VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3841

Ceylon · 724 pages · 99 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3841_0551 view scan ↗

English

As to what the country regent replied: are burdened more heavily than any other inhabitants of the Madura coast, and that they would already have abandoned the village if the Company had not incurred great expenses to preserve the village and the people, requesting therefore to order the manigaars to be content with the reduced tribute money that has been paid since 1779, and to return the money and the bonds which they took by force. § 331 To this, the country regent merely replied to the servants that he had strictly ordered the manigaar of Kailpatnam not to molest the Parruas of Ponnekail, but to conduct themselves toward them according to ancient custom, so that the extorted money and the promissory notes have until now not been returned to the Parruas. § 332 Concerning the difficulties caused to us on the Madura coast, the first undersigned Governor has repeatedly written to the Nabob, and by a letter of the 10th of this month, which is sent along with the previous letters in copy among the appendices, notified His Highness of the receipt of the ratified treaty and that one is prepared to have it exchanged, but that beforehand some matters need to be arranged, about which the Nabob will be further addressed. § 333 Since then, the envoy of the Nabob mentioned in the aforesaid letter of the 10th of this month has arrived here, who brought along for the first undersigned Governor a letter from the Nabob, which accompanies this in copy. § 334 We shall have the honor to entertain Your High Noblenesses on a subsequent occasion regarding the commission of these envoys, who have come to assist at the pearl fishery if one were to be held. Marava Kingdom. § 335 Under whose sovereignty the Kingdom of Marava stands and by whom affairs are directed: This kingdom still stands under the supreme sovereignty of the Nabob Machmed Alichan, and the capital Ramanadewaram and the minor forts are guarded by the troops of His Highness, but for the rest all affairs are directed, as before, by the Teuver and his ministers. § 336 To the question, which we, in accordance with the communication in our respectful letter of 16 September past § 135, had put to the Teuver, as to what the Teuver replied to the question put to him regarding the sending of a commission to him, and when it would be convenient for him that we, according to his desire, sent a European servant on commission to him, he replied that, having so much to do at Court with the affairs of the Nabob, he had no opportunity to enter into negotiations at Kilkare with an envoy of the Company, but that he would take it into consideration this month; and since it was clearly evident from this that the Teuver and his minister intend nothing other than to keep matters lingering without providing us any settlement, we resolved in the session of 16 October past to make no further démarches in this regard either, until the receipt of the aforesaid ratified treaty. § 337 Meanwhile, the merchants at Kilkare strongly insist on compensation for a certain toll paid by them, which they have had to pay over and above the toll that is validated for them and levied on the linens, being 1/32 pagoda on every 100 pieces. § 338 At Kilkare, the chief toll collector in the month of October last mistreated some Parruas and Company merchants, and extorted some money from them, but as he, being brought to reason about this by the Residents, declared that this had happened by misunderstanding and at the same time begged forgiveness for it, the Tuticorin servants, considering that one by complaining about this to the Teuver or his ministers would apparently obtain no further satisfaction, instructed the Residents at Kilkare to let the matter rest upon the aforesaid declaration of the chief toll collector, provided that he returned the extorted money, and we approved this by our Resolution of 17 November past. Kingdom of Travancore. § 339 Regarding the Kingdom of Travancore, there is nothing to report: Regarding this kingdom we currently have nothing else to report than that our Residents at Cape Comorin continue to enjoy an unhindered freedom of trade and peaceful dwelling. The Maldive Islands. § 340 The letter from the Sultan of these islands, which was brought by his usual annual envoy, is sent over in copy among the appendices, together with a copy of the answer given to it, and of the memorandum of the counter-gift that was sent to him. § 341 How many vessels have arrived from the Maldive Islands: From these islands there arrived here in the past year five, and in all four vessels, which sold their imported cowries to the Company

Dutch transcription

Tot: 2369 wat de landregent heeft geantwoord. des swaarder belast zijn, als eenige „de andere ingezeetenen van „ Maduree„ se kust, en dat ze ook reets het dorf zouden, hebben verlaaten indien de kompenie niet groote kos„ ten gedaan had, om het dorp en volk te bewaaren, met verzoek derhalven, om de manigaars te belasten, te vreeden te zijn met de verminderde tribut penn: die zee„ dert 1779. betaald zijn en te rugge te geeven 't geld en de obligatien die ze met geweld hebben afgenoomen. §331 Hier op heeft de landregent den be„ dienden eenelijk geantwoord, dat hij den manigaer van Kailpatnam scherpelijk had aenbevoolen, om de parruas van Ponnekail niet te moles„ teeren over de ons aangedaane moeij heeft de gouverneur aan den Nabab successive geschree„ teeren, maar zig omtrend hun te gedraegen volgens het oud gebruik, zoo dat 't afgebroongen geld en het schuldd wijs, tot nu toe aan de parruas me zijn te rugge gegeeven. F. 332 De elast ondergeteekende Gouverneur lijkheeden ter kuste madia heeft successive aan den Nabab ge„ schreeven over de moeijelijkheeden, die ons ter kuste Madure zijn aengedaen, en bij een brief van den 10. deezer, die neevens de voorige brieven in kopia onder de bylaagen overgaat, aan zijne Hoogheid ken„ nis gegeeven, van den ontvangst van 't geratificeerd traktaat in dat men bereid is te doen uitwis= selen, dog dat alvoorens eenige dingen dienen te worden geregeld waar over de 502. „ven. 2370 523 in sendeling van den ver zijne kommissie zal onder wiens opperheer„ Mannua de nabab nader zal worden onder„ houden. 5. 333 T zeedert is alhier g'arriveerd de zen„ abab is alhier garri„ deling van den Nabab vermeld bij evengem brief van den 10:e deezer die voor den eerst ondergeteekenden Gouverneur heeft meede gebragt een brief van den Nabab, die in kopij deeze verzeld. § 334 We zullen de eere hebben uw Hoog nader worden onderhouden Edelheeden bij eene volgende gelegentheid te onderhouden over de kommissie deezer zendelingen, die gekoomen zijn om bij de paarlvisserij zoo 'er een gehouden wierd te assisteeren. & Marriasche Rijk §. 335 Dit rijk staat nog onder de sp„ schappij het Rijk van perheerschappij van den Nabab Mach„ med reerd. ƒ : Marria staat en door wie de zaaken worden bestierd wat de theuver heeft ge„ daane vraage nepens het sie aan hem. med Alichan, en de Hoofd plaats Ramenadewaram en de mindere forten, worden door de troupen van zijn Hoogheid bewaerd, dog voor het overige worden alle zaaken, gelijk te vooren door den Tuiver en zijn minister bevestigde stierd. § 336 op de vraege, diewe volgens 't bedeelde antwoord op de aanheenge „ bij onzen eerbiedigen van den 16=e zenden van een kommis 7ber pass=o 5135. , aan den teuver hebben laaten doen wanneer 't hem zoude geleegen koomen, dat we volgens zijn verlangen een Euro„ pesche bediende in Commissie aan hem zond, heeft hij geand„ woord, met de zaaken van den Nabab, zoo veel aan 't Hoffte doen 503. 2371 104 de kooplieden te kilkavers voieding van zeekere door hem betaalde tol: „dat doen te hebben hij geene geleegend¬ heid hadde, om met een zendeling van de komp:e te kilkare in onderhande„ ling te treeden, dog dat hij het in deeze maend in bedenking zou„ de neemen: en wijl daar uit duijde„ lijk bleek, dat de Jeuver en zijn mi„ nister niet anders voor hebben, dan om de zaaken draelende te houden zonder ons eenige afdoening te bezorgen, hebben we ter sessie van den 16. oktober passato beslooten ook hieromtrend geene nadere demar„ dies te doen, tot den ontvang van 't voorschr: geratificeerd traktaet. §. 337 Intusschen houden de kooplieden te houden sterk aan om oene kilkare sterk aan, om vergoeding van den tol, die zij hebben moeten betaalen boven 50 st de hoofdtollenaar, heeft te sen komp: kooplieden mis„ handeld. hier over tereeden gesteld heeft mis verstand was geschied boven den tol, die hen gevali„ deerd en op de Lijnwaaten belast word, zijnde 1/32. pagorden op elke 100. stuk § 30 Te Kilkare heeft de Hoofdtolle„ kilkare eenige parruas, naar, in de maand oktober Jongstleeden, eenige parruas en kompenies kooplieden mishan„ zeld, en wat geld van hun afgeprest, dog wijl hy 1 door de Residenten hier over te reeden gesteld zijnde, ver„ hij verklaard dat zulx uit klaard heeft, dat zulx door misverstand was ge„ schied, en teffens daer over vergiffenis heeft verzocht hebben de Tutukarijnsche be, dienden, uit aanmerking dat 16 2372 de tutukorijnsche be„ diend en hebben het daar bij laaten berusten. 't geen geapprobeerd is: nopens het rijk van Tre„ te melden. dat men toch met hier over bij den teuver of zijn minsters te klaagen, apparent geene meer„ dere satistaktie zoude kreigen den residenten te Kilkare aenge„ schreeven, om 't te laaten berusten bij de voorsz: verklae„ ring van den Hoofdtollenaar, mits dat deeze het afgeperst geld te rug gaf, en hebben we zulks geapprobeerd bij onzen Resolutie van den 17. November passato Rijk van Trevankoor. D §. 339 Noopens dit wijk hebben we tans van koor heeft men niets niet anders te melden dan dat onze Residenten aen de Caab Commorij„ bij voortduuring eene onverhin„ „ derde 507. de ontvangene en afgegaan„ der Maldivers gaan over. hoe veel vaartuijgen van aangekoomen zijn. derde handel vrijheid en vreed„ zaeme inwooning genieten De Maldivosche Eilanden. §340 De brief van den Sultan deezer ne brieven aan den Tultan eilanden die door zijn ge„ woonen Jaerlijkschen gezant is aengebragt, gaat in kopij onder de bijlaegen over, neevens kopij van 't daer op gegeeven antwoord, en van de memorie van 't Contra„ geschenk, dat aan hem is gezon, den. §34 van deeze Eilanden zijn in 't gepas„ de Maldivosche eilanden seerde Iaar, alhier vijf en te gale vier vaertuigen aengekoomen, die hunne aengebragte kauris aan de komp=e „

NL-HaNA_1.04.02_3841_0559 view scan ↗

English

504. 2373 The short summaries of the chenas have been inserted in the Resolutions. sold to the Company, of which the quantity has been noted hereinbefore. Company lands and subjects. Paragraph 342. The short summaries of the chenas that the inhabitants of Colombo, Galle, and Matara have requested to be permitted to clear and cultivate have been inserted in our general resolutions of 19 January and 4 December last, and in the resolutions on the native department of 3, 9, and 31 March last, whereby we have granted permission thereto, under the customary restrictions. 5345. G 509 various waste-lying lands granted to petitioners. The granted land for planting with cinnamon and other products for the Company. Paragraph 343. To several petitioners who have requested various waste-lying Company lands, both in the Colombo as well as Galle, Matara, and Batticaloa districts, for reclamation and cultivation, provided they render the customary dues to the Company, we have granted this by our ordinary resolutions of 13 February, 25 September, and 9 September last, alongside the resolutions on the native department of 23 February, 24 March, 24 April, 26 May, and 8 June last. Paragraph 344. The lands granted to private individuals, to be planted either entirely or partly with cinnamon and other products for the Company, Not 2374 The report of the further commissioned delegation sent to Diviture is transmitted. to be planted, are recorded in the Resolutions of the native department of 4 February, 26 May, and 5 August last. Paragraph 345. In our humble letter of 26 January last, we had the honor to inform Your High Mightinesses that, however much we trusted that the first commission sent by us to the district of Diviture had been carried out with proper attention, nevertheless the Disava of Matara, van Angelbeek, and the junior merchant and overseer of the Galle Korale, von Schuler, were further commissioned to investigate 511 In this report some proposals are made. whether any further clarification could be given to what was prescribed in the Instruction also given to the first commissioners. This commission has since been completed, and the report thereof is transmitted herewith in copy. The utility of the undertaking to cultivate the land of Diviture, and the good that has already been accomplished there, is described therein in further detail and very clearly, and the doubts cast upon this work have thereby been resolved. Paragraph 346. In this Report some proposals are made which could serve the further promotion of 512 2375 Resolved to let this work continue on the commenced footing. this undertaking. Meanwhile, it is also pointed out therein that it is doubtful whether those things would be of such great utility that it is advisable for the present to incur the expenses therefor. For this reason, and because we believe that, as this work progresses, the most suitable means for the further attainment of the good objective we have set for ourselves in this matter will also be discovered more and more, we have—in order not to incur expenses that might later be found A separate letter received from the Commander concerning the demanded further clarifications and indications. to have been better spent elsewhere—resolved to let the work continue for the present on the commenced footing. Paragraph 347. Before the Report of this further Commission had arrived, we received—concerning the further clarifications and indications demanded by our Resolution of 21 October 1788 from the retired Galle Commander Kraijenhoff regarding what he had successively written to us concerning this matter—a separate letter from him of 12 January last, which is included in copy among the annexes. We thereupon, according to our resolution 514. 2376 To investigate whether the intention of the resolution was fulfilled by the aforesaid letter. Two commissioners appointed. over the Native Department of 23 February thereafter, commissioned the Senior Merchant and Colombo Disava Fretz, and the Merchant and First Warehouse Master Reijntous, to investigate whether the intention of our repeated Resolution of 21 October 1788 was fulfilled by the aforesaid separate letter, and if not, to cause to be supplemented whatever was still lacking therein, in order that—regarding the points in the aforesaid resolution to which this letter was written in reply, and whatever further matters of importance might appear to them in this letter—the matters could be brought into such a state that they could be disposed of. Paragraph 348. Since, as already mentioned, the aforesaid report of the Matara Disava van Angelbeek and the overseer of the Galle Korale von Schuler was received, and a copy thereof was requested by the Commander Kraijenhoff, 515 Copy of the aforesaid report given to Commander Kraijenhoff. What Commander Kraijenhoff declares in a further separate letter. we resolved at the session of 29 April last to have the requested copy delivered to him. Paragraph 349. Thereupon we received from Commander Kraijenhoff the separate letter of 11 September of the current year, which likewise goes over in copy among the Annexes, and in which he principally

Dutch transcription

504. 2373 de korte tezamen trekkingen „an de sjenassen zijn gein„ sereerd bij de Resolutien. kompenie verkogt hebben, waer van de quantiteit hier vooren Fores genoteerd Compenies anden en onderdaanen. §: 342 De korte te zaemen trekkingen van de Tjenas, die de ingezeetenen van Kolombo, Gale en Mature hebben verzogt te moogen kappen en bewerken, zijn g'insereerd in onze gemeene resolutien van den 19. Ianuarij en 4. xber: pass=o en in de resolutien over 't inlands departement van den 3. 9. en 31:e Maart pass=o, waer bij we ver„ lof daer toe hebben gegeeven, on„ der de gewoone restrictien. 5345. G 509 dieversche woestleggende verzoekers afgegeeven. de afgegeevene grond en ter beplanting met kaneel en andere producten. voor de komp: §343 Aan verscheide verzoekers die de komp: grond erl zijn aande versche woest leggende komp: grond zoo in 't kolombosche, als Gaalp Matureesche en Battikalvasche, ter bekwaem maeking en bebouwing verzogt hebben, mits opbrengende de gewoone gerechtigheid aan de komp:e, hebben we dat toegestaan bij onze gewoone resolutien van den 13. februarij, 25. zeptember en 9 7ber: pass:o, neevens de reso„ „ lutien over 't inlands departement van den 23. febr:, 24. Maart, 24. april 26. Maij en 8. o Iunij pass:o §: 344 De afgegeevene gronden aan par„ tikulieren, om zoo wel geheelijk als ten deele, met kaneel en an„ dere produkten voorde komp:e te worden Not 2374 het rapport van de nader gezondene kommissie na Duciloere gaat over teworden beplant; staen aengetee„ kend bij de Resolutien van 't in„ landsch departement van den 4:e februarij, 26. Maij en 5. aug:s passato. §: 345 Bij onzen nedrigen van den 26„e Ianuarij pass=o hebben we de eere gehad uwen Hoog Edelheeden te informeeren, dat hoe zeer ook we vertrouwden, dat de eerste kommissie door ons na 't land„ schap Diritoere gezonden, met behoorlijke aendagt was vol„ bragt, niettemin de Dessave van Mature van Angelbeek en de onderkoopman en opziender van de Gale korle van schuler, nader waaren gekommitteerd, om te onderzoe„ ken 511 bij det rapport worden eenige voorslaagen gedaan. „ken, of aan het voorgeschreevene bij de Instruktie aan de eerste gekommitteerden meede gegeeven nog eenige meerdere op keldering konde worden gegeeven. Deeze kommissie is zeedert volbragt en 't rapport daer van gaat in ko„ pij hierneevens. De nuttigheid van de onderneeming, om 't land van Diwitoere te Cultiveeren, en 't goede dat daer reeds verrigt is, word daer bij nader om„ standig en zeer duidelijk beschree„ ven, en de twijffelingen over dit werk versprijd, zijn daer bij opgelost. §: 34 Bij dit Rapport worden eenige voorslaegen gedaen, die ter verdere bevoond ring 63 de 512 2375 beslooten dit werk op den begonnen voet te laaten Voorstaan. ring van deeze onderneeming zou„ den kunnen strekken. Intusschen word teffens daer bij aengeweezen, dat 't twijffelagtig zij, of die dingen zoo veel nut zouden toebrengen, dat het voor 't tee„ genwoordige aenteraeden zij, om de kosten daertoe te doen. Hier„ om, en om dat we denken, dat zig na maete dat dit werk vor„ derd, ook de bekwaemste middelen tot verdere berijking van 't goet oogmerk, dat we ons in deezen hebben voorge„ steld, meer en meer zullen ontdekken, hebben we ten einde geene kosten te doen, die men naderhand somtijds zoude bevinden even n i bevond een apparte brief van den hebber ontvangen over de ge„ vorder de nadere ophelde„ bevinden, dat beeter hadde kunnen worden besteed, beslooten, 't werk voor eerst op den begonnen voet te laeten doorstaen. 5349: voor dat het Rapport van deeze afgegaanen Gaalsch gezag nadere Commissie was ingekoomen ringen on aanwijzingen hebben we nopens de bij onze Resolutie van den 21. Oktober 1788. , van den afgegaenen Gaalsch gezaghebber Kraijenhoff ge„ vorderde nadere ophelderingen en aenwijzingen, weegens 't geen hij # omtrend deeze zaak successive aen ons hadde geschreeven van hem ontvangen een apparte brief van den 12:e Januarij passato, die in Kopia onder de bijlaegen gael wij hebben daer op, blijkens onze resolu„ tie 513. 514. 2376 m te onderzoeken of door voorsz: brief vol„ aan was aan de inten„ tie van de resolutie. n konnisen benoomd, tie over het Inlandsch de parte„ ment van den 23:e februarij daer aan, den opperkoopman en kolom„ bosche dessave Fretz, en den koop„ man en eerste pakhuismeester Reijntous gekommitteerd, om te onderzoeken, of door de voorsz: aparte brief voldaen was aan de intentie van onze meerm: Resolutie van den 21: oktober 1788. , en zoo niet, om te doen suppleeren het geen daer aan nog ontbrak, ten einde noo„ pens de pointen bij de voorsz: resolutie waer over deeze brief„ in antwoord geschreeven is, en wat hun verder van aengelee„ gentheid bij deeze brief mogt voor 515 afschrift van het voorsz: rapport gegeeven aan den gezaghebber kraaijenhoff wat de gezaghebber kraij„ „enhoff „ verklaard bij een nadere aparte brief, voorkoomen, de zaaken te brengen in die staat dat daer over konde worden gedisponeerd 3348 zeedert, gelijk reeds gezegd, 't voorsz: rapport van den Matu„ reesche dessave van Angelbeek en den opziender der Gale korle van Schuler ingekoomen, en door den gezaghebber kraijenhoppen afschrift daer van verzogt zijn, „de hebben we ter sessie van den 29:e April passo beslooten het verzogte afschrift aan hem te laeten afgeeven. §. 349 Hier op hebben we van den gezaghebber kraijenhoff ontvangen de appar„ te brief van den 11:e zeptember J:o C: die meede in kopia onder de Bijlaegen overgaet, en waer bij hij hoofd„ zaekelijk

NL-HaNA_1.04.02_3841_0567 view scan ↗

English

principally declared that a lack of opportunity to conduct a meticulous personal investigation regarding the proceedings in Diwitoere had compelled him to rely on the reports presented to him, but that he would otherwise have done the same justice to the contractors for the cultivation of Diwitoere as was done to them by the commissioners whom we had sent to Diwitoere, requesting that this letter also be brought to the attention of your High Mightinesses. Section 350. This letter from Commander Kraijenhoff, and the aforesaid report of the Dessave van Angelbeek and the overseer of the Korle, Schuler, having also been placed into the hands of our aforesaid commissioners Fretz and Reintous, they have since submitted the report regarding the commission assigned to them, which is entered in our Resolution on the Native Department of 17 November last, stating essentially that the report of the Dessave van Angelbeek and the overseer of the Korle, Schuler, demonstrates in detail what is further required to elucidate the matter, and that from the further separate letter of Commander Kraijenhoff it clearly appears that he was misled by unfounded reports concerning the activities of the Maha Mudaliyar and his son in the district of Diwitoere. We deliberated on this in our meeting of 17 November last, and by virtue of the declaration made by Commander Kraijenhoff in his aforesaid separate letter of 11 September, and the remarks made by the commissioners Fretz and Reintous in their aforesaid report, we resolved to acquiesce in the declaration appearing in the repeated letter of Commander Kraijenhoff, and thereby to consider this matter settled. Section 351. Furthermore, for a fair vindication of the Maha Mudaliyar Nicolaas Dias Abeysinghe and his son, the Mudaliyar and native Shabandar at Galle, Don Balthazar Dias, we have declared by this our resolution that nothing has come before us that could or should serve to their detriment, but that, on the contrary, it is very apparent that both he and his son, in carrying out the Resolution of this government of 9 September 1784 concerning the district of Diwitoere, acted in good faith and did what could reasonably be demanded or expected of them. Section 352. Concerning the placard issued by us in the year 1785 against the taking of paresse, and the inquiry made at the same time by circular letter of 24 October 1785 to the servants at the subordinate offices regarding how much the native servants who were customary to give paresse could in future pay annually for it under the name of office money, the Tuticorin servants demonstrated in their letter of 14 February last: That in former times all the Parava headmen, except for the five chief headmen at Tuticorin who were permanent, were changed annually, and that one even finds prescribed in the old papers as a special duty for the Chief not to neglect this; but that thereafter the change took place every 2 to 3 years, and that since then it has been postponed even longer, according to the convenience of persons and circumstances. That when Chief Mekern took office in the year 1781, the headmen had not been changed for four different years, and that although he had been informed by his predecessor, the present Governor of the Malabar Coast van Angelbeek, that a change was necessary, such was nonetheless omitted because of the war that followed shortly thereafter. That since then, under the English rule, some bad and drunken fellows had entered, and that when the servants, after the restoration of the Company's offices, were busy compiling lists of new headmen, they received the aforesaid circular letter whereby the taking of paresse, gifts, and larger fines than are known in the placards was simultaneously forbidden, and that they had therefore, in order not to offend against it, rather left the headmen as they were. That from the earliest times, the new headmen have given a paresse to the Chief according to the means of each place, and that this was to be regarded as the tribute which they paid to the Company, since this paresse was the sole proof of their submission to the Company, but that since the Parava nation had declined in prosperity, the paresse have also considerably diminished, as matters have now reached such a point that in Mukkur, Vembar, Vaippar, Tuticorin, Cailvelho, Punnaikayal, and Virandapatnam one is very often at a loss to find headmen, but that the villages of Manapad, Tale, Kulasekharapatnam, and Kuttankuli, where the prosperity of the Paravas increases rather than decreases, have always given a paresse upon the renewal of headmen. That although they, the servants, contrary to the old custom, are of the opinion that good headmen should not

Dutch transcription

516. 2317 zaekelijk verklaerd dat gebrek aan geleegentheid, om zelfs een nauw„ keurig onderzoek, weegens de verrigtingen op Diritoere, in per„ zoon te kunnen doen, hen in= de noodzaakelijkheid had gesteld, van zig te moeten ver„ laaten op de hem aengediende berig„ ten, dog dat hij anders aan de aenneemers ter bekwaemmaa„ king van Diwitoere, het zelfde regt gedaen zoude hebben, dat hun geschied is, door de gekommitteer„ den, die wij na Diwitoere hadden ge„ zonden, met verzoek dat deeze brief meede onder het org van uwe Hoog Edel„ heeden mogte worden gebragt. §. 350 Deeze brief van den Gezaghebber Kraijenhoff 2i ƒ loegen 517. het borigt van de hier voo„ ren vermelde Commissie ingekomen. Kraijenhoff, en 't voorsz: rapport van den Dessave van Angelbeek en den opziender der korle van scha ler meede gesteld zijnde in hande van onze voorsz: gekommitteerde Fretz en Reintous, hebben ze het zeedert, weegens de aen hun opgedraegen kommissie inge diend het berigt, dat ingeschreeve is in onze Resolutie over het Inlandsch departement van den 17:e November J:ol: houdende hoofdzaekelijk, dat het rap„ port van den Dessave van An„ gelbeek en den opziender der korle van schuler breedvoerig aen toond, het geen verder tot ophelde„ ring van de zaak vereischt word 6 514 2378 N. 351 Hoe deeze zaak is afge„ gaan. en dat bij de nadere apparte brief van den Gezaghebber Kraijenhoffduide„ lijk blijkt, dat hij nopens de ver„ rigtingen van den Mahamodliaer g zijn zoon, in het Landschap Di„ witoere, door ongegronde be„ rigten is misleid- Wij hebben hier over gedelibereerd in onze vergadering van den 17=e 9ber: pass=o, en hebben uit hoofde van het verklaerde door den gezag„ hebber kraijenhoff bij voorsz: zijn apparte brief van den 11:e 7ber:, in het aengemerkte door de ge„ kommitteerdens fretz en Rein„ tous bij hun voorsz: berigt, beslooten, te berusten in de verklaering, die bij meerm: brief van den gezaghebber Kraijenhoff 519 wat bij de resolutie is lijke Justifikatie van zijn soon. Kraijenhoff voorkomt, en deeze zaak daermeede te houden voor afgedae„ §354. voorts hebben we, tot eene billijke Jus„ verklaard tot eene bil„ tifikatie van den Mahamodliaar den Mahamodliaar en Nikolaas Dias Abesinge, en zijn zijn, zoon den Modliaer en inlands Sabandaer te Gale Don Baltha„ zar Dias, bij deeze onze reso„ lutie verklaerd, dat aen ons niets voorgekoomen is, dat zoude kunnen of moogen strekken ten hunnen laste, maar dat 't in teegendeel zeer zigtbaar is, dat zoo wel hij als zijn zoon, in uitvoering der Resoluutsie deezer regeering van den 9=e September 1784. , over het landschap Diwitoe„ re geleegen, ter goeder trouwe hebben gedaen 520. 2379 wat de Tutukorijnsche nopens zeekere gedaane vraage over het amst gedaan, wat men billijk van hun konde vergen of verwagten. §: 353 op 't door ons teegen het neemen bedienden hebben vertoond van paresse in het Jaar 1785. ge„ emaneerd plakaat en op de ter zelver teid, bij circulaire brief van den 24=e oktober 1785: gedaane vraag aan de bedienden op de onderhoorige kantooren, hoe veel de inlandsche bedienden, die gewoon waaren paressen te doen, daar voor in het vervolg, onder de benaaming van ampt geld, Jaarlijks zouden kunnen opbren„ gen, hebben de Tutukorijnsche bedienden, bij hunnen brief van den 14=e februarij passato ver„ toond Dat. geld. zoude 521. Dat in vroegere tijden alle de parru„ asse hoofden, buijten de vijf groote hoofden te Tutukorijn, die per, manent waaren, Jaarlijks ver„ anderd wierden, en dat men zelfs bij de oude papieren, als eene bijzondere pligt voor het opperhoofd voorgeschreeven vind, om dit niet te verzuijmen, dog dat daar na de veraindering om de 2. a 3. Jaaren geschied is, en dat men zeedert het noch lan„ ger uijtgesteld heeft, na geleegenheijd van persoonen en omstandig heeden. Dat toen het opperhoofd Mekern in A„o 1781. aan het besteer. kwam„ de hoofden zeedert vier verschij„ dene 522. 2380 biden dene Jaaren niet veranderd waa„ ren, en dat schoon hij door zijn antecesseur, de heer Malla„ baarth Gouverneur van Angel„ beek, onderrigt was, dat 'er eene verandering noodzaa„ kelijk waare, zulks echten, om den kort daar op gevolgden oor„ loge, agter weege gebleeven was Dat 'er zeedert onder de Engelsche regeering, eenige slegte en dronke knaapen ingekoomen zijn, en dat toen de bedienden, na de ner„ stelling van skomp:s kantooren beezig waaren om lijsten van nieuwe hoofden te maaken, zij de voorsz Circilaire brief, waar bij teffens 't neemen van paressen ge 523 geschenken en grootere boetens, dan bij de plakaaten bekend zijn verbooden weerd, hadden ontvangen, en dat ze derhalven, om daar tegen niet te sondigen, de hoofden liever herd„ den gelaaten, zoo als ze waaren. Dat van de oudste tijden af, de nieuwe hoofden eene parisse aan het opperhoofd hebben gedaan, na maate van 't vermoogen van elke plaats, en dat dit was aantemerken als het tribut, 't welk zij aan de komp: betaalden wijl deeze paresse het eenigste bewijs was van hunne onder„ werping aan de komp:, maar dat zeedert de paruaisse natie in 524. 2381 in vermoogen was afgenomen, de paressen ook aenmerkelijk ver„ minderd zijn, wijl 't teegens„ woordig zoo ver gekoomen is, dat men te Moekoer, Bem„ paar, Baijpaar, Tutukorijn, Cailvelho, Ponnekail en wiran„ depatnam, heel dikwils verlee„ gen is om hoofden te vinden dog dat de Dorpen Manapaar Tale, Koertaele en koetanpanne daar de welvaerd der Parrucas eer toe, dan afneemt, bij vermieu¬ wing van hoofden altoos eene parresse hebben gegeeven. Dat hoewel zij bedienden, teegen het oud gebruik, van oordeel zijn, dat men goede hoofden niet

NL-HaNA_1.04.02_3841_0576 view scan ↗

English

125 should not be changed, it is nevertheless very necessary that a change be made here and there, wherefore the inhabitants made repeated requests, and that it also seemed very advisable to maintain the old custom according to which the chiefs are changed now and then, in order not to make the parruas of the remote villages Tale, Koertale and Koetanpane, who yield nothing to the Company and do nothing for it, forget their dependence on the Company, and that it is for 526 2382 the same reason that all who have an understanding of the Madura coast are of the opinion that the Parrua chiefs, insofar as they have the means and especially from the remote places Tale, Koertaele and Koetanpane, must pay something upon their appointment as a token of their submission, since this constitutes the only token of their subjection. That as regards the question of how much the legitimate income of the native chiefs is, the chief Mekern declared that he had never enjoyed a single duit of it, and 527 what was decided thereon. and that his servants also could not state with certainty what his predecessors had enjoyed from it, but that it is nevertheless certain that the same formed an item of their income, just as the Lords Governors have enjoyed 1000 rds. for the appointment of a chief pattangatijn of Tutukorijn. And the servants have therefore requested to be provided with our further orders regarding this matter. Section 354. Thereupon, considering that the local circumstances of the Company's possessions 528 2383 possessions on the opposite coast are of such a nature that an alteration in the ancient customs can very easily have an adverse influence on the Company's rights, we resolved by our Resolution concerning the Native Department of the 3rd of March last to authorize the servants at Tutukorijn not only to leave the parresses of the native chiefs on the old footing, but also to follow the former practice in changing the said chiefs, as often as they shall deem it necessary in the service of the Company. Section 355. The excavation that took place in the Morua korle The excavation in the Morruakorle had to be done through a number of fields of the inhabitants: took place in order to lead the necessary water for the Girrawaise fields from the river of Mature to that of Katoene, had to be carried out through a number of fields of the inhabitants, who thereby not only lost these fields and the grains that the same could have yielded since the excavation took place, but also, while this work was underway, were obliged to leave unsown the fields lying next to this excavation, because they were continuously covered with the earth from the said excavation, and with 2384 130 the Dessave of Mature to make arrangements for the indemnification of the aggrieved inhabitants, as he should deem equitable. with the workmen and the materials for this excavation. Section 356. The inhabitants of the Morruakorle who suffered damage in this manner without benefiting from this excavation, since they could otherwise have the necessary water for their fields, have requested to be allowed to have other Company fields situated in the same korle in place of their lost fields, and that at the same time a favorable consideration might be given to the losses they had sustained for the loss of the excavated fields by having to leave unsown their fields lying adjacent thereto the reports of the survey have come in, and what the said dessave has proposed at the same time. fields in the last two years; and having considered the fairness of this request, as appears from our Resolution concerning the Native Department of the 24th of April last, the Maturese dessave van Angelbeek was recommended to make such arrangements for the indemnification of the inhabitants aggrieved thereby as he should deem equitable. Section 357. Since then we have received from Gale the reports of the survey which the dessave van Angelbeek caused to be made of the aforesaid damage suffered by the inhabitants of the Morruakorle, in which the said dessave has at the same time proposed to let other Company fields be granted to the inhabitants in place of the lost 532 2385 fields, to encourage the inhabitants in further works of this nature and to facilitate their willing surrender of their fields on such an occasion, and further to permit them, instead of money, to have Nelij for the damage they suffered on account of parvenie or owner's share, both on the lost fields and on those which could not be sown in 1789 because of the excavation work; and since the said dessave has at the same time demonstrated thereby that the Company always Decision thereon always retains enough fields in the Morruakorle to make those provisions that are necessary there, and that the said inhabitants can be accommodated with the surplus Nelie that remains there and cannot be transferred to the Company's warehouses, we have, as appears from our Resolution concerning the Native Department of the 17th of November last, consented to the aforesaid proposal of the Dessave van Angelbeek, and at the same time authorized him to be allowed to grant other Company fields in the Morruakorle to the aforesaid inhabitants instead of the fields lost in the excavation made, and likewise to

Dutch transcription

125 niet moet verwisselen, 't egter tan„ zeer noodig is, dat 'er hier en daer eene verandering word gemaekt waerom de ingezeetene bij aanhoudentheid verzoek dee„ den, en dat het ook zeer raad„ zaem scheen te weezen, om de oude gewoonte, volgens welke de hoofden nu en dan eens verwisseld worden in weezen te houden, ten einde de parruas van de afgeleegene dorpen Tale, koertale en koe„ tanpane, die mits aan de kompenie opbrengen en niets voor haar doen, niet te doen vergee„ ten hunne afhangkelijkheid aan de kompenie, en dat het is om 526 2382 dezelfde reede, dat alle die begrip hebben van de Maduresche kust van oordeel zijn dat de Parruasche hoofden, voor zoo verre het zij vermoogen hebben en inzonderheid van de afgeleege„ ne plaetsen Tale, Koertaele en koetanpane, tot een blijk van hunne onderwerping bij hunne aenstelling iets betaelen moeten, wijl dit het eenigste blijk van hunne onderhoorig„ heid uitmaekt Dat wat de vraege betreft, hoe veel het gewettigd inkoomen van de inlandsche hoofden is, 't opper„ hoofd Mekern verklaerd, er nog nooit een duit van genooten te hebben, en 8 527 wat daar op is beslooten. en dat zij bedienden ook met zee„ kerheid niet opgeeven konden, wat desselfs voorzaeten daer van genooten hebben, dog dat het in= tusschen zeeker is, dat 't zelve een artikel van hun inkoomen heeft uitgemaakt gelijk ook de Heeren Gouverneurs, voor de aenstel„ ling van eenen hoofd pattanga„ tijn van Tutukorijn, genooten hebben 1000. rd:s En hebben de bedienden daerom verzogt, met onze nadere ordres daeromtrend temoogen worden voorzien §354 Wij hebben daerop, uit aanmer„ king dat de plaatzelijke omstandigheeden van 'skompenies bezittingen 528 2383 bezittingen op de overwal, van dien aard zijn, dat eene verande„ ring in de oude gebruiken, zeer ligte„ lijk nadeelige influentie op 'skomp: regten kan hebben, bij onze Rezo„ lutie over het Inlands de parte„ ment van den 3:e Maart passo beslooten, den bedienden te Iutu„ korijn te qualificeeren, om niet alleen de parressen van de in„ landsche hoofden te laeten op den ouden voet, maar ook in 't verwisselen van gem:e hoofden te volgen 't voorig gebruik, zoo dikwils zij dat ten dienste van de kompenie noodig zullen oordeelen §. 355 De doorgraeving die in de Mornia korle geschied de doorgraaving in de Mor„ ruakorle heeft moeten worden gedaan door een Zeetenen: geschied is, om het nodig waeter partij velden van de ingen voor de Girrawaische velden te lij„ den uit de rivier van Mature na die van katoene, heeft moeten worden gedaan door een partij velden van de ingezeetenen, die daer door niet alleen deeze vel„ den, en de graenen die dezelve zeedert dat de doorgraeving is geschied, konden opgebragt hebben hebben verlooren, maer hebben ze ook geduurende dat dit werk aan de gang was, onbe„ zaaid moeten laaten de velden die naast aan deeze doorgraving geleegen zijn, wijl die door„ gaens bezet waeren met de aerde uit gemelde doorgraeving, en met 2384 130 de Dessave van Mature schikkingen temaaken, er schadeloos stelling van de benadeelde ingekeete„ nen, als hij billijk zoude oordeelen. met het werksvolk en de mate„ riaelen voor deeze doorgraeving. §. 356 De ingezeetenen van de Morrua„ aanbevoolen, om zodanige korle, die op deeze wijze schaede hebben geleeden, zonder dat zij bij deeze doorgraeving, gebaat zijn, wijl zij buiten des het noodig water voor hunne velden konden hebben, hebben verzoek gedaen om voor hunne verloorene velden andere komp:s velden, geleegen in dezelfde korte te moogen hebben, en dat teffens eene guns„ „tige deflexie mogte worden ge„ slaeven op de verliezen die ze voor 't gemis van de doorgraeving velden door 't onbezaaid moeten lacte van hunne daar naast aen geleegene velden de rapporten aan den opneem de zijn ingekoomen en heeft voorgesteld. velden in de laatste twee Iaeren hadden ondergaan, en we hebben uit re„ merking van de billijkheid van dit ver„ zoeken blijkens onze Resolutie over 't inlands departement van den 24:e April pass:o den Matirreesche, dessa„ zodanige ve van Angelbeek aenbevoolen zijnde schikkingen temaaken, ter schaedeloor„ stelling van de daer door bena„ deelde ingezeetenen als hij bellijk zoude oordeelen § 357 zeedert hebben we van Gale ontvang„ van deeze geleeckene schaa„ de rapporten van den opneem, die de wat gem: dessave teffens des save van Angelbeek heeft laeten doen, van de voorsz: geleedene schaede bij de ingezeetenen van de Morrua„ korle, waer bij gemelde dessave tef„ fens heeft voorgesteld om aen de ingeze„ tenen 532 2385 tenen, insteede van de verloorene velden, andere komp=s velden en de plaats te laeten afgeeven, tot aanmoe„ „diging der ingezeetenen bij verdere werken van deezen aard, en tot 't gewillig afstand doen van hunne velden bij zulk een geleegentheid, en om hun verder toetestaan, dat ze in„ steede van geld, Nelij mogen hebben voor de schaade, die zij weegens parvenie of eigenaar 's aan„ deel geleeden hebben, zoo wel op de verlookene velden als op die welke wegens het werk van de„ doorgraaving in 1789. niet heb= „ben kunnen bezaaijd worden, en wijl gem dessare daar bij teffens heeft aangetoond, dat de Compenie altoos besluit daarop altoos velden genoeg in de Morrua„ korle overbehoud tot 't doen van die ver„ „strekkingen, die aldaar noodig zijn, en dat met de meerdere Nelie, die daar overblijft, en niet in sComp:s Pakhuijsen kan overgebragt worden, gem: inwoonders gekoo„ „men, hebben we blijkens onze Resoluuctsie over het inlands- de partement van den 17=e 9ber: pass=o, in de voorsz propositie van den Dessave van Angelbeek bewel„ =ligd, en hem teffens gequalificeerd, om aan de voorsz: ingezeetenen, insteede van de verlookene relden bij de gemaakte door„ =graaring, andere 'sComp=s vel„ „den in de Mouruakorle temoogen geeven, en insgelijks aan

NL-HaNA_1.04.02_3841_0585 view scan ↗

English

534 2386 The account of the incurred expenses is transmitted to allow them to be given paddy instead of money, for the loss which they have suffered on account of the paraveni share of the lost fields and of those fields which, on account of the work on the canal in 1789, could not be sown, amounting to 55 amunams and 20 kurunis in sowing ground, and 95 rixdollars 5 stuivers in cash, or paddy to the value thereof. § 250. The account of the expenses incurred for the aforesaid canal, to which is also charged the value of the loss suffered by the inhabitants of the Morawak Korale, is transmitted among the appendices, and amounts to ƒ 20842: 11. 8, to which must still be added the What has been ordered to the dessave concerning the collection of the incurred costs. gratuity of 1500 rixdollars granted according to our respectful letter of 18 July last to Captain-Lieutenant Foenander, amounting to ƒ 2970: —. —, so that this canal has cost in total ƒ 23812. 1. 8. § 359. As it seems reasonable that the expenses of the canal, for the irrigation of the Giruwapattu, be borne by all the owners of the fields, and a multitude of fields belong in ownership to the Company in the pattus that benefit from it, we have ordered the Dessave of Matara to investigate and report how the costs of this canal ought to be borne between the Company, on account of the fields belonging to it in 536 2387 § 360 The usefulness of the canal is demonstrated. ownership, and the inhabitants for the fields belonging to them, and we have also ordered him to ensure that what the inhabitants must pay for their share is collected in 3, or at the latest in 4 years, according as the harvest shall permit, and to make an arrangement for that purpose, according to which the inhabitants must pay this, over and above the ordinary tithes to the Company, to be delivered and received separately. In compliance with Your Right Excellencies' requisition, in the very esteemed letter of 2 June of the past year, the Galle servants 537 361 Dessave of Matara servants have sent us an address from the repeatedly mentioned Dessave van Angelbeek, which is transmitted in copy among the appendices, in which he demonstrates the usefulness of the aforesaid canal, consisting in this: that the same not only provides the opportunity henceforth always to sow the fields in the Giruwapattu, which in former years could not have been sown for lack of rain, but also to relieve the other provinces, which were afflicted by flooding, of the excess water. To In the request of the The said van Angelbeek having shown that, as long as this canal 538 2388 Assented to the request to take into service a certain number of persons on the usual maintenance. was underway, he had not been able to use more than a small number of servants for the service of the cinnamon and other plantations, with a request for authorization to be allowed to take into service 800 or 1000 persons, both for improving and conditioning the already established plantations, and also for expanding the same, on the usual maintenance, we have, as appears from our resolution on the Native Department of 29 April last, assented thereto, provided that he regulate himself therein according to the stock of grains that 539 The lands of the late Dessave Ilangakoon taken over for the Company. shall be on hand in the Matara district, and provided that cinnamon cultivation always remains the first and principal point in this, insofar as good plots of land are found for it. § 362. Since the retired Galle council member Kraijenhoff, as having married the widow of the late Dessave Ilangakoon, has agreed to surrender to the Company the appraised lands of the said Dessave, mentioned in our respectful letter of 16 September last, according to this appraisal, we have, as appears from our resolution on the Native Department 540 2389 A certain placard for Batticaloa enacted regarding the administration of the country. of 12 October last, taken over these lands for the Company, and had them entered into the registers of the Company's lands, against payment of the value thereof, to the amount of 461 rixdollars 42 stuivers, as appears from the appraisal list which is inserted with our resolution on the Native Department of 19 May last. § 363. At the session of 26 May last, we enacted a placard for Batticaloa, whereby the administration of the country there is regulated on a footing corresponding to the customs of the country, 541 Another placard enacted for Batticaloa regarding agriculture. and we take the liberty to refer to the copy thereof, which is transmitted among the appendices. § 364. Furthermore, at the session of 22 June last, we enacted a placard for Batticaloa, whereby everything is regulated that can serve to properly manage agriculture, and this placard likewise is transmitted in copy among the appendices. § 365. By the same resolution of 22 June, we have also made several arrangements for the improvement of the Company's revenues in the Batticaloa district, to be introduced there from time to time. Several arrangements also made for the improvement of the Company's revenues in the Batticaloa district.

Dutch transcription

534 2386 de reekening van de gedaene ongelden gaat over aan hun, insteede van geld, nelij te laeten geeven, voor het verlies 't welk zij geleeden hebben, wegens het parrenie aandeel der verloorene vel„ „den en van die velden, die we„ gens het werk van de doorgraaving in 1789 niet hebben kunnen bezaaijd worden, bedragende ss: ammonans. en 20: koernies aan zaaij grond, en rd=s 95 sL. aan komtant, of nelij voor de waarde van dien. §250. De reekening van de gedaane ongel„ „den aan de voorsz: doorgraaving waar bij ook is belast de waarde van het geleeden verlies door de ingezeetenen van de morauakorle gaat onder de bijlaegen over, en bedraagd ƒ20842: 11. 8: waarbij nog moet komen het - wat de dessave omtrend het invonderen der gedaene kosten is aan bevoolen. het volgens onzen eerbiedigen van den 18=e Julij pass=o, toegelegd douceur. van 1500 rd=s aan den kapitain Luijtenant Foenander uitmaken„ „de ƒ 2970:—. —. zoo dat deeze door„ graaving in 't geheel heeft gekoft ƒ23812. 1. 8. §359 Wijl het reedelijk schijnt dat de ongel„ den van de doorgraaving, ter bewaa„ „tering van de Gerrewaij gedragen worden door alle de eijgenaars der velden, en de komp: in de pattoes, die daarvan dienst hebben, een menigte velden in eijgendom toe„ „komen, hebben we den Dessave van Matiire gelast, om te onderzoeken en te berigten, hoe de kostende deezer doorgaaving, tusschen de komp: uit hoofde van de velden, die haar in 536 2387 3. 360 de nuttigheid van de door: graeving word aangetoond. in eigendom toebehooren; ende inge„ zeetenen voor de velden die haer toekomen behooren te worden gedraegen, en hebben we hem teffens aenbevoolen, om te zor„ gen dat 't geen de ingezeetenen voor hun aandeel moeten betaelen, in 3. of uitterlijk in 4 Iaaren word ingevorderd, na dat het ge„ wasch zulx geheugen zal, en om ten dien einde eene schik„ king te maaken, waar na de ingezeetenen dit moeten opbrengen, boven de gewoone tienden aen de kompenee, om appart teworden geleeverd en ingenoomen Ter voldoening aan uwer HoogEdelhee„ den requitit, bij zeer g'eerde missive van den 2:' Junij Ao pass.:o hebben de Gaalsche bedienden v 12 „51 361 dessave van Mature bedienden ons toegezonden een ad dres van meerm: Dessave van Angel„ beek, 'twelk in kopia onder de bijlaegen overgaet, waer bij hij aen„ toond de nuttigheid van voorsz: doorgraeving, hier in bestaende dat d'zelve niet alleen geleegend= heid geeft, om de velde in de Girvewaijs, die in vroegere Iaeren bij gebrek van reegen niet hadden kin nen worden bezaaijd, voortaan altijd te bezaagen, maar ook om de andere provintien, die door overstrooming wierden gequelt, van het overtollig water te kunnen ontlasten tot in het verzoek van den De desselve van Angelbeek vertoond hebbende, dat hij zoo lange deeze door om 538 2388 „dienst neemen van zee„ persoone maintemen„ tot bewilligd. om qualifikcatie tot het doorgraeving onder handen was, ker getal koppen op de ten dienste van de kanneel en andere plantagien, niet meer dan een klijn getal van dienstelingen hadde konnen gebruiken, met ver„ zoek om qualifikatie, ten einde 800. of 1000. koppen, zoo tot het verbeeteren en in staat brengen der reets aengelegde plantagien, als ook tot het vermeerderen derzel„ ven, op de gewoone maintetnentos te moogen in dienst neemen hebben we blijkens onze resolutie over het Inlands departement van den 29. April pass=o daar in bewilligd, mits dat hij zich daerin reguleere naar den voorraed van graenen, die in 539. de landerijen van den over„ voor de komp:s overge= noomen. in 't Matureesche aan handen zal zijn, en mits dat altoos de kamerel kulture 't eerste en voornaam„ ste point in deezen blijft uit„ maaken in zoo verre daer toe goede stukken gronds gevonden worden. 5. 362. Vermits de afgegaene Gaalsch gezag= leedenen dessave Tjilling hebber kraijenhoff, als in huwelijk hebbende de weduwe van wijlen den Dessave Billing, bewilligd heeft om de getaxeerde Landerij van gem: Dessave verm:de bij onzen eer„ biedigen van den 16. 7ber: passato volgens deeze taxatie aan de komp:e overtelaeten, hebben we blij= kens onze Resolutie over 't Inlandsch de„ partement e. 5540 2389 zeeker plakkaet voor Batikaloa g'arresteerd over het lands bestier. partement van den 12. oktober pas„ sato, deeze landerijen voor de kom¬ penie overgenoomen, en bij de registers van Skompenies tinnen laaten inneemen, onder uitkeering van de waar„ de daer van, ten bedraege van rd:s 461. 42. –. blijkens de taxatie lijkt, die geinsereerd is bij onze Resolutie over het inlandsch de„ partement van den 19. Maij passato. §3 63 Ter sessie van den 26:e Maij pass=o heb„ ben we gearresteerd een plakkaet voor Batikalva, waar bij 't landsbestier aldaer, of eenen met 'slands gebruijken overeenkoomende voet, is geregu¬ leerd 541 nog een plakkaet voor teerd over de landbouw verscheide schikkingen nog ring van skomp:s inkoms„ ten in het Batikaloasche leerd, en neemen wij de vrijheid ons te refereeren aan het af„ schrift daer van, dat onder de bijlaegen overgaet § 364 Noch hebben we ter sessie van den Matikaloa g'arres „ 22=e Iunij passo g'arresteerd een pakkaet voor Battikaloa, waer bij gerekgelrd is al 't geen Strek¬ ken kan, om den landbouw be„ hoorlijk te bestieren, en gaat dit plakkaet meede in ko„ pia onder de bijlaegen over §. 365 Bij dezelfde resolutie van den gemaekt ter verbeete „ 22:e Iunij hebben we, nog verscheide schikkingen gemaakt, ter ver„ beetering van skomp:s inkom„ sten in 't Batikaloasche, om van tijd tot tijd aldaer te worden ingevoerd 53 6

NL-HaNA_1.04.02_3841_0593 view scan ↗

English

542 2390 § 366 A certain money right, Costumado monies that the Chief of Batika- loa has enjoyed, with- drawn. introduced, the same containing mainly determinations of the poll taxes that the inhabitants of different castes and trades will henceforth have to pay to the Company, and we have for that purpose ordered the Chief Burnand to have a general head count made, at a convenient time, of all the Batticaloan inhabitants. Formerly, when the Batticaloa lands stood under the territory of the King of Kandy, the inhabitants had to pay a certain field duty to 543 to the Dissave, who held authority over these lands, and since the Company came into possession of the same, these rights have been paid in money to the Chiefs, who have hitherto had the benefit thereof; however, by our aforementioned Resolution we have withdrawn the same, to the amount of 638.-.- Rds, for the Company, just as we have also withdrawn for Her Honour the costumado monies which formerly the Dissaves and since then the Chiefs have enjoyed, to the amount of 360.- Rds per year. § 367 But because it would not be equitable 544 2391 to the said Chief is allocated. What the Chief is ordered regarding some leases. that to his indemnification, to entirely deprive the Chief of Batticaloa, by this arrangement, of an income which he has hitherto had according to the custom of the country, we have at the same time resolved to allocate, from both these items, to the Chief of Batticaloa, as an indemnification, a sum of 1000.- Rds, which however may only be enjoyed after the amount of the aforementioned items shall have been transferred into the Company's treasury, and provided that the same amounts to that much. § 368 We have on this occasion recommended to the Chief of Batticaloa to place a lease on the chenas that are cleared there, and 545 § 369 To introduce the payment of the tithe of the paddy crop in the Korle Pattu. a lease, and also to introduce a tobacco lease there, as well as to take into consideration whether a lease could not likewise be placed on the linens that are woven in the Batticaloa region, and also whether the lease postponed in the year 1788 on the ferry to and from the Island of Puliyanthivu, as well as on the sailing dhonies, might not yet be introduced. Because the Korle Pattu, since it came under the territory of the Company, has paid no tithe of the paddy crop, we have ordered the Chief to introduce this there. 546 2392 § 370 In the Korle Pattu and in the district of Panoa two sergeants placed as Postholders. And to have a rest house built at each of these posts. And to assign to each postholder an eastern corporal and eleven eastern soldiers. to introduce there. To establish a more regular administration in the said Pattu and the District of Panoa, we resolved at the session of 24 March past to place two sergeants there as postholders, and accordingly, pursuant to the aforementioned Resolution of 22 June, we ordered the Chief of Batticaloa to have a rest house built at each of these posts, and to assign to each of these postholders from the Batticaloa garrison an eastern corporal and eleven eastern soldiers. § 371 By the last-mentioned resolution of 22 547 Regarding some further arrangements made, one is referred to the resolution. To promote agriculture and the propagation of useful products, various dispositions have been made. 22 June, we made some further arrangements toward reducing the household expenses in Batticaloa, regarding which we request permission to refer to this resolution. § 372 We have furthermore made several other dispositions, both in general for this entire island and specifically for this or that place in particular, for the promotion of agriculture and the propagation of useful products, as appears from what is noted in our resolutions concerning the native department of 10, 19, and 26 May, 7 July, 3 and 5 August, 17 November, 548 2393 The full report thereof is postponed. The account of the gifts presented will further be communicated. 9, 19, and 29 December past, of which we request permission to postpone the full report until the advices that we have requested on this matter from the subordinate offices, pursuant to what was communicated in our respectful letter of 25 December last, shall all have come in. Gifts. § 373 As the account of the gifts presented to the native princes and their ambassadors, as well as of the expenses incurred for those ambassadors and for the missions undertaken on the Company's behalf, cannot yet be fully drawn 549 § 374 Transport to the Netherlands granted to two English officers. drawn up to be inserted in this letter according to the order, we request permission to postpone that until a further opportunity. Foreign Nations. Out of consideration for the strong recommendation of the Nabob's agent on the Madura coast, Mr Buchanan, we have granted transport to the Netherlands on one of the return ships that are now about to depart to two officers in English service, Lieutenant Jervis and Ensign Young; the former provided he pays the transport and board money determined by our resolution of 18 November 1788,

Dutch transcription

542 2390 §366 zeekere gelds gerechtigheid Kostumade penningen die het opperhoofd van Batika„ was heeft genooten inge= trokken ingevoerd, houdende dezel„ ve voornamelijk bepaelingen van de hoofdgelden die de ingezee„ tenen van differente geslagten en ambagten, voortaen aan de komp:e zullen moeten opbren„ gen, en hebben we ten dien einde het opperhoofd Burnand aenbevoolen, om ter geleegenen teid eene generaele hoofd be„ schrijving te laeten doen van alle de Battikalvasche inge„ zeetenen. Eerteids, toen de Battikaloaphe landen onder het gebied van den koning van kandia stonden hebben de ingezeetenen zeekere velds gerechtigheid moeten opbrengen aan 543 aan dessave, die over deeze lan den het gezagvoerde, en zeedert dat de komp:e in het bezit van de„ zelve is gekoomen, zijn deeze gerechtigheeden in gelde opgebragt aan de opperhoofden, die daer van tot nu toe 't genot heb„ ben gehad, dog hebben we dezel„ ve, ten bedraege van rd:s 638. –. bij voorsz: onze Resolutie voor de kompenie ingetrokken, gelijk we ook voor haar Edele hebben ingetrokken de kostumadoe pen„ ningen, die eertijds de Dessaves, en het zeedert de opperhoofden genooten hebben, ten bedraege van rd:s 360. 'sjaers. §361 Dan wijl het niet billijk zoude zijn 53 144 2391 rent aan gem:e opper„ oofd is toegelegd. wat 't opperhoofd is ge„ trend eenige pagten. det tot zen dicormagat, zijn, 't opperhoofd van Battikalva door deese schikking, geheel te ont„ zetten van een inkoomen, het welk hij volgens 's lands gebruijk, tot dus verre heeft gehad, hebben we ter selver teid beslooten, uit beide dee„ „ze artikelen, aan 't opperhoofd van Battikaloa, tot een deda„ magament toeteleggen een som van 1000. rd:s, die egter eerst zal moo„ gen worden genooten, na dat 't bedraegen der voorsz: artikelen in 'skomp:s kas zal zijn overge„ bragt, en mits 't zelve zoo veel beloopt §360 Wij hebben bij deeze geleegentheid rekommandeerd om „ 't opperhoofd van Batikalva gerekommandeerd, om op de sjenas„ sen die aldaer worden gekapt, een pagt 545 §. 369 't opbrengen van de tiende ge„ van 't neldie gewas in de korl pattoe in te voeren pagt te leggen, en ook om aldaer een tabaks pagt intevorderen, zoo meede om in overweeging te nee„ men, of op de lijwaeten die in 't Batikaloasch worden geweeven, niet insgelijks een pacht zoude kunnen worden gesteld en ook of de in 't Jaer 1788. uitgestelde pagt, op 't veer na en van het Eiland Poeliantwoe, als meede op de vaerende vistonies niet als nog zoude kunnen worden ingevoerd wijl de Korlpattoe, zeedert dat ze onder 't gebied van de komp:s is gekoomen, geen tiende van 't Nelij gewasch heeft opgebragt, heb„ den we 't opperhoofd gelast om dit aldaer 53 546 2392. 370 „ de korlpattoe en in 't land „schap Panoa twee ser„ geanten als Posthouders „plaatst. en om op elk deezer posten een rusthuis te laeten bouwen. en aan ieder posthouder toetevoegen een oostersche ike zoldaetz: aldaer intevoeren om in de gem: pattoe, en 't Land„ schap Panoa een meer geregeld bestier intevorderen, hebben we ter sessie van den 24:e Maart pass„o beslooten, om twee sergeanten al„ daer als posthouders te plaetsen, en hebben we mits dien blijkens 't opperhoofd aenbevoo, voorsz: Resolutie van den 22=e Junij 't opperhoofd van Batikaloa„ so aenbevoolen om op elk deezer post een rusthuijs te laeten bouwen, en aan ieder deezer posthouders corporael g elf ooster„ uit 't Batikaloasch garnizoen toetevoeren een oostersche kor„ poraal en elf oostersche zoldaeten §. 374 Bij laastgemelde resolutie van den e 22e 547 omtrent nog eenige ge„ maekte schikkingen ge„ vraegd men zig den de restolutie 53 ter bevordering van den landbouw e voortplan„ ting van nittige pra„ dukten heeft men zig verscheide dispositien gemaekt. 22:e Iunij, hebben we nog eenige schik„ kingen gemaakt, ter vermindering van den omslag in 't huishoudelijke te Batikalva waeromtrend wij verlof verzoeken ons aen deeze rezolu tie te moogen refereeren. §372 Wij hebben voorts nog verscheide andere dispositien gemackt, zoo in 't generaal voor dit geheele eiland, als speciael voor deeze en geene plaats in 't bijzonder, ter bevordering van den land„ bouw en voortplanting van nuttige produkten, blijkens t aengeteekende bij onze reso„ tutie over 't inlandsch depar„ tement van den 10. 19. en 26. Maij 7=e Julij, 3. en 5. aug: 17:e 9ber: 5 E e 542 2393 het volleedig verslag daer van word uetgesteldd De reekening van de gedae„ ne geschenken zal nader mot den bedeel 9. 19. en 29. December passato, waer van wij het volleedig verslag ver zoeken te moogen uitstellen tot dat de berigten die we derweegens, vol„ gens 't bedeelde bij onzen eerbiedigen van den 25. December I„o leeden, van de onderhoorige kan tooren hebben gerequireerd alle ingekoomen zullen zijn. Beschenken. §, 375 Wijl de reekening van de gedaene geschenken aen de inlandsche vorsten en hunne gezanten, zoo meede van de gedaene ongelden aan die gezanten, en tot de be„ zendingen die komp:s weegen zijn gedaen nog niet volleedig kan worden . in 549 22 374 aan twee engelsche officieren transport na Nederland verleend. worden opgemaekt, om in deezen na de order te worden g'insereerd, verzoeken we verlof om dat te mogen uitstellen tot een nadere gelec„ gendheid Vreemde Natien Uit Consideratie voor de kragtige aen beveeling van 's Nababs agent ter kuste Madure, de Heer Burhanan, hebben we aan twee officieren in engelschen dienst, de luitenant Jervis en de vaendrig Ionng, Transport na Nederland verleend met een der retour scheepen 3 die nu staan te vertrekken; de eerste, mits betaelende het bij onze resolutie van den 18:e 9ber: o788. bepaeld transport en kostgeld 17 ver

NL-HaNA_1.04.02_3841_0601 view scan ↗

English

2394 158 The request of certain merchants on the Madura coast to be allowed to send their vessels through the river of Manaar to the coast has been granted. Board money of one thousand rupees, but the latter provided that five hundred rupees be paid for it, as it appears from the letters of Mr. Brchaman that this officer is not very well-to-do. Private Navigation and Trade. Section 375. Certain merchants of Kailpatnam and other places on the Madura coast, who previously used to send their vessels with linens through the channel of Pambe to the Coromandel coast, have, on account of the extortions they had to endure from the Teuver toll officials, urgently requested us to be allowed in the future to send these vessels through the river of Manaar to the coast, 551 The arrangement made regarding the sending of private linens to the Cape of Good Hope. provided they pay to the Company two rixdollars for each bale of linen that is transported therewith. After having taken the advice thereon from the Chief of Tuticorin, Mekern, as appears from the record of our resolution of 5 December last, we have granted the aforementioned request, and ordered the Chief at Manaar to ensure that no linens from these vessels are sold there covertly to the detriment of the linen lease. Section 376. Since it has come to our attention that private linens are shipped for the Cape of Good Hope on the return ships departing from Gale, and 552 2395 and this might sometimes tend to the prejudice of the Company's cargo, we, in order to prevent that, and at the same time to accommodate the inhabitants therein as far as can be done without detriment to the Company, have resolved that in the future, apart from what is shipped in the permitted branded chests, no linens nor other permitted merchandise may be shipped by private individuals in the Company's return ships without having previously requested and obtained permission from us for that purpose, and that they shall then further, until Your High Excellencies' further orders, have to pay for freight at the Cape of Good Hope 553 ten percent of the amount of their invoice. We have accordingly ordered the officials at Gale that whenever anyone should request to be allowed to send or take along any goods to the Cape of Good Hope outside the aforementioned permitted chests, to place the invoices thereof into the hands of the Master Attendant, so that he may provide a report on whether the goods mentioned therein could be shipped in the return ships without taking away the necessary space for storing all the Company's goods that have been planned for the lading of such ships, and subsequently to send these invoices and reports to us, so that it may be decided whether or not the shipment of these private goods should be allowed. 554 2396 The officials at Gale further ordered to observe the order concerning the sending of private slaves to the Cape of Good Hope. Section 377. At the same time, we have further recommended to the officials at Gale the observance of the order that for private slaves who cross over to the Cape of Good Hope on the Company's return ships, 72 and a half rixdollars per head must be paid for transport and board money, taking into account, however, Your High Excellencies' prohibition against the transportation of Eastern male slaves, and our 555 Section 378. What the officials have been recommended for the stricter observance of our orders. our given order not to allow too many slaves at one time on each ship. In order that these orders of ours may be observed all the more accurately, we have ordered the officials to command the Master Attendant and the officers of the return ships, both those that are now about to depart and those that will depart in the future, by written order, that they may not ship any private goods or slaves on the return ships, nor admit them on board ship for transport to the Cape of Good Hope, without being authorized thereto by a written 556 2397 537 The officials ordered to send the invoices of private linens to the Cape. written order from the Commander. Section 379. We have also ordered the officials to give notice each time to the gentlemen ministers at the Cape of Good Hope of the private goods that are conveyed for freight as aforesaid, sending along their invoices, and likewise to inform their Honors how many slaves cross over to the Netherlands or the Cape on each ship against payment of the stipulated transport and board money, and also to have the aforementioned goods recorded on the bills of lading, and the slaves on the muster rolls of the ships. 557 The officials authorized to decide on the requests themselves for this time. Section 380. However, since it is now somewhat late to request and await permission from us for the goods that private individuals wish to send with the return ships Huisduijnen and Truikonomale currently taking in cargo, we have authorized the officials at Gale, in this single instance, to decide for themselves on the requests that might be made for that purpose, and thus, according to the state of affairs, to allow or refuse the shipment, and likewise to leave it to the choice, for this voyage, of those who wish to send slaves to the Cape on the aforementioned ships

Dutch transcription

2394 158 in 't verzoek van eenige kooplieden ter kuste Madu„ re om hunne vaertuigen door de rivier van Manaer„ na de kust te moogen verzenden bewilligd kostgeld van Een duizend ropijen, dog de laatste mits daer voor betaelen, de vijfhonderd vopijen, wijl het uit de brieven van den Heer Brchaman blijkt, dat deeze officier niet zeer bemiddelt is. Partikuliere Vaarten Handel. §375 Eenige kooplieden van kailpatnam en andere plaatsen ter kuste madure die te vooren hunne vaertuigen, met lijwaeten, door het kanael van Pam„ be na de kust kormandel plagten te verzenden, hebben weegens de knevelarijen, die ze van de teuver„ sche tol bedienden moesten onder„ gaen, ons instantig verzogt, deeze vaertuigen in den aenstaende, door de rivier van Manaer na de kust te e 551 de gemaakte schikking om„ trend het verzenden van parti„ kuliere Lijwaeten na de Caab de goede Hoop. te moogen zenden, mits daer voor betaelende aen de komp:e twee rd:s voor„ elk pak lijwaet, die daermeede worden overgevoerd. Wij hebben, na daer over te hebben ingenoomen het advies van het Tutukorijnsch opperhoofd Mekern blijkens 't aengeteekende bij onze resolutie van den 5. december J„o leeden, in 't voorsz: verzoek be willigd, en 't opperhoofd te Manaar gelast, om te zorgen dat geene Lij„ waeten uit deeze vaertuigen aldaer ter sluijk worden verkogt ten nadeele van de lijwaets pagt. §3765 vermits ons is voorgekoomen dat in de retour scheepen, die van Gale vertrek„ ken, partikuliere lywaeten voor de Caab de goede koop worden afgescheepen en 552 2395 en dit zomtijds zoude kunnen strekken ter benadeeling van 's komp:s lading, heb„ beuwe om dat te voorkoomen, en om teffens de ingezeetenen daer in zoo veel dat buiten nadeel van de komp:e geschieden kan te gemoed te koomen, beslooten, dat in den aen„ staende, buiten 't geen in de geper„ mitteerde gebrande kisten word afge„ scheept, geen men lijwaeten nog andere gepermitteerde handel wharen door par„ tikuliere in skomp:s retour scheepen zullen moogen worden afgescheept, zonder daertoe alvoorens van ons verlof verzogt en verkreegen te hebben, en dat zo dan nog tot uwer Hoog Edelh: nader order aan de Caab de Goade Hoop voor vragt zullen moeten betaelen 553 betaelen, tien percent van 't bedrae„ gen van hunne faktuur. wij hebben mits dien den bedienden te Gale gelast, om wanneer iemand verzoek mogte doen, om eenige go deren, buijten de voorsz: gepermitteer„ de kisten, te moogen ver zenden of meede neemen na de Caab de Goede Hoop de faktuuren daerva te doen stellen in handen van den Equipagiemeester, ten einde door hem te worden gediend van berigt, of de daerbij vermelde goederen, in de retourscheepen zouden kunnen worden afgescheept, zonder te beneemen de nodige ruimte tot 't bergen van alle komp:s goederen, dieter belaeding van zodaenige scheepen zijn gepro 554 2396 de bedienden te Gale nader ren bevoolen de observantie der ordre nopens het ver„ zenden van partikulicae laeven na de kaab de oede koop. geprojecteerd, en om vervolgens deeze faktuuren en berigten aen ons toete„ zenden, om te worden gedisponeerd of den afscheep deezer partikuliere goederen al of niet zoude moogen geschieden § 377 Ter zelver teid hebben we den bedienden te gale nader aenbevoolen, de observantie van de order dat voor de partikuliere slaeven, die met skomp. s retourscheepen na de kaap de Goede Hoop overvaaren voor Transport en kostgeld moet worden betaeld 72½. rd:s voor elke kop, mits in acht neemende nogtans uwer Hoog Edelheeden verbod, 't vervoeren van oos= tersche mans slaeven, en onze O 555. 3. 378 wat de bedienden, zijn aenbe„ nakooming onzer ordres. onze gegeevene order om niet veel slaaven te gelijk op elk schip toele„ laeten Op dat deeze onze orders des te voolen ter naauwskeuriger nauwkeuriger worden nagekomen hebben we den bedienden aenbe„ voolen, om den Equipagiemeester en de overheeden van de retourschee„ „die pen, zoo wel „ nu staen te ver„ trekken, als in den aenstaende zullen vertrekken, bij schrif= telijke ordonnantie te gelasten, dat ze geene partikuliere goede aen, nog slaeven in de retour schee„ pen zullen moogen doen afscheepen, nog binnen scheepsboord admitteeren, ter ver„ 9 voer na de Caab de Goede Hoop, zonder daertoe te zijn gequalificeerd bij een„ schriftelijke 556. 2397 537 de bedienden gelast om tikuliere lijwaaten na de kapb tezenden. schriftelijke ordonnantie van den kommandeur §. 379 Ook hebben we den bedienden gelast om de faktuuren van de par„ telkens aan de Heeren ministers te Cabo de goede Hoof kennis te geeven van de partikuliere goede„ den, die invoegen voorsz: voor vragt overgaan, onder toezen„ ding van derzelver faktuuren, en om insgelijks aen hun Edelens te bedeelen, hoe veel slaeven met elk schip, teegens betaeling van het bepaald transport en kostgeld, overvaeren na Nederland of den Caab, zoo meede om de voorsz: goe„ deren op de Cognossementen, en de slaeven op de monster vollen van de scheepen te laeten bekend stellen. 5. 557. de bedienden gequalificeerd op de verzoeken te disponeeren §380 vermits 't nogtans nu wat laat om voor dotmael zelve is, om voor de goederen, die par„ tikulieren met de tans in laeding leggende retourscheepen Huisduij= nen en Truikonomale zenden willen verzenden, verlof van ons te vraegen en aftewagten, hebben we den bedienden te Gale gequalifi„ ceerd, om in dit enkeld geval, zel„ ve te moogen disponeeren op de ver„ zoeken, die daertoe mogten worden gedaen, en dus na Bevinding van zaaken, den afscheep toete staen ofte ontzeggen, en om ins= gelijks aan de geenen die slaeven met de voorsz: schepen na de Caab willen verzenden, 't voor dee„ ze rijs in hunne keuze te laeten

NL-HaNA_1.04.02_3841_0609 view scan ↗

English

to leave it to their choice whether they wish to pay the transport and board money now themselves at Gale, or upon arrival at the Cape to the Company, but for the rest also concerning the goods and slaves that go over with these two ships, to observe all that has been mentioned herefore. The servants. The former trade transferrer of Batikaloa Wambeek appointed as tombo-keeper there. § 381. In consideration that the keeping of an accurate head and land description at Batikaloa is of very great importance to the Company, and can be of great influence on its interests, we have in the session of the 22nd of June past appointed the bookkeeper and former trade transferrer of Battikalva Johannes Philippus Wambeek as tombo-keeper there, and at the same time charged him, so far as the Chief does not have the time for it, to prepare the trade, salary, and consumption papers. A closer determination made of the servants who in the future will be stationed at Batikaloa. § 382. By this resolution we have made a closer determination of the servants who in the future shall be stationed at Batikaloa, and according to this arrangement, in comparison against the determination in the Regulation of the year 1757, of the European servants, with the advice of Chief Burnant, there have been reduced 1 corporal, 24 soldiers, 1 bombardier, 1 gunner, 1 assistant, 1 sailor, 1 assistant surgeon, 1 carpenter, 1 smith, and 1 cooper, and of the Eastern military, in comparison with that determined in the year 1766, 14 heads have been reduced; on the other hand, by this arrangement 1 sergeant and 1 drummer have been additionally determined for Batikaloa. The soldiers and assistants at Batikalva, Calpettij, and at the posts under the Dessavony shall not earn more in wages than f 9. The natives are also consequently written back. § 383. We have also, by the aforesaid resolution of the 22nd of June, and by our further resolution of the 25th of December past, decided that the soldiers and assistants who are stationed at Batikaloa and Kalpettij, and at the posts belonging under the Colombo Dessavony, shall henceforth not earn more in wages than 9 guilders a month, and consequently the natives who were found among them and had earned a higher wage have already been written back to 9 guilders; What has been decided regarding the Europeans. also with regard to the Europeans, we have decided to excuse those who are presently stationed there from this, but to have this order executed regarding the European soldiers and assistants who in the future shall be placed at those posts, unless they choose upon this to repatriate after their completed contract, since they are generally old people who are placed at these locations, of whom the Company has little service left, and that they in fact can subsist there better on f 9.- than the soldiers in the large garrisons with higher wages. The apothecary recommended to direct himself in the future in the making of compositas according to the intent of the resolution. § 384. Upon the complaint of the Castle Head Surgeon Aleman and the Surgeon Major Knaus in our resolution of the 19th of September 1788, that the compositas that are prepared here in the pharmacy have for some years past cost considerably more than formerly, and that this was to be attributed to the fact that certain allowances, which by our resolution of the 3rd of June 1760 were granted to the apothecary for the making of extra medications, were enjoyed by him as an annual allowance, and were charged to all the compositas made in the pharmacy, we have in the session of the 29th of December 1788 recommended the apothecary to direct himself for the future, without deviation, according to the intention of our aforesaid resolution of the 3rd of June 1760. What he has represented regarding this. § 385. Upon this he represented to us that by our just-mentioned decision he now has nothing else from his post than his salary and emoluments, whereas his predecessors and he also thus far had received annually all that was determined by the aforesaid resolution for the dispensary for the making of compositas, amounting to 410 rixdollars 172 cost price, of which through frugality so much was always saved that it had served him at least in some measure as a means of subsistence, and that he now, observing his duty with honor, must be deprived of it. An apothecary should be able to subsist reasonably well. § 386. It is highly necessary that an apothecary be disinterested in the preparation of the medications, with which it would be entirely incompatible if he should have to seek, and in fact find, therein a means of subsistence; and a man who serves an office of so much importance as is the pharmacy, when he conducts that with proper skill, zeal, and goodwill, ought to be able to subsist at least in some measure decently, but it is clear that the bare salary and board money of the apothecary at Colombo are not sufficient for this. Proposal to grant a certain percentage to the apothecary. § 387. We have therefore in the session of the 7th of June past decided humbly to propose to Your High Mightinesses, as we take the liberty to do through this, to allocate to the apothecary at Colombo the amount of five percent of all the medicines remaining under his administration and that are prepared by him, until this shall amount to a sum of three hundred and fifty rixdollars a year, and if the aforesaid five percent should not amount to so much, then the deficient

Dutch transcription

554. 2398 De geweezen, Negotie tikaloa wambeek aengesteld als thom„ bothouder aldaar. laaten, of ze 't Transporten kost„ geld nu zelfs te gale, dan wel bij arrive aan de Caab aan de kompenie willen betaalen, dog voor 't overige ook omtrend de goederen en slaaven, die met deeze twee scheepen overgaen, te observeeren al 't geen hier vooren is vermeld. De Dienaaren 3301 Uit aenmerking dat 't houden van overdraeger van Ba„ een accuraate hoofd en land beschrij„ ving te Batikaloa, voor de komp: van heel veel belang is, en op haere intresten van een grooten invloed zijn kan, hebben we ter sessie van den 22:e Junij pass=o den boekhouder e 559 eene nadere bepaeling gemaekt van de die= naeren die in de aen„ staende te Batikaloa zullen leggen en geweezene Negotie overdrager va¬ Battikalva Iohannes Philippus wambeek, aengesteld als thombo„ houder aldaer, en hem teffens op= gelegt om, voor zoo verre het opperhoofd daertoe geen teid heeft, de negotie, zoldij en konsumtie papieren te vervaerdigen. §382 Bij deeze resolutie hebben we eene nader bepaeling gemaekt van de Dienaeren, die in den aenstaende te Batikaloa zullen leggen, en is volgens deeze schikking, in ver„ gelijk teegens de bepaeling bij 't Reglement van 't Jaer 1757. van de Europeesche dienaeren met advies van het opperhoofd Burnant oermin„ derd 1. korporael, 24. Zoldaeten 1. bom= 560. 2399 de zoldaeten en handlan„ Calpettij en op de posten zullen niet meer aen 1e inlanders zijn ook mits dien te rug geschreeven 1. bombardier, 1: kannonier, 1. hand„ langer, 1: Mattroos, 1. Ondermeester, 1. Timmerman, 1. Smit en 1. kuijper, en van de oostersche militairen zijn, in vergelijk van 't bepaalde in het Iaar 1766. , verminderd 14. koppen, daer en teegen is door deeze schikking voor Batikaloa meerder bepaeld 1. sergeant en 1. tamboer. § 383 ook hebben we bij voorsz: Resol: van gers te Batikalva den 22. Iunij, en bij onze nadere reso„ nder de dessavonij lutie van den 25:' xber: passato be„ gagie winnen dan ƒ9. slooten, dat de zoldaeten en handlan„ gers die te Batikaloa en kalpettij, en op de posten gehoorende onder de Kolombosche des savonij bescheiden leggen, voortaen niet meer aen gagie zullen win„ nen dan 9. guld=s smaends en zijn ook mits dien 561. Europeschen is be„ slooten oij reeds de inlanders, die zig daar onde bevonden een hoogere gagie hebben gewor nen, terug geschreeven tot 9. guldens ooch ten aenzien van de Europeschen wat ten aenzien van de hebben we beslooten om de geenen die 'er tans bescheiden zijn daer van te exken„ seeren, maar deeze order te laeten uitvoerd omtrend de Europesche zoldaeten en hand langers, die in 't vervolg op die posten zullen geplaatst worden, ten zij ze hier over verkiesen om na uitgediend verband te repatrieeren, wijl het doorgaens oude luiden zijn die op deeze plaetsen gelegt worden waer van de komp:e weinig dienst meer heeft en dat ze in derdaad daer beeter met ƒ9. –. kunnen bestaen, dan de zol„ daeten in de groote garnizoenen, met heger goge Piir 562. 2400 de apothekar gerekomman„ peerd om in den aanstaande in het maaken van kompe„ interke van de Resolutie § 384 Op de klagte van den kasteels opper„ meester Aleman en den Chirurgijn ditat zig te rigten na de Majoor Knaus bij onze Resolutie van den 19:e September 1788. dat de Compo„ Titas die alhier in den apotheak worden aengemaakt, zeedert eenige Jaeren herwaerds merkelijk hoger kosten dan eertijds en dat dit daeraan toe„ te schrijven was, dat zeekere ver„ strekkingen, die bij onze resolutie van den 3:e Junij 1760. aen den apothe„ kar zijn toegestaen, tot 't mae„ ken van Extra medikamenten door hem als eene Jaerlijksche verstrek¬ king genooten, en op alle de Compositas„ die in de apotheek wierden gemaekt, bezwaard zijn, hebben we ter Cassie van den 29:e December 1788. den apothe„ kan ens 563. Wat hij hier op heeft verboond kar gerekommandeerd, om zig voor den aenstaende, zonder afwijking te rigten naar de intentie van onze voorsz: Resolutie van den 3:e Junij 1760. 3. 38: Hier op heeft hij aen ons vertoond dat hij door ons evengem: besluit nu op zijn dienst niets anders heeft, dan zijne gagie en emolumenten daer zijn voorzaeten en hij ook dus lange, Iaarlijks verstrekt gekreegen heeft al 't geen bij voorsz: Resolutie, voor de medicijnwinkel tot 't macken van Comporitas bepaald was, bedraegen„ de rd:s 410. 172. inkoops, waer van door zuinigheid steeds zoo veel was overbehouden, dat 't hem eeniger maate 564. 2401 ten minsten eeniger maate had gestrekt tot een middel van bestaan, en dat hij nu zijn dienst, volgens een in pligt waar„ neemende, daar van moest zijn verstooken. § 386 Het is hoogst noodzaakelijk, dat een een apotheker diend apotheker belangeloos zijn in maate ordentelijk 't toeberijden der Medekamenten waarmeede geheel onbestaanbaar zoude zijn, indien hij daar in zoude moeten zoeken, en met der daad vinden een middel van bestaan, en een man, die een ampt van zoo veel aangeleegent„ heijd bediend, als is de apotheek, wanneer hij dat Voet met be„ hoorlijke kunde, ijver en welme„ nendheid, diend ten minsten eeniger maeten te kunnen bestaan ordentlijk 565 voorstel om aen de p:r C=o toeteleggen. ordentelijk te kunnen bestaan, doch 't is kenbaer dat de bloote gagie en kostgeld van den apothekar te kolomoo daertoe niet toerijkende zijn. §. 387 wij hebben derhalven ter sessie van apothecar zeeker den 7:e Iunij pass=o beslooten, aen uwe Hoog Edelheeden nedrig voortestellen, gelijk we de vrijheid neemen te doen door deezen, om aen den apothekar te kolombo, toeteleggen 't bedraegen van vijf p:r C. o, van alle demedi„ cijnen onder zijne administratie berustende, en die door hem aenge „ maakt worden, tot dat dit zal bedraegen eene zomma van Drie honderd en vijftig rd=s sjaers, en om wanneer voorsz: vijf p„r C:o niet zoo veel mogten bedraegen, als dan 't ontbree„ kende 24

NL-HaNA_1.04.02_3841_0617 view scan ↗

English

566. 2492 a certain gratuity to be granted to him, allowing it to be disbursed to him from the Company's treasury; we humbly request Your High Excellencies that, if your esteemed selves should see fit to approve this proposal, the aforesaid gratuity may take effect from 1 September 1789, provided that the apothecary shall annually have to take the oath of purification according to the form inserted in our aforesaid resolution. § 388 To encourage soldiers whose term of service has expired to enter into a new contract, a certain gratuity has been provided to them in this Government from the Company's treasury, in proportion to the pay with which they were improved upon entering into the new contract, and according to the number of years for which 567. 10 they re-engaged themselves, as is more broadly indicated in an address from Colonel Silenius, inserted in our resolution of 12 October last. This gratuity was paid at Colombo from the Company's treasury until the year 1785, but since the year 1786 the first-undersigned Governor had it paid from the military treasury here. However, because the capital of the Colombo military treasury has been noticeably reduced by these and other expenses, we resolved, upon the request of Colonel Filenius in our aforesaid resolution, to have the aforementioned gratuity paid once again from the Company's treasury 168. 2403 to the soldiers who enter into a new contract here, just as has been done thus far at Galle and Trincomalee, until it shall further appear that the revenues of the military treasury can bear this expenditure. § 389 Colonel Filenius, who until now has received the emoluments of a Major, made a request to us that he might be credited with the surplus of the emoluments of a Lieutenant Colonel from the time he was appointed as titular Lieutenant Colonel by Your High Excellencies, and that he might be granted the emoluments of a Colonel from the time he was promoted to Colonel by the Lords Majors. 569 5390 In this Government, all qualified persons who are favored with a higher rank titularly or provisionally enjoy the emoluments designated for such rank. It is also in consideration thereof that the emoluments of a Colonel were granted by us, in our resolution of 2 December 1783, to the late Colonel Coquart, who like Colonel Filenius was promoted to Colonel by the Lords Majors without the accompanying pay. And since Your High Excellencies were pleased to approve our said resolution in your highly honored letter of 19 April 1784, we resolved at the session of 9 December last, 170 2404 subject to the esteemed approval of Your High Excellencies, to grant the aforesaid request of Colonel Filenius. § 390 The Major and head of the Ceylon artillery, Paravicini di Capelli, showed us in an address that is transmitted among the annexes the necessity of a greater number of artillery officers for the four main fortresses in this Government, so that the service can be properly carried out. And since this appeared to us to be very well-founded, now that the Corps of Artillerymen is considerably stronger than in the year 1766, when by Your High Excellencies' highly honored secret letter 1741. of 23 May the establishment was approved as proposed by the late Governor Falck in his separate letter of 12 April 1766, we made the following appointments at the session of 29 December last, in accordance with the proposal of the said Major and subject to the esteemed approval of Your High Excellencies, both to fill the vacant posts and to complete the necessary number demonstrated by the aforementioned Major, namely: Captain Lieutenant Jean Chevaet to Captain, in place of the deceased Captain Johan Ernst Kuhn. 17 5tb 2405 Ordinary Lieutenant Augustin Erhard to Captain Lieutenant, in place of the said Chevaet. The Ordinary Fireworkers Frans Diersen and Gerrit Alefs to Extraordinary Lieutenants, in place of the aforementioned Erhard and of the Extraordinary Lieutenant Clamar, who was transferred to Galle; and Bombardier Andries Emming to Ordinary Fireworker, in place of the aforementioned Alefs. 392 Through these appointments, the officers of the artillery in this Government presently consist of the following, namely: 1 Major and Chief at Colombo. 1 Captain as Commandant at Galle. 573. 3 Captain Lieutenants, of whom: 1 at Colombo. 1 as Commandant at Jaffnapatnam. 1 as Commandant at Trincomalee. 2 Ordinary Lieutenants, of whom: 1 at Colombo, and 1 at Galle. 5 Extraordinary Lieutenants, of whom: 2 at Colombo. 1 at Galle. 2 at Trincomalee. 6 Ordinary Fireworkers, of whom: 1 at Colombo. 1 at Jaffnapatnam. 1 at Galle. 3 at Trincomalee. 574. 2406 6 Extraordinary Fireworkers, of whom: 2 at Colombo. 1 at Jaffnapatnam. 1 at Galle. 2 at Trincomalee. § 393 We humbly request Your High Excellencies that this number of officers for Ceylon may be established by Your High Excellencies, and that the aforesaid officers promoted by us may consequently be favorably approved, whose petitions we have the honor to submit to Your High Excellencies among the annexes hereof. Furthermore, the aforementioned Major and head of the artillery Paravicini has, in a second address that also

Dutch transcription

566. 2492 zeeker douceur dat aen verstrekt voor het kende daer aen hem te laeten uitkee„ ren uit skomp:s kas; we verzoeken iwwe Hoog Edelheeden nedrig, dat zoo hoogst dezelven mogten goedvinden dit voorstel te akkordeeren, als van 't voorsz: douceur magingaen van p=mo 7ber: 1789. mits dat de apothecar Jaerlijks den eed van zuivering zal moeten doo„ na 't formulier, dat in voorsz: onze resol: is g'insereerd. §. 388 Om de zoldaeten, die hun verband de zoldaeten worden hebben uitgediend, aentemoedigen tot aengaen van een nieuw het aengaen van een nieuw verband, is verband uit skomp:s kees te laeten verstrekken in dit Gouvernement aan dezelven zee„ ker douceur verstrekt, na maete van de gagie, waermeede zij bij 't aen„ gaan van 't nieuw verband werden ver„ beeterd, en naer 't getal der Iaaren waer 567. 10 waer voor ze zig op nieuw engageer„ „den, zoo als dat breeder word aenge„ weesen, bij een addres van den kolonel Sile= nius, g'insereerd in onze resolutie van den 12=e Oktober pass=o Dit douceua is te ko„ lombo uit sComp:s kas betaald tot 't Jaer 1785. toe maer zeedert 't Jaer 1786. heeft de eerst ondergetee„ kende Gouverneur, 't doen betaelen uit de krijgt kas alhier, Dan wijl 't kapitael van de kolombosche krijge kas, door deeze en meer andere ongel„ den, merkelijk verminderd is hebben we op 't verzoek van den kolonel Gilenius, bij voorsz: onze Resolutie beslooten, 't voorm: douceur aen de soldaeten, die alhier een nieuw ver„ band aengaen, weder uit skomp:s kas 168. 2403 verzoek, van den kolonal emolumenten. kas te laaten voldoen, even gelijk dat tot nog toe op Gale en Prinkono„ „geschied male „ tot dat nader zal blijken, dat de inkomsten van de krijgskas deeze uitkeering kunnen dragen §. 38 De kolonel Filenius, die tot nog Filenus weegens de toe Majors emolumenten heeft genoo„ ten, heeft aan ons verzoek gedaen, dat aen hem mogte worden goedge„ daen het surplus van de emolumen„ ten van een luitenant kolonel, van den tijd af dat hij door uwe Hoog Edelhee„ den was aengesteld als titulair Leite„ nant kollonel, en dat aen hem mogten worden verstrekt de einolumenten van een kolonel, zeedert dat hij door de Heeren Majores tot kolo„ nel was bevorderd. In 569 ingewilligd 5390 In dit Gouvernement genieten, alle gequalificeerdens, die tik: of provi„ sioneel met een hooger qualiteid worden begunstigd de emolumenten die tot zodaenige kwaliteid zijn bepaald, en het is ook uit die aenmerking, dat aen wijlen dan kolonel Coquart die er als Colonel Filenius, door de heeren Majores tot kolonel was bevorderd. zonder de daar toe staende gagie, de Emolumenten van een kolonel door ons zijn toegestaen, bij onze Resolutie van den 2:e December 1783. en wijl uwe Hoog Edelheeden gem: onze Resolutie hebben gelieven te approbeeren, bij zeer g'eerde mis„ sive van den 19. April 1784. heb„ ben we ter sessie van den 9. xber. goleeden 170 2404 De gedaene aenstellingen bip de artillerij Iongstleeden op de g'eerde goedkeuring van uwe Hoog Edel heeden, beslooten in 't voorsz: verzoek van den Colonel Gilenius te bewilligen. §390 De Majoor en hoofd van de Ceilon„ sche artillerij Paravicini de Ca„ pelli, heeft aen ons bij een addres dat onder de bijlaegen overgaet, ver„ toond de noodzaekelykheid van een meerder getal Artillerij offi„ cieren, voor de vier hoofdvestingen in dit Gouvernement, op dat de dienst behoorlijk kan worden ver„ rigt, en wijl ons dit zeer gefon„ deerd is voorgekoomen, nu dat 't Corps Artilleristen aenmerkelijk sterker is den in 't Jaer 1766. wanneer door uwe Hoog Edelh: bij zeer g'eerde sekreete missive van 1741. van den 23. Maij is goedgekeurd de bepaeling, dodr wylen den Heer Gouver„ neur Falik voorgesteld, bij desselfs aparte missive van den 12. april 1766. hebben we ter sessie van den 29. xber: passato, overeenkomstig de voordragt van gem: Majoor, op de g'eerde appro„ tatie van uwe Hoog Edelheeden, zoo wel ter vervulling van de vakante posten, als tot Completee„ „ring van 't door voorm: Majoor aengetoond benoodigd getal, ge„ daan de volgende aenstellingen namelijk. De kapitain Luitenant Iean Che„ vaet tot kapitain, in plaats van den overleedenen kapitain Johan Ernst Kuhn. & 1 17 5tb 2405 waar in de artillerij offi„ cieren tans bestag. De ordinaire luitenant Augustin Erhard tot kapitain Luitenant, in plaats van gem: Cherret De ordinaire vuurwerkers Frans Diersen en Gerrit Alefs, tot extrec ordinaire Luitenants, in plaets van voorm: Ethard en van den na Gale verplaatsten extra ordi„ naire Luitenant Clamar en de Bombardier Andries Em„ ming tot ordinaire vuurwerker in plaats van voorm: Alefs. 392 Door deeze aenstellingen, bestaen tans de officieren van de artil„ lerij in dit Gouvernement, in het volgende, namelijk 1: majoor en Chefte kolombo. 1: kapitain als kommandant te Gale verte e 573. 3. kapitain luitenants, daer van 1. te kolombo. 1. als kommandant te Jaffanap=m ro - - - - „ Trinkonomale 2. ordinaire luitenants, daer van: 1. te kolombo en T: te Gale 5. Extra ordinaire luitenants daer van 2: te kolombo. 1. te Gale: 2: „ Trinkonomale. 6. ordinaire vuurwerkers daar van 1. te Kolombo. 1. te Jaffanapatnam. 1. te Gale Z=e Trinkonomale. vert 1. „ 574. 2406„ verzoek van den Majoor meerdering in gagie voor 6. extra ordinaire vuurwerkers. daer van 2. te kolombo. 1. „ Iaffanapatnam. 1 „ Gale. 2 „ Trinkonomale. § 393 wij verzoeken uwe Hoog Edelheeden 3. verzoek dat dit getal nedrig, dat dit getal officieren fficieren voor seilon mag worden bepaeld door uwe Hoog Edelheeden voor gen worden g. appro„ Ceilon mag worden bepaeld, en dat mits dien gunstiglijk mogen worden geapprobeerd de voorsz: door ons bevorderde officieren, wier requesten wij de eere hebben uuwen Hoog Edel„ heeden onder de bijlaegen deezes aen„ tebieden. Nog heeft voorm: Majoor en hoofd baravicini on ver„ van de artillerij, bij een twee addres, dat meede mitsdien de bevor„ derde officieren moo„ de van beerd.

NL-HaNA_1.04.02_3841_0626 view scan ↗

English

575. the Bombardiers, gunners and matrosses. transmitted in copy among the annexes, showed that the matrosses with the artillery here, who earn ƒ 10. and 9. in wages, had complained about the heavy labor that they must perform daily for their meager pay, and that they thereby wear out more clothes than those of the infantry in this garrison, who, besides having more rest and ease, also enjoy the privilege of a free uniform coat etc., wherefore the said Major requested therewith that all matrosses, both those who are currently assigned to the corps and those who in the future shall be placed therewith from the militia and the seafaring service, 576. 2407 observation thereon. and do not earn more than ƒ 9. or 10. in wages, may directly be placed on a monthly pay of 12. guilders, and that likewise all Bombardiers henceforth may earn ƒ 24. and the gunners ƒ 16. -. in wages. §39 We cannot deny that the artillerymen in this Government have much heavier service than those of the infantry, and that, with the greater wear and tear of clothes, it is hardly feasible for them to make ends meet with the pay of ƒ 9 and 10. The soldiers in Colombo have moreover a free uniform, which is paid from the war chest, which, as there are no free workers to that end, does not happen with the Artillery, 577: the lands. cannot happen. We have therefore in the session of the disposition regarding 29th December last, subject to Your High Nobilities' honored approval, decided to have all the matrosses stationed here, in Galle and in Trincomalee in garrison, earning less than ƒ 12. and now immediately willing to re-engage themselves for another 5. Years after their present running contract shall have expired, improved to ƒ 12. – so that they shall consequently be obliged with these wages of ƒ 12. –. also to serve out the second contract to which they now immediately re-engage themselves, instead of ƒ 13. –. which are given after serving out the first contract to those 178. 2408 those who bind themselves anew for 5. Years instead of for 3. Herewith we have likewise, subject to Your High Nobilities' favorable approval, decided to do this henceforth similarly for all recruits who transfer from the Infantry or the seafaring service to the Artillery and earn less than ƒ 12: —. Yet because it sometimes happens that the Artillerymen who misbehave are demoted back to Sailors, we have finally also decided that in such a case the same shall again be written back to their former wages with which they 579 the request concerning the bombardiers and matrosses is presented. transferred to the Artillery, and that this shall likewise happen when they are transferred from the aforesaid three garrisons to one of the lesser garrisons on Ceylon. We hope the more that Your High Nobilities will approve this our disposition because the Artillerymen will thereby remain longer with this corps and one will thereby obtain more well-trained and acclimated men, which can have only a very favorable influence on this body. Concerning the further proposals of the Major and Commander of the Artillery to give to the Bombardiers 540. 2409 and the gunners, both to those who are now in service, so far as they do not already earn those wages, as to those who hereafter are appointed to those ranks, to the Bombardiers ƒ 24. —. and to the gunners ƒ 16., we have decided to present the same most favorably to Your High Nobilities, as we take the liberty of doing through this, and that just and on the same footing as we, subject to Your High Nobilities' favorable approval, have taken the abovementioned resolutions concerning the matrosses. The non-commissioned officers of the Artillery also truly have heavy service, and therefore deserve the favor that we 581. request of Captain Lieutenant Weerman for the rank of captain. most humbly request of Your High Nobilities for them through this. §396 The captain lieutenant of the infantry Johan Willem Weerman, who has departed for Cochin as commander of the grenadier company, has presented to us a Petition addressed to Your High Nobilities, which is transmitted among the annexes, wherein he solicits that he may be promoted to captain on account of the demise of Captain Mijtend, and because he, Weerman, has already been an officer for 24. Years, and has always conducted himself well, we take the liberty most humbly to recommend him to Your High Nobilities' favor. 5821 2410 3397 request of the retired Galle commander Kraijenhoff. The retired Galle commander Kraijenhof, after Your High Nobilities' order that he would have to stay for one Year at the Cape of Good Hope was announced to him, has requested of us by a letter, which is transmitted in copy among the annexes, that he may remain here until the dispatch of the ships of the next return fleet, and that this may be accepted as a full satisfaction for the aforesaid stipulated stay at the Cape of Good Hope, as well as that during his stay here, his wages

Dutch transcription

575. de Bombardiers, kan„ noniers en handlangers. in kopij onder de bijlaegen overgaed vertoond, dat de handlangers bij de artillerij alhier, die ƒ 10. 3n 9. aan gagie winnen, zig hadden beklaegd over den zwaeren arbeid die ze voor hunne geringe bezolding, daegelijks moeten doen, en dat ze daer door meer kleederen moeten slijten, dan die van de infanterij in dit garnizoen, welke behalven dat ze meer rust en gemak hebben, nog t voorregt genieten van een vrije mon„ teering rok enz:, weshalven gem Majoor daar bij verzogt, dat alle handlangers zoo wel die tans bij 't korps bescheiden zijn als die in den aenstaende uit de militie en zeevaerd daer bij geplaatst zullen worden 1 576. 2407 aenmerking daerop. worden en niet meer dan ƒ 9. of 10. aen gagie winnen, direkt moogen gesteld worden op eene maendelijksche be„ zolding van 12. guldens en dat insge„ lijks alle Bombardiers voortaen ƒ 24. en de kannoniers ƒ 16. -. aen gagie morgen winnen §39 Wij kunnen niet ontkennen, dat de artilleristen in dit Gouvernement veel zwaerder dienst hebben dan die van de infanterij, en dat 't hun bij de meerdere slijtagie van kleederen, niet wel doenlijk is, om met de bezolding van ƒ9 en 10. te kunnen rondschieten. De zoldaeten te kolombo hebben boven dien eene vrije monteering, die uit de krijgskas word voldaen, het geen bij de Artillerij, daer ten dien einde geen vrijwerkers zijn, niet geschie„ den 8 577: de landerijen. den kan wij hebben derhalven ter sessie van den dispositie omtrend 29:e december J„o leeden op uwer Hoog Edelheeden g'eerde approbatie beslooken om alle de handlangers hier, te Gale en te Trinkonomale in guarnizoen leggende, minder winnende dan ƒ12. en zig nu aenstonds opnieeuw willende verbinden voor nog 5. Jaeren, na dat hun teegenswoordig loopend verbend zal zijn g'expireerd, te laeten ver„ beeteren tot ƒ 12. – zoo dat ze mits dien verplicht zullen zijn met deeze gagie van ƒ 12. –. ook uittedienen het tweede: verband, waertoe ze zig nu aan„ stonds op nieuw en gageeren, insteede van ƒ 13. –. die gegeeven worden na 't uitdienen van het eerste verband, aen die 1 178. 2408 die geenen die zig in plaats van voor 3. op nieuw voor 5. Jaeren ver„ binden Hier bij hebben we tevens op uw Hoog Edelheeden gunstige approbatie be„ slooten, om dit insgelijks voortaan te doen aan alle rekruten die uit de Jnfanterij of de zeevaart tot de Artillerij overgaen en minder dan ƒ 12: —. winnen. Dan wijl het zomtijds geberad dat de Artilleristen die zig kwalijk gedraegen, wederom te rug gezet wor„ den tot Mattroosen, hebben we eindelijk nog beslooten dat in zulk een geval dezelve wederom zullen worden te rug geschreeven tot hun„ ne voorige gagie waarmeede ze - e 579 het verzoek nopens de bombardiers en hand„ langers word voor„ gedraegen ze tot de Artillerij zijn overgegaan en dat dit insgelijks zal geschieden wanneer ze uit de voorsz: drieguar„ nitoenen worden verplaatst na een van de mindere guarnizoenen op Cei„ lon. we hoopen te meer dat uw Hoog Edelheeden deeze onze dispositie zullen appro„ beeren wijl daer door de Artilleristen langer bij dit korps zullen blijven en men daer door meer wel geoeffende en geaklimateerde manschappen verkreigen zal, het geen op dit lich„ haam niet dan van een zeer gunstigen invloed zijn kan. omtrend de verdere voorstellen van den Majoor en Chef van de Ar„ thillerij, om aen de Bombardiers en 80 540. 2409 en de kanoniers zoo aan die geene die nu in dienst zijn voor zoo verre ze die gagie niet reeds winnen, als aan die geene die na deezen tot die qualiteiten worden aengesteld, te geeven, aan de Bombardiers ƒ 24. —. en aan de kannoniers ƒ 16. hebben we beslooten dezelve aan uw Hoog Edelheeden op het gunstigst voortedraagen zoo als wede vrijheid gebrúijken van tedoen door deezen, en zulx even en op dien zelfde voet als we op uw Hoog Edelheeden gunstige approbatie genoomen hebben de hier boven gem: besluiten nopens de handlangers. De onderofficiers van de Artillerij hebben ook werkelijk zwaar dienst, en verdienen mits dien de gunst die we van d 581. verzoek van den kapi„ tain Luitenant weer„ man om de qualiteid van kapitain. van Uw Hoog Edelheeden voor hun doo„ deeze op het nedrigst verzoeken. §396 De kapitain luitenant van de infanterij Iohan Willem Weer„ man die als kommandant van de granadier komp:e na koetsiem vertrokken is, heeft aan ons ge„ presenteerd een Request geaddres„ seerd aan Uwe Hoog Edelheeden 't welk onder de bijlaegen overgaet waer bij hij solliciteerd om tot kapitain te moogen wor„ den bevorderd, mits 't over„ lijden van den kapitain Mijtend„ en wijl hij weerman reeds 24. Jaeren officier is, en zich altijd welgedrae„ gen heeft, neemen wij de vrijheid hem in uwer Hoog Edelheeden gunste nedrigst aan 5821 2410 3397 verzoek van den afge„ gaenen Gaalsch gezag„ hebbel kraijenhoff. aante beverlen De afgegaene Gaalsch gezaghebber kraijenhof, heeft na dat hem, uwer Hoog Edelheeden order, dat hij een Jaar aan de Caab de Goede Hoop zoude moeten overblijven, was aengekondigd, ons bij een brief, die in kopij onder de bijlaegen overgaat verzogt om alhier tot de afvaerdiging der schee„ pen van de naastvol„ gende retour bezending temogen overblijven, en dat dit als een vol„ koome genoegdoening voor 't voorsz: bepaeld verblijf aan de Caab de Goede Hoop, mag worden aenge„ noomen zoo meede om geduurende desselfs verblijf alhier, zijne gagie

NL-HaNA_1.04.02_3841_0634 view scan ↗

English

583. permitted to remain here until the departure of the next return shipments, his provisional pay may continue. Is proposed to be allowed to retain emoluments, and also that the pay may continue during his journey to Europe. We have permitted him to remain here until the departure of the next return shipment, and that his pay may provisionally, and until the receipt of Your High Nobilities' further orders, continue. Regarding his further requests for the retention of his pay and emoluments, we take the liberty of presenting these most favorably to Your High Nobilities through this letter, as well as his request that the year he remains here, after having transferred the Galle Commandment, may 584. 2411 be credited to him instead of the year that he otherwise would have had to remain at the Cape, and that he may consequently be favorably exempted from this by Your High Nobilities. We make these proposals with all the more confidence because the Gezaghebber Kraijenhoff indeed, during his administration, had to incur many extraordinary and heavy expenses, especially during the prolonged stay of the national squadron under the Gentlemen van Braam and Silvester in the Galle Bay, for which he never enjoyed any compensation. Ensign Best permitted to repatriate. Likewise Sub-Lieutenant Dewit. § 398. We have granted permission to Ensign Johan Nikolaas Best, who arrived here from Souratta on the ship Vreedenburg, at the request of the Surat ministers, to repatriate on one of the ships now departing. 399. Likewise, we have permitted Sub-Lieutenant I: Dewitt, who was assigned to the ship Horssen, remained behind at Pallenkatta due to illness, and arrived here recently; upon his request and because he has not yet fully recovered, to also repatriate with one of the aforementioned ships, with discharged pay, 585. 586. 2412 and because we have not received his pay account from Palleakatta, we deem it our duty to inform Your High Nobilities thereof, so that the same may be sent from there to the Netherlands. De Witt believes that his pay account went to Batavia on the ship Horssen. Regiment de Meuron. The oath of loyalty was renewed by the Regiment van Meuron. § 400. We resolved in the session of 3 February past, in accordance with the recommendation of the Gentlemen Directors of the Zeeland Chamber, in their separate dispatch of 29 March 1787 written to the first Permitted that the sick of the Regiment be treated in separate hospitals. undersigned Governor, to have this Regiment renew the oath of loyalty on account of the change of garrison, as has since taken place, both here and at Gale and Trinkonomale. § 401. Upon the request of Colonel Commandant de Meuron, we have permitted, as shown by resolutions of 31 March and 15 August past, that the sick of this Regiment at Kolombo and Trinkenomale may be treated in separate hospitals by the Regiment's surgeons, and we have consequently also resolved to have a portion of the allowances granted to the chief surgeons 587. 588. 2413 Provisionally granted approval for the promotion of Lieutenant Groener to Captain-Lieutenant and Ensign Spieler to Lieutenant. of Kolombo and Trinkenomale turned over to the surgeons of this Regiment, in proportion to the sick they will treat at each place. We agreed to this all the more readily because it could be done entirely without expense to the Company, and because the surgeons of that Regiment believed that their soldiers, accustomed to their practice and care, would fare better thereby. § 402. Due to the passing of Captain Jequier, and because Colonel de Meuron was uncertain which of the absent officers from Europe would return, and therefore wished to postpone the filling of 589. Captain-Lieutenant Bernard commissioned as Captain. the captain's post until the arrival of the ships, we resolved upon his proposal, in the session of 5 June past, to provisionally grant approval, subject to the approval of the Gentlemen Majores, for the promotion of Lieutenant Charles Groener of Ludwigsburg in Württemberg to Captain-Lieutenant, and of Ensign Jacob Fredrik Spieller of Thoune in the Canton of Bern to Lieutenant. Since then, upon the proposal of the said Colonel, as shown by our resolution of 9 December last, subject to the approval of the Gentlemen Majores, we have commissioned as Captain the oldest Captain-Lieutenant of 590. 2414 Granted to him the salary of a Captain since 1 October last. this Regiment, Louis Bernard of Montbéliard, who for some time, on account of illness, was absent on leave from the Regiment and who arrived on the ship Trinkonomale. Colonel de Meuron at the same time demonstrated to us that the said Bernard, since his absence due to illness, or from 12 January 1786 onwards, had enjoyed only Lieutenant's salary until the end of September last, notwithstanding that on 1 May 1787 at the Cape of Good Hope he had been promoted to Captain-Lieutenant, and also that the commission for it had been granted to him in Middelburg.

Dutch transcription

583. : toegestaen hier te moogen reijven tot het vertrek van de naastvolgende retour bezendingen provisie mag voort„ loopen. word voorgedraagen. en emolumenten te mogen behouden en ook dat de gagie mag voorlloo„ pen, geduurende desselfs reize na Europa wij hebben toegestaen dat hij hier mag overblijven tot dat zijne gagie bij 't vertrek van de naastvolgende actour bezending, en dat zijne ga„ gie bij provisie en tot den ont„ vangst van uwer Hoog Edel„ heeden nader order mag voortloopen. zijne verdere verzoeken zijne verzoeken tot behoud van zijne gagie en emolumenten neemen we de vrijheid Uwen Hoog Edelheeden door deezen op het gunstigst voor tedraegen, als meede zijn verzoek dat hem het Jaar dat hij, na gedaene transport van het Gaals kommandement, hier overblijft mag 584. 2411 mag worden toegereekend insteede van het Iaar dat hij anderzints aan de kaal zoude moeten overblijven, en dat hij door uw Hoog Edel„ heeden mits dien daer van gunstig mag worden ontheeven. We doen deeze voordragten met te meer vrijmoedigheid, wijl de gezaghebber Kraijenhoff met der daad, geduurende zijn bestier, veele buiten gewoone en groote ongelden heeft moeten doen inzonderheid geduurende het langduurig ver„ blijf van 's lands Eequader onder de Heeren van Braam en Silvester in de Gaalsche baaij waar voor hij ma nimmer eenige dedogement ge„ nooten heeft. wij de vaendrij Bedt toegetaan„ om te mogen repatrieeren. zoomeede den sout § 398 Wij hebben aan den vaendrig Johan Nikolaas Best, die met 't schip vree„ N denburg van Souratta alhier is aengekoomen, op het verzoek van de souratsche ministers toe„ „gestaen, om met een van de tans vertrekkende scheepen te moogen repatrieeren 399 Insgelijks hebben we aan den sout luitenant Dewitk. luitenant I: Dewikt, die op 't schip Horssen bescheiden geweest, mits ziekte te Pallenkatta te rug ge„ bleeven, en deezer daegen alhier aen„ gekoomen is; op zijn verzoek en wijl hij nog niet ten vollen hersteld is, toegestaen, om meede met een der voorsz: scheepen te morgen repatrieeren, met afgeschreeven gagie 585 H 586. 2412 3. 400 den eed van trouwe is door vernieuwd. gagie, en wijl we zijne zoldij ree„ kening van Palleakatta niet hebben ontvangen, achten we ons verplicht, uwen Hoog Edelheeden daer van kennis te geeven, op dat de„ zelve van daer na Nederland kan worden gezonden. De witt meend dat zijn zoldij reekening met het schip Horsen is gegaen na Batavia DRegiment de Meuron. Wij hebben ter sessie van 3.=e februarij het Regiment van Meuron pass=o beslooten, om ingevolge de aenbeveeling van de Heeren Bewind„ hebberen ter kamer Zeeland, bij hoogst derzelver aparte mis„ sive, den 29:e Maart 1787. aan den eerste Joegestaen dat de zieken van het Regiment in aparte hospitaelen worden bediend eerst ondergeteekenden Gouverneur geschreeven, door dit Regiment, weegens de verandering van garni„ zoen, te laeten vernieuwen den eed van Trouwe, zoo als dat ook 't zeedert is geschied, zoo wel alhier als te Gale en Trinkonomale § 40: op het verzoek van den kolonel kommandant de Meuron, hebben we, blijkens resolutien van den 31:e maart en 15:e Aug:o pass=o toe„ gestaen, dat de zieken van dit Regiment, te kolombo en Trinke„ nomale in aparte Hospitaelen door de Regaments Chirurgijn mogen worden bediend, en hebben we ook mits dien beslooten, om van de toegelegde verstrekkingen an de opper„ meesters. 587: 5881. 2413 bij provisie 't agre„ ment gegeeven ster be„ vordering van den lui„ tenant Groener tot kapitain luitenanten van den vaendrig spie„ eer tot luitenant meesters van Kolombo en Trinkenom: een portsie te laaten intkeeren aande Chirurgijns van dit Regiment, na rato van de zieken, die ze op elk plaets zullen behandelen. we heb„ ben te eer hier in bewilligd om dat het volstrekt buiten lasten van de komp:e konde geschieden, en dat de Chirurgijns van dat Regiment meende dat hunne zolvaeten gewent aan hunne prak„ tijk en verpleeging zig daerbij beeter zouden bevinden § 402 Mits het overleiden van den kapitain Jequier, en wijl de kolonel de Meu„ ron in 't onzeeker wat, welke van de absente officieren uit Europa zouden te rug koomen, en daerom de vervulling van 589 40 Bernard gegaeeerd tot kapitain. de kapitains plaats tot de komste der scheepen wilde uitstellen, hebben we op desselfs voordragt, ter sessie van ge„ 5:e Junij pass:o beslooten, om op ap„ probatie van de Heeren Majores bij provisie 't agriement te geeven ter bevordering van den luitenant Charles groener van Ludwich „burg in wurtenburg tot kapitain Luitenant en van den vaendrig Jacob Fredrik Spieller tot Thour in 't Can„ tonbern tot luitenant de kapitain Luitenant 'T zeedert hebben we op de voordragt van gem: Colonel blijkens onze Resolutie van den 9e December Jongstleeden, op de goedkeuring van de Heeren Majores, als kapiteinge agaceert den audsten kapitain luitenan van 590. 2414 5404 Aan hem toegelegd de ap„ poinktementen van een kapitain zeedert pr=mo 2ber: Joleeden. van dit Regiment Louis Bernard van Moutbeliard, die een teid lang mits ziekte, met verlof, van het regiment is abzent geweest en die met 't schip Trinkonomale is uitgekoomen De Kolonel de Meuron heeft aan ons ter zelverteid vertoond, dat gem:e Bernard, zeedert zijne absentie weegens ziekte, of van den 12:e Januarij 1786. af, niet dan Luitenants appoinktementen genoten had, tot ult=o September laast„ leeden, onaengezien hij den 1. Maij 1787. aan de Caab de Goede Hoofd tot kapitain Luitenant was be „ vorderd, en ook 't brevet daertoe aen hem te Middelburg mis ver„ leend

NL-HaNA_1.04.02_3841_0642 view scan ↗

English

granted on 21 June 1787, and that although he, Bernard, had embarked in November 1787 at Middelburg on board the ship Blijterswijk, he had, due to lack of opportunity, not been able to arrive in Ceilon earlier, with the request that Bernard might be credited the surplus of the Captain-Lieutenant's salary since his appointment thereto, and that of Captain since the death of Captain Jequier, or from primo June past; but because we did not consider ourselves authorized to credit Bernard any supplement for the time that he had been absent from the regiment, we resolved, by our aforementioned resolution of 9 December, to assign him only the salary of a Captain since his arrival here, or from primo September last, and to refer the decision regarding the remainder of the request to the Gentlemen Majors. Paragraph 405. Dismissal granted to three officers of the regiment, with permission to repatriate. Upon their request, and upon the proposal made to that effect by Colonel de Meuron, we have granted their dismissal to the officers of this regiment to be mentioned, and permitted them to repatriate with the ships now departing, namely: Lieutenant Jean Baptiste Dominique de Polignij Sub-Lieutenant Arnoud Pierre de Marin Sub-Lieutenant Victor Mattheij The Pensioners. The pensioners request from us a continuation of their retirement pay. In the past year several servants were pensioned. Paragraph 406. As of the end of June past, at the general muster, they numbered 40 individuals, who earnestly request to be continued in the enjoyment of their retirement pay. In the past year the following servants were successively pensioned by us, who, as appears from what was recorded in the resolutions of 3 March, 25 June, 5 August, 25 September, and 11 December past, were not only unable to serve the Company any longer, but also incapable of subsisting without the assistance of the Company, namely: Anthonij Heckers of Utrecht, surgeon, arrived in the year 1764. Gerhardus de Wolff of Amsterdam, junior sailor, arrived in the year 1774. Robbertus Kras of Permishei, sergeant, arrived in the year 1762. Ian Keijzer of Koningsbergen, master carpenter's mate, arrived in the year 1717. Jan David Bonus of Berlijn, gunner, arrived in the year 1761. Frans Michiel Wiegerts of Dantzig, master house-carpenter, arrived in the year 1768. Iohannes Neeff of Marienburg, sergeant, arrived in the year 1767. Michiel Zeideler of Juffenhoven, sergeant, arrived in the year 1748. Hendrik Lodewijk vanden Berg of Hanover, corporal, arrived in the year 1762, and Johan Christiaan Schrijver of Hanover, corporal, arrived in the year 1763. Deserters. Those who deserted in the past year. Deserters. In the past year there deserted: 9 soldiers, of whom: 6 from Kolombo, namely: 1. Jan Hendriksz of Haarlem. 1. Johan Jacob Carstens of Gottenburg. 1. Fredrik Hofman of Wissen. 1. Leonard Midevreuter of Fatsenh. 1. Adam Bauer of Geera. and Hendrik Coeurmut of Quakenburg. 1 from Chilauw, named Jacob Schalk of Caltere. 2 from Gale, named Carel Emanuel Blijmagher of Dordregt and Michiel Krieshaber of Winderse. 16 sailors, namely: 4 from Kolombo, as: 1. Adriaan ter Zijde of Kolombo. 1. Christiaen Pietersz, ditto. 1. Andries Toorse of Posther. 1. Michiel Warijs of Genua. 3 from Gale, as: 1. Jan Hendrik Joseph of Mature. 1. Johannes Perera of Gale. 1. Constantijn Grebe of Kolombo. 9 from Trinkonomale from the bark De Liefde, to wit: 1. Willem Leger of Gottenburg. 1. Balser Anderson of Bergen. 1. Jan Christiaan Plijn of Koningsbergen. 1. Jacob Pol of Gelukstad. 1. Andries Kok of Pruismunde. 1. Jan Pieter Awenburg of Calmer. 1. Jan Staves of Altena. 1. Johannes Kroon of Stijnbag. and Anthonij Jansz of Kurakro. 1 assistant laborer from Kolombo, named Arnoud Volmer of Sevoskerk. Paragraph 409. The deserters from the bark De Liefde were surrendered at Madrass and sent to Batavia. The aforementioned sailors who deserted at Trinkonomale from the bark De Liefde were surrendered by the Government of Madras at Palleakatta, and sent from there to Batavia with the ship Horssen. Paragraph 410. The list of exiles is being sent over. The former Crown Prince of Tidor requests an increase in maintenance or permission to return to Batavia. Exiles. We take the liberty to present to Your High Nobilities, among the annexes, a list of the exiles residing in this Government, which also indicates that which they receive for maintenance, both in cash and rice, salt, etc. Furthermore, we present herewith to Your High Nobilities a petition from the former Crown Prince of Tidor, Menanratoe Maharaje Moedagh, wherein he requests an increase in maintenance, or permission to return to Batavia; we do not know of what importance this man is, but note in this regard that 59 rds in cash and 27 parras of rice could already provide an ample livelihood, if he could content himself with a smaller number of domestic servants than the 24 persons he has in his service. We

Dutch transcription

591. leend den 21. Junij 1787., en dat schoo„ hij Bernard in November 1787. te Middelburg aan boord was ge„ gaen, op het schip Blijterswijk, hij mits gebrek aan geleegentheid, niet vroeger op Ceilon hadde kunnen koomen, met verzoek dat aan hem Bernard mogte worden goedgedaen, het surplus van de kapitain Luitenants appoinctementen, zeedert zijne aenstelling daertoe, en die van kapitain zeedert 't overleiden van kapitain Jequier, of van primo Junij pass=o maer wijl ons niet bevoegd oordeelden om aen hem Bernard eenig Supplement goed te doen, voor den teid dat bij 592. 2415 # aan drie officieren van demissie gegeeven om hij absent was geweest van het regi„ ment, hebben we bij voorschreeve onze Resolutie van den 9:e xber: beslooten, aan hem alleen toeteleggen de appoinktementen van een ka„ pitain, zeedert zijne komst alhier, of van primo zeptember Jongstleeden af, en de dispositie over 't verder verzogte, te defe„ reeren aan de Heeren Majores. §405 op hun verzoek, en op de daertoe het Regiment hunne gedaene voordragt door den te moogen repatreeren kolonel de Meuron, hebben we aan de temeldene officieren van dit Regiment hunne demis„ sie gegeeven, en toegestaen om met de tans vertrekkende schee„ pen te moogen repatrieeren na de gegagieerdens verzoeken ons continuatie van hunne rurtgagie In 't voorleeden daer zijn eenige dienaeren gegagieerd namelijk De luitenant Jean Baptiste Domi„ nique de Polignij De Sous luijtenant Arnoud Pierre de Marin De Sous Luitenant victor Mat„ theij De Gegagieerdens. §406 Onder ultimo Junij pass=o hebben dezelve, bij de Generaele monste„ ring, beslaen in 40. koppen, die instantig verzoeken, bij 't genot van hunne rustgagie te moogen worden gecontinueerd In 't voorleeden Iaar zijn door ons successive gegagieerd de volgende Dienaeren, die blijkens 't aengetee„ kende 593 2 594. 2416 kende bij Resolutie van den 3e: Maart 25:e Junij, 5. aug:s, 25:e 7ber: en 11:e december pass=o, niet alleen niet in staat waeren om de kompenie langer te dienen, maar ook on„ vermogend om buiten haar Edele assistentie zig te kunnen subsistee„ ren, namelijk. Anthonij Heckers van Utrecht, Chirurgijn uitgekoomen in 't Jaer 1764. Gerhardus de Wolff van Amsterdam 't Jong mattroos, uitgekoomen in Jaer 1774. Robbertus Kras van Permishei, sergeant, uitgekomen in 't Jaer 1762. Ian Keijzer van koningsbergen, meer terknegt der Timmerlieden uitge= koomen 195 komen in 't Jaar 1717. Jan David Bonus van Berlijn kan noniet uitgekoomen in 't Jaer 1761. Frans Michiel wiegerts van Dantzig baas der huis timmerlieden uitgekoo„ men in 't Jaer 1768. Iohannes Neeff van Marienburg ser„ geant uitgekoomen in 't Jaer 1767. Michiel Zeideler van Juffenhoven sergeant uitgekoomen in 't Jaar 1748. Hendrik Lodewijk vanden Berg van Hanover korporael uitgekomen in 't Jaer 1762. en Johan Christiaan Schrijver uitge„ koomen in 't Jaer 1762. 3. Johan Christiaen schrijver van honover koeporael uitgekomen in 't Jaer 1763. Deserteurs 596. 2417 de gedeserteerde in het voorleeden jaer. Reserteurs. In t voorleeden Jaar zijn gedeser„ teerd 9: zoldaeten daer van. 6. van kolombo, namentlijk. 1. Jan Hendriksz: van Haarlem. 1. Johan Jacob Carstens van Gottenburg. 1. fredrik Hofman van wissen. 1. Leonard Midevreuter van fatsenh: 1. Adam Bauer van Geera. in Hendrik Coeurmut v: quakenburg 1. van Chilauw genaamt Jacob Schalk van Caltere. 2. van Gale, genaemt. Carel Emanuel Blijmagher v: Dordregt. Minhiel Kriashaber v: winderse. 16. Mattroosen, namelijk: 4. van Kolombo, als: er 1. Adriaan ter zijde van Kolombo: 1. Christiaen Pietersz „ d=o 1. Andries toorse van Posther. 1. Michiel warijs van Genua. 3. van Gale, als: 1. Jan Hendrik Joseph van Mature 1. Johannes Perera „ Gale- 1. Constantijn Grebe. . . „ Kolombo. v 9. van Trinkonomale van de bark de Liefde, te weeten 1. willem Leger van Gottenburg 1. Balser anderson van Bergen. 1. Jan: Christiaan Plijn „ Koningsbergen 1. Jacob Pol van gelukstad. 1. Andries Kok van Pruismunde 1. Jan Pieter awenburg van Calmer 1. Jan Staves van Altena 1: Johannes kroon „ Stijnbag. in Anthonij Jansz: -. „ Kurakro. 5415 591. 598 2418 § 409 E „de gedeserteerde mat„ troosen van de bark de liefde zijn te Madrass tavia verzonden. 410. de lijst van de banne„ lingen gaat over„ 1. handlanger van kolombo genaemt Arnoud volmer van Sevos„ kerk De voorsz: van Trinkonomale gedeserteerde mattroosen van de uitgeleeverd en na Ba„bark de Liefde, zijn door 't Gou„ vernement van Madras uitgelee„ van daer verd te Palleakatta, met 't schip Horssen na Batavia verzonden. Dannelingen. ƒ 1 Wij neemen de vrijheid uwen Hoog Edelheeden onder de Bij= laegen aentebieden, eene lijst= van de Bannelingen, die zig in dit Gouvernement bevinden waer bij teffens word aengeweezen het re poins van Tidor ver„ zoekt om vermeer„ dering van onderhoud tavia te rug te keeren. zen het geen ze tot onderhoud gemeten zoo aen kontant, als rijst, zout etc=a de geweeze kroon Nog bieden wij uwen Hoog Edelheeden hier neevens aan, een Request van of verlof om na Ba„ den gen: kroon Prins van Tidor Menanratoe Maharaje Moedagh, waer bij hij ver„ zoekt om vermeerdering van onderhoud, of verlof om na Ba„ tavia te rug te keeren wij wee„ ten niet van wat Consideratie deeze man is, maer merken hier bij aen, dat 59. rd:s aan kontant en 27. parras rijst, al een ruim bestaen kunnen geeven, zoo hij zig met een minder getal van dienste„ lingen, dan de 24. koppen die hij in dienst heeft, stellen konde Wij 241 59

NL-HaNA_1.04.02_3841_0651 view scan ↗

English

600 2419 We commend Your High Excellencies and the interests of the Company into God's safe keeping and remain with all respect and fidelity, (below stood) High Noble, Right Honourable, Far-Commanding Lord and Right Noble, Stern Lords! Your High Excellencies' humble and most obedient servants, (was signed) W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: T: Fretz, A: Samlant and I: A: Vollenhove. (in margin) Kolombo, the 27th of January, Anno 1790. (lower) P: S: Before we had yet received the news from Koetsiem mentioned in our secret letter that is departing at the same time as this one, we had, 601. because, due to the presence of Tipu Sultan in the vicinity of Koetscein, it already began to become somewhat uncertain whether the rice requested from there could be delivered to us, bought over 1,500 bags of rice from an English captain named John Lawtie, coming from Bengal, at 5 rupees per bag, and promised him that we would give him a bill of exchange on Koetsiem for it. We had no other way out, and we agreed to this all the more readily because some time ago we sent 10,000 Company's pagodas from Tutukorijn to Koetsiem, which the Lords Ministers, by letter of the 1st of December, a copy of which is enclosed herewith, wrote to us had been exchanged there for 34,000 Surat rupees. When we received the aforesaid news from Koetsiem, in the uncertainty of how matters might stand there, we dared not risk burdening that place with the aforesaid bill of exchange. We had therefore decided to give the aforesaid English captain a bill of exchange on the house of David Scott and Company at Bombay, and, in order to enable this house to make payment thereof, to send with this captain himself as many cloves as were needed for that purpose, the quantity being estimated somewhat generously, in case the cloves should sometimes 602. 2420 have to be sold somewhat below the usual price of 3½ rupees. We had this proposed to the English captain, and he had no objection to it, but he did not wish to be held liable for the receipt and delivery of the net weight of the cloves. Nor did he wish to be held liable for the risk of the sea from here to Bombay, and on these conditions we did not dare to venture to send the cloves to Bombay in the manner aforesaid. To draw a bill of exchange on the house of Scott without that, we also deemed ill-advised. Consequently, we were under the absolute necessity of requesting the Surat Ministers to be pleased to satisfy the amount for the aforesaid rice, in the sum of 8,400 9/18 rupees, on our behalf, and if necessary to take up the funds for the account of this Government. We gave the English captain a bill of exchange for it to be paid in Suratta, and we very much hope that Your High Excellencies, in view of the circumstances in which we found ourselves, will kindly be pleased to approve this. We proceeded to this only with great reluctance, but we absolutely did not know how to arrange it otherwise. Agrees. Dijbrands First Clerk Examined Maas F 2421 Register of the Papers being sent by order of the Right Noble, Right Honourable Lord Willem Jacob van de Graaf, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, by the ship [illegible], consigned to His High Excellency, the High Noble, Right Honourable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General on behalf of the state of the free United Netherlands and its General Chartered East India Company, together with the Right Noble, Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies at Batavia. No. 1. Original letter of this date, written by and to the persons as in the heading of this. No. 2. A closed packet, containing therein the original secret missive of this date and duplicate secret missive of the 25th of December 1789. No. 3. Duplicate ordinary missive of the 25th of December 1789 to the same as written above, annexed the register of the papers transmitted therewith. No. 4. Duplicate missive of the 25th of December 1789 regarding the usual annual report of some matters which was postponed by letter of the 26th of January of the said year. 2422 No. 5. Duplicate ordinary missive of the 29th of December to the same as written above. No. 6. Copy of letter of today's date written from Kolombo to the Right Noble, Right Honourable Lords Seventeen in the Presidial Chamber of Amsterdam, together with the register of the papers dispatched therewith. No. 7. Copy of letters of today's date written from Kolombo to the Noble, Honourable Lords Directors and Deputies of the Assembly of the Lords Seventeen for Secret Affairs in The Hague, and the Noble, Honourable Lords Directors of the respective Chambers, as well as to the Cape Ministers. No. 8. Copy of ordinary letter written from the Cape of Good Hope to Kolombo, the 30th of September 1789. No. 9. Duplicate copies of letters written from Kolombo to the Cape of Good Hope, dated the 8th and 26th of January 1789. No. 10. Copy of secret resolutions taken in the Council of Ceylon from the 6th of January to the 20th of November 1789. Enclosed in a packet. 2423 No. 11. Copy of ordinary resolutions taken in the Council of Ceylon from the 1st of January to the 26th of December 1789, provided with an alphabetical index. Duplicate resolution taken in the Council of Ceylon on the 24th of August 1789 containing deliberations on the general financial statement of this government for the book year 1785/86, together with a demonstration of the results of savings in the hospital. No. 12. Copy of ordinary resolution taken in the Council of Ceylon concerning the native department from the 19th of January to the 17th of November 1789. No. 13. Copy of letter written by Messrs. Entrecasteaux and De Narbonne from Isle de France on the 30th of June 1788 to the Lord Governor of Ceylon. No. 2 duplicate.

Dutch transcription

600 2419 Wij beveelen Uw Hoog Edelheeden en de belangen der Maatschappij in Go„ des veilige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe /:onderstond./ Hoog Edele Groot Achtbaare wijd Gebiedende Heer en WelEdele Ge„ strenge Heeren! uwer Hoog Edel„ heedens onderdanige en zeer Gehoor„ zaeme Dienaeren /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: T: Fretz, A: Samlant en I: A: vollenhove (:in margine:) kolombo den 27. Ianu„ arij Anno 1790. /:laeger:/ P: S: voor dat we nog ontvangen. hadden de tijding van koetsiem ver„ meld bij onzen zekreeten brief die met deezen te gelijk afgaat, hadden we 601. we wijl het door het verblijf van Tipoe Sultan in de nabijheid van Koetscein, reeds wat onzee„ ker begonte worden, of ons de van daer gevraeg„ de rijst zoude kunnen worden bezorgt, van een Engelsch kapitain genaemt Iohn Lawtie, koomende uit Bengale, ruim 1500 zakken rijst ingekogt á 5. Copijen de zak, en hem toe„ gezegd dat we hem daervoor zouden geeven een wissel op koetsiem. we konden ons niet anders redden, en zijn hier toe te meer getreeden wijl we eenigen tijd geleeden, 10'000. komp:s pagooden van Tutukorijn na koetsiem gezonden hebben, die de Heeren Mi„ nisters bij brief van den 1. December, die in kopij hiernevens gaat, ons hebben geschreeven dat aldaer verwisselt zijn voor 34000. Curat„ sche ropijen. Toen we de voorsz: tijding van koetsiem ontfingen dorsten we het in de onzeekerheid, hoe het daer konde gesteld zijn, niet wagen om deeze plaats met de voorsz: wissel te belasten. we hadden daerom beslooten, om aen voorsz: Engelsch kapitain te geeven een wissel op het huijs van David Stott en komp:t te Bombaij en om aan dit huijs ten einde het tot de betae„ ling daer van in staat te stellen, met deeze kapitain zelve toetezenden zoo veel garioffel nagelen, als daertoe noodig waaren, de quan„ titeid wat ruim genoomen, of de nagulen zomtijds s 602. 2420 zomtijds wat beneeden de gewoone prijs van 3½. ropij zouden moeten worden verkogt. we hebben ditmaerm: Engelsche kapitain, doen voorstellen, en hij hadde ook daer niets teegen doch hij wilde voor den ontfangst en de uit„ leevering van het netto gewigt der nagulen niet aenspreekelijk zyn. ook wilde hij niet aenspreekelijk zijn voor de resiko der zee van hier na Bambaij, en we hebben het op dee„ ze konditien niet durven vraegen, om de nage„ len invoegen voorsz: na Bombaij te zenden. Om zonder dat, een wissel op het huijs van scott te trekken, hebben we ook gemeend niet te moeten doen we zijn mits dien ge„ weest in de volstrekte noodzaekelijkheid om de heeren zuratsche Ministers te verzoeken, dat ze het bedraegen der voorsz: rijst, ter somma van rop:s 8400 9/18. voor ons willen voldoen, en de gelden des noods voor reekening van dit Gouvernement op teneemen. Aan den Engelschen kapitain hebben we daervoor een wissel gegeeven om in suratta te worden voldaen, en we hoopen heel zeer dat uwe Hoog Edelheeden uit hoofde der omstandigheeden waer in we ons hebben bevonden dit ginstig zullen gelieven te passeeren. we zijn daertoe niet dan met veel schroom getreeden, dog we wisten het volstrekt niet anders te schikken. Akkordeert. Dijbrands Eiklerk s Nagezien Maas F 2421 Register der Papieren die ter ordre van den wel Edelen Groot Achtbaare Heer Willem Jacob van de Graaf Raad ordinair van Nederlands Indien, Gouverneur en directeur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden met het schip worden afge¬ zonden geconsigneerd aan zijn hoog Edelheid, Den hoog Edelen Groot Achtbaaren Heer. M:r willem Arnold Alting, weegens den staad der vrije ver„ eenigde nederlanden en haare alge„ meene geoctroijeerde oostindische „generaal kompenie Gouverneur „ benevens de wel Edele gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Jndia„ te Batavia, N:o 1. origineele brief van heeden, door en dan als in den hoofde deeses geschreeven No N:o 4. d=o d:o N:o 2. Een gesloote Paket, zijnde daar in origineele secreete missive van heeden en Duplikaat sekkeete missive van den 25: December 1789. N:o 3. Duplikaat gemeene missive van den 25 december 1789 aan als even geschreeven, annex Het register der daarmeede overge„ zondene papieren. missive van den 25 december 1789 noopens het gewoon jaarlijks verslag van eenige zaeken welk bij brief van den 26 Jannuarij des gem: Jaars uitgesteld is 2422 N:o 5. Duplikaat gemeene missive van den 29 December aen als vooren geschreeven N:o 6. kopie brief van heedigen datum van kolombo geschree ven aan de wel Edele hoog achtb: en heeren 17=nen ten Presidiaale kamer Amsterdam, Nevens Het register der daar meede afge„ vaardigde papieren N:o 7 kopia brieven van hedigen datum van kolombo ge„ schreevens aan de Edele achtb. heeren Bewindhebberen en gemagtigde van de vergarde„ ring der heeren 17=nen tot de secreete zaaken in 's Haage en de Edele Agtbaare Heeren Bewind hebben N:o 8. kopia gemeene brief van Cabo de Goede Hoop na kolombo geschreeven den 30 september 1789. — N:o 9 do brieven van kolombo na Cabo de goede hoop geschreeven de datis 8 en 26 Jannuarij 1789. „kopia N:o 10 „ secreete resolutien genoomen in raade van Ceilont zedere den 6:' Jannuarij tot den 20:' November 1789. In een pakel geslooten. Bewind hebberen van de res„ „pektive kameren, mitsgaders aan de Caabsche ministers do 2423 No 11 Kopia gemeen resolutien genoomen in raade van Ceilon zedort 26 den 1: Jannuarij tot den „ December 1789. voor zien van een Alf hebete „sche register. Refol: genomen in Raede van Ceilon op 24 Aug. 1789 gehoudende besoigne over de ge„ neraale staat reek: deses gouven„ nement van 't beekjaai 178 5/8 nevens een aanwijzing van dege„ daare van beekwingen in 't hospitaal N:o 12 kopia gemeene resolutie genoomen in raede van Ceilon rakende het inlands departement van den 19 Jannuarij tot den 188 17. 9ber: 1789. — N:o 13. Kopia brief door de heeren Entracasteaux en de Nar„ bonne van Isle de franse den 30 Junij 1788 aan den heer Cei„ „lons gouverneur geschreeven. No. 2 do

NL-HaNA_1.04.02_3841_0660 view scan ↗

English

No 14. ditto ditto dated 10 March 1789 written by the Governor of Ceylon to the aforementioned gentlemen Entrecasteaux and Narbonne. No 15. ditto French letter dated 2 December 1788 written by the gentlemen Conway and Moracin to the Governor of Ceylon. No 16. Copy of letters dated 23 May and 20 July 1789 written by the Governor of Ceylon and the Council to the aforementioned gentlemen Conway and Moracin. No 2424 No 17. Copy of English and French letters dated 11 February, 10 June, 28 August and 1 December 1789 written by the Governor of Madras, Mr. Hollond, and the Council to the Governor of Ceylon. No 18. Copy of letters dated 20 March, 23 May, 5 August, 31 December 1789 and 9 instant written by the Governor of Ceylon and the Council to the aforementioned Mr. Hollond and Council at Madras. No No 19. Copy of letter dated 19 April 1789 written by Mr. Anker, Governor of Tranquebar, to the Governor of Ceylon. No 20. Copy of letter dated 26 April 1789 written by Mr. St. Riveul to the Governor of Ceylon. No 21. ditto ditto dated 5 May 1789 by the Governor of Ceylon 2425 No No 22. Copy of English letter dated 14 September 1789 written by Mr. Cornwallis from Fort William to the Governor of Ceylon and the Council. No 23. ditto letter dated 5 August 1789 written by the Governor of Ceylon and Council to Mr. Cornwallis and the gentlemen of the High Council at Calcutta. No 24. Translated letters of 4 October 1789 written by the Governor and the Council to Mr. St. Riveul. Maldivian 3. No 25. Copy of letter dated 19 instant written by the Governor of Ceylon to the Maldivian Sultan in reply to the aforementioned letters, together with a list of the gift goods. No 26. Copy of French letter dated 11 November 1789 written by the gentlemen Hotson and Mitchell of Nagapatnam to the Governor of Ceylon. No 27. Copy of letter dated 10 December 1789 written by the Maldivian Sultan to the Governor of Ceylon. Ceylon 2426 ditto No 29 Governor of Ceylon written to the aforementioned gentlemen Hotson and Mitchell. No 28. Copy of letter dated 15 March 1789 written by the Governor of Ceylon to Mr. William Mitchell at Nagore. English letter dated 27 November 1789 written by Mr. Fallowfield of Nagapatnam to the Governor of Ceylon. No 30. ditto letter dated 16 December 1789 by the No 31. Translated letter written by the envoys of the Nawab Izad-ud-Daula, named Mahomed Afzal, Maulana Sahib, Sheikh Abdul Kader Sahib and Sheikh Baha-ud-Daula Sahib to the Governor of Ceylon. No 32. Copy of letter dated 28 July 1789 written by the Governor of Ceylon and Council to the Governor General of the Portuguese establishments in the Indies, Don Francisco da Cunha. Governor of Ceylon written to the aforementioned Mr. Fallowfield. No 2427 No 33. Copy of letters dated 1 January, 15 March, 18 November 1789 and 10 instant written by the Governor of Ceylon to the Nawab of the Carnatic. No 34. Translated Sinhalese letters written by the Court Nobles of Kandy to the Governor of Ceylon, annexed four copies of translated Sinhalese olas written by the Dissava of the Three and Four Korales to the Colombo Dissava. No 35. Six copies of draft letters written by the Colombo Dissava to the Dissava of the Three and Four Korales. No No No 39. ditto No 36. Copy of notes kept concerning what transpired at the audiences given to the Kandyan envoys who were here on 28 November 1789. No 37. Copy of a short detail of the events in the Madurai, Marawar, and Travancore realms in the year 1789. No 38. Copy of general letters written by the ministers at Pulicat in the year 1789 to Colombo. ditto ditto written from Colombo to Pulicat in the said matter. No 40. ditto ditto letter written from Bengal to Colombo. No 2428 No 42. ditto No 43. ditto No 41. Copy of general letters written from Colombo to Bengal. ditto ditto written from Surat to Colombo. ditto written from Colombo to Surat. ditto written from Malabar to Colombo. written No 45. ditto ditto ditto written from Colombo to Malabar. No 44. ditto ditto ditto No No 46. Copy of circular letters dispatched to the subordinate offices. No 47. ditto general letters written from Jaffnapatnam to Colombo. No 48. ditto ditto ditto No 49. ditto ditto No 50. ditto ditto No 51. ditto ditto written from Colombo to Mannar. written from Galle to Colombo. written from Mannar to Colombo. written from Colombo to Jaffnapatnam. 2429 1859 No 53. No 53. ditto ditto ditto ditto No 54. ditto No 55. ditto No 56. ditto No 57. ditto No 52. Copy of general letters written from Colombo to Galle. written from Colombo to Tuticorin. written from the Vanni to Colombo. ditto written from Colombo to the Vanni. written from Trincomalee to Colombo. written from Tuticorin to Colombo. No ditto No 59. ditto No 60. ditto No 61. ditto No 58. Copy of general letters written from Colombo to Trincomalee. ditto written from Colombo to Batticaloa. written from Kalpitiya to Colombo. written from Colombo to Kalpitiya. No 63. A packet containing: No 62. ditto ditto ditto written from Batticaloa to Colombo. copy ditto 2430 copies of secret and separate letters written in the year 1789 from Colombo to various places, and copies of secret and separate letters written in this same year from various places to Colombo. No 64. General yields of the leased ordinary domains of the Company in the Government of Ceylon for the account of the book year 1789/90 compared with the book year 1788/89. No 65. Memorandum of the surpluses and deficits on the delivered homeland cargo of the ship Trincomalee. No fl. 2

Dutch transcription

N:o 14. d=o d=o de dato 10 Maart 1789 door den heer Ceilons gouverneur aan voorn: heeren Entrecasteaux en Narbonne ge„ schreeven. N:o 15: d=o franse brief de dato 2: December 1788 door de heeren Conwaij en moracin aan den heer Ceilonsche Gouverneur geschreven. N:o: 16: Kopia brieven de aatis 23 MMaij en 20: Julij 1789 door den heer Ceilons Gouverneur en den Raad aan voorm: heeren Conwaij en moracin geschreeven. No: 2424 N:o 17 kopia Engelsche en fransche brieven de dat is 11: fe„ bruarij 10 Junij 28 augustus en 1 December 1789 door den Gouverneur van Madras de heer Holland en den raad aan den Heer Ceilons Gou„ „verneur geschreeven. N:o 18. Kopia brieven de datis 20 Maart, 23: Maij, 5au„ gustus, 31 December 1789. en 9: deezer door den heer Cei„ „kons Gouverneur en den Raad aen voorm: heer Hollond en raad te Madras geschreeven No N:o 19 Kopia brief de dato 19 April 1789 door den heer An„ kest Gouverneur van Franke„ baer aan den heer leil ons gouverneur Geschreeven. No 20 Kopia brief de dato 26 april 1789: door aen hen St. Riveul aan den heer Ceilons Gouverneur Geschreeven. N:o 21: d=o d=o de dato 5 Maij 1789 door den heer Ceilons Gouverneur 2425 No N:o 22: kopij engelsche brief de dato 14 7ber 1789 door den heer Com wallies van Fort william aan„ den heer Ceilons gouverneur en den Raad geschreeven. N=o 73d=le— brief de dato 5: aug:s 1789 door den heer Ceilons Gouverneur en Raed aan den heer Cornvallis en de heeren van de hoogen Raad te kalkatta geschreeven N:o 24. — Translaat brieven van den 4 october 1789 door den gouverneur en den Raad aen den heer S. t Riveul geschreeven Muldivoschen 3. N:o 25 kopia brief de dato 19 deezer door den heer Ceilons gou„ verneur aan den Maldwooschen sultan in antwoord op voorm: brieven geschreeven, nevens Een lijstel der schenkagie goederen. N=o 26: kopia fransche brief de dato 11 November 1789 door de heeken Hoitsan en Michell van Nagapatnam aan den heer Ceilons Gouverneur geschreeven, N:o 27: kopia brief de dato 10 December 1789 door den heer Maldivoschen sulten aan den heer Ceilons gouverneur geschree„ ven. Ceilons 2426 do No 29 Ceilons Gouverneur aan voornt heeren Hoitsand en Mitchell geschreeven. N:o 28. kopia brief de dato 15 Maart 1789 door den heer Ceilons Gouverneur aan den heer william Michell te Naoek geschreeven. — engelsche brief de dato 27: November 1789 door den heer Tallofield van Nagapat„ nam aan den heer Ceilons gou verneur geschreeven. —. N:o 30 d=o brief de dato 16 december 1789 door den heer N:o 31 Translaat brief door de gezanten van den Nababits„ Joeradin Saaijboe genaemt Mamadoe Assal Molhanoe saaij boe segoe abdul kadersaai boe„ en segoe, Bagimet Doela saaij boe aan den heer Ceilons gouver„ neur geschreeven N=o 32. kopia brief de dato 28' Julij 1789 door den heer Ceilon gouverneur en Raad aanden gouverneur generaal van de portugeesche stablissementen in de indien de heer Don Francisko de Canha geschreeve heer Ceilons Gouverneur aan voorm: heer Fallofield geschreeven No 2427 N:o 33: kopia brieven de datis. 1: Iannuarij 15 Maart 18 Novem„ ber 1789 en 10 deezer door den heer Ceilonseh Gouverneur aan den Nabab van karnatika geschree„ ven. N:o 34. Translaat sin galeese brieven door de Hofsgroten van kan„ „dia aan den heer Ceilons gouver„ neur geschreeven, annex vier kopia Translaaten Singaleese olas door den dessave der drie en vier korles aan den kolombosch dessave geschreeven. N:o 35. zes kopier Concept brieven door den kokomboschen dessave aan den dessovve van de drie en vier korles geschreeven. No No No 39 do N=o 36 kopia aanteekening gehouden wegens het gepasseerde bij de gegeevene audientien aan de kande asche gezanten die den 28 Nove„ ber 1789 alhier zijn geweest. N:o 37. kopia kort Detail van de gebeurtenissen in de Madureesche Marruasche en Tre van Koorsen rijken in het Jaar 1789. N=o 38: kopia gemeene brieven door de ministers te Palleacatta in A:o 1789. na kolom bo geschreeven d=o d=o van kolombo na Paleacatta geschreeven in gemelde saak No420 d=o d=o brieff van Bengale na kolombo geschreeven No - 2428 N:o 42. do N„o 43 do N:o 41 kopia gemeene buieven van kolombo na bengale ge„ schreeven. do d=o Van souratta na kolombe ge„ schreeven. d=o — van kolombo na Suvalta geschree„ ven. do — van Mallabaak na kolombo geschreeven geschreeven N: 45 d=o d=o d=o Van kolombo na Mallabaer No 441e do de do No - N:o 46: kopia circulaire brieven na de sul alterne kan too„ ten afgevaardigd N:o 47: d=o gemeene brieven van Jassenapatnam na ko„ „lombo, geschreeven N:o 48 d=o d=o do N: 49 deo do N=o 50. _=o _o N=o 50d=eo do van Kolombo na Marmaan geschreeven van Galena kolombo geschreeven. van mannaer na kolombo geschreeven van kolomboe na Jagenapat„ nam geschreeven ve 2429 1859 No. 53. 8 No 53 do do do de N:o 54. do N:o 55 d te N:o 56: do N:o 57. do N:o 52: kopia gemeene brieven van kolombo na Gale geschree„ ven. je„ van kolombo na Tutukorijn geschreeven. van de wanna na kolombe geschreeven. d=o— van kolombo na de wanni van Trinkonomale na kolom„ bo geschreeven. van Tutukorijn na ko, lombo geschreeven No do N:o 59 do No 60 do No 60d=e N:o 50. kopia gemeene brieven van kolombo na Trinkonorna „le geschreeven do van kolombo na Battika loa geschreeven van kalpettij na kolombe. geschreeven van kolombo na kulpettij ge„ schreeven N:o 63: Een paket zijnde daerin N:o 62: d=o d=o de ven Battekalaa na koloo so geschreeven kopia esel do 2430 kopia secreete en aparte brie „ven in A:o 1789 van kolombo na diverse plaatsen geschree„ „ven en. kopij sekreete en aparte brie„ ven in dit zelfde Jaar van di„ verse plaatsen na kolombo geschreeven. N:o 64. Generaale rendementen van de verpagte ordinaire domainen van de kompanieten gouvernemente Ceilons voor reekening van het boekjaer 17 8/90 vergeleeken met 't boek„ 8 Jaar 178 N:o 65: Memorie van de meer en minderheden op de uitgele„ verde vaderlandsche lading van het schip Trinkonomale pe N=o del ƒ 2

NL-HaNA_1.04.02_3841_0674 view scan ↗

English

No 69. ditto of the Dutch Orphan Chamber No 70. ditto of the General Native Estate Chamber No 66. Memorandum of the assignments of the monies currently counted in the Company treasury for remittance to the Netherlands. No 67. Copy of the balance sheets of the diaconates of Jaffanapatnam, Gale, and Kalpetti closed as of the ultimate of August 1789. No 68. ditto balance sheet of the Leper House and the diaconate of Colombo. 2431 No 71. Statement and inventory of the artillery and further ammunition goods to be found in this government. No 72. Copy of the statement of consumed gunpowder in this government in the year 1787/8, to be found inserted in the resolution of 25 September 1789. No 73. Copy of reports concerning the state of the churches and schools in Colombo, Jaffanapatnam, and Gale. No 74. Three lists of the arrived and departed Company ships at Colombo, Gale, and Tuticorin in the past year 1789. No 75. Two lists of foreign ships and lesser vessels in the past year arrived and departed at Colombo and Gale. No 76. List of the number of state exiles, showing when they arrived and what they receive monthly. No 77. Copy of the Colombo deed book for the year 1789, provided with an alphabetical register. No 78. ditto Gale deed book, likewise for the year 1789. No 79. Comparison of the servants in Ceylon according to the general muster rolls as of the ultimate of June 1789, compared with the regulation of the Honorable Mr. Schreuder and the orders since given by the High Government at Batavia. 2432 No 80. Short strength of the European seafaring personnel who were stationed in this government as of the ultimate of December 1789. No 81. General short strength of the European and native military of the island of Ceylon and subordinate posts as of the ultimate of December 1789. No 82. List of the old, sickly, and infirm military personnel under the ultimate of December 1789. No 83. Presentation of all Company servants, artillery, and ammunition goods, as well as sloops and vessels existing in the government of Ceylon and its dependencies. No 84. Five extracts from the Jaffanapatnam compendium for the year 1788/9 regarding the elephants, horse breeding, wood timber and laths, chay-roots, and the Chief Adigar office monies and land rents, together with a copy of a summary of the elephants. 2433 No 89. ditto No 85. Seven original registers of all the Ceylon and ship pay books currently being sent to the Netherlands. No 86. An account of cash and clothing given to the officers of the ship Trinkonomale on its outward voyage, showing how they accounted for the same. No 87. General muster rolls of the ultimate of June 1789. Short strength of the ultimate of June 1789. Salaried roll of the ultimate of June 1789. No 88. ditto No 90. Copy of positive and circular orders extracted from the letters and extract resolutions of the Honorable the High Indian Government at Batavia directed to the Governor and Council at Colombo since the year 1738 up to the year 1780, provided with a register. No 91. Three copy reports of the commissioners who attended the unloading of the cargo of rice from the ship de Maria. No 92. Copy report of the former Mannar Chief van Ranzow concerning the cotton plantation. No 93. Statement of the amount of the still missing chanks. 2434 No 94. Copy advice of Lieutenant van Meybrink regarding the horse stud farm, annexed to a report belonging thereto. No 95. Extract of the Gale resolution of 8 December 1784 regarding the gratuity granted to the Gale fiscal from the Gale arrack lease. No 96. Extract of the Gale resolution of 19 December 1789 regarding the discrepancies appearing in the reports of the Master Attendant Abo and Captain Lieutenant van Hek regarding the linens that became wet during shipment in the chanks. No 97. General return of the Canton raw silk which the Honorable Company purchased from Mr. Louis Monneron, former agent of His Most Christian Majesty the King of France, and thereafter resold on various occasions both at Cochin and at Madras and Tranquebar, showing their purchase and sales prices as well as profits and losses after deduction of all expenses. No 98. Two copy reports of the Gale master carpenter Vogelenzang and of the Colombo master shipwright Teunisz concerning the employment of native timber for ship masts. 2435 No 99. Copy report of the Sea Captain and former Gale Master Attendant Abo to the question why the water leagers that could not be stored in the water hold on the ship het Hof ter Linde were not stored between decks, and whether the same could be stored between the guns, as is frequently customary on the China ships. No 100. Copy of a further report from the aforementioned Abo to the same question. No 101. Two copy reports of the Sea Captains Andringa, Master Attendant of Colombo, and Aems, Master Attendant of Gale, on the last mentioned report of the former Gale Master Attendant Abo. No 102. Two extracts written one after the other from the Gale expense account of the national naval squadron dated 30 December 1786 regarding the anchors debited and credited to the national frigate de Scipio. No 103. Report of the Sea Captain and Master Attendant here, Andringa, regarding the sails made for the ship het Hof ter Linde.

Dutch transcription

N:o 69. do N: 70. Po N=o 66. Memorie van de assignatien der tans in 'skompe nie kassa getelde penningen tekoon„ maaking na nederland. N:o 67: kopia staat reekeningen van de diac mnij arien van Jasfenapatnam, Gale en kalpettij geslooten onder ult:o augs 1789. — N:o 68. d=o staatreekening van het Le prosen huijs en de diakonij van kolombe. van de Nederlandsche wees„ kaamer van de algemeene inlandse boedel kaamer o No do 2431 N:o 71. staat en inventaris van het geschut en de verdere ammonitie goederen ten deesen gouvernemente te binden-- N:o 72 kopia aanwijzing van het verbruijkte duskruijt ten geinsereerd tevinden bij de reso„ desen gouvernemente in A:o 178 lutie van den 25: september. 7/8 1789 No 73 N:o 73: kopia rapportens aangaende den staat der kerken en schoolen te kolombo„ Jaffen patnam en Gale. N:o 74. Drie Lijsten der aangekomene en vertrokkene skom„ penies scheepen op kolombo, gale en Tutukorijn in 't gepas„ seerde Jaar 1789. N:o 75. Twee lijsten der vreemde scheepen en mindere vaartuijgen te 1/90 N„o 76 Lijste van het gelal der bannelingen van staat met aantooning wanneer dezelve aangekoomen zijn en wat ze maan„ delijks genieten N:o 77: kopia kolombosche akte boek van het Jaca 1789, voor zien van een alphabetiesch registar„ N:o 78. d=o Gaalsch akte boek meede van het Jaer 1789. N:o 79 vergelijk der dienaaren op Ceilon volgens generae„ le monster vollen onder ult=o Junij 1789 vergelieken vaartuigen in het voorleeden Jaar op kolombo en Gale aangekoomen e vertrokken. naet 2432 met het reglement van den Edelen heer Schreuder en de zedert door de Hooge regie„ ring te Batavia gegeeven ordres N:o 80 korte sterkte der Europeesche zeevaetende, die onder ulto december 1789:en dit gouvernement zijn be scheijden geweest. N:o 81: Generaale korte sterkte dereuropeesche en in„ landsche militairen van het eijland Ceilon ende onderhoogige posten onder ult:o december 1789. N:o 82 Lijste der oude, ziekelijke en gebrokkige militairen onder N:o 83. vertooning van alle komps die naaren artil letij en ammonitie goederen mits„ gaders sloepen en vaartuijgen die in het gouvernement van Ceilon en dies onderhoo„ righeeden in weesen zijn N:o 84. kijf extracten uit het Jassenapatnams sompen„ dium de A.:o 178 8/9. weegen de Elephanten, de paardenteeld, Jagerhouten en latten, zaaije„ wortelen en de Hoofdadegaarie officie gelden en Landrenten, ne„ vens hend kopia samentrekking van de Elephanten onder ult=o december 1789. No 2433 N:o 89 do N:o: 85: Leven origineele registers van alle de Ceilon„ se en scheeps zoldij boeken die tans na nederland worden verzonden. N:o 86. Een Reekening van Contanten en kleederen aen de overheeden van het schip Trinkonomale op desselfs uit rijse medegegeven met aanwij„ zing hoedanig ze dezelve heb„ den verantwoord. N:o 07: Generaele monsterrollen van ult=o Junij 1789. korte sterkte van onlt:o Junij 1789. — gegagieerde rol van ult„o Junij 1789. N. o 88. do No N:o 90 kopia positive en Cirdilaire ordres getrokken uit de brieven en extrakt resolutien van haar Edelens de hooge inde sche regeering te Batavia gerigt aan den heer gouverneuw enz Raad te kolombo zedert A:o 1738 tot A 1780 voorleen van eenragister N:o 91 drie kopia rapporten van de gecommitteerdens die de ontlossing van de lading rijst van het schip de Maria hebben bijgewoond. N:o 92 kopia berigt van het geweesene Mannaarsch opper„ hoofd van Ran zon nopens, de„ kattoen plantagie N:o 93: anwijsing van het bedraagen der nog ontbreekende tjankoosen 2434 N:o 94: kopiae aldoes van den luijtenant van Meij brink no„ pens de paarde stoeterij annex Een rapport daar toe gehoorende N:o 95: Extrakt Gaalse resol: van den 8:' xber: 1784: no„ pens het aan den gaals tiskabel toegelegd douceur. uit de gaalsearraks pagt N=o 96: Extrakt geulse resol: van den 19 xber: 1789 nopans de verschillen voor koomende bijde berigten van aen Equipagiemeester Abo en kapitein luijtenant van Hek, weegens de nat gewordene lijwaaten bij sjankoosen. afscheep N:o 97 generaal rendement van de kantonse Rurde zijde die d:E: kompenie van aen heer Louis Monneron geweesen agent van zijn aller Chiristelijkste majesteid den korning van frankrijk heeft ingekogt en daer na bij onderscheide geleegent lieden ze te koetsiem als te ma„ dras en frankebaar weeder verkogt met aanwijzing van der zelver in en verkoops prijsen mitsgaders winsten in verliesen na aftrek van alle ongelden. N:o 98: twee kopia berichten van den gaals baastimmerman vogelen zangen van aen kolom afscheep in 'tt schip Berkhout. „boschen 2435 booschen baas der scheeps timmer„ lie den Teunisz, nopens het em„ sloijeeren van inlands houd tot masten van scheepen. N:o 99: kopia bericht van den kapitein ter Zee en geweesen gaels equipagiemeester Abo op de waa„ „ge waer om de water leggers die in het waterhok op het schip het= hof ter Linde niet konde geborgen worden, niet geborgen zijn tus„ schen deks en off het zelve tus„ schen de stukken, zo als op de sinagsche schiepen meenigmaal gebruijkelijk is. N:o 100 kopia nader bericht van gem: Abo op de zelfde waage N:o 101: twee kopia Berichten van de kapiteins ter Zee Andringa Equisoagiemeester N:o 102: Twee agter den anderen geschreeven Extracten uit de gaalse onkostreekening van 'slands Eskader van oorlog geda„ December teerd 30 october 1786 weegens de ten laste en voordeele van slands fregat de scipo opge„ bragte ankers. N:o 103. Bericht van den kapitein ter Zee en Equipagiemees ter al hier andringa nopens de ag„ gemaekte zijlen voor het schip het hof ter linde Equipagiemeester van kolombo en Aems Equipagiemeester van Gale op het laetst gem: bericht van den geweesen gaals Equi„ pagiemeester Abo. No

NL-HaNA_1.04.02_3841_0685 view scan ↗

English

2436 No. 104 Copy of a cover letter from the chief sailmaker at Batavia sent with the shipment of sails on board the ship Het Hof ter Linde, pursuant to the Ceylon resolution of 16 January 1787. No. 105 List of purchases made for equipment goods pursuant to the Ceylon resolutions of 16 May, 12 August, 1 September, 9 November 1786, and 19 April 1787. No. 106 Ditto. No. 107 Extract of a letter dated 23 February 1786 written from Galle to Colombo, containing the accounts and justifications of the then Master of Attendants De Sille and Purveyor De Ranitz concerning their submitted accounts of the goods purchased and supplied to the Dutch Squadron. No. 108 Copy of a report by two judicial members dated 19 November 1787 regarding the oil distilled from 1,600 lb of cinnamon received back from Batavia. No. 109 Ditto from the apothecary Strasbing indicating how much cinnamon oil was distilled successively from the year 1784 to the year 1789. 2437 No. 110 Copy of a French letter written by Mr. D'Entrecasteaux on 29 June 1787 from Trincomalee to the Governor of Ceylon. No. 111 Copy of an extract from the answer given by the Galle servants to the extract of the General Missive from the Fatherland dated 4 December 1788. No. 112 Copy of a Galle resolution of 30 December last, containing the decision regarding an anchor supplied to the ship De Leviathan and to have the defects found on the ship Huisduinen repaired, together with three reports and two declarations belonging thereto. No. 113 Extract of a Galle resolution of the 14th of this month, containing the decision on the findings of the cargoes unloaded there and on the examination of the consumption accounts of the ships Huisduinen and Trincomalee. No. 114 Copy of a Galle resolution of the 16th of this month, containing the decision on the defects found in the rigging of the ships Huisduinen and Trincomalee, together with its appendices consisting of four reports and three declarations. 2438 No. 115 Copy of a Galle resolution of 31 December 1789, containing the decision on the cargo of the ship De Leviathan unloaded there. No. 116 Copy of a report from the Jaffnapatnam Dissave Schreuder dated 25 May 1789 regarding the export of jaggery timbers and the planting thereof and of coconut trees, annexed to an indication of what the farming of the Company's paddy tithe has yielded annually from the year 1750 up to 1789. No. 117 Extract of a Jaffna resolution of 12 March 1789, containing the decision to present to the Ceylon government the advice of the Commander regarding the new arrangement for having the chay-roots dug to the greater benefit of the Company. No. 118 Copy of a report from the trade bookkeeper Samlant regarding the recognition money collected from the crew of the ship Trincomalee. No. 119 Specification of the capital funds of private individuals that were running on interest with the Company as of the end of August 1789. 2439 No. 120 Copy of a report from the Matara Dissave Van Angelbeek and Superintendent of the Galle Galle-korale Schuler dated 23 March 1789 regarding their further commission in the district of Diviture, together with the appendices belonging thereto, marked from letters A to O. No. 121 Two copy separate letters written from Galle to Colombo under the dates 12 January and 11 September 1789. No. 122 Copy of the accounts of the expenses incurred for the excavation in the Morua Korale. No. 123 Copy of the advice of the Matara Dissave Van Angelbeek demonstrating the utility of the excavation in the Morua Korale. No. 124 A printed copy of the ordinance enacted for Batticaloa concerning land administration. No. 125 Ditto printed copy of the ordinance enacted for Batticaloa concerning agriculture. No. 126 Batavia and Colombo reports regarding the deep draught of the ship Huisduinen. 2440 No. 127 Extract from the logbook of the ship Spaarne during the lay days in the bay of Galle. No. 128 Copy of the advice of the Major and Head of the Artillery De Paravicini demonstrating the necessity of a greater number of artillery officers. No. 129 Petition from the Captain-Lieutenant of the artillery Jean Cheveat requesting confirmation as Captain. No. 130 Ditto from the ordinary Lieutenant Augustin Erhand requesting confirmation as Captain-Lieutenant. No. 131 Petition from the ordinary fireworker Frans Driezen requesting confirmation as extraordinary Lieutenant. No. 132 Ditto from ordinary fireworker Gerrit Alep requesting confirmation as extraordinary Lieutenant. No. 133 Ditto from bombardier Andries Eunning requesting confirmation as ordinary fireworker. No. 134 Advice from the aforementioned Major Paravicini requesting an improvement in pay for the bombardiers, gunners, and assistants. 2444 No. 135 Petition from the Captain-Lieutenant of the Infantry Johan Willem Weerman requesting to be promoted to Captain. No. 136 Copy of a letter dated the 9th of this month written by the retired Galle Commander Kraijenhoff to the Governor of Ceylon, containing a request to be permitted to remain here until the departure of the upcoming return ships in November. No. 137 Petition from the former Crown Prince of Tidore, Mananaatoe Maharaja Moedach, requesting an increase in allowance or permission to return to Batavia. No. 138 Copy of a Galle resolution of the 20th of this month, containing the decision on a further requisition received on behalf of the ship Trincomalee. No. 139 Extract of a resolution passed in the Council of Ceylon on the 2nd of this month, containing the decision on the finding of the cargo from Batavia unloaded here from the ship Trincomalee. No. 140 Copy of a Galle resolution of the 23rd of this month, containing the decision on the finding of the Cochin cargo unloaded there from the ship Trincomalee.

Dutch transcription

2436 N:o 106 do de N704 kopia geleijde brief van den bals Zijlemaakerte Batavia bij 't verzenden van zijlen na boord van het schip het hof ter Lin„ N:o 105 Lijste van de gedaene inkoopen van Equipagiegoederen ingevolge Ceijlonse resolutien van den 16 Maij 12 aug:s 1: 7ber 9: November 1786 en 19 April 1787: in gevolge Ceilonse resol: van den 16: Januarij 1787. N:o 107 Extrakt missive de dato 23 februarij 1786 van Gale na kolombo geschreeven houdende verantwoordingen. van den toenmalige Equipa„ de giemeester - N:o 109 do N:o 108 kopia rapport van twee Justitieele leeden geda„ teerd 19: November 1787. wegens de gestookte olie uit 1600 lb: van Batavia terug ontvenege„ ne kaneel van de appothekar strasbing aem wijzende hoe veel kan neel olie van het Jaer 1784 tot het Iaar 1789. successive is gestookt. giemeester De sille en dis„ pencier de Ranitz: over hun ingediende reekeningen van de ingekogte en verstrekte goederen aan het Hollands Esquader do 2437 N:o 10: kopia franse Brief door den heer D: Entrecas „teaur den 29: Junij 1787: van Trinkonomale aan den heer Ceilons Gouverneur geschree„ ven N:o 111 kopia uittreksel uit het door de gaalse bedienden beantwoord extrakt patriase generaale missive van den 4:e' December 1788: N:o 112: kopia gaalse resolutie van den 30:' december J:o Leeden houdende dispositie wegens een verstrekte anker aan het schip de Leviathan en om de bevondene gebreeken aan het schip Huijsduijnen te laaten herstellen nevens Drie rupporten en prce N:o 113: Extrakt Gaalse resolutie van den 14:' dezer, houdende dispositie op de bevindingen der aldaer uitgeleeverde laa„ „dingen en op de examinatie van de consumtie reekeningen van de scheepen huijsruijnen en prinkonomaale N:o 114 kopia Gaalse resolutie van den 16 deser houden„ de dispositie op de bevonde„ ne gebreeken aan de tuijgagiae van de scheepen huijsduij nen en Trinkonomale, ne„ vens dies bijlaagen bestaendei vier rapportenen Drie verklaaringen Twee verklaaringen deeer toe ge¬ hoorende 2438 No 115 kopia Gaalse resol: van den 31: december 1789 hou„ dende dispositie op de aldaer uitgeleeverde laeding van 't schip de Leviathan. N:o 116: kopia bericht van den Jaspenapatnams dessave schreuder gedateerd 25 Maij 1789 nopens den uit voer van Jagerhouten en aanplan„ ting daet van en vande ko„ kusboomen. annex Een aanwijzing van het geen de verpachting van 'skomp: thiende Nelij Zedert A=o 1750 af tot 1789 toe jaarlyks heeft opgeworpen. N:o 117: Extrakt Jaffenase resolutie van den 12 Maart 1789. houdende besluijt om het het advijs van den heer kom„ mandeur, nopens de nieu„ we inrigting, om de zaaij wor„ telen te laaten delven, mitt meerder voordeel van de kom„ penée aan de Ceilonse regee„ ring aan te bieden N:o 110 kopia berigt van den negotie boekhouder samlant weegens de ingekoomene re„ cognitie penningen van de scheepelingen van 't schip Trinkonomale N:o 119. Aanwijzing van de Capitaalen van partikulieren die onder ult:o aug:s 1789 bij de kompenie op intrest voorloopen No 2439 N:o 121: Twee kopia N:o 120: kopia Rapport van den Matureesch dessave van Angelbeek en op ziender der gae„ le koole rem Schuler gedateerd 23 Maart 1789 nopens hun E:s nadere kommissie in het landschapje diwitoere nevens de daar toe gehoorende bijlaegen gemerkt van Litt:s A: tot O apparte brieven van Gale na Verlom„ bo geschreeven onder dataes 12:' Januarij en 11 september 1789. N:o 122 kopia Reekeningen van de gedaene ongelden aan de doorgraaving in de Mooruakor„ N le. N:o 123 kopia addais van den Matireeschen dessave reman„ gelbeek aantoonende de nuttig„ „heid van de drorgslaaving in de Mooruakorle N:o 124 hen gedrukt exemplaar van de voor Battekalde gearresteerd Pakkaat over 't landbestier N:o 125 do — d=o exemplaat van de voor Battikaloa gearresteerd Plakkaat over den landbouw. N:o 126: Bataviasche en Colombose rapporten wegens het diep treeden van het schip huijsduijnen No 2440 van N:o 127: Extract uit het jurnaal het schip spaarne gedule„ rende de legdaagen in de beaag van Gale N:o 120. kopia addues van den Majoor en hoof van de artillerij De Paravicini aantoonende, 121 de noodzakelijkheid van een meerder getal artitlirie officieren. N=o 129 request van den Capitein Luijtenant bij de artillerij verzoekende Jean Cheveat om bevestiging tot kapitein. N:o 130 6lo van den ordinairen Luijtenant Augustin Erhand verzoekende om beves„ tiging tot kapitein luijten Luijtenmnt. No 6 t N:o: 132 do No. 133 do N=o 131: request van den ordinairen vuurwerken Frans Driezen, verzoekende om beves„ tiging tot extra ordinair suij„ „tenant. „ ordinairen vuurwerken Gerrit: Alep verzoekende om bevestiging tot extra ordinair Luijtenant „ bombardier Andries Eunning verzoe„ kende om bevestiging tot ordi„ naire vuurwerker N:o 134. Addves van voorsgemelde Majoor Paravicinie ver„ zoekende om bezel ver bee„ tering in gagie voor de bombar„ diers kannoniers en handlan„ gers vo No „ „ 2 2444 N:o 135. Request van den Capitein Luijtenant van de Jnfanterij Johan Willem weer„ „man verzoekende om tot ka„ pitei te moogen worden bevor„ derd. N:o 136 Kopia brief de dato 9 deezer door den heer afge„ gaane Gaalsch gezaghebber Kraijenhof aan den heer Ci„ lons gouverneur geschreeven houdende verzoek om alhier te moogen blijven tot het ver„ trek van de aanstaende re„ „tour scheepen in November. N:o 137. request van den geweesen kroon prins van Tidor Mananaatoe Maharaja Moedach verzoekende om vermeerdering van onderhoud, 2 N=o 138 kopia gaalse resolutie van den 20: dezzer, hou„ „dende dispositie op een nader ingekomen eijsch ten behoeve van het schip Trinkonomale N=o 139 Extrakt resolutie genomen in rade van Ceilon„ op den 2: dezer, houdende dispo„ titie op de bevinding der alhier uijtgeleverde baarsche laading van het schip Trinkonomale N=o 140. kopia gaalde resolutie van den 23: dezer, hou„ dende dispositie op de bevinding van de aldaar uytgeleeverde koetsiemsche laading van het schip Trinkonomale of verlof om na Batavia terug te keeren. vo

NL-HaNA_1.04.02_3841_0697 view scan ↗

English

2442 No. 141: Copy of report from the Galle Master of the Equipage Aems, stating that the return ships Huijsduijnen and Trinkonoinale are provided with Turkish passes. No. 142: Copy of a letter written from Cochin to Colombo dated 1 December, in which it is stated that the 10,000 pagodas received from Tuticorin have been sold for 34,000 Surat rupees. No. 143: Copy of a request from Junior Merchant Joan Fredrik Conradi requesting that 50,000 lbs of hoop iron may be requisitioned from the Netherlands. No. 144: A requisition from Europe containing 300 lbs of hoop iron. No. 145: Two copy statements concerning the inspection of the weaponry and the testing of the gunpowder of the ships Trinkonomale and Huisduijnen. No. J. L. Stork Examined No. 146: Four copy reports concerning the tasting of cinnamon. No. 147: Two notices of the cinnamon which was received and packed on account of the large and small harvests, indicating where it was peeled and the number of the tag placed in each bale. Colombo, 27 January 1790. No. 137 Hyjbrands First Clerk 2 2443 Amsterdam To the Noble and Honorable Lords Directors of the General Netherlands Chartered East India Company in the aforesaid Chamber. Noble and Honorable Lords. We hope that our early ships, the Arend and the Zaanstroom, both destined for your Right Honorable Chamber and having departed from Galle on 17 November last, may have a prosperous and safe voyage, and deliver to your Right Honors in due time our respectful original letter of the 12th of the said month, dispatched therewith. Since then, with the arrival of the national frigates the Zephir and Havick, we have had the honor to receive your Right Honors' highly respected missives of 5 and 9 February and 10 and 24 March past, the contents of which we shall take for our dutiful guidance. The ship 't Spaarne, which, according to what was reported in our aforementioned respectful letter, was awaiting in the bay of Galle a favorable time to proceed on its voyage to Bengal, departed from there again on 20 December last. The ship Trinconomale, which according to the communication in our last letter of 12 September last had departed from Galle for Cochin to fetch pepper and saltpeter, returned to Galle on the 6th of this month, and we have designated it 2444 designated as a return vessel for your Right Honorable Chamber. Upon inspection of this ship at Galle, such defects were found in it and its rigging as are shown in the reports and sworn statement that accompany this in copy. The Galle servants, by their resolutions of the 16th and 20th of this month, which are appended in copy among the enclosures, have granted authorization not only to attend to these, but also to comply with the requisitions inserted therein by Captain Driesman, which have been examined and moderated by the Master of the Equipage Aams. The consumption account of the provisions that were supplied to this vessel here has been examined at Galle, and the report received on this matter from the Administrator Van der Spaa is inserted in in the Galle resolution of the 14th of this month, a copy of which is enclosed herewith. Concerning the cargo and crew of this vessel, as well as concerning the passengers sailing aboard it, we take the liberty to refer most humbly to the report that the Galle servants will have the honor to make to your Right Honors regarding this. We have permitted the Lord Ordinary Councillor and Malabar Governor Van Angelbeek to send to the Netherlands on the return ship Trinkonomale an elongated box sewn in gunny, seven feet long and one foot wide and high, marked Rarities and Natural Curiosities for Berlin, and three square flat boxes containing shells, marked Natural Curiosities Natural Curiosities for Berlin, to be delivered in Amsterdam to his attorneys, the merchants Messrs. Henrik and Jakob Jerhoust, Henrik Brugman Bierbaum, Pieter and Steven Nikolaas Berk, and Anthonij Wanckamp. Furthermore, the first undersigned Governor takes the liberty to send on the ship Trinkonomale two flat boxes, each 2 1/2 feet long, 2 feet wide, and 1 foot high, containing 12 pieces painted on glass, with a very humble request that the same may, by the kind pleasure of your Right High Honors, be delivered to Messrs. Berk and Wanckamp. On the 2nd of this month, we ruled upon the findings of the cargo discharged here from the ship Trinkonomale, as appears from the resolution forwarded in extract among the enclosures, enclosures, to which we request permission to refer; we nevertheless take the liberty to cite here the principal items thereof. Upon measuring the summer cloths here, a shortage was found of 103 7/8 ells, which we have written off because the boxes were in good condition, as appears from a sworn statement that we present herewith in original to your Right Honors, and from which it also appears that the crafted buttons and the gold of most embroidered coats were tarnished black. There was also one coat missing, which we have likewise written off. In box No. 135 there were only 5 Meyer's Vocabularies, instead of the

Dutch transcription

2442 N=o 141: kopia bericht van den gaals Equistagie „meester Aems, dat de retour „scheepen Huijsduijnen en Trinkonoinale voorzien zijn van Tuaksche passen. N=o 142: kopia brief van koetsien na Kolombo geschreeven gedateerd 1: Decem„ ber, waar bij bedeeld is dat de van Tutukozijn ontvan „gene 10'000: pagooden ver kogt zijn voor 34000: su¬ ratsche ropijen. - N=o 143: kopia request van den onderkoopman Joan fredrik Conradi ver„ zoekende dat uijt het naderland moogen worden g'eischt 50000 lb: hoep ijzer N:o 14 pen Eijsch uit Europa vat„ 300. lb: hoep ijzer No: 145 Twee Kopia verklaringen weegens de visitatie der wapengoederen en het probeeren van kruijt van de scheepen Trinkonomale en Huisduijnen. N:o J Lj Stork Nagezien N:o 146 vier Kopia Rapporten weegens het proeven van Kanneel N=o 147: twee Notitien van de kanneel die voor reek van de groote en kleine oogsten ontvangen en geemballeerd is met aanwijzing waar te geschild is en de N=o van de plankie dat in ider baal gedaan is Kolombo den 27. Januarij 1790. No. 137 Hyjbrands lijklerk 2 2443 Amsterdam Aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen van de Generaale Nederlandsche Geoktroijeerde Oost-Indische Kompenie ter voorm: kamer Edele Achtbaare Heeren. Wij hoopen dat onze vroegscheepen den Arend en de Zaanstroom, bijde voor uwer weledele Achtb: Kamer gedesti„ neerd, en den 17. ' November J:o Leeden van Gale vertrokken, eene gelukkige en behoude„ reize moogen doen, en aan Uweledele Achtb: ter behoorlijker tijd toebrengen, onze daar„ meede afgezondene eerbiedige brief van den origineel 12. 12. e van gemelde maand. zeedert hebben wij, met de aankomst van 'slands fregatten de Zephija en Havick, de eer gehad te ontvangen uwer weledele Achtb: zeer gerespekteer „de Missives van den 5. en 9: februarij en 10. en 24. Maart pass:o, welker inhoud wij tot ons schuldig naricht zullen laaten strekken schip 'T Spaarne, dat volgens 't bedeeld bij voorsz: onzen eerbiedigen, in de baaij van Gale na eene bequaame tijd lag te wagten, om zijne rijze na Bengale te vervorderen, is den 20: December J=o Leeden weeder van daar vertrokken. 'T. schip Trinconomale, 't welk volgens 't gecommuniceerde bij onzen laatsten, dan 12. ' 7ber: J:o Leeden, van Gale na koetsiem was vertrokken, ter afhaal van peeper en salpeeter, is den 6. deezer op Gale te rug gekoomen, en we hebben het zelve aan „gelegd 2444 gelegd tot een retour bodem voor uwer weledele achtb: kamer. Bij visitatie van dit schip te Gale, zijn daar aan en aan dies tuigagie zoda„ „nige gebreeken bevonden, als uijtwijzen de Rapporten en b'edigde verklaring, die Copielijk deezen Accompagneeren. De Gaalsche bedienden hebben bij hunne rezolutien van den 16. en 20. deezer, die in Copia onder de bijlaagen gaan, qualifica„ tie verleend, niet alleen om daar in te voorzien, maar ook om te voldoen aan de daar bij g'insereerde Eisschen van den Capitein Driesman, die door den Equipa„ giemeester Aams g'examineerd en gemode„ „reerd zijn. De Consumptie reekening van de provisien, die hier aan deezen bodem zijn verstrekt, is te Gale g'examineerd, en 't daar van ingekoomen berigt van den administra„ teur van der spaa, is g'insereerd bij de de Gaalsche rezolutie van den 14. de „zer, waar van afschrift hierneevens gaat. Noopens de laading en bemanning, van deezen bodem, als meede noopens de passagiers die daarmeede overvaaren neemen we de vrijheid, ons nedrigst te refereeren aan 't verslag, dat de Gaalscie bedienden de eere zullen heb„ „ben, uweledele achtb: daar van te doen. Aan den heer Raad ordinair en Malla„ baarsch Gouverneur van angelbeek hebben we toegestaan, om met het re„ toua schip Trinkenomale na Neder„ land te moogen verzenden, een langwer „pig pasje in goenij benaaid, lang sev voeten en breed en hoog een voet, bescha ven Rariteiten en Naturalien voor Berlijn en drie vierkante platte kasjes met conchijlien, beschreeven Naturalien 2445 Naturalien voor Berlijn, om in Am„ „sterdam te worden afgegeeven aan des„ selfs gemagtigden, de Heeren Henrik en Jakob Jerhoust, Henrik Brugman Bierbaum, Pieter en Steven Nikolaas Berk en Anthonij Wanckamp, koop„ lieden. Nog neemt den Eerst ondergeteekende Gou verneur de vrijheid met het schip Tair„ konomale te zenden twee platte kas„ „jes elk lang 2. 2. voeten breed 2: voe„ „ten en hoog 1. voet, waar in zijn 12. stuk „jes op Glas geschilderd, met zeer nedrig verzoek dat dezelve met gunstig belie „ven van uweledele Hoog agtbaare mooge worden afgegeeven aan de Heeren Burk en Htanekamp. Den 2. deezer hebben we gedisponeerd op de bevinding van de alhier uitgeleeverde lading van 't schip Trinkenomale, blijkens de in Extrakt onder de bijlaa„ „gen „gen overgaande rezolutie, waar aan we verlof verzoeken ons te moogen refereeren we neemen egter de vrij„ heid, de voornaamste artikulen daar van bij deezen aantehaalen. Op de zomerlakenen is bij nameeting alhier, eene minderheid bevonden van 103. 7/8. ellen, die we hebben laaten afschrijven, om dat de kassen wel ge konditioneerd zijn geweest, blijkens eene b'edigde verklaring, die roe uweledele achtb: in Origine hierneevens aanbieden, en waar bij ook blijkt, dat de gewerkte knoopen en 't goud van de meeste geborduur „de rokken, zwart beslaagen zijn geweest. ook was 'er een rok te min in, die na meede hebben laaten af„ „schrijven. Jn de kas N:o 135. zijn maar 5. Mijers woordenschat geweest, insteede van de

NL-HaNA_1.04.02_3841_0705 view scan ↗

English

2446. the charged 50, and because these 50 pieces are charged at just as much money as 5 similar books that were sent out in another case, we had to assume that the charge of 50 pieces is a clerical error, and we have therefore caused the deficit of 45 pieces to be written off without monetary value, because the case was also in good condition. The charged 4 courtesan rosettes were not found in case No. 137, which was nevertheless delivered in good condition, and we have therefore likewise caused the same to be written off. Of the delivered hats, 96 pieces were found to have broken out with red stains, and 55 parcels were suffocated and unusable, on which account we caused the same to be sold by public auction for the going rate. Instead of a piece of silver cloth with with gold and silk, there was found in case No. 1 a silver piece with gold and silk flowers, consisting of two pieces sewn together, of which one end, to the length of 3 ¼ cubits, was light in color and of a different workmanship. In the cases, 456 lb of case lead was found in excess of what the charge amounted to, and we have caused the same to be taken in for the benefit of the Company. According to a note placed on the received Amsterdam invoice, case No. 170, with 6 pieces of dark blue cloth and 2 pieces of scarlet cloth, became wet in the Texel roadstead and was sent back to Amsterdam, and we have therefore caused this case with cloths to be charged back to the Amsterdam Chamber. Of the glassware, several pieces were broken and also some were found missing, 2446 which we caused to be written off because the cases were in good condition, according to the sworn declaration of the Judicial Committee that was present at the opening and unpacking of the same. Some cracked and otherwise damaged pieces we caused to be sold for the going rate, and the broken panes, as far as could be done, we caused to be recut to a smaller size. 3 of the mirrors sent out had some spots, and the frames and foliage work of 5 of the same had come loose, which we shall nevertheless have glued tight again as well as possible. All the panes were ¼ inch smaller in length and width than the charge dictated; we take the liberty, Right Honorable Sirs, to present herewith the aforesaid sworn declaration in original. The found deficit of 667 lb of bacon and 945 lb of meat we caused to be written off, because the net weight thereof, upon delivery here according to custom, was calculated according to the found reduction of of 2 casks, which were taken at random from each consignment, opened, and weighed. On the brandy, butter, sack wine, Spanish wine, olives, and linseed oil, considerable shortages were found, which we charged to the ship's officers for compensation, after deducting the ullage determined by regulation. A leaguer of sack wine was delivered with an ullage of 22 inches, and the sack of this leaguer was woody and somewhat flat in taste, thus not fit to be distributed for rations, on which account we caused the same to be sold for the going rate, and had the officers charged on their account with the yield that fell short of the cost of purchase. The hoop iron, as far as concerns the number of these bundles and hoops, was well delivered, but in weight there was a shortage of 1130 lb, and because the ends of many of these hoops were broken off, we 2447 charged this shortage to the ship's officers for compensation, after deducting the usual ullage. On the medicines, large shortages were also found, and a large number of bottles were broken, which we all had to cause to be written off, because the cases were delivered in good condition, according to the sworn declaration of the delegates received concerning this. Among other things, 10 lb of oleum spicae, which was sent in a large bottle, was completely lost thereby, and this causes us to take the liberty to propose to Your Right Honorable Sirs to send the oils henceforth divided into two or more small bottles, so that by the breaking of a single bottle, not everything is lost at once. Regarding the findings on the Colombo cargo of this vessel delivered at Galle, the officials disposed by their aforesaid resolution of the 14th of this month, which was approved by us, with this change: that to the officers, instead of 39 lb of Cape butter, only 37 lb should be credited, because it appears from the findings that a calculation error took place in that regard. Also

Dutch transcription

2446. de aangereekende 50: , en wijl deeze 50. stuks zijn aangereekend met even zo veel gelds„ als 5. diergelijke boeken, die in een ander kas zijn uijtgezonden, hebben we moeten onderstellen, dat de aanreekening van 50. stuks een schrijhout is, en hebben we daarom de minder bevondene 45. stuks, om dat ook de kas wel geconditioneerd was, zon„ „der gelds waarde laaten afschrijven. De aangereekende 4. kartisaaner roosjes zijn niet gevonden in de kas N:o 137. die nochtans wel geconditioneerd, is uijtgelee„ „verd, en wa hebben daarom dezelve insge„ „lijkslaaten afschrijven. van de aangebragte hoeden, zijn 96. stuks met roode vlekken uijtgeslaagen be„ vonden, en 55. perceelen waaren ver„ „stikt en onbruikbaar, weshalven wij de zelven per publicque vendutie voor 't geldende hebben laaten verkoopen. Jn de plaats van een p:s zilver laken met met goud, isijde kas N:o 1. gevonden een zilver stok, met goud en zijde bloe„ men, bestaande uijt twee aan een ge naaijde stukken, waar van 't eene end, ter lengte van 3. ¼. @ ligt van kleur en van een ander werk was. Jn de kassen zijn 456: lb: kaslood meer ge vonden, dan de aanreekening bedroeg, en hebben we 't zelve ten voordeele van de Comp: laaten inneemen. volgens eene gestelde nota bij de ontfange „ne Amsterdamsche faktuur, is w de„ kas N:o 170. , met 6. stuks donker blaauw laaken en 2. stuks schairlaken, op de rheede van Texel nat geworden en na Amsterdam te rug gezonden, en hebben we daarom deeze kas met laakenen, na de kamer Amsterdam laaten te rug reekenen. van 't glaswerk zijn verscheide stukken gebrooken en ook eenige minder bevon„ den 2446 „den, die wa hebben laaten afschrijven, om dat de kassen wel geconditioneerd zijn geweest, volgens g'eëdigde deklaratoir van de Justitieele kom„ missie, die bij de opening en uitpakking van dezelve prezent is geweest Eenige gescheurde en anderzints geschoudene stukken, hebben wa voor 't geldende laaten verkoopen, en de gebrooke „ne ruiten, zo veel 't geschieden konde, tot een klijnder formaat laaten versnijden 3. van de uitgezondene spiegels hadden eenige vlekken, ende lijsten en het lofwerk van 5. derzelven waaren los geraakt, die we nogtans weeder zoo goed doenlijk zullen laaten vastlijmen Alle de ruiten waaren ¼. d=m in de lengte en breedte klijnder, dan de aanreekening dikteerd, we neemen de vrijheid maal edele achtb. , 't voorsz: b'edigd de claaa „toir in Origine hierneevens aantebieden De bevondene minderheid van 667. lb: spek en 945: lb: vleesch hebben we laaten afschrij„ „ven, wijl 't netto gewigt daar van, bij de leverantie alhier na der ouder, is be„ reekend volgens de bevondene neductie van ge¬ on¬ van 2: vaaten, die onverschillig uijt elke partij genoomen, geopend en gewoogen zijn op de brandewijn, booter; zek wijn spaan „sche wijn, olijven en lijn olie, zijn aanmer„ „kelijke minderheeden bevonden; die we den scheeps overheeden ter vergoeding heb„ ben opgelegd, na aftrek van de bij neg „ment bepaalde spillagie. Een legger zek wijn is met een wannigheid van 22. d=m uitgeleeverd, en de zek van deeze legger was houtig en eenigzints flaauw van smaak, dus niet verstoekbaar tot randzoen, weshalven wij dezelve voor 't geldende hebben laaten verkoopen, en 't minder rendement dan 't uitkoops kos„ tende, den scheeps overheeden op hunne reek: doen stellen. T hoep ijzer is, voor zoo verre aangaat 't getal dese bosschen en banden, wel uitgelee„ verd, maar in 't gewigt was eene minder„ heid van 1130: lb: en wijl van veele deezer banden de enden afgebrooken waaren, hebben 100 2447 we deeze minderheid den scheeps overheeden ter vergoeding opgelegd, na aftrek van de ge„ woone spillagie. Op de medikamenten zijn ook groote minderheeden bevonden; en een groot getal van flessen waaren gebrooken, die toe alle hebben moeten laaten af„ schrijven; om dat de kassen wel gekonditioneerd zijn geleeverd; volgens de daar van ingekoomene bedigde verklaaring van gecommitteerdens. Onder anderen is daar door 10. lb: olcum spicae, die in een groote fles is uitgezonden, geheel verlooren gegaan en dit doet ons de vrijheid neemen, uweledele achtb: voortestellen, om voor„ staan de oliteiten verdeeld in twee of meer klijne flesschen te zenden; op dat door 't breeken van een enkelde fles, niet alles te gelijk verlooren gaat. Op de bevinding van di: te Gale uitgeleeverde kolombosche lading deezes bodems, hebben de bedienden gedisponeerd bij hunne voorsz: rezolutie van den 14. ' deezer; die door ons g'approbeerd is, met deeze verandering, dat aan de overheeden in steade van 39. lb: Caabsche booter, maar 37. lb: zouden worden goedgedaan, wijl 't bij de bevinding blijkt„ dat daaromtrend een reekenfout plaats heeft. ook

NL-HaNA_1.04.02_3841_0710 view scan ↗

English

We have also had charged to Gale the extra cost of the iron cables, which upon delivery there were found to be of heavier calibers than the Kolombo bill of lading dictates. The missing pot of gum camphor, in a sealed case, we have charged to the packers in Kolombo for compensation. The finding regarding the Cochin cargo of this ship delivered at Gale has been inserted in the resolution of the servants of the 23rd of this month, which was approved by us and is transmitted in copy among the appendices. Upon resumption of a Gale resolution of 30 January last, it having appeared to us that the servants had validated to the officers of the return ship the Batavia the percentages for spillage stipulated by regulation on 313,012 lb of saltpeter, which had been brought from Cochin by the said vessel and had remained on board the same as dunnage for Batavia, we, considering that the regulation only allows spillage on delivered goods and not on goods that remain on board, disapproved the said resolution at the session of 23 February, of which we take the liberty most humbly to inform your Honorable Worships, so that if your Honorable Worships please to approve this disposition of ours, the amount thereof may be recovered from the officers of that vessel, who were credited for it in their pay accounts at Gale. We 2448 Kolombo We commend your Honorable Worships to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, Honorable Worshipful Sirs, Your Honorable Worships' obedient servants, W van de Graaff Gel B resz d Pemland J: Vollenhove 27 January 1790 HD Haket Examined W d van Geizel H b van Geizel Examined H van Geizel Examined 8 1 9 2 8 50 ƒ 8 2 224

Dutch transcription

ook hebben we na Gale laaten aanreekenen 't meerder kostende van de ijzertrossen, die aldaar bij uitleeve„ „ring van swaarder Calibers zijn bevonden, dan het kolombosch Cognoissement dicteerd. De te min bevon dene pot met gum Camphoa, in een verzeegelde kas„ hebben we den afpakkeren te kolombo ten vergoeding opgelegd. De Bevinding van de te Gale uitgeleeverde koetsiemsche laa ding van dit schip, is g'insereerd bij den bedienden vezoli= van den 23. deezer, die door ons g'approbeerd is, en in Copia onder de bijlaagen overgaat. Bij resumtie van een Gaalsche retol: van den 30. Januarij pang aan ons gebleeken zijnde, dat de bedienden aan de overheeden van 't retour schip de Bataviea hadden gevalideerd, de bij reglement bepaalde. p=r C=tos voor spillagie, op 313012: lb salpeeter, die met gem: bodem van koetsiem aangebragt„ en in 't zelve tot onderlaag puo Pataia binnen boord ver„ bleeven waaren, hebben we uit aanmerking, dat het regle„ „ment alleen spillagie toestaat op uitgeleeverde goederen, en niet op goederen die binnen boord blijven, ter sessie van den 23. febr: daar aan gem: besluit g'inprobeerd, waar van we de vrijheid neemen mweledele achtb: nedrigst kennis te geeven, op dat zoo uweledele achtb: deeze onze disposi„ „tie gelieven goed te keuren, 't' bedragen daar van kan wor„ „den ingevorderd van de overheeden van dien bodem, die daar voor te Gale bij hunne zoldij reek: zijn bevoor„ „deeld. Wij 2448 Kolombo Wij beveelen uw Edele Achtbaare in de bescherming des Allerhoogsten en blijven met alle Hoog agting. Edele Achtbaare Heeren uwel Edele Achtbaare gehoorsaeme Dienaaren W van de Graaff Gel „ B resz d Pemland J: Vollenhove den 27. Januarij 1790 HD Haket Nagezien W„d van Geizel H„b van Geizel Nagezien H„ van Geizel Nagezien 8 1 9 2 8 50 ƒ 8 2 224

← previous