VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3841

Ceylon · 724 pages · 99 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3841_0142 view scan ↗

English

those who had received it on board at Batavia ought to and could have seen, and of which he should have given notice to the captain at that time; By a report from the Equipage Master Andringa, which is transmitted among the enclosures to this, he shows that the topgallant sails that were found to be surplus were topgallant sails, and that on the contrary there were short, firstly we must a main topgallant sail and a fore topgallant sail; that in order to make the aforesaid surplus topgallant sails into a main and a fore topgallant sail, as well as for the enlargement of the studdingsails, were needed and upon the aforementioned report were consumed the 332/. ells of broad duck mentioned in the report submitted concerning this by him and Captain Riebe. He further points out that the sails upon actual inspection by him and Captain Riede were found to be such as were stated in the declaration granted by the ship's officers; that indeed the presennings and the grey cloth were not of gunny cloth as is stated in the declaration, yet that the cloth of which they were made was also not ordinary grey cloth, although usable for the purposes for which it was supplied. The Equipage Master further points out in his report that the declaration of the officers agrees with the accompanying note of the sails from the master sailmaker, as also appears from the copy thereof lying among the enclosures, from which it further appears that a main topsail was indeed marked. Regarding the missing main topsail, which according to a copy receipt since received from Batavia appears to have been supplied to Captain Pijlhart, but of which one had no knowledge at the time he was here, the Equipage Master finally also observes that according to the statement of the ship's officers it was not received on board, and it does not even appear that these officers had knowledge of the supplies thereof to Captain Pijlhart, who consequently would alone have been responsible for it if we had had knowledge of the supply of this main topsail. Captain Lieutenant Verschuur, who is currently returning home on the ship Trinkonomale, was stationed in that same capacity at that time on the ship Hoff ter Linde. We could therefore, if your Most Esteemed Authorities should find that any further explanations are necessary in this matter, provide them at your highest pleasure. The Galle servants were ordered by letter of 10 September 1789 to investigate further to whom the neglect is to be attributed that the ship de Both was not unloaded sooner. They replied to us thereupon by an indication made by letter of 2 December last. Everything concerning the first and second arrival of this ship, which occurred one after the other on 8 and 18 April 1785, the unloading itself during the first onset of the bad or rainy monsoon, which at that time was premature and heavy, and regarding the finding of a quantity of spoiled cloves unloaded from it here, we have, as we trust, answered in as satisfactory an assumption as possible in the letters sent from here under dates 8, 11, 13, 16, 18 April, 17 May and 23 June of the said year to the Ceylonese Government. we ourselves observe that we can form no conception that, where it is said that two topgallant sails are surplus, it is nevertheless subsequently added that a main and fore topgallant sail had to be made from them; while both indicate a careless management at Batavia, on the part of the one whose post it is to provide the sails and the required canvas to the ships, and we charge you to address the person on whom this is incumbent concerning this, and to notify him that in future in similar cases he will be punished according to merit. Paragraph 195. We have seen with pleasure that you agree with us that the excuses of the Galle servants, as to why the ship de Both was not unloaded sooner, was

Dutch transcription

die het op Batavia aen boord ontvangen hadden, had moe ten en konnen gezien worden en waer van hij aan den kapitain als toen had Bij een bericht van den Equipagiemeester Andringa behooren kennis te geeven; dat onder de bijlaegen deezes overgaet toond hij aen dat de brain zijls die over bevonden zijn, zijn geweest boven bramzijls, en dat 'er daer en teegen te kort voor eerst moeten wij waaren, een groot en een voor bramzijl, dat om de voorsz: over bevondene boven bramzijls, te mae„ ken een groot en een voor bramzijl als meede tot het vergrooten van de lijzijls, noodig waaren en op het voorm: Berigt verbruikt zijn de 332/. ellen breed everdoek ver„ meld bij het door hem en kapitain Riebe daer over ingediend berigt. Hij wijst verder aan dat de zijlen bij bezigtiging zelve aenmerken, dat wij door hem en kapitain Riede zijn bevonden zodae„ nig als ze bij de verklaering door de scheeps officieren verleend zijn opgegeeven. dat wel de pre„ ons geen begrip kunnen semings en het graauwdoek wel niet geweest zijn van gonie doek gelijk bij de verklaering staat, dog dat het doek waar van ze waaren maeken, dat daer er gemaakt ook niet geweest is ordinair graauw doek schoon bruikbaar tot de eindens waer toe het verstrekt was. Nog wijst de Equipagiemeester bij zijn berigt aan, dat de gezegd worden, twee Bram„ verklaering van de officieren over een stemd met het geleide briefje der zijlen van den baaszijlma, zijls over te zijn er nogtans „ker zoo als dat ook blijkt uit de kopij haer van die onder de bijlaegen legt, waer uit voorts blijkt dat 'er werkelijk een groot marzijl heeft gemarckeerd. Nopens het ontbreekende groot vervolgens word bygevoegd marzijl, het welk bij een zeedert ontvangen kopij bewijs van Battavia blijkt aan kapitain Pijlhart te zijn verstrekt, dog waer van men een groot en voor Bram„ ten tijde hij hier was geen kennis heeft gehad, merkt eindelijk de Equipagiemeester nog aan„ dat het volgens de betuiging der scheepsofficieren zijl te moeten worden ƒ niet is aan boord ontvangen, en het blijkt ook zelfs niet dat deeze oficieren kennis ge„ had hebben van de verstrekkingen daer van aan kapitain Pijlhard, die mids dien daer aengemaakt; Terwil voor alleen aenspreekelijk zoude zijn geweest, zoo we van de verstrekking van dit groot marzijl„ hadden kennis gehad. De kapitain Luitenant een en ander aanduid eene verschuur die met het schip Trinkonomale tand Nordige 84 85 2161 tijd op het schip het Hoff ter linde be„ scheiden geweest. Wij zoude dus indien uwe eenige verdere ophelderingen nodig zijn, die met hoogst derzelver believen kunnen op= geeven. De Gaalsche bediendens zijn bij brief van den 10. zeptember 1789. gelast nader te gaan aan wien het verzuim is te attribueeren dat het schip de Both niet eerder ontlaeden was. ze hebben ons daerop bij een aenwijzing gedaen bij brief van den 2. december goleede geantwoord. Al het geen de eerste en tweede aenkomst van dit schip dat den 8. en 18. April 1785. na elkandergebeurd is, de ontlossing zelve geduurende de eerste voorbraek van de kwaede of reegen mousson, die als gens de bevinding van een kwantiteid uit het zelve alhier geloste en bedorve bevon„ dene Nagelen betreft, hebben wij zoo wij vertrouwen, in zoo veel mogelijke voldoen„ de aenneeming beantwoord bij de van hier onder datis 8. 11. 1316. 18. April, 17. meij en 23e. Junij des gem: Jaars aen de Ceilonse tans tuisvaart, is in die zelfde kwaliteid ter dier slordige directie op Bata„ het is de zijlen en het beno„ digde doek aen de scheepen te verzorgen, en wij ge„ lasten UE: om die geene welke zulks incumbeerd hier over te onderhouden, en hem aentezeggen bij vervolg in diergelyke gevallen naar merite te zullen worden gecorrigeerd §195. Wij hebben met genoegen gezien dat uE: het met ons eens zijn, dat de ver„ daer van alhier, het lang verblijf van het Schooningen der Gaalsche doen vroegtijdig en zwaar was, en wee „ beviendens, waervin 't schip de Both, niet eerder ontladen Hoog „ Achtb: mogte vinden dat in deeze via, van die geen wiens post Regeering was

NL-HaNA_1.04.02_3841_0144 view scan ↗

English

86 was, not at all sufficient were the letters dispatched by the Government, and with the last-mentioned missive were sent over at the same time the written justifications both of the Master Attendant De Sille and of Captain Abo, at that time commanding the ship De Both. The undersigned Commander also acted immediately upon the arrival of this ship and the receipt of the bill of lading for the cargo, which was on 20 April of the aforementioned year, and on the order of the Ceylon Government by letter of the 21st of the mentioned month, first had the necessary warrants for discharging that cargo issued by the Administrator; and upon the received reports that the Banda Nutmegs and Cloves were ordered, he rested content, trusting that all the spices were ashore, since the report of the unloading does not arrive until before the entire cargo is discharged. Thus, upon a sufficient acceptance of the demanded and supplied declarations and justifications to the Ceylon Government concerning the unloading and dispatch here of the mentioned ship, no one can be charged with any neglect in this matter, the retired Master Attendant De Sille having also demonstrated in his justification the impossibility there had been of a speedier unloading due to the damp and continuous rainy weather and due to the persistent heavy squalls and unusual swell at that time in this bay, appealing in that regard to the weekly reports of the work done by the naval establishment submitted by him in those days here and the journals kept on the Company's ships. We must testify that it appears to us that the Galle servants have not made themselves guilty of any neglect of duty in this matter, and that it has been demonstrated on very acceptable grounds by Master Attendant De Sille in particular that on account of the tempestuous weather it was not possible for him to discharge the ship sooner. And we therefore approve the recommendation made by Your Honour to the ministers to handle such cases in the future with more promptness and earnestness. But for that very reason it has surprised us that Your Honour, being convinced that the ministers have not handled this matter earnestly enough, have not redressed the same and taken care that the Company's goods could not be neglected with impunity, by making those who were guilty of neglect in this matter pay for the damage caused to the Company; wherefore we order the ministers to investigate to whom this neglect is to be attributed, in order to let the compensation still take place. 87 2162 Section 196. The just remark made by Your Honour to the Ministers that the officers of the just-mentioned ship De Both, according to the regulation, could not be credited for the surplus weight of the delivered Cloves, makes the ignorance in which they have operated in this respect appear very improper. That it has never been our understanding that the found surplus weight should need to be credited to the ship's officers is very clearly evident from all our resolutions disposing of surplus spices, and whereby it has each time been understood to take in the found surplus quantities for the Company. This is, we confess, erroneously stated by mistake in our necessary letter to Their High Excellencies of 28 March 1788 on the spices. 88 Section 197. Very suitable has appeared to us the order issued to cause the ship's officers to be warned that, before the unloading of the ship is begun, they must submit the declarations of discovered damage to the cargo; and we hope that this means will be sufficient to prevent the numerous declarations of those considerable parcels 2163 89 parcels of Rice, mostly spoiled during the voyage and thrown into the sea. Section 198. A similar judgment we pass upon the proposal of the Ministers, namely, to warn the ship's officers when loading timber that, if the same are given to them not in conformity with the bills of lading, they will have to have a note made thereof on the same, so that it shall run for their account. Which proposal we trust that Your Honour will consider with us to be of sufficient importance that Your Honour will order to Java to cause the same to be observed as a standing order. But as this means has appeared to us also to be useful with respect to other kinds of goods, we have wished to submit to Your Honour's consideration whether the same might not be extended to all the goods which, bare and unpacked, are handed to the skippers, in order thereby to prevent numerous 2164 91 numerous evasions of having received goods of an inferior sort than is stated on the shipping documents? Concerning which we expect to learn Your Honour's considerations. Section 199. Regarding the 300 firearms sent from here with the ship Zeeland, it appears strange to us that only 123 thereof were found good and 177 pieces defective, of which some were in such a condition that they could not be repaired. Already by letter of 92 of 6 October 1766 we had ordered Your Honour to send over to us proper evidence of the bad condition of such firearms, with the samples, from which such could appear here in this Country, and whereby we would have been in a position to recover the damage caused to the Company from the suppliers who have so grossly defrauded the Company, or from those under whose direct care those goods were delivered. While

Dutch transcription

86 was, gantsch niet voldoende Regeering afgevaerdigd de brieven, en bij laatst gem: missive te gelijk overgezonden de schriftelijke verantwoordingen zoo van den Equipagiemeester de sille als van waeren, en wij approbeeren den kapitaan Abo, toenmaels komman„ deerende het schip de Both. De onder= lijk na de komst van dit schip o derhalven de recomman„ geteekende gezaghebber heeft ook daede„ den ontvangst van het kognossement van de laeding, dat den 20. april des datie door UE: aan de mi„ gem: Iaars, geweest is en op het bevel van de ceilonsche Regeering bij brief van den 21. den gem: maend, ten eerstende noodige ordonnanties tot het lossen van die laeding nisters gedaen, om in 't vervolg door den Administrateur laeten uitvaerdigen en hij heeft op de bekoomene rapporten dat de Noose Musschaeten en Nagelen gelast waeren daer in berust, vertrouwende dat, diergelike gevallen, met meer al de specerijen aen de wal waaren, alzoo het rapport van de ontlossing net eer in komt, dan voor dat de geheele laeding promptitude en ernst te uitgelost is. Dus bij eene voldoende aenneeming der ingevorderde en gesub„ pediteerde verklaeringe, en verantwoor„ behandelen. Dan even dingen aan de Ceilonse Regeering over de ontlossing en afvaerdiging alhier van daerom heeft het ons ge„ gem: schip niemand eenige verzuim„ in deeze kan worden ten laaste gebragt, hebben„ de den afgegaenen Equipagiemeester de Sillé„ bij zijn verantwoording ook aengeweezen de grappeerd, dat WE: over„ ondoenlijkheid die er geweest is tot eene spoediger ontlossing door het vogtig en aenhoudend reegen weer en door de aen¬ houdende zwaere valwinden en ongemeene jugd zynde, dat de zeerollings te dier tijd in deeze baaij, beroe„ pende zig dien aengaende op de door hem ten dien daegen overgelegde weekelijksche Ministers deeze zaak rapporten van het verrigte bij de Equipagie, alhier en de Journaelen gehouden op scomp:s scheepen. we moeten betuigen dat het ons voorkomt niet ernstig genoeg de dat de gaalsche bediendens in deezen zig aan geen pligt verzuim hebben schuldig gemaakt en dat door den Equipagiemeester handeld hebben, zulx de sille in het bezonder op zeer aen„ neemelijke gronden is aengeweezen dat het hem om de wille van het onstui„ niet hebben geredresseerd mig weder niet mogelijk geweest is het schip eerder te lossen. — e en zorge „ draegen, dat Comp:s goederen niet straffe„ loos konden verwaarloosd worden 87 2162 nodrigen brief aan Hunne Hoog Edelheeden van den Dat het nimmer onze begrippen zijn geweest dat aan de scheeps overheeden zoude behoeven te worden gevalideerd het bevonden overwigt alle onze resolutien, waerbij gedisponeerd telkens is verstaen om de overbevondene kwantiteiten voor de kompenie inteneemen. worden, door die gee„ nen welke aan verzuim in deeze schuldig was, de schae„ de de komp:e toegebragt te doen boeten: waerom wij de ministers gelasten na te gaan, aan wien dit ver„ zuim is te attribueeren om de vergoeding als nog te laeten geschieden. Dit is, ver bekennen het gaene bij onzen d. 196. De Junste remarque door schip de Both, voor de overwigt der uitgeleverde Nagulen, volgens het regle„ ment niet kunnen worden 28. Maart 1788. bij vergissing kwaalijk gesteld, WE: aan de Ministers ge„ op de specerijen, blijkt zeer quidelijk i ijt maakt, dat de overheeden is over overbevondene specerijen, en waerbij „ van het even gedagte ge 88 gecrediteert, doet de onkunde waar in zij op dit respekt hebben geverseerd, zeer wanvoeglijk voorkomen. § 197. Zeer geschikt is ons voorge„ komen de gestelde ordre om de scheeps overheeden te doen waarschouwen, dat zij, voor dat met de ont„ lossing van het schip begonnen word, de ver„ klaeringen moeten beleg= „van =gen „ ontdekte schade aan de laading, en wij hoopen dat dit middel genoegzaem zal zijn, om voortekoomen de menigvuldige verklaringe van die aanzienelijke parthijen 2163 89 parthijen Rijst, meest al geduurende de reize bedor„ ven en in zee geworpen. § 198. Een gelijk oordeel vellen wij over den voorslag der Minis„ ters om namentlijk, de scheeps overheeden, bij het laden van houtwerken, tewaar „schouwen, dat indien hun dezelve worden gegeeven, niet Conform de Cognosse„ menten zij daer van op de„ zelve aenteekening zullen moeten laeten doen, op dat het voor hunne reekening loo„ pen zal. welke voorslag wij vertrouwen dat W:E: met ons van genoegzaem aen 90 aenbelang zullen achten te zijn, dat uE: naer Java zullen gelasten, dezelve als een staende ordre te doen observeeren; Dan daer dit middel ons voor gekoomen is, ook van ni te kunnen zijn, omtrend andere zoorten van goederen hebben wij UE: in conside„ ratie willen geeven, of het zelve niet zoude kunnen u gestrekt worden, tot alle de goederen, welke bloot en ongeëmballeerd; aan de schippers worden be„ handigd, om daer doo„ voortekoomen menig vul„ dige 2164 gt dige uitvlugten van de goederen van een slegter zoort ontvangen te hebben, dan op de verband schrif„ ten vermeld staat ? waer omtrend wij UE: considera„ tien verwagten te verneemen. §199. Omtrend de met het schif Zeeland van hier verzon„ dene 300. geweeren, komt het ons vreemd voor, dat daer van maar 123. goed en 177. stuks gebrek„ kig bevonden zijn, waar van 'er sommige zodanig gesteld waaren, dat ze niet konden verholpen worden. Reeds bij brief van 92 van 6. oktober 1766. hadden wij uE: gelast ons van de slegte gesteldheid van zodac„ nige geweeren behoorlijke bewijzen met de monsters overtezenden waar uit zulks hier te Lande zoude kunnen blijken en waar door wij in staa zouden zijn geweest, om van de Leveranciers, welke de komp:e zoo grove„ lijk bedroogen hebben, of van die geenen, onder wiens directee verzorging die goederen zijn geleeverd, de schaede aan de Comp=e toegebragt te recouvreeren. Terweil

NL-HaNA_1.04.02_3841_0151 view scan ↗

English

93 2165 We shall dutifully observe this. While we, for the even better securing of the Company's interests, have thought fit to establish for the future that all muskets which are judged to be entirely unserviceable shall be sent back to the Netherlands, of which you will consequently serve to give the necessary notice to the respective offices. Section 200. With much indignation we have seen the conduct of Lieutenant Berglont, who 94 who, as commander, had the management of the bark de Verwagting, and we cannot therefore but approve that the Ministers have charged to his account the entire shortage of 13862 lb of rice. And as the Ministers were unable to inform themselves from him about the matter itself, since he had already departed when the case was brought to their knowledge, we therefore expect that you, to whom 95 2166 to whom the same was communicated and left for judgement, will have dealt with him according to his deserts. Conduct of that nature certainly deserves our highest indignation and an exemplary punishment; indeed, if the matter is found to be such as is expressed in the advices of the Ceylon ministers, he merits no trust whatsoever and is unworthy of being employed in the Company's service any longer. 96 Wherefore, if no clear and apparent reasons for his excuse can be produced, you shall have to send him to the Netherlands on the first departing ship, with his wages stopped, as a useless servant. Section 201. With regard to the requested sworn statements of the condition in which the dispatched window panes arrived, the reason has satisfied us very little 97 2167 This will be dutifully observed, and has already been put into practice. the reason why the Ceylon Ministers have been backward in complying with that requisition; and as the taking or not taking of the oath by a Judicial Commission can and should no longer depend on the nature of the matters that would be the subjects thereof, once we have clearly expressed our opinion in that regard, as in this case, we order once again that such sworn declarations 98 declarations shall in the future also be sent to us from Ceylon. Section 202. Far from the so highly necessary reduction in the In the comparison of the year 1785/6 mentioned here alongside, the post of Trincomalee could not be included because we had not yet received the papers necessary for it. Since then it has appeared that these receipts there amounted to f 7659. 11. and thus the general repairs to sloops and lesser expenses would have taken place, we see with vessels in the book-year 1785/6 have cost f 19453. 10. more than in the book-year before. regret that little effort is made in this regard, as the expenditure However, the trade officials, by mistake, overcharged this account for cannons provided to the bark de Jonge Willem Arnold for further accounting, a sum of f 5360. -. 8. and thus the actual excess of this account over the year before amounts to f 14093. 9. 8. That this higher charge of this account arose from various accidental and extraordinary causes, among others from the damage that the barks de Liefde and Gustaaff suffered in a very heavy storm on the opposite shore, the visitor has indicated at large in his reports mentioned in our resolution of 7 July 1789, and we request permission to refer thereto. for repairs of the Company's sloops and lesser vessels, which in 1783/4 already amounted to more than in 1782/3, a sum of f 7419. -. 8., and in 1784/5 more than in 1783/4, f 6449. 7. 8., now in 1785/6 amounts to more than the previous year 99 2168 year, an important sum of f 11793. 19. -. If it continues on this footing, it is impossible for the Company to remain standing; wherefore we expect that the ministers, realizing this at last, will no longer leave it at promises and words that they will make all possible savings, but will prove with deeds that these promises are truly in earnest to them. While we desire that you shall demand from the Ministers a 100 a specific statement of the reasons for those costs increasing so greatly each time, and send it to us. Section 203. Having already expressed our surprise in our missive of This report submitted with our humble reply to the extract from your Right Honorable General Missive of 20 December 1787, Section 388, which is inserted with our humble letter to their High Mightinesses of 26 January 1789. the past year concerning the purchase of Dutch cordage, sailcloth, etc., from private individuals on Ceylon, we see with pleasure that this has also appeared questionable to you; but we shall await the required reports of the Ministers

Dutch transcription

93 2165 We zullen dit schilop ligtig observeeren. Terwijl wij tot nog beetere verzeekering van 'skomp:s belangen, goedgevonden hebben voor 't vervolg vast te stellen, dat alle geweeren die volstrekt on„ bruikbaar worden geoor„ deeld naar Nederland worden te rug zullen „ gezonden waar van UE: mids dien de nodige kennis aan de respective Comp= toiren zullen dienen te geeven. §200. Met veel verontwaerdi„ ging hebben wij gezien het gedrag van den Luijtenant Berglont. welke 94 welke als gezaghebber de Bark de verwagting heeft gevoert, en wij kunnen dus niet dan approbeeren, dat de Mi= nisters hem de geheele te kortkooming van 13862. lb: rijst, ten laste hebben gebragt en daer de Ministers buiten staat zijn geweest, zig of de zaak zelve bij hem te informeeren, na dien hij reeds vertrokken was, toen het geval ter haarer kennisse wierd gebragt zoo verwagten wij, dat uE: aen wien 95 2166 wien hetzelve gecommuni„ ceerd, en ter beoordeeling was overgelaaten, hem naar merite zullen, hebben behandelt. Een - gedrag van dien aard verdient gewis onze hoog„ ste insignatie, en een exem„ plaare straf, immers wanneer de zaak zoo„ danig is bevonden als dezelve bij de advijsen der Ceilonse ministers staat uitgedrukt, meri„ teerd hij volstrekt geen vertrouwen en is, on„ waerdig in 'skomp. s dienst langer te worden g'em„ ploieerd 9. 6 ploieerd. waarom uE: her indien 'er geene duidelijke en blijkbaare reedenen tot zijne verontschuldi„ ging zijn bij te brengen met het eerst vertrek„ kend schip, met afge„ schreeven gagie, als een onnut Dienaar zullen hebben naar Nederland op te zenden. §201. Met opzigt tot de ver„ langde beëedigde verkla ringen van den staat maar in de toegezondene glaaze ruijten aenge„ koomen zijn, heeft weinig ons „ nig voldaen de reeden 97 2167 Dit zal schuldpligtig worden geobserveerd, mn is reeds in trans gebragt reede waarom de Ceilonsche Ministers in de voldoening aan die requisitie zijn ag= terlijk geweest, en daar het al of niet afleggen van den eed door eene Justitieele Commissie, „niet meer kan nog be„ hoord aftehangen. van den aard der zaaken welke 'er de onderwerpen van zouden zijn, wan„ neer wij eenmaal onze meening daeromtrend /:ge„ lijk in dit geval:/ klaar hebben uitgebrukt, gelas„ ten wij nogmaals dat zodae„ nige B'eedigde declara„ toiren 98 toiren ons in 't vervolg ook van Ceilon worden toegezom §202. wel verre dat de zoo hoogst In het vergelijk van het Iaer 1781/6 hier nevens vermeld heeft de post van Trinkonomale niet kunnen worden ingenoomen wijl we de papie„ noodige reductie in de ren daertoe noodig, nog niet ontvangen hadden. zeedert is gebleeken, dat deeze ingelden aldaer beloopen hebben ƒ7659. 11. en zouden dus de ge„ neraele reparatien aan sloopen en mindere ongelden zouw plaats vaertuigen in het boekjaer 178 5/6. meer dan in het boekjaer te vooren hebben gekost ƒ19453. 10. dog de Negotie bediendens hebben bij vergis hebben zien wij met sing op deeze reekening te veel belast weegens ter nadere verantwoording ver„ leedweezen, dat hier van strekte kanons aen de bark de Ionge willem Arnold, een zom van ƒ5360. –. 8. en bedraegd dus het werkelijk meerdere met veel werk gemaakt deezer reekening dan sjaars bevoorens ƒ14903. 9. 8. Dat deeze meerdere belas„ ting deezer reekening is voortgekoomen word, daar de uitgaeve in't verscheide toevallige en buiten ge= woone oorzaeken onder anderen door de schaede die de baaken de liefde en Gus„ voor reparatie van 'skomp taaff in een zeer zwaeren storm op de overwal geleeden hebben, heeft de vistateur bij zijner berigten vermeld bij onze sloepen en mindere rezol: van den 7:' Juli 1789 in het breede aengeweezen en we verzoeken verlof ons daer vaartuigen dien in 178¾ aan te moogen gedraegen. reeds meer bedroeg dan 178/3. een Somma van ƒ 7419. . - 8. — en in 178 1/5. meer aan in 178¼ ƒ 6449. 7. 8 nu in 178/. meer be loopt van het voorige Jaar 99 2168 Iaar eene Importente som van ƒ11793. 19. -. Als het op dien voet voort„ gaat kan de kompenie met geen mogelijkheid staende blijven, waarom wij verwagten, dat de mi„ nisters dit eenmaal inziende, het niet meer bij beloften en worden, om alle mooge„ lijke uitspaaringen te zullen doen, zullen laaten maar met de daad be„ wijzen dat deeze belof„ ten hun waarlijk ernst zijn. Terwijl wij begeeren dat wE: van de Ministers een 100 een specifique opgaaf, van de reedenen dier tel„ kens, zoo zeer vermeer¬ derde onkosten in„ vorderen en ons toezen„ den zullen § 203. Bij onze missive van Dit berigt ingedaan bij ons nee„'t gepasseerde Jaer reeds drig antwoord op het Extrakt onze verwondering heb„ uit uwelEdele Hoog achtb: generaele missive van den bende te kennen gegeeven, 20. xber: 1787. §. 388–. dat geinsereerd is bij onzen nedrigen over den inkoop van Hollan brief aan Hunne Hoog Edelheeden van den 26. Januarij 1789. touwwerk, zijldoek etc=a bij partikulieren op Cei„ lon zien wij met genoe„ gen dat zulx uE: meede Speculatief is voorge„ koomen dan wij zullen de gevorderde berigten der Men„ ters

NL-HaNA_1.04.02_3841_0159 view scan ↗

English

101 2169 of all the arrangements that have been made from time to time with private individuals for the delivery of rice on Ceilon, being subjected to being able to rely upon it, in view of the consequences that could arise for Ceilon, in order not to expose oneself thereto, it is preferred to request our greatest requirement of rice from Batavia and the remainder from Koetsien; and this latter even is not free from uncertainties, as is now apparent, since from the 1000 lasts which we have requested from there, because of the troubles with Tipu Sultan, we probably have nothing to expect: how important this point is for Ceilon in the meantime is obvious in itself. It is for this reason that we apply ourselves with the greatest zeal to everything that can improve agriculture, for which there is great opportunity on Ceilon if the Company consents to incurring some expenses for that purpose. The grain expenses, which now constantly persist, would if not entirely recovered at least be very noticeably reduced; and even if for the present it can only subsist on its tithes, there is the greatest hope that, if agriculture is diligently attended to, the remainder could be purchased here itself. Besides the fact that the money would thereby remain in the country, which is now exported abroad by foreigners, this would also exert a most favorable influence on the political state of this island. The Company gives annually a very large sum for grain to foreigners. By merely spending, during a few consecutive years, a modest sum of money on improvements and encouragement of agriculture, we imagine that in a short time these annual expenses for grains will not only be brought so far that the Company must await the ministers' orders thereon before being able to express ourselves further about it. Paragraph 204. By that same general letter we also understood already the utility of such an agreement for the delivery of rice on Ceilon, to which Your Honors have now qualified the ministers, and we therefore repeat the expression of our desire that this be brought about, in order thereby to be able to spare the dispatch of so many ships with rice from Batavia, referring ourselves otherwise to our aforementioned writings regarding this matter. 102 from Your Right Honorable General Missive of 20 December 1787, which is inserted in our humble letter to Your High Excellencies of 26 January 1789. To our humble answer to Paragraph 309 of the Extra, we request to be permitted to refer, and add that the equipment goods mentioned therein, purchased by the Master of Equipage at Kolombo, Andringa, were bought as things were needed from time to time, which we could not determine in advance and all at once; and if the Master of Equipage Andringa had not made these purchases, we would, as has been shown by the event, have been in the greatest embarrassment. We would have had no means to provide the return ships and other ships arriving from time to time, nor the vessels belonging here at present, with the necessary equipment goods. Paragraph 205. With much astonishment we have seen in the Colombo resolution of 16 May 1786 that the Master of Equipage at Kolombo, Andringa, in a report to the ministers, made known that various anchors and grapnels, as well as rigging, had been purchased by him, the former at 20 1/2 rupees per hundredweight and the latter at 18 1/2 rupees, offering to cede the same with a 25 percent advance to the Company. These purchases had to be paid for in gold or silver specie, and those we did not have; we are ready at all times to confirm the statement made in this our answer with a solemn oath, if that should be required. The difference between the gold and silver specie and our copper currency, whether Dutch duiten or doedoes, had at that time already risen to such a great height; and because the Master of Equipage Andringa had to pay for these goods purchased by him in gold and silver specie, and on the other hand had to receive our copper currency from us for what the Company required thereof, it seemed very reasonable to us that he should be indemnified therefor. Besides the parcels which according to our resolutions of 16 May, 12 August, 1 September, and 9 November 1786 were taken over, amounting together to 7293 rixdollars 17 stivers, there were also taken over with an advance of 25 percent, pursuant to the resolution of 19 April 1787, upon a report of the former Head Administrator Sluijsken, which is inserted in this resolution: 6500 ells of sailcloth at 15 Indian stivers the ell 4000 ells of broad canvas at 11 Indian stivers the ell 3000 ells of narrow ditto at [illegible] These goods had been purchased by the Master of Equipage Andringa due to the lack thereof in the Company's stores.

Dutch transcription

101 2169 van alle de schikkingen die van teid tot teid gemaakt zijn met particulieren tot het 't leveren van rijst op Ceilon, is 't onderworpen zijn om er staat op te duaven maeken inson„ aangezentte gevolgen voor Ceilon zouden kunnen zijn, om zig daar aan niet te Ixponeeren, is er voor„ te versoeken en de rest van koetsien en dit laatste zelfs is niet vrij van onsekerheeden zoo als dat nu blijkt wijl wij van de 1000. lasten die ede van daar verzogt hebben, door de onlusten, met sipoe sul„ „tan waarschijnlijk niets te wagtin hebben: hoe„ gewigtig dit poinct intusschen voor Ceilon is, is uijt zig zelven blijkbaar. Hierom is het dat we met den grootsten iever bedagt zijn op alles wat de landbouw verbeeteren kan, waar toe op ceilon groote koop is metde de komp: zig getrooft dat daar toe eenige ongelden gedaan worden. De gaanen, die nu steeds blijven voortduuken, zo niet geheel uitgewonnen ten minsten zeer merkelijk zoude verminderen, en zo ook 't voor eerst al haare tiendens bestaan kan, zoo is ir de groot „ste hoop dat de landbouw naarstig wordende in agt genoomen het ontbreekende hier zelfs zoude kunnen worden ingekogt; Behalven dat 't geld, hier door in het land zoude blijven dat nu door vreemden na buiten word uijtgevoerd, zoude dit ook van een aller gunstigsten in komp:e geeft Iaarlijks een heele groote som voor dat in kortig teid, deese Iaarlijkse, uijtgavens voor niet zo verre te brengen is dat de komp: van graanen aan vreemden uit. Met geduurende als „leen eenige agtereenvolgende Iaaren, te besteeden eenige matije som geld tot verbeteringen aan„ moediging van den land bouw verbeelden we ons „vloed zijn op den politiken staat van dit ters daer op moeten afwagten, alvoorens er ons verder over te kunnen uitlaeten §. 204. Bij die zelfde generaele brief begreepen wij ook om onse grootste benodigtheid van rijst van batavia reeds het nut van zo„ danig accoord tot het leeveren van ryst op Ceilon, als waer toe WE: de minsters thans hebben gequalificeerd en wij herhaalen dus de be„ ƒ tuiging van ons verlangen dat zulks tot stand werde gebragt, om daer door het verzenden van zoo veel scheepen met rijst van Batavia te kommen Eiland. 102 uijt uwer wel Ed: Hoog agtb: generaele missive van den 20. xber: 1787. dat g'insereerd is in onsen nedrigen brief aan H: H: E: van den 26. Januarij 1789. om zelv konnen menageeren, ons overigens refereerend aan ons voormelde schrijvens nopens deeze zaak Wij ons nedrig antwoord op §. 309. van 't Extra a 205. Met veel bevreemding hebben wij in de kolombosche hebben equipagie goederen daar bij vermeld door den wij verzoeken ons daar aan temogen gedragen en voegen resol: van den 16: Maij 1786. gereed te zijn bij ten allen te den kanende sestuijge gedaane opgave, vermeld bij dit ons antwoord met solemneele eede te bevestigen, wanneer gezien dat de Equipagie= toet mogte worden gevorgd. moop onde iet doen te moesten betaald worden niet goude of silvere spetien en die hadden meester te Kolombo An„ wij niet boven dien zijn de inkoopen gedaan na maete dat de dingen van teid tot tijd zijn noodig geweest dat we voor uijt en op eenmaal niet konden bestemmen, en zo de equipagie„ dringa bij berigt aan de meester Andringa deese inkoopen niet gedaen hadden, zouden we zoo als dat bij de bevinding gebleeken is, in de grootste verlegenheid geweest. zijn. We zouden geen middel gehad hebben om de retoerscheepen en andere van teid tot tijd ministers kennis heeft ingevallene scheepen nog ook de hier thuns hoorende vaartuigen, van de nodige equipa- „gie goederen te voorsien. — Het verschil tusschen de goude en silvere ope gegeeven, dat door hem ver„ „tien en onsen koperen munt 't zij hollandse duiten of doedoes was ter dier tijd reeds tot Equipagiem:r Andringa deese door hem scheide ankers en dreggen een ziek groote hoogte gesteegen, en wijl de ingekogte goederen met goude en silvere spetien hadde moeten betaelen, en daar en ook wanten waeren ingekogt, teegen voor 't geen de komp: daar van noodig hadden, van ons kopere munt moes„ „te ontvangen, kwam het ons zeer reede„ lijk voor dat hij daar voor wierde scha„ de eerste teegen 20½: ropij „deloos gesteld. Behalven de partijen die volgens onse reso t sento en de laaste teegen 182. ropijs. „lutien van den 16. maij 12. aug:s 1. en 9. 9ber: 1786. zijn engeneqenptember alkan „ aanbiedende dezelve met deren overgen bedragen rd:s 7293. 17— zijn nog met een advans van 25. p:r C=to vol- „gens resolutie van den 19. April 1787. 25. p:r C:o avans aan de komp: op een berigt van den geweesen hoofd adm: sluijsken, dat bij deese resol: is g'inse- „reert, overgenoomen. 6500. ellen Zijldoek â 15. stx: indias de el aftestaen, waar van 4000. „ breed everdoek. â 11. stx: indias de el 3000. „ smal do - „ Deese goederen hadde de Equipagiemeester Equipagieen: Andringa zijn ingekogt. Andringa mits ontstentenis daar van bij men b

NL-HaNA_1.04.02_3841_0161 view scan ↗

English

1037 2170 to the Company, supplied from his privately purchased stock, both for what had meanwhile been necessary here in the household and to meet the demands of the outer stations, which could not remain unfulfilled, we could not return them to him in kind as we had first thought, and we therefore, in accordance with the aforesaid resolution, as it went along, took as much as was needed, to be paid for in the manner that occurred. With our aforesaid resolution a list is transmitted among the appendices. On this list are also mentioned the goods that, according to our aforesaid resolution, were taken over from the Equipagemeester at such prices as are stated therein and together amount to rd:s 5477. 39½. to wit: 46. barrels of tar, at 16. rd:s the barrel 12. barrels of pitch at 15. rd:s 1500. skeins of sail yarn, at 4 to a lb: at 28. stuivers the lb: 100. tar brushes at 4. stuivers each 47. cables at 20. rupees the 100. lb: 27. sail bolt-ropes 6. steering rope hawsers at 15 1/8. rd: the 100. lb: 200: yards of port-cloth at 26. stuivers the yard. The equipage goods which, according to what was indicated in our aforesaid humble reply of 16 January 1787 to a report of the Head Administrator that is inserted in this resolution with the list of these goods, were, as appears from this report, purchased by the Equipagemeester Andringa, burdened at least with the interest, were, as appears from the aforesaid report of the Head Administrator, necessary, and they were taken over by us with an advance of only 5 percent. This purchase amounted, as appears from a list that is also transmitted among the appendices hereto, to rd:s 9432. 36½. Since then, no purchases of equipage goods have been made by us, because we were provided therewith according to necessity with the ship that arrived in the subsequent period. That the aforesaid purchases were made by us out of great necessity, and that we could not have managed without them, we have already taken the liberty of noting above. We made them as well as possible at the lowest prices for which we could negotiate them, and if Andringa, who delivered the same, also made some profit on those goods that were paid with 25 percent, that profit has undoubtedly for the greater part been absorbed by the goods that were all paid to him with 5 percent, and certainly could not make good what he had to lose on the difference in currencies. He declares, offering to take an oath and affirming to be ready to do so at all times if it should be required, that after deducting everything that must be charged according to a merchant's account against the aforesaid equipage goods delivered by him, taking the lots together that were taken over by the Company with the advances of 25 and 5 percent, he actually suffered a loss. Likewise we further find noted under 12 August that the Equipagemeester, having given prior notice of his purchased equipage goods, made the supplies specified there, among which were also 416 ells of Dutch and Moscow canvas, the Equipagemeester requesting that upon the arrival of the European ships one and the other might be returned to him in kind, or otherwise that the purchase items might be credited to him with 25 percent advance, whereupon on 1 September the latter part of this alternative was chosen, and the aforesaid paid to him in cash on the above-mentioned basis, with further authorization to purchase from private individuals 4600 ells of Dutch sailcloth at 21 stuivers the ell, decreed by resolution of 1 September 1786. 104 These are included under the purchase. 105 2171 It cannot appear other than extremely strange that at a time when the Company was in need of anchors, grapnels, and other equipage goods, the Equipagemeester makes a purchase of the same for his own account, and then presents them to be transferred to the Company with a 25 percent advance, and that the ministers accept this without pointing out to him that he ought previously to have informed the ministers from whom the equipage goods were to be obtained, in order 106 We have placed this order of your Right Honourable throughout Ceylon. in order to purchase them directly for the Company and thus not disadvantage the Company in such an indirect manner as he has now done. We not only expressly desire to be further enlightened as to the manner in which those purchases of equipage goods were made, but must again express our extreme displeasure at the conduct pursued by the ministers in this matter, further prohibiting in the most emphatic manner that any Equipagemeesters 2172 107 We request that this too may be regarded as answered by the foregoing. in India shall engage in any trade, by whatever name called, directly or indirectly, in equipage goods, of whatever sort or quality they might be, on pain of forfeiture of their office. And as the purchase from private individuals of a considerable quantity of sailcloth appears here again, we refer in this regard to what was written in our general missive of last autumn, §388, and desire that we 108 are also given the necessary explanation with regard to this purchase. §206. Concerning the two accounts of the Equipagemeester De Zille and the Dispencier Ranitz, regarding the cordage privately purchased by them and delivered to the Dutch Squadron, of which detailed mention is made in the Ministers' resolution of 15 February 1786, we must remark that from their resolution of the following 11 March, and the order established thereby,

Dutch transcription

1037 2170 bij de komp:e over verstrekt uijt zijn parti„ kulier ingekogte voorraad, zoo voor 't geen hier in de huijshouding, intussen was nodig geweest als ter voldoening van de eisschen van de buiten kantooren, die niet onvoldaan kon„ hadden gedagt, en we hebben ze hem daar van deese inkoop en van de inkoop vermelt bij natura niet te rug geeven, zoo als we eerst men dan ook volgens het partijen zedert uijt Europa ontvangen in voorm: besluit gaande om op die wijse als is geschiet moeten betaen weg, zo veel neemen zou„ voorsz: onse resol: gaat een lijst onder de Bij deese lijst staan ook verm: de goederen die de, als benodigd was ge„ bijlaegen over volgens voorsz: onse resol: nog van de Equipagiem: zijn overgenoomen tegens zodaenigen prijsen als daar bij bekent lijk wij ook verder - onder staan en met malkanderen bedraagen rd:s 5477. 39½. teweeten: den 12 aug:s genoteerd vin 46. vaten leek, â. 16. rd:s 't vat 12. „ haapuijs „ 1/20.„ „ pik 15. 1500. strengen zijlgaaren, van 4. op een lb: â den dat de Equipagiem: met 28. stux: 't lb: 100. teerquasten â 4. stuijv: ieder 47. „kel 0s /â 20. ropijen de 100. lb: voorkennisse van zijne in„ 27. zijl lijken 6. stuur reeps trossen } â. 15 1/8. rd: de 100. lb: 200: C: poortlaken â 26. stuijv: de De Equipagie goederen die volgens 't aangedee„ gekogte Equipagie goederen sene bij voorsz: onse nedrige beantwoording den 16. Januarij 1787 zin ae ent resolutie van op een berigt van den hoofdadministr:, had gedaan de aldaer ge„ dat bij deese resol: met de Notitie deeser goederen, is g'insereert, zijn blijkens dit berigt door den Equipagiemeester An„ „tende beswaard ten minsten met de intersspecificeerde verstrekkingen ze waaren zoo als dat blijkt uijt 't voorsz: berigt van den hoofdadministr: nodig en zijn ze door ons overgenoomen met een waer onder ook 416. ellen advans alleen van 5. p:r Cto Deese inkoop heeft bedragen blijkens een lijst, die nog onder de bijlaegen deeses over-holl:s en moscovise doek ver „gaat r:o 9432. 36. ½. zedert zijn geen inkoopen van Equipa„ met de nadien teid uijtgekoomene schip zoekende hij Equipagiem. gie goederen door ons gedaan, wijl we„ daar van naar benodigtheid zijn voorsig Dat de voorsz: inkoopen door ons gedaen zijn bij groote noodsakelijkheid, en dat bij arrivement van dat we het buiten dien niet zouden hebben kunnen stellen, hebben we hier boven reeds de vrijheid gebruijkt de Europiphe scheepen van aantemerken. We hebben deselven zoo goed mogelijk gedaen tegens de minste prijsen waar voor wij 1 ze hebben kunnen bedingen, en zoo een en ander hem en na= Andringa die deselve gelevert heeft, ook op die goederen, die tura mogt worden te rug met 25. p:r C:t betaald zijn, iets gewonnen heeft, is, die winst ongetwijsteld voor 't grootere gedeelte gegeeven 104 Deezen zijn begreepen onder de inkoop gegeeven of anders dat gedeelte geabsolveerd, door de goederen die alle met 5. p: rC:t aan hen zijn betaald, en sekerlijk niet hebben hem 't inkoops postende kunnen goed maeken het geen hij heeft moeten verliesen op 't ver„ „schil der munten. Hij verklaerd onder presentatie van eede en met 25. p:r C:o avans mogt betuigd gereed te zijn die ten allen tijde, als het mogte gevergd worden te doen, dat hij na aftrek worden goedgedaen, waer van alles wat na een koopmans reekening moet worden gebragt ten laste van de voorsz: door op den 1. September het hem geleverde Equipagie goe¬ „deren hij op de partijen door laatste lid van dit al„ malkanderen gerekend die bij de komp:e zijn overgenomen met de advancen van 25. en ternatief is verkooren 5. p:rC: werkelijk verlooren heeft. e en hem het voorsch= op den evengem: voet, Contant betaald, met verdere qualifikatie om bij partikulieren in te koopen 4600. ellen holl=s Zijldoek teegen 21. Stuivers deel: Het kan niet dan ten uiterste vreemd voor„ koomen, dat op een teid, dat g'arresteerd bij re„ „solutie van den 1 7ber: 1786. de 1ot 2171 de komp:s ankers en dreggen en andere Equipagie goe„ deren benodigd had, de Equi„ pagiemeester, een in„ korp van dezelven doed, voor zijne eigen Reekening, en dezelve als dan presenteerd met 25: p:r C:o avans, aan de komp:e overte doen, en dat de ministers zulx accepteeren, zonder hem onder het oog te brengen, dat hij de Ministers had behooren te vooren te informeeren, bij wien de Equipagie goede„ ren waaren te bekoomen geweest. om 106 we hebben deeze order van uwelEdele Hoog achtb: over al op Ceilon gesteld om dezelve direkt voor de komp:e in te koopen en dus de komp:e niet op zadac„ nige indirecte wijze, als hij nu gedaen heeft, te bena„ deelen. Wij begeeren niet alleen wel expresselijk nader g'elucideerd te zijn, langs wat weg die inkoopen van Equipagie goederen geschied zijn maar moeten wederom ons uiterst ongenoegen beloo„ nen over de handelwijs door de Ministers in deezen gehouden, verder op het nadrukkelijkst interdicee„ rende dat geene Equipa„ giemeesters 21n2 107 we verzoeken ook dit door het voorenstaande te moogen houden voor beandwoord. giemeesters in Indie eenigen handel hoe ook genaamd direct nog indirect zullen moogen drijven in Equipagie= goederen, van wat zoort of qualiteit die ook zou„ den moogen weezen, en zulx op peene van privatie van hunne bediening. En daer hier wederom de inkoop bij Partikulieren van eene aenzienelijke quan„ titeit Zeildoek voorkomt refereeren wij ons hier omtrend tot het geschree„ vene bij onze generaele missive in het laatstleeden najaar §388. en begeeren, dat ons 108 ons ook, met opzigt tot deeze koop, de noodige elucidaatsie word gegeeven. §206. Omtrend de twee Reekenin„ gen van den Equippagiemees„ ter De Zille en den Dispencier Ranitz, weegens de door hun partikulier inge= kogte, en aan het Hollandse Esquader, geleeverde touw„ werken waer van bij der Ministers Rezol: van 15e: Febr: 1786. in 't breede gesprooken word, moeten wij aenmeaken, dat daar uit hunne rezol:, van den 11. Maart daar aan volgende, en daer bij gestelde order

NL-HaNA_1.04.02_3841_0167 view scan ↗

English

order that henceforth, when providing cordage, the weight must always be stated, and furthermore, that whenever goods cannot be purchased for the usual price, qualification for a more expensive purchase must first be requested. It is sufficiently evident that the purchased goods have been charged at very high prices, as well as that on the account of the Master of Equippage De Sille a notable neglect has taken place by not having stated the weight of the ropes on the same, concerning which and the rest, as the account requested regarding this in a letter to Galle has not been accounted for as the Ministers had nonetheless ordered them to do, it must again be regarded as a great sign of misplaced indulgence and neglect of the Company's interest that they have passed such expensive purchases and made gross and questionable mistakes, about which we are exceedingly displeased; likewise, in case objection should be made in this country by the Boards of the Admiralty to the high prices and the Company should suffer any loss thereby, this will have to be charged to the account of those who approved the accounts. That the Lord Commander van Braam, having been requested to sign. That the Master of Equippage De Sille had declared that the gentleman officers of the national ship had refused, and likewise that they did not want to have anything to do with the weight, but wished to receive them under their own names and would receipt for them, as indeed they did. That he, the Master of Equippage, nevertheless had the cordage weighed in order to be able to account for it by weight to the Company. That the dispenser has stated that since cattle were [illegible] from the Galle and Matara districts, and that he therefore sent hired people to the [illegible] to buy up cattle, with which expenses, as well as with the charges he incurred for the care of those cattle, of which he always had to keep a good supply ready in order to be able to meet the demands of the warships made from time to time, the delivered cattle are encumbered, as well as with the loss of the cattle that consecutively died and went missing among those brought in, which caused the cost of the cattle to be so high. What the dispenser stated, that the Galle Korale and the Matara Dissavany could not [illegible] as for the squadron [illegible] a number of the cattle came to die, with which the accounts should have been debited along with the expenses for these cattle, is also quite plausible. Also, from the above-mentioned statements of the Lord van Braam, one may doubt all the less the statement of the Master of Equippage De Sille, namely that the gentleman officers did not wish to sign for the weight of the cordage. We have thought that we could and must acquiesce in these indications, and only take the liberty here to note that when subsequently the squadron under the command of the Lord Captain Commander Silvester arrived, it was proposed to his Honour, in order to avoid all uncertainties, to have the prices of the goods that had to be purchased stated on the Equippage receipts, but that his Honour declined this proposal, as appears from an advice recorded in our resolution of 31 October 1786, and adhered to the example of the Lord van Braam. We have also had the honour to report this to your Honours, and to this report the same answered by letter of 1 May 1787 that we had done well to leave the matter regarding the receipts of the goods provided for the service of the squadron according to the desire of the said Lord Silvester as they are charged, as had likewise subsequently been arranged prior to this during the presence of the Lord Captain Commander van Braam. We have sent this to all subordinate offices. Paragraph 207. The Ministers having requested, in their first-mentioned resolution, of the Galle servants a statement of the reasons why two members had dissented from the approval of the aforementioned accounts, we find the question also answered in a very unsatisfactory manner, by a pretense as if those members, out of ignorance of the subject being dealt with, had excused themselves from voting, for which reason we wish to have ordered those servants henceforth to make known the reasons for the dissents in their resolutions. Paragraph 208. It is remarkable that the 20 bales of coarse cinnamon sent here to Batavia by the Ceylon Ministers, with the request to receive them back if they could not be disposed of there, in order to distil oil from them then, because although it was somewhat coarse, it was nevertheless of good and sound taste, were returned by your Honours, and it was judged therewith that this cinnamon is suitable neither for sale nor for the distillation of oil. We must infer from this that either on Ceylon We have [illegible] and 4 bales or 1600 pounds of cinnamon, [illegible] members who attended the distillation, distilled therefrom 6 pounds and 12 drachmas of cinnamon oil. It is also indicated therewith that from 49664 pounds of cinnamon distilled from the year 1784 to the year 1789, in which the aforesaid 1600 pounds are not included, came 105 pounds 13 ounces 7 ½ drachmas, being on average calculated at two pounds two ounces 7/8 drachmas from each thousand pounds, showing how it is usually distilled and that this cinnamon is usually used for the distillation of oil, as appears from an accompanying copy report of the apothecary Strasburg.

Dutch transcription

109 2173 order, om voortaen bij het verstrekken van touwwerk telkens het gewigt te stel„ len mitsgaders om wan„ neer den inkoop der goe„ deren, voor de gewoone prijs niet kan geschieden, als dan eerst qualifikatie tot eenen duurder inkoope te moeten verzoeken ge„ noegzaem blijkt, dat de ingekogte goederen teegen zeer hooge prijzen zijn bereekend, als meede dat op de reekening van den Equipagiemeester De Sille een aanmerke„ lijk verzuim heeft 110 2 op de verandwoording hier over gevraegd bij een brief na Gale heeft plaats gehad, van het gewigt der touwen op dezelve niet bekend te hebben gesteld, omtrend wens nat onder de bijldegen dieh hebbende bediende ne blije welk een en ander, noch Dat de heer kommandeur van Braam verzogt zijnde om hegenseenede zlle deeer zidee degededehe ze hee te zullen teekenen. Dat de Equipagiemeester de sille had betuigd, dat de heeren officieren van 's landsscheepe gewei„ geren hadden, van ouuijer koj het gewigt of met be„ ven verandwoord, zoo gelyks datze daermeede niet wilde te doen gebe bij hun eige naemen wilde ontvangen en daer voor zouden quiteeren gelijk ze dat ook gedaan hebben. Dat hij e qu als de Ministers nogtans pagiemeester het touwwerk niet te min heeft doen neegen, om dat bij de komp: bij het gewigt te kunnen verandwoorden. Dat beduispencier datste oorls heeft opgegeeven, dat zeedert hun gelast hadden te doen van koebeesten uit de gaalsche en Matureesche distrigten geworden waeren, en dat hij derhalve gehuurd volk na de om beesten op terkoopen met welke onkoot oe zenden het mids dien wederom als met de ongelden die hij tot oppassing van die bees„ ten, waar van hij altijd een goede voorraed heeft moeten gereedhouden om de eisschen van de oorlogscheepen die van als eene groote blyk van tijd tot tijd gedaen wierden, te konnen vold de geleeverde beesten bezwaerd zijn, als ook met 't verlies van de baesten die er successive onder de aengebragte gestorvene en vermist zijn waar door de koning verkeerde indulgentie en van de beesten zoo hoog heeft koomen te staan. 3 Het geen de dispencier heeft opgegeeven dat de gale korle en de Matureesche Dessavonij niet konde hoorgwanren, weerkorbe soen als voor het Erquader veronagtzaeming van 'Skomp: notgaaren a te beeste een partij zijn koomen te ster„ ven, waarmeede de met de onkosten van deeze beesten de reekeningen hadde moeten worden bezwaerd, is ook belang moet worden aenge heel aenneemelijk. ook mag men uit de hier bovengem: verklaeringen van den Heer van Braam, te minder twijffelen aan het gezegde van den Equipagiemeester de fiele, dat na„ merkt dat zy zodaenige mentlijk de weeren officieren voor het gewigt der tou- werken niet hebben willen teekenen. duure inkoopen en gedaene grove en bedenkelyke abuise gepasseerd N # 2174 gepasseerd, waer over wij ten hoogsten ontstigt zijn, gelijk ook ingevalle door de Collegien van de admiraliteit hier te lande bedenkelijk heid op de hooge prijzen mogt gemaakt worden en de komp=e hier door eeni„ ge schaade mogte lijde, zulx ten lasten der geenen die de reekeningen hebben goedge„ keurd zal moeten worden gebragt Wehebben gemeent in deeze aenwijzingen §n 207. De Ministers bij hunne te kunnen en te moeten berusten, en neemen de vrijheid hier nog alleen aentemerken, dat toe vervolgens gekoo-eerstgem= rezol: van de Gael„ men is het esquadea onder bevel van de heer kapitain kommandeur Silvester zijn E: is voorgesteld om ter voorkooming van alle onzeekerheeden de prij-sche bediendens verlangd zen der goederen die moeste worden ingekogt bij de Equi„ pregee quitantien te doen bekend stellen, dog dat zij hebbende, eene opgaeve der E: dit voorstel heeft gedeclineerd, blijkens ien adves heb ingeschreeven bij onze resol: van den 31. oktober reedenen, waerom twee leeden 176. en zig heeft gehouden aan het voorbeeld van den Heer van 8 in erd 112 „strekte goederen volgens de begeerte van welmelden weer Silvester zoo te laaten, als dezelven zijn belast. 113blijk verstooken. treel olie van Braam hier van hebben wede der ghadst, in de goedkeuring der voorm: W: Ed: berigt tedoen, en in dit berigt hebben hoogst dezelve bij missive van den 1 May 1787. berusten gart,„ Reekeningen hadden gedissen„ woord, dat we hadden wel gedaan om het met de reci„ ven van de ten dienste van het Esquader ver„tieerd, vinden wij de vraag almeede bij vervolg op geschikt geweest bevoorens bij het aenweezen van den heer kapitain kommandeur van Braam. eene zeer onvoldoende wijze beandwoord, door een voor= geeven, als of die Leeden uit onkunde van 't onder= werp waer over men han„ delde, zig van 't voteeren ge-excuseerd hadden, waerom wij die bediendens willen gelast hebben, om voortaan de reedenen van de dessen¬ we hebbendit na alle de onderhoorige kantooren tien bij hunne resolutien te doen bekend stellen Wij hebende en 4 baen of 0e onden kaneel 208. Opmerkelijk is 't dat de door van Justitieele leeden die de verstokken g bij alwoond zijn, daer uit gestookt 6. ponden en 12. dradra kan „ de Ceilonsche Ministers Hoe naer 113 2175 port van den apothekar Strasburg neel verstrokt van het jaar 1784. tot 't jaar 1789. waer onder de voorsz: 1600: ponden niet begreepen zijn, zijn gekoo„ men 105. ponden 13. onsen. 7. ½. dragma, zijn„ de door malkanderen gereekent twee ponden twee oncen — 7/8 daagena uit elk duizend voe weldogaans gestookt wod dit de komel de hier naar Batavia verzondene toe het stooken van olie gewoonlijk word gebruikt blijkt dit een nog hier nevens gaende kopij rap„ 20. baalen groove kanneel, rug te bekoomen, indien ze as„ c aldaar, niet konden van de hand gezet worden, om als dan daer van olie te stooken, de„ wijl ze wel wat groff, maar nogtans van goede en deugdzaeme smaak was, door UE: terug ge„ zonden, en daer bij geoor„ deeld is deeze kanneel noch tot den verkoop, noch tot het stooken van olie diens„ tig te zijn wij moeten hier uit opmaaken, dat of op Daar bij word aengeweezen, dat uit 49664. ponden kan„ met verzoek om dezelve te Ceilon bond.

NL-HaNA_1.04.02_3841_0172 view scan ↗

English

114 we shall dutifully comply with this, and the honor [illegible] expected in this carrier. Ceylon, or on Batavia lacks sufficient knowledge precisely to judge the cinnamon, further desiring to know what was done with that cinnamon. Section 209. Since the Ministers have to send these specifications with the packet boat, to your Honors specified the already expended and that which is yearly expended for the planting of cinnamon, we desire that they shall also give us such a specific specification. Section 210. From what was imparted by 115 2176. the ministers we have seen that the repatriated Dessave de Cock, upon encouragement of the late Governor Falck, for his own account and expense, having laid out several cinnamon gardens in the Colombo Dessavony, in order also to stimulate others to this work by his example, upon his departure had demonstrated this to the present Governor, and requested him that the 116 the Company would agree with his authorized agents in a manner that could indemnify him, and that among these were found six gardens, which by virtue of the favorable reports thereof given by express committee members, were taken over for the Company subject to your Honors' approval at 4000. rixdollars, which gardens consequently, besides other lands which the aforesaid Dessave de Cock had already partly caused to be 117 2177 Honorable Worships be so good as to declare themselves here former Dessave de Cock, this very useful shall encourage, seeing that these faithful efforts cleared and planted, and of which the authorized agents had relinquished, were taken into the Company's properties in the Registers of the Cinnamon Gardens; as also some areca gardens laid out by the aforesaid Dessave De Cock, which arrangements we, by virtue of the considerations by the Ministers on this we are extremely sensitive to the very favorable manner in which this disposition of ours was also approved by your Noble respect made, approve, deep gratitude. We remain assured that while we have seen with pleasure the very encouraging manner in which your Noble Worships the zeal and the fidelity with which over the zeal and fidelity with which the the good purposes of work, all good servants remarkably the 118 in such an encouraging manner are remarked. Governor Falck for the advancement of the cinnamon work were seconded by the aforesaid Dessave De Cock, heartily wishing that his meritorious conduct may serve as an to do well, by your Noble Worships on the aforesaid Dessave De Cock [illegible] encouragement to others. The papers received regarding this we shall have the 21. Since it can be of honor to send to your Noble Worships with the expected use that one here in the packet boat, in May next. That we do not already do this now, is because we imagine that it will be country is informed agreeable to your Noble Worships to receive therewith the clarifications that can serve to a more easy of the differing opinions judgment of this work and the writings mentioned here in the margin and further received regarding it. We hope meanwhile that the same may in no respect disquiet concerning the planting of your Noble Worships. cinnamon, clearing of the All doubts regarding the usefulness of this work are forests, and granting contradicted by experience. 119 2178 granting of the lands to the Company's servants, we desire that there be sent hither the memoir submitted by the Chief Administrator Sluijsken on the occasion that those matters were treated in the Colombo council, together with the Note of the Dessave Billing upon the same, and the counter-remarks against it from the Chief Administrator, which documents are not inserted in the resolution, but were sent 120 in copy to Batavia by the Ministers. Section 212. We cannot repeat We shall take this recommendation of your Noble Worships as a dutiful enough the recommendation directive; also nothing is spent that is not very usefully made repeatedly to indeed applied; meanwhile we request permission here humbly to remark use all frugality, and since that the promotion of the cinnamon work and the promotion we perceive from the Ministers' of the planting of pepper and coffee and other products are all letters that in order to guard matters that, because of their great importance, we cannot the cinnamon gardens and sufficiently recommend, and we hope that it will appear in Marendans for which care a few years how greatly the state of the Company on this must be taken on the Company's island will have been improved thereby. behalf, a number of about We are therefore humbly of the opinion that all these things, 685. heads is required, according as our rice supply can permit, must be pursued we order your Honors the Ministers with all possible zeal. as much as possible to observe frugality in the employment of those men.

Dutch transcription

114 we zullen hier aan schuldpligtig voldoen en de eere vie er in dit dragaer verwagth. Ceilon, of op Batavia de genoegzaeme kunde ontbreekt, om Juijst over„ „de kanneel te kunnen oordelen „dealen, verlangende voorts te weeten, wat 'er met die kaneel gedaen is. §209. Vermids de Ministers aan reeds bekostigde en het geen Jaarlijks tot de aenplanting van kanneel bekostigd word begeeren wij dat zij ons meede eene zoo specifique op= gaeve geeven zul„ len. § 210. Uit het bedeelde door hebben deeze opgavens te zenden met de pakelboot, UE: opgeeven het de 115 2176. de ministers hebben wij gezien, dat de gerepa„ trieerde Dessave de Cock, op aenmoe„ diging van den overleedenen Gou= verneur Falik, voor zijn eigen reekening en kosten, in de kolombosche ^ verscheide kaneel Des savonij-tuijnen hebbende aengelegd ten einde ook anderen, door zijn voor„ beeld, tot dit werk op te wekken, bij desselfs vertrek dit aan den teegenwoordigen Gouver„ neur had vertoond, en hem verzogt dat de 116 de kompenie met zijne gemagtigdens wilde overeenkoomen op eene wij die hem konde schaedeloos stellen, en dat onder deeze waeren bevonden ses tuijnen, die uit hoofd van de gunstige rapper ten daer van, door expresse gekommitteerdens gegee„ ven, onder uE: approba„ tie â 4000. rd s voor de kon penie waeren overgenoo„ men, welke tinnen dien„ volgens beneevens noch „gronden andere goederen, welke weezene dessave de Cock reeds gedeektelijk had laeten 117 2177 Hoog achtb: zoo goed zijn zig hier te verklaeren weezen dessave de Cock, dit zeer nuttigan zal aenmoedigen, ziende dat deeze getrouwe pogingen laaten zuijveren, en be„ planten en van welke de gemagtigdens afstand hadden gedaen, onder Comp. s eigendommen, bij de Registers van de kanneel Tuijnen inge„ „noomen waaren; zoo als ook eenige Arreekes tui„ nen voorm:e Dessave De Cork aengelegd, wel„ ke schikkingen wij uit hoofde der Consideratien, door de Munsters, op dit wij zijn ten hoogste gevelig aan de zeer gunstige rijze waar op ook door uwEd: Hoog achtb. deeze onze dispositie is goedgekeurd, en betuigen daer voor onze respeikt gemaakt, approbeeren diepe erkentenis. Wij houden ons verzeekert dat de zeer aanoedigende wijze waerop uwel Edele terwijl wij met genoegen over den iever en trouwe, waermeede de ge„ hebben gezien, den iever werk heeft behartigd, alle goede dienaeren merkelijk ein de trouwe, waermeede mum geme. de 118 zoo een oprekkende wijze zijn geremarkeert. de goede oogmerken van den Gouverneur Falik ter bevordering van het kanneel werk heeft gesecundeerd, van harten wenschende, dat zijn verdienstelijk gedrag ande„ ren tot opwekking mach om wel te doen, door melEd: Hoog achtbaere op gem: Dessave de Cork steed Strekken De daer over ingekoomene papiere zullen 21. Daar het van nut kan wij de eere hebben uwel Ed: Hoog achtb: met ^ verwagt zijn, dat men hier te wordende paket boot, in Maij aenstaende te zen„ den: Dat wij dit nu niet reeds doen, is, om datwe ons verbeelden dat het uwel Ed: Hoog achtb: wel Lande ge- informeerd gevallig zal zijn, daer bij te ontvangen de ophel„ deringen die strekken kunnen, tot een gemakke „ word, van de verschillen„ lijker beoordeeling van dit werk en de hier ter zijde vermelde en verdere daer over ingekoomene de gevoelens, over de geschriften. wij hoopen intusschen dat dezelve uwelEdele Hoog achtb: in geen opzigten mogen aenplanting der kanneel ontrusten. Alle twijfelingen over de nuttigheid van det werk Schoon maaken worden door de bevinding wedersprooken. der bosschen, en 't uijt„ geeven 119 2178 geeven der gronden aan 'skomp:s Dienaaren, ver„ langen wij dat herwaards werde overgezonden de memorie door de Hoofdad¬ ministrateur Sluijsken over gegeeven bij geleegendheid dat 'er over die materien in den kolomboschen raad is gehandeld beneevens de Nota van den Dessave Billing op dezelve; en de kontra aenmerkingen daer teegen van den Hoofd„ Administrateur, welke stukken niet in de reso„ lutie zijn g'insereerd maar door de Ministers in 120 in kopij naar Batavia gezonden § 212. Wij kunnen niet genoeg her„ Wij zullen deeze uwel Edele Hoog achtb: recomman„ deatie tot schuldig narukt neemen, ook word haalen, de te meermaele 'er niets uitgegeeven, dat niet zeer nuttig word gedaene rekommandatie besteed, intusschen verzoeken we verlof hier nedrig te moogen aenmerken, dat de bevordering van het kanneel werk en de bevordering om toch alle menage te van de aenplanting van peeper en koffij en andere produkten, alle zaaken zijn, die gebruijken, en daar we om derzelver groot belang niet ge„ wij uit der Ministers noeg kunnen aenprijzen, en wij hoopen dat het en korte Jaaren blijken zal hoe zeer den staat van de komp:e ten deezen eilande daerdoor Brieven ontwaeren, dat zal zijn verbeeterd. wij zijn daerom nedrig van gevoelen, dat alle deeze dingen na maakte dat onze rijst om de kanneel tuijnen, voorraad dat toelaaten kan, moet alle mo„ en Marendaans waer voor gelijke ijver dienen te worden voortgezet. 'Skomp:s weege moet worden gezorgd gade te slaan, ver„ eischt word een getal van onge„ vaar 685. koppen, gelasten wij WE: de Ministers, zoo veel mogelijk de menage in het emploij dier man

NL-HaNA_1.04.02_3841_0179 view scan ↗

English

121 1179 along with the aforementioned proceedings. He hopes in the most cordial manner that he may be fortunate enough to continuously give satisfaction to Your Right Honorable and Worshipful Noble Lordships, to which end he will always apply himself according to his ability. Section 213. Although we have found much reason to be satisfied with the conduct of Governor van de Graaff here, and we can show him our pleasure, especially regarding his zeal in the continuation of the planting of cinnamon, the clearing of the forests, and in encouraging the cultivation of areca, coffee, and pepper, as well as in increasing the Company's revenues through useful establishments The first undersigned Governor is very sensitive to the highly favorable satisfaction that Your Right Honorable Lordships are so good as to take in his efforts for the promotion of these to recommend men. and alterations in the leasing of the Domains, as well as in the agreements made regarding the pearl fishery and the trade on the opposite shore; We have on more than one occasion taken the liberty to point out that if the Company is to derive from this island all the advantages that it can yield, some subordinate European servants in the department of land administration are absolutely necessary if things are to go well. we cannot, however, deny that the reproach is by no means unfounded which Your Honors Ensign Mitman, whom we had in mind as overseer over the plantations and who had much inclination and aptitude for that work, was, because Their High Noble Lordships rejected our humble proposal, immediately replaced in the Company where he belonged. He was therefore employed at the plantations for only a short time, and nevertheless it soon became very clearly apparent, especially with the planting of pepper, that one could with good reason have the favorable prospects of the utility he would have rendered here, had he been allowed to remain employed in it. make concerning the overseer over the plantations proposed by the Ministers, namely that it appears to Your Honors Under his supervision, a great multitude of pepper vines, which he had searched for wherever they could be obtained, were planted along the road from the small pass to Kotta, which have already been bearing fruit since last year, and are now of considerable service to us in making new plantations. Up to now, one cannot find as if the Ministers seek to seize all opportunities to increase the to 122 123 2180 with so many vines as one could use, and without the plantations made by Mitman, we would be even more at a loss for them. expenditures, instead of attending to economy therein. And it is for that reason, as well as because we believe we have not perceived in all the actions of the Governor that economizing which the Company's interests presently so greatly require, that we most strongly recommend this important point to him and order Your Honors to pass nothing that can increase the establishment beyond great necessity, as the burdens 124 of this government increase from year to year without a sufficient reason presenting itself for it, these having risen again this year ƒ103814. 10. 12. higher than in the preceding year. Section 214. For the reasons given, we strongly approve that Your Honors have refused the gratuity which the Ministers had requested for the Commander at Gale, the Dissave at Mature, and the overseer of the Gale Corle, as compensation for certain abolished revenues which 2181 had been introduced through nothing other than bad practices. And since the Ministers have made further proposals to Your Honors concerning this gratuity, we shall await the same before explaining ourselves regarding the request of the Ministers that the areca that comes in from the compulsory areca gardens be ceded to them during the time that the gratuity could not be made good from the planted areca gardens. We 125 126 We have nevertheless wished to submit for Your Honors' consideration in this regard, whether it might not be serviceable to allow the aforementioned servants some interest, specifically on a percentage basis, in the newly laid-out areca gardens, whereby we believe that their cultivation would be promoted, and at the same time a proper gratuity could be provided to the servants, without having to assign for that purpose revenues which properly

Dutch transcription

121 1179 nevens verm: verrigtingen. hij hoopt op de wartelijkste wijze, dat hij gelukkig genoeg mag zijn om uwelEdele Hoog achtb: en W: H: Edelheeden bij voortduuring genoegen § 213. Schoon wij veel reeden hebben De eerst ondergeteekende Gouverneur is zeer gevoe„ gevonden, om over het be„ lig aan het hoog gunstig welgevallen dat uwel Ed: Hoog achtb: zoo goed zijn te neemen in zijne pogingen ter bevordering van de hier Hier van den Gouverneur van de Graaff te vree„ te geaven waer toe hij zig steeds na vermoo„len te zijn, en wy hem ons genoegen kunnen betoonen, in 't bijzonder over zijn yverin de voortzetting der aenplanting van de kanneel, het schoon mae„ ken der bosschen en in het aenmoedigen der kul„ tuure van arreek, koffij en Peeper, als ook in het vermeer deren van skomp:s inkomsten door nuttige inrichtingen gen bevlijtigen zal manschappen te recomman„ deeren tie 8 2 en veranderinge in de ver pagting der Domainen als ook in de gemaakte overeenkomsten omtrend de paarl visscherij en den handel op den overwal¬ We hebben bij meer dan eene geleegendheid de vrijheid gebruikt aentewijzen dat zoo de komp:e kunnen wij egter niet ont„ van dit Eijland trekken zal alle de voordeelen die het geeven kan 'er eenige ondergeschikte Eu„ kennen, dat de repro„ ropeesche bediendens in het departement van het landsbestier volstrekt noodig zijn, zullen de che, gantsch niet dingen wel gaan. De vaendrig Mitman die we tot opzigter over de ongegrond is, welke wE plantagien hadden in 't oog genoomen en veel lust en geschiktheid tot dat werk hadde is wijl hunne Hoog Edelheeden ons nedrig voorstel hebben afge„ doen omtrend de door keurd ten eersten wederom geplaatst bij de komp:e waar bij hij hoorde. Hij is dus maar de Ministers voorge„ korten tijd bij de plantagien g'emploijeerd ge„ weest, en des niet teegenstaende bleek het draegen opzigter over de reeds zeer zigtbaar inzonderheid met het aenplanten van peeper dat men met veel plantagien, dat het wE: gronds de gunstige voor uitzigten hebben konde van het nut dat hij hier bij zoude hebben ge„namentlijk voorkomt, daen, zoo hij daerbij hadde moogen blijven g'emploijeerd: onder zijn opzigt zijn een groote meenigte peeper als of de Ministers ranken die hij overalwaer ze te kreigen waeren, heeft doen opzoeken, aengeplant op de weg alle de geleegendheeden van het kleine pas na kotta, die nu reeds zeedert voorleeden Iaar vrugten geeven, en ons tans merkelijk van dienst zijn, om nieuwe zoeken te arrivieeren over de dioen aenplantingen te doen. Men kan tot nog toe niets te 122 123 2180 met zoo vel anken inden als men zoude kun, te vermeerderen, in plaats nen gebruiken en zonder de aenplantingen door om verleegen zijn. daerin te behartigen En het is uit dien hoofde als meede om dat wij in alle de handelingen van den Gouverneur niet dat menageuse meenen bespeurt te hebben het welk komp:s belangen thans zoo zeer vereisschen, dat wij hem dit aengeleegen poinkt ten sterksten rekommandeeren en UE: ge„ lasten niets het geen den om„ slag buijten groote noodzaeke„ lijkheid vermeerderen, kan te passeeren daar de Lasten Mitman gedaen zouden we er nog veel meer van de menagie daerin van 124 van Iaar tot Iaar, ten deezen gouvernemente aangroeien zonder dat zich daer voor eene voldoende reeden opdoet, zijnde deeze al wederom dit Iaar ƒ103814. 10. 12. hooger geklom men dan in het voorgaende §. 214. Om de gegeevene redenen approbeeren wij zeer dat wE. hebben afgeslaegen, het Dou„ ceur het welk de Minister verzogt hadden, voor den kommandeur te Gale, Des„ Jave te Mature, en op zigter der Gale korle, tot vergoe„ „ding van zeekere afgeschef„ te inkomsten, welke met 2181 niet dan door slegte ge„ bruiken waeren ingevoerd. En vermids der Ministers om„ trend deeze douceur noch nader voorstellen aan UE: hebben gedaan, zullen wij dezelve afwagten alvoorens ons te expliceeren over het verzoek der Ministers dat de arreek welke uit de verpligte Arreekstuinen inkomt, geduuren¬ de den teid, dat uit de aengeplante Arreeks túijnen het douceur niet konde worden goedgemaakt, aan hun zou worden afgestae. wij 125 126 wij hebben WE: niet temin daeromtrend in Conside„ ratie willen geeven, of niet dienstig zoude kun„ nen weezen, de bediendens voorn. eenig intrest en wel percents geweis in de nieuw aengelegde arreeks tinnen toetestaan, waar door wij vermeenen dat derzelver Culture bevorderd, en tevens de bediendens eene behoorlijk douceur zouden kun nen worden bezorgd zonder dat men daertoe zoude behoeven te affec„ teeren inkomsten, welke eigentlijk

NL-HaNA_1.04.02_3841_0185 view scan ↗

English

should strictly belong only to the Company. Paragraph 215. The Dessave of the Matura Korle being bound to deliver 10,000 lb of cardamom yearly at a fixed price, and having delivered only 441 lb in 1784/5, without any mention being made at the time as to why that harvest was so small, nor it being found that the Dessave has paid the established fine, we therefore desire that the Ministers shall provide us with the necessary elucidation in this regard. The delivery of cardamom had for some time fallen considerably into decline. At the time the first-undersigned Governor took up authority at Galle in the year 1784, he went to Matura, among other things, to see how this might best be remedied. At that time, he imposed an annual delivery of 10,000 lb upon the Modliar of the Morruakorle. The delivery made pursuant to that was first received for the account of the year 1785/6, and although these 10,000 lb have not since that time been delivered in full each year, yet much more has been received than formerly, as has been pointed out in the successive letters to Your High Noblenesses in the usual place. The established fine for whatever is delivered short of the designated 10,000 lb we have only partially enforced, for equity requires that one should be somewhat accommodating in this matter according to circumstances. The cardamom is purchased in the King's country, and the quantity of the lot collected often depends on matters that are entirely beyond the control of the buyers, however much in good faith they may apply themselves to it. By acting too severely in this, one would find no one willing to undertake its purchase. Paragraph 216. Concerning the introduced lease on the export of Jager wood and Jager laths, as well as regarding the doucurs which have been granted therefrom to Jaffna servants, we shall explain our position on a further occasion. We nevertheless always consider it very necessary that careful attention be paid so that this export may not tend to the inconvenience or disadvantage of the Company, regarding which it will be agreeable to us to be informed of the present excess amount of the contracted timbers beyond what they previously used to cost by compulsory delivery. Although during the time the leasing of the Jager woods took place the export of Jager laths was not particularly large compared to former years, we have nevertheless, as will be shown below in the usual report to Your High Noblenesses, not allowed their export to be leased out this year, in order to have it more in our power to regulate it according to circumstances. The Jager woods which formerly were paid at 9 stuivers for each Jager wood of 2 from a tree, 4½ stuivers for each Jager wood of 3 from a tree, 24 stuivers for ditto of 4, and rd 1. 12 for 100 laths, have since been paid at 32 stuivers for each Jager wood of 2 from a tree, 16 stuivers for each Jager wood of 4 from a tree, and rds 3. 12 for 100 Jager laths. Notwithstanding this increased price, a small stuiver has still remained each year from this lease on the export of timbers upon which the increased price is charged. Paragraph 217. It appears to us exceedingly strange that the Ministers, in order to teach the natives on Ceylon paddy planting, which they considered far more advantageous than sowing, kept a team of Chinese who were stationed on the ship Sparenrijk and who, as they say, were all agriculturalists, for the period of a year, with a further request to Your Honours to engage some more Chinese for that same purpose, as well as for the cultivation of coffee and pepper, and to send them under very favorable conditions to Ceylon, whereas Your Honours state that that nation in that country did not occupy itself with paddy planting at all. The captain of the ship Sparenrijk, Heemstede, having been requested by the first-undersigned Governor to inquire among the Chinese he had on board whether there were agriculturalists among them, specifically whether there were such who understood paddy planting and were inclined to remain here for a year, reported that they all assured him they understood this work and were moreover very inclined to remain here for a year. Since, however, it subsequently appeared that they showed no great aptitude, or at least not much zeal for it, they were sent back on a ship to Batavia after having been employed in this for a year. Since then we have made efforts to encourage some agriculturalists from the Madura coast, but in this we have been able to succeed with only a very few. These have, however, by what they have accomplished, already done much good to kindle a desire for it among the Ceylon inhabitants on this side. By steadily commending this work to the inhabitants, as we do, we are not without hope that it will also be brought into practice here, as the inhabitants see by experience what great advantages this offers over non-transplanting. These Madurese people have, among other things, planted a small piece of land near Colombo with the seedlings originating from about ¾ parra of paddy, from which, although the soil was only moderately good, 34 parras of paddy were harvested; un-transplanted, at best 8 or 10 parras would have come from it. Among the Javanese convicts who come over to Ceylon from time to time, we have not been able to find any agriculturalists so far; they are for the most part ruffians who appear in their country to have occupied themselves with entirely different matters.

Dutch transcription

127 2182 eigentlijk alleen behooren te koomen aan de maat„ schappij § 215. De dessave van de Marica De Leverantsie van kardamom is een tijd lonij vrij wat in verval geweest ten tijde dat de eerst korle verplicht zijnde, ondergeteekende Gouverneur het gezagte Gale in het Jaar 1784. waernam, is hij na Mature teegen een bepaal„ geweest om ook onder anderen tezien, hoe dit best konde worden verholpen. Te dier tijd heeft hij de de prijs 10'000. lb: kardamon modliaer van de Morruakorle een leverantie „van 10000, lb: 'sspars oegelegt do de leverantie die ingevolge van dien is gedaan, is eerst inge„ te leeveren, en in 178 2/5. maer koomen voor reekening van het Iaar 178 5/6 en en schoon ook wel deeze 10'000. lb sjaars, zeedert dien tijd niet voluijt geleeverd zijn geleeverd hebbende ƒ is 'er nochtans veel meer ingekoomen dan eertijds zoo als dat bij de successive brieven aan 441. lb: zonder dat toen W: W: E: op de gewoone plaats is aengeweezen tijd, eenige melding De gestelde boete voor het geen minder ge„ leeverd word dan de bepaalde 10'000. lb: hebben we alleen gedeeltelijk doen betaelen gemerakt is, waerom e want de billijkheid vorderd om daer in na limate van de omstandigheeden wat inschik„ die inzaem zoo gering kelijk te zijn. „JsKoningh Kim De kardamom word in sp land ingekogt, is geweest, noch dat en hangd de hoeveelheid van de partij die ingezameld word veel tijds af van zaeken men vind dat de Dessa„ die geheel zijn buiten het berijk van de inkopers, hoe zeer ze zig ook ter goeder trouw daer ve de vastgestelde boete op toekleggen Met daar in alte streng te handelen zoude men niemand vinden, die zig met den inkoog heeft betaald, zoo begeeren wi daer van zoude willen Chargeeren. dat de Ministers ons hier. 128 hier omtrend de nodige elu„ cidaatsie geeven zullen § 216. Omtrent de ingevoerde Schoon geduurende de tijd dat de verpagting van de Iagerhouten heeft plaats gehad den pacht op den uitvoer intvoer van Iagerlatten Iuist met zoo heel groot is geweest in vergelijk van voegere jae van Jagerhouten en Jager„ ren hebben we nogtans zoo als dat hier on„ ƒ der bij het gensoon verslag aan hunne hooglatten zoo als ook Edelheeden staat te worden aengeweezen den uit„ voer daer van dit Iaar niet laaten verpag „ omtrend de dou= ten, ten einde het temeer in ons vermogen te hebben, om die na maate van de omstan„ceurs welke daer uit digheede te bepaalen. De Iagerhouten die certijds betaeld zijn met 9 stuwvers voor ieder aan Jaffanasche bedien„ Iagerhout van 2. uit een boom. . . . . . 4½. stuiv. s voor ieder Jagerhout van 3. uijt een boom dens zijn toegelegt, zullen „. „ d=o 24. „ rd: 1. 12. —. „ 100 latten zijn zeedert betaeld wij ons bij eene nadere met 32 stuivers voor iesser dagerhout van 2 uit den boom 16. stuivers voor ieder Jagerhout van 4. uit een boom en rd:s 3. 12. voor 100. Jagerlatten. geleegendheid verklaeren Nietteegenstaende deeze verhoogde prijs is 'er van deeze pagt op den uitvoer der hout„ werken waer op de meerdere prijs belast is daer wij niet te mijn het elk Jaar nog een stuwertje overgeschooten. alteid zeer noodzaeke lijk beschouwen dat ver zorgvuldig werde gelet na dat die uitvoer niet strekke tot ongerief of 129 2183 of nadeel van de komp=e waeromtrend het ons aengenaem zijn zal geinformeerd te werden, van het Jeegenswoordig meerder bedraagen der aenbesteede houten, boven het geene dezelve te vooren bij verplichte leverancie pleegen te kosten § 217. Het komt ons ten uittersten De kapitain van het schip Spaerenrijk Heem door aere, den eerst ondergeteekende gouverneur verzogt vreemd voor, dat de zijnde, dat hij bij de Chineesen die hij aan boord het had wilde verneemen of 'er landbouwers onder Ministers om het Nelij waeren, speciael of 'er zulken onder waeren, die zig verstonden op het nelie planten en geneigt wae„ planten den inlanderen aeke den om hier een jaar over te blijven, deed berigt dat ze alle verzeekerd hadden dit werk te op Ceilon te leeven, het verstaen, en daer bij zeer geneegt waeren hier een Iaar overteblijven. wijls het nogtans welk zij voor veel voor„ gelet naderhand gebleeken is, dat ze daer toe niet veel geschiktzijkheid of ten minsten deeliger dan het zaaijen niet niet veel iever toonden, hebben we zig ' jaars daer aen geëmploijeerd op een schip naer rief gewoonste na Batavia te rug tegezonden, hielden, een ploeg Chineesen zeedert hebben we moeijte gedaen, om eenige t landbouwers welke i gehoouden welke op het schip Sparen„ landbouwers van de Madureesche kust aen„ temoedigen, dog we hebben daer in niet dan voor„ rijk bescheiden waaren eenige weinige kunnen slaegen. Deeze hebben, nogtans door het geen ze verrigt hebben, notans en welke zoo zij zeggen on her reeds veel goeds gedaen, om de lust daer toe bij de Ceilonsche ingezeetenen den deeze kant te ontsteeken; Met dit werk alle landbouwers waeren, den ingezeetenen gestadig aente prijzen gelijk voor den teid van een we doen, zijn we niet buiten hoop dat het ook hier zal kunnen worden in gebruik gebragt, na mate dat de ingezeetenen Jaar hebben aengehouden door de bevinding zien, hoe groote voor„ deelen dit geeft boven het niet verplanten met verder verzoek aen Deeze madureesche menschen hebben onder anderen in de nabijheid van kolombo, een stukje UE: om nog eenige grond met de planten, gekoomen van omtrend Chineesen tot dat zelve ¾. parranelie, beplant waer van schoon de grond maar middelmaetig goed was ingeoegst zijn 34. parrasnelie on„ einde, als meede tot de werplant zoude daer van op zijn best aanplanting van koffi en 8. of 10. parras gekoomen zijn. onder de Iavansche gecondemneerdens die van tijd tot tijds na Ceilon overkoo„ Peeper te willen engagee„ men, hebben we tot nog toe geen landbou„ wers kunnen vinden Het is meeste part ren en onder zeer voordee„ geboefte dat zig schijnt wel in hun land met geheel andere zaeken heeft beezig lige Conditien naar Ceilon te zenden, daer UE: zeggen, dat die natie zich daer te Lande in het geheel niet met Nelij planten ophield 130

NL-HaNA_1.04.02_3841_0189 view scan ↗

English

ceased, and also showed little inclination toward the planting of coffee and pepper, and that the Ministers were therefore ill-informed in this regard, but that they had better use various of the Javanese convicts for this purpose, because the Javanese generally understood such work. Now that the Ministers have had precisely the team of Chinese replaced by a team of Javanese who were still on Ceylon, we do not understand that they Paragraph 218. The Ministers now asking to be excused for the sloppy report on the amount of the Domains in the preceding year made in their missive, about which we also expressed our displeasure in the letter sent last, it has given a very bad and offensive attitude that they had not better informed themselves beforehand in this regard and we therefore desire to be further elucidated on this matter. The duty on tobacco at Trinkonomale is not leased with the other leases in August, but only in the spring thereafter for the tobacco that is then standing in the field. This duty, which for the account of 1785/6 yielded 562 rixdollars or ƒ 1112. 15. -, counted with the sum of ƒ 384847. 6. -, amounts in effect to all the leases of 1785/6 to ƒ 385960. 1. -. Since this tobacco lease, as aforesaid, is only leased in the spring, it was not included in the yield or comparison of the leases of 30 January 1787 under the leases of the year 1785/6, because those of 1786/7 against which it had to be compared were not yet known, and from this arose the mistake that from this yield or comparison of the leases, instead of taking from the previous year, is filled in ƒ 384847. 6. -. We hope that Your Right Honorable High Worships will favorably overlook this mistake, which arose not from a miscalculation but solely from a misconception. The aforesaid duty on tobacco amounted for the year 1787 to 535 rixdollars or ƒ 1059. 6. -. This sum, in the aforesaid yield or comparison of the lease of 30 January 1787, for the aforementioned reason was also not counted among the leases of 1786/7. Those of that financial year, with this tobacco lease, thus amount in effect to ƒ 436847. 9. -, and consequently the difference in the leases between the financial years amounts to [illegible] that an error occurred in the statement of the Domains, those of 1787/8 being stated in one place as ƒ 385960. 1. - and a little lower as ƒ 384847. 6. -. no leases made from time to time, and also from later leasings, and copies of this indication have also been sent to Your Right Honorable High Worships, as shown by the register of 26 January 1789. Because it is nevertheless easier for the handling of the papers that the returns remain as the leasings are, we have ordered that at the top of all such resolutions that will be made for the returns of the leases that are leased after the end of August, and thus cannot appear with the returns of the other leases, we will henceforth provide an indication in the ordinary report with each entry to which they belong. last January 1789 sent to the same an indication of various differences between the returns of 1786/7 and 1787/8, showing that they arose through various resolutions regarding these and taking after the leasings, no changes Paragraph 219. Since Your Honors, in their letter of 28 April 1786, gave a strict order to the Ministers not to make any promises in the future regarding the lease to people who offered themselves beforehand, but strictly speaking, to leave them to the public In our humble letter to Their High Nobilities of 28 January 1786, paragraph 591, we informed them that various persons had made a good bid for these leases, and that on that account we had promised them preference for such leases if, upon holding the leasing, the same ran higher and they desired them for this higher price, provided that they remained bound to take the leases for the bid they made for them in the opposite case. From the reply of Their High Nobilities of 28 March 1786, paragraph 546, stating that doing so was contrary to justice and equity, we thought that we had perhaps not explained ourselves clearly enough, because in effect, in our humble view, there is no inequity in giving preference to those who have made a good bid and thereby bind themselves to make that bid stand in all cases, when the public is warned thereof before the leasing, as was done. We have therefore, and because Your Worships

Dutch transcription

131 2184 ophield, en ook weinig ge¬ neegendheid tot het aenplan„ ten van koffij en Peeper betoo„ de en dat de Ministers daer omtrend dus kwaa„ „lijk waaren g'informeerd, maar dat zij liever deeze en geene van de Javade gekondemneerden daar toe moesten gebruiken, wijl de Iavaanen zulx doorgaans verstonden Daar nu de Ministers Juist de ploag Chineesen door een ploeg Javaanen, welke nog op Ceilon waeren, hebben laaten vervangen begrijpen wij net dat zij 132 § 218. De Ministers als nu ver„ De gerechtigheid van de tabak te prinkonomale word niets met de overige pagten in aug: maar schooning vraegende, over eerst in 't voorjaar daer aan verpagt voor de tabak die als dan te veld staat. Deeze gerechtig„ de Slordige opgaeve van heid die voor reekening van 178 5/6. gedaan heeft 562. rd„s of ƒ 1112. 15: — geteld bij de zom van ƒ384847: 6:–. bedraegen in begfekte het bedraegen der Domainen alle de pagten van 178 5/6. ƒ 385960. 1. -. in het voorgaende Iaar wijl nu deeze tabaks pagt als voorzegt eerst in het voorjaer word verpagt is dezelve bij 't opij hunne missive gedaen rendement of vergelijk der pagten van den 30. Januarij 1787. onder de pagten van 't Jaer waar over wij ook ons 178 5/6. niet ingenoomen om dat die van 178 /7. waer teegen ze moest worden vergeleeken nog niet bekend (was, en is daar uit ontstaen de vergis ongenoegen, bij de laast tig sing dat uit dit rendement of vergelijk der pag„ ten insteede vailling te doen uit 't voortjaer is aende„ ment is ingevuld ƒ384847. 6. — Deeze vergissin„g afgegaane brief hebben die niet uit hoofde van eene misreekening maer alleen uit misvatting ontstaen is hoopen we dat uw welEd: Hoog achtb: gunstig zullen inschikken De voorsz: gerechtigheid van de tabak heeft voor te kennen gegeeven heeft Iaar 1787. bedraegen 535. — — rd„s of ƒ 1059, 6 — Deeze zom is bij 't voorsz: rendement of verge„ lijk der pagt van den 36. Januarij 1787. om de voorn het een zeer slegte en reeden ook niet geteld onder de pagten van 178 9 Die van dat boekjaer bedraegen dus met deeze ta„ baks pagt in effekt ƒ4368471. 9. en bedraagd ontstigtende houding midsdien te verschil: der pagten tusschen de boekjaeren zij zich hier omtrend bevoorens niet beeter hadden g'informeerd en be„ geeren dus hier of nader te worden g'elu„ cideert. bge dat 12 de last He 133 2185 geene pagten van tijd tot tijd gemaekt, en ook uit laetere verpagtingen en zijn ook kopijen van deeze aenwijzing aen uwel Ed:e Hoog achtb: gezonden blijkens de register van deren der papiere gemakkelijker is dat de rende„ menten zoo blijven als de verpagtingen zijn, hebben we be„ dementen va 176 6/7. en 118 3/8. waer bij blijkt dat ze zijn ontstaen door verscheide dispositie omtrend deeze en een abuis in de opgaave de 26=en Januarij 1789: wijl het nogtans en het behan der Domainen plaets heeft last dat in't hoofde van alle zulke dispositie als wordende die van 178 /8. bij de rendementen zullen worden gemaakt van de pas„ ten die na ult:o aug:o varpagt worden, en dus niet bij de rendementen van de overige pagten koomen kunnen opgegeeven op de eene zullen wij voortaen bij elke poot, waer bij te gehooren, plaats met ƒ 385960. 11. -. en een weinig laager met ƒ384847: 6. §219. Daar UE: bij derzelver den 28. Januarij- - 1786. 591 gaeven wehoogst dezelve kennis, dat verscheider liden voor deeze ge„n brief van 28:e April 1786. ne pagten een goed bod hadde gedaen, en dat we hun uit hoofde hadden toegezegd de preferentie op zulke pagten, indien bij het houden der ver pagting dezelve hooger liepen en zij ze voor aan de Ministers stellige deezen hoogerenprijs begeerden, mits ze daar en teegen verbonden bleeven om in het tee gengestelde geval de pagten te neemen order hebben gegeeven, om voor het bod dat ze daer voor deeden. uit het andwoord van hunne Hoog Edel„ heeden van den 28. Maart 1786. 546. dat voortaen geene toezegging zulx te doen streed met de rechtmae„ tigheid en de billijkheid, dagten we dat van de pachter te doen, we ons zomtijds niet duidelijk genoeg geexpliceerd hadden wijl 'er in effecte naar ons nedrig inzien geen onbielijkheid aan lieden die steekt, in de preferentie te geeven aan zul„ ke die een goed bod gedaen hebben en zig zich daer toe te vooren daer bij verbinden dat bod in alle ge„ valle stand te doen, wanneer dat aen de gemeente gewaerschouwd word aenpresenteerden, maar voor de verpachting gelijk is geschied we hebben daerom en om dat W: W: Ed: ditte doen eigentlijk gesprooken, dezelve bij de publicque voorleden Januaris 173 an hoogst denzelde gezone dat in die zelfde 3. wederom eene aenwijzing van verscheide verschillen tusschen de ren„ na de verpagtinge genoomen worden, geene veranderingen Bij onzen nedrigen brief aan Hunne Hoog Edelheeden van bij het gewoon verslag aenwijzing doen. niet er u d ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3841_0192 view scan ↗

English

had not forbidden public auction to the highest bidder, but only that their High Mightinesses thought that this custom ought to be abolished, we used the freedom, as aforementioned, to confer further with Your Right Honourable Nobilities in our letter of 27 November 1786. Before we received an answer to this, the lease auction was held in August 1786, wherein preference was granted to van Cuilenburg for the chank fishery lease, and to Hillebrand for the arrack lease. The preference was granted to van Cuilenburg because he undertook to import rice for the convenience of the community, as he indeed has done; and that the preference was given to Hillebrand occurred because he has always paid correctly. Had it been strictly forbidden to us, we certainly would not have done so, as speaks for itself; we also dare to hope that it will appear to Your Right Honourable Nobilities on every occasion that we even seek to avoid the appearance that we would not have all the respect due to the orders of Their High Mightinesses. Thus it appears very strange that the Ministers, while they deliberated on the aforementioned order of Your Honour in their meeting of 1 August, yet on the 7th thereof could see fit, upon a submitted petition of a certain Cuilenburg, to promise him the lease of the Chank diving for the 6000 rixdollars presented by him, or as much more as the same might be bid higher; as also to a certain Hillebrand, for 4800 rixdollars, the arrack lease within the castle; which chank diving, although it had risen to 6000 rixdollars in Colombo, 11000 rixdollars having been offered for the same in Jaffanapatnam, was also ceded for that sum to the said Cuilenburg on 12 August, as was also the arrack lease to Hillebrand for 6850 rixdollars. It seems thus as if the Ministers have not cared much for the so positively given orders of Your Honour, just as they have moreover still resolved on 12 August that those who might have an inclination toward this or that lease could address themselves beforehand with sealed notes, which notes would be opened after the auction, and that then to the one who had offered the highest in those notes and could provide good security, the preference for that lease would be granted; with which arrangement they hoped that Your Honour would conform. But as all promises concerning leases to be auctioned publicly are not only very objectionable, as we have already considered them above, but are also by no means fit to encourage anyone to make a large bid, we expect that Your Honour will not have embraced the proposal of the Ministers, but persisted with your Resolution, as we understand that it ought to be persisted with in order to prevent bad practices, and at the same time to order the Ministers strictly to conform to it, and in future to make the given orders serve better as a guideline for their actions. Our resolution of 25 August of the same year, that the interested parties could state their bids by sealed notes, was taken with no other aim than to make the proposal thereto to Your High Mightinesses, as is evident from our humble letter of 28 January thereafter, whereby we had the honour to notify Their High Mightinesses of this resolution of ours, adding that we did this in case it might occasionally seem good to their High Mightinesses upon further consideration that, when it appeared after the lease auction that well-to-do people had made an acceptable bid in the aforesaid manner by a sealed note, the preference should be given to them. But since Their High Mightinesses in their respected missive of 17 November 1786 referred further to the previous letter of 28 March, our above-mentioned resolution of 25 August remained without any execution. § 220. The main purpose of this arrangement has particularly been to cause the Company's letters to be transmitted more swiftly; from Trincomalee, for example, we now receive the letters in 7 days, whereas formerly they were sometimes three weeks and more on the way. The postage that private persons pay is already somewhat much for the Ceylon community and cannot well be increased without being a great burden to them; we have only taxed the letters of a single sheet between here and Galle with one additional stiver, and those that are thicker in proportion. We think that this postage from one year to another will approximately make good the expenses of the additional lascars who had to be taken into service at the expense of the post office for the swifter and more correct delivery of the letters; if we should nevertheless find that the shortfall is too great, we will take into further consideration whether the postage might be increased somewhat more. The arrangement by the Ministers regarding the dispatch of private letters with the Company's letter bag to Galle, Jaffanapatnam, and Trincomalee, we presume, is made and arranged thereto to relieve the Company in the costs of dispatching its own letters, although we, in consideration of the remoteness of the

Dutch transcription

134 schreeven opveiling aan de meest„ niet hadden verbooden, maar alleen „ schan dat hoogst dezelven dagten dat deeze ge„ woonte diende te worden ingetrokken biedende te geeven, zoo de vrijheid gebruikt welgem: W: H: Edel„ heeden bij sonzen brief van den 27. Novem„ komt het zeer vreemd ber 1786. daer over nader te onder„ houden voor dat we daerop antwoord ontvingen voor, dat de Munisters is gehouden in aug: 1786. de verpachting waer bij de preferentie verleend is aen van Cuilenburg voor de sjankospagt, daar zij over de gemelde en aan Hillebrand voor de araaks„ pagt. Aan van Chilenburg is de pre„ order van UE: in haare ferentie verleend, wijl hij aennam daer voor rijst ont te doen koomen tot gerief van de gemeente, zoo als hij ook heeft vergadering op den 1=e gedaen, en dat aan willebrand de pre„ ferentie gegeeven is, is geschied om dat Augustus hebben gedeli„ hij altoos rigtig heeft betaald. was het ons steldig verbooden geweest, zoude we het zekerlijk zoo als dat van bereerd, op den 7e: daar zelve spreekt niet hebben gedaen, ook durven we hoopen, dat het uwelEdele Hoog achtb: in alle geleegendheid aan nogtans hebben zal blijken, dat we ook zelfs den schein zoeken te ontgaen dat we voór kunnen goedvinden, op Hunner Hoog Edelheeden beveelen niet zouden hebben al de eerbied die we eene ingeleeverd re= daeraan schuldig zijn. quest van eenen Cuilenburg hem toetezeggen, de pagt der Chiankos duikerij, voor de door hem gepresenteerde 6000. rd:s of zoo veel meer als dezelve 135 2186 dezelve hooger gemeind mogte worden, als meede aan eenen Hillebrand, voor 4800. rd. s de arraks pagt binnen het kasteel, welke chiankos duikerij, schoon dezelve te kolvm„ bo tot 6000. rd=s was opgeloopen, voor de„ zelve te Jaffanapat„ nam 11000. rd: gebooden zijnde, ook voor die som aen gem: Cuilenburg, op den 12e Aug:s is afge„ staan, zoo als ook de arraks pagt aan Hille„ brand voor 6850. rd=s ons besluit van den 25. derezelven Jaars genoo„ et schijnt dus als op de man 136 men, dat de liefhebbers hum bod zouden kemn de Ministers zich niet nen opgeeven bij beslooten biljetten is genomen met geen ander oogmerk dan ons aan Nueme Hoog Edelheeden daer toe 't voor„veel aan de zoo posi= stel te doen, zoo als dat blijkt uit on„ zen nedrigen brief van den 38. Januarij tief gegeevene ordres daeraan, waer by we de eere gehad hebben hunne Hoog Edelheeden van dit ons besluit kennis te geeven, met van WE: lieten geleegen bijvoeging dat we dit deeden of het hoogst dezelven zomtijds bij nadere leggen, zoo als zij ook overweeging mogte goeddunken dat aan wel hebbende luiden, wan„ zeedert op den 12=de neer het na de verpagting bleek datze op voorsz: wijze bij een ver„ zeegeld briefje een anneemelijk bod hadden gedaen, de preferentie wierde Augustus noch be„ gegeeven dan wijl hunne Hoog Edel„ heeden bij hoogst derzelve g'eerde slooten hebben, dat missive van den 17. ' November 1786: nader hebben gedraegen aen 't die geenen welke tot voorig schrijven van den 28. Maart is bovengem: onze resol: van den deeze of geene pagt 25: aug. buiten eenige executie geneegendheid mogt hebben; zig met beslooten briefjes te vooren zou kunnen addresseeren, welke brief„ jes na de verpagting zouden worden geopend en dat als dan aen die geene, welke bij die billetten gebleeven. het 137 2187 het hoogste gebooden had en goede verzeekering konde geeven, de prefe„ rentie op die pagt zou worden toegestaan; met welke schikking zij hoopten dat UE: zich zouden Conformeeren., Dan daar alle toezeg= gingen omtrend pu„ Olica te veilen pagten niet alleen zeer beden„ kelijk zijn gelijk wij dezelve hier booven ook reeds hebben beschouwd maar het ook geenzints geschikt is, om iemand tot het doen van een groot groot bod aantezetten verwagten wij dat uE: het voorstel van de Ministers niet zullen hebben geamplecteerd, maer bij uwe Resolutie geper„ sisteerd zoo als wij be„ grijpen, dat bij dezelve ter voorkooming van kwaade practijken, be„ hoord gepersisteerd te worden en tevens de Mi= nisters gelast zig stif„ telijk naar dezelve te gedraagen, en bij vervolg de gegeevene ordres be„ ter tot een richtsnoer hunner daaden te doen strekken 138 2188 139 § 220. De inrichting door de Het hoofd oogmerk van deeze schik„ „king is inzonderheid geweest om Ministers omtrend sComp:s brieven spoediger te doen over gaan; van trinkonomale bij voor„ de verzending der par„ beeld ontvangen we nu de brieven ticuliere brieven met in 7. etmaalen in steede datze eer„ tijds zomtijds drie weeken en meer op weg waaren. Het portgeld dat de particulieren betaalen is voor 'skomp:s brieven tas de Ceilonse gemeente reeds wat veel en kan zonder aan dezelve tot naar Sale, Taffe„ groote leest te verstrekken niet napatnam en Trin„ wel worden verhoogd; alleen heb„ ben we de brieven van een enkeld kenomale veronder„ vel tusschen hier en geele met nog een stuijver belast, en die stellen wij, dat ge„ dikken zijn na proportie Dit port geld denken we dat het eene Jaar door het andere ter naasten maakt en daer toe bij zal goedmaken de ongelden der meerdere Lascouijns, die ten ingericht is, om de laeste van het post kantoor tot het spoediger en rigtiger bestel„ Compenie in de kosten len der brieven hebben moeten worden in dienst genoomen zoo van het verzenden we nogtans mogten bevinden dat het geen daar op te kort komt te veel scheeld, zullen we haarer eige brieven nader in overweeging neemen te subleveeren, Schoon op de briefposten nog wat kun„ nen worden verhoogt. wij, in aenmerking van de afgeleegendheid Strekken der

NL-HaNA_1.04.02_3841_0198 view scan ↗

English

of those places would want a higher postage rate fixed. Paragraph 221. Whereas from the opinions of the ministers of the respective offices from time to time it has become apparent that some ministers and employees occasionally enjoy certain gratuities, the nature of which cannot well be judged here in this country, as other evidence of this has now again come before us regarding the gratuity enjoyed on the hunting permits, the leasing of the fishery, and a certain duty on betel at Trinkonomale; and whereas it is of the highest importance to us to be informed of the nature of the revenues of the ministers and employees, we have thought fit to write to you to require from all the East India Company offices and transmit to us a list on which, according to a conscientious report of the ministers and employees of the respective offices, it is made known what sort of revenues and emoluments are enjoyed by each of them, with the addition of the resolutions by which the same were respectively granted to them, on pain that anyone who shall have failed to comply exactly with that report shall henceforth remain deprived of the unreported revenues and emoluments. All employees have been ordered to submit a statement of their income. Most have already done so, and we shall have the honor of sending these statements, with our humble considerations thereon, by the first forthcoming opportunity to Their High Excellencies. Copies thereof we shall also have the honor to send to Your Honorable High Mightinesses with the first packet boat that we expect. Paragraph 222. Since the ministers, without having obtained authorization for it either from us or from you, could find it proper, solely on the verbal assurances of the captains of the French warships and others, to provide the same with equipage goods and provisions to an uncustomary amount of f 35200. 16. 8, we find ourselves obliged to adhere to the orders given in the past year not to make any provisions to the French warships, expressing our surprise, however, that the Governor, without authorization by resolution, had extended the provisions so far, and that at a time when the Company itself was especially in need of those goods. By our letter of 4 April 1786 written to Your Noble Excellencies, we respectfully informed you that not only had several French captains requested us to accommodate them with whatever they might need, under assurance that certain arrangements had been made regarding this between the respective governments in Europe, but also that the government of Pondicherij itself had further made this request to us, adding that we had provisionally and pending Their High Excellencies' further order consented thereto, and that we would each time request bills of exchange from the government of Pondicherij for these supplies, as was done, and which bills of exchange have been sent successively to Your Honorable High Mightinesses. Their High Excellencies having disapproved of this, as appears from our respectful letter to Your Noble Excellencies of 14 August 1787, we ordered the employees at Gale and Trinkonomale by letters of 27 and 29 May 1787 to make no more supplies to the French in the manner aforesaid. Hereupon Monsieur de Entrecasteaux, Chief of the French Marine, arrived at Trinkonomale in the month of June 1787. He wrote to the first-undersigned Governor the letter, a copy of which was sent to Your Noble Excellencies; a copy of it was also sent to Your Honorable High Mightinesses, and for the greater convenience of Your Honorable High Mightinesses' deliberations another copy of it is enclosed herewith. Therein he requested with great emphasis that he might be provided with the necessary supplies as before, adding that the necessary provisions had also been made to him at Batavia. Whether this is so we cannot assure, but we thought we ought not to doubt such a declaration made by Monsieur Entrecasteaux in his public capacity, and for that reason and because of what further appears in this letter, we took the decision that we communicated in our respectful letter of 14 April 1787 to Your Noble Excellencies, to which letter for the rest we request permission to refer here. Their High Excellencies approved this decision of ours by letter of 20 November 1787, insofar as it concerned again rendering to Monsieur D'Entrecasteaux the assistance he had requested. The supplies that have since been made to French royal ships consist mostly of trifles, except only the provisions made at Gale to the ship Resolution under the command of Captain de Koturs, of which we had the honor to give notice to Your Noble Excellencies in our humble letter of 29 February 1788. This ship, intending to sail from Pondicherij to the Malabar coast, had touched upon the Little Basses on its voyage thither; it sustained such a great leak there that it could only be brought into Gale with much difficulty and not without danger. In such a case we thought that we could not refuse the help that was requested of us, and we also believe we may flatter ourselves that Your Honorable High Mightinesses will favorably approve that we consented to the request made to us for that purpose with the greatest urgency. The cessation of making provisions to the French royal ships was meanwhile further ordered by us in our letters of 18 October 1788 written to Gale and 6 October 1788 to Trinkonomale, for all supplies up to that time and since.

Dutch transcription

140: der plaatsen een hooger port zouden willen vast gesteld hebben. § 221. Daar uit de adviesen der Aan alle de bediendens is gelast om een op gave te doen van hun inkoomen. De meesten hebben dit Ministers van de resp„ reeds gedaen, en zullen we deeze opgavens met onze nedrige Consideratien daer over de eere Comptoiren al van hebben bij de eerst volgende geleegendheid te zenden aan Hunne Hoog Edelheeden De tijd tot tijd, is in kopijen daer van zullen mede eere hebben aen uwel Edele hoog achtb: te zenden met de eerste paketsboot, die we staan te verwag het oog geloopen, dat door sommige Minis„ ters en bediendens wel eens douceur worden genooten, over wel„ ker natuur niet wel hier te lande kan worden geoordeeld ge„ lijk ons hier van nu, wederom nndere blijken zijn voorgekoomen be„ ten 141 2189 betrekkelijk tot het genooten douceur op de Jagerlat„ ten, de verpagting van de visch vangst en zeekere ge„ rechtigheid van de Betels te Trinkono„ male en daar ons intus„ schen ten hoogsten ge„ leegen legt om gein= formeerd te weezen van den aart der inkomsten van de Ministers en bedien„ dens, hebben wij goed„ gevonden UE: aenteschrij= ven, om van alle de Indische komp=e komptoiren te vorderen en aan ons te doen toekoomen een Lijst waar op, volgens een gemoedelijke opgaeve der Munsters en Bediendens van de respective komptoiren bekend gesteld word, welk zoort van in komsten en emoluuen ten, door ieder derzelve worden genoo ten met bijvoeging van de Resolutien waer bij dezelve respec¬ tievelijk aan hun zijn toe gestaen op pane, dat die verzuimd 142 143 2190 verzuimd zal hebben aan die opgaave exaktelijk te voldoen van de niet opgegeevene inkomsten en emolumenten voor 't vervolg zal blijven ver„ stooken §222. Vermits de Ministers Bij onzen brief van den 4: april 1786. aan W: W: Ed: ge„ schreeven, hebben we hoogstdenzelve eerbiedig be„ zonder daar toe qua„ deeld, dat niet alleen verscheide fransche kapitai„ nen ons hadden verzogt, om hun met het geen ze lifikatie bekoomen mogten nodig hebben te gerieven onder verzeekering dat desweegens tusschen de wederzijdsche gou„ te hebben, nog van vernementen in Europa, waeren gemaakt zeekere arrangementen, maar ook dat het ons, nog van UE: heb„ gouvernement van Pondicheaij, zelve, dit ver„ zoek nader aan ons had gedaen, met bijvoeging be kunnen goedvinden, dat we provisioneel en tot hunner Hoog Edelhee„ de nader order daer in hadden bewilligd, en dat alleen op de mondelijke we voor deeze verstrekkingen, telkens wis„ sels zouden verzoeken van 't gouvernement van Pondicherij zoo als is gedaen, en welke wissels verzeekeringe van successief aan uwelEd: Hoog achtb: gezonden zijn. „ Hunne Hoog Edelheeden dit afgekeurd hebbende de kapitainen der hebben we zoo als dat blijkt uit onzen eerbiedigen toe brief aan H: W: E: van den 14 Augusto 1784. franse oorlog scheepen den bedienden te Gale en Trinkonomale bij brieven van „en andere den 27. en 29. Maij 1787. aan dezelve met Equipagie„ bevoolen, om geene verstrekkingen aan de franschen in voegen voorsz: meer te doen /. . 00 Hier goederen en 2 144 Hier op kwam de Heer de Entrecasteaux Chief van de transche Maaine, in de maend Iunij 1787. op Srinkono„ goederen te voorzien, ten male. Hij schreef aan den eerst ondergeteekenden gouver„ neur de brief die in koppij aln VWE: gezonden is Naar gewoon bedraagen van ƒ 35200. 16. 8 te is ook daer van een kopij gezonden aan uwel Ed: Hoog achtb: „en gaaf tot meerder gemak van uwEd: Hoog Achtb: „deliberatien nog een kopij daer van hiernevens wijver„ vinden wij ons verpligt zogt daer bij met groote nadruk dat hij gelijk bevoorens met het noodige mogt worden voorzien, met bijvoe„de in het gepasseerde ging dat hem ook op Batavia de noodige verstrek„ kingen waeren gedaen. of dit zoo zij kunnen we niet Jaar gegeeven orders verzeekeren dog we hebben gedagt zulk eene verklae„ ring door de Heer Entrecasteaux in zijne publieke om geene verstrekkingen qualiteid gedaen, niet te moogen in twijffel trekken, en hebben, we daerom en om het geen verder bij deezen aan de Fransche oor„ brief voorkomt genoomen 't besluit dat wij bij on„ zen eerbiedige brief van den 14:' April 1787. aan log Scheepen te 1: W: E: hebben bedeeld, en aan welken brief we door het overige verzoeken ons hier i te mogen gedraegen. doen, te inhaereeren, on„ Hunne Hoog Edelheeden hebben dit ons besluit bij brief van den 20. 9ber: 1787. goed gekeurd in zoo verde der betuiging echter van aengaet om op nieuw aan den heer D' Entrecas= thaur te doen de assistentie die hij van hadde verzogt. De verstrekkingen die zeederd zijn gedaen onze verwondering, dat aan fransche koningscheepen, bestaan meerendeels de Gouverneur zonder in kleinigheeden uitgenoomen alleen de verstrek„ kingen, die te gales gedaen zijn aan 't schip de Resolutien onder 't bevel van den heer kapitain de koturs waer qualifikatie, de ver„ van we de eere hebben gehad W: W: E: kennis te geeven bij onzen nedrigen brief van den 29 febr: 1788:— Dit schip de wil hebbende van Pondicherij na de Mallabaer„ sche kust hadde op zijne rijze naderwaerds op de strekkingen zoo verre kleine dar is geslooten het hadde daer een zoo groote lek buinden, dat het niet dan met veel moeijte en niet zonder gevaer te gale heeft kunnen worden binnen gebragt. In zulken geval dagten we, dat we had g'extendeerd, en dat niet konden weigeren de hulp die ons wierd verzogt, en we denken ons ook, te mogen vlijen dat uwelEd: Hoog achtb: gunstig zullen goedkeuren, dat we in het ter„ op een tid, dat de zoeks daertoe met het grootste anpressement aen ons gedaen, hebben bewilligd. Het niet meer doen van verstrekkingen aen de fransche kompenie zelve aan koningsscheepen is intusschen nader door ons bevoolen bij onze brieven van den 18. october 1788. na gale en den 6 8ber: 1788. na Trinkonomale ge„ schreeven voor alle verstrekkingen tot dien tijd en die goederen in het zeedert byzonder

NL-HaNA_1.04.02_3841_0203 view scan ↗

English

since then no others have been made, proper receipts have been granted, which have been sent from time to time to Your Right Honorable, and with that everything concerning these supplies is accounted for down to a trifle of f. 29. 80, the request for settlement of which we have only deferred until we would have received the direction mentioned in Your Right Honorable letter of 8 January 1788; but as it did not arrive, we will ensure that this reclaimed balance is paid to the Company still in this financial year. while we shall explain ourselves further concerning the manner of compensation for such damage as might occur here or elsewhere. Paragraph 223. With respect to the fortification works, we must certainly very much lament with Your Honors that while so many capitals have been spent on the fortifications over so many years, it now turns out afterwards that they are full of defects, and that, however much one tries to palliate it, incompetence and faulty design shine through; this is particularly evident when one sees that the Colombo fortifications are laid out in such a way that, according to the writings of the Ceylon Ministers, they could be lost in three times twenty-four hours. It is truly utterly strange, since so many engineers have been on Ceylon, indeed since Major Paravicini was garrisoned in Colombo for so long, that this error has never been discovered before, and since this is certainly of great importance, we cannot but approve the prompt provision made in this matter as well as the provisional reinforcement of Trincomalee, while we hope that this provisional construction will have been done in such a way that, when this fortress is properly reinforced according to the grand plan, it will not have to be demolished again, we being able to inform Your Honors at the same time on this occasion that the Commission appointed by the Resolution of Their High Mightinesses of 4 December 1786 for the inspection of the fortifications in the Indies will depart from here shortly, and intends, after it has called at the Cape, to proceed directly from there to Ceylon; and as we must fear with reason that no better direction in the construction of new works would take place on Ceylon than before, we desire that one shall provisionally refrain from all new construction of fortification works there, and only apply oneself to the maintenance and repair of that which cannot be postponed and is most highly necessary. We thank Your Right Honorable very much for this very favorable approval of our actions in this matter. We have constantly kept in mind, as much as possible, that all provisional precautions were taken in such a way that they could at the same time serve to promote the execution of the plans that would be determined afterwards, and if we have not been able to adhere strictly to this rule in everything, we hope that the uncertainties of the times and the great importance of the matter will cause it to be viewed favorably that we believed we had to conduct these operations in such a manner that, if circumstances should have required it, we could place ourselves all the more promptly in at least a somewhat more defensible state. For this purpose the necessary orders have already been issued both here and at Gale and Trincomalee. Paragraph 224. Regarding the 150 rupees which the Ministers, subject to the approval of Your Honors, had granted monthly to the Engineer Lowe, and for which approval Your Honors say you are not authorized and therefore leave it to us, we note that since we, in our general letter of the year 1787, paragraph 413, have expressed ourselves at length concerning this proposal, and on that occasion demanded of the Ministers a complete report of the means of subsistence upon which an engineer there can legitimately rely, with the addition of their considerations as to how the same could and should be increased, consequently, before taking a final resolution regarding the proposal mentioned above, that report will have to be awaited by us. To this we have duly complied in our humble answer to paragraph 414 of the excerpt from Your Right Honorable letter of 20 December 1787 that was inserted in our respectful letter to Their High Nobilities of 26 January 1789. We shall take this for our dutiful instruction. Paragraph 225. The proposal made by the Ministers to sell the unserviceable metal cannon and mortars in the Indies can in no way carry our approval, because upon their arrival here in this country, the fitness or unfitness of these cannons can be judged with much more accuracy, and hereby also the opportunity for abuses in the Indies is prevented, the same being able also to serve as very suitable ballast for the ships, wherefore we command the Ministers to persist in the old order established in this regard. Paragraph 226. We do not expect that Your Honors will have given the least ear to the request of the Ministers for authorization to purchase the block of houses that Our intention was only to have the houses appraised and provisionally to warn the owners not to make any major repairs to them. This having been rejected by Their High Nobilities, it was consequently not done.

Dutch transcription

145 2191 zeedert zijn er geen ander gedaan :/ zijn behoorlijke missels verleend: (ie vas tid tot tijd) aan uwel Edele Hoog achtb: gezonden zijn, en is daer meede alles wat deeze verstrekkingen aengaet gereekend tot op een kleinig„ heid van ƒ. ƒ29. 80 — na waare van we het vraegen van voldoening alleen hebben uitgesteld, tot dat we de aenwijzing vermeld bij uuwel Ed: Hoog verklaeren zullen, over achtb: missive van den 8 Ianuarij 1788 zoude hebben ontvangen, dan wijl die niet gekoomen is, boekjaar aen de komp:s word voldoen. bijzonder gebrek had, terwijl wij ons naeder ding van zodaenige schaede als hier of zoude kunnen vallen. § 223. Ten opzigte der fortifika„ tie werken, moeten wij zeekerlijk met uE: zeer beklaagen, dat daer 'er geduurende zoo veel vaaren zul„ ke kapitaelen aan de vesting werken zijn ten koste gelegt nu van agteren blijkt dat dezelve vol gebreeken sullen we zorgen dat dit v'rclam restant nog in dit de wijze van vergoe„ zijn 146 zijn, en dat, hoe menr het ook tragt te palieeren onkunde en verkeerde aenleg daar in door„ Straalen, in het bijzonder blijkt zulks als men ziet, dat de kolom„ bosche fortifikatien zoo zijn aengelegd dat dezelve volgens schrijven der Cei„ lonsche Ministers in drie maal vier en twin„ tig uuren konde ver„ looven zijn. Het is waarlyk ten uit tersten vreemd, daar zoo veele Ingenieurs op Ceilon zijn geweest, Ia daer de Merjoor 147 2192 Majoor Paravicni zoo lange te kolombo in guarnizoen heeft geleegen, dat deeze fout nog min„ mer te vooren is ont„ dekt geworden, en daer we bedanken uwel Edele Hoog achtb: heel zeer voor dit zeekerlijk van deeze zeer gunstige approbatie van onze verrigtingen, in deezen. we hebben daerbij steeds zoo veel mogelijk veel gewigt is, zoo kun„ in 't oog gehouden dat alle provisioneele voorzorge, zoo zijn gedaen, dat ze tevens konde strekken nen wij de spoedige ter bevordering van de exekutie der plans die naderhand zouden worden vastgesteld, en zoo we voorziening hier in als ons ook niet in alles ten, allerstipsten aan deezen reegel hebben kunnen houden, hoopen meede de provisioneele we dat de onzeekerheeden der tijde, en de groote aengeleegendheid der zaak met Versterking van Trin„ een gunstig oog zal doen beschouwen dat we gemeend hebbe deeze verrigtingen ook nin kondinale niet dan of meer te moeten doen besteeren. zoodaenig approbeeren, terwijl wij dat we wanneer de omstandigheeden het mog„ te hebben gevorderd ons te spoediger konde stellen ten minsten en een eeniger maaten hoopen, dat deeze meer weerbaeren staat. provisioneele aanleg zoo zal zijn gedaan dat dezelve, wanneer deeze. 148 deeze vesting, volgens het groote plan, behoor„ lijk zoude verstrekt worden, niet weeder zal moeten afgebroo„ ken worden, kunnende wij UE: tevens bij deeze geleegenheid berichten dat de Commissie benoemd bij haar Hoog Mogende Resolutie van den 4:e xber: 1786. ter inspectie der fortifi„ katien in Indien van hier binnen kort zal ver„ trekken, en voorneemens is, na dat dezelve de kaab zal hebben aengedaa„ direct 8 149 2193 gale in te Trankonomale gesteld direkt van daer naar Ceilon overtegaan, en daer wij met grond moe„ ten vreezen, dat 'er in de aanmaeking van nieuwe werken geen beeter directie dan te vooren op Ceilon zoude plaats hebben, begeeren Hier toe zijn galede de noodige bevelen zo hier aeste wij, dat men zich pro= visioneel van alle nieu„ we aanbouw van for„ tifikatie werken daerter plaatze zal onthouden, en zig alleen toeleggen op 't onderhoud en de repa„ ratie van't geen niet kan worden uitgesteld, en aller hoogst noodzae¬ kelijk is. §. 224. Nopens de 150. rop:s welke de Ministers onder approbatie van wE: maendelijks aan den Ingenieur Lowe hadden toegelegd, en tot welke approbatie UE: zeggen niet geauthoriseerd te zijn, en daarom zulx aan ons overlaaten, merke wij aan, dat daer wij, bij onze generaale brief van A=o 1787. § 413. , ons in het breede hebben uitgelaaten over dit voorstel, en wij die ge= leegendheid 150 151 2194 die aan heben we bij ons nedreg andwoord op 3414 van het Extrakt uit uw wel Edele Hoog Achtbaare missive van den nisters hebben gevor= 20 xber: 1787 dat 9:' en sereerd is bij onden eerbiedigen brue„ aan hinne Hoog Edelheeden van den 26 Ianuarij 1789 schul pligtij voldaan. leegendheid van de Mi= derd, eene volleedige informaatsie van de mid„ delen van bestaan op welke een Ingenieur daer ter plaatse op eene geoorloofde wijze kan reekenen, met bijvoeging van hunne Consideratien hoedaenig dezelve zouden konnen en behooren te worden vermeerderd, dien vol„ gende alvoorens omtrend het voorstel hier vooren gemeld, eene fi„ naale resolutie te de zullen onsdil tot ons schuld pligtig narigt laten verstrekken te neemen, dat bericht bij ons zal moeten wor„ den afgewagt § 225. De Propositie welke de Ministers doen, om het onbruijkbaare metaal kanon en mortier in Indie te doen ver„ koopen, kan geen zints onze goedkeuring weg„ draegen, dewijl bij den overkomst hier te kap lande met veel meer Juijttheid over de be= kwaam - of onbequaem„ heid van dit kanon kan geoordeeld worden, en hier door meede geleegen„ n2 heid 152 153 2195 Jnze meening is alleen geweest om de huijzen te laten tajeeren n de eigenaars bij provisie te waarschouwen van daar aan geen kapitaale reparatien te doen. Dit bij hunne Hoog Edelheeden tgekeueud zynde is dat bij gevolg ook nit gedaan. heid tot morserijen in Indien word voorge„ koomen konnende het zelve ook tot een zeer geschikte ballast voor de scheepen dienen, waer„ om wij de Ministers beveelen, bij de oude order hier omtrend gestatueerd, te persis„ teeren 3226. wij verwagten niet, dat UE: in 't minst gehoor„ zullen hebben gegeeven aan het verzoek der Ministers om qualifikatie ter in koop van 't blok huijzen 't

NL-HaNA_1.04.02_3841_0212 view scan ↗

English

which, according to their advices, would be detrimental to the fortifications of the castle, up to the appraised sum; then, if this should unexpectedly have already happened, we desire that you shall immediately revoke the same, since we wish to await the report of the often-mentioned Country Commission regarding this before such new and costly expenditures are taken into consideration. § 227. The quantity of gunpowder needed by Ceilon cannot be prepared with the single mill we have here. A very simple model was suggested to us, the capabilities of which we are testing by having a pair of these mills made, of which it was calculated that 6 pieces would be necessary to produce the required quantity of gunpowder for Ceilon in a specified time. We have the honor to send a drawing herewith, and because we were assured that a similar type of mills is presently being used with much success by the English at Kalkatta, we thought to try it because of the low costs. The gunpowder prepared on the two mills that were made was found to be just as good and sound as the gunpowder that is usually made on our ordinary mill, but these mills worked too slowly and the gunpowder prepared on them turned out to be more expensive. Thus, notwithstanding their great simplicity, we have therefore made the proposal to Their Right Honoarble Excellencies to rather have a pair of other mills made with ordinary gearwork, and these two mills, which after deduction of what was realized from the sale of the materials cost f 530, have been dismantled again. We wrote further about this to Their Right Honorable Excellencies in our humble letter of 25 September 1789. § 227. The construction of two new powder mills, and the intention to build four more of them, appears to us to have been done rather precipitously and without sufficient deliberation, as it cannot be thought that those six new mills and the water mill will be required annually to produce the necessary gunpowder for Ceilon, and since you mention that the powder mill that used to be at Gale did not need to be repaired again, because such arrangements had been made for you at Batavia that Gale could be supplied from there with the required gunpowder, the ministers would have acted more prudently by first inquiring of you whether there was another means to provide them with the necessary gunpowder, than to proceed in such a costly manner. Which reflection we desire they shall take as guidance, wishing further to be informed whether the gunpowder made on these mills built according to the submitted plan is of the same quality as that prepared on the ordinary mills and at Batavia, and how much money the construction of such a mill will cost, whereby we at the same time expect an accurate calculation. to draw an annual income, in compensation for which 1,000 rixdollars might be granted; since it appears that, in the first place, the management over those oeliammers was demanded of him, and that he derived his profit therefrom to the detriment of the Company, we expect that you will not have granted this gratuity, and if such should unexpectedly already have happened, that you then shall immediately revoke this permission provisionally, since we shall explain ourselves further regarding this when the justification of the ministers, as well as the report regarding the means of subsistence of the engineers on Ceilon requested in the mentioned missive, will have arrived. We must meanwhile be extremely surprised at the given reasons for this request, which the ministers even dare to call equitable, alleging among these that this means would be as if legitimized through long usage, just as if evil practices and injuries to the Company could be legitimized through long-continued usage, so that they were to be considered as an equitable income; and since this principle shines through in more of the ministers' decisions and propositions, we cannot refrain from making them understand that it is so far from the truth that our sentiments would agree with those notions, that we rather believe that servants who disadvantage the Company to such an extent, as has taken place in this case, deserve a severe correction rather than any gratuity. The gratuity that Captain Lieutenant Brofhet and his predecessors have had from this consisted in this: that from the obligated oeliammers called up in person for labor, and inclined rather to pay the customary fine of one schelling than to perform this labor, they received this schelling, and took coolies in their place whom they could hire for 4 stivers. In the consequences the Company lost nothing thereby; for Their Excellencies it amounted to the same thing whether the oeliammer himself or a coolie in his place did the work as well as he. Strictly speaking, we nevertheless readily confess that this remaining dubbeltje should have belonged to the Company; nonetheless we dare hope that Your Honorable and Highly Esteemed Excellencies yourselves will find that enjoying this belongs in some measure among those things that can be tolerated without noticeable disservice to the Company, and it is the enjoyment hereof that we have said was in some measure legitimized by usage. § 229. According to our resolution of 5 August 1789, the suppliers of the 8,000 lb of karwaat have been held responsible for all complaints that might arise anew concerning the spoiled karwaat for the future.

Dutch transcription

't welk, volgens hunne advijsen, aan de fortifika„ tien van 't kasteel hin„ derlijk zou weezen, tot de getaxeerde som dan zoo dit onverhoopt reeds mogt geschiedt zijn, be geeren wig, dat uE: dezelve terstond weder zullen in„ trekken, vermids wij hier omtrend het bericht van meergem: Lands Com missie willen afwagten alvoorens zodaenige nieuwe en kostbaere spendatien in overwel ging werden genoo„ men § 227: 154 155 2196 en hoeveelheid kruit die Ceilon nodig heeft kan met de enkelde moole die we hier hebben, niet worden aangemaakt ons wierd aan de hand gegeven, een zeer eenroudig model waar van we de kannen probeeren, met te laaten aanmaeken een paar van deeze moolens waar van gerekend wierd 6 stuks nodig te zijn, om de benoodigde hoeveelheid van kruijt voor Ceilon in een bepaalde teid aantemaaken het kruit dat aangemaakt is op de twee moolens, die aan„ gemaakt zijn is even zoo goed en deugdzaam bevonden als het kruijt dat op onze gewoone moole word aange„ dan nagewoonte we hebben daarom het voorstel aan H: H: gewoon raderwerk te doen maaken, en deeze twee moolens die na aftrik van het geene bij verkoop van de materiaalen brooken. Nader hebben we daar over geschreeven aan H: H: Edelh: bij onzen nedrigen brief van den 25 7ber 1789 —. maakt, dog deeze moolens werkten te langzaamen zoude bij de engelsen te kalkatta tans met veel succes ge„ bruukt wierden; dag ten we het om de geringe, kosten te eds §227. Den aanleg van twee nieu we Kruijtmoolens, en het voorneemen, om 'er nog vier aentebouwen, komt ons voor vrij wat over eilend, en met geen Edelh: gedaan om liever een paar andere moolens met het genoegzaem overleg ge„ daar van gekoomen is gekost ƒ 530 — – zyn wederom afgedaan te zijn, alzoo het niet, te denken is, dat die ses nieuwe moolens, en de water„ moolen, Iaarliks zullen vereischt worden, om het benodigde kruijt voor Ceilon aentemaa„ ken, en dewil wE: mel„ den dat de kruijtmoolen, wel„ ke te Gale pleeg te zin eere hebben een afteekening, hier nevens te zenden, en wijl ons daar bij verzekerd wierd, dat diergelijk slag van moolens. kruit daar op aan gemaakt duurder zyn te staan gekoomen dus niet tegenstaande derzelver groote sumpliciteit het met niet wederom behoefde hersteld te worden, dewijl voor UE: te Batavia zodaenige schikkingen waaren gemaakt, dat Gale van daer met het benoodigde kruijt kan worden voorzien, zoo hadden de Minis= ters voorzigtiger gedaan zich eerst bij UE: te informee„ ren, of 'er met een ander middel was om haar het benodigde kruijt te verzorgen om op een zoo kost„ baare wijze, welke reflexie 156 157 2197 reflexie wij begeeren, dat zij zich tot naricht zul„ ten laaten dienen ver„ der wenschende te werden geinformeerd, of het kruijt, of deeze Molens, volgens het opgegeevene plan ge„ bouwt, gemaekt, van dezelve deugd is, als dat op de ordinaire Molens, en op Batavia word aengemaakt, en op hoe veel gelds de aen„ maaking van zodae„ nig een Molen zal te staan koomen, waer bij wij dan te gelijk eene nauw 160 een Iaarlijks inkoomen te trekken, tot vergoeding daer voor 1000. rd:s mog„ ten worden toegelegd, reeds in blijkt, dat de eerste plaats, het bestier over die oeliammers aan hem was gedemandeerd, en dat hij daar van ten nadeele van de komp=e zijn profijt ge trokken heeft, ver„ wagten wij dat WE: dit douceur niet zull hebben toegestaen, en wanneer zulx onver„ hoops reeds mogt zijn gescheed, dat uE: als dan 161 2199 dan deeze toestemming daadelijk bij provisie zullen intrekken, vermids wij ons hier omtrend, nader zullen expliceeren als de verandwoording der Ministers, als mee„ de, het berigt omtrend de middelen van bestaan der In„ genieurs op Ceilon, bij gemelde missive ge„ vorderd zal zijn inge¬ koomen wij moeten ons intusschen ten uittersten ver„ wonderen over de gegee, ven reedenen voor dit dit verzoek, welke de Ministers zelfs als billijk durven noemen onder dezelve voorbrag gende, dat dit middel door een lang gebruik als gewettigd zoude zijn, even als of kwaa¬ de practijken en benaa„ deelingen van de kompe„ nie door een langduurig gebruik konde gewettigd worden, zoo dat zij als een billijk inkoomen te considereeren waeren, en daer dit principe in meer van der Mi= 1 nisteren besluijten en stel„ lingen 162 163 2200 Het douseur dat de kapitein luijtenants brofhet bestond, hier in dat ze van de verpligte oeliam„ deeze schelling ontfingen, en daar voor konden inhuuren. In de gevolgen verloor ondienst van de Comp: kunnen geleeden worden, en het is het genot hier van het geen we gezegd hebben, dat als door het gebruik eenigen maate was gewigttigd. 5: aug: 1789. zijn de leveranciers van woordelijk gemaekt voor alle klagten die daerover op nieuw mogten ontstaen. lingen doorstraald, kunnen wij niet nalaeten hun mers in perzoon op geroepen tot den arbeid het er zoo verre van en geneigd liever de gewoone boete van een schelling te betaalen dan deeze arbeid te doen, koelies in de plaats naam en die ze voor 4. tux. daan is, dat onze gevoe„ de komp: niets daar bij het quam voor haar lens met die begripen Ed: op het zelfden uit of den oeliammer zelve, van wel een koelie in zijn plaats zoo goed als hij het werk deed. strikt gesprooken, nogtans we bekennen zouden instemmen, dat het gaarne zoude dit overschietende dub„ beltje aan de komp: hebben behoord niet te min durven we hoopen dat uw welEd: wijl veel eer vermeenen Hoog achtb: zelve zullen bevinden dat dat dienaeren, die de Maar„ dit te genieten eeniger maate behoord onder die dingen, die zonder merkelijken schappij zodaenig benadee„ len, als in dit geval heeft plaats gehad, eerder eene sterke Correctie, dan eenig dou„ ceur meriteeren volgens onze resolutie van den 3 229. ' Het gehouden gedrag met opzigt tot de bedorve de karwaet voor den aenstaende verant„ 8000. lb: karwaat met en zijne voorzaaten hier van gehad hebben, te doen begrijpen, dat het

NL-HaNA_1.04.02_3841_0220 view scan ↗

English

the ship Stavenisse shipped from Kolombo for Gale, surprises us not a little indeed, since it appeared from the receipt of the Dispencier that it had been shipped in proper order and good condition, and the spoilage must thus have occurred on board, it would have been more fitting to charge the superiors for it, rather than passing the same for write-off, being satisfied with the recommendation to watch in the future to see whether they also receive spoiled goods. We have imposed on all administrators the posting of bails; from those who cannot do so, their salary is withheld until they have as much credit as the bail amount. Paragraph 236. Since your honors yourselves note that there are no reasons why the Ceylon administrators should be excluded from the general order to post bails, we are of the opinion that although the Ministers cite to their advantage that according to your letter of 14 July 1763 the servants of that Government are exempt from posting bails on account of insolvency, now that the detrimental consequences of this are being experienced, the necessary change ought to be made in this matter as well, as will have already appeared to your honors from our letter of last autumn, paragraph 416, that such was already our desire at that time. Paragraph 231. We have seen with pleasure that through the examination of the Trade books by the examiner Berghuijs, Examiner Berghuijs, your honors this very favorable remark on his performance. This has happened, thanks the most reverend most humbly for him Berghuijs, two bad practices at Gale, of which one itself appeared very dubious, have been discovered. We therefore desire that the Ministers shall express our satisfaction to him on our behalf, in order to encourage him to proceed with zeal to serve the Company's interests in detecting abuses as well as otherwise, while we at the same time approve the arrangement made regarding the cables at which the ships shall henceforth lie in the Gale Roads, as serving greatly to the advantage of the Company. The difference between the write-off at Kolombo and Gale also arises partly from the greater length of the Gale ropes. Regarding this greater length, by resolution of 4 July 1787 we indeed acquiesced in the parities indicated by Gale, in response to what we had suggested to the servants, namely whether the cables could not and ought not to be brought back to 95 fathoms as formerly, which was also approved by your honors by letter of 23 October 1787; nevertheless, as appears from our resolution of 20 November 1789, we recently wrote anew to Gale that this matter must be investigated further by the new Master of Equipage Aans. Upon our order given by letter of 27 February 1787 pursuant to the decision taken in session on 14 December 1786 to the Gale servants, that if the Master of Equipage there could not manage with just as much coir as is written off here for the ropes, they should then have some ropes made by way of trial in the presence of specially appointed commissioners, they sent us alongside their letter of 8 May 1788 a report of various ropes that had been made by way of trial in this manner. Paragraph 232. Since it appears by Kolombo Resolution of 14 December 1786 that for ropes of one and the same caliber, more than 30 1/4 percent more coir has been written off at Gale for many years than is calculated at Kolombo, we wonder that the Ministers asked the Master of Equipage whether he could not manage with as much as is written off at Kolombo, since it is indeed impossible that for the laying of a sound rope of the same caliber, nearly one-third more coir can be used at one place than at the other. Although these trial ropes, according to this report, weighed less than the ordinary write-off at Gale, they still differed considerably from the write-off at Colombo. Therefore, and to be able to make a determination for the future with greater certainty, as appears from our resolution of 20 June 1788, we ordered the servants at Gale to instruct the commissioners who must measure the ropes made for stock, to have an end of ten fathoms cut off and weighed from these ropes from time to time at their choice, and to keep an accurate record thereof. By letter of 5 September 1789 the servants informed us that compliance with this order had been earnestly commended to the Master of Equipage Abo, but that the commissioners appointed for that work had made known by a report of 10 August prior that in the months of February, March, and April 1789, 23 coir ropes of various length and thickness had been supplied to the Company's ships and sloops in the Gale Bay and also shipped for Batavia, which were not inspected or weighed by their commissioners, and that the Master of Equipage Abo, having been questioned about this by the retired commander Kraijenhoff, had declared that those ropes had been supplied and sent unweighed and unmeasured due to much business at the equipage there, but that henceforth he would properly have the ropes that were supplied and delivered weighed and measured according to the order commended to him.

Dutch transcription

164 het schip Stavenisse van Kolombo voor Gale afgescheept, bevreemd, ons niet weinig immers, daar het uit de quitan„ tie van de Dispencier gebleeken was, dat het in behoorlijke ordre en goed was afgescheept, en het bederf dus aen boord moet gekoomen zijn, wa het gevoeglijker geweest de overheeden daer voor te belasten, dan dezelve ter afschrijving passeeren de, zich met de recom„ mandatie te vergenoe„ gen om bij vervolg toe te zien 5 165 2204 wen hebben aan alle de administrateurs opgelegd 't stellen van borgtogten van de geene die dat niet kunnen doen word de gagie ingehouden tot dat ze zoo veel zullen te goed hebben als de borg „togt bedraagd. zien of zij ook bedorven goed ontvangen. §236. Vermits UE: zelve aan„ merken dat 'er geene reedenen zijn, waerom de Ceilonsche administra„ teurs van de algemeene order, om Borgen te stellen, zouden zijn uitgeslooten, zijn wij van gedagten dat schoon de Ministers ten haare voordeelen aanhaalen, dat volgens brief van WE: van 14. Julij 1763. —. de Dienaaren van dat Gou= vernement, om de wille van het onvermoogen, van & van het stellen van borg„ togten zijn bevrijd, als nú daar de nadeelige volgen hier van ondervonden wor= den, ook in deeze de noodige verandering behoord te worden ge„ maakt, zoo als wE: reeds uit ons aanschri ven van gepasseerde na= jaar §416. zal gebleeke zijn, dat zulks als toen reeds ons verlangen ge¬ weest is. § 231. Wij hebben met genoegen gezien, dat door het nagaan der Negotie boeken door de visitateur Berghuijs 166 „ 167 2802 „tateur Berghuijs uw wel Edele deese zeer gunstige opmerking op zijne verrigtinge. Berghuijs twee kwaade gebruiken op Sale, waar van het eene zel„ ve zeer bedenkelijk is voorgekoomen, zijn ontdekt geworden, wij Dit is geschiueden bedankt de nis: begeeren dus dat de Mi„ Hoog Achtb: op 't medrigst voor nisters, uit onze naem hem daer over ons genoe¬ gen zullen te kennen geeven, ten einde hem aentespooren, om met ijver voort te gaan om 'skomp=s belangen in het opspeuren van abuizen, als anderzints te behartigen, terwijl wij te gelijk goedkeurende gemaakte 168 der gaalsche touwen. T verschil tusschen de afschrijving te kolombo en gale komt ook gedeel gemaakte schikking om„ „trend de touwen voor welke de Scheepen op de Gaalsche Rheede ovoor„ taan zullen leggen, als zeer ten voordeele van de kompenie strekkende: §232. Daar bij kolombosche Resolutie van 14:e Decem„ omtrent deese meerdere lengte hebben ber 1786. blijkt, dat we wel bij resolutie van den 4. Iulij 1787. berust in de van gale aangeweesene pa„ „rig heeden, in antwoord op 't geene weden bedienden hadden in gedagten gegeeven, zeedert veele Iaaren of namelijk de Cabeltouw en niet we„ „derom gelijk eertijds zouden kunnen en behooren te worden gebragt op 95. vodems 't welk ook door W: W: haer: omtrend de afschrijving bij brieve van den 23. 8ber: 1787. is g'approbeerd, nogtans hebben we on„ der Kaijer voor touwen, „langs, blijkens onse resol: van den 20. 9ber: 1789. op nieuw na Gale aangeschreven dat deese zaak door den nieuwen Equipagiemeester Aans van een en het zel„ nog eens nader moet worden ondersogt. op onse uijt kragte van 't daar toe ve Kaliber, te Tale genoomen besluijt ter sessie van den 14: xber: 1786. aan de gaalschen meer dan 30¼. p„ bedienden gegeevene last bij brieve van den 27. februarij 1787. , dat zoo de Equipagiemeester aldaar 't niet konde stellen met even zo veel kaijer„ als hier tot de touwen word afge„meerder bereekend „schreeven, zij dan eenige touw en ten overstaen van Expresse gekom= word dan te „mitteerden, ter preuve moesten doen slaan hebben ze nevens hunnen „telijk voort, uijt de meerdere lengte brief Kolombo 2203 169 brief van den 8. Maij 1788. , ons toegesonden een rapport van ver hean aanbevoolene order behoor- „lijk zoude laeten weegen en Kolombo verwonderen wy ons dat de Mi= schoon nu deese proct touwen volgens dit rapport, minder hebben gewoogen dan de nisters aan den Equipa„ ordinaire afschrijving te gale schulden ze, nogtans nog merkelijk met de af- „schrijving van colombo. We hebben daarom en om niet te meer gerusthed geemeester hebben ge„ eene bepaaling voor den aanstaende te kunnen maeken, blijkens onse resol: van den 20. Junij 1788. , den be=vraagd, of hij zulks dienden te gale gelast, om den ge= „committeerden die de touwen welke in voorraad worden geslaagen, moe niet met zoo veel als „ten nameeten, aantebeveelen om van tijd tot tijd ter hunner keuse, van deese touwen een end van tien vadems ek te Kolombo, voor telaeten afkappen en weegen, en daar van naukeurige aantekening te afgeschreeven word, kon„ moeten houden. Bij brieve van den 5. September 1789. hebben de bedienden ons bedeeld, dat de naarkooming deeser order de stellen daar het im„ den Equipagiemeester Abo ernstig was aanbevoolen, dog dat de gecom„ „mitteerdens, die tot dat werk mers onmogelijk zin„ benoemd waaren bij een berigt van den 10. aug:s daar te vooren hadden bekend gemaakt, dat in de maanden febr: Maart en April 1789. 23. kaijer de dat tot het slaan touwen van onderscheide lengte en dikte, aan 'skomp:s scheepen en sloepen in de greesche baeij ver van een deugdzaem touw. strekt en ook voor Batavia afgescheept waaren, die door hun van dezelve Ca= gekommitteerden niet besigtigd of gewoogen zijn, en dat de Equi= „pagiemeester Abo, door den afge„ „gaanen gezaghebber kraijenhop liber bij na een - daar over te reede gesteld zijnde derde meer kaijer, op verklaard hadde, dat die touwen ongewoogen en ongemeeten verstrekt en afgesonden waaren, wegens veele bezigheeden bij de Equipe„ de eene plaats, dan op „gie aldaar, dog dat hij voortaen de touwen, die verstrekt en af„ „gegeeven wierden, volgens de aan de andere kan ge„ bruikt worden, zij „scheide touwen die op deese wijze ter preuve waaren geslagen. Deeze hem nameeten.

NL-HaNA_1.04.02_3841_0226 view scan ↗

English

170 put to the servants, and that they should have much sooner positively ordered him, by letter of 10 December last, to conduct further investigation into this matter. Since then, together with the servants' letter of 2 December of that Honorable Body, we have received an extract answered by them from the extract inserted here beside, which goes over in copy among the appendices, in which at § 232 they say that they had conducted this recommended investigation, and that thereupon the aforesaid committee members had testified by a report of 22 September last that they had not even been warned by the Master of the Equippage Abo, nor had seen that any commencement was made to have the aforesaid 23 ropes laid, and thus had not been able to be present there. Hereupon the Master of the Equippage Abo was ordered by the servants to demonstrate with plain and clear reasons why the aforesaid 23 coir ropes were not measured and weighed according to the order, who thereupon further declared by a report of 25 September that there had been no other reasons for this than the manifold activities at the Equippage there, when the said ropes were supplied and shipped. According to the aforesaid extract answered by the Galle servants, and the report sent to us alongside it, in the month of October last a fathom was cut off and weighed from 2 messenger ropes of 19 inches and from 2 of 16 inches. This excuse of the Master of the Equippage Abo not being acceptable, we have [ordered] the Galle servants, from the same quantity from which one at Colombo could also lay the ropes, to have ropes laid on the spot, and furthermore to have a proper investigation made into this difference, in order to discover who had the benefit of that excess written-off coir. And as it is of importance that such bad practices be opposed, we have ordered the Galle [servants] to ensure that, upon the discovery of such evil practices, the servants under whose direction such shall take place shall be punished according to their merits, without it serving them as any excuse that such practice had already taken place before, of which order they can inform all the servants on suitable occasions. The found weight thereof is indicated in this reply, and amounts to somewhat less than the first-taken tests spoken of above. The Galle Ministers proceeded to § 233. 171 and that no overly accurate calculation can be made based upon that, the Master of the Equippage De Sille has already indicated in the answered report of the visitor mentioned in our resolution of 14 December 1786. It has been further recommended to Galle to proceed at once with taking these tests with regard to all the other types of cable ropes, and the further cordage that is made of coir, and as soon as we shall have received all of them, as well as the further considerations of the Master of the Equippage Adams concerning the length of the ropes, we shall make a new regulation regarding the coir needed for each rope, in accordance with our resolution taken for that purpose on the aforesaid resolution of 14 December 1786. 172 § 233. In our humble letter to Your High Excellencies of 25 September 1789, we treated the matter of the charges extensively and indicated the accidental causes that bring about that the same now sometimes run so high. The increase in price of rice and other necessities have, among others, a noticeable influence upon this, and even the difference between the copper currency and the gold and silver specie does not fail to work upon this as well. Since the end of the year 1785, so to speak, no more silver money has been spent in the household; from Europe we have received no more than ƒ 212672. 14. 8 in copper doits. Apart from the usual assignations both for Europe and Batavia, the rest of the expenditures here have been found in the household itself. With respect to the charges having risen so high this year to an excess over the past year of ƒ 103814. 10. 12, we refer to what was written last autumn in the general dispatch § 436, and as the remnants also still amount to over 4200000, we have most earnestly recommended to the Ministers a continuous reduction of the same.

Dutch transcription

170 bedienden voorgehouden, en hun hem veel eer stellig had„ den behooren te gelasten, bij brief van den 10. xber: pass:o aanbevoolen om derwegens nader uit dezelve quantiteid onderzoek tedoen. zedert hebben we, nevens der bedienden brief van den 2. xber: d:o E: ontvangen een door hun b'ant uit welke men te Colom„ „woord uittreksel uijt 't hier beseiden geinsereerd En trakt, dit oo de touwen konde in kopij onder de bijlaegen over- gaat, waar bij ze op 8. 232. zeggen, dat ze dit aanbevoolen slaan ook touwen onderzoek hadden gedaan, en dat daar op de voorm: gekommit- op Sate te moeten mae„ „teerden bij een berigt van den 22. 7ber: pass:o hadden betuijgd dat ze niet eens door den Equipa- „giemeester Abo waaren gewaar„ken en voorts behoorlijk „schoud nog ook gezien hadden dat 'er eenige aanvang gemaekt onderzoek moeten wierd om de voorsz: 23. touwen te laeten slaan en zig dus daar bij niet hadden kunnen laeten laaten doen naer dit vinden. Hier op is den Equipagiemester Abo door den bedienden gelast verschil, ten einde met duidelijke en klaare ree- „denen aantetoonen, waarom de te ontdekken wie het voorm: 23. Kaijer touwen niet na de ordre zijn nagemeeten en gewoogen geworden die daar genot gehad hadde dier op bij een berigt van den 25: zber: nader heeft verklaart dat 'er geene andere reeve hier meerder afgeschreevene toe geweest zijn dan de veel vuldige bezigheeden bij de Kaijer. En daer het Equipagie aldaar, toen gedagte touwen verstrekt en afgescheept van belang is, dat wierden. Blijkens evengem: door de gaalsche dergelyke kwaade bedienden beantwoord uijttrek „zel, en 't daar nevens ons toegezonden rapport, zijn in de maand, 8ber: pass:o van 2. vij- gebruiken worden teegen „gertouwen van 19. d=m en van 2. van 16. d=m een vadem afgekopt en gewoogen. „de, hebben we dat den gaalschen gegaan Deese verschooning van den Equipagie „meester Abo niet aannemelijk zijn 1 2204 171 de eerst genoomene proeven waarte zorgen, dat bij het van hier boven gesproken is. dat en dat daar op geen alte naar ontdekken van dierge„ dit merkelijk verschillij kan „neurige reekening. temaeken is, heeft reets de Equipagie-lijke kwaade prak„ „meester de sille aangewee„ „sen bij het beantwoord berigt van de visiteteur vermeedtijken, de bedienden in bij onse resolutie van den 14:e welker directie zulks xber 1786. Na gale is nader aanbevoolen om plaats zal hebben, naer met 't neemen deeser proeven ten eersten te moeten voortgaen, omtrend alle de overige soor= „ten van kabeltouwen, en het verdiensten worden ge„ verder touwerk dat van corrigeerd zonder dat Kaik word gemaekt, en zoo dra we, die alle zullen hebben ontvangen, als meede de nadere konsideraatsen het hun tot eenige ver„ van den Equipagiemeester Atams over de lengte der schooning strekken zal, touwen, zullen we nopens dat zodaenig ge„ de kaijer, tot elk touw noodig eene nieuwe bepal= „ling maeken overeenkomstig bruik te vooren reeds met onse daar toe genomen besluijt bij voorsz: reso= plaats heeft gehad, van „lutie van den 14. xber: 1786. welke order zij alle de Bediendens, bij bekwaame geleegenheid kunnen doen informeeren Het bevonden gewigt daar van word gegaan, hebben de Ministers bij deese beantwoording aangeweesen en bedraagd wat minder dan §: 233. 172 § 233. Ten opzichte der in dit Bij onzen nedrigen brief aan W: H: E: van den 25. 7ber 1709 hebben we over het stuk Iaar zoo hoog geklom der lasten omstandig behandeld en aange„ weezen de toevallige oorzaaken die voort„ bringen dat dezelve tans zomtijds zoo hoog loopen. De verduuring van rijst en ande men Lasten tot een „re benoodigdheeden zijn hier op onder anderen van merkelijken invloed en zelfs het verschil tusschen de koopere meerder bedraegen dan in munt en de goude en zilvere spetien laat niet na hier op ook te werken het gepasseerde met zevert het laast van het jaar 1785. is er om zoo te spreeken geen zilver geld meer in de huijshouding uijtgegeeven ƒ 103814. 10. 12. - ui't Europa hebben we niet meer ontvangen dan ƒ212672 14. 8 jge aan koopere duiten. refereeren wij ons tot Buiten de gewoone assignagties zoo voor Europa als Batavia zijn de rest der uitgavens hier in de huijs„ het gepchreevene in het laatstleeden najaar bij de generaale missi„ we § 436. en daar de restanten meede nog over de 4200, 0vo. bedraegen, willen wij eene geduurige ver„ mindering derzelve de Munsters op het ernstige hebben aenbe„ houding zeeve gevonden. voolen

NL-HaNA_1.04.02_3841_0229 view scan ↗

English

173 Because Your Right Honourable worships were pleased to permit us in your general dispatch of 18 November 1784 that, if we could provide any solution to the difficulties which occurred to your worships concerning our request for the disbursement of the wages of the deceased, we might then propose the same, we, hoping that what we took the liberty to note in this regard—in our reply to paragraph 317 of the extract from your said Right Honourable worships' dispatch inserted into our humble letter to Their High Mightinesses of 28 January 1786—namely, that if the payment of earned wages of the deceased is made before the accounts are sent to Europe, and under proper security to be restituted, this according to our humble view would have no notable inconveniences, would be found satisfactory by Your Right Honourable worships, resolved provisionally on that footing to order the disbursement of the wages of the persons named here alongside; but since receiving the extract from Your Right Honourable worships' general dispatch of 26 December 1787 inserted into our respectful letter to Their High Mightinesses of 26 January 1784 whereby Your Right Honourable worships in paragraph 368 rejected our aforesaid proposal and persisted in the order to make no payments of 234. With great astonishment we have seen that the Ministers have seen fit to allow the disbursement of the outstanding wages of their deceased husbands to the widow of Sergeant Mol, of the visitor of the sick Dirk Kamp, and of Sergeant Iakob Lassia, under security of restitution, notwithstanding that we in our general dispatch 2205 174 of 18 November 1784 disapproved the proposal of the Ministers made in their letter of 7 March 1782 to make payments of the outstanding wages of deceased European servants without prior authorization, only permitting them, if they could provide any solution to the difficulties which occurred to us regarding this and were communicated to the Ministers in the said dispatch, to propose the same, as they indeed did payments of the outstanding wages of deceased European servants without prior authorization, we have consequently also ordered no such disbursements to be made, but have submitted the requests for them to the Gentlemen Directors of the respective chambers under which such deceased servants sailed. 175 2206 in their letter to us of 28 January 1786; yet the measure proposed therein was completely rejected last autumn in our general dispatch, paragraph 368, for reasons detailed more broadly therein, and the Ministers were ordered to persist in the old customs regarding the payment of those wages. In view of what had already occurred regarding this matter, we might therefore have reasonably expected from the Ministers 176 (as Your Honour also recommended to them in the dispatch of 17 November 1786) that, as long as they had received no qualification, they would not have proceeded to the disbursement of the wages in such cases, and we cannot therefore conceal from the Ministers our reasonable displeasure regarding this, while, referring once again to what was written in that respect 177 2207 in the repeatedly mentioned dispatch of the year 1787, paragraph 368, we notify them that, since they made this disbursement without qualification, they will also have the loss on their account should any arise from it, and furthermore will have to reimburse the Company for it in this and all similar cases. Paragraph 235. That the demand for needed cash, set by the Ministers at 6 tons, appeared too large to Your Honour because they had calculated under those 6 tons 4½ for the payoff of the creditors and the redemption of paper credit, whereas these two items could easily continue running for some time, this, we say, astonishes us greatly, since Your Honour, in your calculation of needed cash for Ceylon, not only calculated on the ƒ 600,000 which the Ceylon Ministers 178 estimated to be short for 1787, 179 2208 but increased the same to ƒ 800,000, and in addition in the calculation for 1788 again set the same requirement of ƒ 800,000 for Ceylon, and that notwithstanding Your Honour knew that under the requirement for 1787, 4½ tons were already calculated in excess, and which, if they had been satisfied in 1787, certainly ought not to have been calculated in 1788. We therefore expect, since Your Honour will well perceive the contradiction of what was just noted, that Your Honour will recommend more attention and accuracy to those whose duty it is to draw up the calculation of the needed cash, and that especially in a time when the meager supply in the treasuries does not yet permit sending more than what is most urgently needed. 181 2209 Paragraph 236. Since the Ministers propose to Your Honour that the prohibition of the export of arrack would press the inhabitants too severely and would be extremely detrimental to the shipping along the coast, and since we have already written to Your Honour in our dispatch of 30 November 1781 that we trusted the interest of some arrack distiller or other would never be compared 182 to the misery into which the inhabitants of an entire Government would be brought, we expect that Your Honour will not have proceeded too lightly to the prohibition of the export, but have properly considered the reasonable representations of the Ministers. Paragraph 237. With the greatest approval we have seen the entirely praiseworthy resolution of the Ministers and their made

Dutch transcription

173 wijl uwel Edele hoog achtb: ons bij hooghd 234. Met veel verwondering derzelver generaele missive van den 18. 9ber: hebben wij gezien dat de 1784. hebben gelieven te permitteeren, dat indien we eenige oplossing de zwaarigheeden welke hoogst dezelve voorgekoomen waaen Ministers hebben kunnen omtrent ons verzoek tot de verstaekking van goedvinden aan de gagie der overleedenen konden geeven„ dezelve als dan te moogen voordraegen de weduwe van den hebben we op hoope, dat het geen we de vrij„ heijd hebben gebruijkt derweegens aente„ merken, in onze beantwoording op 3. 317. sergeant Mol, van van het extrakt uit voorm: uwer wet Ed. Hoog achtb: missive geinsereerd in onze den krankbezoeker nedrigen brief aen Hunne Hoog Edelheeden van den 28. Jann. 1786. dat namelijk, zoo Dirk kamp en van den de betaeling van verdiende zoldijen, van overleedenen, geschiet voor dat de reek: na Sergeant Iakob Europa gezonden worden, en onder be„ Lassia de te goed staen„ hoorlijke kautie de restitueerde, dit naer ons needrig inzien geen merkelijke inkon„ de gagien van haare over„ venienten hebben zoude, bij uwel Ed: Hoog agtb: voldoende zoude zijn bevonden, be„ leedene mannen, onder slooten, om bij provisie op dien voet telae„ „ten doen uitkeeren de gasien van de hier neevens genoemde perzoonen; dog zeedert Cautie de Hesti ontvangen zijnde 't Extrakt uit uwer wel Ed: hoog agtb: generaele missieve thendo te laeten af„ van den 26. xber: 1787. geinsercerdin onzen eerbiedigen aen Hunne Hoog Edelheeden van den 26. Jann: 1784 waar bij uwel staande wij by onze Edele Hoog agtb: §. 368. ons voorsch: voorstel hebben afgekeurden gepersis„ teerd bij de order, om geene afbe„Generaale missive geeven, niet teegen„ voolen taelingen van 2205 174 van den 18e. November 172 afbetaalingen te doen van de tegoed de voorslag der Minsters zijnde gagien van overleedenen Ee ropeesche dienaaren zonder voor hier toe, bij haer brief afgaande autorisatie, hebben we ook vervolgens geene diergelijke van 7:e Maart 1782. geda„ uitkeeringen laeten doen maar de verzoeken daar toe voorge hebben gedisappro¬ draegen aan de heeren Bewind„ beerd, aan hun hebberen van de respective ka„ mers, waar voor zulke overlee„ dene Dienaeren zijn uijtgevaeren alleen gepermitteerd laatende om indien zij eenige aplossing der zwaerigheeden, welke hier omtrend bij ons waa„ ren voorgekoomen, en bij gem: Missive aan de Munisters wierden meede gedeeld konde geeven, dezelve als dan te moogen voor„ draagen, zoo als zij o zulks 175 2206 zulks bij haar brief aan ons van den 28:e Januarij 1786. hebben ge„ daan zijnde egter het middel daerbij opege„ geeven 't laatstleeden Najaar bij onze gene„ raale Missive §. 368. om reedenen, aldaer bree„ der gedetailleerd geheel afgekeurd, en de ministers gelast, omtrend het betaalen dier gagien, bij de oude gebruiken te persisteeren wij hadden uit hoofde van het reeds gebeurde omtrend deeze zaek dus van 176 van de Ministers billijk moogen verwagten /:ge= lijk UE: hem zulks ook bij missive van 17. 9ber: 1786. nog hadden aenbe„ voolen:/ dat zij, zoo lange zij geen qualifikatie had„ den bekoomen, tot de af„ gaven der gagien in dier„ gelijke gevallen niet zouden zijn overgegaen, en wij kunnen dus hier over aan de Ministers ons billijk ongenoegen niet verzwijgen, terwijl wij ons nogmaals refe„ reerende tot het ten dien opzigte geschreeve„ ne 177 2207 „ne bij meergem: Missive van A=o 1787. § 368. hun prevenieeren dat, daar zij ongequalificeerd deeze afgaeve hadden gedaan, zij ook de schaede, indien er eenige op mogt vallen voor hunne reeke„ ning zullen hebben, en voorts dezelve in deeze en alle zoortgelijke gevallen de komp=e zullen moeten vergoeden §. 235. Dat UE: den Eisch van benoodigde kontanten door de Ministers op 6. tonnen bepaald, te groot is voorgekoomen om om dat zij onder die 6. tonnen hadden gereekend op 4½. tot aflossing der Crediteuren, en in wis„ seling van papieren van Credit, daar deeze beide posten, nog wel eenigen tijd konden voortloopen, dit zeggen wij ver„ wonderd ons zeer, daar WE: bij derzelver Calcu„ latie van benoodigde Contanten voor Ceilon„ niet alleen hebben geree„ kent of de ƒ600'000. welke de Cei= lonsche Munisters voor 178 179 2248 voor 1787. meerder te kort te zullen koomen, maer dezelve tot ƒ 800'000. — hebben vermeerderd en daer en boven bij de Calculatie voor 1788. wederom dezelve benodigdheid van ƒ 800'000: — voor Ceilon gesteld en zulks net teegenstaende WE: wisten, dat onder het benodigde voor 1787. reeds 4½ zon„ te veel gereekend was, en op welke, wanneer ze in 1787. waeren voldaen in 1788. ten minsten zeeker niet behoorde gereekend te worden, wij 180 wij verwagten dus, daer UE: het tegenstrijdige van het daer eeven aan„ gemerkte wel zullen in„ zien, dat uE: aan die geene welke het incum„ beerd om de kalkulatie van de benoodigde kon„ tanten optemaaken, meer attentie en arcuratesse zullen aenbeveelen, en zulks voornaementlijk in een tijd daar de schrae„ le voorraad der kassen voor als nog niet toelaat, meer dan het hoogst noodige te verzenden. 5. 236 181 2209 § 236. Daar de ministers UE: voorstellen, dat het ver„ bod van den uitvoer van Arrak de ingezee„ tenen te sterk zou„ de drukken, en ten uittersten nadeelig voor de vaart op de kust zijn zoude, en daer wij reeds bij onze Missive van 30. 9ber: 1781. aan UE: hebben aengeschreeven, dat wij vertrouwden dat nimmer hier omtrend het belang van een of ander Arrak brander in vergelijking zoude koomen koomen, tegens de ellende waar in de Inwoon„ „ders van een geheel Gouvernement, zouden worden gebragt, verwag„ ten wij, dat uE: niet te ligt tot het verbie„ den van den uit„ voer zullen zijn over„ gegaan, maar de billijke voordragten der Ministers naar behooren hebben over„ woogen §237. Met de meeste goedkeu„ ring hebben wij gezien het alzins prijzelijke besluit der Ministers en hunne gemaekte 182 5

NL-HaNA_1.04.02_3841_0239 view scan ↗

English

arrangements made for the establishment of a workhouse from a fund, by way of subscription, in order to prevent indigent widows and orphans who were unable to earn a living from falling upon the diaconate, and to prevent widespread begging. An institution of this nature, organized for the benefit of humanity and pursued with zeal and selflessness, cannot but have good results, of which we shall always be very pleased to hear. § 238: Although we have not suspected the junior merchant Conradi, and also had no reason to believe that he acted in this matter to the detriment of the Company, of which he moreover justified himself by his accurate account, we nevertheless believed that we might set a somewhat strict example against actions in the administration of which it is at least very possible that great abuse could be made. We readily admit, meanwhile, that the fine was taken somewhat high. Since the case of the 10428 lb of pepper found in the Danish ship, which had been sent to it by the Galle warehouse master, cannot at all be cleared of the suspicion of illicit trade, we are surprised that the ministers could take a disposition to propose to him either to submit to a mild correction by paying a fine of 3000 Rd.s and 100 ducatoons, or to have the matter investigated further judicially; for if he was to be kept entirely free of illicit trade, and was only to be corrected for his carelessness, they would not have needed to leave it to his choice, but they could have let him off with a small fine for his careless conduct. And in case they judged him guilty of illicit trade, then the punishment imposed upon him was far too slight, as such deeds ought not to be punished with mild corrections. As it now appears that by paying the fine he wished to avoid a judicial inquiry, which, being innocent, he naturally ought to have preferred, and it is moreover of too great importance that such cases are not treated in such a mild and indifferent manner, we order the ministers henceforth to watch with more vigilance against such evil practices, and to check the warehouse master Conradi accurately and pay attention to all his actions, while we desire that the aforementioned judicial inquiry, despite the paid fine, be carried out if possible. We shall nevertheless let your Honorable, Highly Esteemed recommendation, that those things do not extend too much to the expense of the Company, serve as our dutiful guidance. It will attach the Eastern troops considerably to see that to those who have grown grey in the Company's service and, returning to Batavia, would have to go begging there, opportunity is given in this way to be able to make their old age tolerable here. § 239. The arrangement made by the ministers concerning those old people among the Easterners who, on account of their wives and children, prefer to remain on Ceylon rather than return to Batavia, we shall pass, hoping however that it will not burden the Company too much by enlarging that number further over time. § 240. The matter of the discovered false measure of a double parra, which was used on Manaar, also seems not to have been treated with the seriousness that it appears to require; for although the ministers say that no reason of bad faith has appeared to them, it nevertheless sounds very strange that the consumption bookkeeper van der Spar, since 1780 when he was appointed, would never have discovered that this measure was too large, and that, since the difference was found to be quite considerable. Wherefore we desire that such gross abuses be opposed and corrected with more seriousness. The court has repeatedly been requested to report these revenues, and the first undersigned governor has more than once caused the Kandyan first envoy to be spoken to about it, and has even spoken to him about it once in person, without anything coming of it. § 241. We consider as very appropriate the answer which your Honor has given to the governor in your separate letter of 17 November: that if one wishes to oblige the court to observe a contract, one must lead the way oneself, and accordingly have ordered him to have drawn up what is due to the Kandyan court on account of the rights of the shores, in order to pay it out to them as soon as possible, without taking into computation the concessions that have been offered to the court, regarding which writ we gladly express to your Honor our satisfaction. § 242. The arrangements made regarding the trade on the opposite coast and the pearl fishery we consider well done, in the hope that they will be ratified by the Nabob and that he will adhere to the stipulated conditions, so that the Company, considering itself bound on its side, might not possibly become of a worse condition in this respect than before. § 243. Your Honor's apprehension that the revenues of the Vannis will by far not cover the costs that have been spent on the conquest and will still have to be borne annually for the administration, we find all the more well-founded as we consider how it appeared to us under the article of the domains that the introduction of levies in the Vannis will be extremely difficult, wherefore we approve that

Dutch transcription

1831 2210 gemaakte schikkingen tot het oprechten van een werkhuijs uit een fonds, bij woege van in„ teekening, tot voorkoo„ ming, dat de noodlijdende weduwen en weezen die niet in staat waaren om aan de kost te ge„ raaken, niet vervielen aan de diakonij, en tot weering van meenig„ vuldige bedelarijen Een instelling van dien aart, ingericht tot nut van't menschdom en met ijver en belang= loosheid vortgezet, kan niet 184 niet dan goede gevolgen hebben welke wij alteid met veel genoegen zul„ len verneemen. §238: Daar het geval van de Schoon weden onderkoopman convadi niet hebben verdagt en ook geen reeden 10428. lb: Peeper in het daar toe gehad hebben dat hij in deezen ten nadeele van de komp: hadde gehandeld waar van hij zig bo„ Deensche schip gevonden vendien door zijne regtige overgave heeft gejusti„ ficeerd hebben we niet te min gemeent dat we welke naar het zelve wel wat een streng exempel mogten stellen tegens handelingen in de administraatsien waar van door de Gaalsche Pak„ het ten minsten zeer mogelijk is dat een groot misbruik zoude kunnen worden gemaakt. huismeester gezonden we bekennen het intusschen gaarne dat de boete was, gantsch niet van suspicie van kwaade handel is vrij te pleiten, verwonderen wij ons, dat de Ministers eene Dispositie hebben konnen neemen, om hem te doen voorstellen, om of zich wat hoog genoomen is te „ 2211 185 te onderwerpen aan eene zagte Correctie met een boe„ te van 3000. Rd. s en 100. Dukatons te be„ taalen, of de zaak ge„ rechtelijk nader te lae„ ten onderzoeken, want als hij van kwaden handel geheel was vrij te houden, en dat hij maar alleen over zijne onvoorzigtig„ heid behoorde gecorri= geerd te worden, als dan hadden zij het ter zijner keuse niet behoeven overtelaaten maar zij hadden hem voor zijne onvoorzigtig gedrag 186 gedrag met een geringe boete konnen laaten volstaan. en bij aldien zij hem aan kwaaden handel schul„ dig oordeelen, als dan was de straffe, hem opgelegd, veel te gering behoorende zulke daaden met geene zagte Cor„ rectien gestraft te wor„ den. Daar het nu schijnt dat hij door het betaalen der boete, een gerech„ telijke onderzoek heeft willen vermijden het welk hij onschuldig zijnde, natuurlijk had moeten 2in 187 moeten praefereeren, en het booven dien van te veel belang is, dat dier„ gelijke gevallen niet op zoo eene zagte en onver„ schillige wyjze behandeld worden, gelasten wij de Ministers voortaen met meer vigilantie teegen diergelijke kwaade practijken te waken, en den Pakhuismeester Con„ radi nauwkeurig nate„ gaan en op alle zijne handelingen te letten, ter„ wijl wij begeeren dat het gem: gerechtelijk onderzoek ondanks toebrengen. we zullen niet te min uw wel Ed: Hoog achtb: aanbe„ „veeling, dat die dingen niet te veel strekken ons tot schuldige narigt laeten verstrekken de betaalde boete, zoo moogelijk, al nog werk stellig worde gemaakt §239. De door de Ministers Het zal de oosterse troupen merkelijk gemaakte Schikking om attacheeren, te zien dat aan die geenen die grijs in 's Comp:s dienst geworden zijn en terug gaande na trand die oude lieden on„ Batavia daar zouden moeten gaan beverlen op dese wijze word gelegent „heid gegeven om hunnen ouden der de oosterlingen, wel„ dag hier dragelijk te kunnen ke om hunne vrouwen tot lasten van de komp: moeten en kinderen liever op Ceilon willen blijven dan naar Batavia te rugkee„ ren, zullen wij passee„ ren en hoop egter dat dezel„ ve de Maatschappij met te veel zal drukken, door dat getal, bij vervolg van tijd, nog te vergrooten § 240 188 2213 189 § 240. De zaak van de ontdek„ te valsche Maat van een dubbelde parra, welke op Manaar gebruikt wierd, schijnt meede niet met dien ernst behan„ deld te zijn als dezelve voorkomt te vereisschen, want of Schoon de Ministers zeggen, dat hun geen reeden is voorgekoomen van kwaade trouw, zoo luid het nogtans zeer vreemd dat de Consumtie boek„ houder van der spar zeedert 1780. dat hij aen„ gesteld is nimmer zoude Het hof is temeer maelen verzogt om deze inkomsten optegeven en den eerst ondergetekenden gouverneur heeft meer van eens den kandiasen eersten. gezant daar over doen, onderhouden en hem zelfs in per „zoon eens daar over gesproken zonder dat daar van iets geworden is, zoude ontdekt hebben, dat deeze staat te groot was, en dat, daar het ver„ schil vrij aanmerke„ lijk was bevonden. Weshalven wij verlangen dat zulke groove mis= bruiken met meer ernst wierden tegengegaen en gecorrigeerd §241. Wij beschouwen als zeer gepast het antwoord, het welk UE: aan den Gouverneur hebben gegee¬ „ven bij derzelver aparte brief van den 17:e 9ber: dat indien men het hof tot het onderhouden van een 190 191 2214 een kontracht wil ver„ plichten, men als dan zelve moet voorgaen, en hem mits dien heb„ ben gelast te laaten opmaaken, het geen uit hoofde der gerechtigheid der Stranden aan het Candiasche Hoff kompe„ teerd, om het aan het zelve, zoo spoedig moog„ lijk uit te keeren, zonder in komputatie te brengen de inwilligingen, die men het Hoff aangebooden heeft, over welk aanschrij„ van wij UE: ons genoe„ gen gaarne betuigen. § 242 van § 242: De gemaakte Schikkingen omtrend den handel op de overwal, en de Paarlvisscherij, merken wij aan als wel gedaan, in hoope dat dezelve door de Nabab zullen worden gera¬ tificeerd en hij zich aen de bepaalde Conditien houden zal, op dat niet de kompenie zich van haare zijde verbonden reekenende moogelijk ten deezen opzigte van veger Conditie dan te voo= ren worden § 243. 192 2215 193 venuen der wannijs op verre na niet zullen opbrengen de kosten, welke tot de overmees„ tering zijn besteed en noch, Iaarlijks voor den omslag zullen moeten gedraegen worden, vinden wij te meer gegrond als wij nagaan, hoe ons onder het artikul van de Domainen ge„ bleeken is, dat in de wan„ nijs het invoeren van Lasten, ten uiterste moeilijk zal zijn, waar„ om wij approbeeren § 243. UE: beduchting dat de ae„ dat

NL-HaNA_1.04.02_3841_0250 view scan ↗

English

These 1000. rds have already long since been paid to the company, and we hope that within a few years it will become apparent that taking possession of the Vanni has rendered a very notable service to the company. that the post of Landdrost has been disapproved by Your Honour, just as we also understand that the Ministers have not done well to assist the inhabitants with 1000. Rds at the request of Lieutenant Nagel, as it is to be feared that these funds of the company will also be lost. § 244. Since the conduct of certain French officers at Trincomalee certainly did not appear to be beyond question, we cannot but approve to the utmost the order given by the Ministers to uphold the dignity of the company against all infringements, and we recommend that they watch with the utmost precision against all such infringements and allow no steps that could have adverse consequences for the company, whilst we hope that they will have made good use of your recommendation that they would need materials, was to Jaffanapatnam [illegible] not further to be proven. to proceed with all circumspection and especially not to become too deeply involved in plans and projects that hold any prospect, as soon as they thought that the Coast might sometimes need materials, namely letters of 1 October and 29 October 1788 written to order such conveniences, also that, with regard to building materials, they must bear in mind that the Coromandel, upon the restoration of the factories, will need assistance therein more than ever; which recommendation, however, they do not seem to have complied with very well, by not only permitting a certain Mercier—who had been sent by the French Government at Pondicherry and had letters of recommendation to them to procure on Ceylon diverse materials, such as lime, firewood, and charcoal, of which they had a shortage at Pondicherry—to purchase those goods, but even assisting him with funds, indeed already to the amount of 14000. Rds. This money is in the company treasury at Colombo paid, and credit for these 14000. rd. was given on the subordinate offices. The Ministers, having, on account of their own need of the goods and in consideration of 16. rds instead of 12. rds, as the Regulation states, will be granted, we pass, in the expectation that the sale of Pepper to private individuals will thereby cease altogether. § 247. Under the subject of Coromandel we already expressed our surprise that by Your Honour the choice for Master of the Equipment at Galle, a post of very great importance, had fallen upon the person of E: N: Abo, a man of whom it nowhere appears that he has rendered any substantial service, at least to the company, but of whom, on the contrary, in the papers received this year, nothing appears but evidence of bad conduct, no proper vigilance for the company's interests, and ignorance in his profession. Since, moreover, this same Abo sailed out in the year 1780 as chief mate on the ship Cornelia Hillegonda for the Chamber of Hoorn, and only succeeded to the command of that vessel during the voyage due to the death of the skipper, he subsequently having been appointed Skipper by Your Honour in 1781, and we, by letter of 8 October 1777 § 509, ordered that henceforth no one should be promoted to Upper or Under Master of the Equipment except him who had been appointed skipper in the Netherlands, which order and it only appears from the Resolution that the incident must have occurred at the house of the chief of Senden. The case briefly consisted of this: Captain De Vrijbier, in a full company at the house of the chief of Senden, gave a shove to Lieutenant Dobson; and although afterwards, when this matter was discussed among the officers, he maintained that it had happened solely through inadvertence and without intent to insult, this incident nevertheless resulted in the other officers refusing to serve with them. Both Vrijbier and Dobson therefore requested their dismissals, to prevent them from not being granted to them. we order the Ministers nevertheless still to report the same, and henceforth not to conceal such matters, so that we may judge whether the decisions taken in that regard deserve approval. We thank Your Right Honourable very humbly for this favourable permission. § 249. Finally, we must still note that we accept the proposal made by the Ministers to Your Honour for the placement of two naval cadets at ƒ 9 per month on each returning Ceylon ship, provided this is done on the same footing as here in this Country, namely, under the obligation to remain in the maritime service and not to allow themselves to be employed in any other kinds of offices, and provided also that such cadets are children of qualified persons under this Government. Departure of the ship Leviathan. To the same, a heavy anchor has been furnished at Galle. We flatter ourselves that the aforesaid response will be found satisfactory and proceed consequently to the main section on: § 25. Ships and Vessels The ship Leviathan departed from Galle thither on the 4th of this month, and we take the liberty of presenting herewith to Your Honours the duplicates of our letters dispatched therewith, dated 25 and 29 December last. § 26. To this ship, at the request of its commander, a heavy anchor was furnished at Galle in place of an unserviceable one that was brought ashore here, as appears from [illegible]

Dutch transcription

194 Deeze 1000. rd s zijn reeds lange aan de komp=e betaald en we hoopen dat het in wijnige Jaeren blijken zal dat met het in bezit neemen van de wannig de komp:s een zeer merkelijke dienst gedaen is. dat door UE: de post van Landrost is afge¬ keurt zoo als wij ook begrijpen, dat de Minis„ ters niet wel hebben gedaen van op het verzoek van den Luitenant, Nagel de Ingezeetenen met 1000. Rd:s te adsisteeren dewijl het te vreezen is, dat ook deeze penningen van de komp:e verlooren zullen zijn. § 244. Daar het gedrag van zom mige fransche officieren te Trinkonomale, zeeker lijk niet buiten beden„ king voorgekoomen is kun„ nen 2216 195 nen wij niet dan ten uittersten approbeeren de door de Ministers gegee„ ven order, om de waer„ digheid van de kompenie teegen alle inbreuken te soutineeren, en recomman„ deeren hun teegen alle diergelijke inbreuken op het nauwkeurigste te waaken, en geene staf„ pen, toetestaen, welke van nadeelige gevolgen voor de kompenie zoú¬ den konnen zijn, terwijl wij hoopen dat zij zich uwe recommandatie zul„ len ten nutte gemaakt hebben 196 riaalen zouden nodig hebben is na Iaffanapat„ „en jzin kosomald niet verder te bewyzen. hebben, om met alle om„ zigtigheid te werk te gaen en vooral om zig niet te diep inte wikkelen in plan en projecten, die van eenig uitzigt zijn, als zoo dra re dagten dat de kust zomtijds mate„ meede dat zij, ten opzigte namisi brieven van den 1eber en 29 8ber: 1788. van bouwmateriaelen moe„ aengeschreeven om diergelijke gerieflijkheeden ten denken, dat Chorman„ del bij herstel der komp„ toiren, meer als ooit assis„ tentie daer van benoodigd zal zijn, aan welke re„ kommandatie zij echter niet zeer schijnen voldaen te hebben, door aan eenen Mercier, die van het fransche Gouvernement te Wie 197 2217 betaald, en is daar voor gegeven het krediet deeser rd. 14000. op de onder„ „hovaiige kantooren te Fondischerij gezonden was en voorschrijvens aan hun had, op Ceilon te bezorgen diverse ma„ teriaelen, als kalk, brand„ hout en houtskoolen, aen welke zij op Pon„ dicherij gebrek hadden, niet alleen te permittee„ ren die goederen intekoo„ pen, maar zelfs hem met penningen en wel reeds ten bedraage van Dit geldiat op kolombo in kompkas 14000. Rd=s te adsisteeren, hebbende de Ministers uit hoofde van eige be„ nodigdheid der goederen en uit aenmerking van 16. rd:s insteede van 12. rd:s zoo als het Reglement Luid zal toegelegd wor„ „ den passeeren wij, in ver„ wachting dat het verkoopen van Peeper aan Partikulieren hier door ten eene„ maale zal koo„ men te cesseeren. §247. onder de mate„ rie van Chor„ mandel betoonden wij reeds onze ver„ wondering, dat bij WE 200 201 2219 UE: de keuze tot Equipagiemeester te Gale een post van zeer veel aen„ belang gevallen was. op den perzoon van E: N: Abo, een man van welke het nergens blijkt dat hij, althans aan de kompenie eenige weezendlij= ke dienst heeft gedaen, maar van welke in teegendeel in de in dit Jaar over gekoomene papieren, niet als als blijken van kwaad gedrag, gee„ ne behoorlijke vigilantie voor Skomp:s belan„ gen, en onkunde in zijn metier voorkoomen. Daar nu booven dien deeze zelfde Abo in Jaar 1780 als opperstuurman met het schip de Cor„ nelia Hillegonda voor de kamer Hoorn is uitgevae¬ vaaren, en alleen op de reize, door het 202 203 2220 het overleiden van den schipper denzel„ ven in het gezag over dien Bodem is opgevolgd, zijnde hij vervolgens in 1781. door UE: tot Schipper aengesteld en wij, bij brief van 8:e Oktober 1777. 5. 509. gelast hebben, dat voortaan niemand tot opper of onder„ Equipagiemeester zoude bevorderd worden dan die in Nederland tot schipper was aengesteld, en welke order „teeren, en maar alleen uit de Resolutie blijkt, dat het geval aan het huis van het af„ perhoofd van Senden moet Het geval heeft kortelijk hier in bestaan gebeurd zijn, ge„ de kapitain De vrijbier gaf aan den lui„ tenant Dobson in een volgeselschap lasten wij de Mi= ten huise van het opperhoofd van senden een stoot en schoon naderhand nisters het zelve en toen dit stuk onder de officieren ter spraak kwam heeft beweert dat als noch op te gee¬ het alleen was geschied uit onagtsaem„ heid en zonder opzet om te beleedigen heeft dit geval nogtans voortgebragt ven en voortaen dat de verdere officieren geweigerd hebben met hun te dienen /. Beide wij diergelijke zaaken bier en Dobson hebben, daerom hun ne demissien gevraegd, ter voorkooming niet te verzwij- dat ze niet aen hun wierde gegeeven. gen, of dat wrij kunnen oordeelen of de besluijten daer 206 207 2222 We bedanken uw wel Ed: Hoog achtb: zeer nedrg voor deeze gunstige toestemming. daeromtrend genoo„ men goedkeuring verdienen. §249.- Eijndelijk moeten wij nog aenmer„ ken dat wij ons laaten welgevallen de voordragt door de Ministers aan UE: gedaan tot plaatzing van twee katets de Marine á ƒ 9. 'Smaands op elk retourneerend, Cei= lonsch schip, mits„ zulks geschiede op den zelfden. voet 208 voet als hier te Lande, te wee„ ten, onder ver„ band van bij de Zeevaart te blijven, en zich tot geene an„ dere zoorten van bedieningen te laaten em= ploijeeren, en mits ook zodae„ nige kadets zijn kinderen van gequalificeerde perzoonen op dit Gouverne= ment 209 2223 vertrek van 't schip de Leriathan Aan hetzelve is te Gale een zwaare anker verstekt Wij vlijen ons dat voorsz: beandwoor„ ding voldoende zal worden bevon= den en gaan mits dien over tot 't hoofdeel van § 25. Scheepen en Vaartuigen 'T schip de Leviathan is den 4:e deezer van Sale naderwaerds vertrokken en we neemen de vrijheid uwen Hoog Edelheeden hierneevens aentebieden, de du„ plikaeten van onze daermeede afgegaene brieven de datis 25. en 29. December Iongstleeden. §20 Aan dit schip is te Tale, op 't ver„ zoek van dies gezagvoerder, een zwaere anker verstrekt, insteede van een onbequaeme, dat hier aan de wal is gebragt, blijkens Daalsche me ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3841_0262 view scan ↗

English

Paragraph 27. The country's frigates Zephir and Havik departed for Cochin. Paragraph 28. The ship Huisduinen is destined for the Chamber of Zeeland. Regarding this, reference is made to the reports of the Galle servants. Paragraph 29. The discovered defects in the rigging of this ship have been remedied. Galle resolution of 30 December of the past year, a copy of which is included among the appendices. The country's frigates Zephijr and Havik likewise departed from here for Koetsiem on the 27th of the past month. The ship Huisduinen is presently being loaded at Gale and is destined for the Chamber of Zeeland. Regarding the cargo it will be able to take in, we refer to the reports that the Galle servants will have the honor of presenting to Your High Nobilities. This ship was inspected at Gale according to order by express commissioners, and such defects were found on it and in its rigging, as appears from the reports and sworn statements received concerning it, which accompany this in copy. The Galle servants, in their aforesaid resolution of 30 December and the 16th of this month, have granted authorization to remedy this, and also to fulfill the requisition of necessities submitted by the captain of this ship and examined and moderated by the master of equipage Aams, the former of which is inserted in the said resolution. Paragraph 30. The consumption account of this vessel has been examined. Paragraph 31. Return of the ship Trinkonomale from Cochin to Gale. The consumption account of this vessel has been examined at Gale, and the report submitted concerning it by the Administrator van der Spar is inserted in the servants' resolution of the fourteenth of this month, which is transmitted in copy among the appendices. The ship Trinkonomale returned from Koetsiem to Gale on the 6th of this month, and we have designated it as a return vessel for the Chamber of Amsterdam. Regarding the cargo it is presently taking in, we refer to the documents that the Galle servants will present to Your High Nobilities. Paragraph 32. The defects found in the rigging of this ship have been remedied. Upon inspection of this ship at Gale, such defects were found in its rigging, as shown by the reports and sworn statement that accompany this in copy. The Galle servants, in their resolution of the 16th and 20th of this month, granted authorization not only to remedy this but also to fulfill the requisition inserted therein from Captain Driesman, which was examined and moderated by the master of equipage Aams. Paragraph 33. The consumption account of this vessel has been examined. Arrival of the ship Vreedenburg from Surat at Gale. Order to have the ship unloaded and sent hither. The consumption account of the provisions that were furnished here to this vessel has been examined at Gale, and the report received concerning it from the Administrator van der Spar is inserted in the Galle resolution of the 14th of this month, a copy of which accompanies this. Paragraph 34. The ship Vreedenburg arrived at Gale from Souratta on the 11th of this month, and because we needed this ship for a voyage to Cochin, we ordered the Galle servants to have the return goods for the fatherland brought with it, along with the goods it might contain for Batavia and the Cape, quickly unloaded from it, and subsequently to send it hither. This ship consequently arrived here on the 23rd of this month, and is scheduled first to be sent to Cochin, as appears in more detail in our secret letter now being transmitted. Paragraph 35. Which barques and sloops are to be found here. We presently have 9 barques and sloops in this Government, namely: At Kolombo: De Jonge Willem Arnold De Liefde De Gustaaff, carrying two masts De Hervatting De Kreeft Chinsura Kolombo, both single-masted At Gale: [illegible] At Jaffanapatnam: Ceilon, likewise single-masted. Paragraph 36. The repairs and furnishings done to them will be reported in more detail. The repairs and furnishings that were carried out on these barques and sloops and the other lesser vessels in this government in the book year 1789/90, we will have the honor of reporting on a later occasion. Paragraph 37. To compare the furnishings of the last year against those of the previous book year in the specification of the account of expenses of sloops and vessels. We decided in the session of 20 November of the past year that in the specifications of the account of expenses of sloops and lesser vessels that must be sent annually to the Netherlands and Batavia, the furnishings of the last year will be compared against those of the previous book year, and that these specifications must be examined, here, by the examiner, and at the subordinate offices by the Administrators, who must submit a report of their findings, indicating the reasons for the increase in the last year, to be decided upon according to the state of affairs. Paragraph 38. Why these specifications cannot be sent with the annual report. These specifications consequently cannot go over with our annual report, because the trade books can only be closed at the end of December, and some time is then still needed to draw them up and examine them. We will therefore send them on a subsequent occasion.

Dutch transcription

§ 27. 's lands fregatten zephir en Havik zijn S. 28. Het schip Huisduinen is bestemd voor de kamer Zeeland. zelve refereerd men zig den de berigten van de gaalsche bedienden 529 In de bevondene gebree„ dit schip is voorzien. Saalsche Resolútie van den 30. December J„o leeden die in Copij onder de bijlaegen gaat 7 's Lands fregatten de Zephijr en na kevetsiam vertrokk Carik, zijn insgelijks den 27:' van de gepasseerde maend, van hier vertrokken na Koetsiem 'T schip Huisduinen word tans te Tale belaaden, en is bestemd voor de Kamer Zeeland. We nopens de laeding van het „ refereeren ons, nopens de laeding die het zal kunnen inneemen, aan de berichten, welke de Gaalsche bedienden de eere zullen hebben uwen Hoog Edelheeden aente„ bieden Dit Schip is te Gale naar de order door ex= ken aan de uigagie van presse gekommitteerden opgenoomen, un 210 2224 211 en zijn daer aan en aen dies tuigagie zodanige manquementen bevonden, als blijkt bij de daer van ingekoo= „mene rapporten en b'eedigde verklaaringen, die in Kopia dee„ zen verzellen. De Faalsche bedienden hebben, bij hunne voorsz: Resolutie van den 30=e „ en 16:' deser December qualifikatie ge„ geeven om daar in te voor= zien, en ook om te voldoen den Eisch van benoodigdheeden, door den kapitain van dit schip ingeviend, en door den Equipagiemeester Aams g'exa=„ mineerd en gemodereerd, welke eerst der gemelde Resoluutsie is g'insereerd. 212- § 30. De konsumtie reekening van deezen bodem is g'Ex= amineer Te rug komst van het schip Trinkonomale van koetsiem op Gale. De consumtie reekening van dee„ zen bodem is te Sale g'exami„ neerd, en 't daer van inge¬ „diend bericht door den Ad= ministrateur van der Spar is g'insereerd bij der bedienden Resolutie van den veer „tiende desen, die in kopia onder de bijlaagen overgadt §31 'T schip Trinkonomale is den 6: deezer van Koetsiem te rug gekoomen op Pale, en heb„ ben we 't zelve bestemd tot een retour boodem voor de kamer Amsterdam omtrent de lading die het tans bezig is intenee= men, gedraegen we ons aen de bescheiden, die de Gaalsche bedienden uren „ 2225 213 De gebreeken aan de uugagie van dit schip bevonden, zijn verholpen. de Consumtie reekening van deeze bodem is nde uwen Hoog Edelheeden zullen aenbieden. § 32. Bij visitatie van dit schip te Gale zijn daar aan dies tuijgagie zodae„ nige gebreeken bevonden, als uitwij= zens de Rapporten en be-eedigde ver„ klaering die kopieelijk deezen accom„ pagneeren De Gaalsche bedienden hebben bij hunne Resolutie van den 16. en 20. deezer kwalifikatie verleend, niet alleen om daer in te voorzien maar ook te voldoen aan den daer bij geinsereerden Eisch van den kapi„ tain Driesman, die door den Equipagiemeester Aams g'exami„ neerd en gemodereerd is. § 33. De Contumtie reekening van de gondereerd g'examineerd provisien, die hier aan deeze bodem zijn aenkomst van 't schip vree„ denburg van souratta te Gale. last om het schip te doen lossen en herwaerds te zenden. zijn verstrekt is te Gale g'exami„ neerd, en 't daer van ingekoomen be„ richt van den Administrateur van der Spar is g'insereerd bij de Gael„ de Resolutie van den 14. deezer, mae van afschrift hier nevens gaet. §34. 'T schip vreedenburg is den 11. deezer van Souratta te Gale aengekoomen en wijl we dit schip nodig hadden tot een tocht na koetsien, hebben we den bedienden gelast, om de daermeede de Gaalsche bediendege„ aengebragte retoeren voor 't vader„ land, nevens de goederen die het mogte in hebben voor Bata„ via en de Caab, spoedig daer uit te doen lossen, en 't zelve vervolgens herwaerds te zenden. Dit schip is mits dien den 23. e deezer alhier aengekomen, staad 214 215 2226 35. 3 welke barken en sloepen de vertimmeringen en verstrek„ kingen daer aen gedaen zullen „voerende twee masten. „daags „staad „rd eerst Laaraan na koetsiem ge„ „teworden gezonden „deporzeerd, zoo als dat omstandiger blijkt bij onzen tans overgaenden sekreeten brief Wij hebben tans in dit Gouverne„ alhier te vinden zijn. ment 9. barken en sloepen, namelijk Te Kolombo. De Jonge Willem Arnold. De Liefde. De Gustaaff De Hervatting De Kreeft Chinsura Kolombo. beide een mastig. Gale Te Iaffanapatnam Ceilon, meede van een mast: §. 36. De vertimmeringen en verstrekkingen die maeder worden opgegeeven in 't boekjaer 178 9/9. aan deeze barken 36 216 bij de specifikatie van de reekening van onkosten van sloepen en vaertuigen de verstrek„ kingen van 't laatste Iaar tedoen vergelijken tegens die van 't voorig boekjaer. „mindere en sloepen in de verdere „ vaertui„ gen in dit gouvernement zijn gedaen, zullen we de eer hebben bij eene nadere geleegentheid opte„ geeven We hebben ter sessie van den 20:e Noven„ der J„o leeden beslooten dat bij de specifikatien van de reekening van onkosten van sloepen en mindere vaertuigen die Iaerlijks na Nederland en Batavia moeten worden gezonden de verstrekkingen van het laat„ ste Iaar zullen worden vergeleeken teegens die van 't voorig boekjaer, en dat deeze specifi„ katien moeten worden g'examineerd, al„ hier, door den visitateur en op de onder : 217 2227 waerom deeze specifi„ beschrijving niet kunnen vergade onderhoorige kantooren door de Administrateurs, die van hunne bevinding moeten dienen van bericht, met aan„ wijzing van de reedenen der meerderheid in 't laatste Iaar, om daar op te worden gedispo= neerd naer Bevinding van zaaken. §38. Deeze specifikatien kunnen mits katien met de Jaerlijkseh dien met onze Iaarlijksche beschrijving niet overgaan, om dat de Negotie boeken eerst met 't laatst van December kunnen worden geslooten, en 'er dan nog eenigen tijd nodig is om ze optemaeken en te examineeren. We zullen ze derhalven bij eene volgende geleegendheid

← previousnext →