Inventory 3864
Japan · 1,440 pages · 285 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
3 756 1 Second Secret Incoming Letterbook Received 1790. Separate. Batavia Report concerning the intention for the expedition to Aroe and visit to Goram. To His High Excellency, The High Noble, Severe, Highly Honorable, Widely Commanding Lord, Willem Arnold Alting, The Honorable, Highly Respectable Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Severe, Highly Honorable, Widely Commanding Lord and Honorable, Highly Respectable Lords. § 1. In our last separate letter sent to Your High Excellencies on 30 August of the past year, we described the affairs of Aroe, and took the liberty respectfully to present the necessity of an earnest undertaking against the rebels of Oedjier there, and the intention to take reprisals with a strong force if it could not happen otherwise, in order if possible to restore affairs there, and for a double service to pay a suitable visit to Goram in passing. For this purpose, assistance would be requested from the Government of Amboina, which is also concerned with the affairs regarding Goram and Ceram, with some military personnel and eight to ten armed cruising orembaais protected by a patjalling, and that the Secunde 'SGravezande, the second humble underwriter, would accompany and command the expedition. We have since been mindful of carrying out the intention; the undertaking has followed, and today, following our duty, we shall bring both this and principally the outcome to Your High Excellencies' honored notice. Received assistance from Amboina and strength of the fleet. Departure of the fleet. Return of the same, and the outcome. § 2. After the exchange of letters between the first underwriter and the Governor of Amboina, Mr. Schilling, and when the latter His Honor, despite the determined intention to pay a visit to Goram with the Hongi fleet, had to abandon it due to the encountered obstacles, His Honor sent hither from off Ceram out of the fleet six armed cruising orembaais with the necessary rowers and each provided with a gunner or gunner's assistant, alongside a detachment of 46 military men together with the non-commissioned officers under an adjutant, which were followed by the armed patjalling the Willem with 1 corporal, 12 common soldiers and a gunner, partly for employment in the expedition to Aroe, and partly for visiting Goram. This small vessel, having returned home late from Jawaaij to Amboina, arrived here on 16 January, when the fleet, otherwise lying ready for departure, still lacked such a vessel for reinforcement, and no less for the transport of the rations and necessities for a longer voyage and a fairly large number of men. In order to look forward to the desired success the sooner, we ordered that the fleet, made quite substantial with five sloops and patjallangs, and seven suitable cruising orembaais, be provided with everything belonging to such a complete expedition and provisioned for up to five months for a number of 527 men, to which was subsequently added the patjalling the Jonge Jan, which had fallen upon Keij on the return journey from the South-Western Islands and was taken from there. § 3. With which the said Secunde 'SGravezande, when the winds that had blown so fiercely that one could not think of sending a vessel to sea had subsided, departed on 5 February with a favorable opportunity for the Aroe Islands; since which time we heard nothing thereof § 4. Until 8 May last, when the fleet returned. The outcome has not quite met what was wished for, the less so as some of ours have fallen and been wounded, but on the other hand it must have given some satisfaction that they conducted themselves bravely, that the operations have by no means been fruitless, and that it hung just as heavily on the side of everything being
Dutch transcription
3 756 1 Tweede Secreet Inkomend Briefbk Overgekomen 1790. Apart. Batavia berigt wegens de intentie tot de Ex„ Aan zijne Hoog Edelheidt. Den Hoog Edelen, Gestrengen, Groot Agtbaren Wijdgebiedende Heere, 1 Willem Arnola Atting, De wel Edele Groot Agtbare Heeren Raden van Nederlands Indie. Hoog Edele Gestrenge, Groot Agtbare Wijdgebiedende Heere en Wel Edele Groot Agtbare Heeren. § 1. Bij onse laatste aan Uwe Hoog Edelens afgesondene apparte Brief peditie va Aroe en besoek van Goram van den 30: Augustus des gepasseerden Iaars beschreven wij de zaken Van Aroe, en namen de Vrijheit eerbiedig te Vertonen de noodzakelijkheit tot een ern„ „stige Onderneminge op de Rebellen van Oedjier aldaar, en de intentie om met een sterke magt represaille te nemen zo het niet anders geschieden mogte, om ware het mo„ gelijk de zaken aldaar te herstellen, en tot een dubbelde dienst Foram en pas„ „sant een geschikt besoek te geven, Waar toe uijt het Gouvernement Am„ „boina, het welke om Goram en Ceram de zaken mede aangaat, adsis stentie ontfange adsistentie uijt Am„ toina en Sterkte der vloot. vertrek der vloot retour derselve, en den uijtslag stentie verzogt zoude worden met eenige Militairen en agt â tien G'arneerde kruijs Onm „baen gedekt door een Patjalling, en dat den Secunde 'SGravezande den tweden ne„ drigen tekenaar de Expeditie zoude verzellen en Commandeeren, wij zijn sedert bedagt geweest op de volvoering van de intentie, de onderneming is gevolgd, en zullen heden na schee „dige gehoudenisse het een en ander, en hoofdzakelijk den uijtslag, uwe Hoog Edelen ter g'eerde kennisse brengen. § 2: na de Brieve Wisseling van den Eersten tekenaar met den Heer Ambons Gou„ „verneur Schilling en toen laatst gemelde zijn Ed: in weerwil van het vast gestelde voornemen om met de Hongij-Vloot Goram een bezoek te geven, door de ontmoed hindernisse daar van hadde moeten afzien, zond zijn Ed: van onder Ceram uijt de vloot herwaards ses gewapende kruijs Orembajen met de nodige Roejers en met een Canonier of Handlanger ieder Voorsien, nevens een Commando van 46: Militairen te samen met de onder officieren onder een Adjudant, welke gevolgd wierden van d gewapende Patjalling de Willem met 1: Corp: 12: gemeene Militairen en een Canonier eensdeels tot emploij in de Expeditie na Aroe, en ten anderen Voor het bezoeken Van Goram, welk kieltje laat van Iawaaij te Amboina thuijs gekomen, al„ „hier arriveerde op den 16: Ianuarij toen de vloot anders gereed leggende tot het vertrek nog zulk een vaartuig ontbrak ter Versterking, en niet minder voor den overvaer„ van de Randsoenen en benodigdheden voor een langertogt en Vrij groot getal man„ „schappen: wij bestelden, om te eerder op het gewinscht succes te mogen uijtzien, dat de vloot met vijf Chaloupen en Tatjallangs, en seven geschikte kruijs orem„ bazen vrij aanzienlijk gemaakt, van alles wat tot zulk een Complete Expeditie ge„ hoord voorsien en geproviandeert wierden tot vijf maanden voor een getal van 527: mannen, bij dewelke sedert nog gekomen is de op de thuijs reese van de Zuijdwester Eijlanden op keij vervallen en van daar met genomen Patjalling de Jonge Ian, § 3: waar mede gemelde Secunde 'SGravezande, toen de winden die zo fel ge„ „waaijd hadden dat men niet mogte denken om een vaartuig in zee te zende bedaard waren, op den 5: Februarij met een voordelige gelegendheit is vertrol„ „ken na de Aroese Eijlanden; Sedert welke tijd wij daar van niets vernamen § 4: tot op den 8: Maij Iongstleden toen de Vloot retourneerde. den uijtslag heeft het gewenschte tot niet getroffen, te minder daar eenige van de onse zijn gevallen en gequest, maar het heeft aan de andere zijde weder eenige Voldoening moeten geven datse zig dapper gedragen hebben, dat de verrigtingen gantsch niet vrugte„ „loos zijn geweest, en het even zo sterk gestaan heeft na de zijde om alles te
English
attacked the enemies, who have lost three negorijs and two chiefs. Attack on the negorij Oedjier, and losses on both sides. to overcome, rather than to be content with what has now been done; the matter would have been decided in the most advantageous manner if the Alfurs and inlanders, who came out in great numbers and joined us, had dared to fight and had not been too afraid, not at all of the enemies if they were in the forests or the field, for they took it upon themselves to fetch them out of there, but of their firearms and heavy bentings with which the Oedjirese had, to astonishment, fortified their negorij, which nature already favors so extraordinarily; and it is also almost unbelievable with what adversities the undertaking on the remote and thorny Aroe Islands must struggle; fortunate yet that Great Keij, or the so-called Keij Banda, which will find a further mention in this, lies in between and was able to be the assembly and staging place of the fleet, providing a good opportunity to cross over to Aroe. § 5: The fleet arriving at Aroe, the enemies had no inclination to show themselves at sea, nor any intention to seek peace; thus, having to look towards undertakings on the land, the hostile negorijs Samma, Vangabel, and Lama, which are as one with Oedjier, were first attacked, captured, and destroyed, during which occasion, among others, they lost two of their chiefs, Tafta and Iaron; but during the approach against Oedjier itself, where the enemies were united, the resistance and the odds were found to be more disadvantageous. On that occasion, two officers, the Adjutant de Lange and Extraordinary Artillery Lieutenant de Groot, along with ten soldiers, among them a corporal of the Ambon Command, and seven men from Banda, mostly sepoys, as well as a volunteer, paid for their zeal and ambition with their lives, and along with many wounded had to display the disadvantageous effects of war, to whom, strictly speaking, it could only have been attributed as a disadvantage that they were too rash in the attack, and that Adjutant de Lange went slightly beyond his orders with the division of the force. Yet this was again covered by the demonstrations of courage, as the enemy received several dead and wounded, and among the fallen are two prominent chiefs of Oedjier, Saleman, and Sabetoe with his son Compteer, and also an orang tua of Samma Abaai, while in the negorij the confusion was so great that some women and children fleeing across the river were drowned; but our shallops and padewakkangs, with all this going on, The Alfurs have meanwhile rendered services. Second attack on the negorij Oedjier, loss of the enemies, and return of the fleet. could effect little with the artillery against the negorij, which lies singularly advantageous for the inhabitant. One had, just at that time, a lee shore, a rough sea, and was threatened with the loss of vessels. § 7: Meanwhile, several Christians whom they had protected against the enemy, or who had been under the violence of the Oedjirese, were brought out to us by the Alfurs, and they further performed good services by ambushing the enemies in their manner, and brought in several heads of Oedjirese and Gorammers massacred by them. To our astonishment, they had previously caught the Gorammer Maliassa, commander and chief in the surprise attack on the post at Aroe, and delivered his head to our people, along with the priest Fausien of Vangabel, a prominent accomplice and instigator of the murder of the garrison members, whom they had captured alive and, in the sight of our people, having reproached him with this, cut off his head. They also delivered the Gorammer Sossa, who is in our hands, together with nine heads of Gorammers, and subsequently another five heads of Gorammers from Daaij, from which negorij, according to the report, three junks had been lying in the river; and then another twelve living captives of the enemies, who had to be left in their hands, from whom they killed the men to have the heads, and spared the women and children for the ransom of their own people who were among the Oedjirese. § 8: Thereafter, our forces attacked the negorij Oedjier for the second time with a great deal of zeal and pressed so hard against the bentings that, the Oedjirese Iaffoera, son of the orang kaya of Vangabel Abdul, having been shot, they fetched him down from the same and took his head along, and subsequently climbed the second and third outer bentings, and some of the enemies fell, of whom one was seen being carried toward the temple who, by his clothing and the circumstances, was taken to be their so-called King Manoeffa, who claims to be Noekoe's brother; on which occasion none of our men were killed, but several were wounded; while the caltrops with which the ground was as if strewn, and the blocking of the roads with felled trees, the exceptionally cunning damming of the river, caused our people much hindrance, which, along with more circumstances that the enemy had to his advantage, and others that made the misfortunes visible for us this time, compelled us not to go further but to withdraw, howsoever.
Dutch transcription
de vijanden aangetast, die drie hebben. ataque op de Negorij ordjier, en verlies aan wederzijden te overwinnen, als om zig te vergenoegen met het geene nu gedaan is, de zake hadde op het voordeeligste beslist geweest indien de Alphoeren en Agter„ „landers, die in menegte uijtgekomen en ons toegevallen zijn durven vegten en niet te bange geweest, geensints voor de vijanden als zij in de bosschen of het veld mogten zijn want zij aannamen om deselve daar uijt te halen! maar voor hun Schiet geweer en Sware Bentings waar mede de Oedjireesen hun Negorij die de natuur zo buijten gemeen te bate heeft, tot verwondering versterkt hadden; en het is ook bij na ongelooflijk met wat wederwaardig „heeden den ondernemen op de afgelegen in doore Aroese Eijlanden worstelen moet; geluckig nog dat Groot Keij of het zogenaam de keij Banda, het welke in desen een nader aanhaling vinden zal, tusschen beide legt en de ver„ „Samelen vertoefplaats der vloot heeft kunnen zijn tot een goede gelegendheid om na Arve over te Steeken. § 5: de Vloot op Aroe komende, hadden de vijanden geen lust zig op zee te Negorijen en twee Hoofden verloren vertonen, nog intentie om het goede te zoeken, dus na de ondernemingen op het Land omgesien moetende worden, zijn eerst g'attacqueert ingenomen en vernield de vijandige Negorijen Samma, Vangabel, en Lama die met oedjier als een zijn, welke bij die gelegendheit onder anderen twee hun„ §6 „ ver hoofden Tafta en Iaron verloren hebben; maar bij den aanleg op bedjier zelve, alwaar de vijanden vereenigt waren, vond men de tegenstand en de kans nadeliger, daar bij die gelegendheit twee Officieren den Adjudant de Lange en Extra ord: Arthillerij Lieutenant de Groot met Tien „militairen daar onder Een Corporaal van het Ambons Commando, en Sien man van Banda meest Sipais, benevens nog een Vrijwillige hunne iever en eerzugt met hun leeven betaalden en met nog vele gequeste de nadeelige uijtwerkselen van den oorlog moesten vertonen, aan wien nauw genomen alleen als nadeelig zouden hebben kunnen toegekent worden dat in den aanval te tranqual geweest zijn, en den Adjudant de Lange een weinig buijten zijn ordre gegaan is met de verdeeling der magt, dan dit is weder met de uijtwerk„ „schen van manmoedigheid bedekt, daar den vijand verscheide dode en gequeste bekomen heeft, en onder de gesneuveld zig bevinden twee voorname Hoof„ „den van oedjier, Saleman, en Sabetoe met zijn zoon Compteer, en nog een orangtoea van Samma Abaai, terwijl in de negorij de Confusie zo Groot was dat eenige wijven en kinderen vlugtende over de Rivier zijn verdronken; maar onse Chaloupen en Patjallings konden met het alles toe de Alphoeren hebben intusschen donsten gedlaan tweede aanval op de Negorij ep retour der vloot. het geshuit weinig effect doen op de Negorij die voor den Inwoonder zonderling voordeelig tegt, men had Juijst te dier tijd een lager wal, holle zee, en wierde gedreigd § 7: met verlies van vaartuigen. intusschen wierden door de Alphoeren, verscheide Christe„ be viranden besprongen, en goede, nan die zij tegens de vijand bewaard hadden of welke, onder het geweld der oedjineesen geweest waren, tot ons uijtgebragt, en zij deden verder goede diensten met de vijanden te bespringen na hunne wijze, en bragten verscheide koppen van door hun gemassacreerde Oedjireesen en Gorammers, zij hadden tot verwondering bevo„ „rens agterhaald den Gorrammers Maliassa aanvoerder en Hoofd in de overrompeling van de Post te Aroe en leverden zijn kop over aan de Onse, met den Priester Fausien van vangabel, een voorname mede pligtige en aandringer op het vermoorden der Postelingen, diese levendig in handen gekregen hadden en in het gesigt van de onse, hem dit verweten hebbende, het Hoofd afsloegen; deselve leverden ook uijt, den Gorammer Sossa die in onse handen is, te gelijk met negen koppen van Gorammers, en vervolgens nog vijf koppen van Gorammers van Daaij uijt welke Negorij na het berigt drie Jon„ ken in de Rivier gelegen hebben; en dan nog twaalf levendige van de vijanden, die in hunne handen gelaten moesten worden, van wien zij de mannen ombragten om de koppen te hebben, en de wijven en kinderen Spaarden ter uijtlossing van de hunne die onder de oedjireesen Waren § 8: daar na attacqueerden de onse de Negorij Oedsier voor de tweede maal bedper, verlies van de vijanden, met vrij veel iever en drongen zo sterk op de Bentingen in, dat zij den oedjirees Iaffoera zoon van den Orangkaaij van vangabel Abdul geschoten zijnde, van dezelve afhaalden en zijn kop mede namen, en beklommen vervolgens de tweede en derde voor=Benting, en eenige der vijanden vielen, waar van min een na de Tempel zag dragen die na zijn kle„ „deragie en de omstandigheeden gehouden wierde voor hun zogenaamde koning Manoeffa, die Noekoes Broeder wil zijn, bij welke gelegendheid niemand van de onse Sneuvelde maar verscheide ge„ „kwest wierden; terwijl de voetangels waar mede het Land als, bezaaid was, en het toesluiten der wegen met omgekapte Bomen, het bijzonder listig toe dammen van het rivier, de onse veel hindernisse toe, bragten en met meer Omstandigheeden die den vijand tot zijn voor„ „deel hadde, en andere die voor ons ditmaal de Onheilen zigtbaar maakten, noodzaakten om niet verder te gaan maar aftewijken, hoedanig 1
English
report of the Expedition and a reference is made regard to the enemy, fetching from Goram. that the enterprise be resumed and request for [illegible] from the Capital how subsequently the fleet, laden with suffering wounded and in no condition to call at Goram, was forced to return. Paragraph 9: of this Expedition and operations: the said fleet commander, 's Gravezande, has submitted to us in writing the necessary detailed report concerning Oedjier, which extensive document, having with it a drawing of Oedjier with its fortifications and the disposition of our forces for the attack, we take the liberty of presenting herewith to Your High Nobles and to which we must respectfully refer, in the hope that it may provide to the same the evidence that the full attainment of the objective was hindered by nothing other than fickle fate, and that just as the preparations for the enterprise were made with deliberation, attention, and effort, so too the fleet commander in his operations did everything that could be expected of his knowledge and prudence, sparing neither private interest nor his own person to advance the salutary cause; thus, and not otherwise, have we been able to judge concerning this. Paragraph 10: We are still uncertain whether the enemy will sue for pardon or, if we persist, look to resistance and villainy, and we can also have no knowledge yet of the intention of the Governor of Ambon with respect to Goram, regarding which the first signatory, His Honour, recently in a letter made known his expectations and demonstrated that Goram can no longer be left in full freedom with its wicked inhabitants and practically free passage to the west, along with some upper Cerammers, to be the greatest support in this region upon which villainies are committed against and to the detriment of our people and the Company's interests, and at the same time to strengthen itself more and more, for which such a vile people has already had too great a freedom for too many years not to cause disasters! But in the meantime we judge that in the coming month of February or March the enterprise on Aroe ought to be resumed, because both interest and the Company's authority demand this in the highest degree, and since the Oedjirese are now given no time to recover and seek new adherents, they will at times be able to offer less sustained resistance; and since this requires a rather considerable reinforcement, because it is necessary for the internal condition itself of a Province such as this, which is isolated and finds little reinforcement in its own bosom, and thus can all the less on special occasions dispense with two hundred military men beyond the provision for ordinary times, we are most strongly persuaded to [illegible] Your High Nobles. the Alfurs in the meantime have performed feats second attack on the Negorij and retreat of the fleet. the artillery had little effect on the Negorij, which is situated extraordinarily advantageously for the inhabitants; one had just at that time a lee shore and a rough sea, and was driven [illegible] Paragraph 7: with the loss of vessels. In the meantime, several Christian enemies were attacked by the Alfurs, and good men whom they had protected against the enemy, or who had been under the power of the Oedjirese, were brought out to us; and they further performed good services by attacking the enemies in their manner, and brought several heads of the Oedjirese and Gorammers massacred by them. To the surprise of the Alfurs, they had overtaken the Gorammer Maliassa, leader and chief in the surprise attack on the post at Aroe, and delivered his head to our people, together with the priest Fausien of Vangabel, a principal accomplice and instigator of the murder of the garrison members, whom they had captured alive, and having reproached him with this in the sight of our men, they struck off his head. The same also delivered the Gorammer Sossa, who is in our hands, together with nine heads of Gorammers, and subsequently another [illegible] heads of Gorammers from Daaij, from which Negorij, according to the report, three [illegible] have lain in the river; and then another twelve living captives of the enemy, who had to be left in their hands, of whom they killed the men in order to have the heads, and spared the women and children for the ransom of their own people who were among the Oedjirese. Paragraph 8: After that, our men attacked the Negorij Oedjier for the second time, Oedjier having been reinforced by the enemy, with a great deal of zeal, and pressed so hard upon the redoubts that, after the Oedjirese Iaffoera, son of the Orang Kaya of Vangabel Abo, had been shot, they fetched him down from the same and took his head along, and subsequently climbed the second and third advance redoubt, and some of the enemy fell, of whom one was seen being carried to the temple who, from his attire and the circumstances, was held to be their so-called king Manoefja, who claims to be Nuku's brother; on which occasion none of our men was killed, but several were wounded; while the caltrops with which the land was, as it were, sown, and the blocking of the roads with felled trees, together with the so craftily dammed river, caused our men much hindrance, and together with more circumstances which were to the advantage of the enemy, and others which made the disasters visible for us this time, compelled us not to advance further but to retreat, how
Dutch transcription
verslag van de Expeditie en een men zig referaert rheit omtrent den vijand, haling van Goram. dat de onderneming hervat orden, en versoek om ver„ van de Hoofdplaats hoedanig vervolgens de vloot beladen met noodlijdende gequesten en in geen toestand om Gdram aan te doen, heeft moeten retourneeren. § 9: van dese Expeditie en verrigtingen: heeft het gemelde vloot Hoofd den Sesande b: van bedjier gaat over, waar 's Gravezande aan ons, in zijn omstande het nodige Verslag gedaan in geschrifte, welke ampel Papier dat bij zig heeft een Aftekening van oedjier met zijn sterktens, en den aanleg van de onse tot de ataque wij de vrijheit nemen uwe Hoog Edelens bij desen aan te bieden en waar aan ons eerbiedig moeten refe„ „reeren, in hope dat het Hoog Dezelve de blijken afleveren mag, dat de volle berijking van het oogmerk niets als het wissel vallige tot heeft tegen gehad, en dat zo wel als de bestellingen tot de onderneming met overleg attentie en moeite zijn gedaan, ook het vloot- Hoofd in zijne verrigtingen alles gedaan heeft wat men van zijne kennisse en voorzigtigheid mogte verwagten, daar hij niets, nog particulier nadeel, nog zijn persoon zelve ontzien heeft om het heilzame belang te bevorderen; zodanig, en niet anders, hebben wij deswegen kunnen oordeelen. § 10: Wij zijn nog in het onzekere of de vijanden na pardon dan wel bij aanhouden na tegenweer en boosheeden uitzien zullen, en kunnen ook nog geen kennisse dragen van de intentie van den Heer Ambons Gouverneur ten opzigte van Goram, waar van de Eerste teekenaar, zijn Ed: Iongst bij Brieve desselfs gevagten heeft te kennen gegeven en vertoond dat Goram niet langer gelaten kan worden in volle vrijheit om met zijn ondeugende Inwoonder en genoegzaam vrije vaart na de west, nevens eenige boven Cerammers, om desen oord de grootste Steuw te zijn waar op de boosheden tegens en ten nadeele van de onse en SComp: Be„ „langen gepleegd worden en teffens zig zelver meer en meer te versterken, waar toe zulk een Snoodvolk reads te vele Iaren te grote vrijheit gehad heeft om geen onheilen ƒ 17: te verwecken! maar intusschen oordeelen wij dat in de maand Februarij of Maart aanstaande de onderneming op Aroe hervat dient te worden want beide het be„ „lang en SComp: Gezag dit hoogsten vordert, in de oedjreesen nu geen tijd gelaten wordende om zig te herstellen en nieuwe aanhang te zoeken, Somtijds minder aan„ „houdende wederstand zullen kunnen bieden; en daar dit een te aanmerkelijkes onderstand vereischt om dat die noodzakelijk is tot de inwendige toestand zelve van een Provintie als dese die afgesondert, en in den eigen boesen weinig ver„ „sterking vinden dus te minder in bijzondere gelegendheden twee Hondert Militairen aan de bepaling voor ordinaire tijden ontberen kan, zo zijn wij op het sterkste gepersuadeert uwe Hoog Edelens te de Alphoeren hebben intusschen konsten gedaan tweede aanval op de Negorij ep retorire der vloot. het gesuut weinig effect doen op de Negorij die voor den Inwoonder zonde voordeelig legt, men had Juijst te dier tijd een lager wal, holle zee, en wierde gedra„ § 7: met verlies van vaartuigen. intusschen wierden door de Alphoeren, verscheide Chri e viganden besprongen, en goede, nan die zij tegens de vijand bewaard hadden, of welke, onder het geweld der oedjina geweest waren, tot ons uijtgebragt, en zij deden verder goede diensten met d vijanden te bespringen na hunne wijze, en bragten verscheide koppen van de hun gemassacreerde Oedjireesen en Gorammers, zij hadden tot verwonderingd „rens agterhaald dan Gorrammere Maliassa aanvoerder en Hoofd in overrompeling van de Post te Aroe en leverden zijn kop over aan de ons met den Priester Fausien van vangabel, een voorname mede pligtig en aandringer op het vermoorden der Postelingen, diese levendig in hand gekregen hadden en in het gesigt van de onse, hem dit verweten hebbende, z Hoofd afsloegen; deselve leverden ook uijt, den Gorammer Sossa die onse handen is, te gelijk met negen koppen van Gorammers, en vervolgens nog koppen van Gorammers van Daaij uijt welke Negorij na het berigt drie ken in de Rivier gelegen hebben; en dan nog twaalf levendige van de vijand die in hunne handen gelaten moesten worden, van wien zij de mannen ombra om de koppen te hebben, in de wijven en kinderen Spaarden ter uijtlossing va de hunne die onder de oedjireesen waren § 8: daar na attacqueerden de onse de Negorij Oedsier voor de tweede maa oedjer, verlagt van de vijanden, met vrij veel iever en drongen zo sterk op de Bentingen in dat zij de oedjirees Iaffoera zoon van den Orangkaaij van vangabel Abo geschoten zijnde, van dezelve afhaalden en zijn kop mede namen, en beklom vervolgens de tweede en derde voor=Benting, en eenige der vijands vielen, waar van min een na de Tempel zag dragen die na zijn „deragie en de omstandigheeden gehouden wierde voor hun zogenaam koning Manoefja, die Noekoes Broeder wil zijn, bij wild gelegendheid niemand van de onse Sneuvelde maar verscheide g „kwest wierden; terwijl de voetangels waar mede het Land als, beza was, en het toesluiten der wegen met omgekapte Bomen, het bij zo listig toe dammen van het rivier, de onse veel hindernisse toe bragten en met meer Omstandigheeden die den vijand tot zijn voo„ „deel hadde, en andere die voor ons ditmaal de Onheilen zigtbaar maakten, noodzaakten om niet verder te gaan maar aftewijk hoedanig
English
the report of the Expedition, to which one refers; uncertainty regarding the enemy, and mention of Goram; judgment that the enterprise should be resumed, and request for reinforcement of the main settlement; how the fleet subsequently, laden with suffering wounded and in no condition to call at Goram, was obliged to return. Paragraph 9: of this Expedition and operations, the said fleet Commander, the Secunde 's Gravezande, has in his circumstances provided the necessary written report to us, which ample Document, which includes a Sketch of Oedjier with its fortifications and our disposition for the attack, we take the liberty of presenting herewith to your Right Excellencies, and to which we must respectfully refer, in the hope that it may provide the evidence to your High Nobilities that the full achievement of the objective encountered nothing but capricious fate, and that just as the preparations for the enterprise were made with deliberation, attention, and effort, so too the fleet Commander in his operations did everything that could be expected of his knowledge and prudence, as he spared neither private disadvantage nor his own person to advance the salutary interest; in such manner, and no other, have we been able to judge concerning this. Paragraph 10: We are still in uncertainty whether the enemies will seek pardon, or rather, persisting, look to resistance and wickedness, nor can we yet have knowledge of the intention of the Governor of Ambon with respect to Goram, concerning which the First signatory, his Honour, recently in a Letter made his thoughts known and showed that Goram can no longer be left in full freedom, with its villainous inhabitants and practically unhindered passage to the west, alongside some upper Cerammers, to be the greatest instigator in this region by which wicked acts are committed against and to the detriment of our people and the Company's Interests, and at the same time to strengthen itself more and more, for which such a villainous people has already had too great a freedom for too many years not to cause disasters. But in the meantime we judge that in the coming month of February or March the enterprise against Aroe should be resumed, because both the interest and the Company's Authority most urgently require this, and since the Oedjirese are now left no time to recover and seek new adherents, they will sometimes be able to offer less prolonged resistance; and as this requires a more considerable support because it is necessary for the internal condition itself of a Province such as this, which is isolated and finds little reinforcement in its own midst, and therefore on special occasions can all the less spare two hundred Soldiers from the establishment for ordinary times, we are most strongly persuaded to entreat your Right Excellencies for reinforcement of Two Hundred Soldiers for the Garrison and employment therefrom outside, and another Two Hundred capable Native Auxiliary troops especially for the Expedition, all fully armed, alongside two suitable Artillery Officers and Six Non-commissioned officers, which latter Auxiliary troops can be sent back again after the conclusion of affairs with the late-ship; and that we may be permitted, without neglecting anything, to let the ship that must remain here until autumn drop down with the small vessels on the Expedition to Aroe to serve as a suitable repository and retreat for the Men and provisions for a long expedition and in a barren place, where even the water must be brought and also the arriving crowd of Alfoors must be provided by us for that time with rations, which keel subsequently positioned before the Settlement of Oedjeer with its Heavy artillery, and the sooner if it carries three or four Twelve-pounders, can rake and subdue it and effectively cover the Landing, as has been observed and is judged by experts can be done without exposing the ship to any particular dangers, while we shall also, with all humanly possible care for the Vessel, provide it with seamen capable and knowledgeable about that region; with which less broken support one can also, less constrained, with time and composure make the necessary arrangements which in our judgment seem to require being done by ourselves under a capable Commander, because with local knowledge one will treat the Native and principally the Alfoor at Aroe in his distinctiveness, and thereby seek the best not merely for the present but also for a future time, just as that Alfoor, who is now enticed and bought according to the Country's custom to act against the Oedjirese and longs again for the speedy arrival of our people, must be maintained and bound with the greatest patience and gifts of Food etcetera, but must by no means through the slightest improper treatment in his wild nature be caused any distrust of the Company, for they would then hide and grant and provide hiding places to the Oedjirese from which no European power can easily extract them, and the taking of the Settlement of Oedjeer would then be of little avail, but might take many years yet before it became a work of real effect, whereas they have now undertaken and promised upon the taking of Oedjier to do so.
Dutch transcription
het verslag van de Expeditie en een aan men zig refereert onzekerheit omtrent den vijand, en aanhaling van Goram. oordeel dat de onderneming hervat diend te worden, en versoek om ver„ sterking van de Hoofdplaats hoedanig vervolgens de vloot beladen met noodlijdende gequesten en in geen toestand om Gdram aan te doen, heeft moeten retourneeren. § 9: van dese Expeditie en verrigtingen heeft het gemelde vloot Hoofd den Sehunde aftek: van Gedjier gaat over, waar 's Gravezande aan ons, in zijn omstande het nodige verslag gedaan in geschrifte, welke ampel Papier dat bij zig heeft een Aftekening van oedjier met zijn sterktens, en den aanleg van de onse tot de ataque wij de vrijheit nemen uwe Hoog Edelens bij desen aan te bieden en waar aan ons eerbiedig morten refe„ „reeren, in hope dat het Hoog Dezelve de blijken afleveren mag, dat de volle berijking van het oogmerk niets als het wissel vallige tot heeft tegen gehad, en dat zo wel als de bestellingen tot de onderneming met overleg attentie en moeite zijn gedaan, ook het vloot= Hoofd in zijne verrigtingen alles gedaan heeft wat men van zijne kennisse en voorzigtigheid mogte verwagten, daar hij niets, nog particulier nadeel, nog zijn persoon zelve ontzien heeft om het heilzame belang te bevorderen; zodanig, en niet anders, hebben wij deswegen kunnen oordeelen. §10: Wij zijn nog in het onzekere of de vijanden na pardon dan wel bij aanhouden na tegenweer en boosheeden uitzien zullen, en kunnen ook nog geen kennisse dragen van de intentie van den Heer Ambons Gouverneur ten opzigte van Goram, waar van de Eerste teekenaar, zijn Ed: Iongst bij Brieve desselfs gedagten heeft te kennen gegeven en vertoond dat Goram niet langer gelaten kan worden in volle vrijheit om met zijn ondeugende Inwoonder en genoegzaam vrije vaart na de west, nevens eenige boven Cerammers, om desen oord de grootste Steuw te zijn waar op de boosheden tegens en ter nadeele van de onse en 'SComp: Be„ „langen gepleegd worden en teffens zig zelver meer en meer te versterken, waar toe zulk een Snoodvolk reeds te vele Iaren te grote vrijheit gehad heeft om geen onheilen ƒ 17: te verwecken. maar intusschen oordeelen wij dat in de maand Februarij of Maart aanstaande de onderneming op Aroe hervat dient te worden want beide het be„ „lang en sComp: Gezag dit hoogsten vordert, in de oedjireesen nu geen tijd gelaten wordende om zig te herstellen en nieuwe aanhang te zoeken, Somtijds minder aan„ „houdende wederstand zullen kunnen bieden; en daar dit een te aanmerkelijker onderstand vereischt om dat die noodzakelijk is tot de inwendige toestand zelve van een Provintie als dese die afgesondert, en in den eigen boesen weinig ver„ „sterking vinden dus te minder in bijzondere gelegendheden twee Hondert Militairen aan de bepaling voor ordinaire tijden ontberen kan, zo zijn wij op het sterkste gepersuadeert uwe Hoog Edelens te mag laten afzakken om vervolgens daar mede de t„ nodige bestellingen te kunnen te bidden om versterking met Twee Hondert Militairen voor het Guar„ „nizoen en het emploij daar uit na buijten, en nog Twee Hondert bequame Inlan„ „se Hulptroepen bijzonder voor de Expeditie, alle onder hunne volle wapenen be„ „nevens twee geschikte Arthillerij Officieren en Ses Onder officieren, welke laatste en dat men een schip met de vloot Hulptroepen na verrigting van zaken met het na=schip weder kunnen worden te rug. gesonden; en dat het ons gepermitteert mag worden om het schip dat hier tot 't najaar moet blijven overleggen en niets versuijmt, met de kleine vaartuigen in Ex„ „peditie na Aroe te mogen laten afzacken tot een geschikte bergen retraite plaats voor de Manschap en behoeftens tot een lange togt en op een dorre plaatse, waar zelfs het water gebragt en ook de hulpe komende menigte alphoeren hier mede voor die tijd, en met kost door ons voorsien moeten worden, welke kiel ver„ volgens voor de Negorij oedjeer geplaatst met zijn Swaar geschut /:en te eerder als deselve drie of vier Twaalf Sonders voert:/ dezelve bestrijken dwingen en de Landing met effect desken kan, zo als dit g'observeert is en bij des kundigen g' oordeelt word dat geschieden kan zonder het schip aan eenige bijzondere gevaren te exponeeren, terwijl wij ook in de mensch mogelijke zorge voor den Bodem deselve met om dien oord kundige en bequame zee lieden § 82: zullen voorsien- met welke min gebroke onderstand men ook min gegeneert met tijd en bedaarheit de noodige bestellingen doen kan die onses bedunkens scheij„ „nen te vereisschen dat door ons zelve onder een bequaam Hoofd gedaan worden, want„ met de plaatselijke kennisse zal men den Inlander en principaal den Alphoer te Aroe in zijn onderscheidenheit handelen en daarmede niet Slegts voor de presente maar ook voor een toekomende tijd het beste zoeken gelijk dien Alphoer die nu gelokt en na Slands wijse gekogt is om tegens de oedjireesen te ageeren en weder verlangd na de Spoedige komst van de onse, met de grootste patientie en giften van Spijse &:a moet gehouden en verbonden, dog door geen de minste ver„ „keerde behandeling in zijn woesten aard eenig mistrouwen op de Comp: ver„ „wekt mag worden, want zig dan verbergen en de Oedjiresen de Schuijl plaatsen vergunnen en bezorgen zouden waar uijt geen Europese magt deselve met gemak halen kan, en het inneemen van de Negorij Oedjeer als dan weinig baten maar het mogelijk nog lange Iaren lieden zoude eer het een werk van wezentlijk effect wierde, daarse nu aangenomen en belooft hebben bij het inneemen van Oedjier 4 doen. „ „n
English
Necessity of paying a visit to the surrounding islands near Aroe. A contract concluded with the people of Keij as evidence of their fidelity and goodwill. Repetition of the request for reinforcements and for orders. Oedpier to retrieve the fleeing Oedjirese from the forests and hand them over, and that one must work with them in this manner to the best of one's ability. And for many years already it has also become a requirement to pay a visit with a force for security to the surrounding islands in that quarter, in order to remove from the minds of the inhabitants the prejudices which have been stirred up by the mistreatments committed in the name of the Company, and particularly by the deceitful Gorammers and Cerammers, who play their role everywhere, as these have constantly incited the islanders against the Company and made them fearful, so that by their staying away from Banda they might reap their own gain and advantage. Just as in the most recent expedition work has already been carried out fruitfully in this regard, and it is expected that those of Klein Keij will come down again once more; at least the evidence of this is seen in those of Groot Keij, or the so-called Bandanese Keijese, who on their own land willingly and gladly concluded a contract with our people on the 18th of February of this year, which, accompanied by the minutes of the conference held with this native people on that day, is also presented to Your High Noblenesses in duplicate in the Arabic language. These Keijese sent a letter to the Governor in the spring of 1788, following what was noted thereof in our aforementioned separate letter of the 30th of August, paragraph 13, to demonstrate their fidelity to the Company, and stating that in proof thereof they would come themselves in the autumn; and they also confirmed this in deed by their arrival with nine vessels, when the first signatory was able to find the opportunity to negotiate with them and to ensure that they departed with the greatest confidence and satisfaction, leaving behind the tokens of some virtuous qualities; which has since resulted in their welcoming our fleet as if with open arms, and during the period of fifteen days being very obliging in providing what was necessary and giving instruction, as well as afterwards, when the fleet had already returned home, preserving and sheltering against the evil intentions of the Gorammers one of our citizens who had been left behind with them with Company wax, until the time that he could depart safely. Paragraph 15: We therefore once again most humbly request Your High Noblenesses for the most urgently needed reinforcements, and for orders so that we may, to the best of our abilities, carry out the management of this already overly neglected, through impotence, [illegible]
Dutch transcription
noodzakelijkheit dat de omleg„ „gende Eijlanden bij Aroe een vi„ „sit woord gegeeven. keij een Contract gesloten blij „ken van hunne trouwe en wel „gesindheit. herhaling van het versoek om versterking, en om bevelen. oedpier, de vlugtende oedjirisen uijt de Boschen te zullen uijthalen en overle„ § 13„ veren, en men indiervoegen met hun beste werken moet. en het is ook reeds se„ „dert lange Iaren een vereischte geworden om de omleggende Eijlanden aan dien oord met een magt tot veiligheit een visite te geven, ten einde uyt de gemoederen van de bewoonders de voor oordeelen weg te ruijmen die de mishandelingen op de naam van de Comp: en bijzonder de arglistige Gorammers en Cerammers /:over al hun rol spelende :/ verwekt hebben, daar dese den Eijlanderen steed tegen de Comp:e hebben opzegt en bevreest gemaakt, om met het weg blijven §14: derselve van Banda hun gewin en voordeel te doen: Gelijk in de met de Bewoonders van Groot Jongste Expeditie in deesen reeds met vrugt is gewerkt en met verwagt dat die van klein keij eens weder afkomen zullen; ten minsten zijn daar van de blijken in die van Groot keij of de zogenaamde Bandase Keijenesen, men op hun eigen land met de onse gewillig en blijde op den 18: Februarij deeses Jaars een Contract gesloten hebben, het welke, verselt van een Notul van Conferentie met desen Landaard ten dien dage gehouden, uwe Hoog Edelens dubbelvoudig ook in de Arabische Sale word aangebooden: dese keijeneesen zonden in het voor Jaar 1788, na het daar van genoteer„ „de bij onse meermelde Apparte van den 30: Augustus §13: een Brief aan den Gouverneur ter Vertoninge van hun trouwe aan de Comp:, en datse ten bewijze van dien in het najaar zelve komen zouden, en zij bevestigden dit ook met 'er daad door hunne komst met Negen vaartuigen, wan„ „neer den Eersten tekenaar gelegendheit heeft kunnen vinden met hun te handelen en te besorgen datse met het grootste vertrouwen en vergenoegen, agter„ „latende de blijken van eenige deugzame hoedanigheden, zijn vertrocken; zo als dit dan sedert ten gevolge heeft gehad datse onse vloot als met open men ingehaald en gedurende den tijd van Vijftien dagen zeer gedienstig met het nodige voorzien en onderrigt, mitsgaders naderhand toen de vloot reeds thuis was bewaard en beschut hebben tegens de quade intentie der Gorammers, een van onse Burgers die met Comp: wax bij hun was agtergelaten, tot de tijd dat gerust vertrecken konde. § 15: wij versoeken uwe Hoog Edelens dan nogmaals zeer oodmoedig om de hoogst benodigde versterking, en om de bevelen dat wij met onse beste vermogens de bestellingen van dese door onmagt reeds te ver verouderde Guar„ Inland„ be„ ste ver heij
English
has been and is prevented. of the further report of the goram, shall then be spoken in those quarters are several Ma report of the Province arri the first. may undertake outdated matters that one may judge useful and necessary for the promotion of the Company's authority, interest, and welfare of the Province, and wherewith one may also look forward, by Heaven's blessing, to the compensation of damages soon flowing back into the lap of the Company. the intention to erect 16. Meanwhile, with the assistance from Ambon, we also had in view the erection a stronghold at Aroe how that of a capital stronghold or redoubt at Aroe with the help of the rowers of the cruising orenbaijen, after work done there or in the time that with a good result between orders would be given of which the same could be spared in great numbers, when this would be a less burdensome post and save costs that otherwise had to be spent separately for that purpose, just as this would also have had such a consequence and for that purpose there were sent with the fleet the necessities along with the required craftsmen, but the outcome has been contrary to this; it was discovered that no post could be of any use as long as the Wadjoerese had not been brought to impotence nor to reason; it has also appeared that the island Oedjeer itself could be the safe and most suitable place for the post. We shall, whenever any further report from that region is received, east, and from Ambon about and if we still obtain timely notice from Amboina regarding the intention concerning Goram or what means the situation there will permit to take in hand for this, take the liberty to speak of the necessary points in our further report, 18 but herewith it remains for us to mention most respectfully that Bassar vessels to region the Macassars recently have been seen again with several vessels near the island of Tenember and in those quarters, and with the most detrimental violence against the inhabitant have continued the trepang fishery; it is even alleged that the enemies at Aroe, for the promise of a cargo of trepang, have been assisted by the Macassars against ours, of which the First Signatory has given notice to the Honorable Macassar Governor Reijke. 19. For the rest, all is well in the Province, and nothing special has occurred. The three ships have again happily arrived, as well as the patjallang Aroe; the ship the Afrikaan lies ready to sail to steer for Bima; in the impending departure of the Dordwijk, which is a little leaky and cannot remain over until August, is also sufficiently ready to return with the spices of the first crop via Java, while Holland will follow in like manner with the second crop, but the rescripts of Your High Nobilities have through some accident or other fallen behind, and until today have not been received by us, with which respectful report we conclude this, and in the heartfelt hope that the same may come to Your High Nobilities in the enjoyment of God's bountiful blessing, we call ourselves with the greatest respect and high esteem. Underneath: High Noble, Rigorous, Most Venerable, Widely-Commanding Lord and Right Honorable, Most Venerable Lords. Lower: Your Right Honorable Nobilities' very humble and obedient servants. Was signed: L. J. Haga, A. A. 's Gravezande, J. V. Steijnhert, J. Hageman, J. A. Hangeman, B. v. de Walle, P. D. M. van der Aa, and C. A. van Eijk. To the side: Banda in Castle Nassau, 4 June 1749. Agrees. P. D. M. van der Aa Secretary. The Conclusion. Secret. The receipt the reports and the acceptance granted Batavia. To the High Noble, Rigorous, Most Venerable, Widely-Commanding Lord, Together with The Right Honorable, Most Venerable Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Rigorous, Most Venerable, Widely-Commanding Lord, Right Honorable, Most Venerable Lords: In the same manner as the mention was made of the common letters and papers, we have received out of season on 10 June Your High Nobilities' most honored secret rescript of 31 December of the past year; whereupon by us in the session of 29 July the required resolutions were taken, Mr. Willem Arnold Alting Governor General; To His High Nobility: wherefrom we take the liberty herewith to reply, and therewith respectfully to report on the further matters that have occurred which require the dispositions and thus also the description under secrecy. 2. We have noted for our information that Your High Nobilities have been pleased to regard as well-handled appear about the east for notice, the prudent conduct observed here with regard to the cruising against the Mandarese, Wadjoerese, and Sumbawarese who appear annually in the quarters of Aroe, Tenember, or thereabouts around the east, and had given the necessary notice and recommendation of this to Macassar; and whereas Your High Nobilities can hardly suppose that that nation would remove themselves so far from their country, we respectfully note that in our last dispatched secret letter to Your High Nobilities of 4 June last, under paragraph 18, mention again had to be made of Macassars who recently again have been present in those quarters with several vessels. 3. Your High Nobilities being pleased to mention that the elucidation given from here the answer regarding the concerning the true circumstances of the atrocious overrun of that Macassars who were taken here. post at Aroe is meager, Your High Nobilities nevertheless can gather therefrom, mention that again some have whether one attributes this to lust for revenge or to the villainous been attacked in these quarters. nature in answer to the mention regarding the overrun of the post Aroe.
Dutch transcription
geweest en verhindert is. van het nader berigt van de goram, zal dan gesproken worden in die Contrije zijn verscheide Ma„ berigt van de Provintie arri„ de eerste. verouderde zaken mogen ondernemen die men oordelen mag dat nuttig en noodzakelijk kunnen zijn ter bevordering van 'sComp: Gezag belang, en welvaard der Provintie, en waar mede men in 'S Hemels zegen ook uijtzien mag dat de vergoeding van schade eerlang weder afvloeijen zal in den Schoot van de Comp. e de intertie tot de oprigting 1/6: Intusschen hadden wij met de adsistentie uijt Ambon teffens in het oog de oprigting een sterkte te Arpoe „ hopdanig die van een Capitale sterkte of Redout te Aroe met behulp van de Roejers der kruijs Orembajen, na gedaan werk aldaar of in den tijd dat bij een goeden uijtslag tusschen bestel„ „worden „lingen gedaan wierden waar van deselve ten grote getalle gemist konden, „ wanneer dit een minder lastpost wesen en kosten winnen zoude die daar toe anders afzonderlijk besteed moesten worden, gelijk zulks ook zodanig gevolg gehad zoude hebben en daar toe met de vloot de benodigdheden met de vereischte Ambagtslieden mede gegeven zijn, maar de uijt„ komst is hier tegen geweest, men ontbekte dat geen Post van nut konde wesen zo lang de vedjiresen niet tot onmagt nog tot reden gebragt waren, het ook is voor„ gekomen dat het Eijland Oedjeer zelve de veilig en geschikste plaats voor de § 17. Post zoude kunnen zijn. wij zullen wanneer van dien oird eenig nader berigt oost, en van Ambon omtrent ontfangen, en als wij nog intijds kennisse uijt Amboina bekomen van de intentie omtrent Goram of welke middelen den toestand aldaar permitteeren zal hier toe bij derhand te namen de vrijheit gebruijken daar van bij onse nadere het ƒ 18 nodige te Sprekene maar bij dese resteert ons nog eerbiedigst aan te halen dat „bassaarse vaartuigen aan gewest de Macassaren Iongst weder met verscheide vaartuigen onder de Eijland van tenem„ ber en in die Contrijen gesien zijn, en met het nadeligste geweld tegen den Inwoonder de Taripangs vangst voor tgezet hebben, men wil zelfs dat de vijanden te Arve voor de toezegging van een Lading Saripangs door de Macas„ „Iaren zijn g'assisteert tegens de onse van het welke den Eersten Tekenaar aan de Ed Heer Macassers Gouverneur Reijke kennisse heeft gegeven ƒ19: Voor het overige i in de Provintie alles wel, en niets bizonders voorgevallen. de drie schepen zijn weder „ment, der scheepen en Patjalle gelickig gariveert en ok de Patjall: de Aroe, het schip de Afrik aan legd zijlree om na Bima te stevenen, in het aanstaande vertrek va Dordwijk die een weinig hek is en niet kan blijven overleggen tot Aug:s is ook genoegzaam gereeden Staat met de specerijen van het eerste gewas over Iava te retourneeren, terwijl Holland met het tweede gewas indiervoegen volgen zal, maar de Rescriptien van uwe Hoog Edelens zijn door het een off ander toe„ § 20: val agter gebleven, en tot heden bij ons niet ontfangen, met welk eerbiedig berigt wij dese besluijten en in de hertgrondige hope dat deselve uwe Hoog Ed:s in het genot van godes milden zegen mag geworden, ons met de grootste eerbied en Hoog agting noemen /:onderst:/ Hoog Edele Gest: Groot Agtb: wijdgebiedende Heer en Wel Ed: Groot Agtb: Heeren /:lager:/ UwelEd: Edelens zeer onderd: engehoorz: Dienaren Was get:/ L: J: Haga, A: A: 'S Gravezande, J: V: Steijnhert, J: Hageman, J: A Hangeman, B: v: de Walle, P: D: M: van der Aa, en C: A: van Eijk /te seide:/ Banda in 't Casteel Nas= den 4:' Junij 1749 Accordeert. P: D: M: Vander Na Secretaris „ het Slot. Secreet. den ontfangst den Bredigjtin boap: en de asepastie genteert Batavia. Den Hoog Edelen Gestrengen, Groot Agtbaren, Wijdgebiedende Hen, Benevens De Wel Edele Groot Agtbare Heeren Raden van Nederlands Indië. Hoog Edele Gestrenge, Groot Agtbare, Wijdgebiedende Heere, WelEdele Groot Agtbare Heeren: Jnzelver voegen als van de gemeene Brieven en Papieren de aaenhaling is gedaen, hebben wij buiten tijds op den 10: Junij ont„ „fangen uwe Hoog Edelens Hoogst g'eerde Secrete Rescupti van den 31 December des gepasseerden Jaars; op de welke bij ons ter settinge van den 29. ' Julij de vereischte Beslelitin geno„ M: Willem Arnold Alling Gouverneur Generaal; Aan zijne Hoog Edelheidt: „men akelijk en waar rigting ed en de voor ntie zal het dat tenem„ der temn ge aan 2 Stevenen den tweede ondige eerbied :Heeren vezande, van Eijk Aa 2 ris otgrondige ander weder geven. en het andw: omtrent de Maccassaren welke hier genomen. aanhaling dat weder ee„ „nige in desse tintrijen aangesast. zijn. m aandwoord op de aan„ de „haling wegens het aflo„ „maen zijn, waar uijt wij de vrijheid neemen bij dezen te andwoorden, en daar bij eerbeedig verslag te doen van de verder voorgevallene zaken die de dispositien dus ook de Beschrijving bij het secrete worderan § 2: wij hebben ter narigt genomen dat uwe Hoog Edelens als wel be„ om de dost verschijnen ter narigt, handeld hebben gelieven te beschouwen, het hier gehouden om zigtig gedrag ten opzigte der Bekruissingen op de Mandareesen wadjoeree„ „sen en Sumbawereesen welke Jaarlijks in de Contrijen van Aroe Tenember of aldaar om de oost verscheinen, en hier van na Macas„ „ser de nodige kennisse en recommandatie hadden gegeeven: en daar uwe Hoog Edelens nauwelijks onderstellen kunnen, dat die Natie zig zo verre van hun Land zoude verweideren, noteiren wy eer„ ƒ „biedig, dat bij onze laatste afgezondene secrete Brief aan uwe Hoog Edelens van den 4: Junij Jongstleeden, onder § 18. ander„ „maal de aanhaling gedaan heeft moeten worden, van Maccassaren die Jongst weder met verscheide vaartuigen van die Contrijn zijn aangeweest. §3: Uwe Hoog Edelens gelievende aante halen dat de van hier gege„ „pa van de Poste Arde „ ven elicidatie wegens den ware toedragt van het facicus aflopen dier„ Post te Aroe schiraal is. Hoogst: Dezelve ter egter uit afneemen kunnen, het zij men zulks aan wraaklust dan wel aan den Snooden aard aan
English
nature and the betrayal of the Mohammedans of Oedjier is to be attributed, that neither here nor in Aroe the least report was had of this evil intention, notwithstanding the betrayal was forged and executed by and among so many peoples, and even by Gorammers with whom they had been so familiar, as proof of how careless and how little on guard they had been; and which must be all the more regretted since so many examples are found of the deceitful and treacherous nature and aims of the Native in the east, and everyone thus ought all the more to be watchful and on his guard for his own safety; however much Their High Mightinesses are once again obliged to pass over this disadvantageous and factious incident, in the hope that the Company's servants will finally take example from such fateful events and always exercise a prudent distrust toward the Native, and be attentive to their movements! So let it also be permitted to us to reply thereto in all respect that we have never been so careless, but that to such outdated matters, from Banda's interior, no immediate redress could be given, at a remote post that is sailed to once a year, and among a nation such as that of this region from whom one can obtain no certain reports even in one's own country, just as quite a larger and more remarkable example thereof was recently seen in the neighboring, extensive Amboina, when in the year 1781 according to the description in the advices of 1782, Goram, and all of Ceram, from top to bottom, yea even to the negorijen that are to be considered from the island of Saparoua, and thus a multitude of negorijen, all at once fell out as enemies and assaulted our people and even laid siege to the posts, without there being any knowledge of it: a proof of the wickedness of the nations, against which Banda could procure no further security on the remote Aroe, where one has no Native to assist, and already with a weak garrison, which was short of the strict quota for ordinary times by 250 soldiers, had enough to do to provide for its own defense under special circumstances; while lastly this remote Aru post, garrisoned with ten to twelve men, against a thousand evil Natives was never anything other than, as it were, the prey of the enemy, and the Company also has no posts on the southeast or southwesterly islands that are in any way resistant from afar. Paragraph 4. And to the remarks and description, regarding the combined arrangements for the retaking of the same, in Aroe, on the above remarks and description under paragraph 5 of the honored rescript, regarding the expedition planned and devised here for the retaking of Aroe; and our decisions taken since, and thus executed, to permit the departure for trade thither of two burgher vessels, and having had the same convoyed only by the sloop Weltevreden and the paduakang Het Gedult, although the Governor of Amboina in time, at the breaking through of the west winds, had sent hither 69 soldiers of the best troops from the Amboina garrison, with the paduakangs De Vriendschap and De Willem, these vessels moreover manned with 16 sailors each and well-armed, so that one could have distributed these troops among the aforementioned available sloop and paduakangs, and also placed upon them the detained sepoys, in which case one might have been sufficiently assured of a successful outcome: we answer with the utmost respect that the reasons given by us herefor contain the pure truth, and we, knowing the internal condition in a disordered province, sought to manage as best we could, just as, had the attempted arrangements succeeded, it would have been advantageous in every way, and one could not work otherwise than with all cordiality, also for our own dwelling, since first of all, especially in these days, one had to be and remain mindful of the cares from within, where one was already weak and had 253 soldiers fewer than the quota, so that about one hundred soldiers from Amboina were requested not merely looking to the expedition, but to keep the same here in service, and the 69 troops received would mean little under these circumstances, when owing to the great shortage of people no further relief worthy of the name could be received from the capital: that the paduakangs De Willem and De Vriendschap by no means came for assistance, but only transported the aforementioned troops, and immediately had to depart back to Amboina on an expedition along the south coast of Ceram on account of the large clove crop; thus, with a lack of necessities, in impotence and difficulties, it had to seem best to undertake the least, and that therefore a private sloop was taken into service, and the Governor also gave his capable slaves and free people from his house for reinforcement, of whom some were killed.
Dutch transcription
„aard en 't verraad der Mahumedanin van oedjier hebbe toete„ „schrijven, dat men nog alhier nog te Aroe eenige de minste narigt van dit boos voorneemen heeft gehad, ongeagt het verkaad door en onder zo veele volkeren gesmeed en uitgevoert ins, en zelfs door Gorammen waar meede zo famillair zijn geweest, ten blijke hoe zorgelosen hoe weinig men op hoede is ge„ „weest; en het geen zig te meer moeten beklagen daar 'er zo veele voorbeelden gevonden worden van den bedregelijken en vernaderlijk aard en oogmerken van den Jnlander om de oost, en ieder dus te meer voor zijn eigen veiligheid behoorde waakzaam en op zijn hoede ƒ ƒ te zijn; hoe zeer hoogst Dezelven alweder genoodzaekt zijn dit 1 nadelige en facieus geval te passeeren, in hope dat 'SComp: Dienant zig eindelijk aan zulke noodlattige gevallen zuldlen spiegelin en steeds een voorzigtig wantrouwen omtrend den Jnlander oes„ „fenen, en op hunne gangen op lettend zijn! zo zij het ons g' ook„ „loofd daar op in alle eer bied te rescribeeren dat wij nimmer zoo i „geloos zijn geweest, maar dat aan zulke verouderde zaken, uit Bandas binenste al aanstonds geen herstelling, hebben kunnen gegeven worden, op een afgelegen Post die eens in het Jaar bevaren zo word rden g cas„ daar Natie we „ zijn gege„ den word, en onder een Natie als die van deezen oord van wien men zetf op zijnieligen Land gen zekere narigten bekomen kan, gelijk daar van nog laatst een vrij groter en aanmerkelyker voorbeelt gezien is in het naburig uitgestrekte Amboina, toen in het Jaar 1781: na de beschrijving bij de Advisen van 1782:, Goram, en gantsch Cieram, vaan berven af tot beneden toe, Ja tot den Negarijen, die dan het Eiland Saparoua te beschouwen zijn, en dus een menigte van Negorijen, op eenmaal als vijanden uit vielen en de onze aan„ „lasteden en het zelfs op de Porten aanleiden, zonder dat daar van eenige kennisse was: een blijk van de snoodheid der Natien, tegen dewelke Banda zig op het afgelegen Aroe geen meere verltigheid bezergen konden, daar men geen Jnlander te baat heeft, en reeds met een swrak g'uarnisoen waar aan van de nauwe bepaling voor ordinaire tijden uu m 250: Militairen te min waren, genoeg te stel„ „len hadde om in bijzondere omstandigheden voor zijn beminste te zorgen; terwijl ten laetsten dezen afgelege, Aroese Post bezet met Tien â Twaalf Mannen, tegens Duijzent boze Jnlanders nim„ „mer anders geweest is, als, zo het ware, het deel van den vijand, en de Comp: ook gen bosten op de Zuid oost of Zuidorester Eijlandens leeft die § 4. en op de aanmerk: en Beschrij„ „vinge, ten aanzien van de ge„ „ming van dezelve, in Apo die van verre eenigsints bestand zijn. op de voor oms guevende aanmerkinge en beschrijvinge onder 1 „ppaarde Bestellingen ter herne „ §5: van de g'eerde Rescriptie, ten aenzien van de alhier voor„ „genome en beraamde Expiditie ter herneming van Aroe; en onze sedert genomen, en zodanig volvoerde Bestulijten tot het laten vertrecken ten handel derwaards van twee Burger waar„ „tuigen, en dezelve alleen te hebben laten Comvojeeren door de Chera„ „loup Weltevoede en de Patjalling, het Gedult, of sheen den Har Ambons Gouverneur in tijds bij het doorbreken der weste win„ „den 69: Militairen van de beste Manschappen, uit het Ambons gel„ „arnizoen, met de Patjallings de vriendschap en de Willem herwaards gezonden hadde deeze vaartuijgen daar en boven met 16. zeevarende ieder bemaand en wel g'armeerd. t des men deese Maanschappen op de gemelde aanhanden hebbende Chialoup a Patjal„ „lings hadde kunnen verdeelen, en op dezelve almede plaetsen de aaa „gehoudene sipais, wanneer men zig genoegzaam van een goede 7 uitslag hadde mogen verzekeren: andwoorden wij met de mee„ „ste eerbied, dat de door om hier van gegeven reden, de zuivere waarheid behelzen, en wij, in de kennisse van den inwendigen to„ „stand in een ongeschikte Provintie ons hebben zoeken te redden zo als het beste konden, gelijk de beproefde bestellingen gelukt zijn„ „de, zulks alle zints voordeelig zoude zijn geweest, en men niet an„ „den als met alle hertelijkheid, ook voor een eigen inwoning, heeft kunnen werken, daer men aller eerst bijzonder in deze dagen bedagt moeste zijn en blijven op de zorger van binnen, waar in men reeds swak was en 253: Militairen minder hadde als de bepaling, sididanig om den Hondert Militairen van Aemborine mit slegts ziende op de Expeditie :/ maar om dezelve alhier in dienst te houden, verzogt is, en de ontfange 69: Manschappen in deze omstandigheeden weinig zeggen wilde, toen men mits het grote volks gebrek geen verder naamwaardig ontzet van de Hoofd„ „plaats konde ontfangen: dat geensints de Patjalling de Willem ende vriendschap ter adsistentie quamen, maar eenelijk de gemelde Manshappen overbragten, en aanstonds weder na Amboi„ „na te rag vertrecken moesten in Expeditie langs Ceram zuid Cust mits het grote Nagul gewas; dus het met gebrek aan het nodige in onmagt 1 en ongelegendheeden, toeschijnen moeste, het beste te zijn, om het minste efe 1 te onderneemen, en dat men mits dien, een particuliere Chaloup tot de diensten, en den Gouverneur ook zijn bequame slaven en vrije urst zijn Hhuis gegeven heeft, tot versterking, waar van eenige omgeko„ kope te „man
English
likewise in the expectation that such will have been carried out by now. Concerning the dispatch, preparations, and return of the Aru Expedition fleet. might have been, without bringing forward burdens on that account, now that it has not succeeded, and that, finally, it has also since appeared that if one had wanted to carry out that date with everything that was then at hand, such could sometimes have produced even more detrimental consequences. In what manner we had to receive with emotion this painful reproach and the recalling thereof, for the vindication of which a favorable consideration is still hoped for of these further reasons and representations, which we have now not been permitted to conceal; Paragraph 5. Meanwhile, Your High Noble Excellencies expect that our further taken resolution to subdue the rebellious Udjierese with their adherents by means of force, on the proposed footing under the authority of the Secunde 's Gravezande, will have been carried out with all prudence and rigor and will have succeeded happily therein, the more so as we had the reports from Ambon that Governor Schilling would send the requested assistance in time for that purpose, with the least reference to the previous letters and expectations; and we shall, concerning our preparations for this enterprise, the receipt of assistance from Amboina, the fitting out of a complete expedition fleet, and the dispatch of the same to the Aru Islands under the aforementioned Secunde 's Gravezande, Report that for the complete fitting out of the same, a sloop was purchased and the intention therewith: make no unnecessary detailed elaboration in this matter, as our separate Resolutions of 4 September, 24 December, 26 January, and 4 February state such in detail, and this has already been mentioned in our previously dispatched secret letters of 4 June of this year; as well as please find inserted in the last Resolution of 4 February the Memorandum for the aforementioned fleet commander, to serve in the expedition and operations, which, according to our hope, may provide proof that we looked out reasonably, with earnestness and prudence, for the beneficial interest; but it remains for us to report respectfully concerning the fitting out of this fleet, that the fleet commander 's Gravezande, having demonstrated in a circumstantial report detailed in the Resolution of 24 December the shortage of vessels, since only two pantjallangs were thought to be at hand, whereas at least four such vessels were required for 600 men and rations for the same for five months, and now that the expedition was to proceed, it had to be done fully and as it ought to be, or otherwise be abandoned, with a proposal to look out for the purchase or chartering of two or at least one suitable sloop, and for which there was at hand the sturdy, some marines were taken into service well-built, and fully equipped sloop of the burgher ensign Anthonij Boode, measuring circa forty lasts; we have seen ourselves fully compelled, at least in the hope that the promised pantjallang the Willem might appear from the Government of Amboina, to limit ourselves to the vessel the aforementioned sloop, which, offered with the inventory and appurtenances for sale for 3000 Rixdollars, or for charter without appurtenances but under its rigging for six months for One Thousand Rixdollars under condition of compensation in case of accident, was purchased for the first-mentioned amount with the goods on the inventory attached under the Appendices, which sloop was subsequently entered into the books under the name of Lonthoir, after it had been inspected under its rigging and sails, brought into the stream, and it was found that it could fulfill the condition for the service of the Company; considering that chartering would have to turn out more disadvantageously, as one, above the necessities that one would then have to provide to it, would after the expiration of six months have lost the charter money without having anything, and besides could sometimes be compelled to charter for a second time. And upon the notification, in that same report under those same motives, to the Ambonese natives the board money and ration of a European sailor motives of the shortage of European sailors, we have furthermore, for the duration of the expedition, hired one lieutenant of the marines for 15 Rixdollars, one ensign with 10, and 45 common marines at 4 Rixdollars each per month, or the latter for half a Rixdollar less than the old marines, following the earlier examples here by Resolution of 22 March Anno 1703; while according to the resolution of 26 January, upon the equitable request of the good and needy inhabitants who were to render these services, we granted them the ration of European sailors, and for their left-behind family at home allotted to each the rice for 2 heads against payment of 30 Rixdollars the last. Paragraph 8. And the aforementioned Resolution of 24 December also dictates that the Governor of Ambon, having made a promise to the native regents and chiefs of the cruising orembaais sent hither, and their subordinate villagers, in order to encourage them for the expedition, that upon their arrival here they would enjoy the very same board money and ration as European sailors, consequently the chiefs of the vessels that of a mate, an elder that of a quartermaster, and the commoners that of a sailor, to the chiefs at their request, as having no cash
Dutch transcription
itsg=s op de verwagting dat zulk als nu ter uijtvoer zal zijn gebragt. nopens de avfzending, Bestellingen, te rugkomst van de Aroese Ex„ paditie vloot. „men zijn, zonder desweegen met lasten vor te komen nu het niet is geleekt, en das, eendelijk, het ook sederte als gebleken na, dat meen met alles wet toen aanhanden was, dato hebbende willen verrigten zulks somtijds nog nodeeliger gevolgen zoude hebben kunnen afle „veren. hoedanig wij deze Smertende reproche en dienhalinge des„ „wegen met aendoening hebben moeten ontfangen ter verkuijting van dewelke als nog geloopt word op een gunstige beschauwinge van „deze nadere reden en vertondingen, die wij als nu niet hebben mo„ ƒ „gen verbergen; §5. „ Jnmiddene verwagten uwe Hoog Edelens dat ons nader ge„ „nomen besluijt om de rebellige oedjereesen met hunne adheren„ „ten, daar middel van geweld te vermeederen, op den voorgestelden voet onder het Gezag van den secunde 'S Gravezande met alle voorzigtigheid en regeur zal ter: aitvoer gebragt en daar in gelud„ „kig geslaagd zijn, te meer van Ambon de narigten hadden dat den Heer Gouverneur Schilling den ten dien eende verzogte adsch minste referte aan de voore Briefen aperagtentie in tijds zoude afzending E en wij zullen van onze bestellingen tot dit voornemen, den ontfangst van assistentie uit Amboina, het uitbrengen van een Complete Expeditie vloot, en het afzenden der„ „zelve na de Aroese Ellaaden onder de gem: seconde 's Gravezander en grote ƒd„ gt tot „1 Berigt dat tot het Compleet gereld maken derzelve, een Schaloup ingekogt id en de intentie daar meede : in deezen gen nodeloose breede, dit wij„ „ding doen, daar onze Apparte Resolutien van den 4. September, 24: December, 26: Januarij en 4. Februarij zulx in het brede mel„ „den, en dit dezelve reeds hier van gesproken is bij onze voor afge„ zondene secrete Letteren, van den 4: Junij deeser Jaers= mitsgaders bij„ geliefde ter laatste Resolutie van den 4: februarij ingelijfds te vin„ „den is de Memorie voor het gemelde vloot Hoofd, om te dienen, in de Expeditie en verrigtingen, dewelke, na anze hope, de blijken afle„ „veren mag, dat wij beredeneerde met ernste en voorzigtigheid, io § 6:—„ uitgezien hebben na het heilzame belange maar ons resteerd van het uitrusten dere vloot eerbiedig te melden, dat het vloot Hoofd 's Gravezande bij een omstandig Berigt gedetailleert ter Repolutie van den 24: December, vertoond hebbende het gebrek aan vaartuigen daar Regts twee Pantjallings aanhanden dogten, min„ „sten vier zulke vaartuigen benodigd waren voor 600: Mannen en Randcoenen voor dezelve voor vijf maanden, en nu de Expeditie voortgang stonde te neemen, dezelve volkomen en zo als het be„ „hoerde, gedaan, of anders agterwegen diende gelaten te worden, met voorstel tot het uitziln, na den opnkoop of inhuring van twee of ten minsten Eden bequame Chialoup, en waar toe aanhanden was de hegte„ wel een eenige Madijnen in Diepst„ t genomen zijn wel door timmerde, en van alles voorziene Chialoup van den burger vandug Anthonij Boode groot Circa veertig Lastn ' wij ons vol„ „steekt genoodzaakte gezien hebben, ten minsten in den hiope dat de toege„ „zegde Patjalliang de Willem uit: het Gouvernement Amboina mogten opdagen ons te bepalen tot den vaartuig de gemelde Chialolup die, gepresenteert met de Jnventaris en toebehoren te koop voor 3000 Rijxd=s, of inhuur zonder toe behoren dog onder zijn Tuig voor ses maanden voor Een Duijzent Rijxdaalders onder Conditie van vergoeding bij ongeluk, voor het eerstgemelde bedragen is inge„ „kogt met de goederen op de onder de Bijlagen gevoegde Jnventaris, welke Chaloup vervolgens met de naam van Lonthoir bij de Boeken ingenomen is, na dat dezelve gevisiteerd onder zijn Ruig en zijlen, op stroom gebragt;, en gebleken was dat voor de Conditie, kood„ „de voldaan tot den dienst van de Comp:; gemerkt het in huren nadeliger uitkomen moeste, gelijk men, boven de benodigdheeden die men daar aan dan zoude dienen te verstrecken, na verloop van ses maanden het Huurgeld zonder ieta te hebben quet maar en daar bij zomtijds voor de tweede mael tot het huren genod„ „zaekt konde worden. En op de te kunnen gave, bijdat eiegens te Berigt onder die Delfdse beweeg , aan de Ambonese Jnl: het Costgeld en Randcoen van Ee„ „ ressoeze zee varende beweeg redenen, van het gebrek aan Europeeshe zeevarende, hebben wij verder, voor de tijd van de Togt in huur genomen En Sicutenant 15 Rd=s der Madijnen voor. . . .„ 10: „ met Een vendrig 45. gemeene Marijnen tegens 4: rd„s ieder ter maand, of de laatste voor Een halve Rijxd=s minder als de oude Marijnen, na de vroegere voorbeelden alhier bij Resolutie van den 22. Maart A„o 1703. terwijl wij volgens besluijt van den 26. Januarij, op het billijk verzoek van de goede en behoeftige Jngezetenen die deze diansten afleveren zouden dezelve het Randcoen van Europeese zeevarende toegevoegd, en voor hun agtergelaten tuis gezien ieder toegedeeld hebben, de Rijnst voor„ 2: kop„ „pen tegens betaling van 30. Rd=s het Last. §8: En het gemelde Besluijt van den 24: December dicteerd teffens, dat den Heer Ambons Gouverneur, de Jnlandse Regenten en Hoofden der herwaards ggeziende kruis orembaijen, en hunne ondergestelde Dorpelingen, om dezelve te animeeren tot de Expeditie, toe zegging gedaan hebbende van bij hun aankomst alhier even en het zelve kestgeld: en Randcoen te zullen ge„ „nieten als Europeeze Zeevarende, gevolgelijk de Hoofden der vaartuigen dat van Een Stuurman, Een oudste van Een quartiermeester en de gemeene die van Een Mattroos, aan de Hoofden op den zelver verzoek, als van geen Contanten wien 160
English
whose vessels were hauled onto the slipway and repaired, and the officers of the expedition were granted double boarding money, provided with cash, and we were also obliged to make promises that they would be paid 20 rixdollars each here, to be accounted for in Amboina and settled there again; we were led to this because we took into consideration that the people could not do without the necessary support in a foreign place where everything had to be bought quite dearly, and besides this, no eager and hearty services could be expected of them, since even before their arrival here they had already been at sea for two months, absent from wife and children, and thus had little hope of being home again in eight months. And we had moreover had their vessels, which had already been in the water for a long time before and during the Ambon Hongi expedition, hauled onto dry land at once and fitted from below, raised with a plank, and slightly altered the loose upper works, as the distant Aru expedition required it. Paragraph 10: Double boarding money was also allocated to the officers of the expedition as an encouragement to them, according to the custom on such occasions. However, the fleet commander s Gravezande meanwhile claimed or requested nothing, according to what was recorded in the Resolution of 26 January. The return of the fleet and the report of the actions, along with the reasons shown for the advanced payment of a month of boarding money; the vessels and crew from Amboina sent home again. Paragraph 11: And here follows the return of the expedition fleet, noted in our Resolution of 26 May, the outcome of which is described in our said respectful dispatch of 4 June of this year, and which appears at large in the detailed report of the same by the fleet commander S Gravezande, which was sent alongside those dispatches with a contract concluded with the Banda Kei Islanders in their land on the date 8 February of this year, with the minutes of the conference held with this nation on the same day, offered to Your Excellencies in duplicate; while of the conference held beforehand with those peoples here, during their presence, the minutes are inserted into the Resolution of 24 December, and in respect of the same, everything yielded the best results that could have been expected from it, and of which the preceding events have already been regarded by Your Excellencies as agreeable. For the rest, our decision of 26 May shows the reasons why we had to excuse the Ambonese natives from returning a month of boarding money, which was received in excess before their departure from here because of an earlier homecoming. And that with the notification of what was necessary concerning this expedition, by the Governor to the Lord Governor of Ambon, Schilling, we sent the vessels and crew from there back home, with expressions of thanks for the assistance offered. Paragraph 14: The wages of the men who perished in the expedition have been written off. And with respect to the goods consumed and what was lost on that journey, of which the second-in-command S Gravezande must submit the account and evidence and confirm everything with his testimony, action will be taken as required. Paragraph 15: Meanwhile the Gorammer Sossa, captured among the enemies and brought in, was sent in custody to Batavia on the ship Holland, with a request to Your Excellencies to deprive him of the opportunity to return to his land again. Paragraph 16: On the other hand, of the postholders of Aru missing since the overrun of the same, there have returned the soldier Jacobus de Silva of Trinconomale, and the native schoolmaster Hsabel Haumauw of Amboina, and they were consequently readmitted into their previous services by the Decisions of 24 December and 26 May. Paragraph 17: Yesterday we received reports from Aru which are said not to be unfavorable, and according to which the Alfurs or native peoples, who have come to us and, having been treated according to the country's custom, have sworn allegiance, continually hem in the hostile Ujir people there and prevent all supplies as much as possible; that the Christians of Aru, along with the orembaai and some burghers left behind by the fleet commander, are on Wammer, and that they, together with the people of Samangtassa, intend, as soon as the weather becomes calm, with the help of the inlanders, to take a chance against Ujir; that the people of Wattelee have set fire to the settlement of Colfanie and murdered five men, and continually roam around Ujir to capture any people, so that the Ujir people do not dare to venture outside the settlement, but strengthen and repair it as much as possible; that some Ujir people, along with Manossa, have been to Little Kei and requested help there, but received as an answer that they were afraid of those of Great Kei or the aforementioned Banda Kei Islanders, but that if the Gorammers were also to go to Aru in the coming year, they would then see what they would do, which was the same answer that those of Kouwer and Teewer, where they had called in passing, had also given; and finally that the settlement of Ujir, during the last attack by our fleet, was practically to
Dutch transcription
wiens vaartuijgen op staand gehaald en verbeterd zijn en de aan officieren van de Expeditie dubbeld kootgels tegevolgd i Contanten voor zien, ook beloften hebbende moeten doen van alhier ge„ „reifs te zullen worden met 20: Rijx„s eder, om Amboina aangere„ „kent en aldaar weder voldaan te worden wij, hier toe invoegen varde„ besote heben war Conrdiratie den polanden ten det teten blastig de o ƒ „dige onderstand in een vreemde plaats alwaar alles vrij deluer man „ste gekogt worden,; niet konden, omtbeeren en buiten des ook geen vererigen„ „te hertelijke diensten van dezelve vermagt konden worden, daarse reede voor de komst alhier, twee maenden op zee geweest zijnde, afwezig van vrouw en kinderen dus weinig hope hadden en §9: Agt maanden weder thuis te zijn- en wij hadden boven dien hunne vaartuigen die reeds lange voor, en in de Ambonse Hongij Togt te water geweest waren, ten eersten op droog laten halen en van onderen voorzien, met Een Plank opgeboeid, en het los„ „se boven werk een weinig veraardert, na dat de verre Aroese togt het vorderde. § 10: zijnde ook aan de officieren van de Expeditie ter aenmoediging van dezelven dubbeld kostgeld toe gedeelt na de gewoonte bij diergen „lijke gelegendheeden. dog het vloot hoofd 's Gravezandi 1. pretendeerde of verzogte intusschen niets, na het aangetekende bij Resolutie van den 26: Januarij Heer de te rugkomst der Vloot an het 2. verslag van de verrigtingen, ne„ de Reijens zien aangewezen. van het preder uijtkeren van een maand lostgeld. de vaartuijgen en manschap„ „kean van Amboina, wedera 'thuijs gezonden. § 11: En hier op volgd: nu de te rug komst van de Expeditie vloot, geno„t „ van de het Cantos hde en : mit „teert bij onze Resolutie van den 26: Maij, waer van den uitslag beschreven in bij onze gemelde eerbiedige Missive van den 4: Junij dee„ „seh Jaars, en dien in het breede voorkomt bij het omstrndig verslag van dezelve van het Vloot Hoofd S Gravezande, het welke be„ „zijden die Missiven verzelde van Een Contract gesloten met de Ban„ „dase Keijeneesen op hun Land in dato 8: februarij dezer Jaers, met de Notul van Conferentie met deesen Landaard ten aven dage gehouden uwe Hoog Edelens dubbelvoudig er aangeboden; ter wijl van de bevorens met die volkeren alhier, bij hun aanweesen; gehoude Conferentie, de Notul g'insereert is ter Resolutie van den 24: December, en ten opzigte van dezelve, alles de beste gevolgen afrlevert die daar van hebben kunnen worden verwagt, en waar van de voor afgegane, reeds door uwe Hoog Edelens als aan„ . „genaam zijn beschouwd. de Amb: Jrl: geetseert door het overige vertoond ons beslelit van den 26 Maij de rerden, wae„ „rom wij de Amboneese Jnhanders hebben moeten excuseren van het weder uitheeren van een voor hen vertrek van hier, deg door § 13: een vroeger thuiskomt, te veel genote Een maand kost gelde En dat wij met de kennis geving van het nodige betreffende deze lppein„ „ditie verb worde 1. de gagie van de omgek: manschapp asgeswhraeven, en over het vermiste en verbruijkte op de Togt, zal gedisponeert een gevange Gorammer 1i5 na Batavia operzonden. twee vermiste en nu te rug gekome Rostel: van Aroe we „der in diemst genomen. laatst ontfange Berigten van stadt „ditie, door den Gouverneur aan den Heer Ambons Gouverneur Schilling, de vaartuigen en Manschappen van daar, weder thilns gezonden, hebben met dankbeteliging voor de gebode adsistentie. § 14: zijnde de Gagie van de in de Expeditie omgekomen Manschappen afge„ escheeven. Ero ten op zigte van de verbrukte goederen en het vermiste op die Togt, waar van den secunde S Gravezande der opgave en aantoning uit brengen en alles met zijne getuigenisse ster„ „ken moet, zal men disponeeren na vereishh. § 15: terwijl de onder de vijanden gevange, en opgebragte Gorammer Sossa met het schip Holland, in verzeekering na Batavia gezonden is, met verzoek aan uwe Hoog Edelens, om hem de ƒ gelegendheid te beneemen, van weder op zijn Land te rug te komen § 16: daar en tegen zijn van de vermistae Postelingen van Aroe, bij de overrompeling van dezelve, te rug gekomen den soldaat Jaco„ „bus de Silva van Trinconomale, En Jnlands Leermeester Hsabel Haumauw van Amboina en vervolgens weder in hunne vorige diensten, aangenomen op het Besluit van den 24: December en 26 Maij. § 17: op- gisteren ontfangen wij berigten van Aroe die niet nadeelig zouden zijn, en volgens dewelke, de Alphoeren of Lands volkeren die g worden. „ die tont ons dit gekomen na slands wijze zijnd gekogt en trouwen geswroon„ „ren hebben, de vijandige oedjireesen aldaar Continueel insluiten en alle toevoer zo veel mogelijk beletten, dat de Christenen van Aroel be„ „nevens de orembaij en eenige Burgers door het vloot Hoofd agter; „gelaten zig op wammer bevinden en dat deze met het volk van Simartassa voorneemens zijn om zo dra het stil word, met be„ tot „hulp der agterlanders, een kans op oldjier te wagen dat het volk van Wattelee, de Negorij van Colfanie in de Brand gestoken en vijf man vermoord hebben, en gedurig rondsom oedjier swerven om ee„ „nig volk magtig te worden, des de oedjireesen niet buijten de 2 Negorij durven komen maar dezelve zo: veel mogelijk verster„ „sen en repareeren dat eenige oedgireesen met Manossa op klein keij- geweest zijn en aldaar om hulp verzogt dog tot andwoord bekomen hebben, dat zij bevreesd waren voor die van Groot keij of de meergewaagde Bandase Keijeneesen, dog dat wanneer de Gorammers in het arnstaande Jaar mede gin „gen na Aroe, zij dan zien zouden watse deeden, hoedanig en and„ „woord die van kouwer en Teewer, alwaer en passant aange „weest waren, ook gegeven hadden; en eindelijk dat de Negorij bedjier bij de laatste attasque van onze vloot genoegzaam tot
English
28 The sipahi corps is again encouraged to remain. Section 19. Gratitude for what passed under Section 1 and following. A stronghold shall be erected at Rosingain, but meanwhile an earthen battery is being thrown up there. had been on guard, and had taken little more oath or pledge, and it was thus unfortunate that our people could not have remained a little longer, and that the loyal Alfurs, after the departure of the fleet, said that as long as the Company was away, they would act on its behalf. Furthermore, it having been approved by Your High Excellencies that the sipahi corps was again encouraged to remain, with authority to maintain them further in such manner, even if necessary by an advance payment in hand to each of a few ducatoons, we humbly offer thanks for this and comply with this desire, replying with respect to this favor that those sipahis were recently encouraged by an increase in pay; just as we also express our gratitude for what has passed and been approved, as well as noted under Section 7 and following of the esteemed rescript. Section 20. And regarding the authorization under Section 12 for the erection of the proposed stronghold on the island of Rosingain, and the expectation that the costs, according to the assurance from here, will be kept as economical as possible, although these might well have been submitted by estimate, which in the future will be strictly expected, we inform Your High Excellencies that, while said stronghold will be constructed as quickly as possible, the Governor in the meantime, seeing the necessity of no longer leaving the station personnel exposed but rather providing the speediest protection, upon receipt of the rescript ordered the commencement of the construction of a spacious earthen fortification or parapet on the site chosen by His Honor himself, of which the general resolution of 24 December of the past year from His Honor's inspection makes mention; in order to transfer the artillery into it and prepare the necessary two rooms for the garrison, when they may be more secure, and subsequently the erection of the redoubt that is to be placed inside it, which is a work that requires more time, can proceed very suitably; just as, the necessary personnel having been dispatched to that island, all are now at work there on throwing up that earthen battery. Section 21. We shall also properly follow and obey the esteemed orders and expectation to investigate from the old papers and demonstrate to what extent the jurisdiction of this government and that of Amboina has extended over the islands, and to enter into communication about this with those ministers, so that Your High Excellencies may determine with good reason which islands historically belonged under Amboina and which under the Banda Government. Section 22. For the rest, we take note of the information provided by extract from Your High Excellencies' resolutions of 28 December 1787, with the extract of the missive from the Gentlemen Directors of 28 December 1786, serving to inform that no subjects of the French Crown have any further entitlement to claim any continued enjoyment of the credit extended to them during the late war with England. Section 23. And in another extract from the aforementioned minutes, the ministers for the Great East having been given for consideration the reflections of the Gentlemen Directors appearing in the missive from the Fatherland of 28 December, Section 72, regarding the precautions that must be taken to ensure that the free navigation in the eastern seas granted to the English in the recent peace treaty gives no occasion to that nation to conduct any trade, much less to settle in these quarters for that purpose: we are permitted, upon this reflection and the further question posed by the Gentlemen Directors, to submit a humble judgment subject to correction and to reply: that in this province the perimeter where the spices grow is too strictly defined, and the care and vigilance of the Governor regarding this remains constantly active, and it is thus hardly possible that any of it should fall into foreign hands; while on the other islands, so far as earlier and later reports contain, nothing of that nature is to be found, and those of the island of Tamme, whose chiefs have paid homage to the Governor and come up to the main castle, have likewise testified and confirmed that no spices are to be found on that island other than wild and entirely tasteless ones, along with the most precious assurance of their loyalty, according to the record thereof in the general resolution of 24 December 1788; that furthermore mention of this island and the other Banda Southwestern Islands suitable for occupation has already been made in separate letters from the Governor dated 6 September 1786; and that, with respect to the Southeastern Islands, the inhabitants of Great Key have left their land open for inspection, and with whom recently, on the occasion
Dutch transcription
28 het Corps sipais is weder tot verblijf g'amineert. § 19. dankb: voor het gepasseerde onder s1: en volgende. Een sterkte te Rosingain, zal g'erigeert worden, dog in tusschen word aldaar een Aard Batterija and „ opgeworpen. tot monagt geweest is, en minig meer, kriet of Eed gehad kapt en het dus ongeluckig geweest was dat de onze niet een wei„ „nig langer hadden kunnen vertoeven, en dat de trouwe Al„ „phoeren, na het vertrek der vloot, gezegd hebben dat zo lam „ge de Comp: weg: was, zij daar voor ageeren zouden. Tw Wijders door uwe Hoog Edelens g'aprobeert zijnde dat het Corps Cipais wederom tot verblijf was g'animeert, met qua„ „lificatie om het zelver verder, zodanig te houden, alware het des noods door toelage op hand aan ieder, van een paar Ducao„ „tonb: zo bedanken wij daar voor eerbiedig en voldoen aan dit begeeren, met andwoord ten opzigte van deeze gunste, dat die Sipais laatst door verhoging in gagie zijn g'animeerd gelijk wij ook dankbetuige voor het gepasseerde en g'approbeerde, mitsgaders genoteerde onder §7: en volgende van de g'eerde Res„ „criptie. §20: En aangaande de qualificatie onder § 12: tot de Erectie van de geproponeerde sterkte ten Eilande Rosingain, en de ver„ „wagting dat de kosten, volgens de verzekering van hier, zo menagieus mogelijk genomen zullen worden, schoon men dezelve wel Calculatief hadde kunnen opgeeven: het geen voortaan stipt word gin ge„ de bevelen ten aanzien van het Regt van Ambon en Banda, op werd verwagt:? bedeelen wij uwe Hoog Edelens, dat die sterkte zo spoedig mogelijk zullende vervaardigd worden, den Gouverneur intusschen, in ziende de noodzakelijkheid om de Pos„ „telingen niet langer bloot te laten maar een spoedigste beschuit„ „ting te bezorgen, op den ontfangst der Rescriptie heeft laten beginnen met den aanleg van een ruime Aarde sterkte of Borstwering, op de door zijn E zelven uitgekose plaetsen waar van den gemee „ne Resolutie van den 24: December A„o p=o uit zijn E: visite de melding doen; ten einde daar in het geschut over te brengen, en de nodige twee vertrecken te vervaardigen voor de Bezet„ „ting, wanneer die meer veilig mag zijn, en vervolgens de Crectie van de Redout, welke daar binnen komt, het geen een werk is dat langer tijd vereischt, zeer geschikt voortgang hebben kan; gelijk na dat Eiland het nodige Valk afgezonden, aldaar nu alles aan het werk is, tot het op werpen van die aaade Bat„ „terije. § 21: Wij zullen ook weldolen en gehoorsamen, aan de g'eerder beveelen en ver„ de Eijlanden zal men gehoorzamen„ wagting, om uit de oude Papieren nategaan en aantetonen in hoe verre het regt van dit Bestier, en dat van Amboina, op de Selands d de informatie tegens het in den taxk verm: Credit van de Fransen sterkt ter narigt. Andwoord op de Bedenkingen der A: A: aangaande de vrije Vaart der Engele inde ostershe zien, Eilanden, zig heeft uit gestrekt, en daar over met die Mini„ „sters Commuaricatiaf te gaan, op dat uwe Hoog Edelens „on met grond mogen bepallen welke welke Eilanden „ deen Am„ „boina en welke onder het Bandas Gouvernement van oudsher gesorteerd hebben. §22:: Voor het overige laten wij ter narigt strecken, de infor„ „matie bij Extract uit uwe Hoog Edelens Besluiten van 28. December 1787e, met het Extract Patriasche Missive van den 28: December 1786. dienende tot informatie, dat geen onderdanen van de Fransche Kroon, eenige bevoegeheid maer hebben, om van het aan dezelve, in den jongsten oorlog met Engeland, gegeven Credit een verdere genot te vorderen § 23: En bij een ander Extract uit de voorm: Notulen, de Ministers om de grote oost in overweging gegeven zijnde, de bij Pa„ „triasche Missive van den 28. December §72: voorkomende bedenkingen der Heeren Majores, nopens den voorzorge die men diend te gebruiken, dat de, bij het jongste vredens Tractaat aan de Engelsche toegestane vrij vaart in de oostersche zellen, aand Natie geen aenleidang kome te geven tiot het drijven van eenigen handel, veel min nog om zig tot dat eind in dese quartieren neer 31 ang ang aar Bat„ neer te zetten, zo„ het ons vergund op deze Bedenking, en de verdere daar bij gedane vrage der Heeren Majores, voor een eerbiedig oordeel in onderwerping aan de Correctie ter nederstellen en te andwoorden: dat in deeze Provincie den omtrek; alwaar de sipecerien vallen, te nauw bepaeld, en de zorge en op lettendheid van den Gouverneur daar omtrent steeds werkzaam blijft, en het dus niet wel mo„ „gelijk zij doot daar van eet in de vreemde handen gerake, ter wijl op de andere Eilanden, voor zo verre de vroegere en latere berigten„ behelsen, niets van dien aard te vinden is, en die van het Eiland Tamme welkere Hoofden den gouverneur homage bewezen hebben en aan het Hoofd Casteel opgekomen zijn, mede hebben getuijg en bevestigd dat 'er op dat Eiland gine specerijen, buiten de wilde en ten eenemael Smerkeloosen te vinden zijn, met de dierbaarste verzekering, tevens van hunne trouwe, naar de aanteekening daar van bij de ge„ ƒ „meene Resolutie van den 24. December 1788, dat wijders van dit Eiland en van de overige, voor een bezitneming ingeschikte Ban„ „dasche Zuid wester Eltanden reedes aanhaling gedaan is bij aparte Letteren van den Gouverneur in dato 6. september A:o 1786:; en dat, ten opzigte der Zuidoosten Eilanden, de Bewoners van Grot kerij hun Land ter onderzoeking hebben vrije gelaten, en met dewelke Jongste, bij gelegendheid
English
occasion of the expedition to Aru, a new contract was concluded, which is now transmitted among the papers of that voyage, whereby they bound themselves in the most solemn manner to the Company and to obedience, and on the remaining islands in that region no spices were found; that with and from the impoverished native population and islands under Banda, there is not much to negotiate or gain for a European power, that everywhere a prominent shortage of provisions prevails, and that, owing to the treacherous nature of by far the most of them, one can trust them least when they appear best, so that we presently do not know what to undertake in this regard with the impoverished and untrustworthy nation in this region, or what to propose to that end with a prospect of any good consequences, the less so because a post on that side must be fairly strong and well-manned, who would otherwise be led as to the slaughterhouse, as experience in former times on the island of Seewar has proven, that that nation cannot well be brought under subordination, at least not as long as one cannot display considerable force on all occasions and prevent or punish misdeeds; and it therefore appears to us that no foreign power will be able to settle in that country or bring that nation to its hand, since the Honorable Company, which, although fully convinced in everything of their conduct, merely for the welfare of this colony allows them to come at their own pleasure with their products to the main Castle and depart again unmolested, cannot fully succeed in this; while the customary boundary marks, erected in earlier times, are still to be found in most places, and to many of those islanders no other name or nation besides the Honorable Company is known, under which it also occurs that they permit the Bandanese traders in their land, a few pirate nests excepted. § 24. And finally we present herewith to Your High Nobles, at the request of the perkeniers, with the exception of those of Po Wij, a petition from the same, whereby they request that the price of rice, which they, like all others, receive for their house slaves against payment of 30 rixdollars the last, might again be reduced to 20 rixdollars the last; but concerning which we cannot proceed to a recommendation, considering they are in this regard in no other sense to be considered than the other inhabitants, and their arbitrary keeping of house slaves who have no relation to the parks does not need to be a burden, since strictly speaking one could rather reduce the provision for some, and 30 rixdollars for the last of rice is a moderate price, as the same was determined at 40 rixdollars for all in Your High Nobles' respected missive of 11 December 1777, which determination provides further remark in the subsequent missive of 29 December 1778; that they, presently protected against disasters and misfortunes, are still exempted from the interest on the loans for their parks, and receive the rice for the park slaves free of charge, for which latter, after the unfortunate hurricane in the year 1778, the petition was only for five years, to end with the last of March 1783; and which acts of kindness some—thus excluding the good ones—do not deserve, whose lazy indifference and failure to answer to the duties of diligent and grateful country folk, the Governor must meet with his own care and bear with patience, in order not to be assaulted, complained against, and forced into bitter defenses; and as the Governor, in consideration on the one hand that the payment of interest is impossible for the perkeniers, and also the payment for rice would fall hard upon many, and on the other hand that, owing to the multiple recommendations and representations, in full knowledge thereof, concerning the increasingly unbearable burdens, one must also in this matter bring considerations to the side of his lords and paymasters, His Honor therefore, at the expense of his own interest, proposed the price increase to balance against the burdens of the rice provided gratis, and as long as it might be done, to prevent the payment thereof and the discharge of the interest, and His Honor thus believed he had cared better for these perkeniers than they for themselves, wherewith moreover those of Pulo Ai are satisfied; while it is well understood that the perkeniers with this request principally intend to avert that their remaining gratifications should not be curtailed. § 25. Herewith we conclude this and profess to remain with the highest esteem and veneration. High Noble, Stern, Right Honorable, Ruling Lords and Noble Right Honorable Lords. Your High Nobles' very humble and obedient servants. Was signed: P. P. Haga, A. A. S'Gravezaande, J. F. Steinhert, J. A. Bangeman, B. van de Walle, P. D. M. van der Aa, and C. A. van Eijk. Banda in Castle Nassau, 22 September 1779. Agrees. P. D. M. van der Aa, Secretary. Batavia. To His High Nobility, The High Noble, Stern, Right Honorable, Ruling Lord, Willem Arnold Alting, Governor-General, Together with The Noble Right Honorable Lords, Councilors of the Dutch Indies. High Noble, Stern, Right Honorable, Ruling Lord, and Noble Right Honorable Lords. Since this time a further opportunity must be sought for the dispatch of the papers, as the pay books under the administration of the pay bookkeeper Cornelis Adriaan van Eijk, who arrived this year, are not yet balanced or ready. Secret.
Dutch transcription
„gelegendheid van de Expeditie naar Aroe, een nieuw Contract 1 1 ik gesloten het welk tans onder de Papieren van die Togt over„ W „gaat waar bij dezelve zig op het plegtigsten aan de Comp: en tot gehoorzaamheid verbonden hebben, en men op den overige Eilan„ „den aan dien oord van geene specerijen wees; dat met, en van, den onvermogenden Landaard en Eilanden onder Banda, voor een Europeesche Mogendheid niet veel te negotieeren of ten leeste valt, over al een voornaam gebrek aan mondkost heerscht, en men hun mits den trouwloosen aard van verre de meesten derzelve, wanneer zij het beste voorkomen, het minste vertrouwen kanj hoedanig wij voor het presente niet mee„ „ten, wat met de onvermogende en ondrugende Natie in deeze oord dien aangaande aanvangen of daar toe proponeeren mo„ „gen met een voorzigt van eenige goede gevolgen, te minder om dat een Post aan die kant vrij sterk, en wel bezet van Manschappen moet zijn, die anders als op de slagtbank ge„ „bragt worden, gelijk de ondervinding in veragere tijden op het Eiland Seewar beweezen heeft, dat die Natie niet wel onder subordinatie te brengen is, ten minsten niet, zo lans „ge men geen aanzienlijke magt, bij alle gelegen heeden, ver„ „tonen Een Request van de Beukeniers om sprijs vermindering slaven egaat over „tonen en der euveldaden tegen houden oif Straffen kan, en heet ons dier hal„ „van toescheint, dat geen vreemde Mogendheid zig in die Contrije zal kunnen nederzetten, of die Natie naar zyn hand-brengen, daar de Ed: Maatschappij, die schoon van hun doen en laten, in alles vol„ „komen overtuigd; enkeld tot het wel zijn deezer Colonie hun naar eigen believen met hunne produicten aan het Hoofd Casteel komen, en weder ongemolesteerd laat heenen gaan, hier in niet ten vollen slagen kan; terwijl, de gewone merktekenen, in vroegere tijden opgerigt, op de meeste plaatsen nogte vinden zijn en vee„ „len dier Eilanders geen ander naam of Natie van de Ed: Compagnie bekent is, onder dewelke het dan ook in, dat zij de Bardashe Man„ „delaars in hun Land; eenige weinige roofnesten uitgezondert, 1: toelaten. § 24. En eindelijk presenteeren wij uwe Hoog Edelens bij deezen, op van de Rijst, voor de waijs het verzoek van de bekeniers, met uitzondering van die van Po Wij, Een Request van dezelve! waar bij zij verzoeken dat de prijs van de Rijst, welke zij als alle andere genieten voor hun„ „ne Wuisslaven tegens betaling van 30. Rijx„s het Last, weder mogte gebragt worden op 20: rd„s het Last; dan waar omtrent wij niet kunnen overgaan tot een voorschrijving, gemerk t zij in dezen 99 dezen, in geen andere ziin te Considereren zijn als de overige pnge„ „zetenen, en hunne willekeurige aanhouding van Huis slava die tot de Perken geen betrecking hebben geen last beheeft te worden, daer men ten nauwsten genomen, eerder van sommige de verstrecking zoude kunnen verminderen, en 30: Rijxd:s voor het Last Rijst een matige prijs is gelijk dezelve bij uwe Hoog Edelans g'agte Missive van den 11 December 1777: tot 40. Rij xd=s bepaeld was, voor alle, en welke bepaling een nader aanmer„ „king afgeeft bij de volgende Missive van den 29: December 17782:; dat zij tegenswoordig behoed voor rampen en ongelucken, voor hunne Perken als nog gelibereert zijn van de jnteressen op de beleningen, en de Rijst voor de Perkslaven gratis genieten, voor welk laatste na den ongeluckigen orcaan ien Ao 1778: segts voor vijf Jaren de bede was om te eindigen met den laatsten Maart 1783: en hoedanige goedheden, eenige, /:dus de goede hier buiten:/ niet verdienen, wiens traagen on verschilligheid en het moet v' ande „woorden aan de pligten van naarstige en dankbare Landlieden, den Gouverneur met de eige zorge te gemord komen en zig dit getroosten moet, om niet aangerand; beklaagd, en tot bittere verdedingen, genoodzaakt te worden; en daar den Gouverneur in in het slot. in overweging aan de eene zijden dat de Berkeniert de betaling van Jntrest ondoenelijk, en ook de betaling van Rijst, veele hard vallen „zoude: en aan de andere kant dat men om de veelvuldige recimman 1 „datien en vertoningen, in de volle kennisse van dien teffens, over den meer en meer indragelijker wordende Lasten, ook in dezen, meede na de zijde van zijne Betaals heeren de Consideratien brengen moet, zijn E: dus ten koste van zijn eigen belang de paijs verho „ging geproponeert heeft, om tegens de lasten uit de quatis verstrekt wordende Rijst, op te weegen, en zo lange daar mede als het geschieden mogte, dies betaling, en de voldoening van den Jntrest voorte komen en zijn E. zodanig vermeende voor deeze Per„ „keniers beter gezorgd te hebben als zij voor zig zelven, waar bij boven dien die van P=lo Aij te vreeden zijn; terwijl men wel dat de Perkeniers met dit verzoek principael voor hebben, om af te weren dat hun overige qratificatien niet besroeid zouden worden. §25: Heer meede eindigen wij deesen en betuijge met de mon 1 „ste Hoog agting, en vaneratie te blijven. /onderstond:/: Hoog Edele, Gestringe, Groot Agtbaren wijd„ 1 ƒ. wijdgebiedende Heere en Wel Edele Groot Agtbare Heeren /lager:/ uwe Hoog Edelens zeer onderdanigen en gehoorn „zame Dienaren /:was geteekend:/ P:d P=n Haga, A=o A= SGra„ „vezaande, I:r F: Steinhert, J: A=s Bangeman, B3=s van de Walle, P=r D=r M=r van der Aa, en C:r A=: van Eyjk /tersede / Banda in het Casteel Nassauw den 22: Septemb:r „o 17879 Accordeert. P: D: M: Van der Na Secretaris 2 Batavia Aan zijne Hoog Edelheidt. Den HoogEdelen, Tistrengen Groot Agtbaren, Wijdgebiedende Heere„ A Willem Arnold Alling, Gouverneur Generaal; Benevens De Wel Edele Groot Agtbare Heeren, Raden van Nederlands Indie Hoog Edele Gestrenge, Groot Agtbare, Wijdgebiedende Heere, en Cap Wel Edele Groot Agtbare Heeren. Dewijl ditmaal een nadere gelegendheid gezogt moet worden, voor de afzending der Papieren, daar ook de Soldij Boeken onder de behandeling van den dit Jaar aangekome soldij Boekhouder Cornelis Adriaan van Eijk, nog onder geen Balans of gereed Secreet. zijn 11
English
Receipt of Your High Nobles' separate dispatch noted regarding the distributed shipment of the Nutmeg. Answer to the mention in the text [illegible] with the documents against it, which, however, upon the assurance of this servant during the last earnest representation regarding this matter, will be delivered within a few days; thus the ship Holland is dispatched with the utmost speed, in order to be more assured of an unhindered and prosperous voyage with the Spices. And I present to Your High Nobles herewith beforehand with that keel, and the Vessel of the Citizen Spits, the duplicate Sets of Signals, accompanied by the Report of the Lonthoir Channel, which is still the same, to pass before Castle Nassau on the Island of Neira, for the Three ships that it may favorably please Your High Nobles to send to this Government for the coming Year, for the transport of the again required One Thousand Cojangs of Rice, and Further necessities upon the respectful Demand, with which I remain with the deepest respect and high esteem. Below stood: High Noble, Severe, Highly Respected, Far-Commanding Lord, and Noble Highly Respected Lords. Lower: Your High Nobles' very humble and obedient Servant. Was signed: L. J. Haga. In the margin: Banda in Castle Nassau the 28 August Anno 1789. To the same as before. Besides the general and Secret Letters to me and the Council, I had the honor to receive on 10 June of this Year Your High Nobles' Highly honored separate Letters of 31 December prior, to which I, respectfully answering, offer my gratitude for the Communication of the shipment to the Netherlands of the few Nutmegs and Mace that I had received from Oening and Adie from the Papuan Coast, to the Netherlands under Section 1. Section 2: And to the order under Section 2 to justify myself against the complaints of the Citizens Seidelman, van den Broeke, and Bode, that I should have compelled them, both by persuasion and soft words, to sign a Document on my behalf, without delivering the same to them for reading or in Copy! I present to Your High Nobles the Enclosures that shed some light on the manner in which I have been attacked, and that the mentioned complainants, misled by the Junior Merchant Kloek, also in passing by the Junior Merchant van de Walle, did not know what they were complaining about: this first instigator formed the documents against me out of his drunken parties in the basest manner, and in secret, and Sent the same off as such, and therefore I also took some care for the proofs for my defense so that they might not fall into his evil hands; and I took, as if in superabundance and because I did not know myself what troubled me, the testimony of the aforementioned and other Citizen officers, since I was certain that they would not or could not refuse the same: I say in superabundance! for everything that these testified had already been testified not only by the Members of the Political Council and among them, what is more, that same Kloek, but also by the first accuser Steenbergen, who, according to my desire, was ordered by Justice to state everything he knew that could be called misdeeds, and more I could not do! The above-mentioned complainants found just as little Difficulty as their co-signers in signing the Document on my behalf, and Seidelman merely Requested a Copy, which I deemed unnecessary and unserviceable since he would have had to deliver the same, if not of his own will, at least by force immediately to the Creator of my grief, his uncle Kloek. This Kloek has thus brought this upon me again, and I testify to Your High Nobles that I am stricken with Grief that, through the doing of such a vile Subject, whom it is said has since even done away with himself, I must continually Find myself under disadvantageous citations in the Papers, and that I also have no knowledge that matters occurred during my Administration, or that I had need to resort to baseness to defend myself, being in some Confidence, yet also in an acknowledgment of my shortcomings [illegible]
Dutch transcription
ontfangst van Hun Hoog Ed:s appakte eMissive de bedeelde verzending der Noten genoteerd. andwoord op de in den text vermel„ „man C: s: met de stucken daer tegen zijn, dog die op de verzekering van dezen bediende bij de laatste ernsti„ „ge Voorhouding deswegen, binnen weinig dagen bezorgd zullen wor„ „den; zo word het schip Holland ten allerspoedigsten gedepe„ „cheert, om meer gerust te zijn in een onverhinderde en voorspoedi„ „ge reise met de Specerijen. en ik presenteere Uwe Hoog Edelens by dezen voor af met dien kiel, en het Vaartuig van den Burger Spits de dubbelde Stellen Seinen, bij gevoegd van het Berigt van het Lontersche Canaal, dat nog het zelfde is, om te passeeren tot voor het Casteel Nassauw op het Eiland Neira, voor de Drie scheepen die het uwe Hoog Edelens gunstig behagen zal voor het aanstaande Jaar na dit Gouvernement af te Zenden, ter overvoer van de als nog weeder benodigde Een Duijzend: Cojangs Rijst, en Verdere behoeftens op den eerbiedigen Eisch, waar meede met de diepste eerbied en hoog agting blijve. /:onderstond:/ Hoog Edele, Gestren„ „ge, Groot Agtbare, Wijdgebiedende Heere, en wel Edele Groot Agt„ „bare Heeren. /:lager:/ uwe Hoog Edelens zeer onderdanigen en ge„ „hoorzamen Dienaar /:was getekend:/ L: J:s Haga; /:ter seide :/ Banda in 't Casteel Nassauw den 2:8: Augustus A„o 1789: Aan als Vooren. Bezijden de gemene en Secrete Brieven aan mij en den Raad, hebbe ik. op den 10:' Junij dezes Jaars mogen ontfangen uwe Hoog Edelens Hoogh g'eerde apparte Letteren van den 31: December bevorens, op dewelke ik eer„ van de Papoese Cust, na Nederland „biedig andwoordende, mijne dankbaarheit aflegge voor de Communicatie onder §1: van de verzending na Nederland, van de weinige Noten en Foelij die ik van oening en Adie ontfangen hadde. § 2: En op het bevel onder § 2: om mij te verandwoorden tegens de klagten van „de klagten, van den Burger seide „ de Burgers Seidelman, van den Broeke en Bode, dat ik Appart. haar - haar zo wel door persuasie als zagte woorden zoude genoodzaakt hebben een Schriftuur ten mijnen behoeve te tekenen, zonder het zelve ter lecture of in Copia aan hun lieden aftegeven! presenteere ik uwe Hoog Edelens de Belasen die eenig ligt afgeven op welke wijze ik aangerand ben, en dat de gemelde klagers misleid door den Onderkoopman Kloek, ook en passant door den onderkoopman van de Walle, niet geweeten hebben wat zij klaagden: deezen eersten aanvander formeerde de stucken te„ „gens mij uit zijn dronke partijen op een allerslegste wijze, en in het geheim, en Zond dezelve zodanig af, en des Zorgde ik ook eenigsints voor de bewijzen tot mijne verdediging op datse niet in zijne boze handen mogten komen; en ik nam als ten overvloede en om dat zelver niet wiste wat mij deerde, het getuigenisse van de voorschreeve en meer andere Burger officieren, daar ik verzekert was datse het zelve niet zouden of konden wei„ „geren: ik zegge ten overvloede! want alles wat deze getuigden, reeds getuigd was niet alleen door de Leden van den Politicquen Raad en daar onder„ wat meer is, dien zelfden kloek, maar ook door den eersten aanklager Steenbergen, die na mijne begeerte, door de Justitie g'ordonneert waso alles op te geven wat hij wiste dat ondaden zouden kunnen genaamd worden, en meer hebbe ik niet kunnen doen! de bovengemelde kla„ „gers vonden zo min als haar mede tekenaren Swarigheid om het Schriftuur ten mijnen behoeve te tekenen, en Seidelman Verzogt slegts om Copia, het welke ik onnodig en ondienstig agtede daar hij het zelve zo niet uit eigen wil, ten minten met geweld al aanstonds aan den Verwecker van mijn verdriet zijn oom kloek zoude hebben moeten afgeeven. dezen kloek heeft mij dit dan weder bezorgd, en ik betuige uwe Hoog Edelens, aangedaan te zijn van Smerte dat ik door toedoen van zulk een segt Subject, die men wil dat zig se„ „dert zelfs van kant geholpen heeft, mij gedurig onder nadelige aan„ „halinge bij de Papieren Vinden moet, en dat ik ook geen kennisse drage dat 'er gedurende mijn Bestier zaken voorgevallen zijn, of dat ik het nodig gehad hebbe tot laagheeden over te gaan om mij te verdedigen, in eenige Vertrouwen zijnde, dog ook in een erkentenisse van mijne ge„ „breken da li van
English
...deeds of Kloek and Benteling, concerning the forcing of the stocks. Expression of thanks for Your Right Honourables' satisfaction. Rice. Reason why the remainder had formerly run out. ...frailties that I have in common with my fellow men, that I may summon all of Banda from the first to the last, whoever he may be, as a witness. And for so long I have also been able and obliged to comfort myself with the hope that the slightest testimonies in my favour would be sufficient against the harmful ones of one of my wicked and worst servants and inhabitants; just as I am and remain humbly grateful to Your Right Honourables for the advance satisfaction granted to me concerning the said Kloek, and the full satisfaction regarding the second disturber of the peace, Adrianus Johannes van Steenbergen, which latter, according to the honoured orders, has been relegated to Rosingain, and who also seems to be convicted of his crimes. While concerning the remark about leaving unpunished the actions of Kloek and also those of the former Castle Head Surgeon Benteling, I respectfully reply that, having arrived in an unruly household which, as of old, contained many difficult persons, I had to seek recovery in the best manner, and that, not yet knowing Kloek fully, upon his strong requests and promises of amendment, after the forcing of the stocks at the Provost's, I merely administered a sharp reproach in some best hope, and placed the said Benteling, who had sought him out and incited him thereto, under arrest in the Castle, and treated this accordingly, in the gentlest manner, by which method I also got through it, and was faced with no complaints or burdens, until, finding no further way out to play their role, they secretly slandered me; and herewith I pray for Your Right Honourables' favourable thoughts concerning me. Section 3: That Your Right Honourables under Section 3 and 4 expressed satisfaction and held yourselves pleased with my care regarding the rice and the dispatch of the list of recipients was pleasant and a cause for gratitude to me. The remainder of rice upon my arrival was extremely small, and had as its principal cause the failure of the third ship to arrive more than once, and that in the last three years, in order to save a ship, only two ships had been requested, although according to the account of the sick Lord Governor Seidelman, when the terrifying reports were brought to him that the rice was at an end, there still ought to have been some lasts remaining. Section 4: Purpose of the quote stating that the Servant also cannot do without the rice for payment. Concerning the rice granted this time. Reason why the ship was detained, and the spices sent with a burgher vessel. To which, and for the papers, a Company vessel from here could in time be employed. I had made the quotation that the poor Servant, just as little as the park-keeper, could do without the rice for payment, in order to draw Your Right Honourables' further compassion, so that perhaps with the list being sent over the provision might not be reduced or I might be ordered thereto, having already made close inquiry into this and sought for the provision—dealing with the citizens upon the request of the citizens for the allocation of the required rice for this time, disposed as the general advices show. Meanwhile, upon the grievances presented to me, I have the households of the most destitute good citizens who cannot pay the highest price written down, in order, upon an approval to be prayed for, to accommodate them therein to some extent, in the hope that private import in the coming year may make assistance on the Company's behalf less necessary. Section 6: I shall make use of Your Right Honourables' approval to dispatch the spices of the late crop, as occasion offers, with a private vessel, but for that purpose no opportunity presented itself this time, since the only vessel remaining until autumn, belonging to the Burgher Spits, would, as he declared, have to depart too early, and the last ship also had to take in the sulphur earth. But upon the recovery of native affairs, the other means to avoid detaining a ship until autumn might pleasantly be to employ a Company sloop or padewakang in the autumn for that purpose and for conveying the papers, which can still return in that same autumn; which could not take place at present, as the vessels suitable for this had to remain at hand, and I could not know whether the Lord Governor of Ambon...
Dutch transcription
ten van kloek en Benteling, over het foreeren „ het blok dankbetuig: voor H: H: Ed=s genoegen Rijst. on reden waar door het Restant, voortijds, ten einde was „breken die ik met mijn evenmensch gemeen hebbe, dat ik gantsh Banda van den eersten af tot den laatsten toe, wie hij ook zijn mag, tot getuige mag sommeeren. en zo lange hebbe ik mij ook mogen en moeten troosten met de hope, dat de minste getuigenissen voor mij, genoegzaam zijn zouden tegens de nadeelige van een mijner bose en Slegtste Dienaren en Jngezetea „nen; gelijk ik uwe Hoog Edelens needrig dankbaar ben en blijve voor de mij in voorraad geschonke satisfactie op den gemelden kloek, en de vol„ „le voldoening op den tweeden rustverstoorder Adrianus Johannes van Steenbergen, welke laatste, na de g'eerde beveelen, na Rosingain ge„ en ten belange van het minder strd wrelegeert is, die ook van zijn misdaden als overtuigd schijnd te zijn. ter„ „wijl ten belange der aanmerking over het Straffeloos laten der bedrijven van kloek en ook die van den gew: Casteels Opperchirurgijn Benteling„ eerbiedig andwoorde, dat ik gekommen in een verwilderd Huishouden dat, als Van ouds, veele uitgezogte perzonen inhield, op de beste wijze de herstelling hebbe moeten zoeken, en dat ik kloek nog niet ten vollen kennende denzelven op zijn sterke Verzoeken en beloften ten goede, na het forceren van het Blok bij den Geweldiger slegts een Scherpe repro„ „che in eenige beste hope toegepast, en gemelde Benteling die hem daer toe opgezogt en aangezet hadde, in het Casteel in arrest gesteld hebbe, en dit zodanig, op de zagtste wijze behandelde, op welke ma„ gor „nier ik 'er ook door geraakt, en met geen klagten of lasten voorgekomen ben, tot dat men geen langer uitweg vindende om zijn rol te spee„ „len, mij in het geheim belasterde en hier mede bidde ik, om uwe Hoog Edelens gunstige gedagten over mij. - rang aan „zom van visen §3: Dat uwe Hoog Edelens onder § 3: en 4: hetgenoegen betuigd, over de zorge in den verkoop van de en zig voldaan gehouden hebben over mijne zorge op de Rijst, en het afzenden der Lijste van de genieters, was mij aangenaam en tot dank„ „baarheid: het Restant Rijst was bij mijn aankomst aller geringst en hadde principaal ten oorzake het meer dan eens agterblijven van het derde Schip en dat in de drie laatste Jaren, ten einde een Schip uijt te winnen, slegts om twee Scheepen Verzogt was, hoewel 'er na de reke„ „ning oog voor der zoud § 4: oogmerk, met de aanhaling. dat den Dienaar ook de Rijst voor bet: niet ontbezen kap. van de ditmaal toegestane Rijst. „oorzake waarom het schip weder komen met een Burger vaart: zijn ver„ „zonden. waar toe, en voor de Papieren, in zoude kunnen g'emplojeert worden „ning van den zieken Heer Gouverneur Seidelman, toen hem de Verschrickende berigten gebragt wierde dat de Rijst op het ein„ „de was, nog Eenige Lasten per Restant moesten zijn. Jk hadde de aanhaling gedaan dat den armen Dienaar even zo min als den Perkenier de Rijst tegens betaling ontbeeren konde, om uwe Hoog Edelens verder medelijden te trecken, op dat mogelijk bij de overge„ „zonde Wordende Lijste de Verstrecking niet vermindert of ik daar toe g'ordonneert mogte worden, daar reeds in deezen nauw nazoek gedaan hebbende, voor de Verstrecking gezogd hadde - zijnde op het Verzoek van aan de Burgers, handelen de Ad„ de Burgers, om de toedeling van de benodigde Rijst, voor ditmael zodanig gedisponeert als de gemeene Advisen Vertonen, ik laat in„ „tusschen op de voor mij uitgebragte beswaren, opschrijven de Huisgezimen Van de allerbehoeftigste goede burgers die de hoogste prijs niet betalen kunnen, om op een aftebidde goedkeuring, dezelve daar in eenigsints te gemoed te komen, in hope dat den particulieren aanbreng in het aan„ „staande Jaar de adsistentie 'sComp.:s wegen minder noodzakelijk maken mag. § 6 van de goedkeuringe uwer Hoog Edelens om de Specerijen van aangehouden is, en de specerijen met het Nagewas, bij gelegendheid, met een particulier vaartuig aftezen„ „den, zal ik gebruik maken, dog daar toe is ditmaal geen occagie voorgekomen daar het eenigste tot het najaar overgebleve Vaartuig van den Burger Spits, zo als hij betuigde te Vroeg zoude moeten vertrecken, en het laatste Schip de Swavel Aarde ook inneem en moes„ „te: maar bij herstel van de Jnlandse zaken zoude het ander middel om der tijd een Comp„s vaartuig van hier, geen Schip tot het najaar op te houden, met behagen kunnen zijn, om een Comp„s Chaloup of Patjalling in het najaar daer toe en tot den overbreng der Papieren te emplojeeren, die nog in dat zelfde na„ „Jaer weder kan te rug keeren, het geen tans geen plaats heeft kun„ „nen vinden, daar de hier toe bequame vaartuigen aenhanden moes„ „ten blijven, en ik niet weten konde of den Heer Ambons Gouverneur te„ van visen. en ma„ Spee„ Hoog 2
English
80,000 Pounds of Gunpowder shall be retained again. 1. 8. Answer: why fewer military men, also of Auxiliary troops for Aroe. Note regarding the Rebel Noekoe. Governor in the undertaking on Toram or otherwise, should need and request assistance. Section 7: In continuation of Folios 5, 6, and 7, I shall hold in due respect the charges and intention appearing at Section 8 for the retaining again of 80,000 Pounds of Gunpowder determined in the Memorandum of Household Management. And regarding Your High Honours' astonishment mentioned at Section 9, that, since as many as 253 Military personnel were missing from the quota, I had asked for only 150 men, I serve respectfully to state that, because of the continually received declarations of the exceedingly great shortage of people, I wished to be less troublesome, and had hoped for relief from Amboina with 100 Men, effective for the Garrison here. Request for the necessary relief. Then, since the reinforcement now becomes more and more necessary, at least up to the strict quota, I humbly request the necessary relief which was humbly requested in the Secret letter from me and the Council, and even if it were only, with regard to the Auxiliary troops, half or One Hundred men, when one hopes to bring about a conclusion to the affairs of Aroe and satisfaction to Your High Honours. Section 9: Having found the 10th paragraph citation, I answer with regard to the Rebel Noekoe at paragraph 11, that I have always had to doubt whether he would trust the situation at Amboina; and that recently the Gentleman Governor of Ambon, Schilling, requested assistance from me, for the true Interest of the Lords and Masters, in case I might be able by one means or another to capture that disturber of the peace, since otherwise neither Amboina, nor Banda, nor indeed Tidore itself would ever attain peace. And of the Island of Damme, burden and Produce. The Regents and Captain who arrived from there have departed back satisfied. With assurance of loyalty, and that they know of no spice trees. Noted, the cessation of navigation to Batavia by the Cerammers to Java and Thoughts on the Nutmeg Plantation, and further assurance in that regard. With which sentiment I must completely agree. Section 10: Regarding the Island of Damme and the Village Chiefs there, noted at Section 12, I express to Your High Honours my humble gratitude for the satisfaction received in the approval of my arrangements, the requisition for Sulphur Earth being partially met with the quantity mentioned in the general advices. And I shall also look to encourage the Islander moreover to the Delivery of the necessary oil, and whatever can be done concerning Timber and other Products that may fall to the Island: and in the general Resolutions of 24 December of the past Year it is recorded that the two Regents and a Captain from the Negorijs Timor and Solat who arrived here departed back to their land very satisfied, leaving behind a Malay Address of thanks for the received kindnesses, and the strongest promises down to their descendants, of obedience and Loyalty, and whereby they subject themselves to the greatest punishments in case they tolerate and conceal True Spice Trees on their Island, declaring not to know that a single one is to be found there. Section 11: The notice given to me under Section 13, that Your High Honours have been pleased to waive the Navigation of the Cerammers to Java and Batavia, I let serve for my information. Section 12: And upon Section 14, I thank very humbly that my Thoughts on the manner of Planting and the maintenance of the Nutmeg Trees have been able to satisfy, with thanks for Your High Honours' approval, with the declaration that the care for this Principal interest remains my earnest chief pursuit, just as the citation thereof appears in the general Advices, and that I have thereby, in Heaven's blessing, gained much, for, I may not conceal it: some ill-disposed or sluggish Park-keepers work through compulsion and out of fear of my visit, which, being uninterrupted, with them no longer
Dutch transcription
80000: Ponden Buskruit, zullen we„ „der aangehouden worden I. 8: antw: waarom, minder militairen ook van Hulptroepen voor Aroe. notitie ten aanzien van den Re„ „bel Noekoe. Gouverneur in de onderneminge op Toram of andersints, adsisten„ „tie nodig hebben en vragen zoude. § 7: ten Vervolgen van F:s 5: 6: en 7:, zal ik den bij § 8: voorkomende lasten en intentie tot het weder aanhouden van 80'000 Ponden Buskrui bij de Memorie van Menage bepaald, in schuldige agting houden En ten aanzien van uwe Hoog Edelens verwondering bij gewaage zijn, alser manquerden § 9: dat, daer wel 253: Militairen aan de bepaling te min waren ik slegts om 150: koppen gevraagd hadde. diene ik eerbiedig, dat ik om de bij aanhoudendheid ontfangen wordende betuiging van het over grote Volk=-gebrek, minder lastig hebbe willen zijn, en gehoopt hebbe op het ontzet uit Amboina met 100: Mannen, effectief voor Guarnizoen alhier: de Ho Verzoek om het bendigde ontset, dan daar nu de versterking, ten minsten tot op de nauwe bepaling meer en meer noodzakelijk word, zo verzoeke ik eerbiedig om het be„ „nodigde ontzet het welke bij de Secrete van mij en den Raad ood„ „moedig is Verzogt, en al was het ook maar, ten aanzien van de Hulptroepen, met de helfte of Een Hondert man, wanneer men hooft om de zaken van Aroe den uitslag, en aan uwe Hoog Ede„ „lens genoegen te bezorgen. door g § 9: De 10:de T aanhaling gevonden hebbende; andwoorde ik ten aan„ „zien van den Rebel Hoekoe bij T II:, dat ik altoos hebbe moeten twijffelen of hij te Amboina het spel vertrouwen zoude; en dat laatst den Heer Ambons Gouverneur Schilling van mij verzogt heeft om adjude, voor het ware Belang der Heeren en Mees„ „ters, ingevalle ik door het een of ander middel in staet mogte zijn dien rustverstoorder magtig te worden, daar tog anders nog Am„ „boina, nog Banda, Ja Tidor zelve nimmer in rust geraken zoude. an 1 „m van en van het Eijland Damme, last en Product. de van daar opgekome Regenten en Capitain, zijn vergenoegd, terug vertrocken. met trouw verzekering, en dat van geen specerij Banen weten. genoteert, het afzijn van de vaert Batavia. Bedenk: over de Note Plantagie, en Verdere Verzekering deswegen. zoude! bij welke gevoelen ik zodanig. het mijne voegen moet. § 10: Ten Belange van het bilande Damme en de Dorpshoofden aldaar genoteert bij § 12: betuige ik uwe Hoog Edelens mijne oodmoe„ „dige dankbaarheid Voor het ontfange genoegen in de approbatie mij„ „ner bestellingen, wordende den Eisch van Swavel Aarde gedeelte„ „lijk voldaan met de bij de gemeene advisen vermelde quantiteit. en ik zal ook uitzien om den Eijlander daar en boven aantemoedigen tot de Leverantie van de benodigde olij, en wat omtrent Houtwer„ „ken en andere Producten die op het Eiland mogen vallen, gedaan kan worden: en bij de gemene Resolutien van den 24: December des gepasseerden Jaars is aangetekend dat de alhier op gekome twee Re„ „genten en een Capitain van de Negorijen Timor en Solat, zeer Ver„ „genoegd na hun zandt te rug vertrocken zijn, met agterlating van een Maleids Addres van dankzegging voor de genote goedheden, en van de sterkste beloften tot op hunne nazaten, tot gehoorzamheit en Trouwe, en waar bij zig onder werpen aan de grootste straffen, ingevalle zij op hun Eiland Egte Specerij, Bomen gedogen en Verbergen, verklarende niet te weten dat 'er eene te vinden is. § 11: De aan mij gegeve kennisse onder § 13:, dat uwe Hoog Edelens hebben door de Cerammers na Java en gelieven af te zien van de Vaart der Cerammers na Iava en Batavia, late ik ter narigt Strecken. § 12: En ik bedanke op § 14: zeer nedrig, dat mijne Bedenkingen over de dan kE= over H: H: Ed=s approbatie der manier van de Aanplanting en het onderhoud der Note Bomen, hebben mogen voldoen, met betuiging dat de zorge voor dit Hoofd belang mijne ernstige hoofd bezigheden blijven, gelijk daar van bij de gemeene Advisen de aanhaling Voorkomt, en dat ik daar mede in S Hemels zegen, veel gewonnen hebbe, want, ik mag het niet Verbergen: eenige min welden kende of trage Perkeniers arbeiden door dwang en uit bevreesheid voor mijn bezoek, dat onafgebroken zijnde, bij haar niet meer „
English
...few days is expected. ...demonstration regarding, and requests the interest. ...the appointment of the secunde as fleet commander of the Aru Expedition, thanked. Upon the complaints of the Heir, his latest books of Hollandia were examined, but his Honour's debit has not been settled, thus... ...delivery of mace, which is trusted more and more within. I look forward towards the end of this or the beginning of the coming year 1788 to a fine delivery of fifty or so soekels of mace or thereabouts, for a part of the coming year. Paragraph 13: while with regard to paragraph 15 concerning the annual provision of 7000 rixdollars for making good the suspended interest at the orphanage and the diaconate, I respectfully submit that I have looked to relieve the Company thereof for this year, through economical distributions and through the balances that had remained from previously received funds; and I now most humbly request again the usual 7000 rixdollars for these bodies, on behalf of the park-keepers who are still unable to pay the interest on the debts upon their spice lands, and I shall in the meantime see again what can and may be done for this purpose. For the approval of the intention to employ the senior merchant and secunde s Gravezande as Head of the Expedition to Aru, I am grateful to Your Right Honours. Paragraph 15: and I note upon the I. I. in the dispatch of Your Right Honours, also dealt with herewith, that the examination of the office books of Hollandia has been fully concluded, and the complaint of the Heir of the late Governor Seidelman has amounted to nothing, as the common advices now departing report at length; and matters stand likewise with the shameless demanding back of the pay accounts of the said late Governor through the pen of Kloek, whereas far from the debts having been paid at that time, the same have to this day received no settlement, on which account those accounts must still be kept in custody, which the Heir, following his request in the past year, had been permitted to remit to the Netherlands, because with the value thereof in cash he would reduce the debit here. The circular letter of 12 February 1788 received. Also the extract minute of 20 June with the secret dispatch from the Fatherland mentioned therein. And the resolution of 4 November against Spanish ships. The signals have been sent in duplicate. The fleet. Paragraph 16. Furthermore, I have received via Macassar both the original and duplicate circular letter of Your Right Honours to the respective Governors of the eastern Governments dated 12 February of the past year regarding the divisions and disturbances in the Republic, which remained there over season because the opportunity had passed. And subsequently there has come to me the extract minute of that resolved by Your Right Honours on 20 June of the past year, with a copy of the Secret Dispatch mentioned therein from the Right Noble and Right Honourable Directors at the Chamber of Amsterdam dated 8 November 1787, regarding the unexpected and fortunate revolution of affairs in the same. Paragraph 18: and finally, what is contained in the extract from the Resolutions of Your Right Honours of 4 November of the same year serves for my instruction, to admit no Spanish ships at any places under the Company's jurisdiction, much less to render any accommodation to the same, etc., annexed to a copy of a separate dispatch from the Lords Principals to the Governor and Secunde at the Cape of Good Hope dated 8 October 1774. Paragraph 19: I have had the honour to offer the Secret Signals to Your Right Honours in duplicate, alongside my humble letter of 28 August last. Paragraph 20: And concluding herewith, I wish Your Right Honours the prosperity of the Netherlands Company, with the best blessings of Heaven, and remain with the greatest esteem and veneration. At the foot was written: Right Noble, Severe, Right Honourable, High-Commanding Lord, and Right Noble and Right Honourable Lords. Lower: Your Right Honours' humble and obedient servant. Signed: L. Js Maga. In the margin: Banda, in Castle Nassau, 23 September of the year 1789. Agrees. P. D. M. Vander Na Secretary. Secret letter from Their Right Honours. Number 2. Number 2. The governor and secunde defend their previously made statement regarding the field redoubt on Cajoe-mera. Batavia. To His Right Honour, The Right Noble, Severe, Right Honourable, High-Commanding Lord Willem Arnold Alting, Governor-General, and The Right Noble and Severe Lords, Councillors of Netherlands India, etc., etc. Right Noble, Severe, Right Honourable, High-Commanding Lord, and Right Noble and Severe Lords. When in the year 1786 regarding the maintenance of a certain still necessary field redoubt on Cajoe-mera we had the honour to report that, through the repairs made thereto to the amount of 640 rixdollars, everything was in the best order, firm and strong, we did not intend to report erroneously, it being beyond our fault that the palisades, which at that time were supplied by the King of Ternate... Secret copy.
Dutch transcription
„nig dagen te gemoed word gezien „e aantoning wegens, en verzoekt „de Renten. „men van den secunde tot vloot„ „hoofd der Aroese Expeditie, be„ „dankt. Op de klagten van de Erffgenaem zijn deszelfs laatste Boekjes van Hollandia onderzogt. dog zijn Ed: debet is niet voldaan, dus Foli zeverantie, die binnen wermeer word Vertrouwd. ik zie tegens het einde van deze of het begin van de de aanstaande een Schone Leverantie van Vijftig â soekels Foelij of daar 1788 omtrent te gemoed, voor een deel van het toekomende Jaar. § 13: terwijl ik ten belange onder § 15: van het Jaarlijks fournissement om Rijxd„ 7006: voor de stilstaen „ van Rijxdaald=s 7000: tot goedmaking der stilstaande Renten bij de weeskamer en Diaconij eerbiedig diene, dat ik uitgezien hebbe om de Comp: daar van Voor dit Jaar ontheven te laten, met de Zuinige verstreckingen, en door de Restanten welke uit de Vorige ontfangen gelden waeren overgebleven. en ik verzoeke tans weder op het oodmoe„ „digste om de gewone Rijxd=s 7000: voor dit Collegien, ten behoeve der Per„ „keniers die nog buiten vermogen zijn om de Jntressen van de Schulden op hunne Specerij Landen te betalen, en ik zal tusschen beiden weder zien, wat ten dezen behoeve kan en mag gedaan worden. tegen Voor de approbatie van het bende voor de volle approbatie van het voorneemen om den opperkoopman en Se„ cunde s Gravezande tot Hoofd van de Expeditie, na Broe te emplo„ „jeeren, bin ik uwe Hoog Edelens dankbaar. - § 15: en noteere op het I: I. bij de, hier mede afgedane, Missive van uwe van de Heer Gouverneur Ceidelman Hoog Edelens! dat het onderzoek der Comptoir Boekjes van Hollan„ „dia ten vollen zijn beslag erlangd heeft, en het klagen van den Erfge„ „naam van den Heer Gouverneur Seidelman op niets uitgeko„ „men is, gelijk de tans afgaande gemene Advisen daar van de breede melding doen; en het even zo gelegen is met de onbeschaamde te rug zijn de Reekeningen aangehouden, vraging van deze, door de pen van Kloek, van de Soldij Rekening„ „gen van wijlen gemelde Heer Gouverneur, daar wel Verre, dat te dier tijd de schulden voldaan waren, dezelve tot heden geen afbetaling gevon„ „den hebben, hoedanig als nog die Rekeningen in bewaring gehouden moeten worden, die den Erfgenaam na zijn verzoek in het voorleede Jaar toegestaan waren om na Nederland over te maken; om dat hij met de waarde van dien in Contant, alhier het het debet zoude verminderen. 3 de Circ: Brief van den 12: febr: 1788: ontf: 11 ook het Extract notul van den 20. Junij met de Patriase secrete missive door bij vermeld en het Besluijt van den 4: Novemb spaanse schepen. de seinen zijn dubbeld afge„ „zonden. het flet. § 16. Vervolgens hebbe ik over Macasser ontfangen, beide, de origineele en Dupp=t Circulaire Brief uwer Hoog Edelens aan de respective Gou„ „verneurs der oostersche Gouvernementen van den 12: februarij A„o pass=o nopens de verdeeldheeden en onlusten in de Republicq; die aldaer, om dat de gelegendheid voor bij was, is blijven overleggen. En nader is mij geworden het Extract Notul van het door uwe Hoog Edelens geresolveerde Van den 20: Junij des voorleede Jaars; met Copia van de daer bij vermelde Secrete Missive van de welEdele Hoog Agtbare Heeren Bewindhebberen ter kamer Amsterdam van den 8. November 1787; over de onverwagte en geluckige omwenteling van zaken in dezelve. § 18: en eindelijk Streckt mij ter narigt het vervatte bij het Extract uit uwe tegens het admitteren en z: van Hoog Edelens Besluijten van den 4: November desselven Jaers, om geen Spaanse schepen op eenige plaatsen onder 'sComp„s resort toe te laten, veel min aen dezelve eenige gerieflijkheid te bewijzen enz:, an„ „nex Copia apparte Missive der Heeren Majores, aan de Gouverneur en Secunde aan Cabo de Goede Hoop van den 8 october 1774:- § 19: De Secreete Seinen hebbe ik de eere gehad uwe Hoog Edelens dusbel„ „voudig dan te bieden, bezijden mijne nedrige Brief van den 28: Aug:s late § 20: En hier mede eindigende wensche ik uwe Hoog Edelens, den welvaard van Neerlands Maatschappije, met de beste zegeningen des Hemels, en blijve met de grootste Hoog agting en Veneratie. /:onderstond:/ Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtbare, wijdgebiedende Heere, en Wel Edele Groot Agtbare Heeren. /:lager:/ uwe Hoog Edelens onderdanigen en gehoorzamen Dienaar /:was getekend:/ L: J:s Maga /: ter seide:/ Banda In 't Casteel Nassauw den 23 September A„o 1789: Accordeert. P: D: M: Vander Na Secretaris. 11 4 Geeneete Brieft van Hun Hoog Edelh=s N„o2 No„ 2 ti De gouverneuren secunden 1: verdeedige hunne voormaals gedane opgave nop„s de veldschans op Cajae-hera Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog-Edele Gestrenge, Groot, Agtbare Weijdgebiedende Heer Willem Arnold Hetting Gouverneur Generaal Novens Mr De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India C„a C: Cs Hoog=Edele, Gestenge, Groot, Agtbare, Weidgebiedende Heer. en Wel Edele Gestrenge Heeren. Toen wij A„o 1786. ten belange der op Caijoernera der/ aan houding seeker nog benodigde veldschans, de Eere hadden te melden dat door de daar aan gedane reparatien tot rd„s 640:- alles in de beste onder, hegt en strek was, hebben wij niet verkeerdelijk willen opgeven. sijnde buijten onse schuld dat de Palissaten, welke te dier tijd door den koning van Copia secreet Ternaten t 43. 6
English
§ 2: One avoids incurring further expenses on this. The fortifications will remain in statu quo. § 3. Ternaten, supplied for nothing, have perished so quickly, for which His Highness also bears no blame, as the said palisades were made from durable, albeit indigenous, wood, and which palisades, for better preservation, were scorched to just above the ground. But since at the very first delivery of new ones—for the felling of which, as noted in § 7 of our secret letter of 6 September 1788, orders had been given—it immediately became evident that the native can supply no better quality of wood; we have therefore satisfied him for what was delivered out of our own pocket, countermanded the further felling of palisades, and subsequently had the decayed ones replaced with sago palms, which are felled and put in place by our own people at no expense to the Company, and with which we shall see to keep things going for some time yet. None of the changes and renovations to this castle, etc., proposed in our aforementioned letter, have in the meantime been undertaken, in conformity with Your High Right Honourables' revered intention and that of the sovereign highest mentioned, who wishes to dispatch skilled engineers to inspect the fortification works in the Indies. § 4. An unsent plan. The plan not received from the engineer von Lutzow regarding the relocation of the castle gate is appended hereto and transmitted. § 5. Nothing extra is charged for the dredging of the castle moat. Having approved the repairing of the decayed masonry of the castle walls and the dredging of the moat, the latter under note of remark, we inform Your High Right Honourables that the moat was dredged by the daily permitted hired labourers, and that no extra charges were incurred for this, the dredging of the castle moat, although it quickly fills up again, being quite necessary from time to time to prevent it from running completely dry. § 6. The forts at Manado and Gorontalo have been surveyed; the plans made thereof are transmitted. Reports having been provided to us in two submissions dated 30 May last by the Captain-Engineer von Lutzow, together with the appended plans, demonstrating the defects of the forts Amsterdam at Manado and Nassau at Gorontalo, and also showing the estimated costs to be incurred for improvements, nothing else has been determined in that regard other than to send the aforementioned reports and plans to Your High Right Honourables, as is done herewith under numbers... § 7. Reference to the Governor's separate letter regarding the success of an expedition carried out by Tidorese plenipotentiaries. The successful outcome of the small fleet of kora-koras sent out against his antagonists by order of His Highness the King of Tidore with our prior knowledge, having been communicated by the first undersigned in his separate letter of 15 August of the current year, § 21. § 8. The repairs to the small fort on Tidore make slow progress. With the improvement of Fort Tobbo Tobbo on Tidore, progress is slow, as it must be carried out by the native inhabitants there and at their own expense; it is known, however, that the walls are mostly completed, but that the structures inside are still in their old, dilapidated state. § 9. Nothing further is heard regarding an alleged agreement between Poanilie and the Limbottos. Having heard nothing further regarding an agreement that is said to exist between Poanilie and the Limbottos, other than what was cited in this regard in § 25 of our aforementioned secret letter dated 6 September 1788, which amounts to the fact that the Limbottos are said to have agreed with Poanilie's son, who formerly came to trade at Quandang (at times orally), to warn one another whenever they had reason to fear attacks from one nation or another. § 10. Baijer says that an earlier evacuation of Quandang was made impossible for him. Thus, concerning the explanation demanded of Baijer as to why he did not leave Quandang earlier, pursuant to the orders received, after having first spiked the artillery and rendered the gunpowder unusable, we must report: that Baijer brought forward in his defence before Gorontalo's Resident De Swart that the Limbotto kings gave him strong assurances of courageous resistance in case of need, and that they moreover watched him very closely, so that an earlier retreat would have been impossible for him, see secret letter from De Swart dated 13 October 1788. § 11. We see, however, that Fort Leiden there was quickly abandoned by the old king Nachie, even during the retreat of our men, and left entrusted solely to the vigilance of the Gorontalo walapulu Tottick and Limbotto Captain Amatie, and a few Gorontalese who came to help from the Mandang; it remaining a mystery to us why the enemy did not then take possession of it, unless they were not after booty, but rather the lives of the Dutch garrison, who fortunately escaped. § 13. However much we have kept in view the interests of the Company during the write-offs that took place on 31 January of the current year regarding the losses caused by Poanilie on Gorontalo and Quandang, as well as the expenses incurred in sending war fleets to both said residencies, the same have nonetheless turned out far above our expectations and have together amounted to
Dutch transcription
Men vermijd daar aan ver„ §2: „dere bekorstigingen te doen. De fortificatie, werd 3. oken blijven in statu quo. komt over. Ternaten, voor niet zijn besorgd, soo schielijk vergaan zijn waaraan sijn Hoogheid meede geen schuld heeft dewijl ged Galissaden van goedduursaam hoewel Inlandsch Hout sijn aangemaakt geworden. en welke Pallissaden, tot meerdere conservatie, tot even boven den grond gebrand sijn Dan vermits bij de allereerste aanbreng van nieuwe„ tot welker aanhapping, als bij §. 7: onser secreete Letteren van den 6: septem: 1788. genoteerd, staat, Last gegeeven hadden, al aanstonds bleek dat de Inlander geen beeter sorteering van zout leeveren kan; zoo hebben wij denzelven wegens het geleverde uit gorive beurs gecontenteerd, de verdere aankapping van Pa„ „lissaden gecontramandeert en de vergane voorts doen remplaceeren met saguur=boomen welke door eigen volk worden ongeveld en geplaats, buijten koste van de Comp„e en waarmeede wij het nog een tijd lang sullen zien gaande te houden Geen van de in opgemelde onsen brief voorgestel„ aan dit Casteels enz: „de veranderingen en vernieuwingen sijn intus„ „schen bij de Hand genomen, Contorm under Hoog„ „Edelheden gevenereerde intentie en die van den souverain Hoogst gemeld dewelke kundige In„ „genieuws wil afsenden, ten opneem der Indi„ „sche Fortificatie. werken. Een niet versonden Plan ƒ 4. Het niet ontvangen Plan van den Ingenieuw von Luttoir gewens de verplaatsing der Casteels Cas Poord. ex 45. voor het uit dieven der 5 Casteels gragd word niet extra opgebragt. De porten te Manado en §6. gorontalo sijn opgenomen: de daarvan gemaakte plans komen over overwijsing na 's gou„ 7 „verneur 's avarten brief weg„s het succes eener door de Tido„ „reesen volmagten Expeditie Poort, komt deesen agter gevoegd, over„ Het repareeren van het vervallen Metzelwerk der muuren van't Casteel en uitdiepen der gragt gepasseerd zijnde, het laatste onder remarque, brengen wij ter kennis van uwe Hoog Edelheeden dat de gragt is uit„ „gediept door de dagelijks toegestaane Huurlingen en dat daarvoor dus geen extra ongelden sijn opgebragt, sijnde het uitdiepen der Casteels gragt, hoewel schie„ „lijk weder vol loopt, nu en dan nog al nodig om te verhinderen dat sij niet geheel droog word. ons door den Capitein Ingenieur van Luthond in twee ter zetting van den 30:e Maij L: L: gediend hebben„ „de berigten en daarbij gevoegde Plans sijnde aange„ „toond de gebreeken van de forten Amsterdam te hanado en Nassauw te Gorontalo, met aantoo„ „ning tevens der door aan te doene calculative kosten tot verbeetering soo is daaromtrent niet anders vast gesteld dan alleen de te doene toeschik„ „king van voorseide berigten en Plans aan uwe Hoog Edelheeden, gelijk geschied bij deesen sub Nume„ „ris. . . . - Het goed gevolg der op ordre van zijn Hoogheid den koning van Tidor met onse voorkennis tegen sime Antagonisten uitgesonden Corra Corra vlootje door den eerstgeteekende in sijnen aparte brieff van den 15. Aug„so n„o a„o §. 21. bedeeld zijnde geworden 88. de verhelpingen aan het §8. bortje op Tidor hebben wage voor„ wegens eene tusschen Pra, § 9. „nilie in de Limbottert ver„ „onderstelde overeenkomst word niets nader vernomen. Baijer segd dat hem de §10. vroegere verlating van quan„ „dang ondoenelijk is gemaakt. met de verbeetering van het op Tidor sijnde Fortje Tobbo Tobbo gaat het langsaam voort als door den Jnboorling aldaar en op eigen kosten moetende geschieden: hen weet nogtans dat de muuren meest voltooid dog dat de opstallen daarbinnen nog in haar oude vervallen staat zijn. wegens eene overeenkomst, die 'er soude zijn tusschen Foamilie en de Limbotters, niets nader vernomen hebbende, dan wat hieromtrent is aangehaald bij §. 25. van voormelde onze se„ „creete Letteren d: d: 6: Septembr: 1788. en daarop uitkomt dat de Limbotters met den eertijd te Quandang ten handel gekomen zoon van Poanilie /:somtijds mondeling=/ afgesprooken sonden hebben elkanderen te zullen waarschouwen wanneer te dugten hadden voor de aanslagen van de eene of andere Natie. soo moeten wij nopens de van Baijer gevergde verantwoording, waarom hij niet vroeger, ingevol„ „ge de ontvangen ordre, Quandang heeft verlaten, na alvorens het geschut vernageld en het kruid onbruikbaar gemaakt te hebben: ter kennis brengen: dat Baijer dienwegens voor Gorontalos Resident De Swart tot verschoning heeft ingebragt dat hem de Limbotse koningen sterke versekeringen gedaan hebben van manmoedige „gang. 47. manmoedige tegenweer in cas van nood, en dat zij hem bovendien seer nouw gade geslagen hebben invoege hem eene vroegere retraite on„ „doenelijk ware geweest, vide secreet schrijvens van de Swart de dato 13:e october 1788. —. „§ 11. Het fortje Leiden aldaar is, zien wij van agte„ te heb„ren, nogtans schielijk, af al bij de extracte der onsen Beset„ door den oud koning Nachie verlaten en alleen aanbetrouwd gebleeven aan de waakzaamheid van den Gorontaalsche walapoelo Tottick en Limbots Capt: Amatie, en eenige weinige uit de mandang te hulpe gekomen Gorontaalders, blijvende voor ons, een raadsel, waarom, de vijand er sig toen niet meester van hebben gemaakt t'en ware hem om geen buit, maar om het leven der gelukkig ontkomen Nederlandsche bezet„ „telingen, te doen zij geweest. t„ §13: Hoe zeer wij ook in het oog gehouden hebben en opge„de belangens van de Comp„e bij den op den 31„e Jenn: h: a: voorgevallen afschrijvingen der op Goronta„ „lo en Quandang veroorzaakte verliesen door Po„ „anilie, soo meede van de gedane bekostigingen bij de afsending van krisvloten na beijde ge„ melde residentien, soo zijn dezelve nogtans verre boven onse verwagting gedaan en hebben te den samen N ge
English
The repairs to the fort on Tidor are progressing. Concerning a supposed agreement between Poanilie and the Limbotters, nothing further is heard. Earlier abandonment of Quandang was made impossible. The improvement of the Tobbo Tobbo on Tidor is proceeding slowly, as it must be done by the natives there and at their own expense; it is known, however, that the earthworks are mostly finished, but that the structures there are still in their old, dilapidated state. Concerning an agreement that was supposedly made between Poanilie and the Limbotters, having heard nothing further than what is cited here in § 25 of the aforementioned secret letters dated 6 September 1788, it appears that the Limbotters sent emissaries to the people of Poanilie who had come to Quandang for trade, sometimes verbally, stating that they would warn each other whenever they had reason to fear attacks from the Company or another nation. Baijer says that an earlier retreat was made impossible for him. Regarding the defense given by Baijer as to why he did not abandon Quandang sooner, pursuant to the received orders, after first spiking the artillery and rendering it unusable, we must report: that Baijer, by way of excuse before Resident De Swart, brought forward that the Limbot chiefs gave him strong assurances of a safe transport of the Quandang equipment to Gorontalo and courageous resistance in case of emergency, and that they furthermore watched him very closely, so that an earlier retreat had been impossible for him, see secret writing of De Swart dated 13 October 1788. Poanilie seems to have had the garrison in view. Fort Leiden there, we see in retrospect, was nevertheless precipitously abandoned by the old king Nachie even upon the retreat of our men, and remained entrusted solely to the vigilance of the Gorontalo walapoelo Tottick and Limbots Captain Amatie, and a few Gorontalo men who had come to their aid from Quandang, leaving it a mystery to us why the enemy did not make themselves masters of it then, unless they were not concerned with booty, but rather with the lives of the successfully escaped Dutch garrison. The costs of the fleets to Quandang etc. are specified. However much we kept in mind the interests of the Company during the write-offs made on 31 January of the current year for the losses caused on Gorontalo and Quandang by Poanilie, as well as the expenses incurred in sending cruising fleets to both said residencies, these have nevertheless turned out far above our expectations, and together amounted to the important sum of ƒ 38810. 14. 12., namely the expenses incurred and losses on Gorontalo amounting to ƒ 10283. 12. 4., and those of Quandang to ƒ 28527. 2. 8., making as above ƒ 38810. 14. 12., according to the specific accounts inserted into the secret resolution of 13 August. Request that their write-off may be approved. Reasons are supplied for the expenditures validated for the Quandang cruising fleet. Since the good success of the Quandang expedition was nevertheless of the utmost importance to this Government, and the expedition to Gorontalo, due to fatal coinciding circumstances, was of longer duration than necessary and thus unexpectedly costly, we dare flatter ourselves with the hope that Your High Nobles will be pleased to approve the formal write-offs of both aforementioned expense items. And that you will not reflect so much on the protest recorded by the junior merchant J. J. Bax in the secret resolution of 5 March against some contracts, rice, etc., passed by us for write-off, which were given to the commissioners on the fleet to Quandang, Van Lustoir and companions, for accountability and were reported by them as spent. 1. The cruising fleet to Quandang was victualed for only 3 months, while it remained out for 6 months, so that the chiefs had to provide the same with provisions. 2. Because the Alfurs at Bwool and Pontolij were employed daily in the military operations, they had to be supplied with the necessary fish money. 3. The six lasts of Javanese rice given for further accountability were supplied upon request to the Gorontalo garrison inside Fort Leiden, as well as to the prisoners—namely the Buol, Kandipang, and Bolaang tribesmen who were released upon recognition that they were friends—and also to the guides from Kandipang, item to the crew of a kora-kora stationed at Manado that also went as far as Pontolij and returned from there with the commissioners. 4. Bleached Guinea linen had to be issued to all the wounded Europeans and Ternatans, for which the six pieces provided were insufficient; while over a thousand Alfurs wore recognition badges of that linen. 5. And lastly, the distribution of the bacon and meat to the Alfurs, who are fond of it, on water and on land, could not take place so accurately in the sight of the enemies.
Dutch transcription
de verhelpingen aan het §8. bortje op Tidor hebben wage voor„ „gang. wegens eene tusschen Fra, § 9. „nilie in de Limbottert ver„ „onderstelde overeenkomst, word niets nader vernomen. vroegere verlating van quan„ „dang ondoenelijk is gemaakt. met de verbeetering van het op Tidor sijnd Tobbo Tobbo gaat het langsaam voort a Jnboorling aldaar en op eigen kosten„ geschieden: hen weet nogtans dat de meest voltooid dog dat de opstallen daar nog in haar oude vervallen staat z„ wegens eene overeenkomst, die 'er soo tusschen Foamilie en de Limbotters, „ vernomen hebbende, dan wat hier is aangehaald bij §. 25. van voormeld „creete Letteren d: d: 6: Septembr: 1788. uitkomt dat de Limbotters met de te Quandang ten handel gekomen Poanilie /:somtijds mondeling=/ afge sonden hebben elkanderen te zullen was wanneer te dugten hadden voor de aanslagen of andere Natie. Baijer segd dat hen de §10. soo moeten wij nopens de van Baije verantwoording, waarom hij niet vroe„ „ge de ontvangen ordre, Quandang heeft na alvorens het geschut vernageld en onbruikbaar gemaakt te hebben:'t brengen: dat Baijer dienwegens voor Resident De Swart tot verschonin ingebragt dat hem de Limbotse ki sterkt versekeringen gedaan hebben man 47. tabre der quandangse Beseh„ rustingen na gerontalo en manmoedige tegenweer in cas van nood, en dat zij hem bovendien seer nouw gade geslagen hebben invoege hem eene vroegere retraite on„ „doenelijk ware geweest, vide secreet schrijvens van de Swart de dato 13:e october 1788. —. vanilie scehijnd de mog ƒ 11. Het fortje Leiden aldaar is, zien wij van agte„ telingen in't oog gehad te heb„ren, nogtans schielijk, af al bij de extracte der onsen door den oud koning Nachie verlaten en alleen aanbetrouwd gebleeven aan de waakzaamheid van den Gorontaalsche walapoelo Tottick en Limbots Capt: Amatie, en eenige weinige uit de mandang te hulpe gekomen Gorontaalders, blijvende voor ons, een raadsel, waarom, de vijand er sig toen niet meester van hebben gemaakt t'en ware hem om geen buit, maar om het leven der gelukkig ontkomen Nederlandsche bezet„ „telingen, te doen zij geweest. de korten der vloots uit „ 13: Hoe zeer wij ook in het oog gehouden hebben maendang &„a &„o worden opge„de belangens van de Comp„e bij den op den 31„e Jenn: h: a: voorgevallen afschrijvingen der op Goronta„ „lo en quandang veroorzaakte verliesen door Po„ „anilie, soo meede van de gedane bekostigingen bij de afsending van krisvloten na beijde ge„ „melde residentien, soo zijn dezelve nogtans verre boven onse verwagting gedaan en hebben te samen ben geeven. verzoek dat derzelver §13. afschrijving gepasseerd mogen worden. de quandangse kruisvloot ge„ „valideerde spendatien worden reedenen gesuppediteerd. samen belopen op de importanten somma van ƒ38810. 14. 12. als de gedane bekostigingen en verliesen op Goronkalo tot. . . ƒ10283: 12. 4. „ 28527. 2. 8. en die van quandang „ „m als boven ƒ38810. 16. 12. - iitwijsens de daarvan ter secreete Resolutie van den 13:e Aug„s. geinsereerde specifique reeke„ „ningen. Daar het goed succes der mandangse Expeditie voor dit Gouvernement nogtans van de uiterste aangeleegenheid is geweest en de Expeditie van Gorontalo door fatale te samen gelossen hebbende omstandigheden van langer duur dan benodigd was, en dus onvoorziens kostdaar gewor„ „den is; soo durven wij ons flatteeren met de Hoop dat uwe Hoog Edelheeden de p„lo afschrijvingen van beide opgemelde Last- Poste, sullen gelieven te approbeeren van de aan de woorden op §1/4. En zoo seer niet sullen willen reflecteeren op het door den onderkomman J„s J„s Bax ge„ „tienden ter secreete Resolutie van den 5. Maart ingeschreeven rotest tegen eenige door ons ter afboeking gepasseerde contracten, Rijst enz. als aan de Gecommitteerdens op de vloot na Quan„ „dang van Lustoir, C: S: ter verantwoording meede gegeeven en door hun als gespendeert sijn 49. sijn opgebragt geworden. 1 / was de kruisvloot na mandang slegts voor 3: maanden gevictualieerd geworden terwijl de dezelve 6: maanden uitgebleeven is, soo dat de Hoofden dezelve van mondkost hebben moeten 2:o / Doordien de Alfoeren te Bwool en Pontolij Degelijks bij de krijgs verrigten g'emploijeerd sijn geworden soo hebben de„ „zelve van het nodige visgeld moeten worden bedorgd. 3. e sijn de ses lasten ter nadere verantwoording meede gegeeven javase rijst aan de Gorontaalsche betettelingen binnen het fortje Leijden op verzoek verstrekt geworden, soo meede aan de gevangen dog op erkenning dat wien„ „den waren weeder los gelaten Brrholoreesen, Candipan„ „gers en Boelang=Stammers, ook aan de gidsen van Candispang item aan de opvarende van een te manado bescheiden Corra Corra die meede tot aan Pontolij ge„ „weest en van daar met de Gecommitteerdens gere„ „verteerd zijn. 4. heeft Guinees gem: gebleekt verstrek moeten worden aan alle de geblesseerde Europeesen en Terna„ „tanen waartoe de gegeeven ses stuks niet toerijkende waren; terwijl over de duisend Alfoeren van dat Linne verkenteekenen gedragen hebben. 5. / en laatstelijk heeft de verdeeling van het spek en vleesch, aan de Alfoeren die daar van Liefhebbers zijn, te water en te land, met zoo accuraat konnen geschieden, in het gesigt der vijanden. voorzien. Alle voor
English
The details regarding § 15: the events that occurred with the enemy 8 Compendious report. have behaved disobediently and faint-heartedly. defect in our galowets that it is disadvantageous to the men. All of which reasons appearing substantial to us were presented to the first signatory by the commissioners frequently mentioned, before and prior to their Compendious report annex consumption accounts being produced in the meeting. on the said Compendious Report contains, besides various engagements, detailed in remarkable matters, the particulars that accompanied the engagements that took place with the enemy at Mandang, at Bwool and Tontolij. The Ternatans likewise § 16. And added to this is the disobedience and faint-heartedness of the Ternatan Alfurs, without which the enemy could have been dealt a much greater blow in the loss of his superiority, strength of the enemy 17. His force having consisted of 49. Buginese, Tontolijrese, and Caijlinesians, and 37. both Hanongese and Magindanaos vessels the King Ilo at the head of the Hanongers, and King Alam on the beach of the Magindanaos, each light vessel, besides the swivel guns, being mounted with at least 2 pieces of two-pounder cannons, and the large vessels each with 6 pieces of 3 to 4 lb. ball cannons. It being testified of our galowets that in calm water and along the shore lines they are peerless, yet unsustainable against an enemy who dares to face them in rough water 1. 2 4 is. surrender 51. fore and aft no ordnance can be mounted. a loss of 120 men on our side. the ordnance of § 21. native manufacture captured by our men from the enemy has been left to them. those who have helped to overrun Riouw. rough water, because their gunwales are too low and they expose the crew and the munitions of war too much. The pantjallangs had to be 19 While it is said of the pantjallangs that they are not very suitable to be used in expeditions, because no cannon is mounted fore and aft on them, which defect severely exposes them to boarding, against which we shall endeavor to provide. The number of killed and wounded Company servants found on the cruising fleet on July 27, 1788, consisted of only 5 heads. loss on the enemy side is generally said to have been very great. The ordnance captured from the enemy up to 3 pieces of metal cannons of 1 and 2 lb. was found to be of native manufacture and therefore left to the captors. Radja Alam is the same § 22: The aforementioned Radja Alam is stated to reside on Toeboe and to be the same person who helped to overrun Riouw, from where he carried off eight iron three-pounder cannons along with two Europeans, one of whom has died, while the remaining one is treated well there. Ratja Ilo is killed § 23. The Hlimong chief Radja Ilo of Barois was killed. Besides the aforementioned conditions § 24. Both of the aforementioned chiefs had joined Poamilie joined. presented. and un- vessels killed. before his auxiliary forces granted. discord among Poamilie § 25. and his allies, after the defeat. Tontolij granted refuge Qwandang demolished. were joined by Poamilie on condition that the Company vessels to be captured should be their prize and they would receive for each European head from him Rds. 500 con- NB: this strengthens our suspicion expressed under § 15. Neither party, after the successful outcome of the Company arms, was able to fulfill the agreement made, but they fell into discord after Alam demanded three thousand rixdollars from Poamilie for the fatally shot Radja Ilo. The King of § 26: The Buginese driven out of Quandang had found a refuge with the renegade King of Pontolij. The Leiden redoubt § 27. Having had to cease the pursuit of the routed enemies for lack of provisions, and having returned to Quandang, Entzoor had, in the name and on behalf of this Ministry, represented to the Kings there the uselessness of that post after a long-neglected gold delivery and the retreat of most of the Limbotto people to their old village, and thereupon persuaded them to the daily demolition of the Leiden fort by 200 Gorontalo people and 100 Limbotto people and to the dispatch of commissioners to this place. But which commissioners have long been held back, commissioners opposed. presumably by the factions of the old King Nackie and old Goegoegde Joesoet, the former of whom won over the current King Bilatoela, who is poor and his debtor, to his side. Nackie having requested of the commissioners to be allowed to settle in the Bay of Sommie in order to supply the Company there annually with 40 reals of gold in exchange for linens. Against which the Kings of Gorontalo have opposed Nackie's proposal, saying that Nackie was rich with as many as 400 slaves, who, if employed by him in the mines, would not only cause great injury to the Gorontalo people, but this would also give rise to illicit trade. To the petty king of Bolemmo, who also moved from Quandang to Limbotto, some of his subjects who had become scattered among the Limbotto people were returned. And there was hope that the aforementioned King Tilahoenga would pay for the Company effects that went missing during the troubles. § 33 and for
Dutch transcription
De particulariteijten weg„s § 15: de met den vijand voorgevallen 8 Compendius berigt. „den hebben zig ongehoorsaam en lathartig gedragen. gebrek aan onse Galo„ 618. „wets dat het volk nadeelig. Alle welke ons wij aanzienelijk voorkomende reede„ „nen den eerstgeteekende door de gecommitteerden meermeld, sijn voorgehouden voor en al eer hun Com „pendius berigt annex consumtie reekenings in vergadering heeft geproduceerd. op gemeld Compedieus Berigt behelst buijten verscheider gevegten worden gedetailleerd in „ de opmerkelijke saaken, de particularijteiten, waarmee„ „de de met den vijand bij mandang, te Bwool en Ton„ „tolij voorgevallen gevegten sijn verseld gegaan. De Tematte sulx ben 16. En komt daarbij nog voor de ongehoorsaamheid en Lathartigheid der Ternaatse Alfoeren sonder dewelke den vijand veel groter afbreuk hadde konnen worden toegebragt in verlies zijner superciteijt, sterkte van den vijand 17. Hebbende zijne magt bestaan in 49. Boegineesen, Tontolijreesen, en Caijlineese, en 37. soo Hanongse als Magindanause vaartuigen den koning Ilo aan't Hoofd der Hanongers, en koning had Alam aan't strand der Magindanauwers, sijnde ieder ligt vaartuig buiten de draaijbassen, ten minste met 2: p„s twee ponder Canons, en de groote vaartui„ „gen ieder met 6: p„s stukken van 3 â 4. lb: bals ge„ „monteerd geweest. de wordende van onse Galowets getuigd dat op stil„ „water en langs wallijns weer galoos zijn, dog onbestaan baar voor een vijand, die ze aan durft in holwater 1. „2 4 is. aflo 51. voor en agter niet geschut heieplant worden. ering verlies van 120: nanschappen aan ouse sijde. het door de onse op den §21. ijand vervoerde geschut van, inlands maakjel is aan hun vergelaten. de die Riouw heeft hebpen afloosen. holwater, doordien derzelver boord te laagis en het volk en de oorlogs ammunitie te zeer beloot. de Pantjallangs moesten 19 Terwijl van de Pantjallangs gesegd word dat niet zeer geschikt zijn om in Expeditien gebruikt te worden, doordien op dezelve voor en agter geen canon staat ge„ „plant, en welk gebrek dezelve sterk aan entering exponeerd dog waarteegen wij zullen tragten te voorsien. Het op den 27. Julij 1788. bevonden getal van gedoode en gekwekste Comp„s Dienaren op de kruisvloot heeft alleen bestaan in 5. koppen. „verlies aan's vijand sijde woord gemeen zeer Groote geweest Het ^ op den vijand vervoerd geschut tot 3. p„s metale Canons van 1. en 2. ld. als is bevonden te weezen van Inlands maaksel en hierom aan de buijtma„ „kers overgelaten. Radja Alam is de Celv„ ƒ 22: voorn: Radja Alam, word gesteld op Toeboe, woon„ „agtig te zijn en dezelfde te weezen, die Riouw heeft helpen aflopen, van waar hij agt ijzere drie ponden Canons vervoerd heeft benevens twee Europeesen, waar van een overleeden is, terwijl de over gebleevene aldaar wel behandeld word. Ratja Hlois gesneu „ 23. Het Hlimongte Hoofd Radja Jjlo van Barois gesneuveld Nevens gem: Conditien §24. Beijde voorn: Hoofden hadden sig bij Poamilie vervoegd. steld. e„ on„ gen „veld. voor „ne Hulp benden toegestaan. oneenigheid onder Poan 25. „nilie en desselfs geallieerden, na de Neederlaag. „tolij verleend schuilplaats „dang gedemolieerd. zijn door Foanilie aan sijn vervoegd op voorwaarde dat 's Comp„s te ververen vaartuigen hun gewin soude zijn en zij voor ijde Noas Europise kap van hem genieten souden rd„s 500 gecon NB: dit sterk ons sub §15. te kennen gegeeven ver„ „moeden. Geen van beide parthijen heeft na den goede uitslag van 's Comp„s wapenen, konnen voldoen aan het gemaakte accoord maar zijn oneenig gewor„ „den na dat Alam voor den dood geschooten Radja dingen Jlo, drie duisend Rijksdaalders van Poemilie hee gevorderd. De koning van sen 126: De van Quandang g'autugeerde Boegineesen hadde aan de quemvangze Boeginee een schuilplaats gevonden bij den afvallige konin van Pontolij. Het pntje Leijden gequae, 27. De vervolging der op de vlugt gedreeven vijande, ge uit gebrek aan vivzes hebbende, moeten staaken en te quandang gereverteerd zijnde had Entzoor de Koningen aldaar, uit naam en van wege dit Ministerie voorgehouden de nutteloosheid dier Pott na een lang verwaarlooste goud Le„ „verancie en retraite van de meeste limbosters „ na hunne oude Negorij en dezelve hierop over „nen „gehaald tot de dagelijke demolieering van het fortje Leiden door 200: Gorontaalders en 100. Lim„ „botters en tot afsending van Gecommitteerdens Bo „von na 3 29 37 2 12 „ „sen. De Nackie oud koning van 128. 5 d:o Limbotto houd de afsending van 3 steld misselijke §29. dingen voor. De koningen van go„ 130: „rontalo opponeeren sig te„ Bolemmos ko„ §31„ „ningje heeft eenige sij„ „nen terug bekomen. koning Tilahreng2 32: van Limbotto was gesegd dat „den verliesen. na herwaards. Dog welke gecommitteerdens lange zijn terug gecommitteerdens tegen. gehouden presumtivelijke door de parthijen van den oud koning Nackie en oud goegoegde joesoet, welke eerstgemelde den werkelijk koning Bila„ „toela, die arm en zijn debiteur is, tot sijne zij„ „de heeft overgehaald. hebbende Nackie aan de gecommitteerdens verzogt gehad sig in de Bogt van Sommie te mogen Neversetten om aldaar sjaarlijks 40: realen goud tegen lijwaten aan de Compagnie te bezorgen. waartegen zig de koningen van Gorontalo hab„ dengen het voorstel van Nackzg hebben g'oponeerd, seggende dat Nacki, wel 400. sla„ „ven rijk was, die wanneer door hem in de mijnen g'emploijeerd wierden, den Gorontaalders niet alleen groote afbreuk souden doen, maar hier door ook aanleiding tot Mosshandel gegee„ „ven zoude worden. Aan het van quandang meede na Lim„ ner vervreemde onderda, botto verhuis den koningje van Bolemmo zijn eenige sijner onder de Limbotters verspreid ge„ „raakte onderdanen terug besorgd En 'er was hope vorige dat voorn: koning vergoeden wilden de quandang Tilahoenga de nn de trouwbelen absent geraak„ „te 's Comp„s effecten betalen zoude. §33 en voor
English
Paragraph 33. The Company's servants have all acquitted themselves bravely against the enemy. How to deal with certain impounded lantakas. The small fleet dispatched for assistance meets with adversities. The report is concluded with a general commendation of all the Company's servants employed in the Kwandang expedition, to all of whom, following previous examples, double board money has been granted. Paragraph 34. Regarding the four pieces of lantakas looted in the year 1784 by Spruijt on Poanilie and since kept in custody at Kwandang, one of which, however, was appropriated by the former Limbotto Captain Laut Binie after the retreat of the Betettelingen on the grounds that Poanilie was said to have abducted one of his slaves, we request to know how we are to act in this matter, the aforementioned lantakas being currently deposited here in the artillery. Paragraph 35. The small cruising fleet sent to Gorontalo to assist: At the urgent request of the Honorable De Swart in the month of June 1788, the small cruising fleet consisting of one pantchiallang, one galivats, and ten Ternatean kora-koras under the naval lieutenant Michiel Vrijmoet and second lieutenant Jan Carel Wurm departed from here for Gorontalo to secure that residency against the attacks of Magindanaos and other adherents of Poanilie, who threatened it with an invasion from the south side, while from the north side Paragraph 36. The same returns without having traced any enemies. trouble was already feared from the advances of the said Bugis chief. Except for the galivat Den Arend and a few kora-koras that completed the voyage swiftly, the fleet suffered many adversities at sea, so that the pantchiallang De Tidor, commanded by Vrijmoet, was only able to reach the place of its destination on the 7th of November following. This occurred after the chiefs of some kora-koras driven off to Kema refused to return to Ternate, although strongly urged to depart by the Resident of Manado. Vrijmoet attempted to achieve the same with the chiefs of all the other returned vessels he encountered during his voyage to Gorontalo, but they stated that the king had ordered them to stay close to the Company's vessels. Consequently, the kora-koras sent back by De Swart appeared once again and simultaneously with De Tidor at Gorontalo, where they were not needed, causing considerable disadvantage to the Company. The entire small fleet returned to this head office on the 7th of January without having encountered the enemy. It may be that its appearance at Gorontalo kept the expected enemy away, in which case the expenses incurred were not spent in vain. Meanwhile, Resident De Swart, in his request to act for assistance, proceeded according to the reports provided to him by the kings concerning the imminent approach of an enemy on the south side of Gorontalo. Divisions among the Limbotto people continue. Threat to leave the Limbotto people to their own fate. Paragraph 37. Abandonment of Kwandang: Kwandang was abandoned with the consent of the Limbotto kings and after the declaration made by the kings of Gorontalo that it was within their power to protect the place of their residency from invasion on that side, especially if they were assisted with 200 muskets; however, we declared that we saw no possibility of doing so. Paragraph 38. The Limbotto divisions: But the divisions among the Limbotto people have not ceased because of this; they have behaved disobediently in every respect. Indeed, we were informed from Gorontalo under the dates of 25 August and 15 September 1788 that the kings and grandees of Limbotto did not keep their promise made to the chiefs of the cruising fleet to await them from Buol, but dispersed, declaring that the old king Nackie and his faction would remain at the warm water outside Limbotto, or else at Kwandang. Paragraph 39. Whereupon, pursuant to a resolution of the 10th of October following, they were notified that all those among them who were found unwilling to relocate to the old negorij and to erect a lodge there at their own expense for the Company's servants would be left to their own fate, while the abandonment of Kwandang was ordered at the same time. Poor testimony by Baijer regarding the Limbotto people. Paragraph 40. According to Baijer's report to De Swart, after the retreat of our people from Kwandang, the Limbotto people caused worse havoc there than the enemy could possibly have done, especially regarding the Company's effects taken into custody and under lock and key, as he says, by King Tilahoenga. Paragraph 41. The Limbotto people remain absent: In our aforementioned meeting of the 31st of January, we did not take the absence of the Limbotto delegates as a good sign. As we would gladly see those people reconciled, we mitigated the threat made to them by informing them that, if they restored the Resident's dwelling at Limbotto to order and settled there to lead a quiet and peaceful life, they would then be independent of the Gorontalo kings and be treated as such; for we have noticed here and there that they somewhat doubted this independence after the abandonment of Kwandang and at the very time when some among them began to incline toward relocating. Nackie acts contrary to decisions taken here. Paragraph 42. Meanwhile, the old king Nackie and his adherents continue
Dutch transcription
's Comp„s Dienaren heb „ 133. „ben zig alle dapper gekwee„ „ten tegen den vijand. „deld moet worden met eeni„ „de in bewaring genomen Rantakkas. adsistentie gedespicieerde vlootje ontmoet tegen „spoeden. wordende het berigt besloten met een Generale aanprijsing van alle de in de mandangse Ex„ „peditie g'emploijeerd geworden Comp„s Dienaren, aan alle dewelken, na voorige voorbeelden, het dub„ „bele kostgeld verstrekt geworden is. vrage, hoedaniggehan„ §34. De A„o 1784. door spruuit op Poanilie geroofde en „ge aan Pramilie toe gehou„ zeedert te qandang in bewaring gestelde 4: p„s Rantakkas aanbelangende, dog waarvan één door den oud limbots Capitein Laaut Binie na de retraite der Betettelingen is genaast geworden, op fundament Poanilie eener sijner slaven ontvoerd soude hebben, verzoeken wij te mogen weeten, hoe daarmeede hebben te handelen, zijnd gemelde Rantakkastans alhier in de Arthillery geseponeerd. Tot na Gorntaloter § 35. Hot op instantig verzoek van den E: deswart in de maand juni 1788. van hier na Goronta„ „lo afgesteeken kruisvlootje van 1: Pantjallang, 1. Galowet en v0: Ternaatse Corra Corras onder den Luitenant ter zee Michiel, Wijmoet en sous Luitenant Jan Carel Wurm, ter bevijliging die Residentie tegen de attentaten van Maginda„ „nauwers en andere adherenten van Foanilie, die dezelve met eene invasie aan de zuid zijde hebben bedriegd, terwijl ze van de Noordkant voor 12 het selve reverteerd §36. sonder vijanden te hebben op„ „gespuurd. voor Progressen van het gend„e Boegineesen Hoofd alreeds te dugten had, heeft buijten de Gallorets den Arend en eeni„ „ge weinige carra Corras, die de reijse schielijk volbragt hebben veele tegenspoedig op zee gehad invoege de Pantjallang De Tidor, waarop Vrijmoet het commando voerd, de plaats sijner destinatie eerst op den 7: November daar aan volgende heeft konnen besteevenen na dat de Hoofden van eenige op kena verdreven corra Cowas, niet weeder na Ternaten wilde keeren, hoewel sterk tot ver„ „trek door Manados Resident aangespoord geworden, en wij moet het zelvde heeft willen verkrijgen van de Hoofden op alle de overige door hem in zijn reijs na Gorontalo ontmoet geworden terug gesonden schip vaartuigen, seggende dat de koning hun ge„ „last hadde 'sComp„s vaartuigen bij te moeten blijven soo dat de door Deswart terug gesonden Corra Corras andermaal en te gelijk met de Tidor te Goron„ „talo, waarbij niet nodig waren sijn opgedaagd, tot merkelijk nadeel van de Compagnie. Het gansche vlootje is den 7: Januarij aan dit Hoofd Comptoir terug gekeerd sonder vijand ontmoet te hebben, somtijds heeft desselfs verschuin te Goron„ „talo den aldaar gedagte vijand terug gehouden en in zoo een geval waren de aangewende kosten niet nodeloos, besteed intusschen is de Resident Deswart in zijne instantie om secuurs te werk te gaan navolgens de Hem door de koningen gesuppediteerd 55. „deeld heeven duuren voort. Bedruijging dat men 39: de Limbotters aan hun gesuppediteerd geworden narigten wegens de aan„ „staande opkomts van een vijand, aan de Zuidkant van Gorontalo. op brake van Guandamen 37. Guendang is opgebroken met toestemming der Limbotte koningen en na gedane Declaratie der koningen van Gorontalo dat in hun ver„ „mogen was de plaats hunner Residentie van die zeide voor invatie te dekken, vooral, wanneer met 200: geweeren wierden g'assisteerd, dog hier hebben wij betuigd geen kans te zien. de Limbosse ver „ 138. Maar de verdeeldheeden onder den Limbotter sijn daarom niet gecesseerd, sij hebben zig alle ziens on„ „gehoorzaam gedragen jmmers is ons van Gorontalo sub dato 25. Aug„s en 15. september 1788. bedeeld ge„ „worden dat de koningen en Rijksgrooten van Limbotto hunne aan de Hoofden op de kruisvloot gedane ke„ „lotte omse van Bwool in te wagten, niet gehou„ „den hebben, maar uit elkanderen sijn gegaan, ver„ „klarende den oud koning Nackie en die van sijnen aanhang aan het warme water /:buijten Limbottoen dan wel op Quandang, te sullen houden. waarop men hun, ingevolge besluit van den „ligen noodlot wil overlaten 10: october daar aan, heeft, laten aanzeggen, dat men alle de sulke onder hen, die ongenegen mogten bevon„ „den worden tot verhuising na oude Negorij en opzigting eener 57. Baijer weg„s de Limbotters. Weeder. Nackie handel te § 42. „genstrijdig met hier genomen eener Logie voor 's Comp„s Dienaren aldaar op eigen kosten, aan hun eigen noodlot soude overlaten, wordende de opbrake van Quandang ter gelijke tijd geordonneerd. slegte getugens van §. 40. Hebbende de Limbotters volgens opgave van Baijer aan de swart na de retracte der onsen uit Quan„ „dang, aldaar erger huis gehouden, dan de vijand 'er met mogelijkheid had konnen doen vooral omtrent de door koning Tilahoenga in bewaring en onder slot, soo hij segd, genomen 's Comp„s Effecten nen bleid de Limbotter § 41. In onse vergadering van den 31: Januarij meerm: namen wij voor geen goed teeken aan het agterblijven van de Limbitters gecommitteerdens en daar wij dat volk gaarne bij zagen komen zoo mitegeerden wij de aan hun gedane bedrijging met hun aan te la„ „ten seggen dat, bij aldien de Residents wooning op Lim„ „bitho weder in order bragten, en zig daar gingen neder„ „setten, om 'er een stil en gerust Leven te houden, sij als dan onafhandelijk van de Gorontaalse koningen weeten en als zodanig behandeld zullen worden; want ons hier en daar gebreken is dat zij deeze mafhange„ „lijkheid eenigsins in twijffel hebben getrokken, na de opbrakke van quandang en ten tijde selve dat eeni „ge onder hem tot verhuising begonnen te inclinee„ De oud koning Nackie en Adherenten houden intusschen „ren.
English
threatened. The king is not doing well, and meanwhile everything is opposed that was devised here to prevent divisions among that foolish nation, and he retains for himself the state slaves and pusakas which ought to be in the hands of the elected king Gomuuu, who has not yet appeared at this Head Office for confirmation, whilst he has continuously incited the well-disposed to trade elsewhere than at Limbotto. Baij has not opposed Haladoe in his illicit trade and has also held back the appearance of the Limbotto commissioners, so that one no longer wished to exercise patience towards him if he did not change his conduct. The elected Limbotto king. Section 43. The new king also lets matters lie quite badly, does not oppose his brother the fakir Holadoe in his illicit trade, and has also held back the appearance of the Limbotto commissioners, so that he has been made to understand that he might not be confirmed in the royal dignity if he occupied himself any longer with the execution of evil affairs; while we nevertheless have written to the aforesaid fakir that good orders had to be established in the gold mines to nip him in the bud or successfully oppose him in his illicit trade, after it should have fully appeared that he was knowingly guilty thereof. Signs of deliberate disobedience in the Limbotto people. Section 44. The Limbotto people are so deliberately disobedient that upon the arrival of Gorontalo's Resident De Swart at Limbotto to announce the commands of this Ministry, no one was present there, although they had been forewarned of the arrival; their audacity going so far that, in spite of the prohibitive order received from both residents, they have moved their negorij further upwards to a marshy land, wishing to move the Company's residents there as well and no longer caring for the Company. Baijer may not leave the lodge at Limbotto. Section 45. Having thus far refrained from all violent means regarding that stubborn nation, we have nevertheless approved the order given by De Swart to Baijer not to leave the lodge at Limbotto. Nackie changes his behavior. Section 46. Possibly our usual resoluteness in dealing with the native has contributed something to the astonishing change which is now perceived in the conduct of the frequently mentioned former king Nackie, of which the common advices are weighed, having been shared as common. Appearance of Gorontalo and Limbotto commissioners. 47. Instead of the Limbotto commissioners expected by us for so long a time, there have finally appeared here via Manado in the month of April per the pantjallang De Lassum the Gugugu of Gorontalo Bilatoela and Gugugu of Limbotho Pilihaboeta, together with some grandees, after having detained the said pantjallang for a considerable time, they having not yet been quite resolved to step aboard upon the departure of that vessel from Gorontalo. Message from the arriving Gorontalo and Limbotto commissioners to the Governor. Section 48. Having only just arrived in the roadstead, they let the Governor know that he should make arrangements so that they would be fetched from on board by commissioned bookkeepers and conducted into this castle, according to the contracts. The honor and defrayment are withheld from the commissioners for a time. Section 49. As this honor was not stipulated in any contract for negorij envoys, but was granted by the governors who wished to do so, and could above all be withheld from these aforementioned envoys after the contempt shown by them in their own country for the Company's orders, that was not accorded to them, nor the defrayment of native grandees. The commissioners submit and honors are granted to them. Section 50. Soon they came to a confession of guilt and made to the Governor so many and such strong assurances regarding an improvement soon to follow in the observance of the contracts, both at Gorontalo and at Limbotto, that eight to ten days after their arrival the honor of negorij envoys and the benefit of defrayment were accorded to them. Memorials are submitted by the commissioners. Section 51. Having been conducted into our meeting on 11 April, there were read the translated memorials with which each was charged by their principals, the kings and state grandees of Gorontalo and Limbotto, but concerning which memorial no disposition was made on the aforesaid day, any more than concerning two other memorials addressed separately to the Governor, all containing requests whose granting, as they thought, ought to serve for the improvement of the gold collection in both realms, and containing complaints against the Residents of Gorontalo and Limboth, De Swart and Baijer. One was displeased with the commissioners. Section 52. To the said commissioners were then only presented the just reasons one had to be displeased with them and with their nation, and above all not to accept the slaves brought along as a gift for the Governor and Council. Conditions on which the requests of the commissioners are granted. On the 25th of the aforesaid month of April, a similar language was held before them and it was made known that one was inclined to grant their requests where such could be done without prejudice to the Company and without deviation from the contracts, and this upon their promise made to the Governor to also
Dutch transcription
bedreijgd. koning maakt het niet en word intusschen alles tegen wat men hier tot weering der verdeeldheden omder dat onsinnige volk beraamd hun en hout aan zig de Rijksslaven en Poesakkas, welke in handen zijn moesten van den nog niet ter bezestiging aan dit Hoofd Comptoir verscheenen g'eligeerd koning Gomuuu, terwijl hij de wel gesiende geduurig heeft aangeset om elders dan op Limbotto Haladoe, in desselfs morshandel niet tegen en heeft de opkomst van de Limbotse gecommitteerdens ook al tegen gehouden; zoo dat men ten zijnen opzigte niet langer geduld wilde defe„ „nen bij aldien niet veranderde van gedrag. Baij de g'elijgeed Limboste §ƒ 43. De nieuwe koning laat het meede vrij slegt leggen, gaat zijn broeder den fackier Holadoe, in desselfs mokshandel niet tegen en heeft de opkomst van de Wackie Limbotse gecommitteerdens ook al tegen gehouden; zoo dat men hem heeft doen verstaan dat wel eens in de Koninglijke woordigheid niet beves„ „tigd kon worden, bij aldien zig langer met de uit oet„ „tening van kwade zaaken ophield. terwijl wij nogtans voorn: fackier hebben aangeschreeven dat goede ordres in de goud mijnen gesteld moesten worden om hem „den of in de knop te krijgen, of in zijnen morshandel, met vrugt„ tegen te konnen gaan, na dat ten volle gebleeken zoude weezen dat hij daar aan wetenlijk schuldig was. Blijken van opsetelijke §44. De Limbosters is zoo opsettelijk ongehoorzaam dat bij de beeter. op gedrag 39. Limbotter. Baijer mag de Logie §45. op Limbosto niet verlaten. gedrag. opdaging van Gorontaa 47. „se en Limbotze gecommitteer„ ongehoorzaamheid in de de overkomst van Gorontalos Resident De Swart op Limbotto om de beveelen van dit Ministerie aan te kundigen, dat niemand daar praesent was; schoon van komst gepreeadverteerd waren, gaande hunne stoud„ „moedigheid soo verre, dat, in weerwil der van beide residenten ontvangen prohibitive ordre, hunne Nego„ „rij verder opwaards op een moeratige grond ver„ „plaats hebben en na dew„s verplaatzen willen 's Comp„s bij woonende en zig der Compagnie niet langer aan„ „geleegen latende zijn. ons omtrent die stijffhoofdige Natie als nog van al„ „le violente middelen onthouden hebbende, hebben wij echter goed gekeurd de gegeeven order van de swart aan intrisschen Baijer om de Logie op Limbotto niet te verlaten. Nackie veranderd van §46. Mogelijk heeft onse bij de behandelingen van den Inlander gewoone cordaatheid iets toegebragt tot de ver„ ##tijd wat the verderzg verandering „baasende verandering, welke tans bespeurd word in het gedrag van meermelden oud koning Nackie, waarvan de gemeene advisen gewogen, als gemeen bedeeld zijnde geworden. In steede der door ons dus lange tijd te gemoet geziene Limbotse gecommitteerdens, sijn hier eindelijk over Manado in de maand April p„r de Pantjallang de Lassum komen op dagen de Goegoegoe van Gorontalo Bilatoela en Goe„ „goegoe van Limbotho Pilihaboeta nevens eenige „dens. Boodschap van de aanko„ § 48. „mende Gorontaalse en Limbotte gecommitteerdens aan den gou„ „verneur. Den gecommitter„s wod § 49. het eerbewijs en de troijement voor een tijd onthouden. komen in submissie en hun word honneurs toegevoegd. eenige grooten, nadat ged„e Pantjallang een co hom „siderable tijd opgehouden hadden, sijnde zij bij vertg van dat Kieltje van Gorontalo, nog niet regt „resolveerd om daarin over te stappen. zij lieten, maar even ter Rheede g'arriveerd, den Gouverneur weeten dat ordze wilde stellen ten eind zij van boord door gecommitteerde Boekhouders wil „den afgehaald en binnen dit Casteel geconduiseerd, n Lind der Contracten Daar dit Perbewijs bij geen contract voor Negorijs zendelingen bedongen, maar g'accordeert is door den gouverneurs die 't hebben willen doen en deese bo„ „vengenoemde sendelingen vooral kon onthoude worden, na de door hen op hun eigen Land betoonde nenbev nimagting voor 's Comp„s beveelen, zoo is hun dat houwnen voor niet toegevoegd, ook niet het defroijement va Inlandsche Grooten de gecimmitteerdens § 50: wel draa kwamen sij tot schuld bekente nis en deelen voor den gouverneur soo veele en zoo sterke verteekeringen weg„s eene eerlang te volgen beeterschap omtrent de nakoming der contracten, zoo te Gorontalo, als te Limbotto, dat agt â tien dagen na hunne komst aan hun is toegevoegd het hunneur van Negorijs sendelingen en genot van defroijement. 85 noeg 61. Momvrien worden door den 7:' gecommitte„s ingediend. ebevond zig vaven ƒ 52: noegd jegens de gecommitt„s voorwaarde op de welke de ver„ soeken der gecommitteerdens wor„ den ingewilligd. Den 11: April in onse vergadering geconduiseerd sijnde, wierden aldaar geleesen de Translaat Memorie, waarnee„ „de ieder door hunne Principalen de Koningen en Rijks„ „grooten van Gorontalo en Limbotto is gechargeerd geweest, dog over welke memorie ten dage voorsz: niet is gedisponeerd zoo min als over twee andere memorien, aan den Gouverneur afsonderlijk ingerigt alle be„ „helsende verzoeken, welker inwilliging soo sij meen„ „der, dienen moest tot verbeetering der goud inzaam in in beide rijken en contineerende klagten tegen den Residenten van Gorontalo en Limboth De Swart en Baijer. Aan gemelde Gecommitteerdens wierd toen alleen voorgehouden de billijke reeden die men had van tegen hun en tegen hunne Natie misnoegd te zijn en om voor al niet aan te neemen de voor den gouverneur en Raad in geschenk meede gebragten slaven. Den 25. e van voorsz: maand April wierd voor hun omtrent een selfde taal gevoerd en te kennen gegeeven dat men genegen was hunne ver„ „zoeken in te willigen waar zulx buijten pree„ „juditie van de Compagnie en sonder afwijking der Contracten geschieden kon, en zulx op hunne gedane belofte aan den Gouverneur van meede te