel moogelijk volleedig rapport intediena¬ „mits deese dubbelde verrigtingen, hem in geenen deelen, niet alleen in het behoorlijk en naauwkeurig op volgen van de hem door Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: op gedraege betrag„ „tingen, maar ook niet in het spoedig volbrengen daar„ „van zoude hinderlijk zijn, dit verzeekerde hij mij, naa dat ik hem de aangeleegendheijd en de omstandigheeden daarvan, zoo duijdelijk doenlijk, mondeling voorgesteld en aangeweesen had:;, en vertoonde mij dat niet alleen zijne hem door uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: op gedraage commis„ „sie daarom zijn behoorlijk voortgang konde hebben, maar dat hij zeer ligt te gelijker tijd, zonder eenige vertraaging of verschuiving van de hem belaste nivileering in dat Land„ „schapje, mijne afzonderlijke commissie tot eene naauwkeuri„ „ge opmerking van dat district konde volbringen. Verblijd over deese gunstige ontmoeting, stelde ik daadelijk een instruktie of ordonnantie voor hem op, zoodanig als ik die best ter zaeke dienende bij mij zelve konde bepaalen, en rigte die best moogelijk in, om te voldoen aan de bij Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: alhier bij desselfs waarnee„ „mend Gezag in 1784: bepaalde, en door de g'eerde Regeering te kolombo geapprobeerde order, die ik hem, tet beeter begrip„ nog voor zijn tweede togt naa gemelde Landschappe in het begin van de maand April deeses Jaars verklaarde, waarmneer „de d14 „de hij eerste Landmeeter, in vaste verzeekering van een dubbd welbehaagen te zullen verdienen, zig naa dat district bega werwaards hij de eerste maal door twee Jonge landmeelie en door den moddeljaar en inlands Sabandaar Den Bal¬ „thazar Dias, verzeld wierd, en verder zoodanige inlandsce dienaaren en werketuijgen, met zig genoomen had, en nu w „der meede naam, als hij zelve in deese zijne dubbelde com „missie best geschikt en noodig agte, dog de moddeljaar en „lands Sabandaar Dias, beheerder over gem: district, mat ik wel ditmaal op zijn aanhoudend verzoek, van deesel ov verschoonen, wijl hij mij betuijgde met de door hem als onge„ „makkelijke en moeijelijke voorgesteld wordende geaardheijd van den eerste Landmeeter niet te konnen over weg koome en hij ook vermeende, reeds alles aangeweesen te hebben wat d „ze in zijne opneemingen dienstig konde zijn, en ook voor al het noodige zoo voor het dignstvolk als voor de daagelijk en syn gevolg behoopt gezorgd had, waarop hij Landmeeter „sche leevens middelen van den randmeeter ^ de voorgaeven van den moddeljaar als valsch en geheel ongegrond ontkenn „de, en zig daarenteegen, zeer over deese zijne verregaande hoogmoed en slegt verzorging w al het noodige voor hem Landmeeter en zijn gevolg zeer beklaagde, dan alleen me eenige noodige inlandsche bedienden, naa zijn eijge ver „kiesing, naa gemelde Landschapje vertrok, alwaar hij naa „welijks weeder eenige daagen geweest was, of hij berigte mij gezien Kriskenbeek No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0653 view scan ↗

English

me that an unbelievably large quantity of felled, half-burned, and decayed timber had been found by him on the cleared chenas or grounds in that small district, of which he made no mention to me upon his first return here, and that having no knowledge of the varieties and usefulness thereof, he urgently requested me to send him as soon as possible two wood-expert appuhamies to survey those timbers accurately. I immediately complied with this request of his, but he was forced, by the water increasingly flowing down and encroaching upon that small district and by the heavy downpours of rain, to cease his begun and resumed work, both with the leveling and with the further surveying thereof, and to betake himself hither for the second time for a few days, whereby upon his return he also met and brought with him the wood-expert natives sent to him, intending to return again to the said region as soon as the high water over the low fields had somewhat subsided. Upon his appearance here, he gave me a more extensive description of the true condition of Dimitoere and of the large quantity of timbers discovered by him there, and on his third expedition to that district he demanded two of the diverse carpenters here, in order to survey them on the spot itself, which I also complied with, and further let him choose such native servants as we ourselves deemed best suited for these surveys and observations of his. On this third expedition, the mudaliyar and native shahbandar accompanied him again, who had to give him proper instruction and assistance in everything for the successful completion of his double commission, in which this native servant showed little satisfaction, and again earnestly requested me to be excused therefrom, but I considered his presence there not only necessary and useful, but also proper, and ordered him to accompany the surveyor, whom I at the same time, in the presence of the said shahbandar, ordered anew not to be a burden to the poor and simple inhabitants of Dimitoere, and not to demand from them any services or the supply of sustenance, since other people would be procured for him by the shahbandar to row his vessels or rafts; who would also at the same time arrange for the daily sustenance necessary for him and his retinue to be brought in, with which both then seemed well content and set out again for Dimitoere, the shahbandar—whom I once more interviewed concerning the condition of that small district and on account of the timbers discovered there—declaring to me that he did not fear the most accurate surveys regarding this, and that the outcome would prove that he had properly discharged his duty and had in no way misled his superiors. This second survey determined by me, carried out by the said first surveyor, also did not last long, as he saw himself forced for the third time by the increasingly worsening flooding and heavy rain squalls to return to Gale and remain there until the high water had receded again, with which many days then passed. Being back here, he confirmed to me the very poor condition of, and the great multitude of timbers in, that small district as reported by him, which latter was also assured to me by the two carpenters who had returned with him and by some wood-expert natives. The shahbandar, however, denied this and all further disadvantageous reports to his charge, but offered no other evidence for it than his bare and unsupported denial, while the first surveyor and his fellow commissioners maintained their statements and presented reasons for their knowledge based on their own findings and observations, whereupon I then earnestly admonished both the said first surveyor, as well as the two carpenters and the native servants who had been with them, in the presence of the shahbandar, to take good care that they gave no unclear, incomplete reports of the true condition of that small district, which could not be proved or could only be proved with difficulty, each for that to which he was called and ordered, because a sharp and accurate investigation would be made thereafter, and they had to expect that they would always, whenever required, have to confirm their statements under solemn oath, and thus they had to be careful to declare nothing that they themselves had not clearly and plainly seen and surveyed and that could not withstand an accurate further investigation. Upon which dutiful admonition they all assured me that they had always conducted themselves as faithful and honor-loving servants, and had also done so in this case and would continue to do so further, should their service be deemed necessary, and were prepared to confirm their statements and declarations in the most solemn manner, should this be required of them, and to rest very well assured in their conscience that everything testified and stated by them in this matter was the pure truth, and they knew very well what punishment was to be feared by them for a false and fraudulent report, which certainly could not be expected in this case. Hereupon I ordered the first surveyor, who the two young surveyors

Dutch transcription

1988 mij dat aldaar door hem een ongelooflijk groot getal van omvergehakt, half vrbrand en vergaan houdwork op de gekapte Chienassen of gronden in dat Landschapje ge„ „vonden wierd, waarvan hij mij bij zijn eerste terug komst alhier geene melding deed, en dat hij van de sorteeringen en nuttigheijd daarvan geene kennis, hebbende, mij instan„ „tig verzogt hem ten spoedigste twee houtkundige appoehamis J VR te zenden om die houtwerken naauwkeurig op te neemen. Jk voldeed daadelijk aan dit zijn verzoek, dog hij wierd, door het als doen meer en meer afkomende en indringende water in dat Landschapje en door de swaare stortreegens, genood„ „zaakt zijn begonne en hervatte werk zoo wel met de nivi„ „leering als met de verdere opneeming daarvan te staaken, en zig voor de tweede maal naa herwaards voor eenige daa„ „gen te begeeven, waardoor hij dan ook bij zijne terug komste 6. de hem toegeschikt wordende houlkundige inlanders ontmoete„ en met zig bragt, voorneemens weeder naa gem: landstreek te keeren, zoo dra het hooge water over de laage velden eenig„ „zints verminderd was: Bij zijne verschijning alhier, gaf hij mij een meer uijtgebrijde beschrijving van de waare gesteldheijd van Dimitoere en van het door hem aldaar ontdlekte groot. getal van houtwerken, en eijschte bij zijne derde gezeel togt naa dat district twee van de hier verschijde timmerlieden, om die op de plaats zelve op teneemen, waaraan ik ook voldeed, 6 voldeed, en hem verder zoodanige inlandsche dienaaren liet uijtzoeken als wij tot deese zijne op en waarneemingen zelve best geschikt agte; op deese derde togt verzelde hem weeder de moddeljaar en inlandsche sabandaar, die hem van alles behoorlijke onderrigting en bijstand tot het wel volbrengen zijner dubbelde commissie moest geeven, waarin deese in„ „landsche bediende wijnig genoegen betoonde, en mij weeder zeer verzogt daarvan te moogen verschoond blijven, dog ik agte zijne teegenwoordigheijd aldaar niet alleen noodig en nuttig maar ook voeglijk, en gelaste, hem den Land„ „meeter te verzellen, aan wien ik teffens in teegenwoor„ „digheijd van hem sabandaar op nieuw gelaste de arme en eenvoudige ingezeetenen van Diuitoere niet tot last te strekken, en van hun geene diensten of opbrenging van leevens onderhoud te vorderen, wijl hem tot het roeijen zij„ „ner vaartuijgen of vlotten ander volk door den Sabandaa zoude bezorgt worden; die ook teffens het voor hem en zijn gevolg noodig daagelijks onderhoud zoude doen aan „brengen, waarmeede dan bijden wel te vreeden scheene„ en weeder naa Dicitoere trokken, verklaarende mij de sabandaar, die ik andermaal over de gesteldheijd van dat Landschapje, en weegens de aldaar ontdekte houdwerken onderhield, de naauwkeurigste opneemingen dien aan„ „gaande niet te dugten, en de uijtkomst zoude bewijsen dat gezien Brickenbeek No: 108 1989 dat hij zig behoorlijk van zijn pligt gekweeten, en zijne superieuren in geenen deelen mislijd had. Deese tweede door mij bepaalde opneeming nu door gemelde eerste Land„ „meeter duurde meede niet lang, alsoo wij zig door de meer en meer toeneemende overstrooming, en swaare ree„ „gen vlaagen genoodzaakt had zag voor de derde rijse naa Gale te keeren, en aldaar te blijven tot dat het hooge waater weeder afgeloopen was, waarmeede als doen veele daagen verliepen. Alhier terug zijnde bevestigde hij mij de door hem opge„ „geeve zeer slegte gesteldheijd van, en de groote meenigte t houtwerken in dat landschapje, welk laatste mij door de met hem terug gekeerde twee timmerlieden en door eenige houtkundige inlanders meede verzeekerd wierd. De Sabandaar ontkende egter dit en alle verdere nadeelige berigten ten zijnen lasten, dog stelde geene andere bewijsen dan zijne bloote en onbekleede ontkentenis daartoe voor, terwijl de eerste Landmeeter en zijne meede gecommitteer„ „den hunne opgaeven staanden hielden, en reeden van weetenschap, op eijge bevinding en beschouwing berusten„ „de, voorstelden, waarop ik dan zoo wel gemelde eerste Landmeeter, als de bijde timmerlieden en de met hun geweest zijnde inlandsche bedien„ „den, in teegenwoordigheyd van den Sabandaar sabandaar ernstig vermaande van wel toetzien dat ze geene onduijdelijke, onvolkoome en niet of beswaarlijk te bewijze berigten van de waare gesteldheijd van dat handsch „je, een ider voor het geen waartoe hij geroepen en gelast was, opgaeven, wijl daarnaa scherp en naauwkeurig onderzoek zoude gedaan worden, en zij zig moesten voorstellen om altoos, wanneer het vereijscht wierd hunne opgaeven met solemneelen eede te moeten bevistigen, en zij zig dus wel in agt moesten neemen van niets te verklaaren dat ze zel„ „ven niet duijdelijk en klaar gezien en opgenoomen hadden en geen naauwkeurig naader onderzoek konde doorstaan„ op welke pligtelijke aanmaaning zij mij allen :e zeeker „den zig als trouwe en eerlievende dienaaren altoos te heb„ „ben gedraagen, en het ook in dit geval te hebben gedaan en het nog verder te zullen doen, zoo men hunne dienst noodig mogte agten, en bevrijd te zijn hunne opgaaven in verklaaringen op de plegtigste wijze te bevestigen, zoo dit van hun mogte g'eijscht worden en zig zier wel in hun gemoed verzeekerd te houden, dat al het geen door hun ge „wrood in deese verklaard en opgegeeven wierd, de zuijvere waarheijd was, en zij zeer wel wisten wat straffe op eene valsche en bedriegelijke overgaave, die men zeeker in dit geval :niet konde verwagten, voor hun te dugten was. Hier op gelaste ik den eersten Landmeeter, die de twee Jong Land Kriskenbeek No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0657 view scan ↗

English

1990 surveyor to observe the water in Diwitoere had left behind, to submit to me a provisional written report regarding his findings and observations in the small district of Diwitoere, for which task he now had sufficient time, intending to send it privately for the time being to Your Right Honourable, and to await his high thoughts and approval upon it, and meanwhile to proceed properly with the further investigation of the matter, because this, certainly being a matter of very considerable importance, was my dutiful consideration, to which I could not pay enough attention. I understood very well that Your Right Honourable was informed of this entire circumstance solely through the Maha Mudaliyar, and thus inadequately, and which in its initial disclosure would cause quite a lot of rumour and commotion, which is why I deemed it all the more necessary to provide a preliminary report thereof in good time, with the drafting of which I was just engaged when I found myself entirely unexpectedly surprised by the receipt of Your Right Honourable's government letter of 9 May of the past year, by which I was informed in a most sensitive manner that the Maha Mudaliyar at Colombo had informed the same that the sending of two carpenters with the first surveyor Toenander to the small district of Diwitoere, where they had surveyed and recorded the stumps of some felled trees, had caused some unrest among a part of the inhabitants settled in that small district, and I was ordered to report the truth thereof, what order I had given to the first surveyor or to the carpenters if they were indeed sent thither, and that I should not proceed therewith until further orders, which was certainly a very great and most sensible slight to me, to see myself thus immediately, upon the bare assertion of a native chief who had so much self-interest in the dutiful investigation planned and determined by me, disturbed and checked in my so well-considered and good intentions, official duties, and obligations, about which I stood, as it were, astonished three times over upon such a peremptory missive, and which I reread and examined before I could assure myself that it was truly such as it actually was and was delivered to me; being unable to understand how I could possibly have deserved such treatment. Most affected by this, I nevertheless presumed that Your Right Honourable had been wrongly informed by his Maha and Porta Mudaliyar at Colombo, Kriekenbeek No: 108 1991 and that I ought to hasten to present a better understanding of matters, wherefore I also strongly urged the first surveyor Toenander to submit his provisional report, and sent the same, together with an authentic copy of the instructions or ordinance granted to him by me for this commission of his, to Your Right Honourable under a note or memorial by precaution on 25 May following, while the detailed official letter belonging to the said report was prepared by me, which was also dispatched from here on 6 June following, with the insertion of that memorial, and in which I presented to Your Right Honourable a further and more complete account of matters. Now, in this note or memorial, which Your Right Honourable, in your resolutive remarks of 21 October last, were pleased to call an unusual and rather careless manner of notification, I respectfully, clearly, and with the utmost propriety, as I flatter myself, represented that I was of the firm opinion that the aforementioned Porta official had ill-informed Your Right Honourable, and that everything was alleged by him out of his own consciousness of utterly improper conduct and thus out of well-founded fear for the consequences of a thorough investigation of his actions in the small district of Diwitoere, and not out of apprehension that the dispatch of two simple carpenters among a portion of the very small number of inhabitants residing there, scarcely forty in number, would cause any unrest or agitation; that I considered myself bound and obligated by honour, office, and duty to appoint the Lieutenant and first surveyor Toenander to thoroughly survey the condition of the mentioned small district, and that it was very striking and sensitive for me, to whose care the subordinate administration of a large and so populous Province is entrusted, to see myself thus immediately, and that upon the bare and unsupported assertion of a native chief who had so much self-interest in the proposed dutiful investigation, disturbed and restrained in the proper execution of what I deemed useful and necessary for the upholding of right and justice, for the promotion of the master's service and the country's interests, and for the honour of the present government, and that I, in the confidence of deserving a just reception of my dutiful conduct from Your Right Honourable, would also send the aforementioned surveyor with the two carpenters, of whom one was a European and the other a native, back to Diwitoere for the further proper and accurate surveys thereof. Kriekenbeek No: 108

Dutch transcription

1990 Landmeeters tot waarneeming van het waater te Diur„ „„toere gelaaten had, mij een provisoir schriftelijk berigt wee„ „gens zijne bevindingen en opmerkingen in het Land„ „schapje Diwitoere, tot welke verrigting hij nu tijds ge„ „noeg had, overteleggen, voorneemens het uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: voor eerst in 't particulier toeteschikken, en hoogst desselfs gedagten en goedvinden daarop te verbijden, en onderwijl met het verder onderzoek van zaake naabe„ „hooren voort tevaaren, wijt dit zeeker, als een geval van zeer aanmerkelijke belang zijnde, mijne pligtelijke betragting was, waartoe ik mij niet aandagtig ge„ „noeg Repaalen konde. Jk begreep zeer wel dat uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: van deese gehiele omstandigheijd alleen door den Maha Mod „deljaar, en dus niet genoegdoende onderrigt was, en die in haare eerste ophaaling al vrij veel gerugt en opzien zoude veroorzaaken, waarom ik het te meer noodzaa„ „kelijk agte daarvan in tijds een voorloopend berigt te geeven, met welker opstelling ik Julijst beezig was, wan„ „neer ik mij geheel onverwagt verrast zag bij den ont„ „fangst van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Regeerings brief van den 9. Maij anno pass:o, bij dewelke mij op eene ten hoogste gevoelige wijze aangekondigd wierd dat de Maha Moddeljaar te kolombo: Hoogst Den N. Denzelve onderigt had, dat het afzenden van twee tin„ „merlieden met den eerste Landmeeter Toenander naar het landschapje Diwitoere, alwaar ie de stompen van eenige om vergelakte boomen opgenoomen en gesteld hadden, eenige onrust bij een gedeelte van de zig in dat landschapje ter neergezet hebbende inwoon„ „ders veroorzaakt had, en mij gelast wierd te melden wat daarvan zij, welke last ik aan de eerste Land, „meeter of aan de timmerlieden, zoo ze werkelijk daar„ „na toe gezonden waaren, gegeeven had, en dat ik tot naader order daarmeede niet moeste voortvaaren, het geen mij zeekereene overgroote en zeer gevoelige verklijning was, mij zoo maar aanstonds op de bloote voorgaeve van een inlandsche Hoofd, die bij het door mij beraamd en bepaald pligt ma „tig onderzoek zoo veel eijge belang had, in mijne zoo wel bedagte en goede voorneemens, ampts en pligts betragtingen geturbeert en teegengehouden te zien, waar, over een ijder „zoo op perselijke aanschrijving ik wel driemaal als versteld stond, en welke „ overlas en betragte, eer ik mij konde verzeekeren dat ze waarlijk zoodanig was als ze zig werkelijk bevond en mij toegedeeld wierd; als niet konnende begrijpen, waarmeede ik tog eene zoo„ „danige behandeling mogte verdiend hebben; Ten hoogst hierover aangedaan, stelde ik mij egter voor, dat uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: ten onregte door zijn Maha Kriekenbeek No: 108 1991 Mahia en Posta Moddeljaar te kolombo: onderrigt was, en ik mij diende te haasten om een beeter begrip van zaaken voortestellen, waarom ik dan ook de eerste Landmeeter poe„ „nander zeer tot het indienen van zijn, provisoir rapport aan„ „zette, en hetzelve met een authentiek afschrift van de aan hem door mij voor deeze zijne Commissie verleende instructie of or„ „donnantie uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: bij en Asta of me„ „morie bij voorzorgen op den 25. Maij daaraan volgende toe„ „schilte, terwijl de bij gemelde berigte, behoorende omstandige offici„ „eele brief door mij opgemaakt wierd, die ook den 6. Junij daar aan volgende, met linsertie van die memorie van hier afgevaardigd is, en bij dewelke ik uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: een nader en vol leediger verslag van zaaken voorstelde; Bij deeze nota of memo„ „rie nu, die Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: wel bij derzelver resolu„ „toere aanmerkinge, van den 21. 8ber: J:o L: een ongewoone en vrij wat onagtzaame wijze van bedeeling gelieven te noemen, heb ik eerbiedig, duijdelijk en met de meeste welvoeglijkheijd, zoo ik mij vlije, voorgesteld, dat ik, in het vaste denkbeeld was dat voorm: Porta bedienden Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: kwaalijk onderrigt had en alles door hem uijt eijge bewust„ „heijd van geheel verkeerde behandeling en dus uijt wel ge„ „gronde vreese voor de gevolgen van een nauwkeurig onder zoek zijner handelingen in het Landschapje Diwitoere voorge„ „wend wierd, en niet uijt bedugting dat het afzenden van van twee eenvoudige timmerlieden onder een gedeelte van het aldaar verblijf houdend zeer kleijne getal van inwoon„ „ders, nauwelijks veertig in getal, eenige ongerustheijd of ge „schudding zoude veroorzaaken; Dat ik mij tot het be „noemen van den Luijtenant en eerste Land meeter zoenan „der tot het nauwkeurig op neemen van de gesteldheijd van het vermelde landschapje eer, ampto en pligts weegen verbonden ende gehouden agte, en het voor mijn aan wiens zorgen de ondergeschikte beheering van eene groote en zoo volkrijke Provintie toevertrouwd is, wel zeer treffenden gevoelig was; van mij zoo maar aanstonds en nog wel of de bloote en onbekleede voorgaeve van een inlandti woord, die bij het voorgesteld pligtelijk onderzoek zoo ver eijge belang had, geturbeerd en teegengehouden te zien in de behoorlijke uijtoeffening van het geen ik tot voorstand van regt en billijkheijd, tot bevordering van 's meesters dien en slands aangeleegendheijd, en tot eere der teegenwoordig Regeering nuttig en noodig agte, en dat ik, /: in vertrouwn van bij uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: eene regtmaatige aanneeming van mijne pligtelijke betragting te zullen verdienen :/ ook de voormelde Landmeeter met de twee timmerlieden, waarvan de eene een Europees en de and „re een inlander was, weeder naa Duiloere tot de verd „re behoorlijke en nauwkeurige op neemingen daarvan zoude gezien Kriekenbeek No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0661 view scan ↗

English

would send off, as soon as the then falling heavy torrential rains should cease, and the drained water would permit the further completion of the entrusted commission: Let this memorial be read without any prejudice, and I am well assured that it will be regarded by everyone as proper and highly decorous, and well serving the matter, and not as a rather negligent writing; it is also completely private and not official; as clearly appears from the contents and the subsequent insertion in the official letter dispatched thereafter on the 6th of June, and that it does not have the complete form of a letter, Your Right Honourable Sir surely cannot hold against me, because to several of my private letters, even sent in duplicate to Your Right Honourable Sir, in which this and that matter concerning the service were also mentioned, I had received no answer for several months, and it was sufficiently evident from this that my private correspondence was no longer as pleasing as before, and in the present case, in which such harsh and belittling principles were held up to me, I could also not promise myself much friendly answer in the future, and thus could not expose myself to continuous belittlement in the leaving unanswered of my private letters, and thus certainly had to choose to present my dutiful and respectful statement by way of a note or memorial duly signed by me, with which I surely committed not the slightest impropriety, and much less any arrogance; but rather through that obliging observation, which was only done privately, and a few days later officially accomplished in a Company's letter serving that purpose, as an attentive and well-trusted endeavor to provide Your Right Honourable Sir promptly, albeit provisionally, with as satisfying a report as possible of the then state of affairs, to refute all crafty and disturbing representations of the Maha Mudaliyar, and that this was also received and accepted as such for a large part by Your Right Honourable Sir clearly appears from your own private letter written to me thereon dated 5th June last, the first with which I was honored after the dispatch of our official letter to the Right Honourable Lords Directors concerning the late dispatch of the Company's ship Java, and of which Your Right Honourable Sir, having kept no minute thereof, requested an authentic copy in your separate Government letter of the 14th October last, which was also transmitted as such by me and mentioned in the separate Galle letter of the 22nd October last; This answer now contains not the least disapproval of my order given to the first surveyor Coenander for a precise survey of the district of Diviture, but only a representation of how the esteemed Government of this island, seeing that all proposed and begun undertakings to make Diviture suitable had come to nothing, in the year 1784 had thought fit and decided to accept the offer of the Maha Mudaliyar Dias to complete this so important work, and that we could not be encouraged enough to that end, and leaving it to my own consideration whether such a commission as was sent by me to Diviture could serve for that purpose, and furthermore that Your Right Honourable Sir did not think that any notable timber works had indeed been brought out of Diviture, notwithstanding it had been visited so many times, and, even if this might be so, the esteemed Supreme Government of this island by no means desired that for such considerations so useful and important a work as the making suitable of Diviture should be opposed or halted, without mentioning anything of the clear notification appearing in my above-mentioned note or memorial of sending the first surveyor Coenander and the two Galle carpenters again to Diviture for the further completion of the commission assigned to them by me, as soon as the then continuing heavy rains should cease, and the high water should have drained somewhat again, which citation and remark might well have been made, however, if the carrying on of this already begun so important work were truly disapproved and regarded as detrimental by Your Right Honourable Sir, which would then have served and provided me with greater certainty of your intention for my regulation and guidance under those circumstances, but not seeing this noted, being in the firm confidence of aiming at nothing but the good and useful in this proposed survey, I could not do otherwise than properly proceed therewith, just as then the said First Surveyor with the two Galle carpenters departed again on the 8th of June to Diviture for the completion of the commission entrusted to them, while I prepared myself to, within a few

Dutch transcription

1992 zoude afzenden, zoo dra de als doen vallende swaare slag reegens zouden ophouden, en het afgeloope water de verdere volbrenging, der aanvertrouwde Commis„ „sie zoude toelaaten: Men leese deese memorie zon„ „der eenige vooringenoomendheijd, en ik ben wel verzeekerd dat ze door ijder als voegelijk en ten hoog„ „ste betaamelijk; en wel ter zaeke dienende, en niet als een vrij onagtzaam schriftuur zal aan„ „gemerkt worden; zoo is ook volkomen particulier en niet officieel; gelijk duijdelijk uijt den inhoud en de daarop gevolgde insertie bijden daarna op den 6. Junij afgevaardigde officiele brief blijkt, en dat ze niet de volkoome gedaante van een brief heeft, kan uwel„ „ Edele Gestr: Groot Achtb: mij voor zeeker niet kwa„ „lijk duijden, wijl ik op onderschijdene mijner particu„ „lieren, zelfs in duplo afgevaardigde brieven aan uwelEd: Gestr: Groot Achtb:, bij dewelken ook deese en geene dienst betrekkelijke zaaken vermeld wierden, zeedert eenige maanden geen andwoord ontfangen had, en het daaruijt genoeg bleek, dat mijne particuliere briefwisseling niet meer zoo welgevallig was dan te vooren, en ik in het voorgesteld geval, waarin mij zoo harde en verklijnende be„ „ginselen wierden voorgehouden, mij ook niet veel vrien„ „delijk andwoord ins het vervolg konde belooven, en mij dus aan aan geene doorgaande verklijning in het onbeand woord la „ten van mijne particuliere brieven konde blootstellen, en dus wel verkiesen moest mijne pligtelijke en eerbiedige verkla „ring bij wijze van een door mij behoorlijk geteekende nota of memorie voortestellen, waarmeede ik voor zeeker gee„ „ne de minste onvoeglijkheijd en veel minder eenige mag „zaamheijd bestond; maar veel eer door die dienstevaar „dige opmerking, die maar in 't particulier, en eenige daagen laater bij een, daartoe dienende komp:s brief off „cieel volbragt wierd, als een aandagtige en wel vertroouw „de betragting om uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: spoedigen wel provisoir, een zoo veel moogelijk genoegdoend: berigt van de toenmaalige toedragt van zaaken, tot weederlegging van alle listige en ontrustende voorstellingen van den Mala Moddeljaar, te doen toekomen, en dat dit ook bij uwel Ed: Gestr: Groot: Achtb: zoodanig voor een groo gedeelte aan en opgenoome is, blijkt duijdelijk uijt hoogst desselfs daarop aan mij geschreeve particuliere brief in dato 5. Junij J:o L:, de eerste, waarmeede ik mij naa het afvaardigg van onze officieele brief aan de Hoor Edele Heeren Bewindhebberen over de laate afvaardi„ „ging van het komp:s schip Java vereerd wierd, en van welke uwel Ed: Gestr: Groot Achtb:, als daarvan geen minuut gehouden hebbende, bij hoogst deselfs aparte Regeelings ezien Kriekenbeek No: 108 1943 Regeerings brief van den 14. october Jo2: een autentliek afschrijft gevraagd heeft, het welk ook zoodanig door mij overgezonden en bij de Gaalsche apparte brief van den 22. 8ber: J7: L: vermeld is; Dit andwoord nu houd geene de minste afkeuring van mijne aan den eerste Landmee„ „ter Joenander gegeeve last tot eene nauwkeurige op, „neeming van het Landschapje Duvitoere, maar alleen eene voorstelling in hoede g'eerde Regeering deeses eijlands, ziende dat alle voorgestelde en begonne onder„ „neemingen om Diwitoere bekwaam te maaken op niets waaren uijtgeloopen, in 't Jaar 1784. goedgedagt en besloo„ „ten had aanteneemen de aanbieding van den Mala moddeljaar Dias om dit zoo aangeleege werk te vol„ „brengen, en wij daartoe niet genoeg konde aangemoe„ „digd worden, en zij daartoe het aan mijne eijge overweeging te laaten of zoodanig een Commissie, als door mij naa Diwitoere gezonden was, daartoe konde e„ dienen, en verder dat uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: niet dagte, dat er immers naamwaardige houtwerken uijt Diwitoere waaren aangebragt, niet teegenstaande het o„ zoo meenigmaalen bezogt was, en, indien dit ook al mogte zijn, de g'eerde opper Regeering deeses eijlands geen„ „zints begeerde, dat om diergelijke Consideratien een zoo nuttig en aangeleege werk, als het bekwaam maaken van vaen Diwiloere, zoude teegengaan of gestaakt worden zonder iets te melden van de door mij bij bovengem: nota of memorie voorkomende duijdelijke aanschri „ving van den eerste Landmeeter Coenander en van de twee Gaalsche timmerlieden weeder tot het verder vol„ „brengen van de hun door mij opgedraage commissi naa Dicvitoere te zullen zenden, zoo dra de als doen aanhoudende swaare reegens zouden ophouden, en het hooge waater weeder eenig zints afgeloopen zijn, welke aanhaalingen opmerking egter, wel had ma „gen geschieden, indien het doorzetten, van dit reeds be „gonne zoo aangeleege werk door uwel Ed: Gestr: Gro Achtb: waarlijk afgekeurd en als naadeelig aangemerk wierd, het geen mij dan in het meerder zeekere van Hoogst desselfs Intentie ter mijner reguleering en narit in die omstandigheeden zoude gediend ende verstrekt heb„ „ben, dog dit nu niet aangemerkt ziende, konde ik„ in het vaste vertrouwen zijnde van niet dan het gode en muttige bij deese voorgestelde opneeming te beoogen, ook niet anders doen dan daarmeede naa behooren voortevaaren, gelijk dan ook de gemelde Eerste Landmeeter met de tuee gaalse timmerlieden den 8. Junij weeder to 't vor „brengen der win aanbetrouwde commissie naa Duwitoa vertrokken zijn, terwijl ik wij berijde om mij binnen eenige Briekenbeek zien No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0665 view scan ↗

English

to proceed thither for a few days with Engineer Johannes, who is so knowledgeable about that district, and with one or more other suitable persons, in order to survey and examine everything in person with the utmost accuracy, and to submit as complete a report thereof as possible, of which I also had the honor to inform Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs by official letters dated 6 and 14 of the aforesaid month of June; having thus in every respect acted for the best according to my utmost abilities in this matter, I cannot comprehend how Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs could and would suspect me of far-reaching and deliberate disobedience in your most resolute remarks, and one might well conclude from this that the then-present Gentlemen Members of the Council of Ceylon in Colombo did not read the aforementioned private instruction from Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs regarding the memorial previously transmitted by me on 25 May, concerning the order issued by me to the first Land Surveyor Poenander for the accurate survey of Duiditoere, or did not confront it attentively enough with my representation, as I would otherwise have been able to expect a more favorable interpretation thereof. To obey the orders issued by a superior authority to an inferior and somewhat remote regency is certainly an obligation, yet it is not well possible to do this always without any deviation, since during the very time that those orders are en route, such changes can occur in one or another presented case, or the circumstances thereof can also be so far unknown to the superior authority, that, upon mature consideration thereof, the literal execution of such orders becomes impracticable if one wishes to fulfill the true intent of their dispatch, as is the duty of all subordinate administrations; and it is certain that in this subordinate command the received orders of the supreme government of this island cannot always be literally executed, and often ought not to be, if one wishes to fulfill the true intent of the commission and thus one's essential obligation, and this can be most clearly proven by very many cases, both general and particular, as I shall now demonstrate by some of more recent occurrence. For I would indeed have exposed myself to very great accountability had I literally executed the order received by me from Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs to dispatch an upper mandoor and twenty-one Javanese sailors, who remained behind here from the ship Het Slot ter Hooge, with a bark returning to Colombo, because the master of this vessel discovered just before sailing out of this bay that these fierce seamen, from whose national disposition one has experienced so many sad occurrences in the Indies, seemed not at all satisfied with their placement on that bark, and only wished to serve on ships according to their recruitment, and not on the Company's barks, or ashore with any naval crew, and therefore earnestly requested to be allowed rather to remain here, and to be placed as soldiers in the companies of Easterners then garrisoned here; to which proposal, in view of the great apprehension of the Master Attendant de Sille and of the master of the said bark, whose entire crew was much weaker in number, I also assented, in order to prevent all unfortunate consequences and not to expose the crew of that vessel to such a restless and uncertain outcome, and therefore brought these twenty-two Javanese ashore again, and gave notice of their request to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs, in whose provisional approval I could find the less difficulty since they could always, upon a further expected order, travel much more securely by land to Colombo, where nothing was certainly to be feared from their transit under good escort, and they could also arrive there much earlier than with the aforementioned bark, since in sailing past Barberijt it first had to take in a cargo of coir, and the sea voyages at that time of year, being in the month of February, from here to Colombo always take very long; I thus had, in that so critical case, either to postpone the scheduled departure of the bark until the receipt of a further order regarding these Javanese, or bring those people ashore again, or else expose a Company vessel and an entire crew to their resentful inclination, the bitter consequences of which are always to be feared, which in the event of an unfortunate outcome would rightly have been taken very ill of me, and I would probably not have been able to excuse myself by saying: I have literally executed the positive order assigned to me; as appeared to us a few months ago, when, weary of continual admonitions to strictly fulfill the positive orders announced to us, we also literally executed the order coming to us from Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs to send from our here-stationed and to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs

Dutch transcription

494 eenige daagen met den in dat Landschapje zoo kundige Jngenieur Johannes en met een of meer andere geschik„ „te perzoonen meede derwaards te begeeven, om alles zelve met de meeste nauwkeurigheijd opteneemen, en naate„ „gaan, en daarvan een zoo veel moogelijk volloedig Rab„ „port inteding, waarvan ik meede de eer had uwel Ed. Gestr: Groot Achtb: bijofficieele brieven in datis 6: en 14: van wen„ „gem: maand Junij kennis te geeven; dus in allen opzigte het goede naa mijne beste vermoogens in dit geval betragt heb„ „bende kan ik niet begripen, hoe uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: mij van verregaande en opzettelijke disobedientie bij hoogst derzelver resolutoire aanmerkingen hebben kon„„ „nen en wel willen verdenken, en men zoude hieruijt wel moogen opmaaken, dat de toenmaals aanweesende Heeren Leeden van den Ceijlonsen Raad te colombo de bovengem: particuliere aanschrijving van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: op de van en door mij in dato 25. Maij te vooren overgezonde memorie, betrekkelijk tot de door mij aan den eerste Landmeeter Poenander verleende ordon„ „nantie tot 't naauwkeurig opneemen van Duiditoere, niet geleesen of teegen mijne voorstelling niet aandagtig genoeg geconfronteerd hebben, wijl ik anders eene gunstiger uijk„ „legging daarvan zoude hebben konnen verwagten. je gehoorzaamen aan de beveelen, die door eenhoopge Gijzag g man van een inferieur en wat afgeleege, Regendschap verleend werden, is zeeker pligtelijk, dog het is niet wel moogelijk om dit altoos zonder eenige afwijking te doen, twij in den tijd zelver, dat die beveelen op weg zijn, zoodanige verande„ „ringen in een of ander voorgesteld wordend geval konnen ge „beuren, of de betrekkingen daar van aan het superieur Gezag ook wel voor een gedeelte zoo verre konnen onbe„ „kend zijn, dat, in rijpe overweeging daarvan, de letter„ „lijke opvolging van zoodanige orders als ondoenlijk word wanneer men aan het waare oogmerk hunner toedee„ „ling voldoen wil, gelijk het de pligt van alle onderge„ „schikt bestieringen is, en het is zeeker dat in dit onder„ „geschikt commandmnt niet altoos de ontfangen wor„ „dende beveelen der opper Regeering deeses eijlands letterlijk kunnen opgevolgd worden, en het ook veelmaals niet be„ „hooren, zoo men aan het waare oogmerk der bedee„ „ling, en dus aan zijne wesendlijke verpligting voldoen wil, en dat aan zijn vesendlijke verpligting voldoen wil, en dit kan men niet zeer veelen, zoo algemeen als bijzondere voorvallen, ten duijdelijkste bewijzen, ge„ „lijk ik tans door eenige van laater gebeurten is zal be„ „tooge, want ik zoude mij immers aan zeer groote ver„ „andwoording hebben boot gesteld, indien ik letterlijk opgevolgd had het bij mij ontrange bevel van Uwel Ed: Gestr: Brickenbeek zien No: 108 1995. Gestr: Groot Achtb: om een oppermandoor en een en twin„ „tig Javaanse mattroosen alhier 't schip Het slot ter Hoo„ „ge agter gebleeven, met een na kolombo keerende Bark te laaten vertrekken, wijl de Gezaghebber van dit vaar„ „tuijg nog even voor het uijtzijlen uijt deese bhaaij ont„ „dekete, dat die voeste zee lieden, van welker nationaa„ „le geaardheijd men in Jndia zoo veele droeige gebeurte„ „nissen beproeft heeft, over hunne plaatsing op die Bark gants niet wel te vreeden scheenen, en alleen op scheepen volgens hunne aanneeming, en niet op sComps sComp:s ^ Barken, of aan de wal bij eenige Zee egulipagie wilden dienst doen, en daarom zeer verzogten liever te moogen hier blijven, en bij de als doen hier in Guar„ „nizoen leggende kompanien oosterlingen als soldaaten geplaatst te worden, in welk voorstel ik op de groote be„ „dugtheijd van den Equipagie meester de sille en van „ de Gezaghebber van gem: Bark, wiens geheele equipa„ „gie veel swakker in getal was, ook bewilligde, om alle e„ ongelukkige gevolgen voortekoomens en de equipagie van dat vaartuijg aan geene zoo ongeruste en onzeekere uijtkomst bloot te stellen, deese twee en twintig Javaa„ n„ „nen dan ook weeder aan de wal ligte, en uwel Edele Gestr: Groot Achtb: van hun verzoek kennis gaf, in„ welker provisioneele toestemming ik te minder swaa„ „righeijd konde maaken, wijl ze altoos op een naader te verwagte bevel, over den landweg wel verzeekerder ma kolombo konden gaan, wanneer men van hunne door„ „togt, onder goed gelijde, zeeker niets te vreesen had, en zij aldaar ook veel vroeger dan met voorm: bark konden aankoomen, wijl die in het voorbij zeijlen te Berberijt eerst een laading kaijer moest inneemen, en de zee „togten in dat Jaargelij, als zijnde in de maand febr: van hier naa kolombo altoos zeer lang duuren; Jk moest dus in dat zoo bedenkelijk geval of de bepaade afvaardiging van de Bark tot het ontfangen van eene naader bevel weegens deese Javaenen, op schooten, of die lieden weeder aan de wal ligten, danwel een sComp:s Jan en een geheele equipagie aan Hun wrevelig begrip, waarvan men altoos de bittere gevolgen dugten moet, bloot stellen, h geen bij eene ongelukkige uijtkomst mij met regt zeer kwalijk zoude genoomen zijn, en ik mij waarschijn „lijk niet zoude hebben konnen verschoonen met te zeggen, Jk heb de mij toegedeelde stellige order letterlijk opgevolgt, gelijk ons voor nu eenige maanden gelhe „ken is, wanneer wij, moeden van geduurzaame ver „maaningen om stiptelijk de ons aangekondigd wordende stellige beveelen te voldoen, ook letterlijk opvolgden de ons van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: toekoomende order om van onze hier beschijde en uwel Ed: Gestr Gn Achtb: gezien Briekenbeek No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0669 view scan ↗

English

1996 Honorable Sirs: By the transmission of the monthly muster rolls, as well as by the established, well-known number of three pilots, of whom one, due to a defect in his sight, could not serve to pilot the ships inward, one was sent to Hikkede or Ablangodde, which first post is four, and the latter six miles or hours to the northwest, and one to Gandure, which is situated ten miles to the east of this city, in order, at the first place, being in the southwest or bad monsoon and above this bay, to keep a close watch on the five transport ships with the Swiss Regiment of Colonel de Meuron then expected from the coast of Madura, and, upon the appearance of those ships there, to proceed on board with a fishing thoney and guide them to this bay, and at the second place, being then below this bay, upon their appearance there to bring those ships inside the bay, whereby we were rendered unable to pilot those ships inward with ease of mind in that bad season of the year should they appear before the bay itself, because none of the three young pilots or apprentices assigned here could, according to the testimony of the Master of the Equipage, be entrusted with this, just as your Right Honorable, Highly Esteemed Sirs, to whom we immediately gave notice out of dutiful care regarding this our compliance with your highest command and our misgivings concerning the same, were also pleased to observe, and instructed us to recall immediately the pilot sent to the last-mentioned place, and on the contrary to send one of the young pilots suited for the purpose thither, with instructions to survey and examine that bay at once as to where the ships could and should best be anchored there, etc.; and the outcome has also fully proven in this case that, had we literally complied with your Right Honorable, Highly Esteemed Sirs' positive orders in this matter without immediately giving notice thereof so that it could still be altered in time, we would have done very poorly and rendered ourselves unable to fulfill the essential good purpose intended thereby; and this was further proven in recent days when we were ordered to grant passage to the Cape of Good Hope to Captain Henri Le Ncheps of the Regiment de Meuron, dismissed at his own request, with the ship Josephus the Second, hired by the Honorable Company and then being dispatched from here, and at the same time to send to the Netherlands with this vessel the deserters of the said Regiment discovered and detained by us; now this written order was positive and clear, and left almost no doubt as to its execution, yet I understood that it could be a clerical error Kriekenbeek seen No: 108 1947 and that one had to send with that ship the deserters of the Regiment of the Count of Luxemburg who were also detained here, and thus I did not comply with that order, however clear and specific it was, and the outcome has fully proven that I had thought well and acted well, because your Right Honorable, Highly Esteemed Sirs, upon my letter regarding this, were pleased to declare that it was indeed an error, and that only the deserters of the last-mentioned Regiment were intended by the aforementioned written order. If a clerical error or mistake can occur in one case, can and may one not modestly assume the same in others, and if one is not blamed in the pursuit of the good and in the actual execution or continuation thereof in certain matters, nor is anything evil presumed therein, why then should one at another time deserve or expect this for similar good intentions and observations? Your Right Honorable, Highly Esteemed Sirs' aforementioned order not to proceed any further with my well-considered observations and surveys in the small district of Divitoere, but to suspend them until further orders, is, if I rightly understand the written order in its full force, meaning, and pure intention, and my mother tongue, more precautionary and provisional than absolute, and this is evident enough from the sense and content of your Right Honorable, Highly Esteemed Sirs' private letter of the 5th of June mentioned above, in which this order is neither remarked upon nor repeated, which was nevertheless very necessary for my guidance; and no one will be able or willing to view my purpose in continuing this dutiful investigation as anything other than an intention for the best, and one must therefore certainly fully acquit me of all deliberate and far-reaching disobedience, and rather attribute good intentions to me for it. Orders issued in the service of the Honorable Company by a superior to a subordinate and more or less remote government cannot, however positive they may be, always be followed strictly or literally, for thereby, as I have just observed, many difficulties could often arise, and frequently the good purpose with which they are accompanied would not be fulfilled; and how would the supreme rulers in this part of the Indies fare if their deviations from the instructions given them, coming both from Europe and from the headquarters of the Netherlands Indies, seen Kriekenbeek No. 108

Dutch transcription

1996 Achtb: door het overzenden der maandelijksche mon„ „ster rollen, gelijk ook door de bepaaling, wel bekend getal van drie lootsen, van dewelke, een, door gebrek aan zijn gezigt, niet tot het binnen lootsen der scheepen dienen konde, een te zenden naa Hikkede of Ablangodde, welke eerste Postvier, en de laaste ses mijlen of uuren ten noord westen, en een Gandure, het welke thien mij„ „len ten mijlen ten oosten van deese stad geleegen is, om op de eerste plaats, als in de Z: W: of kwaade mousson en„ booven deese Baaij, wel te letten op de als doen van de kust van Madura - verwagt wordende vijf transport scheepen met het Regiment switters van den heer Collo„ „nel de Meuron, en zig, bij vertooning van die scheepen aldaar met een vissers tonie naa boord te begeeven, en ze naa deese baaij te geleijden, en op de tweede plaats, als doen beneeden deese baaij, die scheepen, bij opdaaging aldaar binnen de baaij te brengen, waar door wij buijten staat gesteld wierden, om die scheepen hier voor de baaij zelve verschijnenden, met gerustheijd in dat slegte Jaar ge„ „tijde binnen te lootsen, wijl geen van de hier bescheijde drie n„ Jonge lootsen ofleerlingen dit volgens getuijgenis van de Equipagie-, „meester, konde toevertrouwd worden, gelijk uwelEd Gestr: Grok Agtb:„ die van deese onze opvolging aan Hoogst derzelver bavel, en van on„ „ze bedenkinge dien aangaande ter stond,enwel uijt pligtelijke g verzorgen verzorgen kennis gaeven, ook zelven wel geliefden aante „merken, en ons gelasten de naa laastgem: plaats gezonden loots daadelijke optrecke, en daar en teegen en der daartoe geschikte Jonge lootsen naa derwaards te zenden, met last om die Baaij aanstonds opteneemen en te onderzoe„ „ken, waar de scheepen aldaar best konden en behoorden gelegd te worden, en z. , en de uijtkomst heeft ook in de geval volkoome beweesen, dat wij met de letterlijke opver„ „ging van uwelEd: Gestr: Groot Achtb: Stllig bevelden in deese, zonder daarvan terstond kennis te geeven, op dat het nog in tijds konde veranderd worden, zeer kwa„ „lijk zoude gedaan, en ons buijten staat gesteld hebben om te voldoen aan het weezendlijke goed oogmerk, dat daarmeede bedoeld wierd; en dit wierd deeser daagen nog naader bewersen, wanneer wij gelast wierden om aan den op zijn verzoek gedimitteerde Capitain Henrij Le Ncheps van het Regiment van Meuron transport naa Caab de Goede Hoop te verleenen, met het van hier als doen afgevaardigd werdende bij D: E: kompenie ingehuw „de schip Josephus de tweede, en teffens met deese Bodem naa Nederland te zenden, de bij ons ontdekte en aange „houde deserteurs van gem: Regiment; deese aanschrij„ „ving nu was stellig en duijdelijk, en liet schier geene twijffe „lingter volkrenging over, dog ik begreepegter, dat het en Verschrijving Kriekenbeek zien No: 108 1947 verschrijving konde zijn, en men de hier meede aange„ „houde deserteurs van het Regiment van den Heer Ringe van Luxenburg met dat schip moest verzenden, en voldeed dus niet aan die order, hoe duijdelijk en bepaald ze ook was, en de uijtkomst heeft volkoomen beweesen, dat ik wel gedagt en wel gedaan had, wijl uwel Edele Gestr: Groot Achtb:, of mijne aanschrijving des weegens, wel geliefden te verklaaren, dat het werkelijk een abuijs was, en alleen de deserteurs van het laastgem: Regiment met de voormelde aanschrijving bedoeld waeren. heeft nu eene verschrijving of vergissing in het eene geval plaats, kan en mag men het met beschijdendheijd ook wel in anderen onderstellen, en word men in de betragtingen van het goede en in de werkelijke door of voortzetting daarvan in eenige aangeleegendheeden niet gelaakt of daar iets kwaads in ondersteld, waarom zoude men„ dit dan op een ander tijd ingelijke goede betragtin„ „gen, en opmerkingen konnen verdienen of verwag„ „ten: uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: voormeld bevel„ om met mijne wel beraade op en waarneemingen„ in het Landschapje Divitoere niet verder voortte„ „vaaren, maar die tot naader order uijtestellen, is, zoo ik de aanschrijving in haare volle kragt, betee„ „kenis en zuijver oogmerk, en mijne moeder spraak wel wel versta, meer voorzienig en provisoir als stellig„ en dit blijkt overduijdelijk genoeg uijt den zin en inhoud van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: hier booe vermelde particuliere brief van den 5. Junij, bij de„ „welke deese order nog aangemerkt nog herhaald word, het geen egter tot mijn narigt zeer noodig was, en mijn inzigt met de voortzetting van dit pligtelijk onderzoek zal niemand anders als een we ten goede konnen en willen aanmerken, en ma dus zeeker van alle opzettelijke en verre gaande dis obedientie geheel wij spreeken, en mij eer daarv het goede toedenken. Orders, die in den dienst der Edele Maatschappij door een superieur aan een ondergeschikt en meer of min afgeleege Regentschap werden uijtgevaardigd, konne hoe stellig ze ook zijn, niet altoos stiptelijk of lette „lijk worden opgevolgd, want hier door zouden dikwijl gelijk ik zoo even reeds aangemerkt hebbe, veele „geleegendheeden konnen ontstaan, en veel maal niet aan het goede oogmerk, waarmeede ze ver „zeld gaan, voldaen worden, en hoe zouden zig de opper Regenten in dit gedeelte der Indien verander „den, indien hunne afwijkingen van de hun, ko uijt Europa als van de Hoofdplaats van Nederland Jndia gezien Krickenbeek No. 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0673 view scan ↗

English

1998 India, both positive and precautionary orders, as far-reaching and intentional disobedience, and imputed as such to Their Honours, and it is certainly not probable that Your Right Honourable, Right Severe, and Highly Respected Honours would desire this for Your own supreme and general administration. A well-reasoned deviation from any precautionary, or even from a positive order of a higher to a lower Regency, can therefore never be taken amiss, when one thereby intends only that which is good, useful, and proper; and this, I believe, I have explained most clearly with my continuation in the necessary survey of the district of Diwitoere, and I think to do so even more closely and clearly in the continuation of this memorial or vindication, when I flatter myself that Your Right Honourable, Right Severe, and Highly Respected Honours Yourselves, however much the service of the Noble Company is at present in this Government strictly determined and subject for everyone without distinction, will completely acquit me of all disobedience in this case, and understand that I have done nothing other than what I was truly bound and obliged by oath, office, and duty to accomplish with the greatest attention and zeal. This This digression is certainly longer than I myself thought upon recalling it, yet it is highly necessary for my vindication, and thus I hope to earn a favourable pardon for it. I return, then, again to the principal narration of matters relating to my proposed surveys of the true condition of the district of Diwitoere by the First Land Surveyor Joenander, who then on the 8th of June departed thither again with the two carpenters to further complete his commenced work; and this could not well endure any delay, because he assured me that the river water, coming down and encroaching more and more, might easily wash away a large portion of the loose timber still to be found on some low-lying grounds, and that these might also disappear along other routes, as he also had to be back on account of his undertaken cutting through of the Matara river into that of Kattoene, and it was thus best that both his commissions be completed as soon as possible, and this would become even more difficult for both by longer delay if all the low fields of Diwitoere, as then seemed very probable to him, the Land Surveyor, were seen Kriekenbeek No: 108 1999 to be all at once completely submerged under water and could not be freed from it so quickly. This was all the more a well-founded reason to dispatch him, the Land Surveyor, as soon as possible to bring his entrusted commissions to an end. I prepared to follow him within a few days with Engineer Johannes, who is so knowledgeable in that district, in order to inspect everything in person with the closest attention, just as I also communicated to Your Right Honourable, Right Severe, and Highly Respected Honours in my respectful official letter of the 6th of June, as being determined and established by me for certain. But meanwhile there was delivered to me Your Right Honourable, Right Severe, and Highly Respected Honours' separate letter of the 1st of the said month of June, by which, as I showed most clearly, it was entirely groundlessly imputed to me that I had delayed the execution of Your Right Honourable, Right Severe, and Highly Respected Honours' highly esteemed and hereinbefore often-cited order of the 16th of September prior, namely to have Lieutenant Coenander investigate whether the superfluous water could not be drained from the district of Diwitoere into the lake of Madampe by means of a stream, on which Your Right Honourable, Right Severe, and Highly Respected Honours declared not to take a stance at that time, but of which I, I have most clearly demonstrated the contrary in my answer dispatched thereupon by separate letter of the 14th of that month; and I was further informed that a Commission would depart from Colombo for the survey of Diwitoere, and I received further command and order to halt my survey in that district by the aforementioned First Land Surveyor, which I also immediately obeyed, and ordered him in writing to cease therewith until further orders, just as I communicated to Your Right Honourable, Right Severe, and Highly Respected Honours by separate letter of the 14th of that month, and made known my astonishment at this double and entirely undeserved slight inflicted upon me by this second interdict upon my actions, which were so dutiful and well-considered for the service of the Noble Company and for the benefit of the country, and by the sending of such an extraordinary commission, and complained thereof in the highest degree, and, as I hold myself assured, with great reason. I departed nevertheless, and in spite of this treatment, as arbitrary as it was completely harsh and undeserved, with the Engineer Johannes, and indeed with a very Kriekenbeek No: 108

Dutch transcription

1998 Jndia toekoomende zoo wel stellige als voorzienige beveelen tot eene verregaande en opzettelijke disobedientie aangemerkt, en hun Edelen als zoodanig toegeree„ „kend wierden, en het is zeeker niet waarschijnlijk dat uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: dit voor hoog st desselfs eijge opper en algemeene bestiering zoude verlangen. Eene wel beredeneerde afwijking van eenig voorzienig, of zelfs van stellig bevel van een hooger aan een minder Regentschap kan dus nim„ „mer ten kwaade geduijd worden, wanneer men daar„ „meede alleen het goede het nuttige en betaame„ „lijke voor heeft, en dit meen ik ten duijdelijkste met mijne voortzetting in de noodzaakelijke opneeming van het Landschapje Diwiloere te hebben verklaard, en denk dit in het vervolg bij deese memorie of verandwoording nog naader en duij„ „delijker te doen, wanneer ik mij Vlije dat uwelEd. e Gestr: Groot Achtb: zelven, hoe zeer ook de dienst der Edele Maatschappije voor een ieder, zonder onderscheijd, thans in dit Gouvernement, ten uijterste bepaalden on„„ „derwerpelijk is, mij van alle disobedientie in dit geval ge„ „heel zullen wijspreeken, en begrijpen, dat ik niet anders gedaan hebbe, dan 't geen ik werkelijk ee, ampts en pligt shalic verbonden en ge„ „houden was met de meeste aandagt en ijver te volbrengen. Deeze Deeze uijtwijding is zeeker langer dan ik zelve bij de ophalling daar van dagte, dog ze is tot mijne verschooning ten hoogste noodzaekelijk, en dus hoop ik daarvoor eene gunstige verschooning te verdienen. Jke brlede, dan weeder tot het pincipaal verhaal van zaaken, betrekkelijk tot mijne voorgestelde op neemin„ „gen van de waare gesteldheijd van het Landschap „je Diwitoere door den eerste Landmeeter Joenander die dan den 8. Junij met de twee timmerlieden wee„ „der derwaards vertrok, om zijn begonne werk ver„ „der te volbringen, en dit konde niet wel eenig uijt „stel lijden, wijl hij mij verzeekerde, dat het meer en meer afkoomend en indringend ravier waeter vee ligt een groot gedeelte van de nog op eenige laage gronden te vinden losse houtwerken konde weg: fp „len, en die ook wel langs andere weegen mogten verdwijnen, Wij ook weeder om zijne aangenoome doorgraeving van de Matureesche riveer in die va kattoene diende terug te zijn, en het dus bestaa dat zijne bijde commissien maar hoe eer zoo beel volbragt wierden, en dit voor bijden door langer vertoarn nog moeijelijker zoude worden, zoo alle de laage velden van Dicitoere, gelijk het als dan aan hem Land meeter Zeer waarschijnlijk voork eent gezien Briekenbeek No: 108 1999 eens geheel onder waater raakten, en daarvan niet zoo spoedig konden verlost worden, dit was een gegronde reeden te meer om hem landmeeter als doen maar hoe eer zoo beeter aftevaardigen om zijne aanver„ „trouwde commissien teneijnde te brengen, ik berijde mij hem met den in dat Landschapje zoo kundige Jngenieur Johannes binnen wijnige daagen te volgen, om alles in eijge perzoon, met de vreeste aan„ „dagt opteneemen, gelijk ik ook uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: bij mijne eerbiedige officieele letteren, van den 6: Junij, als voor zeeker door mij bepaald en vastge„ „stel, zijnde, beteelde, dog onderwijl wierd mij kesteld uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: apparte brieff van den 1.e van gem: maand Junij, bij dewelke mij gelijk ik ten klaarste aantoonde geheel ongegrond ten laste gelegd wierd, uijtgesteld te hebben de executie van uwelEd: Gestr: Groot Achtb: hoog g'eerde en hier vooren meer„ „melden geciteerde order van den 16: 7ber: te voore, maa„ „mentlijk om door den luijtenant Coenander te doen onderzoeken of het overtollig waeter, uijt 't landschap 2„ Dicvitoere door middel van een spruijt niet zoude, kunnen werden afgelijd in het lak van Madampe„ waarover uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: betuijgde zig te dier tijd niet te zullen verklaaren, dog waarvan . ik ik het tegendeel bij mijn daarop afgevaardigd andwoord bij aparte brief van den 14. dier maand ten duijdelijksten aangeweesen heb; en mij voorts berigt wierd, dat een Commissie van kolombo tor het opneemen van Dirwitoere zoude vertrekken en ik naader last en order ontving mijne opnee „ming in dat landschapje door voorm: eerste landmeeter te staaken, waaraan ik ook daade„ „lijk voldeed, en hem schriftelijk gelaste daarmeede tot naader order op tehouden, gelijk ik uwel Eder dan „moode tot naader order op tehouden, gelijk ik uwal „ Edele Gestr: Groot Achtb: bij aparte brief van den 14. dier maand bedeelde, en mijne verwondering over deese mij toegebragt wordende dubbelde en geheel onverdiende verklijning, door dit tweede in„ „terdict op mijne zoo pligtmaatige en wel beraade handelingen voor den dienst der Edele Maatschappen en voor het niet des lands, en door het afzenden van zoodanig eene buijten gewoone commissie te kennen gaf, en mij daarover ten hoogsten, en zoo ik mij verzeekerd houde, met groote reeden beklaag Jk vertrok egter, en in weerwil van deese zoo wil „lekeurige als geheel harde en overdiende behande „ling, met den Jngeneeur Johannes en wel met a Zeer Kriekenbeek No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0677 view scan ↗

English

2000 very small retinue, at my own expense on 15 June to Diwietoere, where I remained until 19 of that month, and completed as many and as accurate surveys there as the shortness of the time and the violent floods somewhat permitted, there also appearing on the seventeenth of that month the extraordinary commission sent from Kolombo, consisting of the Honorable Trade Bookkeeper Raket and Junior Merchant van Schuler, with the sworn clerk Andriessen, who arrived there with uncommonly much noise and pomp, had a European carpenter and the Maha Mudaliyar Dias with a multitude of other native headmen and lesser servants in their very numerous retinue, and on the evening of their arrival at Baddegamme on the other side of the river and from my erected huts on Diwietoere itself, paid me a visit, and gave notice of their arrival and commission in a particularly solemn manner, but refused to give me any disclosure of their written orders, as I detailed to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir in my separate letter of 30 of that month, and at the same time indicated that I regarded the dispatching of this extraordinary commission as a great and, for me, very sensible belittlement, and public mistrust, and therefore thought it best to concern myself little further with the continued survey of Diwietoere, and had resolved to return to Gale at the earliest opportunity; and to leave the cares of this survey and investigation, so very much desired by all of them, to those deputies, as I had the honor to inform Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir in my aforementioned separate letter of 30 June, and at the same time to give notice of the return of these extraordinary commissioners and of their high presence in this town. Although I was only at Diwietoere for four days, I was nevertheless able to clearly and plainly survey that the low land there, at least as far as it could be surveyed by the Engineer Johannes, by the First Surveyor Foenander, and by me in the presence of the native Sabandaar, who accompanied us and pointed out everything he thought necessary, during that time on our covered rowing rafts, although the water had already fallen much and was still running off strongly through the great sluice, stood completely under water, and this Sabandaar showed us nothing other than a small piece of low ground, of possibly two amunams of sowing seed, seen Kriekenbeek No: 108 2001 near the great sluice, upon which there still stood some paddy, which however was for a large part ruined by the water having stood upon it for too long, and this field proved sufficiently by its situation that it did not belong to those lands that would have been made fit for proper cultivation and sowing by the present contractors, but had possibly already served as a sowing field and yielded a good harvest for more than a hundred years, whenever no otherwise usual great yearly floods ruined what was sown upon it, as the aforementioned native Sabandaar also testified to us, and those fields in that district were thus, notwithstanding the trouble and labor alleged to have been applied toward their improvement by the present contractors, as they indeed assure, found in a truly bad condition; I also saw a multitude of half and completely decayed timbers there, and also many partly burned, and still a good multitude of well-appearing trees on some high grounds, but having no knowledge of timbers, and seeing an extraordinary commission from Kolombo placed in front of me, I could not occupy myself with an accurate examination and survey thereof, and thus kept no notes of the sorts that were named to me; my stay there also being too short to do this properly and with the requisite accuracy, I therefore only carefully surveyed and inspected some cinnamon and other plantations laid out there, which did not signify much, and the two sluices laid out there by order of the Maha Mudaliyar, on which occasion the Engineer Johannes as well as the First Surveyor Foenander had me observe that the largest of these sluices was very incorrectly placed, and brought more harm than benefit to that land, because the excess water is noticeably held back in its runoff by it, and, there being no such water barrier there, one could widen and deepen the canal connected to it to provide the excess water, as the great river falls, a better and freer passage, which now cannot happen through this narrow canal, proportioned to the small width of this sluice, and thus the immense descending water, especially during the flooding of the great river, not sufficient Kriekenbeek No: 108

Dutch transcription

2000 zeer klijne gevolg, op mijn eijge kosten den 15 ' Junij naa Diwietoere, alwaar ik tot den 19: dier maand verbleef, e en zoo veele en nauwkeurige opneemingen aldaar vol¬ „bragt, als de keortheijd des tijds en de geweldige overstroo„„ „mingen eenigzints toelieten, verschijnende aldaar meede op den seeventhiende dier maand de van kolombo afge„ „zonde buijten gewoone commissie, bestaande uijt den E: Negotie Boekhouder Raket en onderkoopman van Schuler, met den gezwre klerk Andriessen, die al„ „daar met ongemeen veel gerugt en statie a a wamen„ een Europees timmerman en den Mala Moddeljaar Dias met een meenigte andere inlandsche hoofden en minder bedienden in hun zeer talrijk gevolg had„ „den, en den avond van hunne aankomst te Badde„ „gamme aan de overzijde der rievier en van mijn opgeslaage hutten op Dievitoere zelve, een bezoek bij mij aflijden, en kennis van hunne aankomst en commissie op eene bijzondere plegtige wijze gaaven, dog mij wijgerden eenige opening van hunne schrif„ „telijke last te geeven, gelijk ik uwel Ed: Gestr: Groot„n Achtb: bij mijne aparte brief van den 30. dier maand=e, „ omstandig bedeelde, en teffens te kennen gaf, dat ik het afzenden deeser buijten gewoone commissie als eene grooten en vor mij zeer gevelige verklijning, en u publick publick mistrouwen aanmerkte, en daarom best gedagt had mij ook wijnig met de verdere opneeming van Diccitoere te bemoeijen, en beslooten had ten eerste weeder na Gale te keeren; en die gedeputeerden de zorgen deeser zoo zeer dog van hun allen verlangde op nee„ „ming en naaspouring overtelaaten, gelijk ik de eere had uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: bij mijne voormelde apparte brief van den 30. Junij te bedeelen en teffens van de terug komste deeser buijten ge„ „woone gecommitteerden en van hunne hooge teegen„ „woordigheijd in deese stad kennis te geeven. Schoon ik nu maar vier daagen te Diwietoere ge„ „weest ben, heb ik egter duijdelijk en klaar konnen opneemen dat het laage land aldaar, immers zu verre het door den Jngenieur Johannes, door den eerste Landmeeter Foenander en door mij inteegen „woordigheijd van den inlands Sabandaar, die ons verzelde en alles wat hij noodig dagt, aanweer in die tijd op onse overdekte roeijwlotten heeft kunne opgenoomen worden, schoon het waeter reeds veel gevallen was, en nog door de groote sluijs sterk af „lief, geheel onder waeter stond, en deese sabandaar ons niet anders aanwees dan een kleijn stuk laag geen grond, van moogelijk nog twee ammonams geza naa gezien Kriekenbeek No: 108 2001 naa bij de groote sluijs, waarop nog eenige Nelie stond, die egter voor een groot gedeelte door het te lang daarop gestaene waeter bedorven was, en dit veld bewees genoeg door zijne legging dat het niet on„ „der die gronden behoorden, die door de teegenwoordige aanneemens tot een behoorlijke bebouwing en be„ „zaaijing zouden bekwaam gemaakt zijn, maar moogelijk reeds voor meer dan honderd Jaaren tot een zaaijveld gediend en een goede oogst geleeverd heeft, wan„ „neer geene anders gewoone groote Jaarlijkse over„ „stroomingen het daarop gezaaijde verdierven, ge„ „lijk ons de voormelde Jnlandsche sabandaar ook be„ „tuijgde, en die velden zig dus in dat Landschap je En weerwil van de tot derzelver verbeetering door de teegenwoordige aanneemenes, zoo zij wel verzeeke„ „ren, aangeevende moeijte en arbeijd, in eene weesend„ „lijke slegte gesteldheijd bevonden; Ik zag er ook een mee„ „nigte half en half heel vergaane houtwerken, en ook ook veelen ten deelen verbrande, en nog een goede mee„ „nigte zig wel vertoonde boomen op eenige hooge gron„ „den, dog geene kennis van houtwerken hebbende, en mij een buijten gewoone commissie van kolom„ „bo voor het hoofdplaats gesteld ziende, heb ik mij met eene nauwkeurige onderzoeking en op neeming daarvan daarvan niet konnen ophouden, en dus van der z „ver mij opgenoemd wordende sorteeringen geene aa „teekeningen gehouden; mijn verblijff aldaar ook kort zijnde om dit naa behooren en met de ver„ „eijscht nauwkeurigheijd te doen, ik heb dus ma alleen eenige aldaar aangelegde kanneel en and „re plantagien, die niet veel beteekenden, en de aldaar op order van den Maha Moddeljaar aan „gelegde twee sluijssen met aandagt opgenoome en nagegaan bij welke geleegendheijd de Jngen „eur Johannes zoo wel, als de eerste Landmeeter Joenander mij leeden op merken, dat de grootste dier sluijsen zeer verkeerd, geplaatst was, en meer na „deel dan nut aan dat land toebragt, wijl het overtollige water daar door in zijn afloop merke „lijk teegen gehouden word, en, aldaar geene zooden waeter teegenhouding zijnde, men het daaraan verbonde kanaale konde verbreeden en uijt diepen, on het overtollige water, naa maate de groote revis zakt, beeter en vrijer doorlooping te bezorgen, hiet geen nu door dit smalle kannaal, geeven reedigd aan de wijnig breedte van deese sluijs, niet geschied kan, en dus het ontzaggelijke afkoomend waeter, voor al bij de overstrooming der groote revier, geen genoeg Zaeme Briskenbeek No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0681 view scan ↗

English

2002 finding sufficient flow or drainage, also remains standing for a very long time upon the low fields of that district, and destroys all that is sown upon it, and furthermore: that the small sluice as well, although better placed, is far too small, and the canal dug before it far too narrow, to discharge the unbelievably abundant water coming down yearly into that small district through it and to give it a proper passage; the said Engineer also declaring to me on that occasion that he had now found himself there for three consecutive years, and had always found the low ground, for by far the greatest part, under water, from which he then also concluded that all the seed corn sown upon it, as long as no better and more complete arrangements were made for checking and diverting the annual floods in that small district, is an actual loss for the colony, and the poor multitude, who now in this city sigh again for a fortunate supply of grains, thereby suffer an exceedingly great detriment; which is also very understandable, and was likewise confirmed by the first Surveyor Foenander, who also demonstrated to me clearly and plainly enough that the low lands at Diwittere, in all probability and indeed at little expense and in a short time, could be freed forever from the superfluous water descending from the mountains, and indeed from the most disadvantageous and ruinous floods of the great river, which with so much force, almost at every season of the year, accordingly destroy all the sowings or crops, at times more, at times less. Because the fields were then in some places very deep, and in others also sufficiently under water, notwithstanding that the River had then already fallen considerably for many days and continuous dry weather was held, we could also not observe whether or not they were entirely or partially sown, and how the crop had stood upon them; but the Surveyor Foenander told us that the paddy on some of those fields at his first arrival there, then two months ago, stood very fine and flourishing, but now through the floods the penetrated water had spoiled and entirely destroyed it; we could also, therefore and because of our short stay, not distinctly survey and compare with the maps and the testimony of the experts which of these fields had previously been sown, and which had been made fit for cultivation and sowing since the Year 1785 by the present contractors, and left this with all the rest to the commission that came from Colombo and was also present there, as well understanding that our services, so dutifully and so well-meaningly offered to that end, would be of little consideration and acceptance, as is most clearly shown by the total rejection of the reports submitted under the dates of 8 May and 30 June of the past year by the first Surveyor Foenander and of the report submitted on the 26th of the last-mentioned month by the Engineer Johannes concerning his findings at that time of and thoughts about Diwitoere, which I, in the official letter dispatched from here on the 30th of June aforementioned, declared that I could and would freely adopt and present as proposed and submitted by myself: This Surveyor now having returned here with those who accompanied him to that small district, with the Honorable Commissioners Raket and van Schuler, I have for the third time questioned the two Surveyors and also the two carpenters who had been with them, in the presence of the Native Shabandar Dias, regarding their proceedings in that small district. I was at that time well inclined, for the upholding of the truth and for the interest of the matter, to send these Carpenters anew for an accurate indication of these trees, stated by them in two reports or notes dated 8 May and 14 June to a number of sixteen thousand six hundred and fifty-five trees of various assortments, and indeed under the supervision of very good and well-trusted commissioners to Duvitoore, and to have the stated and indicated good timber brought hither as much as possible for closer and more complete investigation, which could very easily have been done by the Spruit then being at high water and indeed ought to have been accomplished; but the repeated interdict of Your Honorable, Right Valiant, Highly Esteemed Worships to do nothing more in those matters until further orders restrained me, as not daring to bypass that; and I therefore thought it best to desist from it, and to await what I would be instructed concerning this and what the Honorable Commissioners Raket and van Schuler in this regard would subsequently give and propose in their reports at Colombo, while those gentlemen here declared nothing to me of their essential remarks and observations at Diwitoere.

Dutch transcription

2002 genoeg zaeme doorlooping of loosing ontmoetende, ook zeer lange op de laage veldere van dat district blijft staan, en al het daarop gezaaijde vernield en verdersz: Dat ook de klijne sluijs, schoon beeter ge„ „plaatst, al te klijn, en het daarvoor gegraave ka„ „naal veel te smal is, om het ongelooflijk meenig„ „vuldig sjaarlijks afkoomend waeter in dat land„ „schap je daardoor te loossen en een bekwaame doortogh te geeven; verklaarende mij gem: Jngenieur ook bij die geleegendheijd dat hij zig nu drie agter een volgende Jaaren aldaar bevonden, en altoos het laage verond, voor verre het grootste gedeelte onder waeter gevonden had, waarulijt hij dan ook opmaakte, dat al het daar„ „op geweegd wordende zaad koorn, zoo lange er geen bee„ „ter en volkomener inrigtingen tot het keeren en aflijden der Jaarlijksche overstroomingen in dat Land„ „schapje gemaakt wierden, een werkelijk verlies voor de kolonie is, en de arme meenigte, die thans in deese stad weeder om eene gelukkige toevoer van graanen zugten, daardoor een overgroot nadeel lijd„ het geen ook zeer begrippelijk is, en door den eerste Landmeeter Foe„ „nander meede bevestigd wierd, die mij ook duijdelijk en klaar genoeg aantoonde, dat de laage landen te Diwittere naa alle waarschijnlijkheijd en wel mel wijnig weijnig kosten en in korten tijd van het overtollige wa „ter uijt het gebergte afkoomend water, wel van de meest nadeelige en ruineuse overstroomingen der groote rivier die daarin met zoo veel geweld, schier bij ieder Jaargetij desweegens, dan meer, dan minder, al het gezaaij of gewas vernielen, voor altoos te bevrijden. Door dien de velden als doen op eenige plaatsen ze diep, en op anderen ook genoeg zaam onder waeter stonden, niet teegenstaande de Rivier als doen reeds zeedert veele daagen aanmerkelijk gezakt was, en men aanhoudend droog weer hield, konder wij ook niet opmerken of ze al of niet geheel of ge„ „deeltelijk bezaaijd waeren, en hoe het gewasch daar „op gestaan had, dog de Landmeeter Joenander z ons, dat de nelie op eenige dier velden bij zijne eert aankomst aldaar, als doen twee maanden geleeden zeer schoon en bloeijend stond, dog nu door de over„ „stroomingen het ingedronge waeter bedorven enge„ „heel vernield was; wij konden ook daarom en om de wille van ons kort verblijf niet onderschijdentlijk opneemen en met de kaarten en het getuijgenis van des kundigen vergelijken, welke van deese vel„ „den voor heen waaren bezaaijd geweest, en welken zeedert A:o 1785. door de teegenwoordige aannee„ „mens Brickenbeek zien No: 108 2003 „mers ter bebouwing en bezaaijing bekwaam ge„ „maakt waeren, en lieten dit met al 't overige aan de van kolombo gekoome, en zig aldaar meede bevin¬ „dende commissie over, als wel begrijpenden dat onse ten dien eijnde zoo pligtelijke en zoo wel meenend aan„ „geboode diensten van wijnig aanmerking en aan„ „neeming zouden zijn, gelijk uijt de geheele verwer„ „ping van de onder datis 8: Maij en 30. Junij anno passalo overgelegde rapporten van den eerste Land„ „meeter Coenander en van het op den 26. der laast„ „gem: maand door den Jngenieur Johannes in„ „gediend berigt, weegens zijne toenmaalige bevin„ „ding van en gedagten over Diwitoere, die ik bij de van hier afgevaardigde officieele brief van den 30. Junij meermeld verklaarde gerustelijk als door mij zelve voorgesteld en ingediend te konnen en te willen overneemen en voordraege, ten duijdelijkste blijket: Deeze Land meeter nu met die hem naa dat hand¬ „schapje verzelden, met de E:s gecommitteerden Ra„ „ket en van Schuler, alhier terug gekoomen, heb ik voor de derde maal de met hun geweest ook de zijnde twee Landmeeters en ^ twee timmerlieden in teegenwoordigheijd van den Jnlandsch saban„ „daar Dias haa hunne verrigtingen in dat Landscheipje berigt. Jk was als doen wel geneijgd, om, tot voor„ „stand der waarheijd en om het belang der zaake deese Timmerlieden op nieuw tot eene nauwkeurigen aanwijzing deeser door tun bij twee berigten of Aol „ties in datis 8. ' Meij en 14. Junij tot een getal van ze „tien duijsend ses honderd en vijf en vijftig boomen van onderschijde sorteeringen, en wel onder het op„ „zigt van zeer goede en wel vertrouwde gekommit„ „teerden na Duvitoore te zenden, en de opgeage „geeve, en aangeweese goede houtwerken ter naad en verkdomener onderzoek, zoo veel doenlijk, herwaar te laaten brengen, het geen door als doen volwater zijnde sprieijt zeer gemakkelijk had konnen ge¬ „schieden en wel behoorde volbragt te zijn, dog he herhad Jnterdiket van uwel Ed: Gestr: Groot Agtb om, tot naader order niets meer in die aangelee„ „gendheeden te doen, weederhield mij, als dat niet durvende voor bij gaan, en Jk dagt dus best daar van maar aftezien, en te verbijden wat mij deswa „gens zoude belast worden en de E:s Gekommittee „den Raket en van schuler dien aangaande in het vervolg bij hunne rapporten te kolombe zouden g „geeven en voorstellen terwijl die tdeeren mij alhier niets van h „ne weesendlijke aan en opmerkinge te Dievitor vrlard Brickenbeek tien No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0685 view scan ↗

English

Around the same days, for his own peace of mind, the First Surveyor Toenander also had a notarial declaration executed by the two surveyors who had been with him at Diwitoere, stating that they, accompanied by the aforementioned two carpenters, two draughtsmen, two cangaans, and an appuhamy, surveyed the felled and burned trees, as well as the trees that were then still standing though burned, by their species across twenty-eight burned chenas at Diwitoere, recorded the number and species of the felled and burned and the standing though also burned trees according to the statement of the said carpenters and native servants, and had also seen those trees themselves, of which they knew the Goda- and Diyapara, as well as the Pepeliya trees, all of good qualities, very well; of all which papers, as well as of the further report subsequently submitted by the said surveyor regarding his further findings on the actual condition of Diwitoere at that time, dated 30 June, and of the second note submitted by the aforementioned carpenters regarding the different species of timber surveyed by them at Diwitoere, of which the first demonstration dated 8 May was sent to Your Right Honourable and Worshipful Sir with the aforementioned memorial or note of the 25th of that month, was sent, as well as officially transmitted from here to the same, and mentioned therein in a separate letter of 30 July. I also requested to obtain a copy of the report submitted at Colombo by the Honourable Commissioners Raket and Van Schuler, both for myself and for the engineer Johannes and the First Surveyor Toenander, for our further justification, and I repeated this request in the official letters dispatched from here dated 30 June, 30 July, and 22 October of this year, asking instead that it might be pointed out to me what I might have done incorrectly in appointing the engineer Johannes and the First Surveyor Toenander to conduct an accurate survey of the true condition of Diwitoere; and, if this could not be indicated to me and no copy of the said report could be granted, that the entire matter might then in all deference be submitted for further judgment to the Right Honourable Government of these lands, as I, having undertaken nothing in this matter other than what I was bound and obliged to do for the sake of honour, office, and duty, had fully regulated and confined myself in appointing this so important commission and specific survey according to the literal contents of the order issued by Your Right Honourable and Worshipful Sir during His Highest Acting Authority here in the year 1784, on the occasion when the land of Diwitoere was to be entrusted and transferred to the Maha Mudaliyar Dias for improvement, and I held myself fully assured that I in no way deserved the harsh treatment and public exposure inflicted upon me under these circumstances, and would therefore await a completely fair and lawful redress in this regard from the said Honourable High Government. To all these officially submitted requests and respectful considerations, no answer has ever reached me, except in so far as concerns the resolution adopted by Your Right Honourable and Worshipful Sir on 21 October and communicated to the Galle Council by His Highest Government letter of 24 December of last year with regard to Diwitoere and the inserted report of the aforementioned Honourable Commissioners, and the deliberative remarks belonging thereto on the aforesaid date, in which nothing is said of any necessity to impose and enforce a public interdict against that which I was bound by honour, office, and duty to carry out and fulfill; and thus, to this day, I remain in great uncertainty as to why such entirely undeserved and extremely distressing treatment was actually inflicted upon me in my good, proper, and at the same time necessary conduct, which I hope to explain in further detail below with a few words. Having completed thus far a recapitulation, deemed necessary by me, of all that I have pursued and transacted since the month of April of this year with respect to the now so remarkable land of Diwitoere, and having presented this, as I flatter myself, with all modesty, and having thereby also properly justified myself regarding my supposed disobedience, I ought now also to present and refute the report submitted at Colombo on the third of July of last year by the said Honourable Commissioners Raket and Van Schuler, a copy of which reached me only a few days ago, as inserted into the aforementioned resolution of Your Right Honourable and Worshipful Sir of 21 October of last year, namely with His Highest aforementioned Government letter of 24 December, and thus during the busiest part of the year; however, to do so properly, it would, as I have already noted above, be absolutely necessary that the two who still, in spite of all their prayers and representations,

Dutch transcription

2405 De eerste Landmeeter, Toenander liet ten zelven daagen tot zijne gerustheijd ook meede door de bijde met hem te Diwiloere geweest zijnde Landmeeters C: s: eene sekreta„ 6 „rieele verklaaring beleggen, houdende dat zij, verzeld van voorm: twee Timmerlieden, twee Draatjes, twee kan„ „gaans en een appoehamie, de omvergehatete en verbrande, zoo meede de toenmaals nog ongekapte dog verbrande boomen in zoorten op agt en twintig verbrande Chenassen te Di„ „witoere opgenoomen, het getal en de zoorten van de ge„ „hakte, en verbrande en de ongekapte, dog meede verbrande boomen, volgens opgaeve van gem: Timmerlieden en Jnlandsche Bediendens opgeteekend, en die boomen ook zelven gezien hadden, waarvan zij de Godde-en Dijeparra, mitsgaders de Pepelije boomen, alle van goe„ „de sorteeringen, zeer wel kenden, van alle welke pa„ „pieren, gelijk ook van het vervolgens door gem: Land- Meeter nader ingediend Rapport weegens zijne verdere bevinding van de toenmaalige weezendlijke gesteld„ „heijd van Diwitoere, in dato 30. ' Junij, en van de door voorm: timmerlieden overgelegde tweede Notitie van de door Wun te Divitoere opgenoome onderschijdene zoosten van houtwerken, waar van de eerste aantooning in dato 8. ' Maij uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: met de hier voor vermelde Memorie of Nota van den 25. dier maand toegeschikt. toegeschikt is, ook Hoogst deselven van hier officiel z toegezonden, en bij apparte brief van den 30. Julij daar aan # vermeld slaan. Jk verzogt ook om een afschrift van het te kolombe ingediene Rappart van de E:s gekommitteerden Rateet en van se„ „ler zoo wel voor mij als voor den Jngenieur Johannes en voor den Eerste Land- Meeter Joenander tot onse nade verandwoording te moogen erlangen, en herhaalde dit verzoek bij de van hier afgevaardigde officieele brieven in datis 30:' Junij 30. ' Julij, en 22. 8ber: J:o : insteede zee dat mij tog mogte aangetoond worden wat ik in het benoemen van den Jngenieur Johannes en van den Eerste Landmeeter Joenander tot het nauwkeurig op „neemen van de waare gesteldheijd van Dicvitoere voor Vicieus mogte beslaan hebben, en, indien Mij d niet mogte aangeweesen, en ook geen afschrift van he gemelde Rapport konde toegestaan worden de geleele zaak als dan in alle eerbied ter verdere beoordeeling aan de Ed Hooge, Regeering deeser Landen mogte voorgesteld worden wijl Jk, in deese niets bestaan hebbende dan het geen skeer, Ampts en pligts weegen verbonden en gehouden was, en Mij in het benoemen van deese zoo aange „leege kommissie en bepaalde opneeming volkoomen g „reguleerden bepaald had na den letterlijke inhoud den door Kriekenbeek No: 108 2006 door uwel Ed: Gestr: Groot Acht: bij hoogst: Desselfs waarneemend Gezag alhier in den Jaare 1784. be„ „paalde order, bij geleegendheijd dat het Landschap je Di„ „wiloere aan den Maha-Moddeljaar Dias ter verbee„ „tering zoude toevetrouwd en overgegeeven worden, Mij ook ten vollen verzeekerd hield de Mij aangedaane har„ „de behandelingen en ten toon stelling voor het publiek in deese omstandigheijd in geenen deelen te hebben verdiende en dus eene gantsch billijke en regtmaatige herstelling, desweegens van gem: Edele Hooge Regeering zoude verbijden; op alle welke officieel voorgestelde verzoeken en eerbiedige bedenkingen mij nimmer eenig and„ „woord is toegekoomen, dan voor zoo verre het door uws„ „ wel Ed: Gestr: Groot Achtb: op den 21:' oktober genoome en bij hoogst desselfs Regeerings brief van den 24. xber: J:„L: aan den Gaalsche Raad bedeeld besluijt met betrek„ „king tot Duvitoere en het daar bij geinsereerde Rape„ „port van voorm: E„s gekommitteerden; en de daar toe behoorende Deliberative aanmerkingen ten voorsz: daage, betreffen, waar bij niets gemeld word van eenige noodzaakelijkheijd tot het leggen en vervolgen van een publiek Jnterdikt op het geen Jk Eer, Ampts en pligtsweegen verbonden was op tevolgen en te volbren„ „gen, en Jk dus tot heeden in de groote onzeekerheijd ben van waarom Mij eijgentlijk eene zoo geheel onver diende en ten uijterste treffende behandeling in mijne goede betaamelijke en tegelijk noodzaekelijke handelinge is toegebragt, het geen ik hier onder nog nader met eenige woorden hoop te verklaaren.! tot dus vere een door mij noodig gedagte recapitulatie van al het door mij zeederd de Maand April deeses Jaars betragte en verhandelde ten opzigte van het nu zoo opmerkelijk Landschapje Duvitoere, volbragt, en zoo ik mij wij met alle bescheijdendheijd voorgesteld, en Mij daarbij to „fens weegens mijne onderstelde Disobedientie na be „hooren verandwoord hebbende, diende Jk nu ook wel voor „testellen en te weederleggen het door gem: E:s gekom„ „mitteerden Raket en van Schuler op den derde Julij J:oL: te kolombo ingeverdiend Rapport, dat mij eerst voor mu eenige daagen in afschrift, als gein „sereerd bij voorm: uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: de „sluijk van den 21. 8ber: J:oL:, en wel met Hoogst desselfs hier voorengem: Regeerings brief van den 24. e xber:, en dus in het arbijdzaamste gedeelte des Jaars toegekoomen is, dog, om dat na behooren te doen, zoude het, zoo als Jk reeds hier vooren aan „gemerkt hebbe, volstrekt noodig zijn dat de twee als nog, in weerwil van alle beeden en representatien Hunner Brickenbeek No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0689 view scan ↗

English

of their relatives here, to which the Council of Galle, moved by their hard case, has joined its own and has proposed in the most respectful and binding manner that the carpenters from Galle, Jetswart and Bijer, who are being detained in Colombo, and the Attepattoe Mohandiram Mandenaijke, along with several other persons presently in that capital, should also be interrogated by me on certain articles concerning them and the present case, in order to be able to form and present better and clearer conclusions and remarks from their answers; and as this cannot now take place, and the complete answering or refutation of this report would also cause much unnecessary paperwork, I shall also not dwell upon an extensive observation or refutation thereof, keeping myself well assured that when it is examined in its true state and validity, and is attentively compared against the submitted reports of the Engineer Johannes and of the First Land Surveyor Coenander, and against the documents belonging thereto, it will immediately fall away entirely of its own accord and will likely deserve much less acceptance than the similarly submitted reports of the aforementioned capable Engineer and First Land Surveyor, if only one is pleased to take into fair consideration and remark: I. That the first of these two commissioners has never had any service in the field or been employed in any land commission, and from his early youth until His Honour's appointment to this question commission has occupied himself with great diligence solely with the department of the trade office at Colombo; that His Honour has also never been in this province before, and thus cannot have the least instruction or knowledge of the internal state of the small district of Duvitoere, and at most only an unwritten and indistinct knowledge thereof. II. That the second commissioner has likewise been in this province for only a few days, and only saw Divitoere for a few hours in the month of May 1787, and therefore likewise cannot have anything other than a superficial knowledge of it. III. That both of these commissioners, whose faithfulness I am far from suspecting, nevertheless dare with so little training, after a very short stay of six days there, to present and maintain a very detailed report concerning all the affairs of a small district that must measure fully twenty-four hours in its circumference, and to whose accurate survey everyone who has any thorough knowledge thereof must testify that at least an entire month is required if one wishes to be able to present more than a general and half-satisfactory superficial description thereof; and thus by these gentlemen in six days has been accomplished that which fully capable and well-instructed people would not dare or be able to undertake with confidence in three times as much time, from which it naturally follows: IV. That by far the greatest and most considerable part of what the aforementioned Honourable Commissioners say in their aforesaid report regarding the state of Duuitoere presented or described by them rests not solely upon that which was examined and observed concerning it by themselves, but upon that which was stated and reported to Their Honours by six native sappermadoes or appuhamies and by other natives, all dependents of or fearful of the great authority and power of the Maha Mudaliyar, who is currently, in general, not only by all Sinhalese inhabitants in the Company's territory, but to greater grief and humiliation, even by many needy European, not insignificant but quite considerable Company servants in this Government who expect favours and grace, strictly, for by far the greatest part, by all country-born people, highly feared and respected, and was also stated and reported to Their Honours on this matter by the Maha Mudaliyar himself, and is therefore, in my judgment, devoid of the required validity and acceptance. V. That the citation by Their Honours concerning the reports submitted regarding Duvitoere in the years by the Land Surveyors Helten and Hoppenberg and in 1738 by the Engineer Le Beck and by the fellow commissioners from the Council of Galle, Andris and Lijdekker, and of the sworn declaration belonging thereto, could well have been looked up and pointed out by one of the clerks at the secretariat in Colombo, and for that their high presence at Diwitoere was not required; and that Their Honours indeed drew and presented the good aspects of that small district from the aforementioned reports, but forgot to mention that in the report of the capable Engineer Le Beck it is clearly shown that Diuitoere can never, without the construction of a large and sufficient dam along the river to prevent the annual flooding of the water pouring and pressing into it, and by means of

Dutch transcription

2007 Hunner Nabestaanden allier, waar bij den Gaalschen Raad aangedaan over hun hard geval, de zijnen ge„ „voegd en op de eerbiedigste en verbindenste wijze voorge„ „steld heeft, te kolombo aangehouden wordende Gaal„ „se Timmerlieden Jetswart en Bijer en de Atte pattoe Mohandiram Mandenaijke, met nog eenige zig in die hoofdplaats bevindende perzoonen ook door mij op eenige Artikulen betrekkelijk hun en het teegenwoordig geval„ ondervraagd wierden, om uijt hunne beandwoording beeter en klaarder besluijten en aanmerkingen te konnen opmaaken en voorstellen, en alsoo dit nu niet geschie„ „den kan, en de geheele beandwoording of weederlegging van dit Rapport ook veel onnoodig schrijfwerk zoude veroorzaeken, zoo zal Jk mij ook met eene uijtgebrijde aanmerking of weederlegging daar van niet op„ „houden, als Mij wel verzeekerd houdende dat het in zij„ „ne waare gesteldheijd en kragt opgemerkt, en teegen de ingediende Berigten van de Ingenieur Johannes en van den Eerste Landmeeter Coenander, en teegen de daar bij behoorende beschijden met aandagt verge„ „leeken wordende, dadelijk geheel van zig zelve vervallen, en waarschijnelijk veel minder aanneeming verdienen zal dan de ingelijke betrekking over gelegde Berigten van voorm: kundige Jngenieur, en Eerste Land Meeter, wanneer wanneer men maar alleen in billijke overweeging aanmerking gelieft te neemen. 7. Dat de Eerste van deese twee gekommitteerden nimme eenige Land-Dienst gehad heeft, of tot eenige Land kommissie geemploijeerd wierd, en van zijn vroege Jeugd tot zijn E: benoeming tot deese qustitue hen „missie zig alleen met het Departement van het s „gotie kantoor te kolombo met veel applikaatsie beezig gehouden; Dat zijn E: ook te vooren nimmer in deese Provintie geweest is, en dus geene de min innerlijke gesteldheijds onderrigtingen of kennis van het Landschapje Duvitoere, en ten hoogste eenh ongeschreeven „torie of onbescheede kennis daar van hebben kan. 11 Dat de tweede gekommitteerde meede maar voor wij daagen in deese provintie geweest is, en Divitoere alle in de maand Maij 1787: voor eenige wijnige uuren ge „zien heeft, en er dus meede niet dan een oppervlak „ge kennis van hebben kan. UI Dat deese bijde Gekommitteerden, welker trouwe ke „ter verre ben van te verdenken, met zoo wijnig oplijd het egter waagen; na een zeer kort verblijf van des da „gen aldaar, een zeer omstandig berigt, voor testel en te beweeren over alle de aangeleegendheeden van een Landschapje dat ruijm vierentwintig uuren in Krickenbeek No: 108 2008 in zijn omtrek zal hebben, en tot welker nauuwkeurige opneeming een ieder, die daar van eenige grondige ken„ „nis heeft, zal moeten getuijgen dat daar toe ten min„ „„ste een geheele Maand veijscht word, zoo men in staat „wil zijn om meer dan een algemeene en half voldoen„ „de oppervlakkige beschrijving daar van voortestellen, „en dus door die Weeren in ses daagen volbragt is „het geen das volkoome kundigen en wel onderrigte „lieden in driemaal zoo veel tijd niet zouden durven „of met gerustheijd konnen aanneemen, waar uijt „dan ook natuurlijk volgt. 11. Dat verre het grootste en aanmerkelijkste gedeelte van het geen gem: E:s Gekommitteerden ten op„ „zigte der door hun voorgedraage of beschreeve gesteld„ „heijd van Duuitoere in hun voormelde Rapport zeg„ „gen, alleen berust niet op het geen door hun zelven dien aangaande betragt en waargenoomen is, maar op het geen Hun Edele door ses Jnlandsche sapper„ „madoes of Appoehamijs en door andere Jnlanders, alle afhankelingen van of bevreesden voor het groot gezag en magt van den Mala-Moddeljaar, die thans in het algemeen, niet alleen door alle singaleesche Bewoonders in sComp:s Gebied, maar tot meerders mert en verklijning, zelfs door veelen Gunsten gratie ver„ wagtende „wagtende en benoodigde Europeese, niet geringe maar al vri aanzienlijke skomp:s Dienaaren in dit Gouvernement, volstrekt, voor vere het groote gedeelte, door al mlande kinderen, ten hoogste gevreest en ontzien word, en ook aan hun E:s door hem Maha- Moddeljaar zelve des weegen opgegeeven en berigt wierd, en dus van de veijschte kragft aanneeming, mijnet oordeels, ontbloot is. V. Dat de aanhaalinge van hun Edelen weegens de in de Ja ijt door de Landmeeters Helten Hoppenleerg on in 1738 1738 ^ door den Jngenieur Le Beck en door de meede ge„ „kommitteerde heeden uijt den Gaalse Raad Andris en Lijdekker over Duvitdere ingediende Rapporten en van de daar bij behoorende beeedigde verklaaring wel door een der Bedienden ter sekretarij te kold „bo hadden konnen opgeslaagen en aangeweesen „den, en daar toe hunne Hooge teegenwoordigheijd te Diwitoere niet verijscht wierd, en dat hun Eed „len ook wel het goede van dat Landschapje uijt gem: Rapporten trekken en voorstelden, maar verg „ten te melden dat bij het berigt van den kundige Jn „genieur Le Beck duijdelijk aangetoond word, dat Diuitoere nimmer zonder het leggen van een groote en suffisante Dam langs de Revier tot weering der Jaarlijkse overstrooming van het daar in stortende en dringende weeter en door midd van Brickenbeek No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0693 view scan ↗

English

of some expensive scoop wheels to a truly capable paddy and sowing land, insofar as the low grounds could be made capable of it, and that this work would cost far more than the Company could ever promise itself in benefits from that reclamation, for which reason it was also entirely abandoned in those days. VI. That by far the largest part of the arguments and remarks of the Honorable Commissioners concerning the actual state and condition of Diwitoere rest upon mere or wholly arbitrary conjectures, and thus are no deductions from what was surveyed and observed by Their Honors themselves in that regard. VII. That the report submitted by the said Honorable Commissioners concerning their purported findings on the true condition of the small district of Duvitoere, for which purpose, as one ought to think, their deputation was actually determined, has much rather the appearance and character of an apology or defense document for the Maha Mudaliyar, and is presented as such, than that it, according to its true requirement and propriety, demonstrates and discloses a neat, clear finding of the true condition of that small district, grounded upon their own actual survey and investigation. And thus, in my opinion, it is of much less force and acceptance than the reports, resting on their own investigation and findings, of the First Surveyor Joenander and of the engineer Johannes, who is so knowledgeable in that district, who has been there for three consecutive years by his own choice, and indisputably has a more thorough knowledge of the true condition and state of that district than any other servant of the Honorable Company in this Government, and thus also far above these two aforementioned Commissioners, of whom the first was never in this province, and thus also not at Diwitoere, and the second has only been there once for a few hours, and yet, after a stay of a few days there, and mostly upon the authority of the reports made and given to Their Honors by dependent natives and further by the Maha Mudaliyar himself, dared to submit a public and, as it were, complete report of the true condition of that district as assumed by Their Honors. By which declaration I do not think to do these gentlemen the least injustice, or to place their loyalty and zeal into any disparaging light, for which I also have not the least intention, and do sincerely declare that it would have been much more pleasant for me to have been able to avoid this digression, and would also not have proceeded to it, had not the proper defense of this whole circumstance in itself, and thus of the interest of the matter, and of my honor and credit, and of those whom I—as men of honor and loyalty, insofar as they are known as such to the entire world—appointed and designated from here with as much good insight and deliberation as my abilities could provide, for the accurate surveying of the true condition of Diwitoere in the month of April of the past year, absolutely required this; and thus I shall, upon a fair and just consideration, be suspected by no one of any misplaced or improper encounter or bias in this matter. The petition submitted at Colombo by the Maha and Porta Mudaliyar Dias after his return from Duvitoere and also inserted in Your Right Honorable Respected Superiority's above-mentioned resolution of 21 October of the previous year, containing many grievances against the First Surveyor Joenander regarding his actions in the accurate surveying of the small district of Diwitoere entrusted to him, the Mudaliyar, for improvement, I have also read with all attention, and consider it entirely unnecessary to make any special remarks thereon, because I, as little as any other servant of the Honorable Company in this Government, can blame him for seeking to defend his cause as much as possible, and saying as much good and meritorious of himself as he can in any way bring forward to serve the matter, and thus, among other things, cannot take it ill that he, in his defense, refers to the report so favorable to him by the Honorable Commissioners Raket and van Schuler, to whom he did boldly dare to declare that the two sluices constructed by him at Dievittere are good and sufficient enough to hold back the necessary water, and to prevent the intrusion of water from outside, provided the great river, which borders that small district, does not swell unusually high and inundate that small district; against which he claims that it has no danger, if the excess water thereof can flow out or discharge itself through the openings or mouths at Gindure and Maha-Moddere, and that the small district has now not been flooded by the said river for some years; which, with respect to the sluices and of the purported non-

Dutch transcription

2009 van eenige kostbaare schep Moolens tot eene werkelijk bekwaam pouco en Zaijland voor zoo verre de laage „oevelden, daar van getreft gronden, zoude konnen bekwaam gemaakt worden en dat dit werk vrij meerder zoude kosten als de kompanie zig immer aan voordeelen uijt die bekwaam maaking be„ „looven konde, waarom men ten dien daagen ook ge„ „heel van afgezien heeft. V7. Dat verre het grootste gedeelte der bereedeneeringen en op„ „merkingen van gedagte E:s gekommitteerden over den weezendlijke staat en toestand van Diwitoere op bloote of geheel eijgendunkelijke gissingen steunen, en dus gee„ „ne gevolg trekkingen zijn van het geen door hun E:s zelven ten dien opzigten opgenoomen en opgemerkt is. V71 Dat het door gem: E:s gekommitteerden overgelegd Rap„ „port weegens hunne voorgestelde bevinding van de aslef gesteldheijd van het Landschapje Duviloere, ten welken eijnde, gelijk men behoord te denken, eijgentlijk Hunne afvaardiging bepaald wierd, veel eer de gedaante en voor„ „stelling van een Apologie of Cdeedigens schriftuur voor den Maha-Moddeljaar heeft, en daartoe voorgesteld word, dan dat het, na zijn weesendlijk verijschte en behooren, eene nette, duijdelijke en na eijge weesendlijke opnee„ „ming en onderzoek gegronde bevinding van de waere gesteldheijd van dat Landschapje aantoond en open„ „legt „legt, en dus, na mijne gedagten, van veel minder kragt en aanneeming is dan de op eijge onderzoek en bevinding stunende Berigten van de Eerste Land „meeter Joenander en van den in dat Disvikt zoo kundige Jngenieur Johannes, die zig drie agter een volgende Jaaren, uijt eijge verkiesing, aldaar bevonden heeft en onbetwist baar meer een grondiger kennis van de wa „re gesteldheijd en toestand van dat Landschap heeft a eenig ander Dienaar der Edele Maatschappije in dit Gouvernement, en dus ook verre booven deese twee voorm: Gekomm:, waar van de eerste nimmer in deese provintie, en dus ook niet te Diwitoere war en de tweede er maar enkeld eens voor eenige uuren geweest is, en het agte blijf nan wijnigeg „vettis, en het egter, na een verblijff van wijnige daag aldaar, en meest op de authoritijd der hun E: door eene afhankelijke Jnlanders en verder door den Maha Modda „Jaar zelve gedaane en opgegeeve Berigten, waagen van door hun E:s onderstelde waare toestand van dat Land „schapje eene opentlijkx en, als het waare, volleedig berigt of Rapport intedienen, met welke verklaaring Jk niet denke deese Heeren eenige de minste veronge„ „lijking toetebrengen, of hunne trouw en ijver in eeni „ge verklijnende opmerking te stellen, waar toe Jk ook geen Brickenbeek No: 108 2010 geen het minste oogmerk hebbe, en wel opregtelijk verklaare dat het mij veel aangenaamer zoude geweek zijn deese uijtwijding te hebben konnen vermijden, en daar ook niet toe zoude gestreeden zijn, indien de welgeschikte verleediging van deese geheele omstandigheijd op zig zelve, en dus van het belang der zaake, en van mijne eer en krediet, en van die geenen, die Jk als mannen van eerende trouwe, zoo ver„ „re ze bij de geheele waerald daar voor bekend staan, met zoo veel goed inzigt en overleg, als mijne vermoogens konden toebrengen, van hier tot het nauwkeurig opneemen van de waare gesteldheijd van Diwitoere in de Maand April der laast gepasseerde Jaars benoemde en bepaalde, dit niet volsbrekt vorderden, en Jk dus in deese bij eene billijke en regtmaatige betragtinge door niemand van eenige ongeplaatste of onwelvoeglijke ontmoeting of eenzijdigheijd zal verdagt worden. Het door den Maha en Porta Moddeljaar Dias te ko„ „lombo na zijne terug komste van Duvitoere ingediend en bij uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: boovengem: Be„ „sluijt van den 21:' october J:z: meede geinsereerd Request, houdende veele beswaaren teegens den eerste Land-Meten Joenander, weegens zijne verrigtingen in het nauwkelui„ „rig op neemen van het hem Moddeljaar te verbetering toe„ „vertrouwde Landschapje Diwitoere, heb Jk melde met alle alle aandagt doorleeden, en agte het geheelomnoodigen daarover eenige bijzondere aanmerkingen te maaken wijl Ik zoo min als eenig ander Dienaar der Edele Maatschappije in dit Gouvernement hem kan kwa„ „lijk luijden dat hij zijne zaak zoo veel moogelijk zon te verdoedigen, en zoo veel goed, en verdienstelijkes van zig zelve zegd als hij maar eenigzints ter zaeke dienende ten bijbrengen, en dus onder meer anderen, ook niet kua„ „lijk kan opneemen, dat hij zig in zijne verdeediging op het voor hem zoo gunstig Rapport van de E:s E: „kommitteerden Rakel en van Schuler beroept, aan Dewelken Wij wel stoutelijk heeft durven verclaar dat de door hem te Dievittere aangelegde tweesclu „sen goed en voldoende genoeg zijn, om het noodig wnt intehouden, en het indringen van het water van buijten te weeren, zoo groote Rivier /:die dat Land„ „schapje beshoed:/ niet buijten gewoon opbweld en dat Landschapje overstroomd, waar voor hij beweerd dat hetzelve geen nood heeft, zoo het overtollige water daar van door de openingen of monden te Gindure en Maha-Moddere kan uijtloopen of zig ontlossen, en dat Landschapje nu eenige Jaaren door gem: Rievier niet zoude overstroomt zijn, het geen ten op„ „zigte der sluijsen, en van de door hem voorgewende niet Kriekenbeek No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0697 view scan ↗

English

no flooding of the river since he undertook the improvement of that small district is completely untrue, and is fully demonstrated by the testimony of the Engineer Johannes and of the First Surveyor Toenander, who surveyed this with so much precision and knowledge, and by that of some residents living here and also close by, and also in Diwitoere itself, and also by his own work, since he, the Mudaliyar, constructed two large dikes in that small district for two very considerable sowing fields, in order to protect them, were it possible, from the floods. But as those protections are only five to six feet high, and the water, according to the testimony of the residents living there and of other observers, rises up to ten and twelve feet high, and floods all the low fields in that small district, whereby unfortunately, and certainly to his and the colony's great damage and detriment, the crops sown upon them have also been spoiled and ruined; one needs no stronger proof to show that the sluices constructed by him at Diwitoere, however well-intentioned, and the canals dug for them, are not at all sufficient, and the annual floods, alas, have been all too frequent and violent, and therefore entirely different arrangements arrangements for a complete or better prevention thereof must be put into effect, if one is to promise oneself any lasting benefit from the so useful and so very much desired improvements of that small district, which I heartily wish for the benefit and welfare of the colony and to the honor of the Government and of all honest contractors, and will and also shall always gladly apply everything in my power to that end. That the Maha-Mudaliyar now, expecting so much good for himself from the abovementioned submitted report of the Honorable Commissioners Raket and van Schuler, requests that that which was written to his and his son's charge regarding their actions at Diwitoere from Galle by official letters may be removed therefrom and thus annulled, when one /:as he trusts:/ shall fully find that they have been unjustly burdened and that they have behaved as honest and honorable people, no one can blame him in his present state and capacity, since he makes this request in good faith and according to his completely non-simplistic understanding and judgment, although it is nothing but fair that one give him and his son a public proof of their well-deserved praise as soon as it is clearly and distinctly proven that such a testimony is truly due to them, when I will be one of the first to give them the most public and solemn assurances thereof, and to confirm them with my own signature if deemed necessary and requested by them; however, as long as that is not clearly and distinctly demonstrated to me and some grounded objections remain with me, no one will blame me either that in this state of affairs I hold and regard them as what people in general think of them in this and other respects, although I must testify in praise of the son that during my presence here as Commander of this Province he has generally behaved well and properly enough, and I would gladly wish to be able to fully acquit and clear him and his father of all wrongful and self-interested actions in their proposed and undertaken improvements of the small district of Diwitoere, and for that reason have also declared and assured him, the native Shahbandar, more than once that I wished for nothing more than that the Engineer Johannes and First Surveyor Toenander, commissioned by me for the accurate survey of the aforementioned district—for which the first-mentioned, as he could not well be spared from the fortification work here, also could not arrange and set himself so quickly, and thus joined it so much later—might and could submit such a good report of his actions, and on the order and instruction of his father, and thus to the honor of both, that I could openly acquit them of all wrongful and self-interested actions regarding this, to both my own and their satisfaction, and could thereby forever stop the mouths of all who held their actions suspicious in this matter, and cause them to desist in shame, which he, the Mudaliyar, will also always gladly testify, and that I, thus, was moved and led to the appointment of this commission by nothing other than for the sake of the good cause itself, and out of observation and compliance with the order determined here by Your Right Honorable Grand Worships yourselves in 1784 and approved by the then Supreme Government of this Administration, and thus entirely dutifully and deliberately, and not knowing any other intentions than those prescribed to me by the precise observation and performance of my duties, and consequently in this have done nothing other than that which I am bound and obliged to do by virtue of Honor, Office, and Duty, as I already

Dutch transcription

2011 niet overstrooming der Revier, zeedert hij de verbeetering, van dat Landschapje op zig genoomen heeft, geheel on„ „waar is, en door het getuijgenis van den Jngenieur Johannes en van den Eerste Land meeter Joenan„ „der, die dit met zoo veel nauwkeurigheijd en kennis hebben opgenoomen, en door dat van eenige hier en ook digt daar bij, en ook te Diwitoere zelve woonende Jngezeetenen, en ook door zijn eijge werk volkoome word aangetoond, alsoo hij Moddeljaar in dat Land„ „schapje voor twee zeer aanmerkelijke Zaaijvelden twee groote dammen aangelegd heeft, om ze voor de overstroomingen, waare het moogelijk, te bevrijden. dog alsoo die beschuttingen maar vijf a: ses voeten hoog zijn, en het wader, volgens het getuijgenis van de aldaar woonende Jngezeetenen en van andere waarneemers, tot tien en twaalf voeten hoog op„ „rijst, en alle de laage velden in dat landschap je overstroomd, waar door dan ook ongelukkig, en zeeker tot zijn en der kolonie groote schaade en nadeel almede het daar op gezaaijde verdorven en vermield is; sterker bewijs heeft men niets nodig om te behoogen dat de door hem, hoe welmeenend ook, aange„ „legde sluijsen te Diwitoere, en de daar voor gegraave kanalen, in 't geleel niet voldende, en de Jaarlijkse overtromingen, helaas. maar al te meenigvuldig en gewedien zijn, en dus geheel andere inrigtinge inrigtingen tot volkoome of beetere waering daar van de „nen in 't werk gesteld te worden, zal men zig eenig w „rendlijke voordeel van de zoo nuttige en zoo zeer gewond „te verbeteringen van dat Landschapje belooven, het geen J tot Nut en Wijl der kolonie en tot eere der Regeering en van alle braave Aanneemers van harte wenschen en altoos gaarne alles, wat in mijn vermoogen is, daar toe wil en ook zal aanwenden. Dat nu de Maha-Moddeljaar, zig zoo val goeds van het boovengem: ingediend Rapport der E:s gekomm: R „ket en van Schuler voor hem beloovende, verzoek doet dat het geen ten laste van hem en zijn zoon wee „gens hunne verrigtingen te Diitoere van Ga bij officiele brieven geschreeven is, daar uijt mag g „ligt en dus vernietigd worden, wanneer men /:ge „lijk hij verouwd:/ volkoome zal bevinden dat bij den gela onschuldig beswaard zijn, en dat zij zig als braave en eer „kelieden gedraagen hebben, kan niemand hem in zijn teegen „woordige gelijk staat en vermoegen kualijke duijden, wijl hij dit verzoek in goed vertrouwen en na zijn gantsch niet een voudig be „grip en oordeel doed, schoon 't niet danbillijk is dat me hem zijn zoon een opentlijk bewijs van hun wel verdiende lofen ge„ geeve zoo dra maar klaar en duijdelijk beweesen word„ dat hun zoodanig een getuijgenis waarlijk te kom wanneer Kriekenbeek No: 108 2012 wanneer Jk een van de eerste wil zijn om hun daaria„ de opentlijkste en plegtigste vrzeekeringen te geeven, en die met mijne handteekening zelve, des door hun noodig geagt en verzogt wordende, zal bekragtigen, dog zoo lan„ „ge mij dat niet klaar en duijdelijk aangetoond word en mij eenige gegronde bedenkingen overblijven, zal mij ook niemand kwalijk duijden dat Jk hun in deese toestand van zaaken houde en agte voor het geen men in het algemeen van hun in deese en andere betrekkin¬ „gen denkt, schoon Jk tot lof van den zoon moet ge„ „tuijgen dat hij zig geduurende mijn aanweesen al„ „hier als Gezagvoerder deeser Provintie over het alge„ „meen wel en geschikt genoeg gedragen heeft, en Jegaarne wenschte hem en zijn vader van alle verkeerde en laat„ „zugtige handelingen in hunne voorgestelde en onder„ „noome verbeteringen van het Landschapje Diwitoere ge„ „hiel te konnen wij kennen en spreeken, en om die ree„ „den hem Jnlands sabandaar ook meer dan eens be„ „tuijgd ende verzeekerd heb dat Ik niets meer wenschte als dat de door mij gekommitteerde Jngenieur Johan„ „nes en Eerste Landmeeter Toenander, tot het nauw„ „keurig opneemen van het voorm: Distrikt,;is waartoe zig de Eerstgenoemde als bij de Fortifikatie arbijd alhier niet wel konnende gemist worden, ook zoo spoedig niet niet schikken en bepaalen konde, en dus zoo vel laater daar toe getreeden is, zoodanig een goed ver„ „slag van zijne verigtingen, en op last en instulkte van zijn vader, ^ en dus tot eere van bijden mogten en konden indienen, dat Jk hun opentlijk zoo tek mijne als hunne eijgene satisfaktie van alle ver¬ keerde en baatzugtige handelingen dien aangaande konde wrij spreeken, en daar door den mond aan allen die hunne handelingen in deese verdagt hielden, voor altoos konde stoppen, en met beschaamdheijd doen afhouden, het geen hij Moddeljaar ook altoos gaa „ne zal willen getuijgen, en Jk dus door niets ander dan om de wille der goede zaak zelve, en uijt op„ „merking en opvolging der door uwel Ed: Gestr: Gr Achtb: zelve in 1784. alhier bepaalde, en door de toenmaalige opper-Regeering deeses Gouvernement geapprobeerde order, en dus geheel pligtelijk en welke „dagt, en niet door eenige andere inzigten als ge „ne kennende dan die het nauwkeurig op merk„ en opvolgen mijner pligten mij voorschrijven, tot het benoemen van deese kommissie bewoogen en opgeleijd wierd, en dienvolgende in deese niet ander gedaan hebbe dan het geen Jk Eer, Ampts en pligtsweegen verbonden en gehouden ben, gelijk J reeds Brickenbeek zien No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0701 view scan ↗

English

as I have already mentioned and demonstrated above. Nor can one suspect the Modliar of demanding compensation for the loss he supposedly suffered during the dutiful inspection by the First Land Surveyor Foenander, of which I was given as little notice as of any unrest alleged by the Maha Modliar in Colombo to have been caused by the appearance and presence of this Land Surveyor with two simple carpenters, on his third journey to Diviture, among a portion of the entirely insignificant number of inhabitants settled there; just as I was not informed of the alleged thoughtless statement of the aforesaid First Land Surveyor with respect to his then only just begun survey of Diviture, nor of his entirely reckless remarks, if true, against the Maha Modliar and his son, and against those of the inhabitants there who, by order of the present contractors, cleared and cleaned some chenas in that district. This, however, certainly ought to have been done and reported by the native Shabandar residing here, who accompanied the aforesaid Land Surveyor on his first and third journeys to that small district and subsequently accompanied me again on his fourth journey, having so much and such great interest therein. Yet, as appears from his notarial declaration submitted these days and attached hereto in copy, he did not do so, and merely complained in general terms about what he alleged to be the difficult disposition of the said Land Surveyor. Nor was this done by the titular Mohandiram stationed at Diviture as chief and overseer. Thus all pretexts thereof will soon fall away of themselves and be regarded as entirely futile, as they were also explained and presented by the Honorable Dessave Fretz in his submitted advice on the day of deliberation on this matter in the Council in Colombo, and deserve not the slightest acceptance, especially when one pleases to note that during my presence at Diviture, when everyone was at liberty to approach me and present their grievances, which could have been submitted and presented by the Maha Modliar and the native Shabandar, and the said Land Surveyor could have been heard in response, none of the residents brought forward any complaints, which certainly gives rise to a great deal of reflection. It is true, I did not summon and, as it were, invite the litigious natives to file and present complaints, particularly against the First Land Surveyor Foenander, by public beat of drum, as I am assured the Honorable Commissioners Raket and van Schuler did after my departure from Diviture. For this manner of proceeding is always suspicious and exceedingly insulting to an honest man, and there is not the slightest necessity for it in these lands, because to our daily vexation we experience only too well how litigious the native is in general, and that they know very well how to present their grievances, even in all kinds of intricate ways, and are only too ready to do so whenever they can foresee in any way that they have nothing to fear from the consequences thereof. Thus they come forward with them against anyone, except against their native chiefs who are in favor and credit, for whose power and authority all natives have a great fear, as they know very well that this will, sooner or later, lead to their or their relatives' great and often irreparable injury and damage, of which they see daily only too many sorrowful examples. They therefore refrain from this as long as it is in any way possible and they may have anything to lose. Against others, however, they come forward freely and at once, and do not hesitate to present even the most preposterous complaints. It must therefore appear very remarkable to everyone that neither by the Shabandar beforehand nor by the residents at Diviture themselves during my presence there were any complaints or grievances presented against the First Land Surveyor. However, that the Maha Modliar dares to assert in his aforesaid petition that it would have been exceedingly reasonable and fair to have warned him beforehand, prior to proceeding to the precise survey and investigation of his undertakings at Diviture, so that he could have given indications in that regard, in which case such a commission would not have caused the least sensation, is very impudent; because the Modliar knows only too well that he only undertook the improvements of Diviture late in the year 1784 and did not begin with them until the following year.

Dutch transcription

2013 reeds hier booven vermeld en aangetoond hebbe. Men kan het den Moddeljaar ook niet verdenken dat hij schaade vergoeding vraagd voor de Melie, die hij bij het pligtelijke onderzoek van den Eerste Land- Meeter Joenander zoude verlooren hebben, waar van Mij eeven zoo min kennis gegeeven is als van eeni„ „ge door den Maha-Moddeljaar te kolombo voor„ „gewende ongerustheijd die de verschijning en het aanweesen van deese Land= Meeter met twee een„ „voudige Timmerlieden, op zijn derde togt na Duvitoere, onder een gedeelte van de zig aldaar nee„ „dergezet hebbende geheel onaanmerkelijk getal van Jnwoonders zoude veroorzaakt hebben, gelijk ook niet van de pretensce onbedagte verklaaring van den voorm: Eerste Landmeeter ten opzigten van zijne als doen maar eerst begonne op nee„ „ming van Divitaere, en van zijne, zoo ze waar zijn, geheel onbezuijsde gezeydens teegen den Maha Moddeljaar en zijn zoon, en teegen die der Jnwoonders aldaar, die oplast der teegenwoordige Aanneemers eenige Chenassen in dat Landschapp gekapt en gezuijverd hebben, het geen egter wel had behooren te geschieden, en door den alhier zijnde Jnlands Sabandaar, die den voorm: Land-meeter op op zijn eerste en derde togt na dat Landschapje ven„ „zelde, en ervervolgens op zijn vierde togt weeder met mij was, als daar zoo veel en zoo groot belang bij hebbende, had moeten aangegeeven worden, het geen hij egter, blijkens zijne deeser daagen overgelegde en in afschrift bij deese gevoegde sekretarieele ver„ „klaaring, niet gedaan, en zig maar alleen in algemeene bewoordingen over de na zijn voorgeeven ongemakkelijke geaardheijd van gem: Land-Mee„ „ter beklaagt heeft, en dit ook niet door den zij te Diwitoere als hoofd en opzigter bevindende Ti„ „tulair Mohandiram gedaan is, dus alle voorwen„ „dingen daar van haast van zelven zullen vervallen en als geheel ijdel aangemerkt worden, zoo als ze ook door den E: Dessave Fretz: bij zijn E: inge „diend advies ten daege der Deliberatie over deese zaak in den Raad te kolomso verklaarden voorg „steld wierden, en geene de minste aanneeming verdienen, wanneer men daar bij gelieft optemer„ „ken, dat mij ook bij mijne teegenwoordigheijd te Duitoere, wanneer een ieder vrijheijd had zig bij mij te vervoegen en zijne beswaaren voorte„ „stellen, en die door den Porta Moddeljaar en Jn „lands sabandaar hadden konnen voorgesteld en voorgedraag gezien Krickenbeek No: 108 2014 voorgedraagen en gem: Land-Meeter daar teegen op¬ „hoord worden, niemand der Jngezeetenen eenige klag„ „ten voortgebragt heeft, het geen zeeker al wrij veel bedenking opleverd; het is waar, Jk heb de klaag zieke Jnlanders, zoo als mij verzeekerd is dat de E:s ge„ „kommitteerden Raket en van Schuler na mijn vertrek van Duvitoere gedaan hebben, niet door opentlijke Tamblijn of Trommelslag tot het in en aanbrengen van klagten, en wel in het bijzonder teegen den Eerste Land-Meeter Foenander, opge„ „geroepen en als uijtgenoodigd, wij deese wijze var handelen altoos suspect en ten hoogste voor een eer„ ende „lijk Man bledie en daar voor geene de minste noodzaekelijkheijd in deese landen is, wijl Waj al„ „leen, tot onse dagelijkse kwelling, maar al te wel ondervinden hoe klaag ziek den Jnlander over het geheel is, en hunne beswaaren zeer wel en zelfs op allerlije intrikaate wijze weeten voortestellen, en daar maar al te gereed toe zijn wanneer ze maar eenig zints konnen, vooruijt zien dat ze voor de gevolgen daar van niets te dugten hebben, en dus daarmeede teegen een ieder uijtkome, uijt„ „gezonderd teeg hunne in guntt en kerediet staande Jnlandsche koa„ „de, voor welke v magt en Gezag alle Jnlanders eenoe groote vrees hebben wij zezeer wel welen dat un of de hunne vroeg off laat tot tot groot en dikwijles tot onherstelbaar nadeel en schaade strekt, waar van zij daagelijks maar al te veel vr oeeige voorbeelden zien; en zij dus daar van onthouden zoo lang het maar eenigzints doenlijk is, en zij of te kunnen iets te veliesen hebben, dog teegen anderen koomen zij vrij en ten eerste uijt, en ontzien zig niet zelfs de ongerijms te klagten voortestellen en hiet moet dus wel een ieder zeer opmerkelijk voorkoomen dat nog door den Labeen daar te vooren nog door de Jn „gezeetenen te Duvitoere zelve bij mijn aanwee„ „zen aldaar eenige klagten of beswaaren teegen den Eerste Land-Meeter zijn voorgesteld. Dog dat hij Mala Moddeljaar in zijn voorm: Reques durft poseeren dat het ten uijterste reedelijk en bil„ „lijk zoude geweest zijn hem, alvooren, tot het nauwkeurig opneemen en onderzoeken van zijne verrigtingen te Duvitoere te treeden, daar van voor af te waarschouwen om dien aangaande aanwijzingen te konnen doen, wanneer zoodanig eene kommissie geen het minste op zien zoude gebaard hebben, is zeer onbeschijden, wijl hij Moddel „Jaar maar al te wel weet dat hij eerst in't laast van het Jaar 1784. de verbederingen van Diwitoere op zig genomen en daarmeede niet dan in 't naast volgend Jaar Briekenbeek zien No: 108

NL-HaNA_1.04.02_3840_0705 view scan ↗

English

actually began; That he was also called in the month of May of that year to Maha and your Right Honourable Porta Mudaliyar at Colombo, and his son was appointed here in his place as Porta Mudaliyar and native Shabandar, and he himself was therefore able to occupy himself in person for only a very short time with his proposed improvement of that small district, and entrusted the entire management thereof to his aforementioned son, who also proceeded to work according to the instructions and orders received from him, and the latter was therefore for that time essentially the man from whom one had to ask the necessary information in that regard, in order subsequently to point it out, as indeed happened, and of which he has full knowledge, as this son accompanied the first surveyor Zoenander on his first and third tour thither, while he, as I have mentioned hereinbefore, strongly insisted not to accompany the said officer on his second tour thither, pretending that he could not get along with his supposed difficult nature, and that this son subsequently also went with me to the said district and remained there with the Commissioners Rakek and Van Schuler who then appeared from Colombo, and thus this pretext of his is entirely improper and inadmissible. Yet one can very well allow him, in the description of his own merits, to cite and point to a testimony thereof from the late Right Honourable Governor Schreuder, and therewith recall what some time previously was declared with so much emphasis and proof by the then Commander Lamlant, while your Right Honourable was invested with the office of Fiscal here, and is said to have been present on that occasion, to the above-mentioned Honourable Governor then residing here, upon a similar proposal to elevate him, Nicolaas Dias Abeysinghe, to Porta Mudaliyar here, for which the customary decorations were even already prepared, so that his promotion was at that time entirely rejected, and that he, the present Maha Mudaliyar, was consequently suspected by the Government and hated by the Kandyans, and would therefore certainly not have dared, as other native chiefs did, to defect to them at that time; and his subsequent, so fortunate elevation to Porta Mudaliyar here, adapted to the circumstances of the times, has never been able to erase the unfavourable impression regarding his past conduct. But I have never had any intention, and do not have it now, to bring his moral character into any unfavourable regard with the world, and much less to place him in any worse and more disadvantageous view than he himself has chosen to place himself, and I have by no means undertaken an accurate investigation of his acts in the district of Diviture with that intention; but I have done this solely out of duty and in compliance with the very positive orders prescribed to me, and thus for the sake of the essential importance of the matter itself; and it would even be agreeable to me if I could make his aforementioned own merits, presented in the year 1761, endure down to this day, and thus during the entire, as praiseworthy as glorious, nearly twenty-year administration of the now deceased Honourable Governor Falck, of blessed memory, who still lives in respectful and grateful memory in the hearts of all right-minded persons; but I can recall nothing good of it, and thus the Honourable Dissava Fretz will best be able to explain himself in that regard, who cannot well have forgotten what this great man replied in a separate letter to the late Honourable Commander De Lij regarding the proposal made from Galle, according to the Galle Compendium of the year 1779/80, to bestow upon him, the present Maha Mudaliyar, a gold chain for his decoration, which favour he at that time thought himself worthy of on account of his large cinnamon gardens that had been laid out, which were unexpectedly investigated with accuracy by the said Honourable Dissava, then being head of the Maha Badda, and the essential state and findings thereof were openly laid before the said Honourable Governor by his Honour. I also find no one here who can tell me anything good of his merits that have rested entirely for so long, and since he himself leaves so much time without substantial mention, and cites nothing of it or presents it to his honour during the long and never sufficiently praised administration of this truly great man, who knew and rewarded the virtues and good qualities of all his subordinates so well, I think it best to leave them also untouched henceforth, and to believe with the entire world that, without your Right Honourable's special kindness to him, they might well have remained in that deep rest until the end of his certainly sufficiently notorious life. I can and will gladly, however, in order also to do him the justice that is due to him, and thus to his and my

Dutch transcription

2015 werkelyk begonnen is; Dat hy ook in de maand May van dat Jamr tok Jaar tot Maha en uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Porta Moddeljaar te kolombo beroepen, en zijn zoon alhier in zijn plaats tot porta Moddeljaar en Jnlands sabandaar benoemd is, en hij zig dus in eijge perzoon maar een zeer kosten tijd met zijne voorge„ „stelde verbeetering van dat Landschapje heeft konnen temoeijen, en de geheele Direktie daar van aan voormelde zijn zoon heeft opgedraagen, die daar meede na de van hun ontvangene onderrigtingen en orders is te werk gegaan, en deese dus voor de tijd weezendlijk de man das van wien men de noodige onderrigtingen dien aangaande vraagen moest, om die vervolgens aantewijzen, gelijk ook geschied is, en waar van hij volkoome kennisdraagd, als hebbende deese zijn zoon den eerste Landmeeter Zoe„ „nander op zijn eerste en derde toest derwaards verzeld, terwijl hij, gelijk ik hier booven vermeld hebben, zeer aan„ „hield om gem: officier niet op zijn tweede toost na der„ „waards te verzellen, voorgeevende met zijn door hem onder„ „stelde ongemakkelijke geaardheijd niet te kunnen over weg koomen, ven dat deese zijn zoon ook vervolgens met mij na gem: Distrikt geweesten aldaar bij de als doen van ko„ „lombo verscheene E:s Gekommitteerden Rakek en van schuler verbleeven is, en dus deese zijne voorwending ge„ „heel onbehoorlijk en onaanneemelijk is Dog Dog men kan hem bij de eijge beschrijving zijner pelien „ten zeer wel passeeren dat hij daarvan een getuijge „nis door wijlen den Hoog Edele Heer Gouverneur Schre „der, Gl: Eijn ophaald en aanwijst, en daarbij overstaat wat eenige tijd te vooren door den toenmaalige wee kommandeur Lamlant, terwijle uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: met het Ampt van Fiskaal alhier be„ „kleed was, en daarbij teegenwoordig gezegt word, aan boovengem: als doen zig hier bevindende Edele Heer Gouverneur bij gelijke voorstelling om hem Alko„ „laas Dias Abesinge tot porta Moddeljaar alhier t verheffen, waar toe ook reeds de gewoone versierselen voor ha „den laagen, met zoo vell nadruk en bewijs verklaar dat zijne bevordering als doen geheel verworpen wierd, en dat hij teegenwoordige Maha Moddeljaar ten diende „ge bij het Gouvernement verdagt, en bij de kandiaan gehaat was, en het dus zeeker niet zoude gewaagt hebben, gelijk andere Jnlandsche hoofden, als doent hun overteloopen; en zijn nader gevolgde zoo gelukk „ge en na tijde omstandigheeden geschikte verheffing tot porta Moddeljaar alhier nimmer de nadeelige indru over zijn hoorig gehoude gedrag heeft konne uijtwissechen Dog Jk heb nimmer eenig voorneemen gehad. - - „ - en heb het als nog niet om hem Mala Moddeljaar oor Kriskenbeek No: 108 zijn 2016 zijn zeedelijke karafeter in eenige ongunstige gedagten bij de waereld te brengen, en veel minder om hem in eeni„ „ge erger en nadeeliger beschouwing te stellen, als hij zig zelve wel heeft willen brengen, en ben in geenen deelen met dat inzigt tot eene nauwkeurige onder„ „zoeking van zijne verrigtingen in het Landschap je Diwitoire getreeden; maar heb dit alleen pligtsweegen, en in opvolging der mij voorgeschr: zoo stellige orders, en dus om de wille van de weesendlijke aange„ „leegendheijd der zaak zelve betragt; en het zoude mij zelfs aangenaam zijn indien Jk zijne voorm: inden Jaare 1761. voorgestelde eijge verdiensten tot op deese dag, en dus geduurende de geheele zoo loffelijke als Roem„ „rijke bij na twintig Jaarige Regeering van den nu zaa„ „lige en in de harten van alle weldenkenden als nog in eerbiedig en dankbaar geheugen leevenden Edele Heer Gouverneur Falck /: H: L: M: /: konde doen voortduuren, dog ik weet mij niets daar van ten goede te herinneren, en dus zal zig dien aangaande best konnen verklaa„ „ren de E: Dessave Fretz:, aan wien het niet wel kan ontschooten zijn wat deese Groote Man aan wijlen den Edele heer kommandeur De Lij bij een apparte brief andwoorde op de van Gale gedaane voorstelling, blijkens Gaalsche Compendium van den Jaare 17 3/80 om hem hem teegenwoordige Mala-Moddeljaar tot zijne ver¬ „siring met een goude Hals keelen te begiftigen, welke gunst hij zig als doen zelve wel waardig agte voor zijne aangelegde groote kanneel Tuijnen, die op het ondewagt door gem: E: Dessave, als doen Hoofd der Maha. dad zijnde, met nauwkeurigheijd onderzogt, en daar van de weesendlijke staat en bevinding aan gem: Edele heer Gouverneur door zijn E: voor en open geleijd wierden; J vinde hier ook niemand die Mij iets ten goede van zijne zoo lange geheel gerust hebbende ve diensten weet op te geene en daar hij te zelven zoo veel tijd buijten weesendlijke aanmerking laat, en niets daar van ophaald of tot zijne eere voorsteld onder de langduurige en nooijt volpreese Regeering van deese waarlijk Grot Man, die zoo wel de deugden en goede hoedanighee„ „den van alle zijne onderhoorigen kende en beloonde, denk ik best om ze ook maar verder onaaangemeekt te laaten; en met de geleele waereld te gelooven dat ze, zonder uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: bij zondere goed „heeden voor hem, moogelijk wel in die diepe rust tot het eijnde van zijn zeeker genoeg berugt leeven zouden gebleeven zijn. Jk kan en wil egter gaarne, om hem meede het regt te doen dat hem toekomt, en dus tot zijne en mijne Heiskenbeek No: 108

← previousnext →