VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3849

Malabar · 752 pages · 113 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3849_0178 view scan ↗

English

180. the mortars and howitzers, of which we are currently reasonably well provided, for we have 16 metal mortars and 8 metal howitzers, besides another 25 hand mortars, at least twenty, and for the laboratory and arsenal at least ten daily, thus for three reliefs 90 heads are needed, making in total 270 European artillerymen. Section 29. According to this calculation, which was submitted to the most knowledgeable officers of our garrison and noted by them as being very frugal, the entire garrison during a siege would have to consist of three thousand one hundred and twenty heads, and it were to be wished that the majority could be Europeans and Malays, for with them one can accomplish far more than with westerners. Section 30. But since this is not possible, at least not for the present, one ought nevertheless to have at least as many Europeans and easterners as can possibly be obtained, and then also make use of the westerners. 70 westerners. Section 31. Concerning which I further observe, from many years of experience, that the Malabar Christians and Shaikhs on this coast are to be preferred over foreign sepoys, partly because they cost less, and partly because they do not desert as much and are very willing and docile in the service, whereas the foreign sepoys often run away on account of the numerous opportunities here to enter into service immediately with Travancore, the English, or even with Tipu Sultan. Section 32. In a war with a native enemy from the north, the fortress of Cranganore and the post of Ayacotta would have to receive the necessary men from this garrison, for as long as they are not captured by the enemy, Cochin has nothing to fear. Section 33. Whereas in a war with a European enemy, one would do best to abandon those places immediately, which will be discussed in detail hereafter. Section 34. However, it would be an intolerable burden of expense for the Company to maintain such a numerous at least not be able to reduce the number of native troops stated here in time of peace. Section 39. But to this it must be answered that the intention is to detach the necessary garrisons for Cranganore and Ayacotta from the aforementioned number, for which, as long as Tipu Sultan remains our neighbor on the present footing, one cannot appoint less than four hundred heads if one does not wish to expose those places recklessly to a surprise attack, as shall be demonstrated in more detail below. Section 40. And thus only eight hundred men remain for the garrison of the main fortress, which is very meager when one calculates that 218 heads must mount guard here daily. Section 41. These twelve hundred heads could be further divided and arranged according to the following. Brief strength 350 European infantry divided into two companies, of which 1 Major, as Commander 1 Captain 1 Captain Lieutenant on the staff 5 Lieutenants, of which 4 with the two companies, and 1 Adjutant 350: 8 to carry forward 72 1200 heads in total 350: 8 carried forward 10 Ensigns, of which 2 with the two companies, 1 sub-adjutant, 1 commander at the recruit guard, and 6 as commanders with the 6 native companies 26 Sergeants, of which 12 with the two companies, 6 drillmasters with the 6 native companies, 8 at the recruit guard and for various duties 30 Corporals, of which 12 with the two companies and 18 at the recruit guard and for various duties 1 Drum Major 10 Drummers, of which 4 with the two companies, and 6 at the recruit guard 6 Fifers, of which 2 with the two companies and 4 at the recruit guard 240 Privates divided into two companies 19 ditto at the recruit guard 100 European artillery, of which 1 Captain 450. 1 to carry forward European Infantry 1 Major 1 Captain 1 Captain Lieutenant 5 Lieutenants 10 Ensigns 26 Sergeants 6 Fifers 260 Privates 30 Corporals 1 Drum Major 10 Drummers Artillery 1 Captain 2 Ordinary Lieutenants to each 3 Extraordinary ditto 2 Ordinary fireworkers 2 Extraordinary fireworkers 10 Bombardiers 10 Gunners 1 Drummer 1 Fifer 60 Privates

Dutch transcription

180. de Mortiers en Haubitzers, waar van wij thans reedelijk wel voorzien zijn, (want wij hebben 16. Metaale Mortiers en 8. Metaale Haubitzen, buiten noch 25. handmortiers) ten minsten twintig en voor het Laboratorium en Arsenaal ten minsten tien dagelijx, dus voor drie aflossingen 90. koppen noodig, dus in 't geheel 270. Europeesche Artilleristen. § 29. Naar deeze reekening, die aan de kundig„ „ste officiers van ons Garnisoen voorgelegt, en door dezelven als zeer zuinig aange„ „merkt is, zoude de heele bezetting in eene beleegering moeten bestaan, uit drie dui„ „zend een honderd en twintig koppen, en het waare te wenschen, dat het grootste gedeelte Europeeschen en Malaiers kosten zijn, want daarmede kan men veel meer uitvoeren, als met westerlingen. § 30. Dan dewijl dit niet mogelijk is, ten min„ „sten niet voor het tegenwoordige, zoo diend men doch ten minsten zoo veel Europee„ „schen en Oosterlingen te hebben, als men bij mogelijkheid krijgen kan, en dan de Wester„ „lingen 70 „lingen mede te baat te neemen. § 31. Waaromtrend ik noch uit eene veel Jaarige ondervinding aanmerke, dat de Malabaarsche kristenen en sjegos op deeze kuste boven de vreemde Sipais te verkiezen zijn, eensdeels; wijl ze minder kosten, en anderen deels; wijl ze zoo veel niet deserteeren, en zeer willig en leerzaam in den dienst zijn, waar en tegen, de vreemde Sipahis dikwils wegloopen, wegens de veel„ „vuldige geleegenheid, die hier is, om ten eersten bij Trevankoor, d'Engelschen, of zelfs bij Ti= „poe sultan, weder in dienst te koomen. §32. Van dit Garnisoen zouden in een Oorlog met een inlandschen vijand van de Noord, de vesting kranganoor, en de post Aikotte het noodige volk moeten bekoomen, want, zoo lange dezelven door den vijand niet be„ „machtigd zijn, heeft koetsiem niets te vreezen §. 33. Terwijl men in een Oorlog met een Euro„ „peeschen vijand best zoude doen, met die plaatsen ten eersten te abandonneeren; waar van hier na omstandig zal gesproo„ „ken worden. §34. Het zoude echter voor de komp:e eene on„ „nadraaglijke last post zijn, zulk een talrijk minsten het hier opgegeeven getal van inland„ „sche troepen in vreedes tijd, niet zoude kun„ „nen verminderen. § 39. Doch hier op diend, dat de meening is, uit het eeven gemelde getal de noodige bezet. „tingen voor Kranganoor en Aikotte te de„ „tacheeren, waar voor men, zoo lange Tipoe sultan op den tegenwoordigen voet onze Buurman blijft, niet minder als vier honderd koppen mag stellen, indien men die plaatsen niet roekeloos aan overrompe„ „ling bloot wil stellen, zoo als hier onder nader staat aangetoond te worden. § 40. en dus blijft voor de bezetting van de Hoofdvesting maar agthonderd Man over, het welk heel sober is, als men reekend dat hier dagelijx 218. koppen op de wacht moeten trekken. § 41. Deeze twaalf honderd koppen zouden na„ „der verdeeld en ingericht kunnen worden, naar de volgende. Korte sterkte 350. Europeesche Jnfanterij in twee kompaniën verdeeld, daar van 1. Major, als Kommandant. 1: kapitain 1. kapitain Luitenant bij de staf 5. Luitenants, daar van 4. bij de twee kompeniën, en 1: Adjudant 350: 8. die Transporteere 72 1200. koppen in 't geheel 350: 8. P„r Transport 10. Vaandrigs, daar van 2. bij de twee kompaniën, 1. onder adjudant, 1. komman" „dant bij de Rekruten wagt en 6. als kommandanten bij de 6. Jn„ „landsche kompanien: 26. Serjants, daar van 12. bij de twee kompaniën, 6: Drilmeesters bij de 6. inlandsche kompaniën, 8. bij de Rekruten wacht en tot diverse diensten. 30. Korporaals, daar van 12. bij de twee kompaniën en 18. bij de Rekruten wacht en tot diverse diensten. 1. Tamboer Majoor 10. Tamboers, daar van 4. bij de twee kompanien, en 6. bij de Rekruten wacht 6. Fluiters daar van, 2. bij de twee kompanien en 4: bij de Rekrutenwacht 240. Gemeenen in twee kompanien verdeeld d=o aan de Rekruten wacht 19. 100. Europeesche Artillerij, daar van 1. kapitain 450. 1. die Transporteere Europeesche Infanterij 1. Majoor 1: Kapitain - 1 kapitain Luitenant - 5 Luitenants- 10 Vaandrigs 26 - Serjants - 6 Fluiters - - 260 Gemeenen - - 30 Korporaals - - - - - „ „ - - 1 Tamboer Majoor - - - - - - - - - - - 10 Tamboers - - - - - - „ „ - - - - 2 - Ordinaire vuurwerkers - - - - „ „ 2 Ordinaire Luitenants - - - - a ider -- 2. Extra ordinaire v:n - - - - - „ „ 1. . kapitain - - - - - - 3 Extra ordinaire _o - - - - - „ „ - 10 Bombardiers - - - - - - „ 10 kanoniers - - - 1 Tamboer - - 60 Gemeenen - - - - - 1. Fluiter - - - - - - Artillerij - - - - - à ider - - - - - „ „ - - „ „ - - - - — — — - „ - - . — - – . – „ „ – – - — — — „ „ „ -- - --- - - - - „ „ - - - - —— - —„

NL-HaNA_1.04.02_3849_0183 view scan ↗

English

74 Indian Money Counts as paid in the Netherlands at 20 earning wage stivers to the guilder Wage, Board, Rations, House rent, Firewood, Together - - ƒ 150 — ƒ 150: — ƒ 12. 10. ƒ 49. 18 — ƒ 35. 3. — ƒ 19. 4 — ƒ 9 — ƒ 225. 15. — – - „ 80 – – „ 80 – – „ 60 – – „ 24. 19 – „ — – – „ 9. 12. – „ 6. -. - „ 100. 1. —. „. . „ 60 - „ 60 – – „ 45 – – „ 24. 19. – „ — –. – „ 9. 12. „ 6. - - „ 85. 1. - „ 50 - – „ 50. –. - „ 187. 10 – „ 72. 10. – „ — –: – „ 36 – „ — – – „ 296: —. . . „ 40 – „ 40 – „ 300 – – „ 145 – – „ — – – „ 72 – – „ — – „ 517 –: – – – – „ 22. – – „ 22 – – „ 429 „ 199 „ 1 – „ — - - „ „ 628. 11. – – – – - „ 16 – – „ 16 – – „ 360 – „ 90 – – „ 87. 7. 8 „ —— „ - „ 537. 7. 8. – – – - „ 18 – – „ 18. – „ 13. 10. – „ 7. 13. 8 „ — — „ —— — „ -. - „ 21. 3. 8 „ 9 — — „ 9 – – „ 67. 10 – „ 24. –. – „ 29. 2. 8 „ — - - „ 120. 12. 8 -- „ 9 – „ 9 - - „ 40 14 – „ 14. 8 – „ 17. 9. 8 „ — – - „ 72. 7. 8. - – – – – „ 16 – „ 11 – „ 2145. –. – „ 624. –. – „ 757. 5 — „ — – „ — -. - „ 3526. 5. – Counts - - - - - - - - - . ƒ 5760. 10. ƒ 1276. 8. 8. ƒ 926. 7. 8 ƒ 146. 8. — ƒ 21. — ƒ 6130. 14. — ƒ 80. – ƒ 80. — ƒ 60. — ƒ 24. 19 ƒ — ƒ 9. 12 – ƒ 6. ƒ 100. 11. - „ 50 - - „ 50 - – „ 75 „ 29 — - „ —- - „ 14. 8. - „ — —. - „ 118. 8. - „ 40. — „ 40 „ 60 – – „ 29 — – „ -- - „ 14. 8 – „ — – – „ 103 8. – „ 40 — „ 40. „ 160 – – „ 29 — – „ — — „ 14. 8 „ – . - „ 103. 8. — „ 30 „ 30 – – „ 67. 10 – „ 23. —. 8 „ - „ 90: 10. 8 - „ 20. – – „ 20 - „ 150. – – „ 76. 15. — „ — – – „ „ 226. 15. — - . „ 14 „ 14 „ 189 — „ 54 — „ — „ „ 243. — „ 9 „ 9 - - „ 6. 15 - „ 1. 9 „ 1. 16 „ -- - „ 10. —. — – – „ 9 – „ 9 „ 6. 15 „ 1. 9 – „ 1. 16 – „ —– – „ — - – „ 10 —. „ . . . „ 11 „ 11. –. „ 495. – – „ 87. –. – „ 108. 15. „„ –– „ 690: 13: — - - - „ 11. — „„ ƒ 1170. – — ƒ 355. 1.8 ƒ 112. 7. - ƒ 52. 16 — 6. —. ƒ 1696. 15. 8. Easterners. 2 Captains 2 Lieutenants 2 Ensigns 10 Sergeants 10 Corporals 2 Drummers 2 Fifers 170 Privates 100 Privates 1 Captain 2 Lieutenants 1 Ensign 4 Sergeants 5 Corporals 4 Drummers 1 Fifer 135 Privates Malabar Sepoys each Native Artillerists each each 75 earning as paid in the Netherlands Counts— Counts- - Indian Money at 20 stivers to the Guilder: Wage, Board, Rations, House rent, Firewood, Together Wage ƒ 48: ƒ 96 ƒ 37. 16. ƒ 3: 12: 8 ƒ ƒ 137: 8: 8 ƒ 28. 14 - „ 57. 12. „ 25. 4. – „ – 3. 12. 8 „ — „ – - – „ 86. 8. 8. „ 19. 4 „ 38. 8 „ 25. 4 - „ 3. 12. 8 „ — „ – –. – „ 67. 4. 8 „ 12. — „ 120. „ 48: „ 18. 2. 8 „ – „ 186. 2. 8. „ 9. 12. „ 96 – – „ 24 – - „ 18. 2. 8 „ „ 138. 2. 8. „ 9 —: „ 13. 10. „ 2. 18. „ 3. 12. 8 „ „ 20. — 8. „ 9 — „ 13. 10. „ 2. 18. – „ 3. 12. 8 „ – –. – „ 20. —. 8. „ 7. 4 „ 1224. –. – „ 306. – . „ 308. 2. 8 „ „ 1838. 2. 8. ƒ ƒ 1659. – ƒ 472: – ƒ 362. 10. — ƒ ƒ 2493: 10: — Rup:s 4. . . . . ƒ 600 – — ƒ 200 – „ ƒ — ƒ 800: — Rup 9¾. — - „ 14. 12. 8 ƒ ƒ 2. ƒ 16. 12 8 „ 5¼ „ 15. 15 „ „ 4 — – „ „ 19. 15 „ 5¼. „ 7. 17. 8 „ – „ 2 – „ — „ - - - „ 9. 17. 8. „ 4½ 27. — „ –- „ 8 – – „ — – – „ — – „ 35 –. „ 4¼ 31. 17. 8 „ — - -. „ 10 — „ — „ - -. „ 41. 17. 8. 6 - - „ 11 „ 2 „ — –— „ — – „ 11. — 6. „ 9 „ 1 2. - – „ –– „ 9 4. - — „ 270 „ 810. — „ „ 1080. —. — ƒ 925. 2. 8 ƒ – ƒ 300. — - ƒ 1225. 2. 8. 3 Chief Moepas - 6 Lesser Ditto- 9 Sergeants - - 9 Corporals - - - - - - - 3 Drummers - - 270 Privates - - - - - Summary of the above European Infantry- Easterners Native Artillerists - - - - - - Malabar Sepoys - - - - Artillerists - - - - - - - Chegos- each Chegos 76 Indian Money Earning Wage Wage, Board, Rations, House rent, Firewood, Together 9¼ ƒ 41. 12. 8 ƒ — — – ƒ 3 — ƒ — — ƒ — — ƒ 44. 12. 8. „ 6.¼. „ 56: 5 „ — – – „ 6 – – „ — – – „ — – – „ 62: 5: – - „ 4½ – „ 60. 15 „ — — — „ 9. — „ — „ — – – „ 69: 15: -. - „ 4¼ „ 57. 7. 8 „ — — — „ 9 - — „ – . - „ —. —. „ „ 66. 7. 8. -. - - - „ 6. - - „ 27. –. – „ — – – „ 6 – – „ — – – „ — – – „ 33. – – – „ 4 – „ 1620. –. „ — – – „ 270 – – „ — . – „ — - „ 1890. –. – Rup Counts ƒ 1863 — ƒ — ƒ 303: — ƒ ƒ 2166: — ƒ ƒ 3760: 10 ƒ 1276: 8. 8 ƒ 926: 8: 8 ƒ 146. 8 ƒ 21 ƒ 6130. 14. — --. - - „ 1170 – „ 355. 1: 8 „ 112. 7 „ 52. 16 „ 6 1696: 15: 8 . - - „ 1659. – „ 472. –. „ 362. 10. „ — „ — „ 2493: 10. - - – – – „ 600. – „ — – „ 200. – – „ — . - „ 800 —. — - - - - – „ 925: 2: 8 „ —. – „ 300: „ – „ —: – „ 1225: 2. 8 – – – – „ 1863. –. – „ —. –. – „ 303: - „ — – – „ 2166: —: — Together - - ƒ 9978. 8 ƒ 2400. . ƒ 2204. 8 ƒ 199. 4 ƒ 27 — ƒ 14512: 2: § 43. It will probably seem strange that I make no mention of Clerks, Citizens, Craftsmen, and Sailors, who in a siege must take part in the defense, but as true as this latter is: so certain it also is that they cannot be accounted for among the actual combatants, because in time of peace they attend to their daily occupation, and in a siege must be employed in so many other duties, that they cannot be drawn into the actual defense or garrisoning of posts. § 44. Thus, for example, the Clerks, who total twenty, and of whom at least half had to remain in the offices, and the white Citizens, who according to the latest brief strength return comprise only 107 heads, the greater half of whom is old and infirm, would find their work in the warehouses, the arsenal, the armory, and other administrative departments, to help make the distributions and keep record thereof.

Dutch transcription

74 Indiasch Geld Telt als in Ne„ „terl betaald word tegens 20 winnende gatie stvx id gulden Gasie, Kostgeld, Rrandsoen, huishur, brandhout, te zaamen - - ƒ 150 — ƒ 150: — ƒ 12. 10. ƒ 49. 18 — ƒ 35. 3. — ƒ 19. 4 —ƒ 9 — ƒ 225. 15. — – - „ 80 – –„ 80 – –„ 60 – – „ 24. 19 –„ — – – „ 9. 12. – „ 6. -. - „ 100. 1. —. „. . „ 60 - „ 60 – –„ 45 – – „ 24. 19. – „ — –. – „ 9. 12. „ 6. - - „ 85. 1. „ 50. –. - „ 187. 10 – „ 72. 10. –„ — –: –„ 36 –„ — – – „ 296: —. -„ 50 - –„ . . „ 40 – „ 40 – „ 300 – –„ 145 – –„ — – – „ 72 – – „ — –„ 517 –: – 22 – – „ 429 „ 199 „1 –„ — - -„ „ 628. 11. – – – – „ 22. – –„ 16 – – „ 360 – „ 90 – –„ 87. 7. 8„ ——„ - „ 537. 7. 8. – – – - „ 18 – – „ 18. – „ 13. 10. – „ 7. 13. 8 „ — —„ —— —„ -. - „ 21. 3. 8 9 – – „ 67. 10 – „ 24. –. – „ 29. 2. 8„ — - - „ 120. 12. 8 —— „ „ 9 - - „ 40 14 – „ 14. 8 – „ 17. 9. 8„ — – - „ 72. 7. 8. — –„— 11 – „ 2145. –. – „ 624. –. – „ 757. 5 —„ -. - „ 3526. 5. – Telt - - - - - - - - - . ƒ5760. 10. ƒ 1276. 8. 8. ƒ 926. 7. 8 ƒ 146. 8. — ƒ 21. — ƒ 6130. 14. — „ 9 — —„ -- „ 9 – „ - – – – – „ 16 – „ ƒ 80. – ƒ 80. — ƒ 60. — ƒ 24. 19 ƒ — ƒ 9. 12 – ƒ 6. ƒ 100. 11. - „ 50 - -„ 50 - –„ 75 „ 29 — -„ —- -„ 14. 8. - „ — —. - „ 118. 8. - -- -„ 14. 8 –„ — – – „ 103 8. – „ 60 – –„ 29 — –„ 40 „ 40. — „ — „ 160 – –„ 29 — –„— „ 14. 8 „ „ 40 —„ – . - „ 103. 8. — 40. „ 67. 10 –„ 23. —. 8„ -„ 90: 10. 8 30 „ 30 – –„ „ —— -„ - „ 20. – – „ 20 „ 150. – – „ 76. 15. —„ — – –„ „ 226. 15. — „ - . „ 14 „ 14 „ 189 — „ 54 — „ — „ „ 243. — „ 9 - - „ 6. 15 - „ 1. 9 „ 1. 16 „ -- -„ 10. —. — „ — – – „ 9 –„ 9 „ 6. 15 „ 1. 9 –„ 1. 16 –„ —– –„ - – „ 10 —. 11. –. „ 495. – – „ 87. –. – „ 108. 15. „„ ––„ 690: 13:— „ ƒ 1170. – — ƒ 355. 1.8 ƒ 112. 7. - ƒ 52. 16 — -„ 9 „ „ . . . „ 11 „ - - - „ 11. —„„ 6. —. ƒ 1696. 15. 8. - - - -- Oosterlingen. 2. kapitains 2 Luitenants 2 Vaandrigs- 10 Sersants 10 Korporaals - 2 Tamboers - - 2 Fluiters - - 170 Gemeenen - 100 Gemeenen 1. kapitain 2 Luitenants 1 Vaandrig 4. Sersants 5 Korporaals 4 Tamboer- 1 Fluiter 135 Gemeenen Malabaarsche Sipais a ider Inlandse Artilleristen aider „ a ider „ „ — „ „ „ „ - - - „ „ - - - „ „— - „ „— „ „ 75 winnende als in Nederl betaald word Telt— Teld- - Andiasch Feld tegens 20. sluij is Guld: Gasien kialt geld, Randsoen huishuiden brandkodut Te zaamen Pasie ƒ 48: ƒ 96 ƒ 37 46:1 ƒ 3:12:8ƒ ƒ 137: 8: 8 ƒ 2814 -„ 57. 12. „ 25. 4. –„ – 3 1. 8„ —„ – - –„ 86. 8. 8. „ 19. 4„ 38 8 „ - 254 -„ 3. 12. 8 „ —„ – –. –„ 67. 4. 8 „ „ 12. —„ „ 120. „ 48: „ 18. 2. 8„ –„ 186. 2. 8. „ –„ 96 – – „ 24 – - „ 18. 2. 8„ „ 138. 2. 8. „ 13. 10. „ 2. 18. „ 3. 12 8„ „ 20. — 8. „ „ 13. 10. „ 2. 18. – „ 3. 12. 8„ – –. –„ 20. —. 8. 9 — „ „ „ „ 1224. –. – „ 306. – . „ 308. 2. 8„ „ 1838. 2. 8. 7. 4„ „ ƒ ƒ1659. – ƒ 472:– ƒ 362. 10.—ƒ ƒ2493: 10: — -„ 9. 12. „ „ 9 —:„ ƒ— ƒ 800: — Rop:s 4. . . . . ƒ 600 – — ƒ 200 –„ Rop 9¾. — - „ 14. 12. 8ƒ ƒ 2. ƒ 16. 12 8 „ 5¼ „ 15. 15 „ „ 4 — –„ „ 19. 15 „ 5¼. „ –„ 2 –„ — „ - - - „ 9. 17. 8. 7. 17. 8„ –- „ 8 – –„ — – –„ — – „ 35 –. 27. —„ „ — - -. „ 41. 17.8. 31. 178„ —. – „ 10 — „ — „ „ „ 11 „ 2 „ „ „ 9„ 1 — –—„ — – „ 11. — 2. - –„ ––„ 9 „ „ 270 „ 1080. —.— —„ 810. —„ „ 4½ „ 4¼ 6 - - „ 6. ƒ 925. 2.8ƒ –ƒ 300. — -ƒ 12252. 8. „ „ - „ „ „ 4. - — 3 Groote Moepas - 6 kleene A=o- 9: Serjants. - - 9 Korporaals - - - - - - - „ „ - - - - - 3 Tamboers. - - 270 Penieenen - - - - - Sommarium op d' voorenstaande Europeesche Jnfanterij- Oosterlingen Inlandsche Artilleristen - - - - - - Malabaarsche Sipais - - - - Artilleristen - - - - - - - Chegos- --a ider Chegos - „ „ - „ „ - . . . „ „ - - - - -. „ „ - - - . - ..- - - - - -. -- - 76 Indiasch Geld Winneende Gasie Pasie, kostgeld, Randsoen, huishuur Brandhout, Tezamen 9¼ ƒ 41. 128 ƒ — — –ƒ 3 — ƒ — — ƒ — — ƒ 44. 12. 8. „ 6.¼. „ 56: 5„ — – –„ 6 – –„ — – – „ — – –„ 62: 5: – -„ 4½ –„ 60. 15 „ — — —„ 9. — „ —„ — – –„ 69: 15: -. - „ 4¼ „ 57. 7. 8„ — — —„ 9 - —„ – . - „ —. —. „ „ 667. 8. -. - - - „ 6. - - „ 27. –. – „ — – –„ 6 – –„ — – –„ — – – „ 33. – – – „ 4 – „ 1620. –. „ — – – „ 270 – –„ — . –„— -„ 1890. –.– Rop Telt ƒ1863 — ƒ — ƒ 303:—ƒ ƒ2166: — ƒ „ - - - ƒ376:10 ƒ126: 8 8 ƒ926: 8:8 ƒ 146. 8 ƒ 21 ƒ 6130. 14. — --. - - „ 1170 – „ 355. 1: 8 „ 112. 7 „ 52. 16„ 6 1696: 15: 8 . - -„ 1659. – „ 412. –. „ 362. 10. „ — „— „ 243: 10. - - – – – „ 600. – „— –„ 200. – –„ „ — . - „ 800 —. — - - - - – „ 925:2:8„ —. – „ 300: „ –„ —: – „ 125: 2. 8 – – – – „ 1863. –. –„ —. –. –„ 303: -„ — – – „ 2166: —: — Te zaamen - - ƒ 978 8 ƒ2400. . ƒ204. 8 ƒ 19 4 ƒ 27 — ƒ14517:2: § 43. Het zal denklijk vreemd voorkomen, dat ik geen gewag maake van Pennisten, Bur„ „gers, Ambachtsgezellen en Matrozen, die in eene beleegering deel aan de verdeediging neemen moeten, doch zoo waar als dit laaste is: zoo zeeker is het ook, dat men de„ „zelven onder de eigentlijke kombattanten niet kan in reekening brengen, wijl ze„ in tijd van vreede, hun dagelijx beroep waarneemen, en in eene beleegering tot zoo veel andere diensten gebruikt worden moeten, dat ze tot de eigentlijke defensie of bezetting van posten, niet kunnen ge„ „trokken worden. § 44. zoo zouden, bij voorbeeld, de Pennisten, die in allen twintig zijn, en waar van ten minsten de hefte op de kantooren blijven moest, en de blanke Burgers, die volgens de jongste korte sterkte maar 107. koppen uit„ „maaken, waar van de Grootste helft oud en gebrekkig is, in de pakhuiszen, het arsenaal, de wapenkamer en an„ „dere administraatsiën hun werk vinden, om de verstrekkingen te helpen doen, en daar van aanteekening te houden

NL-HaNA_1.04.02_3849_0189 view scan ↗

English

77 to maintain; a work of more trouble and importance than one might think at first consideration, because in a siege the magazines must stand open day and night, and very much can depend upon a prompt distribution of what is demanded. §45. Of the black citizenry, which according to the latest brief strength return consists of 440 head, but is scattered throughout the entire surrounding country, perhaps no more than half could be brought within the fortress during a siege, and of those the craftsmen, such as masons, sawyers, carpenters, alongside the few Company journeymen, would have to be employed in the daily services of their profession; the uncovering of houses, pulling down of buildings that have caught fire, raising of walls, etc.; for the making of palisades, cheval-de-frise, picket stakes, etc. The rest would have to serve on the fortifications, the making of fascines, the filling of sandbags, the throwing up of traverses, etc.; further, for the carrying away of the dead and wounded, for attending in the kitchens and in the hospital, for the burying of the dead, and a hundred other things besides. §46. The sailors would be necessary for manning the narrow-boat, which serves to be placed for protection in front of the entrance of the boom before Sloterdijk, and on the vessels which during the siege must above all things be posted on picket duty at night in the river, from the point Overijssel down to Stroomburg, where the fortress is weakest, and where without this precaution one would thus have to fear a violent assault (attaque d'emblée) by a bold enemy on dark nights; a portion would be needed on the small craft in the city moats, for ferrying people into and out of the covered way, and for further communication between this and the fortress. And the remainder of the sailors, with whatever might still be left over of the craftsmen and citizens, would by far not suffice 78 to fill the deficient number of European artillerymen. §47. But the western governments must come to each other's aid in time of war, and this takes place especially between Ceilon and Malabaar. §48. This is true in itself, and quite considerable weight is attached to this proposition; it is therefore necessary to examine it more closely, for if one were to count on this too much in theory, or more than would be found in practice, such an overly extensive confidence in it might very well be the cause of one or another establishment being rapidly lost. §49. After having remarked in passing that our garrison is far too small to send a detachment from it elsewhere (to which the Malabaar Sipahis and Sjegos could also not be moved), and that the help which Ceilon can receive from here consists solely in the supply of rice, wheat, and other provisions, I shall confine myself solely to the investigation of how far Ceilon could assist us with troops in time of need. §50. If we were to become involved in a war here with an indigenous power, without the peace on Ceilon being disturbed thereby, we would certainly have to expect assistance from there. §51. In the year 1776, when the Nabob Naider Alichan waged war against us, there were sent from Kolombo: 500 European infantry, 50 ditto artillery, and 200 Orientals, thus together 750 head; a noteworthy relief for these regions. But then the island found itself, both with respect to its garrisons and to internal peace, in the most favorable circumstances, upon which one cannot always rely, as has recently become evident once more when we had to fear a hostile invasion by Tipoe Sultan. §52. For then the entire relief consisted only of: 141 79 141 European infantry, 37 ditto artillery, and 115 Orientals, thus together of 293 head. §53. And the Ceilon government declared itself unable to provide more aid for the present. But when the Regiment de Meuron had arrived at Tutukorijn, four companies of the same were subsequently offered to us. §54. From these two examples it appears that against an indigenous enemy we may rely on the assistance of Ceilon, but that it cannot always turn out equally large, and that therefore in this case too our garrison ought to be so strong that we can at least initially offer resistance to the indigenous enemy who wishes to attack us. §55. But if we were to become involved in a war with a European power (and this seems principally to be the case that the Gentlemen Directors had in mind when they asked for a new plan of defense), Ceilon needs all its troops for its own security, and thus we can then expect no help from there whatsoever. §56. And the Director General has already rightly remarked on this in the fourth chapter of his plan, loc. cit., regarding the relief upon which one can rely, with these words: "Since one must presume that in a war with a European power Ceilon will certainly be attacked, and it is of far too much importance to an enemy to prevent Ceilon from sending relief to Malabaar or Malabaar to Ceilon, it appears certain that if one wishes to retain Malabaar, Cochim must be so strongly provided with troops, artillery, and ammunition, etc., that one could at least save oneself for some time, and in case of necessity support Ceilon, in which latter case the above-mentioned number (2289 head without, and 2639 head with the seafaring personnel and citizens) is still far too small to be able to spare anything of importance." §57.

Dutch transcription

77 houden; een werk van meer omslag en aange„ „liegenheid, dan men in de eerste beschouwing mogt denken, door dien in eene beleegering de Magazijnen dag en nacht moeten open„ „staan, en het op een prompte verstrekking van 't geen geeischt word, heel veel kan aankomen. §45. Van de zwarte Burgerij, die volgens de Jongste korte sterkte uit 440. koppen beslaat, doch door 't heele omliggende land verstroid is, zoude bij eene beleegering mogelijk niet meer dan de helfte binnen de vesting te brengen zijn, en daar van zouden de Am„ „bagtsgasten, als Metzelaars, houtzagers, Timmerlieden, nevens de weinige kompa„ „nies Ambagtsgezellen geemploieerd moe„ „ten worden tot de dagelijxe diensten van hun beroep; het afdekken van huizen, omversmij„ „ten van in brand geraakte gebouwen, ophaalen van muuren enz; tot het maaken van pallissaden, spaansche ruiters, piketpaalen enz De rest zoude moeten dienst doen aan de fortifikaat„ „sien, het maaken van fachinen, het vullen van zandzakken, het opwerpen van traver„ „sen „sen enz:, voorts tot het wegdraagen van Doo„ „den en geblesseerden, tot het oppassen in de kombuizen, en in het hospitaal, tot het be„ „graaven van Dooden, en honderd andere dingen meer. § 46. De Matrozen zouden noodig zijn, tot het bemannen van het smalschip, het welk voor den ingang van de boom voor Sloterdijk tot bescherming diend geplaatst te worden, en op de vaartuigen, die men voor alle dingen geduurende de beliegering snachts in de rivier diend op brandwacht te leggen, van de punt Overijssel af tot aan stroomburg, waar de vesting het zwakste is, en men dus zonder deeze prekautsie van een Houtmoe„ „digen vijand bij duistere nachten eenen ge„ „weldigen aanval (attacque d'Emblee:) zoude te duchten hebben; Een gedeelte zoude noodig zijn op de vaartuigjes in de stads„ „grachten, tot het overzetten van volk in en uit den bedekten weg, en de verdere kom„ munikaatsie tusschen deezen en de vesting, En de rest van de Matrozen, met het geen van de Ambagtsgasten en Burgers noch mogt overschieten, zoude op verre na niet toereiken. 78 toereiken, om het ontbreekende getal aan de Europeesche Artilleristen te vervullen. §. 47. Maar de westersche Goevernementen moe„ „ten malkander in tijd van Oorlog te hulp koomen, en dit heeft in zonderheid plaats tusschen Ceilon en Malabaar. §. 48. Dit is op zich zelve waar, en men hecht aan deeze stelling al vrij wat gewigt, het is dus noodig, dezelve nader te onderzoeken, want indien men hier op in de theorie te veel ree„ „kende, of meer dan in de praklijk zoude on„ „dervonden worden: zoo zoude het al te ver uitgestrekte vertrouwen op dezelve veel licht oorzaak kunnen worden, dat het een of ander Etablissement schielijk ver„ „looven ging. §. 49. Na in 't voor bij gaan aangemerkt te heb„ „ben, dat ons Garnisoen veel te kleen is, om er een detachement van naar elders te zenden, (:waar toe de Malabaarsche Sipahis en sjegos ook niet zouden te beweegen zijn/ en dat de hulpe, die Ceilon van hier ont„ „vangen kan, alleen in de toevoer van rijst, tarive en andere levensmiddelen bestaat, zal ik mij alleen bepaalen tot het onderzoek, in in hoe ver Ceilon ons, in tijd van nood, met volk zoude kunnen bijspringen. §. 50. Wanneer wij hier met een inlandsche Mo„ „gendheid in Oorlog mogten raaken, zonder dat daar door de rust op Ceilon gestoort wierd, zoo zouden wij van daar zeekerlijk bijstand te wachten hebben. §51. Jn 't Jaar 1776. waaneer de Nabab Nai„ „der Alichan, ons beborloogde, zond men van Kolombo 500. Europeesche Jnfanterij. _o Artillerij en 50. 200 Oosterlingen, dus tez: 750. koppen; een naamwaardig ont„ „zet voor deeze gewesten; Doch toen be„ „vond het Eiland zich, zoo wel ten opzichte van deszelfs garnisoenen, als van de inwendi„ „ge rust, in de gunstigste omstandigheeden, waarop men niet altijd reekenen kan, gelijk „noch dit nu onlangs „ gebleeken is, toen wij voor een vijandigen inval van Tipoe sultan moesten vreezen. §52. Want toen bestond het heele ontzet maar uit 141 79 141. Europeesche Infanterij do Artillerij en 37. 115 Oosterlingen, dus tezaamen uit 293. koppen. § 53. En de Ceilonsche Regeering betuigde voor eerst niet meer hulpe te kunnen geeven. Doch toen het Regiment van Meuron te Tutu„ „korijn aangelandt was, wierden ons nader vier kompanien van hetzelve aangebooden. §54. Uit deeze twee voorbeelden blijkt, dat wij tegen een inlandschen vijand op den bij„ „stand van Ceilon reekenen mogen, doch dat dezelve niet altijd eeven groot kan uit„ „vallen, en dat derhalven ook in dit geval ons garnisoen zoo sterk behoord te zijn, dat wij den inlandschen vijand, die ons aantasten wil, ten minsten in den beginne tegenstand bieden kunnen. §55. Doch, wanneer wij met eene Europeesche Mogendheid in oorlog mogten raaken (:en dit schijnt voornaamlijk het geval te zijn, waar op de Heeren Majores gezien hebben, toen zij een nieuw plan van defensie vroe„ „gen:/ zoo heeft Ceilon alle zijne troepen tot eige veiligheid noodig, en dus kunnen wij wij als dan in 't geheel geene hulp van daar verwachten. 5. 56. En dit heeft de Heer Direkteur Generaal in het vierde Hoofdstuk van zijn Plan L: C: over het sekoers, waar op gereekend kan wor„ „den, reets ten rechten aangemerkt met dee„ „ze woorden Dewijl men veronderstellen moet dat „bij een Oorlog met een Europeesche Mo.„ „gendheid Ceilon vast zal aangelast worden, „en er een vijand al te veel aangeleegen is „om te beletten, dat Ceilon sekoers naar „de Malabaar of de Malabaar naar Ceilon „zende: zoo blijkt het vast, dat wanneer „men de Malabaar behouden wil, Cochim „zoo strek van volk, Artillerij, en Am„ „monietsie W:' diend voorzien te zijn, dat „men zich ten minsten eenigen tijd lang, „zelfs zoude kunnen redden, en bij nood„ „zaaklijkheid Ceilon sekundeeren, in „welk laaste geval het boven gemelde ge„ „tal (:2289. koppen zonder, en 2639. kop„ „pen met de Zeevaart en Burgers :/ noch „veel te geving is, om iets van belang te „kunnen missen.„ 557.

NL-HaNA_1.04.02_3849_0195 view scan ↗

English

80 Section 57. I rest assured that upon a careful examination it will be found that, in this plan and the budgeting of the Militia for this Government, I have not proceeded arbitrarily, but according to rules drawn from the condition of our fortifications and from other circumstances, and that I have observed as much economy therein as could be done without recklessly exposing the Company's possessions to visible danger of surprise attack; and this will become further apparent from what I shall now present concerning Aikotte and Kranganoor. Section 58. Aikotte is the northern end of the island of Baipin, bordering on the west upon the Sea, on the north upon the Kranganoor river, and on the east upon the Koetsiem river, while to the south it is separated from the rest of the Island by a line which the King of Trevankoor, with the permission of the King of Koetsiem, caused to be thrown up in order to complete his northern line from the mountains down to the Seashore, which line, however, is made merely of earth and so miserably poorly that an enemy would not be detained by it for a single moment. Section 59. This post is presently, now that the Nawab Tipoe Sultan occupies the country on the opposite side, of great importance; for if he were to take it by surprise, he would be Master of all Baipin, from where, as often as he pleased, he could invade the country of the King of Trevankoor, or plunder our Jewish town and the village of Mattanseeri, where the warehouses of our merchants stand and all trade goods are stored, and trouble Koetsiem itself. Section 60. For this reason, in the Year 1776, when Haider Alichan, father of Tipoe, wrested the lands of Settua and Paponettij from us and extended the boundaries of his dominion up to the aforementioned river, the entire bank of Aikotte along the same was fortified with a breastwork and several batteries, and a heavy detachment was stationed there, which since then, according to circumstances, and especially when the Nawab was at war with the English, was indeed reduced, yet always maintained at a considerable number; and in this Year, when Tipoe marched toward this quarter with a mighty Army and a hostile design upon these lowlands was suspected, it had to be increased again from two hundred and seventy-two to over five hundred men, which, so long as this ambitious and warlike prince remains our neighbor, cannot be reduced too much without exposing the Company to the loss of that post, and thus to the further disasters and calamities to be feared therefrom. Section 61. When I therefore set the detachment for this post in time of peace and quiet at only two hundred men, this is not done under the notion as if such a small force would be sufficient to ward off a hostile attack upon the outbreak of a War, but solely to prevent being surprised in the midst of peace, which would certainly be undertaken by Tipoe or his Governors as soon as that post were too greatly stripped; rather, it is done with the intention of securing this post against an unexpected raid, since, if the Nawab wishes to undertake anything in force, there is time enough to reinforce it from our garrison. Yet even for this purpose, two hundred men would not suffice on account of the extent of the terrain, were it not that Trevankoor had allowed itself to be persuaded to contribute one hundred men of the koenje koettis to the garrison, who are relieved every three months and, as long as they lie in camp, stand under the orders of our commander without costing us a single duit. Section 62. Kranganoor is a small fort on the opposite side of the river of that name, an easy hour's walk from the sea, and situated close to the stream that comes down from Settua and Paponettij and falls into the aforementioned river near the fort. It is thus so advantageously placed in the angle formed by these two rivers that nothing can come down by water from Paponettij without passing it; of which, therefore, an enemy wishing to conquer the lowlands from that quarter must first make himself Master in order to keep his rear clear and the communication behind him open; for which reason it has also, with great cause, been regarded from of old as the key to Southern Malabar. Section 63. It is therefore at present, now that the frequently mentioned Nawab is our nearest Neighbor on that quarter, of the highest necessity to take proper care of this fort, in order not to be suddenly taken by surprise in time of peace, and to be able to endure a formal siege in time of war. Section 64. To attain the first objective, a garrison must constantly lie there large enough, during reliefs, to occupy the main rampart and gates, and to serve the artillery, for which two hundred men certainly

Dutch transcription

80 §57. Ik houde mij verzeekerd, dat bij een nauwkeurig onderzoek zal bevonden wor„ „den, dat ik, bij dit plan en het begrooten van de Milietsie voor dit Goevernement, niet willekeurig te werk ben gegaan, maar naar regels, die van de gesteldheid onzer vestingwerken en van andere omstan„ „digheeden geabstraheerd zijn, en dat ik daar bij de zuinigheid zoo veel betracht hebbe, als geschieden kost, zonder 's komp=s bezittingen roekeloos aan zichtbaar gevaar van overrom„ „peling bloot te stellen, en dit zal nader blijken, uit het geen ik thans van Aikolte en kran„ „ganoor ga voorstellen. §. 58. Aikotte is het noord=einde van het eiland Baipin, paalende ten westen aan de Zee, ten noorden aan de Kranganoorsche, en ten Oosten aan de koetsiemsche rivier, terwijl het ten zuiden van het overige Eiland afgescheiden word door een linie, die de koning van Tre„ „vankoor, met verlof van den koning van Roetsiem, heeft laaten opwerpen, om zijne noorderlinie, van het gebergte af tot Zeestrand toe, te voltoijen, doch welke linie eenlijk van aarde en zoo elendig slegt gemaakt is 5. 59. 5. 60. is, dat een vijand daar door geen ogenblik zoude opgehouden worden. Deeze post is thans, nu de Nabab, Ti„ „poe sultan het land van d' overkant bezet, van groote aangeleegenheid, want als hij dezelve overrompelde, zoude hij van heel Baipin Meester zijn, van waar hij, zoo dikwils het hem lustede, in het land van den Koning van Tre„ „van koor invallen, of onze Joodenstad en het vlek Mattenseevi, daar de pakhuizen van onze kooplieden staan, en alle handelwaaren opgelegt worden, uitplunderen, en koetsiem zelve ont„ „rusten kost. Om deeze reeden werd in 't Jaar 1776. toen Haider Alichan, vader van Tipoe, de landen van Settua en Papo„ „nettij ons ontweldigde, en de paalen zijner heerschappij tot aan gemelde. rivier uitzettede, de heele oever van Nikotte langs dezelve met eene borstwee„ „ring en verscheidene batterijen gefortificeerd, en daar een zwaar detachement geligt, het welk zeder„ naar 81 naar maale van de omstandigheeden, en voornaamlijk toen de Nabab met d' Engelschen oorloogde, wel vermin„ „derd, doch steets op een aanzienlijk getal gehouden is, en in dit Jaar, toen Tipoe met een machtig Leger naar de„ „zen kant afquam, en men een vijan„ „dig voorneemen op deeze beneeden landen vermoedede, wederom van twee honderd twee en zeeventig tot ruim vijfhonderd koppen heeft moeten vermeerderd worden, het welk men, zoo lange deeze heersch- en - oorlogs zuch„ „tige vorst onze nabuur blijft, niet al te veel kan verminderen, zonder de komp:e aan het verlies van die post en dus aan de daar uit te duchtene ver„ „dere rampen en onheilen bloot te stel„ „len. 5. 61. Wanneer ik derhalven het deta„ „chement, in tijd van rust en vreede„ voor deeze post maar op twee honderd koppen stelle: zoo geschied dit niet uit het begrip, als of zulk een geringe macht toereikende waare, bij bij een opkomenden Oorlog een vijandi„ „gen aanval af te keeren, maar alleen, om in 't midden van vreede niet overrompeld te worden, het geen vast door Tipoe of zijne Goeverneurs zoude ondernoomen worden: zoo dra men die post al te veel ontbloote. „de, maar het geschied met het inzicht, om deze post voor een onverwachten overval te bewaaren, terwijl men, als de Nabab iets met macht onderneemen wil, tijds genoeg heeft dezelve uit onze garnisoen te versterken; doch ook tot dit oogmerk zouden twee honderd koppen, wegens de uitgestrektheid van het tervein, niet toereiken, waare het het niet dat Trevankoor zich had laaten beleezen, honderd koppen koenje koettis tot de bezetting te kontribueeren, die om de drie maanden afgelost worden, en, zoo lange zij in 't kamp liggen, onder de orders van on„ „zen kommandant staan, zonder ons een duit te kosten. Kranganoor is een kleen fort aan d'overzij„ „de van de rivier van dien naame, eene groote uure gaans van de zee, en digt aan de spruit geleegen, die van settua en Paponettij af„ „komt 5. 62. 82 564. „komt, en bij het fort in de eevengemelde ri„ „vier valt, hetzelve is dus in de hoek, die deeze twee rivieren formeeren, zoo voordeelig aan„ „gelegt, dat niets van Paponettij te water kan afkomen, zonder hetzelve te passeeren, waar van dus een vijand, die van dien kant de beneedenlanden konquestreeren wil, zich eerst diend Meester te maaken, om zijne rug„ „ge vrij en de kommunikaatsie achter zich open te houden, weshalven, hetzelve dan ook met veel reeden van ouds voor de sleu„ „tel van Zuidermalabaar gehouden is. : § 63. Het is derhalven tegenwoordig, nu meer„ „melde Nabab van dien kant onze naaste Buurman is, ten hoogsten noodzaaklijk voor dit fort behoorlijke zorg te draagen, om in tijd van vreede niet plotsling over„ „rompeld te worden, en in tijd van oorlog een formeele beleegering te kunnen ver„ „duuren. Om het eerste oogmerk te bereiken, diend daar steets een garnisoen te liggen, groot ge„ „noeg, om, bij aflossing de kapitaale wal en poorten te bezetten, en het geschut te bedie„ „nen, waartoe twee honderd koppen voor zeker

NL-HaNA_1.04.02_3849_0200 view scan ↗

English

certainly not be calculated too generously. Section 65. And to satisfy the second requirement, an adequate supply of munitions and provisions must always be on hand there, and upon the slightest probability of hostile intentions, the necessary reinforcement must be sent from Koetsiem. What has been said thus far regarding Aikotte and Kranganoor pertains solely to the Nabob Tipoe Sultan, who always remains a dangerous neighbor and is never to be trusted. However, a European enemy would undoubtedly attack the main fortress first, being well assured that if it were captured, the rest would surely follow. Thus, if we were to become involved in a war with a European power, and were hostily attacked by the same on this coast, one should immediately summon all the able-bodied men from Aikotte and Kranganoor to reinforce our garrison, and leave there only some invalids and lascars as a token of ownership and possession. Section 66. But now the question naturally arises of its own accord whether Kranganoor and Aikotte are of such great importance to the Company as to spend such heavy costs on them annually, and the investigation into this is all the more in its proper place here, because Your High Excellencies, by resolution of 3 October 1786, in accordance with the desire of the Gentlemen Masters expressed in the General Letter of 5 November 1785, have explicitly ordered the same. Section 68. With regard to Fort Kranganoor, there has been uncertainty from the very beginning as to whether it ought to be maintained or demolished. Concerning this, the Ordinary Councilor Jan Schreuder of late memory gave a historical account in his considerations on the state and establishment of the Company in Malabaar, and based his opinion thereon that the same was to be regarded as entirely useless, and that the Company's interest required it to be blown up as soon as possible, and that only a warehouse with a few servants should be maintained there for the purchase of pepper, the levying of tolls, and the collection of the dues of Paponettij. Whereupon Your High Excellencies, by marginal resolution of 5 April 1764, resolved to relieve the Company of this useless burden, at least for the greatest part, to raze the fortifications, and to retain one of the suitable dwellings with a warehouse for storing the pepper, and to reduce the number of servants to five Europeans and five natives. Section 69. The Extraordinary Councilor Christiaan Lodewijk Senff of late memory, in his well-known treatise on Malabaar of 15 April 1770 and the appendix of 14 March 1771, brought forward several arguments against the demolition of this fort and likewise of the forts Settua and Koilang, whose demolition had also been advised by Mr. Schreuder and decided upon by Your High Excellencies, through which Your High Excellencies, as appears from the secret letter of 1 October 1771, were moved to leave the said forts, and thus also Kranganoor, as they are, which was approved by the Gentlemen Masters by letter of 15 October 1772. Section 70. But the state of affairs has since changed in such a manner that the reasons which then seemed to plead for the maintenance of Kranganoor, to which I restrict myself here, for a part no longer exist at all, and for the remainder have lost most of their weight, while time has brought about new circumstances which, in my view, seem strongly to advise the abandonment of that fort. Section 71. Among the reasons that no longer exist at all belongs the first argument in sections 20, 21, 22, and 23, derived from the dominion over the inland waters that is attributed to the possession of Settua, Kranganoor, and Koilang; for Settua has since been lost, besides the fact that this first argument was also based on the hypothesis that, outside the three rivers that were closed by these forts, no export of products between them was possible, of which the contrary could already have been evident at that time at Porka and Great and Little Aiwike, and has in these days become further evident at Alepe. Section 72. To this also belongs the second argument in sections 24 and 25, that Kranganoor was necessary for the preservation of Paponettij and the further gardens and lands, for those have since likewise been lost. Section 73. It is the same with the argument in section 35, that Kranganoor served to keep the king of the kingdom of that name in check; for that king was driven out by Aider Alichan, and his kingdom is still possessed by Tipoe Sultan. Section 74. Furthermore, to this belongs the argument in the just-mentioned 35th section, that Kranganoor was to serve to keep open the navigation to Settua and Paponettij, for we no longer possess anything there. Section 75. Of the second nature is the argument that the native princes, if we did not possess those forts, would continually penetrate further

Dutch transcription

zeker niet te ruim gereekend worden. § 65. En om aan het tweede te voldoen, diend daar altijd een genoegzaame voorraad van krijgs„ en mond-behoeften aan handen te zijn, en bij de minste waarschijnlijkheid van vijandige voorneemens, de noodige versterking van Koet„ „siem gezonden te worden. Het geen tot dus ver van Aikotte en Kran„ „ganoor gezegt is, ziet alleen op den Nabab Tipoe sultan, die altijd een gevaarlijke na„ „buur blijft, en noit te vertrouwen is; Doch een Europeesche vijand zoude de hoofdvesting buiten twijfel eerst aantasten, wel verzee„ „kerd zijnde, dat, als die vermeesterd waare, de rest wel zoude volgen: dus zoude men indien men met een Europeesche Mogens„ „heid in Oorlog raakte, en door dezelve op„ deeze kuste Vijandig aangelast wierd, ten eersten al het weerbaare volk van Aikot„ „te en kranganoor tot versterking van ons garnisoen dienen op te roepen, en daar eenlijk eenige Jnvaliden en Las„ „norijns, tot een blijk van eigendom en bezit te laaten blijven. §67. Maar nu doed zich natuurlijker wij„ „ze 5. 66. 83 „ze de vraage van zelve op, of kranganoor en Aikotte voor de kompanie van zoo veel aan„ „geleegenheid zijn, om daar aan Jaarlijx zul„ „ke zwaare kosten te besteeden! en het onder„ „zoek daar van is hier welkeerder op zijn rech„ „te plaats, wijl uwe Hoogedelheeden, bij resoluutsie van den 3:e oktober 1786. in over„ „eenstemming met de begeerte van de Heeren Meesters, bij Generaale Missive van den 5. e November 1785. het zelve uitdruklijk gelast hebben. §. 68. Met opzicht tot het fort Kranganoor is men, van den beginne af aan, onzeeker geweest, of men het zelve diende aan te houden dan wel te demolieeren, waar van de Heer Raad Ordinair Jan Schreuder (:L:M:) in zijne bedenkingen over den staat en om„ „slag der kompanie te Malabaar, een histo„ „visch bericht gegeeven en daar op zijn ge„ „voelen gevestigd heeft, dat het zelve als ten eenemaal onnut aan te merken waare, en 's kompanies belang vereischte, het zel„ „ve, hoe eer hoe liever, te doen springen, „ tot en daar „ het inkoopen van peper, het heffen van tollen, en het innen der ge„ „rechtigheeden §. 69. „rechtigheeden van Paponettij, alleen een pakhuis met weinige Bedienden, aan te houden, waar op uwe Hoogedelheeden bij de marginale resoluutsie van den 5. e April 1764. beslooten hebben, de kompanie van deeze onnutte lastpost, ten minsten voor 't grootst gedeelte te ontheffen, de vesting werken te raseeren, en een der bequaame wooningen aan te houden, met een pak„ „huis tot berging van de peper, en 't getal der Dienaaren op vijf Europeeschen, en vijf Jn„ „landers te reduceeren. De Heer Raad Extra ordinair Christiaan Lodewijk Senff /:L: M:/ heeft bij zijne be„ „kende verhandeling over de Malabaar van den 15. ' April 1770. , en het aanhangzel van den 14=den Maart 1771. , tegen het demolieeren van dit Fort en teffens van de Forten Set„ „tua en Koilang, welker demolietsie al„ „mede van den Heer Schreuder aange„ „raaden, en bij uwe Hoogedelheeden gearresteerd was, verscheidene argumen„ „ten ter baan gebragt, waar door uwe Hoog „edelheeden blijkens sekreete Missive van den 1=ten oktober 1771. bewogen zijn, gemelde 84 gemelde forten /: en dus ook kranganoor:/ te laaten, als ze zijn, het geen van de Hee„ „ren Meesters, bij brief van den 15. e oktober 1772. geapprobeerd is. §. 70. Doch de toestand der zaaken is zeder der„ „wijze veranderd, dat de reedenen die toen voor het aanhouden van kranganoor, waar toe ik mij hier alleen bepaale, scheenen te plijten, voor een gedeelte, in 't geheel niet meer subsisteeren, en voor 't overige, het meeste van hun gewigt verlooren hebben, terwijl de tijd nieuwe omstandigheeden te wege gebragt heeft, die naar mijn in„ „zien, den afstand van dat fort sterk schij„ „nen aan te raaden. §. 71. Onder de reedenen, die in 't geheel niet meer bestaan, gehoord het eerste Argu„ „ment bij 520. 21. 22. en 23. afgeleidt van de heerschappij over het binnenwater, die aan de bezitting van Settua, kranganoor en koilang word toegeschreeven, want settua is zeder verlooren, behalven dat dit eerste argument ook gesteund heeft op de hijpothee„ „se, als of, buiten de drie rivieren, die door deeze forten geslooten wierden, geen uitvoer uitvoer van produkten tusschen dezelven mogelijk waare, waar van het tegendeel diertijds reets had kunnen blijken aan Porka en groot- en kleen Aiwike, en in deeze dagen nader aan Alepe gebleeken is. 3. 72. Hieronder behoord ook het tweede Ar„ „gument bij 524, en 25. , dat kranganoor noodzaaklijk was tot het behoud van Paponettij, en de verdere tuinen en lande„ „rijen, want die zijn zeder almede verlooren. zoo is het ook geleegen met het Argument § 35. dat kranganoor diende, om den ko„ „ning van het Rijk van dien naam in be„ „dwang te houden; want die koning is door Aider Alichan verdreeven, en zijn Rijk word noch van Tipoe Sultan bezeeten. §. 74. Noch gehoord hiertoe het argument bij eeven gemelde 35=te paragraf, dat Kran„ „ganoor dienen moest, de vaart naar settua en Paponettij open te houden, want wij bezitten daar niets meer. §. 75. Van de tweede natuur is het argument, dat de Jnlandsche vorsten, indien wij die forten niet bezaten, geduurig verder in„ 573. „dringen

NL-HaNA_1.04.02_3849_0205 view scan ↗

English

penetrate, and would make themselves masters of the Company's properties, for, so far as this applied to our former possessions between Settua and Kranganoor, it is entirely lapsed, and in so far as it might have referred to the islands and gardens between Kranganoor and Aikotte, it has lost most of its weight, as those have been sold, except for the Miskieten Island, which lies under Kranganoor and is of too little importance to maintain a fort for, and besides, can also be sold profitably. §. 76. One may also include under this the argument §27., that this fort, with the two others, would give special strength to Koetsiem. For in the time of the Samorijn it could possibly contribute something to that end, but now that Tipoe Sultan possesses that empire, Kranganoor and Aikotte are the only two places where this Nabab can attack the Company, and the necessity to keep both occupied with heavy detachments now serves not only as an oppressive burden for the Company, but also to weaken Koetsiem thereby, from whose possession the garrisons are taken. §. 77. The fifth argument §28. is derived from the prosperity of the city of Koetsiem, and is of so much weight that I will make it known here word for word, with the reasons that Mr. Senff has brought forward as proof and corroboration; it reads as follows: "Fifthly, it is impossible for Koetsiem to flourish without those forts, for the city itself and its surrounding district produce few products and even fewer provisions to attract foreigners thither. The principal items, and especially livestock, must come from the other side of the inland water. If the outlets thereof were not closed by the three forts, then the inhabitants of Kananoor, Telletseeri, Mahe, Kalikut, and Ansjenga, who in terms of provisions cannot possibly do without this region, would enter therein and buy their necessities at first hand. One could as little force them to come and fetch their needs from Koetsiem as one could force the countryman to bring his products and provisions to market there, and yet this is the only thing that provides a livelihood for the inhabitants, and consequently keeps the city in flourish." §. 78. The circumstances that gave rise to this argument at that time have since changed significantly. Kananoor presently has no European inhabitants, and the natives make do with the provisions of the land, of which, according to general report, there is also an abundance there; Tellitseeri, apart from some officers and three or four civil servants, also has no European colonists, and what they have bought up here consists of some poultry; at Mahé there are even fewer Europeans, and at Kalikut none at all, and the few who are at Ansjenga find their necessities in the land of Trevankoor, so that the entire consumption of provisions to those five places together probably does not amount to one thousand ropijen a year, and thus provides no livelihood for our inhabitants, nor keeps the city in flourish. §. 79. Besides this, this argument has lost much of its force because Settua was since wrested from us, and consequently that outlet can no longer be closed by us. §. 80. While, with particular regard to the closing of the river of Kranganoor, I observe that we have now also lost half of the authority over it, now that the Nabab possesses the lands on the opposite side, whom we can neither forbid nor dare prevent from free entry and exit on his side. §. 81. Besides that the export of provisions from the river would be of little importance to our city, since we obtain nothing from there except a little butter, which is brought by the poor inhabitants in very small lumps of one or two fanums to the Bazaar of Anjekaimaal, where the Black Jews and other buyers collect it and sell it in the city by single pounds. §. 82. I have permitted myself these brief remarks, not to refute the arguments of Mr. Senff, which certainly may have been weighty at that time, but to show that, on account of the great changes that have occurred since, they no longer apply, and I will now briefly demonstrate the new circumstances which, in my view, strongly advise the cession of that fort. And since they are also applicable to Aikotte, I will include this post under it as well. §. 83. When Mr. Senff wrote his treatises, we possessed Settua and Paponettij, and had little to fear from the Samorijn, especially after the King of Trevankoor had annexed the lands of Paroe and Mangattij from the King of Koetsiem, against whom the Samorijn was no match; wherefore Kranganoor at that time needed only a small garrison, which was set by his Honour in §156. and 157. at 48. men, and incurred no more than 5500. ropijen in expenses, while at Aikotte there were only 1. sergeant and 3. Topasses, whose expenses did not even amount to 500. ropijen, so that the burdens of both posts together were estimated at barely 6000. ropijen per year. §. 84. But since then the notorious Haider Alichan has conquered the Samorijn's empire, and overwhelmed the fort with the lands of Settua and Paponettij, together with the small kingdom of Kranganoor, and now we are forced to keep heavy garrisons at these two posts, which here previously, in time of peace, with the utmost frugality, were each set at two hundred men, the monthly expenses of which amount to ƒ 2018. 14. 8. Indian currency, as appears from the following statement:

Dutch transcription

85 „dringen, en zich van 'skompanies eigendom„ „men Meester maaken zouden, want, zoo ver„ dit op onze doenmaalige bezittingen tus„ „schen Settua en Kranganoor zag, is het ge„ „heel vervallen, en voor zoo verre het op de Eilanden en tuinen tusschen Kranganoor en Aikotte mogt gedoeld hebben, zoo heeft het zijn meeste gewigt verlooren, alzo die verkocht zijn, op het Miskieten-eiland na, het welk onder kranganoor ligt, en van te geving belang is, om daar voor een fort aan te houden, en behalven, dat ook voor„ „deelig verkocht kan worden. §. 76. Ook mag men hier onder het argument 527. reekenen, dat dit fort, met de twee an„ „deren aan koetsiem een bezondere sterkte zoude geeven. want ten tijde van den Samo„ „rijn kost hetzelve daar toe mogelijk wel iets kontribueeren, doch nu Tipoe sultan dat Rijk bezit, zijn kranganoor en Ai„ „kotte de twee eenigste plaatsen, waar deeze Nabab de Kompanie bespringen kan, en de noodzaaklijkheid, om beide met zwaa„ „re detachementen bezet te houden, strekt thans niet alleen tot een drukkende last voor voor de kompanie, maar ook om koetsiem, uit welker bezitting de garnisoenen genoo„ „men worden, daar door te verzwakken. §. 77. Het vijfde argument §28. is ontleend van de welvaart van de Stad Koetsiem, en is van zoo veel gewigt, dat ik hetzelve, met de reede„ „nen, die de Heer Senff tot bewijs en staaving bij gebragt heeft, hier van woord tot woord zal bekend stellen; het luidt als volgt: „Ten vijfden is het onmogelijk, dat Koetsiem „zonder die forten, floreeren kan, want de „stad zelve en haar omliggend distrikt lee„ „veren weinig produkten en noch minder „leevensmiddelen uit, om de vreemdelingen „derwaards te trekken. Het voornaamste „ en inzonderheid leevendvee, moet van „de overkant van het binnenwater ko„ „men. Jndien nu de uitgangen daar van „door de drie forten niet geslooten waaren, „dan zouden de Jnwooners van Kananoor, „Telletseeri, Mahe, Kalikut en Ansjenga„ „die ten opzichte van de leevensmiddelen „deeze landstreek onmogelijk missen „kunnen, daar binnen loopen, en koopen „haare benoodigdheeden uit de eerste hand, men 86 „men zoude hen zoo min dwingen kunnen, „ hun gerief van koetsiem te komen haalen, „als den Landman, om zijne produkten en „provisien daar te markt te brengen, en eeven „wel is dit het eenigste, dat voor de Jngezee„ „tenen een middel van bestaan verschaft, „en bij gevolg de stad in fleur houdt.„ § 78. De omstandigheeden, die dit argument dier„ „tijds aan de hand gegeeven hebben, zijn ze„ „der krachtig veranderd. Kananoor heeft thans geen Europeesche Jnwooners, en de Jn„ „landers behelpen zich met de levensmidde„ „len van het land, waar aan, volgens algemeen zeggen, daar ook over vloed is; Tellitseeri heeft, buiten eenige Officiers en drie of vier Civile Bedienden, ook geene Europeesche kolonisten, „hier. ^laaten en wat die „ opkoopen ^ bestaat in wat pluimvee, te Mahé zijn noch minder Europeeschen, en te kalikut in 't geheel geenen, en de weinigen die te Ans„ „jenga zijn, vinden haar gerief in 't land van Trevankoor, zoo dat de heele sleet van leevens„ „middelen naar die vijf plaatsen te zaamen, waarschijnlijk geene duizend ropijen in 't Jaar bedraagt, en dus voor onze ingezeetenen geen mid„ „del van bestaan verschaft, en de stad ook niet in fleur fleur houdt. §. 79. Buiten des heeft dit argument veel van zijne kracht verlooren, door dien settua ons zeder ontweldigd is, en die uitgang gevolglijk door ons niet meer geslooten kan worden §. 80. Terwijl ik, met bezondere opzicht tot het sluiten van de rivier van kranganoor, aanmerke, dat wij daar over thans ook de helfte van 't gezag quijt zijn, nu de Nabab de landen aan de over„ „zijde bezit, wien wij het vrije in- en uitvaaren van zijne kant niet verbieden kunnen, noch beletten durven. § 81. Behalven, dat de uitvoer van levensmiddelen uit de rivier van gering belang voor onze stad zoude zijn, door dien wij daar van daan niets als een weinig boter krijgen, die door de ar„ „me ingezeetenen, bij heel kleene klompjes van een of twee fanums naar de Bazaar van AnjeKaimaal gebragt word, waar de zwarte Jooden en andere opkoopers dezelve in„ „zaamelen, en bij enkelde ponden in de stad verkoopen. §82. Jk heb mij deeze korte aanmerkingen veroor„ „loft, niet om de argumenten van den Heer Senff te wederleggen, die dier tijds zeker gewigtig kunnen geweest zijn, maar om aan te wijzen, dat dezelven, wegens de Ieder voorgevallene groote veranderingen 87 veranderingen, thans niet meer plaats vinden, en zal nu de nieuwe omstandigheeden kort betoogen, die naar mijn inzien, den afstand van dat fort sterk aanraaden, En wijl dezelven op Aikotte ook toepaslijk zijn, zoo zal ik deeze post daar onder meede begrijpen. § 83. Toen de Heer Penff zijne verhandelingen schreef, bezatten wij Settua en Paponettij, en hadden van den Samorijn weinig te vreezen, voor al, na dat de koning van Trevankoor de landen van Paroe en Mangattij van den koning van Koetsiem aan zich getrokken had, tegen wien de Samorijn niet opgewassen was; weshalven kranganoor dier„ „tijds maar een kleen garnisoen behoefde, het welk door zijn Edele §156. en 157. op 48. koppen gesteld wierd, en niet boven de 5500. ropijen aan ongelden maakte, terwijl de Nikotte slegts 1. sersant en 3. Topassen lagen, waarvan de on„ „gelden noch geen 500. ropijen beliepen, zoo dat de lasten van beide posten te zaamen sjaars op nauwlijx 6000. ropijen begroot wierden. § 84. Doch zeder heeft de beruchte Haider Alichan het Samorijnsche Rijk vermeesterd, en het fort met de landen van Settua en Paponettij ne= „vens het Rijkje Kranganoor overweldigd, en nu zijn wij genoodzaakt op deeze twee posten zwaa„ „re garnisoenen te houden, die hier voorwaarts, in tijd van vreede, met de meeste zuinigheid elk op twee honderd koppen gesteld zijn, waar van de ongelden smaands ƒ 2018. 14. 8. indisch geld bedraagen, zoo als blijkt bij de ondervolgende aanwijzing

NL-HaNA_1.04.02_3849_0210 view scan ↗

English

34 heads European Infantry, as 1 Lieutenant and commander 1 Ensign with the company Chegos 2 Sergeants, of whom 1 Drillmaster with the Chegos 4 Corporals 24 Privates 1 Drummer 1 Piper 24 European Artillerymen; as 1 Ordinary Pyrotechnician 1 Bombardier 2 Gunners 20 Privates 100 Chegos, as 1 Great Moepa 2 Small ditto 3 Sergeants 3 Corporals 1 Drummer 94 Privates 88 Counts Counts as is calculated in the Netherlands gaining against 28 Wages stivers the guilder, Wages, Board money, Rations, House rent, Gratuity, Together Indies Money ƒ 50 ƒ 50 ƒ 37. 10 ƒ 14. 10 ƒ — ƒ 7. 4 ƒ 59. 4. 40 40 30 14. 10 — 7. 4 30 81. 14. 22 22 32 15. 7 — — 7. 10. 55. 17. 16 16 48 12 11. 12. — — 71. 12. 11 11 198 57. 12. 69. 12. — — 325. 4. 9 9 6 15 2. 8. 2. 18 — — 12. 1. 9 9 6 15 2. 8. 2. 18 — — 12. 1. ƒ 360 ƒ 118. 15. ƒ 87. — ƒ 14. 8. ƒ 37. 10. ƒ 617. 14. ƒ 40 ƒ 40 ƒ 30 ƒ 14. 10 ƒ — ƒ 7. 4 ƒ — ƒ 51. 14. 20 20 15 7. 13. 8 — — 23. 13. 8 14 14 10. 10 3. 12 — — 6 20. 2. 11 165 29 36 — — — 230 Counts ƒ 220. 10 ƒ 57. 3. 8 ƒ 39. 12. ƒ 7. 4. ƒ — ƒ 325. 9. 8 11 ƒ 13. 1. 8 ƒ — ƒ 1. 14. 17. 8 18. 15 — 2 20. 15. 4½ 20. 5. — 3 — 23. 5. 3 2 11 9 630 Heads 9¼ 22. 2. 8 6¼ 4¼ 19. 2. 8 6 540 ƒ 621 ƒ — ƒ 101 90 ƒ 722 4 36 Native Artillerymen Privates 2 heads as 1 Clerk 1 Assistant Surgeon 4 heads, as 1 Interpreter 3 Lascars To the European Infantry To the European Artillery To the Chegos To Native Artillerymen To 1 Clerk and 1 Assistant Surgeon To 1 Interpreter and 3 Lascars Summary 89 Rup. as is paid in the Netherlands Counts Counts Indies Money gaining 20 stivers each Guilder; Wages, Board money, Rations, House rent, Gratuity, Together ƒ 216 ƒ 72 ƒ 288 4 ƒ 24 ƒ 24 ƒ 18 ƒ 7. 13. 8 ƒ — ƒ — ƒ 25. 13. 8 20 20 15 7. 13. 8 — — 22. 13. 8 Counts ƒ 33 ƒ 15. 7 ƒ — ƒ 48. 7. Heads 8 ƒ 12 ƒ 12 37 3½ 55 — 5. 5 ƒ 17. 5 ƒ 17. 5 ƒ 360 ƒ 118. 10. ƒ 87 ƒ 14. 8. ƒ 37. 10. ƒ 617. 18. 220. 10. 57. 3. 8 39. 12. 7. 4. — 325. 9. 8. 621 — 101 — — 722 216 — 72 — — 288 33 15. 7 — — 48. 7. 17. 5 17. 5 ƒ 1467. 15 ƒ 192. 5. 8 ƒ 299. 12. ƒ 21. 12 ƒ 37. 10 ƒ 2418. 4 § 85. Consequently, the expenses of each Garrison per year amount to ƒ 24224. 14. and thus for both to 48449. 8., besides the further inevitable burdens of fortifications and buildings, weaponry, Artillery necessities and the like, for which one must set at the very least another ƒ 6000 per year, so that the burdens, which in the time of the late Mr. Senff scarcely amounted to ƒ 9000, have now climbed above ƒ 54000. § 86. And this only so long as Haider's son and successor Tipu Sultan, who surpasses his father in lust for dominance and conquest, keeps quiet, for as soon as he descends with his Army towards this side, we are forced, through help from Ceylon, and the recruitment of native troops, to put ourselves in a better state of defense, whereupon the burdens more than double, of which we have only this Year had the painful experience. § 87. Secondly, Ayacotta and Cranganore are 90 the only places where Tipu Sultan can directly attack the Company, for which he lacks no pretexts (if this tyrant otherwise deems it worth the trouble to allege any reasons for it); for, not to mention that the Zamorin in ancient times formed claims on Cranganore and subsequently on the Island of Vypeen, for the help rendered to us at the conquest of Cochin, which claims, however frivolous in themselves, have force enough for a Tyrant who respects no other laws than those of superior power; so it is known to your High Excellencies from my respectful secret letters of 30 April 1785 § 75, that he also boasts of a claim on the Company of two Lakh Pagodas, on account of the succour given to Nagapatnam. § 88. If we therefore were now rid of these two places, we could not be directly engaged in a war by Tipu, and would sit much more quietly than at present on the Malabar. § 89. Added to this as a third argument is that the fort of Cranganore, which according to the treatises of Mr. Senff § 156 had no need of repair at all, has now become so dilapidated that according to our description of 26 April 1788, the inevitable repairs will have to cost 44791 rupees. § 90. It would therefore remarkably diminish the burdens of this government per year, preserve us from extraordinary War expenses, much secure the quiet dwelling here, and save the heavy repairs of Cranganore, if we could now dispose of these two posts. § 91. Yet I do not mean here the demolition of the fortifications, and the erection of

Dutch transcription

34. koppen Europeesche Jnfanterij, als 1 Luitenant en kommandant - -- 1 Vaandrig bij de kompanie sjegossen - 2 serfants, daar van 1. Drilmeester bij de sjegos 4 korporaals - - - - - 24 Gemeenen - - - 1 Tamboer 1. Fluiter 24 Europeesche Artilleristen; als 1. Ordinaire Vuurwerker 1. Bombardier 2 kanoniers - 20. Gemeenen 100: Rgos, als 1 Groote Moepa 2 kleene v - 3 Serjants 3 Korporaals 1 Tamboer 94 Gemeenen : - - —„ — - -- 88 Indiasch Peld Telt. Telt. als in Nederl bereek:d word winnende tegens 28 gasie stuf: d: gulden, Gasie, kostgeld, Randsoen, huishuur, douceur, Te zaamen –ƒ 50 ƒ 50 - ƒ 37. 10 ƒ 14. 10 ƒ — – ƒ 74 ƒ 59. 4. - – „ 40 – –„ 40 – –„ 30 – –„ 14. 10 –„ — – –„ 7. 4 „ 30 – –„ 81. 14. - - - „ 22. – – „ 22. – – „ 32 – –„ 15. 7 – „ —– – – „ — – –„ 7. 10. – „ 55. 17: – . „ 16. —. „ 16. – „ 48. – – „ 12 – –„ 11. 12. – „ — – –„ —. –„ 71. 12. - - - „ 11. - - „ 11 – – „ 198 – – „ 57. 12. – „ 69. 12. – „ — – –„ — – – „ 325. 4. – - - - „ 9 – –„ 9 - „ 6 15 „ 2. 8. - „ 2. 18 –„ —. –„ 12. 1. „ — „ —. –„ - - „ 9 – –„ 9: - „ 6 15. - „ 2. 8. „ 2. 18 –„ — —„ 12. 1.— -ƒ 360. –. ƒ 118. 15. ƒ 87. — ƒ 14. 8. ƒ 37. 10. ƒ 617. 14. - - -ƒ 40. – – ƒ 40 ƒ 30 – – ƒ 14. 10 – ƒ — ƒ 74 ƒ — ƒ 51. 14. – - - - „ 20 – – „ 20 – – „ 15 – –„ 7. 138„ „ 23. 13: 8 –„ „ - - - „ 14 – - „ 14 „ 10. 10 –„ 3 12-„ „ „ 20. 2. 6„ - - 11 „ 165 – „ 29 : „ 36. – . „ - 230 — ƒ „ „ Telt - - - - - - - ƒ 22010 ƒ 57 3 8 ƒ 39 12. ƒ 74. ƒ—. ƒ3259: 8 – – – „ 11– „ ƒ 13 1:8ƒ— ƒ 1 14. 17: 8 ƒ „ 18. 15-„ — „ 2 „ „ 20. 15. — „ . -. „. 4½ — – „ 20. 5. –„ — –„ 3 „ — –„ „ 3. „ – –„ 2 „ 11. — 9 „ „ 630 — „ 23. 5. — — Kop: 9¼ –„ 22. 2. 8 -„ 6¼ - - — „ 4.¼ — — „ 19 2. 8„ – – – – „ 6 – – – –„ „ 540: —„ ƒ ƒ 621. –. ƒ — – ƒ 101 „ 90 —:„ - -ƒ 722. —. — - — - - – – „ 4 - - „ „ „ „ 36 Gemeene Inlandsche Artilleristen- 2 koppen als 1. Pennist 1 Ondermeester 4. koppen; als 1. Tolk - : - 3. - Laskorijns - -- Aan de Europeesche Jnfanterij - - „ d' Europeesche Artillerij -- „ d' Tjegos - - - - - „ Jnlandsche Artilleristen- „ 1. Pennist en 1. ondermeester - - „ 1. Tolk en 3. Laskorijns - - - Sommarium -- . - -- - - - - -- - 89 Rop alsin Nederl betaald word teg„ Telt Teld- Indiasch Geld winnende 20. stuivers gasie ider Gulden; Gasie, kostgeld, Randsden huis huur douceur Tezaamen ƒ 216 ƒ 72 ƒ 288 — 4 ƒ - - - - ƒ 24. — ƒ 24 ƒ. 18 ƒ 7. 13. 8ƒ ƒ ƒ 25. 13. 8. ƒ „ 20 – „ 20. — . „ 15 - - „ 7. 13. 8„ „ 22. 13. 8. „ „ Teld - - - - - - ƒ 33 ƒ 15. 7 ƒ -ƒ 48. 7. — Kop . 8 - – ƒ 12 ƒ 12. —. 37 „ 3.½. 55 „ ––„ — 5. 5„— –„ ƒ ƒ 17. 5ƒ ƒ 17. 5. — ƒ ƒ 360 ƒ 118. 10. ƒ 87 – ƒ 14. 8. ƒ 37. 10. ƒ 67.18. - „ 220. 10. – „ 57. 3. 8 „ 39. 12. „ 7. 4. „ — –. – „ 325. 9. 8. — „ 621: - —„ — - – „ 101. — —„ „ — —: – „ 722 –: – „ 216. –. „ — „ 72 „ — „ „ 288. — „ 33 „ 15. 7 „ „ -„ 48. 7. ƒ 17. 5: „ 17. 5. — ƒ1467: 15 ƒ 1925: 8 ƒ 299 12. ƒ 21. 12 ƒ 27. 40 ƒ 2418. 4 § 85 „ -— -- — — — „ §85. Dienvolgende loopen de ongelden van ider Garnisoen sjaars op ƒ24224. 14. - en dus voor beide op 48449. 8. –. buiten de verdere onvermijdelijke lasten van fortifikaatsien en gebouwen, wapengoederen, Artillerij behoeften en't waar voor men ten aller„ „minsten noch ƒ 6000. —. 'sjaars moet stellen, zoo dat de lasten, die ten tijde van den Heer Senff zal=r nauwlijx ƒ 9000: -. - bedroegen, thans boven de ƒ54000 - . -. geklommen zijn. §. 86. En dit noch maar, zoo lange Haiders zoonen opvolger Tipoe Sultan, die zijnen vader aan heersch- en - voofzucht overtreft, zich stil houdt, want zoo dra hij met zijn Leger naar deezen kant af„ „sakt, zijn wij genoodzaakt, ons door hulpe van Ceilon, en het aanwerven van inlandsche troepen, in beter staat van tegenweer te stellen, wanneer de lasten meer als verdubbelen, waar van wij dit Jaar noch eerst de smertlijke onder„ „vinding gehad hebben. 387. Ten tweeden zoo zijn Aikotte en kran„ „ganoor 90 „ganoor de eenigste plaatsen, daar Tipoe sultan de kompanie direktattaquee„ „ven kan, waar toe het hem aan voor„ „wendzels niet ontbreekt /:zoo deeze gewel„ „denaar het anders der pijne waardig acht, daar toe eenige reeden voor te wenden:/ want, om niet te zeggen, dat de Samorijn in al= oude tijden op kranganoor en ver„ „volgens op 't Eiland Baipin pretensien geformeerd heeft, voor de ons bij de vero„ „vering van Koetsiem beweezene hulpe, welke pretensies hoe frivool ook op zich zelven, voor eenen Gewelde„ „naar, die geen andere wetten als die van de overmacht ontziet, kragts genoeg hebben; zoo is het uw Hoogedelheeden uit mijne eerbie„ „dige sekreete letteren van den 30. April 1785. 575. bekend, dat hij zich noch van eene pretensie op de kompanie van twee Lak pagooden, wegens het aan Nagapatnam gegeevene schoers, beroemd. § 88. Jndien wij derhalven deeze twee plaatsen plaatsen thans quijt waaren, zoo zouden wij van Tipoe niet direkt in een oorlog aangelast kunnen worden, en veel geruster, als thans, op de Malabaar gezeeten zijn. 589. Hier bij komt noch als een derde argument, dat het fort kranganoor het welk volgens de verhandelingen van den Heer Pentf 5156. in 't geheel geen reparaatsie noodig had, thans zoo bouwvallig geworden is, dat volgens on„ „ze beschrijving van den 26. April 1788. de onvermijdelijke reparaatsie op 44791. ropijen zal kosten moeten. §90. Het zoude derhalven de lasten van dit goevernement sjaars merklijk verminderen, ons voor buiten gewoone Oorlogs=ongelden bewaaren, de geruste inwooning alhier veel verzeekeren, en de zwaare reparaatsien van kranganoor uitwinnen, als wij ons thans van deeze twee posten konden ontdoen. §91. Doch ik bedoele hier niet het afbreeken van de vestingwerken, en het opbouwen van

NL-HaNA_1.04.02_3849_0217 view scan ↗

English

91 of a dwelling and warehouse in its place, as Mr. Schreuder had proposed, because the reasons that moved His Honour to that proposal no longer exist, and we would play directly into the hands of Tipu Sultan if we were now to take that course. § 92. My proposal, on the contrary, is to sell the fort and also the post of Ayacotta entirely to the King of Travancore, for which, according to my secret advices of today, we now have a favourable opportunity. § 93. And the purpose of this is not only to reduce noticeably the operational expenses and annual burdens of this Establishment, which was all that Mr. Schreuder intended—although this alone is already a very urgent reason, which now weighs so much heavier as the expenses since that time have more than quintupled—but primarily also to deprive the Nawab Tipu Sultan of the opportunity to disturb us henceforth, or to attack us hostily. § 94. For if Travancore were put in possession of Cranganore and Ayacotta, the Company on this coast could not be attacked by Tipu Sultan anywhere else than here at Cochin itself. § 95. And here he would not be able to reach us unless he first waged war on the King of Travancore, which in my opinion he will not easily resolve to do out of fear of the English, who now have a formidable military force at hand and, by virtue of existing treaties, would immediately rise up for the King of Travancore and take an attack upon him as an open breach of peace, as this King was explicitly included in the latest treaty between the English and Tipu. 92 § 96. The garrison of the main fortress Cochin, which earlier in § 37 was estimated at twelve hundred heads, could then be reduced by four hundred men, who are calculated for the garrisoning of these two posts, and thus be reduced to eight hundred. However, I would be of the opinion that this reduction should be carried out only with the native troops, without deducting any Europeans from the summary strength of 1200 men indicated by me, other than only the commanders and drill masters. § 97. For the number of Europeans is already taken as frugally as, in my opinion, could possibly be set without notable disadvantage. The garrison of Cochin could then consist of eight hundred heads, and be divided and organized according to the following Summary Strength 336 European Infantry divided into two companies, thereof 1 Major as commander 1 Captain 1 Captain-Lieutenant with the staff company 5 Lieutenants, thereof 4 with the two companies, and 1 Adjutant 8 Ensigns, thereof 2 with the two companies, one sub-adjutant, two with the two companies of Malays, one with the company of Malabar Sepoys, and two at the recruits guard 23 Sergeants, thereof 12 with the two companies, 2 drill masters with the two companies of Malays, 1 drill master at the recruits guard, and for various services 24 Corporals, thereof 12 with the two companies, and 12 at the recruits guard, and for various services 1 Drum Major 8 Drummers 72 carried forward 336 93 4 Fifers 260 Privates, thereof 240 divided into 2 companies, and 20 at the recruits guard 200 Malays in the two companies, divided just as in § 41 100 Malabar Sepoys in one company, as 1 Captain 2 Lieutenants 1 Ensign 4 Sergeants 5 Corporals 1 Drummer 1 Fifer and 85 Privates 100 heads European Artillerymen, divided as in § 41 64 heads Native Artillerymen, all privates 800 heads in total 336: 72 brought forward § 98. This garrison, according to the payment on the present footing, would cost monthly ƒ 11351. 18. and annually ƒ 136222. 16. Indian money, as appears in more detail from the statement below 336 heads European Infantry, as 1 Major as Commander 1 Captain 1 Captain-Lieutenant 5 Lieutenants 8 Ensigns 23 Sergeants 24 Corporals 1 Drum Major 8 Drummers 4 Fifers 260 Privates 200 heads Malays; thereof 2 Captains 2 Lieutenants 2 Ensigns 10 Sergeants 10 Corporals 2 Drummers 2 Fifers 170 Privates 94 Indian Money as in Netherlands counts counts is paid earning at 20 heavy stivers per guilder: Pay, Board money, Rations, House rent, Firewood, Together ƒ 112. 10 ƒ 49. 18 ƒ 35. 3. ƒ 19. 4 ƒ 9 ƒ 225. 11. - - ƒ 150 - ƒ 150 60 - 24. 19 - -. -. 9. 12 6 - 100: 8: - - 80 - 80 - 45 - 24. 19 - - - - 9. 12. 6. -. 85. 1. - - - 60 - 60 - 50 72. 10 - - - 36 - - - - 296: -: - 50 - - 187: 10 - - 240. - 116. - - - 37: 1 - -: - 413: 14 - - 40 - 40 - - - 22 - 22 - - 379: 10 176: 10: 8 - 556. - 8. - - 16 - - 16. - - 288. - 72 - - 69. 12: - - - 429. 12. - - - 18 - - 18 - - 13. 10 - 7. 13: 8 - - - - 21. 3. 8. - - - - 9. -. 9. - 54 19. 4. - 23. 4 - 96. 8. 9. 12 - 11. 12 - - - 27 484: - 9 11 2145 - 624. - 754 - - - ƒ 3552. - ƒ 1196. 16 - ƒ 893. 11. ƒ 132. ƒ 21 - ƒ 5795. 7. - - - ƒ 48. - - ƒ - - ƒ 96 - ƒ 37: 16: - ƒ 3: 12: ƒ - ƒ - - ƒ 137. 8. - - - - 57. 12 - 25. 4 - 3. 12. - - - - 86. 8. - - - 19. 4. - - - - 38. 8. - 25. 4. - 3. 12. - - - - - 67. 4. - 12. . - -. 120. -. 48. 18. - - - - 186. -. - 9. 12. - -. - 96 - - 24. - - 18 - - -: - - - - 138. -. - - - 13. 10 - 2. 18. - 3. 12. - - - 20 -. - - - 13. 10 - 2. 18 - 3. 12 - - - - 9 - - - 20. - - - - 1224. -. - 306. - - 306. - - - - - 28. 16. - 1836: -: 8 - - 7. 4. - - - 11 - - - - 9 - - - 9 - - ƒ 360 - ƒ 1659: -: ƒ 472. - ƒ 3323. -. ƒ 2491: -. -

Dutch transcription

91 van een woon- en pakhuis in de plaats, zoo als de Heer Schreuder had voor„ „geslaagen, want, de reedenen, die zijn Edele tot dien voorstel bewogen, bestaan thans niet meer, en wij zouden Tipoe Sultan, recht in de hand wer„ „ken, als wij thans dien weg insloegen. § 92. Mijn voorstel is in tegendeel om het fort en teffens de post Aikotte geheel en al aan den Koning van Trevankoor te verkoopen; waar toe wij thans vol„ „gens mijne sekreete advisen van heeden gunstige geleegenheid hebben. §93. En het oogmerk hier bij is niet alleen, om den omslag en Jaarlijxe lasten van dit Etablissement merklijk te verminderen, het geen de Heer Schreuder alleen be„ „doelde, /: of schoon dit alleen reets eene zeer dringende reeden is, die thans zoo veel zwaarder weegt, als de ongelden zeder dien tijd meer dan vijfmaal verdub„ „beld zijn:/ maar voornaamlijk ook, om den Nabab Tipoe Sultan, de geleegenheid te te beneemen, om ons voortaan te ont„ „rusten, of vijandig aan te tasten. § 94. Want als Trevankoor in het bezit van kranganoor en Aikotte gesteld was, zoo zoude de kompanie op deeze kuste nergens anders, als hier te koet„ „siem zelve van Tipoe sultan kun„ „nen aangelast worden. En hier zoude hij ons niet kunnen § 95. bij komen, of hij moest eerst den koning van Trevankoor beoorloogen, waartoe hij naar mijne gedachten, niet ligt wier besluiten zal, uit vreeze voor de Engelschen; die thans een ontzachlijke krijgsmacht aan han„ „den hebben, en uit hoofde van „ sub„ „sisteerende Traklaaten, ten eersten voor den Koning van Trevankoor opkoomen, en den aanval op den„ „zelven voor een openbaare vreede„ „breuk opneemen zouden, als zijnde deeze koning, in het Jong„ „ste Traktaat tusschen d' Engel„ „schen 92 „schen en Tipoe, uitdruklijk mede begreepen. §. 96. Het Garnisoen van de Hoofdvesting koetsiem, het welk hier voorwaards §37. op twaalf honderd koppen begroot is, zoude als dan met vier„ „honderd Man, die voor de bezet„ „ting van deeze twee posten genee„ „kend zijn, kunnen verminderd, en dus op achthonderd gereduceerd worden, doch daar bij zoude ik van gevoelen zijn, dat deeze reduksie alleen met de Jnlandsche troepen voor„ „genoomen wierd, zonder van de door mij aangegeevene korte sterkte van „andere 1200. Man, eenige „ Europeeschen af„ te trekken, dan alleen de kommandan„ „ten en Drilmeesters. §: 97. Want het getal van de Europeeschen is reets zoo zuinig genoomen, als het naar mijn ge„ „voelen, zonder merklijk nadeel, bij moge„ „lijkheid gesteld kan worden, het Garnisoen van Koetsiem zoude als dan kunnen bestaan uit Korte Sterkte 336. Europeesche Jnfanterij in twee kompaniën verdeeld, daar van 1. Majoor als kommandant 1. Kapitain 1. kapitain Luitenant bij de staf Kompanie. 5. Luitenants, daar van 4. bij de twee kompaniën, en 1. Adjudant 8. Vaandrigs daar van, 2. bij de twee kompaniën, een on„ „der Adjudant, twee bij de twee kompa„ „niën Malaiers, een bij de kompa„ „nie Malabaarsche Sipais, en twee bij de rekrutenwacht. 23. Serjants, daar van 12. bij de twee kompanien, 2. Dril„ „meesters bij de twee kompanien Malaiers, 1. Drilmeester bij de rekru„ „ten wagt, en tot diverse diensten. 24. Korporaals, daar van, 12. bij de twee kompaniën, en 12. bij de rekruten wagt, en tot diverse diensten. 1. Tamboer Majoor 8. Tamboers 72. die Transporteere uit agthonderd koppen, en verdeeld en in„ „gericht worden naar de volgende. 336. 93 4. Fluiters 260: Gemeenen, daar van 240: in 2. kompanien verdeeld, en 20. aan de rekruten wagt. 200 Malaiers in de twee kompanien, eeven als bij §41. verdeeld. 100 Malabaarsche Sipais in eene kompanie, als 1. kapitain 2. Luitenants 1. vaandrig 4. Sersants 5. korporaals 1. Tamboer 1. Fluiter en 85. Gemeenen Koppen Europeesche Artilleristen verdeeld als bij 5. 41. 100 koppen Jnlandsche Artilleristen alle gemeenen. 64 800 koppen in 't geheel 336: 72. P=r Transport §. 98. Dit garnisoen zoude, naar de betaaling op den presenten voet 's maands ƒ 11351. 18. en sjaars ƒ136222. 16. indisch geld te staan komen, zoo als nader blijkt bij de onder„ „staande aanwijzing 1 Majoor als Kommandant -- 1 kapitain 1 kapitain Luitenant 5 Luitenants 8 Vaandrigs - -- 23 Sercants - - 24 Korporaals - - Tamboer Majoor-- 8 Tamboers - 4 Fluiters 260 Gemeenen 200 koppen Malaiers; Daar van 2. kapitains - - 2 Luitenants- 10 sersants - - - 10 korporaals - - 2 Tamboers - - 2 Fluiters - - 170. Gemeenen - 2 Vaandrigs - - - - - - - - „ „- a ider „ - -aider 336. koppen Europeesche Jnfanterij, als :- - - - – – – – „ „ – „ „ „ „ „- „ „ - — - „ „ „ „ „ — — 1 ƒ - „ — „ — — - 94 Jndiasch Geld als in Nederl: Telt - Telt- word betaald winneende tegens 20. gasie suw d: gulden Gasie kostgeld: Randsoen huishuir Brandhout, Sezaamen. ƒ 112. 10 ƒ 49. 18 ƒ 35. 3. ƒ 19. 4 ƒ 9 ƒ 225. 11. - - ƒ 150 — ƒ 150 60 „ 24. 19 „ —. -. „ 9 12 „ 6 — „ 100: 8: — „ 80 „ 80 „ 45 - „ 24. 19 — „ — — - „ 9. 12. „ 6. —. „ 85. 1. . . – „ 60 „ 60 „ –– –„ 296: —: 50 72. 10 –„ — – „ 36 „ „ 50 – –„ 187: 10 —„ „ 240. – „ 116. – – „ — „ 37: 1„ „ —: – „ 413: 14 . – „ 40 „ 40 „ - – „ 22 –„ 22 – – „ 379: 10 „ 176: 10: 8„ „ 556. – 8. „ - . „ 16 – – „ 16. – – „ 288. – „ 72 – – „ 69. 12: —„ - -„ 429. 12.— - – „ 18 – –„ 18 – – „ 13. 10 – „ 7 13: 8„ —– –„ — „ 21. 3. 8. - - - - „ 9. -. . „ 9. - „ 54 „ 19. 4. –„ 23. 4 -„ 96. 8. 484:— „ 9. 12 –„ 11. 12 „ — „ — 27 9 11 „ 2145 – „624. – „ 754 —.„— ƒ3552. – ƒ 1196.16 - ƒ 893. 11. ƒ 132. ƒ 21 – ƒ5795. 7. - - - ƒ 48. — — ƒ —— ƒ 96 — ƒ 37: 16: — ƒ 3: 12: ƒ — ƒ — –. ƒ 137. 8. — – . - „ 57. 12 – „ 254 – „ 3. 12. „ — —„ — — „ 86. 8. — - - „ 19. 4. – „ — – –„ 38. 8. – „ 25. 4. –„ 3. 12. „ — — —„ — —„ 67. 4. — „ 12. . — „ —. „ 120. –. „ 48. „ 18. — „ — „ — – „ 186. —. -„ 9. 12. — „ —. –„ 96 - - „ 24. - -„ 18 —-„ —: – „ — – – „ 138. –. — - - „ 13. 10 – „ 2. 18. – „ 3. 12. —„ — „ —. „ 20 —. — „ 9 – –„ –„ 20. —„ - - „ 13. 10 –„ 2. 18 –„ 3. 12 –„ — — –„ –„ 1836: —:8 - - „ 1224. –. –„ 306. – – „ 306. – –„ - - - „ 28. 16.„ - - „ 7. 4.— – – – „ 9 – –„ ƒ360 — ƒ ƒ 1659:—: ƒ 472. „ 3323. —. „ ƒ2491: —.— —— - -„ 11 „ —„ 9 — „ — „

NL-HaNA_1.04.02_3849_0224 view scan ↗

English

100 heads Malabar Sepoys, as follows: 1 Captain 2 Lieutenants 1 Ensign 4 Sergeants 5 Corporals 1 Drummer 1 Fifer 85 Privates 100 heads European Artillerists, as follows: 1 Captain 2 Ordinary Lieutenants 2 Extraordinary Lieutenants 2 Ordinary Fireworkers 3 Extraordinary Fireworkers 10 Bombardiers 10 Gunners 1 Drummer 1 Fifer 60 Privates 64 heads Native Artillerists Summary 336 heads European Infantry 200 heads Malays 100 heads Malabar Sepoys 100 heads European Artillerists 64 heads Native Artillerists 800 heads Total 95 Indian money as in Netherlands is paid gaining against 20 stivers Counts ƒ 2. . . 5¼ - - - - ƒ 15. 15. — ƒ — — ƒ 4 - ƒ 5. ¼ --ƒ 7. 17. 8 ƒ 2 ƒ 4½ ƒ 27. — - - ƒ 4¼ ƒ 34. 17. 8 ƒ — 6 ƒ 9. - 2 ƒ 6 – ƒ 2 ƒ 9. . – 170 ƒ 310 — ƒ 680. —. — ƒ ƒ 625. 2. 8 ƒ ƒ 200 ƒ ƒ 825. 2. 8 Pay each guilders Pay, board money, Rations, house rent Firewood, Together Rupees 9.¾. ƒ 14. 12. 8 ƒ ƒ 4 Counts ƒ 80 — ƒ 80 - ƒ 60 ƒ 24. 19 — 9 11. ƒ 6 - ƒ 100. 11. 50 - ƒ 50 - ƒ 75 ƒ 29. - ƒ —. - . - ƒ 14. 8. ƒ 118. 8. 40 ƒ 60 ƒ 29 - ƒ 103. 8. 14. 8. — 40 40 ƒ 40 ƒ 60 ƒ 29 ƒ 103. 8. 30 ƒ 30. - ƒ 67. 10 - ƒ 23 — 8 ƒ —. — --ƒ 90. 10. 8 – ƒ 20 ƒ 20 ƒ 150. — ƒ 76. 15. — ƒ — ƒ ƒ 226. 15. ƒ 14. — ƒ 14 ƒ 189. –. – ƒ 54. – – ƒ 32. 8. — ƒ 275. 8. - – – – ƒ 10. —. — — ƒ 9 —. ƒ 9. ƒ 6. 15. — 1. 9 ƒ 1. 16 — – ƒ 10 —. ƒ 9 — – ƒ 9 - ƒ 6. 15 1. 9 — ƒ 1. 16 11 – ƒ 495 – – ƒ 87. –. – ƒ 108 – 11 690 — 6. ƒ 1728. 8. 8. ƒ 1170. -. ƒ 355. 12. 8 ƒ 144. — ƒ 52. 16. Rupee ƒ 384. – ƒ — ƒ 128. – 4 — ƒ 512. ƒ — ƒ 3552. —. ƒ 1196. 16. ƒ 893. 11 — ƒ 132. - ƒ 21 ƒ 5795. 7. ƒ 1659. – – ƒ 472. – – ƒ 360. – – ƒ — – – ƒ — – – ƒ 2491. –. - ƒ 625. 2. 8 ƒ — - ƒ 200 - - ƒ — ƒ — - - ƒ 825. 2. 8 ƒ 1170. – . ƒ 355. 12. 8 ƒ 144 – – ƒ 52. 16 – ƒ 6 – ƒ 1728. 8. 8 ƒ 384. ƒ ƒ 128. — — – ƒ — ƒ 512. —. — - ƒ 7390. 2. 8 ƒ 2024. 8. 8 ƒ 1725. 11 — ƒ 184. 16. ƒ 27. –. ƒ 1351. 18. 19. 15. - ƒ 35. —. — ƒ 41. 17. 8. - ƒ 11. —. — 11 —. — ƒ 9. 17. 8. ƒ 16. 12. 8 § 99. It is true, the four hundred heads who according to this proposal are mostly deducted from the Lascars and Malabar Artillerists would then not amount to ƒ 45449. 8. –. which for both garrisons are stated at § 85, but only ƒ 36378, which difference arises from the lower pay of the Lascars and Malabar Artillerists, and consequently, with this reduction ƒ 12071. -. 8. less would be saved; however, this ƒ 36378. -. added to ƒ 6000. – in other charges, would still remain an important reduction of ƒ 42378. -. - in the annual expenses. § 100. From this saved ƒ 42378. -. one would have to deduct the revenues of Cranganore, which consist of the tolls on passing goods and of the tobacco lease, and were estimated by Mr. Schreuder at ƒ 3160: —: Indian money, and each has risen from time to time, and 96 and for a single year climbed to 3900. rupees, and then dropped again to 2450. rupees, as well as yielded 2800. rupees in the last two financial years, and can thus with the greatest probability be estimated at 3000. rupees per year. § 101. However, since Travancore with the fort would also obtain the right to these revenues, it would also be no more than fair that he pay an equivalent for this to the Company, which according to the calculation of one hundred for three which has been established regarding the lands would amount to one lakh rupees, and since the lowest interest rate here is 6. per cent: one would thereby profit another 3000. rupees annually, which being added to the aforementioned ƒ 42378:- would increase the annual benefit to ƒ 46878 -. § 102. The post of Ayacotta has no tolls or other regalia, but only a parcel of gardens and sown fields, which are rented out for 2170. Rupees per year. Upon the cession of this post it would be advisable to sell the same, along with the Mosquito Island close beneath Cranganore, which brings in 390. Rupees annually, to the King of Travancore, of which the purchase price, according to the accepted calculation of one hundred for three, would amount to 85333 1/3. rupees. § 103. In addition, Travancore ought to pay another sum of money to the Company for the fort itself, and for the territorial authority of the Post of Ayacotta, which however is difficult to determine, because in our demand we would mainly look at what they were worth to Travancore, and the king on the contrary would seek to reduce his 97 his bid, according to the extent he understood that they served us with little utility, and much more as an anxious and burdensome post. § 104. And in that regard one would then mainly have to be guided by the circumstances that would present themselves during the negotiations themselves; however, in a matter of such importance, a subordinate Governor ought for his peace of mind at least to have an instruction of the lowest price below which he might not go, while he nevertheless would attempt to negotiate as much more as circumstances would allow; for which reason, in case your Right Excellencies should resolve upon the sale of the repeatedly mentioned two places and qualify me thereto, I also humbly request to provide me with such an instruction. § 105. Since I however on the other hand think that

Dutch transcription

100 koppen Malabaarsche Sipais, als 1 Kapitain - - 2 Luitenants- 1 Vaandrig 4 serfants 5 Korporaals- 1 Tamboer - - 1 Fluiter 85. Gemeenen 100 koppen Europeesche Artilleristen, als 1 kapitain - 2. Ordinaire Luitenants 2 Extra ordinaire v=n- 2. Ordinaire vuurwerkers - 3 Extra ordinaire _:o 10 Bombardiers - 10 Kanoniers- 1 Tamboer 1 Fluiter 60 Gemeenen 64 koppen Jnlandsche Artilleristen Sommarium 336 koppen Europeesche Jnfanterij 200 Malaiers „ 100 „ Malabaarsche Sipais 100 Europiesche Artilleristen „ „ Jnlandsche 64 800 koppen Te zaamen a de -.- — —- „ „ - -- - - „ - - 95 Indiasch Peld als in Nederl word betaald winnende tegens 20 stuiv Telt ƒ 2. . . 5¼ - - - - „ 15. 15: — „ — —„ 4 „ - „ 5. ¼ --„ 7. 17. 8„ 2 „ „ „ 4½ „ 27. —„ „ - - „ 4¼ „ 34178„— „ „ 6 „ 9. -„ 2 „ „ „ „ „ 6 –„ 2 „ „ 9. . –„ „ 170 „ 310 — „ „ 680. —. — „ „ ƒ ƒ625. 2. 8ƒ ƒ 200 ƒ ƒ 825. 2. 8 Gatie ijder guldens Gasie, kostgeld, Ramdsoen, huishuur Brandhout, Tezaamen Rop:s 9.¾. ƒ 14. 12: 8ƒ „ 4 „ Telt ƒ 80 — ƒ 80 - ƒ 60 ƒ 24. 19 — 9 11. ƒ 6 - ƒ 100. 11. 50 - „ 50 - „ 75 „ 29. - „ —. - . - „ 14:8. „ „ 118. 8. 40 „ 60 „ 29 -„ „ 103. 8. 14. 8. —„ 40 „ „ 40 „ 40 „ 60 „ 29 „ „ 103. 8. „ 30 „ 30. - „ 67. 10 -„ 23 — 8„ —. —„ --„ 90. 10. 8 –„ „ 20 „ 20 „ 150. — „ 76. 15. —„— „ „„ 226. 15. „ 14. — „ 14 „ 189. –. – „ 54. – – „ 32. 8. —„ „ 275. 8. „ - – – –„ 10. —. — —„ 9 —. „ 9. „ 6. 15. —„ 1. 9 „ 1. 16 „ „ — –„ 10 —. „ 9 — –„ 9 -„ 6. 15 „ 1. 9 — „ 1. 16 11 – „ 495 – – „ 87. –. –„ 108 – 11 „ „ 690 — „ 6. ƒ 1728. 8. 8. ƒ 1170. -. ƒ 355. 12. 8 ƒ 144. — ƒ 52. 16. Rop=l ƒ 384. – ƒ — „ 128. –„ 4 — ƒ 512. ƒ — ƒ3552. —. ƒ 1196. 16. ƒ 893. 11 — ƒ 132. - ƒ 21 ƒ 5795. 7. „ 1659. – –„ 472. – –„ 360. – –„ — – –„ — – – „ 2491. –. -„ 625. 28„ — -„ 200 - -„ — „ — - -„ 825. 2. 8 „ 1170. – . „ 355. 12. 8„ 144 – –„ 52. 16 –„ 6 – „ 1728. 8. 8 „ 384. „ „ 128. — —„ –„ — „ 512. —: — - ƒ7390. 28 ƒ2024. 8. 8 ƒ 1725. 11 — ƒ 184. 16. ƒ 27. –. ƒ 1351. 18. 19. 15. -„ 35. —. — „ 41. 17. 8. -„ 11. —. — 11 —. — „ 9. 17. 8. ƒ 16. 12. 8 „ S 99 . - - - - -- - - — 1 § 99. Het is waar, de vierhonderd koppen die naar deezen voorstel meest aan sjegos en Malabaarsche Artilleristen afgetrokken worden, zouden dan geene ƒ45449. 8. –. die voor beide garnisoenen bij 585. gesteld zijn, maar slegts ƒ 36378 bedraagen, welk verschil uit de min„ „dere gasie van de sjegos en Ma„ „labaarsche Artilleristen ont„ „staat, en gevolglijk, zoude bij deeze ver„ „mindering ƒ12071. -. 8. minder bespaard worden, doch deeze ƒ 36378. -. gevoegt bij ƒ 6000. – aan andere lasten, zou„ „de doch een importante verminde„ „ring van ƒ42378. -. - in de Jaarlijxe lasten blijven. § 100. Van deeze bezuinigde ƒ42378. -. zou„ „de men de inkomsten van kranga„ „noor moeten aftrekken, die in de tollen van voorbij gaande goederen en in de tabaks-pacht bestaan, en bij den Heer Schreuder op ƒ 3160: —: indisch geld begroot, en Ieder van tijd tot tijd gereezen, en 96 en voor een enkeld Jaar tot 3900. ro„ „pijen opgeklommen, en toen wede„ „rom tot 2450. ropijen gedaald zijn, mitsgaders in de twee laaste Boek„ „jaaren 2800. ropijen opgeworpen hebben, en dus met de meeste waar„ „schijnlijkheid op 3000. ropijen 'sjaars geschat kunnen worden. § 101. Edochwijl Trevankoor met het fort ook het recht tot deeze inkomsten verkrijgen zoude, zoo zoude het ook niet meer dan billijk zijn, dat hij daar voor een equivalent aan de kompanie betaalde, het welk vol„ „gens de reekening van honderd voor drie (:die omtrend de Lan„ „derijen vast gesteld is:/ een lak ropijen bedraagen zoude, en wijl de minste rente alhier 6. pr Cent. is: zoo zoude men daar bij Jaarlijx noch 3000. ropijen profiteeren, die bij voorsch ƒ 42378:- gevoegd zijnde, het Jaarlijxe beneficie tot ƒ46878 - verhoogen zouden. § 102. §. 102. De post Aikotte heeft geene thollen of andere Regalia, maar eenlijk eene partij tuinen en zaivelden, die voor 2170. Ropijen sjaars verhuurd zijn. Bij den afstand van deeze post zoude het raadzaam zijn, dezelven met het Miskieten-eiland digt on„ „der kranganoor, het welk Jaarlijx 390. Ropijen opbrengt, aan den ko„ „ning van Trevankoor te verkoopen, waar van de koopschat, naar de aangenoomene bereekening van honderd voor drie, 85333 1/3. vopijen bedraagen zoude. § 103. Boven dien zoude Trevankoor voor het fort zelve, en voor het territo„ „riaal gezagh van de Post Aikotte, noch een stuk geld aan de kompa„ „nie dienen te betaalen, doch het welk moeilijk te bepaalen valt, door dien wij bij onzen Eisch voornaamlijk zouden zien op 't geen ze voor Trevankoor waardig waaren, en de koning in tegendeel zijn 97 zijn bod zoude trachten te verminde„ „ven, naar maate hij begreep, dat zij ons tot weinig nut, en veel meer tot een zorg„ „lijkeen last post verstrekten. §. 104. En daar omtrend zoude men zich dan voornaamlijk moeten richten naar de omstandigheeden, die zich bij de onderhandelingen zelve zouden op doen; echter diende, in een geval van zulke aangeleegenheid, een ondergeschikt Goeverneur tot zijne gerustheid ten minsten een voorschrift te hebben van den laagsten prijs, waar hij niet benee„ „den mogte gaan, terwijl hij des niet te min trachten zoude, zoo veel meer te bedingen, als de omstandig„ „heeden wilden toelaaten, weshalven ik ook, in gevalle uw Hoogedelheeden tot den verkoop van meermelde twee plaatsen mogten resolveeren, en mij daar„ toe qualificeeren, needrig verzoeke, mij met zulk een voorschrift te munieeren § 105. Wijl ik echter aan de andere zijde denke„ dat

NL-HaNA_1.04.02_3849_0230 view scan ↗

English

that it would not be displeasing to Your Right Excellencies, in this case which depends mostly on local circumstances, to know my sentiment as well; thus I shall, solely for that reason, and by no means to run ahead of the same with my unasked advice, note down here for that purpose, that one ought at the very least to demand one hundred thousand ropijen for both places together, and to reduce that demand in the negotiation according to circumstances, if necessary down to that sum which Your Right Excellencies will be pleased to prescribe as the lowest price. § 106. But against this I am now also obliged to present the inconveniences that would arise from the sale of these two places to Trevankoor. § 107. Firstly, the Company would thereby have to give up entirely the hope of recovering Paponettij and Settua, whereas now, since we are so closely united with the English, at the first breach of peace between them and Tipoe Sultan, it would have a great chance, not only to recover what was lost, but also to make important conquests to the north, because, at the first movements of war by us, the entire country of Samorijn would fall to us, and the princes roaming in the mountains would gladly accept the Company as their sovereign, and share the benefits of the country with it. § 108. Secondly, the King of Trevankoor would thereby become the sole master of the river from Krangenoor down to close to Koetsiem, and thus be able to prevent the navigation thereof, or burden it with tolls, to the great detriment of the King of Koetsiem, most of whose rice and timber must come down along the same, the detriment of which would also affect us, in so far as we are accommodated thereby, which Mr. Senff has already noted in his writing § 35 regarding the timber, for at that time rice was not yet brought down in any notable quantity. But this the King of Trevankoor can also do at present, because he is sole master of the Kranganoor river from the mountains down to Kranganoor for a large part, and of the Koetsiem river from Paliporto down to about one mile above the city. In order to provide against this, one should establish by a written contract that the King shall allow the passage along the said rivers, both of the Company's vessels and those of the King of Koetsiem and his subjects with rice, neli, and other goods, as well as the rafts of timber and bamboos, to pass unhindered and without any new tax. § 109. Thirdly, most of the firewood for the Company currently comes down along the river; one should therefore also stipulate the unhindered supply thereof in the contract. § 110. Fourthly, it is probable that, if Trevankoor were master of Aikotte and Kranganoor, the supply of slaves from the north to this city would not be so large, whereby the farm of the export of slaves would be proportionately reduced, and against this I know of no remedy to suggest. § 111. The authority over the Roman church near Kranganoor does not depend on the possession of the fort, but on the general agreement with the previous rulers, yet it could, for greater security, be further confirmed in the contract. § 112. One difficulty I must, however, bring to the attention of Your Right Excellencies, namely, the cash payment, for the slowness in paying that is peculiar to all native rulers is so prevalent with this king that it is almost impossible to get hard cash out of his hands; thus he will want to direct matters so that the two places are handed over to him immediately (which is also our true interest, in order to be the sooner relieved of Tipoe and the heavy burdens), but that the payment take place in installments, and the Company's merchants provide bonds for it. § 113. But, besides that the sum would be too large to take bonds for, our merchants would also not be inclined to do so, because two years ago they provided bonds for the lands then sold to Trevankoor, and were obliged to pay the money to the Company, and in return to accept from the King all kinds of country produce of ginger, borriborri, linen and the like, on which they testify to have suffered losses. § 114. If this therefore will not go smoothly, the Court will certainly propose to settle the payment with the delivery of pepper, which would indeed, if no unforeseen revolutions occur, be complied with; but as this king is very aged, and one cannot foresee what changes will occur in the realm upon his demise, and moreover the disposition of the Malabar rulers is uncertain, and under unforeseen accidents the fulfillment of such a contract could be obstructed or completely halted, I dare not, without Your Right Excellencies' authorization, take upon myself to enter into such an important contract otherwise than for cash money, so as not to make myself, or after my death my heirs, liable, and am thus compelled respectfully to request Your Right Excellencies, in case the ceding is approved and the negotiation thereof is entrusted to me, to clearly prescribe to me at that time how I shall regulate with His Highness the matter of payment, in case there should be no possibility to obtain cash money. § 115. Twenty-four hours south of Koetsiem, the Company possesses Fort Koilang, formerly a fair fortress, but which has since been so damaged by the sea and time that it can hardly be counted any longer among the defensible forts of this commandery, and of which therefore in a plan of defense

Dutch transcription

dat het uw Hoogedelheeden niet on„ „aangenaam zijn zoude, in dit geval het welk meest van lokale omstan„ „digheeden afhangt, ook mijn ge„ „voelen te weeten; zoo zal ik, al„ „lien om die reeden, en geenzins om Hoogst dezelven met mijn on„ „gevraagd advis vooruit te loopen, voor hetzelve hier noteeren, dat men ten allerminsten honderd duizend ropijen voor beide plaat„ „sen te zaamen behoorde te eischen, en dien eisch, bij de onderhandeling naar maate van de omstandigheeden, te verminderen, des noods tot die som„ „me toe, welke uw Hoogedelheeden voor den laagsten prijs zullen gelieven voor te schrijven. § 106. Doch hier tegen ben ik thans ook ver „plicht, de in konvenienten voor te stellen die uit den verkoop van deeze twee plaat„ „sen aan Trevankoor, ontstaan zouden. §. 107. Eerstlijk, zoude de kompanie daar door de 98 de hoop tot het herwinnen van Paponet„ „tij en Settua glad moeten opgeeven, daar zij thans, nu wij zoo nauw met de Engelschen vereenigd zijn, bij de eerste vreedebreuk tusschen Deezen en Tipoe Sultan, groote kans hebben zoude, niet al„ „lien, om het verloorene te her„ „winnen, maar ook om wigtige veroveringen om de Noord te maaken, door dien, op de eerste Oorlogs beweegingen van ons, het heele land van Samorijn ons toevallen, en de in 't gebergte rondzwervende Prin„ „sen de Kompanie gaarne voor haa„ „ren souverain aanneemen, en de voordeelen van 't land met haar deelen zouden. 5. 108. Ten tweeden, zoude de koning van Tre„ „vankoor hier door alleen Meester wor„ „den van de rivier van Krangenoor af, tot digt bij koetsiem, en dus de vaart daar van kunnen verhinderen, of met thol„ „len bezwaaren, tot groot nadeel van den koning koning van Roetsiem, wiens meeste rijsten houtwerk langs dezelve moet afkomen, waar van het nadeel ons meede zoude treffen, voor zoo ver wij daarmeede geriefd worden, het geen de Heer Sen Hf ook reets, wat het hout betreft / want rijst werd te dier tijd noch niet van naame afgebragt / bij zijn schriftuur §35. aange„ „merkt heeft. Doch dit kan de Koning van Trevankoor thans ook doen, door dien hij van de kranganoorsche rivier van 't gebergte af tot aan kranganoor, voor een groot gedeelte, en van de koetsiemsche rivier van Paliporto af tot omtrend eene mijl boven de stad, alleen Meester is. Om hier tegen te voorzien, zoude men bij een schriftlijk kontrakt dienen vast te stellen, dat de koning de vaart langs gemelde rivieren, zoo van skompa„ „nies vaartuigen als die van den Ko„ „ning van Koetsiem en zijne onderdaa„ „nen met rijst, Neli en andere goederen als 99 als mede de vlotten van hout en bamboes onverhinderd, en zonder eenige nieuwe belasting zoude laaten passeeren. §109. Ten derden, zoo komt het meester brandhout voor de kompanie thans langs de rivier af, men zoude der„ „halven den onverhinderden toevoer daar van mede bij het kontrakt dienen te bedingen. § 110. Ten vierden, is het waarschijnlijk, dat, als Trevankoor Meester van Aikotte en Kranganoor was, de toe„ „voer van slaaven van de Noord naar deeze stad zoo groot niet zijn zoude, waar door dan de pagt van den uitvoer van slaaven eevenveedig zou„ „de verminderd worden, en hier tegen weet ik geen hulpmiddel aan de hand te geeven. § 111. Het gezag over de Roomsche kerk bij kranganoor dependeerd niet van de bezitting van het fort, maar van de al„ „gemeene overeenkomst met de voorige Vorsten, doch zoude ten overvloede bij het § 112. Eene zwaarigheid moet ik echter onder het „oog van uwe Hoogedelheeden brengen, te weeten, de kontante betaaling, want de traagheid van betaalen, die allen Jnland„ „schen Vorsten eigen is, heeft bij deezen koning zoo zeer plaats, dat het haast niet mogelijk is, baar geld uit zijne handen te krijgen, dus zal hij het daar heen willen dirigeeren, dat de twee plaatsen, ten eersten aan hem over„ „gegeeven worden) het geen ook ons waare belang is, om te eerder van Tipoe en de zwaare lasten ontslagen, te worden:/ doch dat de betaaling bij termijnen geschiede, en skomp=s kooplieden daar voor obligaatsie verleenen. §. 113. Doch, behalven dat de som te groot zijn zoude, om daar voor obligaatsie te neemen; zoo zouden onze kooplieden daar toe ook niet geneegen zijn, door dien zij voor twee Jaar voor de toen aan Trevankoor ver„ „kochte Landerijen obligaatsien verleend het kontrakt nader kunnen verzeekerd worden. hebben 100. hebben, en verplicht geweest zijn, het geld aan de kompanie te betaalen, en daar voor van den Koning allerlij Land produkten van Gember, borriborri, Lijnwaat en't te akcepteeren, waar op zij betuigen schaa„ „de geleeden te hebben. § 114. Als dit derhalven niet vlotten wil: zoo zal het Htof zeker proponeeren, de betaaling met de Leverantsie van peper te vereffenen, het geen ook, indien er gee„ „ne onvoorziene revoluutsien voorvallen, wel zoude naargekomen worden; Doch wijl deeze koning hoog bejaard is, en men niet kan voorzien, wat voor verande„ „ringen bij zijn overlijden in het Rijk zullen voorvallen, en buiten des de ge„ „zindheid van de Malabaarsche Vorsten onzeeker is, en onder onvoorziene toe„ „vallen de naarkoming van zulk een kontrakt belemmerd op geheel strem„ „men kunnen: zoo durve ik, zonder uw Hoogedelheedens qualifikaatsie niet op mij neemen zulk een important komtrakt kontrakt anders als voor kontant geld aan te gaan, om mij, of na mijn dood de Mijnen niet aanspreeklijk te maaken, en ben dus genoodzaakt uw Hoogedelheeden eerbiedig te verzoeken, om ingevalle de afstand goed=gekeurd, en de hande„ „ling daar over aan mij opgedraa„ „gen word, mij als dan duidelijk voor te schrijven hoedanig ik het stuk van betaaling, indien en geene mogelijkheid toe zijn mogt, kontant geld te bekomen, met zijne Hoogheid zal reguleeren. 3. 115. Vier en twintig uuren bezuiden Koetsiem, bezit de komp: het fort koilang, wel eer eene tamelijke ves„ „ting, doch die zeder door de Zee en den tijd zoodanig beschadigd is, dat het onder de weerbaare forten van dit kommandement haast niet meer gereekend kan worden, en waar van dus in een plan van defensie

NL-HaNA_1.04.02_3849_0237 view scan ↗

English

101. there is little to say of defense. Section 116. Concerning the same, it has already been repeatedly taken into consideration to demolish the extensive fortress and in its place build a compact redoubt, or to fortify the so-called old Portuguese Tower, or else to reduce the old works by a cut-off; and this latter opinion has prevailed, though it has not been carried into execution up to now, because one hesitated at the expense, and this is especially ill-advised under present circumstances. Wherefore, in the session of 16 October 1788, we resolved to close the opening that the sea had made in a part of the old fortress by undermining it, by means of a sufficient palisade, regarding which the approval of Your Right Excellencies is still awaited. Section 117. Section 117. In connection with the ideas regarding Kranganoor and Aikolte, one might easily hit upon the question here whether it might not also be advisable regarding Koilang to sell it to Trevankoor, and perhaps Your Right Excellencies also desire to know my humble opinion concerning this, all the more because it was already brought up in earlier years, and in particular was debated pro and contra in the previously cited treatises of Messrs. Schreuder and Senff. Section 118. The motives alleged by Mr. Senff, his memory, for the retention of this fort, and assented to by Your Right Excellencies, have since lost none of their weight; and as the present design of Trevankoor, not only to draw the bombaras and dhows away from Koetsiem and toward his country, but also to entice foreign nations 102 nations to trade in his realm, would be most powerfully advanced by the cession of Koilang, I think that it would now be even less advisable than ever before to sell that place to the King of Trevankoor. Section 119. Nor are the costs of the garrison so great that they cannot easily be made good out of the revenues, for there are presently stationed no more than 10 Europeans, whereof 1 Ensign 8 Soldiers 1 Drummer, and 29 Sepoys, whereof 1 Ensign 1 Sergeant and 2 Corporals and 25 Privates, who annually come to cost f 6116:2 in Indian money, and thus four thousand seventy-seven rupees and nineteen forty-eighths, as appears from the following specification: 39 heads in all; whereof 10 heads of Europeans, namely: 1 Ensign 8 Soldiers 1 Drummer 24 heads of Sepoys; namely: 1 Ensign 1 Sergeant 2 Corporals 25 Privates Summary 10 heads of Europeans 28 heads of Sepoys Counts Together Counts 103 Indian currency Wages, Board money, Rations, Deductions per month, In one full year 110 f 40 f 30 f 14:10 f f 44:10 Rupees 29:32 f 534 Rupees 356. 11 66 19:8 16:2 101:10 67:31 1218 812. 9 6:15 1:8:8 1:17:8 10:1 6:34 120:2 80:19 f 102:15 f 35:6:8 f 17:19:8 f 156:1 Rupees 104:2 f 1872:1 Rupees 248:19 Rupees 16 f 24 f f 1:17:8 f 25:1:8 Rupees 7:12 f 310:10 Rupees 207. 12½ 18:15 1:17:8 26:12:8 13:36 247:10 165. 10½ 31:10 3:15 35:5 23:14 423 282. 46:17:8 271:17:8 188:12 3262:10 2175. 6 225 f 299:5 f 54:7:8 f 353:1:8 Rupees 235:36 f 4243:10 Rupees 2829. f 102:15 f 35:6:8 f 17:9:8 f 156:1 104:2 f 1872:12 Rupees 28:19 54:7:8 353:1:8 235:36 4243:10 2829. 38 4 f 402 f 33:6:8 f 72:7 f 509:13:8 39/48 f 6416:2 Rupees 407 19/48 Section 120. Section 120. That which the Director-General proposed in his aforementioned plan concerning signals, correspondence, and capitulation, was approved with some remarks by Your Right Excellencies in a secret missive of 24 September 1779, to which I know nothing to add. Section 121. I commend Your Right Excellencies and the important interests of the Company to God's protection and remain with all respect and fidelity, below stood, Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, and Well-Born, Strict Lords, Your Right Excellencies' humble and faithful servant, was signed J. G. van Angelbeek, in the margin: Koetsiem, 29 April 1789. Agreed, Arnold Lunel, First Secretary Examined, A. Poel 104 Translation of a letter written by the King of Trevankoor to the Well-Born, Strict, Highly Esteemed Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek, received on 23 April 1789. We have received all of Your Well-Born Honor's letters and have learned their contents with pleasure. For the cash advanced to the Surat merchant Mahmet Wajer according to our request, we express our gratitude. The amount of merchandise that we are in arrears to the Honorable Company, we have ordered our Pepper Sarbadikanahaar Sangara Narajan and Tjembagaramen Pulle and the Pullemaars, who have been sent thither to settle the pepper account, No. 5

Dutch transcription

101. defensie weining te zeggen valt. §. 116. Omtrend hetzelve is reets te meer„ „maalen in bedenking genoomen, de uitgestrekte Vesting te sloopen, en in haare plaats eene beknop te redoute te bouwen, of den zoo ge„ „naamden ouden Portugeeschen Too„ „ren te bevestigen, dan wel de oude werken door eene afsnijding te ver„ „kleenen, en dit laaste gevoelen heeft de overhand behouden, doch is tot nu toe niet ter uitvoer gebragt, wijl men tegen de kosten op zag, en hier toe is in de tegenwoordige tijds ge„ „steldheid voor al niet te raaden, weshalven wij ter sessie van den 16=e oktober 1788 beslooten hebben de opening, die de zee door het onder„ „mijnen van een gedeelte der oude vesting daar aan gemaakt had, door eene suffisante pallissadeering te sluiten, waar op de approbaatsie van uw Hoogedelheeden noch verwacht word. § 117. § 117. Jn een zaamenhang met de denk„ „beelden nopens kranganoor en Aikolte zoude men hier ligt op de vraag kun„ „nen vallen, of het ook niet omtrend koilang aan te raaden zij, om het zel„ „ve aan Trevankoor te verkoopen, en veel ligt begeeven uwe Hoogedelheeden ook hier omtrend mijn gering gevoelen te weeten, te meer wijl dezelve ook reets in vroeger Jaaren op het tapijt geweest, en inzonderheid, bij de voorwaarts ge„ „citeerde verhandelingen van de Heeren schreuder en Senff proet contra ge„ „ventileerd is. §118. De Motiven, die door den Heer Senff /: Z: G: / voor de aanhouding van dit fort geallegeerd, en door uwe Hoogedel„ „heeden toegestemd zijn, hebben zeder niets van haar gewigt verlooren, en wijl het tegenwoordige ontwerp van Trevankoor, om niet alleen de Bombaras en Dauws van koetsiem af, en naar zijn land toe te trekken, maar ook om vreemde Naatsien 102 Naatsien tot den handel in zijn Rijk aan te lokken, door den afstand van Koilang op het kragtigst zoude bevorderd worden: zoo denke ik, dat het nu noch minder raad„ „zaam zijn zoude, dan oit bevoorens, die plaats aan den Koning van Trevankoor te ver„ „koopen § 119. Ook zijn de kosten van het Garnisoen zoo groot niet, of ze kunnen uit de inkom„ „sten maklijk goed gemaakt worden, want daar leggen thans niet meer als 10. Europeeschen, daar van 1. vaandrig 8. soldaaten 1: Tamboer, en 29. Sipahis, daar van 1. Vaandrig 1. serjant en 2. korporaals en 25. Gemeenen, die Jaarlijx op ƒ 6116:2. in„ „disch geld, en dus op ropijen vier duizend zeven en zeventig en negentien acht en veertigste te staan komen, zoo als blijkt bij de volgende aanwijzing 39 koppen in 't geheel; Daar van 10 koppen Europeeschen, als: 1. Vaandrig 8: soldaaten 1. Tamboer 24 koppen Sipahis; Teweeten 1. Vaandrig 1. sersant 2. korporaals- 25. Gemeenen Sommarium 10. koppen Europeeschen -- - 28 v: Sipahis - Telt Te zaamen Telt - 103 Indiasch winnende ––„ 299 3 –„ Gasie Gasie, kostgeld, Rrandsoer Tek Smaands In een: vond Jaar 110 – –. ƒ 40 — ƒ 30 – ƒ 14: 10 —ƒ — ƒ 44 10 Rops 29: 32. ƒ 534 — Rop:s 356. —. „ 11 „ 66 „ 19. 8. „ 16. 2. – „ 101. 10. „ 67 31. — „ 1218. –. — „ 812. —.— „ 9 – „ 6 15: 1. 8 8 „ —. 1. 17. 8 „ 10. 1 „ 6. 34. - „ 120. 2. „ 80. 19: — – – - - - ƒ102:15 ƒ 35. 6 8 ƒ 17. 19. 8. ƒ 156: 1: r/o 104: 2 — ƒ 1072:1. R: p:s 248: 19.— Rop 16. ƒ. 24 ƒ -ƒ 1. 17 8 ƒ 25: 1: 8 2e ps 7. 12: ƒ 310: 10. Rops 207. —. — — „ 12. ½ „ 18. 15 „ „ 1. 17. 8. „ 26. 12. 8„ 13. 36. – „ 247: 10. – „ 165. —. „ – - „ 10½ „ 31. 10. „ 3. 15. -. „ 35. 5. 23. 14. – „ 423. –. – „ 282. —. „ 46178 „ 271:17: 8. „ 188. 12. - „ 3262. 10. – „ 2175. —. – – „ 6 – –„ 225 – –„ „ - - - - - ƒ299. 5: — – ƒ 54. 7. 8 ƒ 353:1: 8 20 s 235 36 — ƒ4243. 10. r ps 2829. —. ƒ 102. 15 ƒ 35. 6 8 ƒ 17. 9 8 ƒ 156. 1. . 14. 2. ƒ 1872. 12. r0 ps 28. 19. — -- „ 547. 8. „ 353. 128 „ 233. 36. —„ 4243. 10 – „ 2829. -. 38 4 ƒ 402. — ƒ 33. 6. 8 ƒ 72. 7. — ƒ 509. 13.810 ƒ 39/48. ƒ 6416. 2. rop:s 407 14/8. §S 120. — § 120. Het geen de Heer Direkteur Generaal bij zijn voormeld Plan omtrend de Seinen, korrespondentsie en kapitulaatsie voor„ „gesteld heeft, is van uwe Hoog edelhee„ „den bij sekreete Missive van den 24:e Sep„ „tember 1779. onder eenige aanmerkingen geapprobeerd, waar ik niets weet bij te voegen. Jk beveele uwe Hoogedelheeden en § 121. de wigtige belangen der Maatschappij in Gods bescherming en blijven met alle eerbied en trouwe /:onderstond:/ Hoogedele Groot achtbaare wijd gebiedende Heer, en Weledele Gestrenge Heeren. uwer Hoogedelheeden onderdanige en Getrouwe Dienaar /:was getekend:/ J: G: van Angelbeek /:in margine:/ Roetsiem den 29:e April 1789. —. Akkerdeerd Arnold Zunel p:s sek ret:s Nagezien. A 1o poel 104 Translaat Brief door den Koning van Trevan Roor geschreeven aan den Welede„ „len Gestrengen Grootacht„ baaren Heer Gouverneur Johan Gerard Van An¬ „gelbeek, ontvangen den 23. April 1789. Wij hebben alle Uweledele Grootacht¬ baare brieven ontvangen, en dies in„ houd met genoegen verstaan. Voor de aan den Soeratschen Koop- „man Mahmet Wajer volgens ons verzoek verschootene kontanten betuigen wij onze Dankbaarheid. Het bedraagen der Koopmanschappen dat wij aan de E. Kompanie ten achteren zijn, hebben wij aan on „zen Peper Sarbadikanahaar San„ „gara Narajan en Tjem bagaramen Pulle en Pullemaars die naar der¬ waards gezonden zijn om de pe„ „per reekening te vereffenen, ge„ N„o 5 „last

NL-HaNA_1.04.02_3849_0246 view scan ↗

English

charge, to settle the amount for the above-mentioned merchandise against the money due for the delivered pepper of the year Koilan 963 or anno 1788, we therefore also request Your Right Honourable to issue orders to that effect. Furthermore, we request Your Right Honourable to also provide us with a portion of the Batavia merchandise in the coming autumn, just as this year. Regarding the matter of Koilang, concerning our subjects who reside there within the border, this serves as an answer: that we intend to travel to the North, and upon our arrival at Koilang, we shall have the Meelbisaripoeraren fetched and settle everything properly. Your Right Honourable writes to us that a boat belonging to the Company's ship, along with four sailors, had gone missing and was intercepted by our people. To which serves that our inhabitants some time ago intercepted a single boat and brought it ashore, but inquiring after its owner, we were unable to learn anything earlier than from Your Right Honourable's letter. Consequently, we have sent orders to our servants that whenever the ship passes by and calls at that place, and the Captain sends some of his crew ashore to inspect the said boat, and it is found to belong to the Company, to return it at once. But regarding the four sailors, we have understood that they departed with a ship that had come from the north. Regarding the girl of Captain Wietscher, whom the wife of Dionis Lucasz had sold, we agree with the redress of Your Right Honourable to satisfy the said Captain with the 150 Ropias, but Your Right Honourable is requested to give orders that henceforth such things no longer occur. Concerning the matter of Pieter Boudijn, we must inform Your Right Honourable that he recently abducted a girl of the weavers' caste from our country, and upon that report the Captain of our battalions at Savoer took him into custody and gave us notice thereof. We then ordered the Captain to release the said Boudijn again, but now we have learned from Your Right Honourable's letter that he was a subject of the Honourable Company; therefore, we request that he be punished according to his deserts for the crime he committed. For the assistance rendered to the English battalions in crossing the river there, we express our gratitude. Regarding the matter between the Banyan Kristna Baboden and Mato Saragen, we have ordered our Pepper Sarbadi Kanakaar to investigate the same and settle it according to justice. It was extremely pleasing and agreeable to us to observe from Your Right Honourable's letters that instructions had been written from Batavia to leave the remaining leased lands to us, according to our desire. We hope, therefore, that Your Right Honourable will also bring our further affairs, through his efforts, to a desired conclusion, and as we presently intend to come to the North, we shall send one of our Ministers thither to speak with Your Right Honourable. We do not doubt in the least that Your Right Honourable will have heard the latest news of Tipoe Sultan, and it is said that he is forcing the inhabitants from Kolastri to Kalikut to convert to his faith, and that most people, out of fear thereof, are fleeing from there to various places; and that as soon as he arrives in Kalikut, he would proceed to Settua, and we think that Your Right Honourable will also have heard such. If Your Right Honourable should have received any news in the meantime, we request to be informed thereof at once. Written by Balia Melesoe Hoe Kannakoe Prasoedom Peroemaal Madewen and signed by His Highness. Below stood: For the translation, Koetsiem, date as above. Was signed: I. M. Truijens, sworn translator. Arnold Lunel Agreed. First Secretary W. V. d. Poel No. 6: Draft letter written by the Right Honourable, Valiant Johan Gerard van Angelbeek, Governor, to the King of Travancore, on the 8th of December 1788. I have received a report from the Chief of Koilang that Your Highness's Torrehare recently sent a Tandehaar or revenue collector inside the border to demand dues from the Christian Pedro Anthonio. The Chief thereupon asked this Pedro Anthonio whether he owed anything, but the same declared that he knew of no debt and at the same time showed a receipt, which proved the payment. This receipt was shown by the Chief to the Tandikaar, who himself admitted that the receipt was genuine, but at the same time demanded that Pedro Antonio should bring the receipt to Koilan de Sima and display it there. This the Chief refused to permit, but thereupon Your Highness's Melbisaanpoekaaren sent three Pandakaaren inside the border to carry off the repeatedly mentioned Pedro Antonio by force. They did not find him at home, and thereupon searched the house, and subsequently placed the same under arrest. The Chief wrote about this to the Mellisaaripoekaaren, and received the following reply thereto: Of the vassals on Sangatseen, the aforementioned Pedro Antonio owes much money to my Master, and because he did not come here to the Torrehaaren and Poelamars to confront his account, in order to make the payment of his arrears of the Company's dues in installments, he was summoned by the Tendakaars; but he violated the order of His Highness, and coming to Your Honour showed the proof of the paid moneys, which I

Dutch transcription

„last, om het bedraagen van bovengem Koop manschappen, met het te goed hebbende geld van de geleeverde peper van het Iaar Koilan, 963. ofte ao. 1788. afte ree„ „kenen, dus verzoeken wij Uweledele Grootachtbaare daartoe ook te gelasten Voorts verzoeken wij Uweledele Groot„ achtbaare, in het aanstaande na Jaar ook een portsie der Bataviasche Koopmanschappen, gelijk dit Jaar, aan ons te bezorgen Nopens de Zaak van Koilang, aangaan¬ „de onze onderdaanen die aldaar in de Limiet woonen, diend tot anwoord, dat wij van Zints zijn naar de Noord te koomen, en met onze komste op Koilang zullen wij den Meelbisaripoe„ Raren laaten haalen, en alles behoorlijk afdoen. Uwel edele Grootachtbaare schrijft ons, dat een Schuit van 's Kompa„ mes schip met vier Matroozen absent geraakt, en door ons Volk was opgevangen. Waarop diend, dat 105 dat onze Jnwooners voor eenigen tijd een enkelde schuit opgevat en op de Wal gehaald hebben, doch naar den Eijgenaar van dezelve verneemende, hebben wij niet eerder kunnen ontwaa„ „ren, dan uit Uweledele Groot„ „achtbaare brief. Derhalven heb¬ ben wij aan onze Bedienden ordre gezonden, om wanneer het schip en passant daar ter plaatze aan„ doet en de Kapitain iemand van zijn Volk aan de Wal zend om gem: schuit te zien, en bevonden word dat ze van de Kompanie is, ten eersten afte geeven. Doch nopens de vier matrozen hebben wij verstaan, dat de zelven met een schip, dat van de noord was gekoomen, vertrokken waaren. Aangaande het Meisje van den Kapitain Wietscher het welk de Vrouw van Dionis Lucasz verkocht had, stemmen wij ons toe, met het redres van Uweledele Groot„ achtbaare om aan gemelde Kapi¬ ta in de 150 Ropias te voldoen doch doch Uwel edele Grootachtbaare gelieft ordre te stellen dat voortaan zulx niet meer geschied. Nopens de Zaak van Pieter Bou„ „dijn, moeten wij Uwel edele Groot„ achtbaare bedeelen, dat hij on„ langs een Meisje van het Weevers geslagt van ons Land vervoerd had¬ en opdat genicht heeft de Kapi„ „tain van ons Battaljons te Savoer, hem in verzeekering gehouden, en ons daar kennis van gegeeven. Wij hebben toen den Kapitain bevoolen om gemelden Boudijn wederlos te laaten, maar thans hebben wij uit Uweledele Groot achtbaare brief ontwaard, dat hij een Onder„ daan van de E Komparie was, der„ halven verzoeken wij over zijn ge„ „pleegde misdaad naar verdien„ sten te Straffen. Voor de beweezene assistentsie aan de Engelsche Battaljons in het over„ zetten van de Rivier aldaar, betui„ gen wij onze Dankbaarheid. Wegens 2 106 Wegens de zaak tusschen den Benjaan Kristna Baboden en Mato Sara„ gen, hebben wij aan onsen Peper Sarbadi Kanakaar gelast om dezelve te onderzoeken, en naar rechten afte„ maaken. Het was ons uitermate leef en aange„ naam uit Uweledele Grootachtbaare letteren te beoogen, dat van Batavia aangeschreeven was, om de overige pachtlanden, volgens begeerte, aan ons overte laaten Wij hoopen dus, dat Uwel edele Groot„ achtbaare in onze verdere zaaken ook, door deszelfs bewerking, een en gewenschten Dogmerk zal doen be„ „reiken, en wijl wij thans van voor„ noomen zijn naar de Noord te komen, zoo zullen wij een van onze Ministers naar derwaards zenden, om met Uwe ledele Groot achtbaare te spreeken Wij twijfelen geenzints of Uwel edele Grootachtbaare zal de nieuwstijn¬ dingen van Tipoe Sultan wel gehoord hebben, en het word gezegt dat hij de Inwooners van Kolastri af tot Kalikut, tot zijn geloof dwingt, 2. Nagezien dwingt, en dat de meeste Lieden uit vreeze van dien, van daar naar verscheide plaatzen vluchten; en dat zoo dra hij te Ralikút komt, tot Settua zoude komen, en zulx denken wij„ dat U weledele Grootachtbaare ook wel zal gehoord hebben. Zoo Uwel edele Grootachtbaare intusschen eenige tijdingen mogte vernoomen hebben, verzoeke ons ten eersten te bedee„ len Geschreeven door Balia Melesoe Hoe Kannakoe Prasoedom Peroemaal Ma„ dewen en geteekend door zijn Hoogheid. /:onderstond:/ Voor de Translaatsie Koetsiem dato als vooren /:was geteekend:/ I. M. Truijens gezw. Translateur. Arnold Lunel Akkosdeerd. p:r sekret:s - WVd Poel N„o 6: 107 Koncept brief door den Weled. Gestrengen Grootachtbaaren Heer Gouverneur Johan Gerard van Angelbeek, geschreeven aan den Koning van Prevan Koor den 8en December 1788 Ik heb van het Opperhoofd van Koilang bericht gekreegen, dat de Torrehare van Uwe Hoogheid deezer daagen een en Tandehaar of Invorderaar der gerechtigheeden binnen de Limiet gezonden had, om van den Christen Pedro Anthonio Gerechtigheeden te vorderen. Het Opperhoofd heeft deezen Pedro Anthonio daarop gevraagd, of hij iets schuldig was, doch dezelve heeft daarop betuigd niets schuldig te weeten, en teffens een quitantsie vertoond, waarbij de betaaling bleek. Deeze quitantsie is door het Opperhoofd aan den Tandikaar vertoond, die zelve bekende, dat de quitantsie echt was, doch tef„ „fens begeerde, dat Pedro Antonio de quitantsie te Koilan de Sima brengen en daar versoonen moest. Dit Dit heeft het Opperhoofd niet willen toestaan, doch daarop heeft Uw Hoog „heids Melbisaanpoekaaren drie Panda„ kaaren in de Limiet gezonden, om meermelden Petro Antonio met ge„ weld wegte haalen. zij hebben hem niet te huis gevonden, en daarop het huis doorzocht, en het zelve vervolgens met arrest belegt. Het Opperhoofd heeft daarover aan den Mellisaari„ poekaaren geschreeven, en daaropt het volgende antwoord bekoomen. Van de op Sangatseen zijnde Vassalen, is voorm: Pedro Antonio veel geld aan mijn Meester schuldig, en wijl hij alhier bij den Torrehaaren en Poelamars niet gekoomen was, om zijne Reekening te Konfronteeren, ten einde de betaaling van zijn achterstallige penningen van skomp:s Gerechtigheid bij termijnen afteleggen, is hij door de Tendakaars geroepen, maar hij heeft de ordre van Zijn Hoogheid overtreeden, en bij UwE. koomende het bewijs van de af„ gelegde penningen getoond, het geen ik

NL-HaNA_1.04.02_3849_0255 view scan ↗

English

108. I cannot sufficiently understand. The head- and net-money, as well as some other dues of the chiefs or Aresens, the inhabitants of Sangatseeri used to pay to the said Aresens, and they must provide receipts for the receipt thereof. The condemnation moneys they used to pay to the Torrekaars, Moedelpoedihaar, who provides proof for its receipt. For the collection of these dues, the said inhabitants are brought here by the Jan de Kaars and Seroemboekaars, and the houses of the unwilling are sealed and placed under arrest in order to compel the payment of the dues; the stubborn are also condemned to fines. This is an ancient custom, and Your Highness will be able to understand everything clearly upon inquiry among the fishermen of Sangatseer and of Kotjo Mingo; but if the Ten dekares should have committed anything contrary to custom, I shall have them punished according to their deserts. I have inserted this passage from the letter of the Melebisari pochaaren word for word here, in order to prove thereby that the servants of Your Highness arrogate to themselves an authority in the Company's territory and over the Company's subjects to which they are not entitled, or to speak out candidly, which the Segnattijs never had and which therefore does not belong to Your Highness either. I had already spoken about this during my recent presence at Mawelikare with the Dalawa Kesa Sulla, and obtained from him the promise that Your Highness's servants at Koilang de Sima would receive orders to exercise no authority henceforth within the Company's limits, much less commit any molestations; yet since, notwithstanding this, this case has now arisen, 109. I find myself obligated to confer with Your Highness in detail regarding the Company's rights concerning Koilang, and to convince Your Highness that the Melibisaripoekaren, Protikaren, and other servants in those environs have for some time been arrogating things to themselves that conflict with that right, and to which they are not in the least authorized. Under the old contracts of the 6th of April 1710 with the Segnattij, it was stipulated under Article 3: that all Christian subjects living within the Company's limits shall remain solely under the obedience of the Company, of whatever lineage or nation they might be, except the serfs belonging to the Raja Segnattij; and under Article 4: that the Segnattij shall receive one Raja from the Mukkuvas living within the limits in case they marry in one of the Roman churches outside the limits, and not otherwise. Under the further contracts it was established: that the Mukkuvas living within the Company's limits were to pay one Raja yearly as head-money, and had to deliver three fish for each net every time. Yet this tax was not granted as though the Mukkuvas were subjects of the Segnattij, but because they fished not only off the Company's limits, but throughout the entire bay and along the other shores of Raja Segnattij. Your Highness's predecessor, upon the conquest of the small kingdom of the Segnattij, expressly bound himself to respect the ancient privileges of the Company, and this was also literally complied with in the first years, and therein only this change was made, that Your Highness, instead of the three fish daily, 110. would receive an annual net-money of 30 Chakrams for a large net, 15 Chakrams for a small net, and ten Chakrams head-money for each head. These dues, namely the head- and net-money, have since been paid to a servant of Your Highness who bears the title of Aresen, but who must reside outside the Company's limits and may not exercise the least authority within our village or over the fishermen; but if they fall behind with the payment, he must make his complaint to the interpreter and beach-warden, who then collects the arrears and accounts to him for them. Yet now, for some time past, the servants of Your Highness have arrogated to themselves the power to exercise authority within our village and over our inhabitants, to apprehend them, to place them under arrest, and to impose fines on them, as Your Highness has seen from the ola of the Melbesanpoekaren which I have transcribed above. I remain fully assured that Your Highness does not seek to curtail the right of the Company, and especially does not desire that his servants arrogate any authority to themselves within our village of Koilang. I therefore let this serve to give Your Highness notice of these improper proceedings and to request that the necessary redress be made herein at once, and to command his servants that they henceforth arrogate no authority over the Company's village and subjects, and arrest no inhabitants on account of the aforementioned dues, but if they do not pay, to let this be known to the Chief through the Company's interpreter, who will procure the money at once. Furthermore, while writing this, I receive complaints from the Chief 111. Examined that Your Highness's servants have hindered some Mukkuvas of Koilang who were going on board our ship and taking some firewood with them, and forcibly prevented this by an oath in Your Highness's name. This is once again an act of tyranny to which Your Highness's servants have not the least right, and I request Your Highness to correct the Ten dahaar for this, and to make arrangements so that such things no longer occur in the future. My interpreter Salvadoor, who will deliver this, has been instructed by me to provide further elucidation on everything. May God preserve Your Highness. Below stood: Translated as such into the Malabar language by me, Koel Siem, date as above. Was signed: I. M. Truijens Sworn Translator Arnold Lunel Agreed, by the Secretary, W. V. d. Poel

Dutch transcription

108. ik niet genoegzaam begrijpen Kan. Het Hoofd en nette geld als meede eenige andere Gerechtigheeden van de Hoofden of Aresens plagten de Inge„ zetenen op Sangatseeri aan gemelde Atresens op te brengen, en dezelven moeten voor den ontvangst quitantsies verleenen. De Kondemnaatsie Penningen plachten ze aan den Torrekaars, Moedelpoedihaar op te brengen, die voor dies ontvangst be„ wijs verleend. Tot het invorderen van deeze gerechtig¬ „heeden worden gem: Jngezeten en door de Jan de Kaars en Seroemboekaars alhier gebragt, en de huizen van de Onwilligen toegebonden en ge„ „arresteerd, om tot den opbreng van de gerechtigheid te Konstringeeren, ook worden de halsterige in boete gekondemneerd, dit is een al oud gebruik en UWE zal bij Onderzoek van de Vissers op Sanget¬ seer en van Kotjo Mingo alles dui„ delijk kunnen verstaan, maar zoo de Ten dekares buiten het gebruik iets mogten gepleegd hebben, zal ik Ze naar merite laaten Straffen Gtr Ik hebdeete passasie uit den brief van den Melebisari pochaaren van Woord tot Woord hier geinsereerd; om daardoor te bewijzen, dat de Be„ „diend en van Uwe Hoogheid zich een gezag in stomps plaats en over shompenies Onderdaanen aan„ maatigen, waartoe zij niet gewettigd zijn, of om recht voor de vuist uit¬ „te spreeken, het geen de Segnattijs noit gehad hebben en het geen dus Uw Hoogheid ook niet toekomt. Ik had hierover bij mijne jongste aanweezen te Mawelikare met den Dalawa Kesa Sulla reets gesprooken, en van hem de belofte verkreegen, dat Uw„ Hoogheids Bedienden te Koi„ „lang de Sima ordre Krij¬ gen zoúden, om voortaan binnen skompanies Limie„ „ten geen gezag te oefenen, veel minder eenige Molesten te pleegen, doch wijl des niet tegen„ 2. 109 tegenstaande dit geval nu ontstaan is, zoo vinde ik mij verplicht, Uwe Hoogheid over SKompanies recht omtrend Koilang, omstandig te onder„ „houden, en Uwe Hoogheid te overtui„ „gen, dat de Melibisaripoekaren, Pro„ „tikaren en andere Bedienden daar omstreep zich Ieder eenigen tijd dengen aanmaatigen, die met dat rechtstrijden, en waartoe zij in het minste niet bevoegt zijn. — Bij de oude kontrakten van den 6en April 1710. met de Segnattij is vast gesteld, bij Artic: 3. dat alle Christen onderdaanen woonen¬ „de in Shompenies Limiet zullen alleen blijven, onder de gehoorzaam¬ „heid van DE Komparie, het rij van wat geslagt of naatsie dezel„ ven zouden mogen weeten, ex„ „cepto de leifeigenen toebehoorende den Rasia Segnattij en bij Artic: 4. Dat de Segnattij van de Moequas binnen de Limiet woonende een Rasia zal genieten bij al„ „dien dezelven in een van de 2. „1 de Roomsche Kerken buiten de Li„ miet trouwen en anders niet. Bij de verdere kontrakten is vast gesteld: dat de Moequas binnen 'sKompa„ nies Limiet woonende jaarlijx een Rasia tot Hoofdgeld betaalen, en telkens voor ider net drie Vis„ „schen opbrengen moesten. Doch deeze belasting is niet ingewilligd, als of de Moequas onderdaanen van den Segnattij waaren, maar om dat zij niet alleen voor 'S Kompanies Limiet maar de heele Bai door en langs de verdere Stranden van Rasia Segnattij vischten. Uwe Hoogheids Voorzaat heeft zich bij de Verovering van het Rijkje van den Segnattij duidelijk verbon„ „den, de oude Vorrechten van de Kompenie te zúllen respecteeren en hieraan is ook in de eerste Taa¬ ren letterlijk voldaan, en daarin is Ieder alleen deeze Verandering gemaakt, dat Uwe Hoogheid in steede van de drie Visschen dage¬ „lijx 110. „lijxeen jaarlijks nette geld van 30. Tjakkarons van een groot, 15. Tjak¬ karons van een kleen net en tien Sjak Karons Hoofdgeld voor ider Kop genieten zoude. Deeze Gerechtigheeden, te weeten het Hoofd en nette geld, zijn zeeder betaald aan een Bediende van Uwe Hoogheid, die den Titel van Aresen voerd, doch zich buiten &Kompanies Limiet moet ophouden, en geen het minste gezag binnen ons dorp of over de Vischers magoefnen, maar als zij met de betaaling ten achteren blijven, zijn beklag bij den Tolk en strandwachter doen moet, die de achterstallen alsdan in vorderd en aan hem verantwoordt. Maar nu Zeder eenigen tijd hebben de Bedienden van Uwe Hoogheid zich aangematigd, binnen ons dorp en over onze Inwooners gezag te oefnen, hen opte vatten, hen in ar„ rest te zetten, en in boetens te slaan, Zoo als Uwe Hoogheid uit de Ola van den Melbesanpoekaren gezien 5 heeft, 12 heeft, die ik hier voorwaards heb in¬ geschreeven Ik houde mij ten vollen verzee„ „verd, dat Uwe- Hoogheid het recht van de Kompanie niet zoekt te ver„ „korten en vooral niet begeerd dat zijn Bedienden zig eenig gezag binnen ons dorp Koilang aan matigen, en laate derhalven deezen dienen Uwe Hoogheid van de onbetaamelijke gedoentens kennis te geeven en te verzoeken om hierin ten eersten het noodige redres te maaken, en zijne Bedienden te beveelen, dat zij zich voortaan geen gezag over skompa¬ nies dorp en Onderdaanen aan„ „maatigen, en geene Inwooners over voormelde Gerechtigheeden arrestee¬ „ren, maar als dezelven niet betaa„ len, zulx aan het Opperhoofd door Skomps Tolk te laaten weeten, die het geld ten eersten bezorgen zal. Noch bekoome ik onder het schrijven deezes, Klachte van het Opper¬ „hoofd 3. 111. Nagezien hoofd, dat Uw Hoogheid bedienden eenige Moequas van Koilang, die naar boord van ons schip gaan en, eenige har„ waat meede neemen, daarin verhinderd en Zulx door een Eed op Uw Hoogheids naam met geweld belet hebben. Dit is alweer een daad van gewelde„ „narij, waartoe Uw Hoogheids Bedien„ „den geen het minste recht hebben, en ik verzoeke Uw Hoogheid den Ten dahaar daarover te Korrigeeren en ordre te stellen, dat zulx voort„ aan niet meer geschied. Mijn Tolk Salvadoor, die deezen over„ handigen zal, is door mij geinstru¬ „eerd, van alles nadere elucidaatsie te geeven God bewaare Uwe Hoogheid /:onderstond:/ zoodanig door mij in het malabaarsch overgezet, Koel Siem dato als Vooren¬ /:was geteekend:/ I. M. Truijens gezw. Translateur. Arnold Lunel Akkordeerd p:r Sekaet.:s 3. „ WVd Poel

NL-HaNA_1.04.02_3849_0265 view scan ↗

English

No: 6: 112 Translation Copy Ola written by the Chief of Koilan, Adriaan Poolvliet, to the Meelbisaaripoekaar of Koilan de Sima. The Interpreter of this fortress has made known to me that the Sandehaaren koenjen had told him that the Company's lascar Pedro Antoni was unwilling to pay the ten Kalions which he was alleged to be in arrears for the King's dues. I have questioned the lascar about this; the same replied that he had already paid all the money of which the Jandakaars speak, and showed me the receipts for 25 Kalions, testifying that he owed nothing more for the King's dues. The matter being in this state, I heard that three Jandakaars had come to the house of the said lascar and, having looked for him, the people of the house had said that he had gone to the fort, but that the three Jandakaars thereupon went inside the same and searched for him, yet not finding him, fastened the door and tied a groenetari to it, forbidding in the name of His Highness anyone to enter therein. It goes against all justice and propriety that the King's people enter the houses of the Company's vassals and commit such hostilities, and if the Company's subordinates should happen to be in arrears with anything in the payment of their dues to His Highness, notice of it is usually given to us, whereupon satisfaction is arranged; but I cannot understand for what reason such insolences have now been committed within the Company's limits. Therefore, I request Your Honour to punish those who have done such things according to their deserts, and to communicate to me in reply to this the reasons for all these committed hostilities in detail. If there is anything here for Your Honour's service, please write to me. Written the 15th of November 1788. Below stood: For the translation, Koetsiem, the 22nd of November 1788. Was signed: J: M. Truijens, Sworn Translator. Agreed, Arnold Lunel, provisional secretary. Examined, HVd Poel. No 6: 114 Translation Ola written by the Meelbisaanpoekaar of the King of Travancore, in the name of Kanakio Ramalingen Wairawen, to Adriaan Poolvliet, Chief at Koilan, received here on the 22nd of November 1788. I have received Your Honour's ola and understood its contents, from which I saw that the Jandakaars had been there in Sangatseeri at the house of the Markan Pedro Antoni (who pays the poll tax to my master) to demand the arrears of money, and not finding him had closed the door of his house, and that the Interpreter, having heard of this, had made it known to Your Honour, and that the said Pedro Antoni had said that he was not in arrears with anything for the Company's dues, and that Your Honour had seen the receipt, and that whenever the Company's vassals might be in arrears with anything to His Highness, notice being given thereof, satisfaction was made, and that Your Honour could not understand how our people could commit such insolences within the Company's limits as to seize houses, make demands for money, etc., and that I must communicate the reasons thereof in detail to Your Honour. Of the vassals residing on Sangatseeri, the aforementioned Pedro Antoni owes much money to my master, and because he had not come here to the Torrekaar and Poelemaars to confront his account, in order to settle the payment of his arrears of money for the King's dues by installments, as was done formerly, he was summoned by the Jandakaars; but he has violated the order of His Highness, and coming before Your Honour showed the proof of the money paid, which I cannot sufficiently understand. The poll and net tax, as well as some other dues of the chiefs or aresens, the inhabitants on Sangatseeri were accustomed to pay to the said Aresens, and the same must provide receipts for the receipt thereof. The condemnation money of the said vassals was accustomed to be paid to the Torrekaars Moedelpoedihaar, who provides proof for its receipt. For the collection of these dues, the said inhabitants are brought here by the Tendakaars and Sewemboekaars, and the houses of the unwilling are tied shut and placed under arrest to constrain them to the payment of the dues, and the stubborn are also condemned to fines; this is an ancient custom, 115 Examined custom, and Your Honour, upon investigation of the fishermen on Sangatseeri and of Kotje Mingo, will be able to understand everything clearly; but if the Tendakaars should have done anything beyond the custom, I will have them punished according to their deserts. If there is anything here for Your Honour's service, please inform me, along with news of your good health. Signed by the said Meelbisaaripoekaaren. Below stood: For the translation, Koetsiem, date as above. Was signed: J. M. Truijens, sworn translator. Agreed, Arnold Lunel, provisional secretary. WVd Poel. No 7. 116 Translation of a Letter written by the King of Travancore to the Right Honorable and Valiant, Highly Esteemed Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek, received the 10th of Jan: 1789. Your Right Honorable and Valiant, Highly Esteemed letter was well received and its contents understood, from which we saw that our servants commit many hostilities against the vassals who live within the Company's limits at Koilang. We have several times written to Your Right Honorable and Valiant, Highly Esteemed self that several of our subjects live within the Company's limits there, and that they are unwilling to pay the customary dues to us, as is well known to Your Right Honorable and Valiant, Highly Esteemed self; but if our servants should have done anything contrary to equity, we shall have them

Dutch transcription

No: 6: 112 Translaat Kopij Ola door het Opperhoofd van Koi¬ E „lan DE Adriaan Pool„ vliet geschreeven aan den Meelbisaari poekaar van Noilan de Sima De Tolk van deeze fortresse heeft mij bekend gemaakt, dat de Sande¬ haaren koenjen aan hem gezegt had, dat de Skomps lashorijn Pe¬ dro Antoni ongeneegen was, om de tien Kalions die hij aan 's Konings gerechtigheid ten achteren zoude zijn:) optebrengen. Ik hebden Laskorijn hierover gevraagd, den zel„ ven heeft tot andwoord gediend, dat hij al het geld waar de Jande„ Kaaren van Zegd, reets voldaan had, en wees mij de quitantsies van 25. Kalions, betuigende: dat hij niets meer aan 's Konings ge„ rechtigheid te agteren was. De zaak in deeze staat zijnde, hoorde ik, dat drie Jan de Kaars aan het Huis van gemelden Las Korijn gekoomen waaren, en naar hem gezogt, hebbende, de luiden van het huis gezegt hadden, dat hij naar het fort gegaan was, maar dat de drie Tan de haars daarop binnen het zelve gegaan en hem gezogt hadden, doch hem niet vindende de deur vast gemaakt, en een groe„ netari daaran gebonden hadden, verbiedende op de naam van zijn Hoogheid dat niemand daarin mogt treeden. Het strijd tegen alle recht en de beleug heid, dat 's Konings Volk de Ruizen van 'SKompanies Vassaalen inloopt en zulke hostiliteiten pleegt, en zoo bij aldien de 's nomparies onder„ hoorigen in het opbrengen hunner gerechtigheeden aan zijn Hoogheid iets mogten ten agteren zijn, plagt men althoos aan ons daarvan kennis te geeven wanneer de vol„ doening bezorgd word, maar ik kan niet begrijpen om wat reeden thans zulke insolentsies binnen 'sKomps: limiet gepleegd zijn: Derhalven vertoek in UWEd: de geenen die zulx 113 zulx gedaan hebben, naar verdiensten te Straffen, en mij in antwoord deezes de reeden van alle deeze gepleegde hostiliteiten omstandzg te bedeelen. Hier iets van Uwe. Dienst zijnde, ge„ lieft mij te schrijven. Geschree„ „ven den 15. November 1788. /:onderstond:/ Voor de Translaatsie Koet siem den 22. November 1788. /:was geteekend:/ J: M. Truijens Gezw: Translateur. — Akkordeerd Arnold Zunel p:s sekret:s Nagezien -- HVd Boel No 6: 114 Translaat Ola door den Meelbisaanpoekaar van den Koning van Trevan¬ Koor, in naame Kanakio Ramalingen Wairawen, geschreeven aan De Adriaan Poolvliet Opperhoofd te Koilan„ alhier ontvangen den 22. November 1788. UwEd: ola heb ik ontvangen en dies inhoud verstaan, waarbij i zag, dat de Jandakaars aldaar te Sangatseen aan het Huis van den Markan Pedro Antoni (:die het hoofdgeld aan mijn „meester „opbrengd:) waaren geweest om de achterstallige penningen te vraa„ „gen, en hem niet vindende de deur van zijn huis hadden toe„ gemaakt, en dat zulx de Tolk gehoord hebbende, aan UwEd. had bekend gemaakt, en dat gem: Pedro Antoni had gezegd, dat hij niets aan 'S Komps. Gerechtig heeden „heeden ten achteren was, en dat uwEd. de quietantsie had gezien, en dat wanneer de Komps Vassaalen iets aan zijn Hoogheid ten achteren zijn mogten; zulx aldaar bekend gemaakt wordende, dies voldoening ge¬ daan wierd, en dat Uwed. niet Kos„ te begrijpen, hoe dat ons Volk binnen 'SKomps. Limiet zulke in„ solentsies Kost pleegen, om de hui„ zen te arresteeren, de invordering van geld en z. te doen, en dat in de reeden daarvan omstandig aan UwEd. moeste bedeelen Van de op Sangatseeri Zijnde Passaa¬ len, is voorm: Pedro Antoni veel geld aan mijn meester schuldig, en wijl hij alhier bij den Torre haar en Poelemaars niet gekomen was om zijne reekening te kon¬ fronteeren, ten einde de betaa„ ling van zijn achterstallige pen„ „ningen van 'SKonings gerechtig„ 9„ heid bij termijnen afteleggen, gelijk voor dezen gedaan wierd, is hij door de Jan de Raars gewepen¬ maar hij heeft de ordre van zijn Hoog„ 115 Hoogheid overtreeden, en bij UwEd koo„ „mende het bewijs van de afgelegde penningen getoond, het geen ik niet genoegzaam begrepen kan. Het Hoofd en nette geld, als meede eenige andere Gerechtigheeden, van de hoofden of etresens, plagten de ingezeetenen op Sangatseevi aan gem: Aresens opte brengen, en dezelven moeten voor den ontvangst quietanthies verleenen. De Kondemnaatsie penningen van gemelde Vassaalen plagten te aan den Torrekaars Moedelpoedi„ haar opte brengen, die voor dies ontvangst bewijs verleend. Tot het invorderen van deeze ge¬ rechtigheeden, worden gem: inge„ zeetenen, door de TendaKaars en Sewem boekaars alhier gebragt, en de huizen van de onwilligen toegebonden en gearresteerd, om ze tot den opbreng van de gerech¬ tigheeden te konstringeeren, en ook worden de halstanigen in boete gekondemneerd, dit is een al oud gebruik Nagezien gebruik, en Uw Ed. zal bij onderzoek van de Vissers op Sangatseeri en van Kotje Mingo, alles duidelijk kunnen verstaan, maar zoo de Ten dakaar buiten het gebruik iets mogten gepleegd hebben, zal ik ze naar men te laa¬ ten straffen. Hier iets van UwEd. Dienst zijnde gelieft mij te bedeelen teffens des„ zelfs goeden Welstand. Geteekend door gem: Meelbisaari„ poekaaren. /:onderstond:/ Voor de Translaatsie, Koetsiem dato als Vooren /:was geteekend:/ I. M. Truijens gezw. Translateur. — Akkordeerd Arnold Lunel p r sekret:s E Wvd Poel N„o 7. 116 Translaat Brief door den Koning van Trevan Koor ge„ „schreeven aan den Wel„ edel en Gestrengen Groot„ „achtbaaren Heer Gouver„ neur Johan Gerard van Angelbeek ontvangen den 10. Jan: 1789. Uw Wel Edele Gestrenge Groot achtbaare Brief wel ontvangen, en dees inhoud verstaan, waarbij wij zagen, dat onze Bedienden tegen de Vasalen die in Skompanies Limiet te Koi„ lang woonen, veele hostiliteiten pleegen. Wij hebben verscheide maalen Uw Wel Edele Gestrenge Groot achtbaare geschreeven, dat verscheidene Onder= daanen van ons binnen Kompanies limiet aldaar woonen, en dat ze ongeneegen zijn de gewoone gerechtigheed, aan ons opte brengen gelijk Uw WelEdele Gestrenge Grootachtbaare Zulx wel bekend i5. maar zoo onze Bedienden buiten de Billikheid iets mogten gepleegt hebben, zullen wij dezelven laaten

NL-HaNA_1.04.02_3849_0274 view scan ↗

English

Examined to have them punished. Therefore we request Your Right Honorable Worship to send orders to the Chief of Koilang to place our subjects who live within the limits of the Company outside the same, so that they come to live on our territory, and further to have the dues of the inhabitants of the limits paid to our Soeram or moedelpoedikaren. Written by Balia Melesoetta Kanahoe Lrasoedom Lervemaal Madewen, and signed by His Highness. Below stood: For the translation, Koetsiem date as above. Was signed: J: M. Truijens, sworn Translator. Agreed. Arnold Lunel pro secretary WVd Poel No. 8. 117 Translation of the ola written by the King of Trevankoor to the Meelbisanpoekaren Ramen Lingen Wairawen, received here on 10 January 1789. The Honorable Lord Governor of Koetsiem has made known to us that the Torrekaaren at Koilan commit many hostilities against the vassals who live within the Company's limits. We have therefore requested His Right Honorable Worship to have the ordinary dues that the inhabitants of the limits used to pay fulfilled according to custom, and to place our subjects who live within the limits outside the same; you must therefore conduct yourself accordingly to receive the dues, and if the inhabitants of the limits should commit anything, you must Examined you must immediately make it known to us, whereupon we shall write to His Right Honorable Worship about it and properly investigate and settle everything. Therefore you must send no people inside the limits, nor persecute the said vassals in the least. Written by Balia Melesetta Kanakoe Pera Soetoem Seroemaal Madewen and signed by His Highness. Below stood: for the translation Koetsiem date as above. Was signed: I. M. Truijens, sworn Translator. Agreed. Arnold Lunel pro secretary JVd Poel Copy of a letter to Batavia 1789. of 4 June 118. Secret Register Copy Papers which are now sent to Their High Excellencies the High Indian Government at Batavia via Ceilon; namely: No. 1. Original secret letter of today. 2. Copy translation of a letter from the King of Koetsiem dated 5 May last. 3. Copy translation of a letter from the King of Trevankoor dated 7 May last. 4. Copy translation of a letter by the Prime Minister of the King of Trevankoor dated as above. 5. Two copy Portuguese letters from the Roman Priest Joan de Zilva of 6 and 8 May last. 6. Copy translation of a letter by the brother-in-law of the King of Koetsiem named Koenjoe Tieremoepaddoe to the Company's merchant Anta Setti written and dated 9 May last. 7. Four copy letters from the commanders of Aikotte and Kranganoor dated 3, 5, 6, and 8 May. 8. Copy draft letter by the Honorable Lord Governor to the King of Trevankoor dated 9 May last. 9. Copy letter to the commander at Kranganoor of the 11th of the said month with 10. Copy account by the under-inhabitant Johannes Martinus Truijens dated 28 May aforementioned. 11. Copy draft letter from the Honorable Lord Governor to the King of Trevankoor of the 29th of the said month of May. 119 57. No. 12. Copy translation of a letter from the King of Trevankoor in reply to the one just mentioned dated 3 of this month. Ditto 13. Copy letter to Kolombo written and dated today. Koetsiem, 4 June 1789. Was signed: Arnoldus Lunel, pro secretary. Agreed. Arnold Lunel pro secretary 120 Secret Copy Batavia No. 1. Tipoe Sultan To His High Excellency! The High, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General on behalf of the State of the Free United Netherlands and its General Chartered East India Company, and The Right Honorable, Valiant Lords Councillors of the Netherlands Indies. High and Right Honorable, Wide-Ruling Lord, Right Honorable, Valiant Lords! Section 1. In my respectful letter of 29 March last, sent via the private ship Neptunus, I had the honor to inform Your High Excellencies that Tipoe Sultan had again marched down with a large army and was encamped around Mahe and Tellitseeri, and in my further letter of 29 April following thereupon I added descends towards southern Malabaar preparations of Trevankoor I added to it that he was still stationed there, without anyone being able to discover his intention. Section 2. Since then he has come down towards this side with the largest part of his army, and the rumor became general that it was aimed at southern Malabaar, as Your High Excellencies will find described in full in the translated letters from the King of Koetsiem of the 5th, from the King of Trevankoor of the 7th, from the Prime Minister of Trevankoor commanding at Paroe of the 7th, from the Roman Priest Joan de Silva of the 6th and 8th, and from the brother-in-law of the King of Koetsiem, Koenjoe Tiroemoepado, of 9 May last, as also in the letters from the commanders of Aikotte and Kranganoor of the 3rd, 5th, 6th, and 8th of the aforementioned month, all of which are enclosed herewith in copy, and to which I refer here in order not to tire you needlessly with a recount of all the particulars appearing therein. Section 3. The King of Trevankoor had long been apprehensive about this, and had not only manned his line everywhere, but also at Paroe

Dutch transcription

Nagezien laaten Straffen. Dus verzoeken wij Uweledele Gestren„ „ge Grootachtbaare ordre te zenden aan het Opperhoofd van Koilang om onze onderdaanen die binnen de Limiet van de Komparie woo„ nen buiten dezelve te stellen, om op ons grondgebied te koomen, woonen, en voorts de Gerechtighee„ „den van de Inwooners van de Limiet, aan onze Soeram of moe„ „delpoedikaren te laaten opbrengen. Geschreeven door Balia Melesoetta Kanahoe Lrasoedom Lervemaal Madewen, en geteekend door zijn Hoogheid. /:onderstond:/ Voor de Translaatsie, Koetsiem dato als vooren /:was geteekend:/ J: M. Trugjens gezw. Translateur. Akkordeerd Arnold Lunel p:s schret„s WVd Poel N„o 8. 117 Translaat man dat ola door den Koning van Trevan hoor geschreeven aan den Meelbisan„ „poekaren Ramen Lingen wairawen, alhier, ont„ „vangen den 10. Jan 1789. De Edele Heer Gouverneur van koetsiem heeft ons bekend gemaakt, dat de Torrekaaren te Koilan tegen de Vassallen die in 's komip¬ limiet woonen veele hostilitei„ ten pleegt. Wij hebben derhalven „gestr: zijn Weledele Grootachtbaare verzocht om de gewoone gerechtig¬ heeden die de Inwooners van de Limiet plachten opte brengen, volgens gebrúik te laaten voldoen. en onze onderdaanen die bin¬ nen de Limiet woonen, buiten dezelve te stellen; gij moet derhalven zich hierna gedragen om de gerechtigheeden te ontvan„ gen, en zoo de Inwooners van de Limiet iets mogten pleegen, moet gij Nagezien gij ten eersten aan ons bekend maa„ 7„ „ken, wanneer wij zijn Wel edele Gestr. grootachtbaare daarover schrijven en alles na behooren onderzoeken en afmaaken zúllen Derhalven moeten gij geen Volk binnen de Limiet zenden, nog gem: Vassalen in het minste vervol„ gen Geschreeven door Balia Melesetta Kanakoe Pera Soetoem Seroemaal Madewen en geteekend door zijn Hoogheid. /:onderstond:/ voor de Translaatsie Koetsiem dato als boven /:was geteekend:/ I. M. Truijens gezw. Translateur. — Akkordeerd. Arnold Lunel p:r sekr t:o JVd Poel Kopij Brief naar Batavia 1789. van den 4:e juni 118. Register der Sehreete Copia Papieren dewelken thans aan Hunne Hoogedelheeden de Hooge Jndische Regeering: te Batavia over Ceilon worden gezonden; Namentlijk N=o 1. Origineele sekriete brief van heeden 2: Kopij Translaat brief van den koning van Koetsiem ged:t 5:e Mei J=oleeden 3. Kopij Translaat brief van den koning van Trevankoor ged:t 7. e Mei Jleeden ¼: Kopij Translaat brief door den Eersten Minis„ „ters van den koning van Trevan„ „hoor ged:t als boven. 5. Twee kopij portugeeschen brieven van den Room„ „schen Priester Joan de Zilva van den 6: in 8: Mei Jleeden Translaat brief door den Zwager van den koning van koetsiem gen:t koenjoe Tieremoe„ C: Kopij „paddoe„ do 1: Vier kopij brieven van den kommandanten van Aikotte en kranganoor de dato 3. 5. 6. en 8. Mei Ropij koncept brief door den Edelen Heer Goeverneur aan den koning van Trevankoorde dato 9. mei J„o leeden kopij brief aan den kommandant te kran„ „ganoor van den 11. den gem: maand met 10: Kopij 11. kopij koncept brief van den Edelen Heer Goeverneur aan den koning van Trevankoor van den 29. der Relaas door den ondertoek Johan„ mes Martinus Truijens gedt 28. Mei voormeld. „paddoe aan 's komp:s koopman Anta Setti geschr: ged:t 9. mei J„oleeden. gem: 8. 9 „ 119 57. N=o 12. Kopij Translaat brief van den koning van Trevankoor in antwoord op den even gem: ged:t: 3. deezer d=o 13. kopij brief naar kolombo gesch: en ged:te hee„ „den. Koetsiem den 4. Juni 1789 /was. geteekend/ Arnold„s Lunel p„, sekrets„ Akkopdeerd. Arnold Lunel p:r sekaet:s gem: maand mei 120 Kopia sekreet Batavia N„o„ 1. Tipoe sultan Aan zijn Hoogedelheid! Den Hoogedelen Grootachtbaaren wijdgebiedenden Heer M:r Willem Arnold Alting wegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeen geoktroieerde oostindische kompanie Goeverneur Generaal ende De Weledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndiën Hoogedele Grootachtbaare wijdgebiedende Heer, Weledele Gestrenge Heeren! § 1. Bij mijne eerbiedigen van den 29:e Maart Jongst„ „leeden met het partikuliere schip Neptunus, had ik de eer uw Hoogedelheeden te berichten dat Tipoe sultan wederom met een groot leger afgekomen was en omtrend Mahe en Tellitseeri kampeerde en bij mijne naderen van den 29. ' April daar aan, volgende voegde ik en sakt naar zuider Malabaar aanstalten van Trevankoor ik er 534. bij, dat hij daar noch stond, zon„ „der dat men zijn oogmerk kost ontdekken. § 2. zeder quam hij, met het grootst gedeelte van zijne Arméé, naar deezen kant afsakken, en het gerucht werd algemeen, dat het op zuider Malabaar gemunt was, zoo als uwe Hoogedelheeden in het breede beschree„ „ven vinden, bij de translaat brieven van den koning van Koetsiem van den 5:e, van den koning van Trevankoor van den 7:e, van den te Paroe kommandeerenden Eersten Minister van Trevankoor van den 7:e, van den Roomschen Priester Joan de Silva van den 6. en 8=te en van den zwager van den koning van Koetsiem Koenjoe Tiroemoe„ „pado van den 9:e Mai Jongstl:, als meede bij de Brieven van de kommandanten van Aikotte en kranganoor van den 3=de 5:e 6:e en 8=ste der eevengemelde maand, die alle in kopij hierneevens gaan, en waar aan ik mij, om door een verhaal van alle daarbij voorkomende bezonderheeden niet noodeloos te verveelen, hier gedraage. §: 3. De koning van Trevankoor was hierover al lange beducht geweest, en had niet alleen zijne linie overal bezet, maar ook te Paroe

NL-HaNA_1.04.02_3849_0291 view scan ↗

English

June 4, 1789. Conference with the Dalawa. Letter to His Highness. Preparations at Ayacotta. At Parur, an hour and a half from Ayacotta and Cranganore, an army was formed which, as already reported, had been reinforced with two battalions of English sepoys, and he now sent his Dalawa to me to deliberate on the common defense. Paragraph 4. I shall not weary Your Right Nobles with a more detailed account of this tedious and lengthy conference, and merely report that the result thereof consisted in this: that the King would for the present send yet another company to Ayacotta as reinforcement and keep one thousand men in readiness to help defend that post in case it were attacked, but that I should solemnly request His Highness's assistance by a separate letter, so that he might thereby justify himself to the English government in the event that the Company were attacked first and he then made common cause with us. Paragraph 5. This letter was therefore immediately dispatched to the King, of which the Dutch draft also accompanies this. Paragraph 6. Shortly before, I had received report from Ayacotta that the reef on the west side of the camp had breached, and the mud, which until now had made landing there impracticable, had been washed away by the sea, so that the enemy could now easily land there with manchuas. Travancore's officers inspect that post. Paragraph 7. Commandant Pauwelsz therefore proposed to construct there an additional battery for one hundred men and two six-pounders beside four lesser cannons, to which I assented, as it was absolutely necessary, and the costs thereof were estimated at 300 rupees, which since, according to the letter of May 22 last, have amounted to only 228 3/10 rupees. Paragraph 8. Because the King of Travancore, who was also already informed of this breach of the reef, had caused me to be requested to permit that two of his ministers, with the English Major Bannerman and the two battalion commanders, Knox and Olivier, might inspect Ayacotta, I assented thereto, and subsequently received report that they were very well satisfied with the preparations there, and had promised Commandant Pauwelsz that, if he should be attacked, they would send him the necessary assistance from Parur. June 4, 1789. Cranganore is summoned. Suspicions in this regard. Paragraph 9. On the 10th of the more-mentioned month, I received further reports from the commandants of Ayacotta and Cranganore that some troops of Tipu Sultan had arrived in the territory of Cranganore, and that the commanding officer had summoned the fort and received a refusal in reply; and the following day Commandant Koch informed me that the outposts of Tipu's troops had been posted along the woods, and thus in sight of our fort, which had repeatedly challenged throughout the night at the same time as our sentries. Paragraph 10. Although one could now gather almost nothing else from these maneuvers than that the Nawab was in earnest about attacking us hostilely, this summons nevertheless seemed to me to be nothing other than a rodomontade that would have no further consequence, because the Nawab was not carrying heavy artillery with him and was therefore not equipped for a siege of a fortress like Cranganore, as may be seen in more detail from my answer to Commandant Koch of May 11, which is transmitted among the enclosures to this. The Nawab retreats. Paragraph 11. This suspicion was since confirmed by the march of Tipu Sultan to Palghattingeri and subsequently to Coimbatore. Precaution concerning rice. Paragraph 12. Because, however, in the aforementioned uncertain circumstances, prudence dictated taking care not only for Cranganore and Ayacotta, but also for Cochin, and the ship Zeeland had carried away all the rice from our warehouses except for a small quantity, I immediately had ten thousand bags ordered from the King of Cochin; for if it had actually come to a war with Tipu Sultan, it would have been very uncertain whether we could have been accommodated with it continuously, as in time of peace. Paragraph 13. In this manner, then, the dark clouds have once again vanished this time, yet the Kings of Cochin and Travancore firmly maintain that the storm will break out after the rainy season. Suspicion of the King of Travancore. Paragraph 14. For the last-named King, who during the prescribed troubles resided in the palace of Ettumanoor, about six hours from here, in order to be so much closer at hand, has informed me through the Company's merchant Anta Chetty, who appeared before him there, that I must by no means think that the danger was now past, but much rather that Tipu Sultan would take the field again after the rainy season. And of the King of Cochin. Paragraph 15. And the King of Cochin summoned the said Anta Chetty to him at court in Tripunithura on May 26 last, and instructed him to report to me: That Tipu Sultan was now in Coimbatore and was making great preparations to attack these Low Countries hostilely in the coming month of August. That one should therefore devise the necessary measures against it and also deliberate thereon with the Estates and Grandees of the Kings Zamorin, Kolathiri, and other northern lands, who had fled from there to the country of Travancore. As Your Right Nobles may be pleased to observe in detail in the account of the interpreter Johannes Martinus Truijens of May 26 last, accompanying this. Paragraph 16. Foreseeing that the King of Travancore, to

Dutch transcription

121. den 4:e Juni 1789. konferentsie met den Dallawa brief aan zijne Hoogheid aanstalt te Aikotte Paroe, anderhalf uur van Aikotte en kran„ „ganoor, een leger geformeerd, het welk volgens het reets bedeelde met twee Battaljons Engel„ „sche sipais was versterkt geworden, en zond thans zijnen Dallewa bij mij, om over de gemeene defensie raad te pleegen. § 4. Jk zal uwe Hoogedelheeden niet verveelen met een omstandiger verslag van deeze ver„ „drietige en langdraadige konferentsie, en alleen melden dat het resultaat daarvan hierin bestond, dat de koning voor eerst noch eene somp: tot versterking naar Aikotte zenden en duizend Man gereed houden zoude, om die post, ingevalle dezelve aangetast wierd, te helpen defendeeren, doch dat ik de hulpe van zijn Hoogheid bij een aparten brief plechtig zoude reklameeren, op dat hij zich daarmede bij de Engelsche Regee„ „ring zoude kunnen verantwoorden wan„ „neer de komp: eerst aangevallen wierd en hij als dan met ons gemeene zaak maakte. § 5: Deeze brief werd dus ten eersten aan den koning afgevaardigd, waar van het Neder „duitsche opstel deezen mede verzeld. — 6. kort bevoorens had ik van Aikotte bericht gekreegen, dat het rif aan de west zijde van het 5 „zichtigen die post het kamp doorgebrooken, en de modder, die de landing aldaar tot nu toe ondoenlijk ge„ „maakt had, door de zee weggespoeld was, zoo dat de vijand daar thans met Mansjouws ge„ „maklijk kost landen. § 7. De kommandant Pauswijn proponeerde over„ „zulx, daar noch eene Batterij voor honderd koppen en twee sesponders nevens vier min„ „dere kanons aan te leggen, waarin ik bewil„ „ligde, wijl het volstrekt noodzaaklijk was, en de kosten daarvan op 300. ropijen geschat wierden, die zeeder volgens brief van den 22.:' Mai Jongstl: maar 228 3/10. ropij bedraagen hebben. 8. wijl de koning van Trevankoor, die van Trevankoors officiers be= deeze doorbraake van het rif ook reets onder„ „richt was, mij had laaten verzoeken, te permitteeren, dat twee Ministers van Hem met den Engelschen Majoor Bannerman en de twee Battaljons kommandanten, Knose en Olivier, Aikotte mogten bezichtigen: zoo bewilligde ik daarin, en kreeg vervolgens be„ „richt, dat zij over de aanstalten aldaar zeer voldaan waaren, en den kommandant Paus„ „wijn beloofd hadden, hem, als hij aangetast mogt worden, de noodige hulpe van Paroe te 5 10 2 122 den 4:' Juni 1789. vermoeden dientwegen: te zullen zenden. § 9. Den 10. ' der meergem: maand ontving ik nadere kranganoor word opgeeischt berichten van de kommandanten van Aikotte en kranganoor, dat eenig krijgsvolk van Tipoe sultan in 't land van kranganoor aan„ gekoomen was, en dat de kommandeerende officier het fort opgeeischt, en daar op een weige„ „rend antwoord gekreegen had, en 's daags daar aan gaf de kommandant koch mij kennis, dat de voorposten van Tipoes volk langs de bosschaadje en dus in 't gezicht van ons fort uitgezet waaren, die den nacht door, telkens met onze schildwachten tegelijk aangeroepen hadden. § 10. Hoewel men nu uit deeze Manoeuvres haast niets anders kost opmaaken, als dat het den Nabab ernst waare, ons vijandig aan te tasten: zoo scheen mij echter deeze opeisching niets anders als eene rodomontade te weezen, die geen nader gevolg zoude hebben, door dien de Nabab geen zwaare Artillerij met zich voerde en dus tot eene beleegering van eene vesting, als kranganoor, niet toegerust was: zoo als dit bij mijn antwoord aan den kom„ „mandant koch van den 11:e Mai nader te zien is, hetwelk onder de bijlagen dezes overgaat. Dit 2. e „ „ de Nabab retireerd voorzorge nopens Rijst vermoeden. van den koning van Trevankoor § 11. Dit vermoeden werd zeeder door den afmarsch van Tipoe sultan naar Palikatseeri en ver„ „volgens naar Koimbatoer bevestigd. § 12. wijl echter in voormelde onzeekere omstan„ digheeden de voorzichtigheid gebood, niet alleen voor kranganoor en Aikotte, maar ook voor koetsiem, zorge te draagen en het schip Zeeland alle rijst uit onze pakhuizen, op een kleene partij na, weggesleept had, zoo liet ik ten eersten bij den koning van Koetsiem tien„ „duizend Balen bespreeken, want, indien het werklijk tot een oorlog met Tipoe sultan ge„ „komen waare, zoo zoude het zeer onzeeker geweest zijn, of wij wel, zoo als in tijd van vreede, gaande weg daarmede zouden hebben kunnen geriefd worden. § 13. op deeze wijze zijn dan de duistere wolken ditmaal wederom verdweenen, edoch de ko„ „ningen van Moetsiem en Trevankoor stellen vast, dat het onweer na den regentijd zal uitbarsten. § 14. want laastgenoemde koning, die zich ge„ „duurende de voorschreeve Aroebels in het Pallais van Ettomanoer, omtrend ses uuren van hier, opgehouden heeft, om zoo veel na„ „der bij der hand te zijn, heeft mij door 's komp:s 123 den 4. Juni 1789. en van den koning van koeksien 's komp:s koopman Anta sittij, die daar voor hem paresseerde laaten weeten, dat ik voor al niet moest denken, dat het gevaar thans over was, maar veelmeer, dat Tipoe sultan na den regen tijd weder te velde zoude trekken. § 15. En de koning van koetsiem liet gemelden Anta Sittij op den 26. ' Mai jongstleeden bij zich aan 't hoff te Tripoentarre ontbieden, en gaf hem last, mij te rapporteeren. Dat Tipoe sultan zich thans te koimba, „toer bevond en groote toerustingen maakte, om deeze Benedenlanden, in d' aanstaande maand Augustus, vijandig aan te vallen. dat men dus de noodige middelen daar tegen diende te beraamen en daar over ook raad te pleegen met de stenden en Landsgrooten van den koningen samorijn, kolastrie en andere noordlijke landen, die van daar naar 't Land van Trevankoor gevlucht waaren. zoo als uw Hoogedelheeden dit omstandig gelieven te beoogen bij het Relaas van den Tolk Johannes Martinus Truijens van den 26.:' Mai Jongstl: deezen verzellende. § 16. voorziende, dat de koning van Trevankoor, aan

NL-HaNA_1.04.02_3849_0296 view scan ↗

English

of Trevankoor Ministry letter to the king, to whom this report would also be given, write about it in detail and probably propose a conference with me, the certain consequence of which would lead to a quantity of expenses for the Company, which are unavoidable on such an occasion due to the customary gifts; thus I myself gave notice thereof to His Highness and pointed out the improbability thereof according to my understanding, but at the same time promised to use every precaution within my power against it, as Your Right Honourables may please to observe from the copy of my letter to His Highness of the 29th May last, also accompanying this in copy. Section 17. The answer thereto was received yesterday evening and is also included among the enclosures, wherein His Highness declares also to be of the opinion that Tipoe sultan will undertake nothing against us. Section 18. Nevertheless I have judged it expedient to give notice hereof to the Ministers of Ceilon, and to request to keep a detachment of Europeans of 500 to 600 heads ready, in order, in case of emergency in Iuli to 124 The end cross over to Tutukorijn and further to march through here via the overland route, to which Trevankoor will lend a helping hand, as Your Right Honourables may please to consider further from the copy of my letter to them, also accompanying this. Section 19. I commend Your Right Honourables and the important interests of the Company to God's protection, and remain with all respect and fidelity. Underneath stood: Right Honourable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord and Most Noble, Right Honourable Gentlemen! Your Right Honourables' humble and faithful Servant, was signed: J: G: van Angelbeek. In margin: Koetsiem, the 4th of Junij 1789. Agreed Arnold Lunel p.s secretary deAagezig J Swabe No 2. 125 Translation of Ola written by the King of Koetsiem to the Right Honourable, Highly Esteemed Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek, received the 5th Mai 1789. We have already made known to Your Right Honour the arrival of Sipoe Patscha with his Army at Kalikut. Presently he arrived with his Army on the 24th of this month or the 3 Mai at Sjawahatte, therefore one ought now to reinforce the fort Kranganoor and the Field post Aikotta with everything necessary, and as one cannot discover his enterprise, we in no way doubt that Your Right Honour will provide the said two places with everything necessary. We have sent our People to Sjawa Katti to obtain further news, as soon as they return, we shall inform Your Right Honour. We have also made known to the King of Trevan Koor concerning the arrival of the Patscha at Sawakatti. If Your Right Honour should have any news, please inform us in answer to this. Signed by His Highness. Underneath stood: For the Translation, Koetsiem, date as Above, was signed: J. M. Turijens, sworn Translator. Agreed. Arnold Lunel ngezig p.s secretary Swabel No 3. 126 Translation of letter written by the King of TrevanKoor to the Right Honourable, Highly Esteemed Lord Governor Johan Gerard Van Angelbeek, received the 7th Mai 1789. We have already written to Your Right Honour concerning all circumstances. Presently we have received writing that the Army of Sipoe Sultan had arrived at Tirtale, and that the Lands of the King of Koetsiem have been seized, upon the rumours that the People of the Samorijn are staying in the Koetsiem realm, and that the Sultan intends to let an Army march to the West side. As the Undertakings of Tipoe Sultan are commonly very unexpected, as is known to Your Right Honour, we therefore think that it would be advisable if the fort Kranganoor and the post Aikotta were reinforced with the necessary People; we write to Your Right Honour purely by reason of the good Friendship that subsists between The Company and us. Thus we request the answer hereupon and that Your Right Honour's sentiment concerning this be communicated to us at the earliest. Written by Balia Melesoettoe Kanakoe Prasoedom peroemaal Madewen and signed by His Highness. Underneath stood: For the Translation, Koetsiem, date as above, was signed: I. M. Truijens, sworn Translator. Agreed Arnold Lunel Jr p.r secretary C Brabe No 4. 127 Translation of Ola written by the first Minister of the King of TrevanKoor named Kristnen Tjembagaramen Pulla Balia Sarbadikana Kaar of Saroe to Raliga Mallen, received here the 7th Mai 1789. His Koetsiem Highness has written to me that Gowirda Menon Balia Sarbadikanakaar, according to the report of the People sent out from Tritsjoer, had written to His Highness that Tipoe Sultan with his Army from Kalekut had already arrived at Tirtale, and was to come from there to SjawaRatti, but that a part of the Cavalry and Foot soldiers had already arrived at Koratte, and and the Sultan would arrive at said place on the 24th of this month or the 3rd Mai in the evening; charging me that I therefore had to reinforce with the necessary people and have closely guarded from didrotte up to the end of our Line. And I have therefore reinforced the whole Line with the required People, and as one hears from many here that Sipoe Sultan upon his arrival at SjawaKatti will go through the road of Paponetti to Kranganoor, therefore the fort Kranganoor and the post Aikotta ought principally to be reinforced with People. Please, Your Honour, make this known to the Noble Lord Governor upon the receipt of this, and ensure that the necessary People for the Reinforcement of said two places be sent from Koetsiem at the earliest, and the answer

Dutch transcription

van Trevankoor Ministerie brief aan den koning aan wien dit bericht ook zoude gegeeven worden, daar over omstandig schrijven en waar„ schijnlijk eene konferentsie met mij in voor„ „slag brengen zoude, waarvan het zeekers te gevolg uitloopen zoude op een partij kosten voor de komp:, die wegens de gewoone geschen„ „ken bij zulke geleegenheid onvermeidelijk zijn; zoo heb ik zelve zijne Hoogheid daar van ken¬ „nis gegeeven en de onwaarschijnlijkheid daar van naar mijn begrip aangeweezen, doch teffens beloofd, alle voorzorge naar ver„ „mogen daar tegen te gebruiken, zoo als uwe Hoogedelheeden gelieven te beschouwen, bij de kopij van mijn brief aan zijne Hoog„ „heid van den 29:' Mai Jongstleeden deezen al„ „ mede in kopij verzellende. § 17. Het antwoord daarop is gisteren avond ontvan„ antwoord van dien vorst „gen, en gaat mede onder de bijlaagen over, waarbij zijn Hoogheid betuigd mede van begrip te zijn, dat Tipoe sultan niets tegen ons onderneemen zal. § 18. Niet temin heb ik dienstig geoordeeld, aan brief aan 't Ceilonsche de Ministers van Ceilon hier van kennis tegeeven, en te verzoeken, een detachement Europeeschen van 500. â 600. koppen gereed te houden, om, in val van nood in Iuli naar 124 'tslot naar Tutukorijn over te steeken en verder over den landweg dit heen te marcheeren, waar toe Trevankoor de behulpzaame hand zal bieden, zoo als uwe Hoogedelheeden dit nader gelieven te beoogen bij de kopij van mijnen brief aan dezelven, deezen almeede verzellende. — § 19. Jk beveele uw Hoogedelheeden en de wigtige belangen der Maatschappij in Gods bescher„ „ming, en blijve met alle eerbied en trouwe. /onderstond/ Hoogedele Groot achtbaare wijd„ „gebiedende Heer en weledele Gestrenge Heeren! uwer Hoogedelheeden onderdanige en ge„ „trouwe Dienaar /was geteekend/ J: G: van Angelbeek /in margine/ Koetsiem den 4:=de Junij 1789. Akkordeerd Arnold Lunel p:s sekret: deAagezig J Swabe - N„o 2. 125 Translaat Ola door den Koning van Koetsiem geschreeven aan den Weledelen Groot achtbaa¬ ren Heer Gouverneur Johan Gerard van Angel¬ beek, ontvangen den 5. Mai 1789. Wij hebben reets aan Uweledele Groot„ achtbaare bekend gemaakt, de komste van Sipoe Patscha met zijn Leger op Kalikut. Thans is den zelven met zijn Armée den 24:e dezer of den 3 Mai op Sjawahatte gearriveerd, derhalven diend men thans het fort kranga„ noor en de Veldpost Aikotta met al het nodige te versterken, en wijl men zijn onderneemen niet ontdek„ „ken Kan, zoo twijfelen wij geenzints of Uwel edele Grootachtbaare zal gemel„ „de twee plaatsen met al het nodige voor„ „zien Wij hebben ons Volk naar Sjawa Katti gezonden om nadere tijding te bekom„ „men „men, zoo dra het zelve reverteerd, zullen wij Uweledele Grootachtbaare bedeelen Wij hebben nopens de komste van den Patscha op Sawakatti aan den Koning Van Trevan Koor ook bekend gemaakt Zoo Uwel edele Grootachtbaare eenige nieuwstijdingen mogte hebben, verzoeke ons in antwoord dezes te bedeelen. Geteekend door zijn Hoogheid /:onder„ „stond:/ Voor de Translaatsie, Koetsiem dato als Vooren /:was geteekend:/ J. M. Turijens, gezw: Translateur. Akkordeerd. Arnold Lunel ngezig p:s sekret:s Swabel No 3. 126 Translaat brief door den Koning van TrevanKoor geschreeven aan den Wel„ „edelen Grootachtbaaren Heer Gouverneur Johan Gerard Van Angelbeek, ontvangen den 7:e Mai 1789. Wij hebben nopens alle omstandigheeden reets aan U weledele Grootachtbaare geschreeven. Thans hebben wij schrijven bekomen, dat het Leger van Sipoe Sultan op Tirtale gekomen was, en dat de Landen van den Koning van Koetsiem in beslag genoomen zijn, op de geruchten dat het Volk van den Samorijn in het Koetsiemsche rijs zich ophoud, en dat de Sultan van voorneemen is, een Leger naar de Weskant te laaten marcheeren Wijl de Onderneeminge van Tipoe Sultan gemeenlijk zeer onverwagt zijn, gelijk Uweledele Grootachtbaare zulx bekend is, derhalven denken wij, dat het raad„ „zaam zijn zoude het fort Kranganoor en de post Aikotta met het noodige Volk Nadezij Volk versterkt wierd; wij schrijven Uwel„ „edele grootachtbaare Iuly uit hoofde van de goede Vriendschap die tusschen D DE Kompanie en ons subsisteerd. Dus verzoeken wij het antwoord hierop en U weledele Grootachtbaare gevoe„ „len hieromtrend ons ten eersten te bedeelen. Geschreeven door Balia Melesoettoe Kanakoe Prasoedom peroemaal Ma„ „dewen en geteekend door zijn Hoogheid. /:onderstond:/ Voor de Translaatsie Koetsiem dato als vooren /:was geteekend:/ I. M. Truijens gezw. Translateur. — Akkopdeerd Arnold Lunel Jr p:r sekret:s C Brabe No 4. 127 Translaat Ola door den eersten Minister van den Koning van TrevanKoor genaamt Kristnen Tjem„ bagaramen Pulla Ba¬ lia Sarbadikana Kaar van Saroe geschreeven aan Raliga Mallen al hier ontvangen den 7:e Mai 1789. Zijn Koetsiemsche Hoogheid heeft mij geschreeven, dat Gowirda Me¬ „non Balia Sarbadikanakaar volgens bericht van het uitgezon„ „dene Volk, van Tritsjoer, aan zijn Hoogheid geschreeven had, dat Tipoe Suetan met zijn Leger van Kalekut al op Tirta¬ le geariveerd was, en van daar op SjawaRatti stond te Komen, maar dat een gedeelte van de Ruiterij en Voet volk al op Koratte gekomen waaren, en en de Sultan den 24. dezer of den 3:e Mai savonds op gem: plaats ar= „veeren zoude; mij belastende dat ik derhalven van didrotte af tot aan het einde van onze Lince met het noodige volk moeste ver„ sterken en nauwkeurig laaten bewaarten. En heb derhalven de heele Linie met het vereischte Volk versterkt, en wijl men alhier van veele hoord, dat Sipoe Sultan met zijn komste op SjawaKatti door de weg van Paponetti naar Kran„ „ganoor gaan zal, derhalven diend het fort Kranganoor en de post Aikotta voornaamlijk met Volk versterkt te worden. UWE. gelieft dus op den ontvangst dezes zulx aan den Edelen Heer Gouverneur bekend te maaken, en te bezor„ gen, dat het noodige Volk tot Versterking van gemelde twee plaatzen ten eersten van Koet„ siem gezonden word, en het ant„

NL-HaNA_1.04.02_3849_0311 view scan ↗

English

128 Please send me the answer of His Right Honorable the earliest possible. In the absence of Kaliga Mallen, RanaRappel Soepramania Tulla is ordered to conduct himself according to the contents of this ola. Signed by the aforementioned Balia sarbadi Kanakaar. Below stood: For the translation, Cochin, date as above. Signed: J. M. Truijers, sworn translator. Agreed. Arnold Lunel provisional secretary de Eingezi Schaver Number 5. 129 Translation of a Portuguese letter written by Father Joan de Silva to the interpreter at Cranganore, Dionisius Alewijn, received here the 6th of May 1789. The army of the Padshah has marched to the south, which has passed Calicut. Common rumor has it that he is descending against Travancore; this is untrue, for the time is not fit for it, and thus far there is no evidence of any discord between the allies. The army will soon march to Coimbatore; whether it will now, in passing, stay a few days at Trichur is not known, and no one can state this with certainty; this is the reason that all people are fleeing from the lands of the King of Cochin. The Moors are currently very unruly, and the Padshah is on their side; no one can trust that nation. I wish to learn some news from the south; if Your Honor knows anything and is able to do so, I request to be informed, which would be very agreeable to me. What I mean to say is that one must be very cautious at present. My respects to the Commander, and tell His Honor that I am willing to serve according to my ability. May God preserve Your Honor. Below stood: Your Honor's very obliged servant. Was signed: J. de Silva. In the margin: Chalakudy the 3rd of May 1789. Below stood: For the translation, Cochin, date as above. Signed: J. M. Truijens, sworn translator. Agreed. Arnold Lunel provisional secretary Brabel C Number 5. 130 Translation of a letter written by Father Joan de Silva to the interpreter at Cranganore, Dionisius Alewijn, received here the 8th of May 1789. The Padshah is currently at Testale, and the general of his army is at Korattihare, being the outermost border of the Cochin Kingdom. Two days ago now, some Moors of the army have been in the lands of the King of Cochin; the aforementioned general is entirely ill-disposed toward the said King. Bagajim and Moraim are currently forming a sizable army, which consists of 3 to 4,000 horsemen and 3,000 foot soldiers; should the same happen to march through the lands of the King of Cochin, I shall inform Your Honor by express messenger. A few days ago, a thousand sepoys arrived at Chavakkad; there is nothing to report at present, except that many people are going from here to the south; this causes much harm to the King of Cochin. According to the efforts of the said King, I think that everything will be settled; it is true the Padshah demands a considerable sum of money, which is impossible for the King to give, but nonetheless the matter will likely be arranged in the best manner. Convey my thanks for the kindness of the Commander. Below stood: Your Honor's servant. Was signed: Joan de Silva. In the margin: Chalakudy the 6th of May 1789. Below stood: For the translation, Cochin, date as above. Signed: J. M. Truijens, sworn translator. Agreed. Arnold Lunel provisional secretary Number 6. 131 Translation of an ola written by Kunju Tirumumpatu to the Company's merchant Anta Setti, received the 9th of May 1789. I have received Your Honor's ola via the posts at Inpontarre and understood its contents, by which I saw that the Honorable Governor had instructed Your Honor to write to me that His Right Honorable and Gallant would send the reply to His Highness's ola later, and should there be any news from the north, I was to inform Your Honor immediately. According to the reports received yesterday from the scouts sent out, the Padshah is scheduled to arrive at Chavakkad on the morning of the 28th of this month, or the 7th of May, and from there via Paponetti to Cranganore. It is also said that he will send his army from the latter place behind Kattoor through the river where the water is shallow, via Gringalakoda, to the Travancore lines called Ayacottah, and intends to make camp at a distance of a cannon shot in front of the lines, and prevent passage through the same. May Your Honor please make this known to His Right Honorable and Gallant. His Highness has already requested His Right Honorable and Gallant to reinforce the fort at Cranganore and the post Dikottoe with everything necessary; may Your Honor please, while making this known, request the same further and see to it that the answer to His Highness's last ola is sent. Signed by the aforementioned Kunju. Below stood: For the translation, Cochin, 132 Cochin, date as above. Was signed: J. M. Truijers, sworn translator. Agreed. Arnold Lunel provisional secretary 133 Cochin. To the Right Honorable, Gallant, and High-Commanding Lord, Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast and its dependencies. Right Honorable, Gallant, and High-Commanding Lord! As has been reported to me, the Nawab is making movements to descend hither with an army in three columns; some troops must have already arrived at Palghat and Calicut, but how many at the latter place I cannot yet say, but I have dispatched spies in order to be able to inform Your Right Honorable and Gallant further about this shortly. Up to Treperette, so many men of the Nawab's forces have arrived; the Brahmins, Nairs, Chegos, and Mukkuvars are all fleeing, even from the King of Cochin's land; these people

Dutch transcription

128 antwoord van zijn Weledele Grootacht„ baare gelieft UwE. mij ten allerspoe„ „digsten te zenden. Bij abzentsie van Kaliga Mallen, word d en RanaRappel Soepra mania Tulla gelast, naar den inhoud van deezen Ola zich te gedraagen. Geteekend door gem: Balia sarbadi„ Kanakaar. /:onderstond:/ Voor de Translaatsie Koet siem dato als vooren /:geteekend:/ J: M: Truijers, gezw: Translateur. Akkordeerd. Arnold Lunel p:s sekaet:s de Eingezi Schaver N„o„ 5. 129 Translaat Portugeesche brief geschreeven door den Later Joan de Silva aan den Tolk te Kranganoor Dioni„ „sius Alewijn, alhier ontvangen den 6. Mai 1789 Het Leger van den Patscha is naar de Zuid gemarcheerd, het welk Ka„ „likut gepasseerd is. Het gemeene gerucht is, dat hij tegen Trevan„ „koor afkomt, dit is onwaar, want de tijd is daartoe niet, en tot noch toe is 'er geen blijk van eenige oneenigheeden tusschen de geallieer¬ den. Het Leger zal spoedig naar Koimbatoer marcheeren, of het nu en passant eenige dagen op Trit„ „joer blijven zal, weet men niet, en niemand kan zulx verzeekeren, dit is de reeden dat alle Men„ „sch en uit de Landen van den Koning van Koetsiem vluchten¬ De Mooren zijn thans zeer baldadig; deen sdgezie en de Patscha is aan hun zijde nie„ „mand kan die Naatsie vertrouwen In wensche eenige tijdingen van de Zuid te mogen weeten, zoo UwE. iets weet en zulx kan, dan verzoek ik mij te bedeelen, het geen mij zeer aange„ „naam zijn zal, wat ik zeggen wil, is, dat men thans zeer voorzich„ tig moet zijn: Mijn respekt aan den Heer Komman„ dant, en zegt zijn E. dat ik naar Vermogen bereidwillig ben te dienen; God bewaare UwE. /:onderstond:/ Uwe. zeer Verplichten /:was geteekend:/ J: de Silva /:in margine:/ Chala„ „koedi den 3. Mai 1789. /:onderstond:/ voor de Translaatsie Koet siem dato als vooren /:geteekend, J. M. Truijens gezw. Translateur. Akkordeerd. Arnold Lunel p: Sekaet:s Brabel C No„ 5. 130 Translaat brief door den Pater Joan de Silva ge„ „schreeven aan den Solk te Kranganoor Dionisius Alewijn alhier ontvan„ gen den 8e mai 1789. De Patscha is thans op Testale, en de generaal van zijn Leger is te Korattihare, zijnde de ui„ „terste Grens van het Koetsiemsche Rijk. Nu twee dagen geleeden, zijn eenige Mooren van het Leger in de Landen van den Koning van Koetsiem ge„ weest, gem: generaal is gansch niet wel gezint tegen gemelden Koning. Bagajim en Moraim formeeren thans een aanzienlijk Leger, het welk in 3. á 4000 Ruiters en 3000 Voetvolk bestaat, indien het zelve door de Landen van den Koning van Koetsiem mogt mar„ Ade Bagez J Swater marcheeren, zal ik met een expres UWE. bedeelen. Voor eenige dagen zijn duizend Sipais op Sjawa Kattij gearriveerd, men heeft thans niets te melden, dan dat veele Menschen van hier naar de Zuid gaan, dit veroorzaakt veel qúaad voor den Koning van Koetsiem. Na volgens de betrachting van gemel„ „den Koning, denk ik dat alles bij gelegt zal worden, het is waar de Patscha eischt een aanzienlijke Somma gelds, het geen den Koning onmogelijk is te geeven, doch niet tegenstaande zal, denklijk: de Zaak op de beste wijze geschikt worden Betuige dank voor de genegen„ heid van den Heer Kommandant. /:onderstond:/ UwE. Dienaar. /:was geteekend:/ Joan de Silva /:in margine :/ Chalakoedij den 6. Mai 1789. /:on„ „derstond:/ voor de Translaatsie Koet„ „siem dato als vooren /:geteekend:/ J M Truijens gezw. Translateur. Akpordeerd- Arnold Lunel p:r sekret:s No„ 6. 131 Translaat Ola door Koen„ „joe Tiroe moepa doe geschree„ „ven aan den Skomp:s Koopman Anta Setti ontvangen den 9. e Mai 1789. UwE: ola heb ik over de posten op In„ „pontarre ontvangen en dies inhoud verstaan, waarbij in zag, dat de Edele Heer Gouverneur aan Uw E. had belast, mij te schrijven, dat zijn Weledelen Gestrengen Grootachtbaa„ „ren het antwoord op zijn Hoogheids Ola nader zoude zenden, en zoo er eenige nieuwstijdingen van de noord mogten zijn, ik ten eersten aan UwE. moeste bedeelen. Volgens de op gisteren bekomene berichten van het uitgezondere Volk, staat de Patscha den 28. dezer ofte den 7. Mai 'smorgens op Sjawakatti en van daar over Paponetti Paponetti op Kranganoor te komen. Ook word er gezegt, dat hij zijn leger van laastgemelde plaats achter Ka„ „toer door de Rivier aldaar het droog Water is, over Gringalakoda, naar de Tre van Boorsche Linie witti „akotta genaamt, zenden zal, en op distantsie van een Kanon-Schoot voor de Linie wilde laaten Kampee¬ „ren, en de passaatsie door dezelve beletten, UwE. gelieft zulx zijn Weledelen Gestrengen Groot achtbaaren bekent te maaken. Zijn Hoogheid heeft reets aan Zijn Weledelen Gestrengen Groot acht¬ baaren verzocht om het fort Kranganoor en de post dikottoe met al het noodige te versterken, Uw E. gelieft zulx, onder het bekent maken deezes, nader te verzoe¬ ken en te bezorgen, dat het antwoord op de laaste Ola van zijn Hoogheid gezonden word. Geteekend door gem: Koenjo„ /:onderstond:/ Voor de Translaatsie Koetsiem 132 Koetsiem dato als boven /: was ge„ teekend:/ J: M. Truijers gezw. Translateur. Akkordeerd. Arnold Lunel GJDager Dtrase p:r Sekaet. 133 Koetsiem. Aan den Weledelen Gestrengen Grotachtb: Hoogebiedend en Heer Johan Gerard van Angelbeek. Raad ordinair van Nederlands Jndia, mits„ „gaders Gouverneur en Direkteur der Kuste Malabaar met den Resorte van dien WelEdele Gestrenge Groot achtbaare Hooggebiedende Heer! Zoo als mij berigt is, maakt de nabab beweeging om met eene Arme in drie Kolonnien herwaarts afte zak„ „ken, tot Pallekatscherij en Kalikut zal reeds eenig Volk aangekoomen zijn¬ dog hoe veel op de laastgemelde Plaatse kan ik nog niet zeggen, maar hebbe spions afgezonden om Uweledele Gestrenge Grootachtbaare in Korten nader daarvan te kunnen berigten, tot Treperette zijn zoo Man Nababs Volk g'arriveert, de Bramineesen, Naijvos, Chegos en Moequassen vlugten alle, zelfs uit de Koning van Koetsiem zijn Land, deeze men„ schen

NL-HaNA_1.04.02_3849_0326 view scan ↗

English

people have never been so frightened as this gentleman, which certainly comes from the fact that the Nabob's people turn everything they catch into Moors, and those who are Moors remain undisturbed in their possessions. Wherewith I have the high honor to subscribe myself with all submission. Underneath was written: Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, and Rulers Sovereign Lord, Your Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed very humble and submissive servant. Was signed: J:b Sauswijn. In the margin: Aikotta, the 3rd of May 1789. Agreed. Arnold Lunel, provisional secretary. No. 7. 134. To the Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, and Sovereign Lord, Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Malabar Coast with its dependencies, Cochin. Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, and Sovereign Lord. Today I received report that some troops of the Nabob are descending from Corimbatoer, as well as from Kalakut, but how many from this last place I cannot yet properly say, but it has been firmly assured to me that four changaijs are lying ready at the Chettua crossing in order to transport troops. Wherewith I have the high honor to subscribe myself with all submission. Underneath was written: Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, and Sovereign Lord, Your Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed very humble and submissive servant. Was signed: I:s Lauswijn. In the margin: Aikotte, the 5th of May 1789. Agreed. Arnold Lunel, provisional secretary. 135 Cochin. To the Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, and Sovereign Lord, Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Malabar Coast with its dependencies. Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, and Sovereign Lord. Between the Travancore lines and the battery on the west side, roughly halfway from here to Paliaporto where the koeroembis live, the reef breached some time ago, and thereupon the sea washed away the mud on this side, and currently there is nothing but sand there and in such a condition that if the enemy notices it, they could very easily cross over there with manchua boats and thus attack me in the rear. So that I deem it very necessary to construct a small battery in that area, in which about 100 men and two pieces of 6-pounder cannons ought to be placed; this battery can be made there without doing any harm to the Company's leaseholders, indeed even in a few days without causing the Honorable Company great expenses it can be constructed. In the camp here I will in my judgment still need one iron cannon of 4 lbs., one ditto of 3 lbs., and two pieces of brass cannons of 1 lb. with their accessories and 100 round shots with canister shot for each cannon, which I judge to be very useful here in order to be able to move them swiftly from one place to another if necessary, which cannot well be done with heavy calibers because of the deep sand. 136 Furthermore, 1000 bundles of musket cartridges and 1000 pieces of gunflints will be needed. And as there are few artillerymen here, I request Your Right Honorable, Valiant, and Highly Esteemed, if you please, to also send hither a good bombardier whom I can entrust with the powder magazine, and some European manual laborers. Wherewith I have the high honor to subscribe myself with all submission. Underneath was written: Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, and Sovereign Lord! Your Right Honorable, Valiant, and Highly Esteemed very humble and submissive servant. Was signed: Is Lauswijn. In the margin: Aikotte, the 6th of May, anno 1789. Agreed. Arnold Lunel, provisional secretary. No. 7. 137 Cochin. To the Right Honorable, Valiant, and Highly Esteemed Lord, Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Malabar Coast, etc. etc. Right Honorable, Valiant, and Highly Esteemed Lord! Enclosed I have the honor very humbly to present to Your Right Honorable, Valiant, and Highly Esteemed a letter written by the Roman Catholic priest Johan de Silva to the interpreter here. Yesterday 24 Moors with sabre and shield arrived in the Cranganore region and seized 7 people, circumcised them, and made them Moors, whereupon all the people took flight; so that in the Cranganore and Paponetti regions hardly a soul is to be seen anymore. This morning my spies returned and reported to me that Tippu Sultan is camping with his army at Chavakkad, and that a multitude of rafts is being prepared there, and that it is firmly said that he will march down this way with his army. This morning Tippu Sultan summoned the first and second headmen from the Cranganore region to Chavakkad in order to learn from them how strong the garrison is and how many cannons Cranganore has, as well as the depth and width of the river. The headman himself let me know this through a confidant of his, and warned that I should be on my guard, as the camp might arrive unexpectedly at any moment. Enclosed I have the honor to present a requisition for one hundred bags of rice, which I request may be sent at once. Furthermore, I have the honor to be with all high esteem. Underneath was written: Right Honorable, Valiant, and Highly Esteemed, very obedient and bounden servant. Was signed: I. G. V. Koch. In the margin: Cranganore, the 8th of May 1789. Agreed. Arnold Lunel, provisional secretary.

Dutch transcription

„schen zijn noit zoo bevreest geweest als deeze heer, zulks zeeker daar„ van Komt, dat des Nababs Volk alles wat zij attrapeeren tot mooren maaken, en kelt wat Mooren zijn, blijven in hunne bezittingen gerust. Waarmeede de hooge Eere hebbe mij met alle submissie te onderschrijven. /:onderstond:/ Weledele Gestrenge Groot„ achtbaare Hooggebied ende Heer Uwe Weledele Gestrenge Grootacht„ baare zeer onderdaanige en Submis¬ „sie Dienaar /:was geteekend:/ J„b Sauswijn /:in margine:/ Aikotta den 3e: mai 1789 Akvordeerd. Arnold Lunel Dde Hagelig P:s Sekaet:s Swabe No„ 7. 134. Aan den Weledelen Gestr: Groot achtb: Hooggebieden den Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad, ordinair van Nederlands Jndia mitsgaders Gouver„ „neur en Director der Kuste Malabaar met den Resorte van dien Koetsiem Weledele Gestrenge Grootachtbaare Hooggebiedende Heer. Heeden is mij berigt, als dat van Corin„ „batoer eenig Volk van de Nabab komt, afzakken, zoo meede van Kalakut, dog hoe veel van deeze laatste Plaats, kan ik nog niet eigentlijk zeggen maar wel is mij voor vast verzeekert, dat aan de overvaart van Chettua vier Changaijs gereed leggen, om Volk te kunnen overzetten Waarmeede de hooge Eere hebbe mij met alle submissie te onderschrij¬ ven /:onderstond:/ Weledele Ge„ strenge Grootachtbaare Hooggebie¬ dende Heer, Uwe Weledele Gestr: Groot„ Grootachtbaare zeer onderdaanige en submissie Dienaar /:was getee„ kend :/ I:s Lauswijn /: in margi„ „ne :/ Aikotte den 5:e Mai 1789. Akkgordeerd. Arnold Lunel p. rs sekret:s Nagezie/ Gerve wabes 135 Koetsiem Aan den Weledelen Gestr: Grootachtb: Hooggebiedenden Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad ordinair van Nederlands India, mitsgaders Gou„ „verneur en Direkteur der Kuste Malabaar met den Resorte van dien. Weledele Gestrenge Groot achtbaare Hooggebiedende Heer. Tússchen de Trevan Roorse Linie, en de Batterij aan de Westkant, omtrend in het midden van hier tot Paliaporto aldaar, de koeroem„ „bis woonen, is het vif voor eenigen tijd doorgebrooken, en daarop heeft de Zee den Modder aan deeze Rant wegge spoeet, en is thans aldaar niets als tant en wel zoodanig gesteld, dat zo indien de Vijant zulx ontwaart aldaar met Mansjouw zeer gemakke„ „lijk zoude kunnen overkoomen en mij dus in de rug kunnen No„ 7. vallen, vallen, zoo dat ik oordeel zeer noo¬ „dig te zijn om in die gegent een Kleenen Batterij aanteleggen, waarin omtrend 100. Man, en 2 ps 6 ponders Kanons geplaast dien en te worden, deeze Batterij Kan aldaar gemaakt worden zonder 's Komps pagters eenig nadeel toe te voegen, ja zelfs in eenige Daagen zonder DE. Komparie groote gastus te veroorzaaken Kan gemaakt worden. In het Kamp alhier zal ik vol¬ „gens mijn Oordeel nog benoodigt zijn, een ijzere Kanon van 4 lb. 1. dito van 3. lb. en 2. p. s metaale Kanons van 1. lb. met haar toe„ „behooren en 100 Scherpe Schooten met Druijven de ider Kanons Oordeel ik hier zeer dienstig te zijn, om des noods Schielijk van een plaats na de andere te kunnen brengen, zulx met swaare Kalibers niet wel /:wegen de diepe sand:/ 136 vager sand: kan geschieden, nog zal be„ „noodigt zijn 1000 bossen vaste pat„ „troonen, en 1000 p s Vuurst eenen En terwijl hier wijnig Artillens„ ten zijn, zoo verzoeke Uweldele Gestrenge Grootachtbaare des be„ „lievende nog een goede Bombar„ „dier, die in het Kruijthuis kan aan vertrouwen, en eenige Europeese Hland langers will en herwaarts koomen laaten Waarmeede de hooge Eere hebbe mij met alle submissie te on„ „derschrijven /:onderstond:/ Wel„ „edele Gestrenge Grootachtbaare Hooggebiedende Heer! Uwe Weledele Gestrenge Grootacht¬ „baare Zeer onderdaanige en Súbmissie Dienaar /:was geteekend:/ Is Laus„ „wijn /:in margine:/ Aikotte den 6. mai A„o 1789 Akkerdeerd 2 Arnold Lunel p:s sekret:s Jmaber C N„o„ 7. 137 Koetsiem Aan den Weledelen Gestrengen Groot achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad ordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders Gouverneur en Direkteur ter Kuste Malabaar Ac: Ac. Weledele Gestr: Groot achtbaare Heer! Ingeslooten hebbe de Eere Uwe Welede„ „len Gestrengen Grootachtbaaren zeer needrigst aan te bieden een brief geschreeven door den roomsen Priester Johan de Silva aan den Tolk van hier. Gisteren zijn 24 Mooren met ssabel en schild in het Kranganoorse aan„ „gekoomen, en hebben 7. menschen opgevat, besneeden en tot Mooren gemaakt, waarop al het Volk de vlugt heeft genoomen; zoo dat in het Kranga„ „noorse en Paponetse bij na geen mensch meer te Zien is; Heeden morgen zijn mijne Spions teruggekomen en hebben mij berigt gedaan, dat Pipoe Sultan met zijn leger te SavaKatte Kampeert, en dat aldaar een meenigte van vlotten den /: gez: De Maber J vlotten klaar gemaakt worden, en dat voor vast gezegt word dat hij met zijn leger dit heen zal afkomen Heeden morgen heeft Pipoe Sultan het eerste en tweede hooft uit het Kranganoorse na Sjawa Katte laaten ontbieden, om van dezelven te weeten hoe sterk het guarnisoen en hoe veel Kanons Kranganoor heeft, als meede de Diepte en breete van het rivier dit heeft mij het Hoofd Zelfst door een vertrouwde van hem laaten weeten, en dat ik op mijn hoede mogte weezen, dat het Kamp altemets onverwagt Koste aankomen. Ingeslooten hebbe de Eere een Eisch aantebieden van honderd balen rijst, die ik verzoek ten eersten mogen gezonden worden. Voorts hebbe de Eere met alle Hoog- achting te zijn /:onderstond:/ Wel„ edele Gestrenge Grootachtbaare Zeer gehoorzaame en trouw schuldige Dienaar /:was geteekend:/ I. G. V. Koch /:in margine/ Kranganoor den 8ste mai 1789 Akhordeerd Arnold Lunel pr Sekrets

NL-HaNA_1.04.02_3849_0341 view scan ↗

English

No. 8. 138 J Brabe Draft letter written by the Right Honorable Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek to the King of Travancore 9. May 1789. Since Tipu Sultan has approached with his army, and it will be to the detriment of the Honorable Company and Your Highness should he break through near Cranganore or Ayacotta, I hereby request Your Highness, on account of the close alliance and treaties, to reinforce the post of Ayacotta with the necessary troops and also to support Fort Cranganore with the necessary troops upon the approach of the enemy. May God preserve Your Highness. was subscribed as translated by me into Malabar. Cochin, date as above was signed J. M. Truijens, sworn translator. Agreed. Arnold Lunel provisional secretary examined vinelan No. 9 139 To the Honorable, Valiant Sir Jonas Godschalk Vincent Koch. Captain and Commander there. Honorable, Valiant, Pious Sir, I have received your letter of yesterday. The Nawab has no heavy artillery with him, and is thus not equipped for a siege; the summons of the fort therefore appears to me to be nothing more than a rodomontade that will have no further consequence. Nonetheless, we must now redouble our vigilance, and hold ourselves prepared for all eventualities. The orders in case of alarm and attack, which I have given to Lieutenant von Mullertz, will surely have been taken over by you, and must, when the time comes, be properly executed; above all, you must take care to keep the Mucuas with their vessels at hand, in order immediately to Cranganore. Women 6 evacuate women and children by ship. All letters regarding these matters must be written in secret and to me alone. Wherewith, after greetings, I remain, was subscribed Honorable, Valiant, Pious Sir, Your good friend was signed J. G. van Angelbeek in the margin Cochin the 11th of May 1789. Agreed. Arnold Lunel provisional secretary Examined Swaber J No. 10. 140 Report made and respectfully submitted by the undersigned to the Right Honorable Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek. Right Honorable, Stern, Highly Commanded Lord, The Company merchant Anta Chetty has recounted the following to the undersigned for notification to Your Right Honorable: That the King of Cochin had instructed him to report to Your Right Honorable that Tipu Sultan was presently at Coimbatore, and that great preparations for war were being made there, in order to attack these lowlands hostily in the coming month of August; that therefore the Honorable Company and and the King of Travancore, who is closely allied with the English, as well as His said Highness, ought to devise all possible means to offer resistance to the enemy, and that it would also be necessary to consult on this matter with the estates and grandees of the Zamorin, Kolathiri, and other northern lands, who out of fear of the Sultan had fled from there and were currently staying in the Travancore realm; and that Your Right Honorable might not take it amiss that His Highness had not sent his minister to Your Right Honorable to make all this known, but that he had this made known in secret to Your Right Honorable solely through the said merchant, in order not to arouse any ill suspicion with the Sultan through the dispatch of his ministers; but that His said Highness would send his ministers to the King of Travancore 141 JD: Sede to make known the present circumstances, and as soon as they returned, would further inform Your Right Honorable of everything through them, and that one must, in the meantime, be on guard to counter an unexpected attack from the Sultan. That His Highness had now paid over 6000 Pagodas of the overdue tribute money to the Sultan through the favorable assistance of Your Right Honorable, and is being strongly dunned for what is still lacking, for which purpose His Highness had charged his Minister Siralen Patter Sarvadhikari on Trichur to arrange for the settlement thereof. Cochin the 28th of May 1789 was signed J: M. Truijens, sworn translator. Agreed. Arnold Lunel provisional secretary No. 11. 142 Draft letter written by the Right Honorable Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek to the King of Travancore, the 29th of May 1789. In accordance with Your Highness's request and my promise, I hereby make known to Your Highness the following. The King of Cochin summoned the Company merchant Anta Chetty to him, and instructed him to tell me in secrecy that Tipu Sultan was presently at Coimbatore, and intended to come down with his army in the coming month of August and wage war against us, and that therefore the Company, together with both Kings, ought to devise means to withstand him. I also have no doubt that the said King of Cochin will send those very same reports to Your

Dutch transcription

No. 8. 138 J Brabe Koncept brief door den Wel„ „edelen Grootachtbaaren Heer Gouverneur Johan Gerard van Angelbeek geschreeven aan den Koning van Ire van Koorden 9. Mai 1789. — Wijl Tipoe Sultan met zijn Leger genaderd is, en het tot nadeel van D'E Kompanie en Uw. Hoogheid strek¬ „ken zal, indien hij bij Kranganoor of Aikotte mogt doorbreeken, zoo verzoek ik Uw. Hoogheid bij deezen, uit hoofde van de nauwe Alliance en Traktaaten, de post Aikotta met het noodige Volkte versterken en ook het fort kranganoor bij aan„ nadering van den Vijand met het noodige Volk te ondersteunen God bewaare Uwe Hoogheid. /:onder„ „stond:/ zoodanig door mij in het Malabaarsch overgezet. Koet siem dato als boven /:was geteekend:/ J. M. Truijens gezwoore Translateur Ankjordeerd. Arnold Lunel p:s sekret:s dem Nagezig vinelan No„ 9 139 Aan den E. Manh: Heer Jonas Godschalk Vincent Koch. Kapitain en Kommandant aldaar. E. Manhafte Vroome In het Uwen brief van gisteren ontvangen de Nabab heeft geen Zwaare Artillenij bij zich, en is dus niet toegerust tot eene belegening; de opeisching van het fort schijnt mij dus toe niets verders als een rodomontade te zijn, die geen verder gevolg zal hebben Niet te min moeten wij onze Waak„ zaamheid thans verdubbelen, en ons gereed houden op alle gevallen De ordres in Kas van Allarm en attaque, die in aan den Luitenant von Mullertz gegeeven hebbe, zullen zeeker bij UwE. overgenoomen zijn, en moeten als het 'er toe komt, behoorlijk geexekúteerd worden, vooral diend UwE. te Zorgen, de Moeqúas met hunne Vaartuigen bij der hand te houden, om ten eersten Kranganoor. Vrouwen 6 Vrouwen en Kinderen af te scheepen Alle brieven over deeze matene moe„ „ten sekreet en aan mij alleen geschree„ „ven worden. Waarmeede na groete blijve (:onder¬ stond:/ E. Manhafte Vroome, Uw E: goede vriend /:was geteekend:/ J. T. van Angelbeek /:in margi„ „ne:/ Koetsiem den 11d„e Mai 1789: Akkordeerd. Arnold Lunel de Nagezien Swaber p:l sekret:s J No„ 10. 146 Relaas gedaan en met veel eerbied overgegeeven door den ondergeteekenden aan den Weledelen Gestr: Groot achtbaaren Heer Gou¬ verneur Johan Gerard van Angelbeen. Weledele Gestrenge Groot achtbaare Hooggebiedende Heer De 'Skompanies Koopman Anta Settij heeft den ondergeteekenden ter bekendmaking aan U weledele Gestrenge Grootachtbaare het volgen¬ „de verhaald Dat de Koning van Koetsiem hem ge„ last had aan Uweledele Gestren„ „ge Grootachtbaare te rapporteeren, dat Sipoe Sultan thans zich te Koim batoer bevond, en dat daar groote toerustingen tot den Oorlog gemaakt wierden, om in de aanstaande maand Augustus deeze benee¬ „den landen vijandig aante tasten, dat derhalven de E. Kompanie en en de Koning van Trevan Koor; die zeer geallieerd is met de Engelschen als ook gemelde zijn Hoogheid alle mogelijke middelen dienden te beraamen, om den Vijand tegenstand te bieden, en dat het ook noodig zijn zoude, dat men hierover raad pleegde met de stenden en Lands„ grooten van Samorijn, Kolastn en andere noordelijke Landen die uit vresze voor den Sultan van daar gevlucht waaren en zich thans in het Trevenkoorsche Rijk ophael„ „den, en dat Uw Weledele Gestrenge Grootachtbaare niet voor ongoede ge„ „liefde aan te merken, dat zijn Hoog heid des zelfs Minister bij Uwel edele Gestrenge Grootachtbaare niet gezonden had om dit alles bekend te maaken, maar dat hij dit, eenlijk door gem: Koopman aan Uweledele Gestrenge Grootachtbaare in gekeim liet bekent maaken, om bij den sultan, door het zenden van zijne ministers geen quaad vermoeden te verwekken, doch dat gem: zijn Hoogheid des zelfs Ministers bij den Koning van Tre van Koor Zenden zoude 141 JD: Sede zoude, om de tegenwoordige omstandig= heeden bekend te maaken, en zoo dra dezelven retourneerden, door hen aan Uweledele Gestrenge Groot„ achtbaare nader van alles verwitti¬ „gen zoude, en dat men, intusschen ophoede moest zijn, om een onver„ wachten aanval van den Suctan tegen te gaan. Dat zijn Hoogheid van de achterstalli„ „ge tribut penningen aan den Sul„ „tan thans ruim bood Pagoden door de gunetige assistentsie van Uw. Weledele gestrenge Grootachtbaare voldaan had, en om de noch manhee„ „rende sterk aan gemaand word, waar toe zijn Hoogheid deszelfs Minister Siralen Patter Sarba„ „de KanaKarer op Intsjoer belast had om de voldoening van de zel„ ven te bezorgen:— Koetsiem den 28. Mai 1789 /:was geteekend:/ J: M. Truijens gezw. Translateur. Akkordeerd Arnold Lunel p:s sekaet, No„ 11. 142 Koncept brief door den Wel„ edel en Groot achtbaaren Heer Gouverneur Johan Gerard van Angelbeek geschreeven aan den Koning van Trevankoor, den 29. Mai 1789 Volgens Uw Hoogheids verzoek en mijne belofte, maak ik Uw Hoogheid thans het volgende bekend. De Koning van Koetsiem heeft sKompanres Köpman Anta settij bij zich laaten komen, en belast mij in sekretesse te zeggen, dat Pijroe Sultan thans zich te Roim-batoer bevond, en daar aan staet maak te, om de aanstaande maand van August met zijn Leger afte koo„ men en ons te beoorlogen, en dat derhalven de Kompanie met de beide koningen middelen dien„ „de te beraamen om hem het hoofd te bieden. — In twijfele ook niet of gemelde Koning van Koetsiem zal die eigenste berihten ook aan Uwe

← previousnext →