VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3877

Coromandel · 1,160 pages · 164 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3877_0945 view scan ↗

English

955 order on the small cash granted by the former Government amounting to Rp 4049. 7. 10. charged to his predecessor, the former overseer of works at Nagapatnam Henk, since he was married in community of property with the widow, Letter P. — This, Right Honorable Sir and Sirs, is all that was dealt with in the secretarial papers from 1785 until now concerning the arrears of the former Government, and thus now proceeding to the third or last point of our Commission, namely, how matters actually stand with it at present, we have the honor to report that, to our regret, we cannot speak of this with as much certainty as we would wish, but shall proceed therein according to the light that has appeared to us from earlier papers than those cited above, following therein the order in which the debtors are listed in the Colombo letter cited in the beginning, to wit: The private supplier Moetoe Chitteappa Poele. . . . . . Rp 10066. 5. 70. This person, like all debtors, was urged by the remaining Political Members of Nagapatnam to settle his account with the Honorable Company, but, as it appeared, was unwilling to comply. This appears from an extract letter of these Members written to Their High Mightinesses dated 22 November 1783, Letter Q. However, an account signed by him and dated Tranquebar 25 December 1783 is found from him, annexed hereto as appendix, Letter R. Whereby he remains indebted for only . . Rƒ 8578. 17. 70. but it does not appear whether he is willing or unwilling to pay. The debtor for the supply of the year 1781: The merchant Ramalinga Poele, R 3620. 5. 36. This person has submitted an account signed by him and dated Tranquebar 20 December 1783, see document, Letter S: Whereby at the foot it is stated that the two entries which he must account for to the Honorable Company amount to R/o 494. 13. 77. Ankan 956 Ankan Patavi Rama Naiker up to fe f 3814. 6. 6. Concerning this person, the Gentlemen Members of the Nagapatnam Council say in their above-cited letter of 22 November 1783 that, by way of exception to all other debtors, he had submitted a rough account to them, but that they were unable to examine him further on it, because he had since absented himself like the other merchants under all kinds of pretexts. — However, the rough account mentioned here cannot be found. — Moetoe Waijtinada Moddeliaar up to per/o 2602. 21. 75. From him there is again an account signed by him and dated Tranquebar 30 November 1783, Letter T. — Whereby, instead of being indebted, he is in credit - - - R/ 852. —. — Godewartij Goeramoertij up to Pp: 2123. 2. 15. This person has also submitted an account, signed and dated Tranquebar 21 December 1783, appendix Letter U. — Whereby he remains indebted for only Pp: 135. –. – Namboer Namboer Wenketie Kistna Chittij and Conda Billij Chittij up to . . . R/o 811. 5. 4. - These persons have also submitted an account of liquidation with the Gentlemen Agents of the English at Nagapatnam dated 10 February 1782, document Letter V. — With this, the debtors for the supply of 1781 are concluded. Now follow: — Mistress Hazelman, as widow Henk, up to R 4049. 7. 10: This entry is the only one that we have the good fortune to report to Your Right Honorable and Honors as being genuine and expected to come in! For from the document Letter P cited here before, it appears that this lady's present husband, Mr. Hazelman, offers his salary credit toward the liquidation. The Children of Ian Steens up to - - . Rƒ 518. 12. 33. Of this we likewise find no mention made at all. Donnal Wardappa Chittij and Annanda Bodlij up to - - - P/ 864. –. — This debt entry was paid by the merchant Simons as guarantor to the late Governor van Vlissingen, according to appendix Letter N cited hereinafter. The 957 The merchant Meddhoe Wardarasoe Chittij up to - - - - - - R/o 1744. 11. 30. This man has likewise settled that debt with the aforementioned late Governor van Vlissingen, as appears from what was set down here before regarding him, appendix Letter M. These are the debtors to the former Government in total, that is, with Moetoe Chettiappa Poele on account of the copper contract, all to the sum of . . . . . R/ƒ 23125. 22. 46. And the remaining Political Members of the Nagapatnam Council promised Their High Mightinesses to take care of collecting that capital, as appears from the extract of their letter to the Same dated 22 November 1783 mentioned here before. All the foregoing accounts of the merchants were received by these Gentlemen from them after the date or the dispatch of this letter to Their High Mightinesses, but that these Gentlemen took any further action thereon, or wrote about it to the Same or to the Ceylon Government, much less dispatched those accounts as a report of this affair, does not appear to us. In this same extract, these Gentlemen also provide elucidation regarding the entries that were in debit in the main cash book at the surrender of Nagapatnam, and which were supposedly paid to the English by extortion by the late Governor van Vlissingen, to the sum of R 22045: as: the entry of Tieroemenij Chittij, originating from Japan bar copper delivered to him in the years 1776 and 1777 up to d 3432. -. – The entry of the Merchant Ankan Patavi Rama Naijker, on account of merchandise sold in the year 1780 - - - 13419. —. and The debit of the adigar Scheuneman, originating from pepper and arrack sold to him in the year 1773 - - - 5194. -. - or as above R/o 22045: -. — Regarding this, these Gentlemen say nothing further than that this serves for the elucidation of their

Dutch transcription

955 nantie op de kleijne, Cas door het voorig Gouvernement verleend groot Rp 4049. 7. 10. ten laste van zijn voorzaad den geweezen opziender der werken te Nagapatnam Henk, vermits hij ingemeenschap van goederen met de weduwe getrouwd was Sra P. — L=ra Dit is wel Edele Achtb: Heer en Hee„ ren alle het verhandelde bij de secretarieele Papieren 't Zedert 1785. tot nu toe, over de agterstallen van het voorig Gouvernement en dus nu overgaande tot het derde of Laaste Lidt onzer Commissie, Namentlijk. Hoe het actueel daar meede geleegen is, hebben wij de Eere te berichten Dat wij tot ons leetweezen hier van niet met zoo veel zeekerheijd kunnen spree„ ken als wel wenschen, maar daar in zullen te werk na het Ligt dat ons daar van bij — vroegere papieren als de vooren geciteerde, is te vooren gekomen, volgende daar in de order als de debiteuren bij den inden aan„ vang geciteerde Calonsche brief genoteerd staan- te weeten; Den particuliere Leverancier Moetoe : Chitte appa Chitteappa Poele. . . . . . Rp 10066. 5. 70. Deeze is als alle debiteuren door de over gebleeven Politicque Leeden van Nagapat„ nam tot het afdoen van zijn Reekening met D E. Comp:e aangemaand, dog heeft daar aan zoo het scheen niet willen voldoen. dit blijkt bij Extract brief deezer Leeden aan Haar Hoog Ed:s in dato 22. November 1783. ge„ schreeven L=ra Q. Dan van hem vind men Een Reeke„ ning door hem geteekend en gedateerd Tran„ quebar den 25. december 1783. deesen bij gevoegd als by laage. L:ra R. Waar bij hij maar debet blijft. . Rƒ 8578. 17. 70. dog blijkt niet van zijn willigheid of onwillig heid tot betaaling De debiteur op Leverantie van A:o 1781. Den koopman Ramalinga Poele R„ 3620„ 5. 36. Deeze heeft Reekening geleverd door hem geteekend en ged: Tranquebaar den 20. December 1783. vide docu„ ment, L=ra S: Waar bij aan de voet staat dat de beijde posten die hij aan DE: Comp: moet verantwoorden bedraagen. R/o 494. 13. 77. Ankan 956 Ankan Patavi Rama Naiker tot ƒe ƒ3814. 6. 6. Deeze zeggen de Heeren Leeden van de Nagapatnamse Raad bij hun boven geci„ teerde brief van den 22. Nov: 1783. dat bij= uitsondering van alle andere debiteuren aan hun had overgegeven Een ruwe Reekening, dog dat ze hem daar over niet nader hebben kunnen onderhouden, uijt hoofden hij 't zedert onder allerhande voorwendsels zig als de andere Cooplieden absent gehou„ den hadt. — De hier genoemde uwe Reekening egter is niet te vinden. — Moetoe Waijtinada Moddeliaar tot per/o 2602. 21. 75. van deeze is weder Een Reekening door hem geteekend en Ged: Tranquebar Den 6 na 30. November 1783. L=ra T. — Waar bij, insteede dat hij schuldig is, hij te vooren Staat - - - R/ 852. —. — Godewartij Goeramoertij Pp: 2123. 2. 15. tot Deeze heeft meede reekening geleverd geteekend, en ged:t Tranquebar den 21: xber: 1783. bijlaage L=ra U. — Waar bij hij maar schuldig blijft. Pp: 135. –. – Namboer Namboer Wenketie Kistna Chittij, en Conda Billij Chittij tot. . . . R/o 811. 5. 4. - Deeze hebben meede Reekening gegeven van Liquidatie met de Heeren Agenten der Engelsen op Nagapatnam in dato 10. febr: 1782. dociment L=ra V. — Hiermeede zijn afhandeld de debiteuren op de Leverantie van 1781, Nu volgen. — Mejuffrouw Hazelman, als wed: Hlenk tot R 4049. 7. 10: Deeze post is de Eenigste die wij het geluk hebben u wel Edele Achtb: en Edelens te berichten, dat weesentlijk is, en staat in te komen! want bij het hier vooren geciteerde document L=ra P: blijft dat des Juffrouws teegenwoordige man de Heer Hazelman tot liquidatie, zijn te goed hebbende gagie presenteerd. De Kinderen van Ian Steens tot - - . Rƒ 518. 12. 33. Hier van vinden wij meede in 't geheel geen mentie gemaakt Donnal Wardappa Chittij en An„ nanda Bodlij tot - - - P/ 864. –. — Deeze Schuld post is door den Koopman Simons als borg voldaan, aan wylen den Gouverneur van Vlissingen, volgens Cra hier voorwaards geciteerde bylaage Laa Den 957 Den koopman Meddhoe wardara„ soe Chittij tot - - - - - - R/o 1744. 11. 30. Deeze man heeft die Schuld meede ver Evend met wijlen gemelde Heer Gouverneur van vlissingen, blijkens het hier vooren ten needer gestelde in opsigt van hem bijlaage L:a M: Deeze zijn de Debiteuren aan het voorig Gouvernement in 't geheel, dat is met Moe„ toe Chettiappa Poele wegens het koper Con„ tract, alles ter Somma van. . . . . R/ƒ 23125. 22. 46. En de overgebleeven Politicque Leeden van de Nagapatnamse Raad beloofden Hun Hoog Edelens voor de inpalming van dat Capitaal zorge te zullen draagen, blijkens hier vooren gewaagd extract hunner brief aan Hoog De Zelve van den 22. November 1783 Alle voorstaande Reekeningen der Coop„ lieden hebben deeze Heeren bekomen van hun, na dato of het afgaan deezer brief aan Hun Hoog Edelens, dog dat deese Heeren daar daar op iets verder gedaan, of daar over aen Hoog Deselve, of de Ceijlonse Regeering ge„ schreeven, veel min die Reekeningen als een verslag deeser affaire verzonden hebben, komt ons niet voor Bij dit zelve Extract geven deeze Heeren nog Elucidatie nopens de posten die bij de groote Cas debet liepen, bij de overgave van Nagapatnam en welke door wijlen den Heer Gouverneur van Vlis„ singen aan de Engelse bij afpersing zoude zijn voldaan geworden ter somma van R„ 2. 2. 045. - Als: de post van Tieroemenij Chittij overspronkelijk uit aan hem verstrekt Japans staafkoper in de Jaare 1776. en 177 tot d„ 3432. -. – De post van den Koopman Ankan Patavi Rama Naijker, weegens verkogte koop„ manschappen in A:o 1780. - - - „ 13419. —. en Den debet van den adigaar Scheuneman, oorspronkelyk uijt aan hem verkogte peper en Arrak in A:o 1773. - - - „ 5194. -. - of Ale boven R/o 22045: -. — Hier omtrend zeggen deeze Hieren verder niets als dat dit tot Elucidatie van Hun

NL-HaNA_1.04.02_3877_0951 view scan ↗

English

958. Their High Excellencies note, according to the statement of the trade transferor Nieboer, that we do not find anything further written about this. But indeed, the aforementioned Schenneman, in his petition presented to the Ceylon Government on 27 November 1781, deals with this along with other matters in great detail, and the late Governor van Vlissingen, in a detailed report to Their High Excellencies in response to the aforementioned Scheuneman's petition, discussed this at length, without any further back-and-forth correspondence on the matter being found. Hoping hereby to have complied with the honored orders of your Honorable Respects and Excellencies, we assume the particular honor to subscribe with deep veneration. below was written: Right Honorable Sir, and Sirs; Your Honorable Respects' very humble and obedient servants signed Jacob Sams De Raeff, and I: I: Hasz. In the margin: Palliacatta, 9 November 1790. Agreed D Oodank G. Elever van 959 Extract from a secret letter written by the Ceylon Government to that of Coromandel on 30 June 1785. The Company still has several debtors on the Coromandel coast whom, for specific reasons, we have not called upon until now, which can take place with greater emphasis after the handover. In the meantime, your Excellencies must investigate the same more closely, liquidate the accounts with them, and collect as much from that as can be done without cumbersome proceedings. These debtors consist, as far as is known to us, of the following. The private supplier Moestoe Sittieappa Poelle still has to account for Pag: 10066:5:70. On the supply of 1781, there remain in arrears: Agreed Drodsam, First Clerk C: A: The merchant Rawalinga Poele . . . Pags 3620. 5: 8 ditto Ankanpatani Rama Naijker 3814. 6: ditto ditto Moettoe Waijtelingen Modelij 2682. 21. 7 ditto Godawardij Goeroe Moestij Chittij 2123. 2. 1 ditto merchants Namboer Wengeta Kiestna, Chettij, and Conda Pille Cittij 811. 5: 4 Pagodas 13059. 16. 1 According to a report from Secretary Stoffenberg of 6 November 1783, there must be paid by the widow Henck Paga 4049. 7. 10. and by the children of Ian Steens Pag: 518. 12. 35. The Company merchant Ragoe Wengetar Ama Chittij has a credit for some money on account of delivered linens, of which the Honorable Provisional Chief Administrator Padama could not state the sum. The two merchants dismissed from trade, Donai Wardappa Cittij and Annam Bodlij, owe Pag: 864, for which Messrs. Mossel and Simons have bound themselves as guarantors. The merchant Meddhoe Warderasoe Citti still has to pay Pag: 1744. 17: 30 on a certain linen contract. below was written: Agreed was signed In Obdam, First Sworn Clerk. Agreed First Sworn Clerk Obban g Clercq 960 B. Extract from a letter written by Their High Excellencies the High Indian Government at Batavia to Coromandel, dated 17 April 1787. § 20. Because the investigation of the arrears and outstanding debts of the previous government had to be postponed due to the lack of the necessary papers, we approve that the former Secretary Stoffenberg was sent to Nagapatnam to collect those documents, and we now expect that you will have applied the necessary dispatch to this so long-delayed matter. below was written: Agreed was signed Jn Obdam, First Sworn Clerk. Agreed Dn. obdem the Clerk C. 961 8. 50. Extract from a letter written by the Coromandel Government to Their High Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia, dated 10 March 1788. We hope that, before the closing of this letter, we shall receive from Nagapatnam a distinct report on the arrears of the previous government and an account, as accurate as possible, of the loss which the Company suffered at the surrender of Nagapatnam. The former Adigaar of the villages, Johannes Scheuneman, who is still at Nagapatnam for that purpose, has already progressed significantly with that investigation. But if we unexpectedly cannot present it now, it will definitely take place this coming October. The difficulty inherent in that investigation requires not only all attention, but also time: for he lacks the principal papers, and among them the great Cash Book. below was written: Agreed, was signed: In Obdam, First Sworn Clerk. Agreed oork P: J: Clerk Jr. 962 Extract from a letter written by Their High Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia to Coromandel, dated 15 April 1788. § 25. We can take no satisfaction whatsoever in the fact that no report has as yet been given regarding the arrears and outstanding debts of the previous Government and that matters of that nature are shelved for so long, and all the more so since we are not even informed of what has become of the dispatch of the former Secretary Stoffenberg to Nagapatnam to fetch the necessary papers, and we therefore expect that a final settlement of matters will at last be pursued. below was written: Agreed was signed: Pn Obdam, First Sworn Clerk. Agreed Verclari Jr Aen D: 963 127. Extract from a letter written by Their High Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia to Coromandel, dated 29 July Anno 1788. With regard to what was put forward by you concerning the arrears of the previous government and the slow progress taking place with regard to that work, we refer to what was remarked in our most recent rescript, in the confidence that the requests made therein will be answered without further delay. below was written: Agreed was signed In Obdam, First Sworn Clerk. Agreed doorin First Clerk C:

Dutch transcription

958. Hun Hoog Ed:s noteeren, volgens opgave van den Negotie overdraager Nieboer, vindende wij niet dat daar over verder iets geschreeven is Maar wel dat gemelde Schenneman bij zijn Request aan de Ceijlonse Regeering in dato 27. November 1781. gepresenteerd hier over nevens andere zaaken zeer omstandighandeld, en dat door wijlen den Heer Gouverneur van Vlissingen bij omstandig bericht aan Hun Hoog Edelens in antwoord opgemeld Scheune„ mans supplicq daar over in 't breede gesprooken werd, sonder dat men daar van meer over en weeder schrijvens vind. — Hoopende hiermeede aan de g'eerde beveelen van uwel Edele Agtb: en Edelens voldaan te hebben, maatigen wij ons de bijzondere Eere aan„ met diepe veneratie te onderschryven. /:onderstond:/ WelEdele Agtbaare Heer, en Heeren; UWelEdele Agtb:s zeer onderdanige en gehoorzame dienaren /was geteekend/ Iacob Sam:s De Raeff, en I: I: Hasz: Inmargine:/ Palliacatta Den 9. November 1790. Accordeerd D Oodank G. Elever van 959 Extract uijt een Secreete missive door de Ceijlonsche Regeering aan die van Corman„ del geschreeven in dato 30. Iunij 1785. De Compenie heeft nog verscheijde de„ bicteuren ter kuste Cormandel, die wij om bij zon„ dere reedenen tot nu toe niet hebben laaten aan„ spreeken, het welk na de overgave met meer„ der nadruk zal kunnen geschieden. — Intusschen moeten uwelEd: dezelve na„ der op speuren, de Reekeningen met hun liquideeren, en daar van zoo veel in palmen als zonder omslagtige procedures geschieden kan. — Deeze debiteuren bestaan in zo verre ons bekend is in de navolgende. — De particuliere Leveransier moestoe Sittie„ appa poelle moet nog verantwoorden Pag: 10066:5:70. Op de leeveransie van 1781. staan nog ten ag„ Accordeerd Drodsam E clercq teren. C: A: De koopman Rawalinga poele. . . Pag:s 3620. 5: 8 d:o Ankanpatani Rama Naijker „ 3814. 6: „ „ moettoe waijtelingen modelij - - - - „ 2682. 21. 7 „ Godawardij Goeroe moestij Chittij „ 2123. 2. 1 „ kooplieden namboer Wengeta Kiestna, Chettij, en Conda pille Cittij - - - „ 811. 5: 4 Pagoo den 13059. 16. 1 Volgens bericht van den secretaris Stof„ fenberg van den 6. 9ber 1783. moet door de weduwe Henck worden betaald pag:a 4049. 7. 10. en door de Kinderen van Ian Steens Pag: 518. 12. 35. — De Komp:s Koopman Ragoe Wengetar Ama Chittij staat wegens geleeverde lywaaten eenig geld te vooren waar van den E: p: Hoofd-Admi nistrateur Padama, de Som niet konde opgeever De uijt den handel gezette twee kooplieden Donai Wardappa Cittij en Annam Bodlij zijn schuldig pag: 864. waar voor de Heeren Mossel en Simons zig als borgen verbonden hebben De koopman meddhoe warderasoe Citti moet nog op zeeker lijnwaat kontrakt betaa„ len pag: 1744. 17: 30. /:onderstond:/ Accordeerd /:was geteekend/ I=n Obdam, E: g: Clerq:. — e Accordeerd E: g: Clercq Obban g Clercq 960 B. Extract uijt een Mis„ sive door Haar Hoog Edel„ heeden de Hooge Indiache Regeering te Batavia na Cormandel geschreeven de dato den 17. April 1787. — §20. Dewijl het onderzoek der Achter„ stallen en uijtstaande schulden van het vorig gouvernement heeft moeten uijtgesteld worden, mits gebrek aan de nodige papieren, zo passeeren wij, dat de geweesen secretaris Stoffenberg, tot den afhaal, dier documenten naar Nagapatnam is gesonden, en wij verwagten thans, dat UE: met deze zo lang getraineerde zaak de nodige voortvarend„ heid zullen hebben gemaakt /:onderstond:/ Accordeerd /was geteekend J:n Obdam E: g: Clerq: Accordeerd Dn. obdem de Clencq = C. 961 8. 50. Extract uijt een Missive door de Cormandelsche Reegeering Aan Haar Hoog Edelheeden de Edele Hooge Indiasche regeering te Ba„ tavia gesz: de dato 10. Maart 1788. Wij hoopen dat wij, nog voor het sluiten dee„ zes van Nagap=m ontvangen zullen een distinct be„ rigt van de Agterstallen van het voorig gouverne„ ment en een zoo vermogelijk accuraate op gaave van het verlies het geen de Compagnie geleden heeft by de overgave van Nagap=m Den geweezen Adi„ gaar der dorpen Johannes Scheuneman, die zig ten dien einde nog op Nagap=m bevind is reeds met dat onderzoek sterk gevorderd. dog zoo wij het onver„ hoopt Hoog dezelve nu niet kunnen aanbieden, zal het vast geschiede in october aanstaande. De moeijelijk heid, die aan dat onderzoek vast is, vereischt niet alleen alle attentie, maar ook tijd: want hem de principaalste papieren en daar onder het groote Cassa boek manqueeren /:onderstond:/ accordeerd, /:was geteekend: I„n Obdam, E: g: Clerq: Accordeerd oork P: J: Clerq Jr. 962 Extract uit een missive door haar Hoog Edelheeden de Edele Hooge Indiasche regeering te Batavia na Cormandel ge„ schreeven de dato 15. April 1788. § 25. Wij kunnen in 't geheel geen genoegen neemen, dat omtrent De Agterstallen en uijtstaande schulden, van het voorig Gouvernement als nog geen berigt gegeeven en dat zaaken van dien aerd, soo lang agter de Bank geschooven worden, en te meer, daar wij niet eens worden geinformeert, wat er geworden is, van de afzending van den geweesen secretaris Stoffenberg na Naga„ patnam, tot den afhaal van de noodige papie„ ren, en wij verwagten dus, dat eijndelijk een afdoening van saaken zal worden betragt. /:onderstond:/ Accordeerd / was geteekend:/ P=n Obdam, E: G: Clerq: Accordeerd Verclari Jr Aen D: 963 127. Extract uijt een missive door haar Hoog Edelheeden de Edele Hooge Jndiasche regeering te Batavia na Cormandel geschreeven de dato 29. Juli Anno 1788. — Met opzigt tot het door UE: g'advan„ ceerde omtrend de. Agterstallen, van het voorig gouver„ neement ende traege voortgang die omtrend dat werk plaets heeft, gedraagen wij ons om het geremarquurde bij onse Jongste rescriptie in vertrouwen, dat aende daar bij gedaane requisiten zonder verder uitstel zal beant„ woord worden. — /:onderstond:/ Accordeerd /was geteekend/ I=n Obdam, E: g: Clerq:— Accordeerd doorin E Clercq = C:

NL-HaNA_1.04.02_3877_0975 view scan ↗

English

F. 2nd 964 Monday the 15th of September Anno 1788. With regard to the arrears and debts of the previous government, whereof Their High Excellencies, while expressing Their Most Just displeasure, require a detailed report, it has been resolved and understood to reply in all deference, that the investigation thereof, together with the drawing up of a damage list of the loss which the Company had suffered upon the transfer of Nagapatnam to the English, having been entrusted to the former Adigaar of the villages at Nagapatnam Johannes Schuneman, the latter had for that purpose departed for Nagapatnam in the late part of the year 1785; but that whatever effort he had made to trace and record everything, he had found his most vigorous attempts fruitless, by reason that among all the papers that were salvaged there, and since brought over hither by the former Secretary Stoffenberg, none or few were to be found that could have given him as much light in those matters as he needed: that he among others missed Extract from the Resolutions taken in the Council of Coromandel at Palliacatta the general cash book, and the trade books of 1779/80 and 1781, of which the first were indeed begun but not closed, and of the second nothing had seen the light; that this and other matters had almost made him doubt the good outcome of his commission, when the former Secretary Stoffenburg found an opportunity to obtain from Messrs. Cochrane, English Commissioner, the notes of the balances on which the respective administrations were surrendered to the English; and that the former Adigaar of the villages Johannes Scheuneman aforesaid, has since drawn up from these papers his calculative demonstration of what the Honorable Company has lost in the surrender of Nagapatnam, and what debts it still has outstanding there. While with regard to the outstanding debts, amounting to f 130395. 16. -, it has been resolved to assure Their High Excellencies that everything possible will be set into Further extract from the aforesaid Resolution. 965 motion to collect the same, under respectful representation furthermore that this council would have attended to this long ago, had prudence not advised it to postpone the use of serious measures, for the reason that most of the debtors are inhabitants of Nagapatnam, who pretend to have an outstanding account with the Company, or that their debt after the surrender of the city has been liquidated with the English; as it is respectfully maintained that such an investigation cannot yet take place, but one must wait with it until the Company shall again be restored to the possession of Nagapatnam, which is generally assured; when one does not doubt a successful outcome. And for the furtherance hereof, the Junior Merchant and invoice keeper Frederik Willem Bloeme shall by extract of this be ordered, as he is hereby ordered by virtue of this, to report in the meantime as accurately as possible what the merchants of Nagapatnam have delivered upon the respective demands for the Netherlands and the Indies, in the year 1781. Underneath was written: Agreed, was signed: J:n Obdam, E: G: Clercq. Jb. Oodiin EG: Clercq Agreed 966 Letter H. Extract from a letter written by the Coromandel government to Their High Excellencies the Honorable High Indian Government at Batavia, dated 20 October 1788. That we have been unable to give any report of the arrears and debts of the previous government in so much time as has elapsed since the return of our possessions, has often grieved us and made us fear the just displeasure of Your High Excellencies. We had entrusted the investigation thereof to the Adigaar Schuneman, who departed for Nagapatnam for that purpose in the late part of the year 1785: but whatever effort he made to draw up an accurate list of the damage that the Company suffered at the surrender of the main office, he found his most vigorous attempts fruitless, by reason that among all the papers that were salvaged there, and since brought over hither by the former Secretary Stoffenberg, none or few documents were to be found that could give him as much light in that matter as he needed. He missed, among others, the general cash book, and the trade books of 1779/80 and 1781, of which the first were indeed begun but not closed, and of the second nothing had seen the light. This almost made him doubt the good outcome of his commission, when the former Secretary Stoffenberg found an opportunity to request and obtain from Mr. Cochrane, English Commissioner, the notes of the balances on which the respective administrations at Nagapatnam were surrendered to the English. § 66. For it is predominantly these papers from which the Adigaar Scheuneman has since drawn up his calculative demonstration of what the Honorable Company lost at the surrender of Nagapatnam. Underneath was written: Agreed, was signed: J:n Obdam, E: G: Clercq. Agreed Eg: Clercq Dn. Obrank

Dutch transcription

F. 2=e 964 Maandag Den 15. ' September A:o 1788. Ten aanzien der Agterstallen en schulden van het voorig gouvernement waar van Hun Hoog Edelheeden, onder het te kennen geeven van Hoogst der zelven billijk ongenoegen een omstandig berigt requireeren is goed„ gevonden, en verstaan in allen eerbied te antwoorden, dat men het onderzoek daar van, neevens het formeeren van een schade Lijst, van het verlies het geen de Com„ pagnie geleeden had, bij het overgaan van Nagapat„ nam, aan de Engelschen aan den geweezen Adigaar. der dorpen te Nagapatnam Johannes Schune„ man hebbende opgedragen, deeze ten dien eijnde, in het laatsl: van het Jaar 1785. na Nagap=m was vertrokken, dog dat wat moeijte hij ook had aange„ wend, om het een en ander nategaan en optegeeven, hij zijne kragtigste pogingen vrugteloos gevonden had, uit hoofde onder alle de papieren die daar geborgen waaren, en zeedert na herwaats over„ gebragt zijn, door den geweezen Secretaris Htof„ „senberg, geene of weijnige te vinden waaren, die hem in die zaaken zoo veel ligts hadden kunnen geeven, als hij noodig had: dat hij onder anderen op Extract uijt de Resolutien ge„ noomen in raade van Cormandel te Palliacatta mitte. miste het groot Cassa-Boek, en de negotie boe„ ken van 1779 /80. en 1781. waar van de eerste we begonnen maar niet afgeslooten waaren, en va de tweede niets het ligt gezien hadde dat dit eene ander hem bij na aan den goeden uijtslag van zijne Commissie had doen twijffelen, toen den geweezen secretaris Stoffenburg geleegend„ heid kreeg, om van de Heeren Cochrane, En¬ gelsche Commissaris te bekoomen, de notitee van de restanten waar op de respective ad„ ministratien zijn overgegeeven aan de Engel„ schen; en dat den geweezen adigaar der dor„ pen Johannes Scheuneman voornoemd, siedert uit deeze papieren geformeerd heeft, zijne Calculative aantooning van het geen de E: Comp:e bij de overgave van Nagap=m verlooren heeft, en wal schulden zij daar nog heeft uijtstaan. — Terwijl met opzigt tot de uijtstaande Schulden, groot ƒ 130395„ 16. -. Verstaan is Hunne Hoog Edelheeden te verzeekeren dat men alles wat maar moogelijk is, in het Nader Extract uijt voorm: Resolutie. — werk. 965 werk zal stellen, om dezelve in te palmen, on„ der eerbiedige vertooning ten vervolge dat deesen raad daar van al lang haar werk zou gemaakt hebben, zoo de voorzigtigheijd haar niet geraaden had, het gebruik van ernstige maatregelen uijt te stellen, om reedenen de meeste der debiteu„ ren ingezeetenen zijn van Nagap=m, die voor wenden een uitstaande reekening te hebben, met de Compagnie, of dat hunne schuld na het overgaan der stad met de Engelschen geli„ quideerd is; alzoo men met eerbied sustineerd, dat zoodaanig een onderzoek nog niet geschie„ den kan, maar men daarmeede zoo lang zal dienen te wagten, tot de Maatschap„ pij weeder zal hersteld zijn in het bezit van Nagap:m het geen algemeen verzeekerd word; wanneer men niet twijffeld aan een gelukkige rensite, En zal tot bevordering hier van den Onderkoopman en factuur houder Frederik Willem Bloeme bij Extract deeses worden gelast zoo als denzelven gelast word, uit kragte deezes, om in„ tusschen zoo accuraat moogelijk, op te gee„ ven, wat de Kooplieden van Nagapat„ nam, geleeverd hebben, op de respective Eijs Eijsschen voor Nederland en Jndië, en den Jaare 1781. /:onderstond:/ Accordeerd /was geteekend/ I:n Obdam, E: g: Clercq: Jb. Oodiin EG: Clercq Accordeerd 966 L=r H. Extract uijt een Mis„ sive door de Cormandelsche regeering Aan Haar Hoog Edel„ heeden de Edele Hooge Jndia„ sche regeering te Batavia gesz: de dato 20. October 1788. — Dat wij van de Agterstallen en schul„ den van het voorig gouvernement, in zoo veel tijds als zedert de te rug gave onzer bezittingen verloopen is, geen berigt hebben kunnen ge„ ven; heeft ons dikwils leet gedaan en voor het billijk misnoegen van uwe Hoog Edel„ heden doen dugten. Wij hadden het onder„ zoek daar van den Adigaar Schuneman opgedraagen, die daar toe in het laast van het Jaar 1785. na Nagapatnam vertrok: dog wat moeite hij ook aanwende om een accuratie Lijst te formeeren van de schade, die de maatschappij geleden heeft bij de overgave van het Hoofd Comptoir hij vond zijne krag„ tigste pogingen vrugteloos, uijt hoofde, onder alle de papieren die daar geborgen waren, en sedert na herwaarts overgebragt zijn, door den geweesen Secretaris Stoffenberg, geene of wijnige doeu„ menten menten te vinden waren, die hem in die zaak zoo veel ligt konde geven als hij noodig had Hij miste onder anderen het groot Cassa boek, en de Nagotie boeken van 17 37/8r. m en 17. 5/8r:n, Waar van de eerste wel begonnen maar niet afgesloten waren; en van de tweede niets, het ligt gezien had. Dit deed hem bij na twijffelen aan den goeden uit„ slag van zijne Commissie, toen den geweesen Secretaris Stoffenberg, gelegenheid kreeg, om van den Heer Cocrane, Engelsch Commissaris te verzoeke en te bekomen de notitien van de restanten waar op de respective Administra„ tien te Nagapatnam overgegeeven zijn aan de Engelschen. § 66. Want het voornamentlijk deeze papieren zijn, waar uijt den Adigaar Scheuneman sederd geformeerd heeft, zijne Calculative aan„ tooning van het geen de E. Compagnie ver„ looven heeft bij de overgave van Nagapatnam /:onderstond:/ Accordeerd / was geteekend/ J:n Obdam, E: G: Clercq. Accordeert Eg: Clercq Dn. Obrank

NL-HaNA_1.04.02_3877_0983 view scan ↗

English

Extract from the Resolutions taken in the Council of Cormandel at Palliacatta on Friday the 26th of December 1788. Next, it having been made known by the Administrator that His Honour, in a report submitted on Ceilon to the Honourable Governor Falk, had made known that the Company merchant of Palliacatta, Donial Wardappa Chittij and associates, still owed the Honourable Company a considerable amount of old po 864, and he had thus until now been held liable for it, but that the said sum, without His Honour's knowledge, had already been paid to the Honourable Company by one of the guarantors, the merchant Joan Daniel Simons, as appears from a receipt written in the hand of Governor van Vlissingen on the deed of suretyship, which deed reads as follows: Insertion No. 1. And since it fully appeared therefrom that no further claim remained, it was accordingly resolved to grant an extract hereof to the aforementioned merchants for their discharge. Below stood: Agreed. Was signed: I:n Obdam, First Sworn Clerk. Agreed. E. g. Clercq J:n Obdam K. 968 Extract from a missive written by the Cormandel Government to Their High Nobilities, the Honourable High Government of the Indies at Batavia, dated 14 March 1789. Paragraph 49. The first signatory, during his presence on Ceilon in the year 1783/4, having made known to the Government there by a submitted report that Company merchant Doual Wardappa Chittij and associates still owed the Honourable Company an amount of p/o 864.-, and this merchant and associates having been held liable for this sum until now, it appeared in our said meeting, from a submitted deed of suretyship of the titular merchant Jan Daniel Simons, inserted in our resolution of 26 December of the past year, and by a receipt signed on that instrument in the hand of Governor van Vlissingen, that the said guarantor Simons had paid this sum. Paragraph 50. Thus, in the hope of Your High Nobilities' esteemed approval, we have declared the frequently mentioned merchant and associates free of the aforementioned debt, and have caused an extract of this our decision to be handed to him. Below stood: Agreed. Was signed: I:n Obdam, First Sworn Clerk. Agreed. E: g. Clercq L: 969 Extract from a missive written by Their High Nobilities, the Honourable High Government of the Indies at Batavia, to Cormandel, dated 31 March 1789. Paragraph 35. Furthermore, for the reasons adduced by you, we can readily overlook that no serious measures have yet been taken for the collection of the outstanding debts of the Nagapatnam Government, but we expect at the same time that upon the return of Nagapatnam by the English, you will then also make the required haste with the settlement thereof, while we also await the outcome of the order given to the invoice-keeper Bloeme to state what the merchants of Nagapatnam delivered on the respective demands for the Netherlands and India in the year 1781. Below stood: Agreed. Was signed: I:n Obdam, First Sworn Clerk. Agreed. E. g. Clercq M: 970 Extract from the Resolutions taken in the Council of Cormandel at Palliacatta on Tuesday the 8th of September 1789. While furthermore the Administrator laid on the table a receipt granted by the former Governor of Nagapatnam, Mr. Reijnier van Vlissingen, to the former Palliacatta merchant Middha Wardarasoe Chittij, dated 15 April 1782, whereby it appears that the said merchant is fully liquidated with the Honourable Company, of which proof it was thought fit to take an authentic copy, and to insert the same herewith, reading as follows: Insertion Below stood: Agreed. Was signed: J:n Obdam, First Sworn Clerk. Agreed. E: g. Clercq J:n Obdam 971 N: Extract from the Resolutions taken in the Council of Cormandel at Palliacatta on Friday the 18th of September in the year 1789. With regard to the remarks made by Their said High Nobilities concerning the arrears of the previous Government about the slow progress that was taking place in that matter, to declare to the very same that, to our regret, we cannot very well accomplish anything therein before we shall have been restored to the possession of Nagapatnam, as we have had the honour to mention more fully in the answered Fatherland Extract of 12 December 1786, paragraph 436, inserted in the latest general report on Ceilon. Below stood: Agreed. Was signed: I:n Obdam, First Sworn Clerk. Agreed. E: g. Clercq J:n Obdam O. 972 Extract from a missive written by the Cormandel Government to Their High Nobilities, the Honourable High Government of the Indies at Batavia, dated 18 October 1789. Paragraph 21: With regard to the remarks made by Your High Nobilities concerning the arrears of the previous Government about the slow progress that is taking place in that matter, it grieves us that we cannot very well accomplish anything therein before we shall have been restored to the possession of Nagapatnam, as we have had the honour to mention more fully in the answered Fatherland Extract of 12 December 1786, paragraph 436, inserted in the latest general report on Ceilon. Below stood: Agreed. Was signed: I:n Obdam, First Sworn Clerk. Agreed. E. g. Clercq J:n Obdam

Dutch transcription

Pra 967 Extract uijt de Resolu¬ tien genoomen in raade van Cormandel te Palliacatta op Vrijdag Den 26. December 1788. Vervolgens door den Heer gezaghebber te kennen gegeeven zijnde, dat zijn E: bij ingedient berigt op„ Ceilon aen den Edele Heer gouverneur Falk bekend gesteld hadde dat den Comp:s koopman van Palliacatta Donial Wardappa Chittij (: C:S:/ aen d' E: Comp: nog een aansienlijk bedraagen van oude po 864. schuldig waaren, en hij dus tot heeden daar voor aenspreeklijk was gehouden, dog dat gem: somma buijten zijn E: weeten, reets aan d' E: Comp: door een den borge, den koopman Joan Daniel Simons was betaald, blijkens quitantie, eijgenhandig door den gouverneur van vlissingen, op de acte van borgtogt ge„ schreeven Luidende deese acte Aldus Insertie N:o 1. En wijl daar uijt ten volle bleek er dus geene pretensie meer overbleef, soo wierd verstaan Extract deeses aan op gem: koopman tot hunne. S: hunne decharge te verleenen /:onderstond:/ /accordeerd /: was geteekend/ I:n Obdam, E. g:Clerc Accordeert Eg Clercq J=n. oodsim 3 fra K. 968 Extract uit een missive door de Cormandelsche Regeering aan haar Hoog Edelheeden de Edele hoo„ ge Jndiasche regeering te Batavia geschreeven de dato 14. Maart 1789. §: 49. Den Eersten teekenaar bij zijn aanweezen op Ceilon in A:o 178¾. aan de Regeering aldaar bij een in„ gedient berigt te kennen hebbende gegeeven dat Comp:s koopman Doual wardappa Chittij / C: S: / aan de E. Comp: nog schuldig waaren een bedraagen van p/o 864. -. en deezen negotiant /C: S:/ tot heeden aanspreekelijk ge„ weest zijnde voor deeze somma, bleek in gem: onse ver„ gadering bij een ingediende acte van Borgtogt van den til:r koopman Jan Daniel Simons, in onse resolutie van den 26. xber A:o P:o geinsereerd, en bij eene quitantie eijgenhandig door den gouverneur van Vlissingen op dat instrument, geteekent, dat gem: borg Simons deese somma betaald had. §50. Soo hebben wij op hoope van uw hoog Edelheedens geeerde, goedkeuring meerm: koopm: C: S: van voorsz: schuld vrij gekent, en aan hem extract van dit ons besluijt ter hand doen stellen /:onderstond:/ acordeerd / was geteekend/ I=n Obdam, E: G: Clercq. — Accordeert E: g. Clercq Barn 2 Pra L: 969 §o 35. Voorts kunnen wij, om de door UE: by gebragte reedenen, wel passeeren dat ter inpalming der uijtstaande schulden, van het Nagap:s gouvernement, nog geene ernstige maat reegulen genoomen zijn, dog verwagten teffens dat UE: bij terug gaave van Nagap=m door de Engelschen, als dan ook de ver„ eijschte spoed, met de vereevening derselver sullen maaken, terwijl wij ook den uijtslag van de gegee„ ren ordre van den factuurhouder Bloeme om op tegeeven, wat de kooplieden van Na„ gap=n geleevert hebben op de, respective eijschen voor Nederland en Jndia, in den Jaare 1781., blijven afwagten. — /onderstond:/ Accordeerd /:was geteekend:/ I:n Obdam, E: g: Clercq. Accordeerd Extract uijt een missive door Haar Hoog Edelheeden de Edele Hooge Indiase Regeering te Batavia na Cormandel ge„ schreeven de dato 31. Maart 1789. — Eg Clercq Sr. Notari ra M: 970 Terwijl voorts den Heer Gezaghebber ter tafel overleijde een quitantie door den geweesen gou„ verneur van Nagapatnam de Heer Reijnier van vlissingen aan den geweesen Palliacat„ taschen koopman Middha Wardarasoe Chittij in dato 15. april 1782. verleend, waar bij blijkt dat gemelden koopman met D' E: Comp: ten vollen geliquideerd is, van welk bewijs men goed vond een authentéeque Copij te neemen, en het zelve bij deesen te inseree„ ren, luijdende aldus — Insertie /onderstond:/ Accordeerd /: was geteekend:/ J„n Obdam, E: G: Clercq:— Accordeerd E: g: Clerq Dingsdag den 8. ' September 1789. Extract uijt de Resolutien genoomen in Raade van Corman„ del te Palliacatta J=r bodam op 971 Gra Vrijdag Den 18:' September A:o 1789 Ten aansien van het geremarqueerde door welm: Haar Hoog Edelheedens omtrend de agterstallen van het voorig Gouvernement over den traagen voortgang die in dat werk plaats hadt, hoogst dezelve te betuijgen, dat men tot ons leedweezen daar in niet wel eerder, iets kan bewerkstelligen, dan na dat wij weeder in het besit van Nagapatnam zullen sijn gesteld, gelijk wij d'eer hebben gehad hier van breeder te melden bij het beantwoord Patri asch Extract van den 12. e december 1786. § 436. geinsereert bij het Jongst generaal verslag over Ceilon /onderstond / accordeerd/ /was geteekend/ I=n Obdam, E:g: Clercq. — Extract uijt de Resolutien genoomen in Raade van Corman¬ del te Palliacatta J oodum E: g: Clever Accordeerd N: O. 972 §. 21: Cra Ten aensien van het geremarqueerde door uw Hoog Ed:s Omtrend de Agterstallen van het voorig gouvernement over den traagen voorgang die in „werk plaats heefd, doet het ons leed dat wij daar in dat niet wel Eerder, iets kunnen bewerkstelligen, dan na dat wij weeder in het besit van Naga„ patnam zullen sijn gesteld, gelijk wij d' Eer hebben gehad hier van breeder te melden bij het beantwoord Patriasch Extract van den 12„e december 1786. §436. geinsereert bij het Jongst generaal verslag over Ceilon. — /:onderstond:/ Accordeerd /was geteekend/ I:n Obdam, E: G: Clercq. — Accordeerd Eg Clercq missive door de Cormandelsche Regeering aan haar Hoog Edel„ heeden de Edele Hooge Indiasche regeering te Batavia geschree„ ven de dato 18. ' October 1789. — Extract uijt een Jn obdein 20

NL-HaNA_1.04.02_3877_1007 view scan ↗

English

973 Section 63. Extract from a letter written by the Coromandel Government to Their High Noble Honours the Noble High Indian Government at Batavia, dated 26 March Anno 1790. Besides this, there also comes before us under this main section the request made by petition from the former Major and head of the militia at Nagapatnam, Iohan Ernst Godlob Hazelman, to have his salary due from the Honourable Company from the year 1767 to 1781 serve to satisfy a certain warrant on the small cash treasury granted by the previous government, amounting to pagodas 4049. 7. 10., charged to his predecessor, the former overseer of works at Nagapatnam, Adam Godlieb Henk, since he is married in community of property with the widow. Beneath stood: Agreed. Was signed: I:n Obdam, Sworn Clerk. Agreed. J: Obdam, Sworn Clerk. 974 Extract from a letter written by the remaining political members of Nagapatnam to Their High Noble Honours, dated 22 November 1783. In order to be able to report with certainty whether the outstanding debts of the merchants, in so far as they concern the advances made to them on the delivery of linens upon the new demand for Anno 1781, correspond with the statement provided by the Governor in his report, we have, in the name and by order of Your High Noble Honours, most emphatically and several times summoned those merchants as well as the private supplier Moeten Chate Appa Poelle to submit their accounts of what they still owed to the Company; however, it appears to us that they have not wished to comply therewith, with the exception of Ankan Patavi Rama Naiker, who delivered a rough account to us, concerning which, however, we have not been able to examine him further, because since then he has kept himself absent under all kinds of pretexts, as have the other merchants and also the interpreter of the Company. However, we shall summon them further thereto in order to be able to provide Your High Noble Honours with full clarification thereof, and in the meantime, so far as is in any way within our power, carefully attend, in accordance with Your High Noble Honours' most venerable order, to the collection of the debts of the merchants on the delivery of linens for Anno 1781, as well as for the debt of Moeten Chate Appa Poelle on the copper contract entered into with him, amounting together, according to the statement of Governor van Vlissingen, to Pagodas 23125. 22. 46. Regarding the 25563 pagodas that were forced upon Governor van Vlissingen for payment, and which, as we have heard, were indeed paid by him at Madras, we have the honour, for the clarification of Your High Noble Honours, respectfully to note that according to the statement of the Trade Transferor Nieboer, the first three items mentioned in the note of the Governor are items that ran as debits in the general treasury, and the satisfaction of which was demanded from His Honour by the conquerors of Nagapatnam, 975 Nagapatnam; namely: The item or debit of the deceased merchant Teermenie Chittij, amounting to Rdo 3432. -. – originates from Japanese bar copper supplied to him in the years 1767 and 1777. The item or debit of Company merchant Ankan Patavi Rama Naeker, amounting to Rdo 13419. -. – derives from merchandise sold to him in Anno 1780. The item of the adigar of the villages, Johannes Scheuneman, amounting to Rdo 5194. -. – originates from pepper and arrack sold to him in Anno 1773. Beneath stood: Agreed. Was signed: I:n Obdam, Sworn Clerk. Agreed. Jn. Obdam, Sworn Clerk. 976 Account of the native Moe- toe Chattea Spoele. R. 1780. In the month of November he received from the Honourable Company 150 bars of Japanese bar copper, costing per bar old ps 89¾, ps 13462. 12. -. And delivered against that: 1781, 15 July: 1 bale common bleached Guineas, length 49½, Corge at old pp: 78. 3. 40. 3 ditto ditto, length 49 Corge at ps 77. 8. 50, 232. 1. 70. 4 ditto ditto, length 48½ Corge at ps 76. 13. 50, 306. 6. 40. 12 ditto ditto, length 48 Corge at ps 75. 18. 60, 909. 9. -. 8 August: 1 ditto ditto, length 49½ Corge at ps 78. 3. 110. 2 ditto ditto, length 49 Corge at ps 77. 8. 50, 154. 17. 20. 4 ditto ditto, length 48½ Corge at ps 76. 13. 50, 306. 6. 40. 24 ditto ditto, length 48 Corge at ps 75. 18. 60, 1818. 18. -. 51 bales, amounting to 3883. 18. 10. Balance remaining: old Rp 9578. 17. 70. Deducting from this what was received by the Right Honourable and stern Governor van Vlissingen: 1000. -. -. Thus this native still remains in debit: pr 8578. 17. 70. Tranquebar, 25 December Anno 1783. Beneath stood: Agreed. Was signed: Jn. Obdam, Sworn Clerk. Agreed. Jn. Obdam, Sworn Clerk.

Dutch transcription

973 §63. Extract uit een missive door de Cormandelsche Reegec„ ring aan Haar Hoog Edelheeden de Edele Hooge Indiasche Regee„ ring te Batavia geschreeven de dato 26. Maart A.o 1790. Dehalven deeze komen ons onder dit Hoofddeel nog voor het bij requeste gedaan ver„ zoek van den geweezen Maijoor, en hoofd der militie te Nagapatnam Iohan Ernst God„ lob Hazelman, om zijne bij d' E: Comp:e te goed staande gagie zedert den Jaare 1767. tot 1781. te doen dienen tot voldoening van zeekere ordon„ nantie op de kleene geld Cassa door het voorig gouvernement verleend, groot pagooden 4049. 7. 10. ten lasten van zijn voorzaad den geweesen op ziender der werken te Nagapatnam Adam Godlieb Henk, vermits bij in gemeenschap van goede„ ren met de weduwe getrouwd is /:onderstond:/ Accordeerd /:was geteekend:/ I:n Obdam, E: g: Clercq Accordeer J: obdum Ey Clercq fra P: - fra 4: 974 Extract uit een mis„ Om met zekerheid te kunnen melden, of de restant Schulden der Kooplieden, voor zo ver, die de verstrekkingen aan hun gedaan op leveran„ cie van Lijwaaten, op den nieuwen Eisch, voor Anno 1781. betreffen, over een stemmen met de opgave van den Heer Gouverneur bij zijn berigt, hebben wij, uit naam en last van uwe Hoog Edelheden, die marchandeurs zo wel als den particuliere leverancier moeten Chate appa Poelle met alle nadruk, diverse maalen aangemaand om hunne reekeningen van het geen zij nog aan de Compagnie schuldig waren in te leveren. dog zij hebben daar aan zo het ons toeschijnt niet willen voldoen uit gezonderd Ankan Patavi Rama Naiker die aan ons een ruwe reke„ ning heeft overgegeeven, dog waar over wij hem niet nader hebben kunnen onder houden uit hoofden hij seedert, onder allerlij voor wendzels, zig absent gehouden heeft, gelijk de andere kooplieden ook den Tolk van de Compag„ sive door de overgebleevene poli„ tique leeden van Nagapatnam, aan Haar Hoog Edelheeden geschreeven de dato 22. No„ vember 1783. — nie 4 nie maar wij zullen hun daar toe nader aan maanen om en uw Hoog Edelheden volkoome elucidatie van te kunnen geven, en intusschen voor zo ver maar eenigzins in ons vermogen is, naar hoog derzelven zeer gevenereerde ordre zorg draa„ gen, voor de impalming der Schulden van de kooplieden op de leverancie der lywaaten voor Anno 1781. mitsgaders voor de Schuld van moeten Chate appa Poelle op het met hem aangegaan kooper Contract, bedraagende te zaamen volgens opgave van den gouverneu van Vlissingen Pagooden 23125. 22. 46. - Belangende de 25563. pagooden; die den Heer Gouverneur van Vlissingen ter betaaling zijn opgedrongen, en die zo wij gehoord hebben, ook werkelijk door hem op Madras zouden betaald zijn, hebben wij de eer tot elucidatie van uwe Hoog Edelheden, met Eerbied te noteeren, dat volgen opgave van den Negotie overdrager Nie„ boer, de drie eerste posten bij de notitie van den Heer Gouverneur vermeld, posten zijn die bij de groote kas debet geloopen hebben, en waar van de voldoening van zijn Ed: gevorderd is, door de overwinnaars van Nagapatnam 975 Nagapatnam; als: De post of debet van den overleeden Koopman Teermenie Chittij Groot R„o 3432. -. – I oorspronkelijk uit aan hem verstrekt Japaansch Staaf kooper in de Jaaren 176 en. De post of debet van Comp: koopman Ankan patavi Rama Nacker. - . Groot . . R/o 13419. –. – Is herkomstig uit aan hem verkogte Koopmanschappen in Anno 1780. - De post van den adigaar der dorpen Johannes Scheuneman monteerende- Groot R/ 5194. -. – Is oorspronkelijk uit aan hem verkogte pepen en arrak in A:o 1773. /onderstond / accordeerd/ /was geteekend/ I:n Obdan, E: g: Clercq. — Accordeerd Jn. Obdiink E:g: Clercq 1777. — an in tm L=ra 976 Reekening van den Inlander Moe„ toe Chattea Spoele. — R. 1780. In de maand November heeft hij van d' E: Comp:e ge„ nooten 150: baaren Japanse staaff koper, kostende ider baar oude - - ps 89¾ p„s 13462. 12. -. En daar en teegen geleeverd. 1781: den 15:' Julij 1. pak Guinees gemeen Gebl:t L 49. ½. 3. d:o d:o L:d 49. Cad. a: p„ 77. 8. 50. -. . -. . „ 232. 1. 70. 4. „ „ „ 48½. „ „ „ 76. 13. 50. . -. . „ 306. 6. 40. 12. „ „ „ 48. – „ „ „ 75. 18. 60 - - - - „ 909. 9. - „ „ 8. Aug:s 1. „ „ „ 49½ „ „ „ —. -. - - - - „ 78: 3. 110. 2. „ „ „ 49. –. „ „ „ 77. 8. 50. - – – – „ 154. 17. 20. 4. „ „ „ 48. ½. „ „ „ 76. 13. 50 – - - – „ 306. 6. 40. 24. „ „ „ 48. –. „ „ „ 75. 18. 60. - . - . „1818. 18. -. 51. pakken - Rest oude - - - - Rp 9578. 17. 70. Waarvan weder de door den welEdele gestrenge Heer Gouverneur van Vlis„ singen: genootene Aftrekkende Zoo blijft hij in lander nog debet - - - pr 8578. 17. 70. Tranquebare Den 25. December A:o 1783. 9n /:Onderstond:/ Accordeerd / was geteekend 3 Accordeerd Obdam, E: G: Clercq. — Jr Obdam C: - - - - - - Oude pp: 78. 3. 40. - - - „ 1000. –. – - - - - - - - „ 3883. 18. 10. Ey Clarcx —

NL-HaNA_1.04.02_3877_1019 view scan ↗

English

977 Account of the former Company merchant Ramalinga Poele. 3 June 16 July 1780. In the month of November he enjoyed from the Honorable Company, Old pagodas 1000. –. – 1781. In the month of January 3000. –. – The 20th of the same month 400. –. –, making 4400. –. – And against this delivered by him, namely: 1781. 9 March: 1 bale of common unbleached Guineas, 2nd sort, length 48 covids, pagodas 76. 19. 20. 1 ditto ditto ditto, 3rd sort, length 49½ covids, pagodas 74. 6. –. 3 ditto ditto ditto, 3rd sort, length 49 covids, at 73 pagodas 12 fanams per bale, pagodas 220. 12. –. 2 ditto, 3rd sort, length 48½ covids, at 72 pagodas 18 fanams per bale, pagodas 145. 12. –. 3 ditto, length 48 covids, at 72 pagodas per bale, pagodas 216. –. –. 1 bleached Sadraspatnam pattern, 2nd sort, length 49 covids, pagodas 93. 19. –. 1 ditto, length 48½ covids, pagodas 92. 20. –. 2 ditto, length 48 covids, at 91 pagodas 21 fanams per bale, pagodas 183. 18. –. 1 ditto, length 48 covids, 3rd sort, pagodas 89. –. –. 1 ditto, length 48 covids, 2nd sort, pagodas 91. 21. –. 1¼ ditto, length 48 covids, 3rd sort, at 89 pagodas per bale, pagodas 155. 18. –. ½ bale of Ternatan bethilles, 2nd sort, at 124 pagodas 3 fanams 40 cash per bale, pagodas 62. 1. 60. 1 bale of common bleached Guineas, 2nd sort, length 48½ covids, pagodas 92. 20. –. 1 ditto ditto, 2nd sort, length 48 covids, pagodas 91. 21. –. 2 ditto ditto, 3rd sort, length 48 covids, at 89 pagodas per bale, pagodas 178. –. –. 1 ditto, broad blue, 3rd sort, length 48 covids, pagodas 101. 22. 14. 2 ditto Salempores, 3rd sort, at 90 pagodas 15 fanams 60 cash per bale, pagodas 181. 7. 40. Total pagodas 2148. 1. 54. 1781. In February: The advance troops of the Nawab Hyder Ali Khan carried off various linens that were with the washers, to an amount of pagodas 1343. 12. 20. Total pagodas 3491. 13. 74. Carried forward. Deducting the lesser from the greater, he still has to account for pagodas 908. 10. 6. Carried forward: pagodas 908. 10. 6. April 6 July 8 August 1780. In the month of November the said merchant entered into a separate contract of 25000 pagodas, but received no more of this than: In the same month: pagodas 5000. –. –. Ditto: pagodas 1336. 12. –. Or together: pagodas 6696. 12. –. Against which was delivered: 1781. 9 March: 2 bales of fine bethilles of 3 covids, at 236 pagodas 22 fanams per bale: pagodas 473. 20. –. 1 bale of fine broad Guineas, 2nd sort: pagodas 125. 5. –. 3 bales of Ternatan bethilles, 2nd sort, at 124 pagodas 3 fanams 40 cash per bale: pagodas 372. 10. 40. 1 bale of broad blue Guineas, length 48 covids: pagodas 101. 22. 14. 1 bale of Salempores, 3rd sort: pagodas 90. 15. 60. 1 bale of Ternatan bethilles, 2nd sort: pagodas 124. 3. 40. 1 bale of fine bethilles of 2 covids: pagodas 236. 22. –. 1 bale of fine bleached Guineas, 2nd sort, length 50 covids: pagodas 140. 13. 40. 1 bale of fine Guineas of 1½ covids broad, 2nd sort: pagodas 125. 5. –. 1 bale of otisaals, 2nd sort: pagodas 143. 23. 20. 2 bales of bleached Salempores of 9 caals, 2nd sort, at 83 pagodas per bale: pagodas 166. –. –. 9 bales of bleached Salempores, 3rd sort, at 81 pagodas per bale: pagodas 729. –. –. 1 bale of coarse bethilles of 3 covids broad, 2nd sort: pagodas 175. 20. –. 1 bale of bleached Salempores of 9 caals, 3rd sort: pagodas 81. –. –. 1 bale of Cambays: pagodas 99. 19. 20. 28 bales of linens amounting to: pagodas 3205. 22. 14. 1781. In March: pagodas 360. –. –. 23 June: pagodas 99. 19. 20. Carried forward: pagodas 3285. 2. 40; pagodas 6696. 12. –; pagodas 908. 10. 6. 978 Brought forward: pagodas 5328. 2. 40; pagodas 6696. 12. –; pagodas 908. 10. 6. The former governor of Coromandel, the Honorable Lord of Vlissingen, took from him, the merchant: pagodas 2000. –. –. The goods that the English took from his house at Nagapatnam and sold amount, according to the annexed note, to: pagodas 924. 9. 75. Paid by him to the English at Madras: pagodas 400. –. –. Total: pagodas 6610. 8. 9. Remaining: pagodas 86. 3. 71. The two items that the oft-mentioned merchant must account for to the Honorable Company amount together to: Old pagodas 994. 13. 77. 908. 10. 6. 86. 3. 71. Tranquebar, 20 December Anno 1783. Below stood: Agreed. Was signed: Jan Obdam, Honorable Sworn Clerk. Agreed. In the same: Honorable Clerk. 979 Note of the goods that the English took from the house of the Company merchant Ramalinga Poele at Nagapatnam, namely: 43½ corges of unfinished spreads or dimities, costing 4⅜ pagodas each corge: pagodas 201. 4. 40. ½ corge of fine Guineas: pagodas 13. 11. 10. 14 pieces of fine Salempores: pagodas 199. 14. 40. 2 corges of brown blue Salempores: pagodas 46. 23. 50. 32 ditto Cambays: pagodas 116. 4. –. 5 ditto fine pinasses: pagodas 132. 14. 65. 3½ ditto common Guineas: pagodas 17. 6. –. 1 ditto bed gingham: pagodas 12. –. –. 1 roll of damask: pagodas 60. –. –. 3 corges of chintz: pagodas 16. –. –. 2 ditto tapestries: pagodas 35. 3. 30. 384 paras of paddy: pagodas 80. –. –. Total: pagodas 924. 9. 75. Tranquebar, 20 December 1783. Below stood: Agreed. Was signed: Jan Obdam, Honorable Sworn Clerk. Agreed. Honorable Clerk.

Dutch transcription

977 Reekening van den geweesene sComp.:s koopman Rama„ „ „. 3. Iunij „ „ 16. Julij linga poele. - 1780. In de maand Novemb: heeft hij van d' E: Comp:e genooten Oude. . . p/o 1000. –. – 1781. „ „ _:o Ianuarij — — „ 400: —. —. sƒ 4400. –. – - - „ - - „ 3000. –. „den 20. . . . _„o — — En daar en tegen door hem geleeverd; als 1781. „ 9 Maart 1. - pak guin:s gem: ruw 2. Z:t lang 48. –. Ca. - - p„ 76. 19. 20. 1. -: „ d:o d:o d:o 3. „ „ 49½. „ - - - „ 74: 6. —. 3. -. „ „ „ „ 3. „ „ 49. –. „ a: het„ pak pag: 73. 12. - - - - „ 220. 12. -. „ 3. L„t lang 48. ½. Ca: a: p/ 72. 18. –. „ 145. 12. -. „ „ „ „ 48. –. „ „ „ 72. –. . . „ 216. –. — „ Gebl„t Sadraspatnamse mons„ ten 2. Z„t lang 49. C: - - - - „ 93. 19. —. 1: -. „ „ lang 48.½. Ca: — - - „ 92. 20. -. 2. -. „ „ „ 48. –. „ 't pak p/ 91. 21. - -. „ 183. 18. -. 1. -. „ „ „ 48. –. „ 3. Zoort - - - - „ 89. —. — 1. -. „ „ „ 48. –. „ 2. „- - - - - „ 91. 21. -. 1¼ „ „ „ 48. –. „ 3. „ â 't pak p„ 89. . . „ 155. 18. - —. ½. „ beth:d Ternatanes 2 „ „ „ „ „ 124. 3. 40„ 62. 1. 60. 1. –. „ Guin:s gem: gebl:t 2. Z:t lang 48½. Ca: - - - „ 92. 20. —. 1. -. „ „ „ 2. zoort lang 48. Ca: - - - - „ 91: 21. —. 2. -. „ „ „ 3. „ „ 48. „ â 't pak pag: 89 - - - - - - - „ 178. —. — 1. –. „ „ br: blaauw 3. Z:t lang 48. C:s - - - „ 101. 22. 14. 2. - . „ Salem p. s „ „ 3. „ a prso 90. 15. 60. . . . „ 181. 7. 40. Teld - - pp2148. 1. 54. 1781: Jn febr: Hebben de voorbenden van den nabab Haijden Alichan diverse lijwaaten, die bij de wassers geweest zijn weggevoerd, tot een bedragen van. . . . „ 1343. 12. 20. „3491. 13. 74. Die Transporteere Het mindere van het meerdere aftrekkende zoo moet hij nog verantwoorden - - - - - - - - - ps 908. 10. 6. 2. –. „ 3. –. „ 2. –. „ L=r S: -- — „ — Per Transport - - - - - - - - pp 908. 10. - „ april. „ „ 6: Julij „ 8. Aug: 1780. In de maand November heeft gemelde marchian deur een appart Contract van pp 25000. aange„ gaan, dog daar van niet meer ontfangen, dan Inde selfde maand - - - p„ 5000. –. –. - - - - „1336. 12. -. off te samen - - - px6696. 12. -. Waar op geleeverd 17818: 9. maart. 2. pakk: be thilles fijne d' 3. Cob. s â: 't pak p/ 236. 22. — - - pp 473. 20. -. 1. „ guin s fijne breede 2. Z:t - - - „ 125. 5. — 3. „ beth: ter natanes 2. Z. t 4: p/ 124. 3. 40. - - - - „ 372. 10. 40. 1. „ guin:s br: bl: lang 48. Ca: - „ 101. 22. 14. 1. „ Salemp:s „ „ 3. Zoort - - „ 90. 15. 60. 1. „ both: ternatanes 2. „ - - - „ 124. 3. 40. 1. „ „ fijne d'2. Cob:s - - - - „ 236. 22. —. 1. „ Guins fyn geblt: 2.' zoort lang 50. Ca: - - - - - „ 140. 13. 40. 1. „ Guinees fijne d' 1½. Cob:s breet 2. Zoort - - - - „ 125. 5. — 1. „ otisaals 2. Z:t - - - „ 143. 23. 20: 2. „ Salemp:s gebl:t de 9 Caal 2. Z„t â: 't pak per/o 83. . . . . . „ 166. —. — 9. „ Salemp:s gebl:t 3. zoort â het pak prp 81. - - - - - - „ 729. —:— 1. „ bethilles groove de 3. cob:s br:t 2. Zoort - - - - „ 175. 20. — 1. „ salemp:s gebl:t de gcaal 3. ' Z:t „ 81. —. — 1. „ Cambaien - - - - - „ 99. 19. 20. „ 99:19. 20. 28. pakk: lijwaaten bedraagende - - p/ 3205. 22. 14. 1781. Jn Maart - - - - - - - - - „ 360. —. — _o - Transporteere 8 ƒ 3285: 2: 40 ƒ696. 12. ƒ 98. 10. 6. „ „ 23. Junij -: — — 1. „ -. 978 Per Transport ƒ ƒ„5328: 2. 4 „ƒ6.1. ƒ 98 8. 6. Den gewesene gouverneur van Corman„ del den Edelen Heer van Vlissingen heeft van hem koopman genoomen - - - - „ 2000. —. — „De goederen die de Engelschen op Nagap=m uit zijn huijs gehaald en verkogt hebben; bedraagen volgens de heer nevens ge„ „ 924. 9. 75. voegde notitie Door hem op Madras aan de Engelschen afgelegd „ 400. —. —. „ 6610. 8. 9. 86. 3. 71. De beijde posten, die dikgerepte koopman aan d' E: maatschappije verantwoorden moet, bedra„ gen te samen - Tranquebar Den 20. ' December A„o 1783= /:onderstond:/ Accordeerd / was geteekend/ I=n Obdam„ E: G: Clercq. — Accordeerd. Jn ootum E: Clercq oude pa/o 994: 13: 77:— 908. 10. 6 E: 8. 10. 6. 979 43. ½. Corg:s Onopgemaakte sprijen of dimitis kostende ider Corgie pr 4 3/8. — - - —. ½. d:o Guinees fijn - - - 14. –. stukk: Salempoeris fijne 2. –. Corg:s Salempoeris bruijn blaauw - - - - „ 46. 23. 50 32. –. d. o Cambaijen — 5. –. „ fijne penassen - 3½. „ guinees gemeene 1: –. „ gingam beddelijk - 1. –. Rol Damast 3. –. Corg:s Chitsen - 2. –. d:o taapies - 384. —. par:s Nelij Tranquebar Den 20. December 1783. — /onderstond/ accordeerd /was geteekend/ I=n Obdam E: G: Clercq: Pn. Oodem Somma p„ 924. 9 75. - - p/ 201. 4. 40. - - „ 13. 11. 10 - - - „ 199. 14. 40. - - - „ 116. 4. - - - - „ 132. 14. 65. - - „ 17. 6. -. - - „ 12. —. — - - „ 60. –. – -- -„ 16. —. — - - - - „ 35. 3. 30„ -- - „ 80. —. — Notitie van de Goederen, die de Engelschee te Nagapatnam uijt het huijs van sComp. s koopman Ramalinga poele gehaald heb„ ben; als: Accordeert Eg Cleren 6 - — — — — — -. - — — -

NL-HaNA_1.04.02_3877_1027 view scan ↗

English

980 Waytelinga Moddeliaar 1781 December 11 Received by him from the Honorable Company — ditto ditto ditto ditto ditto — 1782 January 12 February 6 On account of an invoice of Masulimanie Pandarum - - - 244. 14. 65 From which to be deducted: The amount of the linens delivered by the said merchant according to the notes of the invoice keeper, Mr. Fredrik Willem Bloeme - - - - p 1717. 2. 5 The cost of the paddy taken over by the English at Nagapatnam - - - - - - 0. 13. 53 pagodas 1000. 0. 0 3000. 0. 0 400. 0. 0 Total - - - Pagodas 4644. 14. 65 Account of the former Company's merchant Moetoe Credit T. The proceeds of the goods which the English sold on the occasion that the aforementioned merchant was in Madras - - - - - 1580. 23. 47 The amount paid by him at Madras to the English according to an account rendered by them — 1345. 23. 42 T. Pagodas 4644. 14. 65 The interest on the above-mentioned sum of 1345. 23. 42 from February 10 to July 5 star pagodas 59. 35. 40 The additional interest paid for the remaining days - - - - 23. 9. 40 The court fees of the Council of Justice at Madras - - - 30. 0. 0 The amount paid to the messenger — - 13. 0. 0 Carried forward star pagodas 126. 1/2 pt 64 14 6 4. 4 6 51 Making the said star pagodas The amount paid to the Honorable Governor of Vlissingen on account of the loss sustained by Masulimanie Pandarum - - - - - - - 360. 0. 0 Carried forward star pagodas 126 1/3 4 4 414 with 8 percent agio . . . . . . Star Pagodas 136. 0. 0 The loss at the bleachers on the occasion that the cavalry of Hyder Ali appeared in the Company's villages - - - - 356. 0. 0 5496. 14. 6 Balance, or that which is due to him - - - - 852. 0. 0 Tranquebar, November 30, 1783 Underneath: Agreed / was signed / Jan Obdam, E. G. Clercq. Agreed C. v. Clercq Jan Obdam 64:14 196: 140 52. 0. 0 [illegible] 981 Letter W. Account of the undersigned Company's merchant at Nagapatnam, Goedawartij Goermoertij Chittiaar. 1780 November 30, I received from the Honorable Company . . . . Old pagodas 1000 or Star Pagodas 100. 0. 0 1781 January 3 — - - - 3000 or 3300. 0. 0 March 3 - - 400 or 440. 0. 0 Total carried forward - - - - - 4840. 0. 0 And delivered against this: Various linens according to the notes of the invoice keeper, Mr. Fredrik Willem Bloeme, to an amount of old pagodas 2365. 21. 65 or - - - star pagodas 2602. 1/2. 0 as well as 15 pieces of bunting 17. 1/2. 0 Carried forward pagodas 2620. 0. 0 The linens which were carried off in the year 1781 by the raiding bands of the Nawab Hyder Ali Khan amount to old pagodas 875. 10. 42 or star pagodas 963. 0. 0 The cost of 20 packs containing 3 corges which Mr. Bloeme took from me and gave to the merchant Ramalinga Poele, with the promise to credit them to my account, old pagodas 67. 8 or . . . . . . . 72. 0. 0 The goods which the English took from my house at Nagapatnam and sold cost, according to the attached note - - - 1030. 0. 0 / 2085. 0. 0 / 4705. 0. 0 Deducting the lesser from the greater, I must still account for to the Honorable Company - - - - - - - star pagodas 135. 0. 0 Tranquebar, December 21, Anno 1783. Underneath: Agreed / was signed / Jan Obdam, E. G. Clercq. Agreed E. G. Clercq Jan Obdam 982 Note of the goods which the English took at Nagapatnam from the house of the Company's merchant Goedawartij Goermoertij Chittiaar; namely: Various linens of the Company's assortment to an amount of pagodas 540. 0. 0 10 Bahars of Indigo - - 200. 0. 0 Paddy - - 50. 0. 0 Porcelains - - - 20. 0. 0 Gum - - 25. 0. 0 Some tassels, mattresses, tents, etc., belonging to 2 palanquins - - 50. 0. 0 5 Mirrors - - - 10. 0. 0 3 Rolls of Chinese silk - - 10. 0. 0 Various cloths and other trifles - - - 145. 0. 0 Total pagodas 1050. 0. 0 Underneath: Agreed / was signed / Jan Obdam, E. G. Clercq. Agreed E. G. Clercq Jan Obdam 983 Letter V Debtor Account of the renter Nam For the duties of the villages of Patoer and Boepataraya Param, see the account rendered by the former adigar of the villages, Johannes Schuneman, to the Gentlemen Agents of the captors, pagodas 446. 4. 40 Nagapatnam Lower down: Paid / was signed Even lower: Agreed / was signed 984 Credit Vamer Wengata Kistna Chittiaar Accounted for in cash to the Gentlemen Agents, New Nagapatnam pagodas 485. 5. 4 or - - - - pagodas 446. 4. 40 Anno 1782 February 4 Basil Cochrane, assistant agent for the army Jan Obdam, E. G. Clercq Agreed Jan Obdam E. G. Clercq 985 Letter V Debtor 1779/1780 December January 1779/1780 August 31 To Cash, regarding the balance for the collection of linens on the requisition of Batavia and India - - New pagodas 8500. 0. 0, guilders 38250. 0. 0 Cash for the manufacture of linens . . . . . . . . . . . . . . . . . . New pagodas 68. 4. 29, guilders 306. 16. 8 Cash for the manufacture of linens for the year 1781, see general cash book 1779/1780 - - 1000. 0. 0, guilders 4500. 0. 0 ditto - - - - - - - - - - 3000. 0. 0, guilders 13500. 0. 0 ditto Cash for the collection of linens for the year 1781 for the Cape, according to the general cash book . . . . . . . 400. 0. 0, guilders 1800. 0. 0 Fine imposed according to the Council's resolution of December 11, 1780, for the arrears incurred by the renter Mazulimanie Pandarum through the actions of the inhabitants, 244. 14. 65, guilders 1100. 15. 0 Nagapatnam pagodas 13202. 19. 14, guilders 59457. 11. 8 Brought down the above-mentioned balance of New Nagapatnam pagodas 937. 19. 25, which amount at the rate of 108 for 100 star pagodas to 861. 40. 0 Interest thereon from February 10 to July 12, being 5 months and 2 days, at 12 percent - - - - - - - - - - - - - - - - 43. 24. 0 Madras star pagodas 904. 20. 0 Current with Arthur Cuthbert, Basil The 12 Madras Signed / Jan Obdam, E. G. Clercq Namber Wengata Kistna Nagapatnam ditto February

Dutch transcription

980 Waytelinga Moddeliaar 1. den 11. decemb: Door hem van d' E: komp:e genooten — d:o „ „ d:o d:o d:o — 82. „ 12. Jann: „ 6. febr: Wegens een reekening van Masulimanie pandarum - - - „ 244. 14. 65. Waar van detra heere Het bedragen der door gemelde koopman geleverde Lijwaaten volgens aantekening van den factuur houder de Heer Fredrik Willem Bloeme - - - - p„ 1717. 2. 5. Het kostende van de door de Engelsen te Nagapatnam Het provenue der goederen die de Engelschen verkogt hebben ter gelegendheid dat meer„ melde Marchiandeur zig te Madras bevond - - - - - „ 1580. 23. 47. Het door hem betaalde te Madras aan de Engelschen volgens een door haar -. „ 1345„ 23. 42. — overgegevene reekening — Pr T. Pag: 4644. 14. 65. De Jntrest penningen op bovengem: bedragen van perp: 1345: 23. 42. 't zedert den 10. febr: tot 5. Julij strpf: 59. 35. 40. De nog nader betaalde Jntrest voor de overige dagen - - - - „ 23. 9. 40. De ongelden van den Raad van Justitie te Madras – - - „ 30. –. –. Het betaalde aan de boode — - „ 13. —. — Transporteere str: - Ppo: 126. ½ pt 64 14 6 4. 4 6 51. overgenomene Nelij - - - - - - „—. 13. 53. - - pag:a 1000. –. – - - „ 3000: —. – - - - „ 400. –. – Teld - - - Pag:o 4644. 14. 65. Reekening van den geweesene Comp:s koopman Moetoe Cra r T. „ „ „ „ „ „ — — Maakende gemelde ster pago den Het betaalde aan den Edelen Heer Gouverneur van Vlissingen wegens het verlies dat Masu„ limanie Pandarum ge„ Per Transport str: P po: 126 /3 4 4 414 met 8. p=r C:to op geld. . . . . . P. s „ 136. –. – kreegen heeft - - - - - - - „ „ 360. -. - Het verloorene bij de wassers ter gelegendheid dat de ruijters van Haijden Alij in sComp:s dorpen verscheenen zijn - - - - „ „ 356. —. — „5496. 14. 6 Rest, of 't geen hem Competeerd - - - - R/o 852. –. – Tranquebar Den 30. November 1783 /:onderstond:) Accordeerd / was geteekend/ I„n Obdam, E: G: Clercq. — Accordeert C: v:Clercq Jn. obdum 64:14 196: 140 52. -. - Clleng 981 Lra W. Reekening van den ondergeteekende sComp:s Koopman te Nagapatnam Goedawartij Goermoertij Chittiaar. 1780. den 30. 9ber:, Heb ik van d' E: Comp:e genooten. . . . . Oude pr/o 1000. of P: st: 100. –. – - - „ „ 3000. „ „ „ 3300. –. – 781. „ 3. Januarij — - - - „ „ 400. „ „ „ 440. –. – Teld port: - - - - - „4840. —. — „ 3. Maart En daar en teegen geleeverd Verscheijde Lijwaaten volgens aanteekening van den factuur houder den heer Fredrik Willem Bloeme tot een bedragen van oude pag: 2365. 21: 65. of - - - p:s pr/o 2602. ½. - zoo meede 15. –. p:s vlaggedoeken „ 17. ½. –. Ports:e pro 2620. –. — De lijwaaten, die in A:o 1781, door de roofbenden van den nabab Haijder alichan weggevoerd zijn bedragen oude pro 875. 10: 42. of Po pr 963. –. —. Het kostende van /20. pak beth:d de 3. Cob:s dewelke den Heer Bloeme, van mij geno„ men en aan den koopman Ramalinga poele gegeeven heeft, met belofte deselve ten mijnen voordeele te zullen bren„ gen, oude pagoden 67. 8. of . . . . . . . „ „ 72. —. — De Goederen die de Engelschen op Nagap=m uijt mijn huijs gehaald, en verkogt hebben, kosten volgens de hier bij gevoegde notitie - - - „ „1030. —. „ „ 2085. –. – „ „4705. –. – Het mindere van het meerdere aftrekkende, zoo moet ik nog aan d' E: Comp:e verantwoorden - - - - - - - p=s - p„/ 135. —. — Tranquebar Den 21: December Anno 1783. — /onderstond/ acordeerd / was geteekend/ I=n Obdam, E: G: Clercq. Accordeerd E: g: Cercq — Pr Ootan 982 Diverse lijwaaten Comp:s zorteering tot een bedragen van pr „ 540. —. — - - „ 200. –. — 10. –. Baaren Jndigo - -„ 50. –. – Nelij - - - - „ 20. –. – porcelijnen - - - - „ 25. —. — Gom Eenige quasten, bulsakken, tenten Etc:a, die tot 2. -- „ 50. –. — palenquins gehooren - - - „ 10. —. — - 5. –. Spiegels - - „ 10. –. – 3. - Rollen Chineese zijde - - Diverse kleeden, en andere kleenigheeden - - - „ 145. -. –. Teld. pag: 1050. –. — Onderstond/ accordeerd /was geteekend/ I:n Obdam, E: G: Clercq. — 66 Ee. Clerq Notitie van de goederen, die de Engel„ schen te Nagapatnam uijt het huijs van sComp:s koopman Goedawartij goermoertij Chittiaar gehaald hebben; als: — Accordeerd Dn. obdeink — — - — 983 Sra V Lr Reekening van den pagter Nam Voor de geregtigheyd van de dorpen Patoer en Boepataraya Param vide over„ gegeevene reekening van den geweesene adigaar der dorpen Iohannes Schuneman aan de Heeren Agenten van de verroveraars pp 446. 4. 40 Nagapatnam De /:lager / voldaan / was geteekend /nog lager/ Accordeerd / was geteeked Debet 984 Vamer Wengata kistna Chittiaar Aan Contant verantwoord Aan de Heeren Agen„ ten p: N: pag: 485. 5. 4. of - - -- Anno 1782. 4 februarij Basil Cochrane adjunct agent voor de armee I=n Obdam, E: g: Clercq: — Accordeerd Sn. obdenu E: g: Clarcq p7: 446. 4. 40= Credit e - g 985 L= V: r Debet 17 9/41 decemb: Jann: 177 7/10 Aug:s ult:o Aan Cassa over het ablang de tot den in„ saam van Lijwaaten op den eijsk: van Batavia en India - - N:o pr:o 8500. —. —. ƒ 38250. Cassa tot 't vervaardigen van Lijwaa„ ten . . . . . . . . . . . . . . . . . . N. . . „ 68. 4. 29. „ 306. 16. 8. cassa tot het vervaardigen van Lijwaaten voor den Jaare 1701. vide groote cassaboek 17 39/80 - - „. „ 1000. –. –. „ 4500. –. — „ 3089. –. – „ 13500 –. AdJudem - - - - - - - - - - „ „ Cassa tot den insaam van Lywaat ten voor den Iaare 1781. voor de Caab. volgens groot Cassuboek. . . . . . . „ „ 400. –. –. „ 1800. – –. –. Boete opgelegd volgens raads besluit van den 11. december 1780 voor het Pagter geene den Mazulimanie Ean„ darum ten agteren, geraakt is door de uijtwerking der in woners „ 244. 14. 65 „ 1100. 15. - Nag: prgooden 13202. 19. 14. ƒ59457. 11. 8. Neder gebragt de boven gem: balanc van N: Nagap:m pag 937. 119. 25, welke uijtmaa„ ken tegens 108. voor 100 sterre pagooden Jntrest daar op van den 10 febr: tot den 12 Ju„ lij, zijnde 5 maanden, 2 dagen, tegens Madrast ster pagooden 904. 20. –. Den 12 Madrast teekend / Jan Obdam E G Clerc 12 ten hondert - - - - - - - - - - - - - - - - „ 43: 24. —.— pC:o 861. 40. -. Courant met Arthur Cuthbert, Basil Namber Wengala kist Nagda d:o febr:

NL-HaNA_1.04.02_3877_1045 view scan ↗

English

986 Credit Agreed a Chittij in Condapilie Chittij their account Cochrane and Alexander Brodie agents for the victors Nagapatnam 1710 August per Diverse Piece-goods delivered to the Company vide Journal N=o prC:o 8568. 4. 20 ƒ38556 16. –. –.. „ Diverse Ditto „ „ 3588. 18. 16. „16149. 11. –. —. „ Paddy Note: by Mr Cochrane taken by force out of my house and sold for I: N: pagodas 129. 10. 25. „. „ 117. 16. -. „ 529. 10. -. „ Ditto 3 measures for 1 fanam „ „ —. 8. 53„ 1. 12. 8. „ Balance „ 937. 19. 25 „ 4228. 2. -. Nagapatnam pr/o 13212. 19. 14. ƒ 59457. 11. 8. Anno 1782—. subscribed agreed / was signed G Clerc July Ootam 8 9 No. 9 Checked E: D Vries. 987 Batavia To His Excellency. Honourable Lord. Right Honourable Great Mr Willem Arnold Alting Governor General on behalf of the State and its General East India Company, Together with The Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies Right Honourable Mighty Lords. We may not conceal from Your Right Honours that, since the drafting of our common general missive dated the last day of February continued until the 21st of this month, it was consequently entirely impossible to get the same, together with the copies of the Resolutions of that and the preceding month of January, the secret letter with its annex, likewise the separate one with all the related papers regarding the Commission to the first-signatory, ready earlier than now, and thus to dispatch both today, together with this one, overland to Nagapatnam, in order, according to the advance order given for the readiness of the catamaran, to be sent immediately to Jaffanapatnam and from there, according to the convenience and circumstances of the time, further overland, or through the strait of 988 strait of Manaar with the catamaran itself, to Colombo. Since, or during the course of this month, some reports have been received from the factory of Jaggernaikpoeram, namely a letter from the former Commissioners Heshusius and Schliephaken dated the 14th and one from the present chiefs Eilbracht and van Hogendorp dated the 20th of the preceding month of February, the substance of the matters contained therein serving to amplify that which has been treated under its proper main heads in our aforesaid general letter, we take the liberty of respectfully appending these duplicates, with a copy of our rescript dispatched to the latter, dated the 8th of this month, after the consultation held on the matter the day before, which we could not possibly have prepared in time to be dispatched now. The most notable part of it has its relation to the piece-goods collection and the persons proposed to us by the said chiefs, with whom they believed they could and desired to enter into the Contract for the required piece-goods upon the European and Indian Indents for 1791, namely with those of the Jaggernaikpoeram merchants who are not in debt and two of the Masulipatnam ones, of whom the one had no debts and the other no debit of consequence, and that, with good hope, at the old unraised prices and the ordinary condition of 1/4 in cash and 3/4 in merchandise, 989 to be supplied according to our order in three instalments, each of one-third part of the whole, each time in proportion to the delivery. 4. Concerning this and the accompanying declaration of the chiefs that it was hard for the rest of the Masulipatnam merchants to be excluded from a part of the supply which, upon their arrival at Jaggernaikpoeram, had been promised to remain theirs in the long run, but that it would be an even harder matter for the Company to continue to support persons so deficient in fulfilling their obligations, we have indicated our expectation that, in this matter, everything would be done to bring the affairs of the factory onto such a footing that trade can be conducted and continued with tranquility, for which it was required in the first place to calm the unsettled minds of the merchants and to bring them into such terms that they may serve the Company with fidelity and profit, and also keep themselves free from damage, as was the true and real object of the repeated, detailed recommendations made to the aforementioned Commissioners, etc.; it being understood that the Company cannot deal with persons who, like the bulk of the Masulipatnam merchants, show through fraud or other bad practices that they are not to be trusted; with such further applicable admonitions added thereto as we believe 990 to be consistent with justice and fairness, and therefore, as we hope, will also meet with Your Right Honours' highly desired approval, and especially with regard to the cunning Tieroewengalam and other ringleaders of his faction in the disastrous affair of last year, concerning whom and the state of others, also of the Jaggernaikpoeram merchants, etc., the aforementioned letter of the former Commissioners contains a description, following our requisition, which with regard to Tieroewengalam and associates currently has little or nothing to signify, and to that extent was also not to be expected otherwise from persons such as the Commissioners, showing in every respect to be one-sided and with this faction, of

Dutch transcription

986 Credit Accorteerd a chittij in Conda pilie Chittij hunne reekening ochrane en Alexander Brodier agenten voor de overwinnaars Nagatnam 1710 Aug: per Diverse Lijwaaten geleeverd aan de Comp vide Journaal - - - - - - - - N=o prC:o 8568. 4. 20 ƒ38556 16. –. –.. „ Diverse Jdem - - - - - - - - - „ „ 3588. 18. 16. „16149. 11. –. —. „ Nelij NB: door de heer Cochrane per force uijt mijn huijs genoomen en verkogt voor I: N: pagooden 129. 10. 25. - - - - - - - - „. „ 117. 16. -. „ „ Jaem 3 maten voor 1 f=m - - - - - - - „ „ —. 8. 53„ „ Balance - - - - - - - - - - - „ 529. 10. -. 1. 12. 8. „ 937. 19. 25 „ 4228. 2. -. Nagapatnam se - - - - pr/o 13212. 19. 14. ƒ 59457. 11. 8. Anno 1 782—. onderstond accordeerd / was ge„ 16 15. 57. 11. 8.— 61. 40. 43:24. —.— 420. — 2 G Clerc Julij n Ootam 8 9 N. 9 Nagezien E: D Vries. 987 Batavia Aen Sijno Edelheijd. even Heer. Hoog Edelen Groot M=r Willem Arnod Alting Van weegens den staet en Haere Alge„ „eent Oost Indische Compagnie Gou„ Nog verneur Generaal, Nevens Den WelEdele Heeren Raeden van Nederlands Jndia Hoogedele Wijdgebiedende Heeren. Wij mogen voor u Hoog Edelheeden niet verbergen dat, daer het met de instelling van onze gemeene ge„ nerale nerale missive onder ultimo februarij tot den 21: deezer toe heeft aengeloo pen, het gevolgelijk volstrekt onme„ gelijk geweest is om dezelve nee„ „vens de copij Resolutien van die en de voorgaande maend January de secreete brief met dies bij lage item de aparte met alle de daer toe behoorende papieren raeken„ de de Commissie op den orstge„ teekenden, eer als thans, in ge„ reetheit te krijgen en het een en ander overzulks heeden neevens deeze, overland, naer Nagapat nam te verzenden, om na de in voorraed, gestelde ordre ter gereethouding van de kattemarau onmiddelijk naer Jaffanapat„ nam en van daer, na de gele¬ gentheijt en omstanden des tijds verderoverland, of door de engte van 988 engte van Manaer met de katte„ maran zelve, naer kolombo te wor„ den voortgeschikt.- Seedert, ofte geduurende den loop van deeze maend zijnde ontvangen eenige berichten van het kantoor Jaggernaikpoeram, te weeten een brief van de geweeze Gecommit¬ teerden Heshusius en Schliepha„ ken in dato 14:e en een van de tegen¬ woordige opperhoofden Eilbracht en van Hogendorp in dato 20:e der voorgaende maend februarij, strek¬ kende sommine daer bij vervatte zaeken tot ampliatie van het geen onder haere eigenlijke hoofddeelen verhandelt is bij onze voorsz gene„ rale brief, zoo neemen we de vrij„ heijt van de wedergaden, deeze in eerbiet bij te voegen, met Copij van onze op de laeste afgevaerdigde rescriptie ar d ar ilager aer „ ge„ ge¬ 12. te g rescriptie de dato 8 deezer, na de daer over daegst te vooren gehoe den besoigne, die we onmogelijk ge reed hebben konnen maeken om n te konnen worden verzonden— Het aenmerkelijkste daer van heeft 3 zijne betrekking tot den Lijwaet in„ zaem en de ons door gem: opperhoof„ den voorgestelde Lieden waarmeede zij vermeenden zich te konen en ge geeren tot het aengaen van het Con„ tract tot de benodigde lijwaeten op de Europische en Indische Eijsschen voor 1791. , te weeten met die der Iaggernaikpoeramsche kooplieden welke niet debet staen en twee der Mazulipatnamsche waer van de eene geen schulden en de andere geen debet van belang had, en dat, met goede hoop, teegen de oude onverhoogde prij„ zen en de ordinaire Conditie van ¼. kontant en ¾. in koopmanschappen te 989 te verstrekken na onze ordre in drie termijnen, ieder van een derde ge¬ deelte van het geheel, ieder keer, na maete der voldoening „ 4. Over dit en de daer bij gevoegde betuiging der opperhoofden dat het voor de rest der Mazulipat„ namsche kooplieden hart was om uitgeslooten te worden uit een ge„ deelte der Leverancie die hen bij hunne overkomst naer Iagger„ naikpoeram belooft was, op den duur, te zullen blijven be„ houden, maer dat het voor de Comp:e een noch veel harder zaek zoude zijn, te blijven pieeren Lie„ den zoo gebrekkig in de nakoming van hunne verbintenissen, hebben we te kennen gegeeven onze ver„ wachting hoe, in deezen, alles zou„ de worden aengewent om de zae„ ken van het kantoor te brengen op de 94 eene het goede prij pen op dien voet, dat den Handel met gerustheijt gedreeven en voortgeze kan worden, waer toe in de eerste plaets wierd vereischt om de ont„ stelde gemoederen der kooplieden tot bedaeven in ze in die termen te brengen dat zij de Compagnie met trou en voordeel bedienenen zich zelve ook buiten schade hou„ den konnen, als het waere enci„ genlijke oogmerke van de iterate„ ve breedvoerig gedaene recom„ mandatien aen de voorm Gecon¬ mitteerden ensz; van zelfs spree kende dat de Comp:e niet kan handelen met lieden die gelijk het gros der Mazulipatnamse kooplieden, door bedrog, of ander slegte streeken toonen niet te ver„ trouwen te zijn met zoodaenige ver„ der daer bij gevoegde applicabele vermaningen als we vermeenen dat 990 dat met gerechtigheijt en billijkheit overeenkomstig en overzulks, zoo wij hoopen, ook zullen zijn van uwer Hoog Edelheeden zeer gedesi„ dereerde approbatie, en wel voor„ naemelijk in opzicht van den ge„ raffineerden Tieroewen galam en verdere voervinken van zijn aenhang in het funeste geval van Anno passato, van dewelke en de staet van andere ook der Iagger„ naikpoeramsche kooplieden etca, de voorm: brief der geweezen Gecomm: na ons gedaen requisit een descrip„ tie komt in te houden, dat ten aen„ „zien van Tieroewengalam C: s: al„ thans weinig of niets heeft te beduijden en in zoo verre, ook niet anders, was te verwachten van lieden als de Gecommitteerden in allen opzicht toonende een„ zeijdig en met deeze factie, van Halms ree k e le eenen t

NL-HaNA_1.04.02_3877_1054 view scan ↗

English

disposed to be; at least the engagement of the new chiefs, if it were to go through, would be with people who were excluded by the Commissioners and made known by name in the letter of 20 February, instead of whom the Commissioners seem to have wanted to engage again with that suspect son-in-law and brother-in-law of this famous Triewengalam, notwithstanding that they are still 4600 pagodas in arrears, ostensibly presenting the said Triewengalam as guarantor, whose finances are even known to be heavily declining, both through his ambitious and prodigal enterprises, possessing a considerable degree of arrogance, and besides, his family does not belong to the Company's territory, but inhabits foreign land; and concerning the present chiefs, they believe with good reason that they must avoid anything that, through mutual discord and far-reaching animosities, could give cause to make the Company, just as last year, the suffering party once again, and regarding which we have recommended to be on guard against both factions, so that by such dangerous subjects, sometimes out of revenge for one or the other party, the Company's affairs might not be seen undermined with plots and machinations against those who currently constitute the government of Coromandel, by eluding and frustrating their measures, against which, as long as matters remain on the present footing with the disgruntled, one can hardly be suspicious enough, not to mention when to this is added the complaint about a suspicious, too far-reaching, improper correspondence, as was communicated from Jaggernaikpoeram in the enclosed extract of the 14th of this month, whereupon, after the dispatch of this letter, we shall issue an order to stop that evil as much as possible. 85. We have meanwhile conformed with the intention of the chiefs, in case the contract cannot be obtained satisfactorily and the obstacles that continuously stand against it cannot be cleared out of the way, to try to obtain the respective assortments by open market purchase against partial payment in cash and partially in merchandise, provided that no goods shall be accepted other than those that are acceptable in quality and correspond in length and breadth with the requisites of the demand, as being infinitely preferable provided one is assured of being able to obtain the necessities, because so much depended on the fulfillment of the demands that one cannot be serious enough in holding that before them. We hope that this may have the good fortune to earn Your Noble Excellencies' approval, as well as that which we have written in reply to the representation of the employees that for the execution of either, relief, especially in money and in merchandise; possibly more nutmegs and mace would be needed than the ordinary allocation. The remaining part of the aforesaid letter from Jaggernaikpoeram of 20 February and two minutes sent along with it of the meetings of the employees dated 2 and 8 February, revolves around the accounting of the office as of the end of January and that which was found regarding it to be of note and singular reflection, such as the apparent reticence of the retired Commissioners, the highly probable if not completely certain fraud with the construction of the new warehouse and the mint; item the unnecessariness that seems to have existed to erect such an expensive warehouse; further, the Commissioners' doubtful answer concerning the expense for the construction of a new bastion and flagpole in 1788; how the matter stands with the security provided for the arrears; the dubious admission of the second-in-command van Sameren, although suspended from duty, into the warehouses, and allowing him to act as he pleased both in that administration and with the minting of dabboes; item regarding the leased domains and that for the last 6 months of this book year they would remain on the footing as they are; on all of which matters our remarks are too extensive to transcribe here, wherefore we respectfully refer regarding both to the letter of 20 February aforementioned, and our reply. 47. Until now our sloops have not returned from Jaffanapatnam, and we, having been informed that they had to cruise there or elsewhere around Ceylon against the Kandians, have addressed ourselves concerning this by letters of the 19th of this month to the employees at Jaffanapatnam and declared that the detrimental consequences of such a disposition over our vessels, which are most highly needed here, would remain for the account and responsibility of the one who had given orders concerning this in such a manner, to our inconvenience and embarrassment: for as to how we shall manage with the collection of bales from the subordinate offices, and especially if at Sadras and Porto Novo, as we hope, matters also commence shortly, we testify to be in great anxiety, although we shall do everything to overcome this trouble. We persist with respect and fidelity to be, /:below stood:/ High and Mighty, Commanding Lords! Your Noble Excellencies' humble and very obedient servants /:was signed:/ Jacob Eilbracht, J: D: Simons, J: S: De Raeff, J: Winkelmans, F: W: Bloeme, and J: J: Hasz. /:In the margin:/ Paleacatte in Fort Geldria, the last of March 1791. /:Lower:/ P.S. We also take the liberty to attach hereto a petition presented to Your Noble Excellencies by the suspended Fiscal Brouwer. We also take the liberty, Your Noble Excellencies

Dutch transcription

Halms gezind te zijn; althans het engagement van de nieuwe opper„ hoofden indien het quam door te gaen zou zijn met lieden welke door de Gecommitteerden geseclu„ deert en bij de brief van 20e febru„ arij nominatum bekent gestelt zijn in steede van dewelke, de Gecom„ mitteerden het weeder schijnen te hebben willen aenleggen met die suspecte schoonzoon en Zwager van deeze fameuse Triewengalam niet teegenstaende zij noch 4600. pagooden ten agteren zijn, quas als Borg bekend stellende gem: Triewengalam, wiens financien men zelfs bekent, sterk te vermin„ =deren, zoo door zijne ambitiense als prodogale onderneemingen een talmelijke graed van hoog„ moed bezittende en neven gem zijn familie niet behoorende tot sComp:s 991 s Comp:s territoir, maer vreemd grond ^welke gebiet bewoonende, en omtrent de tegenwoordige opperhoofden met goed fundament vermeenen alles te moeten vermeiden wat door on„ derlinge tweefpalt, en verregaen„ de animositeijten, aenlieding zou„ de konnen geeven om de Compag„ nie even als voorleeden Jaer, we„ der de lijdende partij te doen wor„ den, en waeromtrent wij, nopens beide factien aenbevalen hebben„ op hoede te zijn, om door zulke gevaerlijke subjecten; som wijl uit revenge voor des eenen of anderen partij 'sComp:s zaeken niet onder„ meint te zien met aenslagen en kuiperijen tegende zulken als thans het Regeering gesteld van Cormandel uitmaeken, met haere maetregelen te eludeeren en te frus„ treeren waerop men, zoo lange de zijn 0 m in te n „ de gevallen met de misnoeg de blijven op den tegenwoordigen vol nauwelijks genoeg verdacht zijn, gezwijge wanneer noch da bij komt, de klachte over eene bed Z kelijke te verre gaende ongeoord de Carrespondentie, gelijk uijtwa 3 zens bijleggende Extract den 14=e d zer van Iaggernaik poeram is bedeelt geworden, waerop we n de depeche deezes, eene ordre den z te stellen om dat quaet zoo veel ma gelijk te sluiten. 85. Wij hebben intusschen ons gecon formeert met de intensie der op„ perhoofden om zoo het Contract niet na genoegen is te verkrijgen en dat de obstaculen, die geduu¬ rig daer teegen overstaen, niet uit den weg te ruimen zijn als dan de respective sortementen door opkoop te 992 99 gecon te zien machtig te worden teegens gedeeltelijke betaeling in contant en gedeeltelijk in koopmanschappen wel verstaende dat er geene goederen zullen worden aengenoomen dan de zulken als in deugd acceptabel en in lengte en breed te overeenkoms„ tig zijn met de requisiten van den Eisch, als oneindig preferabel d mits verzeekert zijnde van het benodigden te konnen bemachtigen, wijl aen de voldoening der Eisschen zoo veel lag geleegen, dat men daer„ omtrent niet serieus genoeg kan zijn van haer dat voortehouden. wij hoopen dat dit zoo weltgeluk mag hebben u Hoog Edelheeden approba tie te verdienen, als het geen wij hebben gerescribeert op de vertooning der bedienden dat tot de uitvoering van het een of ander, ontzet, voor al a9d 00 h dit bed twe 14 e & 2 m no n op„ traet gen n de opkoop 116 voor al in geld en in koopmansch pen; des moogelijk meer Nooten en foeli dan de ordinaire toe de ling quamen te benodigen. — Het overige gedeelte van voorsz Iaggernaikpoeramsche brief va 20. februarij en twee daer neeve overgezondene Notulen van der bediendenden bij een komsten in datis 2:e en 8. februarij, rouleert ov de verantwoording van het kan„ toor onder ultimo Ianuarij en het geen derwegen bevonden is van aenmerking en zonderlinge reflezie te zijn, als voorkoomende agterhoudenheijteijt van de afge„ ƒ gaene Gecommitteerden, het ten hoogsten waerschijnelijk zoo niet volkomen zeeker bedrog met den opbou van het nieuwe Pakhuis en 953 en de Munt, item de onnoodzaeke lijkheijt welke 'er schijnt geweest te zijn om een zoodaenige kostbaer, Pack huis op te haelen, voorts der Gecom„ mitteerden twijffelachtig antwoord op het bekostigde voor den opbouw van een nieuwe punt en vlaggemast in 1788. hoe het gelegen is met de gestelde zeeekerheijt voor de Agter„ stallen, de bedenkelijke toelaeting van den secunde van Sameren schoon buiten functie gestelt in de Pakhuizen, en hem na wel gevallen te laeten begaen zoo in die administratie als met de munterij van dabboes; item aen„ gaende de verpachte Domeinen 6/5 en dat voor de laeste /m: van dit boekjaar zouden blijven op dien voet als ze zijn; op alle wel„ ke zaeken onze aenmerkingen te sch de 1 voors 14 v s te weedvoerig zijn om ze, alhier ove te schrijven, weshalven we ons wegen het één en ander aen de brief van 20 februarij miermelt, en ons ant„ woord in eerbiet refereeren. 47. Tot nu toe onze sloepen van Jaffa„ napatnam niet geretouneert en wij onderricht zijnde dat ze aldaar of elders omstreeks Ceilon moeste kruissen op de kandianen, hebbe„ we ons daer over bij brieven van 3 den 19. e hujes aen de Bedienden te Iaffanapatnam geaddresseert en verklaert, dat de nadeelige gevo gen van eene dus daenige dispositie over onze alhier ten hoogsten benodig„ de vaertuigen, zoude blijven voor ree„ kening en verantwoording van den geen die daer over, tot ons ongerief en ongeleegenheijt, op een dusdaenige weize ordres hadde gegeeven: want hoe we het stellen zullen met het af haelen 994 „haelen van Pakken van de onderhoorige kantooren, en inzonderheidt zoo te sadraf in Portonovo, gelijk we hoopen, de zal„ ken eerlange ook een aenvang neemen betuigen we zeer in bekommering te zijn schoon we alles zullen aenwenden om dit quaes te boven te komen. — Wij volharden met eerbied en trau„ te zijn. /:onderstond:/ Hoog Edelewijd gebiedende Heeren! uwer Hoog Edel Hee„ den onderdanige en zeer gehoorzaeme Dienaaren /:was Geteekend:/ Iacob Eil„ bracht. I: D: Simons I: S: De Raeff:I I: Winkelmans: F: w: Bloeme: en I: I: Hasz: /: Inmargine:/ Palleakatta in 't fort Geldria ultimo maart 1791. /:Lager/ P: S: Noch neemen we de vrij„ heijt een door den gesuspendeerden Tis„ caal Brouwer aan u Hoog Edelhee„ den gepresenteert Request hier nee„ vens te voegen. Ook neemen we de vrijheijd u Hoog Edelheeden ov a„ te be tie ig ree„ en t hetaf het

NL-HaNA_1.04.02_3877_1062 view scan ↗

English

Their Excellencies request a decision on several points appearing in the Resolution of the ultimate of February relative to the General Transport. Agreed Jn. Obbrink First Clerk Examined E. D. Vries. 995 Further register of such papers as are dispatched on this day to His High Excellency, the High Noble, Great and Respected Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General on behalf of the State and its General East India Company, together with the Right Honorable Lords Councilors of the Dutch Indies at Batavia, by the Senior Merchant and Commander of this Coast, Mr. Jacob Eilbracht, and the Council at Palliacatta, along with the general rescription via Ceylon, namely: Letter A: Original general missive by and to the persons mentioned in the heading of this document, addressed under today's date. B: Copy of a letter from the Jaggenaijkpoeram deputies addressed to this Government. C: Duplicate letter from the new Jaggennaikperam chiefs to the same, dispatched 20 February last, annex original minutes of the meeting held at that office under dates of 2 and 8 February, addressed on the date of 14 February last. D: Copy of a letter dispatched thither to the new chiefs on the 8th of this month. E: Extract of a letter from the said Jaggennaijkpoeram chiefs written to this Government on the 14th of this month concerning private correspondence. F: Copy of a letter addressed by this Government to the Merchant, Commandeur, and Council at Jaffanapatnam on the 19th of this month concerning the detention of Company sloops there. G: Copy of answered Fatherland Pay Office Extract, 996 dated Amsterdam, 30 October 1789. H: Request of the former Fiscal and Pay Bookkeeper Broerius Brouwer, dedicated to Their High Excellencies, tending to account for his deficit in the Orphan Chamber treasury and requesting restoration of rank and salary. I: Copy of a missive addressed by the Lord Commander and Council here to the Right Noble, High and Respected Lords Directors at the Presidial Chamber of Amsterdam, dated the 24th of this month. Palliacatta, in Fort Geldria, the ultimate of March 1791. Signed: I. Obdam, First Clerk. Annex: Copy register of the papers forwarded therewith. Agreed J. Obdam First Clerk No. 16. 997 Fatherland To the Right Noble, High and Respected Lords Directors, Deputies to the Assembly of the Seventeen representing the General Dutch East India Company at the Presidial Chamber of Amsterdam. Right Noble, High and Respected, far-ruling Lords, I have the honor of sending this merely to accompany the copies of separate letters which I have written on 19 October, 14 December 1790, and under today's date to the Noble High Indian Government, in the last of which is found the final outcome of my commission from Their High Excellencies to investigate matters with the Merchant Van Bijland, while the preceding briefly contains my thoughts on the desperate state of everything here on this Coast, and about which a detailed report has been made in the general missive of the ultimate of the past month, which is now also forwarded in copy. Taking the liberty to refer to the one and the other, I remain with the utmost high esteem, Palliacatta, in Fort Geldria, 31 March 1791. Right Noble, High and Respected, far-ruling Lords, of Your Right Noble and High Respected Excellencies the most faithful and very humble servant, J. Eilbracht. No. 17. 998 Batavia. To His Excellency, the High Noble, Great and Respected Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Right Honorable Lords Councilors of the Dutch Indies. High Noble, far-ruling Lords, 1. I have the good fortune to find myself especially honored with Your High Excellencies' separate letters addressed to me under the dates of 11 May and 2 July of this year, with the annexes according to the separate copy register, except for the documents numbers 6, 8, and 9, which are noted in the bundle number 4 belonging to the second letter as being sent separately in the original; however, these have not yet been received by me, so that the copies will provisionally serve for my information. 2. I lack the ability, High Noble Lords, to give Your High Excellencies, with that emphasis as I would wish to do and properly ought to happen, an idea of my sensibility and respectful gratitude for the trust that Your High Excellencies have been pleased to place in me by choosing me for the supreme direction over the Coast of Coromandel as the successor to Mr. Nicolaas Padama; particularly since, having always been employed in Bengal from my youth, I feel in all reality the weight of the task imposed upon me at a 999 place where Your High Excellencies will readily concede that a more than ordinary effort and reformation is required to revive the Company's weighty trade through a profitable collection of linens, and by avoiding the grievances that have risen so high due to the successively granted price increases, and, by increasing the profits and diminishing the oppressive burdens, to make her existence here on this Coast bearable. These are matters, High Noble Lords, for which time and deliberation are required even for someone who knows the local circumstances through and through, after everything floats clearly before his eyes and the comprehension of what requires redress has become easy; and all the more so for another who, entirely a stranger, arrives from outside, knowing no one, and even, as matters stand, the elucidations that

Dutch transcription

Edelheeden disposictie versoeken op eenige bij Resolutie van ult:o gebr: voorkoomend pointen relatif tot het Generael Transp P. Accordeerd Jn. obbrink Ee Clercq Nagezien E: D: Vries. 995 Nader Register van soda„ nige Papieren als op heeden Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtb: Heer Mr Willem Arnold Alting van weegen den staat en Haare algemeene oost Indiasche Compagnie Gouverneur Generaal nevens de welEdele Heeren Raaden van nederlandsch India te Ba„ tavia door den opperkoopman en Gesaghebber deeser kuste De Heer Jacob Eilbracht en den Raad te Palliacatta ne„ vens Generaale rescriptie over ceijlon werden versonden naamlijk L=a A: Origineele Gemeene missive door en aan als in den Hoofde deeses gemeld onder hee„ digen datum Gericht. 13: Copia Brieff van de Jaggernaijk poeramsche gecom mitteerden aan deeze Regeering gericht eenig g Clercq „ & ƒ E: Duplicaat Brief van de nieuwe Taggennaikpe ramsche opperhoofden aan als er pech: 20. februarij J:l: org: Notulen van bij een komst daar t comptoiren de datus 2: en 8: fe annex gericht in dato 14. febr: JongstE Copia afgegaane brieff derwaards aan de nieuwe D: opperhoofden 8. deeser E: Extract Brieff van gemelde Iaggen naijk„ poeramse opperhoofden aan de se Regeering geschreeven in dato 14. deeser raakende Pan„ ticuliere Correspondentie S:t Copia Brieff door deese regeering aan de Coopma deur en Raad te Iaffanapatna gericht in dato 19.: deezer weeg het aan houden van 'sComp sloe„ pen aldaar Copia Beantwoord Patriasche Soldij Extract gedateerd, Jo C: 996 Lre J: gedateerd Amsterdam 30. 8ber 1789. R: Request van den Geweesen fiscaalen soldij boek houder Broerius Brouwer aan Hunne Hoog Edelheeden Gedexdiceerde ten dierende ver antwoording weegens zijne te kort koming bij de weeskamer kas en versoek om herstel in qualiteijt en gagie Copia missive door den Heer Gezeghebber en Raad alhier aan de wel Edele Hoog Agtbaare Heeren Bewind„ hebberen ter Presidiale kamer Amsterdam gericht in dato 24. deeser Palliacatta Int Fort heldria ult:o Maart 1791. /:was geteekend:/ I: obdam E: GClerk. annex Copia Register der daar nevens afgevairdigde Papieren. — Accordaerd J. ob 12 E Clercq 6v 9 ser aen en 8. fe ieuwe ijk„ de in Jan ƒ Extract eerd N:o 16. 997 Patria Heeren Aan de wel Edele Hoog Achtbare Bewindhebberen gedeputeerd ter Vergadering van Geven tienen de generaale Nederlandsche Oost Indische Compagnie representeerende ter presidiale kamer Amsterdam Wel Edele Hoog Achtbaere seer wid gebiedende Heeren Ik heb de eere deeze enkel te laaten t die ten geleide van Copia aparte brieven die Palleg katte in het fort Geldria den 31: Maart 1791 die ik op den 19. 8ber:, 14. xber 1790:, en (onder heedigen datum aan de Edele Hooge Indische Regeering hebbe geschreeven, bij welke laaste # gevonden word den finaalen uytslag myner Commissie van Hun Hoog Edelheeden tot onder zoek van zaaken met den koopman van Byland, terwijl de voorgaande kortelyk bevat mijne gedagte over on toestant van alles hier ter disperaten kuste, en waar over bij de genraale gemeene brief van ult:o der gepasseerde maand, in Copia thans mee overgaan, de, omstandig verslag is daan. Aan een en ander de vafeijl neemende mij te gedraagen verblijve i met de uijtterste hoog agting. Heer Wid Gebiedende Wel Edele Hoog Net Heeren de Hoog Achtbren heeden uwer Wel Ed trouschijligen en zeer ootmoedigen naar Vandeilbracht s onder ndische te Me tot d de 1 No. 17. 998 Batavia, Aan zijn Edelheijd, Den Hoog Edelen groot Achtbaren Heer M:r Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal Nevens De Wel Edele Heeren Raeden van Neder„ landsch India Hoog Edele wijd gebiedende Heeren. 11. Ik heb het geluk van my by zonder vereerd te vinden met uwer Hoog Edelheeden apart aan mij gerichte brieven in datis 11. Mei, en 2e 7 Iulij deezes Iaars met de bijlaagen volgens Apart Copia Register Register, uijtgenoomen de stukken N o 6, 3, en 9, die in de bondel N. o 4. behoorende tot de tweede brief, genoteert staan, dat apart in originali worden overgezonden; doch voor als noch bi mij niet ontvangen zijn, zoo dat de kopijen mij bij provisie tot naricht zullen strekken. Het ontbreekt mij aan bequaamheijd Hoog 12 Edele Heeren! Om uw Hoog Edelheeden met die nadruk, als ik het wenschte te doen en wel behoorde te geschieden, een ide te geeven van mijne gevoeligheijd, en eerbiedige dankbaar„ heijd voor het vertrouwen dat U Hoog Edel„ heeden op mij hebben gelieven te stellen met mij te verkiezen tot het opperbestier over de kust kormandel, als ofe volger van den heer Nicolaas Padama, inzonder heijd daar ik altoos van der Jeugt af in Bengale geemploijeert, in alle wezenlijk heit gevoele het gewicht der taak mij opgelegt, of een 9 939 ren plaats, alwaar u Hoog Edelheeden wel zullen gelieven te Avoueeren dat een meer dan gewoon effort en reformatie word verEischt om 's Comp=s gewichtigen Handel door een voor„ deelige Inzaam van Lijwaaten, en vermeiding van de zoo hoog gereezene bezwaeren door de successive geaccordeerde prijs verhoogingen, te doen herleeven, en door vermeerdering der winsten en vermindering der drukkende Lasten, Haaren Ieet hier ter kuste dra „Saaken Hoog Edele gelijk te maaken Heeren, waar toe voor iemand, het plaat„ zelijke door en door kennende, na dat alles hem klaar voor oogen zweest, en het begrif van het geen Redres vereischt, gemakkelyk is geworden, tijd en overleg werd vereischt, en des te meer voor een ander, die ten eenemaal vreemt, van buijten inkomt, niemant kennende zelfs zoo als de zaaken staan, de Elucidatien die de r ver den

NL-HaNA_1.04.02_3877_1074 view scan ↗

English

that he can get, must trust and distrust, and proceed according to the judgment that Heaven has given him, and that which, after having tested everything against sound reason, he finds to be proper and justifiable. 13 In such a spirit, I humbly request that Your High Nobilities please be persuaded that I, according to my bounden duty, shall employ my meager abilities and leave nothing unexamined toward the true and substantial advancement of the Company's interests, concerning which it pains me not to be able on this occasion to show Your High Nobilities, in a well-connected order and context of matters, how, during the meetings that were held almost daily from 28 September to 5 October concerning Your High Nobilities' respected general letters, it was planned by me to restore good order, and along that path to reach the goal and the intention of Your High Nobilities through the favor that was exceptionally shown to me. For the time being, the discourse delivered at my introduction into the Council on 24 September last, and inserted in the resolution of that date, might convince Your High Nobilities of my opinion and purpose. 14 If I now may have the good fortune of giving satisfaction to Your High Nobilities with the efforts I am to make, and if I can cause matters, as I heartily strive and long for, to take another advantageous turn; then I hope and pray Your High Nobilities to remember me more and more for good, and, considering the importance of the administration of this coast, still being regarded as a government, to do me the favor of honoring me with the title of Governor, just as that came into consideration regarding the Commandery of Mallabaar in respect of its administrators, although in the meantime I express my humble gratitude for the title of Senior Merchant, and the favorable recommendation to the absolute rank and salary to the Lords and Masters. 15 I shall not fail on a further occasion to comply with the order of Your High Nobilities with respect to the merchant Paul Engelbert van Halm, provisionally continued in the service of Chief Administrator, and to report sincerely to Your High Nobilities concerning my own findings and thoughts that which shall appear proper to me, and consequently not make use now of testimonies that may be erroneous and possibly partisan. He has in the meantime, as the general letter from the Council shows, been summoned hither from Iaggernaijkpoeram to assume his duties, and thus to see whether matters will succeed with him. 16 But as far as it superficially appears to me from the papers, the said van Halm will remain continually involved in the vexatious disputes with the elected Chief of Iaggernaijkpoeram, the merchant van Bijland, whose political arrest granted on 12 March last appeared to me to be entirely out of order and informal. To prove this, I respectfully request to be allowed to refer to my declaration made in Council on 30 September, according to which, in conformity with my proposal, the aforementioned van Bijland is also to come hither; of that writing I have the honor to enclose a copy herewith. 17 After his arrival, I shall immediately make a beginning to hear him, and regarding the various accusations both to the charge of the outgoing Acting Commander Tadama and the Council, and of some of the chiefs of the subordinate factories and others, demanding from him the promised proofs, and hearing again in response those against whom they are, or might appear; and thus, bringing all this into connection as quickly as possible, render a full report thereof to Your High Nobilities, and continue to await Their High Honors' esteemed approval thereon. The little parcel with dabboeses, sealed, and noted on the Register of papers of 6 July under No. 21, I have duly received. 18 It would have been agreeable to me if I could on this occasion supply Your High Nobilities with a greater and clearer light on matters than it has been possible to investigate or discover until now, especially regarding the price increases and the arrears in the collection of linens. Both are attributed to the lack of money, and the loss suffered by the suppliers on merchandise that was provided to them instead of cash; but I rather think that, as far as the arrears are concerned, they have arisen from no other causes than through a settlement in appearance and in reality, by allowing trade to run from one year into the other, without regarding the expired demands themselves as fulfilled, and thus, if a late delivery takes place, so that goods arrive or remain left over at or after the dispatch of the last consignments, not applying the same toward the reduction of the new, as ought to be done according to the general orders from the Fatherland and the Indies, but gradually also accepting and sending them on the previous, already expired demands; and that, very apparently, on provisions that were made on the new demand, at least as it is called, on the new collection; which notoriously must always produce arrears, which ultimately could never be adjusted or made good in any other way than by whoever is incautious enough to make himself, as the last, responsible for them.

Dutch transcription

die hij krijgen kan, moet betrouwen, en mistrou„ wen, en te werk gaan na het oordeel, dat de Hemel hem gegeeven heeft, en het geen hij na alles aan de gezonde reeden getoetst te hebben bevind oorbaar, en verantwoordelijk te zijn. 13 In dusdanig een zin verzoek ik ootmoe„ dig dat u Hoog Edelheeden gelieven ge„ persuadeert te zijn, dat ik, volgens schuldige plicht, mijne geringe vermogens te werk zal stellen, en niets onbezocht laaten ter waar en wezenlijk bevordering van 's Comp:s be„ lang, waar omtrend het mij smert U Hoog Edelheeden te deezer occasie in een wel aan een geschakelde order en verbant van Iaa„ ken niet te konnen doen zien, hoe het, bij de besoignes die sedert 28. September tot 5. October genoeg zaam dagelijks, over u Hoog Edelheeden gerespecteerde gemeene brieven gehouden manui 2. 2. 1000 gehouden zijn, door mij is aangelegt, om de goede ordre te herstellen, en langs dien weg te bereiken het doelwit, en de intensie van u Hoog Edelheeden door de gunst, die mij bij uijtnemenheit is beweesen. Bij pro„ visie zoude de reeden voering bij mijne in„ troductie in Raede op den 24. e September I:o leeden gedaan, en bij resolutie van dien datum geinsereert staande, u Hoog Edel„ heeden van mijne meening en toeleg kunnen overtuijgen. 14 Indien ik nu het geluk mag hebben van u Hoog Edelheeden genoegen te geeven met mijne aantewendene devoiren, en dat ik de zaaken, gelijk ik hartelyk trachte en verlange een andere voordeelige keer kan doen neemen; dan hoope en bidde ik u Hoog Edelheeden mij meer en meer ten goede te ge„ denken, en overwegende de importance van het het bestier deezer kust, noch als een gouvernement beschout wordende, mij het faveur te bewijzen van mij te honoreeren met de qualiteit van gou„ verneur, zoo als dat wegens het Commandement Mallabaar ten aanzien van dies bestierders in aanmerking gekomen is, schoon ik in # tusschen mijne nedrige verplichting betuijge voor den titul van opperkoopman, en gunstige voordracht tot de absolute qualiteit en gasie aan de Heeren en Meesters„ Aan het bevel van U Hoog Edelhee„ 15 den met opzicht tot den bij provisie in den dienst van Hoofd-administrateur gecontinueer„ den koopman Paul Engelbert van Halm zal ik bij nadere gelegenheijt niet mancqueeren te voldoen, en wegens mijn eijge bevinding en gedachte u Hoog Edelheeden oprechtelyk te berichten het geen mij voor zal komen te behooren 1001 behooren, en mij gevolgelijk nu, niet bedienen van getuygenissen die abusif, en mogelyk partijdig kunnen zijn. Hij is intusschen gelijk de gemeene brief van de Raed uijtwijst van Iaggernaijkpoerain herwaarts ontboden om zijn bediening te aanvaarden, en dus te 7. zien of het met hem lukken wil. Maar zoo verre het mij oppervlakkig uijt 16 sal gemelde van de papieren voorkomt Halm, geduurig betrokken blijven in de fa„ cheuse verschillen met het geëligeert opper hoofd van Iaggernaijk poeram den koopman 10 van Bijland, wiens op den 12. Maart I:o leeden politiek verleend arrest mij is voorgekomen geheel buijten den haak, en in formeel te zijn. Om dit te bewijzen, verzoek ik eerbiedig mij te mogen refereeren aan mijne op den 30. September in Raede gedaane ver „klaaring ts ment neer„ Halm ling telijk klaaring, na dewelke, Conform mijn voorstel„ voorsz: van Bijland ook herwaarts staat te komen; van dat geschrift heb ik de eer een Copij bij deeze in te sluijten. Na zijn aankomst zal ik ten eersten een 17. begin maaken om hem te hooren, en wegens de onderscheidene accusatien zoo tot laste van den Heer afgaande gezachhebber Tadama en de Raed, als van sommige der opperhoofden van de onderhoorige factorijen en anderen, hem de beloofde bewyzen afvorderende, en den geene, tegen wien Te zijn, ofte te voorschijn mochten komen, daar op weder hoorende en dus, zoo spoedig mogelijk dit alles bren„ 9 gende in verband, u Hoog Edelheeden daar van een volleedig verslag doen, en Hoog Derzelver geëerd goedeinden daar op blyven te gemoet zien. Hot pakje met dabboe„ sen ver zegelt, en op het Register der pappieren van den 1002 den 6. Iuly sub N:o 21. bekent gestelt, hebbe ik behoorlijk ontvangen 18. Het zoude mij aangenaam geweest zijn, indien ik u Hoog Edelheeden te deezer gelegenheyd een meerder en klaarder licht van saaken konde suppediteeren, dan het mogelijk geweest is tot nu toe uijttevorsschen of te ontdekken, in zonderheyjd met de verhoogingen van prijs, en de Agter„ stallen op den Inzaam van Lijwaaten, Bei„ den attribueert men ze aan het gebrek van geld, en het door de Leveranciers geleeden ver„ lies op koopmanschappen, die hen verstrekt zijn in steede van kontanten: Maar ik denk eer dat, wat de Agterstallen aan„ die uijt geen andere oorzaaken zijn gaat ontstaan, dan door een afreekening in schijn en in wezenlijkheijd, mits het doen loopen der handel van het eene in het andere Iaar, sonder de aa dat van zonder de afgeloopen Eijsschen zelf, als voldaan aantemerken, en dus indien 'er eene laate Leverantie plaats heeft, zoo dat 'er goederen bij, of na de afzending der laaste partijen, inkomen ofte blijven overleggen, dezelve ge„ lijk volgens de generaale Patriasche en In„ dische ordres behoorde niet te doen strekken in mindering van de nieuwe, maar gaande weg ook aanneemt, en verzend op de voorige reets afgeloopen Eisschen; en dat, zeer Oogenschijnlijk op verstrekkingen, die op den nieuwen Eisch immers zoo als het de naam draagt op den nieuwen Inzaam gedaan 7 zijn; het welk notoir altoos Agterstallen moet opleeveren, die eindelijk nooit anders g„ zouden te vereevenen, of te vergoeden zijn, dan door die onvoorzichtig genoeg is, zich, als de laatste daar voor verantwoordelijk te maaken

NL-HaNA_1.04.02_3877_1081 view scan ↗

English

to make, and this is most probably the reason that at Jaggernaijkpoeram the debts, instead of decreasing, appear to have increased as of the end of August 1789 to 16278. 16 3/8 pagodas. Section 9. In recent days, an extensive representation has been received from there on this matter to argue that the trade cannot be managed otherwise, and that the arrears would indeed be diminished if the disbursements of money could be more ample. The paperwork, with which I have had to occupy myself for a considerable time in order to be informed on how everything ought to be arranged, has not permitted me to deliberate on this letter from Jaggernaykpoeram and other still unanswered letters. We are also waiting for the final accounting from Bimilipatnam and other offices, in order then to have all this together and to deal with it collectively in a single consultation. This shall be the first order of business after the dispatch of the ship Horssen, when I shall share my aforementioned thoughts with the Council, and upon their agreement with me, have such orders dispatched to all the subordinate factories as I believe will forever set a boundary against the aforementioned erroneous practices. This will naturally put an end to the possibility of misusing merchandise or cash that are believed to serve the actual new trade, but in hindsight, or in the outcome of affairs, appear only or predominantly to serve to remedy or supplement the deficiencies of the old trade, even though everything passes under the new demand or collection. Section 10. It is also my intention to see whether public auction cannot be introduced here, just as in Bengal, and thereby to discover what truth there is in the complaints that the merchandise is priced too high, and on that account to render to Your Right Excellencies a true account of affairs. I intend not only to attempt this here, but also to have a trial of it conducted at the other offices, which, however, cannot take place before the favorable monsoon in December or January next. I hope that this intention of mine, and especially if it may meet with good success, will be honored with Your Right Excellencies' highly desired approval. Section 11. In the meantime, I have the honor to remain with the highest esteem, was underwritten, High Noble, widely ruling Lords, Your Right Excellencies' very humble and very obedient servant, was signed, Jacob Eilbracht, in the margin, Palleakatta, the 19th of October 1790. Batavia. To as before. Amidst the difficulties presenting themselves to me more than usual, and the doubt resulting therefrom whether I shall be able, according to my earnest wish and effort, to submit the general report by the 15th or at the latest the 20th of the coming month of January, I deem it my bounden duty respectfully to bring to Your Right Excellencies' attention by this separate letter of mine all that appears to me to be of such nature and weight that it may, if necessary at the usual time of the deliberations regarding Coromandel, serve as preliminary advice on the precarious state in which the Company's affairs presently find themselves here. This is also that Your Right Excellencies are not left ignorant of the principal matters thereof, as well as to excuse myself on that account and to prevent all unfavorable thoughts concerning this accidental delay; respectfully trusting in the known equity of Your Right Excellencies to take into gracious notice and consideration what distress, care, trouble, and extraordinary labor have descended upon me since the date I assumed authority and applied myself to give Your Right Excellencies generally, were it possible in a single endeavor, the satisfaction of answering to Your most respectable orders and a multitude of extraordinary dispositions. Section 2. From the contents of the Resolutions since 25 October, the day I assumed authority, not to mention the preceding ones, it will be most clearly evident to Your Right Excellencies, should it please you, what diligence I have applied toward reaching the aforementioned desired end, and how all of them, one more than another, are of an unusual nature and extent—not merely in words, but in the weightiest matters, as the consequence of the orders established by Your Right Excellencies in the latest general letters and the commission separately entrusted to me. Section 3. But before I proceed with the continuation of what I propose to discuss, I have the honor first to acknowledge receipt of Your Right Excellencies' most honored further general, secret, and separate letters under date of 17 August of this year, brought here on the evening of 26 October, and opened in the meeting the next morning. Section 4. It is unnecessary to dilate upon the slow and slovenly manner of administration which I have found to prevail here throughout the entire Coast of Coromandel, and Your Right Excellencies have shown so much legitimate displeasure regarding various subjects that it would be superfluous to recount and point out all the particulars thereof here. The principal difficulty, namely the failure to balance the trade ledgers and the misfortunes to be feared therefrom, I attempted immediately to remedy upon my arrival here. For, not only were the trade ledgers themselves balanced no further than 1786/7, but the cash books, specification books, and other necessary documents are missing, and this because, instead of doing as is done in Bengal, where every month the cash

Dutch transcription

1003 maaken, en dit is allerwaarschijnlijkst, de reeden, dat te Iaggernaijkpoeram de schul„ den in steede van te verminderen, onder ult=o Augustus 1789: blijken vermeerdert te zijn tot pagoden 16278. 16 3/8. §9. Hier over is deezer dagen van daar een wijdluftig vertoog ingekomen om te betoogen dat den Handel niet anders kan worden gede„ rigeert, en dat de Agterstallen wel zoude wor„ den gedimunieert indien de geld verstrek„ kingen ruimer konden vallen, Het schrijfwerk, waar meede ik mij, om te onderrechten hoe het een en ander diend te worden ingestelt, een geruijme tijd heb moeten beezig houden, heeft niet toegelaaten, over deeze brief van Paggernayk poeram, en andere noch onbeant„ woorde brieven te besoigneeren. Ook word er gewacht naar de afreekening van Bimili„ patnam, en andere kantooren, om dan dit aan ge de als dit alles bij malkander te hebben, en te samen in een besoigna te verhandelen, gelijk dat het eerste werk zal zijn na de depeche van het # schip Horssen, wanneer ik de Raed, voorsz: mijne gedachten meede zal deelen, en daar in met mij toestemmende, sodanige ordres naar alle de onderhoorige Factorijen laaten afgaan, als ik vermeen, dat voor althoos een pael zal stellen tegen het voorsz: erroneuse gedoen„ te, en als van zelf doen ophouden de mogelik„ heijd een misbruijk te maaken van koop„ manschappen ofte kontanten, die men ge„ looft te strekken tot den eigenlijken nieuwen Handel, en van agteren, of bij uijtkomst van zaaken, blijken alleen of voornamentlyk te dienen om het gebrekkige van den ouden han„ del te remedieeren of te suppleeren, schoon het alles doorguat op den nieuwe Eijsch of in Zaam 1004 inzaam. §10. Ook is myn voorneemen om te zien, of den publieken verkoop, even als in Bengale alhier niet kan worden geintroduceert, en daar door te ontwaaren wat er wezentlijk zij van de klac„ ten dat de koopmanschappen te hoog in prijs staan, en om derweegen u Hoog Edel„ heeden een waar verslag van zaaken te doen, en ik denk zulks niet alleen hier te probeeren, maar op de andere kantooren er ook een proef van te laaten neemen, het welk echter niet eer zijn kan, dan met de goede mousson in december ofte Ianuarij naast komende, hoopende dat deeze mijne in„ tentie, en voor al zoo ze een goed succes mag hebben, vereerd zal worden met U Hoog Edel, heeden zeer gedesidereerde approbatie §11. Inmiddels heb ik de eere met de meeste hoog en van han het hoog agting te verblijven /:onderstond:/ Hoog Edele wijd gebiedende Heeren! Uwer Hoog Edelheeden Zeer nedrigen, en Zeer gehoorzamen Dienaar /:was getekend/ Ia Cob Eilbracht /:in margine Palleakatta den 19:e October 1790. —. Batavia Aan Als vooren In de mij, meer dan gemeen, voorkomende Zwa„ righeeden, en daar uijt resulteerende twijffeling of ik wel in staat zal geraaken, om na mijn ieverige wensch en betrachting onder den 15=e ofte uijterlyk den 20. van de aanstaande maand Ianuarij het generaal verslag te doen, vermeene ik het van mijn schuldige plicht te zijn u Hoog Edelheeden bij deeze mijne affarte eerbiedig onder het oog te brengen, al wat mij voorkomt van dien 1005 dien aart, en dat gewicht te zijn, dat het des noods op de gewoone tijd der besoigne over kormandel mag verstrekken tot prealabel ad„ vies van de Iorgelijke toestand, waar in 'sComp=s zaaken zich te deezer uure alhier bevinden, en om u Hoog Edelheeden niet onkundig te laaten van het voornaamste van dien, item om mij derwegen tevens te verontschuldigen, en alle ongunstige gedachten wegens dit toe„ vallig dilaij te prevenieeren; met eerbied, vertrouwende op de bekende equiteit van U Hoog Edelheeden om in gracieuse aanmer„ king en consideratie te zien komen, welke kommer, Iorg, moeijte, en Extra ordinaire arbeid op mij is afgedaalt, zedert den da„ tum dat ik het gezach aanvaard, en mij bevlijtigd hebbe om, ware het mogelijk, in eene reis, u Hoog Edelheeden generaalijk dat genoegen te geeven van te beantwoorden aan Hoogst Der zelver respectabele beveelen en ka van en een meenigte van Extra ordinaire disposi„ tien. 32 Uijt den inhoud der Resolutien zedert 25. october, den dag dat ik het gezag hebbe aan„ vaart, om niet te spreeken van de voorgaande zal het u Hoog Edelheeden des behagende ten klaarsten blyken, welke devoir ik hebbe aangewend ter bereiking van het voorsz: ge„ wenscht eijnde, en hoe alle dezelve de een meer, als de andere, zijn van een ongemeenen „ maar aart, en uijtbreiding, niet van woorden van de allergewichtigste zaaken, als het gevolg van de door u Hoog Edelheeden bij de Iongste gemeene brieven gestelde ordres, en de mij apart opgedragene Commissie. Dan eer ik voortga met het vervolgen 13. van het geen ik mij voorstelle te verhandelen, heb ik de eere voor af te erkennen de ontvangst van uwe Hoog Edelheeden zeer geeerde nadere gemeene, secreete, en apparte brieven sub 17. Aug=s deezes 1006 deezes Iaars, alhier aangebracht den 26:e oc„ tober 's avonds, en 's daags daar aan 's morgens in vergadering geopent. Onnodig is het uijt te weiden over de traage 54. en slordige wijze van huijshouden, welke ik hebbe ondervonden dat alhier over de gan„ sche kust kormandel plaats heeft, en u Hoog Edelheeden hebben daar over bij verscheijdene onderwerfpen zoo veel rechtmatige misnoegen betoont, dat het overtollig zoude zijn alle de bij zonderheeden daar van alhier opte tellen een aantewijzen. De hoofd-zwaarigheijd ofte het noet effen stellen der negocie boeken en de onheilen, welke daar uijt te duchten zijn, hebbe ik bij mijn aankomst alhier onmidde, lijk trachten te remedieeren. Want, niet alleen dat de negocie boeken zelve niet ver„ der effen waaren, dan tot 178 6/7. , de kassa boeken, specificatie boeken, en andere nood„ zakelijke stukken mancqueeren, en zulks door dien men zich in steede van gelijk het in Bengale geschied alle maanden de Kassa nen

NL-HaNA_1.04.02_3877_1088 view scan ↗

English

to close the cash account properly, that is to say in that order that one merely writes them off one after another, and then immediately has a cash book, has satisfied oneself here with drawing up a statement account only once every three months, both from the subordinate residencies and from this main office, and serving it in council, after which, and pursuant to the granted warrants, at the same time that the trade books are drawn up, a cash account was first formed, whereas this, alongside other supporting papers of the trade journal, ought to serve as the basis according to which the trade bookkeeper must direct himself in order to draw up the journal, and not the cashiers to direct their cash account according to the journal, besides also the bad maxim that had everywhere been received and adopted in Coromandel to bring all expense accounts and other documents relating to the books, whether they existed before or after the last day of August, under the latter mentioned date 1007 date, and consequently to hold up the books on that account, and not to close them, even if they had to wait and remain lying for six months and longer thereafter, from which irregularity has also resulted the impossibility of investigating and discovering any matters whatsoever with true certainty and peace of mind, whether the books and accounts of the subordinate residencies which up to 1788/9 are at hand here at the main office, and those of 1789/90 are not yet all ready, except Bimilipatnam, from where the same have recently been received, whether all the books, I say, agree and tally with those of the main office, of which the year 1787/8 is now about to be closed, or how matters stand with the true and actual state of the advances and incurred arrears, since, without paying attention or making a distinction between the delivery year and the book year, they have always so manipulated, contorted, and calculated them that the same have also been brought under the entries of the last day of August; although the delivery year begins on the first of October and ends on the last day of September. Also to this confusion and improper management of affairs is to be attributed the failure to have the general transfer ready on the date that the authority was handed over. Had I been able to content myself with a demonstration and statement of the balances under the last day of February 1790, as had been decided to do before my arrival here, and as some papers for that purpose were also ordered here from the subordinate residencies, it might already be in existence, whereas I have now been obliged to leave this delay and the backlogged trade work up to 1789/90 inclusive to the responsibility of the former director Tadama, expecting nonetheless to see the same ready shortly, in order, just as it is, signed with the necessary reservations, 1008 to be presented to Your High Noblenesses. But High Noble Sirs, where should I begin, and where should I end, if I were to make an accurate description of all derelictions of duty. It seems as if people here have generally been struck with the spirit of blindness, and the one, as well as the other, has fallen into the same evil, upon handover or transfer, without anyone being able to give any other reason for all these irresponsible proceedings than to appeal to old bad customs, or to the neglects of others, without the redress of which one has followed them, and fallen into the same indolence and slumber. Paragraph 6. It is for that reason that from the beginning I have applied myself to dispelling those wrong ideas, and if possible to awaken everyone, and to make them gain a true and real awareness of that which one calls performance of duty and dutiful obedience. However, before people become accustomed to that, some time will yet pass; provided that in the meantime one or another, after prior exhortation, does not come to force me by willful transgression or disregard of the recommendations to put more serious measures into effect. Paragraph 7. In the general report everything will arrange itself into a more fitting connection and better understanding; but I believe I have included what is true and necessary for redress in a sufficient sense, and already submitted it to the Council on the day of my proposal. Enclosing herewith an extract from the resolution of 25 October last past, I take the liberty, in order to avoid repetition, to refer respectfully to it; not doubting that good order will quickly be restored, if only the four main points from which the other provisions have flowed are strictly 1009 kept in mind, and the prescriptions for the compliance thereof are carefully observed. So much is, provisionally, the result of it, that the Pulicat cash account for the month of November 1790 has been properly closed, examined, confronted with the warrants, and found in agreement with my counter cash books of both the large and small cash, and thus the cashier is finally disillusioned and brought to the understanding of how one must draw up and close cash accounts, as I have also ordered him to do for September and October, in order, according to the intention of the resolution, of the book year that comes under my responsibility, at least to be certain of a cash book, although once I get my hands somewhat freer than at present, I shall also put the person whose duty it is to draw up the specification book to work, and not think of waiting for the other books not yet settled, of which those of 1787/8, if I may rely on promises made, will be dispatched next month, and as I hope in October 1791 will be followed by those of the two last or most recent book years.

Dutch transcription

kassa reekening in forma te sluijten, dat is te zeggen in die ordre dat men ze maar agter elkander afschrijft, en dan terstond een Kassa boek heeft, alhier heeft gerust gesteld met, alle drie maanden maar eens, zoo van de onderhoorige residencien, als van dit hoofd kantoor, eene staat reekening optemaaken en in vergadering te dienen, na dewelke, en de verleende ordenancien, ter zelver tijd dat de Negotie boeken worden opgemaakt, eerst een kassa reekening geformeert wierd, daar deeze buijten andere bij papieren van het negocie Iournaal, de bazes dient te zijn, waar na de negocie boekhouder zich moet richten om het Iournaal optemaaken, en niet de kassiers om na het Iournaal hunne kassa reekening iiterichten, behalven nog de quaade maxime die men te kormandel over al had gerecipieerd en aangenoomen om alle ongelden aanreekeningen, en andere tot de boeken betrek, kelijke stukken het zij die exteerden voor of na ultimo Augustus te brengen onder laast gemelde datum 1007 datum, en gevolgelijk de boeken, daar om op te„ houden, en niet te sluijten, al waare het ook dat ze zes maanden, en langer daar na moe„ sten wachten, en leggen blijven, uijt welke irregulariteijt ook is geresulteerd de onmo„ gelijkheijd om eenige zaaken, hoe genaamt met waare zeekerheijd, en gerustheijd na te gaan, en te ontdekken, of de boeken en ree„ keningen van de onderhoorige residentien welke tot 178 8/9 hier ten hoofd-kantoor aan handen, en die van 1789/90: noch alle niet ge„ reed zijn, uijtgenomen Bimilipatnam, van waar dezelve, nu onlangs zijn ontvangen of alle de boeken zegge ik, met die van het hoofd kantoor, waar van het Iaar 1787 7/8, nu staat geslooten te worden, overeenkomen en accordeeren, ofte hoe het gelegen is met den waaren en weezenlijke toedracht der verstrek, kingen en ontstaane agterstallen, nadien men die, sonder agt te geeven, of onderscheit te maaken tusschen het Leverancie - en het boek Iaar althoos zoo geplooijt, gewrongen, en bereekent heeft ze om Kassa de omede heeft, dat dezelve ook al onder de posten van ultimo Augustus zyn gebracht geworden; schoon het Leverancie Iaar begint met primo October en eyndigt met ultimo september. Ook is aan deeze confusie, en oneige be„ handeling van zaaken te attribueeren het niet gereed raaken van het generaal Trans„ port op den datum dat het gezach is over„ gegeeven. Hadde ik mij kunnen vergenoegen met eene aantooning en opgave der restanten on„ der ult:o februarij 1790. , gelijk voor mijn aan„ komst alhier beslooten was te doen, en ook som„ mige papieren ten dien fine van de subalterne Residentien alhier besteld wierden, mogelijk dat het zelve bereeds in de wereld zoude zijn daar ik nu in de verpligting geweest ben, om dit dilaij, en het agterstallige negocie werk tot 179/90. inclusive voor verantwoording van de geweezen gezackhebber Tadama te laaten, verwachtende niet te min het zelve, eerlange gereed te zien, om, zoo als het is, met de nodige reserve 1008 reserve geteekend, u Hoog Edelheeden aange booden te worden. Maar Hoog Edele Heeren, waar 35 zoude ik beginnen, en waar zoude ik eijndi, gen, indien ik van alle plicht verzuijmen eene naukeurige beschrijving zoude doen. Het schijnd of men hier algemeen met den geest van blindheyd geslagen, en den een zoo wel, als de andere, in het zelve quaad, bij overleevering of transport, vervallen is, zonder dat men wegens alle deeze onverantwoordelijke gedoentens eenige andere reeden weet te geeven, dan zich te beroepen op oude quaade gewoonten, ofte of verzuijmen van anderen, zonder het redresseeren van dewelke men die nagevolgt, en in dezelve indolentie, en sluijmering vervallen is §6. Het is om die reeden, dat ik van den be„ ginne af mij hebbe toegelegt om die verkeerde denkbeelden te sluiten, en ware het mogelijk t ƒt. een ieder te doen ontwaaken, en een waare en wezenlijke bezeffing te doen kreijgen van het „ het geen men perlicht betrachting en schuldige gehoor„ zaamheijd noemt. Edoch eer men daar aan gewent raake, zal 'er noch wel wat tijd verloopen; zoo intus„ schen de een of ander na voorafgaande adhortatie, door moedwillige overtreeding of veronachtzaeming der recommandatien mij maar niet kome te nood„ zaaken om serieuser maat regulen in het werk te stellen. 17. Bij het generaal verslag zal zich alle schikken in een gevoegelyker Connexie, en beeter verstand: maar ik geloot het waare en nodige tot redres in een genoeg zaame zin begreepen, en ten dage van mijne voor„ stelling aan Raade reets opgegeeven te hebben. Een Extract uijt de Resolutie van 25: October I:o leeden; hier in sluijtende neeme ik, ter vermeijding van herhaaling de vrijheijd mij daar aan met eerbied te ge„ draagen; niet twijffelende of de goede ordre zal zich schielijk herstellen, indien de vier hoofd point waar uijt de andere dispositien afgevloegt zijn, maar stiftelijk 1009 stiftelyk in het oog gehouden, en de voorschriften ter nakoming van dien, naukeurig geobserveert worden. zoo veel is 'er, bij provisie het gevolg van, dat de Palleacatse kassa reekening van de maand Novem„ ber 1790. behoorlyjk geslooten, geExamineert, met de ordonnancien geconfronteerd, en mijn Contra Cassa boeken zoo van de groote, als kleene Cassa accoord bevonden, en dus den kassier eijndelijk uijt den droom geraakt, en in het begrip gebracht is hoe men kassa reekeningen moet ofmaaken, en sluijten, ge„ lijk ik hem bevoolen heb ook te doen van septem„ ber, en October, om, na de intensie van het be sluijt, van het boekzaar dat ter mijner verant woording komt, ten minsten zeeker te zijn van een kassa boek, schoon ik de handen maar wat ruijmer als thans krijgende, den geen wiens plicht het is het specificatie boek optemaaken, ook aan het werk zal stellen, en niet denken te wachten na de nog niet effen gestelde andere Boeken, waar van die van 178 7/8, zoo ik staat mag maaken op gedaane belofte, aanstaande maand ver„ senden, en gelijk ik hoof in october 1791. vol„ gen zullen van die der twee laaste of Iongste boekIaaren

NL-HaNA_1.04.02_3877_1094 view scan ↗

English

book years. Those who have undertaken that work are also occupied with the business of their own department; nevertheless, they are continually urged on, and I dare assure Your High Excellencies that there will be no lack of admonitions and keeping an eye on them, to pay attention to their duties in the so-called idle time as well as in the busy time, and to make them fulfill that to which they have bound themselves. §8: The next thing that, as an old incomprehensible evil, ought to be eradicated root and branch, is that erroneous idea which has been formed in general on the entire Coast regarding the fulfillment of the European and Indian Demands, whereby the trade of one year has run into the other, and recently, per the ship Horssen itself, bales were even sent which serve for Demands as far backward as those for 1787. In my recent separate letter of 19 October, a duplicate of which accompanies this, I have already made known my reflections on this matter, and how I thought I must deduce from it that one could not rely on the money advances of the actual Delivery Year, but found oneself continually at least one year behind in that regard and thus unaware of how matters had actually transpired in the Delivery Year itself, how much the suppliers might have been in advance or in arrears—in a word, that one saw oneself deprived of an actual proper accounting in this regard. I also made known my intention to counter that evil, and to bring that important matter into such a form as it ought to be in order to be at ease and not to remain in uncertainty as to how it actually stood. To that end, I humbly request to direct the honored attention of Your High Excellencies to various extracts from the minutes of the resolutions enclosed herewith, passed in the Paleacatte Council of Policy from 29 October to 27 November last. §9 The necessity of the first resolution, by which the keeping of a current account book is established, will—in so far as it is not already in accordance with the nature of the matter itself—appear most clearly when matters are brought to the point where, according to the orders given for that purpose, the accounts kept since 1785 are unfolded or settled and a proper Current Account is formed for each Delivery Year; at which time one will have to confess with one's own pen and mouth that the Company in this weighty point has been served in a manner which I find hard to believe can either be justified or made good. This at least is certain: that the advances have served least of all for the delivery, but primarily to play into the hands of the suppliers for the quasi-reduction of the former arrears, whereas in reality they constantly increased; for which reason, in order to make this appear less conspicuous, one has also continued with the improper acceptance or taking in of goods on previous, already expired Demands. § 10. And it is as much for that reason as for the nature of the matter presenting itself to me, that I dare solicit Your High Excellencies for Your honored approval of the order both for keeping that current account book, and for drawing up and sending Memoranda of the assortments, qualities, and the amount of goods brought in after the end of September that cannot be dispatched, to serve for the Demands of the following year; likewise for that which was established on 30 October never to conclude or determine the new contracts at the offices except after obtaining permission and authorization from the council, and the opening of matters, as can be seen more fully in the minutes. §11 Although these arrangements square with the remarks of Your High Excellencies concerning the running of trade from one year into the other, they serve, moreover, for greater security in a matter of such weight as the advances of money and the accounting thereof, or of the arrears on the respective deliveries that were never properly clarified, which were continually carried over from one year to the next, then seemingly reduced but in reality increased, and might possibly never have been found or recovered, had not the reimbursement thereof been the consequence of Your High Excellencies' rightful displeasure. § 12. I say, had the reimbursement not been imposed, as in accordance with Your High Excellencies' respected order, as shown by the resolution of 29 October, has been done with the Jaggernaikpoeram arrears, so that, according to what it would amount to by the end of August 1790, it be counted into the cash fund by the former chief Van Halm for 2/3, and the seconds De Ravallet and Van Someren each for a 1/6 part, directly in cash so far as each can furnish it immediately, and for the remainder to provide security by a conscientious appraisal of their goods and effects, and if those are found insufficient, by the provision of a surety in addition, both for the remaining principal and the requested interest of 1 per cent, in case it should please Your High Excellencies to cast a favorable reflection on the representation to be made in this regard—the arrears of Bimilipatnam, according to the decree of 23 November, having been ordered to be reimbursed in like manner; but with these dispositions, whatever the outcome of them may be, I do not foresee the possibility of keeping the Company in this matter, or the arrears in general, free from loss. §13 It is thus with regard to this point that I find myself not a little concerned, indeed.

Dutch transcription

boekIaaren. De geen welke dat werk op zich heb„ ben genomen, zijn met de beesigheeden van haar eijge departement ook geoccupeert, nochtans worden de geduurig aangespoort, en ik durf u Hoog Edelheeden verzekeren dat het niet haperen zal aan vermaningen, en het in oog houden van dezelve, om in de zoo genaamde leedige tyd zoo wel, als de drokke, agt te geeven, op haare verrichtingen, en hen te doen nakomen dat geen, waar toe zij zich hebben verbonden §8: Het naaste dat als een oud onbegrijpelijk quaad met wortel en tak diende uijtgeroeijt te worden, is dat verkeerd ide, het welk men zich op de gansche kust in het generaal heeft geformeert van het voldoen der Europische en Indische Eijschen, waar door de Handel van het eene, in het andere Iaar is geloopen, en nu Iongst per het schip Horssen zelf nog verzon„ den zijn, packen welke dienen op Eijsschen zoo veel agterwaards, als die voor 1787. Bij mijn Iongste aparte van den 19. october, du„ flicaat van dewelke deeze verzelt, hebbe ik 1010 ik reets te kennen gegeeven, het vallen van mijn re„ flepie daar op, en hoe ik vermeende daar uijt te moeten afleijden, dat men op de geld verstrek„ kingen van het eijgenlyke Leverancie Iaar geen farit kon maaken, maar zich daar omtrenst voor het minst, geduurig een Iaar agter uijt en overzulks niet bekend vond, hoedanig het zich in het eygenlijke Leverancie Iaar hadde toege„ dragen, wat de Leveranciers mochten te vooren of ten agteren geraakt zijn, in een woord dat men zich verstoken zag van een eijgenlijke behoorlijke afreekening derweegen. Ik gaf tevens te ken„ nen mijn voorneemen om dat quaat te keer te gaan, en die aangeleegene zaak te doen brengen in een zodanige form, als ze be-„ hoorde om gerust te konnen zijn, en niet te ver„ seeren in het onseekere hoedanig het daar meede eygentlijk mocht gelegen zijn. Tot dat eijnde verzoeke ik ootmoedig de geeerde attensie van u Hoog Edelheeden te mogen leiden op diverse Extracten uijt notulen van het hier in geslooten geresolveerde geresolveerde in de palleacatsche vergadering van politie seedert 29. e October, tot 27. november I:o leeden. 69 De noodzakelijkheijd van het eerste besluijt waar bij is vast gesteld het houden van een ree„ kening Courant boek, zal voor zoo verre het met de natuur der zaake zelf niet overeenkomstig is ten klaarsten blijken, wanneer men het daar toe brenge, dat na de ten dien fine gestelde ordres, de zedert 1785 gehoudene afreekeningen eens ontwikkeld ofte geschief en van ieder Leverancie Iaar een behoorlijke Reekening Courant geformeert worde, wanneer men met eijge pen, en mond: zal moeten beleiden, de Compagnie in dit gewichtige point te hebben bedient op een wijze, welke ik bezwaarelyk ge„ loove, of wel is te verantwoorden, of goed te maa„ ken. Dit althans is zeeker dat de verstrek, kingen het minst tot de leverancie maar voorna„ melijk gedient hebben om de Leveranciers als in de hand te werken tot het quasi vermin„ deren van het voorig agterstal, daar het in wezenlykheijd steeds vermeerderde: waar om men 1641 men, om dit te minder schijn te geeven ook gecon„ tinueerd heeft met het oneigen accepteeren of aan„ neemen van goederen, op voorige reets afgeloo pen Eisschen § 10. En het is zoo om die reeden, als de mij voorkomende eijgenschap der zaake, dat ik u Hoog Edelheeden durf solliciteeren om Haere geeerde approbatie op de ordre zoo tot het houden van dat reekening Courant boek, als het opmaaken en overzenden van Memorien van de Sortemen„ ten, qualiteiten, en het bedragen der goederen die na ult=o september worden binnen ge „ bracht, en niet konnen worden verzonden, om te dienen op de Eijsschen van het volgende Iaar, item op het geen den 30. October is vast gesteld om de nieuwe aanbesteeding op de kantooren nimmer te Concludeeren, of vast te stellen, dan na verkreegen toestemming en qua„ lificatie van de vergadering, en opening van zaaken, zoo als bij de notul breeder te zien is. 111 Hoewel nu deeze schikkingen quadreeren met de om de remarcques van u Hoog Edelheeden over het loopen van den handel van het eene in het andere Iaar, zoo dient ze daar en boven tot meerder zeekerheijd in een zaak van dat gewicht, als de verstrekkingen van gelt, en de verantwoording van dien ofte der nimmer regt gebleekene Ag„ terstallen op de respective Leverancien, die ge„ duurig van het eene in het andere Iaar over„ gebragt, dan eens, zoo het scheen vermindert dog in het weezenlijke vermeerdert, en mogelijk nimmer zouden te vinden geweest, ofte te regt gekomen zijn, ware de vergoeding derzelve niet het gevolg van u Hoog Edelheeden rechtmatig ongenoegen: § 12. Ik zegge in dien de vergoeding niet op gelegt ware, gelijk ingevolge u Hoog Edelheeden geres„ pecteerde bevel uijtwijzers besluijt van den 29=e october geschiet is met het Iaggerwaij kpoeramsch agterstal, om volgens het geen het zelve onder ult=o Augustus 1790. soude bedragen, in Cassa getelt te worden door het geweezene opperhoofd van Halm 8 101. Halm voor 2/3, item de secundes De Ravallet en van someren ider voor 1/6. gedeelte, directelijk in Contant voor 3oo verre een ieder dit, terstoud kan fourneeren, voor het restant zeekerheijd te „geeven door eene gemoedelijke taxatie van hunne goederen, en Effecten, en die niet toereikende bevonden wordende met het stellen van Cautie daar en boven, zoo voor het restant kapitaal als de begeerde interest van 1. p=r C=to om of het u Hoog Edelheeden mogte behaagen eene goed„ gunstige reflexie te slaan op de dierweegen zijnde het agterstal te doene vertooning, van Bimilipatnam, volgens arrest van 23. no„ vember in gelijker voege geordonneert te vergoe„ e den: maar met deeze dispositien, wat 'er ook het gevolg van zij, voor zie ik de moge„ lijkheijd niet, om de Compagnie in deezen ofte de Agterstallen in het generaal, te houden buijten schaade §13 Het is dus, ten aanzien van dit point dat ik mij niet weijnig bekommert vinde immers

NL-HaNA_1.04.02_3877_1100 view scan ↗

English

For if everything that can and must be understood under the name of arrears is to be compensated by those from whom recovery should be sought, I find myself obliged respectfully to declare that I see no way of doing so. The amount thereof exceeds the reach of anyone's means, even if one were to pay for the other, just as was determined at the session of 23 November with regard to the aforesaid Iaggernaijkpoeram and Bimilipatnam Arrears to be done by the commanders and members who have formed the ministry since 1785/6 and have not properly cared for them or for their settlement, thus also being the cause that these debts have run on from one year to the next, in such manner as will more fully appear to Your High Noblenesses from the aforesaid Extract minutes, or the resolution of 23 November: Paragraph 14. That my difficulty is founded on reason requires no further argument than merely showing Your High Noblenesses the amount of the capital that I understand under the name of arrears; namely: At Iaggernaykpoeram these amount, as of the last of August 1789, to pagodas 16278. 16. 50. At Bimilipatnam 1790, pagodas 6501. 19. 70. Sum pagodas 22780. 12. 40. At Palikol old debts continue to run to pagodas 1208. 22. 60. Total of present arrears at these three offices: pagodas 23989. 11. 20. Add to this the debts of the government at Nagapatnam in the year 1781, after the reduction made according to a report received on 10 November last: Brought forward pagodas 23989. 11. 20. pagodas 10004. 18. 8. Item, that which is said to have been extorted by the English from the former governor of Vlissingen: pagodas 22045. –. –, together pagodas 32049. 10. 8. Furthermore, that which the former secretary of Justice Bronsvelt, as sequestrator, has fallen into arrears in sequestration moneys, with pagodas 10878. 15. –. Item, the amount of the price increases, for which it has been ordered to provide security: pagodas 8768. 8. 56. Then comes the total of outstanding accounts that could fall into terms of compensation: pagodas 75686. 1. 4. Making in Dutch money a considerable capital of 340587 guilders 4 stuivers –. For as regards the debts of the previous government, on which, as appears from the Extract resolution of the 10th of the past month of November, it was approved to request the honored further disposition of Your High Noblenesses, the recovery thereof depends solely on an as yet uncertain recovery of Nagapatnam, and an uncertain promise of the previous ministry founded thereon. It remains to be seen whether those persons who constitute the debtors, should one ever have the good fortune to regain that place, will then indeed be found there and may not have come under foreign jurisdiction; And with regard to the sequestration moneys, I imagine that no one is naturally more responsible for them than those who allowed the aforesaid Bronsvelt to suffice with an unsatisfactory accounting thereof and, moreover, permitted him to depart for Ceylon, whereto the government has been informed of the aforesaid disposition, with a request for assistance on behalf of the commander and council members declared responsible, to see if anything might be recovered from Bronsvelt or his sureties, failing which he is undeniably subject to challenge and actionable on account of the fraudulent management of his said administration. Paragraph 15. The overview of the granted price increases, or the disposition on the report received concerning them, will appear to Your High Noblenesses, if you please, from the Extract resolution dated 22 November, namely: which persons are involved therein and thus, according to Your High Noblenesses' intention, over and above giving further reasons for granting the aforesaid increase, have been enjoined to provide security for it; which appears to me unlikely to produce an effective result, both because there will probably be no persons of sufficient credit found to act as sureties, and because, for the Arrears, the persons, effects, goods, and monthly wages of those who are to be held answerable for them, or shall be found also to have to participate therein, have already been attached and declared executable, although in the case of such an extreme measure it seems that this can hardly be effected or brought about except through convictions and legal condemnation; For to lay hands on person and property belongs, subject to the correction of Your High Noblenesses' wiser judgment, rather to the judicial than to the political sphere; not to mention that, in the event of legal action by one party or another, the embarrassment would be no less as to how one shall arrange it and have it executed by an officer of Justice who is in terms of recusal, and before a court of justice which, in its judgments and judicial proceedings, yields almost nothing but evidence of incompetence. The payment of those increases to those to whom they were granted appears to me likely to be proven, if not completely, for the most part; but the reasons given for agreeing to them I do not believe will stand the test: for they are based principally on an unacceptable premise, namely the loss that the suppliers report having suffered on the goods supplied to them, or rather sold to them, and

Dutch transcription

immers zoo al wat onder de naam van agterstallen kan - en moet worden begreepen ter vergoeding zal komen van den geen, waar op verhaal zou moeten gezogt worden, vinde ik mij verplicht in eerbied te declareeren van daar toe geen kant te zien. Het bedragen van dien gaat boven het bereik van ieders vermogen al ware het ook dat de eene voor den anderen quame te betaalen, gelijk ten aanzien der voorsz: Iaggernaijkpoeramsche en Bimili patnamsche Agterstallen, ter sessie van 23. november is vastgesteld te moeten ge„ schieden, door de gezachhebbers en leeden, wel„ de seedert 178 5/6: het ministerium uijt gemaakt, en daar voor, ofte de vereevening van dien niet na behooren gezorgt hebben, dus meede oorzaak zijnde, dat die schul„ den van het eene in het andere Iaar zijn geloopen, in dier voege als u Hoog Edel„ heeden zulks omstandiger Consteeren zal bij 10. bij de voorsz: Extract notulen, ofte het be„ sluijt van 23. November: § 14. Dat mijne zwaarigheijd op reede gegrond is, behoeft geen verder betoog dan U Hoog Edelheeden enkel te doen sien het bedragen van het kapitaal, dat ik onder den naam van agterstallen begrijpen; teweeten Te Taggernay kpoeram beloopen, de zelve onder ult:o augustus 1789. . . . . . . . - - pag: 16278. 16. 50. Te Bimilipatnam 1790. „ 6501. 19. 70. —pra/o 22780. 12. 40. gum Te Palikol loopen aan oude schulden „ 1208. 22. 60 min voort - - - - - - - - - - - - - - - komt aan tegenwoordige agter #t stallen op deeze drie kantooren - pa/o 23989. 11. 20. voege bij hier de schulden van het gouvernement te Nagapatnam in a.:o 1781. na de volgens een op den 10. November laastleeden ingekomen bericht en s Transporteere - - - pa /o 23989. 1. 2 8. 9 . . . . . pag 23989. 11. 20 P=r Transport bericht, gemaakte vermin 10004. 18. 8. dering - - - - - - - - - pag: item het geen gesegd word door de Engelschen, den heer geweezen gouverneur van vlissingen af„ gedwongen te zijn _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 22045. –. – „ 32049. 10: 8 Voorts het geen de geweeze secre„ taris van Iusticie Bronsvelt als sequester aan sequestratie penningen is ten agteren geblee„ ven met - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 10878: 15. — item het bedragen der prijs verhoo„ gingen, waar voor geordonneerd 8768. 8. 56 -„ is Cautie te stellen - - - - - - Dan komt aan agterstallige Reeke„ ningen, die in termen van vergoeding Gou„ den konnen vallen - - - - - - - - - - - - - pag: 75686. 1. 4. uijtmaakende in nederlandsch geld een aansienlijk ka„ pitaal van ƒ340587. 4: —. want wat aangaat de schul„ den van het voorig gouvernement, waar op, uijtwij„ Iens Extract besluijt van den 10. der Iongst gepas„ seerde maand November, is goedgevonden de geëerde nader dispositie van u Hoog Edelheeden te verzoeken, het resousreeren van dien alleen af„ hangende van eene noch onzeekere te rug erlanging van 9 101„ van Nagapatnam, en eene daar op gefundeerde onzeekere belofte van het voorig ministerium zal het te bezien zijn, of die persoonen, welke de debiteuren uijtmaaken, indien men het geluk eens hebben mocht van die plaats wederom te bekomen, als dan daar wel zullen te vinden en niet geraakt mochten zijn onder vreemde Iurisdictie; En ten aanzien der sequestracie penningen, verbeelde ik mij dat niemant natuur„ lijker wijze daar voor responsabel is, dan de geen, die voorm: Bronsvelt hebben laaten vol„ staan met onvoldoende Reekenschap derweegen en daar en boven gepermitteerd, om naar Ceijlon te mogen vertrekken, werwaards aan de Re„ geering kennis is gegeeven van voorsz disposi tie, met verzoek van adjude voor de responsabel verklaarde gezachhebber en Raadsleeden, om of 'er op Bronsvelt of zijn borgen, iets mogte te verhaalen zijn, bij mancquement van het welke ontagen zeggelijk Calangeabel, en actionabel hij is wegens de frauduleuse behandeling van ged:t zijne administratie administratie. §15 Het overzicht tot de ingewilligde prijs verhoogin„ gen ofte de dispositie op het daar van ingekomen bericht, zal u Hoog Edelheeden des gelievende blyken bij Extract resolutie de dato 22: november, namen„ lijk: welke persoonen daar in zijn betrokken en dus, na u Hoog Edelheeden intensie, boven het geeven van nadere reeden voor het toestaan .. van de voorsz: verhooging, geinjungeert zijn daar voor borg te stellen, dat mij voorkomt bezwaarlijk effect te zullen konnen sorteeren zoo om dat 'er waarschijnlijk geen luiden van credict genoeg tot borgen zullen te vinden zijn als om dat, voor de Agterstallen de perzoonen Effecten, goederen, en maandgelden van den geenen die 'er aanspreetelyk voor zijn te houden, ofte bevonden zullen worden meede daar in te moe„ ten participeeren, bereets verbonden en Executabel verklaart zijn, schoon dat in Cas, van een dus danig uijterste niet wel dan door overtuigingen en Condomnase in rechten, schijnt te effectueeren of te bewek stelligen te zijn; want 1415 want persoon en goederen aantebasten, geloove ik onder verbeetering van u Hoog Edelheeden wijzer oordeel, eer tot het Iusticieele, als het politieke te behooren; om niet te zeggen dat, in Cas van gerechtelijke actie van den een of ander, de verlegendheijd niet minder zoude zijn hoe men dat zal aanleggen, en uijt voeren laaten door een offecier van Justicie, die in de termen staat van recusatie, en bij eene rechtbank, welke in haare gewijsden en gerechtelijke bestellingen genoegzaam niet anders, dan blijken van onkuwr„ digheijd oplevert. De betaling van die verhoo„ gingen aan den geen, welke ze toegestaan zijn komt mij voor, zoo niet volkomen, meerendeels te zullen worden beweezen: maar de gegeeven reeden voor het accordeeren van dezelve, geloof ik niet dat proef houden: want men fundeert die hoofdzakelik op een onaannemelijk stelzel, namelijk het verlies dat de Leveranciers op geeven te hebben geleeden op de aan hen verstrekte, eigenlijk aan haar verkogte, en

NL-HaNA_1.04.02_3877_1106 view scan ↗

English

and on the collection, merchandise discounted instead of money, with which in my opinion the Company has nothing to do, for reasons which Your High Excellencies may be pleased to observe from an annexed extract rescript to Iaggernaijkpoeram under date of the 10th of this month. §16 Meanwhile, apart from the hardship of the case, of being, through the office which I have the honor to hold, the instrument of the misfortune of so many people, it causes me no small concern to fulfill Your High Excellencies' respectable orders, which increases all the more when to the aforementioned indemnifications is added that which will shortly appear to be the missing capital of the Orphan Chamber with the interest. And it is out of conviction, and after measuring the outward appearance and fortune of the afflicted persons, that I respectfully take the liberty to declare once more, that even if Your High Excellencies should be pleased to exclude the debts of the old government and the unaccounted sequestration monies, there still seems to be little chance of overcoming the other arrears and price increases. Let alone if the loss of the Orphan Chamber, or any other item, is added thereto, for which compensation is also required, in which, if not in all other matters, the Members of the Council are so mixed up and involved that the disposition and responsibility fall almost solely upon me. Which, however well I perform my duty, repeatedly causes me anxiety and makes me ardently long for the moment that Your High Excellencies may be informed of the true state of affairs, in order, according to that, to be promptly provided with Your High Excellencies' special orders on how I am further to conduct myself; while in the general report everything will be placed in a more detailed light, and at the same time the grounds will be presented upon which representation and relief have have been requested. §17 That which concerns the sale presents no less serious reflection, since all sides oppose my efforts to make it acquire a better outlook. It is true, fortune has so far favored me that, in the space of two months, I have brought more profit to the Company than the previous administration in the entire past financial year, during which, according to an extract from the rough general return under the last of August 1790, no more was disposed of here at Palleakatta than for ƒ41216. 11. —, whereas that which has been disposed of in this financial year, according to another note annexed hereto, amounts to pagodas 13212. 22. 60, or ƒ59458. 5. - Netherlands currency; which, however, signifies nothing in proportion to what is needed and still lies unsold, consisting of 190947 1/8 lb of Japan bar copper and 52717 lb of cloves, both articles which, which, each by itself, absolutely cannot be disposed of, possibly even in small quantities, other than by coming somewhat closer to the market price. My intention to introduce a public auction, as was fixed for the 30th of October, yielded counter-arguments at the session of the 10th of November, because of the fluctuation of the market and the constant falling of the prices. I take the liberty respectfully to refer to these, as they are noted in an extract from the resolution of the said date, as well as to that noted in another extract of the minutes of the 18th of the said month of November, from which it appears that the merchants, if they had ready money to purchase any parcel of importance by private sale, could offer no more than 80 for the copper, and separately only 100 pagodas per baar for the cloves; which, as far as the first is concerned, yields an advance of no more than 189 1/4 and the latter only 98 3/4 per cent, as that, with what they thought they could spend on the other sorts of goods then still unsold, appears from the last-cited extract, as well as the resolution then taken, to stipulate for what they might be inclined to accept in deduction of what had to be furnished upon the contract, the old or former prices; namely: for the spices and the Japan bar copper, but for the rest, or if both these articles could be disposed of separately for cash, to let them and the rest go for the stated prices. In which respect, however, one succeeded no further than with regard to the copper and the spices, while the other articles had to undergo such further reduction, as appears more fully from the resolution of the 27th of November and the already cited note of what was sold. 118 Since now, both in Your High Excellencies' honored honored rescript of the date 27 April, as well as 17 August of this year, many unfavorable remarks have already been made about the poor sales, so much so that Your High Excellencies, having been misled by imprudent expressions and ill-considered promises, and brought to the idea that they were in reasonable terms, as shown by what was set down in the 44th paragraph of the first-mentioned rescript, have been pleased to waive the previously granted price reduction on the Japan bar copper, I showed myself concerned thereabout in our meeting of the 28th ultimo, for that reason as well as the irrational and ill-considered fulfillment of the indents of the subordinate factories. For whereas those factories, and primarily those to the north, had to account for substantial arrears, which ought to have been credited and charged to them on the new trade, or on what is delivered inside on account of the same, one has, without paying attention thereto, supplied the same

Dutch transcription

en op den Inzaam, in steede van gelt gedisconteerde koopmanschappen; waar meede de Compagnie na mijn gedagten niets te doen heeft om reeden, welke u Hoog Edelheeden gelieven te beoogen bij een hier nevens gevoegd Extract rescriptie naar Iaggernaijk„ poeram onder den 10. deezer §16 Ondertusschen baart het mij, behalven de hardig„ heijd van het geval, van door de post welke ik de eere het te bekleeden, het werk tuijg te zijn van zoo veeler luijden ongeluk, geen geringe Iorg ter vol„ doening van u Hoog Edelheeden respectabele bevee„ len, welke te meer toeneemt, als men bij de voorsz: vergoedingen noch voegt het geen eerst daags blij„ ken zal het mancqueerende kapitaal te zijn van de weeskamer met de Interessen, en het is uijt overtuijging, en na afmeeting van der bezwaarden uijterlijk aan zien, en vermogen, dat ik mij eer„ biedig bevrijmoedige van andermaal te de„ clareeren, dat al ware het dat u Hoog Edel„ heeden de schulden van het oude gouvernement, en de onverantwoorde sequestracie penningen gelieven uijtte zonderen 10. 1016 uijt te zonderen, ek noch bezwaarlijk kans schijnt te zijn, de andere agterstallen en prijs ver„ hoogingen, meester te worden. Men ge„ swijge zoo het verlies van de weeskamer, of eenig ander item, daar noch by komt, waar toe ook schadeloos stelling word vereischt, in welke, zoo niet in alle andere affaires de Leeden van de Raad zodanig gemelleert en betrokken zijn, dat de beschikking en verant„ woording genoeg saam alleen op mij afdaalt het welk hoe zeer ik mij ook quijte van mijn plicht, mij meermaals ongerustheyd veroor zaakt, en vierig doet verlangen na het oogenblik dat u Hoog Edelheeden geinformeerd kon„ nen zijn van den eigenlijke toedracht van zaaken ten eijnde na mate van dien, spoedig gemunieerd te worden met u Hoog Edelheedens speciaale ordres hoe ik mij verder hebbe te gedragen, zul„ lende bij het generaal verslag alles in een om„ standiger licht gesteld, en tevens voorgedragen wor„ den de gronden, waar op om representatie en ontheffing is is verzocht geworden §17. Het geen den verkoop betreft levert geen minder Iorgelyke overdenking op, nadien zich alle kant tegen mijne pogingen om dezelve een beeter aanschou te doen verkrijgen. Het is waar, het gelut heeft mij dus verre meede geloopen van, in den tijd van twee maanden, de Compagnie meet voordeel te hebben toegebragt, dan het voorig ministerie in het gepasseerde gansche boekIaar geduurende het welke, 'er alhier te Palleakat„ ta, blijkens een uijttrekzel uijt het ruw ge„ neraal rendement onder ult:o Augustus 1790. niet meer vertiert is, dan voor ƒ41216. 11. —. daar het geen in dit boek Iaar, van de hand is gegaan, blijkens een andere deeze bijge„ voegde notitie, pagoden 13212. 22. 60. , ofte ƒ59458. 5. -. Nederlandsch, komt te bedra„ gen, het welk egter niets heeft te beduijden na mate van het geen er nodig is, en noch onverkogt legt bestaande in 190947. 1/8. lb Iapans staat Koper, en 52717. lb: Nagelen, beeden articulen welke 1017 welke, ieder op haar zelve, volstrekt niet anders dan met wat nader te komen bij de markts prijs, mo„ gelijk noch meer in kleene quantiteiten van de hand te zetten zijn. Mijn voorneemen om den publieken verkoop te introduceeren, gelik den 30. October was vast gesteld, heeft ter ses„ sie van den 10. e November, mits het varieeren der markt, en het geduurig daalen der prij Ten Contra bedenkingen opgeleevert. Ik neem de vrijheijd mij aan dezelve, zoo als Te bij een Extract uijt het besluijt van gem: datum genoteert staan, met eerbied te gedraagen als meede aan het genoteerde bij een ander Extract Notul van den 18. der gem: maand November, waar bij blijkt dat de kooplieden, in„ dien zij gereed gelt hadden om eenige partij van belang uijt de hand te koopen, voor het kooper niet meer dan 80., en de nagulen appart maar 100: pagoden per blaar konden bieden dat wat aangaat het eerste niet meer dan 189¼ en het laaste maat 98 3/4. p:r C=t advans opleevert, zoo zoo als dat, met het geen zij meenden voor de andere toen nog onverkogte soorten van goederen te kon„ nen besteeden, by het laast geciteerde Extract komt te blijken, als meede het toen gevallen besluijt om, voor het geen zij genegen mogten zijn aante„ neemen in mindering van het geen op de aan besteeding moest worden gefourneert, te bedin„ gen de oude ofte voorige prijzen; teweeten: voor de specerijen, en het Iapansche staafkoper, dog voor het overige, ofte zoo beide deeze arti„ culen, voor Contant, apart aan den man willen die, en de overige te laaten gaan voor de op„ gegeevene prijzen, waar omtrent men egter niet verder gereusseert is, dan omtrent het ko„ per, en de specerijen, terwijl de andere arti„ culen eene sodanige verdere dimunitie hebben moeten ondergaan, als bij besluijt van den 27=e November, en de reets geciteerde notitie van het verkogte breeder komt te blijken 118 Daar er nu, zoo bij u Hoog Edelheeden geeerde 1018 geerde rescriptie de dato 27. april, als 17. Augustus deezes Iaars, bereets veele ongunstige aanmer„ kingen over den geringen vertier gemaakt zijn sodanig dat u Hoog Edelheeden door on„ voorzichtige uijtdrukkingen en onbedachte beloften geabuseert, en gebragt zijnde in het denkbeeld, als of ze in reedelyke termen verseerde, uijtwijzens het ter neder gestelde bij de 44. par: van eerstgem: rescriptie, hebben gelieven afte zien van de te vooren toegestaane prijs vermindering op het Iapans staafkoper, zoo hebbe ik mij daar over bezwaar getoont in onze bij een komst van den 28: passato, om die reeden zoo wel, als de onberedeneerde, en niet wel overlegde voldoening der Eijsschen van de kantooren. want daar die kantooren, en voornamentlijk die om de noord importante agterstallen hadden te verantwoor„ den, welke hen op den nieuwen handel, ofte het geen of reekening van dezelve word binnen gelevert, had behooren toe- en aangereekend te zijn, heeft men zonder daar acht op te slaan, de zelve voorzien

NL-HaNA_1.04.02_3877_1112 view scan ↗

English

provided with the readiest means, such as the commodities, nutmegs, and mace, and of these spices so little was kept in hand here, and on the contrary an disproportionate quantity of copper and cloves, so that I, embarrassed thereby, have declared the previous ministry accountable for all detrimental consequences thereof, such as having to descend to the ultimatum of prices by decree of the 18th previously: the cloves at Madras, according to the note by resolution of 23 November aforesaid, having fallen to 331. 22. 6., and the copper to 72 pagodas the Bhaar, so that, in order not to let a considerable capital of ƒ346899. 2. –., calculated for both items if the set price of 400 for the one, and 80 pagodas per bhaar for the other item, could be made, lie interest-free, and on the other hand to get into the necessity of taking up money until the Inzaam and having to pay interest at least until the time of relief, it appears to me to be more in accordance with the Company's interest, after trying all possible means and ways, even the holding of a public sale, which has already been announced for the 15th of January next, if necessary rather to follow the market than to remain stuck with this interest-free capital without better prospect, on account of the continuing importation of European cast and northern refined or Swedish sheet copper, the sale of which is of an uncommon influence on the prices of Japanese copper, which is preferred little or not at all above European copper any longer, and moreover is sold privately at market price and less, as by private traders from Ceylon, who make up amply and broadly what they lose on the purchase price there by the cash which they carry over to Ceylon, which on account of what the Coast pagoda is worth more there, is said to amount to as much as 50 per cent; besides the profit on goods which they take in exchange and payment, and moreover employ for return cargo. §19. For all which reasons, to be further confirmed in the outgoing general letter, I take the liberty, on both these points, namely the Japanese bar copper and the cloves, if an outlet must be sought with them as at present, to request Your High Noblenesses' serious considerations and definite authorization as to how I am to conduct myself in this regard in the future. §20 Upon my departure from Bengal the books were only closed up to the month of July, and the month of August 1790 was then also only just ending, so the general yield of this book year cannot yet be ready: but the year before, or 1788/9, the Japanese bar copper at Hooghly yielded no more than ƒ68. 7. 13½ the 100 lb, giving an advance on our cost price of 145 5/16 per cent, which corresponds sufficiently with the present market price of Coromandel, calculating pag 72. 22. 60 the bhaar of 480 lb. The cloves in Bengal in 1788/9 fetched ƒ3. 14. 10½ the lb, which comes to pag 398. 4 the bhaar of 480 lb; believing for my part that it is not probable that both items at public sale or by private treaty separately will yield a higher price, and that Your High Noblenesses, knowing that the market cannot be forced anywhere, will be all the more pleased to give Your esteemed consent to following the same, taking into favorable consideration how, on the 10th of this month, the finances stood here, of which on the said day a demonstration was produced at the meeting, as I have the honor to enclose a copy thereof herewith. According to the demonstration, the procurement pro patria and India at this main office amounts to ƒ326234. 10. 8. The 1/3 part that, according to the contract made, must be furnished by the end of January next, ƒ67997. 9. 8. The stock on the end of November ƒ68191. 9. 8., from which one must first find the expenses up to the end of July next, estimated calculatedly at ƒ64485. –, and after deduction of which there remains no more than ƒ3706. 9. 8. for the provision of the first installment, and there would be lacking for the entire procurement ƒ254530. 11. 8.: whereas if one could dispose of the stock of copper and the cloves at the set limit of 80 and 400 pagodas the bhaar, there would be left over ƒ92368. 10. 8., truly too considerable a difference, not counting the disadvantage both by the loss on and the payment of interest for money that one, if it be obtainable, would have to negotiate until the time of relief in order to be able to reap the desired fruits of the advantageous contract; namely the prompt fulfillment of the demands, and among them for the Netherlands up to 7 ton, for which, after the honored recommendations of Your High Noblenesses, the necessary preparations have been made, and the suppliers have been assured that there will be no lack of ready money, relying on receiving the calculated sum with the first ship, and for which reason I cannot be emphatic enough [illegible]

Dutch transcription

voorzien van de gereedste middelen, gelyk de kom„ lanten, nooten, en foelij, en van deeze specerijen hier zoo weijnig aan handen gehouden, en daar en tegen een ongeproportioneerde quantiteijt ko„ per en nagelen, dat ik, daar meede verleegen het voorige ministerium aanspreekelik heb verklaart voor alle nadeelige uijtwerkzelen derwegen, gelijk die van te moeten afdaalen tot het ultimatum der prijsen bij arrest van den 18. bevoorens: zijnde te Madras de nagulen uijtwijzens aantekening bij besluijt van 23. November voormelt gedaalt tot 331. 22. 6. , en het kopper tot 72. pagoden de Bhaar, zoo dat, om een aanzienlijk kapitaal van ƒ346899. 2. –. gecalculeert voor beiden de articu„ len indien de gestelde prijs van 400. voor het eene, en 80. pagoden per bhaar voor het andere articul, mogte te maaken zijn, niet renteloos te laaten leggen, en daar en tegen in de nood„ zakelijkheijd te geraaken van tot den Inzaam gelt opteneemen, en rente te moeten betaalen ten 1019 ten minsten tot den tijd van ontzet, het mij voorkomt overeenkomstiger met 'sComp:s be„ lang te zyn, om na beproeving van alle moga„ lijke middelen en weegen, zelf het houden van vendutie, welke ook tegen den 15: Januarij naast komende reets is uijtgeschreeven des noods liever de markt te volgen, dan met dit rente„ 7 sonder beeter loos kapitaal te blijven zitten voor uijt zicht, uijt hoofde van de Continueerende aanbreng van Europasch gegooten en noordsch gaer- of Zweels plaat koper, welkers de biet van een ongemeene influentie is op de prijzen van het Iapansch koper, het welk men weijnig of niet boven het Europisch koper meer prefereert, en daar en boven in het particulier, tegen markts prijs, en minder debiteerd, gelijk door particuliere Handelaars van Ceijlon, welke, het geen zij op de inkoops prijs aldaar komen te verliesen, ruijm en breed goed maaken door de kontan„ ten 6 ten, welke zij naar Ceijlon overvoeren, het welk uijt hoofde van het geen aldaar de kust pa„ good meerder waardig is, gezegd word, wel 50. per Cento te beloopen; behalve de winst op goederen, die zij bij ruiling, en betaaling aan neemen, en tot retour daar en boven em„ ploijeeren. §19. Om alle welke bij de aftegaane generaale brief nader te bevestigene Reeden, ik de vrij„ heijd gebruijk van op beiden deeze pointen het Iapansch staaf koper, en de nagelen na„ melijk, indien daar meede, gelijk nu, een uijt werk gezocht moet worden, uw Hoog Edelheeden serieuse Consideracien, en bepaalde qualificatie te verzoeken hoedanig mij dien aangaande, in het vervolg te gedraagen §20 Bij mijn vertrek uijt Bengale waaren de boeken maar affen tot de maand Iulij, en de maand Augustus 1790. lief toen ook noch maar ten eijnde, dus kan het generaal rende„ „ ment 1020 ment van dit boek Jaar nog niet gereed zyn: maar 'sjaars te vooren ofte 178 83/9 heeft het Iapans Staafkoper te Hoegh niet meer gerendeert dan ƒ68. 7. 13½. de 100. lb:, gee„ vende op onse inkoops kostende een advans van 145 5/16. p=r cento, het welk genoegzaam over een komt met de tegenwoordige markts prijs van Kormandel, als bereekenende pag 72. 22. 60. de bhaar van 480. lb. De Nagelen hebben in Bengale in 178 /9. ge„ golden ƒ 3. 14. 10½. het lb: , het welk op pag: 398. 4. de bhaar van 480: lb: uijt komt; geloovende voor mijn aandeel dat het niet waarschijnlijk is dat beiden ar„ ticulen per vendutie of uijt de hand, apart hooger prijs zullen afwerpen en dat u Hoog Edelheeden, weetende dat de markt nergens is te dwingen, te meer Haere geaerde toestemming tot het volgen van dezelve zullen zullen gelieven te geeven, in gunstige aanschou neemende hoedanig het, onder den 10. deezer, al„ hier gesteld was met de financien, waar van ten gemelde dage eene Aantooning ter verga„ dering is geproduceerd, zoo als ik de eere hebbe een afschrift daar van hier bij te voegen Volgens de vertooning bedraagt de aanbe„ steeding pro patria en India ten deezen Hoofd-komptoire ƒ 326234. 10. 8. Het 1/3. gedeelte dat, volgens het gemaakt Contract, met ult:o Ianuarij aanstaande gefourneert moet zijn ƒ 67997: 9. 8„ De voorraad onder ult=o November ƒ68191- 9. 8. , waar uijt men eerst moet vinden de ongelden tot ultimo Iulij aanstaande Calculatiaf gereekend tot ƒ64485: — en na aftrek van dewelke 'er tot de verstrek king van het eerste termijn niet meer overschiet dan ƒ3706: 9. 8. , en tot de geheele aanbesteeding zou komen te ontbreeken ƒ254530. 11. 8: daar er in dien men den voorraad. van Koper, en de 127. Nagelen 1021 nagelen tot de gestelde tap van 80: en 400: pa„ 3 goden de bhaar konde quijt raaken, zoude over zijn ƒ92368:10. 8. een te aanmerkelyk verschil waarlyk, ongereekend het nadeel zoo door het verlies aan - als het betaalen van Rente voor geld, dat men, zoo het te bekomen zij, tot de tijd van ont zet zou moeten negocieeren om van het voordeelig Con„ tract de gewenschte vrugten, te kunnen plukken; teweeten de prompte voldoening van de Eijsschen, en daar onder voor Neder„ land tot 7. son, waar toe na de geeerde recommandatien van u Hoog Edelheeden, de nodige preparatien gemaakt, en de Leveranciers verzekert zijn, dat het aan geeen gereed geld zal haperen, staat maar„ 9 kende daar toe de gecalculeerde som met het eerste schip te zullen ontvangen, en waar om w ik niet nadrukkelijk genoeg kan zijn zjn Hoog

NL-HaNA_1.04.02_3877_1118 view scan ↗

English

to request effective assistance from Your Right Noble Lordships, specifically by sending that ship with money here as early as possible. A detailed report will be made in the general letter regarding the difficulties that present themselves in the sale of the gold and the gold rupees, which absolutely cannot be done otherwise than at Madras, unless one or the other might be made acceptable at the appraised value in the merchants' specie as a deduction from the advances; thus keeping this point concerning money matters in reserve until that time, I request, with respect to the procurement, to be permitted to state briefly here that I have succeeded in concluding the procurement contract at this head office according to the esteemed wishes and instructions of Your Right Noble Lordships, namely at the old, unincreased prices, whereby, as I hope, all price increases are nullified; for the servants at the subordinate offices have been ordered and instructed to follow this example without exception. The contract itself I have the honor to offer to Your Right Noble Lordships in copy, requesting hereupon Your Lordships' much-desired approval. By resolution of the 11th of this month it will be found inserted in due time, and noted by decision of 22 November, that on that day the contract was deemed concluded. Concerning all the rest, of which, owing to the time slipping away from me as well as the further extraordinary clerical work, I make no special mention herein, I respectfully request to be allowed to refer generally to the extract resolutions cited herein and others mentioned on the register of annexes, from which it can easily be discovered that the drafting of a formal requisition ought to be postponed until the further outcome of the aforesaid public auction to be held in January next. Paragraph 25. Thus, solely with regard to the affair with the merchant van Bijland, I find myself obliged respectfully to notify Your Right Noble Lordships of his arrival in loco on the first of November last, the provisional release under guarantee from arrest granted to him on the 9th thereafter in the meeting upon his request addressed to me alone, and the necessity recognized on the same day to fill the headship of Iaggernaijkpoeram, for which assistance from Bengal has been requested for such reasons as can be gathered more broadly from a separate extract of that decision, to which I respectfully refer in order to obtain Your Right Noble Lordships' honored approval thereof, regarding which the request will be further presented in the general letter; believing that with this arrangement of mine I have proceeded according to the rule of prudence, which, since there are supporters at Iaggernaijkpoeram of the former chiefs as well as on the side of the merchant van Bijland, seemed to me not to permit, so long as all that is in dispute is not investigated, decided, and settled, the placement there of someone who has any connection to the government, and who does not offer that expectation of neutrality as persons from other Company establishments do; besides the fact that, outside of van Bijland himself, no one presents himself possessing enough skill and capacity properly to redress the confusion and that which has fallen into disorder, and in accordance with the foundations laid for that purpose; concerning which I may rely fully and with peace of mind on the experience of the first person chosen by me, even emphatically recommending him to the protection of Your Right Noble Lordships for the purpose of obtaining a favorable consideration and confirmation. Paragraph 26. To the aforesaid van Bijland, the day after his release from arrest, the points on which he must account for himself were handed over by me, as well as those on which it is incumbent upon him to prove the various accusations made both against the former governor and Council and the former chiefs of Iaggernaijkpoeram and others in particular. He is diligently occupied with this, and promised me on the 10th of this month to deliver shortly an accounting in three parts, the first of which would contain that which must serve to refute or defend what occurred here before his departure for Jaggernaijkpoeram in 1789, the second regarding what took place after his arrival there, and the third with respect to that which appears separately to his charge in the documents. Paragraph 27. I have also handed him an extract of the prohibition from Your Right Noble Lordships against any further correspondence with Your Lordships, and as soon as his defense and proofs are received, I shall, according to the state of affairs, let the order of Your Right Noble Lordships regarding the Head Administrator van Halm serve as a rule and guideline for me; noting in the meantime with respect to him that I judged it necessary to delay the execution of the aforesaid order of Your Right Noble Lordships and to let him continue his function of Head Administrator, partly until everything charged against him is fully proven, and partly until security is given for the Company for the share incumbent upon him, and the compensation for the aforesaid arrears and the price increases, notwithstanding that I have, following the previous decision regarding his subject, for the present kept the second van Someren, present at Iaggernaijkpoeram, out of office. He is generally said to be the cause of the disorders committed, and especially the embroilments that arose upon the arrival of the aforesaid van Bijland as alleged chief.

Dutch transcription

13. Hoog Edelheeden kracht dadige bij stand te verzoeken door namelijk dat schip met geld zoo vroeg mogelijk herwaards te zenden van de moeijelijkheeden welke zich op doen §22 in den verkoop van het goud, en de goude ropijen dat volstrekt niet anders geschieden kan, als te Madras, ten waare het een of ander, na de getaxeerde waarde op de specien der koop lieden, in mindering van de verstrekkingen smaakelijk te maaken, zal bij de generaale brief omstandig. verslag worden gedaan, dus hier meede dit point, de geld zaaken Concer„ neerende, tot die tijd in reserve houdende, verzoeke ik met betrekking tot Den inkoop hier kortelijk ter 123. needer te mogen stellen dat het my gelukt is het aanbesteedings contract ten deeze hoofd Can„ toore te treffen na het geëerd verlangen en aanschrijven van U Hoog Edelheeden ofte tegen de oude onverhoogde prijzen, waar door 13. 1022 door, zoo ik hoop alle prijs verhoogingen te niet zyn; want de bediendens op de subalterne kantooren zijn gelast en aan geschreeven om dit voorbeeld zonder Exceptie te volgen. Het Contract zelve, heb ik de eere in Copij U Hoog Edelheeden aantebie„ den: verzoekende hier op Hoog Derzelver zeer gedesidereerde approbatie. Bij resolutie van den 11. deezer zal het, in der tijd geinsereert en bij besluijt van 22. November aangetee„ kend worden gevonden dat, ten dien dage het Contract voor geslooten is gehouden Nopens al het overige, waar van ik mits 124. de algaande weg mij ontslippende tijd, en het verdere extra ordinair schrijfwerk, in deeze geen bij zondere mentie maaken, ver„ zoek ik eerbiedig mij generaalyk te mogen gedraagen aan de in deeze geciteerde, en andere Ex„ op het register der bijlaagen, vermelde tract besluijten, waar uijt ligtelijk is te ontdekken ontdekken dat met de instelling van een for„ meelen Eijsch dient te worden gesuppercedeert tot nader uijtslag van voorsz: in Ianuarij aan„ staande te houdene vendutie. §25 Ik vinde dus, enkel met opzicht tot de affai„ re met den koopman van Bijland, mij ver„ plicht u Hoog Edelheeden eerbiedig kennis te geeven van zijn aankomst in loco op primo No„ vember Iongstleeden, het sub 9 daar aan, of zijn daar om bij Request aan my alleen gedaan verzoek, in vergadering geaccordeert provisio„ neel ontslag uijt het arrest onder hand tasting, en de ten zelven dage begreepen noodzakelijkheijd om de Iaggernaijkpoeramsche opperhoofdij te vervullen, waar toe uijt Bengale assistencie is verzocht om zodanige reeden, als bij een afzonderlijk Extract uijt dat besluijt breeder is te bevogen, aan het welke ik mij eerbiedig gedraage ter erlanging van U Hoog Edelheeden geeerde approbatie derweegen waar toe het verzoek bij de generaale gemeene brief nader zal worden voorgedraagen / vermeenende met deeze mijne beschikking te raade te zijn gegaan na 1023 na de regel van voorzigtigheijd die, vermits 'er te Iaggernaijk poeram aanhangers zijn van de zijde van de geweezene opperhoofden zoo wel als aan de kant van den koopman van Bijland mij toescheen niet te gedoogen om zoo lange al wat in verschil is, niet onderzocht, gedeciseert en getermineert zal zijn, iemand aldaar te plaat„ sen welke tot het gouvernement eenige Connexie, en die verwachting van onzijdigheijd niet voor zich heeft als persoonen uijt andere Comp:s Eta„ blissementen, behalven dat 'er buijten van Bijland zelve, niemant voorkomt, kun„ bezettende digheijd en Capaciteit genoeg om de Confusie, en het geen in disorder ge„ raakt is behoorlijk, en na de daar toe gelegde fundamenten te redresseeren, waar omtrend ik mij op de ervaarendheijd van de door mij ver„ koorene Eerste persoon volkomen, en met gerustheyd mag verlaaten, zelf hem ter er„ langing van eene goedgunstige reflexie, en bevestiging, nadrukkelijk in de protexie van r u Hoog Edelheeden recommandeerende. 126 Aan voorm: van Bijland zijn daags na zijn ontslag uijt het arrest, door mij ter hand gesteld de poin„ ten, waar op hij zich moet verantwoorden, zoo wel als zulken, waar van het hem incumbeert te bewijzen de onderscheijdene beschuldigingen tot laste zoo van den heer geweezen gezachhebber en Raad, als de geweeze Iaggernaijkpoeramsche opperhoofden en anderen in het bijzonder. Hij is daar meede ieverig beezig, en heeft mij den 10: deezer belooft eerstdaags ter hand te zullen stellen eene ver„ antwoording van drie verdeelingen, de eerste van dewelke zoude behelsen het geen moet dienen tot wederlegging of verdeediging van het gepasseerde alhier voor zijn vertrek naar Jaggernaijk poeram in 1789. de tweede wegens het geExteerde na zijn aankomst aldaar, en de derde met be„ trekking, tot het geen appart ten zijnen lasten bij de papieren voorkomt § 27. van het verbod van U Hoog Edelheeden tot eevige verdere Corressondentie mot Hoog dezelve hebbe 1024 hebbe ik hem ook Extract ter hand gesteld, en zoo dra zijne verantwoording en bewijzen inkomen, zal ik, na bevinding van zaaken, de ordre van u Hoog Edelheeden ten opzichte van den Hoofd-administra„ teur van Halm mij laaten strekken tot een re„ gel en richtsnoet; intusschen ten zijnen opzichte noteerende dat ik geoordeelt hebbe met de Execu„ tie van gem: u Hoog Edelheeden bevel te moe„ ten verwijlen, en hem zijne bediening van Hoofd„ administrateur laaten waarneemen, eensdeels tot dat al wat ten zijnen laste is, volkomen word beweezen, en ten anderen tot dat 'er voor de Compagnie zeekerheijd zal zijn gegeeven voor het aandeel dat hem incumbeert, en de vergoeding van voorsz: agterstallen, en de prijs verhogingen, niet tegen„ staande ik den secunde van someren te Iag„ gernaykpoeram aanweezig, navolgens het voorig besluijt ten zijnen sujette, voor eerst buijten functie hebbe gelaaten. Hij word algemeen gezegd de oorzaak te zijn van het begaan der disordres en inzonderheijd de brouillerien welke bij d aankomst van voorsz: van Bijland vlland :Voorden gealigeert opperhoofd ontstaan zijn dens hij 14 in

NL-HaNA_1.04.02_3877_1124 view scan ↗

English

he does not have a good reputation, and besides that I believe that for the Honorable Company in all administrations and posts of distinction and importance, it is better to be served by Europeans than by native-born children of this country. §28. Regarding the elucidation requested of me as to whether the aforementioned van Halm is capable of performing the duties of Chief Administrator, I find myself obliged to state what he himself acknowledges, namely that he does not yet possess the required knowledge for it, striving with the help of another to give satisfaction in his service, about which there is for now no reason to complain. He is thus in the same situation as several others are, namely having to let his service or the commercial work be carried out by someone else; his further talents do not exceed what is natural, and he might perhaps master the art of the Company's bookkeeping if he were accustomed to the labor, but since this is precisely the case with more people like him, it is better that he employs a skilled assistant than that one forces him to roll up his sleeves himself, in which case I believe he would be obliged to relinquish the post. §29. As regards the proceedings demanded of the fiscal against the aforementioned van Bijland: when I arrived here, I immediately inquired after the decreed arrest of his person and property, and found that the same was granted by virtue of a separate political resolution dated 12 March of this year. On 30 September I declared myself on the matter in such manner as will have already appeared to Your High Nobilities from my writing sent over under date of 19 October. At that time I had no time to examine the past records beyond what was noted there; thus, without knowing how the fiscal office viewed the case and what the evidence obtained by him comprised, it was impossible to ascertain why he had not proceeded with the ordered action against van Bijland and his servant, or taken legal action against both. But since van Bijland in late October had to be considered near [illegible] and the investigation of his case had to be continued in accordance with the intention of Your High Nobilities, the fiscal, pursuant to a resolution of the 29th of the said month, was ordered to provide the council with a written report on the case, as it had not been instituted in court and as it presented itself to him. This took place on the 10th of this month, when from the presentation of Fiscal Brouwer it became apparent that no one other than he, the fiscal himself, is the cause of not making this affair judicial and instituting an action regarding it, and wherefore his conduct, as appears from the enclosed declaration on the contents of his report, is held to be irresponsible by me and the Council, and he himself on account of his neglect has been left to the honored disposition of Your High Nobilities. §30. The report itself with the multitude of appendices has already been communicated in copy to the merchant van Bijland, and it has been granted to him to inspect the appendices or request a copy; which latter, however, can serve no other purpose than to delay his defense, which will otherwise constitute the third period of his due defense. §31. I hope that Your High Nobilities will deign to honor all these my actions with Your High Honors' esteemed approval, and view them with that magnanimity that Your High Nobilities are accustomed to show when matters are of such an important nature, and of so much embarrassment and trouble as this one. Should I be so fortunate, after having rendered a report or account of the aforementioned affair with van Bijland, as to be discharged from it by Your High Nobilities, my attention could infinitely better focus on other weightier points of greater importance to the Company, and nothing could give me more joy and place me under greater obligation than such a disposition. §32. To mention briefly how matters stand at present with the armies of Tipu Sultan and the English roaming in the field. People here are often disturbed by news, which one day looks gloomy, and the other day presents a different aspect. This much is certain, that it attracts everyone's astonishment how the English, since they have no more than 30,000 men in the field, have up to now undertaken nothing against their formidable enemy. On his side, it is not likely that he will begin an action; for he wears down the opposing party sufficiently by leaving them in uncertainty regarding his designs, and in the meantime driving them to expenses under which they must succumb, if it is true that these cost one lakh of pagodas a month. Be that as it may, from Bengal, that unhappily ruined country, the funds must be found, and it is said that the day before yesterday two ships with troops and money arrived at Madras, as well as Lord Cornwallis to assume command of the army in place of his successor General Medows, who has commanded it as chief until now, but has achieved little glory. The reports received from Madras also state that the troops in the field receive no regular pay, but only daily subsistence money.

Dutch transcription

hij geen goet Renomimee, en buijten dat geloof ik dat het voor dE. Compagnie in alle administracien en posten van aanzien en gewicht, beeter is, bedient te worden door Europeers, dan door hier te lande geboor„ kinderen §28. Ten sujette der van mij gevorderde Elucidatie of voorm: van Halm in staat is om den dienst van Hoofd-administrateur waarteneemen, vinde ik mij verpligt optegeeven, het geen Hij zelf bekend, van namelijk daar toe de vereijschte kundigheyd nog niet te bezitten, bevlytigende zich met behulp van een ander om in zijn dienst genoegen te geeven, waar over, voor als noch niet valt te klaagen. Hij is dus in het zelve geval als 'er meer zijn van name lijk zyn dienst ofte het negocie werk te moeten laaten waarneemen; zijne verdere talenten gaan niet boven het natuurlijke, en mogelijk zou hij zich de kunst van het Comp:s boekhouden eij„ gen maaken, indien tot den arbeit gewent ware maar daar dit Juijst het geval is van meer met hem, is het beeter dat Hij zich van een kun„ dige hulp bedient, dan dat men hem noodzaake de hant zelf uijt den mou te steeken, wanneer ik 1025 ik geloove dat hij verplicht zou zijn de post te moeten laaten vaeren. §29 Wat aangaat de den fiscaal gedemandeerde procedure tegen voorsz: van Bijland, toen ik hier aanquam, hebbe ik mij direct geinformeert na het gedecerneert arrest op zijn persoon, en goederen, en bevonden dat het zelve was verleent uijt krachte van een apart politiek besluijt de 9 dato 12. Maart deezes Iaars, hebbe ik den 30 e september, mij daar op zodanig verklaart, als u Hoog Edelheeden uijt mijn sub 19. october over„ gezonden geschrift bereeds zal zijn gebleeken, Toen 1 hadde ik geen tijd de Retro Acta in te zien verder als daar bij genoteerd staat, dus zonder te weeten hoedanig het officie fiscaal de zaak beschoude, en wat de door hem in gewonnen bewijzen al behelste, viel het onmogelijk na te„ gaan, waar om hij met de geordonneerde actie te„ gen van Bijland, en zijn dienaar niet is voortge gaan, ofte tegen beiden in rechten is opgek Heed Dan nademaal van Bijland in het laas dens October moest gerekend worden na bij in en het onderzoek zijner zaak na de intensie van U Hoog Edelheeden diende voortgezet te worden, word de fiscaal, volgens besluijt van den 29. der ged: maand gelast om van Dezelve, als niet geinstitueerd in rechten, en zoo als ze zich aan hem quam op te doen aan de vergadering te dienen van bericht inscriptis dat geschiet is den 10:e deezer, wanneer uijt de vertooning van den fiscaal Brouwer quam te blijken, dat niemant dan hij fiscaal zelf oorzaak is van het niet Iustitieel maaken van deeze affaire, en het institueeren van actie derwegen, en waarom zijn gedrag uijt wijzens het hier in leggende declaratoir op den inhoud van zijn bericht, door mij en den Raad, voor onverantwoordelijk gehouden, en hij zelve ter zaake van zijn verzuijm aan de geëerde dispositie van u Hoog Edelheeden is over„ gelaaten. §30 Het bericht zelve met de meenigte van bijlaagen is bereets aan den koopman van Bijland gecommu„ niceerd in Copia, en aan hem gedefereert om van de bij„ laagen te neemen visie of kopij te verzoeken; welke laaste egter niet anders kan dienen, dan om zijne ver„ antwoording te vertraagen, die anders zal strekken tot 1026 tot de derde periode van zijne verschuldigde defen„ sie. §31. Ik hoop dat u Hoog Edelheeden alle deeze mijne verrichtingen zullen gelieve te vereeren met Hoog Derzelver geaerde goedkeuring, en die beschouwen met die Edelmoedigheijd, als u Hoog Edelheeden gewoon zijn te doen, wanneer de zaaken zijn van zodanig een gewichtigen aart, en van soo veel em bar„ ras en omslag als deeze. Mocht ik zoo geluc„ kig zijn van na het doen van Rapport of verslag van de gem: affaire met van Bijland, door u Hoog Edelheeden daar van te worden gedechat„ geert, mijne attensie zoude zich op andere gewich„ liger pointen, voor de Compagnie van meer belang oneindig beter kunnen vestigen, en niets konde mij meer verheugen en verplichten, dan eene zodanige dispositie § 32. Om kortelijk noch te melden hoe het thans staat met de in het veld zwervende Arméën van Men word Tipoe Sultan, en de Engelschen. hier dikwils ontrust met tijdingen, welke de dag zwaarmoedig, en de andere dag wederoo dens ander -. — in andere aanschou zijn. Dit is zeeker dat het een ieders verwondering na zich trekt hoe de Engel„ schen daar zij niet meer dan 30000 man te velden zijn, tot nu toe op haare geduchte vijand niets hebben ondernoomen. van zijn kant is het niet waarschijnlijk dat hij een actie zal begin„ nen; want partij mat hij genoeg af met ze we„ gens zijne desseinen te laaten in het onzeekere, en on„ dertusschen op kosten te Iaagen, waar onder zij moeten bezwijken zoo het waar is dat die smaands op een Lak pagoden te staan komen: Wat 'er van zij, uijt Bengale, dat ongeluctig geruineerd wordende Land moeten de fondsen worden gevonden, en men zegt dat 'er eergisteren twee scheepen niet troepen en geld te Madras zijn gearri„ veert, als meede Lord Cornwvalles om het bevel over het Leger op zich te neemen in steede van zijn opvolger generaal Meadows, welke tot nu toe daar over als chet het gezach gevoert, doch weijnig roem behaalt heeft. Ook luiden de van Madras ontvangene berweten, dat de trouppen die te veld zijn, geen bevolding, maar enkel het dag gelt

NL-HaNA_1.04.02_3877_1129 view scan ↗

English

money or the battam are validated, and that the political servants are very strictly limited in their payments and employment from Europe, just as Your High Excellencies, as well as the reports received from Nagapatnam regarding the state of affairs there and in the Tanjore region, may be pleased to observe from the news received from there and from Tranquebar since the day before yesterday, of which I take the liberty of enclosing copies herewith. I have the honour to be, with the utmost fidelity and reverence, beneath stood, Right Honourable, widely commanding Lords, Your High Excellencies' very humble and very obedient servant, was signed, Jacob Eilbracht, in the margin, Palleakatte in Fort Geldria, the 14th of December 1790. Batavia To as before Enclosing the duplicate of my respectful separate letter of the 14th of December last, I now have the honour to respond fully to the contents of the separate letters received from Your High Excellencies in the past year, and especially that the affair entrusted to me for investigation concerning the merchant van Bijland is now finally concluded, and arranged in such order that I hope Your High Excellencies will find little difficulty in discerning who is to be held guilty, and consequently must be regarded as having, through extreme malice and vindictiveness, sought each other's ruin, and brought the entire Coromandel Coast, or at least the very important residency of Jaggernaijkpoeram, to the brink of ruin and into a discord and confusion that cannot be calmed and brought back into order except with policy and prudence. Paragraph 2. In the Memorandum serving as a report of my actions in the commission, I have set down my judgment on all the writings submitted by van Bijland for his defence, which are respectfully presented herewith to Your High Excellencies along with all the relevant annexes registered at the end of the Memorandum, as well as the Report and annexes of the commission dispatched to Jaggernaijkpoeram by the previous administration, consisting of the Bimileppatnam chief Philip Hendrik Heshusius and the Palicol second Sebastiaan Matthias Schliephaken, item the report and annexes of the former fiscal Brouwer, and finally a report and the annexes from the present Jaggernaijkpoeram chiefs Casparus Leonardus Eilbracht and Pieter Emanuel van Hogendorp, who, as shown by my eight consecutive separate letters sent thither since the end of December 1790 until the 18th of February last, accompanying these in copy, were commissioned, the chief first alone, and thereafter, according to request and given reasons of necessity, together with the second, to thoroughly investigate the actions of the first-mentioned commissioners, both in compliance with Your High Excellencies' respected order and on account of the severe grievances lodged regarding this by the aforementioned van Bijland, and at the same time to take information on his behalf to substantiate and prove his complaints. To that end, and in what manner I ordered and determined that commission, respectfully referring especially to those letters, in short, to the entire correspondence from their arrival there until the day their Report was received. From this Report it will now appear to Your High Excellencies, no less than to me, with astonishment, that the proceedings in the previous Commission amount to nothing; that by this further investigation of matters, the conduct of the merchant van Bijland is completely vindicated, and that, just as on the one hand it were to be wished that the various improper handlings of affairs had no other cause than the aforesaid malice, on the other hand, considering the matter as a whole, one had to confess that the said van Bijland had deserved a different fate. Nevertheless it seems to me necessary to cite something further from that report than to request discretion with the authors thereof regarding the keeper of a certain journal of everything that occurred at Jaggernaijkpoeram since the arrival and departure of the said van Bijland, whose name appears at number 4 and a half of the interrogatories answered by him and several other persons, and what remarkably appears according to this and the said narrative concerning the incidents to which various twists and ambiguous explanations had previously been given to disguise the truth and render the investigation thereof impossible, not without very great suspicions of partiality by the commissioners who served in the first Commission, being accused by van Bijland of being corrupted favourites of the former commander Tada, and for that reason, to please him, not having acted according to conscience and duty, but having acted falsely by appeasing false testimonies and seducing and corrupting the witnesses, even having made themselves highly suspect regarding the inventory of the cash balance.

Dutch transcription

1027 gelt of de battam worden gevalideert, en dat de po„ litieke dienaaren, in haare betaalingen en Emploijen uijt Europa, zeer nau bepaalt zijn, gelijk u Hoog Edelheeden zulks, als meede de van Nagapatnam ontvangene berichten wegens den toestand van Iaa„ ken aldaar, en in het Tansjoursche, gelieven te beoogen bij de zeedert eer gisteren van daar, en van Tranquebar ontvangene Nouvelles, waar van ik de vrijheijd neeme Copia hier bij te voegen. Ik heb de eere van met de uijtterste trou„ en reverentie te zijn. /:onderstond:/ Hoog Edele wijd gebiedende Heeren! Uw Hoog Edelhee„ den zeer nedrigen, en zeer gehoorsamen Die„ naar /:was getekend:/ Iacob Eilbracht /:in margine :/ Palleakatte in het fort Geldria den 14. e December 1790. — Batavia Aan als vooren Onder bijvoeging van het duplicaat mijne 81. reverente aparte van den 14. december Iongstleed hebben ik de eere thans volleedig te antwoorden op den inhout van uwe Hoog Edelheedens in in den voorleeden Iaare ontvangene apparte Letteren en inzonderheijd van de mij ten onderzoek ofgedragen affaire met den koopman van Bijland thans fi„ naal afgeloopen, en in die order gesteld, dat ik hoof u Hoog Edelheeden weijnig moeite zullen vin„ den om te ontwaaren wie schuldig gehouden, en gevolgelijk in die termen moet beschout wor den van door verregaande quaad aartigheit en wraakzugt, elkanders verderf gezogt, en de gansche kust kormandel, immers het Lee aangeleegen kantoor Iaggernaijkpoeram gebrackt te hebben op den rand des verderf en in eene tweedracht en confusie, die niet dan niet beleit en voor zichtigheyd tot bedaaren en weder in order is te brengen. § 2. Bij de Memorie dienende tot verslag van mijne verrigting in de commissie, hebben ik mijn oordeel ter neder gestelt over alle de door van Bijland tot zin verdeediging ingedien, de geschriften, welke u Hoog Edelheeden met alle de daar toe relative aan het einde van de Memorie gergistreerde Bijlaagen in deezen met eerbied word aangebooden, als meede het Rapport en de bijlagen der door het voorig Ministerium naar Jaggernaijk„ poeram gedecerneerde commissie opt het Bimileppatnam 1028 Bimilipatnamsch opperhoofd Philip Hen drik Heshusius, en den Palicolsch secunde Sebastiaan Matthias Schliep haken, item het bericht en de bijlagen van den geweezen fiscaal Brouwer en Eijndelijk Een bericht en de bijlaagen van de tegenwoordige Iaggernaijk poeaar sche opperhoofden Casparus Leonardu Eilbracht en Pieter Emanuel van Hogendorf welke, uijtwijzens mijne zeedert het laast van december. 1790. tot den 18. februarij J:o leeden derwaards agt gaand aparte, deeze in Copia meede zellende brieven, gecommitteert zijn he operhoofd eerst alleen, en daar na, volg verzoek en gegeeve reeden van nood zak lijkheijd, met de secunde te samen, op verrichtingen van Eerst gem: gecom teerden, zoo ter voldoenig aan U H Edelheeden gerespecteerd, bevel der als uijt hoofden van de hier over door voorBz: van Bijland heevig gedaan doleantien, grondig te onderzoeken, tevens voor hem informatie te neemen tot staaving en bewijs van zijne klac Tot Tot dat einde, en hoedanig ik die commissie geordonneert en bepaald heb, mij inzonderheijt aan die brieven met eerbiet gedragende, kort om, aan de geheele Correspondentie zeedert hunne aankomst aldaar, tot op den darg van hun ontvangen Rapport. Bij dit Rapport nu zal u Hoog Edel„ heeden niet minder als mij, met verbaast„ heijd blijken, dat het verrichte in de voo„ rige Commissie niets heeft te beduijden; dat door dit nader onderzoek van zaaken, het gedrag van den koopman van Bijland volkomen word veronschuldigt, en dat, gelijk het aan de eene kant ware te wenschen dat de onderscheidene verkeerde behan delingen van zaaken, geen andere oorzaak hadden dan de voorzeide quaataartigheit; men aan de andere kant dezelve over het geheel beschouwende moest bekennen, dat gemelde van Byland een andere Los hadl verdient. Onnocbie komt het mij voor uijt dat bericht iets naders aante haalen dan met de in stellers van dien discretie te verzoeken omtrent de houder van zeeker Dag verhael: 13. 54. van 1029 van alles wat er op Iaggernaijkpoeram gebeurt is zedert de aankomst, en het ver„ trek van gem: van Bijland, wiens naam zig op doet bij A:o 4. ½. van de vraag pointen door hem en verscheijde andere persoonen beantwoort, en wat na aanle ding van dien en het gem: verhaal aan merkelijk voorkomt nopens de gevalle waar aan men te vooren allerhande draaijen en dubbelzinnige verklaaring heeft gegeeven om de waarheijd te verbloen en het onderzoek van dien onmogelijk te maaken, niet zonder zeer veel beden van een zijdigheyt door de in de eerste Com missie gefungeerd hebbende gecommit teerden, door van Bijland beschuld wordende als gecorrumpeerde gunstelig van den geweezen gezaghebber Tada te zijn, en uijt dien hoofde, om hem te believen, niet na gemoed en plicht of handelt, maar, door het appeassen de valsche getuijgenissen en het seduceer en Corrumpeeren der getuigen, valk gehandelt, zelfs wegens den opneem staat den Casses zig ten hoogsten Ius„ gemaakt ssie en d

← previousnext →