VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3877

Coromandel · 1,160 pages · 164 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3877_0120 view scan ↗

English

Redeeming himself, van Bijland says against this, that he has avoided everything that was not grounded in the substantial well-being and interest of the Honorable Company. This, then, is all that serves to convince the Lords and Masters that he, van Bijland, is guilty of neither ignorance nor negligence, and this must also serve, as far as he is concerned, as an answer to the question of Your High Nobilities as to why no collection of linens was done at Sadras until 1789. But, High Noble Lords, when one is zealous without understanding, how easily one loses the track! How contradictory in this matter is van Bijland's defense compared to his recommendations of 1785 and 1788. First to recognize the equity and justice of a meeting, and afterwards to attempt to justify his own irresponsible conduct by accusing that very same meeting, in the very same cases, of partiality, and saying straightforwardly that it judges according to favor and not according to equity, implies one of two things: foolishness, or culpable extravagance. In a word, the arguments, tested against the light of reason or against what appears from his different writings, may be regarded as anything but rational, not to mention sufficient for the above-mentioned two requirements. Indeed, Your High Nobilities, wishing to review the Resolutions of September 25, 1788, will find that the samples examined at that time were not all, but only some, rejected as unacceptable, and others declared to be of an inferior kind, and that consequently the general proposition that his samples were once again rejected does not agree with the truth. Now may Your High Nobilities please consider what is stated concerning the subject or as the third fact by the present Sadraspatnam resident Simons in his letter of February 20, 1789, along with which were sent hither 18 samples, which he had obtained, formed and prepared with very great difficulty; he makes known, with regard to the stated prices, that they differed from those paid before the war by up to 8 percent, for which the merchants undertook to make the delivery; that they had stood firm on a 12 percent, and thereafter a 10 percent increase, but had finally declared that they could begin collecting for no less than at least 8 percent on both the European and Indian demands, because everything in Sadras was in ruin and had to be started anew, as much because of the departure of laborers as the increased cost of wages, so that whereas previously a dyer was paid only 5/8 pagoda, now one could get by with no less than one pagoda, and likewise the rest proportionally, while the villages where the weavers previously lived were entirely, or at least partially, ruined; it appearing from a list inserted in the letter that before the war 1430 looms were available, and now no more than 840 were to be found, to no small inconvenience of business, because to continue the work new looms had to be set up, for which much trouble and expense was required. Difficulties which, in substance, sufficiently agree with those raised by van Bijland in 1785, yet differ from his remarks in that he, against his better knowledge, wants Sadras to be regarded, instead of ruined, as a flourishing place where every inhabitant, even in the heart of the war, found his livelihood. But when one is not averse to contradicting oneself, what wonder then that one refuses to admit others are right. Following this, we request permission to present: 1. That which the former Director Radermacher set forth regarding his observed conduct in the evaluation of the samples in his defense made in February 1790; and 2. What van Bijland provides as proof of the partiality charged against the said Mr. Director and the Council. The passage from the first document reads as follows: "How partial he, van Bijland, acts in his first period and obscures the truth when he asserts that one must be a favorite and have relatives in the Council to have the samples approved or disapproved, will appear as clear as day when one will consider, in the first place, that all the residents of the subordinate offices must have had relatives in the Council when their submitted samples of linens were sorted and accepted, which is nevertheless absurd. And this untruth is even more obvious when one confronts his 5 so-called samples, offered in his letter of October 21, 1785, as they were rightly named from here in the missive of December 15 following, with those of the present resident Simons. He thought perhaps that his aforementioned samples were not at hand because they, upon his repeated request, and lastly by letter of the..."

Dutch transcription

Roedami van Bijlans zij zeler tgen 15. sprukt, „ge alle gevit dat niet op het wezens„ „lijkste wel zijn en belang van de 2E. „Comp. s gegrond was.. Dit is dan alles wat diend om de Heeren en Meesters te overtuijgen dat hij van Bijland aan geen onkunde of onachtzaamheyd schuldig is en dit moet tevens, voor zo verre hem aangaat, strek ken tot antwoord op de vraag van U Hoog Edelheeden, waarom er tot in 1789 geen inzaam van Lijwaaten te sa„ drat was gedaan. Maar Hoog Edele Heeren. Wanneer men ievert zonder ver„ stand, hoe ligt raakt men dan het spoor niet bijster ! Hoe tegens strijdig is in deesen de verantwoording van van Bijland niet, met zijne ad„ visen van 1785. en 1788. Eerst de billijk„ heijd en rechtmaetigheijd van een ver„ gadering §31 gadering te erkennen, en naderhand eige onverantwoordelijk gedrag te willen goed„ maeken, met die zelve vergadering, over dezelve gevallen, van Parthijdig„ heijd te beschuldigen en rond uit te zeg„ gen, dat ze na gunst en niet na bil„ lijkheijd oordeelt, sluijt een van beiden in, zinneloosheijd, of strafbaare bui„ ten spoorigheit: in een woord de argu„ menten getoetst aan het Licht der ree„ den of aan het geen bij zijne onderschri„ dene geschriften blijkt, mag men ze voor alles, behalven vernuttig men ge„ zwijge als voldoende tot de bovenge„ melde twee requisiten aanmerken; immers u Hoog Edelheeden de Re„ solutien van den 25. September 1788. gelievende na te zien zullen bevin„ den dat de toen geexamineerde Mon„ sters vervolg 3 vorogt prijsenhogin or open: III. Timoms van 8. feCr, de redeng vor de verhoging sters niet alle, maar sommige, als in acceptabel, zijn afgekeurd en aan„ dire tot minder zoort zijn verklaart geworden, en dat gevolgelijk de Generaa le stelling als of zijn monsters wee¬ derom verworpen waeren met de waer„ heijd niet over eenkomstig is. Nu gelieven u Hoog Edelhee„ - den te beoogen wat, ten sujette ofte als het derde factum is opgegeven door het teegenwoordige Sadraspa namsch opperhoofd Simons bij zijn brief van den 20. Februarij 1789. ne„ vens dewelke herwaards zijn gezonden 18. stuks Monsters die hij met zeer veel moeite gevorwt en opgemaakt had gekreegen, geeft hij, ten aanzien van de opgegeevene prijzen te ken„ nen, dat die differeerden met de voo den 538 den oorlog betaalde tot 8 p:r C:o waar voor de kooplieden aannamen de Le„ verantie te doen; dat zij stuk op 12 en daarna op 10. p:rC:t verhooging ge„ staan, doch eindelijk verklaart had„ den, voor niet minder dan inzaam te konnen aanvangen dan ten minsten 8. prCento op beiden de Europische en Indische Eijsschen, vermits te sadras alles in verval was en aldaar op nieuw moest begonnen worden zoo oms het verloopen van arbeids„ lieden als de verduuring van het ar„ daar beidsloon, zoodanig dat men te voo„ ven een verwer maar 5/8. pagood be„ taalde, men nu niet minder als tot een pagood konde te recht raaken en zoo het overige na rato, terwijl de Dorpen alwaar te vooren de weevers woon„ vervolg, den den geheel of ten minsten gedeeltelijk ge„ ruineert waeren; blijkende uit eene bij de brief geinsereerde Lijst dat er voór den oorlog 1430 weefgetouwen aanhan„ den geweest, en nu niet meer dan 1840 te wegt vinden waren tot geen kleine ongelee„ genheijd van zaeken, wijl om het werk voort te zetten 'er nieuwe wees„ getouwen dienden aangelegt te worden, waar toe veel moeite en kosten wier„ gudanrg met bi van vam dijlnden es den vereischt. Zwarigheeden, welke in het zackelijke, met de in 1785. ge„ opperde door van Bijland genoeg zaam den ge smnt e : eante mitgin qu'adreeren, dog met zijn aanteeke„ „ Padan =ning hier in dittereeren dat hij Sa„ dras, teegen beter weeters, in steede van vervallen, als een florisante plaats alwaar ieder ingezeeten, zelfs in zijn bestaran„ het Hartje van den oorlog vond. febr: 539 wog 1 Sadama ver antwordig van § 16 febr 1790. ontijdijhij Pasamas verantwording voormelt, vond, wil aangemerkt hebben. Maar wan„ neer men niet vreemt is, zich zelfs tee„ gen te spreeken, wat wonder dan dat men anderen weigert gelijk te geeven. Hier op verzoeken wij te mogen laeten volgen 1'/ het geen de geweeze Gezachheb„ ben Padama weegens zijn gehouden gedrag in het b'oordeelen der Monsters, bij zijne in februarij 1790: gedaane verantwoording ter 2 om bijsondshijs van gnanteren eder astelt en 2/ Wat van Bijland opgeeft als bewijs van zijne gem: Heer Ge„ zachhebber en de Raad ten lasten gelegde partijdigheijd. De periode uyt het eerste geschrift luijd aldus. -. Hoe partiaal hij /: van Bijland:/ „in zijn eerste percode handelt en de „waarheijd verdonkert als hij beweest „dat men een gunsteling weesen, en „verwanten in de Raad hebben moet om. orvorlij „om de monsters te doen approbeeren „ of dis approbeeren, zal middag klaar „blijken, wanneer men in de eerste plaats „considereeren wil, dat alle de opperhoofden „van de onderhoorige Comptoiren verwanten „ in de Raad moesten gehad hebben, toen „hunne overgezondene monsters van dij„ „waeten gesorteerd, en aangenoomen zijn „dat evenwel abusief is; En deese onwaar„ „heijd is nog vastbaarden, als men zijne vervolg„ „bij brieve van den 21. october 1785. aange„ „booden 5. zoo genaamde monstert, gelijk mej „deselve van hier bij missive van den 15. De„ „cember daar aan ten rigten genoemt heeft „met die van het teegenwoordig op per„ „hoofd Simons confronteerd. Hij dagt „misschien dat zijne voorsz: monsters „niet voor handen waaren om dat deselve „op sijn herhaald, en laastelijk bij brieve va den

NL-HaNA_1.04.02_3877_0127 view scan ↗

English

request made on 2 September 1788 was not returned, otherwise he would in my opinion not have been so thoughtless as to dish up untruths at the beginning of his irregular note, which can be proven from the documents to be such, unless which the signer however does not expect he intends to disown his sent defective goods, which it was deemed proper to keep here solely to shame those who have dared to produce such rags before the eyes of the Council, as his own and thus sought to render the entire Council suspect; but should such occur, the undersigned refers to his letter of 19 December 1785 serving as an answer to the aforementioned writing from the Council, wherein he, shifting the blame onto the merchants, clearly acknowledges the bad quality of those samples, calling them rags and saying, as your Right Honorable correctly calls them. From this, and from the samples, it appears most evidently that no personality took place in the accepting or rejecting of the so-called samples sent by him from Sadras, as he asserts in his second division as proven from the first as a consequence. That only two small shipments were made, as he further calls the forwarding of merchandise etc., might have some appearance if one considers the matter superficially, but when one inspects it with an impartial eye, one will find that van Bijland here again misses the mark grossly; for besides the fact that the Governor and Council were never given any notice that there was a shortage of any articles during the time of his chief directorship, one did not know the state of the Company's treasury there before mid-October 1788, when he first sent over his first balance sheet dated ultimo February 1787 for ultimo September 1788, by which it appeared that there was then still a balance of pag: 3498. 8. 1/4 under the Sadraspatnam letter of 13 October 1788. Since one was ignorant of the condition of that office due to the non-transmission of the trade papers, one would indeed, by an opulent sending of merchandise, have exposed oneself to great imprudence and accountability for entrusting a large balance to such a negligent person, and at an open place which, exposed to an incursion of robbers and vagabonds, is unable to offer any resistance, notwithstanding that such is absolutely contrary to the permanent orders on this subject, which were repeatedly recommended for observance with so much emphasis not only by the Lords Masters but also by your High Nobles! This cited matter therefore denotes that the pretexed personality is merely imaginary, as is also the setting of the price of the Japanese bar copper higher than at this Main Place; regarding which it should be noted that upon the sending of merchandise in the month of October 1785 one was still destitute of the necessary papers, which caused the sale price of the Japanese bar copper to be given higher by the trade clerks there, which one must attribute to the price reduction of that mineral in the year 1788 as far as Iaggernaikpoeram is concerned, seeing that the other offices had no order for a reduction: and because one sustained that the trade in that article would gain more momentum, one later settled on the price of 89. 19. 1/4 old pagodas fixed at Iaggernaikpoeram. That he could have prevented this mistake if he had given notice thereof earlier than 11 March 1788, and if he had been as active as he constantly pretends, and had transmitted the trade papers in due time, as was made known to him by subsequent letter of the 22nd thereafter. That Sadraspatnam, situated between the two main cities Madras and Pondicherij, as well as the surrounding lands, has been the theater of war, is true; whereby, and by the famine in the years 1782 and 1783, those regions were totally devastated and ruined, as well as that the inhabitants who escaped those scourges, and were not carried off by Haijder Alij to his country, sheltered themselves as best they could within Madras and Pondicherij and provided themselves with a means of subsistence, from which they, and rightly so, are not to be diverted on a loose footing, also squares with the truth and requires no further assertion; therefore, one ought to attribute the decline of Sadras to this visitation of Providence, and in no way to a pretexted partiality or malice toward the person to whom the management of the Company's affairs there was entrusted; all outgoing Sadraspatnam letters, compared with the incoming ones from the beginning of the re-establishment, also prove as clear as day that more indulgence than rigor took place; but it seems that the merchant van Bijland is not receptive to that, but rather prefers to besmirch the good name of another than simply to bring into the light of day the true cause of the question posed by your High Nobles. Regarding his requests for the samples or otherwise to supply him with the threads and counts of the linens, the signer must remark that one has not been able to procure him any samples, since no sorts of linens that are collected at Sadraspatnam fall within the district of this Main Office.

Dutch transcription

840 „den 2: September 1788. gedaan versoek „ niet zijn te rug gezonden, anders zoude „hij /:mijns bedunkens:/ met zoo onbedagt„ „zaam geweest zijn, in den aanvang van „zijne inreguliere aanteekening onwaar hee„ „den opte disschen, welke met de stukken „kunnen beweesen worden, zoodanig te „zijn, ten zij /: het geen den teekenaar ig„ „ter niet is verwagtende:/ Dat hij voor„ „neemens is zijne overgezonden ondeugend „goed, welke men goedgevonden heeft „hier alleenlijk aantehouden tot bescha„ „ming der geenen die zulke vodden on„ „der het oog van den Raad hebben „durven produceeren, als de zijne te „ontkinnen en dus de gantsche Raad „zogt verdagt te maeken; Dog zulks „gebeurende referaerd den onder geteekende „zig aan zijnen broef van den 19. De„ cember volg voorly „cember 1785. dienende ten antwoord op „het voormelde schrijven van den Raad „waarin hij de schuld op de kooplieden „schuijvende, wel duijdelijk erkend de slegt „heijd dier monsturs, dezelve noemende voo „den en zegd zoo als uwel Edele Achtbar „deselve met recht noemt. - Hieruijt, en uijt de monsters Ede „ve blijkt ten evidensten, dat geen per „sooraliteit in het accepteeren of verwo„ „pen der door hem van Sadras overge„ „stuurde zoo genaamde Monsters plaats „had, gelijk hij in zijne tweede verdie„ „ling als een gevolg uijt het eerste als „beweesen vast stelt Dat er maar twee kleine verzen„ dingen gedaan zijn, gelijk hij in het vervolg de toezending van Coopman schappen &:a noemt, zoude eenige schein 141 „scheijn kunnen hebben, zoo men de „zaek op per vlakkig beschouwt, Dog „wanneer men deselve met een onzer„ „dig oog inziet, dan zal men bevin„ „den, dat van Bijland de bal hier „weder groflijk misslaat, want behal„ „ven dat aan den Gezachhebber en Raad „nimmer eenig kennis gegeeven is, dat „er manquement was van eenige ar„ „ticulen ten teijde van zijne opperhoof„ „dij, heeft men voor medio october 1788 „niet geweeste de staat van 's Comps „ Cassa aldaar, wanneer hij eerst zijne Cultimo September 1788. voor „Eerste staat reekening, gedateerd„ ul„ „timo februarij 1787. heeft overgezonden, „waar bij bleek, dat daar toen nog „een restant was van pag: 3498. 8. /¼. sub „sadraspatnamse brief van den 13=e „october 1788. —. Daar vervolg vervolg Daar men door het niet over zenden der „negotie papieren onkundig was van de „gesteldheijd van dat Comptoir zoude „men immers door een opulenten toezien „ding van Koopmanschappen zig bloo „gesteld hebben aan een groote onvoor zign „tigheijd en verantwoording van een groot „restant te fieeren aan een zoo negli„ „gent persoon, en aan een open plaats „welke door een inval van Roovers en „vagebonden bloot gesteld, niet in staat „ it eenige resistentie te doen, ongeagt zulks absolut strijdig is tegens de per„ „manente ordres op dit stuk, welke tel „kens door de Heeren Meesters niet als „leen maar ook door uw Hoog Edel„ „heedens met zoo veel nadruk ter „observantie werden aanbevoolen! Dit ge„ „citeerde denoteerd derhalven dat de ge„ ver pretesteerde 378 „pretexteerde personaliteit enkel ima„ „ginaires, gelijk ook de prijs van het „Japans staafkoper hooger te stellen, „dan op deeze Hoofdplaats; waaromtrent „aan temerken is, dat bij de verzending „van Coopmanschappen in de maand oc„ „tober 1785 men nog van de benoodigde„ „papieren destituut was, waardoor ge„ „causeerd is, dat de uijtkoops prijs van „het staafkooper Iapans door de „Negotie bediendens derwaards hooger „ is opgegeeven 't geen men atribueeren „moet aan de prijs vermindering van „dat miniraal in den Iaare 1788. voor „zooveel Iaggernaik poeram betreft, „gemerkt de andere comptoiren geen last „tot eene vermindering hadden: En de„ „wijl men sustineerde dat het verthier „in dat articul meer schot zoude krij„ V3. vervolg, 4 vororly „gen, bepaalde men zich naderhand „op de te Iaggernaikpoeram gefixeerde „prijs van oude pagooden 89. 19. ¼. Dat „dit abuijs had hij kunnen prevenieeren „ingevalle daar van eerder als den 11. „ Maart 1788. kennisse had gegeeven, „en hij zoo actief geweest was, als „hij steeds voorgeeft, en de Negotie „papieren ter behoorlijken tijd had „overgezonden, gelijk hem zulks bij vorvolg „brieve van den 22 daar aan is te „kennen gegeeven — Dat sadraspatnam, gelee„ „gen tusschen de twee Hoofdsteeden „Madras en Pondicherij zoo wel „als de daarom leggende landen het „toneel des oorlogs is geweest, is waar „agtig; waar door, en door de hongersnood „in de Iaaren 1782 en 1783. die contocien to„ taal. 843 vervolg, „taal zijn verworst en geruineerd, mitsg„s „dat de Inwooners welke die geessels „ontkomen, en door Haijder Alij naar „zijn land niet vervoerd zijn, zoo goed „als zij konden zig binnen Madras „en Pondicherij geborgen, en een middel „van bestaan verschaft hebben, waar „van zij, en met recht niet op een „losse voet te diverteeren zijn, qua„ „dreert almeede met de waarheijd, en „vereischt geen verdere assertie, over„ „zulkt dient min het verval van „ sadras aan dese bezoeking der voor„ „zienigheijd toe te schrijven, en gein„ „sints aan een gepretexteerde partia„ „liteijt of kwaadwilligheijd omtrend den „persoon, aan wan de maneance van „ 'sComp:s affaires aldaar was opgedrae„ „gen; ook bewijsen alle afgaande sa„ draspatnamse vervolg „draspatnamse brieven, vergeleeken met de „aankomende van het begin van het re„ „tabbissement middag klaar, dat 'er meer „ in dulgentie als rigeur heeft plaats geha „dog het scheijnt, dat den koopman van „Bijland daar voor niet vatbaar is, maa „liever verkiest de goede naam van een „ander te besmitten, dan eenvoudig de „waere oorzaak van de door uw Hoog Edelens voor gestelde vraag in het dag vervolg „ligt te stellen. zijne versoeken om Belangende „de Monstert of anders hem de kaalen, en „draaden der lijwaetente suppediteeren, moet „den teekenaar aanmerken dat men hem „geen monsters heeft kunnen bezorgen „wijl geen zoorten van Lijwaeten die te „Sadraspatnam werden ingezameld, „ in den omstrek van dit Hoofd Comptoir vallen

NL-HaNA_1.04.02_3877_0135 view scan ↗

English

fallen, and were also never made, and that for lack of the necessary papers one could not at the time give him the quality and thread counts of the linens. Were this man's zeal in the Master's service as great as he claims, he could then have overcome this last impediment had he taken the trouble to leaf through the secretarial papers sent to him under date of 31 March 1786 (which, in a letter of 19 December 1785, he says he desires to serve him as a guideline), in which he would have found the copy reports of the permanent linen sorters at Batavia, wherein the findings regarding the quality and thread counts of the Sadraspatnam cloths are recorded. But far from qualifying himself by such means and acquiring the necessary knowledge in the service, he once again attributes the failure to make the collection to this deficiency, for he claims the reason to have been that the poor, ruined, insolvent merchants would not be able to produce the correct samples without this guidance; and subsequently on 2 September 1788 he comes forward again with a great flourish, presenting 9 pieces of new samples, which, having been examined in the meeting of the 25th following, were found to be unacceptable, except for one half-piece of rough Guinea cloth of the 3rd sort, which was accepted as very good, and one piece of rough Guinea cloth, which was entered as first sort, but accepted as second. But the remaining swatches were declared unacceptable and held back, so as to be brought, if necessary, under the discerning eye of your High Nobilities as well. In his notes, however, he says that they had all been rejected purely out of jealousy, because he had not raised their price by 10 percent above the old rates, as the system allegedly required. Affected with nothing less than the greatest astonishment at these expressions, the undersigned finds himself obliged to clear himself and all chiefs of the subordinate factories of this slander before those who have entrusted him with the administration. He therefore appeals, concerning the price increase of the linens, to all knowledgeable experts, and respectfully urges your High Nobilities to inform yourselves regarding this matter from the Armenian and other merchants present in Batavia who have goods collected on this Coast upon advancing cash. That no price increases were made unless one was well informed of the necessity is detailed at length in the resolution of 17 January of the past year (1789). But however loosely and recklessly he jots down this slander, and however far his backbiting goes, he has nevertheless not been able to procure linens himself without a price increase, as he himself advances in his letters of 31 October 1785 and 2 September 1788, wherein, in the former, he asks for his defective and rejected linens, which could barely serve as dungaree for wrapping the bales, 3 pagodas for the bleached and 5 pagodas for the dark blue; and in the latter, for the rough Guinea cloth, 8 star pagodas per bale above the old price, which amounts to 8½ percent, and for the others (save for one piece) in unacceptable assortments according to proposal. How then can he say that he has risked no increase and acted contrary to the adopted system! How can he, by presenting such gross untruths, insult with impunity the Governor, the Council, and all chiefs of the subordinate offices in such an extreme manner in their good name and honor! And why does he seek to make them suspect before their supreme masters in such a slanderous manner? The undersigned knows of no other motive to assign to it than that he is led astray into all kinds of excesses by a spirit of malice and wickedness, in order to display and indulge his restless nature. It is erroneous that his successor, the present chief Simons, was brought up in Sadras from childhood. The skills he possesses in Company affairs he acquired through long years of service, and the knowledge of Sadraspatnam linens through his nearly five-year residence there as second-in-command. But it seems that to the merchant van Bijland it is indifferent whether he dishes up truths or falsehoods; for since he, as a member of this council, sorted and also approved the samples sent by chief Simons, how does he still dare to say that they indeed found protection at the table of this council! A man who has made himself so conspicuous in the resolutions through his odious and often chimerical remarks blames, yet nonetheless approves without any objection the offered samples. This, and his inactive conduct during his stay as chief at Sadras, certainly do not square with his resoluteness, candor, and burning zeal for the welfare of the Honorable Company, of which he makes such a boast. The Sadraspatnam letters having been leafed through, deliberated upon in the meeting, and examined, nothing contradictory appeared in them; at least van Bijland, otherwise so fertile in remarks, never felt compelled to refer to any note regarding this, perhaps because he was inwardly convinced that chief Simons raised the very same difficulties which he himself mentioned in some of his letters, especially in that of the

Dutch transcription

540 vervolg „vallen, en ook nooijt aangemaakt zijn, „en dat men uijtgebrek der nodige papie„ „ren hem des tijdt niet heeft kunnen „op geeven de kaalin en draaden der lij„ „waaten: was smans iever in 'Smees„ „ters dienst zoo groot als hij opgeeft, „dan had dit laaste impediment kun„ „nen te boven komen, indien hij busten „affectie hadde, de hem onder dato 31.:e „ Maart 1786. toegeschikte secretarieele „papieren te door bladeren /: waarna „hij bij brieve van den 19. December 1785. „zegt te verlangen, om hem tot een rigte „snoer te dienen:/ in de welke hij de Co„ „pij rapporten zoude gevonden hebben 7 2 „van de permanente lijwaat sorteer„ „derste Batavia, waar bij de bevinding „der kalen in draaden der Sadraspat„ „namse kleeden bekend staan. Dan ver re vervolg „re door diergelijke middelen zig bekwaam „te maeken, en de nodige kunde in den „dienst op te doen, schrijft hij alweeder „het niet doen van den Inzaam aan dit gemet toe want zegt hij te wee„ „sen was dat N: B: de arme gerui„ „neerde insolvente Cooplieden zonder „dase handleiding de regte monsters „niet zoude provuceeren, en komt ver„ „volgens op den 2: zeptember 1788. wee„ „der met een groot op het te voorschijn „ met 9. p:s nieuwe monsters, die in „de vergadering van den 25. daar aan „geexamineerd weezende, bevonden zijn „in acceptabel uijtgezonderd Een half „stuk Guinees uuw 3. e soort, dat voor „zeer goed, en Een peis Guinees ruw, „'t welk voor eerste zoort aangeschree „ven, dog van tweede geaccepteerd is: Dan 2„ ver volg 885 vervolg, „Dan de overige staalen zijn onaannemelijk „verklaart, en aangehouden, om des noods „almeede onder het doorzigtig oog van „uw Hoog Edelheedens gebracht, te wor„ „den. Bij zijne aanteekening egter zegt „hij dat ze alle van de hand waaren „geweesen, en wel uijt Talousie omdat „hij deselve niet verhoogd had met „ 10. percento boven de oude prijsen ge„ „lijk NB: het Sijstema meede bragt. Niet dan met de grootste ver„ „wondering over deese Expressien „aangedaan, vind den ondergeteeken„ „de zig verpligt hem, en alle opper„ „hoofden der subalterne factorijen van „deese lastering te zuijveren voor die „geenen, welke hem het bestier heb„ „ben toevertrouwd. „tbij beroept zig dier halven om„ Arend. 24 vervolg „trend de verduring der lijwaeten op „alle des kundigen en insteert uw „ Hoog Edelheeden eerbiedig zig nopens „deese affaire te informeeren bij de te zijnde Armeenische en andere „Batavia „kooplieden die ter deeser Custe op voer „ uytverstrekking van Contanten goe„ „deren laaten inzaamelen. Dat men tot geene verhooging, der „prijsen is overgegaan, ten zij men wel „geinformeerd was van de nood zae„ „kelijkheijd, is in het breede gedeteul„ „leerd bij resolutie van den 17. Ianuarij „des gepasseerden Iaars /:1789:/ Dan hoe los en onbezonnen bij „deese laster ter neder flanst, en hoe „heide „verre ook zijne kwaad spreekend gaat „is hij egter niet in staat geweest zelv „ve Lijwaaten zonder prijs verhooging te bezorge vervol 576 vervolg, „bezorgen, gelijk hij zelfs bij zijne brie„ „ven van den 31. october 1785. en 2e' sep„ „tember 1788. avanceerd alwaar hij „of bij de eerste voor zijne ondeugende „en afgekeurde Lijwaeten, welke pas „tot dongrijt om de pakken zoude „konnen dienen 3. pagooden voor het „gebleekte en 5. pagooden voor het „bruijn blaauwe; En bij de laaste „voor het ruw Guinees 8. sterre pa„ „gooden voor pak boven de oude prijs „vraegt dat 8½ prC:o komt uijt te „maeken, en voor de andere /:op een stuk „na:/ in acceptable sortementen na „propositie; toe kan hij dan zeggen, „dat hij geen verhooging heeft gewaagt „en teegen het aangenoomen Sijstema „heeft gehandelt! Hoe kan hij door „zulke grove onwaarheeden te oppere den 69 varoly „den Gezaghebber den Raad, en alle „opperhoofden der subalterne Comptoi„ „ren op zoo een verregaande wijze in „hun goede naam en eer ongestraft be„ „leedigen. En waarom zoekt hij hen „bij hunne opperGebieders op een laster„ „lijke wijze verdagt te maeken. De „teekenaar weet geen andere motief „er van te geeven, dan dat hij door een „geest van kwaad-aartig - en boosheijd vo „tot allerleij buijten spoorigheeden ver„ „voerd word, om zijn onrustigen aard „te doen uijtblinken, en beezig te hou„ „den. „sbet is abusief, dat zijn ver„ „ranger, het teegenwoordig op perhoofd „simons van kindsbeen af te sadras „is groot gebragt; De bekwaam hee„ „den, welke hij bezit van 'sComp:s zaeken olg 641 54 vervolg, „zaaken heeft hy door lang Iaarigen diens„ „ten;, en de kundigheijd van sadraspat„ „namse Lijwaaten door zijne bij na vijf „Iaarig verblijf /:als secunde :/ aldaar „verkreegen; Dan het schijnt dat het „den koopman van Bijland on„ „verschillig is, of hij waar of - onwaar„ „heesen op discht; want daar hij als lid „deeses raads de gezondene monsters van „het opperhoofd Simons zorteerd en „meede approbeerd, hoe durft hij nog „zeggen, dat dezelve wel protextie aan „de tavel deezes raads vonden.! Een man, „die zig door zijne odieuse, en dikwils „chemericque remarques zoo kenbaar „in de Resolutien heeft gemaakt, bla„ „meerd, dog approbeerd nogtans, zou„ „eenige „der protextie de aangeboodene mon„ „sters, Dit, en zijn werkloos gedrag, geduurende vrvorly „geduurende zijn verblijf als op perhoofd „te Sadras strooken gewit niet „met zijn cordaatheijd, rondborstig„ „heijd, en brandende iever voor het wel„ „zijn van d E Maatschappyje, daar „hy zoo veel op het van maakt. De Sadraspatnamse brie„ „ven doorgebladert, in vergadering „daar over gebesoigneert, en nagegaan „zijnde, is er niets contra dictoir in v „voorgekoomen, ten minsten heeft „ van Bijland anders zoo vrugtbaar „in remarques nooijt hier over eenig „aanteekening zich gerefereerd geho „den, mitschien om dat hij in gemoede „overtuijgd was dat het opperhoofdst „mons die zelfde swaarigheeden geop„ „port heeft welke hij selve bij eenige „zijner brieven, in zonderheijd bij die van den 7

NL-HaNA_1.04.02_3877_0143 view scan ↗

English

848 presented on the 18. September and 31. October 1785; The contradiction which he supposes, would then have to consist in the ample letter of the 20. February 1789, whereby the opperhoofd Simons makes a clear demonstration of how the villages around Sadras were situated before the war, and how after the war, in order to show the difficulties and obstacles that reside there to get the collection of Linens there underway again; it would have been to be wished that his predecessor had concerned himself so strongly therewith from the beginning of his arrival, whereby he, informed of all those circumstances, would not have had need, continued, of past had need to resort to all kinds of frivolous quibbles and chicanes for his requested elucidation. Nothing is more certain, and this van Bijland also knows very well, that one cannot make a collection of cloths without cash, unless the merchants are inclined to accept merchandise, therefore the remark that he makes is very ridiculous, when he says: "But that if one provided him, the opperhoofd Simons, with cash he would procure a good collection; But even more absurd the conclusion from what was cited above, and referred to, namely: 'Merchant and supplier, this is truly no great matter matter 237 549 matter, since one then merely causes those Linens to change names, as is all too much abused in the underhanded manner of trade.'" Whether ignorance or malice causes him thus to reason, the presenter will not investigate here, because he will have occasion in the following period to speak of his foul-natured intent to place his fellow man in a detestable light, he will merely touch upon here that his supposition, as if an opperhoofd would be a merchant and supplier at the same time, is purely chimerical, since he ought to be convinced, that no opperhoofd is in a position to direct that work, as being entirely dependent on native merchants, such as those of the Honorable Company Company 23 continued, continued Company are, who in turn have brokers and weavers under them in the weaving villages, to whom they issue the money advanced to them in order to obtain linens. Now to the following section, wherein he in a far-reaching manner infames both the undersigned gezaghebber, as well as all the opperhoofden of the subaltern factories with the accusation of open fraud proceeding to the ruin of the Honorable Company, he cannot pass over the same without the greatest emotion and indignation, as malicious burdens paired with the greatest ignorance shine forth most clearly in this, I say malicious burdens, for he is fully convinced, that at this Chief Place two Suppliers for the. 22 the collection are at hand, who have signed the contracts made with them in the council, according to the ancient usage, just as the existence of the Company's merchants at the other factories is also not unknown to him; their signed Contracts, which are always summarized in the council, and inserted with the Resolutions, could easily have convinced him of this, but he ought to be even more persuaded thereof by the daily assistance rendered to him by one of those persons. Not less contemptible is his contention, which he seeks to force upon Your High Honours, as if the undersigned were so low-minded as to associate with the Suppliers for associate continued, 24 the the collection of the Company's Demands, whereby it would be caused that the Honorable Company is served with bad linens; far-fetched untruths, which are known to everyone, both with respect to this Chief Place and the other factories, and which the signer judges superfluous to prove as such, being a monstrosity of a disordered brain. Now if this proposition, as they all are, is unfounded, then the consequence falls away, as if bad and scraped-together cloths are accepted at the sorting: the contrary is all too well known to him, seeing that the gezaghebber sits at only one table to inspect the linens, and the other Members of the Council each have their separate table, as 851 he himself has also had. Thus the Gezaghebber does not sort alone, he is also convinced that the Palleacat Linens will have persuaded Your High Honours that the same are not scraped-together goods. That the calculation of the spices for payment of the Collection is in the highest degree disadvantageous, is again a premeditated untruth; ignorance I cannot call it, for if he had taken the trouble to leaf through all the letters of the outer Offices which upon receipt of the reading are always sent round to the members of the Council, to consult the routine of the Company's affairs, in which he has daily had opportunity to be conversant, and his own experience as opperhoofd 24 continued continued opperhoofd of Sadras, such ill-considered propositions could and impossibly have flowed from his pen. The undersigned will not enlarge further upon his zeal, wherewith he would be animated for the well-being of the Company's true interest, but merely note the same ironically. Just as also his knowledge in the Linens, of which he boasts, is contradicted in the widest sense, both from his previously made confession that without guidance he would have run the danger of being misled by the merchants, as well as from his inactive stay of last year at Sadras compared with his own earlier confession in the above-cited letter of the 19. December 1785, which which are.

Dutch transcription

848 „den 18. September en 31. october 1785. „ heeft voorgedraagen; Het contra„ „dictoire 't welk hij verondersteld, zou„ „de dan moeten bestaan in den am„ „pelen brief van den 20. februarij 1789. „waarbij het opperhoofd Simons an „klaare demonstratie doet hoedanigde „dorpen rontom Sadras voor den „oorlog, en hoedanig na den oorlog ge„ „situeerd zijn, om aantetoonen de swae„ „righeiden en beletzelen die er resideeren „om den inzaam van Lijwaaten al„ „daar weeder in trein te brengen; te „wenschen ware het geweest dat zijn „predecisseur zig van den beginne „van zijn komst daar aan zoo sterk „hadde laaten geleegen leggen, waar „door hij van alle die omstandigheeden g' informeerd, niet noodig zoude gehad. vervolg, van voorby „gehas hebben, zich met allerleij pri„ „vole captien en Chicanes tot zijn „gevraagde Elucidatie te behelpen. Niets is zekerder /:in dit weet „van Bijland ook zeer wel :/ dat „men zonder contanten geen Inzaam „van doeken doen kan, ten zij dat „de kooplieden geneegen zijn koop„ „manschappen te accepteeren, over„ „zulkt is de aanmerking die hij maak „zeer redicul, wanneer hij zegt: „Maar dat als men hem (:het op„ „perhoofd Simons:/ met contanten „voor zag hij een goede inzaam zou„ „de bezorgen; Maar nog ongerijm„ „der de gevolgtrekking uit het boven „geciteerde, en onderhaalde, name„ „lijk Dut koopman en leveran= „cier, dit is voorwaar geen groote zaik 237 549 „zaak vermits men dan die Lijwaatz „maar van naam doet veranderen, zoo „ als maar alteveel misbruijk gemaakt „word in de slinkse handelweise, of „onkunde of malitie hem aldus doet „redeneeren, zal den vertooner hier „niet onder zoeken, wijl hij bij de vol„ „gende periode geleegendheid hebben „zal van zijn vuijl aartig opset om „zijn eeven mensch in een verfoeijlijk dag„ „ligt te stellen te spreeken, eenlijk zal „hij hier aanstippen dat zijne supposi„ „sie, eeven of een opperhoofd koopman „en tevens Leverancier zoude weesen, en„ „kel chemericq is, alzoo hij behoorde over„ „tuijgd te zijn, dat geen opperhoofd in „staat is om dat werk te derigeeren, „als geheel afhangende van Inland„ „sche kooplieden, gelijk die van d'E Con„ pagnie 23 vervolg, vervolg „pagnie zijn, die weeder maakelaarsen „weevers in de weef doopen onder zig hebben, „aan dewelke zij het aan hen verstrekt „werdende geld uijtgeeven om lijwaaten te „bekoomen Nu tot de volgende afdeeling, waar „bij hij zoo wel de ondergeteekende ge„ „saghebber, als alle de opperhoofden „der subalterne factorijen op een verre „gaande wijze infameerd met de accu„ „satie van openbaare fraude tot ruine „ van d. E Comp:s overgaande, kan hij de„ „zelve zonder de grootste aandoening en „verantwaardiging niet passeeren, alzoo „kwaar-aartige lasten gepaart met de „grootste onweetenheijd op 't klaarste in „deesen doorstraalt zegge kwaataardigs „lasten, want hij is ten vollen overtuijgd, dat „te deeser Hoofd-plaatse twee Leveranciers tot den. 22 „den Iuraam voorhanden zijn, die de met „hun gemaakte contracten in vergadering „hebben onderteekend, volgens de al oude „urance gelijk hem al meede niet onbekend „is de Edistentie van 'sComp:s kooplieden „ op de overige factorijen; hunne geteeken„ „de Contracten, die altoos in de vergade„ „ring worden geresumeerd, en bij de Reso„ „lutien geinsereerd hebben hem hier „van gemakkelijk kunnen overtuij„ „gen, maar nog meer moest hij er van „gepersuadeerd zijn door de dagelijke as„ „sistentie door een van die lieden aan „hem beweesen —. iet minder veragtelijk is zijne „ne sustenue, welke hij u Hoog Edel„ „heedens zoekt op te dringen als of „den ondergeteekende zoo laag berielt „was om met de Leveranciers te a„ Sorieers vervolg, 24 vorli „socieeren tot den Inzaam van 'sComp:s „ Eysschen, waar door gecauseerd zoude wor „den dat dE Maatschappy met slegte „lijwaaten bedient word; vergezogte on„ „waarheeden, welke een ieder, zoo met „op zicht tot deese Hoofdplaats als de „overige factorijen bekent zijn, en die „den teekenaar als een wan gedrogt „van verwande herzenen overbodig oor„ „deelt als zodanig te probeeren. Is „nu deese stelling, gelijk ze alle zijn, „ongegrond, zoo vervalt het gevolg, als „of er slegte en opgeraapte doeken bij de „sorteering worden g'accepteerd: het tee„ „gendeel is hem maar al te wel be„ „kend gemerkt den gezaehhebber maar „bij een tavil, om de lijwaaten natezien; „zit, en de overige Leesen van den Raad „ ieder zijn apparte tafel heeft, gelijk 851 „ hij zelfs meede gehad heeft.— Dus zorteerd den Gezachhebber niet „alleen, ook is hij overtuijgd, dat de Pal„ „leacatse Lijwaaten u Hoog Edelheedens „zullen. hebben gepersuadeerd dat deselve „geen opgeraapte goederen zijn. Dat de bereekening der specerijen tot „ betaaling der Inzaam ten hoogsten „nadielig is, is weder een gepremediteer„ „de onwaarheijd; onkunde kan ik het „niet noemen, want zoo hij zig de „moeijte had gegeeven alle de brieven „der buijten Comptoiren na te blade„ „ren die bij den ontvangst der lectuu„ „re althoos bij de leeden van den Raad „worden rond gezonden, de routine van „ sComp:s affaires, waar in hij dage„ „lijks gelegendheijd heeft gehad ten „verseeren, en eijgen onder vinding als op perhoofd 24 vervolg verovolg opperhoofd van Sadras te raadplee„ „gen, konden en onmogelijk zulke on„ „bezonne stellingen uijt zijn pen gevloijt Den ondergeteekende zal over zijnen „ieren, waar meede hij tot het wel zijn „ van sComp:s waar belang bezielt zou„ „de weezen hem niet verder elargeeren ^als „maar dezelve wonicg aanmerken. Gelijk ook zijne kunde in de Lijwae„ „ten, waar op hij glorieerd, ten widen„ „sten constenrd, zoo wel uijt zijn te vooren „gedaane confessie, dat hij zonder hand„ „leijding gevaar zoude hebben geloopen „door de kooplieden misleijd te worden, „als uijt zijn voorjaarig in actief vor„ „blijf te sadras vergeleeken met zijn „eijgen vraegeres bekentenis bij boven ge „citeerde brief van den 19. December 178: welks welks „ zijn.

NL-HaNA_1.04.02_3877_0151 view scan ↗

English

504 continuation, the extract of which is annexed hereto under A, alongside the samples themselves. That he has been neither sloppy nor negligent in the master's service is testified by the resolution of 3 October 1788, from which it appears that they were obliged to send the secretary of the Orphan Chamber, Duijnevelt, alongside the Assistant van Holt, to Sadras in order to have the trade books and other papers of that chief residency drawn up, which had been missing since 1 September 1786 (except for the state of the cash account, of which not a single one had been received since the time he had been stationed there as chief), as is evident from his letter of 13 October 1788, serving continuation to accompany the expense accounts etc. of the first six months of the financial year 1786/1787, in which missive is also included a full confession of his ignorance and incompetence. Without the undersigned needing to express himself about his courage, so uncommon in India (as he calls it), he will further note here that the writing which he requests to be considered as a defense of his name better deserves the title of a frozen libel, being entirely unfit to serve as an answer to the question of Your Right Excellencies as to why no collection has taken place at Sadras up to the present day; wherefore the undersigned 263 finds himself bound with these remarks briefly to submit that the reasons for not collecting cloths consist of the following three grounds; namely: 1st: Because van Bijland, as chief, was unable to transmit adequate samples according to which the collection could have been ordered. 2nd: Because, by having kept the Council ignorant of the state of the financial resources there through (as mentioned) the failure to transmit the trade papers, especially the statement of the Honorable Company's cash balance, no arrangement could be made of the funds that were realized from the sale of merchandise there, and which, if one wished to help him out of the labyrinth, they were subsequently obliged, subject to Your Right Excellencies' approval, to apply toward the payment of his remaining claims upon the Company, along with the interest calculated thereon at 6 percent annually. And 3rd: Or principally through the total ruin of Sadras and the surrounding weaver villages, as appears from the detailed letter of the chief Simons dated 20 February 1789, in which he demonstrates that in 15 villages situated a day's journey around Sadras there were 1,430 looms before the war, and only 184 after the war; and that besides this, Sadras itself presently lacks bleachfields and blue-dye houses, all of which must be established anew and the necessary labor force collected for them, etc. The lack in the sale of merchandise must be attributed to the distrust of Tipu Sultan, who keeps the mountain passes (called kanawai or Ghats, being the boundary division between Carnatica and the Malabar coast) occupied by his troops, whereby all trade between both countries remains obstructed and the merchants have not been able to have the freedom to transport goods back and forth. Before the recent war, thousands of pack oxen with merchandise came through this pass, and in return carried away Japanese bar copper, spices, 581 spices, etc. And although 10,000 pagodas were offered to Tipu Sultan by the merchants of the marketplaces for the freedom of this passage, as the undersigned has been informed, he nevertheless continues to refuse this, so that regarding the collection as well as the sale, one will have to await more favorable times. He flatters himself nevertheless with the hope that the present chief Simons, as he is provided with the necessary means regarding the former, will succeed more fortunately, if the newly ignited dispute between the English and Tipu Sultan should place no new obstacles in the way. The remaining notes of the said van Bijland, mostly comprising ignorance in the service of the Honorable Company, partiality toward various persons, and envy toward everyone, desiring, as he once expressed himself, to have neither friend nor kin; thus the undersigned considers his time too precious to refute all those confused papers, which after all mostly contain untruths. Nevertheless, he begs Your Right Excellencies to take into consideration the far-reaching, malicious slanders with which he has insolently insulted not only the humble undersigned, but also most servants of this coast; with a respectful request to maintain him in his character as commander, and the other injured officials, each in his own, by causing us all to receive such No 38 continuation satisfaction as Your Right Excellencies shall deem fit according to the gravity of the case. van Bijland, to whom, among the documents upon which he had to explain himself, an extract was also delivered from the dispatched secret missive of 10 February 1790, in which paragraph 11 this representation is cited, proceeds, without reflecting upon it, much less asking for a copy of it, upon his once-adopted and publicly made sentiments. He feels himself so strengthened therein that he believes he must not only abide by them, but aggravates those accusations, especially against the former Commander Tadama, in his document handed over to the first-signed.

Dutch transcription

504 vervolg, „welks Extract deezen geannexeerd is „sub A: nevens de monsters zelve. Dat hij nog slorsig nog nalaa„ „tig is geweest in 'smeesters dienst, „getuijgt de resolutie van den 3. octo„ „ber 1788 waar uyt blijkt, dat men „verpligt geweest is, om den secreta„ „ris van de weeskamer Duijnevelt „nevens den Assistent van Holt „naar Sadras te zenden; om de ne„ „gotie boekjes, en verdere papieren dier „ opperhoofdij te doen opmaeken, wel„ „ke zedert primo September 1786. „manqueerden, /:behalven de staat reeke„ „ning van de kas, waar van toen nog „geen een ontfangen was van die tijd „af dat hij daar als opperhoofd hadde „geleegen :/ gelijk dit consteerd uijt zijn „brief van den 13. october 1788. dienen„ de. vervolgg „de ten geleijde van de onkost reekenin„ „gen &:a van d.' eerste ses maanden van „ het boekjaar 1786/4. in welke missive tes„ „fens geconprehendeerd is een volleedige „beleijdenis van zijne onweetenheijd en „onkunde. - Zonder dat den teekenaar zig „behoeft uijt telaeten over zijne in India „zoo ongemeene Cordaatheijd /: gelijk hij „het noemt:/ zal hij hier nog aan„ „merken, dat het geschrift 't welk hij „ verzoekt om als een defensie van „ zijn naam te considereeren, beeter de „titul van een bevrorend lickel verdient, „als gantsch ongeschikt zijnde om te „strekken tot een antwoord op de waag „van U Hoog Edelheedens, waar om te „sadras tot heeden toe geen Inzaam „was geschied, weshalven den ondergetee„ kende. 263 „kende zich gehouden vind bij deeze re„ „marques nog kortelijk te dienen, dat „de oorzaeken van het niet in zame„ ^ bestaan „len van doeken ^ in de volgende drie ree„ „denen; teweeten: 1:e Om dat van Bijland als opperhoofd „geen voldoende monsters heeft kun„ „nen overzenden, waarna men den in„ „zaam konde laaten doen. om dat hij den Raad onkundig ge„ „houden hebbende, van den staat der „geld middelen aldaar, door het /:als „gesegt:/ niet overzenden der negotie pan „pieren in zonderheijd van de staat „reekening van 'sComp:s Geld kas, „men geene schikking heeft kun„ „nen maeken van de fondsen welke „uijt het verthier der koopmanschap„ „pen aldaar waaren geproplueerd, en 2:o die vervolg vervolg „ die men naderhand /:wilde men hem „uijt het labijrent helpen:/ verpligt „gewast it op approbatie van uw Hoog „Edelheedens te laaten doenen tot be„ „taaling van zijn restant pretentie „ op dE Maatschappij, benevens de „daar op bereekende Intressen â 6. Jogt „sjaars, En ten 3de: „of voornamentlijk door de totale „ruine van Sadras, en de daar om „leggende werfdorpen, blijkens den ge„ „detailleerden brief van het opperhoofd „Simons de dato 20: Februarij 1789. „waar bij hij demonstreert, dat in 15. bor„ „pen, een dag reijsens rontom sadras „geleegen voor den oorlog zich hebben be„ „vonden 1430. stuks weefgetouwen, en na „den oorlog slegts 1841 en dat buijten des „te Sadras zilfteegenwoordig bleekerije 3: en 581 „en blaau verwerijen ontbreeken, welke al„ „le op nieuw moeten aangelegt, en het „daar toe benodigd werk volk verzameld „worden &a Het gebrek in het verthier van „koopmanschappen moet men toeschrij „ven aan het wantrouwen van Tipoe„ „sulthan, welke de bergweegen /: ka„ „nawaij of Gate genaemt zijnde de „grant scheijding van barnatica, en „de Mallabaerse kust:/ door zijne troupes „laat bezit houden waardoor allen han„ „dil tusschen de beijde landen gestremt blijft, „en de kooplieden geene vrijheijd hebben „kunnen wharen over en weder te ver„ „voeren. voor den Iongsten oorlog kwa„ men door deeze weg duijzenden van „draag ossen niet koop Goederen, en „haalden weeder af Iapans staafkoper specerije vervolg verola specerijen, ens 3:, En hoewel voor de „vrijheijd van dese passagie door de koop„ „lieden der markplaatsen 10'000 pagoden „aan Tipoe Sulthan gebooden zijn, „ zoo als den teekenaar geinformeerd is, „blijft hij egter zulks weijgeren, zoo „dat men ontrend den Inzaam zoo „wel, als het verthier gunstiger tijden „ zal moeten afwagten. — „tbij vleijd zig nochtans met de „hope dat het present opperhoofd „Simons omtrend het Eerste als van „de nodige middelen voorzien wee„ „zende gelukkiger slagen zal, indoen „de nieuw ontstoken twist, tusschen „de Engelschen en Fipioe sulthan „geen nieuwe hinderpalen in den weg „mogte leggen. De overige aanteekening van Ge„ „melde van Bijland meest al be„ holsende /26. No 38 vervolg „helsende onkunde in den dienst van d: E Comp: „partialiteyten omtrend verscheijdene per„ „zoonen en nijdigheijd omtrend alleen, „als begeerende, gelijk hij zig wel eens uyt„ „gedrukt heeft nog vriend; nog maag te „hebben; zoo agt den ondergeteekende zijne „tijd te kostelijk om alle die verwaaerde „papieren welke tog meest al onwaar„ „heeden in houden, te wederleggen; Egter „bid hij uw Hoog Edelens in aanmer„ „king te noemen de veregaande kwaad„ „aardige lasteringen, waar meede hij niet „alleen den nedrigen teekenaar maar „ook de meeste dienaaren deezer kuste „op een brutale wijze heeft beledigt; „met eerbiedig verzoek om hem in zijn „caracten als gezachhebber, en de overige „geledzende bediendens, ieder in het zijne „te maintineeren door ons allen zoda„ nigen S 17. van Bijland beschuldigd op nieuw in steede van te beuijden. -. „nigen satisfactie te doen erlangen, als uw Hoog Edelheedens na het ge„ „wigt der Casie zullen gelieven te oor„ „deelen te behooren: Van Bijland, aan „wien onder de stukken waar op hij zich hadde te verklaaren ook is afge„ geeven Extract uyt de afgegaane secreete missive van 10. Februarij 1790. waarbij par: 11. dit vertoog aangehaald word, gaal zonder daar op reflexie te slaan veel min en Copyj van te vragen, op zij zijne eens aan genoomene in publiek gemaakte senti„ menten door. Hij voelt zich daar in zodanig gesterkt dat hij vermeent niet alleen daar bij te moeten blijven, maar verzwaert die beschuldigingen voor al tegen de Geweesen Gezachhebber Tadama bij zijne, den eerstgeteekenden ter hand ge stelde.

NL-HaNA_1.04.02_3877_0159 view scan ↗

English

Patent thereof made representation dated 20 December 1790, from which the following pertains to the matter at hand. "Why Sadraspatnam is the only place where until today no collection had been made, the note regarding this is crystal clear, so that the undersigned does not want to miss a single word of it, in order to demonstrate his innocence of not having been able to make any contract, both through the withholding or concealing of the samples and out of partisanship, or else out of fear that the system of the percent would be discovered. How can this matter be further proven, than that neither private individual, nor Englishman, nor Frenchman, nor Danes, nor anyone pays that increase of percentage, and let me speak out frankly: frankly speak out, who are the suppliers or merchants who have those immense profits that those of the Dutch Holland Company have, and who will grant them this if they did not conspire with the rulers? I repeat, ignorance must not be supposed in this matter, but unfaithfulness and greed, with no other aim than to fleece, steal from, and rob the Company. I request Your Right Honorable to just examine my correspondence from Sadras with the Paliacatte Council, how I endeavored to have elucidation and a guide to be able to procure good samples. — Concerning the system of those those unaccustomed percentages on the linens since the war, I repeat, is no less absurd than unfaithful. Why are we private individuals not burdened with that charge, which is on the one hand very dangerous to remove again in the future, for there may be reasons for an increase in the South where the theater of the war has been, and yet in the North, where no one was molested except the Dutch Company and the linens during the war were very expensive, it is indeed absurd to grant those same percentages in the North that were granted in the South; but I prefer to believe that they are pretexts, and that that those percentages were never paid to the merchants, but that it was taken as a custom for costumados; for example, before this last war the merchants of Portonovo came to Nagapatnam to conclude the contract, for which they paid 3 percent to the Governor and 2 to the Chief Administrator. For all these reasons the signatory is of the opinion that if the poor Sadras merchants had been wealthy enough to pay 3000 pagodas to Mr. Tadama, as those of Jaggernaikpoeram did, samples would soon have appeared on the table and the delivery would have proceeded. At least have I had not the slightest trouble at Jaggernaikpoeram in taking off again the percentage that had arisen there since the war, as appears from the negotiation with the renter and merchant Kamaija and his party. I refer to Your Right Honorable's own careful investigation in this regard, from which it will best appear to Your Right Honorable where those percentages have gone. Moreover, it cannot be attributed to anything other than greed or ignorance to even listen to such insolent proposals of increase from the merchants, much less to accept them, and then to describe it with a velvet pen in order to make it palatable and acceptable. Verbally I have have already proven to Your Right Honorable that the price of the weavers has never varied, but that they do indeed decrease in quality by declaring more punjam than the linens contain, which is a fraud upon the Europeans, but from which the merchants find their profit. This fraud arose in 1768 when the English took the entire Carnatic under their rule and government, and from that day everyone became a merchant, so that they tore the linens from the looms regardless of length, width, or punjam, whereas before then the weavers first had to bring their linens with their contracts to the Kotwals of the villages for examination examination out of a kind of jealousy, lest one village should supply better linens than the other and draw away their trade; and when those weavers fell short of their contract in quality, width, or length, it was an income for the Kotwal. One can also say that since that year, except in exceptional cases, no good linens have been made compared to earlier years. This serves to confirm, regarding the prices of the linens, which like a loaf of bread at the baker's from North to South never vary otherwise than just mentioned hereinbefore. — One more word: the correspondence of Mr. Simons of Sadraspatnam nam to this Council is also strange, and requires Your Right Honorable's attention, for according to his pretext it appears that at Sadras itself there are few or no weavers; he even draws up a list thereof along with the neighboring villages. Nor can one deny that Sadras has suffered more than any place on the coast, and that precisely because the Dutch flag was delayed so long before being hoisted there after peace; those people who had a livelihood did not want to leave it before they saw the Dutch flag flying. Concerning the spices which were given in payment or exchange, the signatory maintains that for the merchants

Dutch transcription

6 Patentie daar van stelde representatie de dato 20. December 1790. waar uijt, ter materie alhier behoort het volgende. "Waarom sadraspat„ „nam de eenigste plaats is, daar tot hee„ „den geen inzaam was gedaan, de aan„ „teekening dien aangaande is zonne „klaar dat den ondergeteekende daar „geen enkeld woord van missen wil, „om zijne onschuld aantetoonen van „geene aanbesteeding te hebben kunnen „doen, zoo door het agterhouden, of „verdonkenen der monsters als uijt par„ „thijschap dan wel uijtvreese dat het „sigtthema ontdekt zoude worden der „ p:r C„o hoe kan dit stuk nader be„ „weesen worden, als dat nog parti„ „culier nog Engelschman nog fransman „nog Deenen nog niemand, die verhoo„ „ging van percento betaald, en laat ik rondborstig. ƒ vervolg „rondborstig uijtspreeken wie zijn de „leveranciers of cooplieden die, die en on„ „men winsten hebben, die, die van de „ Nederlandsche Hollandse Compagnie „hebben, en wie sal hun dit vergun„ „nen als zij niet zaamen spanden „ met de gebieders, herzegge ignorantie moet niet gesuponeert worden in „deezen, maar ontrouw en hebzugt, „ met geen ander oogmerk als om „de Comp: te schraapen, te besteelen „en te berooven, verzoeke ik uwel„ „ Edele Gestr: van eeven te willen in„ „zien mijne correspondentie van „savras met den Palliacatsen Raad „hoeik getragt heb om Elucidatie „en een handleiding te hebben om goede „monsters te konnen bezorgen. —. Betreffende het Sisthema van die 587 „die ongeworne percentos op de lijwaaten „zeedert den oorlog, herzegge is niet „minder ongerijmt als ontrouw, „waarom wij particulieren word ons „dat beswaar niet op gelegt, dat eens„ „deels zeer gevaarlijk is om het zelve „daar weeder in 't vervolg aftekrijgen „want daar konnen reedenen van ver„ „hooging plaats hebben om de zuijd „daar het leaten van den oorlog ge„ „weest is, en evenwel om de Noord daar „niemand gemollesteerd is als de Hol„ „landsche Compagnie ende Lijwaaten „geduurende den oorlog zeer duur zijn „geweest is het immers ongerijmt om „die zelve percento om de Noord te „vergunnen, die men aan de zuijs ver„ „guns heeft, maar ik wil liefst ge„ „looven dat het voorwendzels zijn, en dat vervolg Winsely „ dat nimmer die percentos aan de „cooplieden betaald zijn, maar dat „het als een gebruijk tot costumados „genoomen is, want per exempel voor „deese laatsten oorlog quamen de koop„ „lieden van Portonovo op Nagapat„ „nam om het contract te sluijten daar „voor betaalde zijlieden aan den hou„ „verneur 3. ten Hondert en 2 aan den „Hoofdadministrateur, om alle deezen „reeden is den teekenaar van gevoelens „dat wanneer de arme Sadrasse „kooplieden gegoed waren geweest om „ 3000. pagooden aan de Heer Tadama „te betaalen, zoo als die van Pagger„ „naikpoeram gedaan hebben, zoo zo „de wel haast monsters op de lapper „gekoomen zijn, en de leverancie zijn „voortgang gehad hebben, ten minsten heb 338 „heb ik op Iaggernaikpoeram geene „de minste moeijte gehad om de percento zeedert den oorlog daar opgekoomen „weder afteneemen, blijkens de onderhan„ „deling met den pagter en koopman „Kamaija en zijn ploeg. Ik aeferie„ „re mij aan uwel Edele Gestr: eijgen naau„ 11 „keurige onderzoek dien aangaande, waar „uijt uwel Edele Gestr: het beste blijken „zal, waar die percentos gebleeven zijn „ daar en boven, het niet toegeschreeven „worden, dan aan hebzugt, of onkun„ „digheijd van maar zelfs zulke in„ „solente propositien van vermeerde„ „ring der kooplieden aan te hooren „veil minder te accepteeren, en dan „ met een fluweele pen het te beschrij„ „ven om het zelve smakelijk en aan„ „neemelijk te maaken, mondelings heb vervolg, woorlyg „heb ik uwel Edele Gestr: reets bewee„ „sen dat de prijs der weevers num„ „mer gevarieert heeft, maar dat de„ „zelve wel in deugd verminderen met „op te geeven meerdere poenjang, als de „lijwaaten inhouden, dat een bedrog „is voor de Europeeschen, maar daar „de kooplieden, hun profijt wel bij „vinden deese fraude- is opgekoomen en „ 1768. toen de Engelschen als het gezeele „ Carnatiaasche onder hun gebier: en re„ „geering namen en van die dag welk „ en een iegelijke negociant geworden zoo „dat men de lijwaaten van de weef„ „touwen scheurde ongeacht lengte, brie„ „te, of poenjang daar voor hen de ƒ „weevers eerst hunne lijwaaten met „hunne contracten bij de Cottewals „ van de dorpen moetten brengen ter examinatee 539 vervolg, „examinatie uijt een zoort van Dalou„ „sie, dat een dorp beeter Lijwaaten „ zou leeveren als het ander, en hun„ „ne neering aftrekken zoude, en „wanneer die wevers aan hunne con„ „tract in deugde breete of lengte man„ „queerde zoo was het een inkomst voor „den Costewal, ook kan men zeg„ „gen dat zeedert dat Iaar niet dan „als bij zonderlijke gevallene goedelij„ „waaten gemaakt worden in vergelij„ „king van de vroegere Iaaren, dit „ is tot sterking, betreffende de prij„ „sen der lijwaaten die als een brood bij „den bakken van Noord tot Zuijs „nimmer en varieeren anders als zoo „even hier vooren aangehaald is. —. Nog een woord de borrespondentie „ van de Heer Simons van Sadraspat„ nam 14 4 devorly „nam aan deesen Raade is ook zonder„ „ling, en vereijscht uwel Edele Gestr: atten„ „tie, want na zijn voorgeeven, blijkt „het dat op sadras zelfs weijnig „ of geen weevers zijn, hij maakt zelfs „een lijst daar van op met de nabuuri„ „ge-dorpen, ook kan men niet teegen„ „spreiken dat Sadras meer der ge„ „leeden heeft, als een plaats der kust, „en dat wel om dat de Hollandsche „vlag zoo lang getardeert heeft, „naar vreede om daar geheesen te „worden, die lieden dewelke een be„ „staan hadden wilden dat niet ver„ „laeten vooren al eer zij de Holland„ „sche vlag sagen waaijen. Betreffende de specerijen welke in „betaaling of ruijling gegeeven wierden, „sustineerd den teekenaar dat voor de kooplieden

NL-HaNA_1.04.02_3877_0167 view scan ↗

English

is more advantageous to merchants than even the cash itself, which I will elucidate and prove with this accompanying example and calculation under Letters A and B. For further elucidation of Letters A and B: Letter A shows two copies of warrants from which the calculation has followed; for the sake of brevity, the spices have been summarized together in the calculation. I have purposely preferred the first warrant in the name of the Company's interpreter to demonstrate the absurdity that Mr. Tadama places those warrants in the name of the interpreter, who, in our opinion, may not trade in Company goods at all, because according to his duty he must report all market prices from north to south, buy, sell, contract with the natives, and report, so that he can come to ask for the decision of the Governor. He must be with the native as the representative of the Governor to look after the Company's interests in all the above-mentioned articles and to bargain as closely as possible. How can that be expected of him when he trades in those articles himself or is a merchant or supplier in them, so that I would rather believe, or at least it appears suspicious and holds the most well-founded suspicion, as if Mr. Tadama conducted the trade together with the interpreter, and which can serve only to the prejudice of the merchants. In conclusion of this note, it mainly serves to show that the informant has indicated clearly enough in his note that Mr. Tadama himself was a merchant, supplier, and sorter, as appears, firstly, from the meager supply from the warehouses to the merchants. Secondly, it is undeniable that someone will expose his name, honor, reputation, and credit to favor a party of merchants, and to obscure the matter so much that it is impossible, even with the most meticulous oversight, to trace the deceit. If Your Honor would deign to look at the summary of all the debts of the merchants on the Coromandel coast as they are described at the Company, and the manner in which the interest is fraudulently entered; this interest has its origin from an earlier date, when everything was flourishing and the Company made its tenders with cash. I find this summary at the Company so obscure that I have taken the liberty of presenting a similar summary to Your Honor herewith, where everything can be seen at a glance, and particularly how the merchants have drawn interest, while they were not really in arrears; every entry can be cited here, wherefore I refer to page 6. Here I must again make an appropriate remark: we, Gentlemen of the Council, neither hear nor see anything of the trade business. As the trade papers arrive, they are handed over to the Chief Administrator. The following year, we hear some small remarks in the Batavia letter, which do not disturb us in the least; they are redressed, and our confidence is strengthened in the competence of our favorite and Chief Administrator, because the Visitateur-General has made no remarks. On that account, it would also be very hard to make those people participate in the payment for that wrong, deceitful way of trading, since they have had no part or share in the enormous advantages and malversations. And should any suspicion ever arise in that regard, who would dare to speak, firstly out of fear of persecution, and secondly that we would be reproached: do you have more knowledge and understanding of it than the Visitateur-General himself? But to lighten that gentleman's work as much as is in my power, Your Honor can see at a glance under Letter C where it lies hidden, and for that reason the pages have been added where those entries are to be found in the books currently held at Batavia. I do not need to restrain my pen any further, I have nothing more to say. The Company's interests are entrusted to Your Honor, and through your diligent investigation Your Honor will find and know more than we have ever heard or seen, and our confidence remains fixed upon Your Honor. This, Most Honorable Gentlemen, is the verbatim text of the accounting required from the aforementioned van Bijland, both as required by the Right Honorable Gentlemen Principals and Your Honors. Everything is thus presented truthfully and literally, and some of our considerations having already flowed from the pen previously and none more to be added thereto, since they will be found described either in our secret letter of today concerning the findings of the muster, or in the report of the first-signed regarding the merits of the evidence produced by van Bijland. And if justice falls on the side of the Council, for Tadama satisfaction having been requested, we believe we can safely leave all of this to Your Honors' judgment, as to which of all these uncommon particulars, placed in the scales of justice, will tip the balance, and which are found acceptable and accountable for the Company's interest. And if the ministry of that time is judged to be in the right, we most respectfully implore Your Honors to cast a just and favorable reflection upon the aforementioned petition of the former Commander Tadama, both for satisfaction regarding what has passed, and for the prevention and curbing of such intolerable and irresponsible attacks and agitations.

Dutch transcription

060 „kooplieden voordeeliger is als de contan„ „ten zelfs welke ik met dit nevens „gaande Exempel en bereekening zal op„ „helderen en bewijsen onder L=a A ey B: Tot nader opheldering van L:r A: „ en 13: , Letter A: toond aan, twee Copia „ ordonnantien, waar uijt de bereekening „ zijn gevolgheeft, tot kortsheijds hal„ „ven in de bereekening zijn de spece„ „rijen zamen getrokken, de eerste ordon„ „nantie op de naam van 'sComp. s Tholk „ heb ik uijt deese deeds geprefereerd om „ het ongerijmde aantetoonen dat „de Heer Tadama die ordonnan„ „tien op de naam van den Tholk „zet die wijns dunkens in het ge„ „heel geen koophandel in Comp:s whaa„ „ren mag doen, om dat hij volgens „ zijn dienst alle de marktprijsen moet e„ verorly in l vervolg „ moet opgeeven van Noord g zuijd koo„ „pen verkoopen contracteeren met de „ Inlanders en rapporteeren, op dat „hij de Conclusie van den Heer Gou„ vernaur kan komen vragen, hij „moet bij den inlander zijn, als den „representant van den Gouverneur om „sComp s belangens in alle de boven gem: „ articulen te behartigen, en op het „naauwste te bedingen hoe kan dat „ van hem verwagt worden wanneer „ hij zelfs in die articul handelt dan „wel koopman of leverancier daar in „ is, zoo dat ik liefst wil gelooven „ten minste het komt suspect voor „en heeft de alder gefundeerste suspi„ „tie als of hij Heer Tadama de ne„ „gorie met de Tholk saamen deed, „en niet als tot prejuditie kan strekken 561 vervolg „ strekken der kooplieden. Tot slot van deese aanteekening „dient nog hoofdzackelijk dat den „berigt geever niet onduijster te verstaan „heeft gegeeven in zijn aanteekening dat „den Heer Iadama zelfs koopman, „Leverancier en sorteerder is geweest, blijkt „ Eerstelijk uijt de geringe verstrekking uijt „de Pakhuijsen aan de kooplieden. Twee„ „den; is het onteegenspreekelijk dat „iemand zijn naam eer en reputatie „en Crediet zal exponeeren om een parthij „cooplieden te favoriseeren, en dats met „ het zelve zoo te verduijsteren dat „ het onmogelijk is, met het naau„ „keurigste toeversigt om het bedriege„ „lijke nategaan, als uwel Edele Gestr: „dan eens geloepde intezien de zamen„ „trikking van alle de schulden der Coop„ lieden vervolg „lieden ter kuste Cormandel zoo als „deselve bij de Comp:e beschreeven word, en op welke wijze de Intressen frande„ „lens opgebragt worden, dese interessen „hebben hunnen oorsprong van voe„ „ger datum, en taen alles floreerden, toen „en „ de Comp: met contanten hun „ aanbesteeding dued. Ik vind deese „samentrekking bij de comp: zoo duijs„ „ter dat ik de vrijheijd genoomen heb „ van een zoort gelijke Bamentrek„ „king uwelEdele Gestr: hier nevens aan„ „tebieden, alwaar met een opslag van „een oog alles te zien is, en principaal „getrocken „hoe dat de Cooplieden interessen„ heb„ „ben, terwijl zij reëil ten agteren „niet „stonden, elke post kan hier „ aan„ „gehaald worden, refereere mij derhal„ „ven aan p=a 6. —. Hier 562. Dy Hier moet ik alwederom een gepas„ „maaken „te aanmerking, wij Heeren van den „Raad, hooren nog zien niet van het „Negotie werk, zoo als de negotie papie„ „ren komen, worden deselve aan den Hoofd„ „ administrateur afgegeeven, het Iaar „daar op hooren wij sommige kleijne re„ „margues in de Bataviase brief, die „ ons geensints ontrusten die worden ge„ „redresseert, en ons vertrouwen word ge„ „sterkt in de bekwaamheijd van onsen „geliever, en Hoofd Administrateur, door „dien den visitateur generaal geene „aanmerking gemaakt heeft uijt dien „hoofden zou het ook zeer hand zijn „ dat die loeden in die verkeerde bedrie„ „gelijke handelweijze in de betaaling te „doen particifieeren, daar zij in de en„ „orme voordeelen en malversatien geen „ part vrvolg vervolg „part of deel hebben gehad, en kwam „er al eens eenige verdenking dien aan„ „gaande, wie soude het mogen zeggen, „eerst uijtvreese van vervolging; Tweedens „dat ons voorgeworpen zou worden heeft „uwer meer kennis en verstand van „ als den visitateur Generaal Selp maar om dien heer zijn werk zoo „te verlichten als in mijn vermoogen is, zoo kan zijn wel Edele Gestr: onder L:r C. met een opslag zien waar het „schuijld, en daarom de pag: daar bij ge„ „voegd waar die posten te vinden zijn „bij de boeken op Batavia tans berusten„ „de. - Ik hoef wijn pen niet verder in „te keugelen, ik heb niets meerder te „zeigen Compagnies belangens zijn „ uwel Edele Gestrenge toevertrouwd, en door 39 163 de zaart wrd ten bodelnig gelaad 18. „ door desselfs naarstig onderzoek zal „ uwel Edele Gestr: meerder vinden en „weeten als wij ooit gehoord of gesien „hebben, en ons vertrouwen blijft ge„ „vestigd op uwel Edele Gestrenge Dit is Hoog Edele Heeren! het woordelijke der van voormelde van Bij„ land gevorderde verantwoording zoo op het gerequireerde door de welEdele Hoog Achtb. Heeren Principaalen als uw Hoog Edelheeden. Alles dus na waar„ heijd en letterlijk voorgestelt en bereets voorwaards eenige onzer consideratien uijt de pen gevloeijt en geene meer daar bij te voegen zijnde, wijl die, of bij onze se„ creete brief van heeden. over de bevin„ ding der Monstert of bij des Eerstgetee„ kendens verslag over de merites der door van Bijland geproduceerde benij zen ten. En zoo het regt aan de zijde des Raads valt„ voor Sadama satisfactie verzogt, zijn, zullen beschreeven worden gevonden vermeenen we met dit een en ander gerus„ telijk aan uw Hoog Edelheedens ter beoor„ deeling te konnen overlaaten, welke van alle deese ongemeene bij zonderheeden in de schaale der Gerechtigheijd gelegt de ba„ lans zullen doen overslaan, en welke voor 'sComp.:s belang aanneemelijk en verandwoordelijk worden bevonden. En in„ dien het Ministerium van die tijd ge„ oordeeld word gelyk te hebben, implo„ reeren we uw Hoog Edelheeden aller Eerbiedigst een rechtmaetige en gunstige reflexie te slaan op de voorsz: instan„ cie van den Heer Geweesen Gerachhebber Tadama, zoo tot satisfactie van het gepasseerde, als ter voorkooming en beteugeling van zulke onverdragelijke en onverantwoordelyke aanvallen en be„ Weegingg

NL-HaNA_1.04.02_3877_0175 view scan ↗

English

the Gentlemen Masters were informed in the answer section 19. report of the low price of copper on considerations in the future Upon what was ordered in paragraph 13 of your Right Honorable Nobilities' more mentioned rescript of April 1790, to report to the Lords and Masters how it is possible that the English at Madras are able to bring in and sell Japanese bar copper for 16½ percent less, since this was an article that ought to be solely in the Company's hands, a partial answer has already been given in the aforesaid Fatherland Extract of 4 December 1788, paragraph 165. And as far as is known, it was never positively said that Japanese bar copper is being sold at Madras, but rather copper that corresponds sufficiently with that of Japan. In addition, it has appeared both here and elsewhere that the cast in case of indisposition of the chief commander 20. general report may not falter etc. regarding ships etc. 21. European copper, which the English are obligated to bring in in large quantities, bears a very close resemblance to the Japanese, which has an extraordinary influence on the price of the latter, because the former is often sold for whatever it will fetch. The circular order dated 29 June 1790, that in case of the indisposition of the chief commander the General Report on matters should not be allowed to falter, will serve for dutiful information; and on the required consideration of the Lords and Masters in paragraph 128 of the aforementioned inserted extracts, the Commander's opinion was recorded in the Resolution of 20 November 1790. As for what further occurs in relation to reference is made to the resolution of 20 November 90. section 22. to the answered Fatherland Extracts of 1788 in the honored rescript of your Right Honorable Nobilities dated 17 August last, paragraphs 3, 4, and 5, or the answering of the orders contained therein regarding the matter of Ships and Vessels, we request, for the possible brevity of matters regarding the various requisites demanded in those paragraphs, to be respectfully permitted to refer to the record of the Resolution of 20 November last, which indicated that 2 sloops and 2 thonies are necessary so long as matters remain in their present state, one cannot manage with fewer vessels than two sloops and one thonie, the reason for which was given in the answer to there is still one on hand whose hull costs f 306. 10. -. the Fatherland Extract under 4 December 1788, paragraph 162; although the latter, or the Thonies, cannot be of such utility as well-built sloops, in place of which the Thonies could easily be dispensed with if it should come to the point that from the North the goods could be fetched and transported by ship or ships themselves in the manner as resolved, in which case one could manage with one sloop for the North and one for the South. And up to now there is only one thonie on hand, of which, excluding various items provided without calculated costs, the hull of the vessel does not cost more than f 306: 10. Had we two such vessels, then one for the transport of 580 packages would have to count on at least five trips, of which one would have to make two, and the other three; whereas, by contrast, the largest of the sloops, or the Herstelling, takes in 200 packages at once, and the other, or the Zeerob, 180 packages; so that with the Herstelling alone, 600 packages can be brought over from the south in three trips. From which, although the expenses of the sloops certainly run higher than those of the Thonies, it must superficially be inferred that, to economize thereon, one ought to prefer the maintenance of Thonies, were it not opposed by the difficulty that the cargo therein is not so secure as in the sloops, besides besides their unseaworthiness, which, added to the employment of a sloop for the North, where a ship or ships must also go, quickly decides what one ought to prefer. Not being able now to state the maintenance of the vessels on hand or the comparison of which costs less in expenses, the maintenance of sloops or Thonies, because the books have only been closed and prepared up to 1787/88; of which financial year we have the honor to present to your Right Honorable Nobilities the memorandum of what was then spent to their account, amounting for De Herstelling to f 2607. -. 8. for De Zeerob f 511. 5. -, making together f 3118: 5: 8, on which we request your Right Honorable Nobilities' honored approval. We the missing memorandum of the sloops is submitted herewith, the Herstelling and Schildpad have been sent to Jafanapatnam for wintering section 24. We humbly beg pardon for the mistake committed in the previous papers of not transmitting the memoranda of the expenses incurred at Portonovo on the sloops De Herstelling and the Zeerob in 1789/90 to the amount of f 3428. 3, and have the honor to enclose those memoranda in original herewith. According to the resolution of 15 October past, deliberations having taken place concerning the shelter of the sloops in safe harbors against the turning of the monsoon, we had resolved on that day to send the sloop De Herstelling and the boat De Schildpad to Pattanapoutnam, provided there should be enough water in the river for the last-mentioned vessel, which draws less water than the first, to be able to lay over therein; but since that was found impracticable, they have both been sent to Jaffanapatnam.

Dutch transcription

164 „ de Heeren Majoris zijn bij antwoord latact § 19. brigt vande lage ehof van ko perop a ra, weegingen in het toekoomende Op het bij de 13. par: van meerm: uw Hoog Edelheedens resoriptie van April 1790. geordonneerde om aan de Heeren en Meesters te berichten, hoe het mogelijk is dat de Engelschen te Madras konnen aanbrengen en voor 16½. p:r C:o minder ver„ koopen Iapans staafkoper daar dit een articul as, dat alleen in 'sComp:s handen behoorden te zijn, is gedeelte„ lijk reets geantwoord bij het voorsz: Patriasch Extract van 4 December 1788. par: 165. en voor zoo verre men weet is er nimmer positie gezegt dat te Madras Iapans Staafkaper, maar wel koper verdebiteerd word ge„ noegzaam over eenkomstig met dat van Iapan, daar bij is zoo wel al„ hier als elders gebleeken, dat de gegoo„ ten bij n dispastie van den Hoofsceuen 200 kaltaangen verslag haaperen Ens di„ omtrend scheepen Ens 3: ten Europisch kooper, dat de Engel„ sche verpligt zijn in meenigte aan„ tebrengen, zeer veel gelijkenis heeft naar het Iapansch het welk extra ordinaire influeatie heeft op de prijs van het laaste, dewijl het eerste veel al verkogt word voor het geen wil gelden - De Circulaire ordre de dato 29:' „ 1790. Iunij „ om bij indispositie van den Hoofd„ gebieder het niet te doen haperen aan het Generaal verslag van zaeken zal tot schuldige naricht strekken en op de gerequireerde bedinking der Heeren en Meesters bij 1280. van voorm. gein„ sereerde Extracten, is des Gezach„ hebbers gevoelen bij Resolutie van den 20. ' November 1790. opgeteekend. M wat overigens met relatie 121. tot 865 word gerefereert aan resolutie van §22. 20. November 90. —. tot de beantwoorde Patriasch Extrac„ ten van 1788. voorkomt bij de Geeer„ de Rescriptie van uw Hoog Edelhee„ den de dato 17. Augustus laastleeden par: 3, 4. en 5. ofte de beantwoording der daar bij vervatte beveelen te betrekken zijnde tot de materie van. Scheepen en Vaertuijgen, verzoeken wij, ter mogelijke bekorting van zaeken omtrent de bij die par: gevorder„ de onderscheidene requisiten, ons met eerbied te mogen gedragen aan de aan„ teekening der Resolutie van den 20. No„ vanber laatsleeden, aan wijzende dat 2 stopen 2 thouijt zijn asongordig het, zoo lange de zacken blijven in het teegenwoordig predicament, met geen minder vaartuijgen als twee sloepen „een op en „ thonier is te stellen, waar voor de reeden is op gegeeven bij de beantwoording van het er isnog ondar en aan handen dis hol kost ƒ306. 10. -. het Patriasch Extract sub 4 decem„ ber 1788. par: 162, schoon- de laaste of„ te de Thonies van dat nut niet kon„ nen zijn als wel bebonde sloepen, insteede van welke de Thonies ligtelijk zoude kunnen worden gemist indien het daar toe mochte komen dat van de Noord met schip of scheepen zelve invoege als bij resolutie de goederen konden worden afgehaald en vervoert, als wan„ neer men het met een sloep voor de Noord en een. voor de zuijd, zoude kon„ nen stellen; zijnde en tot nu toe maar eene thonie aanhanden waarvan het buijten diverse, zonder heldsom; kostende aangereekende verstrekkingen; dus het hol van het vaartuijg niet meer te deen e meted wartuige om tanspotien staan dan ƒ 306: 10: Hadde wenu twee dergelijke vaartuijgen, dan zoude men 566 men tot den overbreng van 580. pak„ ken ten minsten op vijf togten moeten reekenen, waar van het eene er twee, en het andere drie, zou moeten doen; waar en tegen de grootste van de sloepen of de Herstelling in eens 200. en de andere ofte de Ieerob 180. Pakken inneemt; zoo dat met de Herstelling alleen, van de zuijd in drie togten 600. Pak„ ken konnen worden overgebracht, waar ean si bon agst apen en uijt, of schoon de ongelden van de sloe„ pen gewis hooger te staan komen als van de Thomis, oppervlakkig moet worden afgeleijd dat men, ter bezui„ niging van dien, de aanhouding van Thonies zou moeten prefereeren, in„ dien niet weeder daar teegen overstond de swaarigheijd, dat de lading daarin zoo zeeker niet is als in de sloepen, behalven verool behalven de onbezeiltheijd, het welk gevoegt bij het emploij van een sloep om de Noord wan„ nan en schip of scheepen tevens na toe moeten, schielijk decideert wat men hebbe te preferee„ ven; konnende het onderhoud van de aan„ handen zijnde vaartuijgen ofte de vergelijking wat in de ongelden minder te staan, komt het onderhoud van sloepen of Thonies, nu niet opgeeven, om dat de Boeken maar geslooten en gereed gemaakt zijn tot 178 7/15. van welk boekjaar we de eere hebben u Hoog Edelheeden aantebieden de Memo„ rie van het geen toen bekostigt is tot laste van deselve, bedraagende voor De Herstelling - -ƒ2607. —. 8. —: s „ 511: 5. –. ma„ voor De Zeirob kende tesaamen. . . ƒ 3118: 5:8. waar op wij u Hoog Edelheedens g'eerde ap„ probatie verzoeken. -. wa Wij 567 e ouer oet nag enden o: an en 3: ratie memonij der sloepg. wrden muim orij aangehooden, de kostelin en childspad sijn na dasse 24. na den overmintering gesonden, Wyj vragen ootmoedig excuus over het in d' p:s begaan abuijs van het niet overzenden der Memorien van de te Portonovo aan de sloepen De Herstelting en de Zeerob in do o17 9/0. gedaan onkosten ten bedragen van ƒ3428. 3. en hebben de eere van die Memorien in origanali) hier nevens te voegen. Blijkent besluijt van den 15. october do p:o, over de bezorging der sloepen in veilige havenen tegen het kenteren van de mous„ sou, gedelibereert zijnde, hadden wij ten dien dage beslooten de sloep De Herstelling en De Boot de schilpad naar Pattanapout„ „nam te zenden wel verstaande indien er voor het laastgem: vaertuijg, minder diep treedende dan het eerste in de revier geen wa„ ter genoeg mocht zijn, om daar in teekon„ nen overleggen: maar vermits dat inprac„ ticabel is bevonden, zijn ze beiden naar 3affanapm het

NL-HaNA_1.04.02_3877_0182 view scan ↗

English

arrived at its destination, Accountability of the Bimilipatnam authorities concerning the ship Straalen. Section 25. sent to Jaffanapatnam, and the sloop the Zeerob, which we had destined to winter in the river at Coringi, has instead of there also arrived at Pattanapatnam, concerning which we shall demand the necessary accountability from the commander upon his return. In response to the satisfactory accountability of the Bimilipatnam servants ordered by Section 14 of Your High Excellencies' honored Rescript dated 27 April of the previous year, as to why they had left the Ministry of Bengal unaware of the arrival of the ship Straelen there in the late part of the year 1788, we have the honor to present what was stated on this matter by the servants in their letter of 25 October 1790 as an answer in the margin of the extract sent to them on this matter and inserted into that letter: namely, that the ship having arrived at Bimilipatnam on 22 October 1788, the necessary notice was given thereof to Bengal via the English post in duplicate on the 26th following, as evidenced by a copy of that letter taken from the bundle there and sent hither; and that the omission, namely of not having made mention of this report in subsequent letters to Bengal of 3 January 1789, arose purely from the confidence that the first letter, sent in duplicate, would have been delivered at least once. As soon as we write to Bengal, we shall send the ministers a copy of that letter, meanwhile respectfully requesting that the aforementioned accountability of the servants of Bimilipatnam Coast accounts concerning that ship and crew have been sent back from Bengal, because the ship had already departed from there upon receipt. Section 26. may be accepted by Your High Excellencies as sufficient. From Bengal, alongside the Missive of the Ministers dated 27 August 1790, there have been brought back by the first signatory the memoranda previously sent thither alongside our letters of 24 April and 25 May, one amounting to f 3041. 16. 8 and the other f 87. 10. The first arises from the expenses incurred at Bimilipatnam and Jaggernaikpoeram on account of the sick left behind from the ship Straeten, and the other for the erection of a shed for the sheltering of sailors of the aforementioned ship who arrived here from Bimilipatnam. The Ministers in Bengal believe that, since the ship had already departed when they received these accounts, Concerning that one of f 3041. 10. 8 orders are requested on how to proceed further. Section 27. and consequently they could not have had its expense account debited for them, and furthermore since the persons for whose benefit these disbursements were paid were present here and could be employed after their recovery, the aforesaid disbursements also belong here; at least, that the Directorate of Bengal could not be expected to bear the burden thereof, and on this basis the accounts were sent back. This matter having now been deliberated upon and considered during the writing of this or on this day, namely that for those disbursements, mostly hospital charges and ship's wages, direct debits and entries should have been made in the expense accounts at the place where they were incurred and from where the ship sailed and finally departed for Bengal, instead of charging them hither, which is utterly improper, since they should and could have been settled there had the expense accounts and vouchers been sent with the ship to Bengal; thus we find ourselves obliged respectfully to request orders from Your High Excellencies concerning the first-mentioned memorandum amounting to f 3041. 10. 8, as to how to proceed with it; but the other, in the sum of f 87. 17. -, of which the memorandum closes on 26 April 1790, for the end of August 1784, however strange that may sound, can be settled in the as yet unclosed books of that year to the account The remaining behind of bales due to lack of money is improper. Section 28. The noted difference of 3 days in the arrival of the thoni appears to be a clerical error. Section 29. to the debit of which the payment of the expenses for the erection of the aforesaid shed from the treasury may have occurred. The reflection made by Your High Excellencies under Section 15 of the aforementioned Rescript dated 27 April, that the holding over of bales had not, or could not have, any relation to the lack of cash, will be fully confirmed and prove to be an ill-considered, very improper expression, upon which we believe we need not dwell further here. The difference of three days found, as shown in Section 11 of the letter of 17 August, between the answer to the Homeland Extract of 4 December 1788 Section 162 and that set down in Section 12 of the letter of 12 March 1790, probably stems from a copying error. For in Caveat regarding unclear report concerning overland transport costs of sewn goods at the aforesaid place. Section 30. the mentioned answer as well as in the draft of the letter it is stated that the Thoni or the so-called boat the Schildpad arrived here on 12 March. Regarding Your High Excellencies' surprise expressed in Section 12 of the aforementioned letter of 17 August at the renewed charging of overland transport costs for goods at Jaggernaikpoeram, notwithstanding the small collection and the previously alleged fact that, at the present time, two sloops and two Thonies would suffice, and that the elucidation given from over there concerning the different expenses in the transport of the sewn goods with two Thonies by sea or by land, owing to the absence of the letter written from Jaggernaikpoeram

Dutch transcription

ter hon gekomen, verantwoording der Bimilipn opperh: § 25. nopens het schip straal. Iaffanapatnam verzonden en de sloepede de zers nd ron gedatuer, aro zeerob die wij gedestineert hadden om in de revier te Coringi te overwinteren is in steede van daar ook te Pattanapatnam ter hou gekoo„ men, waar van wij den tezachhebben bij zijne te rug komst de nodige verantwoording zullen afvorderen. In antwoord op de bij de 14 par: van u Hoog Edelheeden g'eerde Riscriptie de dato 27=e April Ao p:o geordonneerde satisfactoire ver„ antwoording der Bimilipatnamsche bediendens zij het Ministerum van Ben„ waarom gale onkundig hadden gelaaten van het vervallen van het schip Straelen aldaar in het laast van Ao 1788. , hebben wij de eer te vertoonen het geen der weegen door den bedienden bij brieve van den 25. october 1790: is opgegeeven als een antwoord in mar„ gine van het hun der wegen gezonden en by Jn 568 eienmesen daten nede nen zijn„ bij die broef geinsereert Extract, namelijk dat het schip den 22. 8ber: 1788. te Bimilipat„ nam zijnde aangekomen den 26. daar aan de nodige kennis is gegeeven naar Ben„ gale per de Engelsche post in duplouijt„ wijsens copij van dien brief uijt den bondel daar geligt en herwaarts gezon„ den, en dat de nalaetigheijd van na„ melijk van dit verslag geen mentie gemaakt te hebben bij nadere Brieve naar Bengale van den 3: Ianua„ rij 1789. enkel is ontstaen uijt vertrou„ wen, dat de eerste dubbelt afgesonden brief ten minsten eens zoude zijn be„ stelt geworden. zoo drae wij naar Bin„ gale schrijven, zullen wij de ministers Copij van die brief toezenden: intusschen eerbiedig verzoekende dat de gem: verant„ woording der bedienden van Bimilipat nam. sekust aanreekeningen waeg dat schip en volk § 26. zijn van Bengalen te rig gezonden, om dat het schip reets van daar vertrokken was bij ontvangst „ nam, bij U Hoog Edelheeden, voor vol„ doende, mag worden aangenoomen. Van Bengale is nevens Missive der Ministers de dato 27. Augustus 1790. door den Eerstgeteekenden, te rug gebragte den neven onze brieven van 24. April en 25 Meij bevoorens derwaards verzondene Memorien de eene groot ƒ3041. 16. 8. en de andere ƒ 87. 10. Spruijtende de eerste uijt het bekostigde te Bimilipatnam en Iaggernaikpoeram tot laste der agter gebleevene zieken van het schip straeten en de andere weegens het op rech„ ten van een Loots tot lijfberging van Mat„ troosen van het gem: schip die van Bimilipatnam alhier zijn aangekoo„ men —. De Ministers in Bengale vermeenen dat, daar het schip bereets vertrokken was toen zij deese aanreeke„ ningen - Hol. 9 omtrend dies een van ƒ304:10. wd order 827. om lagt de daan meer te handelen ningen ontvangen en gevolgelijk daar voor dies onkostreekening niet hadden kunnen laeten belasten, behalven noch dat de per„ soonen ten behoeve van welke deese on„ gelden bekostigt zijn zich alhier bevon„ den en na hunne herstelling konden ge„ emploijeert worden de voorsz: ongelden ook alhier thuijs hooren; ten minsten dat de Directie van Bengale den last van dien niet was te vergen en op dit fun„ dament zijn de aanreekeningen te rug gezonden. Hier over nu, onder het schrij„ ven deezer ofte heeden gedelibe„ reert en geconsidereert zijnde dat voor die ongelden, meest Hospitaals be„ lastingen, scheeps soldijen. directe„ lijk hadden behooren gedebiteert en genoteerd te zijn geworden bij onkost reekeninge reekeningen ter plaatzen alwaar deselve zijn gevallen en van waar het schip is afgereiet en eindelijk vertrokken naar Bengale in steede van die, gelijk ten uitersten on„ eigen geschiet is herwaards aantereekenen, nademaal ze aldaar hadden moeten en konnen vereevent worden, waren de on„ kost reekeningen en Bijlagen met het schip, naar Bengale gezonden zoo vinden we ons verplicht u Hoog Edel„ heeden, omtrent de eerstgem: Memorie groot ƒ3041. 10. 8. eerbiedig om ordre te verzoeken, hoedanig daar meede te hande„ doog ander vn ƒ 7: : a huireat one len; doch de andere ter somma van ƒ87. 17. -. waar van de Memorie sluijt den 26: April 1790. voor ultimo augustus 1784 hoe wonderlijk dat ook klinkt, konnen by de noch niet geslooten boeken van dat Jaar worden vereevent op de Reeke ning 170 Het overblijven van Pakken mits gebrek §28. aan geld is oreigen, and „het opgemerkt different van 3. dagen in de §29. anive van de thom, komt ald een schrijffont voor. - ning ten Lasten van dewelke, de betaeling der ongelden tot oprechting van de voorsz: Loots uijt Cassa, geschiet mocht weezen. DU Hoog Edelheeden sub par: 15. der marm: Rescriptie de dato 27. April gemaek„ te reflesie, dat het overleggen van Pakken. geen relatie had of kon hebben tot het gebrek aan kontanten zal zich volkoomen be„ vestigen en blijken een onvoorzichtige zeer 1 oneigen uijtdrukking te zijn waar bij wij vermeenen alhier niet te moeten staan blijven. De uytwyzens par. 11. der brief van 17. Augustus bevonden differentie van drie dagen in het by Antwoord op het Patriasch Extract van 4. December 1788. par: 162. en het ter neder gestelde bij par: 12 des briefs van den 12 Maart 1790. is waar schijnelijk herkomstig uit een Copieer fout. Want bij het zijn Reeke Cacuwt over miet duijdelijk verlag nop: tans: §30. nortgelden overland van gesaaijde goederjte saggem: het gev: antwoord zoo wel als bij de mi„ nut van de brief staat dat de Thoni ofte de zoo genoemde Boot de schild„ pad den 12. Maart alhier is aangekoo„ men Op u Hoog Edelheedens bij par: 12. der evengem: brief van 17 augustus betuijgde ver„ wondering over het weeder opbrengen van Transport ongelden over Land van Goede„ ren te Iaggernaik poeram, ongeacht den geringen inzaam en het bevoorens geallegeerde dat het, in de presente tijd met twee sloepen en twee Thonies te stellen ware en dat de van ginter gegeev vene elucieatie omtrend de verschillen„ de ongelden, in het transport dergezaaij de goederen met twee Thonies over zee van wel over Land, mits ontstentenis der van Iaggernaik poeram geschreeven brief

NL-HaNA_1.04.02_3877_0189 view scan ↗

English

and shown how that related to it. Since the letter of 10 February 1790 could not be traced, and Your Right Nobles therefore could form no conception from the confusing citation in the Coromandel letter of 26 March, paragraph 16, of how that calculation had been made, whether regarding the thonies or the quantity of the bales fetched therewith or which were to be transported overland, we request in advance your excuse for the deficiency in this matter, and otherwise your kind permission to briefly demonstrate here how matters were found on the day of the deliberation hereon, as appears from the note in the resolution of 20 November last. Before the war, the Company at Iaggernaikpoeram had to bear the expenses of two thonies, which brought the goods thither from the Bay of Nizampatnam and brought back the return freights. In three representations received from Iaggernaikpoeram, the first two dated 31 January and the third dated the last of June 1789, dealt with in abstract and without inserting them in the Palliacat resolutions of the last of April 1789 and 11 May 1790, it is demonstrated, namely in the first, that in two financial years two thonies cost in maintenance, the one named De Orange Spruit ƒ 5648. 14. - and the other, or De Ionge Pieter, ƒ 4368. 18. 8, or both ƒ 10017. 12. 8, amounting on average to ƒ 2504. 7. 8 per year for each thonie; and in the last representation that for four consecutive years, or on average, the charges for collecting the purchased goods with these vessels came annually to 4½ pagodas per bale, and that now, according to the determination in the last resolution mentioned above, pagodas 249. 16½ had been regulated and agreed upon, calculated on an amount of 15782 pagodas of collections, constituting a full 1 5/8 percent. For the further consideration of Your Right Nobles, those representations were inserted in the resolution of 20 November last, and the letter of 10 February 1790, as already mentioned hereinbefore, is attached hereto in copy, despite it being recorded both on the Register of Papers dated 26 March 1790 under No. 14, and [illegible] that it was sent, the contents thereof having been deliberated upon at the session of the 11th preceding, when the aforesaid allowance of pagodas 249. 16½ was agreed to, and with which we have had to let the matter rest for the time being, partly because the thonies belonging to this Government are not suitable for this work or for approaching so close to the shore and entering the rivers; and partly because the first undersigned has not yet had time to devise less costly expedients, or consequently has had no opportunity for correspondence thereon with the present chiefs of Iaggernaikpoeram, which, after the dispatch of this present work, will be taken in hand. Meanwhile, we humbly thank Your Right Nobles for favorably passing the sum of pagodas 249. 16½ that was brought forward for the year 1787 and validated here to satisfy the merchants, since there was no opportunity or possibility of making a more advantageous arrangement, owing to the already mentioned inconvenience regarding the Ceylon thonies, and why, unless something else can be devised, those expenses seem likely to remain in place in proportion to the collection; provided no other difficulties arise, namely the obstruction in overland passage, as was once attempted but has thus far been overcome. Purchase or Collection. This main section now provides a great deal of important material for description. The attention of the first undersigned was directed from the very beginning to everything therein that appeared confusing and caused the complaints so rightfully made hereabout by Your Right Nobles, to deliberate on measures for the redress thereof immediately upon his assumption of authority and, where appropriate, to issue such orders as we hope may be effective in achieving the salutary objectives and esteemed recommendations of Your Right Nobles in the highly respected rescripts dated 27 April and 17 August 1790. We shall demonstrate the arrangements that are permanent before we provide an answer to the various orders of Your Right Nobles or report on what we have to state regarding the concluded trade for 1790 and that already commenced for 1791. The essential cause that gave rise to so much confusion, and in particular to the obscure accounting of the funds advanced, is the mistaken notion that has crept in and prevailed throughout Coromandel, namely of not regarding expired demands as satisfied, but continuously supplying against them and thus carrying the trade over from one year into the next and, what appears even more incomprehensible, in the accounting thereof, restricting oneself to the financial year instead of a delivery year, which is known to begin with October of one year and end with September of the following year.

Dutch transcription

571 en toon hochet dar med gelugen 331. brief van 10. febr: 1790. niet had kon„ nen worden nagegaan, en u Hoog Edel„ heeden dus uit de confuse aanhaaling bij de Cormandelsche brief van 26. Maart par: 16. geen begrip hadden konnen maeken hoe doe bereekening geformeert is, het zij van de Thonies het zij van de quantiteit der Pakken die daar mede afgehaald zijn of die over Land zouden vervoerd worden, verzoeken wij voor af excus wegens het gebrekkige in deesen en overigens goedgunstig verlof hier koo„ telijk te mogen vertoonen, hoedanig men het ten dage van de besoigne hier over, blijkens aanteekening ten re„ solutie van den 20. November TLeeden, heeft bevonden. Voor den oorlog hadde comp:e op Iaggernaikpoeram te draegen de on„ kosten kosten van Twee Thonis, die uijt de Bogt van Nizampatnam de goederen derwaards bracht en de Retouren weder afhaalde. Bij drie van Jag¬ gernaikpoeram ontvangene vertooningen de twee eerste gedateerd 31. Ianuarij en de derde in dato ultimo. Iuni 1789. , in het afgetrokkene en zonder ze te insereeren ver„ handelt bij de Palliakatsche Resolutien van ultimo April 1789. en 11. Meij 1790, word gedemonstreerd, teweeten bij de eerste dat, in twee Boekjaaren twee Thonies aan on„ „derhout gekost hebben, de eene genaamt De orange Spruit. . . . . . . . ƒ 5648. 14. -. en de andere ofte De Ionge Pie„ „ 4368. 18. 8. ter ƒ10017. 12. 8. of te beiden. maekende door malkander sjaars ƒ2504. 7. 8 ieder Thonie en bij de laaste aantooning dat vier Iaaren agter een, of door malkan„ . . der - . . . 572 waaran tot speculatie werd gedragen. § 32: der de ongelden tot den afhaal der gesaaijde goederen met deese vaarthuijgen, sjaars is te staan gekoomen op 4½. pag: per pak, en dat nu, volgens de bepaaling bij de laaste hier voorgemelde Resolutie was gereguleert en geaccordeert pag 249„ 16½ ge„ reekend op een bedragen van 15782 pagoo„ den inzaam, uitmaakende 1. 5/8. p:r C:o ruijm. Tot nadere believende speculatie van u Hoog Edelheeden zijn die vertoonin„ gen bij Resolutie van 20. November Tzee„ den geinsereert en de brief van 10. februarij 1790. gelijk hier voor par: reets gemelt stant is in copia deese bijgevoegt, niet teegenstaan„ de zo op het Register der Papieren de dato 26: Maart 1790. onder N:o 14. als 7 den eder oijsng de oij aten an verzonden is bekend gesteld, zijnde over den inhoud van dien gebesoigneert ter ses„ sie van den 11. bevoorens wanneer de voorsz: toelage. van word an„ word bedandit vor 't padsenren van die §33. ruk: van 1747. toelage van pag: 249. 16:½ is geaccordeerd ge„ worden, en waar bij wij het vooreerst heb„ ben moeten laeten berusten, eens deels om dat de Thonies behoorende tot dit Gou„ vernement, tot dit werk ofte het naderen derwal zo na bij en in de revieren niet„ geschikt zijn; en ten anderen om dat Eerstgeteekende over het uijtdenken van min kostbaarden expedienten noch geen tijd heeft gehad of gevolgelijke gelegen„ heijd is voorgekoomen tot Corresponden„ tie daar vver met de tegenwoordige Iag„ gernaik poeramsche opperhoofden dat, nade depeche van dit teegenwoordige werk, ter hand zal worden genoomen. Ondertusschen bedanken we U Hoog Edelheeden ootmoedig voor het gun„ stig passeeren van het bedragen van pa„ gorden 249: 16:½. dat voor het Iaar 1787. opgebracht 575 §34. Inkoopof Inzaam, in det gewigtig articul zijn schuking tet redrs gemaekt. opgebracht en alhier gevalideert is om aan de kooplieden te voldoen na dien er geen geleegendheijs geweest it of voordeeliger schil„ king gemaakt heeft kunnen worden, om het reets gezegde in convenient nop„ de Ceilonsche Thonies en waarom indien er niet iets anders is uijt te denken, die on„ gelden, na rato van den inzaam, schijnen te zullen moeten stand houden; zoo en maar geen andere haeken en oogen in voorkomen, namelijk de stremming in de passagie over Land, gelijk al eens is geterteerd doch, tot noch toe, ontwor„ stelt is geworden. Den Inkoop of Inzaam Dit hoofddeel leevert thans zeer veel gewichtige stoffe op ter beschrijving. De aandagt van den Eerstgeteekenden heeft zich van den beginne af geves„ tigt . pa„ 87. de permanente wordn vor af vertrond, tigt op alles wat daar in voorquam confus en oorzaak te zijn van de door u Hoog Edelheeden hier over zoo recht„ maetig gedaan klachten, met tet redresse van dien direct na zijn aan vaart gesach, mesures te beraemen en, waar het behoorde, zulke ordres aftevaerdigen als wij hoopen dat tot bereiking der heilzaeme oogmerken en g' eerde recommandatien van u Hoog Edelheeden bij de zeer gerespecteerde res„ criptien in datit 27 April en 17. Au„ gustus 1790. van Effect mogen zijn. Wij zullen de schikkingen die perma„ nent zijn vertoonen eer we dienen van antwoord op de onderscheidene beveelen „van „u Hoog Edelheeden ofte verslag doen van het geen we met opzicht tot den afgeloopen Handel voor 1790. en de reets aangevangene. 176 oo ten e e d e eten e aangevangene voor 1791. hebben te berichten. „ dat Het weezenlijke „ oorzaak tot zoo veel confusie en in zonderheijd tot de duijstere verantwoording der gedaane Geld verstrekkin„ gen aanleiding heeft gegeeven is het ver„ keert begrip dat op Gansch korman„ del is ingesloopen en plaats heeft gehad, met namelijk de afgeloopen Eisschen niet voor voldaan te houden, maar gestadig daar op voort te leveren en dus den Handel van het eene in het andere Iaar te doen loopen en dat noch onbe„ grijpelijker voorkomt, in de verantwoor„ ding van dien, zich te bepaalen aan het Boekjaar in steede van een Leve„ rancie Iaar, dat men weet te begin„ nen met october van het eene en te eindigen met september van het vol„ gende Iaar—. Vier quam reets gene.

NL-HaNA_1.04.02_3877_0196 view scan ↗

English

to introduce a reduction, Current Account Book § 36. delivery introduced there, Concerning this, after the impropriety in this matter was demonstrated by the first-signed, having been attentively deliberated upon on 29 October, it was resolved, following his proposition made on that day, to introduce both here at the department of the invoice keeper and at the respective offices of that of the seconds, the keeping of a Current Account book of the transactions carried out with the Suppliers, whether they consist of parties or teams together, or each individually, which, continuously balanced with day and date, must show on the debit side that which is disbursed or discounted to those who receive from the treasury, in money or in goods according to the stipulated sale, against the amount of what they have undertaken to deliver. Furthermore, on the Credit side that 178 that which, after delivery and sorting, is accepted from them and packed in bales, likewise with an indication of the date that the acceptance took place and the said suppliers can be credited for the value thereof, regarding the delivery as terminated on ult:o September, and closing that Current Account Book under that date, in order that a copy, in the form of an original Current Account, signed by the chief and the second on the one side, and the Supplier on the other side, be sent over from the respective offices upon the dispatch of the last returns, or before mid-October, in order to be attached in authentic copy behind the Palliacat Annual Current Account, which on the same day, that is to say after the dispatch of the ship or ships: to remove the difficulties here § 37. is ordered ships, closing on ult:o September, signed beforehand by both the Chief Administrator and Invoice Keeper on the one side, and by the Suppliers on the other side, and reviewed in Council together with those of the offices, and upon all of which shall be decided according to the findings of the matter, in order thereafter or in January to be presented with the General Report to Your High Nobilities. And in order to remove the difficulty to which one had already allowed oneself to be swayed and could thus foresee that it would be brought forward as an obstacle to the thwarting of the salutary objective, namely that upon the closing of the books under ultimo August the Accounts of the various Suppliers would appear differently than in the 676 there with the annual book, against said Current Account book, because the same may continue for a month later and, if time permits, according to the measure of the Delivery, a day or four later in October, it has also been demonstrated and prescribed that the difficulty [illegible] and interests is only apparent, but will have disappeared when, during the examination of the Trade books, or the report thereof, as is proper, one states who, according to the Books, the debtors are, and who are on Delivery of Linens etc., and demonstrates at the factories or offices in the cash accounts of October, after the closing of the Current Account, that the favorable or unfavorable balances have been properly settled through payment or liquidation, that the servants at the subordinate factories 73. at which time the settlement will appear in the current book year to form a memorial of remaining packages is ordered § 38. ries have been instructed to state or communicate in the letter with which the cash account is transmitted, to wit in November and not later, following the arrangement made on 25 October beforehand regarding the books in general, when one is assured that the trade for that Year has attained its conclusion and that which was disbursed at the settlement and the book year before, has now, or at the closing of the account, been properly discharged, as is also to happen here, at which time it shall appear from the Books of the current Year to have been settled and paid, whatever remained overdue by one or the other at the close of the previous year or under ultimo August. And just as here at the main office as well 877 well as at the subordinate offices it has frequently occurred that a presentation was made that Bales had to be left over, whereas in reality it is not so, because in order to make up, as it were, for the lesser provision and the merchants' arrears upon answering the Demands, which occurred very late in the following spring, one quasi-reported a quantity of Bales as left over and delivered short on the Demand, whereas those short-delivered or so-called left-over Bales in fact were nothing other than gathered Linens, delivered inside after the finished dispatch, and consequently had not been on hand at the time of the dispatch of the goods sent, in which case one, if they had indeed been left-over Bales, would have been able to call them such, whereas it has now happened entirely improperly, and this delivered Merchandise should always have been considered for and accepted upon the following or new Demand; thus, on the day when this was also taken into consideration, or 29 October before, provision was also made in this regard and resolved to order and to instruct the Offices by circular, that if here or at the various factories after ultimo September Bales are packed into the bale that cannot be sent, and must be retained; of all the same, directly after the departure of the ship and at the Factories, after the dispatch of the last goods, a Memorial be drawn up, showing what kinds of goods they are, the quantity and quality

Dutch transcription

tot redushimin Mrast: Courant vort t 36. deverantie daar geintouceerd, Dien over, bij vertooning door den Eerst„ geteekenden van het oneigene in dezen, op den 29. october aandachtig gedelibereert zijnde, is na zijn ten dien dage gedaane propositie, beslooten om alhier als het departement van den Factuur houden en op de respective kantooren van dat der secundens, te introduceeren, het houden van een reekening Courant boek van het geen men verricht met de Leveranciers, het zij ze in parthijen of in ploegen te saamen, dan wel van ieder op zich zelve bestaan, dat, geduurg effen gestelt met dagen datum, in dibet moet aantoonen het geen aan hen die uit bassa ontfangen, in geld, of in goederen naden bedongene verkoop, verstrekt of gedisconteert word op het be„ draegen van het geen zij hebben aange„ noomen te leveren. Voorts in Credit het 178 het geen na de inleevering en sorteering van hen aangenoomen en in den band gebracht word insgelijks met aantooning van den da„ tum dat de acceptatie geschuet en zij leveran„ ciers voor de waarde van dien konnen wor„ den gekrediteerd, houdende met ulto Septem„ ben de Leverancie voor geabsolveert, en sluij„ tende onder dien datum dat reekening Cou„ rant Boek om op de respective kantooren, bij afzending der laeste retouren, ofte voor medio october de kopij bij forma van een origineele Reekening Courant, door het op„ perhoofd en den secanden ter eenre, en de Leverancier ter andere zijde geteekend, her„ en spanijs mt het slagermneterne, waards te worden gezonden, ten einde in copia authenticq te worden gevoegt agter de Palliacatsche Iaarlijksche Reekening courant, die ten zelven dage, dat is te zeggen na de depeche van schip of schee„ pen: om geop per de swaarigheeden hier 137. wag te numen, is geodonneerd pen, met ult:o september sluijtende, door den Hoofd Administrateur en Factuurhou„ der beiden, ter eenre, en door de Leveran„ ciers ten andere zijde, voor af geteekend, en met die der kantooren te samen in Ra de geresumeert, en op alle welke na be„ vinding van zaeken gedisponeert zal worden, om, daar na ofte in Ianuarij met het Generaal verslag U Hoog Edelheiden aangeborden te worden. En om uijt den weg te ruimen de zwaerigheijt die men zich reets had laeten verleeden en dus voorzien konde dat als een obstacul, ter verijdeling van het heilzaam oogmerk zou worden ter baan gebracht namelijk dat bij het sluij ten van de boeken onder ultimo Augustu de Rekeningen der onderscheidene Leverd ciers anders zouden voorkoomen, als by het 676 daar met de laarinate e boek, op tegen Ens 3. het gezegde Reekening Courantboek, om dat het zelve een maand laeten en zoo de tijd het geheuigt, na maete van de Leverancie„ een dag of vier en laaten in october kan voortloopen, is tevens aangetoond en voorgeschreeven, dat de zwaarigheijd van der hof sele ijt hijn ont enien en belangen maar in schijn, dog verdwee„ nen zal zijn, wanneer men bij de Exa„ minatie der Negocie boeken, of het kap„ port daar van, gelijk behoort, komt optegeeven wie, volgens de Boeken, de debiteuren zijn, en welke op Leverancie van Lijwaeten etc: en op de factorijen of kantooren bij de kapsa reekeningen van october, na het sluijten der reeke„ ning Courant, aantoond, dat de bate„ lijke, of nadeelige saldos, door betaeling ofte Liquidatie, behoorlijk zijn vereevent, dat de bediendens op de subalterne facto„ 73. als wanneer de verewvening bi 't loopende boekjaar zal blijken van overblijvende pakken 's georden § 38. nende memorie te formeeren, rijen is aangeschreeven op tegeeven of te Com„ municeeren bij de brief nevens welke de kassa reekening word overgezonden teweeten in November en niet laaten na de op den 25. october bevoorens omtrent de boeken in het Generaal gemaakte schikking, wanneer men verzeekert is, dat den handel voor dat Iaar zijn beslag heeft erlangt en het geen, bij de afreekening en het boekjaar te vooren, verstrekt was, nu, of bij het sluijten der reekening, behoor„ lijk is voldaan geworden, gelijk alhier ook staat tegeschieden als wanneer bij de Boeken van het loopende Iaar zal blijken vereevent en voldaan te zijn, het geen bij het slot der voorige of onder ultimo Augustus, door de een of anders is te quaat gebleeven En gelijk hier ten hoofdkantoore zoo wel 877 wel als op de subalterne kantooren meenig„ maal is voorgekoomen eene vertooning dat 'er Pakken hebben moeten blijven over„ leggen, daar het in weesentlijkheyt zoo niet is dewijl men om de mindere bezor„ ging en der kooplieden Agterstal als het ware goet te maeken bij de beant„ woording der Eisschen dat zeer laat in het volgende voor Iaar eerst geschiede, qua„ si opgaf een quantiteit Pakken als over„ gebleeven en minder geleevert op den Eijsch daar die minder geleeverde of zoogenaam„ de overgebleeven Pakken, in der daad niet anders waeren dan te saemen getrokken Lijnwaaten, na de afgeloopen verzending bin„ nen geleevert, en gevolgelijk niet aan handen geweest op de tijd der depeche van de ver„ zondene, wanneer men ze, indien dat zoo waere overgebleevene Pakken, zou heb„ ben ben kunnen noemen, daar het nu gansch oneigen geschiet is, en dit ingeleeverde Goed altoos tot de volgende of nieuwe Eisch had behooren geconsidereerd en op deselve ge„ accepteert moeten worden, zoo is ten dage wanneer dit meede in aanmerking is ge„ koomen ofte den 29. october voor met hier omtrent ook voorzien en geresol„ veert te gelasten en naar de Cantooren circulair aan te schrijven, om zoo er alhier „ op de of onderscheidene factorijen na ultimo sep tember Pakken in de band worden ge„ bracht die niet kunnen verzonden, en overgehouden moeten worden; van alle deselve na het vertrek van het schip en op de Factorijen, na de afzending van het laaste goed, direct te formeeren een Memorie aantoonende wat dat voor soorten van goederen zijn, de quantiteijt en qua„ liteijt

NL-HaNA_1.04.02_3877_0203 view scan ↗

English

573 Section 39. Item after the Company had begun the contract without obtained consent, with the cost thereof, so far as the offices are concerned, added to the current account, and sent hither to be settled and balanced, and in order that those remainders, in so far as they are assortments that can serve for the European or Indian demands for the following year, may be applied in reduction thereof, in order to reckon thereon in the estimate to be made of the general new money requirement and in drawing up the outgoing demands. Also, in order to clear away the evil maxim of continuing with the money disbursements on one's own authority and discretion, as has been the case until the very last, namely of trusting suppliers with money for a quasi-new trade without previously liquidating the previous one, it was enacted at the meeting of 30 October and circularly ordered that, by the letter with which the memorandum is sent demonstrating in distinct columns what was demanded, satisfied, deficient, or delivered in excess for the past year, item the answering of the Patriarchal and Indian demands themselves, in order to be able to send them in due time to the Netherlands and Batavia, to await the pleasure of this assembly regarding the forthcoming new collection; thus, before proceeding to any contracting or new disbursements, to report what the suppliers are owed or indebted, what the state of finances is both in money and in goods, item on what conditions 579 Section 40. they are inclined to engage themselves to make tenders, and never to conclude or establish these except after obtained consent and authorization from the assembly. And whereas all disorder and negligence in the Company's service, according to your Right Noblenesses' honored remarks, is no longer passed over as easily as before, but everyone, through appropriate corrections, must be kept to his duty, and consequently the servants of the subordinate offices must be imposed with fines for an early dispatch of the answered demands and settlements with the merchants, graduated according to the time that those papers should have been here and remain in default; we have therefore enacted that when the answered demands and settlements, which must be sent hither in November with the cash account of October, are not here in their due time, a fine of twenty-five pagodas shall be forfeited for the benefit of the local Diaconate. Concerning the lesser collection of linens at Jagannaikpuram in 1787/88 compared to 1786/87, to the quantity of 13¼ packs, the accounting of the then Chiefs van Halm and van Someren stands recorded by letter of 29 September, at the Resolution of 29 October 1790; and concerning Sadras, we request to be permitted to suffice, in reply to the remarks 580 of your Right Noblenesses in the honored Resolution of 27 April 1790, paragraphs 25 and 26, with respectfully referring both to what was shown in the past year, and now, hereinbefore at paragraph 1618, in refutation of the unfounded assertions of the merchant van Bijland, who, concerning his subsistence through the trade at Sadras, as little as to make good his so prematurely made accusation of public deception, fraud, and far-reaching malversation, has brought forward no other proofs than the aforesaid arguments and assertions; notwithstanding he should have confirmed both with clear evidence. All those whom it concerns request this, that the aforesaid accounting of Mr. Tadama for the administration of Section 42. his time, against that rash conduct, may be held as sufficient by your Right Noblenesses. The commotion and difficulties resulting from the conduct of the aforesaid van Bijland are, among others, of that extraordinary consequence that your Right Noblenesses, thereby brought into the notion as if his offensive term that the price increases placed upon the linens in Coromandel for some years were a mere system, and consequently a public fraud that could be proven, on the foundation thereof, have pleased to order the providing of security for the restitution of that increase in all places where it has been paid, and at the same time to demonstrate the necessity of the same. With the addition of this latter 581 requisite, your Right Noblenesses, according to paragraph 28 of the rescript under 27 April, had pleased to pass the price increase granted at Bimilipatnam after the example of Jagannaikpuram, and see paragraph 26 to order that in case the estate of the late former Authority Blaaukamer should be involved in the aforesaid accusation, to encumber his estate with arrest, and that the then outgoing Authority Tadama should bind himself by a solemn, satisfactory promise, before the further disposition of your Right Noblenesses, not to alienate or embezzle any goods, but to place them at the disposal of the Company, until upon the accounting to be made by us against the repeatedly mentioned accusation

Dutch transcription

573 Item na de Compt: gemn Contract te be„ §39. ginnen hudde zonder verogen Consent; liteijt met het kostende van dien om zoo verre de kantooren aangaat bij de Ree„ kening bourant gevoegt, en herwaards ge„ om permum an betuing en slenkenen zouden te worden en om die restanten bij zoo verre het sortementen zijn die op de Eu„ ropische of Indische Eijsschen voor het volgende Iaar konnen dienen, te doen strekken in mindering van deselve, om bij den te maekene overslag op de generaa„ le nieuwe Geld benoodigtheijd en bij het inrichten der afgaande Eijsschen, daarop te reekenen. — Ook is om uijt den weg te ruijmen de quade maxime van met de Geld verstrekkingen op eige authoriteijt en goet dunken, voort te gaan gelijk het geval tot het laeste toe geweest is van namelijk de Leveranciers gelt te fieeren op een quasie nieuwe handel zonder voor af af te sequideeren omtrend de voorige, ter vergadering van den 30. 8ber: gestativeerd en Circulair geordonneert om bij de Brief waar meede word afgesonden de Memorie in onderscheidene Colemmen aantoonen„ de het geen voor het afgeloopen daar ge„ eischt, voldaan, te min, of over is ge„ leevert., item de beantwoording der Patri„ asche en Indiasche Eisschen zelve, ten einde op haar tijd naar Nederland en Batavia te kunnen worden verzon„ den nopens den aanstaande nieuwen inzaam te wagen het goedvinden van dese vergaedering, dus, alvoorens tot eeni„ ge contractatie of nieuwe verstrekkin„ gen over tegaan te melden wat de Le„ veranciers te goet ofte quaat zijn, hoe het staat met de financien zoo aan geld, als goed, item op welke voor„ waarden 579 op het laat apenden der papuire van de § 40. Comptoiren zijn boeken bepaald, waarden zij geneegen zijn zich te ongagee„ ren tot het doen van aanbesteeding, en om die nimmer te concludeeren of vast te stellen, dan na verkreegen toestem„ ming en qualificatie van de vergade„ ring. En nadien alle slordig en nalaatigheijd in scomp:s dienst vol„ gens u Hoog Edelheedens goeerde aan„ 2 merkingen zoo facil als te vooren, niet meer gepasseert, maar ieder een, door gepaste correctien, tot zijn plicht ge„ houden en mits dien de bediendens van de onderhoorige kantooren tot een vroeg„ tijdige afzending der beantwoorde Eis„ schen en afreekeningen met de koop„ loeden Boeten opgelegt moeten worden geschikt nade tijd dat die papieren =er hadden moeten zijn en agterweegen blijven nop:s minsinzaam op Pagen: in 17 /mn 44. werd gerefereerd aan op perh: brief 29. sept: e resol: 29. tocober 1790 vor waards. blijven, hebben we derwegen gestatueert. dat wanneer de beantwoorde Eijsschen en afreekeningen welke in November met de katsa reekening van october moe„ ten herwaards gezonden worden, op haar tijd, niet hier zijn verbeurt zal worden een boete van vijf en twintig Tagooden ten behoeve van de Diaconij alhier. Over den minder Inzaam van Lijnwaaten te Paggernaikpoeram in 2 1787/18 in vergelijking van 178 6/1. ter quantiteyt van 13¼ pakken, staat de verantwoording van de toenmaa„ lige opperhoofden van Halm & van someren bij brieve van den 29. Sep„ tember, ter Resolutie van den 29. oc„ en ontrnds ader an velen : t1o ob er 1790. aangeteekend en betreffen„ de Sadrat, verzoeken wij te mogen volstaan met, in antwoord op de remarque 500 remarques van u Hoog Edelheedens bij de g'eerde Resoliptie van 27. April 1790. par: 25. en 26. ons eerbiediglijk te refereeren zoo aan het geen in A:o passato, als nu, hier voor bij par: 11618:is vertoond geworden tot wederlegging der ongepundeerde stellingen van den koopman van Bijland, die weegens zijn bestaan door den Handel op sadras zoo min, als tot goedmaeking van zijne zoo prematuur gedaane beschul„ diging van openbaare misleiding, bedrag en verregaande malversatie, geen ander be„ wijsen als de voorsz: argumenten en stellin„ gen te voorscheijn gebracht heeft; niet tee„ genstaande hij het een en ander, met zon„ ne klaare bewijzen zou hebben moeten be„ „vestigen; dit verzoeken alle die, het aan„ gaat dat de voorsz: verantwoording van den Heer Tadama voor het Ministeriums van op de geordonneerde Cantis weegens prijs § 42: verhooping van zijn tijd, tegen dat onbezuijst gedrag bij u Hoog Edelheeden als voldoende mag wer„ den gehouden —. De beweeging en moeijelijkheeden uijt het gedrag van voorsz: van Bijland geresulteert, zijn, onder anderen, van dat Extraordinair gevolg, dat u Hoog Edelheeden hier door gebracht in het denkbeilt dat zijn aanstootelijk term als of de te kor„ mandel, zeedert eenige Iaaren op de Lij„ waaten gelegde verhoogingen van prijs, een louter Sijstema, mits dien een openbaar bedrag ware, dat beweesen kon worden, op fundament van dien, hebben gelieven te ordonneeren het stellen van cautie voor de restitutie van die verhooging op alle plaet„ zen daar ze betaald is gewoorden en om tevens te demonstreeren de noodzaekelijk„ heijd van deselve Met bij voeging van dit laeste. 581 laaste requisit, hadden u Hoog Edel„ heeden, uijtwijsens par 28. van de rescrip„ tie sub 27. April de te Bimilipatnam naar het voorbeelt van Iaggernaik„ poeram, geavcordeerde frijt verhooging gelieven te passeeren, en vide par: 26: te gelasten om bij aldien de Nalatenschap van wijlen den Heer geweesen Gezachheb„ ber Blaaukamer in de voorsz: beschul„ diging mocht betrokken zijn desselfs boe„ del met arrest te beswaaren, en dat de Heer toenmaalige afgaande Gezachhebber Tadama zich door een plegtige voldoen„ de belofte zou verbinden om, voor de na„ dere dispositie van u Hoog Edelheeden, geene Goederen te veralieneeren ofte ver„ vreemden, maar stellen ter dispositie van de Comp:e, tot dat op de door ons te doene verantwoording tegen de meermelde be„ schuldiging

NL-HaNA_1.04.02_3877_0210 view scan ↗

English

§ 43: 7000 pagodas of Blaaukamer are seized. accusation, had been disposed of by Your Right Noblenesses; leaving the pen free to him, van Bijland, and ordering him to state what he meant by his aforementioned declaration of having to curb his pen, though his heart was full, and that he would say no more before he was asked; concerning which he did not express himself any further than is noted above. As far as the estate of Mr. Blaaukamer is concerned, it is recorded in the resolution of 29 September of the past year that the declaration of the aforementioned Mr. Tadama, in the capacity of co-authorized representative, that the same still had more than 7000 pagodas standing in his favor with the Company, which consequently can serve as a guarantee for whatever might be charged against the same, which § 44. The ordered obligation is demanded from Tadama. which we therefore, on behalf of the Company, have seized and held bound according to the respected intention of Your Right Noblenesses, and will allow to continue as such without making any payment thereof, unless it shall appear after this date or in due time that too much has been seized; the credit of the said Blaaukamer amounting, according to the statement from the books, to ƒ31783. 10. besides which, according to the declaration of the repeatedly mentioned Mr. Tadama, nothing more of that estate is to be found here. On the same day, or 30 September abovementioned, the aforementioned declaration and obligation having been demanded from the said Mr. Tadama, as proof that his goods were under a restriction not to be alienated or estranged, His Honor complained in the highest degree about the harshness 45. has delivered it along with a writing of objection and reservation. harshness of that obligation upon unproven accusations and insinuations which, in his opinion, could never be justified, and regarding which he believed he had already accounted for himself in the writing inserted above in such a manner that, in his opinion, he could be excused therefrom, with the request that, if we should understand it otherwise, to postpone the final disposition until the next day, when he undertook to present his objection in writing, with which we, after reading the said justification and for reasons as stated in the resolutions, complied; granting this postponement until 30 September when we met again. Then he delivered to us a writing wherein he again complains about the aforementioned order of Your Right Noblenesses solely upon the accusation of of the adverse party and insulter, and he reserves to himself the right to compensation for the damage suffered hereby, with a renewed request to excuse him from this obligation, or to accept his evidence of objection against this, the said writing, and to insert it into the Resolution; so we have maturely deliberated over this and over the true meaning of Your Right Noblenesses' order, namely whether that writing could be accepted and whether the desired obligation would be sufficient through a simple deed drawn up during the meeting according to the letter of the order, or rather by the posting of a cautio juratoria. The latter was understood not to be the intention of Your Right Noblenesses, because that restriction would then have been incorporated into the order; we even believed we might might believe that, if at the usual time of the committee on Coromandel, the justification of the aforementioned Tadama had been under the eyes of Your Right Noblenesses, the matters in question and principally the aforementioned unproven accusations would have taken on a different appearance and brought about a gentler disposition with Your Right Noblenesses; and on both these grounds we judged that we could or should not reject the Deed of objection, however extraordinary it might otherwise be, but as a proof thereof were obliged to accept it and, so far as the nature of the matter permits, to allow it to stand. But since this did not remove the obligation to carry out that which has been Why this, been ordered to us, we then, after accepting and inserting the aforementioned Deed into the Resolution of 30 September aforesaid, placed Mr. Tadama under the aforementioned solemn obligation according to the prescription of the order, by a separately filed Deed signed in writing and also inserted into the resolution, regarding which subsequently, or on 18 November, by virtue of what had come to the ears of the first undersigned, among other things also upon information from the merchant van Bijland that the said Tadama, before the arrival of him, the first undersigned, had sent some of his effects to Tranquebar, as upon investigation was found to be true, some alteration and addition occurred, namely by holding him, Tadama, to account on that matter, and after the receipt thereof, as is found inserted in the Resolution of 10 December 1790, being content with the indication and statement made thereof and the general statement and inventory of all his possessions exhibited at the same time under offer of oath, wherein the dispatched goods or the slight value thereof are made known, consisting mostly of coarse bulk such as drinks, barrels, and woodwork, two to three old slaves with their children and baggage, on account of which, at least after that conscientious statement, it was not worthwhile to take any other extraordinary disposition or measures; which inventory, sealed, was attached to the aforementioned Deed of non-alienation. There

Dutch transcription

zijn 7000. p:s van Blaankanmers ber„ § 43: algearisteerd, schuldiging, door u Hoog Edelheeden zou„ de zijn gedisponeert; hem van Bijland de pen vrij laetende en ordonneerende om op te geeven, wat hij bedoelt met voorsz: zijne betuijging van zijn pen te moeten intengelen, schoon zijn hart vol was, en dat niet meer zou zeggen voor dat hij gevraagd wierd; dan waaromtrend hij zich niet verder als voorwaards genotenrd staat, heeft uijtgelaaten Wat den boedel van de Heer Blaa kamer betreft, ter resolutie van 29. Sep„ tember A:o p:o staat aangeteekent de verklaaring van voorm: Heer Tadama„ in hoedanigheijd van meede gemachtigde, dat deselve bij de Comp: noch ruijm 7000. pa„ goden te vooren stond, die gevolgelijk kom nen strekken tot een waarborg van het geen tot laste van deselve mocht opkoom dat 582 van Tadama is degordonneerde vern §44. bintens gevorderd„ dat we derhalven, voor de Compagnie, hebben gearresteerd en verbonden gehouden na de geres„ perteerde intentie van u Hoog Edelheeden en dusdanig zullen laeten voortloopen, zonder ee„ nige betaling daar van te doen, dan bij zoo verre, na dato ofte in der tijd, zal komen te blyken te veel gearristeert te zijn; bedrae„ gende het Crediet van gem: Blaaukamer. na volgens opgave uijt de Boeken ƒ31783. 10. buijten het welke na betuiging van meerm 3: Tadamaser niets meer van dien Boedel hier is te vinden. Ten zelve dage ofte den 30. 7ber: bo„ ven gem: van hem Heer Tadama afge„ vordert zijnde de voorsz: verklaaring en verbintenis, ten bewijse dat zijne Goederen lagen onder een verbant van niet veralie„ neert ofte verveemt te mogen worden, be„ klaagde zijn E: zich ten hoogsden over de hardigheid heeft de geleverd nevens geschrift 45. van beswaar en reserve, hardigheijd van die verbintenis op onbeweesen ne beschuldigingen en insimulatien die, na zijn gedachten nimmer waeren goet te maeken, en waaromtrend vermeende zich bij het voorwaarts geinsereerde geschrift be„ reets zoodanig te hebben verantwoord dat, na zijn gedachten, daar van, konde worden geexcuseerd, met verzoek om indien wij het anders mochten begrijpen, de finale disposi„ tie uit te willen stellen tot 'sanderen daags wanneer aan nam zyne beswaarnis schrif„ telijk op te geeven waarmeede wij ons, na het leesen van gemelde verantwoording en om reeden als bij resolutien, conformeerden; accor deerende dit uijtstel tot den 30. september wan neer wij weeder vergaderden — Toen ons ter hand stellende een geschrift waar bij op nieuw doleert over de voorsz: ordre van u Hoog Edelheeden enkel op beschuldiging van 583 van Parthij en beleediger en hij aan zich re„ seveert het regt van vergoeding van hier door geleedene schaade, niet andermaelig verzoek, om hem van deese verbintenis te excuseeren, of zijne blijke van beswaar hier tegen, het gem: geschrift aan ten eemen en te insereeren bij Resolutie, zoo hebben we hier over=en over de zinen meening van u Hoog Edelheeden bevel rijbelijk ge„ delibereert, namelijk of dat geschrift kon worden aangenoomen en of de begeerde verbintens voldoende zoude zijn door een enkele, naden letter der ordre, staande vergaedering, te formeeren Acte, dan wel met het stellen van cautie Iuratoir. Het laatste werd begreepen u Hoog Edelhee„ den intentie niet te konnen zijn, om dat die restrictie dan bij het bevel zoude zijn ingevloeit, zelfs vermeenden wij te mogen mogen gelooven dat, zoo ter gewoone tijd van de besoigne over kormandel, de verantwoording van voorm: Tadama onder het oog van u Hoog Edelheeden wa„ re geweest, de zaeken in queste en prin„ cipaal de voorsz: onbeweesene beschuldi„ gingen, van een andere aanschou zoude zijn geworden en bij u Hoog Edelheeden een zachter dispositie te weege gebracht hebben, en op beide deese gronden oor„ deelden wij de Acte van beswaar, hoe Extra ordinair anders ook, niet te kon„ nen ofte mogen van de hand wijzen maa tot een blijk van dien verplicht te zijn van die te moeten aanneemen en voor zoo verre den aart der zoeke hets toelaat, te laaten gelden. Dan nadien dit niet wegnams de verplichting van ter uijtvoer te moeten brengen het geen ons 581 waarom dit, ons word bevoolen, hebbentoe na het aanneemen en insereeren der voor13: Acte bij Resolutie van 30. September voormelt, den Heer Tadama na het voorschrift der ordre, onder de voor 13. pleg tige verbintenis gebracht bij een schrif„ telyk onderteekende apart geseponeerde, mitsgaders bij resolutie meede geinsereerde naderhand ok staaten sndentoni, en Acte, waaromtrent na dato ofte den 18: November uijt hoofde van het geen de eerstgeteekende ter ooren was gekoomen „ onder „ander ook op aangeeving door den koop„ man van Bijland dat gem Tadama voor den aankomst van hem Eerston„ dergeteekenden, eenige van zijne effecten naar Tranquebaar hadde verzonden, gelijk, bij onderzoek bevonden werd waar te zijn, eenige alteratie en ampliatie is gevallen, met namelijk hem Tadama der„ wegen weegen tot verantwoording te stellen en na het inkoomen van dien, zoo als bij Reso„ lutie van den 10. December 1790. word ge„ insereerd gevonden, te laeten volstaan met de daar van gedaane aanwijsing en op„ gave en de teevens g'exhibeerde Generaale staat en Inventaris van alle zijn bezit„ tingen onder presentatie van Eede waar bij de verzondene Goederen ofte de weinige waarde van dien Bekent gestelt zijn, bestaande meest uijt grove volumes gelijk „„werken Dranken, vaet en Hout„, twee â drie oude slaven met haare kinderen en baga„ sie, waarom het althans, na die Ge„ moedelijke opgave, niet waardig was eeni„ ge andere extra ordinaire dispositie of misures te neemen; welke Inventaris verzegelt bij de voorsz: Acte van niet te zullen vervreemden, is gevoegt geworden. Daar

NL-HaNA_1.04.02_3877_0217 view scan ↗

English

of the apportionment demanded, Now, since the order of Your High Noble Honours to provide the aforesaid security, as is apparent from paragraph 28 of the letter of 27 April aforementioned, entails that this had to be done, provisionally, in all places where the price increases on the linens had taken place, until it was demonstrated both the necessity thereof and that these were truly paid to the suppliers; so it was, on the day of the deliberation concerning this, being the 29 September of the preceding year, in order to be able to judge and examine which persons ought to be involved therein, and for how much each, the commission was assigned to the Trade Transferor and Secretary of the Orphan Chamber, Wouter Pietersz and Simon Duijnevek, to draw up a demonstration of the general amount of the price increase both here and at the subordinate offices, since the same was introduced until the time that it continued, or was again altered or reduced, with an indication of where, and when, on what sort of goods, and by whom the same, or which members of this assembly, it had been granted, and for how much each of the consenters would have to provide security in proportion to the sum and the means of subsistence formerly existing, with an order to the secretary of our assembly to furnish the said commissioners with the necessary statements from the resolutions for that purpose. Of this, at the opening of the meeting on the 22 November 1790, was handed over to the first undersigned a report with three annexes attached thereto, demonstrating: 1. that the increases generally amount to Pagodas 8768: 8: 56; 2. who participate therein as consenters to the said increases and, according to the distributions made thereupon, would have to provide securities; and 3. a general summary of all the intended sureties together and of the amounts to be reimbursed by each of them in particular, as the entry of the one and the other in the resolution of the said date shows in detail. Upon the deliberation concerning this, taking into consideration the opinion of the members recorded in the resolution why they thought they could not be included in the provision of security, and to which it is to be attributed that on the day of the given commission, the first undersigned had made the proposal to make the calculation or to proportion it according to the number of those who had given their consent to the increases and the means of subsistence that had existed in earlier days, which the commissioners, without inquiry, had erroneously taken for the gratuity of 3 per cent granted much later; it was, after consideration of what served the matter, the aforesaid first draft altered, and after the first undersigned had concurred with the notion, namely, that in this respect deserved reflection Your High Noble Honours' special special order to have security provided at the places where the increases were granted, and that the members therefore did not need to be involved therein any further than in so far as concerns their consent to increases on the suppliers concerning the head office, we have collectively, with that restriction, withdrawn from the provision of security by the members and resolved to demand it from the governors of the aforesaid time along with the chiefs and seconds of the subordinate offices, namely the said lords governors each for himself one-quarter, and the servants of the offices the remaining three-quarters part, each in proportion to what their share constitutes in the 3 per cent gratuity on the inward collection after the sale, whether it was enjoyed or could not be enjoyed. According to the distribution of the amount constituting the increases, made during the current meeting, we found that which security had to be provided for to turn out as follows: For Palliacatta, in an amount of Pagodas 1334. 17. 58. The Lord deceased Governor Blaaukamer for 1/2 part: Pagodas 667. 8. 69. Ditto Sadama as former Chief Administrator, 1/4: Pagodas 333. 16. 34 1/2. Together: Pagodas 1001. 1. 23 1/2. The former members of that time, namely: Martinus Stoltenberg for 1/8 part: Pagodas 166. 20. 17 1/4. Pieter Willem Secke, 1/8: Pagodas 166. 20. 17 1/4. Amounting as above to Pagodas 1334. 17. 58. For Portonovo, in Pagodas 1679. 7. 23. The Lord former Governor Tadama, 1/4 part: Pagodas 419. 19. 65 3/4. Resident Sibrecht Cornelis Topander for the 3/4 part: Pagodas 1259. 12. 37 1/4. Carried forward: Pagodas 3014. 1. 1. Brought forward: Pagodas 3014. 1. 1. For Sadraspatnam, to the amount of Pagodas 299. 8. -. The aforementioned Lord Governor Tadama, 1/4: Pagodas 74. 20. -. The Chief Jan Daniel Simons, 3/4: Pagodas 224. 12. -. Pagodas 299. 8. -. For Palicol, to the sum of Pagodas 699. 3. 50. The Lord Tadama for 1/4: Pagodas 174. 18. 12 1/2. The Chiefs van Haeften and Schliephaken, 3/4: Pagodas 524. 8. 57 1/2. Pagodas 699. 3. 50. For Iaggernaikpoeram, to the amount of Pagodas 2009. 8. 15. The Lord deceased Governor Blaaukamer for 1/8: Pagodas 251. 4. 1 7/8. The former Governor Sadama for 1/8: Pagodas 251. 4. 1 7/8. Pagodas 502. 8. 3 3/4. Ditto Chiefs van Halm, De Ravallet, and van Someren for 3/4: Pagodas 1507. -. 11 1/4. Pagodas 2009. 8. 15. For Bimilipatnam, to the amount of Pagodas 2746. 11. 70. The aforementioned Lord Blaaukamer, 1/8: Pagodas 343. 7. 38 3/4. Tadama, 1/8: Pagodas 343. 7. 38 3/4. Pagodas 686. 14. 77 1/2. The Chiefs Weshusus and Dormieux, 3/4: Pagodas 2059. 20. 12 1/2. Pagodas 2746. 10. 70. Comes together to Pagodas 8768. 8. 56. And 1334. 17. 58 1679. 7. 23 3014. 1. 1

Dutch transcription

505 der repartitie gevorderd, oeneder gutin arin wagj 46 Daer nu de ordre van U Hoog Edelhee„ den tot het stellen der voorsz: cautie uijtwij sens par: 28. der brief van 27. April meer„ melt inhout, dat die moest geschieden, bij provisie op alle plaatsen alwaar de prijs verhoogingen van de Liwaaten had„ den plaats gehad tot dat wierd aange„ toont de noodzaekelijkheijd zoo wel, als dat die waarlijk aan de Leveranciers is betaalt geworden, zoo is, ten dage van de besoigne hier over ofte den 29. september A:o p:o om te konnen oorde„ len en nagaan welke persoonen daar in behoorden betrokken te worden, en tot hoe veel ieder, aan den Negotie over„ drager en secretaris van de weeskamer Wouter Pietersz en Simon Duijnevek opgedragen de commissie tot het formeere van een Aantooning van het Generaale bedragen den huftgedint 2 ov: 847. bedragen der pijt verhooging zoo alhier als op de subalterne kantooren, zeedert dat deeselve is geintroduceert tot de tijd dat ze continuent, op weder was gealtereert of gesimunieert met aanwijsing waar, en wanneer, op welke soort voor Goed, en door wie deselve ofte welke Leeden deese ver„ gadering zeis geaccordeert geworden, en voor hoe veel een ieder van de inwilli„ gers zoude moeten borgstelten na rato van de som en het te vooren plaats ge„ had hebbende middel van bestaan met last aan den secretaris onzer ver„ gadering om daar toe de nodige opga„ ve aan Ged: Gecommitteerde uijt de Reso„ lutien te doen. —. Hier van is bij het aangaan van de vergadering op den 22 Novem„ ber 1790. aan de eerstgeteekenden over han digt. 301 wat dat aantoond seigt de text de leeden des raas zijn ontrend de §. 48. comp t: rijgehouden en waarom, digt een bericht met drie daar aan ge„ annexeerde Bijlaagen, aantoonende 1/ dat de verhoogingen generaalijk be„ dragen Pag: 8768: 8: 56: 2/ wie daar in participeeren als in willigers van gem: verhoogingen en na de daarop gemaakte verdeelingen Borgen zou„ de moeten stellen, en 3/ Een Gene„ =raale Samentrekking van alle de bedoelde cautionarissen te samen en van ieder derzelve in het bijzonder te vergoeden bedragen zoo als de inschrij„ ving van het een en ander ter Reso„ lutie van gem: datum omstandig uit wijst. Bij de deliberatie hier over in O aenmerking zijnde gekoomen de ter Resolutie aan geteekende openie der Leeden waarom zij vermeenden in de borg aan borg stelling niet te kunnen worden be„ greepen en waaraan is toeteschrijven dat ten dage van de gevene commissie, de eerstgeteekende de propositie hadde ge„ daan om de bereekening te maeken ofte te proportioneeren na rato van het getal der geene die haare toestem„ ming tot de verhoogingen hadden ge„ geven en het, invroeger dagen, plaats gehad hebbende middel van bestaan, dat de Gecommitteerden, zonder na vrage abusive hadden genoomen voor het douceur van 3. p:r C:o veel lae„ ter geaccordeert, is, na overweging van het geen ter Materie diende, het voorsz eerste concept verandert en na dat de Eerstgeteekende zich hadde gevoegt bij het begrip namelijk, dat ten desen reflerie verdiende u Hoog Edelheeden speciaal 787 speciaal bevel om Cautie te laaten stel„ len op de plaatsen alwaar de verhoogin„ gen geaccordeert zijn, en de Leeden over„ zulks daar in niet verder behoefden te worden betrokken dan bij zoo verre aangaat hunne toestemming tot ver„ hoogingen op de Leverancien het Hoofd„ en in hem plats de opecheblast, kantoor concerneerende, zoo hebben we gezamenlijk met die restrictie van het stellen van cautie door de Leeden ge resilieert en geresolveert die te vorderen van de Gerachhibbas van voorsz: tijd nevens de opperhoofden en secundens van de onderhoorigen kantooren, tewee„ ten de gem: Heeren gezachhebbers ieder op zich zelve ¼ en de bediendens van de kantooren het overige ¼ gedeelte re„ der na rato van het geen zijn aan„ deel uytmaakt in de 3. p:r Co douceur op den gehel Cautie stelling; den Inzaam na den verkoop, het zij die genooten of niet mogt genooten wor„ den, Na de staande vergadering gemaakt te verdeeling van het bedragen, de ver„ hoogingen uijtmaekende, bevonden we het geen waar voor cautie moest gestelt worden uyttekomen als volgt. —. Voor Palliacatta in een bedragen van pr/o 1334. 17. 58. -. De Her Sewviede Gezachebler Blaauk amer voor 1½ gedelte. pij 67. 869. „ d:o Sadama als geweeze Hoofd Administrateur ¼. . . . . . „ 333. 1634½. Saemen. . . Pag: 1001. 1. 23½ De Geweesene Leeden van die tijd; als: Martinus Stottenberg voor 1/8. gedeelte . Rij 166:20:17¼. „ 166:2. 7¼ „ 3. 1634½ Pieter willem Secke 18. . .. Komt als boven. . . . . Pagj. 1334. 17 56 Voor Portonovo in paij 1679 ƒ23.- De Heer geweese Gerachhebber Tadama ¼. Gedeete. . . paij 49. 19. 65¾ „ Resident Sibrecht Cornelis Topander v: ht /¾ part „ 1259 1 1/ 4 Transporteere p/. 3014. 1. 508 P=r Transport - - - Pag:. 3014. 1. 1. Voor Sadraspatnam ten Bedrage van pr/:o 299. 8. —. d:o op hemede Heer Gerachhebben Tadama ¼. . . . . . . . dp:o 74. 20: —: Het opperhoofd Ian Daniel Simons ¼. . . . . . . „ 224. 12 — „ 299. 8. —. ie Voor Palicol ter somma van pr:o 699. 3. 50. Se Her Padama voor ¼. - - - . . . . . . . . pr/o 174. 18. 12½. „ opperhofien van Haeften g Schliephaken ¾. - . „ 524. 8. 57 1„ 69 3. 50. voor Iaggernaikpoeram ten bedragen van pr:o 2009. 8. 15. - De Heer overleede Gerachebber Blaaukamer tot . . - - Aag: 251 4. 1. ¼. 1/8. -.. . . . - „geweese Gerachhebber Sadama tot 1/r. - - - - „ 25. 4. 1. /4 p„s 52. 8„ 3. ¾ „ —:o opperhoofden van Halm, De Ravallet, en van Someren voor ¾. - - - - - „1507 —. 1¼ „ 2009. 8.15. Bimilipatnam ter Voor montant van pa/:o 2746. 11. 70. -. opgemelde Heer Blaaukamer /8. - - . . . . pr/o 343. 7. 38.¾ Padama. . . /8. „ 343. 7. 8 ¾ p„s 86 14„ 17½. de op prchofden Weshusus & Dorimes : . - . . . p ija 25920: 1:1 Komt te saamen. . . pag: 8768. 8. 56. „ 2746. 10. 70. En 1334. 17.8 1679. 7. 2 7. 2 3014. 1.

NL-HaNA_1.04.02_3877_0224 view scan ↗

English

pagodas 1597. 14. 38 Mr. Tadama up to -- Head Administrator van Halm, as former resident at pagodas 1084. 16. 7½. Iaggernaikpoeram up to - - - - - - pagodas 195. 1. 51.¼. Former Secunde De Ravallet Secunde out of office van Someren - - - - pagodas 307. 6. 2½. pagodas 1507. 1. 1 The Sadraspatnam resident Daniel Simons up to . . . . pagodas 224. 12. —. The Resident at Portonovo Librecht Cornelis Topander - pagodas 1259. 11. 37. The resident at Palicol: van Waesten - - - pagodas 349. 12. 65. The Secunde Schliephaken - - - - - - - - pagodas 174. 18. 12½ pagodas 524. 8. 57½ The Bimilipatnam resident Heshu„ sius for ½. pagodas 1373. 5. 75. The Secunde Dormient ¼. . . . . . - - pagodas 686. 14. 7½ pagodas 2059. 2. 72½ The widow Stottenberg up to - - - - - - - - - pagodas 166. 20. 17½ To be debited in the books, as well as the estate of the Blaaukamer up to . . . . - late Mr. Governor amounts to, as before. Account of Teeke with - - - - - - - - - - - - pagodas 166. 20. 17½ pagodas 1261. 20. 29 1/8 Pagodas: 8768. 8. 56. and after this distribution it was resolved to have surety provided, for the actual execution of which we have everywhere had the necessary extracts delivered, among others to the authorized representatives of the estate of the late Mr. Blaaukamer, and to Mr. Tadama in person, as well as by circular to the subordinate offices, with orders to everyone to comply with this disposition immediately without any further harassment of our assembly, without prejudice to anyone's right of defense and representation to Your High Honors. The sequel to the matter and the circular letter written in advance to the offices, dated 5 October 1790, to explain at the earliest opportunity concerning the extracts sent in July preceding from Your High Honors' honored letters, and particularly the required proofs, both of the actual payment of the price increases and the necessity thereof, in the manner as had also been further recommended to Iaggernaikpoeram under the 29th of the same month and by extract from the letter to the other offices, has provided more than ordinary material during the deliberations on the representations regarding this matter: we shall condense these in this writing as much as possible, in order not to keep Your High Honors long with all the elaborate descriptions and the remarks made thereon from here. That the increases were indeed paid leaves, as far as we are concerned, not the slightest doubt. The proofs thereof are inserted, as far as Palliacatta is concerned, in the Resolution of 10 November, of the offices to the North in those dated 23 November and 24 December 1790, item 21 January 1791, and of Sadras by decision of 31 December 1790; only Portonovo is lacking, from where we have not yet received any receipts and defense. And the various demanded original receipted warrants and receipt books, as they were sent hither from the offices after taking copies, constitute the enclosures to this. However, whether the reasons which the officials of the offices allege regarding the necessity of the increase, or what we maintain to the contrary, ought to hold good, Your High Honors will be pleased to decide. The difference between the one and the other side briefly consists in this: on our side that, just as what the merchants give as a cause of arrears, namely the lack of cash, exists more in appearance than in reality, they likewise, for that reason, although they had received the merchandise against the customary high prices on account of delivery, were not entitled, on the grounds of losses sustained thereby, principally on the Japanese bar copper and the cloves, to burden the Company with an increase of price on the linens; for if they had difficulties in that regard, they ought to have declined the merchandise and rather excused themselves from the delivery, instead of demanding a price increase by an indirect, illicit means, for which we believe that other reasons are required in order to legitimize it. The officials, on the other hand, pleading the suppliers' case, complain very strongly in their name that, in order to serve the Company and for lack of cash, they were indeed obliged to accept the merchandise at those high prices and thereby, although to their detriment, to seek the most favorable way out to obtain cash for the continuation of the collection; that since they had effected this at great loss on their part, it seemed nothing more than a kind of fairness that the one loss should in some measure be accommodated and compensated by the other; adducing besides this other reasons, such as the increase in the cost of the linens, the commotions of the

Dutch transcription

. . paij 1597 14: 38 De Heer Padama tot -- „ Hoofd Aministrateur van Halm, als geweese opperhooft te ppaij 1084 16. 7½. Iaggernaikpoeram tot - - - - - - „ 195. 1. 51.¼. „ Giweese Secunde De Ravallet „ secunde buijten functie van Someren - - - - „ 307. 6. 2 ½1„ 1507 — 1:1 Het Sadraspatnams opperhoofd van Daniel Simons tot. . . . „ 224. 12. —. De Resident te Portonovo Librecht Cornelis Topander - „ 1259. 1137. Het opperhoofd te Palicol: van Waesten - - - pag: 349. 12 65: De secunde Schliephaken - - - - - - - - „ 174. 18. 12½ „ 524. 8. 57:2 Het Bimilipatnamsche opperhoofd Heshu„ sius voor ½. De secunde Dormient ¼. . . . . . De weduwe Stottenberg tot - - - - - - Bij de Boeken te belasten, zoo ook den boedel van Blaaukamer tot . . . . - wijlen den Heer Gezar lhebber komt als vooren. „ Reekening van Teeke met - - - - - - - - - - - - „ 166. 20. 17. ½ . . paij 1373. 5. 75. . - - „ 686. 14. 7½ „ 2059. 2. 72 1 - - - „ 166. 20. 17:½ „ 1261. 20. 29 1/8 Pagj: 8768. 8. 56. en na deese verdeeling is geresolveert om de Borg te laaten stellen ond .. „ ter 383 ordoneerd, met wijleijd tot verventwending 2 „ het gewigtig gevolger van zal in 't ver §49. 2 ½ sag na msehi hod ekot worde de dadelijke Execautie sin't generaal ge„ ter daedelijke executie van het welke we aller wegen de nodige Extracten hebben lae„ ten afgeeven onder anderen aan de Gemach„ tigden in den boedel van wijlen den Heer Blaaukamer, en den Heer Tadama in persoon, mitsgaders naar de onderhoori„ ge kantooren circulair met last aan een ieder om zonder eenige verdere ver„ moeijelijking van onze vergadering ten eersten aan deese dispositie te voldoen onvermindert een ieders recht van verant„ woording en representatie aan uw Hoog Edelheeden Het gevolg van de zaak en de voor af naar de kantooren geschreeven circulaire brief de dato 5. october 1790. om zich op de, in Iu„ lij bevoorens uijt u Hoog Edelheeden g'eerde missives gezondene Extracten en inzonder„ heijd de gevorderde bewijsen zoo van het werkelyk 20. 72½ 8. 56. . 8. 5 de regering blyft geentwijfie mar ovor 50 dat de prijs verhoogingen in derdaad betaald zijn, en uijt welke bewijsen, werkelijk betaalen der prijs verhoogingen als de noodzaekelijkheijd van dien, ten spoedigsten te verklaaren, in diervoegen als naar Iaggerwaikpoeram, onder den 29. ejusdam en met Extract uyt den brief de overige kantooren meede nader was aanbevoolen, heeft meer dan gewoone stoffe bij de besoignes over de vertoogen der„ weegen opgeleevert: wa zullen die bij deese zoo veel mogelijk inkrimpen om u Hoog Edelheeden nit lang op te houden met alle de breedvoerige beschrijvingen en de daar op van hier gemaakte remarques. Dat de verhoogingen in der daad be„ taalt zijn laat, voor zoo verre ons betreff„ geen de minste twijffel meer over. De bewijzen daar van staan geinsereert, wat Palliacatta aangaat, bij de Resolutie van den 10. November, van de kantooren om 590 /bovde/ dog het valour der redenen voor en tegen §51. de noodsaakelijkheijd, word ter b'oordeeling gelasten. waar in dit por en Corta betaalt, om de Noord bij die in datis 23. Novem„ ber en 24. December 1790. item 21. Ianua„ rij 1791. en van Sadias bij besluijt van den 31. December 1790. enkel mankeert Portonovo, van waar wij noch geen ver„ quitantin en d: dar om worden aen antwoording hebben ontvangen. En de op„ geeijschte origineele onderscheidene gequiteerde ordonnancien en quitantien boeken, zoo als ze van de kantooren na het lichten van Copij herwaars zijn gezonden, koomen de bijlagen deses uijttemaaken. Maar of de reedenen welke de be„ dienden van de kantooren wegens de nood„ zaekelijkheijd voor de verhooging allegeeren, dan of het geen wij daar en tegen susti„ neeren, dient te gelden, zullen u Hoog Edelheeden gelieven te beslissen. Het verschil aan de eene en andere kant bestaat kortelijk hier in. van onse zijde dat, even even gelijk het geen de kooplieden als een oorsaak van Agterstallen op geven het gebrek aan kontanten namelijk, meer in scheijn dan inwesendlijkheijd bestaat, zij ook even daarom, schoon zij de koop manschappen tegen de gewoone hooge prij„ zen op reekening van Leverantie had„ den ontfangen, niet geregtigt geweest zijn, om uijt hoofde van daar door, voor namelijk op het Iapans staef koper en de Nagulen, geleedene verliesen, de Compagnie te beswaaren met verhooging van prijt op de lijwaeten, want dat zij derwegen zwaerigheijd gehad hebbende de koopmanschappen hadden behooren aftewyten en zich liever te excuseeren van de Leverancie, als door een indirect ongeoorlooft middel te vorderen verhoo„ ging van prijs, waar voor wij vermeenen dat 391 dat andere reedenen behooren om, die te wettigen. De bedienden daar en teegen der Leveranciers zaak bepleitende „ do„ leeren in haare naeme zeer sterk, dat zij, om de comp: te dienen en uijt gebrek aan kontanten, wel verplicht waaren geweest de koopmanschappen tegen die hooge prijsen aanteneemen en daar meede schoon tot hunne schaade, de favorabel„ ste uijtweg te soeken ter erlanging van contanten tot voortzetting van den inzaam; dat daar zij dit had„ den geeffortueert met een groot verbies van haare kant, het niet meer dan een soort van billijkheijd scheen te zijn, dat de eene schaede door de andere eenig zintste gemoet gekoomen en gecompenseert worde; brengende buijten des andere reedenen, ge„ lijk verduuring der lijwaaten, de woelinge der 14

NL-HaNA_1.04.02_3877_0230 view scan ↗

English

of the foreigners and the tracking of the market by the same, as arguments which directly concurred in demonstrating the necessity of the agreed increases. Your High Excellencies will find all these widely advanced and refuted reasonings described in detail in the resolutions of 10, 18, and 23 November, 10, 24, and 31 December 1790, as well as 21 January last, to which, for the sake of brevity, we respectfully request permission to refer, imploring Your High Excellencies' favorable reflection upon everything that may merit some consideration to accommodate persons who find themselves aggrieved. To which end we also respectfully subjoin herewith the petitions for release from the aforementioned security of the heads of Jaggernaikpoeram, Palicol, and Bimlipatnam, namely the merchant Van Halm, the junior merchants De Ravallet, Van Someren, Van Haeften, and Heshusius, as well as the bookkeepers Schliephaken and Dormieux. We shorten this section all the more because virtually the same reasons given for the agreed increase also come into consideration as the principal cause of the arrears, on which we shall have to explain ourselves somewhat more circumstantially. First, reporting further on the imposed securities that, as appears from the written justification submitted at the resolution of 31 January by the former Commander Tadama regarding the permitted price increases, and his declaration made therewith that on account of the lien placed upon his goods he could demand or require no one to stand surety for him, believing also that if necessary the Company is secured by that obligation. Whereupon we, by way of disposition, have resolved to propose this and, in view of the non-performance of security, to furnish him, Tadama, an account of all that has been imposed upon him, keeping his goods and earned monthly wages pledged for it. The estate of the late Chief Administrator Stoltenberg, also involved in the security for the Orphan Chamber, has been abandoned by the widow, since she could obtain no sureties and also on account of other debts, and handed over as insolvent to the sequestrator. The share of the former Dispenser and Mintmaster Geeke amounting to 166. 20. 17½ pagodas has, on account of the co-insolvency of his estate and the accounting thereof to be rendered by the widow, provisionally been placed on his account. For the amount by which Sadras participates in the increase, as shown by the note to the resolution of 21 January last, a deed of suretyship was accepted for the head Simons and deposited in the main Treasury. The former heads Van Halm and Van Someren, on the other hand, who have been ordered to pledge all their possessions for the accountability of the arrears of that office, as will appear more fully, have not been able to obtain separate sureties. De Ravallet has deposited 20 pay accounts in the Company's Treasury, on which he is owed 8420. 3. guilders, for his share of the security in the arrears at Jaggernaikpoeram. At Palicol, since no sureties can be obtained and the second, Schliephaken, agreed if necessary to pay his share into the Treasury in cash, this must also, pursuant to our order of 21 past, be done by the head Van Haeften. The heads of Bimlipatnam, Heshusius and Dormieux, who have offered their houses and garden as collateral, have been ordered to have them appraised in good conscience by experts and to declare their value, since the perilous circumstances of the time, more than usual, exert their influence on the prices of real estate; which condition we have also made applicable to a house of Van Someren, which he had offered for his share in the arrears, etc. Before explaining ourselves on what was required by paragraphs 27 and 30 of Your High Excellencies' aforementioned reply dated 27 April of the past year (paragraphs 28 and 29 being answered by the above with respect to the posting of security), it comes first in the order of business to show how matters stand with the past procurement for the European and Indian requisitions for the year, since the cargo of the Horssen, called considerable according to the times in the October letter, was erroneous, as will appear from our report, and as is shown from the answered requisitions. Since the above-mentioned requisitions relate to the new trade, the first undersigned heartily wished, regarding this, that in drafting the letter of 21 October 1790 he had not been so incautious as to call the amount then shipped per the vessel Horssen a considerable cargo according to the circumstances of the time. We assure Your High Excellencies, however, that it appeared so to him without closer elucidation, and that the expression was made in good faith, but was found after the date to be very erroneous, for which he humbly begs pardon. For, according to the accompanying copy of the answered Homeland requisition and the original answered Indian requisition, the first dated Amsterdam, 13 December 1788, and the other Batavia in the castle, 24 March 1789, it appears that, calculating by the fulfillment of those requisitions, the cargo of

Dutch transcription

der vreemden en het volgen der markt door deselve, als argumenten bij die dadelijk hebben geconcurreerd dat de noodzaekelijkheijd van de geaccordeerde verhoogingen. Alle dese in het breede bij gebrachte en weederlegde Raison nementen zullen u Hoog Edelheeden om„ standig bij de Resolutien van den 10. , 18. en 23. November 10, 24, en 31. December 1790. item 21. Ianuarij Io Leeden beschreeven vinden, aan dewelke we, ter bekorting van zaeken, ver„ zoeken ons te mogen gedraegen met eerbied U Hoog Edelheeden goedgunstige reflexie in„ ploreerende op alles wat ter gemoet konmin„ „de van zich bezwaart vindende persoonen eenige Consideratien mag verdienen en ten welken fine we ook omonthetting van ged: Cautie de requesten van de opperhooft den van Iaggernaik poeram Talicol & Bim lipatnam, ofte den koopman van H alm de 592 som dit woor te mer bekont, om dat onder §52ƒ agterstallen nader verklaring gevolgt, tuijgt, de onderkooplieden De Ravalleten van Some„ ren, van Haeften en Heshusius, item de Boekhouders Schliephaken & Dormieux met eerbied hiernevens voegen. We bekorten deese periode te meer om dat genoegzaam deselve reedenen die voor de geaccordeerde verhooging worden gegeeven, ook in aanmerking komen als de principaele oorzaak van de Agterstal„ „len waar over we ons wat omstandiger bied Padama kan ovorde autie gen bongen zullen moeten verklaaren: voor af wee„ gens de opgelegde cautien noch berichten„ de dat blijkens de ter Resolutie van den 31. Ianuarij, door den Heer Geweezen Ge„ zachhebber Tadama ingediende schriftelijke verantwoording op de toegestaane prijs verhoogingen en zijne daar bij gedaane ver„ klaaring van mits het gelegde verband op zijne goederen niemant te konnen vorde J: ƒ is, onder verband van beritting en gagie, voor zijn belasting gedebiteerd, heeft gegeven, en wie niet, of vergen van borg voor hem te blijven, ver„ meenende ook dat des noods de comp. door die verbindenis is gesecureert. Waar op wy bij wege van dispositie hebben geresolvenrt dit voor te dragen en uijt hoofde van het niet presteeren van cautie, hem Tadama een reekening te geeven van alles wat hem is opgelegt, zijne goederen en verdiende maandgelden daar voor verbonden te hou„ wie der belaste ponsooren vorder Cauti den. De Boedel van wijle den Hoofd Ad„ ministrateur Stoltemberg, ook betrok„ ken in de cautie voor de weeskamer, is door de weduwe wijl zi geen Borgen kon krijgen en om andere schulden tevens verlaaten en als insolvent aan den sequester over„ gegeeven. Het aandeel van de geweese Dis„ pencier en Muntmeester Geeke tot pa„ gooden 166. 20. 17½ is wegens de meede insolven„ tie zijnes boedels en verantwoording van dien. 593 doen door de weduwe bij provisie op zijn reeke„ ning gestelt. voor het bedragen dat sadras in de verhooging participeert is uijtwijzens annotatie ter Resolutie van 21. Ianuarij Hzeeden voor het opperhooft Simons een Acte van Borgtogt aan„ genoomen en in de groote Geldkamer gesepo„ neert. De geweesene opperhoofden van Halm en van someren daaren tegen die g'ordonneerd zijn alle haere bezettingen te verbinden voor de ver„ antwoording der Achterstallen van dat komptoir, gelijk nader zal blijken, hebben apart geen borgen konnen bekoomen. De Ravallet heeft 20 stx: soldij reekeningen waar op hij ƒ 8420. 3. te goed heeft, voor zijn aandeel in de cautie inde Agter„ stallen te Iaggernaikpoeram in 't Comps Cassa gesepo„ neert. Te Palicol zal vermits men geen Borgen kan krijgen en de secunde schliephaken aannam om zijn aandeel des noods in Cassa te namptisee„ ven, dat ook, na ons aan schrijvens sub 21 poassato„ door volgt verslag van den afgeloopen §53. inzaam, door het op perhoofd van waeften moeten geschieden: zijnde de opperhoofden van Bimilipatnam Heshusius en Dormieus, die hunne Huijsen en Thuijn tot onder„ pand hebben aangebooden, gelast om die, door des kun„ digen na gemoede te laeten taxeeren en de waarde van dien optegeeven, vermits de haggelijke omstanden des Tijds, ook meer dan gewoon, haere invloet heeft op de prijzen van vaste goeden, dat we ook be„ trekkelijk hebben gemaakt op een huijs van van someren dat hij voor zijn aandeel in de Agter stallen ens 3: had aangebooden. Alvoorens ons te verklaaren op het gere„ quireerde bij den 27. en 30. par: van voorm uwer Hoog Edelheeden rescriptie de dato 27. April A:o p:o /: zijnde 128. en 29. door het voorsz: met op zicht tot de cautie stelling beantwoord:/ komt, na den loop van zaeken het eerste voor, te vertoonen, hoe het geleegen is met den afgeloopen Inraam opd Europische en Indische Eisschen voor den Daeve r dewijl. 594 Morsens lading bij Hber: briefarandie, § 54. nelijk genoemt, na de tijd, was abusief als word ek ons versag, hoe dit blijkt uijtde beantwoorde §55. Eijsschen, zigt de dert, dewijl de bovengem: requisiten betrekking hebben tot den nieuwen Handel. Aier omtrend wenschte de eerstgeteeken„ de van harten bij het instellen der brief van 21 8ber 1790. zoo onvoorzichtig niet geweest te zijn van het be„ dragen dat doen per het schip Horssen is verzon„ den een na de omstanden des tijds, aanzienelijke la„ ding genoemt te hebben. Wij verzeekert u Hoog Edel„ heedens egter dat het hem, zonder elucidatie, zoo voorquam en dat die uijtdrukking ter goeder trouw geschiet, dooh na dato bevonden is, zeer abu„ sit te zijn, waar over hij nederig excus ver„ zoekt. Want na de hier nevens gaande Copia be„ antwoorde Patriasche en origineele beantwoorde Indiasche Eijsch, de eerre gedateerd Amsterdam den 13. December 1788; en de andere Batavia in het kasteel den 24 Maart 1789, Consteert dat, nade voldoening van die Eijsschen te reekenen de Loiding van sius

NL-HaNA_1.04.02_3877_0236 view scan ↗

English

[illegible] of the ship but very ordinary, and the fulfillment of the Demands must be called even worse. For for Europe, on the requisition of 1751. packages, no more than 267. were fulfilled, and therefore 1484. less, which number, added to 120. packages that serve for Demands of earlier Years, makes on the Demand for 1790. a shortfall in delivery of 1604. packages. For the Indies, matters are no better, of the demanded 928. packages, no more than 247. were fulfilled on the Demand for 1790. Among these, the aforementioned ship Horssen transported 291. Packages for the Indies on the expired Demands of earlier Years. And the entire shipment consists of 935 packages, as may be seen from the following summary and the demonstration placed after it showing to which distinct Demands they pertain. Pro Patria 46 595 Pro Patria Ditto Extra fine - - - - - 500. 5. —. —. 500. 5. Ditto fine broad - - - - - - - 1000. 10. —. —. 1000. 10. Ditto narrow - - - . . . . . 1000. 10. —. —. 1000. 10. Ditto Coarse broad Long 2½ broad 2. 8: l: 10 10 — —. 100. 10. Ditto narrow ditto 21. ½. 1. ditto 400. 4. —. —. 400. 4. Ditto superfine - - - - - - - 1500 15. — —. 1508. 15. Ditto with flowers - - - - - . . . . 1200. 12. 288. 12. —. —. Ditto without ditto - - - - - - - - - - 600: 6. 600. 6. —. —. Mooris fine Pulicat . . . . . . 500. 5. 300. 3. 200. 2. Handkerchiefs superfine Pulicat 1¼ c: 20 25. —. —. 2500. 25. Rumals sesterganti assorted - - - - 2300. 23. 2100. 17. 200. 6. — Ditto de Esta assorted - - - 1000. 10. 500. 4. 500. 6. Ditto checkered assorted of 8. to the piece 10500 15 570 40. 4800 64. Coast Handkerchiefs Ordinary of 8. in the piece - 200 20 500. 5. 1500. 15. Bettillees Allejars of 32. Cobidos - - - - 1000 10. — —. 1000 10. Ditto Callewapoe with blue Old checks of 32. Cobidos - - - 2000. 20. 500. 5. 1500. 15. — Ditto Thin - - - - - - - -. 2000. 20. —. —. 2000 20. Bettillees Ternate assorted - - - 500: 5 : —: — 0 Ditto Otisaals - - - - - 200. 20. —. —. 12000. 20. Collected Remaining Demand Shipped Unfulfilled Carried over - - - - 30 pieces 380 : 140 3 160 : 1 161 Collected Remaining Demand Shipped Unfulfilled Brought forward - ƒ 380 ƒ 380 : 140 3 60 7. Bettillees Setterganti of 32. Cobidos 4000. 40. 100. 1. 3900. 39. - Chelas of the coast checkered - - - - 500: 15: —. — 1500: 55. - Salempores fine bleached . . . . . 1500. 15. 200 2. 130 13. Salempores medium Sort - - - - 1200. 12. —. —. 1200. 12. - Salempores ordinary bleached - - - 18000 25: 1 — — 118000 2. raw . . . - 2500. 31. —. —. 2500. 31. Salempores ordinary Salempores dark blue . . . 2700. 34 —. — 700 34: Baftas broad bleached . . - - 600. 7. —. —. 600. 7. Baftas dark blue - - - - - - 600. 8. —. —. 600. 8. Guineas fine bleached - - - - . . . 4000 10. 1200. 5: 1188. 45. Guineas Company's Old Sort - - - - - - 320. 8. 560. 14. 2640 66. Guineas medium sort of 9. Taal - - - 2608. 65. 120. 28. 1480 37. Guineas ordinary bleached - - - - - - 200 : 50 1960 49: 188: 444 Ditto Ditto Raw - . - - - -. 4000. 100. 800. 20. 3200. 80. Ditto Dark blue - - - - - - - 2800. 70. —. — 2800. 70. — Chintz or fine Moorises - - - - 800. 8. —. —. 300. 8. Ditto assorted - - - - - - - 1080. 10. 500. 5. 500. 5. Ditto Handkerchiefs of 5. to the piece 1¼ broad: [illegible]: 10. 1. —. —. 100. 5. Gingham pale blue - - - - - - - 400 10. — — 400. 10. Counted - - - - - - pieces 1850. 175. 18 . . 4 60 : 4 For 596 For the Indies Batavia. Carried over - - - pieces 46 pieces 12 4. Chintz fine painted of various patterns with small flowers for presents 100 pieces or - - - - - - chest —. chests. Chintz gilded and silvered with small flowers for presents 25 pieces or - - 1. 1. —. Cambays raw of 16. Cobidos - - - - - - pieces 6. —. 6. ditto fine of 8. Cobidos - - - - - - - 6. 2. 4. Chelas checkered - - - - - - - - - - 5. 3. 2. Blankets cotton large - - - - 50. 24. 26. Ditto Small - - - 50. 17. 33. Guineas ordinary bleached . . . . . . . . 150. 44. 106. Guineas Company's Old Sort - - - - - - 20. 16. 4. Guineas fine bleached – – – – – – – - - - 10. 10. —. Ditto dark blue . . - - - - - - - - 50. 23. 27. Gingham Drongam - - - - - - - - - - 20. —. 20. Ditto ordinary bleached - - . . . . . . - 5. —. 5. 5. Ditto - - - -. 2. — 2. 6. Ditto - - - - - 5. 2. 3. Baftas dark blue - - - - - - - - 5. pieces —. pieces 5. Collected Remaining Demand Shipped Unfulfilled Gingham penasse _ _ _ _ _ . . . . . . 20. —. 20. — fulfilled ditto [illegible] ditto Ditto - 660 : 484:

Dutch transcription

zaam van het schip maar zeer gemeen en de voldoe„ ning der Eisschen nocherger is te noemen. Want voor Europa zijner op de Jutitie van 1751. pakken niet meer dan 267. en over zulks 1484: minder vol„ daan, week getal, gevoegt bij 120. pakken, die dienen op Eisschen voor vroeger Iaaren, maakt op den Eisch voor 1790. een mindere bizor„ gin van 1604. pakken. Voor Indie is het niet beeten ge„ 856. stelt, van de geeischte 928. pakken zijn er niet meer dan 247. voldaan op den bisch. voor 1790. onder deese heeft het bovengem: schip Hor„ sen 291. Pakken voor Indie op de afgeloo„ pen Eisschen van vroeger Iaaren ver„ voert. En de geheele verzending bestaat uyt 935 pak Samantrkking van enapelooper in ken gelijk dat uijt de volgende samentrek„ king en daar agter gestelde aantooning op welke Eisschen distincten is te beoo„ gen. Pro Patria 46 595 Pro Patria _„o Extra fijne _ _ - - - - - „ 500. „ 5. „ —. „ —. „ 500. „ 5. D„e fijne breede _ - - - - - - - „ 1000. „ 10. „ —. „ —. „ 1000. „ 10. _„o „ smalle - - - . . . . . „ 1000. „ 10. „ —. „ —. „ 1000. „ 10. _„o Groffe breede Lang 2½ brt 2. 8: l: „10 „ 10„ „— „ —. „ 100. „ 10. _„o „ smalle d„o 21. ½. „ 1. d„o „ 400. „ 4. „ —. „ —. „ 400. „ 4. „ _„o supra fijne - - - - - - - „ 1500 „ 15. „ — „ —. „ 1508„ „ 15. _„o met bloemen - - - - - . . . . „ 1200. „ 12. „ 288. „ 12. „ —. „ —. _„o zonder d„o - - - - - - - - - - „ 600: „ 6. „ 600. „ 6. „ —. „ —. Moeris fijne Palleacatse. . . . . . „ 500. „ 5. „ 300. „ 3. „ 200. „ 2. Neusdoeken supra fijne palle acata 1¼ c: „ 20 „ 25. „ —. „ —. „ 2500. „ 25. Roemaals sestergantij in zoort - - - - „ 2300. „ 23„ 2100. „ 17. „ 200. „ 6. —„ _„o de Esta in Zoort _ _ _ - - „ 1000. „ 10. „ 500. „ 4. „ 500. „ 6. D„o geruijte in zoort van 8. aan t p„s 10500 „ 15 „ 570 „ 40. „4800„ 64. kust Neusdoeken Ordinair van 8. in 't p„s - „ 200 „ 20 „ 500. „ 5. „1500. „ 15. Bethilles Allegias van 32. Cob„s - - - - „ 1000„ 10. „ —„ —. „ 1000„ 10. _„o Callewaphoe met blaauwe Oude ruijten van 32. Cobidos - - - „2000. „ 20. „ 500. „ 5. „ 1500. „ 15. — _„o Ijle - - - - - - - - -. „ 2000. „ 20. „ —. „ —. „ 2000 „ 20. Bethilles ter natanes inzoort - - - 500:„s 5 : —: „s — 0 „ _„o Otisaals _ _ _ _ _ - - - - - „ 200. „ 20. „ —. „ —. 12000. „ 20. Ingesaamelde Onvoldaan Eisch versondene gebleevene Transporteere - - - - „s 30 p„s 380 : 140 3 160 : 1 161 Ingesamelde Onvoldaan Eisch Versondene gebleevene P„r Transport - ƒ 380 ƒ 380 : 140 „ 3 60 „ 7. Bethilles Settergantij van 32. Pobidds. „ 4000. „ 40„ 100. „ 1. „ 3900. „ 39. - Chelassen van de kust geruijtin. - - - - „ 500: „ 15: „ —. „ —„ 1500: „ 55. - Salempoeris sijn gebleekt. . . . . „ 1500. „ 15. „ 200 „ 2. „130 „ 13. Salempoeris midden Soort - - - - „ 1200. „ 12. „ —. „ —. „ 1200. „ 12. - Salempoeris gemeen gebleekt - - - „18000 „ 25: 1 —„ — 118000 „ 2. ruw. . . - „ 2500. „ 31. „ —. „ —. „2500. „ 31. Salempoeris gemeen Salempoeris bruijn blaauw. . . . „ 2700. „ 34 „ —. „ — „ 700 „ 34: Baftas breede gebleekten. . . - - „ 600. „ 7. „ —. „ —. „ 600. „ 7. Baftas bruijn blaauw - - - - - - „ 600. „ 8. „ —. „ —. „ 600. „ 8. Guinees fijn gebleekt - - - - . . . „ 4000 „ 10. 1200. „ 5:1188. „ 45. Guinees 'sComp„s Oude Zoort - - - - - - „ 320. „ 8. „ 560. „ 14„ „2640 „ 66. Guinees middel soort van 9. Taal - - - „2608. „ 65. „ 120. „ 28. „1480 „ 37. Guinees gemeen gebleekt - - - - - - „ 200 : 50 „1960 „ 49:188:„ 444 _„o _„o Ruw. - . - - - -. „ 4000. „ 100. „ 800. „ 20. „3200. „ 80. D„ Bruijn blaauw - - - - - - - „2800. „ 70. „ —. „ —„ 2800. „ 70. — Chitsen of fijne Moerissen - - - - „ 800. „ 8. „ —. „ —. „ 300. „ 8. _„o in Zoorten - - - - - - - „ 1080. „ 10. „ 500. „ 5. „ 500. „ 5 5. D„o Neusdoeken van 5. at p„s 1¼ b: erk: „ 10. „ 1. „ —. „ —. „ 100. „ Gingam bleek blaauw - - - - - - - „ 400 „ 10. „ —„ — „ 400. „ 10. Teld - - - - - - p„s 1850. 175. 18 . „ . 4 60 : 4 Voor 596 Voor India Batavia. Transporteere - - - p„s 46 p„s 12 „s 4. Chitsen fijne geschilderde van diverse mon„ sters met kleene bloemen tot ge„ schenk p„s 100. of - - - - - - kist s. k. t —. k„n s. Chitsen vergulde en versilverde met klee„ ne bloemen tot geschenk p„s 25. of - - „ 1. „ 1. „ —. Cambaijen ruw van 16. Cob„s - - - - - - p„r 6. „ —. „ 6. d„o fijne van 8. Cob„s - - - - - - - „ 6. „ 2. „ 4. Chelassen geruijte - - - - - - - - - - „ 5. „ —3. „ 2. Deekens gecattoeneerde groote - - - - „ 50. „ 24. „ 26. _„o Kleene - - - „ 50. „ 17. „ 33. Guinees gemeen gebleekt. . . . . . . . „ 150. „ 44. „ 106. Guinees 'sComp„s Oude Zoort - - - - - - „ 20. „ — 16. „ 4. Guinees fijn gebleekt – – – – – – – - - - „ 10. „ 10. „ —. _„o bruijn blaauw . . - - - - - - - - „ 50. „ 23. „ 27. Gingam Drongam - - - - - - - - - - „ 20. „ —. „ 20. D„o gemeen gebleekt - - . . . . . . - „ 5. „ —. „ 5. „ 5. _„o - - - -. „ 2. „ —„ 2. „ 6. _„o - - - - - „ 5. „ 2. „ 3. „ Baiftas bruijn blaauw - - - - - - - - g„k 5. p„s —. p„s 5. Ingesamelde Onvoldaer een Eisch Veronder geblevern Gingam penasse _ _ _ _ _ . . . . . . „ 20. „ —. „ 20. — daan d„o v d„o _„o - 660 : 484:

NL-HaNA_1.04.02_3877_0240 view scan ↗

English

Gingham governors 4-thread - - - - - 2 2. —. 2. Ditto taffachelass ordinary - - - - 1 1. —. 1. Ditto extra fine - - - - 1. 1. —. Men's shirts 1000 pieces each pack - 2. —. 2. Cotton stockings 1000 pairs pieces - - - 5. —. 5. Mooris dark blue - - - - - - - 10. 5. 5. Ditto fine bleached - - - - - - - - - 5. 1. 4. Ditto extra fine - - - - - - - - - 2. —. 2. Fine handkerchiefs of 1¼ Covids of 10 cloths per piece - - 5. —. 5. Fine handkerchiefs deep red of the same - - 2. —. 2. Percalles common bleached - - - - - 5. —. 5. Ditto dark blue - - - - - - - 5. —. 5. Rumals checkered large of 1¼ Covids - 3. —. 3. Salempores dark blue - - - - - - 30. —. 30. Ditto fine bleached - - - - - - - - 5. —. 5. Ditto common bleached - - - - - - 30. —. 30. Fine painted spreads - - - - - - 1. —. 1. Ditto fine bleached - - - - - - - - 5. —. 5. Tapis of 6 Covids - - - - - - - - - - - - - 3. —. 3. Ditto bedding - - - - - - - - - - - - 2. —. 2. Ditto 5 Covids - - - - - - - - - 2. —. 2. Carried forward - - - pieces 534 pieces 149 pieces 385 Requisition Collected and Sent Unfulfilled Remaining Carried forward - - - pieces 406 pieces 18 pieces 64 Ditto 2. —. 2. Ditto 4 Covids 587 Carried forward pieces 534 pieces 149 pieces 385 Sailcloth red - - - - - - - - - - - 6. 6. —. Uniform coats and as many pairs of breeches 2000 pieces or - - - - - - - - - 8. 8. —. For the hospitals For the garrison Uniform coats and as many pairs of breeches Men's shirts per 2000 or - - - - - 2. —. Amboina Guineas dark blue from Portonovo - - pieces 6 pieces —. Ditto common raw Palicol - - 6. 6. —. Mooris dark blue of 14 Taal - - - 4. —. 4. Ditto of 18 Taal - - - 2. —. 2. Per fine bleached - - - - - - - 1. —. 1. Percalles common bleached 3rd sort - 4. —. 4. Ditto dark blue 3rd sort - - 4. —. 4. Salempores dark blue - - - - - 6. —. 6. Sailcloth common raw 3rd sort - - - - 3. 3. —. Uniform coats and as many pairs of breeches 2000 pieces or - - - - - - - 8. —. 8. 3rd sort - - - - - 5. 5. —. Men's shirts per 2000 or - - - - - - 2. —. 2. Count of packs and chests - - 560. 163. 397. Requisition Sent Remaining Count of packs - 41. 14. 27. Collected Unfulfilled 385 Quilted blankets large - - - - 1. 1. —. Guineas common bleached the Company's old sort - - 9. 6. 3. Ditto fine bleached - - - - - - - - - 1. —. 1. Ditto dark blue - - - - - - - - - 4. —. 4. Gingham taffachelass - - - - - - - - 1. —. 1. Ditto underpants striped - - - - - 1. —. 1. Ditto bedding - - - - - - - - - - 1. —. 1. Mooris dark blue - - - - - - - - - 3. —. 3. Ditto fine bleached - - - - - - - - - 1. —. 1. Ditto common bleached - - - - - - - 1. —. 1. Percalles common bleached - - - - - - 4. —. 4. Ditto fine bleached - - - - - - - - 2. —. 2. Ditto dark blue - - - - - - - - 4. —. 4. Rumals checkered large - - - - - - 2. —. 2. Salempores common common bleached - - 4. —. 4. Salempores dark blue - - - - - - 6. —. 6. Salempores red - - - - - - - - - 1. —. 1. Cambays - - - - - - - - - - - - - - pieces 1 pieces — pieces 1. Banda Collected Unfulfilled Requisition Sent Remaining Ternate Packs count 47. 7. 40. 92 Ternate Betilles common bleached - - - - pieces 2 pieces — pieces 2. Baftas dark blue - - - - - - - - 6. —. 6. Ditto dark blue - - - - - 30. —. 30. Dungarees with red headings - - - - 1. —. 1. Mooris dark blue - - - - - - - - - 4. —. 4. Gingham bedding - - - - - - - - - 4. —. 4. Ditto underpants - - - - - - - - - 1. —. 1. Ditto checkered blue - - - - - - 1. —. 1. Men's shirts 1000 pieces or - - - - - 1. —. 1. Percalles dark blue - - - - - - 16. —. 16. Percalles common bleached - - - - 6. —. 6. Rumals checkered large red of 16 pieces per pack 1. —. 1. Salempores dark blue - - - - - - 30. —. 30. Salempores common bleached - - - 3. —. 3. Guineas coarse raw - - - - - - 6. 3. 3. Count per Makassar Percalles red Jaffnapatnam 1. —. 1. Quilted blankets small - - - pieces 2 pieces — pieces 2. Carried forward - - pieces 3. —. pieces 3. 112. 3. 109. Collected Unfulfilled Requisition Sent Remaining Unfulfilled Salempores dark blue Sadraspatnam - 2. —. 2. Ditto dark blue Portonovo - - 2. —. 2. Ditto Nagapatnam 2. —. 2. Count - - - pieces 9. —. 9. Padang Guineas common bleached - - - - - - - pieces 40 pieces 12 pieces 28. Ditto raw - - - - - 30. 26. 4. Ditto ditto dark blue - - - - 20. —. 20. Mooris dark blue - - - - - - 2. —. 2. Rumals checkered with red headings - - 2. —. 2. Count packs 94. 38. 56. Pulo Condore Timor Rumals checkered large - - - - pieces 1 pieces 1 —. Rumals checkered small of 1 Covid pieces 1 pieces — pieces 1. Salempores common bleached - - - 2. —. 2. Ditto red - - - - - 1. —. 1. Ditto dark blue 2nd sort 4. —. 4. Ditto dark blue 3rd sort - - - 4. —. 4. Collected Unfulfilled Requisition Sent Remaining Carried forward - - - pieces 3 pieces — pieces 3. Count - - - pieces 12. —. 12.

Dutch transcription

Singam gouverneurs 4: draats - - - - - „ 2. „ —. „ 2. _„o taffa Chelassen Ordinair - - - - „ 1. „ —. „ 1. _„o Extra fijne - - - - „ 1. „ 1. „ —. E Hembden Mans Ieesen 1000. –. ieder pak - „ 2. „ —. „ 2. Cattoene kousen 1000. paaren p„s - - „ - - - „ 5. „ —. „ 5. Moeris bruijn blaauw - - - - - - - „ 10. „ 5. „ 5. d„o sijn gebleekt - - - - - - - - - „ 5. „ 1. „ 4. D„o Extra fijn - - _ _ _ _ _ _ _ _ - „ 2. „ —: „ 2. Neusdoeken fijne d'1¼ Ca: van 10. doeken p„r p„s - - „ 5. „ —. „ 5. „ fijne hooge Rood d't. ll: - - „ 2. „ —. „ 2. Parcallen gemeen gebleekt - - - - - „ 5. „ —. „ 5. _„o bruijn blaauw - - - - - - - „ 5. „ —. „ 5. Roemaals geruijte groote van 1¼. Ca: - „ 3. „ —. „ 3. Salempoeris bruijn blaauw - - - - - - „ 30. „ —. „ 30. d„o fijn gebleekt - - - - - - - - „ 5. „ —. „ 5. _„o gemeen gebleekt - - - - - - „ 30. „ —. „ 30. fijne geschilderde sprijen - - - - - - „. 1. „ —. „ 1. _„o fijn gebleekt - - - - - - - - „ 5. „ —. „ 5. tapies van 6. Cob„s - - - - - - - - - - - - - „ 3. „ —. „ 3. D„o Beddelijk. - - - - - - - - - - - - „ 2. „ —. „ 2. _„o „ 5. „ - - - - - - - - - „ 2. „ —„ 2. Transporteere - - - p„s 534. p„s 149 p„s 385 Ingesamelde Onvoldaen en Eisch Versonden G'ebleevene, P„r Transport - - - p„s 406 p„ 18. p„s 64. d„o „ - - - - - - - „ 2. „ —. „ 2. _„ „ 4. „ 587 P„r Transport . p„s 534. p„/so 149. p„s 385. Zeijldoek rood - - - - - - - - - - - „ 6: „. 6. „ —. Monteerings rocken en soo veel broeken f„s 2000. –. of - - - - - - - - - „ 8. „ 8. „— Voor de Hospitaalen. ƒ Voor 't Guarnisoen. Monteerings zocken en soo veel broe„ Hembden mans p„r 2000. of - - - - - „ 2. „ —. „ Amboina. Guinees bruijn blaauw van Portonovo - - p„s 6. p„s —. p„r _„o gemeene ruw Palicol. . -. „ 6. „ 6. „ — Moeris bruijn blaauw d' 14. Taal - - - „ 4. „ —. „ 4. „ „ 18. „. . . . „ 2. „ —. „ 2. „ _„o P„r sijn gebleekt - - - - - - - . „. 1. „ —. „ 1. 5 Parcalten gemeen gebleekt 3. d Zoort - „ 4. „ —. „ 4. _„o bruijn blaauw 3. do Zoort. . „ 4. „ —. „ 4. Salempoeris bruijn blaauw - - - - - „ 6. „ —. „ 6. Seijldoek gemeen ruw 3. de Zoort - - - - „ 3. „ 3. „— ken f„s 2000. –. of - - - - - - - „ 8. „ —. „ 8. 3. e Zoort - - - - - „ 5. „ 5. „ —. Hembden Mans p„r 2000. of - - - - - - „ 2. „ —. „ 2. Teld Packenen kisten - - 560. -. 163. — „ 397. 6. Eisch versonden gebleeven, Teld Packen - 41. —. 14. — Ingesamelde Onvoldaan 2. —. 27. „ _„o _o E g d„o v 385 Deekens gecattoeneerde groote - - - - „ 1. „ 1. „ — Guinees gemeen gebleekt 'sComp„s oude zoort - - „ . 9. „ 6. „ 3. d„o fijn gebleekt - - - - - - - - - „ 1„ —. „ 1. _„o bruijn blaauw - - - - - - - - - „ 4. „ —. „ 4 Gingam taffa Chelassen - - - - - - - - „ 1. „ —. „ D„o Onderbroeks gestreepte. . . . . „ 1. „ —.„ _„ Beddelijk - - - - - - - - - - „ 1. „ —. „ 1. Moeris bruijn blaauw - - - - - - - - - „ 3. „ —. „ 3. _„o fijn gebleekt - - - - - - - - - „ 1. „ —. „ 1 73 d„o gemeen gebleekt - - . . . . . . . „ 1. „ —. „ ƒ Parcallen gemeen gebleekt. . . . . . „ 4. „ —. „ D„o fijn gebleekt - - - - - - - - „ 2. „ —. „ 2. d„o bruijn blaauw - - - - - - - - „ 4: „ —. „ 4. Roemaals geruijte groote - - - - - - „ 2. „ —. „. 2. Salempoeris gemeen gemeen gebleekt - - „ 4. „ —. „. 4. Salempoeris bruijn blaauw - - - - - - „ 6. „ —:„ Salempoeris Roode - - - - - - - - - „ 1. „. —. „ Cambaaijen - - - - - - - - - - - - - - p„s 1. p„s — p„s Banda. Ingesamelde Involdaa en Eisch versonden, gebleeven 6. Ternaten Pken Feld. 40. 47. -. 7. „. - 1. 1. 1. 4. 1. 92 Ternaaten. Bethilles gemeen gebleekt - - - - . p„s 2. p„s —. p„s 2. -. Baftas: bruijn blaauw - - - - - - - - „ 6. „ —. „ _„o bruijn blaauw - - - - - „ 30. „ —. „ 3. 0. Dongrijs met roode hoofden - - - - . „ 1. „ —. „ 1. —. Moeris bruijn blaauw - - - - - - - - - „ 4. „ —. „ 4. —. Gingam Beddelijk - - - - - - - - - „ 4. „. —„ 4. —. 1. _„o Onderbroeks - - - - - - - - - „ 1. „. —. „ 1. -. D„o geruijte blaauwe - - - - - - „ 1. „ —. „ 1. —. 1. Hembden mans p„s 1000. –. of - - - - - „ 1. „ —. „ 1. 1. Parcalten bruijn blaauw - - - - - - „ 16. „ —. „ 16. -. 4. Parcallen gemeen gebleekt - . . . - „ 6. „ —. „ 6. —. -- Roemaals geruijte groote roode van 16. p„s stuk „ 1. „ —. „ 1. —. Salempoeris bruijn blaauw - - - - - - „ 30. „ —„ 30. —. Salempoeris gemeen gebleekt - - - „ 3. „ — „ 3. —. Guinees grof ruw - - - - - - -. . . „ 6. „ 3. „ 3. —. Veld p„r Macasser Parcallen roode Iaffanapatnams „ 1. „ —„ 1. —. Deekens gecattoeneerde kleene - - - p„s 2. p„s —. p„s 2. –. Transporteere . - p„s 3. –. —. p„s 3. –. 112. - 3. -. 109. -. Ingesmeede Onvoldaa¬ en Eisch Versonden gebleevene Onvoldaa n _o - 3. .. . IK 6. Salempoeris bruijn blaauw Sadrasp„r - „ 2: „ —. „ 2. —. D„r bruijn blaauw Portonovose - - „ 2. „ —. „ 2. —. „ Nagapatnamse „ 2. „ —. „ 2. —. 9. –. —. „ Teld - - - p„s 9 d F Padang. Guinees gemeen gebleekt - - - - - - - p„o 40. p„s 2. p„/s 28. –. _„o ruw. . . . - - - - - „ 30. „ 26. „ 4 _„o _„o bruijn blaauw - - - - „ 20. „ —. „ 20. —. Moeris bruijn blaauw - - - - - - „ 2. „ —. „ 2. -. Roemaals geruijte met roode hoofden - - „ 2. „ —. „ 2. —. „ Teldt p„kn 94. - . „ 38. -. 56: –. Poulochinco. ƒ Timor. Roemaals geruijte groote - - - - p„s 1. p„s 1. . — 1. p„s —. p„s 1. -. Roemaals geruijte kleene d' 1. Ca: p„r Salempoeris gemeen gebleekt - . . . „ 2. „ —. „ 2. - _„ roode - - - - - „ 1. „ —. „ 1. —. ƒ _„o bruijn blaauw 2. s„t „ 4. „ — „ _„o bruijn blaauw 3. z„t. . . . „ 4. „ —. „ 4. -. -. —. „ Ingesamelde Onvoldaa¬ en Eisch Versondene gebleevene P„r Transport - - - p„s 3. p„s —. p„m 3. –. Teld - - - p= 12. —. —. . 12. –. d„o d„o „ d„o .. _o

NL-HaNA_1.04.02_3877_0245 view scan ↗

English

9 Japan. Gingham taffachelas ordinary sort pieces 40. or pieces ditto taffachelas extra fine with small spots pieces 0 pieces 1 pieces 6 For the Right Honorable Lord Soeze Josie Zetno, Camie Samma. Chintz fine gold or gilded pieces 6. or chest 1. chest 1. chest —. Ray skins pieces 50. or pack 1. pieces 1. pieces —. For the Trade ƒ 3 Ray skins pieces 10,000. or packs 33. pieces 9. pieces 24. Taffachelas extra fine pieces 500. or pieces 5. pieces 5. pieces —. ditto ditto ordinary pieces 500. or pieces 5. pieces — pieces 5. ditto ditto improved pieces 500. or pieces 5. pieces 3. pieces 2. Total pieces 52. pieces 21. pieces 31. 1. pieces — 1. pieces 1. pieces —. Requisition Sent; Remaining, Collected Unfulfilled For His Majesty the Emperor. Short 1 Short summary of the Requisitions from the Homeland and the Indies for the Year 1790. Namely: fulfilled Unfulfilled fulfilled unfulfilled and and Requisition sent, remaining Requisition sent remaining pieces 1751. pieces 267. pieces 1484. .. The Indies for the following; namely: Batavia pieces 560. pieces 163. pieces 397. Amboina pieces 41. pieces 34. pieces 27. Banda pieces 47. pieces 7. pieces 40. Ternate pieces 112. pieces 3. pieces 109. Makassar pieces 9. pieces —. pieces 9. Padang pieces 94. pieces 38. pieces 56. Soulochinko pieces 1. pieces 1. pieces —. Timor pieces 12. pieces —. pieces 12. Japan pieces 52. pieces 21. pieces 31. 928. pieces 247. pieces 681. Homeland Over and above the aforementioned answered Requisition, in the year 1790 with the said Carried forward pieces 514. Together pieces 2679. pieces 514. pieces 2165 600 Brought forward pieces and chest: 514. The Indies also sent on last year's requisition to the said ship Horssen as much Europe as Batavia pieces 421. through the Homeland Namely: Guineas fine bleached; namely: from Jaggi: on the requisition of 1788 pieces 14. from Bim: on the requisition of 1789 pieces 1. pieces 15. ditto bleached of 9 Caal from Jaggi: of 1788 pieces 7. ditto bleached Company's old sort of 1789 pieces 3. salempores common unbleached from Bim: 1789 pieces 1. Mooris fine white from Paliacatte 1789 pieces 4. Bettillas sesterganti; namely: from Paliacatte for 1789 pieces 1. from Jaggi: to wit: On the requisition of 1788 pieces 1. On the requisition of 1789 pieces 4. pieces 5. pieces 6. Bettillas callawapoe; namely: 2 from Paliacatte for 1789 pieces 1. from Jaggi: to wit: on the requisition of 1788 pieces 2. on the requisition of 1789 pieces 6. pieces 8. pieces 9. Bettillas bleached with flowers from Bim: namely: On the requisition of 1788 pieces 2. On the requisition of 1789 pieces 3. pieces 5. Ditto bleached without flowers from Bim: to wit: on the requisition of 1788 pieces 10. on the requisition of 1789 pieces 15. pieces 25. Rumals sesterganti from Jaggi:; Namely: On the requisition of 1788 pieces 10. On the requisition of 1789 pieces 3. pieces 13. Rumals de Esta; namely: For 1788 pieces 4. Rumals checkered; to wit: For 1788 pieces 12. For 1789 pieces 9. pieces 21. Rumals ordinary from Jaggi: of 1789 pieces 4 Together as stated pieces 120. of 1789 pieces 3. pieces 7. Carried forward pieces 120 pieces 935. pieces 120 To wit: 4. ƒ For the Indies For Batavia; namely: Guineas bleached Company's old sort; to wit: from Jaggi: 1788 pieces 8. from Palicol 1789 pieces 3. from Bim: 1789 pieces 4. pieces 15. Guineas common bleached; namely: from Porto Novo 1789 pieces 18. from Paliacatte ditto pieces 2. from Jaggi: ditto pieces 6. from Bim: ditto pieces 4. pieces 30. salempores common bleached; to wit: from Porto Novo; Namely: For 1787 pieces 1. For 1789 pieces 5. pieces 6. from Bim: for 1789 pieces 1. pieces 7. Salempores broad blue from Porto Novo 1789 pieces 9. Baftas common bleached 1789 pieces 3. Ditto broad blue ditto pieces 4. Mooris broad blue ditto pieces 2. Rumals checkered; to wit: from Paliacatte for 1789 pieces 1. from Jaggi: for 1788 pieces 4. pieces 5. Gingham taffachelas ordinary from Paliacatte 1789 pieces 1. cambays of 8 covids ditto pieces 1. Shirts from Paliacatte; namely: For 1788 pieces 4. For 1789 pieces 2. pieces 6. Uniform coats for the garrison on the requisition of 1789 pieces 4. ditto trousers for the garrison on the requisition of ditto pieces 3. 7 Blankets large from Jaggi: of 1789 pieces 50. Ditto small; namely: For 1788 pieces 1. For 1789 pieces 50. pieces 51. pieces 191. 6 Banda; namely: Guineas broad blue from Porto Novo for 1789 pieces 2. Mooris broad blue of 20 Caal from Porto Novo of 1789 pieces 1. Mooris broad blue of 12 Caal from Porto Novo of ditto pieces 1. Blankets large from Jaggi: for 1789 pieces 1. pieces 5. To wit: pieces 301. Brought forward pieces 120. and 935. Carried forward pieces 496. pieces 3 5.

Dutch transcription

9 Japan. Gingam taffa Chelas ordinaire soort p„s 40. o/. p„s _„o taffa Chelas Extra fijne met kleene blotje „s 0 „ 1: „ 6 Voor den Wel Edele Groot Agtbaare Heer Soeze Josie Zetno, Camie Samma. Chitsen fijne goude of vergulde f„s 6. of - - - kist 1. k„t 1. k„t —. Roggevellen p„s 50. of - - - - - - - - patje 1. p„s 1. p. s —. „ Voor den Handel ƒ 3 Roggevellen p„s 10'000. of - - - - - p„k 33. „ 9. „ 24. Tafsa Chelassen Extra fijne p„s 500. of - - „ 5. „ 5. „ —. _„o _„o Ordinair p„s 500. of - - „ 5. „ — „ 5. _„o _„o Verbeterde „ 500. „ . - „ 5. „ 3. „ 2. Teld. - - - - - - p„n 52. p„s 21. p„s 31. 1. „— 1. p„s 1. p„r —. am Eisch Versonden; gebleevene, Ingesamelde Onvoldaan Voor sijne Mazesteit den keijser. Korte 1 Korte samentrekking op de Patriasche - en Indiasche Eisch de Anno, 1790. Als: voldaan Onvoldaa¬ voldaan onvodaa„ en en Eisch versonden, gebleeven Eisch versonden gebleeven p„s 1751. p„s 267. p„s 1484. .. India voor als volgd; als: Batavia - - - - - p„s 560. p„s 163. p„s 397. -. .. Amboina - - - - - „ 41. „ 34. „ 27. —. Banda - - - - - - - „ 47. „ 7. „ 40. -. Ternaten. . . . . . . „ 112. „ 3. „ 109. —:„ Makkasser - - - - - - „ 9. „ —. -. 9. -. Padang. - - - - - - - „ 94. „ 38. „ 56. „ Soulochinko - - - - - „ 1. „ 1. „ —. –. Timor - - - - - - - - „ 12. „ —. „ 12. —. Iapan - - - - - - - „ 52. „ 21. „ 31. —. „ 928. „ 247. „ 681. Patria - - - - - - - - - - Buijten en behalven voorm: beand„ woorde Eisch is in anno 1790. met gemelde Transporteere . p„s 514. - Tesaamen - - - - p„s 2679. p„s 514. p„s 2 165 600 P„r Transport - - - - - - p„r en kist: 514. –. India nog op voor Iaarigen Eijsch naar Ba„ gemelde schip Horssen zoo veel Europa als tavia versonden - - - - - - - - - - - - - - - „ 421. —. door t Patria- - - . - - - Namentlyk: Guinees sijn gebleekt; als: van Iagg: op den Eijsch van 1788. _ - - - - - f„s 14. „ Bim: „ „ „ „ 1789. - - - - - - - - „ 1. p„s 15. –. d„o gebl: de 9. Caal: van Iagg: „ 1788. - - - - - - - - „ 7. -. „ „ 'sComp„s oude Z„t „ „ „ 1789. - - - - - - - - „ 3. „. sal: gem: ruw van Bim: - - - „ 1789. . . - - - - - - „ 1. -. Moeris fijne Witte „ Pall: - - „ 1789. - - - - - - - „ 4. –. Bethilles Sestergantij; Als: Van pall: Voor - - - - „ 1789. . - - - - - p„s 1. . „ Iagg: Teweeten: Op den Eisch „ 1788. - - - - p„ 1. -. „ „ „ „ 1789. . . . . „ 4. „ 5. „ 6. -. Bethilles Callawaphoe; als: 2 van pall: Voor. - - - - - 1789. . - - - - p„ 1. –. „ Iagg:; teweeten: op den Eisch van 1788. . . . . - p„s 2. –. „ „ 1789. – - - - -. „ 6. „ 8. „ 9. . Bethilles gebl: met bloemen van Bim: als: „ Op den Eisch van 1788. . . . . . . „ 2. -. „ 1789. . . . . . . . „ 3. – „ 5. - „ „ D„o - - - gebl: zonder bloemen van Bim: teweeten: op den Eisch van 1788. . . . - - - „ 10. „ „ „ „ „ 1789. . - - - - - „ 15. „ 25. Roemaals sestergantij van Iagg:; Als: Op den Eisch van 1788. - - - - - „ 10. „ „ 1789. . . . . . . . „ 3. „ 13. Roemaals de Esta; als: Voor. . . . . . . 1788. . . . . . - - „ 4. -. Roemaals geruijte; teweeten: Voor . . 1788. . . . - - - „ 12. -. - – – 1789. . . . - . - - - - „ 9. –„ 21. „ - Roemaals Ordin: van Iagg: van 1789. - - - - - - - - „ 4— Tesaamen als gesegd - - „ 120. -. „. . - . . . 1789. . . - . - - „ 3. „ 7. -. Transporteere - - - - - - p„ 120 „ 935. -. „ - - - - - p„/s 120„ Teweeten: 4. - „ ƒ Voor India Voor Batavia; als: Guin„s gebl: 'sComp„s oude zoort; teweeten:— van Iagg: 1788. . . . . . . . . - - - p„s 8. –„ „ Palicol 1789. - - - - - - - - - - - - - „ 3. –. „ Bim: 1789. . - - - - - - - - - - - - „ 4. p„s 15. -. Guina gem: gebl: als: Van port: 1789. . . . . . . . - - - - - - - „ 18. -. „ Pal: _„o. . . - - - - - - - - - - - - - - - „ 2. -. „ Pagg: - - „ - - - - - - - - - - - - - - - „ 6. -. „ Bim:. . - „. - - - - - - - - - - - - - - - „ 4. „ 30. -. salemp„s gem: gebl:; teweeten: van Portonovo; Als: Voor 1787. - - - - - - - - - - - - p„ 1. –. „ 1789. . . . . . . . . . . . „ 5. „ 6. -. „ Bim: vaor 1789. _ _ _ _ _ _ _ - - - - - - - „ 1. -. „ 7. –. Salemp„s br: bl: van Port: 1789. . . . . . - - - - - - - - „ 9. -. Baftas gem: gebl: „ - - „. 1789. – – – – . . . . . . - - - „ 3. -. D„o b:s bl: . - - - „. - „. . - d„o - - - - - - - - - - - - - - - „ 4. –. Moezis br: bl: - - „. -. . „. . . d„o - - - - - - - - - - - - - - - „ 2. –. Roemaals geruijte; teweeten: van pall:t voor 1789. - - - - - - - - - - - p„r 1. –. „ Iagg: - - „ - - 1788. _ _ _ – – – – – – - - - -. „ 4. „ 5. –. Gingam taffa Chelas ord: van Pall:s 1789. _ _ - _ - - - - - - „ 1. –. kamb: d' 8. Cob„s - - - - - - - - - D„o - - - - - - - - - - - „ 1. –. Hembden van Palle: als: Voor 1788. . . . . . . . . . . . . . . . p„a 4. –. . . - - - - „ 2. „ 6. -. „. 1789 . – - - - - - – - - Monteering rocken, v„rn 't guarnisoen op den Eisch van 1789. - - - „ 4. —. „ „ D„o - - - - „ 3. –. _„o broeken „ „ D„o „ 7 Deekens groote van Iagg: v„n 1789 . - _ - - - - - - - „ 50. -. D„o kleene; als: Voor 1788. - - - - - - - - - - - - - - - - p„ 1. –. „ 1789. - - - - - - – – - - - - - - - - „ 50. „. 51. –. „191. 6 Banda; als: Guin„s br: bl: van port voor 1789. . . . . . . . . p„/s 2. –. Moeris „ „ d' 20: Caal v„n Port: v„n 1789. _ _ _ - - - - - „ 1. -. „ „ „ „ 12. „ „ „ „ d„o - - - - - - - „ 1. -. Deek„s groote van Iagg: voor 1789. _ _ _ _ . . . . - „ 1. „ 5. –. Teweeten: - - „301. -. P„r Transport. . . . . . . . . . p„s 120. en 935. -. Transporteere p„ 496. „s 3 5. -- „ . -

NL-HaNA_1.04.02_3877_0249 view scan ↗

English

601 For Padang, to wit: By transport - - - - - pairs 196. — and pieces 935. -. Guineas dark blue from Portonovo; as: of 1789. . . . . . . . . . . . . . . 12. pieces 14. -. Guineas ordinary bleached from Palicol of 1789. - - . . - - 3. –. raw from Jaggernaikpoeram. . of 1789. - . - - - - 4. – 21. -. For Ternate; to wit: Chelas fine red checkered from Palicol of 1789. - - - - 2. –. Guineas ordinary bleached from Portonovo of 1787. - - - - - - - - - 1. –. fine bleached from Jaggernaikpoeram of 1788. - - - - - - - - - 2. –. bleached Company's old sort from Jaggernaikpoeram of 1788. - - - - - 2. -. dark blue from Portonovo - - - - of 1789. . - - – – - 20. –. Bastas dark blue from Portonovo - - - - - of 1789. . . . . . . 3. 30. -. For Poulochinko; as: Guineas fine bleached from Pagg: for 1788. - - - - - - - - - 1. –. ordinary bleached from Palicol of 1789. - . . - - - - - - - 1. –. Rumals checkered from Jaggernaikpoeram, to wit: For Makassar; as: Rumals checkered from Jaggernaikpoeram, to wit: For 1788. - - - - - - - - - - - - - 1. -. of 1789. - - - - - - - - - - - -. - 1. - 2. -. Guineas bleached Company's old sort from Jaggernaikpoeram of 1788. - - - - 2. -. Blankets large - - - - - - - - - of 1789 - - - - - 1. -. small - - - - - - - - - of the same. . . . . 2. 7. -. For Amboina; as: Guineas dark blue from Portonovo for 1789. - - - - - - - - - 5. -. Mooris dark blue of 18 cubits from the same of 1789. - - - - - - - - 1. –. dark blue of 14 cubits from the same of the same. - - - - - - - 2. . Blankets small from Jaggernaikpoeram of the same. . . . - - - - 2. - 10. .. Mooris dark blue of 20 cubits from Portonovo for Timor of 1789. - - - - - 2. -. For Japan; as: Ginghams taffachelas extra fine from Palicol 1789. - - . 1. –. checkered from Palicol to His Majesty the Emperor of 1789. - - 1. –. fine improved fabrics from Palicol of - - - - 2. Ray skins; as: For Cape of Good Hope; to wit: Guineas fine bleached from Jaggernaikpoeram of the year 1788. - - - - - - - - 2. -. For 1787. . . . . . . . . . . . . . . . . pieces 2. –. For 1788. - - - - - - - - - - - - - - pieces 1. –. From Pagg: of 1788. . - - - - - - - - - pairs 4. –. Blankets large from the same of 1789. . . . . . 7. -. from Palicol of 1789. . . . . . - - . - - - - 4. 8. 12. -. of 1789. - - - . . . . . . . . . . . . . . 1. - 2. 4. Counted as listed - 301. -. small from the same of the same . . . . . 10. 19. -. Together according to invoices for the shipment packs and chests - - 935. 35. —. 35 and Short Paliacatta has for 1790 from 96 packs: 157. only delivered and shipped packs: 47. —. Short demonstration of shipped linens etc. on the aforesaid requisitions, to wit: For the Mother Country on the requisition of the year 1790. 1789. 1788. 1787. For the Mother Country and India on the requisition of the year 1790. 1789. 1788. 1787. In total on the requisition of the year 1790. 1789. 1788. 1787. In total shipped in 1790. From Palleacatta - - - - pieces 25 pieces 6 pieces —. pieces —. pieces 30 pieces 2. 4. 1. —. pieces 7. pieces 28 pairs 4. pairs —. pieces 87. From Portonovo - - - - - —. —. —. —. 12. 90. —. 4. 12. 90. —. 4. 106. From Sadraspatnam - - - 15. —. —. —. 24. —. —. —. 39. —. —. —. 39. From Palicol - - - - 38. —. —. —. 55. 9 —. —. 93. 9. —. —. 102. From Jaggernaikpoeram. . 19. 32. 50. —. 74. 135. 28. —. 183. 165. 78. —. 428. From Bimlipatnam - - - 80. 20. 12. —. 52. 9. —. —. 132 29. 12. —. 173. Counted - 125 8 1 4 414 3 94 4 At the contract that was concluded at Paliakatta for the year 1790 on the 18th of March, the suppliers undertook to provide 207 packs for Europe and 89 packs for India and, according to a current account drawn up on the 23rd of October, or two days before the first signatory assumed authority, 602 of 1789 and 1790, no more than 47 packs have been settled on the advances in 1790. This account, which was inserted in the resolution of the 22nd of November, and what is further recorded by resolution concerning the shipment of packs per the ship Horssen up to 87 in total, gave reason to investigate that lesser delivery for 1790 or the cause thereof somewhat more closely, the more so as it had already been discovered previously that goods had been shipped on requisitions of earlier years which, since they were not on hand at the departure of the ship in 1789, were also delivered through the advances of 1790, although these were carried over in the settlements for 1789, or actually withdrawn. For that in 1789 total shipped in 1790 from the offices were even shipped on requisitions of 1787 and 1788, though collected only in 1790, documents regarding this sent on resolution of 18 November: no packs were left over or in stock in 1789 has been fully confessed by the warehouse keeper De Raef. The matter also further unraveled upon examining the invoice, as it showed that among the packs sent from the northern offices, some were also found to have been shipped on the requisitions for 1787 and 1788, and this undeniably proves that those goods were only collected and paid for in 1790, to the detriment of those which were to serve for the requisition for that year; for where did they remain, and why were those of 1787 not sent in the following year and those of 1788 not in 1789? The proof of this confused shipment, as it was, by order of the first

Dutch transcription

601 Voor Padang, Teweeten: P„r Transport - - - - - p„r 196. — en p„s 935. -. Guin„s bruijn blaauw van Portonovo; Als: „ 1789. . . . . . . . . . . . . . . „ 12. p„s 14. -. Guin„s Gem: Gebl: van Palicol v„n 1789. - - . . - - „ 3. –. „ ruw „ Iagg:. . . . „ 1789. - . - - - - „ 4. –„ 21. -. „ Ternaten; Teweeten: Chelas fijne roode geruijte van Pall: v„n 1789. - - - - „ 2. –. Guin„s gem: gebl: van Port: v„n 1787. - - - - - - - - - „ 1. –. fijn „ „ Iagg: „ 1788. - - - - - - - - - „ 2. –. „ Gebl: Comp„s oude Zoort van Iagg: v„n 1788. - - - - - „ 2. -. „ br: bl: van Port: - - - - „ 1789. . - - – – - „ 20. –. Baslas „ „ „ „ - - - - - „. 1789. . . . . . . „ 3. „ 30. -. „ Poulochinko; Als: Guin„r fijn gebl: van Pagg: Voor 1788. - - - - - - - - - „ 1. –. „ gem: „ „ Palicol „ 1789. - . . - - - - - - - „ 1. –. Roemaals geruijte van Iagg: teweeten: „ Macasser; Als: Roemaals geruijte van Iagg: teweeten: Voor 1788. - - - - - - - - - - - - - „ 1. -. „ 1789. - - - - - - - - - - - -. - „ 1. - „ 2. -. Guinees gebl: 'sComp„s Oude Z„t van Iagg: v„ 1788. - - - - „ 2. -. Deekens groote - - - - - - - - - „ 1789 - - - - - „ 1. -. kleene - - - - - - - - - „ „. . . . . „ 2. „ 7. -. „ Amboina; Als: Guin„s br: bl: van Port: voor 1789. - - - - - - - - - „ 5. -. Moeris „ „ d' 18. Taal v„n d„o „ 1789. - - - - - - - - „ 1. –. „ „ „ „ 14. „ „ „ „ „. - - - - - - - „ 2. . Deekens kleene van Iagg: „ „. . . . - - - - „ 2. - „ 10. .. Moeris br: bl: d' 20. Caal van port: v„n Timor V„n 1789. - - - - - „ 2. -. „ Iapan; als: Gingam tafsa Chelas extra fijne Van Pall„o 1789. - - . „. 1. –. „ met blokjes V„n Pall: aan sijn Ma„ Iesteijd den Keijser V„n 1789. - - „ 1. –. „ fijne verbeterde stoffen V„n Pall: v„n - - „ - - - „ 2. Roggevellen; als: „ Cabo de goede Hoop; teweeten: Guin„s fijn gebl: van Iagg: V„n A„o 1788. - - - - - - - - „ 2. -. Voor 1787. . . . . . . . . . . . . . . . . p„s 2. –. Voor 1788. - - - - - - - - - - - - - - p„s 1. –. Van Pagg: V„n 1788. . - - - - - - - - - p„r 4. –. deekens groote „ „ „ „ 1789. . . . . . „ 7. -. „ Pall: „ 1789. . . . . . - - . - - - - „ 4. „ 8. „ 12. -. „ 1789. - - - . . . . . . . . . . . . . . „ 1. - „ 2. „ 4. Teld als geseld - q„s 301. -. kleene „ „ „ „ „ . . . . . „ 10. „ 19. -. Tesaamen volgens factuuren voor de versending packen en kisten - - 935. 35. —. „ 35„ en Korte Palia atta heeft voor 1790. van 96 ak: 157. maar geleeverd en verzonden pakk: 47. —. Korte Aantooning van versondene Lijwaaten Ertc„ Op de Eijsschen Voorsz: Teweeten: Voor In„ Patria en In„ In het Voor 't Pa„ dia op die tesamen geheel tria op den Eisch - op den Eisch van Verson„ den Eisch van anno Anno. van Anno denindde 1790. 1789. 178. 1787. 1790. 79. 178. 707. 1790. 789. 178. 1787. 1790 Van Palleacatta - - - - p„s 25 p„s 6: p„s —. „s —. p„s 30 „s 2. „ 4„ 1„ —. p„ 7. „s 28 „r 4. p„r —. p„s 87. „ Portonovo - - - - - „ —. „ —. „ —: „ —. „ 12. „ 90. „ —. „ 4. „ 12. „ 90. „ —. „ 4. „ 106. „ Sadraspatnam - - - „ 15. „ —. „ —. „ —. „ 24. „ —. „ —„ —. „ 39„ —. „ —. „ —. „ 39. „ Palicol - - - - „ 38. „ —. „ —: „ — „ 55. „ 9 „ —. „ —. „ 93„ „: 9„ —. „ —. „ 102. „ Iaggernaikpoeram. . „19„ 32. „ 50. „ —. „ 74„ 135„ „ 28. „ —. „ 183.„165. „ 78. „ —. „ 428. „ Gimilipatnam - - - „ 80. „ 20. „ 12„ —. „ 52. „ 9. „ —. „ —. „ 132 „ 29. „ 12. „ —. „ 173. Teld - 125 8 : : 1 4 414 : 3 94 4 Bij het Contract dat te Pallia„ katta voor den Jaare 1790. op den 18. e Maart is geslooten, hebben de Leveran„ ciers zich verbonden tot de bezorging van 207. Pakken voor Europa en 89. Pakken voor India en, uijtwijsens eene onder den 23. october ofte twee daegen voor dat de eerstgeteekende het gezach aanvaarde opgemaakte Rekening Cou„ rant 602 van 1789: & 907 rant, zijn 'er op de verstrekkengen in 1790. niet meer dan 47. Pakken voldaan denindse merdere verzondene war op Essehn geworden. Deeze reekening, welke ter reso„ lutie van den 22. November is g'insereert en het geen verder weegens de verzending van pakken per het schip Horssen tot 87. ingetal bij Resolutie genoteert staat, gaf aanleiding om die mindere bezorging voor 1790. ofte de oorzaak van dien wat naukeuriger te onderzoeken te meer reets te vooren was ontdekt dat er Goe„ deren op Eisschen van vroegere Iaaren waren verzonden, die vermits ze bij vertrek van het schip in 1789: , niet in handen waren, meede door de verstrek „t„ kingen van 1790. zijn ingeleevert; schoor deeze bij de afreekeningen voor 178¾. overgetransporteert, of eigenlijk te rug ge„ trokken zijn geworden. want dat er in 1739. het geheel Verson 1790 van de Compt. zijn zelf versonden op §58. Eisschen van 1787 en 88, dog in 1790. erst ingesameet, gesente huervonten aan resot van 59. 18. Nov: 1789. geen pakken over of in voorraad zijn geweest heeft de Pakhuijsmeester de Raef volmondig geavoneert-. Ook ontwikkelde zich het kluwen verder bij het nagaan der Factuur; als aan„ wijzende dat er van de kantooren om de Noord onder de afgezondene Pakken, zich ook op deesen sommige verzon„ den te zijn op de eisschen voor 1787. 7. 13 1728. en dit toond ontegen zeggelijk aan, dat die Goederen in 1790. eirst zijn inge„ samelt en betaalt, tot prejuditie van die, welke op den Eisch voor dat Iaar moesten dienen want waerin het over„ gebleeven waarom die van 1787. niet in het volgende en die van 1788. niet in 1789. verzonden. Het bewijs van deese Confuse ver„ zending zoo als het, op ordre van den eerst.

← previousnext →