VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3864

Japan · 1,440 pages · 285 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3864_0190 view scan ↗

English

writing is done for no other purpose than to catch him in the net and send him to Ceylon. Well, Pangerang, I said, tell the Panumbahan that if I had to or wanted to catch him, I would warn him. Well, certainly not; cats do not meow when they want to catch rats, for Silou is, after all, not outside the world. I have already pointed this out sufficiently to my brother, replied Pangerang Manko Mair, who am I, what can I do here, who listens to me, no one, nothing, nothing, and—interrupting him here in his speech, I said, Pangerang, enough of this, for this is all too childish, let us speak of something more necessary. What do you think, will the Panumbahan answer my letter, or does he not intend to make friendship and seek peace for himself and his people? That I do not know, was the answer, at least not when, for my brother is ill. Well, I said again, even though your brother is ill, would his intention be unknown to you? I cannot believe that, but rather that you wish to ignore it so as not to have to declare it to me; thus I am also deceived in my hope, for if there is one person in Silou in whom I have placed trust, it is you, but now I see that my calculation is also mistaken. And looking at my retinue, I said, come on, let us just go away again. Upon this the Pangerang took me by the hand again and said, Hector, your calculation is not mistaken, and you can firmly rely on me, but stay a little longer, I have a request of you. And I said, what does this consist of? Upon this he replied that, notwithstanding this vain journey made, you should not entirely abandon the work begun; write another short letter to that end to my brother and request a written answer from him to it, or else, when he is recovered, to be allowed to speak to him yourself, and be assured that I, with my people, will contribute and do all that is in our power toward the success of your intentions. However, make no mention whatsoever of me in your writing, as this could possibly be an obstacle to your intentions, for I know my brother. I gave the Pangerang as an answer to this: had I placed no trust in you, I would also not have sought to enter into negotiations with you, for I do not like to deal with old wives who at eight o'clock deny what they did or said at 7 o'clock, and just as little do I wish to involve myself with fickle people if I can avoid it. Upon this the Pangerang said, then I fear that not much will come of your intentions. I said to this: I will consider what further is to be done in this matter, and then I will see whether I can still have a letter delivered to the Panumbahan. You need take no trouble for that, answered Pangerang Manko, I have various business to attend to here among the Dayaks which will detain me 4 to 5 days; if you resolve to write within that time and send the letter to me, I will deliver it in person to my brother. I thanked him for the offer, adding that I requested him, whether I write or not, to bring to the Panumbahan's attention that keeping the river closed will presumably come to no good end, for not only is foreign trade obstructed, but all inhabitants, both those upstream and downstream, are prevented from carrying on their customary employments for the support of their families, from which dissatisfaction and rebelliousness arise, so that the second evil could become worse than the first; and thus, in my opinion, it was better to think of peace and quiet on certain conditions and a firm footing, than day and night to have to live in anxiety and cause oneself and others to suffer even more poverty and want. For I am not unaware that the Panumbahan along with his family lack nothing, so I also take little trouble over that, but those who have followed him, of whom such a multitude have already died from want of food and help, and others for the same reasons have sought a safe refuge elsewhere—those few of them who are still alive and with him, these are the ones who awaken my commiseration, as they constitute the largest group who must mostly sustain themselves with keladi, while the princely table is filled with roasted chickens, venison, fish, etc., of which you also partake, I said to the Pangerang, is it not true? Yes, indeed it is true, he said, but trust that I will do my utmost to bring my brother to reason, if he will only listen to me and you write him a letter. I cannot say anything about that yet, I replied, but this is certain: that if you receive no letter from me within the time of your stay here or within 4 days, I will have resolved otherwise. And as it was already eleven o'clock, I took my leave of Pangerang Manko and his retinue, and turning our prow toward Mampawa, left.

Dutch transcription

schrijven nergens anders om geschiet, dan om hem in 't net te krij„ „gen en naer Ceijlon te zenden, wel pangerang zeijde ik dankt aen „de Panumbahan, dat als ik hem vangen moest off wilde, ik hem zal waerschouwen wel neen ik, de katten maauwen niet als zij rotten willen vangen, want silou is immers niet buijten de wae„ „reld dit heb ik mijn broeder ook all genoegzaem voor oogen gehouden, repliceerde Pangerang Manko ^ mair wie ben ik. wat kan ik hier wie Luijstert naer Mij Niemand, Niets, Niets En--- hier in zijn reeden vallende zeijde ik Pangerang genoeg hier van want dit al te kinderagtig, laet ons van wat noodsaekelijkers- speekens wat dunkt uw zal de Panumbahan Mijn Brieff be„ =antwoorden off is hij niet voorneemens om vriendschap te moe„ „ken in rust te zoeken voor hem ende zijne dat weet ik niet, was de antwoord, ten minsten niet wanneer want mijn broeder is ziek; wel zeijde ik weederom, schoon uw broeder ziek is, zoude uw zijn voorneemen onbekent, zijn, dat kan ik niet gelooven; maer veel eer dat uw het wil ignoreeren, omme het mij niet te moeten de Clareeren; dus ben ik in Mijn hoop almeede bedroogen; want is er Een mensch te Silou daer ik vertrouwen op gesteld heb dat is Uw maer nu zien ik dat mijne Reekening all meede e 159. 163. all meede mist, en naer mijn gevolg ziende zeide, ik kom aen laeten wij maar weederom heene gaen hier op vatte de Pangerang mij weederom bij de hand en zeijde fector uw hee„ ng „kening is niet gemist, en uwe kan vast op mij vertrouwen, maer zo blijff nog wat, ik heb een versoek op Uw en zeijde ik, waerin be„ „ „staet dit; hierop repliceerde dezelve, dat UWE niet teegenstaen„e„ „de deese gedaene vergeefsche reijze niet ten Eene maele moest raij afsien van het begonnenwerk, schrijfft nog een letterje ten dien pa„ Einde aan mijn broeder en versoekt hem schriftelijke antwoord daerop dan wel als hij hersteld is, om hem zelvs te moogen spreeken, en weest verseekerd, dat ik met de mijne al wat in leg ons vermoogen is zullen bij brengen en doen tot reussit van Uwe n voorneemens; Egter doet geene melding hoegenoemt van mij bij uu ree„ schrijven, terwijl dit moogelijk Eene hinderpael in uwe voornee„„ „men zoude kunnen zijn, want ik kenne mijn broeder: ik gaff 5 hierop den Pangerang ten antwoord, had ik op uw geen vertrouwen Ca„ gesteld, zoo had ik ook niet gezogt om met uw in onderhandeling te treeden, want ik heb niet gaern met oude wijwers te doen die 1 „ ten agt uuren negeeren 't geene ten 7: uuren gedaen off gezegd hebben &; eeven zoo min, well ik mij met wispeltuurige menschen in Laeten„ als als ik daer buijten kan; hierop zeijde de pangerang dan vrees ik dat van u' voorneemens niet veel koomen zal ik zeijde hierop; ik zal mij beden wat hierin verder te doen is, en dan zal ik zien offte nog een brieff aen de Panumbahan kan laeten bezorgen; daer behoeft uw geen moeite om te toen, antwoorde pangerang Manke, ik heb hier Een en andere verrigtingen te doen onder de dazakkers die mij 4: á 5: daegen zullen ophouden, als uw resol„ „veerd binnen die tijd te schrijven en mij de brieff toe te zenden soo zal ik dezelve in persoon aen mijn broeder overhandigen ik dankte voor de prensentasie onder bij voering dat ik hem versogt om 't zij dat ik schrijve off niet den Panumbahang te gemoedt voeren dat het geslooten houden der revier presomtieff geen gold einde zalneemen, want nietalleen de Negotie van buij„ „ten gestremt word maer ook alle ingezeetene zoo wel die van boo„ „ven als beneeden door door vertrocken blijven van hunne gewoonlij„ „ke randteeringen tot onderhoud hunner familjes, te kunnen in 't werkstellen, waer uit misnoegd= en baloorigheit ontstaende 't twee„ „de quad slimmer zoude kunnen worden dan de Eerste, en dus mijns erachtens beeter was om rust en vreede /: op zeekere Condities en een vaste voet :/ te denken, dan dag en nagt in ongerustheid te moeten 161. 163. moeten verseeren, en met zig nog meer andere armoed en gebrek doen lijden. want het is mij niet onbewust dat de Da„ numbahan beneevens zijne Famille geen gebrek aen niets hebben, mg dus daer doen ik ook weijnig moeijte om, maer die hem gevolgd hebben, zoo daer all zoo een meenigte van uitgebrek aen voedsel en hulpe zijn s„ gestorven en andere om deselve reedenen een goud heene koomen e¬ hebben Gezogt, die weinige die daervan nog in weesen en bij hem /en:/ zijn, deese zijn het dit mijn Commiseratie verweeken, alsoo hij pu¬ het grootste hoopje uitmaeken die 't meest met Calladij zig moe„ „ten geneeren, terwijl de verslijke taefel met gebraade hoenders,„ zo harte beest, vis V„ aengevuld is, daer uw ook meede van het„ zij ^ leg „de ik teegen de Pangerang is het niet waer . Ia wel is het waer n zeijde zijn maer vertrouwt dat ik het uitterste zal aenwerden zee„ om mijn broeder tot reedenen te brengen als hij maer naer mijn„ rooren wilt, en uwe hem Een brieff schrijfft daer kan ik nog niet t van seggen, repliceerde ik, maer dit is vast dat als uwe geen Ca¬ brieff binnen de tijd van uw verblijff alhier off binnen 4: daegen van mij bekoomd, dat ik mij anders zal geresolveerd hebben ende n„ alsoo reeds Elff uuren was, zoo naem ik mijn afscheijd van Pangerangh; manko en desselvs gevold, ende onse steeven naer Mampawa wendende, „ lieten

NL-HaNA_1.04.02_3864_0194 view scan ↗

English

had the men row a bit harder, and so arrived around half past 5 o'clock behind the Palm, where the prince, grandees of the realm, and elders from the kampongs were awaited. However, everyone, hoping to hear good news and seeing themselves disappointed, would have overturned the uplands with their mouths alone. But they were allowed to talk, and after I had consulted with the Panumbahan and the grandees of the realm present, and resolved that I should prepare a letter the next day, and being furthermore fatigued from the journey, I took my leave of them and proceeded to my lodgings to rest a bit. The next day, or 7 July, I wrote a letter to the Panumbahan Adij Jaija Cossoema, of which a copy is attached under letter F. It was dispatched directly to Pangerang Manko, from whom I received a short letter on the following 10th, here under letter G. Having no further business in Mampawa at present, I returned homewards and arrived on the following 12th in Pontiana. The months of July and August had passed without any news from the uplands being brought to us, so I had also practically written this matter off in my own mind. When on 10 September, a letter from the fugitive prince was delivered to me by the people of the Panumbahan Sarieff Cassim, in which he invited me to come to Mendedong in order to confer there with Pangerang Anom, as he himself was still ill, and to enter into negotiations of friendship. Your Right Honorables please pardon me; if I had been able or permitted to make the expedition with my own people, namely with Europeans, I would have accepted this invitation in the hope of catching this instigator. But since this could not happen, as they requested that I come alone, I declined the invitation after consultation with Sultan Sarieff and wrote another letter to the repeatedly mentioned Adij Jaija Cossoema, of which a copy as well as that of the one received accompanies this under letter H and letter I, which I sent again to Mampawa for delivery, under a covering letter to Panumbahan Sarieff Cassim, with the request to again stop the transport of necessities upriver, which had been permitted since my encounters with Pangerang Manko, in order, if possible, to bring them somewhat to reason by that means. After the dispatch of the pantjallang De Valkenaer, while being busy outfitting the pantjallang De Beschermer and preparing the papers currently being transmitted, there arrived here on 11 October a certain Radjie Abdulla, together with a certain Dulla Heijt and Intje Bessoep, who, being charged with a letter from the Panumbahan Adij Jaija Cossoema, handed it over to me, in which he requests me to come to Sikanjor, where I will also find him to confer with me and negotiate as mentioned hereinbefore; however, me alone. At which juncture I likewise had to decline the invitation, not out of fear, no indeed, for they are not that wicked, but for reasons that on such an occasion nothing can be accomplished with strangers, and one cannot well use them to carry out anything without fear of discovery. I left everything in statu quo until Sultan Sarieff should be consulted on this, and as these messengers were fatigued from a 16-day journey, I accommodated them with the Captain of the Malays here, Intje Bastam, with the request to provide them with the necessary provisions during their stay and also, quietly, to inquire into the state of affairs there. Panumbahan Sarieff Cassim, who, after he had dispatched this embassy hither, had followed on their heels, arrived that same day in the afternoon around three o'clock. I went together with him to Sultan Sarieff, where we met Sarieff Ahmit and Sarieff Ahmat, grandees of the realm here, and Sarieff Mahometh, grandee of the realm of Mampawa. And as Sultan Sarieff had not yet seen the letter, since he was already asleep when the messengers arrived, I handed it over to His Highness to read, and having perused it, he said: If I did not know my brother-in-law, I would say the case is won, but factor De Wind changes so often in an eternal, and my brother-in-law even twice as much; but one could nevertheless try it. In the meantime, the messengers arrived whom Sultan Sarieff had summoned, and who, being questioned by His Highness, declared under the heaviest oaths nothing other than that the old

Dutch transcription

lieten het volk wat doorschippen, en arriveerden dus circa halff 6: „ uuren agter de Palm, alwaer van de vorst Rijx grooten en ouden uit de Campongs afgewagt wierd, dan een iede, goede tijding verhoopende te hooren, zig ter leur ziende gesteld zoude wel/ met hun mond / alleen de boovenlanden hebben omgekeerd dan menliet dezelve praeten, en naer dat ik met de Panumbazan en aen weezende Rijx grooten hadden geraedpleegt, en geresolveert dat ik 'sanderendags Een Brieff zoude gereed maeken, en ik buijten dees gefatiqueerd zijnde van reijde, soo naem ik afscheid van dezelve, en begaeff mij naer mijnlogis om wat te rusten 'sanderendags off den 7: Julij schreef ik een brief aen de Panumba„ „han adij Iaija Cossoeima /: waervan Copia hierneevens sub L„a F: / dezelve wierde direct aen Pangerang Manko afgevaerdigd van wien ik op den 10ten daeraen volgende Een kleen Briefgen onvang /: alhier sub Lt G: / thans te Mampawa geene verrigtin„ gen maer hebbende, soo keerde ik weeder te huijswaerds en arri¬ „veerde den 12ten. daerop volgende te Pontiana; de maenden Iulij en Augustus waeren verloopen, zonder dat bij ons Ee„ „nig nieuws uit de boovenlanden was aengebragt dus had ik ook deese zaek bij mij zelvs zoo goed als afgeschreeven. wanneer d 163. wanneer den 10: 7ber door de volkeeren van de Panumbahan Sarie ff Cassim mij een Brieff van de gevlugte vorst wierd ter hand gesteld waerbeij dezelve mij inviteerde om naer Mendedong te koomen, ten Einde aldaer met Pangerang Anom /:alsoo hij zelvs nog ziek was:/ te abboucheeren en in onderhandelin„ „gen van vriendschap te treeden; uwe hoog Edelheedens ge„ „lieven mij te pardonneeren; indien ik met Eige volk (: te weeten:/ met Europeesen had kunnen off moogen de op togt doen, zoo zou„ de ik deese uitnoodiging hebben geaccepteert in hoop van deese roervink te knippen, dan dit niet kunnende geschieden, alzoo dezelve versoeken om alleenig te koomen. zoo heb ik na overleg met sutthan Larieff de Jnvitatie van de hand geweesen, en aen dikgemelden Adij Taija Cossoema allweederom Een brieff geschree„ „ven /: waervan Copia zoo wel als van de ontvange :/ deese is versel„ „lende sub L„r H: en L„r S:/ dewelke ik ter bestelling weederom naer Mampawa sond, onder Een geleijde Briefje aen Panumba„ „zan Sarieff Cassim, met versoek om het nabooven brengen van benoodigdheeden, 't welk 't zeedert, mijne rencontres met Dan„ „gerang Manko gepermitteerd was weederom te doen ophouden; ten einde, is 't doenelijk dezelve daer door Eenigsing tot ree„ den afsch eer . „den Te Brengen Naer de afzending van de Pantjallang de valkenaer Beezig zijnde, met het voorsien der Pantjallang de Beschermer, en met het in gereedheid, brengen der Thans overgaende pa„ „pieren: zoo arriveerde alhier op den 11: October Eenen Radjie Ab„ „dulla, beneevens Eenen Dulla heijt, en Jntje bessoep, dewel„ „ke met Een brieff van de Panumbahan Adij Jaija Cossoema gechargeerd. zijnde mij dezelve overhandigden waer bij dezelve mij is versoekende om naer sikanjor te koomen, alwaer ik hem meede zal vinden om met mij te abboucheeren en te ver„ „handelen soo als hier vooren gezegd is; dog ik alleenig, op wel„ „ke periode, ik de Invitatie meede van de hand te wijsen, niet uit vreese, neen ik, want zij zijn zoo boos niet, maer, om reedenen bij voorkoomende occasie met vreemden niets uit te „regten is, en men dezelve ook niet wel tot het uitvoeren van het Een off andere kan gebruijken zonder beweestheid van ontdekking, ik liet alles in statuquo, tot sulthan Sarieff hierover zoude geconsuleert hebben ende alsoo deese zende„ „lingen vermoit waeren van Een 16: daegsche reijse, zoo be„ „zorgde ik dezelve bij den Captein der Maleijers alhier Intje Bastam een 165. Bastam, met verzoek om haar lieden het noodige geduu„ „rende haer aenweezen te bezorgen en almeede, onder de hand, naer de staet der zaeken aldaer te verneemen. Panumbahan Soerieff Cassim, die naer hij dit ge„ „zandschap herwaerds hadde gedepecheerd, dezelve op de hielen „was gevolgd, arriveerde dien zelfden dag 's agter middags circa drie uuren: ik veroegde mij beneevens hem bij Sulthan Surieff alwaer wij rencontreerden Sarieff ahmit en Sarieff ahmat rijx grooten alhier en Sarieff Mahometh rijx groote van Mampa„ „wa: en alsoo sulthan Sarieff de Brieff nog niet had gezien /:terwijl bij arrive van de zendelingen reeds sliep :/ zoo gaeff ik zijn hoogheid denselven ter lecture over, en dezel„ „ve doorzien hebbende, zoo zeijde, hij als ik mijn swaager niet kende zoo zoude ik zeggen, het proces is gewonnen, maer feitor De Wind verandert soo dikwils in een Etenal, en mijn swaeger nog wel Eens zoo veel; maer men zoude het egter kunnen probeeren, en dien tusschen tijd arriveer„ „den de zendelingen die sulthan Sarieff had laeten ontbie„ „den, en dewelke door zijn hoogheid ondervraegd, zijnde, onder het doen der Swaersten Eeden verklaerd niet anders van de Oude

NL-HaNA_1.04.02_3864_0198 view scan ↗

English

to have heard from the old Panumbahan, other than that he is merely waiting for the factor to submit himself to the Company and to do everything the factor orders, but whether he means this sincerely, for that they would not dare vouch, all the less so because the common people, even down to his slaves, upon the news that passage upriver was forbidden—and indeed for the reason that the Panumbahan refused to proceed to making friendship—began to grow recalcitrant and commit outrages, so that one might say he was forced to this step, for if he fails to seek peace and quiet, the common people will not fail to abandon him, as the greater part have resolved to do. Upon this the envoys fell silent, and the conversation became general. The Sultan asked me whether I would then go to Sikantjor; I answered him yes, provided that he and the Panumbahan assist me with counsel and deed, so that, pursuant to Your High Noblenesses' highly learned orders, this matter might be brought to the desired conclusion through amicable negotiations, which the princes promised me to do, adding that they would deliberate on this early tomorrow morning. Upon this I took leave of the company and went home to meditate on this matter for a moment. But may it graciously please Your High Noblenesses to pardon the humble signatory: whatever I studied, whatever I meditated, I found no other means than to grant in fief that which we cannot obtain by goodwill, and seeking to master the same by force might perhaps prove somewhat tricky, because nothing certain is known of the upriver power. But this having seemed acceptable to me at first glance, it vanished quickly when I reflected that this could not happen without offense to Panumbahan Sarieff Cassim, and so I ceased pondering further. In expectation of the next day, very early in the morning, a son of Sultan Sarieff came to request me in his father's name to come to him, and having learned that he was still alone, I went there directly. After having sat for a little while, Sultan Sarieff asked me how we should now proceed with the old Panumbahan in order to get him firmly on a leash, since he had spoken of wanting to submit himself; and should we let this opportunity drag on, who knows when such a one will dawn again, he added. But I gave as answer: Sultan, I have studied myself half crazy, and when I thought it could not be done better, I only then saw that I was beating the air, and thus I abandoned it, and shall also not think about it until I have spoken with your son. I have sent for him, the Sultan said, to hear what he has dreamed; for while another racks his brains with thinking, he goes and lies down to dream. It was not long after this that the Panumbahan arrived, and the Sultan having joked a bit about the dreaming, he said: well Cassim, let us now hear what you would do in this matter if it were turned over to you as factor. In that case, or if I were Resident, the Panumbahan said, I would employ no other means than solely to make a soeraet perjanjian approximately like mine, and instead of Mampawa having been turned over to me, I, as Resident, would turn over the uplands to him in the name of the Company, for I see, apart from violence, no other means to get the passage open and to promote the delivery of products. With this he fell silent, and the Sultan took the floor and said: well factor, what do you think of that? I answered to this: Sultan, this is the plan that I judged to be the best; nevertheless, to me it was beating the air. And addressing the Panumbahan, I said: Tuan has now spoken as factor, but has Your Honor also duly considered it as prince of Mampawa, for it concerns him the most. Yes, I have, was the answer, and the prince loses nothing by it, for what one has never had, that one can easily do without, and I find that that prince will have more advantage than disadvantage from it, for if there is inland navigation in Mampawa, trade flourishes; if that flourishes, revenues increase and there is also something to be gained. Moreover, one could still stipulate laborers for their board, which not only remains an advantage for the prince, but would also serve to the great benefit of the Negorij Mampawa, since now no public works can be undertaken unless the prince gives to the Chinese or Javanese who do this, besides board, an additional seven and a half stuijvers daily to each, so little is done to avoid those costs. See now, Factor, whether I have considered it or not; and reckon it once more: by doing this, we get a foothold and also people in the uplands, and thus, if he does not keep his promises, we can always overpower him without trouble and commotion. Now I have said it, and otherwise I know of no advice to give in this matter. With this he fell silent. I thereupon took the floor and said to him: the means that you propose having already occurred to me, I nevertheless refrained from it out of fear of doing something to your prejudice or disadvantage; and if the same had been suggested by someone else, I would never proceed to it; but Your Honor himself, being interested therein, proposing this to me after mature deliberation and in such a polite manner, we shall follow it and see to put the same into execution. Upon this I said to the Sultan that I would give a small note of promise to the envoys, and that they, being ready, might depart again. Whereupon

Dutch transcription

oude Sanumbahan te hebben gehoort, dan dat hij maer naer de feitor is wagtende om zig aen DE Compagnie te submitteeren en alles te zullen doen wat fector belast dan off te hij dit van haerten meend, daer zoude zij niet voor durven instaen, om zoo veel minder alsoo den gemeenen man, Ja tot zijn slaeven toe op de tijding dat de voert nae booven verbooden was en wel om reedenen de Panumbahan niet wilde overgamn tot het maeken van vriendschap Begosten Baloorig te worden en Baldaadigheeden te bedrijven dus men soude kunnen zeg„ „gen tot dien stap genoodzaekt te zijn, want blijff hij in ge„ „brek om rust en vreede te zoeken, de gemeene man zal niet manqueeren hem te verlaeten gelijk de grootste gedeelte het voorgenoomen hebben hier op sweegen de zendelingen stil en het gespreek wierd algemeen, de sulthan vroeg mij off ik dan naer Sikantjor wilde gaen; ik antwoorde hem van Ja„ mits, hij en de Panumbahan mij met raed en daed adsisteerden omme ingevolge uwer Hoog Edelheedens hoog Gelerde ordres, dee„ „se zaek door vriendelijke onderhandelingen het gewenschte Ein„ „de te doen erlangen, het welk de vorsten mij beloofden te „ doen met bij voeging dat morgen vroeg hier over zouden, Raed 167. raedpleegen; hier op naem ik verloff van het gezelschap en gieng naer huijs om over deese zaek Eens te mediteeren, dan uwe Hoog Edelheedens gelieven 't den submissen teekenaer gunstiglijk te pardonneeren, alwat ik studeerde, alwat ik me„ „diteerde; ik vond geen ander Middel, dan in leen uit te gee„ „ven, het geen wij in 't goede, niet kunnen krijgen en in 't quae„ „de 't zelve zoeken magtig te worden, moogelijk nog wat speels kan maeken om reedenen men niets seekers weet van de boovenlandsche magt; dan dit in den Eersten Op„ „slag mij aenneemelijk voorgekoomen zijnde, verdween wel= laest, als ik Reflecteerde dat dit niet zonder aenstoot voor Panumbahan Sarieff Cassim konde geschieden, soo liet ik aff van verder te prinsen, in verwagting van den anderen dug smorgens heel vroeg quaem Een zoon van Sulthan Sa„ „rieff mij uit sijn vaders naem versoeken, om bij hem te koo„ „men, en vernoomen hebbende dat hij nog alleen was, zoo gieng ik direct daernatoe, naer een poosje te hebben gezee„ „ten zoo vroeg mij sulthan Sarieff hoe dat wij nu weet de oude Panumbahan zoude te werk gaen, om hem vast aan 't Lijntje te krijgen, terwijl hij gesprooken had van zigte aer zigte willen submitteeren en laeten wij deese Occasie sleepen wee weet wanneer eene zulke weederom zal op daegen voegde hij daerbij, dan ik Gaff ten antwoord, sulthan ik heb mij halff Gek gestudeert en toen ik dagt dat het niet beeter geschieden konde, zoo zag ik Eerst dat ik in de wind werkte, en dus heb ik daervan afgezien, en zal ook daer niet omme denken tot dat ik Uw zoon gesproo„ „ken heb, die heb ik laeten haelen, zeijde de sulthan, om te hooren wat hij gedroomt heeft; want all breekt een ander zijn kop met denken, hij gaet leggen droomen, het duurde niet Lange hierna off de Panumbahan quaem aen, en de sul„ „than wat over het droomen gerailleerd hebbende soo zeijde hij wel Cassim, Laet ons nu hooren wat gee in deese zaek 7 zoude doen, indien men dezelve aan uw overgaeff als feitor, in dat geval of bij aldien ik Resident was zeijde de Panumbohang zoo zoude ik geen ander Middel aen„ „winden dan alleenig Een soeraet perjanjian maeken zoo Omtrent als de mijne en in steede dat aen mij Mampawa is overgegeeven, zoude ik als Resident hem de boovenlan„ „den uit naem van D E Compagnie overgeeven want ik zien /: buyten 169. buijten geweld :/ geen andere middel om de voert oopen te krijgen, en den afbreng van producten te bevorderen; hier meede sweeg hij stil; ende sulthan vatte het woord en zeijde, wel feitor wat dunkt uw daervan, ik antwoor„ de hierop sulthan dis is 't project dat ik voor het beste gekeurd heb, dis niet teegenstaende is het bij mij werk in de wind en :/ De Panumbahan aenspreekende/ zeijde ik toean heeft nu als feitor gesprooken maer heeft UE het als vorst van Mampawa ook wel overwoo„ „gen want die gaet 't wel 't meeste aen, Ia ik, was De antwoord ende vorst die verliest daer niets bij want wat men vrooit gehad heeft, dat kan men makkelijk missen en ik vinde dat dien vorst meer vooren dan nadeel daer bij zal hebben want is er binnen vaert te Mam„ „pawa zoo floreert de Negotie, als die floreert, soo ver„ „meerderen de Jnkomsten en is ook wat te winnen, daer en booven zoude men nog kunnen werklieden voor de kost Conditioneeren het geene niet alleen een voor„ „deel voor de vorst Blijft, maer nog tot een Groot nut van Negoreij Mampawa zoude strecken, alsoo nu geene gemeene 35 werken see Aan 0„ n de zoo n awa lan„ zien /: en e werken kunnen onder handen genoomen worden ten zij de Vorst aen de Chineesen off Javaenen die dit doen buiten kost, nog daegelijx seeven en een halve stuijvers aen Elk geeft dus weinig gedaen worden, om die kosten te vermeijden, siet nu Teitor off ik het overwoogen het off niet; en reekend dan nog eens; dit doende krijgen wij voet en ook volk in de booven„ „landen; en kunnen dus, indien zijne beloffens geen gestand doed, hem altijd sonder moeite en op heff magtig worden, nu ik heb 't gezegd. en anders weet ik geen raed in deese zaek te gee„ „ven hiermeede sweeg hij stil; ik vatte hierop het woord, en zeijde teegens hem; het middel dat uw voorsteld reeds bij mij opge„ „koomen zijnde, hebbe ik egter, daervan afgezien, uijt vreese iets te toen tot uwe prejuditie off na deel; en indien het zelfde door iemand anders opgegeeven was, soo zoude ik nooit daertoe overgaen; dan UW selvs als daerin geinteresseert zijnde, mij dit, na Een rijp overleg ende op soo Eene heusche wijze voor„ „slaende, soo sullen wij het volgen en zien om het zelve ter uitvoer te brengen, hierop zeijde ik teegen de sulthan dat ik Een kleen briefje van toezegging aen de zendelingen zoude geeven, en dat zij- gereed zijnde weederom kunnen vertrecken Waerna

NL-HaNA_1.04.02_3864_0203 view scan ↗

English

171. after which I left the company and went home, whither I was followed by Panumbahan Sarieff Cassim, who offered me the services of the Malay Abdullah Almid, if he could be of use to me in translating the deeds to be drawn up. The ability of that man being known to me for a long time past, I thanked him for this offer made. Everyone then went where his affairs called him, and I had a short letter written to the Panumbahan Adij Taija Cossoema, notifying that I would be found at Mampawa on the 25th of October, or rather the 5th day of the Malay month Saphar. The emissaries subsequently departed, and Panumbahan Sarieff Cassim also returned to his residence, and I employed the remaining time in compiling, translating, and triplicating the Deed of Investiture, which I, in the hope of Your Right Noblenesses' favorable approval, wished to employ, in order thereby, if possible, to introduce peace and quiet and open navigation in the upper lands of Mampawa; but how greatly we were deceived, Your Right Noblenesses will clearly observe at the conclusion of this document. Everything being in readiness, I departed Saturday the 24th of October at about 5 o'clock in the evening, together with the Captain of the Malays here, Intje Bastam, and the aforementioned Abdulla Almid from Pontiana, and arrived at Mampawa on the 25th in the morning at about 10 o'clock, where I was very well received by everyone. I delivered the aforementioned deed to the Panumbahan for inspection, and the same being entirely to his satisfaction, His Highness confirmed it with seal and signature. Meanwhile, we awaited news from upriver, and none came, from which we could augur little good. Having still no news from upriver on Thursday the 29th, I resolved to return the following evening, but was nevertheless kept from this intention because on Friday morning around 10 o'clock Abdulla Heijt and Intje Oessoep arrived at my quarters with a letter from the Panumbahan Adij Taija Cossoema, whereby he notified that he was awaiting me at Sikantjor, where also, according to the emissaries, were Pangerang Anom and Manko and one Daën Roeboe, who had only returned a few days before from Sambas, whither Pangerang Anom had sent him at the time they requested me 173. requested me to come to Mendedong to confer with Pangerang Anom; and having asked the said emissaries who else was at Sikantjor, we received the answer: all who are Mohammedan in the upper lands, with the exception of 8 men who, together with Radjie Abdulla, stand guard at Silou with the women and children, and we six who are currently here. The emissaries, having been on the road since Monday and thus having had little rest, hearing that I wished to undertake the journey the next day, requested me to linger until Tuesday, as they were unable to keep up with me since they had orders to be upriver a few hours before me. I therefore delayed until Sunday the 5th of November in the morning, when at the beating of the Reveille I set out on the march, taking with me for company the aforementioned Intje Bastam, Abdullah Ahmid, and the Pangawa Latiman. We kept going throughout the entire day and night, and we arrived on Monday morning at the stroke of eight o'clock at Sikantjor, being a piece of land elevated about 8 fathoms high, which one enters, upon disembarking from the vessels, along 30 to 35 steps that are built steeply into the ground and lined with ironwood planks. At the foot of these steps I was received in state by Pangerang Manko, and escorted up the stairs under a salute of 9 shots; halfway up, Pangerang Anom met me to receive me, and led me hand in hand to his father, who stood at the entrance of a place destined for us under a long lodge, and fell upon my neck as I approached him. From this reception, one would have said that everything shall and must turn out according to wish, myself included; but the dejection and a kind of shame that I had detected in Pangerang Manko brought me somewhat to different thoughts. The mutual compliments being ended and discharged, we sat down, and all being quiet, I said to the Panumbahan: the reason for my coming you know, showing him his letter and chop, of which a copy is attached under Letter K; and as I have learned from it your desire, and what you have resolved upon, I have not failed to lay aside all other Company work at hand for that time, in order here

Dutch transcription

171. waerna ik het gesellschap verliet en naer huijs gieng, waer„ „inne ik door Panumbahan Sarieff Cassim gevolg wierd, die mij den Maleijer Abdullah Almid presenteerde, indien hij mij bij het oversetten der te maeken actens konde van dienst sijn; De bequaemheid van dien man mij all over lange bekend zijn„ „de, zoo dankte ik voor deese gedaene presentatie; Een iegelijk ging vervolgens daer hem zijne affaires riepen, en ik liet Een let„ „tertje schrijven aan de Panumbahan Adij Taija Cossoema met Notitie dat ik mij den 25ten October offte wel den 5de. dag van de Maleijdsche Maend Saphar te Mampawa zal laeten vinden= de zendelingen vertrokken vervolgens en Lanum„ bahan Sarieff Cassim retourneerde ook weederen naer zijn re¬ „sidentie, en ik Emploijeerde den oorigen tijd met het zae„ „men stellen translateeren en driemael Copieeren der Acte van Jnvestiteures die ik op hoope van UWe hoog Edelheedens gunstige approbatie wilde Emploijeeren, om daermeede was het doenelijk kust en Vreede en Een oopene vaert in de Mampa„ „wasche Boovenlanden te introduceeren: dan hoe zeer wij ons hebben bedroogen zal Hoogst dezelve bij slot deeses klaer koomen te Consteeren; alles in Gereedheijd zijnde vertrok ik za¬ „turdag zij nog op te de trecken. na zo „turdag den 24:ten October 'savonds circa 5: uuren, beneevens den Capitein der Maleijers alhier Jntje Bastam en voornoem„ „de Abdulla almid van Pontiana en arriveerden den 25=ten smorgens cireiter 10: uuren te Mampawa, alwaer zeer wel van Een iegelijk ontvangen wierd; ik gaeff de Panumbahan de voormelde Acte der visie over, en dezelve volkoomen naer zijn genoegen zijnde; zoo heeft zijn Hoogheid het zelve met zee„ „gel en randteekening bekragtigd: intusschen was het wachten naer tijding van booven, en die quaem er niet, waer uijt wij weinig goeds konden voorspellen. donderdags den 29=ten nog geen tijding van booven hebbende, zoo Resolveerde ik 's anderendags avonds weederom te rug te keeren wierde Egter van dit voorneemen af¬ „gehouden alsoo vrijdags 's morgens Omtrent 10: uuren bij mij aenquaemen Abdulla heijt en Intje Oessoep met Een Brieff van den Panumbahan Adij Taija Cossoema, waerbij Notifi„ „ceerde dat mij te sikantjor was wagtende alwaer zig meede /:volgens zeggen der zendelingen :/ bevonden Lange„ „rang Anom en Manko en Eenen Daën Roeboe, die pas Eenige daegen van Sambas was geretourneerd, werwaerds pan„ „gerang Anom hem had gezonden, ten tijden dat zij mij versogt 173. versogt hadden naer Mendedong te koomen om met Lange„ „zang Anom te abboucheeren, en aen gemelde zendelingen ge„ „vraegd, zijnde wie er nog all meer te sikantjor was, zoo kreegene wij ten antwoord, all wat Mahomethaensch in de boovenlanden is, Exceptis 8: man die beneevens Eadjie Ab„ „dulla te silou bij de vrouwen en kinderen te wagt hebben, en wij met ons ses thans hier zijnde, de zendelingen die 't zeedert maendags onder weeg zijnde geweest en dus weinig rust gehad, hoo„ „rende dat ik 'sanderendaags de reijze wilde aenneemen, versog„ „ten mij om diendag nog te willen vertoeven terwijl zij buiten staet waeren om mij bij te houden daer zij ordres hebben te mae„ „ken om Eenige uuren voor mij booven te weesen, ik vertoefde dus tot sondags den 5=ten November 'smorgens wanneer met 't slaen der Reveille mij op marsch begaff, voor gesellschap mee„ „de neemende de hiervooren gemelde Jntje Bastam. Abdul„ „lah ahmid en den Pangawa Latiman, wij lieten het den ge„ „heelen dag en nagt doorloopen, en arriveerden wij maendags smorgens met de klok slag agt uuren te sikantjor, zijnde Een circa 8: vadems hoog verheeven stuk lands, daer men /: uit de vaertuijgen stijgende :/ Langs 30 a 35: trappen die 6 stijl no 25=ten „ wel an ba ding t - stijl op in de Grond gemaekt en met ijzer houte planken belegd zijn, op entert aan de voet van die trap wierd ik door Pangerang Manko in statie ontvangen, en onder Een saluit van 9: schooten de trappen opgeleijd, zalver weegs ontmoete mij Pangerang anom die mij quaem recipieeren en hand aen hand bij zijn vader bragt, die aen den ingang van een voor ons gedestineerde plaets onder Eene lange Loge, stond en mij zoo als hem naderde om den hals viel; aan deese receptie zoude men gezegd hebben, dat alles na Wensch zal en moet uit„ „vallen; ik zelvs: maer de bedruktheid en Een zoort van schaemte die ik ontdekt hadde aen Pangerang Manko, brag„ „ten mij Eenigsins tot andere gedagten; De Complimenten over ende weeder geeindigt en afgelegd zijnde zoo gingen wij zittens en alles stil zijnde, zoo zeijde ik teegen de Panum „bahan; de reeden van Mijn komst die weet uw /: hem zijn brieff en Tjap Toonende:/ waervan copia hierneevens Onder L„r K::/ ende alsoo ik daeruit kennisse heb gekreegen van uw begeerte, ende waertoe uwe geresolweerd was; so ben ik niet in gebreeke gebleeven om all ander onder handen zijnde Com„ „pagnies werk, voor dien tijd te laeten leggen, ten Einde alhier

NL-HaNA_1.04.02_3864_0207 view scan ↗

English

175. here to revive the so necessary peace for humanity and if it is feasible to help preserve the uplands, along with their inhabitants, from their approaching decay and unavoidable ruin; upon this the Panumbahang said I remain grateful to you for that but show me also a way to attain tranquility and the friendship of the Company be my guide; tell me what I must do; upon this I took one of the Acts of Investiture, and presented the same to him, saying, here is a guide that will bring you onto the requested path if you after reading, can promise and swear with an oath and confirm with seal and signature to sincerely and holy comply with and observe the contents thereof in all parts :/ and turning myself to the Pangerang anom and manko, I said: I hope that the Pangerang will have understood me, for it concerns you as well; the answer to this was Yes; after the Panumbahan had leafed back and forth a bit, without properly examining either, he began to recall a childish saying from his father's time; so I said Panumbahan, what you are beginning to recount there, is not in that soerat, come I have have brought a man along, who will read the same, for one may well hear what is mentioned of you. upon this I called the aforementioned Abdullah armied, and gave him another copy, as the Panumbahan was still busy leafing through the one he had in hand: being ready I said to the same: if you please let the interpreter begin; oh yes: was the answer: here everything became quiet and the acts were read out slowly and aloud, while the Panumbahang also read along in the one he had; after the reading was done, the reader gave me the booklet back: and the Panumbahan said; what he has read, agrees with that which I have in hand: upon this I took the floor, and asked the Panumbahan, have you understood it; Yes indeed; was the answer; have you also already thought about it I asked nanti pikkerlage; was the reply. herewith some old women arrived with tea water during the consumption thereof, he said to me, Yes feitor I would wish to meet their High Noble Excellencies once I would even go to Batavia myself, but I am always sickly, may I make a request of you; Yes indeed I said what does this consist of; I want to write a letter to Joean Passar and I 177. I dare to trust it to no one, he said but to you it is well, if the letter is brought to Pontiana in time I promise you that it will obtain proper address, here one thing and another was brought up on the carpet, and I had enough to do to be able to properly answer and refute everything of theirs; In short I began to notice all more than too much, that I will have made another journey in vain, what did I want to do against that nothing, for I was alone, but, your High Noble Excellencies please pardon me, if I had had twenty sailors with me, I would not have awaited the end of that performance, but cleared the decks somewhat early; Finally the tea things were brought away, and everything was quiet, they ate a sirih in that intermission the Panumbahan took the Acts of Investiture given to him earlier for reading which had been lying at his side, and presented the same to me, while uttering Baij Ioean Simpang; I took the same, and gave the sign to Captain Malay of wanting to depart; the three sets of acts having been properly put away again by me in a cartridge bag made for that purpose, I handed the same over to the often-mentioned dul Almed over saying; are the people ready, which being answered with Yes: so I stood up and said, let us go; whereupon everything sprang up the Panumbahan descended from his seat. and I seeing this, said curtly Slamat Tengal Toean Panumbahan and went away, for my blood had begun to boil; Pangirang Anom who wanted to escort me to the stairs, seeing that having come outside the lodge I had taken over my cutlass from the boy, stayed back: Pangerang Manko, seeing that I was descending the stairs alone came to stand at the stairs, and wished me a safe journey adding do not be angry with me I gave him as an answer while walking on, I am angry with no one; But you must also not become angry, if I ever return again; herewith I came into my prahu I had it pushed off and turned my bow toward Mampowa; it was about half past ten o'clock; I encouraged the people to row hard and I also succeeded, with the stroke of four o'clock already to be with the Panumbahan in the dalem; no one was expecting us yet, as that journey has never yet been made within the three meals; when my return first became known

Dutch transcription

175. alhier de zoo noodige rust voor 't menschd om te doen herleeven en is het doenelijk de booven Landen, met dies Ingezeetenen voor hun aennaederend verval en onvermeidelijke ruine te helpen Preserveeren; hierop seijde de Panumbahang daer blijff ik uw dankbaer voor maer toond mij ook Een weeg ren, om in gerustheid en in de vriendschap van DE Compagnie te geraeken weest mijn Leijdsman; zegd mij wat ik doen moet; hier naem ik Eene der Acte van Jnvestitures , en presenteerde hem dezelve, zeggende, hier is Een Leidsman die uw op de ge„ vraegde weeg zal brengen indien uwe naer Gedaene Lecture, met eede kan belooven en sweeren en met zegul en handteekening „bekragtigd dan in houd daer van opregt en heijlig naer te zullen koomen en observeeren in allen deelen :/ en mijn naer de Pangerang anom en manko keerende, zeijde ik: ik hoop dat de Pangerang= mij zullen verstaen hebben, want het raekt ulieden meede; het antwoord hierop was Ia ik: naer dat de Panumbahan zoo wat over en weeder geblaederd had, zonder het Een off andere be„ „hoorlijk naer te zien, Een kinderagtig spreukje van zijns vaders tijd begost opte haelen; zoo zeijde ik Panumbahan, dat UwE daer begint te vertellen, staet in die soerat niet, kom ik heb heb Een Man meede gebragt, die Deselve Leesen zal, want men wel hooren mag wat van uw gewaegd. word. ik riep hier op voormelde Abdullah armied, en gaeff hem Een andere Copia, alsoo de Panumbahan nog beezig was met door „te braederen aan de geene die hij in handen had: gereed zijnde zoo zeijde ik teegen denzelven: gelieff 't uw dat de Teroebassa be„ „gint; o. Ia: was het antwoord: hier wierde alles stil en de actens wierden Langsaem en overluijd afgeleezen, terwijl de Panum„ „bahang de geene die hij had meede doorleeste; naer gedaene Lee„ „ture, gaeff de Leezer mij het boekje te rug: en de Panumbahan zeijde; dat hij geleezen heeft, is Eens met het geene ik in handen heb: ik vatte hier op het woord, en vroeg aen de Panumbahan, heeft uwe het verstaen; Ja wel; was de antwoord; heeft uwe ook all daarom gedagt vroeg ik t nanti pikkerlage; was de replicq. hiermeede quaemen Eenige oude wijwers met thee waeter aen on„ „der het gebruijken van dien, zoo zeijde hij teegens mij, Ja feitor ik wilde wenschen Eens hun hoog Edelheedens te Ontmoeten ik wilde selvs naer Batavia, maer ik ben altijd ziekelijk, mag ik Een versoek aen Uw doen; Ja wel zeijde ik waer bestaet dit in; ik will Een Brieff aan Joean Passar Schrijven en ik 177. ik durff hem aan Niemant vertrouwen, zeijde hij dan aen uwe het is wel, als de Brieff bij tijds te Pontiana aengebragt word beloff ik uw dat hij behoorlijk adres sal erlangen, hier wierde van Een en andere, soo wat op 't tapijt gebragt, en ik had genoeg te doen. met hun behoorlijk alles te kunnen beant„ „woorden en weederleggen; Enfin ik begost all meer als te veel te bemerken, dat ik weeder Eene reijze voor niet zal gedaen hebben, wat wilde ik daerteegen doen niets, want ik was al„ „leen, maer, uwe hoog Edelheedens gelieven 't mij te pardonnee„ „ren, als ik Twintig mattroosen bij mij had gehad, ik had het einde van die vertooning niet afgewagt, maer wat vroegtijds „schoon schip gemaekt; Eindelijk wierde het thee Goed weg ge„ „bragt, en alles was stil, men aet Een sirie t„s in die tusschen poosing naem de Panumbahan de hier vooren aen hem ter lecture gegeevene Actes van Jnvestiture die op derzelvs zeijde had ge„ „leegen, en mij deselve presenteerde, met het uijten van Baij Ioean Simpang; ik naem dezelve, en gaeff het teeken aen Ca„ „pitein Maleijer van te willen vertrecken; de drie stellen actes behoorlijk door mij weederom in Een daertoe gemaekte Cardoes sak geborgen, zoo reijkte ik dezelve aen dikgem= dul Almed over over zeggende; is het volk gereed, het welk beantwoord zijnde met Ja: soo stond ik op en zeijde, laet ons gaen; mits dit sprong alles op de Panumbahan, steeg van zijn zitplaets aff. en ik dit ziende, zeijde kort weg Slamat Tengal Toean Panumbahan en giang weg, want het bloed was bij mij aan het kooken geraekt; Pangirang Anom die mij wilde naer de trap Convoijeeren, ziende, dat ik buijten de Loge gekoomen zijnde Mijn-houwer van de Jonge had overgenoomen, bleef te rug:„ Pangerang Manko, ziende dat ik alleenig de trap afgieng quaem aen de trap staen, en wenschte mij Eene behoude reij„ „ze onder bij voeging weest niet boos op mij ik gaeff hem all voortgaende ten antwoord, ik ben op niemand boos; Maer geelieden moet ook niet boos worden, als ik Eens weederom koome; hiermeede kwaem ik in mijn Prauw ik liet afzet„ „ten en wende mijn steeven naer Mampowa; J„o was circa halff Elff uuren; ik animeerde het volk tot het uithaelen en 't gelukte mij ook, met klok slag vier uuren reeds bij de Panumbahan in de dalm te zijn; niemand was ons nog verwagtende, alsoo dien togt nog nooit binnen de drie Amaelen gedaen is; doen mijne terugkomst Eerst rugtbaer was

NL-HaNA_1.04.02_3864_0211 view scan ↗

English

was, and that they had taken vain trouble, there it was all going on again, they were allowed to spew their gall; and I resolved the next day to return home again, which I also did. However, in the morning at barely six o'clock, Dulheijt was before the door with four more men of his people. I had the same opened; he came to me and presented me with a letter, being according to agreement the same to Your High Noble Lordships. I asked Dulheijt what else he had, or if he had no letter for me. "No," he said, but indeed a basket with chickens, which Pangerang Manko requested me to deliver to you. I took the letter and sent the bearer to the prince. All that we thought was required regarding the transport of victuals upriver was still regulated that day, and now, there being nothing more to accomplish, I took leave of the Panambahan and grandees of the realm and departed on the 4th at 6 o'clock in the evening from Mampawa and arrived on the 5th in the afternoon at about 2 o'clock at Pontiana, where I found everything well. Yet, however much the minds both here and at Mampawa are inflamed against those fugitives, the humble subscriber nevertheless does not dare presume to promise Your High Noble Lordships anything certain; however, it is certain that if we should succeed in carrying out anything to the benefit or advantage of the Honorable Company, I shall immediately notify Your High Noble Lordships of the same by the lighter De Batavier, wherewith the submissive subscriber humbly begs Your High Noble Lordships' great goodness for forgiveness, if I may have been too extensive in this, as having not well been able to set down less of what has passed. While regarding Sambas, I shall note that pursuant to the request received here from the Political Council at Samarang, that prince has been informed of what occurred with his vessel, and at the same time urged to give satisfaction regarding what is made known by the just-mentioned missive and annexes, of which copies, as well as of the answer sent hither in satisfaction by the aforementioned prince, are annexed hereto under Letter N and Letter O; and that according to reports a certain Daen Roeboe, a creature of Pangerang Anom, has stayed there for more than three weeks with seeking and requesting assistance. Yea, even having learned that the prince was not well pleased about the affair of his vessel, he forced his way in to him and requested the same of him as well; but the reporter, being a certain Saijt Alij from Palembang, says that the reply of the said prince was: "As soon as the Company invades Sambas, I shall assist your Pangerang to be able to do the same to Mampawa." We here as well as at Mampawa being little afraid of that, while, being constantly on guard, their attempts, if not entirely, at least for the greatest part can and will be frustrated. Regarding Landak, I take the liberty to supply Your High Noble Lordships under Letter E: a copy of a missive written by the Pangerang there to the submissive subscriber, whereby the Honorable Company is again acknowledged as his lawful lord, etc. I answered that letter properly, and as a sign of sincere attachment to the Honorable Company, requested his assistance toward obtaining the demanded one thousand to fifteen hundred carats of diamonds. But instead of what was demanded, I received a second letter, of which a copy is also added hereto under Letter Z, and whereby the same, to cover the necessary expenses to dig the same, asks to borrow 3500 Spanish Reals. But the Landakkers in general being bad payers, among whom the Pangerang is not the least, it is not advisable to make such advances. I have therefore answered his letter politely and put him off until a better occasion, because, the departure of the pantjallang being near, the stones could not be collected together. If the Landakkers keep their promise made to the submissive subscriber, I do not doubt that in the coming year the demand for diamonds can well be fulfilled. Regarding Succadana, I can report nothing else to Your High Noble Lordships than that Gustij Bandhaer is still staying there at Battang, and that just as little is to be accomplished with him as with his brother, the fugitive Panumbahan Adij Taija Cossoema; but he keeps himself quiet, as he lacks what is necessary, and thus from this side, until a suitable occasion presents itself to corner him, there is nothing to fear. Wherewith intending to close this, the submissive subscriber humbly begs that Your High Noble Lordships' great goodness may be pleased to pardon if any imperfections are found or if I may have been too extensive herein, otherwise assuming the high honor of subscribing himself most humbly with deep respect and due high esteem. Was written below: High Noble, Valiant, Right Honorable and Wide-Commanding Lord and Right Honorable, Valiant Lords! Lower: Your High Noble Lordships' humble and very obedient servant. Was signed: Jacob Klaagman. In the margin stood: Pontiana the 10th of November 1789. Agreed D Klaagman To His Excellency The High Noble, Right Honorable Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General together with The Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies High Noble, Right Honorable Lord and Right Honorable Lords By accompanying letter of the 18 May, the Second Resident von Schuler has received your D. apart high to Letters

Dutch transcription

179. was, en dat men vergeefsche moeite hadde gedaen, daer was het all weederom aan de gang men liet hunne galle uit„ spiuwen; en ik resolveerde 's anderendags weeder naer huijs te keeren, dat ik ook gedaen heb, Egter 's morgens de klokk pas ses uuren, was dul heijt met nog vier man van zijn volk voor de deur, ik liet dezelve openen hij quaem bij mij, en presen„ „teerde mij Een brieff zijnde volgens afspraek dezelve aan uwe hoog Edelheedens, ik vroeg aen dubhuijt, wat hij nog all meer had, off geen brieff aan mij had, neen ik, zeijde hij maer wel Een rok met hoenders, die Pangerang Manko mij versogt om aen uwe te bezorgen, ik naem de brieff en stuurde, den brenger bij de vorst: all wat wij dagten noopens den ver„ „voer van vietualien naer booven vereijscht te worden wierde dien dag nog gereguleert, en thans, niets meer te verrigten zijnde, zoo naem ik afscheid van den Panum bahan en Rijx grooten en vertrok den 4:ten 's avonds ten 6: uuren van Mampawa en arriveerden den 5=ten Sagter middags circa 2: uuren te Pontiana alwaer ik alles wel vond: dan hoe de Gemoeders ook zoo wel alhier als te Mampawa teegens Die vlugtelingen Ontstooken zijn, soo durft den needrigen teekenaer Egter inde „ Egter zig niet verstouten uwe Hoog Edelheedens iets see„ „kers te belooven, dan is 't vast dat Jndien 't ons Mogte reusseeren iets ten mitte off voordeele van D E Compagnie uit te voeren, ik het zelve direct per de Legter de Bata„ „vier aan UWE Hoog Edelheedens zal Notificeeren, waer„ „meede den submissen teekenaer Uwer Hoog Edelheedens Groote goedheid humbel is smeekende om vergeeving, indien in deezen te geextendeert mogte zijn geweest, als hebbende niet wel minder van het gepasseerd kunnen ter needer stellen, Terwijl omtrent. Sambas zal Noteeren dat Jngevolge het alhier ont„ „vangene versoek van de Politicquen Raed te Samarang, „dien vorst geinformeert is, van het voorgevallene met zijn vaertuijg, teffens aangespoord om voldoening te geeven, wee„ „gens het geene bij Eeven gemelde missive en Annexe stucken bekend staet, waervan Copias, zoo wel als van de Door Eevengemelde vorst in voldoening herwaerds gezondene ant„ „woord: deese geannexeerd zijn sub L„t N en L„ O en dat vol„ „gens berigten zeekeren Daen Roeboe Een Creatuur van Dan„ „gerang Anom zig ruim drie weeken aldaer zal hebben op gehouden e 181. gehouden met soeken en versoeken om onderstand, Ja zelvs vernoomen hebbende die vorst niet wel gestigt te zijn over het geval van zijn vaertuijg zig tot bij denzelven heeft in ge„ „drongen en het zelfde meede aen hem versogt, dan de berig„ „ter, zijnde Eenen Saijt Alij van Palembang, zegd dat het antwoorde van de gemelde vorst zoude zijn geweest; Daer soo dra de Compagnie Pambos invadeert, zal ik uwen Lan„ „gerang adsisteeren om 't zelve aan Mampawa te kunnen doen; zijnde wij alhier zoo wel als te Mampawa, weinig daervoor bevreest, Terwijl steeds op hoede zijnde, haere tenta„ „mes, zoo niet ten Eenemaelen, ten minsten ten grootsten ge„ „deelde kunnen en zullen verijdelt worden e Zandak Betreffende soo neeme de vrijheid UWE Hoog Edelheedens te suppediteeren sub L„ E: Een Copia Missive geschreeven door den Pangerang aldaer aen den submissen teekenaer waerbij DE Compagnie als zijn wet„ „tigen Heer weederom is erkennende d„o - - . ik heb dien brieff behoorlijk beantwoord, en tot teeken van Een opregte aenklee„ „vendheid aan D ECompagnie, zijn adsistentie versogt tot het Erlangen van de GeEijschte Een duijsend â vijffthien hon„ „dert de ont„ g , zijn wee„ ken t„ Pan„ ouden „dert Caraeten Diamanten, dan in steede van het geEijschte kreeg ik Een tweede Brieff daer al meede Copia van sublij Z: i deese is bijgevoegd en waer bij denselven, tot het doen der benoodig„ „de onkosten om de zelve te graeven Real„n 3500: ter Leen Vraegd dan de Landakkers in 't Generael slegte betaelers zijnde waeronder den Pangerang niet de geringste is, zoo is het niet raedsaem zulke voorschotten te doen;, heb derhalven zijn brieff beleefdelijk beantwoord ende hem tot beetere Oc„ „casie uitgesteld, door dien het vertrek van de pantjallang na bij zijnde, de steenen niet zoude bij Elkanderen ge„ „zaemelt kunnen worden; indien de Landakkers hunne aan den submissen teekenaer gedaene belofte gestand. doen, zoo twijffele niet off in het aanstaende Iaer de Eisch der diamanten wel zal kunnen voldaen worden Aangaende Succadana kan ik uwe Hoog Edelheedens niets anders melden; dan dat Gustij Bandhaer zig aldaer te Battang nog is ophoudende en dat met hem net zoo„ min wat uit te regten is, als met desselvs broeder den gevlugten Panumbahan Adij Taija Cossoema; dan hij houd 183. houd zig stil, alzoo hem het noodige ontbreekt, en is dus van deese kant, tot Een bequaeme occasie zig opdoed om hem in 't Naauw te brengen, niets te vreesen— Waer meede deese sullende sluijten den submis„ „sen teekenaer ootmoedig is smeekende dat uwe hoog„ „Edelheedens groote goedheid gelieven te pardonneeren in„ „dien zig Eenige wanstellingen bevinden offte hierinne te geextendeert mogte zijn geweest zig overigens de hooge Eere aenmaetigd van met diep ontzag en verschuldigde hoog agting allerneedrigst te subsigneeren /:onderstond:/ Hoog Edelen Gestrengen Hoog Agtbaeren en Wijdgebiedenden Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren! R k /:Laeger:/ uwer Hoog Edelheedens onderdaenige en zeer gehoorzaemen Dienier /: was geteekend :/ Iacob Klaagman /:in Margiene stond :/ Pontiana den 10=ten November 1789:: Accordeerd D Klaagman te — - ne den niets d aer „ n ven Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen groot Agtbaeren Heer M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal beneevens De wel Edele Heeren Raden van Neederlands India Hoog Edel Groot Agtbaar Heer en Wel Edele Heeren Bij geleijkrieff van den 18 Meij heeft den tweede Resident van Schuler uw 185. D: apart hoog naar Brieven

NL-HaNA_1.04.02_3864_0220 view scan ↗

English

Most respectfully informing your High Nobilities that I had departed for the outer waters in order, if possible, to encourage the English skipper or bark roaming about the strait to make a speedy departure, and furthermore to give such orders to the cruisers that smuggling would be prevented as much as possible, of which proceedings there I shall make a dutiful report to your High Nobilities. On 16 May, accompanied by the king's syahbandar, Kjai Palang Dria, arriving near Pulau Nangka, I found lying there the English private ship the Wonschits, commanded by a Captain Glek, and lying on watch beside it I saw as cruiser the pilot Jan Schraag, who reported to me that this ship, since the departure of the second resident, had constantly lain at anchor either there or at Muntok, but that the bark had sailed northwards, and indeed, as he claimed, to Pulau Pinang, having been pursued by the penjajap the Resurus as far as Batu Karang; that the ship's boat sailed almost daily to and fro to Muntok or Bangka Kota, and mostly returned from there by night; and although whenever those boats left the ship he constantly had them followed by his boat or penjajap, it was nevertheless not possible for him, owing to the superior sailing qualities of that vessel, to keep up with it, but that he had then inspected it upon its return, which the captain, with threats, had taken amiss and declared that he was only fetching water from there, as there were indeed always some leagers in that boat; to which, however, the cruiser had replied to him that this sailing back and forth appeared very suspicious to him and was impermissible, since he could fetch water better and more easily before the Palembang River, for which he had offered him his assistance. Whereupon I closely interrogated both the commander and the sailors as to whether any connivance or impermissible trade had been carried on with the aforementioned Englishman, to which, however, under oath, they all assured me that they had never seen him receive a single piece of tin on board; but because, coming from Bengal, he had cruised about the north for over a month before all the cruisers had seen him, it was therefore highly presumptive that he had already obtained a good quantity of tin there. The next day, accompanied by the syahbandar, I went on board and, after a serious repetition of what has already been mentioned, politely requested the captain of that vessel to be pleased to continue his voyage, since by continuing to lie there he was not only hindering the conveyance of tin to Palembang for Batavia, but I also gave him clearly to understand that I held it for certain that his long lingering in the strait had solely the objective of trading with the natives, and which I maintained had already occurred, since his ship was practically fully laden; further pointing out to him that since we had a contract with the Palembang sovereign to deliver all tin mined on Bangka to the Dutch Company, the Bangkalese were therefore not permitted to carry on the least petty trade; furthermore holding myself unaccountable for any misfortunes that might befall him or his crew on Bangka; all of which I had explained to him in greater detail by the syahbandar. To which he gave in reply that his staying in the strait was solely to wait for the English Company ships destined from Europe to China, yet not deeming himself obliged to give me reasons for this, since the Dutch Company had no power to prevent him from lingering here in the strait, it being a free passage for all nations, and that fetching water, whether at Muntok or Pulau Nangka, was considerably easier for him than in the Palembang River; but since he was now supplied with water, he would willingly, without compulsion and at my request, retire beyond the strait. Whereupon the syahbandar, in the name of his sovereign, forbade him from fetching water on Bangka, and furthermore protested against any misfortunes that might befall him contrary to those orders. The next day he also sailed northwards, being followed by the penjajap the Baars and the Resurus, which, however, coming beyond the point of Batu Karang, encountered the king's armed fleet, and were warned by their chiefs that near Klabat and Merawang 30 large pirate vessels lay at anchor, with whom they had been in battle, but owing to superior force had been obliged to flee; also, according to the testimony of the cruisers, some of their vessels were totally disabled. Upon which unpleasant news the penjajaps dared sail no further, but remaining there, saw the ship set its course northwards. After the departure of the aforementioned ship, I went ashore on Bangka with the syahbandar, and ordered the chiefs at Muntok and the Zandhoek, one of the principal smuggling places, in the name of the king, not to permit any English boats or vessels whatsoever ashore, but under pretext of want or maritime distress to direct them to this river. Further no ships or vessels more

Dutch transcription

Uw Hoog Edelheedens eerbiedigst ginfer„ meert, dat ik naar buijten was vertrokken, om was 't mogelijk Din straat Rondswervende Engels schiper Bark tot een 2 spoedig ver„ trek te animeeren, en wijders op d' kruijssers zodanige orders te stellen dat haar den Smok kelareij zoo veel immer doenlijk wierden belet van welke mijne verrigtingen aldaar ik uw hoog Edelheedens een verschul„ „digt rapport doen zal, Den 16 Meij verseld van S' konings Sov¬ bandhaar Kjeij Palang dria bij de poeloe Nancaas komende heb ik aldaar vinden leg „gen 't Engelsch particulier Schip de won„ „schits gecommandeert door een Captain Glek en 187. ter brandwagt en waarbij als kruijsser Zag den Loots Jan Schraag dewelke mij Rapporteerde dat dit schip zeedert 't vertrek van den tweede Resident altoos t zij aldaar off op Muntok hadden ten anker geleegen, maar dat de Bark em. d ' Noord gezeijld was en wel zoo Bij voorgaff naar Poeloe Pienang, zijnde door de pantjalling d' resurus tot bata Ca„ „rang na gezeijlt, dat d' booth van 't schip genoegzaam daagelijks af en Aant naar Muntok off banca Coeta voer, en van daar meesten tijds deses nagts retourneerden; en off Schoon hij bijt van boord gaan van die boots, hem Steeds met zijn & Schuijl of 3 Pantjalling liet volgen het hem egter Brieven niet naar 10 niet mogelijk was om vermits de wel be„ zeijldheijd dat vaartuijg te kunnen bijhouden, maar hem als dan bij retour hadelen gevisiteer 't welk d' Captain onder bedrijgingen hemt qua lijk hadde genomen en betuijgd dat hij van 8 daar eenlijk waeterhaalden, gelijk er dan ook altoos eenige Leggers in die boothwae„ „ren, dog waar op de kruijsser hem had den g'ant „woord, dat dit over en weer vaeren hem zeer suspect voorkwam, en Ongepermitteert was, dewijl hij voor de Palembangss Rivier bee„ ter en gemakkelijker water haelen konfraa toe hij hem zijn hulp hadden aangeboden Waarop ik ten Scherpten zoo wel den Gezaghebber als de Mattroosen het ondervraagt 197. of er ook eenige oogluijking of ongepermitteerde Bandel met voornoemde Engelsch man was ge„ dreeven, dog waar op zij mij alle onder presentatie van den verzeekerden, dat zij nimmer hadden gesien dat hij een stuk thin aan boord gekreegen had, maar door dien hij van bengaelen komende, ruijm een maand om d' Noord voor aller, de kruijssers hem gezien hadden had rond geworen was 't dierhal „ven zeer presumtieff. dat hij bereeds een goede qhant „teteijt thin aldaar hadde ingekreegen, Des anderen daags ben ik verzeld van den Saban¬ daar, aan boord gevaeren en den Captain van dien bodem naar Serieuse herhaeling van 't be„ „reeds gemelde, vriendelijk verzogt zijn rijs te Willen vervorderen. dewijl hij met aldaar te blij¬ „ven Leggen niet alleen den aambreng van thin Brieven naar 189 Cale naar Palembang voor batavia hinderlijk was maar ik heb hem ook met zonde woorden te kennen gegeeven, dat ik mijvoorzekert hield dat zijn Lang vertoeven in straat, eenlijk ten doelwit had om met den Inlander handels te drijven, en 't geen ik sustineerde dat bereeds dewijl zijn tSchip genoegzaam vollaeden was, was geschied, hem wijders voorhoudende dat dewijl, wij eens Con„ „tract met den Palembangsen vorst had „den, om all op banda vallende thin, aan de hol„ Landsche Compagnie te leeveren z den banca„ „nees dus ongepermitteert was om d' minste mor„ „handel te drijven; Mij wijders voor alle ongelukken die he off zijn Equipagie op banca mogte overkomen onvorantwoord „lijk houdende „„ 137 houdende zt welk een en ander ik hem door den Sabandhaar na der heb doen Expliceeren, Waar op hij ten antwoord gaff, dat zijn op hob den in Straat eenlijk was om op de uijt Europa en naar China gedestineerde Engelsche Comp:s sola „pen te moeten wagten zig egter niet verpligt oordeelende mij hier van reeden te moeten geeven, dewijl de Hollandsche Comp:e geen magthad oms hem 't verteeven alhier in straat als een vrije passagie voor alle Natien zijnde te kunnen beletten, en hem 't water haelen, z zij op Muntik off d poeloe Nancaas vrij ge¬ „makkelijken was dan in d' Palembangse Rivier, dog dewijl hij thans van water voor zien, was wel ongedwongen op mijn verzoek zig e Brieven tot idaar /85. tot buijten straat wilde retereeren, Waar op den Sabandaar hem uijt naam van zijn vorst, 't water halen op banca verbood, en Wijders teegens alles ongelukken die teegens die on „ders aangaande hem mogte overkomen protesteerde, Des anderen daags is hij ock om d' Noord gezeijld door de Pantgalling d' baars en d' resureus gevol wordende, dog die buijten de hoek van bato Cas„ „rang komende 's konings g'armeerde vloot zen „contreerde, door der zelver hoofden wierden g'ewaa „schout dat er bij Clabat on Marawang 30 gr „te roof vaartuijgen ten ankerlagen met dewelke zij waeren 2 laags geweest dog weegens de ver„ magt hadde moeten vlugten ook waeren volgens Getuijge der kruijssers eenige van haare vaartuijgen, 1 „„ 1 11 173 vaartuijgen ten Eenemaal ontramponneert op Welkes oom aangenaame tijding d' Pantjallings niet verder hebben duwen Zeijlen maar aldaar blijvende Leggen 't Schip zijn Cours om d noord hebben zien stellen, naar 't vertrek van 't voormeld Schip ben ik met den Sabandhaar op banca aan d' wal gevaeren, en aand' Hoof den op Mun„ tok en de Sandhoek, een van d principaals te Smekkelplaatsen uijt naam van den koning gelast, om hoegenaamd geen engelsche booten off Schuijten aan d' wal te permitteeren, maar onder voorgaeve van gebrek off Zeenood, de zelve naar deeze rivier te wijzen, ver dergeen Scheepen off vaartuijgen meer Late Brieven onder idaar 193.

NL-HaNA_1.04.02_3864_0228 view scan ↗

English

learning of nothing suspicious under Banca or in the strait, having first issued proper orders to the cruisers and earnestly enjoined the commanding officers to observe their duty, I returned on 22 May to the Factory, where three days after my arrival I obtained an audience with the king. Having duly informed him of my findings and apprehensions regarding the already practiced smuggling trade of the English ship, I seriously requested him to have an investigation carried out in this regard both at Muntok and on the North, and especially at Klabat and Sungai Buluh, and further to confirm my issued orders not to permit English anywhere on Banca; on which occasion I also, in order to instill in the king as much as possible an aversion to the English so as to prevent the increasingly growing illicit trade with them, most earnestly pointed out to him what detrimental consequences the smuggling trade—which both the court nobles and the Bancanese, contrary to all equitable treaties, had harbored with the said nation and especially this past year—could have for him, since the English were already beginning to grow so bold that they sought to legitimize their long stay in the Strait, and even dropped anchor before and under the cannon of his settlements on Banca, which had never happened before, and even resisted when summoned by our orders as well as his to depart; as had been experienced all too clearly this past year, and that therefore through this not only was the impermissible alienation of the Company's tin caused, but it was also to be feared that a nation that seeks to intrude everywhere with cunning, through its frequent coming and going at Banca, would gain too much knowledge of the island and thus might well venture a chance to incite the Bancanese, who bear the Palembang yoke with reluctance, against the king, and thereby bring him into the greatest possible danger of losing the best pearl of his crown. I flatter myself, Right Honorable sirs, that not only these conversations, but also the threats and assurances of Your Right Honors' rightful displeasure over this, as well as regarding the past year's late and incomplete tin delivery and what appears likely to be the same this year, have had some effect on the king, since shortly thereafter the two principal suspected smugglers or brokers, Abang Tawi and Abang Leman, were summoned from Muntok upon my earnest request; yet it remains a deep secret whether the king, if they are found guilty, will punish them according to their deserts, which however I greatly doubt, since they are both brothers of one of his favorite wives, and moreover, notwithstanding all the king's manifold honest protestations, it seems very doubtful to me whether this illicit trade could indeed be conducted without the prince's connivance, especially not in such quantities as I am assured took place this past year, or else such would demonstrate a most defective government, whereas in other, lesser matters, as soon as his own interest is involved, he knows very well how to exercise his authority. Meanwhile, the king complained greatly about the yearly increasing pirates in the Bangka Strait, who had not only forced his fleet sent against them to retreat due to their superior strength, but had even captured some vessels carrying tin coming from the north of Bangka; to which he would also gladly attribute the poor fulfillment of the contingents, but whereupon I made known to His Highness my suspicious misgivings regarding the smuggling practiced by his fleet in the past year, and requested that he issue better orders for the same, and permit that those vessels, at the slightest suspicion, might be searched by our cruisers just like other vessels; I have, however, been unable to obtain any answer to this, which always seems to be a fixed maxim at the Palembang court, to gain time by delaying correspondence; yet the diminished delivery of the past year, and what I fear will again be my unfortunate lot this year, arises not only, as the king alleges, from the uncommon drought and the resulting hard ground, so that tin digging was made very difficult thereby and the product could not be purified in the mountains for lack of water; nor is the same entirely to be attributed to the insecurity that presently exists in the Bangka Strait, although these two pretexts certainly have been somewhat disadvantageous; but, Right Honorable Sirs, the principal, if not sole cause is to be sought in the heavily conducted smuggling trade with the English and the present bad administration by the king's tekos on Bangka; whereas in former times Chinese were appointed as headmen over all tin mines, currently all court nobles residing here in Palembang are

Dutch transcription

onder banca off in straat verneemende benit naar alvoorens beheenlijke orders op d kruijssere gesteld, en de gezag hebbeers 't betragten van haar pligt ernstig te hebben voorgehouden, den 22 Meij weederom naar 't Comptoir te rug geval„ „ven, alwaar ik drie dagen naar mijn aankom bij den koning audientie verkreegen en hebben „dehom van mijne bevindingen en bedugtingen weegens de bereede gedreevens Smokkelhan „dels van 't Engels Schip, behoorlijk hebben g'un „formeert, en Serieus verzogt hier naar zoo wel op Memtok als am d' Noord, en vooral op Cl opC bat en Songiboelen onderzoek te willen laat „doon, en wijder mijne gegeevene beveelen em alda of 197. Gergens op banca Engelsche te permitteeren wildu bevestigen; bij welke geleegendheijd ik dan teffens om den koning zoo veel moogelijk een tee „genzen teegens d' Engelsche te doen krijgen om hier door de meer en meer toeneemende morslan„ „del met dezelve te beletten hem Ernstigst: hebbe aangetoond, van wat nadeelige gevolgen de Sluijkhandel die zoo wel de hoffs grooten„ als de bancaneesen, teegens alle billijke ver„ teegen aan met gemelde Nation en voor al ge„ passeerde Iaar gekoesterd hadden voor hem konde zijn, dewijl d' Engelacke nu bereeds zoo stout„ begonnen te worden dat zij haar Lang op houden in Straat tragten te wettigen en zelfs voor en onder 't geschut van zijn Negerijen daar Brieven op „ 195 85. op banca ten anker gingen te geen te vooren nimmer was geschiet, en zelfs zoo men op on„ „ze aanzegging als, de zijne, van te moeten ver trekken te disponeeren waeren; zoo als men zulk gepasseerde Iaar maar al te duijdelijk onder „vonde hadden en dat dierhalven hier door niet alleen 't ongepermitteert vervreemdear van Comp:s Thin wierden veroorzaakt, maar teffens te dugten was dat our natie die zig overal met List zoekt in te dringen door haar fre quant aff en aanvaeren op bancate veel kennis van 't Eijland kreeg en dus daar op wel eens een kans konde waegen met d' bancaneesen die dog met Weerzin 't palembangse Jukdrage teegen 197. teegens den koning op te rokkenen en hem daar in d' grootste Moogelijkheijd met gevaar om de beste paarl van zijn krom te verliezen zoude kunnen brengen, Ik vleije mij Hoog Edeles heeren dat niet al„ Laan deese gesprekken maar ook des bedrygingen en verzeekeringe van uw Hoog Edelheedens regt „matig engenoegen hier over, zoo meede wee„ gens de voorjaarige Laeten in Compleete thins vol„ daening en 't geen zig dit Jaar werderom zevan zoo laat aanzien eenige ingang op den koning gehad hebben wijl kort daar na de twee voor naamste Suspecte Smokkeldrijvens off Maake¬ „zaars Abang Tawie en abang Leman op mijn Ernstig verzoek van Muntok zijn op ont „booden; Egter blijft 't nog een diep geheijm, off den koning haar als schuldig bevonden zijn de, naar verdienste straffen zal, waar aan „ee Brieven ik goedgunsig 1e e ƒ ik egter grootelijks twijffelen vermits 'to beijde broeders van een zeijner geliefste vrouwe zijn en 't mij bovendien ongereekend alle 's konings Meenigvuldige eerlijke betuijgingen zeer twijffel agtig voorkomt, off die Morshandel wel zonder Oogluijking van den vorst kan gedreeven werden, voor al niet in die hoe veel heyd als men mij verzeekert dat gepasseerde Jaar zoude zijn geschiet, off zulks zoude een allerge „brekkigste regeering aantoonen daar hij eeg„ ter in andere mindere gevallen zoo draer zijn Intrest meede gemengt is zijn gezag zeer wel weet te gebruijken, Inmiddels beklaagde de koning zig groote„ lijks over d's Jaarlijks toeneemende zeero„ vers in straat banca die niet alleen zijn daar teegen uijtgenieten vloot vermits desselfs overmagt hadde doen te rug weyken maar zelfs negen zelfs eenige vaartuijgen met Thin van d' noord van banca komende hadden weggenomen; waardan hij dan ook gaarn de Slegte voldoening van de Contingenten wilde toeschrijven dog waar op ik i zijn Hoogheijd mijne Suspecte bedonkingen weese gens dezelfs gepleegde Smokkelaarijen van zijn Vloot in 't gepasseerde Iaar hebben te kennen gegeeven en verzogt beter orders op dezelve te willen stellen, en te permitteeren, dat die vaar„ „tuijgen bij de minste suspectie door onse kruijsen, eeven als andere mar„ „tuijgen mogte werden Gevasiteerd heb ik egter hier op geen antwoord kunnen krijgen 't geen altoos aan 't palembangse hoff een vaste mag „ime scheijnt te zijn om met 't verschrijven tijd te winnen; Egter is de mindere Leverantie van gepasseerde Iaar en 't geen ik vrees dat dit Iaar weederom mijn ongevallig Lot zijnij zal, niet alleen als den koning voorgeeft Brieven voorkomstig goedgunstg ƒ Voorkomstig uijt die ongemeene droogte en de daar door veroorzaakte harde grond zoo dat de Thin delving hier door zeer moeijelijk ge„ vallen ende Prte, door gebrek aan waeter in 't ge„ bergte niet had kunnen gezuijvert worden; ook i 't zelve Niet ten vellen te attribueeren aan d'onveijligheijd die thans in straat banca plaats vind, Schoon zeekerlijk deeze twee voorwend„ „sels wel Eenigzints nadeelig hebben geweest, ƒ dog hoog Edele Heeren de voornaeme zoo niet Eenige Oorzaak is in de Sterk gedreevene Smokkelhandel met de Engelsche on tee genswoordige slegte huijshouding doorss ke„ „nings teekoes op banca te zoeken; dewijl in voorige Tijden bij alle thin meijnen Chineesen als Hoofden gesteld waeron daar in teegen zijn & thans alle hofsgroote alhier op palembang woonagtig go

NL-HaNA_1.04.02_3864_0235 view scan ↗

English

residing, who seldom come to Banca themselves, and thus the workmen are not only treated very badly by the lesser overseers of those court grandees, but the payment, which thus takes place through the third or fourth hand, is deficient, and therefore those people, consisting mostly of Chinese, become more and more disgusted with tin digging. Moreover, the previous rulers used to advance a few thousand Spanish reals to the heads of the mines, which was deducted each year upon their delivery, and who distributed this to the diggers there, which yielded very great advantages and enabled them to deliver the tin in good time; but this currently does not take place at all because of the king's frugal and grasping nature. The suppliers often even have to wait a year or longer for payment or be content with satisfaction in products, whether rice or textiles, at an exorbitant price, which is also the reason that they hide the tin and, at the first opportunity that presents itself to them, dispose of it for cash. I have already represented this to the king once or twice, demonstrating that this deficient management tended greatly to his own detriment, and requested that he, just like his predecessors, be willing to advance proper money to the tekoos, but to which I received for an answer only that he had already suffered significant losses by that lending, and all his tekoos still owed a very great deal. The truth of this report of mine will furthermore appear all the more clearly to Your Right Noblenesses from the tin cargoes that are brought to Batavia, since the same have already for the most part been paid in advance to the tekoos by private persons here, and that at 10 Spanish reals per picol, which provides complete proof that they are unprovided with the necessary cash, since, not counting the expenses that fall upon that transport, they lose one ducaton on 2 picols. Furthermore, because the navigation that the English carry on in the Strait of Banca and their illicit trade with the native increases annually, I shall, according to my bounden duty, take the liberty in all good conscience to declare to Your Right Noblenesses that we are not in a position to be able to prevent that illicit trade with the cruises projected here. Because two of those vessels are absolutely necessary to be employed in this river, namely one at Slot Iarang, where there are two branches, of which one runs into the False and the other into the Salt River, and thus is situated very conveniently for illicit trade, and a second at the mouth near the Sousang; and then the Salt and False Rivers still remain unoccupied, while the other two, cruising in the Strait of Banca, are impossibly able to watch over all vessels there, and especially in these unsafe times often have to seek a safe place, because through their weak crew they are not capable of defending themselves against the numerous pirates who have now already roved about here continually for two years. And besides this, upon the arrival of an English interloper one needs at least one of those vessels to serve as a guard-ship beside the same; thus when two or three of those fellows are in the strait at the same time, the cruisers are impossibly able to keep an eye on their movements. Furthermore, the ships or barks that are employed for this illicit trade are such fast sailers that, without boasting, they can cover more distance in twenty-four hours than a pantjalling in three, not to mention that they have a much better knowledge of the Banca coast than most cruisers and sail by night through reefs and rocks where no cruiser would dare trust itself by day. I shall therefore, under Your Right Noblenesses' favorable and benevolent interpretation and humble submission to Your highest wiser judgment, make so bold as to assure Your Right Noblenesses that nothing other than a sufficient patrolling in the Strait of Banca, and that from the month of May until August, will be able to make us remain masters of the tin trade, since I dare assure Your Right Noblenesses that all remonstrances and reminders of the contracts will not be capable of preventing this money-hungry native from smuggling, while the 17 Spanish reals that the English pay them for 1 picol of tin is far too great an enticement for them not to profit from all opportunities that just present themselves. In my opinion, in order somewhat to defray the costs of those patrol cruises, it would be best if 2 small and shallow-draft ships were employed for this, which, provided with the necessary cash or having it sent after them, could return laden with tin after the end of their cruise determined by Your Right Noblenesses. If such could agree with Your Right Noblenesses' approval, the one ship would have to cruise from the Poeloe Nancaas to the point of Bata Carang, and the other from there to the River of Tambij, because, as little tin is currently produced to the east of Banca, most illicit trade is carried on within this indicated distance. Muntok is the rendezvous where almost always

Dutch transcription

201. woonagtig die zelde op bance zelfs komen en dus worden de werklieden door de mindere op„ „zegters dier hoffigroeten niet alleen zeer slegt behandeld, maar de betaaling die dus door de derden off vier de handgeschit is gebrekkig, en dierhal e „ven werden die Menschen meest uijt Chineese be staande, van 't thin graeven meer en meer gedegoiteerd, boven dien plagten de voorige vorsten aan d' Hoofden van de Meijner eenige duijsendde r Spaanse realen voor uijt te schieten, 't geen Iaar bij d' Leeverantie har wierd afgekort en die zulks aldaar aan de gravers uijtdeelde 't geen zeer veel voordeel uijt leeverde en haar in staat stelde om 't thin vroegtijdig te lee„ veren, dog dit vine thans door des koning s8 Spaar zaam En schraapzugtige aart, geheel geen plaats meer, zelfs moeten de Leeveranciers veel tijds een Iaar of Langer naar betaalig 2 n Brieven wagten goedgunstcg ƒ wagten off de voldoening in praducten 't zij Rijs t, off lijwaeten, teegens een innome prijs voor Lieff neemen, 't geen dan ook oorzaak is dat zij 't thin verbergen en bij de Eerste haar voor koomende geleegendheijd, voor Contant van de hand zetten., Ik heb den koning dit bereeds een à twee maal voorgehouden met aantoning dat die gebrekkige directie grootelijk tot zijn eijge Nadeel strekte, en verzogt eeven gelijk zijn voorzaeten de tekoos behoorlijke penning te willen voorschieten dog waar op ik een lijk ten antwoord kreeg dat hij bij die Leening bereed Importantie Schaeden geleeden had, en al zijn teekooslem mag zeer veel Schuldig waar de Waarheijd van dit mijn berigt zal ik un Hoog Edelheedens wijders te duydelijken uijt 20. pr uijt de thin Ladingen die te batavia worden aangebragt kunnen blijken vermits dezelve bereeds ten meestendeele alhier door particu Liever aan de Teekoes, en wel teegens 10 sp:s m realen 't picol zijn vooruijt betaald 't geene Een volleedig bewijs opleevert dat zij van de benadigde Contanten onvoorzien zijn, dewijl zij ongereekend, de onkosten die op dat transm or „port vallen een ducaton op 2 picol verliezen, dan door dien de vaart die de Engelsche in Straat Banca en haar morshandel met den Inlander 'S jaarlijks toeneemb, zal ik volgens mijn schuldige gehoudenis gemoedelijk de vrijheijd neemen uw hoog Edelheedens te betuijgen, dat wij niet in Staat zijn, om die Morshandel met de al„ „hier geprojecteerde kruijssen te kunnen beletton. ee Brieven vermits goedgunstig ƒ Vermits twee dier vaartuijgen, volstreks beno„ digt zijn om in deeze rivier, te weeten Een bij Slot Iarang alwaar 2 spruijten waar van er een in d' valsche en andere in d' Soute re „vier uijtloopen, en dus tot mors handel zeer ge Leegen Legt, en een tweede aan de monding bij de sousang moeten g'emploijeert worden en dan blijven de zoute en valsche rivier na onbeset terwijl de andere twee inkstraat banca kruijssende onmoogelijk in Staat zijn, m aldaar op alle vaartuijgen te kunnen passen en voor„ „al in deeze onveijlige tijden, dikwils naar een Paa „ve plaats te moeten zoekens: dewijl zij door haar Swakke bemanning niet in staat zijn zig teegens de meenige Zeerovers als nu bereeds tw Jacrem alhier Continueel hebben rondgesworven te kunnen diffendeeren, en boven dien heeft men bij Rindswerven van een Engelsche Lorrendraijer ten 215 Apart D: Aan Zijn Edelheijd ten minsten een dier vaartuijgen benoodigt om bij dezelve op brandwagh te leggen dus er twee off drie van die Snaeken Teffens in straat zijnde, de kruyssers onmoegelijk op haare gangen kunnen Letten bovendien zijnde scheepen off Barken dewelke tot deeze Morshandel g'emploijeert wor „den zodanig wel bereijld dat zij as onder groot spraak, in Een etmaal, meer Couws kunnen afleggen, dan een pantjalling in drie, ongeroe „kond nog dat zij veel beeter kennis dan de meeste kruijssers van s d bancase wal hebben, en bij nagt door reeven en klippen duwenzeij „len, alwaar geen kruijssen zig des daags zou„ de duwen vertrouwen, Ik zal dierhalven onder uw Hoog Edelheedens rate Brieven goedgunstig 211 205. ƒ wenente twee dier vaertuigen, volst rek benoe goedgunstig wel duijden en needrige onderwerging aan boogst derzelver wijser oordeel mij Ver¬ „stouten met uw hoog Edelheedens te verzeeke„ „ren dat niets anders dan eene Sufficante be „kruijssing in Straat banca en wel van de Maand meij tot augustus in staat zal zijn om ons meester van de thin handel ter doen blij„ ven, dewijl ik uw Hoog Edelheedens durff verzeekeren dat alle vertoogen en her inne vingen der Contracten niet ina staat zullen zijn om deeze geldrugtige inlander 't Smakkelen te belatten terwijl der 17 2 p:s realen die de langst „sche haar voor E picolt hi bitaalen veel te groo „te Lokaas is om haar niet van alle geleegend hee„ den die zig maar op doen te profiteeren; Mijns bedunkens zoude om de kosten van die bekruijssingen 215 Apart D: Aan Zijn Edelheijd bekruijssingen eenigzints te vinden, & best wee= „zen zoo indien hier toe 2 kleijne en niet te diep Treedende scheepen wierden g'Emploijeert dewelke met de benodigde Contanten voorzien off naar gezonden naar 't Eijndige van Haar door uw Hoog Edelheedens bepaalde kruijstagt met thin belaeden konde retourneeren Indien zulks met uw hoog Edelheedens approbatie konde aggrieeren zoude t' Eene schip van d' poeloe nancaas, tot de hoek van Bata Carang, en 't andere vandaar tot de Rivier van Tambij, moeten kruijssen, dewijl om d'oost van banca thans weijnig thin vallende de meeste Morshandel in dewe aangeweesene distantie gedreeven word, Muntok is de rende vous alwaar meest Brieven altoos 211 1/5. 207.

NL-HaNA_1.04.02_3864_0242 view scan ↗

English

Since two of those vessels are absolutely necessary, if a second agreement regarding trade is concluded with the English, after which they retire even as far as the Jambi River, and take their cargo there from the north of Bangka, which is thus only a crossing over; meanwhile the vessels cruising from here under Bangka and between the terrain of those ships could be employed with very great utility as advice-givers, I dare promise myself very much utility from this. If it were only that Your Right Noble Lordships could approve such a thing for one year, the uncertainty of encountering that cruiser here would cause them to cease the outfitting of their ships; besides which, the Palembangers would then be obliged to bring the tin here, from which an earlier and complete delivery would absolutely have to follow. Regarding the inland history concerning the abduction of the Lamponger Abu Bakar and his slaves, I have as yet been delayed in settling that matter by the King, as His Highness testified that he could trace none of those culprits, and since the same are also not known in the reports of the Bantam Commander, I have therefore, to avoid all tedious delay, with Your Right Noble Lordships' kind approval, requested Mr. Engert over Lampong to elucidate for me regarding this case, and if possible who the culprits are, whereupon I shall be able to urge the King for full satisfaction. Further recommending myself most humbly to Your Right Noble Lordships' powerful protection, I have the honor to remain with the most due respect, Right Noble Great Honorable Lord and Noble Lords, The 12th of June Your Right Noble Lordships' humble and obedient servant, P. Walbeek Nekzen To His Honor Separate D Separate Letters To His Honor, The Right Noble Great Honorable Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, along with The Noble Lords Councillors of Dutch India. Right Noble Great Honorable Lord and Noble Lords! With the King's emissaries I had the honor to present most respectfully to Your Right Noble Lordships my very humble separate letter of 12 June; having since received Your Right Noble Lordships' respected separate letters of 15 April via the pantchiallang De Songiauwer and 20 July via the ship De Zeenymph, I shall take the liberty to answer the same most humbly. Paragraph 1. That in the first place it causes me the most sensible sorrow to have had to experience again Your Right Noble Lordships' rightful displeasure regarding the most miserable shipment of pepper and tin; were this omission, Noble Lords, in any way to be ascribed to my lack of zeal or indifferent mindset, I would doubly deserve His Highness's supreme disfavor. But as I can assure Your Right Noble Lordships in the most holy manner that I have made every possible effort to send the tin for China early to the main place, and have urged the King to this end more than 20 times, this therefore falls very hard on me, the more so because I continually seek to give Your Right Noble Lordships the most due satisfaction, as much as my slight abilities here at this fickle Court in any way allow; yet the outcome ever answers so poorly to my dutiful efforts that nothing but unpleasant, yet equitable remarks continually remain my lot. Paragraph 2. In my last above-mentioned letter I took the liberty to present in truth to Your Right Noble Lordships the real cause of the sloppy delivery of the products; and since various English ships have again roamed about here both in the straits and behind Bangka, it will therefore all the more convince Your Right Noble Lordships of my assurances regarding the smuggling trade being driven more and more with that nation, to which the defective shipment for Batavia is solely to be ascribed. Paragraph 3. I have held Your Right Noble Lordships' displeasure over this before the King in the most forceful manner, and for his conviction literally communicated to him the imported supply of the past year at Canton, as well as the content of the letters that were written by the English from here to their principals, and thus in accordance with Your Right Noble Lordships' honored instructions categorically asked him whether, in order to counter such a shameful way of trading, he would give better orders for the future.

Dutch transcription

Vermita twee dier vaartuijgens, volstrckt benoo„ Altwede overeenkomst van den handel met d' Engelsche geslooten word, waar naar zij zig tot zelfs voor d' Iambijse Rivier Retireeren, en aldaar haar Laeding van d' Noord van banca 't geen dus maar een oversteek in krij „gen; Intusschen zouder de vaartuijgen van hier onder banca en tusschen 't terijn van die scheepen kruijssende met zier veel nut tot advies- gevers kunnen werden g' Em„ „ploijeert, ik durven mij hier van zeer veel nute belooven al was t maar dat uw Hoog Edelheedens zulks een Haar konde goedrin„ den zoude haar de onzeekerheijd om die knijt „ser alhier aan te treffen de uijtrusting van haar Scheepen doen Staeken, buijten dien zoude de 215 Apart D: Aan zijn Edelheijd de Palembangers als dan verpligt zijn om t Thin naar hier toe te brengen en waar uijtt eens vroegtijdiger en Compleete Leeverantie alsoo „luut zoude moeten volgen, Ten Opzigten der bovenlandsche historie weegens t vervoer van den Lamponden Aboe Bakker en zijn Slaven hen ik met de afdoening dier zaak als nog door den koning uijtgesteld vermits zijn Hoogheijd betuijgde niemand van die Daders te kunnen opspooren, en door dien dezelve ook niet in d' rapporte van den Bantams Commandeur bekend staan heb ik dus om alle Langwijligheijd te vermeijden on„ der uw hoog Edelheedens welduijden aan den heer Engert over Lampong, verzogt, mij omtrent dit geval, en zoo het mogelijk is wie rate Brieven de 211 1/25. 209 Palembang vermits twee dier vaartuijgen, volstrekt benoo„ de daders zijn te Elucideeren, als wanneer ik op eene volleedige Catisfactie bij den koning zal kunnen aandringen, Wijders mijin uw Hoog Edelheedens vanmoegende prete „tier op 't aller needrigste aanbeveelende heb ik d' Een met de verschuldigste Eerbied te verblijven, Hoog Edel Groot Agtbaar Heer en WelEdele Heeren Den 12 Junij uw Hoog Edelheedens onder danige en gehoorsame dienaar P Walbreel Nekzen Aan / zijn Edelheijd Apart D: Sande 2 245 e Brieven vermits twee diervaartuijgen, volstrekt benoo„ 215 Apart D: 211 Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heer M„: Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal beneevens De wel Edele Heeren Raaden van Neederlandsch Jndia Hoog Edel Groot Achtbaar Heer, En Wel Edele Heeren! Met 's Konings zendelingen heb ik de Eer gehad uw Hoog Edelheedens mijne zeer needri„ „ge Aparte Letteren ate Brieven leedweesen van den „gen aangaande de Producter daar omtrent Letteren van den 12 Junij op 't aller Eerbiedigst te offen „ren, zeedert ontfangen hebbende uw HoogEdel „heedens g'Eerbiedigde aparte Brieven van 15 April per de pantjalling de Songiauwer en beantwoording uwer 20 Julij per 't Schip de Zeenijmph zal ik mij vo hoogEdelheedens Missive vrijmoedigen op dezelve aller Needrigst te be „antwoorden § 1. Dat 't mij in de Eerste plaats aller gevoeligst La needrige teekenaarwer doet, weederom uw Hoog Edelheedens regtmatig ongenoegen, weegens de Aller Elendigste Peep en thin verzending te hebben moeten onder¬ „vinden, was dit verzuijm Hoog Edele Heeren aan mijn ijverloosheijd of indifferente den¬ „kingswijse eenigzints toe te schrijven, zoude desselfs verekoominijk Hoogst derzelve ongenaede dubbel verdienenij dan daar ik uw Hoog Edelheedens op 't alle „heijligst kan verzeekeren dat ik alle mij mogelijk zijnde poginge heb aangewend om hoogst derzelve ongenoe„ de br Sch 215 213. vroegen afscheepte brongen des blegte voldoening van te letteren van 12 Ju„ nij bedeeld. differente Engelaeke om scheepen hebben weeder „ 88 de thin voor China vroegtijdig naar de Hoofd¬ de bij den koning tot der plaats te doen afzenden, en de Koning hier van d meermalen aange„toe meer dan 20 malen hebbe aangespoord, valt„ dit dierhalven voor mij zeer hard, te meer daar ik aanhoudent uw Hhoog Edelheedens zo veel mijn geringe vermogens alhier aan dit wispel„ „tuurig Hof 't Eenigzints toelaaten, 't verschul„ „digst genoegen tragt tet geeven; Egter de uijt„ „komste steeds aan mijne verschuldigste pogin„ „gen zo slegt beantwoorde dat niets dan on„ „aangenaame, Egter billijke remarques aan„ „houdent mijn deel blijven. „ 2. Bij mijn laatste bovengemelde letteren heb Producten bij sopar, ik des vrijheijd gebruijkt uw Hoog Edelheedens de rieele oorzaake van de slorsige voldoe„ „ning der Producten in waarheijd voor te draegen, en daar 'er zeedert weederom alhier Differente Engelsche Scheepen zoowel in Straat offer en Le Brieven in straaten agter bar„ „ca rond gesworven nge leeverantie is „ven uw Hoog Edelheedens te kennen gegeeven en den Jnhoud van Ongelsche brieven aan haare principaale, hem letterlijk voorgehouden ook Catagonies afge„ „vraagt offtot te gengam straat als agter Banca hebben rond ge sworven zal 't uw Hoog Edelheedens dier¬ „halven te meer overtuijgen dat mijn verze keringen weegens de meer en meer gedreeven wordende Smokkelhandel met die natie waar aan de gebrkide Eerige reeden wan de gebrekkige afzen¬ toe te schrij„ „ding voor Batavia is. §o 3. Jss heb den Koning uw: HoogEdelheedens onge„ ongenoegen den Koning „ noegen hier over op 't aller kragtigst voorgeh „den en hem ter dies overtuijging de Importa „te aanbreng van gepasseerde Jaar op Canton beneevens de inhoud der Brieven die door de Engelsche aan haar principaalen van hier waeren geschreeven letterlijk gecom¬ „municeert en hem dus ingevolge uw Hoog Ed „heedens g'eeerde aanschrijvens Catagories afge„ van zulk een handelij„ wraagd of hij tot teegengang van diergelijke beeter order wilde geeven Schandelijke handelwijs voor 't vervolg beeter 2 orders 1

NL-HaNA_1.04.02_3864_0251 view scan ↗

English

see, or that Your High Nobilities will be obliged to provide against it, and that he would give orders to prevent his subjects as much as ever possible from illicit trade with that nation, since Your High Nobilities would otherwise, though unwillingly, find yourselves obliged to insist upon the fulfillment of the concluded contracts by constraining means. But although he appeared somewhat affected by this, as of old, and sought to amuse me with his old song of innocence and promises of providing against it, I fear nevertheless that it will merely have remained at that promise, since the rumors regarding the English smuggling, and predominantly by the barks the Bretagne and the Cornewalis, again give very much cause for discourse here. Besides this, the ship the Nonsuch and yet another that is not known have cruised for a considerable time around the north of Banca, which presumably causes damage. The undersigned's efforts to dissuade from the trade practices taking place. The King's ministers' fleet for the illicit trade. The consequences thereof shown to him, but fruitless. The reason why pointed out. No. 4. I have done everything that I as a faithful servant judged obliged to do in order to dissuade the King from these trade practices, occurring so disadvantageously and shamefully for the Company, and on different occasions, to the astonishment of his ministers, have resolutely held before him in public the consequences that would result for him from this conduct. But to my regret, everything was fruitless, since his grasping greed for money seems to increase with his advanced age, and his only favorite aim seems to be to leave behind great treasures, for the obtaining of which he connivingly permits an unrestricted illicit trade to all those who furnish him the most, and to which his second minister Japoetra, who is now his prime favorite, and his brothers-in-law Abang Tawie and Abang Leman—sent back to Muntok notwithstanding my most zealous efforts against it—principally contribute. 5. In accordance with Your High Nobilities' granted permission, I shall, with the commander of the expected vessel De Hoop, go and make the survey on Banca, and would have done so now with Captain Toussaint, but since I do not doubt that a speedy return of the Zeenimpf with a cargo will be agreeable to Your High Nobilities, I have for that reason postponed it, while I shall endeavor to deliver to Your High Nobilities a report founded on truth of my findings there, which I hope may serve to the benefit of the Company. § 6. Concerning the settlement of the hostilities committed against the Bantam subjects, both previously and now again, I have once more earnestly urged the King, but without result, as he continually postpones such matters and feigns ignorance regarding all that has happened, as when notifying him of the latest raid by Khee Bappa Pakapie with 30 of his comrades in the kampong Jou in Lampong, and upon showing the kris and tombak sent over by Your High Nobilities. The King pretended to know nothing of this and considered it a trifle, but after I pointed out the consequences to him, and especially the damages that the pepper cultivation was to suffer from this, and that Your High Nobilities for that reason urgently and emphatically requested him to grant satisfaction to the Bantam ruler for this misdeed, he undertook to investigate this, but of which I have not yet been able to learn anything further, since according to report the envoy had not yet returned. As appears from the accompanying copy, I have taken the liberty to request from the Commander and Council at Bantam some elucidation in the matter of the abducted Aboebakker, since that settlement is also postponed under the pretext of concealing the perpetrators. Knowing nothing further worthy of note, I take the liberty to recommend myself most humbly to Your High Nobilities' protection, and have the honor to remain with the deepest submission, High Noble and Great Honorable Lord, Noble Sirs, Your High Nobilities' humble and obedient servant, J. Walbeeck Palembang, the 18th of September 1789. To His Excellency, The High Noble, Severe, Great Honorable, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and The Noble, Severe Sirs, Councillors of the Netherlands Indies, etc. etc. etc. High Noble, Severe, Great Honorable, Far-Ruling Lord, Noble Sirs, [illegible] in answer to [illegible] Great Honorable, highly esteemed secret letter of the 16th of June of this year, we find

Dutch transcription

215 ze off dat uw hoog Edelhee„ arpligt zullen sijn te voorzien ouds eenigzints was aangedaan ge„ twee barken en twee schepen tijdom de noord van ban„ „ca rondgesworven. orders wilde geeven en zijne onderdaenen zo veel immer doenlijk de Morshandel met die natie wilde beletten, dewijl uw Hoog Edel„ dens hier inne anders „ heedens zig anders hoe wel ongaarne zoude genoodzaakt, reekenen op de vervulling der aangegaane Contracten door Constringeeren, „de middelen aan te dringen, dan of schoon waar over hij als van hij hier over wel een weijnig aangedaan scheen„ en mij met z oude liedje van onschuld en haeken teegens te zullen voorzien, heeft zoeken te arnuseeren, vrees ik egter dat 't enkel weederom bij die belofte zal gebleeven zijn, dewijl de gerugten weegens de Engelsche Smokkelarijen, en wel voornamentlijk van hebben een geruijmen de Barken de Bretagne, en de Cornewalis, hier weederom zeer veel stof tot discours geeven, buijtendien heeft 't schip de Non„ „schuts en nog een ander dat niet bekent is zig Brieven kruijste die denkelijk nadeel doen Desteekenaarspogin„ „derhouden „te handelmijze te on„ „ zijn Zijner Ministers zig een geruijmen tijd om de noord van Banc waar ook s' koningenloor p gehouden alwaar ter dier tijd eens gedeelt vloot tot den morshandelveel van 's' Konings garmeerde kruijste, die ik mi verzeekert houde dat thans met den Smol „kelhandel meer nadeel dan de rieele zee„ „rovers doen No 4. Jk heb alles wat ik als een trouw Dienaar n „gen om den voortover zile verpligt oordeelde gedaan om den Koning van deese voor de Comp:e zo nadeelige en Schan „delijke plaats vinden de handelwijze te doen detourneeren, en hem bij differente zeijdse ten en zulks kem inst bij verwondering van zijne Ministers publicq de degevolgen daar van gevolgen die voor hem uijt deeze behandeling zoude resulteeren Cordaat voorgehouden Dan tot mijn leedweezen alles vrugteloos dog vrugteloos derwijl zijn inhaalige geldrugt met zijn hooge reeden waarom Jaaren schijns toe te neemen, en zijn eenigs„ „te geliefd doet wit e schijnt te zijn om groote aangetoont Schatten 217. 65. met den gesagvoerder fobeen needrige teekenaar Schatten na te laaten ter welkers verkrij„ „ging hij al die geen die hem 't meeste fourneert eene onbepaalde Morshandel oogluijkent toe¬ „staat en waar toe zijn tweede minister Japoetra, dat thans zijn Eerste Lieveling is en zijne weederom niet teegenstaande, mijne ieverigste pogingen daar teegen naar Mun„ „tok te rug gesondene schoon Broeders Abang tawie en Abang Leman 't principaalste contri„ „bueeren. „ 5. Jngevolge uw Hoog Edelheedens verleende per„ van Lascheepje: de hoop„ missie zal ik met den Capitaijn van 't verwagt naar baneesgaan wordende scheepje De Hoop den opneem op Banca gaan doen en zou dit thans met den Capitaijn Toussaint wel hebben gedaen dan daar ik niet twijffele off eene spoedige terugzending van de Zeenijmps met eene laa„ „ding uw Hoog Edelheedens aangenaam zijn heb Brieven de begaane Misdrijven dog van geen gevolg heb ik zulks dierhalven om die reeden uijt „gesteld terwijl ik tragten zal uw Hoog Edel „heedens van mijn bevindinge aldaar eene op waarheijd gefondeerd apport, dat ik koop voor de Comp: ten voordeele gedijen magden zal. §6. op de afdoerning der gepleegde Hostiliteijt aan de Bantamse onderdaanen aan de bantammers zo wel te vooren als nu weederom heb ik den Koning voorgehou„ bij den Koning nogmaals Ernstig aange „houden, dog zonder gevolg dewijl hij zulke aanhoudent op de Lange baan schruijft en zig weegens al 't gebeurde Ignorant houd, gelijk bij kennisgeeving van de laatste inval door khee Bappa Paka„ „pie met 30 zijner meede makkers in de Campong Jou te Lampong, en op 't vertoonen van de door uw Hoog Ed:scheedens overgesonden „den de 2 225. de krisen tombak „tamse vorstr la tisfac„ „genoomen heeft dezendelingen dient„ weeger waren nog niet te rug een brieff aan den en raad, in Copia hier overgezonde kris, en tombak zighield den Koning vertoont hier van niets te weeten, en zulks als een bagatel aanmerkte, dog naar dat ik hem de gevolgen hadde aangetoont, en wel voor„ „namentlijk de nadeelen die de Peeper Cultuure kar hier door quam te lijden, dus uw Hoog Edelheedens om die reeden hem Oms„ „tigen nadrukkelijk verzogt aan den Bantam, kuijst en verzogteren lan, se vorst weegens dit mis drijff satisfactie te t„tie te geeven dat hij van verleenen, heeft hij aangenoomen hier naar onderzoek te zullen doen, dog waar van ik nog niets nader heb mogen erwaaren, de¬ „wijl de sendeling volgens opgave nog niet geretourneert was, ik heb blijkens neevens¬ „gaande Copij de vrijheijd gebruijkt om den Com„ bantams e Commande mandeur en raad te Bantam eenige Elu„ neevens gevoegd „cidatie in de zaak van de vervoerde Aboe bakker S. 4. 219 Brieven den eb:d 7' dediecl van ten diet roodenhuis Bakker te verzoeken, dewijl die afdoen onder Protext van 't verswijgen der daders meede op de lange baan geschroven word Wijders niets annotabels waardig weeten neem ik de vrijheijd mij op 't aller needrigsti uw Hoog Edelheedens protextie aan te beveelen En heb de Eer met diepste Submissie te verblijven Hoog Edel Groot Achtbaar Heer Wel Edele Heeren UW Hoog Edelheedens onderdan „ge en Gehoorzaame Dienaar JWalbreck Palembarg Den 18 7ber: 1789 4 125 Gedte D Briever d en de aar heb ik zulke dierhalven om die reeden uitt 225. Aan zijn Edelheid! Den Hoog Edelen Gestronge Groot Achtbaar wid gebiedende Heer M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Benderins De Wel Edele Gestrenge Heeren. Raaden van Neederlands India etc: etc: etc: Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaare Wijd gebiedende Heer Wel Edele Gestrenge Heeren! Met verschillijd erlies domnpande ter beart vording van dus nelk groot agtb: zeer geEerde secreete brief van den 16: Junij deeses Jaars, Vinden ui §. 4. 221 liete Brieven en

NL-HaNA_1.04.02_3864_0260 view scan ↗

English

we find ourselves to our particular regret obliged initially to inform Your High Excellencies that this year, far from being able to obtain any notable improvements in trade, we have on the contrary had to debate many detrimental arrangements, and that we have even been obliged to exert the utmost effort to obtain for the manufactured goods the price contracted in Ao 1784, and the obstinate Governor only proceeded after pressing representations and threats to revoke the general price reduction of the same already announced to us; as Your High Excellencies will be able to see all this in detail from our general letter and the daily register of the first signatory. Likewise, we must with regret bring to the knowledge of Your High Excellencies that we are presently deprived of all hope of effecting for the present any improvements or changes for the better in trade through the mediation and goodwill towards the Dutch of His Majesty the Emperor's father-in-law, the Lord of Satsuma, since the Dairi or spiritual Emperor has been pleased in this intercalary year to assign the Councillor of State Matsudaira Izu no Kami Sama to the young secular Emperor as co-ruler of this Empire, and to honour and favour him with the name of Tosa, which signifies help and assistance. Which co-ruler or adjunct governor of the Empire, who is exceedingly severe in his administration and most strictly devoted to the execution and observance of all laws, has prevented communication with us in every conceivable manner for all feudal lords and other grandees, and has thereby cut off our access and possibility to present our interests orally to those gentlemen and to effect anything for the good at Court through their cooperation or influence, as Your Right Honourable High Mightinesses will see appear in more detail from the daily register kept by the second signatory during his presence in the Imperial capital and residence city of Edo. Yet since the said Councillor of State, in this his eminent charge, through all his new institutions and detrimental arrangements and changes concerning all matters, has incurred the general hatred and curses of the entire people, and has displeased both great and small, we hope and wish along with all the inhabitants that the government of this hard master will be of short duration, and that he will either soon be dismissed from his office or desist from his severe government out of fear of the consequences, whereby matters will certainly take an entirely different turn and, as we flatter ourselves, change somewhat for the better in appearance. Just as we also heartily desire to see substantiated and confirmed by the outcome and experience the assertion of the interpreters that the new Nagasaki Governor, who recently arrived here, is a friend of the former worthy Governor Tango and took counsel from him alone upon his departure from Edo, because some hope would then again arise to obtain in the following year some good and advantageous arrangements in trade; whereas this year, through the obstinacy and most despotic administration of the now retired critical Governor, it has been absolutely impossible to bring about anything other than only a slight price increase on the taffachelass for next year, as Your High Excellencies will perceive from our general letter and the daily register; and for which reason, added to the dismissal of the best chief interpreter Monzo and the disgrace of Commissioner Hachiemon, the second signatory, despite all efforts exerted during the quiet season to devise some improvements, has been able to accomplish nothing, because the interpreters, out of fear of the displeasure of this Governor, even refused to accept any petitions before the arrival of the ships. However, immediately after the arrival of the ships, we made it known to all the Japanese without dissimulation, in accordance with Your High Excellencies' respected order, that Your Right Honourable High Mightinesses have only, in the certain expectation of an equitable improvement in trade, fulfilled for this year their desire in the dispatch of two ships, and that Your High Excellencies, if such an improvement to cover the expenses of a second ship were not immediately provided by them, did not have it in Your utmost power to make the promise thereof in the future, much less to give any hope in that regard, because Your Right Honourable High Mightinesses were bound by the instructions of the Gentlemen Masters in the Netherlands, in the contrary case, to send only one ship every other year, and Your High Excellencies would then have to conduct yourselves accordingly. But notwithstanding that we announced all this to them several times in writing with all emphasis, and the first signatory daily presented this orally to them in the most earnest manner, this has nevertheless had little effect with this capricious and unreasonable Governor, the only thing we have been able to obtain thereby being the slight price increase on the taffachelass for next year cited above and mentioned in more detail in our general letter.

Dutch transcription

vinden wij ons tot ons bijsonder ledweesen erpligt uw Hoog Edelhee„ „dens aanvankelijk te bedeelen, dat wij deesen Jaare Wel verre van een „ge merkelijke verbeeteringen in den handel te kunnen obtineeren, inteegendeel veele nadeelige schikkingen te de batteeren gehad hebben en dat wij zelfs verpligt geweest zijn de uijterste moeijte aan te wenden om voor de manufactuuren de in A„o 1784. gecontracteerde prijs ten erlangen en de eijgensinnige gouverneur niet dan na drin „gende vertoogen en bedreijgingen is overgegaan om de ons reeds aangekondigde generaale prijs vermindering derselve, wee der in te trekken; zoo als uw Hoog Edelheedens dit alles uijt Onse gemeene brief en het dagre gister van den Eersten Teeke„ „waar in 't breede zullen kunnen beoogen. — Jnsgelijks moeten wij uw Hoog Edelheedens met leedweesen ter kennisse brengen dat ons teegenwoordig alle hoops benoo„ „men is, om voor eerst door de bemiddeling en goede geneegend„ „hoijd voor de hollanders van S:l Keijzers Schoonvaader den Landsheer van Patsuma eenige Verbeeteringen of veranderinge ten goede in den handel te beweeken, aangesien het den Dairie of geestelijke Koijzer in dit Wyjk Jaar behaagt heeft, den Rijke „raad Matsdaijra Jetjou no Cami Summa, aan den Iongen Waereldlijken Keijzer tot meede Regeerder deeses Rijks toe te voegen en denselven met de naam van Tossa, het welk hulp 52. en 225. en bijstand Geteekend te vereeren en te begunstigen. — welke meede bestierder of adjunct Regeerder des Rijks die ten uijtersten ge„ „streng in zijne Regeering en op de uijt voering en nakooming allerwetten ten aller striksten gesteld is, aan alle Landsheeren en andere grooten de Communicatie met ons op alle bedenkelijke wijsen belet en ons daar door de pas en mogelijkheijd afgesneeden heeft om aan die Heeren onse belangens mondelings voor te draagen en door derselver meede werking of in vloed iets ten goede ten hoove te opereeren, zoo als uw wel Ed: groot agtb: dit Omstandiger zal koo„ „men te blijken uijt het dagregister van den Tweeden Teekenaar geduurende zijn aanweesen in de Keijzerlijke Hoofd en Residentie stad Jedo gehouden; Dan daar de gemelde Rijksraad zig in deese zijne eminente Charge, door alle zijne nieuwe inrigtingen en nadeelige schikkingen en veranderingen Omtrend alle zaaken, de algemeene haat en vervloeking des gantschen volks op den hals gehaald en zoo wel grooten als kleijnen misnoegd gemaakt heeft, hoopen en Wen„ „schen wij met alle de ingeseetenen, dat de Regeering van deen „sen harden heere van korten duur zal zijn en hij eerlang wel uijt zijn dienst ontslaagen zal worden dan wel van zijne ge„ „strenge Regeering uijt Vreese voor de gevolgen afzien zal, Waar door de zaaken gewisselijk een geheel andere keer nee„ „men, en zoo als wij ons vlijen, wel eenigsints ten goede tan Late Brieven gedaan te §. 4. 223. . O. gedaante veranderen zullen. Gelijk wij ook hartelijk verlangen om het voorgeeven der Tolken, dat de thans onlangs alhier aangekoomene nieuwe Nangazac„ „ligsche gouverneur een Vriend van den geweesen braaven Gouverneur Tango is en van hem alleen bij zijn vertrek uijt Jedo raad in genoo„ „men heeft, door de uijtkomst en ondervinding gestaafd en beves„ „tigd te zien, wijl er zig als dan weeder eenige hoops zouden op doen om in het volgende Jaar eenige goede en voordeelige schik„ „kingen in den handel te obtineeren; daar het deesen Jaare door de eijgensinnigheijd en aller despotickste Regeering van den thans afgegaanen Critiecquen gouverneur volstrekt niet mooge„ „lijk is geweest; om iets anders dan alleen een geringe prijs Verhooging op de Taffachel assen teegen aanstaande Jaar te bewerken zoo als uw Hoog Edelheedens uijt onse gemeene brief en het dagregister zullen ontwaaren, en om welke reeden gevoegd bij het ontslag van den besten oppertolk monsuro en de disgratie van den Commissaris Fannemon, den twee den Teekenaar ook in weer wil van alle aangewende moeijte, om in de stille tijd eenige verbeeteringen uijt te denken, niets heeft kunnen be„ „werken, wijl de tolken uijt vreese voor het ongenoegen van deese gouverneur, voor de komst der scheepen, zelfs geweijgert hebben, om eenige versoek schriften aan te neemen. — 54 A3. 225. Dan direct na de komst der scheepen hebben wij ingevolge uw Hoog Edelheedens ge=eerde order aan alle de Japanders On„ „bewimpeld te kennen gegeeen, dat uw wel Ed: groot agtb: alleen in de zeekere verwagting van een billijke verbeetering in don han„ „del als nog voor dit Jaar voldaan hebben aan hun erlangen in de afzending van twee scheepen en dat uw Hoog Edelheedens, wanneer er door hen niet eene zodanige verbeetering ter goed„ „maaking der onkosten van een tweede schip daadelijk besorgd wierd, het niet in hoogst derselver magt hadden, om de toe segging daar toe in het vervolg te doen, veel min diend weege eenige hoope te geeven, wijl uw wel Ed: groot agtb: gebonden waaren door de bedeelen der Heeren meesters in Neederland om in Contrarie geval maar een schip om het andere Jaar te zenden, en uw Hoog Edelheedens zig als dan daarna wel zouden moeten gedraagen. — Dog niet teegenstaande wij hen dit alles verscheijden maalen met alle nadruk in geschriften hebben aangekondigd en den Eersten Teeke„ „naar hen zulks dagelijks mondelings ten ernstigsten heeft voorgesteld is zulks echter van weijnig effect geweest, bij deesen Capricieusen en onreedelijken gouverneur zijnde het eenigste dat wij daar door hebben kunnen obtineeren de hier boven aangehaalde en in onse gemeene brief breeder vermelde geringe prijs verhooging op de Taffachelassen voor aan staande Jaar. 15 S. 4. Late Brieven rc. Tolken, om hebb aan

NL-HaNA_1.04.02_3864_0264 view scan ↗

English

Furthermore, pursuant to Your High Noblenesses' revered order, we have made known to the Japanese that Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs, now after the increase in the price of the ray skins, will make every effort to satisfy their desire in this matter, and at the same time held before them the trouble that accompanies this and the loss that the Company must constantly suffer in culling the bad sorts that are customarily found among them. And we do not doubt that the price increase of the good sugar to 7 thail or f 11:11: - per picol, after the expiration of the three years for which the same has been provisionally granted, can indeed be further negotiated and established permanently through appropriate and emphatic representations. Since, according to the statement of the Japanese, the captains of the Chinese junks have not yet brought any positive answer regarding the point of the cloves or the oil thereof, concerning which the First Signatory attempted to conclude an agreement with the money chamber last year, this matter has not yet been able to be settled up to now. In the meantime, we have attempted to have them accept annually a good quantity of the oil of this spice at a reasonable price, but in this, since oils are not in great demand in this Realm, we have not been able to succeed, and therefore in this matter the conclusion of a further agreement will have to wait until the response of the Chinese captains concerning it has come in. While we furthermore take the liberty in this regard to state that, since the Money Chamber sells the cloves to the merchants at not less than approximately a principal profit and in some years easily gains even more on them, as has appeared to us from reliable reports, it is therefore not probable that they would sell the same to the Chinese at lower prices, and it thus cannot give rise to speculation that the same, upon transport to China, could be sold there at an advantage to other Nations to the detriment of the Company; as well as that nearly all the junks coming here for trade are based in Pafo, which therefore, due to the far distance from Canton, likewise does not make the transport of this spice to the said place for sale to other Nations very presumable. Concerning the list of various new goods mentioned in our respectful letter of the past year and made known by the First Signatory in his Report, we have the honor, with reference to what was noted regarding this in our general letter, respectfully to communicate to Your High Noblenesses that through the dismissal from service of the Commissioner Fannemon and the discharge of the chief interpreter Monsro, who settled these matters last year with the First Signatory and those contracted on behalf of the money chamber and the governor, this entire plan would almost have been frustrated and annulled this year, because the governor and the Money Chamber at first refused to accept these goods, under the specious pretext that the same had not served according to the demand and intention for the reduction of the ducatoons and manufactures. However, the same were subsequently accepted pursuant to the agreement made, upon the serious representations and requests made by us, with the exception of eight pieces of black velvets sent over and above the fixed quantity, which has been treated in detail in our general letter. And for the above-mentioned reasons we can at present give Your High Noblenesses no assurance whether those goods will henceforth be required and accepted annually; at least we fear such with regard to the velvets, because we have been informed through trustworthy channels that the money chamber suffered a loss on them this year. But the First Signatory will have the honor to give Your High Noblenesses further information regarding this in his Report. With regard to the increase of the copper quota to eleven thousand chests, concerning which the Imperial Accountant who resided in Nangazackij last year secretly caused some offers to be made to the First Signatory, it having been remarked by Your High Noblenesses that we ought to have considered that the Order of the year 1781, through the changes that had occurred in the meantime, could not be made applicable to the present time, and that a good service would be rendered to the Company with this increase of copper, we must hereby express our regret that we did not see this better in the past year and did not make useful use of the favorable opportunity that then presented itself; because the First Signatory in the said year, having constantly been mindful of everything that in his opinion could tend to the promotion of the Company's interests and the improvement of the trade, would also certainly have embraced this proposal eagerly, if he had been able to

Dutch transcription

Wijders hebben wij ingevolge uw Hoog Edelheedens gevenereerde Or„ „der aan de Japanders bekend gemaakt dat uw wel Ed: groot agtb: thans na de verhooging van de prijs der Roggevellen alle be„ „tragting zullen maaken om aan hun Verlangen in deesen te voldoen en hem teffens voorgehouden de moeijte die daar men „de verselt gaat en het nadeel dat de Comp:e steeds moet lijden bij het uijt schieten vanr de slegte soorten; die er gewoonlijk on¬ „der gevonden worden. — En wij twijfelen niet of de prijs verhooging der Goeder Tuij„. „ker tot 7 thail off ƒ 11:11: - per picol, zal na de expiratie van de drie Jaaren, voor welke de zelve provisioneel is toe¬ „gestaan, wel door gepaste en nadrukkelijke vertoogen verder en voor althoos te bedingen en tot stand te brengen zijn. — Voor dien de voerders der Chineese Jonken volgens opgaaf der der Japanders nog geen positief bescheijd gebragt hebben aangaande het poinct der garrioffel nagulen of de olij daar„ „van, waar omtrend den Eersten Teekenaar in den voorleeden Jaa„ wd getragt heeft een accoord met de geld kamer te sluijten, heeft deese zaak tot nu toe nog zijn beslag niet kunnen erlangen. — Intusschen hebben wi getragt om hen teegen een reedelijke prijs Iaarlijks een goede quantiteijt van de olij eenige deeser §5 S 6. 17. 227 deeser specerije te doen accepteeren, dog hebben hier in, wijl de oliteijten in dit Rijk niet zeer getrokken zijn, niet kunnen reusseeren, en Oversulks zal in deesen met het sluijten van een na der accoord gewagt moeten worden tot dat het antwoord der Chineese Capiteijns daar over zal zijn ingekoomen. — Ter„ „wijl wij voorts nog ten deesen opsigte de vrijheid gebruijken ter needer te stellen, dat daar de Geldkamer de Garrioffel na„ „gulen niet minder dan Circa met een Capitaal winst aan de kooplieden van de hand zet en sommige Jaaren nog wel meke „kelijk meer daaropwint, zoo als ons uijt getrouwe rapporten is gebleeken, het oversulks niet waarschijnlijk is, dat zij dezelve voormindere prijsen aan de Chineesen zoude ver„ „koopen, en het dus geen speculatie kan verwekken, dat dezelve bij vervoer na China aldaar met voordeel aan andere Natien gedebiteerd zouden kunnen worden ter prejuditie van de Comp=e; als meede dat bij na alle de alhier ten handel koo„ „mende Jonken in Pafo te huijshooren, het welk dus door de verve afgeleegendheijd van Canton den Vervoer deeser spece„ „rije na de gemelde plaats ter Verkoop aan andere Natien almeede niet zeer presumtie fmaakt. 18. Omtrend de Notitie van diverse nieuwe Koopmanschappen in onse eerbiedige letteren van A„o pasco vermeld en door den Eersten erde de Or„ mee lijden aan Brieven Eersten Teekenaar bij zijn Rapport bekend gestelt, hebben wij de Eer uw Hoog Edelheedens met referte aan het dies weegens bij onse gemeene brief genoteerde eerbiedig te be„ „deelen, dat door de uijt den dienst stelling van den Commis„ „saris Fannemon en het ontslag van den oppertolk mons „ro, welke deese zaaken voorleeden Jaar met den Eersten Teekenaar uijtnaam en de van weegens de geldkamer en de gouverneur, gecontracteerden gereguleerd hebben, dit ge„ „haele plan dit Jaar bijna veriedelt en te niete gedaan zoude zijn geweest, wijl de gouverneur en de Geldkamer in het eerst geweijgert hebben om deese goederen te accepteeren, Onder het specieuse voorwendsel, dat zelve niet volgens de Eijsch en intentie ter vermindering van de ducatons en manufactuuren gediend hebben. — Dan dezelve zijn naderhand op de door ons gedaane ernstige vertoogen en versoeken, ingevolge het gemaakte accoord geaccepteerd, uijt gesondert agt pees booven de bepaalde quantiteyjt aan„ „gesondene zwarte fluweelen, waar over in onse gemeene brief broed voerig gehandelt is. — En wij kunnen uw Hoog Edelheedens om de bovengemelde reedenen thans nog geene verseekering geeven of die goederen voortaan Iaarlijks wel zullen worden gerequireert en aangenoomen, ten min„ „sten vreesen wij sulks ten opligte van de fluweelen, wijl 229 wij doorgeloof van die Canaelen enderigt zijn dat de geld kamert deesen Jaare daar op verlooren heeft. — Dog den Eersten Teekenaar zal de Eer hebben uw Hoog Edelheedens bij zijn Rapport hier omtrend nadere informatie te geeven. — N 9. Ten aansien van de vermeerdering der Kooper tax„ tot elf duijzend kisjes, waaromtrend de voorleeden Jaar in Nangazackij gerisideert hebbende Keijzerlijke Reekenmeester aan den Eersten Teekenaar heijmelijk eenige aanbiedingen heeft laaten doen, door uw Hoog Edel „heedens geremarqueert zijnde, dat wij hadden behooren te Over „weegen, dat de Order van A„o 1781, door de intusschen voor„ „gevallene verandering op den presenten tijd niet applica„ „bel gemaakt konde worden en dat de Comp:e met deese vermeerdering van Kooper een goede dienst zoude geschie „den, moeten wij bij deesen ons leedweesen betuijgen, dat wij dit in A„o pass=o niet beeter ingesien en van de zig toen voorgedaan hebbende gunstige occasie geen nuttig gebruijk gemaakt hebben; wijl de Eerste Teekenaar ingemelde Jaa„ „re steeds bedagt geweest zijnde op alles wat na zijn ge„ „voelen tot bevordering van Comp„s belangens en verbeetering van den handel strekken konde, ook gewisselijk deesen voorslag greetijlijk zoude ge-amplecteerd hebben, in dien hij zig had kin¬ Late Brieven „nen aan

NL-HaNA_1.04.02_3864_0268 view scan ↗

English

one heard it argued that the Company would be served thereby, since he has now considered that he was not permitted to make any further attempts to this end, on account of the memorandum left to him in Ao 1785 by the departing Opperhoofd upon his departure, whereby he, by virtue of the abovementioned Order of Ao 1781, was recommended for the present to make no further efforts toward obtaining a larger quota of bar copper, and because Your High Excellencies made not the least reflection concerning that memorandum, nor have expressly revoked the order of 1781 since that time. However, since Your High Excellencies have ordered us this year to insist again upon the delivery of copper on the former footing up to eleven thousand chests, as being a point without which one absolutely cannot send two ships a year, and we therefore can now consider this as the principal article for the improvement of trade, we have put all oars to the water and taken up and pursued all conceivable means and ways to obtain and push this through, and immediately after the arrival of the ships conferred about this with the Chief Interpreter Buijbij, who in the previous year had made this proposal in the name of His Imperial Majesty's Accountant, but receiving for answer from him that this Accountant had now departed for Osacca and he could now learn nothing more there, as it was now not possible, because of the strict orders and spying of the Governor, to go and speak quietly with one or another of the Nangasackij Regents about any matters, we have addressed ourselves on this matter repeatedly to the Lord Governor with very urgent and emphatic petitions, but all our efforts in this regard have been fruitless, as the Governor has notified us in writing that, because of the scarcity of copper caused by the reduced output of the mines, he could not grant this request, and however much we nevertheless have continued to insist upon this with all seriousness until the very last, it was nevertheless not possible for us to effect this this year because of the shortness of time, since according to the Interpreters this matter must first be presented at Court. However, the second undersigned will make every effort, if possible, to obtain this for the coming year. And from our general letter Your Right Honorable Excellencies will perceive that, on account of this same pretext of scarcity and lack of copper, we were permitted to export no more than 11300 chests of that mineral this year, notwithstanding that we have insisted with all proper seriousness and resolution upon the delivery of 12800 chests, and have most forcefully demonstrated and shown the equitable right which we, by virtue of the stamped document granted to us in Ao 1786 by the Money Chamber, had to this demand; which notification, that this year we could export no more than 12000 chests (the 700 private ones counted therein), was made to us by a very polite letter from the Governor, with the addition that he, solely to accommodate us with that quantity, would let some Chinese junks winter over here. Which, if such were substantially true, would indeed be quite a great thing, and would visibly display the preference given to us over the Chinese, but we find ourselves obliged to doubt somewhat the authenticity of these pretexts and reasons, because in the first place the pretext of a lack of copper does not seem probable to us, and we also cannot reconcile this favorable arrangement for us at the expense of the Chinese with all the unreasonable treatments and unfavorable arrangements and the attempts to break the contracts devised and put into effect in our regard by His Honor throughout this whole trading season. For which reason we must suspect that the refusal to allow us to export more than 12000 chests may have been intended primarily to ensure themselves thereby of the arrival of two ships again in the following year to fetch the remainder, which now still amounts to 2200 chests, and thus, together with the usual yearly quota and the 700 private chests of the Opperhoofden, makes for next year a transport of 11900 chests, while they might thereby at the same time also have intended to make us believe in the truth of the pretexted lack and scarcity of copper, and therefore to make us desist from further serious requests for the increase of that quota to eleven thousand chests. Meanwhile we have pointed out to them in the most emphatic manner that all the unpleasant matters and disadvantageous arrangements that have occurred this year, added to the refusal of all our requests, must necessarily result in Your High Excellencies' equitable and well-founded dissatisfaction, and that Your Right Honorable Excellencies might easily proceed and decide, in demonstration thereof, to send no ships hither in the following year. And from their concern over the considerable amount by which the Company's account remained in credit with the Money Chamber due to not granting the requested 12300 chests of bar copper, and the repeated requests they made to accept more camphor or other goods, or else to carry the ducatoons back again, as well as their displayed embarrassment over the [illegible] made by us

Dutch transcription

men hoor stellen dat de Comp:s daarmede dienst gedaan zou de worden daar hij nu vermeend heeft hier toe geene verdere tentaminus te moogen doen, uijthoofde van de hem in A„o 1785 door het afgaande opperhoofd bij desselfs vertrek nagelaatene memorie, waarbij # hem uijt kragte van boovengemelde Order van A„o 1781, wierd aanbevoolen, Om voor eerst geen verdere pogingen te doen te erlanging van een grootere tax staafkooper, en wijl uw Hoog Edelheedens omtrent die memorie geene de minste reflexie gemaakt nog ook de order van 1781, zeedert die tijd niet uijt„ „drukkelijk weeder in getrokken hebben. — Dan daar uw Hoog Edelheedens ons deesen Jaard gelast hebben, om op de leverantie van het Kooper op de voorige voet tot Elf duijsend kisjes weeder aan te dringen, als een poinct zijnde. zonder 't welk men volstrekt geen twee scheepen s' Jaars kan zenden, en wij dus dit nu als het voornaamste articul ter verbo tering van den handel kunnen beschouwen, hebben wij alle riem te boord gelegd en alle uijtdenkelijke middelen en weegen bij de ha genoomen en ingeslaagen, om dit te obtineeren en door te dringe en direct na het arrivement der scheepen den oppertolk buijbij, de in den voorleeden Jaare deesen voorslag uijtnaam van S: Keijzers Reekenmeester gedaan had, hier Over Onderhouden, dog van het tot antwoord bekoomende, dat deese Reekenmeester thans na osacca S 10. 231. osacca vertrokken was, en hij daar nu niets meer verneemen konden wijl het door de strenge orders en bespiedingen van de gouverneur thans niet mogelijk was om in de stilte bij den een of ander der Nangazac„ „kijsche Regenten over eenige zaaken te gaan spreeken, hebben wi ons hier over iterative maalen met zeer dringende en na drukkelijke verschoek schriften bij den Heer Gouverneur geaddresseerd, dog alle onse poogingen in deesen zijn vrugteloos geweest, wijl de gouverneur ons schriftelijk heeft bekend gemaakt, dat hij om de schaarsheid van Kooper, door de mindere uijtleevering der mijnen veroorsaakt, in dit versoek niet konde bewilligen, en hoe zeer wij des niet tee„ „genstaande nog tot op het laatste toe hier op met allen ernst hebben blijven aandringen, is het ons echter om de kortheijd des tijds niet moogelijk geweest om zulks deesen Jaare te bewerken, Wijl volgens zeggen der Tolken deese zaak eerst ten hoove moet Worden voorgedraagen. — Dog den tweeden Teekenaar zal alle de voiren aanwenden, om desmogelijk dit teegen het volgende Jaar te erlangen. En uijt onse gemeene brief zullen in wel Ed groot achtb: beoogen, dat wij om deese zelfde voorgewende reeden van schaarsheijd en ge„ „brek aan kooper, deesen Jaare niet meer dan 11300 kisjes van dat mineraal hebben moogen vervoeren, niet teegenstaande wij met alle gepaste emst en Condaatheid hebben aangedrongen op de N 11. Eate Brieven Leverantie worden last inge bij, de h sacca aan Leverantie van 12800. kisjes, en het billijke regt, dat wij uijt kragte van het in A„o 1786. aan ons door de geld kaamer Verleen„ „be gesjapte geschrift, tot deese vordering hadden, ten kragtigsten gedemonstreerd en aangetoond hebben; welke aansegging dat wij deesen Jaare niet meer dan 12000. kisjes /: de 700. particuliere daar Ondergereekend:/ konden vervoeren ons bij een zeer beleeft geschri des gouverneurs gedaan is, niet bijvoeging, dat hij alleen om ons met die quantiteijt te gerieven eenige Chineese Jonken alhier zoude laaten Overwinteren. — 't welk in dien zulk s' weesendlijk waarheijd was; al een Vrij groote zaak zoude weesen, en de prefe¬ „rentie die men ons booven de Chineesen geeft zigt baar aan den dag zoude leggen, dog wij sinden ons verpligt om aan de echtheijd van dee„ „se pretexten en reedenen wat te twijfelen, wijl voor eerst het voor „Wandsel van gebrek aan kooper ons niet waarschijnlijk Voor komt, en wij ook deese gunstige schikking voor ons met benaadeeling der Chineesen niet Over een kunnen brengen met alle de onreedelijke behandelingen en ongunstige schikkingen en de poogingen ter Ver„ „breeking der Contracten, geduarende deese geheelen handeltjs door zijn Ed: ten onsen opsigten beraamd en in 't werk gesteld. Weshalven wij moeten vermoeden dat mogelijk de weijgering om ons meer als 12000. Kisjes te laaten vervoeren, Voornament lijk tot insigt heeft gehad om zig daar door in het volgende Jaar weeder van de komst van twee scheepen te verseekeren ter afhaa van 238. van het Restant, het welk nu nog groot is 2200. kisjes en dus met de gewoone Jaarlijksche tax en de 700. particulierd kistjes der opperhoofden te saamen voor aanstaande Jaar een vervoer van 11900. kisjes uijtmaakt, terwijl zij daarmeede ook teffens wel zouden hebben kunnen bedoelen om ons aan de waarheijd van het gepre„ „texteerde gebrek en schaarsheijd van Kooper te doen geloofslaan en Oversulks daarom van de verdere ernstige versoeken om de ver„ „meerdering van die s taf tot elf duijzend kisijes te doen afzien. — Jntusschen hebben wij hen op de allernadrukkelijkste wijse Voorgehouden, dat alle de deesen Jaare Voorgevallene onaangenaame zaaken en nadeelige schikkingen, gevoegd bij de weijgering van alle onse versoeken noodwendig uw Hoog Edelheedens billijk en gegrond misnoegen ten gevolge moesten hebben, en dat uw welE groot agtb: ligtelyk zouden kunnen overgaan en besluijten, om ter betooning van dien, in het volgende Jaar geen scheepen herwaards te zenden. — En uijt hunne bekommering Over het aansienlijk montant dat Comp„s reekening door het niet ver„ „gunnen van de gevraagde 12300. kisjes staaf kooper, bij de Geldkamer bleefte voorenstaan en de herhaalde aansoeken die zij gedaan hebben om meerder Camphur of andere goe„ „deren te accepteeren, dan wel de ducatons weeder te rug te voeren, als meede hunne betoonde verleegendheijd om de door ons gedaane S 12. rate Brieven aan lijk r afhar ter van de

NL-HaNA_1.04.02_3864_0272 view scan ↗

English

announcement that we would proceed neither to the one nor to the other, but wished to leave these funds behind here as a remainder for the trade of the following year, we believe we can deduce that these serious warnings and threats have not been entirely without fruit, and that the conviction of having treated the Company unreasonably has caused this cunning nation to presume that possibly in the inflexibility we displayed in causing all this money to remain here a secret intention was enclosed, in order therewith, if the Company out of displeasure should send no ships in the following year, to be able to pay the expenses and charges of that year; at least they have left nothing unattempted to persuade us to one of the above matters, namely, a larger conveyance of camphor and provision tubs or the return of the ducatons, and especially to the latter; and in our opinion it is also very probable that the initially refused price increase on the taffachelasses was afterwards granted solely out of fear of the consequences presented to them of Your High Noblenesses' rightful displeasure. The first signatory, extremely sensible of the particularly gracious manner in which it has pleased Your Right Honorable Worships to express your approval, so flattering to him, of the efforts made by him in the past year, though not turned out according to wish, towards improvement in trade, cannot refrain hereby from rendering his heartfelt gratitude for it in the most solemn and humble manner; assuring Your High Noblenesses that this favorable regard and approbation of his actions shall serve him as a spur, awaken his ambition, and encourage him more and more to devote his modest abilities with all diligence to the care of the Company's interests. While he testifies that nothing grieves him more than that the unforeseen confluence of unfavorable circumstances, among which the dismissal of the upper interpreter Monsuro and the disgrace of the Commissioner Fannemon are the most prominent, have this year rendered him unable to be of any substantial use to the Company or to bring it any noteworthy advantage, and he has been able to effect nothing more than merely the aforementioned small price increase on the taffachelasses for next year: Respectfully expressing thanks for the settlement from the treasury of the 700 chests of private bar copper sent over by us in Ao passato, we request that the 700 chests now again divided over both ships in accordance with Your High Noblenesses' favorably granted qualification may likewise be settled after proper delivery. Having thus concluded everything with this, we take the liberty to implore Your Right Honorable Worships' highly esteemed approval of our actions, whilst, after wishing Heaven's most precious blessings upon Your Right Honorable Worships and your illustrious government and families, we have the honor to call ourselves with due respect, High Noble, Stern, Most Honorable, Far-Ruling Lord and Well-Born Stern Lords! Your High Noble and Most Honorable Worships' most humble and obedient servant, Japan, at the Factory of Nagasaki, the 23rd of November, 1789. J. F. van Reede tot de Parkeler Hendrik Casper Romberg, Senior Merchant and Chief of the Company's trade and further concerns in the Empire of Japan. Sir, Finding myself once again obliged to leave you a written memorandum upon my departure, I shall briefly set down my thoughts concerning the points that in the present state of affairs may serve to promote the Company's interest and the improvement of trade. Whereas the Noble High Indian Government this year revoked the order given in Ao 1781 to make no further attempts for the time being to obtain a larger quantity of bar copper, and expressly charged us to urge once again for the increase of its quota to eleven thousand chests, and it has not been possible for me in this trading season, through a confluence of unfavorable circumstances, to push this through,

Dutch transcription

aankondiging, dat wij nog tot het een nog tot het andere wilden Over„ „gaan, maar deese gelden alhier per Rostand wil den laaten blij„ „ven voor den handel vmn het volgende Jaar, meenen wij te kunnen op maa „ken, dat deese ernstige waarschouwingen en bedreijgingen niet ge„ „hael zonder vrugt geweest zijn, en dat de Overtuijging van de Comp=e Onreedelijk behandelt te hebben, deese door sleepen Natie heeft doen presumeeren, dat mogelijk in de Onversettelijkheijd die wij bi„ „toonden om al dit geld alhier te doen verblijven een geheijm Oog merk op geslooten lag, om daar meeder, wanneer de Comp:s uijtmisnoegs„ „heijd in het volgende Jaar geen scheepen mogt zanden, de quastofsen en Ongelden van dat Jaar te kunnen betaalen; Ten minsten hebben zij niets onbesogt gelaaten om ons tot een der bovenstaande zaaken, te weeten, een ruijmer Vervoer van Camphur en provisie balies of de te rugvoering der ducatons en wel insonderheijd tot het laatste te persuadeeren; En het onses bedunkens ook zeer waarschijnlijk dat de eerst geweijgerde prijs verhooging op de taffachelassen na dar„ „hand alleen geaccordeerd is, uijt vreese voor de hen voorge„ „stelde gevolgen van uw Hoog Edelheedens regtmaatig ongenoegen, Den Eersten Teekenaar tan uijtersten sensibel over de bijsonder gratieuse wijse waar op het uw wel Ed: groot agtb: behaagd heeft hoogst derselver voor hem zoo streelende goedkeuring te betuij¬ „gen over de in den voorleeden Jaare door hem aangewende, schoon Nobies en hat hillicke regt, dat wij uijt niet 6 - N. 13. 235. niet na wansch uijtgevallene poogjingen ter verbeetering in den han„ „del, kan niet nalaaten bij deesen zijne hardgrondigste dank erkentenis daar voor op het aller plegtigst en de moedigdst af„ „te leggen; uw Hoog Edelheedens verseekerende dat deese gun„ „stige beschouwing en approbatie zijner verrigtingen hem ten spoorslag dienen en zijne ambitie opwekken en hem aanmoedigen zal om meer en meer zijne geringe vermoogens met alle empressement ter behartiging van Comp„ten belan„ „gens te besteeden. — Terwijl hij betuijgd dat hem niets meer beeddoed, dan dat de onvoorsiene saamen loop van On„ „gunstige Omstandigheeden, waar onder hot ontslag van den oppartolk monsuro en de disgracie van den Commissaris Frannemon de aller Voornaamste zijn, hem deesen Jaars buijten staat gestelt hebben om de Comp=e van eenig wee„ „sendlijk nut te zijn of een noemenswaardig voordeel toe te brengen, en hij niets meer heeft kunnen bewerken dan een„ „lijk de hier vooren vermelde geringe prijs verhooging op de taffachelassen voor aanstaande Jaar: Voor de voldoening uijt Cassa der in A„o pass=o door ons Over„ „gesondene 700. kisjes particulier staafkooper eerbiedig dank betuijgende, versoeken wij dat de thans weeder ingevolge uw Hoog Edelheedens gunstig verleende qualificatie op 1 14. Late Brieven beijden Ao 1789. beijde schoepen Verdeelde overgaande 700 kissjes, na behoor„ „lijke uijtlevering insgelijks voldaan moogen worden. — Hier meede dus alles afgehandelt hebbende, neemen wij de vrijheid uw wel Ed: groot agtb: hoog geceerde goed keuring op onse verrigtingen te emploreeren, Ter„ wijl wij, na toewensching van P: Heemels dier„ „baarste zeegeringen over uw wel Ed: groot agtb: en derselver roemrugtige regeering en Familien, de Eer hebben ons met verschuldigde eerbied te noe„ „men. Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaard wijdgebiedende Heer en WelEdele Gestrenge. Heeren! Uue Hoog Edele Groot Agtbaarheedens Japan ten Comptoire Nangazack den 23 Nevember zeer onderdanige en gehaar saame Dienaar en Ok regt dat wij uijt J: F: V Reede tot de Barkeler te Comberg S 15. Hendrik Casper Romber Oppercoopman en opperhoofd van 1eo Comp„s handel en verdere omslag in het Keijzerrijk Japan. Mijn Heer Mij weeder om verpligt vindende om uEdele bij wijn vertrek een schrif„ „telijke memorie na te laaten, zal ik kortelijk mijne gedagten ter nee„ „der stellen aangaande de princten die in de presente tijds gesteldheijd tot bevordering omn s' Comp„s belang en verbeetering van den handel strekken kunnen. Daar de Edele Hooge Indinsche Rogeering deesen Jaars de in A„o 1781. gegeevene Order om voor eerst geene pogingen meer te doen ter obtenua van een ruijmer quantiteijt staafkooper, weeder in getrok„ „ken en ons uijtdrukkelijk belast heeft, om weeder op de vermeer„ „dering van dies tax tot elf duijsend kisjes te urgeeren, en het mij in deesen handeltijd door een saamen loop van ongunstige Om„ „standigheeden niet mogelijk is geweest om dit door te dringen, Memorie voor den Heer Late Brieven diend 237.

NL-HaNA_1.04.02_3864_0276 view scan ↗

English

You ought, towards obtaining this item, which at present may again be regarded as the principal point for the improvement of trade, to take all possible trouble and employ all means and avenues to effect this with the new Governor, who is depicted to us by the interpreters in a far more favorable light than the outgoing one, who caused us so many difficulties this year, or to obtain it through his mediation and recommendation to the Court; since, according to Their High Mightinesses' venerated letters, the annual dispatch of two ships predominantly depends upon this. Your Honor ought also, pursuant to the order received anew this year from the Noble High Indian Government, to exert all powers towards obtaining a price increase on the tin, lead, and elephants' teeth; which I consider not impossible with a good and well-disposed Governor, though it is nevertheless a very difficult matter, as Your Honor yourself is sufficiently aware. Since the masters of the Chinese junks, according to the pretension of the Japanese, have not yet brought any positive answer regarding the cloves or the oil thereof, and I have therefore not yet been able to conclude an agreement this year with the treasury office concerning this, in accordance with my plan proposed in the past year, I must in this respect refer to my memorandum of the past year, and further recommend to Your Honor the pursuit of this item; but Your Honor ought to keep in mind the instruction that was communicated to us this year by Their High Mightinesses regarding this subject, namely, that the same would rather see, if this arrangement should be brought about, that this spice be distilled into oil than that it be exported in kind by the Chinese, out of fear that it might be sold in China to other nations to the prejudice of the Company. Your Honor is aware that the outgoing arbitrary Governor informed me on the 26th of October that he was again nullifying the contract made last year concerning the repair of the champans, and that he refused to consent to the delivery of the ten canassers of powdered sugar separately sent for that purpose. And since all my attempts to convince him of the unreasonableness of this conduct and of the fairness of this contract have been fruitless and found no acceptance with him, and the shortness of time has rendered me unable to pursue this further, Your Honor ought in the quiet season again to take trouble, if possible, to bring success to this matter with the new Governor, and to establish it firmly for the coming year and the future; to which end the ten canassers arrived here for this purpose have remained in the warehouses as balance. Otherwise, it will be necessary to proceed again in this matter on the former and old footing, since neither the harbor master, nor any other Japanese, will in the long run be willing to undertake this repair for 400 taels in silver, which were paid for it in the past year and this year. Pursuant to the special order of the Noble High Indian Government, I attach hereto the extract sent to us from the memorandum of management; and I conclude this with wishes for lasting prosperity and a praiseworthy administration, subscribing myself with all high esteem, Sir, Your Honor's obedient servant, J: H: v Reede tot de Parkeler Japan Factory Nagasaki, the 23rd of November 1789. No 4. Secret Letter To Their High Mightinesses and The High Indian Government Batavia per the ship De Standvastigheid To His High Excellency, The High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord, Master Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Right Noble, Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord, Right Noble, Honorable Lords! The humble undersigned finds himself obliged, regarding his dealings with the Tigablas Cottas and the discharge granted at his request to the Panglima of Padang, to provide Your High Mightinesses with some further humble lines in justification of his conduct, § 23. With these fine excuses I had to be content, in order to disclose therein to Your High Mightinesses the reasons why he judged it best to conform in an appropriate manner to their stubborn will. Previous examples of the unreasonable way of thinking and the incredibly stubborn and blind passions with which these peoples are as if possessed will, over the course of time, be sufficiently known to Your High Mightinesses or can be found readily enough in the Padang papers present at Batavia, which has even at times gone so far that the office of Panglima remained vacant for nearly two years. More recent examples date from the time of the late Right Noble, Honorable Lord, when through the disputes with those peoples all trade was entirely at an end, and although his late Right Noble Honor sought to force the issue by closing the warehouses and selling no salt, everything nevertheless was of no avail until Mr. Van Staveren came into authority, and the occasion of a change of commander gave opportunity to calm the spirits on both sides a little. Similar and further cases show that nothing can be achieved with those unreasonable people when they have set their minds on something, but an appropriate compliance is always the best means still to get along with them.

Dutch transcription

diend uEd: ter erlanging van dit articul, dat men thans weeder als het voornaamste princt ter verbeetering van den handel beschouwen kan, alle mogelijke moeijte aan te wenden en alle middelen en we „gen in te slaan, om zulks bij de neeuwe gouverneur, die ons door de Tolken in een 'Vrij gunstiger ligt dan de afgegaane, welke ons dit Jaar zoo veele moeijelijkheeden Verschaft heeft, word afgeschildert te bewerken, of het door zijne bemiddeling en voordragt van het Hof te verwerven; wijl volgens Haar Hoog Edelheedens gevene„ „reerde letteren de Jaarlijksche aansending van twee scheepen voornamentlijk hier van dependeert. — Ook diend uw Ed: ingevolge de deesen Jaare weeder op nieuw ontfan gene Order van de Edele Hooge Indiasche Regeering alle vermogens in te spannen ter verkrijssing van eene prijs verhooging op het Thin, vs lood en de Eliphants tanden; het welk ik bij een goede en ons geneegene gouverneur niet onmogelijk achten, dog echter een zeer difficiele zaak is, zoo als uE dele zelve meede genoegsaam is bewust. Dewijl de voerders der Chineese Ionken volgens het voorgeeven der Japanders nog geen positief bescheijd gebragt hebben aangaande de garrioffel nagulen of de olij daarvan, en ik dus deesen Jaare met de geld kamer nog geen accoord daar omtrend hebbe kunnen sluij„ „ton volgens mijn plaijen voorstel in den voorleeden Jaare gedaan, moet ik mij ten deesen opsigte refereeren aan mijne memorie van A„o pass=o, en uEd: de behartiging van dit articul nader aan „beveelen; dog uEd: diend daar bij in het oog te houden het deesen :Olke regt dat wij uijt Jaare 239. Jaare door Haar Hoog Edelheedens over dit Perget aan ons be„ „deelde, namentlijk, dat hoogst de selve, in dier deese schikking tot stand gebragt mogt worden, liever zouden zien dat die specerije tot olij gestookt dan dat de zelve in natura door de Chineesen uijt „gevoerd wierd, uijt vreese dat dezelve in China ter projuditie van de Comp=e aan andere Hatien gedebiteerd mogt kunnen worden. — Het is uEd. bekend dat de afgegaane willekeurige gouverneur mij op den 26e October heeft laaten aanseggen dat hij het voor„ „leeden Jaar Omtrend de Champangs reparatie gemaakte con„ „tract weeder vernietigde, en dat hij geweijgert heeft om in de afgaave der daar voor apart aangesondene tien Cannassers poe„ „der suijker te bewilligen. — En vermits alle mijne poogingen. „deeser om hem van de onreedelijkheijd varr dit handelwijsen en van de billijkheijd van dit Contract te Overtuijgen, Vrugte loos geweest zijn en bij hem geen ingang gevonden hebben, en de kortheijd des tijds mij buijten staat gestelt heeft om dit verder te pousseeren, diend uEd: in de stille tijd weeder moeijte aan te „worden, om waere het mogelijk deese zaak bij de nieuwe gouverneur te doen gelukken, en voor aanstaande Jaar en het vervolg vast te maaken; ten welken eijnde de tien hier Voor aangekoomene Canassers in de Pakhuijsen per Restant zijn gebleeven. — zullende anders hier omtrend weeder op de voorige en oude Voet moeten gehandelt worden, wijl nog de Have meester gofe, nog eenig ander Iupander deese reparatie op laate Brieven den den duur niet zal willen aanneemen voor 400. thaijlen in gele die in A„o pass=o en dit Jaar daarvoor betaalt zijn. — Jngevolge de speciaale order der Edele Hooge Jndiasche Regeering voge hier neevens het ons toegesondene Extract uijt de memorie van menagie; En besluijte deese onder toe„ „versching van een bestendige Welvaart en een roemwaardig bestier, mij met alle hoog achting noemende. Mijn Heer VEdele dienstwillige Dienaar J: H: V Reede tot de Barkeler Ja parsten Comptoire Aangezaeken den 23:' November 1789. t lblke regt dat wij uijt No 4. Secreete Missive Aan Haar Hoog Edelheedens & D' Hooge Indiasche Regeering 101 hem zoude gesegt hebben: §23. Met deese fijne Exeusen moest ik mij laate Brieven Batavia vergenoegen r 't Schip Aan zijn Hoog Edelheijd! Den Hoog Edelen Groot Agtbaren! Wijd Gebiedende Heere! M„r Willem Arnold Atting: Gouverneur Generaal! Beneevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raden, van Neederlands Indien 241 D' Standvastigheijd Hoog Edele Groot Agtbare Wijd Gebiedende Heere! WelEdele Gestrenge Heeren! Den Needrigen Teekenaer vind zig Verpligt omtrend zijn Behandeling met de Tigablas Cottas en het op zijn Versoek verleende ontslag aan den Panglima van Padang uw HoogEdelheedens nog nader eenige needrige Regelen te Suppediteeren ter verantwoording van zijn gehouden gedrag „oig geroeeve was, dat hy hem zoude gesegt hebben. § 23. Met deese fijne Exeusen moest ik mij Trale Brieven om vergenoegen 6 En om daar in uw Hoog Edelheedens de Gronden open te leggen waarom deselve geoordeeld heeft het beste te doen zig op een gepasde manier na hun stijffhoofdige wil te schikkens Voorgaande Exempelen van de onreedelijke Ma¬ „nier van denken en ongelooflijke koppige en Blinde Driften waar door deese volkeren als beseeten zijn zullen uw Hoog Edelheedens door Langheijd van Tijd genoeg bekend zijn of in de te Batavia zijnde Padangse Papieren genoeg kun¬ „nen gevonden worden 't geen zelfst wel eens zo verre gegaan is dat het Panglimaschap bij de twee Jaare vacant gebleeven is. Jongere Voorbeelden zijn nog van de Tijden van wijlen Den WelEdele Gestrenge Heer! Jen Hr: daar door de verschille met die Volkeren allen handel ten eenemaalen gedaan geweest is, en hoewel wijlen zijn WelEdele Gestrenge het zogt te dwingen met de Pakhuijsen te sluijten en geen Zout te Verkoopen heeft egter alles niet helpen kunnen tot den Heer Vr Staveren in 't gesag kwam en de geleegendheijd van ver¬ „andering van den Gebieder, geleegendheijd gaff om van beijde zeijden de Temoederen een weij¬ „nig bedaard te maaken Zoortgelijke en meerdere Gevalle doen blijken dat met die onreedelijke Menschen niets te be„ ginnen is wanneer zij hun kop op iets gesteld hebben maar een gepasde inschiklijkheijd altoos 't beste Middel om nog met deselve over weg te komen 85. Wanneer 82. 83. 84.

NL-HaNA_1.04.02_3864_0283 view scan ↗

English

When the Highland peoples, according to their base, grasping, and avaricious nature, forcibly demand a change in the Panglimaship in order thereby to obtain once again the customary recognition or adat of Sp. 400:-:-, and have no sound reasons to request such on good grounds, but it is mere obstinacy, and then completely close the roads to achieve their aim, as has now occurred, so that absolutely not a single thail of gold can come down, the trade of the Company is so languishing that not a single piece of merchandise leaves the warehouses or is sold. Since the true aim of the Company here is none other than to make a profit through trade, and the same must be brought in solely by the Highland peoples, while the inhabitants along the shore are very poor and have no gold, but must sustain themselves from the pepper and paddy cultivation, and there is also absolutely no possibility of forcing the Highland peoples in any manner or bringing them to any obedience, it is certainly most advisable and advantageous to maintain friendship with them as much as possible, in order thereby to achieve the true aim. When this true aim is disrupted, nay even completely destroyed, by a particular hatred which they have conceived against a single person who has been appointed and must watch over maintaining friendship with them, and if any discontents arise to remove the same through his mediation, as the Panglima of Padang is particularly obligated to do, and for that reason is chosen from their lineages, and this is most certainly impossible to do when he himself is the object of their hatred and displeasure, the humble undersigned judges that the person of the Panglima, and maintaining him forcibly in his character and function, is not worth so much to the Company that all its aims should thereby be disrupted and it be deprived of all trade, all the more so since in essence it is the same to it which person occupies that post, provided he is as much as possible a worthy man, and that by the change its authority is not impaired. The manner of proceeding and how the humble undersigned accommodated himself to their will, he hopes may be found and judged so favorably by Your Right Honorables that he has not made himself guilty of this latter. Having deliberated day and night for a long time as to what he ought to do, and being almost unable to come to any decision, yet finding absolutely no further prospect, he judged that, especially in the situation in which the Company still finds itself on this Coast, the best means to keep everything in order was to handle matters as has been done. Should it happen that the Company, with a fort as previously, could again instill a little more awe in the Highland peoples, it will be more advisable to take a stand against them than in the cramped and open state in which everything here still finds itself; and Just as this ruined Coast, for many reasons, is as yet unable to present a favorable appearance before the eyes of the Highly Respected Lord Masters, I found it too grievous, by protecting and retaining a single person, to deprive the Company also of those small profits that still come from it and can cover its costs of maintenance. These reasons taken together, I flatter myself that Your Right Honorables will be pleased to consider them of such importance that my actions may find Your High approval. Although it is now sometimes not impossible that a little shame might presently inspire the Highland peoples, and that for shame's sake they might not in the first few years come with a similar request.

Dutch transcription

243 Wanneer de Bergvolkeren volgens hun laagen inhaalende en gierigen Aart, een verandering in 't Panglimaschap met geweld verlangen, om daar door weer de Gewoonlijke Recognitie off Adat van Sp„s 400:-:- te krijgen, en geen Reeden van Blieven hebben om zulks op goede gronde te kunnen versoeken, maar een enkelde Stijffhoofdig¬ heijd is, en dan de weege ten eenemalen sluijten om daar door tot hun oogmerk te komen Ge„ lijk thans geshieden is, dat Volstrekt geen en¬ „keld thail Goud afkomen kan, Is den handel van de Maatschappij zodanig queijnend dat geen enkeld Stuk Goed uijt de Pakhuijsen gaat off verkogt word. — Da nu 't waare oogmerk van de Maat¬ schappij alhier geen (ander, is als voordeel met den handel te doen, en deselve alleen door de Bergvolkeren moet aangebragt worden, ter„ wijl de Inwoonderen langst Strand zeer arm zijn en geen Goud hebben maar zig van de Peeper ten Padij Cultuer neeren moeten ook volstrekt geen Mooglijkheijd is om de Bergvolkeren op eenige Manier te dwingen off tot eenige Schoorsaamheijd te brengen, is zeeker het raadsaamste en voordeeligste om zo veel als mooglijk is met deselve de vriendschap te onderhouden, om daar door 't waare oogmerk te bereijken Wanneer dit waare oogmerk gestoord Ja zelfs ten eenemalen vernietigd woord door eenen Par„ „vig geroeert was, dat hy hem zoude gesegt hebben § 23. Met deese fijne Exeusen moest ik mij „ticulieren vergenoegen t ier 85. bij ha en H van ter te 86. en be„ teld altoos komen neer G blij 87 7. 0: „ticuliere haat die zij gevat hebben teegens eene enkelde Persoon die gesteld is en waaken moet om de vriendschap met hun te onderhou„ den, en als eenige ongenoegens opkomen de¬ „selve door zijne Bemiddeling weg te ruijmen, Gelijk den Panglima van Padang daar toe in 't bijsondere verpligt is, en om die reeden uijt hun geslagten gekosen word en dit voorseeker onmooglijk is om te doen wanneer hij zelf het voorwerp van hun Haat en Misnoegen is zo oordeeld den needrigen Teekenaer dat de Per„ soon van den Panglima en om hem in zijn Ca„ „racter en Functie met geweld staande te hou„ „den, aan de Maatschappij zo veel niet waardig is om daar door in alle haar oogmerken gestoord en van allen Handel ontstooken te worden, t te meer Terwijl in den gronde voor haar het zelfde is, wat Persoon die Charge bekleed als 't maar zo veel als mooglik is een braav Mensch is en door verandering haar Autori¬ „teijd niet gekrenkt word. — De Manier van handelen en hoedanig Zig den Needrigen Teekenaer na hun wil geschikt heeft, verhoopt hij dat door uw HoogEdelhee„ „dens zodanig gunstig mag gevonden en beoordeeld worden dat hij zig aan dit laaste niet schuldig gemaakt heeft. Lange tijd Dag en Nagt zig beraad hebbende wat hem te doen stond en bij na tot geen Besluijt kunnen de koomen egter hoegenaamt geen uijtsigt meer 8 8. 89. 245 S 10. meer vindende, oordeelde hij dat voor al bij de situatie waar in als nog de Maatschappij ter deeser Cust is het beste Middel was om alles in ordre te houden de zaaken zo te trac¬ teeren als geschieden is. Mogte het Gebeuren dat de Maatschappij met een Fort als voor deesen aan de Bergvol¬ keren weer een weijnig meer ontsag inboe¬ „sen konde, zal het raadsamer zijn zig teegens hun aan te kanten als in den bekrom„ pen en open staat waar in als nog alles hier verseerd, en Selijk als deese geruijneerde Cust om veele Reeden als nog onmooglijk eene favorable vertooning voor deoogen der Zeer gerespec„ „teerden Heeren Meesters maken kan vond ik het te swaar om door het protegeeren en aanhouden van een enkelde Persoon aan de Maatschappij ook nog die geringe winste te onttrekken, die thans nog van deselve komen en haar kosten van onderhoud goedmaken kunnen. — Deese Reeden bij elkanderen gevoegt, Vlije ik mij dat uw Hoog Edelheedens zullen gelieven als van zodanig aanbelang te Consideeren dat mijn gedoentens Hoogst Derselver approbatie vinden Hoewel het nu somtijds niet Onmooglijk is dat thans een weijnig Schaamte de Bergvolke¬ „ren besielen, mogte en zij Schandehalver in de eerste paar Jaaren met een gelijk versoek SS: 13. „dig geweest was, dat hij het anders zeekerlijk hem zoude gesegt hebben. § 23. Met deese fijne Exeusen moest ik mij mooglijk vergenoegen oord § 11. § 12. mogen. ee¬ deeld chuldig oo t bende Besluijt uijtsigte Crale Brieven „ticuliere haat die zij gevat hebben teeg eene enkelde Persoon die gesteld is en Ju moet om de vriendschap met hun te onde den, en als eenige ongenoegens opkomen „selve door zijne Bemiddeling weg te ruij„ Gelijk den Panglima van Padang daar toe bijsondere verpligt is, en om die reeden hun geslagten gekosen word en dit voorse¬ onmooglijk is om te doen wanneer hij het voorwerp van hun Haat en Misnoeg zo oordeeld den needrigen Teekenaer datd soon van den Panglima en om hem in zijn „racter en Functie met geweld staande „den, aan de Maatschappij zo veel niet wa is om daar door in alle haar oogmerken en van allen Handel ontstooken te woor te meer Terwijl in den gronde voor haar zelfde is, wat Persoon die Charge bek als 't maar zo veel als mooglijk is een Mensch is en door verandering haar Au¬ „teijd niet gekrenkt word. — De Manier van handelen en hoedanig den Needrigen Teekenaer na hun wil ges¬ heeft, verhoopt hij dat door uw Hoog Edel „dens zodanig gunstig mag gevonden en beod worden dat hij zig aan dit laaste niet schi gemaakt heeft. Lange tijd Dag en Nagt zig beraad hebbe wat hem te doen stond en bij na tot geen kunnen de koomen egter hoegenaam t geen in meer 8 8. 89.

NL-HaNA_1.04.02_3864_0287 view scan ↗

English

245 § 10. finding no more, he judged that, especially in the situation in which the Company still finds itself on this Coast, the best means to keep everything in order was to handle matters as has been done. § 11. Should it happen that the Company, with a fort as previously, could again inspire a little more awe among the mountain peoples, it will be more advisable to oppose them than in the cramped and exposed state in which everything here still finds itself, and § 12. Just as this ruined Coast, for many reasons, can still by no means present a favorable appearance before the eyes of the Highly Respected Gentlemen Masters, I found it too burdensome, by protecting and maintaining a single person, to also deprive the Company of those small profits that currently still come from the same and can make good her costs of maintenance. Combined together, these reasons flatter me with the hope that your Right Excellencies will be pleased to consider them of such importance that my actions may find your Highest approval. § 13. Although it is now at times not impossible that some little shame might presently inspire the mountain peoples and that for the sake of shame they might possibly not come forward again in the first few years with a similar request, it is nevertheless not impossible that they will do so again very quickly, in view of the remark that I made to your Right Excellencies in the familiar letter concerning the persons who are eligible for the Panglimaship. § 14. And since truly taking a decision in such most delicate cases, for a single person who alone must account for the good and bad consequences of his actions, is a matter of much anxiety and importance, such that although he must decide and choose, it can nevertheless happen with nothing other than the greatest trepidation and fear, § 15. I thus now humbly request your Right Excellencies' high orders in this regard for the future, as it may Highest please the same: whether, if it absolutely cannot be otherwise and no other means can be found, I shall provisionally, as long as the state of the Company on this Coast is not yet more flourishing, always conduct myself in a suitable manner according to the wishes of the mountain peoples as has been done at present, or whether I shall reject them entirely and not care whether they keep the roads closed or not! § 16. The treacherous and false Radja Sallier is certainly the sole cause of all that has happened; his continuous instigation among the mountain peoples 247 has made their hatred against the former Panglima so great, and his burning desire to return to that dignity is so great, that he will certainly employ all kinds of new means again so that, whenever a new Panglima is chosen, he may also trip him up in turn, in order, if it were at all possible, to come into that place once again. § 17. He would thus fully merit, whenever he now begins new instigations again, to be apprehended as a disturber of the peace and an actual enemy of the Company, and to be condemned to an eternal and severe banishment; I have also frequently considered whether to apprehend him myself now and already deport him with this ship, but the following reasons have hitherto kept me from doing so, which I now have the honor to submit to your Right Excellencies, with a humble prayer to grant me your Highest decision and high orders to be taken thereon. § 18. It certainly happens very often with the Malay that when they no longer see the object in which they were interested, it is also very quickly forgotten and out of mind, and principally on this Coast when they can no longer obtain money for their intercession. § 19. Radja Sallier, however, through his hypocritical conduct and by his long praying in the morning and in the evening by the riverside in the presence of all the people, has now gained such honor and made such an impression of his piety, that he is regarded by the common man here as a very exemplary person, and has principally completely prejudiced and captivated the simple mountain peoples thereby, wherefore they also give so much heed to his proposals and requests. § 20. It might therefore not be impossible that they would take his side and, if he were apprehended or deported, would want to reclaim him by force, and upon refusal would go and close the roads again. § 21. To that extent, in certain respects, it is indeed one and the same detriment whether the roads are closed because he is deported, or by himself with his malicious machinations as has occurred at present; it is also a settled matter that the Company on this Coast has no greater and more subtle enemy than him, who as long as he lives will never rest, but will always push his underhanded actions further, and who, in order to cover himself the more, undertakes everything that is possible, just as he has now married off a daughter of his to the envoy of the House of Songijtrap, who presently

Dutch transcription

245 S 10. meer vindende, oordeelde hij dat voor al bij de situatie waar in als nog de Maatschappij ter deeser Cust is het beste Middel was om alles in ordre te houden de zaaken zo te trac¬ teeren als geschieden is. Mogte het Gebeuren dat de Maatschappij met een Fort als voor deesen aan de Bergvol¬ keren weer een weijnig meer ontsag inboe¬ „sen konde, zal het raadsamer zijn zig teegens hun aan te kanten als in den bekrom„ pen en open staat waar in als nog alles hier verseerd, en Selijk als deese geruijneerde Cust om veele Reeden als nog onmooglijk eene favorable vertooning voor de oogen der Zeer gerespec„ „teerden Heeren Meesters maken kan vond ik het te swaar om door het protegeeren en aanhouden van een enkelde Persoon aan de Maatschappij ook nog die geringe winste te onttrekken, die thans nog van deselve komen en haar Kosten van onderhoud goed maken kunnen. — Deese Reeden bij elkanderen gevoegt, Vlije ik mij dat uw HoogEdelheedens zullen gelieven als van zodanig aanbelang te Consideeren dat mijn gedoentens Hoogst Derselver approbatie vinden Hoewel het nu somtijds niet Onmooglijk is SS: 13. dat thans een weijnig Schaamte de Bergvolke¬ „ren besielen, mogte en zij Schandehalver in de eerste paar Jaaren met een gelijk versoek „dig geweest was, dat hij het anders zeekerlijk hem zoude gesegt hebben § 23. Met deese fijne Exeusen moest ik mij mooglijk vergenoegen § 11. § 12. mogen. : Crdle Brieven mooglijk niet weer opkomen zullen, Is het egter niet onmooglijk dat zij zulks al weer heel schie „lijk doen uijthoofden van de aanmerking die ik uw Hoog Edelheedens bij den gemeensaam Briene omtrend de Persoonen (gemaakt hebbe die tot het Panglimaschap eligebell zijn En also Waarlijk een Besluijt in zulke aller neeteligste gevalle te neemen, voor een enkelde Persoon, die de Goede en quade gevolgen van zijn gedoentens alleen verantwoorden moet een zaak is van veel Bekommerdheijd en aangelee gendheijd, dat hoewel hij beslissen en kiesen moet zulks egter niet anders als met de grootste Be„ „schroomdheijd en Vreese geschieden kanr zo versoeke thans needrig uw Hoog Edelheeden hooge ordre daar omtrend voor 't toekomende op het Hoogst Deselve behage dat ik mij als 't volstrekt niet anders zijn kan, en geen andere middelen daar op te vinden zijn, provisioneel zo lange als die staat der Maatschappij ter deeser Cust nog niet florisanter is, altoos op een gepasde manier na den Zin der Berg volkeren gelijk thans gedragen zal, dan wel off ik deselve ten eenemaalen van de Hand weijsen en mij niet daar aan stooren zal off zij de weege geslooten houden of niet! Den Verraderlijken en valsen Radja Sallier is zeekerlijk de eenigste oorzaak van al 't ge „beurde zijn aanhoudend stooken bij de Berg Volkeren 14. §75. 8 16. 247 Volkeren heeft hunne Haat teegens den geweesen Panglima zo groot gemaakt, en zijne brandende Begeerte om weer in die waardigheijd te komen is zo groot, dat hij zeeker weer allerhande nieuwe Middelen aan de hand neemen zal om wanneer een nieuwe Panglima verkoosen is hem ook weer ten voet te ligten om was 't mooglijk tog nog eens weer in die Plaats te komen. 817. Hij zoude dús Volkomen meriteeren Wan¬ neer hij thans weer nieuwe Stokerijen begint om als een Ruststoorders en Weesentlijke vijand van de Maatschappij opgevat, en in een eeu¬ „wig gevoelig bannissement verweesen te worden, ook hebbe ik dikwijls in Beraad gestaan om hem zelvst thans te vatten en reets met dit Schip te versenden dog hebben mij de navolgen¬ de Reeden als nog daar van afgehouden Dewel¬ „ke ik thans uw Hoog Edelheedens voor te leg„ „gen de Eere hebbe met needrige Beede mij Hoogst Derselver daar op te neemen Besluijt en hooge ordre te willen bedeelen. Het gebeurd zeekerlijk zeer veel bij den Ma„ „leijer dat wanneer zij het voorwerp niet meer zien waar voor zij zig geinteresseerd hebben zulks ook heel Schielijk vergeeten en uijt den Zin is en wel Principaal ter deeser Cust wanneer zij geen Geld meer voor hun voorspraak krijgen kunnen „dig geweest was, dat hij het anders zeekerlijk hem zoude gesegt hebben § 23. Met deese fijne Exeusen moest ik mij §19. Radja vergenoegen schie moet Be te heeden and neel ter wel rg ndere 8S 18. Craele Brieven Radja Sallier heeft zig egter door zijn schijn „heijlig gedrag en door zijn Lang bidden 's morgens en 's avonds aan de Rivierkant in Presentie van al 't volk thans zodanig geërt en een in¬ druk van zijn vroomheijd gemaakt, dat hij bij den gemeenen man alhier als een zeer voorbeeldig Mensch aangesien word, en Prin„ „lipaal de eenvoudige Bergvolkeren ten eene maalen daar door voor ingenoomen en betud heeft, waar door zij dan ook zo veel gehoor aan zijn voordrag en versoek geeven Het zoude dus niet onmooglijk kunnen zijn dat zij zijn Parthij opvatten en hem wanneer hij opgevat of versonden was met geweld weer reclameeren wilden, en bij weijgering de weege weer gingen Sluijten. — Het is voor zo verre in zeekeren opsigten wel eens en het zelfde Nadeel of de weege gesloten worden om dat hij versonden word, dan wel door hem zelvst met zijne qúaad-aardige Kuijpereijer gelijk thans geschieden is ook is een uijtgemaakte zaak dat de Maatschappij ter deeser Eust geen grooteren en Subtiteren vijand heeft als hem die zo lange als hij leeft nooit rusten zal maar zij¬ ne Slinkse Tedoentens altoos verder pousseeren, en die om zig te meer te dekken alles bij de Hand neemt wat mooglijk is, Gelijk hij nu nog een Dogter van hem uijtgetrouwt heeft aan den affgesant van 't Huijs van Songijtrap, die teegenwoordig S 19. § 20. 821.

NL-HaNA_1.04.02_3864_0291 view scan ↗

English

Copy currently takes part immediately in everything that affects his family, and no matter how much effort the humble undersigned has made to send this prince back to the mountains, he is nevertheless so fettered by the sweet inducements he enjoys from Radja Pallier, with whom he resides, that he absolutely refuses to leave here. And whereas Radja Sallier was indeed afraid that I would not permit this marriage, he blinded the eyes of that prince with 100 Spanish dollars and had him married unexpectedly in the evening, without giving me any notice of it. And when I was informed of it the next day and had him summoned in order to reproach him for his conduct dishonoring me, he made the very subtle excuse, with the greatest and most submissive compliments, that he was a mountaineer and not sufficiently versed in the customs of the Company, and that I might thus attribute this omission to his ignorance. Meanwhile, when I likewise reproached Radja Tallier as to why he had not informed this prince better, he also gave the clever answer that the customs in that regard were so well known that he could not possibly have imagined that this prince had been ignorant of them, and that otherwise he would certainly have told him. Section 23. With these clever excuses I had to content myself; in the meantime, Radja Callier had very subtly executed a plan in which he knew that he would have encountered many difficulties with me, and that it possibly would never have gone through. Section 24. Through such and several other alliances that Radja Sallier makes, it is certainly to be expected that many parties will rise up on his behalf if he is captured; and whereas it is not impossible that some unrest might then arise from this, the humble undersigned wished first to request Your High Excellencies' high orders regarding him. However, the humble undersigned must frankly confess to Your High Excellencies that if the person who might become Panglima is not strong enough to serve as a counterweight to him, he will, as long as he lives, never rest, but will always stir up new and more far-reaching unrest. Section 25. Radja Sallier has, however, through his hypocritical conduct and through his prolonged praying in the morning and evening along the riverbank in the presence of the [illegible] Section 26. I also find myself obliged to give Your High Excellencies some notice regarding the state of the English at Mokko Mokko. Their war with the young, absent prince becomes more severe from time to time. And that rebel has succeeded in intercepting and carrying off on the road the Resident who was sent thither from Benkoulen to replace the one stationed there; and as he has brought him directly to the mountains and still detains him there, he flatters himself that this will be a means to force the English to his will, while he refuses to release him for any sum of money. In that state of affairs, Consul Peirse was sent thither to try to settle the matters, which, however, did not succeed for him, as the young prince listens to nothing and does not trust their promises. Meanwhile, it has been brought to the ears of Consul Peirse over there that the Sultan of Indrapoura provides him with some secret assistance and is even said to have promised to supply him from me with gunpowder, bullets, and firearms, as much as he desires. Concerning this, Consul Peirse addressed himself to me by letter, adding that he wished to flatter himself, as both powers were currently on good terms of friendship, that I might avoid such hostile dealings. I gave him in reply thereto that not the least thought regarding this had ever entered my mind; and as for the Sultan of Indrapoura, that I would summon him immediately and investigate the matter, but that he could rest assured that he had nothing to fear from that quarter, as I had already, in the past month of June, had him urged to refrain from meddling in those affairs, just as was also then enjoined upon the corporal stationed at Adjarhadja. Section 27. Subsequently, having given orders to the Resident at Poulo Chinco to investigate these matters, he had the Sultan of Indrapoura come to him and questioned him about it, and also inquired among the Malays traveling to and from there whether they had seen anything or could perceive anything of that nature from the Sultan. Section 28. But the general testimony, as well as the Sultan, declares under oath that it never entered his mind to think of anything of that nature, much less to do it; that besides it being a well-known fact that he had lived for many years in the greatest discord with the House of Mokko Mokko, he was entirely innocent of these accusations. Section 29. And whereas both I and the Resident of Poulo Chinco believe for many reasons that the Sultan of Indrapoura is wrongly suspected thereof, and that these are merely rumors spread by the young prince to place the English in a little more distress, I have permitted the Sultan to go home again, with repeated earnest recommendations, however, to beware above all of such underhand dealings. Section 30. The [illegible]

Dutch transcription

Copia teegenswoordig in alles wat maar zijne Fami¬ „lie raakt ten eersten Deel neemt, en hoe veel Moeijte den Needrigen Teekenaer gedaan heeft deesen vorst na 't gebergte te renvoijeeren, word hij egter door de soettigheeden die hij van Radja Pallier ge„ niet bij wien hij aan Huijs woont zodanig ge„ „kluijsterd, dat hij volstrekt niet van hier weg gaan wil. En terwijl Radja Sallier wel bevreest was 2. dat ik dit huwelijk niet toestaan zoude heeft hij dien vorst met sp„s 100:—:— de oogen verblind en onverwagts 's Avonds laten trouwen, zon„ „der mij eenige kennisse daar van te geeven en toen ik 's anderen Daags daar van gein¬ „formeerd wierd in hem roepen liet om hem over zijn mij dishonoreerend Gedrag te reprochee„ „ren, maakte deselve met de grootste en sub„ „miste Complimenten de zeer Subtiel Excus dat hij een Bergman en in de Gebruijken der Compte. niet genoeg verseerd was, ik dus dit ver¬ „suijm aan zijn onkundigheijd toeschrijven mogte„ terwijl ik intusschen Radja Tallier meede repro¬ „cheerde waarom hij deesen vorst niet beeter geinformeerd hadde, haff deselve meede de fijne Antwoord dat de gebruijke daar omtrend zo bekend waren dat hij zig onmoogelijk hadde ver„ „beelden kunnen dat deese Vorst daer in Onkun„ „dig geweest was, dat hij het anders zeekerlijk hem zoude gesegt hebben § 23. Met deese fijne Exeusen moest ik mij Iraele Brieven vergenoegen d oor hij eer weege w eer tot door pereijer gemaakte t geen hem die zij„ sseeren ij dig door en v 249 25 Radja Sallier heeft zig egter door zijn scheijn „heijlig gedrag en door zijn Lang bidden 's morgens en 's avonds aan de Rivierkant in Presentie an den in vergenoegen intusschen hadde Radja Callier zeer subtiel een project uijtgevoerd daar hij wist da hij bij mij veele swarigheeden zoude gevonden heb„ „ben, en dat mooglijk nooit zoude doorgegaan zijn §24. Door zulke en meerdere andere Alliaces die Radja Sallier maakt, is zeekerlijk te denken dat veele Parthijen voor hem zullen opkomen als hij gevatt word, en terwijl het niet onmooglijk is dat als dan eenige Onlusten daar door zouden ontstaan kunnen heeft den Needrigen Teekenaer eerst uw HoogEdelheedens hooge ordres omtrend hem invraagen willen. Egter moet den Needrigen Teekenaer uw= „HoogEdelheedens rond uijt bekennen, dat zo den geene die Panglima worden mogte niet sterk genoeg is om hem 't teegen gewigt te kunnen houden hij zo lang als hij leeft nooit rusten maar altoos nieuwed en verder gaande Onlusten ver¬ Meede vinde mij verpligt uw HoogEdel„ heedens eenige kennisse te geeven omtrend den staat der Engelsen te Mokko Mokko Derzel„ „ver oorlog met den Jongen zig geabsenteerden Prins word van Tijd tot Tijd heeviger, En heeft het dien Rebel geglukt den Resident die van Ben¬ „koulen na derwaerds gesonden wierd om den al¬ „daar leggenden te vervangen, op weg op te van¬ gen en weg te voeren, en also hij denselven direct na 't Gebergte gebragt heeft en als nog § 25: aldaar SS 19. „wekken zal. § 26. Copia aldaar bewaard flatteerd hij zig dat dit een Mid„ „del zal zijn om de Engelsen na zijn zin te dwingen terwijl hij hem voor geen Teld somma los laten wil, Bij die Gesteldheijd van Zaaken wierd den Consul Peirse na derwaerds gesonden om de zaaken te zien te schikken, het geen hem egter niet geglukt is, terwijl de Jonge vorst na niets luijsterd en hun Beloften niet be¬ „trouwt, Jntusschen is ginter den Consul Peirse aan de oorengebragt als dat den Southan van Indrapoura eenige Stille assistentie aan denzelven verleenen en zelfs zoude beloofd hebben, van mij Kruijt, Koegels en Geweere te zullen besorgen zo veel als hij maar begeerte, Hier over heeft zig den Consul Peirse bij Brieve aan mij geaddresseerd met bijvoeging dat hij zig flatteeren wilde terwijl thans de beijde Moogendheeden in goede Vriendschap waaren, dat ik diergelijken vijandlijke Behandelingen eviteeren mogte Ik hebbe hem daar op in Antwoord gegeeven, als dat mij daar omtrend nooit nog het minste in de gedagten geko„ men was, en wat den Southan van Indrapoura aanging dat ik denselven ten eersten oproepen en het onderzoeken zoude, dat hij zig egter kan verseekert houden van die kant niets te vreesen te hebben terwijl ik reets ingepasseerde maand Junij denselven hadde laaten recommandeeren van zig te wagten in die zaaken te meleeren, Ge„ lijk zulks toen ook al meede aan den te Ad„ Irale Brieven „jarhadja zeer = Zo k en aar 251 Radja Sallier heeft, zig egter door zijn schijn „heijlig gedrag en door zijn Lang bidden 's morgens en 's avonds aan de Rivierkant in Presentie nt en een in¬ „jarhadja Posthouden den Corporaal gerecomman„ Vervolgens aan den Resident te Poulo Chineo last gegeeven hebbende deese zaaken te onderzoe¬ ken heeft denselven den Southan van Indra¬ „poura bij zig laaten komen, en daar over on„ „dervraagt ook meede bij de van daar af en aan„ gaande Maleijers vernoomen of zij iets heb¬ den gesien off van die Natuur van den Southan ontwaeren Kunnen „deerd is. § 28. Dog de algemeenen Getuijgenisse zo wel als den Southan verklaard onder Eede dat hem nooit in zijn Gedagten gekoomen is iets van die Natuur te denken nog minder te doen, Dat behalven dat het een bekende Zaak was dat hij zeedert lange Jaaren met het Huijs van Mokko Mokko in de grootste onEenigheijd geleeft hadde en hij ten eenemaalen Onschuldig aan deese Be¬ schuldigingen was. 829. En Terwijl Zo wel ik als den Resident van Poulo Chinco om veele reeden gelooven dat den Southan van Indrapoura ten onregten daar mede bedugt is, en het enkelde uijtstroisels van den Jongen vorst zijn om de Engelsen nog een weijnig meer in Benauwtheijd te brengen, &zo hebbe aan den Southan toegestaan weer na huijs te mogen gaan, met herhaalde ernstige Recommandatie egter van zig voor al voor diergelijken Morsse„ „rijen te wagten 30. Het SS 19. § 27: 7

NL-HaNA_1.04.02_3864_0295 view scan ↗

English

Copy Paragraph 30. It could, however, very easily happen, clear letters, that the fortune of that young rebel might turn somewhat against him, and that through lack of people or money he would have to think of a retreat and then take his way to Indrapoura, whether publicly with the remainder of his people or secretly and in flight. When he does so with his people, it is indeed not to be thought that he will directly commence hostilities, but rather promise to remain quiet provided that the Sultan grants him a peaceful place of residence in his land. When the Sultan refuses him this, Paragraph 32. he will certainly take it by force, and then the weak realm of Indrapoura cannot withstand him. It may also be that he, fleeing, repairs thither, Paragraph 33. or possibly even to this Head Factory, and requests protection for his person, which he will certainly flatter himself with obtaining for the reason that he will presuppose that we, having recently been at war with the English, may perhaps not yet be the best of friends, as I must chiefly maintain from the discourses of the Malays that such discourses must be abundantly held on the territory of the English. Just as not long ago the Prince of Sourouassa, in great Paragraph 31. consternation, [illegible] Paragraph 10. Padang came to me in consternation, asking whether it were true that the English were equipping ships at Atchien to capture this place under the Atchinese flag, discourses which nevertheless must originate from something, even if it were only from the talk of the English, which nevertheless demonstrates the true condition of the heart. If one of these two cases should come to exist and the English should discover it, as it cannot remain hidden, and then, by virtue of the above-allied friendship of both powers, come to reclaim him, I humbly request at present Your High Noble Lordships' high orders as to how I shall conduct myself, so that, guided by the same, I may commit no misstep. While I have the high honor to call myself, with deep awe and respect, High Noble, Grandly Esteemed, Widely Ruling Lords! Right Noble and Severe Lords, Your High Noble Lordships' humble and dutiful servant, on Sumatra's West Coast, the 30th of January 1788, O: A: v: Eruth. Radja Jallier has, however, through his appearance, 30. The Paragraph 34. Servant. Copy Clear Letters [illegible] Copy Outgoing Separate Letters of Bantam Anno 1789 the 12th of January. Receipt of Their High Noble Lordships' dispatch - - - - - - - - - 1 Authorization for the purchase of the stranded pepper - - - - - - - - - - Allotment of its delivered quantity - - - - - . . . . . Whereupon one is busy cleaning the same - – – – - - - - – - Hope of their good condition so that they can be used alongside others - - Which shall then be offered separately in sacks - - - - One had expected that the demand for white pepper would also have been met, which is to be attributed to a poor order or an unfavorable season - - - - 2 Request to be allowed to ship both the contingent and the black pepper on hand as occasion offers - - - - - 19th of February. Requests from the Prince for permission to collect yearly from Java the permitted quantity of cotton yarn - - Likewise that the Javanese administration be informed of this - - - - - 15th of March. Receipt of Their High Noble Lordships' dispatch - - - - Required elucidation regarding the Prince's accusation concerning the settlement of cloth - – – – of never - - - - Declaration of the Commander of having never sought to mislead the Prince in any way - - Requested delay in the settlement with the Prince until the stock of pepper should be transported - - - - 6 With demonstration that his household as well as realm debts would then be settled. Balance regarding our private account and presentation of his bond, as occurred in the year 1785 concerning his debts - - The Commander gradually puts himself in a position to render account as soon as he is aware of the quantity that the Zeenimph and Hoolwerff will transport - - Presentation of the bond regarding the balance of my debit with the Prince — - - - Impossibility of liquidating the pepper account due to not knowing how much the aforementioned ships in text will transport - - - - 4 As well as to be able to know whether that account will not nearly close - - - - Presentation of an extract from the account book - - - - Indication of transferred capitals to private accounts in debit — - - - Presentation of a current account regarding the liquidation of the pepper cultivation on the main treasury. Hope that Your High Noble Lordships will give full credit to this justification - - - - 3 20th of March. Complaint made by the Prince to His High Nobility to the charge of the Commander regarding the storing of pepper in the house - -- 6 The Commander declares the same to be from the English vessel stranded on Waroe - - Continued - - The Commander declares to have looked after the Prince's affairs just as his own interest - - - - - - - - - - - - - - - - Continued Continued Page Register of the Outgoing Batavian Letters of Anno 1789

Dutch transcription

Copia 830. Het zoude egter zeer maaklijk gebeuren Caare Brieven kunnen dat het Geluk van dien Jongen Rebel zig eens een weijnig keeren mogte, en dat hij door Gebrek aan volk off Geld om een Retiraide zoude moeten denken en dan zijnen weg na Jndra„ poura insloeg, het Zij Publijk met het Rett van zijn volk dan wel alleen ter Sluijks en vlug¬ „tende Wanneer hij 't met zijn volk doet is wel niet te denken dat hij direct vijandlijkheeden beginnen maar belooven zal zig stil te houden mits dat hem den southan een gerusten verblijff Plaats in zijn Land vergunt. Wanneer den Southan hem die weijgerd zal hij SS 32. hem zeekerlijk met geweld neemen, en dan is het Swakke Rijk van Indrapoura niet bestaan¬ „baar teegens hem—. Het kan ook zijn dat hij zig vlugtende na § 33. derwaerds off wel mooglijk gaar na dit Hoofd Comptoir vervoegt en Protexie voor zijn Persoon versoekt die hij zig zeeker vlijen zal te zullen krijgen om Reeden dat hij voor onderstellen zal dat wij kortelijks met de Engelsen in oorlog ge„ „weest zijnde mooglijk nog niet de besten vrien„ „den zijn, daar ik principaal uijt de Discurse der Maleijers Susteneeren moet dat diergelijken Discurse op 't Territoir der Engelsen reijklijk moeten gevoerd worden, Gelijk nog niet lang geleeden den vorst van Sourouassa met groote SS 31. ontstelnisse m man o onderzoe„ ner on„ en aan¬ hed¬ Southan zowel at hem die Dat dat hij Mokko hadde Be„ mede a - SS 10. Padang ontstelnisse bij mij gekomen is, vragen off het wa was dat de Engelsen op Atchien Scheepen toerusten om onder de Atchiender vlag deesen Plaats weg te neemen, Discurse die evenwel uijt iets oorspro¬ lijk zijn moeten al was 't ook maar uijt het praak der Engelsen, dat egter de ware gesteldheijd van 't Har aantoond.—. Wanneer een van beijde deese Gevallen mogt komen te Existeeren en de Engelsen zulks ontwaren gelijk het niet kan verborgen blijven en hem dan uijt kragten van de boven gealligeerden Vriendschap der beij Moogendheeden komen te reclameeren versoeke o thans needrig uw Hoog Edelheedens hooge ordre he „danig ik mij gedragen zal, op dat ik door deselve gesteurd geen Misstap begaan mogen. Terwijl ik d' hooge Eere hebbe mij met Diep ontsag en Eerbied te noemen. Hoog Edele Groot Agtbare Wijd Gebiedende Heere! Wel Edele Gestrenge Heeren Uw Hoog Edelheedens onderdanige & Trouwsschuldige op Sumatras West Cust de 30e Januarij 1788 Radja Jallier heeft zig egter door zijn scheijn O: A: v: Eruth 30. Het 8 34. Dienaer Copia Crase Brieven het waa rusten weg te spro praak 't Har Komen gelijk uijt der beij rsoeke o ordre he deselve den den Arut er 173 . 14 vlingeandt Copia Afgaande Seprate Brieven Bantam van Anno 1789 den 12 Ianj„o Ontfangst hunner Hoog Edelheedens missive - - - - - - - - - 1 qualificatie tot den inkoop der gestrande peeper - - - - - - - - - - bedeeling van dies aangebragte quantiteit - - - - - . . . . . waar aan men bezig is om dezelven te Zuijveren - – – – - - - - – - hoope hunne goede Tituatie om nevens andere te kunnen werden geemployeert - die als dan appart in zakken zullen worden aangeboden - - - - „ men had verwagt dat aan den Eisch der witte Peeper mede zoude zyn voldaen gew=den 2— het welk aan een slegte ordre dan wel hinderlijk Saisoen te attribueere is versoek om het Contingent zo wel als de aan handen zynde swarte peeper by geleegendheid te mogen afscheepen- „ - - - 19 febrij„ versoeken van den vorst om de qugantiteit cattoene gaaren hem Jaarlyks gepermitt„s van Java te mogen afhaalen, - - Zo ook dat het Javase ministerium hier van werden verwettigt - - - - - 15 Maert ontvangst Hunner Hoog Ed„s missive - - - - gevorde Elucidatie nopens beschuldiging van den Vorst weg„s verEffenen van Laken - – – – van nimmer -- - - - — Betuiging van den Commandeur ^ getragt te hebben den vorst hoe genaemt te misleyden versogt uitstel met de vereffening van den vorst tot de voorraad van peper zoude zyn vervoert. . . 6 - Met aantoning als dat dan zijn Huishoudelyke zo wel aln ryx schulden zoude zyn vereffent. Saldo weg„s onse particuliere reekg„ en aanbieding van dies obligatie zo als in a. o 1785 nopens zin de betes geschied - - den Commandeur steld zig allenghen in Staat om reek„ te doen zodra hem bewust zal zynde quantiteijt me de Zeenimphenhoolwerff zullen vervoeren Aanbieding der obligatie weg„s 't saldo mijner debet met den vorst — - - - Ondoenlijkheid wegens het liquideeren der peeper reekg door onbewustheid, hoe veel de intextu gem: Scheepen zullen vervoeren. . . - - - - 4 als ook om te kunne weten of die reekg„ niet by na Sluyten sal - - - - Aanbieding een uyttreksel uyt het reekening boek - - - - Aanwijzing van overgebragte Capitalen op particuliere in reekeningen debet - - ——— — — Aanbieding Eener Reekening Courant wegens de liquidatie der pee„ per Cultuure op de groote Cassa. Hoopedat Uw Hoog Eds aan deeze verandwoording volkomen gelooft zullen defereeren 3 20 Maert gedane klagte vanden vorst aan zijn Hoog Edelheid ten lasten vanden Com„ „mandeur weg„s het in het huysbergen van peeper - -- 6 ƒ den Commandeur betuijgt dezelve zyn van het op Waroe gestrande Engels vaartuijg vervolg - „ .- den Commandeur betuijgt 'S vorsten zaken te hebben behartigt eenen als eigen vervolg vervolg -- belang - - - - - - - - - - - - - - - - PPagina Register op de Afgaande Bataviasche Brieven van Anno 1789 - -- - -. – – – – – – – – – „ - - -- - -

← previousnext →