VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3877

Coromandel · 1,160 pages · 164 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3877_0670 view scan ↗

English

ratio in the three most recent book years. Regarding the insertion of the fort, upon which Your High Honours' reflection fell in the aforementioned rescript of August, paragraph 39, we have, pursuant to the resolution of 23 November, ordered memoranda to be prepared in order to be inserted into our resolutions, as well as those concerning the amounts of carpentry and repair of the three most recently passed book years; however, this requirement has not yet been fulfilled. As is customary, a summary has been prepared for 506: of the last of the year when the books close, thus of 1787/8, of the expenditure on carpentry and repair in that book year. That document follows below according to custom. Summary Summary of the carpentry and repair completed during this book year 1787/8 at all the offices of this Government and at this headquarters, Palleacatta, showing the greater and lesser amounts in this book year compared to that of the previous year, namely: At Palleacatta, the timberwork amounts to: This year: ƒ 5153. 3. — Previous year: ƒ 7210: 6: — This year greater: ƒ —. —. —. This year lesser: ƒ 2057. 3. —. This excessive decrease has its origin in the fact that in the previous year a new mint was erected within the fort, and also the bricking up of the mines that had been made by the English at the bastions Graaf Hendrik and Graaf Willem, and other defects on the east and west side of the Castle walls were repaired, and thus in this year no other expenses occurred than: For the erection of four stone pillars, as well as for tiling the lean-to roof for the minters to melt gold, silver, etc., together with the flooring and nailing... Carried forward: ƒ 5153. 3 — ƒ 7210. 6. —. ƒ —: –. — ƒ 2057. 3. -. ...nailing of the bunks on the piers, etc., cost: ƒ 285. 18. 8. And for bricking up the mines of the Castle bastions Graaf Maurits and Graaf Ernst, together with repairing the heavily damaged embrasures or embrasure ports, was entered: ƒ 845. 14. 8. For the tile roofs and window shutters of the rooms on the rampart damaged by the very heavy gales and rain, and all the dwellings in the Castle, as well as the offices around the mint repaired, etc., for which was entered: ƒ 464. 10. 8. Total: ƒ 1596. 3. 8. For the ordinary timberwork there thus remains: ƒ 3556. 19. 8. Making as stated: ƒ 5153. 3. —. This year, as stated above, the ordinary timberwork amounts to: ƒ 3556: 19. 8. The ordinary timberwork in the previous year amounted to: ƒ 2479. 12. 8. Thus this year greater: ƒ 1077. 7. —. Carried forward: ƒ 5153. 3. — ƒ 7210. 6. —. ƒ —. —. — ƒ 2057. 3. - Per transport: ƒ 5153. 3. —. ƒ 7210. 6. —. ƒ —. —. — ƒ 2057. 3. —. Per transport: ƒ 5153. 3.— ƒ 7210. 6. —. ƒ —. –. — ƒ 2057. 3. —. At Jaggernaikpoeram, totals: This year: ƒ 2024. 11. 8. Previous year: ƒ 1111. —. 8. This year greater: ƒ 913. 11. –. This year lesser: ƒ —. –. —. This increase is caused by the raising of the ground for bricking a circular wall around the flagpole, and making a new cross-tree along with other requirements for the mast, topmasts, and a new flagstaff, as well as by the reconstruction of the pier on the river side of that village, which was entirely washed away to a depth of more than three feet by the heavy storm and high-water flood of 20 May 1787, etc. At Sadraspatnam: ƒ —. - - ƒ —. -. -. ƒ —. -. -. ƒ —. –. –. At Bimilipatnam: ƒ 7416. 11. –. ƒ 6750. -. –. ƒ 666. 11. - . ƒ —. –. –. This increase is to be attributed to the new construction of two warehouses, besides a bleach-house, and a room at the mint, together with the repair of the damages caused by the stormy weather to the previously built warehouses and bleach-houses, all according to calculation favorably approved by the Coromandel government; At Palicol: ƒ —. - - ƒ —. – . – ƒ —. –. –. ƒ —. –. –. Total: ƒ 14594. 5. 8. ƒ 15071. 6. 8. ƒ 1580. 2. —. ƒ 2057. 3. -. The lesser deducted from the greater: ƒ 14594. 5. 8. - - ƒ 1580. 2. –. Thus remains for the lesser expenditure in this year: ƒ 477. 1. - - - ƒ 477. 1. —. Palleacatta in Castle Geldria, the last of August 1788. Section 284. When and how report shall also be made of the following book years. Reference to the first signatory's reflection on the expenses in the resolution of 15 January. For the book year 1788/9, we hope to make a report before long, and in coming October for 1789/90. But for 1790/91, we shall see to arrange it so as corresponds with the intention of the aforesaid requirement of 23 November and is properly meant; humbly requesting for the present to let the matter rest here, and regarding the first signatory's reflection concerning the amount of the Palliacat carpentry and repair, to allow us to refer to the remarks on the general expenses made in the Resolution of 15 January, which are recorded there. What

Dutch transcription

ratie in de dri Jongstekboeke Jaaren geformeert. in sertie daar daar van Fort, waarop u Hoog Edelheeden reflesie is gevallen bij voorm: res„ creptie van Augustus par: 39. hebben we, volgens besluijt van den 23. November geordonneert Memorien op te maeken om bij on„ ze resolutien geinsereert te worden zoo wel als van de timmeragie en repan met die van het bedragen van Timmeragie en Reparatie van di drie Iongst gepasseerde boek Joe„ „dog daaraan s nog niet vordaan ven doch aan dit requisit is als noch niet voldaan. Men heeft van 506: samentekking vant laast gelijk men zegt als na gewoonte van het Iaar dat de boeken sluijten dus van 178 7/8: gefor„ meert een samen trekking van het bekostigde aan Timmeraa gie en Reparatie in dat boekjaar. Dat geschrift volgt na de usantie hieronder. e Damentrkking E 818 samentrecking der gedaane Timmeragie en Reparatie, geduirende tit boekjaar 178 7/3. op alle de Comptoiren deser Gouvernements en te deser Hoofdplaatse Telle„ acatta, met aanthooning van derselver meerder en minder bedraagen in dit boekjaar em dat van Annopassato; Namentlijk. Dit Jaar Dit Jaar , Ao passato Meerder, Minder Te Palleacatta bedraagt het vertommerde - ƒ 5153. 3. — ƒ 7210: 6: — ƒ —. —. —. ƒ2057. 3. —. Deeze Excessive minderheid heeft zijn oorspronk door dien er in A:o passato een nieuwe munt binnen 't fort is opgehaalt, en mitsgaders het toematze„ len der mijnen welke door de Engelschen waaren ge„ maakt aan de punten graaf Hendrik, en graaft Willem, en meer andere gebreeken aan de Oost en west zijde van 't Casteels muuren zijn gedaan, en dus in dit Iaar geen ander ongelden is voor„ gevallen dan; Voor het ophaalen van vier steene pilaaren als ook tot het beleggen met pannen van het asdak voor de munters tot het Smelten van Goud, zilver Eec:a, mits„ „gaders het bevloeren en bespijkeran Transporteere - - - - - ƒ 5153. 3 — ƒ 7210. 6. —. ƒ —: –. — ƒ2057. 3. -. 106 156. Dit Iaar A:o passato Dit Iaar bespijkeren van de brit„ ten op de praalen ensz: „heeft bekostigd - - - - ƒ 285. 18. 8. En voor het toemetzelen der mijnen van het Casteels punter graanf Mauriets en graaf Ernst mits„ „gaders het repareeren der zeer beschadigde embra„ cuur of Schietgaaten is - - - - - „ 845. 14. 8. opgebragt Voor de door de zeer Swaare ruk¬ winden, en reegen beschaa„ digde pannedaaken, en vengsters blaaden van de kamers op de wal, en alle de wooningen in 't casteels zoo meede de Comptoiren, om de munt gerepareert etc=a waar voor is opgebragt . . „ 464. 10. 8. ƒ 1596. 3. 8. Voor de ordinair vertimme„ ringen komt dus - - - - - „ 3556. 19. 8. oversulks als gezegd - - - - - ƒ5153. 3. —. Dit Jaar is deselver gelijk booven gezegd is groot - - - - - - ƒ3556: 19. 8. De ordinair vertimmering heeft in A:o p:o bedraagen - - - - - „ 2479. 12. 8. Dus dit Jaar meerder - - - ƒ1077. 7. —. Transporteere - ƒ 5153. 3. — ƒ 7210. 6. —. ƒ —. —. — ƒ2057. 3. - Meerder, Minder. P„r Transport - - ƒ 5153. 3. —. ƒ 7210. 6. —. ƒ —. —. — ƒ 2057. 3. —. 819 P„r Transport - ƒ 57153. 3.—ƒ7210. 6. —. ƒ —. –. — ƒ 2057. 3. —. Dit Jaars. Ao. passato Dit Jaar Meerder, Minder „ Iaggernaikpoeram, sommeert - - - - „ 2024. 11. 8. „ 1111. —. 8. „ 913. 11. –. „ —. –. —. Deeze vermeerdering is veroorsaakt door het ophoogen van de grond tot het metselen van ronde muur rondom de vlaggemast, en maken van een nieuwe saleng benevens andere bena„ digdheeden aan de mast, stengen, en een nieuwe trommelstotk, als meede door het opbouw van het Hoofd aan de revier zijde van dat dorp, die door de swaa„ re Storm &„a hoogwaater vloed van den 20„te Meij 1787. ten eenemaal was wegge„ Spoeld was tot een diepte van ruijm drie voeten Etc„a —. - „ Te Sadraspatnam - - - - - - - „ —. - - - - „ —. -. -. „ —. -. -. „ —. –. –. „ Bimilipatnam - - - - Deeze vermeerdering is toteschrijven door de nieuwe aan bouw van twee pakhuisen, na„ vens een bleekhuijs, en een kamer aan de munt, mitsgad:s ter verhelping der schaa„ den door het storm-agtig weer veroorzaakt aan des te vooren opgebouwde pak en bleekhuijsen, alles volg:s calculatie door de cormandelsche regeering gunstig„ lijk goedgekeurd; „ Palicol. - - - - - - - - „ —. - - - -.- „ —. – . – „—. –. –. „—. Teld - - - - ƒ14594. 5. 8. ƒ 15071. 6. 8. ƒ 1580. 2. —. ƒ 2057. 3. -. 'T Minder van het meerder gedetraheerd - _ _ _ - - „ 14594. 5. 8. - - – – „ 1580. 2. –. zoo komt voor 't minder verguastreerde in dit Iaar. ƒ 477. 1. - - - - - - ƒ 477. 1. —. Palleacatta in 't Casteel Geldria ultimo Augustus 1788. „ 7416. 11. –. „ 6750. -. –. „ 666. 11. - . „ —. – van van het boekjaar 1788/9. hoo„ §284. wanneer en hoedanig ook van de volgend boekjaren zal verlag en werden referte nof de erst geteekenden de lagie op de ongelden aan re sol: 1: Jan„ pen we eerlang ook verslag te doen en in october aanstaande van 17 9/90 Maar van 17 9/91: Zul„ het te schikken len we zien zoo als met de intentie van het voorsz: requisit van 23. Novem„ ber over een komt en eigenlijk de meenig is: verzoekende ootmoe„ dig voor teegenwoordig het hier bij te laeten berusten en wegens des eerst geteekendes reflexie aangaen„ de het bedraegen der Palliacatsche Timmeragie & reparasie ons te mo„ gen gedraegen aan de bij Re„ solutie van 15. Januarij op de Generaale ongelden gemaek„ te aanmerking, welke aldaar ge„ nooteert staan Wat

NL-HaNA_1.04.02_3877_0675 view scan ↗

English

As regards Jaggernaikpoeram, on the 30th of October last, deliberations were held concerning an accounting given by letter of the 13th prior by the secunde Hieronimus Jacobus van Someren of Vrijenes regarding the 4000 pagodas taken from the cash box in 178¾ for the construction of the new warehouse; namely, that without doing so, he would not have been able to finish the work; that all building materials had to be bought up in advance and various items brought from afar, especially the palmyra beams which were requisitioned from Jaffanapatnam and also sent from there in good time, but unfortunately with the toni were driven ashore south of Masulipatnam in the bay of Carera, whereby he had been able to carry out nothing before the arrival of these palmyra beams in the month of August last, when the work was completed; that he could never have accounted for it if he had used bad palmyra beams and woodwork for such a formidable building as the aforementioned warehouse, and that consequently the delay of the work was not to be imputed to him, with the request to be pleased to absolve him from the imposed reimbursement of warehouse rent for six months after the lifting of the first 2000 pagodas until the complete construction of the warehouse according to the calculation, alleging various other reasons why he could not have taken it upon himself to terminate the lease of the private warehouses before the new Company warehouse was finally completed, referring in that regard and for his general allegations to the testimony of the then present commissioners Hishusius and Schliephaken, who completely vindicated him, Van Someren; so we have, for that reason, subject to your Right Excellencies' esteemed further approval, absolved him from the reimbursement of the aforementioned warehouse rent, provided that the said commissioners could assure that the Company effectively had to bear those expenses until the new buildings, serving generally as warehouses, were ready, and there was no possibility that a part thereof could have been employed before completion, whether for storage or for the reduction of the said rent; with a further order to the commissioners to specify particularly what they think of the construction of that new warehouse, whether everything has been made firm and strong and the same is thus in such a state that the Honorable Company could remain exempt for long years from such costs, presently unbearable, and one may be assured that no other expenses than ordinary maintenance will need to be defrayed thereon. Meanwhile, and because no satisfactory certainty had been obtained in this regard, the write-off of the cost of the warehouse was to be considered as extremely premature, and for reasons as stated in the aforementioned resolution Van Someren was to be seriously reproached in that regard. On the first part of this our requisition, the commissioners explained themselves in their letter of the 5th of the last expired month of December and acknowledged that the lack of palmyra beams and iron were the principal obstacles why the warehouse could not have been completed earlier; and that it had thus not well been possible to get the building finished earlier than late in August, submitting to our consideration whether it would be consistent with prudence to place the Company's valuable goods in an unfinished warehouse and expose them to decay and danger of theft; for their part believing that the chiefs could never have accounted for such a thing; in short, according to their opinion, the rent of another private warehouse seems to have been unavoidable as long as that of the Company was not completely ready. But regarding the firmness and strength of the buildings, they dared not express an opinion; they requested us to be permitted to suspend their judgment on this until after the arrival of the elected chief from Bengal, in order to be inspected by him alone, or together with and alongside them, and a further report made thereof. We took this latter ad notam at the meeting of the 31st of December 1790, when we were likewise very particular and emphatic in our disposition over the trade papers of the three preceding months received from Jaggernaikpoeram, and with respect to the aforementioned warehouse found it very speculative that the construction thereof corresponded accurately with the calculation made on the 10th of June 1788 to the sum of ƒ18441:1:8, which amount we have passed subject to your Right Excellencies' esteemed further approval, in the expectation—as we added in the rescription—that the buildings constituting the warehouse will be taken over as good and sound by the expected chiefs; for which there was all the more reason because merchant Van Bijland stated in one of his addresses that the warehouse, contrary to the rules of building order, was supposedly made in such a manner that it must before long collapse again, and that the Company was supposedly injured by more than half in the expenses defrayed for it; concerning which we must await what the inspection and findings by the aforementioned provisionally elected chiefs will reveal of the building itself constituting the warehouse, as well as the newly erected [illegible].

Dutch transcription

15 820 Wat Jaggernaikpoeram 1 285. van someren verantwoording nop:s het laat klaar raaken van't pakkuijs te Jaggernaikpn aangaat op den 30. october passato, zijn„ de gedelibereert over eene bij missive van den 13. bevoorens, door den secunde Hic„ ronimus Jacobus van Someren van vrijenes gedaane verantwoor ding nopens de in 178¾. uijt Cassa geligte 4000. pargooden tot den op bouw van het nieuwe Pakhuijs, namelijk dat hij zonder dat te doen, het werk niet zou hebben klaar gekreegen; dat alle boumateriaalen in voorraad op gekocht en verscheide articulen van verre moesten aangebracht, worden voornaemelijk de Palmeiren welke van Iaffanapatnam geeischt en ook vroegtijdig van daar gezonden maar met de Toni, ongelukkig bezuiden Ma„ zulipatnam in de bogt van Carera vervalle vervallen waren, waar door hij niets had kunnen uijtvoeren voor de komst van deese palmeiren in de maand Au„ gustus I: Leeven, wanneer het werk was voltooijt geraakt; dat hij het nooijt zoude hebben konnen ver„ antwoorden zoo hy slegte Palmer„ ven en houtwerken had gebruijkt tot zoo een formedabel. Gebou als het voorsz: Pakhuijs en dat gevolgelijk de tardance van het werk hem niet was te imputeeren, met verzoek om hem vrij te willen spreeken van de opgelegde vergoeding van Pakhuijs huur voor zes maenden na het lig ogonde ten van de eerste 2000: Pagooden tot de volle extructie van het Pak„ huijs navolgens de calculatie versche de andere reedenen allequeerende waer„ dak om „ecmm mit 821 rij sopapobatie ontreft van op gelagde Pakhuijs huur: gecommitt s daar om hy niet op zich had kunnen neemen van de particuliere pak„ huysen de huur opte zeggen voor in al eer het nieuwe Compag: Pak„ huijs finaal voltooit was, zich derwegen en zijne generaale allega„ tien, beroepende op het getuigenis van de toen aanweezige gecommitteerden Hishusins en Schliephaken, die hem van someren volkoomen rechtvaerdigden, zoo hebben wij, om die reeden, op g'eerde nadere approbatie van u Hoog Edelheeden hem ontheft van de vergoeding van voorm: Pakhuijs ig bogonder wat mits en lastaan de huur, mits de gem: Gecommitteerden konden verzeekeren dat de comp:e die ongelden effective heeft moeten drae„ gen tot dat de nieuwe gebouwen die„ nende generaelijk tot pakhuijzen, zijn 1581 zijn gereet geraakt, en er met geen mogelijkheijd een gedeelte van dien, dan na de voltooijing heeft konng worden g'emploijeert, het zij tot uitge„ king ofte tot vermindering van de gem: huur, met verder bevel aan de gecommitteerden om speciaal opte„ geeven wat zij denken van den op„ bouw van dat nieuwe pakhuijs, of alles hegt en sterk gemaakt en het zelve dus in die staat is dat de E Comp e van zulke, tans ondragelijke kosten, lange Iairen kon bevrijd blijven, en men verzeekert mag zijn, dat daar aan geen andere ongelden dan het or„ dinaire onderhoud zullen behoeven bekostigt te worden: Middelerwijl en om dat hier omtrent geen genoeg„ doense zeekerheijd was erlangt, de afschrijving dar ding 152 1581 822 der gecommitteerde getuijgemis § 286. insteveur van van Somerens verantwoor¬ ding afschrijving van het kostende van„ het Pakhuijs als ten uittersten pre„ matuur aantemerken en om reeden als bij resolutie voorm: van some„ ren derweegen serieus te laeten re„ procheeren. Op het eerste gedeelte van dit„ ons requisit hebben de gecommitteer„ den zich verklaart bij haare Lette„ ren van den 5. der laast verwee„ kene maand December en geavou„ eert dat het gebrek aan palmei„ ren, en ijzer de voornaamste beletzels zijn waarom het pakhuijs niet eer heeft konnen voltooit raeken; en het dut niet wel doenlijk was geweest het gebou eer klaar te krijgen als last in augustus, geevende ons in considera„ tie of het met de voorzichtigheijd ware over bouw over een te brengen 'sComp:s kostbaare offec ten in een om oltooijt Pakhuijs te plaet„ zen en te exponeeren aan bederf en ge vaer van diverijets.; voor haar aan„ deel geloovende dat de opperhoofden zulks nooit zouden hebben konnen verant„ woorden: in het kort, na haere meening schijnt de huur van een ander particu„ lier Pakhuijs onvermidelijk geweest te zijn, zoo lang dat van de comp: huwe ousnopsen hedens aerkhij dan o n iet volkoomen gereet was: Maar aen„ gaende de hegt en sterkheijd der Gebore wen dorsten zij zich niet verklae„ ren. ze verzochten ons haar oor„ deel hier over te mogen opschorten, tot na de aankomst van het g'eligeerd opperhoofd uit Bengale om door hem alleen, of met en beneevens hun, be„ zichtigt en daar van nader verslag oter gea gedaan „dig hart op seerd welke 823 onder welke ramarque en voor behom„ 287. dig hat opgebragte voor 't pakhuijs gepas„ eerdis. gedaan te worden. We namen dit laeste ad notam ter bij een komst van den 31. December 1790: wanneer we tevens zeer bij zon„ 7. der en nadrukkelijk zijn geweest in onze dispositie over de van Iagger„ naikpoeram ontvangene Negocie papieren van de drie voorgaende maenden, en ten aanzien van het voorm: pakhuijs, zeer speculatief vonden dat den opbouw van dien accuraet over een kwam met de op den 10. Iunij 1788. ter somma van ƒ18441: 1:8: gemaakte colculatie, welk bedraegen we op u Hoog Edel„ heeden g'eerder nadere goetkeuring hebben gepasseert, in die verwach„ ting /:gelijk wij er in rescriptie by voegden:/ dat de gebouwen, het Pak„ huijs huijs uitmaekende, als goet en deugd„ zaam, door de te verwachtene opper„ hoofden zou worden overgenoomen waar voor te meer reeden was, om dat door den koopman van Bij„ land bij een van zijn Addressen word opgegeeven dat het pakhuijs vervan nade regel van de bou order, zoo„ daenig gemaakt zoude zijn, dat het eerlange weder moest instorten, en dat de comp:e in de daar toe bekos„ „tigde ongelden, meer dan de helft zoude benadeelt zijn, waarom„ trent we moeten afwachten wat de visitatie en bevinding door de voorsz provisioneel g'eligeerde opperhoofden zal komen uit te wijzen. van het gebouw zelfs het pakhuijs uitmae„ kende, item de tevens nieuw opge„ haalt. resol: catie to

NL-HaNA_1.04.02_3877_0683 view scan ↗

English

824 Resolution of 29 July of the past year granted authorization for the repair of the warehouses at Sadras. Section 289. Summary of the Gifts in 1787/8. [illegible] mint, by the former Chief van Halm, according to the requisition made, delivered to the first-signed such plans and sketches as we have the honor to attach among the appendices of this document. Concerning the remaining offices, there is at present nothing to report under this main section other than that, pursuant to the resolution of the 29th of July of the past year, authorization has been granted to Sadras for the repair of the warehouse hall. Gifts. Of those which were given in the year 1787/8, the following summary has been prepared according to custom. Summary Summary of such Gifts as were given during the period of twelve months, or rather the financial year 1787/8, on this Coast of Coromandel, to those mentioned below, together with and alongside a demonstration of what was delivered in the financial years 1786/7 and 1785/6 to those who were bestowed with gifts in this year, followed thereafter by a comparison of the gifts given between this and the past year for this entire Coast; namely: Purchase and sale value. Purchase and sale value. For the burial of the deceased Head Peon Adjana Naijker. To the Company's Peons on their spade festival according to custom. The gifts given at this main settlement in this financial year amount to ƒ 17. 18. 8. ƒ 19. 15. —. In the past year the gifts amounted to ƒ 5. 13. 8. ƒ 127. 12. 8. From which it becomes evident that the gifts given in this year, at purchase value more, and at sale value less than in the past year: ƒ 12. 5. —. ƒ 107. 17. 8. To the demonstration of which the following specification: The purchase value more and sale value less given in this year than in the past year, as: In the year 1786/7 to the Native Dignitaries both from here and surrounding areas: ƒ 5. 13. 8. ƒ 127. 12. 8. In contrast, given in this year for the deceased Company's head peon for his burial: ƒ 13. 14. —. ƒ 15. 10. 8. To the Company's peons on their spade festival: ƒ 4. 4. 8. ƒ 4. 4. 8. Total ƒ 17. 18. 8. ƒ 19. 15. —. Thus the purchase value more, sale value less given in this financial year comes to ƒ 12. 5. —. ƒ 107. 17. 8., as: 25 lb gunpowder: ƒ 4. 4. 8. ƒ 4. 4. 8. 1 piece taffeta sjomnen of 9 cubits: ƒ 10. 2. 8. ƒ 10. 2. 8. 6 lb sandalwood: ƒ 3. 11. 8. ƒ 5. 8. —. Now follows the short summary mentioned in the heading of this document: 825 Of what was delivered in the financial years 1785/6 and 1786/7 to those who have been gifted in the financial year; namely: Anno 1785/6. Anno 1786/7. Anno 1787/8. Purchase value. Sale value. Purchase value. Sale value. Purchase value. Sale value. To the Native Dignitaries on New Year's Day: ƒ 1. —. 8. ƒ 4. 18. 8. ƒ —. —. —. ƒ —. —. —. ƒ —. —. —. ƒ —. —. —. To the Native Dignitaries both from here and surrounding areas: ƒ —. —. —. ƒ —. —. —. ƒ 5. 13. 8. ƒ 127. 12. 8. ƒ —. —. —. ƒ —. —. —. To the Company's head peon: ƒ —. —. —. ƒ —. —. —. ƒ —. —. —. ƒ —. —. —. ƒ 13. 14. —. ƒ 15. 10. 8. To the Company's peons on their spade festival: ƒ 4. 4. —. ƒ 4. 4. —. ƒ —. —. —. ƒ —. —. —. ƒ 4. 4. 8. ƒ 4. 4. 8. The two financial years count together: ƒ 5. 4. 8. ƒ 9. 2. 8. ƒ 5. 13. 8. ƒ 127. 12. 8. And this year: ƒ 17. 18. 8. ƒ 19. 15. —. The gifts given in this year amount to: ƒ 6080. 12. 8. ƒ 9627. —. —. And in the past year the same amounted to: ƒ 2688. 16. 8. ƒ 6908. 11. —. Therefore, this year given more than in the past year: ƒ 3391. 16. —. ƒ 2718. 9. —. On Southern Coromandel: At Sadraspatnam: ƒ 460. 18. —. ƒ 741. 11. 8. Porto Novo: ƒ 318. 9. —. ƒ 448. 18. —. Total ƒ 779. 7. —. ƒ 1190. 9. 8. On Northern Coromandel: At Jaggernaikpoeram: ƒ 3360. 7. 8. ƒ 4023. —. —. Bimilipatnam: ƒ 521. 3. —. ƒ 880. 6. —. Palicol: ƒ 1401. 16. 8. ƒ 3593. 9. 8. Total ƒ 5283. 7. —. ƒ 8416. 15. 8. Total ƒ 6080. 12. 8. ƒ 9627. —. —. Demonstration of how much each office, on its own, has charged to this account less or more than in the past year; namely: In the financial year 1787/8. In the financial year 1786/7. In this year gifted more. In this year gifted less. Purchase value. Sale value. Purchase value. Sale value. Purchase value. Sale value. Purchase value. Sale value. At Palleacatta: ƒ 17. 18. 8. ƒ 19. 15. —. ƒ 5. 13. 8. ƒ 127. 12. 8. ƒ 12. 5. —. ƒ —. —. —. ƒ —. —. —. ƒ 107. 17. 8. On Southern Coromandel: At Sadraspatnam: ƒ 460. 18. —. ƒ 741. 11. 8. ƒ 272. —. —. ƒ 541. 7. —. ƒ 188. 18. —. ƒ 200. 4. 8. ƒ —. —. —. ƒ —. —. —. Porto Novo: ƒ 318. 9. —. ƒ 448. 18. —. ƒ 323. 4. 8. ƒ 456. 3. 8. ƒ —. —. —. ƒ —. —. —. ƒ 4. 15. 8. ƒ 7. 5. 8. On Northern Coromandel: At Jaggernaikpoeram: ƒ 3360. 7. 8. ƒ 4023. —. —. ƒ 1061. 2. —. ƒ 2248. 7. —. ƒ 2299. 5. 8. ƒ 1774. 13. —. ƒ —. —. —. ƒ —. —. —. Bimilipatnam: ƒ 521. 3. —. ƒ 800. 6. —. ƒ 355. 10. 8. ƒ 553. 13. 8. ƒ 165. 12. 8. ƒ 246. 12. 8. ƒ —. —. —. ƒ —. —. —. Palicol: ƒ 1401. 16. 8. ƒ 3593. 9. 8. ƒ 671. 15. —. ƒ 2981. 7. 8. ƒ 730. 1. 8. ƒ 612. 2. —. ƒ —. —. —. ƒ —. —. —. Counts: ƒ 6080. 12. 8. ƒ 9627. —. —. ƒ 2688. 16. 8. ƒ 6908. 11. —. ƒ 3396. 11. 8. ƒ 2823. 12. —. ƒ 4. 15. 8. ƒ 115. 3. —. The gifts given in this year, only at Porto Novo less; Sadras, Jaggernaikpoeram, Bimilipatnam, and Palicol more; likewise at this main settlement, at purchase value more and at sale value less than that of the past year; and the lesser deducted from the greater: Thus remains for the greater gifts given in this financial year: ƒ 3391. 16. —. ƒ 2718. 9. —. Agrees: ƒ 3391. 16. —. ƒ 2718. 9. —. Palliacatta, in Castle Geldria, the last of August Anno 1788. [illegible] J:

Dutch transcription

824 resol: 29. Julij ap:o is verlaant qualici: ƒ 288. catie tot reparatie der pakhuijsen te sadris. Chamentrekkling van de Schenka „ § 289. gien in 178 7/2. haalt Munt, door het geweese opperhoofd van Halm vol„ gens gedaan requisit den eerst„ geteekenden zoodanig plans en afschetzingen inhandigt, als we de eere hebben onder de bij„ lagen deeses te voegen. van de overige kantoo„ ren vaet tegenwoordig onder dit Hoofddeel niets te mel„ den dan alleen dat uijtwijzens besluijt van den 29. e Julij an„ no passato qualificatie naar Sadras verleent is tot repa„ ratie van de pakzaal. Schenkagien. van dewelke in Ao 178 /8 gedaan zijn is nagewoonte geformeert de hier onder volgende. Samentrekking Samentrekking van zodanige Schenkagien als in den tijd van twaalf maanden, of welkers boekjaar 178. 7/8. te deeser Custe Cormandel, aan de natemeldene sijn gedaan, met en beneevens een Aanthooning van 't afgelangde in de boekjaaren 5/7. en 5/6. aan die geenen die in dit Jaar beschonken zijn, waar agter nog volgt eene verge„ lijking der geschonken tusschen dit en gepasseerde Jaar van deese geheele Cust; Namentlijk Jn en uitkoops In en uitkoops Tot het ter aarde bestellen van den overleedene Hoofd pion Adjana Naijker Aan 's Comp:s Pions op hun spade feest volgens usantie -. Het verschonkene te deeser hoofdplaatse in dit boekjaar bedraagt - - ƒ 17. 18. 8. ƒ 19. 15. —. 5. 13. 8. „ „ 127. 12. 8. Jn Ao pass:o bedroegen de geschenken - waar uit komt te blijken dat 't verschonkene in deesen Jaare inkoops. meerder en uitkoops minder als dan in ao pass:o – – – ƒ 12. 5. — ƒ 107. 17. 8. Tot welkers Aanthooning het volgende Relle Het inkoops meerder en uijtkoopsmin„ der verschonkene in dit Jaar van dan in a:o pass:o, als. Jn A:o 178 6/1. Aande Jnlandse Grooten zoo van hier, en/ Daar en teegen in dit Jaar verschonkene van den overleedene in sComp=s hoofd pion tot het be aarde bestal.„ len - - - - - - - - ƒ13. 14. — ƒ 15. 10. 8. 17. 18. C. „ 19. 15. -. Aan'sComp:s pions op hun spaade feest: „ 4. 4. 8. „ 4. 4. 8. „ zoo komt het Jnkoops meerder uijtkoops min„ der verschonkene in dit boekjaar als 25: —„ lb: Buskruijt - - - - - - - „ 4. 4. 8. „ 4. 4. 8. 1:–: p:s tafta sjomnen de 9. Cob:s - - - - -. „ 10. 2. 8. „ 10. 2. 8. hier om herleggende - - - - - - ƒ - 5. 13. 8. ƒ 127. 12. 8. Nu volgt de in den hoofde deeses ge„ mentitioneerde korte samentrekking boven - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 12. 5. —. „ 107. 17. 8. 6. –. lb: Zandelhout - - - - - - - - ƒ 3. 11. 8. ƒ 5. 8. — van — „ 825 van het afgelangde in oekjaaren 178. 5/6. en 178 5/4. aan de gee„ ne die in het boekjaar zijn beschonken geworden; Namentlijk Anno 173. 5/6. Anno 178. /7. Anno 178 7/8. Jnkoops uitkoops Jnkoops uitkoops Jnkoops uitkoops Jaarsdag - - - ƒ 1—. 8. ƒ 4. 18. 8 ƒ —. —: —: ƒ —. –. —ƒ —. –. –. ƒ —. —. Aan de Jnlandse Groo„ ten op Nieuwe„ Aan de Jnlandse Groo„ ten zoo van hier en „hier om herleggende „ —. . - . - . „ —. —. –. „ 5. 13. 8. „ 127. 2. 8. „ —. —. –. „ —. —. Aan sComps hoofd pion - - „ —. -. -. „ —. -. —. „ —. -. — „ —. –. –. „ 13. 14. –. „ 15. 10. 8. Aan Comp:s pionop hun spadegeet „ 4. 4. –. „ 4. 4. –. „ —. –. –. „ —. –. –. „ 4. 4. 8. „ 4. 4. 8. De beijde boekjaaren Tellen te saa„ men - - - ƒ 5. 4. 8. ƒ 9. 2. 8. ƒ 5. 13. 8 ƒ127. 2. 3. En dit Jaar ƒ 17. 18. 8. ƒ 19. 15. -. op Zuijder Cormandel Op Noorder Cormandel De Gedaane geschenken in dit Jaar Monteeren - – – - - - ƒ 6080. 12. 8 ƒ627. -. -. En in A„o passato bedroegen dezelve — — — Over zulks dit Jaar Meerder verschonken dan ƒ3391. 16. —. ƒ2718. 9. -. Tesadraspatnam - - - - - - Je Jaggernaikpoeram - - - - - - - - in A„o passato - - - - - - - - - - - Portonovo - - - - - - - - „ Bimilipatnam _ _ _ - - - - - _ „ 521. 3. —. „ 880. 6. —. ƒ36. 7. 8 ƒ4023. —. — - — — - „2688. 16. 8. „ 6908. 11. -. „ Palicol - - - - - - - - - - - „1401: 16 8. „ 3593. 9. 8. „5283. 7. —. „ 8416. 15. 8: ƒ46. 16. — ƒ 74. 1. 8. —. „ 318. 9. —. „ 448. 18. — „ 779. 7. –. „ 1190: 9. 8: Aantooning Aanthooning hoe veel een ieder Comptoir, op zig zelfs min„ deese der of meerder als in anno passato ten laste deeser reekening heeft gebragt; teweeten In dit Jaar Jn't boekjaar 178 7/8. nt boekjaar 178 6/7. Meerder Minder verschonken verschonken Jnkoops uitkoops Jnkoops uitkoops Jnkoops uitkoops Jnkoops uitkoops Te Palleacatta ƒ 17 18: 8: ƒ 19 15. —. ƒ 5. 13 8. ƒ 127.128. ƒ 12. 5. — ƒ —. –. –. ƒ —. –. — ƒ 107. 17. 8. Op Zuijder Cormandel Te Sadraspatnam „ 460. 18. –. „ 741. 11. 8. „ 272. –. –. „ 541. 7. –. „ 188. 18. –. „ 200. 4. 8. „ —. —. – „ —. –. –. „ Portonovo - - „ 318. 9. - „ 48:18. — „ 323: 4. 8. „ 456. 3. 8. „ —. —. –. „ —. –. – „ 4. 15. 8. „ 7. 5. 8. Op Noorder Cormandel Te Jaggemaik p=m „ 360. 7. 8. „ 4023: —: —. „ 1061. 2. -. „ 248. 7. –. „ 2299. 5. 8. „ 1774. 13. -. „ —. –. – „ —. –. -. „ Bimilipatnam „ 52. 3. . „ 800. 6. –. „ 35. 10. 8. „ 53. 13 8. „ 165. 12. 8. „ 246. 12. 8. „ —. –. –. „ —. –. -. „ Palicol - - - „ 1401 16. 8. „ 3593. 9. 8. „ 671. 6. — „ 2981. 7. 8. „ 730. 1. 8. „ 612. 2. — „ —. —: —. „ ——. —. –. Teld - - ƒ6080.12 8ƒ9627. —. — ƒ268.16 8 ƒ6908. 11.— ƒ396. 1. . ƒ 283. 12. — ƒ 4: 15. 8. ƒ 115. 3. -. Het verschonkene in dit Jaar alleen te Portonovo minder sa„ dras, Jaggernaikpoe„ ram, bimilipatnam en Palicolmeerder soo meede te deeser hoofdplaat„ se inkoops meerder uit„ koops minder als dat van in a:o pass:o en het minder van het meerder afgetrokken - - zoo blijft voor het meerder ver„ schonkene in dit boekjaar - - - - ƒ3391. 16. —. ƒ2718:9. —. Accordeert ƒ3391: 16. —ƒ2718. 9. -. Palliacatta Jn 't Casteel Geldria ultimo augustus Ao 1788. — - - - - - „6080. 12. 8. „9627. -. -. - - - -. -. - „ 3396. 11. 8. „ 2823. 12. -. welk twe reede Bunmen J:

NL-HaNA_1.04.02_3877_0687 view scan ↗

English

14 826 which recommendations were made on these accounts. can be suspected. -. and if not by final prohibition We have, since the heaviest burden of this account is borne by the subordinate offices, made to the employees concerning the expenses in general, and to those of Iaggernaikpoeram, Palicol, Sadras, Portonovo on account of the gifts in particular, such emphatic recommendations and admonitions as our resolutions of 29 and 30 October, also 19 November; 10 and the end of December show. But on account of the representations made against this, it is to be feared that some considerations will always occur requiring one thing or another to be granted, unless all gifts might be 3. —. Reference to resolutions 1291: Destruction of gunny bags and packing racks and what was decided regarding this. 292. finally prohibited by Your Right Excellencies, to which one can then appeal in ordinary cases. Writings-on and Writings-off in general; in that respect we take the liberty to refer ourselves respectfully to the decisions dated 18 March, 4 May, 12 June, and 29 July of the past year. In the session of 29 October, the Warehouse Master De Raeff reported to us that, in the presence of the ordinary Commissioners in the Trade Warehouses, he had received 970 pieces of gunny bags, completely old and spoiled, and 4 pieces of old unfit packing racks brought by the sloop De Zeerob from Iaggernaikpoeram, which we, 827 in the presence of Commissioners, ordered to be destroyed; but before allowing the value of either to be written off, we demanded from Iaggernaikpoeram a report on what caused the rot of the gunnies, also when the said packing racks were made and how old they actually were. A similar accountability we required from there concerning the 694 unfit gunny bags sent by the sloop De Herstelling, and by our aforesaid disposition of 10 December 1790 regarding various Trade papers, among other things the charging of the aforesaid and other gunnies to the quantity of 1883 pieces in total, consisting of such as are mentioned in the Memoranda of shortweights submitted on 11 March 1790 under the end of August 1789 and the end of February 1790, we decided to demand accountability from the commanders of the sloops upon their return from Patsepnam, before allowing their amounts to be written off; furthermore, to have the cost of the aforesaid four packing racks, amounting to ƒ32. 12., reimbursed by the person who ought to have taken care to prevent their rotting. For information that is requested is neglected, and regarding the gunnies it will remain to be seen whether after the lapse of so much time everything can be thoroughly verified; meanwhile it appears from the resolution 161. debiting of the salary account of van Bijland with the expenses of the interpreter on commission to the Nabob why this happened of 24 December that the said racks with 970 gunny bags were destroyed as rotten. Paragraph 293. Debits and reimbursements. Apart from such matters as have been described herein under Your Honours' proper main sections, the first that appears under this chapter is the decision of the previous Administration dated 16 July of the year 1790, to debit the salary account of the merchant van Bijland with pagodas 1114. 8 1/4, being the amount of the expenses incurred by the Interpreter on his commission to the Court of the Nawab Mahomed Alij, inserted in the separate resolution of 24 June prior, because on the first-mentioned day, upon the report then received Late discovery of this by the First Signatory. Van Bijland is called upon concerning his debit of the aforesaid sum. 294. from the examination of the said account, it was understood that the said van Bijland was the cause of the incurred expenses that were paid to the Interpreter out of the Company's treasury; the First Signatory declaring regarding this not to have been informed earlier than upon the drafting hereof, and consequently not to have been in a position to hear the said van Bijland on the matter; thus his justifications belonging to the separate commission will have to decide whether that disposition accords with fairness. From the Resolution of 31 December 1790 it appears that the said van Bijland was summoned to settle various items to his 829 his objection and answer in this matter. charge, first charged to Iaggernaikparam to the amount of ƒ2616. 9., and subsequently, upon his recall hither and presence here, charged back by Memorandum. During his presence at Iaggernaikpoeram, because of the predicament in which he found himself due to the arrest of his person and goods, he had refused to pay; and in the above-mentioned resolution several reasons for further objection are recorded, in particular against the charging to his account of the deficit in the delivered cargo of the ship Horssen in 1789, since, for reasons stated therein, he deems himself not responsible for this; also the charge of pagodas 130 for his journey to and pagodas 350 for his return journey from Iaggernaikpoeram, notwithstanding that he had executed a bond for the latter amount upon his departure and had considerably more to claim from the Company, and that, because up to this moment his enemies had not left him a chair, indeed not even his bed, everything having been arrested with or without any right and he being totally ruined, his papers stolen, his honour, name and credit damaged, his attorneys bribed and others forbidden to meddle in his affairs, he could thus truthfully declare that he did not possess ten pagodas, with a request to the

Dutch transcription

14 826 welke recomandatien Onsz: 1290. deesen tweegen sijn gedaan. 7 kunnen vermoedwerden. -. en ware bij funal verbod Wij hebben, nadien de zwaerste last van deese reekening gedraegen word op de subalterne kantooren, den bedienden nopens de ongelden in het generaal en die van Iagger„ naikpoeram, Palicol, Sadras, 5 Portonovo wegens de Geschenken in het bijzonder, zoodanige na„ drukkelijke recommandatien= vermae ningen gedaan als onze resolutien van 29. en 30. october item 19. Novem„ ber; 10. in ultimo December, komen ant ijte degebebenten miet gehael uijt te wijzen, doch wegens de daar tegen gemaakte vertooningen staet het te vreezen dat er altoos eenige consideratien zullen voorkomen om het een of ander te moeten toe„ geeven, ten waere alle de geschin„ ken finaal door u Hoog Edelheeden mogte 3. —. referte aan resolutien 1291: verwoitiging van goenij sakkan 292. en pakstellingen en wat de Sweegen. beslooten is. mogten verbooden worden waar op men dan bij ordinaire gevallen zich kan beroepen. In= en Afschrijvingen in het Generaal; ten dien op zichte neemen we de vrijheijd ons eerbiedig te gedraegen aan de besluijten in dat 18: Maart, 4: Meyj 12 Junij, en 29 e Iulij Ao passaton. Per sessie van den 29:e october deed de Pakhuijsmeester De Raeff ons rapport van, ten bi zijn der ordinaire Gecommitteerden in de Negocie pakhuijsen te hebben ontfan„ gen 970. p:s Goeni zakken, ten eene„ maal oud en bedorven en 4. p:s oude onbequaeme pakstellingen per de sloep De Zeerob aangebracht van Daggernaikpoeram, welke wij ter 827 ten bij zijn van Gecommitteerden heb„ ben laeten vernietigen: doch al„ voorens de waerde van het een en ander te laeten afschrijven, vorder„ den we van Iaggernaikpoeram, bericht waar door de verrotting der Goenies was veroorzaekt, item wan„ neer de gem: Pakstellingen aange„ maakt en hoe oud die wel waeren. Een gelijke verantwoording requireer renden we van daar wegens de per de sloep De Herstelling afgezon„ dene 694. onbequame Goenzakken en bij onse voorsz: dispositie van 10. De„ cember 1790. over diverse Negorie pa„ pieren onder andere de aanreekening van voorsz: en andere Goenies ter quan„ titeijt van 1883. stuks in het geheel, bestaande uijt zoodanige als vermelt zijn zijn op sub 11: Maart 1790. ingedien= de Memorien van onderwichten on„ der ultimo Augustus 1789. en ultimo fe„ bruarij 1790. , hebben we beslooten den gezachhebbers van de sloepen bij hunne terug komst van Patse„ napatnam verantwoording afte„ vorderen, alvoorens het bedraegen derzelve te laeten afschrijven; edoor bij het kostende van de voorsz: vier pakstellingen met ƒ32. 12. te laeten vergoeden, door den geen die voor het vernotten van deselve had be„ hooren zorg te draegen. want infor„ matien die men vraegt blijven agter„ weegen en omtrend de Goenies zal zijn of na verloop van het te bezien zoo veel tijd, alles wel ter deegen is na te gaen: ondertusschen blijkt bij resolutie 161. belast met 161. belasting van van Bijlaand soldij reekz: met des tolksongelden in Commisie bij de nabab waarom dit geschiet is resolutie van 24. December dat de ged: stellingen met 970. Goeni zakken als verrot vernietigt zijn. §293. Belastingen en ver„ goedingen. Buijten zoodae„ nige zaeken, als in deeze, onder Ed re eigenlijke Hoofddeelen zijn beschr ven geworden, is het eerste dat tot de chapiter voorkomt, het besluijt van het voorig Ministerium de dato 16. e Iulij A:o 1790. om den koopman van Bijlands soldijreekening te belasten met paij. 1114. 8¼. zijnde het bedrac„ gen der gevallene ongelden door den Tolk in zijn Commissie aan het Hof van den Navab Mahomed Alij geinsereerd ter aparte resolutie van 24. Iunij bevoorens, omdat men ten eerst gem: dage, op het toen ingeko„ men laate ondekking van dit bij den Eerst„ geteekenden. van Nijland is over sinbelave 294: „ting van a. o p. aangesprooken. men bericht van de Examinatie van gem: reekening begreepen heeft dat gem: van Bijland de oorzaek is van de gesupporteerde ongelden die aan den Tolk uijt 'sComp:s Cassa betaelt zijn; betuijgende de Eerstgeteekende hier omtrent niet eer als bij het in„ stellen deeses geinformeert geworden in gevolgelijk niet in staat geweest te zijn gem: van Bijland daarop te hooren: zullende dus zijne ver„ antwoordingen, behoorende tot de apparte commissie moeten decedee ren of die dispositie met de billijk„ heijd over een komt. Bij de Resolutie van 31 Decem ber 1790. blijkt dat gemelde van Bijland is aangemaand tot de voldoening van diverse posten, ten zijne 829 sijn beswar m aentwoord in deesen. zijnen laste, eerst naar Iaggernaik„ param aangereekent ten bedraegen van ƒ2616. 9. en vervolgens of mits zijn ontbod herwaerds en aanwee„ zen alhier, bij Memorie te rug geree„ kent. Hij had bij zijn aanweezen te Paggernaikpoeram uijt hoofde van de ongeleegenheid waar in hij zich bevond door het doen arrestee„ ren van zijn persoon en Goederen, geweigert te betaelen en bij resolutie bo„ vengemelt staen verscheidene ree„ den van verder bezwaer daar teegen 93 opgeteekend in zonderheid over het op zijn reekening stellen van het te kort gekomene aan de uijtgelever„ de Lading van het schip Horssen in 1789. wijl hij om reeden daar bij ge„ melt, vermeent daar voor niet ver„ antwoordelijk antwoordelijk te zijn, item de bekas„ ling van pag: 130. voor zijn reis naar 3 pag 350. voor zijn te rug reis van Iaggernaikpoeram, niet tegenstaen„ de hij voor het laestgem: bedraegen bij zijn vertrek een obligatie gepasseert en vrij meer van de Comp: te pretendeeren hadde, en dat dewijl hem tot op dit ogenblick door zijne vijanden, geen stoel Ia zelfs zijn bed niet gelaeten was als zijnde alles, met of zonder geal recht gearresteert en hij total geruineert zijne papieren gestoolen, zijn Eer, naam en Credict geschonden, zijn vol„ machten omgekocht en anderen ver„ booden waeren zoch met zijne zal„ ken te bemoeijen, hij dus met waerag„ tigheijd kon betuijgen van geen tien pagorden te bezitten, met verzoek aan den

NL-HaNA_1.04.02_3877_0695 view scan ↗

English

167 830 resolution passed on 1295. the first signatory to manage and order everything without losing sight of right and fairness, as believing to be able to say that when right and justice shall have been done to him and he shall be restored in his honor, name, and reputation, only then could one calculate whether he shall pay the Company or the Company shall pay him. Now, since this point regarding the political arrest decreed upon van Bijland's person actually belongs to the first signatory's separate report and the pending decision of Your High Noblenesses on his so amply and emphatically claimed compensation for damages, only those entries were judged on the aforementioned day which legally belong to him. paid too much to the minister van de Werth will be reimbursed Guineas, received back stained from Samarang, which vide paragraph 71 of the repeatedly mentioned rescript of April were ordered to be reimbursed with 50 percent advance, were not charged, and it was thus impossible to determine which office was incumbent for that collection, we take the liberty to request Your High Noblenesses that this may still be done in order to allow the payment to take effect, as will be done by those who, by virtue of our resolution dated 4 October last and Your High Noblenesses' order in paragraph 90 of the said rescript, participate in the reimbursement of what was provided to the Minister van de Werth, namely: — The 1324 The Executors of the late Honorable Administrator Willem Blaaukamer for one half, percent 160: 2: 27. The former Administrator Nicolaas Tadama, as former Chief Administrator, for one quarter - - - - 80. 1. 13. ½. The following members two-fourths of the remaining one quarter; namely: The Merchant and Chief of Sadraspatnam Ioan Daniel Simons. 3:o 20. —. 24. Madam the widow Stoffenberg for the share of her husband Senior -- 20. — 23½ The Invoice-keeper, Mint Master, and Dispensator Fredrik Willem Bloeme. 20. – 23.¼. 60. —. 70. ½. Together. . . . . . . Pag: 300. 4. 31. –. or ƒ1350. 16. 8. whereof the warrant for payment into the treasury was issued on 11 December last. [illegible] 297. concerning arrears in the trade accounts. drawn up, still continues unfulfilled, since the actual lack of money and other inconveniences have made the payment impossible, but whereto they shall be further urged. Trade Books The displeasure of Your High Noblenesses under this heading in paragraph 73 of the repeatedly mentioned rescript of April is so real and well-founded that anyone who had a part in the previous administration must acknowledge and testify to it with sorrow, being able to do nothing else than solely to trust in Your High Noblenesses' benevolent consideration so as not to fall into a stricter accountability than hitherto has been the part 833 [illegible] in this. [illegible] cause thereof. of the one to whom the governance of affairs has been entrusted. The first signatory investigated. The first signatory, upon his arrival here, immediately investigated how matters stood therewith and what was to be done to get the overdue trade work into order as quickly as possible. He found that the trouble lay not only with the Ledger, but the Trade Journals, specification, and cash, item subsidiary books of the respective administrations; all together were not brought further than up to 1785/1. Investigating the cause thereof, he found it to be primarily attributable to the failure of payment by those who, from lack of skill in keeping the books, to balance. had that work attended to by others. He thus found, as appears from the minute in the resolution of 2 October last when we came to the business concerning this part of the aforementioned rescript, for the encouragement of such persons who had balanced the trade work up to 1786/7, it necessary to summon those gentlemen into the meeting, to set before them the desire of Your High Noblenesses and the favorable consideration which has been promised elsewhere to be bestowed upon such as distinguished themselves through skill and ability; among them are here the trade transfer clerk Wouter Pietersz., the Secretary of the Orphan Chamber Simon Duijnevelt, and the auditor Christiaan Theodorus Bloeme: These. 0314 These three were then summoned into the meeting and heard as to how matters stood with the books and what was to be expected thereof if they were to set their hands diligently to the work and were then most favorably recommended to Your High Noblenesses. Wouter Pietersz., being the spokesman, said that he, together and along with the mentioned Duijnevelt, was indeed busy balancing the work progressively, while Bloeme, for his old father, had the care of the work of the invoice-keeper's department. With the books of 1787/8 they were really busy, Duijnevelt with drawing up the Trade and General Journals, Pietersz. with the transferring. It was thought then that there was a possibility of sending them in February, and in March to be able to present the state of the Government as of the last of August 1789, and this taking place, that those of 1790 could follow in October 1791, and the books as of the last of August of that year by the last of February 1792. We have kept a record thereof, and for encouragement, promised Duijnevelt all possible assistance towards the satisfaction of what is due to him from the merchant van Bijland, both for the balanced work of Sadraspatnam and concerning Palliacatta for the last six months of the financial year 1788/9, regarding which an agreement had been made with his predecessor Stoffenberg for each financial year up to 250 Pagodas. We shall

Dutch transcription

167 830 gevallene besluijthien op 1295. den Eerstgeteekenden om over alles te be schikken en te ordonneeren zonder recht en billijkheijd uijt het oog te verliesen als vermeenende te konnen zeggen, dat wanneer hem recht en gerechtigheijd zal geworden en hij in zijn Eer, Naam en reputatie herstelt zal zijn men dan eerst zou konnen bereekenen of hij de Comp. e of de Compagnie hem zal be„ taelen. Daar nu dit te diens point van het op van Bijlands persoon poli„ tiek gedecerneert arrest, eigenlijk be„ hoort tot des eerstgeteekendens aparte verslag en de te vallene decisie van u. Hoog Edelheeden op zijne zoo am„ prel en nadrukkelijk gesustineerde schae„ de vergoeding zoo is ten dage voorsz: enkel beoordeelt welke posten hem ten rechten. hies te veel verstrekte aan de predi„ cant van de werth sal vergoed werden ken Guinees, van Samarang gevlekt te rug ontvangen, welke vide par. 71. der rescriptie van April meermelt met 50. p:r C:o advans geordonneert zijn te vergoeden, niet aangereekent waeren en het dus onmogelijk was nate gaan welk kantoor die vergaadering incum„ beerde, neemen we de vrijheijd u Hoog Edelheeden te verzoeken dat zulks als noch mag geschieden ten einde de betaeling te laeten gevolg neemen, ge„ lijk geschieden zal door den geen die, uijt hoofde van ons besluijt de dato 4. e october I:o Leeden en u Hoog Edelheeden bevel bij par 90. van gemelde res„ criptie, in de vergoeding van het verstrekte aan den Predikant van De werth participee„ ren, te weeten. — De 1324 De Executeurs van wijlen den Achtb: Heer Gezachhebber Wil„ lem Blaaukamer voor de helft prc:o 160: 2: 27. „ Geweesene Heer Gerachhebber Nicolaas Ta„ dama, als geweezene Hoofd admi= nistrateur voor een quart - - - - „ 80. 1. 13. ½. „volgende leeden twee vierde uyt het overi= ge een quart; als: Den koopman en het opperhoofd van Sa= draspatnam Ioan Daniel Si„ mons. 3:o 20. —. 24. Juffrouw de wede: Stoffenberg voor het aandeel van haar Man Z:r -- „ 20. — 23½ den Factuur houden, Muntmeester en Dispencier Fredrik Willem Bloeme . „ 20. – 23.¼. 60. —. 70. ½. Tezaamen. . . . . . . Pag: 300. 4. 31. –. of ƒ1350. 16. 8. waar van de ordonnantie ter in Cassa telling, de 11. December laest lieden. detoriuingtegensig ondisentie 297. „nop:s agter stal negotie werk. leeden opgemaakt, als noch onvol„ daar voortloopt, nademaal het ef fectief gebrek aan gelt en andere „inding in convenienten de betaeling ondoen lijk heeft gemaakt, dan waar toe zij nader zullen worden aange„ Spoort. Negocie Boeker Het misnoegen van u Hoog Edelhee„ den onder dit Hoofddeel bij par 73. de meerm: rescriptie van April is d wezenlijk en gegront dat al wie de heeft aan het voorig Ministerium dat met Leedweesen erkennen en betuijgen moet, niet anders konne de doen dan alleen te betrouwen of u Hoog Edelheeden goedgunstige sideratie om in geen sterker veran woording te vallen dan tot nu toeh deel. 833 inoling in deesen. em ovorsak daar van. geweest is van den geen aan wien het bestier van zaeken is aenvertrouwt s bost getekende sonderseken ben geweest. De Eerstgeteekende heeft bij zijn aankomst alhier onmiddelijk on„ derzoek gedaan hoedanig het daar meede was geleegen en wat er te doen stond om het agterstallige Negocie werk, ten spoedigsten in ordre te krij„ gen. Hij bevont dat het niet alleen haperde aan het Hoofdboek, maar Negorie Journaalen, specificatie e kassa item bij boekjes der respecti„ ve Administratien; alle te samen wae ren niet verderetten dan tot 178 5/1. De oorzaek van dien onderzoekende be„ vond hij voornaemelijk die toe te schrijven te zijn aan mancquement van voldoening door den geen die, uijt gebrek aan kunde tot het houden der Boeken effen te krijgen. boeken dat werk door anderen lieten waer wt gedan som et egetaelige neemen. Hy vont dus gelijk blijkt ten aanteekening bij resolutie van den 2oe„ tober laestleeden wanneer we quaemen aan de besoigne over dit gedeelte van voorn Rescriptie, ter aenmoediging van de zooda„ mgon als het Negorie werk tot 1786/4 toe hadden etten gesteld, nood zaekelijk om die Lieven in vergadering te ontbie„ ben, de begeerte van u Hoog Edelhed den voortehouden en de gunstige reflectie welke elders belooft is dat gevestigt zoude worden op zulke als door kun¬ de en bequamheijd zich distingeerde onder deselve zijn alhier de Negocie overdrager Wouter Pietersz. de Secretaris van de Weeskamer Simon Duijnevelt en de nareekenaar Chris¬ tiaan Theodorus Bloeme: Dlee. 0314 Deeze drie wierden dan in vergadering ontboden en gehoort hoe het stond met de boeken en wat men daar van had„ de te wachten indien er door hun ieverig handen aan het werk werd geslaegen en zij dan ten favorabelsten aan u Hoog Edel heeden gerecommandeert wierden. wou„ ter Pietersz: het woord doende zeide dat hij met en beneevens gem: Duijne„ velt, effectief bezig was het werk gaen„ de weg effen te stellen, terwijl Bloe„ me, voor zyn oude vader, de zorg had van het werk van des factuur houders de partement. Met de Boeken van 178 7/7 was men werkelijk beezig Duijneveet met het op maeken van het Negocie en Hoofd Journaalen Pieters3. met het overdragen. Men dacht toen dat 'er mo„ gelijkheijd was ter overzending van dien in in februarij en in Maart den staet des Gouvernements onder ultimo Augustus 1789. te konnen vertoonen en dit ge„ schiedende dat die van 1790. zou kon„ nen volgen in october 1791. en de Boeken onder ultimo Augustus van dat Iaar met ultimo Februarij 1792 Wij hebben daar van aanteekening g houden en tot encouragement, Duijn velt alle mogelijke assistentie belooft ter voldoening van het geen hem Com peteert van den koopman van Bijland zoo voor het elben gestelde werk van sadraspatnam als n pens Palliacatta van de laeste zes maanden van het Boekjaar 1788/9 waar omtrend met zijn voorzaet Stottenberg was over een gekoomen v ieder Boekjaar tot 250. Pagooden. 1 zullen

NL-HaNA_1.04.02_3877_0703 view scan ↗

English

835 the reformation in the trade affairs to prevent bad practices, will indeed comply with this and humbly request Your High Noblenesses, in case our admonition should not succeed, to permit that whatever van Bijland shall be found to owe may be paid out of the Company's Cash to Duijneveld, and to charge van Bijland for it on his salary account; for without such coercive measures one always runs the risk of seeing the work fall behind. But besides this inconvenience, it appeared necessary to the first signatory to devise measures to ensure that everything required for the setting up of the books is delivered more timely and regularly than he found to be the custom here, namely drawing up the auxiliary ledgers, Cash, and specification books, etc., from the Journal, whereas according to these, the Journal ought to be formed from them, and primarily to prevent that unheard-of practice of balancing everything and backdating it to the last day of August of one or another book year, notwithstanding that the expenditures and other matters existed much later than that book year, which, in reality, creates a false appearance. It is therefore that, upon the propositions made to that end, it was resolved on the day of assuming authority, being the 25th of October past: First, to abolish from now on the order or custom of drawing up a statement of account of the small or daily Cash only once every three months, 836 and to have that of the last day of August 1790 closed at the latest by the end of the month of October, and to leave all expenses that might appear after that date for the account of the person who should have submitted them in order to be included in the cash account. 2nd. With regard to the internal offices or subordinate factories, likewise to revoke and abolish the custom or order of sending the trade papers hither only once every three months, and henceforth to have this done month by month, in order to decide in the first meeting after their receipt upon such matters as require it, and directly communicate the approval of the meeting to the chiefs. 3. To have all expenses occurring after the last day of August submitted in the month that they arise or appear, and not, as has very improperly taken place until now throughout the whole of Coromandel, to hold up or leave unclosed the cash account of that month for expenses which in fact belong to the new book year, since each month, and consequently also each year, must bear its own burdens and expenses. 4. With regard to the accounts 837 further arrangements for the regular closing of the cash accounts monthly of expenses of ships, item of sloops and lesser vessels, to order that as soon as the last day of August has passed, no other expenses shall be drawn up or submitted to the charge of these accounts than those that have actually occurred up to that date, thus in this month itself, and consequently henceforth to arrange the ship expense accounts and those of the lesser vessels at the subordinate offices in such a manner that when a ship or vessel remains over, one closing is made under that date of the last day of August, and one since that time until the day that the dispatch takes place and the expenses are made. With regard to the cash accounts both here and at the subordinate offices, it has also been enacted to close them henceforth precisely every month, in the manner in which the Cash book of an entire year must be set up, thus with all accounts according to the ordinance, in debit as well as in credit, those of the month of August at the subordinate offices not later than the middle of September, and of this Head Office by the middle of October, without delaying them a single moment longer for the sake of expenses of the completed book year which might not yet have been submitted by then, the same remaining for the account of the person who neglected to provide for it in time. Furthermore, the cash accounts 838 Introduction of the contra Cash book and how to keep this in order themselves are to be certified every month to the respective trade bookkeepers with a written ordinance and authorization to enter and write off the entries mentioned therein in the trade books, here or at the Head Office by the commander, and at the subordinate factories by the chief; and thus to close those of the ordinary months not later than the middle of the following one, so that those of September and October, after closing and dispatching those of August, must be taken in hand immediately, closed, and sent hither from the offices by the middle of November. And in order to be certain that the monthly Cash accounts agree with the various issued ordinances, it has further been determined that henceforth a contra Cash book shall be kept, in which every ordinance of the debit must be recorded and briefly noted with the letters of the alphabet, and of the credit with No. 1, etc., as soon as received, showing to which account receipt and expenditure are booked, here at the Head Office by the commander, and at the subordinate factories by the chief or the first assistant if he is not the cashier, otherwise by the second assistant, and in the absence of the latter by the scribe or one of the clerks; furthermore, to have the Cash account of every month examined

Dutch transcription

835 de eformatie in d' ngotie werke tot § 298. werin van quade hebr uikh, zullen dit ook werkelijk nakoomen en verzoeken u Hoog Edelheeden ootmoe„ dig om indien onse aenmaning niet mocht reusseeren, het geen van Bijland bevonden zal worden te moeten betaelen, uit 'sComp:s Copsa aan Duijneveet te mogen afgeeven n 3 van Bijland daar voor op soldij ree„ kening terbelasten: want zonder zul„ ke drangmiddelen loopt men steeds gevaer het werk ten agteren te zien geraeken. Maar behalven dit inconvenient quam het den Eerstgeteekenden noodig voor middelen te beraemen om te mae„ ken dat alles wat tot de instelling der boeken nodig is, tijdiger en regel„ maetigen werd bezorgd als hij bevond hier de usantie te zijn, met name„ lijk 17 lijk de bijboeken, Capsa en specifica„ tie boeken ens 3: op te maeken uijt het Journaal, daar dit na luijd van deese, diende te worden geformeerd en voornaemelijk om voor te komen die ongehoorde practijcq van alles te verevenen en terug te trekken tot ultimo Augustus van het een of an„ der Boekjaer, niet tegenstaande de uijtgiften en andere zaeken veel lae„ ter als dat Boekjaar exteerde het welk, in het weezenlijke, eene val„ sche vertooning maakt. Het is dus, dat op dezen dien fine gedaen ne propositien, ten dage van het aanvaart gezach ofte den 25. octob ber passato is beslooten. tlijk om van nu af te vernietigen de or„ dre of gewoonte van alle drie maan den o1 836 den maar eens te formeeren een staet reekening van de kleine of dagelijksche Cassa, en die van ultimo augustus 1790. te laeten sluijten uijterlijk met ult:o van de maand october en alle ongel„ den welke nadien datum mochten te voorschijn koomen te laeten voor reekening van den geen die ze had be„ hooren op te brengen om bij de kassa reekening te konnen worden ingenoo„ men. 2:e Met op zicht tot de binnen kantoo„ ren ofte de onderhoorige factorijen ins„ gelijk in te trekken en afte schaffen de gewoonte of ordre van alle drie maan„ den maar eens de Negocie papieren her„ waards te zenden, en voortaan zulks te laeten geschieden maand voormaand om op de zulke als dat komen te ver vereisschen, in de eerste vergaedering na dies ontvangst te disponeeren, en de opperhoofden het goed vinden der vergaedering direct meede te deelen. 3. om alle ongelden vallende na ultimo augustus te laeten opbrengen in de maand dat ze ontstaan of voor„ komen en met gelijk tot hiertoe overgansch kormandel. Zeer onei„ ge heeft plaats gehad de kassa reekening van die maand op te houden of ongeslooten te laeten om ongelden welke in der daad, tot het nieuwe koikjaar behooren, de„ wijl ieder maand gevolgelijk ook ie„ der Iaar zijn eige lasten en ongelden moet draegen. 4. om, met betrekking tot de reekenin„ Gz. hier 837 nadere schikkingen tot hiet regu § 299. hier sluijten vande kassa rekeninge sim aandeliks gen onkosten van scheepen, item van sloepen in mindere vaartuijgen te ordon„ neeren om zoo dra ultimo augustus voor bij is, geen andere ongelden tot las„ ten van deese reekeningen te formee„ ren of op te brengen dan die effecti„ ve of tot dien datum toe dus in deese maand zelve gevallen zijn, en ge„ volgelijk de scheeps onkost reekenin„ gen een die van de mindere vaertuij„ gen op de subaltirne kantooren zoo daenig voortaen te laeten inrichten dat wanneer een schip of vaertuijg sluyten „blijft overleggen, en een „ meten, onder dien atum na ultimo Augustus „ en een zeedert die tijd tot dien dag dat de depe„ chie geschiet en de ongelden gedaan zijn. Met op zicht tot de cassa ree„ koningen zoo alhier als op de Subal„ terne ing in„ terne kantooren is tevens gestatu„ eert om dezelve voortaan precies al„ le maanden te sluijten in dier voe„ ge als het Cassa boek van een gansch Iaar moet worden ingesteld, dus met alle reekeningen na luijt van de ordonnantie en debet zoo wel als in credit die van de maand Augus„ tus op de subalterne kantooren niet laeten als medio september, en van dit Hoofdkantoor met me„ dio october, zonder dezelve een ogen„ blick langer op te houden, om de wil„ le van ongelden van het afgelegde boekjaar, die dan noch niet moch„ ten opgebracht zijn, blijvende de„ zelve voor reekening van den geen die verzuijmt heeft bij tijds daar voor te zorgen. voorts de kassa reeke„ ninge 60 838 Introductie van't 8300. contra Cassa boek en hoeda„ nig dit in order te houden ningen zelve op de respective Ne go„ cie boekhouders ieder maand te doen bekrachtigen met een schriftelijke ordonnancie, en qualificatie om de daar bij vermelde posten bij de Nego„ cie boeken in- en afteschrijven, alhier ofte op het Hoofdkantoor door den op per gebieder, en op de onderhoorige Factorijen door het opperhoofd en dus die der ordinaire maanden, niet lae„ ter te sluijten dan medio van de volgende zoo dat die van septem„ ber en october na het sluijten en afzenden van die van Augustus direct ter hand genoomen geslooten en van de kantooren herwaards ge„ zonden moet worden met medio November. -. En om verzeekert te zijn dat de maandelijksche maandelijksche Cassa reekeningen over een komen met de onderscheidene ver„ leende ordonnancien is alverder vast ge steld dat, voortaen contra capsaboe zal worden gehouden, waar bij ieder or„ donnancie van den debet met de Les„ tert van het A: B: b. en van de credit met N:o 1. ens3: ten eersten ingenoomen en kortelijk genoteert moet gevonden worden, op welke ree„ kening ontvangst en uitgave geboekt staan, hier ten Hoofd Comptoires door den op pergebieder, en op de subalter„ na factorijen door het opperhoofd ofte den eersten, zoo hij geen kapier is, anders door den tweeden, en die ont„ breekende door den scriba ofte eene der pennisten; voorts om de kapa ree„ kening van ieder maand te laeten ed mineeren

NL-HaNA_1.04.02_3877_0711 view scan ↗

English

whose examination was ordered, to examine and confront it against the counter cash book and the issued warrants to see whether the balance of the respective cash agrees with it, the issued warrants are correctly shown, and, as far as the provisions are concerned, are properly receipted by the beneficiaries, and the receipt in cash by the cashier. This work will, at the Main Office, always be the task of the Trade Bookkeeper and Invoice Keeper, and at the subordinate offices of the person who, besides the chiefs, is judged best able to attend to it; and these commissioners, both here and yonder, must submit a written report of this their action and findings. §302. New order regarding the closing of the books. Report submitted under oath at the commencement of their service, in which report must be noted the cash balance of each month, and which warrants, whether in debit or credit, may have remained unpaid, which must then be found acknowledged with their letter or number at the foot of the cash account by the cashier or his successor. Regarding the closing of the books, it was also approved on the aforementioned day of 25 October to put into effect that this must take place at the subordinate offices by mid-October, in order to send hither, by the end of that month, all the documents related thereto, including among others the settlement of the suppliers, over and above the observance of the lapsed order to send once every three months, for the Trade Office here, a copy of the purchasing journal with an extract from the ledger, as far as the General Account is concerned, both to be able to confront and reconcile with the respective books and accounts, and in order not to close the books of the Main Office, with all that pertains thereto, later than mid-December, so that henceforth by the end of that month the general description with the presentation of the state of the Government, regarding profits, charges, and §303. Fixed fines for those failing in one thing and another. and remainders as otherwise according to the latest orders received in this regard from your High Excellencies, can be prepared and sent from here with the books annexed thereto in January. Now, whereas many orders, however useful, beneficial, and necessary, are neglected by people who neither think, much less know, what their duty is, and consequently must be awakened in that regard by warnings that go further than mere prescriptions on how each person can and must perform his duty, we, in order not to be disappointed in our aforementioned arrangements, have on 27 October established fines for anyone who might be found negligent in the observance and compliance thereof, and enacted that as a fine for the late closing and delivery of the cash accounts of an ordinary month, twenty, and for the month of August, if not prepared in time, twenty-five pagodas, shall be forfeited by the cashiers; furthermore, all those whose department it is to keep supplementary books, likewise the drawing up of the specification book, are urged to attend to their early delivery and preparation, under warning that, in case of failure, according to the exigency of the matter, they will also incur a pecuniary fine or other disciplinary measures. §304. Regarding the examination of the books, the order of 1754 renewed. At the same meeting of 27 October, with respect to the examination of the books, it was resolved to renew the orders of 1754 and commanded that, as soon as one has progressed with the books to the closing entries or the drawing of the balance, the respective Trade Bookkeepers shall be obligated to give notice thereof, at the Main Office in assembly and at the subordinate offices to the chiefs, requesting commissioners for the examination, for which purpose at the Main Office shall be chosen and appointed two members of the assembly, and at the same time two others for the examination of the pay books, or if due to illness or other reasons so many cannot §305. Approval requested on one thing and another. attend, with one or two of the members, one or more of the first qualified officials, and at the subordinate factories, such person or persons who, besides the keeper of the books, are judged suitable to be considered for this; whose report, as far as the Main Office is concerned, with the disposition made thereon, and from the subordinate offices after the closing of the books, must be annexed thereto and sent with the books to Batavia. We take the liberty respectfully to request your High Excellencies' esteemed approval and ratification of all the aforementioned dispositions; hoping that your High Excellencies will not only be pleased with it, §306. Occasioning cause for the aforementioned reform. but will agree with us how necessary it was to have recourse to such a reform, because it was to be foreseen that, without such and above-described interventions, everything would have fallen into such confusion that at last it would have been impossible to find the trace of things, let alone present a true and real state of the Government, as is now, by the end of August 1791, the appointed time, highly probable. All the more occasion for the aforementioned reform was given by a document submitted at the session of 28 September of this year

Dutch transcription

839 „Wier de Examinatie F. 301. daar van aan bevoolen. mineeren en Confronteeren tegen dat contra Cassa boek en de verleende ordon„ nancien omtezien ofte het saldo der respective kassa, daar meede accor„ deerd, de verleende ordonnancien rich„ tig vertoond, en wat de verstrekkingen aangaat, door de genieters, en de ont„ vangst in cassa; door den kapier be„ hoorlijk gequiteerd zijn. Dit werk zal op het Hoofd„ kantoor altoos de taek zijn van de Negocie boekhouder en Factuur hou„ der en op de subalterne kantooren van den gein die, buijten de op„ perhoofden; geoordeelt word best daar toe te kunnen vaceeren; moetende die gecommitteerdens zoo hier als ginter van deese hunne ver„ richting en bevinding doen schriftelijk rapport eeren nieuwe order in opsigt §302. van 't sluijten der baeken. rapport op den Eed bij den aanvang van hunne dienst gepresenteert, en bij welke rapport moet worden geno„ teert het saldo der Cassa van iede maand, en welke ordonnancien het zij in debit of Credit, onvoldaen mocht zijn gebleeven, die dan met haare Letter of Nummer aan de voet van de cassa reekening met dat„ ter of Neuwernaar moeten worden be„ kent gesteld gevonden. Novens het sluijten der boeken is ten voorm: dage van 25. october tevens goedgevonden meede in trein te brengen dat dit op de subalter„ ne kantooren zal moeten geschie„ den met medio octobir om onder ulto van die maand, met alle de daar toe betrekkelijk papieren, onder an„ derg. 167 840 deren de afreekening der Leveranciers herwaards te worden gezonden, buijten en behalven noch de naekoming der in onbruijk geraakte ordre, om voor het Negocie kantoor alhier, alle drie maanden eens te zenden, ko„ pij van het kopende Iournaal met een Extract uijt het groot boek, zoo verre de Hoofdreekening aangaat, om zoo wel te konnen confronteeren en accordeeren met de boeken en aan„ reekeningen respective, als om de boeken van het HoofdCantoor met het geen daar toe behoort, niet laeten te sluijten als medvo December, wanneer voortaan onder ultimo van die maand de generaele beschrijving met de vertooning van den staet des Gou„ vernements zoo van winsten Lasten en bepaalde boeten voor de §303. mankeerende m't een en ander. en restanten als anderzints na de Jongst derwegen ontvangene ordres van u Hoog Edelheeden, konnen ingericht en met de boeken daar bij in Ianua ri van hier verzonden worden. Dan nademaal veele ordres hoe nuttig, heilzaam en nood zal„ kelijk ook door lieden die niet den ken veel min weeten wat haer plicht is en gevolgelijk daar om„ trent moeten worden opgewakt d waarschouwingen die meer klim„ men als enkele voorschriften hoe een ieder de zijn kan en moet be„ trachten, hebben we om in voorsz: onze schikkingen niet te leur te worden gestelt op den 27. october boeten bepaalt voor den geene die „nalaftig te zijn bevonden mochte worden „ in de nako ming 841 ming en observantie van dien, en ge„ statueert, dat tot een boete voor het te laet sluijten en bezorgen der kas„ Ja reekeningen van een ordinaire maand twintig en voor de maand Augustus, zoo die niet tijdig ge„ reedit vijf en twintig Pagooden, door de kassiers zal verbeurt worden: zijnde overigens alle den geen van wiens departement het is het hou„ den van bijboekjes, item het opmoe„ ken van het specificatie boek ge„ recommandeerd eene vroegtijdige be„ zorging en in gereedheijd maeking van dien, onder waarschouwing van bij manquement, na exigentie van zaeken meede in pecunieele amen„ de te zullen vervallen of tot andere correctien. Ter Omtrend het Examonee „ 8304: ren der boeken gerenoveerd de ordre van 1754. Ter zelver bij een komst van 27. oc„ tober is met opzicht tot de Examina„ tie der Boeken verstaen te renovee„ ven de ordres van 175¾ en bevoolen om zoodra men met de Boeken gevordert is tot de sluijtposten ofte het trekken van Balans, de respec„ tive Negorie Boekhouders verklicht zullen zijn daarvan kennis te geen ven, ten Hoofdkantoore in vergade„ ring en op de subalterne kantooren aan de opperhoofden, met verzoek om Gecommitteerdens tot de Examina„ tie, waar toe ten Hoofdkantoore zullen verkooren en benoemt worden opt twee Leeden van de vergaedering, en te gelijk twee andere tot de examina„ tie der soldij boeken of in dien door zich te of andere reedenen zoo veele niet ken nen vlinelinde 1 872. Op't een en ander mond approbatie 305. versogt nen vaceeren met een of twee der Lee„ den, een of meer der eerste gequalifi„ ceerden, en op de subalterne facto„ rijen, zoodanig een perzoon ofte her„ soonen, als buyten den Houder der boeken geoordeelt word daar toe in aen„ merking te kunnen komen, wiens rapport wat het Hoofdkantoor aan„ gaat met de daar op gevallene dispo„ sitie en van de onderhoorige kantoo„ ren na het sluijten der boeken bij deselve gevoegt en met de boeken naar Batavia moeten gezonden worden. Wij neemen de vrijheijd u Hoog Edelheeden g'eerde approbatie en ratificatie van alle de voorsz: dis„ positien eerbiedig te verzoeken; hoo„ pende dat Hoog Deselve daarmeede niet d e aanlijdende oorsaakt tot §306. vor. H:. reform niet alleen genoegen neemen maer met ons avoueeren zullen hoe nood zoekelijk het was tot dergelijk een reforme recours te neemen, wijl het te voorzien stond dat, zonder eene dus daenige en voorwaards beschreeven ne interpositien, alles in zulk een confusie zoude zijn geraakt, dat er ten laetsten geen mogelijkheijd zou de geweest zijn om het spoor van zaeken te vinden, men geswijge een waere en weezenlijke staet des Gou vernements te vertoon, gelijk nu met ultimo Augustus 1791; opge„ stelde tijd ten hoogsten waer„ schijnelijk is. Te meer heeft tot de voorsz reformatie aanleiding gegeven een ter sessie van 28. September J:o Lee ingedient

NL-HaNA_1.04.02_3877_0719 view scan ↗

English

Concerning continuing accounts etc.: it is requested to act according to the submitted statement and demonstration of the goods found in excess and short as of the last of August 1788, together with a draft regulation for 1787/8. Regarding this, the first undersigned, having been unable to form an idea of both these ways of proceeding, and especially not with respect to the latter, had his opinion recorded with the reservation to state and demonstrate for the financial year 1790/1 how, in his view, it ought to be done, without detaining the meeting with such a voluminous address and the work of closing the books. By resolution of the 25th of August, the considerations regarding a Memorandum of accounts continuing in the books are dealt with, with the decision, in the absence of precedents in that regard, to request Your High Nobilities' orders concerning them and in the meantime to leave them as they are, all remnants having been properly found taken up, just as that, as well as the debiting of the account of van Bijland for what was received on the bond granted to him at Colombo, item the writing off of the lost and unfit goods of the sloop de Belrob, can be found in more detail in the said resolution. On the 24th of December, a report was served by the Head Administrator to demonstrate that concerning the remnants belonging to the books, everything was in accordance with the respected circular orders of Your High Nobilities dated the 22nd, 28th, and 29th of January 1790, except 7 pieces of iron cannon of 6 lb. caliber which, upon taking over Fort Geldria from the English in the year 1785, were found on the bastions, which we had entered with the same amounts pro rata of the cannon of equal caliber running in the books of the Artillery. Regarding the examination of the Trade books of 1787/8, a report from the council members Brouwer and Bloeme, commissioned for that purpose on the 28th of October of the past year, was served on the 15th of January last, with an address of the charges sustained in that financial year at this Main Office. The report itself is inserted in the Resolution of that date, with an annotation of the impossibility raised by the first undersigned to deliberate or decide upon matters so far beyond the scope of his judgment, and that therefore the general visitation at the Head Place in the Indies will have to show whether everything has been dealt with according to the substance of the report and according to order. Nor can it be discerned until the subsequent financial years, and in particular the latest of 1789/90, how the situation is with the debit and credit running accounts and others in a General and private statement of accounts to demonstrate their origin and change for better or for worse, as according to the intention of the Circular orders of Your High Nobilities dated the 14th of November 1762 and the 18th of July 1766, the Trade bookkeepers are obligated to submit to the Council of Policy upon the closing of the books. Regarding the now closed Books of 1787/8, this was recommended to the Trade bookkeeper De Raets on the day of this aforesaid committee of the 15th of January, with the order to comply therewith and to serve a report in that manner which, with the full approval of Your High Nobilities, is in use in Bengal and was instructed to him with a model provided by the first undersigned, to serve once and for all as guidance for the aforementioned and the subsequent books to be closed. Also, according to the aforementioned resolution of the 15th of January, the Trade transfer clerk was required, pursuant to a permanent order of the year 1773, to prepare annually a list showing how, during the financial year of which the books close, all continuing as well as charged indemnities have been dealt with, demonstrating what still remains running, and what settlements, whether through collection or otherwise, have taken place, both for the closing books of the year 1787/8 and the subsequent ones in due time, and to submit in that regard such a report as was indicated to him by handing over a model. And since the evaluation of sustained charges belongs, in the first place, to the assembly and not to the commissioned council members, as was done with the aforesaid address to the sum of f 139070. 13. 8, and this piece of work, namely the presentation and demonstration of the charges, is dealt with in Bengal in an entirely different, much clearer form by drawing up a general Memorandum of all charges that occurred and were sustained during a full year, annexed to two comparisons in tables, the one of the amount of the Expenses on the one side and on the other or right side a demonstration of the reasons why each expense account on its own in the closing financial year, in comparison with the previous one, amounts to more or less; the other of the determined amount of each expense account in the Memorandum of nage, the amount thereof at the closing of the books, and an indication of the greater or lesser sum of each account in comparison with the said determination, with a demonstration as above on the right side, which actually is the department of the Head Administrator there; we have, on the day aforesaid, or the 15th of January 1791, left the address as

Dutch transcription

843 omtrend Voort loopende 1307. reeckeningen Ensz: word onder „versogt toe te handelen, ingesient opstel en aantooning van de over en te kort bevondene Goederen. onder ultimo Augustus 1788. neevens een prit reguliering vooor 178 7/5. waarom„ trent de Eerstgeteekende, zich geen ide hebbende kunnen frmeeren van bei„ de deese wijze van handelen, en vooral niet ten opzichte van het laetste zijn gevoelen heeft laeten aantekenen met reserve om voor het boekjaar 179½. op de geeven en aan te wijzen hoe het na zijn begrip diende te geschieden zonder de vergaedering met een zoo volumi„ neus vertoog en het werk van het sluijten der boeken daarmop te houden. By resolutie van den 25. Augus„ tus staan verhandelt de bedenkingen over eene Memorie van bij de boeken voort„ loopende reekeningen, met het besluijt om, bij maer alle restanten behoorlijk in „ §. 308. genomen bevonden schied is bij gebrek aan voorbeelden daar omtrend, u Hoog Edelheeden ordre derwegen te ver„ zoeken en ze tot zoo lange in haar we„ =zen te laeten, gelijk dat, als meede het doen belasten van de reekening van van Bijland voor het ontvangene op de te ko„ Combo aan hem verleende obligatie, item de afschrijving van het verloorene en on„ bequame goederen van de sloep de Bel„ kami van1 onge rob omstandiger bij gedagte resolutie is te vinden. op den 24. December is door de Hoofd Administrateur gedient van bericht ter aanwijzing dat omtrend de tot de boe„ ken behoorende restanten alles overeen komstig was met de gerespecteerde cir„ culaire ordres van u Hoog Edelheeden de Eocerst 7 /Canoms dat uge „ datis 22. 28. en 29. Ianuarij 1790. excepto 7. p. s ijzere kanons van 6. lb: Caliber witem ke de 844 el„ Examinatie vande boeken § 309. - van 174 7/8. berichten verloot den „ongelden te vinden resol= 15. Jan: 1 tem des Eerst geteekende s am„ „„te waar om en niet op van disponeeren- ke bij het overneemen van het Fort Geldria van de Engelschen, in den Ial„ re 1785. op de Bolwerken zijn bevonden die wij hebben taeten inneemen met het zelve bedraegen pro rato van het kanon van gelijk Caleber bij de boeken van de Arthillerij voort„ lopende. Van de examinatie der Nego„ tie boeken van 178 7/8. heeftt bericht van de daar toe op den 28. october anno passato gecommitteerde raads„ leeden Brouwer & Bloeme gedient den 15. Ianuarij Izeeden met een vertoog van de in dat boekjaar ten deesen Hoofdkantoore gesupporteerde ongelden. Het bericht zelve staet ter Resolutie van dien datum geinse„ reert met annotatie van de door den Eerstig te doen ondersoek na den §310. debet en Credit loopende ree„ koningen. eerstgeteekende voorgekoomen onmoge„ lijkheijd om te delibereeren ofte dispo neeren over zaeken zoo verre buijten het bereik van zijn oordeel, en dat dierhalve de generaale visitatie op In„ diasch Hoofdplaets zal moeten uijt wijzen of alles na huijs van het be„ richt en na de order behandelt is —. Ook kan niet dan bij de volgende boekjaeren en in zonderheid het Jong ste van 17 49/: worden ontwaard hoe het is geleegen met de debet en cre„ diet loopende reekeningen en andere bij een Generaale en particuliere staat reekening ter aantooning van derselv„ ver oorsprong en verandering ten goeden of ten quaeden gelijk na de intentie der Circulaire ordres van u Hoog Edelheeden de datis 14 November 1762. en 18. Iulij 1766: de 845 Hem in de voort, loopende §311. en aangereekende vergoe„ dingen. de Negotie boekhouders verplicht zijn, „bij het sluijten der boeken in raede van Politie in te dienen dat met op zicht tot de nu geslootene Boeken van 178 7/18. den Negocie boekhouder De Raets ten dage deezer voorsz. besoigne van 15 Ianuary is aanbevoolen met last om daar aan te voldoen en van bericht te dienen op die wijze als niet volkomen goedkeuring van u Hoog Edelheeden, te Bengale in usantie en hem onder„ recht is met een afgegeve model door den eerst geteekenden, om eens voor al tot naricht te strekken voor de gemelde en de volgende te sluijtene boeken. Ook is volgens besluijt van 15. Ianuary voormelt de Negorie overdra„ ger gedemandeert om, na een perma„ nente ordre van den Jaare 1773. Jaer„ lijks hoe in 't vervolg de last §312. reeckening sae behandeld worden lijks te formeeren een Lijst aanwij„ zende hoedanig er geduurende het boek Jaar waar van de boeken sluijten; ge¬ handelt is met alle zoo voortloopen: „de als aan gereekende vergoedingen, met aantooning wat er noch blijft voortloopen, en welke vereeveningen zoo door in casseering als anderzints hebben plaats gehad en zulks zoo van de sluijten de boeken de Ao 178 7/15. als de volgende in der tijd, en om daar omtrent een zodanig bericht in te die„ nen als hem, door ter handstel„ ling van een model is aangeweezen. En gelijk de beoordeeling van ge¬ supporteerde ongelden, in de eerste plaats, behoord tot de vergadering en niet aan de gecommitteerde raads„ leeden gelijk met het voorsz: ver„ Hoog 846 toog ter somme van ƒ139070. 13. 8. is geschiet, en dit stuk werks de vertooning en demonstratie der ongelden namelijk te Ben„ gale in een gansch andere veel duijdelijker form behandelt wordende door het opmaeken van een generaale Memorie van alle ongelden die geduu¬ rende een rond Iaar gevallen. en gesuporteert zijn, annex twee vergelijkingen in plaen, die eene van het bedraegen der Lasten aan de eene en aan de andere of rechter zijde, eene dimonstratie van de reedenen waarom ieder last reekening op zich zelve bij het sluijten„ de boekjaar, in vergelijking van van het voorige, meerder minder komt te bedraegen de andere van het bepaalde be„ dragen van ieder last reeke„ ning bij de Memorie van n# nage, het bedragen der zelve bij het sluijten der boeken en aanwijzing van het meer„ der of minder beloop van ie„ der reekening in vergelijking van de gemelde bepaaling, met eene demonstratie als boven aan de regter zijde, dat eigenlijk aldaar het departe„ ment is van den Hoofd Ad„ ministrateur, hebben we ten dage voorsz: ofte 15. January 1791. het vertoog gelaeten zoo als re

NL-HaNA_1.04.02_3877_0727 view scan ↗

English

847 further accounting of the matter, received 16 January: as it stands, and because the preparation of such a Memorial and comparisons for 1787/8 would take too much time to get ready and send along with this, it was resolved, subject to Your High Noblenesses' further approval, to have that work performed in the coming year by the Chief Administrator according to a model to be provided, and in the meantime to pass the aforementioned expenses of f 139070. 13. 8, subject to Your High Noblenesses' approval and if necessary to further accounting by those whom it concerns, and to note by Resolution whereby proper notice could be given here 313. Resolution to note which entries catch the eye as exorbitant, at least as they have appeared to the First Signatory. For in order to state, according to Your High Noblenesses' intention, to what extent the expenses can and ought to be reduced, it has for the present been utterly impossible for the First Signatory to comply generally with that intention, not only because the books are lagging behind, but because so many other occupations 843 occupations, as according to the description in this document already constitute his duties, and to which are added those of the separate Commission, which in itself would have been of sufficient scope to set all other matters aside, since all Coromandel is stirred up with that case. Nor has one yet been able to supply him with such a statement as he, regarding the expenses falling upon the subordinate offices, required from the Invoice Keeper according to the resolution of 28 September promise regarding the reduction of expenses anno passato. Nevertheless, regulations have already been made which, in due time, or when circumstances permit, will contribute not a little to the reduction of the expenses of the Head Office, and as soon as his hands are somewhat freer than now, having had not a single day of rest since his arrival, this necessary period will be attended to immediately and everything possible will be done. 149 sideration in this matter, Trade book of 1787/8 page 314. papers relative thereto are being attached, humbly requesting a favorable consideration that the restoration of everything could not possibly, in so few days as he has been in administration, have been the result of his most zealous endeavors. The Trade books of 1787/8, with all that usually belongs thereto, properly packed in a small chest, are sent along with this, and the statement of the Government for that financial year drawn up from them is as follows: and [illegible] are to be devised: requesting as Six The profits and Revenues Demonstration of Profits and expenses of 1786/7. ditto 1787/8. amount to f 259621: 19. 8. The charges to f 157431: 6. Consequently, the former exceed the latter by f 77145. 6. 8. and those of the preceding year by f 83020. 14. 8, when the Charges amounted to f 5875. 10. — more; and these greater Charges being subtracted from the said greater profits and Revenues, one has, by comparison of the financial year 1786/7 against that of 1787/8, laid up more in the latter, and the Government has thus come out ahead by f 77145. 6. 8, as appears from the demonstration and comparison made thereof. Ultimo E

Dutch transcription

847 re verantwoording dle taangaat, r gt: 16: Jann: als het is en om dat de inrich„ ting van eene dusdaenige Me„ morie en vergelijkingen voor 178 7/8. te veel tijd zouden weg neemen om ze in gereedheid te krijgen en nevens deezen te ver„ zenden, beslooten om op u Hoog Edelheeden nadere approbatie, na een meede aftegewen mo„ del, in den aanstaanden, dat werk dus daenig door den Hoofd„ Administrateur te laeten verrig„ dat die van 178 /4 s gepasseerd ot te nader ten: en inmiddels de voorsz: ongelden van ƒ 139070. 13. 8. op u Hoog Edelheeden appro„ batie in des noods ter nadere verantwoording van die het t edhaten overoorende sten notoed an gaat, te passeeren en bij Resolutie waar door hier in tant gen behoord 313. lite opgave ken gesifieden Resolutie te noteeren welke posten als exhorbitant in het oog loopen, ten minsten den Eerst geteekenden zoodanig zijn voorgekomen. want om na de in„ tentie van u Hoog Edel„ heeden op te geeven, in hoe ver„ re de ongelden konnen en behooren te werden vermin„ dert het is den Eerstgetee„ kenden voor als noch, vol„ strekt onmogelijk geweest om daar omtrend generaliter aen de intensie te beantwoorden, niet alleen wijl het hapers aan de Boeken, maar om dat zoo veele andere occu„ patien 843 patien als volgens de beschrijv ving in deeze bereeds zijne verrichtingen uijtmaeken, en waar bij noch komen die van de aparte Commissie, welke op zich zelve van geen minder omslag genoeg wa„ re geweest om alle andere zae„ ken ter zeijde te stellen dewijl met dat geval gansch kormandel gemoert is. Men heeft hem ook daar bij noch niet konnen sup„ pediteeren eene zoodanige opgave als hij, nopens de op de onderhoorige kantooren val„ lende ongelden, uijtwijzens besluijt van den 28. e Septem¬ ber beloft hot het vermindereg van ongelden ber anno passato van den Factuurhouder gerequireerd heeft. Dan des onaengezien zijn 'er bereets regulatien g maakt die, inder tijd, of als de omstandigheeden het ze len toelaeten, tot de vermi dering der ongelden van het Hoofd kantoor, niet weinig zullen contribueeren en zooreg dra de handen maar wat ruijmer zijn als nu, dat hij zedert zijn aankomst noch geen dag rust gehad heeft, zal aan deese noodzaekelij ke periode ten eerste gedac en alles te werk gesteld worden wat met mogelijkheijd zal zijn. vien 149 sideratie in deese, Zooe regori boek va 178 / e pen 3 14. prieng daartoe relatief worden aangebonden, kende ootmoedig om eene gun„ tige consideratie dat de herstel„ ling van alles, met geen mo„ gelijkheijd in zoo weinige dae¬ gen als hij aan het bewintge¬ weest is, het gevolg heeft kon„ nen zijn van zijne allen ieverigste betragtingen. De Negocie boeken van 178 7/8. met al wat na ge„ woonte daar bij gehoort wor¬ den neevens deeze in een kasje behoorlijk afgelegt, verzonden, En de daar uit opgemaakte staat des Gou„ vernements van dat boek„ Jaar is als volgt - en sende en aete satenen an zijn uijt te denken: verzoe„ als Zes ig De winsten & In„ vertoogj van Winsten kastn van 73 15. do 7 8. ½. komsten bedraegen ƒ259621: 19. 8. De lasten ƒ157431: 6. overzulx overtreffen de eerste de Laetste ƒ77145. 6. 8. en die van lb p:s met ƒ83020. 14. 8. wanneer de Lasten ƒ5875. 10. —. meer hebben beloopen; en deese meerdere Lasten gesubstra„ heert van de ged:e meerdere winsten en Inkomsten, heeft men, bij ver„ gelijking van het boekjaar 1786/7. teegen dat van 1787/8. in het laetste meerder opgelegt en is het Gouvernement dus te vooren geraakt ƒ77145. 6. 8. gelijk dat bij de daar van gemaakte verkooning en vergelijking komt te blij„ ken—. Gultimo E

NL-HaNA_1.04.02_3877_0733 view scan ↗

English

Last of August Anno 1787. Portonovo - - - - - 4520. 15. 8. At Geldria - - - - - - ƒ 21785. 17. -. Portonovo - - - - - - —. –. —. Sadraspatnam - - 1996. 5. -. Palicol - - - - - - —. –. –. Iaggernaijkpoeram - 73764. 2. -. Bimilipatnam - - 76126. 3. 8. Total - ƒ 173672. 7. 8. From which subtract the losses at Portonovo and Palicol - - 1461. 6. –. Remainder - . . ƒ 172211. 1. 8. Revenues Portonovo - - - - - - —. —. —. Sadraspatnam - - —. –. —. Palicol - - - - - - 7742. 10. 8. Iaggernaijkpoeram 1683. –. 8. Bimilipatnam - - - 24. 7. 8. Total - - ƒ 11387. -. -. From which deduct the deficit incurred at Sadras 6996. 18. 8. Remainder . . 4390. 1. 8. The Profits and Revenues - - - - ƒ 176601. 3. — Expenses At Geldria - - - - - ƒ 114667. 3. —. Portonovo - - - - - 4414: 4. 8. Sadraspatnam - - - 4868. 5. -. Palicol - - - - - - - 4431. 4. -. Iaggernaijkpoeram - 12528. 7. 8. Bimilipatnam - - - 13646. 12. -. The Expenses - - - - 151555. 16. -. The Profits Exceeding Expenses - - ƒ 25045. 7. -. At Geldria - - - - - - ƒ 1937. 1. 8. The Profits of the Financial Year 1787/8 amount to - - ƒ 252138. 1. -. and those of the preceding Year amounted to only - - - - 172211. 1. 8. Thus this Year more profit - - - - - ƒ 79926. 19. 8. The Revenues of the Past Year Imported - - - ƒ 4390. 1. 8. And this Year amounting indeed to - - - - - - - - 7483. 16. 8. Wherefore this Year More Revenues - - - 3093. 15. -. The Additional Profits and Revenues Add up to - - - - ƒ 83020. 14. 8. Which are Carried Forward. Last of August Anno 1788. Profits Sadraspatnam - 17111. 1. 8. Palicol - - - - - - —. –. –. Iaggernaijkpoeram 64088: 14:—: Bimilipatnam - - - 92407. 1. -. the Total - - - ƒ 252724. 8. -. From which subtract the loss at Palicol - - - - 586. 7. —. Remainder . - ƒ 252138. 1. -. Revenues At Geldria - - - - - ƒ 3720. 12. -. Portonovo - - - - 14. –. 8. Sadraspatnam —. –. —. Palicol - - - - - - 6769. 15. 8. Iaggernaijkpoeram 3026. –. 8. Bimilipatnam - - 19. 8. –. Total - - ƒ 13549. 16. 8. From which deduct the deficit incurred at Sadras - - 6065. 18. —. Remainder - . . 7483. 18. 8. The profits and Revenues - - - - ƒ 259621. 19. 8. Expenses At Geldria - - - - ƒ 109310. 13. 8. Portonovo - - - - 3680. 17. —. Sadraspatnam 5636. 13. -. Palicol - - - - - - 5805: 13. —. Iaggernaijkpoeram 18327. 4. 8. Bimilipatnam - - 14670. 5. -. The Expenses - - - 157431. 6. —. The Profits exceeding Expenses - - ƒ 102190. 13. 8. Which subtracted from the aforementioned margin of 25045. 7. — there results for the higher advances of 1787/8 ƒ 77145. 6. 8. At Geldria - - - - - ƒ 74596. 16. -. Profits 1721 The Additional Profits and Revenues Carried Forward = - ƒ 83030. 14. 8. The Expenses amount to this Year - - - - - - - - - - - - - ƒ 157431. 6. —. And in the past Year amounted to - - - - - - - 151555. 16. -. Consequently in the Current Year More Expenses - - - - - 5875. 10. -. The Additional Profits and Revenues minus The Additional Expenses yields for the surplus laid aside as before - - - - - - - - - - - For Each Office separately: at Geldria the Profits and Revenues in Anno 1786/7 mounted to only - . . ƒ 23722. 18. 8. this Year is indeed - - - - - - - - - - - 78317. 8. -. Thus this Year More - - - - - ƒ 54594. 9. 8. The Expenses amount to this Year - - - - ƒ 109310. 13. 8. last year they amounted to - - - - - - - 111667. 3. -. Wherefore this Year less - - - 2356. 9. 8. The lesser Expenses added to the greater profits and Revenues; there results For it - - - - - - - - ƒ 56950. 19. -. at Portonovo the gain in this Year is - - ƒ 4534. 16. —. in the past Year lost - - - - - - - 888. 19. —. Thus this Year in Profit - - - - 5423. 15. —. The Expenses amounted in the past Year to - - - - - - ƒ 4414. 4. 8. and this Year to only - - - - - - - 3680. 17. -. consequently now less - - - - 733. 7. 8. The lesser loss and the Lesser Expenses added together, then results - - - - - - - - - - - - 6157. 2. 8. at Sadraspatnam the profits summed in the past Year to only - - - - ƒ 1996. 5. -. and this Year indeed - - - - - - 17111. 1. 8. Thus now more . . . ƒ 15114. 16. 8. The Expenses amounted in the past year to - - - ƒ 4868. 5. —. and in the Current year . . . . - . . . . 5636. 13. -. Wherefore now more - - - - - 768. 8. –. which deducted from the greater Profits, remainder - 14346. 8. 8. The Revenues this Year are in arrears . . . ƒ 6065. 18. —. and the Year before - - - - - - - - 6996. 18. 8. Consequently this Year less - - - - - - 931. —. 8. The greater Profits and the lesser loss On the Revenues; added together there results - - - - - 15277. 9. -. Carried Forward - ƒ 78385. 10. 8. ƒ —. —. — ƒ 77145. 4. 8. This Year More Less Laid aside than in the past Year

Dutch transcription

Ultimo Augustus A„o 1787. „ Portonovo - - - - - „ 4520. 15. 8. Ter Teldria - - - - - - ƒ 21785. 17. -. „ Portonovo - - - - - - „ —. –. —. „ Sadraspatnam - - „ 1996. 5. -. „ Palicol - - - - - - „ —. –. –. „ Iaggernaijkpoeram. - „ 73764. 2. -. „ Bimilipatnam - - „76126. 3. 8. Teld - ƒ173672. 7. 8. Waar van substraheere 'E ver„ lorene te Port: en Palicol - - „ 1461. 6. –. Rest - . . ƒ 172211. 1. 8. Inkomsten „ Portonovo - - - - - - „ —. —. —. „ Sadraspatnam - - „ —. –. —. „ Palicol - - - - - - „ 7742. 10. 8. „ Iaggernaijkpoeram. „ 1683. –. 8. „ Bimilipatnam - - - „ 24. 7. 8. Teld - - ƒ11387. -. -. Waar van detraheere de ten agteren geraakte te Sadras. „„6996. 18. 8. Rest . . „ 4390. 1. 8. De Winsten en Inkomsten - - - - ƒ176601. 3. —„ Lasten Te Jeldria - - - - - ƒ114667. 3. —. „ Portonovo - - - - - „ 4414: 4. 8. „ Sadraspatnam - - - „ 4868. 5. -. „ Palicol - - - - - - - „ 4431. 4. -. „ Iaggernaijkpoeram. - „12528. 7. 8. „ Bimilipatnam - - - „ 13646. 12. -. De Lasten - - - - „151555. 16. -. De Winsten Overtreffende Lasten - - ƒ25045. 7. -. Te Geldria - - - - - - ƒ1937. 1. 8. De Winsten van het BoekIaar 178 7/8. bedraagen - - ƒ252138. 1. -. en die van 't voorleeden Iaare beliep maar - - - - „ 172211. 1. 8. Dus dit Iaar Meerder winst - - - - - ƒ79926. 19. 8. De Inkomsten van Anno Passato Importeerden - - - ƒ 4390. 1. 8. En dit Iaar bedragende wel - - - - - - - - „ 7483. 16. 8. Over zulx dit Iaar Meerder Inkomsten - - - „ 3093. 15. -. De Meerdere Winsten en Inkomsten Addeeren - - - - ƒ83020. 14. 8. Die Transporteere. Ultimo Augustus Anno 1788. Winsten „ Sadraspatnam - „ 17111. 1. 8. „ Palicol - - - - - - „ —. –. –. „ Iaggernaijkpoeram„ 64088: 14:—: „ Bimilipatnam - - - „92407. 1. -. de Teld - - - ƒ252724. 8. -. Waar van substraheere 't ver„ lovene te Palicol - - - - „ 586. 7. —. Rest. . - ƒ252138. 1. -. Inkomsten Te Teldria - - - - - ƒ 3720. 12. -. „ Portonovo - - - - „ 14. –. 8. „ Sadraspatnam „ —. –. —. „ Palicol - - - - - - „ 6769. 15. 8. „ Iaggernaijkpoeram„ 3026. –. 8. „ Bimilipatnam - - „ 19. 8. –. Teld - - ƒ13549. 16. 8. Waar van detraheere de ten agteren geraakte te Sadras. - - „ 6065. 18. —. Rest. - . . „ 7483. 18. 8. De winsten en Inkomsten - - - - ƒ259621. 19. 8. Lasten Te Teldria - - - - ƒ109310. 13. 8. „ Portonovo - - - - „ 3680. 17. —. „ Sadraspatnam. „ 5636. 13. -. „ Palicol - - - - - - „ 5805: 13. —. „ Iaggernaijkpoeram „ 18327. 4. 8. „ Bimilipatnam. - - „14670. 5. -. De Lasten - - - „157431. 6. —. De Winsten overtreffende Lasten. - - ƒ102190. 13. 8. Welke gesubstraheerd van de ter zeide verm: „ 25045. 7. —. zo komt en voor de meerdere advancen van 178 7/8. ƒ 77145. 6„ 8. Te Feldria - - - - - ƒ74596. 16. -. Winsten 1721 De Meerdere Winsten en Inkomsten P„r Transport = - ƒ 83030. 14. 8. De Lasten bedragen dit Iaar - - - - - - - - - - - - - ƒ157431. 6. —. En in't vergange Iaar beliepen -- - - - - - - - „ 151555. 16. -. Gevolgelijk anno Stantij Meerder Lasten - - - - - „ 5875. 10. -. De Meerdere Winsten - en Inkomsten van De Meerdere Lasten gesubstracheert komt voor het meerder te boven gelegde als vooren - - - - - - - - - - - Van Ider Comptoir appart: tot Geldria monteerden de Winsten en In„ komsten Anno 17867. maar - - . . ƒ23722. 18. 8. desen Iaare is wel - - - - - - - - -. - - - „78317. 8. -. Des desen Iaare Meerder - - - - - ƒ54594. 9. 8. De Lasten bedragen dit Iaar - - - - ƒ109310. 13. 8. anno pass„o bedroegen - - - - - - - . „111667. 3. -. Oversulx desen Iare minder - - - „ 2356. 9. 8. De mindere Lasten geaddeert met de meerdere winsten en Inkomsten; zo komt 'er Voor - - - - - - - - ƒ56950. 19. -. tot Portonovo is het voordeel in dit Iaar - - ƒ4534. 16. —. in Anno pass„o verloren - _ - - - - - - „ 888. 19. —. Des dit Iaar aan Winst _ _ _ _ - „ 5423. 15. —. De Lasten monteerden Anno pass„o - - - - - - ƒ 4414. 4. 8. en desen Iaare maar - - - - - - - „3680. 17. -. gevolgelijk nu minder - - - - „ 733. 7. 8. 'T minder verlies en de Mindere Lasten tezamen getrocken, dan komt - - - - - - - - - - - - „ 6157. 2. 8. tot Sadraspatnam sommeerde de winsten in Anno verleeden maar - - - - ƒ1996. 5. -. en deses Jaare wel - - - - - - „17111. 1. 8. Dus nu meerder. . . ƒ15114. 16. 8. De Lasten monteerde a„o verweken - - - ƒ 4868. 5. —. en anno Stantij. . . . . - . . . . „ 5636. 13. -. Over zulx nu meerder - - - - - „ 768. 8. –. dat van de meerdere Winsten afgetroc„ ken, rest - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ ƒ14346. 8. 8. De Inkomsten is dit Iaar ten agteren. . . ƒ6065. 18. —. en 't Iaar bevorens - - - - - - - - „ 6996. 18. 8. Bij gevolg dit Iaar minder - - - - - - „ 931. —. 8. De meerdere Winsten en 't minder verlies Op de Inkomsten; geaddeerd so komt - - - - - „ 15277. 9. -. Transporteere - ƒ78385. 10. 8. ƒ —. —. — ƒ77145. 4. 8. Desen Jaare Meerder Minder Overgelegd dan P=o pass„o

NL-HaNA_1.04.02_3877_0735 view scan ↗

English

851 This Year Surplus Deficit Compared to the previous year At Palicol, revenues after deducting losses in the current year amounted to ƒ6183. 8. 8. And the year before - - - - - - - ƒ7170. 3. 8. Thus now less - - ƒ986. 15. —. The expenses amounted in the previous year to - - - ƒ4431. 4. —. And this year indeed - - - - - - - ƒ5805. 13. —. Thus now more - - - - ƒ1374. 9. —. The decreased revenues and the increased expenses combined then show - - - - - - - - ƒ —. —. —. ƒ2361. 4. —. At Iaggernaikpoeram, in the previous period, surpluses in profits and revenues amounted to ƒ75417. 2. 8. And this year only - - - - - ƒ67114. 14. 8. Thus now less - - - - ƒ8332. 8. —. The expenses were in the previous year - - - ƒ12528. 7. 8. And in the current year - - - - - - - ƒ18327. 4. 8. Consequently now more - - - - - ƒ5798. 17. —. The increased expenses added to the decreased profits then yield - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ14131. 5. —. At Bimilipatnam, profits and revenues in this year amount to - - - - - ƒ92426. 9. —. And the preceding year only - - - - ƒ76150. 11. —. Consequently now more - - - ƒ16275. 18. —. The expenses of this year here are ƒ14670. 5. —. And the year before only - - - ƒ13646. 12. —. Consequently now more - - - - - - ƒ1023. 13. —. The increased expenses subtracted from the increased profits, it then appears - - - - - ƒ15252. 5. —. Total - ƒ93637. 15. 8. ƒ16492. 9. —. The deficit surplus at the two offices being deducted from the increased surplus at the other four similar offices, being - - - - - - ƒ16492. 9. —. Thus shows for the increased advances of this year, as stated above - - - - - - - - ƒ77145. 6. 8. Carried forward - - ƒ78385. 10. 8. ƒ —. —. —. .14. 8. 5875. 10. —. 45. 4. 8. 71 Year When the defective statement of 1783/4 was corrected; promise in this regard for the future. With the Jaffanapatnam detachment, the heavy burden is now borne. Section 317. The defective presentation in the October letter of 1789 regarding the profits and expenses in 1786/7 was corrected in the letter of 26 March 1790, and we shall endeavor in this, and through a reasonable improvement, especially by the reduction of expenses, to give Your High Excellencies greater satisfaction, particularly whenever it is in our power to keep matters running with a frugal hand. The heaviest burden currently pressing upon us here is the maintenance of more troops than we would otherwise need or in quieter times, among others the Jaffanapatnam auxiliary detachment consisting of 128 heads, which costs us ƒ1440. 58 per month, both on account of their 852 ordinary salaries and emoluments as well as the extraordinary that, after the example of the year 177¾, was granted to the officers according to the resolution of 18 November last, on which we request Your High Excellencies' honored approval and at the same time humbly request that as soon as those soldiers can be sent back, the ordinary salary may be charged to Jaffanapatnam and the remainder balanced here under extraordinary expenses. Where to find the Iaggernaikpoeram commission account and how it was handled. Section 318. Of the expenses incurred in the commission to Iaggernaikpoeram decreed by separate resolution of 17 February 1790, concerning the Bimilipatnam chief Philip Hendrik Heshusius and Palicol second Sebastiaan Matthias Schleephaken, an account is inserted in the general resolution of 10 December last, amounting to Pagodas 986: 4½, which we, since nothing excessive appeared to us therein, have passed subject to Your High Excellencies' honored further approval, in order that, after the debiting made here according to this resolution, it may be placed on an account to be created in the Palliacatta Trade Journal for expenses incurred in the Iaggernaikpoeram commission, to be reimbursed in due course by whoever is found guilty and upon whom the burden thereof shall be imposed by Your High Excellencies, 853 as it does not seem equitable to cause the Honorable Company to bear it. Thus the title of the head account is changed. Section 319. According to the resolution of 21 January, the officials at the subordinate offices and in loco the respective Administrators, when keeping their books, are instructed to keep as their head account the office of Palliacatta as the debtor and creditor of their capital or administration, and not the office of Coromandel, which ought to be solely the head account of the Palliacatta Trade Journal, on which that of the subordinates is to find its balancing, to begin with the financial year 1789/90. Submitted the pay books of 1788/9. Why they were not examined; an investigation is demanded upon the receipt of the pay report. Section 320. Furthermore, in another well-conditioned small chest are sent the Pay Books of 1788/9, without their being able to be examined according to today's oral report in the meeting by the members De Raest and Hasz, who were commissioned for that purpose on 25 October 1790, but who could accomplish nothing therein because the Trade books of that year were not yet closed, after the completion of which their commission is to proceed. Section 321. With regard to the dispositions of Your High Excellencies appearing in the aforementioned rescript paragraph 80 on the report of the chief of the general pay office, the Honorable Cornelis

Dutch transcription

851 Desen Jaare Meerder Minder Overgelegd dan Ao pass„o tot Palicol hebben de, Inkomsten na aftrek der Verliesen anno Curentie bedragen ƒ6183. 8. 8. En het Iaar tevoren - - - - - - - „ 7170. 3. 8. also nu minder - - ƒ 986. 15. —: De Lasten Monteerden A:o pass„o - - - ƒ 4431. 4. —. en desen Iare Wel - - - - - - - „ 5805. 13. -. Dus nu meerder - - - - „ 1374. 9. -. De mindere Inkomsten en de meerdere Lasten tezaamen getrocken blijkt dan - - - - - - - - „ —. -. -. „ 2361. 4. -. tot Iaggernaikpoeram, is in Ed„s verleeden aan winsten en Inkomsten te boven gelegd ƒ75417. 2. 8. En desen Iaare maar - - - - - „ 67114. 14. 8. Alzo nu minder - - - - ƒ 8332. 8. —. De Lasten zijn a„o pass„o geweest - - - ƒ 12528. 7. 8. en in A„o Ourentie - - . . . . . . - „ 18327. 4. 8. bij gevolg nu meerder - - - - - „ 5798. 17. —. De meerdere Lasten minder Winsten geaddeert komt dan - - - - - - - - - - - - - - - - „14131. 5. —. tot Bimilipatnam bedragende Winsten en In„ komsten in dit Iaar - - - - - ƒ92426. 9. —. En 't voorgegane d„o maar - - - - „76150. 11. -. Over zulx nu meer der - - - ƒ16275. 18. —. De Lasten deses Iaars alhier zijn ƒ14670. 5. –. En 't Iaar te vooren maar - - - „13646. 12. -. gevolgelijk nu meerder - - - - - - „ 1023. 13. -. De meerdere Lasten vande meerdere Win„ sten gesubstraheerd, zo blijkt dan - - - - - „ 15252. 5. —. Tesaamen - . ƒ93637. 15. 8. ƒ 16492. 9. - 'S Minder te bovengelegde op de twee Comptoiren van 't Meerder Overgelegde op de andere vier ge„ lijke ditos gedetraheerd, zijnde - - - - - - „16492. 9. —. zo blijkt voor de Meerdere Advancen van desen Iaare, als voren gesegd - - - - - - - - ƒ77145. 6. 8. P„r Transport - - ƒ78385. 10. 8. ƒ —. –. –. .14. 8. 5875. 10. -. 45. 4. 8. 71 Ja H re waner het gebrekig enten 16 van 178 /4 verbeeken d: belofte hier ontrend voor't vervol„ Met Jaffanap:s detachement s §317. tans de swarch last poot, De gebrekkige vertooning bij de october brief van 1789. vande voor„ deelen en de Lasten in 178 6/7. is verbee„ 5 tert bij de brief van 26. Maart 1790. en wij zullen trachten hierin, en eene reedle verbeetering, speciaal door vermindering van ongelden, u Hoog Edelheeden meerder genoegen te geeven en voor al wanneer het in onze magt is, om met een spaerzaam hand de zaeken haaren loop te doen houden. De swaerste Last die ons thans hier drukt, is het onderhoud van meer krijgsvolk als we anders of in geruster omstanden des tijds benoodige, onder anderen het Iaffanapatnamsche hulp detachement bestaande uit 128. koppen dat ons smaands ƒ1440. 58. komt te kosten zoo ter zaeke van hunne versoek dinain dinair 852 dite besog an die oferng dinaire daar van Pattara aantereeken Jangemonkp:l Commissie reken § 318. ning waar te vinden en hoe daar omtrend gehan„ dit en hunne ordinaire sagien en Emolu„ menten als het Extra dat, na het voorbuet van ao 177¾ aan de offi„ ciers is toegevoegt uijtwijzens besluijt van den 18: November ILeeden, waar seiet mep potite daro m omheten op we U Hoog Edelheeden g'eerde ap„ probatie en tevens ontmoedig de gunste verzoeken om zoo dra die krijgers te rug konnen worden gezonden, het ordinaire tractement Iaffanapat„ nam te mogen aanreekenen en het overige alhier op onkosten Extra or„ dinair te vereevenen. van de ongelden gevallen in de volgens apart besluijt van den 17. Februarij 1790. naar Iaggernaik poe„ ram gedecerneerende Commissie op het Bimilipatnamsch opperhoofd Philip Hendrik Heshusius en en Palicols secunde Sebastiaan Matthias Schleephaken staat een reekening geinsereert by gemeene Resolutie van den 10. December laastleeden, bedraegen„ de Pag: 986: 4½. die wy, nadien ons daar bij niets excessiefs is voorge„ koomen, op u Hoog Edelheeden g' eerde nadere approbatie gepasseer hebben om, nade daar van, volgen dit besluijt herwaards gedaane aan„ reekening te worden gesteld op eene bij het Palliacatsch Negocie Tour naal te formeeren reekening van ongelden gevallen in de Iaggor„ naikpoeramsche Commissie, ten einde in der tijd, te worden vergoed door den geen die als schuldig, den Last daar van, door u Hoog Edel„ heeden. 853 1. 0. soodanig de titul van de Moofd „S 319. rrek sit veranderd aan bod de soldij korten van 178 8/9. heeden, zal worden opgelegt; wyl het niet billijk voorkomt, de E: Comp: die te doen draegen. Blijkens Resolutie van 21. Ja¬ nuarij zijn de bedienden op de subal„ terne kantooren en in Loco de res„ pective Administrateurs, bij boekjes houdende, gelast om voor hunne Hoogd reekening te houden het kantoor Palliacatta als de Debi„ teur en Crediteur van haar kapi„ taal of administratie, en niet het kantoor Cormandel, dat al„ leen de Hoofdreekening van het Pal„ Negotie liacatsch krafs Iournaal behoort te zijn waarop die der subalterne hae„ re vereevening komt te vinden, om aan te vangen met het boekjaar 17 3/90. Voorts worden in een ander wel geconditioneert aan en„ e„ eer waronschriet gedamineerd zijn, op 't ontfangen soldij bericht is on „d 321. derzoek gedemandeerd, geconditioneert kasje verzonden 1320. De Soldij Boeken van 178 /9. zonder dat ze volgens heeden in vergadering mondeling rapport hebben konnen worden geexamineert door de Leeden De Raest en Hasz: die daar toe den 25. october 1790. zijn gecommitteerd geworden doch daar in niets hebben konnen uitrechten om dat de Negorie boeken van dat Iaar noch niet waren geslooten na verrichting van het welke hunne commissie staat gevolg te nee„ men. Met op zicht tot de bij meerm: rescriptie par: 80: voorkomende dis„ positien van u Hoog Edelheeden op het bericht van het opperhoofd van het generaal soldij kantoor de E: Cornelis

NL-HaNA_1.04.02_3877_0741 view scan ↗

English

Cornelis Sinckelaar regarding the examination and findings of the Coromandel pay books of 1785, 1786, as well as those of 1787, we, at the committee meeting on 2 October 1790, demanded of the then pay bookkeeper Broërius Brouwer that he demonstrate, by way of a marginal reply to the report on the copy and its annexes delivered to him upon receipt thereof, how matters stood with those affairs and what we therefore had to decide upon, particularly regarding the compensation of damages appearing under the 1st point of Your Right Noblenesses' disposition due to excessive disbursement of wages to various persons mentioned therein. [illegible] That marginal reply, as it was submitted at the session of 19 November and stands inserted by resolution of that date, not having appeared clear enough to us for elucidation, especially regarding the entries which Your Right Noblenesses remark were improperly applied to such persons as were credited with wages and board money contrary to the sense and meaning of the authorization of 1785, whereas on the contrary, for those who were not present here by the last of October of the said year, both ought to have been suspended and written off; thus, according to the aforesaid resolution of 19 November, we have ordered and approved for the aforesaid pay bookkeeper: 1. The drafting of a roll of names of the persons who were still at Nagapatnam by the last of October 1785, also showing the day and date of what they enjoyed there, on whose order or by what authority, furthermore the date that they arrived here, and what they enjoyed since or after their arrival, and on whose order. 2. Another roll of names of all such persons who, besides the former Jagannathapuram chiefs Blaaukamer and De Ravallet, enjoyed no maintenance, in order to see what might be granted to them according to the authorizations of Your Right Noblenesses and the provisions of the Articles of War, also indicating the date that the monthly pay of those people was resumed and whether that occurred with or without authorization. 3. A roll of names of such persons who received closed accounts under 12 November 1785, with another list of those who under 26 July 1786 were, by nomination, entered into and recorded in the new Coromandel books, citing the dates of the authorizations given for both. 4. A roll of names of the servants who were absent at that time and were recorded in the books with a note, distinctly indicating the natives as well as the Europeans. 5. A list of names of the persons whose accounts were adjusted and entered in the books of 1785/86, indicating who granted authorization thereto, with the amount credited or debited to each in particular, and to all together. 6. To show Your Right Noblenesses the impossibility of procuring the required wills of the Honorable Mossel and Dormieur, since they can be found or discovered neither among the heirs nor among the protocols, several of which were lost due to the war of 1781. 7. Subject to further approval from Your Right Noblenesses, to consider oneself satisfied with the explanation of how matters stand regarding the disbursement of two good months to the mariners on the sloop De Zeerob; but to order that, in the future, with nominations or requests for debiting, distinct pay memoranda or rolls of names be sent over at the same time in order to immediately verify which person or persons are meant, stating what they have enjoyed; and to show that the receipt rolls and reckonings were duly dispatched in time, or in October 1788, per the register of papers by the ship De Arend No. 59, and consequently must have been received at Batavia earlier than 15 June 1789, as the aforesaid report of Chief Sinkelaar dictates, which acknowledged memorandum will possibly be a duplicate of the previous one dispatched in October, on which ground it was also approved to request of Your Right Noblenesses an exemption from the claimed compensation of f10.-, for which the youth Carel De Labodrie was not debited, which it is trusted could, in the present case, have been done at Batavia upon the dispatched memorandum of 1788. 8. To show how matters stand with the disbursement to the two persons mentioned in the Chief's report, with a respectful request that Your Right Noblenesses may be graciously pleased to pass that; however, with a recommendation to the pay bookkeeper to proceed henceforth not according to old customs, but according to the orders on keeping the pay books, and not to enter or allow greater disbursements to be made than three months in the year to such as are not in debt, and for others who are in debt, to first demonstrate the necessary particulars to the assembly and request a disposition thereon; if the regulations on keeping the pay books are not at hand, as the pay bookkeeper Brouwer verbally testifies, then to proceed against the formal demand [illegible] 1761 1761.

Dutch transcription

854 Cornelis Sinckelaar wegens de Examinatie en bevinding der kor„ mandelsche soldij boeken van 1785. 17876. mitsgaders die van 178/. hebben wij, bij de besoigne op den 2: october 1790. den toenmaeligen soldij boekhouder Broi„ rius Brouwer gedemandeert om. op de bij ontvangst van dien hem ter hand gestelde copij en dies bijlagen, bij forme van marginale beantwoor„ ding van het bericht aantetoonen, hoe daenig het met die zaeken ware ge„ leegen en wat wij dus daar op, en in zon„ derheijd te disponeeren hadden op de bij het 1:/: point van u Hoog Edel„ heedens dispositie voorkomende vergoeding van schaede door te rui„ me verstrekking van Gagie aan diverse aldaar gementioneerde persoo„ 3. rt t m: waarin ne het ingekoomene ge § 322. birckhij wWap nadr geodoneerd brudrt, en hoedanig, nen geleeden. Dat mariginaele antwoord, 2 als het ter sessie van 19. November is ingedient en bij resolutie van dien datum geinsereert staat, ons tot elu cidatie niet duijdelijk genoeg zijnde voorgekoomen, speciaal nopens de posten die u Hoog Edelheeden remar„ queeren dat oneige applicabel zijn gemaakt op zoodanige Persoonen, als tegen de zin en meenig der quali„ ficatie van 1785. gasie en kostgeld zy goet gedaan, daar in tegendeel van zulken als met ultimo october des gemelde Iaars alhier niet present waeren, het een en ander had be„ hooren stil te staan en afgeschreeven te zijn geworden, zoo hebben we voor melde soldij Boekhouder uijtwijzens het voorsz: 165 voorsz: besluijt van 19. November gelast en goedgevonden. 1. Het formeeren van een Naamlijst der Persoonen welke met ultimo october 1785. noch te Nagapatnam waeren, te„ vens aantoonende dag en datum wat zo aldaar genooten hebben, op wiens ordre ofte uijt welke authoriteit voorts den datum dat alhier aangelant zijn en wat dezelve, zeedert ofte na hun ne aankomst hebben genooten, en op wiens ordre 2: Een andere naamlijst van alle zodanigen, als buijten de geweeze Iaggernaik„ poeramsche opperhoofden Blaau„ Kamer & De Ravallet, geen on„ derhout hebben genooten om te kun„ nen zien wat aan dezelve, na volgens de qualificatien van u Hoog het Hoog Edelheeden en het bepaalde bij de Articul brief zoude mogen worden toegelegt, tevens aanwijzen de den datum dat de maand gelde van die loeden weder cours hebben genoomen en of dat geschiet is met of zonder autorisatie 3: Een Naamlijst van zoodanigen als sub 12. November 1785. gesloote reekenin gen hebben gekreegen, met een andere lijst van die, welke sub 26. Julij 1786. per voordracht, bij de nieuwe kormandelsche Boeken zijn in ge„ noomen en bekend gesteld, met aen„ haeling der datums van de, tot het een en ander gegevene qualificatie 4. Een Naamlijst van de Dienaaren die toen absent waren en met een Nota bij de Boeken zijn bekent gesteld dis„ dinctelijk. 856 tinctelijk aanwijzende de Inlan„ „ders zoo wel als de Europeeschen. 5:e Een Lijst van Naemen van de Persoonen Wier reekeningen bij de boeken van 178 5/4. zijn geredresseert en in genoo„ men met aanwijzing wie daar toe qualificatie verleent heeft, met het bedragen te goet ofte quaet van ieder in het bij zonder, en van alle te saemen. E. U Hoog Edelheeden te vertoonen de on„ mogelijkheijd om de gerequireerde Testamenten van De E: Mossel en Dor„ mieur te bezorgen, nadien ze noch bij de Erfgenaamen noch bij de Protho„ collen, waar van door den oorlog van 1781: verscheiden zijn absent geraakt, te vinden of te ontdekken zijn. 7. op nadere approbatie van u Hoog Edel„ heeden. alde zen gelde telijk. heeden zoch voldaan te houden met de vertooning hoedanig het gelee„ gen is met de verstrekking van twee goede maenden aan de zeevae„ rende op de sloep De Zeerob; doch te gelasten. om, in den aanstaanden bij voordracht ofte verzoeken tot be„ lasting, tevens over te zenden distinc„ te soldij Memorien of Naamlijsten om terstont na te kunnen gaen, welke persoon of Persoonen bedoelt worden onder opgave van het geen zij heb„ ben genooten; en te vertoonen dat de quitantie rollen en aanreekenin„ gen tijdig ofte in october 1788. ver register der papieren per het schip De Arend No: 59. behoorlijk zijn ve zonden en gevolgelijk te Batavia vroeger moeten ontfangen zijn dan den 857 den 15. Iunij 1789. gelijk het voor„ melde bericht van het opperhoofd D:b Sinkelaar dicteert, welke erkende Memorie mogelijk duplicaat zal zijn van de voorige en october verzonden, op welk fundament dan ook is goed gevonden u Hoog Edelhee„ den om ontheffing te verzoeken van de begeerde vergoeding van ƒ10. , waar voor de Ionge Carel De Labodrie niet is belast geworden, het gunt men vertrouwt dat, in cas subject, te Batavia zou heb„ ben konnen geschieden op de gezon„ dene Memorie van 1788. -. 8. te vertoonen hoe het geleegen is met de verstrekking aan de twee bij het op„ perhoofds bericht vermelde persoonen, met eerbiedig verzoek dat u Hoog„ Edelheeden Edelheeden dat goed gunstiglijk ge„ lieven te passeeren; Edoch met re„ commandatie aan den soldij boek„ houder om voortaan, na geen ou„ de gebruijken maar na de ordres op het houden der soldij boeken te werk te gaen, en geen meerder verstrek„ kingen op te brengen ofte te lac„ ten doen dan drie maanden in het Iaar aan zulken als niet op schuldreekening loopen en aan ander ren die te quaat staan voor af het noodige te vertoonen aan de ver„ goedering, en dispositie daar op te verzoeken; zoo de reglementen op het houden der soldij boeken niet aan„ handen zijn, gelijk de soldij boekhou„ der Brouwer mondeling betuijgt, dan tegen dat de formeele Eisch stad aftegaen 1761 1761

NL-HaNA_1.04.02_3877_0749 view scan ↗

English

858 to discover provisions for the person not present, to help consider that matter in order to make it known and to request Your Right Honorables for the settlement thereof. And whereas, upon the presentation of warrants for signature by the said pay bookkeeper concerning the provision of wages up to the last of October and emoluments up to the first of November, the first undersigned had made known by a note beneath the same how his reflection had fallen upon the improper entering of persons who were not present here, and having what was entered received by others who ostensibly signed for them, as in the case of Bronsvelt, who is currently in Ceylon and mentioned here before under the arrears at the point of the sequestration moneys, not to speak of others who, being unknown, were not so easily discovered and were kept hidden, but to whom, by the aforesaid note, the issuance or provision of any money under whatever name had already been prohibited, and which furthermore was done by the aforesaid resolution of 19 November to let the decision on reimbursement follow as soon as the aforesaid lists should be submitted, or the pay bookkeeper, as he was ordered, should demonstrate separately who had enjoyed the benefits up to that time of those who were in fact still absent, and by whose order. 859 Section 324. The trouble of the first undersigned in tracing such matters. Meanwhile, it is these and other such irresponsible practices, which appear in more than one place in this report, that could have dragged the first undersigned, had he not seen with his own eyes, through an equally irresponsible secrecy and concealment, into that very same labyrinth in which the miserable Coromandel pay affairs present themselves. Indeed, in his view, following the aforesaid first requisition, the pay bookkeeper ought immediately to have done and stated that which was obtained only through further urging and orders, making the matters so difficult and extensive that there seemed to be no end to reflecting upon, describing, and deciding on them, so that indeed describing everything is no easy task, but a very hard labor and produces no less anxiety for someone advanced in years. Section 325. Impossible to redress all damages caused by confusion. Separate bundle of the pay lists. For, Right Honorable Sirs, to desire or expect redress of matters which were brought into confusion so many years ago, and by which the Company is short not hundreds but more than thousands, goes entirely beyond human capacity. Your Right Honorables will be all too clearly convinced of this when the separate bundle comes up for deliberation, which we, pursuant to the decree of 21 January, ordered to be made of everything that could be considered relevant to 860 the committee meeting held on that day concerning the aforesaid nominal lists then exhibited at our assembly, not without much reflection on the first or principal list of people who, as of the last of October 1785, were still at Nagapatnam, showing that the wages and so forth provided to those persons during their presence there and since amount to 113761 guilders, 12 stivers, and 13 pence in pay money, concerning which they say they complied with the instructions written by the respectable Government of Ceylon by missive dated 30 June 1785, in substance ordering and authorizing: To let all other European Company servants, who were stationed on the coast when it passed over to the English, enjoy their retained wages, board money, and emoluments from the time that they no longer enjoyed maintenance from the English, without it appearing that in all the decisions followed thereon in the assembly any attention was paid to what is stated in the report of the head of the general pay office aforementioned, namely that the granting of wages and so forth to all who had not enjoyed maintenance from the English was totally contradictory to the meaning and intent of the cited order of Your Right Honorables, which, referring to the tenor of the General Articles, Title 5, Paragraph 61, had granted no one the uninterrupted continuation 861 of wages except for church officials, but did grant authorization: to reasonably make an allowance to such who had enjoyed no maintenance money from the English, differing very greatly from what was done here and drawn as a consequence from the aforesaid order of Ceylon, on the basis of which they proceeded, for all who according to List Number 1 were still at Nagapatnam as of the last of October 1785, not only to validate wages and emoluments since the day that maintenance by the English had ceased, but even from and during the time that they were still prisoners of war.

Dutch transcription

858 op ontbekte verstrekking voor den an 323. oe nie present, aftegaan, daar aan te helpen den„ ken om daarop bekend gesteld en u Hoog Edelheeden om de voldoening van dien verzocht te worden. —. En nademaal bij het ter tee„ kening presenteeren van ordonnan„ cien door gem: soldij boekhouder wee„ gens verstrekking van Gasie met ultimo october en Emolumenten met primo November, de Eerstgeteekende bij een Nota onder dezelve hadde be„ kont gesteld hoe zijne reflexie gevallen was op het oneige op brengen van pa„ soonen welke alhier niet aanweezig waeren en het opgebrachte, door ande„ ren laeten ontvangen, die quasi daar voorteekende gelijk voor den te Cer„ lon zich bevindende en hier voor onder de Agterstallen bij het poinct der op ont op ver„ stad dij boek ouder der sequestratie penningen gemernket tioneerde Bronsvelt om van ande ren niet te spreeken welke, als onbekent, zoo ligt niet waren te ontdekken en verborgen gehouden vabor hiertig, en at in des anden sl wierden doch waar aan, door de voorsz Nota de afgave of verstrekking van eenig gelt hoe genaamt bereets wa geinterdiceerd en overigens geschiet is door het voorsz: besluijt van 19. November om de dispositie tot ver„ goeding van dien te laeten volgen zoodra de voorsz: Lijsten zouden wor„ den ingedient, of door den soldij boek houder, gelijk hem gelast wierd, of zonderlijk quame aan te toonen w de zoodanige als in der daad noch as„ sent waeren tot die Tijd toe, hadde genooten en ter wiens ordre -. pbet 859 gemen, desenstgeteekende moijte luden § 324. in 't ops vouren van de geljke zaeken Het zijn ondertusschen deese en andere zoo onverantwoordelijke gedoen„ tens als bij dit verslag op meer dan eene plaats voorkomen die de Eerst„ geteekenden; /: zage hij niet uijt eige oogen :/ door eene, niet minder onver„ antwoordelijke geheim houding en ver„ swijging hadden konnen sleepen in dat zelve Laborijnth waar in de kor„ mandelsche fineste soldij zaeken zich op doen: immers na zijn gedach„ te hadde de soldij boekhouder, na het voorsz: eerste requisit onmiddelijk dat geene behooren te doen en op te geeven als, door nader aandrang en bevel is verkreegen en de zaeken zoo moeije„ lijk en wijdloopig maeken dat er aan overdenken, beschrijven en disponee„ ven omtrent deselve geen einde schen ande wor¬ t onmogelijk tot redres van alle § 3.25. schaaden door Confisien ontstaan, te bondel der soldij lijsch te zijn dat in der daat alles te beschrij„ ven, voor iemand die zijn Iaeren heeft, geen gemakkelijke, maar een zeer harde arbeit en geen minder zorg opleevert. Want Hoog Edele Heeren. omredres te verlangen ofte verwachten van zaeken die, nu zoo veele Iaeren geleeden, in confusie gebracht zijn en waar door de Comp„s geen honderden maar meer dan duijzenden te kort komt, gaet geheel buijten het menschelijk be„ nat desent wegen zal bljke uijter opan re ik. U Hoog Edelheeden zullen daar van maar al te klaar worden over tuijgt wanneer ter deliberatie komt den aparte bondel die wij volgens ar rest van den 21. Ianuarij, hebben ge„ ordonneert te laeten maeken van al lis wat maar betrekkelijk kan w den 14 860 den gereekend tot de ten dien dage gehou„ dene besoigne over de voorsz: Naamlijsten toen ter onser vergaedering geexhibeerd, niet zonder veel bedenking over de eerste of voornaamste List van Lieden die zich, met ultimo october 1785 noch te Nagapatnam bevonden; aentoonen„ de dat de aan die Lieden bij hun aan„ weezen aldaar en zeedert verstrekte gagien ens 3. bedragen ƒ 113761: 12. 13. Col„ dij gelt, waar omtrend men zegt zich te hebben gereguleert naar het aangeschreevene door de respectable Cei„ lonsche Regeering bij missive de dato 30. Iunij 1785. in substancie bevel„ sende ordre en qualificatie. Om aen alle overige Europische comp: „dienaaren die bij het overgaan van de „kust aan de Engelschen, aldaar zijn be„ scheiden. beschr schrij nder waar daar „scheiden geweest, hunne te goet behoud „ne gasie, kostgelt en Emolumenten laeten genieten van dien syda dat zij geen onderhout meer van de „Engelschen hebben genooten" zonderd bij alle de daar op, ter vergadering ge volgde dispositien schijnt gelit te d op het geen bij het bericht van het opperhoofd van het generaale sol dij kantoor voormelt, word geposeert namelijk hoe- de toelegging van gasie en 13: aan allen die geen onderhou van de Engelschen hadden genooten, ten eenemaal contra dictoir was met de zin en meening der aangehaelde ordre van u Hoog Edelheeden welke zich refereerende aan den teneur van de generaele Articul brief titule 5. par: 61. niemant onverhinderde court houding 861 houding van gasie hadden geaccor„ deert uijtgezondert de kerkelijke bedien„ den, maar wel qualificatie. „om na reedelijkheyt een Toelage te doen aan zulken die van de Engelschen geen onderhout gel„ „den hadden genooten zeer veel verschillende van het geen alhier is verricht en als een gevolg getrokken uit de voorsz: ordre van Ceilon, of fundament van welke men is overgegeeven aan allen die volgens de lijst N:o 1. zelf met ul„ timo october 1785. te Nagapatnam waeren niet alleen te valideeren gasie en Emolumenten zeedert den dag dat het onderhoud door de Engelschen was gecesseert, maar zelfs van - en ge„ duurende den Tijd dat ze noch krijgsge„ vangeng. behoud Sid ide 1 hou ing

NL-HaNA_1.04.02_3877_0756 view scan ↗

English

why no decision was taken here regarding compensation of f326. prisoners, some were from primo November 1781, others from primo November 1782, contrary to the state in which they found themselves and certainly not squaring with the concession mentioned above, and more other remarks regarding this handling of matters and the situation in which the recipients found themselves. We have, during our deliberation on this, found it utterly impossible to decide how the compensation for damages of the ample disbursement must be put into execution, and especially regarding the items that ought or ought not to be included therein, and who, after this has been decided and the sum for the damages precisely determined, must be held responsible and called to account for it. We consequently take the liberty, pursuant to the resolution, to append all the seven lists in originali herewith, with the respectful request that, after further investigation of matters by the aforementioned head of the General Pay Office and the presentation of his considerations, Your Right Noblenesses may decide how and by what means the Company shall be indemnified in the course of time; through the recipients it is utterly impossible, as those present are exceedingly impoverished, others deceased, and several departed, possibly never to be discovered or found out again. The ministry, in so far as it must be considered, having had and, through improper decisions, given irregular orders, deserves, with the benevolent goodwill of Your Right Noblenesses, that gracious consideration that this mistake occurred in good and not in bad faith; indeed it seems itself more excusable and not so entirely responsible as the person to whom the pay affairs are entrusted as a special department, which servants, with the pleasure of Your Right Noblenesses, might hope for that benevolent accommodation if our excuses set down by resolution are of any value to deserve the favorable reflection of Your Right Noblenesses. To the same bundle is also added the eighth nominal list of such persons who are currently not present here locally, received under the 21st of January aforementioned, and who have nonetheless from time to time been brought up on the salary and board money rolls month by month amounting to f8220. 10. 1 pay money, thereunder Johannes Schuneman with f2429. 13. 8 since primo December 1785 until ultimo September 1790, which, for reasons stated in the resolution, raises doubts whether the sum can be validated or ought to be reimbursed. We have judged that the final decision must respectfully be left deferred to Your Right Noblenesses, concerning this item as well as that of f600 on account of received retainers by a chief mate, more fully mentioned on list No. 1. The pay accounts of a certain Pieter van Someren, summing to f500, we have withheld until, upon demonstration of who he is and what he has done for the Company, the orders of Your Right Noblenesses are received; in the meantime having the received board money reimbursed by him, and the rest by the gentlemen former commanders Blaaukamer and Tadama, having Their Honours debited on account for it and held bound for that which the one has standing to his credit with the Company, and the other's effects which as such have already been attached, in order, if necessary, to recover from them that which the one to the sum of f1272. 15. 6 and the other to the amount of f2121. 17. - will have to pay to the Honourable Company, if Your Right Noblenesses kindly deign to pass the issued monthly monies including to Schuneman. We request to be instructed concerning this with Your High approval. Also, for reasons stated in the attachment of 24 December 1790, we take the liberty to inform Your Right Noblenesses of a general attachment placed upon all pay accounts which, just like those mentioned there, are maintained and, in view of so many accounts due, sureties, and reimbursements, might be found to have been transferred to the Netherlands to the prejudice thereof, so that, whenever it might please Your Right Noblenesses, notice thereof may be given to the Lords and Masters to the end that the payment may thereby be kept reserved unto them until otherwise disposed concerning this; while we, to prevent all clandestine transfers, regarding which the Chief Commander here signing the register of pay accounts for the license among numerous other occupations can easily be abused, have today decreed that henceforth for the transfer of pay accounts no registers shall be drawn up or granted anymore other than to such persons as have addressed themselves beforehand and obtained approval for the transfer from our assembly. Under the pay bookkeeper as Curator Ad Lites, no estates of Company servants deceased ab intestato have come under administration in the book year 1789/90, as appears from the report inserted in the resolution of the 10th of November of the past year.

Dutch transcription

waarom hier in geen dispositie ƒ326. tot vergeding genoomen i vangenen waeren sommigen van prim November 1781:, andere met prims Noo„ ber 1782. strijdig met den staet waeri zij zich bevonden en zeeker niet quadree„ rende met de concessie boven gemelt, en meer andere aanmerkingen weegens deese behandeling van zaeken en de Situasie waar in de genieters zich bevonden. Wij hebben onder onze deliberatie hier over ten eenemaal onmogelijk gevonden te decideeren hoedanig de schaede ver„ goeding van de ruijme verstrekking moet worden ter executie gestelt en voor al wegens de posten welke daar on„ der al of niet behooren te worden begree„ pen en wie, na dat dit is beslist en de som tot de dommagement bepoel„ delijk daar gesteld, daar voor respon„ sabel gehouden en aangesprooken moet worden 162 n an bodvan J: orig n aan lijtz, genietur verstrekkent En13. worden. Wij neemen dien volgende de wij heijd om volgens het besluijt, alle de zee„ ven lijsten in originali hier nevens te voe„ gen met eerbiedig verzoek dat, na nader versoek tot nader onderzaek en dispositie onderzoek van zaeken door het voorm: opperhooft van het Generaale soldijkan„ toor en voordracht van zijne consi„ deratien, door u Hoog Edelheeden mag worden gedecideert hoedanig en door wat middel de Comp na verloop des tijds schadeloos zal worden gehou„ n onderwelke vertooning onteende den; door de Genieters is het volstrekt onmogelijk, als zijnde de aanweezi„ gen ten hoogsten annoedig, anderen over„ leeden en verscheiden vertrokken moge„ lijk nooijt weeder te ontdekken of uyt te vinden. Het Ministerium bij zoo verre het moet worden geconsidereert, mit gehad en, door oneige dispositien, oner„ ge G deese waar verstrekte gage En 3. aan nietaan „ 327. weesige, voordragt en het beslrotene hier ontrond, ge ordres gegeven te hebben, verdient, me goed gunstig welmeenen van u HoogEd heeden, die gracieuse consideratie dat deese misvatting ter goeder en niet ter quader trouw geschiet zij, immersschijn het zelve meer executabel en met zoo geheel responsabel te zijn als de geen aan wien het soldij werk als een spe ciaal de partement is aan vertrouwt, dan welke bedoinde met believen van u Hoog Edelheeden die goedgunstige inschikke„ lijkheijd zou mogen verhoopen indien onze daar voor bij resolutie ter neder ge„ stelde verschooningen van eenige waer„ de zijn om u Hoog Edelheeden favorabele reflexie te verdienen. Bij deselve bondel is ook gevoegt de sub 21. Ianuary voorm: ingekomen agtste Naamlijst van zoodanige als actueel hier 365 hier ter plaetze niet aanweesig, en des onaangezien van Tijd tot tijd op gebracht zijn bij gasie en kostgeld Rollen maand voor maand bedraegende ƒ 8220. 10 1. sol„ bij gelt daar onder Iohannes Schu„ neman met ƒ 2429. 13. 8. zeedert primo December 1785. tot ultimo september 1790. het welk om reeden als bij resolutie zijne bedenking heeft of de som kan gevalideert, of vergoed dient te worden. wij hebben geoordeelt de finaale dispositie met eerbied aan u Hoog Edelheeden gedefereert te moeten laeten, deese post aangaan„ de zoo wel als die van ƒ 600. wegens genotene rustgasie bij een opperstuur„ man breeder vermelt op de lijst N:o 1. De soldij reekeningen van zeekere Pieter van someren sommeerende ƒ 500. hebben wij ent met bele ij agtste wij aangehouden tot dat, op vertooning wie hij is en wat hij voor de Compe gedaan heeft de beveelen van u Hoog Edelheeden worden ontvangen: intusschen het geno„ tene Mostgeld door hem, en de rest lae„ ten vergoeden door de Heeren geweesen Ge„ zachhebbas Blaaukamer en Tadama„ HaarEd:s daar voor op reekening laeten belasten en verbonden gehouden het geen de eene bij de Comp. te vooren staet en des anderens effecten welke als zooda„ nig, reets vast zijn gemaakt om„ des noods daar uijt te verhaelen het geen de eene ter somma van ƒ1272. 15. 6. en de andere ten bedraegen van ƒ 2121. 17. -. aan d' EComp:e zullen moeten betaelen in dien u Hoog Edelheeden de uijtgereikte maand„ gelden ins3: aan schuneman goedgunstig ge„ lieve te passeeren. Wij verzoeken hier omtrend met Tlt communicatie van arrest ƒ 328. op soldijen van belaste persoonen, en waarom voor t vervolg met Hoog derzelver goedvinden te worden gemunteert. —. Ook neemen wij, om reeden als bij arrest van 24. December 1790. , de vrijheijd u Hoog Edele„ heeden kenniste geeven van een generaelijk ge„ legt arrest op alle soldij reekeningen welke even als de aldaar gementioneerde, ge„ sustineert en, uijt aanmerking van zoo veele verschuldigde verantwoordingen Cau„ tien en vergoedingen bevonden mochten worden in prejudicie van dien, naar Nederland te zijn overgemaakt, om, wanneer het u Hoog Edelheedens mochte be„ haegen, daar van kennis te geeven aan de Heeren en Meesters ten einde daar door de betaeling aan zich gereserveerd te kun„ nen houden tot dat derwegen anders word voor sorg: in 't overmaken van Jage gedisponeert; terwijl wij om alle clandistire overmaekingen, waar omtrend de Hoofd„ Gebieder. ge„ onder den Curator adlites segee„ 329. administratie gekoomen en VEgd: gebieden, alhier het register der soldijree„ keningen voor de Licentie onder teekenende in meenigerleij andere bezigheeden ligt kan worden geabuseert, ten dage voor hebben gestatueert dat voortaan tot pers de overmacking van soldij reekenin„ gen geene register meer opgemaakt of verleent zullen worden dan aan zoodanige als daar toe voor af, zi geaddresseert en tot de overmaeking fiat verkreegen hebben bij onze verge dering. —. Onder den soldij boekhouder zijn als curator Adlitis in het Boekja 17 14/90 geene Nalatenschappen gekoomen van abintestato overleedene comp:s De naaren, uijtwijzens bericht geinsireert te resolutie van den 10. November an„ passato. op 9 F

NL-HaNA_1.04.02_3877_0763 view scan ↗

English

In order that the formal requisition, our request for the satisfaction of the requirements for 1792, should not arrive too late at Batavia as happened last year, it was sent recently on the last of January. Once again most emphatically imploring Your Right Excellencies to arrange the allocation of the money especially in such a way that we may not only find ourselves not embarrassed for the trade of the current year 1791, as is feasible if the 7 tons of treasure to be expected from Europe should properly be forwarded to us in the near future in addition to the requested 6 tons, but that, being obliged to begin the trade for 1792 this autumn, we may see ourselves enabled to do so by the satisfaction of the precautionary restriction accompanying the said requisition, in which we otherwise find nothing to alter or amplify; adding hereto, for completeness, the duplicate thereof, as we hope. Concerning the requisition of gold of 19 carats 2 2/5 grains instead of 18 carats 5 1/2 grains, we respectfully take the liberty to represent that, among the gold stated in the requisition, 300,000 guilders in gold of 20 carats 8 2/5 grains was requested again for the minting of three-figure pagodas, as being softer of gold and finer of alloy than that which properly serves for the stamping of other pagodas, for which 800,000 guilders has been requested, just as was stated in the requisitions for 1782 and 1789, and not of 18 carats 5 1/2 grains, which formerly, during the possession of Nagapatnam, was indeed requisitioned for the minting of pagodas, but has no longer been requisitioned since the war. Domestic matters. We humbly submit to Your Right Excellencies the payment of 200 pagodas made from the treasury, pursuant to the decree of 24 June of the past year, for the transport of the Jaffnapatnam auxiliary troops, and the finding concerning the artillery and ammunition goods brought hither with that detachment, as appears from the incoming reports thereon inserted into the resolution of 16 July of the past year. According to the decision of 16 July, the expenses of the interpreter mentioned hereinbefore under paragraph 292, to the sum of 1114.8 1/2 pagodas, were paid to him from the treasury; and as appears from the note in the resolution of 30 October, the commissioners at Jagernaikpoeram had disbursed to the Chief Administrator van Halm, upon his departure hither, 120 pagodas, and to the merchant van Bijland 350 pagodas, for the settlement of expenses for making the journey overland. Van Halm had bound himself to render us proper account thereof, and van Bijland had given the commissioners a promissory note to repay the sum here again, and as security had pledged the value of what was received in silverware, which was deposited in the Company's treasury. In disposing upon this, we have not lost sight of the aversion which Your Right Excellencies show toward such expenditures, and regarding the latter we remarked that the difference in the sums, as well as the obligation for restitution, gave rise to singular reflection; and we consequently resolved to have the recipients render account of the advances, and thereafter to pass so much as should be judged permissible to pass, subject to Your Right Excellencies' esteemed subsequent approval, since after the decision taken on 30 September, when they were summoned, there was no other opportunity for the journey than overland. However, the excess received by van Bijland is to be left to the account of the commissioners, since the lending of money from the Company's treasury is illicit, even though the value thereof is pledged. And in order to be able to dun van Bijland, it was ordered to send the original promissory note hither and to retain a certified copy thereof there, until further orders. Yet since, according to the decree of 30 December already cited hereinbefore, van Bijland was credited with no more than was done on account on 10 November previously in reduction of the arrears to van Halm, or 124 pagodas, according to the accounting of the latter inserted in the said resolution, we have sent an extract from that of 31 December to Jagernaikpoeram for information, to the end that for the excess advance the commissioners may retain their lien on the deposited silverware after indemnifying the Company. And for this reason we have also had the said 124 pagodas credited to van Bijland placed to the account of expenses incurred in the Jagernaikpoeram commission, to be reimbursed by whoever shall have to answer for it. We hope that this arrangement of ours may merit Your Right Excellencies' esteemed approval, and we very humbly request you to grant us the favor regarding the advance to van

Dutch transcription

865 Op dat den Formeelen Eisch ijree, formeele Eijschonder ult:o §330. Jann: reets versonden, versok tot voldoening ds pligant gaat thans„ van benoodigtheeden voor 179½ niet gelijk voorleeden Iaar te Batavia te laet mogt komen is deselve nu Iongst onder ultimo Ja„ nuarij verzonden. U Hoog Edelheeden nochmaels aller nadrukkelykst imploreerende om in de toedeeling van het gelt het voor al zooda„ nig te willen schikken dat we ons niet alleen niet verleegen mogen vinden voorden Handel van het loopende Iaar 1791. gelijk doenlijk is in dien de uijt Europa te verwachtene 7. ton schats ons eerst daags boven de geeischte 6. Ton richtig mochten worden toegezonden, maar dat we in dit Najaar den handel voor 1792. beginnen moe„ tende, ons daar toe in staat mogen gestelt zien door de voldoening aan de precautionee„ le restrictie bij gem Eisch, waar bij wij an„ ders niets vinden te altereeren ofte ampli„ eeren; Het Duplicaat van dien zoo wij hoo„ 7 p3. ldi t Ze0 af zin als Jaa omen D and waarom goed vn 1: Cul ijn en 31: eijscht werd ins teede van dat dan 18. Car: 5 ½ 4r. pen, ten overvloede, hiernevens voegende. —. wegens het Eisschen van hout van 49. Car: 2. 2/5. gr: insteede van 18. Car: 5½. gr: neemen we eerbiedig de vrijheijd te vertoonen dat onder het bij den Eisch bekend gestelde gout weederom verzocht is ƒ 300'000 aan hout vanwi 20. Car. 8 2/5. gr tot het slaen van drie beeldige pag: als zachter van Goud en fijner van alloij zijnde dan dat eigenlijk dient tot het stempelen van anderen pagooden waar toe ƒ 800000. is gevraegt hoeda„ nig het ook bij de Eisschen voor 1732 en 1789. is bekent gesteld en niet van 18. Car: 5½ gr: dat te vooren bij het berzit van Nagapatnam tot het slaan van Pagooden wel, doch zeedert den oorlog niet meer is geeischt geworden. —. Huijsselijke 1o127 866 't Jaffanap te detechement, der gendren geinerent rctol: 16 Iulij 1790. „ding aan de Nabas voldaan, Bijland op Boygem: bij op komst over„ thind rie dragen we uw hoog Edelheeden onderdaanig voor de volgens arrest van 24. Iuni A:o pass=o uit cassa gedaene betaeling van 200. pag. voor het Transport van de Jafrrapatnam„ van winding van meede gebrachte arthie„ sche Hulptroupen en de bevinding der met dat Dotachement alhier aangebrachte Ar„ tillerij en Ammunitie goederen uit wijsens de daar van ingekomen Berichten geinse„ reerd ter Resolutie van den 16. Julij A. o. po. toetk onker at reer hen 3: —: Volgens besluit van 16. Iulij zijnde hier voor par. 292. vermelde ongelden van den tolk ter somma van Pag. 1114. 8.½. , aan hem uit Cassa betaalt en blijkens wat betaald aan van Walmen van aanteekening ter Resolutie van 30. octob. hadden de gecommitteerden te sag germaiken bij vertrek van den Hoofd Administrateur van Halm herwaards aan denzelve M: d. 6. pagoden 120. , en aan den koopman van Bijland pag. 350. afgegeven ter betaelke tran partgelde ven § 332: I luiselijke, bestellingen. onder deze male„ goet„ „. digo pag: 1701 ke onder welke verband, daan, goetmaking van ongelden tot het doen den Reis over Land. van Halm had zich verbonden daar van aan ons behoorlijk Reekenschap te doen en van Bijland had aan den Gecommitteerden verleent een obli„ gatie om de som alhier weder te voldoen en tot securiteit de waarde van het geno„ tene aan zilverwerken te pant gegeven „welke in 's comp. s cassa waren gedepositeerd doevel hin ijkslujks geg 34: Wij hebben hier op disponeerende niet uit het oog verlooren de aversie welke u Hoog Edelheden teegen zulke uitgave betoonen en nopens het laatste geremarc queert dat de differentie in de sommen so wel als de verbintenis tot restitutie zonderlinge reflexie quam op te lever„ en mits dien geresolveert van de verstrek„ kingen door de genieters Reekenschap te laeten doen en daar na zo veel te ver deeren als men zoude oordeelen te moogen passeeren, 867 passeeren op u Hoog Edelheeden g'eerde nadere approbatie, dewijl 'er na het ge„ vallene besluit van den 30. Sept: wan„ neer zij ontboden zijn, geen gelegenheit anders tot de Reis als overland ge„ weest is, edoch het meerdere genotene door van Bijland telaeten voor Reek. van de gecommitteerden, nadien het leeng van gelt, uit scomp. s cassa, ongevor„ lofd is, alschoon ook de waarde van dien word te pant gestelt. En om van Bijland te konnen aanmaanen is de origineele obl. geordonneert dit heen te zenden en van dezelve aldaar een vidimus aan te houden, tot nadere ordre -: Dan nadien volgens arrest van den 30. Dec. hier voorwaards reeets aangehaalt, van Bijland niet meer zijn goedgedaan als den 10. Nov. r bevoorens in mindering van de Agterstallen, dus opreek. geschiet is aan van seeve, commissie reek:en waar. Wierop word approbatie versogt, van Halm ofte pag. 124. na de ver„ antwoording die van laastgem. bij gemin Resolutie is geinsereert, hebben wij uit die van 31. Dec r tot naricht Extract gezonden naar Iaggernaikp. ten einde voor het meerder verstrekte den gecom„ mitteerden tedoen behouden hun quarant op de gedepositeerde zilverwerken na het de dommageeren van de Comp. en waarom wij ook de gem. 124. pag:n deen om van bi lan ijgste in ij ged gedaan aan van Bijland hebben ƒ laeten stellen op reek. van ongelden gevallen in de Iaggernaikpoeramse commissie, om door den geen die daar voor zal moeten respondeeren vergoed teworden. wij hoopen dat deze onze beschikking uwe Hoog Edelheeden ge„ eerde approbatie mag verdienen en verzoeken zeer nedrig ons de gunst te willen bewijsen van het verstrekte aan van

NL-HaNA_1.04.02_3877_0769 view scan ↗

English

868 rifles, the reasons thereof, from Halm, to be passed in the manner aforesaid. 335. Regarding the condition of the Danish rifles received here in the year 1785 and partly forwarded, an ordered report from the commander of our garrison Winkelmans, pursuant to the order of Your High Noble Lands in the Rescription of August paragraph 48, has been inserted in the Resolution of 6 December, to which we most humbly take the liberty to refer. 336. By that same resolution and another of the 24th of the said month of December, item the 14th of the following month of January, it also appears the unavoidable necessity of some extraordinary expenses which the Honourable Company will have to bear, on account of making cupboards and writing desks for the assembly hall and secretariat, item the reduction of the usual supply of candles to the secretariat and the trade office. Orphan Chamber and Diaconate, and thus regarding the settled debts of Zeegelaar, Scoffier and Rosseau: to the resolutions of 14 April, 4 May and 29 July, item 25 August, according to the last of which the there cited petitions of the said Chamber, and other documents concerning that which Zeegelaar and the former court messenger Revoles still have due from the Company, are to be attached in authenticated copies at the honoured disposal of Your High Noble Lands. 339. We therefore undertake the presentation of how matters have been disposed of since or from the moment of the arrival of the first undersigned and subsequently, in fulfillment of the various requirements of Your High Noble Lands in the 82nd and following paragraphs of the repeatedly mentioned Rescription dated 27 April 1790, both with respect to the state of the said Orphan Chamber and that of the Diaconate. 340. At our meeting of 4 October, 870 when the orders received were seriously deliberated upon and note was taken of what the former secretary of the Orphan Chamber, Brouwer, gave as a reason for excuse regarding the drawing up of his previously submitted accounts differently from those of the Diaconate; with orders nonetheless to prepare and provide seven such accounts as Your High Noble Lands desired to be supplied following the model of those of the Diaconate, item that he, according to his further declaration, did not find himself in a position to make proper transfer of what he ex officio owed to the Chamber. Paragraph 341. But since the further order of Your High Noble Lands also entailed that, upon such a declaration by Brouwer, the members of the meeting from the time he had requested a deferral of five years and those who were still present should post surety in solidum for his arrears, holding thereby the one responsible for the other for the consequences; with orders still to have Brouwer make transfer of his administration or post sufficient surety for the deficit, and in case of inability, to have this done by the aforementioned members, each for as much as incumbent upon him, unless they could sufficiently demonstrate always having performed their duty, and preserving their recourse against the repeatedly mentioned Brouwer, this gave matter on that day for very serious deliberation. Upon inquiry by the first undersigned, one was not in a position to state whether the Orphan Chamber acted according to Instruction or on its own notion and authority, and saw with him the absolute necessity, in order to prevent all 871 unpleasant and deplorable dispositions for the future, and for the security of the orphans' funds, especially with respect to the administration and investment thereof, to obtain adequate precautions and measures, while a petition required by the resolution of 24 September that was to serve as considerations in this matter was declared wholly inadmissible and of no value as not meeting the aim and intention, with a note and declaration from the Storekeeper De Raeff as to why that petition read in the name of the Vice President and Members of the Chamber, without showing why here, or about the form of the petition, there had not been voted in common with Dom as President, as well as that the difficulty raised by the said De Raeff before deliberating on the principal matters was cleared away, in the manner detailed in the Resolution. Paragraph 342. After this had preceded and De Raeff, under that restriction as in the Resolution, agreed to assume the presidency and to care faithfully for the interests of the Chamber, as his duty required after the oath previously taken, we presented to the college by extract from our resolution their obligation to let their thoughts dwell seriously on the orders of Your High Noble Lands delivered to them at the same time, especially making the transfer, and to understand that, although according to Brouwer's own testimony that could not be done with the moneys which he, as former cashier, had to account for in cash, such nevertheless could and ought to take place regarding the securities of

Dutch transcription

868 geweeren, nCantor g reeden daar van, van Halm, invoege voorsz. te passeeren. gemingekomen briet nops ener s 35. Van de gesteltheit der in A o 1785. al„ hier ontvangene en gedeeltelijke verzending den Deensche geweeren, staat, op ordre van u Hoog Edelheeden bij de Riscriptie van Aug.:s par. 48. , een gerequireert berigt van de commandant van ons garnisoen winkelmans geinsereert bij Resolutie van den 6. Dec. , waar aan we nedrigst de vrijheit gebruiken ons te gedraegen. — er traomgelden aan de schriff 336. Bij dat zelve en een ander besluit van den 24. der ged: Maand December, item 14. den volgende maand Ianuarij blijkt ook de onvermeidelijke noodsaakelijkheid van eenige Extra ordinaire ongelden die dE. Comp. zal dienen te draegen, weegens het aanmaaken van kassen en schrijftafels voor de vergae„ derzael en secuetarij, item de vermeendering der gewoone verstrekking van Kaerssen aan de secretarij en het Negocie kantoor tot om¬ ar Comp. pag:a aanbod van addrissen derweegen, weskamer en Diaconij, „al dus van de strapt der wees kamer, en dus ten aanzien der afgedaene schulden van Zeegelaaa, scoffier en Rosseau: aan de besluiten van 14. April, 4. Maij en 29. Iulx item 25. Aug. s volgens welke laeste de aldaar aangehaalde Addressen van gem: kamer, en andere documenten weegens het geen zeeg laed en den geweese geregtsboode Revoles- bij de comp. noch te goet hebben, ter ge„ eerde dispositie van u Hoog Edelheeden deen in copia autenticq bij gevoegt worden. velgt omtornin ontend den 1339: Wij neemen derhalven ter hand de vertooning hoedanig er zedert ofte van het moment van des eerst getekender aankomst af en vervolgens is gedisponeert ter voldoening aan het onderscheidene requisiten van u Hoog Edelheeden bij de 82. en volgende par: der meerm. Rescriptie de dato 27. april 1790. zoo met opzicht tot den staat van gem: weeskamer als die der Diaconie het gedisponerde en godonendetord 340: Ter onser bij eenkomst van den 4. october wanneer 182. 1882. 870 wanneer over de ontvangene ordres serieuselijk is gedelibereert en genoteert het geen de voor„ malige secretaris van de weescamer Brouwea heeft opgegeven als een reeden tot verschooning nopens de instelling zijner bevoorens overge„ zondene Reekeningen anders als die van de Diaconie; met bevel om des onaangesien op te maeken en te besorgen zeeven zodanige Reekeningen als u Hoog Edelheeden begeerde dat na het model van die der Diakonij zouden worden gesuppediteert, item dat hij, na zeijne verdere verklaering zich niet in staet be„ vond om van het geen hij exofficio aan de kamer ten agteren was, behoorlijk trans„ port te doen. §341. Dan daar de verdere ordre van u Hoog Edelheeden meede bracht dat, bij eene dusdaenige verklaering door Brouwer de Leeden der vergadering van de Tijd dat hij verzoek had gedaan om uitstel van vijf Iaaren chuldn ulden de July aldaa en zg 29 en deel tooning t april van nie tober Iaaren en die welke noch present waa ren, voor zijn agterstal zouden stellen cautie in solidum, houdende mits dien de een voor den anderen aanspreekelijk voor de na len; met bevel om Brouwer als noch Trans port telaeten doen van zijn Administratie of suffisante cautie te stellen voor het tekort koomende en bij onvermogen zulks telaeten geschieden door voorm: Leeden, iede voor zoo veel hem incumbeert, ten waere voldoende konde aentoonen steeds haar plicht betracht te hebben en behoudens hu guarant op meerm. Brouwer, gaf dit een ander ten dien dage stoffe tot zeer serieu deliberatie. Men was, op afvraege van den Eerst getekenden niet in staat op te geeven of de weeskamer ageerde volgens Instructie of op eige begrip en auttoriteit, en zach met hem in, de volkomen noodzaak lijkheit om, ter voorkoming van alle on„ 871 onaangenaeme en beklaegelijke dispositien voor den aanstaanden, en tot zeekerheit van der weezen gelden, speciaal met opzicht, tot het administreeren en uitzetten van dezelve, toe reikende precautien en mepures te bekoemen, terwijl een volgens besluit van 24: 7ber. gerequireert addres dat dienen zoude tot consideratien in cas subject, als aan het oogmerk en de intensie niet voldoende, ten eenemael onaenneemelijk en van geen en waarde werd verklaart, met annotatie en verklaering van den Pakhuismeester De Raeff waerom dat addaes luide in de naam van vice president en Leeden der Kamer, zonder te doen blijken waerom hier in, of over de foam van het Aadres, niet met Dom, als President in het gemeen was gevoteert geworden, als mede dat de door gem. De Raeff opgegeven zwaerigheit alvoorens ten principaalen te t waar aak all te delibereeren, uit den weg is geruimt, in dier voege als bij Resolutie omstandig is op geteekend. §342. Na dat dit dan voor af was gegaan en De Raeff, onder die ristrictie als bij Resolu„ tie, aannam het presidiem te aanvaarden en getrouwelijk voor het belang van de kamer te zullen zorgen, gelijk na den be„ voorens gedaene Eed zijn plicht quam te vorderen, hielden wij het collegie bij Extract uit ons besluit voor, Haere verplichting om over de hem tevens ter hand gestelde ordres van u hoog Edelheeden sericus de gedachten telaeten gaen inzonderheit het doen van Transport, en te begrijpen dat, schoon volgens eige betuiging van Brouwer dat niet geschieden kon van de penningen welke hij als geweeze cassier contant moest verantwoorden, zulks echter konde en be„ hoorde plaats te hebben van de effecten van 153

NL-HaNA_1.04.02_3877_0775 view scan ↗

English

872 of the Chamber, books, letters, papers, accounts, and in a word everything that belongs to the administration of the orphan masters collectively, or to their secretary in particular, including the debit of Brouwer as belonging to the actual state of the chamber; with orders to have such a transfer prepared at once, to have Brouwer's successor sign for it, with the exception of everything that is not accounted for, and furthermore to attach to that transfer (submitting it to this assembly) a reasoned report from Their Reverences serving as an answer to the representation of Brouwer insofar as that shall appear necessary, as well as Their Reverences' advice and considerations regarding the condition of the debtors in general, and of each of them in particular, which are sufficient, which [illegible] §343. The said report, according to the note in the Resolution, was submitted on 31 December of the past year; but for reasons as mentioned therein, the decision thereon was postponed until the first meeting in this year, which was on 5 January last, before the commencement of which meeting the aforementioned Brouwer handed to the first-signed a petition that could serve no other purpose than to drag the matter out anew and, by thus distracting from that which principally had to be settled, and to postpone the execution of the orders, if possible, indefinitely; besides the fact that what appeared therein concerned private matters between private individuals, in which the President of the orphan chamber intervened in like manner, which belonged to the Department of Justice rather than our department, 874 for which reason we also denied the request of the said Brouwer and referred him, with his sustained claim against the head of Sadraspatnam, the titular merchant Johan Daniel Simons, as well as that which the President of the orphan masters sustained and insisted upon in that regard, to the Council of Justice, so that, after obtaining a decree of attachment on funds that Simons is owed by the Company, he may, if necessary, address us further. §344. The matter itself caused considerably more stir, reflection, and deliberation than one can imagine without seeing before oneself all the relevant circumstances relating thereto: The report of the orphan masters shows with astonishment a most irresponsible management of affairs, which were already as desperate before the war as during and after the same. Guilty of this, from that time on, are the President and orphan masters in general, and the aforementioned secretary Broerius Brouwer in particular; and when Your High Nobilities review that report in our Resolution, it will surprise Your High Nobilities no less than us to see the state of the Coromandel Orphan Chamber plunged into such an unfortunate situation as is described in the Resolution below, and that because more bad than good use has been made of the term of the mortgage bonds or the orphan masters' promissory notes, namely that the debtors would pay upon the first demand, while in the meantime the pupils' money had to remain outstanding under various classes, and that principally 875 with doubtful and desperate debtors, not from a short time ago or since the war, but long before, being promissory notes of the orphan masters that are nearly fifty or over twenty-five years old, and for which reason the lamentation over misfortunes arising from the war weighs no heavier than one wishes to allow it to count. For had the Government, as well as the orphan masters, performed their duty before the war; had the one informed itself of the state of affairs of the chamber better than could happen or could possibly appear, due to the annual balance sheets not being sufficiently elucidating for such a necessary accounting; and had the orphan masters, on the other hand, not concealed from the Government that they were sinking and that all their displays of capital and interest were more imaginary than secure and real, both would not be reproachable as we have stated and described it in our said Resolution of 5 January; and it is inconceivable that the blow of the loss would ever have been as severe as it is now felt, so that we would compromise our own honor and good name if we were to conceal from Your High Nobilities that both the Government and the orphan masters who administered the Coromandel Coast and held direction over the orphans' affairs before the war are guilty of a most irresponsible conduct, and that those who succeeded them after the war cannot be acquitted of having left affairs on that footing and of having even troubled Your High Nobilities with representations of pseudo-innocence and requests for a stay of payment for such an unforgivable man as the aforementioned Broerius Brouwer. §345. In order to demonstrate how deeply we take to heart the fulfillment of Your High Nobilities' command for the improvement of affairs, and in order to remain ourselves free from accountability for the negligence or default of another, very serious measures were devised and determined at the aforementioned session of 5 January. It would be too prolix and a verbatim repetition thereof if we were to set them down otherwise than briefly in this manner: The seven balance sheets submitted alongside the report of the orphan masters, as Your High Nobilities were pleased to require, are, with the transfer of the assets of the chamber executed by Brouwer, excluding the cash balance, [illegible]

Dutch transcription

872 van de Kamer, boeken, brieven, Papieren, reekeningen, en in een woord alles wat tot de administratie van weesmeesteren te sae„ men, ofte haere secretaris in het bijzonder behoort, den debet van Brouwer als tot de eigenlijke staet des kamers behoorende, daar onder begreepen; met last om ten eersten zodanig een Transport te doen ver„ vaardigen, den opvolger van Brouwer daar voor te laeten teekenen, met uitzonde„ ring van alles wat niet word verantwoord, mitsg. s bij dat Transport (het zelve over„ brengen de te dezer vergadering :/ te voegen een beredeneert bericht van Haar Eerwaerde dienende zoo wel tot antwoord op het ver„ toog van Brouwer in zoo verre dat nodig zal voorkomen, als Haer Eerwaerde advies en consideratien wegens den staet der de be„ teuren in het algemeen, en van ieder dersel¬ ve, in het bijsonder, welke voor suffisant, welke um , dig is Resolu¬ den be„ Arae er en moest be„ en ten §343. Het gemelde berigt, is blijkens aanteeke„ ning ter Resolutie den 31. December A. o pass=o ingedient: maar om reeden als daar bij vermelt de dispositie daar over uitgestelt tot de eerste bij een komst in dit Iaar dat geweest is den 5. Januarij I:o Leeden, voor het aangaan van welke vergaedering voorm. Broucaer der Eerstgetekenden ter hand stelde een Request, dat tot geen ander einde konden dienen dat de zaek op nieuw te traineeren en, met dus afte trekken van het geen ten principaele moest worden afgedaan, en de uitvoering der ordres, ware het mogelijk op de lange baan te schuiren; behalven nogh dat het daer in voorkomende, als affaires van paati„ culieren met particulieren, waar bij de President van de weeskamer zich interve„ nien do modo meede quam te voegen, maar tot de Iustitie als ons depantement be„ 874 behoorde, waarom we ook het verzoek van gem: Brouwer ontzegt en hem, met zijn gesustineerde pratensie op het opperhd van Sadraspatnam den koopman titulaia Iohan Daniel Simons zoo wel als het geen President van wees„ meesteren derwegen sustineerde en insis„ teerde, gerenvoijeert hebben aan de Raad van Justitie, om na verkoegene decre„ tatie van arrest op Penningen die Si„ mous bij de Comp: te vooren staat zig des noods nader aan ons tekunnen addresseeren. §344: De zaak zelf gaf vrij wat meerder opzien, overdenking en beraet dan men zich kan voorstellen alle de daar toe relative omstandigheeden niet voor zich ziende: Het berigt van weesmeesteren doet met verbaastheid zien eene ten hoogsten on„ pass=o het nieuws d ve„ n„ ge ment onverandwoordelijke maneance van zaeken die voor den oorlog al zoo disperaat— stonden als geduurende en na dezelve. Hier aan zijn schuldig van die tijdt a President en weesmeesteren in het gemee en voorm: secretaris Broekius Brouwer in het bijzonder, en als u Hoog Edelheeden dat berigt in onze Resolutie overzien zal het Hoog Dezelve niet minder als ons verbaesen den staat der konmandel schen weeskamer in zulk een ongelukkige situatie gedompelt te zien als bij Resolute laago is beschreeven, en zulks door dien van de term dan verband brieven of weetmeesteren kennis, dat de Debiteuren, op eerste aanmaaning, zouden voldoen, meer kwaat dan goet gebruik gemaakt is geworden, terwijl intusschen der Pupillen gelden moest al uitstaan onder onder„ scheijdene Classis, en wel voornamelijk bij 875 bij dubieuse en disperate debiteuren, niet van een korte tijd ofte zeedert den oorlog, maar lange te vooren, als zijnde en wees„ meesteren kennissen welke ten naasten bij vijftig of over de vijf en twintig Jaeren out zijn, en waarom het beklag van ongelukken, ontstaan door den oorlog, niet swaerder weegt als men het begeert telaeten gelden. want hadde, voor den oorlog, het Gouvernement zoo wel als weesmeesteren haere plicht betracht; hadele de eene zich laeten onderrigten van den staet van zaeken des kamers beter als ge„ schieden kon ofte met mogelijkheit blijken, door, tot zoo eene noodwendige verant„ woording, niet genoeg elucideerende Iaer„ lijksche staet reekeningen, en hadden weesmeesteren daer en tegen voor het gouvernement niet verborgen dat zij aan het zinken en alle haere vertooningen van Lae ken oe uwe heden e t ge lu dien en, doen, t llen onder„ ond ik l van kapitael en Interessen meer inma„ ginaer dan zeeker en weezenlijk waare, beiden zouden zijn Reprochabel niet zijn als wij het bij gem: onze Resolutie van 5. Ianuarij opgegeven en beschreeven heb„ ben en het is niet te denken dat deslag van het verlies ooit zoo heevig zoude ge„ weest zijn als ze nu gevoelt word, zulks wij onse Eige Eer en goede naam te kort zouden doen indien we voor u Hoog Edelh: verborgen, dat beide, het gouvernement en weesmeesteren, welke voor den oorlog de kust kormandel bestiert en directie over der weezen zaeken gehad hebben, schuldig zijn aan een hoogst onverantwoor„ delijk gedrag, en dat die welke na den oorlog zijn opgevolgd, niet kunnen worden vrij gesproken van de zaeken op die voet ge„ laeten en u Hoog Edelheeden zelfs noch vermoeijelijkt te hebben met vertoogen van 836 van quasie onschult en verzoek om atter minatie van een onvergeeflijk man als voormelde Broerius Brouwer. §345 Om te doen zien hoe zeer ons ter harte gaat de nakooming van u Hoog Edelh: bevel tot verbetering van zaeken en om zelfs te blijven buiten verantwoording van een anders verwaarloozing of ver„ Zuim, zijn ter sessie van 5. Ianuarij voorm. zeer serieuse mesures beraamt en vast gestelt. Het zoude tewijd-loopig en eene woordelijke herhaeling van het zelve zijn indien wa die anders als in deeser voege kortelijk ter neder stelden De nevens het berigt van weetmeesteren ingediende zeeven staet rekeningen zoo als u Hoog Edelheeden die hebben gelieven te requireeren zijn met het door Brouwer gedaan Transport van de Effecten: van de kamer buiten het saldo van de cassa, het inm a„ ort Edel e ctie woor et ge„ och g vaij

NL-HaNA_1.04.02_3877_0782 view scan ↗

English

the first and second points of the deliberation. Regarding that period, or the entrusting of so much money to a subordinate such as the secretary of the chamber, which, as reported, had amounted to between 12 and 23000 Pagodas, very sharp remarks were set down. And no less so concerning an insolent assertion by Brouwer, as though the Lords Governors and Councilors, under whose eyes the statement of accounts of the Orphan Chamber had come annually, were responsible and liable for what he had used for his private purposes and caused to go missing, without being able to produce any acceptable proof as to where the missing moneys had gone, etc. It is also noted there who, upon the submission of the successive accounts or the state of the chamber, was found to have performed his duty and who to have neglected it, and how Brouwer, through his unforgivable conduct, has made himself unworthy of holding any office whatsoever, so that we were obliged beforehand to suspend him, and we could with any right or propriety impose compensation or the posting of security for so many unfortunate persons who, through his bad conduct, have been injured in their condition and property, without ever being able to promise themselves any benefit from the guarantee reserved on that item. It also appears there that a committee was demanded regarding who ought to participate in the security desired by Your High Excellencies for Brouwer’s arrears according to the transfer amounting to Pagodas 5923. 12. 19, and that with interest thereon at 6 percent per year from 12 August 1787 until 5 January 1791, and continuing until the actual and effective payment, reserving everyone’s recourse against the heirs of the pre-war President of the Orphan Chamber, Peracules Mossel, and the aforementioned Brouwer, the former as the principal person who properly ought to be held liable for the compensation of all damages, and generally reserving the right of anyone who was to be involved in this affair to submit his interests to Your High Excellencies. Paragraph 346: The second part of the aforementioned report of the Orphan Masters concerns the capital which, after being produced, must be accounted for to the heirs, most of whom would possibly never appear, and which amounts the Orphan Masters thought might come to be discounted against those of such debtors as had become insolvent through the misfortunes of war or from other causes; against which, however, it comes principally into our consideration how in that manner the abominable maxim of postponing payment might gradually creep in, in order to eventually become free of a legally contracted debt; besides that, subject to correction, orphans’ money, being a deposit of the High Authority, in the absence of lawful claimants reverts to It and to the fund of the Chamber not otherwise than ex officio and for as long as it pleases the Authority; which is why we rejected this proposal, with orders to have these debtors served with a certain peremptory time for payment, or to act and proceed against them according to the rules of the Chamber, likewise to apply whatever is to be collected in that manner to the credit of the capital; nevertheless under prior presentation to Your High Excellencies and a humble request for a decision as to which view, that of the Orphan Masters or ours, Your High Excellencies please to deem well-founded, see Resolution. Paragraph 347: Regarding our disposition on the fourth and fifth points of the report concerning the debtors who are sufficiently dubious and desperate, we take the liberty, with further reference to the Resolution, briefly to note how we, after having prescribed to the Orphan Masters what had to be done in that regard, further ordered them, after carrying this out, to report further to us what shall indeed be found to be lost, for which, by virtue of Your High Excellencies’ order, we have held liable the Orphan Chamber in general and the heirs of the aforementioned former President Mossel in particular, against which latter we shall, as soon as it can properly be done, cause legal proceedings to be instituted as per the Resolution, without prejudice to the right of claim against those who, through untimely disbursements without the authority of a petition, paid out the funds belonging to the estates both of the former Governor van Vlissingen and the said Mossel, and thus made themselves responsible for what shall be found to be lacking in the manner aforesaid; for which all goods, moneys, and securities of the said van Vlissingen and Mossel have been pledged to the Orphan Chamber, and thus the moneys that still appear unpaid on the books for van Vlissingen’s estate have also been attached. Paragraph 348: The sixth and last part of the report, and that which was decided and established by us upon it, deals with the general administration of the Orphan Chamber and how matters ought henceforth to be managed and conducted, namely that moneys may not be invested or loaned out except by unanimous votes and a signed Resolution of the meeting representing the board; that no moneys whatsoever may be lent or advanced at interest and with the knowledge of the Orphan Masters to the President, nor the Vice President, much less to the cashier; that no greater sum may be left in the hands of the Secretary as Cashier than that which he needs to defray daily expenses according to the resolution of the Chamber; that there shall be a large cashbox and a small or daily cashbox, of which each shall have a separate key.

Dutch transcription

het eerste en tweede point geweest van de bibe„ ratie. Bij die periode, ofte de betrouwing van zoo veel gelt aan een Luppoost, als de secretaris van „ e kamer, dat, gelijk men op„ geeft van 12. tot 23000. Pagoden had beloo„ pen, zijn zeer gevoelige aanmerkingen ter neder gestelt. en niet minder over een onbeschaemt zeggen van Brouwer als waaren de Heeren Gouverneurs en Raeden, onder wiens oog Iaarlijks des weeskamers staet rekening gekomen zijn, verantwoorde lijk en aanspreekelijk voor het geen hij tot zijn privez gebruik geemploijeerd en zoek gemaakt heeft, zonder eenig aannee„ „melijk bewijs aan den dag tekonnen leggen waar de tekort komende Penn: gebleven zijn ensz: ook staet aldaar genoteert wie bevonden is, bij de indiening der successive Rekeningen ofte de staet des kamers, zijn pligt betragt en die verzuimt te hebben en hoe 277 hoe Brouwer zich door zijn onvergeevelijke gedoenten de bekleeding van alle Bedieningen hoe genaamt onwaardig heeft gemaakt, zoo dat we hem voor af hebben moeten suspendee„ ven een we met eenig recht oft gevoegelijkheit konden opleggen vergoeding ofte het stellen van cautie door zoo veel ongelukkige men„ schen als door zijn slegt gedoente worden gekrenkt en haare staet en vermoogen. zonder zich immer eenige vrugt van het op Item gereserveert gaaant te konnen beloven. ook blijkt aldaar het demandee„ ren van een commissie wie in de door u Hoog Edelheden begeerde cautie voor Buou„ wers agterwezen volgens het Transport groot Pag: 5923. 12. 19. dienden te participeeren en dat met de interest van dien tot 6. p.:r: 'sjaars zedert den 12. Aug. s 1787. tot pr den 5. Januarij 1791. en continueerende tot de dadelijke en Effectueele betaeling, behou„ dens dens een ieders garant op de Erfgenaemen van den, voor den oorlog, gefungeert hebbende President van de weeskamer Peracules Mossel en voorm: Brouwer, de eerste wel als de voornaamste, die eigenlijk gehouden moet worden verschuldigt te zijn de vergoeding van alle schaede, en generaelijk behoudens het recht van een ieder die in deeze affaire betrokken, stond te worden om zijne belangen bij u Hoog Edelheeden in te brengen. §346: Het tweede gedeelte van het voorsz: be„ richt van weesmeesteren concerneert het kapitaal dat na vertooning van dezelve moet verantwoord worden aan Erfgenaamen waar van de meesten zich moogelijk nooit zouden opdoen en welk bedraegen weesmeesteren dachten dat zou komen worden gedisconteert tegen dat van zodae„ nige Debiteuren als, door ongevallen des oorlogs, 186 186 878 oorlogs, of uit andere oorsaeken, onvermoo„ gent waaren geworden; dan waer tegen bij ons voornamelijk in consideratie komt hoe op dien wijs algaende weg zoude insluipen de afkeualijke maxime van uitstel tot betaeling, om eenmaal vrij te raeken van een wettig verbonden schuld; behalven dat /:onder correctiv:/ het weezen gelt, een depositum: van de Hooge overigheit, bij manquement van wettige pretendenten, tot Haer, en tot het Fonds van de kamer niet anders Epofficio, en zoo lange het de overigheit behaegt, te rugkeert, en waarom wij dit voorstel van de hand hebben gewezen„ met ordre om aan deeze Debiteuren te laeten aanzeggen een zeekere peremptoire tijd tot betaeling, of na het kamer richt tegens dezelve te doen en te laeten ageeren, item om het geen, of die wijze staat inteko„ men, te brengen ten faveure van het kapitaal„ noch„ nochtans onder voorafgaande vertooning aan u Hoog Edelheeden en ootmoedig verzoek om decisie, welk gevoelen, dat van weetwr=m afte van ons, u Hoog Edelheeden gegront ge„ lieven aan te merken, vide Rezolutie. §347. Nopens onze dispositie op het vierde en vijfde point van het bericht raekende de De„ biteuren, die suffisant dubieus en disperaat zijn, neemen we de vrijheit met verdere refecte tot de Resolutie, kortelijk te noteeren hoe we, na weesmeesteren te hebben voorgesz: wat daarwegen verricht moest worden, hun alverder gelast hebben, om, na verrig¬ ting van dien, ons nader te berichten, wat bevonde zal worden in der daat als ver„ loonen te zijn, waar voor we uit kracht van u Hoog Edelheeden bevel, aanspres lijk hebben gehouden- de weeskamer in het algemeen en het Erfgenaamen van voorm. geweeze President Mossel in het bij zonder, 879 bijzonder, tegen welke laaste we zo daa het met voeg geschieden kan, zullen laeten procedeeren als bij Resolutie, onvermin„ dert het recht van aanspraek op den geen die de gelden behoorende tot de Boedels zo van den Heer Geweesen Gouverneur van vlissingen als gem: Mossel, door ontijdi„ ge uit betaelingen buiten kracht van reques en dus zich zelve verandwoordelijk gemaakt hebben, voor het geen, in voege voorsz. bevonden zal worden te kort te komen; waar voor alle goederen, gelden en Effecten van gem. van vlissingen en Mossel ten behoeve van de weeskamer verbonden en dus ook gearresteert zijn de Penningen die voor van vlissingens boedel bij de boeken noch onbetaeld voort„ loopen. § 348: Het zesde en Laaste gedeelte der be„ rechts en het geen door ons daar op is be beslooten en vast gestelt handelt van de generaele Administratie der weeskamer en hoe de zaeken voortaan zouden moeten worden gederigeert en gemunieert name„ lijk dat de gelden niet sullen moogen worden belegt of uitgezet dan met unanime stemmen en eene getekende Resolutie van de vergaedering het colle„ gie representeerende, dat aan de President, noch vice President, veel min aan den kassier eenige gelden hoe genaemt, op inta„ rest en weesmeesteren kennis zullen moogen worden geleent of opgeschoten; dat onder den secretaris als Cassier geen grooter som in handen mag worden gelaeten dan die hij ter goedmaking van de dagelijksche ongelden volgens besluit van de kamer nodig heeft, dat er zal zijn een groote en een kleene of dagelijksche cassa van dewelke ieder zal hebben een afzonderlijke steutel

NL-HaNA_1.04.02_3877_0789 view scan ↗

English

key, so that the chest cannot be opened by the one except in the presence of the other; that the daily cash box shall be under the eye and supervision of the president, for which the cashier will be accountable, he, as well as the president and vice president, standing surety for their administration and generally for all actions and claims on them ex officio for the time that they are in office until after the transfer has been effected and their administration accounted for; that the Chamber funds must never be invested indefinitely, as has been the practice up to now, but for two to three, at most ten years; that, before providing money on houses or other real estate, the same shall be appraised beforehand and, following that appraisal, no more shall be lent than 2/3 of the value; that all deeds of mortgage of sufficient debtors older than ten years, following this appraisal, shall be altered by way of debt novation, and the same persons, if they are secure, or otherwise acceptable ones, must be chosen and established as new sureties; that this debt novation can only take place for such persons as have paid the accrued interest and continue to pay it going forward, but for no others, who, in default thereof, must be obliged to redeem and satisfy the mortgage; that when it is agreed to pay by installments, one installment may not run into the next, but immediate measures must be taken toward its settlement, even if it were to lead to immediate execution of the whole if someone should default on the first, second, or subsequent installment, unless no loss is to be expected from the overlapping of installments or the preventive measures against this are practicable as per the Resolution, especially trust in the sureties and that the mortgaged properties are not neglected or allowed to decay. Of all of which the orphan masters have provisionally been informed by a complete extract from our Resolution for their guidance and observation, and, should Your High Mightinesses be pleased to approve these arrangements made to the best of our knowledge, a complete instruction will be drafted in due course. Section 350. We have the honor to present to Your High Mightinesses herewith the seven balance sheets submitted with the report of the orphan masters, drawn up after the model of those of the Diaconate. However, since those do not extend further than the administration of Brouwer, we have ordered the orphan masters to submit as soon as possible those for the subsequent financial years up to and including 1790 in order to be forwarded alongside the former, adding thereto the list of uncollected interest so that it may be seen which persons must account for it. This requirement was fulfilled in today's session; the orphan masters have submitted both balance sheets of the years 1788/89 and 1789/90, together with the list of unpaid interest, with a further report on the state of affairs of the last-mentioned financial year, from which it appears what they have paid to entitled parties since the closing of the balance sheet of 1787/88, and which debtors, since that time, have discharged their debts in whole or in part, and which sums have been invested in those last two financial years; finally, what part of the Chamber's capital is accounted as good, doubtful, desperate, and under Brouwer, as the report inserted into our Resolution of today further shows, without us finding anything more to decide on this beyond what was done in the previous resolution of 5 January aforementioned. Section 351. We annex the aforementioned two balance sheets in original with a copy of the list of unpaid interest, item the transfer executed by Brouwer to his successor Duynevelt alongside this, being the books of 1788/89, with a separate letter from the orphan masters here to the gentlemen orphan masters of the city of Batavia, handed to us unsealed, also to be found among the number of annexes to this document. Section 352. With regard now to the indemnification for Brouwer's unaccounted administration as former cashier of the orphan chamber, there served in the meeting of 14 January past the required report indicating those who, besides the merchant van Bijland, from 1785/86 until 26 March 1789 constituted the Coromandel Political Council and must participate in the demanded surety for that arrear, amounting, with the interest of 6 percent annually from 12 August 1787 to 5 January 1791, to 7131.23 pagodas or 32090.6.- guilders Dutch currency. We have, deciding thereon, declared that for the shares in which the gentlemen former Commander Blaaukamer and Padama participate therein, the one for 2015.16.47 pagodas and the other for 2233.16.73 pagodas, their goods and effects shall be held bound; to debit the account of the first-mentioned, as well as that of the last-mentioned, for this in the books; the shares of the late Chief Administrator Stoffenberg at 493.7.46 pagodas and the late

Dutch transcription

3 880 „sleutel zoo dat de kas door den eeren niet kan worden geopent dan in bij zijn van den an„ deren; dat de Dagelijkse Cassa onder het oog en toezigt van den President, zal zijn ter ver„ antwoording van den kassier, stellende zoo hij als bij als President en vice President, voor hunne Administratie en geneaaelijk voor alle actiën en pretensien op hun Ex officio, borg voor den tijd dat zij in functie zijn tot na het doen van Trans„ port en het verantwoorden van hunne Administratie; Dat dekamer gelden nimmer zoo onbepaeld moeten worden uitgezet als tot nu toe in usantie is, maar voor twee â drie, uittealijk tien Iaaren, dat, alvoorens gelt te fourneeren op huizen ofte andere vaste Goederen dezelve voor af getaxeert en na die taxa„ tie niet meer gefieert zal worden dan 2/3. van de waarde; dat alle Actien van Hijpo„ 4 Hijpoteek van de suffisante Debiteuren, ouder als tien Iaaren, na deese taxasie, bij weege van schuld vernieuwing verandert en deselve persoonen zoo ze secuur zijn, en anders aanneemelijke, tot nieuwe Borgen gekooren en gestelt moeten worden, dat deese schuld vernieuwing maer plaets kan hebben van zoodanigen als de verschuldigde Renten betaalt hebben en gaande weg betaa„ len, doch van geen anderen welke, bij manc„ quement van dien, verplicht moeten worden de Hijpoteek afte lossen en te voldoen; dat wanneer bedongen wordt om bij termijnen te betaelen, het eene termijn niet in het andere mag loopen, maar ter afdoening van dien di„ rect middelen moeten worden ter hand geno„ men al ware het ook tot parate Executie van het geheel zoo iemand aan het eerste, tweede of volgende termijn quam te manqueeren, . ten waare en door de in een looping der ter„ mijnen ten 2. 81 881 op de gemaakte schik kingen 12d 349. Kan opprobatie ingesagt, ominstructie te forme„ „keninge vande wees kamer, de intressen meede ingekoomen mijnen geen schade is te wachten ofte daer tegen die behoedmiddelen practikabel zijn als bij Rezolutie, inzonderheit het vertrou„ wen op de Borgen en dat de verhijpotekeerde Goederen niet veronagtzaamt of verwaar„ loost worden. Van al het welke weesmeesteren bij provi„ sie door een compleet Extract uit onze Resolutie, ter hunner narecht en obdervaar¬ tie kennis gegeven en, indien u Hoog Edelh. deeze na beste kennis gemaekte schikkin„ gen mochten gelieven te approbeeren, in het vervolg een volleedige Instructie beraamt zal worden. mantod van Surm Staatiue §350. Wij hebben de eere u Hoog Edelheeden neeven deese aan te bieden de met het bericht van weesmeesteren overgelegde zeven staat reekeningen opgemaakt na het model van twee nadere tot 1790. en notitie van mntalas, die der Diaconi. Dan nadien die niet verder loopen als de Administracie van Brouwer„ hebben 23 n„ wrden dat te item nader berigt van de staat der kamer, hebben we weesmeesteren gelast die der volgende Boekjaaren tot 1790. inclusive ten spoedigsten in te dienen om neeven de voo„ „nige teworden overgezonden, voegende daar bij de Notitie van niet ontvangene In„ teressen om te konnen zien, welke Perzoonen die moeten verantwoorden. Aan dit Requi„ sit is ter sessie van heden voldaan; wees„ meesteren hebben de beiden staat rekeningen de A o 178. /9. en 178. 5/90. nevens de Notitie der onbetaalde interessen, overgelegt met een nadere Bericht van den staet van zaeken des laast gem. Boekjaars, waar bij blijkt wat zij zedert het sluiten der staat reeke„ ning van 178. 7/8. , aan daar toe gerechtigden, betaelt en welke Debiteuren, zedert die tijd, haar schulden geheel of gedeeltelijk, afgelegt hebben en welke sommen, in die twee laaste boekjaaren uitgezet zijn; eindelijk wat er van het kapitaal des kamers, als goet, dubieus, 842 te vinden bi resolutie van heeden. notitie parte beief vrouwers agterstal aan de kamer, dubieus, disperaat en onder Brouwer word gereekend, gelijk het bericht ter onzer Resolu„ tie van heeden geinsereerd nader uitwijst, zonder dat daar op voor ons iets meerder is te disponeeren gevonden dan het geen geschiet is bij het voorige, ter Resolutie van 5. Ian. voormelt. aan ondort van twee ukien 351: Wij voegen de voorm. twee staat reekeningen in originale met copia der Noticie van ten transpor, boten van 178/9 ap„ onbetaelde Interessen, item het door Brouwer aan zijn opvolger Duijnevelt gedaan Trans„ port hier nevens zijnde de Boeken van 178/¾. met een Aparte brief van weesmeesteren alhier, aan Heeren weedmeesteren der stad Batavia, onder cachet rolant ons ter hant gestelt, ook te vinden onder het getal der Bijlaegen deeser. wat besborten tot vergoding van § 352. Ten aanzien nu van de schaedeloos stelling voor Brouwers onverandwoorde administratie als geweese cassier van de weetkamer, heeft ter voo„ gen 1353. dan e der regi ter vergaedering van 14. Januarij Ao Leeden gediendt het gerequireerde bericht ter aanm zing van den geen die buiten den koopman van Bijland Zeedert 17857/6. tot 26. Maart 174 hebben uitgemaakt de kormandelsche Raad van Politie en participeeren moeten in de begeerde cautie voor dat agterstal bedragende met den Interest van 6. p. r C:to sjaars zeedert 12. Aug:s 1787. tot 5: Ianuarij 1791. pag. 7131. 23. ofte ƒ 32090. 6. –. N=s gelt. wij hebben, daar op disponeerende, verklaar voor het geen de Heeren geweezen Gezach„ hebber Blaaukamer en Padama daar in participeeren de eene tot pag. 2015. 16. 47. en de andere tot pag. 2233. 16. 73. , Haare goe„ deren en Effecten verbonden te houden; des eerstgem: /: ook der laastgem:/ Reekening daar voor bij de Boeken te debiteeren; de aandeelen van wijlen den Hoofd Administra„ teur stoffenberg met pag. 493. 7. 46. en wijlen den 2n 9e bo 172 r

NL-HaNA_1.04.02_3877_0795 view scan ↗

English

the Dispencier and Mintmaster Geeke the sum of Pag. 401. 19. 64. if no security can be given for it, since the former has mortgaged his left immovable property to the Orphan Chamber itself to the amount of Pag. 2200, and the other, according to the Books, is in debit to the Honorable Company, outside the Camp account, for ƒ 4353. 6., to be recovered from the Estate of the late Noble Lord, former Governor Reijnier van Vlissingen, who according to the books, as shown by the account submitted to the meeting, is still in credit for ƒ 32699. 7. 8., and who, together with the former Chief Administrator Mossel, having been President of the Orphan Chamber under His Honor's Government, were already judged by the aforementioned Resolution of the 5th of this month to be the cause of the unaccountable administration of the Orphan Chamber in general, and the aforementioned Brouwer's debit in particular. Paragraph 354. It is also on the basis of this that we most respectfully request Your High Nobilities that the same recovery of damages may also take place on behalf of the other innocent, indigent members of this meeting involved in this affair, Simons, De Raeff, Bloeme, and Hasz, although in the meantime, or until receipt of Your High Nobilities' favorable reply, we have held them liable in solidum, that is one for the other, on account of certified inability to provide security; subject to the reservation made under the aforementioned 5 January of all guarantees, and finally to proceed to the decree of attachment and security for the arrears of the Orphan Chamber in general upon whatever the estate of the late Noble Lord van Vlissingen, after deduction of the special recovery of damages on behalf of the aforementioned Members, shall be found still to be in credit, since the disorder, as stated, began during his time, without his successors having properly provided for it. Paragraph 355. Your High Nobilities, whose sentiments are so renowned for philanthropy and equity, may be pleased to consider for yourselves how hard and painful it is to be the suffering party in such a manner for another's dereliction of duty and offense, and consequently to view and consider in the best sense our aforementioned disposition, as well as that concerning the members De Raeff and Hatz who addressed Your High Nobilities by Request on account of their grievance; upon whose respectful petitions for relief, taking such into consideration, we likewise request a favorable reflection for the further Members, who in fact are not as guilty and accountable as the former Presidents of the assembly, because the matter of compensation for damages and even the posting of security by the secretary of the Orphan Chamber, contrary to what appears in paragraph 87 of Your High Nobilities' repeatedly mentioned rescript, according to the demonstration of De Raeff as former secretary in September 1789, was never a point of deliberation at the assembly, while Hasz, having only obtained a seat in the assembly on 10 December of that year, merely consented to the dispatch of the statement of account which was dispatched in March 1790. Paragraph 356. With respect to the affairs of the Diaconate, we were obliged on the repeatedly mentioned 5 January to require a clearer demonstration of the state of the Debtors and a special declaration from the Deacons as to which of these were considered sufficient, doubtful, and desperate, in order to be able to dispose thereof as fully as concerning the Orphan Chamber; meanwhile, to meet and improve the Diaconate's fund, which is insufficient for the sustenance of the Needy, having devised and determined at the session of 5 January aforementioned certain of the means for which the Consistory had made a request by a petition inserted into the Resolution of 18 November of the past year, we take the liberty to request Your High Nobilities' approval thereon and, with respect to the last-mentioned address of 18 November, to bring to your attention the petition of the said Consistory concerning the moneys from Ceylon, which, contrary to what was already written for that purpose by Your High Nobilities, have not yet been received, which were collected at the Indian Capital and elsewhere as a charitable gift for those who had fallen into poverty after the war in 1781, having been only partially accounted for and the remainder not yet remitted as ought long since to have happened according to the intention of Your High Nobilities; we have indeed written with emphasis on this matter to the Honored Government of Ceylon in favor of the Congregation, but have received no answer to it up to now. We find ourselves therefore in the pressing necessity to request, once again, Your High Nobilities' effectual maintenance and further instruction in writing to the said Gentlemen of Ceylon, for the settlement of matters and the accounting of the funds still due to this Government, if Your High Nobilities deem it equitable, with the Interests thereon, so as not to cause the Diaconate any loss for its advance and the rightful claimants, it being understood

Dutch transcription

244 883 den Dispencier en Muntmeester Geeke groot pag. 401. 19. 64. indien daar voor geen zeekerheit kan worden gegeven, zijnde de eene zijne nage„ laetene vatte goederen aan de weeskamer zelfs ter somma van Pag. 2200. verbonden, en de andere volgens de Boeken aan de E. Comp. buiten de Leeger reekening te quaad ƒ 4353. 6. te laeten verhaelen uit de Nalatenschap van wijlen den Edelen Heer geweezen Goe„ verneur Reijnier van vlissingen, die bij de boeken, uitwijsens ter vergaedering overge„ legde reekening nog ƒ 32699. 7. 8. te vooren staat, en met den gew. Hoofd Actministra„ teita Mossel, onder zijn Ed. Gouvernement geweest zijnde President van de weeskamer mer, bij voorsz: Resolutie van den 5. deeser bereets geoordeelt zijn, de oorzaak te zijn der onverantwoordelijke administratie van de weetkamer in het algemeen, en voorm. Brouwers debet in het bijzonder Het en 31. 23. schuldig tetrokkene persoone tot schade verhaal, last zijn, haal en teg. s win, voordrag tomtrend hiermnan §„ 354. Het is ook op fundament van dien dat wij u Hoog Edelheeden eerbiedigst verzoeken dat het zelve schaede verhael ook mag plaets hebben voor de overige in deese affaij 43„ re onschuldig betrokkene onvermoogende Leeden deeser vergadering Simons, De Raeff ho distisschen gter met Cautelen Bloeme en Hasz:, schoon we intusschen ofte tot ontfangst van u Hoog Edelheeden goedgunstig antwoort, kun, mits betuijgt onvermogen van Cautie te konnen stellen, in solidum dat is den een voor den ander aansprekelijk hebben gehouden; behoudens het sub 5. Januarij voorm:t, aan alle gereser„ te doene procedur tot schade ver veerde guarant en eindelijk te laeten proced„ ren tot decretatie van arrest en securi„ tijdt voor de agterstallen van de weerka„ mer in het algemeen op het geen de boedel van wijlen de Ed. Heer van vlissingen, na aftrek van de bijzondere schaede ver„ haeling ten behoeve van voorsz: Leeden be ruef 884 rengen wa 3 p onthitin en guistige ondevaling, bevonden zal worden noch te vooren te zijn, nadien de disorder als gezegt bij zijn zijd een aanvang heeft genomen, zonder dat zijn successeeren daar in hebben voorzien na behoog„ aanbod der ryqunste van de 355. U Hoog Edelheeden, wiens gevoelen zoo beroemt zijn van menschlieventheit en bil„ lijkheit, gelieven zelve te overwegen hoe hart en smertelijk het valt op eene dusdanige wijse de Lijdende Paalij te moeten zijn van een anders wandevoijr en misdrijf en gevolgelijk in de beste zin aan te merken en te beschouwen voorsz: onze dispositie zoo wel, als de derwegen zich nader, uit hoofde van beswaar aan uHoog Edelh:. , bij Request zich addresseerende Leeden de Raeff en Hatz: op welker eerbiedige instancien tot ontheffingen, zulks in aanmerking komende we tevens een gunstige reflexie verzoeken voor de verdere Leeden, die in der daad zoo schuldig en verantwoordelijk niet zijn als n staat gevorderd is, als de gewezene Presidenten van de vergaedering om dat de zaek van schaede vergoeding en zelfs het stellen van cautie door den se vetaais van de weetkamer, contrarie het voorkomende bij de 87. par: van meerm. uwer Hoog Edelheeden rescriptie, na de Raats aantooning als geweese secretaars in sept:r 1789. , nimmer een point van de liberatie heeft uit gemaekt bij de vergaedering„ terwijl Wasz:, den 10. Dec. r van dat Iaer eerst sessie in vergaedering gekregen hebbende maar enkel geconsenteert heeft in de verzen„ ding der staet reekening welke in Maart 1790. is verzonden. wat bericht van de dearanij §356. Met opzigt tot de zaeken der Diaconi zijn we den 5. Ianuarij meermelt in de noodzaaklijkheit geweest te vorderen een duidelijker Aantooning van den staat der Debiteuren en speciaale verklaering van Diakonen welke daar van voor suffisant, du„ 883 staat daar van te gemoettte komen te zien resolutig 5 Jann: de Collicte penn: die nog op Ceilon worden aangehouden, dubieus, en disperaet wierden gehouden, om daar op even volleedig als omtrent de weeska„ welke middelen beraamt zijn omde mer te kunnen disponeeren, inmiddels ter te gemoet koming en verbeetering van het tot subsistentie van Behoeftigen ontoereekent Zonds der Diakonij, ten sessie van 5: Ianuarij voormelt, hebbende beraamt en vast gesteldt eenige zeeker der middelen, als waarom de kerkenraad bij een addres, geinsedeerd ter Resolutie van den 18. November A o pass.„o, versatij om approtatie daar gp, verzoek had gedaan, neemen wij de vrijheid daar op u Hoog Edelheeden geende approba„ item voordragt van 't versoaek noptie te verzoeken en met Respect tot het laast gem: adres van 18. Nov. r, onder het oog tebrengen, de instancie van gemelde kerkenraad over de van Ceilon, contrarie het daar toe reets aangeschreevene door u Hoog Edelh:. , noch niet ontvangene Penn. die als een Liefde gift voor zulken als na den oorlog in 1781. in armoede waren vervallen op het geschreevene deesent wegen dorw is vrugteloof geweest. op Indiasche Hooft plaats en elders sijn gecollekteerd, als zijnde maar gedeeltelijk verantwoord en het restand noch niet overge„ maakt zoo als het na de intensie van u Hoog Edelheeden Al lange had behooren te geschieden wij hebben hier over in faveur gemo van de Gemeente wel met nadruk aan de g'eerde Regeering van Ceijlon geschreeven, maar daar op tot nu toe geen antwoord ea„ wat derhalven verder versort werd; langt. we vinden ons oversulks in de ge„ drongen noodzakelijkheit om, andermael, u Hoog Edelh: krachtdaedige maintenu en nader aanschrijven aan gem. Heeren van Ceijlon te verzoeken, ter afdoening van zaeken en verantwoording der dit Gouvernement noch Competeerende gelden, zoo u Hoog Edelheden het billijk oordee„ len met de Interessen van dien om de Diaconij voor haer verschot en de Competen„ ten geen schaede te doen Leijden, wel ver„ staende korheij

← previousnext →