Inventory 3849
Malabar · 752 pages · 113 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
have sent to Your Highness, but for my part I do not in the least believe that Tipu will undertake any hostilities against Southern Malabar, for he knows very well that Your Highness has taken good measures and has a large force ready to offer him resistance, and that we take such good precautions for Kranganoor and Aikotte that he cannot easily break through there, and that he would thus meet strong resistance, and in particular he also knows very well that in such a case the English would attack him with the entire force of Madras and Bombay and that he cannot stand against this, especially now that his envoys have returned from France without having achieved their purpose, and he therefore has no help to expect from them, nevertheless it is very good that one always proceeds with caution and remains vigilant everywhere so as not to be taken by surprise, and Your Highness may be assured that this is being done on our side at Aikotta and Kranganoor. Furthermore, I send herewith to Your Highness, under the delivery of my first Aratchi, 40 pomegranates, with the humble request to accept them as a token of my particular esteem and affection, and I shall not fail to send more from time to time as long as Your Highness remains at Kristnapoeram. May God preserve Your Highness. It was subscribed: Translated as such into Malabar by me. Cochin, date as above. Signed: J. M. Truijens, sworn Translator. Agreed. Arnold Lunel, provisional secretary. No. 12. 144. Translation of a letter written by the King of Travancore to the Right Honorable Governor Johan Gerard van Angelbeek, received on the 3rd of June 1789. From Your Honor's letter, we have learned with great pleasure the news that Anta Petti reported to Your Honor. We do not doubt in the least that Your Honor will be well aware of the Treaty that was concluded between the English Company and Tipu Sultan, therefore we also think that he will undertake nothing against the Company, yet one must be on guard, and reinforce everywhere with what is necessary; we have in that regard ordered our Nesa Poella to provide the necessary reinforcements everywhere. For the pleasant present of pomegranates that was sent, we express our gratitude to Your Honor. Written by Balia Melesoetoe Kanakoe Prasoedom Leroemaal Madewen and signed by the aforementioned His Highness. It was subscribed: For the Translation, Cochin, date as above. Was signed: J. M. Truijens, sworn Translator. Agreed. Arnold Lunel, provisional secretary. 145. Ceylon. No. 13. To the Honorable Willem Jakob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Indies, Governor and Director of that Island and the Coast of Madura, along with the Council at Colombo. Honorable, Steadfast, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Lord and Friends. In the beginning of the month of May, Tipu Sultan descended with his army from Tellitseen to this region, and having approached as far as the river of Settua, sent a detachment to Japonettij, which took up a post near the Copper Pagoda half an hour from our fort Kranganoor, placed its outposts directly opposite ours, and formally summoned the fortress on the 10th of May last. Upon the refusing answer of Commandant Koch, the same retreated, and two days thereafter it was learned that the Nabob had marched off with the largest part of his army to Palikatseen, leaving a strong detachment behind at Sawanattij. Currently we have certain news that he has advanced further from Palikatseeri to Coimbatore, but seems to want to remain there for the present, as he has distributed his troops across the villages throughout that district, and recently I was secretly warned by the King of Cochin that great preparations for a military expedition are being made there, and that Tipu Sultan intends to come down again in the month of August, or as soon as the rainy season is over, and wage war against us, as Your Honors may observe in further detail from the accompanying copy of the report of the sworn interpreter Truijens. Although this news does not seem probable, we dare not entirely dismiss it, as one sometimes sees the most improbable things happen first, and therefore I have with good reason thought early of means to place us in a proper state of defense. The entire militia in this Government here consists indeed of 1719 heads, but among them there are in all only 390 Europeans, 115 Topasses, and 313 Easterners, of which one at
Dutch transcription
Uwe Hoogheid gezonden hebbe, doch ik voor mijn aandeel gelove geen„ „zints, dat Tipoe tegen Zuider Mala„ „baar eenige vijandigheeden onderneemen zal, wan't hij weet heel wel, dat Uwe Hoogheid goede maatregel en genoomen en een groote macht gereed heeft, om hem tegenstand te bieden, en dat wij voor Kranganoor en Aikotte zulke goede Voorzorge draagen, dat hij daar niet ligt kan doorbreeken, en dat hij dus sterken tegenstand ontmoeten zoude, en inzonderheid weet hij ook zeer wel, dat de Engelsch en hem in zulk een val met de heele macht van Madras en Bombaij zouden aanvallen en dat hij daartegen niet bestaan Kan, vooral nú zijne gezanten van Frankrijk terug gekoomen zonder hun Oogmerk bereint te hebben, en hij dús van dezelven geene hulpe te verwachten heeft, niet te min is het zeer goed, dat men altijd met voor„ zichtig„ 143 dun Sagez:/ C Bwabe „zichtigheid te werk gaat, en overal waakzaam blijft, om niet overvallen te worden, en dat dit van onze kant te Aikotta en Kranganoor geschied, daar gelieve Uw Hoogheid van verzee„ „kerd te zijn. Voorts zende ik Uwe Hoogheid hiernevens onder bestelling van min eerste Araatje 40 Granaat appelen¬ met ootmoedig verzoek dezelven als een blijk van mijne bezondere Hoogachting en Geneegenheid te ak„ cepteeren, en ik zal niet mankeeren van tijd tot tijd zoo lange als Uwe t Hoogheid op Kristnapoeram blijft, meer te zenden. God bewaare Uwe Hoogheid /:onderstond:/ zoo„ „ „danig door mij in het Malabaars overgezet. Koetsiem dato als voo„ „ren /:geteekend:/ J. M. Truijens gezw: Translateur. Akkmordeerd. Arnold Lunel p: sekret:s N„o„ 12 144. Translaat brief door den Koning van Tre van Koor geschreeven aan den Wel„ „edelen Grootachtbaaren Heer Gouverneur Johan Gerard Van Angelbeek, ontvangen den 3e Juni 1789. Uit Uweledele groot achtbaare brief, hebben wij met zeer veel genoegen de nieuwstijdingen die Anta Petti aan U wel edele grootachtbaare gerapporteerd heeft, verstaan. Wij twijfelen geenzints of Uwel„ „edele Grootachtbaare zal wel be„ „wast zijn, het Traktaat dat tus„ schen de Engelsche Kompanie en Tipoe Sultan geslooten is, der= „halven denken wij ook, dat hij niets tegen de Kompanie onderneemen tal, echter diend men op hoede te zijn, en overal met het noodige te versterken; wij hebben dien aan„ „gaande aan onzen Nesa Poella bevoolen, om de noodige Versterkingen overal te bezorgen Voor . Voor het gezondene aangenaam prezen van Granaat appellen, betuigen wij Uweledele Grootachtbaare onze dank¬ „baarheid. Geschreeven door Balia Melesoetoe Kanakoe Prasoedom Leroemaal Ma„ dewen en geteekend door gemelde zijn Hoogheid /:onderstond:/ Voor de Translaatsie, Koetsiem dato als Vooren /:was geteekend:/ J. M. Truij= „ens gezw. Translateur. 7 Akkordeerd Arnold Lunel Ede Bug: C„ Swebes p:s sekret:s 145 Ceilon. N„o 13. Aan den Edelen Heer Willem Jakob van de Graaff¬ Raad ordinair van Indien, Gouverneur en Direkteur van dat Eilanden de Kuste Madure Edele, Erntfeste, Manhafte, wijze Voorzienige, Zeer Diskreete Heer en Vrienden. Tipoe Sultan is in het begin van de maand mai„ met zijn Leger van Tellitseen naar deezen kant, afgesakt, en heeft, tot aan de rivier van Settua genaderd zijnde, een detachement naar Japo¬ „nettij afgezonden, het welk bij de Kopere Pagood een half uur van ons fort Kranga¬ noor post gevat, zijne Voorposten regt tegen de onzen overuitgezet, en de Ves„ „ting op den 10„de Mai Jongstleeden formeel opgeeischt heeft. Op het weigerend antwoord van den Kom„ „mandant Koch is het zelve weder te„ ruggetrokken, en twee dagen daaraan vernaam men, dat de Nabab met het grootste gedeelte van zijne Armee naar Palikatseen afgemarcheerd was, laatende Nevens den Raad Kolombo te een een sterk Detachem en t te sawa nattij terug= Thans hebben wij verzeekerde tijding, dat hij van Palikatseeri verder opgerekt is naar „daar Koimbatoer, doch vooreerst schijnt te wil¬ len blijven, doordien hij zijne troepen door dat Landschap over de dorpen verdeeld heeft. en deezer dagen ben ik van den Koning van Koetsiem in sekretesse gewaarschouwd, dat daar groote toebereidzelen tot eene Oorlogs-expedietsie gemaakt worden, en dat Tipoe Sultan voorneemen is, in de maand Augustus, of zoodra de regentijd voorbij zijn zal, wederom af„ te komen en ons te beoorlogen: zoo als Uw Weledelens dit bij het in Kopij hiernevens gaande Rapport van d#n gezwoorenen Tolk Truijens nader kunnen beschouwen. Hoewel deeze tijding niet waarschijnlijk voorkomt, zoo duwen wij dezelve echter niet geheel in den wind slaan, wijl men de onwaarschijnlijkste dingen zomwijlen het eerst ziet gebeuren, en daarom ben in met reeden vroegtijdig op middelen bedacht, om ons in een behoorlijk en staat van defensie te stellen. De heele Milietsie in dit Gouvernement alhier bestaat wel uit 1719. Koppen doch daaronder bevinden zich maar in allen 390. Europeeschen 115 Toepas„ sen en 313. Oosterlingen, waarvan men ten
English
at least another fourth part should be deducted for the killed and wounded at Kranganoor and Aykotta, and for the sick and elderly people, from whom one could not have proper service in a severe siege; the remainder consists of Malabar Sepoys and Chegos, who need to be supported and encouraged by a good number of Europeans and Malays, if one wishes to be well served by them. I therefore, in these circumstances, take refuge with Your Honours, and request, in case it should come to a war with Tipu Sultan after the rainy season, to come to our aid with five or six hundred Europeans, and among them with as many artillerymen as possible, and to that end to keep them ready by the month of July, so that, if necessity requires, they may cross over to Tutukorijn and march through the country of Travancore in the month of August when the rains are over, to which the King will in all respects lend a helping hand. In so far as this aid cannot consist of Europeans alone, we would have to try to manage with Malays; however, because we have so deplorably few Europeans, I hope that Your Honours will find means to allocate the succour solely in Europeans. In the month of July one will be able to judge the intentions of Tipu Sultan with greater certainty here, and I will not fail to report the discoveries thereof at the earliest; and at the same time Your Honours will also obtain further news, with our and English ships from Europe, of the political situation there and of the prospects of a continuing peace, which according to the latest news reports of December were favourable, because England was inclined to maintain it and France's situation for the present did not seem to permit breaking it. I request to forward the enclosed packet to the High Government at Batavia by the first opportunity, either directly or via Coromandel, and I have the honour to remain with respect, beneath stood: Noble, Honourable, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet Sir and Friends, Your Honours' willing friend and servant, was signed: J. G. van Angelbeek; in the margin: Cochin the 4th of June 1789. Agreed. per Secretary Arnold Lunel Copy of the Letter to Batavia of the 30th August 1789 Letter E: Register of the Secret Papers which are presently sent via Ceylon to Their Right Excellencies the High Indian Government at Batavia, namely: No 1. Original secret letter of today. 2. Duplicate secret letter of the 4th of June last, sent via Ceylon. 3. Copy translation of a letter from the King of Travancore of the 10th of July last. 4. Copy draft, letter in reply thereto of the 11th of July last. 5. Copy translation of a letter from the King of Travancore dated 25th of July last. 6. Copy of secret resolution of the 28th of July last. 7. Copy of secret resolution of the 29th of July last. 8. Copy of secret resolution of the 17th instant. 9. Copy of secret resolution of the 9th ditto. 10. Copy translation of a French letter from Mr. Canaple dated Mahe the 8th instant. 11. Extract translation of a French letter from Mr. Powney of Parur of the 23rd instant. Cochin the 30th of August 1789. was signed: Arnoldus Lunel Provisional Secretary Agreed. Arnold Lunel per Secretary To His Excellency The Right Honourable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General on behalf of the state of the Free United Netherlands and its General Chartered East India Company Batavia and The Right Honourable, Valiant Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, Right Honourable, Valiant Gentlemen! Paragraph 1: I send this, in the hope of an early opportunity, to Ceylon, in order to give Your Right Excellencies news of our circumstances. Reports of Tipu's warlike plans and hostile intentions against the Company. Paragraph 2: After the dispatch of my respectful letter of the 4th of June last, the counterpart of which accompanies this, the rumours of Tipu's hostile designs against us increased daily; for, omitting earlier reports, by a letter from Captain Koch, commander at Kranganoor, of the 5th of July, I was given a detailed report of the strength and position of Tipu's troops on our borders, and of the rumour that he intended to invade the country of Travancore in the month of September, along the mountains and via Kranganoor and Aykotta. Paragraph 3: At the same time the King of Cochin summoned the Company's merchant Anta Chetty to him, and warned me through him that great preparations were being made at Coimbatore and that Tipu intended to attack Kranganoor in the month of September, without touching Travancore, and thus without breaking the treaty with the English; which the prime minister of the said King, Govinda Menon, confirmed in the conference on the 9th of July, adding that the Sarvadhikariakars of His Highness, who resides with the Nawab as representative or agent, had found means
Dutch transcription
146 ten minsten noch een vierde deel diend afte„ reekenen voor gesneúwelden en geblesseerden te Kranganoor en eikotte, en voor Zieken en oude lieden, van welken men in eene zwaare beleegering geen behoorlijke dien„ „sten zoude kunnen hebben, de rest bestaat in Malabaarsche Sipais en Sjegos, die door een goed getal Europee„ „schen en Malaiers dien en ondersteund en aangemoedigd te worden, als men van henlieden wel gediend wil zijn Ik neeme derhalven in deeze omstandig heeden toevlucht tot Uw Weledelen, en verzoeke ingevalle het na den regen tijd tot een Oorlog met Tipoe Sultan komen mogte, ons met vijf of ses honderd Europeeschen en daaronder met zoo veel Artillensten te hulp te komen, als mogelijk is, en tot dat einde dezelven tegen de Maand Juli gereed te houden, om als de nood het vereischt naar Tutukorijn overtesteeken en in de maand Augustus wanneer de regens voorbij zijn, door het Land van Ire van Koor dit heen te marcheeren, waartoe de Koning in alle opzichten de behulpzaame hand zal bieden Voor zoo verre deeze hulpe niet in Europeeschen alleen mogt kunnen bestaan, zouden wij moeten trachten het met Malaiers te stellen, doch wijl wij zoo bedroefd ade bedroefd weinig Europeeschen hebben, zoo hoop ik, dat Uw. Weledelen middel zullen vinden, het Sekoers alleen in Europeeschen toe te deelen. In de maand Juli zal men hier met meerdere zeekerheid over de Voorneemens van Tipoe Sultan kunnen oordeelen, en ik zal niet in gebreeke blijven, de ontdekkingen daar„ „van ten eersten te beuchten, en ter zelver tijd zullen Uw Weledelen ook met onze en Engelsche schepen uit Europa nadere berichten erlangen van den polietieken toestand aldaar en van de aspekten op een voortduuren„ „den Vreede, die volgens de jongste nieuws „tijdingen van December voordeelig waaren¬ door dien England geneigt was, den zel„ „ven te bewaaren en Trankrijks toestand voor eerst niet scheen toe te laaten, den„ zelven te verbreeken. Ik verzoeke het ingeslooten pakket aan de Hooge Regeering te Batavia met de eerste geleegenheid direkt of over Kormandel afte zenden, en hebbe de eere met achting te blijven /:onderstond:/ Edele, Erntfeste, Manhafte, wijze, Voorzienige, zeer Diskreete Heer en Vrienden Uwer Welede: dienstwillige Vriend en Dienaar /:was geteekend:/ J. G. van Angelbeek /:in margine:/ Koetsiem den 4. e Juni 1789. Ankordeerd. p:r sekent„s Arnold Lunel Kopij Brief naar Batavia van den 30:' Aug: s 1789: L:r E: 147 N=o 1. Origineele Sekreete brief van heeden. 2. Duplikaat sekreete brief van den 4. Iuni Iongstleeden over Ceilon gezonden 3. Kopij Translaat brief van den koning van Trevan Koor van den 10. Iuli Jongstleeden. „ 4. Kopij koncept, brief in antwoord daar op van den 11. Juli Jongstleeden. 5. Kopij Translaat brief van den koning van Trevankoor gedateerd 25. Juli Jongstleeden. 6 Kopij sekreete Resoluutsie van den 28. Juli Jongstleeden. 7. Kopij sekreete Resoluuitsie van den 29. Juli Jongstleeden Register der Sekreete Papieren, dewelken thans aan Hunne Hoogedelheeden de Hooge Indische Regee„ „ring te Batavia over Ceilon worden gezonden Namentlijk No 8. „ „ N:o 8. Kopij Sekreete Resoluutsie van den 17. deezer „ 9. kopij sekreete Resoluutsie van den 9: _:o „ 10. kopij Vertaaling uit een Fransche brief van den Heer Canaple gedateerd Mahe den 8. deezer 11. Extrakt Vertaaling van een fransche brief van Mr. Pownij van Paroe van den 23. deezer. Koetsiem den 30. Augustus 1789. /:was geteekend:/ Arnold:s Lunel P=l Sekret:s Akkordeerd Arnold Zunel p r Sekrets „ 148 aanstallen Aan zijn Hoogedelheid Den Hoogedelen Grootachtbaaren, wijdgebiedenden Heer m=r Willem Arnold Alting wegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene Geoktroieerde Oostindische Kompanie Goeverneur Generaal Batavia G De Weledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indien ende Hoogedele Grootachtbaare Dweidgebiedende Heer Weledele Gestrenge Heeren! en Berichten §1: Ik zende deezen, in hoope van eene spoedige geleegenheid, naar Ceilon, ten einde Uw Hoogedelheeden van onze omstandigheeden bericht tegeeven. van Tipoeskrijgss 2: Na de afvaardiging van mijnen eerbiedigen van den 4=en Iuni Iongstl:, waarvan de wedergade deezen verzeld, vermeerderden de „neemens tegen de komp=s de geruchten van Tipoes vijandige aansla„ „gen tegen ons dagelijx, want, om vroegere tijdingen over te slaan, bij een brief van Kapitain korh, kommandant te Kranganoor van den 5=en Iuli, werd mij een omstandig be„ „rickt gegeeven van de sterkte en posietsie van Tipoes troepen op onze grenzen en van het gerucht, dat hij voorneemens was, in de maand September in 't land van TrevanKoor, langs het gebergte en over kranganoor en Arkotte, in ledringen. en vijandige voor „ 83: Ter zelver tijd liet de koning van Koetsiem, 'S kompanies koopman Anta Tettij bij zich ontbieden, en mij door den zelven waar„ „schuwen, dat te koimbatoer groote toe„ „rustingen gemaakt wierden en Tipoe voorneemens was, in de maand September kranganoor aan te lasten, zonder Trevan„ „koor aan te zaaken, en dus zonder het traktaal met de Engelschen te verbreeken, het welk de eerste minister van gem: Koning Lowinda Menon in de konferentsie op den 9=en Iuli bevestigde onder bijvoeging, dat de Sarwadikariakaren van zijne Hoogheid, die zich bij den Nabab alswak„ „kiel of Agent ophoud, middelgevonden had
English
The Dalawa confirmed the same by mouth of the King of Cochin. Paragraph 84. In secret, he reported that the Nawab intended first to attack the Company alone and thereby provoke the King of Travancore into providing aid to us, and thus into committing the first acts of hostility against him, whereupon he believed that the English would not be entitled to take up the cause of Travancore. On the 10th of that month, the Dalawa and Prime Minister of the King of Travancore, Kesa Pulle, came to me to give me the very same report in the name of his Master, and to encourage me further to strengthen Ayacotta and Cranganore and to summon troops from Ceylon. And by a letter. Paragraph 85. On the 21st of the same month, the aforementioned Dalawa informed me by a letter from his headquarters at Parur that, according to reports received from the Cochin ministers, the famous Knight De Lallée, General in Tipu's service, who was with his army at Vengatakotta, was on the point of departing for Trichur, and the chief of Chavakkad with his army for Cranganore; and the next day, the Prime Minister of Cochin informed me through the Interpreter Truijens as also did the minister. that he had news from the Sarwadhikariakar of the North that a thousand men of the army of the aforementioned Knight De Lallée had arrived at Pertale from Vengatakotta, and the General himself was about to follow in order to march via Chavakkad to Cranganore; that great military preparations were being made at Coimbatore; and that Tipu himself was expected at Palghat. Further reports. Paragraph 86. On the 22nd of July, the Jewish merchant Samuel Abrahams showed me an English letter written to him by Captain Olivier, commander of an English battalion at Parur, stating that a Havildar of the 19th Battalion of Sepoys, who had been taken prisoner of war in the last war between the English and Tipu, having found means to escape from Tipu's army, had reported that preparations for the siege of Cochin were openly being made at Coimbatore, and that the Sultan's army was fully one hundred thousand men strong. The English cannot assist us against Tipu. Paragraph 87. At the same time, the Jews Ephraim Cohen, merchant of the Company, and Abram Samuelsz, private merchant, returned from Parur, where they had been visiting the English for several days, and related that the present circumstances had been discussed at the house of the Captain Commandant Knox, and that the said Captain had declared that he had written to Madras for orders on how to act if Cranganore were attacked first, and had received in reply that if the Dutch were attacked by any European Nation, they were immediately to be aided, but not against a native prince; and that he had subsequently added: But if a man of Travancore is shot dead, or insulted, or if any violence is committed in his country or on his territory, then war between us and Tipu is also declared, and then we will step forward; that they had furthermore heard at Parur that Tipu lay with his army at Coimbatore and was making all necessary preparations to come to Cranganore, and having conquered that fort, to march further on to Cochin. Of Tipu's intentions against Cochin. Paragraph 88. At the same time, I had sent the Interpreter Truijens to Parur to urge the Dalawa to send the promised reinforcements to Ayacotta; upon his return, he reported that the English Captain Commandant Knox had instructed him to inform me that Tipu Sultan intended to attack Cochin, and that he, Knox, advised me to blow up Cranganore into the air and to cut down the trees on the island of Vypin. The English commander has orders to remain neutral. Paragraph 89. I should also mention here an unsigned note in the French language which was sent to me on the 25th of July by the Citizen and Inhabitant here, Lemoine, containing the information that a certain private English ship captain, Richard Richardson, who is building a ship here, had confided how he had paid a visit at Parur to the English Commander Knox and had learned from him that, if Tipu Sultan attacked the Dutch alone, he would remain neutral since his orders were such; and this has since not only been repeated to me orally by Lemoine, but was also confessed before me by the said Richard Richardson himself. Letter from Colombo gives poor hope of aid. Paragraph 90. In these perilous circumstances, I received a reply from Colombo on the 25th of July via a secret letter from the Government to my request, already communicated to Your Excellencies, for five or six hundred Europeans, in which they declared and demonstrated with the enclosed troop-strength lists that they were at present utterly unable to send us any reinforcements, and as soon as the outward-bound ships brought recruits, they would take into consideration to what extent the request could be met; however, that the relief could even then not be very large, and that unless an exceptionally large reinforcement of recruits were received, they saw no possibility of providing even half of the requested men; and the Governor Van de Graaff declared further in his private letter to me that the relief which they might be able to send us in case the outward-bound ships brought an ample number of recruits could at most consist of two hundred men. Paragraph 91.
Dutch transcription
149 De Dalawa beves: 84: „tigddezelven bij monde van den koning van Koel„ „siem had, in geheim te berichten, dat de Nabab de Komp=t eerst alleen aantasten en daar door den Koning van Trevankoor, tot het bewijzen van hulpe aan ons, en dus tot de eerste daadelijkheeden tegen hem, uitlokken wilde, wanneer hij meende, dat de Engelschen niet bevoegd waaren, zich de zaak van Tre„ „vankoor aan te trekken. Den 10=de van die maand quam de Dalawa„ en eerste minister dan den Koning van Tre„ „vankoor Kesa Pulle, bij mij, om mij, uit naame van zijnen Meester, het eigenste bericht te geeven, en mij tot het versterken van Aikotte en kranganoor en het ontbie„ „den van volk van Ceilon nader aante„ moedigen. en bij een brief §5: Den 21: ejusdem gaf voormelde Dalawa mij bij een brief uit zijn hoofdquartier te Paroe kennis, dat, volgens bekomene berichten van de Koetsiemsche ministers, de befaamde Rid„ „der De Laléé, Generaal in Tipoesdienst, die zich met zijn Leger te wengatte kotte bevond, naar Trietsjoer, en het hoofd van Sjawa Kattij met zijn Leger naar kranganoor stond af te gelijk ook de minister komen, en 'sdaags daaraan, liet de eerste minister van Koetsiem, mij door den Tolk Truijens Truijens weeten, dat hij van den Sarwadi„ „kariakaaren van de Noord tijding had, dat duizend koppen van het Leger van voorm: Ridder De Laléé, van wengattekotte te Pertale aangekomen waaren, en de Generaal Zelve stond te volgen, om over sjawakattij naar Kranganoor te marchee„ „ren, dat te koimbatoer groote krijgs aan„ „stalten gemaakt wierden; en dat Tipoe zelve te Palikatseere verwacht wierd. nadere bezichten §6: Den 22: Iuli vertoonde de Ioodsche Koop „man Samuel Abrahams, mij een Engel„ „schen brief door den Kapitain Olivier /:kommandant van een Engelsch Battal „jon te Paroe:/ aan hem geschreeven, be„ „helzende, dat een Stasvildaar van het 19=en Pattalzon Sipais, die in den laasten oorlog tusschen de Engelschen en Tipoe, krijgsgevangen geraakt was, middel ge „vonden hebbende uit het Leger van Pipoe te ontvluchten, bericht gegeeven had, dat te Koimbaloer in 't openbaar toerustingen tot de beleegering van Koetsiem gemaakt wierden, en de Armee van den Sultan wel honderd duizend man sterk was. De Engelschen § 7 Ter zelver tijd quamen de Jooden, Ephraim kunnen Kohen ons 150 bijstaan ons tegen Tipoeniet Kohen, koopman van de Komp: en Abram Samuelsz, partikulier Koopman terug van Paroe, daar zij eenige dagen bij d'Engel„ „schen te bezoek geweest waaren, en rela„ „teerden, dat ten huize van den kapitain kommandant Knox over de tegenwoordige omstandigheeden gesprooken was, en gem kapitain verklaard had, dat hij naar Ma„ „dras geschreeven had om orders, hoe zich te gearaagen, indien kranganoor eerst aan„ „gevast wierd, en tot antwoord bekomen had, dat als de Hollanders door eenige Europeesche Naatsie aangetast wierden, zij ten eersten moesten geholpen worden, maar niet tegen een inlandschen vorst, en dat hij er vervol„ „gens bij gevoegd had Maar word er een Man van Trevankoor dood geschooten, of beleedigd, of worder eenig geweld in zijn land of op zijn grondgebied gepleegd, dan is de oorlog tusschen ons en Tipoe ook gedeklareerd, en dan zullen wij er vooruitkomen; dat zij verders te Paroe gehoord hadden, dat Tipoe met zijn Leger te koimbatoer lag en alle noodige prepa„ „raatsies maakte, om naar Kranganoor te komen, en dat foot veroverd hebbende, ver„ „der naar Koetsiem te marcheeren. § 8: adi„ van Tipoes voor. §: 8: „neemen tegen koetsiem „mandant heeft order Ter zelver tijd had ik den Tolk Truijens naar Paroe gezonden, om den Daluwa tot het zenden van de beloofde versterking naar Aikotte aan te maanen, die bij zijne terug komst relu„ „teerde, dat de Engelsche kapitain kommandaat Knos, hem opgedraagen had, mij te verwittigen„ dat Tipoe Sultan voorneemens was, koelsiem aan te lasten, en dat hij Knos, mij raade, Kranganoor in de lucht te laaten springen, en 't geboomte op Zeiland Baipien weg te kappen. de Engelsche kom „ 89: Noch diene ik hier gewaagte maaken van zich neuteraal te houden een ongeteekend briefje in de fransche taal, het welk mij den 25: Iuli toegezonden werd, door den Burger en Inwooner alhier, Le moine, behelzende, dat zeeker partikulier Engelsche scheeps-kapitain Richard Zongen=t die hier een schip bouwd, zich in vertrouwen had uitgelaaten, hoe hij te Paroe bij den Engelschen komman dat Knos een bezoek afgelegd, en van denzelven vernoomen had, dat, als Tipoe sultan de Hollanders alleen aanlastede, hij zich neuteraal zoude houden wijl zijne orders zoodaanig waaren; en dit is zeeder niet alleen door Le Moine mondeling tegen mij herhaald, maar ook door gem: Richard 151. geeft slegte hoop tot hulpe Richardzon zelve voormij beleeden: brief van Kolombo & 10: In deeze hachlijke omstandigheeden ontving ik den 25: Iuli van Kolombo bij een sekreete brief van de Regeering antwoord, op mijn be„ „voorens reets aan Uw Hoogedelheeden bedeeld verzoek, om vijf of zeshonderd Europeeschen, waarbij dezelve verklaarde en met de bijge„ „voegde korte sterkten aantoonde, dat zij voor het tegenwoordige volstrekt onvermogens was, ons eeenige versterking toe te zenden, en zoodra de Baarsche-Schepen Rekruten aangebragt hadden, in overweeging neemen zoude, in hoe ver aan het verzoek kost voldaan worden; doch dat het ontzet als dan ook niet heel groot kostvallen, en dat zij, ten waare men eene buiten gemeen groote versterking aan Rekruten ontving, geene mogelijk„ „heid zag, om maar alleen de helfte van de gevraagde Manschappen te bezorgen, en de Heer Goeverneur van de Traaff verklaar„ „de bij zijn partikulieren brief aan mij noch nader, dat het ontzet, het welk men inge„ „valle de baarsche-schepen een ruim gezal van Rekrusten aanbragten, ons zoude kunnen toezenden op zijn hoogst in twee„ „honderd koppen zoude kunnen bestaan. § 11:
English
inclined to help English intimidated observation on this 13: Travancore is § 11: Travancore had indeed from time to time promised us help, and in particular also men to reinforce Aikotte, and I am also well assured that this happened in good faith, and the King was heartily inclined to help us according to his ability, as his own interest visibly seemed to demand this. yet is through the § 12: But in the conference with his Dalawa on the 10: July last, I discovered that the English had already won him over to their system, or at least had intimidated him from rendering help to us, for during the conversation he let slip that the King his Master would be embarrassed if Kranganoor and Aikotte alone were attacked, because the Governors of Madras and Bengal, to whom his Master had written, had promised their help under this emphatic condition, provided that he undertook nothing before he was attacked in his own country. Through this a particular clarity is shed upon the request which the King had caused to be made to me through his Dalawa in the conference on the 8: May last, that I might solemnly claim the help of his Highness by a separate 152 continuation further proof thereof § 15: separate letter, so that he could justify himself therewith to the English Government, if the Company were attacked first, and he then made common cause with us, which I had the honor simply to communicate in my previous letter of the 4: June 84 and 5:, without at that time the least suspicion of the unfavorable disposition of the English toward our Company having arisen in my mind. § 14: For through this it becomes probable that the English persuaded the King early on that he, if we alone were attacked by Tipu, must not come to our aid, or if he did so, must not count on their assistance, and that His Highness demanded this letter from me in order to convince the English therewith that he was obligated to assist us if we were attacked by the Nawab. And this probability has since turned into provable truth, through a letter from the King to me, which was received on the 25: July, of which I shall speak in more detail hereafter, wherein he says among other things: that garrisons and Kranganoor have had to abandon that the Nawab can take Kranganoor and Aikotte without offending him, and that his Ally, the English Company, then cannot interfere. our situation already § 16: These circumstances, which distressed us from without, were made much more dangerous by our situation from within, of which I shall make a brief and simple description here. state of the mil. § 17: Our militia consisted in total of 1707: heads, and half of them of Malabars and Chegos; of these, 480: Men were stationed at Aikotte and 390: at Kranganoor, so after deducting the small garrison of Koilang and some outposts, only 813: heads remained for the Garrison of Cochin itself, who were not even sufficient to occupy the fortifications at a hostile attack even for bare necessity, for which according to the plan of defense § 23:, nine hundred fifty Infantrymen and ninety European Artillerymen were required. one would have Aikotte & 18: We would therefore, upon the approach of the enemy, have had to withdraw the garrisons of Kranganoor and Aikotte to ourselves, in order not to leave the city itself at least 153 the way open to Cochin not entirely defenseless, and this the sooner, because Kranganoor, although a strong stronghold which against a rough attack, or attaque d'emblée, can offer much resistance, against an Army which is provided with a numerous, well-served Artillery directed by French officers, in the long run could not have endured, and Aikotte was much too extensive to be defended by the aforementioned troops. and then the enemy would have and 19: But then the enemy could have advanced along the Island of Vypin up to our city, without treading upon the territory of Travancore, and could then not only plunder and destroy the Jewish town and the hamlet of Mattancherry, where the merchants' warehouses are, but also take possession of the whole country around the city, as far as it belongs to the Company and the King of Cochin, and absolutely prevent all supply to the city from the landward side, as well as all trade from the Seaward side, and in that manner starve the same out and force its surrender through want. lack of money § 20: To this was added the lack of money, which was already so great in the month of July, that we, in order to the
Dutch transcription
tot hulpe geneegen Engelschen geintimideerd aanmerking hierops 13: Trevankoor is § 11: Trevankoor had ons wel van tijd tot tijd hulpe, en inzonderheid ook volk tot versterking van dikotte beloofd, en ik ben ook wel verzeekerd, dat dit ter goeder trouwe geschied, en de Koning van harten geneegen was, ons naar vermogen te helpen, wijl zijn eigen belang dit zigtbaarlijk scheen te vorderen. doch word door de §12: Doch in de konferentsie met zijnen Dalawa op den 10: Iuli Jongstl:, ontdekte ik, dat de Engelschen hem reets naar hun Sijstema om„ „gestemd, of ten minsten van het bewijzen van hulpe aan ons geintimideerd hadden, want onder de zaamenspraak liet hij zich ontvallen, dat de koning zijn Meester verleegen zijn zoude, als kranganoor en Aikotte alleen aan „gelast wierden, wijl de Goeverneurs van Madras en Bengale, aan welken zijn Mee„ „ster geschreeven had, hunne hulpe beloofd hadden, onder deeze nadruklijke voorwaar- „de, mits hij niets ondernam, voor dat hij in zijn eigen land werd aangelast. Hier door word een bezondere klaarheid ver„ „spreidt over het verzoek, het welk de koning mij door zijnen Dalawa in de konferentsie op den 8: Mai Iongstleeden had laaten doen, dat ik de hulpe van zijn Hoogheid bij een aparten 152 verbolg nader bewys daarvan § 15: aparten brief plechtig mogt reklameeren, op dat hij zich daarmeede bij de Engelsche Rogeering zoude kunnen verantwoorden, wanneer de Kompanie eerst aangetast wierd, en hij als dan met ons gemeene zaak maakte, het geen ik de eer gehad heb bij mijn voorigen van den 4: Iuni 84 en 5: eenvoudig te bedeelen, zonder dak te diertijd de minste argwaan van de on„ „gunstige disposietsie der Engelschen tegen onze komp: in mijn gemoed was opgekomen. §14: Wanthier door word waarschijnlijk, dat de Engelschen den Koning al vroeg hebben belee„ „zen, dat hij ons, als wij alleen van Tipoe aangetast wierden, niet moest te hulpe ko„ „men, of indien hij het deed, op hunnen bij„ „stand niet mogt reekenen, en dat zijne Hoogheid deezen brief van mij geeischt heeft, om de Engelschen daarmeede te overtuigen, dat hij verplicht was ons bij te springen, als wij van den Nabab aangelast wierden. En deeze waarschijnlijkheid is zeder veran„ „derd in bewijsbaare waarheid, door een brief van den Koning aan mij, die den 25: Iuli ontvangen werd, waarvan ik hierna om u „standiger zal spreeken, waarbij hij onder anderen zegt; dat „nizoenen en kranganoor hebben moeten verlaaten dat de Nabab kranganoor en Aikotte kan wegneemen, zonder hem te beleedigen en dat zijn Geallieerde, d'Engelsche Komp: zich daarmeede dan niet kan bemoeien onze toestand al § 16: Deeze omstandigheeden, die ons van buiten benauwden, wierden noch veel gevaarlijker door onzen toestand van binnen, waarvan ik hier een korte en eenvoudige beschrij„ „ving zal maaken. staat van de har. § 17: Onze melietsie bestond in 't geheel uit 1707: koppen, en daarvan de helfte uit Mala„ „baaren en sjegos, hiervan lagen 480: Man te Aikotte en 390: te Kranganoor, dus schoten na aftrek van de kleene bezettinge van koilang en eenige buiten posten, voor het Garnisoen van Koeksiem zelve slegt 1 813: kop„ „pen over, die niet eens toezeikten, de vesting. „werken bij een vijandigen aanval slegts tot nooddruft te bezetten, als waartoe vol„ „gens het plan van defensie § 23:, negenhon„ „derd vijftig Infanteristen en 528: negentig Europeesche Artieleristen vereischt werden men zoude stikotten & 18: Wij zouden derhalven, op de aannadering van den vijand, de garnisoenen van Kran„ „ganoor en Aikotte hebben moeten aan ons trekken, om de stad zelve, ten minsten niet „hier 153 den weg open naar Koetsiem niet geheel weerloos te laaten, en zulx te eer, wijl kranganoor, hoewel een sterk nest, het welk tegen een ruwen aanval, of attaque de emblee, veel tegenstandbieden kan, te „gen een Leger, het welk van eene zalrijke wel bediende en van fransche officiers be„ „stierde Artillerij voorzien is, op den duur „kunnen niet zoude hebben bestaan, en Aikotte veel te uitgestrekt was, om door voorschreeve Man„ „schap gedefendeerd teworden. en dan hadde vijand en 19: Doch dan zoude de vijand langs het Eiland Buipien tot voor onze stad hebben kunnen op„ „rukken, zonder het grondgebied van Trevan„ „koor te betreeden, en als dan niet alleen de Iooden -stad en het vlek Mattanseeri, daar de pakhuizen der kooplieden zijn, uitplunde„ „ren en verwoesten, maar ook het heele land rondom de stad, voor zoo ver het aan de Komp: en den Koning van Koetsiem toebehoord, in bezitneemen, en aan de stad alle toevoer van de landzijde, mitsgaders allen handel van de Zeekant volstrekt beletten, en op die wijze dezelve uithongeren en tot de over„ „gave door gebrek noodzaaken. gebrek aan geld §20: Hierbij quam het geldgebrek, het welk reets in de maand Iuli zoo groot was, daet wij om de
English
remedy was the sale of Aikotte and Kranganoor, proposed by Trevankoor, to defray the most necessary expenses, raise money everywhere, and postpone the payment of everything that could bear any delay until the arrival of the Batavian ship. Section 21: Thus pressed from without and helpless from within, no other means remained for us to, if not wholly avert, at least for the greatest part diminish the imminent danger of the total ruin of this Establishment and the whole Colony, than the surrender of the fort Kranganoor and the post Nikotte to the King of Trevankoor. Section 22: And to this end the King, through his Prime Minister, had already caused proposals to be made in the Conference on the 10th of July last. But, because I then still flattered myself that Tipoe Sultan, as in the previous year, would depart in that month for Seringapatnam, or that at least Trevankoor and the English would take part in the war, and Ceylon would supply us with the requested auxiliary troops, and because outside of the utmost necessity I did not dare, nor did I wish to undertake a matter of such importance without the qualification of Your High Noblenesses, rejected by the writer, I declined the same at that time, and wrote that very same day to His Highness that one ought to await the pleasure of Your High Noblenesses concerning this; in which he also acquiesced for that time, as the enclosed translations of the letters exchanged on that matter further demonstrate. Section 23: But finally, out of necessity, it was undertaken. When the continued stay of Tipoe in the region of Koimbatoor, just on the other side of the mountains, where in the summer months it is dry weather just as on the Coromandel, and his tremendous war preparations indicated a definite intention against these lowlands; when all rumors and reports announced his designs against us in particular; when we discovered that our new Allies wished to watch our downfall with folded arms; when we had to give up the hope of help from Ceylon: then we were indeed compelled to make use of the just-mentioned means, to secure the Establishment entrusted to us and the whole Colony from their inevitable downfall. Section 24: Trevankoor is very keen on this. Fortunately for us, the King of Trevankoor was no less eager for this than we ourselves, undoubtedly because he foresaw that our downfall here would drag his own along with it, even in the very probable case that the English, at the first rupture with Tipoe, might retake the city of Koetsiem with little difficulty, because they would then consider the same as a lawful conquest over their enemy and keep it for good, whereupon he, the King of Trevankoor, without support from us, would depend entirely on the English, and would have no better fate to expect than the Raja of Tanjore, the Nabob of the Carnatic, and several other princes groaning under their yoke. Section 25: And for this purpose makes further proposals in a letter. At least on the 25th of July I received from His Highness a further letter, the translation of which is enclosed herewith, which is very remarkable and contains the following. He had caused the proposal concerning Kranganoor and Nikotte to be made to me for mutual benefit; for as long as those places belonged to us, the Nabob could attack and take them away without offending him, and as long as the Nabob did not offend him, his ally, the English Company, could not interfere either; but if those two places were in his hands, Tipoe could not attack them without breaking the alliance with the English, who would then immediately attack him, wherefore he requested me once again to consider this proposal maturely, and to enter into negotiations about it with his Prime Minister. Section 26: The terms are established with the Dalawa. The latter also came to me on the 27th of July with that purpose, with whom I agreed that very same day on the terms of this transfer, concerning the navigation tolls of the river, the Roman Catholic subjects and their churches and clergy, and the supply of firewood, which are presented in detail in the Plan of Defense, Section 108 et seq., and wherein on our side was also further stipulated the full and free ownership of the Lepers' House, with its garden and territory, while the King requested that the gunpowder, along with the heavy ordnance and artillery stores at both places, might be left to him against payment of the purchase cost according to the Treaty of the Year 1753, since time and circumstances did not permit taking them away from there and replacing them from his own stores. Section 27: Concerning the payment. I also tried to stipulate cash payment in advance among the conditions, but all effort to that end was fruitless; he declared that this was utterly impossible, and proposed in its stead the settlement against the annual pepper delivery, and this with the further addition that the heavy expenditures of the King did not permit leaving the entire amount of the pepper outstanding each year, but that, once the price had been agreed upon, he would make further proposals regarding the annual deduction. Section 28: Resolution of the Council thereon. The following day I brought this important matter into the Council, before which I laid open my proposals to Your High Noblenesses regarding the cession of these two places, and the arguments pleading in favor thereof from the Plan of Defense, which were fully approved by all Members, and because the same with Your High Noblenesses still in
Dutch transcription
„middel was, de ver„ „koop van Aikotte en Kranganoor „van koor voorgesteld de noodigste uitgaven te bestrijden, over„ „al geld opneemen en de betaaling van al wat eenigzins uitstel veelen kost, tot de komste van het Bataviasche schip verschuiven moes„ „ten. het eenigste hulp: § 21: Dus van buiten geprangd en van binnen hulploos„ bleef ons geen ander middel overig, om het eminente gevaar van de totaale ruine van dit Eablissement en de heele Kolonie, zoo niet geheel aftewenden, ten minsten voor het grootst gedeelte te verminderen, dan de overgave van het fort Kranganoor en de post Nikotte aan den Koning van Trevankoor. en werd van Tre„ §22: En hiertoe had de Koning door zijnen eersten Minister, in de Konferentsie op den 10=e Iuli Iongstl: ook reets voorstelling laaten doen, doch, wijl ik mij toen noch vlijde, dat Tipoe Sultan, gelijk voorleeden Iaar, in die maand naar Seringapatnam zoude vertrekken, of dat ten minsten Trevankoor en de Engelschen, aan den oorlogdeelneemen en Ceilon ons de verzochte hulptroepen bij zetten zoude, en ik buiten de uiterste nood, eene zaak van zulk een gewigt zonder Uwer Hoogedelhee= „den qualifikaatsie niet durfde en ook doch door den schyver niet wilde onderneemen, zoo wees ik de„ „zelve 154 afgeweezen nood ter hand genoomen „op zeer gesteld „zelve diertijds van de hand, en schreef noch dien eigensten dag aan zijne Hoogheid, dat men daaromtrend het welbehaagen van Uwe„ Hoogedelheeden diende aftewachten; waar„ „in hij voor dien tijd ook berustede, zoo als de bijgevoegde overzettingen van de daarover gewisselde brieven nader aanwijzen. doch eindelijkuit § 23: Doch toen het verder verblijf van Tipoe in het landschap Koimbazoer /:eeven aan geend zijde van 't gebergte, waar het in de Zomer maanden eeven als op kormandel droog weer is:/ en zijne ontzachlijke oorlogs toerustingen, een bepaald voorneemen tegen deeze be„ „needenlanden te kennen geeven; toen als „le geruchten en berichten zijne aansla„ „gen tegen ons in 't bezonder aankon„ „digden; toen wij onttekten, dat onze nieuwe Bondgenooten, onzen ondergang met gekruiste armen wilden aanschouwen, toen wij de hoop op hulpe van Ceilon moesten opgeeven: Toen waaren wij welgenood¬ „zaakt, van het eeven gemelde middelge„ „bruik temaaken, het ons toevertrouwde Etablissement en de heele Kolonie voor haaren onvermijdelijken ondergang te beveiligen. Trevankoorisdlaars 24: Gelukkig voor ons was de Koning van Trevankoor hiertoe nadere voorstellingen bij een brief hiertoe niet minder geempresseerd dan wij zelven, buiten twijffel, wijl hij voorzag, dat onze ondergang alhier, den zijnen na zich sleepen zoude, zelfs in het zeer waarschijnlij„ „ke geval, dat de Engelschen, bij de eerste rupture met Tipoe, de stad Koetsiem met weinig moeite herneemen mogt, wijl zij lie„ „den dezelve alsdan, als eene wettige ver„ „overing op hunnen vijand aanmerken, en voorgoed behouden zouden, als wanneer hij /:koning van Trevankoor :/ zonder steun aan ons, geheel van de Engelschen afhangen, en geen beter lot, dan de Rasia van Tans jouwer„ de Nabab van Karnatik en meer andere on„ der hun zuk zuchtende vorsten, te wachten hebben zoude. en doet daartoe §25 Althans op den 25: Iuli ontving ik van zijne Hoogheid een naderen brief, waarvan de vertaa„ „ling hiernevensligt, die zeer merkwaardig is, en 't volgende behelst. Hij had de proposietsie nopens kranganoor. en Nikotte aan mij laaten doen, tot weder„ „zijds voordeel; want zoo lange die plaatsen ons toebehooren, kost de Nabab dezelven aantasten en wegneemen, zonder hem te beleedigen, en zoo lange de Nababhem niet 155 7 worden met den Dalawa vastgesteld niet beleedigde, kost zijn geallieerde, de Engelsche Komp: zich daarmeede ook niet bemoeien; doch, als die twee plaatsen in zijne handen waaren: zoo kost Tipoe dezelven niet aanlasten, of hij verbrak het verbond met d'Engelschen, die hem dan ten eersten te lijve zouden gaan, weshalven hij mij nochmaals verzogt; deezen voorstel rijpe„ „lijk „te overweegen, en daarover met zijnen eersten Minister in onderhandelinge te treeden. de voorwaarden § 26: Deeze quam ook den 27: Iuli met dat oogmerk bij mij, met wien ik noch dienzelven dag over een quam, nopens de voorwaarden van dee„ „ze overdragt, raakende de vaarten tollen van de rivier, de Roomsche onderdaanen en hunne kerken en Eerstelijken en de toevoer van het brandhout, die omstandig bij het Plan van defensie § 108: et segg voorgesteld zijn, en waarbij van onze zijde ook noch bedongen werd, de volle en vrije eigendom van het Lasarushuis, met desselfs tuin en grondge„ „bied, terwijl de Koning liet verzoeken, dat het buskruit met het zwaar geschut en Ar„ „tillerij- behoeften op beide plaatsen, tegen betaaling van het inkoops kostende volgens Trak, D „ling besluit van den § 28: Raad daarop Praklaat van 't Jaar 1753: aan hem mogten overgelaaten worden, alzoo de tijd en omstan= „digheeden niet toelieten, het zelve daar van daan teneemen en uit zijnen voorraad te remplaceeren. nopens de betaa. § 27: Ik zogt ook de kontante betaaling vooraf onder de voorwaarden te bedingen, doch alle moeite daartoe was vruchtloos, hij betuigde, dat dit volstrekt onmogelijk was, en propo„ „neerde in diesplaats, de vereffening op de Iaarlijde peper-leverantsie, en zulx noch onder deeze bijvoeging, dat de zwaare uit„ „gaven van den Koning niet toelieten, het heele bedraagen van de peper Iaarlijk te laaten staan, maar dat hij, als men het nopens den prijs eens geworden was, tot de Iaarlijxe afkorting nadere voorstelling doen zoude. s volgenden daagsbragt ik deeze wigtige zaak in den Raad, voorwien ik mijne voor„ „stellingen aan Uwe Hoog edelheeden nopens den afstand van deeze twee plaatsen, en de daarvoor plijtende argumenten uit het Plan van defensie open legde, die van alle Leden ten vollen beaamd wierden, en wijl dezelven bij Uwe Hoogedelheeden noch in
English
456 Demand will be fresh in memory, I shall not repeat the demonstration thereof here, but rather refer to the secret resolution of July 28th last, annexed hereto in copy, wherein all these matters are brought into connection with the present circumstances and thus shown in a clearer light, and upon which the unanimous decision was taken to authorize me to conclude the contract of sale both of the fort of Kranganoor and the field post of Aikotte, along with the gunpowder, heavy artillery, and appurtenances to be found there, as well as the gardens and lands belonging thereto, and to leave it to me to arrange and establish the prices as well as the terms of payment to the greatest advantage and as well as possible. § 29. In the conference that followed with the aforementioned Dalawa, I demanded for the fort of Kranganoor: 100,000 Rupees; for the revenues there, calculated at 3,000 Rupees per year, an equivalent of one hundred for three: 100,000 Rupees; for the field post of Aikotte: 50,000 Rupees; for the gardens and lands: 100,000 Rupees; Carried forward: 350,000 Rupees; Brought forward: 350,000 Rupees; and sale and for the artillery in both places, which according to a rough calculation came to a purchase cost of 22,544½ Rupees: 25,000 Rupees; thus altogether: 375,000 Rupees. § 30. After having made several remarks against this, he requested to combine everything and to negotiate over it in one single sum, and upon this, after much bidding and bargaining, the details of which would only cause needless verbosity, the purchase was struck for the round sum of three hundred thousand Rupees. Terms of payment § 31. But concerning the payment, I was able to negotiate no more favorable terms than that fifty thousand Rupees should be paid immediately in cash, and the remaining 250,000 Rupees should be distributed and secured over four years on the pepper supply, provided that for the first sum of 50,000 Rupees the Company's merchant Anta Settij executed a bond to pay 25,000 by the end of this month and the other 25,000 Rupees by the end of next September, and that for the proper discharge of the remaining 250,000 Rupees the Company's merchants David Rhabbij, Ephraim Kohen, and Anta Settij should bind themselves as sureties jointly and severally. 157 The contract is approved § 32. This contract was immediately put into the form of an instrument by me, and the following morning, being July 29th, produced in the Council of Policy, and, as appears from the secret resolution which accompanies this in copy and wherein the draft is incorporated, fully approved, and the Honorable Chief Administrator Van Spall and Storekeeper Cellarius were commissioned to carry out the surrender of everything. This was then also happily accomplished on the 5th of this month, as appears from the secret resolution of the 17th, in which are also recorded the certificates of the surrender of the fort of Kranganoor and the field post of Aikotte by the Dalawa himself, and of the delivery of the heavy artillery signed by the Travancore commanders, Captains Florij and Wiltschere. Concerning which latter items I note here that according to the neat accounts inserted in the resolution they amounted to 14,582 Rupees 46 at Kranganoor and 7,603 Rupees 16 at Aikotte, thus together 22,186 Rupees 14, or 358 Rupees less than what was set down for them according to the rough statement in § 29. The surrender has taken place Travancore is debited § 33. Accordingly, the Company receives for both places, with the gardens belonging thereto, 277,814 Rupees. Request for approval § 34. I very humbly request that your High Excellencies may be pleased to crown this step, which we would never have taken had we known any other means to save the establishment entrusted to us from the visible danger of its total ruin, with favorable approval on account of the unavoidable necessity. Four cannon sold to Travancore § 35. A few days after the surrender, the King had a request made through his Dalawa for four iron cannon of 18-pound ball with four hundred cannonballs, on loan or for purchase, which were deemed necessary for the defense of Kranganoor and Aikotte, and which could not be brought at this time from His Highness's arsenal at Odiagorij. For which the King is debited § 36. Because this request served the common defense, and we could spare those pieces without inconvenience, we found no difficulty in granting it; but since from the loaning of things that wear out through use one must always expect damage and often quarrel, we resolved to hand them over to His Highness for the purchase cost, as appears from the resolution of the 9th of this month, in which the aforesaid letter is inserted, as is also the account of the said pieces, amounting to five thousand and seven Rupees, for which His Highness is debited on the pepper account. 188 Chegos surrendered to Travancore § 37. Furthermore, through the commissioners Van Spall and Cellarius at the surrender of Kranganoor and Aikotte, the Dalawa had a request made that the three companies of Chegos who had been garrisoned there might be handed over to the King, his master; and since, when they arrived here, they deserted twenty and thirty at a time and showed themselves unwilling to serve here in the garrison, we—because unwilling troops would not only be useless, but also very dangerous in a siege—drew one company of volunteers out of all four companies, and ceded the rest, still consisting of 351 heads, to the King, and that upon his further request, with their weapons, at the prices specified in the treaty.
Dutch transcription
456 Eisch in versch geheugen zullen zijn, zoo zal ik het betoog daarvan hier niet herhaalen, maar mij liever aan de deezen in kopij bijgevoegde Te kreete resoluutsie van den 28:e Iuli Iongstl: gedraagen, waarbij alle dezelven in een ver„ „band met de tegenwoordige omstandigheeden gebragt en dus in klaarder licht vertoond zijn„ en waarop dan ook het eenpaarig besluit ge„ „noomen is, mij tot het sluiten van het kontrakt van verkoop zoo wel van het fort kranganoor en de veldpost Nikotte met het aldaar te vin„ „dene Buskruit zwaar geschut en toebehooren als ook van de tuinen en landerijen daaron„ „der sorteerende, te qualificeeren, en aan mij overtelaaten, om de prijzen zoo wel als de termijnen van betaaling, ten meesten voordeele en zoo goed als mogelijk, te schik„ „ken en vast te stellen. §29: In de hierop volgende konferentsie met voor„ melde Dalawa, eischteik voor het fort Kranganoor - - - - - Rop=s 100'000 - voor de inkomsten aldaar geree„ „kend op 3000: rop=s 'sjaars een equiva„ „lent van honderd voor drie - - - „ 100'000 - .voor de velelpost Aikotte - - - „ 50'000 — voor de tuinen en landerijen - - „ 100'000 - Transporteere Rop=s 350'000 — Per Transport Rop=s 350'000 — en verkoop betaaling en voor de Artillerij op beide plaatsen, die volgens een ruwe Kalkulaatsie 22544½ rop=s inkoops te staan quamen - - - Rop=s 25000 – elus te zaamen - - - - Rop=s 375000 — §30: Na hiertegen verscheidene aanmerkingen gemaakt te hebben, verzocht hij, alles te zaamen te trekken, en daarover in eene som tegelijk te handelen, en hierop werd, na veel bieden en dingen, waarvan het detail slegts noode„ „looze wijdloopigheid veroorzaaken zoude, de koop toegeslagen, voor de ronde som van driemaalhonderd dluizend ropijen. termijnen van §31: Doch omtrend de betaaling, heb ik geene voor„ „deeliger voorwaarden kunnen bedingen, dan dat ten eersten vijftig duizend ropijen kontant betaald, en de overige 250000: ropijen in vier Iaar op de peperleverantsie verdeeld en verzee„ „kend zouden worden, mits voor de eerste som„ van 50'000: ropijen 's kompanies Koopman Anta settij een obligaatsie passeerde, om onder „deezer 25000 en onder ultimo ultimo September aanstaande, de andere 25000: ropijen te betaalen, en voor de richtige voldoening van de resteerende 250000: ropijen 's Komp=s Kooplieden David Rhabbij, Ephraim kohen, en Anta Pettij zich als borgen in 157 het kontrakt word geapprobeerd in solidum verbinden zouden. §32: Dit kontrakt werd ten eersten door mij in de form van een Instrument gebragt, en den volgenden morgen, of den 29: Iuli in Raade van Polietsie geproduceerd, mitsgaders blij„ „kenssekriete resoluutsie, die in kopij hier „nevensgaat, en waarbij het koncept inge„ „lijft is, ten vollen geapprobeerd, en de E: Hoofdadministrateur van Spall en Pakhuis„ „meester Cellarius werden gekommitteerd, de overgave is geschied de overgave van alles te doen, het geen dan ook op den 5: deezer gelukkig volbragt is, blij„ „kens sekreete Resoluutsie van den 17=e, waar„ „bij ook ingeschreeven zijn de bewyzen van de overgave van het fort Kranganoor en de veld„ „post Aikotte door den Dalawa zelve; en van de overleevering van het zwaar geschut door de TrevanKoorsche Kommandanten, de Kapitains Florij, en Wiltschere geteekend. - omtrend welke laaste posten ik hier aanmerke, dat dezelven volgens de nette reekeningen, die bij de Resoluutsie geinsereerd staan, bedra„ „gen hebben, te kranganoor Rop=s 14582 -46 — en te Aikotte - - - - - „ 7603 -16— dus tezaamen - - - - Rop=s 22186 — 14 — of 358: ropijen minder, dan daarvoor volgens ruwe „baatsie Trevankoor verkocht gedebiteerd is ruwe opgave bij § 29: gesteld waaren. § 33: Dienvolgende krijgt de Kompanie, voor beide plaatsen, met de daaronder sorteerende zui„ „nen Rop=s 277814: verzoek om apro„ §34: Ik verzoeke zeer ootmoedig, dat uwe Hoog„ „edelheeden, deezen stap, dien wij nimmer zouden gedaan hebben, bij aldien wij het ons toevertrouwde Etablissement door eenig ander middel uit het zichtbaar gevaar van desselfs totaale ruine hadden weeten te redden, uit hoofde van de onvermijdelijke noodzaakelijk. „heid met gunstige approbaatsie gelieven te bekroonen. vier kanons aan § 35: Wijnige dagen na de overgave liet de Koning door zijnen Dalawae verzoek doen, om vier ijzere kanons van 18: lb: bals met vierhonderd kogels, ter leen of te koop, die tot de defensie van Kranganoor en Aikotte noodig geoordeeld wier„ „den, en in deezen tijd uit het Arsenaal van zijne Hoogheid te odiagorij niet kosten aan„ „gebragt worden. waarvoor de koning § 36: Wijl dit verzoek tot de gemeene defensie strekte, en wij die stukken zonder ongerief missen kosten: zoo vonden wij geene zwaa„ „righeid daarin te bewilligen, doch de wijl men van het leenen van dingen, die door het gebruik 188 Sjegos aan Trevan„ „koor overgelaaten gebruik slijsten altijd schade, dikwils krakeel te wachten heeft, zoo beslooten wij, dezelven aan zijn Hoogheid voor 't inkoops kostende over te laaten, blijkens Resoluutsie van den 9: deezer, waarbij voorschreeve brief geinse„ „reerd staat, gelijk ook de reekening van gem: stukken, ten bedraagen van vijf duizend- en Zeven ropijen, waarvoor zijne Hoogheid bij de peper-reekening belast is. drie kompanien §37: Noch hadde Delawa, door de Ge kommitteerden van Spall en Cellarius, bij de overgave van kranganoor en Aikotte, verzoek laaten doen, dat de drie kompanien Tjegos, die daar in garnisoen geleegen hadden, aan den Koning 7 zijnen Meester mogten overgelaaten worden, en wijl dezelven, toen zij hier quamen, bij twintig en dertig stux tegelijk deserteerden, en zich ongeneegen toonden, hier in het garnisoen te dienen: zoo hebben wij, wijl onwillige troepen, niet alleen onnut, maar in eene beleegering ook zeer gevaarlijk zijn zouden, uit alle vier kompanien eene vrijwil„ „ligers uitgetrokken, en de rest, bestaande noch in 351: koppen, aan den koning afge„ „staan, en zulx op zijn nader verzoek, met hunne wapens, teegen de prijzen bij het trak k.
English
is thus averted, but not entirely. treaty of the year 1753, amounting, according to the memorandum entered with the Resolution, to three thousand one hundred seventeen and three quarter rupees, for which His Highness is also charged in the pepper account, on which I likewise humbly request the esteemed approval of Your High Excellencies. The greatest danger §38: By these measures, the greatest danger that threatened us here is thus happily averted, since Tipu Sultan cannot now reach us without first attacking the lands of Travancore and thereby bringing a war with the English upon himself, which, on account of the great power that they presently possess in India, he will not readily decide to do. §39: But, given the formidable preparations he is making, it would be an irresponsible carelessness to rely so much on this probability and to neglect further precautionary measures, wherefore Travancore as well as the English, who now firmly anticipate that they will be attacked by him as soon as the rainy season is over, are making all possible preparations for a vigorous resistance. §40: 159 defense of the continuation palisaded preparations for §40: We have therefore, on our part, also put into effect everything that our meager capacity would allow for the defense of this city, which, should Tipu Sultan succeed in capturing Cranganore and Ayacotta, will without doubt be the first to be attacked by him. §41: With that aim, the gun platforms have been repaired. The Overijssel bastion, which according to the secret Resolution of 11 April 1782 is too low, but at that time could not be raised, has now, toward the side of Vypeen, been raised so much with earth and sods that cannons and men stand covered. The quay, as in the English war, has again been palisaded with the old palisades, and our stock of live cartridges has been increased to 50000 bundles, for which the paper, owing to the Company's lack thereof, was purchased. Sloterdijk palisaded §42: But the entrance from the river between the Overijssel bastion and the galley wharf into the fortress, which entrance is called Sloterdijk, is a very weak and dangerous place, where the fortress can very easily be taken by surprise, being closed only with a boom that can be cleared out of the way with little effort, and city continuation and provisions whereafter the enemy can easily advance into this small inner moat and climb up everywhere onto the passing street. In the year 1782, an attempt was indeed made to prevent this by means of a barrier on the bank close to the boom, but this is not sufficient unless one were to place a very strong guard there at night to defend it, for which the men cannot now be spared, besides the fact that this always remains an uncertain measure. §43: We have therefore decided at the session of 29 July to line the side of this inner moat toward the street with palisades, whereby climbing out of it is rendered impossible; while, in order to be able to unload small vessels that enter there with rice, pepper, and other goods, two sufficient gates have been constructed in the palisade in front of the trade warehouse and dispensary, which can be opened and closed again as necessary. purchase of thonies §44: Nine thonies have also been purchased to serve for communication with the covered way in the city moats. §45: And from Bombay we have ordered 15000 lb salted beef, 12000 lb bacon, 2000 160 continuation provisions 2000 lb butter, and instead of wine, 50 barrels of beer, which we still expect within this month. §46: And finally, the purchase of cattle, pigs, and dried fish has been charged to the Honorable Provisional Chief Administrator. request for approval §47: I humbly hope that these measures as well, which in the present circumstances appeared inevitable, may likewise be favorably approved, and only add further that the aforementioned provisions, should they not be needed here, can presumably be employed on Ceylon, or otherwise sold here without much loss. further measures §48: Furthermore, on the just-mentioned day, we determined that as soon as more signs of Tipu's intention to wage war against Southern Malabar should appear, the trees, woods, and hedges on the island of Vypeen that obstruct the view from the city shall be cut down, and as soon as Cranganore might be attacked, the houses that stand in the way or could serve the enemy for erecting batteries shall also be demolished, and in the last resort, when the
Dutch transcription
is dus afgeewend doch niet ten eenemaal trakkaat van '2 Iaar 1753: vastgesteld, bedraa„ „gende volgens de bij Resoluuitsie ingeschreeven Notietsie drieduizend een honderd Zeeventien en drie quart ropijen, waarvoor zijn Hoogheid ook bij de peper-reekening belast is, waarop ik almeede de g'eerde approbaatsie van Uwe Hoogedelheeden ootmoedig verzoeke. het grootst gevaard 38: Door deeze maatreegelen is dus het grootste gevaar, het welk ons hier drijgde, gelukkig. afgekeerd, wijl Tipoe Sultan ons thans niet kan bij komen, zonder de landen van Trevan „koor eerst aan te lasten en zich daardoor den oorlog met d' Engelschen op den hals te haalen waartoe hij, wegens de groote macht die de„ „zelven thans in Indiën hebben, nietligt „vaardig besluiten zal. §39: Doch, bij de ontzaglijke toerustingen die hij maakt, zoude het eene onverantwoordelijke zorgloosheid zijn, op deeze waarschijnlijkheid zoo veel te bouwen, en de verdere behoedmid„ „delen te vezwaarloozen, weshalven ook Trevankoor zoo wel als d' Engelschen, die zich thans vast voorstellen, zoo dra de regentijd voorbij is, door hem te zullen aangetast worden alle mogelijke toebereidzelen tot een vigou„ „reuse tegenweer maaken. §S 40: 159 defensie voor de vervolg „lisserdeerd aanstalten tot §40: Wij hebben derhalven ook van onze zijde al hetgeen ons gering vermogen toelaaten wilde in 't werk gesteld, tot de elefensie van deeze stad, die, zoo wanneer het Tipoe Sultan mogt gelukken kranganoor en Hikotte te vermeesteren, bui„ „ten twijfel het eerst door hem zal aangelast worden. §41: Met dat oogmerk heeft men de kanonbeddings gerepareerd, het bastion overijzel, het welk volgens sekreete Resoluutsie van den 11: April „doch 1782: te laag is „ diertijds niet heeft kunnen op„ „gehaald worden, is thans, naar den kant van Baipien toe, zoo veel met aarde en zooden verhoogd, dat kanons en menschen bedektstaan de Kaai is, gelijk in den Engelschen oorlog, wederom gepallissadeerd met de oude pallissaden en onze voorraad van scherpe patroonen, is tot 50000: bossen vermeerderd, waartoe het papier mits ontstentenis bij de Kompanie ingekogt is. Sloterdijk gepal. § 42: Doch de ingang uit de rivier tusschen het bastion overijzel en het galioen in de vesting, welke ingang sloterdijk genoemd word, is eene zeer Zwakke en gevaarlijke plaats, waar de vesting zeer gemaklijk kan overrompeld worden, als zijnde eenlijk met een boom geslooten, die met weinig moeite uit den weg geruimd kan worden en stad verbolg en provisien worden, waarna de vijand in dit binnen gragtge gemaklijk oprukken en overal op de voorbyloo„ „pendestraat op klimmen kan; In 't Jaar 1782: heeft men wel getragt, dit door eene barriere op den oeverdigt bij de boom te beletten, doch dit voldoet niet, of men moest daar snachts een heel sterke wachtplaatsen, om dezelve te de„ „fendeeren, waartoe men thans het volk niet zoude kunnen missen, behalven dat dit al„ „tijd doch een onzeeker middel blijft. § 43: wij hebben dus ter sessie van den 29: Iuli beslooten de kant van deeze binnengragt naar de straat toe met pallissaden te bezetten, waardoor het op„ „klimmen uit dezelve onmogelijk word, tewijl men om vaartuigjes die daar met rijst, peper en andere goederen binnen komen, te kunnen lossen, voor het Negootsie pakhuis en dispens, twee suffisante hekdeuren in de pallissadeering gepraktiseerd heeft, die als het noodig is, geopend en weder geslooten kunnen worden. inkoop van tonies 844: Ook zijn negen tonies ingekocht, om tot de kommunikaatsie met den bedekten weg in de Stadsgragten tedienen. §45: En vant Tombai hebben wij 15000: lb: zout rundvleesch. 12000: „ - „ spek 2000: 160 vervolg „sie 2000: lb: boter, en insteede van wijn 50: vaten bier ontbooden, die wij noch in deeze maand verwagten §46: En eindelijk is aan den E: p=l Hoofdadministra„ „teur de inkoop van Koebeesten, varkens en karawaart opgedraagen. verzoek om opprobaat §8 47: Ik hoope ootmoedig, dat ook deeze maatregelen die in de tegenwoordige omstandigheeden on„ „vermijdelijk scheenen, almeede gunstig ge„ „approbeerd mogen worden, en voege er alleen noch bij, dat de voormelde provisien, indien ze hier niet mochten noodig weezen, vermoe„ „delijk zullen kunnen op Ceilon g'emploijeerd, of anders hier zonder veel schaade verkocht worden. nadere maakregilen §48: Voorts hebben wij ten evengemelden dage vast„ „gesteld, zoodra zich meer blijken van Tipoes voorneemen tot een oorlog legen Zuidermala„ „baar mogten opdoen, de boomen, bossen en Heinings op het eiland Baipien, die het ge„ „zicht van de stad belemmeren, telaaten weg„ „kappen, en zoodra Kranganoor mogte aange„ „last worden, ook de huizen, die in den weg„ „staan, of den vijand tot het aanleggen van Battarijen dienen kunnen, te laaten weg„ „breeken, en in 't laast geval, wanneer men de
English
Tipoe continues the preparations for war. seeri enclosed. Report regarding Tipoe's embassy to the King of Koetsiem. § 49: must face the siege of that city, to send away the women and children, in order not to be hindered thereby, and also not to see them exposed, in case the fortress had to yield to superior force, to the horrific mistreatments that Tipoe is accustomed to inflict upon the vanquished. However, nothing further is heard of him until now, except that he is still occupying himself at Koimbatoer with preparations for war, while the daily heavy rains, which have fallen beyond measure this month, make all operations in the field impracticable. Holds Mahe and Tellicherry enclosed. § 50: But from Mahe and Tellicherry we have news that he keeps both places virtually enclosed by detachments on the borders, and prevents them all supply from his country, whereby they suffer great want, as appears from the letters of Mr De Canapele, Commandant of Mahe, and Major Pawney, Paymaster at Parur, which I transmit among the annexes, for mere speculation, in copy and extract with the translations alongside. § 51: Now I must also report another case, from which consequences might at times arise that one cannot for the present foresee in their full extent, much less determine, consisting in this: The King of Koetsiem fears to be summoned; has resolved not to go. § 52: On 31 July last, the King of Koetsiem gave me notice through his Prime Minister Govinda Menon, in the presence of the Dalawa of Travancore, that Tipu Sultan had dispatched a prominent person to him with some Harikaras and a numerous retinue, with a letter and presents, but that the purpose of this mission was to summon him, the King, again as in the previous year, but that he had firmly resolved not to go, and therefore sent his minister to deliberate with me and the Dalawa in what manner he might most conveniently excuse himself from that journey. Remark on this. § 53: Now, although the King's supposition that he would again be summoned in person was only based on the suspicion of his Vakil, who had written this to him as a probable guess, the proposed question remained nevertheless very critical, in case this suspicion were confirmed by an actual summons, because the King's refusal could not fail to enrage him in the highest degree. Further remark. § 55: Continuation. § 54: The King's aversion to this second visit was mainly attributed by the Minister to the apprehension that the Sultan would extort a writing from him, whereby he claimed his assistance against Travancore for the recovery of the lands that this prince had torn from his kingdom, and against the Company for the recovery of the city of Koetsiem, by which writing Tipoe, as feudal lord of the King, would consider himself justified in war against both, or at least thought to obtain a plausible pretext. And indeed, when Your High Excellencies please recall from my respectful letter of 10 August 1788, paragraph 37, and from the accompanying notes of the conference between me and the Prime Minister of Koetsiem on 26 June preceding, paragraphs 6 and 10, that Tipoe, at the first meeting, entertained the King on this twofold subject in a very thought-provoking manner, this apprehension will perhaps not seem very strange. Further continuation. § 56: Nevertheless, I believe that the fear of Tipoe's increasing cruelty and bloodthirstiness, and the sad examples still floating fresh before his eyes of the neighbouring princes of Kolastri and Kottayam, who were also summoned to court and cordially received, but were miserably murdered on the return journey, have made the greatest impression on his mind. The proposal of the King to forbid him the journey was rejected. § 57: Be this as it may, he had it declared to us that he would absolutely not go, and only requested our advice on how he might excuse himself therefrom in the best or least offensive manner, and subsequently had it proposed to that end that the Company, as Protector of his Kingdom, and Travancore as Ally, should forbid him by a letter to depart from his country. § 58: This I flatly rejected at once, because the Company was not authorized to do so, and Tipoe Sultan would thereby be truly offended, and thus be helped to a much more plausible pretext for hostilities against us than through the aforementioned reclamation by the King of Koetsiem. Decision to postpone. § 59: The Dalawa dared not declare himself without orders from his master, and promised to write to him about it, and it was thus decided
Dutch transcription
Tipoe zel de hoerusting „1 9: „gen voort „seeri ingeslooten berecht nopens Tipoes Koning van Koetsiem de beleegering van deerstad moet te gemoed zien, de vrouwen en Kinderen weg te zenden, om daardoor niet belemmerd te zijn, en ook om de„ „zelven, ingevalle de vesting voor de overmacht moest bukken, niet blootgesteld te zien, aan de ijslijke mishandelingen, die Tipoe gewoon is aan de overwonnenen uit te oefenen. Echter verneemd men tot nu toe niets verders van hem, dan dat hij zich noch te koimbatoer met oorlogs-toebereidzelen beezighoud, terwijl de dagelijxe zwaare reegens, die in deeze maand boven maate gevallen zijn, alle onderneemin„ „gen te velde ondoenlijk maaken. houdmahe en Tallis § 50: Doch van Make en Sallitseeri hebben wij tijding, dat hij beide plaatsen door de tachementen op de grenzen als ingesloten houdt, en hen alle toe„ „voer uit zijn land belet, waardoor dezelven groot gebrek lijden, zoo als blijkt bij de brieven van M=r De Canapele Kommandant van Mahe, en Mj=r Pawneij Paimaster te Paroe, die ik tot enkelde spekulaatsie in kopij en extrakt met de vertaalingen daarnaast, onder de bij„ „lagen overzende. gezandschap aan den 851: Thans diene ik noch bericht tegeeven van een ander geval, waaruit somtijds gevolgen kunnen ontstaan, die men voor als noch niet in haare uit 161 vreest onkboden te worden heeft beslooten niet te gaan uitgestrektheid overzien, veel minder bestemmen kan, hierin bestaande de koning van Koetsiem &n 52: Den 31=e Iuli Iongstl: liet de Koning van Koet„ „siem mij door zijnen eersten Minister Gourn. „da Menon ten bijweezen van den Dala„ „wa van Trevankoor kennis geeven, dat Tipoe sultan een aanzienlijk Perzoon met eenige Arikaars en een talrijk gevolg aan hem had afgevaardigt met een brief en ge„ „schenken, doch dat het oogmerk van deeze bezending was, om hem Koning, gelijk voor= „leeden Iaar wederom op te ontbieden, doch dat hij vast besloten had, niet tegaan, en daarom zijnen minister Zond, om met mij en den Dala„ „wa te overleggen, op wat wijze hij zich van die reize op de gevoegelijkste wijze zoude kunnen verschoonen. aanmerking hierop §53: ofschoon nu de onderstelling van den Koning, dat hij wederom in perzoon zoude ontbooden worden, maar alleen gebouwd was, op het vermoeden van zijnen wakkiel, die dit als eene waarschijnlijke gissing aan hem had ge„ „schreeven: zoo bleefde voorgestelde vraage. niet temin zeer bedenklijk, ingevalle dit vermoeden door een werklijk op ontbod beves„ „tigd werd, wijl's konings weigering niet missen Kost vervolg §55: Kost, hem ten hoogsten te vertoornen. nadere aanmerking §54: 'sKonings afkeer van dit tweede bezoek, werd door den Minister voornaamlijk toegeschreeven aan de beduchting, dat de Sultan hem een ge„ „schrift afdwingen zoude, waarbij hij desselfs bijstand tegen Trevankoor, tot wederverkrijging van de Landen, die deeze vorst van zijn Rijk had afgescheurd, en tegen de Komp: tot weder„ „verkrijging van de stad Koetsiem reklameerde, door welk geschrift Tipoe als Leenheer van den koning, zich tot den oorlog tegen beiden ge„ „wettigd zoude houden, of ten minsten een schijnbaar voorwendzel meende te verkrijgen En trouwens, wanneer Uwe Hoog edelheeden zich uit mijnen eerbiedigen van den 10: Aug=s 1788:37: en uit de daarnevens gevoegde aan„ „teekeningen van de konferentsie tusschen mij en den eersten Minister van Koetsiem op den 26: Iuni bevoorens §6: en §10: gelieven te herinneren, dat Tipoe den Koning bij de eer„ „ste ontmoeting over dit tweevoudig onderwerp op eene zeer nadenklijke wijze onderhouden heeft, zoo zal deeze beduchting mogelijk niet heel vreemd voorkoomen. verder vervolg §56: Niet lemin gelove ik, dat de vrieze voor Tipoes toenomende wreedheid en bloedelorstig„ „heid 162 de voorstel van den §57: koning om hem de reize te verbieden werd verworpen „heid, en de noch versch voor oogen Zweevende droevige voorbeelden van de eenroerige vorsten van Kolastri en kotiati, die meede ten hove ontboden en minzaam ontvangen, doch op de terug reize Lammerlijk vermoord wierden, wel den meesten indruk op zijn gemoedgemaakt hebben. Hoe dit zy, hij liet ons verklaaren, dat hij vol„ „strekt niet gaan zoude, en alleen onzen raad verzocht, hoe hij zich daarvan, op de beste of minst aanstootlijke wijze zoude kun„ „nen verontschuldigen, en liet daartoe ver„ „volgens voorslaan, dat de Komp: als Bescherm„ „heer van zijn Rijk, en Trevankoor als Bond„ „genoot, hem bij een brief verbieden zouden, uit zijn land te vertrekken. §58: Dit wees ik ten eersten glad af, wijl de Komp: daartoe niet bevoegd was, en Tipoe Sulsan daardoor werklijk beleedigd, en dus aan een veel schijnbaarer voorwendzel tot vijandig hee „den tegen ons geholpen worden zoude, dan door voormelde reklame van den koning van Koetsiem. besluit tot uitstel §59: De Dalawa durfte zich, zonder order van zijnen meester niet verklaaren, en beloofde daarover aan denzelven te schrijven, en men besloot, dus
English
and thus let the envoy wait at the lines' gate for the permission of Trevankoor to enter within. The Governor gives the King of Koetsiem a visit and advice. Paragraph 60: In the meantime, in order to be so much nearer at hand, the King of Koetsiem arrived at his palace in Mattanseeri, and sent for me with such express urgency that I did not wish to refuse him in these circumstances, where he required comfort and encouragement, and thus on the 10th of this month I paid a visit to His Highness. Paragraph 61: But a detailed account of this conference would needlessly bore Your High Excellencies, wherefore I merely report that I did my best therein to speak courage into the distressed prince, and to persuade him that he must first endeavor, as best he could, to excuse himself from the journey; and if Tipoe should insist upon it absolutely, to declare outright that he could not leave his realm, nor wished to, with the reasons of the King. Paragraph 62: to which end I made him understand that he had no other relation to the Sultan than in so far as he had taken in hire or lease from him certain lands that had formerly belonged to the realm of Koetsiem, but had been taken away by the Samorijn and later conquered by the Nabob Haider Alichan; and that for the rest, in his hereditary lands lying within the lines of Trevankoor, he was an independent sovereign over whom Tipoe Sultan had nothing to command, and thus, in the event of his disfavor, he could lose no more than that the lands he held in lease would be taken from him; and the conclusion of all this was that the King should not depart for Koimbatoer, but rather, if necessary, surrender back to the Sultan the aforementioned lands, whose benefits were not much greater than the annual recognition money. The Envoy arrives. Paragraph 63: That same evening, the Envoy of the Sultan arrived at the Court of Koetsiem with a retinue of thirty persons; but the armed men who had been sent with him for escort or display had been obliged to remain outside the lines, as the King of Trevankoor had not been willing to allow them to pass. Letter from Tipoe to the King. Paragraph 64: On the 13th, the King sent his brother-in-law Tiroemoepadoe and Prime Minister Powindla Menon to me with the Sultan's letter, which was written in the Canarese language and signed by himself, whose contents I know not how to present more briefly than by incorporating the Dutch translation. Translation of the Canarese letter, written by Tipoe Padshah, to the King of Koetsiem. The Most Illustrious and Most Mighty Padshah of Maisoer, to King Rama Warmer of Koetsiem, Salam. I now send my Abdoel Khader, a distinguished person of this Court, together with Your Highness's Isoera Kariakaar thither. Upon whose arrival there, Your Highness will be informed of everything. In consequence whereof, please send hither one of Your Princes, or else Koenjoe Tiroepadoe, whom you can best trust, whom I will send back within two days. As Your Highness is a prince of great renown, and has from of old placed his trust in us, and persists therein to this day, I have no doubt that Your Highness will carry out the matter that is now about to be proposed to you; thereby, through God's blessing and through your fidelity, Your state will increase; wherefore please Your Highness to consider this and execute the matter: Written in the year Saraba, on the 29th of the month Samarie, or Hegira 1203, named Saumia, in the month Asada Bagbela Sadoerdadi, by Maisoer Munshi Narasaijen, and signed by the said Padshah. Was signed. Translated from the Canarese into the Tamil language by, was signed, I: M: Truijens, sworn Translator. In the margin: Koetsiem, 13 August 1789. Advice of the Governor. Paragraph 65: In the first place, the King had my advice requested, whether he should comply with the desire of Tipoe Sultan and send one of his brothers or his brother-in-law to him; and as it appeared to me not at all likely that an envoy who was summoned to speak about matters would be mistreated, and it also seemed quite certain that a refusing answer would offend the Sultan and provoke him against the King, of which the loss of the leased lands would be the inevitable consequence: so I advised the King to satisfy the Sultan in this matter, and to send his brother-in-law to him at Koimbatoer; but from the answer of the said Minister I discovered immediately that this advice was not to the liking of the Court, and that they had already taken the resolution there to decline that mission. The Envoy proposes that the King must endeavor to purchase Koetsiem. Paragraph 66: Hereafter, the said Ministers informed me of what the Envoy had proposed in the second audience, which was mentioned in general terms in the letter of the Sultan, and which consisted of the weighty proposal to purchase the city of Koetsiem from us. Paragraph 67: The proposal for this was arranged in the following manner: The Sultan, his master, had received news from Europe that the English wished to purchase the city of Koetsiem from us, but this would tend to the great prejudice of the King and his realm; the Sultan therefore advised him to do his best to purchase the city from us himself, and would, if he could succeed therein, be favorable to him and render the necessary assistance. The Governor's verbal answer. Paragraph 68: As it was unadvisable to enter into the principal substance of this proposal, so
Dutch transcription
den koning van Koetsiem een bezoek en raad dus den zendeling zoo lange aan de linie poort naar het verlof van Trevankoor, om daar binnen te komen, te laaten, wagten. de Goeverneur geeft §60: De Koning van Koetsiem quam middelerwijle om zoo veel nader bij der hand te zijn, in zijn palais te mattanseeri, en liet mij met zoo veel expressement bij zich verzoeken, dat ik hem zulx in deeze omstandigheeden, daar hij troost en opbeuring behoefde, niet wilde weigeren, en dus den 10. deezer bij zijn Hoogheid een bezoek aflegde. §61: Doch een omstandig verhaal van deeze konfe„ „rentsie, zoude Uwe Hoogedelheeden noodeloos verveelen, washalven ik alleen vermelde, dat ik daarin mijn best deed, den bedrukten vorst moed in 't lijf te spreeken, en te beleezen, dat hij eerst moest trachten, zich best doenlijk „in van de reize te verschoonen, en dien Tipoe daar volstrekt op staan bleef, ronduit ver„ „noch wilde „klaaren, dat hij zijn Rijk niet kost verlaaten met de reedenen van §62: Tot dat einde deed ik hem begrijpen, dat hij geen andere betrekking tot den Sultan had, dan voor zoo verre hij eenige landen die eer„ „tijds tot het koetsiemsche Rijk behoord hadden, doch door den Samorijn weggenoomen en Zee„ „der door den Nabab Haider Alichan veroverd waaren dien 163 „veerd den koning waaren, van denzelven in huur of pachtgenoo„ „men had, en voor het overige in zijne Erflanden, binnen de linie van Trevan koorliggende, een onafhanklijke soeverain was, overwien Ti poe„ Sultan niets te gebieden had, en dus bij des„ „selfs ongenade niet meer verliezen kost, dan dat hem de landen, die hij in pacht had, affge„ „noomen wierden, en het besluit van dit alles was, dat de koning niet naar koimbazoer ver„ „trekken, maar liever de voormelde landen, waarvan de voordeelen niet veel grooter waaren dan de Iaarlijxe rekognietsie, des noods aan den Sultan terug geeven zoude. de Afgezant arri„ §63: Dienzelven avond quam de Afgezant van den Sultan, met een gevolg van dertig per„ „zoonen aan het Hof van Koetsiem, doch het gewapende volk, het welk hem tot bedekking of staatsie meede gegeeven was, had buiten de linie moeten blijven, alzoo de koning van Trevan koor hetzelve niet had willen laaten passeeren brief van Tipoe aan §64: Den 13: zond de koning zijnen zwager Tiroemoe „padoe, en eersten Minister Powindla Menon, bij mij met des Sultans brief, die in de Kana„ „rasche taal geschreeven en door hem zelve ge„ „teekend was, wiens inhoud ik niet korter weel weet voortestellen, dan door de inlijving van de Nederduitsche overzetting. Translaat Kanarasche brief, door Tipoe Patscha geschreeven, aan den Koning van Koetsiem. De Doorluchtigste en Machtigste Patscha van Maisoer, aan den koning Rama Warmer van, Koetsiem Salam. Thans zend ik mijnen Abdoel Khader, een aanzienlijk perzoon van dit Hof met uwe Hoogheids Isoera Kariakaar naar derwaards. wet wiens aankomst aldaar, zal uwe Hoog„ „heid van alles geinformeerd worden. In„ „gevolge van dien gelieve een van Desselfs Princen, dan wel Koenjoe Iiroepadoe die hij best vertrouwen kan, dit heen te zenden, die ik binnen twee dagen terug zenden zal. Wijl uwe Hoogheid een vorst is van groot aanzien, en Desselfs vertrouwen van ouds op ons gevestigd heeft, en tot noch daarin volhard, zoo twijfele ik geenzints, of uwe Hoogheid zal de zaak die thans aan den„ „zelven staat geproponeerd te worden, zer„ „uitvoer brengen, hierdoor zal door Godes zegen en door uwe getrouwigheid, Desselfs staat 164 „geteekenden staat vermeerderen, derhalven gelieve uwe Hoogheid zulx te overweegen en de zaak teruitvoer te brengen: Geschreeven in 't Iaar Saraba den 29: van de maand Samarie ofte Mahmeesvlucht 1317: genaamd Saumia in de maand Asada Bagbela Sadoerdadi„ door Haisoer Moensi Narasaijen, en ge„ „teekend door gem: Patscha /:onderstond:/ Naar het Translaat uit de Kanarasche in de Tamoelsche taale overgezet door /:was getee„ „kend :/ I: M: Truijens gezw: Translateur /:in margine:/ Koetsiem den 13: Aug=s 1789: Advis van den onder § 65: In de eerste plaatsliet de Koning mijn advis verzoeken, of hij aan de begeerte van Tipoe sultan voldoen, en eenen van zijne Broeders of zijnen zwager aan denzelven zenden zoude en wijl het mij gansch niet waarschijnlijk voorquam, dat een Afgezant, die ontboden werd overzaaken te spreeken, zoude mishan„ „deld worden, en het tevens heel zeeker scheen, dat een weigerend antwoord den Sultan belee„ „digen en tegen den Koning in 't harnasch Zagen zoude, waarvan het verlies van de in„ „gehuurde landen het onvermijdelijk gevolg zoude weezen: zoo liet ik den Koning raaden stuk in dit aan den Sultan genoegen te geeven, en zijnen van het Hof de Tezant proponeerd ƒ 66: dat de Koning moet trach„ „ten koetsiem de koopen „woord bij monde zijnen zwager aan denzelven te koimbatoer te zenden, doch uit het antwoord van gemelde is niet naar den smaak Minister ontdekte ik ten eersten, dat deeze raad niet naar den smaak van het Hof was, en men daar reets het besluit genoomen had, die bezending te deklineeren. Hierna gaven gemelde Ministers mij te kennen dat de Afgezant in de tweede Audientsie ge„ „proponeerd had, waarvan de brief van den Sultan in algemeene termen gewaagde, en die in den gewigtigen voorstel bestond, om de stad koetsiem van ons te koopen. §67: De voorstel hiertoe was volgender wijze inge„ „richt De Sultan zijn meester had uit Europa tij„ „ding erlangd, dat de Engelschen de stad koetsiem van ons koopen wilden, doch dit zoude tot groot nadeel van den Koning en zijn Rijk strekken, de Sultan liet hem derhalven raaden, zijn best te doen, om zelve de stad van ons te koopen, en zoude hem, indien hij daarin kost reusseeren, daartoe gunstig zijn, en de noodige as„ „sistentsie bewijzen. de Boeverneurant „ § 68: Wijl het ongeraaden was, zich op den hoofdzaak „lijken inhoud van deezen voorstel in telaaten zoo
English
and in writing I answered only the first part, namely the pretence that we wanted to sell the city to the English, and declared that I knew nothing of it, and that I also did not believe that this would ever happen. Section 69: But as the Malabars seldom act straightforwardly, and I was apprehensive that an evasive answer might perhaps be given to the envoy in order to get rid of him the sooner on good terms, and yet I understood that the Company's interests required that the sultan's path to further negotiations be cut off, I repeated the aforementioned answer the following morning in a letter to the King, with the following words: Yesterday the gentlemen Koenjoe Tiroepadoe and Powinda Menon were with me to ask me on behalf of Your Highness whether our Company in Europe was in negotiation concerning the city of Koetsiem in order to sell the same to the English Company. And I answered them truthfully that I was not aware of anything of the sort, but in order to set Your Highness's mind even more at rest in this regard, I hereby further declare that I have never received the least notice of that matter, that the latest newspapers and private letters from Europe up to the end of the month of March mention not a single word about it, that the English here in the Indies know nothing of it either, and that I therefore firmly conclude that it is an idle rumour that deserves no credit: God preserve Your Highness. Section 70: Yet from the Court, upon my repeated inquiry as to why the envoy of Tipoe Sultan had not yet departed, I have been able to obtain no other reply to date than that he had written to his master and must await his answer here. Section 71: I must therefore postpone the continuation of this subject to a subsequent letter, but respectfully request permission for the following digression. Section 72: When the King of Trevankoor receives knowledge of this proposal, he will probably request, in that case, to have the first right of purchase, and then the question would arise which deserves the most serious consideration of Your Right Honourables: whether, in order to reduce the Company's expenditure, which is considered by many to be too great for its territory and especially for the trade which it carries on and can carry on, a capital of fifty and probably even more tonnes of gold in ready cash is to be preferred above an establishment which, with its own revenues and associated advantages, does not cover the expenses, and without great detriment to the incidental profits can if necessary be dispensed with, and is therefore recorded by many experienced ministers of the Company as detrimental. Section 73: I readily admit that this is a mere conjecture, but it rests on the great desire of that Court for an increase of power, trade, and prestige, for which this acquisition would be an unfailing means, and on the King's great wealth in ready cash, which could enable him to do so, and might in this case alone be drawn upon. Section 74: I commend Your Right Honourables and the weighty interests of the Society to God's protection, and remain with all respect and fidelity, Right Honourable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord and Right Honourable, Stern Lords, Your Right Honourables' humble and faithful servant. Was signed: J. P. van Angelbeek In the margin: Koetsiem, the 30th of August 1789. Agreed, Arnold Lunel, provisional secretary. Translation of a letter written by the King of Trevankoor to the Right Honourable, Stern, Highly Esteemed Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek, received the 10th of July 1789. Examined: F. van Martensz Witness: As we have many matters to treat with Your Right Honourable, Stern, Highly Esteemed, we therefore send our Kesa Pulla thither, upon whose arrival there we request Your Right Honourable, Stern, Highly Esteemed to treat everything with him and to inform us thereof. Written by Balia Melesoettoe Kanakoe Prasoedom Leroemaal Madewen and signed by His Highness. Underneath stood: For the translation, Koetsiem, date as above, J. M. Truijens, sworn translator. Agreed, Arnold Lunel, provisional secretary. Draft letter written by the Right Honourable, Stern, Highly Esteemed Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek to the King of Trevankoor on the 11th of July 1789. No. 4. Your Highness's Dalawa Kesa Pulla, pursuant to what Your Highness has written, visited me this morning and spoke with me at length concerning the present circumstances in the North. I cannot yet believe that Tipoe Sultan will attack the Southern Malabar hostilely, but nevertheless I completely agree with Your Highness that prudence requires one to be on guard against all hostile attacks, and I also do not fail to employ all possible means to that end. To that end, I have already requested auxiliary troops from Ceilon, and I shall now write about it anew and at the same time make known to the Honourable Lord van de Graaff that the Dalawa, on behalf of Your Highness, has promised that the detachment which His Honour will send to Tutukorijn shall not only march through Your Highness's country, but shall also enjoy all help and assistance in Your Highness's country from Kaap Komorijn up to here. With
Dutch transcription
165 en bij geschrift zoo beantwoordede ik alleen het eerste ge„ „deelte, of het voorgeeven, dat wij de stad aan d' Engelschen verkoopen wilden, en verklaar„ „de, dat mij daarvan niets bekend was, en dat ik ook niet geloofde, dat dit oit geschieden zoude. §69: Dan dewijl de Malabaaren zelden recht door zee gaan, en ik beducht was, dat men aan den Afgezant mogelijk een bewimpeld ant„ „woord geeven zoude, om hem te eerder met schik quit te raaken, en ik echter begreep dat 's Kompanies belangen vereischten, den sullan den weg tot verdere onderhandelingen af te snijden: zoo herhaalde ik het voorschree„ „ven antwoord den volgenden morgen bij een brief aan den Koning, met volgende woorden: Gisteren zijn de Heeren Koenjoe Tiroepadoe en Powinda menon bij mij geweest, om mij uit naame van uw Hoogheld te vraagen. of onze Komp: in Europa in onderhandeling was, over de stad Koetsiem, om dezelve aan de Engelsche komp: te verkoopen. en ik heb henlieden daar op naar waarheid geantwoord, dat mij daarvan niets bewust was, omt dorh Uw Hoogheid diendweegen noch meer ge„ „rust te stellen; zoo verklaare ik bij deezen nader Dat hier noch op uitwijding over deezen voorstel vervolg Dat ik noit het minste bezicht van die zaak 30k bekomen hebbe, dat de Iongste koeranten en partikuliere brieven uit Europa tot het laast van de maand maart toe, daarvan geen „dat de Engelschen hier in Indien en keldwoordmelden „ daar ook niets van weeten, en dat ik dus vaststelde, dat het een los gerucht is, het welk geen geloofver„ „diend: God bewaare Uwe Hoogheid: de Gezanthoud zich §70: Ieder heb ik van het Hof op mijne herhaalde vraage: waarom de Afgezant van Tipoe Sultan noch niet vertrok, tot heeden toe geen ander bescheid kunnen erlangen, dan dat dezelve aan zijnen Meester geschreeven had, en desselfs antwoord hier afwagten moet. §71: Ik moet derhalven het vervolg van deeze Ma„ „terie tot een naderen brief uitstellen, doch verzoeke eerbiedig verlof tot de volgende uitwijding. §72: Wanneer de Koning van Trevankoor van dee„ „zen voorstel kennis krijgt, zoo zal hij waar„ „schijnlijk verzoeken, Casie quo, de naaste te zijn, en dan zoude de vraag ontstaan, die de ernstigste overweeging van Uwe Hoogedelhee„ „den verdiende. of tot vermindering van 's Komp: omslag, die voor haar Londs, en vooral voor den handel dien 166 vervolg 't slot dien zij drijft en drijven, kan, van veelen kapitaal ze groot geacht word, een van vijftig en waar„ „schijnlijk noch meer zonnen goudsbaargeld te prefereeren zij, boven een Etablissement het welk met zijne eigene inkomsten en aankleevende voordeelen, de ongelden niet goedmaaken, en zonder groot nadeel van de bijkomende winsten, des noods gemist kan worden, en daarom van veele ervaare„ „ne Ministers van de Komp: voor schaade„ „lijk te boek gesteld is: §73 Ik bekenne gaarne, dat dit een bloote gissing zij, doch dezelve steunt op de groote begeerte van dat Hof, tot vermeerdering van macht, han„ „del en aanzien, waartoe deeze acquisietsie een onfijlbaar middel zijn zoude, en op 'skonings grooten rijkdom aan baargeld, die hem daartoe in staat koststellen, en mogelijk in dit geval alleen, zoude aangesprooken worden. §74: Ik beveele uw Hoogedelheeden en de wig„ „tige belangen der maatschappij in Lods bescherming, en blijve met alle eerbied en trouwe /:onderstond:/ Hoogedele Groot achtb: weidgebiedende Heer! en weledele Ge„ „strenge Heeren! Uwer Hoogedelheeden onderdanige en getrouwe Dienaar /:was p:r se kant:s /:was geteekend:/ I: P: van Angelbeek /:in margine:/ koetsiem den 30: August=s 1789: Akkordeerd Arnold Lunel 1 3 3 167 Translaat Brief door den Nagezien F van MMartensz koning van Trevankoor ge„ „schreeven aan den weledelen Test: Groot achtbaaren Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek, ontvangen den 10: Juli 1789 — Wijl we veele zaaken hebben met uweledele Gesti: Groot achtbaare te verhandelen, zoo zenden wij onzen kesa Pulla naar derwaarts, met wiens aankomst aldaar verzoeken wij uweledele Gestr: Grootachtb: met hem alles te verhandelen en ons daarvan te bedeelen. Geschreeven door Balia Melesoettoe kanakoe Prasoedom Leroemaal Madewen en geteek: door zijn Hoogheid /:onderstond/ V=r de Translaatsie koetsiem dato als booven J: M: Truijens Oetw: Translateur Akkordeerd Arnold Lunel p.r sekret:s 168 Koncept brief door den weledelen N o. 4. Hu Hoogheids Dalawa kesa Zulle is ingevolge het aangeschreevene van uwe Hoogheid deezen morgen bij mij geweest, en heeft met mij over de tegenwoordige omstandigheiden om de Noord breedvoerig gesprooken. Jk kan noch niet gelooven, dat Tipoe sultan de Zuider malabaar vijandig aantasten zal, doch stemme niet te min met uw Hoogheid volkomen toe, dat de voorzichtigheid vereischt, tegen alle vijan„ „dige aanvallen op hoede te zijn, en laat ook niet na, om daartoe alle mogelijke middelen in 't werk te richten. - Ik heb tot dat einde ook reets hulptroepen van Ceilon verzocht, en zal nu op 't nieuw daarover schrijven en teffens aan den Edelen Heer van de Graaff bekend„ „marking dat de Dalawa van wegen uwe Hoogheid beloofd heeft, dat het detachement het welk zijn Edele naar Tutukorijn zal zenden niet alleen door uw Hoogheids land optrekken, maar ook van kaapkomorijn af tot hier natoe alle hulpe en bijstand in uw Hoogheids land genieten zal Gestrengen Groot achtbaaren Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek, geschreeven aan den Koning van Trevankoor den 11e Juli 1789 —. Met
English
With respect to kranganoor and Aikotte, about which the aforementioned Dalawa has also spoken to me in detail, I have made known to him that one must await the answer of the Supreme Government, which can be received here in the month of Xber or December. We have no eighteen-pounder cannons in stock, but of smaller calibres, which we could spare if necessary and to oblige Your Highness, I have handed a list to the Dalawa, with the request to have the pieces which Your Highness might choose inspected by knowledgeable persons, since they are no longer new. Regarding the separation of the subjects at koilang proposed to me by Your Highness, I have agreed with Your Highness's Dalawa to place the subjects of Your Highness who live within our limit outside the same, and to deliver our inhabitants, namely Anta favier at kalloemoedo and Pasqual Mingo at Erajapoeram, over to us, and that the head money and net money of our vassals shall be properly collected; furthermore, that the gardens and houses of Your Highness's subjects that stand within the limit must be sold by public auction or privately, but if there is no possibility for this, the same must be appraised, when buyers will surely be found for them. We have also enacted, in order to prevent all intermingling in the future, that the girls from Your Highness's country who marry a subject of the Honourable Company at koilang belong within our limit, and that the girls from our limit who marry a subject of Your Highness must depart outside the limit to the domicile of their husbands, with the prior knowledge of the chief and Your Highness's servants at koilang. I hope that this arrangement will be found to Your Highness's satisfaction and request, for the compliance thereof, that Your Highness's servants be expressly ordered. May God preserve Your Highness. It was subscribed: translated as such into Malabar by me, koetsiem, date as above. It was signed: I: M: Truijens, Sworn Translator. Agreed: Arnold Lunel, provisional secretary. Examined: J: van Martensz. Examined: F van Marlensz. No. 6. 171 Secret Resolution taken in the Council of Malabaar at the city of koetsiem, Tuesday the 28th of Iuli 1789, in the forenoon. Present: The Right Honourable, Strict, and Highly Esteemed Lord, Ordinary Member of the Council of the Netherlands Indies, Governor and Director Iohan Gerard van Angelbeek, The Honourable Lord, Provisional Chief Administrator Ian Lambertus van Spall, The Honourable Captain and Head of the Military Podlieb George Gebhard, The Honourable Junior Merchant and Warehouse Keeper Iohan Adam Cellarius, The Honourable Junior Merchant and Purveyor Willem van Haeften, The Honourable Provisional Secretary of Policy Arnoldus Lunel, and The Honourable Junior Merchant and Provisional Pay Bookkeeper Iohannes Bos. After God was called upon in prayer for assistance, the Lord Governor presented the following written proposition to the assembly: To the Honourable Members of Policy, Much Esteemed Sirs, The rumours that the Nawab Tipoe sultan would attack Southern Malabar as an enemy after the bad monsoon were already spread early in the month of Mai and were so strongly confirmed by the native princes that on the 4th of Juni last, by a separate secret letter, I requested the Ceylon Government to send us in case of need a detachment of five or six hundred men in the month of Juli via Tutukovijn through the country of Trevankoor for assistance; these rumours have increased from time to time, for in a letter from Captain Koch of the 5th one already finds the report of the movement among the Nawab's troops, and from the report of the Interpreter Truijens of the 6th of this month it appears that the King of koetsiem summoned the merchant Anta sittij to him and ordered him to communicate to me that the Nawab is making great preparations to attack Southern Malabar and that we thus ought to be on our guard against this. On the 9th of this month the First Minister of His Highness himself came to me to inform me further thereof, adding that the vakeel of His Highness, who constantly resides with the Nawab, had found means to secretly report to his Master that the Nawab intended to attack the Company alone first, and thereby lure the King of Trevankoor into rendering aid to us, and thus into the first act of hostility against him, whereupon the Nawab presumed that the English would not be entitled to take up the cause of Trevankoor. On the 10th of this month the Dalawa of the King of Trevankoor came to me to give me further notice of the foregoing and to encourage the strengthening of Aikotta and kranganoor and the summoning of auxiliary troops from Ceylon. On the 21st the Dalawa gave notice by a letter from Paroer that, according to reports received from the koetsiem Ministers, Mr. Lalé, who was with his army at wengatta kotta, was about to come down to Tritjoer and the Head of Tjawakattij with his army to kranganoor; and the following day Powinda Menou, First Minister of koetsiem, let me know through the Interpreter Truijens that he had received news from the sarbadikariakaar of the north that some days ago a thousand men of the army of Mr. Lalé of wengatte kotta had arrived at Tirtale and that Mr. Lale was also to arrive there within two days in order to march via sjawakattij or Tritjoer to kranganoor; that great preparations were being made at koimbatoer and that the sultan would soon arrive at Palikatseeri. On the 22nd of this month the Jewish merchant Samuel Abrahamsz presented to me an English letter written to him by Captain Oliver at Paroere, containing that a deserter from the Nawab's army had reported that in koimbatoer great preparations were openly being made for the siege of koetsiem and that the Army of the Sultan was fully one hundred thousand men strong. On the 22nd of this month the Jews Efraim kohen, the Company's merchant, and Abraham Samuels, private merchant, came from
Dutch transcription
Met opzicht tot kranganoor en Aikotte waar over gem: Dalawa mij ook omstandig ge „sprooken heeft, heb ik hem te kennen gegeeven dat men het antwoord van de Hooge Regeering diend af te wachten, het welk in de maand, Xber: of December hier zal kunnen ontvan„ „gen worden — Wij hebben geen agttien ponder kannons in voorraad doch van minder kalibers, die wij des noods, en om uwe Hoogheid te gerieven zouden kunnen missen, heb ik een lijst aan den Dalawa overgegeeven, met verzoek om de stukken, die uw Hoogheid mogt verkiezen door kundige menschen te laaten bezichtigen wijl ze niet meer nieuw zijn. Nopens de door uw Hoogheid aan mij voorgestelde afzondering van de onderdaanen te koilang, ben ik met uwe Hoogheids Dalawa overeen gekoomen, om de onderdaanen van uw Hoogheid die in ons limiet woonen buiten dezelve te stellen, en onze inwoonerd met naame Anta favier te kalloemoedo en Pasqual Mingo te Erajapoeram aan ons over te geeven, en dat het Hoofd-en-nette- geld van onze vas allen richtig zullen opgebragt worden, voorts dat de tuinen en huisen van uw Hoogheids onderdaanen die inde limiet staan, bij vendietsie dan wel onderhands zullen 169 Nagezien J: van Martensz zullen moeten verkocht worden, doch zoo daartoe geen mogelijkheid is, moeten dezelven getaxeerd worden, wanneer zich daar toe wel Liefhebbers zullen vinden. Ook hebben wij om alle vermengingen voor„ „baan voor te komen gestatueerd, dat de Meisjes die uit uw Hoogheids land met een ondderdaanen van DE. kompanie te koilang trouwen in ons liniet behooren, en dat de Meisses uit onze limiet die met een onderdaan van uw Hoogheid trouwen, buiten de liniet naar haar Mans woonplaats moeten vertrekken, met voorkennis van het opperhoofd en uw Hoogheids Be„ „dienden te koilang. jk hoopt, dat deeze schikking na uw Hoogheids genoegen zal bevonden worden en verzoeke tot dies naarkoming uw Hoogheids Bedienden uitdrukkelijk te ge„ „lasten - God Bewaare inne Hoogheid (onderstond) zoodanige door mij in 't Malab: overgezet koets:m dato als vooren /was geteekend/ I: M: Truijens Getw: Translateur Akkordeerd Arnold Lunel p:r seceb: ƒ F van Marlensz Nagezien No. 6. 171 Sekreete Resoluutsie genoomen in Raade van Malabaar ter steede koetsiem Dingsdag den 28=ste Iuli 1789—. voormiddag, Prezent De weledele Gestrenge Grootachtbaare Heer Raad ordinair van Nederlands Jndien, Goeverneur en Direkteur Iohan Gerard van Angelseek, De E: Heer p=l Hoofdadiinistrateur Ian Lambertus van Spall, De E: kapitain en Hoofd der Milietsie Podlieb George Gebhard De E: onderkoopman en Pakhuismeester Iohan Adam Cellarius De E: onderkoopman en Dispensier Willem van Haeften De E: p=l sekretaris van Polietsie Arnoldus Lunel en De E: onderkoopm: en p=l soldij boekhouder Iohannes Bos. Na dat God in gebede om bijstand aangeroepen was deed de Heer Goeverneur aan de vergadering de volgende proposietsie in geschrift Aan de Heeren Leden van Polietsie Veel Geachte Heeren op De geruchten dat de Nabab Tipoe sultan na de quaad mousson zuidermalabaar vijand aantasten zoude zijn reets vroeg in de maand Mai verspreidt en door de Jnlandsche voosten zoo zeer bevestigd dat ik den 4=e Juni Jongstleeden bij een aparten sekreeten brief aan de Ceilonsche Regeering verzocht hebbe ons een detachement van vijf- of seshonderd Man in de maand Juli in val van nood over Tutukovijn door het land van Trevankoor te hulpe tezenden, ze de zijn die geruchten van tijd tot tijd vermeerderd want bij een brief van kapitain koch van den 5=e vindt men reets het verslag van de bewee„ „ging onder 's Nababs troepen en bij het relaas van den Tolk Truijens van den 6: deezer blijkt. dat de koning van koetsiem den koopman Anta sittij bij zich ontbooden en gelast heeft mij te kommuniceeren dat de Nabab groote toerustingen maakt om zuider malabaar aan te tasten en wij dus dienen daartegenop hede te zijd Den 9. ' deezer quam de eerste minister van zijn Hoog „heid zelve bij mij, om mij daar van nader te onderrich „ten, met bij voeging dat de wakkiel van zijn Hoog „heid die zich gestaadig bij den Nabab ophoudt middel 172 middel gevonden had zijnen Meester in 't geheim te melden dat de Nabab voorneemens was de komp: eerst alleen aan te lasten en daar door den koning van Trevankoor tot het bewijzen van hulpe aan ons, en dus tot de eerste dade„ „lijkheid tegen hem uit te lokken, wanneer hij Nabab vermeende dat de Engelschen niet bevoegd waaren zich de zaak van Tre van koor aan te trekken. Den 10 deeze quam de Dalewa van den koning van Trevankoor bij mij om mij van het voorenstaande nader kennis te geeven en tot het versterken van Aikotta en kran„ „ganoor en het ontbieden van Ceilonsche hulp troepen aan te moedigen: Den 21 gaf de Dalewa bij een brief van Paroer kennis dat volgens bekomene berichten van de koetsiemsche Ministers M=r Lalé die zich met zijn Leger te wengatta kotta bevond naar Tritjoer en het Hoofd van 'Tja„ „wakattij met zijn Leger naar kranganoor stond af te komen en 's daags daar aan liet Powinda Menou eerste Ministers van koetsiem mij mij door den Tolk Truijens weeten dat hij van den sarbadikariakaar van de noord tijding gekreegen had dat nu eenige dagen geleegen duizend koppen van het Leger van M=r. Lalé van wengatte kotta op Tirtale aangekomen waaren en dat M=r Lale daar ook binnen twee dagen stond te arriveeren om over sjawakattij of Tritjoer naar kranganoor te marcheeren, dat te koimbatoer groote toerustingen gemaakt wierden en de sultan eerlange te Palikatseeri komen zoude, Den 22' deezer vertoonde mij de Joodsche koopman Samuel Abrahamsz: een En„ „gelschen brief door den kapitain oliver te Paroere aan hem geschreeven behelsende, dat een overlooper uit 's Nababs Leger bericht gegeeven had dat te koimbatoer in het open„ „baar groote toerustingen tot de beleegering van koetsiem gemaakt wierden en de Armeé van den Sultan welhonderd duizend Man sterk was = Den 22e dee„ „zer quaamen de Jooden Efraim kohen 's komp=s koopman en Abraham Samuels Partikulier koopman van
English
173 from Paroer, where they had paid a visit to the English, and recounted that at the house of the English Captain Knox the present circumstances were discussed, and said Captain had then declared that he had written to Madras for orders on how to behave in case Kranganoor were attacked first, and had received as an answer that if the Dutch were attacked by any European nation they must be helped immediately, but not against a native prince, to which said Captain had added: But if a man of Travancore is shot dead or insulted, or if any violence is committed in his country or on his territory, then war between us and Tipu is also declared, and then we will come out for it. That they had furthermore heard at Paroer that Tipu lay with his army in Coimbatore, and was making all necessary preparations to advance on Kranganoor, and having conquered that, to march further on Cochin, and that Monsieur Lally with his army had already already departed from Coimbatore for Calicut. From the report of the 25th of this month by the interpreter Truijens, whom I had sent with a letter to the Dalawa at Paroer to urge that Minister to dispatch the promised reinforcement for Ayacotta, it appears that the English commander Knox has caused me to be informed of the advance of Tipu's troops and of his intentions against Cochin, and at the same time advised to blow up the fort of Kranganoor and to cut down the trees on the island of Vypeen. I pass over a multitude of other rumors and reports in silence, as Your Honors are all acquainted with them, and because the ones presented here are abundantly sufficient to demonstrate the imminent danger in which the establishments entrusted to us presently find themselves, and shall, on the other hand, draw your attention to the means we have at hand to avert that danger. In the first place, we are entirely destitute 174 destitute of money, and can meet the ordinary monthly expenses in no other way than by the advances of our merchants and by borrowing small sums that we can scrape together here and there. The annual interest, the gratuity, and the advance of the administrators must remain unpaid until we receive relief from Batavia. We are likewise very poorly provided with provisions, for apart from rice and arrack, which are certainly the most essential articles, yet alone are not sufficient for the necessary maintenance of a besieged city, we lack almost everything, especially pork and beef, butter, olive oil, etc. This meager supply, or rather this lack, is indeed inevitable given the frugality we are obliged to observe, but it is now also very difficult to remedy quickly. The garrisons are likewise far too weak for the necessary defense, for our entire military strength, as of the end of June last, consists consists of 421 Europeans, 109 Topasses, 309 Easterners, 149 Malabar sepoys, 611 chegos, and 81 native artillerymen, thus together 1678 heads, and of these, 480 heads are stationed at Ayacotta and 369 heads at Kranganoor. We are thus entirely incapable, if we are attacked with such a force as the Nawab now threatens us with, of defending ourselves properly, and this situation of ours becomes all the worse because the English, as long as Travancore is not hostilely attacked, will not interfere with anything, but intend to observe a strict neutrality. This latter point not only appears from the already cited report of Ephraim Cohen and Abraham Samuels, but is also further confirmed by Captain Richardson, who was building two ships at Bolgatty and, having recently returned from Paroer, declared to a friend of his that the English commander had told him in confidence that the English would remain neutral in case 175 in case the Dutch were attacked by Tipu, which had made such an impression on him that he let slip: Had I not begun, I would not have a single nail driven, see the note from Mr. Le Moine. In these distressing circumstances, I have received a reply from Colombo to my request for assistance mentioned at the beginning of this document, which entirely cuts off my hope for a relief force of men worthy of the name, because the government there professes its inability and confirms this most clearly with the submitted brief statement of strength, to which Governor van de Graaff has further explained in a private letter that the relief which might be allotted to us after the ships from the Netherlands have brought a good number of recruits would at most consist of 200 heads. We would thus be compelled, if it came to a war, to abandon Kranganoor and Ayacotta immediately, and to add the garrisons of those places
Dutch transcription
173 van Paroer terug daar zij een bezoek bij de Engelschen afgelegd hadden en verhaalden dat ten huize van den Engelschen kapitain knost over de tegen„ „woordige omstandigheeden gesprooken was en gem: kapitain toen verklaard had dat hij naar Madras geschreeven had, om orders hoe zich te gedraagen in dien kranganoor eerst aangetast werd en tot antwoord gekreegen had dat wanneer de Hollanders door eenige Europeesche Naatsie aangetast wierden zij ten eersten moesten gehol„ „pen worden maar niet tegen een inlandschen vorst waar bij gem: kapitain gevoegd had Maar worder een Man van Trevankoor dood geschooten of beleedigd of worder eenig geweld in zijn land of op zijn grondgebied gepleegd dan is de oorlog tusschen ons en Tipoe ook gedeklareerd en dan zullen wij er voor uit koomen- — Dat zij verders te Paroer gehoord hadden dat Tipoe met zijn Leger in komnbatoer lag, en alle noodige preparaatsies maakte, om naar kranganoor te komen, en dat veroverd hebben de verder naar koetsiem te marcheeren, en dat M=r Lalé met zijn leger reets reets van koun batoer naar kalikut vertrokken was. Bij het relaas van den 25:' deezer van den Tolk Truijens dien ik met een brief aan den Dalawa te Paroer gezonden had, om dien Minister tot het zenden van de beloofde versterking van Aikotte te vermaanen, blijkt dat de Engel„ „sche kommandant knost mij van den aanmarsch van Tipoes troepen en van zijn vooree„ „men tegen koetsiem heeft laaten verwittigen, en teffens raaden het fort kranganoor te laaten springen en 't geboom te op 't Eiland Baipien weg te kappen. Jk gae een menigte andere geruchten en ben„ „richten met stilzwijgen voor bij wijl uw Ed=e alle daarvan kennis draagen en wijl de bij gebragten overvloedig toereikende, zijn het eminente gevaar aan te wijzen waar in de ons toevertrouwde etablissementen zich thans bevinden en zal daar en tegen uwen aandagt vestigen op de middelen die wij tot afwending van dat gevaar aan handen hebben. Wij zijn in de eerste plaats ten eenemaal ontbloot 174 ontbloot van geld en kunnen de gewoone maan„ „delijxe uitgaaven niet anders goed maaken als door het verschot van onze kooplieden en door het opneemen van kleene sommen die wij bij deeze en geenen opbaggeren kunnen, de Jaarlijxe renten het douceur het verschot van de Administrateurs moeten onbetaald blijven tot dat wij ontzet van Batavia krijgen„ van provisien zijn wij almede zeer sober voor„ „zien want buiten rijst en Arak die zeeker wel de aller noodzaaklijkste Artikels zijn doch alleen niet toereiken tot de nooddruf„ „tige verzorging van eene beleegerde stad hebben wij haast aan alles gebrek in zonderheid ook aan spek en vleesch boter olijven-olienz: deeze geringe voorraad of liever dit gebrek is bij de zuinigheid die wij verplicht zijn in acht te neemen wel onvermijdelijk doch het valt nu ook heel moeilijk om schielijk te redresseeren, De Bezettingen of Parnisoenen zijn al mede veel te zwak tot de noodige defen„ „sie want onze heele Militaire sterk te bestaat onder ultimo Juni Jongstleeden uit uit 421 Europeeschen 109 Toepassen 309 ooster„ „lingen 149 Malabaarsche sipais 611 sjegos en 81 inlandsche Artille risten dus te zaamen uit 1678 koppen, en daar van liggen 480 koppen op Aikotte en 369 koppen te kranganoor, wij zijn dus volstrekt onvermogens ons als wij met zulk eene macht aangetast worden, als waarmeede de Nabab ons thans dreigd behoorlijk te verdeedigen en deeze onze situaatsie word te slimmer wijl de Engelschen zich zoo lange Trevankoor niet vijandig geattaqueerd word met niets bemoeien maar een stipte neutraliteit in acht nee„ „men willen Dit laaste blijkt niet alleen uit het reets aangehaalde Relaas van Efraim koken en Abraham Samuels maar word ook nader bevestigd door kapitain Richardson die te Bolgattij twee schepen bouwden deezer dagen van Paroer terug gekomen zijnde tegen eenen vriend van hem verklaard heeft dat de Engelsche kommandant, hem in vertrouwen ge„ „zegd had dat de Engelschen neutraal zouden blijven ingevalle 175 ingevalle de Hollanders door Tipoe geattaqueerd wierden het geen dan ook op hem zoo veel indruk gemaakt had dat hij er zich bij hadde laaten ontvallen had ik niet begonnen ik zoude geen en„ „kelden spijker laaten slaan vide het briefje van Mr. Le Moine Jn deeze naare omstandigheeden heb ik ant„ „woord van kolombo op mijn in den beginne deezes vermelde verzoek om assistentsie erlangd het welk mij de hoope op een naam waardig ontzit van volk geheel afsnijdt door dien de Regeering aldaar haar onvermogen betuigd en met de overgelegde korte sterkte ten klaarsten bevestigd waar bij de Heer goeverneur vande Graaff noch in een partikulieren brief nader verklaard dat het ontzet het welk men ons na dat de Baarsche scheepen een ruim getal rekruten zouden aangebragt hebben zoude kunnen toedeelen op zijn hoogst in 200 koppin zoude bestaan. Wij zouden dus wel genoodzaakt zijn indien het tot een oorlog quame kranganoor en Aikotte ten eersten te verlaaten en de garnisoenen van die plaatsen aan
English
to draw to us in order to become at least to some degree capable of the defense of Cochin itself, although that fortress even then will still not have a sufficient garrison and cannot by far be properly defended with our entire force and another 200 men from Ceylon added thereto. But I must now inform Your Honors of another remedy, which I already prepared last year and proposed to the High Government of the Indies, consisting of the cession of the fort of Cranganore and the post of Ayacotta to the King of Travancore. This proposal is without doubt of the greatest importance and deserves the most serious consideration, for which I can place Your Honors in no better position than by communicating my reflections which I proposed regarding this to the High Government in a separate secret letter of 29 April 1789, paragraphs 3, 14 et seq., and in the plan of defense submitted therewith, paragraphs 5, 6, 7 et seq., which shall be read aloud for that purpose, while I further add here that the King of Travancore, through his Dalawa in the conference of the 10th of this month, proposed to me to hand over those two places immediately, to which I replied in my letter of the 10th of this month that concerning this matter one must first await the pleasure of the High Government, but that His Highness, in a further letter received on the 25th of this month, wrote the following: Translation of a letter written by the King of Travancore to the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek, received 25 July 1789. We have caused the proposal concerning Cranganore and Ayacotta to be made to Your Right Honorable through our Kesa Pulle for mutual benefit, for as long as those two places belong to the Honorable Company, the Nawab can attack and capture them without offending us, and as long as he does not offend us, our ally the English Company cannot interfere therein either. But when those two places are in our hands, he cannot attack them without breaking the alliance with the English, who will then immediately fall upon him. Therefore we request Your Right Honorable once again to consider this proposal maturely and to enter into negotiations thereon with our Kesa Pulle and inform us thereof. Written by Balia Melesoettoe Kanakoe Prasoedom Peroemaal Madewen and signed by His Highness. Below stood: For the translation, Cochin, date as above. Was signed: J. M. Truijens, sworn translator. I therefore now request Your Honors to consider whether, in these present circumstances, one shall cede the fort of Cranganore and the post of Ayacotta, with the gardens belonging thereto, to the King of Travancore for the sum proposed therefor in the plan of defense, and if necessary for less, which reduced amount should then be determined in the assembly, and how one shall arrange the matter of payment, as it is unthinkable to stipulate cash money therefor; as well as to deliberate on the conditions and terms that I proposed in the said plan of defense, and further to consider whether besides this one ought to stipulate any further conditions. Cochin, 28 July 1789. Was signed: J. G. van Angelbeek. Whereupon were read aloud the documents cited therein, consisting of: A letter from Captain Koch, commandant of Cranganore, of the 5th of this month. A report from the interpreter Truijens of the 6th of this month. A translated letter from the Dalawa of the 21st of this month. A report from the interpreter Truijens of the 22nd of this month. A translated extract from an English letter from Captain Oliver to the Jew and merchant Samuel Abrahamsz, dated Parur the 21st of July. A report from the Jews Ephraim Kohen, merchant of the Honorable Company, and Abraham Samuels, private merchant, of the 23rd of this month. An account from the interpreter Truijens of the 25th of this month. A translated short letter in the French language from the citizen and inhabitant here, Le Moine, to the Lord Governor, without date, but received the 24th of this month. And it was resolved to insert all these documents here. To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, etc., etc. Right Honorable, Highly Esteemed Lord, Hereby I have the honor to report most humbly to Your Right Honorable that my spy, whom I dispatched to Coimbatore to the camp of the Nawab Tipu, returned yesterday evening and made the following report to me: The Nawab Tipu Sultan is still at Coimbatore with his camp, but he cannot state its strength with certainty, though by estimation it will be well over 25000 men strong. He counted 35 cannons of diverse calibers, though none larger than 12-pounders. On the 18th of last month, 1500 cavalrymen arrived from Patnam at the aforementioned camp. A minister of the King of Cochin named Schiraale Pattere is with the Nawab. General Lally is stationed with a camp of 10000 men, both infantry and cavalry, at Wengatakotte, a few days' journey from Coimbatore towards the side of Patnam. At Palakkad there are stationed of the Nawab's troops 6000 infantry and 50 cavalry. At Pattamangalam, 3000 infantry and 1500 cavalry. At Connicheri, 3000 infantry and 200 cavalry.
Dutch transcription
aan ons te trekken om ten minsten eeniger maate in staat te raaken tot de defensie van koetsiem zel„ „ve hoewel die vesting ook dan noch geen toerei„ „kend garnisoen zal hebben en met onze heeler macht en noch 200 koppen van Ceilon daar bij lan„ „ge niet naar behooren gedefendeerd kan worden, Doch ik moet thans aan uw Ed=s van een ander hulpmiddel kennis geeven het welk ik reets voorleeden jaar geprepareerden aan de Hooge Jndiasche Regeering voorgesteld hebbe, bestaande in den afstand van het fort kranganoor en de Post van Aikotte aan den koning van Trevanken Deeze voorstel is buiten twijfel van het grootst gewigt en verdiend de ernstigste overweeging, waar toe ik uw Ed=e niet beter in staat kan stellen dan door de meede deeling van mijne bedenkingen die ik des wegen aan de Hooge Regeering heb voorgesteld bij aparte sekreete Missive van den 29 April 1789 3 14et seggen bij het daarneevens over gelegde plan vande fen„ „sie 567 et segg die tot dat einde zullen voorgeleezen worden terwijl ik hier noch bij voege dat de koning van Trevankoor mij 176 mij door zijnen Dalawa inde konferentsie van den 10=e deezer heeft voorgeslaagen om die twee plaatzen nu ten eersten over te geeven, waarop ik bij mij nen brief van den 10 deezer geantwooord heb dat men omtrend deeze zaak eerst het welbehaagen van de Hooge Regeering diende af te wachten, doch dat zijne Hoogheid bij een naderen brief die den 25=te deezer ontvan„ „gen is het volgende geschreeven heeft. Translaat brief door den koning van Trevan koor geschreeven aan den Weledelen Gestrengen Groot„ „achtbaaren Heer Goeverneur Iohan Gerard van Angelbeek, ontvangen den 25: Julij 1789—. Wij hebben door onzen kesa Pulle de pro„ „posietsie nopens kranganoor en Aikotte aan uweledele Gestr: Groot achtbaare laaten doen tot wederzijds voordeel, want zoolange die twee plaatsen aan D' E komp toebehooren kan de Nabab dezelven aan„ „tasten en wegneemen zonder ons te beleedigen en en zoo lange hij ons niet beleedigd kan onze Geallieerde de Engelsche komp: zich daar„ „mede ook niet bemoein: Doch als die twee plaatsen in onze handen zijn zoo kan hij dezelven niet aantasten of hij verbreekt het verbond met de En„ „gelschen die als dan ten eersten hem op 't lijf zullen vallen daarom verzoeken wij uweled: Gestr: Groot achtbaare nochmaals deezen voorstel rijpelijk te overweegen en daar over met onzen kesa Pulle in onder„ „handeling te treeden en ons daarvan te bedeelen, geschreeven door Balia Mele„ „soettoe kanakoe Pra soedom Peroemaal Madewen en geteekend door zijn Hoogheid/ onderstond/ voor de Translaatsie koetsiem dato als vooren /was geteekend J M: Truijens gezw: translateur Jk verzoek uw Ed:s derhalven thans in beraad te neemen of men in deeze tegenwoordige omstandigheeden het fort krangemoor en de post van Aikotte met de tuinen daar toe gehoorende aan den koning van Trevankoor zal 177 van Trevankoor zal afstaan, tegen de somme die daarvoor bij het plan van defensie voorgeslaagen is en des noods voor minder, welke minderheid dan in vergadering diend wast gesteld te worden en hoedanig men het stuk van de betaaling zal schikken wijler niet om te denken is daar voor kontant geld te bedingen als mede te delibeerene over de kondiet sien en voorwaarden die ik bij gemelde plan van depensie voorge„ „slagen hebbe, en voorts te overweegen of men buiten des noch eenige nadere kondiet sien diende te bedingen. Koetsiem den 28=ste Iuli 1789 /was getee„ „kend/ J: G van Angelbeek waar na opgeleezen wierden de daar bij aan„ „gehaalde stukken bestaande in Een brief van den kapitain koch kommandant van kranganoor van den 5=e deezer Een relaas vanden Tolk Truijens van den 6=e deezer Een translaat brief vanden Dalawa van den 21 deeser Een relaas van den Tolk Truijens van den 22 deezer Een vertaald Extrakt uit een Engelschen brief van kapitain oliver aanden Jood en koopman Samuel Abrahamsz nze 15 Abrahamsz gedateerd Paroe den 21 Juli Een relaas van de Jooden Ephraim kohen koopmaan van d' E: kompanie en Abraham Samuels parti„ „kuliere koopman van den 23 deezer Een bericht van den Tolk Truijens van den 25 deezer Een Translaat briefje in de fransche taal van den Burger en Jnwooner alhier Le Moine aan den Heer Goeverneur zonder dagteekening doch ontvangen den 24 deezer En werd beslooten alle deeze stukken hier te inse„ „reeren Aan den weledelen Gestrenge Groot achtb Hhee Johan Gerard van Angelbeek. Raad ordinair van Nederlands Jndia mitsgaders Goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaar etc etc: Weledele, Gestrenge, Grootachtbaare Heer„ Bij deezen hebbe de Eere uw weledele Gestr: Grootachtb: zeer needrigst te melden, dat mijn spion die ik na konnbatoer in 't kamp van de Nabab Tipoe heb afgezonden gisteren avond 178 avond is terug gekomen en volgende berigt aan mij gedaan heeft: De Nabab Tipoe sultan bevind zich met zijn kamp nog te konbatoer, doch de sterkte daarvan kan hij met zeekerheid niet opgeeven maar na gissing wel ruim 25000 Man zullen sterk zijn kanons heeft hij 35 van diverse kaliber J geteld, dog niet grooter dan 12 ponders Den 18' gepasseerde maand zijn van Patnam in 't voormelde kamp 1500 kavalleristen aan„ „gekoomen. Het bevind zich een minister van den koning van koetsiem bij de Nabab gen=t schiraale pattere De generaale Lallij staat met een kamp van 10000 Man zoo Jnvanterij als kavallerij te wen„ „gatakotte eenige dag reijs van koumbatoer na de kant van Patnam se Pallikatschieri leggen van 's Nababs troepen 6000 Man Jnfanterij en 50 kavalleristen Te Pattamangelon 3000 Man Jnfanterij en 1500 kavalleristen Te Connicheri 3000 Man Jnfanterij en 200 kavalleristen-
English
At Paara Colongere 1000 Infantrymen and 8 cavalrymen. In the camp of the Nabab he heard the Moors speaking that the Nabab intends in the month of September to penetrate into the land of Travancore, which will be along the mountains to the South side, as well as via Kranganoor and Aikotte. Wide roads are being cleared from Kombatoer along the mountains up to Kollong Kottoe, which lies to the south side, as well as via Palikatscheri to Connicheri, a place lying on the road to Sawakatte. The Zamorin peoples have moved to the mountains of Kalladikotte. I cannot fail to inform your Right Honorable, Highly Esteemed, what a terrible fear the inhabitants of Kranganoor and Paponettij possess; five days ago a sepoy officer arrived on horseback with 10 armed sepoys at the large pagoda, upon whose arrival everyone took flight. Furthermore I have the honor with all due high 179 respect to be, was written below, Right Honorable, Highly Esteemed, Venerable Sir, your Right Honorable, Highly Esteemed, Venerable's very obedient and faithful servant, was signed, J. G. v. Kock, in the margin, Kranganoor the 5th of July 1789. Account given and with much respect delivered by the undersigned to the Right Honorable, Highly Esteemed, Venerable Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek. Right Honorable, Highly Esteemed, Venerable, High-Commanding Lord! The First Minister of the Cochin Court, called Gowinda Menon Balia Sarbadikariakaar, makes known to your Right Honorable, Highly Esteemed, Venerable: That Tipu Sultan was still at Koumbatoer and that many preparations for war are being made there; that his army, which consists of ten thousand horsemen and thirty thousand foot soldiers, lies distributed partly 5. 8 partly at Koumbatoer and for the remainder east of that place at Grodo, Darapoeram, Aloer, Anandakin, and Sangakivi. That Monsieur Lallée now found himself with a part of his troops and a certain Moor named Mieroemammado Baksie at Wengattakotte in the Zamorin realm. That the people who dwell in the Anamale mountains, which lie southwest of Koimbatoer, who annually provide cardamom and other necessities for His Highness, had recently given report that Tipu Sultan was having a road 120 feet wide cleared through the said mountain, and that eight thousand heads worked on it daily, but where that road will come out, that was known to no one. That Siralen Patter, Sarbadikariakaar of His Highness of Cochin, who was now at Koumbatoir, had sent report that a few days ago one hundred boyados of money and much ammunition goods, and among these twenty cannons of 12 and 18 pound balls from Seringapatam, had been brought to Koumbatoer by the Sultan's ministers, Poerna Aijen of Brahmin caste, 180 and that from there also some European craftsmen had arrived at Koimbatoer and were now busy there preparing bombs and other war tools. That currently to the north no forts are being built anew anywhere. Finally, the said Balia Sarbadikariakaar concluded this narrative of his with a secret warning that your Right Honorable, Highly Esteemed, Venerable please use all caution to reinforce the fort Kranganoor and the post Aikotte with everything necessary to offer resistance, as from all the preparations that are being made at Koimbatoer and according to rumors, one must determine for certain that Tipu Sultan in the coming month of September, without breaking the treaty with the English and without touching the King of Travancore, intends directly to attack Kranganoor. Furthermore, the said Balia Sarbadikariakaar requests that a day be determined when he should come into the city in order to give to your Right Honorable, Highly Esteemed, Venerable more more detailed information about these and other matters. Cochin the 6th of July 1789, was signed, J. M. Truijens. Translated letter written by the Dalawa of the King of Travancore in the name of Kesa Pulle to the Right Honorable, Highly Esteemed, Venerable Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek, received the 21st of July 1789. During my recent presence there I made all the current circumstances extensively known to your Right Honorable, Highly Esteemed, Venerable. Now I have received writings from the ministers of His Cochin Highness that Monsieur Lallée with his army, who is now at Wengattakotta, is about to descend to Tritjoer and the head of Sjawakattij with his army to Kranganoor. I do not doubt at all that your Right Honorable, Highly Esteemed, 181 Venerable will have heard such before receipt of this; however, I cannot fail to inform your Right Honorable, Highly Esteemed, Venerable at once of that which is reported to me. If there are any orders from your Right Honorable, Highly Esteemed, Venerable, please honor me with them, and also inform me of your good health. Signed by the said Dalawa, was written below, For the translation, Cochin, date as above, was signed, J. M. Truijens, sworn translator. Account given and with much respect delivered by the undersigned to the Right Honorable, Highly Esteemed, Venerable Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek. Right Honorable, Highly Esteemed, Venerable, Far-Commanding Lord! The First Minister of the Cochin Court, called Powinda Menon Balia Sarbadikariakaar, has the following reported to your Right Honorable, Highly Esteemed, Venerable: That
Dutch transcription
Te Paara Colongere 1000 Man Jnfanterij en 8: kavalleristen Jn 't kamp van de Nabab heeft hij onder de Mooren hooren spreeken dat de Nabab voorneemens is in de maand september in 't land van Trevan„ „koor te dringen, dat weezen zal langs de geberg„ „tens na de Zuidkant, zoo mede over kran„ „ganoor en Aikotte; Het worden breede weegen gekapt van kombatoer langs de gebergtens tot na kollong kottoe dat na de zuidkant legt zoo meede over Palikatscheri tot Connicheri een plaats op de weg na sawakatte leggende. De sammorijnse volkeren hebben zich op de gebergtens van kalladikotte begeven. Jk kan niet mankeeren uw weled gestr: Groot achtb: te bedeelen wat voor een ver„ schriklijke vrees dat de ingezeetenen van kranganoor en Paponettij bezitten; voor vijf dagen kam een sipaijs officier te paart met 10 gewaapende sipaijs aande groote pagood op wilkers aankomst alles de vlugt genoomen heeft. voorts hebbe de Eere met alle verschuldigde Hoog 179 Hoogachting te zijn /onderstond/ Weledele Gestrenge Groot achtbaare Heer uwe weledele Gestrenge Groot„ „achtbaare zeer gehoorzaame en trouwschuldige Die„ „naar /was geteekend/ J: G: v: kock /in margine /kranganoor den 5=e Julij 1789 Relaas gedaan en met veel eer„ „bied overgegeeven door den onderge„ „teekenden aan den weledelen Gestrenge Grootachtbaaren Heer Goeverneur Iohan Gerard van Angelbeek, Weledele, Gestrenge, Grootachtbaare, Hooggebiedende Heer! De eerste Minister van het koetsiemsche Hof Gowinda Menon Balia sarbadikariakaar, gen=t laat uweledele Gestrenge Grootachtbaare bekend maken Dat Tipoe, sultan zich tot noch op koumbatoer bevond en dat daar veel oorlogs toerustingen ge„ „maakt worden dat zijn Leger het welk in tienduizend Ruiters endertig duizend voet volk bestaat voor een gedeelte 5: 8 gedeelte op koun batoer en voor het overige beoosten die plaats op grodo Darapoeram Aloer Anandakin en sangakivi verdeeld legt Dat M=r Lalé thans zich met een gedeelte van zijn volk en een zeeker Moor Mieroemammado Baksie genaamt op wengattakotte in het sam„ „morijnsche Rijk bevond: Dat de Lieden die in het gebergte Anamale C: het welk ten zuidwesten van koinbatoer ligt:) woonen die Jaarlijx kardamon en meer andere benoo„ „digdheeden voor zijn Hoogheid bezorgen deezer dagen bericht gegeeven hadden, dat Tipoe sultan door gem: Berg een weg van 120 voeten breet liet schoon maaken en dat daar dagelijx acht duizend kop„ „pen aan werkten, doch waar dien weg uit schieten zal zulx was niet niemand bekend. Dat siralen Patter Sarba dikaria kaar van zijn Hoogheid van koetsiem die zich thans op koumba„ „toir bevond bericht gezonden had, dat voor eenige dagen honderd Bojados geld en veele Ammo„ „nietsie goederen en daar onder twintig kan ons van 12 en 18 lb bals van swangapatnam door sultan Ministers Poerna Aijen /:van geslagt Bramine 180 Bramine / op koumbatoer aangebragt waaren en dat van daar ook eenige Europeesche ambagtslieden te koimbatoer aangekoomen en daar thans beezig waaren om Bommen en meer andere oorlogs— gereedschap gereed te maaken. Dat thans om de Noord nergens geen forten op nieuw gebouwd worden Eindelijk besloot gem: Baliasarbadikaria kaar dit zijn verhaal met een sekreete waarschuwing dat uwele dele Gestrenge Grootachtbaare alle voorzichtigheid gelieve te gebruiken om het fort kranganoor en de post Aikotte met al het noodige te versterken om tegenstand te bieden, wijl naar alle de aanstalten die op koimba„ „voergemaakt worden en volgens geruchten men vast stellen moest dat Tipoe sultan in demaand september aanstaande zonder het Traktaat met de Engelschen te verbreeken en den koning van Trevankoor aan te raaken direkt kranganoor aantasten wil. voorts verzoekt gem: Baliasar badikariakaar een dag te bestemmen wanneer hij inde stad moest komen om over deeze en andere zaaken meer meer in omstandig in for maatsie aan uweledele Gestrenge Groot achtbaare te geeven Koetsiem den 6=e Iuli 1789 /was geteek=d/ J: M: Truijens: Translaat Brief door den Dalawa van den koning van Treiankoor in naame kesa Pulle geschreven aan den Weledelen Gestrenge Groot„ „achtbaaren Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek ontvangen den 21 Juli 1709 Met mijn jongst aanweezen aldaar heb ik alle de tegenwoordige omstandigheeden uw weledele Gestrenge Groot achtbaare breedvoe„ „rig bekend gemaakt, Thans heb ik van de Ministers van zijn koetsiemschen Hoog„ „heid schrijven bekomen dat M=r Laléé met zijn leger die zich thans te wengattakotta bevind naar Tritjoer en het Hoofd van Sjawa„ „kattij met zijn Leger naar kranganoor staat af te komen. Jk twijfele geensints of uweledele Gestr: Groot 181 groot achtbaare zal voor receptsie deezes zulx gehoord hebben, echter kan ik niet afzijn het geen mij bericht word ten eersten uw wele dele Gestrenge Groot achtb: te bedeelen Hier iets van uweledele Gestrenge Groot achtbaare beveelen zijnde gelieft mij daar meede te vereeren teffens Deszelfs goeden welstand te bedeelen. Ge„ „teekend door gem: Salawa /onderstond/ voorde Translaatsie koetsiem dato als vooren /was„ „geteekend/ J: M: Truijens gezw: translateur Relaas gedaan en met veel eerbied overgegeeven door den ondergeteekenden aan den weledelen Gestrengen Groot„ „achtbaaren Heer Goeverneur Iohan Gerard van Angelbeek, Weledele, Gestrenge, Grootachtbaare, wijd gebiedende Heer! De eerste Minister van het koetsiemschen Hof Powinda Menon Baliasarba dikariakaar gen=t laat het volgende uweledele Gestren„ „ge Grootachtbaare rapporteerens Dat dele J:M:
English
That he had received an ola this morning from the sarbadikariakaar of the North, with report that a few days ago a thousand foot soldiers from the army of Mr Lalee, which had been situated at wengattakotta, had arrived at Tirtale west of sjawakattij, and that Mr Laléé with the remainder of his army is expected to arrive at Tirtale within two days, in order (according to rumors held by the said sarbadikariakaar) to march via sjawakattij or Tritjoer to kranganoor, but that the lands of His Highness of koetsiem were thus far still free and unhindered. That the said sarbadikariakaar had written in his ola that great war preparations are being made at koimbatoer, and that the sultan would also soon come to Palekatseeri. Yet in order to know all this with greater certainty, His Highness had sent his Arikaars thither, and upon their return the true tidings thereof would be made known to Your Honorable Rigorous Right Honorable by the said Baliasar badikariakaar. That 182 That in the meantime Your Honorable Rigorous Right Honorable please take every precaution for the reinforcement of kranganoor and Aikotte, about which he had in person verbally requested Your Honorable Rigorous Right Honorable, and also to have the necessary auxiliary troops arrive from Ceilon: koetsiem, the 22nd of Juli 1789 /was signed/ J: M: Truijens. Copy translated extract from a letter written by Captain Olivier to the Jewish merchant Samuel Abrahams in the English language, dated Paroe, the 21st of Iuli 1789: Some cavalry of Tipoe has shown itself in the territory of koetsiem. A Havildaar of the 19th Battalion, who was taken prisoner of war in the last war, found an opportunity to slip away from Tipoe, and came to us this morning. He says that the entire army of Tipoe is situated in the territory of koimbatoer and that great preparations are openly being made for the siege of koetsiem, also that the said army was quite 100,000 men strong. /Below stood/ Thus extracted and translated, koetsiem, the 23rd of Iuli 1789, by Jn Am Cellarius. Account given by the Company's merchant Ephraim Cohen and the Jewish merchant Abraham Samuels to the undersigned Secretary of Police. That three to four days ago, when the declarants were at Paroe at the house of Commander knox, during other conversations at table, the movements being made by Tipoe suttan were also spoken of; that then one of the officers present there had asked the declarants how many men were stationed at kranganoor; that the declarants having answered thereto that in their opinion five or six hundred men must be stationed there, that officer had replied: I have been there and have seen the fort, but not that many men are stationed there, and it 183 is too weak to defend itself. That the declarants had then asked Commander knox how it would go with kranganoor if the same were attacked, whether he would then not assist the Dutch; that Commander knox had answered thereto: I have no orders for that. That the declarants had then said that once kranganoor was taken, the enemy would indeed find an open path to penetrate into the land of Trevankoor. That the Commander had then answered: I have written over to Madras and asked the question how I must act if kranganoor should happen to be attacked, but I have received as an answer that if the Dutch should happen to be attacked by any European nation, they must be assisted at once, but not against a native prince; yet (he added thereto) if a single man of Trevankoor is shot dead or insulted, or if any violence is committed in his land or on his territory, then the war between us and Tipoe is also declared, and then we shall come forward. That the declarants furthermore at Paroe had heard nothing else than that Tipoe sultan was stationed with his army in the land of koumbatoer and had for a month been making all necessary preparations to advance toward kranganoor, and having conquered it, to march further on to koetsiem, and that General Lalé with the army under his command had already marched from koumbatoer to kalikut. koetsiem, the 23rd of Iuli 1789: /was signed/ Arnoldus Lunel, provisional secretary. To the Right Honorable, Rigorous, Right Worshipful Sir Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Malabaar and its dependencies, etc., etc., etc. Right Honorable, Rigorous, Right Worshipful, High-Commanding Sir. When 184 When, pursuant to the highly honored order of Your Honorable Rigorous Right Honorable, I had delivered the letter to the Dalawa kesa Pulle, and had to wait for his answer, I proceeded to the house of the Trevancorean Captain Commandant Florij, and there met the commander of the English troops, Captain knox, who among other things had Captain Florij tell me in Portuguese that I must inform Your Honorable Rigorous Right Honorable that many preparations for war were being made at koumbatoer, and that Tipoe sultan intended to attack koetsiem, and that it would therefore be very good if Your Honorable Rigorous Right Honorable had all the trees and forests standing on the island of Baipien on the west side cut down and turned the land there into a plain, and also had the fort of kranganoor blown up, so that the same might not be taken into possession by the enemy. Wherewith I take the high honor of subscribing myself to this with deep respect /below stood/ Right Honorable
Dutch transcription
Dat hij heeden morgen een ola van den sarbadikaria„ „kaar van de Noord ontvangen had met bericht dat nu eenige dagen geleeden duizend koppen voetvolk van het Leger van M=r Lalee het welk op wengattakotta geleegen had op Tirtale bewesten sjawakattij gearriveerd was, en dat M=r Laléé met het overige van zijn Leger binnen twee dagen, op Tirtale staat te komen om (:volgens geruchten die gem: sarbadikariakaar heeft:) over sjawa„ „kattij of Tritjoer naar kranganoor te marchee „ren doch dat de landen van zijn koetsiemschen Hoogheid tot noch vrij en onverhinderd waaren Dat gemelde sarbadikariakaar bij zijn ola geschreven had dat op koimbatoer groote oorlogs toerustingen gemaakt worden en dat de sultan ook haast op Palekatseeri zoude komen. Doch om dit alles met meerdere zeekerheid te weeten, zijn Hoogheid Deszelfs Arikaars dat heen gezonden had, en bij hunne terug komste de waare tijding daar van gem: Baliasar badikariakaar aan uwele dele Gestrenge Groot achtbaare zoude bekand maaken, Dat 182 Dat intusschen uweledele Gestrenge Groot achtbaare alle voor zorge gelieve te gebruiken tot versterking van kranganoor en Aikotte, waar over hij in persoon uweledele Gestrenge Groot achtbaare mondeling verzocht had, en ook de noodige hulptroepen van Ceilon te laaten komen: koetsiem den 22:' Juli 1789 /was geteek. d/ J: M: Truijens. Kopia vertaald Extrakt uit een Brief door den. Heer kapitain oli„ „vier aan den Ioodskoopman Samuel Abrahams in d' Engel„ „sche taal geschreven gedateerd Paroe den 21:' Iuli 1789— Eenige Rinterij van Tipoe heeft zich in het koetsiemsche laten zien, Een Havildaar van het 19=de Battaillon die in de laatste oorlog krijgsge„ „vangen gemaakt was, vond geleegenheid Tipoe te ontslippen, en kwam dezen morgen bij ons Wij zegt, dat de geheele Armée van Tipoe in het koimbatoersche staat en dat er in het openbaar groote toerustingen voor de Beleege„ „ring ring van koetsiem gemaakt wierden ook dat gemelde Armee wel 100'000 Man sterk was /onderstond/ aldus geextraheerden vertaald, koetsiem den 23ste Iuli 1789 door J=n A=m Cellarius Relaas gedaan door skompanies koopman Ephraim Cohen en den „Joods koopman Abraham Samuels aan den ondergeteekenden sekretaris van Polietsie Dat de Relatanten voor drie â vier dagen op Paroe zijnde aan het huis van den komman„ „dant knok onder andere diskoersen aan tafel ook over de beweegingen die Tipoe suttan maakt gesprooken was, dat toeneen van de officieren die daar waaren, aande Relatan „ten gevraagd had hoeveel volk op krangamoor lag dat de Relatanten daar op geantwoord hebbende dat daar naar hunne gedach„ „ten vijf of seshonderd Man moest leggen, die officier gerepliceerd had, ik ben daar geweest en hebbe het fost gezien, maar daar legd zoo veel volk niet en het is 183 is te zwak om zich te defendeeren, Dat de Relatanten toen aan den kommandant knose gevraagd hadden hoe het met kranganoor gaan zoude, als het zelve aangetast wierd of hij de Hollanders dan niet zoude helpen dat de kommandant knost daar op geantwoord had ik hebbe daar geen order toe dat de Relatanten toen gezegd hadden dat wanneer kranganoor eens genoomen was de vijand immers een open weg zoude vinden om in het land van Trevankoor in te dringen dat toen de kommandant geantwoord had ik hebbe naar Madras over geschreeven en een vraag gedaan, hoe ik mij gedraagen moet als kranganoor mogt worden aan„ „getast doch ik hebbe tot antwoord gekreegen dat wanneer de Hollanders door eenige Europeesche Naatsie mogten worden aan„ „getast zij ten eersten moesten geholpen worden maar niet tegen een Jnlandschen vorst doch /voegde hijer bij / worder een Man van Trevankoor dood geschooten of beleedigd of worder eenig geweld in zijn land of op zijn grond gebied gepleegd, dan is de oorlog tusschen ons „ ls onsen Tipoe ook gedekla reerd en dan zullen wij er voor uit komen Dat de Relatanten voor het overige op Paroe niets anders gehoord hadden als dat Tipoe sul„ „tan met zijn leger in het land van koumbatoer lagen zeeder een maand alle noodige pre„ „paraatsies maakte, om naar krangamoor te koomen en dat veroverd hebbende verder naar koetsiem te marcheeren en dat de Generaal Lalé met zijn onderhebbend leger van koumbatoer reets naar kalikut gemar„ „cheerd was. koetsiem den 23=te Iuli 1789: /was getee„ „kend / Arnold=s Lunel p=l sekretaris. Aan den weledelen Gestr Groot achtb Heer Johan Gerard van Angelbeek, Raad ordinair van Nederlands Jndien, mitsgaders Goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaar, en Resorte van dien etc etc etc Weledele Gestrenge Grootachtbaare. Hooggebiedende Heer. Toen 184 Toen ik volgens hoog geeerde order van uweledele Gestrenge Groot achtbaare den brief aan Den Dala„ „wa kesa Pulle overgegeeven had, en op zijn antwoord moest wachten, vervoegde ik mij ten huize van den Toevankoorschen kapitain kommandant Florij en trof daar den kom„ „mandant van de Engelsche troepes kapitain knose aan die mij onder anderen door den kapitain Florij in het Portugeesch liet zeggen, dat ik uw weledele Gestrenge Groot achtbaare moest bekend maaken dat op koumbatoer veele oorlogs toerustingen gemaakt wierden, en Tipoe sultan van voorneemen was koet siem aan te tasten en dat het dus zeer goed zijn zoude wanneer uw weledele Gestrenge Grootacht„ „baare alle de boomen en bosschen die op het Eiland Baipien aan de west zijde staan liet weg kappen en het land daar tot een vlakte maakte en ook het fort kranganoor liet springen op dat het zelve door den vijand niet in bezit genoomen word Wiermeede matige ik mij de hooge eerdeezen met diep ontzag te onderschrijven /onderstond/ weledel
English
Right Honorable, Highly Esteemed and High Commanding Lord, your Right Honorable and Highly Esteemed faithful and obedient servant, signed J: M: Truijens, in the margin: Cochin, 25 July 1789. My Lord Governor, I have the honor to inform your Right Honorable that I have been with Mr. Desrivire Charevin today, who told me as a piece of news that Mr. Richardson had told him in confidence that while being at Parur to visit the English commander there, he had heard from him that if the Nabob should come to attack the Dutch, he would remain neutral because his orders were as such. Mr. Richardson had also told Mr. Charevin that if he had not already begun his work, he would not drive another nail into it, but that the Lord Governor knew nothing of the aforementioned news. Below was written: from an anonymous French letter without date, translated by I: A: Cellarius. Furthermore, there were read aloud the separate secret letter written by the Lord Governor to the Supreme Government of the Indies under the date 29 April 1789, from page 514 to 525, and the defense plan mentioned therein, from page 567 to 5114, containing the proposal to sell the field post of Ayacotta and the fort of Cranganore with the artillery belonging thereto to the King of Travancore. There was also read the secret letter from the Government of Ceylon of 26 June last, in reply to the Lord Governor's request for five or six hundred Europeans, containing the declaration of the said Government that it was for the present completely unable to do so, and that as soon as the ships from the Netherlands had brought recruits, it would take into consideration to what extent that request could be met, but that the relief even then could not be very large, and that unless an unusually large reinforcement of recruits was received, it saw no possibility of providing even half of the requested men. And now proceeding to the deliberation on the aforementioned written proposition of the Lord Governor, it was observed by the meeting: That since Chetwai and Pappinivattam as well as the petty kingdom of Cranganore had fallen into the power of the Nabob Haidar Ali Khan, and after his death had passed into the hands of his son Tipu Sultan, Fort Cranganore and the field post of Ayacotta had been oppressive burdens for the Company, and would always remain so as long as this situation continued, because since then one was forced to maintain heavy garrisons there, of which the annual expenses in the defense plan, page 585, were estimated at only 40374-12 rupees, but with the slightest movement by Tipu Sultan ran considerably higher. That Cranganore and Ayacotta were the only two places where Tipu Sultan could attack the Company without offending the King of Travancore; since the fort lay across the river in the petty kingdom of Cranganore, of which he, the Sultan, was master, and Ayacotta formed the north end of the island of Vypin, which island for the greater part belonged to the King of Cochin and his general or Paliath Achan, and for the remainder to the Company. That Cranganore was indeed a strong little fort which could offer much resistance against a sudden violent attack, but could not hold out against a formal siege in the long run, and especially could not endure against such a formidable force as Tipu Sultan was preparing at Coimbatore, which was also provided with heavy artillery served by European officers and had everything ready for a formal siege, and that Ayacotta was far too extensive to be defended against such overwhelming power. That this ought all the more to be considered because in such a case no help was to be expected from Travancore and especially not from the English, as had been demonstrated in the proposition of the Lord Governor and confirmed by the annexed proofs. That consequently, upon the approach of the enemy with the necessary artillery for the siege of Cranganore, one would indeed have to resolve upon a safe retreat both from there and from Ayacotta in order at least to save the garrisons and preserve them for the reinforcement of Cochin itself. That Tipu Sultan, being master of Ayacotta, whether he captured that post by force or took possession of it after it had been abandoned by us, could advance from there along the island of Vypin up to this city, and then not only plunder and lay waste to the Jewish Town and the settlement of Mattancherry, but also take possession of the entire countryside around this city as far as it belonged to the Company and to the King of Cochin, and cut off all supplies to the city from the landward side, as well as absolutely prevent all trade from the seaside without treading upon the territory of the King of Travancore, and thus without acting against the
Dutch transcription
weledele Gestr: Groot achtbaare Hoog gebiedende Heer uw weledele Gestrenge Grootachtbaare Trouwschuldige en gehoorzaame Die naar /was geteekend/ J: M: Truijens /:in margine/ koetsiem den 25: Juli 1789. Mijn Heer de Goeverneur Ik hebbe de eer uw wed: Gestr: te bedeelen dat ik heeden bij den Heer Desrivire Charevin geweest ben die mij als iets nieuws verhaalde dat de Heer Richardson hem in vertrouwen gezegd had dat hij te Paroe zijnde om den Engelschen kommandant aldaar te bezoeken van denzelven gehoord had, dat indien de Na„ „bab de Hollanders mogte komen attakeeren hij zig neutraal zoude houden wijl zijne orders zodanig waaren ook had de Heer Richardson aanden Heer Charevin gezegd, dat als hij zijn werk niet begonnen had hij er geen spijker meer in zoude slagen, maar dat de Heer Goeverneur van voormeld nieuws niets wist /:onderstond/ uit 185 uit een Anonijne fransche brief zonder datum getuuw „lateerd door I: A: Cellarius Voorts werden opgeleezen de sekrete aparte brief van den Heer Goeverneur aande Hooge Jndiasche Regeering geschreeven sub dato 29:' April 1789 van 5 14 tot 525 en het, daar bij vermelde Plan van defensie van 567 tot 5114 behelzende den voorstel om de veld post Aikotte en het fort kranganoor met de daar toe gehoorende tinnen aan den koning van Trevan„ „koor te verkoopen. Noch werd geleezen de sekreete brief van de Ceilonsche Regeering van den 26=ste Juni Jongs „leeden in antwoord van den Heer Goeverneur op het verzoek om vijf of ses honderd Europeeschen behelzende de verklaaring van gem: Regeering dat zij voor het tegenwoordige daartoe vol„ „strekt onvermogens was, en zoo dra de Baarsche schepen Rekruiten aangebragt hadden; in over„ „weeging neemen zoude in hoe veraan dat verzoek kost voldaan worden, doch dat het ontzet ook als dan niet heel zoude kunnen vallen en dat zij ten waare men eene buiten gemeen groote versterking aan Rekruten ontving, geene mogelijkheid zagom maar alleen der 8 ik do3. de helfte van de gevraagde Manschap te bezorgen En als nu getreeden zijnde tot de deliberaatsie op voormelde schriftlijke proposietsie vanden Heer Goeverneur zoo werd bij de vergadering aangemerkl: Dat zeder settua en Paponettij mitsgaders het Rijkje kranganoor in de macht van den Nabab Houder Alichan geraakt, en na deszelfs dood in de handen van zijnen zoon Tipoe sultan overgegaan waaren, het Foot kranganoor en de veld post Aikotte drukkende lastposten voor de komp geweest waaren, en zoo lange deeze toestand voort duur„ „de altijd blijven zouden, door dien men zeder genoodzaakt was daar zwaare Parnisoenen te houden, waar vande Jaarlijxe ongelden bij het plan van defensie 585 slegts op ropias 40374-12 begroot waaren, doch bij de minste beweeging van Tipoe sultan vrij hooger liepen Dat kranganoor en Aikotte de twee eenig„ „ste plaatsen waaren, waar Tipoe sultan de komp kost aantasten, zonder den koning van Trevankoor ten beleedigen; alzoo het fort aan d' over zijde vande rivier in het Rijkje van kran„ „ganoorlag, waar van hij sulten Meester was en Aikotte 186 Nikotte het Noord einde van het Eiland Baipin uit maakte welk Eiland voor te grootste gedeelte aan den koning van koetsiem en zijnen veld heer „ of Paljetter en voor het ovrige aande komp toebehoorde Dat kranganoor wel een sterk fortje was het geen tegen een geweld zaamen aanval Cattaque d'em„ „blee/ veel tegenstand kost bieden, Doch eene formeele beleegering op den duur niet kost uit houden en vooral tegen zulk eene formidable Macht als Tipoe sultan te koimbatoer gereedmaakte die teffens van zwaare door Europeesche officiers bediende, Artillerij voorzien was en alles tot eene formeele beleegering gereed had, niet zoude kun„ „nen bestaan, en dat Nikotte veel te uitgestrekt was om tegen zulk eene over macht gedefendeerd te worden Dat dit zoo veel te meerdiende overwoogen te worden wijl men in zulk een val geene hul„ „pe van Trevankoor en voor al niet van de Engelschen te wachten, had zoo als dit bij de proposietsie van den Heer Goeverneur aan getoond en met de bijgevoegde bewijzen bevestigd was Dat en Dat men derhalven op de aannadering van den vijand met de noodige Artillerij tot beleegering van kranganoor wel zoude moeten besluiten tot een veilige retraite zoo wel van daar als van Aikotte om ten minsten de Parmi„ „soenen te redden en tot versterking van koet„ „siem zelve te spaaren. Dat Tipoe Sultan Meester van Aikotte zijnde het zij dat hij die post met geweld veroverde of na datze van ons verlaaten waare in bezit name vandaar langs het Eiland Baipien tot voor deeze staad kost oprukken, en als dan niet alleen de Joden stad en het vlek Mattanscheri uit plunderen en verwoesten maar ook het heele land rondom, deeze stad voor zoo ver het aan de komp en aan den koning van koetsiem toebehoorde in bezit neemen en aan de stad alle toevoer van de land zijde afsnijden, mitsgaders allen handel van de Zeekant volstrekt beletten zonder het grondgebied van den koning van Trevankoor te betreeden, en dus zonder te handelen tegen het
English
187 the treaty with the English Company, who in such a case would not only remain passive, but also prevent or intimidate the King of Trevankoor from coming to our aid. That, on the other hand, through the cession of Kranganoor and Aikotte to the King of Trevankoor, Tipoe's plan to first attack the Company alone would be thwarted, and he himself might perhaps be deterred from any enterprise in South Malabar, because he could not then carry it out without attacking the King of Trevankoor, and thus breaking the treaty with the English, which he, on account of their exceedingly great military force on Kormandel and Bombai, would hardly dare to venture as long as peace between England and France held, since he could not then expect any help from the latter power. That also, in case Tipoe, notwithstanding the cession of the said places, should start the war, our situation would nevertheless be much improved, since he would then not only meet with great resistance from Trevankoor and the English in this enterprise, enterprise, but would also be attacked from Kormandel by the latter and thus be forced to leave this country and employ his greatest force against them on that side, while the city of Koetsiem, reinforced by the garrisons of Aikotte and Kranganoor, would at least scantily be able to man and defend its fortifications. All of which having been maturely considered, it was unanimously judged necessary and consequently resolved to sell Fort Kranganoor and the field post of Aikotte, with the gardens and territory belonging thereto, in the most advantageous manner to the King of Trevankoor, and to surrender them as soon as possible. Whereupon the Governor communicated to the Honorable members that, pursuant to the letter from the King of Trevankoor inserted in the written proposition, his Prime Minister Kesa Pulle was present here to conclude the agreement, and for that purpose had proposed that the gunpowder and the cannons with their appurtenances at Kranganoor and Aikotte 188 Aikotte might also be surrendered to the King, his master, not only because it would be very dangerous to strip those places of artillery in these times, but also because the King, his master, had no artillery close at hand to provide them therewith, as it would first have to be brought from Oedeagri near Cape Komorijn; which having been deliberated upon, it was unanimously approved and agreed to cede the gunpowder and heavy artillery, with the cannonballs and loading implements belonging thereto, which were currently at Kranganoor and Aikotte, to His Highness at cost price, the more so as all those things were indispensable for the defense of Kranganoor, in which the prosperity of this city and the entire colony was so greatly interested, and, on the other hand, could be spared here without any inconvenience. Further discussions having been held concerning the prices that ought to be demanded for the repeatedly mentioned two places with their appurtenances, as well as to what extent one might reduce that demand, it was remarked that the Governor, in the plan of defense, had set down: for the revenues or leases of Kranganoor at the rate of 100 for three: ropias 100000. — for the gardens according to the said calculation: 85333½ for the fort of Kranganoor and the territory of Aikotte: 100000. — thus together Ropias 285333½ That for the revenues of Kranganoor a round sum of 3000 ropias had been set, but that in recent years they had amounted to only 2800, for which one ought therefore to calculate no more than ropias 93333⅓. That the gardens belonging to Kranganoor and Aikotte, at the rate of one hundred for three, instead of 85333 1/3 ropias, would amount to 93933 1/3, which stemmed from the fact that in the first statement three pieces of land had not been included, but that most gardens in peaceful times had indeed been sold to Trevankoor for somewhat less than one hundred for three, and 10. 189 one ought therefore, in these highly dangerous circumstances, not to insist too strongly on that price, and above all not delay the negotiations thereby. And furthermore, that one should also seek to arrange the conditions of payment as well as could be stipulated for the greatest security of the Company, for which the settlement against the annual delivery of pepper seemed to be the best and most convenient way. And it was consequently approved and agreed to request and authorize the Governor to conclude the sale of the aforesaid fort and post with the aforementioned gardens and with the heavy artillery and the loading implements belonging thereto, powder, cannonballs, and further artillery supplies currently to be found there, with the Dallewa of Trevankoor in the most advantageous manner, and to stipulate such prices for them as might be possible, and the list of the gardens that will be sold, with the sums of the lease monies for which they
Dutch transcription
187 het Traktaat met de Engelsche komp die in zulk een val niet alleen stil blijven maar ook den koning van Trevankoor beletten of intimideeren zoude ons te hulpe te komen Dat daar en tegen door den afstand van krangemoor en Aikotte aan den koning van Trevankoor het ontwerp van Tipoe om de komp: eerst alleen aan te tasten zoude vercedeld en hij zelve mogelijk wel van alle onderneeming op Zuidermalabaar afgeschrikt worden, door dien hij dezelve als dan niet kost ter uitvoer brengen, zonder den koning van Trevan koor aan te lasten, en dus het traktaat met de Engelschen te verbreeken waartoe hij wegens derzelver over Groote krijgsmacht op kor„ „mandel en Bombai bezwaarlijk zoude dur„ „ven treeden zoo lange de vreede tusschen England en Frank rijk stand hield door dien hij als dan van de laastgenoemde Mogendheid geene hulp mogt verwachten Dat ook ingevalle Tipoe onaangezien den afstand van gemelde plaatsen den oorlog begon onze toestand als dan doch veel verbeeterd zoude weezen wijl hij dan niet alleen in deeze onderneeming anden onderneeming grooten teegenstand van Trevankoor end' Engelschen ontmoeten maar ook van korman„ „del uit door de laastgemelde aangetast en dus ge„ „noodzaakt worden zoude deeze kontrij te verlaaten en zijne grootste macht tegen dezelven aan die kant te gebruiken ter wijl de stad koetsiem door Parnisoenen van Aikotte en kranganoor versterkt haare vesting werken ten minsten nooddruftig zoude kunnen bezetten en defendeeren. Al het welk rijplijk overwoogen zijnde zoo werd met eenpaarigheid van stemmen noodzaak „lijk geoordeeld en dien volgende beslooten, het Fort kranganoor en de veldpost Aikotte met de daar toe gehoorende tinnen en grond gebied op d' voordeeligste wijze aan den koning van Trevankoor te verkoopen en ten spoedigsten over te geeven. Waarna de Heer Goeverneur aande E: leden kommuniceerde dat ingevolge den, bij de schrift„ „lijke proposiet sie geinse reerden brief van den koning van Trevankoor deszelfs eerste Minister kesa Pulle zich hier bevond om het akkoord te sluiten en daar toe voorgesteld had dat het buskruit ende kan ons met hun toe behooren te kranganoor en Aikotte 188 Aikotte mede aan den koning zijnen Meester mogten overgegeeven worden, niet alleen wijl het zeer gevaar„ „lijk zijn zoude die plaatsen in deezen tijd van het geschut te ontblooten maar ook wijl de koning zijn Meester geen geschut digt bij der hand had om de zelven daarvan te voorzien als moetende eerst van Oedeagri digt bij kaap komovijn aangebragt worden, waarop gedelibereerd zijnde werd met een paarigheid van stemmen goedgevonden en verstaan het buskruit en zwaar geschut met de daar toe gehoorende kogels en laad gereedschap het welk zich tegenwoordigte kranganoor en Aikotte bevond aan zijne Hoogheid tegen inkoops prijs afte staan, te meerwijl alle die dingen tot de defensie van kranganoor waar bij de wel„ „vaart van deeze stad en heele kolonie zoo zeer geinte resseerd was, onontbeerlijk waaren en hier daar en tegen zonder eenig ongerief gemist konden worden. voorts gesprooken zijnde over de prijzen die men voor meermelde twee plaatsen met dies toebehooren diende te eischen als meede in hoe verre men dien Eisch zoude mogen vermin„ „deren „deren zoo werd daarop aangemerkt dat de Heer Goeverneur bij het plan van defensie had gesteld. voor de inkomsten of pachten van kran„ „ganoor naar de reekening van 100: voor drie . . . . . . . . . . . . . . rop=s 100000. — voor de tinnen volgens gemelde Reekening - - - - - - - - - - - - . . . . - „ 85333½ voor het fort van kranganoor en het grond gebied van Aikotte. . . . . „ 100000. — dus te zaamen Ropias 285333½ Dat voor de inkosten van kranganoor een ronde som van 3000 ropias gesteld was, doch dat dezelven inde laaste Jaaren maar 2800- bedragen hadden, waar voor men dus niet meer dan rop s 9335½ zoude mogen reekenen. Dat de tuinen tot krangemoor en Aikotte gehoorende naar de reekening van honderd voor drie in stede van 85333 1/3 rop=s 93933 1/3 bedraagen zouden, het geen herkomstig was dat bij de eerste opgave drie stukken land niet mede gereekend waaren, doch dat de meeste tinnen in geruste tijden wel iets minder dan honderd voor drie aan Trevankoor verkocht waaren en men 10. 189 men dus in deeze hoogstgevaarlijke omstandigheeden op dien prijs niet al te sterk behoorde te staan en daar door vooral de onderhandeling niet te vertraagen. en voorts dat men de kondietsien van de be„ „taaling mede zoo goed moest zoeken te schikken als tot de meeste sekuriteit van de kompenie zoude kunnen bedongen worden waar toe de verreekening op de Jaarlijxe peper leverantsie de beste en schiklijkste weg scheen te zijn En werd dienvolgende goedgevonden en verstaan den Heer Goeverneur te verzoeken en te qualificeeren den verkoop van voorschreeve fort en kamp met de voormelde tunnen en met het zwaar geschut en de daar toe gehoo„ „rende laad gereedschap kruit, kogels en verdere Artillerij behoeften die thans aldaar te vinden waaren met den Dallewa van Trevankoor op de voordeeligste wijze te sluiten en daarvoor zoodaanige prijzen te bedingen als mogelijk zoude zijn, ende lijst van de tuinen die verkocht zullen worden met de sommen van de pacht penningen waar voor dezelven
English
The Muskieten Island, leased for Ropias 390, yielding at 3 percent: 13000 A garden to Koentjo Barki, ditto, 115, yielding: 3833 1/3 At Aikotte: A garden to Asansco de Rosa, leased for 190, yielding: 6333 1/3 Ditto to Naga Sittij, ditto, 164, yielding: 5466 2/3 Ditto to Hendrik Meier, 230, yielding: 7666 2/3 Ditto to Bapa Porboe, 64, yielding: 2133 1/3 Ditto to Daina Mloepen, 1220, yielding: 40666 2/3 Ditto to Areekel Jttoepoe, 119, yielding: 3966 2/3 Ditto to Alewijn, 310, yielding: 10333 1/3 Ditto to Rama Pandiet, 16, yielding: 533 1/3 Total: 2818, yielding: 93933 1/3. Lastly, after deliberation, it was approved and agreed to stipulate in the contract such further conditions as were proposed by the Lord Governor in the Plan of Defense, folio 5108 et seq., and thereunder also expressly to include and stipulate the ownership of the Lazarushuis with its garden and territory. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabaar at the city of Koetsiem, to insert here those which are leased at Kranganoor, on the day, month, and year aforesaid. It was signed: I: P: van Angelbeek, I: L: van Spall, P: G: Gebhard, I: A: Cellarius, W: van Haeften, A: Lunel, and J: Bos. Agreed: Arnold Lunel. Examined: Fran Martensz, sworn clerk. No. 7. Wednesday, 29 July 1789. In the morning, Present: The Right Honorable, Valiant, and Highly Esteemed Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek, The Honorable Jan Lambertus van Spall, Chief Administrator, The Honorable Godlieb George Gebhardt, Captain and Head of the Military, The Honorable Johan Adam Cellarius, Junior Merchant and Warehouse Keeper, The Honorable Willem van Haeften, Junior Merchant and Dispenser, The Honorable Arnoldus Lunel, Secretary of Police, and The Honorable Johannes Bos, Junior Merchant and Pay Bookkeeper. It was communicated to the Assembly by the Lord Governor that, pursuant to the secret resolution of yesterday taken in the Council of Malabaar at the city of Koetsiem, His Honor had entered into further negotiations with the Prime Minister of Trevankoor, the Dalawa Kesa Pulle, concerning the cession of Fort Kranganoor and the field post of Aikotte, together with the heavy ordnance, gunpowder, and further artillery necessities currently found there, as well as the gardens and sowing fields belonging thereunder, and had made the following demand therefor: For Fort Kranganoor itself: Rop:s 100000:-:- For the revenues at 3000 Rop:s per year: 100000:-:- For the field post of Aikotte: 50000:-:- For the gardens and sowing fields: 100000:-:- And for the artillery at both places, which according to an extract from the trade books at Kranganoor cost 14789: 1: and at Aikotte 7755: 29: and thus together cost 22544: 1/2 Ropijen at purchase price, for: 25000:-:- Making together Rop:s 375000:-:- That the Dalawa, after making some remarks against these prices, had proposed to lump everything together and negotiate over it in a single sum at once; and that pursuant to the preceding calculation, he, the Governor, had demanded 375000 Ropijen, and the Dalawa had finally offered the round sum of three lakh Ropijen, adding that this was the highest bid to which his Master, in times of rest and peace, or without such urgent necessity as presently existed, would ever have agreed. That His Honor, seeing no chance of obtaining more, and observing that this bid already exceeded his own estimate, had accepted the purchase on the conditions framed in yesterday's resolution. However, that there had been no possibility of obtaining cash money therefor, or more favorable conditions regarding the payment, other than that of the aforesaid three lakh Ropijen, 50000 Ropijen would be paid in cash at once, and the remaining 250000 Ropijen would be divided and accounted for over four years against the delivery of pepper; provided that for the first sum of fifty thousand Ropijen, the Company's merchant Anta Sittij execute a bond to pay twenty-five thousand under the ultimate of August next, and the other twenty-five thousand Ropijen under the ultimate of September, and for the remaining two hundred and fifty thousand Ropijen, the Company's merchants David Rhabbij, Ephraim Kohen, and Anta Sittij would bind themselves as guarantors in solidum. Of all which His Honor had drawn up a Dutch draft contract, reading as follows: The Illustrious and Mighty King of Trevankoor, Wanja Wala Martanda Rama Warmer, has sent his Prime Minister of State and Dalawa, the very distinguished Lord Kesa Pulle, to the Right Honorable and Highly Esteemed Lord Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies and Governor of the Forts and Possessions of the Illustrious and Mighty Dutch East India Company on the Coast of Malabaar, in order to purchase and take over from the said Company Fort Kranganoor and the post of Aikotte, with the gardens and sowing lands belonging thereto; who, having entered into negotiations with each other concerning this, have concluded the purchase on the following conditions: The Dalawa Kesa Pulle has purchased for his Master, and the Lord Governor van Angelbeek has sold on behalf of the Company to the King of Trevankoor, for the round sum of three hundred thousand Surat silver Ropijen, Fort Kranganoor and the field post of Aikotte, with the cannons and artillery necessities belonging thereto as they currently exist, as well as the gunpowder; but no muskets, cartridges, or any other goods; and furthermore, in addition, the following lands and gardens: The Muskieten Island, which is currently leased for 390 Ropijen to Belloto Ausepo Pailo. The garden of Kito Barki, which is leased for 115 Ropijen. The
Dutch transcription
Het Muskieten Eiland verhuurd voor Ropias 390. geeft 3 prC=to 13000— een tuin aan koentjo Barki - d=o „ „ 175 _=o 3833 1/8 te Aikotte een tuin aan Asansco de Rosa verhuurd voor „ 190. . . . . . . . . . . . „ 6333 1/3 „ d=o „ Naga sittij d=o „ „ 164. . . . . . . . . . „ 5466 2/3 „ d=o „ Hendrik Meier - - - - - „ „ „ 230. - . . . . - . . „ 7666 3/ „ d=o „ Bapa Porboe - - - - „ „ „ 64 - - - - - „ 2133 1/3 „ d=o „ Daina Mloepen „ „ „ 1220 - - - - . . . „ 40'666 2/3 „ d=o „ Areekel Jttoepoe „ „ „ 119 - - - - - - „ 3966 2/3 „ d=o „ Alewijn - . . . . . . . . „ „ „ 310 . . -. . . . . . „ 10333 2/3 d=o „ Rama Pandiet. . . . „ „ „ 16. - - - . . . . . . „ 533 1/3 2818. . . . . . . . „ 93933 1/3. Laastlijk is na deliberaatsie goedgevonden en verstaan bij het kontrakt noch zoodanige voorwaarden te bedingen als door den Heer Goeverneur bij het Plan van defensie 5108 et segg zijn voorgesteld, en daar onder ook noch den eigendom van het Lazarus huis met deszelfs tuin en grond gebied uitdruklijk te begrijpen en te bedingen. Aldus Gedaan Geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Malabaar ter steede koetsiem dezelven verhuurd zijn hier te insereeren te kranganoor ten „ 190 ten dage maanden Iaare voormeld /:was geteekend/ I: P: van Angelbeek, I: L: van Spall, P: G Gebhard, I: A Cellarius: W: van Haeften, A=s Lunel en J: Bos. Akkgedeerd Arnold Lunel Nagezien Fran Martensz p.:s se karts No. 7. 191 Woensdag den 29„te Juli 1789. Smorgens, Present De Weledele Gestrenge Grootachtbaare Heer Raad Ordinair van Nederlands Indien, Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek, De E: Heer p=l Hoofdadministrateur Jan Lambertus Van Spall De E: Kapitain en Hoofd der Milietsie Godlieb George Gebhardt De E: Onderkoopman en Pakhuismeester Iohan Adam Cellarius De E: Onderkoopman en Dispencier Willem Van Haeften De E: p=l Sekretaris van Polietsie Arnoldus Lunel en De E: Onderkoopman en p=l Soldijboekhouder Iohannes Bos. Werd door den Heer Goeverneur ter Vergadering gekommu„ „niceerd, dat zijn Edele ingevolge sekreete Resoluuitsie, van gisteren met den Eersten Minister van Trevankoor den Dalawa Kesa Lulle, de nadere onderhandeling over den afstand van het fort Kranganoor en de Veldpost Aikotte, met het zwaar geschul, buskruit en de verdere Artillerij behoeften, die daar thans te vinden genoomen in Raade van Malabaar ter steede Koetsiem op Gekreete Resoluutsie waaren waaren, beneevens de tuinen en zaivelden daar onder sor„ „teerende, geen thameerd, en daar voor den volgenden eisch gedaan had: Voor het Fort Kranganoor zelve Rop:s 100000:—:— „ de inkomsten â 3000: Rop:sjaars „ 100000:— de Veldpost Aikotte 50'000:—: de Tuinen en Zaivelden en „ de Artillerij op beide plaatsen, die volgens een uittrekzel uit de Negootsie boeken te Franganoor 14789: 1: en te Aikotte 7755: 29: en dus tezaamen 22544:½ Ropijen inkoops kosteden - - „ 250000:—: om Maakende tezaamen Rop:s 375000:— Dat de Dalawa, na eenige aanmerkingen teegen deeze prijsen gemaakt te hebben, geproponeerd had, alles te„ „zaamen te trekken, en daarover in een som te gelijk te handelen, en dat ingevolge voorenstaande reekening hij Goeverneur 375000: Ropijen geëischt, en de Dalawa eindelijk de ronde som van drie lak ropijen geboden had, onder bijroeging, dat dit het hoogste bod was, waartoe zijn Meester, in tijden van rust en vreede, of zonder zulke dringende noodzaaklijkheid, als er thans voor was, niet zoude getreeden zijn. Dat „ 100'500:—: „ 192 Dat zijn Edele geene kans ziende meer te bedingen, en aanmerkende dat dit bod zijne eigene gissing reets te boven ging, den koop had toegeslaagen, op de kondietsien bij de resoluutsie van gisteren beraamd. Doch dat er geene mogelijkheid geweest was, daar voor kontant geld, of omtrend de betaaling gunstiger voorwaar„ „den te bedingen, dan dat van voorschreeve drie Lak ropijen ten eersten 50000: Vopijen kontant betaald, en de overige 250000 ropijen in vier jaar op de Peper leverantsie verdeeld, en verreekend zouden worden; mits voor de eerste som van vijftig duizend ropijen, skomp:s koopman Anta Sittij een Obligaatsie passeerde, om onder ultimo Aug=s aanstaande vijf en twintig duizend, en onder ultimo September de andere vijf en twintig duizend ropijen te betaalen, en voor de resteerende tweemaal honderd en vijftig duizend ropijen, skomp:s kooplieden David Rhabbij, Ephraim Kohen en Anta Sittij, zich als borgen in solidum verbinden zouden. - Van al het welk zijn Edele een nederduitsch koneept kon„ „trakt had opgemaakt, luidende als volgt: De Doorluchtige en Machtige Koning van Trevankoor, Wanja Wala Matanda Rama Warmer, heeft zijnen eersten staats Minister en Dalawa den zeer aan„ „zienlijken Heer Kesa Zulle, gezonden bij den Weledelen Weledelen Grootachtbaaren Heer Johan Gerard Van Angelbeek, Raad Ordinair van Nederlands Jn„ „dien en Goeverneur van de Forten, en Bezittingen van de Doorluchtige en Machtige Nederlandsche Oostin„ „dische Kompanie, ter kuste Malabaar, om van hoog„ „gedagte kompanie te koopen en overteneemen het Fort Kranganoor, en de Post Aikotte met de tuinen en Zailanden daar toe gehoorende, die hier over met elkander in onderhandeling getreeden zijnde, den koop geslooten hebben, op de volgende kondietsien. De Dalawa Kesa Lulle heeft voor zijnen Meester gekocht, en den Heer Goeverneur Van Angelbeek heeft van weegen de Kompenie aan den Koning van Frerankoor verkocht, voor een ronde som van driemaal honderdduizend Soeratsche zilvere Ropijen, het Fort Kranganoor en de Veldpost Aikotte, met de kanons en daartoebehoorende Artillerij behoeftens, zoo als dezelven thans in weezen zijn, als meede het buskruit;, doch geene geweeren, patroo„ „„nen of eenige andere goederen, en voortsnoch en benevens de volgende landerijen en tuinen, Het Miskieten Eiland, het welk thans voor 390. ropijen. die verpacht is aan Belloto Ausepo Pailo. De tuin van Kito Barki, die verpacht is voor 115: Ropijen. De
English
193 The garden of Ascensco de Rosa, which is leased for 190. Ropias. The garden of Naga Lettij, which is leased for 164. ropijen. The garden of Henrick Meier, which is leased for 230. Copijen. The garden of Bappo Lrobo leased for 64. Ropijen. The garden of Alewijn leased for 310. Ropijen. The garden of Daina Moepen leased for 1220. ropijen. The garden of Arekel Hloepo leased for 119. Ropijen. The garden of Konoso Barki leased for 115. Ropijen. The purchase and sale is concluded on this condition; that the King of Trevankoor shall not impede the navigation on the river past that fort, neither of the Company's vessels, nor of the vessels of the King of Koetsien and his subjects, but shall allow all of the same, whether they may be empty or laden with rice, paddy, or other goods of whatever name, as well as all rafts and timber, bamboos, etc., in a word, all goods, nothing excepted, freely and unhindered to pass and repass, and also not burden them with any new tolls. The King also expressly promises that the firewood which must be fetched from above Kranganoor shall not be hindered, nor burdened with any levies under any pretext, and he shall on the contrary favor and promote the supply of firewood to Koetseen in every possible way. The leper house near Zalliporto with its outbuildings, the gardens, and further land belonging to it, remain in the full and free ownership of the Company. The Roman churches at Kranganoor and Aikotte have of old been under the Company and must remain under it; the King shall not interfere with them or with the priests. The Christians are and remain vassals of the Company, and may not be burdened with any new levies. The priest's house at Zalliporto, which the Governor had built and presented to the church, shall remain with the church, and may not be burdened with any levies. The inhabitants retain their houses, gardens, and lands which they currently possess in ownership, and so far as they are Christians, they remain, like all other Roman Christians, as vassals under the Company, and may therefore under no pretext be burdened with any new levies; yet they shall be bound to pay henceforth to the King what they have paid to the Company until now. The 194 The King promises, before the surrender of the aforesaid fort and lands takes place, to pay fifty thousand Ropijen in cash, and to settle the remaining two times hundred and fifty thousand Ropijen in the four next following years in equal terms, and to clear this on the pepper account annually with sixty-two thousand five hundred Ropijen; for which the merchants David Rhabbij, Ephraim Cohen, and Anta Sittij bind themselves as guarantors and debtors or legal obligors. It was subscribed: Thus contracted in the city of Koetsiem, in the year koilang etc. Whereupon, having been attentively deliberated and everything well considered, it was approved and agreed by unanimity of votes to conform in all respects to that concluded contract, and to confirm the same hereby, and consequently to have the fort Kranganoor and the field post Aikotte with the gardens belonging to them, as well as the heavy ordnance, the artillery supplies, and the gunpowder which was currently to be found there, surrendered to the King of Trevankoor as soon as the contract should be signed and the bond and suretyship executed; furthermore to commit hereby to that surrender the Honorable Provisional Chief Administrator Jan Lambertus Van Spall and the Storekeeper Johan Adam Cellarius. Hereafter the Governor proposed that by this means the greatest danger, which had threatened this establishment and the entire colony with total ruin, was indeed averted, because Tipoe Sultan could not now reach the Company without first attacking Trevankoor, and thereby bringing a war with the English Company upon himself, to which in His Honor's opinion he would not lightly resolve; yet that one must by no means imagine all danger to be past; for the aforementioned Nabob was bold and bellicose, and at the same time very powerful, and thus might well dare to undertake to overpower Kranganoor and Nikotte, regardless of their having passed into Trevankoor's hands, and in that manner open the way to before this fortress, which the great preparations and the immense army at Koimbatoer made probable; and that the Dalawa as well as the English at Paroe assumed this as practically certain, and therefore were active day and night in making counter-preparations; that one ought therefore also here to proceed with devising and putting into effect the necessary measures for a proper defense in case of a siege, and His Honor had therefore already recently given orders to repair the cannon beds on the
Dutch transcription
193 De tuin van Ascensco de Rosa, die verpacht is voor 190. Ropias. De tuin van Naga Lettij, die verpacht is voor 164. ropijen. De tuin van Henrick Meier, die verpacht is voor 230. Copijen. De tuin van Bappo Lrobo verpacht voor 64. Ropijen. De tuin van Alewijn verpacht voor 310. Ropijen. De tuin van Daina Moepen verpacht voor 1220. ropijen. De tuin van Arekel Hloepo verpacht voor 119. Ropijen. De tuin van Konoso Barki verpacht voor 115. Ropijen. De koop en Verkoop is geslooten op deeze voorwaarde; dat de koning van Trevankoor de Vaart over de rivier voorbij dat Fort zoo van skompenies vaartuigen, als van de Vaartuigen van den Koning van Koetsien, en deszelfs onderdaanen niet zal verhinderen, maar alle dezelven, zij moogen leedig of belaaden zijn met Rijst, Neli of andere goederen hoe genaamd, gelijk ook alle vlotten en houtwerken, bamboesen enz:, met een woord, alle goede„ „ren niets uitgezonderd, vrij en onverhinderd, zal laaten passeeren en repasseeren, en ook met geen nieuwe tol„ „len bezwaaren De Koning beloofd teffens uitdruklijk, dat het brandhout, het welk van booven Kranganoor gehaald moet worden, niet zal belet, en onder geenerlij praetext met eenige lasten bezwaard worden, en zal in tegendeel den toevoer van brandhout brandhout naar Koetseen, op alle mogelijke wijze be„ „gunstigen en bevorderene. Het Lazarushuis bij Zalliporto met zijne bijgebouwen, de tuinen en verdere grond daartoe gehoorende, blijven in vollen en vrijen eigendom van de Kompenie. De Roomsche kerken te Kranganoor en Aikotte staar van ouds onder de kompenie, en moeten onder haar blijven; de koning zal zich met dezelven of met de Laters niet bemoeien. De Christen zijn en blijven, Vasallen van de Kompe„ „nie, en mogen met geene nieuwe lasten bezwaard worden, Het Patershuis te Zalliporto, het welk de Heer Goever„ „neur heeft laaten opbouwen en aan de kerk geschonken, zal aan de kerk blijven, en mag met geene lasten bezwaard worden. De Inwooners behouden hunne huisen, tuinen en landerijen, die zij thans in eigendom bezitten, en zoo verre dezelven Christenen zijn, blijven zij gelijk alle andere Roomsche Christen, als Vasallen onder de kom„ „perie, en moogen dils onder geenerlij praetext met eenige nieuwe lasten bezwaard worden; doch zullen gehouden zijn, aan den koning voortaan op te brengen, het geen zij tot nu toe aan de Kompenie hebben opgebragt. De 194 De koning beloofd, voor dat de overgaave van voorschree„ „ren Fort en Landen geschied, vijftig duizend Ropijen kontant geld te betaalen, en de resteerende tweemaal honderd en vijftig duizend Ropijen, in de vier eerstvol„ „gende jaaren in egaale termijnen te voldoen, en op de Peperreekening te vereffenen, jaarlijx met twee en sestig duizend vijfhonderd Ropijen; waar voor zich als Borgen E en Debiteurs /: of wettige schuldenaars:/ verbinden de koop„ „lieden David Rhabbij, Ephraim Cohen en Anta Sittij. /:Onderstond:/ Aldus gekontrakteerd in de stad Koetsiem, in het jaar koilang &c. Waarop met aandacht gedelibereerd en alles wel overwogen zijnde, zoo werd met eenpaarigheid van stemmen goedge„ „vonden en verstaan, zich met dat geslooten kontrakt in alle opzichten te konformeeren, en het zelve bij deezen te arresteeren, en dienvolgende het fort kranganoor en de Veld„ „post Aikotte met de daartoe gehoorende tuinen, als meede het zwaar geschut, de Artillerij behoeften, en het buskruit het welk daar thans te vinden was, aan den Koning van Trevankoor te laaten overgeeven, zoodra het kontrakt ge„ „teekend, en de obligaatsie en borgtogt gepasseerd zoude zijn; mitsgaders tot die overgaave den E: p=l Hoofdadmi„ „nistrateur Jan Lambertus Van Spall, en den Pak„ „huismeester Johan Adam Cellarius bij deezen te kom„ „mitteeren. „mitteeren. Hierna stelde de Heer Goeverneur voor, dat door dit middel het grootst gevaar, het welk dit etablissement en de heele kolo„ „nie met eene totaale ruine gedreigd had, wel afgekeerd was wijl Tipoe Sultan thans de komp: niet kost bij koomen, zonder Trerankoor eerst aan telasten, en daar door zich den oorlog met de Engelsche kompenie op den hals te haalen, waartoe hij naar zijn Edeles gedachten niet ligt zoude besluiten, doch dat men daarom vooral niet moest waanen, al het gevaar te booven te zijn; want dat evengemelde Nabab stout en oorlogszuchtig, en teevens zeer machtig was, en dus moge„ „lijk wel zoude durren onderneemen kranganoor en Nikot„ „te, onaangezien het in Trevankoors hand was overgegaan, te overmeesteren, en zich op die wijze den weg tot voor deeze vesting te baanen, het welk de groote toerustingen en het onzachlijke leger te koimbatoer waarschijnlijk maakten, en dat de Dalawa zoo wel als de Engelschen te Paroe dit als genoegzaam zeker veronderstelden, en daarom met het maaken van tegenaamstalten dag en nagt in de weer waaren, dat men derhalven ook hier behoorde voortte„ vaaren met het beraamen en in het werk stellen van de noodige maatregelen tot eene behoorlijke defensie in kas van beleegering, en zijn Edele derhalven deezer dagen reets had ordre gegeeven, de kanonbeddings op de
English
to repair the principal ramparts; to have the bastion Overijssel, which, as appears from the note recorded in the secret resolution of 11 April 1782, was too low, but could not be raised at that time, now raised only with earth and sods towards the side of Baipien to such an extent that the cannons and the men are covered; and to have the quay palisaded again as in the year 1782. Whereupon, after deliberation, it was approved and agreed to conform fully with these arrangements. Furthermore, with the same intention, it was approved and agreed to increase the stock of live cartridges, which currently amounts to only 33375 bundles, up to 50000 bundles, and to purchase the paper for this purpose, which was in stock here. To purchase nine manji-boats to serve as rafts in the moat, in order to ferry the men across to the covered way and to keep communication open with the outworks. To equip one of the available jangadas for war, to be placed on guard duty in front of the entrance of Slooterdijk. Hereafter the Lord Governor observed that the aforementioned inner moat or Slooterdijk was a very dangerous place, where where the fortress could easily be surprised from the river side, as it was closed only with a boom, which they had indeed attempted to remedy in the year 1782 with a barrier on or across the road; but that this was very insufficient, because the enemy could advance in the moat of Slooterdijk itself, and climb up along the whole bank or the road running past it, against which His Honour knew of no better remedy than to have the entire inner side of Slooterdijk palisaded, whereby it would be utterly impossible for the enemy to come ashore from that moat or onto the street, while in order to be able to unload the small vessels that come inside there with rice and other goods for the warehouses, two sufficient gate doors could be constructed in the palisade in front of the trade warehouse and dispensary, which could be opened and closed again as necessary. Whereupon, after deliberation, it was approved and agreed to confirm the proposal herewith, and to have the said palisade constructed as quickly as possible. Furthermore, it was demonstrated by the Lord Governor that in the event of a siege of this city, there was indeed rice and arrack in stock, but only 7 barrels of salted meat, 3 barrels of pork, and 1½ barrels of butter, and no wine at all, without which provisions the garrison would not be able to subsist. Whereupon, after deliberation and noting that one could not wait for the arrival of the Company's ships from Batavia and Ceilon, and that one would also not obtain as much with them as was necessary in the assumed case, but that those provisions, apart from wine, in place of which one could use beer, were generally obtainable from private merchants in Bombai; it was therefore approved and agreed to order from there with an express vessel as quickly as possible for the service of the garrison: 15000 pounds of salted meat, 12000 ditto ditto pork, 2000 ditto English butter, and 50 barrels of porter beer. It was also resolved upon the proposal of the Lord Governor to qualify the Honourable Provisional Chief Administrator van Spall herewith for the purchase of one hundred pigs and fifty head of cattle, and furthermore of twenty thousand pounds of dried fish, four thousand cans of coconut oil, two thousand pounds of wax candles, and two thousand pounds of smoking tobacco. Hereafter, upon the proposal of the Lord Governor, it was resolved, as soon as more and more certain indications of Checked F van Martensz of Tipu's intention for war against southern Malabaar might appear, to order the trees, woods, and fences on the island of Baipien that obstruct the view of the city to be cut down, and as soon as Kranganoor might be attacked, also to have the houses demolished that stand in the way or could serve the enemy for erecting batteries. Finally, upon the proposal of the Lord Governor, it was resolved that in the event the Nawab should attack Kranganoor with hostile intent, and one must therefore anticipate the siege of this city, to send the women and children away by sea in so far as vessels are available for this, and furthermore overland to Tutukorijn or Ceilon, not only to prevent hindrance in the defence, but also in case the fortress should ultimately yield to superior forces, to avoid seeing them exposed to the dreadful maltreatment that Tipu Sultan is accustomed to inflict upon the conquered. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabaar, at the city of Koetsiem, on the day, month, and year aforesaid. It was signed: J. G. Van Angelbeek, I. L. Van Spall, G. G. Gebhardt, J. A. Cellarius, W. van Haeften, A.s Lunel, and J.s Bos. Agreed. Arnold Lunel Acting Secretary Secret Resolution No. 8. The Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Lord, Councillor-in-Ordinary of the Dutch Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek, The Honourable Lord Provisional Chief Administrator Jan Lambertus van Spall, The Honourable Captain and Head of the Military, Godlieb George Gebhard, The Honourable Junior Merchant and Storekeeper, Johan Adam Cellarius, The Honourable Junior Merchant and Dispensary Keeper, Willem van Haeften, The Honourable Provisional Secretary of Police, Arnoldus Lunel, and The Honourable Junior Merchant and Provisional Pay Bookkeeper Johannes Bos. Monday the 17th of August 1789, at ten o'clock in the forenoon; present. taken in the Council of Malabaar at the city of Koetsiem There was brought to the table the written contract of the sale of Kranganoor and Aikotte with the artillery belonging thereto and the gardens subordinate thereto, the Dutch draft of which was approved at the session of the 29th of July and inserted into the secret resolution of that date, which was subsequently translated into Malabar, written out fair in both languages side by side, and on
Dutch transcription
195 de kapitaale bolwerken te repareeren, het bastion Over„ „ijssel, het welk, blijkens het aangeteekende bij sekreete Resoluutsie van den 11e April 1782. te laag was, doch diertijds niet had kunnen opgehaald worden, thans alleen met aarde en zooden naar den kant van Baipien. toe, zooveel te laaten verhoogen, dat de kanons en het volk bedekt stonden, en de kai wederom gelijk in het jaar 1782. te laaten pallisadeeren: Waarop gedelibereerd zijnde zoo werd goed gevonden en verstaan, zich met die schikkingen ten vollen te konformeeren. Voorts werd met hetzelve oogmerk goedgevonden en verstaan, den voorraad van scherpe patroonen, die thans maar 33375. bos bedraagd, tot 50'000. bos toe te laaten vermeer„ „deren, en het papier daar toe, het welk hier in voorraad was, in te koopen. Negen mansjouws te laaten inkoopen, om te dienen tot vlotten in de gragt, om het volk daar meede in den bedekten weg over te zetten, en de kommunikaatsie met de buiten„ werken open te houden. Een van de aan handen zijnde Jamels tot den oorlog toe te rusten, om voor den ingang van Slooterdijk op brandmacht geplaatst te worden. Hier na merkte de Heer Goeverneur aan, dat eevengemelde binnen gragt of slooterdijk eene zeer gevaarlijke plaats was, waar waar de Vesting van de vivierkant ligt kost overrompeld worden, als zijnde dezelve alleen met een boom geslooten, het geen men in het jaar 1782. wel getragd had te verhelpen, met eene barriere op of over den weg; doch dat dit zeer onvoldoen„ „de was, doordien de Vijand in de gragt van Slooterdijk zelve oprukken, en langs den heelen Oever, of voorbij loopenden weg opklimmen kost, waar teegen zijn Edele geen beeter hulpmiddel wist te bedenken, dan de heele binnen kant van Slooterdijk te laaten pallisadeeren, wanneer het den Vijand volstrekt onmogelijk zijn zoude, uit die gragt aan de wal, of op de straat te koomen, ter„ „wijl men om de vaartuigjes, die daar met rijst en andere goederen voor de pakhuisen binnen koomen, te kunnen lossen, voor het negootsie pakhuis en dis„ „pens twee suffisante hekdeuren in de pallisadeering kost praktiseeren, die als het noodig was, geopend en weder geslooten kosten worden: Waarop gedelibereerd zijnde, zoo werd goedgevonden en verstaan, zich met de proposietsie bij deezen te konfirmeeren, en gemelde pallisadeering ten spoedigsten te laaten vervaardigen. Wijders werd door den Heer Goeverneur vertoond, dat in val van beleegering van deeze stad, wel rijst en arrak in voorraad was, maar slegts 7. Vaten zout vleesch, 3. Vaten spek, en 1½. Vaten boter, en in het ge= „heel 196 „heel geen wijn, zonder welke provisien de bezetting niet zoude kunnen bestaan. Waarop gedelibereerd en aangemerkt zijnde, dat men naar de aankomst van Skompenies Scheepen van Bata„ „ria en Ceilon niet kost wagten, en daarmede ook niet zoo veel zoude bekoomen, als in het veronderstelde geval noodig was, doch, dat die provisien /:buiten wijn, in wieng plaats men bier kost gebruiken:/ doorgaans te Bombai bij partikulieren te krijgen waaren: zoo werd goedge„ „vonden en verstaan, van daar met een expres vaartuig ten spoedigsten ten dienste van het garnisoen te ontbieden 15000: Lond zout vleesch 12000: d=o do= spek. 2000. do. Engelsche boter, en 50: Vaten Poorter bier. Ook werd op de proposietsie van den Heer Goeverneur beslooten, den E: p=l Hoofdadministrateur van Spall bij en deezen te qualificeeren, tot den inkoop van honderd Varkens, en Vijftig koebeesten, en voorts van twintig dui„„ „zend pond karwaat, vier duizend kannen kokus olie, 2 twee duizend pond waxkaarsen, en twee duizend pond= rook tabak. Hier na werd op de proposietsie van den heer Goeverneur beslooten, zoodra zich meerdere en zeekerder blijken van d Nagezien F van Martensz van Tipoes voorneemen tot den oorlog tegen zuider Malabaar mogten opdoen, de boomen, bosschen, Heinings op het Eiland Baipien, die het gezicht van de stad belemmeren, te lasten wegkappen, en zoodra kranganoor aangetast mogt worden, ook de huisen die in den weg staan, of den vijand tot het aanleggen van Batterijen dienen kunnen, te laaten af„ „breeken. Eindelijk werd op de proposietsie van den Heer Goeverneur beslooten, zoo wanneer de Nabab kranganoor vijandig mogt aantasten; en men dus de beleegering van deeze stad te gemoet zien most, de vrouwen en kinderen weg te zenden over zee, voor zoo ver daar toe vaartuigen aan handen zijn; en voorts over land naar Tutukorijn of Ceilon, niet alleen tot voorkoming van belemmering in de verdeediging, maar ook om dezelven, ingevalle de Vesting eindelijk voor overmagt mogt bezwijken, niet bloot gesteld te zien aan de ijslijke mishardelingen, die Tipoe Sultan gewoon is aan de overwonnenen uit te oefenen. Aldus gedaan, geresolveerd en gearresteerd in Raade van Malabaar, ter steede Koetsiem, ten dage, maand en jaare voormeld. /was getp:/ J: G: Van Angelbeek, I: L: Van Spall, G: G: Gebhardt, J: A: Cellarius, W: van Haeften, A=s Lunel en J=s Bos. Akkendeerd. Arnold Lunel W. sekrit.:s 97 Tekreete Resoluutsie No. 8. De weledele Gestrenge Groot achtbaare Heer, Raad ordinair van Nederlandse Jndiën, Goeverneur en Direkteur Iohan Gerard van Angelbeek, De E: Heer p=l Hoofd aldministrateur Ian Lambertus van Spall De E: kapitain en hoofd der Milietsie, Godlieb George Gebhard, De E: onderkoopman en Pakhuismeester, Iohan Adam Cellarius De E: onderkoopman en Dispencier, Willem van Haeften De E: p=l sekretaris van Polietsie, Arnoldus Lunel en De E: onderkoopman en p=r soldij Boekhouder Johannes Bos Werd ter tafel gebragt het schriftlijk kontrakt van den verkoop van kranganoor en Aikotte met de daartoe gehoorende Artillerij en de daar onder sorteerende tuinen, waarvan het Nederduitsch opstel ter sessie van den 29: Juli geapprobeerd en bij de sekreete resoluutsie van dien datum geinsereerd is, het welk zeder in het Malabaarsch overgezet, in beide taalen naast mankander in 't net geschreeven Maandag den 17. Augustus 1789. voormiddag te tien uur; prezent. genoomen in Raade van Mala„ „baar ter steede koetsiem en op