VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3877

Coromandel · 1,160 pages · 164 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3877_1134 view scan ↗

English

to have made of not having acted straightforwardly. The first and sixteenth points of the aforementioned further report give rise to a great deal of speculation concerning this; even thereby invalidating the opinion expressed in my Memorial paragraph 77 on the one hand with regard to the rumor spread concerning a certain 10000 Ropijen that were alleged to have been promised to Mr. Tadama, in case van Halm should continue as chief, and van Bijland were recalled again; since that rumor truly spread to Iaggernaijkpoeram and on account of which van Bijland's servant, and all others who had any part in the telling of it, were mistreated to the utmost, along with several other very remarkable particulars, which oblige me to retract what was maintained regarding this affair, and bring to mind that something of the sort did take place, although the fact is not proven otherwise than by the circumstances appearing in the Report and the findings during the investigation, and especially the embezzlement of certain mint leaves, on which the native mint servants are accustomed to keep their accounts, and which provides evidence for the most vehement suspicions, even the most manifest faithlessness regarding the former secunde van Someren, through his unwillingness to disclose the matter, and the keeping secret of the place where those mint leaves might be found, which he also audaciously refused to do regarding those cadjans, which were finally brought to light by order of the chief, hidden underground near a tree, and of which, see the twenty-fifth point of the report and its annex L:a I:, a provisional translation has been made, orders having already been given by me to send a portion of those leaves here, in order that, arriving in due time, they may be added for the further conviction of Your High Nobilities. From this discovery of the cadjan leaves, it arose that the minters retracted their previously given statements as false, and clearly explained the account on these leaves; if such care is taken in keeping the account of the copper in the mint, how much more is it not true that, contrary to van Someren's protestation, the same is done for the processed silver, and how high does this man not pile up his crimes when Your High Nobilities please to note what is described in the general letter under the last of February concerning the construction of the new warehouse and the mint, and what now appears in that regard from the information received, as confirming not only the truth of the statement by van Bijland that the Honorable Company has been defrauded here by more than half, but according to the materials used for the construction, and what good materials cost, such a warehouse, if built privately, would according to the calculation of the native mason and carpenter cost no more than a large 1500, and the mint fully 200 Pagodas. I shall not enter into any further unraveling of matters. Your High Nobilities will discover more than enough from the report itself to find confirmed that my reasons presented at the meeting of 14 January were powerful enough to declare the said van Halm and van Someren guilty of utterly irresponsible conduct, and thus, following the order received with respect to the first-named, to suspend them both from office, rank, and salary until Your High Nobilities' further honored pleasure; referring in that regard both to what was set down briefly in my Memorial paragraph 64 and to what appears in the Report of the further Commission, the 14th point, namely that through the event during the accounting of the office to be made to the merchant van Bijland, and especially the violent proceedings against the merchants or the suppliers of white cloth, the prosperity of Iaggernaijkpoeram was sacrificed, and the tempers of the natives became so embittered against one another and agitated, that there will hardly be any hope of reconciliation now or ever, the Mazulipatnam clique /: the faction of the former chiefs van Halm and van Someren :/, as they say, being bound to one another never to slacken their rope, which to the detriment of the Company's interest will long show its bitter consequences, unless Your High Nobilities, placing trust in my and my Brother's actions, should please to bestow a favorable reflection upon the measure that I take the liberty to submit to Your High Nobilities with the utmost respect for consideration, namely to purge the entire Coromandel Coast as much as possible of all those who have had a share in the former administration of affairs, and to summon all of them to Batavia for further accounting, with the exception of the warehouse keeper de Raeff, the old invoice keeper Bloeme, and secretary Hass, as these three appear to me, regarding what occurred in this matter, not to be so absolutely responsible as the former commander Tadama, van Halm, Brouwer, van Someren, and de Ravallet, who are certainly to be regarded as

Dutch transcription

gemaakt te hebben van niet recht door Zee gegaan te zijn. Het eerste en zestiende point van het voorsz: nader bericht, komt wegens dit een en ander zeer veel speculatien op„ te leveren; zelfs daar door te vervallen het gevoelen bij mijn Memorie par: 77. Eensz: ten aanzien van het gespargeerde wegens zeekere 10000. Ropijen die aan den heer Tadama beloofd zouden zijn, in dien van Halm als opperhoofd quame te con„ tinueeren, en van Bijland weder op ont boden wiert; nadien dat gerucht zich wer„ kelijk te Iaggernaijkpoeram verspreijd heeft en om het welke van Bijlands die naar, en alle andere, die aan het verhaal van dien eenig deel hadden, ten uijttersten zyn mishandelt geworden, met meer andere. zeer aanmerkelijke bij zonder heeden, die mij verplichten het gesustineerde aangaan„ de deeze affaire te herroepen, en in het stenk„ beelt brengen dat er iets dorgelijks plaats gehad heeft, schoon het feit niet anders als door de bij het Rapport voorkomende toedaag en bevinding van zaaken bij het onderzoek en in zonderheijd de verduistering van zeekere 1030 zeekere Muntsblaaderen, waar op de In„ landsche Munt bedienden gewoon zijn haare reekeningen te houden, word beweezen, en de allervehemenste vermoedens blijk uijt„ leevert, zelfs nopens den geweezen secunde van Someren de aller klaar blijkelijkste trouloosheijt, mits het niet willen openbaaren der zaak, en het verborgen houden van het geheim waar die muntsbladeren zig mogten bevinden, dat hij ook stout moe„ dig geweijgert heeft aangaande die den- Tabboes, welke eijndelijk verborgen onder de grond bij een boom, op ordre van het opperhoofd voor den dag gebragt zijn, en 11 waar van, vide het vijf en twintigste. point van het bericht, en dies bijlage L:a I: een translaat gemaakt is bij provisie, zijn de er reets door mij order gesteld om een gedeelte van die bladeren herwaarts te zenden, ten eijnde nog tijdig aankomende, ter meerdere overtuijging van u. Hoog Edelheeden deeze bijgevoegt te worden. uijt deeze ontdekking der bladeren van alboes is ontstaan dat de munters haa voorige gegeevend verklaaringen als valsch de herroepen 1 herroepen, en de reekening van deeze bladeren voorduijdelijk verklaart hebben; geschiet nu deeze omzigtigheijt van reekening in de munt te houden van het koper, hoe veel te meer dan is het niet waer, dat contrarie van somerens protestatie dat ook geschiet zij van het verwerk te zilver en hoe hoog stapelt deeze man zijnd misdaaden niet op een als u. Hoog Edelhed den gelieven te letten op het geen bij de gene raalen brief onder ult:o februarij beschreeven staat, aangaande den opbou van het nieuw pakhuijs en de munt en wat derwegen nu blijkt bij de ontvangene informatien, als be„ vestigende niet alleen de waarheijd der opgae door van Bijland dat dE: Comp:e hier in meer dan de helft is bedrogen, maar na de ingaedienten die tot den opbou gebruijkt zijn, en het geen goede materialen kosten, zou na de bereekening van de Inlandsche Metzelaar en Timmerman zoo een pakhuijs als men het particulier op boude, niet meer dan groote 1500. , en de munt ruijm 200. Pagoden kosten. Ik zal in geen verdere uijtpluijzing 5 van 1031 van zaaken treeden. U. Hoog Edelheeden zullen uijt het bericht zelve meer dan genoeg ontdekken om bewaarheijd te vinden, dat mijne ter vergadering van 14. Ianuarij ovrgegeevene reedenen, kragtig genoeg geweest zijn om gem: van Halm en van Someren Schul„ dig te verklaaren aan een ten uijtterste onverantwoordelijk gedaag, en dus na de ten opzigte van eerstgem: ontvangene ordre hen beiden te suspendeeren van ampt qualiteit, en gasie tot u. Hoog Edelhee„ den nader geeert goedvinden; refereerende mij dien aangaande zoo aan het kr. neder„ gestelde bij mijne Memorie paa: - 64. — als aan het voorkomende bij het Rapport van de nadere Commissie het 14. point, na„ melijk dat door de gebeurtenus bij de te doene verantwoording van het kantoor aan den koopman van Bijland, en inzonderheijd de voolente„ procedure tegen de kooplieden ofte de Leveran„ ciers van witte Lijnwaaten, de welvaart van Iagoernaijkpoeram gesacrefieert is ge„ „worden, en de gemoederen van den Inland zodanig tegen elkander verbittert en gaand geraakt zijn, dat er bezwaarlijk eenige hoop Juij hoop tot reconciliatie nu ofte ovijt plaats zal. vinden, zijnde de Mazulipatnamsche ploeg /:de factie der voorige opperhoofden van Halm en van Someren /zoo men zegt aan den anderen verbonden om nooijt haar streng te laaten vaeren, het welk tot nadeel van 'sComp:s belang nog lang haare bettere gevolgen zal vertoonen, ten waare U. Hoog Edelheeden, betrouwen stellende op mijne en mijn Broeders verrigtingen, een goedgunstige re„ flezie gelieve te slaan op het middel dat ik de vrijheijd neeme met de uijtterste eerbied aan u. Hoog Edelheeden en bedenken te geeven, van namelijk de geheele kust kormandel. zoo veel mogelijk te zuijveren van alle die aan het voorig bestier van zaaken hebben deel gehad, en alle dezelve, ter nader verans woording te ontbeiden naar Batavia, uijtge„ zondaat den pakhuijsmeester de Raeff, den ouden factuurhouder. Bloeme, en secretaris Hass, wijl deeze drie mi voorkomen wegens het gepasseerde in deezen zoo volstrekt niet verantwoordelijk te zijn als de geweeze gezachhebber Padames van Halm Brouwer, van Someren, en de Ravallet, die gewisselijk zijn aantemerke als

NL-HaNA_1.04.02_3877_1139 view scan ↗

English

18 1032 as people whose conduct further needs to be made good in order to be considered innocent, although Van Halm also attempts to excuse himself by means of a Justificatory Memorandum accompanying this, which nevertheless signifies so little that I find it difficult to believe whether that defense can merit any notice at all. At least this is certain: that without a striking and somewhat formidable disposition, my efforts at redress will be in vain, for my best endeavors, as will appear from today's further public letter, are undermined and frustrated by illicit scheming and correspondence capable of ruining everything and plunging me into difficulties, for which, should my proposal not be approved, I request to be held blameless for all adverse consequences. For the very same remark that appears in the separate letter of the 5th instant, received alongside the report of the present chiefs—namely, that if in the commission granted to the former commissioners one had wished to observe the strictest rules of impartiality, all parties ought to have vacated the place after the arrival of the commissioners and to have been summoned to Palleakatta, whereas on the contrary the one remained under arrest and the other free and unconstrained, indeed even remained staying for a considerable time of 7 to 8 months in the direction of affairs—I believe to be entirely applicable with regard to the guilty on Coromandel in general, and in particular if more investigations and inquiries must take place, as everyone has their faction to elude or delay, if not cause to be concealed, one thing or another. Whereas, when there is clear space and no opportunity for impermissible deliberations or other illicit intentions and diversions, and it is evident that there is serious intent to prevent and close that off, the truth will come to light infinitely faster and better than now, when people have the opportunity to collude with one another, to instruct, and on the other hand to instigate 1033 instigate whatever they deem necessary to deceive the investigator and lead him by the nose. To this alone I attribute the concealment of one thing or another that ought to have been known, although there has been no lack of seriousness and untiring zeal to get at the truth, as my actions and already implemented measures only too clearly demonstrate. Serving to be noted with regard to Van Bijland is that if he should remain here and be employed, nothing else can be foreseen from it than a new agitation of minds generally embittered against him, inclusive of merchants and others, who, because strange prognostications are already being made in his favor, have expressed that they would rather seek a good retreat elsewhere than remain in a place where he obtains any standing; and in which regard Iaggernaijkpoeram at present deserves attention, notwithstanding that the chiefs are disinterested enough, if not to acknowledge, sufficiently to to show that he was treated unjustly and consequently was unreasonably kept out of his post by those remarkable Resolutions of 17 February and 12 March 1790, regarding which the disposition of Your High Excellencies concerning him will have to show what redress he may expect on account of the injustice then done to him, the deprivation of honor and good name. 6. Regarding what would be the grievances of the community at Palicol after the surrender by the Honorable Van Bijland in one of his addresses, I waited for further information from Iaggernaijkpoeram or some other foundation than the alleged partisan representation by the said Van Bijland. From here, around the 21st instant, such considerable complaints having been sent to me, especially against the second Schliephaken, I considered myself obliged to give notice thereof to the council on the 28th thereafter, and according to the resolution of that date order was given for the immediate arrest of the servants of the said second, 1034 by name Lingerasoe, and another named Atsjana, who, with the prior knowledge and permission of Schliephaken, who seems to manage Palicol, oppress and inflict harassments upon the community. And he, Schliephaken himself, has been summoned hither so as not to cause any inconvenience to the investigation of matters to be conducted, and, after the arrival of the report, to account for himself here. 7. The second new point of accusation is that which relates to what occurred during that sad storm and flood in the year 1787, whereby the Honorable Company has already suffered such a heavy loss that it would be punishable to the highest degree if such acts of treachery should have been committed as mentioned in one of the Extract Resolutions in the separate bundle belonging to the separate commission dated 27 November of the past year; after which, pursuant to the resolution of that date, orders were given to conduct the most meticulous investigation, but this, as appears from the note to the further resolution of 31 December 1790, already 7.

Dutch transcription

18 1032 als Lieden, die haer gedaag nader dienen goet te moeten maaken om onschuldig te konnen worden gehouden, schoon ook van Halm zig bij een Iustificatoire Memorie, deeze verzellende, tracht te verontschuldigen, dat nogthans zoo weinig heeft te beduijden, dat ik bezwaarlijk geloove of die verantwoor„ ding wel eenige opmerking kan verdienen: althans dit is zeeker dat zonder een eclat„ tante, en eenige schrik verwekkende dis„ positie mijne moeijte tot redaes te vergeefsch zal zijn, wan mijne beste pogingen, gelijk bij de nadere publieke brief van heeden zal blijken, worden ondermeint, en te leur gestelt door ongeoorloofde konkelarij en Correspondentie, die in staat zijn alles te verijeelen, en mij in ongelegenheeden te dompelen, waar van ik, indien mijn voorstel niet gegouteert mocht worden, verzoeke onaanspreekelijk te mogen worden gehouden voor alle nadeeligen want, de zelve remarcque, die bij de nevens het bericht der tegenwoordige opperhoofden ontvangene apparte brief van den 5. deeze voorkomt, namelijk dat bij aldien men in in de op de voorige gecommitteerden gee cerneerde commissie de strikste regelen van een zijdigheijt had willen observeeren, Par tijen dan allen, na de aankomst der gecommit teraden de plaats hadden behooren te ruimen en naar Palleakatta ontboden te worden, daar in tegendeel de eene in arrest, en de andere vrij en vrank, Ia selfs een geruijme tijd van 7. â 8. maanden in een directie van zaaken zijn blijven vertoeven, vermeene ik volkomen van applicatie, te zijn ten aanzien der schul„ digen of Kormandel, in het generaal, en in zonderheijt indien er meer onderzoekingen en navorschingen geschieden moeten als heb„ dende ieders zijn aanhang om het een of ander eludeeren ofte te traineeren, zoo niet te doen secreteeren, daar wanneer er ruijm baen en geen gelegenheijt is tot ongepermitteerde deliberacien er andere engeoorloofde in zichten en afleidingen, en dat het blijkt ernst te zijn om dat te verhinderen, en te sluijten, de waarheijd oneijndig schielijker en beeter aan den dag zal komen, als nu, dat men gelegenheijd, heeft malkander te verstaan te instraeeren, en aan de andere kant, te instigeeren 1033 instigeeren wat men meent nodig te zijn om den onderzoeker wijs te maaken en aan de neus te hangen, waar aan ik alleen toeschrij„ ve het verzwijgen van het een of ander dat geweeten diende te worden, Schoon het aan geen serieusiteijt en onvermoeyde iever ge-„ hapert heeft om agter de waarheijd te ko„ men, dat mijne verrichtingen, en bereets te werk gestelde maatregelen maar al te klaar uijtwijzen: dienende ten aanzien van van Bijland te noteeren, dat in dien hij hier mogt blijven, en geemploijeert worden daar uijt niet anders is te voorzien, dan een nieuwe gissing van tegen hem algemeen verbitterde gemoederen, tot kooplieden en andere inclusive, die, wijl. er reets in zijn faveur zonderlinge prag„ nosticatien geschieden; zig hebben uijtgelaa len van lever elders een goet heen komen te zoeken, dan te verblijven of een plaats alwaar hij eenig aan zien verkrijgt, en waar omtrent Iaggernaijkpoeram al thans aanmerking verdient, niet tegen staande de opperhoofden belangeloos geno zijn om zoo niet te erkennen genoeg zaa te te toonen dat hij onrechtvaardiglijk be„ handelt en gevolgelijk in onreedelijkheijd uijt zijn post is gehouden door die remaac quabele Resolutien van 17. februarij, en 12. Maart 1790. , waar omtrent de dispositie van u. Hoog Edelheeden ten zijnen opzigten zal moeten uijtwijzen, wat redres hij wegens het hem toen aangedaan ongelijk, berooving van Eer en goede naam heeft te verwachten. 6: Wegens het geen te Palicol pointen van bezwaar zouden zijn der gemeenten, na de overgave door den E: van Bijland bij een van zijne addressen, hebbe ik gewagt na- nadere informatie van Iaggernaijk poeram„ ofte eenig ander fundament dan de ge„ sustineerde partijdige voordracht door gemelde van Bijland: Van hier omtrens den 21. deezer mij zijnde toegezonden zo danige aanmerkelijke klachten, speciaal tegen den secunde Schliephaken hebbe ik mij verpligt geoordeelt daar van kennis te geeven aan de vergadering of, den 28. daar- aan, zijnde volgens besluijt van dien datum ordre gesteld tot het onmiddelijk in arrest neemen van de bedienden van gem: sechenden 1034 in naame Lingerasoe, en nog een andere Atsjana genaamt, die de gemeente met voor kennis en toelaating van schliep„ haken, welke Palicol schijnt te be„ stieren, vereeren en molesten aan doen, En hij schliephaken zelfs is herwaards ontboden om, aan het te doene onderzoek van zaaken geen ongelegenheijt toe te„ brengen, en na het inkomen van bericht, zich alhier te verantwoorden.. 7. Het tweede nieuwe point van accusa„ tie, is het geen zijn betrekking heeft tot het gepasseerde bij die droevige storm en waservloet in a:o 1787. , naar bij d'E: Comp=e zoo een zwaar verlies reets heeft geleeden, dat het ten hoogsten staafbaar, Zou„ de zijn, indien er zulke trouloosheeden ge„ pleegt mogten zijn als het geen vermelt staat bij een der Extract Resolutien in de aparte bondel gehoorende bij de aparte commissie =de dato 27. November anno passato; waar. na ingevolge besluijt van dien datum gelast is een aller naakenargst onder zoek te doen dog dit blijkens aanteekening ter nadere gg heer ten Resolutie van 31:' December 1790. bereets 7.

NL-HaNA_1.04.02_3877_1144 view scan ↗

English

had already ended fruitlessly, and regarding which the further committee, as shown by the copy of the just received provisional report from the present chiefs, as yet yields nothing that gives cause to devise further measures, but rather to await what will be the result of sending the original Gentoo letter to Iaggernaijkpoeram to see whether, through the handwriting, the writer may also be discovered, into which an investigation is presently being made; strongly doubting whether the former commissioners, to whom such an unsigned writing was handed over, acted properly in having it openly burned at their own discretion, as appears from the received documents of the further committee. Having herewith, as I hope, satisfactorily answered the contents of the separate letters of 11. May, 2. July, and 17. August regarding my separate commission, I still have the honor to reply to a further one of the last-mentioned date addressed to the former administrator Tadama and myself. Referring beforehand to the annexed address of the said Tadama in answer to the extracts from the said letter handed over to His Honor, as finding nothing therein that requires further elaboration in this matter; for concerning the paid-off bonds reclaimed by Samier Sultan, I have, as shown by the enclosed copy of correspondence, written to him himself, and received from His Honor the enclosed packet marked A to his correspondents in Batavia, who have been instructed by him anew to hand over the said bonds, properly receipted, to Your High Nobilities. I would already have been able to send that packet on the ultimate of January with the general Company letter that departed then, but since I, as it was sent by sea to Nagapatnam by a catamaran, could burden it as little as possible with any attachments other than the most necessary ones, that is the reason why the dispatch has been delayed until now, which Your High Nobilities may be favorably pleased to overlook. § 10: I swear to Your High Nobilities by all that is dear to me that I have not yet had time to examine, inspect, and consider any other matters than those of which the general ordinary, and secret, as well as this my separate report presently make mention, and consequently also not concerning the objection appearing in paragraphs 9. and 10. regarding the meaning and intent of the Company's Firmans with respect to capital crimes; wherefore, on account of my other occupations, I also humbly request the most favorable consideration of Your High Nobilities regarding the postponement of my findings and elucidation on that matter. § 11. The sent extract from a letter from Lord Cornwalles to His High Nobility the Lord Governor-General dated 5. March of the past year shall, according to Your High Nobilities' esteemed pleasure, serve for my dutiful information, although our situation and far distance from Pondicherij do not permit learning much else about the French than that which is generally already public, and consequently better known to the English than to us. Their foresight in placing an army between Madras and Coedeloer can have an infinitely better effect, and should their undertakings against Tippo Sultan succeed further as well as the fortune of war recently was, namely on the 22. of this month, in taking the strong fortress of Bangeloor by storm, then it appears that further in general little difficulty remains for the said Tipoe; for besides the Bombay army under General Albercambe having at that time approached to a distance of three days' travel from Seringepatnam, the heroes who captured Bangeloor or a part thereof will surely see to it that they are also present at the siege works in order to share in the glory upon the subjugation of this capital city of Tipoe; for concerning the prize money, it is said that the generals collectively have renounced their share therein in favor of the remaining conquerors, and during the capture of Bangeloor General Meadows...

Dutch transcription

bereets vrugteloos was afgeloopen, en waar omtrent de nadere commissie, uijtwijzens copij van het Juijst ontvangen provisioneel bericht van de tegenwoordige opperhoofden, voor als nog niets opleevert dat aanleiding geeft tot het beraamen van nadere mesures, maar aftewagten wat het gevolg zal zijn van het zenden der origineele Intiefsche brief naar Iaggernaijkpoeram om te zien of, door het Schrift, de schrijver ook is te ontdekken, waar na thans onderzoek word gedaan; twijffelende zeer of de voormalige gecommitteerden, aan wien dergelijk een ongeteekend geschrift is overgegeeven gewor„ den, wel hebben gedaan, om dat op eijge goeddunken openlijk te laaten verbranden, gelijk bij de ontvangene stukken van de nadere commissie komt te blijken. Hier meede, zoo ik hoofd, ten genoegen 18. beantwoord hebbende aan den inhoud der appart brieven van den 11. Mai, 2. Iulij en 17. Augustus raakende mijne apparte commissie, heb ik noch de eere te antwoorden op een nadere van laast„ gemelde datum aan den geweezen gezagheb„ ber Tadama en mij gericht. voor 1035 Voor af mij refereerende aan het hier nevens gevoegt Adres van gem: Tadama in antwoord op de aan zijn E: uijt gem: brief ter hand gestelde Extracten, als ver„ dende daar niets bij dat in deeze meerdere uijtbreiding vereijscht; want over de van samier sultan te rug begeerde afbetaalde. obligacien, hebbe ik, uijtwijzens de hier in geslootene Copia Correspondentie, hem zelve geschreeven, en van zijn E: ontvangen het hier ingeslooten paket L:a A aan zijne correspondenten te Batavia, welke door hem op nieuw, zijn gelast de gemelde obli„ gacien, behoorlijk gequiteert aan u. Hoog Edelheeden over televeren. Ik zoude. dat paket bereets hebben konnen zenden onder ultimo Ianuarij met de toen afgegaane gemeene Comp. s brief, maar vermits ik die, als met een kattemarau„ ter zee, naar Nagapatnam gezonden, zoo min mogelijk kon bezwaaren met eenige anderen, als de noodzakelijkste bijlaa„ gen, is dat de reeden dat de afzending tot nu toe getraiveert heeft, het welk u. He„ Edelheeden goedgunstig gelieven 79. te te passeeren. § 10: Ik betuijge. u Hoog Edelheeden of alles wat mij dierbaar is, nog geen tijd gehad te hebben om eenige andere zaaken na te gaan, in te zien, en te overweegen als waar van thans het generaal gemeen, en secreet, item dit mijn apaat verslag mentie maaken, en gevolgelijk ook niet over de bij par: 9. en 10. voorkomende beden king wegens de zin, en meenig van 'sComp:s Firmans in op zigt der Lijf staaffelijke misdaaden u Hoog Edelheeden derweegen, mits mijne andere occupatien, ove de opscherting van mijne bevinding en Elucidatie dien aangaande, de gunstigste consideratie meede ootmoedig verzoekende. Het gezonden Extract uijt een brief § 11. van Lord Cornualles aan zijne Hoog Edelheijd den heere Gouverneur generaal in dato 5. Maart. a:o pass:o zal„ navolgens u: Hoog Edelheeden g'eerd welbehagen, mij tot schuldige naricht strekken, schoon onze sifuasie en verre afstand van Pondecherij niet toelaat van de Franschen weijnig anders te verneemen 1036 verneemen, dan het geen, doorgaans, reets publicq, en de Engelschen gevolgelijk beeter als ons bekent is. Haere voor zoog met het plaatzen van een Arme tusschen Madras en Coedeloer kan van oneindig beter Effect zijn, en suc cedeeren haare onderneemingen tegen Tippo sultan verder zoo wel, als nu Iongst ofte den 22. deezer het krijgsgeluk is geweest van namelijk de sterke vesting Bangeloor stormenderhand in te neemen, dan schijnd. en verder voor gem: Sipoe in het algemeen weijnig zwaarigheijd meer over te blijven want behalven dat de Bombaijsche Hame onder generaal Albercambe te dier tijd op een afstand van drie dag reizens, Seringe„ patnam genadert was, zullen de Helden die hangeloor ingenomen hebben of een gedeelte. van dien, wel maaken dat zij ook bij de werken zijn om bij het overmeesteren deezer Hoofd-stad van Tipoe, meede in de glorie te deelen, want nopens de prijs monnij zegt men, dat de G neraals gezamenlijk zouden afstand hebbe gedaan van Haar aandeel daar in aan de overige overwinnaars, en bij het inneemen van Bangeloor heeft generaal Meadows zig; neet 3. te passeeren. § 10: Ik betuijge. u Hoog Edelheeden of alles wat mij dierbaar is, nog geen gehad te hebben om eenige andere zaa na te gaan, in te zien, en te overweegen als waar van thans het generaal gem en secreet, item dit mijn apaat versla mentie maaken, en gevolgelijk ook nu over de bij par: 9. en 10. voorkomende be king wegens de zin, en meenig van 'sCo Firmans in op zigt der Lijf taaffelijk misdaaden u. Hoog Edelheeden derweegen, mits mijne andere occupatie de opschorting van mijne bevinding en Elucidatie dien aangaande, de gunstig consideratie meede ootmoedig verzoeken Het gezonden Extract uijt een bu § 11. van Lord Cornwalles aan Zy Hoog Edelheijd den heere Gouvern generaal in dato 5. Maart a:o pass:o navolgens u: Hoog Edelheeden g'ee welbehagen, mij tot schuldige naric strekken, schoon onze situasie en ve afstand van Pondicherij niet toele van de Franschen weijnig anders verneen

NL-HaNA_1.04.02_3877_1149 view scan ↗

English

to learn, other than what is generally already public, and consequently better known to the English than to us. Their foresight in placing an Army between Madras and Coedeloer can have an infinitely better effect, and should their undertakings against Tippo Sultan succeed further as well as recently, or on the 22nd of this month, the fortune of war was, namely to take the strong fortress of Bangeloor by storm, then it seems that in general little difficulty remains for the aforementioned Tipoe. For besides the fact that the Bombay Army under General Albercambe had at that time approached Seringepatnam to a distance of three days travel, the heroes who took Bangeloor, or a part thereof, will surely ensure that they are also at the siege works in order to share in the glory upon the conquest of this capital city of Tipoe. For concerning the prize money, it is said that the Generals jointly have renounced their share therein in favor of the other victors, and during the capture of Bangeloor General Meadows was the first to place himself in the breach with his Regiment, and the taking possession thereof is attributed to him. to pass. § 10: I assure Your High Nobilities by all that is dear to me, not yet to have had [illegible] to examine, inspect, and consider any other matters than those of which the general [illegible] and secret, item this my separate report currently make mention, and consequently also not regarding the remark appearing in paragraphs 9 and 10 concerning the sense and meaning of the Emperor's Firmans with respect to capital crimes. Because of my other occupations, I humbly request Your High Nobilities' favorable consideration regarding the postponement of my findings and elucidation on this matter. The sent extract from a letter from Lord Cornualles to His High Nobility the Lord Governor-General dated 5 March of the past year will, in accordance with Your High Nobilities' honored pleasure, serve for my due information, although our situation and far distance from Pondecherij, with the behavior of the French, allows us to learn little else than what is generally already public, and consequently better known to the English than to us. Their foresight in placing an Army between Madras and Coedeloer can have an infinitely better effect, and should their undertakings against Tippo Sultan succeed further as well as recently, or on the 22nd of this month, the fortune of war was, namely to take the strong fortress of Bangeloor by storm, then it seems that in general little difficulty remains for the aforementioned Tipoe. For besides the fact that the Bombay Army under General Albercambe had at that time approached Seringepatnam to a distance of three days travel, the heroes who took Bangeloor, or a part thereof, will surely ensure that they are also at the siege works in order to share in the glory upon the conquest of this capital city of Tippoe. For concerning the prize money, it is said that the Generals jointly have renounced their share therein in favor of the other victors, and during the capture of Bangeloor General Meadows was the first to place himself in the breach with his Regiment, and the taking possession thereof is attributed to him. The further circumstances of this epoch appear in more detail in a translation, made as best as possible, of the Madras Courier published extraordinary the day before yesterday. I have the honor to remain with the greatest respect, High Noble, widely ruling Sirs, Your High Nobilities' very humble and very obedient servant, signed Jacob Eilbracht. In the margin: Palliakatta in Fort Geldria, 31 March 1791. Agrees, Jacob Eilbracht No. 17

Dutch transcription

1036 verneemen, dan het geen, doorgaans, reets publicq, en de Engelschen gevolgelijk beeter als ons bekent is. Haere voor zoog met het plaatzen van een Arme tusschen Madras en Coedeloer kan van oneindig beter Effect zijn, en suc cedeeren haare onderneemingen tegen Tippo sultan verder zoo wel, als nu Iongst ofte den 22. deezer het krijgsgeluk is geweest van namelijk de sterke vesting Bangeloor stormenderhand in te neemen, dan Schijnd. en verder voor gem: Sipoe in het algemeen weijnig zwaarigheijd meer over te blijven want behalven dat de Bombaijsche Hrme onder generaal Albercambe te dier tijd op een afstand van drie dag reizens, Seringe„ patnam genadert was, zullen de Helden die hangeloor ingenomen hebben of een gedeelte van dien, wel maaken dat zij ook bij de werken zijn om bij het overmeesteren deezer Hoofd-stad van Tipoe, meede in de glorie te deelen, want nopens de prijs monnij zegt men, dat de neraals gezamenlijk zouden afstand hebbe gedaan van Haar aandeel daar in aan de overige overwinnaars, en bij het inneemen van hangeloor heeft generaal Meadows zig„ met. te passeeren. § 10: Ik betuijge. u Hoog Edelheedeno alles wat mij dierbaar is, nog geen gehad te hebben om eenige andere zaa na te gaan, in te zien, en te overweegen als waar van thans het generaal gen en secreet, item dit mijn apaat verst mentie maaken, en gevolgelijk ook ni over de bij par: 9. en 10. voorkomende be king wegens de zin, en meenig van 's Firmans in op zigt der Lijf staaffelijk misdaaden u. Hoog Edelheeden derweegen, mits mijne andere occupatie de opscherting van mijne bevinding en Elucidatie dien aangaande, de gunste consideratie meede ootmoedig verzoeken Het gezonden Extract uijt een b 911. van Lord Cornualles aan zi Hoog Edelheijd den heere Gouvern generaal in dato 5. Maart a:o pass:o navolgens u: Hoog Edelheeden g'ee welbehagen, mij tot schuldige naric strekken, schoon onze sifuasie en ve afstand van Pondecherij met toe van de Franschen weijnig anders verneer 20 20 verneemen, dan het geen, doorgaans, reets publicq, en de Engelschen gevolgelijk beeter als ons bekent is. Haere voor zoog met het plaatzen van een Arme tusschen Madras en Coedeloer kan van oneindig beter Effect zijn, en suc cedeeren haare onderneemingen tegen Tippo sultan verder zoo wel, als nu Iongst ofte den 22. deezer het krijgsgeluk is geweest van namelijk de sterke vesting Bangeloor stormenderhand in te neemen, dan schijnd. en verder voor gem: Tipoe in het algemeen weijnig zwaarigheijd meer over te blijven want behalven dat de Bombaijsche Hame onder generaal Albercambe te dier tijd op een afstand van drie dag reizens, Siringe„ patnam genadert was, zullen de Helden die hangeloor ingenomen hebben of een gedeelte. van dien, wel maaken dat zij ook bij de werken zijn om bij het overmeesteren deezer Hoofd-stad van Tippoe, meede in de glorie te deelen, want nopens de prijs monnij, zegt men, dat de G neraals gezamenlijk zouden afstand hebben gedaan van Haar aandeel daar in aan de overige overwinnaars, en bij het inneemen van Bangeloor heeft generaal Meadows zig 1036 meet met zijn Regiment het eerst in de Bresse„ gestelt, en de bezitneeming van dien word Hem toegeschreeven. De verdere omstandig„ heeden van deeze Epoque komen bij eene, best mogelijk, gemaakte vertaaling van de eer gisteren Extra. ordinair uijtgekomen Madras„ „se Courier, breeder te blijken Ik heb de eere met de meeste eerbied te verblijven. /:onderstond:/ Hoog Edele wijd. gebiedende Heeren. uw Hoog Edelhee„ den zeer nedrigen, en zeer gehoorsamen Dienaar. /:was getekend:/ Iacob Eilbracht. /:in margine:/ Palliakatta in het fort Geldria den 31. Maart 1791: Accordeert JacobAlbracht No. 17

← previous