Inventory 3875
Bengal · 282 pages · 48 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
6 67 37 In Bengal 319 3 to 4. Original missive from the Director and Council to the Assembly of the Seventeen, dated 3 April 1790 5 to 6 Register of the latest dispatched papers 7 to 41. Copy of letter from the Director and Council to the Supreme Government, dated 8 April 1790. 42 to 54. Considerations of the merchant Elbracht concerning the conduct of the former Honorable Director Ross in 1783 and 1784, together with some inserted papers related thereto 55 to 57. Copy report from the junior merchant Van Grieken, dated 6 April 1790, regarding the request of Roelof van Staphorst and J. G. la Font for the remittance of money 58 to 59. Copy translation receipt from the Danish Council at Frederiksnagore for the delivery of certain legacies 60 to 62. Original missive from the Director and Council to the Chamber of Amsterdam, dated 27 August 1790 63 to 74 Seven original letters from each member to the Assembly of the Seventeen, all dated the last of December 1790 75 to 86 Separate missive from the Director to the Supreme Government, dated 5 April 1790. 87 to 94 Report from the junior merchant Blume regarding the dispatch of a ship with private freight goods to the Netherlands 95 to 96 Note of freight goods with Danish and Portuguese ships to Europe 97 to 109 Separate missive from the Director Sitsingh to the Supreme Government, dated 8 April 1790 110 to 133 Copy report from the junior merchant Blume, dated 14 April 1790, regarding the freighting of a ship 134 to 173 Copy of the prints accompanying a memorandum presented to Lord Cornwallis by the merchants in Calcutta regarding the shortage of money in Bengal. 174 to 222. Exchanged letters of Director Sitsingh with the English Governor-General Cornwallis in Bengal etc., dated 2, 4, 8, 10, 11, 15, and 18 March 1790, regarding the surrender of Chinsurah in 1781, together with 223 to 228 Copy opinions of the English legal experts regarding that matter. 1 to 2 Register of the papers Register of the Letters and Papers received from Bengal in 1791. the current collection 2 Number 1790 Register of the Papers which are dispatched today via Paliacatta and Ceylon to The Right Honorable Gentlemen Directors Deputed to the Assembly of the Seventeen representing the General Dutch East India Company at the Presidial Chamber of Amsterdam Number 1. Duplicate Missive to those mentioned in the heading hereof, dated 9 April last Number 2. Ditto Register of the papers dispatched therewith under the same date Number 3 Second Copy of the missive mentioned under Number 7 in the register Number 4 Missive to the Honorable Supreme Indian Government, dated 8 April 1790, containing the answer to the recently received Home Extracts. For the Chamber of Zeeland Number 5 Copy of the Writing with 5 Appendices submitted by the then merchant Jacob Eilbracht on 10 August 1786 for insertion into the secret resolution, the dispatch of which was ordered by Extract of the Home missive of 4 December 1788 paragraph 158. Second set Commerce Ditto: Answer of the Junior Merchant Paulus van Grieken to the petition of Roelof van Staphorst and J. Gabriel La font Number 6 Copy Translated receipt granted here by the Danish Gentlemen for the receipt of certain Legacies from the Estate of Peter Frantzen Duplicate Return of the accounts to and from the Chamber of Amsterdam under the last of August 1789, the original of which was dispatched via the main settlement on 13 March last Hooghly in Bengal, 27 August 1790 [illegible] Secretary Duplicate Patria To the Right Honorable Gentlemen Directors Deputed to the Assembly of the Seventeen representing the General Dutch East India Company at the Presidial Chamber of Amsterdam Right Honorable Gentlemen: We direct this primarily to accompany the duplicate of our latest respectful missive of the 13th of the previous month and the remaining part of the Books and Papers of the expired Year 1789 cited therein, to which we have now also added a Copy of our missive dated yesterday to the Honorable Supreme Indian Government, containing the answer to the Extracts from your Right Honorable Letters written to their said High Excellencies under date of 4 and 31 December 1788, likewise the writing with five Appendices from the Merchant Jacob Eilbracht, the dispatch of which Your Right Honorable were pleased to order in the 158th paragraph of the first-mentioned missive. All these Books and Papers, which are properly specified in the accompanying Register, are further supplemented by a Copy Copy of the answer submitted to us by the junior merchant Paulus van Grieken to the petition presented to Your Right Honorable by Roelof van Staphorst and J. Gabriel Lafont, recently received here with the ship the Spaarne, according to which he agrees to remit the monies mentioned therein in the coming Season, which we shall then accept by Bill of Exchange. We also have the Honor to present to Your Right Honorable the Copy of the Translation of a receipt granted by the Danish Gentlemen for the receipt of the Legacies from the Estate of Peter Franzen, mentioned in our missive to Your Right Honorable of 12 January 1788, which receipt did not reach us until the previous Year. Herewith we commend Your Right Honorable and the weighty interests of the Company to the Divine protection and have the Honor to call ourselves with due respect, Right Honorable Gentlemen: Your Right Honorable's humble and very obedient Servants Hooghly, the 9th of April 1790. J. W. J. van Hangevitz D. A. Kraijenhoff Jacob Eilbracht Reaela Pas J. Arman J. Heyningh
Dutch transcription
6 67 37 T Bengaale 319 3 - - - - - - - - - 4. Origin: mis vanden roed:s en Rad ande verg:t van 17=me ind:o 3 April 1730 5 - - - - - - - - - - - - 6 Register der laastverendene papieren 7 - - - - - - - - - - - . 4s Copie briev van den Droee n Raad aan Genhen Raaden ind: 8 April 1730. 42. - - - - - - - - - -. Com Casideretien vande koopman Elbragt weegen ik gedregvan den geneese E: og reet: Ross in 1783 en 578 4 nevens eenige geinsereerde papieren daar toe oelatied a 557 - - - - - - - - - - - - Copieberig van den onderkopman Van grieken ind: 6 April 1730 nopens oegeests ten 2 R van Haphorst en J: G: la Font ter odermaking van penningen de 5. - - - - . . . - . . . 3 Copie translaat gentanti varden eensehe Rad e Freteik nageoend:s lij ot or a gen van zeekere legater ƒ 60 _ - - - - - - - - - - - ongin:t mits: vande Rrect:s en daad aan de kamer Amst:m ind:o 27 aug:s 1730 63 - - - - - - - - - - - . . 74 Zeven origin brieven van als eeden aan de verg:t van 17:nen alle gedat:t ult:o Dec:r 1730 M 75 - - - - - - - - - - - 86 apark mits: van den hoet len an Gen: Raden nd: 5 April 1783. 87 - - - - - - - - - 94 Berigt van den onderkoopman Blume we:t zenden van een schip met past:o wragtgederen na Nederland 95 - - - - - - - - 36 Notitieve/ wagtegeden met Deensche en partugesche schepen na Europa 97 - - - - - - - - - - 109 ap:l mits: van den Rirect:t Sitinge aan gen:t de Raden ind:o 8 April 1730 110 — — - - – – – . 133 Copiberigt van den onderkoopman Blame ind:o 14 April 1783 we d bevragemen van ens hijgj „ 332 -— - - - - - - - 1 13 Copie des printen vankomende by een memorie aan snd Conwallis gepresenteerd oor de koop= lieden te Caleuttan weegenst geldgebrek in Bengalen. 174„ _ - - - - - - - - 122. gewisselde brieven van den Direct:r Sitsingh met den Eng Goudt Gen: Comwallisin Bengelen Atc„ inds. 2, 4, 8, 0, 11, 15 en 18 maart 1730 nopens de Wergave van Chinsura in 1781 neevens 123 - - - - - - - - 128 Copieadiesen vande ng:s Regt gleeden nopen die zaak. 1 - - - - - - - - 2 Register der pappieren Register der Brieven en Pa„ pieren van Bengale overgekoo¬ men 1791. de col: nt „ 2„ No: 1790 Register der Papieren die op heeden over Palia„ catta en Ceilon verzonden werden aan De W: Edele Hoog Achtbaare Heeren Dewindhebberen Gedeputeerd ter Vergadering van Zeeventienen de Generaal Nederlandsche Oost- Indisch Compagnie representeerende ter praesidiaale kamer No: 1, Duplicaat Missa aan als in hoofde dezes ge„ dateerd 9 April J=t: leeden d:o Register er daar meede afgezonder pieren onder denzelven datw 3 Tweede Copy der by et register onder N: 7. vermeld Amsterdam missive „ : 4 5 misse aan de Edele Hooge In„ dische regeering op den 8e April 1790 glateerd houdende de be„ anthording der Jongst ontfan„ gen Catriasche Extracten. - Voor de mer Zeeland Copie Geschrift met f Bylagen door den toen„ nalige koopman Jacob Eil„ bicht op den 10 Augustus 1786 te insertie in de secreete resolu¬ 't overgegeeven en waar van overzending geordonneerd 1 by Extract Patriasche missive an 4. December 17886 158. tweede stel do: Antwoord in den Onderkoopman Paulus Van Grieken op het request van Roelof van Staphorst en I: Gabriel La font „ Commercie No: 6 Copie Graaslaat quitantie door de Heeren Dee„ nen hier verleend voor den Ont„ fangst van zeekere Legaaten uit den Boedel van Peter Frantzen Duplicaat Fretuur van aan en te rug reeke O ning naar de kamer Amster dam sub ult:o Augustus 1789 waar van het origineel onder 13 Maart J:t leeden over de hoofdplaats verzonden is Hougly in Bengale den 27 Augustus 1790 Joste Man. k V Seer is Duplt Patria Aan de WeEdele Hoog Achtbaare Heeren Bewindhebberen Gedeputeerd ter Vergadering van Zeeventienen de Generaale Nederlandsche Oost- Indische Compagnie representeerende ter praesidiale kamer Amsterdam Wel Edele Hoog Achtbaare Heeren: Wij richten deezen voor¬ naamelijk ter geleide van het dupplicaat over jongste eerbiedige van van den 13„e der voorige maand en het overige gedelte der daar bij aan¬ „gehaalde Boeken en Papieren van het afgeloopen Jaar 1789, waar bij wij nu nog gevoed hebben Copij onzes onder gisteren gedateerde missive aan de Edele Hooge Indische Regee¬ „ring houdende de beantwoording der Extract en uit uwer WelEdele Hoog Achtbaare Brieven aan welmelde Hun Hoog Eelheeden geschreeven in dato 4:' en 31 december 1788, item het geschrift mt vijf Bijlaagen van den Koopman Jacob Eilbracht, welkers overzending Uwel Edele Hoog Achtbaare bij de 158e van eerstgenoemde mis¬ „sive hebben gelieven te ordonneeren. Alle deeze Boeken en Papieren, die op het teevens overgaande Re¬ „gister behoorlijk gespecificeerd zijn, werden nog vermeerderd met een Copij Copij van het door den onderkoopman Paulus van Grieken ons overgegeeven antwoord op het aan UwelEdele Hoog Achtbaare gepresenteerde request door Roelof van Staphorst en J. Gabriel Lafont onlangs met het schip het spaarne hier ontvangen volgens het welk hij aanneemd de daar in verm: gelden in het aanstaande Saisoen te remitteeren en welke wij als dan op Assignatie zullen accepteeren. Nog hebben wij de Eere UwelE: Hoog Achtbaare aan te bieden de Copij van het Translaat eener quitantie door de Heeren deenen verleend voor den ontvangst de Legaaten uit de Boedel van Peter Franzen, vermeld bij onze missive aan 'u welEdele Hoog Achtbaare van 12 Januarij 1788, welke quitantie ons niet eerder als in het voorige Iaar geworden is. — Hier meede beveelen wij Uwel Edele Hoog Achtbaare en de gewigtige belangens der n gee„ 9 oog in en 4 No. 1 der Maatschappij in de Goddelijke be „scherming en hebben de Eere ons met verschuldigd respect te noemen. WelEdele Hoog Achtbaare Heeren: Uwe WelEdele Hoog Achtbaares onderdaanige & zeer gehoorzaame Dienaaren Houglij den 9„e. April 1790. g JWJ van Hangevitz ttien D AijKraijenhoff Jacob Eilbracht. Reaela Pas J arman. J Heyningh 3
English
Year 1798 5 Number 1 Register of the Papers that are sent today via Batavia to The Right Honorable Highly Respected Lords Directors Deputies to the Assembly of Seventeen representing the General Dutch East India Company at the presidial chamber Amsterdam 1. Original missive to the same as above, dated today. 2. Duplicate missive as just mentioned, dated 13 March 1790. 3. Sealed missive to the Right Honorable Highly Respected Lords Directors deputed to the secret affairs in the Hague. Number 4. Closed packet containing the copy secret resolutions and other papers according to a separate register. 5. Two sets of the Hugli resolutions of the year 1789 for the chambers Hoorn and Delft. 6. Two sets of the general letters written in 1789 to the illustrious Assembly of Seventeen and the Honorable High Indian Government, dated 27 January, 31 March, 5 April, 10 August, and 13 September, for the chambers Hoorn and Delft. 7. Copy missive to the Honorable High Indian Government, dated yesterday, containing the answer to the recently received excerpts from the fatherland, for the chamber Amsterdam. 8. Copy writing with five appendices by the merchant Jacob Eilbracht, submitted on 10 August 1786 for insertion into the secret resolution, of which the transmission was ordered by excerpt of the missive from the fatherland of 4 December 1788, page 158. Number 9. Copy response of the junior merchant Paulus van Grieken to the petition of Roelof Haphert and J. Gabriel La Jond. 10. Translation of receipt granted here by the Danish gentlemen for the receipt of certain legacies from the estate of Peter Franszen. 11. Duplicate register of the recently sent papers dated 13 March 1790. 12. Report of the running debtors in the books as of the last of August 1789, dated 24 February 1790. 13. Concerning the general and particular balance account under the exact same date as above. Number 2 Number 14. Report regarding the charges and reimbursements for [illegible]. One chest of described trade books and papers of Bengal for the Netherlands, containing the third set of books of the year 1787/8, specified on the register enclosed therein. Hugli in Bengal, 9 April 1790. Was signed: F. Wieman, Resident and Secretary. Agrees: D. Vandenbroeck C. Glleng 16 26 Batavia To His Honor The Right Honorable Highly Respected Lord Willem Arnold Alting Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and of the General East India Company, together with The Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honorable Far-Ruling Lords, Having received by the direct ship the Spaarne, which recently arrived here, the excerpts from the respected letters written to Your Honors by the Right Honorable Highly Respected Lords Masters under dates of 4 and 31 December 1788, the same have been duly answered by us, as we have the honor to let follow below. Excerpt from the missive written by the Assembly of 17 to the Governor-General and the Councillors of the Indies at Batavia, dated 4 December 1788. Honorable Valiant... 31. Our last letter to you was on the 16th of May of this year, and as we now again, according to annual custom, will treat with you concerning that which appeared noteworthy to us upon reading and considering the Indian letters and papers, we begin this our general letter with the subject of Amboina, etc. 3126. Under the subject of Bengal, we immediately found noteworthy the report made by you by missive of 31 December 1786 regarding the defect found in this government on the main mast of the ship Hinloopen, which you, upon the incoming report of the commander and master equipage master Blom, have passed for this time. Besides it being incomprehensible that a main mast, on which at Batavia no rot or unfitness was noticed, could nevertheless in Bengal, so few months thereafter, be found entirely unfit, it appears that you have also considered this matter speculative, since you have only passed the same for this time, whether this stemmed from the aforementioned report of Equipage Master Blom, or whether it relates to the management of this Directorate. Upon investigating the matter, we have found that by a so-called ship's resolution the said ship was inspected and found that at the top of the main mast on the starboard side, the main timber up to three... Respectful Answer to the Beside Excerpt: These remarks regarding the defect found on the main mast of the ship Hinloopen and the various reports made to us on that subject, we shall dutifully take as guidance. Through the departure of the then Equipage Master, we cannot at present give any further information on the matter other than that the quoted price of 4000 rupees was asked for a piece of mast wood, of which there was then a great scarcity in Bengal, to avoid which costly purchase we made use of the opportunity that presented itself to obtain an alternative for 2200 rupees, according to the statement of the Master Carpenter, who had the management of the timber yard under his administration, while the old mast was virtually in pieces and fragments, so that nothing could be made from it except some rollers that were needed on the wharf, while the top was used for a capstan.
Dutch transcription
Ao 1798 5 N„o 1 Register den Papieren die op heeden over Batavia verzonden werden aan De Wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Bewindhebberen Gedeputeerd ten Vergadering van Zieventienen de Generaale Ne„ „derlandsche Oost-Indesche Com„ „pagnie representeerende ter preesidiaale kamer Amsterdam Origineele missive aan als boven op heeden gedateerd 2 Duplicaat missive als eeven in dato 13 maart 190. — 3 Gecachetteerde Missie aan de Wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Bewindhebberen geommitteerd tot de secreete zaken in t Hoge e E „ 5. 7 „8 N„o 4. Geslooten Paket met de Copia secreete Resolu„ „tien en andere Papieren volgns een apart Register Twee stellen van de Houglysche Resolutien van het Jaar 1789. voor de kameren Hoorn en Delft. Twee stellen van de Gemeene Advisen in 1789. aen de Illustre vergadering van Zeeventienen en de Edele Hoge Indische Regeering ge„ schreeven in dato 27 Ian„ij 31 maart 5 April, 10 Augustus en 13 Seppter voor de kameren Hoorn en Delft Copij missive aande Edele Hooge Indische Regeering op gisteren gedateerd houdende de beantwoording der Jongst ont„ „fangene Patriasche Extracten voor de kamer Amsterdam Copia Geschrift met vyf Bylaagen door den koopman Jacob Eilbracht. 6 6 „ 10 „11 „ 13 op den 10: Augustus 1786. ter insertie in de secreete Resolutie overgegeeven waar van de overzending geordon¬ neerd is by Extract Patriasche Mis sive van 4 Decbr: 1788 b. 158 No 9 Copia Antwoord van den Onderkoopman Paulus van Grieken op het request van Roelof Haphert en I: Gabriel La Jond- Translaat quitantie door de Heeren Deenen hier verleend voor den ontfangst van zeekere Legaaten uit den Boedel van Peter Franszen. Duplicaat Register der Jongte verzondene Papieren in dato 13 Maart 1790 „12. Bericht van de by de Boeken lopende Debiteuren onder ult„o Augustus 1789. gedateerd 24 february 1790 wegens de Generaale in Particuliere staat reekening onder eeven gemelde datum als boven gedateerd es n van ren „ No. 2 N:o 14: Bericht wegens de Belastingen en vergoedingen vor 13 2/ Een kas beschreeven Negotie Boeken en Papieren van Bengale vann Nederland houdende het derde stel Boeken van A„o 1787/8 gespecificeerd op het daar in afgelegde Register /:onderstd:/ Hougly in Bengale den 9' April 1790.— /was get:d:/ F=k Wieman R„s & Secreetaris Accordeerd D Vanden broeck CGlleng 16 26 Batavia Aan zijn Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heer H Willem Amola Alling Gouveneur Generaal van weegens den staat der vereenigde Neder„ „Landen en Maare Algemee„ „ne oost Indische Compagnie Neevene De WelEdele Heeren Raaden van Nederlands Indie Hoog Edele Wijdgebiedende Heeren Het het Iongst hier gearriveerde directe schip het Spaarne ontfangen hebbende de Extracten uit de gerespecteerde brieven den 1178 3/9 leng den WelEdele Hoog Achtbaare Heeren Meesters aan uw Hoog Edelheeden onder den 4e en 31„e December 1788 geschreeven zyn dezelve door ons behoorlijk beantwoord, zoo„ „daanig als wij de eere hebben die hier inder te Laaten volgen. Extract uit de Mis„ „sive geschreeven door de ver„ Eerbiedig Antwoord gaadering van V7 aan den op het Nevenstaande Extract Gouverneur Generaal en de Raaden van Indien te Batavia in dato 4=e De„ „cember 1788. - Erentfeste Man„ hafte 31. Ons laatste schrijven aan uld is geweest den 16=e Meij dee„ „zes Iaars, en daar wij thans weeder naar Jaarlyks gebruijk met 8 Amboina etc met UE zullen verhandelen het geen ons bij het naleesen en overweegen der Indische brie„ ven en papieren van opmerking voorgekoomen is beginnend wij deeze onse generaale brief met de materie van. - Deeze aanmerkingen noopens 3126. Onder de materie van Ben„ het bevonden defect aan den groote „gaalen hebben wij al verstond mast van het schip Hinloopen opmerkelyk gevonden het ver„ en de verschillende rapporten des¬ „slag door UEd gedaan bij mis„ neegen aan ons gedaan, zullen wij „sive van 31=e December 1786 weegens ons schuldpligtig ter nariert laa„ het ten deezen Gouvernemen„ „den strekken. - door het vertrek te bevonden reffect aan de groo„ van den doenmaalige Equipagie „te mast van het schip Hin„ meester kunnen wij thans deswee Loopen 't welk UE op het in koo „gen geen verder bezicht geeven als „men bericht van den komman„ dat de aangehaalde prijs van st. deur en opper Equipagiemeester 4000:—: = gevraaga wierd voor een Ed„ Blom voor ditmaal hebben 6 ropisen masthout, waar aan toen„ gepasseerd. maals in bengale een groote schaars„ Behalven dat het onbe„ heijd was, om welke zuiden in koop „grypelyk is, dat een groote te ontgaan wy gebruijk maakten Mast, waar aan op batavia geen van verrotting verrotting of onbezwaamheid van de geleegentheid die zig aan bood zouden bespeurt zijn egter in om een wegus te krijgen voor sE Bengaalen zoo weynig maan 2200:-:- volgens opgaave van den den daar na geheel en bekwaam Baas Timmerman, welke de dier heeft kunnen bevonden wer„ „heijd de houtLoots onder zijn admi„ aen scheijnt het aat uE dee„ nistratie had, veel de oude mast ze zaak meede als speculitie genoegzaam aan stukken een brok„ hebben aangemerkt, vermits „ken zoodaanig dat daar van niets UE deselve voor ditmaal slegts gemaakt heeft kunnen werden gepasseerd hebben, 't zij aan @ als eenige rollen die op de werf be„ dat dit voortspruijde uit 8. „naadigd waaren, derwijl de top voormelde berigt van den Egen tot een kaap stander verbruijkt „pagiemeester Blom, 't zij het zelve betrekking hebben tot de behandeling ter deeser C Directie. By naaspeuring van de Vlaas„ „te hebben wij bevonden dat by eene zoogenaamde scheeps resolutie het gemelde schip gevesideerd en bevonden is, dat aan den dop van de geoo„ de mast aan stuurborrd zij „de, het kooningstuk tot drie is.
English
three inches waterlogged, which defect, since no spare masts were to be obtained, was to be compensated for by fitting the mast with two cheeks, after which it would be in a condition to make the voyage to the Cape. However, according to a report from the Master of the Equipage and the Master Carpenter inserted in the Resolution of the 21st of November 1785, it is stated that upon further inspection it was found that the main piece was rotted 6 to 7 inches in various places from water seepage, that the entire maintop as well as the cross-trees were also irreparable, and that the vessel had to be provided with these as well as with a new mast. From this discrepancy in reports, it must naturally be concluded either that the first inspection was not properly conducted, or that the final finding was considerably exaggerated; for even if one were willing to concede that the waterlogging of the mast could not properly be investigated because it was covered by the cheeks, this reason nonetheless has not the slightest bearing on the maintop and the cross-trees, of which not a word is mentioned in the aforesaid ship’s resolution. And it is all the more strange that that woodwork is stated as being entirely irreparable by the Bengal Master of the Equipage Fredriks and Master Carpenter Groenewoud in their report dated the 7th of November 1785, whereas those same officials had also taken part in and signed the aforesaid ship’s resolution of October 1785, and the inspection had also taken place in their presence, without any defect in the top and cross-trees being spoken of. Moreover, it cannot appear otherwise than highly speculative that in the Hughli Resolution of the 28th of October 1785 it was stated that a new mast would cost at least 4,000 Rupees, while according to the Resolution of the 17th of November it appears that one was purchased for 2,280 Rupees; which sum, however exorbitant, differs so significantly from the first estimate that, at best, we believe we must infer from it that either poor information was gathered regarding the cost, or that they proceeded in a very careless manner. We have deemed it utterly necessary to communicate these remarks to Your Honour, in order that Your Honour might confront the ministers with them, while in the meantime we cannot conceal our displeasure both regarding this concealed manner of proceeding and regarding the excessive sum that was spent on the mast timber, without our finding it mentioned anywhere whether any use was made of the old timber. And since such expenditures cause great damage to the Company as heavy burdens, we recommend that Your Honour take proper care that the ships at the Headquarters are provided in such a manner that no cause is given for such expensive purchases at the outer factories, and that this Directorate also, upon the slightest possibility of mast timbers, if not from the mother country, be provided at least with native timbers, for which among others the timbers felled around Malacca, of which according to your note under that subject useful use can be made, appear to be eligible for consideration. We hope not to fall into the unpleasant circumstance again of having to resort to hiring foreign ships for the conveyance of the collected products to the Headquarters; should it nevertheless happen, we will endeavor as much as possible to keep in view the adjacent remarks and orders, requesting permission to observe in that regard that because Batavia Arak, the only item previously fetched by the English from the Headquarters, has for several years been so heavily taxed here in Bengal, and the sugar trade has already for a long time been languishing at Batavia, there are, as far as we know, no other products that they carry thither with profit and which could thus encourage them, out of consideration thereof, to charter their ships to the Company for less than otherwise in case of need. Just as we also earnestly recommend to Your Honour, upon the hiring of a ship again, both to prevent the taking on of goods of officers and to pay better attention to the loading than was done regarding the ship The Bengal Merchant; it having to be attributed thereto, according to the report of the Equipage Overseer, that it could not take in the projected goods; or else, upon entering into the contract, to make the necessary stipulations regarding the volumes that must be transported, as otherwise not the least reliance can be placed on the preliminary calculations; a proof of such an agreement having appeared to us in the Hughli Resolution of the 6th of June 1786, with respect to 153 bales of gunnies that were received back from the ship The Britannia and subsequently transported freight-free by the owner of that ship in another of his vessels. Paragraph 128. With respect to the exorbitant sum of 40,000 Current Rupees which was paid by the Bengal ministers for the hire of the last-mentioned ship The Britannia, we believe we must observe that the English in Bengal annually require Batavian products, but that it is always difficult for them to give a proper cargo to the ships that go to collect those goods, because the importation of opium into Batavia is not permitted, saltpeter is no trade for private individuals there and can only serve for the Company in case of need, and piece goods, when brought to Batavia in a significant quantity, cannot easily be disposed of with any profit; from all of which it follows that one does a shipowner no small service when one charters his ship, destined by him for such an expedition, and thus, as it were, provides him with a certain
Dutch transcription
drie duim ingewaaterd was welk defect men vermits er geen C rendhouten te bekoomen waa„ ren, zouden suppleeren met de mast door twee wangen te laaten voorzien waar na dezel¬ 61 „re in staat zoude zijn om de reijze naar de kaar te doen. Dan by een Rapport van den Equipagiemeester en baas Timmerman geinsereerd by Resolutie van den 21e. Novembr. 1785 word gezegd, dat bij nadere vesitatie was bevonden, dat het kooningstuk op verscheijde plaatsen door het inwaateren, 6 a 7 auim verrot was, dat ook de geheele groote mans alschee„ „de de Zaalings on herstelbaar waaren, en als de bodem zoo wel daar van als van een neu„ „we mast moest werden voorzien„ Uit deeze verschillendheid van Rapporten moet na luur„ lyk „lijk worden opgemaakt of dat de eerste vesentatie niet naar beheoren is gedaan of dat de Laaste bevinding aanmerke„ „lijk is vergroot; want indien men ale wilde toegeeven dat de inwaatering van de Mast niet na behooren heeft kun„ Ce nen nagegaan werden; als be„ dekt geweest zynde door de wan„ „gen, zoo heeft dog deeze reeden gean de minste betrekking tot de groo„ „de mars en de zaalinge, waar van bij de voorm: scheeps resolu „die niet eens word gezept en 8. is te vreemden, dat aat Hout„ werk door den bengaalschen Equipagiemeester Fredriks en Baas Timmerman Groe„ „newoud bij hun Rapport ge„ „dateerd 7=e Novembr 1785, als ge¬ heel en kerstelbaar word er„ gegeeven, daar die zelfde be„ diende de voorm. scheeps Resol¬ van 7 ƒ 10 van Octbr. 1785. meede genoomen en geteekend hadaen, en ook de visentatie ten hunnen over„ „staan geschied is, zonder dat van eenig gebrek aan de mans en zaalings word gesprooken Het kan booven dien niet anders dan zeer speculatief voorkoomen, dat bij hoegEyscher„ Resolutie van 28=e October 1785 werd gezegd, dat een nieuwe mast ten minsten 4000 Ropen „en zouden kosten terwyl vol„ gens by Resolutie van DV rovens ber blijkt; aat er een is opge„ kogt voor sr 2280:—:- welke som„ hoe exherbitant ook egter zoo aan merkelijk verschild, met de eerste en gaare dat wij tin besten genoomen daar uit meenen te moeten opmaaken, dat omtrend het kostende of slegte infermatien zyn gener men, of zeer Los is te werk ge„ gaan gaan. - Wy hebben het ten uiter„ ste noodsaakelyk geagt UE dee„ ze aanmerkingen te Communi„ „ceeren, den einde UE die de mi„ „nisters voorzouden, terwijl wij intusschen ons engenoegen niet ontreynsen kunnen zoo wel over „deeze de ingehouden handelwyse als over de excessive som, welke voor het mast hout is besteed zonder dat wij ergens gemeld vinden of er eenig gebruik is gemaakt van het oude En daar zoort gelijke uit „gaave als zoo veel drukkende Lasten de Comp=e weel schaade veroorzaaken Recommandeeren wij UEd„ behoorlijk zorge te doen e draagen, dat de scheepen op de te Hoofdplaats zoodaanig worden voorzien dat niet op de buiten Comptoiren, tot zoodanige kost „baare inkoopen aanleijding gege„ „ven worden en dat ook deeze e Disectie 1s Directie by maar eenige mooge lijkheid van masbhouten zoo algeen vaaderlandsche althans 6 inlandsene werden voorzien waar boe onder anderen de hou„ „ten omstreeks mallacca val„ „lende, waar van volgens uw ge„ „nobeerde onder die maberie een e nuttig gebruijk kan werden e gemaakt, in Consideratie Schij „nen te kunnen koomen. - wy hoopen niet weeder in de ondaan: Gelijk wij UE meede ernstig aanbeveelen em, bij het weeder genaame omstandigheid te zullen geraaken, dat toevlugt behoeven te inhuuren van een schip zoo wel het inneemen van goe¬ neemen tot het inhuuren van vreemde scheepen ter overvoer an„deren van officieren de belet„ de ingezaamelde producten voor de„en, als boeder acht te geeven en op de belaading dan geschied is en Hoofdplaats, indien het echter ge„ omtrend het schip The Ben„ de „beurd zullen wij de neevenstaande „gal Marchant moetende aanmerkingen en beveelen zoo veel daar aan volgens het berecht doenlijk tragten in het oog te hou„ van den Equipagie opziender 6 den, verlof verzoekende ten dien toegeschreeven worden, dat het opzigten te moogen aanmerken, zelve de geprojecteerde goederen dat doar de Basaviase Arak, het niet „ niet heeft kunnen inneemen het eenigste articul welk door de En„ of wel bij het aangaan van het gelschen bevoorens van de Hoofdplaats Contract de noodige Stipuladie gehaald wierd, zeedert eenige Iaaren de maaken omtrend de volumes hier in Bengale zoo waar belast is die vervoerd moeten worden, wer en de zuyker handel reeds zinds lan„ anders geen de minste staad „ge op Batavia kwynden geen ande„ kan gemaakt worden op de voor zen producten zijn voor zoo verre wij afgaande bereekeninge zijnde weeten, die zij met voordeel Ler„ ons van een diergelijke overeen„ „waards voeren en hen dus ani„ „komst een blykt voorgekoomen „meeren zouden kunnen om uit bij Hoeglijsche Resolutie van inzigt daar van, bij benoodigd„ 6=e Iunij 1786, ten opzigte van heid, hunne scheepen voor min„ 153 Pakken goenies die van het „der als anders aan de Compagnie schip The Brittannia naa„ te verhuuren. - „ren terug ontfangen en vervol „gens door den Rheeder van dat schip met een ander zyner vaar„ „tuijgen nagt vrij zyn overgevan„ §128. Met opzigt tot de Exhor„ betante som van Cl 40000:= welke door de Bengaalsche mi nisters voor huur van het Laatst gemelde schip The Brittannia is betaald mee„ nen 12 „nen wij te moeten aanmerken dat de Engelschen in bengaalen Iaarlyks Bataviasche producten noodig hebben, dog dat het hun altoos beswaarlyk valt, om de scheepen welke die goederen gaan afhaalen, een behoorlyke Laading te geeven, wijl den in„ „voer van Amfioen on Batavia niet gepermitteerd is, de sal„ „pecter geen Negotie is voor par„ „ticulieren aldaar en alleen bij benoodigdheid voor de Comp: kan dienen, en de Lijwaaten in eene naamwaardige quantiteijd aan gebragt wordende en Batavia niet gemaklijk met eenig woor deel van de hand te zetten zijn, uit al welke volgen, dat men een Rheeder geen geringen dienst doet, wanneer men zijn schip„ door hem tot een diergelyke Ex„ peditie gedestireerd, Luurt en hem dus als het waare een zeeker
English
gives a certain advantageous outbound voyage, and which service is the greater in proportion to the sum that is agreed for him. These observations, upon which the ministers it seems have not reflected, we hope and expect will result in their not proceeding in the future so lavishly as took place with the chartering of The Brittannia, wherein very erroneously the high charter rate that was granted for The Bengal Merchant was taken as a basis, your remark being correct that in such agreements one must look not so much at the value as at the volume of the goods. We likewise order that, if possible in such cases, some condition be made that the payment, if not entirely then at least for half, need not take place until after the completion of the voyage, of which nothing is to be found in the contract inserted in the Hooghly Resolution of 17 February 1786, it being very inequitable that the payment of the charter moneys takes place before the same have been earned either entirely or in part. Paragraph 129. Concerning this so unfortunately turned out contracting, in our detailed description under ultimo March 1787 to their High Nobilities an accounting representation was made, to which we request permission to refer. Although on the one hand we have seen with pleasure that Your Honors did not let pass unnoticed that the contracting of linens for 1785 was done with so little competence and deliberation, we must however on the other hand remark that the reasons which restrained Your Honors from demanding an accounting of the conduct held and shown therein are not sufficient, because in case the officers could not have properly accounted for themselves and had only come forward with frivolous pretexts, Your Honors would not have needed to admit the same, but on the contrary ought to have imposed upon them a fair correction, whereby they at least would have been encouraged to a better observance of their duty for the future, the more so because Your Honors yourselves are surprised that none of the members of the Council had enough knowledge or courage to notice the wrong manner of proceeding, or to hold this before the president if he were being misled. Paragraph 130. The Director takes the liberty with regard to these recommendations to refer to the previous year's answer to the extract of the Fatherland missive of 26 December 1787 paragraph 296. The recommendation made by Your Honors to Director Titsingh to regulate himself with regard to the assortments of the linens according to the prescriptions to be found with the demands deserves, as very necessary and beneficial, our special approval, the more so as the deviation from prescriptions has had the bad consequences that were to be apprehended therefrom, as appears from our letter to this Directorship of 26 January 1788. We therefore charge Your Honors to repeat this recommendation with all earnestness upon occurring occasions, in order to make the ministers and particularly said Director Titsingh understand that it is not a matter of fully loaded ships with bad goods, upon which instead of sufficient profits much loss is to be expected, but rather of receiving sound linens, albeit in lesser quantities, because it is the quality of the goods alone that can make this trade useful for the Company. Paragraph 131. Likewise, that which was remarked by Your Honors with respect to the banyan appointed by Director Titsingh appears very correct to us, and it seems to us that in this matter also the widely proclaimed expectation of aforesaid Director has not been answered, since he shows in his note to the Resolution of 18 April 1786 that that servant had offered to pay in paper the five lakh rupees, which he had promised to furnish months beforehand, and to leave the discount of 22 per cent for the account of him, the Director, which proposal was too exorbitant to be accepted; on account of which conduct one has reason to fear that for the future he likewise will not answer very promptly to his obligations, and we thus charge Your Honors to admonish aforesaid Director not to rely too much on the promises of a man who has left him in embarrassment in so important a point. For this admonition the Director expresses his thanks to Your Right Honorable and will let the same serve as guidance, having during his stay in this Directorship only too clearly experienced that no Bengali is to be trusted. Paragraph 132. Concerning the desire of Director Titsingh by letter of 20 March 1786 for the Directorship dispatch of two ships, which Your Honors have left to our disposal, we understand that that dispatch direct to this Government can only come into consideration when circumstances change so favorably that sufficient profits are to be gained on the cargoes to be dispatched therewith, for which, according to the writing of the Director himself in aforesaid letter and that of 12 January, there is as yet little probability. Hereabout the Director also takes the liberty to refer to the answer to paragraph 299 of aforesaid extract of the Fatherland missive of 26 December 1787. Paragraph 133. With regret we have seen that the outcome fully confirms the correctness of our reflection made in the past year, that namely the plan of Director Titsingh to dispatch three return ships was ill-reasoned and premature, which is now but too well confirmed since Your Honors, by the positive declaration of said Director, have been brought to the necessity to
Dutch transcription
zeekere voordeelige uitreys geeft, en welke dienst de grooter is, naar maade van de som, die hem word geaccordeert. Deeze aanmerkingen waar op te de Ministers zoo scheijnt niet ge„ C „dagt hebben, hoopen en verwag„ „ten wy, dat ten gevolgen zal hebben, dat zij in het toekoomen „de, niet zoo ruijmschootig be werkgaan, als bij de inhuuring van The Brittannia heeft plaats gehad, waar bij zeer ver„ keerdelijk tot een baris is ge„ „noomen de hooge huur die voor The Bengal Marchant was toegestaan, zyn de uwe remarque suijst dat in diergelike bedin le „gen niet zoo zeer op de waarde als wel op het rolumen dert goederen moet gezien worden. — Seevens beveelen wij, om des moe„ „gelijk in dergelyke gevallen, eenig beding te maaken, dat de 13 de betaaling zoo niet geheel dan den minsten voor de helft, niet eerder behoefde te geschie„ „den als na het volbrengen der reyze, waar van bij het Contract„ geinsereerd bij Hoeglische Resolutie van den 17e Febru¬ „arij 1786. niets gevonden word, als zynde het zeer onbellijk, dat de voldoening van de huurpennin„ „gen geschiede, voor dat de zelven of geheel of ten deele verdient zijn. Of schoon wij aan den ee„ §129. Over deeze zoo ingelukkig uitgeval„ „nen kant met genoegen heb„ aanbesteeding es by enze genaaa„ „ben gesien, dat UE niet in le beschrijving onder ult=o Maart 1787, aan hun Hoog Edelheeden gemerkt hebben gepasseerd, dat de aanbesteeding van Lijwaa„ een verantwoorden de vertooning „den voor 1785. met zoo weynig gedaan, waar aan wij verlofver„ kundigheijd en overleg was ge„ zoeken ons te moogen gedraagen daan moeten wy echter aan de andere zijde Remarqueren dat de reeden welke UE had „ van weeder houden, om het daar bij gehouden P E gehouden en bezennen gedrag, zee„ „kenschap te vorderen, niet voldien„ de is, alsoo UE in dien de bedien„ „den zig niet behoorlyk had aen kunnen verantwoorden en Slegt met frivole preetexten waaren de voorscheijn gekoomen dezelve niet hadden behoeven se admit¬ „teeren maar inteegendeel hen een billijke Correetie laaden be „hooren on te leggen, waar door zij ten minsten tot een beete betrachting van hunner pligt voor het vervolg zoude zyn op d „wekt geworden, te meer daar UE zelfs verwondert zyn dat geen der Leeden van den raad, of kundigheed of cordaatheid genoes„ gehad had, om de verkeerde hande wijze op te merken of zulks der voorzitter zoo hij misleid wierd, voor te hereden. Den directeur neemd de vrij „ §. 130 De door UE gedaane Recom„ hoyd ten opzigte van deeze aanbe„„mandatie aan den directeur e veelingen Titsingh 14 „veelingen zig te refereeren aan Sitsingh om zig ten opzigte de voorjaarige beantwoording van van de sortementen der Lijwaa„ het Extract Patriasche missive „ den te reguleeren na de voorschrif„ an 26e Decembr 1787 § 296 „den by de Eisschen te vinden ver„ diend, als zeer noodzaakelijk en heijlzaam, onze speciale goedkeu„ „ring te meer, daar de afwijking van voorschriften heeft gehad de slegte gevolgen, die er van moesten werden geapprehen„ deert, blijkens onse brief naar deeze directie van 26=e Januarij 1788. wy gelasten uE dier halven deeze Recommandatie by voor¬ koomende geleegentheeden met allen ernst te herhaalen, ten einde de ministers en inzonder heid gemelde Directeur Tit„ „singh te doen begrijpen, dat het niet te doen is, om vollaa„ den scheepen met slegt goed waar ep in steede van genoeg„ „saame advancen, veel verlies is te wagten, maar wel om E deugdzaame deugdraame Lijwaaten de erban„ „gen, schoon ingezinger quanti„ „beiten, wyl het de deugd van het goed alleen is die deezen handel voor de Comp=e van nut kan doen weezen. — §131. Insgelijks komt het door UE geremarqueerde met opzigt tot aen door den Directeur Tit„ „singh aangestelde benjaan zeer Juijst voor, en het scheijnt ons toe dat ook hier in aan de breed opgegeevene verwagting van voorn: Directeur niet is beantwoord daar hy bij zijne aanteekening ter Resolutie van den 18=e April 1786 vertoond, dat die bediende de vyjf Lak ropijen, welke hij belooft had s maands te voor ren te zullen fourneeren, had aangebooden in papier de be„ „taalen, en het Discente van 22 per Centvoor Reekening van hem Directeur de laaten, welke 2 15 welke voorslag ste buiten spoonig was geweest om aangenoomen de Voor deeze vermaaning betuigdden worden, uit hoofde van welke be„ 6 Directeur uwel Edele Hoog Achtbaa„ handeling men reeden heeft te ze zynen dank en zal zig dezelve tot dugten, dat hij voor het vervolg narigt laaten strekken als hebben meede niet zeer prompt aan zy„ „de zeedert zijn verbleijf in deeze ne beantwoording zal beantwoor„ Directie maar te duijdelijk onder „den en gelasten wij uE, dus vonden dat geen bengaalder bever, voormelde Directeur de vermaa„ trouwen is. — „nen, niet te veel staat te maaken op de beloften van een man, die hem in een zoo im„ „pertant Toinet in verleegend, heeft gelaaten. - 1132. Omtrend het verlangen van den Directeur Titsingh by brief van den 20e Maart 1786. tot de Directie uitzending van twee scheepen het welk ue ter onser dispositie overge„ Laaten hebben begreijpen wij dat die uitzending direct naar dit gouvernement aan maar eerst in aanmerking kan koomen koomen wanneer de omstandig „heeden zoodaanig gunstig verar deren dat op de daar meede uit te zendene Laadingen genoegza me voordeelen te behaalen zyn waar voor volgens het schrijven van den Directeur zelve bij opge¬ „melde brief en die van 12 Jan„ nog weynig waarscheynelykheid Heer omtrend neemd den 1133. Met Leetweezen hebben we Directeur meede de vrijheid zig te gesien, dat de uitkomst de Iut gedraagen aan het antwoord op de „heid van onse in den voorleede 299= 4 van voormelde extract Ta Iaare gemaakte reflexi volkoo„ triasche missive van 20=e December, men bevestigd dat naamen lijk het plan van den Direct 1787. — Titsingh, em drie retoursch „pen te depecheeren on berai„ sonneerd en voorbaarig was, het welk thans maar al te zeer „vestigd weza naardien UE door de positive verklaaring van ge melde directeur in de noodsaa „lijkheid zijn gebragt geworden is. om - 8
English
to project one more ship for the return than had initially been intended, by which consequently expenses have been caused that otherwise could have been spared. Your Honors feel, as we trust, with us that the said Director, in pursuing his zeal when having no probability or possibility before him to be able to succeed, has proceeded very imprudently, we ordering Your Honors to present this to him, and likewise to make him understand that finding himself so newly placed in a country and in a trade so entirely different from that in which he had previously been employed, he ought to have had greater mistrust of his prospects, however easy he might otherwise have been regarding his skills. 134. Furthermore, we must also express our highest displeasure over the omission which has taken place in the separate statement of the purchased cloths and those delivered upon contract, whereby the opportunity has been taken from us to judge here, by comparison, regarding the quality and regarding the prices. This omission was caused by the servants in the cloth warehouse, regarding which we respectfully request pardon and against the committing whereof careful watch shall be kept in the future. 135. On the other hand, we are very satisfied with the price reduction in 1785 at Kasimbazar on the silk, silk fabrics, and linens, which the ministers attribute to the good direction of the merchant Verspyck; a very proper attentiveness in observing and promoting the interests of the Company is always suited to carry off our approval, and we therefore recommend Your Honors, as much as possible, to see to it that at this office there be a servant at the head who has the prospects before him to follow such a good example. 136. Concerning the treatment and the circumstances of the opium trade, Your Honors have indisputably been given every reason to judge it as favorably as Your Honors have done in various letters to the ministers, reflection having been made in particular by you with much justice on the meager report which the ministers had made of several very strange circumstances concerning this trade, and recommended to give all possible elucidation, and to pay the closest attention to the conduct of the servants at Patna. Yet it seems strange to us that Your Honors, in view of that meager report, have left the conduct of the said servants as it was; for since the Ministers themselves had entertained doubts about it, and also your own remark about the price of the collected opium in comparison to that for which the same was sold publicly by the English is very correct, we do not understand why one should have acquiesced in this, especially in a matter such as this, which was particularly worthy of a closer investigation. For even if it had to be conceded that for the 400 chests that were purchased separately a higher price had to be spent, because that purchase, on account of the exclusive contracts of the English, was to be regarded as clandestine, and consequently was mixed with danger for the supplier, we nevertheless believe that in this, at best, a connivance of the contractor, if not an agreement with the same, shines through, which must make that alleged high price appear very suspicious. A similar suspicion militates even more strongly regarding the price which was alleged to have been paid to the contractor himself, since it is at least in the highest degree improbable that the latter, since he had received orders from his superior for the delivery, would have dared to demand at Patna a price coming so close to the sales price at Calcutta. It would also, in our imagination, not have been difficult to obtain the necessary information from the English ministry regarding the contracted purchase price for the English Company, and it is extremely strange that use was not made by the ministers of this means, so suited to obtain some necessary information in this matter. To fulfill this requisition, we, in a letter dispatched on the 17th of March, requested the gentlemen of the English Government, with the representation that some objections concerning this had arisen with Your Right Honorable Worships, to be informed of the prices that in the years 1785 and 1786 were validated by the contractor to the English Company for the opium then relinquished to us at Patna, in the hope that the answer thereto would come in to serve in our deliberations on these and further letters and papers received from Europe and from Batavia; but the same having failed to appear until today, we must await a later opportunity to report the result thereof to Your Right Honorable Worships. And since the price of that valuable article for 1786 as paid to the contractor by the Patna servants has also been stated as very high, it is most necessary that the Bengal Ministers nevertheless obtain at Calcutta authentic and satisfactory information concerning this, so that one can judge on good grounds to what extent the Company has been well or poorly served in this, while Your Honors will well recognize the necessity of keeping a special eye on such servants who, according to so much cause, have given reason to suspect their conduct. 137. With the resolution of the Calcutta Council not to grant annually to the Dutch Company, just as to the French and Danes, more than 200 chests of opium, and the sentiment of one of the members of the Calcutta ministry on that
Dutch transcription
16 om een schip meer tot het re„ „tour te projecteeren als eerst het voorneemen was, waar door gevolglyk inkosten zyn veroor„ „zaakt, die anders zoude hebben kunnen gespaart worden. - UEd: gevoelen zoo wij ver„ trouwen, met ons dat gem: Directeur in het opvolgen van zynen yver als geen waarschijnd lijkheid of moogelykheid voor zig hebbende om te kunnen slaa„ „gen, zeer en voorzigtig is te werk gegaan, gelastende wij UE hem dit voor te stellen, en leevens te doen begrijpen dat hy zich te zoo neuwelings in een land en in eenen handel zoo volstrekt verschillende van die waarin hij te vooren was geemploijeerd geweest, geplaatst vinden de meerder mistrouwen op zyne vooruitzigten had behooren te hebben, hoe gerust hy ook anders anders op zijne kundigheeden had moogen weezen. - Dit verzuijm is door da be„ 1134. Voorts moeten wij nog ons diendens in de kleederaal veroor„ hoogsten ingenoegen betoonen, zaakt, waar over wij eerbiediglijk over het verzuijm 't welk er heeft 6 met excus verzoeken en doegen het be„plaats gehad, in het „ afzonder„ gaan waar van, in het vervolg serg„elyk opgeeven der opgekogte en de en aanbesteeding geleeverde vuldig zal gewaakt werden. doeken, waar door ons de geleegend„ „heid is benoomen om alhier, by vergelyking over de deugd en over de prijzen de oordeelen — §135. Daar teegen zijn wy zeer voldaan over de prijs vermin„ dering in 1785 de kassembacaar op de zyde, zyde Stoffen en lij¬ „waaden, welke de ministers aan de goede directie van den koopman Verspyck dee schap „ren, eene zes betaamelijke on„ „lettendheid in het waarneemen en behartigen van de belan„ „gen der Comp=e is altoos ge schikt om onse goed keuring weg 17 weg te draagen, en wij recomman„ deeren UE des, zoo veel moogelijk te zorgen, dat op dit Comptoir eene bediende aan het hoofd zij die de apparentien voor zig heeft, e om een zoo goed voorbeeld naar te volgen. — §136. Omtrend de behandeling en de omstandigheeden van den Amphioen handel is UE onteegenspreekelijk allen grond gegeeven, om daar over zoo gunstig te oordeelen als uE bij verschil„ „lende brieven aan de ministers hebben gedaan, zynde in het bij¬ „zonder door ul met veel regt ze„ „flexie gemaakt over de Schraale bedeeling welke de ministers c van verscheijde zeer zonderlingen omstandigheeden, deesen han„ „del Concerneerende hadden ge„ „daan, en gereekommandeert alle moogelijke elucidatie te geeven, en op het gedrag der be dienden „dienden de Pattena allernaauh„ „keurigst te letten. - Dan het Schijnt ons vreemd dat UEde uit hoofde van die Schraale „deeling de behandeling van ge „melde Bedienden hebben ge„ Laaten voor het geen zij was want daar de Ministers zel „ve daar over bedenking had„ den gedraagen, en ook uwe an „merking zelve over de prys ingezaamelde amphioen in v „gelijking van die voor welke „zelve door de Engelsche publick was verkogt, zeer juijst is, begri „pen wij niet waarom men daar by zouden hebben moeten bera den voor al in een zaak als deeze, die wel inzonderheid een nader onderzoek waardig was g weest. Immers indien al eens moest worden toegestamtd voor de 400 kisten die afz der 18 „derlijk zijn ingekogt eene hoo„ „gere prijs had moeten worden besteed, dewyl die koop uit hoof„ de der Exelusive Contracten van de Engelsche, als clandestien was aan te merken, en gevolg „lyk voor den Leverancier met gevaar was vermengd vermee„ „nen wij egter, dat hier in ten besten genoomen, een oogluij„ king van den Contractor soo niet eene overeenkomst met den zelven door steekt welke dien voorgegeeven hooge prijs zeer verdagt moet doen voor koo„ men. Soortgelyke verdenking militeerd nog sterker om„ „trend de prys, welke werd voor„ „gegeven aan den Contractor zelve te zyn betaald, daar het althans ten hoogsten en waar„ schynlyk is, dat deeze, daar zij van zynen Superieum tot tot de afloevering had ordre ge„ „kreegen, de Pattena zouden heb „ben durven vorderen eene Prys soo naby koomende aan den ver„ koopPrys de kalkatte het zoo „de ook naar onse verbeelding na moeielyk zyn geweest, om bij het Engelsen ministerie de noodige informatie te bekoomen te omtrend den gecontracteerde l prijs van inkoop voor de Engel „sche Compagnie, en het is zel den uitersten vreemd, dat door de ministers niet is gebruik„ gemaakt van dit middel zoo geschikt em eenige noodige in„ „ligting in deezen te bekoomen Ter voldoening aan dit requisit En dewijl de prijs van dat hebben wij bij een brief den 17=e valuabel Articul voor 1786. Maart afgezonden, de heeren van als aan den Contracter betaalt het Engelsche Gouvernement, in„ door de Pattenasche Bedienden 6 der vertooning dat hier over eenige meede zeer hoog is opgegeewen bedenkingen bij uwel Edele Hoog is het aller noodzaakelyktst 16 Achtbaare ontstaan waaren, dat de Bengaalsche Minis„ verzogt ters 39 Verzogt om onderigt de worden van sters, als nog op kalkatte aut„ de prijzen die en A=o 1785 en 1786. „ hentique en voldoende in for„ door den Contractor aan de Engel„ matien desweegens inneemen, 6 sere Compagnie gevalideerd zyn op dat men grond kan worden voor de toen te Patna aan ons geoordeeld in hoe verre de Compe afgestaane Aficen in hoope dat hier in wel of kwaalijk zij be„ ad het antwoord daar op inkoomen zou „ diend geworden, terwijl UE wel te de om bij onse besoigne over deare en zullen inzien de noodzaaklyk„ verdere uit Europa en van Bata„heid om bijzonderlijk in het oog ontfangene Brieven en papie „ te houden zoodaanige Bedienden, nte kunnen dienen, dan het die volgens zoo veel aanleijding elve tot heeden toe uit blyven hebben gegeeven om hun gedaag moeten wij een nadeze gelee„ te verdenken. — gentheid afwagten om U wel„ Edele Hoog Achtbaare het gevolg hier van de berichten. - §137. Met besluit van den kal„ kattschen Raad om aan de Ne„ derlandsche Maatschappij, ee„ „ven als aan de Franseren en Deenen Iaarlijks niet meer te vergunnen als 200 kisten Asioen en het Sentiment van een der Leeden van het kalkatsche ministerie op dat
English
that document, only too clearly justify your thoughts concerning the light in which the Company's privileges in Bengal are presently viewed by the English, and we deem your orders regarding the reservation of the Company's rights in the event of further infringements to be very appropriate. During our recently held meeting concerning the esteemed formal rescription of the Noble High Indian Government of 9 October 1789, in which also appear their High Mightinesses' reflections concerning the selling price of the Japanese bar copper in Bengal, we had our calculations and remarks concerning this article as well as regarding the sale in general recorded in the resolution of 26 March, to which, and to the reply to paragraph 285 of the previous extract letter of 20 December 1787, we request to be allowed to refer. Section 138. We likewise consider your reflection regarding the selling price of the Japanese bar copper to be well-founded, but for that very reason it appears all the stranger to us that, after first having fixed the fulfillment of the Ministers' demands for that article at 150,000 lb, you subsequently supplemented that quantity with 100,000 lb merely in the expectation that a higher price would be fetched for it, whereas it nevertheless appears from the General Statement of merchandise sold in the financial year 1788/1789 that no more than f 62:10 was fetched for the Japanese copper, and thus barely 16 stivers more per 100 lb than in the previous year. Although we now do not doubt that you will take the necessary steps in this regard and in future send that sought-after mineral to those trading offices where so much higher profits are paid, since you yourselves have already observed that without a higher price Bengal is not necessary for the vent of merchandise, we must nonetheless show our justifiable dissatisfaction with the aforementioned low price, while we hope that, pursuant to your recommendations, the Ministers in this so important matter will better fulfill expectations and look after the Company's benefit. Since the disposal of the copper by private sale for the acquisition of the necessary coarse linens for the Netherlands, described in our joint resolution of 11 October 1786, the same has always been sold at public auction, except for a parcel which, for reasons recorded in the secret resolution of 21 November 1788, was delivered to some Moorish merchants at the prices fetched for it at auction shortly before. Section 139. It also appears to us as a point for particular reflection that the Ministers continually sell this precious article by private contract, especially since the prices in Bengal remain so much lower than elsewhere. And we recommend you, according to the old orders, to maintain public auctions and sales, and thereby not only cause the Company to enjoy the highest prices, but also provide some reassurance that the Company's interests are not subordinated to private motives. The case with this arrack is a proof of the uncertainty of trade and the market prices of merchandise in general, for although 110 rixdollars had been offered for it by private contract, albeit for only a single leaguer, we believed that this price could be obtained at public auction and therefore resolved not to let the same go for less; this was the reason for holding it back at the pro rato of 101 rupees the leaguer, not being able to foresee by any possibility, since no new supplies were to be expected shortly, that this liquor would become so [illegible] as has since occurred, and viewed as an object of speculation. Section 140. Concerning the sale of arrack, we have found from the General Statement of merchandise sold in the financial year 1789/1790 that this article yielded a loss of fully 47 per cent, even when we reflect upon the fact that in the Hugli resolution of 9 December 1785 it was recorded that 110 rupees per leaguer had already been offered by private contract, and we further find that at public auction it was bought in for 101 rupees per leaguer, which was still a reasonable advance, whereas subsequently the stock was sold for whatever it would fetch and thus yielded the aforementioned loss, we must be justifiably displeased with the perverse management that was practiced here, which appears to us all the more reproachable since arrack, being an article subject to leakage, could therefore be held all the less. Section 141. When we consider that the coffee requested by the Ministers was demanded for trade, we cannot regard your reasons for excusing its poor quality (namely, that it had been sent for provisioning) as very solid. And since it could not even be used for this purpose, but had to be sent back to Batavia as unserviceable, it appears sufficiently how little heed was paid at the capital to its dispatch. Pursuant to this favorable disposition of your Right Honorable Worships, their bail bond will be returned to those sureties. Section 142. Having taken into further consideration the request of the native sureties of the former Director Rossom to be released from the responsibility
Dutch transcription
dat stuk, wettigen maar al te Zeer uwe denkbeelden over het Ligt waar in s: Compagnies voor„ regten in Bengalen thans door de Engelschen worden be¬ Schout en wij oordeelen als zeer gepast uwe beveelen tot reser„ „ve van S: Comp„s regt in het ge„ „ral van verder inbreuken. — By onse jongst gehoudene § 138. zoo ook beschouwen wij als gegrond uwe reflectie omtrend besoigne over de geeerde formeele Rescriptie der Edele Hooge Inde„ den verkoops prijs van het ja„ „seren Reegering van 9=e october pansche Staafkooper, dog ee„ 1789 waar by meede voorkoomen ven daarom komt het ons te hoog derzelven bedenkingen over vreemder voor dat UE, naar eerst den verkoops Prijs van het sa„ de voldoening van den Minister „pars kooper in Bengaalen, Eisen van dat Articul te hebben wij ten resolutie van hebben bepaald op 150000 lb, 26=en Maart doen opteekenen vervolgens die quantiteid heb„ onse verterningen en aanmer „ ben gesuppleerd met 100000 „kinen en over dit Articul zoo eenlyk in verwagting dat daar wel als over aen verkoop in het voor een hooger Prijs zoude wor„ generaal, waar aan en aan de „ den gemaakt, daar het egter beantwoording der 3285 van de bij het Generaal Rendeman van voor 20 voorgaarige extract missive van van verkogte koopmanschappen 20=e December 1787. wij verzoeken in 't boekjaar 178 8/ blijkt dat voor het Iapansche kooper ons te moogen gedraagen- niet meer is gemaakt als ƒ62: 10. en dus pas 16 stf=s: meer voor de 100 lb als in het voorige Iaar Hoe wel wij nu niet twijffe„ len of uE zullen hier omtrend het noodige in het werk stel„ „len en in het vervolg dat ge„ wild mineraal zenden naar die Comptoiren, waar zoo veel hooger advancen worden betaald wyl UE zelfs reeds geobserveert hebben, dat zonder een Loger Prijs, Bengalen voor het ver„ „tier van Koopmanschappen niet noodig is moeten wij een„ der over den voorm: laagen prijs ons billik en gevroegen betoonen, terwijl wy hoopen dat ingevolge uwe Recomman „datien de ministers in dit zoo aangeleegen point beter aan 8: ƒ ƒ aan de verwagting voldoen en het voordeel van de Compe be„ „hartigen zullen. zeedert aen afstand van 3139. Het komt ons meede als het kooper uit de hand ter be„ een poinct van bijzondere re„ „kooming van de noodige groove „ flectie voor dat de ministers Lynwaaten voor Neederland, be dit Fracieus articul gestaa„ schreeven, bij onse gemeene reso die verkoopen uit de hand, in„ lutien van 11=e October 1786; is, sonderheid wil de prijzen in het zelve steeds ip vendutie ver Bengaalen zoo veel laager blij„ kogt, uitgezondert een party ven als elders En wij recom„ die om reeden als bij secreete „mandeeren UE, navolgens de Resolutie van 21=e Novemb=r 1788. oude orders, de hand te houden 6 aangeteekend, aan eenige moo„ aan de publicque veijlingen ngalse kooplieden afgegeeven en verkoopingen em daar door is, teegen de pryzen kort be niet alleen de Comp. te doen voorens daarvoor op vendutie genieten de hoogste prijzen maar ook eenige gerustheid behaald. te geeven dat de Comp=s belan„ niet voor bizondere inzigten 2 worden agtergesteld: Het geval met deeze arak 8740. Omtrend aen verkoop van c is een bewis van de onzeekerheid Arak hebben wij bij het gene„ des handels en de marksprij raal Rendement van verkog„ zen te 21 „zen der koopmanschappen in de koopmanschappen in het 't generaal, wyl daar voor 110 Rd„ Boekjaar 178 9/6 bevonden, dat sijen uit de hand gebooden was, dit Articul, heeft gegeeven Schoon maar voor een enkelde leg een verlies van ruim 47 P=r Cent „ger vermeenden wy dat die prijelook wanneer wy na daar by te flextee„ op vendutie zou kunnen behaald ren, dat bij Houglische Resolu„ werden en beslooten daar om dezelve die van 9 December 1785 is aan ge„ voor niet minder te laaten gaan teekend dat voor de Legger reeds dit was de reedenen der op houding 110 Ropijen uit de hand was geboo„ voor P r=o 101— „ de legger, als met den en verder vinden datze by ven„ een moogelykheid kunnende dutie voor 101 Ropij de legger is voorzien daar er geen nieuwe aan„ opgehouden 't welk nog een hede voer binnen korten te verwagten lijke advans was, terwijl vervolgens nas dat dien drank zoo en geweld den voorraad is verkogt geworden zoude werden als zeedert plaets voor 't geen die gelden wilde en dus het voorschreeven verlies heeft afgeworpen aan moeten wij bil„ lijk misnoegd zijn over de verheer„ de directie, welke hier ingehou„ den is, en die ons als de meer Reprochabel voorkomt daar de Arak een Articul zynde aan indrooging subject daar om nog te minder konde worden be had N 141 Wanneer wy in agt neemen dat de door de ministers gevreg „de Coffij geischt was tot aen Lan„ del kunnen wij uwe reedenen ter verscheoning van des zelfs en¬ deugzaam Led /: dat ze naame„ lyk tot verstrekking gezonden was :/ als niet zeer solide be„ Schouwen En daar ze zelfs hier toe nee heeft kunnen worden gebra maar als over strekbaas naar Batavia heeft moeten werden te zug gezonden. soo blykt ge„ noegzaam hoeweinig acht ter hoofd plaats op derze verzen„ ding is geslaagen. Ingevolge deeze gunstegen §142, Nader en overweeging heb„ Dispositie van uwel Edele hoog bergenoomen het verzoek van Achtbaare zal aan die borgen de Inlandsche borgen van de ge„ hunne bergtogt te rug gegeeven weeze Directeur Rossom geli bereerd te worden van de verant„ worden beshoub als een object van specu„ latie woording
English
22 representation for the same in the case expressed in their petition, we have, out of consideration for the unfortunate course of these matters for them, and especially also of the death of the said Ross, whereby all hope of indemnification for them has been cut off, indeed wished to take a favorable view thereof and granted the same, which serves for the information both of Your Honor and the ministers in Bengal. We thank Your Right Honorable Worships for the approval of this our performance. The amount of the bill of exchange of Major Metcalfe amounting to f 37500 - - that has run so long on the books is, according to the marginal disposition, a certain report inserted before the resolution of 13 October 1799, by an invoice dated the ultimate of August of that year, calculated back to the Netherlands. Section 143. On account of the great embarrassment in which the ministers indisputably found themselves, we pass the arrangements made in Bengal regarding these, as also the agreement made with Major Metcalfe, although our remarks on the latter were in the highest degree applicable, and as well as your recommendation to the Director to temper somewhat his zeal for the expansion of an uncertain trade, and to make an avoidable use rather than an unavoidable necessary one of such onerous means of obtaining money. Section 144. Although by our missive of 12 December 1786, Articles 364 and 365, a resolution was made regarding the acceptance of monies from the Company's servants in Bengal at 27 and a half stuivers per Sicca Rupee, we nevertheless approve, for the attached reasons, the permission granted thereto by Your Honor. Hereover we respectfully request excuse and shall ensure that such does not take place again. Yet among the assignations inserted with the ministers' direct advices of 12 January 1787, which specially had to be paid by the Chamber of Amsterdam, 23 by the Chamber of Amsterdam, we have found with displeasure some to belong to the Company's servants, since, however much one is sometimes compelled to such a condition with the English, it nevertheless appears to us very strange and improper that from the great embarrassment for money, abuse should be made to the advantage of the Company's own servants, and for the same a place of payment fixed, regarding which last year it was already ordered with respect to foreigners to avoid such as much as possible. We believed herein substantially to look after the advantage of the Company, because the too high interest of 9 percent against which those principals previously ran was reduced immediately to 4, and thus by well over half; however, since this transaction has not been able to carry the approval of Your Right Honorable Worships, we shall manage the same for the future. Section 145. Also, it appears that in the exchange of two bonds of 25000:—:— rixdollars and 1200:—:— current rupees, with the interest accrued thereon at 9 percent against bonds at 4 percent, payable in Europe in one, two, three, or four years, and to receive the interest thereof annually in Europe as appears from the Bengal resolution of 17 October 1786, the interest of the junior merchant De Vriese, to whom such was granted, was kept in mind more than that of the Company; for although the current rupee was calculated at 27 stuivers, nothing, however, was deducted for the customary time that must elapse from the counting until the payment after the spring or autumn sales, for which interest must now also be compensated, which undoubtedly in this case, as the aforementioned De Vriese was about to repatriate, could well have been negotiated otherwise. Section 146. We approve the arrangement made by Your Honor to encumber the returns with the amount of the agio of that which the Sicca Rupee was negotiated at more than 23 stuivers, as this appears to be the best means to calculate the returns at the closest cost. Section 147. Regarding the carpentry works and repairs, we refer to our order in our missive of last year. This warehouse was the property of the repatriated merchant Rademaker, and because it did not suit the present dispensier to take it over on the previous footing, it was to be sold publicly, and the Company was thus in danger of being deprived of a building that, because of the convenient location and because one otherwise had absolutely no storage place for the dispensary goods, it could completely not do without; and if it had fallen into the hands of Section 148. Since Your Honor yourself reflects that the price of 4000 Sicca Rupees for the dispensary warehouse appeared rather high in proportion to the rent, and also the report was not very satisfactory, we must highly wonder that qualification for the purchase was nevertheless given for that sum, since therein, so it seems, little regard was paid to the interest of the Company; for calculating the interest
Dutch transcription
22 woording voor den zelve in het ge„ „val bi hen Request uitgedruk hebben we uit Consideratie van het voor hun ongelukkig beloop deezer Zaaken voornaamentlijk ook van het overlijden zelfde Ross, waar door alle koop van schadeloos stel„ ling voor hun is afgesneeden „daar op wel een gunstig te„ guard willen slaan en het zelve geaccordeert het welk is dienende, tot naricht zoo voor uEd als de minesters in Bengaalen wy bedanken uwel Edele hoog 4143: uit hoofde van de groote Achtbaare voor de approbatie van verleegentheid, waar in zigde deeze onze verzigting het bedraa„ Ministers en weederspreekelyk der wissel van den Majoor hebben bevonden passeeren wij Matealse groot ƒ37500„ —„ - dat de gemaakte schikkingen us lange by de boeken heeft in Bengealen omtrend dees„ tgeloopen is navolgens signetien als meede het ge„ mariginaale dispositie maakte arragement met de ma„ zeeker berigt geinsereerd voor Matcalse Schoonwijnn der Resolutie van 13=e October Remarques op det laaste we„ 1799 by een factuur gedateerd negens ten hoogste beblyk en ult=o zoo er o ul8 aug:s van dat Jaar na Neder zouwel als uwe Recommandatie aan den Directeur, om Leever land terug gereekende— zynen iever tot uitbreiding van een negen zeekeren Handel wat te maatigen, aan van zoodaanige enereuse middelen tot geld bekeoming een meer dan en vermydelyk noodig gebruyk te maeken. D144. Schoon by onze missive van den 12e December 1786 A 364 en 365. over het accepteeren van gel„ den van Comp=s Dienaar en in Bengaalen teegens 27½ stuij vers a Sicea Ropy Reselftie is gemaakt approbeeren was nogtans om by gevoegeeertee„ den de Permissie daar boe door UE gegeeven. Hier over verzoeken we eerbeedig„ Dan onder de Assinatien lyk excus en zullen zorgen geinsereerd by der Minis„ dat zulx niet weeder plaats teren directe Advesen van den 12 January 1787 welke speci„ „aal moesten betaald worden vinde by 8„ 23 by de kaamer Amsterdam, hebben wij met ongenoegen be„ vonden eenige te zijn van Comps Dienaaren alzoo, hoe zeer men ook tot een diergelyk beding met de Engelschen zomtijds wel genoodzaakt is het ons nog „tans zeer vreemd en wanvoeglijk voorkomt dat van de groote ver„ te „leegendheid om geld, den voordee¬ „se van Comp=s eigen Dienaaren, zouden worden misbruijk ge¬ maakt, en voor denzelven al plaats der betaaling vastgesteld omtrend het welke ook reeds voor„ „leeden Iaar ten opzigte van vreem„ „ren is gelast zulks zoo veel moe„ gelijk te vermeiden. Wy vermeenden hier in wee„ 3145. ook scheynt het dat bij de zenlyk het voordeel der maatschapverwisseling van twee obligaties te behartigen, door dat de van rl„ 25000:—:— en S=r C=o 1200:-:— te hooge zente van 9 P=r Cento waar met de daar op verloopene ren„ teegen die Capitaalen voort„ „ den â 9 P=r Cento teegens osk Liepen aereet tot 4 en dus, gatien â 4 P=r Cento, betaalbaar kuijm in ruijm de helft vermindertwier, in Eurepa, in Een, twee, drie of „den, daar deeze handeling echter vier Jaaren, en om daar van de intressen Jaarlyks in Europa de approbatie van Uwel Edele Hoog Achtbaare niet heeft te ontvangen blykens Scoeg moogen wegdraagen zullen wijlische Resolutie van 17=te Octo„ dezelve voor het vervolg mena„ „ber 1786. meer het belang van den onder koopman de Vriese, aan „geeren. — wien zulks is geaccordeert, is in het oog gehouden dan dat van de maatschappij want Schoon wel de S=r r=o is gereekend teegens 27 stuijvers, zoo is echter niets te afgereekend voor den gewoonen tijd, die verloopen moet van de Telling tot de betaaling nade voor off na jaarsche verkoopme, waar voor nu ook intrest moet e worden goed gedaan 't welk en„ „twijffelbaar in dit geval, daa de voormelde de Vriese stond te Repatrieeren wel anders had kunnen bedongen worden Wy approbeeren de door § 146. UE gemaakte schikking om 9 24 om de retouren te bezwaaren met het bedraagen van het opgeld van het geen de Siccas Ropyj meer als 23 stuijvers werd genegotieerd, als scheijnende dit het beste middel om de retouren op het naa„ „ze kostende te bereekenen. — §147. omtrend de Timmeragien en teparatien tefereeren wy ons aan ense aanschrijving by onze Missive van voorleeden Iaar. Dit Pakhuis was den Eij s748. Dewijl UE zelve reflecteeren gendom van den gerepatrieerde dat de prijs van 4000 Sicca ropij„ koopman Raademaaker en stord,„ en voor het Dispens Pakhuis„ wyl het den teegenwoordige dispencier vrij hoog voor kwam, naar maate scon nieet revenieerde op den voorige voet van de huur en ook het rapport over te neemen, publiek verkogten niet zeer voldoende was, zoo mo„ de Compagnie dus gepreveerd te wer„ten wij ons ten hoogsten ver„ den van een gebouw, aatze, om de wel worderen, dat egter qualifi„ geleegen stand en om dat men buijcatie tot den inkoop voor die „het ten des in geheel geen berg plaats som is gegeeven, alzoo daar in de dispens goederen hod, vol„ op het belang van de Comp: zod strokt niet konde missen en in 't schijnt, weijnig agt is ge„ dien gekoomen was in handen slaagen, want de Intrest be„ van reekende
English
from another owner would have cost much more in rent, whereas now the interest and costs of repair amount to [illegible], while being situated in the best location of this village and lying on the Ganges, among the Bengali merchants there would have been no lack of interested parties. calculating at 9 per cent, that warehouse now comes to cost 300 Rupees annually, besides the maintenance, while one is at the same time burdened with an asset which diminishes in value yearly, whereas previously one could suffice with the rent of 23 Rupees a month, or 300 in the year, without troubling oneself about maintenance or repair, from which you yourselves can therefore conclude how mistakenly your accommodation in this matter was placed. We can say nothing else concerning this than that these nutmegs were genuinely and indeed as bad as has been stated; since then we have received some of even lesser quality, as among others the parcel of the year 1788, which upon garbling delivered 35 per cent in dust, debris, and mite-eaten nutmegs, of which a sample has also been sent back to the main station. We know no other reason to give for this than the remark of Their High Excellencies in the formal Rescription of 9 October 1789, namely that the nutmegs in general are not being gathered as soundly as in former times. 1749. Such a remarkable difference as appears to have been found upon garbling during the Hugli revision of 8 November 1785 on a parcel of 3335 lb Nutmegs, namely 707 lb or 21 9/100 per cent as well in underweight as in dust, debris, and mite-eaten nutmegs, we think should have deserved another reflection than simply to acquiesce therein, because the reports were sworn to, and this deficiency must appear all the more exorbitant as it fell upon a parcel that had lain scarcely more than three months in the warehouses; since now also in the findings inserted in the aforementioned Resolution it was said that this was caused by the bad condition of that article, we desire further elucidation of what we are to make of that bad condition, and why this was not perceived in other parcels of nutmegs, while we in the meantime emphatically recommend you to take such deficiencies better to heart henceforth and to show more seriousness concerning them than has occurred in this instance. According to the testimony of the present Master of the Equipage, the accounting for these ropes was properly executed. Section 130. It causes us reflection whether your disposition for the compensation of f760:11:- on account of 23 pieces of white and 44 pieces of tarred ropes, of which you make mention under Section 202, is indeed suitable to properly indemnify the Company, because where a Master of the Equipage in Bengal is himself the administrator of the Equipage Warehouse, it must be difficult to verify whether the taken resolution has been complied with. Section 751. In accordance with what you yourselves remark concerning the expenditure on behalf of the hospitals, we expect that all possible care will be taken in order that this burden may be properly reduced. Section 152. It appears to us that a requisition for timber that indeed amounts to a shipload deserved a more serious consideration than you applied to it, and an admonition to the ministers to practice greater frugality is also most necessary in this respect. We have pointed this out and recommended it with the required emphasis to the Master of the Equipage, as the drawer of those requisitions. The merchant Eilbracht expresses to Your Honorable High Respected his most respectful gratitude and obligation for this so favorable recommendation and sentiments regarding him, and it will always be his most earnest endeavor to make himself further worthy thereof. 153. We have read with much pleasure the report drawn up by the merchant Jacob Eilbracht concerning the actions accomplished by the Commission destined for Calcutta, and do not doubt that this testimony of ours will serve as well for the particular encouragement of the said Eilbracht as to strengthen you in those same favorable sentiments regarding him, and to keep his merits in view on a suitable occasion. Section 154. We are not a little surprised that you have granted the direct discharge to the Netherlands to the junior merchant and former Patna second De Vriese, since he had given dissatisfaction as well concerning the administration of the opium as regarding the packing. Section 155. It appears to us as a great hardship that the appointment of Dirk van Hoogendorp as second of Patna could not have taken place without causing two junior merchants, who were senior in service and provisionally placed in their posts, to step back, and since a similar hardship must undoubtedly cause much discouragement, we would like to see you make other arrangements in this regard for the future. 1756. It is moreover strange that you have sent the junior merchants Sieber Emanuel van Hoogendorp and Louis Adriaan Brueys to this directorate to await employment, whereas at that same time you favorably proposed two other persons for that rank in Bengal, who were then also appointed by us. You easily understand that through this a much greater number of junior merchants is present at this Government than the regulations permit, and who will not be able to be employed for several years; and since also among the bookkeepers
Dutch transcription
van een andere Eigenaar veel reekende op 9 P=rs Cent komt nu meerder aan huur zoude ge„ dat Pakhuis Iaarlyks te staan kost hebben als nu de renten op 300 Ropijen behalven het onder„ en kosten van reparatie bedraat,houd terwijl men teffens is be„ „gen wil het op den besten stand„ last met een effect, 't welk jaar van dit dirp, en aan de gangeslyks in waarde vermindert, leggende, onder de bengaalse daar men te vooren met de huur kooplieden aan geen Liefheb van 23 Ropijen s maands off 300:: bers zou hebben ontbrooken - in 't Iaar volstaan ken zonder zich over onderhoud of repura„ tie te bekreunen waar uit uE derhalven zelve kunnen op ma„ „ken, hoe verkeerdelyk uwe faci„ Liteid in deezen is geplaatst geweest. — wy kunnen hier omtrend 1749. Een zoo aanmerkelyk ver„ niet anders zeggen als dat deeze schil als bij de Hoeglische Rensisu e Nooten weezenlyk en in der daad tie van 8=e November 1785. by garbu„ zoo slegt waaren als opgegeeven satie blijkt te zyn bevonden op zijn, zeedert hebben wij en van een partij van 3335 lb Nooten nog minder deugd ontfangen, Muscaaten, namentlijk 707 lb zoo als onder andere de partij van of 219/00 P=m Cent zoo aan min„ het Iaar 1788. welke byj zuan be„ wigt als stoff en gruijs en ver„ „latie 35 P=r Cent aan stof, myterde sooten meen en wij gruijs dat 3 25 „puis en vermijterde uitgeleevend dat wel een andere reflectie had verdiena, als het eenvoudig daar heeft, waar van ook een monster in te berusten, wyl de Rappor„ na de hoofdplaats terug gezonden wy weeten hier van geen an „den beëedigd waaren, en moet deze reeden e te geeven, als de deeze minderheid de Exhorbitanten merking van Hun Hoog voorkoomen daar dezelve is ge„ Edelheeden by de formeele vallen op een partij, die maar Rescriptie van 9=e October 1789 even over de drie maanden had in namelijk dat de nooten in het De pakhuizen geleegen dewijl lgemeen zoo dugzaam nietge nu ook by de bevinding bij voor„ melde Resolutie geinsereerd, orden werden als in voorige ty„ gezegd werd dat zulks veroorzaakt den: is door den slegte gesteldheid van dat Articul; verlangen wij na„ „dere elicidatie, wat wij van die Slegte gesteldheid bedenken hebben, en waarom zulks dan niet op andere partijen Nooten ontwaard is terwijl wij intus„ senen UE met nadruk recom„ „mandereere zich voortaan dierge„ „lijke minderheeden beeter ter harte ateneemen en daarom „trena meerder ernst te betoonen als als in deeze geschied is volgens het getuigenis §130. Het baart by ons bedenking van den teegenwoordigen of de dispositie van ue ter vergoe„d Equipagiemeester, is de ver„„ding van ƒ760:11:- weegens 23 v „antwoording deezer zynen stuks witte en 44 stuks ge„ „teerde zijnen, waar van UE on„ na behooren geschied. - „der § 202 mentie maaken, wel„ geschikt zy om de Comp: naar behooren schaadeloos te stel„ „len alzoo het daar een Equi„ „pagiemeester in Bengaalen zelve Administrateur is van het Equipagie Pakhuis be„ „swaarlyk moet vallen na te gaan of aan de genoomene re„ solutie is voldaan. — §751. Ingevolge het geen uE zelfs remarqueeren omtrend de uitgaave ten behoeve der Hospitaalen verwagten wij dat alle Moogelike zorgen zal werden aangewend den einde deeze Last behoorlyk worden vermindert. — Sibet. 26 §152. Met kunt ons voor dat wy hebben den Equipagie mees„ een Eisch van houtwerken ter, als instellen dier Eischen die wel een Scheepslaading voorgehouden en aanbevoolen - bedraagd wel een ernstiger aan„ „merking had verdiend dan UE daar op hebben toegepast. en eene vermaaning aan de mi„ „nisters tot betragting van meer der zuijnigheid is ook in dit opzigt aller noodzaakelykst Wy hebben met veel genoe¬ Den koopman Eilbracht 153. betuygd Uwel Edele Hoog Acht„„gen geleezen het rapport baare zyn eerbiedigst dankbaar,„ door den koopman Iacob „heid en verpligting voor deeze zoo Eilbracht ingesteld noo„ gunstige recommandatie en „ pens het verrigte door de gevoelens ten zynen opzigten Commissie naar kalkatte die het steeds zyn ierrigste gedestineerd geweest, en twif betragting zyn zal zig verders, felen niet of dit ons getuij„ „genis zal zoo wel strekken waardig be maaken. — tot byzonder aanmoediging van denzelven Eilbracht als om uld in dierzelfde gunstige gevoelens ten zijnen opzigten te verster„ dit met de vereischte nadruk „ken Slef „ken en het Noopensom bij be„ quaamen geleegentheid zyne verdienste in het oog te houden §154. Wy zyn niet weijnig ver„ windert dat uE geaccordeert hebben het direct ontslag naar Neederland aan den on„ der koopman en geweezene Papttenasch„ Seeunde de Vriese, daar hij zoo wel omtrend de Directie „als van den Amsioen, omtrend de afpakking heeden van ingenoegen had gegeeven § 155. Het komt ons als aen groe„ „de hardigheid voor dat de aan„ stelling van Dirk van Hoo„ „gendorp tot tweede van pat„ „na niet heeft kunnen ge„ „schieden, zonder twee onderkoop „lieden, die onder in dienst en Provisioneel in hunnen posten gesteld waaren, te doen te rug treedenen en daar een soortgelyke Hardigheid ontwyf„ intwijffelbaar veel decouragemen moet veroorzaaken zouden wij gaarne zien, dat UE daar in voor het toekoomende andere Schik „kingen maakte. 1756. Het is booven dien vreemd dat UE de onderkooplieden Sie „ber Emanuel van Hoogen„ dorp en Louis Adriaan Brueys ter afwagting van Emploij afgezonden hebben naar deeze directie daar UE derzelver tijd, nog twee Perzoonen tot die qualiteid in Bengalen favora„ „bel hebben voorgedraagen welke dan ook door ons zyn aangesteld geworden UE begrijpen Ligtelyk dat hier door een veel grooter ge„ zal onderkooplieden ten deezen Gouvernemente zig bevind, als de ordre permitteerd, en in ver„ „scheiden Iaaren zullen kun„ „nen worden geemploieerd en vermits al meede in de boekhou ders
English
posts are placed under junior merchants, which places this directorate, where one ought to be mindful of reducing overhead, on the contrary upon an expensive footing, it is extremely necessary that this be provided for; and we therefore order your Honor to make an arrangement with regard to the junior merchants who are without employment in this government, in accordance with good order, and indeed in such a manner that the Company can derive some benefit from those servants elsewhere and this government be relieved of improper burdens, in accordance with the remark made by your Honor oneself in another respect. The assessment herein has taken place solely because such occurrences very rarely exist. Taken as an example is the permission given to the widow of the junior merchant De Barij in number 1776, alongside her son, crossing over with the ship Foreest likewise without any payment, whereupon no objections were raised. On that account, we respectfully request exemption from this assessment, which the Director nevertheless undertakes to satisfy, should your Honorable High Mightinesses not be pleased to take a favorable decision herein. Paragraph 137. Since it does not appear that for the widow of the merchant Dankkelman and her children the usual board and transport money has been paid, and in the High Government Resolution of 22 December 1786 not the slightest reason is found why she should be excused therefrom, we desire that this payment still be made to the Company by those who ought to have seen to it. Concerning the order of your Honorable Great Mightinesses to insert the writing with five annexes delivered to the merchant Iacob Eilbracht on 10 August 1786 into the Secret Resolution and to send it in authentic copy as soon as possible to the Netherlands, it shall be complied with in that submission which we owe to our High Masters. We cannot, however, refrain from submitting in all respect to the consideration of their renowned equity how bitter it is, after having acted with the best intentions, to see this ministry and the high government, who with the same objective justified our conduct, displayed in such a grievous manner before the eyes of the Indies, since your Honorable Great Mightinesses declare to be extremely shocked by our course of action in this matter, and nothing can be so painful to us as their displeasure. Paragraph 138. With regard to the case of the junior merchant Casparus Leonardus Eilbracht, we cannot but regard as very arbitrary the refusal of the remaining members of the Council to the merchant and fellow member Iacob Eilbracht to insert, at his insistence, into the High Government Resolution a certain writing with five annexes concerning that case, and we regard such as contrary to the authority of every member to be able at all times to make known his opinion by such a way. We must therefore make known our utmost consternation thereat, and express our definite desire that the aforementioned documents still, upon receipt of this, be inserted into the Secret Resolution, and that the originals from Batavia along with the authentic copies from Bengal be sent hither with the utmost speed. And lastly, we wish in this respect that to the aforementioned C. L. Eilbracht, regarding the aforementioned case, not the slightest hindrance of whatever kind shall be caused, which must be kept in mind carefully by the ministers of Bengal as well as by you, because it could never be other than very much against our intention that a servant of the Company should be inconvenienced on account of a matter upon which we shall take cognizance, even when in the Indies it might be judged less favorably thereon. We hope by this brief detail to remove all unfavorable impressions. On 5 November 1784, the servants gave notice to junior merchant Casparus Leonardus Eilbracht, through the delivery of extracts from the separate letter of the Government of 27 July 1784, alongside received annexes, on which points he had to further justify himself, granting him free access to all books and papers deemed useful herein. This defense was read in the session of 21 December 1784, and the merchant Iacob Eilbracht was excused from voting on the same at his request. When on 11 March 1785 this defense was brought under deliberation, the merchant Eilbracht delivered a petition in the meeting, thereby repeating that request for the following motives: First, because the relationship of the one brother to the other does not permit listening to the deliberation or assessment of the seals of his conduct, and because the same, with regard to the composition of the memorial itself
Dutch transcription
„ders posten onder kooplieden zyn gesteld het welk deeze directie, daar men op vermindering van omslag moest bedagt weezen in teegendeel op een kostbaare voet 6 steld, is het ten uiterste nood „zaakelijk dat hier in werde voor „sien; en gelasten wij UE mits dien om met opzigt tot den onderkooplieden, ten deeze gou„ vernemente buiten emplooij van zeynde eene schikking te maa„ ken overeenkemstig de goede ordre, en wel zoodaanig dat de Comp=te van die dienaaren elders eenig nut kan trekken en dit gouvernement van en „behoorlijke Lasten bevrijd wor„ „den overeen komstig de aanmer„ „king door uE zelve op een an„ „der respect gemaakt. De mestasting hier in 1137. Alzoo het niet blijkt dat voor de weduwe van den koopman heeft eeniglyk plaats gehad „van door dat diergelyke voorvallen, Dankkelman en haare ken zeer deren 28 zeer zelden exteeren ten voor„„deren het gewoone kost en trans„ „beeld genoomen is het gegeeven, pert geld is betaald en bijde F verlof aan de weduwe van den on„ Houglische Resolutie van den der koopman de Barij en N=o 22=e December 1786. geen de min„ reeden 1776. neevens haar zoon met 't sta werden gevonden word waar„ schip Poreest meede zonder een „ om zij daar van zoude weezen nige betaaling overgevaaren, waar geexcuseerd, begeeren wij dat op geen bedenkingen zyn geval deeze betaaling als nog aan „len, wy verzoeken uit dien hoofde Compe geschiede, door den de eerbiediglyjk om ontheffing geenen die daar voor hadden van deeze belasting die den Di„moeten zorgen. — recteur egter aanneemd te vol„ doen, indien UwelEdele Hoog Achtbaaren hier in geen gunstigen dispositie mogten gelieven te neemen. Van de order van un„o §138. Met betrekking tot de wel Edele groot Achtbaare, om zaak van den onderkoopman het grschriftuur met vyf by lan Casparus Leonardus Eil„ gen aan den koopman Iacob bracht, kunnen wij niet dan Eilbracht den 10=e Augustus als zeer willekeurig beschou 1786 overgegeeven in den Se„wen de weijgering van den ovre„ reete Resolutie 't inseret, ezige leeden van den Raad aan ren en in Copia authentig den koopman en meede lid ten Spoedigsten na Needer Iacob Eilbracht om op Zyne land te zenden zal met die instantie in de Houglische onderwerping Resolutie - 2 ƒ onderwerping werden voldaan ne Resolutie te insereeren zee„ „ke wij aan onse Hooge Gebiederaker geschrift met vyf bylaagen zijn verschuldigde, wy kunnen die zaak betreffende en be„ egter niet nalaaten in alle schouwen zulks als strijdeg Eerbied aan Hoogst derzelver met de bevoegheid van ieder beroemde equiteid in overweeging lit om langs zoodaanig een te geeven hoe bitter het valt, na weg ten allen tyden van zijn met de beste bedoelingen te heb„ gevoelen te kunnen doen blij„ „ben gehandeld, dit ministerie, ken. — en de hooge regeering die met Wij moeten dus onze uiter het zelve oogmerk ons gedragste ontstichting daar over tezen billijkste op zulk een gezie kennen geeven, en uitdrukke rij vende wyze voor het oog van gandelyke begeerte, dat de voorsz: India te zien ten zoon ge„ stukken als nog op ontfang „steld, daar uw Edele Groot deezes in de secreete Resolu„ Achtb: verklaaren over onse tie werden geinsereerd, en in handelweijze in deeze ten uijt„ originaale van Batavia met„ terste ontstigt te zyn, en „gaaders de Copijen authenticq niets ons zoo smertelyk kan uit Bengaalen, den spoedig „herwaards zyn als derzelver misnoegensten worden Gezonden. — En willen wy laastelijk verhoopen wij door dit kort de„ „tail alle ongunstige inpres, op dit respect dat de voorm: „sien te beneemen Den 5=e Nov: C: L: Eilbracht ter voorsz: 1784, hadden de bediendens zaake geene de minste kin„ aan der 29 aan aan onderkoopman Cas„ „dernisse hoe ook genaamd zal rus Leonardus Eilbracht worden toegebragt het welk zoo door . der afgaave van Extracten wel de ministers van Benga„ uit de aparte brief der zee„ „len als door uw Zorgvuldig geering van 27=e Julij 1784 en moet worden in 't oog gehouden neevens ontfangene bij dewyl het nimmer dan zeer gen kennis gegeven, op „ teegen onse intentie zoude kun„ elke Poincten hij zig nader zyn dat een s: Comp=s dienaar moest verantwoorden, hem daarweegens eene zaak, waar over wij toe tot alle boeken en papie„ zullen Cognosceeren, zoude wor„ en hier in van nut geoordeeld den geincommondeert zelfs rije toegang geevenden deese ver„dan wanneer in Indie daar o„ twoording dienae ter sessie,„ ver min gunstig mogt werden van 21=e Decemb=r 1784. en de koop„ geoordeelt. — man Iacob Eilbracht wierd op zijn versoek van het vooteeren over dezelve geexcuseert. Toen men den 11=e Maart 1785 over dee verantwoording ter belorje had leeverende den koopman Eilbracht in vergaa„ dering een adres over, daar by dat verzoek om de volgende beweegreedenen herhaalende. — 1=e om dat de betrekking van den eenen broeder tot den der niet toelaat van aan te hooren de de liberatie of beoordeeling van de zeegelen van zijn gedrag, en om dat het zelve, ten aanzien van de instelling der memorie zelve
English
himself, is already placed in a very unfavorable light before Their High Excellencies. Second, because if he remains in the assembly, the members might find themselves hindered from speaking and declaring on the matter what they might consider necessary to serve as arguments, provided his presence did not prevent them from doing so. Third, because the reasons that moved his brother to draw up the memorial are also related, or can be made to relate, to what occurred between Director Ross and him in December 1780. Further stating: There are indeed points mentioned in the aforesaid letter on which the remaining administration, so far as it still exists, is ordered to account for itself, but aside from the fact that it should first be decided and literally determined by the assembly whether he too can be included therein, and whether he may not be exempted from it on account of the previously cited difficulties, they might, if it were judged that an accounting from him is also required, take into consideration whether he could not suffice with providing this separately after the business has concluded, and submitting it at a subsequent meeting, in order that it be either inserted in the resolution or separately offered to the Noble High Government of the Indies, and respectfully submitted to the same to make use of it or not, which is all the more necessary if one keeps in mind solely the third point of the difficulty raised above, as this at least anticipates the objection that his judgment concerning the conduct of Director Ross might be partisan, thus not free from reproach, and consequently make the entire business suspect. His request was granted, and it was resolved that if anything should arise on which his views might be required, it would be given to him by extract after the conclusion of the business. The request of the Junior Merchant Heyning to likewise be excused from attending the business, because he was a son-in-law of the merchant and thus a nephew of the Junior Merchant Eilbracht, was also granted on that day, and the officials resolved, in order to save paperwork, to handle the entire matter by way of a letter, adding the considerations of the assembly on the points contained in that accounting of Casparus Eilbracht alongside it in the margin, as is customary in answering the extracts from the Fatherland. This letter, dated the last day of March 1785, was dispatched to Batavia the following month on The Bengal Marchant. The reply of the Government to this further accounting of Casparus Leonardus Eilbracht and the remarks made thereon by the officials, dated 6 October 1785, arrived to us on 23 May 1786 by the pilot sloop De Verwagting. Among other points, Their Excellencies declare themselves thereon in paragraph 29 in the following manner: For the rest, we pass over the matter of the cash, yet because the officials testify that Eilbracht has in this matter, regarding both the one and the other, accused the former Director Ross in the most shameless manner, and has presented his Lord Masters with burdensome untruths, we therefore order Your Honor to question the said Eilbracht about this, and to seriously reproach him for his accusation of matters which he only has, or could have, from hearsay, and which, because of their gravity, ought to have been better investigated before he made them public. After the business concerning the general and secret letters of Their High Excellencies had concluded on 10 August 1786, the Merchant Jacob Eilbracht submitted a writing, accompanied by some appendices, with the request to insert it into the resolution, and to excuse his brother in the assembly from the ordered reproach until an answer thereto was received from Batavia. Having left us free to deliberate, upon reading, a repetition was found of the imputations against Mr. Ross, accompanied by meaningless extracts from letters of the deceased Chief Administrator Bruijs and Calcutta newspapers, to argue that Mr. Ross already had knowledge of the war before the English took possession of Chinsura. An accusation appearing anew in the further accounting of the Junior Merchant Eilbracht, upon which the officials had stated their position in the reply, and regarding which the High Government expresses itself in the aforesaid separate letter of 6 October 1785, under paragraph 6, in the following words: From the papers it has indeed appeared to us that the rumors of war were frequent enough, but as in those circumstances this is believed and presumed by one, and that by another, for which each in his own way could give no other reason than the conception that he formed in his mind from an uncertain and dubious rumor, about which just as much can be said for as against, we likewise do not wish to suspect the former Director Ross in any way that he had knowledge of the certain course of the
Dutch transcription
zelve, by hun Hoog Edelheedens reeds in een zeer ingunste „es ligt „ gesteld. — 2=e Om dat hy in vergaadering blyvende, de Leeden zig belemmerd zouden kunnen vinden van ter materie te ze „gen en te verklaaren het geen zy zouden kunnen su „tineeren tot argumenten te moeten dien en zoo zijne teegenwoordigheid hen daar in niet verhinderde.— 3=e om dat de reedenen die zyn Broeder tot het instellen van de memorie hebben bewoogen ook betrekkelijk zijn, of „gemaakt kunnen worden op het geen met den Directeur Ross en hem is voorgevallen in December 1780 seggende verders. E Daar koomen bij voorz: brief wel peincten voor maar op het verrig ministerie, zoo verre het nog in weeze is gelast word zig te verantwoorden, maar behalve dat door de verge dering voor af, zoudienen te worden gedecideert en lette „lyk bepaald, of hij ook daar onder kan begroepen, en om de voorgeciteerde zwaarigheeden daar van niet mag uitg „zondert worden, zoo zouden indien men al oordeelde dat „ne verantwoording ook gerequireerd word, konnen in over weeging neemen, of hij niet volstaan kan met, na dat de besonje is afgeloopen, die apart op te geeven, en bij eene nadere vergaadering in te dienen, om, het zy bij resol zie g'insereerd, of afzonderlyk de Edele Hoog Indische Reegering 30 Reegering aangeboode, en aan Hoogst dezelve eerbiedig gedefereert gelad ^ te worden om daar van al of geen gebruik te maaken, te noodzakelijker, als men maar enkel en al„ leen in het oog houd het 3=e Peinct van de hier voor ope gaane zwaarigheid, als voor het minst die bedenking te gemoed loopende, dat zijn oordeel weegens het gedrag van den Heer Directeur Ross partijdeg, dus van reproekie niet vrij en ge„ volgelijk de heele besoigne verdagt zoude te maaken zijn. — zyn verzoek wierd ingewilligd, en beslooten, dat by al„ dien er iets mogt voorkoomen, waar op zyne Concideratien mogten benoodigd weezen, hem zulks bij Extract na het af„ loopen der besonge op te geeven. — Het verzoek van den onderkoopman Heyning om meer de van het bywoonen der besonje g'ercuseert te zijn, wyl hij een aangetroude zoon van den koopman en dus een Neel van den onderkoopman Eilbracht was, wierd ten dien daa„ „ge meede geaccordeert, en de Bediendens beslooten tot uit„ „winning van Schrijfwerk, de geheele zaak by weijze van een brief af te handelen, de bedenkingen der vergaadering op de Poincten vervat bij die verantwoording van Caspa„ rus Eilbracht halver blads daar neevens voegende, eeren als in het beantwoorden der Patriase Extracten plaats vind deeze brief gedarteerd Ultimo Maart 1785 ging in de volgende maand per The Bengal Marchant na ote - na Batavia af. Het antwoord der Reegeering in die nadere verantwoording ter van Casparus Leonardus Albracht en het daar op aan „gemerkte door den bediendens in dato 6=e october 1783k wa ons den 23=e Meij 1786 per de Loots sloep de verwagting toe, in „der andere Poincten, verklaart Hoogst dezelve zig daar op bij §29. in deeze voege. — 0 de Voor het overige passeeren wij de zaak van de Cas dog dewyl „de ministers betuijgen dat Eilbracht aen geweezen Di„ recteur Ross. in deeze zoo wel omtrend het een als ander i op de aller onbeschaamste weijze betigt, en zyne Heeren Meesters lastbaare onwaarheeden voorgelegt heeft zoo „gelasten wij uw Ed: om gemelde Eilbracht daar over zet nonderhouden, en ernstig te reprocheeren over zijne accusa„ „„tie van zaaken die hij maar alleen heeft, of kan heb„ wyben van hooren zeggen, en welke om haar gewigt beeter „onderzogt hadden behooren te worden voor dat hij dezel„ 3 „ van openbaar maakte. — Nadat den 10=e aug=o 1786 de besonje over de gemee„ ne en secreete brieven van haar Hoog Edelheedens was afgeloopen, leeverde de koopman Iacob Eilbracht een schrifteur over, verzeld van eenige bylaagen met verzoek het by de Resolutie te insereeren, en zijn Broeder tot daar op van Batavia antwoord was ontfangen van de geordoneerde ƒ 31 geordonneerde teproche in vergaadering te bevrijden, ons vrijheid te er deliberatie gelaaten hebbende, bevond men bij lectuur ing eene weeder op haaling der inputatien teegen den Heer Ross, verzeld met niets beduijdende Extracten uit brieven van den overleedene Hoofd administrateur Bruijs, en Calcatse Couranten, tot betoog dat de Heer Ross voor het bezitneemen van Chinsura door de Engelsen reeds van den oorlog kennis had. — wyl Een beschuldiging, op nieuw by de nadere verantwoor„ ding van den onderkoopman Eilbracht voorkoomende, waar 68 op de bediendens zig by de beantwoording hadden verklaard, en waar omtrend de Hooge Reegering zig by voors: aparte messive van 6=e Oct: 1785. onder §6. in de volgende woorden uitlaat. Uijt de papieren is ons wel voorgekoomen dat de gereeg„ „ten van oorlog veelvuldig genoeg geweest zijn, maar daar bij die geleegen theeden door den een dit, en den ander dat„ gelooft en verendersteld word, waar voor een ieder in het i zijne geen andere reede zoude weeten te geeven, als de stelling die hij in zyn brijn van, of geen inzeeker en du„ „bieus gerugt, zig formeerde, waar op eeven zoo veel voor als teegen is te zeggen, zoo willen wij ook den geweezen „ Directeur Ross in geene deelen verdenken dat hij ker„ „nis zoude gehad hebben van de zeekere leiding van den
English
the war, and in this we are strengthened both by the excavation of money by Mr. Parton, so shortly before the surprise attack, and by the order that the Commanding General and Hibbert had given, to pay us Sr 50000:- which he had sent to Chinsura to satisfy a bill of exchange drawn on him in our favor, and which was first revoked that afternoon when the capture followed that night, from which it can at least be gathered that this staff officer knew nothing of the war, or at least believed it as little as Ross did until the moment he revoked his given order. This was the judgment of the Government on the accusation of the junior merchant Eilbracht, in which he also claimed that Mr. Ross, two days before the capture of Chinsura, had publicly announced by beat of drum that no one should dare to transport anything out of the village, which seemed so speculative and weighty that it became one of the special points on which a true and conscientious report was requested from the Ministers by letter of 27 July 1784, who declared by all that was holy that they had never heard anything of such a drum-beating, neither themselves nor from others. Since the Ministry in March 1785, when deliberating on the defense of Casparus Ulbracht, found no points on which it judged that the answer of the merchant Eilbracht was also required, and he had on his own initiative given such well-founded motives not to meddle with the affair of his brother, one was surprised, after the Government had treated that delicate affair with so much leniency in order to gradually revive the harmony and the pleasantness of social life in this Colony that had disappeared for so long, to see him exhume an accusation of whose illegality it had declared itself so clearly, and in documents of which not a single one served as proof, and it was to prevent all further bitterness arising from such writings, and in answer to the beneficial purpose of the Government, that we, on [illegible] August 1786, upon deliberation on his request, thought fit to make this matter applicable to his proposal in the address of 11 March 1785; namely, if required (to be given by him separately, either to be inserted into a resolution or presented separately to the Honorable High Indian Government and to leave it respectfully deferred to the same whether to make use of it or not, because his own words, by which he urges the necessity of this, at the very least anticipate that objection, since his judgment concerning the conduct of the Director Mr. Ross would be partial, and thus not free from reproach, were never more applicable, or could be more strongly substantiated than by his conduct in this matter. We have deemed it necessary to expound a little on this to remove from Your Right Honorable the unfavorable suspicion of arbitrariness by means of a brief detail, and to show the same in all respect that our conduct, far from being blameworthy, had the best intentions as its aim, and however much many of the Members were insulted on the [illegible] by those two brothers, and might reasonably insist on an equal satisfaction, they acquiesce in the opinion of the High Indian Government by letter of 8 July 1788 that, however just their request for satisfaction for the insult and affront inflicted was, one nevertheless preferred, in order to prevent further hostilities and animosities, to view the matter from the gentle side, and thereby consider it settled. A decision to which they deferred with the utmost pleasure, since rancor, hatred, and envy, which have taken such deep roots here since 1780, take away all pleasantries in social life, and can never be eradicated except through a complete oblivion of all that has passed. Since Your Right Honorable is pleased to inform us that you will take cognizance of that matter, we await the outcome with tranquility, not expressing ourselves any further about it at present. Requesting from merchant Eilbracht that from the [illegible] of the submission of the aforementioned writing and appendices, reflection may be cast on his Address to the Honorable High Indian Government of the spring of 1787 which, according to the instructions of Their High Honors, along with all the other writings on this matter, was to be presented to Your Right Honorable. From our previous reports, it will have already been evident to Your Right Honorable how we were released from granting that bill of exchange, and we shall carefully avoid entering into such engagements again. 3159. Furthermore, we must note that the ministers, by their intention to grant a bill of exchange on China to the English government for the lac rupees received on loan, have exceeded their remit and may have given rise to inconvenience, which will be considerably increased if the ministers continue to pursue it.
Dutch transcription
e den oorlog, en hier in worden wij gesterkt zoo door de afgra „„ve van geld door den Heer Parton, zoo kort voor den over„ 3 rompeling als de order die de Commandeerende Genera en Hibbert gegeeve had, om ons Sr 50000:- die hij na Ch 8 „ sura had gezonden ter voldoening eener op hem ten on„ 3„sen faveure getrokken wissel te betaalen en wilke 3 der des nademiddags toen de inneeming des nagts volg„ „de, eerst is ingetrokken, waar uit ten minste is op te „ maaken dat deeze staf offiecier niets van den oorloge „weeten, of ten minsten dezelve zoo min als Rossge „looft heeft voor het moment dat hij zijn gegeeven orde 2. introk. — Det was het oordeel der Reegering op de betigting van den onderkoopman Eilbracht, by welke hij teffens ha geavonceert hoe de Heer Ross twee daagen, voor het in „neemen van Chinsura publiq liet rond trommelen dat niemant zig onderstaan zou iets uijt het dorp te tran „porteeren, 't geen zoo speculatief en gewigtig was voor- gekoomen dat het een der speciale poincten wierd waar op van de Ministers bij brief van 27=e Julij 1784, een waar en gemoedelyk berigt wierd begeert, die by al wat heijlig was verklaarden, nog zelfs, noeg van andere immer iets te van een diergelyke rondtrommeling te hebben gehoord. Daar het Ministerie in Maart 1785 by het besongeeren over 0 22 3 02 32 de verantwoording van Casparus Ulbracht geene poncten voorkwaamen waar op het oordeelde, dat de beantwoording van den koopman Eilbracht meede wierd gerequreert en hy uit eige beweeging zulke gegronde motiven had opgege„ om zig met de zaak van zyn Broeder niet te melee„ en, was men verwondert na dat de Reegeering die laatelij„ i ke afffaire met zoo veel sagtheid had behandeld om de zoo lang verdweenehermonie en het gezellige der Zaamelee„ ving in deeze Colonie allenks te doen herleeven, hem, en stukken waar van geen enkeld ter preuve strekt, eene beschuldiging, over welks onwettigheid zy zig zoo duijdelijk had verklaard, weeder te zien op delven, en het was tot voorkooming van alle verdere verbittering uijt zulke ge„ schriften spruijtende, en ter beantwoording aan het heilzaam oogmerk der Reegering, dat wij den aug=s 1786, by deliberatie op zijn verzoek Goedvonden deeze zaak toepasselyk te maaken zijn voordragt by het adres van 11=e Maart 1785. naamelijk, om het des gerequireerd ( door hem apart op te geevene, het zijl resolutie te insereeren of afzonderlijk de Edele Hoo„ ge Indisce Regeering aan te bieden en aan Hoogst dezelve eerbiedig gedefereeert te laaten om daar van al of geen gebruijk te maaken wijl zijne eigene woor„ „aen door welke hij de noodzaakelijkheid hier van aan drangt „dringt als voor het minst die bedenking te gemoed loopen, „na dat zijn oordeel weegens het gedrag van den Heer Di„ „recteur Ross partijdig, dus van reproche niet vrij zou„ „de zijn nimmer applicabeler waaren, of sterken dan door zyn gedrag in deeze konden werden bewaarheid. Wy hebben noodzaakelyk geoordeelde hier over een weijnig uit te werden om Uw Edele groot Achtb: door een kort de tail de en gunstige verdenking van willekeurig heidma te beneemen, en Hoogst dezelve in alle eerbied te doen zien, floo dat ons gedrag verre van Laakbaar de beste oog merken ten doeln had en hoe zeer veele der Leeden op het fang laast en eenrovens door die beede broeders zijn beleedigd, en billijk op eene even „leedige satisfactie zouden moogen aandringen, berusten zij in het gevoele der Hooge Indische reegering by brief van 8=e Julij 1788 dat hoe zeer hun verzoek om satisfactie 2 over aangedaane hoon en beleediging billijk was, men eg„ „3, ter tot voorkooming van verdere haatelijkheeden en ami„ „mositeiten preefereerde de zaak aan de sagte kant 3 te beschouwen, en daar meede voor afgedaan te houden Een decifie waar aan zij met het uiterst genoegen de„ ver „fereerde, wijl neid laat, en afgunst die hier zints 1780 zulke diepen wortelen schooten, alle argrementen in de zaameleeving beneemen, en nimmer aan door een Ting len Hargeetelheid van al het gepasseerde zijn uit te loyen 33 roeyen. Daar uwel Edele groot achtb: ons gelieven te bedeelen, over die zaak te zullen Cognosceeren, blyven wij met gerust„ „heid den uitslag te gemoedzien, ons daar over thans niet verder uitlaatende. Verzoekende aen koopman Eilbracht dat van de zee„ den der overgaave van het voormelde geschrift en bylaagen mag werden reflexie geslaagen op zijn Adres aan de Edele Hooge Indische zeegering van het voorjaar 1787 dat, volgens del aanschrijvens van hun Hoog Edelheeden, met alle de we„ rige geschriften over deeze zaak UwelEdele Hoog Acht„ baare stond te werden aangebooden. — By onze voorige bezieh„ 3159. Verder moeten wij nog aan„ ten zal uwel Edele Hoog Acht„ merken dat de ministers door „baare reets gebleeken zijn, hun voor neemen om aan het hoedaanig wij van het verlee„ Engelsen gouvernement voor thet nen diern wissel ontslaagen te leen ontfangene Lakropyjen zaakten en zullen zergvuldig een wissel op China te verleenen vermeeden niet weeder tot zoo hun bestek zyn te buiten ge„ daanige verbintenisse treeden, gaan en aanleijding hebben „kunnen „geeven tot ongeleegentheid die aanmerkelijk zal zijn vermee„ „dert wanneer de ministers er werk e
English
actually might have agreed to give bills of exchange on China in payment for the saltpetre of the last two years as well, from which they nevertheless ought to have refrained by virtue of their lack of authority, and concerning which we otherwise refer to the notification recently made on that subject. To our utmost sorrow, we must acknowledge that this contracting has had an unfavorable outcome, although it was done with the best intentions and not without hope of success, as our resolution of 23 March 1787 and the paper of the Director inserted therein show in detail. Everything has worked against it, for not only did the European ship, upon which our hope for the supply of money or silver was fixed, remain absent, but misfortune also willed that the first Batavian ship did not reach the Ganges before the month of October, whereby we remained deprived of the merchandise that had been promised to the merchants. We can very well understand that the embarrassment of the ministers through lack of ready money must have been very great, but for that very reason we must wonder in the highest degree that they still let their thoughts turn to, and actually made so much effort to effect, a contracting for two shiploads, whereby they ran much danger of seeing their difficulties increase; for even assuming the most advantageous case, that the contracted goods had been punctually delivered, the goods from five weaving places would still have been lacking, these always saying that they belonged strictly to the return cargo, which could not be obtained for cash and whose procurement was therefore completely impossible for them. One would thus have had an incomplete cargo for two ships, and the direction would have been burdened with a very important debt for the contracted goods, the repayment of which had to be all the more difficult since there was still a debt from previous returns, for which, so to speak, the imported merchandise was as if pledged. When we take into consideration in addition to this that the ministers themselves declare that they flattered themselves in vain with remittances through their treasury or other negotiations with the English, because due to the general lack of money and further concurring circumstances that source seemed to be exhausted, we must regard the conduct of the ministers as having occurred without reflection, and that they have thereby notably increased the distress of their condition, which we provisionally wish to hold before them while awaiting the outcome that their undertaking will further have had. Below stood: Agrees with the aforesaid missive. Was signed: I: I: Van Ternij, First Clerk. Extract from the missive written by the Assembly of Seventeen to the Governor-General and the Council of the Indies at Batavia, dated 31 December 1788. The Merchant Kraaijenhoff thanks Your Honorable Worships most humbly for this proof of favor. Further, the rank of Merchant with the salary of ƒ30:— to the Fiscal of Houghly, Adrianus Gerardus Kraaijenhoff; also the rank of etc., the salaries of the above-mentioned promoted servants to be calculated as having commenced on the day that they entered upon the exercise of their posts, insofar as we have not disposed otherwise here above. Below stood: Agrees with the aforesaid missive. Signed: I: S: Van Ternij, First Clerk. In compliance with Your Excellencies' special order in Your honored formal rescription of 9 September of last year, some paragraphs from the very respected missive of the Honorable Worshipful Lords Seventeen of 20 December 1787 not yet having been answered by us either, we have deemed it most convenient to insert the same herewith. Extract from the missive written by the Honorable Worshipful Lords Seventeen to His Excellency the Lord Governor-General and the Honorable Lords Council of the Netherlands Indies at Batavia, dated 12 July 1787. Paragraph 300. As regards however the further special arrangements made concerning that trade, we have not without remark found that you, in giving your permission to the ministers to continue with the method of contracting introduced in the year 1771, on the grounds that they had declared themselves very clearly about the advantage thereof as a means to balance the profits and losses, have recommended giving the merchants one arrangement this year, and another in a following year. The contracting on the footing as it took place before the year 1777 was, according to the considerations of Director Ross inserted in the resolution of the first of March of that year, subject to many inconveniences and defects, all disadvantageous to the Company. Paragraph 301. For that purpose it appears to us that a more suitable means, which could have been recommended by you and would have better answered the intended purpose, would have been making, as far as possible, a proportional distribution of the required assortments among
Dutch transcription
„ge werkelyk toe mogten „ treeden zijn, om voor de salpeeter van de Laaste twee Iaaren al meede w „sels op China in betaaling te geeven waar van ze zich egter uit hoofde hunner en bevoeg heid hadden behooren te ontho „den en waar omtrend wij insove prea „rigens refeleren tot de aansch „ving Iongst op dat stuk gedaan Tot onze uiterste smerte 3160 ny kunnen zeer wel begripen d moeten wij erkennen dat deeze dat de verleegentheid der min „ Aanbesteeding een ongunstigen„ ters door gebrek aan Contante 6d uitslag gehad heeft, schoon zeer groot moet geweest zijn gedaan wierd met de beste oog, maar eeven daarom moeten wij 2„ merken en niet zonder loop insten hoogsten verwonder en van Succes gelijk enze resolu dat zij nog hunne gedagten heb „tie van 23=e maart 1787 en het ben laaten gaan en werkelijk e daar bij geënsereerde geschrift zoo veel beweeging hebben gemaak „van den Directeur omstandig om eene van besteeding voor twee „aantoond. alles heeft daar toescheeps laadingen te effectuee„ 'Z meede gewerkt want niet alleen, ren naar door ze veel gevaar lee„ d dat het Europisen schip waar, pen hunne engeleegentheid te op inze koop tot den aanvoer van Zien vermeerderen, want bij geld aldien 34 geld af zilver gevestigd was, aldien al ten voordeeligste ge„ mog bleef, wilde het ongeluk„noemen de aanbesteede goede„ k dat het eerste Bataviase ren punctueelijk waaren gelee„ schip niet voor de maand Oet: „verd, aan zoude nog ontbrooken re ganges bereikte, naar door hebben de goederen uit vijf weef wij verstooken bleeven van de „ plaatzen, deeze altoos zeggen, koopmanschappen die de dat volstrekt tot het retour kooplieden toegezegd waaren- behoorden, die niet aan voorkon„ tanten te bekoomen waaren en waar dus verkrijging voor hun volstrekt onmogelijk was men zou dus van dus gehad hebben een onvol„ „koomen laading voor twee schee„ „pen, en de directie zoude belast geweest zijn met een zeer impor„ te ten schuld voor de aanbestaede gee„ „deren waar van de afbetaaling zoo veel te beswaarlijker moest weezen daar er nog een schuld„ was van voorige tetouren, waar voor om zoo te spreeken de aangebragte koopmanschap„ „pen als verpand waaren. Wanneer wij nu daar by in overweeging neemen dat de ministers zelve verklaaren, dat datze zich te vergeefs met kemil „ses door hunne kas of andere Negotieantien met de Engelsche zoude vleijen vermits door het algemeen geld gebrek, en verde „ren bygekoomen om standig hee„ „den die brom scheen uit geput te weezen, aan moeten wij de be „handeling der Ministers beschor „nen als zonder overleg geschied Een te zijn en dat zij daar door de kommerlijkheid hunner toe„ „stand merkelijk hebben ver„ „meerdert 't welk wij hun pre„ „visioneel willen hebben voor„ „gehouden onder afwagting van den uitslag welke hunne onder „neeming verder zal hebben ge„ „had /onderstond:/ Accordeert met voorsz: missive /:was ge„ teekend:/ I: I: V:n Ternij Eg Clem Extract 35 Extract uit de miss: door de vergaadering van 17=e ge„ schreeven aan den gouverneur Generaal en de Raaden van Indien te Batavia in dato 31 December 1788. Den koopman kraaijenhoff 340 Voorts de qualiteid van bedankt uwel Edele Hooij koopman met de gage van ƒ30:— Achtbaaren voor dit genstaan den Fiscaal de Houglij bewijs op het ootmoedigst Adrianus Gerardus kraaijen, „hoff Nog de qualiteid van &=o zullende de gagien van de bovengenoemde bevondende Dienaaren gereekent worden ingegaan te zijn met den dag dat dezelve in de Gerei„ „tie hunner Posten zijn ge„ „treeden voor zoo verre wij daar over hier booven niet ander hel„ „ben gedisponeerd /:onderstond/ Accordeert met voorsz: mis„ sive /:geteekent:/ I: S: V Ternij E: G Clercq In In opvolging van uwen Hoog Edel„ „heeden Speciaal bevel by Hoog derzel„ „ver, geëerde formeele Rescriptie van g September des voorige Iaars door ons mee„ „de nog beantwoord zijnde eenige Saragraag en uit de zeer gerespecteerde missive den wel Edele Hoog Achtbaare heeren Zee„ „ventienen van den 20=e December 1787, hebben wy gevoegelykst geoordeeld dezelve bij deeze meede te insereeren Extract uit de missive geschreeven door de wel Edele Hoog Achtbaare Heeren See„ „ventienen aan zijn Hoog E„ „delheid den Heere Gouver„ „neur generaal ende welEde„ „le Heeren Raaden van Nee„ „derlandsch India te Batavia gedateerd 12e Julij 1787. — §300. wat egter de verdere gemaa„ te byzondere beschikkingen dien handel Conserneerende aangaat hebben wij niet zon der 36 „der opmerking gevonden dat ul by derzelver gegeeven per„ „missie aan de ministers om te Continueeren met de in A=o 1771 geintroduceerde ma„ nier van aanbesteeding uit hoofde zij zig over het voordeel daar van zeer duijdelijk had„ aen verklaard als een mid„ del om de winsten en ver„ leezen te doen balanceeren, hebt aan bevoolen om de koop„ luiden dan deeze, en in een volgend Iaar, een ander ar„ „rang te geeven. De aanbesteeding op den 1301. Daar toe komt ons voor voet zoo als voor A=o 1777 plaats dat als een geschikt er mid„ had, was volgens de Considera„del door uE had kunnen tien van den Directeur Ross worden aangepreezen en aan geinsereerd ter Resolutie van het voorgestelde but beeter p=mo Maart van dat Iaar, en zoude hebben beantwoord het „der worpen aan veele incon„ maaken zoo na moogelijk vinienten en gebrekkelijk hee,„ eener propertieneele verdeeling aen alle nadeelig voor de maat van de gevorderde Sortementen schappij onder
English
Company, wherefore it was then abandoned among all suppliers, as had previously taken place, since it seems natural to expect that a merchant to whom the entire supply of the required assortment is assigned from a less advantageous weaving place will show little desire to satisfy his engagement fully, since he would already suffer a direct loss thereby, and the uncertain prospect of an advantageous parreng for a following year can provide little counterweight to the immediate and present feeling thereof, whereas, on the contrary, with a proportionate distribution of the assortments, the profits and losses are immediately compensated. We are indeed still of the opinion that this is the most advantageous for the Company, but in order to prevent all objections, in case we have the good fortune to be able to hold a tender again, we shall hear the merchants themselves on this matter and let them declare which of both these methods of tendering they deem most suitable for fulfilling their engagements. Section 812. Under the heading of the sale, mention being made of a quality of rice brought to Bengal with the ship Straalen, we further find noted regarding this that, the ministers having decided to sell that lot at market price by public auction, only a part of it could be disposed of, whereupon you subsequently remarked that the price obtained therefor, ƒ2:2:4 per 100 lb, differed quite considerably from the purchase prices for the dispensary, ƒ3:4:6, with a recommendation to take care in future against that disproportion. The rice was sent in the assumption of necessity due to a lack of provision during the re-establishment of the place and that money might be lacking to provide oneself with what was needed. The light of the dispatch by Their High Nobilities was good, but it did not answer to the intention. According to the testimony of the dispensier, the rice was found upon receipt to be turning bad, consequently, as this was October, to be in such a state that without great loss and spoilage it could not be kept until January, February, March, the time when distributions begin. Thus, to see it completely ruined, one was forced to resolve upon a sale, and finally to let it go for what was offered at public sale, differing notoriously from the purchase price, on the one hand because of the said bad quality, and on the other because Javanese rice is not equally desired by everyone in Bengal, where a native keeps to his own products and food. Section 313. But just as strange as it must have appeared to us that a parcel of 96,000 of rice was imported into a country which yields an abundance of that grain, even stranger have we found that the same was sold at a time when the household was in need of it, and had to be purchased at higher prices; since, therefore, the conduct observed in this matter can be viewed by us in no other way than as extremely peculiar, we desire to be further elucidated on this matter, in order to be able to judge whether carelessness or improper consideration also took place here, to the end that, if found to be so, appropriate provisions may be made against it for the future. Through the power of the first two articles, it was not well-founded to expect that upon receipt of any considerable quantity thereof, a good quantity of cloves could also be disposed of with them, the ones standing here beside having been sold for less than the fixed prices, the remainder that had been left over after the sale of the nuts. Section 321. With displeasure we have also perceived the poor consideration that took place among the president and other servants, by demanding in the formal requisition of ult=o March 1785, 43,000 lb cloves, 32,000 lb nutmegs, and 5,000 lb mace at a time when they themselves had to resolve to sell the cloves for less than the fixed prices; and since it appeared by that same requisition that the consumption in previous years was in no way proportionate to the demanded quantities of those spices. It is a certain truth that since the war, cloves have been so little sought after in Bengal that without nutmegs or mace, not a single pound of them could have been sold at the fixed prices. Therefore, on that account, the sale of the nutmegs in our humble opinion became necessary to promote the vent of the cloves and to procure for the Company the benefit resulting therefrom. Concerning the low price for which the nutmegs were then relinquished, we request to be allowed to refer to previous reports, whereby it was shown that the order for increasing the same only arrived here on the 24=e May 1786. Section 322. Also, the above-mentioned reasoning of those servants, that one would as it were be forced into a sale of the nutmegs in order thereby to facilitate the sale of the cloves, can matter very little, since not the quantity sold in itself, but rather the manner in which it is sold, and the price, constitutes the advantage that lies in that sale for the Company; and it is self-evident that the relinquishing of those nutmegs at such an excessively low price is really the same as if the cloves were sold for less than the determination. Section 323. Indeed, the ministers
Dutch transcription
schappij waarom daar van onder alle Leverancieres, gelijk toen ook afgezien en de nieuwe bevoorens plaats had alzoo het wise geintroduceerd wierd, wij zijn n atuurlijk te verwagten schijnt nog wel van gevoelen dat die dat een koopman wien de voor de Compagnie het voordee„ geheele Leverancie van het „ligste is, dan zullen om alle geeischte uit eene min voor„ bedenkingen voor te koomen, deelige weefplaats word op ge„ ingevalle het geluk hebben wee„ draagen weijnig lust zal be„ der een aanbesteeding de kuntoonen om aan zijn engage, be „nen doen, de kooplied en zelment volkoomen te voldoen „ve hier op hooren en laaten de daar hij aan reets eene directe Clareeren welke van beide die te schaade lija, en aan het wijse van aanbesteedingen zij onmiddelijk en present ge„ vermeenen oirbaarst te zijn voel daar van weijnig tot tee„ om aan hunne ingagementen genwigt kan verstrekken het inzeekere vooruitzigt van te voldoen. — een voordeelige Parreng voor een volgend Iaar terwijl daar en teegen by eene eeven „reedigen verdeeling der Sorte„ „menten de winsten en ver„ liezen daadelyk worden ge„ cempenseerd. De rijst is gezenden in §: 812. onder het Hoofddeel van dent 3 veronderstelling 37 Veronderstelling van benev„ den verkoop gewag gemaakt digtheid uit gebrek aan voor werden de van eene qualiteit raad by de weeder in standbren kyst met het schip Straalen guren der plaats en dat het mogt in Bengaalen aangebragt vin„ haperen aan geld om zig van 't aen wij daar omtrend verder benoodigde te voorzien - Het in genoteerd dat door de minis„ ligt der verzending door haar „ters beslooten zijnde om die Hoog Edelens was goed maarze partij teegens markts Prijs beantwoorde niet aan de intentie bij publieke vendutie te ver„ olgens het getuijgen is van „ koopen slegts een gedeelte en Dispencier, wierd ele ryst daar van had kunnen worden Ey ontvangst bevonden aan het afgeeet waar op UE: vervolgens landeren, gevolgelyk, daar zulx hebben geremarqueerd dat de October was, in die staat te daar voor behaalde pris ƒ2:2:4 Zijn aatze zonder een groote rvor, de 100 lb vrijveel verschilde met mindering en bederf niet kon de pryzen van in koop voor de erden aangehouden tot Ia„ Dispens ƒ3:4:6: met aanbevee„ nuarij, Februarin Maart, de „ling en teegens die dispropor„ tijd dat de verstrekkingen ke voortaan te Zorgen.— en aanvang neemen onze dus het geheel te zien vermeijteren, was men genoodzaakt tot aen verkoop te besluiten en eindelijk om ze te laaten gaan voor het geen by publieke verkoop gebooden wierd van het de inkoops Prijs notoir verschillende, eensdeels em om de gemelde slegte hoedaanigheid en ten anderen om dat de Javaase Rijst voor een ieder niet eeven wy wilt is in Bengaale alwaar een Inlander zig houd ne Aan eige Producten en voedzel.— §313. Dan zoo vreemd als to ons heeft moeten voorkoome dat eene partij van 96000 Rijst is ingevoerd in een Land 't welk overvloed van dat graan uitleeverd, nog vreemder hebben wij gevend dat het zelve verkogt is een tijd dat men hetzelve de huijshouding benoodig„ was, en tot hooger prijsen moest in koopen daar du de in deezen gehoude diract niet aan als ten uiterste zonderling door ons kan w den beschoud begeeren wij hier omtrend nader te werde geelucideert om te kunne beoordeelen of hier in ook agteloosheid of verkeerd over hebbe 00 38 hebbe plaats gehad, ten ein„ „de zulx bevonden worden de daar teegen voor 't vervolg gepaste voorzienige te doen Door de geweldheid der beide §321. Met ingenoegen hebben ste Articulen, was het niet wy ook bespeurd het slegt over„ gegrond te verwagten dat bij leg dat bij den voorzitter en tfangst van eenige naam„ ovrige bediendens heeft plaats vaardige quantiteid daar van gehad door beijden Formeeler et dezelve meede een goede Eisch van ult=o Maart 1785 hoe veelheid Nagulen zoude te vorderen 43000 lb Nagulen an de hand gezet kunnen 32000 lb Nooten en 5000 lb werden, zijnde de hier neeven Foelij in een teijd dat ze zalen staande voor minder als de zelvs hadden moeten be„ epaalde prijzen verkragt, sluiten om de Naagulen het Restand dat evengeblee„ tot minder als de bepaal„ ren was na de verkoop der de prijzen te verkoopen; en daar het bij dien zelfden Nooten. Eisch bleek dat het vertier in voorige Iaaren ingeenen deele aan de gevorderde quan„ titeiten van die Speceryen geeven zeedigt was.— Het is een zeekere §322. Ook kan het hier vooren gemeld waarheid waarheid dat zeedert aen gemeld zaisonnement van oorlog de Nagulen zoornge, die bediendens, dat men als 5 wild en Bengaalen zyn, 't waaren tot aen verkoop de dat zonder Nooten of Poelij Nooten genoodzaakt zoude geen enkeld Tond daar van zijn om daar door het debiet teegen de gefireerde prijzen van de Nagulen te facili zoude hebben kunnen werden beeren zeer winig ter zaak verkogt, dus uit dien hoofde doen alzoo niet de verkogte den verkoop der Norten na ons hoeveelheid op zieg zelve, maar needrig gevollen noodzaakelyk wel de wijze waarop dezelve wierd om den Pleet der Nagu„ word verkogt, ende prijswa Elen te bevorderen en de Comp=s voor het voordeel dat er in„ het daar uit voortvloeijende dat de biet voor de maatsch voordeel te bezorgen, omtrende pij geleegen is uit maakt de laage prijs waar voor de Noor„ en en het van zelve in toog o7 „ten toenmaals afgestaan valt dat het afstaan van zijn, verzoek, wij ons te moogen die nooten teegens eene te fereeren aan voorige bereg zoo excessive laage wijsen „ven waar bij aangetoond werd werkelijk het zelfde is dat de ordre ter verhooging of de nagulen teegensmi van aion hier eest aan „ der als de bepaaling vers gekoomen is den 24=e wierden. Maij 1786.. voor dit ons besluit §323. Treuwens de minis ters om
English
in order to let the cloves remaining in stock after the sale of the nutmegs go at public auction for whatever people were willing to give for them, we hope that the circumstances in which we find ourselves will plead with Your Right Honorable Esteemed Sirs, which made it necessary to make the best possible use of the merchandise on hand and to let it serve for the payment of debts, the redemption of bonds, and against the heavy interest running at 9 per cent, rather than keeping it without interest in the warehouses. The ministers seem to have taken very little into account beforehand the detriment resulting for the Company from the sale of the cloves, which alone ought to have motivated them to increase or decrease the sale, when we observe from their Resolution of the 9th of December 1785 that they could even decide at that time to let the cloves, which were still remaining in stock and could not be sold due to a lack of nutmegs, go for whatever money people were willing to pay, since as is stated in the Resolution they were by far not as good as those of the previous year and that article was very unmarketable, of which not a single barrel could have been sold privately at the fixed price had it not been for the sake of the nutmegs, which profits had to compensate the merchant for the loss he suffered on the cloves; a decision which placed in an even clearer light the necessity of your earnest vigilance over the observance of the established orders, for the reasons broadly detailed hereinbefore, which, being capable of entailing the most harmful consequences, as well as the aforementioned private sale of the spices, is therefore by no means approved by us, but which one and the other we, on the contrary, must disavow, and leave to the account of the ministers whatever less shall have been realized for the spices by virtue of that Resolution in relation to the fixed price, of which they were aware at the time of adopting that Resolution; while we furthermore look forward to your elucidations regarding the inferior quality of the cloves alleged by the ministers, which would serve to nothing less than to bring those spices into decline at a time when, being burdened with an immense stock, one seeks to employ all means to make that article have a greater outlet; we shall also suspend our judgment concerning the request made by the Director to You to be permitted to hand over the cloves, which could find no sale for the Company's fixed price after the sale of the nutmegs, to the merchants for what was offered at public auction, either for cash or in reduction of the arrears, and in such cases to be supplied with a quantity above the demand, until we have been elucidated both regarding the fixing of the price intended here and regarding the price offered at public auction, all of which has appeared nowhere to us. Wherewith, commending Your High Honors to God's protection, we have the honor to call ourselves with due reverence, Your High Honors' humble and very obedient servants. Was signed: I. Titsingh, I. W. S. van Maugwitz, P. Levien, A. G. Krayenhoff, Jacob Eilbracht, J. Redel de Bas, T. Wieman, and C. J. Heijning. In the margin: Houghly, the 8th of April 1790. Agrees with the original. No. 3 To the Right Honorable Mister Isaac Titsingh, Director, together with the Council. Right Honorable Mister and Esteemed Councilors. The undersigned respectfully takes the liberty to submit some considerations to this assembly with regard to what appears in paragraphs 2 and 29 of the esteemed secret letter from the Honorable High Indian Government dated October 1785, which is currently being dealt with. Having absolutely no intention of entering the lists for my brother, I aim solely to pay homage to the truth and to give a faithful and true account of what appeared to me and came to my ears upon my return to Bengal in 1784, and during my presence at Malacca in 1783, concerning the conduct of the former Director Mister Ross, before and at the outbreak of the war with England in 1781. At Malacca, the conduct of the said Mister Ross was described to me by more than one stranger as extremely suspect, and I was assured of the general opinion held there, that he must have colluded with the enemy regarding the surrender of the Company's establishments and properties in this country. It was written to me from Bengal while I was in Batavia, see Appendix No. 1. Here in this place, everyone thought so upon my arrival; but no one could prove it; no one, however, denied that Mister Ross was at Calcutta on the 3rd of July 1781 and that, on the following morning, our lodge was as it were surrounded by 500 Sepoys. The Resolution of the 4th of the said month also shows that an assembly was held then and everything was surrendered, first to a Captain Chatfield and shortly thereafter to English Commissaries. The evening before, something also occurred with an English King's officer, of which, with Your Right Honorable's permission, the Commandant van Amelungxen could provide a statement under oath; whereupon the suspicion will perhaps naturally become evident that Mister Ross was expecting English Company troops that same night. At least on the morning of the 4th of July, as said, when those troops stood armed around the lodge, Mister Ross convened the assembly, and it is easy to understand that amid that confusion and general consternation, minds were sufficiently dismayed to make them consent to an immediate surrender. It was also the duty of Mister Ross at that time carefully
Dutch transcription
39 om de na verkoop der Nooten „sters scheijnen het voor aff na„ Per testand gebleevene Nagu, deel dat uit het debiet van len bij publieke vendutie te de Nagulen voor de Compe„ laaten gaan voor het geene redundeerde en het welk eg„ den wilden, hoopen wij dat „ ter alleen hun tot de ver„ uwel Edele Hoog Achtbaaremeerdering of vermindering llen pleijten de omstandig „ van het aebiet had behooren heeden in welke wij ons beven te beweegen zeer weinig te en waar door het noodzaa hebben in het ooggehouden kelijk wierd het best moge„ wanneer wij uit hunnen lyke Gebruik van de aan Resolutie van den 9=e Decem„ handen zynde koopmanschep„ber 1785. nagaan dat zij als pen te maaken en dezelve toen zelvs hebben kunnen er te laaten dienen tot besluiten, om de nagulen afbetaaling van schulden, die nog per restand waaren aflossing van obligatien en door gebrek aan Nooten teegen de swaare rente, niet hadaen kunnen ver„ 9 P=r Cento voortleepen, n„ kogt werden, te laaten loo„ „het ls renteloos in de pak„ v„pen. — voor geen gelden huijzen te doen verblyven „ wilden alzoo /:gelyk bij nie Resolutie gezegt word:/ nin verre na zoo goed niet waa„ „zen als die van het voe„ „rige Iaar en dat articul zeer is „zeer ongeweld was, waar van nuit de hand geen Enkeld Ton „teegens de gefixeerde prijs z „de te verkoopen geweest zijn „waar het niet geweest om d „wille van de Nooten, welke „winsten den koopman ver „„goeden moesten het vertee „dat hij op de Nagulen bied een besluit het welk de noodzaakelykheid van uw ernstige waakzaamheid op de observantie der gesteld ordres om de reedenen heb vooren in 't breeden gedetai „beerd in des te kelder der da ligt stelden het welk als „de Schaadelykste gevolgen kunnende na zie sleepen zoo wel als de voormelde v „koop der Specerijen uit hand dus in geenen deele door ons word toegestemd ma welk een en ander wy in te gendeel 40 „gendeel moeten afsauiren, en voor de ministeren Ree„ „kening overlaaten wat uit hoofde van die Resolutie. voor de Speceryen minder zal zijn gemaakt, aan de bepaalde prijs van welke zij ten beijde van het neemen derzelve Resolutie bewust„ „heid hebben gehad terwijl wy daar en booven uwe Elie cidatien zullen te gemoed zien omtrend de door de Ministers geallegueerde mindere deugd van de na„ „gul en welke tot niets min „der zouden strekken aan om die Speceryen tot de Clin te brengen in een tijd, dat men met een immense voorraad belaade Zynde alle middelen tragt in het werk te stellen om dat artikel eene meerdere aftrek aftrekt te doen hebben. - 3324. zullende wij ook over het door den Directr. aan UE: ge¬ daar verzoek om de Nagulen welke na het debiet der No „ten voor 's Comp=s bepaalde Prys geen vertier mogten vir „den voor het geboodene by pu „blieke vendutie aan de koop„ „lieden 't zij voor Contanten zij in mindering van den ag¬ „terstal te moogen afstaan en indien gevallen booven den Eisch nog met een gu titeid voorzien te werden, oordeel op schorten, tot wijl „len zyn geeluciaeert, zo wel omtrend de bepaali van Prijs welke hier be doeld is als ontand als omtrend aen gebooden pre by publieke vendutie al welke ens nergens is gebleeken. waar 41 Waar meede uwe Hoog Edelheeden in Godes bescherming aanbeveelende wij de Eere heb„ „verschuldigde, huldig „ben ons met Eerbied te noemen /:onderstond:/ Hoog Edele wijdgebiedende Heeren /:lac„ „ger:/ uwer Hoog Edelen onderdaanige en en zeer gehoorzaame Dienaaren /:was getee„ „kent:/ I. Titsing. I: W: S: van Maugwitz P. Levien. A. G. Krayenhoff. Jacob Eilbracht. 2. Redel de Bas T=e Wie„ „man en C I:' Heijning /:ter zeijde:/ Houglij den 8=e April 1790. — Accordeerd C: s Wane Kerop: Gelm No. 3 42 Aan den E E Achtbaaren Heer M:r Isaac Titsingh Directeur, neevens de Raad E: E: Achtbaare Heer en Geeerde Raaden. De Ondergeteekende neemd eerbiedig de vrij„ „heid, deze vergadering eenige Consideratien op te geven met opzigte tot het geen voorkomt en de 2 en 29 par: van de geëerde secreete missive van de Edele Hooge Jndische Regeering, de dato 8br: 1785. waar over tan gebesogneerd word. volstrekt geene intentie hebbende om voor myn Broeder in het strijdperk te treeden, bedoele ik alleen de waarheid hulde en een getrouwen waarage „tig verhaal te doen van het geen bij min te rugkomse in Bengale in 1784, en by mijn aanweezen le Ma„ „lacca in 1783, mij voorgekomen en ter Oore gekomen is, weegens het gedrag van den Heer geweesen Direc „teur Ross, voor en bij het uitbreeken van den Oorlog met Engeland in 1781. Te Malacca is mij door meer dan eene vreer „deling het gedrag van gem: Heer Rofs, als ten uit„ „tersten suspect afgeschilderd en verzeekerd het alge „meen „meen gevoelen daar men in was, dat Hij zig nopens de overgave van 's Comp„s Etablissemente en Eigendommen hier te lande, met den vijand moest verstaan hebben. Men schreef het mij„ terwijl ik te Batavia was, uit Bengale vide Bijlage N:o 1 Hier ter plaatse dagt bij mijn aan„ „komst ieder een zoo; maar niemant kon het ^ niemant bewysen ^ regeerde egter dat de Heer Ross te Cal„ „catta geweest is op den 3„e Julij 1781 en dat, in den morgenstond daar op, onze Loge met 50:0 Man sipays, quasi omeingeld is de Resolutie van den 4„e der gem: maand wijst ook uit, dat het toen ver„ „gadering geweest en alles overgegeeven is, eerst aan eenen Capt„n Chatfield en kort daar op aan Engel„ sche Commissarissen s'avonds te vooren, is er ook iets gepasseerd met een Engelsche konings officier, waar van, met believen van Uw E E. Achtb: de Com „mandant van Amelungxen een verklaaring onder Eede zou kunnen geven; wanneer mogelyk van zelf in het oog zal vallen het vermoeden dat de Heer Ross dezelve nagt Engelsche Comp s Troupen is verwagtende geweest. Altans den 4e July 's morgens als gezegde loen die Troupen gewapend rondom de Loge stonder beroept de Heer Ross de vergadering en het is ligt na te gaan dat bij die Confusie en algemeene ver„ „slagenheid, de gemoederen bedremmeld genoeg aen „ren om ze tot een directe overgave te doen toestemme Het was ook de zaak van den Heer Ross om toen zorgvuldig
English
carefully to avoid and prevent such emotions as could give occasion to a full and detailed discussion about the unhappy fate into which the Company was plunged by this surprise, which could have gone very far indeed, if the then Head Administrator, Mr. Pieter Brueijs, had convinced the Director that he had not kept hidden from him that which, long before it became relevant to the matter, was made known to the said Brueijs in the Council of Justice, while it was fully assembled, by one of the members, as news from Chandernagor, namely that they would one of these days, just like the French, be prisoners of war of the English; who knows whether there would not also have been recorded the astonishment of the French at the doubting of the truth of this report, and especially at the intimacy of Mr. Ross with the enemy, as proven, up to the very moment of the surrender. If I were to add to this that Mr. Ross, on 18 December 1780, expressed to me his apprehension of a rupture with England, it might appear as though I wished to take revenge on him for his violent conduct against me the following day. Moreover, there is no lack of proof besides this. The Calcutta Gazettes of December 1780, January and February 1781, then taught or dictated that nothing other than war was to be expected; for Sir Yorke was ready to leave The Hague upon the first order from from the Court in London. If it can now be reconciled with the duty of a Chief Commander not to pay the slightest attention to this, and that he need not believe it until he is warned by the blow itself, then it can certainly be thoroughly proven that no one has performed his duty better than Mr. Ross. But if, on the other hand, one posits that rumors of war, especially when they have probability, as in our case, ought not to make someone entrusted with supreme authority and primary care doubt, but rather be mindful of measures that indicate everything except carelessness and negligence, then it seems to me that Mr. Ross cannot be cleared of this and that he could have preserved his Masters from very great damage. For what was, after the aforesaid public information, more natural and necessary than to speak about it at least once with the Council; and not to leave the Company's precious interest to drift and sail on its own into uncertain waters? Had this been done, they would likely have sought to bring into safety all that could possibly be sent to Batavia or Ceylon by the ship then on hand and 5 to 6 sloops: for which purpose the castaways of the Jonge Hellingman were particularly useful, who were after all all sent as passengers. But instead instead of thinking of this natural precaution, Mr. Ross continues with the money negotiations, with trade, in a word, with everything, as unconcernedly as if the aforesaid news signified nothing. In May 1781 the positive tidings of a declared war finally arrive. Mr. Ross is warned of it; what is more, His Honor is asked from Dacca how he wishes them to act with the Company's linen, goods, and other effects, which could then still be preserved, or at least hidden! But answering this with indifference, His Honor recommends a similar indifference to the writer of that letter. If this is not proof of deliberate negligence, then please cast an eye upon the document that I have the honor to submit under No. 2. From that it is also evident that it was a design of Mr. Ross to take no notice of such notifications, even desiring that the attestant should make no stir about it. Truly incomprehensible, if this can be said to agree with good faith; for, as I have already remarked, someone to whom the watch is entrusted must not slumber, much less doubt warnings which, like these, had probability on their side; not to mention that a Director is not free to act arbitrarily with such notifications. Of this Mr. Ross, who was warned as Director and and not in private, ought immediately to have informed the Council, in order, if he judged that this and the above-cited communication from Dacca were of no value, to hear what his council members thought of it, and thus have a record kept of it by Resolution, which could have provided an opportunity to see whether any practicable means could be devised, here as well as elsewhere, for the prevention of damage. But Mr. Ross had another project in mind, and it is known that His Honor, at this very critical juncture, made himself subservient to Mr. Hastings, and what is more, to the Calcutta Government, and took upon himself the Collectorship of the Revenues of Chinsurah, etc., a favor to which the Company's prosperity and interests here in Bengal were sacrificed; at least of this pernicious project one finds a record by Resolution, and nothing whatsoever of the danger that hung over the head of the Company due to an apparent war with Great Britain; indeed, that one ought not to give any credence to this: but how sadly has the outcome taught the contrary! In former days, when any danger was at hand, the records were consulted to see how people had conducted themselves previously under similar circumstances. Had Mr. Ross had this done, the means would certainly have presented themselves to him to forestall the English and to bring under their attention in advance that they, without
Dutch transcription
43 zorgvuldig te vermijden en te prevenieeren zulke gemoeds beweegingen als aanleiding konden geven tot eene alle omstandige verhandeling over het Ongelukkig Lot waar in de Comp„e, door deeze over„ „rompeling wierd gedompeld, het welk al zeer ver zou hebben konnen loopen, zoo de toenmaali„ „gen Hoofd Administrateur, de Heer Pieter Brueijs, den Directeur overtuigd hadde van niet voor hem verborgen te hebben gehouden, het geen lang„ voor dat het ter zaake kwam, in de Raad van Iustitie, terwijl zij Compleet vergaderd was, door een der Leden, aan gem: Brucijs is bekend gemaakt als een nieuws van Chandernagor, namelijk dat men eerstdaags, even als de Franschen, krygsge„ „vangenen zouden zyn van de Engelschen; wie weet of dan ook niet was opgeteekend de verwondering der Franschen over het twyffelen aan de waarheid van dit berigt en inzonderheid over de gemeenzaamheid van den Heer Rofs met den vyand, als beweesen, tot op het oogenblik van de overgave. voegde ik hier bij dat de Heer Ross, op den 18 Decbr: 1780, mij zyne bedugting voor een ruptuur met Engeland, heeft te kennen gegeeven, het zou schijnen, als wilde ik my revengeeren over zyne violente procedure van daags daar aan tegen mij. Het ontbreekt ook buiten des aan geen bewijsen. de kalkatsche Gazellen van xbr: 1780. Januarij in feb„yj 1781, leeren of dicteerden toen„ „dat er niet anders dan oorlog was te verwagten; want dat de ridder Yorke gereed stond om op eerste ordre van van het Hof te London den Haag te verlaaten. zoo het nu met de pligt van een Hoofd gebieder over een is te brengen, om daar op geen de minste attentie te vestigen, en dat hij niet eer behoefd te gelooven, dan wanneer hy met den slag werd gewaarschouwd, dan kan men zeeker grondig beweezen, dat niemant beter als de Heer Ross zijn pligt betragt heeft, Maar, steld men daar tegen over, dat de gerugten van oorlog, voor al zoo ze waarschijnelijkheid hebben, gelijk in ons geval, iemant die het oppergezag en de eerste zorg is aanvertrouwd, niet moet doen twyffelen, maar op mesures bedagt zijn, welke alles aan„ „duiden, uitgenomen zorgeloosheid en nalaatig„ „heid, dan komt mij voor, dat de Heer Ross hier van niet is vry te kennen en dat hij zijn Meesters voor zeer veel schade zou hebben kunnen behoe„ „den. - want wat was, na de voorsz: publieke infor„ „matie, natuurlijker en noodzaakelijker, dan om er ten minsten eens met den Raad over te spree„ „ken; en 's Comp„s dierbaar interest niet op eige i de te laaten drijven en zeilen: onzeeker water van wilde worden? ware dit geschied, denkelijk hadd men in salvo zoeken te brengen al wat, met mo„ „gelykheid, per het toen aan handen zijnde schip en 5 a6 sloepen, naar Batavia of Ceilon was te verzenden: waar toe bij zonder de schip breukelingen van de Ionge Hellingman te stade kwamen de tog alle als Passagiers zijn verzonden. Maar in steede 44 sleede van aan deeze natuurlijke precautie te denken, gaat de Heer Rofs met de Geld negocia„ „tien, met den Handel, in één woord, met alles zoo gerust voort, als of het voorsz: nieuws niets had te beduiden. In Maij 1781 komt eindelijk de positive tiding van een gedeclareerden Oorlog Het word den Heer Rofs gewaarschouwd: wat meer is, men vraagd zijn E van Dakka hoe hy wil heb„ „ben dat er zal gehandeld worden met Comp:s zijn, „waaten en andere Effecten die toen nog te behouden, immers te verbergen waren! Maar dit met onver„ „schilligheid beantwoordende, recommandeerd zijn E den schryver van die brief een gelyke onverschil„ „ligheid. zoo dit geen bewijs is van opzettelijke na„ „laatigheid, dat men dan het oog gelieve te vestigen op het product dat ik de eere heb onder N„o 2, over te leggen. Daar uit consteerd ook een op zet van den Heer Rofs om zulke bekendmaakingen in geen aanmerking te doen komen, als begeerende zelfs dat de Allestant daar van geen gerugt zou maa„ „ken. inderdaad onbegrypelyk indien dit gezegd kan worden over een te stemmen met goede trouw want, gelijk ik bereets hebbe aangemerkt, iemant die de wagt is aanbevolen, moet niet sluimeren, veel min twijffelen aan waarschouwingen, welke, gelijk dee„ „ze, waarschynelijkheid voor zig hadden; om niet te zeggen dat het een Directeur niet vrij staat met dusdaanige bekendmaakingen eigendunkelijk te handelen. Hier van had de Heer Ross, die als Directeur en en niet in het particulier gewaarschouwd wierd. de Raad onmiddelijk moeten verwettigen, om, zoo hy oordeelde dat deeze en de boven aangehaalde Com„ „municatie van Dakka, van geen valeur, ware, te hooren wat zyne raadsleden daar van dagten, en er dus annotatie van doen houden bij Resolutie, dat aanleeding had kunnen geven om te zien, of er tot preventie van schade, hier zoo wel als elders, eenig practicabel middel was uit te denken: Maar de Heer Rofs had een ander project in het hoofd, en het is bekend dat zijn E, in dit zelve Critique tyd stip, zig aan den Heer Hastings, wat meer is, aan het Kalkatsch Gouvernement, dienstbaar ge„ „maakt en op zig genomen heeft het Collectorschap de Revenuen van Sinsura en Z: een faveur waar aan 's Comp„s welvaard en belangen hier in Bengale is opgeofferd geworden: altans van dit pernicieus pro„ „ject vind men bij Resolutie aanteekening en niets, hoegenaamd, van het gevaar, dat de Comp„e, door een apparente oorlog met Groot Briltannie boven het hoofd hing; wel, dat men hier aan geen ge„ „loof moest geven: maar hoe droevig heeft de uit„ „komst het teegendeel geleerd! In vroeger dagen, als er eenig gevaar op handen was, werd de retroacta nagegaan om te zien hoe men in gelijke omstandigheeden, voor heen, zig had gedragen. Had de Heer Ross dit laa „ten te werk stellen, gewis zouden hem toegevloeid zijn de middelen om de Engelschen voor te komen en bij anticipatie onder het oog te brengen, dat zij Zonder
English
45 without violating the right of a residence privileged by the Lord of the Country, the Company's possessions in Bengal, Behar and Orissa, nay what is more in all Hindostan, could not nor might they attack, and supposing that those arguments and representations should not have prevailed, or that no reflection had been cast upon them; from the nature of the case and the constitution upon which the Company ought to be safe and secure throughout the entire Hindostan Empire, it presents itself to common sense as a matter of course that such a discourse might have served for the preservation of the Company's right so that, if, notwithstanding this, one proceeded to violence, by an emphatic protest, there would be reserved for the sovereign and the Honorable Company the recovery of damages already suffered or yet to be suffered through an improper surprise attack, as I have heard happened at Souratta, after that first, upon the arising rumors of war, that which could possibly be sent elsewhere was brought into safety. I also doubt very much whether the step to which the English have proceeded, finding no resistance or objection, namely laying hands on monies that were outstanding in the Arrengs, can be reconciled with the law of war: The people with whom the contracts were concluded, natural natives of this country, had nothing in common with a war arisen in Europe; they were free, their properties, whether they possessed them in fact or, as traders, entrusted to them by others, no one was permitted to violate. It is true, the contrary was executed: but whether that too is not to be attributed to a want of precaution I shall not now examine; but it is very speculative that the enemy here, as little as at the subordinate factories, has never given the contractors with the Company any proof regarding the fulfillment of their contracts, what is more, up to now, has given them no settlement of accounts, a point for which Mr. Ross ought to have watched, since the linen was first brought into the Company's lodge and not transported directly from the Arrengs to Calcutta; it remaining now a riddle to whom one may impute the damage, the enemy or the merchants; while the Company bears the loss, and that doubly so, first the goods that were collected for the money negotiated upon assignment, and thereafter once again the money; especially the capital negotiated from Mr. Laxton, in so far as the Lords and Masters have been so benevolent as to reimburse that amount to that gentleman; which was refused to him by his own nation, here in Bengal as well as in Europe. No wonder now, since the enemy perceived on the part of the Director Mr. Ross every possible care to account for everything according to the books or to cause it to be accounted for, was discreet enough on his part not only to leave the Company's servants and subordinates unmolested in their possessions, 46 possessions, but even showed no curiosity about our archives, however accurately they were pointed out to him. He was content with the current trade books and papers, and that that which, according to the same, or a statement and inventory formed therefrom, belonged to the Company, was placed under his management and disposal: but if in this regard no secret assurance was given beforehand, what reliance could one make, in uncertainty, upon that discretion? One was not so full of confidence under the administration of other Directors. The first thing that then had to be taken care of were the papers, even if they would have had to be sacrificed to the flames. There were even orders established in case of alarm, although the defensive state of the lodge, in proportion to the danger, had no more advantageous appearance than in 1781. This is proved by the general and secret resolutions of 1756 and 1761, and they also show that they did not entirely disregard the reports that came in concerning any approaching danger; on the contrary, at every meeting the ministry showed evidence of a bounden discharge of duty; whereas now or in the year 1781 one sees not a single step, not the least proposal made to the Council, to inquire whether anything might be devised for the alleviation of damage; although there was more than one way open, for how easily could the Director, Chief Administrator, and Trade Bookkeeper have divided among themselves and concealed the current journal of 1781 with all papers relative thereto, so that no cock would ever have crowed about it; and if one did not wish to burden his conscience with this, or with the burning thereof, would the Danes, if asked, have refused to take these and other papers of importance into safekeeping? I believe not; it even appears to me that one could have entrusted various valuable effects to that nation, if they could have been persuaded to it, just as safely as in the doomed Fort Gustavus; and had thoughts fallen upon this and had one thing or another only been put into effect, it would have been difficult if not impossible for the enemy to make so many discoveries and plunderings to the detriment of the Company, as was the consequence of an exact statement and inventory, and indication where one thing or another was to be traced, such as the monies in the Arrings, which could have been saved; had Mr. Ross acted as he could and ought to have acted. With all this, I believe I may say that the proof against Mr. Ross of having had knowledge of the war and nevertheless having used no precaution appears to me stronger than the argument adduced to show that his Honor would have been ignorant thereof; thus, if the aforesaid known particulars had been presented to Their High Mightinesses as well as that which in
Dutch transcription
45 zonder het regt van eene, door den Hier van het Land, gepreviligeerde inwooning te krenken, 's Comp„s Bezittingen in Bengale, Behaar en Orissa, wat meer is in gansch Vlindostaan, niet konden nog mogten attagueerene, en genomen dat die argu„ „menten en representatien niet had mogen gelden, of dat daar op geen reflectie was geslagen; uit den aart der zaake en de Constitutie waar op de Comp„e door het gantsche Hindostansche Rijk veelig en zeeker behoord te weezen, doet zig aan het ge„ „zond vernuft als van zelfs op, dat zoo een ver„ „loog zou hebben konnen strekken tot Conservatie van 's Comp„s regt om, wanneer men, des onaange„ „zien, tot geweld oversloeg, door een nadrukkelijk Protest, aan den souverain en de E Maatschappij te reserveeren het verhaal van schade, door een on„ „wellige overrompeling bereets geleden ofte nog te lij„ „den, gelijk ik gehoord hebbe dat te souratta ge„ „schied is, na dat eerst by de opgekomen gerugten van oorlog, in zeekerheid gebragt is het geen men met mogelykheid heeft konnen elders verzenden Ik twyffel ook zeer of met het regt des oor„ „logs wel is over een te brengen de stap waar toe de Engelschen, geen teegensland of objectie vindende, zijn overgegaan van namelijk de hand te leggen op penningen die uitstonden in de Arrengs: De Luc„ „den, waar meede de Contracten waren gesloten, na„ „tuurlijke inboorlingen van dit Land hadden met eene in Europa ontstaane Oorlog niets gemeens„ zij waren vrij, haare Eigendommen, het zij zij die in in effecte, of als Handelaars, van anderen toe„ „vertrouwd, bezaten, mogt niemant violeeren. Het is waar, het Contrarie is geëxteerd: maar op dat ook niet is toe te schrijven aan manquement van precatie zal ik nu niet onderzoeken; maar het is zeer speculatief dat de vijand hier zoo min als op de subalterne kantooren aan de Contractan „ten met de Comp„e nimmer een bewys nopens de voldoening haarer Contracten, wat meer is, tot nu toe, hen geen afreekening gegeven heeft, een point waar voor de Heer Rofs had behooren te waa „ken, wijl het Lijnwaat eerst in 's Comp„s Loge gebragt en niet uit de Arrengs, direct naar kalkatta vervoerd is; blyvende het nu een raadzel wie min de schade mag toereekenen, den vyand ofte de kooplieden; terwijl de Comp„e het verlies draagt, en dat wel dubbel, als Eerst het goed dat voor het op Assignatie genegotieerd geld is ingezaameld, en daar na nog eens het geld; inzonderheid het van M. r Laxton genegocieerde Capitaal, bij zoo verre de Heeren en Meesters zoo goedgunstig ge„ „weest zijn van dat bedragen aan dien Heer te rem„ „bourseeren; het welk hem, door zijn eige Natie, hie in Bengale zoo wel, als in Europa. geweigerd is. Geen wonder nu daar de vyand aan de zyde van den Heer Directeur Rofs alle mogelijke zorg„ „vuldigheid bespeurde, om alles, volgens de Boeken te verantwoorden of te doen verantwoorden, van zyn kant discreet genoeg geweest is, om niet alleen Comp„s Dienaaren en onderhoorigen in haare Bo„ „zittingen 46 „zittingen ongemolesteerd te laaten, maar zelfs geen nieuws gierigheid getoond heeft naar onze Archiven, hoe nauwkeurig ze hem ook zijn aange„ „weezen, Hij was te vreede met de loopende Negocie„ „boeken en papieren, en dat het geen, navolgens dezel„ „ve, ofte een daar uit geformeerde staat en Inven„ „taris, de Compagnie toebehoorde, ter zijner behee„ „ring en dispositie wierd gesteld: maar zoo hier om„ „trent; voor af geen geheime verzeekering, gegeven is, wat staat was er dog, in het onzeekere, op die di „scretie te maaken ? Mlen was bij het bestier van andere Directeurs zoo goed van vertrouwen niet Het eerste daar toen voorgezorgd moest worden wa „ren de papieren, al hadden ze ook aan de vlam werden moeten werden opgeofferd. Daar zelfs gesteld ordres in Cas d' Alarm, schoon de defensive staat der Loge, na maate van het gevaar geen voordeeli„ „ger voorkomen had als in 1781. Dit bewysen de gemeene en secreete Resolutien van 1756 en 1761 en ze loonen leevens aan, dat men de berigten, welke weegens eenig aannaaderend gevaar in„ „kwamen, niet ten eenemaal in de wind sloeg; ter contrarie, bij ieder saamen komst g'toonde het ministerium blijken van een schuldige pligtsbe„ „tragting; daar men nu of in A„o 1781. geen enkele slap, geen de minste voorstel aan den Raad ziet doen, om te verneemen of er iets ware uit te denken ter verligting van schaade; Daar er egter meer als eene weg open stond, want hoe ligt hadden de Directeur, Hoofd Administrateur en Negotie Boekhouder n Boekhouder het loopende Iournaal van 178 /1 met alle daar toe relative papieren, onder zig konnen verdeelen en verbergen, dat er ooit geen haar na ha konnen krayen; en zoo men hier meede, of met h verbranden van dien, zijne Conscientie niet heeft wil „len belasten, zouden de Deenen, daarom gevraagd wel geweigerd hebben deeze en andere papieren van Gewigt, in bewaaring te neemen? ik geloof van nam zelfs komt mij voor, dat men verscheide kostbaare Effecten by die Natie, in dien ze daar toe waren te persuadeeren geweest, even zoo gerust kon vertrou„ „wen als in het veege Fort Gustavus; en waare hier op de gedagten gevallen en het een of ander maar te werk gesteld, zou het den vijand bezwaarlijk zoo niets onmoogelijk gevallen zijn zoo veele ontdekking en plunderingen tot nadeel van de Comp„e te doen, als het gevolg geweest is van een exacte staat en Inventaris, en aanwyzing waar het een of ander te agterhaalen ware, gelijk de penningen in de Ar„ „rings, die te sauveeren zouden geweest zijn; hadde de Heer Ross gehandeld zoo als hy had konnen en behooren te handelen: Met dit een en ander vermeen ik te mogen zeggen, dat het bewijs teegen den Heer Ross van kennis van den Oorlog gehad en niet te min geen precautie gebruikt te hebben, mij sterker voorkomt als het argument, bijgebragt ten belooge dat zijn E daar van zou onkundig geweest zijn; dus, zoo de voorsz: bekende bij zonderheeden Hun Hoog Edel „hieden zoo wel waren voor gedragen als het geen in
English
has been alleged in favor of Mr. Ross, Their High Mightinesses would have been far less inclined than now to entertain the idea that Mr. Ross had been falsely accused; because the case involving General Hibbert would then have tipped the balance less in favor of Mr. Ross, especially if, as is also not improbable, the sending of his money to the shop of Bindabon Adi can be interpreted as a sort of distrust on the part of the General; since that money ought to have been in the Company's treasury and not in the shop of Bindabon Adi, where His Excellency considered it safe enough to remain until it should be seen how the declaration of war against us, received at Calcutta per the Swallow in late June 1781, would be carried into execution, regarding which the Government, as is well known, had no unanimity of opinion, and of which the General, as a then member of the council, could not have been unaware: sending along with the order to Captain Chatfield to march to Chinsurah, possibly at the same time, his men to retrieve the money from Bindabon Adi's shop, since it could now no longer be counted into the treasury. Furthermore, a postscript of one of the aforementioned letters, marked here No. 3, also proves the truth of the sale of the house, well situated, the principal landmark of Chinsurah, to an Armenian for Sicca Rupees 32000:-: - by Mr. Ross, with no other purpose than, through the war, to profit in every possible way and to flout the law established against the alienation of real estate other than to one's own subjects and the payment of the Lord's dues, whereby the Company also lost the dues, since the buyer obtained a lawful transfer and accounted for the dues to the enemy. The aforementioned postscript also places in a clear light the proceedings of Mr. Ross against the aforementioned shroff Bindabon Adi, and that in order to indemnify himself together with the cashier for what was found short in the Company's treasury upon the surrender, Mr. Ross having divided the proceeds of Bindabon's office and his remaining effects, to the amount of Rupees 23000:—:—, between himself and three banyans, to the prejudice of all the other creditors, who had to content themselves with what the properties of the rest of Bindabon's family yielded; for the recovery of which, in discovering their outstanding affairs, means were employed that run entirely counter to justice and humanity: for where is the law that permits one to pursue a debtor, as long as he himself is still alive, even unto the second and third generation of his family, and on his account to strip them bare and totally ruin them! Such proceedings and other persecutions offend the honor and respect of the Company; they are the cause of the poverty and misery that presently prevail in Chinsurah, and one may very properly also attribute to this that one must search for wealthy people within our limits with a lantern. It is not fitting here to speak of the proceedings of Mr. Ross against a certain Haji Meheddi; but as that man does not cease to lament over it to me and to request that his case be properly brought to light, I shall at last be obliged to present it to the council, not to plead for that wronged old man, but to prevent him from implicating me in the complaints he is about to resume and the recovery of damages he thinks he can seek from the Company, if he cannot be compensated for them here in the Indies. It is further worthy of remark that Mr. Ross, having been able to obtain from the enemy everything he wished or desired, showed no greater cordiality toward his real lords and masters in this matter, but gave such free rein to his hatred and contempt for the nation and its subjects that he not only refused to solicit an adequate subsidy for the prisoners of war in the amount of wages, board money, and emoluments, or to guarantee it in his capacity as Director, but that, see Appendix No. 4, his aim seems to have been none other than to make others unhappy and to benefit no one but himself; of which the sale of even the worst part of his household effects to his English principals, the Calcutta Government, to the amount of 25000 rupees, provides clear evidence of a sort of gratitude for his devotion to those gentlemen, and the openly contemptuous treatment of his lawful principals, for whom, at the surrender of Chinsurah, nothing else was stipulated than military honors for a few soldiers; deserving so little regard in the eyes of enlightened men that one can infer nothing else from it than a necessity, as it were, to let the public judge how far the true and essential interest was considered, and how strictly even the least part thereof was handled; for when one knows with what confusion the marching out of these mostly native troops was accompanied, it absolutely did not correspond to the display that was actually intended, and therefore it has possibly been presented as ridiculous, without any intention, however, to offend anyone. Lastly, I solemnly declare that I seek or have no one as an adversary. What I say, or what I have added by way of remarks, are natural deductions and consequences of the proofs produced in this regard, submitted for the elucidation both of the Right Honorable Lords Directors and the Honorable High Government of the Indies.
Dutch transcription
47 in faveur van den Heer Rofs geallegeerd is. zouden Hoog Dezelve veel minder als nu in het denkbeeld geraakt zijn, als ware de Heer Ross valschelijk geaccuseerd; om dat het geval met Generaal Hibbert dan minder de belans ten voordeele van den Heer Ross zou hebben doen overslaan, voor al indien, gelijk ook niet onwaar„ „schijnelijk is, het zenden van zijn Geld in de Boe„ „tuk van Bindabon Adi, kan worden uitgelegd als een soort van wantrouwen bij den Generaale; wijl dat geld in 's Comp„s Cassa en niet in de Boetike van Bindabon Adi weezen moest, alwaar zijn Excellentie het zelve veilig genoeg reekende om te verblijven tot dat men gezien zou hebben, hoedaa„ „nig de in het laast van Iunij 1781, per the swaluw te kalkatta ontvangene oorlogs declaratie teegen ons zou ter executie gesteld worden, waaromtrent het Gouvernement, gelijk bekend is, geen een paarig „heid van gevoelen gehad heeft en de generaal, als een toenmaalig Lid van de vergadering, niet on„ „kundig kon zijn: zendende met de ordre op Capt„n Chatfield om naar sinsura te marcheeren, moge„ „lijk te gelijk af, zijn volk om het Geld uit Binda „bon Adis Boutiek te rug te haalen, wijl het dog nu niet in Cassa kon geteld worden Overigens toond een P: S: van een der gem: brieven, hier gemerkt N„o 3. ook aan de waarheid van den verkoop van het Huis wel geleegen, het voor„ „naamst Gedenkteeken van Sinsura aan een Armenier voor Sr Ro. 32000:-: - door den Heer Ross met 67 met geen ander inzigt, dan om, door den oorlog, over alle boegen zig te beneficeeren en te vilipendeeren de wet teegen het vervreemden va vaste goederen anders als aan eige onderhoorigen ende betaaling van 's Heeren geregtigheid gestatu „eerd, waar bij dienvolgende de Comp„e ook tijd, zoo de koper een wettige opdragt verkreegen en de gereg „tigheid aan den vijand verantwoord heeft. — het gem: P: S: steld ook in een helder dag„ „ligt de procedure van den Heer Rofs teegen den voorm: Saraf Bindabon Ady en dat om zig nie „vens den Cassier te dedommageeren voor het geen er, bij de overgave, aan 's Comp„s Cassa te kort kwam hebbende de Heer Ross het provenu van Binda„ „bons kantoor en zijne overige Effecten, ter somma van ro„o 23000:—:— onder Zig en drie Benjaans ver„ „deeld tot prejudicie van alle de overige Crediteu„ „ren, welke zig te vreeden hebben moeten houden met het geen de eigendommen der verdere famill van Bindabon hebben afgeworpen; tot het agter„ „haalen van dewelke in het ontdekken van haare uitstaande zaaken, middelen ter hand zijn ge„ „nomen, die ten eenemaal aanloopen teegen de Geregtigheid en menschelijkheid: want waar is de wel, dat men eéen schuldenaar, zoo lang hy zel nog in weesen is, vervolgd tot in het tweede en derde Lid van zyn famille en deeze, om zynent wil„ naakt uitschud en totaal ruineerd! zulke pre „cedures en andere vervolgingen krenken de eer en agting van de Compagnie, zij zijn oorzaak van de 48 de armoede en elende die ertans heerscht in sinsura, en men mag zeer gevoegelijk ook daar aan toeschryven, dat men de vermogende Lieden binnen onze Limiten met Lanthaarne moet zoeken. Het voegd hier niet van de procedures van den Heer Ross teegen zeekere Hadje Meheddi te spreeken: maar die man niet ophoudende daar over by mij te Jammeren en te verzoeken zyn zaak na behooren in het ligt te stellen, zal ik wel ein„ „delijk verpligt zyn die de vergadering voor te dra„ „gen, niet om te pleiten voordien verongelykten Grijsaard, maar om te prevenieeren dat hij mij niet wikkeld in de klagten die hy staat te hervat„ „ten en de schaade verhaaling die hij meend op de Comp„e te konnen zoeken, zoo men hem die hier en Indie niet kan vergoeden. — Het is wijders niet zonder opmerking dat de Heer Ross, van den vijand alles hebbende kun „nen verkrijgen wat hij verlangde of begeerde, zyn weezentlijke Heeren en Meesters, ten sujette, geen meer hartelykheid betoond, maar voor de Natie en haare onderhoorigen, zijn haat en veragting zoo ver den Teugel gevierd heeft, dat hy niet al„ „leen voor de krigsgevangenen geen toereiken der subsidie als het bedragen van Gasie, kostgeld en Emolumenten heeft willen besolliciteeren of daar voor, in hoedaanigheid van Directeur Caveeren, maar dat, vide Bylage N„o 4 zijn doel niet an „ders schynd geweest te zyn dan om anderen on„ „gelukkig te maaken en niemant als zig zelve te te bevoordeelen; waar van den verkoop, zelfs van het slegste gedeelte van zin in boedel, aan Zyne Engelsche Principaalen, het Kalkatsche Gouvernement, ten bedragen van 25000. ropijen een klaare blijk opleeverd van een soort van erke „tenis voor zijn zugt tot die Heeren, en de oopen ^ veragtelijke „lijke ^ behandeling van zijne wettige principaa „len, voor wien, bij de overgave van Sinsura niet an „ders bedongen is als het krijgshonneur voor eenige militairen; in het oog van verligte menschen zoo weinig aanmerking verdienende, dat min er niet anders uit afkan lijden, dan eene als het ware noodzaakelykheid, om het publiek te laaten oordeelen hoe verre men aan het waar en weezenlijk belang gedagt heeft en hoe serie het is toegegaan met het minste gedeelte daar van; want als men weet met welke Confusie het uittrekken van dit meest zwart volk is ver„ zeld geweest, beantwoord het volstrekt niet aan de vertooning die men eigenlijk bedoeld heeft, en daar om is het mogelijk als bespottelijke voor „gesteld, zonder intentie egter om iemant te be„ „leedigen. Laastelijk betuige ik plegtelijk niemant te zoeken of te hebben als party Het geen ik Zeg„ of het geen ik bij wege van aanmerking er hebbet gevoegd zijn natuurlijke ridekavelingen en gevol „gen van de derweegen geproduceerde bewijsen, ove „gelegd tot elucidatie zoo van de wel Edele Hoog „baare Heeren Majores als de Edele Hooge Indis Regeering
English
49 Government against the unfavourable suspicion of false accusation. This my duty as a fellow Member of the assembly demands of me, and this I judge not to conflict with the Lesson of Solomon: be not a witness against thy Neighbour without cause; for why shouldst thou deceive with thy lips! Say not, as he hath done to me, so will I do to him. For as much as I have hitherto spared Mr Ross, it is now equally unavoidable to stand up for my Brother's Honour, as far as I am able; without desiring anything else than to be placed on an equal footing with all the other Members of the assembly. And it is on the basis thereof that I take the liberty respectfully to request Your Right Honourables that this document with the Appendices be inserted into the Resolution, and that my said Brother, subject to the further esteemed approval of the Noble High Government of the Indies, may be liberated or excused from the ordered reproaches; while with the utmost high esteem I have the honour to remain, below was written, Right Honourable Sir and Esteemed Council, lower, Your Right Honourables' very humble and very obedient servant, signed, Jacob Eilbracht, in the margin, Hooghly the 6th July 1786, beneath which was written: P.S. When I made mention in this document of the Calcutta Gazettes which showed that in the year 1781 one could expect nothing other than a rupture with the crown of England, I made use of what my memory dictated to me, regarding what had been read, or heard from others, in January. Since then, four Newspapers have come into my hands, being one from 14 to 21 October 1780, one from 13 to 20 January, one from 17 to 24 March, and one from 26 May to 2 June 1781, in which one finds everything that I have attempted to demonstrate herein, namely that the former Director Mr Ross had every possible notice of an impending war: timely enough to look after the true and essential interests of his Lords and Masters, instead of so openly neglecting them, and even acting so deliberately contrary to them, that, instead of evading and preventing the damage to be feared therefrom, His Honour seems to have applied himself to dealing a sensible blow through his own agency, namely by continuing to negotiate money and speculate on Trade, given that the Manifesto which is inserted in the Newspaper No. 3 Lit. C constitutes a sufficient Declaration of War, as, besides declaring null and void the Treaties subsisting between both Powers, it also contains an Interdict on the Navigation and Commerce of the subjects of both sides, with a peremptory determination of the time and place when the advantages to be derived from the Treaties would cease; in order to deprive it of its credit or to prevent belief being attached to it, the Calcutta General Government should have issued a reassuring declaration against it; but since this was not done, this manifesto was validated, and everyone whom it concerned had directly to be on their guard against damage and further adverse consequences. In order not to produce a defective translation, I have not translated the exhibited documents; but I request that this may be done by the person publicly authorised for that purpose, and that, according to their designation of No. 1 Lit. A, No. 2 Lit. B, No. 3 Lit. C, and No. 4 Lit. D, they may be inserted into the Resolution in English and Dutch, along with the other pieces of evidence, for my discharge, signed, Jacob Eilbracht, below was written, Agrees, signed, P.s van den Broeck, P.E.G. Clerk. No. 1. Extract from a letter from the Right Noble Mr Pieter Brueijs to the undersigned, dated Eisbaag the 21st December 1782, received from Batavia the 28th June 1784. Many of the outspoken Englishmen maintain that Mr Ross, who had been summoned by Mr Hastings and returned from Calcutta on the 3rd of July, had negotiated concerning the surrender, which also took place on the following day, or the 4th: now indeed we were here as good as a fish in the Net; all requests that Ross made (to Hastings, be it noted) were granted to him, even his furniture, according to his statement, was taken over by the military. Below was written: Agrees with the aforesaid letter, of which, if required, the original can be produced in the assembly, signed, Jacob Eilbracht, beneath that: Agrees, signed, C.s I.s van Nierop, G. Clerk. No. 1065. No. 2. Today the 30th October 1784, appeared before me Fredrik Wieman, First Sworn Clerk of the Bengal Secretariat, in that capacity authorised and qualified to make and pass all Notarial acts, present the Witnesses to be named hereafter, Moraadchan, Armenian merchant and Inhabitant of this Colony, Who declared that an Armenian document exhibited by him, signed by me and the witnesses prior to the exhibition, is a letter written to him by his son, and that the declaration following beneath it was made by him; handing over to me at the same time another paper, being a translation from the Armenian, which at his request is inserted here.
Dutch transcription
49 Regeering teegen het ongunstig vermoeden van valsche accusatie. Dit vorderd mijn pligt als meede Lid der vergadering van my en dit oor„ „deele ik niet te strijden met de Les van Salomon, wees niet, zonder oorzaak getuige teegen uwert Naasten; want waarom zoud gij verleiden„ met uwe lippen! zeg niet, gelyk hij mij ge„ „daan heeft, zoo zal ik hem doen: want zoo zeer ik tot nu den Heer Ross hebbe gemenageerd, zoo zeer is het tans onvermeidelyk, myn Broeders Eere, zoo veel ik vermag, voor te staan; zonder iets anders te begeeren als met alle de overige Leden van de vergadering te komen in een gelijk aspect. En het is op fundament van dien, dat ik mij bevrijmoedige Uw EE Achtbaare eerbiedig te verzoeken dat dit geschrift met de Bijlagen ter Resolutie geinsereerd en dat gem: mijn: Broeder, tot nader geëerd goedvinden van de Edele Hooge Jndische Regeering, gelibereerd of geexcuseerd mag worden van de geordonneerde reproches: terwyl ik met de uitterste hoogagting de eere heb te verblijven /:onderstond:/ E E Achtbaare Heer en Geëerde Raaden /:lager:/ Uw E E Achtbaarheeden zeer ne„ „drige en zeer gehoorzaame dienaar /:get:/ Iacob Eebracht /:ter zijde:/ Hoeglij den 6„e July 1786 /:daar onder was geschreeven:/ P: S: Toen ik in deeze mentie maakte van de Cal„ „catsche Gezetten die aanweezen, dat men in het het Jaar 1781 niet anders dan een ruptuur met de de kroon van Engeland kon te gemoet zien, bediende ik mij van het geen myn geheugen mij dicteerde, daar by, in January, geleezen, of van anderen gehoord te hebben. Zeedert zyn mij voer Couranten als een van 14 tot 21 October 1780, een van 13 tot 20 Januarij, een van 17 tot 24 maart en een van 26 meij tot den 2:' Junij 1781, ter hand ge„ „komen, waar bij men alles vind, wat ik in deezen getragt heb aan te toonen, namelijk dat de Heer geweesen Directeur Ross alle mogelijke narigt gehad heeft van een uit te barsten oorlog: tydig ge „noeg, om voor het waar en weezenlijk belang van zyn Heeren en Meesters te Zorgen in steede van het zelve zoo oopenlijk te verondgtzaamen en zelf zoo opzettelyk tegenstrydig, daar meede te handen „len, dat, in sleede van de, daar door te vreesend schade te witeeren en te prevenieeren, zijn Edele het er op toegelegd schijnd gehad te hebben om de p door zijn toedoen zelfs, een gevoelige slag toe be brengen, van namelijk voort te gaan met geld te negotieeren en op den Handel reficeren, daar het Manifest, het welk in de Courant N„o 3 L„a C. gein „sereerd staat, een genoegzaame Oorlogs Declara„ „tie uitmaakt, als buiten het te niet verklaaren de Tractaaten tusschen beide Mogendheeden subsistu „rende, ook inhoudende een Interdict op de Navi „gatie en Commercie van weder Zijdsche onder daa „nen met een peremptoire bepaaling van tijd en plaats, wanneer de voordeelen, welke uit de Pro „taaten te trekken zijn, zoude komen op te houden om het zelve zyn Credit te beneemen, of geen geloof daar 50 daar aan te doen slaan, zou het kalkatsch Generaal Gouvernement daar teegen een gerust stel„ „len de verklaaring hebben moeten doen; dan daar dit niet geschied is, wierd dit manifest gewet„ „tigd, en een ieder die het aanging, had zig direct te wagten voor schade en verdere nadeelige gevol„ „gen. Ik heb, om met geen gebrekkige vertaaling voor den dag te komen, de geexhibeerde stukken niet overgezet; dog ik verzoek dat zulks mag ge„ „schieden door den persoon daar toe publiek geau„ „thoriseerd, en dat ze, navolgens haare aanwij„ „zing van Nn. 1 La. A N„. 2 Lo. B, N„o 3 C„o Cen N„o 4 L„a D. in het Engelschen Nederduitsch, met de Overige bewijsen, ter myner decharge, bij Resolutie mogen geinsereerd werden /:get:/ Jacob Eilbracht /:onder„ „stond:/ Accordeerd /:get:/ P:s van den Broeck P P: E: G: Clercq No. 1. Extract uit een brief van den Wel Edelen Heer Pieter Brueijs aan den ondergeteekenden; geda „teerd Eisbaag den 21„e December 1782. van Batavia ontvangen den 28„e Junij 1784. Veele der vrijmoedige Engelschen, willen, dat de Heer Ross, die door den Heer Hastings ont „boden was en den 3„e Julij van kalkatta te rug kwam, weegens de overgave gehandeld zouden hebben, die ook des anderen daags ofte den 4=e is is voorgevallen: Nu trouwens wij waren hier zoo goed als een vis in 't Net-alle verzoeken die Ross gedaan heeft /:aan Hastings wel be weeten:/ zijn hem toegestaan, zelfs zyn zyne meubilen, volgens zijne opgave, door het min „tere overgenomen. /:onderstond:/ Accordeerd met de voorsz: brief, waar van, des gerequireerd het origineel in vergadering kan worden vertoond /:get:/ Iacob Eilbracht /:daar onder:/ Accordu /:get:/ C=s I„s van Nierop G: Clercq N„o 1065 N. o 2. Heeden den 30„e October 1784 Compareer voor mij Fredrik Wieman Eerste Gezwoore Clerc der Bengaalsche Secretarye in die hoedanigheid tot het maaken en passeeren aller Notarieele „tens geauthoriseerd en gequalificeerd, present de naar te noemene Getuygen Moraadchan Armenisch koopman en Inwoonder deezer Colonie Dewelke verklaarde dat een door hem vertoond werdend Armenisch geschrift, voor de exhibitie door my ende getuijgen onderteekend, brief is; door zijn zoon aan hem geschreeven, en dat het daar onder volgende declaratoir door hem verleend is; mij teevens inhandigende e ander papier, als een vertaaling van het Ar „menische, dat op zijn verzoek hier word gein „sereerd
English
51 Registered Translation of a letter written in the Armenian language to the Armenian merchant residing here, Moraad Chan, and his wife Mir Chalem, by Mokkettids, their son, from Mazulipatnam, dated 7th May 1781; received at Chinsura on the 22nd of that month. Very Esteemed Parents, I have previously already given Your Honors knowledge of the state of affairs here at this place. God grant that Your Honors may already have been informed thereof. Now I report something that has reached my ears as an indubitable truth, namely that England has declared war on Holland, and within three to four days the troops from here are to march to Jaggernaatpoer and to overwhelm the possessions or lodges of the Dutch wherever they may be, for which the order has been received by the English at Madras, Bengal, and elsewhere. Heaven alone knows the disposition of my heart when I heard this. I pray Your Honors, for God's sake and all that is dear, to be on your guard regarding yourselves against all misfortunes and dangers that could be detrimental to Your Honors. What is true and genuine I have made known to you without disguise. Now it is my earnest plea that you continuously inform me how things are with Your Honors and whether you are in good health; if you delay in writing to me, I shall lose my mind. I believe that the real adversity of the English is the reason why they have declared war on Holland. At this moment I receive a letter from Madras, announcing that all the Armenians who had departed thither have returned, except the family of Chodja Samel Sulthan, who have remained there. The post from Madras is being detained and prevented from proceeding. Was signed: Mokketids Moraad Chan. Signed as witnesses for the collation of the copy against the original: Leon Serhaad and Michael Seriman. Now follows this attestation: I, the undersigned Moraad Chan, declare that upon receipt of this letter on 22 May 1781, I repaired with it to our Director, Mr. Johannes Matthias Ross, to whom I read it and made known the news contained therein, and that His Honour thereupon requested me not to reveal this news to anyone, but to keep it secret to myself until it was seen what would become of it. A few days thereafter, Mr. Ross having gone to Calcutta, I paid him a visit upon his return, and it pleased His Honour to add to me how he had heard nothing of this news at Calcutta, and therefore believed that it was a false rumor. Mr. Ross went again to Calcutta a few days later and returned from there, according to the Armenian calendar on the 4th, or according to the Dutch on the 2nd of July, when I went to visit His Honour again. Mr. Ross then told me that he had been appointed by the English as collector of customs on goods brought into Chinsura or exported from there again, requesting me to notify all Armenians and Mughals thereof. Upon this account, I took the liberty of pointing out to Mr. Ross that he ought to be on his guard, that the English were seeking to lull him to sleep, as I held it for certain that tonight or tomorrow morning, Chinsura would be captured. To which Mr. Ross replied with a contemptuous laugh, adding thereto: that is impossible. Notwithstanding which, on the same day after midnight, the English troops marched into Chinsura and made themselves masters thereof. The next morning, the 4th of July, between 7 and 8 o'clock, the Company's garrison marched out of the fort, and the English sepoys took possession of it. I paid my compliments again to Mr. Ross and then reminded him of my warnings. Signed: Moraad Chan. At the side was written: Chinsura, the 14th of April 1784. Demanding an authentic deed hereof and two or more engrossed copies. Thus done and executed at Hooghly in Bengal, date as above, in the presence of Albertus Oostermeyer and Jan Hendrik Anthonisz as witnesses. The minute hereof duly signed and written on a stamp of twelve stuivers. Below was written: Quod Attestor. Signed: F. Wieman, First Sworn Clerk. Below was written: Collated. Signed: C. P. van Nierop, Sworn Clerk. No. 3 Welgeleegen has been sold for 32000 rupees to the widow of a certain Coja Petrus, daughter of Coja Minis; what good fortune, now indeed one must think of the proverb. Note: the family of Bindabon Adij has gone bankrupt for 160000 rupees or more, and has taken advantage of the pretext of the war for this purpose, because they suspected that the sepoys would commit outrages. Sam had more than 13000 rupees from the Company's treasury in the boutique; whether Guerin or Ross knew anything about it, I do not know, but it is a bad reflection on Guerin. At least one could speak of that. From a letter from the Esteemed Mr. Pieter Brueijs to the undersigned, dated 21 December 1780.
Dutch transcription
51 „sereerd Translaat van een Brief ge„ „schreeven in de Armenische Taal aan den alhier remoreerende Arme„ „nisch koopman Moraad- Chan en zyn Huisvrouw Mir chalem door Mokkettids haare zoon van Mazulipatnam de dato 7„e Mei 1781; le sinsura ontvangen den 22„e van die maand. Zeer Waarde Ouders Ik heb te vooren uw Edelens reets kennis ge„ „geeven van den toestand van zaaken hier ter plaat„ „ze. God Geeve dat uw Edelens daar van reets mogen verwittigt zijn Thans melde ik niets dat mij als een ontwijfelbaare waarheid ter oozen gekoomen is naamelijk dat Engeland aan Holland den Oor„ „log verklaard heeft, staande binnen drie a vier dagen van hier het krygsvolk op te trekken naar Jaggernaatpoer en over al waar Bezittingen of Lo„ „gien van de Hollanders zijn dezelve te overrompe„ „len, waar toe de order op Madras, Bengale en elders, bij de Engelschen onvangen is, Den Hemel al„ „leen draagt kennis van de gesteltenis van myn hart toen ik dit vernam. Ik bidde uwel Edelens om Gods wille en alles wat dierbaar is, omtrent u zelve op hoede te zyn tegen alle ongevalle en gevaaren, die uw Eds an uwEd„se nadeelig zouden konnen wezen. Het geen waar en waarachtig is hebbe ik u onbewimpelt, be„ „kend gemaakt. Nu is mijne ernstige Beede van mi geduurig te verwittigen hoe het met uEd„e gelegen is en of gylieden welvaarende zyl, zoo gij traineert met my te schryven, dan raak ik Zinneloos. Ik geloof dat de wezenlijke tegenspoed der Engelschen oorzaak is dat zy Holland den oorlog verklaard hebben. op het oogenblik ontvang ik een Brief van Madras, tot bekendmaaking dat alle de der„ „waards vertrokkene Armeniers te rug gekeert zij excepto de familie Chodja Samel Sulthan die al, „daar verbleven zin. De Post van Madras word opgehouden en verhinderd om voort te gaan /: was geteekend:/ MokketidsC Moraad Chan. Voor de Collatie van de Copij tegen het Origi„ „niel als getuigen geteekend Leon Serhaad en Michael Seriman. Nu volgt deze Attestatie Ik ondergeteekende Moraad Chan ver„ „klaare dat ik, op ontvangst van deze Brief den 22 Mei 1781 my met dezelve hebbe vervoegt by onzen Directeur den Heer Johannes Matthias Rop wien ik dezelve voorgeleezen en te verstaan gegev hebbe het nieuws daer bij vervat, en dat zijn Edele mij daar op heeft verzocht van deeze tijding aan niemant te oopenbaaren maar voor my zelve geheim te houden tot dat men zag wat daar van 52 van worde. Eenige dagen daar na de Heer Rofs zich hebbende begeeven naar Kalkatta, lag ik bij zin te rugkomst een visite bij Hem af en het behaagde zin E mij toe te voegen, hoe hij van dit nieuws niets te kalkatta had vernoomen en daarom te geloo„ „ven dat het een valsch gerucht was: De Heer Ross begaf zich eenige dagen naderhand wederom naar kalkatta en quam /:navolgens de Armenisch tijd reekening op den 4„e ofte na de Hollandsche op den 2. e Julij:/ van daar te rug wanneer ik zijn Edele Wederom ging bezoeken De Heer Ross verhaal„ „de mij toen, dat hij van de Engelschen was aangestelt tot invorderaar der Tollen van de goederen die bin„ „nen sinsura gebracht ofte daar weder uitgevoert wierden, my verzoekende om daar van aan alle Armeniers en Mogollers kennis te geeven: op dit verhaal nam ik de vryheid van den Heer Ross voor te houden dat Hy op hoede diende te weezen dat de Engelschen hem in slaap zochten te weigen de„ „wijl ik mij verzeekert hield dat van de nacht of morgen ochtend, sinsura zou worden ingenoo„ „men Het welk de Heer Ross met een verachtelyke Lach beantwoorde, daar bij voegende dat is onmo„ „gelijk; daar nochtans ten zelven dage na midder„ „nacht de Engelsche troupen in Sinsiera gerukt zijn en zich daar van meester gemaakt hebben 'T an„ „deren daags 's morgens den 4„e Julij tusschen 7 en agt uuren trok 's Comp„s Bezetting uit het Fort en de Engelsche Sipahis naamen daar van het bezit. Ik maakte mijn Compliment weeder bij den Heer Ross en herinneerde hem toen aan mijne waar„ „schouwingen „schouwingen /:geteekend:/ Moraad Chan / zyderstond:/ Chinsura den 14„e April 1784. Requireerende hier van Acte en twee of meerder Grossen. Aldus Gedaan en Gepasseerde te d „li in Bengalen datum ut supra ter present van Albertus Oostermeyer en Jan Hendri Anthonisz als Getuijgen. De minute deezes behoorlyk geteekend en Geschreeven op Een Zegul Twaalf Stuivers Onderstond Quod Attestor J „geteekend:/ F: Wieman. E: G: Clercq /:onderstond:/ „cordeerd /:geteekend:/ C. s P: van Nierop G: Cler No. 3 Welgeleegen is verkogt voor 32000 ropijenal de weduwe van eene Goja Petrus, Dogter van Goja Minis, wat een geluk, nu trouwens men moetn om het spreekwoord denken. NB: de famillie va Bindabon Adij heeft een Bankroet gemaakt van 160'000 ropien of meer en heeft daar toe het p „text van den oorlog te baat genomen, wijl zij ver „moedende waren, dat de Sipais baldaadigheeden zouden plegen, sam had uit de Comp„se kas in de boetik ruim 13000 rop. of Guerin of Ross, daar van iets wisten, weet ik niet, dog het is een Hlegte blijk voor Guerin. ten minsten konde daar aan Z: S: onder een brief van den W:d Heer Pieter Brueijs aan den o „dergeteekende de dato 21 xbr: 1780 „spreeke
English
held answerable for the benefit of the creditors; but Ross has caused all the gold, silver, and money to be removed from the house to the value of 23000, and has paid himself or the treasury, and three Banians, Dorpnarain, Birsjoeboos, and another, out of it. With the English there is no justice to be had against Ross or his people. I lose near 9000, Lamij 18000, Breu 18000, Kompf Cr. 2000, Amelangse 2000, and so the majority of the colony, and it brings us great hardship, and to some want. Underneath was written: Agrees with the aforesaid letter, of which, if required, the original can be shown in the assembly. Signed: Iacob Eilbracht. Below that: Agrees. Signed: Cs. Ps. van Nierop, sworn clerk. No 4. Extract from a letter from the Honorable Pieter Bruijs to the undersigned, dated Eisbaag the 24th of February 1783, received on the 22nd of July 1783 at Malacca. We are all longing very much for peace; things are beginning to look very bleak for many, indeed by far the greatest part; my cash will soon be gone as well. And how those will manage who did not choose to live, or do not live, as frugally as we do, time will soon tell, for the subsistence regulated by Mr. Ross is by no means sufficient. The senior merchants receive receive 94 rupees, the other council members 63, and the assistants 35, as I believe. The Coast prisoners of war receive 60 pagodas and 50 rupees; an engineer of Coromandel receives another 50 pagodas. The French all receive much more, for a colonel receives 700, Nicola, Brei and Company 240, and all the others proportionally. What Ross said was satisfactory to the English: he hoped to make many unhappy and that was enough for him. His furniture has been taken over by the Calcutta government for the amount at which he valued it. Underneath was written: Agrees with the aforesaid letter, of which, if required, the original can be shown in the assembly. Signed: Jacob Eilbracht. Below that: Agrees. Signed: Cs. Jbs. van Nierop, sworn clerk. No. 1 L: A Extract from Hicky's Bengal Gazette or Calcutta General Advertiser from Saturday October 14 to Saturday October 21, 1780. The Count de Welderen, ambassador from the States General, delivered Lord Stormont, Secretary of State, a paper complaining of the captures made upon the Dutch convoy. The English minister, having received His Majesty's orders, answered that he could not help observing that Their High Mightinesses had not yet taken into consideration the demand made by Great Britain for the assistance agreed on by the treaty; though Sir Joseph Yorke had at different times mentioned it to them, so that the Court of London was still uncertain whether to look upon the Dutch as a power that was their friend and ally, or only upon the footing of a nation that was their friend but neutral. Underneath was written: Agrees with the aforesaid Gazette, the original of which, if required, can be shown in the assembly. Signed: Iacob Eilbracht. Below that: Agrees. Signed: P. J. van Nierop, sworn clerk. No. 2 L. B. Extract from as above, from Saturday January 13 to Saturday January 20, 1781. I had almost forgot to tell you that, to add to our general distress, a Dutch war is inevitable. Our ambassador had orders to make a peremptory demand from Their High Mightinesses of the ships and troops they by treaty agreed to assist us with in the contingency of a war with France, and only ten days were given them for a categorical answer. Sir Joseph Yorke, not having obtained any reply within that time, has left The Hague. Underneath was written: Agrees with the aforesaid Gazette, which, if required, can be shown in the original in the assembly. Signed: Iacob Eilbracht. Below that: Agrees. Signed: Cs. Is. van Nierop, sworn clerk. No: 3 L: C. Extract from as above, from Saturday March 17th to Saturday March 24th, 1781. Manifesto, published against the Dutch by the Court of Great Britain, from the London Gazette, at the Court of St. James's, the 17th of April 1780. Present: the King's Most Excellent Majesty in Council. Whereas since the commencement of the war in which Great Britain is engaged by the unprovoked aggression of France and Spain, repeated memorials have been presented by His Majesty's ambassador to the States General of the United Provinces, demanding the succours stipulated by treaty, to which requisition, though strongly called upon in the last memorial of the 21st of March, Their High Mightinesses have given no answer, nor signified any intention of complying therewith; and whereas by the non-performance of the clearest engagements they desert the alliance that has so long subsisted between the Crown of Great Britain and the Republic, and place themselves in the condition of a neutral power, bound to this kingdom by no treaty, every principle of wisdom and justice requires that His Majesty should consider them henceforward as standing only in that distant relation in which they have placed themselves. His Majesty, therefore, having taken this matter into his royal consideration, doth by
Dutch transcription
„spreekelijk voor gehouden werden ten behoeve der Cri„ „diteuren; maar Ross heeft al het goud, zelver en geld uit het Huis laaten ligten ter waarde van 23000 en heeft zig ofte de kas, en drie benjaane Dorpna„ „rain, Birsjoeboos en een ander, daar uit betaald By de Engelschen is geen regt teegens Ross ofte de Zij„ „ne te haalen. Ik verlies bij de 9000. Lamij 18000 Breu„ 18000. kompf Cr„o 2000. Amelangse 2000 en zoo de meeste van de Colonie en brengt ons groot ongerief toe en aan sommige gebrek /:onderstond:/ Accor„ „deert met de voorsz: brief waar van; des gerequi„ „reerd, het Origineel in vergadering kan worden ver„ „toond /:get:/ Iacob Eilbracht /:daar onder:/ Ac„ „cordeert /:get:/ C„s P:s van Nierop G: Clercq No 4. Extract uit een Brief van den Wel Edelen Heer Pieter Bruiijs aan den ondergeteekenden, geda„ „teerd Eisbaag den 24„e feb=ij 1783. ontvangen den 22 Julij 1783 op Ma„ „lacca Wij rikhalzen alle zeer, naar de vreede, het begind bij veele, Ja verre de grootste hoop heel schraal te worden, myne Contanten zullen haast ook op zin. En hoe of die het zullen maaken die zoo zuinig niet gelievd hebben of leeven, zoo als wij leeven, dat zal haast de tijd leeren, want de subsistentie, door den Heer Rofs gereguleerd, is in verre na niet toereikende. - de opperkooplieden krijgen. . krygen r„o 94. de andere raadsleeden 63 en de As„ ^zoo „sistenten 35^ ik geloof. de kust krygsgevangenen krijgen 60 pagoden en 50 ropijen een Jngenieur van Cormandel krygt nog 50 pagoden. - de Fran„ „schen krijgen alle veel meer, want een Colonel 7 700, Nicola, Brei en Z: 240, en alle de anderen naar advenant. Ross zijn zeggen was voldoend by de Engelschen, hij hoopte veele ongelukkig te maa „ken en dat was hem genoeg; zijne meubilen zyn doo het kalkatsch ministere overgenoomen, voor het gee „ne ze gewaardeert heeft /:onderstond:/ Accordeert met de voors: brief waar van des gerequireerd het Origineel in vergadering vertoond kan worden /:ge Jacob Eilbracht /:daar onder:/ Accordeert /:get„ C„s J„bs van Nierop. G: Clercq No. 1 L: A The Count de Welderen Ambassador pran the states General delivered Lord Stormond Sien tary of State a paper, Complaining of the Captures made upon the Dutch Convoij. The English Minis „ter having received his Majestys orders, answer that he fould not help observing that Their High Mightiness had not yet taken in Consideration the demand made by Great Brittain for the Assu tance agried on by the Triaty; Tho Sir Joseph yon Extract uit Hickijs Bengal Gazette or Calcutta General Ad „vertiser from Saturday October 14 to Saturday october 21. 1780 had 54 had at different Times mentioned it to them, so that the Court of London was Htill uncertain whe„ „ther to look upon the Dutch as a power that was their Friend and ally; and only upon the footing of a Na- „tion that was their Friend but Neuter /:onderstond:/ Accordeert met de voorsz: Gazelte, welkers Origineel, des gerequireerd wordende, in ver„ „gadering kan worden vertoond /:get:/ Iacob Eil„ „bracht /:daar onder:/ Accordeerd /:get:/: P„ J: van Nierop G: Clercq. No. 2 L. B. I had almost forgoll to tell you, that to add to our General distress, a Dutch war is inevi¬ „table, our Ambassador had orders to make a pe„ „remptory demand from their High Mightinesses of the ships and Troops they by Treaty agreed to as sist us with, in the Contingent of a war with France, and only ten days were given them for a Cathegorical answer. Six Joseph York not having obtained any reply within that time has left the Hague. (:onder „stond:/ Accordeerd met de voorsz: Gazelle, welke, des gerequireerd, in originale in vergadering kan worden vertoond /:get:/ Iacob Eilbracht /: daar on „der:/ Accordeerd /:get:/ C:s I„s van Nierop G: Clercq Extract uit als vooren from saturday January 13 to Saturday Januarij 20. 1781 Extract No: 3 L: C. Extract uit als vooren from sa „tuerday March 17th to Saturdag Mare 24t 1781 Manifeste, Published against the Dutch by the Court of Great Britain from the London Gazette, at the Court of St. James the 17th of April 1780 Present the kings most Excellent Majesty in Council Whereas since the Commencement of the war, in which Great Britain is engaged by the un provoked aggression of France and Spain, repeated Memorials have bien presented bij His Majestys An bassador to the States General of the united Provinces demanding the succours stipulated by treaty, to which requisition the strongly called upon in the last Me morial of the 21 of march, their High Mightinesp nor have given no answer vo signified any intention of Complying there with, and whereas by the Nomper formance of the clearest engagements, theij desert„ the Alliance that has so long subsisted, between the Crown of Great Britain and the Republick, and pla themselves in the Condition of a Neutral Power, bound to this kingdom by no Treaty, every principal of wis dom and Justice requiris that his Majesty should Consider them hence forward as standing only in that distant relation in which they have placed themselves, his Majesty therefore having taken this matter into his Roijal Consideration, doth by