VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3864

Japan · 1,440 pages · 285 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3864_0074 view scan ↗

English

Section 54. Persuading some local rulers to loyalty was delegated to the Gorontalo kings. Section 55. Vessels deployed for cruising the Bay of Tomini. Section 56. The sailing of the Gorontalo Bugis to Todjo must not be obstructed. to be willing to work towards a better compliance with the contracts by their compatriots. And it was delegated to the care of the Gorontalo kings themselves to persuade the local rulers situated in the Bay of Tomini to loyalty toward the Company, for which they had requested that commissioners be sent from here. Meanwhile, their request was further granted for two Company vessels which, combined with some Gorontalo and Limbotto proas, would keep off the illicit traders from Honton and Limboenen, to which latter mentioned place they said that foreign merchandise was brought via Palo and Parigie, with the natives of those regions themselves fetching the gold from there; after the commissioners had been pointed out the uselessness of such expensive measures as long as the Gorontalans and Limbotters themselves were buyers of those foreign goods, as one believed, with some justification, could be established, though regarding which it currently depends on them to bring this Ministry to a different view. Section 57. Bugis other than those residing in Gorontalo may not be admitted there. Section 58. A stone fort may be erected at Poguatto. They wished to have the voyage to Todjo prohibited for the Bugis residing at Gorontalo, in order that these, who bring provisions from there, would be deprived of the opportunity to sell gold to the traders appearing in great numbers at Todjo, not even considering that by granting this their request, all their own countrymen would be cut off from their livelihood; this request has not been granted by us, under recommendation to the kings, Residents, and grandees of the realm that all preventive measures be devised and put into effect against the transport of gold to Todjo. The admission into Gorontalo of Bugis coming from outside to trade there, from which they feared that in time the same burden might befall them as has happened to Mandar, we have forbidden there at Manado and under the entire jurisdiction of this Province. And the requested erection of a stone fort at Poguatto for the deterrence of raiders has been permitted, provided that it is done at the expense of the Gorontalans and the labor to be spent on it does not serve as a pretext to halt the digging of gold. Section 59. The elected Gorontalo king must come up for confirmation. Section 60. The Limbotto nation placed on an equal footing with that of Gorontalo. Section 61. The Company's servants in the river mouth may not take toll on foodstuffs. Section 62. The Residents of Gorontalo and Limbotto keep the Company's linens expensive. Against which the request made on behalf of the elected king Kitjil Bea to be excused from coming up to Ternate for confirmation was rejected. The Gorontalans having requested on behalf of the Limbotto nation that the same might be considered and treated just like theirs; such was eagerly granted, provided they did not understand otherwise than that the Limbotters will stand under a separate Resident, may renew the contracts from which they have so shamefully deviated upon the forthcoming confirmation of the elected king Gomumu, and fetch the necessities for the Limbotto Residency alongside the letters for their Highnesses with their own people. Whereby also all other nations that bring foodstuffs from Poguatto and Pogiama to Gorontalo are liberated from the toll levied thereon by the garrison of the small fort in the river mouth, as a novelty introduced by the late king Mono Arto without the prior knowledge of this Ministry. The requested dispatch to the kings of a price current of the Company's linens sent to the Residents for trade being in use, one has not yet wished to proceed to this, but has contented oneself with letting the commissioners know that a moderate profit belongs to the Residents who trade the same for their own account and risk, but that, because the kings and grandees of the realm have repeatedly inquired about the prices of the linens in their letters, one was desirous to know how dear the linens were currently sold, both at Gorontalo and at Limbotto; thus one learned from the same at what excessively high price each assortment was set there, to be seen in further detail in the notice inserted in the secret Resolution of 25 April. Section 63. The proposal for delivering linens to the kings rejected. Section 64. The settlement of the ransom money of king Ambohinga is insisted upon. Their proposition to deliver in one lot to the kings and grandees of the realm of Gorontalo and Limbotto linens to the value of Rijkd.s 15000:—:— to be paid at Gorontalo with 1200: and at Limbotto with 300:— reals of gold dust, having been rejected as an unheard-of novelty which contains many difficulties in itself. Thus, regarding the assurance given by them that the debt of king Ambohinga concerning his ransom from the hands of the Magindanaos, as well as that of the deceased king Walinghatje to the estate of the late Resident Heidfeld, for which a new Resident would be held liable, would be paid off; it was remarked: that this payment ought to have been made long before, and that the Company, as little as the executors of the estate of the aforementioned Heidfeld, was served by a surety which seemed to be cited only to mock the creditors with empty promises.

Dutch transcription

koningen gedeforeerd de over„ „heertje tot getrouwheid. vaartuigen ter bekruis 55. „sing van de Bogt van Tomi„ „nie aangelegd. De vaart der goron „ § 56. „taalse Boegineesen na Todjo mag niet gestremd worden. te willen werken tot eene beetere nakooming der Contracten door hunne Lands genoten. Aan de gorontaalse §54. En wierd aan de sorg van de Gorontaaltse konin „haling van eeniger Land„ gen selve defereerd om de in de Bogt van Po„ „ninie geseeten koningjes tot getrouwheid voor de Compagnie over te haalen, waartoe sij verzoek hadde gedaan, dat gecommitteerdens van hier geson„ „den wierden. Terwijl voorts wierd ingewilligd hun verzoek om twee Comp„s vaartuigen welke met eenige Gorontaalse en Limbotse Prauwen gecombineerd de Morshandelaars uit honton en Limboenen weeren zouden, na welke laatstgen: plaats zij zeij„ „den dat vreemde koopwaren over Palo en Parigie wierden aangebragt, haalenden de Naturellen dier contrijen selve het goud van daar; nadat men de gecommitteerdens had voorgehouden de nutteloos„ „heid van dusdanige spendable middelen, soo sange de Gorontaalders en Limbotters selve koopers van die vreemde goederen waaren, gelijk men meende met eenige grond, te mogen vast stellen, dog waar omtrent van hun thans dependeerende dit Ministerie in een ander denkbeeld te bren„ zij wilden de voort na Todjo voor de op Geron„ „talo „gen. „haal een Te „admi mogen remoree Andere mitteer 63. Andere dan te gorentale 57. remoreerende Boegineesen mogen daar niet worden ge„ „admitteerd. De Poguatto mag 858. een steene fort worden opge„ „haald. „talo remoreerende Boegineesen gelasten hebben ten einde deezen, die van daar Levens middelen aanbrengen, den geleegenheid benomen wierd om goud aan de op Todjo in meenigte verschijnende handelaars af te zetten niet eens gedenkende dat met de in„ „williging deezer hunne instantie aan alle hun„ „ne zuije Landlieden den hals toegebonden wierd, dit verzoek is ons niet toegestaan, onder recomman„ „datie aan de koningen, Residenten en Rijksgrooten dat tegen den vervoer van goud na Todjo alle behoedmiddelen komen te beramen en te bewerk stel„ De admissie binnen Gorontalo van aldaar van bin„ ten ten handel komende Boegineesen, waarut sij vreesden dat voor hun te eenige tyd een selfde Lasten beurt vallen mogt als mandang overkomen is, heb„ „ben wij daar te Manado en onder 't geheele ressort deezer Provintie verboden En is toegestaan de vertogte ophaling van een steene fort te Poguatto tot weering der stroopers, mits op kosten der Gorontaalders geschiede en de daar„ „aan te besteeden aanbeid niet tot een voorwendsel die„ „ne om het grove van goud te staaken „ligen. 859 voor de geligeerde gerontoar § 59. „se koning moet ter bevestiging opkomen. De Limbotze Natie 60: gelijkstandig gesteld met die van Gorontalo. 's Comp„s dienaren in den §61. qual mogen geen tol neemen op Eetwaren. De residenten van Gorn„ 62: Liaten duur. waartegen van de hand geweesen is het voor en van wage den g'eligeerd koning Kitjil Bea gedaan verzoek om van de opkomst na Ternaten ter be„ „vestiging te weezen verschoond. Door de Gorontaalders ten behoeve der Limbotte Na„ „te verzogt zijnde dat dezelve even eens als de hare mogt worden geconsidereerd en behandeld; is zulx greetig toegjestaan, mits zij niet anders verzonden dan dat de Limbotters onder een bijzondere Resident taen zullen, de Contracten, waarvan zij zoo schandelijk afge„ „weeken zijn, mogen vernieuwen bij de te volgen bevesti„ „ging van den g'eligeerde koning Gomumu, en de be„ „nodigheeden voor de Residentie Limbotto nevens de brieven voor hunne Hoogheden, met eigen volk afhalen. wordende bij de ook alle andere natien die mond„ „behoeftens, van Toguatto en Pogiama te Gorontalo aanbrengen gelibereerd van de daarop door de bezetting van het fortje in de qual gehieven wordende Tol, als eene buijten voorkennis van dit Ministerie, door wijlen koning Mono Arto, ingevoerde nieuwigheid. 327 Palo din henten van G ma de Pings Timmers in gebruik sijnde geweest de verzogte toesending aan de Koningen van een prijs Courant der aan de Re„ „sidenten ten handel toegeschikt wordende 'sComp„s Lijwaten heeft men hiertoe als nog niet willen procedeeren maar zig vernoegd met aan de gecommitteerdens te kennen 11t „ 65. De proportitie tot afland 63. „ging van Lijwaten aan de Koningen „werpen. op de afdoening der Los §664. penningen van koning Ambo„ „hinga word aangedrongen. te geeven dat aan de Residenten die dezelve voor eigen ree„ „kening en resico omzetten een matige winst toekomt dog dat men, dewijl de koningen en rijksgroten te meermalen na de prijsen der Lijwaten in hunne Brieven g'inquireerd hebben, begeerig was te weeten hoe duur de Lijwaten thans, zoo te Gorontalo als te Limbotto verkogt wierden; soo vernam men uit dezelve op hoe excessief dunre prijs ijder sorteering aldaar gesteld was, nader te zie bij de ter secreete Resol: van den 25: April g'insereerde Notikie„ Hunne Proprositie om in eens aan de Koninger van gerontalo en Lijwaten wond Ver, en Rijksgrooten van Gorontalo en Limbotto Lipwaten te doen geworden tot de waarde van Rijkd„s 15000:—:— om te Gorontalo met 1200: en te Limbotto met 300:— Realen stofgoud betaald te worden, als eene nooit be„ „vorens gehoorde nieuwigheid, welke in zig veele swa„ „righeeden bevat, verworpen zijnde. zoo wierd nopens de door hun gedane verseekering dat de schuld van koning Ambohinga weg„s sijne inlossing uit handen der Magindanauwers, zoo meede die van den overleede koning walingha„ „tje aan den boedel van wijlen den Resident Heid„ „feld, waarvoor zig alle een nieuwe Resident souden worden afbetaald; geremarqueerd: dat deese afbetaling lang voorheen had beharen te geschieden en dat de Comp: soo min, als de Boedel redderaars van voorn: Heidfeld gediend was met een Borgtogt, welke alleen scheen gefiteerd te worden om de Crediteuren met schorre belasten

NL-HaNA_1.04.02_3864_0078 view scan ↗

English

to the commissioners. Order regarding the passes, which must be granted for free by the Limbotters. The shameful promises regarding gold deliveries presented to the commissioners. To appease the commissioners, concerning which, however, it had to be earnestly represented to the commissioners that one could or might no longer use indulgence, and one therefore continued to insist upon a speedy settlement. Section 65. The requests granted to the Gorontalo people also being conceded to the Limbotters. Concessions to the Limbotters. Section 66. It was further promised to the latter that our orders and commands shall be given directly to their own Resident, provided that they defer better to those commands than they have done until now. And the issuing for free of private passes was granted to the Limbotters who have business to conduct at Pogiama or at Pogoatto, and that only 30 stuivers may be taken for small public passes for every vessel licensed to Mindanao or Saloerang. The delivery and his boat: since the urgent request to be quickly supplied with linen, for which the diggers had already been sent to the gold mines, as is annually reported, could not be reconciled with the shameful delivery of merely 12 reals and even less in the year, it was plainly declared to the commissioner Goegoegoe Biladoela that there was little or no inclination to comply with it, and also that it would not be complied with, before and until one regarding a favorable turn of affairs in the Limbotto Kingdom should be informed. Rejected proposal of the Gorontalo and Limbotto commissioners. Keeping watch over the diggers; passes may be established at Gorontalo and Limbotto. Common Gorontalo people and Limbotters, also kingdom slaves, may not be sold for debt. Section 69. Concerning the request noted by both Commissioners in their separate Memorial of 8 April, handed in to the Governor: that of the gold collected by the Gorontalo Residents 1/3 might be kept for Limbotto, and of the mineral mined at Limbotto 2/3 for the Gorontalo account, it was resolved to decline the same. However, with recommendations to be made, it was left to the good arrangement of the Kings to construct two watch houses near the rivers, in which houses the goegoegoes, alongside the clerk, and the interpreter alternately shall keep watch over the Gorontalo and Limbotto diggers returning from the gold mines in the Gual, and to demand from them a statement regarding the mined gold, in order that the same may not be embezzled. And their proposal was embraced on behalf of insolvent Gorontalo and Limbotto debtors among the common people and among the hereditary or kingdom slaves who are sold for their debts, from which springs an ever-decreasing number of diggers, for which reason it was resolved to represent to the kings and kingdom grandees the detrimental consequences of such a deplorable custom and to urge them with all earnestness to abolish the same forever. Complaints brought against the residents. Macassars may not be admitted into the gold mines. Dust gold by way of detention in Gorontalo, prohibited. Section 72. The petition of the commissioners that notification must be made to a new Resident of the resolutions taken upon their Memorial, having given us another opportunity to ask what was to be understood by a new Resident, it was replied by the First Envoy that affairs at Gorontalo could not go well during a longer stay of Resident De Swart there, and by the Limbotto goegoegoe that Resident Baijer, through an excessive use of opium, as well as because he received the kings and grandees into his presence naked, had fallen into contempt. Section 73. No inhabitant of Ternate being permitted navigation and trade to Gorontalo, one could form no correct idea of what was noted in the separate Memorial under note g; thus, after information obtained, it was understood that by this was meant the navigation of the Macassars to the gold mines, and the same was thereupon forbidden to them. Section 74. It being discovered with astonishment and justification in the subsequent article that processed gold was transported out of the Negorij and many gold works were manufactured by Gorontalo's Resident through two native goldsmiths, without the quantity of the processed dust gold being able to be checked, because it was collected in the mines for the private account of the Resident; we have therefore prohibited to everyone the manufacture of gold works at Gorontalo and Limbotto, beyond what is required for personal use, on pain of confiscation and arbitrary correction. The increase of the gold procurement is not serious to the Gorontalo people and Limbotters. Section 75. Passing over other granted requests of the commissioners of lesser importance, your High Nobilities will already have observed with us that the Gorontalo people and Limbotters, in order to give a pretext for their neglect of the Contracts, now both come forward to propose various means serviceable to the increase of the gold procurement, most of which they could have accomplished without our consent if they had been in earnest to improve the same; but since our admonitions and threats could not be given weight by the display of the sovereign's flag in that district, and we might very easily be attacked by the Hanongers, Maguindanaos, and other adherents of Poanilie, who are very likely suspected of seeking revenge, we have judged it best to temporize, although the first-undersigned has therefore not neglected

Dutch transcription

„te gecommitteerdens ordre omtrent de Paseen ƒ 67. welke door de Liinbotters voor niet verleend moeten wor„ de schandelijke goud den gecommitt„s voorgehouden. beloften te paaije, dog waaromtrent men de gecommit„ „teerdens ernstig voorhouden moest dat men langer gee„ inschikkelijkheid gebruiken wilde of mogt en men dus op eene spoedige verevening bleef wigeeren. §65. De verzoeken die aan de Gorontaalders sijn toege„ „staan aan de Limbosters meede g'accordeerd geworden zijnde. Foetoinin aan de Limber ƒ 66. Heeft men aan de laatste nog toegesegd dat on„ „se ordres beveelen aan hun eigen Resident direct sul„ „len gegeeven worden, mits zij aan die beveelen beeter komen te defereeren dan tot nog toe gedaan hebben. En is vergund geworden de afgave voor niet van on„ „derhandsche Passen aan de Limbotters, die iets te verrigten hebben te Pogiama of te Pogoatto en dat alleen 30: stuivers genomen mogen worden voor kleine publicque passen van ieder vaartuig dat na Mondano of Saloerang word gelicentieerd. deverante en zijn bote word de instantie om schielijk met Lijwate ge„ riefd te worden, door die de grovers reeds na de goud mijnen gesonden waren, soo als jaarlijks opgegeeven is, net overeenkomende gebragt worden met de schan„ „delijke Leverantie van slegts 12. realen en nog win„ „der, in't jaar, soo heeft men voor den gecommitteerde goegoegde Biladoela regt uit verklaard dat men weinig of geen Lust had om daaraan te voldoen en ook met voldoen zoude, voor en aller men weg„s eene „ten. 67. neemde perpositie van ƒ 69. de gorrnteralse en Limbotte gecommitteerdens. wagthouden omgede § 79: gravers te passen mogen te gorontalo en limbotto worden aangelegd. gemeene Gorontaal „ 87 „ders en zienbotters ook rijks„ „slaven mogen om schuld niet verkogt worden. eene gunstige ommerkeer van zaaken in het sim„ „botser Rijk souve weezen geinformeerd. op het door bijde Gecommitteerdens in hunne aan den gouverneur g'intrageerde aparte Me„ „morie van den 8. April genoteerde verzoek: dat van het door de Gorontabalse Residenten ingezaamd wordende goud 1/3. voor Limbotto en van het te Lim„ „botto gemineerd wordende mineraal 2/3. voor Goron„ „taalse reekening gehouden mogten worden, is be„ „sloten het zelve te declineeren Dog is onder te doene aanprijsing, aan de goede schik„ „king der koningen overgelaten den aanbouw van twee wagthuisen nabij de rivieren, in welke huisen de goegoegoes, den schrijver nevens, de Tolke beunteling de wagt zullen houden op de uit de goud mijnen in de Gual terug komende Gorontaalse en Limbotte gra„ „vers en van dezelve opgave weg„s het gemineerde goud te vorderen, ten einde het zelve niet verduisterd worde. ter En is g'amplecteerd hun voorstel om behoeve van Gorontaalse en Limbotse onvermogende debiteuren onder de gemeene en ouder de Erf of Rijksslanen, die om hunne schulden verkogt worden en waaruit voortspruit een steeds afneemende ge„ „tal van Grovers, waarom g'arresteerd is de koningen, de koningen en Rijksgroten de nadeelige revol„ „gen van een soo misselijk gebruik voor te houden klagten tegen de residen„ 12: „to ingebragt. Maccassaaren mogen §73. in de goud hijnen niet toe„ „gelaten worden stoff goud bij wege van aan„ gorontalo, verboden houden en met alle ernts aan te spooren dat het zel„ „ve voor altoos komen te vernietegen oten van gorontalo en rimbst De beede der gecommitteerdens, dat aan een nieuwe Resident notificatie geschieden moet van de op hunnen Memorie genomen besluiten ons andermaal gelee„ „genheid gegeeven hebbende om te vraagen wat met een nieuwe resident verstaan moest worden! zoo wierd door den Eerste sendeling gerepliceerd, dat de zaken op Gorontalo niet goed konden gaan geduurende een langer verblijff van den Resident De Swart aldaar, en door den Limbitte goegoegoe dat de Resident Ba„ „ijer door een onmagtig gebruik van Amphioen soo„ „meede om dat de koningen en groote in zijn waak„ „te Lijf ontving in minagting was geraakt. Aan geen Ternaatse Ingeseeten sijnde toegestaan de voort en handel na Gorontalo soo kan men zig geen regt denkbeeld formeeren van het genoteerde bij de aparte Memorie Not„s g. soo verstond men na geno„ „men informatie dat hiermeede gemeend wierd de voort„ der Maccassaren na de goudmijnen en wierd deselve hier „op g'interdiceerd. vervreemding van het §74. Met bevreemding en verantwoordiging bij het daar„ „mating van goud werken op„ aan volgende Articul ontwaard sijnde dat verwerkt goud uit de Negorij vervoerd en veele goud werken door gorontalos Resident wierden aangemaakt door twee Jnlandse se „ 1 69. het accressement der §75 goud procure is den gerau„ „taalders en Limbotters niet ernts. Inlandse goudsmits, sonder de quantiteijt van het verwerkt wordende stofgoud konde worden na ge„ „gaan, door dien het voor particuliere Reekening van den Resident in de Mijnen wierd ingezaamd; zoo heb„ „ben wij de aanmaking van goud werken op Gorontalo en Limbotto, buijten het benodigde tot eigen gebruik aan een ijder verboden, sub poene van confiscatie en arbitrale correctie. heer andere aan de gecommitteerden ingewilligde vertoe„ zoeken van minder aanbelang overslaande, sullen uwe Hoog Edelheeden met ons bereeds hebben opgemerkt dat de Gorontaalders en Limbotters, om een kleur van hunnen verwaarlosing der Contracten te geven tans te beide ko„ „men met diverse tot accresument der goud procure dienelijke middelen voor te slaan, waarvan sij de meesten, bij aldien hun ernst ware deselve te verbeteren, buij„ „ten onse toestemming hadden kunnen bewerkstelligen; dan dewijl aan onse vermaningen en bedreijgingen geen klein heeft konnen worden bij geset door de ver„ „toning van de vlag van den souvarein in dien ovrid en wij veel ligt van de seer waarschijnlijk op wraakoeffening verdagte Hanongers, Mag in danauwers en andere Adherenten van Poanilie konnen worden aangerand, soo hebben wij best g'oordeeld te temporiseeren schoon de eerstgeteekende daarom niet nagelaten heeft

NL-HaNA_1.04.02_3864_0082 view scan ↗

English

not disloyal as was thought of them the natives taken into service for the protection of Gorontalo and Quandang have been discharged. Recommendation 78 8. Report on Ternatans 79. has to keep before both commissioners, in the conferences held with them separately, what the Gorontalo and Limboto nations have to expect in time if they do not soon come to repentance and give complete satisfaction to the Company. The Borholorese are §76. That the Borholorese have been devoted to the party of Poanilio was not evident to us from the report of the chiefs on the cruising fleet to Quandang, but thereby the disloyalty of the Tontolirese was indeed shown, whose king took flight and whose land has been devastated by ours. The Attingolese and other natives taken into service during the Gorontalo and Limboto troubles for the protection of both residencies were discharged immediately after the victory fought against the enemy. to the previous resident Bax we have not yet heard that satisfaction has been made by the greedy Gorontalese to the Mandarese Prince Siko on account of his outstanding debts among them and abducted slaves, but have given orders in mandate to the provisional resident Bax to see that the same are attended to. The former commissioners took over the artillery of the two kora-koras that were shot to pieces and battered at Quandang 71. remained artillery from the kora-koras. became king of Parigi through devious ways. The order to initiate a correspondence not withdrawn. appearance of emissaries from Maguindanao. danao plays a subtle role. from the old Limboto king Nackie and grandees of the realm, and brought it hither. Maijpoeroe has through §80: Nowhere has the authenticity of the formerly received reports appeared to us that Maijpoeroe obtained the royal dignity in a devious manner. we have again revoked the order given to the Gorontalo resident to initiate a correspondence with the successor of the recently deceased Mandarese Prince Dain Racko, named Dain Malawan, by resolution of 30 May last, because from all circumstances what your High Mightinesses state is apparent, namely that this prince, just as his predecessor, belongs among the rovers. The Governor had the honour, in his separate postscript of 13 September 1788, to report that the day before, the long-expected emissaries, the goegoegoe and some grandees of Maloelang, from the Emperor of Maguindanao finally appeared here with letters and a gift from their master for this Administration. the emperor of Maguindanao 83. The said letters, presented at our meeting held on 23 September and inserted in the resolution, were of 11 January 1788 and contained nothing other than many expressions of friendship and an offer of a metal bell, while in neither of them was found the desired ratification of the peace made in the year 1787, but in the letter to the Governor was discovered with astonishment the erroneous interpretation that His Highness pretended to give to that part of the letter written to him by us on 15 February of last year, whereby was accepted the proposal made in His Highness’s letters of the previous year to send envoys hither, who would be his son and brother, to make peace with the Company, it never before having entered the mind of this Administration to make a request for this, however much the same is to be preferred above the force of arms, as one lent a hand merely out of philanthropy and to promote the prosperity of both nations to a peace negotiation requested for and on behalf of His Highness, which one believed had been pursued in good faith and brought to completion with the King of Maloelang, Kitzil Pantjala, who appeared at this castle in the year 1787, when in the presence of the captains of the state vessels a definitive treaty of peace and friendship was concluded between the Company, the Emperor of Maguindanao, and the King of Maloelang; so one learned not without astonishment the Emperor’s declaration of being unable to let the ratification follow until after distinguished commissioners on behalf of this Administration 73. recalls old events for reasons. further negotiations with the Maguindanao are abandoned. The Sultan of Maguindanao is reimbursed for the delivery of two captured Company servants with an entourage of Ternatans had appeared at Maguindanao, because formerly a royal child of Sangihe was treacherously killed by the Siauers. the Maguindanaos §84. The aforementioned event being intentionally cited to justify also the demanded sending of Dutch commissioners, but not thinking of the revenge that they have taken for it, whereby not a semblance of right remains to them to insist upon such an embassy, and by the granting of which demand the Company's dignity would only be compromised. from all further peace negotiations with Maguindanao was thus refrained for the above cited reasons, unless that nation came to better senses and wished to restore to the Company its fallen share of the plunder in the goods robbed by the Lanuns from the Riau residency. The Emperor’s emissaries were present during our aforementioned reasonings, whereafter the Emperor’s letters were to be answered and that one did not wish to remain indebted to him for the expenses incurred by His Highness for the ransom of the two European soldiers from the garrison delivered to the Company last year.

Dutch transcription

niet ongetrouw gelijk van hun gedagt was de tot dekking van §77. gorontalo en quandang in dienst genomen Inlanders zijn afgedankt. Recommandatie 78 8. Aambreng on Termaten 79. heeft beijde gecommitteerdens in de met hun af„ „sonderlijk gehouden conferentien, voor oogen te hou„ „den, wat de Gorontaalsche en Limbotse Natien in de tijd te wagten hebben, bij aldien niet spoedig tot in„ „keer komen en de Comp„e volkomen genoegen geeven. De Borholwvreesen sin §76. Dat de Borhooloreesen de Partij van Poanilie zijn toegedaan geweest is ons uit het Rapport der Boofden op de kruisvloot na Quandang niet, maar, daar„ „bij wel gebleeken de ontrouw van de Fontolijree„ „ser, welker koning de vlugt genomen heeft en wier Land door de onsen verwoest is geworden. De bij de Gorontaals en Limbotsche troubelen in dienstgenomen Attingoolders en andere In„ „landers tot dekking van beide Residentien, zijn immediaat na de bevogten victorie op den vij„ „and afgedankt geworden. aan den v„r resident Bax wij hebben nog niet vernomen dat door de in„ „haalige Gorontaalders genoegdening zij geschied aan den Mandaeese Prins siké, wegens zijne onder hen uitstaande schulden en gekroste slaven, dog hebben den p„l Resident Baz in mandatis ge„ „geeven te letten dat dezelve betorgd worden. Het geschut van de twee corra Corras die bij Aandang stukkend geschoten en geslagen sijn, hebben de geweesen Gecommitteerdens 71. „bleeven geschut uit de Corra„ borras. slingse wegen koning van Parigie geworden. De ordre tot aankinding 87. eener Correspondentie niet ingetrokken. opdaging van senden §82: „lingen uit Magindans. „dano speeld een fijne rol. van het orsuwandang teung gen Gecommitteerdens van de kruisvloot van den oud Lim„ „bots koning Nackie en Rijksgrooten overgenomen en alhier aangebragt. Maijpoerwe is langs gen ƒ 80: Nergens is ons gebleeken de echtheid der voormaals inge„ „komen berigten dat Maijpoeroe de koninglijke waardig„ „heid op een slingse wijse hebben verkreegen. wij hebben de gegeeven ordre aan den Gorontaals Resident Mandhareesen Prinsen weeder tot aanbinding eener correspondentie met den op volger van den jongst overleeden handarees Prins Dain Racko, Dain malawan genaamd, weder ingetrokken bij besluit van den 30. e May I:Z: om dat aan alle omstandigheeden sigtbaar is het zeggen van uwe Hoog Edelheeden dat die Prins even als zijn voorzaat onder de swer„ „vers gehoord. De gouverneur heeft in zijn aparte na briefje van den 13„e September 1788. de eer gehad te bedeelen dat 's daags te vooren alhier eindedelijk waren opgedaagd de lang verwagte sendelingen /: den goegoegoe en eenige grooten van Maloerang:/ van den keijser van Magindanauw met brieven en een geschenk van hunne meester voor dit Ministerie. de keijser van hagene) 33. Gemelde in onze op den 23. September gehouden verga„ „dering ter Tafel overgelegde en bij de resolutie g'in„ „sereerde brieven ware van den 11: Januarij 1788. en behelfden niet anders dan veele vriendschaps betui„ „gingen ia s „gingen en aanbod van een metale klok, wordende in geen van beiden gevonden de gedesidereerde rativi„ „catie der A„o 1787. gemaakte vreede, maar in den brief aan den Gouverneur met ontsilting ontwaard de verkeerde uitlegging die zijn Hoogheid kwans te geven aan dat gedeelte van den Hem door ons op den 15. febr: van voorleeden jaar geschreeven brief, waarbij g'amplaiteerd ge„ „worden is het in zijn Hoogheids Letteren van het jaar bevo„ „rens gedane voorstel tot afsending van gezanten na herw„s die weezen zouden desselfs zoon en Broeder om vreede met de Comp„e te maken, sijnde nooit bevorens in de gedagten van dit Ministerie opgekomen om daartoe aansoek te doen, hoezeer dezelve ook boven het geweld der wanen en te preferee„ „ren is daar men enkel uit menschlievenheid, en om den bloeij der wederseidse Natien te bevorderen de hand ge„ „leend heeft aan eene voor en van weege zijn Hoogheid ver„ „sogte veedes onderhandeling, die men meende dat ter goe„ „de trouwe door geset en tot volkomentheid gebragt was met den a„o 1787. aan dit Casteel verscheenen koning van Maloerang kitzil Pantjala wanneer ten bijweesen der Heeren Capiteinen van 's lands scheepen een difi„ „nitief tractaat van vreede en vriendschap gesloten is geworden tusschen de Comp: den keijser van Magin„ „danao en koning van Maloerang; dus men niet verwon„ „dering vernam 's keijser betuiging van de retificatie niet te konnen laten volgen; dan na dat van we„ „ge det Ministerie bevorens aansienlijke gecommitteerd„s niet 73. haald oude demtenissen op om reeden. van verdere 's onder 85: „handelingen met den Magin„ „danner word afgesien. Den sulthan van Magin 86. „dano word vergoedde werden uit „leevering van twee gevangen 'sComp„s Dienaren met een gevolg van Tematanen te Magindanao sou„ „den weesen opgedaagd om dat eertijds een konings kind van Saringane door de Chiauwteesen verrade„ „lijk is omgebragt. de Magindanauen § 84. Wordende opgemelde gebeurtenis voor bedagtelijk aange„ „haald om op de gevergde afsending van Hollandsche Gecommitteerdens meede te billijken, maar niet gedagt aan de maak die zij daarover genomen heb„ „ben, waardoor hun geen schijn van regt meer over„ „blijfft om op dusdanige besending te irgeeren en met de bewilliging van welke vordering 's Comp„s waardig„ „heid maar gecompromitteerd soude worden. van alle verdere vreedes onderhandelingen met Magindano wierd dus afgesien om de boven aange„ „haalde reeden ten ware die Natie beeter aankwam en haar te beuit gevallen aandeel in het door de Hanongers uit de Riouse Residentie geroofde goed, aan de Comp: wilde restitueeren. 's keijsers sendelingen waren praesent bij onse voren aangehaalde redeneeringen, woorden aan hoeda„ „nig 's keijsers brieven beantwoord stonden te worden en dat men Hem niet schuldig blijven wilde de door zijn Hoogheid gedane bekostigingen tot uit„ „lossing der twee voorleeden jaare aan de Comp: uitgeleeverde Europische militairen uit het guarnisoen -.

NL-HaNA_1.04.02_3864_0086 view scan ↗

English

87. A bell received as a gift from Magindano, valued and left to the appraisers for payment. To the Sultan of Magindanao garrison of Riouw, but that one in recompense for this service on behalf of the Company would send along for the Emperor: 1 piece fine bleached Guinees 2 fine salempuris 3 chintz blankets of large sorts with the intimation that one would be equally grateful and ready for payout for all other future deliveries of white and black prisoners. The bell, valued at rds 76, of which the eye for the clapper was entirely worn out, was transferred to the appraisers for the aforementioned price and paid in cash. § 88. Counter-gift to the Emperor. And as a counter-gift, alongside our letter, there was presented to the Emperor: 4 pieces blankets of large sorts 1 piece fine bleached Guinees, and 1 piece fine salempuris. § 89. The King of Malorang was informed by letter that one adheres to the contract concluded with His Highness on 9 July 1787, and expects that, especially with regard to the agreed delivery of wax, it will be promptly fulfilled. Furthermore, pursuant to the aforementioned resolution of 23 September 1788, we had records kept of the most noteworthy matters that the soldier from this garrison, Pieter Bakker, noted and recorded during his journey with the King of Malorang to Magindano and back. § 91. Restitution to the said soldier Bakker. To the aforementioned soldier Bakker was refunded from the cash office rds 4:33:— for nails that he purchased from a Chinese in the Strait of Bangka for the repair of the Malorang prahu on the return journey. § 92. The soldier Bakker promoted to sergeant. And we have promoted him to sergeant as a douceur for all the hardships endured on a journey of over twelve months with the natives, toward whom he conducted himself equally amicably and modestly according to their own testimony, as well as to encourage others to undertake journeys to far-distant places inhabited by pirates, which cannot well be visited by a single servant of the Company without some apprehension of danger to life. § 93. The emissaries from Magindano are defrayed. Furthermore, rds 30:—:- in cash was written off for the defrayment of the aforementioned emissaries during their stay at this station, and they, as well as the Tabukanders who escorted them hither, were provided with sea rations for the return voyage for 13½ months. § 94. Recommendation to the Residents of Manado and Gorontalo in case further Magindanao emissaries should arrive. We have informed the Residents of Manado and Gorontalo that all our negotiations regarding a short and lasting peace with the Magindanao had come to nothing; that it might nevertheless happen that, on account of the good success of the Company's arms against the Ilanuns, they might earnestly apply for peace, and that in such a case he must give orders so that the Emperor's emissaries are detained neither in the Sangir Islands nor at Manado. § 95. The Lontchars and Tondanos fall into discord. The murder committed by two Lontchars against two Tondanos on the road to Solongan, as described in the general Manado dispatches of 20 August of this year, having become a matter doubly worthy of our attention, after, according to the Resident's secret letter of the very same date, it resulted in an open rupture between both the aforementioned peoples, and thereby caused the destruction of the rice crop at Kema, which had almost reached maturity, notwithstanding all the efforts made against this by Schierstein in securing the delivery of both murderers to be sent up and tried here according to the stipulations in the contract of the year 1699. § 96. Haughty behavior of those of Tondano. Yet the Tondanos, not content with this equitable satisfaction that was announced to them on behalf of the Resident, would not even admit his emissaries into their inland waters, but sent them back ignominiously, while he on his part seemed inclined to push the matter through by force and to deprive the Tondanos of their natural stronghold, their aforementioned inland water, by damming it up, in order to compel them to settle criminal procedures as stipulated by contract, and not according to the custom of their country by the imposition of monetary fines. § 97. The Governor tries to clear away the arisen unrest at Manado through peaceful means. The Governor received the aforementioned unpleasant news on 15 September, and on the same day informed the Resident in a separate letter of his desire that the matter in question be settled as well as possible and that recourse not be taken to arms before the attempted amicable means proved ineffective. He was compelled to give that order because the stock of rice had been very greatly diminished by the provisioning of the cruising fleets sent out in the month of June 1788, as well as on account of the uncertainty regarding the time at which the cruisers under Lutson, etc., could have arrived at Kema from Kwandang, and also because the damming of the Tondano inland water did not appear so easy for him to carry out. § 98. From the Resident's further letter of 10 September 1788, it was learned that his efforts to restore tranquility

Dutch transcription

Eene van hagindande 87: in gescherk ontvangen klok getoreerde aan de Tarateurs voor betaling overgelaten. den sulthan van Magindanoi Guarnisoen van Riouw, maar dat men hun im recompens van deese dienst Comp„s wege voor den keij„ „jer soude meede geeven 1. p„s Guinees fijn gebl: 2: „ salogasjes fijne 3: „ Deekens gecatt:t groote sourt„s onder te kennen gave dat men even dankbaar en gereed tot uitkeering weesen wilde voor alle andere te vollen uitleeveringen van Blanken en swarte Gevangenen De op rd„s 76. gewaardeerde klok, waarvan het oog tot de kleevel geheel en al versleeten was, is aan de Taxateurs, voor gemelde prijs overge„ „later en in Cassa betaald. Contro geschenk aam § 88. En tot een contra geschenk is den keijser nevens onsen brief aangeboden. 4: p„s Deekens groote zour„ts 1. „ Guinees fijn gebl: en 1. „ Salogasje fine. §89. Aan de koning van Maloerang is bij brieve te kennen gegeeven dat men zig houd aan het met zijn Hoogh„t den 9„e Julij 1787. gesloten con„ „tract en verwagt dat daar aan vooral met op ttigt Een met de sendelingen 90. uit nagindams terug gekomen soldaat heeft nog al goede aanreekeningen gehouden. Magindano gereverteerde soldaat Bakker. wind bevordert tot sergeant. „gindam sijn gedevrijeer. opzigt tot de bedongen Leverancie van wax promt voldaan zal worden wij hebben wijders ter gemelde resolutie van den 23. e Septem: 1788. aanteekening laten houden van de meest op merkenswaardige zaaken die de soldaat uit dit guarnisoen Pieter Bakker, in zine route met Maloerangs koning na Magindano en terug heeft opgemerkt en opgeteekend. Restituti aan den ut A 97: Aan voorn: soldaat Bakker is uit cassa gerestitu„ „eerd geworden rd„s 4: 33:— voor spijkers, die hij tot reparatie der Maloerangse prauw, op de te rug reijs in straat Banca van een Chinees heeft ingekogt. de toltaakt Bassher § 92: En hebben wij hem bevorderd tot sergeant tot een donceur voor alle uitgestane latigen op een togt van ruijm twaalff maanden met Inlanders jegens de„ „welke hij zig even vriendelijk en bescheiden gedragen heeft volgens hunne eijgen getuigenis someede om andere te animeeren tot het doen van togten na verre af„ „gelegen plaatsen, die van rovers bewoond en dus door een enkel comp„s Dienaar niet wel sonder eeni„ „ge bedagting voor Levens gevaar besogt konnen worden. De sendelingen van ha 93. Nog sijn afgeschreeven geworden rd„s 30:—:- contant tot de„ „froijement van voormelde sendelinge geduurende hun 75. residenten van Manadae geron„ „dan auwse sendelingen mogen opkomen. dle soncearsen sonda „ § 95. „ners raaken met elkanderen in onmis. Fondanen. hun verblijff aan dit Comptoir en sijn aan dezelve soo„ „mede aan de Taboekanders, die se na herw„s begetaid hebben zee randcoenen verstrekt tot de terug reijs voor 13½ maande„ reemmandatie aan a 94. wij hebben de residenten van Manado en Gerontalo kennis „talo in cas dat nader hagin„ gegeeven dat alle onse handelingen over een korte en duur„ „same vreede met den Magindanauw op niets waren uitgeloven; dat nogtans gebeuren kan dat zij uit hoof„ „de van het goede succes van 's Comp„s wapenen tegen de Hemongers, met ernst om vreede kwamen aansoek doen en hij in sodanig geval ordre stellen moest dus s keij„ „sers sendelingen nog in de sangirs, nog te Manado opgehouden wierden De door twee Loncears aan twee Soudaners gepleegde Aword op den weg na Solongan sodanig als te zelve beschreeven staat bij de gemeene Manadose advisen van den 20e Aug h: a: eene onser attentie dubbelwaar „dige zaak sijnde geworden nadat, lind's Residents secreete Letteren van even gem: datum tot gevolg heeft gehad eene openbare rupture tusschen de beijde voorn: volken en hier door gecauseerd was het bederfs van het te kemna bijna tot rijkheid gekomen rijstgewasch in weerwil van alle hier tegen, door schierstein aangewende moeijte bij de besorgde uit leevering van beijde de moordenaar om opge„ „sonden en alhier te regt gesteld te worden navolgens het gestipuleerde bij contract de A„o 1699. Houtmoedig gedragten § 96. Dog de Tontaners niet te weede met deese billijke satisfactie de M 2a 77. De gouverneur tragt de onttane onlusten op 47. Manavo met goede uit den weg te runmen omtrent die van Poncca. satisfactie welke hun van wege den resident wierd aan„ „gekondigd, wilden sijne sendelingen met eens in hun binnen water admitteeren, maar souden deselve smaden„ „lijk terng terwijl hij van zijne kant genegen scheen de zaak met force door te setten en de Ioudaners hun„ „ne nahuwelijke sterkte, hun binnen water voorm: door opstopping te willen beneemen, om te te constrin„ „geeren tot afdoening van crimineele proceduren als bij Contract bevongen was en niet volgens dewijl van hun Land door het opleggen van geld boetens. De gouverneur ontving bovengem: aangename tij„ „ding den 15. septem: en gaff den eigen dag aan den resident in een Apart Briefje te kennen sijn verlangen dat de zaak in questie soo goed, mogelijk, bij gelegd en tot de wapenen niet eerder toevlugt genomen wierd, dan na dat begroetde minnelijke wegen niets wil„ „den uitwerken, sijnde hij tot het geven van die order gedrongen geweest om dat de voorraad van rijst bij de provicindeering der in de maand Junij 1788. uit„ „gesonden kruisvlooten seer sterk was verminderd, als uit hoofde van de onseekerheid wegens de tijd, op de welke de kruissers onder Lutzon, C: S: te kema van quandang konden weesen gearriveerd, soomeede omdat de opston„ „ping van het Foudanse Binnen water hem soo ge„ „makkelijk niet te doen voorkwam. de hardmans voor ƒ 98. iit 't Residents nadere Letteren van den 10:e Septembr: 1788. vernam men dat sijne Pogingen tot herstel der rust

NL-HaNA_1.04.02_3864_0090 view scan ↗

English

Great consternation on Manado. Order to the Resident of Manado to settle the disturbances there. The disturbances on Manado begin to disappear. Section 181. Peace having been foiled by the treacherous conduct of the Tondanoans, who, after receiving word that the Tonsea had also handed over the second murderer, a relative of one of their old Ukums, and had thereby indicated that they had given no order for the murder and were satisfied with the Company's arrangements to be made in that matter; they repeatedly conveyed their thanks to the Resident and, instead of appearing at the assembly as had been agreed to reconcile with the Tonsea, went to a place called Sawangan, and attacking the Tonsea there who relied on their word and were harvesting rice, massacred three of them, among them a prominent village chief. Section 99. This execrable, horrific deed had thrown the entire country into consternation and driven the Tonsea to fury; they immediately took up arms and resolved not to lay them down again until an equally prominent Tondano Ukum had been sacrificed to their vengeance. Meanwhile, several hundred lasts of rice in the fields had to go to waste. This contentious affair having been brought before the council, it was resolved on October 6 to write to Resident Schierstein that upon the arrival of the cruising fleet, then expected at Kema from Kwandang, everything had to be settled, whether by peaceful means or by force. The Governor's aforementioned separate letter had, in the meantime, brought about a fortunate turn in the arisen disturbances. Indeed, on October 12 a great assembly was to be held in which the parties were to reconcile with one another. Section 102. An unforeseen intervening difficulty, the Resident thought, could not easily be cleared away and might throw everything into confusion again: The Tonsea had demanded that the Tondano murderers also be handed over to the Company; but these could by no means be distinguished from the crowd that had attacked the Tonsea. One expedient still remained: the Tonsea held as murderers and taken into custody at Manado denied the murder and could not be brought to any confession; under the aforementioned delicate circumstance they could all the sooner be set at liberty, and this was indeed done. Section 103. It nevertheless dragged on until December 10, 1788, before a pacification between Tonsea and Tondano could be brought about; to achieve this, the Resident, assisted by the chiefs of the cruising fleet who had meanwhile appeared at Kema, had to overcome very many obstacles and endure very many unpleasantries from the side of the Tondanoans, which also somewhat delayed the said fleet. Section 94. The wild Tondanoans deserved to be severely chastised; we do not intend, however, to inflict the chastisement upon them as long as we and the community of Manado must be regarded as the breadbasket of Ternate, and consequently we have also not entered into the proposal made by the Resident to send up and subsequently banish several Tondano great and lesser village chiefs. Section 105. At the pacification there were expended: 2 pieces of Guineas, medium bleached, 363 cans of arrack, and 2 barrels or 100 lb. of biscuit; but we thought that no more than 150 cans of the arrack ought to be written off, debiting back the remaining 213 cans of that liquid. Section 106. The collective Manado village chiefs having, pursuant to the orders given by us, been urged in the presence of the commissioners on the repeatedly mentioned cruising fleet toward better compliance with the contracts, especially with respect to the delivery of rice, they indicated on that occasion, as well as in their letter to us, that they had not been able to give satisfaction with the aforementioned delivery since they no longer received blue and white linens at the former prices; that the Chinese bought up the rice, mixed with 2 2/3 paddy, at higher prices and for cash money continuously or by night in the uplands, through factors remaining behind from their vessels returning to Ternate with the unsold merchandise; wherefore the common Manadorese preferred to trade with these people, and the latter could also not be compelled by their chiefs to surrender their country's products to the Company as long as the Chinese were at liberty to build proas on Manado, by which they gave a pretext for their stay there. Section 107. But Schierstein had pointed out to them the deceitful conduct of the Manadorese, who accepts the Company's linens of the desired assortments, whether available or not, while the private merchant can just as little oblige him with the former, without thinking of making payment. Section 108. Rejecting the alleged reasons why the Company was hindered in the provision of rice, we served the old Ukums with an answer, to the effect that the Ternate community was accommodated by the supply of rice by the Chinese, and that if they, the old Ukums, wished to look after the interests of the Company and show themselves grateful for the effort and expense it has exerted and still exerts for more than a century to protect their lands and possessions against the molestation of foreign violence, they ought to take upon themselves the provision of the rice needed annually by the Company, for trade with the Resident consecutively under proper bonds.

Dutch transcription

grote consternatie op Manado. ordre aan Manadrs 6100. Resident tot afdoening der oulu„ „tten aldaar. de ontusten op hand „ § 181. „dobeginnen te verdwijnen. rust vereijdeld sijnde geworden door het verradelijk gedrag der Ioudaners, die na dat den weet ontvangen hadden dat de Foucears den twee moordenaar, een nabestaande van eenen hunner ouds Hoeckums ook al uitgeleeverd en hier meede te kennen gegeeven hadde tot de moord geen bevel gegeeven hebben en met 'sComp„s in die zaak te maaken schikkingen te vreede waren: den Resident veelmaals dank lieten seggen en insteede van in ver„ „gadering te verschijnen, soo als afgesproken waren om met de Fonceass te versoenen na een plaats sa„ „wangen gem„t gingen en de aldaar op hunne woorden staat maakende en rijst in ougstende Toncears overvallende, drie derselver massacreeden, daar onder een voornaam Dorpshoofden §99. Dit excerabel gru wel stuk had het geheele Land in conternatie en de Frucears tot worden gebragt; terstond na„ „men deese de wapenen op de namen voor deselve niet weeder af te leggen van na dat een even grote Toudansche Hoekums aan hunne wraak souden hebben opgeotterd, Intusschen moesten moesten eenige Honderden Lasten Rijst op 'te veld verloren gaan. Deese factiuse affaire in vergadering gebragt sijnde wierd den 6: octobr: besloten den Resident Schierstens aan te schrijven dat met de opkomst der als toen van Guan„ „dang op kema te gemoed gesiene kruisvloot alles het zij in der mine of niet geweld, moest worden afgedagn. 's Gouverneurs voormelde Aparte schrijvens had mid„ „delenwijl een gelukkige onwenteling in de geree„ „sen 40 23 79. „des werk ip Manado. De Toncearsen Ponda„ De Fondaners meri„ „castijd worden „sen onlusten te weeg gebragt Immers moest den 12: octobr een groot vergavering gehouden worden in de welke zoude parthijen met den andere versoene moesten swarigheid bij het weern 102. Eene onvoorsiene tusschen gekomen swarigheid dagt de Resident was niet ligt uit den weg werden gemund en kan alles weder inverwaring brengen: De Fonceats hadden gevorderd dat de Poudansche moor„ „denaars meede aen de Comp„e wierden overgegeven; dan„ deese waren met geen mogelijkheid te onderschijden in't de meenigte die de Foncears had overvallen een Expe„ „tient bleef nog overig: de voor moordenaars gehouden en te Manado in hegtenis genomen Foncears ontken„ „den de moord en waren tot geen bekentenis te brengen, sij konden in bovengemelde neetelige onstandigheid ous te eerder op veije voeten worden gesteld en dit 's dan ook geschied. „nersmaken waedr §103. Het Heeft nogtans tot den 10: Decembr: 1788. aangeloo„ „pen vóor een al eer eene bevreediging tusschen Foncea en Foudemo heeft konnen bewerkt worden; om hier toe te geraaken heeft de Resident van de intusschen te kema opgedaagde hoofden der kmisvloot geassisteerd seer veele hinderpalen moeten te boven komen in seerveele onaangenamheeden van de zijde der Souda„ „nens, onder gaan. 't gunt ged„e vloot ook al wij wat opgehouden heeft. „teenen dat eens gevoelih 94: De woeste Pondaners verdienden eens gevoelig ge„ „kastijd te worden; wij gedenken echter niet om hun de „ -. gedane bevreediging op manado gemaakte spen„ „datien De Momatse Derr 106. hoofden worden over hunne slegte „houden de kastijding toe te brengen soo lange wij en de gemeente Manado voor de brood kamer van Ternaten moeten hou„ „den en zijn gevolgelijk ook niet getreeden in de door den Resi„ „dent geproponeerde opsending en te volgen verbanning van eenige Iondaansche grote en mindere Dorpshoofden. Afschijvingden hij de 105. Bij de bevreemdiging sijn gespendeerd geworden. 2: p„s Guin„s gem: gebl: 363. kann: Arak en 2: vaten of 100: lb: Buskuit dan wij hebben gedagt van de Arak niet meer te moe„ „ten afboeken van 150: kann: met terug reekening der overige 213: kann: van dat vogt. De gezamenlijke Memadose Dorpshoofden, ingevolge na koming der Contracten onder de door ons gegeeven ordre in praesentie der gecommitteer„ „den op meerm: kruisvloot tot beetere nakoming der contracten, vooral ten aansien der rijst Leverancie aangespoord geworden sijnde, gaven sij bij die gelegenheid, soo wel, als in hunne Brieff aan ons te kennen dat met voorschreeven Leverancie geen genoegen hadden konnen geeven seedert geen Blauw en witte Lijwaten meer en tot de voorige prijsen bekwamen, dat de Chineesen dan met 2 2/3. e Padij gemengde rijst duurder en voor Contante pen„ „ningen steeds gewijse, of bij de nagt, opkogten in de boven Landen, door aldaar uit hunne na Ternaten reverteeren„ „de vaartuigen met de nog niet omgeste koopmanschap„ „pen agterblijvende factoors waarom de gemeene Manadoaa Lieftt 22 81. Bedriegelijke han „ §107 „delwijs der Manadoreesen verweeten. voorllag aan de Ma 108 „nadoreesen Dorpshoofden tot besorging van Rijst. Liefst met deese Lieden handel dreef en deese door hunne hoofden ook niet genoodzaakt kan worden om zijne Lands producten aan de Comp„e aff gestaan, soo lang aan de Chineesen vrijstond het aanmaken van Prauwen op Manado waarmeede sij een kleur geeven aan hun verblijff aldaar. Maar schierstein had hun doen opmerken de bedrie„ „gelijke handelwijs van den Manadorees die sComp„s Lijwaten van de gewilde sorteerings, al off niet zijnde (:terwijl hem de Particulier met eerstgen even min gerieven kan:/ aanneemd sonder aan de voldoening te gedanken. wij hebben met verwerping der bij gebragte reeden voet waarom de Camp in de besorging van Rijst word voorts gegeeven aan de oud Hoekums in antwoord gediend dat met de aanbreng van rijst door Chineesen de Ter„ „maatte gemeente getiefd wierd en dat zij oud Hoe„ „kums de belangens van de Comp„e willende behar„ „tigen en zig erkennelijken betonen voor de moeijte en koste welke zij meer dan een Eeuw heeft aangewend en nog aenwend om hunne Landen en besettingen tegen den overlast van buijten lands geweld te be„ „schennen, de bezorging der jaarlijks door de Comp„e be„ „nodigde rijst op hen dienden te neemen, tot inruiling van den Resident consecutive onder behoorlijke verband„ „schriften

NL-HaNA_1.04.02_3864_0094 view scan ↗

English

Section 109. The Hoords give no answer. Section 110. Price increase on the Nimadolo rice. Section 111. Chartering of a vessel as an express to Manado. accept written notes, linens, and merchandise for distribution among their subordinates, interposing themselves collectively as guarantors, one for the other. To date, no reply has been received to our aforementioned letter, and the Resident would rather continue to credit his bad payers than see that the old Hoekums were also included among the number of his debtors, even though, according to the aforementioned arrangement, they were willing to guarantee among themselves their mutual debt to be made with the Resident. The aforementioned Manado troubles have meanwhile compelled us, see secret Resolution of the 16th of October 1788, to raise the price of the remainder up to 20 Rijksdaalders per Last, though only for the first 150 Lasten to be procured, although, as further appears from the general advices, one had to allow that price for the required 350 Lasten, which have not yet been fully delivered. Necessity has compelled us to let the Resident receive notice of this resolution by an express vessel to be chartered, with which, however, we were not assisted by the Master of Equipage van Waningen; but since the said small vessel, along with many others, returned from a wasted voyage due to the prevailing, early-onset northwesterly winds, we must lament on this occasion the expenses incurred without freight for wages and rations for the crew, who consisted of one European Boatswain and 13 native Sailors, who received: 79 3/4 Rijksdaalders in cash 1237 1/2 lb. Manado Rice 91 1/2 lb. Salt 90 3/10 cans of Arrack 67 1/3 [illegible] 1/4 can of Dutch Vinegar 10 1/4 cans of Native Vinegar 12 cans of Coconut Oil Section 112. Supply of rice at Kema made to Maloerang's King. Section 113. Burial expenses likewise recorded on Taboekan for a soldier who died there from the garrison at Rhiouw. Having supplied 450 lb. of rice to the King of Maloerang and retinue in the year 1787 at Kema, the quantity of which had been neglected to be reported, we have passed this small item onto the previous year's expenses for write-off. 1 2/5 pieces Ducatoons /16 pieces Guinea [illegible] which were disbursed at Taboekan for burial expenses of the soldier who died there from the garrison of Riouw, Carel Bon, which amounts we have ordered to be charged to Batavia per a separate small invoice, to the end that his death-account may be debited for it. Section 114. Supplementing Ternatan auxiliary troops with ration rice. Section 115. The regent of the Boelang tribe is maintained against oppression. Section 116. Gorontalo is again at peace. At the deployment of the expedition fleet to Gorontalo last year, having seen no possibility of transferring the ration rice for the Ternatan Alfoors entirely into the vessels due to lack of space, we ordered Manado Resident Schierstein to send the missing amount, up to 21564 lb., to the first-mentioned Resident, even if he had to charter a vessel for this purpose. The Pantjallang De Lassum, which sailed afterward, having subsequently been driven to Kema, he tried in vain to load the aforesaid quantity into it, and had to make use of the authorization received by chartering a vessel that did not make the voyage, and instead of which another had to be engaged, with which that rice was finally delivered to Gorontalo after the Ternatan auxiliary troops had been sent back from there. For both vessels, 35 Rijksdaalders were disbursed for charter fees, and 96 Rijksdaalders for wages to the crew, making a total in cash of 131 Rijksdaalders, and previously 96 lb. of salt and 1540 lb. of rice. Both were approved for write-off in our meeting of the 30th of May last. We shall conclude the Manado affairs by further bringing to your notice that we deemed it necessary to somewhat relieve the reinstated Panghoeloe of Boelang Itam from the ever-increasing dependence under which the King of Caudipang gladly kept that regent, and on that account take the liberty to respectfully refer Your High Nobilities to our secret Resolutions of the 31st of January and the 30th of May of this current year. Although from the advantage gained by Lutzow and associates over Boanilie and the Hanongers it might have been inferred that one has no injury to fear from the defeated enemy, we nevertheless perceived with surprise from the Gorontalo Advices of the 25th of August 1788 the Resident's apprehension of new attacks, whereas on the 20th of September thereafter, judging Gorontalo to be out of all danger of assault, he proceeded to send back the Ternatan auxiliary troops, while retaining the galowet Den Arend until the Pantjallang De Lassum, driven to Kema and kept under the auxiliary fleet under Lieutenant Wijmoet, should also have arrived, his Honor wishing first to understand from the letters arriving therewith, duplicates of which had been dispatched via Manado, what use he was to make of the [illegible] to him.

Dutch transcription

De Hoorden geeven §109. geen antwoord. Prijs verhoging op ƒ: 110: de Nimadolo Rijst. Inhuuring van een §111. vaartuig als Expresse na Manado. schriften Lijwaten en koopmanschappen accepteeren ter ver„ „deeling onder hunne onderhowige, sig gezamentlijk als Borgen, de een voor den andere interponeerende. Ex is tot heeden op bovengemelde onse Brieff geen replicque ingekomen en de Resident wil zime kwa„ „de betaalders liefst voort crediteeren dan sien dat den oud Hoekums meede onder het getal sijner debiteu„ „ren kwamen of schoon sij navolgens de voormelde schikking hunne onderling bij den Resident temaa„ „ken schuld guarandeeren wilden. Devoren bedeelde Manadose strubbelingen hebben ons intusschen gedrongen om vide, secreete Besluit van den 16. octobr: 1788. de prijs van de Rest te brengen tot op den 20: w„s p„r Last oog alleen voor de eerst te besorgen 150: lasten, schoon men, gelijk bij de gemeene advisen na„ „der consteerd die prijs voor de benodigde 350: Lasten welke nog niet voluit geleeverd sijn moeten toestaan. De nood heeft ons gedrogen om den Resident van geen beshuit kennis te laten toekomen per een expres in te huuren vaartuig, waarmeede wij echter door den Equipagie meester van waningen voor niet g'assisteerd. sijn geworden dan dewijl ged„e weijen schen vaartug ne„ „vens veele andere door toedoen der al voegd oorgetast hebbende Noordweste winden van verloren Reijs terug is gekeerd, soo moeten wij beklagen de bij deese geleegenheid sonder 81. ria Aan haloerangs ko„ 112: „ming is verstrekking van Rijst op kerna geschied op Paboekan tim ke„ 113. soomeede „graffenis ongelden aangenee„ „kend vooreen aldaar overleeden soldaat in't Rhiouw sonder vragt aangewende kosten van gagie en Randcoenen aan de opvarende die geweest zijn Een Europ„s Bootsman en 13: jnlandse Mattroosen, die genoten hebben. 79¾. rd„s Contant 1237½ lb: Rijst Manadose 91:½: „ Lartrat zout 90 3/10: kann: Arak 67:/3 ¼. „ Azijn Hollands 10:¼. „ _„o Inlands 12:—. „ olij van Clappus Aan den koning van Maloerang en gevolg A„o 1787. te Reina verstrekt sijnde geworden 450: ld: Rijst, dog waar van de quantiteijt versuijmd was op te geven; soo heb„ „ben wij dit Postje op voorjaarige Lasten gepasseerd ter afboeking. 1 2/5 p„s Ducatonsen. /16. „ Guin„s gem: gebl: welke op Taboekan verstrekt sijn geworden ter begra„ „ven is onkosten van den aldaar overleeden soldaat uit den Bezetting van Riouw Carel Bon, welker bedra„ „gen g'ordonneerd hebben dat p„r een Apart factuur„ „tje Batavia worde aangereekend ten einden sijn Dood reekening daar voor kan worden belast. § 114: Temnaatse hulp benden suppleeren. De regent van §115. Boelang stam word gemag „intineerd tegen verdruk„ haar desk retiven e inde Bij de aanleg der Expeditie vloot na Gorontalo voor„ aan de randcoen rijst voor„ leeden Jaar geen haas gesien hebbende om de randcoer rijst voor de Ternaatse Alfoeren geheel en al in de vaar„ „tuigen over te scheepen, ii't gebrek aan ruijmte heb„ „ben wij Manados Resident Schierstein gelast het onbreekende tot 21564. ld: na eerstgenoemde Rezident toe te schikken al zoude zij Hiertoe een vaartuig mo ge„ „ten inhuuren. De naherw„s af„varen Pantjallang de Las„ „hun vervolgens na kema verdreeven zijnde heeft hij vergeefsch getragt voorseide quantiteit daar in te krijgen en van de ontvangen qualificatie gebruikt moeten maken met de inhuuring van een vaar„ „ting dat de reijs niet gekreegen heeft en in steede van wek een ander heeft moeten besproken worden waarmeede die reijst eindelijk op gorontalo is aange„ „bargt, na dat de Ternaatse zulxbenden van daar terug gesonden waren: voor beide vaartuigen sijn wee„ „gens Huurloon opgebragt Rd„s 35. — 3n rd„s 96:- weg„s gagie aan de opvaarende op te samen contant rd„s 131:- bevorens 96: lb: zout en 1540: lb: Rijst: Het een en ander is in onse bij eenkomst van den 30„ Meij J:oL: gepasseerd ter afschrijving. wij sullen de Manadose bedeelingen besluiten met nog ter kennis te brengen dat wij g'oordeeld hebben den „king 85. pia „der in rust. „de herstelde Panghoeloe van Boelang Itam een wei„ „nig te moeten opbeuren uit de ter seer vemeederen„ „de afhangelijkheid, onder dewelke de koning van Cau„ „dipang die regent gaerne hield en wesweg„s de vrij„ „heid gebruijken uwe Hoog Edelheeden in eerbied over te wijsen na onse secreete Resolutien van den 31: Januarij en 30: Meij h: a: Gorontalo is wee„ § 116. Schoon uit de door Lutzow c: s: op Boanilie en de Hanongers behaalde voordeel heeft mogen worden opge„ „maakt dat men van den geslagen vijand geen Leed te vreesen heeft; soo ontwaarden wij nogtans met bevreemding uit de Gorontaalse Advisen van den 25. August„s 1788. 's Residents bedugting voor nieuw aanslagen, terwijl bij den 20: septembr: daar aan Goron„ „talo buijten alle gevaar van aanranding oordeelen„ „de te weesen is overgegaan tot de tenug sending der Ternaatse Hulpbende met aanhouding van de galowet den Arend tot meede zoude weesen opgevaagd de na kema verdreeven en onder het huifvlootje gehouden Pantjallang De Lassum onder den Lint„ Wij„ „moet willende sijn E: uit de daar meede over„ „komende Brieven, waar van de Duplicaten over Manardo afgevaardigd waren, vowraf verstaan welk een gebruik te maken hadde van de kem hem

NL-HaNA_1.04.02_3864_0098 view scan ↗

English

The resident of Gorontalo causes trouble for the Government. De Swart and the auxiliary forces are accused. The accusations are refuted. Desire of the Gorontalo kings that the Bay of Tomini may be cruised. The galeots de Arend and the Pieters to cruise towards Gorontalo. Alfurs of Galela and Tobelo organize raiding parties. Write-offs of Gorontalo and Limbotto effects. Pirates are seen at Kaidipang and Kwandang. A benting of the Limbotto people was left standing. A new post established at Limbotto. Baijer must compensate a piece of fine bleached Guinees. military force sent to him, as he had sufficiently been able to learn from the copy of the Instruction for the pennant-bearer given along to the commander on the Arend, Second Lieutenant Jan Carel Wurm, since the same had been shown to him; but to which De Swart had said that the same was good for the Commander and that he had requested no help from Ternate. This and similar inconsistent conduct of De Swart, but even more his grasping and quarrelsome nature, has many times caused us great trouble and headache and brought no benefit to the Company. Indeed, had His Honour not needed the Arend yonder, as everything there was in full peace, he could have sent that small vessel away to Parigi, from where at that time no news had arrived for a long time. Quarrels between De Swart and Wurm. § 118. We shall not trouble Your High Noble Honours with the reciprocal squabbles that occurred between De Swart and Wurm and were described in the secret Resolution of 29 November 1788. The auxiliary forces § 119. We shall only mention that, the chiefs of the Ternatean korakoras having raised difficulties about leaving the Company's vessels contrary to the orders of their king, this was attributed by the Junior Merchant De Swart to their inclination to plunder the Gorontalese, and he afterwards accused the same of having murdered and wounded some subjects of the petty kings of Bona and Bintauna, according to complaints brought before the Resident by those petty rulers in the presence of Wurm, two Xullangese citizens having at the same time gone out of the Gual and gone missing alongside some Gorontalese. All accusations § 120. But which accusations the chiefs of the said Ternatean korakora flotilla refuted in a writing inserted in the repeatedly mentioned Resolution of 31 January, stating that they had been concocted to cover up the unfriendly treatment shown towards them both by the kings and by the Resident; however, regarding which De Swart defended himself tolerably well and in which we acquiesced on 30 May, because the King of Ternate declared before the first undersigned to be satisfied therewith. gorontalo kings that § 121. According to the wishes of the kings and of the Resident, we were able to dispatch vessels quickly enough to cruise the Bay of Tomini, as Poamlie and Daeng Massona are said to be at Moutong and to have received orders from the King of Boni to gather all Buginese, whom they were to move to Limboto, with further orders that if the Mandarese did not want to vacate that place, to then use force. galowits § 122. And we still had great reservations about employing for that cruise the galeots de Arend and de Pieter, which had lain over here beyond the time determined by Your High Noble Honours, out of fear for the total ruin of both small vessels, but regarding which we have been reassured by experts. Alfurs of Galela § 123. Gorontalo having been disturbed earlier in this year by the piracies of some fugitive Alfurs of Galela and Tobelo, who have also appeared at Bacan, at Obi, and in the Strait of Banggai, we therefore, according to what was noted in the secret Resolution of 11 April of last year, lodged a complaint about it at the Court of Ternate and urged the king to devise and put into effect suitable means to counter all such atrocities of his subjects, whereas His Highness preferred to see the raiders subdued by the Company's arms at his expense, and we received in reply from the monarch that, with our prior knowledge, he had sent out against the robbers and had also trapped them and was waiting for more others in order to subsequently have them all together punished exemplarily, the chiefs with death and the commoners with the cutting off of hands and feet, both of which executions took place on 25 July last in the presence of two Political Council members. Write-offs of § 124. The write-offs caused by the enemy at Gorontalo and Limboto are recorded in the secret Resolution of 31 January. pirates are § 125. At Kaidipang and subsequently at Kwandang, a few raiders were seen who are thought to belong among the Hanongers who were put to flight and who are driven away wherever they appear. A Benting of the § 126. De Swart committed a great mistake when, with the commissioners still at Kwandang, he did not immediately have demolished the bentings erected there by the former King Nachie and the former Gugugu Joesoet. A new Post at § 127. Post Limbotto is now garrisoned with: 1 Bookkeeper as Resident, 1 Corporal and 6 Common soldiers, alongside 1 Gunner. And there have been transported from Kwandang to that place 5 pieces of one-pounder cannons, with one more from Gorontalo, to fire salutes for the kings; all the remaining artillery from Kwandang has been brought here. § 128. The letters exchanged between Baijer and De Swart during the Kwandang troubles have been requisitioned, and upon review it was found that the first named had delivered to the Ternatean auxiliary forces for the burial of the dead

Dutch transcription

De resident van Go„ & WC „rontalo verwerkt moeijte aan de Regeering. de swart en een goud mits „benden worden beschuldigd. hem toegesonden krijgs magt, daar hij sulx uit de aan den gezaghebber op den Arend den sous Luit„ Jan Carel Wurm, meede gegeeven wedergave der Instructie voor den wimpelvoerder genoegsaam had konnen ervaren door dien de selve aan hem ver„ „toond geworden is; dog waar op de swart gesegd hadden dat de zelve goed voor den Gezaghebber was en om geen hulp van Ternaten versogt hadde. Deese en soortgelijke inconsequente Handel wijs van de Swart, maar nog meer sijn inhalige, en twist zieke aard heeft ons meenig maal groote moeijte en Hoofd breeken veroorsaakt en aan de Compagnie geen voordeel toegebragt Immers hadde sijn E: den Arend ginter niet benodigd zijnde, dewijl daar alle in volle rust was, dat kieltje komen weg senden na Parigie, ven waar als toen in lang geen tijding ingekomen was. Hebbelingen tusschen 18: „ Wij zullen uw Hoog Edelheeden niet vermoeijlijken met de over en weeder tusschen de swart en wurm gepasseerde en ter secreete Resolutie van den 29. Novem: 1788. be„ „schreeven kibbelingen de Semaats hulp„ § 119. sullen wij alleen maar aanhalen dat de hoofden op de Ternaatse Corra Corras swarigheid gemaakt hebbende om tegen den last van hunnen koning, sComp„s vaar„ „tuigen te verlaten, zulx door den onderkoopman De Swart al 87. pia worden wederlegd. begeerte van de goron„ Bogt van Somiie mag w„ „den bekruist. Swart is toegeschreeven aan hunne geneegenheid om de Gorrntaalders te berooven en de zelve naderhand be„ „schuldig eenige onderdanen van de koningjes van Bona en Bintaoena vermoord gewond te hebben navolgens daar van ter praesentie van wionn door die land heer„ „tjes voor den Resident ingebragte klagten, sijnde ter selve tijd twee Xullaneese Burgers uit de Gual gegaan en vermits geworden nevens eenige Gorontaalders. ale beschuldigingen §n 120: Dan welke beschuldigingen de hoofden van gem: Ternaats Corra Corras vlootje in een ter meerm: Reso„ „lutie van den 31: Januarij g'insereerd schriftuwr gere„ „futeerd en gesegd worden te weesen opgeschommeld om hier meede te bedekken de onvriendelijke handelwijs soo van de koningen, als van den Resident ten hunne opzigte dog wes weg„s de swart sig taliter qualiter verantwoord heeft en waarin wij den 30: Meij berust hebben om dat de koningen van Ternaten voor den eerst geteekende betuigd heeft daarin genoegen te neemen. „taalte kningen daat & 2V. wij hebben na den zin der koningen en van den Resident met schielijk genoeg vaartuigen konnen afsenden ter bekuussing van de Bogt Tominij alzoo Poam„ „lie en Dain Massona gesegd zijn op Mouton te wee„ „ze en last van den koning van Bonij ontvangen te hebben ter versameling van alle Boegineesen, die zij na Limboenen moesten verplaatsen, met verdere Last dat wanneer de Mandareesen die plaats niet wilden inruimen, als dan geweld te oeffenen „se galowets de §122: En wij hebben nog wel groote swarigheid gemaakt tot Arend en de Piter in be„ „kruissing na Gerontalo. Altoore van Galolla 123. en sibillo regten stroop par„ „thijen aan„ tot die bekruissing der hier over de door uw Hoog Edel„ „heeden bepaalde tijd overgeleegen hebbende galowits den beter Arend en de konnisse te emploijeeren uit vreese voor een tot al bederff van beijde kieltjes, dog waaron „trent door deskundige sijn gerust gesteld. Gorontalo voorleeden in deesen jaare ontrust gewor„ „den door den schioperijen van eenige uitgeweeken Alfoeren van Galella en Tobillo, die zig te Batchij, „an, te oubij en in straat Banton meede vertoond hebben soo hebben wij uitwijsens het genoteerde ter secreete Resolutie van den 11: April L:o L: daar over laten doleeren aan t' Hoff van Ternaten en den koning aan te spooren tot uitdenking en bewetkstelling van Een bequaame middelen tot tegengang van alle sulke Enweldaden sijner onderhoorige te waar sijn Hoogheid liever sag dat de stropers door 'sComp„s wapen ten zijne koste, wierden te ondergebragten van den vorst ten antwoord bekomen dat hij met onse voorkennis op de rovers uitgesonden en ook in den knip gekreegen had en op meer andere wagtende was om see voorts alle te samen voorbeeldelijk te latten straffen, de Hoofden met de doot en de gemeene met de afkapping van handen en voeten en welke beijde executien den 25„' Julij J:L: geschied sijn ter praesentie aan twee Politicquen Raads ben Afschijtingen van §124. De door den vijand op Gorontalo en Limbosto veroor zaaken afschrijvingen 2 Lin leeden. 89. pia „tecten. Candopang en Quandang gesien. Limboth aangelegd. Baijer moet een 128. stuk Guinees fijn gebl: ver„ „goeden. Goventaalte en Limboterst. afschrijvingen staan aangeteekend ter secreete Resolutie van den 31: Januarij zeeroverd worden van ƒ 125. Te Caudipang en vervolgens te Quandang sijn eenige weinige Stropers gesig die men denkt te behooren onder de op de vlugt gedreeven Hanongers en die over al waar se zig vertoonen verjaagd worden. Een Benting van den 126. De swart heeft een groote misslag begaan, toen huij„ Limbotters is blijven staan de kmissen nog op Quandang sijnde niet aanstonds heeft laten demolieeren de aldaar opgeslagen Bentings van den oud koning Nachie en oud Goegoegoe Joesoet. Een nieuw Polt te §127. De Post Limbotto is tans beset met. v: Boekhouder als Resident 1: Corporaal en 6: gemeene militairen, nevens v: Busschieter. en sijn van quandang na derw„s getransporteerd 5: p„s Een ponder Canons met nog een uit, Gorontabo, tot het doen van eere schooten voor de koningen al het overige geschut van quandang is alhier aange„ „bragt. De tusschen Baijer en de Swart geduurende de quandang troubelen gewisselde Brieven sijn opgeEischt en is bij resumtie bevonden dat eerst genoemde aan de Ternaatse hulpbenden tot begraving van dooden afgegeeven s

NL-HaNA_1.04.02_3864_0102 view scan ↗

English

Detention of a Bugis prahu at Caudipang. The brought-in prahu gave good reasons. Bugis Panga cum suis. Section 129. Given has 1 piece of guinees; they remained, but which unqualified supply we ordered to be on his account. The aforementioned Baijer had in the month of August met near Caudipang, detained, and subsequently handed over to the cruising commanders, a Bugis nakhoda named Panga, whose vessel appeared very badly battered and could show no other pass than one signed by the Honorable former Governor of Java Siberg, dated under 12 May 1787. This Panga cum suis was considered an enemy of the Company, who at Bwool was supposed to have clashed with our people. The crew of the brought-in prahu. Section 130. The reasons presented by him to the Governor after landing at Ternate brought the latter to the view that with regard to this man, a mistake may well have been made and friend taken for foe. Consequently, it was granted to him and 4 of his crewmen—one having jumped overboard and perished earlier out of fear of mistreatment—to reside freely and unbound with the Bugis inhabitant of Gorontalo then present in loco named Lawanie, with an allowance of 6 stuivers per day to each for maintenance. Apology of the said Bugis. Section 131. The said Bugis subsequently cleared himself in a written document submitted on 31 January from the suspicion resting upon him, stating: that in the month of June 1787 he sailed from Samarang to Coetioe and steered from there in March 1788 back to Samarang, but fell upon the land of Mandhar, where their vessel was smashed to pieces; 3½ months later they went in a newly purchased prahu to Gouto, calling at Boengalo in passing, when they were attacked there by 10 prahus with pirates and were separated from their boats by a sudden storm, which storm had chased them near Candipang. Having subsequently been transported by Baijer to Mandang, their goods, of which a specific specification was given in their defense, were taken into custody there. They further submitted for consideration whether they, having wives and children in Samarang, living there and being subordinates of Captain Aming, had reason to join the Company's enemies, and whether they were not entitled to satisfaction. Baijer had seized goods from them to the value of 258. 24. - Rds and given a receipt for it. And from their war supplies brought here, there were missing 1 blunderbuss, 1 musket, and ½ picol of biscuit. Spoken of some Ternate chiefs. Of their paduwakang valued at 80 Rds, the commissioners had made use for the transport of horses, and it had been smashed to pieces on this beach. Panga cum suis acquitted of suspicion. Section 132. What had happened to them according to their statement could indeed be true, and the contrary could not be proven; it was also thought best to let an unconvicted guilty person go rather than condemn an innocent one. Thus it was resolved to declare the aforementioned Panga cum suis free of suspicion and to let them return to Samarang under our letters of conveyance to the ministry there. Baijer had to pay his debit into the treasury to be handed over to him, for having dealt in such a manner with people who were suspected by him and judged worthy of being sent up. Intzow had to pay for the paduwakang, and Baijer the maintenance granted to them. Permission to Panga cum suis to sail to Cottij. Section 133. By a minute of the general inquiry dated 10 February last, on their written request made to this end, permission was granted to them to sail with the Bugis Captain Lawanie of Gorontalo via that residency back to Cottij, since they still had much outstanding there and in the surrounding areas. Insolent conduct of some Ternate chiefs towards the Sultan of Bachian. Section 134. Having as yet mentioned nothing of the Moluccan head kings, we cannot, however, pass over the communication of the case described in the resolution of 30 May regarding the chiefs who, without the prior knowledge of the Governor, were sent out by the King of Ternate in kora-koras against the Tobelo rovers. Being at Bachian, they behaved quite insolently before the Sultan there, about which that prince complained to us by letter, especially regarding the boasting of the Ternate utusang or commander, that they were now there with only four kora-koras, but eight more would follow to destroy the negorij on Bachian, etc. etc. The Alfoor who converted to Christianity taken into protection. Section 135. That same utusang also wanted to kill an Alfoor residing there, who had converted to Christianity long ago, of whom his King had told the Governor that he harbored the rovers and who had therefore been summoned by the latter for examination; if the postholder had not seen to it that the man was safely transported away in a hired small prahu, whereupon it was discovered that this Alfoor and his grown children had performed the extirpation work on Bachian for more than thirty years and was known as a worthy man. Complaint of the Ternate ministry to the Court of Ternate. Section 136. Having had our rightful complaint regarding both cases made at court, with notice to His Highness the Sultan of Ternate that the aforementioned Alfoor was taken into the immediate protection of the Company and it would not be tolerated that any harm be done to him, and that the utusang who behaved punished

Dutch transcription

Aanhouding van een §129. Boegineese Trauw te Caudi„ opgebragte prauw geven goede reedenen. Boeginees Panga L: S: afgegeeven heeft 1: p„s guin„s sijn gebl: dog welke om„ „gequalificeerde verstrekking wij gelasten hebben voor Sijn Reekeveing voorn: Baijer had in de maand August„s bij Cau„ „dipang ontmoet, aangehouden en vervolgens aan de kruijshoofden over gegeeven een Boeginees Mnachoda met neme Panga, wiens vaartuig seer leelijk ge„ „havend uitslag en geen andere den eene van den Edele Heer afgegane Javas Gouverneur Siberg getee¬ „kende Pake kan vertonen gedateerd onder den 12: Meij 1787. wordende deese Panga C: s: gehouden. voor vijanden van de Comp„e die te Bwool met de onsen moest slaags sijn geraakt. de opvarende van de 5130. De door hem na aanlanding op Ternaten voor den gouverneur gevoerde reedenen bragten deesen in het begiop dat men ten opzigte van dien man wel misgetatt en vriend voor vijand kan hebben aange„ „zien het hen dien volgens nov„s 4: sijner scheepelingen, sijnde éér uit vrees voor mishandeling, over boord gesprongen en verongelukt, vrij en liber inwoonen bij den toen in Loco sijnde Boeginees inwoner van voeging Gorontalo Lawanie gen„t onder toen doen van 6: stuij„ „vers tot onderhoud aan ijder 's daags. Anologie van den §131. gedagter Boeginees heeft sig vervolgens in een den 31: Januarij gediend hebbende schriftuur gesuiverd van „pang. 91. ia van de op hem geleegen hebbende verdenking met aan te haalen - „dat in de maand Junij 1787. van Samarang na „coetioe afgevaaren en van daar in Maart 1788. weder „na Samarang gesteevend dog vervallen sijn op het land „van Mandhar, waar hun vaartuig aanttukken geslagen is; „3½: maand daar na gingen sij in een nieuwe aange„ „kogte Trauw na Gouto, Boengalo in passant aan„ „gierende wanneer sij daar 10. Prauw met Hanongers „wierden aangerand en met hun sloepen tot door een opgeko„ „men strom uit elkanderen sin geraakte en welke „strom hen na bij Candipang gejaagd had, het Baijer vervolgens op mandang, overgevoerd, wierden hunne goe„ „deren waar van in hunne verantwoording specificlsul „opgane doen aldaar in bewaring genomen Geevende zij voorts in overweeging of zij vrouwen en kinderen te samarang hadden, daar woonagtig en onderhorige van Copn Aming, waren reeden hadden om zig hij sComp„s vijanden te voegen en of hun geen satisfac„ „tie toekwam! Baijer had goederen aan hun aangesla„ gen tot de waarde van Rd„s 258. 24. - en daar van 173 een bewrijs gegeeven En op hunne hier aangebragte oorlogs behoeftens manqueerde v: Donderbusch, 1: snaphanen en ½: pi„ col Buskuit van gesproken. Pormissie aan Tang waren. van eenige Pemaatse hoofden „ Chian. van hunne op 80: Rd„s gevaarderde Paduwaken, hadden zig de Commissianten bediend op Transport van Paardein en was op dit strand aanstukken geslagen. Panga worden wij § 132: wat hun na voorgeeven overkomen was kon in waar„ „heid bestaan en het tegendeel kan niet teweesen worden: ook dogt men best een niet te overtuigen schuldige te laten looven; dan een onschuldig te condemneeren dus beslooten wierd meerm: Tanga, C: s: wij van verdenking te verklaren en na Samarang torng te talen, onder onse geleide letteren aan het Ministeris aldar Baijer moest zijn debet in Catsa tellen om aan hem te worden, over zulx handel getreedon „ven had met luiden die bij hem verdogt en der opsendin„ waardig geoordeeld waren Intzow heeft de Paduwakan moeten betalen en Baijer het aan hun toegelegde on„ „derhoud. Een Alt „ga C: s: om na Cortij d 3. Bij een Notul van rondvrage de dato 10: febr: L: L: is aan dezelve op hunne hiertoe schriftelijk gedane in„ „stantie, toegestaan om met den Boegineesen Cap„n La„ elvin „wanie van Gorontalo, over die Residentie weeder na Cottij te mogen vaaren wijl daar en door omstreeks, nog veel uitstaande hadden. Insolent gedrag §134. van de Moluksche Hoofdkoningen nog niets heb„ jegens den zulthan van Bad„ kenve aangehaald, konnen wij echter niet voorlij de bedeeling van het ter Resolutie van den 30: Meij beschreeven geval van de Hoofden op de niet voorken„ al „nis 93: dia den tot het Christen 135 edom overgegane Ternaatse „scherming genomen. Doleancie van het 136. Ternaatse Ministerie aan het Hof van Terna„ „ten nis van den gouverneur door Ternaats Koning op de Tobilsche Swervers uitgesonden Corra Corras zig te Batavia sijnde voor den subthan aldaar wrij inzo„ „lent gedragen hebben en waar over die vorts bij Brieve aan ons gedoleerd heeft, vooral over het spangeeren van den Ternaatse oetoesang of Bevelhebber, dat nu eerst met vier Corra Corras daar waren maar nog agt zullen volgen om de Nogorij op Bakhian te remielen enz: ent: Die zelfde oetoesang wilde ook eeven aldaar lang voor Altoer wort in sleruw„ de„ heen tot het Christendom overgegane Ternaatse al„ „taar geseeten Alfoer, van wien sijn koning aan den Gouverneur gesegd had dat de swervers ophield en hier„ „om door laastgemelde ontboden ter examiinatie, om het leeven brengen hij aldien ooor den Oosthouder niet gesorgd was dat de men verlig in een „ gehuurd Prauw„ „tje dit heen was getransporteerd geworden, wanneer men ontoekt heeft dat die Alfoer en sijne opgeschoten kin„ „deren meer dan dertig jaaren het Extripatie werk op Batchian heeft hebpen verrigten en daar voor een braaf„ „man te hoek stond. Onse regtmatige doleancie wegens beijde gevallen ten hove hebbende laten doen onder aansegging aan zim Hoogheid tharal, van Ternaten, dat men voorn: Alfoer in de onmiddelijke beschenning van de Comp„s nam en niet gevogen zoude dat aan hem eenig Leed geschiede en dat men den oetoesang gestratt zig a die

NL-HaNA_1.04.02_3864_0106 view scan ↗

English

The King of Ternate gives satisfaction. If the King of Batjan wished to be punished, in case, as was thought, he had acted outside his authority in this matter, which was also demanded on an open writ under the King's seal; pending the release of the utusan with his kora-koras. Paragraph 137. Everything has been fulfilled by the King, and he has sent the utusan to the Governor, accompanied by all the other chiefs who went out with him in quite a large number, who denied on the Quran everything that the Postholder had confirmed by letter regarding what the Sultan of Batjan had charged against them. Paragraph 138. It was judged, however, that this affair should not be pursued any further. We have herewith the honour to be, with the deepest respect and veneration, it was undersigned: Right Honourable, Stern, Highly Respected, Far-Commanding Lord and Honourable Stern Lords, lower down: Your Right Honours' very humble servants, was signed: A: Cornabé, B: S: Wentholt, in the margin: Ternate, in Castle Orange, 15 September 1789. Agreed. Alex Cornabé Copy No. 4 Secret Letter from the Ternate Ministry Secret. 35. To His Right Honour, The Right Honourable, Stern, Highly Respected, Far-Commanding Lord, Mr Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Honourable, Stern Lords Councillors of the Dutch Indies, etc. etc. etc. Right Honourable, Stern, Highly Respected, Far-Commanding Lord, and Honourable, Stern Lords. Paragraph 1. As the progress of the extirpation work was attended to by us in the past financial year with no less zeal than in the year 1787/8, we hope and trust to have given satisfaction in this matter once again. Paragraph 2. An extract from the secret letter of Your Right Honours dated 30 December 1788 was sent to the Commissioners for the execution of that work, to the end that they should henceforth adhere to the old customs. Paragraph 3. And above all not fall into the blunders of which the Ensigns Hertsman and Termeer made themselves successively guilty. Paragraph 4. While we shall continuously keep in view, as far as possible, the received recommendation to employ for the above-mentioned commissions from among the officers such persons of whose modesty and good qualities in dealing with the native we are convinced. Paragraph 5. Such a choice is nevertheless very difficult for us, because among the number of military Lieutenants and Ensigns assigned here, some are found afflicted with infirmities which do not permit their being sent out on extirpation expeditions. Paragraph 6. This, and also the notification given to the Governor by King Kamaluddin that he was satisfied with him, is the reason why, having to resume the extirpation work in the Tidorese lands which had been suspended for a time, we have nominated and appointed the aforementioned Ensign Termeer as Commissioner there, instead of fellow Ensign Haan, against whom the King is rather displeased on account of his retreat from Gita in the past year; though only under the admonition given to Termeer: that if he were again to give cause for legitimate complaints from the native crown, he would be extraordinarily severely punished for it. Paragraph 7. In the Ternate districts on Halmahera, since our last writing, there have been recorded: 654 fruit-bearing clove trees, 11,096 saplings; 1,774 fruit-bearing nutmeg trees, and 13,960 saplings. Paragraph 8. And in the Batjan district there was eradicated the quantity of: 610 fruit-bearing clove trees, 23,160 saplings; together with 985 fruit-bearing nutmeg trees, and 2,297 saplings. Paragraph 9. The Ternate chiefs and those of Kau having made an application to our Commissioners, see their letter of 5 December 1788, for a gratuity for the completed extirpation on the backside of Halmahera, on the grounds that the granting of the same was an ancient custom and the further work was subsequently to be performed by other people, and which gratuity they claim to have enjoyed under the reign of the late King Zwaardecroon, amounting to 18 pieces of ordinary bleached guinees, namely 9 pieces for Kau and 9 pieces for Akilamo; though for which no precedents are found in the old papers, nor likewise for the gratuity of up to 600 rixdollars for which the King of Ternate had a request made to the first-signed for the extirpation on Toniku, where a beginning was now about to be made. Paragraph 10. While the validity of the above-mentioned claims was being further investigated, we noted in a separate Resolution of 9 January that at the commencement of the extirpations in the Ternate lands in the year 1785, according to previous examples, a gift was made to the chiefs of: 3 pieces of fine bleached guinees, 6 pieces of salempores, ditto, 5 pieces of small red karikans, 2 pieces of large Coast blankets. Paragraph 11. While it was furthermore discovered in a separate letter from the late Governor Valckenaer, dated 9 July 1774, that to the then King of Ternate the payment was made of the rixdollars now being claimed.

Dutch transcription

Ternaats koning geeft genoegdoening. Perrants Koning word gestraff wilde hebben bij aldier hij gelij men dagt, in deese buijten qualiticatie te werk was gegaan dat men meede wigeerden op een openvel-schrifft met 's konng stempel; tot op ontlood van den oesoesang met sijne Corra Corras; §137. Aan alles is door den koning voldaan geworden en hij heeft den oetoesang bij den Gouverneur gesonden ver„ „selt aan alle andere met hem uitgegane Hoofden in een vrij groot getal, die alles loochende op den alchoran door den Posthouder bij brieve alles bekragtig heeft was de susthan van Batchian tot hun la„ „ste had ingebragt. §138. men heeft egter geoordeeld die affaire met ver„ niet verder aangesprekk dere te moeten trekken. Wij hebben hier meede de eere met de diepste Eerbied en verreratie te zijn. /:onderstond:/ Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtba„ „re wijdgebiedende Heer en welEdele Gestrenge Heeren /:lager:/ uwer Hoog Edelheeden seer ordinoe„ „dige Dienaaren /:was geteekend:/ A: Cornabe, B: S: Wentholt /:in margine: Ternaten den in't' Casteel orange den 15 Septembr: 1789. Accordeert. MlesCormnabee Copia No„ 4 Secreete brief van het Ternaatsche Ministerie Secteet. 35. Aan zijn Hoog Edelheid, Den Hoog Edele Gestrenge Groot Agtb: Wijd gebiedende Heer M„r Willem Arnold Alting! Gouverneur Generaal nevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India Na „ &va„ N„a Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtb: Wijd gebiendende Heer en WelEdele Gestrenge Heeren. § V: De voortgang van het Extirpatie werk door ons in het afgelopen boekjaar met geen min„ dere ijver dan A„o 1787/8: behartigd sijnde geworden; soo hoopen en vertrouwen wij in deese wederom genoege gegeven te hebben. Batavia §2: von A. E §2: Aan de Commissianten bij de verrigting van dat werk is toegesonden Extract uit den sec„ „reete brief van Haar Hoog Edelheeden I: d: 30: December 1788: ten eijnde zij zig voor„ „taan aan de oude gebruiken komen te hou„ „den. §3: En voor al niet te vervallen in de bouts waar aan sig de vaandrigs Hertsman en Termeer successive schuldig hebben gemaakt; §4: Terwijl wij steeds namogelijkheid in het oog sullen houden de ontvangen recomman„ datie om tot bovengemelde Commissien uit de officieren te emploijeeren lieden, van welkers bescheidenheid en goede hoedanigheid om met den Inlander om te gaan wij over„ tuigd zijn. §5: Eene Dusdanige keuse valt ons nogtans seer mogelijk door die onder het getal van de hier beschijden Luitenant en vaandrigs militair eenige behelds gevonden met in brimiteijten, welke niet toelaten dat zijn op batiquantetogten uit gesonden worden. 56: 37. § 6: Dit en ook de door koning kamaloedien aan den gouverneur gedane te kennen gave dat met hem te vreeden was, is oorsaak dat wij het de Tidoreese landen voor een tijd gestaakte Extirpatie werk wee„ „der bij de hand sullende laten neemen, voorn: vaandrig Termeer daar tot Commissiant hebben benoemden aangesteld, in steede van de meede vaandrig Haan tegen wien de koning vrij wat te onvreede is wegs„ sijne retraite uit gita in voorleeden jaar, dog niet anders dan onder voorhouding aan Termeer: dat wanneer wederom reeden tot belijke klagten aan den Inlander kroon te geven, hij daar voor buiten gemeen swaar gestraft soude worden. In de Ternaatse districten op Halmarei„ § 7: ra zijn na ons laatste schrijvens vermeld geworden 654: Nagul vrugt 11096: _o Tellen ners 1774: vrugt Noote Boomen en 13960: Telgen— 8 8. voor A § 8: En in het Batchianse is uit geroeijd ge„ worden de quantiteit van 610: vrugt Nagul bomen 23160: — Telgen - nevens 985: vrugt Note boomen en 2297: Telgen De Ternaatse hoofden en die van Cau 9: bij onse Commissianten vide hunnen brieff van den 5: Dec: 1788: aansoek hebbende gedaan om een douceur voor de volbragte extirpatie aan de agterkant van Hal„ maheira, uit hoofde de afgave van het zelve een oud gebruik was en het verdere werk na door ander volk stond verrigt te worden en welk douceur zij voorgaan onder de regeering van wij„ len koning zwaarde Croon genoten te hebben met. 18: p„s guin„t gem: gebl: als 9: p„s voor Can eng p„s voor Akilamo „ dog dog waarvom in de oude 29 oude Papieren geen voorbeelde gevonden worden, soo meede niet van het douceur tot rd„s 600: waar„ om de koning van Ternaten bij den Eerst geteekende versoek heeft laten doen voor het extirpeeren op Toni„ „co, waar aan nu stond een begon te worden gemaakt. §10: Jntusschen men de gegrondheid van boven gemelde weder vorderinge nader liet nagaan, hebben wij ter aparte Resolutie van den 9: Janu: aangetee„ kend dat met den aanvang van de Extirpatien in de Ternaatse Landen, A„o 1785: na vorige voorbeelden, een geschenk aan de hoofden is ge„ daan van 3: p„s guin„s sijn gebl: 6: „ salempoeris d„o 5: „ karikans kleene roode 2: „ Deekens groote Cust §11: Terwijl voorts in een aparten brief van wijlen den Gouverneur Valckenaar gedateerd 9: Julij 1774: ontdekt is dat aan den toen„ malige koning van Ternaten afgave is geschied der tans gepretendeerd wordende rs„s voor A. §8: En in het Batchiause is uit ge worden de quantiteit van 610: vrugt Nagul bomen 23160: — — v Telgen - nevens 985: vrugt Note boomen en 2297: Telgen De Ternaatse hoofden en die ve 9: bij onse Commissianten vide van den 5: Dec: 1788: aansoek gedaan om een douceur voor d extirpatie aan de agterkant maheira, uit hoofde de af„ het zelve een oud gebruik verdere werk na door am stond verrigt te worden en welk zij voorgaan onder de regeerin„ len koning zwaarde Croon ge hebben met. 18: p„s guin„t gem: gebl: als 9: 1„s 7. p„s voor Akilamo „ dog dog waarta

NL-HaNA_1.04.02_3864_0115 view scan ↗

English

29 old papers no examples are found, nor of the gratuity of up to rd„s 600: for which the King of Ternaten had a request made to the first-signed for the extirpation on Tonico, on which a beginning was now about to be made. §10: Meanwhile, as the grounds of the aforementioned demand were further examined, we have recorded in the separate Resolution of 9: Jann: that at the commencement of the Extirpations in the Ternate lands, A„o 1785: following previous examples, a present was made to the chiefs of 3: p„s guin„s fine bleached 6: „ salempoeris d„o 5: „ karikans small red 2: „ Blankets large Coast §11: While furthermore in a separate letter from the late Governor Valckenaar dated 9: Julij 1774: it has been discovered that delivery was made to the then King of Ternaten of the now claimed rd„s 600: in recognition of the voluntary discovery of the hidden spice District Silleweroeroe in the Land of Cau. §12: That same Silleweroeroe forming the boundary of the Land of Cau, the Cau people, after some resistance, have this year again cleared it of spice crops. §13: It appears to us that His Highness the King of Ternaten wished to test whether, upon his demand, the aforementioned amount of rd„s 600: would follow. Indeed, after this was elucidated by the first-signed, the Prince did not further urge his claim. §14: On 4: Meij it having been preparatorily established by us to resume the work of Extirpation in the Tidorese Lands at the place where it was halted last year under an escort of 1: ensign, 2: sergeants, 2: Corporals and 35: European private soldiers, together with and alongside 1: sergeant and 9: private sepoys, item of 2: Pantjallangs §15: communication thereof was made on the following day to the King of Tidor and his grandees, Princes and village chiefs of Maba, Weda, and Pattanij assembled with us, intimating to them that it had been particularly agreeable to Your High Mightinesses and had given Great pleasure to hear the King's declaration made in ao„ 18: "that no greater affront could be done to him than that his Lands should remain uncleared of spice crops, whilst the same were being eradicated in the districts of Ternaten and Batchian." §16: Great assurances were given to us by all those native grandees of fidelity, as well as of their zeal and eagerness with which the work of Extirpation was to be resumed and carried through, with 200:, instead of 100: Maba people alongside the usual number of 80: Weda people and 130: instead of the usual 80: Pattanij people, under the promise and assurance of the Kimalaha Talaranga Roajat and writer Olumudien who also appeared in the assembly. §17: All the Extirpators mentioned sub §14: were accordingly provisioned for six months and departed on 26: Junij last to Wasselee in two Pantjallangs and 3. Corra Corras under the Command of the ensign Termeer, who was provided with an Instruction pertinent to the matter, they having all arrived there together on 26' Julij. §18: For cruising the fairway around the Tidorese districts where the Extirpation is now undertaken with 8: Tidorese Corra Corras, as well as to counter the designs of Prince Noekoe in case he might attempt to disrupt the Extirpators in their operations, we have assisted the King with 2: p„s Swivel guns of 1: lb: 100: lb: Gunpowder, 50: p„s round shot 30: „ long d„o and 30: „ Grapeshot. §19: Having provided for the safety of the Extirpators as well as was possible, we must further place trust in the strong terms with which Tidor's King declared before the first-signed that at the raiding of Isroe no other Maba people were present than those who had become fugitives long before his return. The separate letters to and from the Governor of Amboina speak of this somewhat more extensively. §20: We have deferred the disposition of the translated written request inserted in the separate resolution of 5: Meij from the King of Tidor for the gratuity granted by letter from Your High Mightinesses dated 14: Dec: 1787: for the extirpation in the Land of Halmaheira, until such time as we shall be informed regarding the size of the gratuity to be given, the more so because the Governor, by honored secret separate letter of 27: Dec: 1786: §6:, was properly authorized to deliver Rd„s 150: after Poeloe Gisang should be finished, but which operation cannot take place there for the present, while the King and the grandees of the realm indeed claim Rd„s 1000: which the young King banished to Ceijlon formerly, or A„o 1773:, enjoyed after the completed extirpation on Halmaheira. §21: The King did indeed promise in the aforementioned meeting to provide male nutmegs from Oening for samples, but did not comply therewith during the drafting of this. §22: The King and the grandees of Batchian, having made a request in their translated letter inserted in the separate Resolution of 9: Janu: of this year to know whether the Islands Gemango, Tulimawo, Tamette, Great and Small Lilve, Great and Small Timor Lapetak and Ngnossa Saloeng belonged under the Batchian realm and thus had to be extirpated there by Batchianese: since, for reasons of the aforementioned islands also being claimed by the Ternate Prince, no decision has yet been made, it was only answered that the Extirpators in their work were by no means yet advanced to those Islands, and that in the meantime one would attempt to obtain further proof regarding the ownership. §23:

Dutch transcription

29 oude Papieren geen voorbeelde gevonden worden, soo meede niet van het douceur tot rd„s 600: waar„ om de koning van Ternaten bij den Eerst geteekende versoek heeft laten doen voor het extirpeeren op Toni„ „co, waar aan nu stond een begon te worden gemaakt. §10: jntusschen men de gegrondheid van boven gemelde weder vorderinge nader liet nagaan, hebben wij ter aparte Resolutie van den 9: Jann: aangetee„ kend dat met den aanvang van de Extirpatien in de Ternaatse Landen, A„o 1785: na vorige voorbeelden, een geschenk aan de hoofden is ge„ daan van 3: p„s guin„s sijn gebl: 6: „ salempoeris d„o 5: „ karikans kleene roode 2: „ Deekens groote Cust §11: Terwijl voorts in een aparten brief van wijlen den Gouverneur Valckenaar gedateerd g: Julij 1774: ontdekt is dat aan den toen„ malige koning van Ternaten afgave is geschied der tans gepretendeerd wordende rs„s von A. rd„s 600: in erkentenis voor de goed willige ontdekking van het verholen specerij Districct silleweroeroe in het Land van Cau § 12: Dat selvde silleweroeroe uitmaakende de schijding van het Land van Cau hebbende Caureesen na eenige tegen stribbelingen, deesen Jaare weeder van specerij gewas gesuiverd. §13: Na ons voorkomt soo heeft sijn Hooghed de ko„ ning van Ternaten willen beproeven, of, op sijne vordering boven gem: bedragen van rd„s 600: vol„ „gen soude Jmmers heeft de vorst, na dat hier over door den eerst geteekende g'elucideerd gewor„ de is, sijne pretentie niet nader aangedrongen §14: Den 4: Meij preparatoir door ons sijnde vast gesteld de hervatting van het Extirpatie werk in de Tidoreese Landen ter plaatse waar het selve voorleeden Jaar gestaakt is onder eene dekking van. 1: vaandrig, 2: sergeanten, 2: Corporaals en 35: gemeene Europise militairen, met en benev„s 1: sergeant en 9: gemeene sipaijs, item van 2: Pantjallangs § 15: §15: soo wierd daar van 's daags daar aan volgende Communicatie gedaan aan den met ons ver„ „gaderde koning van Tidor en sijne groten, Prinsen en Doops hoofden van Maba weda, en Pattanij, onder te kennen gave aan de selve dat uw Hoog Edelheeden bijsonder aangenaam was gewast en Groot genoegen gegeven hadde 's konings ao„ 18„ gedane betuiging „ dat hem geen grooter affroont geschieden kon dan dat sijne Landen van spece„ „rij gewas ongesuiwerd: bleeven, terwijl het selve in de districten van Ternaten en Batchian wierd uitgeroijd. §16: Grote verseekeringen sijn ons door alle die Inlandsche groten gedaan van getrouwheid, someede van hun ijver en Lutt, waarmeede het Extiipatie werk hervat en doorgeset stond te worden. met 200:, in steede van 100: Ma„ bareesen nevens het gewone getal van 80: wedareesen en 130: in steede der gewone 80: Pattanijreesen, onder op en toesegt van den meede in vorgadering verscheenen kima„ laha Talaranga Roajat en schrijver olumudien. §17: voor A §17: Alle sub §14: gementioneerde Extirpateurs zijn dienvolgens voor ses maanden geprovi„ andeerd den 26: Junij L: L: vertrokken na was„ „selee in twee Pantjallangs en 3. Corra Corras onder Commando van den vaandrig Termeer„ die van eene ter saake dienelijke Instructie voor sien geworden is zijnde deselve aldaar gesaametlijk den 26' Julij g'ariveerd, Ter bekruissing van het vaarwater omstreeks §18: de Tidoreese distructie waar de Extirpatie tans ondernomen worden met 8: Tidoreesen Corra Corras soo meede om de desseiren van Prins Noekoe tegen te gaan, bij aldien onder staan mogt de Extirpaturs in hunne verrigtengen te stooven, hebben wij den koning geassisteerd met. 2: p„s Draijbassen van 1: lb: 100: ld: Buskruit, 50: p„s rondscherp 30: „ lang d„o en 30: „ Druiven. §19: voor de veiligheid der Extirpateurs soo goed mogelijk geweest is, gesorgt hebben„ de, moeten wij voorts vertrouwen stellen in 103 in de kragtige bewoordingen waarmeede Tidors koning voor den eerst geteekende betuigd heeft dat bij het afloopen van isroe geen andere Mabareesen present zijn geweest dan de zulke, die lang voor sijne terug komst fugitio geworden zijn. De aparte brieven aan en van den Gouverneur van Amboina spreeken daar over wat breedvoeriger. §20: wij hebben de dispositie over het ter aparte resolutie van den 5: Meij g'insereerd Translaat schriftelijk versoek van den koning van Tidor om het bij brieve van uwe Hoog Edel„ heeden d: d: 14: Dec: 1787: toegestane douceur voor het extirpeeren op 't Land van Halmaheira, verschoven tot tijd en wijle men sal weesen geinfor„ „meerd wegs„ de grootheid van het af te ge„ ven douceur, te meer om dat de Gouverneur bij gevenereerde secreet aparte letteren van den 27: Dec: 1786: §6: eigenlijk geculifi„ „ceerd geworden is tot de afgave van Rd„s 150: na dat Poeloe Gisang soude weesen afgewerkt dog welke verrigting aldaar voor A voor eerst niet geschieden kan, terwijl de koning en rijklgro„ ten wel dagelijk bedeelen Rd„s 1000: die de op Ceijlon ver„ bannen Jonge Koning eertijds, of A„o 1773: genoten heeft na de volbragte extirpatie op Halmazeira § 21: Door de koning is in opgemelde bij eenkomst wel toesegging gedaan dat Mannetjes Nooten besorgen soude van oening, tot monsters, maar heeft daar aan onder het Concipieeren deeses, niet voldaan 822: Den koning en rijksgrooten van Batchian in hunne ter aparte Resolutie van den 9: Janu: h„o ai„ g'in„ „sereerden translaat brief versoek hebbende gedaan te mogen weeten: op de Eijlanden geman„ „go, Tulimawo, Tamette, groot en kleen Lilve, groot en kleen Timor Lapetak en Ngnossa Saloeng onder het Batchianse rijk gehoorden en dus door Bat„ chianders aldaar g'extirpeerd moest worden: soo heeft men, om reeden over gemelde door tw Ternaats vorst almeede gepretendeerd worden„ „de Eijlanden, als nog geen uitspraak gevallen is, al„ „leen geantwoord dat de Extirpateurs met hem werk in verre na nog niet tot die Eijlanden gevorderd waren en dat men intusschen nadere bewijsen wees„ dan eigendom soude tragten is te winnen. § 23:

NL-HaNA_1.04.02_3864_0121 view scan ↗

English

105 Section 23: Being to see a suitable opportunity to capture, whereby those islands are allocated to the Batchianese. Section 24: In order to save expenses for the Company, we have discharged 24 burghers who had thus far been employed in the extirpation work in the kingdoms of Ternaten and Batchian, and had them replaced by as many soldiers from this garrison. Section 25: Against which we have increased the daily wages of the Labohese guide and marine on Batchian from 6 to 12 stivers. Section 26: And validated Rixdollars 22:15 in cash 6 and one-fourth pieces of Guinea cloth, medium bleached 282 jugs of arrack api 40 and one-half pounds of gunpowder 8 pieces of axes 8 pieces of pedaks all of which articles were either provided or expended by our commissioners in the Ternate spice districts from the end of January 1788 or up to 10 April of the current year. Section 27: We have also approved what was used A and expended in the spice districts of Batchian from 13 November 1788 to 25 March 1789, consisting of Rixdollars 81 in cash, 5 and one-half pieces of Guinea cloth, medium bleached, 38 jugs of arrack api, 4 axes, 4 pedaks, 58 pounds of nails, 47 and one-half pounds of gunpowder, 155 pieces of musket balls. Section 28: Besides these, a few small nutmegs and mace from the river Samaniel and river Toedoe are offered as samples, as the commissioners call both Ternate spice districts, which were received from there in the last preceding month of August and handed over to the commander on the bark De Verwagting in two separate boxes A and B with 107 and besides the nutmegs in a basket, C, of which the secret letters of the Governor and Second in Command make mention. With which we have the high honor to remain, with deep respect and esteem, below stood, Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, Far-ruling Sir and Right Honorable, Valiant Sirs, lower, Your High Honors' most humble servants, was signed, A. Cornabe, B. S. Wenthold, J. G. W. Heinrich, G. C. Durr, W. F. Mersz, and Daniel Ogelwight. In the margin: Ternaten in Fort Orange, 15 September 1789. Agrees. for A. for Separate Letter from the Governor of Ternaten To The Honorable High Indian Government at Batavia dated 15 August 1789 Netherlands Copy No. 2 for A. for 109 Separate Copy Batavia To His High Honor: The High, Honorable, Valiant, Highly Esteemed, Far-ruling Sir, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, and The Right Honorable, Valiant Sirs, Councilors of Netherlands India. High, Honorable, Valiant, Highly Esteemed, Far-ruling Sir, Right Honorable, Valiant Sirs. Section 1: The purpose intended by the said dispatch having been rendered illusory by the non-appearance of the state war ships De Lijn and De Pijl sent hither via Sumbawa, the noted orders received by Your High, Honorable, Valiant, Highly Esteemed on 3 February of the current year via Makassar in the revered secret separate letter of 22 January 1788, further contained in the instructional memorandum for Captain Fredrik Alexander Mewier, who flew the broad pennant, have likewise become unfeasible. Section 2: Thus, with regard to the orders of 12 February prior, which were likewise received very late, or on 15 October 1788, I have conducted myself in accordance with the very wise intention of Your High Honors and kept myself strictly to the daily exercise of the military and artillerymen in the handling of arms, which I introduced long before, at the same time seeing to it that the forts remained in the best possible state of defense and bringing it about that the kings of Ternaten and Tidor kept their force together, as if fearing a visit from Nuku, while at the beginning of January last, when ships from the west could head for these quarters, I granted authorization to the Resident and to the commissioners for the extirpation work 111 work, on the defenseless Batchian, in the event that news should arrive there, earlier than here, of a war having arisen between the Republic and one or another European power, and that an enemy fleet of ships was indeed approaching and had advanced as far as the Obi Islands, to come up with all the garrison members and extirpators, with or without the King of Batchian, according to the choice of His Highness, spiking the artillery present there, with orders to keep this command secret until the very last. Section 3: The aforementioned precautions are no longer necessary, following the secret letters of the Gentlemen Directors of the Amsterdam Chamber of 8 November 1788 sent to me in copy, whereby Your High Honors are informed of the fortunate revolution of affairs that occurred shortly before within our Republic, except in so far as the rules of prudence dictate, and one must be on guard against the enterprises of the armed force of the French or English powers, which it is presumed might very well fall into open discord with each other again, despite the declarations exchanged to and fro against this. Section 4: Taking all possible interest with Your High Honors in everything concerning my fatherland, I request that Your High Honors may please accept my cordial congratulations on the received civil news and my no less heartfelt wish that it may please God to bring peace in our Republic under the present constitutional government to perfection and to make it lasting, so that that formerly so blessed state may soon return to its former prosperity and this may have a considerable influence on the affairs of the Company in the Netherlands, and in these regions! Section 5:

Dutch transcription

105 §23: Een bekwame gelegenheid sullende sien te Captee„ ren, waar bij die Eijlanden aan de Batchianders toegeweesen worden. § 24: wij hebben om korten voor de Compagnie uit te winnen 24: bij het Extirpatie werk in de Rijken van Ternaten en Batchian dus lange g'emploijeerd geworden burgers afgedankt en door soo veele mi„ litairen uit dit guarnisoen laaten vervangen. §25: waar tegen de dagloonen van den Laboreesen wag wij„ ser en Marinjoe op Batchian van 6: tot 12: stuuvs„ hebben verhoogd. § 26: En gevalideerd Rd„s 22:15: Contant 6¼ p„s guinees gem gebl: 282: kann: arak apij 40: ½: buskmuit 8: p„s Bijlen 8: „ Pedakken alle welke artikelen door onse Commissianten in de Ternaatse specerij districten of ver„ „strekt gespendeerd geworden sijn van den laatste Janu: 1788: off tot den 10: April h„o a„o toe §27: ook hebben wij goed gedaan het verbruikte A en gespendeerde in de specerij districten van Batchian zeeder den 13: November 1788: tot den 25: Maart 1789: bestaande in Rd„s 81: Contant, 5:½: guin„s gem: gebl: 38: kann: Arak apij 4: Bijlen 4: Pedakken. 58: ld: spijkers 47½: ld: Buskruit, 155: P„s snaphanen kogels §28: Besijden deesen worden tot monsters aangebo„ „den eenige weinig Nooten en foelij van de rivier samaniel en rivier Toedoe, soo als de Com„ missianten beijde Ternaatse specerij dis„ tructien noemen, welke in laatst voor gan„ „gen maand aug„s van daar ontvangen en in handen gesteld zijn van den gesagheb„ ber op de Bark De verwagting in twee aparte doosjes &: en B: met 107 en benev„s de Nooten in een mandje &. C. waar van de secreete Letteren van den Gouverneur en secunde gewagen. waarmeede de hoge eere hebben te blijven met diepe eerbied en ontsag /:onderstond/ welEdele Gestrenge Groot Agtb: wijd„ „gebiedende Heer en wel Edele Gestrenge Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelheedens zeer ootmoe„ dige Dienaren /:was geteekend:/ A: Cornabe, B: S: wenthold, J: G: w: Heinrich, G: C: Durr, W: f: mersz, en Daniel ogelwight, /:in margine:/ Ternaten in 't Casteel orange den 15=e september 1789: Accordeert. vonr A. voor Aparte Missive van den Gouverneur van Ternaten Aan D' E: Hooge Indiase Regeering te Batavia sub dato 15 Aug„s 1789 Neederland Copia No. 2 voor A. voor 109 Copia Apart Batavia Aan zijn Hoog Edelheid: Den HoogEdelen Gestrengen Groot Agtbame, Wijdtgebiedende Heer M„r Willem Arnold Atting. gouverneur Generaal De WelEdele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands. India Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbare Wijdgebiedende, Heer WelEdele Gestrenge Heeren. §1: Door de nouopdaging van de herwaards over sumbawa gesonden 'slands scheepen van ooolog De Lijn, ende Pijl illu„ „soir sijnde gemaakt de met ged„e afseending bedoelde einders, soo meede onuitvoerlijk geworden de bij uw: Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbare op den 3: februarij hujus Benevens anni Ao anne over maccassen ontvangen gevenereerde secreet Apar„ „te Missive van den 22: Jann: 1788: genoteerde beveelen, nader begreepen in de memorie instructief voor den breede wimpel gevoerd hebbende heer Capitein Fredrik Alexan„ der Mewier. §2 soo heb ik mij ten opsigte der almeede seer laat, of op den 15: Octobr: 1788: ontvangen ordres van den 12: febr: bevorens, gedragen, Conform de hooij wijse intentie van uwe Hoog Edelheeden en mij selve bepaaldelijk gehou„ „den aan de door mij lang voor heen ingevoerde dage„ „lijkse oefening van het krijgsvolk en Arthilleristen in den wapen handel tevens toesiende dat de forten in de best mogelijke staat van defensie gebleeven sijn en bewerkende dat de koningen van Ternaten en Tidor hunne magt bij ééen hielden, als quasi voor een bezoek van Noekoe dugtende terwijl ik in 't begin van Januarij L: L:, wanneer scheepen uit de west deese quartieren konden besteevenen, aan den Posthou„ „der en aan de gecommitteerdens bij het Extirpatie werk 111 werk, op het werloose Batchian, qualificatie heb ver„ „leend om, wanneer daar, eerder dan hier, tijding inkomen mogt eener tusschen de Republicq en d'eene of andere Europische mogendheid ontstaane oorlog en dat werke„ „lijk een vijandelijk scheeps vloot en aantogt en tot aan de oubijse Eilanden genaderd mogte zijn, met alle de bezettelingen en Extiopateurs op te komen, met, of sonder den koning van Batchian, na de verkiesing van zijn Hoogheid, het aldaar sijnde geschut vernagelende met last om deeze ordre te secreteeren, tot het laatste toe. §3: Bovengemelde voorsorgen zijn niet meer nodig, na de mij in Copia toegeschikte secreete Letteren van de heeren Bewindhebbers ter kamer Amsterdam van den 8: November 1788., waar bij aan uwe Hoog Edelheeden kennis gegeven word van de binnen onze repu„ blicq kort bevorens voorgevallen gelukkige ommen„ „teling van zaaken, dan voor zoo verre de regels van n Ao. van voorsigtigheid meede brenge, en men op hoede zijn moet tegen de ondernemingen van de gewapende magt der fransche of Engelsche Mogentheeden, welke verondersteld worden dat met den andere veelligt wee„ „der in openbaar onmin geraken konnen in weerwil der hier tegen over en weder uitgewisselde declaratoiren. §4. Met uwe Hoog Edelheeden alle mogelijke deel neemende in allen wat mijn vaderland betraft, verzoeke ik hoogst deselve te willen agreeeren mijne hartelijke Congia„ „tulatien wegens de ontvangen hurgelijke tijding en mijnen niet minder hortgrondige wensch dat het Gode behagen moge de rust in onse republicq onder de presente Constitutioneele Regeering tot volko„ menheid te brengen en bestendig te maken op dat die eertijds zoo gezegende staat eerlang weder in vorige bloeij geraake en zulks merkelijke invloed hebben mo„ „ge op de saake van de maatschappij in Needer„ „land, en in deze gewesten! 15:

NL-HaNA_1.04.02_3864_0133 view scan ↗

English

113 § 5: Proceeding herewith to the reply to Your Right Honorable, Highly Esteemed, and Respected Separate Letter of 30 December 1780: § 6: With regard to foreign Europeans, I must note that nothing has been heard of their ships this year, not even of the five English Company ships mentioned in the aforesaid letter that departed through the Great East for China in the beginning of December 1788. § 7: Concerning the delivery of masts and spars, which the kings of Ternate have from of old performed for free for the service of the Company's ships and smaller vessels, and to which they themselves consider themselves bound, I shall have the honor to report: that King Aharal has recently stated that he is no longer able to ... dictated by prudence, and that one must be on guard against the enterprises of the armed force of the French or English, who are presumed to be capable of falling into open discord with one another, in spite of the mutually exchanged declarations. § 4: Sharing with Your Right Honors in all possible respect everything that concerns my fatherland, I request you to accept my cordial congratulations on the received news, and my no less heartfelt wish that it may please God to bring peace to our republic and the present constitutional government to unity and stability, so that this formerly so blessed state may soon flourish again, and that this may have a notable influence on the affairs of the Company in the homeland and in these regions! 113 § 5: Proceeding herewith to the reply to Your Right Honorable, Highly Esteemed, and Respected Separate Letter of 30 December 1788: § 6: With regard to foreign Europeans, I must note that nothing has been heard of their ships this year, not even of the five English Company ships mentioned in the aforesaid letter that departed through the Great East for China in the beginning of December 1788. § 7: Concerning the delivery of masts and spars, which the kings of Ternate have from of old performed for free for the service of the Company's ships and smaller vessels, and to which they themselves consider themselves bound, I shall have the honor to report: that King Aharal has recently stated that he is no longer able to satisfy this, due to the remoteness of the place from where those masts and spars must be brought over mountains and valleys and dragged to the beach, and that, as will appear from the general reports, His Highness is no longer burdened with this requirement, but that the same are now ordered from Manado, where they are cut at 5 rixdollars apiece, while the beams and other timber can still be purchased from the Ternatans at the prices noted in the letter of 28 September 1782, V. ZL. § 8: The received recommendation for the apprehension of the spies of Nuku will, upon their discovery, be strictly complied with. § 9: Be it brought to the knowledge of Your Right Honors that the king of Bacan continually shows signs of good-naturedness, and that the country under his administration is reviving again through the cultivation of products and the promotion of the fisheries, to which the women must lend a hand, because the men are employed in the extirpation work; some Bacannese who had fled under the previous government have indeed returned from Ternate and Tidore, but not those who escaped the ill-treatment of the kings sent up last and fled to Ceram. § 10: I would eagerly fulfill the desire of Your Right Honors and immediately conclude a good treaty with Maguindanao if such were in my power; I regret having to report that that nation has only intended to amuse us with peace negotiations through the channel of the Maloorang people, who also show that they did not mean well by us; indeed, they seem to pay no heed at all to the treaty of friendship and commerce concluded with them in the year 1787, because after that time no Malooranger has been seen on Ternate anymore. § 11: The Maguindanaos, Iranuns, and Maloorang people are probably conspiring together with Poanilie, who is said to have been escorted to his dwelling place Passir, situated on the northwest corner of Borneo, by the Iranun King Alam, to whom he was to marry off a daughter, in order subsequently to attack Malacca, Gorontalo, and Kwandang simultaneously. § 12: But since a great deal is required for the execution of such large enterprises, and the enemy will probably not have repaired so quickly the damage inflicted upon him by Lutzow and associates, some time will yet elapse before they appear again with a considerable force; meanwhile, the above-mentioned news can pass for no more than an idle rumor, provided that the aforementioned Lutzow has been truthfully informed that the Iranuns, 117 after their failed attack on Kwandang and the subsequent destruction of the greater part of their pirate fleet, were terribly angry with Poanilie, which is quite credible, for the latter truly left the Iranuns in the lurch with his precipitate flight. § 13: Be that as it may, Kwandang has been abandoned and Gorontalo is in no danger, being reasonably well garrisoned and, moreover, covered by two galivats sent there on cruising duty. Postscript: And I hope that my mission of the Makassarese Lieutenant Ibrahim to the Sultan of Sulu, which is to depart shortly, may have the result that the subjects of that prince will soon come to trade at Ternate, after which there might well be an opportunity to conclude an offensive and defensive alliance with him, whereby the Maguindanaos and tributary nation will be kept in check.

Dutch transcription

113 §5: Hier meede overgaande tot de rescriptie op uwe Hoog Edele Gestamde Groot Achtb: gerespecteerde Aparte Letteren van den 30: Dec: 1780: - §6: Moet ik ten aanzien van vreemde Europeesen noteeren dat van hunne scheepen in deesen jaare niets vernomen heb selve niet van de vijf Engelse in den beginne van December 1788: door de Groote oost na China vertrokken, in voorseijde Letteren genoemde Compagnies scheepen. §7: De leverancie van mast en rondhouten aanbe„ langende, welke de koningen van Ternaten van ouds her ten dienste van 's Compagnies scheepen en mindere vaartuigen voor niet gedaan hebben en waar toe sij selve meene verbonden te sijn sal ik de eere hebben te dienen: dat koning Aharal jongst betuigd heeft daar aan niet langer te Ao van voorsigtigheid meede brengen en men op moet tegen de onderneemingen van de ge magt der fransche of Engelsche M„ Welke verondersteld worden dat met den andere „der in openbaar onmin geraken konnen in wee„ tegen over en weder uitgewisselde declaratoiren. § 4: Met uwe Hoog Edelheeden alle mogelijke deel nee alles wat mijn vaderland betraft, verzoeke deselve te willen agreeeren mijne hartel: „tulatien wegens de ontvangen huwgelijke mijne, niet minder hartgrondige wensch Gode behagen moge de rust in onse republ„ de presente Constitutioneele Regeering te menheid te brengen en bestendig te maken eertijds zoo gezegende staat eerlang weder bloeij geraake en zulks merkelijke invloed „ge op de saaken van de maatschappij „band, en in deze gewesten! 113 §5: Hier meede overgaande tot de rescriptie op uwe Hoog Edele Gestaende Groot Achtb: gerespecteerde Aparte Letteren van den 30: Dec: 1788: - §6: Moet ik ten aanzien van vreemde Europeesen noteeren dat van hunne scheepen in deesen jaare niets vernomen heb selve niet van de vijf Engelse in den beginne van December 1788: door de Groote oost na China vertrokken, in voorseijde Letteren genoemde Compagnies scheepen. §7: De leverancie van mast en rondhouten aanbe„ langende, welke de koningen van Ternaten van ouds her ten dienste van 's Compagnies scheepen en mindere vaartuigen voor niet gedaan hebben en waar toe sij selve meene verbonden te sijn sal ik de eere hebben te dienen: dat koning Aharal jongst betuigd heeft daar aan niet langer te Ao te konnen voldoen, door de verheid der plaats, van waar die mast en rondhouten, over brengen en moeten Daalen, na het strand gesleept worden en dat men, gelijk bij de Gemeene advisen sal voorkomen, sijn Hoogheid om die benodigdheid niet langer moeij„ „lijk valt, maar dezelve tans ontbied van manado„ waar deselve worden aangekapt â 5: rd„s t: p„s terwijl men de balken en ander Timmerhout van de Ter„ „natane nog te koop krijgt voor de bij brieve van den 28:e Septbr 1782: V. ZL: genoteerde prijsen. §8: De ontvangen recommandatie tot aanhouding der Spionnen van Noeckoe, bij ondekking der zelve, stipt nagekomen sullende worden. §9: zij ter kennis van uwe Hoog Edelheeden gebragt dat de koning van Batchian bij Continuatie blijken van goedhartigheid koomt te geeven en dat het Land onder sijn bestier weeder oplinkt, door het cultiveeren der producten en bevordering der visscherijen visscherijen„ waar toe de vrouwen, door dien de mans bij het Extirpatie werk g'emploijeerd worden de hand moeten leenen, sijnde wel eenige onder de vorige Regerring uitgeweeken, Batchianders van Ternaten en van Tidor terug gekeerd, maar niet de sulke, die de mishandelingen der bij de laatst opgesonden koningen ontkomen en na Ceram gevlugt zijn §10: Ik voldeed met empressement aan de begeerte van uwe Hoog Edelheede, en sloot al aanstonds een goed contract met magindanao bij aldien sulks in mijn vermogen was; doede mij leed te moeten bedee„ „len dat die Natie alleen bedagt is geweest om ons met vreedes onderhandelingen te amuseeren langs het canaal der maloerangers, die ook al betoonen laet niet regt niet ons gemeend te hebben; Im„ mers schijnen sij in 't geheel geen werk van het met hun A„o 1787: getroffen tractaat van vriendschap„ en Commencie te maken want na die tijd geen N geen Maloeranger meer: op Ternaten gezien is. § 11: De magindanauwers, Hanongers en maloerangers spannen denkelijk te samen met Poanilie, die gesegd word tot aan sijn op de Noord west hoek van Borneo geleegen woonplaats Passir geconduiseerd te sijn door den Hanongs koning Alam aan wien bij een dogter stond uit te huwelijken om vervolgens malacca, Gorontalo en Quandang gelijker hand te bespringen. §: 12: Dan dewijl tot de uitvoering van soo grote onderneemingen nog al wat gehoord en de rij„ „and sijne hem door Lutzouw C: S: toegebragte schade, denkelijk soo schielijk niet gerepareerd sal hebben soo sal nog wel eenige tijd verlopen vóór en al eer sij weder met een aansienelijke magt te voorschijn komen; konnen de bovengem: tijding intusschen voor niet meer dan een los gerugt passeeren bij Aldien Lutzouw voornoemd na waarheid g'informeerd geworden, is, dat de Hlanongers na 117 na hunne mislukte aanslag op Quandang en daar op gevolgde vernieling van het grootste gedeelte hunner roofvloot, geweldig op Poanilie gebeeten sijn geweest dat wel soo geroofwaardig is; want laatst gem: de Hanongers met sijne precipitante vlugt, wee„ senlijk in den steek gelaten heeft. § 13: Het zij daarmeede, soo het wil quandang is opge„ broken en Gorontalo loopt geen gevaar, als reedelijke wel bezet en boven dien met twee aldaar in bekruij„ „sing gesonden Galowets gedekt sijnde —. Pl: En ik hoop dat mijne eerst daags aftegane be„ „zending van den Maccassaars Luit„t Ibrahim aan den Keijser van Xullok tot gevolg hebben mag dat de onderdanen van dien voorst eerlang ten handel op Ternaten komen, waar na som„ tijds wel kans weesen sal om eene of- en defen„ sive, alliantie met hem te sluiten, waar door de Magindanauër en onderhorige Natie, in teugel gehouden dn A.

NL-HaNA_1.04.02_3864_0140 view scan ↗

English

could be kept. § 15: The aforementioned Ibrahim, the only native who was not afraid to let himself be employed for the said mission, will be the bearer of a small gift for His Highness of Xullok, consisting of 2 pieces Malle Mollen 2 pieces fine Hamans 2 pieces Salogasjes 3 pieces Chelassen 2 pieces fine Guinees 2 pieces fine Cambaijangs of 8 Cob., amounting to the sum of ƒ 203:6:8, of which I request that Your High Nobilities may be pleased to approve the write-off. § 16: He will also have to present to that prince, on behalf of the departed Honorable Gentleman, Java's Governor Siberg, the amicable letter and accompanying gift that arrived for them in the year 1787, for the collection of which the Hullok traders who have since appeared at Manado and Guandang could not be persuaded. § 17: In my separate letter of 10 June 1788, § 19, I ought to have stated that Poanili, according to the letter from Resident D'Swart dated 30 May, arrived at Quandang the day before with 30 proas, whereas Baijer estimated that force at only 20 vessels. I request that you graciously overlook this clerical error made unintentionally by me. § 18: Very pleased with the satisfaction that Your High Nobilities have been pleased to take in the measures devised here for the chastisement of that Bugis chief and his associates who refused to listen to any reasonable proposals, and the successful outcome thereof. § 19: I further have the honor to report that King Kamaloedien of Tidor is well pleased with the gracious declaration made by Your High Nobilities under paragraph 11 of your separate missive. § 20: I regret to learn that the plan to bring Noekoe to submission by gentle means must be abandoned, and that he was never in earnest regarding the hope previously given by him to the ministers in Ambon for this purpose. The latest letters from there, dated 20 June, confirm this unpleasant news, mentioning that his force of 35 proas is being driven to flight everywhere and that the prince himself is said to have retreated to Salwattij or one of the Papuan Islands. I have informed the King of Tidor of this, and although another cruising fleet sent out against the rebel by His Highness had already departed, I nevertheless hope, with the anticipated return of his envoys from Onim with male nutmegs, to be reliably informed before long of the true state of affairs regarding the aforementioned news. If found to be true, it will give me new work to do, since that disturber of the peace cannot be tolerated within the jurisdiction of this government; even if the extirpations should have to stand still for a while because of it, and the extirpators of Wasselee, together with the two pantjallangs assigned to them for protection, should have to break camp in order to attack him from there with reinforcements to be added to them, and bring him here dead or alive. For in my opinion it is impracticable to catch him in a trap by cunning, since to attempt such a thing one would have to reveal oneself too much to natives, who, for all the treasures of the world, would not betray or ruin a Moluccan prince. § 21: It may nevertheless happen that he has joined his brother on Aroe, for his faction in Papua, as King Kamaloedien assures, is no longer so strongly supported, and he cannot consider himself secure on Salwattij either, after more than a hundred Mabarese, Wedarese, and Pattanireses who fled with him, along with their wives and children, went over to their countrymen who also contributed to the victory achieved following the successful Tidorese expedition against the last-mentioned pirate nest, which was reduced to ashes, its king driven to flight, and half of his people slain; while Noekoe, through the lack of the village chiefs of Maba and Pattanij captured in the Salwattij affair, who are now arriving at the disposal of Your High Nobilities and are mentioned in the general letter, must also do without their evil counsel. § 22: All of the same were, by secret resolution of 26 February last, in a combined assembly with the king and grandees of Tidor—which resolution, however, to my surprise, I discover that the secretariat clerks placed among the general resolutions—condemned to work for their sustenance on the fortifications within this castle for the period of 15 years, with the exception of the kimalaha of Kipane named Abdul, of whom the king and his grandees had said that use could be made to catch rogues with rogues, and whom they then also intended to let go along with their cruising fleet that recently departed again for Salwattij for the aforementioned purpose. § 23: But already on the day following that, I received a deputation of grandees to make representations on behalf of the prince against the aforesaid resolution taken jointly with them, indicating that they had reconsidered and rejected the same with His Highness, and now judged it safest that all eleven be sent up to Batavia. My counter-representations, made immediately and repeated in the presence of the king who stayed here for a long time, could not satisfy them, so that at the session of 5 March, with alteration of the above-mentioned resolution, it was decreed

Dutch transcription

gehouden konnen worden. § 15: Voornoemde Ibrahim, de eenigste Inlander die niet beschroomd is geweest sig tot ged: besending te laten emploijeeren, sal brengen weezen van een smal ge„ schenk voor sijn Hoogheid van Xullok bestaande in 2: p„s Malle Mollen 2: „ Hamans fijne 2: „ Salogasjes, 3: „ Chelassen 2: „ Guineese fijne 2: „ Cambaijangs fijn van 8: Cob: ten bedragen van ƒ 203:6:8. waar van verzoeke dat uw Hoog Edel „heeden de afschrijving gelieven te passeeren. §16: ook sal hij dien voost voor en van wege den afgega„ „ne Edele heer Javas Gouverneur Siberg moeten aanbieden den voor hun A„o 1787: mij toegekomende minsamen brief en bijgevoegd geschenk, tot wel„ ker afhaal de seedert te manado en Guandang verscheenen Hullokse handelaars niet hebben konnen worden overgehaald —. § 18: 19 §17: Ik had in mijnen Aparte brief van den 10: Junij 1788: § 19: behoren te seggen dat poanilie, volgens schrij„ vens van den Resident D' Swart de dato 30: meij en sdem ann 'sdaags bevoorens op quandang was g'ar„ riveerd met 30:, prauwen, daar Baijer die magt alleen op 20: stuks begroot heeft verzoeke deese door mij onwillig begane schrijf fout in gunst over 't hoofd te willen zien —. § 18: seer verheugd over het genoegen, dat uw: Hoog Ede„ heeden hebben gelieven te neemen in de hier be„ raamde maatregulen tot kostijding van dat na geen billijke voorslagen hebbende willen luisteren Boegineese hoofd C: S: en den gelukki„ „ge uitslag van dien. § 19: Heb ik voorts de een te dienen dat koning ka„ maloedien van Tidor wel vernoegd is met de door uwe Hoog Edelheeden sub I Is: van Hoogst den„ zelver aparte Missive gedane Gracieuse decla„ ratie —. § 20: n Ao §20: Het doet mij leet te verneemen dat men van het pla„ om Noekoe met goede tot submissie te brengen mont afsien en dat hem nooijt ernst geweest is de door hem voormaals aan de ministers in Ambon hier toe gegeven hoop. De jongste brieven van daar ge„ „datenrd 20. junij conformeeren die facheuse tijding, met aanhaling dat zijne magt van 35: prauwen alomme op de vlugt gedreeven word en dat de prins selve na Salwattij of een der Papoese Eijlanden, geretireerd soude sijn. Ik heb den ko„ ning van Tider hier van kennis gegeven en of„ schoon een andermalig op den rebel door sijn Hoog „heid afgesonden kruis vlootje reeds vertrkken was, soo hoop ik egter met de te gemoet geziene terug komst sijner sendelingen van onim met man„ „netjes Nooten eerlang in het zeekere g'informeerd te worden hoe het gelegen zij ten aanzien van op„ „gem: tijding, welke waar bevonden wordende mij nieuw No 121 nieuw werk te doen sal geven alzoo die rust verstoor„ der, onder het ressort van dit gouvernement niet ge„ „duld mag worden; al souden er de Extripatien een tijd lang om stil staan en de Extirpateurs van wasse lee in de hun tot dekking bij gesette, twee Pantjal„ langs op moeten breeken om van daar met eene hun toe te voegen verstrekking, op hem los te gaan en hem levende of dood, herw„s op te brengen want navolgens mij gevoelen hier in„ „practicabel is hem met list in de knip te krijgen, als moetende men sig, om sulks te tenteeren, te veel uitlaten voor Inlanders, die, om alle des Matten van de wereld, geen moluks Prins verraden of bederven sullen. §21: Het kan nogtans wel gebeuren dat hij sig bij sijn Broeder op Aroe heeft vervoegd want sijn parthij in de Papoea, gelijk koning kanna„ loedien verseekerd; soo sterk niet meer getrok„ „ken word en hij zig op salwattij ook niet verseekerd voor Ao verseekerd agten kan, na dat meer dan hondert met hem uitgeweeken nabareesen wedareesen en Pattamijreesen nevens vrouwen en kinderen, na de wel geslaagde Ti„ doreese Expeditie tegen laatstgen: in de assche gelegde roofnest, waar van de koning op de vlugt gedreeven en de helft van sijn volk gesneuveld, is na hun ne Lands genoten die meede tot de behaalde rictori gecontribueerd hebben, sijn overgngegaan; terwijl Noekoe door het gemis der tans ter dispositie van uwe Hoog Edelheedens overkomende en bij den Gemeene brief genoemde Dorpshooofden van maba en Pattanij die bij de affaire van Salwattij gevangen sijn, ook hunne kwade raadgevinge missen moet 22 Alle dezelve waren bij secreet besluit van den 26: Februarij L: L: in een met den koningen en Rijks„ „grooten van Tidor Gecombineerde vergadering dog welk besluit tot mijne suiprice ontware dat de secretarij bediendens onder der gemeene resolutien geplaats hebben gecondemneerd om geduurende de 123 de tij van 15: jaaren binnen dit kasteel aan de werken voor de kost, te arbeijden, den kimalaha kipa„ ne Abdul geheten, uitgezonderd, van wien de koning en sijne Rijksgrooten gesegd hadden dat gebruik kon„ de worden gemaakt om schelmen met schelmen te vangen en dien sij dan ook met hunne jongst weeder na salwattij vertrokken kruisvlootje, ten einde voorschreeven, voornemens waren meede te laten gaan. §23: Dan ik bekwaam al 's daags daar aan volgen„ de eene bezending van rijksgroten om uit Naam van den vorst, tegen voormeld met hun te sa„ men genoemen besluit vertogen te doen; te kennen gevende dat sij liet selve met sijn Hoogh: nader overdagt en gewraakt hadden, en nu vijligst oor„ deelden dat alle Elf opgesonden wierden, na Bata„ ria mijne op het moment gedane en voor den hier lange tijd verblijf gehouden hebbende koning herhaalde contra vertogen hebben hun geen genoegen kunnen geven, so dat ter setting van den 5e: maart met alteratie van boven gemelde besluit g'arres„ „teerd 1 vno Ao.

NL-HaNA_1.04.02_3864_0146 view scan ↗

English

... was requested to send up the detained chiefs. Section 24: Informed of Your Right Noblenesses' advice against all sending up of native kings and grandees, I have several times since attempted to bring the king to a different understanding, and have in this employed his own arguments, which are that these chiefs devoted to Noekoe have family on Tidor who would leave nothing undone to cause them to escape; whereas their family, in my opinion, could serve the king as a guarantee for their future good conduct, in case His Highness, upon my intercession, were willing to pardon these misguided people, who on Noekoe's account had already suffered too much ever to cause commotion for him again. But all my efforts have been expended in vain, and the king, I think, wished to demonstrate by this that he remembers his promise made before Your Right Noblenesses to wage war against Noeckoe, and that he certainly dares to confront Noeckoe and his followers, although having a full sister of that prince in marriage, of which he continually brings up the subject in his daily conversations. Section 25: f 125 Section 25: Five pieces of so-called rantakkas captured by the Tidorese from those of Salwattij have been found to be as many metal one-pounder cannons, and recognized as the very ones which, among others, were sent along with the unfortunate junior merchant Van Dijk and Tidor's Goegoeghoe Hassan on the corracorras in the year 1783. The king would gladly have seen these, or else their value, left to the captors; however, this was not agreed to, and it was decided to have that small-caliber cannon provisionally taken into the remaining artillery stock, awaiting the orders which Your Right Noblenesses will be pleased to give in that regard. Section 26: If Your Right Noble, Valiant, and Right Honourable Honours would be pleased to look somewhat closer into the 39th paragraph of my separate letters of the 6th of September 1788, you will find that I held the opinion not concerning the kings, but indeed concerning the Tidorese, that upon the appearance of a European enemy they would abandon our side, especially if we suffered a defeat, as being well in keeping with their character, which is very fickle. The princes in general, on the contrary, as Your Right Noblenesses have correctly remarked, are too well convinced of the mild and just government of the Dutch to seek to change lord and master. Section 27: Having sounded the kings of Ternaten and Tidor on a suitable occasion, each separately, concerning the assistance to be rendered by Their Highnesses in case the Company in its possessions in this region were attacked by foreign European powers, or in case a trading post or another establishment were erected by them within this jurisdiction, the first answered that in both cases disposal could be made of him and his entire force, and the latter said that he would then have 28 to 30 well-manned corracorras at our service, and could increase this to 100 pieces, provided he were warned three months in advance. Section 28: No firm peace with Magindanao having yet been concluded, as was said before in Section 10, I must await what consequences the victory achieved over the Ilanuns will bring, before and prior to daring to proceed with the long-desired discharge of the Ternate auxiliary forces and the reduction of the garrisons on Manado and Gorontalo. Section 29: 127 Section 29: The king of Tidor has a peculiar manner of speaking, which is innate to him and capable of drawing the last penny out of someone's pocket. He brought up again and recently referred to the withheld 100 rijksdaalders for travel money, and pretended that this withholding, according to the opinion of his subjects, served as a disgrace to him; but in this regard His Highness has been brought to a different and indeed the correct view. He nevertheless does not let go, and wishes that I intercede with Your Right Noblenesses for the revocation of the order issued against the granting of the said douceur upon arrival at and departure from this head office. The king of Batchian does not mention it at all, and if Your Right Noblenesses could see fit to leave this point in the letter of the king of Tidor unanswered, should he have brought it up, then I think that he will become accustomed to the withholding, as I see no difficulty in it whatsoever. Otherwise, I would have made use of the recently obtained qualification to adhere to the old custom in the contrary case. Section 30: Having myself sufficiently realized that my submitted plan for further chastisement of the Ilanuns was too elaborate to be embraced in its entirety, I did not flatter myself with that either, but had imagined that something might have been contributed to at least pursue and follow up the advantages gained at sea, which I now learn cannot happen on account of the ongoing shortage of men; yet this was indeed necessary, after the peace negotiations with Magindanao, as will appear more clearly from the secret dispatches to follow, came to naught. Section 31: In the character of the Moluccan princes no change is as yet observed. Among them has died Quandang, the next to eldest son of His Highness the king of Ternaten, a fine, well-grown young prince of good promise; and also has died Prince Major Achmad, son of Prince Djanhar. Section 32: These are accompanied by a small parcel of nutmegs from Poeloe Pisang as samples, but without mace, which the Tidorese collectors allowed to spoil or rot. Section 33: As well as nutmegs and mace found near the river Totolokka on the Batchian island Casiroeta. Section 34:

Dutch transcription

teerd wierd om de gedetineerde hoofden op te senden. § 24: van uwer Hoog Edelheeden advessie tegen alle opsen„ dingen van Inlandse koningen en Groten onderrigt, heb ik diverse malen na dien getenteerd om den koning in een ander begrip te brengen en mij selve in deesen bediend van sijn eijgen reedenen, welke sijn, dat deeze Noe„ „koe toegedane hoofden familie op Tidor hebben, die niets onbesogt laten soude om deselve te doen ontkomen, daar hunne familie, na mijne meening, den koning dienen kon tot een waarborg voor hun aanstaan„ „de goedgedrag, bij aldien sijn Hoogheid, op mijne in tercesie, pardonneeren wilde, verblijnde Lieden, die om Noekoes halve soo al te veel geleeden hadden om ooijt weeder voor hem commotie te maken, dan alle mijne pogingen sijn vrugteloos aangewend en de koning heeft denk ik, hier meede willen betond dat aan sijne voor uw: Hoog Edelheeden gedane belofte om Noeckoe te beoorlogen gedenkt en dat hij Noeckoe en sijne volgers wel aan durrt, schoon een echte zuster van dien Prins in huwelijk hebbende, waar van de voort in sijne dagelijkse discoursen telkens ophaald § 25: ƒ 125 §25: vijf stuks op die van salwattij door de Tidoreesen vero„ „verd geworden soo genaamde Rantakkas sijn bevonden te weesen soo veele metale Een ponder canons en erkend voor de selvde welke onder meer andere aan den onge„ „lukkige onderkoopman van Dijk en Tidors Goegoe goe Hassan op de Corra Corras A„o 1783: mede gegeven sijn De koning hadde gaarne gezien dat men dezelve, dan wel de waarde aan de buijtmakers overgelaten had; dog hier toe is niet getreeden, waar besloten dat kleen Caliber canon p„o bij de restanten der Arthillerij te la„ „ten inneemen in afwagting der beveelen, welke uw: Hoog Edelheeden daar omtrent sullen gelieven te geven §26: uw: Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbare de 39. Para„ graph mijner Aparte letteren van den 6: september 1788: wat nader gelievende in te zien sullen hoogst deselve bevinden dat ik omtrent de koningen niet, maar wel omtrent de Tidoreesen in begrip be„ dat sij bij opdaging van een Europisch vijand onse sij„ de, vooral wanneer wij den neederlaag kreegen, vei„ laten souden als wal overeenkomende met hun Caracter dat seer wispeltuurig is. De vorsten in 't algemeen sijn daar tegen gelijk uw Hoog Edel„ „heeden teregt hebben opgemerkt te seer overtuigd van vonr Ao 5 van de zagte en billijke Regeering der Nederlanders dan dat zij zouden tragten van heer en Meester te ver„ „wisselen. §27: De koningen, van Ternaten en Tidor bij eene bekwame „gelegenheid, ijder afsonderlijk gepolst hebbende over de door Huoene Hoogheeden te bewijsen bijstand in cas de Comp„e in hare besittingen in deesen ooird: wierd aangerand door vreemde Europise mogentheeden of in cas door deselve binnen dit res„ „fort, en of ander comptoir wierd opgericht. heeft de eerste g'antwoord dat in beijde gevallen over hem en geheel syne magt gedisponeerd konde worden en laatstgem: gesegd dat als dan 28: â 30. wel bemande Coora Coooas ten dienste had en tot 100: stuks vermeerderen kon, bij aldie, drie maan„ „dens bevoorens wierd gewaarschouwd. §28. Nog geen vaste vreede met Magindanai als voren veraam bij § 10: gesegd is gesloten hebben de konmen worden moet ik afwagten wat gevolgen de behaalde overwinning op de Hanongers na sig sleepen sal, voor en al eer procedeeren durf tot de lang gedesidereerde afdanking der Ternatse hulpbenden en reductie der bezettelin„ „gen op manado en Gooontalo § 29: 127. § 29: De koning van Tibor heeft een bijsondere spreek wijs, wel„ ke hem aangebooren en bekwaam is om iemand den laat„ ste penning uit den zak te halen Hij heeft van de terug gehouden 100 rijksd„e tot rijsgeld, weder en jongst nog aan„ „gehaald en voorgegeven dat hem die inhouding, na„ volgens de opinie sijner onderhorige, tot schande ver„ strekt dan waar omtrent is sijn Hoogh: in een ander en wel in het regte denkbeeld het gebragt zij laat nog„ tans niet los en wie dat ik bij uw Hoog Edelheeden intercedeeren sal tot intrekking der tegen de afgave van ged„e douceur bij komste aan en vertrek van dit hoofd Comptoir g'emaneerde ordre De koning van Batchian ript 'er in 't geheel niet van een als uwe Hoog Edelheeden konnen goedvinden dit poinct in den brief van den koning van van Tidor soo hij daar van mogt hebben opgehaald, onbeantwoord te laten, soo, denk ik dat hij aan de inhouding gewoonen sal, siende ik daarinne gansch geen swarigheid. Ik hadde anders al gebruik gemaakt van de jongst erlangde Qualificatie om in contraire geval bij de oude gewoonte te blijven — § 30: zelve genoegzaam ingezien hebbende dat mijn toegesonden vor Ao. toegesonden plan tot eene verdere kastijding der sla„ nongers te omslagtig was om in sijn geheel geau„ „plecteerd te konnen worden soo heb ik mij daar meede ook niet geflatteerd maar verbeeld gehad, dat wel iets soude sijn bijgebragt om de behaalde voordeelen ten nin te op zee door te setten en te agtervolgen, het gunt nu verneem dat uit hoofde van het nog al aanhouden de volks gebrek niet geschieden kan en egter wel no„ dig was, na dat de vreedes onderhandelingen met magindanao, gelijk bij de te volgen secreete advisen nader blijken sal op niet uitgelopen sijn. § 31: In het caracter der Molukse Princen word als nog geen verandering bespeurd, onder de selve is overleeden Quandang op een na de oudste zoon van sijn Hoogh den koning van Ternaten een mooij opgeschoten jonge Prins van goede verwagting en is nog overleeden. Prins Majoor Achmad zoon van prins Djanhar §32: Deese gaan verseld van een partijtje Nooten van Poeloe Pisang, tot monsters, dog souder foelij, welke de Tidoreese afhaalders hebben laten vergaan of rot worden §33: soo meede van Nooten en foelij die van de rivier To„ tolokka op het Batchianse Eijland Casiroeta ge„ gevonden sijn —. § 34:

NL-HaNA_1.04.02_3864_0151 view scan ↗

English

129 § 34: One of nutmegs and mace from Maliora, also a river there. § 35: The rejection of my petition made last year for relief to the Coast, retaining rank and salary, and the reasons given for this which are very encouraging for remaining, place me under the deepest obligation. I profess this with all possible gratitude, most respectfully commend my person to your Right Excellencies' protection, and have furthermore the honor to be with true veneration and submission, Below was written: Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, Far-ruling Lord and Well-Born, Valiant Lords. Lower: of your Right Excellencies the very humble and very obedient servant. Signed: Alex: Cornabe. In the margin: Ternate in Castle Orange, 15 August 1789. Agrees Merfoinaléé for A. d 131 for A. Copy Separate Letters To Their Right Excellencies of 7 and 1 October 1789. No. 1 Year Batavia Return of the Bouton spice extirpators. To His Right Excellency, The Right Honorable, Highly Esteemed, Valiant, Far-ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General and the Well-Born, Valiant Lords Councilors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc., together with Right Honorable, Highly Esteemed, Valiant, Far-ruling Lord and Well-Born, Valiant Lords! § 102. This is most humbly arranged to accompany the duplicate of my secret letter of 19 September last, dispatched on 22 September past by the chaloup De Langmoedigheid, and respectfully to report that on 26 September the spice extirpators sent to Bouton in the past year according to annual custom returned safely in the company of the King's ordinary envoys, of which Sergeant Everhard Cirkler, upon his arrival, handed over to me The report of the same. § 103. Magnates of the realm. handed over to me such a written report of his activities as is included among the annexes of this letter, from which for the consideration of your Right Excellencies nothing else is to be noted other than the proper execution of his commission and notification that he discovered no spice trees or plants anywhere in the places assigned to him. The envoys, having been received in the customary manner, handed me a letter from the King and the magnates of the realm. This contains principally: first, a far-fetched excuse as to why they failed, according to the intention of your Right Excellencies, to send envoys here to swear to the contract before the new King; and second, an inverted and confused answer, just as always before, regarding the pieces of cannon demanded for so long. Concerning the former, I shall address them with equity, while I must leave the latter regarding the cannons to the decision of your Right Excellencies, whether it might please your Highest Selves to order them to make the necessary delivery thereof after all to one of the ships from Ambon or Banda that could easily call there for that purpose, for their statement that they are keeping the same for defense is completely contrary to the truth, as those cannons, according to the successive testimony of all the extirpators who have been there, lie on § 104. What they will be told. And how the matter concerning the complaints against the soldier Boon was handled. Pirates attacked Saleijer. § 106. And are, according to reports from Boelecomba, very strong. the bare ground in the sand and are thus completely unable to serve for that purpose. The two pairs, or four small pieces of cannon, received from Java for the King shall be sent over there along with sixty pieces of flintlocks, according to the note recorded in the general Makassar Resolutions of 11 March and the 3rd of this month. In which latter resolution your Right Excellencies will also see that, upon the complaints brought against the soldier Boon by the Boutonese, he has been turned over to the fiscal for the investigation of his crimes. § 105. On the 5th of this month I received a letter from the Saleijer Resident Whijts and one from the Boelecomba Resident van Diemar, in which the former gave me notice of the arrival of three pirate vessels on the east coast of the land of Saleijer, that they had already engaged in action with them there and, as can only be concluded from that writing, had repulsed that rabble, and that he, the Resident, had subsequently made every effort to offer full resistance in the event of any further landing that three others intended to undertake on the west coast. Resident van Diemar wrote about that same subject and mentioned fully six hundred strongly manned vessels, wherewith they had already captured the island of Oud Klaudt inhabited by Bugis, and had many more plans

Dutch transcription

129 § 34: Een van Nooten en foedij van Maliora, meede een rivier aldaar § 35: De afwijsing van mij a: p: gedane instantie om verlessing na Costij, behoudens qualiteit en gagie en de daar van gegeven reedenen welke tot verblijf seer animeerende sijn leggen, mij onder de aller diepste verpligting ik be„ lijde sulks met alle mogelijke erkennelijkheid, beveele mijn persoon eerbiedigst in uwer Hoog Edelheeden protectie en heb overigens de eene met waare veneratie en submis„ „sie te sijn /:onderstont:) Hoog Edele Gestrenge Groot Agtb: wijdge„ „biedende Heer en welEdele Gestr: Heeren /:lager:/ van uwe Hoog Edelheedens de seer onderdanige en seer gehoorsame Dienaar / was geteekend:/ Alex: Cornabe /:in margine:/ Ternaten in 't Casteel orange den 15 Aug„s 1789:—: Accordeert Merfoinaléé voor A. d 131 om A. Copia Briefen Aparte Aan Hun Hoog Edelhedens van den 7„en 1„ October. 1789. N=o 1 Ao Batavia terugkomst van de Bou„ Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Gestrengen Wijdgebiedende Heere. M„r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal Raden De wel Edele Gestrenge Heeren van Nederlandsch Indiën etc, Ac, ec. benevens Hoog Edel Groot Agtbaren Gestrengen Wijdgebiedende Heere en WelEdele Gestrenge Heeren! §102. Dezen is nedrigst ingerigt ten geleide van het duplicaat mijner onder den 22„e September J„o leden per de Chialoup de Langmoe „digheid afgezondene sekrete brief van den 19„e bevorens en ter „tongse specerij Estrpateurs eerbiedige bedeeling dat van Boutong in gezelschap van 'sko„ „nings ordinaire zendelingen op den 26„e September behouden terug zijn gekomen de in Anno passato na derwaarts na Jaar„ „lijks gewoonte afgezondene specerij Extirpateurs, waar van de zergeant Everhard Cirkler mijn met zijn aankomst overhandigt Het Rapport van dezelve 5103. Rijxgroten. overhandigt heeft zodanig een schriftelijk Rapport van zijn verrigtingen als onder de Bijlagen dezes overgaat en waar uit ter speculatie uwer Hoog Edelheedens niet anders te no„ „teeren valt als de behoorlijke uitvoering zijner kommissie en bekend stelling dat hij nergens, op de plaatsen hem aan„ „geweken, geen speterij boomtjes of plantjes ontdekt heeft. De Gezanten, na gewoonte ingehaald, stelde mijn ter hand en brief van de koning en de brief van de koning en Rijksgroten: Deze behelst ten principaale Eerstelijk een opgezogt Excus waaromme zij gemankeert hebben naar de intentie uwer Hoog Edel„ „heedens gezanten dit heen te zenden om het Contract voor den nieuwen koning te b'eedigen; en Twedens een even als althoos bevorens verkeert en verward antwoord omtrend de zo lang gevorderde stukken kanons. Wegens het eene zal k haar na billijkheid onderhouden, terwijl Ik het andere omtrend de kanons aan de schikking uwer Hoog Edelheedens moet overlaten of om Hoogst Dezelve zomteids mogte gelieven goed te vinden haar te gelasten de nodige afgave daar van als nog te doen aan een der van Ambon of Banda daar gemakkelijk ten dien einde aangieren kunnende scheepen, want haar zeggen dat ze dezelve tot defensie aanhouden is gansch bezijden de waarheid, alzo die kanons volgens de successive getuige„ „nisse van alle de ginter geweest zijnde Extirpateurs op de § 104. wat men haar zeyden zal. en hoe omtrend de klagten van den zoldaat Boon gehandelt aangedaan § 106. en zijn na berigten van Boele„ „comben zeer sterk de bloote grond in het zand leggen en dus onmogelijk instaat zijn om daar toe te kunnen dienen. De van Java voor den koning ontfangene twee paar of vier stukjes kanon, zullen nevens sestig, pees snaphanen na ginter afgezonden worden, volgens het aangetekende bij de gemeene Makassaarse Resolutien van den 11 Maart en den 3„e dezer. Bij welke laaste uw Hoog Edelheedens ook zullen zien dat men den zoldaat Boon op de tegens hem door de Boutongers ingebragte klagten aan den fiscaal ter onderzoek zijner misdaden hebben overgegeven § 105 Den 5„e dezer ontfing Ik een brief van den Saleijers Resi„ Zee Rovers hebben saleijer „dent Whijts en een van den Boelecombas Resident van Diemar, waar bij den eersten mijn kennisse gaf van de aankomst op de oostkant van het Land van Saleijer van drie Roofvaartheigen, dat zij daar meede reets in actie waren geraakt en, gelijk men uit dat schrijvens niet anders kan opmaken, dat gespuis afgeslagen hadden, dat Hij Resident nader alles in het werk had gesteld om z bij verdere Landing, dat drie andere aan de westkant wilde ondernemen, allen tegenstand te bieden. De Resident van Diemar schreef over dat zelfde onder„ „werp en noemde wel zes Hondert sterk bemande vaar„ „thuigen waar mede zij reets het door Boegineesen be„ „woonde Eiland oud klaudt weggenomen en nog veele projecten

NL-HaNA_1.04.02_3864_0160 view scan ↗

English

Paragraph 107. What was done in that regard. Paragraph 108. Local situation. Paragraph 109. Conclusion. Respectfully, and in reply to the four native letters mentioned opposite. plans they had, which certainly, as has frequently happened, will have been greatly exaggerated by rumors, but nonetheless in itself, particularly under the present circumstances, constitutes a very troubling affair. Yet since the subjects at Boelecomba and Bonthain are abundantly capable of resisting the landing, if it should indeed take place, provided they are on their guard and vigilant, as has become evident enough on the islands situated hereabouts and populated with considerably fewer people, especially Saboetong, I have merely, because the Resident Whijts requested assistance and had need thereof, dispatched to Saleijer a well-armed pantjallang to protect our post, as Your High Excellencies will be pleased to see from the annexed Resolution taken in that regard. Regarding the local situation, which continues in virtually the same condition as reported in my aforementioned humble dispatch of 19 September last, except that there has now been added the King's open explanation as to how far he himself encroaches upon the Company's principal revenue here, namely the lease or customary toll collection from his people, I most humbly refer to the enclosed continuation of my separate Daily Register and the relative annexes pertaining thereto. While, to conclude this letter, I respectfully note the receipt of the four native letters sent to me by Your High Excellencies from the former King of Goah, banished to Ceylon, which I have found to be addressed as follows: One to Craing Patoekangang, wife of Craeng Sapanang, one of the chief rebels; One to Daeng Riboko or Aroe Mampoe, the principal chief of the rebels; One to the present King of Bonij; and One to Craeng Ballasarie, mother of the said King banished to Ceylon; and which I have therefore, for the present, not deemed advisable to deliver in this turbulent state of affairs. I have the honor to be with the deepest humility, High Noble, Right Honorable, Stern, Far-ruling Lord and Well-Noble, Stern Lords, Your High Excellencies' humble and obedient servant, was signed, B: Reijke Makassar, in Castle Rotterdam, 7 October Anno 1789. Batavia. To His High Excellency, The High Noble, Right Honorable, Stern, Far-ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Well-Noble, Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. High Noble, Right Honorable, Stern, Far-ruling Lord and Well-Noble, Stern Lords! After my humble letter of the 7th of this month was closed, I received news on the 8th from the officer commanding the post at Malankerij that the rebels had once again advanced into Goah. And since I received information at the same time that our Macassars, though bravely supported by Dato Sadinsing and Aroe Barante, could not hold out in the long run against the superior numbers of the Boniers who had joined the rebels and might join them even further, and at the same time considering the impossibility in which Your High Excellencies might occasionally find yourselves to send a sufficient force here to endure an open war with Bonij, as well as the danger that would thereby be incurred of plunging the Honorable Company into greater troubles than those into which it has already been brought by this so arrogant monarch, I have resolved once again to take such a middle course, so as not to expose everything to danger, as the separate Resolution taken on that day will show Your High Excellencies. To that Resolution, and to the report received—though provided with some clarifying marginal notes for the elucidation of Your High Excellencies regarding the King's statements—from the Company's commissioners to Maros, the Fiscal De Vos and Shahbandar Monsieur, who were with the King of Bonij virtually in vain, I respectfully refer for the sake of brevity, in the hope that all this may obtain Your High Excellencies' honored approval, and that I may be provided as soon as possible with the orders of Your High Excellencies as to how I am to act further in all these matters. Just as I also hope for a favorable indulgence regarding the absolute necessary retention here, for the protection of the roadstead and the beach, of the hooker ship De Surcheanse, while the small vessel Gouda will undertake the return voyage via Sourabaija in about three days. I remain with the greatest respect, High Noble, Right Honorable, Stern, Far-ruling Lord and Well-Noble, Stern Lords, Your High Excellencies' humble and obedient servant, was signed, B: Reijke In the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, 12 October Anno 1789. B: Copy of Secret Missive written to Their High Excellencies, the Supreme Indian Government at Batavia, by the First Resident at Pontiana, Jacob Klaagman, dated 18 November 1789. For the Netherlands. 163. 63. 63. E 141 63. Batavia. To His High Excellency, The High Noble, Stern, Right Honorable and Far-ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, together with the Well-Noble, Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc., etc., etc., etc. High Noble, Stern, Right Honorable and Far-ruling Lord and Well-Noble, Stern Lords. Wishing to answer most respectfully Your High Excellencies' highly esteemed separate dispatch of 31 December 1788, I initially express my humble thanks for the receipt therein of

Dutch transcription

§ 107. wat daar omtrend gedaan § 108 toestand alhier § 109 projecten voor hadden, het geen zekerlijk, gelijk meermalen perlaats heeft, door gerugten zeer vergroot zal wezen, dog egter op zig zelve, bijzonders in deze tijds omstandigheden, een zeer misselijke historie uitmaakt. Dan vermits de onderdanen op Boelecomba en Bonthain overvloedig instaat zijn om zig tegens de Landing, zo die al plaats mogt vinden, te verzetten, indien ze maar op hunne hoede en waakzaam zijn, gelijk dit op de hier omstreeks leggende en van vrij minder volk voorziene Eilanden, bij„ „zonder Saboetong, klaar genoeg gebleken is, zo heb ik maar enkeld, wijl de Resident Whijts om assistentie verzogt en zulks nodig had na Saleijer een wel g'armeerde Pan„ „tjallang tot dekking van onze Post afgezonden, gelijk uw Hoog Edelheedens zulks des gelievende uit de hier bezijden gevoegde en dientwegen genomene Resolutie zullen kunnen Omtrend de toestand alhier, die genoegzaam in dezelfde omstandigheden verseert als bij mijn voorsz: nedrige van den 19„e September J„o leden gemeld uitgenomen dat daar bij nu nog gekomen is 's konings opentlijke oplossing in hoe verre hij zelfs inbreuk doed in 'skomp„s principaalste Inkomst alhier namentlijk de Pagt of gewone Thol heffing van de zijne, referere ik mijn ootmoedigst aan het dezen bijgevoegd vervolg van mijn apart Dag-Register en daar toe rela„ Terwijl Ik tot slot dezes nog „tive Bijlagen. Eerbiedig i5. zien. en antwoord op neven„ „staande vier stuks 1 Inlandse brieven Slot. Makassar in het kasteel Rotterdam den 7„e october A=o 1789 Eerbiedig noteere de ontfangst der mijn door uw Hoog Edelheed=s toegezondene vier stuks Inlandsche brieven van de op Ceilon verbanne gewesen koning van Goah, die ik bevonden heb g'addresseert te wezen als. Een aan Craing Patoekangang vrouw van Craeng Sapanang een der Hoofd Rebellen Een aan Daeng Riboko of Aroe Mampoe het grootste Hoofd van de Rebellen Een aan de presente koning van Bonij en Een aan Craeng Ballasarie Moeder van gemelde op ceilen verbanne koning, en dien ik daarom voor als nog niet raadzaam g'oordeeld heb in deze onrustige tijds gesteldheid af te geven. Ik vereere mij met de diepste nedrigheid te zijn. Hoog Edele Groot Agtbare Gestrenge wijdgebiebende Heere en WelEdele Gestrenge Heeren! uwer Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorzame Dienaar /was geteekend. / B: Reijke Batavia Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Gestrengen wijdgebiedende Heere M„r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal Benevens De welEdele Gestrenge Heeren Raden van Nederlandsch Indien etc, et, Ato. Hoog Edele Groot Agtbare Gestrenge wijdgebiedende Heere en WelEdele Gestrenge Heeren! Na dat mijn nedrige van den 7„e dezer afgeslooten was ontfing ik den 8„e tijding van de Post houdend officier op Malankerij dat de Rebellen weder tot in Goah waren genadert. En dewijl ik te gelijk narigt kreeg dat onze Makassaren, schoon door Dato Sadinsing en Aroe Barante dapper onder„ „steund, niet bestand op den duur konde wezen tegens een overmagt van de bij de Rebellen zig gevoegde en mogelijk nog verder te voegene Boniers, en te gelijk overweegde de onmogelijkheid waar inne uw Hoog Edelheedens zomteids zoude kunnen wezen om een toerijkende magt dit heen te zenden om een openbaren oorlog oorlog met Bonij door te staan, mitsgaders het gevaar dat men als dan daar door zoude lopen om de Edele komp„e in grotere bekommeringen te storten dan waar inne haar Edele reet door dezen zo ureveligen vorst gebragt is. zo ben ox te raade ge„ „worden nogmaals zodanig een middelweg, om alles niet bloot te stellen, in te slaan als de ten dien dage genomene aparte Reso„ „lutie uw Hoog Edelheedens zal doen zien en waar aan, en aan het ontfangene, dog met enige opheldering tot elucidatie van uw„ Hoog Edelheedens op 's konings gezegdens in margine voorziene Rapport van 'skomp, na Maros bij Bonijs koning genoegsaam vrugteloos geweest zijnde Gekommitteerdens de fiscaal De Vos en Sabandhaar Monsieur, Ik mijn kortsheids halven Eerbiedigst kome te gedragen, in hoope dat het een en ander Hoog Derzelver g'eerde goedkeuring zal mogen erlangen en Ik zo spoedig doenlijk gemunieert worden met de ordres uwer Hoog Edelheedens hoeda„ „nig verder in allen dezen zal te handelen hebben. Gelijk ik ook hoope een gunstige inschikking van de allernoodsa„ „kelijkste aanhouding alhier tot dekking van de rhede en het strand van het hoeken schip De Surcheanse, terwijl het scheepje Gouda over een dag of drie de terug reise over sourabaija zal ondernemen. Ik blijve met de meeste Eerbied: (:onderstond) Hoog Edele Groot Agtbare Gestrenge wijdgebiedende Heere en welEdele welEdele Gestrenge Heeren. (lager) uwer Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorsame Dienaar (was geteekend/ B: Reijke (in marginen makajar in het kastel Rotterdam den 12 october A„o 1789 — B: Copia Secreete Missive Geschreeven aan Hunne Hoog Edelheedens de hooge Indi„ „asche Regeering Te Batavia, „ door den Eersten Resident te Pontiana Iacob ten Klaagman in dato 18=en November Voor Neederland 1789 163. 63. 63 E 141 63. Batavia Den hoog Edelen Gestrengen hoog agtbaaren en Wydgebiedenden Heere. M„r Willem Arnold Atting Gouverneur Generael, mitsgaders de Wel Edele Gestrenge Heeren Raeden van Neederlands Indië Et sa Et fa Ossa EtC„r EtC„n EtC„r Hoog Edele Gestringe Hoog agtbaere en Wijdgebiedend in Heere. en Wel Edele Gestrenge Heeren. Aller Eerbiedigst zullende beantwoorden uwe hoog Edelheedens hoog geEerde aparte Missive van den 31=en December 1788: zoo betuijge aanvankelijk mijnen needrigen dank voor de Daar bij Aan zijn Hoog Edelheid: ontvangene

NL-HaNA_1.04.02_3864_0174 view scan ↗

English

received copy of a Secret Letter from the Gentlemen Directors at the Amsterdam Chamber dated 8 November 1787, brought to Batavia by the national war frigate De Valk, together with the relevant extracts related thereto, whose contents will at all times and on occurring occasions serve the humble undersigned for his guidance and observation; while I take the liberty respectfully to report to Your Right Nobles that, regarding the rarity of the Banjarmasin mission overland hither, I already inquired of those emissaries upon their arrival here about their daily journal or record of the routes they had taken and the lands they had traversed; however, I could obtain nothing from them beyond that which I have already cited in my humble letter of 25 October of the past year regarding Mattan, which was recounted to me orally by the keaij and sipaijer, with the latter even refusing to show for inspection an approximately eighth part of a sheet of paper on which he said all places and routes they had traversed were recorded, stating as his reasons that he had orders from his chief, the Commissioner Hoffman, not to communicate or deliver it to anyone except upon his return to his Honor; the said emissaries were already 143 dispatched back by me on 5 January of this year aboard a sloop trading here and belonging to Banjarmasin, and according to reports received have arrived there safely, while I, pursuant to Your Right Nobles' highly respected authorization, dispatched a letter to the Prince of Mattan on 22 May past by the Malay writer Intje Taheer and the son of the captain of that nation here, Intje Ibrahim; in which, pointing out to His Highness in a polite manner his unfriendly treatment shown to the Banjarmasin Company emissaries, and expressing the justified astonishment that this conduct merits, I at the same time requested His Highness to inform me of the reasons that occasioned that improper conduct, as well as to confirm, in the answer to my letter, his resignation of all claim or pretension to Succadana formerly made known to the emissaries of the departed Resident Stuart; my emissaries, having arrived on 5 June following in the settlement Lauer, were very well received by the prince's brother Pangerang Poetra, who held authority there; since the Sultan, according to the testimony of the aforesaid Pangerang and others, lay very poorly sick in his old settlement, fully 14 days' journey inland; they made known the reasons for their arrival, whereupon Pangerang Poetra took upon himself the delivery of the letter, as he could not allow, nor dared venture, to let them travel upriver in person, for fear that some harm might be done to them by the Dayaks; they therefore handed over the letter to him, and were nevertheless witnesses to its dispatch to the upper country; the Islamic fasting and the festival of Hari Raya having passed, they went to Pangerang Poetra with a request to assist them in obtaining the requested answer, since from the day of their arrival until the 29th of that month not a single person had come down from upriver on account of the puasa; Pangerang Poetra immediately had a scooped prahu made ready, and on his request thereto, the aforementioned Malay writer, together with 7 Mattanese designated for that purpose by the frequently mentioned Pangerang, departed for upriver on the following day, being 30 June 145 63. or the 6th day of the Malay month of Shawwal; on the 5th day of their march, they met the prahu along with the men who had brought the letter to the Sultan, carrying a letter; they therefore returned together, and arrived back in the settlement Lauer on 7 July; my emissaries, who upon seeing the letter had assumed it to be an answer to the letters brought by them, found themselves sorely disappointed when Pangerang Poetra, having inspected it and noticed it was addressed to him, opened it, and it contained nothing other than that Pangerang Poetra had to inform the emissaries that he, the Sultan, notwithstanding the sickly state in which he found himself, had had the received letter read and understood its contents, and that upon his recovery he would not fail to answer the factor on everything, which few words were followed by a few lines of writing that the Pangerang read quietly, though it was sufficiently noticeable from his gestures that he was being reprimanded by the prince, without anyone being able to learn what the reason was; my emissaries, thus seeing themselves disappointed, asked the Pangerang what they should do next.

Dutch transcription

ontvangene Copia Secrte Missive vande Heeren Bevindheb„ „bers ter kamer Amsterdam de dato 8=en November 1787: do 't lands Prequeat van oorlog de valk te Batavia aengebragt beneevens de daertoe Relatie hebbende Extracten, welkers inhoud den needrigen teekender zig ten allen tijden en bij voorkoomende geleegendhee„ „den tot narigt en observantie zal laeten strkken; Terwijl de har„ „diesse neeme uwe hoog Edelheedens Eerbiedig te berigten, dat ik omtrent de zeldzamheid der Banjermassingsche bezending over Land her„ „waerts, reeds bij aankomst dier zendelingen alhier naer hun Dag Journael off aenteekening der routen die zij genoomen en der Landen die zij gepasseert waeren hebbe gevraegd; Egter niet van hun konde obtineeren „ dan het geene ik reeds bij mijn onderdaenig schrijven van den 25=en October A=o passato hebbe geciteert omtrent Mattan„ het welk mij mondelijks door den keaij en Sipaijer, verhaeld is willen„ „de den laetst gemelde selfs niet ter visie afgeeven Een circa agtste gedeelte van Een velpapier, waerop hij zeijde alle plaetsen en rou„ „ken die zij gepasseerd waeren bekend te staen, voor reedenen alle „queerende, ordres te hebben van desselfs hoofd (: de Commissaris Hoffman :/ omme 't zelve aan niemand te Communiceeren off aftegeeven dan bij Retour aan zijn Ed: zijnde gemelde sendelingen door 143 door mij reeds den 5=ten Januarij deeses Jaers per Eeene alhier ten handel zijnde, en te Banjer te huijs hoorende Chialoup weederom te rug gedepecheert, en volgens bekoome berigten behouden aldaer gearriveerd, terwijl ik ingevolge uwer Hoog E Edelheedens veel gerespecteerde qualificatie aan Mattans Vorst op den 22=ten Meij passato, door den Maleijdschen Schrijver Intje Taheer en den zoon van de Capitein dier natie alhier Intje Ibrahim, Een Brieff C. het afgezonden; waer bij zijn hoogheid op Eene Cordacte wijse desselfs onvriendelijke behandeling aan de Barjarsche Compagnies zendelingen aengedaen voorhoudende, en de bil„ „lijke verwondering die dit gedrag meriteerd betuijgende, zijn Hoogheid teffens versoeke omme mij de reedenen te willen ee„ melden die dat verkeerd gedrag geoccasioneert hebben, als mee¬ „de om zijne Eertijds aen de zendelingen van de afgegae„ „ne Resident Stuart te kennen gegeevene Resignatie van alle aenspraek off pretensie op Succadana bij De antwoord op mijn Brieff gestand te doen; Mijne zendelingen op den 5ten. Junij daeraen volgende in de Negoreij Lauer gearriveert zijnde, wierden van 's vorstens bioeder Langerang eg Poetra 163. u Poetra dewelke aldaer het gezag hadde zeer wel ontvangen; alsoo den sulthan volgens getuijgenis van Eevengemelde Pan„ „gerang en andere wel 14: daegen reijsens Landwaerts in desselfs oude Negoreij seer slegt ziek zoude leggen; zij maekten de ree„ „denen van hunne komst bekend, waerop Pangerang Poetra, zig met het laeten bestellen der briev Chargeerde, alsoo hij niet mogt, en het ook niet durffte avantuuren haerlieden in persoon te laeten naer booven vaeren, uit vreese hun Eenig overlast door de dajakkers mogt worden aengedaen; dus gaeven zij him„ de brieff over-en zijn dezelve dog getuijgen geweest van het versenden daervan naer de boovenlanden; De Mahomethaensche Fasten en het Feest harie Raija gepasseert zijnde, vervoegden zig Dezelve, bij pangirang Poetra met versoek om hun te wil„ „len helpen met het Obtineeren van het versogte antwoord, alsoo van de dag hunner komste tot den 29=ten derselven maend geen Een mensch. /: uit hoofde der Poeassa:/ van booven af g was gekoomen; Pangerang Poetra Liet direct Een schep prauw gereed maeken, en is de Maleijdsche schrijver voormeld op zijn daertoe gedaene versoek, beneevens 7: Mattangers door dik gemelde Pangerang daertoe geprojecteert, den dag daeraan zijnde den 30: Iunij off den 145 63. off den 6=ten dag van de Maleijdsche Maend sjawal naer boven toe vertrokken den 5=ten dag van hun Marsch, ontmoetede hun de prauw beneevens de volkeren die den brieff naer de sulthan had„ „den gebragt, gechargeerd met Een brieff, sij retourneerden dus met Elkanderen, en quaemen den 7ten. Julij weederom in de ne„ „goreij Lauer te rug = Mijne zendelingen die op 't gerigt des brieffs„ zig hadden laeten voorstaen het Een antwoord op de door hun ain„ gebragte letteren te weesen, vonden zig zeer gedupeerd, wan¬ „neer Pangerang Poetra dezelve berigtigt en ontwaert dat aan hem was geaddresseerd dezelve opende, en niets anders in stond dan, dat Pangerang Poetra aen de zendelingen moest te ken„en „nen geeven, hij sulthan niet teegenstaende de siekelijke staet daerin sig bevond, de ontvangene brieff had laeten leesen en des„ „selfs inhoud verstaen, en dat hij bij herstel niet in gebreeke zal. blijven den feetor op alles te antwoorden, welk weinige nog van Eenige regels schrifft gevolgd was, die de Pangerang stilletjes lees„ ƒ „te, egter aen de Gebaerden van dezelve genoegsaem te merken, dat hij van de vorst gereprimandeert wierd, sonder dat men heeft kunnen verneemen wat de oorsprong is; mijne zendelingen zig dus te leur gesteld ziende, vroegen aan de Pangerang wat zij na moesten. e

NL-HaNA_1.04.02_3864_0178 view scan ↗

English

they had to do, and whether they should still wait for the answer; who replied that he could not approve of this, as his brother had indeed promised something several times that had not been put into effect until now; that if he, the Pangerang, knew the contents of the letter, he might possibly be able to answer it somewhat, but this not being the case, he did not wish to advise them to wait any longer, for reasons that one could not know whether his brother would recover from his illness, at least not when, as he truly lay very ill; and the Pangerang requested my envoys to tell me that we might rely on him, and that as soon as the Sultan was on the mend, he would urge him to answer, and if no notable obstacles presented themselves, he himself would deliver the letter to me, as aside from this he had long wished to speak with Sultan Sarieff, which he would then take advantage of on this occasion. My envoys thus prepared for the return journey and arrived back here on the 19th of July with their business unaccomplished, through which circumstance the undersigned remains deprived of being able to await Your High Nobilities with any other reports from Mattan, though I hope that the Chief of Banjermassing will be more successful in his embassy, since His Honor has been pleased to communicate to me that, after the return of the envoys sent hither, he dispatched a letter to the aforementioned prince of Mattan, and I have no doubt at all that His Honor will have received an answer thereto, as that prince was at that time still fresh and healthy and on the beach in the negorij Lauer. In the meantime, no effort will be spared by me to obtain an answer to the letters dispatched by me. The conduct of the Panumbahan at Mampawa, Sarieff Cassim, upon the appearance of an Englishman there, although having been the only means to prevent his inhabitants from being able to smuggle publicly with them, has nevertheless not deterred the English so far from visiting this coast, for on the 11th of March past there appeared there an English brig named Ste Cornewallis, commanded by Captain Cummensch, who, after having fired a salute of 7 guns, came to the shore with his longboat, requesting to be allowed to supply himself with water and firewood, as well as some fresh provisions of which he was in want. The captain received the same answer as the previous ship, that there was no lack of firewood on the nearby islands, while it was reasonably doubted whether he really lacked water. But these not being the motives of his arrival, he merely requested of the Panumbahan to be allowed to look around for some refreshments while taking a walk, which was permitted by the Panumbahan (as it was early in the morning), and the Postholder accompanied him on that walk. Having returned to the dalem, he took his leave and departed on board, without having mentioned anything further about one thing or another. The following day he set sail, heading directly toward Poelo Datoe. On the following 16th, the ship The Surprise, commanded by Capt. John Tilips, appeared there again, whose supercargo, named Reijke, came ashore offering his trade goods, consisting of opium, linens, and rice, for sale; being politely turned down by the Panumbahan, he went on board again and departed on the following 19th, setting his course toward Passir. On the 12th of May, another English ship arrived at Mampawa, whose supercargo, having come ashore, made the reasons for his arrival known to the Panumbahan, consisting of a request to be supplied with pepper and tin, if it were on hand. The prince pointed out to him that those articles, being contraband, were not brought to Mampawa, so that it was impossible for him to oblige the supercargo therewith. After having spent about two hours of time ashore, he went on board again, and that same night set sail, directing his course toward Sambas; and as he departed so quickly, the Postholder was unable to learn anything, not even the name of the ship. However, notwithstanding the interdictions, surveillance, and further precautions made and taken by the Panumbahan to prevent smuggling, we only afterward learned from a certain Paijt Alij, who came from Sambas, that the above-mentioned ship had called at Sambas to obtain the same as at Mampawa; that the ship came from Batavia and was named Warren Hastings, having Mr. Hoppe on board as supercargo; and that the brig cited hereinbefore, lying behind Poeloe Datoe, sold about three hundred chests of opium at 16 Theijlen

Dutch transcription

moesten doen, en off zij nog naer het antwoord zouden wagten; dewelke repliceerde dat hij dit niet konde approbeeren alsoo zijn broeder wel meermals wat beloofd had dat tot nu toe niet werkstellig was gemaekt, dat Jndien hij Pangerang den inhoud van de brien weetende was, moogelijk wel Eenigsins daer „op soude kunnen antwoorden, dog dit zoo niet zijnde hij hun niet aanraeden wilde tot Een langer wagten, om reedenen men niet kon„ de weeten offte zijn broeder van zijn siekten hersteld sal worden, ten minsten niet wanneer, alsoo hij waerhafftig, slegt ziek laeg, en ver„ „sogt de Pangerang aen mijne zendelingen omme mij te zeggen dat wij op hem mogt berusten, en dat soo dra de sulthan aen de beetere rand wis, hij denselven tot het antwoorden zoude aen„ „spooren, ende geene merkelijke hinderpaelen zig op doende hij mij selvs de brieff wilde bezorgen, alsoo buijten dees all over Lange sulthan Sarieff gaern hadde gesprooken, het geene met deese ge„ „leegentheid dan zoude waarneemen; Mijne sendelingen maekten zig dus gereed tot de terug reijze en arriveerden den 19=en Julij On„ „verrigter zaeke weederom alhier: door welke gedoentent den submissen teekenaer verstooken blijfft met Eenige andere berigten van Mattan uwe Hoog Edelheedens te kunnen opwagten 147 63. opwagten, dan ik hoope dat het opperhoofd van Banjermas „sing in zijne Gezantschap beeter Gestaekt zal sijn, alsoo: zijn Ed: mij heeft gelieven te Communiceeren, na het retour der herwaerts te gezondene zendelingen Een brieff aen Eevengemelde vorst van Mattan te hebben gedepecheert, en twijffele Gansch niet off zijn„ Ed: zal antwoord daerop verkreegen hebben als zijnde dien vorst te diertijd nog vris en gezond en aen strant in de Negoreij Lauer rij geweest, zullende in tusschen bij mij geene moeijte ontzien wor„ „den, ter obtenue van Antwoord op de door mij afgezondene litteren De Behandeling van den Panumbahan te Mampawa Sarieff Cassim, bij verschijning van Een Engelsman aldaer wel het Eenigste middel zijnde geweest omme te wheeren dat desselfs ingeseetene niet publicq daermeede konden smokkelen, heeft egter tot nu toe de Engelschen niet gediverteert om deese Cust te bezoeken want op den 11=ten Maert passato vertoonde zig aldaer Een Engelsche Brik genaemt Ste Cornewallis gevoert bij Capitein Cummensch, dewelke naer Een salut van 7: schooten te hebben gedaen met zijn Barcas naer de wal quaem, versoekende om zig met waeter en brandhout beneevens Eenige verversing daer gebrek van hadde te moogen voorsien, de Capitein kreeg dezelfde 89 dezelfde antwoord als het voorige schip, dat op de naerbij ge„ „liegene Eilanden geen brand hout manqueerde Terwijl men met reeden twijffelde offte wel waeter gebrek hadde, maer dit te moo„ „tiven van zijn komst niet zijnde zoo versogt, hij Eenelijk aen De Panumbahang, omme wandelende naer een en andere verversching te moogen uitzien, het welk door de Panumbahan /: alsoo het 'Smorgens vroeg was / gepermitteerd is en heeft de Lost houder hem op die wandeling geaccompagneert, weederom in de dalm gere„ „tourneert zijnde naem denselven zijn afscheid en vertrok naer Boord, sonder iets meer van het Een off andere te hebben ge„ „rept, des anderen dags ging hij onder zeijl zettende zijn steeven regt naer Poelo Datoe; den 16=ten daeraen volgende daegde aldaer weeder op het schip the surprises gevoert bij Cap=t John Tilips waervan de Carga genaemt bij Reijke aan land quaem sijn ne¬ „gotie, bestaende in amphioen, Lijwaeten en Rijst, ter koop presenteerende, door de Panumbahan op Een beleefde wijze van de hand geweesen zijnde, gieng hij weederom naer boord en vertrok 19=ten daeraen volgende, zijne Coers stellende naer Passir: Den 12=ten Meij arriveerde te Mampawa weeder Een Engelsch schip, waervan de Carga aan Land gekoomen zijnde de reedenen 149. 63. de reedenen zijner komste aan de Panumbahan bekend maekte bestaende daerin, dat indien het 'er aen handen was, Met peeper en thin te Moogen worden voorzien de vorst vertoonde hem, dat die Articulen Contrabande, zijnde te mar„ „pawa niet worden aengebragt, dus het hem onmoogelijk was de Curga daermeede te gerieven; naer omtrent twee uuren tijds aan Land te hebben versleeten, gieng dezelve weederom naer boord, en heeft het dien selfde nacht nog onder zeijl ge„ „zet, zijne Coers zigtende naer Sambas; ende Alsoo denselven soo schielijk vertrok, soo bleef de Posthouder buijten staet= om het Een off ander, en zelfs niet de naem van het schip te„ weeten te krijgen, dog niet teegenstaende de Jnterdieties, op „zg „passingen, en verdere voorsoorgen bij de Panumbahan ge„ „daen en genoomen, ter wheering van het smokkelen soo hebben wij van agteren Eerst van Eenen Paijt Alij die van Sambas quaem vernoomen, dat het hun boovengezegde „schip Sambas hadde aengedaen, ter obtenue zoo als te mam„ „pawa, dat het schip quaem van Batavia, en genaemt was warren hastings. zijnde daerop als Carga M„r hoppe en dat de hier vooren geciteerde Brik agter Poeloeda„ „toe Leggende circa drie hondert kisten amphioen, teegens 16: Theijlen e Ge

NL-HaNA_1.04.02_3864_0182 view scan ↗

English

16 theijlen of dust gold, calculated at 22 keijzerdaelders per theijl, are said to have been disposed of to three vessels outside this area, designed to fetch opium from Poeloe pinang for the smokers of Sambas, and to 3 or so panjajaps, probably of Bugis from Mampawa, without the commanders thereof being known; which cannot well be traced here, for the reason that at that time sometimes 6 or 3 panjajaps depart for Tambalang and Sianten to fetch oil and old coconuts from there. But as to how far this report merits belief, I dare not vouch for it, although it may possibly be true; whilst despite all inquiries made by me, I have not been able to learn of it, either partially or entirely, from anyone else. Wherewith, continuing my account with all respect, I can respectfully notify Your High Nobilities from Mampawa itself that since the dispatch of my humble letter of 25 October of the past year, a blessed peace and quiet continues and is maintained in these parts, leaving nothing to be desired except the submission of the upper lands, to facilitate the sale of the goods being brought in, so that the Company, through the increase of revenues, might in some measure enjoy the advantageous prospects with which it was flattered upon the conquest of this country. Nevertheless, the advantage of over ƒ 4500:—:— proposed by the retired Resident Stuart on the delivery of 300 theijlen of dust gold by the Panumbahan cannot take effect, should it please Your High Nobilities to have the calculation made by him on that subject followed; which the humble undersigned, not without reason, doubts will ever happen, principally because this gold, according to reports received from the Assayer, could reach no more than 16 carats, 10½ grains, and in addition up to 45 reales weight was lost upon it in melting and assaying. For the said Stuart posits that Your High Nobilities could have the dust gold delivered by the Panumbahan for 17 keijserdaelders per theijl weight accepted at 22 rixdollars per theijl, being the price for which the Sanggau dust gold is purchased; and that upon dispatch, the 5 percent credited to the Residents on other collections would also be charged to Batavia on this gold, from which a profit of ƒ 4632:2:—, or over ƒ 4500:—:—, would accrue according to the statement of my predecessor, since those 300 theijlen of dust gold at the price of 17 keijserdaelders per theijl cost ƒ 12909:7:8, and at the price of the Sanggau dust gold would amount to ƒ 17541:9:8; the difference between the greater and the lesser amounts to ƒ 4632:2:—. And the humble undersigned respectfully begs Your High Nobilities favorably to pardon this detailed explanation set down here, to which he felt obliged. Furthermore, notwithstanding his efforts, endeavors made, and friendly offers, to his deep regret he can inform Your High Nobilities nothing other regarding the fugitive Panumbahang Adij Taija Cossoema, who is staying at Silou, than that nothing can be obtained from him by friendly means, whilst the solicitations of the humble undersigned are regarded by him as a sign of weakness; and if this is not the case, he is expecting assistance from one quarter or another. With God's help, should the opportunity arise, the former will be shown to be quite otherwise, and the latter, if such should be the case, will be frustrated, if not entirely, then for the greatest part. In accordance with Your High Nobilities' highly honored orders to make every effort so that the submission of the fugitive princes and subjects, and further matters in the upper inland regions of Mampawa, may be settled amicably and through friendly negotiations as far as possible, the humble undersigned, after having previously consulted with Sultan Sarieff and the Panumbahan Sarie Cassim, prepared on 15 May last a letter to the Panumbahan Adij Iaija Cossoema (this annexed under Letter A) and one to his brother Pangerang Manko karta Nagara (this accompanying under Letter B), and dispatched the same to Silou by a certain Anachoda Moeda and Intje Dul Latip, together with eight resolute Malays. Which mission, having covered approximately one third of the way, was detained at Sikantjor by the men keeping guard there and asked the reason for their coming; which having been made known to them, the Kaij holding authority there asked

Dutch transcription

16: Theijlen Stoffgoud en 't theijl gereekent teegens 22: keijzer„ „daelders zoude hebben van de hand gezet, aen drie vaertuijgen buijten dees geprojecteerd om van Poeloe pinang amphioen te haelen voor de smookers: van Sambas, en Aan 3: ofsa Panjajaps waer „schijnlijk van Boeguineesen van Mampawa, sonder dat dat de voerders daervan bekent zijn; en 't welk alhier niet wel kan na „gespoord worden, om reedenen in die tijd bij wijlen 6: off 3: pan „jajaps vertrekken naer Tambalang en Sianten, omme van daer het olij en oude Clappus te haelen, dan in hoe verre dit berigt „geloff meriteert; durff ik / schoon het moogelijk waerheid is :/ niet daervoor in staen; terwijl niet teegenstaende alle door mij ge„ „daene Ondersoeken 't nog gedeeltelijk nog in 't geheel van iemands anders hebbe kunnen. neemen waermeede in al„ „le Eerbied mijn bestek vervolgende van Mampawa selvs uwe Hoog Edelheedens Eerbiedig kan notificeeren, dat zeedert 't afzenden mijner submisse van Den 25=en October A„o p„r hier omstreeks alles Een Een gezeegende rust en vreede verseert, en onderhouden word, blijvende niets overig te wenschen dan de submissender boovenlanden, ter faciliteering van het debiet der aengebragt wordende goederen op dat 151. 63. op dat de Maatschappij door de vermeerdering der inkomsten Eenigsins mogte Jouisseeren van de voordeelige voor uit Sigten waermeede met de Conquestreering van dit Land gevleid is gewor„ „den, kunnende des niet te min, het door de afgegaene Resident stuartl voorgestelde voordeel van ruim ƒ 4500: —:—: op de Liverantie van de Panumbahan van 300: theijlen stoff goud Effect sortee„„ „ren, indien het uwe Hoog Edelheedens mogte behaegen de door. on hem ten dien sujette gemaekte Reekening te laeten opvolgen 't welk den needrigen teekenaer niet sonder reedenen twijffeld nooit te zullen geschieden, principaelijk daer dit goud volgens ontvangene, berigten van den Essaijeur niet meer dan 16: Caraen, leg „10:½: grijnen heeft kunnen haelen daeren booven nog tot 45: Reae„ „len swaerte aan Smelt en Essaeij verlies daerop is gevallen; want re„ gemelde stuart steld, dat uwe Hoog Edelheedens het door den ƒ „ Panumbahan voor 17: keijserdaelders 't 'theijl swaerte geleeverd wor„ „dende stoff goud zoude kunnen laeten inneemen teegens R„oa 22:—: 't theijl: zijnde de prijs daer het sangousche stoff goud voor in ge„ „kogt word; en dat bij versending de 5: p=s die aen de Residenten bij andere inzaemen te goed gdaen, ook van dit goud Batavia zou„ „de aengeseekend worden, waeruit Een winst van ƒ 4632: 2:—: off ruim. S: 7 off ruijm van ƒ 4500:—:—: volgens het gestelde van mijn predecesseur zoude koomen te proflueeren alsoo die 300: theijlen stoff goud na de prijs van 17: keijserd„s t theijl kosten ƒ12909:7:8: en naer de prijs van het Pangousche stoff goud zouden Bedraagen - - - - - - - „ 17541:9: 8 het minder van het meerder komt - - ƒ 4632:2:—: en is den submissen teekenaer Eerbiedig smeekende uwe hoog Edelheedens hem deese terneeder gestelde Extensie waertoe zig hebbende verpligt gehouden, gunstiglijk gelieven te par„ „donneeren; Terwijl alverder oonaangezien desselvs gedaene moeijte, aengewende poogingen, vriendelijke aanbiedingen tot zijn innig Leedweesen niets anders uwe hoog Edelheedens om„ „trent de gevlugte en zig te zilou ophoudende Panumbahang Adij Taija Cossoema kan bedeelen, dan dat in 't vriende„ „lijke niets van hem te verkrijgen is, terwijl de aensoekingen van den submissen teekenaer door hem als een teeken van wees worden beschout en dit niet zoo zijnde, zoo is denselven adsis¬ „tentie van hier off daer verwagtende, zullende /met Gods hulp:/ bij voorkoomende geleegendheid het Eerste geheel anders aangetoond werden, en het tweede, indien het zoo mogte zijn zoo 3 153. 13. zoo mogte zijn zoo niet ten Eenemaelen dog ten grootsten gedeelte verijdeld worden Ingevolge uwer hoog Edelheedens hoog geherde ordres om al„19 „le poogingen aen te wenden, dat de onderwerping der gevlug„ „te vorsten en onderdaenen, en verdere zaeken in de booven in„ „landen van Mampawa in der minne en door vriendelijke onderhandelingen zoo veel moogelijk moogen worden geschikt, m zoo heeft den submissen teekenaer, na bevoorens met sutthan Sarieff en den Panumbahan Sarie Cassim te hebben raed gepleegt, den 15=ten Meij Jongstleeden Een Brieff aen den Panum, „bahan Adij Iaija Cossoema /:deese Annex sub L„t A: / en Een leg aen desselfs Broeder Pangerang Manko karta Nagara /:dee„ „se versellende onder L„a B::/ vervaerdigt, en deselve door Eenen Anachoda Moeda en Intje Dul Latip beneevens nog agt geresolveerde Maleijers na Silou gedepecheert, welk zendelingschap circa Een derde van de weeg afge„ „legd hebbende, te sikantjor van de aldaer wagt hou„ „dende manschappen wierden aengehouden en naer de ree„ „den van hun komst gevraegt, 't welk aen dezelve kond gedaen zijnde, zoo vroeg de aldaer het gezag voerende kaij a„ naer

NL-HaNA_1.04.02_3864_0186 view scan ↗

English

for the letters, with the promise to deliver them, since he was not permitted to let anyone travel further upriver. After some exchange of words among them about this without anything more, it was approved that the aforementioned Anachoda Moeda, with three of his men in the company of the Keaij, should bring the letters upriver. And as Pangerang Manko found himself at that time in Benoean (which is located a good long day's journey below Silou), his letter was handed over to him first, which he also accepted; and having heard that the emissary was charged with another letter for the Panumbahan, he allowed them to continue their journey, with the promise that upon their return the answer would be ready. And so, after several days, they arrived at Silou, where they were only permitted to set foot ashore or on land on the third day after their arrival. They handed the letter over to the Panumbahan, who, after reading it, said to the emissary or the aforementioned Anachoda Maeda, "It is well; once I have spoken with Pangerang Manko, I shall send the factor an answer." Turning his words to the Keaij, he asked who had permitted him to bring strangers upriver without his knowledge and consent, or whether he was also seeking to betray him. The Keaij asked ampong for this mistake of his, as it had been committed with nothing but good intentions, promising to strictly comply with the received orders in the future, whereupon he as well as my emissaries had to depart again from Silou directly and without lingering any longer. Having returned to Benoean, they were well entertained by Pangerang Manko, and when they were ready for their departure, he handed them the letter which is annexed hereto under Litera C, with the request to assure the factor, Sultan Sarieff, and Panumbahan Cassim of his affection toward us. Thus the emissaries departed from Benoean, and having continued their march, they arrived on June 11 at Mampawa and on the 13th thereafter here at Pontiana. Pursuant to the writing of Pangerang Manko, I set out on July 2 for Mampawa, where on the 4th I received a note from the aforementioned Pangerang stating that he was awaiting me at Sikantjen (annexed hereto under Litera D). The next day, together with the captain of the Malays here, Intje Bastam, the Pangawa at Mampawa, Wal Latiman, and one Pangallima Bahar, in a paddling proa of the Panumbahan with 22 paddlers, I set out on the march; and as I had the crew press on somewhat, we arrived in the evening near the river of Sanking, where we remained lying under the forest that night until about 5 o'clock in the morning, when we resumed our journey with fresh courage, and at the stroke of nine o'clock in the morning arrived at Mendedong, where we were received by Pangerang Manko, even though the rendezvous had been appointed at Sikantjon. After exchanging compliments, I first asked the Pangerang for the reasons for this change, to which I received the answer that Pangerang Anom, who was at Sikantzjor and was afraid to meet me, was the cause thereof. After having sat for a while, I asked the Pangerang whether he had not received a letter from the Panumbahan for me, which was answered with a no. I further asked him whether the Panumbahan had then given him full power to enter into negotiations of friendship with me, which again being answered with a no, I said, "Well, Pangerang, what have we come here for then?" Then he took me by the hand and requested me not to take it ill that, while he had given his word to meet me, he also wished to stand by the same, notwithstanding that he had received nothing from his brother other than some biting and unpleasant reproaches on account of letting my emissaries pass. "And what indeed are the motives," I asked, "that the Panumbahan will accept no one in the uplands, whereas the Company does not forbid receiving the uplands at Mampawa and providing them with necessities?" "Yes, factor," the Pangerang replied, "the Company has no reasons to be afraid of anyone, and nor is it, but my brother is." "And what, if I may ask," said I, "is he then afraid of?" "Well," said the Pangerang, "of the Cape, of Ceylon, of Banda, Pulau Tammar, and Allah knows what all else he is fearful of." "But," said I upon this, "surely by giving you the authorization to negotiate friendship and answering my letter, your brother would not come to any of the aforementioned places?" "Yet this is not to be talked out of his head," said the Pangerang, "for he not only says it, but firmly believes that your writings

Dutch transcription

naer de Brieven, met belofde dezelve te zullen bestellen alsoo hij niemand verder op mogt laeten vaeren, Naer Ee„ „nig onder hun lieden hier over voorgevallene woorden wissel sonder meer, wierd goedgevonden dat de voormelde Anacho„ „da Moeda, met drie van de zijnen in gezelschap van de Keaij de Brieven soude booven brengen en alsoo Pangerang Manko zig ter dientijd te Benoean /: 't welk wel Een groote dag reis beneeden silou is leggende :/ bevond, zoo werd zijn brieff hem Eerst overhandigt, dewelke hij ook accepteerde, en gehoort hebbende dat de sendeling met nog Een Brieff voor de Panumbazang gechargeerd was; liet hij hunne reij„ „ze doorsetten, met belofte dat bij hun retour de antwoord e zoude gereed zijn; ende zijn dezelve dus na Eenige daegen te silou gearriveerd, alwaer zij Eerst op den derden dag na haer aenkomst aan de wal off op Land mogten treeden: zij overhandigden de Brieff aan de Panumbahan dewelke naer Gedaene lecture, tot den sendeling off de hierboven gezegde Anachoda Maeda seijde, tot is wel, als ik Pangerang Manko gesprooken, hebben sal ik de fector Een antwoord; zenden; in het woord tot de keaij wendende, vroeg, Wie hem 155. 63. hem gepermitteerd had om buijten zijne kennisse en Con„ „sent vreemdelingen booven te brengen, offte ook hij zogt om hem te verraeden; de keaij versogt ampong over deese zijne fout, als zijnde niet dan met goede in zigten begaen, beloo„ „vende om in 't vervolg de verkreegene ordres stiptelijk naer„ te koomen, waermeede hij zoo wel als mijne zendelingen„ Direct en sonder langer vertoeven weederom van Silou moes,„ mij „ten vertrekken, te Benoean gereverteerd zijnde wier,„ u „den zij door Pangerang, Manko wel onthaelt, en gereed zijnde tot hun vertrek gaeff hij hun de Brieff over dewelke onder L„a C=o deese is bij gevoegden met versoek omme den feitor leg sulthan Sarieff en Panumbahan Cassim van zijne Genegend„ „heid te onswaerds, te assureeren; dus vertrocken de zende„ „lingen van Benoean en hun marsch door gezet hebbende ar„ „riveerden dezelve den 11: Junij te Mampawa en den 13=en daeraen alhier te Pontiana, Jngevolge het schrijven van Pangerang Manko, begaff ik mij den 2=ten Julij naer Mam„ „pawa, alwaer ik op den 4=ten ontvieng Een Cartabeltje van Eevengemelde Pangerang met Notitie dat mij te Sikantjen was wagtende /: alhier onder L=d D:/ ik begaeff mij 'sande„ „ ren ee „ren dags, beneevens den Cap=tn der Maleijers alhier Jntje Bas„ „tam, den Pangawa te Mampawa wal Latiman, en Eenen Pangallima Bahar in Een schepprauw van de Panumba„ „han met 22: scheppers op marsch en alsoo ik het volk wat liet doorsetten arriveerden wij 's avonds bij de Revier van san„ „king, alwaer wij dien nagt onder het bosch bleeven leggen tot 'smorgens circa 5: uuren, wanneer wij onse reijse met een ver„ „schen moed weederom aennaemen, en met de klok slag Neegen 1. uuren 'smorgens te Mendedong aen quaemen, alwaer wij door Pan„ „gerang Manko gerecipieert wierden niet teegenstaende de render vous te sikantjon bestemd was ik vroeg /: naer afgelegde Compli„ „menten:/: de pangirang ten Eersten naer de reedenen van deese ver„ „andering waerop ik ten antwoord kreeg; dat Pangerang Anom die zig te sikantzjor bevond en bang zijnde omme mij te ontmoeten, de oorsaek daervan was; naer Eene wijl te hebben gezeeten, zoo vroeg ik de Pangerang off hij geen Brieff van de Panumbahan voor mij gekreegen hadde, 't welk met Neen beantwoord wierd, ik vroeg hem verder off de Damunbahan hem dan volmagt gegeeven, had om zig in onderhandeling van vriendschap met mij te kunnen in laeten 't welk allweederom met neen beantwoord zijnde, Zoo 163. 157. zoo zeijde ik, wel Pangerang, waer zijn wij dan voor hier gekoo„ dmen toen vatte hij mij bij de hand en versogt het hem niet quae„ „lijk te neemen, dat terwijl hij zijn woord gegeeven hadde omme ng mij te ontmoeten, hij het zelfde ook wilde gestaend doen, niet Co teegenstaende hij van zijn broeder niets anders dan eenige spits„ „vinnige en onaengenaeme verwijlingen had gekreegen weegens het laeten passeeren mijner zendelingen, en wat zijn dog de motiven, r vroeg ik dat de Panumbahan niemand in de boovenlanden wil accepteeren, daer DE Compagnie niet verbied om de boovenlanden te Mampawa te ontvangen en hun van 't noodige te voorsien: Ja feitor, Repliceerde De Pangerang „ DE Compagnie heeft geen ree„ „denen om voor iemand bange te zijn, en zij is het ook niet, maer ree„ mijn broeder; en waer is dezelve /:zeijde ik/ als ik vraegen mag dan bange voor. wel / zeijde de Pangerang:/ voor de Caab, voor„ Ceijlon, voor Banda, Poeloe Tammar en Altah weet waer hij nog all voor bevreest is; maer zeijde ik hierop, om uw qualificatie te geeven ter onderhandeling van vriendschap in mijn brieff te beant„ „woorden zal uw broeder immers naer geen van de genoemde plaet„ „sen koomen; dit is hem egter niet uit het hoofd te praeten zeijde de Pangirang, want hi 't niet alleen zegd maer vast geloofd dat uwe„ Schrijken

← previousnext →