Inventory 3877
Coromandel · 1,160 pages · 164 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
reference regarding this to the resolution of 21 January. participate in the following. The Mazulipatnam merchants Pags. 4367. 7. 3/8. Two former, also Mazulipatnam, but employed for white linens, Dewarpa Kamaija and Tjekka Wenkaija - - - - - 4628. 15. 3/16. Suppliers of the blankets - - - - 763. 7. 1/4. or together . . . . Pags. 9759. 6. -. for which debts each merchant had provided such security as he was able and as was noted with each account, since no cash payment was to be obtained from them; to avoid further prolixity, we humbly request to be permitted to refer with respect to all the received obligations and the proofs granted regarding them, to the aforesaid resolution of 21 January, in which they are all inserted verbatim. The commissioners' bad conduct in the settlement regarding the 78 packages that arrived too late. In paragraph 99 of this preceding, we made known to Your High Nobles our displeasure shown to the commissioners concerning the non-compliance with our order to separate the accounts with the suppliers from one another and to arrange them in the manner as we had required, and how we had left this disobedience of our orders to their responsibility, since by thinking one does well, one often does badly, as becomes apparent from the aforementioned settlement regarding 78 packages which they allege were ready for shipment and were therefore credited in the suppliers' settlement with f 38554:12:8. Bond by two suppliers for the arrears of a bond chargeable to van Halm. For it is not to be reconciled with reasonableness and equity to credit the merchants' account as of the end of August with the amount of goods that are perhaps only brought in one to two months later. The other point that we, with respect to the provided securities, consider ourselves obligated to bring specially to the attention of Your High Nobles as well, is how the aforesaid suppliers Dewarpa Kamaija and Tjekka Wenkaija, for their debts—amounting for the first to Pags. 2317. -. 1/4. and for the other to Pagodas 2311. 15.—have pledged a private bond chargeable to the former Jaggernaikpoeram resident Suspiciousness that takes place regarding this. resident van Halm, dated 4 October 1790, on behalf of a Brahmin for chintzes delivered and sent to Batavia, excluding the interest at 1 percent per month, the principal amounting to M: D: B Pags. 2492. 13. 1/2; item, a warehouse situated in Jaggernaikpoeram of the value of Pags. 1500. –. –. Upon the receipt of this, the first undersigned gave the order to deliver a copy of the deed of obligation and the pledged bond to the aforementioned van Halm, in order to answer for it. His report, which is inserted regarding this in the resolution of 21 January, shows that he denies having or having had with the holders of the bond any, the least, private outstanding matters, but indeed with the Brahmin Dougerale Boetjena, in whose favor it was granted, who had delivered chintzes to him on credit in September of the past year through the channel of his head servant Tieroewengolai, for Batavia, which were recently shipped for his account per the ship Houtsen. This report seems very suspicious to the first undersigned, partly because the present holders of the bond, Dewarpa Kamaija and Tjekka Wenkaija, both Mazulipatnam or suppliers of the colored goods, were favored by van Halm, to the prejudice of the Jaggernaikpoeram merchants, also with the supply of white linens on his own authority and with such an ordinary outcome as is described hereinbefore, thus they are not indifferent to him, although it cannot be discovered up to now where their [illegible] may originate from, and to what their absence—whether true or untrue, at least reported by the commissioners—must be attributed, which however will certainly come to light; on the other hand because the Brahmin in whose name the bond is made out, as van Halm states in his report, does not belong in Jaggernaikpoeram but in the territory of the Rajah of Pittapoer; whereas the present holders of the bond, if they had no direct business with van Halm, would certainly have been mindful Re-partition of aforesaid arrears over the residents. to have it transferred to their name, which did not happen, and why it is in every way to be presumed that they are the suppliers of the chintzes and stand in close connection with van Halm regarding business, as one ought to know. But, as said, this is, for the present, only presumption, the reality of which matter will certainly be discovered upon the handover of the office to the elected residents, and we will not fail to present the truth of it in due time most submissively to Your High Nobles. The commissioners, meanwhile, have wished us good success regarding all the obligations within the time of one year and, following our order, hither.
Dutch transcription
751 referte hier omtrend aan resolutie 21 Januarij. in de volgende participeeren. De Mazulipatnamsche kooplieden Pr„o„ 4367. 7. 3/8. Twee voorm /: ook Mazulipatnam„ sche:/ doch tot witte Lijwaeten ge„ emploijeerde Dewarpa kamaija en Tjekka wenkaija - - - - - „ 4628: 15 3/1. Leveranciers der Deekens - - - - „ 763. 7. ¼ of te saemen. . . . pc:o 9759. 6. -. voor welke schulden ieder koopman zodanige cautie gesteld had, als hij in staat geweest en bij ieder reeke„ „ning aangeteekend was, wijl er geen contante betaeling van hun was te verkrijgen geweest, wij verzoeken oot„ moedig ter vermeiding van verdere wijd„ loopigheijd, ons in op zicht van alle de ontvangene verbintenissen en derwee„ gen verleende bewijsen, in eerbied te mo„ gen gedragen aan de voorm: resolutie van 331 „ De gecommitteerde quaade behandel in de afreekening omtrend 210. 7/8. te laat ingekomenae pakkan. van 21:e Ianuarij waar bij zij alle woordelijk geinsereert staan. Bij par: 99. deses hier voorgaven wij u Hoog Edelheeden te kennen, het aan den Gecommitteerden betoond met noegen over het niet nakomen onzer or„ dre om de reekeningen met de Leveram oiers van elkander te schiften en op de wijze in te richten als wij ze hadden gerequireert en hoe wij deese dis obe di„ entie van onse ordres voor haere ver„ antwoording hadden gelaeten wijl men niet te denken wel te doen, dikwils qualyk doet, gelijk met de afreeke„ ning voormelt komt te blijken nop:s 78. pakken die men voorgeeft ter verzending in gereetheijd geweest in daar om bij de afreekening der Leveranciers ten goede gebracht zijn met ƒ38554:12:8. een want 782 verbintenisse door twee Levenanciers di voor de agterstallen van § 211. een obl: ten laste van van Halm. want met reedelijkheijd en billijkheijd is niet over een te brengen, om de koop„ lieden reekening onder ultimo Augus„ tus te bevoordeelen met het bedragen van Goederen die een â twee maanden mogelijk laeter eerst worden aange„ bragt. —. Het andere point, dat we in opzicht van de gestelde zeekerhee„ den, ons verplichtachten u Hoog Edel„ heeden meede speciaal onder het oog te brengen is hoe de voorsz: Lie„ verancias Dewarpa Kamaija en sjekka wenkaija voor haere schul„ den van den eersten ten bedragen van pai: 2317. - ¼. en den anderen pagoo„ 1e9 den 2311. 15. hebben verbonden een on„ derhandsche obligatie ten lasten van het geweesen Iaggernaik poeramsche opperhoofd. an besdlentelijkheijd die hier om „ §212. trend plaats heeft. opperhoofd van Halm de dato 4. 8ber: 1790. , ten behoeve van een Br mine voorgeleeverde sitsen verzon den naar Batavia buijten den interest tot 1. prC smaands den kapitaal groot M: D: B pag. 2492. 13. ½: Item een te Iag„ gernaikproeram gelegen pakhuijs mees ter waerde van pag 1500. –. –. Bij de ontvangste van dien stelde de eerst geteekende ordre tot afgave van copij der acte van verbintenis en de verbondene obligatie aan voorm: van Halm ten einde zich daar op te verantwoorden. zijn bericht dat hier over bij resolutie van 21. Ianuarij g ' in„ sirent-staat toort aan dat hij ontkent met de Houders van de obligatie eenige de minste particuliere uitstaande zae„ ken te hebben of gehad te hebben, maar 12 124 753 maar wel met den Bramine Dou„ gerale Boetjena, in wiens faveur die verleent is, welke hem in septem„ ber a:o p:o door het Canaal van zijn Hoofd dienaar Fieroewen golai, voor Batavia, sitsen op krediet had gelevert, welke onlangs, voor zijn ree„ kening per het schip Hortsen waren verzonden. Dit berecht komt den eerstgeteekenden zeer bedenkelijk voor, eens deels om dat de tegenwoor„ dige houders der obligatie Dew arpa kamaija en sjekka wenkaijar beide Mazulipatnamsche of Leveranciirs der bonte goederen door van Halm, in prejudicie van de Iaggernaikpoe„ ramsche kooplieden, ook met de Li„ verancie van witte lijwaeten op eige authoriteijt en met zoodanigeen gemee„ ne ne uitslag als hier voor beschreeven staa gefaroriseert, dus hem niet onverschil„ lig zijn, schoon het zich tot nu toe me ontdekken laet waar uijt haar des herkomstig mag zijn, en waar aan hunne het zij waar of onwaar, in mers door de gecommitteerden opge„ geeven absentie moet worden toege„ schreeven, dat echter wel aenden dag zal komen; ten anderen om dat de Braminees, op wiens naam de obli gatie luijd, gelijk van Halm bij zijn bericht opgeeft, niet te Iag„ gernaikpoeram maar in de swoven tie van den Radjach van Pitta„ poer thuijs hoort; daar de tegen wonpart dige houders der obligatie, indien zy met van Halm divectelijk geen affaires hadden, wel zouden bedact geweest 754 worepartitie van voorszagter„ § 213. halden over de opperhoofden. -. geweest zijn om die op hunne naem te laeten overschrijven, dat niet ge„ schiet en waarom het alzints te presumeeren is, dat zij de Leveran„ deers zijn van de Sitjen en met van Halm, over affaires, in nauwen be„ trekking staan, als men dient te wee„ ten. Dan, als geregt, dit is, voor als noch, maar presumtie, waar van de weesenlijkheijd der zaeke bij de over„ gave van het kantoor aan de geeliger„ de opperhoofden zich wel zal ontdek„ ken en wij niet zullen mancqueeren het waere in der tijd u Hoog Edelhee„ den, onderdanigst te vertoonen. De Gecommitteerdens ondertusschen, 6 hebben ons een goed succes toegewenscht omtrent alle de verbintenissen binnen de tijd van een Iaar en, na onse ordre her„ waards.
English
provided security for that by the Secunde. accounted for the share that the aforementioned van Halm, according to the resolutions of 29 October and 24 December 1790, is to compensate in the aforesaid arrears in cumulo, amounting to pagodas 6506. 4. –. or ƒ 29277:15. -. For the share of van Someren and De Ravallet, the former amounting to pagodas 2525. 3. 6. ½, which is ƒ 11363. 4. —, and the latter pro rata for the time he served, being the 1/6th part of the whole, pagodas 727. 21. 18 1/3, ƒ 3275. 15. 8., they had demanded immediate payment from them. However, upon their profession of inability to pay, they let them suffice for the present with the offered securities: namely, from the former, a house and garden at Nagapatnam, the deed of which was deposited in the Company's treasury, De Ravallet's salary account of 7/ is requested. and from the other, by surrendering his aforementioned 20 pieces of pay accounts amounting to ƒ 8420. 3. 2, which thus serve for his share in the arrears as well as for security for the price increases for which he must answer to the sum of pagodas 251. 4. 1., ƒ 1229. 15. -. There is missing from the said pay accounts, according to the proposal from Jaggernaikpoeram by letter of the 6th and note in our aforementioned resolutions of 12 and 21 January, another one from the financial year 1789/90 to the amount of ƒ 856: 2: 8, for reasons appearing in the first-mentioned resolution and the register of accounts itself, wherefore we take the liberty to request Your High Excellencies With respect to the debtors, § 214. execution is ordered with the request that if it is at hand in Batavia, it may be sent here when opportunity offers. We will refrain from repeating our remarks, recorded in the resolution of 21 January, regarding the Commissioners' proceedings in general. The decision takes precedence that we have left the indemnification in full force and effect, and for the immediate execution thereof, instructions were written to Jaggernaikpoeram on 22 January not to grant any long extension to the debtors beyond the end of February next, since the obligation and the promises that payment will be made in the course of this year mean nothing. For which reason the Commissioners have likewise been ordered, with the remark that the aforesaid bond to the charge of van Halm is not taken into consideration, and why. to compel the debtors in the meantime to fulfill their duty, and failing to do so, to hold their persons and property liable for it; to seize the mortgaged property and whatever can be recovered from them, and by virtue of the obligation, to sell it publicly to the highest bidder in favor of those who must account for everything to the Company; keeping a vendue roll and distinct list of each debtor's share. With the remark at the same time that the bond amounting to pagodas 2492. 13. ½, which has been pledged by Tjekka Venkatramaija and partners to the charge of the suspended Head Administrator van Halm, cannot be taken into consideration in the least, both because the said van Halm is himself bound for the compensation of the remainder of the general debts, and because, as shown by the aforementioned report sent in copy to the Commissioners, he does not recognize the present holders of the bond as his creditors; holding forth that the right of ownership, by way of transfer by the original owner of that bond, is nowhere apparent, which is nevertheless primarily required and should also have been demanded regarding the claim against the son of the former Secunde van Someren, amounting to rixdollars 975. -., in order, when this is done, to auction off those bonds as well and convert them into money without further interference in this regard by the Company, noted forbidden association of the Senior Merchant with the merchants. to whom the said van Halm and the Secunde van Someren are obliged to account for the transgression of the instructions prescribed for the Chiefs in the North dated the 18th and framed in the Council of Coromandel at Nagapatnam on 12 February 1766, namely: "for no reasons or considerations whatsoever to engage, directly or indirectly, with the merchants in any association in conducting private trade or to receive any moneys on loan from them", as this spontaneously exposes the truth of what was previously disguised; which perhaps constitutes the further reason why the suppliers, as was done at Palicol according to the intent of the said Instruction, were not specifically asked whether, outside Company affairs, A copy of their Instruction is requested; and why. van Halm is debited here in § 215. the books for his assessment. they had any affairs to settle with the Chiefs, of which they cannot even pretend ignorance, as the Instruction and the orders contained therein are no secret to them; with further orders that, since this so useful document or the draft at the Secretariat here is defective, an exact copy thereof be sent here, whether from the original at Jaggernaikpoeram, Palicol, or Bimilipatnam, wherever it may be available, in order to be reviewed, renewed, and if necessary expanded here. And whereas, in accordance with the intent and order of 29 October aforesaid, action has been taken regarding the accounting of the aforesaid van Halm's share in the compensation to the amount of
Dutch transcription
gestelde sekerheijd daar voor door de Secundes. waards aangereekent het geen voorm: van Halm, volgens de besluijten van 29. october en 24. December 1790. in de voorsz: Agterstallen in cum burt te vergoeden bedraegende pag: 6506. 4. –. of ƒ29277:15. -. voor het aandeel van van Someren en De Ravallet van den eersten tot pag: 2525. 3. 6. ½ word ƒ11363. 4. —. en van den anderen narat van de tijd dat hij gefungeert heeft en het 1/6: gedeelte van het geheel pagooden 727. 21. 18 1/3. ƒ 3275. 15. 8. had„ den zij dezelven dadelijke voldoening op gevorderd, doch op betuijging van onver„ mogen, hen vooreerst laeten volstaa met de aangebodene securiteiten te weeten van den eersten een Huijsen 3 Thuijn te Nagapatnam, waar van het bewijs in 'sComp:s Cassa was gebo„ gen ƒ3 125 755 De Ravellet zolelij rek: van 7 / word versogd. —. gen en van den anderen met afte geeven zijne voorm: 20. stuks soldij reekeningen bedraegende ƒ 8420. 3. 2 die dus dienen voor zijn portie in de Agterstallen zoo wel als tot cautie voor de prijs verhoogingen waar in hij ter somme van pag: 251. 4. 1. ƒ1229. 15. -. moet respondeeren: manc„ gueerende er aan gem soldij reekenin„ gen; uijtwijzens voordracht van Jag„ gernaik poeram bij brieve van 6:e e aanteekening bij gem: onze Reso„ lutien van den 12 en 21. Ianuarij, noch een van het Boekjaar 17 3/90. ten emporte van ƒ856: 2: 8. om ree„ den als by eerstgem resolutie en het register der reekeningen zelve komt te blijken, en waarom wij de vrijheijd neemen u Hoog Edelheeden te ver zoeken In opsigt der debiteuren is §214. Executie geordonneerd met ul tg seb: zoeken dat die, als te Batavia als aan handen, bij geleegend heijd mag herwaards gezonden worden. Wij zullen menageeren te her„ haelen onse bij resolutie van 21. Ja„ nuarij opgeteekende aanmerkingen over der Gecommitteerden verrichtin„ gen in het Generaal. Het besluijt boor aan, dat we de vergoeding, hebben ge„ laeten in volle kracht en waarde en, tot de dadelijke excutie van dien, den 22 Ianuarij naar Jaggernaik poeram is aangeschreeven om geen langen uijtste aan de debiteuren te vergunnen dan tot ultimo Februarij aanstaande, ver„ mits het verband en de beloften dat de betaeling in den loop van dit Iaar geschieden zal, niets beteekent. waer om de Gecommitteerden tevens gelast zijn zin 756 met remarque dat voorsz: obl: tot laste van van Halm in geen aanmerking komt; en waarom. zijn, de debiteuren, in die tusschen tijs tot voldoening van haere plocht te noodzaeken en in gebreeken blijven„ de, hunne persoonen en goederen daar voor verbonden te houden; het verbon„ den en al wat van hen te agterhae„ len is, in beslag te neemen en, uit krachte van de verbintenis, publick aan den meestbievende te verkoopen in faveur van den geen die alles aan de Comp:e moeten verantwoorden; hou„ dende van ieder debiteurs aandeel een vendurob en distincte Lijst: onder remarque tevens dat de obligatie groot pagorden 2492. 13.½. welke, tot laste van den gesuspendeerden Hoofd„ Administrateur van Halm door Tjekka wenkatramaija C: s: is ver„ pant, in het minst in geen aenmerking kan kan koomen, zoo om dat gemelde van Halm zelfs voor de vergoeding van het restant der generaale schulden ver„ bonden is, als dat, uijtwijzens het voor aangehaalde hun Gecommitteerden in co„ pia gezonden bericht, de teegenwoordi„ ge houders der obligatie niet erkent voor zijne crediteuren; onder voorhouding dat het recht van eigendom, bij forma van af„ stand door den primitiver Eijgenaar van die obligatie nergens komt te blijken, het welk echter wel voornaemelijk word ver„ eischt en ook had behooren te werden ge„ vordert van de actie tot laste van den zoon van den geweesen secunde van so meren groot rijxdaelders 975. -. om, wan„ neer dit geschiet die obligatien meede op te veilen en te gelde te maeken zouder oo„ dere bemoeijenisse derwegen door de Comp aan va 757 van de opperk: met de Cooplieden. aangemerkte verbooden assochate aan wien gemelde van Halm en de se„ cunde van Someren schuldig zijn te ver„ antwoorden de overtreeding van het voorge„ schreevene bij de instructie voor de op per„ hoofden om de Noord de dato 18. en beraamt in Raede van Chormandel te Nagapatnam den 12:' Februarij 1766. namelijk: van om geen „oorzaeken of inzichten hoegenaamt, zich „met de kooplieden, direct of indirect, in „ eenige appooiatie op het drijven van par„ „ticuliere Handel te mogen inlaeten of „eenige penningen van hen ter leen te „ ontfangen„ als van zelf aan den dag leggen= de waarheijd van het geen men te vooren verbloemt heeft; dat mogelijk, al verder de reeden uijtmaakt, dat de Leveran„ ciers, gelijk te Palicol na de intentie van de gesegde Instructie geschiet is, niet 1 speciaal zijn afgevraagt, of zij buijten Comp zaeken 176 van hunne Instructie is Copij geEijscht; en waarom. —. van Halm word voor sijn § 215. belasting hier bij de boeken gedebi„ teerd. —. zaeken, met de opperhoofden Eeenige affai„ res te demesleeren gehad hebben, waar van zij zelfs geen ignorantie kunnen voor„ wenden als zijnde de Instructie in daar by vervatte ordres voor hen geen verborgens„ heijd; met verder bevel om vermits dit zoo nutsig geschrift of de minut ter Secretarije alhier een defect heeft, daar van een naaukeurige Copij dit heen te zenden, het zij na het origineel van de Iaggernaikpoeramsche Palicolsche of Bimilipatnamsche waar het aan han den mag zijn, ten eijnde alhier overgezeen gerenoveert en des noodig geamplieert te worden. En nademaal na de intentie en ordre van 29e october voormelt gehuu delt is met de aanreekening van voorsz van Halms portie in de vergoeding ten bedragen „
English
738 shortfall of the debtors on the chief to be recovered by execution amounting to f 29277.5, and the debiting of the two other participants, De Ravallet with pagodas 727:21:18 1/3 and Van Someren with pagodas 2525.3.61.2 1/3, in the Jagannathapuram books, we have ordered this to be done here as well in the Pulicat Trade Journal with the share of the frequently mentioned Van Halm, and hope that, after the foreclosure of the original debtors, it will not be necessary to take the same route of summary execution against their property, all lying under mortgage, under warning that from this day forward such will be the consequence in case the goods of the original debtors do not yield what is deemed necessary for the settlement of the debt, as the said De Ravallet and Van Someren, as well as Van Halm, are well aware that the principal is not considered gone, but that for the interest at 1 per cent security must also be provided in accordance with the order and desire of Your Right Noblenesses, while reminding the commissioners to keep this in mind and to strive to satisfy it, with an expression of finding it incomprehensible that they, the commissioners, on account of that bond, have not demanded from them, as was done here from Van Halm, a state and inventory of their properties and possessions under offer of oath, as was instructed to them by letter of 29 October last, to which we have once again referred at length. 61 759 referred Regarding the aforementioned settlement, an investigation has been requested. Jagannathapuram was ordered to purchase them for 1791. With respect to the settlement itself, we have requested the aforementioned Trade Transferor to examine it after the dispatch of this general report and to confront it with the books of Jagannathapuram of the year 1790/91 and to provide a report of those findings so that, if there is anything further to be said about it, we may explain ourselves further; whilst regarding the stock of linens of the merchants in the warehouses, according to the report annexed to the settlement and inserted in the frequently mentioned resolution of 21 January, the servants have been instructed to accept them, insofar as they can serve the requirements for 1791, and to 77 deduct them from the debts. Misunderstanding of the Masulipatnam merchants in the first signatory's writing to them about the arrears deduct them from the debts; but if they do not suit, and the arrears should not be paid at the stipulated time, to then liquidate them, just like all the rest, to reduce the general debit. However, since it appears from a letter of the Masulipatnam merchants inserted into the resolution of 14 January as if they had signed the settlement on the orders received to that end from the first signatory, who wrote nothing else to them and all the other merchants than to hold before them their obligation to settle their debts and not let the chiefs bear the burden of it, as the inserted letters 760 and how that was provided for. Bimilipatnam arrears and what was done to secure them. in the resolution of 18 November 1790 show, note has been taken of the aforementioned misunderstanding, and it was resolved to have the merchants convinced of this when opportunity arises by sending an extract from the resolution of 14 January with a copy of the letter addressed to them, to Jagannathapuram to the chiefs. Herewith leaving Jagannathapuram and proceeding somewhat further north to Bimilipatnam, where an unseasonable advance on the trade for 1791 without prior accounting for the trade for 1790 was utterly disapproved of and dealt with as described under the Purchase, paragraphs 120 and following, we must first, with respect to our disposition over the arrears, amounting pursuant to Your Right Noblenesses' rescription of August paragraph 32 to f 54139.4, refer to our resolution of 23 November, in which was inserted a document translated from the Gentoo language concerning the actual origin thereof, and which at the same time shows that during the past financial year an amount of pagodas 5472.2.2 1/2 had been cleared from it; item that the suppliers had bound themselves to settle the remainder by the end of next February for the one half and the end of August following for the other half, under pledge of all their possessions in toto; which obligations are considered by us as operating in favour of the Company, but if necessary can serve as securities 1761 securities for the chiefs, not concerning the Company, which, since the trade runs from one year into the next, must ultimately turn out to be nothing but extremely disadvantageous. And for that reason, as well as on account of Your Right Noblenesses' desire, we have resolved to have the arrears, which according to the account received from Bimilipatnam then still amounted to f 29258.4, reimbursed by the chief Heshusius for two-thirds and by the second-in-command Dormieux for one-third, in order to pay into the cash-office whatever they could possibly raise by or before the middle of next month, and to declare their persons, monthly wages, and goods bound and liable for the remainder, with orders to inform us of
Dutch transcription
738 te kort komen der debiteuren op de opperh: bij Executie sal verhaald wer„ bedraegen van ƒ29277. 5, en het debiteu„ ren der twee andere participanten De Ravallet; met pagooden 727: 21: 18 1/3. en van someren met pag: 2525. 3. 61. 21/3. bij de Iaggernaik poeramsche Boeken, hebben we gelast dit alhier ook bij het Pallia„ catsche Negorie Journaal te laeten ge„ schieden met het aandeel van veelm: van Halm, en hoope dat, na het uitwinnen der origineele Debiteuren, het met nodig zal zijn, met hunne eijgen dom, alle leggende onder verband, desel„ ve weg van parate Executie inteslaan, on„ mesna Jag: gewaarschouwt dat het der waarschouwing dat van heeden af zulks het gevolg zal zijn bij aldien de goederen de origineele debiteuren niet opbrengen het geen tot afdoening van de schuld noodig word geoordeeld, als zijnde gemelde De Ravallet en van So„ merg den. is ongenoegen betuijgd over dat van Ravalleten van somer en geen staat en Inventaris is gevorderd meren zoo wel als van Halm niet onbekent, dat het kapitaal niet ge„ Iem atok pintoet met gedagtverden weg is„ maar dat er voor de Interes„ sen tot un p:r C:o nade ordre en begeerte van U Hoog Edelheeden ook zeeker„ heijd moet worden gegeven onder herinnering aan de Gecommitteerden om hoir aan te doen denken en te trachten te voldoen, met betuijging van als onbegrijpelijk te vinden dat zij gecom„ mitteerden hen wegens die verbinte„ nis niet hebben afgevordert gelijk hier van van Halm geschiet is een staat en Inventaris van hunne Eijgendommen en bezittingen onder pre„ sentatie van Eede zoo als hen is aangeschreeven bij brieve van den 29. october laastleeden, waar aan wij ons andermaal ten overvloede hebben gerefereert. omtre is onder te koo 61 759 gerefereert omtrend voorsz: afreekening § 216. is ondersoek gedemandeerd. -. Iagg: geordonneert die of voor 1791. koopen. Ten opzichte van de Afreekening zelve hebben wij voorm: Negocie over„ drager gedemandeert om die, nade depeche van dit Generaale verslag te examineeren en tegen de Boeken van Iaggernaik poeram de Ao 17 9/03 te Con„ fronteeren en van dies bevinding van bericht te dienen om zoo daar op iets meerder te zeggen valt, ons daar op en nop:s der Cooplieden vooraad na nader te verklaeren, ter wijl nopens te reepteren ofpe verdueke te ven den voorraad van Lijwaeten der koop„ lieden in de Pakhuijsen, volgens het aan de Afreekening geannexeerte en bij meerm: Resolutie van 21. Ianuary g' insereert bericht, den bedienden is aan„ geschreeven om deselve voor zoo verre ze kunnen strekken op de Eisschen voor 1791. die te mogen aanneemen en te 77 inmindering der Schulden. mis verstond der masulipatnaim 217. se koopl: in des eerst geteekendens schrijven aan hun over de agterstallen te doen danen in mindering der schul„ den; doch zoo ze niet convenieeren en dat de Agterstallen op de gestipuleerde tijd niet mochten worden betaalt, der zelve dan even als al het overige, te gelde te maeken in mindering van den generaalen debet. Dan nadien het, uijt een ter resolutie van 14. Ianuarij geinsereer„ de brief der Mazulipatnamsche koop Pineigp:s lieden zich laet aanzien als hadden zij de afreekening geteekend op de daar toe ontvangene ordre van den Eerst„ geteekenden die aan hen, en alle de an„ dere kooplieden niet anders heeft ge„ schreeven dan hen voor te houden hun„ „verpligting om hunne ne „ schulden aftedoen en de opperhoof„ den den last daar van niet te laeten draegen, gelijk de geinsereerde brieven en hoed bij tot seker telt is. 760 en hoe daar in voorsien was. imilip:s agterstal en hoedanig §218 ttot sekerheijd daar omtrend gehan„ telt is. bij resolutie van 18: November 1790. aantoonen, zoo is van het voorsz: mis verstand aanteekening gehouden en be„ slooten om de kooplieden daar van bij geleegenheijd te laeten overtuijgen door toezending van Extract uyjt de resolu„ tie van 14: Ianuarij met copij van de aan hun gerigte breef, naar Iaggernoud„ poeram aan de opperhoofden Hiermeede Iaggernaikpoeram ver„ laatende en was Noorderlijken op naar Bimilipatnam overgaande, alwaar een ontijdige verstrekking op den Handel voor 1794. zonder voor af gaande ver„ antwoording des Handels voor 1790. ten uiterste afgekeurt en zodanig behandelt is als onder den Inkoop par: 120. en vol„ gende beschreeven staat dienen wij voor af met opzicht tot onse dispositie over het het Agterstal, navolgens u. Hoog Edel heeden rescriptie van Augustus par 32 groot ƒ54139. 4. ons te betrekken tot ons besluijt van den 23. November, waarbij is g'intereert een uijt het Ientiefsch ver„ taald geschrift wegens de eigenlijke oor„ sprong van dien en tevens constenrt, dat daar op in het gepasseerde Boekjaar was afgedaan een bedragen van pagoo„ den 5472. 2. 2/1. item dat de Leveranciers zich hadden verbonden ter vereevening van het overige met ultimo Februarij aanstaande voor de eene en ultimo au„ gustus daar aan voor de andere helft, onder verpanding van alle hunne be„ zittingen int 3: welk verbintenissen door ons zijn geconsidereert als zelven te opereeren in faveur van de comp e maar des noods konnen strekken als sicu„ riteit 1761 riteiten voor de opperhoofden de compe niet aangaande, het welk, daar den Han„ del van het eene Iaar in het andere loopt, ten laetsten, niet dan ten uiterste schaidelijk moet uijtvallen. En we hebben zoo om die reeden als uijthoofde van u Hoog Edelheeden begeerte, beslooten, om het Agterstal dat, nade toen, van Bimilipatnam ontfangene reeke„ ning noch beliep ƒ 29258. 4. te lae„ ten vergoeden door het opperhoofd Hes„ husius voor 2/3. en door den secunde Dormieuk voor 1/3. om daar op in Cassa te tellen al wat zij met of voor medio van de aanstaande maand met mogelijkheijd konden bij brengen en voor 't restant verbonden en aanspreeke„ lijk te verklaeren hunne persoonen maand gelden en goederen, met bevel ons van
English
favorable result thereof, and in section 219. To what extent. to draw up from the latter a clear statement and inventory upon presentation of oath, moreover with the provision of sureties, under the further remark of how little it appears to be the suppliers' intention ever to satisfy the Company, since that is sufficiently if not convincingly evident from what was noted concerning the aforementioned unqualified disbursement, as in our Resolution of 23 November, and already described hereinbefore in paragraph 52. The result of our said serious handling of matters appears finally from our repeated Resolution of 21 January, when, according to what was communicated in the Bimilipatnam letter of 29 December prior, the arrears as well as the aforementioned new disbursement would serve to satisfy the new orders, and how the suppliers had already brought in a portion thereof under the assurance that the whole would be fully settled by the end of January; wherefore the Secunde Dormieux requested us that we might be pleased to absolve the Chief and him from the compensation, in so far as the engagement entered into by the merchants were faithfully fulfilled, which was also agreed to by us; on condition that nothing should be wanting in that engagement, since in the contrary case the compensation would remain in force in such manner as determined hereinbefore and written by us to Bimilipatnam on 25 November 1790. The Palicol Chief remains charged with pagodas 3368. 20. 5/8 for the amounts validated to the merchants there. Section 220. With regard to Palicol, Your High Excellencies were pleased, in the repeatedly mentioned rescript of April 1790, paragraph 57, to persist in the order given under 29 July 1788, to leave the M: D: B: pagodas 3368. 20. 5/8 validated there by the servants to the merchants—on account of the linens delivered by them before the war—for the account of the Chiefs, preserving their recourse against the English, as Your High Excellencies could not be satisfied with the appeal to a dead man without any proof, as had been done by the Chief van Haeften with respect to the English Masulipatnam Resident Duff, and because his statement that the former Governor Blaaukamer had consented to this was irreconcilable with what was so earnestly written from here to Palicol by letter of 30 June 1787; so that during the proceedings on this matter it appeared to us that Your High Excellencies, mainly for lack of those proofs, have once again left the debt to the merchants or the payment thereof for the account of the Chiefs. Of this order, and in order to comply with it, the said van Haeften was written the necessary instructions on 22 July 1790, along with the transmission of an extract. Payment granted. The repetition of the correspondence hereon is omitted, wherefore this is only briefly noted. Section 222. Yet since then, or by letter of 10 September following, he submitted further objections on this matter, and having annexed thereto a petition to Your High Excellencies together with four declarations, on the foundation of which the petitioner humbly begs to be absolved from that compensation, and requested us to forward this petition of his with our favorable recommendation, it was decided on the day of the proceedings, or 2 October 1789, to agree thereto, provided that, provisionally, the aforementioned amount be deposited into the Company's treasury; in which decision we persisted, by resolution of the 29th of the said month, notwithstanding the further objection of the petitioner and his representation against it. We shall not trouble Your High Excellencies with a repetition of the correspondence on this our order, which has also become very extensive, much less with our displeasure shown to van Haeften concerning the offer of his retained monthly wages, notwithstanding that those up to the end of August 1790 had been remitted to the Netherlands, concerning which our Resolutions dated 24 December of the past year and 1 January of the current year treat at large, and by which it was also reserved to Your High Excellencies to nullify and undo that sub- and obreptitious remittance of salary by means of the attachment placed on the remitted accounts, through notifying the Lords and Masters if it pleases you. We believe, in this matter, it may suffice to show how, according to the repeatedly mentioned resolution of 21 January, we have provisionally allowed the aforementioned van Haeften—whose share in the aforesaid compensation, in so far as it must be maintained, amounts to Pagodas 2245. 21¾ or f 10106. 11. 8—to make do with the offer, as security, of his house and some other movable goods, amounting to pagodas 2315 according to the inventory faithfully made thereof and sent to us, and to declare them bound to the Honorable Company without being permitted to dispose thereof before the receipt of the reply from Your High Excellencies to this further representation, or to alienate anything except after the decision of the matter in question and our further orders in that regard. In the meantime, he has been debited for his share.
Dutch transcription
goedgevolgdaar van en in § 219. hoe verre. van de laeste te formeeren een deuijdelijke staat en inventaris onder presentatie van hode met borgstelling daar en boven onder verdere remarque hoe weinig het der Leveranciers intentie schijnd te zijn om de comp. ooit te voldoen vermits dat genoegzaam zoo niet overtuigent con„ steert uit het geen wegens de voorsz: ongequalificeerde verstrekking als bij voor onze Resolutie van 23. November ge„ noteert en bereets hier voor par: 52. ins3: beschreeven is. Het gevolg van gemelte onse ser euse behandeling van zaeken, blijkt uyt eindig bij meerm onze Resolutie van 21. Ianuarij wanneer, volgens het be„ deelde bij Bimilipatnamsche schrijvens van 29. December bevoorens de Agter„ stallen zoo wel als de voorsz: nieuwe verstrekking. 762 verstrekking zoude dienen tot voldoening van de nieuwe bisschen en hoe de Leve„ ranciers Reets een gedeelte daar van hadden ingebracht onder verzeekering dat het geheel met ultimo Ianuarij ten vollen zoude vereevent worden, en waar„ Dormieux ons ver„ om de secunde zocht dat wy het opperhoofd en hun geliefden wij te spreeken van de ver„ goeding, bij zoo verre de door de koop„ lieden aangegaane verbintenis getrou„ welijk volbracht wierd, gelijk dat ook door ons is geaccordeert; onder die mits dat aan die verbintenis niets kome te ontbreeken, wijl bij het teegendeel de vergoeding stand hielt in diervoegen als ze hier voor bepaalt en den 25. Novem„ ber 1790. door ons naar Bimilipat„ nams is aangeschreeven geworden. Met het Het paliols opperhoof is be„ 1220. last gelaaten voor pa/o 3368. 20. 5/8. wegs het gevalideerde aan de Coopl: daar Met betrekking tot Pali„ col heeft het u Hoog Edelheedens bij de meermelde rescriptie van April 1790. par 57. bedaegt te persisteeren bij de sub 29. Julij 1788. gegeevene or„ dre, om de M: D: B: pag 3368. 20. 5/8. door de bedienden aldaar gevalideert aan de kooplieden; wegens de door hen, voor den oorlog gelieverde Lijwa„ ten, te laeten voor reekening van de opperhoofden, behoudens hun guarant op de Engelschen wijl uw Hoog Edel„ heeven zich niet hadden konnen vergenoegen met het beroep op een dood Man, zonder eenig bewijs, zoo als ten op zichte van de Engelsche Mazulipatnamsche Resident Duff geschied was, door het opperhoofd van Htaeften, en om dat zijn opgave 6 als 69 763 hij dot ien bektotont keffing §221 als hadde de Heer geweese Gezachheb„ ber Blaaukamer hier in geson„ senteet, niet over een was te bren„ gen met het van hier zoo ernstig aangeschreeven naar Palicol bij missive van 30. Iunij 1787: zulx het onder de besoigne hier over ons toe„ schein dat u Hoog Edelheeden, voor naemelijk uitmancquement van die bewijzen, de schuld aan de koop„ lieden ofte derzelver betaeling ander„ maal getaeten hebben voor reekening van de opperhoofden. van dit bevel en om daar aan te voldoen is gem: van Haeften onder toezending van Extract, op den 22. Iulij 1790. het nodige aangeschreeven. Dan zeedert ofte bij brieve van den 10. Sept:r daar aan hier over nader zijne be„ Sweurns betaaling gecordeerd. het henhaalan der corresponden „ N 222 tie hier over woord bekent om wat dus en kel genoteard werd. zwaernis ingebracht en daar neven hebbende gevoegt een request aan U Hoog Edelheeden annex vier verklae„ ringen, op fundament van dewelke de suppliant ootmoedig smeekt om hem van die vergoeding vrij te spree„ ken en ons verzocht om dit zijn requer met ons favorabel voorschrijven voort te schikken, is ten dage van de besorgd ne ofte den 2. e october 1789. besloo„ daegide iet tegenstaede prorsonerten daar in te bewilligen, mits, bij provisie, het voorsz: bedragen in 's Comp Capsa namptiseerende, en waar bij wij onaangezien het verder beswaer van den Suppliant en zijne representatie hier tegen bij besluijt van den 29. van gemelde maand bleeven persisteeren. Wij zullen u Hoog Edelhie„ den noet verveelen met eene her haeling 744 ij heft ijnbesting voor sijn aandeel verhonden. -. hading van de, over deeze onze ordre meede zeer uijtgebreit geworden Corres„ pondentie, veel min met ons aan van Haaften betoont mitnoegen overde aanbiesing van zijne te goed be„ houdene maandgelden, niet teegenstaan de die tot ultimo Augustus 1790. naar Nederland waren overgemaakt gemaakt, waar over onze Resolutien in datis 24. Decembe a. p. on 1. Januarij V2. breed voerig komen te handelen en bij dewelke ook aan U Hoog Edelheeden is gereser veert on die sub en obreptive overmacking van gasie mits het gelegde arrest op de ge„ remitteerde reekeningen, door des behae„ gende kennis gewing aan de Haren & Meesters, te vereedelen en te niet te doen. wij vermeenen, in deesen, te kon„ nen volstaan met te vertoonen, hoe oom k sind gedebuiteerd hoe wij volgens besluijt van den 21. e Ianuarij meermelt, voorm van Haeften, wiens andeel in de voorsz: vergoesing bij zoo verre die stand moet houden, komt te bedraegen Pagj 2245. 21¾ ƒ 10106. 118. bij provisie te laeten volstaan met de aanbieding tot securiteijt van zijn Huijs en eenige an„ dere Meubelaire goederen, nade daar van ingemoede gemaakte en ons toege„ zondene Inventaris paij 2315. bedrae„ gende, en die te verklaeren aande E Com„ pagnie verbonden te zijn zonder daar over te mogen disponeeren voor de ont„ vangst van antwoord van u Hoog Edde heiden op deese nadere Representatie of iets te veralieneeren dan na decisie van de zaak in questi, en onze nadere is daaroor, en devereden sesune de dan beschikking derwegen. intusschen is hij voor zijn 130 des
English
765 ordered in her regard, representation of the Chief esce 223. for relief, his share being debited in the books of Palicol at ƒ1806. 11. 8. and the deceased Second De Tan at ƒ5053. 5. 8.; and the widow of the latter, having been dunned for satisfaction, having made known her absolute insolvency, there had thereupon been delivered to her an Extract from our letter to Palicol dated 29 December 1790, in order that she might do and act in the matter as she should deem advisable regarding the obligation made known by us to have to account to the sequestrator for her husband's estate in case of insolvency. We make bold, in hopes of a favorable construction, once again respectfully to be an advocate for the aforementioned Chief van Naeften, and 5 to request a benevolent reflection upon his petition for relief from that indemnification, partly because, according to the declarations attached to the petition, it is fully evident that the late Governor Blaankamer pretended no ignorance of the matter, but, upon presentation of this Palicol affair, replied in writing to the then Head Administrator Tadama "The merchants who are in credit may receive copper and spices for it, namely for half of their credit copper and the other half spices, of which 2/3 cloves and 1/3 nutmegs, that is to say when they take two pounds of cloves they can get only one pound of nutmegs" —; secondly, that the goods which belonged to the merchants 766 were actually on hand at the surrender of Palicol to the English in 1781, but that the Resident Duff is said to have answered, upon the demand of the merchants, that they must ask their payment from the Dutch Company; and thirdly, that the merchants themselves, in the attestation granted by them, acknowledge not only to have made that demand repeatedly to the said Duff in vain, but that they nevertheless did not receive the value of their goods paid, to their great loss, until the year 1786, in copper, cloves, and spelter. — We believe that the difficulty 1224. which restrained Your High Excellencies upon the first representation of the petitioner's suit from granting it favorably, will be cleared away by these declarations granted under offer of oath, and we hope that the petitioner's now repeated request to be freed from so oppressive an indemnification may obtain a gracious fiat, and that he as well as the estate of De Tan may be relieved thereof; in which regard also, with the pleasure of Your High Excellencies, it deserves favorable consideration that the Ministry in 1787, although it took up the matter seriously, passed the payment of the same on that account, the lawfulness of the debt to the merchants having appeared from the books as well as the settlement under the last of July 1781. 131 131 767. the arrears at Palicol under ƒ 1225. inquiry and report concerning the same, From the aforementioned office of Palicol, as evidenced by a note in the Resolution of 30 October 1790, notice having been given by the Chief van Haeften by missive dated 26 July preceding, and there having also been sent hither a demonstration, inserted in the said Resolution, of the origin of a debt arisen there since 1755 to the charge of a deceased merchant Mahamadoe Assen and finally reduced to pag. 810. 14. 2/8, which was reported as completely desperate, besides which portions still other debtors appeared in the proof of the state of the office sent from Palicol under the last of August 1790, as the same had to serve in the general Transfer of the Government, to the amount of pag. 1238. 22. ¾, the Head Administrator was demanded to investigate the time they arose, and whether they are entered in the Palicol books outside or inside the line, with or without qualification; of which the report submitted at the session of 10 November thereafter was entered by resolution of that date. And whereas from this and an Extract of the Coromandel Resolution of 9 June 1788 attached thereto, it appeared: 1. That the entry of the aforesaid Mahamadoe Assen, who died on 14 October 1789, was reduced to Pag. 440. 11. 1/8. Carried over 768 Carried over - - - Pag. 440. 11. 1/8. 2. That since 1774/5 until the rupture in 1781, when Accama was Chief and one Onstee was Second at Palicol, the following entries or debts occurred, as from Datcherie Gowinda pj. 34. 15¼ Kannemorie Pogie 208. 10½ Bolla Pregada Werasol 318. 7. 5/8 Kannemoerie Chittia 237. 2 –. 798. 11. . or of the aforesaid five together Pag. 1238. 22. ¾ 3. That according to the aforesaid Council resolution of 9 June 1788 the Chiefs were then authorized to let those debts continue inside the line and to encourage the new merchants to settle the debts of the old or insolvent ones; we have, according to the decree of 10 November repeatedly mentioned, sent the aforesaid report with its annex in copy to Palicol, to report whether there is nothing more to be recovered from these debtors and whether, according to the intention of the said resolution of 1788, no efforts have been made to liquidate these old debts through the new merchants. Whereupon, as evidenced by a note in the Resolution of 21 January, it was shown to us by the Palicol Chief, according to his letter of 27 December 1790, that the aforesaid entries were placed inside the line in the books there by order of Your High Excellencies in the honored missive of 2 July 1788, and that the debtors are completely unable to pay: wherefore 172
Dutch transcription
765 in haar op ziht gelastis, voordragt van de opperhod esce 223. om onthetfing, zijn aanveel met ƒ1806. 11. 8. en de over„ leedene secunde De Tan met ƒ5053. 5. 8. bij de boeken van Palicol gedebiteert; de laastens wede souermogent in wat hebbende de weduwe van Laastgem:, om voldoening aangemant, haar volstrekt onvermogen te kennen gegeeven en men had, daar op, aan haar ter hand gesteld Extract uijt onse brief naar Palicol de dato 29. December 1790. , om in de zaek zodanig te doen en handelen als zij wee„ gens de door ons te kennen gegeeven ver„ plichting van, in cas van insolventie, Haar mans boedel te moeten verantwoor„ den aan den sequester zoude geraeden vin„ den. Wij verstouten ons, in hoop van gunstig welduijden om andermaal met eerbied een voorspraak te zijn van het voorm: opperhoofd van Naeften, en om. 5 om een goedgunstige reflexie op zijn op zijn beede om ontheffing van die vergoeding te verzoeken, eens deels om dat, na de aan het request gehegte verklaeringen volkoomen consteert dat wijlen de Heer Gerachhebber Blaankamer van de zaak geen ignoran tie gepretenteert, maar, op vertooning van deese Palicolsche affaire, aan den toenmaelige Hoofd Administrateur Ta„ dama schriftelijk geantwoord heeft De kooplieden welke credit zijn, kon„ „nen daar voor koper en specerijen ont„ „vangen te weeten voor de helft van hun Creviet koper en de andere helft specerijen, waarvan B. Nagulen en 1/3. Nooten dat is wanneer zij twee ponden Nagelen neemen konnen zij „maar een pond Nooten krijgen: —. ten anderen dat de Goederen welke de koop„ lieden 766 lieden toebehoorden werkelijk aan han„ den geweest zijn bij de overgave van Palicol aan de Engelschen in 1781. dool dat de Resident Duff, op de aanmae„ ning der kooplieden zoude geant„ woord hebben dat zij hunne betaeling van de Hollandsche Comp:e moesten vraegen, en ten derden, dat de koop„ lieden zelve, bij de door hun verleende Attestatie, erkennen niet alleen her„ haelde keeren, bij gem: Duff die aan„ maening, vrugteloos, gedaan, maar dat zij echter niet eer als in Ao 1786. de waarde van hun goed, tot hunne groo„ te schaide betaalt gekreegen hadden in koper Nagelen en Spiaulter. — Wij gelooven dat de zwaerigheijd 1224. welke U Hoog Edelheeden bij de eerste voor„ dracht van des suppliants instancie heeft wederhand wederhouden om die gunstiglijk te accordee„ ren, door deeze, onder presentacie van Eede verleende verklaeringen uijt den weg zal zijn geruimt en hoopen dat des suppliants nu ander maelig ver„ zoek om van zoo eene drukkende vergoeding bewijd te worden, een gra„ creus fiat mag verwerven, en hij zoo wel als de Nalaetenschap van De Tan„ daar van, ontheft worden; waarom„ trend ook, met believen van u Hoog Edelheeden, eene genegene aanmerking verdient dat het Ministerdum in 1787, schoon zij de zaek enstig heeft op„ genoomen, de wettigheid der schult aan de kooplieden uijt de boeken zoo wel, als de afreekening onder ultimo Iulij 1781. gebleeken zijnde de betaeling van dezelve uit dierhoofde gepasseert heeft. van 131 131 767. de „in kagterstalen te alicos onder ƒ 1225. zork en bedrijt derweegen, Van het voormelde kantoor Pa„ licol, uijtwijzens aanteekening ter Re„ solutie van den 30. october 1790. door het opperhoofd van Haeften bij missive de dato 26. Iulij bevoorens, kennis gegeven en tevens herwaards gezon„ den zijnde eene bij ged:e Resolutie ge„ insereerde Aantooning van de oorsprom„ van eene aldaar Zeedert 1755. ontstaane schuld tot laste van een overleeden koopman Mahamadoe Assen en eindelijk vermindert tot pag. 810. 14. 2/8. welke als ten eenemaal desperaat werd opgegeeven buijten welke portien ook noch andere Debiteuren voorquamen bij het van Palicol gezonden bewijs van den staat des kantoors onder ult:o aug:o 1790. zoo als het zelve moest die„ 1 nen bij het generaal Transport van het het Gouvernement, ten bedraegen van pag: 1238. 22. ¾. werd de Hoofd admi„ nistrateur gedemandeert, het naspen„ ren der tiyd dat ze ontstaan, en of ze„ bij de Palicoesche boeken, buijten of bin„ nen slijns ingenoomen zijn, met of zonder qualificatie; waar van het bericht ter sessie van den 10. Novem„ ber daar aan ingediend, bij resolutie van dien datum is ingeschreeven. En wijl hier bij en een daar aan gehegt Extract kormandelsch Resolutie van den 9. e Junij 1788: quam te blij„ ken. 1: Dat de post van voorsz: Mahamadoe As„ Jan welke den 14. october 1789. is komen te overlijden was vermin„ dert tot. Pag 440. 11. 1/8. Transporteere 768 P„r Transport - - - Pag: 440. 1 1/8. /5. tot de repture in 1781. , wanneer Accama op„ per hooft en eene Onstee te Palicol secunde was, de vol„ gende posten of schulden plaats vonden als van Datcherie Gowinda pj: 34. 15¼ kannemorie Pogie. „ 208. 10:½ Bolla Pregada wera= sol. . . . . . . . „ 318. 7. 5/8. kannemoerie Chittia „ 237. 2 –. „ 798. 11. . ofte van voorsz: vijf te saeen pr/o 1238. 2¾ 3. e Dat volgens het voorsz: Raadsbesluijt van 9: Iunij 1788. de opperhoofden dan gequa„ lificeert waren om die schulden bin„ nen slijns te laeten voortloopen en de nieuwe kooplieden te animeeren om de schulden van de oude of onvermogende 2: Dat zeedert v774C te te vereevenen, hebben we, volgens arrest van 10. November meermelt, het voorsz: bericht met dies bijlage in copianaar Palicol gezonden, om op te geeven of er van deese Debiteuren niets meer is intevorderen en of er, nade intentie van het gem: besluijt van 1728. geene pogingen aangewent zijn om dese oude schulden, door de nieuwe koop„ lieden te lequideeren. waar op ons uijtwijzens aanteekening bij Resolutie van 21 Ianuarij door het Palicols op perhoofd volgens zijn brief van 27. December 1790. is vertoont dat de voorsz. posten op ordre van u Hoog Edelhee„ den bij g'eerde missive van den 2. Iu„ lij 1788: aldaar bij de boeken binnenslijns zijn gestelt en dat de Debiteuren ten ee„ nemaal onvermogent zijn te betaelen: weshalve 172
English
1721 769 Sadras arrears are too large, ƒ 1 : 2 26. For this reason, we take the liberty to ask Your High Noble Excellencies whether they shall continue to run on in this manner or be written off, since it is not likely that new merchants will ever pay the debts of others. To the south, or at Sadraspatnam, according to the records in the resolution of 31 December 1790, following the accounts received from there of the merchant suppliers and stonecutters and three memoranda of the stock of each merchant in particular, the actual debts according to the books are Pag:s 3647. 8. ¾. The stock of cloths, on the other hand, amounts to Pag:s 2220. 5. ¼. And thus the arrear is Pag: 1427. 3. 3/8. A merchant has undertaken to settle his own and that of the old merchants by January. For which several reasons, reported by Chief Simons, can be found in the resolution. But since, notwithstanding all the concerns raised there, the supplier Kaloer Wenketa Raijloe Chadembera Chittij had undertaken and most strongly assured that in the then-upcoming month of January, he would finally settle not only his arrears but also that of the two old Sadras merchants (if weather and wind would permit) through the supply and shipment hither of cloths that could serve for the return fleet for 1791, and subsequently cancel his suretyship for the latter (upon whom no reliance could be placed), desiring before that time no advance payment of any kind nor any contracting; 170 with further representation and pleading that, because the reasons adduced by the traders concerning the invasion of the raiding troops of Tipoe Sultan and the resulting flight of the weavers are entirely founded on truth and far from pretexts, the said suppliers might be granted the requested time for liquidation; with the assurance that he has the character of being an honest man, along with other favorable testimonies concerning him, among others that he was preparing in earnest for the settlement, and the Chief having made not the least objection to supporting his request with a recommendation, we have emphatically enjoined the Chief to ensure the fulfillment of that promise, The revolution in those parts is the reason that this was not carried out, enjoined in the confidence that it would be fulfilled. But the revolution that has shaken the southern part of Coromandel since July last, through the irregular troops of Tipoe Sultan overrunning the country there, and especially in January and February, throwing everything there into an extraordinary anxiety and turmoil, which has even forced us, due to the uncertainty of how it will all turn out, to provisionally abandon the residencies of Sadras and Porto Novo, as is noted under the collection, paragraph 87, that upheaval is indeed one of the principal reasons why the matter of the aforesaid arrears could not be concluded. 771 Assurance of the Chief regarding no difficulties; prepared to present what was recommended to him to the merchants regarding a timely collection. The Chief of Sadraspatnam, the titular merchant Ioan Daniel Simons, arrived here on the 20th of this month and, having appeared today at our meeting, has, after submitting his written report on the abandonment as inserted in the resolution, further assured us orally that there was no difficulty in settling the account, and that the goods that must serve for that purpose were shortly to arrive here with the merchants themselves. In our decision upon the report, we enjoined the aforesaid Simons to keep the negotiations with the merchants regarding the state of affairs and the prospects for On 31 December, Porto Novo was dealt with; regarding what the Resident had to answer for, leniency was shown and why. the commencement of the collection for 1791 active, and if they show themselves ready for it and raise no difficulties, to inform us thereof directly. Concerning Porto Novo, our decision regarding the domestic affairs is recorded in the resolution of 31 December 1790, when we had to deliberate upon the trade papers and monthly expense accounts received at that time from February 1789 until the end of November 1790, or for one year and eight months. From these it appears that the Resident Topander must provide a further accounting for several matters, and that the given reasons for the delay 772 Previously Pag: 9770. 17. 47. Opinion of the Head Administrator regarding this, in view of the interest. with regard to the traded goods were accommodated in the expectation of a prompter handling of affairs and attention to the orders recently issued in general for reform. On that occasion, three settlements concluded with the merchants as of the end of August 1790 were also presented to the meeting, when previously stood Pag: 9770. 17. 47 or ƒ 439. 68. 5. 8. The Head Administrator, whose duty it is to provide the meeting with his considerations on such and other papers, believing that the example of these Porto Novo merchants ought to be held up and recommended to other offices for imitation. Contrary opinion of the Council. However, we noted that this was very ill-advised for
Dutch transcription
1721 769 dan Sadras agtes ta grot ƒ 1 : 2 26. monten eneode veg neseten we halven wij de vrijheijd gebruijken u Hoog Edelheeden te verzoeken of deselve dus da„ nig zullen blijven voortloopen of af„ geschreeven worden; nadien het niet ap„ parent is dat nieuwe kooplieden de schulden van anderen ooit zullen be„ taelen. Om de zuijd ofte te Sadras„ patnam zijn blijkens aanteeke„ ning ter resolutie van 31. December 1790. nade van daar ontvangene afree„ keningen der kooplieden Leveranciers en steenhouwers en drie Memorien van den voorraad van elk koopman in het bijzonder, de wesenlijke schulden vol„ gens de Boeken. . . . . . . Pag:s 3647. 8. ¾. De voorraad der kleeder daar en tegen bedragt - - - - - - . . „ 2220. 5. ¼. En overzulk het Agterstal. - . . Pag: 1427. 3. 3/8. waar aar is door een koopm: aangenoonen het zijn en dat van de oude koops met Ianuarij voldon, waar voor verscheidene, door het opper hoofd Simons gemelde reedenen bij resi lutie zijn te vinden. Dan nadien, niet tegenstaande alle de aldaar geopperde zoo righeeden de Leverancier kaloer wen„ keta Raijloe chadembera Chittij aangenoomen en op het krachtigst had verzeekert in de toen aanstaande maan Ianuarij niet alleen zijn agterstal maar ook dat van de twee oude sadrassche kooplieden /:indien weeren wind het zou toelaeten:/ door Leverancie en afzending herwaards van Doeken, die op de bisse voor 1791 konden dienen finaal te ver„ eevenen en vervolgens zijn borgtocht voor de laastgem: /:op welke geen staat was te maeken:/ op te zeggen, voor die tijd geene voor uijtverstrekking hoe ge„ naamt noch eenige contractatie begee rende 170 Reijk, per iunanele sron vn e medt negin ende aan te gaan; met verdere vertoo„ ning en instancie dat, wijl de reedenen die de Handelaars aanvoerden van de invasie der rooftroupen van Tipoe Sulkan en de daar door ontstaene vlugt der weevers, alzints op de waer„ heijd gegront en verre van voorwend„ zels zijn, de ged. e Leveranciers de ver„ zochte tijd tot Liquidatie mocht wor„ den vergunt, met verzeekering dat hij het caracter heeft van een eerlijk man te zijn en andere faverabele getuijge„ nissen ten zijnen op zichten, onder an„ deren dat hij zich in ornst tot de ver„ eevening prepareerde hij op per hoofdgeen de minste zwarigt maakte zijne in„ stancie met voordracht te ondersteunen, zoo hebben wij de nakoming van die be„ lofte het opperhoofd nadrukkelijk gere„ Commandeert de revolutie daar omstreeks is §227. rieden dat dit geen gevolg genoome, heeft, commandeert in vertrouwen dat daar aan voldoen zouworden. Maar de Resolutie die het Zui„ delijke gedeelte van kormandel, door de aldaar het Land afgeloopende erre„ guliere troupen van Tipoe sultan zeedert Iulij passato geschokt en in„ zonderheijd in Ianuarij en Februarij, al„ daar alles in een ongemeene augsten beweeging zelfs ons, om de onzeekerheid hoe het noch niet alles af zal loopen, in de noodzaekelijkheijd gebracht heeft om de Residentien Sadras en Por„ to N 0v0 voor eerst als op te breken, ge lijk onder den inzaam par: 87: beradwat genoteert staat, is die op schudding wal een van de voornaamste reeden dat de zaak der Agterstallen voormelt niet heeft kunnen worden afgevaan. Het 13 1 771 verzeekering van eh op e ontrend geen swarigheijd bereet wat hem gerecommandeerd is de Copl: 1228. voor te houde ontrend den ridelig Inzuam Het opperhoofd van Sadraspat„ nam de Titulair koopman Ioan Daniel Simons is den 20. de„ zer maand alhier gearriveert en, hee„ den ter onser vergadering gecompa„ reert, heeft hij ons, na het overgegee„ ven schriftelijk rapport van de op„ brake, zoo als het bij Resolutie ge„ inserent staat, nader mondeling ver„ zeekert, dat er geen zwarigheijd was voor het afdoen der reekening en dat de Goederen welke ten dien fine moeten dienen eer lange met de koop„ lieden zelve hier stonden te komen. Wij hebben bij onse dispositie op het rapport; voorm: Sim ons gere„ commandeert om met de kooplieden de onderhandelingen over den toestand van zaeken en de apparentien tot het den 31 Deci: vover Pertoruo gebrbijt 229. neerd ontrend het geene de resident na „ 1230. der moest verantwoorden is inschikkelijkheijd getreijkt en waarom, het aan=vangen van den inzaam voor 1791. Levendig te houden en zoo zij zich daar toe gereed en geen zwaerigheijd too nen, ons directelijk daar van te infor„ meeren. Porto Novo staat Van onze dispositie over de huijshoudelijke zaeken aan geteekent bij besluijt van 31. December 1790. wanneer we heb„ ben moeten besoigneeren over de toen ingekoomen Negocie papieren en maandelijksche onkost reekeningen zee„ dert Februarij 1789. tot ultimo Novemb ber 1790. ofte van een Iaar en agt maanden. over Bij deselve blijkt dat de Resi¬ bint Topander verscheiden zal„ ken nader moet verantwoorden en dat de gegeve reeden van het retarde„ ment 772 e o anstange t aest 1 231. voren d7. 97 70. 17. 74. „teur hierontrend, op zicht van de intrest, ment met op zicht tot de verhandel„ de, zijn ingeschikt in verwachting van „prompter expeditie van „zaeken en oplettenheijd omtrend de Iongst, over het algemeen, ter refor„ me gestelde ordres. Bij die geleegendheijd zijn ter ver„ gaedering ook geexhibeert drie afree„ keningen met de kooplieden gesloo„ ten onder ultimo Augustus 1790. wan= neer te vooren stonden Pag: 9770. 17. 47. consitimtie van den Hood adminsta, ofte ƒ 439. 68. 5. 8: de Hoofd. Administra„ teur, wienspost het is op zulke en andere papieren de vergadering te dienen van zijn consideratien, ver„ meenende dat het voorbeelt van dee„ ze Portonovosche kooplieden, andere kantooren ter navolging, voorgehouden en aangenecommandeert behoort te wor„ „din Contane gevolen desraad, vor linden. Doch wij merkten aan dat dit zeer. ongeraeden voor
English
and how that came to light, namely because the credit balances as of the last of August 1790 arose more from previous years' earnings than from those earned in that financial year, and on the other hand, from encumbering the same with 1 percent interest and possibly calculating interest upon interest; which appears to have taken place entirely without authorization and on his own authority, and is indeed completely contrary to the remark made from here and the order given under date of 11 March 1790 concerning the collection, namely not to extend it beyond what the cash supply allowed: wherefore, before ruling on this, we ordered Topander to render a further written accounting of himself regarding the credit balances of the merchants from the time they began until recently, and to show for each individual year what orders he had had regarding the collection, and by what authority he had presumed to credit the merchants for interest, even up to 1 percent per month. We also decided to place the accounts themselves in the hands of the Trade Transfer and to order them to examine them and, in that examination, to keep in mind the same orders as were given to him, with respect to the Palicol and Jaggernaikpoeram merchants; to split the accounts and, for each delivery year calculated from the first of October of one year to the last of September of the following year, to draw up a current account and to present it to the Council with his findings and considerations, together with a report in writing. Regarding this disposition, we flatter ourselves not only with Your High Nobilities' esteemed approbation, but also with the further remark made on the Head Administrator's opinion, as they could be satisfied with the demonstration of advances according to the three Portonovo returns of sold merchandise presented on the day of the aforementioned business of 31 December; namely that, had the profits stated in the remarks been obtained through actual sales, one could view it in a more pleasant light than presently, seeing that they arose from a relinquishment of merchandise to the merchants and the delivery that followed thereon; burdened with such enormous interest, besides the price increase, upon which latter point the Portonovo Resident must still account for himself to substantiate that if, as is generally claimed, these are to be attributed to damage on that merchandise, this cannot easily be reconciled with an apparent eagerness, notwithstanding that loss, to make so large a delivery that such considerable credit balances resulted from it, all of which requires further elucidation and clarification. Upon the request of the aforementioned Topander for payment of the accounts of the said merchants, as well as what he, according to his representation made at the same time, had been obliged to take up successively from the private merchant Appoe Moddelij for the settlement of the daily expenses to the amount of 2100 pagodas, we have informed him by rescript on his address that as soon as he complies with the various requisites in the aforesaid marginal disposition, and when, concerning the accounts of the merchants in particular, sufficient elucidation has been provided by him to the Trade Transfer as the requisite directs, we would then see what could possibly be done regarding the requested settlement of affairs, for which the supply of cash is presently not suitable, aside from the fact that if, upon further accounting, everything passes muster, he must blame himself and his own negligence for the failure of provision of what is needed for ordinary expenditures and legitimate payments. Meanwhile, according to his letter from Pondicherry dated the 21st of this month, when he, with the prior knowledge of the first signatory, found himself there awaiting a better opportunity to occupy his residency due to the still uncertain state of affairs, Topander would obey our order of the 12th of this month for the vacating of Portonovo, as was then decided under paragraph [...]; at least for the present regarding the dispatch of the Company's goods and causing the expenses of the office to cease by mid-February; but for himself and one of the clerks, having requested of us for reasons as stated in today's Resolution to be permitted for the present to remain at Pondicherry or Cuddalore, and meanwhile also to visit Portonovo and to serve us with a report as soon as anything could be accomplished there concerning trade or collection, as he hoped could soon happen, now that the roving cavalry of Tippu Sultan and he himself, according to general rumors, seemed to be moving to the other side of the mountains, we have given our consent to this, with such serious admonitions and exhortations as the resolution shows in more detail. We shall therefore conclude this matter of the arrears and the resolution relative thereto.
Dutch transcription
en hoedang ongenaeden voorquam om dat de saldos ten goede onder ultimo augustus 1790 meer spruij„ ten uit voorjaarige verdiende, dan, in dat Boekjaar, te goede gemaakte, ten anderen van het beswaeren van deselve met 1. p:r C:o in„ terest en mogelyk interust op interest te reekenen; ten eenemaal ongequalificeerd en op eige authoriteijt schijnt geschiet te zijn, immers geheel strijdig met de sub 11. Maart 1790. van hier gemaakte aanmer„ king en gestelde ordre aangaande den in„ zaam, namelijk om die niet verder te ex„ tendeeren van den voorraad van gelt toe„ Topande „ nader verantwoording opgelegdt iet: weshalven we alvoorens hier op te disponeeren, Top ander gelastte van zich wegens de batelijke saldos der kooplieden zeedert de tijd dat ze een aanvang name tot nu Iongst toe, nader schriftelijk te verantwoorden en, nopens ieder Iaar op zich 1 174 773 afgeleeven, zoch zilve aantehoonen welke order hij aangaande den inzaam gehad, en uijt welke authoriteijt hij zich aangematigt heeft de kooplieden voor intressen te cre„ ook zij de rekening hie te kaane diteuren zelfs tot 1. p=r =o smaand. We be„ slooten tevens om de reekeningen zelve te stellen in hangen van den Negocie overdragen en te gelasten om die te exami„ neeren en bij die examinatie in het oog te houden deselve bereelen als hem ge„ geven zijn, in op zicht van de Pallia katsche en Iaggernaik poeranse koop„ lieden; de reekeningen te splissen en van ieder levirancie Iaar gereekend van primo october van het eene tot ultimo september van het volgende Iaar een reekening Courant optemae„ ken en met zijne bevinding en Consi„ diratien aan Raade te exhibeeren met een hierop word goed kure verhoopt, § 232. een bericht in Scriptis Wij flasteeren ons omtrend dese du„ positie zoo wel met u Hoog Edelheeden g'eerde approbatie als de verdere gemaek te aanmerking op der Hoofd Administra teurs gevaelen als konden genoegen na men met de vertooning vad advan„ cen volgens drie ten dage der voorm: besoigne van 31. December overgelegde Portonovose Rendementen van verkog„ te koopmanschappen, namelijk dat, ware de bij de remarques opgegewene winsten behaalt door Atectef vertuer„ men die in een genoegelijker oog punt konde beschouwen als teegenwoordig dat ze sprooten uijt een afstant van koopmanschappen aan de koop„ lieden en daar op gevolgde Leveran cie; beswaert met zulke morme in„ treffen 774 sijn nog verantklwoorden, de versogte betaeling door den resident § 233. s uijtgesteld tot zijne meerdere verantwoor„ ung en sz, en de poris oehaging mat den rsdut teressen buijten de prijs verhooging op wel„ ke laeste de Portonovosche Resident zich noch moet verantwoorden om goet te mae„ ken dat zo, gelijk men algemeen beweerd, te attribueeren zijn, aan schaade op die koopmanschappen, dat niet wel over een is te brengen met eene als het waere be„ toonde greetigheijd om, naangezien dat ver„ lies, eene zoo ruijme Leverancie te doen, dat daar uijt zulke aanzienelijke saldos ten goede zijn voortgesprooten, al het wel„ ke nadere elucidatie en op heldering ver„ eischt. Op het verzoek van voorm: Topan„ der om betaeling der reekeningen van gem: kooplieden zoo wil als het geen hij vol„ gens zijne tevens gedaene vertooning ter goedmaking van de dagelyksche ongelden was verplicht geweest van den particulie, rs ren koopman Appor Moddelij, suc„ cessive op te neemen ten bedraegen van pag:a 2100. hebben we hem bij rescriptie op zijn addres te kennen gegeeven dat zoo dra hij quam te voldoen aan de onderscheidene requisiten bij voorsz: mar„ ginale dispositie en dat men aangaande de reekeningen der kooplieden inzonderheijd door hem in den Negocie overdragen, zoo„ danig geelucideert zal zijn als het re„ quisit komt uyttewyzen, men dan zien zoude wat er met mogelijkheid geschieden konde op de verzochte afdoening varzaeken, waar toe de voorraad van Get thans niet geschikt is, behalven noch dat zoo bij nabere verantwoordiging alles eens door den beugel kan, hij zich zelve om zijne nalaetigheijd moet wij ten het manquement van voorzie„ ning 1357 1357 175 hem is gepermitteerd sig voor § 234. eers op sondecherijen Coeklon op tchoude,, ziening van het nodige tot ordinai„ re uijtgiften en gewettigde betaelin„ gen. Invertusschen zoude hij Topan„ der, uijtwijzens zijn brief van Pon„ decherij dato 21 deser, wanneer hij zich met voorkennis van den eerst geteekenden, om de noch onzere toestant van zaeken aldaar bevond ter afwachting van beetere occasie ter bezetneeming van zijne residentie obe„ dieeren aan onze ordre van den 12. be„ vrores ter opbrake van Portonoos deeses aangetoond gelijk onder par: is toen beslooten te zijn; ten minste vooreerst omtrent de afzending van 'sComp:s goederen en het doen ophou„ den der ongelden van het kantoor met medio februarij; maar voor zich zelf Getr dog met wat dat os zijn port„ aanbod van twee Verkooninge van 't & 235 generes agtertoe„ zelf en een der Pennisten ons om reed als bij Resolutie van heeden verzocht hebbende voor eerst zich te Pondecheren of Koedeloer te mogen ophouden en intusschen ook Portonovo te bezoe„ ken en ons van bericht te dienen zoo dra er omtrent den verthier of in zaane aldaar iets kon te verrichten vallen, gelijk hij verhoopte haast te zullen konnen geschieden, nu de zwervende kuijterij van Tippoe Sultan en hij zelve, nade algemeene geruchten, zich scheenen te begeeven nade andere kant van het gebergte, hebben we hier toe, met zoo„ daenige serieuse vermaeningen en ad„ hortatien als de resolutie brieder uijtwij„ zen, ons consent gegeeven Wij zullen dus deese materie der agterstallen en het daar toe relative be„ sluijten
English
776 order, to close. Respectfully presenting to Your High Nobilities, in accordance with your orders, the statement of the general amounts thereof, of which the one has been prepared in the manner customary to send annually from here, and another in the form of a current account, not arranged according to the latest requirements, however, and not drawn up as the first undersigned had ordered. For then it ought to have been of each supplier, indicating with the date his receipts in cash or in merchandise both in debit and in credit, also with the date of the goods delivered against it, with specification thereof, instead of stating both the one and the other merely with a general amount as of the end of August. But whether it be that one has no understanding of this here, or that other motives, as well as the books not being balanced, are the cause of this, time does not permit to rack one's brain any further over what has passed. He hopes that this will be forgiven. The year of the first undersigned's special department will be different, and he hopes that there will then be no defect in the proper drawing up of the papers; since he will from time to time direct attention to the keeping of the ordered current account book and have it presented, humbly requesting that it may pass this time as it is, without prejudice to everyone's accountability whenever discrepancies are found regarding it at the closing of the books. What is more, with the delivery of the 136 777 extract from the honored rescript of April 1790, it was clearly ordered that the credit balances should no longer be deducted from the debit balances, and yet the accounts now closed, and the memorandum formed after them, suffer from the same defect, and this because one is so attached to the old evil that it will cost a great deal of effort to become accustomed to the ordered improvement and to be more accurate in complying with the orders, with which one also generally comes forward so late and delays so long that when something or other appears defective, one runs out of time to have it properly corrected. According to the accounts now sent over, the following suppliers were in credit as of the end of August 1790, namely: Palliacatta - - ƒ 5028. 18. — Porto Novo - - - - - - - - „ 43968. 5. 8. Iaggernaikpoeram - - „ 79. 17. 8. Palicol - - - - - - - - - „ 736. 16. —. Total ƒ 49813. 17. —. But all those credit balances are monsters or miscarriages wrapped in a guise that makes them pass as genuine; however, too many remarks have already been made concerning them to trouble the attention of Your High Nobilities any further, since under the Purchases and the point of Arrears, this wondrous manner of settlement and the shifting back and forth has already provided more than too much matter. What is more certain, and regarding which it is to be hoped that matters may not stand worse than they appear according to this calculation generally as of the end of August 1790, is the debit or the arrears of Coromandel, namely: Sadraspatnam - - - - - - - - ƒ 16413. 2. 8. Iaggernaikpoeram - - - „ 44715. 18. 8. Bimilipatnam - - - - - - - „ 29258. 4. —. or together - - - - - - ƒ 90387. 5. —. of which one cannot reckon anything in deduction other than what has been shown above under the respective main sections of Sadraspatnam and Bimilipatnam; not without well-founded expectation that the Bimilipatnam arrears have already been settled by the collection on the demands for 1791. 238. The monetary affairs also provide no small amount of material. The first that arose concerning this, after the first undersigned assumed administration, or the sale of the gold rupees, and objections were raised, was at the meeting of 10 November of the past year. On that day there were in the main Treasury, besides six bars of gold, also in stock 3426 pieces of gold Persian rupees. It was very amply deliberated over the multitude of inconveniences that occurred during the attempted sale of the rupees. The bid that was made for them according to the samples shown at Madras and 137 779 that which had been made shortly before, or in August, for the 287 pieces sold, differed too considerably. These had yielded an advance of 6 9/16 per cent, and according to what was offered then, or in November, a loss of 8 1/32 per cent would have to be suffered if one wished to convert any parcel of importance and for ready money; or realize a small profit of 1 7/16 per cent if one wanted to deliver them in small parcels of 25 to 100 and less. The six bars of gold had, at the time of the previous Ministry, first been sent to Madras and subsequently to Sadras, and from there sent back here again, and consequently still lay unsold. The time for entering into
Dutch transcription
776 kondes ordre, sluyten. U Hoog Edelheeden navolgens udm tie eerbiedig aanbiedende de vertooning van het Generaale bedragen dezelve, waar van de eene is ingericht in diervoege als men ge„ woon geweest is die sjaarlijks van hier te verzenden en een andere bij forma van aande laeste niet ingerigt na deseesigjten reekening courant, echter niet ingestelt zoo als de eerstgeteekende het geordonneert had. want dan had het moeten zijn van ie„ der Leverancier, met den datum aenwij„ zende zijn genot aan kontantin ofte in koopmanschappen en debet en in credit ook met den datum van de daar op ingeleeverde goederen, met specificatie van dien insteede van het een zoo wel als het ander maar met een Generaal bedraegen op te geeven onder ultimo augus„ tus. — Dan het zij men daar van hier geen begrip heeft, het zij dat andere motiven schuden, ren ter neemen. motiven, ook wel het niet etten staan va de Boeken, hier van de oorzaek zij, de zij laat niet toe, daar meede voor het gee gepasseert is, vorder het Hoofd te brie„ hij hoops dat zilx n tovorlgeeten zal weken. Het Iaar van des Eerstgeteeken„ des speciaal departement, zal mor„ dre zijn en hy hoopt dat het als dan aan de richtige instelling der papieren niet zal haperen; wijl hij op het hou„ den van het geordonneerde reekening courantboek, van tijd tot tijd de aan„ dacht vestigen en zich dat zal vertoo„ ve soak om mit het tegenwoordigenoen men laaten verzoekende ootmoedig dat het ditmaal mag doorgaan zoo als het is, onvermindert een ieders verant„ woording wanneer bij de uitkomst, ofte het sluijten der boeken, daar omtrend descordantien worden bevonden. wat entgelnde zid daarin negal gj dat, meer is men heeft met afgave van Extract: 13 136 777 1 Joneraal Creditder der vancind 236. is ƒ 49813. 17. -. Extract uyt de g' eerde rescriptie van April 1790. duijdelijk bevoolen, dat de sal„ dos te vooren niet meer zouden worden afgetrokken van de saldos ten quade en echter laboreert de nu geslootene reeke„ ningen daar na geformeerde Notitie, aan het zelve gebrek en zulks door dien men aan het oude quaad zoo vast is. dat het vrij wat moeiten kosten zal om zich aan geordonneerde ver„ beetering te gewennen en naukeurigen te zijn in de nakooming der ordres, waar meede men ook door gaans zoo laet voor den dag komt en zoo lang traineert dat wanneer het een of an„ der gebrekkig voorkomt men tijd te kort schiet om het behoorlijk te laeten verbeeteren. Na volgens de thans overgaande te voorm: dan houlanig dit maar gecorsiserd word. Credit als: De Palliacatta - -ƒ 5028. 18. — Porto N0vo - - - - - - - - „ 43968. 5. 8. „ Iaggernaikpoeram. - - „ 79. 17. 8. Somma ƒ49813. 17. —. maar alle die bastelijke saldos zijn ge drocten of mitgeboorten die gewikkelt zijn in een optavisel dat ze als echt doet doorgaan; doch waar omtrent reets te veel aanmerkingen gemaakt zijn om er de attentie van u Hoog Edelheeden verder meede te vermoeije„ lijken wijl onder den Inkoop en het point van Agterstallen deese won„ derlijke wijze van afreekening en het over en te vooren raeken reets meer dan Palicol - - - - - - - - - „ 736. 16. —. voorm: Reekeningen, zijnde volgende Leveranciers onder ultimo Augustus 1790 te 1770 179 0. en zeker agterta 1 9o 7:5. 2337: run kangereekend worden, te veel stoffe heeft opgelevert. Het geen zeeker der gaat en waar omtrent het te hoopen is dat de zaeken niet ergen mogen staan, als ze zich nadit bereekenen, generalijk onder ultimo Augustus 1790. vertoone, is den debet ofte de Agterstallen van Kormandel; te weeten: P„e Sadraspatnam - - - - - - - - ƒ16413. 2. 8. Iaggernaikpoeram - - - „ 44715. 18. 8. Bimilipatnam - - - - - - - „ 29258. 4. —. of te saemen - - - - - - ƒ90387. 5. —. akwaar van enkel Jadrasen Binclspin minden waar van men niet anders in minde„ „ring kan reekenen van het geen, hier voor, onder de respective hoofddeelen ofte van Sadraspatnam en Bimilipatnam vertoont is; niet zonder grondige verwachting dat het Bimilipatnamsche Agterstal door den 179 an den inzaam op de Eisschen voor 1791 bereets is vereersent. De Geldzacken leve §238. ren meede niet weinig ter materie meijl then enden met van gonde rij Het eerste dat daar over, na des Eerst geteekendes aanvaart bestier„ ofte den verkoop van de Goude rop„ en bedenkingen zijn ontstaan, is geweest ter bij eenkomst van den 10. November Ao passato. Ten dien dage waren er bij de groote Geld kamer, buijten zes staven Goud ook in voor„ raad 3426. stuks Goude per„ siaansche ropijen is zeer ampel gedo libereert over de meenigte van voorge„ komen inconvendenten bij den geten„ teerde verkoop van de ropijen. Het bod dat daar voor nade te Madras vertronde Monsters wierd gedaan en het 137. 779 het geen kort bevoorens ofte in augus„ tus voor de verkogte 287. stuks was gemaakt verschilde te aanmerkelijk. Deeze hadden een advans van 6. 9/16. prC: gegeven, en na het geen toen of in November gebooden wierd, zouer op moeten verlooren worden 8 1/32 prC o indien men eenige parthij van be„ lang en voorgereed gelt begeerde om te zetten; of een winstje ophae„ len van 1 7/16. prC:o wanneer men ze bij kleine partytjes van 25. tot 100 en minder wilde afleeveren. De zes staiven Gout waeren ten tijde van het voorige Ministerium eerst naar Madras en vervolgens na sadras en van daar weder herwaards gesonden en lagen overzulks ook noch onverkogt. De tijd tot het aangaan van -
English
had been entered into under the new contract of the Tender for 1791, gradually ran into deficits on the concluded Trade of 1790. The Suppliers still had to be paid the aforesaid balance of pagodas 1117. 12. ¾ or ƒ5028. 18., and the embarrassment in which we found ourselves regarding the merchandise has already been described in detail under the heading of Sales. Just as on that day regarding the small sales of 1789/90 we were obliged to have some questions put to the former Authority, Mr. Tadama, so we also had an elucidation requested of him, both concerning the type of rupees that had already been sold as well as those still on hand; whether the rupees previously sold had been assayed, and if so, to then likewise have the remaining ones assayed; meanwhile charging the Head Administrator with drafting a Memorandum on the amount of the returns on the respective Demands for 1791, according to the unincreased and last paid prices, and to try to negotiate the highest price for the rupees, even if only in small parcels and to supplement what was absolutely necessary for ready Money in the Household. Section 239. At the following meeting of 18 November, when the aforesaid Memorandum requested from the Head Administrator had been received and inserted, we also read the written answer given by the aforementioned former Authority to the Secretary of this meeting to the various questions put to his Honour, with respect to the 287 sold rupees, containing that these had not been assayed but surrendered out of hand because they yielded a good profit; that of the remaining ones, two hundred had been melted down, namely 100 by the Assayer De Vries and 100 by the Shroffs at Madras according to the content found by De Vries, upon whose skill in that work one could, according to the testimony of the English Assayer, rely, and why he, Tadama, judged it safest to have all the remaining rupees melted down and assayed by the same De Vries, in order to sell them according to the finding of the alloy; as it being impossible to assume that one could sell them at a profit, although a loss of 8 1/32 percent also appeared too considerable to him. Upon this, it was recorded by resolution that no proof is to be found anywhere regarding the findings on the rupees by the Shroffs; but that De Vries, summoned to the meeting, avows that one of the bars of Gold, then still in the main Treasury, was cast from the rupees melted down by him on the order of the aforementioned Mr. Tadama, which were found to be of different alloys, namely 100 Persian and 100 Batavia rupees, of which 50 whole and 100 half, which were transformed into 2 bars, of such alloy before and after melting had been found, as the report inserted in the resolution comes to show, as well as the assay, being for the Persian 20 Carats and 5 grains and for the Batavia rupees 18 Carats 4¾ grains. In order now to learn what value would be placed on the stock of the aforesaid Persian Gold rupees at the Treasury by Shroffs or money-assayers, and whether one could subsequently sell them or furnish them in reduction of what had to be disbursed on the account of Delivery or in the Household, the Head Administrator was charged, on the aforesaid day of 18 November, with the commission to let that examination proceed, submitting with the permanent Commissioners a written Report thereof to us. Section 242. The aforementioned Resolution of 18 November also shows that we had already then been considering, with deliberations, how we would find the capital necessary for the first term of the disbursement on the Tender, and according to the calculation inserted into that Resolution, it had outwardly the appearance as though there were no difficulty therein, if one could convert the means on hand quickly enough into ready money; but because it depended primarily thereon, nearly all hope thereof vanished, owing to the multitude of inconveniences that opposed it. Section 243. From the aforesaid commission charged to the Head Administrator regarding the valuation of the frequently mentioned 3426 gold Persian Rupees, at the session of 23 November 1790, a written report was made, indicating that the shroffs had judged them all to be of one and the same coinage, except for a small quantity of 50 pieces, being an older Coin of finer Alloy and, according to their calculation, worth a quarter pagoda more than the remaining 3376, which they valued at 3. 37/16 Star Pagodas or ƒ 16. 11. 14 per rupee, amounting to 3. ¾ percent more than the noted price; with this understanding, however, that while they thus assessed them, they possessed no means to exchange the same for pagodas in cash. We could therefore do nothing else in this matter than try to make the rupees agreeable to the Suppliers at the aforementioned price, or 2 7/16 percent more advance than that noted in the resolution of 18 November, although they, as well as the shroffs, lacked the means to accept them as such or for ready Coin. Owing to this embarrassment and considering that the best Gold and so forth had been disposed of everywhere prior to the arrival of the undersigned here, and in comparison with what had previously been sold no other stock had remained on hand than that which, if not yielding a loss, would certainly not yield that profit shown to have been obtained upon the sale of 42 bars
Dutch transcription
geaan zijn van het nieuwe contract der Aanbestee„ ding voor 1791, schoot gaande weg in, op de afgeloopen Handel van 1790. moesten de Leveranciers het voorsz: saldo van pagooden 1117. 12. ¾ ofte ƒ5028. 18. noch be„ taald worden, en de ongeleegenheijd waa in we ons met de koopmanschappen bevonden is onder den titul van ver„ koop bereets omstandig beschreeven. emnt vage desvegen den genis geae de selijk we dan te dien dage nopens den geringen vertien van 17 9/90. ver„ plicht waeren den Heer geweesen Ge„ zachhebber Tadama eenige vraegen te laeten doen, lieten we hem tevens elucidatie verzoeken. zoo aangaande het soort van ropijen die reets verkocht als die noch aanhanden waeren; of de te vooren verkochte ropijen g'essoijt eert zijn en zoo Pa, om dan de noch overige 780 ber overige insgelijks te laeten Essaijeeren, inmiddels den Hoofd Administra„ teur op te draegen het formeeren van een Memorie van het bedraegen der retouren op de respective Eisschen voor 1791. nade onverhoogde en Iongst be„ tailde prijsen, en voor de ropijen, al ware het ook maer bij kleene parthijen en tot supplement van het geen aan gereed Geld in de Huijshouding volstrekt nodig ware, de hoogste prijs te zien te bedingen. § 239. Ter volgender bij een komst van 18. November, wanneer de voorsz: van den Hoofd Administrateur gerequi„ reerde Memorie ingekoomen en gein„ antwoord van den gewesen geradsel sereert i, laazen we ook het door voorm: Heer afgegaane Gezachhebber aan den Secretaris dezer vergadering schrifte„ lijk. lijk gegeven antwoord op de aan zijn E: onderscheidene gedaene vragen, met op zocht tot de verkogte 287. stuks ropjen behelsende dat die niet waeren gessaij„ eert maar voetstoots afgestaan om dat ze een goede winst gaven; dat van de noch overige en twee Hondert waeren versmolten, te weeten 100. door den Essaijeur De vries en 100. door de Sarafs te Madras na het bevonde„ ne gehalte door de vries op wiens kun„ digheijd in dat werk men zich, volgens getuijgenis van den Engelschen Essaijur mocht verlaeten en waarom hij Iada„ ma oordeelde secuurst te zijn om alle de overige ropijen, door den zelve De vries te laeten smelten en assaij„ eeren om, na bevinding, van dezelve alloij verkocht te worden; als onmoo„ gelyk 138 717 781 bevinding van allaij den ropije doorden 240. hossijeter de drijf, gelijk stellende dat men ze met winst zou konnen verkoopen, schoon een verlies van 8 1/32 percento: hem ook te aenmerkelijk voor quam. Hier op is bij resolutie aange„ teekend dat er aangaande de bevin„ ding der ropijen door de Sarafs geen bewijs ergens is te vinden: maar dat De vries in vergadering ontbooden avoueert dat een van de staven Goud, toen noch in de groote Geldkamer, was gegooten van de door hem op ordre van gem: Heer Tadama versmol„ tene ropijen die van different alloij zijn bevonden teweeten 100 Pertiaansche en 100. Bataviasche ropijen waar van 50. heele en 100 halve welke tot 2 stu„ ven getransformeert van zoodanig al„ loy, voor en na de smelting waren bevonden hoedanig wat de aan hand wesen § 241. de gehandelt is bevonden, als zijn bij resolutie ge„ insereert rapport komt uijttewijzen, als meede het bssaij zijnde vande persiaansche 20. Car:t en 5 gr: en van de Bataviasche ropi 18. Car:t 4¾ gr: Om nu te ervaeren wat waarde en zou worden gesteld op den voor„ raad van voorsz: persiaansche Gou„ de ropijen bij de Geldkamer door Sa„ rafs ofte geldkeurders, en of men de„ zelve daar na zou konnen verkoo„ pen of verstrekken in mindering van het geen opreekening van Le„ verancie of in de Huijs houding moeste worden uijtgegeeven, werd ten voorsz: dage van 18. November de Hoofd„ administrateur de commissie opge„ draegen om die examinatie te lae„ ten gevolg neemen, doende met de per manente 782: permanente Gecommitteerden daarvan aan ons Rapport in scriptit. 1242. Ook toont gem: Resolutie van 18. November aan, dat we toen reets bedacht geweest zijn met over„ leggingen hoe we het kapitaal no„ dig tot het eerste termijn der verstrek„ king op de Aanbesteeding zouden vin„ den, en na de bij die Resolutie geinsi„ rerde calculatier bereekening hadde het uiterlijk aanzien genoeg als wa„ re daar toe geen zwaerigheijd indien men de middelen welke daar toe aan handen waeren, schielijk genoeg konde veranderen tot gereed geld, maar wijl het voornaemelijk daar van af hong zoo verdweenen genoeg zaam alle hoop daar toe, mits de meenigte van inconvenienten, welke zich daar tegen tegen overstelden. van de voorsz. den Hoofd Ad„ 1243. ministrateur opgedraegene commissie wegens de taxatie van de meerm 3426. goude persiansche Ropijen ter ses„ sie van den 23 November 1790: zijn„ de gedaant van schriftelijk bericht, aan„ wij zende dat de sarafs die hadden geoordeelt te zijn alle van een en de„ zelve munt uijtgenoomen een klei„ ne quantiteijt van 50. stuks, zijnde een ouder Munt fijner van Alloij en na hunne reekening een quart pa„ good meerder waerdig als de overige 3376. die zij waardeerdens ieder ropij op sterre pag: 3. 37/16. of ƒ 16. 11. 14. uijtmaeken„ de 3. ¾ prC: o meer dan de aangeroeken„ de prijs, zoo nochtans, dat zij ze dus wel taxeerden maar geen vermogen be„ Laeten 679 783 verklaard beswaar door den Estgen § 2. 44. teekende weg:s de oorzaek van ongeleegend heijd aan ved zaten om deselve, contant, voor pagooden, te verwisselen. Wij konden dus hier in niet anders doen dan te trachten om de Leveran„ ciers de ropijen tegen de gem: prijs, oft 2 7/16. p:r C. o meir advans dande aangeteekende ter resolutie van 18. November smaekelijk te maeken, schoon het hun zoo wel als de sarafs aen vermogen ontbrak om ze dusdanig of voor gereede Munt aante„ neemen. Mits dese ongeleegenheijd en uijt aanmerking dat over al het beste Goud en s3: was gedisponeert, voor des bersgetee„ kondes arrivement alhier, en en bij verge lijking van het te vroren verkogte geen andere voorraad aan handen was ge„ bleeven dan die, zoo geen verlies, immers dat voordeel niet zoude geeven als blijkt behaalt te zijn, bij den verkoop van 42. staven de
English
bars of gold and 17 1779½ pieces of diverse gold rupees from the latest shipment by the ship Horssen, the first signatory found himself obliged, at the aforementioned meeting of 23 November, to record his grievance concerning this, as well as the overly ample dispatch to the offices to the north, the more so because, by disposing in such a manner, one has continually played into the hands of the servants to keep the disbursements going and to leave the arrears unaccounted for, as is most convincingly demonstrated in this matter with Bimilipatnam. For, according to the Resolution of 29 July 1790, of the 25 bars of gold destined for Iaggernaikpoeram, 7700 pagodas had to be sent to Palicol and 6600 pagodas to 085 784 to Bimilipatnam, and the outcome of affairs has shown how lamentably the trade at Palicol turned out, and that, had the Bimilipatnam project not been stopped, the portion intended for them would also have become entangled in the disastrous series of arrears, whereas now, because of our earnestness, it is still and even more in petto, notwithstanding that the trade for 1791 may already be counted as completed. Palicol still has its share, or 13 bars of gold, on hand as well, and Iaggernaikpoeram does not lack money either up to now. Palliacatta alone stands at a loss, and if one thoroughly investigates the trade conducted why no further about this f 245. ten trade for 1790, the outcome should prove, better than now, how much of the capital of f 412303. 2. 8 that was on hand here in 1789/90, mostly in ready money, was employed with profit or actually for the aforementioned trade for 1790. However, to dwell on this at present, since so much has already been said of the confused course of trade, would cause only more confusion instead of clarification, your Right Honourables being pleased to combine what the sale of the wood etc., item that of the merchandise under the ultimate of August 1401 785 sold gold in 17 and knew there p Insertion general return. to find the abovementioned capital of the gold sold in 1789/90 to the quantity of 83 bars and the aforesaid 1799½ pieces of gold rupees, an individual General Return has been drawn up, just as for the disposed trade wares, showing that all the sold gold yielded 6 ¼ per cent profit, except for 10 bars from the parcel brought to Batavia by the ship 's Lands Welvaren of the Chamber of Amsterdam, which yields an advance of only 5 13/16 per cent. The Batavian gold rupees lose 2 5/16 and the gold Persian rupees, on the other hand, gain 6 3/16 per cent, as all this is further demonstrated by the return, showing an excess profit of f 20200. 10. amounts to under the ultimate of August 1790, immediately come General Return M 9 Tp: 1117. 1. 17. ½. South Main Cash Office. Mg: : 842. 19. 1. 2/56. 83 bars of European gold and ditto by weight brought here in this year by the below-mentioned ships and vessels; namely: Mg: Weight: Mg: f: 620. —. —. —. 473. — —. — at 31 bars from the parcel by the ship Schoonderloo from the Netherlands for the account of the Chamber of Amsterdam, to Batavia, and from there by the ship Den Arend to Colombo, and subsequently brought hither via Trinconomale by the bark De Jonge Willem Arnold. My Fr:s by the ship Neerlands Welvaaren from the Netherlands for the account of the Chamber of Amsterdam to Batavia and from there by the ship Huisduinen to Colombo, furthermore brought here via Jaffanapatnam by the boat De Calpettijs Welvaaren 167. 5. 3. ¾. 151. 13. 3. 5/12. 20 bars from the parcel brought here from Batavia by the ship Horssen 82. 3. 17. ½ 63. 7. 7. 17/16 16 bars also from the parcel brought here from the main settlement Batavia by the ship Horssen. . . 47. —. 16. ¼. 29. 22. 2 15/12. 6 bars from the just-mentioned parcel brought by Horssen - - - 47. – 16.¼. —. –. —. Cash. 1512½. — – 1512. ½ Pieces of Gold Batavian Rupees, from the parcel brought here in this year from the main settlement Batavia by the ship Horssen 287. —. Persian gold rupees 200. —. —. —. 125. — —. . —. 10 bars from the parcel are brought - - 200: —. —. –– brought- - - - - - - - - - - - - 287. — —. – 82. 3. 17 ½. —. — — 167. 5. 3 ¾. —. –. General Return of such European gold as has been traded here at the Main Settlement, as well as at the subordinate offices of this Government, from the first of September 1789 up to the date of these presents, so far as the papers have arrived from there, with indication of the purchase and sale prices thereof and the advances gained and loss, both per cent and in total, namely: Palliacatta. Sadraspatnam. Porto Novo. Porto Novo. Iaggernaikpoeram. Palicol. Bimilipatnam. Purchase price in total. Selling price in total. Profit. Per cent: In total Loss. Per cent. In total Subtract the purchase price from the selling price, and the loss from the Pulicat In total 620. —. — – 786 European gold, gold by weight and cash as from the first of September 1789 until the date of these presents subordinate offices of this Government, so far as the papers have arrived from there and prices and gained advances and loss, both per cent and in total, namely: Porto Novo. Iaggernaikpoeram. Palicol. Bimilipatnam. Purchase price in total. Selling price in total. Profit. Per Cent: In Total In total Loss. Per Cent. In Total —- — —. f 177375: — —. f 189170. 9. —. 6. 1/8 f 1795: 9. —. —. –. f. —. — — f 46875: —. —. f 49615. 15. 8. 5. 1/16. f 2800. 15. 8. —. — —. —. —. —. — —. —. —. . —. f 56832. 15. —. f 60612. 2. 8. 6. 1/16. f 3779. 7. 8. — – — — — . — —. - —. . —. f 23744. 14. 8. f 25323. 14. 8. 6. 1/8. f 1579. – –. —. – — – – - — —. — —. . —. —. f 11221. 12 —. f 11967. 18. —. 6. 1/16. f 746. 6. –. — – — – – — – — —. f 30250. —. —. f 29437. —. 8. —. —: —. — —. 2. 1/16. f 812. 19. 8. -. - — . -. f 4592 — - f 4904. 11. 8. 6. 4/16. f 312. 11. 8. —. – —. Sum - . . . f 350891. 1. 8. f 371091. 11. 8. f 21013. 9. 8. f 812. 19. 8. . - - - - - - - - - f 350891. 1. 8. f 812. 19. 8. - - - - - f 20200. 10. -. . . . . . . f 20200. 10. —: Castle Geldria, the 12th of January 1791. for ultimate August 1790. — excess profit. .. Remainder Your Right --- f
Dutch transcription
staven Sout en 17 1779½ Stuks diverse Gou de ropijen van den Iongsten aanbreng per het schip Horssen, vond hij eerstge teekende zoch verplicht van ter bij een„ komst van 23. November voormelt zijne beswaernis daar over zoo wel, als de, te ruime verzending naarde kan tooren om de noord te laeten aanteekenen te meer men door dutdanig te disponeer ven den bedienden steeds in de han„ den heeft gewerkt om de verstrek kin„ gen gaende te houden en de Agterstal„ len onverantwoord te laeten, gelijk met Bimilipatnam aller over„ tuigenst, in deesen komt te blijken. want, na de Resolutie van 29:' Iulij 1790: moesten van de naar Iaggernaikpoeram gedestineerde 25 staven Goud 7700. pa„ gorden naar Palicol en 6600. Pagoode naar 085 784 naar Bimilipatnam worden gezonden, en bij de uijtkomst van zaeken is gebleeken hoe droevig het met den Handel te Palicol is afgeloopen en dat, hadde men het Bimilipatnamsche voor„ neemen niet gestuit, de hun toege„ dachte portie ook al onder de Juneste reek: van Agterstal zouverwart geraakt weezen, daar ze, uijthoof„ de van onse serieusiteit, nu noch en zelfs meer in petto is, niet teegen„ staande den Handel voor 1791: bereets voor afgeloopen mag worden geree„ kint. Palicol heeft zijn aandeel ofte 13. staven Goud ook noch aan handen en Iaggernaikpoeram ont„ breekt het tot nu toe meede aan geen gelt: Palliacatta alleen staat ver„ leegen en zoo men den gedreeven han„ dil waerom hierover geen verderomtle ƒ 245. tien del voor 1790. eens grondig nagaat, baar zou de uijtkomst, beeter als nu, mo ten bewijzen, hoe veel er van het kapitaal van ƒ412303. 2. 8. dat in 17 29/90. alhier, meest aan gereet Geld, aan handen is geweest, met nut of eigenlijk tot den gemelde Ham„ del voor 1790. is geimploijeert ge„ worden. Doch hier bij thans staan te blijven, zou, daar 'er van den verwarden loop des Handels be„ reets zoo veel gezegd is, insteede van opheldering maar meer= der confusie veroorzaaken u Hoog Edelheeden gelievende bij een te voegen wat den verkoop van het hout ens3:; item die den koop„ manschappen onder ultimo Augus„ dus 1401 785 verkogt goud in 17 /e en wist daar p„ Insertie generaal rendemant. het bovengem: kapitaal te vinden van het in 17 89/90. verkochte Goud ter quan„ titeijt van 83. staven en de voorsz: 1799½ stuks goude ropijen is, even als van de verthierde handelwhaeren, een apart Generaal Rendement ingericht, vertoonende dat al het verkochte goud 6 ¼. p:r C:t winst heeft gegeeven, uitge„ nomen 10. staven; uijt de parthij per het schip 'slandswelvaeren van de kamer Amsterdam te Bata via aangebracht, dat maar een advans van 5 13/16. p:r C:o opleevert. De Bataviasche Goude ropijen verliezen 2. 5/16. en de Goude per„ siaansche ropijen winnen daaren teegen, 6. 3/16. p:r C:o gelijk dat alles bij het rendement, een overwinst van ƒ 20200. 10. aantoonen„ de, nader komt te blijken. - tus 1790 beloopt komen terstont Generaal Rendement M 9 Tp: 1117. 1. 17. ½. Suitd Groote Geld Cassa. Mg: : 842. 19. 1. 2/56. „ 83. staaven Europase Goud en d:o bij Gewigt per onder temeldene scheepen, en vaarthuijgen in deesen Iaare alhier aangebracht; teweeten: Mg: W:t Mg: f: 620. —. —. —. 473. — —. — â 31. staaven uijt de par„ thij per het schip schoonder loo uijt Ne„ derland voor reeke„ ning van de kamer Amsterdam, te Ba= tavia, en van daar p:r 't schip Den Arend te colombo, en vervol„ gens perde barck De„ Bonge willem Arnold over Trinconomale her„ waarts aangeb:t Mij Fr:s p:r 't schip Neerlands wel„ vaaren uijt Nederland voor reek: van de kamer Amsterdam te Bata„ via en van daar p:r 't schip Huijsduijnen te colombo voorts per„ de boot De calpettijs wilvaaren over salfa„ napatnam alhier 167. 5. 3. ¾. 151. 13. 3. 512. „ 20. staven uijt de partij per 't schip Horsen van Batavia alhier zijn aangebracht - -„ 82. 3. 17. ½ 63. 7. 7. 17/16 „ 16. staaven meede uijt de parthij per het schip Horssen vande hoofd„ plaatse Batavia al„ hier aangebracht. . . „ 47. —. 16. ¼. 29. 22. 2 15/12. „ 6. staven uijt eeven gem. parthij per Horssen aangebracht - - - „ 47. – 16.¼. —. –. —. Contanten. 1512½. — – 1512. ½. P:s Ropias Goude Bataviase, uijt de partij per het schip Hoosen van d' Hooft plaatse, Batavia in deesen Iaare alhier zijn 287. —. „ Persiaanse Goude ropijen 200. —. —. —. 125. — —. . —. „ 10. staaven uijt de partij zijn aangebragt - - „ 200: —. —. –– aangebracht- - - - - - - - - - - - - „ 287. —„ —. – 82. 3. 17 ½. —. — — 167. 5. 3 ¾. —. –. Generaal Rendement van zodanige Europase oud ses, alhier ter Hoofdplaetse, mitsgaders op de subalterne Comptoire verhandelt zijn met aanwijsinge van derselver kostende verkoops prijsen Pallia Sadras„ Port patnam Nov Catta. Substraheere 't in van 't uitkoops, en het verlies van het Pulllacatta Inth 620. —. — – 786 ase houd, Goud bij Gewicht en Contanten als en 't zedert primo september 1789. tot dato dee„ omptoiren deeses Gouvernements, tot zoo verre de papieren van daar ingekoomen en prijsen en behaalde Advancen en verlies, zoo p:r C:o als in 't Geheel, Namentlijk: „Porto Iagger„ Pali„ Binili Inkoops in verkoops winst Verlies. am N0v0. naukpm Col. Pr Cento: Int Geheel P=r Conto. Int Geheel patnam. 't Geheel In't scheil —- — —. ƒ 177375: — —. ƒ 189170. 9. —. 6. 1/8 ƒ 1795: 9. —. —. –. ƒ. —. — — „ 46875: —. —. „ 49615. 15. 8. 5. 1/16. „ 2800. 15. 8. —. —„ —. —. —. —. — —. —. —. . —. „ 56832. 15. —. „ 60612. 2. 8. 6. /1. „ 3779. 7. 8. — –„ — — — . — —. - —. . —. „ 23744. 14. 8. „ 25323. 14. 8. 6. 1/8. „ 1579. – –. —. – „— – – - — —. — —. . —. —. „ 11221. 12 —. „ 11967. 18. —. 6. 1/1. „ 746. 6. –. — – „ — – – — – — —. „ 30250. —. —. „ 29437. —. 8. —. —: —. — —. 2. 1/16. „ 812. 19. 8. -. - — . -. „ 4592 — - „ 4904. 11. 8. 6. 4/16. „ 312. 11. 8. —. –„ —. Somma - . . . ƒ 350891. 1. 8. ƒ 371091. 11. 8. ƒ 21013. 9. 8. ƒ 012. 19. 8. . - - - - - - - - - „ 350891. 1. 8. „ 812. 19. 8. - - - - - ƒ 20200. 10. -. . . . . . . ƒ 20200. 10. —: t Geldria Den 12 Ianuarij 1791. voor ultimo augustus 1790. — zij ver winst. .. Rest Du Hoog --- ƒ
English
Your High Nobilities having been pleased to remark, in the esteemed rescript of 17 August last, page 35, that in the Yield sent over in the past, the charges, the loss, or the profit on the Gold ought to have been noted, since in the Coromandel letter of 26 March preceding, paragraph 53, only the profit was stated; the Head Administrator was ordered, at the meeting of 23 November aforesaid, to serve a report on this matter, whereby it had to appear whether or not any expenses occur in the sale of the Gold, and if so, where these were entered and balanced. This has not been complied with, and from the aforementioned inserted Yield it appears as if no charges whatsoever were taken into consideration for the sale of gold, which, however, is proven to be otherwise, partly from what was paid in Interest here, already cited under the chapter of Arrears in paragraph 170 as originating from interest which one had to pay in the meantime, before the proceeds of the sold gold could be collected, for borrowed money, or else as a brokerage for prompt payment within the customary time of 25 days, which is entirely the time agreed upon for settlement, as will be proven by the yields that are to follow, since it does not suit everyone to defray such charges from their own purse out of mistaken generosity as before. The four bars of Gold from the latest arrival by the ship Horssen, which upon being offered for sale on sight were refused according to the Batavian Assay slips that were still to be found on those bars, were reassayed here by the Assayer De Vries. The Report of this operation of his is inserted in the Resolution of 10 December and shows a considerable difference between the recorded and the locally found Assay, namely: No. 1. 7 Car. [illegible] gr. No. 4. 2 Car. 3¾ gr. less, item No. 2. 1 Car. 11¾ gr. and No. 3. 2 Car. 6¼ gr. more than the Assay drawn at Batavia. We have had that report, like the previous one, confirmed under Oath by the Council of Justice. The samples of gold with the slips that were found on the bars, and on account of the dampness of the main Treasury have already deteriorated, we attach with the account of their costs among the annexes to this. For four similar samples cut from the bars and sent to Madras, the Sarafs, upon valuation of the Gold, offered no more than: for No. 1, for 100 Pag. Heavy: 68¾ Pag. for No. 2, for 100 Pag. Heavy: 93¾ Pag. for No. 3, for 100 Pag. Heavy: 90 Pag. for No. 4, for 100 Pag. Heavy: 84 Pag. provided that the Gold or the bars were assayed beforehand by the Madras Mint Master for reasons as stated in the resolution. But since this gave too exorbitant a loss, we resolved to seek another less detrimental opportunity, as there remained no possibility to dispose of the same without loss. Meanwhile, with all these interventions, not only was precious time lost, but unfortunately, on account of the lack of ready cash in the busy Mint work at Madras, which proceeded incessantly to process what had been brought in specie from Bengal to make good the baggage-train and war expenses, one could not obtain any definitive answer regarding the sales prices, nor get any sums of importance into one's hands for the Gold itself as quickly as was wished. The expenses, meanwhile, continued to mount, the treasury was becoming empty, and anxiety over how to manage what was needed for the first installment of the advance on the contract due by the end of January approached day by day. Deliberations and calculations were the only remedies to devise how things could finally be arranged. The state of Finances, as inserted in the resolution of 10 December, was outwardly comforting enough to maintain hope and courage. It merely depended on how one would manage to find, up to the end of July, a capital of ƒ254530: 11: 8 and retain a sum of ƒ92368: 10: 8, or fall short by ƒ3706: 9: 8. The former would be the case upon a speedy sale of the stock of Gold and the merchandise, and the latter if one did not succeed in the sales and also remained subject to endless inconveniences with the sale of Salt. Because of this, there was already a shortage of ready Money in the month of January to cover expenses as well as otherwise, and how we shall discover or manage to make both ends meet until the end of July, time must tell. Amid all these difficulties, we still consider it a stroke of luck that, in order to reduce the first installment of the advance, the Suppliers agreed to accept merchandise to the amount of 10573: 11: 1 pagodas, and thus we, by the end of [illegible]
Dutch transcription
U Hoog Edelheeden bij de g'eerde res„ waareom als nog goom ongldentep t ver ƒ 246. sigte goud ijvandement van ae psr oerege ven. —. criptie van 17. Augustus laestleeden pag: 35. gelievende aantemerken, hoe bij het in d:o passato overgezonden Rendement had moeten genoteert zijn, de ongelden, het nadeel of de winst op het Goud, alzoo bij de kormandel„ sche brief van 26. Maart bevoorens par. 53. , maar alleen de winst was opgegee„ ven, is de Hoofd Administrateur ter vergaedering van 23. November voorm: bevolen hier op te dienen van bericht waar bij moest blijken of er bij den ver„ koop van het Gout al of geen onkos„ ten vallen, zo Ja waar die opgebracht en vereevent zijn geworden. Hier aan is niet voldaan en uijt het voorsz: gein„ sereert Rendement laat het zich aan zien, als quameier tot den verkoop van sout geene ongelsen in aanmerking, het welk. 141 787 her ijte tansblijk at te vallen -- met sorssen ontvangen.. welk echten anders Consteert, eensdeels uit het betaelde aen Interest hier voor bij het chapiter van Agterstallen bij par: 170. reets geallegeert als herkomstig uit rhenten welke men intusschen, of een het provenu van het verkochte goud was binnen te krijgen, voor opgenoomen geld, of wel heeft moeten betaelen als een courtage voor prompte betaeling binnen 3 „tijdt de gewoone„ van 25. dagen, die door gans de tijd zijn dat de voldoening word bedon„ gen, gelijk met de rendementen die staan te volgen, zal beweesen worden, nademaal het ieder een niet convenieert om zulke ongelden als te vooren; door verkeerde ge„ nereusiteyt, uit eige beurse te bekostigen. binten an saerged g 247. De vier staven Goud uyt den Iongste aanbreng per het schip Horssen welke men bij aanbieding ter verkoop op sien was warvan het raport bebodig is. 1248. den aangeboden. — drat weigerde aanteneemen nade Ba„ taviasche Essaij briefjes welke aan die stu„ ven noch waren te vinden, zijn alhier door den Essaijeur De vries heresCayeert Het Rapport van deeze zijne verrichting staat ter Resolutie van den 10. Decem„ ben & p:o geinsereert en toont een aan„ merkelijk verschil aan in het aan„ geschreeven en alhier bevonden Escaij teweeten: N:o 1. . 7. Car: J. g:r e „ 4. . . . 2 „ 3¾. „ minder, item 2:. 1. „ 11¾ „ en „ 2 „ 6¼. „ meerder dan het te Batavia getrokkene Essaij wij hebben dat rapport gelijk het voorige, bij de Raad van Justeze vn saven besijbiuses er vae an met Eede laeten bekrachtigen. De proeg jes gout met de briefjes die aan de 3. staven - 788 wat op mad ras vor 't houd geboden is. ngna vam, alde shatelik ase sen stuven gevonden, en mits dochtigheid van de groote Geldkamer, bereets gede valigeert zijn, voegen we met de aan„ reekening van dies kostende onder de bij lagen deeses. voor vier gelijke proefjes van de staven gekapt en naar Ma„ dras gezonden, boden de Sarafs, bij taxatie van het Goud niet meerdan van N:o 1. voor 100. Pag: Zw: ; . . P/o 68. ¾. 93. ¾. „ 2. . „ —. „ „ 3: „ —. „ „ 90. —. „ „ „ 84 —. mits dat het Goud ofte de staven voor af door den Madrasschen Muut„ meester geessaijeert wierde om reeden als bij resolutie —. Dan vermits dit een te exorbitant verlies gaf, resol„ veerden we een andere min schaede„ lijke gelegenheijd te zoeken, wijl er geen „ „ 4. „ —. „ mogelijkheijd ongeleegen haid hier door voor den 1249. nieuwen handel. -. mogelijkheid overbleex om het zel„ ve, zonder verlies, van de hand te zetten. Ondertusschen verliep met alle deese inter verrienten de kostelijke tijd niet alleen, maar ongelukkig men kon -uijt hoofde van gebrek aan den gereeden penning in het drokke Muntswerk te Madras, dat onop houdelijk zijn gang gong ter verwerking van het geen aan specien uit Bengale was aange„ bracht om de trein- en oorlogs ongelden goet te maeken, zoo haest men wel wilde geen uitsluitzel op de verkoops prijzen of voor het Goud zelve eenige sommen van belang in handen krg„ gen. De ongelden ondertusschen liepen voort, de capsa raakte leedig en de Iong hoe men het stellen zou met het geen 14 789 geen er nodig was voor het eerste termijn van verstrekking op de aanbesteeding voor ultimo Ianuarij naderde dag aan dag. Overleggingen en colculatien wa„ ren de eenigste remedien om uitteden„ ken hoe men het toch eindelijk zou„ de schikken. De staat den Financien, zoo als ze bij resolutie van 10. Decem„ ber is geinserent, was na uiterlijk aen zien al weder troostelijk genoeg om hoop en moed te behouden. Het kwam en maar op aen, hoe min het zoude aanleggen om, tot ultimo Iulij toe, te vinden een kapitaal van ƒ254530. 11: 8. en een som van ƒ92368: 10. 8. over„ te houden, ofte ƒ3706: 9. 8. te kort te schieten, Het eerste was het geval bij een spoedig debiet van de voorraad van Goud en de koopmanschappen, en het laeste bij omselve in de nodige uijtgave termijn Coopmansz: geacepteerd bij aldien men met den vertier niet reusseerde en met den ver„ koop van Sout ook subject moet blijven aan eindeloose in conveni„ enten. Hier door haperde het in de maand Ianuarij ter goedmae king van ongelden als ander zints bereets aan gereet Geld en hoe we het tot ultimo Iulij zullen uijt„ vinden ofte te recht racken om die 0 0 17 10 : 1 hbede kopl gj et te doen rondstaan, moet de tijd ons leeven. We reekenen het in alle die zwaerigheeden noch als een ge„ luk dat ter vermindering van het eerste termijn der verstrekking de Leveranciers zich hebben laeten vin den, in de acceptatie van koopman schappen tot een bedraegen van pagooden 10573. 11. 1. en we dus met ultimo „ 800
English
last of January, but only had to provide for pagodas 12546: 17. 69., which the two teams still had to receive, besides what the Interpreter was entitled to for his delivery amounting to pagodas 2563. 19. 30.; as all this was further calculated on the day of the contract, namely the 1st of December 1790, and then, in the meeting, 500 pieces of gold rupees were handed over to the two teams in deduction of their entitlement at the aforementioned valuation of 3 1/16 pagodas per rupee, and thereby pagodas 1843. 18. or f 8296: 17. 8. were discounted with them on the delivery. Sale of 6 bars of gold, what they could fetch. Furthermore, it appears from the Resolution of 26 December that, for the two bars cast at Madras and here, together with four other bars of gold, the latter received in kind from Batavia, no more could be obtained than the customary price of 9. 27/8 pagoda per real of fine gold, which according to the calculation in the Resolution of the last of December, yielded on the first two, or one bar a loss of 6. 1/4 and the other of 7. 1/2, but on the four bars received in kind 6. 1/8 per cent profit. Insertion. The Account of Return of this sale drawn up under the aforementioned date of the last of December, which served on the 14th of January 1791, shows this more clearly and distinctly, what gold the aforementioned four bars received in kind were and what alloy, as well as the fineness of the cast bars, and that the first-mentioned four gain f 202. 9. 8. and the others on the contrary lose f 221:—: 8., likewise that the sales amount, with the incurred expenses amounting to f 41. 19. 8. subtracted from the accounted value, results in the loss amounting to f 60. 10. 8., as the Account of Return shows. Account of Return. Separate Account of Return of 14. 1705/16384 Reals of gold by weight, which among others according to the Memorandum and Invoice of the 20th of May of this year per the ship Horssen were brought here from Batavia, and pursuant to the decision taken in the Council of Coromandel were sold here upon warrant; as follows: 4 bars of gold by weight; namely: 1. Bar No. 1, cast at Batavia from the dust gold received from the Sultan of Banjarmasin in deduction of his debt to the Honorable Company, assayed here and found to be 11 carats and 2 grains, weighing 2 marks 6 ounces 18 3/4 engels, yielding 1 mark 8 ounces 0 65/64 engels fine; 1. Bar No. 2, cast at Batavia from the dust gold received as a gift with the vessel the Beschermer, assayed here and found to be 20 carats and 3/4 grain, weighing 1 mark 3 ounces 2 3/4 engels, yielding 1 mark 2 ounces 18 0/512 engels fine; 1. Bar No. 3, mentioned in the invoice, assayed here and found to be 20 carats 2 1/4 grains, weighing 5 ounces 0 engels 15 aces, yielding 4 ounces 3 ounces 8 9/128 engels fine; 1. Bar No. 4, as said above, assayed here and found to be 15 carats 10 1/4 grains, weighing 4 marks 3 ounces 5 engels 0 aces, yielding 3 marks 17 engels 11 2/32 aces fine. Making 4 bars, weighing 12 marks 0 ounces 5 engels 0 aces, yielding 8 marks 2 ounces 10 65/512 engels fine, accounted at 73. 16 3/8 reals fine per mark, cost f 41. 13. 5. 2/3 per real, sold for f 44. 8. 12 per real, cost value of the sold lot f 3044. 8. 8., sold for f 3246. 18. —, advance 6. 7/8 per cent, profit f 202. 9. 8., loss f —. —. —. 1. Bar No. 1 of the 100 pieces of Persian old rupees melted here and assayed at 20 carats and 5 1/2 grains, weighing 4 marks 3 ounces 5 engels 0 aces, yielding 3 marks 17 engels 11 2/32 aces fine, accounted at 33. 1083/1024 reals, cost f 47. 8. 9., sold for f 44. 8. 12., cost value f 1600. —. —, sold for f 1499. 2. —, loss 6. 1/4 per cent, profit f —. —. —, loss f 100. 18. —. 1. Bar No. 2 of the 100 pieces of Persian gold rupees melted at Madras and assayed at 20 carats 1 grain, weighing 4 marks 3 ounces 7 1/2 engels, yielding 3 marks 16 engels 9 3/64 aces fine, accounted at 33. 619/2048 reals, cost f 48. —. 14 2/3, sold for f 44. 8. 12., cost value f 1600. —. —, sold for f 1479. 17. 8., loss 7. 1/2 per cent, profit f —. —. —, loss f 120. 2. 8. Making 6 bars of gold, weighing 20 marks 6 ounces 17 1/2 engels, yielding 15 marks 13 engels 7 217/1222 aces fine, accounted at 140. 1705/16384 reals, cost value f 6244. 8. 8., sold for f 6225. 17. 8., profit f 202. 9. 8., loss f 221. —. 8. Deduct the incurred expenses on the sale of the said 6 bars of gold, both for interest moneys on the advanced capital and peons' batta etc., see warrant No. 50: f 41. 19. 8. Sales proceeds f 6183. 18. —. Total loss with expenses: f 263. —. —. Deduct the profit from the loss: f 202. 9. 8. Remainder of the loss: f 60. 10. 8. Agrees: f 60. 10. 8. Pulicat, in Castle Geldria, 30 December Anno 1790. Clarification requested regarding the gold. The first undersigned, knowing better whether profit and loss on gold and silver accrues to the credit or to the debit of the General Company and ought, according to a circular order which cannot be found here, upon the closing of the books to be credited or debited to the Indian Capital, upon his proposal on the aforementioned 14th of January it was indeed resolved to credit the aforementioned f 202. 9. 8. in due time to Batavia and to debit f 221:—. 8., but if that should not be so (concerning which we take the liberty of requesting Your Right Excellencies' esteemed clarification), then to transfer both along with the expenses to profit and loss under the last of August.
Dutch transcription
790 ultimo Ianuarij maar te zorgen hadden voor pagooden 12546: 17. 69. die de twee ploegen noch hebben e nentole on p moesten buijten het geen de Tolk voor zijn Leverancie met pa„ gooden 2563. 19. 30. Competeerde; ge„ lijk dit een en ander ten dage van de Aanbesteeding ofte den van de ortn han toegede ijn 1.e December 1790. nader is bereekent en toen, in vergaede„ ring aan de twee ploegen in mindering van hunne com„ petentie 500. Stuks Gouden ropijen tegen de voorschreeve taxatie van 3 1/16. pagooden de ropi ter hand gestelt en daar door met hun pagooden 1843. 18. ofte ƒ 8296: 17. 8. op de Leve„ rancie gedesconteert zijn ge„ worden worden. verkoop van 6. Staven Joud. 1 250. wat se hebben kunnen gelden. - Vervolgens blijkt bij de Resolutie van 26. December dat, voor de te Madras en alhier gegootene twee, nee„ vens vier anderen staaven Goud, de laeste in natura van Batavia ontvangen niet meer heeft konnen worden gemaakt dan de gewoone prijs van 9. 27/8. Pa„ good de reaal fijn, het welk na de bereekening bij Resolu„ tie van ultimo December, van de twee eerste, ofte de eene staef een verlies van 6. ¼. en de andere van 7.½. boor van de vier in natura ont„ vangene staven 6. 1/8 pr C:o winst 11127 791 e er lijandementian van blijket Insertie winst heeft gegeeven. Het on„ der voormelde datum van ul„ timo December van deezen ver„ koop opgemaakt Rendement, dat den 14. Januarij 1791. ge„ dient heeft, toont dit nader aan en distinctelijk welk soud de voorschreeve vier in natura ontvangene staven geweest is en wat alloy, als ook het ge„ halte der gegootene staven, en dat de vier eerstgemelde ƒ 202. 9. 8. winnen en de andere daar en tegen ƒ 221:—: 8. verliezen, item dat het verkoops bedraegen met de gevallene ongelden tot ƒ 41. 19. 8. ge„ substraheert van de aangereekende waarde het verlies te staan komt op ƒ 60. 10. 8. ge„ lyk het Rendement uijtwijst — Rendement. enen Trs: Mg: 12. —. 5. —. Appart Rendement van 14. 16384. Reaalen Goud bij gegt deese Jaar per het schip Horssen van Batavia, alhier agebra op ordonnantie zijn verkogt; als A Mg: 65 8. 2. 10. 2/12. â. 4. . slaaven Goud bij Gewigt; Teweeten Mg: Frs Mg: ƒ /13 1. Staaf N:o 1. te Bavia ge 2. 6. 18. ¾. 1. 8. –. 64. â van den sulks van massing onageno in minder in zijner aan D: E: Contena saijeert en benden ten en 2. gri _. N:o 2. te Borvia uijt de met de Jntjall beschermer gesch gene stoff Goudalhier eert en bevond 2o. en —. /4. In _ N:o 3. in alven alhier Pessaert en 20. carraaten 2. ¼. 1 . _:o N:o 4. als ever gesegd G'Essaijeert eneron —raten 10. ¼. „n. - 1. 3. 2. 3 ¼. 2. 18. —. 512. 507. 5. —. 15. —. 3. 8. 9. 1/28. 65. 12 —. 5. —. 8. 2. 10. 512. 8: 4. slaaven uijtmaande - 4. 3. 5. —. 3. 17. 11. 2/32. „ 1. –. staaf s. 1. vande alhier Gesmoltene 100. stx: Persiaanse oude en gessaijee zo. en 51 Grijpen- 4. 3. 7. ½. 3. 16. 9. 3/64. „. 1. . —o „ 20. van de te Madras Gesmoltene 100. stx Persaan Ropijen en G'Es carvaaten 1. Crijn 20. 6. 17: ½. 15. 13. 7. 2/122. 6. staaven Goud uijtmaakende - - - - - - - - - aftrekke de gevallene ongelden bij den verkoop om ge ven Goud zooaan Jntrest penningen op de voor uijt gerooten en pions battam &:a vide ordonnantie N o 50. - - substraheere het uijt van het inkoops en de winst van het ve Rest - -- Res Palliacatta Jn 't Casteel Peldri 217. —. 6. 7. ½. —. 15. 11. 256. to 1705. 1.. 792 bijgegt, welke ondermeerder volgens Memorie en Factuur van den 20. Meij agebragt, en Jngevolge genoomene besluijt in Raade van Cormandel de da„ volgens aan, alhier verkog 't kossende van waar voor per„ Advan„ ver„ lies centos sen Reaal fijn reek: dreaal de reaal de verkogte partij verkogt te Batia gesmolten sulk van Banjar ing ontigen stoff Goud der inzijner Debet D: E: Conten alhier G'es„ en beiden 11. Carra„ 2. gri te Borvia gesmolten met de Jntjalling de hermer geschenk ontfan„ off Gouaalhier G'Essaij„ bevond 20. carraaten . ¾. en 3. in alaven gemeld, en Pessaert en bevonden raaten 2. ¼. Grijn als ever gesegd, en alhier ert, en bevonden 15. car„ 10. ¼. n. . . . . . uitmaande - - - - - 73. 16 3/8. ƒ 41. 13. 5. /3. ƒ 44. 8. 12. ƒ3044. 8. 8. ƒ 3246. 18. —. 6. 7/8. ƒ 202. 9. 8. ƒ —. —. —. 1083 nse oude Ropijen 51 Grijnen - - - - - . 33. 1024. „ 47. 8. 9. „ 44. 8. 12 „ 1600. —. –. „ 1499. 2. -. 6. ¼. „ —. –. –. „ 100. 18. —. essaijee 20. Carraaten 753. Periaanse Goude 7. ½. —. . . . . 120. 2. 8. ien en G'Essaijeert 20. 44. 8. 2. „ 1600. -. . . 1479. 17. 8. 619 ten 1. wijn - - - - - - 33. 2048. 48. —. 143. „ ƒ 202. 9. 8: ƒ 221. —. 8. 1705 ƒ6244. 8. 8. ƒ6225. 17. 8. oop om gem 6. staa„ „ —. –. -. „ ƒ 41. 19. 8. uijt gerootene capitaal ƒ 202. 9. 8. ƒ 263. -. -. - . - - - - - - - - - - - - ƒ6244. 8. 8. ƒ 6183. 18. -. -. -. -. „ 202. 9. 8. - van het verlies - - - - - - - „6183. 18. —. „— -. Rest voor verlies - - - - - ƒ. 60. 10. 8. Accordeerd - ƒ 60. 10. 8. Peldria Den 30. December Anno 1790. — – - - - - - - - - - - - - - „ - . - . -. „ 41. 19. 8. - - - - . . . 140. 16384. De op 't Goud oordelucidatie versoekt. - tende of winst en verlies op Goud en zilver komt ten goede often Laste van het Generaal en behoorten na een cir„ culaire ordre die men hier niet kan vinden bij het sluijten der boeken In„ diasch Hoofdplaats ten voordeele of ten Laste te worden aangereekend, is op zijne propositie den 14. Januar rij voormelt wel beslooten om voor„ schreeve ƒ 202. 9. 8. in der tijd te Bar tavia ten goede en ƒ 221:–. 8. ten Lasten te brengen maar, indien dat zoo niet behoort /: en waar„ omtrend wij de vrijheijd neemen u Hoog Edelheeden g'eerde elucidatie te verzoeken:/ dan het een en an„ der met de ongelden op winst en verlies, onder ultimo Augustus samatiren instemerlie 251. De Eerstgeteekende met beeter wee„ 7791
English
1441 793. To settle in 1791. Discovered lesser alloy of the 500 gold rupees issued to the merchants. Section 252. In the aforementioned resolution of 31 December is inserted a petition from the Company's suppliers, showing how they had the 500 gold rupees, which were handed over to them previously in the meeting on the 11th, tested at Madras by the shroffs, and had found that they were covered with gold on the outside unlike the rest of the mass inside, because of which they had not been able to sell them for the price at which they had been charged to the petitioners; likewise that, after a further agreement with the shroffs to leave them to them according to the finding of the alloy by the English assayer, whose certificate of the assay they undertook to provide, it had appeared that they would have to suffer a loss of over 12 percent, thus requesting to have them also assayed here and according to the findings of the matter to indemnify the petitioners. We, considering that without conducting a test no proper decision could be made concerning the apparent deceit in the coin and the loss of the petitioners, resolved to have an assay taken of the lump of gold brought back by them from Madras, to confront that with the certificate that the petitioners undertook to provide from the English assayer, and thereafter to try to satisfy them with the same loss that was suffered on the aforementioned bars sold by us at Madras; to have all the remaining gold rupees on hand sorted out, classified into types as much as possible, and thereafter melted down and cast into bars. Section 253. The results of both of these commissions are recorded in the resolution of 14 January 1791: The lump of gold was found upon weighing by the assayer De Vries to be 4 marks, 3 ounces, 2 and a half engels. The assay was 19 carats 8 grains, or 9 grains less than one of the bars cast from rupees on 26 July 1790. His report shows this and at the same time that, according to the presented English assay certificate, his does not differ by more than 1/25 percent, giving, according to a calculation cited in the resolution, a loss to the merchants of 161 florins 1 stuiver 8 penningen or 10 1/16 percent, which we resolved to credit to them; letting the separate original yield of this lump of 100 rupees, which is included among the annexes, also follow below, with the whole stock being estimated at at most 7 and a half percent. Separate yield of 32 reals 17/12 gold by weight of the 100 pieces Persian gold rupees supplied to the Company's merchants and melted at Madras into one bar out of the parcel that among others was brought here from Batavia by the ship Horssen on 20 May of the past year; namely: Mark Indo-Dutch: 4. 3. 2. 1/2. Mark Holland: 3. 14. 4. 9/16. 1 bar of gold by weight assaying at Carat 19 grain 8. Sold at 2 florins per real to 4. 3. 2. Cost for which sold: 1608 florins. Sold for: 1458 florins 18 stuivers 8 penningen. Percentage loss: 10 1/16. Loss in total: 161 florins 1 stuiver 8 penningen. In Fort Geldria, Paliacatta. Section 254. This sample, which was cut from the lump and marked No. 25, is added with the sample of the assayer De Vries to the pouch containing the other assays. During the sorting of the aforementioned rupees, an oral report was made to the first-signed that no people were to be found here for that purpose other than the Mullah or Persian writer, who by the inscription or the mint of the same could well tell which were considered best and which of lesser quality, but not whether they had a mass inside of lesser alloy, which also, without the touchstone and very much loss of the coin, was difficult to discover. The first-signed therefore gave order that out of the entire parcel of rupees four pieces should be handed over at random to the assayer De Vries to take an assay of them and to add the gold itself back to the remainder that were to be processed or melted down. Section 256. Report was made of this by De Vries as appears from the note to the resolution of 24 January, and after reading it the finding was as follows: No. 1. - Carat 22. 10. No. 2. - Carat 22. 8. No. 3. - Carat 20. 11. No. 4. - Carat 20. 8. Of No. 1 two samples were made, of No. 2 and 3 one each, and of No. 4 also two samples. Of these six as well as that of the lump mentioned above, the amount is charged to the capital of the Coromandel coast. We further resolved, upon the proposal of the said assayer, to melt together the main sorts of rupees, namely those of Carat 22. 10. and of Carat 22. 8., into one, and those of lesser alloy or Carat 20. 11. and Carat 20. 8. after they should be melted, to combine together and have cast into bars, with orders to the assayer to oversee the processing.
Dutch transcription
1441 793. 1791 te vereevenen. ontdekt min allooij van de 500. goude ƒ 252. profie ande kooplieden afgegeven Byj de gemelde resolutie van 31. December staat geinsereert een requist van sComp=s Leveranciers vertoonende hoe zij de op den 11. e bevoorens in vergadering aan hun inhandigde 500. goude ropijen te Ma„ dras door de Sarafs hebbende laeten toetsen deeze bevonden hadden dat deselve niet sijnder goud van buijten overdekt waren als de verdere masse van binnen en waar door zij de„ „niet zelve „ hadde konnen verkoopen te„ gen de prijs waar voor men ze hun supp:n hadde aangereekent, item dat na eene verdere overeenkomst met de Sarafs van ze aen hen te willen verlaeten na de bevinding van het alloij door den Engelschen Escaijeur, wiens onderbock in deke wiins bewijs van het Essai zij aan naamen te bezorgen, het was geblee ken, dat zij zouden moeten verliesen die dus e mongementvorlgt heben. over de 12. p:r C:o dus versoekende om de„ zelve alhier ook te willen laeten Eessen eeren en na bevinding van zaeken hun supplianten te demmageeren, zoo hebben wij, nadien zonder de proefneeming niet wel over het voorkoment bedrog in despecie en het verlies van de Suppl anten gedisponeert kan worden beslooten, om van de klomp Goud door hen Madras te rug gebracht een bssay te laeten trek,„ ont ken; dat te confronteeren tegen het bewijs dat zij supplianten aan namen van de Engelschen Essaijeur te bezorgenen daarna te tracten hen te vreeden te ste len met 't zelve verlies dat op de voorsz: door ons te Madras verkogte staven is gewenbeert aan 794 man goude ropijen. uijtslgen beronding. aanhanden zijnde Goude Ropijen te laeten uijtzoeken zoo veel mogelijk in soorten te brengen, daar na te versmelten en tot staven tegieten laeten §253. Van beide deeze commissien staat den uitslaggens„ teerd bij resolutie van 14 Januarij 1791: De klompsond is dor de suijeur De vries bij na weeging bevonden Aigt: 43. 2½. zwarte zijn. Het Esson 19: Cur: 8 gr, ofte 9. 90: min der dan een van de op den 26. Iulij 1790. van ro„ pijen gegotene staven, zijn rapport wijst dit en tevens uit dat, na het vertoonde Engelsch ho„ saij briefje, het zijne niet meer dan 1/25. pr: entane e eplde s gesided differeert, geevende, na eene bij Resolutie geiiteerde bereekening, aan de kooplieden een verlies van ƒ 161 1:8. of 10. prc„o dat wij aan bedvan ' zendemante v r pijen. hebben beslooten hen te valideeren; laetende van deese klomp van 100. kopijen aport het daar van onder de bijlagen overgaande origineele Rendement, ook hier onder volgen. at doen shellingvan de gehele voradl lant, uiterlijk 7. ½ pr C:o in overigens alle de nooh„ Appart aan„ gevan Insertie. der ropijen. hoedanig'te saij van de voornaad 1255. ropijen genoomen is. Appart Rendement van 32 p 1 verstrekte en te Madras gesmoltene 100. P:s Ponsia der volgens Memorie factuur van den 20: tavia alhier aangebracht; Teweeten. Marg I=r Marg H: 4. 3. 2. ½. 3 14 4. 9/16 „ 1. staaf Goud bij gewigt Essoijeerende Ca Palliacatta In het Fost an dijeaet mogsn en gd 254. Dit Proefje dat van de klomp gekapt en gemerkt is N:o 25. word met het broef je van den Essaijeur De vries bij de bonde daar de overige Essaijs in zijn, meede deeze bijgevoegt. Onder het sorteeren van voorsz: ropijen is aan den Eerstgeteekenden mon„ deling Rapport gedaan dat er hier geen lieden daar toe anders waeren te vinden. dan de Molla of Porsiaansche schrijver die na het opschrift ofte de Munt van deselve wel kon zeggen welke als beste en welk als 14 Ceci 795 1o117 Fost Geldria den bevinding daar van. 32 17/12 Reaalen Goud bij gewicht van de aan sComp:s kooplieden P:s Persiaanse Goude Ropijen tot Een staaf uijt de parthij welke onder meer„ den 20: Meij des gepasseerden Iaar per het schip Horssen van Ba„ alhier ver„ 't kostende waar voor Per„ verlies kogt de vande verkog„ ver„ cen„ Int Ge„ Realen Reaal te kogt. tot heel. Crp:t 19. grijn 8. - - - - - - - - - 2. / ƒ 4. 3. 2. ƒ 1608. — . ƒ 1458. 18. 8. . 10 1/16 ƒ 161. 1. 8. als minder zoort wierden gehouden maar niet of ze van binnen massa had„ den van minder alloij dat ook, zonder„ de toetsteen en zeer veel verlies van de specie, beswaerlijk was te ontbekken. De eerstgeteekende gaf, dut ordre dat er uijt de geheele parthij ropijen voor de hand weg vier stux aan den Essaijeu De vries zouden worden afgegeven om er Essaij van te bek„ ken en het goud zelve weder te voegen bij de overige die verwerkt of versmolten ston„ den te worden. Hier van is door De vries blijkens. geen nd en manging ante nmhallea gud 256. blijkens aanteekening ter resolutie van 24. Ianuarij rapport gedaan en na doctame van dien was de bevinding als volgt. N:o 1. - - Car: 22. 10. „ „ 2. . . . „ 22. 8. 3. . . . „ 20: 11. 4. . . „ 20 8. desule poresobergen oordange end van N:o 1. zijn gemaakt twee proefjes, van N. o 2. 9 3. ieder een, en van N. o 4. ook twee proef jes. van deese zes zoo wel als die van de klomp boven gemelt, word het bedraegen Pan diasch hoofd plaats aangereekent. Wij hebben verder naden voorstel van gem: Essaijeur beslooten de hoofdsoooten van ropijen, te weeten die van Caraz: 10. en van Car: 22. 8. door elkander tot een, en die van minder alloij offe Car: 20. 11. en bar: 20. 8. navat gesmolten zouden zijn, bij een te morgen en tot staeven te lae„ ten gieten, met order aan den Essaijeur oms n „ verzchting „
English
796 sorting and quantity of the melted rupees. Paragraph 257. From the melted rupees twelve bars have been produced. Paragraph 258. execution thereof, to make a report de novo on the alloy of the bars, as well as to have the accounts submitted at the session of 14 January confirmed by him under oath. For the sorting of the aforementioned rupees, in the presence of the Chief Administrator and the aforementioned De Vries, the then commissioners of the grand treasury, Jacob Simons Cantervisscher, junior merchant, and Jan Willem Luijke, bookkeeper, served. Their report served at the meeting of 15 January and shows how they were found to a quantity of 2922. These and the four tested ones, or together the aforementioned 2922 rupees, were melted into bars in accordance with the previous resolution. To attend this work, the members from the Council of Justice were commissioned 24. in how much the melting loss amounts to, and the report sworn under oath Justice, Cantervisscher & Duijnevelt, whose report, inserted by resolution of 21 January, shows that twelve bars were formed from two sorts of rupees, namely 1173 pieces first and 1753 pieces second sort, among the latter two doubtful ones, which weighed, the first mark 78. 4. 5. and the other mark 50. 7. 13 3/4. From the first lot seven and from the other five bars were cast after melting. The melting loss amounts to 15 engels, and for the clipping of 12 assays another 1 ounce 10 engels, making together 3 ounces 13 engels, and thus there remained in pure gold Mark 129. 1. 13 3/4, as stated in 12 bars. The clipped 12 assay pieces accompany the remaining ones with an accounting of their value, and the assayer's report, which is incorporated by resolution of 31 January, shows the assay of each bar and that the weight of all twelve agrees with the aforementioned report of 146 797 how 5 of the aforementioned bars were sold out of necessity. Paragraph 259. of the judicial commissioners. The proof of the swearing of the aforementioned report is inserted into today's resolution. Of these bars thus cast, 5 pieces were sent on 21 January 1791 with the Company's interpreter to Madras to do his best to negotiate some higher price for them than before. But not only could nothing be done about it there, the shroffs, because they could not have the gold assayed immediately, left it to his choice either to take it back with him or to leave it with them until the Mint Master, who was not allowed to concern himself with anything other than Company business, should have time to examine the gold, whereupon, if it was good, they would give the previous price and no more. The interpreter made this known to the first signatory, judging at the same time, because of the violence of the troubles and the insecurity of the roads, and since the shroffs were trustworthy, that it was best to leave the gold there. Mark Heavy 55. 6. 11. 1/4. Separate return of 452 21/16384 reals of gold by weight, of melted 1264 1/16 pieces of Persian gold rupees in bars, which among others according to the memorandum and invoice of 20 May of the past year per the ship Horssen were brought here from Batavia, and pursuant to the resolution taken in the Council of Coromandel dated 21 January 1791 were sold on warrants; Namely: Mark Heavy 50. 7. 1. 21/12 as 5 bars of gold by weight; as: Mark Light Mark Heavy 9. 12. —. 27/28. as 1 bar No. 1. Assayed Carat 22. Grains 7 1/2. 10. —. 12. 1/2. 10. 16. 2. 1/256. for 1 ditto No. 2. ditto Carat 20. Grains 10 1/2. 12. 2. 3. 3/4. 11. 1. 6. 1/4. 10. 2. 4. 3/256. for 1 ditto No. 3. ditto Carat 20. Grains 8 1/2. 11. 2. 1. 1/4. 9. 17. 4. 23/12. for 1 ditto No. 4. ditto Carat 20. Grains 8 3/4. 11. —. 7. 1/2. 10. 7. 2. 1/128. for 1 ditto No. 8. ditto Carat 22. Grains 4 1/2. 55. 6. 11. 1/4. 50. 7. 1. 24/12. as 5 bars of gold by weight making Expenses. For the payment made to the assayer Engelbert de Vries for the expenses incurred in the melting of 1264 1/16 pieces of Persian gold rupees into bars For the payment made to Ranae Chittij for 16 days of interest on pagodas 2200. —. —. furnished by him to the grand treasury on 31 January past due to a lack of money and because of the delay in the sale of the gold f 70 8. 19. 16 f 39. 12. —. To China Venkatarama Sjettij for 25 days of interest on f 4470. 2. 46. which had to be paid for the prompt settlement within the said time To the peons for transporting the gold to Madras and the proceeds thereof to this place, in batta and wages 1. 22. 70 f 8. 15. 8 The expenses amount to f 310. 7. 8 4. 15. 9 f 200. 17. 8 — 27. 22. 40 f 125. 14. 8 36. 17. 56 f 165. 6. 8 pagodas 5. 22. 63 f 26. 15. 8 10963 45. 1/16 34. 44. 13. 9 f 44. 8. 12 f 20225. –. – f 20115. 10. —. —. 1/2 f 109. 10. -. according to reals, accounting per real, sold here, the cost of the sold parcel, for what it was sold, percentage loss, loss. In total lost Paliacatta, In Fort Geldria, 17 February Anno 1791. meanwhile 1457 in
Dutch transcription
796 „sertering en quantiteijd der ver „ §257. „smottene ropijen. -. von degesmollne ropijen Sijntwal ƒ 258. staavemn gekomen. verrichting van dien, van het allaij der staven de novo rapport te doen, mitsgaders de ter ses„ sie van 14 Ianuarij ingekomene berechten met Eede door hem, laeten bevestigen. Tot de sorteering van voorsz: ropijen hebben, ten bij weesen van den Hoofd Ad„ ministrateur en gem: De vries gevaceert de toenmaelige gecommitteerden inde groot geld Kassa Iacob Simons Cantervisscher onderkoopman en Ian Willem Luijke Boekhouder Hun rapport heeft gedient ter vergaedering van 15. January in toont aan hoedanig deselve ter quarti„ teijt van 2922. bevonden zijn. Deese en de vier beproefde, ofte te samen de voor„ melde 2922. ropijen, zijn na het voorig be„ sluijt, tot staven versmolten. Tot het bijwoonen van dit werk zijn gecommitteerd de leeden uijt de Raad van Iustitie 24. in hovel het melt verleblopt. ren, en t bernicht eeden et Justitie Cantervisscher & Duijne„ velt welker rapport geinsereert bij besluijt van den 21. Ianuarij, aanwijst, dat er twaelf staven zijn geformeert uit twee soorten van ropijen teweeten 1773. p:r eerste en 1753. p:s tweede zoort onder de 1773 77 laatste twee twijffelachtige, welke hebben ge„ woogen de eerst mog 78: 4. 5: en de ande mog 50. 7. 13¾ van de eerste parthij zijn nadesmelting zeven en de andere vyf staven gegoten. Het smelt verlies beloopt 15. Engelsch en voor de afkapping van 12 prof„ jes noch 1. onke 10. Engelsch maekende te Examen 3. once 13. Engelsch en dus is aan zuij vergoud over behouden Meg: 129. 1. 13 ¾. als gezegt aan 12 sta„ d presoenden onder aanakenig ange van De afgekapte 12 proefjes vergezellen met aanreekening der waerde van dien de overi„ ge, en des Essaijeurs bericht dat bij resolutie van 31. Ianuarij is ingelijft, toont aan het Essaij van ieder staef en dat het gewigt van alle twaelff overeen komt met het gem: Rapport van 146 797 hoedanig 5. van voorsz Aavan ƒ 259. sijn verkogt uijt noodsakelijkheijd van de Justitieele Gecommitteerdens. Het bewijs van het b'eedigen van gem rapport is der reso„ lutie van heeden geinsereert. van deese dusdaenig gegootene staven zijn op den 21. Ianuary 1791. 5. stuks met 'sComp:s Tolk naar Madras gezonden om zijn best te doen van daar voor eenige meerder prijs als te vooren te bedingen. Dan niet alleen dat daar aan niet was te doen, de saraps omdat zij het goud niet direct konden laeten Essonijeeren, lieten aan zijn keuse, om het weder meede te neemen of onder haer te lae„ ten tot dat de Muntmeester die zich met niets als sComp:s zaeken mocht bemoeijen tijd zou hebb„ het goud te examineeren wanneer zij, indien het goed was, de voorige prys wilde geeven en meer niet. De Tolk maakte dit den Eerstgetee„ kenden bekent, oordeelende tevens om de hevigheid der troubelen en onveiligheid der wegen en wijl de saraf te vertrouwen waren best te zijn het houd daar. Mijs Hrs 55. 6. 11. ¼. Appart Rendement van 452 21/16384. Reaalen Goud by „en in staaven, welke onder meerder volgens Memorie en fa tavia alhier aangebragt, en ingevolge genoomene besluit in tie zijn verkogt; Teweeten: Mg: H: 50. 7. 1. 21/12 â 5. staaven Goud bij Gewigt; als: Mg: tr Mgj: f: 9. 12. —. 27/28. â 1. Staaf N.o 1. Essayeurt Carr: 22. Grij 10. —. 12. ½. 12. 2. 3. ¾. 10. 16. 2. 1/256. „ 1. _„o „ 2. _„o „ 20. 11. 1. 6. ¼. 10. 2. 4. 3/256. „ 1. _„o „ 3. _„o „ „ 2 11. 2. 1. ¼. 9. 17. 4. 23/12. „ 1. _„ „ 4. _„ „ 20. 11. —. 7. ½. 10. 7. 2. 1/128„ _„ „ 8. _ „ „ 22. 1. 55. 6. 11. ¼. 50. 7. 1. 24/12. â 5. staaven Goud bij Gewigt -uijt ongelden. over het voldaane aan denE de vries voor de gevallen smelten van 1264. 1/16. p„s Per Ropijen tot Staaven over het voldaane aan Ran gen Jntrest op pa/o 2200. Groote kas gevourneerd op sato mits gebrek aan gel ment bij ^ verkoop van het Aan China wenkatara 25. daagen Jntrest op 70 heeft moeten betaalten voor ning binnen de gemeldeij Aan de pions voor 't overdragen en het prevenu van dien na her 10963 Palliakatta In't fort 799 - -ƒ 310. 7. 8 d 6y Gewigt, van gesmoltene 1264: 1/16. p„s r=m en s:s Persiaanse Goud Ropij„ atuur van den 20. Maij Anno passato per het schip Horssen, van Ba„ Raade van Cormandel de dato 21. Januarij 1791. op ordonnan„ Carr: 22. Grijn 7. ½. 20.„ 10. ½. „ 2 „ 8. ½. „ 20. „ 8. ¾. „ 22.„ 4. ½ gt -uijtmaakende - - -- den Essaijeur Engelbert gevallene ongelden bij het 1/16. p„s Persiaanse Goude en - - - - - - - - - - - - - - an Ranae chittij voor 16. daa„ 2200. —. —. door hem in de neerd op den 31. Januarij pas„ aan geld en door het tarde„ het Goud - - - - - - - - - - - ƒ70 8. 19. 16 ƒ 39. 12. —. katarama sjettij voor op ƒ/ 4470. 2. 46. die men en voor de prompte voldoe„ gemelde tijd overdragen van het goud na Madras na herwaards aan battam en gagie - - - - - - - - „ 1. 22. 70„ 8. 15. 8 De ongelden bedraagen - - - - - - - 4.15. 9 „ 200. 17. 8 „— 27. 22. 40„ 125. 14. 8 „ 36. 17. 56„ 165. 6. 8 -. - - - - pa/o 5. 22. 63 ƒ 26. 15. 8 10963 45. 1/16 34. „ 44. 13. 9 ƒ 44. 8. 12 ƒ 20225 –. – ƒ20115. 10 —. —. ½ƒ 109. 10. -. volg=s aan alhier verkogt 't kostende van waar voor Percen„ ver„ Recalen reek: Vreaal de recial de verkogte pantij verkogt tot lies In het Geheel verlooren - - - - - - fort Geldria Den 17. februarij Anno 1791. onder tusschen 1457 in -
English
Meanwhile, the proceeds from the bars of gold barely met the needs, and the sold gold did not make any substantial contribution toward achieving anything beyond what was necessary to pay on a monthly basis. The money thus, so to speak, largely slipped through our fingers on petty expenses, and the date of the end of January approached when we were obligated to provide in cash the first installment of the disbursement for the contract. The warrant issued to that end in December, but which had remained unpaid due to lack of funds, amounted to . . . pr. 23120. 4. 70. That for the merchandise accepted by the merchants . . . 10573. 14. 4. Remaining to be paid . . . pra/o 12546. 17. 69. Deducting from this the aforementioned 500 gold Brought forward . . . r:o 12546. 7.69. thus due to the merchants on the first installment, 500 gold rupees issued in December . . . 1843. 18. The merchants had to receive by the end of January . . . Paij 10702. 3 69½. Since it is unadvisable, as long as it can be avoided, and on the other hand also virtually impossible in these moneyless times to negotiate money at interest, we could not remedy this other than by drawing a bill of exchange for the sum of 10000 pagodas circulating here upon the offices that were better provided for than we were, and since the merchants required money in that quarter, with which they were satisfied; and consequently we remained indebted to them on the aforementioned first installment for no more than pagj 702. 23. 69, as Your High Honors, §262. Reports of the treasuries, in which resolutions to be found. if you please, will find recorded in more detail, along with the further arrangements made regarding the cancellation of the warrant already issued, in the resolution of the end of January. Regarding the accounting of the large and small treasuries under date of 25 October to the first signatory, while the reports submitted under oath were inserted in the resolution of the 27th of that month, and in that of 10 November 1790, that the same concerning the large treasury was again made to the Head Administrator van Halm, who, for reasons stated in the resolution of 14 January, transferred it and his entire department, thus also the trade warehouses, ad interim to the Warehouse Master De Raeff, as evidenced by. §263. Arrangement regarding the closing of the monthly cash accounts, as evidenced by the note in the aforementioned as well as the further decision of the 21st of the said month of January. By various arrangements regarding the trade books, having also been put into motion to properly draw up and close the cash accounts every month precisely, both here and at the subordinate offices, the method that previously took place was thereby once and for all abolished, namely the submitting of state accounts to the assembly once every three months in such form as the last of which were inserted in the resolution of 24 December 1790, a method of accounting far too subject to mistakes or similar errors, such as the cashier gave notice of to the assembly at the just-mentioned meeting, Usefulness of this arrangement. which caused the repetition of the previously made recommendation to draw up and close the cash accounts for September and October, just as had already been done with those of November, without further delay, as has also taken effect. The usefulness of this arrangement consists not only in the proper examination of the cash accounts, as demonstrated by those of Pulicat for November, December, and January with the balances of each month being found inserted in our resolutions of 24 December 1790, likewise 21 January and 28 February 1791, but it gives an adequate reassurance regarding the accounting of the money month by month; besides which, according to the nature of the matter, one can now always keep in view the receipts and expenditures according to the signed warrants, and we, concerning the employment of the money in the first six months of this book-year at this main office—since the cash account for February has also been closed during the writing of this—can insert here the following brief demonstration:
Dutch transcription
Onder tusschen bracht het provenu van ver verigshe porens e on = staven goud maar in de benodigdheijd voor sag Die Transporteere het verkochte goud geen zooden genoeg aan den Dijk omer iets anders meede uijt te rechten dan het geen 's maands no„ dig was te betaelen. Het gelt droop dus om zoo te spreeken meest aan ongeldn door de vingeren en het tijd stip van ultimo Ianuarij naderde dat we verplicht waeren tot het eerste ver„ mijn der verstrekking op de Aanbe„ steeding contant te fourneeren. De or„ donnancie ten dien fine in Decem„ ber bereets verleent, doch uijt gebrekt onvoldaan gebleeven beliep . . . pr. 23120. 4. 70 Die van de door de kooplieden aangenoomen koopmanschap pen. „10573. 14. 4: - . pra/o 12546. 17. 69. Dut veel er te betaalen . Hier van gedetraheert de voorsz: 500. goude 800 P=r Transport. . . r:o 12546. 7.69: dus de Coopl: op'e erste ter mijn wissel is, geld n verleed opr de noorden kantoor to 10 pag: 69. — 500. goude ropijen in December af„ - - - - - - „ 1843. 18 — gegeeven. Moesten de kooplieden met ultimo Ianuarij ontvangen - - - - - Paij 10702. 3 69½ Daar nu zoo lang het gesurcheert kan blijven, ongeraaden en ten anderen in de geldelooze tijd ook zoo mogelijk niet is Gelt op Interest te negocieeren, konden we dit niet anders remedieeren dan op de kantooren die beeter als wij voorzien waeren en vermits de koop„ lieden, moest die kant uit, geld nodig hadden, een wissel te trekken ter som„ ma van 10000 hier rouleerende pagooden besndeschildig teer t t in 3: daar meede zij te vreesen waren en wel bleeven over zulks aan hem op het voorsz: eerste termijn niet meer schuldig dan Stentordat es amnst te pagj 02: 23. 69: , gelyk u Hoog Edel„ heeden van van - berichten der Casas bij welke re„ §262. Solutien te vinden. heeden dit ende verder gemaakte schil„ king nopens de vernitiging der reets ver„ leende ordonnantie des gelievende, omstan„ diger bij resolutie van ultimo Ianuarij genoteert zullen vinden. Van de verantwoording der groote en kleene Cassas onder 25. october aan den eerstgeteekenden, staande, onder pre„ sentatie van Eede ingediende berich„ ten bij resolutie van 27. dier maant geinsereert, en bij die van den 10. Novem„ ber 1790. dat zulks van de groote Cassa weder is geschiet aan den Hoofd Administrateur van Halm, die om reeden als bij Resolutie van 14 Januarij daar van en van zijn geheel departe„ ment dus ook de Negocie pakhuijsen overdracht heeft gedaan wdinterim aan den Pakhuijsmeester De Raeff, blijkens. 143 801 Schipking noperes het sluijten van § 263. de maandelijkse cassa reekeningen blijkens annotatie zoo by het gemelde als het nader besluijt van den 21: der gedag„ te maand Ianuarij Bij onderscheidene schikkingen betrekkelyk tot de Negocie boeken ook zijnde in train gebracht om alle maen„ den precies behoorlijke kassa reekenin„ gen zoo hier als op de subalterne kan„ tooren interichten en te sluijten is daar door, eens voor al vernietigt de metho„ de welke te vooren plaats had ofte het in dienen van staat reekeningen ter vergadering alle drie maanden eens in zodanige form als waar van de laeste geinsereert zijn ter resolutie van 24. December 1790. , eene wijze van verantwoording te zeer subject aan mitslaegen of soortgelijke abuijsen als waar van de kapier ter evengem: bij een komst. nutijhijdien schikking komst kenmis gaf aan de vergaderin en veroorzaakte de herhaeling des te vooren gedaene recommandatie van de Cartsae reekeningen van Septem be en october even als reets was geschie met die van November, zonder ve der dilay op te maeken en te sluijten gelijk ook gevolg heeft genoomen. Het mittigje van deese schik„ 1 264. king bestaat niet alleen hier in dat de behoorlijke examinatie der kast reekeningen gelijk van de Pallia katsche van November, Decem ber & Ianuarij het bewijs met de saldos van ieder maand bij onse Resolutien van 24 Decem„ ber 1790: Item 21.e Ianuarij en 28. Februarij . 1791. geinsereert wor gevonden, maar het geeft eene ult:o toereijkende 802 toeneijkende gerustheijd nopens ilte feb: de verantwoording van het Felt maand voor maand, 3 behalven dat na eijgenschap der zaeke men nu, altoos, onder het oog kan hebben de ontvangst en uijtgaven na „ de geteekende ordonnancien 65 en we wegens het emploij van het geld in de eerste zes maanden van dit boek„ Iaar ten deezen Hoofd„ kantoore vermits de kas„ februarij om sa reekening van der het schrijven deeses ook is geslooten:/ hier konnen insereeren de onder volgende A won nder te korte aantoning onder korte aantooning korte deri schi eene inde
English
Short summary of the money finances at this chief settlement Palleacatta from ultimo August 1790 until ultimo February 1791; namely On the first mentioned date there was in the treasury; as follows: In the large treasury; namely to 6 bars of gold by weight - - ƒ 6244. 8. 8. 3426 pieces of gold Persian rupees - - - 54816. -. -. 99 1/32 Mark Reals base silver - - 2311. 16. -. ƒ 63372. 4. 8. And in the small cash box star pagodas 3611. 1. 7.7. - - - - 16249. 17. 8. Together - - - ƒ 79622. 2. -. In the aforesaid period of 6 months has been added thereto; namely 1. From the negotiated 6 bars of gold mentioned above ƒ 6225. 17. 8. Furnished from the large into and from the small cash box to the merchants on delivery of linens for the year 1791, 500 of the above mentioned 3426 pieces of gold Persian rupees 8296. 17. 8. From the proceeds of 5 negotiated of the 12 bars from the melted remainder of 2926 pieces of gold Persian rupees aforementioned 20115. 10. -. From the proceeds of the sale of indigenous merchandise 61120. 16. 8. ƒ 34638. 5. -. 2. Paid in remainder purchase money by Mr. Cocraine for arrack bought from the Honorable Company 13050. -. -. 3. Taken up against 3/4 percent interest per month from the natives Samie Poele and Rama Sjettij to cover the daily expenses 16650. -. -. ƒ 64338. 5. -. 4. Through various receipts; as follows: From the Honorable Jacob Eilbracht for passage money of his honor's grandson Jacob Daniel Meyning per the packet boat The Expeditie via Ceylon to the Netherlands ƒ 173. 5. -. From the customs collector Mr. Jacob Samuel De Raeff on account of the first 6 months of the fiscal year 1790/91 received customs duties and dues 1308. 4. -. 1481. 9. -. 5. 34638. 5. -. 44983. 17. -. Carried forward ƒ 12694. 10. 8. ƒ 4903. 17. - 803 Brought forward ƒ 126940. 10. 8. ƒ 4983. 17. - 6. For the following reimbursements and payments; as follows: For what was counted back by 5 soldiers on account of board money received ƒ 18. -. - For wages 12. 13. - 31. 1. - To the credit of soldiers counted ashore by the former pay bookkeeper Mr. J. D. Simons for neglect to charge on account of stamp and deed money on the account of the sailor Willem Nutjens of Embden who departed from here to Batavia -. 18. -. The receipts in the 6 months amount to 126972. 1. 8. Of which in the aforesaid period of 6 months has been expended; as follows: 1. To the interpreter Mandalam Wengadasselam Nayker for expenses incurred on the sale of 6 bars of gold at Madras; as follows: For 3/4 percent interest on the advance capital pagodas 1383. 12. 53 for 25 days ƒ 38. 18. -. To the peons for transporting the gold to Madras and cash hither, batta, and wages 3. 1. 8. ƒ 41. 19. 8. To the merchant at Madras Raemsjette; as follows: On account of capital ƒ 9900. -. -. Ditto interest thereon 39. 12. -. 9939. 12. -. To the merchant at Madras Chince Wenketram Sjette for 2 days interest on the advanced capital of pagodas 4470. 2. 46 of the 5 bars of gold sold to him ƒ 125. 14. 8. To the peons for transporting the gold to Madras, and the proceeds thereof hither, in batta, and wages 8. 15. 8. 134. 10. -. ƒ 10116. 1. 8. 2. On deliveries for trade for 1790/91; as follows: To the Company's merchants for linens ƒ 55877. 8. 8. Ditto interpreter Mandalam Wengada Salom Nayker for uniforms, ray skins, and caliatour wood 4500. -. -. 60377. 8. 8. 3. To the Company's interpreter just mentioned in settlement of his account in the army of Hyder Ali Khan 13451. 15. -. Total debit ƒ 171955. 18. 8. Carried forward ƒ 83945. 5. -. and ƒ 17195. 10. 8. 83. 17. - 983. 17. 4. Charged to the account of the following; namely Ceylon No. 2 To Ceylon for furnished board money, firewood, and drinking water to the seamen on the boat 69. 7. 8. Transferred provisions to the seafarers on the packet boat The Expeditie 185. 16. -. ƒ 255. 3. 8. To Sadras; as follows: For cash ƒ 2250. -. -. Expenses in sorting the Sadras linens 10. 4. -. Shipping of dispatched necessities 31. 19. 8. 2292. 3. 8. To Porto Novo for cash 900. -. -. To Jaggernaikpoeram for what was disbursed to the assistant Jan de Bruyn for 2 months board money according to Council resolution of 10 November 1790 352. 16. -. 3800. 3. -. 5. Paid on bills of exchange; as follows: To the initialing officer and honorable collector of stamped paper ƒ 8. 5. -. To the church council on account of the collection at Palicol 81. -. -. 89. 5. -. 6. Fine in favor of the local deaconry poor 900. -. -. 7. Account of commission; as follows: To the former Governor of Coromandel the Honorable Nicolaas Jadama ƒ 46. 6. 8. To the suspended Chief Administrator here Mr. P. E. van Halm 380. 3. 8. 426. 10. -. 8. Expenses in melting and casting into bars of 2926 pieces of gold Persian rupees 61. 19. 8. 9. To the rice pounder on account of pounding wages 44. 10. -. 10. Expenses of the Jaggernaikpoeram commission regarding the taking of oath by warehouse servants 27. -. -. 11. For purchases and accounting, as well as covering the expenses to the administrators; namely To the warehouse master the Honorable De Raeff ƒ 1117. 9. 8. To the purser the Honorable Bloeme 2466. -. -. To the head of the artillery Nuwer 90. -. -. To the engineer Brosette 2928. 7. 8. To the overseer of the armory 294. 2. -. 6895. 19. -. These carried forward ƒ 9619. 11. 8. ƒ 171955. 18. 8. To debit 171955. 18. 8. Brought forward ƒ 83945. 5. -. 149
Dutch transcription
Korte Samentrekking der Geld Financien te deeser hoofd op eerst gemelde datum was er bij Kassa; als. In de Groote Geld Kamer; teweeten â. 6. staaven Goud bij Gewigt - - -ƒ 6244. 8. 8. „ 3426. ps Goude Persiaanse Ropias - - -. „ 54816. —. —. „ 99: 1/32. „ mg: Mark Reaalen slegt Zilver. . . „ 2311. 16. —. ƒ 63372. 4. 8. En in de kleene Geld Kassa Sterre pra/a 3611. 1. 7.7. - - - - „ 16249. 17. 8. Tesaamen - - - ƒ79622. 2. -. Jn voorsz: tijd van 6/m: is daarbij gekoomen; teweeten 1. -. van vernegotieerde 6. staaven goud bovengemeld ƒ 6225. 17. 8. „ verstrekte uijt de Groote in en uijt de klee„ ne geld kassa aan de kooplieden opleveran„ cie van lijwaaten voor A:o 1791. 500. van bo„ ven gem: 3426. p. s Goude Persiaanse Ropias _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 8296. 17. 8. „uijt het provenu van vernegotieerde 5. van 12. staaven van gesmoltene restant 2926: p:s Goude Persiaanse Ropias voormeld - - - 2. –. t: Getelde restant koop penn: door Mr: co„ craine voor van de E: Komp:e ge„ kogte arak - _ - - - - - - „ 13050. —. — 3. —. teegens ¾. prCo Jntrest smd:s opgenoomen van de Inlanders Samie Poele en Rama sjettij tot goedmaaken „der dagelijkse ongelden - - - - - „16650. —. — ƒ64338. 5. —. 4. –. uit het provenu van den verkoop van Jn„ van den wel Edele Achtbaare Heer Jacob Eilbracht voor passagie geld van zijn achtb: kleene zoon Jacob Daniel Meijning perde pakket booth D' Exepeditie ƒ 173. 5. —. over Ceilon naar Nederland- van den thol hoekhouder d' heer Jacob Samuel De Raeff weg:s eerste 6/m: aan het boekjaar 17 8/9. ingekomene thollen en Geregtigheeden - „ 1308. 4. –. „ 1481. 9. - 5. —. Door dieverse Jnkomsten; als. landse koopmansz: _ _ _ _ - - _ _ _ „ 61120. 16. 8. „ 20115. 10. — ƒ34638. 5. –. „ 34638. 5. -. ƒ44983. 17. -. plaats Palleacatta zedert ult:o augustus 1790. tot ult:o febr: 1791. ; teweeten Transporteere - - - - ƒ12694. 10. 8 ƒ4903. 17. — — 803 P:r Transport _ _ _ _ - - - - - ƒ126940. 10. 8 ƒ4983. 17. - 6. voor de volgende vergoedingen en betaalingen; als. over 't te rug getelde door 5. zoldaaten weg: genoote„ „ ten Goede van Zoldijen aan land getelde door den ge„ weezene zoldij boekhouder de Heer J: D: SE„ mons voor versuijm te belasten weegens Zegul en acte geld op reek: van d' van hier na Batavia vertrokkene Mattroos Willem Nutjens van Embden - - - - - „ —. 18. —„ Het ontfangene in:/m: bedraagen - - - - - - - - - - - „126972. 1. 8. Waar van in de voorsz: tijd van 6/m is uijtgegeeven; als 1. a. den tholk Mandalam wengadasselam Naijker voor gevalle„ ne ongelden bij verkoop van 6 slaaven Goud te Mad:s als. v:r /4. prC:o Jntrest op 't voor uit betaalde kapitaal pa/o. 1383. 12. 53. v:t 25 dag: - - ƒ 38. 18. —. ao de pions voor het overbren„ gen van 't Goud na Madras„ en kontant herwaards battam, en gagie - - - - „ 3. 1. 8. ƒ 41. 19. 8. „ den koopman te Madras Raemsjette; als. weegens kapitaal - - - - ƒ9900. –. –. „ d: Jntrest daar op - - - - „ 39. 12. –. „ 9939. 12. -. „ Den koopman te Madrassjince wenketram sjette voor 2dag. Jntrest op voor uitbetaalde ka„ pitaal - - - - - - pa/o. 4470. 2. 46. van aan hem verkogte 5 staa„ ven goud - - - - - - ƒ 125. 14. 8. „ de pions voor het overbrengen van 't Goud naar Madras, en het provenu van dien herwaards aan battum, en gagie - - - „ 8. 15. 8. „ 134. 10. —. ƒ 10116. 1. 8. 2. op Leverantien tot den handel voor 17 8/91. ; als. a 'sComp:s kooplieden voorlijwaaten - - - - - ƒ55877. 8. 8. „ d:o thoek Mandalam wengada salom Naijker voor monteerings, roggevellen en Kalliatourhout - - - - - - - „ 4500. –. –. „ 60377. 8. 8. 3. Aan 'sComp:s Thoek evengemeld in voldoening van zijn reek: in het leger van Haijder Alichan _ _ - - - „13451. 15. —. Tesaamen Debet - - - - - - ƒ171955. 18. 8. ne kostgelden - - - - - - - - - - - - - - ƒ „ 't gagien - - - - - - - - - - - - - -„ 18. —. — 12. 13. - 31. 11. - Transporteere - - - ƒ83945. 5. -. - en - - ƒ 17195. 10. 8. ser hoofd 83. 17. — 983. 17. 4. –. Ten laste van als volgt; teweeten van ceilon over verstrekte kostgeld, branthout en drinkwaater aan de Zeelieden op de boot 69. 7. 8. overgedaane verstrekkingen aan de Zeevaa„ rende op de pakket Booth de Expeditie - - - „ 185. 16. —. ƒ 255. 3. 8. Ceilon N o 2. – – – - - – - ƒ Van Sadras; als. over Kontant - _ - - - ƒ2250. –. –. „ ongelden bij sorteeren der sa„ 10. 4. -. drase lijwaaten - - - - „ „ afscheepen van versondene be„ noodigdheeden - - - - -„ 31. 19. 8. „ 2292. 3. 8. van Portonovo over contant - - - - „ 900. –. –. „ Jaggernaikpoeram over 't uijt gereijkte aan den adsistent ^ Jan de Bruijn voor 2/m: kostgeld volgens Raads besluijt van 5. - op wissels voldaan; als. â: den Heer pharapheerder, en E: collecteur van't ge„ ƒ 8:5. —. Stempeld papier - - - „ den kerken Raad weg:s collectie te Palicol „ 81. –. – „ 89. 5. –. 6. Moete ten faveure der diaconij armen alhier - - - - „ 900. –. –. 7. -. Reekening van Provisie; als. Aan den geweesene gezaghebber van kormandel den Achtb: Heer Nicolaas Jadama - ƒ 46. 6. 8. Aan den gesuspondeerde Hoofd adm: alhier den Heer P: E: van Halm „ 380. 3. 8 . „ 426. 10. -. 8. ongelden bij het versmelten, en tot staaven gieten van 2926. p:s Goude Persiaanse Ropias - - - - „ 61. 19. 8. -„ 44. 10. -. 9. „ den Rijst stamper weg:s stamploon - - - - 10. –. Ongelden der Jagger:e commissie weegens het gepasseer„ de van Eed door pakhuijs bediendens - - - - - „ 27. —. — 11. Tot inkoopen en verantwoorden, mitsgaders goedmaa„ ken der ongelden aan de administrateurs; teweeten Aan den pakhuismeester d' E: de Raeff - - ƒ1117. 9. 8. „ „ dispensier „ „ Bloeme - - „ 2466. -. -. „ de Hoofd der Arthillerij Nuwer - - „ 90. –. –. „ „ Jngenieur Brosette - - - - „ 2928. 7. 8. „ „ op siender der wapenkamer - - - „ 294. 2. –. „ 6895. 19. -. den 10. nov: 1790. - - - - - - - „ 352. 16. -. „ 3800. 3. -. ƒ9619.11. 8. -. . - – ƒ 171955. 18. 8 Die Transporteere - a: Debet - - - - - 171955. 18. 8 P:r Transport - - - - - - ƒ 83945. 5. -. 149
English
804 Carried forward - - - - ƒ 96190. 11. 8 To Debit - - - - ƒ 17195. 18. 8. 12. For various expenses; namely Rations and Emoluments ƒ 438. 1. -. Ordinary rations - - - - „ 4435. 3. -. Ordinary expenses - - - „ 4566. 14. -. Extraordinary expenses - - - „ 426. 6. 8. Carpentry and Repair - „ 880. 7. -. Expenses on merchant goods - - - „ 1848. 8. -. Expenses of sloops and Smaller Vessels - - - - - - „ 18. 15. -. The hospital - - - - - - „ 648. 18. -. The ship Horssen - - - „ 6. 15. -. Account of Condemnation and Confiscation „ 307. 14. 8. Land pay - - - „ 8106. 5. -. Monthly pay of Native Warriors or Sepoys - - „ 5807. 2. -. Native Servants Monthly pay - - „ 8125. 18. -. ƒ 35616. 7. -. On former years' Expenses, - - - - „ 168. 15. -. Extraordinary Detachment expenses „ 9134. -. 8. „ 44919. 2. 8. The expenditures in the first 6 months of the book Year 1790/91 amount to - - - - - - ƒ 141109. 14. -. To balance with the debit, add here the remaining balance, being In the Main Treasury; namely 7 bars of Gold from the melted Gold Per- sian Rupees - - - - - - ƒ 26170. 4. -. 99 21/32 Mark reals in Silver - - - - „ 2311. 16. -. ƒ 28482. -. -. And in the small Cash chest - - - Pagodas 525. 9. 2. „ 2364. 4. 8. 30846. 4. 8. Total Credit „ 171955. 18. 8. Palliacatta, in Fort Geldria, the 28th of February Anno 1791. was signed W:r Pietersz: Negolle, transferor. We 55. 18. 8 71955. 18. 8 instruction. how this can be arranged even better in the future. Section 266. We therefore hope that this may not only obtain Your High Excellencies' honored approbation, but bring about an order to continue this permanently, since all the confusion and arbitrary practices regarding the debiting and crediting of the respective deliveries etc. with a general settlement under the last of August, must truly be attributed to nothing other than the failure to draw up Cash accounts and the drafting of them after the closing of the Journals. And if this brief indication of the employment of the money in the letters may merit Your High Excellencies' approval, it will, once 905 the reforms among us are properly under way, cost little effort to draw up a General Extended Memorandum of the Employment of Money along the entire Coromandel coast and attach it as a separate annex. The first undersigned humbly requests for this time to be permitted to suffice with the above compendious statement, and respectfully asks for guidance should anything arise therein that may not adequately serve for the proper information of Your High Excellencies. Section 267. The General Cash balances as of the end of January are as follows: At Palliacatta as of the last of January 1791. In the Main Treasury. 7 bars of gold weighing Mark troy 73. 3. 2½ Pagodas 5909. 2. 73 ƒ 26591. 1. -. 99 1/32 Mark reals in Silver - - - - „ 513. 17. 40 „ 2311. 15. 8. Pagodas 6422. 20. 33 ƒ 28902. 16. 8. Carried forward Brought forward Pagodas 6422. 20. 33 ƒ 28902. 16. 8. In the small cash chest - - - - „ 713. 17. 67 „ 3211. 17. - „ 7136. 4. 20 ƒ 32114. 13. 8. At Portonovo as of the last of December 1790. - - - - - - „ 30. 23. 70 „ 139. 9. 8. At Sadraspatnam At Palicol In the Main Cash chest. 13 bars of Gold weighing Mark troy 107. 5. 13¾ Pagodas 840. 18. 14 ƒ 37807. 18. 8. Gold Pagodas - - - - „ 3600. -. - „ 16200. -. - Pagodas 12000. 18. 14 ƒ 54007. 18. 8. In the small cash chest - - - - „ 147. 4. 14 „ 662. 6. 8. „ 12148. 2. 40 „ 54670. 5. -. At Jaggernaikpoeram as of the last of November 1790; namely: In the Main Cash Chest; being 1 bar of Gold weighing Mark troy 10. 4. 7½ Pagodas 781. 2. 58 ƒ 3518. 15. -. Gold Pagodas - - - - - „ 2006. 23. - „ 9031. 6. 8. Pagodas 2788. 4. 58 ƒ 12550. 1. 8. In the small cash chest - - - „ 2531. 3. 60 „ 11390. 4. -. „ 25320. 1. 30 „ 113940. 5. 8. At Bimilipatnam as of the last of December 1790; being: In the Main Cash chest - - - Pagodas 750. 4. 60 ƒ 3375. 16. 8. In the small ditto - - - „ 855. 18. 70 „ 3837. 1. 8 „ 3753. 20. 58 „ 37592. 7. -. Together - - Pagodas 529. 10. 80 ƒ 238457. -. 8. Namely: The And 806 Regarding the difficulty of selling gold in the north, reference is made to the resolutions. Section 268. The various difficulties raised from Jaggernaikpoeram, both there and at Palicol & Bimilipatnam, regarding the sale of the Gold, with the precautions, prudence, and necessity recommended in that regard to be accurate in accounting for it, were amply discussed in our resolutions of 29 October and 31 December; however, not being of such a nature that we need repeat them here for the present, we most obediently take the liberty of referring to those records. Coinage and profit from 140 bars of silver at Jaggernaikpoeram. Section 269. On the said date of 29 October, there was submitted to the meeting an Account of the Return of the 140 bars of refined silver sent thither, upon minting dated the last of August 1790; which cleanly yielded ƒ 32701. 8. - and a profit of 13 7/10 percent amounting to the sum of ƒ 3985. 17. -, according to the Account of the Return itself, which accompanies this in original and also follows here below. Account of Return 114. 13 413. 8. 9. 8. 139. 4670 70. 5. - 13940. 5. 8. 3759 375 7592. 7. - 238457. -. 8 . 8.
Dutch transcription
804 P=r Transport - - - - ƒ96190. 11. 8 à Debet - - - - ƒ 17195.18. 8. 12. Tot dieverse ongelden; teweeten Randsoenen en Emolumenten ƒ 438. 1. -. Randsoenen ordinair _ - - - - „ 4435. 3. —. onkosten ordinair _ _ - - - „ 4566. 14. -. onkosten Extra ordinair - - - „ 426. 6. 8. Timmeragie en Reparatie - „ 880. 7. -. onkosten op koopman sz: - - - „ 1848. 8. -. onkosten van sloepen en Mindere Vaarthuijgen - - - - - - „ 18. 15. —. Thospitaal - - - - - - „ 648. 18. —. - - „ 6. 15. -. 'T schip Horssen - - - Reek: van Condemnatie en Confiscatie „ 307. 14. 8. - „ 8106. 5. -. Zoldijen aan Land - - - Maandgelden van Jnlandse Krijgers of Sipaaijs- - - - „ 5807. 2. -. Jnlandse Dienaaren Maandgelden. . „ „ 8125. 18. —. ƒ35616. 7. -. Op voorjaarige Ongelden, - - - - „ 168: 15. —. „ Exetra ordinair Detachements ongelden „ 9134. —. 8. „44919. 2. 8. De uitgaaven in de eerste 6/m: van het boek„ Jaar 17. 8/91. monteeren _ _ _ _ _ - - - - - - ƒ141109. 14. -. Om met de debet te accordeeren voege hier bij aansaldo, als In de Groote Geld kamer; teweeten 7. staaven Goud van de versmoltene Goude Per„ siaanse Ropias – – – - - - - - - ƒ26170. 4. —. 99 21/32. Mg: Mark reaalen aan Zilver - - - - „ 2311. 16. —. ƒ28482. –. –. En in de kleene Geld kassa - - - pr/o. 525. 9. 2. „ 2364. 4. 8. 30846. 4. 8. „ 171955. 18. 8. Te saamen Credit Palliacatta Jntfort Geldria den 28. februarij Ao 1791. /:was geteekend:/ W:r Pietersz: Negolle overdraager. - . - Wij 55. 18. 8 71955. 18. 8 rigting. hoe dit in volgtijd nog beten kan 1266. geschikt worden. u Hoog Edelheeden g'eerde approba ooden om daarbijte mogen Cotinuent tie niet alleen mag weg draegen maar eene ordre te weege brengen om voor altoos hier bij te continuee ven, nademaal alle de verwarringen en eigen dunkelijke behandelingen no„ pens het debiteuren en Crediteeren op de respective Leverancien enz: met een generaale stelling onder ultimo augustus, waarlijk aan niet anders dan het niet formeeren van Cassa reekeningen en het inrichten van dien na het sluijten der Journaelen, moet worden toe geschreeven. En bij aldien deeze korte aan„ wijzing van het emploij van het geld bij de brieven, u Hoog Edelheeden goed keuring mag verdienen, zal het wan„ pe patite venden 265. Wij hoopen derhalve dat dit neer 905 ult:o Jan:„ At v: 11 neer de reformatien ons behoorlijk in trein zijn, weinig moeiten kosten een Generaale Geextendeerde Memorie van het Geld Emploij ter geheele kuste kor„ mandel, te formeeren en als bijlaegen apart daar bij te voegen. De eerst ge„ treekende verzoekt ootmoedig voor dit maal te mogen volstaan met boven„ staande Conpendieuse aanwijzing en eerbiedig om onderrichting indien er iets bij voorkomt dat niet genoeg strek„ ken kan tot behoorlijke informatie van u Hoog Edelheeden. t gemoarde gedvrestanten onder § 267. De Generaale Geld restanten onder ultimo Ianuarij zijn als volgt: De Palliacatta onder ult.:o Januarij 1791. Aes: In d Groote Geldkamer. 7. -. stavenjoud weg n Mcg tr: 73. 3. 2½. p . 5909. 2. /3. ƒ 26591. 1. —. 99. 1/82 Mcg: Markre alen â Zilver - - - - „ 513. 17. 40 „ 2311. 15. 8. Pag: 642 20. 3 ƒ28902:16. 8. Die Transporteere w Transport p p/o 642. 20. 3. ƒ3902 16. 8. Inde kleene kapsa. - . . . . „ 713. 176 7 „ 32417: — „ „156 4 20 ƒ 32 14.13. 8. Te Portonovo onder ult:o December 1790. - - - - - - „ 30. 23. 70 „ 139. 9. 8. „ Sadraspatnam„ „ Palicol In de Groote Ggeld kassa. 13. Stong Goud weg: mog: tr:s 107 5. 13¾. p7: 840: 18.¼ ƒ 3707:18. 8. Goude Pagooden - - - - „ 3600. - . - „ 16200. – . – Pag. 1200. 18¼ ƒ54007. 18. 8. Inde kleene kas. . . . . „ 147. 4¼ „ 662. 6. 8. „ 12148. 2 40.„ 14670. 5. —. Te Paggernaikpoeram onder ult:o November 1790; teweeten: Inde Grootegjeld Cassa; als. 1. staef Goud wig: migj h:o 10 4. 7. ½ prC:o 781 2.58. ƒ3518. 15. —. Goude Pagooden - - - - - „ 22006. 23. — „ 9031 6. 8. Pag: 2258. 4 50 ƒ10250. 1. 8 Inde kleene kas - - - „ 2531. 3. 60 „ 11390. 4. –. „ 25320. 1. 30„ 113940. 5. 8. Te Bimilipatnam onder ult:o December 1790; als: In de Groote Geld kassa - - - pr . 750. 4„ 60 ƒ 3754. 16. 8. „ „ kleene „ d:o. . . . . „ 855. 18. 70. „ 837. 1.8 „ 353. 20. 58„ 37592. 7. — Te Saemen - - Pag: 529. 10. 80 ƒ3847. —. 8. „ Teweeten: De En „ „ „ - - - - - „ —. – – „ —. –. –. 806 De van Iaggernaik poeram opgegae„ omtrend de Swaarigheijd van vrkop ƒ 268. nan 't goud om de noord word gerefereerd van resolutien vermunting en wikst van 140. 1269. raaven silver op Jag: „nsentie rendement. -. vere swaerigheeden zoo aldaar als te Pali„ col & Bimilipatnam, nopens den verkoop van het Goud, met de derwegen gerecomman„ deerde precautien omzichtigheijd en noodzae„ lijkheijd om naaukeurig te zijn in de ver„ antwoording van dien, bij onze resolutien van 29. october en 31 December ampel verhandelt dog van dien aert niet zijnde dat we het voor als noch in deese behoeven te herhaelen, neemen wij gehoorzaamst de vrijheijd van ons aan die optee„ keningen te gedraegen. Op gem: datum van 29: october is ter verga„ dering ingedient een Rendement van de in d: p:s der„ waarts gezondene 140. staven Bhaer zilver bij vermanting gedateert ultimo augustus 1790: wel ke limpido hebben afgeworpen ƒ 32701: 8. —. en een winst van 13 7/1 p:rC: ten bedrage van ƒ3985. 17. —. uijtwijzens het ren„ dement zelve dat in originale dese verzelt en ook hier onder volgt Rendement 114. 13 413. 8. 9. 8. 139. 4670 70. 5. — 13940. 5. 3. 3759 375 7592. 7. -. 238457. –. 8 . 8.
English
Yield or finding of the following marks 42 ounces English: 2 Being from the parcel that per the sloop de Zeerob on this arrived here, which by the honorable order of the Right Honorable Nicolaas Padama, senior merchant and ruler of this Coast of Coromandel with the jurisdiction thereof, alongside the Honorable and Worshipful Council at Palliacatta, was furnished to the minters, for the minting of rupees; as: 1120. –. –. –. For 140 silver bars of pure silver at 8 marks each, of the assay of 6 penningen 20 grains, comes English weight ƒ 1104. 5. 8. Costing according to the invoice at the mark ƒ 26. –. –. -- ƒ 28715. 11. — 38. 6. 1. 3/4. Refined copper added to bring the aforesaid silver to 11 penningen 10 1/2 grains 1158. 6. 1. 3/4. Calculated at 21 3/4 rupees weight per mark making - - - - - - - - - - - - - - - - - - Ropias 25203. 3/64. Wherefrom deducted the loss by melting - - - - - - - - - - - - - - - - - - " 330. 5/16. Remainder - - - Ropias 24872. 23/64. Deducted for mint charges at 14 per mille - - - - - - - - - - - - - - - - - " 346. 1/16. Remains - - - Ropias 24526. 3/64. Which calculated at 3 7/8 rupees per pagoda at 4 percent agio making pagodas 7266. 23. 40. or - - - - - - - " 32701. 8. —. Giving the aforesaid silver an advance of 13 7/8 percent amply, or together - - - - - - - - - - ƒ 3985. 17. — In the Dutch Office at Jaggernaikpoeram the last of August Anno 1790. Was signed: Senior M:s Schlieplakenn In the margin: Was calculated /:signed:/ Christian Theodorus Bloeme found as such. Deliberating over Your High Excellencies' aforesaid rescript of 17 August last, or the remark at paragraph 36, from which nothing else is to be deduced than that the content of the rupees should decide whether the Company finds its account in the minting, we have written to Jaggernackpoeram to send us four rupees from the latest processed parcel for testing. After receipt thereof, we had two of the same assayed here: regarding this operation, the report of the assayer served at the meeting of 31 January, showing that each rupee assays 11 penningen 10 1/2 grains, and the judicial proof cited hereafter shows that he has also sworn to this report. At the session of 23 November last, two other rupees were joined with the small lumps of silver in the estate with test samples of gold, and all four rupees are accounted to Batavia, with the humble request that Your High Excellencies also please have the same assayed and kindly communicate to us the agreement or the difference in the assay. With respect to the bill of exchange sent from Cochin in 1789, concerning which Your High Excellencies, vide paragraph 64 of the rescript of 27 April 1790, please consider well done the arrangements that had been made in this regard according to the resolutions of this meeting of 8 and 18 September 1789, and concerning which Your High Excellencies then still had in view the interests of the Honorable Councillor Ordinary and Governor of Malabar van Angelbeek, the first-signed has submitted among the transactions the extract sent to him separately from Your High Excellencies' resolution dated 29 June of last year, with the extract attached thereto from the Cochin letter of 30 April prior. These documents were subsequently delivered in copy to the merchant van Byland, in order that, according to the tenor of Your High Excellencies' aforementioned resolution, he might respond to the ordered satisfaction according to the request of the said Honorable van Angelbeek, or prove what the ministers at paragraph 164 of their said missive say, that it would have been his duty, van Byland's, to make his insult to the said Honorable Gentleman somewhat plausible. For his defense herein, the aforesaid van Byland stated himself in one of his petitions to the first-signed, as separately commissioned by Your High Excellencies to the investigation of all sorts of complaints to his charge. But since the resolution of Your High Excellencies dictates that the procuring of satisfaction is entrusted to the ministry, thus to us jointly, notice thereof was given to the assembly at the session of 14 January. By resolution of that date, wherein the extract from that petition stands inserted, there having appeared the request of the said van Byland that this affair or the grievance of the well-mentioned Honorable Governor might be referred by Your High Excellencies to the Honorable and Worshipful Council of Justice of the Castle Batavia, before which he, van Byland, would then also send authorized representatives and defend himself, we, after inspecting the previous records in everything that served the matter, have fallen into the necessity of considering what was to be done by us with regard to the aforesaid positive order of Your High Excellencies for the procuring of satisfaction.
Dutch transcription
inq: ons: Eng: 2 Rendement of Bevinding van de ondervolgende Mg: 42 zijnde uit de parthij die per de Chialoup de Zeerob op Achtbaaren Heer Nicolaas Padama opperkoop ia den E: Achtb: Raad te Palliacatta, aan den munters 1120. —. —. —. Aan 140. staaven bhaar zilver â ider van 8. mg: tw=s Ess:gen kostende volgens aanreekening â 't mq: p: ƒ 26. — — 38. 6. 1. ¾. Geraffineerde koper bij gedaan om voorsz zilver te brengt 1158. 6. 1. ¾. gereekend â 21¾. rop:s swaart p=r mark uitmaakende Waar van aftrekke het verloorene Gaat af voor munts ongelden Dewelke Gereekend â 3 7/8 rop:s p=r pagoodt 4 Geevende voorsz: zilver Een Advansu In 't Nederlands Comptoir ƒ9 /: was geteekend:/ S=r M:s Schlieplakenn 807 Mg: 120. –. –. of Mg: ƒ 1104. 5. 8. bhaar zilver aan 140. staaven â ider van 8. mark 06 op. deesen alhier aangebragt welke ter g'eerde ordre van den wel Edelen koop ia gezaghebber deeser Custe Cormandel met den resorte van dien nevens nters en verstrekt, tot het slaan van Ropijen; als: ƒ tr=s 6 sppenningen 20. Prijnen komt ing: s: ƒ 104. 5. 8. brengh 11. penningen 10½. grijnen e keerde - - - - - - - - - - - - - - - - - - Rop: 25203. 3/64. oorene o Smelten - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 330. 5/16. – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – - den âo p=r mil - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 346. 1/16. Rest - - - Ropias 24872. 23/4. Blijft - - - Top: 24526. 3/64. pagood t 4. percento opgeld uitmaakende pa/o 7266. 23. 40. 0ff„ - – – – – – „ 32701: 8. —. dvanen 12 7/3. per C=o ruijm of te saamen - - - - - - - - - - ƒ 3985. 17. — Jgernaikpoerair ultimo Augustus A=o 1790. plakenn margiene: „ vagereekend /:geteekend:/ Chr=n. Theod=s Bloeme er --ƒ28715. 11. — hdanij bevonden. bereevende over U Hoog Edelheeden meerm: rescriptie van 17. Augustus papsato ofte de aanmerking bij par: 36: waar uijt niet anders is afteleiden dan dat de gehalte der ropijen dient te decideeren, of de comp bij de vermunting haar reekening komt te vinden, hebben we naar Jaggernack poeram geschreeven om ons uijt de Iorgst verwerkte parthij vier ropijen ter bepr ving toe te zenden. we hebben na ontvangst van dien twee van deselve al„ hier laeten Essaijeeren: van deese verrich„ ting heeft het bericht van den Escorijen gedient ter vergaevering van 31. Janua„ rij aanwijzende dat ieder ropij issoijeer 11. p: 10:½. gr: en het voorwaards aange„ haalt Iustitieele bewijs toont aan dat hij ook dit bericht beeedigt heeft. s sleve wije en sien 270. Ter sessie van den 23. November Ad: E: e Twee met 151 800 jes Selver. et versoek ot meder versij: pro van Bijlandis de gondonneerde ƒ2 /1. satisfactie, ofgevorderd voor de Heer van angelbeek. e selignde e aermte klepn wee andere copijen zijn met de klomp„ j. s zilver gevoegt in de boedel met proefjes Gout, en worden Batavia alle vier de ropijen aangereekent, met ootmoedig verzoek dat u Hoog Edel„ heeden deselve meede gelieven te lae„ ten essaijeeren en de overeenkomst of het verschil in het Essaij ons goed„ gunstig meede te deelen. Met opzicht tot de in 1789. van koetsjim gezondene wissel waar„ omtrend. U Hoog Edelheeden vide par: 64: van de rescriptie van 27. April 1790. gelieven voor wel ge„ daan aan te merken de beschikkin„ gen die derwegen volgens de besluijt ten deeser vergaedering van den 8. en 18. September 1789. gevallen waeren, en waaromtrend u Hoog Edelheeden toen. E: 17: „ a eert 1 heeft. toen noch de belangen van den Edel Heer Raad ordinair en Mallabaarsc Gouverneur van Angelbeek te geme zagen, heeft de Eerst geteekende onder de besoigne overgelegt het hem apart ge zonden Extract uit u Hoog Edel„ heeden besluit de dato 29. Iunij A:o passato met het daaraan gehegt Ed tract uyt de koetsjiemsche brief van den 30. April bevoorens. Deeze sted ken zijn vervolgens in Copia afge„ geeven aan den koopman van Byland ten einde, naden teneur van gem: u Hoog Edelheeden besluij aan de geordonneerde satisfactie na volgens het verzoek van gem: Edele Heer van Angelbeek te beant„ woorden of te bewijzen het geen de Min ters bij par: 164. van gem: haere mi„ sive 809 „ van Bijlands verklaaring daar §o 272 Raad gebracht heeft. van Bijland hooft hier in renvere jn 273. 273 vorsegt aan oef Justitie. sive zeggen dat de plicht van hem van Bijland zoude geweest zijn om zijne beleediging van gem: Edele Heer eenigsints waarschijnelijk te maeken. Tot verantwoording hier op heeft voorm: van Bijland zich verklaart bij eene van zijne addressen aan den Eerst geteekenden, als door u Hoog Edelhee„ den apart gecommitteert tot het on„ verzoek van alle zoorten van klach„ enrvonden bij getekende it aan dent ten ten zijnen lasten. Dan nadien het besluijt van u Hoog Edelheeden dicteert dat de bezorging van satis„ factie het ministerium, dus ons gezamentlijk word opgedragen is, daar van, ter sessie van den 14. e Ja„ nuarij aan de vergaedering kennis gegeeven. Bij resolutie van dien datum alwaar. ge„ ve atin de engeens devan tis 1274. alwaar Extract uit dat Addres ge„ intereert staat, zijnde voorgekoomen het verzoek van gem: van Bijland dat die affaire ofte de doleanti van welm: Edelen Her Gouverneur, door u Hoog Edelheeden mocht worden ge„ renvoijeert aan de Edele Achtbaeren Raad van Iustitie des kasteels Ba„ tavia, waar voor hij van Bijland dan ook gemachtigden zenden en zich verdeedigen zoude, zijn we na het inzien der retro acta in alles wat ter materie diende, vervallen in de noodzaekelijkheijd om te overwee„ gen wat ons, ten aanzien van het voorsz: positief bevel van u Hoog Edelheeden ter bezorging van sutisfac„ tie stond te doen. U Hoog Edelheeden gem onze 152
English
examining our Resolution, you will find that, with regard to the 600 ropijen advanced to Cap:n Kingsmill at Cochin from the Company's treasury on account of his request for monetary assistance, made and refused by the Ministers, we actually considered it doubtful who ought to reimburse that disbursement, the captain or the owners of the ship Geldria; and that consequently van Bijland's request for a judicial decision did not seem unfounded; but that he, notwithstanding this, was obligated to make open amends for the insults offered to the Honorable Mr. van Angelbeek and should, at the very least, have asked forgiveness for this in our meeting. 275. What took place with van Bijland regarding the ordered Satisfaction. His declaration thereon. We also actually summoned him for that purpose, and we held before him in substance our view regarding the protested bill of exchange, and how this could not have given him any right whatsoever to use such slanderous terms as he had used with respect to the Honorable Mr. Angelbeek; but we could win nothing from him. He declared that he considered both the one and the other as a private affair not concerning the Company; what is more, upon our question whether he refused to obey Your High Right Honourables, he testified that he judged he could do so in this case in the sense that he stated, recorded in his presence, 276. and subsequently described in the aforesaid resolution of 14 January. We take the liberty of referring respectfully to the said Resolution, according to which we judged that we could or might not proceed any further in this matter, but that we ought to present van Bijland's representation to Your High Right Honourables, as well as our, as we believe, legitimate grievance against the request of the said Cochin Ministers in paragraph 180 of their aforesaid letter, in so far as it can be made applicable to us; since we believe that by the decision of this meeting of 8 September 1789, to let the bill of exchange in question be protested, not the slightest harm was done to the Honorable Mr. van Angelbeek, nor was there even the least intention to do so, because Your High Right Honourables, having been able to perceive that, would not have been pleased to let the handling of the case pass. 277. An excuse is requested in the general letter for the committed neglect, and the description and plan of the fort of 1786 are presented. Fortifications & Buildings. In answer to the neglects regarding this, mentioned in Your High Right Honourables' repeatedly cited rescript of April passato, paragraph 66, and for which we humbly beg pardon, we have the honor to show that in 1786 a description was added to the plan then made of Fort Geldria in the state of its buildings, but that, because it was in French, it remained here and was not sent off. The first-signatory, being informed of this, had that description translated and requested another copy of the plan, because the original with its description had been handed over to the Honorable Commissioners who were here in August passato and made an inspection of our Fort and defense works on behalf of the state. We have the honor to enclose herewith the aforesaid plan with the description, both in French and in Dutch. 278. They are still in the state of 1785. Ordered inspection of the fort and buildings, especially of the Government House, and why. Your High Right Honourables will also, if you please, find noted in the resolution of 2 October last that in general the state of the buildings is still in the same condition as stated in the previous papers and especially in the missive of 17 October 1785. On the said day, we commissioned David Kahle, Lieutenant of the Jaffanapatnam detachment, and Hendrik Nieuwer, overseer of the Artillery, to make, in the presence and under the supervision of the ensign engineer De Brossette, an accurate inspection of the Fort and the Buildings, and to submit a written report of their findings, indicating the defects in general and of the Government House or Governor's residence in particular, it being in such a state that the first-signatory, upon his arrival here, thinking he could make use of it, found himself forced, because of its unfitness and on account of the various services for which it is employed, to abandon that idea and to rent a house outside the fort. 279. Its bad condition. The said Government House, as the note in the aforesaid resolution of 2 October also shows, or its rooms, mostly rest on props, and above, all the beams are mostly bent crooked by the weight of the flat roof and their age, and many are clamped with iron bands, not without danger to life or limb should one or another give way and fall down during heavy weather. Meanwhile, it must serve as an assembly hall for us and by turns also for the Council of Justice. The linens are sorted and packed there, and when the collection begins and we cannot yet ship them off, several bales must find a place in some of the rooms, not without fear of being damaged by the rats, by which the ground is undermined; for the Chief Administrator's residence, a house of little importance, situated between three other small houses directly opposite the Government House, under the latter of which one is employed as the Trade Office
Dutch transcription
810 onze Resolutie naziende zullen bevin„ den dat wij met op zicht tot de op koets„ jiem aan Cap:n Kingsmill verstrek„ te 600 ropijen uijt 'sComp:s Capsa proda„ to, van zijn gedaan en door de Menis„ ters ontzegt verzoek om assistentie van Geld aanmerkten in der daad als twijffelachtig wie dat verschot behoor„ de te vergoeden, de capitain of de rheeden van het schip Geldria en dat gevolgelijk van Bijland der„ wegen in zijn verzoek om een gerech„ telijke decisie niet ongefundeert schijnd te zijn: maar dat hij, dis onaan„ gezien, verplicht was, de den Edelen Heer van Angelbeek aangedaan ne injurien openlijk te beeteren en daar over, in onze vergaedering, ten minste, vergiffenis behoorde te verzoeken. Wij ge„ ffao„ gem: woat van bijland nop:s de gordonneer 275. de Satisfactieis orgehouden. zijn verklaaring daar op Wij ontbooden hem ook werkelijk ten dien fine door ons we hielden he in substantie voor ons begrip in op„ zicht van de geprotesteerde wissel en ie 14. hoe dit hem geen recht ter wereld had kunnen geeven tot zulke La terlijke termen als waar van hij ze woord aads ten aanzien van den Edelen Heer Angelbeek bedient hadde: maer we konden niets op hem verwinnen. Hij verklaerde het een zoo wel als andere aantemerken als een Partie liere affaire de Compagnie niet rae kende, wat meer is, hij betuijgd op onze vraeg: of hij weigerde U Hoog Edelheeden te gehoorzaem dat hy oordeelde in dit geval dat te konnen doen in dien zin, als hij dat heeft opgegeeven, in zijn presen tie PS: 211 sel en porte desenst woagen aan resohut 276. die 14. Jan: no voordragt van veen Bijland san des. rads representatien in deesen.. tie opgeteekend en vervolgens bij voorsz resolutie van den 14. Ianuarij 121 beschree ven geworden. Wy neemen de vrijheijd ons in eerbied te gedraegen aan gem: Resolutie, volgens welke wij geoordeelt hebben in deeze niet verder te kennen ofte mogen gaan, maar u Hoog Edelheeden van Bij„ lands representatie zoo wel te moe„ ten voordraegen als onze, zoo wij ver„ meenen verhtmatige bezwaernis tegen het verzoek van gem: koets„ siemsche Ministers bij de 180 par: van voorsz: Haere brief by zoo verre die op ons kan applicabel worden gemaakt, nademaal wij vermeenen dat door het besluijt deezer vergaedering van 8 September 1789. om de wissel in 77. overgerimanqueerd versuijm §277 in alp:o word Excuis versogt en onder welke vertonen mop:s de beschrij„ ring en t plan van 't ort van 1736. in questi te laeten protesteeren den Edelen Heer van Angelbeek geen het minste Leed is aangedaan, zelfs dat de minste intentie daar toe niet geweest is, wijl u Hoog Edelheeden, dat hebbende konnen be„ speuren, de behandeling van het geval niet zouden hebben gelieven te passeeren. O Fortificatien & Debou wen. Tot verantwoording op de derweegen bij meermelde U Hoog Edelheeden rescriptie van April passato par: 66. voor koo„ men=de verzuijmen en waar over we ootmoedig Excuus ver zoeken hebben we de eever te vertoonen dat in 1786. van het Fort Geldria in den staat van dus. 17 812 woer ten bijde aangebooden. dies gebouwen, bij het doen daar van gemaakte plan een beschrijving gevoegt, maar dat die om dat ze in het Fransch was, alhier verblee„ ven en niet verzonden is. Den Eerst„ geteekende, hier van geinformeert, heeft die beschryving laeten ver„ tailen en een andere Copij van het plan gerequireert om dat men het origineel met dies discrip„ tie hadde afgegeeven aan de Edele Heeren Commissaris„ sen welke in Augustus Passato hier geweest zijn en van weegen den staet een opneem van ons Fort en het defensie wezen gedaen hebben wede„ Eere het voorm: plan met de beschrijving beiden in het Fransch in Nederduijtsch hier neven te voegen. de si nogin den taat van 173 . 78. Ook zullen u Hoog Edelheeden bi resolutie van den 2e: october. Geordonneerde op neem van 't fort en gebouwen „ment, en waarom. 2: october laastleeden, des behaegende, aan„ geteekend vinden dat over al het alge„ meen, den staat der gebouwen noch is in het zelve weezen als bij het voorige papiere en inzonderheijd bij missive van den 17. october 1785. is opgegee„ ven. Wij hebben ten gem: dage den Lieutenant van het Iaffanapatnams ditachement David kahle en op ziender over de Arthillery Hen„ drik Nieuwer gecommitteert om, dies ten bij zijn en overstaan van den vaendrig ingenieur De Brossette een naaukeverigen opneem van het Fort en de Gebouwen te doen en van derzelver bevinding te dienen van speciaal van 't gouverne schriftelijk bericht, aanwijzende de gebreeken in het Generaal en van het Gouvernement ofte des Gouver neurs 873 dues slegte toesland 8279. neurs wooning in het bijzonder, als zoodanig gestelt dat de Eerst geteeken„ de, bij zijn aankomst alhier, daar van denkende gebruijk te konnen mae„ ken, zich weegens dies onbequaemheid, en uit hoofde van onderscheiden diens„ ten waartoe dezelve word geemploijeert in de noodzaekelijkheijd bevond om daar van aftezien en buijten het fort een huijs te huuren. Het gemelde Gouvernement ge„ lijk de aanteekening bij voorsz: reso„ lutie van den 2. e october meede aen„ toont, ofte de vertrekken van dien staen meerendeels op stutten en van boven zijn alle de balken door de zwaerte van het plat en haeren ouderdom meest krom geboogen en veele met ijzere beugels beslaegen, niet vrees van niet zonder „ gevaer voor lijf of leeven wanneer het een of ander bij zwaer weer zoch mocht begeeven en nedervallen. Het moet ondertusschen dienen tot een ver„ gaeder zael voor ous en bij beurte ook voor de Raad van Iustitie. Men sorteert en pak en de Lijwaeten en wanneer de inzaem begint en dat wij noch niet kunnen afscheepen, moeten in som„ mige der vertrekken, niet zonder vrees van door de rotten, waar van de goont is ondermeint beschaedigt te worden, verscheide pakken plaets vinden: want des Hoofd Administrateurs woo ning een huijs van weinig belang, geplaetst tusschen drie andere klei„ ne woonigjes vlak over het Gouver„ nement, onder welke laetste een tot het Negorie kantoor word geemploij„ t eert
English
serves as a warehouse for the storage of bales or other precious goods, since the actual warehouses beneath the so-called entirely dilapidated church and especially the ceilings are in such poor condition that one cannot use them without danger to life, but there is not enough room therein for everything; moreover, the warehouses, having no opening or air at all, are very stuffy; in several places also propped up and the woodwork infected and gnawed through by white ants, serving nonetheless as a large money room and for the storage of spices and Japanese bar copper, although both, and especially the spices, require airier and better rooms. Section 280. Already shown in October of last year. Change of headquarters. Thus the first signatory testifies to have found the fort and the buildings upon his own survey and ocular inspection. And since we are now under the necessity of not being allowed to carry out any repairs of importance on the one or the other for the time being, and the inconvenience of the place in itself, with all the difficulties in unloading and loading the ships, has already been respectfully shown to Your High Right Noblenesses upon the dispatch of the ship Horssen by an extract from our resolution of 15 October of the past year, we can do nothing less than ardently wish for a speedy deliverance from this Paliacatta, so unhappily chosen as a headquarters. Because our having to manage any longer in such a miserable and defective manner cannot but sooner or later have detrimental consequences for the Company, partly through the damage it suffers from a lack of storage space for goods, and partly because nothing can be improved with piecemeal and parsimonious repairs, and the Company, thus choosing to remain here, will necessarily fall into such heavy expenses as might possibly suffice to establish a better and more convenient place. And it is for that reason that we make bold to submit most humbly to the consideration of Your High Right Noblenesses that which we, regarding this subject, or the unsuitability of Paliacatta as a head office, have authorized ourselves to set down as our sentiment in the reply to paragraph 279 of the Patriasche extracts inserted herebefore. Section 281. Report of the aforesaid survey and calculation to be made not yet fulfilled. Meanwhile, the report received thereof concerning the state of the fort and the buildings, in fulfillment of the aforesaid commission, is inserted in the resolution of 19 November last. On that day we ordered the aforementioned Ensign Engineer to form a further plan and explanation of the one and the other, and at the same time a calculation of what the necessary improvements and repairs would cost. But this has not yet been fulfilled, since the engineer, being occupied for three months now with putting in order and constructing outer works for our necessary defense in case of attack by such rabble as the looters or robbers of Tipu Sultan who have been roaming around here, and other occupations, according to his assurance has had no time to respond to this. We have nonetheless admonished him once more to this end, and we shall, as we hope, with the further report have the honor to offer Your High Right Noblenesses that work, and at the same time to present the state of defense, although we heartily wish to see an end to that costly encumbrance as soon as possible. For, High Noble Sirs, our principal expenses being the maintenance of more than the ordinary soldiers and the necessary advances to the aforementioned engineer to account for this after the completion of the affairs. But that we also in this regard, or to put ourselves in a posture of defense, allow nothing to be done except the strictly necessary, appears among other things from our resolution of 6 December last, when deliberations were held over a report from the repeatedly mentioned engineer regarding the state of the bastions of the fort, which repair they required to be brought into such a state that one could use them better than now, and that this, according to the calculation made, would cost pagodas 513.27; which we have postponed and completely omitted. Because, as the engineer himself admits, those costs would be of little effect, both in view of the position of the fort, hemmed in by buildings that stand so close beneath it that one can fire upon them with a good pistol, and because the outer work must mostly serve for our security, for having to retreat inside the fort, we would very quickly find that an honorable capitulation would constitute the only means for our preservation. Section 283. Of previous year's repairs to the fort a memorandum is ordered to be drawn up. Of the repairs carried out on the bastions Graaf Maurits and Graaf Ernst in the year 1789, and some defects in the buildings in the fort
Dutch transcription
179 01 eert diant wel tot een Pakhuijs ter berging van pakken of andere precieuse Goederen, vermits de eigenlijke pakhuijsen, onderde zoo genaamde geheel bouvallige kerk en voor al de zolderingen zoo slegt ge„ steld zijn dat men 'er niet dan met ^ maar daar in levens gevaer gebruijk van maakt ^ is voor alles geen plaats genoeg; daar en boven zijn de Pakhuijzen ten eene„ maal geen opening of Lucht heb„ bende, zeer bedompt; op verscheide plaetsen ook onder stut en de hout„ werken van de witte mieren geinfec„ teert en door knaagt, dienende noch„ tans tot een groot geld kamer en ter berging van specerijen en het Iapansch staefkoper, schoon het een en ander„ en voor al de specerijen luchtiger en bee„ ter vertrekken vereischten. Dus in 8bera:o pass:o be „ 1280. reets vertoond andering van hoofdplaats Dusdanig betuijgt de eerstgeteekende bij eige op neem en occulaire inspectie het Fort in de gebouwen te hebben be„ vonden. En daar we nu in de nood Dae„ kelijkheid zijn van geene reparatien van belang voor eerst, aan het een en ander te mogen doen en de ongeleegen„ heijd der plaats op zich zelfs, met al„ le de inconvenienten bij ontlossingen bela„ ding der schaepen, u Hoog Edelheeden, bij de depeche van het schip Horssen door een Extract uijt onse resolutie van 15 october A:o p:o, bereets eerbiedig wensch om dit alles tot ver„vertoont is, konnen wij niet men doen dan vierig te wenschen om een spoedige verlossing van dit, zoo ongelukkig, tot een Hoofdplaets verkooren Palliakatta. want me ons langer zoo elindig en gebrekken te 815 daar van bij Patriasche Extract is aangetoond te moeten behelpen, kan niet an„ ders dan vroeg op last voor de Comp. e van nadeelig gevolg zijn eens deels door schaede die zy ondergaet uijt „manquement aen bergplaets voor de goederen en ten anderen om dat met kruijmelachtige en zuijnige reparatie niets is te verbeeteren en de Comp: dus verkiesende hier te blijven, noodwen„ dig in zulke zwaere ongelden zal moeten vervallen, als mogelijk zou„ de konnen toereiken om een beter en gelegenen plaats aan teleggen. esoo als de noodzaakelikheid En het is uijt dien hoofde dat we ons bevrijmoedigen u Hoog Edelhee„ den onderdaenigst in consideratie te geeven, het geen wij, nopens dit Lujet, ofte de ongeschiktheijd van Pal„ liacatta tot een Hoofd kantoor ons aangemactigt §281. Rapport van voorsz: opneem en calculatie te maaken. nog niet voldaan. aangemactigt hebben als ons gevoelen ter neder te stellen bij het antwoord op de 279. par: van de hier voor ge„ insireerde Patriasche Extracten. Ondertusschen staat van het geinsereert resol 19. November Fort en de Gebouwen, in voldoening aan „voorsz: Commissie, het daar van in„ gekoomen rapport bij resolutie van den 19: November laestleeden geinse„ se Jngeneueris gtast nader plan reert. Wij hebben ten dien dage den vendrig ingenenieur voormelt ge„ last om van het een en ander een na„ der plan en Explicatie en tevens te formeeren en calculatie van het geen de noodige verbeeteringen een reparatien zouden dienen te kosten. mitsbezigheid is daar aan Dan hier aan is als noch niet voldaen, vermits de ingenieur nu zeedert drie maenden met het in orderbren„ Gr. Z 1157 a §282. Hoe zeer alle ongelden aan 't fort besuijnigd werden. gen en aanleggen van buijten werken tot onze noodwendige defensie in. cas van aanval door zulke gespuis als de hier om gesworven hebbende lut„ Jaks of roofers van Tipoe sulthan en andere occupatien, volgens zijn verzeekering geen tijd gehad heeft om daar aen te beantwoorden. wij zal dus bij nader verslag volgen hebben hem nochtans hier toe noch„ maals vermaant en zullen zoo we hoopen met het nader verslag de eere hebben U. Hoog Edelheeden dat werk: en tevens aante bieden de ver„ tooning der staet van defensie, schoon we van harten wenschte aan die kostbaere lastigheijd, hoe eer hoe beeter een einde te zien. Want Hoog Edele Heeren onze voornaamste depences zijnde onder„ houding bren¬ houding van meer dens ordinaire kr gers en de noodwendige verschotten aangem: Iugeneeur om, na verrich„ ting van zaeken, hier van reeken„ schap te doen. Dan dat we ook ten deeze aanzien, ofte om ons in pos„ tuur van tegens weer te stellen, niets dan het noodzaekelijks te laeten ver„ richten, komt onder anderen te blijken uijt onse Resolutie van 6:e December laastleeden wanneer gedelibereert is over een bericht van den meerm: Ingenieur nopens den staet der Bastions van het Fort, welke reparatie die benoodigde om gebracht te worden in een staet dat men zich daar van beeter als nu zou„ den konnen bedienen, en dat zulks na de gemaekte Calculatie pagorden 513. 27. zou moeten kosten; het welk we uijt gesteld 817 §283. van voor Jaarige reparatie aan 't ford is geordonneerd me„ morie op te maaken. gesteld en geheel agterwegen hebben gelaeten. want gelijk de ingenieur zelfs bekent, zoude die kosten van wei„ nig effect zijn zoo uijt aenmerking der stand van het Fort benauwd door gebouwen welke 'er zoo dicht onder„ staan, dat men ze met een goet dis„ tool kan beschieten, als om dat het buijten werk meest dienen moet tot onze zekerheijd want binnen het Fort retireeren moetende, zouden we zeer haest bevinden dat een ho„ norabde capitulatie het eenigste middel tot ons behout zou uitmac„ ken. van de aan de punten Graef Maurits en Graaf Ernst in Ao 1789. gedaene reparatien en eeni„ ge gebreeken aan de gebouwen in het Fort 513.