Inventory 3877
Coromandel · 1,160 pages · 164 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
necessity: to provide for funds § 140. care for the new trade Propor noted; whereto we take the liberty, for the sake of brevity on this matter, otherwise respectfully to conform. Meanwhile, the time was steadily approaching when the tender contract had to be concluded and, consequently, provision had to be made for funds to carry out the unavoidable deliveries. The recently expired financial year 1789/90 presented, in respect of sales here at Palliacatta, a very dismal picture. More than the entire consignment of Japanese bar copper brought by the ship Horssen was still in stock; the northern factories had been allocated their share from the said new consignment, and consequently that which was received in 1789 was left virtually untouched in the warehouses. And since this convincingly demonstrated that sales were not in such a condition that—unless through the aforementioned imprudent handling and presentation of matters—one should have expected Your High Nobilities to see fit to revoke the previously granted price reduction, I asked the former Authority, Mr. Tadama, by order of the meeting of 10 November 1790, to what the said large stock and the meager sale of only 120 lb of bar copper in an entire financial year here at Palliacatta was to be attributed; so that after the answer to this and to other questions asked at the same time had been received, these might be recorded in the resolutions for discharge, as followed on the 18th thereafter; as well as that, according to an extract then inserted from the draft of the General Return, the merchandise sold here amounted to no more than f 41216. 11, in further confirmation of what was cited above regarding how far it is from the truth to report the sales of Japanese bar copper in terms that might reasonably be called abusing Your High Nobilities and discouraging you from consenting to the reduction of price; while, without remaining silent about this, the first undersigned can neither better justify his urging and the already provisionally established price reduction according to the market rate, nor manifest the necessity thereof, than through the course of affairs during the aforementioned financial year 1789/90, in which the entire sale at Palliacatta consisted of nothing other than: 87 5/16 lb Mace 523 lb Nutmegs 2077 1/2 lb Cloves 120 lb Japanese bar copper 1387 lb Powdered sugar 200 Leaguers Arrack besides a few other European goods etc., amounting together with what was sold at the subordinate factories to f 80936. 9 cost price and f 182576. 18 selling price, and after deduction of the loss and the customary percentages f 169413. 2. 8, as shown by the General Return, which by order of the first undersigned was formed separately from the merchandise, omitting the sold gold etc., as that is accounted for separately. The return thereof is appended hereto in original and also follows here below: General Return of the merchandise sold from the Trade Warehouses and from the Provision Magazine to date hereof, here at the main station as well as at the subordinate factories, showing what has been brought and traded from there, with indication of the profit and loss both percentage-wise and in total; Namely: Palliacatta, Sadraspatnam, Porto Novo From the Trade Warehouses: European merchandise 90 lb Dutch iron: Palliacatta 90 lb 60 lb Dutch nails: Palliacatta 60 lb 358 3/8 lb Dutch hoop iron: Palliacatta 358 3/8 lb 2 chests Medicines: Palliacatta 1 chest Fine Spices: 339 1/16 lb Mace: Palliacatta 87 5/16 lb, Sadraspatnam 18 lb 1650 1/16 lb Nutmegs: Palliacatta 523 lb, Sadraspatnam 258 lb 10398 3/16 lb Cloves: Palliacatta 2077 1/2 lb, Sadraspatnam 838 lb Indian Products: 186957 3/16 lb Japanese bar copper: Palliacatta 120 lb, Sadraspatnam 4344 lb, Porto Novo 3765 lb 101320 1/8 lb Powdered sugar: Palliacatta 1387 lb, Sadraspatnam 21263 lb 687 lb Coffee beans: Palliacatta 114 lb 114 lb Black pepper: Palliacatta 114 lb 20 1/2 lb Sandalwood: Palliacatta 20 1/2 lb From the Provision Magazine: 200 leaguers or 77600 cans Arrack Api, with its casks from the consignment brought here from Batavia this year by the ship Horssen: Palliacatta 200 leaguers 366 1/2 lb Salt pork, spoiled, sold by public auction: Palliacatta 366 1/2 lb 165 1/4 lb Salt beef, spoiled, sold by public auction: Palliacatta 165 1/4 lb From the Timber Yard: 11 pieces Beams 21 to 22 feet long and 10 to 12 inches thick: Palliacatta 11 pieces 49 pieces Yagger timbers, 2 out of one tree, sold to the Honorable Authority: 40 pieces, 9 pieces 1 piece Jassum beams: 1 piece Subtracting the selling price and the loss at 5 percent commission granted by Your High Nobilities, the Noble High Indian Government, by missive of 26 July 1784 to the Governor and Second, as expressly assigned upon the sale of merchandise. Palliacatta, In Fort Geldria
Dutch transcription
noodsaekeiykh: om voor fond fete §140. zogen voor den nieuwe handel Propor aangeteekent; waar aan wij de vrij„ heijd neemen ter bekorting van dees materie, ons overigens eerbiediglijk te gedragen- Onder tussch schoot de tijd al gaan de weg in, dat het Aanbesteedings com tract geslooten en gevolgelijk gezorg d bien de te worden voor Fondsen tot het doen der onvermijdelijke verstrekkingen geringen vartien van diss voorlin Het eeven verweeken Roekjaar 1 69/90: maakte in aanzien van den ver„ tier hierte Palliacatta, een zeer droek vige vertooning. Meer dan den gan„ schen aangebrachte parthij Iapansch staaf koperp: het schip Horsen lag noch in voorraad; de kantooren van de Noord had men het hunne toege„ deelt uijt den gem: nieuwen aanbreng, engevolgelijk wat het ontvangene in 1789. ver genoeg 678 verslag dom en gevolg daar van, den van dit weijnig debet afgevraegd. dmn, als geschied e„ genoegzaam onaangevoert in de Pakhuijzen. sabisie ustdtukkeng hierontens bij En daar dit overtuijgent aantoonde dat den verthier niet virseerde in die ter min, dat men, anders als door voorsz: onvoorzichtige behandeling en voordracht van zaeken, had„ den aantemurken dat u Hoog Edelheeden de te vooren toegestaane prijs vermindering we„ het degeweden gesoehebben adama sien ver hadden gelieven in te trekken, ik den Heer ge„ weezen Gezachhebber Tadama, op ordre van de vergadering van 10. November 1790. afge„ vraagt waaraan den gem: grooten voorraed en maar een geringe verkoop van 120 ld: staefkoper in een gansch Boekjaar hier te Palliacatta moest worden toegeschreeven; om dat dichange aan Getekens delben om na dat het antwoord daar op en op andere tevens gedaane wagen zoude ingekoomen zijn die tot decharge aan „ tekenen bij reso„ lutien, gelijk dat den 18. daar aan heeft ge„ volg genoomen; als ook, dat volgens een toen geintereert vrij 1ch van de provntioneel aplag de merdere vrier van, geinsereert uijttrekzel uit het ontwerp van het Generaal Rendement de alhier ver„ debiteerde koopmanschappen niet meer dan ƒ41216. 11: komt te beloopen, ter nadere be„ vestiging van het hier voor aangehaelde hoe verre het er van af is om den debiet van het Iapans staefkoper op te geeven in de ter„ men dat men het reedelijk mag noemen om u Hoog Edelheeden te abuseeren en te ditanimeeren tot bewilliging in de ver„ mindering van prijs; dewijl met daar de nstgetekende noems tit verantwordig van stil te Zwijgen, de eerstgeteekende zijne aandrang en bereets provisioneel vast gestelde afslag, na rato van de markt, niet beeter verantwoorden en de noodzaekelijkheijd van dien, manipetteeren kan dan door den loop van zaeken geduurende het voorsz: hoekjaar 17 9/4. in het welke den ganschen ^ uijt verthier te Palliacatta ^ niet anders bestaat van 679 n 'tovorgaart 87: 5/16. lb: Foeli 523. -. „ Nooten Muscaten. 2077:½ „ Nagelen. 120: — „ Iapans staafkoper 1387. –. „ Poeder suijker 200: - Leggers Arak. buijten eenige andere weinige Europische koop manschappen ent3:, met het verdebiteerde op de onderhoorige kantooren te samen gevoegt, bedragende ƒ80936: 9. - inen ƒ 182576. 18. uijtkoops, item na aftrek van het verloorene en de gewoone poo centon ƒ 169413. 2. 8. uitwijsens het generaal Rendement dat op ordre van den Eerstgeteekenden, met aflaeting van het verkochte Gout en 13:, als ƒ apart verantwoord wordende, van de koop„ manschappen afzonderlijk geformeert, onsertie rendement daarvan, dat ook in in originali deese is bij gevoegt en tevens hier onder volgt—. dan Generaal. r „ taat Generaal Rendement van 3dam Quit de Negotie Pakhuisen. Europase koopmanschappen 90. -. lb: ijzer Hollands. . . - . . . -. ld: 90. — lb 60. . „ spijkers Hollands. . . . . . . . . . „ 60. –. „ —. –. „ 358. 3/8. „ Htoepijzer Hollands - - - - - - - „ —. -. „ —. . „ 35: 8:„ 2. kisten Medicamenten. . - - -. . . p:s 1. —. k —. . . k Fijne Specerijen. 339. 16. lb: Foilij of Macis 1650. 1/16. „ Nooten Musschaaten. 10398. 3/16. „. Garioffel Nagulen - Jndiasche Producten 186957 3/16„ 101320. 1/8. „ Poeder zuijker - 687. . , „ Coffij boonen „ - uit 't Provisie Maguazijn. 200. –. leggers of 77600. kann: Arak Apij, met dies fusten uit de Parthij pr 't schip Horsen in dit Iaar van Batavia alhier aangebragt. . - - - Legg. s 200. –. „ . - - - lb: 366. ½. —. .. spek gezoute- 366:½ lb: vlees gezonte. } bedurven per vendutie verkogt - - „ 165. ¼. — . . t 165.¼. „ g uijt de Timmerwerff 11. P. s Balken d' 21. â 22 v:t en d:k 10. â 12 d:m 49. —. „ Iaggerhouten de 2. uijt een boom, als: Aan den wel„ 40: –. Edele Agtb: Heer 9. - „ - - - - - - - . . . . . serachher ver „ 19. – . 1. . P:s Balken Iasemse - - - - - Tkogt - - - „ 1. — — -. –. lb — – l 114. –. „ Peeper Zwarte - - - - - - „ 114. –. „ —. –. „ —. „ 20½. „ zandel, Wout - - -. . . . . - - „ 20. ½. „ —. –. „ —. „ 40. P=s - - - - - - - - - - - Substrateere tin van 't uitkoops en het verlies â 5. prCcento provisie door Haar Hoog Edelheedens de Edele Hooge Indischaege sive van den 26. Iulij 1784: aan den Gouverneur en secunde, als daar lijk op den verthur van koopmanschappen toegelegd op.- Palliacatta In't Fortheldriden . p:s 11. —. —. .. . . „ -- - - - „ 1387:– „ 21263. – „ 78::„ . - – – – „ – . – „ —. –. „—„ staeff koper Iapans. . . . . . . . „ 120. –. „ 4344. —. lb. 3765„ . . - - - lb: 87. 3/18. lb: 18. —. lb . . - - „ 523. –. „ 258. -. „ - - - - „ 2077. ½ „ 838. –. „ 194 dato deeses, alhier ter Hoofdplaatse, mitsgaders op ven van daar ingekoomen en verhandelt zijn met aanizi verlies zoo percento als in het geheel; Namentlijk Pallia, Sadras„ Porc„ catta patnam no„ po Jan - —. l0 –. „ -. -. -.
English
680 such Merchandise etcetera as has been received since the 1st of September 1789 until at the subordinate Offices of this Government, in so far as the papers indication of their purchase and sale prices and gained advances, and at Porto Novo Jaggenaikpoeram Palicol Bimlipatnam Total Total in Purchase In Sale Profit Loss lb. lb. f 140. 17/16. d: 319. 27/16 200. 8 19. 3207:— 1138. 1/1 -.lo. 3765 112200:—: 12476 1/8 20160. –. 718.½ 6793. 5/8. —. –. —. –. — 687. —. —. — — 18217. 4. – 26100. –. – 43¼ 7882. 16. -. — 100. 8. 8. 10. 15. 8. —. -. —. 89. 13 — f 89. ½ 43. 4. 8. 4. 5. 8. — - —. -. 7 3. 38. 19:— 41. 5. -. 53. 12 8. 30 - 12. 7. 8: — –. — — 9. 5. 8. 18. 11. -. 100. 9. 5. 8. 2. 18. 8 3. 16. 8. 30. —. 18. —. Sum. f 80936. 9. —. f 263513. 7. —. f - - . . . f 182705. 10. -. - - - - - - f 128. 12 — Loss the Net Profit - - - - - - - - - - 80936. 9. —. - - - - 128. 12 –. Rest . . . . f182576. 18. -. . . f182576. 18. Indies Government, by its Highest honored Secret Dispatch and that the Chiefs of the outer Offices favorably amounts to Net Profit. . f169413. 2. 8. Geldria the 12th of January Anno 1791 for the end of August Anno 1790. 222. 15. –. 222. 15. –. —. –— on - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 13163. 15. 8. - -. 13163. 15. 8. f169413. 2. 8. -- 48955. 19. –. 157443. 2 8. 2. 17/162 –f18487. 3. 8. – – — — – 8331. 17. 8. 12598. 12. 8. 51. ¼ s 4266. 15. -. — — — — 14. 10. –. 64. 2 8. 254. ¾. f 49. 12. 8 —. — — — 72. 9. –. 144. 18 –. 100. 72. 9. — – – 12. 4. 8. 18. 6. 8. 50. –. 6. 2. — – – 93. —. 348. ½. 2947. 1/16. 9. 17. — f 12. 16 —. 30. — f 2. 19. —. —. –f — — — 7. 12. -. 14. 4. -. 84. ¼ 6. 12 —. —. –.— — — 40. 1. -. 67. 4. -. 67. 14/16 27. 3. —. — -—. – – 443. 19. 8. 776. 19. - 75. – 332 19. 8. –. –—. – – 179. 12 8. 3178. 14. 8. 1669. 7/1 rm 2999: 2. -. — –. — 360. 1. –. 11601. 19. 8. 312 7/16 11241: 18 8. — – — 3871. 5. – 51178. 12. . . 1222 – 47307. 7 -. -– - - according to 1. —. lb: 35 /8: k —. k lb: The arrack made 43¼ percent profit. The lower profit was due to the single calculation of the leaguer. Sold at Madras, the balance at Palliacatta, placed, According to which the Arrack has yielded 43¼ percent profit; whereas against this the lower profit of Anno 1788/1789, upon which Your High Honors' reflection fell in paragraph 17 of the often-mentioned Rescript of the 27th of April last, must partially be attributed mainly to an irregular and higher charging of the Leaguers than in previous years; the sale of that liquor being entirely impracticable other than at Madras for as long as this place, Palliacatta, must remain the Head Office; whereas Madras, on the other hand, for the turnover and in general for the transaction of all affairs, is infinitely more suitable and advantageous for a Head Office, so that if one must remain deprived of Nagapatnam for any longer, it is heartily to be wished that 188. 101 Profit on Pepper and Coffee in the latest and previous financial year, the sold meat and bacon was a remainder from 1788. that Your High Honors may be pleased to bestow, as soon as possible, a favorable reflection upon our consideration proposed in the margin of the Homeland Extract dated the 9th of November 1790, paragraph 279, to vacate this unsuitable place as soon as possible and, provisionally, take possession of Madras. The advance on the pepper is 254¾ and on the coffee 100 percent in the latest Financial Year. The parcels upon which Your High Honors' remark fell in paragraph 48 of the Rescript of the 27th of April belong to the previous financial year, when the coffee yielded only 45½ but the pepper the above-mentioned advance of 254¾ percent. The meat and bacon is a remainder of what was sent in Anno 1788, when one 188. Resolution Extract number 4. Inconvenience through lack of money due to low prices of merchandise. due to a lack of all kinds of provisions, on the requisition of the 20th of October 1787, received 2073 lb. of bacon and 950 lb. of meat per the vessel De Arent, which was successively sold to the Community, except for the remaining 536¾ lb., which, as it began to spoil, was sold by public auction. From the aforementioned Resolution of the 18th of November 1790, Your High Honors will be pleased to observe the calculated valuation of the merchandise in comparison with what was needed and what could have been left over, had we been able to realize the sum that was then projected, as well as the various difficulties against it, with the prices that the merchants stated they could 602. spend if they were provided with money and could collect and pay for the goods; which instability brought the first-signed into such inconvenience that at the session of the 23rd of November he found himself under the necessity, since it appeared no other way than that one would have to come to the ultimatum of what was determined on the 18th prior, to declare the former Administration responsible for the detrimental consequences that could result from the dispositions regarding the cargo brought by the ship Horssen and the stripping of oneself of the articles that are capable of better maintaining the price of Cloves and Japanese Bar Copper than when of 87.
Dutch transcription
680 3danige Coopmanschappen Ensz: als er 't zeedert Primo September 1789. tot op subalterne Comptoiren deeses Gouvernement, tot zoo verre de papie„ aanijzinge van der selven kostende verkoops prijzen en behaalde advancen, en Atij Port Iaggernaik„ Pali„ Bimili„ Inkoops In verkoops Winst verlies. poeram 7101 col, patnam 't Seheel In't scheel pr C=o In't scheel pr Cento. Int schul„ lb. —. –. lb: —. . . ƒ . . . „ -. . „ 140. 17/16. d: 319. 27/16 „ 200. 8„ „ 19. „ 3207:— „ 1138. 1/1„ -.lo. 3765 „ 112200:—: 12476 1/8 „ 20160. –. „ „ 718.½ „ 6793. 5/8. —. –. —. –. „ .„ . „ —. „ 687. —. —. — — 18217. 4. –„ 26100. –. – 43¼ „ 7882. 16. -. — 100. 8. 8. „ 10. 15. 8. —. -. „ —. . . . . . . . . . „ 89. 13 — ƒ 89. ½ 43. 4. 8. „ 4. 5. 8. — - „ —. -. . 7 3. „ 38. 19:— 41. 5. -. „ 53. 12 8. 30 - „ 12. 7. 8: — –. „— — 9. 5. 8. „ 18. 11. -. 100. „ 9. 5. 8. 2. 18. 8„ 3. 16. 8. 30. „ —. 18. —. Somma. ƒ 80936. 9. —. ƒ 263513. 7. —. ƒ - - . . . ƒ 182705. 10. -. - - - - - - ƒ 128. 12 — verlies het zuijver winst - - - - - - - - - - „ 80936. 9. —. - - - - „ 128. 12 –. „ Rest . . . . ƒ182576. 18. -. . . ƒ182576. 18. Indischegeering, bij Hoogst derselver g'eerde secreete Mis„ nde, als daande opperhoofden der buijten Comptoiren gunstig„ komt aan zuijver winst. . ƒ169413. 2. 8. Geldre en 12. Januarij Ao 1791 voor ultimo augustus Ao 1790. 222. 15. –. „ 222. 15. –. —. –„—. . . . —. „— – – op - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 13163. 15. 8. - -. . „ 13163. 15. 8. ƒ169413. 2. 8. -- 48955. 19. –. „ 157443. 2 8. 2. 17/162 –ƒ18487. 3. 8. – – „ — — – 8331. 17. 8. „ 12598. 12. 8. 51. ¼ s„s 4266. 15. -. — . . „ — — — 14. 10. –. „ 64. 2 8. 254. ¾. ƒ 49. 12. 8 —. . – „ — — — 72. 9. –. „ 144. 18 –. 100. . . „ 72. 9. . . —. . .„— – – 12. 4. 8. „ 18. 6. 8. 50. –. „ 6. 2. . —. . „ — – – 93. —. „ 348. ½.„ 2947. 1/16. „ 9. 17. — ƒ 12. 16 —. 30. — ƒ 2. 19. —. —. –ƒ — — — 7. 12. -. „ 14. 4. -. 84. ¼„ 6. 12 —. —. –.„— — — 40. 1. -. „ 67. 4. -. 67. 14/16 „ 27. 3. —. — -„ —. – – 443. 19. 8. „ 776. 19. - 75. –„ 332 19. 8. –. –„ —. – – 179. 12 8. „ 3178. 14. 8. 1669. 7/1 rm 2999: 2. -. — –. „— 360. 1. –. „ 11601. 19. 8. 312 7/16„ „ 11241: 188. — – „— 3871. 5. – „ 51178. 12. . . 1222 – „ 47307. 7 -. -–„ - - volgens 1. —. lb: .„ „ 35 /8:„ k „ —. „ „ „ k . . .k — k – . . . „ — . - „ —. - - „ -. „ . „ lb: .— . .-.- -. . -. - —. . . „ „ „ „ .- -.-—. — -. - - . „ -. . „ „ .„ . . . „ . . . „ - -- —.. —. — „ „ . . . „ .„ lb - „ „ „ de overak heeft 45¼4 prC:t Wus egen 144. ven ende mindere winst a ps quam door de Eenge nanreekeng der legger. dras verkog, del sald Palliacatta, geplaats werd, Volgens het welke de Atrak 43¼ prC: winst heeft gegeeven: waaren tee„ gen de mindere winst van Ao 178/9: waar op u Hoog Edelheeden refledie gevallen is bij par: d17. der meerm: rescriptie van 27. April passato voornamelijk aan een ineguliere en hooger aanreekening der Leggers den in voorige Iaaren gedeeltelijk moet wor„ doese daerk vor tan megen als te kanden toe geschreeven; zijnde den verkoop van dien drank anders als te Madras ten eenemaal in practicabel zoo lange dee„ ze plaats Palliacatta het Hoofd kantoor batrglegenhijd van sadras tos ten hen moet blijven; waaren tegen Sadras voor den vertier en in het Generaal ter verrichting van alle zaeken voor een Hoofd kantoor oneindig geschikten voor„ winsch dat daar het Hoopd Cantoor komt, zoo dat bij aldien men noch lan„ ger van Nagapatnam moet verstooken blijven, het hartelijk te wenschen zij, dat 188. „ 101 winst op Peperen Coffij ut 1 42. Jongste en voorige boeten aar, het verkogte vlesen spekevars 1143. een restant van 1788. dat u Hoog Edelheeden, zoo spoedig moge„ lijk, eene goedgunstige repledie gelieven te slaan op onze in margine van het Pa„ triasch Extract de dato 9. November 1790. par 279. voorgestelde consideratie om van deese ongeschikte plaats hoe eer hoe bee„ ter op te breeken en, bij provisie van sadras bezit te neemen. Het advant op de peeperis 254.¾. en op de kottij 100: procente in het Jong ste Boekjaar. - De partijen waar op U Hoog Edelheeden aanmerking is ge„ vallen bij par: 48. der rescriptie van 27. April, behooren tot het voorige boekjaar wanneer de kottij maar 45. ½ doch de peeper het bovengem: advant van 254¾ prC: heeft gegeeven. Het vleeschen spek it een restant van het gezondene in Ao 1788. wanneer men 188. d„ recrt van resolutie notr da 4. ongeleegentheijd door geld gebrek mits. dslaige prijsen van handelwaeren men uitgebrek aan alle soorten van provisien, op den Eisch van 20. 8ber: 1787. 2073. lb: spek en 950. lb: vleesch heeft ons vangen per de bank De Arent, dat suc„ cessive aan de Gemeente is verkocht tot op de overgebleeven 536. ¾. ld: na, welke vermits het begin te beverven, per ven„ tutie it verkogt geworden. Bij voormelde Resolutie van 18. November 1790. zal u Hoog Edelheeden des behaegende consteeren, de calculative bereekening van de waarde der koop„ manschappen in vergelijking van het geen er benoodigt was en over zou heb„ ben konnen schieten, hadden wij en de som voor kunnen maeken die men toen stelde, als meede de onderscheiden zwaerigheeden daar teegen, met de prij zen die de kooplieden opgaven te ken„ ne 602. nen besteeden indien zij van held voor zien waren, en de waaren konden afhae„ len in betaelen; welke ongestadigheijd de eerstgeteekende in zulke ongeleegent„ heijd gebragt dat hij zich ter sessie van 23: November in de Nood zaeke„ lijkheijd heeft bevonden om, vermits het zich niet anders liet aanzien of men zoude moeten komen tot het ultimatum van het den 18. bevoorens vast gestelde, het voorige Ministerie aanspreekelijk te verklaaren voorde nadeelige gevolgen welke resulteeren konden uijt de beschikkingen overden aanbreng per het schip Horssen en het zoch zelfs ontblooten van de articulen die in staat zijn de prijs der Neegelen in het Iapans Staaf„ koper beeter te maintineeren dan wan„ neer van 87.
English
when one is also left with an excess of this, besides the fact that funds had also been disposed of too generously for the offices, and why it will be difficult whether we, by disposing of the copper at 80 pagodas the bahar and the cloves at 400 pagodas the bahar, along with the second installment of the advances for the contracting, will not end up in the utmost distress; for although according to the decree of 27 November last it was still arranged that for the merchandise that was to serve in deduction of the first installment, namely the copper and the spices, the old previous prices were obtained, and for the remainder such prices as are noted in the resolution of the last-mentioned date, with the reasons why one had to consent to that bid of the merchants, our subsequent resolution of 10 December 1790 and the statement of our finances inserted therein show what we fall short of, remaining stuck with the copper and the cloves, and what surplus we would have if our remainder of both could be disposed of at the aforementioned prices, which is very improbable as long as both articles remain at Madras at such low prices as the cloves at 330 and the copper at 71 to 72 pagodas the bahar, regarding which Japan copper makes virtually no difference anymore compared to European copper, Reason for proceeding to public sale, and its outcome and the private individuals who bring that copper here to the coast from elsewhere and sell it know from experience what they would lose if they could not make it good through the higher value of the pagoda and their further return shipments. Since, owing to this state of affairs regarding both of these articles, which is so bad to our regret, the merchants could not be persuaded, in accordance with the proposal made by the resolution of 1 December 1790, to accept the copper and the cloves separately, even at the aforementioned considerably reduced price of 80 and 400 pagodas the bahar, we were indeed forced to test what would come of the public sale also appointed on that day and on account of this embarrassment, the more so because the Company, calculated on the capital at the sale price, according to a demonstration by the Chief Administrator inserted in the resolution of 14 January 1791, stood to lose annually at 9 per cent in interest ƒ 45,576. 17. - by retaining or holding the remaining cloves and copper, besides ƒ 6,042. 15. 8 which had to be added to it if what was needed at 1 per cent per month to fulfill the first and second installments of the necessary provisions on the contracting had to be borrowed, should these sums not be found from the sale. For that reason, at the said meeting of 14 January aforesaid, we found ourselves under the pressing necessity, if the public sale was to proceed smoothly, of descending with the copper if necessary to 1011 7/10 per cent or 78 pagodas, but on the cloves strictly not less than the aforementioned 80 Indian stivers the pound or 400 pagodas the bahar. We had even waived the condition published under Article 3 in the draft notice inserted in the resolution of 14 January, to pay down up to 10 per cent in hand or furnish it into the Company's treasury upon the striking of the purchase of the goods put up for auction and knocked down until the purchased goods are collected, and thus on the day of the public sale merely stipulated what was agreed in Article 4, that the purchase would take place in cash with the rebate of 2 or 1 per cent if paid within the months, with the distinct advance in price if collection was delayed longer than three months. Yet, notwithstanding all this, we did not succeed; partly for lack of other bystanders than our merchants and a few of the inhabitants of Paliacat, and partly because of the uncertainty of affairs due to the aforementioned troublesome conditions of the times. For, according to the notes on the day of the public sale or the 15th, and the report inserted in the resolution of 21 January of the commissioners who assisted at the auction, Hope that the bad state of trade, especially concerning copper and cloves, is clearly demonstrated no more than 325 for the cloves and 65 pagodas the bahar for the copper was bid, for which amounts we have held back both. We believe we cannot give Your High Noble Lordships greater or clearer proof of the fatal state of trade, especially with respect to both aforementioned articles, the cloves and the Japan bar copper, and how unavoidably necessary it accords with the Company's interest, subject to better correction, to make further regulations regarding the sale of both, and especially regarding such alternatives as we have already made known in paragraph 137 above, once we are delivered from an anxious uneasiness as to how Your High Noble Lordships judge that trade ought to be directed and how far our sentiments agree therewith; and especially how we may conduct ourselves in such critical circumstances as are presently the case. Which is also confirmed by the losses of the merchants thereon; annexed are demonstrations of the Company's profit in forcing goods upon the merchants since 178[illegible] This also fully confirms the complaints made everywhere of the losses which the merchants have had to suffer by persuading them to accept the merchandise without limit against the delivery of textiles at the high prices for which they have successively been relinquished to them, while, to show what the Honorable Company has profited thereby, we have the honor to append hereto the memorandums or demonstrations drawn up thereof.
Dutch transcription
neer men daar meede apart overkrops blijft, behalven noch dat men voorde kantooren ook te ruijm over het held hadden gedisponeert en waarom het bezwaarlijk zal zijn of wij het koo„ pen tot 80. pagooden de bhaar ende Nagulen tot 400. pag. de bhaar wel quijten, met het tweede termijn der advances voor de Aanbesteeding, met in de uijterste ongeleegenheijd zullen geraeken, want schoon het vol„ gens arrest van 27. November laast leeden zoch noch daar toe geschikt heeft dat voor de koopmanschap pen die, in mindering van het eerste termijn zouden dienen ofte het kooper en de sperorijen de oude voorige en voor de verdere zoodanige prijzen zijn geobti„ neert als bij resolutie van laast gem: datum 60 datum genoteert staan, met de redenen waarom men in dat bod der kooplie„ den wel heeft moeten bewieligen, zoo toond onze volgende Resolutie van 10. December 1790. en de daar bij gein sereerde staat onser Financien aan, wat wij komen te kort te schieten, met het koper en de Nagelen zitten blijvende, en wat wij zouden over heb„ ben indien ons restant van beiden tot de bovengemelde prijsen kon wor„ den gedemanuart, dat zeer onwaar„ schijnlijk is, zo lange de beide de articulen te Madras op zulke lae„ ge prijsen blijven als de Nagulen 330. in het koper 71. â 72 pagooden de Bhaar waar omtrend het Iapansche boven het Europische koper geen on„ derscheijd om zoo te spreeken meer uitmaakt um reeden van het overgaan tot ven„s 145. ante, en dies uijtslag uitmaakt en de particulieren, die van elders dat koper hier ter kuste aan„ brengen en verdebiteuren, bij ondervinding weeten wat zij zouden verliesen zoo ze door de meerdere waarde van de ki pagoot en hun verder retour dat niet weder konden goed maeken. Daar nu om deeze tot ons Leedwel zen zoo slegte aanschou van zaeken in opzicht van beiden deeze arti„ culen de kooplieden niet te persuader waren om volgens besluijt van den 1 December 1790. gedaene voorstel, het koper en de Nagelen apart aan te neemen, zelfs teegen de voorsz: zoo merkelijk afgedaalde prijs van 80. en 400: pagooden de khaar waren we wel genoodzaekt om te teproeven wa er worden wilde van de, ten dien dage en t uijt 684 uijt hoofde van deese verleegenheijd tevens vastgestelde vendutie, te meer de Comp„ op het kapitaal, nade verkoopsprijs gereekent, uytwijsens eene ter Resolutie van 14 Januarij 1791. g.' insereerde aan tooning van den Hoofd Administra„ teur door het over of aanhouden der restanten Nagelen en koper sjaars à 9. p:r C:o aan interest ƒ 45576. 17. -. quam te verliesen, buijten ƒ6042. 15. 8. die men daar bij moest reekenen, indien het geen tot vervulling van het eerste en tweede termijn der nodige ver„ strekkingen op de Aanbesteeding te„ gen 1. p:r Co 'smaands noodig ware, moest opgenomen worden zoo men die sommas uijt den verkoop niet konde vinden. We zagen ons om die ree„ den, ter gemelde bij een komst van 14. Januarij Ianuarij voormeld, wel in de gedron„ gen noodzaekelijkheijd om, zoo den publicken verkoop wilde vlotten, met het koper des noods aftedae„ len tot 1011 7/10. p:rC:o ofte 78. pagooden doch de Nagelen volstrekt niet min„ der als de voorsz: 80. stuijvers Indisch het ld: ofte 400. pagoden de bhaar. we hadden zelfs geresilieert van de bij het ontworpen Biljet geinsi„ reert bij resolutie van 14 Januarij, A:o 3. gepubliceerde conditie, om bij het toeslaan van den koop, van het opgeveilde en gemeinde tot 10. p„r Cento op hant te geeven ofte in 'sComps Capsa te fourneeren tot dat het ge„ kochte word afgehaalt, en dus ten dag ge der vendutie enkel bedongen het gestipuleerde bij het 4. A:o dat den vo koop 685 koop zou geschieden in contant met „ „ 2. of 1. „ het rabat van pr C o indien er betaald wierd binnen de maanden met het on„ derscheiden opgelt indien met het af„ haelen langer dan drie maanden ge„ tardeerd wierde —. Dan on aangesien dit een en ander, zijn we niet ge„ „reusseert; eens deels uijtmancque„ ment aan andere omstanders als onze kooplieden en eenige weinige der Palliakatsche ingezeetenen, en ten anderen om de onzeekerheijd van zoeken, door de voorsz: troubleuse tijds omsteindigheeden. want uijtwij„ zins aanteekening ten dage der ven„ dutie ofte den 15. , en het bij Resolu„ tie van 21 Ianuary ginserent rap„ port der Gecommitteerdens die bij de opveijling hebben geassisteert, is voor hoop, dat de slegte stat der ham s 146: dels voor al omtrend koperen nagulen ten klansten betoogt voor de Nagelen niet meer dan 325. en voor het koper 65: Pagooden de Bhaar geboo den, waar voor wij beiden hebben opge houden. Meerder of klaarden bewijs vermee¬ nen we u Hoog Edelheeden niet te kennen geeven van de noodlottige tot stant des Handels, speciaal met op zicht tot beiden de voorm: articulen de Nagulen en het Japans Staapek koper, en hoe onvermeidelijk nood zaekelijk het met scomp:s be„ lang, onder beeter Correctie, over eenkomt om nadere bepalingen te maeken op den verkoop van be den, en wel inzonderheijd tot zulk alternativen als we, bij pan: 137: huen voor bereets hebben te kennen geeven, wanneer we eenmaal zulk geraaken 686 erapelk ook bevestigd word door § 147. de schaaden der koopl: daar op, eorden bij gevoegd aantooningen van Comp s winst bij opdrang van Wandelio: nde koopl zeedert 17 8 geraaken uijt eene kommerlijke on„ gerustheijd hoedanig u Hoog Edel„ heeden oordeelen dat den Handel dient te worden gederigeert en hoe verre onze gevoelens, daar meede, quadreeren.; en inzonderheijd hoe we ons mogen gedragen in zulke creticque omstandigheeden als ter„ genwoordig het geval zijn. Ook bevestigt dit alzints de klachten allerwegen gedaan van de verliesen welke de kooplieden hebben moeten ondergaan door hen te persuadeeren van de koopmanschappen, op Liverancie van lijwaeten, onbepaalt aan te neemen teegen de hooge prijzen waar voor ze successive, aan hen zijn afge„ staan, terwijl we, om te toonen wat de E: Comp=e daar bij heeft geprofitenrt de are hebben hier bij te voegen de daar van op gemaakte Memorien of aantooningen.
English
arranged, Statements from Palliacatta from the year 1784 until the last day of August 1790, amounting according to the annual summary to ƒ 50051: 7: 8 purchase cost and ƒ 171725: 10: 8 selling value, yielding, after deduction of the granted 5 percent, in net profit ƒ 113087: 17: 8. From Iaggernaikpoeram since 1785/6: purchase cost ƒ 105213: 12: —, selling value ƒ 423132: 9: 8, and after deduction as above, profit ƒ 296762: 5: 8. From Bimilipatnam purchase cost ƒ 80100: —: —, selling value ƒ 315196: 4: 8, and after deduction as above, profit ƒ 219336: 8: 8. Or from the three offices ƒ 629176: 11: 8. To which end these statements are, which statements from Sadras and Portonovo left out of account, as none have been received from there, principally are arranged for the reflection of Your High Excellencies, whether it might deserve any consideration that, in contrast to these substantial profits and on the contrary the losses suffered thereon by the suppliers, they were accommodated in the prices of the linens and which on that account were raised. The complaints about those losses and the proofs sent on that account have already been dealt with above in section 50. Except for 25 lb of pepper which was sold out of the consumption chest in the month of December of the previous year for ƒ 11: 14: 8 and accounted for in cash and in due time will be included along with the rest in the general sales of the current financial year, this annexed return of the last day of January 1791 serves to show that the merchandise accepted by the merchants in that month in reduction of the amount of the first installment of the disbursement on the contract amounts to ƒ 16868: 5: — purchase cost and ƒ 47580: 1: — selling value, and that subtracting the first from the last amount and deducting from the total the 5 percent, the net profit amounts to ƒ 28333: 5: 8, as the return itself further demonstrates. Section 149. Return of the merchandise sold in this month at this main settlement, with indication of the cost price, selling prices, and the advances obtained thereon, both per cent and in the total; namely: The cost of one pound, the price for which a pound was sold, profit on one pound, percentage, the cost of the sold lots, total for which they are converted. 117½ lb of mace: cost ƒ 0: 10: 5 1/16, sold for ƒ 9: 7: 8, profit ƒ 8: 17: 2 7/16, 1717 ¼ percent, cost ƒ 60: 12: —, total ƒ 1101: 11: —, profit ƒ 1040: 19: —. 500 lb of nutmegs: cost ƒ 0: 4: 3 ½, sold for ƒ 7: 0: 10, profit ƒ 6: 16: 6 ½, 3233 7/16 percent, cost ƒ 105: 9: 8, total ƒ 3515: 12: 8, profit ƒ 3410: 3: —. 2467 lb of cloves: cost ƒ 0: 6: 14 ¼, sold for ƒ 4: 18: 7, profit ƒ 4: 11: 8 ¾, 1328 7/16 percent, cost ƒ 849: 19: —, total ƒ 12124: 5: —, profit ƒ 11292: 6: —. 7200 lb of Japanese bar copper: cost ƒ 0: 6: 15 3/16, sold for ƒ 1: 3: 7, profit ƒ 0: 16: 7 7/16, 235 ¼ percent, cost ƒ 340: 11: —, total ƒ 1143: 9: —, profit ƒ 802: 18: —. 9453 lb of coffee beans: cost ƒ 0: 5: 3, sold for ƒ 0: 16: 13 3/20, profit ƒ 0: 11: 10 3/10, 224 13/16 percent, cost ƒ 1867: 10: —, total ƒ 6062: 14: —, profit ƒ 4195: 4: —. 13521 lb of black pepper: cost ƒ 0: 2: 0 1/16, sold for ƒ 0: 4: 5, profit ƒ 0: 2: 4 7/16, 111 1/18 percent, cost ƒ 966: 18: 8, total ƒ 2038: 6: —, profit ƒ 1071: 7: 8. 135455 lb of powder sugar: cost ƒ 0: 2: 8 7/16, sold for ƒ 0: 9: 6, profit ƒ 0: 6: 13 3/16, 267 ½ percent, cost ƒ 1724: 9: —, total ƒ 6337: 19: 8, profit ƒ 4613: 10: 8. 975 ¾ lb of camphor: cost ƒ 0: 1: 9 1/8, sold for ƒ 0: 2: 4, profit ƒ 0: 0: 10 1/8, 39 1/11 percent, cost ƒ 10952: 16: —, total ƒ 15238: 14: —, profit ƒ 4285: 18: —. Total: cost ƒ 16868: 5: —, selling value ƒ 47580: 1: —, profit ƒ 30712: 6: —. At 5 percent commission favorably granted by Your High Excellencies in their esteemed secret missive of 26 July 1784 to the Governor and Second in command on the sales of merchandise: ƒ 2379: 0: 8. Remains for the Honorable Company: ƒ 45201: 10: 8, net profit ƒ 28333: 5: 8. Palliacatta, in Fort Geldria, the last day of January anno 1791. That which was discounted with the interpreter on the delivery of caliatour wood, uniforms, and seal skins amounts to ƒ 1043: 3: — purchase cost and ƒ 11877: 14: — selling value, and yields, after deduction as above, a profit of ƒ 10240: 13: 8, which is shown more clearly in a return under the last day of February 1791, which also accompanies this and likewise follows below. Return of the merchandise sold to Wengadasselam Naiker on delivery of caliatour wood etc., cost prices, selling prices, and the advances obtained thereon: 1500 lb of cloves 375 lb of nutmegs 52½ lb of mace 1620 lb of Japanese bar copper At 5 percent commission granted by Your High Excellencies in their secret missive of 26 July 1784 to the Governor and Second in command on the sales of merchandise. Palliacatta, in the Fort. In addition to the above-mentioned interpreter, in satisfaction of his share in the below-mentioned accounts, at the reduced prices of 80 and 400 pagodas, upon his request made for that purpose, one-third of that amount was conceded in Japanese bar copper.
Dutch transcription
ingerigt, Aantooningen van Palliacatta zeedert a:o 1704 tot ultimo augustus 1790. bedragende volgens annee samentrekking ƒ 50051: 7: 8: in en itkoops ƒ171725:10:8 9 vende, na aftrek van de toe gestaand 5. percento, aan Zuiver winst. . . . . . . . . . ƒ113087. 17. 8. Van Iaggernaik poeram zeed: 178 5/6: in: koops ƒ 105213. 12 —, uijtkoops ƒ423132. 9. 8. en na aftrek als vooren, winst. . . . . . . „ 296762: 5: 8. van Bimilipatnam inkoops ƒ 80100. — —. uitkoops ƒ315196. 4. 8. en na aftrek als boven ofte van drie kantooren. . . . . . . ƒ 629176. 11. 8. ten wateijnde dese aantoninge zijn welke aantooningen van Sadras en Portonou dut ongereekent, als van daar geene ontvangen hebbende, voornamelijk zijn ingericht tot sp cutatie van u Hoog Edelheeden om of eenige sideratie mochte verdienen dat, in tegen„ stelling van deeze aanzienelijke winsten en de integendeel door de Leveranciers daarop ge - - - - - - - - - - „ 219336. 8. 8. beeden 687 hoe veld opteste ever an e ten 1488: mijn vershekte koopmans: bedraege, ge Insertie rendement daar van, leedene schaede, deselve in de prijzen der lijwaeten te gemoet gekoomen en die daar om verhoogt de vooph klagten te ide 530: vorad zijn geworden. - De klagten over die verliesen en derwee„ gen gezondene preuves zijn hier voor par: 50. reess verhandelt. Buijten 25. ld: Peeper die inde maand December J: Eo uijt de consumtie kist voor ƒ11. 14. 8: verkogte en per Cassa verantwoord zijn en in der tijd met het meerdere zullen worden ingetrokken bij den Gene„ raalen verthier van het loopende Boekjavar, komt het dese bij gevoegt Rendement van ultimo Ia„ nuarij 1791: aan tewijzen dat de, in die maand, in mindering van het bedraegen van het eerste termijn der verstrekking op de aanbesteeding, door de kooplieden geaccepteerde koopmanschappen inkoops ƒ16868. 5 —, en verkoops ƒ47580. 11. sommeeren, en dat het eerste van het laaste bedragen en van het geheel de 5. p:r C:o afgetok„ ken, de zuijvere winst ƒ 28333. 5. 8. komt te beloopen ge„ lijk het Rendement zelve dat nader uijtwijst—. Rendemcht den hoe veel wistrekt is op serevamie §149. van Calliatour hout Ensz: Rendement van de verkogte koopmanschap selver kostende, verkoops prijsen en de daarop behaalde 117½. ld: Foelij of Macis 500. –. „ Nooten Musschaaten - - - - - - - - - 2467. -. „ Garioffel Nagulen - - - - - - - - - - - 7200. . „ staafkooper Iapans - - - - - - - - - 9453. -. „ koffij boonen. . 13521. . „ Peeper swarte - - - - - - - - - - - - 135455. -. „ Poeder zuijker- - - - - - - - - - - - - - 975. ¾. „ Camphur - - - - - - - - - - - - „ à 5. Percento provisie door Haar Hoog Edelheeden secreete missive van den 26. Julij 1784. aan lijk op den verthier van koopmanschappen toe Palliacatta In het Fort Het op Leverancie van kalliatoerhout, Monteeringen, en Robbenvellen gedisconteerde met den Tolk bedraegt inkoops ƒ10. 43. 3. —. en uijtkoops ƒ 11877. 7 14. —: en geeft na aftrek als bo„ ven -- . - . - - . . . - - - - - - - - 6 1 688 anschappen in deese maand te deeser Hoofdplaatse met aanwijsing van der„ insertie rendement, Ad van een Het kosten„ waarvoor winst op het kostende, waarvoor Percen„ In het Ge„ van de verkogte deselve zijn de van het Pond een heel. tot Pond parthijen omgeziet Een pond verkogt 60. 12. –. ƒ 1101. 11 -. 1717. ¼. ƒ 1040. 19. - - - - - - – ƒ —. 10. 5 1/16 ƒ 9. 7. 8. —. ƒ 8. 17. 2. 7/16 ƒ – - - - - - - - „ —. 4. 3. ½ „ 7. —. 10. —. „ 6. 16. 6. ½. „ 105. 9. 8. „ 3515. 12 8. 3233. 7/16 „ 3410. 3. -. - – – – – – – – „ —. 6. 14¼ „ 4. 18. 7. — „ 4. 11. 8. ¾ „ 849. 19. –. „ 12124. 5 —. 1328. 7/16. „ 11292: 6. — 235. ¼. „ 802 18. -. - - - - „ —. 6. 15. 3/16. „ 1. 3. 7. –. „ —. 16. 7. 7/16 „ 340. 11. -. „ 1143. 9. -. 224. 13/16 „ 4195. 4. -. — - — — . - „ —. 5. 3. —. „ —. 16. 13 3/20. „ —. 11. 10 3/10 „ 1867. 10. –. „ 6062. 14. —. 111. 1/18. „ 1071. 7. 8. – – — — — „ —. 2. — 1/16 „ —. . 4. 5. — „ —. 2. 4. 7/16 „ 966. 18. 8. „ 2038. 6. —. 267. ½. „ 4613. 10. 8. - - - - - „ —. 2. 8. 7/16 „ —. 9. 6. —. „ —. 6. 13. 3/16. „ 1724. 9. –. „ 6337. 19. 8 39. 1/1 „ 4285. 18. —. – – — — — „ —. 1. 9 1/8. „ —. 2. 4. — „ —. —. 10. 1/8 „ 10952. 16 –„ 15238. 14. -. ƒ30712: 6. —. Teld - - - - - ƒ16868. 5. —. ƒ47580. 1. —. delheedens bij Hoogst derzelver g'eerde den Gouverneur en secunde gunstig„ aalde Advancen, zoo ten hondert als in 't Geheel; Namentlijk: egelegd is. - - - - - - - - - - - - - - „ - - - - –. „ 2379. –. 8. Rist voor de E Compagnie - - - ƒ 45201. 10. 8. t Fort Geldria ultimo Ianuarij Anno 1791. —. ven, een winst van ƒ10240. 13. 8. dat zoch duijdelijker vertoont bij een Rendement onder ultimo februa„ rij 1791. dat deese meede verzelt en ook hier onder volgt. „ 2379. — 8. ƒ28333. 5. 8. Rendement —„ 1 . ning, Rendement van de verkogte Coopman= lam Wengadasselam Naiker op Leveranti verkoops prijsen, en de daar op behaalde Ad van „ een 1500. - lb: Gariottel Nagulen- 375. - „ Nooten Mutschaaten - - - - - - - - 52½ „ Foelij of Macis- 1620. „ staaf koper Iapans - .. . . . . - - â. 5. Percento Provisie door Haar Hoog Edelheedens bij sive van den 26. Julij 1784. aan den Gouverneur en van Coopmanschappen toegelegd is. . . Palliacatta In het heave anate opd degereke Waar en boven aangemelde Tolk in voldoening van zijn aandeel in de natemeldene seegerreekening tee„ gen de verminderde prijsen van 80. en 400. pagooden, op zijn daarom gedaan verzoek, zijn afgestaan /3. van dat bedragen aan Iapanse staefkoper --- - - - - . - -- .
English
689 Fort Geldria, the last of February Anno 1791. with insertion of the return of merchandise [sold] this month at this main settlement to the Interpreter Mandalam Wengadasselam Naiker in settlement of uniform coats, breeches, etc., with indication of their cost, sales prices, and the advance obtained thereon, both per cent and in the total, namely: Cost of one pound: ƒ —. 6. 14.¼; Sold for: ƒ 4. 18. 7.—; Profit on one pound: ƒ 4. 1. 8.¾; Cost of the sold parcels: ƒ 516. 16.—; What they were sold for: ƒ 7382. 16.—; Advances percent: 1328 1/16; In the total: ƒ 6866. —. —. Cost of one pound: ƒ —. 4. 3.½; Sold for: ƒ 7. —. 10.—; Profit on one pound: ƒ 6. 16. 6.½; Cost of the sold parcels: ƒ 79. 2.—; What they were sold for: ƒ 2636. 14. 8; Advances percent: 3233 7/16; In the total: ƒ 2557. 12. 8. Cost of one pound: ƒ —. 10. 5 1/16; Sold for: ƒ 9. 7. 8.—; Profit on one pound: ƒ 8. 17. 2 1/6; Cost of the sold parcels: ƒ 27. 1. 8; What they were sold for: ƒ 429. 4.—; Advances percent: 117. ¼; In the total: ƒ 465. 2. 8. Cost of one pound: ƒ —. 5. 3.—; Sold for: ƒ —. 16. 13 1/20; Profit on one pound: ƒ —. 11. 2/8; Cost of the sold parcels: ƒ 420. 3. 8; What they were sold for: ƒ 1365. 19. 8; Advances percent: 24. 3/16; In the total: ƒ 945. 16.—. Total: Cost ƒ 1043. 3.—; Sales ƒ 11814. 14.—; Advances ƒ 10834. 11.—. At 5 percent provision granted by Their Right Excellencies in Their honored secret missive of 26 July 1784 favorably to the Governor and Second on the sale of merchandise: ƒ 593. 17. 8. Remainder for the Honorable Company: ƒ 10240. 13. 8. bar copper and 2½ [pounds] of cloves amounting to ƒ 2374. 12. 8. in cost and ƒ 13452. —. — in sales, yielding after deduction as above an advance of ƒ 10404. 15. 8., according to a second return under the last of February reading as follows: Return of the sold merchandise this month at this main settlement to the Interpreter Mandalam Wengadasselam Naiker in satisfaction of his army account according to council resolution of the 12th of this month, with indication of their cost, sales prices, and the advance obtained thereon, both per cent and in the total, namely: 2391½ lb. cloves 5978½ lb. Japan bar copper Regarding what further occurred concerning this chapter, reference is made to our resolutions or the emphatic general and special exhortations to the subordinate offices regarding the promotion of sales, together with the representations made against them. 690 Cost of one pound: ƒ —. 6. 14.¼; Sold for: ƒ 3. 15.—; Profit on one pound: ƒ 3. 8. 1.¾; Cost of the sold parcels: ƒ 823. 19.—; What they were sold for: ƒ 1968. 2. 8; Advances percent: 9 7/16; In the total: ƒ 1144. 3. 8. Cost of one pound: ƒ —. 5. 3.—; Sold for: ƒ —. 15.—; Profit on one pound: ƒ —. 9. 13.—; Cost of the sold parcels: ƒ 1550. 13. 8; What they were sold for: ƒ 4483. 17. 8; Advances percent: 189 3/16; In the total: ƒ 2933. 4.—. Total: Cost ƒ 2374. 12. 8; Sales ƒ 13452. —. —; Advances ƒ 11077. 7. 8. At 5 percent provision granted by Their Right Excellencies in Their honored secret missive of 26 July 1784 favorably to the Governor and Second on the sale of merchandise: ƒ 672. 12.—. Remainder for the Honorable Company: ƒ 10404. 15. 8. Fort Geldria, the last of February Anno 1791. These are of too elaborate a nature and manner to occupy the attention of Your Right Excellencies by repeating them herein, being moreover mostly precautionary and, according to the subsequent representations of the servants, largely impracticable. Section 151: The Domains have yielded ƒ 485 [more] than the previous year, with insertion of a demonstration. As the resolutions of 30 October, 23 November, and 31 December 1790, also 21 and [illegible] January 1791, show especially under the points of rescription, we take the liberty to refer respectfully to them, and proceed to the Domains, which at the public auction for the book-year 1790/91 yielded ƒ 485. 9. more than for Anno 1789/90, as shown by the following demonstration: Demonstration of what the Domains, at public auction for the book-year 1790/91, yielded more or less than the preceding book-year 1789/90: Anno 1789/90: Palliacatta: pagodas 775. —. ƒ 3487. 10. —. Porto Novo: pagodas —. —. ƒ —. —. —. Sadraspatnam: pagodas 164. —. ƒ 738. —. —. Palicol: pagodas 611. —. ƒ 2749. 10. —. Jaggernaikpoeram: pagodas 868. 18. ƒ 3909. 7. 8. Bimlipatnam: pagodas —. —. ƒ —. —. —. Anno 1790/91: Palliacatta: pagodas 775. —. ƒ 3487. 10. —. Porto Novo: pagodas —. —. ƒ —. —. —. Sadraspatnam: pagodas 164. —. ƒ 738. —. —. Palicol: pagodas 612. —. ƒ 2754. —. —. Jaggernaikpoeram: pagodas 975. —. ƒ 4390. 6. 8. Bimlipatnam: pagodas —. —. ƒ —. —. —. Increase: Palliacatta: pagodas —. —. ƒ —. —. —. Porto Novo: pagodas —. —. ƒ —. —. —. Sadraspatnam: pagodas —. —. ƒ —. —. —. Palicol: pagodas 1. —. ƒ 4. 10. —. Jaggernaikpoeram: pagodas 106. 21. ƒ 480. 19. —. Bimlipatnam: pagodas —. —. ƒ —. —. —. Decrease: Palliacatta: pagodas —. —. ƒ —. —. —. Porto Novo: pagodas —. —. ƒ —. —. —. Sadraspatnam: pagodas —. —. ƒ —. —. —. Palicol: pagodas —. —. ƒ —. —. —. Jaggernaikpoeram: pagodas —. —. ƒ —. —. —. Bimlipatnam: pagodas —. —. ƒ —. —. —. Total: Anno 1790/91: pagodas 2526. —. ƒ 11369. 16. 8; Anno 1789/90: pagodas 2418. 15. ƒ 10884. 7. 8; Increase: pagodas 107. 21. ƒ 485. 9. —; Decrease: pagodas —. —. ƒ —. —. —. The lesser being subtracted from the greater, it appears that the collective farms in the latest book-year 1790/91 yielded more: pagodas 107. 21. ƒ 485. 9. —. Agrees: pagodas 107. 21. ƒ 485. 9. —. 692 Section 152: What has transpired regarding the farm of Gollapalem. Concerning this chapter, we have also entered into a very extensive correspondence with the servants of Jaggernaikpoeram, namely the now departing Commissioners Heshusius and Schliephaijken. For the farmer of Gollapalem, or the one who claims to be entitled thereto, by the name of Pintoe Poeloe Wenket Reddij, shows in a petition inserted in the resolution of 27 October 1790 how for a considerably long time he and his ancestors had been farmers of that district and besides that merchants of the Company; but that for six years it had been taken in lease by one Pindoe Poeloe Ramaija, refusing [illegible]
Dutch transcription
689 Fort Gdl dria ultimo ch insertie rendement, schappen in deeze maandte deezer Hoofd plaetse aan den Tholk Manda„ e van Monteeringen rocken Broeken Etc. met aanwijsing van der zelver kostende „cen, zoo ten hondert als in 't Geheel; Namentlijk: Advancen Het kosten, waar voor winst op het kostende van waar voor het Pond Een de verkogte dezelve zijn Percen„ Inhit de van tos Geheel. Een pond, verkogt, Pond. , parthijen, omgeztet, ƒ —. 6. 14.¼ ƒ 4. 18. 7. —. ƒ 4. 1. 8.¾ ƒ 516. 16. — ƒ7382. 16 —. 1328 1/16. ƒ 6866. -. –. - -. . . . „ —. 4. 3. ½. „ 7. —. 10. –. „ 6. 16. 6. ½. „ 79. 2. –. „ 2636. 14. 8. 3233. 7/16. „ 2557. 12. 8. -. . . - „ — 10. 5 1/16 „ 9. 7. 8. —. „ 8. 17 2 1/6 „ 27. 1. 8. „ 429. 4. – „ 117. ¼ „ 465. 2. 8. - - - „ — 5. 3. —. „ — 16. 13 1/20. „ —. 1 1. 2/8 „ 420. 3. 8. „ 1365. 19. 8. „ 24. 3/16. „ 945. 16. —. ƒ10834. 11. —. Teld - - - - ƒ 1043. 3. —. ƒ 1877. 14. -. bij Hoogst derselver G. eerde secreete mit„ en secunde gunstiglijk op den verthier Rest voor d E Compagnie . - ƒ1283. 16. 8. February Ao. 1791. staafkoper en 2½. aan Nagelen beloopende ƒ 2374. 12. 8. in en ƒ 13452 - -: uijtkoops geevende na aftrek als vooren een advans van ƒ 10404. 15. 8. uijtwijzens een tweede Rende„ ment onder ultimo Februarij aldus luijdende. -„ - - - - - - - - - „ 593. 17. 8. ƒ10240. 13. 8. „ 593. 7. 8. Rendement an = -- de van verthien werd gerefereerd aan reso„ lutien, Rendement van de verkogte Koopmansc lam wengadasselam Naiker in voldoen met aanwyzing van derzelver kostende, verkoops prijsen en deaa 2391½. lb: Garioffel Nagulen - - - 5978.½. „ Staafkoper Iapans - - - - â: 5. p:rC:to Provisie door Haar Hoog Edelheedens bij Hoog van den 26. Iulij 1784. aan den Gouverneur en Secu koopmanschappen toegelegd is. Palliacatta Inhet ontrend het mereder ordanden §150. Dit overige met opzicht tot dit chapiter verhandelde bij onse Resolutien, ofte de nadrukkelijke generaale en speciaale adhortatien naar de kantooren van de voort, nopens de bevordering van den ver„ tier met de representatien daar teegen, zijn. - - - - 690 manschappen in deese Maand te deesen Hoofdplaatse aan den Hholk Manda voldoening van zijne Legerreekening volgens raads besluijt van den 12. der maand en de daar op behaalde Ad van den, zoo ten hondert als in het Geheel; Namentlij—. winst op Net kastende waarvoor Avancen Het kosten, waar Een vande verkogte deselve zijn percen In het Ge„ voor het de van Een pond. - pond verkogt Pond. parthijen omgezet. tot heel-. . - ƒ —. 6. 14. ¼. ƒ 3. 15. —. ƒ 3. 8. 1. ¾ ƒ 823. 19 — ƒ 1968. 2. 8. 9 7/16 s 14. 3. 8. -. . . „ —. 5. 3. . „ —. 15. —. „ —. 9. 13. —. „ 1550. 13. 8. „ 4483. 17. 8. 1 3/16 „ „ 2933. 4. — Teld - - - - ƒ 2374. 12. 8. ƒ13452. -. -. ƒ11077. 7. 8. bij voogst derselver g'eerde secreete missive en secunde Gustiglijk op den verthier van ƒ 672 12. – – – „ 672. 12 — 12779. Rest voor d'E Compagnie - - ƒ 1279. 8:— Fort Geldria ultimo Februarij Ao 1791. zijn van een te omslatigen aant en wij„ ze, om door herhaele van de zelve, in deeze, de attentie van u Ho Edelheeden daar ne„ de op te houden, te medie meest al precau„ tioneel en niet prsf meerendeels nader bedienden vertoongen, onuijt voerlijk zijn ƒ10404 15: 8. zo - . . . . . . . . . . . ver„ de Domeing, hebben ƒ485. merge„ §151: rendeert dan do p:o insertie aantooning, zo als dat de Resolutien van 30. october, 23: wa November, en 31. e December 1790. item 21. en Iann van 1791. onder de pointen van Rescriptie voor na„ melijk uijtwijsen dus wij de vrijheijd neemen van ons aan deselve met eerbied te gedragen, en over te gaan tot de Domeinen welke bij op ver„ ling voor het boekjaar 17 9/91. ƒ 485. 9. meer hebben gerendeert dan voor A:o 17 9/90. uijtwijzens de on„ dervolgende Aantooning. Aantooning van het geen de Domeinen bij op veiling or het Boekjaar 17 89/90. meerder of minder komen te be„ dagen dan het voorgaande boekjaar 17/90. A 17 2/90. Meerder. A 9/4e Minder. Ao 1 /91. Palliacatta - prpo 7. -. ƒ 3487. 10. –. p 75. . . ƒ 3487. 10. –. p – – –. ƒ —. – – p„s —. – – ƒ —. – –. Portonovo - - - „ — - „ — - - - - „ — - - „ — – – „ — – – „ — — — „ — — — „ — — — Sadraspatnam „ 104 –„ 738. – –. „ 164. – –„ 738:– – „ – – – „ — – – „ — – –„—. – – Palidol - - - „ 642. -. „ 2754. – - - „ 611. – - „ 2749. 10 –„ 1. – –„ 4. 10. - . „ —. –„ —. – – Iaggernaik poeram „ 975. „ 4390. 6. 8. „ 868. 18 – „ 3909. 7. 8. „ 106. 21. —. „ 480. 19. — „ —– – „ —. — — -. „ —: - - „ — - - „ — - - „ — - - „ — - - „ —: - - Bimilipatnam. „ Teld. - pr/o 2526. ƒ1369. 16. 8. ƒ72418. 18. —. ƒ 1084. 7. 8. po„o 107. 21 — ƒ 485. 9. —. prpo – . – – ƒ —: — –. Het minder van het meer„ der afgetrokken zijnde - - - - „2418. 18. 884. 7. 8. zoo blijkt dat de gezamentlijke pag„ ten in het Iongste boekjaar 17 29/91. meer der gerendeerd hebben - - - pa/o 107. 2: —. ƒ 5. 9: —. Accordeerd P. o 107. 21. –. ƒ 485. 9. -. over. om in 692 wat al verhandelt is over de pangt 152. van Jollapalium, Over dit chapiter zijn we met Au„ bedienden van Iaggernaik poerans op„ ofte de thans afgaande Gecommipa„ teerden Heshusius en Schliephaijs ken al meede geraakt in een zeer uitgebreide Oorrespondentie. Want de Pachter van hollapalum ofte de gein„ die beweert daar toe gerechtigt te zijn in name Pintoe Poeloe wenket Reddij vertoond bij een ter resolutie van 27. october 1790. geinsereert klagtschrift, hoe zeedert een con„ siderabile lange: tijd hij en zijn voor ouders Pachters van dat district en buijten dien kooplieden van de Com„ pagnie waeren geweest; maar dat, zeedert zes Iaeren het zelve in pacht was genoomen door eene Pindoe Poeloe Ramaija, weiger ende de. .- . .— — —.
English
request, annexing a list of what the same had yielded during his leasehold, which he, according to a copy of the list, comes to estimate at Porto Novo Pag: 506. –. Paragraph 153. Now, in order to learn what truth there might be in the petitioner's representation that the leasehold had always been hereditary among his ancestors and had finally descended upon him, we placed a copy of the letter of complaint into the hands of the former Paggernaikpoeram Chief van Halm, and would at the same time send the same to the Commissioners there with orders to provide a report regarding the complaints appearing therein against them. Paragraph 154. Meanwhile, upon the arrival of the first undersigned, there lay here unanswered from all the offices around the North and South a multitude of letters dispatched hither since the month of June previously, which still had to be dealt with, and this was commenced on the 29th of the above-mentioned month of October, when, during the deliberation over the Commissioners' letters of 7 September and, among other things, the lease communicated therein of the river, drinks, tobacco, betel, and opium together to the sum of pag: 675:15, and that with respect to the aforementioned district of Gollapalum the lease thereof, subject to approval, had again been granted to the old lessee, the aforementioned Pintoe Poeloe Ramaija, for 300 pag: or 50 pagodas more than the year before, as shown by the conditions inserted in the aforementioned Resolution of 29 October for the period of five years, contrary to what is stated in the aforementioned letter of complaint by Pintoe Poeloe Wenket Reddij. We therefore deemed it proper not to declare ourselves regarding this and the leases in general until after the Commissioners should have justified themselves and elucidated us regarding the complaints concerning that of Golapalum in particular. This took place by letter from the Commissioners of 21 November, dealt with in the resolution of 10 December 1790, returning to this matter: "that it was untrue what the complainant alleged in his writing regarding the leasehold, namely that he and his family had always been lessees of Golapalum and that the present lessee had now drawn the village to himself for six years. That, on the contrary, it was true that the present lessee had held that village in his name as lessee since the very time just mentioned, but that it is likewise true that his father had always held that village on lease for more than 40 years consecutively, and before him his grandfather, etc., which was fully known to everyone there. That Pinte Poele Wenketa Reddij wrongly complains about Pinta Poele Wenketa Ramaija regarding his refusal to settle that which he says he has to claim; that the latter has not refused to give the former what should be awarded to him by arbitrators, but that Wenketa Reddij has rather sought to thwart the attempts to settle their unsettled estate account. That it is the truth that Pinta Poele Wenkata Reddij had made offers to have that village (Gollopalum) granted to him for 375 pags.; indeed, even that they have heard that he had expressed that he would give 500 pag: for it. That, since they had found upon inquiry concerning that person that he was a stupid and inexpert creature who was instigated by a vagabond named Mantrijpreggade Wenket Appaaija, a mortal enemy of the present lessee, and who, if matters went badly, would always leave him to suffer the consequences, they had judged it contrary to the welfare of the Gollapalum inhabitants, who had already suffered so much from the storm and war, to accept that offer; as being well assured through investigation that he could not produce what was offered unless he made use of extortion, of which the notorious consequence would be the depopulation of that place. Furthermore, that experience had taught that granting Gollapalum to another lessee had always had very bad consequences, indeed even murder and manslaughter, of which the Chief Administrator van Halm could give sufficient testimony; in order to prevent which, and so far as it was in their, the Commissioners', power to care for the welfare of the Company's inhabitants by not sacrificing them to the harshness and greed of someone with whose conduct they were so entirely unacquainted, just as much as devoid of confidence in such a man under whom they must nevertheless live, they thought it best to grant that place again, subject to the approval of the government, to the old lessee, with an increase of 50 Pag: per annum. That these were the reasons that had moved them to act thus, which they hoped would be accepted as sufficient. Remarking concerning his list of revenues of the village that it cannot stand the test and was perhaps made to make his offer acceptable, or fashioned after the revenues of a profitable year, which, however, generally speaking, did not hold true, and thus could also not pass as sufficient; for with a failed crop, as is unhappily the case this year, the lessee;"
Dutch transcription
request annixeerende een Lijst van het geen het zelve geduurende zijn Pachtenschap hadde gegeeven, dat hij, uitwijsens Copia van de Lijst Portonovose Pag: 506. –. komt te begrooten. § 153. Om nu te ervaeren wat er mogt zijn aan de waarheijd van des suppli„ ants vertooning dat het Pachterschap altoos ervelijk was geweest onder zijn voor ouders en eindelijk op hem afge daalt stelden we copij van het klacht„ schrift in handen van het geweezen Paggernaikpoerams opperhooft van Halm en zouden het zelve tevens aan de Gecommitteerden ginter met ordre om nopens de daar bij tegens hun, voorkomende klachten te die„ nen van bericht. §154. Intusschen lagen hier bij des eerst, geteekendes 693 geteekendes aankomst van alle de kan„ tooren om de Noort in zuijd, onbeant„ woord een meenigte van Brieven zee„ dert de maand Iunij bevoorens herwaarts afgevaerdigt waar over noch moest wor„ den gebesoigneert en begonnen is den 29. der boven gem: maand october wan„ neer bij de deliberatie over den gecom mitteerden Letteren van den 7. Septem„ ber en onder anderen de daar bij ge„ communiceerde verpachting van de revier, dranken, Tabak, Beetel, en Afioen samen ter somma van pag: 675:15. en dat met opzicht tot het voorm: district Gollapalum de pacht daar van, op approbatie, weder was afgestaan aan den ouden pachter voorm: Pintoe Poeloe Ramaija voor 300. pag: ofte 50 pa„ gooden gooden meer als sjaars te vooren, uijt„ wijzens de ter voorm: Resolutie van 29. e october geinsereerde conditien voor den tijd van vijf Joceren, strijdig met het geen bij het voorschreeve klachtschrift van Pintoe Poeloe wenket Reddij word opgegeeven. Wij vonden dus goed an„ hier over, en de verpachtingen in het generaal, ons niet eer te verklaaren dan na dat de Gecommitteerden zich verantwoord en ons gedlucideert zouden hebben weegens de klagten over die van Golapalum in het bij zonder Dit is geschiet bij brief der Gecom„ mitteerden van 21. November verhan„ deel ter resolutie van den. 10. Decem„ ber 1790. hier op ter weder komende de „het onwaar was dat de klaeger om„ „trend de Pachterij in zijn geschrift quam 694 „quam voor te geeven, namelijk dat hij „en de zijne altoos Pagter van Golapa„ „lum waren geweest en dat de presente „Pachter nu zeedert zes Iaaren het „ Dorp aan zich zoude getrokken heb„ ben. Dat daar en tegen waar was dat „de teegenwoordige Pagter, zeedert zoo „even gem tijd, dat Dorp op zijn nam „had als Pachter, dog dat tevens waar„ „agtig is, dat zijn vader dat Dorp „meer als 40. Iaaren agter den an„ „deren altoos in Pagt gehad heeft, en „ voor hem zijn groot vader etc:a „dat zulx een ieder daar volkoo„ „men bekend ware — Dat Pinte Poele wenketa Red„ „dij zich ten onrechten over Pinta Poe„ „le wenketa Ramaija beklaagd wee„ gens. „gens zijne weigering ter Liquideering „van het geene hij zegt te vorderen te „hebben, dat den laasten niet gewei„ „gert heeft den eerste te geeven het „geen hem door arbieters zoude worden „ opgelegt, maar dat Wenketa Red„ „dij eerder getracht heeft, de poginge „ tot afdoening van het nog niet ver„ „evende haeren Boedel reekening te „verydelen.. Dat het waarheijd is, dat „ Pinta. Poele wenkata Red„ dij offertes had gedaan om dat dorp„ „ /: Gollopalum :/ voor 375. pag:s aan „hem aftestaan: Ia self dat zij ge„ „hoord hebben dat hij zig uijtgelaeten „had 500. pag: daar voor te zullen „geeven. Dat, nadien zij bij informatie 1 9 omtrend. 695 „omtrend dien persoon bevonden hadden, „dat dezelve was een dom in onbedree„ „ven schepzel die door een landlooper, „ in name mantrijpreggade wenket „ appaaija, dood vijand van den teegen„ „woordige pagten opgestookt wierd, „en die als de zaeken kwalijk liepen „hem altoos voor de gevolgen zoude „laeten opdraijen, zij het strij„ „dig geoordeelt hadden met het „wel zijn der hollapallumse in„ „wooners, die door den storm „en oorlog bereeds zoo veel geleeden „hadden dat aanbod te accepteeren; „ als door onderzoek wel verzeekerd zijn„ „de, dat hij het aangeboodene, niet kon„ „de opbrengen, of hij moest gebruijk „maeken van Knevelarijen, waar van „ het gevolg notoir, de ontvolking dier plaats tie „plaats weezen zoude. Verder dat de ondervinding geleerd „had, dat het afstaan van hollapa„ „lum aan een andere pachten altoos zeer „slegt gevolgen gehad hadde, Ia wel „moord en doodslag, en waar van de Hoofd Administrateur van Halm „voldoende getuijgenis zou kunnen gee„ „ven, om welke te verhoeden en zoo veel in hun Gecommitteerdens was „te zorgen, voor het wel zijn van kom„ „pagnies ingezeetenen door haar niet „ opteefferen aan de hardigheit en in „haeligheijd van iemand, van wiens be„ „handeling zo geheel onkundig waren, „even zo zeer als ontbloot van het „ vertrouwen op zoo een man onder „wien se dog leeven moeten, zij best ge„ „dagt hebben die plaats op approba„ tie 696 „tie der regeering, aan den ouden pach„ „ten weeder aftestaan, met een verhoo„ „ging van 50. Pag: per annum. Dat dit de reesen waeren, die „hun bewoogen hadden zoodanig te „handelen welke zij hoopten, dat als vol„ „doende zouden aangenoomen wer„ den. —. Omtrend zijne Lijst van In„ „komsten van het Dorp aanmer„ „kende dat die geen Proef kan hou„ „den en mitschien gemaakt was, „om zijn aan bod acceptabelen te „maeken of geschoeid na de inkoms„ „ten van een voordeelig Iaar, dat „egter over het algemeen genoomen „geen standhouden, en dus ook „niet voor voldoende gelden konde. „want dat bij mit gewas, als dit „Iaar ongelukkig het geval is, den pachter;
English
the lessee cannot draw 117 pagodas from the produce of the fields, any less than 58 pagodas from the painters, or the stamping of the chintzes, because the manufacturing thereof is not always equally profitable, and because the further revenues are also subject to fluctuations. We have refuted all those arguments in our aforementioned Resolution of 10 December, and since this account itself confirms the complaint of the aforementioned Poeloe Penketa Reddij that the lease of Golapalum was granted by favor and not by public auction as the aforementioned lease conditions showed, the said transfer to Pintoe Poeloe Ramaija was declared to be null and of no value. We also ordered that Golapalum, or the revenue thereof, should be publicly auctioned and granted to the highest bidder under proper security, and that this auction should take place, after prior notice to the community by beat of drum three days in advance, by the scribe and in the presence of both commissioners, of which the deed, showing who the lessee is, for how much, and who the sureties are, signed by the three of them, should be sent hither, with the further observation that their appeal to the Head Administrator and, as appears from his report inserted in the resolution, his appeal back to them, provided the clearest proof that matters were not proceeding properly; with the further order that if the same were the case with the remaining domains, or if their revenues had also merely been granted by permission to some favorite and not auctioned, then to consider that transaction likewise annulled and to carry out precisely the same in that regard as was written concerning Golapalum, since without proper proof of a public lease we would not affix our seal to dealings that are contrary thereto and of such a nature that, insofar as they concern the commissioners, we have left them to their account and responsibility. To date we have received no answer to this, and consequently we remain awaiting it. Small Stamp or the Revenue from Stamped Paper. The circular orders received in this regard, dated 29 January and 16 March 1790, have, as permanent, not only been summarily recorded for memory's sake among more such orders in the resolution of 28 September last, but, for their proper observance, copies have been delivered to the Court of Justice of this Government, the Head Administrator, and other officials. An account has been rendered according to the order of the revenues from stamped paper in the two most recent financial years, and the accounts are recorded in the Resolutions of 14 May and 31 December 1790. For 1788/89 the Company profited thereby pagodas 42 12, and for 1789/90 pagodas 31 21, which have been properly accounted for in the treasury. Arrears. This main part constitutes no small volume of description in this letter of ours. Referring to the Resolutions without citing the substance would conflict with the orders, and the cases themselves require the most concise detail possible. We take the liberty first to show how matters stand with the arrears of the former Government and what further relates to this chapter as matters belonging to the Main Office. The report thereof we had also reserved here before under this main part to serve as a respectful answer to the 6th and 56th paragraphs of your High Nobilities' honored rescript of the date 27 April of the past year. At the deliberations concerning this on 28 September last, two members of our assembly, namely the Trade Bookkeeper De Raett and Secretary Nasz, were charged with the commission to investigate from the books of 1784/85 onward whether the debtors, as they were reported by the Ceylon government in the letter of 30 June 1785, were entered into the Trade books as good or doubtful, what had been transacted concerning them in the same and in the secretarial papers since then, and how matters presently stand therewith, with orders to provide us with a written report on all this and their findings in general. This was fulfilled on 10 November 1790, at which meeting that report was received and inserted into the resolution, just as the same, with the various enclosures in a separate bundle for your High Nobilities' desired perusal and further disposition, is found mentioned on the register of the papers accompanying this.
Dutch transcription
„pachter geen 117. pag: van het pro„ „duit den velden trekken kan, even „ zoo min als 58. pag: van de schil„ „ders, of het sjappen der Chitzen, „om dat het aanmaeken daar „van niet altoos even voordeelig „gaat, en dat ook de verdere reve„ „min aan wisselvalligheeden on„ „derworpen zijn Wij hebben alle die argumenten § 156. bij voorm: onse Resolutie van den 10. December wederlegt en vermits uit dit verhaal zelfs bevestigd word de klachte van voorsz: Poeloe Penketa Reddij dat de verpach„ ting van Folapalium is geschiet bij faveur en niet bij publicke op„ veiling gelijk de voorm: pacht con„ „nogh ditien dat „ uitwezen, de gemelde af„ stans 17 607 stand aan Pintoe Poeloe Ramaija verklaard te zijn nul en van geener waarde. wij ordonneerden tevens dat Golapalum ofte de inkomste van dien, publick, zoude worden opgeveilt en afgestaan aan den meest bieden den onder behoorlijke borg„ docht en dat die opveiling zoude ge„ schieden, na voorgaande advertensie aan de gemeente bij bekkenslag drie dagen te vooren, door den scriba en in der gecommitteerden beiden te„ genwoordigheid, waar van de Acte, aantoonende wie Pachter is, voor hoe veel en wie Borg zijn, door hun drien geteekend herwaards zou moeten worden gezonden, onder verdere aen„ merking dat het beroepen van hun op den Hoofd Administrateur en. en door deese, blijkens zijn bij resolutie ge¬ insereert bericht, wederom op hun, het klaarste bewijs uitleeverde dat de wagen niet recht liep; met ver„ dere ordre om indien het met de ove„ rige Domeinen, inzelver voege mool„ te geleegen zijn, of dat de inkomsten van dien ook, enkel bij vergunning aan den een of ander Tavoriet, waren afgestaen, en niet opgeveilt als dan die transactie meede te houden voor geannulleert en daar omtrent even het zelve te effectueeren als ten aan„ ^ voor zien van holapalum wierd ge„ schreeven, nadien wij zonder behoor„ lijk bewijs van eene publicke ver„ pachting ons zegel niet zouden Rig„ ten aan onderhandelingen welke daarmeede strijdig en van dien aart zijn 698 ning de Cipculaire ordre omtrend § 157:; het klein zegul is ter nakoming die 't aangaat aanbwoolen zijn, dat wij ze voor zo verre ze den Gecommitteerden aangaan voor hun„ ne reekening en verantwoording heb„ ben gelaeten. Wij hebben tot dato dezes hier op geen antwoord, en blij„ „ven dien volgende dat te gemoet zien. Klein Segel ofte de Inkomsten van het Gestem„ pelt: Papier — De derwegen ont„ vangene Circulaire ordres gedateerd 29. Ianuarij den 16: Maart 1790. zijn, als permanent, niet alleen ter gedachte„ nisse, onder meerder zodanige bevee„ len, summeerlijk bij resolutie van 28. September I:o Leeden opgeteekend, maar, ter behoorlijke nakoming van dien, aan de Raad van Justitie deeses Gouvernements den Hoofd Admi„ nistrateur ge¬ sten aant - de reek: van Jnkomste darvan 58. geinserent resol: 14: Maij en 31. Dec: Agterstallen dit hoofd deel is 1159. zeer omslagtig nistrateur en verdere bedienden, in copia afgegeven. van de Inkomsten van het gestem„ pelt papier in de twee Iongste Boekjaaren is, nade ordre reekenschap gedaan en de reekeningen staan bij Resolutie van den 14 Meij en 31. December 1790: ingeschree„ watenabortgan da op gepositer en Voor 178¾. heeft de Comp:e daar bij geprofiteert pa/o 42 12. en voor 17 3/90 pag: 31. 21. welke behoorlijk in cassa ver„ antwoord zijn. Agterstallen Dit Houfd„ deel maakt geen kleine omslag van beschrijving in deeze onze brief Het renvoyj tot de Resolutien, zonder het zaekelijke aan tehaelen, zou strijden met de ordres en de gevallen zelve ver„ eisschen een zoo beknopt mogelijk de„ tail. Wij 699 gaan voer af, die van 't voorigd 160/. gouvernement, tot onderzoek daar van s Com„ 161: missie benoemd, Wij neemen de vrijheijd eerst te ver„ toonen, hoe het gelegen is met de Ag„ terstallen van het voorig Gouvernement en het geen verder tot dit chapiter re„ tatie heeft als zaeken behoorende tot het Hoofd kantoor. Het verslag daar van hadden wij ons ook hier voor vide par: gereserveert onder dit hoofd„ deel te verhandelen om te dienen tot eer„ biedig Antwoord op de 6. en 56. par: van meerm: U Hoog Edelheeden g'eerde res„ criptie de dato 27. April anno passato. Bij de besoigne daar over ofte den 28: September I:o Leeden is aan twee Leeden onzer vergaedering, den Negocie boekhouder De Raett in secretaris Nasz: namelijk, op gedraegen de commissiee om bij die boeken van 178/5. afna te gaan, of de Debiteuren, zoo als ze door de ia hier aan is voldaan het rap„ 162. port ter resol: geinsereert en gaat met bijlagen apart over, de Ceilonsche regeering zijn opgegeeven bij brieve van den 30. Iunij 1785. , het zij als goede, of dubieuse bij de Negocie boe„ ken zijn ingenoomen wat daar van bij deselve en bij de secretarieele papie„ ren zeedert verhandelt en hoe het ac„ tueel, daar meede geleegen is, met last om van het een en ander en hunne be„ vinding in het algemeen ons te dienen van bericht in scriptis- Hier aan is voldaan op den 10. November 1790. ter welker bij een komst dat bericht ingekomen en ter resolutie geinsireert is ^ geworden, zoo als het zelve met de onderscheidene Bijlagen, in een aparte bondel, ter believende speculatie en nadere dispositie van u Hoog Edel„ heeden, op het register der neven deeze afgaande papieren word gementioneerd gevonden. Agt
English
also to Europe, what the report shows, the 163. found; in what manner also all the documents are sent to the Netherlands for the honored elucidation of the Lords and Masters. The report itself and the annotation by resolution demonstrate that the Debtors on account of Delivery of Linens are: Ramalinga Poele for - - - - - Pag: 3628. 5. 36. Ankan Patavi Rama Naiker - - - - 3814. 6. 6. Moetoe waijtelinga Moddeliaar - - - - 2682. 27. 5. Godawartij Soeroe Moorti Sjette - - - - 2123. 2. 15. and the company of Namboer wengeta kisna Sjettij and konda Pillij Sjettij - - - - 811. 5. 4. Item Moetoe Sjetteapa Poeloe on account of a certain contract for copper - - - 10066. 5. 70. amounts together to Pag: 23125. 22. 16. To which is further added: Miss Hazelman, formerly widow Henk p.r po 4049. 7. 10. Brought forward pr/o 4049. 7. 10. 23125. 22. 46. and the children of Ian Steens 518. 12. 35. The dismissed merchants Wardappasjettij and Arnam Boolij under surety of the Honorable Simons and seeke 864. --. --. The merchant Medhoe wardarasoe Sjettij on Delivery of Linens - - - - - - - - 1744. 11. 30. 5606. 6. 75. Makes together R:o 28732. 5. 41. 2. what thereof has since been dealt with in the Trade books and secretarial papers, and 3. how matters actually stand therewith, especially that the aforesaid debtors have not until now been entered in the books or charged for their debit, but that everything has been left as it was, in the Year 1783/4, to the Honored Government of Ceylon Brought forward 4089. 1. 1. 2. reported reported and set down by the same, by letter to Coromandel dated 30 June 1785; except that one, from some papers of earlier days, among others various accounts attached to the report of some of the Debtors, had noticed that, after the negotiation regarding this with the members of the Council remaining in Nagapatnam at Tranquebar in the year 1782/3, the debit of the undermentioned would no longer be more than as follows: The private Supplier Moetoe Sjette Appa poele, see account Letter R Paij: 3578. 1. 70. The debtors on Delivery of 1781, namely: Rammalinga Poele, account Letter S, only 994. 13. 77. Godewarlij Goeroe Mortij Tjettij, as appears from account Letter U 435. --. --. Which is Carried forward Pag: 9708. 7. 67. 125. 22. 46 Brought forward pr 9708. 7. 67. That Namboer Wenketie kistna Sjetti and konda Pillij Sjettij, as shown by accounts Letter V, had demonstrated that they had liquidated with the Agents at Tranquebar down to 811. 5. 4. Which, deducted from the above, would cause those debts to amount to Pag: 8897. 2. 6. Which are further reduced by what appears in the report, namely: That Moetoe waijtinado Moddeliaer, instead of being in debit according to his account Letter T, is in credit 852. --. --. Which would reduce the debts of these to pC:o 8045. 26. Which is Carried forward Brought forward pa/o 8045. 26. 3. and when further deducted therefrom are the items that are said to be paid, such as: Donnal wardappa Sjettij and Ananda Bodlij, see Appendix Letter J, with p a/o 864. --. --. Meddhoe wardarasoe Tjettij, see Appendix Letter M 1744. 11. 30. 2608. 11. 30. Then there remains charged to these Natives p/o 5436. 15. 33. To which added the debit of: Miss Hazelman up to pr/o 4049. 7. 10. The children of Ian Steens up to 518. 12. 35. 4567. 19. 46. one gets in old debts of the previous Government p r/o 10004. 10. 78. Concerning all of which items the presenters make known that the Company cannot count on any others 708. 767 1/2 11. 5. 4. 97 52 2:--:-- 5264 than on that of the said Miss Hazelman, having bound and tendered the Pay accounts of her aforementioned late Husband for it; there being nowhere any mention to be found of the children of Ian Steens, while, as regards the persons remaining in debit to the main treasury under the aforesaid Government of 1781, namely: Sieroemenie Sjettij up to Pag: 1432. --. Ankan Patavie Rama Naijker 13419. --. --. Iohannes Scheuneman 5194. --. --. or together pag: 22045. it is demonstrated that those items would have been settled by the late Governor van Vlissingen in the year 1781/2 under extortion to the English on account of the surrender of Nagapatnam what was remarked thereon by disposition by the first-signatory, 164. and what was resolved, and that detailed accounting would have been rendered to Your High Honors by the said Governor as well as the aforementioned Scheuneman, and with which matters had thus remained. Upon the disposition thereon having been remarked by the first-signatory that, if not the last aforementioned three items, at least all the preceding ones, after the receipt of the notification from the Government of Ceylon and the restoration of affairs here on the coast, ought to have been entered in the Books and posted until it should have been decided by Your High Honors whether they belong under good or bad debts of the Honorable Company; And it is according to this opinion and thereto.
Dutch transcription
700 ook na Europa, wat het beruit aan toond, d' 163. gevonden; hoedaenig ook alle de stukken ter g' eerde elucidatie van de Heeren en Mees„ ters naar Nederland worden verzonden. Het bericht zelve en de annota„ „tie bij resolutie komt uijt te wijzen - :/ dat de Debiteuren uijthoofde van Leverantie op Lijwaeten zijde. Ramalinga Poele voor. - - - - - Paij: 3628. 5: 36. A:nkan Patavi Rama Naiker - - - - „ 3814. 6. 6. Moetoe waijtelinga Moddeliaar. . . . . . - „ 2682: 275. Godawartij Soeroe Moorti Sjette - - - - - - - „ 2123. 2. 15. en de ploeg van Namboer wengeta kisna Sjettij en konda Pillij Sjettij - - - - - „ 811. 5. 4. Item Moetoe Sjetteapa Poeloe wegens zee„ kere contract voor kooper - - - „ 10066. 5. 70. komt te saemen. . . . Pag: 23125. 22. 16. Waar bij nog voege. Juffrouw Hazelman voormaals weduwe Henk. . . . . . . p. r po 4049. 7. 10. Transportere pr/o 4049. 7. 10. „ 23125. 22. 46. en de kinderen van Ian Steens. De afgesote kooplieden Ward appasjet„ „tij en Arnam Boolij onder borgtogt vande E:s si„ mons en seeke. - . . . „ 864: — — s De koopman Medhoe wardarasoe Sjettij op Leverancie van Maakt te saamen . R:o 28/32 5. 41. 29 wat daar van, bij de Negocie boeken en secretarieele papieren zeedert verhan„ delt en 3/ hoedanig het actueel daar waar de geleegen is, inzonder heijd dat de voorsz: debiteuren, tot nu toe bij de boeken niet ingenoomen ofte voor hunne debet belast zijn, maar dat alles zodanig ge„ laaten is geworden, als het in den Iaere 178¾. aan de Geerde Ceilonsche Regeering Lijnwaaten - - - - - - -„-174. 11. 30: „ 5606. 6. 75. „ 518. 1235. P„r Transport „ 4089 1 1 2 opgegeven 70 opgegeeven en door dezelve ter neder gesteld is, bij brieve naar kormandel de dato 30. Iunij 1785. behalven dat men uijt eenige papieren van vroegere daegen, onder anderen diverse aan het bericht Geregte reekeningen van eenige der De„ buteuren, hadde ontwaart dat, na de onderhandeling derwegen met de in Ao 1782/3. overgebleeven Leeden van de Raad te Nagapatnam op Frankebaar, den debet der natemelden niet meer zou„ de zijn als volgt De particuliere Leverancieas Moetoe Sjette Ap„ pa poele vide reek: L:a R: . . . Paij: 3578. 170. De debiteuren op Leverancie van 1781; teweeten: Rammalinga Poele reek: L:r S. maar. . . . . „ 994: 1377: Gode warlij Goeroe Mortij Tjettij blij„ kens reek: L:a U. - . . . „ 435. –. –. Die Transporteerd Pag: 9708. 7. 67. 125. 22. 46 ing P„r Transport. pr 978. 767 Lat Namboer Wenketie kistna Sjetti en konda Pillij Sjettij uit wijsens reekeningen Lra v hadden vertoont dat zij met de Agenten te Tranque„ bar hadden gelequideert tot „ 811. 5. 4 Welke van het bovenste gede„ traheert zoude die schulden beloo= welke al verder komen te verminderen door het voorkoo„ mende bij het bericht namelijk: Dat Moetoe waijtinado Moddeliaer in= steede van debet te zijn volgens zijne reekening L=ra T. zoude te Het welk de schulden van deese zoude verminderen tot pC:o 8045. 26. Die Transporteerd vooren staan - - - . . . . „ 852: —: — pen. . . . . . . . . . . . Pag: 8897. 2. 6: E H 702 P=r Transport pa/o 8045. 263. en wanneer daar van al verder word gedetraheert de posten die geregd woo„ den betaalt te zijn, als„ Donnal wardappa Sjettij en Anan= da Bodlij vide Bijlage L:ra J: met. . . . . . . p a/o 864. –. –. Meddhoe wardarasoe Tjettij vide bijlage Lr=a M: - - - . . „ 1744. 11. 30. „ 2608 11. 30 Dan blijft tot Laste van deeze Inlan= ders... . . p /o 5436. 15. 33. - Waar bij gevoegt den debet van. Juffrouw Harelman tot - - - - pr/o 4049. 7. 10. De kinderen van Ian Steens tot. . . . „ 518. 12. 35: „ 4567. 1946: krijgt men aan oude schulden des voorigen Gouvernement.s - - - p r/o 10004. 10. 78. Omtrend alle welke posten de ver„ tooners komen te kennen te geeven dat de compagnie op geene anderen kan ree„ kenen 708. 767½ 11 5. 4 97 52 2:—: — 5264 kenen als op die van gemelde Juffrouw Hazelman, de Soldy reekeningen van laastgem: haere Man, daar voor hebben„ de verbonden en aangebooden; zijnde van de kinderen van Ian Steens ner„ gens eenige mentie te vinden, terwijl wat aangaat de onder het voorsz: Gouvernement van 1781. aan de groote cassa debet gebleeven persoonen, tewee„ ten. Sieroemenie Sjettij tot - . - - Pag: 1432. –. Ankan Patavie Rama Naijker. . . . „13419. — - „ Iohannes Scheuneman. . . - - „ 5194: — —. ofte zaemen. - - pag: 22045. word vertoond dat die posten door wijden den Heere Gouverneur van vlissingen, in Ao 172½ bij afpers„ sing, aan de Engelschen weegens de over„ gave van Nagapatnam zouden vol„ daan 783 wat bij dispositie door den eest 164. geteekende daar op geremarqueerd, en wat beslooten is, daan en door gemelde Heere Gouver„ neur zoo wel als opgem scheuneman omstandige verantwoording aan u Hoog Edelheeden zoude gedaan zijn en waar bij het, dusdanig was gebleeven. Bij de dispositie hier op door den Eerstgeteekenden geremarqueert zijnde hoe zoo niet de laeste, op ge„ melde drie posten, ten minsten alle de voorgaande, na de ontvangene aan„ schrijving van de Ceilonsche Regee„ ring en het herstel van zaeken, hier ter kuste, bij de Boeken hadden behooren ingenoomen en bekent ge„ stelt te worden tot dat door U Hoog Edelheeden zoude zijn gedecideert of deselve onder goede of quade schul„ den van d' E Comp:e behooren; En het is navolgens dit gevoelen en daar toe.
English
...to the proposal made that on the aforementioned 10 November it was resolved to still have the first-mentioned debtors entered into the books for their arrears as specified from Ceylon, and to debit them for the same; to bring the matter before Your High Nobilities as it precisely stands, and regarding the crediting of those who have submitted counter-accounts, as well as concerning those who remained indebted to the main treasury but were paid to the English by Mr. van Vlissingen, to request Your High Nobilities' esteemed disposition, demonstrating that, both through the lapse of time and the failure to recover Nagapatnam, no value other than that of Miss Hardman, so far as the pay accounts are concerned, may in any way still be counted upon, notwithstanding that the former administration, see annex L. C. under 18 October 1789, gave hope that after the repossession of Nagapatnam the necessary measures would be taken to that end; since it is uncertain whether those people will then be found and have not already come under another jurisdiction. For the debit of Adam Gottlieb Henk, the aforementioned Miss Hardman, pursuant to Your High Nobilities' qualification by missive of 17 August paragraph 33, and as evidenced by the note to the resolution of 23 November last, has delivered twelve pay accounts bound to her late mentioned husband to the sum of ƒ 13042. –. –. and handed them to the pay bookkeeper, to be deducted in the pay books of this fiscal year, and after completion thereof to report to the Trade Office the amount for which this Hardman must be credited in the trade books, as we, without Your High Nobilities' special authorization, do not consider ourselves competent to credit guilder for guilder, however much that serves to reduce the debt, beginning at the end of August 1780 with ƒ 18221. 16. 8. and decreasing on 23 November above-mentioned by the pay accounts to ƒ 9170. 3. —. exclusive of interest, should Your High Nobilities positively desire it; regarding which we, on behalf of the interested parties, most emphatically request a gracious remission, and likewise, on their behalf, a favorable disposition regarding the reduction. Of no less importance and notice is another affair or arrear from the former government, namely the sequestration funds not yet accounted for under the former Secretary of Justice Bronsvelt as Sequester. Both his successors, Hasz and Obdam, having given notice of this to the first-signed and the former having demonstrated among other things how, with regard to the sequestersbip, no account or reckoning had ever been rendered to him, and that his predecessor, upon whom this actually devolved, departed for Ceylon in 1788 with the consent of the former administration without having fulfilled this obligation of his, or having been reclaimed from there since; both of his aforementioned successors, Nasz and Obdam, were ordered, pursuant to the resolution of 25 October, to submit a written report on this and the state of affairs to the meeting for proper disposition. Which report, with five annexes appended thereto from A to E, was received at the session of 18 November last, as found inserted in the resolution of that date, pursuant to which, and especially since this affair was no secret to the council, having been brought before it up to two times without settlement or any accountable disposition, on the contrary that in the year 1788 the aforementioned Bronsvelt was allowed to depart for Ceylon and was subsequently reclaimed from there in vain, and, as appears from annex E, it was even acknowledged that they made themselves responsible for the arrears and deficiencies of his administration as otherwise, in case the Government of Ceylon did not deign to take that upon itself, the first-signed, in this matter, could for the present do nothing other than declare and have recorded that the missing sequestration funds to be accounted for, to the sum of 10878 5/8 pagodas, remain for the account of all those who, in his time, did not take sufficient security from the said Bronsvelt and voted to let him depart for Ceylon, namely the administration at the time of the Messrs. Commandants Blaaukamer and Tadama, or such persons as constituted the meetings of 26 September and 16 December 1786, as well as that of 28 August 1788, unless within a certain peremptory period payment or accounting is made by Bronsvelt and his sureties. Wherefore, on the same day, notice of this disposition was given to the Government at Ceylon and, on behalf of those held responsible, a very emphatic request was made for the securing of Bronsvelt's person and property and everything that might serve toward compensation...
Dutch transcription
toe gedaane propositie dat den 10 No„ vember voormelt is beslooten, de eerstgemel„ de Debeteuren voor haer agterweesen zoo als het van Ceilon is opgegeeven, als noch te laeten inneemen bij de boeken en daar voor te debiteeren. U Hoog Edel„ heeden de zaek zoo als ze legt ten naas„ ten ouder het oog te brengen en weegens het crediteuren van de geene die contrareer keningen gegeeven hebben, item nopens die, welke aan de groote Cassa zoude schul„ dig gebleeven doch door den Heer van vlis„ singen aan de Engelscheis betaalt zijn, Hoog Derzelver g'eerde dispositie te ver„ zoeken onder vertooning dat zoo door het verloop des tyds, als het niet wee„ der bekoomen van Nagapatnam, op de waarde van geene andere als die van Juffrouw Hardman, voor zoo verre de soldy 706 vlis, Marel vans ret: sijn vor Henten 165. schuld ingetrokken, soldij reekeningen aangaat, en eeniger manier meer mag worden gereekent, niet tegenstaande het voorig Ministe„ rie vide bijlage L=m C. onder 18. october. 1789. hoope heeft gegeeven dat nade weder in bezit raeking van Nagapas„ nam, het nodige daar toe bewerkstel„ ligt zoude worden; dewijl men onzeeker is of die Lieden, als dan wel zullen te vinden en naet reets onder anderen Iurisdictie geraakt zijn. Voor den debet van Adam Godlieb Henk zijn door voorm: Juffrouw Harelman, ingevolge U Hoog Edelheeden qualificatie bij missive van 17. Augustus par: 33. en blijkens aan„ teekening bij resolutie van 23e Novem„ ber laastleeden de van laastgem: haar man verbondene twaalff soldij reeken ningen 10. No„ schul„ dediteerd te werden, te don, ningen ter somma van ƒ 13042. –. –. over gelevert en den soldij boekhouder in han„ om bij de bese in nigetegegenen digt, om bij de soldij boeken van dit Boekjaar ingetrokken, en na verrich„ ting van dien aan het Negorie kan„ toor op gegeeven te worden het bedragen waar voor deeze Hazelman bij de Me„ gocie boeken moet worden gekredi„ onderoegelijd guden vorgude gedteerd, wijl we ons, zonder U Hoog Edel„ heeden speciaale qualificatie niet be„ voegt achten, gulden voor gulden goet te doen, hoe zeer dat ook strekt tot minder afdoening van de schult, be„ ginnende ultimo Augustus 1780. met ƒ18221. 16. 8. en verminderende den 23. November boven gem:t door de soldij reekeningen tot ƒ 9170. 3. —. buijten de interessen, indien u Hoog Edelheeden die positif mochten begeeren; doch waar ge . 61 60 705 sij despositie versogt, penningen van Bronsvelt door sijn of volger hier aangegeven, ntrend inthose in eductie vodegen, waar van wij, voor de geinteresseerden, op het aller nadrukkelykst een gracieuse quijtschelding en nopens de reductie al„ meede, voor deselve, een goedgunstige dispositie versoeken. dgtrstat aan se ustatie 166. . Van geen minder belang en op„ merking is een andere affaire of Ag„ terstal van het voorig Gouvernement te weeten de noch niet verantwoorde sequistratie penningen onder den ge„ weezen secretaris van Iustitie Bronsvelt als Sequester -. Beiden zijn opvolger; Has3: en obdam, den eerstgeteekenden hier van kennis gegee„ ven en vertoond hebbende de eerste onder anderen hoe wegens het sequesterschap of aan hem nooit rekenschap of verantwoording was gedaan en dat zijn an„ ticesseur wien dit eigentlijk incum„ beerde, met consent: van het voorig Menisterium -. over a„ en 't berigten bijlaege ginsereert §167. resol: 18. Nor sabel gemaakt heeft Ministerium in 1788. na Ceilon was vertrok ken zonder aan deese zijne verplichting vol daen te hebben, ofte zeedert van daar ge revateert te zijn, is aan beiden gemelde deswrgen s ondrzoek geseimanderd, zijne op volgens Nasz: en obdam vol gens besluijt van 25. october gelast hier van en den toedracht van zaeken, ter behoorlijke dispositie aan de vergadering rapport in schip tit te doen. welk bericht met vijf daar aan geregte bijloegen van A tot E: ter sessie van den 18: November laastleeden ingeko„ hodanig de reguiringsg hirm es sen mens sij Resolutie van dien datum wordg: insereert gevonden ingevolge van het welke en inzonderheijd dat deese affaire voor de vergadering geen verborgenheijd heeft uitgemaakt, als tot twee maal toe daar voor gebracht zonder afdoening of„ te eenige verantwoordelijke dispositie, in tegendeel t01. 706 dering verklaard omtrend de onbreeken„ trem tot p pa 1878. 1/7. tegendeil dat men in Ao 1788. den voorm: Bronsvelt naar Ceilon heeft laeten ver„ trekken en vervolgens hem vrugteloos van daar gereclameert en blijkens bij lage &r:a E: zielfs erkent heeft dat men zich voor het agterstallige en gebrek„ kige zijner administratie als ander„ sints responsabel maakte in dien het Ceilonsche Gouvernement dat niet op aan erstgetekend heeft sul ter wogen zich geliefde te neemen, heeft de Eerst geteekende, hier in, voor eerst, niet anders kunnen doen dan te verklaaren en te laeten aanteekenen, dat de verantwoor„ ding ontbreekende sequestracie penningen ter somma van pagooden 10878 5/8. blijft voor reekening van allen den geene die van gemelde Bronsvelt, op zijn tijd, geen toereikende zeeker heit ge„ noomen en gestemt hebben om hem vertro rot toe. of„ el 4101. vatenten Vovondalt na kolomnten an en hij sig benind gescheenen hem naar Ceilon te laaten vertrek„ ken, teweeten het Ministerium ten tijde van de Heeren Gezachhebbers Blaaukamer en Tadama ofte zodanige als de vergaederingen van 26. September en 16. December 1786. item die van 28 Augustus 1788. hebben uitgemaakt, ten waare bin„ nen zeekere peremptoire tijd„ betaeling ofte verantwoording ge„ schiede door Bronsvelt en zijne Borgen. Alwaar om ten zelven daege van deeze despositie kennis aan de Regeering te Ceilon gegeeven en, ten behoeve van de responsabel gehoude„ ne, zeer nadrukkelijk verzoek ge„ daan is om de verzeekering van Bron„ veld s persoon en goederen en alles wat die weeren tot te gemoet ko„ ming ver
English
707 could devise and effect for the protection and indemnification of the said Ministry, without prejudice to the right to hold him accountable and actionable on account of this fraud in his administration, to which end a copy of the report and the appendices has also been sent to Ceylon. To date we have received no answer to this, and we consequently find ourselves obliged to implore Your Noble Highnesses to take further measures in this regard as You shall find sufficient for the protection of the innocent and the holding to account of the person who is effectively liable in the first place. Section 169. Regarding the aforementioned disposition, the former Commander, Mr. Tadama, addressed us in writing and stated his objection thereto, as shown by the petition inserted in the resolution of 31 January last, wherein are also recorded the reasons of the first subscriber as to why, as Mr. Tadama maintains, the Council of Justice or the Orphan Chamber are not responsible for the deficit in the sequestration funds, but rather the former Commanders and, because the matter was dealt with in the meeting, also the members at that time; regarding which we humbly await Your Noble Highnesses' further final decision, and in case Mr. Tadama is correct. 708 Section 170. demonstration regarding the loan of 500 pagodas at interest in the previous year. if he is correct, respectfully for relief for his Honor and all the other persons held liable, and at the same time to inquire how the matter should be understood so as not to cause any damage to those interested therein. Now, as regards the remark made in paragraph 50 of the oft-mentioned esteemed rescript of April 1790 regarding the money negotiation conducted at this main office of 5000 Pagodas at 1 percent interest, the intolerability thereof while the outstanding debts continue unsettled; from the demonstration inserted in the letter sent from here on 26 March 1790, paragraph 69, it appears that these interests amount to only 71 pagodas, which unavoidably had to be paid because 102 Section 171. army account. because gold cannot be sold otherwise than on terms of 25 days for the payment of its value, as will appear anew under the money affairs. We humbly request to be permitted to adhere thereto, and that Your Noble Highnesses may rest assured that this could not have happened otherwise, on account of the representations made previously regarding this borrowed capital. We respectfully thank Your Noble Highnesses for the passed expense account of the commissioners in the army of the late Nabob Hyder Ali, in paragraph 54 of the aforementioned rescript of April, and the favorably granted authority for 709 due to lack of money, how the interpreter was paid, the delivery of the remainder to the council members Simons and Seekx to the amount of 8491 Pagodas, 13, 40, and 3092 Pagodas, 23, 53 to the then sworn clerk Hasz. Of the first two, it was ordered on 2 October last to credit the accounts they have in the books, and to Hasz, specifically for the settlement of his debit to the Orphan Chamber, 1000 Pagodas were paid from the cash treasury, and for what otherwise remains due to him it was decided to also give him an account in the books, since the cash supply and other more pressing expenses have not as yet permitted these payments. For which reason also, on the request made by petition at the session of 21 January last by the interpreter Mandalam Wengadasselam Naijker, it was granted to settle what is due to him in the balance of the aforementioned army account with 2989 Pagodas, 6, 50 in merchandise, namely cloves and Japanese bar copper at the fixed reduced price of 400 and 80 pagodas per bhar respectively, on that day understood under security de restituendo, on account of an indirect suspicion by the merchant Van Bijland, who believes that the entire account would fall apart if the interpreter were required to swear to it; and upon what motive this was again revoked, since the petitioner, in a further petition that served at our session of the 12th of this month, not without reason demonstrated that the account had been accounted for by the commissioners, at whose request the advance had occurred, to their principals, subsequently audited by Your Noble Highnesses and passed after having undergone a reduction, and authority granted for its payment, 710 and therefore no private reflections or remarks are capable of overthrowing all of this, and on this foundation requested further that, without demanding the oath or security de restituendo from him, his first instance might simply be granted, we consented thereto on the 12th of this month, and settled his advance with two-thirds in cloves and one-third in Japanese bar copper, from the consideration that on the one hand his complaint regarding loss of interest during the time that
Dutch transcription
ti 707 hieren vord gustij nonstmnd 68. versogt, ming, en schadeloos houding van het gemelde Ministerie zouden konnen uitdenken en bewerkstelligen, on„ vermindert het recht om weegens deze de=fraudatie in zijne admini„ stratie Calengeabel en actionabel te zijn ten welken finie ook copia van het bericht en de bijlagen naar Ceilon is gezonden. Wij hebben daar op tot dato deeses noch geen antwoord en vinden ons dien volgende verplicht u Hoog Edelheeden te imploreeren van, dien aangaande verder die maatregelen te beraemen welke Hoogst dezelve zullen bevinden toereikende te zyn, tot bescherming van onschuldigen en verantwoording van den geen die in de eerste plaats- effectiff aanspreeke„ lijk en ook dispositie in geval van §169. vergonding Over voorsz: dispositie heeft zich de Heer geweese Gezachhebber Tadama Schrif„ „telijk aan ons geaddresseerd en zijn beswaar daar tegen opgegeeven uijtwijzens addres dat bij resolutie van 31. Ianuarij 'T zee„ den geinsereert en waar bij tevens word aangeteekend gevonden de reeden van den Eerstgeteekende waarom, gelijk de Heer Tadama sustineert de Raad van Jus titie ofte de weeskamer voor de te„ kort komende sequestratie penningen niet risponsabel zijn, maar wel, de Heeren voormaelige Gezachhebbers en om reeden dat de zaak ter vergaade ring gedient heeft, ook de leeden van die tijd; waar omtrend wij ootmoedig U Hoog Edelheeden nadere finale deci„ sie, en in dien de Heer Tadama gelijk lijk is.. heeft. 708 demonstratie nopens de be„§ 170. leening van 500 pop. op intrest a:o p:o heeft, voor zijn E: en alle de overige aan„ spreekelijk gehoudene Persoonen, met eerbiet om ontzetting en tevens verzoe„ ken hoedanig de zaek dient begreepen te worden om de daar bij g'interes„ seerden geen schaade te doen lijden Wat nu aangaat de vide par 50. der meerm: g'eerde rescriptie van April 1790. gemaakte aanmerking bij de gepas„ seerde geld negotiatie ten deesen Hoofd„ kantoore van Pag: 5000. tot 1. prC:o interest de onlijdelijkheijd van dien terwijl de uijtstaande schulden onver eevent voortloopen; bij de van hier afgegaane brief van 26. Maart 1790. par: 69. geinsereerde aantooning, con„ steert dat die Interessen slegts pag 71: bedraegen die onvermeidelijk hebben moeten betaald worden om dat 102 nood zdaekelijkheijd voor besant vor asen oen 171. leeger reek: dat het Goud niet anders dan op termijnen van 25. dagen ter betae„ ling van de waarde is te verkoopen „dat gelijk „ op nieuw onder de gelt zaeken en verzeek hir ing rust teweeren omde zal blijken. wij verzoeken ootmoedig ismits ons daar aan te mogen gedraegen en dat u Hoog Edelheeden gelieve ge„ rust te zijn dat dit niet anders heeft konnen geschieden, uijthoofde van vertooningen die bevoorens wegens dit opgenoomen kapitaal gedaan zijn. hoedan Wij bedanken U Hoog Edelheed den eerbiedig voor de bij rescriptie van April voormelt, par 54. ge„ passeerde reekening van ongelden der gecommitteerdens in het Leger by wijlen den Nabab Heider Alij en de gunstig verleende qualificatie tot de. 709 is mits geld gebrek, hoedanig de throets betaald is, de afgave van het restant aan de raadsleeden Simons en seeke tot Pag: 8491. 13. 40. en pag: 3092. 23. 53. aan den toenmaeligen Geswoore klerk. hordanig in de afdoening gehandelt Ha13. van de twee Eerste is op den 2. october Iongstleeden gelast om de reekeningen welke ze bijde boeken heb„ ben te krediteeren en aan Hasz: zijn speciaal ter aflegging van zijn debit aan de weeskamer Pag. 1000. –. uit Casja betaalt, en voor het geen hem overigens nog competeert is be„ slooten hem ook een reekening bij de Boeken te geeven, vermits de geld voorraad en andere pressanter uit„ giften, deese afbetaelingen voor als noch, niet hebben toegelaaten: waar„ om ook, op het ter sessie van den 21. Ianuarij Jongstleeden door den Tholk Mandalam tutiendo is gevorderd, trokken Mandalam wengadasselam Naijker bij request gedaan verzoek, is toegestaan om het geen hem inde voorsz: leger reekening per saldo met pag: 2989„ 6„ 5.0. competenrt te voldoen in koopmanschappen ofte Nagelen en Japars Staefkoper tegen de ge„ stelde verminderde prijs van 400. en 80. pagooden de Bhaar respective, ge„ warom van hin eet Cute dereselijk we ten dien dage begreepen onder cautie de restituendo uijt hoofde van een in„ directe verdenking door den koopman van Bijland, die vermeent dat de geheele ree kening in duigen zou vallen in dien de Tholk gevergt werd die te b'eedigen Ia en uijtwat mnsticf, dit wederinge „ nadien de suppliant bij een nader re quest dat gedient heeft ter onzer zil„ ting van den 12 deeser niet zonder r den vertoond, dat de Reekening door de 710 de Gecommitteerden, op wier verzoek sij in verschot is geraakt, bij waar commit„ tenten verantwoord, vervolgens door u Hoog Edelheeden gerevideert en na ondergae„ ne vermindering gepasseert en tot dies betaaling qualificatie verleent it, en derhalven geen particuliere refledden of aanmerkingen in staat zijn dit allen om verre te stooten, en op dit fun„ dament nader verzocht dat zonder hem den Eed, ofte cautie de restituendo te vergen, zijn eerste instancie eenvoudig mogt worden geaccordeert hebben wij den 12 deser daarin bewilligt. en zijn verschot met 2/3. aan Nagulen en 1/3. aan Iapans Staafkoper vereevent, uit die consideratie dat aan de eene kant niet ongegront is zijne klagte over verlies aaninterest geduurende de tijd dat
English
Clarification concerning the debt to the estate of the late Captain Engineer de Vije. that he had to miss his money; secondly, because this discount is more advantageous than payment in cash, which must take place sooner or later; and thirdly, because, if the authenticity of the account must be confirmed by oath, that cannot be demanded of the petitioner, but would have to be done by the commissioners. Regarding the approval suspended by Your High Nobilities, see paragraph 56 of the repeatedly mentioned rescript of April 1790, of the payment of the debt to the estate of the late Captain Engineer de Vije of 278.10 pagodas, and the obscure representation that occurred concerning it, we take the liberty respectfully to show that that satisfaction, granted according to the resolution of 12 June 1788 after assurance from the previous Ministry, is founded on the authorization granted by the Ceylon Government by letter of 30 January 1785 with respect to other persons in similar cases for the settlement of several such outstanding accounts relating to the previous Government of 1781, after the authenticity thereof had been investigated and it was found that the claim of the said Vije, just as those of others, was founded on an original warrant signed by the late Governor van Vlissingen, of which we have the honor to enclose a copy herewith, in proof that the payment cannot have been made by the English, because they then, for discharge, would not have left the warrant in the hands of the creditor; besides which there is no evidence, either of a demand of this debt to the English, or of the disbursements made by the merchant van Bijland at the dwellings of the English Admiral and General, other than that the said Mr. van Vlissingen confirmed this by warrant with his signature under shown reasons. It is therefore on the foundation of all this that we have left the restitution of what was paid to the executors of the estate of the said Vije in statu until Your High Nobilities' honored further pleasure, which we hereby most obediently request. Concerning Jaggernaickpoeram and the arrears that have arisen there over several years, the order of Your High Nobilities in the repeatedly mentioned honored rescript dated 27 April, paragraph 51, was sent thither in extract shortly after receipt. Upon the arrival of the first undersigned, there was no reply to it yet. And it was even during the business concerning the said and the following rescript of 17 August or 5 October that we were obliged, with an expression of serious concern about the delay, to exhort the friends to a speedy dispatch of the said reply; although it appeared in the meantime and we were thus on 29 October enabled to come to a disposition. On that day, having entered into business concerning several letters which, from time to time since the month of June, had been received and left unanswered, this cumbersome work caused the first undersigned, newly arrived, no small trouble in addition to his other occupations in the service. The resolution of 29 October, when that business could not be concluded, will bear witness to this. Among other things, the said resolution shows the complaints made by the commissioners at Jaggernaikpoeram, Heshusius and Schliphaeken, by letter dated 15 August, about the suppliers Dewarpakamaija and Sjekkawenkaija, appointed by the then chiefs out of office van Halm and van Someren, who on the funds advanced to them were in arrears of over 5000 pagodas. Furthermore, that the suppliers of the cotton blankets, Pangara Ambajie and Settagaer Tokkosjie, had not yet delivered a single blanket and were therefore also in arrears of 1373.14.5/18 pagodas, and notwithstanding all serious warnings remained in arrears, so much so that no hope remained of a partial, let alone complete satisfaction. We heard the aforementioned van Halm on this on the repeatedly mentioned day of 29 October and specifically questioned him: why such bad people had been appointed as suppliers, and whether they were in advance or in arrears at the time of the advance made to them. And we received in reply that the appointment was made out of necessity and to supplement those who were already in debit and deficient now in this year, or 1790, and that upon the delivery of money they did not yet have an account with the Company or were in debt. We wrote that to the commissioners with orders to ask these people for the reason for their arrears and to urge them to settle their debit, as well as to inform us why not a single blanket had been delivered, likewise to explain further the advance made and to show that they were not liable on that account.
Dutch transcription
opheldering nop. s de schuld aan §172 de boedel wijlen de Cap:n Ingenieurde vijf. dat hij zijn gelt heeft moeten misse„ 3 ten andere om dat dese disconte voor„ deeliger is als de betaaling in contant, welke vroeg of laat moet geschieden, en ten derden om dat, zoo de egtheijd der reekening door de Eed moet worden bekrachtigt, dat niet van den sup„ pliant kan gevergt maar door de ge„ committeerdens gedaan zou moeten worden. Nopens de door u Hoog Edelhee„ den vide parr s6. van de meerm: res„ criptie van April 1790. gesurcheerde approbatie der afbetaeling vande schuld aan den Boedel van wijlen den capitain Ingenieur de vije met pag 278. 10. en de voorgekoomen duijs„ tere voordragt derweegen, neemen we de vrijheijd met eerbier te vertoonen dat die 437 711 die, volgens besluijt van den 12. Iunij 1788. geaccordeerde voldoening na verzeekering van het voorig Ministererium, zich fun„ daert op de, ten op zichte van andere persoonen, over gelijk standige gevallen, door de Ceilonse Regeering bij brieve van 30. Januarij 1785. verleende qualificatie tot vereffening van verscheide dergelij„ ke open gestaan hebbende reekeningen met op zicht tot het voorig Gouver„ nement van 1781. na dat de echtheijd van dien onderzocht zou zijn en be„ vonden is dat de pretentie van gem vije even als van anderen zich fin„ deerde op een origineele door wijlen den Heer Gouverneur van vlissingen ge„ teekende ordonnancie, waar van we de eere hebben copij hier bij te voegen, ten bewijze dat de betaaling niet door de d de restitutie niet gevorderd, word nader dis posistie versogt. de Engelschen geschiet kan zijn, wijl zij dan, tot decharge de ordonnantie niet in handen van den crediteur zoude gelaeten hebben; buiten het welke er geen Bewijs is, zoo min van aanmaening van deeze schuld by En gelschen, als van de gedaene ongelden door den koopman van Bijland aan de wooningen van den Engelschen Admiraal en Generaal, dan dat gem: Heer van Vlitsingen zulks bij ordon nantie met zijn onderteekening heeft omder vertoonde reeden 1 egendommel be krechtigt. Het is dus op fundament van dit een en ander, dat we de restitutie van het betaalde aande Executeurs der nalatenschap van gem vije in statu hebben gelaeten tot u Hoog Edelheeden g'eerd nader goed vinden dat we mits deeze gehoor„ Saemst. de ond ter 712 de o derontind de Sugemt g 1 73 terstallen is derwaards gesonden, saamst verzoeken. Met betrekking tot Iaggernauk„ poeram en de aldaar zeedert verschei„ de Iaaren ontstaene Agterstallen, is de order van u Hoog Edelheeden. bij de meerm: g'eerde rescriptie de dato 27. April par: 51: kort na de ontvangst in Extract derwaards gezonden. Bij des Eerstgeteekendes aankomst was daar waarop in ober est antie inquam, op noch geen antwoord. En het was zelfs onder de besoigne over de gem: en de volgende rescriptie van 17. aug=s ofte den 5. october dat we genoodzackt waeren, met betuiging van Serieuse gevoeligheijd over het retardement, den bevienden tot een spoedige afzending van het gem: antwoord te adhortee„ ren: schoon het inmiddels op daegde en wedes den 29: october in staat ge„ raakte den 29:' diermaand is daarover §o 174. ampel gebesoigneerd, twee Leveranciers dorde opper„ 8175. hoofden aangesteld hadden op 5000 pag niets gelevort raakte om te koomen tot een dispositie. Den dien dage dan zijnde getreeden in besoigne over verscheidene brieven die, van tijd tot tijd, zeedert de maand In„ „nij, ontvangen en onbeantwoord gelaaten waer ren geworden, heeft dit omslagtig werk den eerstgeteekenden, nieuw aangekoomen, geen kleijne moete bij de verdere occupa„ tien in den dienst veroorzaakt. De Reso„ lutie van 29: october, wanneer die bee„ zigheijd niet kon afloopen, zal daar van getuigenis dragen. Onder anderen consteert ter ged:e Re„ solutie de door de Gecommitteerden te Iag„ gernaikpoeram Heshusius en Schlip haeken bij brieve de dato 15. Augustus gedaane klachten over de, door de toen„ maelige opperhoofden buijten functie van Halm en van Someren aan„ gestelde. „n wat 743 en den agteren paij 1373. 14. 7/1. wat het geweesen opperh: van § 176 op halem hieromtrend gewaagt is, gestelde Leverandiens dewarpa kamaija en Sjekka wenkaija die op de aan hen verstrekte gelden ruim 5000. pag: en de deken deveranciers ewaaroenrtend en agteren waren —. voorts dat de Le„ veranciers der gecattoeneerde Deekens Pangara Ambajie en Settagaer Tok kosjie nog geen enkele Deeken geleevert hadden en dus meede pagoo„ den 1373. 14. 5/18. ten agteren waeren en onaangezien alle serieuse vermae„ ningen ten agteren bleeven, zoo zelfs dat er geen hoop overbleef op een ge„ deeltelijke, men geswijge compleete vol„ doening. —. Wij hebben ten meerm: dage van 29. october voorm: van Halm hier opgehoort en speciaal afgevraegt: waarom zulke slegte Lieden tot Leveranders aangesteld waeren ! wan„ neer. zijn antwoord, Wier op is nader oplossing van § 177. Iaggern: gevorderd, neeren of ze ten tijde van de aan hun gedaane verstrekking te vooren of ten acamse teren waren. en ten antwoord bekoo„ men dat de aanstelling was geschiet uit nood en tot supplement van de welke reets debet en gebrekkig waeren nu in dit Iaar ofte 1790. en dat ze by de afgave van gelt noch geen reeke„ ning bij de comp:e hadden ofte te qua stonden. lijwaat We schreeven dat aan de Gecom„ mitteerden met bevel om dit volk de reeden van haar agterweesen aftevra gen en aantespooren tot vereevening van haar debet als meede om ons op te geeven waarom 'er geen enkelde Da ken was geleevert, item om de gedae„ ne verstrekking nader op te lossen en„ tetoonen dat zij derweegen onaanspreeke lijk
English
other suppliers of white linen gave satisfaction, were [illegible]. On the other hand, we found ourselves obliged to express satisfaction regarding the vigilant conduct of three other suppliers, by name Kalarama Sasterloe, Peketij Papaija, and Daatserie Reddij, who had completely accounted for the monies advanced to them by the Commissioners, and they recommended them to us whenever we might come to dispose finally concerning the Iaggernaikpairam merchants; whereupon we indicated, in a general sense, that a person's good conduct constituted the best and strongest recommendation, and that these therefore deserved preference whenever the entering into of new contracts should be decided upon under precautions, as by resolution. We find ourselves obliged to mention this in this manner because, in the outcome of affairs, it will be relevant to make some further special remarks regarding both these parties of merchants, as distinguished from others. The Mazulipatnam merchants, according to the frequently mentioned Resolution of 29 October, were in arrears by mid-August, after deduction of delivered items, risks, and rejects, for a considerable sum of 8000 pagodas. The reason for this could not be fathomed; the admonitions and exhortations were fruitless, and measures of more force than gentle admonitions appeared altogether inadvisable to use. We then initially found no other course regarding them than to put virtually the same questions as were previously put to Van Halm to the Commissioners as well, and to point out to them the imprudence, if those merchants had been too bad regarding the advances of 1789, of making advances to them anew in the year 1790, observing that from this nothing else was to be inferred than the reprehensible practice of making it appear, through new deliveries, as if the old ones were improving, whereas in reality they were progressively worsening. On the same occasion, the aforementioned Commissioners presented, in the name of the said Mazulipatnam merchants aforesaid, how they complained of having been shortchanged in the calculation of interest by the Chiefs since the date of delivery for the supply made on credit in the year 1787/8, whereas the same was due to them according to agreement from the day they had contracted and advanced a capital of 15782 pagodas, as confirmed by the order dispatched from here under date of 24 February 1788. In addition to this, they had also complained about losses suffered on the cloves and Japanese bar copper supplied to them, contrary to the promises made to them of payment in cash, requesting that both matters be presented to us and that a disposition in their favor might be solicited, estimating their damages suffered on that account at 3156 pagodas 9 ¾, of which they deemed they ought to be compensated in whole or in part, particularly on the grounds of the promise made to them by the late Governor Blaaukamer concerning payment in cash, and their protests against the provision in merchandise. Deciding upon this, upon examining the resolution of 24 February 1788, we found the qualification to validate the interest on money advanced for deliveries from the day of the advance, and that for 13 merchants injustice was thus done to those to whom it was only calculated from the date of delivery. Their grievance concerning the delivery or forcing upon them of merchandise instead of cash also appeared to us to be somewhat well-founded, against which their objection is found affirmed by a letter from Jaggernackpoeram dated 30 May 1788. We consequently authorized the Commissioners to credit the said Mazulipatnam merchants with the earned interest in reduction of their arrears. But as for the compensation for damages on the merchandise delivered to them, we did not dare to take this upon ourselves, but have respectfully referred it to Your High Nobilities, primarily because the declaration as to why the acceptance of it, against the demonstrated objection, yielded not the least encouragement, and an appeal to someone who is dead, if one cannot prove it conclusively, signifies very little, and in any case seems to be more of a private encouragement than a formal agreement. We nevertheless take the liberty, if our opinion is judged not to be equitable, to request that Your High Nobilities may be pleased to remedy the matter principally, and if the whole cannot come into consideration, that favorable consideration may then be given to what the said Mazulipatnam merchants indicated in their petition to the First Signatory, inserted in the Resolution of 24 December last, that they would be satisfied with a discount of 15 to 20 percent, although the bad conduct of the Mazulipatnam merchants in general, as
Dutch transcription
714 afandere Leveranciers van wite 178: lijwaats gaven genoegen, lijk waren. —. Daar en tegen vonden we ons ver„ pticht om genoegen te betuijgen wegens het vigelant gedrag van drie andere Leveranciers in namen Kalarama Sasterloe, Peketij Papaija, en Daat„ serie reddij, die de door de Gecommit teerde hen verstrekte penningen com„ pleet hadden verantwoord, en zij ons recommandeerden wanneer we over de Iaggernaikpairamse kooplieden fi„ naal mochten komen te disponeeren; dan waar op we, in een algemeene zin, te kennen gaven dat iemands goed gedrag de beste en sterkste recom„ mandatie maakte en deese dus de preferencie toequamen wanneer over het aangaan van nieuwe contracten gedisponeert zou worden onder pre„ cautie waerom dit hieraangehaald word, 't agterstal der Mazulip:t koop: 179. was ult: aug:s nog prp:o 8000. cautie als bij resolutie. Wij vinden ons verplocht, dit in dezer voegen aan te haelen, om dat bij uitkomst van zae„ ken het tepas zal komen om no„ pens beide deeze parthij kooplieden eenige meerder bij zondere aanmerking te maeken als van anderen. De Mazulipatnamsche kooplieden stonden uitwijzens meermelde Resolu tie van 29. october onder medio Au„ gustus, na aftrek van het geleeverde riskanten en uitschotten, een aanzien„ lijke som van 8000. pagooden ten ag„ 't wat des wegen na saggern geschis, teren. De reeden van dien, konde men niet bevroeden; de vermaenin„ kla gen en adhortatien waren vruchtelood en middelen van meer klen dan zach te vermaeningen, scheenen ten eenemaal ongeraeden voor te komen. Wij vonden en 715 daene intrssen op Leoranole in 1787/½. er toen voor eerst niet anders op dan nopens deselve, genoegzaam dezelve vra„ gen als hier voor aan van Halm ook aan de gecommitteerden te doen en hen voor te houden de onvoorzichtigheid om zoo die kooplieden voorde verstrek„ kingen van 1789: te quaad waren ge„ weest op nieuw in A:o 1790. verstrekking aan hen te doen, onder aanmerking dat hier uit niet anders was afteneemen dan het strafbaar gedoente om, door nieu„ we fournissementen, het te doen schijnen als verbeeterden de oude, daar ze, in het weezentlijke, gaande weg verergerde. klagt de kaph onte katge 1 30 Ter zelver geleegendheijd droegen voorm: gecommitteerden in den naam van gem: Mazulipatnamsche kooplieden voorsz: hoe zij zich beklaagden van bij 7 de in den Iaare 178/. op Credict gedae„ ne. ling genooten, daar Contrante belooft warij ne Leverancie te kort gedaan te zijn in de bereekening van Intressen door de opperhoofden, zeedert den datum der Leverancie, daar deselve volgens over een komst hun toequam van den dag dat zij gecontracteerd en voorgeschooten had„ den een capitaal van 15782. pag:, gelijk de van hier afgegaene ordre de dato 24: d Ten oorschadiopde Copmans: in bete februarij 1788. dat bevestigde; waar en boven zij ook hun beklag hadden gedaan over geleedene verlies op de aan hen verstrekte Nagelen en Japans Staef„ koper, contrarie de hun gedaene beloften van contrante betaeling, met verzoek dat het een - en ander ons voorgedragen en dispositie in hun faveur mocht besolli„ citeert worden, begrootende hunne der„ wegen geleedene schade op paij 3156. 9. ¾ waar van zij oordeelden geheel of derag ten 76 24. deintressen zijn in midering e 181. der agterstallen goed gedaan en waerom, ten deele te moeten worden gededom„ mageert, in zonderheijd uijt hoofde der belofte die hen door wijlen den Heer Gezachhebber Blaaukamer gedaan was wegens betaeling in contant, en hunne protestatien tegen de ver„ strekking in koopmanschappen. Hier op disponeerende bevonden wij bij het nagaan der resolutie van 24. februarij 1788. de qualificatie om de in„ terest weegens voor geschootene Geld op Leverancie te valideeren van den dag des verschots, en dat voor 13: koop„ lieden overzulks ongelijk was geschiet met hen die maar toetereekenen zee„ dert den datum der Leverancie. Ook quam ons eenigzints gegront voor hun„ ne doleantie over het afgeeven of op„ dringen van koopmansz: in steede van en om wat reeden, van kontant Gelt, waar tegen hun beswaer bij brief van Jaggernack poe¬ ram de dato 30. Mei 1788. geaffir„ meert word gevonden. Wij qualificeer„ den mitsdien de gecommitteerden om gem: Mazulipatnamsche kooplieden de verdiende rente ten goede te brengen; in mindering van haar Agterstal: dog deversogte schaade vergondig mit, maer de schaede vergoeding op de aan hun afgeleeverde koopmanschappen hebben we niet op ons durven neemen maar met eerbied aan u Hoog Edelhee„ den gedefereert gelaaten, voorname„ lijk om dat de betuijging waerom het accepteeren van dien, tegen het betoon„ de beswaer, geen de minste aanmoedi„ ging opleverde en het beroep op iemant die dood is zoo men het niet bondig kon bewijsen weirig heeft te bedui„ den 1067 717 ditword ter dispositie §182. congedaeren, den en in alle geval meer schijnt te zijn een particulier en couragement, dan een formeele overeenkomst. Wij bevrij moedigen ons niet te min Dom, indien ons gevoelen geoordeelt word niet billijk te zijn dat u Hoog Edelheeden de zaek ten principaale gelieve te remedieeren en zoo het geheel in geen aanmerking kan komen, dat dan een gunstige reflexie mag worden geslaegen op het geen de gem: Mazulipatnamsche kooplieden bij hun klacht schrift aan den Eerstgeteekenden geinsereert ter Resolutie van den 24 De¬ comber I:o Leeden te kennen geven van te vreeden te willen zijn met een disconte van 15. â 20. p:r C:o, schoon het slegt gedrag van de Mazulipat„ namsche kooplieden in het algemeen, gelijk
English
justification of the former chiefs on paragraph 183 regarding the arrears, as we have already shown above under the purchases paragraph 95, leaves us little reason to serve as any further advocacy for them than appears in any way consistent with equity. Apart now from this description of the state of affairs with respect to the arrears at Iagginnaikpoeram in general, there will also be found treated very extensively, at the aforementioned committee of 29 October, the contents of and deliberation over the very ample remonstrance sent to us by the aforementioned Commissioners there, Heshusius and Schliephaken, alongside their letters of the 4th of the said month, from the former chiefs van Halm and van Someren dated 29 September prior, serving, beyond a general response to the extracts sent thither in July prior, also as a special defense regarding the aforementioned arrears, and in particular their objection against the compensation of 1 percent per month interest desired by Your High Nobilities since the time they originated, over and above the payment of the principal itself, demonstrating on that subject: 1. That the claim for the interest of 1 percent per month could only take place if, for the collection, cash and not merchandise had been furnished on which the Company had enjoyed the profit, in such manner as demonstrated in a separately transmitted statement of trade inserted into the resolution from 1785/6 to 1788/9, and at the same time showing what the arrears amount to as of the last day of August of the last-mentioned financial year, as if they had only then begun. 2. A demonstration that the true and proper origin could be calculated to derive from nothing else than that the chiefs, upon exhortation from here, had been forced to push the trade and, for lack of money, to furnish merchandise for it, on which the suppliers had suffered considerable losses. 3. That these furnished trade goods were regarded just like real cash and, as such, had also been taken into the cash account and accounted for, while meanwhile, from the few furnished funds, the supply could not have been completed, partly on account of the untimely contracting due to receiving the requisition too late, and partly because the suppliers could not monetize the furnished merchandise quickly enough to find use for the collection. 4. That, since one had to try to manage it in that manner, to keep the, and they, the chiefs, were convinced of the damage suffered by the suppliers, especially on the Japanese bar copper in the [illegible], one had not been able to force them to balance the accounts under the last day of August according to the orders and to count the arrears under that date into the cash account, for which several other arguments have also been alleged. For which and further allegations the aforesaid chiefs, van Halm and van Someren, flattered themselves that after the presentation of matters and the aforesaid statement to Your High Nobilities, they would be favorably relieved from the compensation of the interest at 12 percent per year since 1785/6, taken up to discover the cause of the arrears and precaution resolved in this, because, by reason of several further adduced reasons, it would be a very hard matter for them, and especially since cash had been lacking for the continuation of trade. Although now at first glance the foundations of this justification appear not to be unfounded, they nevertheless lose very much of their force and value when one, with no less concise arguments, as demonstrated at the aforesaid meeting of 29 October by the first-signed and recorded in detail by Resolution, stands up for and pleads the interest of the Company, whereby the presentation of the advantages which the Company in comparison with the losses thus brought about, falls away considerably, and we have thus, in accordance with this, understood that it had become high time once and for all to protect the Company from the damage which would be its unfortunate fate, and possibly still can be, notwithstanding the order and the procedure bound thereto for compensation, prior to establishing which or determining the matter in principal, it was resolved: 1. To have drawn up such statements of furnished merchandise on delivery here and at the subordinate offices, as constitute the general point of grievance concerning the arrears and price increases, and are already cited under the sales paragraph, although not all arranged as clearly as would have been required according to the letter of the decision. For just as the Company must profit through the sale and those profits belong to it, so on the other hand, by comparison, it ought not to lose through the collection; this is, according to this first-signed's opinion, miscalculated when one posits that the arrears and price increase can be offset against the lawful profit of the Company through the sale or furnishing, as the intention of the statement seems to be. 2. The holding of that mentioned hereinbefore paragraph.
Dutch transcription
verantwoording der seweesen op § 183: herhoofd nopens de agterstalten, gelijk we voorwaards onder den in„ koop par: 95. reets getoont hebben, ons weinig reeden overlaat om hun tot eenige voorspraak verder te strek„ ken dan met de billijkheid eenig„ zints overeenkomstig schijnt te weezen. Behalven nu deeze beschrijving van den staat van zaeken met op„ zooh tot de Agterstallen te Iaggin„ naikpoeram in het algemeen, zal, bij de voorm: besoigne van 29. Octo„ ben, ook zeer breedvoerig verhandelt worden gevonden den inhoud van - en deliberatie over de door Gecommitteer„ den aldaar Heshusius en Schliepha ken voormelt; nevens haare lette„ ren van den 4: van ged:e maent ons toegezondene zeer ampele remonstrate van 718 van de voormaelige opperhoofden van Halm en van Someren de dato 29. september bevoorens, dienende, buiten een generaale beantwoording van de in Iulij bevoorens derwaards gezonden ne Extracten, ook tot een speciaale verdeediging weegens de voorm: Agter„ stallen, en in zonderheijd hun beswaar tegen de door U. Hoog Edelheeden be„ geerde vergoeding van 1: p:r C:o interest zedert den tijd dat ze ontstaen zijn, boven de betaeling van het kapitaal zelve, ten dien sujette vertoonende. 1. Dat de vordering der interest van 1. prcC:o plaats zou konnen vinden waren 'er, tot den inzaam, kon„ tanten en geen koopmanschappen verstrekt geworden op dewelke de Comp. e het voordeel had genooten, in diervoege„ in diervoege als bij een apart overge„ zonden en ter resolutie geinsereert vertoog van den Handel Zeedert 178 5/6: tot 1788/9. gedemonstreert en teffens aan getoond word wat de Agterstallen onder ultimo Augustus van het laast gem: Boekjaar en als hadden die toen maar eerst aanvang genoomen komen te beloopen. 2: Een vertooning dat de waere en ei„ genlijke oorsprong gereekent kon„ worden uit niet anders herkomstig te zijn dan door dat de opper„ hoofden op adhertatie van hier, genoodzaekt geweest waren den Handel te forteeren en, bij gebrek aan gelt daar toe te fourneeren koopmanschappen waar op de Le„ veranciers considerabele schaeden hadden. 149 hadden geleeden. 3. Dat deeze verstrekte Handelwae„ ren even als reeele kontanten, aan„ gemerkt en dusdanig, bij cassa, ook ingenoomen en op gebracht wa„ ren geworden, terwijl intusschen uit de weinige aangebrachte kontanten, de Leverancie niet had kunnen worden geaccompleteert, eens deels mits het doen van ontijdige Aanbesteeding door het te laat ontvangen van den Eisch en ten anderen om dat de Leveranciers de verstrekte koopmanschappen niet spoedig genoeg konde te gelde mae„ ken om tot den inzaam employ te vinden. 4: Dat, daar men het, op die wijze had moeten trachten dragen, de te houden en zij opperhoofden overtuijgt wan ren. versoek om't vertoonde ont hetting 184. van de opgeligde intrest, ren van de door de Leveranciers geleedene schaede, in zonderheijd op het Japans Staefkoper in de A gelen, men denzelven niet had konnen dwingen om nade ordres de reekeningen te vereeven onder ultimo Augustus en de Ag terstallen onder dien datum in cassa te tellen waar voor noch verscheide aandere argumenten ge„ allegeert zijn geworden. Om welke in verdere allegatien de voorsz: opperhoofden, van Halm en van someren zich vleiden das na voordragt van zaeken en het voorsz: vertoog aan uw Hoog Edele heeden, zij goedgunstig zouden wor„ den ontheft van de vergoeding der in„ teressen tot 12 p:rCo zeedert 178 5/6, wijl zaak 730 Agevat ter ontsekking van de oor„ o 185. zaak der agterstallen en voor zorge in dee„ sen beslooten is, wijl dat, uijthoofde van verscheide ver„ der bijgebrachte reedenen, voor hun een zeer harde zaek zoude zijn en wel voornamelijk daar het tot voortzet„ ting van den Handel, gemangelt had aan kontanten. Hoe wel nu in den eersten op„ slag de fundamenten deser verant„ woording het aanzien hebben van niet ongegront te zijn verliezen ze echter zeer veel van haere krachten waarde, wanneer men, met geen minder bondige argumenten gelijk. ter voorsz: vergadering van 29. octo„ ber door den eerstgeteekenden aange„ toont en bij Resolutie omstandig op geteekend is, het belang van de com„ pagnie voorstaat en bepleit, wanneer het vertoog van de voordeelen die de comp Comp. in vergelijking van de verliesen, zo de toegebracht zijn, aanmerkelijk kom te vervallen en wij hebben dus, na aan leiding van dien, begreepen dat het een maal hoog tijd was geworden om de compe te behoeven voor de schaede welke haar ongelukkig Lot zoude, en mogelijk noch kan zijn onaan„ gezien de ordre in daar op gebonde pr cedure tot vergoeding, alvoorens van dewelke vast te stellen of de zoek ten principaele te determinaren, gere„ solveerd werd. Het doen opmaeken van zodanig „ge vertooningen van verstrekt coopmanschappen op Leverancie alhier en op de onderhoorige kantoo„ ren, als het generaal poinct van beswaar over de Agterstallen en prijs verhooginge 93 1. 1091 1728 721 verhoogingen komen uijttemaeken en bereets onder den verkoop par: aangehaald staan schoon allen niet zoo duijdelijk ingericht als het na den Letter van het besluijt wel veruischt hadde. want gelijk de comp: door den verkoop moet winnen en die winsten haar toekoomen, zoo„ dient zij daaren tegen, bij vergelijking door den inzaam niet te verliesen, dut is na dit eerstgeteekendes opinee verkeert gereekent wanneer men stelt dat de Agterstallen en prijs verhooging konnen worden gerescon„ treert tegen het wettig voordeel van de comp=e door den verkoop of verstrekking gelijk de meening van het vertoog schijnt te weesen. 2. het Houden van het hier voor par: gemeld. 1091 1081
English
said Current Account book and the Memorandum cited in section 38 of what, upon the departure of a ship or ships from here and at the branch offices, upon the dispatch of the latest goods, should appear to be on hand or to have remained over. 3. In order that, should it be found that the servants' representation—in excuse of the untimely dispatch of the demands, the insufficient provision of cash, and the order to force merchandise upon the suppliers instead—is confirmed by evidence, the previous administration be held accountable for it, as this would then deserve some consideration with respect to the ordered payment of interest regarding [illegible] to recover the [illegible]. Yet primarily, and because we could not take it upon ourselves to deviate from Your High Right Honourables' order unless the Company were indemnified or given security by other ways and means, such that we were to have both principal and interest paid unless the hope remained that, the principal being satisfied, Your High Right Honourables would be pleased to grant a gracious consideration and favorable mitigation regarding the interest, it was resolved on the aforementioned 29 October to have whatever the aforesaid Iaggernaikpoeram arrears shall be found to amount to after the settlement for the current year 1790 paid into the treasury. Namely by the former chief Van Halm for 2/3 and the former seconds De Ravallet and Van Someren for 1/3 part of what each of them must participate therein; and that directly in cash, in so far as each can supply it immediately, and to give security for the remainder through an inventory and their own conscientious appraisal of their goods, securities, and other possessions within the period of one month, and if those are also insufficient, by providing sufficient surety in addition, both for the said remainder and the desired interest of 1 per cent in its entirety, in case it might please Your High Right Honourables to reflect favorably upon the favorable representation to be made on behalf of all. All this while preserving the participants' recourse and guarantee against the original debtors themselves, whose balance due, once ascertained, is to be transferred to the name and surname of the burdened persons, and who were to be debited for it, as far as Van Halm is concerned here, and for both the others over there in the books; the share of Van Halm to be immediately transferred hither to be charged against him here; likewise to let all that might come in after this date from the original debtors serve to the benefit of the accounts of the aforesaid burdened participants and be accounted for in the Iaggernaikpoeram books, and what Van Halm's share shall be, to have it credited to this Head Office; finally, to present this disposition to the original debtors, to admonish them seriously and so far as can conveniently be done with urgent and threatening reasons, and to compel them to their duty of compensation, under the warning that if they fail therein, no advances will be made to them for the new trade of 1791, and upon obstinacy they will be forever deprived of the right to be the Company's merchants, without prejudice even to other means and punishments which were reserved [illegible]. Section 187. Regarding what Van Halm brought in against this as an objection. Concerning this resolution, the aforementioned Van Halm, after having been given leave to withdraw from the meeting during the disposition and then invited back inside, directly stated his objection, demonstrating the impossibility of its literal fulfillment, with a request to be allowed to report further in writing and demonstrate the promise that the Mazulipatnam debtors had made him to promptly satisfy their debt from time to time in installments. Of this, merely a note was taken on the aforesaid day, while the resolution was made known to Iaggernaikpoeram that very same evening and written to the Commissioners there [illegible] they remain neglectful. Section 188. After a meeting on this matter in committee concerning the letter of 17 August, written to hear the Mazulipatnam merchants on Van Halm's statements and to demand from them a written obligation with mutual surety for one another, or in solidum, executed in proper form before the sworn clerk. Before all the aforesaid orders and requisites from Iaggernaikpoeram could be answered, we entered into committee in November 1790 concerning the contents of Your High Right Honourables' esteemed reply of the previous 17 August, showing, with respect to the arrears in sections 30, 31, and 32, the most serious tokens of displeasure, both regarding the glossing over, concealing, and failing to settle that of Iaggernaikpoeram frequently mentioned, as well as the indifferent disposition regarding that of Bimilipatnam, with a special declaration that the last-mentioned entry, then amounting to f 54139.4., was also to be included under the order of 27 April 1790, and failing a speedy settlement, to leave it to the accountability of this administration. Section 189. The first undersigned holds himself outside accountability for what passed and the consequences. Deliberating on this on the 23rd of the above-mentioned month of November, the first undersigned, concerning the multitude of emerging disorders and the declarations and ordered compensations founded thereon, expressed his objection and declared that, being innocent, he could not share in the consequence of another's irresponsible conduct. The
Dutch transcription
gem: Reekening Courant boek ende sub 38. par: aangehaalde Memorie van het geen bij vertrek van schip of scheepen alhier en op de kantooren, bij afzending van het laeste goet, zoude blijken aanhanden, ofte over te zijn gebleeven. 3. om, indien men quame te bevinden dat der bedienden representatie in ver„ schooning wegens het niet tijdig af„ zenden van de Eisschen, het niet ge„ „noegzaam voorzien van kontan„ ten en de ordre om de Leveranciers, in„ steede van dien, koopmanschap pen te doen opdringen met bewijzen ge„ straeft woord het voorig Ministerium, daar voor verantwoordelijk te laeten wijl dit dan in opzicht der geordon„ neerde betaeling van interest nopens de 123 722 den int en paia aregende 6 gte stulen te recureren de beviendens, eenige aanmerking zou„ de verdienen. Doch ten principaale, en wijl wij niet op ons konden neemen om van de ordre van u Hoog Edelheeden aftewijken, ten zij de Comp: door ande„ re middelen en wegen wierd schadeloos gestelt ofte zeekerheijd gegeeven, zulks wij kapitaal en interest beiden dien„ den te laeten betaelen indien de hoop niet overbleef dat, het kapitaal vol„ daan wordende, u Hoog Edelheeden wee„ gens de interessen, eene gracieuse considera„ tie en goedgunstige mitigatie zouden ge„ lieven plaats te geeven, is den 29: octo„ ber voormelt beslooten om het geen het voorsz: Iaggernaik poeramsch Agter„ stal, nade afreekening voor het loopan de Iaar 1790. bevonden zal worden te bedragen bedraagen in Cassa te laaten tellen, te weeten door het geweeze opperhoofd van Halm voor 2/3. en de geweeze„ ne secunde De Ravallet en van Someren voor 1/3. gedeelte van het geen een ieder van hen daar in moet participeeren en de dat directelijk in contant, voor zoo verre een ieder dat, terstont kan fourneeren voor het res„ tant zeekerheijd te geeven, door inven„ tarisatie en eige gemoedelijke taxatie van hunne goederen, effecten en verdere bezittingen binnen de Tijd van een maand en die ook niet toereikende met het stellen van sufficante Cau„ tie daaren boven, zoo voor het gezeg„ de restant als de begeerde interest van 1. p:r C:o in het geheele, om of het uw Hoog Edelheeden op de in faveur van allen 723 allen te doene favorabele vertooning behaegen mochte daarop een gunstige reflexie te slaan; het een en ander met behoud van der participanten Regras en garant op de origineele Debiteuren zelve, wier te bevinden debet opnaam en toenam van de belaste Persoonen overgeschreeven en welke daar voor, wat van Halm aangaat alhier, en van de beide an„ deren ginter bij de boeken gedebi„ teert moesten worden; het aandeel van van Halm ten eersten herwaarts te laeten aanreekenen, om alhier, daar voor te worden belast, item om al„ het geene, na dato van de originee„ le Debiteuren mocht inkoomen te doen strekken, ten faveure der ree„ keningen van voorsz: belaste par„ ticipanten ticipanten en bij de Iaggernaikpoe„ ramsche boeken te laeten verantwoor den, wat het aandeel van van Hal zal zijn dit Hoofd kantoor ten goede te doen brengen; eindelijk om de ord gineele Debiteuren deze dispositie voor te houden, hen serieutelijk en voor zoo verre het gevoegelijk geschieden kan met dringende en dreigende reedenen te vermaenen en tot haar plicht van schaede vergoeding te noodzaeken, on„ derwaarschouwing dat daar in mane queerende, voor den nieuwen Handel van 1791. geen verstrekking aan hen ge daan, en bij hardnekkigheijd zij voor al„ toos verstooken zullen werden van het gestra recht om 'sComp.:s kooplieden te zijn, onvermindert zelfs andere middelen en straffen die men zich voor behield zoo bew zy G G 724 oo wat van Halm daar legend als §o 187. erswaar in braclt Over dit besluijt heeft voorm: van Halm, nadat bij de dispositie de vergadering had vryheijd gelaeten en weder binnen verzogt was, directe„ lijk zijn beswaer opgegeven: vertoo„ nende de onmogelijkheijd ter letterlijke nakooming van dien, met verzoek om zich nader schriftelijk te mo„ gen melden en aantoonen de belofte die de Mazulipatnamsche debiteuren hem gedaan hadden om haeren de„ let van tijd tot tijd in termijnen promp te zullen voldoen, waar van ten voors3: dage enkel annotatie is ge„ etedlingt s na agengecomeert houden, terwijl het besluijt noch ten zelven dage 's avonds naar Jagger„ naikpoeram bekend gemaakt en den Gecommitteerden aldaar, is aan„ zij nalaatig blijven. geschreeven. 1101 nae sitting daarover bij besorigen 188: over missive van 17: aucers, geschreeven geworden, om de Mazulipat„ namsche kooplieden op van Halms ge„ zegden te hooren en hen, derweegen afte vorderen eene schriftelyke verbintenis onder Cautie van den een voor den an„ der ofte in Solidum en in forma voor den geswoore scriba gepasseert. Daneer alle de voorsz: ordres en requisiten van Iaggernaik poeram konden beantwoord zijn, geraakten wij in November 1790: in besoigne over den inhoud van u Hoog Edel„ heeden g'eerde rescriptie van 17. au„ gustus bevoorens, met op zicht tot de Agterstallen bij par: 30. 31: en 32. de aller serieuste blijken van ongenoe„ gen aantoonende zoo over het ver„ bloemen, verswijgen en niet vrreffe„ nen van dat van Iaggernaik paa ram 1401 725 den eerstgetekende houd sig buijten ver„ §189. antwonding van tg passere en de gevolg„ ram meermelt als de onverschillige dispositie over dat van Bimili„ patnam met speciaale verklae„ ring van de laastgem post toen groot ƒ 54139. 4. ook te begrijpen onder de ordre van 27. April 1790: en bij gebrek van spoedige verevening, die te laeten voor verantwoording van dit Ministerium Op den 23 e van bovengem: maend November hier over delibereerende heeft de eerst geteekende omtrend de menigte van voor koomende disor„ dres en daar op gefundeerde verklae„ ringen en geordonneerde vergoedingen zijn beswaernis te kennen gegeeven en gedeclareert van onschuldig niet te kunnen deelen in het gevolg van een anders onverantwoordelijk gedrag- Het
English
The arrears of Iaggernaikpoeram amounted, according to the representation inserted by resolution of 29 October 1790 under the date of ultimate August 1789, to Pagodas 16278. 10. 3/8, and those of Bimlipatnam under ultimate August 1790 to Pagodas 6501. 19. 70; and including the old debts of Palicol to be mentioned hereinafter, the arrears of the three offices amount to Pagodas 23929. 11. 20. Thus, apart from everything that still remains to be accounted for on account of debts of the former government, sequestration monies, and price increases, which could be said to be related to arrears and probable compensations of that nature, and which, if taken together, amount to Pagodas 75686: 1: 4 or in Dutch currency to ƒ340587. 4., to which must still be added the requested securities for the deficit at the Orphan Chamber and the no less alarming view of affairs with respect to overly generous disbursements of salaries and other very questionable items that likewise demand an accounting, and regarding which, owing to the books not having been closed beyond 1787/8, the true total cannot yet be found. It is also for this reason that the first-undersigned, having been transferred from a well-regulated administration into a household as disorderly as that of the Coromandel, respectfully takes the liberty to represent that Your High Excellencies' choice of his person to bring into order and redress so confused a state of affairs is, on the one hand, as a mark of the trust placed in him, truly very honorable indeed, but on the other hand no less precarious. And for him, the fear is exceedingly painful that, in the event of an unexpected bad outcome of affairs, being innocently implicated in another person's poor and irresponsible conduct, he might thus in his old age, amid his fatal condition of misfortunes, be plunged into misery with a heavy family. For just as those who have not properly watched over the Company's interests and the prevention of damage—which in this case shines through so conspicuously—must be punished, no less unhappily might there devolve upon him the recourse for an unsuccessful result of the respected orders of Your High Excellencies and of his most zealous endeavor to respond thereto and to fulfill that which his bounden duty by virtue thereof comes to impose upon him. For, Right Honorable Gentlemen! How can it be expected that the recovery of so important a capital of over three tons of gold can be obtained from those who, according to the intention of Your High Excellencies, must respond for it? And would it not be harsh in the extreme that, in default of any part thereof, whichever legal proceedings take place concerning the charged persons thereof, the first-undersigned should also be involved therein? For imposing compensations and getting them paid are two distinct matters, differing greatly from one another; and it is with as much respect as permissible frankness that the first-undersigned finds himself obliged to declare that, through the lapse of time and the accumulation of one thing upon another, he sees no way at present to preserve the Company from damage which, through too long continued a train of disorderly and irresponsible housekeeping, appears to him to be inevitably its fate. That there is no lack of the most zealous effort to prevent that deplorable mishap, the first-undersigned trusts is sufficiently confirmed by all the measures he has had to take and the strict steps he has been obliged to devise, namely by declaring the persons, effects, goods, and monthly salaries attached of all those who are indebted to the aforesaid accounting of affairs, even at the meeting of 23 November aforesaid, when the declaration of him, the first-undersigned, was recorded, in order that as soon as it shall appear what the compensations for the arrears imposed 13 days prior on 29 October upon the former Iaggernaikpoeram resident chiefs van Hal, De Ravallet, and van Someren will effect or yield, to have a calculation made: 1) of the amount of the said compensation; 2) of the value of that which they shall pay thereon or designate as security through the simultaneously required conscientious inventory and appraisal of their property; 3) what the balance will be after deduction thereof, and what sort of arrangement will also be observed concerning the Bimlipatnam arrears, the balances of which, without prejudice to the claim on the charged persons themselves and from these on the true actual debtors, will be divided into as many portions as there are governors and members of the Council who have allowed the arrears to run on from one year into the next, in order to be charged to their account, under the further declaration that, whether one stands surety for the other or not out of his own free will, the Honorable Company retains the right, in case of insolvency of the one, to recover the damage from the other, and especially from the gentlemen former Governors Blaaukamer and Tadama, who in the first place ought to have seen to a timely settlement, and for which reason their persons, as well as those of the other participants who are still to be found among the living, and generally of
Dutch transcription
rn 15876: 124 tot une bedagende antete k ogot Het Agterstal van Iaggernaikpoe„ vam beliep, uijtwijzens het bij Keten buij lutie van 29. october 1790: geinse„ reert vertoog onder ultimo Augus„ tus 1729. Pag: 16278. 10. 3/8. en het Bi„ milipatnamsche onder ultimo augus„ tus 1790. pag: 6501. 19. 70. en met de oude schulden van Palicol hierna te vermelden, bedraegen van de drie kantooren de Agterstallen Pagordin 23929. 11. 20. dus buijten al wat noch te verantwoorden vaet wegens schul„ den van het voorig Gouvernement sequistratie penningen en prijs ver anang hoogingen, welke tot Agterstallen en waarschijnelijke vergoedingen van dien aart konden worden gezigt bo„ trekkelijk te zijn, en die als men ze te saemen neemt op Paij: 75686: 1: 4 ofte in deesen 126 betaaldt seldijn And: d„o ver„ swaerighijds van de erstge tekende d. 190. in desen voor zich zelve ofte in Nederlandsch gelt ƒ340587. 4. te buijtende Causten voor weskamen twede staen komen, waar by noch moeten gevoegt worden de begeerde cautien voor het te kort koomende bij de wees„ kamer en den niet minder zorge„ lijken aanschou van zaeken met op„ zicht tot te ruime verstrekkingen op soldijen en andere zeer bedenkelijke pos„ ten die al meede verantwoording ver„ eisschen en waar op men, mits het noch niet sluijten der boeken niet verder als 178 7/8. het ware facit niet kan vinden. Het is ook mits deese dat de eerstgeteekende, uijt een wel geregeleer„ de in eene zoo slordige Huijshoudig als de kormandelsche overgebracht in eerbied de vrijheijd neemt van te vertoonen dat de verkiezing van 1 121. u Hoog Edelheeden van zijn persoon om eene zoo verwaerde staet van zaeken in order te brengen en te re„ dresseeren aan de eene kant, als een blijk van het vertrouwen op hem ge„ steld in der daad zeer Honorabel maar aande andere kant niet min„ der hagchelijk en voor hem ten uit„ tersten penibil is de vrees van bij een onverwachte verkeerde uitslag van zaeken, onschuldig in een an„ ders slegt en onverantwoordelijk ge„ doente betrokken dus in zijn ouden dag, bij zijn fatale toestand van on„ gelukken, met een zwaere familie in elende gedompelt te konnen wa„ den; want even gelijk de geene moe„ ten boeten die niet na behooren hebben gevigileert voor 'sComp.s belang en verhoe„ ding. 1441. 1725 ding van schaede, in dezen zoo eclat„ kant doorstraalende, niet minder ongeluk„ kig zoude op hem ook konnen devol„ veeren het regres van een niet reussee„ rent gevolg der gerespecteerde ordres van u Hoog Edelheeden en zijne allerieve„ rigste betrachting om daar aan te beantwoorden en te voldoen aan het geen zijn schuldige plicht uijt kragte van dien hem komt op te leggen. Want Hoog Edele Heeren! Hoe is het te verwach„ ten dat de vergoeding van een zoo important kapitaal van over de drie Ton Gouds kan worden gevon„ den bij den geen die na de intentie van U Hoog Edelheeden daar voor moeten respondeeren: en zoude het niet ten uittersten hart zijn dat bij manquement van eenig gedeelte van welke Stinge proceduris rect b 191. plaats hebben omtrend de belaste persoonen van dien, de eerstgeteekende ook daar en woerd betrokken. Want vergoede gen op teleggen en die voldaan te krijgen, zijn twee onderscheidene zaeken, machtig van elkanderen verschillende en het is met zoo veel eerboet als geoorloofde vrijmoedighei dat de Eerstgeteekende zich verpligt vind te betuijgen van, door het ver loop des tijds ende accumulatie van het een bij het ander, geen kan te zien om de Compagnie tegen„ woordig te bevrijden van schade die, door een te lang gecontinu„ eert hebbende trein van slordig en in verantwoordelijk Huijs houden na het hem toeschijnt onvermeide„ lijk haar lot zal zijn. Dat het niet hapert aan de ieverigste 738 oeverigste betrachting om dat be„ klagelijk ongeval voor te koomen, ver„ trout de eerst geteekende genoegzaam bevestigt te worden door alle de we„ gen die hij heeft moeten inslaan, en de strenge mesares welke hij ver„ plicht geweest is te beraamen, met namelijk Persoonen, Effecten, Goede„ ren en maandgelden verbonden te verklaaren van allen die aan de voorsz: verantwoording van zaeken schuldig zijn, zelfs ter bij een komst van 23. November voor melt wan„ neer aangeteekent is zijne eerst„ geteekendes verklaaring om zoo dra het zal komen te blijken wat de te voor 13: dage van 29. octo„ ber opgelegde vergoedingen der agter„ stallen door de geweezene Iaggernaik„ poeramsche poeramsche opperhoofden van Hal# De Ravallet & van Someren, zullen uijtwerken ofte opleeveren, een bereekening te laeten maeken t/ va het bedragen der gedagte vergoeding. 2) van de waarde van het geen zij daar op zullen betaelen ofte als een zeekerheijd aanwijzen door de tevens gerequireerde gemoedelyke in„ ventarisatie en texatie van hunne goederen. 3/ wat na aftrek van dien het saldo zal zijn en hoedanig een schikking ook zal in acht worden genoomen aangaande het Bimi„ lipatnamsch Agterstal, welkers saldos onvermindert de aanspraek op de belaste persoonen zelve en van deese op de ware eigenlijke De„ biteuren zal worden verdeelt in zoo veele. 729 veele portien deser Gezachhebbers en leeden van den Raad zijn, welke de Agterstallen van het eens in het andere Iaar hebben laeten voortloo„ pen, om henlieden; op reekening te worden gesteld onder verdere verkla„ ving dat het zij de eene voor den anderen al of niet, uijt eige vrije wil caveere, d'E Comp:e het recht behoud om, bij onvermogen van den een, de schaede te verhaelen op den andere en inzonderheijd op de Heeren ge„ weesen Gezachhibbers Blaaukamer en Tadama welke in de eerste plaats, hadden moeten zorgen voor eene tij„ dige verevening, en waarom hunne zoo wel als die overige participan„ ten persoonen welke nog in leevende lijve zijn te vinden en generaalijk van
English
of all, whose goods were declared to have been bound and made liable to execution, with notification to everyone from this day forward, insofar as they shall be found to have a share therein, not to be permitted to alienate or transfer their goods, but to be obligated to make an honest and solemn statement thereof as soon as each person's share shall appear, as these stood under the date of 23 November; without prejudice to everyone's right to justification and defense. According to which declaration on the said day of 23 November, it was decided that as soon as an answer is obtained from Iaggernaikpoeram and Bimilipatnam to what was written on the 29th ultimo to the former, and with regard to the latter office, was to be written under that date, and it shall have been declared by the Chief Administrator van Halm what his means permit in fulfillment of the resolution of 29 October, the Trade Transferrer Wouter Pietersz. shall be enjoined to draw up a Memorandum of distribution, taking as a basis the balance that will then, or after receipt of the incoming answer, be found to amount to both Arrears of Iaggernaikpoeram and Bimilipatnam; subsequently, the number of those who, according to the Resolutions of this assembly, have constituted the Ministry, accountable for the compensation regarding the aforesaid neglect, both together and each in particular, of which written statements would be made to him by a secretary and First Clerk of Policy; calculating that balance and each person's share in its compensation, pro rata to the means of subsistence that existed previously, or in 175¾, in order to be debited therefor in the books and thus to contribute to the compensation of both matters, for the payment, as stated, declaring their persons, Goods, and monthly wages, both those that have been earned and those that shall yet be earned, to be bound; and therewith also to order the Pay Bookkeeper to note on the account of each participant, or the folio of the book where the same is to be found, the amount of his share in the aforesaid compensation and the obligation of his monthly wages therefor as above; item, to submit to the assembly by report what each person effectively stands to receive, both from the previous and the last closed fiscal year, in order to dispose thereon as shall subsequently be found necessary for the Company's interest according to the state of affairs; although in such an extremity it seems that execution or implementation cannot well be effected except through conviction and sentence in a court of justice. For whatever might also be executed by political resolutions, appears not only to have been done by the Company in its own cause, without a hearing at law; but attaching persons and Goods, we believe, under correction of Your High Nobilities' far wiser judgment, to pertain more to the Judicial than to the Political. Yet this too has its difficulty here on Coromandel, how one should undertake that and have it brought to justice before people who constitute the court here and, due to inexperience with such weighty matters, must become utterly perplexed and can very easily err, however much they would try to act to the best of their knowledge. For all these considerations, we are not a little perplexed as to how to act in matters wherein someone's preservation or ruin is so very much at stake, as with these affairs of imposed compensations and ordered securities: wishing from our hearts that Your High Nobilities may be pleased to appoint such means regarding this as, according to Your infinite better knowledge and superior power, shall be judged and found able and necessary to serve the intended actual aim, namely the prevention of the Company's damages; after we shall further have shown how, as it depends on us to obey respectfully, we have further disposed in this so delicate affair. Staying with Paggernaikpoeram, by the resolution of 24 December 1790, Your High Nobilities, if you please, will perceive how that matter of the General Arrears, both of that residency and with respect to this Main Office, has become more and more embroiled with difficulties which the first subscriber was obliged on that day to communicate to the assembly, namely an account with the Paliacat and Paggernaikpoeram Merchants for the fiscal year 1785/6, handed over to him on the 9th of that month by the merchant van Bijland, since annexed as an Appendix to a defense submitted on the 20th of the same month: which account, according to a report inserted with the resolution from the Trade Transferrer Wouter Pietersz., having been found to agree with the books, in itself was found very obscure with respect to the calculation of Interests on credit balances at the very time that higher and greater debit balances appear. Wherefore the first subscriber has ordered the said Trade Transferrer, by a written order inserted into the aforementioned resolution, to report further whether the interests found therein are calculated as they ought to be, namely whether, at the very time that interest is credited on what has been delivered, the suppliers have not delivered less of certain articles, and thus in the actual Delivery Year that one calculates.
Dutch transcription
van allen, derzelver goederen verklaa zijn geworden Verbonden en executabe te zijn, met intimatie aan een iege lijk van heeden af van, voor zoo ver re zij daar in zullen bevonden worden, deel te hebben, hunne goederen niet te moo„ gen veralieneeren ofte vervreemden, maar verplicht te zijn om daar van, zoo dra ieders aandeel zal blijken eene gemoedelijke en solemneele opgave te doen zoo als die zich onder den datum van 23. Novem„ ben bevonden; onvermindert een ieders recht tot verantwoordiging en defensie. Na volgens welke verklaering ten gem dage van 23. November is beslooten om zoo dra men van Iaggernaik„ poeram en Bimilipatnam op het aan„ geschreevene onder den 29.:e passato naar het eerste, en ten aanzien van het laes„ te 750 te kantoor, onder dien datum stond aan N te schrijven, antwoord erlangt en door den Hoofd Administrateur van Halm verklaart zou zijn, wat zijn vermo„ gen ter voldoening aan het besluijt van 29. october toelaat, den Negocie overdrager Wouter Pietersz: te injun„ geeven het op maeken van een Mamo„ rie van verdeeling, neemende tot een basis het saldo, dat als dan, ofte na ontfangst in het inkomen van Ant„ woord bevonden zal worden beide de Agterstallen van Iaggernaikpoe„ ram en Bimilipatnam te bevraegen, vervolgens het getal der geenen, die na de Resolutien deezer vergadering heb„ ben uitgemaakt het Ministerium, ter zaeke van het voorsz: verzuim voor dies meede vergoeding aanspree„ kelijk kelijk zoo te saemen als ieder in het bijzonder, waar van door een secreta„ ris en Eerste klerk van Policie schrif telijke opgaven aan hem zouden wor„ den gedaan; bereekenende dat saldo en een ieders aandeel in dies vergoe„ ding, na rato van het te vooren, ofte in 175¾. plaats gehad hebbende mid„ del van bestaan, om daar voor bij de boeken te worden gedebiteert en dus te contribueeren tot de vergoeding van het een en ander, voor de betaeling als ge„ zegt hunne persoonen Goederen en maan gelden, zoo die verdient zijn als noch verdient zullen worden, verbonden te verklaeren en mits dien ook den soldij Boekhouder te gelasten om op de reekening van ieder participant, ofte de folio van het boek daar de„ ehoort zelve. 1131 113. 731 sehoort, zelve is te vinden, aan te teekenen het bedragen van zijn aandeel in de voorsz: vergoeding en de vabintenis van zijne maandgelden daar voor als booven; item om aan de vergaedering bij bericht op te geeven wat de een en ander effecti„ ve te vooren staat zoo van voorige als het laast geslooten boekjaar, om daar op te disponeeren zoo als na toedragt van zaeken na dato bevonden zal worden voor 'sComps bilang nood zal„ kelijk te weesen, schoon dat, in cas nsidente of de dectie mit tot de Jititie van een dusdanig uiterste niet wel dan door overtuiging en condemnatie in rechten Schijnt te effectueeren opte bewerkstelligen te zijn. want al wat door de politieke besluijten ook mocht worden uijtgevoert, komt niet alleen voor, door de Comp:e in Haar ei„ ge en swaerigheijd weeder daarin, hier wenschom toeriykende voorsining § 192. hierin ge zaek, zonder verhoor in rechten, ge„ schiet te zijn; maar persoonen en Goede„ ren aan te lasten, gebroven wij /:onder Correstie van U Hoog Edelheeden veel wijzer oordeel :/ meer tot het Iustitiee„ le als tot het Politieke te behooren. Dan ook dit heeft hier op Korman del zijne zwaerigheijd hoe men dat moe aanleggen en te recht brengen laeten bij lieden welke hier de rechtbank uit„ maeken en weegens onervaerenheit met zulke gewichtige zaeken niet dan ten uiterste verleegen moeten raeken en zeer ligt konnen doolen, hoe zeer zij ook zoude trachten na bes te kennisse te handelen Om alle deeze consideratien zijn wy niet weinig verleegen hoedanig handelen in zaeken waarin het zoo zeer 732 te gedaane aintoonin, door van Bijland 193. van bij de Compe ten onrechten betaalde in„ trefs, hir en op daggern zeer op iemands behoud of ruine aan„ komt als met dese affaires van op„ gelegde vergoedingen en geordonneerde cautien: van harten wenschende dat U Hoog Edelheeden derwegen zulke middelen gelieven te beroemen als ter bedoeling van het eigenlijk oog merk, de voorkoming van 'sComp:s schac„ den namelijk, na Hoog Derzelver on„ eindig beetere kennisse en superieuce macht zullen oordeelen en bevinden te konnen en moeten dienen; na dat wij noch zullen hebben vertoont hoe wij daar het van ons dependent eerbiedig te gehoorzaemen, in deese zoo neetelige affaire verder hebben gedisponeert. bij Paggernaikpoeram 6 blijvende, ter resolutie van 24. De„ cember. vonden cember 1790. zullen u Hoog Edel heeden des gelievende ontwaeren hoe die zaak der Generaele Agterstallen zoo van die residentie als met op zicht tot dit Hoofdkantoor, al meer en meer is geembrouilleerd geraakt met zwaerig heeden die de eerstgeteekende, ten dien dage ver plicht geweest is aan de vergaedering te communiceeren namelijk een hem op den 9. van die maand door den koopman van Bijland over han„ digde reekening met de Palliacatsche en Paggernaikpoeramsche Kooplie„ den van het boekjaar 178 5/6. zeedert als een Bijlage geannexeert aan eene op den 20. ejusden overgegevene welke antooning met te bosken acord der verantwoording: welke reekening vol gens een bij resolutie geinsereert berecht van 1747 1 733 ring trend, van den Negooie overdrager Wouter Pietersz. zijnde accoord bevonden met dog dustr omtrn dintrst breven de boeken, in zich zelve zeer duister is bevonden in opzicht der bereekening van Intressen op saldos ten goeden ter zelver tijd dat er hooger en meer„ der saldos voorkomen ten quade. modengelenandis onder dak hirmn, waarom de eerst geteekende gemelde Negorie overdrager bij eent ter resolu„ tie voormelt, geinserende schriftelijk ordonnancie, heeft gelast, nader te berichten of de daar bij te vindene in„ teressen berekent zijn zoo als het behoort, te weeten of, terzelver tijd, dat op het overgeleverde renten word goedgedaan, de leveranciers niet sommige articulen minder gelee„ vert hebben en overzulks in het ei„ genlijke Levirancie Iaar dat men reekent.
English
calculating from the first of October of the one to the last of September of the following, were not more in arrears than previously. Because, if the Paliacat merchants were in arrears in 178 6/7 for ƒ24233. 8. 8, then the question arose where the crediting of the same for interest to the amount of ƒ2087. 2. 8 originated from. And that if the favorable balance of the Jaggernaikpoeram merchants amounted to no more than ƒ35. 13. 8 and the adverse balance on the other hand ƒ112328. 3. -, it also needed to be explained why they were credited with ƒ13606. 14. in interest, and finally how one was to understand the credit of the Paliacat merchants generally to an amount of 17, 7 and the debit of the Jaggernaikpoeram merchants with ƒ63423. -; from which resolution and demonstration was also ordered the drawing up of a proper current account (as was also written to Jaggernaikpoeram, but as appears from what is cited at paragraph 62, was elucidated not for one book year, but for each delivery ending as aforesaid with the last of September, and regarding which the Jaggernaikpoeram trade books up to 178/9 could be of service to him in his investigations, provided that he also drew up a current account thereof and demonstrated in his report to us how matters stood with the interest and how one might be assured that the Company was not disadvantaged thereby). Paragraph 194. Paragraph 195. Reference concerning the outcome of our request to [illegible] separate [illegible] Halm's representation against the arrears and what was inserted in relation thereto. The consequence or the outcome of this commission being dealt with in our resolution of today, and the separate report of the first signatory on his commission in the affairs with the merchant van Bijland, we humbly request to be permitted to refer respectfully to either one. At the aforesaid meeting of 24 December 1790, there was also read a written representation from the merchant Paul Engelbert van Halm against our aforesaid resolution of 29 October with respect to the compensation partially imposed upon him, or the two-thirds portion of the amount of the arrears, as the same would be found at Jaggernaikpoeram after the settlement of accounts under the last of August 1790, accompanied by various annexes from No. 1 to 11; likewise a register with thirteen original pay accounts and a statement and inventory of his possessions, drawn up in good conscience; further, a note drawn up at the secretariat by order of the first signatory of the dates on which the respective Home and Indian requisitions were received here from 1785 to 1789 and extracts therefrom sent to Jaggernaikpoeram, together with a demonstration drawn up at the trade office of the cash and merchandise destined thither in five book years. Paragraph 196. Which, with the [illegible] the compensation [illegible] under which remarks to serve for confrontation and elucidation on what the said van Halm poses regarding late receipt of some requisitions and deficient supply of the requested cash, so were all those documents inserted in the aforementioned resolution. In the decision upon this, on the one hand, according to the annexes (besides the inserted ones, all these accompanying in a separate bundle), the truth of the aforementioned van Halm's grievance appeared regarding the late dispatch from here and receipt over there of extracts from the respective Home and Indian requisitions, especially those for the years 1787 and 1788; and that according to the subsequent demonstrations the shipments of cash were not as generous as the accompanying merchandise, and moreover, as in 1787/8 and 1788/9, delivered late, so that on account of the merchandise provided, an arrear of pag: 17841. 11. had arisen by the last of August 1788, and the year thereafter of pag: 20592: 19: 1/5; which, on account of the credits brought in from various items, was reduced to pag 11946. 22. 5/8, and when van Halm departed, according to his verbal statement, was to be reduced further to pag 8000; all of which merits consideration in so far as the obligation may hold under which the remonstrant, according to the cited annex, says he was placed to exhort and encourage the suppliers to accept merchandise for lack of cash; but on the other hand does not remove the opinion that the true and actual main cause of the accrued arrears must be attributed to the continuation of advances, whether in goods or money, notwithstanding the fact that already such considerable sums as the aforesaid adverse balances had to be accounted for, so as, according to the written instructions given to them, to virtually force the trade, thus without liquidating what was in debit, making advances anew, which in the first signatory's view had better been omitted than to fall thereby from year to year into greater uncertainty Paragraph 197. What van Halm has pledged and bound for the debt, and how this was dealt with. and risk of loss which, for the Company, would have been the unavoidable consequence had the compensation not intervened; which compensation we consequently upheld in accordance with the aforementioned decision of 29 October repeatedly mentioned, with the dispatch and repetition by way of Jaggernaikpoeram of the recommendation already preceding to oblige and summon the actual debtors to provide sufficient security to indemnify the petitioner and those who, alongside his Honor, have become liable for their debts. And further, following this preceding consideration and decision, on 24 December aforesaid, it was resolved to approve the accounts
Dutch transcription
reekent zeedert primo october van het eene tot ultimo september van het volgende niet meerder ten agteren dens te vooren zijn geweest. want dat, zoo de Palliacatsche kooplieden in 178 6/7. ten agteren waren ƒ24233. 8. 8. dan de vraag onstont waar uit her„ komstig is het crediteeren van desel„ ve aan Interest tot ƒ2087. 2. 8. En dat indien het baetelijk saldo der Iaggernaikpoeramsche kooplieden niet meer beloopt dan ƒ 35. 13. 8. en het sal„ do te quaad daar en tegen ƒ 112328. 3. -. ook diende te worden opgelost waar„ om zij met ƒ13606. 14. aan interes„ sen zijn gecrediteerd geworden, en eijnde lijk hoe men te begrijpen hadde de Crediit der Palliacattasche kooplieden generaelijk tot een bedragen van 17, 7 en 734 en den Delet der Iaggernaikpoeram„ sche met ƒ63423. —. van welke oplopsing en vertooning tevens is geordonneert het inrichten van een behoorlijk Reeke„ ning Courant /:gelijk naar Daggernaik poeram ook aangeschreeven, doch uijt wijzens het aangehaalde bij paragra 62. geeluxideert is geworden niet van een Boek„ maar van ieder Leverancie Daar eindi„ gende als voorsz: staat met ultimo September, en waar omtrend in zijne naspooringen hem te staade konde komen de Iaggernaikpoeransche Negotie boeken tot 178/9. mits daar van ook inrichtende een reekening courant en bij zijn bericht aan ons aan„ toonende hoe het met de interessen is ge„ leegen en hoe men zich gerust mag stel„ 1 len dat de Comp. e daar door, niet is benadict geworden rieferte omtrent de uijtstagvant on § 194. verzoek aan risol ulte sibren appart verlong„ van Halm representatie tegi„t de ogter 195. stalln en wat daar toerelatie heeft geintereerd tsp: d.: die geworden. Het gevolg ofte de uitslag van dese commissie verhandelt staande bij onze Resolutie van heeden en des Eerst geteekendes afzonderlijk verslag van zijne Commissie in de affaires met den koopman van Bijland, verzoeken we Ootmoedig ons aan het een of andere met respect te mogen gedrae„ gen. Ter voorsz: bij eenkomst van 24: December 1790. ook zijnde ge„ leesen een schriftelyke representatie van den koopman Paul En„ gelbert van Halm tegen on ze voorsz: dispositie van 29. october in op zicht der hem gedeeltelijk opge„ legde vergoeding ofte het twee derde gedeelte van het bevraegen der Agter„ stallen 115 115 785 stallen, zoo als dezelve te Iagger„ naikpoeram, nade afreekening onder ultimo Augustus 1790. zoude worden bevonden verzelt van diverse bijlagen van N:o 1. tot 11. Item een register met dertien stuks originede soldij reeke„ ningen en eene, na gemoede opge„ maakte staat en Inventaris van zijne Besittingen; Voorss eene, ter ordre van den Eerstgeteekenden, ter secretoi„ rije gemaakte Notisie der datums dat de respective Patriasche en Indische Eijsschen Zeedert 1785. tot 1789. alhier ontvangen en Extracten uit deselve naar Iaggernaik poeram zijn ge„ zonden, nevens een op het Negotie kan„ toor geformeerde Aantooning vande, in vijf Boekjaaren derwaarts gedesti„ neerde kontanten en koopman„ schap pan des mit degesterende bijde vergrding 1196. geprsiserden onder welke aanwerkin„ schappen om te doenen tot Confrontee cie en elucidatie op het geen gem van Halm poseert wegens te laete ontvang van sommige Eisschen en gebrekkige voldoening der gevraagde kontanten zoo zijn alle die stukken bij voorm: resolutie geinsereert. Bij de dispositie hier op, is aan de eene kant, navolgens de bijlagen. /:buijten de geinsereerde, deese alle in een aparte bondel accompagneerende :/ ge„ bleeken, de waarheijd der beswaernis van voorm: van Halm wegens de laete verzending van hier in ont„ vangst ginter van Extracten uit de respective Patrische en Indische Eis„ schen, inzonderheijd die voor de Iai„ ren 1787. en 1788: en dat na de daar op volgende Aantooningen de verzending van 736 van kontanten zoo ruijm niet zijn als de daar bij gevoegde koopmanschap„ pen, en daar bij gelijk in 1787/8 en 1788/9 laat aangebracht, zoo dat mits de verstrekte koopmanschappen onder ultimo Augustus 1788 een agterstal van pag: 17841. 11. en sjaars daaraan van pag: 20592: 19: 1/5: ontstaan was het welk, mits het ten goede gebrach„ te van diverse tot pag 11946. 22. 5/8. was vermindert en toen van Halm vertrok, na zijne mondelijngt opga„ ve verder tot pag 8000. stond te ver„ minderen, welk een en ander in zoo verre reflezia menteert, bij zoo verre gelden mag de verplichting waar onder de vertoonen, na de aangehaelde bijlage zegt gebracht te zijn om de Leveranciers te adhorteeren en te animeeren tot het het aanneemen van koopmanschappen bij gebrek aan Contanten, maar aan de an„ „dere zijde niet wegneemt het gevoelen dat de waere in eigenlijke hoofdoor zaek van de ontstaene Agterstallen moet worden geattribueert aan het door zet„ ten der verstrekkingen het zij in goed of gelt, niet tegenstaande er zeets zul„ ke aanmerkelijke sommen als de voors saldos ten quade moeste worden ver„ antwoord om na de daar toe van hun gedaane aanschrijving den Handel als te forceeren, dus zonder het geen te quaat wat te Liquideeren, op nieuw verstrekkingen te doen, dat, nades eerstgeteekendes begrip beter geweest ware van agter wegen te hebben gelae„ ten, dan daar door van Iaar tot Iaar te vervallen in eene meerdere on„ zeeker bon 13. wat van Halm voorde schuld en ver 197. bonden heeft en hoe daar meede gehandeld werd, zeekerheijd en was voor schade die, voor de Comp: onvermeidelijk het ge„ volg zoude geweest zijn, waare de ver„ goeding, niet tusschen beide gekoomen, welke we mits dien hebben doen stand„ houden na het voorm: besluijt van 29. october meermelt onder aanschrij„ ving en herhaeling der wegen naar Iag„ gernaikpoeram van de bereits voor af„ gegaane recommandatie om de eigen„ lijke Debiteuren te verplichten en aan te maenen tot het gewen van voldoende zee„ kerheijd ter schadeloos stelling vanden suppliant en den geenen die neven zijn E: aanspreekelijk geworden zijn voor haare schulden. En is verder na deese voor afgevalle„ ne consideratie en dispositie, op 24. De„ cember voormelt, gearresteerd om de reek:
English
on his representation, particularly concerning f 198: 15. regarding the interest charge, a favorable relief is requested, supply year at Iaggernaikpoeram of itself, and on that account the trade commissioner who was given a commission here sought, through the validating of interest to the merchants, that no more disadvantageous representation of affairs than this might arise. We nevertheless take the liberty to request Your Right Honorables a favorable consideration upon the representation of the presenter in general and upon his humble prayer to be freed, especially from the imposed interest; chiefly because he acted according to the orders that were prescribed to him and the first-signatory's consideration against it; which, as well as his arrangement and management at Iaggernaikpoeram, is principally 117 1739 unfolding of the origin of the Iaggernaikepooram arrears principally applicable, in so far as it might not be contradicted by what emerged from the outcome of matters, or the accounting held with the merchants, as well as on the said day of 24 December, and up to this date has further come into consideration. To unfold this, we are obliged first to go back to our work of the 10th of the aforementioned month of December, among others concerning the duplicate of a letter from the Commissioners at Iaggernaikpooram dated 24 November 1790: in which, besides the cited justification and proofs with respect to the price increases, there also appears the Commissioners' representation regarding the absenting the two suppliers mentioned above, Dewarpa Kamaija and Sjekka wenKaija, the one being a son-in-law and the other a brother-in-law of Tieroewengolam, the former Chief Servant of Van Halm, who had absented themselves along with them from the Company's territory and had settled at Kakinara, and that indeed through the instigation of the said Tieroewengolam; whereby it had become impossible not only to obtain from them the necessary proof regarding the aforementioned received price increase, but in general to obtain any settlement of affairs; about which suspicious conduct our remarks were recorded by resolution, and pursuant to which the Commissioners were instructed and directed henceforth 1740 henceforth to trade with none other than own subjects, and, for the purpose of making known Tieroewengolam and others, to provide us with a description of him and to send a list of all who in recent years have been and still are suppliers, namely of both parties, Iaggernaikpoiramsche and Mazulipatnamsche, regarding the suppliers of white piece-goods and the sewn goods, their status, standing, credit, and wealth, in so far as that is publicly known, where each of them resides, who their sureties are, or which of them stand surety one for the other; which of them conduct the trade themselves, and which lend their names thereto or put up money for their families, sons or or brothers, namely. The said Resolution of 10 1200. December further shows how we on that day had to suspend our judgment concerning two declarations cited in the aforementioned letter of the Commissioners of 24 November by the former seconds De Ravallet and Van Someren with respect to the aforementioned price increase, which is also applicable to the origin of the arrears, namely that this, or the one and the other, would have had its origin in the lack of cash for advance disbursement and the furnishing of merchandise instead thereof, as that, besides some other arguments, constitutes the principal reason for both, wherefore the 118 741 the employees and the Commissioners with them also appeal to the Iaggernaikpoeramsche letters of the dates 3 March and 3 April 1786, which we have agreed to cite also in our representation to Your Right Honorables for their discharge, though against which, as the Resolution shows, we have emphatically disputed the validity of their further allegations, as serving more to validate what the merchants wish to make us believe than what ought to have been taken into consideration in such fatal times as have been the Company's sad lot since 1781. For, after the receipt of the 1201. original original of the aforementioned Commissioners' letter dated 24 November, and consequently also of its enclosures, and among them a petition of the former second De Ravallet, containing his grievance concerning the reimbursement of the arrears also imposed upon him, it appeared from the further documents at the session of 24 December thereafter to be the opposite of what is firmly asserted, namely that a more straitened provision of cash would be the cause, according to those documents, of the increased prices, and, taken generally, also of the arrears, because according to them the suppliers in 1787/4 received in cash Pag:s 5405. 2 3/16. Carried forward 742 Brought forward Pag:s 5405: 2: 1/6 The previous year's arrears amounted to - - - f 1241: 19½ Pag:s 646: 2: 1/16. In merchandise not more than - - - - - - - - Pag:s 3258: 2¼ In the year 1788/9 they remained in They receive in merchandise - - - - - - - - Pag:s 9626: 22. —. arrears - - - - - - - - - - - - Pag:s 8411. 6. ¼. In the year 1789/90 in cash - - - - - - - Pag:s 5493. 7: ¾ In copper only - - - - - - - Pag:s 628: 20: —: Thus in merchandise - - Pag:s 13514: 16: ¼ and in cash - - - - - - - Pag:s 20551. 12 7/16. All contrary to what is found in the declarations given under offer of oath by the aforementioned De Ravallet and Van Someren, as though the cause of the price increase were to be attributed chiefly to not receiving ready
Dutch transcription
op zijn representatie, voor al om ƒ 198: 15. trens de inkrest belasting word genstige resligie versogt, Leverancie Iaar op Iaggernaikpoe„ van zelve, en de derwegen den Nego„ die overdrager alhier gegeeven Commis sie zoch door het validaren van rente aan de kooplieden geen nadeeliger ver„ tooning van zaeken als deese, mocht komen op te doen. Wij neemen niet te min de vrij„ hejd U Hoog Edelheesen op de repre„ sentatie van den vertoonen in het algemeen en op zijn ootmoedige bee„ de om, vooral van de opgelegde in„ terest, gelibereert te worden, een goed„ gunstige reflexie te verzoeken; voor„ namelijk om dat hij gehandelt heeft na de ordres die hem zijn voorschree„ ven en des eerstgetekendes consideratie daar teegen; op deselve zoo wel, als zijne beschikking en directie ten Jag principaele 117 1739 ontrouwing van de oorspron en van 't Jaggermneikep:s agter stal principaele applicabel is, bij zoo ver„ re het niet gecontrareert mocht wor„ den door het geen bij den uitslag van zaeken, ofte de gehoudene afreekening met de kooplieden mitsgaders ten gem: dage van 24: December, en nu dato al verder in aenmerking is geko„ men. Om dit te ontrouwen zijn we ver„ plicht eerst te rug te gaan tot onse be„ soigne van den 10. der bovengem maand December onder ander over het Dupli„ caat van een brief der Gecommitteer„ dens te Iaggernaikpooram de dato 24=e November 1790: waarbij buijten de aange„ haelde verantwoording en bewijsen in op zicht der prijs verhoogingen onderan„ „ ook deren„ voorkomt der Gecommitteerdens vertooning wegens de zich absent hou„ dende. dende hier voor gem: twee Leveranciers Dewarpa Kamaija en Sjekka wen„ Kaija zijnde de eene een schoonzoon en de andere een Zwaeger van Tieroewil golam, de geweese Hoofddienaar van van Halm, welke zich nevens hun van 'sComp:s teritoir geabsenteert en te kakinara ter neer gezet hadde, en dat wel door instigatie van ged: Tieroe„ wengolam; waar door het onmoge„ lijk was geworden, van hen, wegens de genootene voorsz: prijs verhooging het nodige bewijs niet alleen, maar in het Generaal eenige afdoening van za ken te bekoomen over welke suspect gedoente onze aanmerkingen bij res lutie opgeteekend en na aanleiding van welke de Gecommitteerden voorgehou„ den en aangeschreeven zijn geworden om voortaan 1740 voortaan met geene als eige onderhoori„ gen te handelen en om ter bekend mae„ king van Tieroewengolam en andere ons een discriptie van hem te doen en te zenden een lijst van allen die in de Iongste Iaeren Leverancias ge„ weest en noch zijn, teweeten van beide parthijen Iaggernaik poiram„ sche en Mazulipatnamsche op de Leve„ ranciers der witte lijwaeten en de ge„ zaaide Goederen, haare staat, aan zien, Crediet, en vermogen, zoo verre dat publick bekent is, waar ieder van hen woonagtig is, wie hunne borgen zijn, ofte welke van hen, de een voorden anderen caveeren; wel„ ke den handel zelf drijven, en welke daar toe hunne naemen leenen of gel„ den laeten voor hunne familien, zoons ofte. ofte Broeders namelijk. De ged:e Resolutie van 10. 1200. December toont verder aan, hoe weten dien dage ons oordeel hebben moeten op schorten over twee, bij voorsz: brief der Gecommitteerden van 24. Novem„ ber aangehaelde verklaeringen van de geweesene secunde De Ravallet en van Someren in op zicht der voorsz prijt verhooging dat ook applicabel is op de oorsprong der Agterstallen, namelijk dat zulks ofte het een en ander zoude oorspronkelijk zijn, aan het mancquement van kon„ tant voor uijtverstrekking en het for neeren van koopmanschappen, in„ steede van dien gelijk dat, buijten eenige andere argumenten, de hoofd reeden van beiden uitmaakt schoot de. 118 741 de bedienden en de Gecommitteerden met hun zich derweegen ook beroe„ pen op de Paigernaakpoeram„ sche brieven de datis 3. Maart en 3. April 1786. welke wij aangenoo„ men hebben, ter hunner dechar„ ge, ook bij onze vertooning aan u Hoog Edelheeden te citeeren doch waaren tegen wij, gelijk de Resolutie uijtwijst met nadruk hebben tegen gesprooken het valeur hunner verdere allegatien, als meer„ der strekkende om te doen gelden het geen de kooplieden ons willen doen gelooven dan het geen in zul„ ke fatale tijden als zedert 1781. sComp:s droevig tot geweest is, in aen„ merking had behooren te komen. want, nade ontvangst van het 1201. origineel. origineel der voorm: Gecommitteerden brief de dato 24. November en gevol„ gelijk ook dier bijlagen en daar on„ der een request van den geweesen se„ cunde de Ravallet inhoudende zijn beswaer over de hem meede opgelegde vergoeding van de Ag„ terstallen, quam uijt de verdere stukken, ter sessie van 24. Decem„ ber daar aan te blijken het tegen„ deel van het geen men fort en ferma beweert namelijk dat eene bekrom„ pere verstrekking aan kontanten oorzaek zoude zijn, volgens die stuk„ ken van de verhoogde prijsen, doch generaliter genoomen, ook van de Agterstallen wijl na luijd van dien de Leveranciers in 1787/4. kontant hebben genooten P r:o 5405. 2 3/16. Transporteere 742 P:r Transport ƒ7: 5405: 2: 1/6 Het voorjaarig agterstal bedroeg - - - „ 1241: 19½ p„s 646:2: 1/16. Aan Koopmanschappen niet meer van - - - - - - - - Pag:s 3258: 2¼ In Anno 1788/9 zijn ze ten agteren Genieten ze aan koopmanschap„ In anno 17 9/90. in contant - - - - - - - . „ 5493. 7:¾ Aan Koper slegts - - - - - - - „ 628: 20: —: Dus aan koopmanschappen - - Pagi: 13514: 16:¼ en in contant - - - - - - - . Pag:s 20551. 12 7/16. Alles tegenstrijdig met het geen wen „vind bij de onder presentatie van Eede verleende verklaeringen van voor„ melde De Ravallet en van So„ wieren, als of de oorzaek der prijs verhooging toe te schrijven was voorna„ melijk aan het niet genieten van pen - - - - - - - - „ 9626: 22. —. gebleeven - - - - - - „ - - - - „ 8411. 6. ¼. gereede
English
ready money by the suppliers, but rather spices and Japanese bar copper, to which Van Someren also attributes the principal reason for the increase, the contrary of which appears from the aforementioned summary; for that which seems to present itself from what was noted regarding the book year 1788/9, namely a failure to provide cash, is resolved by what follows: the demonstration that the suppliers were then in arrears for pagodas 8411: 6: 1/4, and why in 1789/90 one also needed to furnish them with no cash, although this was nevertheless done to the amount of pagodas 5493. 7. 3/4, to which is added that which they took in merchandise in addition. Thus it becomes obvious that the arrears originate primarily from an improper management of affairs. Your Right Excellencies will find our remarks noted on all this in the repeatedly mentioned resolution of 24 December, and thus also noted regarding the declarations of De Ravallet and Van Someren, how these were completely improperly drawn up under requisition, since we had indeed desired that they explain themselves on the point in question, the price increase or the necessity thereof, but not that they, as if in their own cause, should provide attestations under offer of oath; and with regard to the petition of the said De Ravallet, we found the reasons cited therein, insofar as they concern the actual origin of the arrears, entirely unacceptable, and the remaining terms so general and obscure that it was difficult to guess what he meant by acknowledging the truth to be that the Masulipatnam merchants at that time or in 1789/90, when he made the transfer, were in arrears for a considerable sum, since, in order to explain himself clearly, he ought to have demonstrated that this arrear did not owe its origin to any improper or incautious management of affairs. This, however, appears otherwise, as the arrear of the year 1788/9 amounted, according to the aforesaid proofs, to pagodas 84164, and to make it more respectable, one adds to it another pagodas 9626: 22 in merchandise, which, according to all rules of good housekeeping, should above all not have happened, certainly not to such merchants as were already so considerably in debt with regard to the preceding book year; moreover, the position of De Ravallet—that Van Someren would not have taken over those debts if he had considered them doubtful, or that he would not have signed for them at the transfer except with an exception—appeared to us not to fall under what one may call a distinct and clear reasoning, besides the fact that Van Someren has not been heard on this, and it would still be a question whether a succeeding secunde is at all involved in the taking over of debts if a chief is present with his former secunde and, in another sense, the entire office is under his responsibility, since the actual outstanding debts are only part of the secunde's department to the extent that he, when according to the books he keeps there are already substantial debtors, takes care not to make himself co-responsible when more is entrusted to them by order of the chief than prudence dictates, namely by failing to express his contrary opinion, because the transfer to a secunde, as secunde, implies nothing other than the accountability of the small cash to him as cashier, and the large cash as co-administrator thereof with the chief, etc., without anything regarding the outstanding debts being relevant thereto, unless he takes over the entire office ad interim; not to mention that the outcome of affairs shows all too clearly what one had to expect from the alleged certainty of the assumed debts, even had De Ravallet remained in office or as secunde; for that erroneous conception and conduct of affairs would have continued just as much, and consequently in the reduction, or rather increase, of debts things would have been handled in just the same way as under the secundeship of Van Someren, besides the fact that the petitioner's own confession shows that he actually laid the foundation for an irresponsible management of affairs, and that Van Someren, having signed at the transfer without exception, followed him, the petitioner, blindly therein. drawn for 1/6 part. Hereupon a decision is awaited as well as on his accounting concerning his claim of pagodas 530. 6. 8. And it is for all these reasons that we, deciding upon the request for discharge, have rejected it and have continued to persist in our initial arrangement of 29 October, when he, De Ravallet, was involved in this matter and the co-compensation of the arrears was imposed upon him for 5/6 as his share. No prejudice will be caused to him by this disposition in case Your Right Excellencies should be pleased to understand his representation and petition otherwise, regarding which we shall have the honor to await Your Right Excellencies' final disposition as well as in regard to the aforesaid De Ravallet.
Dutch transcription
gereede penningen door de Leverandiers, maar wel specerijen en Iapans staef„ koper, waaraan van someren de voornaamste reeden der verhooging meede attribueert, dan waar van het tegen„ deel consteert uit voormelde samen„ trekking; want dat het geen zich uyt het genoteerde met relatie tot het boekjaar 178/9. schijnt voor te doen manquement van verstrek„ king aan kontant namelijk lost zich op door het geen er opvolgt, de vertooning dat toen de Leveranciers ten agteren waren pagorden 8411: 6:¼, en waarom men ze in 17 9/90. ook ge kontanten had behoeven te fourneeren schoon dit echter is geschiet ten bedrae„ gen van pag: 5493. 7. ¾ waar bij ge voegt het geen ze aan koopman„ schappen. 743 schappen daaren boven hebben ge„ noomen, zoo komt als van zelf aan den dag, dat de Agterstallen voor„ namelijk uit een verkeerde mane an„ ce van zaeken oorspronkelijk zijn. Du Hoog Edelheeden zullen § 202. over dit een en ander, bij meermelde resolutie van 24. December onze aanmerkingen op geteekent en dus ook nopens de verklaeringen van De Ravellet en van Someren aan gemerkt vinden hoe die gansch on„ eigen ter onder requisitie zijn belegt, wijl wij wel hadden begeert dat zij zich op het poinct in queste de prijs ver„ hooging ofte de noodzaekelijkheid van dien verklaeren, maar niet dat zij als in haar eige zaek, attestatie, Eede, verleenen onder presentatie van zouden zouden; en met op zocht tot het re quest van gem: De Ravallet von den wij de daar bij aangehaalde re denen, voor zoo verre die zien of den eijgenlijken opsprong der agte stallen, geheel onaanneemelijk en de overige termen zoo algemeen en duister dat het bezwaerlijk te rae den viel wat hij mant erkennen de waarte zijn. Dat de Marula „patnamsche kooplieden te dier „tijd ofte in 17 9/90. toen hij trans „port deed een aanmerkelijke som „ten agteren waeren " wijl hij om„ zich duidelijk te expliceeren had moeten aantoonen, dat, dat Ag„ terstal aan geen verkeert overbe„ ofte onvoorzigtige behandeling van zaeken zijn oorsprong verschuldig is. - 744 is, het welk echter anders blijkt, in„ mas het Agterstal van A:o 1783/9. beliep nade voorsz: bewijsen paij 84164 en om het aanzoenelijker te mae„ ken, voegt men er noch pag: 9626:22. aan koopmanschappen bij, dat na alle stijl van goedhuijshouden voor al niet had moeten geschieden, in„ mes niet aan zulke kooplieden, als met op zicht tot het voorgaan„ de boekjaar, reets zoo aanmerke„ lijk in het kreitstonden; waer en boven noch de positie van De Ravallet, dat van someren die schulden niet zoude overgenoomen hebben, bij aldien hij deselve als du„ bius hadde beschouwt, of hij zoude dan, daar voor bij het Transport, niet, als met een uijtzondering, hebben geteekent geteekent, ons is voorgekoomen niet te vallen onder het geen men mag noemen een distincte en duijdelijke redenkaveling, behalven dat hier op van Someren niet is gehoort, en het noch de questi zoude zijn, of een opvolgende secunde wel deels in het overneemen van schulden zoo er een opperhoofd met zijn voorige secunde aanweesig, en in een andere zin, het geheele kan„ toor ter zijner verantwoording is, nadien de eigenlijk uijtstaande schul„ den voor zoo verre maar zijn van des secundes departement dat hij, wanneer 'er volgens de boeken, die hij houd, reets aanzienelijke de„ biteuren zijn zorge dragt, om wan„ neer er ter order van het opperhoofd aan 120, 1745 aan de zodanigen meer word ge„ fieert als de voorzigtigheijd voor„ schrijft, zich hier voor niet mee„ de responsabel maakt, door na„ melijk zijn contrarie gevoelen niet te laeten blijken, wijl het transport aan een secunde, als se„ cunde, niet anders insluijt dan de verantwoording der kleene Cassa aan hem als cassier, en de groote Cassa als meede Administrateur van dezelve met het opperhoofd etc: zonder dat daar bij iets van de uijtstaande schulden te paskomt, ten waere hij, ad- interim het geheel kantoor overneemt; om niet te zeggen dat de uijtkomst van zaeken maar al te klaer doet zien, wat men van de gepretex„ teerde. tende zeekerheijd der overgenoomen schulden, had te verwachten al ware De Ravallet in emplo ofte secúnde gebleeven; want da het erroneus begrip en beleit van zaeken, even zeer gecon„ tinueert, en gevolgelijk in de ver„ mindering, liever vermeerdering van schulden al even eens gehan„ delt zoude zijn als onder het sec deschap van van someren, be„ halven noch dat des suppliants eige confessie aantoont dat hij eigenlijk de gront gelegt heeft tot eene onverantwoordelijke directie van zaeken, en dat van someren, zoo bij, het transport zonder uijt zon„ dering geteekend heeft, hem suppl ant, daar in blindeling gevolgt ik En 746 trokken voor 1/6. gedeelte hier op woord soo wel dispo„ 1203. sitie afgewagt. —. als op sijn verantwoording nopens sijn pretentie van pag: 530. 6. 8. En het is om alle deese reedenen dat wij, op het verzoek om onthetting disponeerende dat van de hand heb„ ben geweesen en zijn blijven persis„ teeren bij onse eerste schikking van Rravallet in de agterstallen be„ den 29. october wanneer hij De ka„ vallet in deese zaek betrokken en de meede vergoeding van de Agterstallen tot 5/6. voor zijn aan„ deel is opgelegt geworden. Bij deese dispositie zal hem geen nadeel worden toegebracht, in„ gevalle u Hoog Edelheeden zijne voordracht en instancie anders moch„ ten gelieven te begrijpen, waarom„ trend wij de eere zullen hebben U„ Hoog Edelheeden finaale ditsoo„ sitie zoo wel afte wachten als in op zicht van voorm: De Raval„ let.
English
to be found in the resolution of 29 October, why. Some justification why his claim of pag. 530. 6. 8, mentioned in your High Excellencies' rescript of 27 April of the past year paragraph 55, has remained in abeyance for so long, from where it originated, and how the matter actually stands with the delayed submission of it, which your High Excellencies, if you please, may inspect during the discussion in the resolution of 29 October of the past year concerning the letter of the former chiefs van Halm and van Someren, upon which reflection was made, dated 29 September 1790; having the plausibility of what was brought forward so much on his side that we dare presume to request a favorable reflection on the representation; not doubting that it will meet with your High Excellencies' honored approval that we on that day credited the amount of the granted release of the extraordinary deficiency of 150 1/8 lb. of cloves to the said chiefs on account of the arrears, or in reduction of the compensation on that account. 121. We hope for approval on the release of 150 1/8 lb. of cloves validated to the chief. Suppliers' complaints of damage on merchant goods to be found; In the resolution of 31 December, besides the demonstration and summary mentioned in paragraph 102 of this document concerning the merchandise advanced to the suppliers for the gathering, their letters of complaint about the losses suffered thereon are also inserted, likewise the extensive support of the Commissioners. Paragraph 206. The Mazulipatnam merchants, regarding whom we had made special mention in the preceding paragraph for clarification, had, on the contrary, reduced their debit to Pag. 4000, and they would give sufficient security for whatever they might still remain in arrears upon the closing of the accounts, either to the Company or to the chiefs charged with the debts. We replied to this, according to the aforesaid resolution of 31 December, that all security which the merchants in general, and these Mazulipatnam merchants in particular, might offer or had already offered (for according to our recommendation the final settlement should have been here long before), does not concern the Company any further than solely the care of the chiefs that this security and obligation in that regard (according to the primitive resolution of 29 October) be fulfilled on behalf of those who are generally charged with the compensation of the arrears, if possible (as we then stipulated) by or before the end of January. At the same time giving the Commissioners to understand that the interest validated according to the aforementioned resolution of 29 October in reduction of the arrears had occurred in good faith and under the presupposition that, when according to our intention and instruction by letter of 4 November the accounts of each supplier should be drawn up and placed upon themselves, the state of affairs would not turn out to be more disadvantageous than it then appeared, and that the Company might not be injured by high or improperly calculated interest, as we demonstrated to the Commissioners by sending a copy of the aforesaid account drawn up by van Bijland, in order to be elucidated thereon by the elected chiefs. Paragraph 207. What was written to them thereon. Although we further, according to the aforesaid resolution of 31 December, expressed our satisfaction to the said Commissioners regarding the information that the advance of pag. 2283. 19. 3/4 made by them on the supply of white linens was completely fulfilled in goods, and prescribed to them how they were to act with it if they should have arrived after the completed supply year or after the end of September 1790, or after the dispatch of the last returns, on the other hand we made known our displeasure concerning their strained and far-fetched justification recorded in this same resolution regarding what was delivered on the colored goods to the amount of pag. 2284, regarding which they sought to fob us off, concerning the circumstances thereof, by referring us to testimonies of the former chiefs, from whom they had taken over the office and consequently also, for their accountability, all such and other matters, regarding which therefore no exceptions applied, unless those regarding the outstanding debts might have been made and reserved upon the transfer (to be found in the bundle of annexes to the report of their commission). Paragraph 208. Settlement with the Jag. merchants end of August 1790. Paragraph 209. Arrears of pag. 7596. We finally arrive hereby at the general settlement with the Jaggernaukpoeram merchants as of the end of August 1790. We received it alongside the letter of the Commissioners of 24 December of the said year, and deliberated thereon on 21 January of this year. According to what was noted in that resolution, among other things concerning the state of the finances, the arrears come to amount to f 43916. 12. 8, in which.
Dutch transcription
te vinden resolutie 29. 8ber: waarom. —. lets verantwoording waarom hij zijne bij mermelte uwer Hoog Ed heiden rescriptie van den 27. April a:o p:o parr 55. vermelte pretentie van pag: 530. 6. 8. zo lange is ag„ terwege gebleeven waaruijt die oor sprongelijk, en hoe het eigenlijk leegen is met de getardeerde voordra van dien, welke u Hoog Edelhee„ den, des gelievende kunnen beoo„ gen, bij de verhandeling ter resolutiden van 29. october a. o p. o over de brie der voormaelige opperhoofden van Halm en van Someren de daar reflecte op ver gtword, en dato 29. September 1790; de wae schijnelijkheijd van het geadvancee de zoodanig aan zijn zijde hebben de, dat wij ons durven verstouten op de representacie eene genegene scha reflesie. 121. „ 1141 747 M verhoopen approbatie op de aan de opperhoofd gevalideerde onthesfing „ twijffelende, Edd van 150. /8. lb: nagelen. luti der Leveranciens klagter van §204: schaade op de koopmansz: waar te vinden; — refledie indispositie te verzoeken; niet „of het zal van u Hoog Edelheeden g. eerde approbatie zijn dat wij ten dien dage het bedragen van de verhun„ de ontheffing der extra ordinaire min„ derheid van 150. 1/8. lb: Nagulen, de gem: opperhoofden hebben gevali„ denrt op reekening van de Agter„ stallen, ofte in mindering vande vergoeding derweegen. Bij Resolutie van 31. Decem¬ ber staan, buiten de bij par: 102. dee„ zer vermelde Aantooning en Sa„ mentrekking van de aan de Leve„ ranciers tot den inzaam verstrekt koopmanschappen ook geinserert haere klachtschriften over de daar opgeleedene verliesen, item der Gecom„ mitteerden breedvoerige onderschrae„ ging §206. De Mazulipatnamsche kooplieden waar omtrent wij vider par: hier voor speciaale elucidatie hadden gewaegt, hadden, daar en tegen haere Debet tot op Pag: 4000. vermindert en zij zou den, voor het geen zij bij het sluijten der reekeningen noch agterstallig blij„ ven mochten voldoende cautie geeven het zij aan de comp:e of wel aen de voor de schulden belaste opperhoo den. wij hebben volgens voorm ren solutie van 31. December, hierop geantwoord dat alle zeekerheyd wel ke de kooplieden in het Generaal en deese Marulipatnamsche in het bij zouder, mochten of bereets hadden aangebooden /: want de afreekening had na onse recommandatie al lang te vooren hier moeten zijn:/ de Comp niet. 122 749 niet verder aangaat; dan enkel de zorg der opperhoofden dat aan die zee„ kerheijd en verbintenis der wegen /:na het premitief besluijt van 29. octo„ ber:/ voldaan worde ten behoeve van den geen die met de vergoeding van de Agterstallen generaliten belast zijn, des mogelijk /:gelijk we toen bepaelden:/ met of voor ultimo Ia„ nuarij. Den Gecommitteerdens toen te vens te kennen geevende dat de vol„ gens besluijt van 29. october boven„ gemelt gevalideerde interessen in min„ dering van het Agterstal, was ge„ schiet ter goeder trou en in voor onderstelling dat, wanneer na on„ ze intendie en aanschrijving bij brieve van 4 November, de reekeninge van ieder Leverancier, eens geschrift en op haer 122 wat hun daar op aange„ §207. „schreeven; is: haer zelve zouden gebracht zijn, het met de vertooning van zaeken niet nadeele gen zoude komen uytte vallen, als het zich toen liet aanzien, en dat door de hooge of onergen bereekende interessen de comp:e niet mochte benadedt zijn, gelijk we den gecommitteerden deman„ streerden door toezending van copij der voorm: reekening door van Bijland opgemaakt om door de g:'eligeerde op„ perhoofden, daar op g'elucideert te word Aen. Toewel wi alverder volgens voorsz: resolutie van 31 xber: gem: Gecommitteer„ den ons genoegen betuijgden over het be„ deelde dat de door Hun gedaane ver„ strekking van paij 2283. 19. ¾ op de ver rancie van witte lijwaeten complat voldaan was in goederen en hun voor schreeven. 780 schreeven, hoedanig zij daar meede had„ den te handelen indien die binnen mochten gekoomen zyn na het ge„ absolveerde Levirancies Iaar ofte na ultimo. September 1790. dan wel na de afzending der laeste retouren, gaven we aan de andere kant ons ongenoe„ gen te kunnen, over haere bij deese zel„ ve resolutie opgeteekende gedrongen en vergezochte verantwoording over het af„ gegevene op de bonte goederen ter som„ ma van pag 2284: ——. waar omtrent zij ons zoohten aftescheepen met, no„ pens den toedracht van dien, ons te renvoijeeren tot getuijgenissen van de geweese opperhoofden, van wien zij het kantoor en gevolgelijk ook, ter hae„ ren verantwoording overgenoomens hadden alle zulke en andere zaeken waarom„ Arend „ffreekening den Jagij: koopl: §208: ult„o aug:s 1790. tagterstal vn p 7596. 8209. trend dus geen uijtzonderingen te pas quamen, ten waere die aangaande de uijtstaande schulden bij het trans„ port /: te vinden en de bondel der bij„ lagen tot het rapport van hun„ ne commissie, mochten gemaakt en gereserveert zijn. we komens eindelijk hier mee„ de tot de generaale afreekening met de Iaggernaukpoeramsche kooplieden onder ultimo Augustus 1790 —. We ontvingen die neven schrijven der Gecommitteerden van den 24. Decem„ ber des gemelde, en besoigneerden daar over op den 21. Ianuarij deeses Iaars. Volgens het aangeteekende bij die resolutie, onder anderen over den staat der Financien komen de Ag„ terstallen, te monteeren ƒ 43916. 12. 8. waar in. 1231