VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3877

Coromandel · 1,160 pages · 164 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3877_0253 view scan ↗

English

603 confused manner of trading here the books etc. first signatory, was extracted from the invoice of the ship Horssen, Your Right Honourables will find inserted, if it pleases you, in the resolution of 18 November 1790. Meanwhile, this demonstration will rightly cause Your Right Honourables to question what reliance may be placed on the settlements made with the merchants, and what dangerous and detrimental consequences it has for the Company that the books, up to now, are two years in arrears. Because of this, subsequent disbursements of money were constantly carried over into those unclosed years and consequently wrongly accounted for therein, as if they were funds or merchandise that served for and were provided to trade in the year with which they were balanced. the first signatory refers to post 616 for his means of redress herein, were there cash books for those years, such a handling of matters would have been impossible to take place, and one would then also be able to demonstrate accurately what was provided for trade and what was fulfilled in each year. Now everything is sought in the dark. The cash books are formed here after the journal, and just as the disbursements of money or merchandise on deliveries are arranged there under the last of August, they are entered into the cash book. But how it will turn out and what the final outcome of matters will be, the settlement of the books in due time must come to show. Meanwhile, the first signatory 604 requests pardon for not reporting on the previous year's shortfall in deliveries etc. could set everything possible to work to ensure that the book-year 1789/90 comes to show an accurate state of affairs and true condition of Coromandel, and apart from those orders and regulations which will better fit under the title of the trade books than here, he ventures to flatter himself that the aforementioned, for demonstrating a genuine, true account of each year, and especially the demanded order for keeping an accurate current account book, in order to show the true and substantial money disbursements, will well deserve Your Right Honourables' esteemed approval. He very humbly requests Your Right Honourables, on account of the multitude of other matters with which he has been occupied until now, and especially the writing work which the redress of the confusions and the rectification of prejudices and wrong notions have caused him, for favourable consideration and indulgence regarding the impossibility that has occurred to him of reporting now on the result of the commission demanded of the Chief Administrator on 22 November last, but not carried out, to investigate and report how the matter actually stands with the bales serving to satisfy earlier demands than those for 1790; whether they were truly in stock or whether they came in during this last delivery year; if they were in stock, why then those for 1787 were not sent in 1788, and so forth; item, to what it is to be attributed that the merchants, according to the accounts, were in advance 605 the reason for this failure is stated in the reply to the Homeland requisition for 1790. assurance that this investigation will be continued. and constantly paid, as for 1789: pagodas 4320. 20. 34., if a lesser delivery continually took place, since they, in such a case, according to the proportion of the disbursements in the actual delivery year, instead of being in advance could still hardly have been in debit or cleared, let alone in advance. The reason why this commission was abandoned, or the probability thereof, is cited in the reply to the Homeland requisition for 1790. We request permission to refer thereto and to assure Your Right Honourables that, after the dispatch of this, this will be one of the first matters with which the first signatory will occupy himself in order, if possible with the next report, to inform Your Right Honourables how regarding Sadras there is nothing to repeat in this the northern offices and Porto Novo are in the same confusion Palicol delivered 223 bales too few for 1790 § 65. matters stand with this, and whether the Honourable Company has not been disadvantaged herein, although he doubts whether all presentations are truly to be trusted as long as the books of each year are not properly closed. With regard to the forwarded replies to the extract Homeland and Indian requisitions of the year 1790 from the subordinate offices, which are annexed to the general reply of the main office, nothing needs to be repeated in this respect concerning Sadras; but the offices to the North and the Residency of Porto Novo to the South fluctuate in that same confusion regarding their dispatches and fulfilments of the respective requisitions. Palicol, the first office from here to the North, 606 had to deliver, according to the contract concluded on 20 March 1790, 212 bales on the demand for the Netherlands and 112 for the Indies. Thereupon, according to a summary inserted in the letter of 27 December of the said year, no more were fulfilled than 102, and consequently 223 bales less than the said demands. We have, in our reply of the 22nd following the resolution of 21 January last, observed that this lesser supply, being attributed again to originating from a lack of cash, necessarily required further explanation with a demonstration of the disbursements made on deliveries and what was received thereupon, month by month (for in the settlements everything

Dutch transcription

603 confusie handelwijse hier or mat 660. de boeken Ens sn eerst geteekenden, uijt de factuur van het schip Horssen geextraheert is, zullen u„ Hoog Edelheeden, des gelievende, bij resolutie van 18. November 1790. g'insereert vinden. Ondertusschen zal deese vertooning u Hoog Edelheeden met recht doen wagen, wat staat men op de gedaane afreeke„ ningen met de kooplieden mag maeken, en van wat dangereuse en nadeelige ge„ volgen het voor de Comp:e niet is dat de Boeken, tot nu toe, twee Iaaren ten ag„ teren staan. dewijl daar door de lae„ tere gelt verstrekkingen, geduurig in die onafgeslootene Iaaren zijn overgebracht en gevolgelijk verkeerdelijk daar in verant„ woord als waere het penningen of koop„ manschappen, die in dat Iaar, waar bij men het verreekend, tot den Handelge„ dient hebben en verstrekt zijn geworden, waren den estgetek: verhopt op poste 6 16 op zijn modilen tot redres hierin, waren 'er Cassa boeken van die Iaeren, dan zoude een dusdanige behandeling van zaeken onmogelijk hebben kon„ nen plaats vinden en menr zoude dan ook naaukeurig konnen aentoonen, wat in ieder Iaar op den Handel verstrekt en daar op voldaan is geworden. Nu is het alles in den blinden gezocht, De kapaboe„ ken forment men hierna het Journaal en zoo als daar bij de verstrekkingen van gelt ofte koopmanschappen op de Leverancien onder ultimo Augustus ge„ schikt zijn, worden ze bij het kassa boek ingenoomen. Maar hoe het uijt zal komen en wat het uijteindige ge„ volg van zaeken zal zijn, moet de vereffening van de boeken inder Tijd koomen uijt tewijzen — Inmiddees heeft de Eerst getee„ ver kende 604 versoekt verschooning over dat geen ven §. 62. slag doet van voorjaarige min Leverancie endz: konde alles wat mogelijk is te werk te doen stellen om te maeken dat het boekjaar 17 9/90 een accurate toedracht van zaeken en waare staat van Kormandel kome uijt tewijsen en buijten die ordres en bepaalin„ gen welke bij den titul der Negocie boeken bei„ ter als hier zullen voegen vermeent hij zich te mogen flasteeren dat de hier voor beschree„ ven, ter vertooning van een echte, waare in„ zaam van ieder Iaar, en speciaal de gede„ mandeerde ordre tot het houden van een naaukeurig Reekening Courant boek, om de waare en weesendlijke Geld verstrekkingen te doen blijken, u Hoog Edelheeden g'eerde approbatie wel zal verdienen. Hij versoekt u Hoog Edelheeden zeer ootmoedig om mits de meenigte van ander zaeken waarmeede hij tot nu toe geoccu„ penrt is geweest en in zonderheijd die het schrijf werk aal oe weegens het redresseeren van de verwarrin„ gen, en tot Restificatie van voor oordeel en„ verkeerde denkbeelden hem verschaft hebben goedgunstige consideratie en inschikkelijk„ heijd, over de hem voorgekoomen onmogelijk„ heijd om nu verslag te doen van het gevolg der op den 22:e November laastleeden den Hoofd„ Administrateur gedemandeerde, doch niet wil brachte Commissie, om na te gaan en te die„ nen van bericht hoedanig het eigenlijk met de pakken strekkende tot voldoening van vroeger Eisschen als die voor 1790. is geleegen; of die werkelijk in voorraad zijn geweest dan ofze geduurende dit Laaste Leverancie Iaar zijn ingekoomen; zoo, ze in voor„ raad geweest zijn, waarom dan die voor 1787. niet in 1788. en zoo vervolgens zijn ver„ zonden; item waar aan het is toeteschrijven dat de kooplieden bij de Reekeningen te voo„ rs 605 de reeden van dit mongs lngistekin 163. bij beanten Patriasche lijsch voor 1790. verseekering dat dit onderzoek sal voort genet twerden, ven geraakt en gestaadig betaalt zijn gelijk voor 1789: paig 4320. 20. 34. indien en geduurig een minde„ ve Leverancie plaats gehad heeft, vermits zij, in zoo een geval, na maete van de verstrek„ kingen, bij het eijgenlijke Leverancie Iaar, in, steede van te vooren noch te quaad ofte Li„ quider Immers bezaarlijk konnen te vooren geraakt weezen. De reeden waarom die commissie in de steek is gebleeven, ofte de waarschijnelijk„ heijd van dien, is bij het antwoord op den Patriaschen Eisch voor 1790. aangehaald wij verzoeken verlof ons daar aan te mogen ge„ dragen en U Hoog Edelheeden te verzeeke„ ven dat, na de depeche deeses, dit een van de eerste zaeken zal zijn, waar„ meede de Eerstgeteekende zich op zal houden om, des mogelijk met het naes„ te verslag u Hoog Edelheeden te berichten, hoe omtrent sadras vaet indesen 864: niets te herhaalen N0v0 zijn in deselvde Confisie Palicol heft voor 79 teminge„ § 65. leverd 223. Sakken, hoe het hiermeede geleegen zij, en of d'E Comp: hier in, niet benadeelt is geworden schoon hij twijffelt of alle vertooningen wel te vertrouwen zijn zoo lange de Boe„ ken van ieder daar niet behoorlijk zijn geslooten. Met betrekking tot de overgezondene beantwoordingen der Extract Patriasche en Indische tisschen d' A:o 1790: van de suba terne kantooren, welke aan de Generaale beantwoording van het Hoofd kantoor 3 geannexeert zijn, valt, ten aanzien van Sadras, in deesen niets te herhaa„ maar de noorder Comptoiren en Porte„len: maar de kantooren om de Noord en de Residentie Porto Novo om de zuijd, fluctueeren in die zelve con„ fusie omtrent haere verrendingen en vol„ doeningen der respective Eisschen. Patikol het eerste kan„ door 606 toor van hier om de Noort had na het op den 20. Maart 1790. geslooten contract op den Eisch voor Nederland 212. en voor Indie 112: pakken te Leveren. Daar op zijn blijkens eene bij missive van den 27. December des gem: Iaars 9.' in„ sereerde Samentrekking niet meen voldaan dan 102, en gevolgelijk 223. pakken min„ sube teswegen ik beden geoderden, der als de ged: Eisschen. wij hebben bij ons antwoord van den 22. navolgens be„ sluijt van 21 Ianuarij I=o Leeden aan„ gemerkt dat die mindere bezorging, als weder wordende toegeschreeven uijt gebrek aan kontanten herkomstig te zijn, noodwendig eene nadere explica„ die vereischte met aantooning van de op Leverantie gedaane verstrekkingen en het daar op ontvangene maand voor maand /:want bij de afreekeningen woo alles 3

NL-HaNA_1.04.02_3877_0260 view scan ↗

English

all settled purely as of the last of August; and how that would have already been resolved, had they not forgotten to comply with our circular order of 12 November of the past year to draw up and send, since the beginning of Trade after the war, for each delivery, not for each financial year, a current account closing as of the last of September, when the Trade is considered concluded. Under serious reproach regarding this neglect, we have ordered them still to comply with our aforesaid requisition, moreover as a short delivery cannot be reconciled with what the sent settlements for 1789/90 show beforehand regarding balances, because the one contradicts the other; indeed, that a short delivery of 223 bales from Jaggernaikpoeram is set at 411 bales short delivery, and notwithstanding the suppliers getting ahead beforehand, it is too conspicuous not to be elucidated whence that excess delivery originates, in view of the also alleged lack of cash, besides the fact that another 9 bales are reported to have remained behind; certainly received later than the last of August, because otherwise they ought to have been sent hither in September or October. Jaggernaikpoeram, where the contract was concluded on 6 March 1790 for the supply of 465 bales for the Fatherland and 191 for India, shows according to a summary by letter of 27 December that only 155 for Europe and 106 for India, or together 261 bales, have been delivered; and in the introduction to the reply to the Demands for 1790, it is acknowledged that the short delivery of 411 bales is mainly to be attributed to the disputes that arose there in the spring of 1790, or the handover of the factory to the chief out of function, van Bijland, and that thus through that discord the Company's interest was entirely jeopardized and everything was brought into the utmost danger, being mainly to be attributed to a wrong direction of affairs by the former chief van Halm and the display of incompetence by the former second in command van Someren, both with his overdue trade work and insolence toward an incoming chief, and brutality toward the merchants when it came down to the point that the factory had to be accounted for and settlement had to be made with those people, to which end, contrary to the clear prohibition in the Instruction of 1766, with his knowledge and consent, they were coerced by arrest of their persons, contrary to freedom, equity, and the clear orders of the Company. Besides the aforementioned 411 short-sent bales, 78 bales are also reported by the aforesaid letter of 27 December from Jaggernaikpoeram as having remained behind, so that the short delivery on the Demands amounts to 489 bales, if not more, considering that among the shipment of 1790, 245 bales are included on Demands of earlier years. Displeasure was expressed regarding this, and also on the lack of sending the accounts of previous years' deliveries. We have held up to the Commissioners Heshuijsius and Schliephaken the impropriety and utter irresponsibility of these dealings, and also pointed out that this lends very much substance to the complaints of the aforementioned van Bijland that they did not consult him as the chosen chief and acted according to their own pleasure to draw up the accounts for 1784, for to liquidate was completely impossible. Also, by our rescript of the 23rd in conformity with the resolution of 21 January past, we expressed our utmost astonishment at the weak excuse or exception against our aforesaid circular order for the procurement of such accounts as are mentioned under Palicol, namely as if there were no records to be found from which one could determine with certainty what was advanced to and delivered by the merchants in previous years for the compilation of such an account of each delivery year since 1786. For, assuming that the merchants' own accounts of the first years up to 1787/8 might be missing, those of the two following years cannot, as a consequence of the misfortune of 1787, likewise be considered lost; so that this exception raises a strong suspicion in us that in the records, upon which one may not rely, something else is recorded than what one can find in the ledger. Wherefore we ordered to give further elucidation in that regard or otherwise still to comply with the aforesaid circular order. Regarding five accounts sent to us, we showed them that, in that manner, they meant nothing, since by arranging and compiling the same regularly according to the advances made and the settlement that followed in the course of a delivery year, nothing else was intended than that one wished to see proved by the factories themselves the truth of our repeatedly made remarks regarding the improper management of affairs by the Trade.

Dutch transcription

alles enkel met ultimo Augustus veree„ vent:/ en hoe zich dat reets zoude heb„ ben opgelost, hadde men niet vergeeten te voldoen aan onse circulaire ordre van den 12 November A:o p:o met zeedert den aanvang des Handels na den oorlog van ieder Leverancie /: niet van ieder boekjaar„ op te maeken en te zenden een Reekening Courant sluijtende met ultimo septem„ ber dat den Handel voor geabsolveert word gehouden. Wij hebben onder ernstige reproche over dit verzuijm geordonneert als nog te voldoen aan voorsz: ons re„ quisitte meer eene mindere Leverancie niet over een is te brengen in het geen de gesondene afreekeningen voor 17 39/90: wee„ gens saldos te vooren aanwijzen, wijl „eene het het „ andere tegenspreekt; immers dat eene mindere Levirancie van 223. pak„ ken 521 607 van Jaggermeuk Joeram wod ae 866. min Levirancie gesteld op 411: Pakken, ken en des onaangezien het te vooren raaken van de Leveranciers, te sterk in het oog loopt om niet geelucideert te zijn waar uijt die over Leverancie, bij het tevens geallegeerde gebrek aan kontanten, her„ komstig is, behalven dat er nog 9. pak„ ken worden opgegeeven over te zijn blij„ ven leggen; zeeker laeter binnen geko„ men als ultimo Augustus; wijl ze an„ ders in september of october hadden behooren te zijn herwaards gezonden. Paggernaikpoeram al„ waar het Contract den 6. Maart 1790. ter besorging van 465. pakken pro Patria en 191. voor India is geslooten toont volgens een samentrekking bij brieve van den 27. December aen, dat en maar 155. voor Europa en 106. voor India ofte te samen 261. pakken voldaan in 't voor jaar en oor redenopgen voewarmin der voldaan zijn; en bij de inleiding der beantwoording van de Eisschen voor 1790. erkent men, dat de mindere be„ zorging van 411. pakken hoofd zaekelijke is toeteschrijven aan de aldaar ontstae„ ne oneenigheeden in het voor Iaar 1790, ofte de overgave van het kantoor aan het opperhoofd buijten functie van Bijland, en dat dus door die twee„ dracht 'sComp:s belang ten eenemaal ge „gevaar risiqueert en alles in het uytterste „ is gebracht gewordens, voornamelijk zijnde n toeteschrijven aan een verkeerde direc„ tie van zaeken door het voormaelig. opperhoofd van Halm en betooning van onkunde door den geweesen secunde van Someren zoo met zijn agter stallig Negocie werk als onbescheiden„ heijd teegen een aankoment opperhoof 3 608 nde ng asong lenm op g e t 7 e n ede mede hetast ete 9 en brutaliteijt teegen de kooplieden toen het op stuk van zaeken quam dat het kantoor verantwoort en apreeke„ ning met die Lieden gehouden moest worden, waar toe zij tegen het duijde„ lijk verbod bij de Instructie van 1766, met zijn voorkennis en toestemming door arrest op hunne Pertoonen ge„ swongen zijn geworden, contrarie de vrijheijd, billijkheijd en de duijdelijke or„ dres van de Compagnie: —. Buijten de opgemelde 411. mindere verzondene pakken, worden er van Iaggernaik poeram bij de voors3: brief van 27. December ook 78. pakken als overgebleeven opgegeeven, zoo dat de mindere bezorging op de Eisschen 489. pakken komen uittemaeken zoo niet meer als omen reekent, dat onder de desweegen is ongenoegen aangesz:, en ork op ' beous weges mit Zanden ƒ 68. van vorjarige Leverantie rekeninge, de bezending van 1790., 245 pakken op Eisschen van vroeger Iaaren zijn be„ greepen. Wij hebbende Gecommitteerde„ Heshutius en Schliephaeken het onbehoegelijke en ten uijttersten onver„ antwoordelijke van dit gedoente en tevens voorgehouden dat het zelve zeer veel steedigheijd geeft aan de klachten van voorm: van Bijland dat men hem, als geeligeert opperhoofd niet gekent en naeige wel gevallen gehandelt heeft om de reekeningen voor 1784 te formeeren. want te Lequidee„ ren was volstrekt onmogelijk. Fok hebben we bij onze Recrip¬ tie van 23. in conformité der Resolu„ tie van 21. Ianuarij Hleeven, onze uyterste verwondering betuygt over het flaauwescuus ofte de exceptie teegen voor13. 609 voorsz: onze circulaire ordre ter bizor„ ging van zoodanige reekeningen als „on „der Palicol vermelt staan, als waare er namelijk geene aanteekeningen te vinden waar uijt men met zeekerheijd kon nagaan, wat in de voorige Iaaren aan de kooplieden verstrekt en door hen ge„ leevert is ter formeering van zoodani„ gen reekening van ieder Leverancie Iaar Zeedert 1786. want, genoomen kooplieden van dat de eige reekeningen der de eerste Iaaren tot 178 7/8: mochten man„ queeren die der twee volgende Iaaren konnen als een gevolg van het ongeval van 1787. , niet teffens als verlooren wor„ den gehouden; zoo dat deese exceptie bij ons een krachtig vermoeden op bee„ vert dat er bij de aanteekeningen, waar op men geen staat mag maaken, iets ^ aandindern. ging der handeljaaren. iets anders bekent staat, dan het geen men bij het grootboek kan vinden: omet mien bevel det Elaciteter oedenin wWeshalven wij bevalen, om dien aan„ gaande nadere elucidatie te geeven of anders als noch te voldoen aan de voorsz afgsonden nete bevstijden deien men Circulaire ordre. Vijf reekeningen guast ons toegezonden toonden we hen aan dat, op die wijs niets hadden te beduiden, nademaal met het in„ richten en formeeren van deselve regelmactig na de gedaane verstrek kingen en de daar op gevolgde voldoe„ ning in den Loop van een Leveram cie Iaar, niet anders werd bedoelt dan dat men van de kantooren zelfs verlaagt beweesen te zien, de waar„ heijd onser herhaalt gemaakte aan„ merkingen wegens de verkeerde be„ handeling van zaeken door den Han del.

NL-HaNA_1.04.02_3877_0267 view scan ↗

English

even Bimilipatnam has delivered too little. §. 69. Shortfall 131. part from running from one year into the other, and from accounting for or making good the advances of the Delivery Year with that which did not belong to it, but to the expired Demands of earlier years. We have at the same time declared them accountable for non-compliance with this order of ours, and pointed out that one, thinking to do well, often inadvertently does poorly; as we shall have the opportunity to demonstrate this more closely at the final accounting for 1790 itself. At Bimilipatnam, for the expired Trade, the contract was concluded on 16 March 1790: according to this Contract, 176 packages for the Netherlands and 87 for the Indies, or, the second in command has sent delivery accounts from 1785/6 to 1789/90. §. 70. or for both Demands, 263 packages should have been fulfilled. Beside the letter of 16 November sent hither from there, being the answer to the Extracts from the aforementioned Demands together with the customary summary of what was fulfilled thereon, it appears thereby that the shipment for the Netherlands consists of only 80, and for the Indies of 52, or for both Demands 132 Packages, and thus 131 Packages have remained unfulfilled. Having to explain ourselves regarding the accounting of the advances made hereon when we are to treat the result of the liquidations and settlements of the previous Arrears, we take the liberty with respect to the presentation regarding this accounting five accounts since the book year 1785/6 to 1789/90 sent hither from there beside the letter of 29 December last, drawn up according to the oft-mentioned circular order, to demonstrate how according to what was communicated by the said missive the same were drawn up with the Merchants, after the contracts and subsequent advances and Deliveries, and thereto were annexed such Notes as one had deemed necessary to add for the distinction of each Delivery, because, as was in use during the aforementioned Book years due to late contracting, the Account of the Linens successively bound was suddenly entered into the Books under the last of August, and which had placed the second in command Dormieux under the necessity, in order in order to demonstrate each Delivery, to draw the same from the merchants' own accounts, compared with those kept by the Company's Brahmin and with the Books of the Company, according to the customary manner of doing at the closing of the previous liquidations, which then also had delayed the work until December. It had, continued the said Dormieux, always been customary to postpone the closing of the accounts until the merchants had properly accounted for the amount of the advances made to them during the Year, and such had also taken place since 1785/6 to 1788/9 inclusive because of the difficulty which the merchants find in turning the noted Trade Goods into cash quickly enough for a timely Delivery, the proofs of price increase. whereby it, very often, ran on until the end of the year before the collection could be settled. Adding further with respect to the explanation he had sent thereon the order and receipt books sent over as proofs of the paid price increases, for clarification of matters, hereto also that, as at Bimilipatnam the disposal of Trade Goods occurs solely by advance against Delivery, it had also been customary customary at each advance that the chief together with the second in command first came to an agreement with the merchants on each kind of merchandise that they desired to receive, which are then entered as disposed of at yield and as if the amount thereof were paid in cash and thus advanced again. what was answered to the second in command. Meanwhile, we answered the aforementioned Dormieux that the previous manner of trade and the one we intend undergoes no other change in the world than that the recipients of Merchandise are debited for the amount thereof in the ordered current account book, and in the Journal and ledger, per Cash, as received funds in advance against Delivery, so that the merchandises themselves with the advances, just as before, are accounted for per Cash and credited each in its kind, while the profits are brought to the profit account: That the Account Current book is thus truly nothing other than a pro Memoria of what, in the advances against Delivery, were effectively cash or intentions in this matter. §. 72. goods, received during the Delivery Year; whilst for the prevention of all reservations on that subject, it must appear from the receipts per Cash what, or how much was handed over in cash and how much was discounted by the delivery of merchandise. We thought it necessary to copy this here so verbatim in order to give Your High Nobilities, if necessary, a further idea of the usefulness and necessity of the ordered Account Current book, especially when the same is kept literally according to our prescription, and after the conclusion of the Delivery, and the closing of the cash account of October, thus by mid-November

Dutch transcription

610 zelfs Binilipatnam hefft te min geleeverd S. 69. Nakbe 131. del van het eene in het andere Iaar te doen loopen en de verstrekkingen van het Leverancie Iaar te verant„ woorden of goet te maeken met het geen niet daar toe, maar tot de afgeloopen Eijsschen van vroeger Iaaren behoorde. Wij hebben hen te„ vens voor het niet nakomen van deese onse ordre aanspreekelijk verklaard en doen opmerken, dat men niet „te denken „wel te doen, dikwils onvoorziens qua„ lijk doet; gelijk we dit bij de afree„ kening voor 1790. zelve gelegenheijd zul„ len hebben nader aantetoonen. Op Bimilipatnam is tot den afgeloopen Handel, het con„ tract den 16. Maart 1790. geslooten: vol„ gens dit Contract hadden en 176. pak„ ken voor Nederland en 87. voor Indie ofte de secunde heeft Leverancie reek: ge„ d70. zonden van 178 5/6. tot /0. ofte op beiden de Eisschen 263. pak„ ken voldaan moeten worden. Neven brieve van 16. November van daar her„ waards gezonden zijnde de beantwoording der Extracten uijtgem: Eisschen annex de gewoone samentrekking van het geen daar op voldaan is geworden con„ steert daar bij dat de verzending voor Ne„ derland bestaat slegts in 80. en voor Indie en 52 ofte op beiden de Eisschers 132 Pakken en er dus 131. Pakken onvol„ daan zijn gebleeven. Bij de verantwoording van de hier op gedaane verstrekkingen ons moetende verklaaren wanneer we het gevolg der afreekeningen en vereeveningen van het voorig Achterstal staan te verhandelen, neemen we de vrijheijd met op zicht tot de van daar, nevens brieve van 29. De„ cember 611 vertoog nopins disinroeking cember laastleeden herwaards gezondene vijf reekeningen zeedert het boekjaar 178 5/6. tot 178 8/40. , ingericht na de meermel„ de circulaire ordre te vertoonen hoe vol„ gens het bedeelde bij ged: missive deselve met de Cooplieden, na de contracten en daar op gevolgde verstrekkingen en Le„ verancien, geformeert en daar bij gevoegt zijn zoodanige Notitien als men, tot on„ derscheiding van ieder Leverancie, noodig geoordeelt had daar bij te voegen, om dat, gelijk door de laete aanbesteedingen, geduurende opgemelde Boekjaaren in gebruijk is geweest, de Reekening der successive in den band gebragte Lijwae„ ten, onder ultimo Augustus eensklaps bij de Boeken wierden ingenoomen, en het welk den secunden Dormieut in de nood zaekelijkheijd gebracht had, ter ter aantooning van ieder Leverancie, dezelve te trekken uijt de eige reekening der kooplie den, vergeleeken met die, door 'sComp: Bra„ mine gehouden, en met de Boeken van de Comp e, na volgens de gewoone wijze van doen; bij het sluijten der voorige afreeke„ ningen, dat dan ook het werk tot de„ cember toe had vertragt. Het was ver„ volgt gem: Dormieux altoos gebruyke„ lijk geweest, het sluijten der reekeningen uijt te stellen tot dat de kooplieden het bedragen van de aan hen gedaane voor uijtverstrekkingen geduurende het Iaar na vereisch, hadden verantwoord, en zulx hadde ook plaats gehad zedert 178 5/6. tot 1783/9. in clusive om de moeijelijk heijd die de kooplieden vinden van de ge„ noteire Handelwhaaren, spoedig genoeg te geeden te maeken tot een tijdige Leve„ rancie 623 de bewijsen van prijs verhooging, rancie waar door het, veel al, tot het einde van het Iaar was aangeloo„ pen eer den inzaam kan worden afge„ de daat op heldering hij kouwde gussonted handelt. voegende verder met op zicht tot de, als bewijsen der betaalde prijs verhoo„ gingen over gezonden ordonnancie en quitan„ cie boeken, ter opheldering van zaeken, hier noch bij dat, gelijk te Bimilipat„ nam den verthier van Handelwhaaren eeniglijk geschiet bij verstrekking op Leverancie, het ook bij elke voor uijtver„ „gebruykelijk 7 strekking „ was geweest dat het opper„ hoofd neven den secunden met de koop„ lieden eerst over een: quamen van elke soort van koopmansz: die ze begeer„ den te ontvangen, welke dan, als ver„ tiert bij rendement worden opgebracht en als waere het bedragen derzelve contant betaalt en zoodanig weder ver„ strekt. wat de secunde geantwoord is, tússchen hebben we voorm Lormieúr geantwoord dat de voorige handelwijze en die wij bedoelen, ter wereld anders geene verandering ondergaat dan dat de genieters van Koopmanschappen bij het geordonneerte Reekening bouvan boek worden gedebiteerd voor het bedra gen van dien, en bij het Journaal en grootboek, per Cassa, als genotene gelpud den in voor uijt verstrekking op Leveran cie, zoo dat de koopmanschappenzelv ve met de advancen, even als te vooren per Cassa verantwoord en, ieder in haar soort gecrediteert, mitsgaders de voordeelen op de winstreekening gebragt worden: Dat het Reekening Courant„ boek dus waerlijk niet anders is als een pro Memoria, wat, bij de verstrekkin„ gen op Leverantie effectief kontanten of 6. 14 gelgeeden van Pxtentie in desen, §o 72. op koopmanschappen geweest zijn, ge„ duurende het Leverancie Iaar genooten; terwijl tot preventie van alle bedenkin„ gen op dat stuk, bij de quitantien per Cassa, dient te blijken wat, of hoe veel in kontant is afgegeeven en hoe veel, door afleevering van koopmanschap pen, is gedisconteert geworden. Wij hebben vermeent dit zoo woordelijk hier te moeten overschijven om u Hoog Edelheeden, des noods, een na„ der ide te doen krijgen van de nuttig en noodzaekelijkheijd van het geordon„ neerde Reekening Courant-boek par inzonderheijd wanneer het zelve let„ terlijk na ons voorschrift gehouden, en na het afloopen van de Leverancie, en het sluijten der kassa reekening van october, dus met medio Novem„ ber

NL-HaNA_1.04.02_3877_0274 view scan ↗

English

From Porto Novo an accounting has indeed been rendered, which not being sufficient, the submerchant has been demanded to be sent hither; whereupon all accounts so many months late, and the confused consequences thereof, shall at once cease, and an accurate account and state of affairs shall be obtained from each party there. At Porto Novo no contract has been concluded at all, and with the rendering of accounts of matters, which was done by the Resident Topander, then still present here, under 16 December 1790, we were so little pleased at the session of the 31st thereafter, that it cannot be brought before the eyes of Your Right Noblenesses except with trepidation, and for which reason we shall be very precise in the further accounting already demanded in that residency, wherein 391 packs were assigned. According to the extracts from the demands communicated to this residency, 193 packs should have been delivered from there for 1790 pro Patria and 198 for the Indies, making 391 packs. Since then, or in August last, the surprise attack and destruction of that settlement took place by Tipu Sultan's irregular troops, roaming throughout the Carnatic on plunder and murder, as a report thereof was already made to Your Right Noblenesses on 21 October 1790, paragraphs 37 and 38. On that occasion, according to the report of the Resident Topander and the calculations noted thereupon by the Resolution of the said date, the Company suffered to our sensitive grief a very important damage to the amount of Pagodas 3822:18:400 in goods which, at that mishap, were at the bleachfields, dyehouses, and glossing establishments, and in the merchants' packing houses, amounting to a number of 2771 pieces of various sorts of linens. And only shipped for 1790: 12 packs; item for 1787 and 1789: 94 packs. Of the goods brought hither or saved, the statement of which amounting to Pagodas 3426:18:72, besides the sample linens and some goods for use, is also noted in the said Resolution of 21 October, 106 packs have been sent via the ship Horssen solely for the Indies, and thus nothing for the Netherlands; and among this number, as demonstrated by the showing in the resolution of 18 November last, 94 packs were included from the demands for 1787 and 1789, so that only 12 packs for 1790 have been fulfilled, as is further shown by the demonstration after the reply. Memorandum of remaining packs omitted at departure of the ship, but will not fail to be provided in the future. The dispatching of a memorandum of the packs that remained lying behind upon the departure of the ship, as requested by Your Right Noblenesses in paragraph 34 of the rescript of 27 April past, could not take place on account of the aforesaid improper handling of affairs; but we shall ensure that in the future nothing shall fail in this regard. 50 lb cotton seeds, 4000 shirts, 2000 suits of uniform and trousers have been sent. By the ship Horssen have recently been sent the 50 lb of cotton seeds required in paragraph 35, as well as 2000 shirts for the hospitals and 2000 pieces for the Batavia garrison, item 2000 suits of uniforms and as many trousers. The recommendation in paragraph 36 to take more care to fulfill this and that will be properly observed as soon as the unsettled times and better safety of the roads to Nagapatnam, where these articles are made, shall allow. Until now nothing can be accomplished there. The required further accounting under paragraph 37 on previously made remarks concerning the improper notions of charging the linens with the losses which the merchants suffer on the issued merchandise, reference is made here to paragraphs 51 to 52 inclusive forward. The required further accounting under paragraph 37 on the remarks already made previously concerning the improper notions of encumbering the linens with the losses which the merchants suffered on the issued merchandise, the necessary elucidation being, as we believe, already comprehended and dealt with in the presentation made here above from paragraph 51 to paragraph 52 inclusive, we humbly request to refer ourselves to that. The first signatory has sought, as commanded, the abolition of the price increase. Since Your Right Noblenesses, with respect to the new trade, in paragraph 27 of the aforesaid letter of April declare that you expect the contrary of what was previously communicated, namely that one would have to continue with the price increases, and that these would thus be abolished again, and in paragraph 30 are pleased to show displeasure at the representation that one would have to continue with the increases in order not to be excluded from the collection, the first signatory, after having obtained the management of affairs, immediately directed his efforts to give Your Right Noblenesses satisfaction herein. He announced to the suppliers, favorably approved by Your Right Noblenesses in paragraph 19 of the rescript of 17 August last, this favor and at the same time made known the expectation and restriction stated therein. The contract is referred to and to the resolution of November. Your Right Noblenesses will find the preliminary negotiations with them to achieve the objective of having the price increases set aside in the collection and provisionally contracting at the old, unincreased prices, in the Resolutions of 10, 18, and 22 [illegible].

Dutch transcription

van Porto evovo is wel verantwoor„ d 73. „ding gedaan, din nit voldoende, desepneur gevorders, ber herwaards gezonden worde; wanneer alle afreekeningen zoo veel maenden laeten, en de confuse gevolgen van dien, eensklaps zullen komen te ces„ seeren, en men van ieder Daar een ac„ curaate Reekening in staat van zae„ ken onder het oog zal krijgen. —. Te Porto Novo is in het geheel geen contract geslooten en met de verantwoording van zae„ ken dat geschiet is bij een door den toen alhier noch aanweesigen Resident Sopander sub 16. December 1790. hebben wij ter sessie van den 31. ' daar aan, zoo weinig genoegen konnen neemen, dat het niet dan met schroom onder het oog van u Hoog Edelheeden is te brengen, en waarom wij zeer naaukeurig zullen zijn in 645 die residentie waerin 391. pakken §74. opgedragen in de bereets gevorderde nadere Reeken„ schap derweegen. Volgens de deese Residentie toe„ gedeelde Extracten uijt de Eisschen had„ den van daar voor 1790. pro Patria 193. en voor Indie 198. pakken moe„ deng 3e groft nolrgn 7 puititen geleekert worden. zeedert ofte in augustus laastleeden is aldaar ge„ beurd de overrompeling en vernieling van dat geheugt, door Tipoe sul„ tans, op roof en moord, door g'ansch Carnatica, zwervende inreguliere troupen, zoo als daar van aan U Hoog Edelheeden, op den 21. october 1790. 837. §n 38: bereets is verslag gedaan. Bij die geleegenheijd heeft de comp. e na het bericht van den Resident Topander ende derwegen bij Resolutie van gem: datum genoteerde bereekeningen tot ons en maar versonden voor 1790. patock: 12. 875. item voor 1787 en 89: pakk 94. ons gevoelig Leetweesen een zeer impor„ tante schaede geleeden ten bedraege van Pag: 3822. 18: 400. aan goederen die zich, bij dat ongeval op de bleek-verw en Hlanzerijen en in der kooplieden Pas huijsen bevonden, uijtmaekende een geta van 2771. stukken onder scheidene soorten van Lijnwaeten Van de alhier aangebrachte ofte gesauveerde Goederen, waar van de op„ gave ten bedragen van pag: 3426. 18. 72. buijten de monster lijnwaaten en eenig goederen tot gebruijk, meede bij op gem: Resolutie van den 21. october genoteert staat zijn per het schip Horssen 106 pakken ver zonden enkel voor In die, des niets voor Nederland; en onder dit getal zijn uijtwijzens de aantooning bij resolutie van 18. No„ vember 616 Memorie van overblijvende pakkena d. 76. wortens vertrkn gaas, dans miet af„ dog zal in't vervolg niet manqueren, 50. ld: kapaaspitten, 4000 hembden 177. 2000 ontering rokken en broeken zijn versonden, vember laastleeden 94. Pakken be„ No 1 greepen op de Eisschen voor1787: en 1729: 1729. zoo dat er maar 12 pakken voor 1790. voldaan zijn, gelijk dat bij de aantooning agter de beantwoording nader komt te blijken. Het over zenden van een No„ titie van de Pakken die bij ver„ trek van het schip zijn blijven overleggen, zoo als die door uw Hoog Edelheeden bij par: 34. der resorifitie van 27. April passato word gerequireerd, heeft, mits de voorsz oneige behandeling van zaeken niet kunnen geschieden: maar we zullen zorgdragen dat daar aan, in het vervolg, niets koome te mancqueeren. Met het schip Horssen zijn nu Iongst de bij par: 35. gerequireer„ de. noomen werden, der koopl: verlies op koopman s8. oplij„ 178. waaten te cargeeren, referte hier omtrend aan 153 dot §: 52 voorwaards. de 50. lb: kapaes pitten verzonden als meede 2000. Hembden voor de Mos„ pitaalen en 2000. stuks voor het Ba„ taviasche Guarnisoen item 2000 stux Monteeringen en zoo veel broeken. de ropmandele hieromtens zelvigt ij de recommandatie bij par: 36. om ter voldoening van het een en ander meerder zorge te dragen, zal, zoo dra de onrustige tijden en beetere veiligheijd der weegen naar Naga„ patnam, alwaar het een en ander word aangemaakt dat wil toelaa„ „ worden ge ten, behoorlijk in acht ^ neemen Tot nu toe is aldaar niets uijt te rechten. De gerequireerde nadere verant„ woording sub par: 37. op bevoorens be„ reets gemaekte aanmerkingen over de oneigene begrippen om met de verliesen, welke de kooplieden op de 681 den bostgetek: heeft na beviel, de af §79. schaffin der prij veroging betragt, de verstrekte koopmanschappen leiden, de lijwaeten te beswaeren bij de hier voor„ waarts van par. 51. tot par: 52. inclu„ sive gedaane vertooning de noodige elucidatie zoo wij vermeenen bereets ge„ comprehendeert en verhandelt zijnde, verzoeken wij ootmoedig ons daaraan te mogen gedragen. Daar u Hoog Edelheeden; met betrekking tot den nieuwen Handel, bij par: 27. der voorsz: brief van April be„ tuijgen, te verwachten het teegendeel van het te vooren bedeelde namelijk dat men met de verhoogingen van preijs zou moeten continueeren, en dat die dus weeder zoude worden afgeschrif en bij par: 30. ongenoegen gelieven te toonen op de representatie dat men met de verhoogingen zou moeten con„ tinueerg aangekondigt, tract word gerefereert ea an resolutie van Novemb: tinueeren om niet uijt den inzaam ge„ slooten te worden, zoo heeft de eerstgetee„ kende na het verkreegen maniement van zaeken, ten eersten zijne betrach„ tingen gemaakt om u Hoog Edel„ en de overemeus hin hun appositie heeven hier in genoegen te geeven. Hij heeft de bij par: 19. der rescriptie van 17. Augustus I:o Leeden, door u Hoog Ede heeden goedgunstig geapprobeerde Leven vanciers dit faveur en tevens bekent gemaakt de daar bij bekent gestelde om ten vors: apshittigent mum en vorwachting en restructie. U Hoog Edelheeden zullen de preliminaire onderhandeling met hun ter berei„ king van het oogmerk om de prijs verhoogingen gederogeert in den inzaam„ bij provisie tegen de oude onverhoog„ de prijsen gecontracteert te krijgen, bij de Resolutien van den 10, 18. en 22 der.

NL-HaNA_1.04.02_3877_0281 view scan ↗

English

615 the stock of money was in 1780. here, however, only ƒ 76,833. 15. 8. can be found broadly noted in the past month of November. We respectfully request that we may conduct ourselves accordingly, entirely relying on the equity of Your High Noblenesses to view those proceedings from the most favorable side, and thus graciously consider all the difficulties arising therein as very weight impediments to the insisted abolition of the aforesaid increase and the subsequent condition of the new contract. By the Resolution of 10 November is inserted the transfer of the great Treasury made on the 28th of the preceding month to the Head Administrator, difficult to sell, and only with preference for the Indian treasury, chamber, showing that the stock of money, besides the small remainder of the daily cash, did not amount higher at that time than ƒ 76,833. 15. 8., principally consisting of the 6 bars of gold then still unsold and 3,426 pieces of gold Persian rupees, concerning whose indescribable difficulties, as appears first in the aforementioned Resolution of 10 November, we shall speak further under monetary affairs. The order of Your High Noblenesses in the often-mentioned letter of April last, paragraph 31, to give preference to the collection for India as long as no separate fund was provided, we had to consider as lapsed due to what was written in the postscript of the further letter of 17 August and the enclosed 619 which orders regarding the new contracting were sent to the Offices. § 81. extract from the minutes of what was transacted in the Council of India on 16 August 1790 and the Home Dispatch of 7 December 1789, to the extent that, in expectation of the fulfillment of the sum of 7 tons calculated by the Lords and Masters for the return of 1791, the necessary preparations had to be made immediately to hold tenders for both the European and Indian Demands for 1791, the more so as, according to the letter of Your High Noblenesses, in the next season, besides the ordinary ship, we also had to expect a return vessel for the Netherlands. The first thing that had to be taken in hand accordingly was the communication and every effort had to be made to abolish the successively paid increases according to the intention of Your High Noblenesses and to stipulate the old, unincreased prices, thus reintroducing the way to obtain a price reduction in time and thereby laying the foundation for a more advantageous procurement than had taken place hitherto; which, as we added, could very well happen if one knew how to use industry for the interest of the Honorable Company and make the merchants understand that all their protestations and calculations of loss are easily refuted when one draws up the accounts in the merchant style and shows that what they might lose on the one side is amply compensated on the other side, 621 the returns here for 1791 amount to ƒ 315,506. 1. 8. at unincreased prices. § 82. in order to confirm that the balance consistently turns in their favor. Furthermore, that after our aforesaid permanent arrangement made, no contracts should henceforth be entered into or concluded except after proposing the conditions on which they could be stipulated, which would have to be approved by us beforehand and authorization granted for that purpose, whereupon our arrangement and directive regarding the necessary advances would also follow, which we pointed out to the officials never needed to happen all at once, but could be negotiated in installments, showing how we had already arranged it when we wrote this. The calculation of the amount of the returns, in so far as payment must be made at this Head Office on the respective Home and Indian Demands difficulty in providing the for 1791, is inserted in the Resolution of 18 November 1790 and, according to the unincreased prices, amounts to ƒ 315,506. 1. 8. The Resolution also shows the multitude of difficulties that arise regarding the state of finances, and that one was already in an embarrassment as to how one would calculate from the timber, the merchandise, and the stock as much as would be needed to find and be able to furnish the 1/2 part of the returns on the Home Demand for which cash is required, between the end of November and the end of January next, which, with half of the 1/3 part for India, amounted together to ƒ 95,649. 17. 8. For if everything turned out according to the calculation made, one possessed, by outward appearance, abundance enough to make the advances in general, 622 but that the difficulties that stood in opposition to this, and especially those concerning the copper and the cloves, if these could be sold out of hand beyond what was necessary for the supply at the price already offered of 85 pagodas per bahar of 480 lb and the cloves at 90 stivers Indian per lb or 450 pagodas per bahar; how it also stood with other articles that necessarily had to be disposed of in order to ensure that nothing failed, especially in the first installment, so that on the day aforesaid we came to the decision to stipulate, for whatever the merchants might accept in reduction of the advances to be made to them, the old or previous prices, namely for the spices and the Japanese bar copper.

Dutch transcription

615 de voorraad van geld bestondt 1780. hier in 8er maar ƒ76833. 15. 8. der laast verweeken maand November in het breede aangeteekent vinden. Wij verzoeken eerbiedig ons daaraan te mogen gedragen: alzints vertrou„ wende op de equiteijt van U Hoog Edelheeden om die verrichtingen van de gracieuste kant, en dus alle de daar bij voorkoomende zwaerig hee„ den, goedgunstiglijk te beschouwen, als zeer gewichtige impedimenten tegen de doorgedrongen vernietiging der voor zeide verhooging en daar op gevolgde voorwaarde van het nieu„ we contract- Bij de Resolutie van 10. No¬ vember staat geinsereert het onder den 28. van de voorgaande maand aan de Hoofd Administrateur ge„ daan Transport van de groote Geld, kamer ropijs, moijlijk om te verkoops. en kel bij preferentie voorde Jndische lijkk gezorgt, kamer, aan toonende dat de voorraad van helt, buyten het klein restant van de dagelijksche lasse toen niet hooger princspars in goude staven en dit beliep dan ƒ 76833. 15. 8. voornaeme„ lijk bestaande uit de toen noch on„ verkochte 6. staven Goud en 3426. stuks goude Porsiaansche ropijen, over welkers onbeschrivelijke moeijelijkheeden, zoo als dat bij opgemelde Resolutie van 10. November het eerste voorkomt, we onder de heldzaeken nader zullen in de will van tatourschip smit spreeken. De ordre van u Hoog Edel„ heeden bij de meerm: brief van April papato par: 31. om aan den inzaam voor India de preferencie te geeven zoo langer geen apart fonds toewierd bezorgt, moesten wij door het aange„ schreevene bij P: S: van de nadere brief van 17. Augustus en daar nevens overgezondene 619 welke ordre nops: de nieuwe aanbe„ §81. steeding na de Compt: zijn afgezonden. overgezondene Extract uyt de Notulen van het gebesoigneerde en Raade van Indie op den 16. Augustus 1790. en Pa¬ triasche Missive van 7. December 1789. in zoo verre voor vervallen reeke„ nen dat, in verwachting van vol„ doening der door de Heeren en Mees„ tert gecalculeerde som van 7. Ton voor het retour van 1791. , terstont de nodige preparatien dienden te wor„ den gemaakt om aanbesteeding te doen op beiden de Europische en Indi„ sche Eisschen voor 1791. te meer wij na ^ uw het aanschrijven van Hoog Edelheeden in het naeste saisoen, buijten het con„ tra schip, ook een retour bodem voor Nederland hadden te verwachten. Het eerste dat dienvolgende ter hand was te neemen waere de commu„ nicatie. re derhouden en alle devoir moest aan wenden om nade intensio van uw Hoog Edelheeden de successive betaalde verhoogingen te vernieti„ gen en de oude onverhoogde prijsen te bedingen, dus weder te introduceeren den weg om met er tijd vermindering van prijs te obtinee„ ven en daar door den gront te leggen tot een voordeeliger inzaam als tot hier toe hadde plaats gehad, dat, gelijk wé er bij voegden zeer wel kon geschieden, indien men voor het belang van de E: Maatschap pij in dus„ trie wist te gebruijken en de kooplieden te beduijden, dat alle haere betuijgingen en be„ reekeningen van schaade gemakkelijk zijn te wederleggen wanneer men de reek: eens na van koopmanstijl ging opmaeken en aan toonden, dat het geen zjaan de eene kant al eens mochten koomen te verliezen, over een anderen kant, ruijm genoeg vergoet wierd om 621 de retouren hier vao 179: beloopen in § 82. aan vorhoogde prijsen ƒ 315506. 1: 8. om te bevestigen datde balans steeds in haar faveur overslaet-. Voorts dat na onze voorsz: gemaakte permanente schikking geen con„ tracten voortaan zouden mogen worden aange„ gaan of geslroten, dan na dat, met voordragt van de conditien waar op te konnen worden bedongen die door ons vooraf zouden goedge„ keurt zijn en qualificatie daar toe verlant wiee„ de als wanneer tevens zoude volgen, onze schikking en aanschrijving met opzicht tot de noodigt verstrekking die wij den bedienden voorhielden, dat nimmer eens klaps behoeven te geschieden, maar bedongen konden worden in„ termijnen, onder vertooning hoe wij het, toen we dit schreeven beruets geschikt hadden. De bereekening van het bedragen der re„ thouren voor zoo verre de voldoening geschie„ den moet ten deesen Hoofdkantoore op de Respective Patriasche y Indische bisscla voor om swarijhid in voordanvan din §83. voor 1791. Staat ter Resolutie van den 18 N r en vember 1790. geinsereert en komt na de on ron de ^ verhoogde prijsen ƒ315506. 1. 8. te beloopen Ook toont de Resolutie aan de meenige van zwaerigheeden die zich op doen tot verbie ving van den staat der financien en dat men zich toen reets in verleegenheijd bevond hoe men uyt het houd, de koopmanschap pen en s in voorraad, zoo veel zoude bereekenen als er nodig ware om het 1/½. gedeelte der retouren op den Patriachen Eijsch waarvoor kontant gelt word gevraegt, te vinden en te konnen fourneeren tusschen ultimo November en ultimo Ianuarij aanstaande, dat met de helft van het 1/3. part voor India te saamen ƒ95649. 17. 8. uytmaakte want dat iadien alles uijtveel nade gemaakte Calcu„ latie men na uijterlijken scheijn, overvloe„ dig genoeg bezat om de advances in het Ge„ neraal 622 eer en vogulg en 13. dorge 18 nord omtskhinten e den en raal te doen, maar dat de zwaerighee„ den welke zich daar tegen overstelden en inzonderheijd die om het koper en de Na„ gelen, bij aldien het uyt de hand buyten het nodige tot de verstrekking, mochte te ver„ koopen zijn voor de toen reets uijtgeloofde prijs van 85. pagooden de Bhaar van 480 lb: en de Nagelen â 90: stuijvers Indiasch het ld: of 450: pag: de Bhaar, hoedanig het ook geleegen was met andere articulen welke noodwendig van de hand moesten werden geset om te maeken dat het voor al aan het eerste termijn niet quam te haperen, zulks de welke prijs getadt zijn er var teke we ten dage voormelt quamen tot het be„ sluijt om voor het geen de kooplieden moog„ ten koomen aanteneemen in mindering van de aan hen te doene verstrekking, te bedingen de oude ofte de voorige prijsen teweeten voor de specerijen en het Iapans staefkoper

NL-HaNA_1.04.02_3877_0288 view scan ↗

English

on which conditions the contract was concluded with the merchants here, bar copper, but for the rest whether the said articles could be sold to someone for cash, to let those and the remainder go for the prices then recorded by resolution. But this did not progress as we might have wished. Distrusting the conditions of the times and constant variations of the market, it took quite a few days before the merchants hereabouts could come to a decision. Meanwhile, declaring themselves in response to the admonitions made to that end regarding the terms of the new contract to be entered into, they expressed their willingness to undertake the deliveries for both the European and Indies Demands for 1791 at the old unraised prices under these conditions: 1. That for the requirements of the Demand for the Fatherland, the advance disbursements must be provided in cash, and that for the Indies Demand it must be left to them to accept in deduction of the advance disbursement as much merchandise as they shall state they need. 2. That after the signing of the contract the advance disbursements must commence, and that one-third of the whole must be furnished before the end of January next. 3. That the second installment of the disbursement shall begin in February, and that the amount thereof must be complete before the end of April. 4. That the last portion shall be furnished upon the arrival of the ship or ships, as is expected with money. 5. That the delivery, according to former custom, must be completed by the end of September; yet that, in fulfillment of the contract, acceptance shall take place until into October of goods that might only be ready after the end of September; against which, in case of timely and complete provision of money, all possible care will be taken and efforts made to complete the delivery precisely by the end of September. 6. That they should declare further among themselves how they would divide into groups, and that from each group one should be surety for the other, just as they affirmed this when summoned to the meeting on 22 November, of which note was therefore kept on that day; with instructions to the Chief Administrator, as soon as they should have divided and declared themselves regarding their union into groups concerning the contracting, to form the Tender Memorandum and Summary of what each group undertook to deliver, and thereafter also to draw up the contract to be signed with the customary ceremony by us on the one hand and by them on the other, but from then on to be held concluded. In the resolution of 27 November last is recorded the reason why the said suppliers could not come to a decision earlier regarding the quantity of merchandise they would accept on the contract and the prices they could pay for it, for which we also ceded it to them without further deliberation, namely two and one-third to Ragoe Wengata Rama Chittij, Ekoeloe Annam Boddelij Chittij, Molinga Letjema Chittij, and Kansela Obli Chittij in the one, and Meddla Wardarasa Chittij and Wengeta Kistnama Chittij in the other group; just as also appears from the entry in the resolution of 11 December, the Tender Memorandum was drawn up and divided among them, and the contract with them was signed; and besides the usual gifts and a salute of 5 cannon shots, also in deduction of the first third part there were handed to them in the meeting 500 gold rupees at the former price, thus to the amount of pag. 1843. 18, which after date, on account of discovered fraud in the rupees, had to be reduced by some percent due to lesser value, as will further appear under the Financial Affairs. According to the aforementioned Tender Memorandum and Annexed Summary, also the contract, it appears that the contracted quantity of packs consists of 293 for Europe and 49 for the Indies, or together 342 packs, these from Paliacatta amounting together to f 312122:15. Meanwhile, the caliatour wood, the mountings, and ray skins to the amount of pag. 4572. 8. 5 had already, according to old custom and privilege, been assigned for procurement to the Interpreter Mandalam Wengadassalam Naiker; and, apart from diverse Nagapatnam piece goods and the shirts also being manufactured there, of which, on account of the troubles, no one undertook the delivery, the first installment of the disbursement to the merchants comes to the amount of pag. 23120. 4. 70. The merchandise which they have accepted, on the other hand, totals pag. 10573. 11. 1, and thus after deduction of this there was a shortfall on the first installment of Pagodas 12546. 17. 70. The remedying of which, according to the state of our finances inserted into the resolution of 10 December last, will be better suited under the title of Financial Affairs than here; while with regard to the new trade for 1791 itself, we first take the liberty to present here what has hitherto occurred in that respect with the subordinate offices of our succession

Dutch transcription

in der welke vorwaeden met de 184. Coopl: hirge Contracteerd es, staafkoper, maar voor het overige of zoo bec„ de de gemelde arkculen voor contant aan den man wieden, die en de overige te laeten gaan voor de toen bij resolutie aangeteekende prijzen. Dan dit vlotte niet zoo als wij het wel gewenscht hadden. De tijds omstandig„ heeden en geduurige variatien der markt mistrouwende, hult het noch al eenige vaegen aan, een de kooplieden hier omtrend konde komen tot een besluijt, inmid„ dels om de daar toe gedaane aenmaanin„ gen zich declareerende over de termin van het nieuw aan te gaan Contract, betuijg„ den zij genegen te zijn de Leverancie beiden op de Europische in Indische Eisschen voor 1791. te doen voor de oude onverhoog de porijn sen onder deese voorwaarden 1.: / dat voor het benoodigde op den Patriaschen Eijsch de voor uijt verstrekkingen in kontante ge„ fourneert 623 fourneert en op den Indischen Eisch aan haar gelaeten moet worden om in min„ dering van de vorstrekking, zoo veel koopmanschappen aanteneemen als zij zullen opgeeven te benoodigen. 2 / dat, na het teekenen van het contract de voor uijtverstrekkingen een aanvang moe„ ten neemen en dat, voor ultimo Ianua„ rij aanstaande een derde van het Geheel gefourneert moet zijn. 3. / Dat het twee„ de termijn der verstrekking in zal gaan met Febrúarij, en dat voor ultimo April het bedraegen van dien compleet moet weesen. 4:) dat het laeste gedeelte, zal worden gefourneert bij arrivement van schip of scheepen, gelijk verwacht word met „geld. — „ 5. ) dat de Leverancie, na voorige usantie geabsolveert moet zijn ultimo septem„ ber, dog dat, in voldoening aan het con„ tract. nt formern, en 'tomt acst voorgeslooten ghoude, tract, de acceptatie zal plaats hebben tot in october van goederen die na ultimo „september eerst mochten gereed raeken, waar teegen, in cas van teidige complee„ te bezorging van gelt met alle mogelijke voor zorge gewaakt en getracht zal wor„ den, om bepaaldelijk tot ultimo septem„ ber toe de Leverancie te accompleteeren. 6/: dat zij zich nader zoude verklae„ ven hoedanig zij zich in ploegen onder elkander verdeelen en dat, van ieder ploe„ den een voor den ander Borg zijn zouden gelijk zij dit een en ander op den 22. Novem„ ben in vergadering ontbooden affirmeerten en waarvan dus ten dien dage aantee„ den 2 o: iglast ansestetin moit kening is gehouden; mnet last aan den Hoof Administrateur om zoo dra zij zich naim pens hunne vereeniging in ploegen ver„ deelt en verklaart zoude hebben aangaan de. 624 der„ Repol 27. Nov: staat genoteerd, den §85. koopl: swaerigheijd omtrent de quantiteiten s prijte de koopmans, niaie ma humn bod zin afpestaan, de den geen die zich met elkander voegen en in solidum verbinden zouden, te for„ meeren de Aanbestredings Memorie en Sa„ mentrekking van het geen ieder ploeg aan„ nam te leveren en daar na tevens in te stellen het contract om daar ons ter aen„ ve en door hun ter andere zijde met de gewoone Ceremonie geteekend dog „n toen af voorgeslooten gehouden te worden. Bij resolutie van 27. November laast„ leeden staat genoteert de reeden waarom ged: Leviranciers niet eer als toen had„ den konnen komen tot een besluijt wegens de quantiteijt koopmanschap„ pen die zij op het contract aanneemen en de prijzen die zij daar voor betaa„ len konden, voor de welke wij ze ook, zonder verder beraad, aan hen hebben afgestaan teweeten tot twee en een derde loed aan refol: 11. Dect a. 15048. 18 . verstekt in 500. goude rop:s „tie gekoomen, derde aan Ragoe wengata Rama Chit„ tij, Ekoeloe Annam Boddelij Chit„ tij, Molinga Letjema Chittij en kansela oblichittij in de eene, en Meddla wardarasa Chittijen wengeta: kistnama Chittij in„ memorie, ontract hut dis geinseren de andere ploeg, hoedanig ook uijtwijzens inschrijving ter resolutie van den 11. De„ cember de Memorie van Aanbesteeding opgemaakt onder hen verdeelt en het cond P„ k Cormoniel van't ontract zijn Jagj: tract met hen is geteekent en nevens de gewoone geschenken en een salut van 5. kanon schooten ook inmindering van het eerste derde gedeelte in ver„ gadering aan hen ter hand gestelt zijn 500. goude ropijen nade voorige prijs, dus ten bedrage van pag: 1843. dog weg:s min waarde is hierin demin„ 18. dat na dato, mits ontdekt be„ drog aan de ropijen, met eenige p:r C:o heeft 625 denieuwe aanbesteding hie, koms tens op § 86. taaktn 32 in gld ƒ 2 2. 1. Kaliatou hout, montering, Ens13. levens de schiren heeft moeten vermindert worden, gelijk onder de Geltzaeken nader zal blyken. Navolgens de voorsz: Aanbestee„ dings Memorie en Annexe Samen„ trekking item het contract blijkt dat de gecontracteerde quantiteijt pak„ ken bestaat in 293. voor Europa en 49. voor Indie of te tesaamen 342. Pakken hier van Palliacatta te samen monteerende ƒ 312122:15. on„ der tusschen was het Kalliatour= hout, de Monteeringen en roggevellen ten bedrage van pag: 4572. 8. 5. den Tolk Mandalam wengadassalam Naiker na oude usantie en prevelegie bereets ter besorging opgedraegen, en, buijten diverse Nagapatnamsche lijwae„ ten en de aldaar meede aangemaakt wor„ dende. koopman B3 geaceptend 9. 1078. 1 1 de kort bolijkt ondergeld zacken, dende hemliden, waar van, om de troubles, niemant de Leverancie op zich heeft ge„ op ht ende betoaltmijn grot p„ 10 1 oomen, komt het eerste termijn der ver„ strekking aan de kooplieden te bedrae„ gen pag: 23120. 4. 70. de koopmanschap pen die zij geaccepteert hebben daar-en teegen Sommeeren pag: 10573. 11. 1. en dus quam en na aftrek van deese aan het eerste termijn te kort Pagooden inhandanig gesoukt ont pr: 1516: : „ 12546. 17. 70. de zemedieering van het welke na maete der staat van onze financien, geinsereert bij resolutie van 10. December ILeeden, onder den titul van de Gettzaeken beter als hier vereng en muw ansehedig e anten zullen de voegen, neemen we de wijl heijd met betrekking tot den nieuwen Handel voor 1791: zelve, hier eerst te vertoonen het geen tot nu toe derwee„ gen met de kantooren ter onser succes sine

NL-HaNA_1.04.02_3877_0295 view scan ↗

English

Concerning Porto Novo and Sadras, the servants called upon in the assembly, or meeting, have discussed the following. Porto Novo, whither the Resident Topander departed at the end of the preceding month, as well as the adjacent office to the south, Sadraspatnam, being shaken and unsettled by the troublesome circumstances of the times, so that neither buying nor selling is practicable there as long as the uncertainty of the outcome of the war continues, we have, in order to suspend the expenses there for the present and for further reasons as resolved by separate resolution on the 12th of this month, decided to cause them to cease by the middle of the next, and written to the servants on the same day to break up from there with the entire establishment in the most economical manner and for the present, with the enjoyment of the customary emoluments, await here what turn affairs will take. From Sadras, as appears from the minutes and inserted record of the Resolution of the 31st of December 1790, a memorandum was received of the stock of certain goods of the merchants here at Paliacatta to the amount of Pagodas 2220. 5. 1/4, besides four chests of unfinished painted fine chintzes sent hither for reasons as stated in the Resolution of the 6th of December 1790, wherein the receipt, examination, and finding thereof are noted, and the report sent in copy to Sadras is inserted. Although, according to the remark of the Chief, these items might serve in reduction of the demands for 1791, they are nonetheless of too little consequence unless an arrangement can be made to enter into a new contract for this year; although, in the contrary case, they will nonetheless be made to serve as soon as they can be dyed and otherwise put into proper order. According to the calculation received and inserted in the aforementioned Resolution of the 31st of December, the share of Sadras and the provision for the Fatherland and India for 1791 amounts to f 419906. 14. 8 at the formerly paid prices, and to f 112098. 3 at the old, unincreased prices. During the deliberations on this, in accordance with the tenor of the aforementioned Resolution of the 31st of December, we further seriously insisted on the abolition of the increase, and made known in significant terms that if, willy-nilly, it were insisted upon and one were consequently forced to agree to it, this would not be done except for the account and responsibility of the contracting parties in the first instance, namely the Sadras servants. We hope that the troubles and the dangers to be feared therefrom may yet cease so seasonably that a disposition concerning the required cash, etc., can be made with peace of mind before the arrival of the ship or ships, because otherwise it would be in vain to rely on the fulfillment of any Sadraspatnam assortments. From Jaggernaikpoeram, even before receiving the report of the outcome of the concluded trade for 1790, several representations were made, as if in anticipation, which one can regard as nothing other than interludes to abide by the old maxim for the new trade of 1791. For besides that, as appears from the proceedings of the Resolution of the 29th of October, wherein are inserted two findings of resorted linens transferred by the former Chiefs to the Commissioners according to their letter of the 15th of August preceding, an advance of Pagodas 4567. 19. 3/4 made to the suppliers of the sewn goods is reported as uncertain, being merely a promise of accounting in sound goods without reporting to what extent this had been satisfied since the disbursement of the money; the Commissioners Heshuijsen and Schliephaken, moreover, made known in the name of all the merchants their grievance regarding both buying and selling, fearing with them the decline thereof without a sufficient supply of cash or a more ample delivery of both mace and nutmegs, which are necessary for redress. We have rectified this as Your High Nobles will find more circumstantially noted in the Resolution, if you please, with our remark concerning the aforementioned uncertain report with regard to the money advanced on delivery; particularly that such loose arguments as the collapse of trade required a more serious consideration, since its standing or falling is of too great importance for the public interest not to observe and ponder this weighty matter a little more closely, without allowing oneself to be so immediately deterred by native notions, and without failing to look out for extraordinary remedies if the ordinary ones were found to be disadvantageous and impracticable; which recommendation was further urged by letter of the 4th of the past month, pursuant to what was resolved on the last day of December preceding. But once one is accustomed to bad habits, it seems difficult to adapt to reforms, or to abandon practices that one thinks cause too much change in an authority previously too far assumed.

Dutch transcription

6:16 van Porto vroorg Sadras zijnde §87. bebienden on de Armble opgeroepen, sive vergadering is verhandelt geworden. E Portonovo werwaards de Resident Topander in het laast van de voorleeden maand is vertrokken, zoo wel als het daar aan volgende kan„ toor om de zuijd Sadraspat„ nam geschokt en onthust wordende door de troubleuse omstanden des tijds, zoo dat aldaar nog in of verkoop prac„ ticabel is, zoo lange de onzeekerheijd van den uijtslag des oorlogs komt aan te houden, hebben wij, ten einde de ongelden aldaar voor eerst te doen stil staan en om ver„ dere reeden als bij aparte resolutie, op den 12: deeser beslooten, om die met medio daar aan te doen ophouden en den bedien„ den ten zelven dage aangeschreeven om van daar met den ganschen omslag ten managieusten op te breeken en voor eerst met Sabrasse voorad beloet ƒ7: 20 5: ¼ 1 88. bije e ksten heten hien met genot der gewoone Emolumenten alhier aftewachten wat keer de zae„ ken staan te neemen. Sadras, is uitwijzen Van „ Resolutie vanden 31. Dec:r aanteekening en in=sertieter „ 1790. ontvan„ gen een Memorie van den voorraad van eenige goederen derkooplieden, alhier te Palliacatta ten bedragen van Pagon den 2220. 5. ¼. buijten vier kisten onop ge„ maakte sitsen geschilderde fijne her„ waards gezonden om reeden als bij ke„ solutie van den 6. December 1790. waar bij den ontvangst, examinatie en bevin„ ding derzelve genoteert en het in co„ pia naar sadras gezonden Rapport geinsereert staat. — Dan Schoon volgens aanmerking van het op per„ hooft het een en ander zou kunnen dienen in mindering van de Eisschen voor 627 op de prijs vermindering is serius §89. aangebrongen voor 1791. zijn ze echter van te weinig be„ lang, indien het zich daar toe niet koo„ me te schikken van een nieuw Con„ tract voor dit Iaar aan tegaan, schoon men ze, in Contrarie geval, niet te min zal laeten dienen zoo dra zo geverwt en verder in behoorlijke order gebracht ge emel e Coptitande ine e seleen konen worden: koomende uijtwijzens de ontvangene en ter Resolutie van 31. De„ cember voormeld g'insereerde bereekening het aandeel van Sadras en de bezor„ ging pro Patria en India voor 1791. wade te vooren betaalde prijsen ƒ419906. 14. 8. en na de oude onverhoogde prijsen ƒ112098. 3. te bedraegen. Wij hebben bij de deliberatie hier over na den teneur der Resolutie van 31. December voormelt, nader serieus aan„ gedrongen op de vernitiging der verhooging en wijzen ve, vn ijemastien in n eken onto 90 vergedaan„ en in significante termen te kennen gegeven dat zoo ze, willens of onwillens aangedron gen en men over zulks genoodzaakt word die te moeten accordeeren, dat niet zoude geschieven dan voor reekening en verant woording van de contractanten ter eerster instantie de sadrapsche bediendens name ggeoand et ontrmet, ver dijanjlijke wij hoopen dat de troubles en daar uijt te duchten gevaeren, noch zoo teijdig mogen cesseeren, dat men een dispositie op de benoodigde kontanten ens 3: met gerustheijd zal kunnen neemen voor de aankomst van schip of scheepen„ daan on gen magtij p ntaus an, wijl het anders te vergeefsch zou zijn, om op de voldoening van eenige Sadraspat„ namsche sorteeringen staat te mae„ ken. Van Jaggernaik poe„ Fram zijn, bereets voor het ont„ vangen 638 vangen verslag van het gevolg der afgeloo„ pen Handels voor 1790 verscheidene ver„ tooningen, als by anticipatie gedaan, die men niet anders kan aenmerken, dan als interludiums om met den nieu„ wen Handel voor 1791. bij de oude maxi„ me te blijven. want behalven dat, blij„ kent verhandeling ter resolutie van 29. october, waarbij geinsereert staan twee bevindingen van gehersorteerde Lijwaeten door de voormaalige opperhoofden aan de gecommitteerden overgetransporteerd volgens hun schrijven van 15. Augus„ tus bevoorens, eene aan den Leveranciers der gezaaijde Goederen gedaane verstrek„ king kan pagooden 4567. 19. ¾. als onzeeken word opgegeeven, namelijk enkele belofte ter verantwoording in deugdzaam goet zonder te melden in hoe verre daaraan zeedert. gegeve hoodanig die keamntwoord zijn, zeedert de afgave der gelden bereets was voldaan, zoo gaven de Gecommitteerdens Heshutius en Schliephaken, daar en boven, in den naam der gezamentlijke kooplieden te kennen hun bezwaar no„ pens den in=en verkoop beiden, vree„ zende met hen voor het verval van dien zonder een genoegzaame voorraad van kontanten of ruijmer aanbreng van Foe„ li en Ntooten beiden noodig tot redres wij hebben dat zodanig gerectificeert als uw Hoog Edelheeden des gelievende bij Resolutie omstandiger genoteert zullen vinden, met onze aanmerking over de voor zeide onzeekere opgave met be„ trekking tot het op Leveremcie gefiev de gelt: in zonderheijd dat zulke losse argumenten als het te niet loopen des Han dils een serieuser nadenken vereisch te 639 danr iden a sant ines ntnt rir anthorilatie geslhoten, te wijl het staan of vallen van dien, van te groot belangis voor het algemeen om die gewichtige zaek net wat nader te betrachten en te bepeinsen, zonder zich zoo onmiddelijk door inlandsche concepten te laeten afschrikken, en na geen extra ordinaire Remedien om te zien indien de ordinaire nadeelig en onuijt„ voerlijk wierden bevonden; welke recom„ mandatie nader is aangedrongen bij lrie„ ve van den 4. der voorleeden Maand na het geresolveerde op ultimo December be„ voorens. Maar als men eens gewent is aan quaade gewoonten, schijnd het bezwaerlijk te zijn om zich na de hervormingen te schikken, of gebruijken afte leggen die men denkt te veel verandering te geeven in eene zich te vooren, te verre aangemastig„ de

NL-HaNA_1.04.02_3877_0302 view scan ↗

English

Section 92. according to the communication of 12 November, the boldness. The following case would provide the most convincing proof thereof. The aforementioned Commissioners, Helhusius and Scheephaken, having shown by letter of 12 November of last year the conclusion of a separate contract for the delivery of linens and an advance made thereupon of 3000 Pagodas in cloves, 1000 Pagodas in Japanese bar copper, and 4000 rupees in cash; and that, given the virtual standstill of trade, they had availed themselves of this favorable opportunity offered to them by a certain Badam Ramalingam, and had furnished the aforesaid cash and merchandise to him under sufficient surety to make the delivery within two months, this gave occasion, in our meeting of the 23rd of the said month, instead of being satisfied therewith, to remonstrate to the said Commissioners how this conduct of theirs denoted nothing other than an intention to bring matters in Iaggernaikpoeram into such confusion that in the end neither path nor trail would be found. We also remonstrated to them how agreeable it would have been to us, on the contrary, to see that they applied themselves to the preparation of a repeatedly requested report of their commission and the execution of our further orders of the 27th of the preceding month of October, when we had recommended to them the recovery of the arrears and also pointed out to them how irresponsible it was for affairs to run on from one year into the next, because according to the reports received then (see Resolution of 29 October), the received account of arrears extended no further than into 1783/4, and the following year was still unsettled, much less liquidated; and yet they had proceeded on their own authority to make advances, supposedly for the new trade for 1791. We therefore expressed our highest displeasure over these doings, with the order to restore the matter entirely to its original state, and that if they concerned themselves with anything regarding the counting-house, they should rather proceed to the closing of the books of 1789/90 and the sending of the same, along with the accounts of the suppliers up to the commencement of the trade under the ultimate date of September, as that would be more edifying and better than disposing of the Company's money and goods at their own pleasure and leaving the books and papers neglected; besides the fact that making advances for the new trade was not yet urgent, partly because they had not yet received extracts from the requisitions for 1791, and partly because, reiterating our circular order dated 12 November, we understood once again that no advances of whatever kind should be made except upon our prior order and authorization, following a proper proposal of matters and demonstration of the grounds upon which such could take place, in order to serve for their instruction for as long as they remained there, and for their successors in the future. Section 93. In their reply of the 7th of the following month of December, they made known to us that it was impossible for them to redress the aforesaid step taken out of ignorance, since the supplier had already accounted for a sum of 3000 Pagodas in good linens against the advance, with the assurance that this issue and delivery would in no way be mixed with the accounts of the past year or with those of indebted merchants, but would be concluded separately by mid-December or mid-January; that the reasons which had induced them to proceed to the aforesaid advance were: 1. the favorable offer to dispose of such a large quantity of cloves and copper for a small sum of ready money, upon which the Honorable Company enjoyed a clear profit and advance of 14216 guilders, 11 stivers, 8 penningen; 2. because it was now the best time to collect the linens, for if one delayed longer with it, it would cause much difficulty and become nearly impossible to get them bleached, owing to the great scarcity of water; 3. the fear they had that if the bleachers were not kept occupied and found no livelihood there, they would leave the place and go elsewhere, whereby one would be brought into no small embarrassment concerning those laborers, as had frequently been the case; requesting us, on those grounds, for a favorable consideration of these their representations and approval Section 94. of the aforesaid issues made, which they would regard as a special mark of our favor, all the more so since redressing the matter was entirely beyond their power; with the promise to furnish as soon as possible the settlements with the merchants, the books, and further papers up to 1789/90, which would already have been partly done had they not had to contend with so many adversities, both in the clerical work, having only a single clerk who could perform his work properly, as well as regarding the dilatory nature of the merchants, from whom one could obtain prompt execution of work in almost no matter. Although these reasons in themselves initially appear plausible

Dutch transcription

§92. volgens Communicatie van 12 Nor: de vrijpostigheijd. Het volgende geval zo de overtuijgendste blijk daar van opleedgn veren. Voormelde Gecommitteerden He husius en schheephaken bij brieve van den 12: November A:o p:o hebbende vertoond het sluijten van een appart contract ter Leverancie van lijwaeten en eene daar op gedaane verstrekking van 3000 Pagooden aan Nagelen 1000. Pagoden aan Japans Staeffkoper en 4000 ropij en contant en dat zij zoch mits het genoegzaam stilstaan der Handels, van deese hen, door zeekere Badam Ramalingam aangebooden favoran bele gelegenheijd hadden bedient en de voorsz: kontanten en koopman„ schappen aan den zelven verstrekt on„ der sufficante cautie om binnen twee maanden 40 630 maanden de Leverantie te doen, gaf dit, op deen huranetin en nde et von en in onse bij een komst van den 23:e derged:e maand, insteese van daar meede genoe„ gen te neemen, aanleiding om den gem: Gecommitteerden voor te houden hoe dit hun gedrag niet anders denoteerde dan een op zet om de zaeken te Iaggernaik„ poerain in een zodanige confusie te tren„ gen dat er ten lasten geen heg of stegaen zoude te vinden zijn. wij hielden hen „daar tevens voor hoe aangenaam het ons „ het en tegen zoude geweest zijn te zien dat zij zich bevlijtigden met de inrichting van een herhaalt gerequireert Rapport van hunne Commissie en de uijtvoering 4 onzer verdere ordres van den 27. der voorgaande maand ootoben, wanneer wij hen de vergoeding der Achterstallen gerecommandeert en tevens voorgehou„ den al za din den hadden; hoe onverantwoordelijk de zaeken van het eene in het andere Iaar quamen de loopen, want na de toen ont„ gene berichten /:vide Resolutie van 29:e october:/ loop de ontvangene reeke„ ning van agterstallen niet verder dan tot in 178¾: en het volgende Iaar was noch on afgereekend veel min gelequideerd en even„ wel waaren zij op eige authoriteijt overegaan, quasi op den nieuwen Mandel voor 1791. ad„ vances te doen. Wij gaven dut over dit gedoente ons hoogste ongenoegen te ken„ nen met bevel om de zaak weeder te bren„ gen in zijn geheel en dat indien zij zig ergens meede bemoeijden het comptoir con„ corneerende, liever zouden overgaan tot het sluijten der boeken van 17 8/90 en het af„ zenden der zelve met de reekeningen der Leveranciers tot na het aanloopen van den. 621 den Handel onder ultimo september, wijl dat stichtelijker en beeter zou zijn, dan over 'sComp:s Gelt. en goed, na welgevallen, te dis„ poneeren en de boeken en papieren agter we„ gen te laeten: behalven dat het doen van voor uijt verstrekkingen op den nieuwen Handel nog met presseerde, eensdeels om dat zij toen noch geen Extracten had„ den bekoomen uijt de Eisschen voor 1791. en ten anderen om dat, in herhaaling van onze circulaire ordre de dato 12 Novem„ ber, we andermaal verstonden dat geene verstrekkingen hoe genaamt zoude wor„ den gedaan dan na onze voorgaande ordre en qualificatie op een behoorlijke voordragt van zaeken en vertooning van de fundamenten waarop zulks zoude konnen geschieden, om hun voor zoo lang zij daar waren, en hunne sur„ cesseure. gaan, der van war op lgeanteords, at intrekin 93. door deverantie indoinljk was, dus d: cesseuren voor het vervolg, tot naricht te dienen. Bij hun antwoord van den 7. der volgende maand December gaven zij ons te kennen hoe het voor hen onmogelijk was om den voorsz: uijt onkunde begaane stap te redresseeren, na dien de Leverancier op de verstrekking bereets een som van 3000 pag: hadde verantwoord aangoe„ lijwaaten, onder verzeekering dat deeze de afgave en Leverancie in geenedeele zou wor den vermengt met de reekeningen van het afgeloopene Iaar of met die van debit staande kooplieden, maar apart onder me January haar die December, of medio beslag erlangen zoude: —. Dat de reede welke hen tot de voorsz: verstrekking had dan doen overgaan waeren 1:/ het Ja vorabel aanbod om zoo een groote quant teijd 632 teijd Nagulen en koper tegen een geringe som gereetgelt van de hant te zetten, waar op de E Comp: zuijver profiteerde een advans van ƒ14216: 11: 8: 2/ om dat het thans de beste tijd ware ominzaam van zijn wae„ ten te doen want, dat men langer daar meede tardeerende, het veel moeite zoude in hebben da bij na ondoenlijk worden dezelve gebleekt te krijgen, mits het groot gebrek aan waeter 3. / de vrees die zij hadden dat wanneer de kleekers niet aan de gang wiorden gehouden in haar bestaan aldaar niet vonden, dezelve de plaats verlaeten en zich elders begeeven zoude, waar door min dan in geingeringe verleegenheijd om die arbeidslie„ den zoude getracht worden, gelijk meer„ maals het geval geweest was verzoekende ons uijt dien hoofde om een gunstige consi„ deratie op deese hunne vertooningen ap„ probatie huropes bij voorig ondr gepasterd 1 94. waren, en onder welke voorhouding, probatie van de voorsz: gedaane afga„ ven dat zij als een bijzondere blijk van onze gunst aanmerken zouden, te meer het redresseeren van de zaak ten eenemael was buijten hun vermogen, onder belofte van zoo spoedig mogelijk te zullen bezorgen de afreekeningen met de koop„ lieden, Boeken en verdere papieren tot do 17 29/40. dat ook voor een gedeelte bereets zoude geschiet zijn hadden zij niet met zoo veel teegenheeden te worstelen zoo wel in het schrijfwerk, als hebbende maar een enkelde Pennist die zijn werk na behooren kon verrichten als ook omtrend den talmachtigen aart der kooplieden, van wien men, bij na in geene zaek spoedig gedaan werk kon bekoomen. Hoe wel deeze reedenen op haar zelve in den beginne als aanneemelijk voorkomen

NL-HaNA_1.04.02_3877_0309 view scan ↗

English

prevented, and consequently, were the observance of the reforms not of great necessity, we might well have let the matter rest here, yet the other concurrent circumstances ran so squarely against this that we deemed ourselves obliged to assert our orders. We therefore find it necessary, at the session of 24 December, to explain and clarify somewhat more emphatically to the commissioners the extraordinary nature of their conduct in this matter, to demonstrate that however one might defend the affair, they were not authorized to do any such thing without our prior consent and qualification, especially since they did not know what was demanded and what had to be fulfilled, and without having entered into any negotiation regarding what old or new price, what is more, without knowing how we would dispose of the suppliers and how we would arrange matters concerning the complaints previously made about them, or made by letter of 15 September; and because the one with whom they had engaged had been brought under suspicion with us by others, we have, for those and other arguments raised again by resolution, persisted in our previous order, namely to restore the matter entirely, unless the newly arriving chiefs, whom there was then reason to expect there daily, having found the linens already delivered to the sum of 3000 Pagodas good and acceptable to serve on the new requisition for 1791 at the old, unincreased prices, when this and what further concerns the matter could be regulated and put in order with them upon the handover of the office following the previous instruction issued to that end. By our aforementioned resolution of 24 December your High Nobilities will also find recorded how, in order to lay the foundation for a more suitable administration and more accountable conduct, both in managing trade and in employing merchants where the Company can operate without such considerable perils and dangers as is the case at Iaggernaikpoeram, and which were treated no less circumstantially in that resolution, among other things the first undersigned successively communicated to the meeting all complaints made to him separately, and on the aforementioned day of 24 December produced four petitions or complaint documents from the merchants to be mentioned, as follows: 1. From the Iaggernaikpoeram merchants Pendaprool wenkete raijloe, Kalla Raijappa, Goddamidla Mangaija, Bandaar wiereesoe, and kokij Reddij, dated 22 October past, containing a request to be restored to trade and employed again. 1. From the Mazulipatnam merchants, or rather two of the same content, dated 14 and 30 November, requesting concerning the damage suffered by them, and to deduct 15 to 20 percent toward the discounting of the balance of their debit. 1. From a certain Batjoe Tagaija, demonstrating that through the obstructions of others the suppliers of blankets did not fulfill their contract, and that he, having stood surety for the funds advanced for that purpose, had delivered red linens with the consent of the commissioners to clear the debt, by which and the delivery of blankets the advanced funds were satisfied. However, that it was nevertheless demanded of him to take the amount of the red linens into account and leave the remainder of the debt as it was: requesting payment and settlement of affairs. 1. From Kalla Kistnama, Peketoe Anandoe, and Destara wengata Reddij, complaining about one Pindij Prolo Ramaija, who had managed to strip them of their capacity as suppliers and to propose to the commissioners one Badoe Ramalinga, with whom a contract had been entered into by the delivery of 4000 pagodas in spices and 4000 rupees in cash; also indicating that he is able to substantiate and prove his previous complaints made by petition of 8 October 1790, a copy of which had already been sent, about the aforementioned Pindij Prolo Ramaija, namely his poor and improper handling of matters, believing themselves to be unjustly cast out and worthy to continue serving the Company. Paragraph 95. Regarding the complaint described in the servants' letter of 15 September, we had already disposed on 25 October as is recorded at length in the resolution of that date. The petition which Kalla Kistnama and associates had previously presented was, after response thereto on 17 November of the past year, entered into the resolution of 10 December by the former chief van Halm, and the commissioners, to whom it had also been sent in copy, in their letter of 21 November, which was also deliberated upon at the aforementioned session of 10 December, attributed those complaints merely to jealousy of one native against the other and indicated that those complainants deserved our utmost displeasure, appealing in that regard to van Halm, and the latter in turn to them. Paragraph 96. Since we had already noted on the first-mentioned day that such appeals from one to the other were unnecessary if the wagon had been kept on the right track, and we therefore, before agreeing to that sentiment, chose to await the effect of an advertisement previously sent to Iaggernaikpoeram in accordance with a separate resolution of 27 November, in order, if they should find themselves among the aggrieved community, to hear them beforehand and then regarding their request to

Dutch transcription

633 voorkomen en wij gevolgelijk, waren de observantie der reformatien niet van grooten noodzaekelijkheijd, de zaek hier bij wel zouden hebben kunnen laaten berusten, zoo liepen de overige concur„ reerende omstandigheeden. echter hier zoo vierkant tegewaan, dat we ons ver„ plicht oordeelden, onse ordres te doen gel„ den en we vinden derhalven, ter sessie van 24. December noodig den gecommitteerden het Extra ordinaire van hun gedrag in deezen, wat nadrukkelijker te verklaa„ ren en te expliceeren, ter aantooning dat zij hoe men de zaak ook wel ver„ deedigen, niet geauthoriseert waren, iets dergelijks te doen, zonder onze voorafgaan„ de toestemming en qualificatie, inzonder„ heijd daar zij niet wisten; wat er geeischt was en wat er voldaan moest worden, en mene, en zonder daar over te zijn getreeden in eenige onderhandeling tegen welke oude of nieuwe prijs, wat meer is zon„ den te weetene hoe wij over de Leveranciers disponeeren en hoedanig wij het schikken zouden ten aanzien der bevoorens, ofte bij brieve van 15. September over dezelve gedaane klachten en wijl de geen waar„ meede zij zich hadden g'engogeert „divers door anderen bij ons was gebracht in ver denking, zoo zijn wij om die en andere bij resolutie ter weeder gestelde augumin„ ten, bij onse voorige order blijven persis„ doog met welke wij heids opnr het nijken heeren namelijk om de zaek weder te zijn geheel, ten waere de stellen in nieuw aankoomende opperhoofden welke min toen reeden had aldaar dagelijk te mogen verwachten, de ter somme van 3000. Pag: reets binnen geleeve gesonden de 624 diverse klagtschiften sin vandaan §95: gesondene hde daar mtren is gehandelt, de lijwaeten goed en aanneemelijk bevon„ den om te kunnen dienen op den nieuwe Eisch voor 1791. teegen de oude onver„ hoogde prijsen, wanneer dit en het geen de zaek verder concerneert met hun gereguleert en in ordre konde gebracht worden bij de overgave van het kan„ toor na het voorig daar toe gedaane aanschrijven. Bij voormelde onse Resolutie van den 24. December zullen u Hoog Edelheeden ook aangeteekend vinden„ hoe, om de grond te leggen tot een ge„ schikter Huijshouding en verantwoor„ delijker gedrag zoo in het bestieren van den Handel als het emploijeeren van kooplieden waar aan de Comp:e zonder zulke aanmerkelijke periculen en gevaaren als te Iaggernaik poeram het. het geval is, en bij die Resolutie onder anderen niet min omstandig verhandelt zijn, de Eerst ondergeteekende alle hem afzonderlijk gedaane klagten succes„ sive de vergadering gecommuniceerd en ten voorm: dage van 24. December geproduceert heeft vier verzoek ofte klacht schriften van de te meldene kooplieden als: 1. Van de Iaggernaikpoeramsche kooplieden Pendaprool wenkete raijloe, Kalla Raijappa, Goddamidla Mangaija, Bandaar wiereesoe, en kokij Reddij de dato 22. october 2: Leeden, houdende verzoek om weder in den Handel gestelt en geemploij„ eert te worden 1. Van de Mazulipatnamsche kooplieden of eigenlijk twee van denzelven in houd. 625 houd, de datis 14: en 30. November verzoe„ kende omtrend de door hun geleedene schae„ de en om tot desconte van het saldo hae„ rer debet, 15. â 20. precento. te detraheeren. 1. van zeekere Batjoe Tagaija vertoonende dat door dwars drijverijen van anderen de Leve„ ranciers van deekens niet voldaan heb„ ben aan haar contract en dat hij voor de daar toe verstrekte penningen borg gebleeven zijnde, om de schuld aftedoen, met toestemming der gecommitteerdens roode lijwaaten had geleevert, waar door en de leverancie van deekens, de verstrek„ te penningen voldaan waren. Edoch dat men niet te min van hem quam te vorgen om het bedragen van de roode lijwaaten in reekening te neemen, en het overige van de schuld zoo te lae„ ten: verzoekende betaaling en afdoe„ ning ning van zaeken. 1. van Kalla Kistnama, Peketoe Anan„ doe en Destara wengata Reddij klagende over eene Pindij Prolo Ra maija, die hen de hoedanigheijd van Leveranciers had weeten te ontdraijen en aan de Gecommitteerden voor te dra„ gen eene Badoe Ramalinga, met wien een contract was aange„ gaan door de afleevering van 4000 pa gooden aan specerijen en 4000 ropijen in Contant; geevende tevens te kennen dat hij instaat is zijne voorige bij re quest van den 8. october 1790. /: copi waar van reets was verzonden:/ ge„ daane klachten over Pindij Prolo Ra maija. voornoemt; namelijk zijne slegte en qualijke behandeling van zal ken, te konnen goetmaeken en be„ wijsen. 636 wijzen, vermeenende ten onrechten ver„ stooten en waardig te zijn om de comp te blijven dienen. §96. Op de klachte beschreeven bij der bedienden brieve van 15. september had„ den we den 25. ' october reets zodanig ge„ disponeert als ter resolutie vandien datum largo staat opgeteekent. Het request dat kalla kistnama C: s: te vooren hadden gepresenteerd, is, na beantwoor„ ding van dien op den 17. e November A:o p:o door het voormaelig opperhoofd van Halm ter Resolutie van den 10. Decem„ ber ingeschreeven, en de gecommitteerden, aan wien het ook in Copia gezonden was hebben bij brieve van 21: Novem„ ber, waar over ter sessie van den 10. De„ cember evengemelt mede gebesoigneert is, die klagte enkel aan Jalousie van den. den eenen inlander tegen den anderen toegeschreeven en te kennen gegeeven dat die klaegers ons uytterste onge„ noegen verdiende beroepende zich daar omtrend op van van Halm en deze weder op hun Daar wij nu ten eerst gem: dage be„ 197. reets hadden aangemerkt dat dergelijke beroepingen van den een op den anderen onnoodig ware indien de wagen in het rechte spoor was gehouden en we der hal„ ven, alvoorens in dat gevoelens toe te„ stemmen, verkoosen aftewachten, de uijt werking van een volgens apart besluijt van 27. november bevorens naar Pag„ gernaikpoeram gezonden advertissement, om bij aldien zij zich onder de beswaarde gemeenten bevinden mochten, hen voor afte hooren en dan nopens hun verzoek te Creste we

NL-HaNA_1.04.02_3877_0317 view scan ↗

English

637 chief to act as we should deem to be in accordance with equity, we gave them further notice of this on 29 December, and at the same time how the request of the Mazulipatnam merchants had already been disposed of when we answered their letter of 15 September on 2 November, and also wrote to them that our aforesaid objective, namely a quiet, regular reformation, did not seem easily attainable as long as no other measures than those at hand were employed, and that, since the news of the departure of the new chiefs from Bengal on 20 December had already been received privately, and they thus, with some dispatch in their journey, were already there, or upon receipt of our letter of 29 December would soon arrive, we had found it most advisable to hand them the letter with the aforesaid complaints upon receipt; at the same time ordering the said arriving chiefs properly to examine and investigate those complaints and all grievances of the merchants; rendering a distinct and robust report of this and of their findings, and proposing such persons as merited to be employed; in order to better understand matters, reviewing what we had previously, or on 29 October and after that date, already noted and circumstantially written concerning the state of the merchants in general according to what was communicated in the Jaggernaikpoeram letters 630 returns and finances written. 98. Meanwhile, alongside the Commissioners' letter of 27 December 1790, we have received the calculation of the share of the returns from Jaggernaikpoeram for the Fatherland and India for 1790, annexed to a calculation of the state of the finances for the settlement of this new trade and a memorandum of 78 bales which are stated, as of the end of August 1790, to have been on hand or left over, to the amount of f38554. 12. 8. 99. But since this latter is once again a false statement and a consequence of that old-fashioned, irresponsible manner of acting, we were very emphatic about this in our reply of the 22nd pursuant to the resolution 100. of 21 January last, in which the above-mentioned three papers are found inserted. We asked the servants whether those bales could be considered to have been delivered or to have been on hand before or by the end of August, why they were not sent hither with the other returns in September or the beginning of October thereafter? For, if the case were such that those goods were brought in too late for shipment and were only delivered in the last two mentioned months, or possibly later, there was neither right nor reason to be found to credit the merchants' account therewith as of the end of August. A 639 101. increased price f 291702. 9. —. routine and custom, as if for balancing the account, we showed that this could not justify it, unless one values the merchant's interest higher than that of his master. That, since the Honorable Company did not receive the goods in time and can obtain them cheaper for 1791, the suppliers, as the least compensation for damage, must part with the goods, if they could serve the demands for 1791, at the same prices as those for which they contract with the Company in this year, with orders to deduct the excess amount from the suppliers and balance it in the account for 1791 with the Company. According to the aforesaid calculation, the white the statement of finances is found somewhat unclear white linens upon which the increase previously took place amount to pag. 23513. 18. 1/8. and with the remaining sewn goods, cotton blankets and ray skins, 539 bales are required for 1791, calculated to cost pag. 64822. 18. 1/2 or f 291702. 9. -. Dutch money. Although this paper was arranged according to our intention to that extent, we found the following, namely the demonstration of the state of the finances for the discharge of the one and the other, just as with the other two offices, somewhat unclear. Namely, one had only calculated on the stock of money and merchandise and not that which, according to promise, however doubtful, would come more or less into the treasury from the suppliers on the previous year's debts, and that 640 reference is made to the resolution of 21 January with the aforesaid bales in stock, instead of f216836: 9: the money supply would come to stand at f399307. 14. and consequently, instead of falling short, f107605: 9: 8 could still be left over, that is to say if the merchandise for the calculated debts, as is to be wished, comes to yield the aforesaid capital. But what great difficulties did not arise against this. We shrink from the verbosity into which we should fall if we repeated them all here, and therefore humbly request, in so far as they are applicable to this chapter, to be allowed respectfully to refer to that which was recorded in this regard in the aforesaid resolution of 21 January. Being there

Dutch transcription

637 eer opperhoofde te handelen zoo als wij zouden vermee„ nen met de billijkheijd overeenkomstig te zijn, geven wij dit den 29. December hen nader, en tevens te kennen, hoe op het verzoek der Mazulipatnamsche kooplieden reets gedisponeerd was, toen we hunne brief van 15. September op den 2. November beantwoordde, en schree„ ven hen tevens aan, dat voorsz: ons oogmerk, een geruste regelmaetige re„ formatie namelijk, niet wel scheen te bereiken te zijn zoo lange en geen andere mesures, dan die bij der hand waeren, te baet wierden ge„ lastelij gelaetn aan ondrsak dermin noomen en dat, vermits de narich„ ten van het vertrek der nieuwe opperhoofden uijt Bengale op den 20. xber: in het particulier reets ont„ vangen, en zij dus met eenige voor„ spoet, erzoek spoet in haar reis, bereets ginter waren, of op ontvangst onzer brief van 29. xber„ wel haast arriveeren zouden, we raad„ zaamst hadden gevonden om bij ontvangst de brief met de voorsz: klachtschriften hen ter hand te stellen; den zelven aankoomen de opperhoofden tevens gelastende om die klachten en alle beswaeren der koop„ lieden behoorlijk na te gaan en te „onderzoeken; daar van en van hunne bevinding distinctelijk in cordaat verslag doende en voordragende zoodanigen als meriteerden te worden g'emploijeert; tot dis te beeter verstand van zaeken nagaande wat wij bevoorens ofte den 29. october en na dato over den staat der kooplieden in het algemeen na het bedeelde bij de Jaggernaikpoeramsche brieven bereets aangemerkt en omstandig geschreeven da en daar retouren 630 retouren en financien daar oor is emstij gescdreeven geschreeven hadden. en der ontfagn brekenig den § 9 8. Inmiddels hebben wij neven der Ge„ Committeerden Letteren van den 27. xber: 1790: ontfangen de bereekening van het aandeel der retouren van Jaggernaik„ poeram pro Patria en India voor 1790. annex een bereekening van den staat der Financien tot goedmaeking van saen Sumori van 8 oer selven en deezen nieuwen Handel en een Memorie van 78. Pakken welke opgegeeven worden onder ultimo Augustus 1790. ten bedragen van ƒ38554. 12. 8. aan handen geweest, of overgebleeven te zijn. de laste wns en wal de pgan, en 199. Maar vermitt dit laatste al wee„ der een valsche opgave en een gevolg is van die ouder wetschonverantwoordelijke wijze van handelen, zijn we daar over zeer nadrukkelijk geweest bij ons antwoort van den 22 ingevolge be„ sluijt N31 sche met afvrage nop:s dis nomesendin hnb: 100. sluijt van den 21. Ianuarij Io Leeden waar bij de bovengem: drie papieren geinsereert worden gevonden. - We hebben den bedienden ge„ vraagt zoo die pakken voor of met ultimo Augustus binnen geleeverd of gereekent konden worden toen aan „ om handen geweest te zijn, waar „ ze dan niet in september of het begin van october daar aan, met de andere retou„ ren herwaarts zijn gezonden? want dat, indien het daar meede dus mochten zijn geleegen dat die goederen ter verzen„ ding te laat zijn aangebragt en in de twee laastgem maanden, mogelijk lae„ ter, maar eerst zijn binnen geleevert, er noch recht of reeden was te vinden om der kooplieden reekening daarmeede te bevoordeelen onder ultimo Augustus. Een Sleuter 639 gieking teretoren vor 19: daan behragen 101. verhoogde pris ƒ 291702. 9. —. slenter en gewoonte, quasi tot vereevening der Reekening, toonden wij, dat dit niet kon billijken, ten waare men het be„ lang van den koopman hooger waar„ deert als dat van zijn Meester. Dat, daar dere ofte de E: Comp:e het goed niet ge„ kreegen heeft op zijn tijd en voor 1791. beeter koop te recht raakt, de Leveranciers overzulkt als de minste vergoeding van schaese, het goed zoo het op de Eisschen voor 1791. te pas kon koomen moeten af„ staan tegen dezelve prijsen als waar voor zij in dit Iaar, met de comp. e vemdat 2 tegen mindir prisen vor g tote contracteeren, met ordre om het mer„ der bedragen de Leveranciers aftekorten en in de reekening voor 1791. met de Comp:e te vereevenen. Volgens de voorsz: bereekening ko„ : men na de oude „ verhoogde prijsen de witte. de rek: van finanoie, is vat ondrijderls 1 bevonden witte lijwaeten waar op te vooren de ver„ hooging plaats had, te bedragen pag: 23513. 18. 1/8. en met de overige gezaaijde Goederen gekattoeneerde Deekens en roggevellin zijn 539. Pakken benodigt voor 1791. be„ reekend te zullen kosten pag: 64822. 18. ½. of ƒ 291702. 9. -. Nederlands Geld. —. Hoe wel nu dit papier in zoo ver„ re na onze intentie was ingericht, be„ vonden we het volgende ofte de Aantoo„ ning van den staat der Financien tot m voldoening van het een en ander, even als van de andere twee kantooren wat daarinwvas mit geadeulerd n daetests„ o e duijdelijk. Men had namelijk en„ kel gereekend op den voorraad van Geld en koopmanschappen en niet het geen volgens belofte hoe twijffelagting ook, door de Leve„ ranciert op de voorjaarige schulden, meer of min in Cassa zoude komen en dat den mat: len 640 word genefereerd aan nesolutie 21. Jann: met de voor13. Pakken in voorraad, in steede van ƒ216836: 9: den geld voorraat op ƒ399307. 14. te staan quame en over„ 4: zulks in plaats van te kort te komen, noch ƒ107605: 9: 8. over behouden kon worden, te weeten zoo de koopman„ schappen voor het gecalculeerde in de schulden, gelijk te wenschen is het voor 13: kapitaal komen op te bren„ gen. Maar wat al zwaerigheeden bego en e warisende opmans te emengen niet daar teegen. Wij schroomen omen teigen de wijdloopigheijd waar in we vervallen zouden, indien we die alle hier herhaalden, en verzoeken derhalven ootmoedig in zoo verre ze tot dit cha„ piter applicabel zijn, ons met respect te mogen gedraegen aan het geen der wegen bij voorsz: Resolutie van 21: Ianuarij is aangeteekend. zijnde daar

NL-HaNA_1.04.02_3877_0324 view scan ↗

English

which proposals the merchants have made for that purpose in the previous contract, and in addition to the points of purchase and sale, because of the prevailing confusion, have become so mixed up and intertwined with one another that it is difficult to separate the one from the other. By this same resolution of 21 January, the various statements of the suppliers at Iaggernaikpoeram concerning entering into the new contract for the demands for 1791 are also recorded at length. Those of the patterned goods, or the so-called Mazulipatnam merchants, had—according to the committee members by letter of 27 December—immediately shown themselves very aggrieved that only coarse and no fine linens had been demanded. They had requested that, according to old custom, fine ones might also be assigned to them. Upon the statement made to them by the committee members that no change could be made in this and that they had to submit in writing under what conditions they were prepared to contract, they had handed over to the committee members a document in which they proposed to conclude the contract by receiving 1/3 in cash and 2/3 in merchandise, without any price reduction. Those of the white linens, or three of the Iaggernaikpoeram merchants, offered to make the delivery at the old, unraised prices, and that they would accept in payment 2/7 in cash and 5/7 in merchandise. The others, whom the former chiefs had excluded from trade, but to whom the content of the demands and our wishes regarding this had also been communicated by the committee members, had on the aforesaid day of 27 December not yet made any proposals, however much the committee members wished to enter into negotiations with them because of the peace of mind and the trust that one could place in them regarding the advances of money to be made. In contrast, although the committee members had reason to speak well of the other three for their good conduct, they presented them as people with whom, in the present state of the times, one could proceed only with reluctance, especially if through any unfortunate accident they became unable to fulfill their contract, since one also could not rely on the offer of sureties by them. It was thus that the committee members, concerning these as well as the aforesaid Mazulipatnam merchants who, apart from their credit, had debts indeed but few funds, found themselves in very great embarrassment regarding the security of such important sums as needed to be furnished to them upon the demands. For that reason, they wished that the concluding of the contract should be carried out by the new chiefs with people whom they might deem useful for that purpose, the more so as it would be or become their business to guarantee the fulfillment of the contracts. From the aforesaid merchants excluded from trade, there is also recorded in the resolution of 21 January the translation of the letter that they, sealed, had handed over to the committee members and addressed to the first undersigned, which, as they had told the committee members, contained the proposals according to which they were inclined to enter into the contract for 1791. However, the intention, not yet communicated in the letter of the committee members of 27 December, of two suppliers, Dewarpa Kamaija and Sjekka Wenkaija, newly employed or engaged by van Halm and van Someren at their own discretion, to also submit the conditions of a contract to be entered into, was not apparent then nor has it been since. To somewhat further assist Your High Noblenesses' reflection during the deliberation over this so entangled office—whereas for the first undersigned the case is unfortunately the contrary, and has thus caused him no small worry as to how best to extricate himself from such important difficulties—it seems especially necessary to touch somewhat upon the main point of the disputes why it came to such extremities and detrimental consequences between the aforementioned van Halm and van Someren on the one hand and the chief out of office van Bijland on the other, as we have already mentioned here before in paragraph 66, and as will further appear from the outcome of the separate commission concerning the first undersigned. This main question then comes briefly down to this: namely, that van Bijland, in the state in which he found the office in the late part of January 1790, made difficulty in taking it over without first effecting the plan that he had proposed to himself, namely the uniting of the Mazulipatnam with the Iaggernaikpoeram merchants. This was a matter which, as being of the utmost importance for the Company, was very earnestly recommended by the late Governor Blaaukamer to the former chief van Halm, but was neglected and, with the utmost animosity, especially through the instigation of his head servant, one Tiroewengolam

Dutch transcription

welke propotitien de koopl: daar voor §. 103. 't omitie Contract gedaan hebben, en boven de poincten van in= en verkoop Confusie zooda„ door de plaats hebbende nig door malkander geraakt en in een gevlochten dat het beswaarlijk valt het een van het andere aftezonderen. Bij deese zelve Resolutie van 21. Ianuarij staan ook in het breede aangeteekent de onderscheidene verkla„ ringen der Leveranciers te Paggernaik poeram over het aangaan van het nieu contract op de Eijsschen voor 1791. die der gezaaijde goederen ofte de zoo genaamde Mazulipatnamse kooplieden, hadden zich /:zeggende Gecommitteerden bij lree„ ve van 27. December; direct zeer be„ swaart getoond dat er eenelijk grove en geen fijne lijwaeten geeischt waren. zij hadden versogt dat hun, na ouderge„ woonte, ook sijne mochten worden toege„ voegd. 641 voegd. op de hun doorde Gecommitteerden gedaene verklaering dat daar in geen ver„ andering kon worden gemaakt en zij schriftelijk opgeeven moesten op welke voor„ waarden zij bereid waren te contractee„ ven, hadden zij de gecommitteerden over„ handigt een geschrift waar bij zij proponee„ ven om 1/3. in contant en ½. in koopman„ schappen niet eenige prijs vermindering ontvangende, het contract te sluijten. Die der witte lijwaaten ofte drie der Lagger„ naikpoeramsche kooplieden, boden aan de Leverancie te doen tegen de oude onverhoogde prijsen en dat ze in betaeling zoude aan„ neemen 2/7. kontant en 5 /7. in koop man„ schappen. De overigen die de voormaelige opperhoofden uijt den Handel gesecludeert hadden doch waar aan, door de Gecom„ mitteerdens den inhoud der Eisschen en onze begeerten begeerten derweegen ook was gecommuniceert waa geworden, hadden ten voors3 dage van 27. December noch geene propositien gedaan hoe zeer zij gecommitteerden ook wenschte met hun tot een onderhandeling te koomen uyt hoofde van de gerustheijd en het ver„ trouwen dat men in hun zoude kon„ nen stellen nopens de te doene gelt verstrekkingen, waaren tegen zij ge„ committeerden de drie anderen, schoon zij reeden hadden hen voor te spree„ ken om hun goed gedrag, voor stelden als lieden waarmeede men in de pre¬ sente gesteldheijd des tijds niet dan met schoom konde te werk gaan, voor al wanneer zij door eenig ongelukkig toe„ val buyten staat geraakten tot de vol doening aan haar Contract, dewijl men zich op aanbieding van Borgen door hen 642 eer waeriglis aren van ie must ingeschreeven afol: 21. Jann. hen ook niet mochte verlaeten. Het was dus dat zij Gecommitteerden zich aangaan„ de deeze zoo wel als nopens de voorsz: Ma„ zulipatnamsche kooplieden die, buijten hun crediet, wel schulden maar weinig fond„ sen hadden, tot zeekerheijd van zul„ ke importanten sommen als aan hun op de Eisschen diende te worden gefour„ neert, in een zeer groote verleegentheijd „dien bevonden, en uijt „ hoofde wenschten, dat het sluijten van het contract gevolg name door de nieuwe opperhoofden met Lieden die zij mochten oordeelen nuttig daar toe te zijn, te meer het hunne zaek zijn of worden zoude om voor de voldoening der contracten te het voorste der verstookene Iagpem: koopl:is Caiveeren. . Van de voortzz: uijt den Handel geslootene koopbieden staat bij Resolutie van 21. Ianuarij meer„ melt ontvangen, noodzakelijkheid het dis pust tussen §. 104. regeweas eprekie van Bij land aanschaale„ melt ook ingeschreeven de vertaaling van de brief die zij den Gecommitteer„ den verzeegelt, overhandigt en geaddres„ seert hadden aan den Eerstgeteekende welke, zoo als zij den Gecommitteerden gezegt hadden in hielt de propositien waarna, zij geneegen waeren het con„ tract voor 1791. aan tegaan; doch de doog hit beloofe an ander nog niet bij de brief der gecommitteerden van 27. December gecommuniceerde intensie van twee opnieuw, door van Halm en van someren na eige goedvinden, geem„ ploijeerde of aangenoomene Leveran„ cios Dewarpa Kamaija, en sjekka wenkaija om meede api op te geeven de voorwaarden van een aan te gaan contract is toen en zedert noch niet gebleeken. Om U Hoog Edelheedens over„ denking 643 denking bij de besoigne over dit zoo ver„ wart geraakt kantoor eenigzints meerder te gemoet te komen als voor den Eerst„ geteekenden ongelukkig contrarie het geval is en hem dus geen kleine bekom„ mering veroorzaakt heeft hoedanig zich best te redden door zulke importante zwaerigheeden, schijnt voor al nodig te zijn in deesen eenigzints aan teroeren het Hoofdpoint der verschillen waer„ om het met opgemelde van Halm en van someren ter eenre en het op„ perhoofd buijten functie van Bij„ land ter andere zijde tot de extre„ miteiten en nadeelige gevolgen is ge„ koomen als waarvan wij reets hier voor par: 66. mintie maakten, en trie„ der zal blijken bij den uijtslag van de aparte commissie op den eerstgeteeken„ den de hoofdguit was, de vermijnig den bede 155. ploegen koopl: die van Bijland vorderde tot zeeker„ Wi moijdeden ten welke gevolg den. Deeze hoofd questi dan komt kor„ telijk hier op ter neder namelijk dat van Bijland, op dien voet als hij het kantoor vond in het laast van Ianuarij 1790:, zwaerigheijd maakten het zelve over te neemen zonder voor af te eftertueeren, het plan dat hij zich ha de voorgestelt, het vereenigen namelijk der Marulipatnamsche met de Iag„ gerneikpoeramsche kooplieden, Een zaek die als voor de Comp:e van het uijterste belang door wijlen den Heer Gezachhebber Blaaukamer het voor maelig opperhoofd van Halm, zee daegdor van vaen hiop dimaspoecirs Sereuselijk was aanbevoolen, doch agt terwegen gelaeten en met de uiterste an mositeyt speciaal door berokkening van zijn Hoofddienaar eene Tiroewen golam

NL-HaNA_1.04.02_3877_0331 view scan ↗

English

advancing that union was entirely foiled and ruined when Van Bijland touched that string. Everything was sacrificed to this, and from the contradictory movements and the underhanded thwarting of each other's measures, matters degenerated to the consequence that at this hour fermenting minds and factions are found on both sides. The contents of the aforementioned translations, inserted into the resolution of 21 January and others both there and in several places in the resolutions, as well as in this described course of affairs, particularly regarding the hereinafter mentioned arrears, provide sufficient evidence thereof. The sheer impossibility of carrying out the matter, the aforementioned union, does not weigh nearly as heavily as Van Bijland's concept that the Jaggernaickpoeram merchants must fall short in the allocation of the provision of the white linens compared to the task of the Mazulipatnam merchants, who deliver the said goods, in which the commissioners Heshusius and Schliephaken even acknowledge in their commission's report that important advantages are enclosed, although, despite their promises made by letters of 22 April and 15 September 1790, they have never submitted them, and possibly never investigated them; so that, when the Jaggernaickpoeram suppliers remained in arrears, it was less to be wondered at than with regard to the Mazulipatnam ones, and that, to balance this better, the union of both would be the only means to secure the Company against loss. 106. But, as said, instead of settling it with one another in a proper and decent manner, it degenerated into those extremities which may perhaps ferment for a long time yet, and directly or indirectly have disadvantageous consequences, sometimes also leading to the holding to account of innocents; unless Your High Excellencies would have the goodness to provide for this through dispositions that will be found suitable and proper to bring Coromandel to rest and to direct affairs there so that the administration of affairs is freed from that alarming commotion which now causes so much agitation and possibly even further aftermath. 107. The first undersigned will take the liberty, according to his simple insight, to point out that means in his separate report. Here we shall continue with our considerations and decision regarding the contents of the aforementioned written representations of the mutual suppliers; those of Mazulipatnam and some of the Jaggernaickpoeram side take the part of the former chiefs and now retiring commissioners, and the others are Van Bijland's adherents. Your High Excellencies will be pleased, in order to be convinced thereof, on the one hand to fix your esteemed attention on the complaints generally recommended above to the new chiefs for investigation, and on the other hand on the contents of the letter written by the merchants ousted from the supply to the first undersigned. In it, complaints are made about the bad role of the aforementioned Tieroewengolam, the former head servant of Van Halm, and the arrest of 23 days that they had to undergo for the settlement of affairs, without their having been able to accomplish anything for the Company since then, notwithstanding that they had already agreed with Van Bijland to make every effort to make the factory flourish and to assist those who had previously suffered damage. Pinte Poele Wenkata Raijloe, to whom they appeal and who was to come here to report on affairs to the first undersigned, has not appeared here. 110. Deliberating further on these matters at the meeting of 21 January, and regarding the complaints of the aforementioned Mazulipatnam merchants concerning the allocation of coarse and no fine assortments as exaggerated and unalterable; moreover, improperly alleged by people who remained in arrears of over 4000 pagodas at the last settlement of accounts, notwithstanding that their bona fide interests (as shown by the resolution of 29 October of the past year) which were still short had been validated, and who moreover offered very doubtful satisfaction for the settlement of their debt; we therefore presented this to the commissioners in our answer of 22 January and showed how little reason we had to reflect upon their aforementioned raised difficulty, just as little as upon their proposal to enjoy 2½ in cash and 1½ in merchandise at a price reduction by way of advance payment; that we would await whether this could not be arranged differently upon the arrival of the new chiefs, to whose deliberation we would also leave the conditions on which, of the white linens, Peketij Ananda Dascherij, Wenketa.

Dutch transcription

644 vooring dier vereniging, golam verijdelt en in het voetzant is geholpen toen van Bijland die snaer roerde. Alles is hier aan op geoffert en uijt de teegenstrijdige beweegingen, en het, onder s' hands te keer gaan van elkanders maatregelen, zijn de zae„ ken overgeslagen tot de consequentie, dat er te deeser uure gistende gemoe„ deren en factien voor de eene en andere partijen worden gevonden. Den inhout van de voorsz: Translaeten geinserent bij Resolutie van 21. Ianuarij en ande„ ren zoo aldaar als op meer plaatzen bij de Resolutien en ook in deese beschreevene loop van zaeken, voor namelijk met betrekking tot natemelden Agterstal„ len, komen daar van genoegzaeme vor ondersteling van nglischij ind uijt blijken op te leeveren. Het enkel onmo„ gelijke ter uyjtvoering van de zoek, de voorsz. voorsz: vereeniging, weegt daar bij lan ge zoo zwaer niet, als het concept van Bijland dat de Iaggemaik„ poeramsche kooplieden in de toedee„ ling der bezorging van de witte dij„ waeten moesten te kort schieten in vergelijking van de taek der Mazu„ lipatnamsche, die de gezaide goederen Leveren waar in de Gecommitteerden Heshusius en Schliephaken bij het rapport van haare commis„ sie zelfs erkennen importante voordeelen opgeslooten te leggen, schoon zij die onaangezien hunne daar toe bij brieven van den 22:' april, en 15:' 7ber: 1790. gedaane beloften nimmer opgegeven, mogelijk nooit onderzocht hebben, dat het dus, wanneer de Iag„ gernaikpoeramsche Leveranciers te quaat: 645 gekoomen is quaat bleeven, minder wat te verwon„ deren als ten aanzien vande Mazulipat namsche, en dat, om dit te beeter te doen balanceeren, de vereeniging van beiden het eenigste middel zou zijn omde compagnie te secureeren voor schade. „detwelk et krmstiy de zar 106. Dan het is, als gezegt, in steede van het op een gepaste en behoorlijke wijze met elkanderen te schikken, overgeslaegen tot die extrimiteiten wel„ ke mogelijk noch lange zullen for„ minteeren en direct of indirect van nadeelig gevolg somwijl ook tot ver„ antwoording zijn van onschuldigen; , en hurn voor despostie berbelosingenten waere u Hoog Edelheeden de goed„ heijd geloefden te hebben daar in te voorzien door dispositien die geschikt en gepast zullen worden bevonden om Kormandel tot rust te krijgen en het daar ne sogt, te de Heer gezasthebber zal appenrt 107. midselen daar doe voorstaan, wat daar in al voor komt in § 108. aangesz: is, daar heen te derigeeren dat de bistic ring van zaeken, bevoijd daeken va die zorgelijke commotie welke nu zoo veel beweeging en mogelijk noch me# nasleep zullen veroorzaeken. De eerstgeteekende zal zich be„ vrijmoedigen van, na zijn eenvoudig door zicht, dat middel bij zijn apart ve volgt nderde zak den koope bij slag aan tewijsen. Hier zullen wij vervolgen met onse consideratien en besluijt over den inhoud van voor 13: schriftelijke voordrachten van de we„ derseidsche Leveranciers die van Ma„ zulipatnam en enkelde der Iagger„ naikpoeramsche houden de zijde der voormaelige opperhoofden en thans afgaande Gecommitteerden, en de ande„ re, zijn van Bijlands gezinden. U Hoog Edelheeden gelieven, om te 646 om daar van overtuijgt te zijn, eens„ deels haare g'eerde aandacht te vesti„ gen op de hier voor generaelijk aande nieuwa opperhoofden ter onderzoek aan bevoolene klagten en ten anderen op den inhout van de brief die door de uijt de Leverancie verstootene kooplieden aan den Eerstgeteekenden is geschreeven. Bij dezelve word geklaegt over de slegte roblen van voorm: Tieroewen„ golam de geweese Hoofd dienaar van van Halm en het arrest van 23. dagen dat zij om de afdoening van zaeken hebben moeten onder„ gaan, zonder dat zij, zeedert, iets voor de compagnie hadden konnen verrichten niet teegenstaande zij met van Bijland reets afgesprooken waren alle pogingen te zullen aanwenden om het. § 109. het kantoor te doen floreeren en die geen ne welke bevoorens schaade geleeden had den te gemoet te komen. Pinte Poele wenkata Raijloe waarop zij zich beroepen en die herwaards zou komen om den Eerstgeteekenden verslag van zaeken te doen, is hier niet verscheenen § 110. Ter vergadering van den 21. Ianua„ rij meermelt over het een en ander delibe„ reerende en de klachten van voorsz: Ma„ zulipatnamsche kooplieden over de toe„ deeling van grove en geene fijne sorte„ menten aanmerkende als vergezacht en onveranderlijk; daar bij te onpas ge„ allegeert door Lieden die bij de Laeste af„ reekening over de 4000 pag: zijn te quaet gebleeven, niet teegenstaande hen bona fide /: uijtwijzens Resolutie van den 29. october anno passato noch te kort gedaene. 647 gedaane interessen waren gevalideert, en boven dien zeer twijwelachtige volboe„ ning ter vereevening van haere schult gaven; zoo hebben wij dit den gecom„ mitteerden bij ons antwoord van 22 Ia„ nuarij voorgehouden en vertoont hoe wei„ nig reeden wij hadden om op voor 13 hun„ ne geopporde zwaerigheijd reflexie te slaan zoo min als op haare proposi„ tie om 2½. in contant en 1/½. in coop„ manschappen met vermindering van prijs, bij weege van voor uijt verstrekking te genieten; dat wij hier op zouden af„ wachten of het zich niet anders kon„ de schikken bij de aankomst van de nieuwe opperhoofden, aan wier over wee„ ging wij ook zouden overlaeten de com„ ditien waarop, van de witte lijwae„ ten Peketij Ananda Dascherij, wenket a.

NL-HaNA_1.04.02_3877_0338 view scan ↗

English

Wenketa Reddij and Kalla Kistna had offered themselves, in case it were possible, the merchants who had been expelled from the trade might also turn out well, with the same complaints as the other suppliers of white linens, particularly the arrest of their persons for the sake of the settlement in the spring of the year 1790, which they had indeed been obliged to refuse on account of the mingling of the same with private debts of the former chiefs, who refused to validate them. § 111. And whereas by this and that which is aforesaid matters had fallen into such a labyrinth that the Commissioners with reason showed themselves concerned about this worrisome situation, and furthermore, just as well as they had reason to wish that the procurement contract with the chiefs—who unhappily had not yet appeared (whose journey had turned out as is noted in the resolution)—could be concluded, while on the other hand entering into the same, should it turn out favorably, ought not to be delayed beyond mid-February, so the Commissioners were instructed how, in the unforeseen event of the aforesaid chiefs failing to appear, they ought to arrange it as the safest and most responsible course that then occurred to us. § 112. We showed him that in such a case consideration must be given to the three merchants whom the Commissioners themselves acknowledge were forced out of the trade through injustice, item those who had addressed themselves to the first signatory, namely: Pinde Prolo Wenkata Raijloe, Bolla Pregada Wenkata Narsoe, Kalla Rappaija, Goedi Mitla Mangaija, and Bandaroe Wierassa, or eight in number, beside all others who can agree with these to stand surety one for the other or in solidum for each other, and if possible to provide good collateral or counter-sureties for the fulfillment of the contract. § 113. From the trade we excluded Batjoe Teroewengalam and his entire following, since the suspicion of inciting the discords falls very greatly upon him, under observation of how the political aspect regarding him had to be taken into account (according to the note in the resolution of 10 December 1790) was already somewhat noted then; with permission that, if he should settle again upon the Company's territory, that he chooses there a domicilium citandi et executandi, or a fixed residence with certainty of recovery, and that he then proves not to be a contriver of inconvenience, but a promoter of the Company's interest and a peaceful subordinate upon whom one may place trust again, to reflect upon readmission of him and his people; although it seemed not impossible that, when it became known that we made him unnecessary to the trade, the opportunity would naturally present itself for that which he, through his intrigues and power, had principally opposed, namely the union of the Masulipatnam merchants with the Jaggernaikpoeram merchants, the promotion of which we, on account of the natural utility and advantage that appears therein, have urged with as much emphasis as seems consistent with the Company's interest, and as Your High Right Honourables, if you please, will find fully noted and described in the aforesaid resolution of the 21st or rescription of the 22nd of January, with orders to the said Commissioners or the chiefs to give us in all sincerity the reasons for it if it should not be possible to effect. § 114. From Palikol, in the resolution of 21 January, is inserted the calculation of the amount of the returns on the demands for 1791, both at the old, unraised prices and at the most recently paid prices, amounting to Pagodas 21511:23 1/4 or f 96804. - -. for 217 packs, for which, according to the showing of the servants there, 13 bars of gold were on hand, which for the present would be sufficient to begin the collection, the chief requesting our approval regarding the conclusion of the contract. § 115. We noted concerning this calculation that it, according to a model prepared for Bimilipatnam, should have contained: 1) That which was found in arrears on the delivery of 1790; 2) The balance of the treasuries; 3) Remains of merchandise, if any; 4) The amount of the returns in stock, and after addition or compilation of the whole and subtraction of that for which the suppliers are in credit, the value of the collection to be made according to the promised prices, in order to be able to see what was left over or fell short; with authorization, when this is in order, to proceed with the conclusion of the contract in the manner as was written to Bimilipatnam, whither we have sent a copy of that concluded at Palliacatta, in order to arrange the same in such a way that matters everywhere are handled on a uniform footing. § 116. At Bimilipatnam almost the same faux pas has been committed as at Jaggernaikpoeram. By letter of 25 October of the past year, in which the second Dormieux showed us that upon the delivery for 1790 the merchants, upon settlement at the end of August, had remained in debit for Pagodas 5472. 2 3/8, and that they had bound themselves in the strongest terms to pay half at the end of February and the other half by the end of August 1791 under obligation as more broadly noted in the resolution of 23 November of the past year, he at the same time informed us that, in order to enable them to do this and to secure by a timely procurement the linens usually demanded from Bimilipatnam to a...

Dutch transcription

wenketa Reddij en kalla kist„ na zoch hadden aangebooden, wanneer mogelijk, de uijt den Handel gesette koop„ lieden meede wel uijt zoude komen, met deselve klachten als de overige Le„ veranciers der witte lijwaeten in zonder„ heijd het arresteeren van hunne persoo nen, om de wille der afreekening, in het voor jaar 1790. die zij wel moesten wei„ geren uijthoofde der vermenging van dien met particuliere schulden der voormaelige opperhoofden, die weigerden ze te valideeren. § 111. En vermitt hier door en het geen voorsz: staat de zaeken in het voor labijrenth waeren geraakt, dat de Gen committeerden met reeden zich be„ kommert toonden over dies zorge„ lijke situatie en wijders zoo wel als zij 648 zij reeden hadden te wenschen dat het aanbesteedings contract met de ongeluk„ kig noch niet opgedaagde opperhoofden /:wier Reise zoodanig was tegingev allen als bij resolutie geannoteert staat kom„ de worden geslooten daar aan de andere kant het aangaan van dien, zoude het voordeelig uijtvallen niet laeten dien„ de te geschieven als medie Februarij zoo zijn de gecommitteerdens aangeschree„ ven, hoedanig zij, bij onverhoopt ag„ ter blijven van gem: opperhoofden het diende te schikken als het veiligste en verantwoordelijkste dat ons toen is voorgekoomen -. § 112 Wij vertoonden hem dat in zoo een geval in aanmerking moesten ko„ men de drie kooplieden die zij Gecom„ mitteerden zelfs erkennen, door veron„ gelijking. gelijking uit den Handel geboorst te zijn, item de geen die zich aan den Eerst geteekenden hadden geaddresseert te weeten. Pinde Prolo wenkata Raijloe Bolla Pregada wenkata Narsoe. kalla Rappaija. Goedi Mitla Mangaija. e Bandaroe wierassa. ofte agt in getal, nevens alle anderen die zich met deese konnen schikken om den een voor den ander ofte in solidum voor elkander Borg te blijven en is het mo„ gelijk goede waar of agter borgen te be„ zorgen voor de voldoening van het Contract. - Uijt den Handel secludeerden § 113: wij Batjoe Teroewengalam en zijn ganschen aanhang, nademaal de sus„ picie 73. 643 picie van verwekking der on„ eenigheeden zeer grootelijks op htem valt, onder aanmerking hoe het politieke dat nopens hem in agt moest worden ge„ noomen /: navolgens aantee„ kening ter Resolutie van den 10. December 1790:/ toen bereets wat opgemerkt; met verlof om zoo hij zich op 's compag„ nies Territoir weder neder zet, dut aldaar verkiest Domi„ cilium citandi et Exe„ cutandi, ofte een vast ver„ blijf met zeekerheijd van verhael en dat hij dan betoont geen be„ rokkenaar van ongelegenheijd maar een behartiger van sCom„ pagnies belang en vreed-zaam onder 73. onderhoorige te zijn, waar op men weder vertrouwen mag vestigen „op „readmissie van hem en de zijnen reflexie te mogen slaan: schoon het niet onmogelijk scheen dat, wanneer het ruchtbaar wierd dat we hem als onnoodig tot den han del aanmakten, als van zelfs de geleegenheijd zich op deed tot dat geen het welk hij door zijn intriquis en puvoir voorname lijk heeft teegen gehouden te weeten de vereeniging van de Mazulipatnamsche met Iaggernaik poeramsche koop„ lieden de bevordering van het welke wij om het natuur lijk nut en voordeel dat daar in voorkomt met zoo aan veel. 650 Sedrage van derehouren orrmid 114. an sondsen op Palicol. veel nadruk hebben aange„ drongen als met 'scomp=s belang over eenkomstig schijnt te zijn en u Hoog Edel„ heeden des gelievende bij de voorschreeve Resolutie van 21e: of Rescriptie van 22:e Januarij omstandig geno„ teert en beschreeven zullen vinden, met bevel aan ge„ melden Gecommitteerden ofte de opperhoofden om zoo daar niet aan te doen mocht zijn in alle since„ riteit de reeden van dien ons op te geeven. Van Palikol staat bij resolutie van 21e Janua¬ hij geinsereert de bereekening bi van 13½ op die beroek is aangesz: zig te gedragen 15. na Cosij model voor Pchulig van het bedraegen der retou„ ren op de Eisschen voor 1791. zoo tegen de oude onverhoog„ de als de Iongst betaalde prijsen beloopende Pagooden 21511:23¼ ofte ƒ96804. - -. voor 217. Pak„ ken waar toe, na de vertoo„ ning der bevienden aldaar aan handen waeren 13. staven houd die voor eerst voldoen„ de zoude zijn om den in„ zaam te beginnen, verzoe„ kende het opperhoofd, no„ pent het sluijten van het contract ons goed vinden. Wij hebben omtrent dee„ Te bereekening aangemerkt dat deselve, na een voor Bi„ milipatnam opgemaakte model. 661 model had behooren in te hou„ den 1) Het geen op de Leve„ rantie van 1790. is ten agte„ ren bevonden. 2/ het saldo der Cassas, 3. / Restanten van koopmanschappen zoo 'er zijn 4/ Het bedraegen van de Retouren in voorraad en na additie ofte samenstelling van het geheel en substractie van het geen de Leveranciers credit loopen de waarde van de te doene inzaam na de uitgeloofde prijzen, om te kunnen zien wat er over was of te kort quame; met qualificatie om wan„ neer dit in order is, voort te gaan, met het sluiten van Binnlip;, dar is mede op eige gen ƒ 116 sag nieuwe vertrekking gedaan om agterstal„ en te recoumeeren. van het Contract, op die wijze als naar Bimilipatnam wierd aangeschreeven, werwaard wij een Copij hebben gezonden van het geslootene te Pal„ liacatta ten einde het zil„ ve dus danig in te richten dat de zaeken over al op een eenpaerige voet behandelt wor den. Op Bimilipat„ nam is genoegzaam dezel ve faurpas begaan als te Jaggernaikpoeram. By brieve van 25. october anno passato waar bij de secun„ de Dormieux ont ver„ toonde dat op de Leve„ vancie voor 1790. de koop„ lieden. 632 lieden bij afreekening on„ der ultimo Augustus nog Pagooden 5472. 2 3/8. debet waeren gebleeven, en dat zij zig ten krachtigsten had„ den verbonden de helft onder ultimo Februarij ende andere helft met het ein„ de van augustus 1791. zouden voldoen onder ver„ band als breeder genoteerd bij Resolutie van den 23e November Aopo. bedeelde hij ons tevens dat hij, om #1 hun hier toe in staat te stellen en om door een fij„ dige Aanbesteeding de van On„ milipatnam gewoonlijk ge„ vordert wordende lijwaeten tot een.

NL-HaNA_1.04.02_3877_0348 view scan ↗

English

to prepare an early shipment, had once again made an advance of merchandise to the aforementioned debtors to the amount of 6000 new Nagapatnam pagodas, in order that, besides the further cash that could still be added thereto from the proceeds of the gold sent to Iaggernaikpoeram for sale, they would be satisfied by the end of February 1791 in good merchandise, with 25 percent of their arrears. He flattered himself with our approval of this as being in accordance with the old custom and administration of affairs. But to show how greatly that secunde was mistaken in this, we, at the session of the 23rd of November, deliberating upon the reasons adduced and on the 13th of November concerning this and the aforementioned arrears, showed our utmost displeasure in our reply of the 25th and left this unauthorized delivery, without prior accounting for the arrears, for his account, ordering that the advanced 6000 pagodas, whether by the recipients or by him, should immediately be reimbursed into the treasury and the matter restored entirely to its original state; remarking at the same time that his reasons alleged for it were found to be so arbitrary, premature, and unauthorized, that if anything were to fail in fulfilling our aforementioned disposition, we would make him feel the consequences thereof in another manner and make everyone concerned live and be convinced of the illegality and culpability of disposing of the Company's money and goods on one's own authority and discretion and furnishing it to persons who from one year to the next show that they masterfully know how to achieve their aim, and who consider it no matter of conscience to deceive the Europeans if the latter, whether through gullibility or other poor judgment, allow themselves to be tricked in such a manner; at least that the argument of timely contracting had no validity whatsoever in the world, since according to our latest order, that cannot nor may occur on supposition without negotiation and qualification obtained for it, while he, the secunde, not yet having extracts from the demands, above all had to wait for them and then still for our approval and notification for entering into and concluding the contract; which, although it is inherent in the nature of the matter for subordinates, has been commended for now and always as a rule and guideline. Meanwhile, or before this reply could reach Bimilipatnam, we learned from a further letter from the aforementioned Dormieux dated 16 November that the merchants, in reduction of the aforementioned unauthorized advance, had delivered 4040 pagodas in linens and had paid over 1000 pagodas on account of the arrears, without this making any change in their obligation to satisfy another 3000 pagodas by the end of February next, provided that a new advance—note bene—were made to them if the amount of the gold were still furnished to them in this month of November, as they would then collect their money for the spices sold on credit and consequently enable him to have a considerable number of bales prepared for shipment by the end of February 1791. The delivered linens were already at the bleachfield and, as he, Dormieux, trusted, would be packed into the bale early in the coming month of December. Here the first undersigned, were it not that the matter had been redressed, would have to complain greatly about the attempted frustration of his efforts to reform all disorders, and the illegality thereof; as suited to mislead and to maintain improper practices in spite of all means employed to improve the same. For the evil had already taken so much root, and is held to be of such long standing and custom, that one had constantly had to concede to it, by reason of the representations of the employees that the arrears could not be recovered or liquidated without new advances, which, however, at any time could cause nothing but certain damage, regarding which the first undersigned declared that he could not take the consequences upon himself; and therefore, upon his proposal, it was resolved on the 10th of December and written back to the aforementioned Dormieux how, as a consequence of our aforementioned first disposition, the linens delivered to the value of 4040 pagodas, in so far as they were assortments that could serve for the demands for 1791, had to serve in reduction of the arrears, concerning which we noted that all extraordinary obligations accepted in this regard were valid no further than in so far as they could serve for the chiefs' own security; that, as had already been written to him, Dormieux, previously, we would await the outcome of the negotiations over the new contracting at the old, unincreased prices without any the least exception, and a calculation of the amount thereof according to the just-mentioned and previously or most recently paid prices, with a statement of the finances or ready funds.

Dutch transcription

een vroege verzending in gereedheijd te brengen aan gemelde debiteuren, op nieuw, een vooruijt verstrek„ king van koopmanschappen had gedaan ten bedragen van 6000 nieuwe Nagapatnamse pagooden, om, nevens de verdere kontanten welke daar noch zou„ den kunnen bij gevoegt worden uijt het provenu van het naar Iaggernaik„ poeram ter verkoop, gezonden Goud, tegen ultimo febr: 1791. in deugtzaep goed met 25. p:r C:o van hun agter„ stal voldaan te werden. Wij vleide zich met onse approbatie hierop als over eenkomstig met de oude gewoonte en bestiering van zaeken. Maar om te doen zien hoe zeer dien secunde zich hier in mitgis„ „ Voorsz te hebben wij ter sessie van „ van 23. ' Novem„ ber. en bij 653 bij gebragte reeden en 13. ber hier over en het Agterstal voormelt delibereerende bij ons antwoord van den 25. , ons uijterste misnoegen getoont en deese ongequalificeerde afgave, zonder voor af gaande verantwoording van het Agter„ stal, voor zijn reekening gelaeten met ordre dat de verstrekte 6000. pagooden het zij door de genieters of door hem, onmidde„ lijk in cassa zouden worden gerembour„ seert en de zaek weder in zijn geheel gestelt, en onder welke remangie op de daarvorteevens remarqueerende dat zijne daar voor geallegeerde reeden zoo arbitrair voorbarig en ongequalificeert was bevonden, dat bij aldien er maar iets mogt komen te ha„ peren aan de voldoening van gem: onze dis„ positie, wij de gevolgen van dien hem, op een andere wijze zoude doen gevoelen en een ieder die het aangaat leeven en overtuijgen 93 van de ongeoorloofheijd en strafbaarheijd van maar ve em„ maar op eige authoriteijt en goed dunken over 's comps helt en Goed te disponeeren en dat te fourneenen aan persoonen, die van het eene Iaar tot het andere toonen dat zij meesterlijk haar oogmerk weeten te bereiken, en het geen concientie werk reeks nen de Europieers te bedriegen, zoo deeze het zij uitligtgeloovigheijd, of andere sleg„ te insichten zich op zoo eene wijze, lae„ ten bedotten althans dat het argument van tijdige Aanbesteeding geen kracht ter wereld had, vermits die na onze Iongste ordre, niet kan nog mag geschieden op „onder suppositie zonder handeling en daar toe erlangde qualificatie, terwijl hij secunde„ toen noch niet hebbende Extracten uit de Eisschen, voor al daarna en dan noch na ons goet vinden en aan schrij„ ven tot het aangaan en sluijten van reet het 654 ke voor dit schrijvers daar quam waser § 117. reets ofgeseert voor 40 4b pag het Contract, had te wachten; het welk, schoon het voor subalterne inde natuur der zaeke legt opgeslooten voor nu en altoos ten regel en richtsnoer is aanbevoolen. Inmiddels of eer dit antwoord op Ni„ milipatnam kon zijn, vonden wij bij nador schrijven van gem: Dormieux de dato 16. November bedeelt, dat de kooplieden, inmindering van de voorsz: ongequalificeerde verstrekking 4040. pag:s aan Lijnwaaten geleevert en ruijm 1000. pag. op reekening van het Agterstal voldaan hadden, zonder dat dit eenige verandering zoude maeken in hunne verbintenis ter voldoening van noch 3000. pag: onder ultimo febr: aanstaande voor ondser mits van nieuwe verstreking al /: Notabene:/ zoo hen het bedrae„ gen van het Gout noch in deeze maand November Het ingekomen is geordonnt te suppleer„ 118. z voor zijn op de agterstallen, November wierd verstrekt, dewijl zij dan hunne penningen voor de op Crediet verkog„ te specerijen zouden inkrijgen en hem gevolgelijk in staat stellen tegen het uijteinde van Februarij 1791 een aanzien„ lijk getal Pakken ter verzending in„ gereedheijd te hebben. De aangebragte lij„ waeten waaren bereets ter bleek en zou„ den gelijk hij Dormieux vertrouwde vroeg in de aanstaande maand Decem„ ber in den band gebacht zijn. - Hier zoude de eerstgeteekende, waare het niet dat de zaek redresse hadde ver„ kreegen, zich zeer moeten beklaegen over de getenteerde verijdeling van zijne poogingen ter herstelling van alle dis„ ordres, ende ongeoorlooftheijd van dien; als geschikt om te misleijden en verkeer„ de gebruijken te doen stanthouden ten spijt 655 spijt van alle aangewenden middelen tot verbeetering van dezelve. Want het quaat had reets zoo veel wortel ge„ schooten, en word gehouden van zoo lan„ ge tijd en usantie te zijn, dat men het steeds had moeten toegeeven, uijt hoofde van de vertooningen der bedienden dat de Agterstallen, zonder nieuwe verstrek„ kingen, niet konden worden gerecou„ vreert of geliquidteert, het welk erhter te eeniger tijd niet dan een gewisse schaade moesten veroorzaeken, waar„ omtrent de eerstgeteekende betuijgde de gevolgen niet op zich te kunnen neemen, en daarom is, na zijne pro„ positie, op den 10. December geresol„ veert en gemelde Dormieut gerescribeert hoe als een gevolg van voorsz: onze eerste dispositie de, terwaarde van 4040 pag: binnen omtrend de nieuwe aanbesteeding is bevoolen onverhoogde prijsen te beding nandig te zende. binnen geleeverde lijwaeten, zoo verre het sorteeringen waeren welke op de Eisschen voor 1791 konde dienen, moesten strek„ ken in mindering van het Agterstal, waaromtrent we aanmerkten dat alle derweegen geaccepteerde zonderlinge ver bintenissen niet verder goeden, dan bij zoo verre die konden strekken tot der opperhoofden eige zeekerheijd; dat wij gelijk hem Dormieur bereets te vooren was aangeschreeven zouden „nder verwagten den uijtslag der handelingen over de nieuwe Aanbesteeding teegende oude onverhoogde prijsen zonder ee„ in derwegen memorie gopgan van sij nige de minste exceptie en eene be„ reekening van het bedragen van dien na de evengemelde ende te vooren of Iongst betaalde prijsen, met eene op gave van de Financien of gereede midde„ len 70

NL-HaNA_1.04.02_3877_0355 view scan ↗

English

from Daggern was received there from § 119. says gold of the pagodas 7501. 14. to continue the same, both in cash and in merchandise, without in the least or slightest degree confusing or mixing them any longer with the expired collection for 1790, which was to be considered no further than to see best to collect everything that the suppliers still owed upon it for his and the chief's discharge, and to let the incoming goods, in the manner aforesaid, serve in reduction of the new demands, thus, without delivering a single pagoda upon the same, except after our previously obtained consent. Meanwhile a further report arrived from the aforementioned Dormieux dated 10 December last, showing the receipt of our aforesaid order of 25 November, precisely at that moment when he had received from Jaggernaikpoeram the value of the gold sold there to the amount of pagodas 7501. 3/4 or ƒ 33795. 6. 8., which had been stored with all care in the Company's warehouses until such time as it should please us to dispose thereof, which we made known to him in our reply of 4 January 1791 would take place very shortly, when we would be informed at what prices a new contract was to be entered into, with the calculation of the amount thereof and the state of the finances in the manner as set forth here before, under warning that if he came forward with this too late and, through that delaying after this date, 120. date, anything should happen to fall short in the fulfillment of the demands, no representations whatever would be valid against it, but would remain for his accountability. These papers we received two days after the dispatch of our last-mentioned letter, together with a missive from the often-mentioned Dormieux dated 29 December 1790. Your High Excellencies will, if you please, find the same inserted with the resolution of 21 January, with a demonstration drawn up by us for redress and subsequently sent in copy to the northern offices collectively, together with a model financial statement, showing how one ought to have calculated the state of the finances, the more so because Dormieux himself showed that, since the amount of the arrears under the last of August 1790, 121. 1790, with the supply in October that followed upon it, came to more than equal the amount of the demands for 1791, and thus for the fulfillment of the same no further advance would be necessary: because the merchants, in reduction of these their due accountings, had already brought in for pagodas 7500 of the latest demanded assortments under obligation to deliver the remaining amount also by the last of January 1791 and to liquidate fully with the Company, so that he, Dormieux, hoped that by the last of February everything would be settled and dealt with as required. This so prompt delivery must, according to Dormieux's presentation, be attributed to an advantageous change in the cloth trade in the North, caused on the one hand by the continuous war of the English with Tippu Sultan, on account of which all collection on their part had had to come to a standstill because of the lack of money, and on the other hand because the shipping from France had ceased for some time, for the loading of whose ships otherwise heavy commissions were executed over there, whereby the cloths had now been brought to the previous prices, and the merchants, fully aware of the equity, had also willingly agreed to make the delivery thereof at the old and unincreased prices; praying that 122. that in case the advances could not be made to them in ready money and they might be required to receive merchandise for a part thereof, the Japanese bar copper and the cloves might be ceded to them at such prices as we had recently determined for private buyers, namely 85 pagodas the khaar of copper and 450 the khaar of cloves, because those private buyers would otherwise completely dictate terms to them in trading what they bought and compel them to very disadvantageous conditions. Having further deliberated upon all this at the meeting of 21 January, we, according to the decree of that date, demonstrated to the aforementioned Dormieux—who, had we not stopped him, would have needlessly given the aforesaid cash received from Jaggernaikpoeram to the merchants—how, after deducting the amount of 113 bales needed on the demands for 1791 to the sum of pagodas 11570. 22 1/2, there came to be left over in ready funds pagodas 35399. 7 1/4, and that, because the northern offices were much richer than the main office, we would shortly dispose of his by drawing bills of exchange on him, as also, with our orders regarding the requested determination of prices in case of supplying merchandise to the suppliers.

Dutch transcription

636 van Daggern is daarontvange uijt § 119. segt goud van de po pep 7501. 14. len ter voortzetting van dezelve, zoo aan kontanten als aan koopmanschappen zonder die in het minste of geringste ^ Em meer te brouilleeren ofte vermingen met den afgeloopen inzaam voor 1790, daar niet verder aangedacht moest wor„„ den dan om binnen best te zien te krijn„ gen, al wat de Leveranciers daarop noch schuldig waren ter zijner endes opperhoofds ontlasting, en om de inge„ komene Goederen, invoege voorsz: te laeten strekken in mindering vande nieuwe Eisschen, dus, zonder afgave van een enkelde Pagoot op dezelve, dan na onze voor af verkreegene toe„ stemming. —. Ondertusschen quam en nader bericht van voorm: Dormieux de dato 10. De„ cember ILeeden waar bij bleek de ontvangst onzer ligt zil te Orwaren, op gaves stordig te zenden, onzer voorsz. ordre van 25. November, Juijst op dat ogenblick dat hij van Iagger„ naikpoeram had ontvangen de waarde van het aldaar verkochte Goud ter som ma van pag: 7501:¾. – ƒ 33795. 6. 8. , het dat zonder verstrekin darunt sopgpen welk met alle zorgvuldigheijd in 'sComp:s Pakhuijsen was opgelegt tot er Tijd het ons zoude behaagen van daar over te dis„ in is aangeroeven dt ovo den miunweg hamponeeren, dat we hem bij ons antwoord van den 4. Januarij 1791 te kennen gae ven, wel haast te zullen geschieden, wan„ neer wij wierden geinformeert, tegen wal„ ke prijsen er een nieuw Contract was aante gaan met de bereekening van het bedraegen van dien en den staat der Financien invoege als hier voorge„ onderwaarschouwing de geeijschte melt staat, onder waarschouwing dat zoo hij hier meede te laat voor den dag quam en het, door dat talmen na dato 657 deze zijn ingekoomen en gemoen 120. rent resol: 21. Jan: hier voor de Comptoire, de reeden van dit ontrep weerd de text, dato, aan de voldoening der Eisschen mogt komen te haperen, geene vertooningen hoegenaamt daar teegen zouden gel„ den, maar voor zijn verantwoording blij„ ven zouden. Deeze papieren ontvingen wij twee daegen na het afgaan van Laastgem: ons schrijven neven missive van veelm: Tormieut de dato 29. December 1790. U Hoog Edelheeden zullen deselve, des gelievende, geinsereert vinden bij reso„ lutie van 21. Ianuarij, met een, door ons, nevens model financie opgave van tot redresse in gestelde en vervolgens naar de kantooren om de Noord gezamentlijk in copia gezonden Aantooning hoe men de staat der Financien had moeten bereekenen te meer wijl Dormieur zelf vertoonde dat, daar het bedragen der Agterstallen onder ultimo Augustus 1790. huijst aan zienelijke Leverancie weder op de agterstallen, waaraan de secunde dese gerede en 121. deverancie vanschrijft, 1790. met de hier op gevolgde verstrekking in october, het beloop der Eisschen voor 1791. ruijm quam te evenaaren, en dus ter voldoening van deselve geen verder verschot zoude nodig zijn: dewijl de kooplieden in mindering van deese hun„ ne verschuldigde verantwoordingen be„ reets voor pag 7500. hadden binnen gebracht van de Iongst gevorderde sor„ tementen onder verbintenis van met ultimo Ianuarij 1791. het overige be„ draegen meede in te leeveren en met de comp. ten vollen te Liquideeren, zulx hij formieur hoopte dat teegens ultimo Frebruarij alles in den band ge„ bracht en naar vereisch zoude gehan„ deld: zijn. Deeze zoo gereede Leverantie moet, na Dormieur vertooning worden de ko 158 de sprijven„ worden toegeschreeven aan een voordeeli„ ge verandering in den Lijwaat han„ del om de Noord, veroorzaakt eensdeels door den aanhoudende oorlog van de En„ gelschen met Tippoe sulthan uit welker hoofde allen inzaam hunnent weegen, had moeten stilstaan om het gebrek aan gelt en ten anderen door dien de, vaart uit vrankrijk zeedert eenige tijd had opgehouden ter belading van welker scheepen an„ ders zwaere commitsien ginter wer„ den uijtgevoerd, waar door dus de zij„ ^ waader waaten thans ^ op de voorige prijzen gen dekoopt daarbauitig in de mondagn gebracht waren en de kooplieden, vol„ koomen bewust van de billijkheijd, ook gewillig hadden aangenoomen de Leverancie daar van te doen tegen de ^en oude ^ onverhoogde prijden; biddende dat king koper g nagul, is aangesz: dat over de geldvorad 122. bij wisse zal goedisposeerd werden, dog versoten pris vermindering in dat bij aldien de voor uytverstrekkin„ gen aan hen niet konden geschiedin in gereet Geld en zij gehouden moch„ ten zijn om voor een gedeelte van dien koopmanschappen te ontvangen, het Iapans Staafkoper in de Nagulen aan hen teegen zoodanige prijzen mogt worden afgestaan als we Jongst hadden bepaalt voor particuliere koopers, te weeten 85. pagooden de khaar kooper en 450. de khaar Nagelen, wijl die bij zondere koopers hen in zij kog„ het verhandelen van het geen ten, anders volkoomen de wet zou„ den stellen en tot zeer schaedelijke voorwaarden noot zaeken. Over dit een en ander ter bij een„ komst van 21: Ianuarij meer met hebbende gedelibireert, hebben we, na volgens 689 volgens arrest van dien datum, voorm Dormieux die, hadden we hem niet te keer gegaan, de voorsz: van Iagger„ naikpoeram ontvangene kontanten zonder nood zaekelijkheijd aan de koop„ loeden zou hebben afgegeeven, aange„ toond hoe 'er na aftrek van het be„ dragen van 113. Pakken benoodigt op de Eisschen voor 1791. ter somma van pagooden 11570. 22.½ aangereede mid„ delen quamen over te schieten pago„ den 35399. 7¼ en dat, wijl de kantoo„ ren om de Noord veel rijker waren als het Hoofdkantoor, wij eerst daags over de zijne zouden disponeeren met wissels op hem te trekken, gelijk dat, met onze ordres omtrent de verzoohte prijs bepaeling in cas van verstrek„ king van koopmanschappen aande Leverandiers. en

NL-HaNA_1.04.02_3877_0362 view scan ↗

English

Section 123. The second-in-command has been forgiven the mistake in the aforementioned disbursement, and why. The suppliers will be presented in more detail in the appropriate place. Since the said Dormieux, with a promise of a complete settlement of affairs, on the last day of January also requested our pardon for our perceived displeasure regarding the aforementioned unauthorized disbursement of merchandise in the month of October, to which he testifies he was led by customary practice, without any suspicion of doing wrong, and out of ignorance of the arrangements that we had meanwhile made and which he would strictly follow in the future, we have, in expectation of the fulfillment of his aforementioned promise, forgiven him that mistake in the hope that in the future no such arbitrary undertakings would ever take place again, and that we would be recognized in that dignity which Your Excellencies have entrusted to us, and we take the liberty of requesting a similar favor for him from Your Excellencies. Section 124. Thanks are given for passing the transport charges of paddy of the previous year. 20 November, the reason for the price being so high. We respectfully thank Your Excellencies for the favorable passing, in the honored letter of 17 August past, paragraph 15, of the order given to Bimilipatnam in the spring of the year 1790 for the purchase and the transport by a private vessel hither of 6193 parras of paddy, costing according to the account 2 3/16 rupees per bag of 120 lb, with the expenses of the vessel calculated at 369 1/2 rixdollars. The reason for the aforementioned price paid, as stated by the Bimilipatnam second-in-command Dormieux in a letter of 24 October 1790, is noted in our resolution of 20 November to originate primarily from the calculation and settlement thereof in dabboes, a wicked hidden matter which, upon the closest examination, yields nothing but sorrow and torment of the spirit. For this reason, under Your Excellencies' favorable indulgence, we shall say nothing more about the subject here, other than to request permission to refer, regarding the aforementioned paid paddy in that currency, to our aforementioned resolution of 20 November 1790, as the dabboes themselves will provide more than ample material to write about in their proper place. Section 125. Which packaging materials are required for the head office for 1791. At the meeting of 10 December 1790, the warehouse master De Raeff having given a statement of the stock of packaging goods as of the last day of November previous, and calculating what is needed for packing the return shipments contracted at this head office for the homeland and India for 1791, as well as otherwise: 2000 pieces of dongrees, 2500 pieces of gunnies, 4800 lb of packing rope, and 1920 lb of packing yarn, therein holding a request for an advance disbursement for the purchase of these items. Section 126. How such purchases were handled in the books for them, and how [illegible]. We have, on the one hand because of the scarcity of cash and the difficulty of obtaining it, and on the other hand because the furnishing of this kind of goods does not need to take place all at once, but successively and in installments, according to the resolution of the abovementioned date, caused the said De Raeff to be issued 200 pagodas provisionally from the cash funds. However, to derogate from the improper method which was also customary, namely drawing up the warrants for these or other disbursements of money made from the cash funds with respect to purchases using the names of natives from whom, in due course, no recourse can be obtained, we had already provided for this on the 23rd of the preceding month of November with respect to the dispensary or the purchase of necessities by the dispenser. We therefore resolved on 10 December following to enter the warehouse master into the books as supplier for the disbursements on packaging, thus charging the said De Raeff for the aforementioned 200 pagodas and further issues, so that he may account for the funds received after the purchase and then be credited for them. This was generally established at the session of 10 December mentioned concerning all others making purchases or receiving cash in advance on account thereof or of repairs, etc., in order that, if the disbursements are of any significance, they should be properly accounted for monthly, and otherwise every six months, namely on the last day of February and the last day of August. Section 127. How a price regulation was made herein. There was all the more reason to arrange this in this manner because here on the coast a singular custom had been received and adopted, namely to regulate the prices of the purchased goods according to how it suited at the closing of the books, and meanwhile, when the administrations etc. had to be debited for the purchases etc., to present warrants without monetary value or the cost of the procurement. This was a manner of doing business which appeared to the first signatory to involve far too much care in accounting to be adapted to in particular.

Dutch transcription

de secunde is de misslag in §123. voorsz: verstrekking vergeeven en waar„ vm/ Leveranciers, ter plaatse daar het be„ hoort nader vertoont zal worden. Dan nadien gem: Dormieux met belofte tot een compleete veree„ vening van zaeken onder ultimo Ianuarij ons tevens heeft versogt om ver schooning wegens ons opgevat misno gen over de voormelde ongequalificeer„ de verstrekking van koopmanschap„ pen in de maand october, waar toe hij betuijgd door de gewoone usantie te zijn geleit geworden, zonder eenig vermoeden van te zullen konnen misdoen, en uijt onkunde van de schil kingen die wij, inmiddels, hadden gemaakt en hij in den aanstaande stipt: zoude opvolgen, hebben wij hem in ver„ wachting van voldoening aan voor„ schreeven zijne belofte, die misslag ver„ geeven 160 word bedankt voor 't passeeren §124. der transport vvrgelden van nelij ad:o J:l geeven in die hoop dat in den aan„ staanden nooit zulke eigen dunke„ lijke onderneemingen meer plaats zouden hebben en wij dut erkent wor„ den in die waardigheijd welke u Hoog Edelheeden ons hebben toevertrout en we neemen de vrijheyd voor Hem een gelijk gunst bewijs van U Hoog Edelheeden te verzoeken. Wij bedanken u Hoog Edel„ leeden eerbiedig voor het bij g'eerde mis„ sive van 17. Augustus passato par 15. goedgunstig passeeren van de naar Bimilipatnam in het voor„ Iaar 1740. gegeven ordre tot den in„ koop en het Transport. per een par„ ticulier vaartuijg herwaards van de se kst met war t 7/6 rij de a 6193. – Parras Nely, kostende na de aanreekening 2 3/16. ropij de zak van 120 lb. t: ver„ - - 20 Nov. 120. lb: met de ongelden van het vaar„ reeden vam de prijst onde wer tuijg tot rd:s 369:½. gereekent. De ree„ den van de voorsz: betaalde prijs door den Bimilipatnams secunde Dor„ mieux bij brieve van 24: october 1790 opgegeeven, staat bij onze Resolutie van den 20. e 7ber aangeteekent voorname„ lijk herkomstig te zijn uijt de beree„ kening en voldoening van dien in Dabboes, een mechante verborgenheijd die bij het naukeurigste onderzoek niet anders opleevert dan verdrict en quellinge des geestet, waarom wij onder u Hoog Edelheeden goedgunstig welduijding, er alhier, ten sujette, niets meer van zullen zeggen, dan te verzoeken om, nopens de voorsz: be„ taalde Nelij in die specie, ons aan de voorsz Resolutie van 20: Novem¬ ber inge 1790. welke Embalagie ten hoofd Comp„ 125: toire van 74. knoodigt zijn, ber te moogen gedragen, wijl de Dal„ boes zelve, op zijn plaatse meer dan overvloedige stotfe tot schrijven op zal leveren. —. Ter bij eenkomst van den 10 December 1790. door den Pakhuijsmeester De Raeff en op„ gave zijnde gedaan van den voorraad van Emballasie goederen onder ultimo Novem„ ber bevoorens en dat tot het inpakken van de retouren welke ten deesen Hoofd„ kantoore pro patria en India voor 1791. aanbesteed zijn; als andersints, calculeerde te benoodigen. 2000. P:s Dongrijs, 2500. „ Gories. „ 4800. lb: Paktouw, en 1920. „. Pakgaeren. daer, ijnbijhoude de sejesetekn et verzoek om voor uijt verstrekking tot den inkoop van het een en ander, heb„ ben. tig „ hoedorgelijke inkoop voor hen bijde 126. bocken verhandelt wierd, en her fans, ben wij, aan de eene kant uijthoofde van schaarsheijt aangereedgeld en de moeite om daaraan te konnen geraeken en ten an„ deren om dat het fourneeren van het zel„ ve, op dit zoort van Goed, niet in eens behoeft te geschieden, maar successive en bij gedeelten, volgens besluijt van boven„ gem: datum aangem: de Raets bij provi„ die 200. pagroden, uijt cassa, laeten afgee„ ven Maar tot derogatie der oneige methode welke ook in utantie was, namelijk het instellen der ordannan„ cien voor deese of andere, met opzicht tot den inkoop uijt Capa gedaane afga„ ven van penningen, zich te bedie„ nen van naemen van Inlanders, waarop, in tijd en wijl, geen verhaal it te vinden, hadden wij den 23. der voor gaande 662 gaande maand November, met relatie tot den dispens ofte den inkoop van benoodigtheeden door den Dispencier, daar in reets voorzien en resolveerden dus den 10. December daaraan, om voor de verstrekkingen op Emballasie den Pakhuijsmeester als Leverancier; dus gemelde De Raeft voor de voorsz. 200. Paij en verdere afgave, bij de boeken in reekening te laeten geeven om de genootene Gelden, na den inkoop, te verantwoorden en daar voor, als dan, te worden gekrediteert, en dit is, ter sessie van 10. December marmelt, algemeen gestatueert omtrend alle anderen inkoop doende, of uit Cassa op reekening van dien, ofte der repara„ tien ins 3: Gelt vooruijt genietende; om indien de verstrekkingen van eenig be„ lang zijn, die smaands en anders alle Zit. hoedanig hierin ee prij zeguleden § 127. ring gemaakt is, zes maanden, onder ultimo february en ult:o augustus namelijk behoorlijk te verantwoorden. Te meer was er reeden dit dus ba„ nig in te rechten, om dat men alhier ter kuste gerecipieert en aangenoomen heeft eene singuliere gewoonte name„ lijk deprijzen van de ingekogte goe„ deren te reguleeren na moete zich dat quam te schikken bij het sluijten der Boeken, en onder tusschen wanneer de Administratien etc: voor het ingekoch„ te en13: moesten worden gedebiteert, daar toe te presenteeren ordonnandig zonder Geldswaarde ofte het kostende van den opkoop, eene wijze van doen, die de eerstgeteekende is voorgekoomen te vol zorgen verantwoording te zijn om zoch daarna te schikken in zon„ derheijd.

NL-HaNA_1.04.02_3877_0369 view scan ↗

English

since the trade books are still some two years behind, and one calculates the true price of the goods of each year either too high or too low with these proportional prices pro rata of the remainders and can never arrive at a real total; and for that reason, at our meeting of 10 December, it was decided that a price current should be drawn up by the Chief Administrator in September or October for the first, and in March or April for the last, six months of each financial year for such articles as must be counted as necessary, in order to allow the purchases to take place accordingly after this has been resumed and approved in the meeting, such as was submitted at the meeting of 14 January last, recorded by resolution, and approved. We had also, in order not to remain in uncertainty as to what two coir cables purchased at Nagapatnam by the former Agent Schuneman pursuant to the resolution of 21 January 1790 ought to cost, written to his replacement Dormieux by letter of 29 December 1790, stating that if this remained neglected any longer, the disadvantage thereof would run to Schuneman's account; whereupon we finally received, alongside a letter from him dated Trankebar, 10 January 1791, a contract with the widow Cantervisscher, according to which she had parted with those ropes for 20 pagodas the bhaar, which at 2880 lb or 6 bhaar at 20 pagodas the bhaar came out to 120 pagodas for the 2 cables; which we, in order to see such a long-lingering affair settled, agreed and accepted to pay, coming out at 8.-.35 pagodas per bhaar cheaper than what was charged in the year 1776 from Ceylon for ropes of equal caliber. With regard to the remarks appearing in paragraphs 21 to 25 of Your Right Noblenesses' honored rescript of 17 August last, we can do no other than express a heartfelt regret over the unfortunate outcome and state of affairs, most respectfully requesting of Your Right Noblenesses all possible favorable indulgence regarding what has passed, under solemn promise of all conceivable attention for the future, and the hope that, as a consequence of the declaration and annotation made by the first-signed in the resolution of 23 November last for his discharge, there may be no unfortunate consequence for those who could effect no improvement in the administration of affairs at the moment of the deliberations on one matter or another, and yet might become entangled in a new accounting for affairs whose good or bad direction is not so much their department, but principally that of the person to whom the chief care and supervision over the true and essential interest of the Honorable Company in general is entrusted, and wherein confusion can easily arise when the foresight does not extend far enough to proceed otherwise than according to old habit. From this deficiency and the failure to change measures out of fear of acting wrongly, lamentable consequences and such a distressing condition in general very easily arise, as appear in particular under the heading of Sale in Your Right Noblenesses' aforementioned letters of April and August. Your Right Noblenesses here express your righteous astonishment, and fear not without reason that in this way Coromandel will go backward rather than forward. What shall we answer to the various remarks of Your Right Noblenesses in the rescript of 27 April past, paragraph 41 and the following, and that of 17 August thereafter, sub-paragraphs 27 and 28? All that Your Right Noblenesses are pleased to state there are undeniable and consequently all the more acutely striking remarks; were we so fortunate as to be able or permitted to assure Your Right Noblenesses that all that is defective will soon be remedied and sinking Coromandel will right soon be raised up again, we might rejoice ourselves. But, Right Noble Sirs, upon what should we base that, and how dare we venture to flatter Your Right Noblenesses with something that is virtually no longer in anyone's power? Affairs have gone too far astray; prosperity seems vanished, and the outcome of anyone's effort to do well appears purely dependent on chance, however it may please Providence to turn the circumstances for the best and cause the Company, both here and elsewhere, to forget those disasters and blows which have struck her so sorely since that sad year 1781, and have had such sad consequences for this Coast, that the courage has not yet been equally revived in everyone to [illegible] through one's own strength and capacity.

Dutch transcription

665 derheijd daar de Negorie boeken noch wel twee Iaaren ten agteren staan in men dut met die proportioneele prij„ zen na rato der restanten, de ware prijs der goederen van ieder Iaar te hoog ofte laag neemt en op het wesentlijke nim„ mer een facit kan maeken, en om die reeden is ter meum bij een komst van 10. December vastgestelt het formeeren van een prijs courant door den Hoofd„ Administrateur in September of octo„ ber voor de eerste, en in Maart of April voor de laaste, zes maanden van ieder Boekjaar van zodanige articul en welke als benoodigt moeten gereekent worden, om na dat in vergadering ge„ resumeert en geapprobeert zal zijn, des inkoopen daar na te laeten geschieden, hoedanig eene ter bij eenkomst van den 14: Januarij „ ijn zon„ d voor de 2. Caijer ankertouwen de p. 128. op wagap„n ingekogt is tans bet:d 120 pa/o Ianuarij I:o Leeden ingedient bij resolutie ingeschreeven, en goed gekeurt is geworden Ook hadden wij om niet te blijven te verseeren in eene onzeekerheijd wat twee, volgens besluijt van den 21. Ia nuarij 1790. te Nagapatnam, door den geweesene Agent Schuneman opge kochte kaijertouwen dienden te kosten zijn vervanger Dormieur bij brie van den 29. December 1790. aangeschond ven dat wanneer dit langer agte weegen bleef het nadeeliger van dien zou loopen voor schunemans reeke ning; waar op we dan eindelijk ne„ vens een brief van hem, gedateerd Tran kebaar den 10. Januarij 1791. ontvangen een contract met de weduwe canter„ visscher, volgens het welke zij die ter wen had verlaeten voor 20. pag: de bcho dat. hoed ring in en 164 ese verde slegte uitslag van Zav„ § 129. en d: p:s awvord leed weesen behuigd, dat â 2880. lb: of 6. khaar op 20. pan: de bhaar opte 120. pag: de 2. Touwen uijtquam dat wij ten einde eene dus lange sleepen„ de gebleeven affaire afgedaan te zien, ge„ accordeert en aangenoomen hebben te be„ taalen als per Bhaer pag 8. -. 35. beeter koop uijtkomende dan het geen voortouwen van gelijk coliber in Ao 1776. van ceijlon is aangereekent geworden. —. Wij konnen met betrekking, tot de voorkoomende aanmerkingen bij par: 21. tot 25 van u Hoog Edelhee„ den g'eerde Rescriptie van 17. Augus„ tus laastleeden niet anders doen, dan een hartelijke leedweesen te betuijgen over de ongelukkige uitkomst en bevin„ ding van zaeken. U Hoog Edel„ heeden eerbiedigst verzoekende alle mo„ gelijke gunstige inschikkelijkheijd om„ Arend. solutie ven toekoomende, seerde schaade te lijden, trend het gepasseerde, onder Plechtige be„ onder belofte van attentie voor het lopte van alle bedenkelijke attentie voor„ het toekoomende, en dat de ter reso„ en hoope dat gene door gevolge van'tgepesutie van den 23. November laastlee„ den door den eerstgeteekenden ter zijner decharge gedaane verklaering en an„ notatie, van geen ongelukkig gevol„ mag zijn voor den geen die aan de „van zaaken geen verbetering bestiering hebben kunnen te wege brengen op het ogenblick der delibe„ ratien over het een of ander en noch„ tant gewikkelt zouden konnen rae„ ken in eene nieuwe verantwoording over affaires, welker goede of quaade directie, niet zoo zeer van hun, als wel principaal het de parte„ ment it van den geen, aan wien de voornaamste zorg en toezicht over het waar en weezenlijk belang van de 80. 165 toegestemd, dat door't niet veander ƒ 130. i van maatregulen al veerqualijk gehandeld werd noodlostige toestand der kist zand 131. ken en diekraaren de E Compagnie in het algemeen is toe„ vertrouwt, en waar in ligtelijk confusie ontstaan kan wanneer het doorzicht zich niet verre genoeg uitstrekt om anders dan na ouder gewoonte te werk te gaan. Aan dit gebrek en het niet ver„ anderen van maatregelen, uijt be„ vuchting van qualijk te zullen han„ delen spruijten veel ligt beklagelijk gevolgen en zulk een bekommerlijke toestant in het algemeen als bij voorsz: u: Hoog Edelheeden brieven van April en Augustus in het bij zonder voorko„ men bij den titul van E Verkoop. u Hoog Edelheeden betuijgen hier haere rechtmaetige verwondering en vree sen niet zonder reeden dat het op die. die wijs met Kormandel eer agtir„ dan voor uijt zal gaan wat zullen we antwoorden op de differente aan„ merkingen van u Hoog Edelhee„ den bij de rescriptie sub 27. April passato par: 41. en de volgende en die van 17. Augustus daar aan sub„ par 27. en 28. Al wat u Hoog Edel„ heeden aldaar gelieven te alle geeven zijn ontegenzeggelijke en gevolgelijk des te gevoedigen treffende remarques; wae„ ven we zoo gelukkig van u Hoog Edelheeden te konnen of mogen ver„ zeekeren dat al dat gebrekkige spoe„ dig geremedieert in het zinkend kor mandel wel haest weeder opgebeurt zal worden, we zouden ons zelve moogen verheugen. Maar Hoog Edele Heeren waarop zouden 666 zouden wodat fundeeren.! en hoe durven we het wagen u Hoog Edelheeden te vleijen met iets, dat genoegzaam niet meer in iemands macht staat. De zoeken zijn te ver verloopen. voor„ spoet schynt verdweenen en den uit„ slag van iemands betrachting om wel te doen, louter aan het geval afhangkelijk te zijn, hoedanig het de voorzienigheijd mag behoegen de on„ standigheeden ten besten te keeren en de Maatschappij zoo hier als elders te doen vergeeten die rampen en slagen welke zeedert dat droevig Iaar 1781. Haar zoo gevoelig getroffen en voor deeze kust zulke droevige gevolgen gehad hebben, dat bij ieder noch niet evensterk opgewakkert is den moed„ om, door eige kracht en vermogen, het teo„ a„

NL-HaNA_1.04.02_3877_0376 view scan ↗

English

warning presented in the meeting, to work out the highly necessary redress for that purpose. Yet notwithstanding this, and with solemn assurance of leaving nothing unexamined in this regard, we have in our meeting of 11 December, with all appropriate seriousness, presented to ourselves and to some of the qualified servants appointed for this purpose in our meeting, that remarkable warning which Your High Nobilities, according to the respected circular resolution of 20 October 1789, have been pleased to have issued everywhere, upon the emphatic letter of the Honorable Highly Esteemed Gentlemen Majors. And it has appeared to us from that view that one would have had to abandon all feeling for one's fatherland if one did not see oneself stirred and ignited to the exertion of all possible zeal and attention to correspond to that so strongly recommended objective; and to that end, we have also sent the form to the employees of the subordinate offices for their information and observation. We respectfully request pardon for the error that, according to paragraph 41 of the aforementioned rescript of 27 April, took place in filling in the percent advance of the spelter sold in the year 1788/9, which is no more than 29 1/16 instead of 75 percent, which upon examination turns out to be the profit on woodwork, found just above the item of spelter. We also ask Your High Nobilities' pardon with respect to the reference appearing according to paragraph 44 of the aforementioned rescript to the report sent over in March 1789 by the late Chief Administrator Stoltenberg regarding the sale of Japan bar copper, which was not found therewith, because it deals solely with his considerations regarding the selling price of the cloves. It may have been meant to say that, just as it did not appear advisable to reduce the prices of the cloves, it likewise appeared to be the case regarding those of the Japan bar copper, as is to be gathered from what was set down too briefly in the 20th paragraph of the Coromandel letter of 18 October 1789; indeed, it seems to be on that foundation that Your High Nobilities, according to the above-mentioned paragraph 44 of the letter of April 1790, declare to refrain from its price reduction or the qualification previously granted for that purpose; but that people are utterly mistaken here in both respects, or at least have not reasoned the matter well, experience now confirms all too clearly. We shall, with the kind permission of Your High Nobilities, unfold that somewhat further. The report takes as a basis the consumption of the year 1787/8 to show that nearly 12000 lb more cloves were sold off than in the preceding financial year, but that the realized profit of fully ƒ130,000 was to be reckoned only temporary, indeed not permanent, as having principally originated not from an actual market vent, but because one had had to make up for the deficiency in the advances on the contracting in cash with cloves and Japan bar copper, to the considerable detriment of the merchants, because they knew of no outlet for them and were nevertheless bound to their contracts. § 134. And although this ought to have been a sufficient motive to propose at least an alternative, namely what the cloves being sold with the nutmegs and mace, and what upon sale in cash, or when the two last-mentioned sorts of spices cannot be added to them, ought to be charged upon sale or delivery, one nevertheless confined oneself solely to the uncertainty, namely that an annual profit as above was not to be counted upon and one therefore should not think of any reduction of price, but ought to leave it on the old footing. Yet that this was not reasoned in a merchant-like manner appears, firstly, from the purpose of the requisition of the Lords and Masters, and secondly, because the difficulty as if one, having once reduced the price, would not be able to raise it again, exists more in appearance than in reality, partly on account of known changes and determinations in that regard, and partly because when circumstances improve and the vent increases again, the buyers can very easily be brought to an advance; and thirdly, because a certain small profit is always to be preferred over an uncertain loss by insisting upon the utmost farthing and afterwards sacrificing this advantage with loss through interest: regarding which one simply would have needed to ask oneself: what accords more with the Company's interest, to lose ƒ17100 at 1 percent interest annually on a sales value of 38000 lb of cloves, or to receive ƒ142500.-.- into the cash treasury for such a quantity at 80 stuivers Indies the pound, or 400 pagodas the bahar. When it would also have shown itself as a matter of course concerning the Japan bar copper that, supposing one sold off annually at 80 pagodas the bahar in proportion to the

Dutch transcription

schouwing in vergadering voorgehouden, het daar toe hoog nodige redres uijt te vaan d: decembrs de dienarde plituan werken. Dan des onaangezien en met plechtige verzeekering van hier toe niets onbezogt te zullen laeten, hebben we in onze vergadering van den 11. December, met alle gepaste serieusiteit ons zelve en sommige der gequalificeerde Dienaaren, hier toe geappointeert in onze vergadering, voorgehouden die remarcquabele waar„ schouwing welke het u Hoog Edel„ heeden navolgens gerespecteert cir„ culaire besluijt van den 20. october 1789: behaagtzijt heeft, op nadrukke„ lijk aanschrijven der wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Majoores, alomme te laeten doen, en ons is voorgekoomen van dien aanschou te zijn dat men alle gevoeligheijd voor zijn vaderlanden betaald 667 en 't formulierisook nad Comptinen versonden, ovvritabuij in d' p Ctop pcier 132. ter d p:s word Excur verlagd; komstemaar op 29 /16 isteede van 75. pr E: winst betaals weeren zou hebben moeten afgelegt, indien men zich niet opgewekt en ont„ vankt zage ter inspanning van alle mante mogelijke iever en aendagt om aan dat zoo krachtig gerecommandeert doelwit te beantwoorden, en tot dat einde hebben wij het Formulier den bedienden der on„ der hoorige kantooren ter hunner narigt en observantie ook toegesonden. Wij verzoeken eerbiedig verschoo„ ƒ ning over het abuijs dat volgens par„ 2. 41. der meerm. rescriptie van 27. April plaats gehad heeft. bij de invulling der prc: advans van het in A:o 178 3/9. ver„ kogte spiaulter dat niet meer is dan 29. 1/16. in steeke 75. prC:o welke bij het ken„ diment blijken de winst te zijn op Hout„ werken, even boven het articul van spiau„ ter te vinden— ook me m ook over de kwalijke referte aan §133. stoffenbergs bericht omtrend den ver„ koop der kooper, word, Pok vragen we u Hoog Edelheeden excuus met opzicht tot de volgens par„ 44. van voorm. rescriptie voorkomende reserte tot het in Maart 1789. overgezon„ den bericht van wijlen den Hoofd Ad„ ministrateur Stottenberg omtrend den verkoop van Iapans staafkoper, dat daar bij niet was gevonden, wijl het eenelijk handelt van zijne considera„ cien over den verkoops prijs der Nage„ wart hierontornd voronderstel Een. Mogelijk heeft men gemeent te zeggen, dat, zoo min als het geraa„ den voorquaam de prijsen van de Na„ gelen te verminderen, het zich al zoo ook liet aanzien omtrend die van het Iapans Staefkoper, gelijk dat uijt het al te kort ter neder gesteld by de 20. par: der Cormandelsche brief van „ 18. october 1789. is aftenamen: immas het na 668 nader ex plicatie in deesen, het schijnt op dat fundament te zijn, dat u Hoog Edelheeden, volgens boven gem par: 44. des briefs van April 1790: verklaaren aftezien van dies prijs va„ mindering of de te vooren daartoe verleende qualificatie; maar dat „ en men zich „ beiden alhier ten uijtersten vergist, immers de zoek niet wel be„ redeneert heeft, komt de ondervinding nu maar al te klaar te bevestigen. wij zullen dat met gunstig verlof van u Hoog Edelheeden, wat nader ontrou„ wen. Het bericht legt tot een grontslag den verthier van Ao 178 7/8. om te toonen dat er wel bij de 12000. lb: Nagelen meer verdebiteert waren dan in het voor„ gaande boekjaar doch dat de behaal„ de winst van ƒ130'000 ruijm maar temporeel, immers niet permanent was was te reekenen, als zijnde hoofd zae„ kelijk herkomstig, niet uit een Mec„ tref debiet, maar om dat men het gebrekkige in de advancet op de Aan„ besteeding aan kontanten, had moe„ ten supplieeren met Nagelen en Ia„ pans staafkoper, tot merkelijke schae„ de van de kooplieden, wijl zij daar geen uitweg meede wisten en eeven wel ver„ bonden waren aan haare contracten. § 134. En alhoewel dit een toereikend mo„ tif had behooren te zijn om voor het minste te proponeeren een alternative, namelijk wat de Nergelen verkogt worden„ de met de Nooten en foelij, en wat bij ver„ roop in contant dan wel wanneer de twee laastgem: soorten van specerij en er niet bij zijn te voegen, bij verkoop of verstrekking diende te gelden, beplaet men tot 669 tot vermindering men zich echter alleen bij het onzee„ kere, namelijk dat op een Iaarlijk„ sche winst als boven niet was te reeke„ nen en men dus aen geen verminde„ ring van prijt moest denken, maar die behoorde te laeten op den ouden voet. emnoeke omtrn denoo zaklij hij Dan dat dit niet op zijn koopmans i geredeneert, blijkt eerstelijk uit het oog„ merk van het requisit der Heeren en Meesters en ten anderen om dat de zwaerigheijd als of men de prijs, eens ver„ minderende, niet weder zoude konnen verhoogen, meer in scheijn, dan in wee„ zonlijkheijd bestaat, eensdeels weegens bekende veranderingen en vaststellin„ gen daar omtrend, en ten anderen om dat wanneer de omstandigheijd verbeetert en den debiet weder toeneemt, de koo„ pors zeer ligt, advorans te brengen zijn, en „ hae„ - en ten derde om dat een zeekere kleine winst altoos is te prefereeren boven een. onzeekere schaade met op den uitersten quadrant penning te urgeeren en na„ derhand dit voordeel, met verlies door interest te sacrifieeren: waar omtrent men zich maar eenvoudig had behoe„ ven te vragen: wat strookt meer met 'sComp. s belang, op een verkoops waar„ de van 38000. lb: Nagelen sjaars â 1. p:r C:o interest ƒ 17100. te verliesen, of voor zoo een quantiteit tot 80 stuijvers Indisch het pond, of 400. pag: de Blaar ƒ 142500. –. in cassa te ontvan„ gen. wanneer het als van zelve zich ook nopens het Iapansch staaf„ koper zoude hebben uijt geweesen dat, voor onderstelt men verdebiteerde sjaars tot 80. pagoden de bhaar na rato van het

NL-HaNA_1.04.02_3877_0383 view scan ↗

English

Paragraph 135. The sale of mite-eaten nutmegs will for now be continued; the most recent delivered in three installments was 44400 lb, for which ƒ 33300 in ready money was received, whereas one would otherwise lose ƒ 3996 per year in interest at 1 percent, which on an even larger quantity also results in that much more disadvantage. We request to be permitted to leave what more could be said to the far-reaching discernment of Your High Nobilities, and to consider the disadvantage of the omitted price reduction, as far as it concerns us, as demonstrated. In paragraph 43 of the aforementioned rescription of April, Your High Nobilities authorize us to continue with the sale of mite-eaten nutmegs as long as the scarcity thereof persists, as can also happen if they are not sufficiently crushed by the mites, as one assures that the 483 lb sent to Europe per the ship Horssen in October last, in accordance with the order framed in the Council of the Indies on 21 August 1789, actually were found to be, and as has further appeared from those most recently relinquished to the merchants, which were already found to be so gnawed through by the infection that one could easily rub them to dust, which is also the reason that they had misgivings about receiving them; which nonetheless, by offering kind words and the hope that better nutmegs would soon be brought in, has taken effect. Paragraph 136. Reason for the contradiction in demanding spelter. Concerning the demand for spelter, the contradiction between the 98th paragraph of the Coromandel letter of 18 October 1789 and the provisional demand for 1790 is remarked upon in paragraph 45 of the aforementioned rescription of April, because in the former it was stated that no demand for spelter would be made without an adequate advance, whereas in the demand for Sadras and Bimlipatnam a fair quantity of 18000 lb of that metal had nevertheless been requested; which occurred on account of what was stated by those friends in their requisitions: from Sadras without mentioning the reason, and from Bimlipatnam because it is stated in the demand of that office that they thought to facilitate the sale of Japan bar copper thereby. We shall henceforth conform to Your High Nobilities' respected intention regarding the arrangement of the demands, and we could observe this all the better if it should please Your High Nobilities to determine the ultimate advances on this and other articles at sales for our guidance, and to proportion them according to the circumstances of these times, in accordance with which we have already shown in our latest of the end of January 1791 that, without coming closer to the market and consequently reducing the prices, the Japan bar copper and the cloves, being in stock separately for sale or discount, may well be reported as unsaleable. Paragraph 137. A price reduction for redress in this sale has been considered by us. For since difficulties have steadily arisen on account of the damage that the suppliers had to suffer due to the custom formerly prevailing here of providing merchandise instead of money upon the supply of cloth at the fixed prices at sales, from which, as has been maintained until now, primarily originate not only the aforementioned price increases, but also those dreaded arrears of which will be treated hereafter, the thought of the first-signed has also fallen upon whether it would not be possible to redress the one and the other through a reform in the sales, and how, to the certain conviction of the Lords and Masters as well as Your High Nobilities, one could argue emphatically enough that such aforementioned articles as the cloves and the Japan bar copper can find no more vent unless the prices are moderated and the latter modified in proportion to what the Nordic copper fetches; which, since the difference is so considerable with the usually paid prices, has brought us into doubt as to what would be safest and most responsible in such critical circumstances: promoting the vent and improving the lack of money through an immediate reduction of price according to our duty and best knowledge, or temporizing with the vent and collection and awaiting the necessary authorization thereto from Your High Nobilities. And it is because of all these weighty considerations that, at the meeting of 30 October last, it was deemed advisable to make a trial of holding a public auction, both here and at the subordinate offices, of all merchandise, the spices themselves not excluded, in order to perceive what might be bid for it at auction, and if that should correspond with the fixed or recently obtained and approved advances, then to introduce and establish the public sale once and for all by mid-January, both to accustom the merchants who had to flock from elsewhere to a fixed time

Dutch transcription

670 bij de verkoop van vermijterde §135. nooten zal als nog gecontinueerd werden, het Iongste verstrekte, in drie termijnen 44400. lb: daar voor in gereet Geld aan handen quame ƒ 33300. , daar men an„ ders â 1. prC:o sjaars aan Intrest verliest ƒ3996. —. dat op een des te grooter quam titeijt ook det te meer nadeel komt te geeven. wij verzoeken het geen mender zou konnen gezegt worden te mogen overlaaten aan het veel ver„ der strekkende doorzigt van u. Hoog Edelheeden en het nadeelige der nage„ laatene prijs vermindering in zoo verre ons betreft, voor gedemonstreert te mo„ gen houden. Bij par: 43: van meerm: rescrip„ tie van April qualificeeren u Hoog Edelheeden ons, om bij den verkoop van vermijterde Nooten zoolange de schaars„ heijd daar van aanhout, te continuae„ rg zich dienan 1789. genoomen, met de niet kevrng tes zindes ven, gelijk ook geschieden kan indien ze door de vermytering niet genoeg„ zaam vergruist zijn, gelijk men ver„ zekert, dat de, na de ordre, beraemt in Raade van Indie op den 21. Au„ gustus 1789. in october Jongstleeden, per het schip Horssen voor Euro„ pa verzondene 483. lb:, zich werke„ lijk bevonden en nader is gebleeken bij de Iongst afgestaane aan de kooplie„ diede coys beswarlik hebben e„ den, welke door de infectatie reets zoo door knaegt wierden bevonden, dat men ze gemakkelijk tot stof kon wrijven, het welk ook oorzaak is dat zij zwarigheijd maekten om ze te ont„ vangen; dat nochtans, met het geeven van goede woorden en hoop, dat er wel haast beeter Nooten zouden aangebragt worden, gevolg heeft genoomen. over reed in 671 reeden van 't tegenstrijdige §136. in 't eysschen van spriguster doso Over het eisschen van spiaulter word bij par: 45. der meerm: rescriptie van April geremarqueert de tegenstrijdig„ heijd tusschen de 98. par: der korman„ delsche brief van 18: october 1789. en den provisioneelen Eisch voor 1790. wijl bij de eerste gezegt wierd, zonder toerei„ kend advans geen Eisch van Spiaul„ ter te zullen doen, daar echter bij den Eisch, voor sadras en Bimilipatnam, van dat metaal een goede quantiteit van 18000. lb: was gevraegt geworden; dat geschiet is uijt hoofde van het opge„ geevene door die bevienden bij hunne pe„ titien; van Sadras zonder het melden van reeden derwegen en van Bimilipat„ nam om dat bij den Eisch van dat kan„ toor gezegt word dat men den vertier van Iapans Staefkoper daar door dacht ien br agt tentie in te rigten, „ trenst koper in nagulen es aangetoomd, Wij zullen ons tote belofte de Eisschen vortaane ina dacht te faciliteeren. voortaan na u Hoog Edelheeden geres„ pecteerde intensie gedragen met de in„ richting der Eisschen, en dit te beeter dat in acht konnen neemen indien het u Hoog Edelheeden behaegen mooh„ te de uiterlijke advances, op dit en. andere articulen, bij verkoop tot ons narecht te bepaelen en die te propor„ tioneeren nade omstanden dit Tijds, wat bij de Jongste van ult:o vanom volgens welke wij, bij onze Iongste van ultimo Ianuarij 1791. reets ge„ toond hebben dat, zonder de markt nader bij te komen en gevolgelijk de prijsen te verminderen, het Japans staafkoper en de Nagelen, apart ter verkoop of disconte, in voorraad zijnde, wel als invendibel mogen wor„ den opgegeeven —. want - 172 ons tot redres in dis verkoop is § 137: prijs vermindering overwoogen, Want daar de 3waerigheeden ge„ stadig zich hebben voorgedaan wegens de schaade die de Leveranciers moesten ondergaan op de alhier van oudsplaats gehad hebbende usantie om koopman„ schappen, in steede van Telt op Leve„ rancie van lijwaeten, te verstrekken tegen de bepaalde prijsen bij verkoop waaruijt, gelijk tot nu toe beweert is geworden; voor namelijk herkomstig zijn de voorwaards aangehaalde prijt ver„ hoogingen niet alleen maar die ge„ duchte Agterstallen, waar van hier na staat te worden gehandelt, des eerst„ geteekendens gedachte is ook daar op gevallen of het niet mogelijk zoude zijn door een reforme in den verkoop het een en ander te redresseeren, en hoe, tot gewisse overtuiging der Heeren en Mees„ dert wor¬ tort zoo wel als u Hoog Edelheeden, men nadrukkelijk genoeg betoogen zou„ de, dat zulke voornoeme Articulen als de Nagelen en het Iapans Staaf„ koper geen debict meer konnen vinden indien de prijsen niet gemoderenrt en, de laeste, na rato van het geen het Noordsch koper Geld, gemodificeert wor„ den; het welk nadien het verschil zoo aanmerkelijk is met de gewoonlijk be„ taalde prijzen ons als in vertwijtfe„ ling heeft gebracht wat in zulke cre„ tieque omstandigheeden veiligst en ver„ antwoordelijkst ware, de bevordering van het debiet en verbeetering van het gebrek aan gelt, door onmiddelijks vermindering van prijs na onse plicht en beste kennisse of met den verthier en inzaam te temporiseeren en aftewachten de 673 de daar toe benoodigde qualificatie van en parshogje venduta beslot U Hoog Edelheeden; en het is om alle deese gewichtige bedenkingen dat, ter sessie van den 30. october laastleeden geraeden word gevonden, om een proef te neemen van het houden van publik ke vendutie, zoo alhier als op de on„ derhoorige kantooren van alle koopman„ schappen, de specerijen zelf niet uijt„ gezondert, ten einde te ontwaaren was daar voor, bij op veiling mocht worden gebooden, en zoo dat over een mogt komen met de bepaalde of Iongst behaalde in goedgekeurde advances, als dan den publicken verkoop, eens voor al te introduceeren en te bepae„ len met medio Ianuarij zoo om de kooplieden welke van elders moes„ ten toevloeijen te gewennen aan een vaste. n, zou„ te

NL-HaNA_1.04.02_3877_0390 view scan ↗

English

fixed time, as well because this appeared to be the best of the season. We would also immediately have proceeded to announce a general public auction of all merchandise which at that time was still on hand, and for that purpose also dispatched the necessary notices to the subordinate offices; but since then, and especially at the meeting of 10 November 1790 regarding sales in general, several difficulties came under consideration, particularly the instability of the market and constant variation of prices, and how such a public auction would only be practicable if, besides the merchandise, a sufficient stock of money was on hand to be able to make any significant advances or disbursements for the new harvest, even if it were only 1/3 or half the general amount of what had to be furnished for an early delivery, whereas now, because one saw oneself least capable of doing so from all the offices except those to the South, this and other considerations inevitably caused apprehension among us. Namely, whether once the merchandise had been put up for auction and was bought in for certain prices, the merchants to whom one otherwise usually cedes it on account of delivery and who consequently hold the setting of prices in their control, would not afterward dictate terms to us all the more and force us to yield and let it go for whatever they wish to give for it, or else, to considerable detriment, let everything lie, with no sufficient prospect of improvement as long as the war with Tipu Sultan continues and one had to wait for an answer to the representation of this critical state of affairs made to Your High Excellencies, with which the true interest of the Company did not agree, in view of the considerable size of the remainders and the capital remaining interest-free as long as the goods are not monetized and the proceeds thereof cannot circulate profitably in trade. For these reasons it was determined on the aforementioned 10 November to stipulate the highest prices for the Japan bar copper, and if it could be sold for 80 pagodas per Bahar, to prefer the private sale thereof over that by public auction; and to observe the same regarding the spices, all the more so because virtually nothing of consequence in nutmegs and mace was on hand, or merely 197½ lb of the former and 906 3/8 lb of the latter, whereas against this there was a stock of 56625 lb of cloves and 209708½ lb of Japan bar copper. At the same time it was determined, with regard to the cloves, to keep in view the aforementioned considerations of the Gentlemen Directors for promoting consumption, pursuant to the resolution adopted in the Council of India on 28 December 1787 and the proportion and distribution of nutmegs and mace with the cloves found in another extract of that same date, and to stipulate regarding the same everything that could possibly be done without for the present going further than up to 90 Indian stuivers, or fifteen Indian stuivers less than the old price calculated at 105 Indian stuivers. We nevertheless sent a circular letter to all subordinate offices regarding our opinion on the public sale to promote consumption, on the one hand because the auction appeared to be the actual means to entice buyers from the most distant places and encourage them to profit rather from the first hand than through the channel of the suppliers, who in a certain sense could be regarded as nothing other than monopolists; and on the other hand to inform the staff that, for the aforementioned reasons, we had for the present suspended the same and resolved to do our best to stipulate the highest prices for what we had on hand, and with the copper, according to the authorization on hand for that purpose, to come down somewhat, as well as with the extraordinary supply of cloves insofar as we could dispose of them separately. Likewise because at Jaggernaikpoeram, Palicol, and Bimilipatnam there was enough money in stock so as not to be embarrassed for the present in making the necessary disbursements, especially if one could only impress upon oneself the necessity of not beginning with any new advances as long as the old ones have not been accounted for; and moreover the other offices to the South, as participating in the sale, ought at least to submit their opinions concerning what was maintained to be profitable or harmful to the Company's interest. For which reason, by circular letter of 12 November last, we instructed the staff, jointly and each individually, to supply their considerations on that project or the introduction of the public sale, and to support them with reasons advising for or against the same, in order to show the Gentlemen Directors and Your High Excellencies that nothing was left untried to make the sale flourish and improve, however unfortunate the circumstances of the times may be as long as this coast is ruined by such destructive wars as that of the aforementioned Tipu Sultan with the English, to which may the Lord at last grant a happy conclusion. The answer of the staff, full of objections against this project and too lengthy to transcribe in this letter, is recorded almost verbatim from their letters in the Resolution of 21 January last.

Dutch transcription

vaste tijd als om dat deese als de bes„ te voorquam van het saisoen. Wij zouden ook directelijk zijn getreeden tot het uitschrijven van een vendutie ge„ neralijk van alle koopmanschappen welke, toenmaals noch aan handen waeren en daar toe ook de noodige bel„ setten hebben afgevaerdigt naarde in douveninten die daarin voog in onderhoorige kantooren; maar zee„ dert en wel voornamelijk ter bij een komst van den 10. November 1790. nopens den verkoop in het algemeen zijnde in aanmerking gekoomen ver„ scheiden in convendenten speciaal de ongestadigheid der maarkt en geduu rige variatie der prijsen, en hoe zoo een ne vendutie dan eerst practicabel zoude zijn wanneer, buijten de koop manschappen, een genoegzaeme voor„ raad my, 674 raad van gelt aan handen was om eeni„ ge naamwaerdige advances of voor„ uytverstrekking op den nieuwen in„ zaam te konnen doen al ware het maar 1/3. ofte het halve generaale bedragen van het geen er, moest wor„ den gefourneert tot een vroeg tijdige Leverantie daar nu, wijl men zich van alle de kantooren /:buijten die om de Zuid:/ het minst daar toe in staet gestelt zage dit en andere con„ sideratien, wel bij ons moest doen ont„ staan de beduchting, of voor de koop„ manschappen, wanneer ze eens wae„ ren opgeveilt, en voor zeekere prijzen wierden opgehouden de kooplieden aan wien, men ze anders gewoonlijk af„ staat op reekening van Leverancie en gevolgelijk het formeeren der prij„ ze bes„ „ zen als in bedwang hebben ons daar na niet dit te meer de wet stellen en noodzaeken zoude om ten offer te komen en ze te laeten gaan tot het geen zij er voor willen geeven, dan wel tot considerabele schade, alles te laeten leggen, met geen ge„ noegzaam vooruijt zicht van ver„ beetering zoo lang den oorlog met Tipoe Sultan aanhout en men moest wachten na antwoord op ver„ tooning van deese hagtelijken toe„ stant van zaeken aan u Hoog Edel„ heiden, waar meede het ware bilang van de Comp. e niet instemde, uit aan„ merking der aanzienelikheijd van de restanten en het renteloos blijven van het kapitaal zoo lange de goederen niet te gelde gemaakt zijn en het pro„ venu 675 de prijs van 't koper is gesteld op § 138. 80. pag: uijt de hand, de proportie stand houdende. vinu van dien met voordeel in den han„ del quame te roubeeren. in deeze reedenen is den 10. No„ van ber voormelt vastgestelt om voor het Iapans staafkoper te bedingen de hoogste pwrijzen en zoo dat voor 80: pagooten de Bhaar mochte om tezetten zijn, den verkoop daar van, uijt de hand, te preffereeren boven die perven„ en de nagelen op 90 stx s' lb: Indiasjud dutie en het zelve ook in acht tenee„ men met de specerijen, te meer er van de Nooten en Foelij genoeg zaam niets van belang aan handen was ofte maar 197½ lb: van d' eerste, en 906. 3/8 lb: van de laeste waar teegen er een voor„ raat lag van 56625. lb: Nagelen en 209708½. Iahans staaf koper, tevens vaststellende om nopens de Nagelen in het oog te houden de voorsz: conside„ ratien a aan Het voorstel van de vindutie At 1139. de Comptoiren aangeschuten en waarom, ratien der Heeren Majores ter bevorde„ ring van den verthier na het geresol„ veerde in Raade van India op den 28. December 1787. en de bij een ander E xo„ tract van dien zelven datum te vin„ dene proportie en de verdeeling der Noo„ ten en foelij bij de Nagulen en om no„ pens deselve te bedingen al wat met mogelijkheijd kon geschieden zonder voorenst verder te gaan dan tot go= stuijvers Indisch ofte vijftien stuijvers Indisch minder dan de oude prijt, tot 105. stuijvers Indisch gereekent. We bedulden niet te min nopens den publicken verkoop tot bevordering van den verthier ont gevoelen circulair naar alle de onderhoorige kantooren, 2 aan de eene kant om dat de vendutie voorquam als het eigenlijke middel om 676 om uijt de verafgelegenste plaatsen de liefhebbert te lokken en te animee„ ren van, lieven uijt de eerste hand haar voordeel te doen, dan door het canaal der Leverancias die men, in een zeeke„ re zin niet anders kon aanmerken dan Monopolisten; en aan de andere kant om den bedienden kennis te gee„ ven dat wij deselve, om voortz: reeden voor eerst hadden opgeschort en be„ slooten ons best te doen om voor het geen we aan handen hadden de hoog„ ste prijsen te bedingen en met het koper na de daar toe leggende qua„ lificatie wat aftedaelen als ook met den Extra ordinairen voorraad van Nagelen, voor zoo verre wij die afzonder„ lijk konden quijtraeken, item om ver„ mits er te Iaggernaikpoeram, Palicol, en pen en Bimilipatnam gelt genoeg in voorraad was om voor eerst tot het doen der nodige verstrekkingen niet verleegen te zijn, inzonder heijd wan„ neer men zich maar in kon pren„ ten de noodzaekelijkheijd om met gee„ ne nieuwe avances te beginnen zoo lange de oude niet zijn verantwoord, en daar bij de andere kantooren om de zuijd; als meede deelende in den ver„ koop, ten minsten haire gevoelens dienden op te geeven omtrent het geen gesustineert werd met 's Comp:s belang profijtelijk of schadelijk te zijn. waer„ om wij den bedienden bij circulaire letteren van 12 9ber: laastleeden ge„ lasten omgezamenlijk en ieder in het bij zonder op dat project of te densin„ voer van den publicken verkoop, te suppediteeren 657 dragen aan resolutie van 21 Jan: suppediteeren hunne consideratien en die te bekleeden met reedenen welke hit zelve aan= of afraeden om de Heeren Majores en u Hoog Edelheeden te doen zien dat er niets onbezocht is geblee„ ven om den verkoop te doen opluij„ ken en te verbeeteren, hoe ongelukkig de tijds omstandigheeden ook zijn, zoo lange dese kust vernielt word door zulke verdervelijke oorloogen als die van voorm: Tipoe Sulthan met de Engelschen; waar aan den He„ met laest een gelukkig einde geeve. omtrens het antwoord daar op word ge„n Het antwoord der bedienden, vol zwae„ righeeden tegen dit project ente wijs loopig om het in deese over te schrij„ ven, staat genoegzaem woordelijk geverbaliseert uit hunne brieven, bij de Resolutie van den 21. Januarij J=o Leden aangeteekend in „ eeren ari

← previousnext →