VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3878

Coromandel · 1,448 pages · 270 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3878_1383 view scan ↗

English

1155. The 23rd of November 1790 to prevent damage. sale strictly to observe. all harmful consequences which the aforementioned unreasoned consultation might bring about, without prejudice to his obligation to employ, in prevention thereof, all possible efforts, with reservation of remedies; which serves as a representation in response to the remarks of Their High Nobilities in paragraphs 21, 22, 23, 24, 25, and 26 of the aforementioned missive. On the further remarks of the aforementioned Their High Nobilities, under the heading of sales, paragraph 27, it was agreed to give all possible attention to Their complaints regarding the slow sales, and the recommendation November 1790. difficulty in the sale of cloves. lack of mace and nutmeg both toward the improvement thereof and the observance of a greater proportion in the distribution of cloves with the other main sorts of spices, as would presently be practicable were more nutmegs and mace on hand, since the small remaining stock of both these articles is the reason that the suppliers currently refuse to accept less than one to four, at the previous prices, on account of advances; whereas if the quantity of nutmegs and mace, especially the latter, were more abundant, they would more readily accept this, unless one could, by private sale or by auction, in such a case The 23rd. better 111 November 1790. The 23rd. about the arrears at Jaggernaikpur and Bimilipatnam manage better; whereas now, on account of an unwanted large remainder of cloves and Japanese bar copper, one will indeed be obliged to request from Their High Nobilities, under demonstration of all occurring inconveniences, a favorable approval for the reduction of price, if not to be allowed finally to follow the market in the future regarding both: the cloves at present at Madraspatnam having fallen to 331. 22. 6. and the copper to 72 pagodas the bhar. With respect to the arrears, Their High Nobilities having further complained in paragraphs 30, 31, and 32 of the aforementioned esteemed missives about the amounts thereof, both at Jaggernaikpur to November 1790. continuation The 23rd to 16326. 8. 4 pagodas and at Bimilipatnam to 54139. 4 guilders, without any reflection having been made upon that or upon the overture made in that regard to the assembly by the Commander, Tadama, but as far as the first is concerned, it was not even thought fit to give Their High Nobilities any notice thereof, while with respect to the latter one was satisfied with expressions of indignation and orders for speedy collection, or that the sum would otherwise be left to the account of the servants; wherefore Their High Nobilities, in order not to depend any further on such indifferent, unsatisfactory resolutions, had thought fit, in respect of the first, to persist 1159. November 1790 The 23rd. in the order of 27 April of last year, expecting to find with the first letter the complete settlement of this arrear, and with regard to the second, or the Bimilipatnam arrear, which since then, according to the accounts most recently received, has been reduced to 29258. 4 guilders, to include this item also under the aforementioned order of 27 April 1790, and, failing a speedy settlement, to leave it to the responsibility of this administration; the more so as one had given to understand, according to the quote in paragraph 43 of the missive sent from here dated 26 March of this year, as if for lack innocent in this regard and why of funds one had not been able to make a beginning with the contracting; which, as the Commander remarked, completely confirmed the opinion in which His Honor, according to the aforementioned declaration, is of the mind that the arrears ought either to have been completely paid or, upon fulfilling what was necessary for the new trade, ought to have been allocated and conceded to the servants; and wherefore, in the true uncertainty of what result the compensations already imposed since then for the Jaggernaikpur arrear will have, and what effect the payment of the Bimilipatnam arrear to be imposed upon the chiefs will have, 1161. The 23rd. November 1790. he, the Commander, as being innocent, not wishing to participate in another's irresponsible conduct, while the multitude of sureties and burdens in which the members already have a share or are about to receive a share, both for these and for other matters, such as for the funds of the orphan chamber and the deaconry, not to speak of the sequestration funds, foretell nothing other than that all these reimpositions will go very far beyond the reach of many people's means, herewith declared to be of the intention, as soon as it shall appear what the compensations imposed upon the chiefs van Halm, de Ravallet, and van Someren will effect or yield, November 1790 previous government responsible The 23rd to have a calculation made 1. of the amount of the said compensation; 2. of the value of what they will pay thereon or designate as security through the simultaneously required conscientious inventory and appraisal of their goods; 3. what the balance will be after deduction thereof, and what arrangement will also be observed regarding the Bimilipatnam arrear; which balances, without prejudice to the claim against the burdened persons themselves and from these against the actual debtors, will be divided into as many portions as there are Commanders and members of the Council who the arrears from one to

Dutch transcription

1155. Den 23. November 1790 tot voorkoming van Schaade.— doet. verkoop stiptin agt te neemen. — alle nadeelige uitwerkzelen welke het voorsz: onberaisonneerd overleg mochten komen na zich te sleepen, onvermindert zijne gehouden met reservatie van middelen is van, ter voorkoming van dien, alle moge„ lijke devooir aen te wenden; welk een en reeden waarom zijn Agtb: dit ander dan dient tot representatie op de remarcques van Hun Hoog Edelheeden bij de 21. , 22. 23, 24. 25. en 26: par: van voorsz: missive. Op de verdere remarques van welmelde H: H: Ed: Eemanque omtrend den Hun Hoog Edelheeden, onder de titul van verkoop par: 27. is verstaen alle mogelijke attentie te vestigen op Hoog denzelven do„ leancie over den geringen verthier, en de recom„ mandatie November 1790. swaarigheid in den vertier van naguilen. mandatie zoo tot verbetering van dien als het in acht neemen van eene meerdere proportie in meert de verdeeling van Nagulen bij de andere hoofd gebrek aan foelijen noten maartscoorten van specerijen, gelijk thans practica„ bel zoude zijn ware en meer nooten en foelij aen handen daer het geringe res„ tant van beide deeze articulen oorzaak is dat althans de leveranciens weigeren minder dan een tegen vier, tegen de voorige prijzen, op Reekening van voor uitverstrek„ king aen te neemen, daer zoo de quantiteit Nooten en Toelij, inzonderheit het laeste rui„ mer ware, zij zich dat eer der zouden laeten welgevallen, indien men niet, door verkoop uit de hand of per vendutie, in zoo een geval Den 23. beter 111 November 1790:— Den 23. over de Agterstallen te Jagg: en Binilistra beter zoude te regt geraeken; daer men nu om een ongewilt groot restant Nagulen en ƒ 1 Japansch staef koper wel verplicht zal zijn hun Hoog Edelheeden onder vertooning van alle voorkomende inconvenienten om een gunstige approbatie op de vermindering van prijs te verzoeken, zoo niet om nopens beiden voor het vervolg finael, de markt te mogen volgen: zijnde de Nagulen thans pijde nagulen tamst Maaras te Madraspatnam gedaelt tot 331. 22. 6. en het koper tot 72. pagooden de bhaar. — Het opzicht tot de Agterstallen, door Hun H: H: : betuijd ngemoegen Hoog Edelheeden bij de 30. 31. en 32 par: van voorsz: geeerde missives nader gedoleert wordende over het bedraegen derzelve zoo te Jaggernaijkp: tot November 1790. vervolg Den 23' tot pag: 16326. 8. 4. als te Bimilipatnam tot ƒ54139. 4. zonder dat daer op ofte de derwegen aen den Heer gezachhebber, Tadama gedaene ouverture bij de vergadering re flexie ge„ slagen, maer wat aengaat het eerste, zelfs niet goedgevonden was, daer van Hoogde„ zelve eenige kennis te geeven terwijl men in opzicht van het laeste zich vergenoegt hael niet betuijgingen van indignatie, en ordre 9 ter spoedige inpalming of dat de soman„ ders voor den bedienden reekening zoude worden gelaeten, alwaerom hun Hoog Edelheeden om niet verder af te hangen van zulke onver„ schillige onvoldoende besluiten, hadden goedge„ vonden in opzicht van de eerste te per„ sisteeren 1159. d November 1790 Den 23. listeeren bij de ordre van 27. April J:o leeden, in verwachting van bij de eerste brief de Compleete venevening van dit Agterstal te zullen ontmoeten en ten aenzien van het tweede ofte het Bimilipatnamsche dat zeedert, volgens de Jongst ontvangene Afreekeningen ver„ mindert is tot ƒ 29258: 4, deeze post meede te vervolg begrijpen onder de voorsz: ordre van 27. april 1790. en, bij gebrek van spoedige venevening die te laeten voor verantwoording van dit Ministeridim te meer men volgens het aengehaelde bij de 43. par: der van hier afge„ gaene missive de dato 26. Maert deezes Jaers te kennen had gegeeven als of men wegens gebrek 1. schuldig hier omtrendt en waarom gebrek aen Fondsen, met de Aenbesteeding geen begin had konnen maeken; het welk gelijk de heer Gezachhebber remarcqueerde volkomen bevestigdte het denkbeelt daer zijn E: E: Achtbaere volgens voorsz: verklae„ ring, in is, dat de Agterstallen of compleet hadden moeten betaeld, of bij voldoening van het nodige tot den nieuwen Handel den be„ dienden hadden behooren aen en toegenee„ den Her gesaghebber houd zigen, kend te worden en al waerom in het waer„ lijk onzeekere van wat gevolgde zedert reets opgelegde vergoedingen van het Jag„ gernaijk p=m Agterstal zal zijn, en welk effect de te op te leggene betaeling van het Bi„ milipatnamsche, door de opperhoofden hebben zal. 1161. Den 23. November 1790: vervolg te doen. „dig „dig zal, hij heere Gezachhebber, als onschul „ niet be„ geevende te deelen in een anders onverantwoor„ delijk gedrag, terwijl de meenigte van Cautien en belastingen waer aen de leeden zoo voor deeze als voor andere zaeken reets deel hebben of deel staen te krijgen 7 gelijk voor de penningen van de weeske„ men en Diaconij, om van de sequestratie penningen niet te spreeken, niet anders voor spellen dan dat alle deeze vergoedin„ gen zeer verre zullen gaen boven het be„ reik van veeler vermogen, mits deeze vorllant wat hier ontrend in 't verklaerde van intensie te zijn om, zoo dra het zal komen te Rlijken, wat de opgelegde vergoedingen door de opperhoofden van Halm, de raval„ het. November 1798 voorige regeering aan spreekelijk Den 23 let en van someren zullen uitwerken ofte oplie„ veren, een bereekening te laeten maeken s/ van het bedraegen der gedagte vergoeding 2. / van de waerde van het geen zij daer op zullen betaelen ofte als een zeekerheit aen wijzen door de tevens gerequireerde gemoedelijke inventarisatie en taxe„ tie van hunne goederen 3. / wat naastrek van dien het saldo zal zijn, en hoedanig eene schik„ king ook zal in acht worden genomen aengaende houd voorde naderlige saldos de het Bimilipatnamsch Agterstal; welke saldos onvermindert de aensproek op de belaste Persoonen zelve en van deeze op de ware eigenlij„ ke Dibiteuren zal worden verdeelt in zoo veele portien als ter Gezaghebbers en leeden van den Raed zijn, welke de Agterstallen van het eene in

NL-HaNA_1.04.02_3878_1391 view scan ↗

English

1163. The 23rd of November 1790. have allowed to run on into the other year, to be charged to their accounts under further declaration that whether the one, in whatever capacity, guarantees for the other or not out of his own free will, the Honorable Company retains the right, in case of insolvency of the one, to recover the damage from the other, and in particular from the Gentlemen former Commanders Blaaukamer and Tadama, who in the first place ought to have arranged for a timely settlement, and wherefore their persons, as well as those of the other participants who are still to be found alive, and generally all of their goods are declared to be bound. November 1790. Honorable proposition. The 23rd. bound and executable, with notification to everyone from this day forward, in so far as they shall be found to have a share therein, not to alienate or estrange their goods, but to be obligated, as soon as each person's share shall appear, to submit a conscientious and solemn statement thereof as is found in the resolution taken regarding this matter; thus, after hearing this, without prejudice to everyone's right to defense and justification conformable to the Honorable Commander's proposition, it is understood that as soon as an answer is received from Jaggernaijkspoeram and Bimilipatnam to what was written on the 29th ultimo to the first, and with regard to the last office 1165. November 1790. The 23rd. to have an account of compensation drawn up in this regard. — written on this day, and it shall have been declared by the Head Administrator Van Halm what his means allow toward satisfaction of the resolution of 29 October, the Trade Transferrer Wouter Pietersz shall be enjoined to draw up a Memorandum of distribution, taking as a basis the balance that then, or after receipt and arrival of the answer, both arrears of Jaggernaijkspoeram and Bimilipatnam shall be found to amount to; subsequently the number of those who, according to the Resolutions of this assembly, constituted the Ministry on account of the aforesaid neglect, for which they are also to be held liable for compensation, persons and goods to remain bound. further to order. both together and each in particular, of which written statements will be made to him by the Secretary and First Clerk of Policy, calculating that balance and each person's share in its compensation pro rata of the means of subsistence held previously or in 1753/4, in order to be debited for that in the books and thus contribute to the compensation of the aforesaid, and to declare their persons, goods, and monthly wages, both those already earned and those still to be earned, bound for the payment of both, and consequently also to order the pay bookkeeper to note on The 23rd of November 1790 1167. The 23rd of November 1790. — to withdraw wages of ƒ 13842. the account of each participant, or the folio of the book where he is to be found, the amount of his share in the aforesaid compensation and the binding of his monthly wages for it as above; item, to report to the assembly what each person actually has to his credit, both from previous years and from the last closed fiscal year, in order to decide thereon as after the state of affairs shall be found necessary for the Company's interest. — Their High Excellencies, vide paragraph 33 of the letter granting qualification to allow the monthly wages retained in favor of the former Nagapatnam Major Hazelman to serve toward satisfaction of the debit of his wife's first husband, the Ensign Engineer Nitam Godlieb Henck, to the Small Treasury to the amount of Pagodas 4049. 7. 10., considering that the transmitted Petition does not show how long that has run on, on which interest ought rightfully to be calculated, it is understood to note that twelve pay accounts summarizing together ƒ 13842. –. –. have been handed over to the pay bookkeeper Brouwer, to be withdrawn from the pay books and, after performing that, to submit a statement of the amount for which the account of Mistress Hazelman The 23rd zelman 1169. The 23rd of November 1790. to request. — in the account of the sold gold no charges appeared. The 23rd. must be credited in pay money in the Trade books, as the assembly, without prior qualification, is not authorized to validate the aforesaid Hazelman guilder for guilder, however much this also tends to a lesser settlement of the debt beginning the 31st of August 1770 until today, which is reduced to ƒ 970. 3. [illegible], excluding the interest, should Their High Excellencies positively demand it, but regarding which it is understood to request a gracious remission on the next occasion. — Under Money Matters, vide paragraph 35 of the aforementioned Letter, it being remarked The 23rd. demanded. it being remarked that from the Account of the sold gold transmitted under 26 March of this year, the expenses, loss, or profit should have appeared, since in paragraph 53 it is stated that 236 and 10 percent was gained on the gold from Europe and 6 5/8 percent on that from Batavia, it is therefore, as this does not appear clearly enough when reviewing the said paragraph of the letter in the assembly to verify it immediately, understood to note this, and to demand of the Honorable Head Administrator to serve this assembly with a report showing whether or not any expenses occur upon the sale of the gold, and if so, where they are entered and settled. November 1790.

Dutch transcription

1163. Den 23 November 1790. in het andere Jaer hebben laeten voortloopen, om henlieden, op reekening te worden gestelt onder verdere verklaering dat het zijde eene in hoedanig voor den anderen al of niet, uit eige vrije wil caveere de E: Comp:s het recht behoud om bij onvermogen van den een, de schade te verhae„ len op den anderen en inzonderheit op de Heeren geweezen Gezackhebbaens blaau kamer en Tadama welke in de eerste plaets hadden moeten zorgen voor eene tijdige vererening en waerom hunne zoo wel als den overige parti„ cipanten persoonen welke noch in leevende lijve zijn te vinden, en generaelijk van al„ 7 len derzelven goederen verklaert worden verbonden. de November 1790. Agtb: proporie. Den 23. verbonden en executabel te zijn, met intimatie aen een iegelijk van heeden af van voor zoo ver„ re zij daer in zullen bevonden worden deel te 1 hebben, hunne goederen niet te mogen veralie„ neeren ofte vervreemden, maer verplichte te zijn omdaer van zoo dra ieders aandeel zal blijken eene gemoedtelijke en solemneele opgave te doen zoo als die zich onder dato cee„ besluijt deesent wegen onform zijn zes bevinden; zoo is na het aenhooren van dien onvermindert een ieders recht tot ver„ antwoording en derfensie Conformeel m: Heene Gezackhebbers propositie verstaen om zoo dra er van Jaggernaijkspoeram en Bimilipat„ nam op het aengeschreevene onder den 29. C:s naer het eerste, en ten aanzien van het laeste kan„ toor 1165. November 1790. Den 23. van vergoeding hier omtrend te doen maaken. — toor onder heeden aente schrijvene, antwoord er„ langt en door den Hoofd Administrateur van Halm verklaert zal zijn wat zijn vermogen ter voldoening aen het besluijt van 29. october toe„ laet, den Negocie overdrager Wouter Pietersz: te en wat maniere Een verdeeling in Jungeeren het opmaeken van een Memorie van verdeeling neemende tot een basis het sallo, dat als dan, ofte na ontvangst en het inkomen van antwoord bevonden zal worden beiede de agterstallen van Jagg: en Bimilip: te bedragen; vervolgens het getal der geenen, die navolgens de Resolutien deezer vergadering hebben uitgemaekt het Ministerium ter zaeke van het voorsz: verzuim voor dies meede vergoedering aen s preeke„ lijk 751 soonen en goederen lb: verbonden blijven. der te gelasten. lijk zoo te zaemen als ieder in het bij zonder waer van door den Secretaris en Eerste klerk van Policie, schriftelijke opgaven aan Hern zullen worden, gedaen bereekenende dat saldo en een ieders aendeel in dies vergoeding va rato van het te vooren ofte in 175¾ plaets. gehad hebbende middel van bestaen, om daer voor bij de boeken te worden gedekibiteert en dus te contribueeren tot de vergoeding van war vor dan dertelang heter en het een en ander, voor de betaeling als gezegt hunne Persoonen, goedenen en maend gelden zoo die verdient zijn als noch verdient zullen was hir omtrenden solijbekan worden verbonden te verklaeren en mitsdien ook den soldij boekhouder te gelasten om op Den 23. November 17988 de 1167. Den 23. November 1790. — gagie van ƒ 13042. in te trekken de reekening van ieder participant, ofte de folio van het boek daer dezelve is te vinden aen te teekenen het bedraegen van zijn aendeel in de voorsz: vergoeding ende verbintenis van zijne maendgelden daer voor als boven, item om aen de vergadering bij bericht op te geeven wat de een en ander effective te vooren staet zoo van voorige als het laast geslooten boek„ Jaer om daer op te disponeeren zoo als na toedracht van zaeken nadato bevonden zal worden voor 's Comp:s belang noodzaeken lijk te weezen. — hun Hoog Edelheeden vide par: 33. van op Htenks schul, Watermans de brief qualificatie verleenende om de bij den geweezen Nagapatnamsch Majoor Hazelman te goed November 1790. voor Juff=w. Hazelm: reek: moet wer„ den geerediteerd in soldij geld goed behoudene maend gelden te lacten liemen tot voldoening der debet van zijn vrou=t eerste man den vendrig Ingenieur Nitam Godlieb Henck aen de klijne Cassa ten bedraege van Pag: 4049. 7: 10., onder aenmerking, dat bij het over„ gezondene Request niet blijkt hoe langer dat heeft voortgeloopen waer op met recht inte„ rest zou moeten worden bereekend zoo is verstaan te noteeren dat aen den seldlij beek hou Brouwer zijn ter hand gesteld twaelf stuks soldij reekeningen sommerende de sod besth: opgeteen war te saemen ƒ 13842. –. –. om bij de soldij boeken te worden ingetrokken en, na verrichting vandien opgave te doen van het bedraegen waer voor de reekening van Jufvrouw Ha„ Den 23 Zelman 1169. D November 1790. versoeken.— ment van verkogt goud geen ongelden voorquamen. 1. 9 Den 23. zelman bij de Negocie boeken moet worden gekrediteert in soldijgelt, als zijnde de ver„ gadering, zonder voor afgaende qualificatie niet bevoegt voorsz: Hazelman gulden voorgulden te valideeren, hoe zeer dit ook strekt tot minder afdoening van de schult beginnende of aenvang naemende den 31 Augustus 1770. - . . tot heeden dat vermindert tot ƒ 970: 3. N:s ge Ed. buitende intressen, indien Hun Hoog Edelheeden die positif mochten begeeven, doch waerom omtrend e ptnsen ijt telig trant verstaen is ten naesten eene gracieuse quijtschelding te verzoeken.— Sonder de Geld zaeken vide par: 35. vanr voorm: Missive H: H: l: rmen de ijvende geremarcqueert Den 23. mandeerd. geremarqueert wordende dat bij het sub 26. maert J:o beeden overgezonden Rendement van het verkochte goud had moeten blijken de on„ gelden, het verlies of de winst nadien bij par: 53. word gezogt dat op het goud uit Europe 236. en 10. p:r C:o en op dat van Batavia 6 5/8. p:r C:o gewonnen is zoo is nademael dit bij de gemelde par: van de brief, in vergade„ ving overgezien, zich niet klaer genoeg opdoet omdat ter stont na te gaen ver„ d hespeadmintatin hintijde staan zulks te noteenen, en den E: hoofd„ Administrateur te demandeeren om hier op de vergadering te dienen van be„ richt waer bij moet blijken of er bij den verkoop van het goudal of geen onkosten vallen zoo Ja waer die opgebracht en veree„ November 1790. vent E

NL-HaNA_1.04.02_3878_1399 view scan ↗

English

1171. 23 November 1790. In the past year. of the repair expenses to two bastions have become. For the same reason of lack of clarity, it was also agreed regarding the loan to have the Honorable Head Administrator provide a report concerning the necessity of the money negotiation mentioned in paragraph 37 of Their High Noble Lordships' missive, amounting to pagodas 5500 at 1 per cent during the time that the money received via Ceylon had to remain unsold, in order to subsequently inform Their High Noble Lordships and at the same time advise when the sum was repaid. Under the heading Fortifications in paragraph 39, it being remarked that there was no mention of the expenses for repairs to the bastions Graaf Maurits and Graaf November 1790 sum of ƒ 15071: 6. 8. on the carpentry account, under which remark regarding the mint the account was passed. The 23rd. Graaf Ernst, along with some small defects in the buildings standing in Castle Geldria, and that for this reason the disposition of Their High Noble Lordships thereon has been postponed; furthermore, from paragraph 40 having seen the expressed dissatisfaction of Their High Noble Lordships that, after the lapse of so much time on the account of carpentry and repairs, a substantial amount of ƒ 15071. 6. 8. for 178 5/7 is only now brought forward, and that among these, those for the mint could largely be considered useless, this being passed under the recommendation to observe greater frugality for the future, 1173. 23 November 1790 to have drawn up and to what end to take. it was agreed to thank Their High Noble Lordships humbly for this, and to have a memorandum drawn up as soon as possible concerning the amount of the expenses on the fort and its buildings, to serve in the assembly and to be incorporated into a resolution, as well as the memoranda of carpentry and repairs of the financial years 1788/89 and 1789/90, in order to bring them before Their High Noble Lordships at the nearest opportunity, as should have occurred long ago, wherefore it is hereby established that henceforth, after the end of August, a general memorandum will be submitted annually, report demanded from the Commander concerning the former Danish The 23rd. memorandum of carpentry and repairs, as well as of the expenses on the fort, to be provided by the Honorable Head Administrator, incorporating all the offices to see what the expenses in general amount to during a financial year, to which end the necessary instructions shall be written to the offices by extract hereof and the delivery of a memorandum for each financial year recommended as above. By order of Their High Noble Lordships in paragraph 48 of the aforementioned letter to supply an accurate report and a true statement of the findings regarding the Danish 1175. November 1790. The 23rd. to present De Vries. Danish muskets sent here some years ago by the Ceylon Ministry, how they were handled, and where they have gone, it was agreed to have the Commander of the garrison, Winckelmans, provide a report as to when those muskets were brought here, what condition they were found to be in upon arrival, and where they ultimately went. Furthermore, in relation to the servants, regarding the expressed surprise of Their High Noble Lordships that while there are so many superfluous bookkeepers, recourse had to be taken to a burgher by taking him into service as Assayer, and the explanation having been referred to the Lord Commander to judge whether the necessity November 1790. continuation The 23rd. necessity and competence of that man, namely the acting Assayer Engelbert de Vries, who went out as a soldier in 1778 and was granted burgher freedom in Ceylon in 1783, can be reconciled with such a readmission, it was agreed to show next that as long as no minting takes place, the necessity of that servant seems to signify little, but that on the other hand it should be considered how often one is obliged to have assays taken of the imported gold, since the Batavia assay slips have fallen into discredit since an instance that occurred in the past year, the gold being impossible to dispose of 1177. November 1790. The 23rd. otherwise than after testing the fineness here as well as at Madras, since one is not allowed to rely solely on the touchstone on account of the prohibition standing against it, as well as because one's own findings provide the closest certainty for accountability; that consequently this man appears necessary to that extent; and that as far as the competence of the aforementioned De Vries is concerned, he had handed to the Lord Commander the extract from a letter from the Assayer at Madras concerning his method of testing written by the former Commander Tadama, with a declaration by a Frenchman named Boucher, which documents are presented here for consideration.

Dutch transcription

1171. November 1790. 23: Den anno passito. — der reperatie ongelden aan 2. punten vant zijn geworden. — Om dezelve reeden van onduijdelijkheit is Item nopens de geldeening in verstaen den E: Hoofd Administateur te laeten, dienen van bericht wegens de nood zaeke„ lijkheit der bij de 37. par: van Hun Hoog Edelheeden missive vermelde geld Negociatie van pa/o. 5500. — tegens 1. p:r C:o in de tijd dat het over Ceijlon ontvangen gelt onverkocht heeft moeten blijven leggen, ten einde daer na Hun Hoog Edelheeden te infformeeren en tevens te onderrechten wanneer de som weder is afgelegt geworden, Onder den titul Fortificatie in rmenge e e e een par: 39. geremarcqueert wordende het niet melden der ongelden van Rappara„ tien aen de punten Graef Maurits en Graeff E November 1790 gen van ƒ 15071: 6. 8. bij timmera„ qie reekening .. onder welke aanmerking nopens de munt de rek: gepass:t Den 23. Graaf Ernst met eenige kleene gebreeken aen de in het Kasteel Geldria staende ge„ bouwen en dat daerom de dispositie van Hun Hoog Edelheeden daer op is uitge„ stem ongingen over t latschen steld voorts bij par: 40. gezien zijnde het betuijgde ongenoegen van Hun Hoog Edelheeden dat, na zoo veel tijd verloop op reekening van timmerasie en Reparatie nu eerst word opgebracht een aanzienelijk be„ draegen van ƒ15071. 6. 8. voor 178 5/7. en dat daer onder die voor de munt voor een groot gedeelte als nutteloos konnen worden dien rmmanta it sin ut in angemerkt, dit onder recommandatie tot betrahting van meerder Zuinig„ heit voor den aenstaenden passeerende zoo 1173. Den 23 November 1790 te doen op maaken en ten wat eijnde te nemen. zoo is verstaen hier voor Hun Hoog Edelh: hirvor te bedanken oitmoedig te bedanken en van het bednae„ gen der ongelden aen het fort en dien ge, van denglden an't got rekening bouwen ten eersten te laeten opmaeken een Memorie om te dienen in verga„ dering en bij Resolutie te worden inge„ lijft als meede de memorien van tim„ ztim vande timmeragin en wat merasie en Reparatie van de beek„ 178 3/9. en 170 /90, om Hun Jaeren 170/n Hoog Edelheeden, ten naesten onder het oog gebracht te kunnen worden gelijk al voor lange had behooren te geschieden en waerom van nu af word gestatueert dat voortaen na ultimo augustus Jaar wat hir ontren oor tan mnagt lijks zal worden ingediend een generaele sijn Memorie de Commandant bericht gedemandeerd omtrend de Deensche geweesene Den 23 Memorie van Timmeratie en Reparatie als zoo wel „ van de ongelden aen het fort te bezorgen door den E: Hoofd Administrateur en met antrekking van alle de kantooren om te zien wat de ongelden in het gene„ raal geduurende een boekjaer komente beloopen en ten welken einde door Extract deezes het nodige de kantooren aengeschree„ ven en de bezorging eenen Memorie van ieder boekjaar inveege als boven aenbevoleen zal worden Op bevel van Hun Hoog Edelheeden bij Jar: 48. van meerm: brief om een naukeurig bericht te suppeliteeren en eene waere opgake der be„ vinding van de voor eenige Jaeren door het Ceijlonsch Ministerij herwaarts gezondene November 1790. Deensche 1175. November 1790. Den 23. de Vries te vertoonen. — Deensche geweiren, hoedanig met dezelve gehan„ delt is, en waer ze gebleeven zijn is verstaen den Commandant van het Garnisoen winc„ kelmans te laeten dienen van bericht wan„ neer die Geweiren hier zijn aengebrachte hoe ze bij den aenbreng zijn gesteld bevonden en waer dezelve eindelijk beland zijn. — Noch is met relatie tot de dienaeren over wat E: H: E: omtrend den Essageer over het betuigde verwondering van Hun Hoog Edelheedsen dat daer en zoo veele overtollige boekhouders zijn, men noch toevlucht heeft moeten neemen tot een burger met die als Essaijeur in dienst te neemen, en de verklaa„ 1 ring van namelijk aen den Heer Gezaekheb„ ber gedeffereert te laeten om te oordeelen of de noodzoekelijk November 1792. vervolg Den 23: noodzaekelijkheit en bequaemheit van dien man, te weeten den fungeerenden Essaijeur Engelbert De vries in 17078. uitgevae„ ven als soldaat en in 1783. te Ceijlon, in bur„ ger vrijdom gestelt met eene zoodanige readmissie is over een te brengen verstaen ten naesten te vertoonen dat zoo lange en geen vermunting plaats heeft de noodzaeke„ lijkheit van dien bediende weinig schijnt te beduiden te hebben, maer dat daer en tegen in aen„ merking komt hoe dikmaals men verplicht is van het aengebrachte gout E ssayen te laeten trekken vermits de Bataviasche Eslaybriefjes zeedert. Een in A:o passato geexteert geval in discre„ diet geraekt zijnde het goud niet anders is van de hand 1177. November 1790. Den 23. hand te zetten dan na proef neemingen van ƒ het gehalte hier zoo wel als te Madras nade„ . mael men op de lereste alleen het krietscheijd te mogen laeten aenkomen, uijt hoofde van het daer tegen leggende verbod zoo wel als omdat eige bevinding de naeste zeekerheit op ten ver„ antwoording oplevert dat derhalven ten man vervolg dat- Metien verstaende in zo verre noodzaeken lijk voor komt en dat wat de kundigheit van den ƒ voorm: De vries aengaet hij der wegen aan den heer Gezaghebber hadde ter hand gesteldt het uijt„ trekzel uijt een brief van den Essaijeur te Ma„ dras over zijne wijze van proef neeming van den heer geweezen gezaghebber Tadama geschreeven met een declaratoir van een franschen en in naeme Boucher, welke stukken alhier ter specu„ latie.

NL-HaNA_1.04.02_3878_1406 view scan ↗

English

The 23rd. Extract from a letter from Mr. Marten Mellin from Tranquebar written to the undersigned: That the statement of the homeland assayer concerning the treatment of the gold and silver assay samples fully agrees with our method of procedure in Nagapatnam, except where he says that after pouring off the weak water, or half rainwater and half aqua fortis, the second water must consist of two parts strong and one part rainwater, whereas in Nagapatnam we have always used single aqua fortis and not a drop of rainwater, and in that same manner I have seen it practiced in Batavia and in Colombo; this also accords with the Instructions of the Honorable Company for the assayers. Nevertheless, I cannot and will not accuse the Paliacat assayer that his treatment is wrong or bad, yet I am of the opinion that one proceeds more securely by taking single aqua fortis for the second time, without the least rainwater, in order to be certain that the strong water has produced the required effect and has left none of the silver behind; this the assayer could easily discover for his own security by assaying one and the same gold in both ways, namely one assay with pure aqua fortis and the other with 2/3 strong water and 1/3 rainwater. Below stood: agrees. Was signed: N:s Tadama. I certify by the present writing that Mr. Engelbert de Vries is capable of performing all kinds of assays, whether in gold or silver, in testimony of which I have given him this writing. Done in Madras the 5th of August 1787. Signed: C: Boucher. Below stood: translated from the French to the best of knowledge by me in Palliacatta the 9th of February 1790. Was signed: S: J: De Bruijn. November 1790. 1179. The 23rd of November 1790. Superfluous servants. Wherein, furthermore, his successively submitted reports of assay drawings, which after taking the oath, along with some of the assay samples themselves, are to be sent over to Batavia, will best be able to elicit whether, upon investigation of matters, the said de Vries is skilled enough to be entrusted with the service of assayer, in which case, for the reasons aforementioned, a favorable reflection of Their High Excellencies will be requested for his approval. The said Their High Excellencies, in paragraphs 54, 55, 56, 57, and 58, making reflections about the existing number of servants here on the Coast, and in the last paragraph recommending the Commander to investigate to what extent compliance has been made Demanded The 23rd. with Their said respected order of 1787 regarding the superfluous and useless servants, and, in answer to the extract from the Fatherland of the 9th of November 1789, paragraph 273, to supply his considerations as to how far that establishment, particularly of the sepoys and peons, can be reduced; so, because according to the opinion of the said Commander, with regard to the bookkeepers, the multiplicity and superfluity of the same cannot be denied, without the provision having been made therein which, according to the repeated recommendations of Their High Excellencies, ought to have occurred, it is understood, in conformity with His Honor's proposal, to order a pay bookkeeper to draw up a name list November 1790. 1181. November 1790. The 23rd. to Jaggernaikpoeram and Masulipatnam. Reported sale at Jaggernaikpoeram of cloves and copper with the addition of cash. Delivery of piece goods. Points of resolution. of all bookkeepers and assistants, qualified and unqualified, showing where they are stationed and what the orders dictate concerning them, in order to declare themselves to the assembly regarding that matter and the necessary number of the garrison in peacetime, and then to finish the business. The commissioners at Jaggernaikpoeram having reported by letter of the 12th of this month that, since the sale and collection at that office stood almost completely still to the notable disadvantage of the Company, and a certain native merchant by name of Badam Ramalingam had presented himself to them in order to obtain from the warehouses, upon delivery of white linens, November 1790. The 23rd. for 3,000 pagodas in cloves, 1,000 pagodas in Japanese bar copper, and 4,000 rupees in cash, they consequently had made use of that favorable offer and had furnished to him the aforementioned merchandise and cash under sufficient surety, to make the delivery within the time of two months in approved cloths; so, since that reported quasi-sale of 3,000 pagodas in cloves and 1,000 pagodas in Japanese bar copper, because that and the accompanying disbursement of 4,000 rupees in cash denotes nothing other than an intention to bring matters at Jaggernaikpoeram into such confusion that in the end neither hide nor hair of it will be found, it is approved and understood, in conformity with 1183. November 1790. The 23rd. the proposal of the Commander, in no way to conform with that delivery made, and consequently, with notification of the aforesaid, to write to the commissioners that they would have done better to apply themselves to the drawing up of their report in the execution of the orders of this assembly of the 27th of the past month, when the recovery of the arrears was recommended to them and it was simultaneously represented to them how irresponsibly matters ran from one year into the other, seeing that the account of the arrears went no further than

Dutch transcription

Den 23. Extract uijt een brief van den Heer Marten Mellin van Tranquebaangeschreegen aan den ondergeteekende Dat de opgave van den vaderlandsen Essaijeur aangaande de behandeling der Goud en Zilvere Profjes ten vollen over een komt met onze handelwijze in Nagapatnam excepto waar hij zegd dat na het afgie„ ten van het slapwaten, of half Regen water en half Aguafortis, het tweede water uijt twee deelen sterk en een deel Regenwater bestaan moet daar wij in Nagapatnam al tijd en keld Aguafortis en geen droppel Regen water toegebruijkt hebben en op die zelfde wijze heb ik te Batavia en te Colombo zien handelen dit accordeerd ook met de Instructie van D: E: Comp: voor de Essaijeurs nogthans kan en wil ik den Paliakatsen Essaijeur niet be„ schuldigen dat zijne behandeling verkeerd of kwa„ lijk is egter ben van meening dat men secuurden gaat met voor de tweede maal Enkeld Aguafortis zonder het minste Regenwater, te neemen om ver„ zeekert te zijn dat het sterk water de vereijschte werking gedaan en niets van 't zilver terliggelaaten heeft dit zoude den Essaijeur tot zijn eigen sekuri„ teijt ligt kunnen ontdekken met een en het selfde goud op bij de manieren te essaijeuren namentlijk de eene proef met puur Aguafortis en de andere met 3/3 sterk wateren 1/3. Regenwatter /:onderstond:/ accordeerd /:was geteekend:/ N:s Tadama. Ik certificeere bij de tegenswoordige geschrift Te Certifie porle presenteerit dat de heer Engelbert de vries is bequaam te que M=r Engelbert de vries et Cai doen alle soorten van essaijt zeij ingoud of zilver tot getuijgenis van 't welke heb ik pable de faire toute sortes des sais soit hem dat geschrift gegeeven gedaan in der ond'orgent en foij de quaij je madras den 5. aug=s 1787. /:geteekend:/ C: Boucher /:onderstond:/ getranslateerd, luij oij donne le present Erut uit het fransch na beste kennisse fait â Madras 5. aug:s 1787. /:ge„ door mijn in Palliacatta den 9. febr: tekend:/ C: Boucher. — 179. /:/was geteekend:/ S: J: De bruijn latie worden ingelijft. November 1790 waer 1179. Den 23 November 1790. tollige dienaaren. waer in boven zijne sucesive ingesiende iama Rapporten van Essaij trekkingen welke na beëdiging, met sommige der proefjes zelve, naar Batavia staan over te gaen, best zullen kunnen eleciteeren of na onderzoek van zaeken den gem: de vries kundig genoeg is om den dienst van Essaijeur te worden toe vertrout in welken gevallen om reeden voorm=t om een gunstige ne„ flexie van Haar Hoog Edelheeden ten zijner oppro„ batie verzocht zal worden. — Delmelde Hun Hoog Edelheeden bij por 5:4 H: H: Ed: e mtend ver„ 55. 56. 57. en 58. reslezien maekende over het aen„ weezend getal Dienaeren hier ter kuste, en bij de laeste par: den heer Gezachhebber recomman„ deerende onderzoek te doen in hoe verre vol„ doen: gedemandeerd Den 23 daen is aen Hoog der zelver gerespecteerde ordre van 1787. omtrent de overtollige en nuttelooze dienaeren en om in antwoord op het Patria„ „sch Extract van den 9. ' November 1789. par: 273. zijne Consideratien te suppediteeren in hoe verre dien omslag, bij zonder der sim„ paijs en Pions vermindert kan worden: zoo wint hier omtrende solij bekende is, nademaal er volgens opine van gem: Heer Gezachhebber ten aenzien der boekhouders niet kan worden ontkent de meenigvuldigen „en „overtolligheit van dezelve, zonder dat daer in die voorzieninge is gedaen, welke na de iterative recommandatien van Hun Hoog Edel„ heeden, had behooren te geschieden, Conform zijn ƒ E: E: Agtb: propositie verstaen een soldij boekhou„ ƒ der te gelasten het opmaeken van een Naemlijst November 1790. van 1181. November 1790. Den 23 tie naer Iaggernaijkp: en Birhilipatnam Bedeelde vertier op Jagermaik pr. van Na¬ gulen en koper met bij voeging van Contan„ ten Leverandie van aigeladeh van alle Boekhouders en Assistenten gequali„ „ficeerden en ongequalificeerden, met aentooning waer ze bescheijden zijn, en wat omtrent hun de ordres dicteeren om, daer omtrent en het nodige getal van het Garnisoen, in vreedas tijd aen de vergadering zigte verklaeren en dan de besoigne te voleindigen De Gecommitteerdens te Iaggen, Pointen van Resenk naijkpoeram bij brief van den 12. de„ zer maend bedeeld hebbende dat aengezien den verthier en Jnzaem ten dien Kantoore ge„ noeg zaem geheel stille stond tot merkelijk na deel van de Maetschappij en zich bij haer haddden aengediend zeeker Jnlandsche Koopman in naeme Badam Ramalingam om op leve„ vancie aan witte lijwaeten uit de Pakhuijzen te November 1790. Den 23. te mogen verstrekt krijgen voor 3000. pagooden Garioffel Nagulen, 1000: pagooden aen staeff ko„ per Japans en 4000. ropeijen in Contant, zij mits dien van dat favorabel aenhoos gebruijk gemaekt en aen hem de voormelde Koopmanschappen en Contanten, onder sufficante cautie hadden ven„ strekt, om binne den tijd van twee maenden sin gedspobeerden wieren de leverantie te doen: zoo is, aangezien die bedeelde quasie verkoop van 3000. pag: aen nagulen en 1000 pagj aen Japansch staef koper dewijl die en de daer bij gevoegde, afgave van 4000. ropijen in kontant niet anders denoteert dan een op zet om de zaeken op Iaggernaikpoeram zoodanig in Confusie te brengen dat en ten laesten geen heg nog steg aen te vinden zal zijn, Conform de 1183. November 1790. Den 23. de propositie van den heer gesachthebber goed„ gevonden en verstaen zich met die gedaene verstrekking in geenendeele te Conformee„ ven en dien volgende onder te kennen gave van het voormelde de gecommitteerdens aente schrijven dat zij beter zouden hebben wt denwegenaant chrijven gedaen zich te bevlijtigen met de inrichting van hun Rapport in de uitvoering der or„ dres deezer vergadering van den 27. der gepas„ seerde maend wanneer men haer de vergoe„ ding der agterstallen gerecommandeert en tevens voorgehouden had, hoe onverant„ woordelijk de zaeken van het eene Jaer in hetandere liepen immers dat de reeke„ ning der Agterstallen niet verder ging dan

NL-HaNA_1.04.02_3878_1412 view scan ↗

English

November 1790 and to express then until 1789/90, and that of the following year was still unsettled, much less liquidated, and they had nevertheless on their own authority proceeded, as it were, to make advances on the new trade for 1791, while expressing the assembly's highest displeasure concerning this, with an admonition to restore the matter immediately to its entirety, and if they wished to attend to anything concerning the office, rather to proceed to the closing of the books of 1789/90 and the dispatch of the same with the account of deliveries until after the conclusion of trade as of the ultimate of September last, seeing that this would be better than The 23rd November 1790. merely disposing of the Company's money and goods at will and neglecting the books and papers, the more so because making provisions on the new demand was, moreover, not yet due, partly because they, the servants, had not yet received the necessary extract from the demands for that year, and partly because no provisions whatsoever may be made except following prior orders and qualification of this assembly upon a proper presentation of affairs and demonstration of the grounds upon which such could and ought to take place, which to the committee members, as well as to their successors in time, must serve for information and observance. Subsequently, proceedings were taken regarding the contents of the successively received letters from Bimilipatnam dated the 24th, 25th, and 26th of the past month, of which first the duplicates and thereafter the originals with the trade papers of the months of August and September last were delivered here, concerning which last-mentioned documents the notes made thereon by the chief administrator were taken in hand, as were the marginal dispositions made thereon, verbatim: The 23rd November 1790. To express the highest displeasure concerning this. — And with regard to what follows, to refer to the dispatched remarks and orders of the assembly for the liquidation and compensation of this arrear before entering into any arrangements with respect to the new trade for the year 1791. Thus done and resolved in Castle Geldria the 23rd of November 1790. /:was signed:/ Here follows The Resolution Notes on the received papers from Bimilipatnam: Remarks on the adjoining papers: The chiefs should be reproached as to why no expense account was sent with the adjoining statement of accounts according to custom. 2. –. Statement of account of the petty cash; as 1. ditto of August and September 1790, closed with a remainder of pagodas 431:22:¾ or ƒ1943. 13. —. No less to recommend the chiefs to effect a speedy settlement of the arrears of the merchants and washers. 4. –. Settlements of the merchants and washers as of the ultimate of August 1790, amounting to pagodas 6501. 19 7/8 or ƒ29258. 4. —. J: J: Hasz: Sec: Palliacatta the 19th of November 1790. /:was signed:/ P: E: v: Halm. Remarks and resolution regarding the non-sending of the expense accounts. The 23rd. Since the expense accounts of those months were not sent along with the statements of accounts of the aforementioned months of August and September, as ought to have been done, and one is thus left in the dark—without knowing with what intention this was done—regarding the expenses incurred in those months, it is resolved to reproach the second-in-command Domieux severely concerning this, and to recommend that he be more circumspect in the future, as one will no longer leave it at corrections and reproaches, but will punish all such questionable omissions and negligence more sensibly, whether with fines or other disagreeable measures. — Regarding the charging of the cost of the paddy bought there for this main office this spring to the amount of ƒ 2307: 17: 8, it is resolved to write to the said The 23rd November 1790. second-in-command that, although the Noble High Indian Government, by rescript of the 17th of August of this year, was pleased to approve the apportioned purchase at the price stated for it, excluding the expenses and especially the freight of the vessel that served for its transport, one now nevertheless doubts very much, once it is further demonstrated that with those expenses the sack of 120 lb comes to cost 2 3/16 rupees or ƒ3. —. 8, whether Their High Nobles will indeed be satisfied in that regard, especially in view of that mysterious calculation and payment in dabboes at 70 pieces per rupee, so that according to the writing of the said Domieux in the first-mentioned letter of the 24th of October, the 40 rupees which the 100 parras cost amounted to 2800 dabboes or 28 dabboes for each parra, since one is not sufficiently convinced why the dabboes, as a trade coin, are of such a different value from other dabboes as he comes to calculate, whereas a dabboe ought to be a dabboe for which one should be able to pass everywhere at an equal exchange rate without being subject to so much hair-splitting; with the further remark that, although the demonstration in the marginal reply to the extract from the honored formal rescript of Their High Nobles dated the 27th of April last clearly enough demonstrates that

Dutch transcription

November 1798 en te betuijgen dan tot 178 3/9. en die van het volgende Jaen noch onafreekent, veel min gesequideert was en zij even wel op eige autorsteijt over„ gegaen waren als het waere op den nieu„ wen handel voor 1791. advances te doen onder betuijging van des vergaderings hoogste ongenoegen hier over, met vermaen om de zaek direct weder te brengen in zijn geheel, en indien zij zich ergens menke wilde bemoeijen het kantoor Concernee„ rende, dan lieven over te gaen tot het sluiten der boeken van 17 3/90: en het afzenden den zelve met de reekening der levenancie tot na het af„ loopen van den handel onder ult=o september J:o leeden, gemerkt dit beter zoude zijn dan Den 23 maen 1185. Den 23. „November 1790. maer over 'sComp:s geld en goed na welge„ vallen te disponeeren en de boeken en pa„ preven agter wegen te laeten te meer het doen van verstrekkingen op den nieuwen eisch daer en boven nog niet presteert eensdeels om dat zij bedienden noch geen Extract uit de Eijsschen voor dat Jaar nooodig„ -. „ hadden ontvangen, en ten anderen om dater geene verstrekkingen hoe genaemt gedtaen mogen worden, dan na voor afgaende ordre in qualificatie deezer vergadering op een n le behoorlijke voordracht van zaeken en ver„ tooning van de fundamenten waer op zulks zou kunnen en dienen te geschieden en den ge„ com: V November 1790. Binilipatram neern committeert en zoo wel als hunne opvolge„ ven inden tijd zal moeten strekken tot na„ richt en observantie. Vervolgens wierd getreeden tot de besorgne over den inhoud van de successive ontvan„ gene brieven van Bimilipatnam de datus 24. 25. en 26. der gepasseerde maend waer van eerst de duplicaeten en daar na hier be„ stelt zijn de origineele met de negotie pa„ pieren vande maenden Augustus en sep„ op de negotie Capieren gedispo„ tember J:o leeden, omtrend welke laestgem: documenten werd ter hand genomen de daan op door den hoofdadministrateur gemaekt aanteekeningen gelijk die met de daar op ge„ vallene marginale dispositie woordelijk Dan 23. hier 7 1187. Den 23. November 1790. Hier over ten hoogsten onge„ noegen te betuijgen. — en ten aanzien van het vev=s „staande zig te refereeren aande afgegaane remanques en or„ dnes vande vergadering tot liquidatie en vergoeding van dit agterstal alsvoorens en eenige angementen te treeden met opzigt tot den nieuven han„ del voor het Jaar 1796. Aldus gedaan en gearres„ teerd in 't Casteel geldria den 23 Nov: 1790. /:was geteekend:/ hier volgt Het Besluijt Aanteekening op Aanmerking op de de ontfangene passie„ nevens staande papieren „ren van Bimilipatnam Mendiend de opper„ 2. –. staat Reek: der hoofden tereprocheeren waar kleene Geld Cassa; als om geen onkost reek: bij de 1. d:o van aug:s en nevens staande staat reek: volgens de gebruijke geson„ „. „ „ Sept: 1790. afge„ den is slooten met een Res„ tant van pa/o 431:22:¾. off ƒ1943. 13. —. Niets minder de opper„ 4. –. Afreekeningen der hoofden te recommandeeren Cooplieden en wassers tot spoedige vereffening onder ult=o aug:s 1790. van de agter stallen den Coop„ groot pr/o6501. 19 7/8. off lieden, en wassers ƒ29258. 4. —. I: I: Hasz: Seck Palliacatta Den 19. ' Nov: 1790. /:was getee„ kend:/ P: E: v: Halm. 1 1 Aanmerkingen besluyjt om trend het niet zenden der onkost reekeninge der in as p=r gesondene Nelij- Den 23. Dan nadte mael gelijk behoorde neven de staetreeke„ ningen van voormelde maenden Aug=s en september, de onkostreekeningen van die maen„ zonder den niet gezonden zijn en men, dus zouse te weeten met wat inzicht zulks is geschiet, in het on„ zeekere is gelaeten omtrend de in die maenden ge„ vallene ongelden zoo is verstaen den secunee Domieux daer over ernstig te reprocheeren en te recommandeeren om in het vervolg om zich„ tiger te zijn nadien men het niet meer zallae„ ten bij convectien en reproches, maer alle zulke bedenkelijke verzuimen en onachtzaemheit gevoeliger straffen het zij met boeten of andere onangenaeme dispositien. — wat antshijven ns de e gi Jat aangaet de aenreekening van het kostende der voor dit Hoofd kantoor aldaer opgekochte nelij in dit voor Jaar ten bedraage van ƒ 2307: 17: 8. is verstaen ge„ November 1790. melde 0 1189. Den 23. November 1790. melde secunde aen te schrijven dat alhoe wel de Edele Hooge Indische Ragearing, bij rescriptie van den 17. p : augustus deezes Jaers de bedeelde inkoop na de daer van opgegeevene prijs, buijten de ongelden en in zonder heit de huur van het vaertuig dat ge„ dient heeft tot dies transport wel heeft gelieven te passeeren, men nu echter zeer twijffelt als eens nader vertoond word dat met die on„ vervolgen gelesen de zaek van 120. lb: nopias 2 3/16. of ƒ3. —. 8. komt te kosten, of Hun Hoog Edelhee„ den derwegen wel voldaen zullen zijn vooral 1 uit hoofde van die mij stenduese bereekening en betaeling in dabboesen tegen 70. stuks per ropij dat dt dus volgens schrijven van gem Dormieur ƒ ƒ bij eerstgem: brief van 24 october de 40: rop:s die de 100. parras 1 1 November 1790. der aabboesen. Den 23' parras kosten beliep op 2000 dabbeesen of 22 tab„ boeken ieder Parra dewijl men zelf niet genoeg„ zaem overtuijgt is waerom de dabboesen, als een Negotie penning, van een zoo verschillende waerde zijn met andere dabboesen als hij een komt te bereekenen daen de dabboeken dab„ boes behoorde te zijn voor dewelke men over al tegen gelijke cours diende te recht te kon„ nen geraeken zouden aen zoo veel hair rimarque omtrend de waarde klove vij subject te zijn, onder verdeere remanque dat alhoewel de aentooning bij de marginaile beantwoording van het Extract uit de geeerde formeele rescrip„ tie van hun Hoog Edelheeden de dato 27:' april laastleeden klaer genoeg aentoont dat

NL-HaNA_1.04.02_3878_1419 view scan ↗

English

1191 November 1790. The 23rd. that it would be extremely fair, for the relief of the Servants, to give out 216 dabboesen instead of only 168 for a pagoda, although against this stands the fact that this coin denomination has been brought under suspicion by Their High Noble Lordships of being minted too light, and thus upon the delivery of the copper for that purpose to the minters, the required quantity was not supplied, or that in coin thereof more dabboesen were demanded than a bhaar of copper yields, which among the community, according to the exchange rate and the few dabboesen that the Company's Servants enjoy for a pagoda, must certainly produce a considerable difference; regarding which the higher price of our copper upon delivery to the Mint, and the advance obtained thereby in the exchange, is of no consequence, except insofar as one calculates according to the agio with which the salaries are burdened, since one would say in other expenditures the recipient ought to receive the exact same dabboesen as strangers furnish for the pagoda, and consequently nothing above the value of our copper, if not more at least not less for a pagoda, can properly be obtained at the bazaar and elsewhere; wherefore it was also resolved to inquire of the said servants whether 16014 dabboesen that are delivered from the mint 1193. November 1790. The 23rd. from the mint for a bhaar of copper are equal in weight to 16014 pieces from others, and if so, why the Company's Servants lose 105 pieces or must furnish them in addition to the 168 if they wish to enjoy the value of a pagoda, since the 42¼ per cent with which the salaries are burdened calculates to no more than 61 dabboesen on the dabboesen in proportion to the pagoda. Furthermore, it was resolved, besides the aforementioned mark, to express satisfaction with the aforementioned marginal answer and the insertion thereof in the second's letter of the 25th of October aforementioned, as being consistent with the order and intention; and with regard to the satisfactory explanation ordered by Their High Noble Lordships from the chiefs concerning the complaints of the Ministers in Bengal over the incident with the ship Straalen, respectfully to bring to Their High Noble Lordships' notice for their discharge, while transmitting extracts from the letters upon which the aforementioned second Dormieux relies, his Remonstrance in that regard, namely that concerning the accident that befell the aforementioned ship on the 22nd of November 1788 there in the roads, they had on the 28th following rendered a detailed report to the Ministry of Bengal, 1195. November 1790. The 23rd. and dispatched the same both in original and duplicate per English tappals, of which also, according to custom, a copy was sent hither under their letters of the 24th of December of the same year, the aforementioned Second Dormieux further offering for his discharge an authentic copy of that report as it was drawn from the bundle of minute letters held at Bimilipatnam, requesting to acquit the servants of all negligence or dereliction of duty, as they had lived in the firm confidence that their original or duplicate report had been safely delivered in Bengal. The said Second Dormieux attempting to excuse himself with various specific pretexts, among others of illness, regarding the late dispatch of papers, it was resolved to put to him that in the future these will find no acceptance without a proper certificate from the surgeon, but that the transgression of orders in general and the failure to comply with recommendations, and consequently all late dispatch of papers, shall henceforth be corrected with fines, and if that does not help, more rigorously. For confirmation that the price increases granted to the merchants at Bimilipatnam in the year 1788 1197. November 1790. The 23rd. were duly and properly paid to the merchants in accordance with the contracts entered into in that regard, there was transmitted alongside the aforementioned missive a Translation of a Gentoo certificate granted by the merchants in that respect, reading word for word as follows: — Translation of a Gentoo Certificate passed by the Honorable Company's merchants of this Factory at the requisition of Mr. Johannes Marcus Dormieux, bookkeeper and second here, dated 24 October 1790. We the undersigned, Settelapittij Narsannacamaraoe, Oedatta Wenkappa, Wenketramasoe, Daatcherie Coermanna, acknowledge and declare hereby that since the re-establishment of the Honorable Company here and since some advance on the Company's behalf was made to us on the delivery of the linens until the year 1788, we have kept our mutual account with the Honorable Company on an even footing with very great difficulty; therefore, on account of the increasing loss on the sale of the cloves and the copper etcetera, as well as on account of the dearness of the linens, we through the chiefs

Dutch transcription

1191 ovember 1790. C Den 23. dat het tot soulagement der Dienaeren- ten uittersten billijk zou zijn, om 216. dabboesen in steede van maer 168. voor een pagood afte geeven echter noch daer tegen overstaet ƒ „ dat die Munt specie bij hun hoog Edelheeden . en verdenking gebracht is van te licht ge„ slaegen en dus bij afgave van het koper vervolg. daer toe aen de vermunters, de vereischte quantiteit niet verstrekt afte in specie van dezelve, meer dabboesen gevordert te zijn, dan een bhaar koper oplevert, het geen onder de gemeente nade wisselcours ende weinige dabboesen welke 'sComp:s Die naeren voor een pagood genieten gewis een „ 6d vervolg. Den 23 een aanzienlijk verschil moet opleveren dan waer omtrent de hoogene prijs van ons koper bij aflevering aen de Munt en het daer door be„ haelt advans, in de cours, niets doet ter zaeke dan, bij zoo verre men reekent na het op„ gelt waer meede de soldijen worden bezwaert, dewijl zoumen zeggen in andere, uitgiften, de genieten even dezelve dabboesen behoort te ontvangen als vreemden voor de pagood ver„ strekken en gevolgelijk niets botene waerde van ons koper, zoo niet meerder immars niet minder voor een pagoodt, ter batzaer en elders te regt konnen geraeken waer om tevens verstaen is gemelde bedienden af tevraegen of 16014. dabboesen die uit de Noteamber 1790. munt 1193. November 1790. Den 23 woorden van H: H: Ed:e Extracte. munt voor een bhaar koper worden afgele„ vert in gewigt even zwaer zijn als 16014 stuks van anderen. en als dat zoo is, waerom dat sComp:s Dienaaren 105. stuks verliezen of bij de 168. fourneeren moeten, willen zij de waerde van een pagood genieten nade„ mael de 42¼ p:r C:o waer meede de scldijen worden bezwaert op de dabboesen in proportie van de pagoot niet meer dan 61. dabboesen reekent Voorts is noch verstaen behalven de voorm: ven genoegen in t manginaale vermant„ marque genoegen te neemen met het voorsz: marginael antwoord en de insertie van dien bij des secundes brief van den 25 oc„ tober voormelt, als over een komstig zijnde met trend t voor val van t schip Straalen November 1790. Den 23'. wat hun Hog Eds te vertomen om, met de ordre en intensie, en ten aenzien van de door Huen Hoog Edelheeden geordonneerde fatisfacteire, verantwoording der opperhoofden op de klachten der Ministers in bengale over het voorval van het schip Straelen Hoog dezelve tot hunne decharge onder overzending van Extracten uijt de brieven waer op voormelden secunde Dorieur zich beroept eerbiedig ter ken„ nisse te brengen, desselfs Remonstratie dier wegen namelijk dat zij van het ongeval het voormeld schip op den 22. Nov: 1788. aldaer ter rheede overgekomen op den 28. daer aen naer gehouden is omstandig ver„ slag hadden gedaen aen het Ministerie van ben„ gale 1195. November 1790. E Den 23. „gale, en dezelve zoo in origineel als dupli„ ciet per Engelsche tappels verzonden, waer van tevens onder hunne schrijvens van den 24 December des zelvigen Iaers volgens „na gebruik een afschrift herwaerts was ge„ zonden, biedende voornoemden Secunde Dormieux ter zijner decharge verder aen een vervolg„ authenke copij van dat verslag zoo als dat uit de bondel der te Bimilipatnam brrus„ tende minut brieven was getrokken met verzoek om de bed:s vrij te spreeken van alle onagtszaemheit of plicht ver zuimin deeen, alzoo zij in het vast vertrouwen geverdeert hadden dat haer origineel of te du„ plicaat op zijn protesten van ziekte als Excu„ sen in't lat zenden van pasieorer hooging gesonden t Den 23. plicaet berieht in Bengale vijlig was bested geworden wal den socunit rant schrijven Gemelde Secunde Dormieur zich op verschei„ zichten de speciele pretexten onder anderen van Zak„ koo over te laeten afzending van Papieren trach„ tende te excuseeren, is verstaen hem voor te houden dat die in den aanstaende zonder een behoorlijk bewijs van den chirurgijn geen in„ gang zullen vinden maar dat de voortreeding ordres der aedens in het generael en het niet na„ van komen recommandatien gevolgelijk alle te laete afzending van papieren voortaen met boeten en zoo dat niet helpen wil rigoureu„ Ter gecorvigeert Worden. „de wat buij van debetaad spijpen Der bewestiging dat „ in den Jaare 1788. te bimilipatnam toegestaane verhoogingen van prijs November 1790 aen 2 1197. November 1790. Den 23. aen de kooplieden deugdelijk en naer behooren is betaelt over een komstig met de dirwegen aen„ gegaane Contracten nevens voorsz: missive zijnde overgezonden een Translaet van een Ientiefs be„ wijs door de kooplieden deswegen verleent luij„ dende van woord tot woord als volgt. — Translaat Eener Jen„ tiefse Certificaat door 'sComp:s kooplieden deezes Comptoirs op requisit van de Heer Iohan„ nes Marcus Dormieux boek„ houder en secunde alhier ge„ passeert in dato 24 october 1790. Wij ondergesz: Settelapittij Narsannaca„ maraoe oedatta wenkappa wenketramasoe Daatcherie Coermanna bekenne en verklaaren bij deezen dat wij seedert de herstelling van D: E: Comp: alhier en sedert dat ons eenige vooruijt verstrec„ king 'sComp:s weegen op de leverantie der lijwaaten gedaan is tot den Jaare 1788. met seer veel moeijte onse onderlinge reekening met D' E: Comp: op een efte voet hebben gaande gehouden Daarom hebben wij uijt hoofde van het toeneemend verlies op den verkoop der nagulen en het koper w=a als meede wegens de duurte der lijwaaten, door weegen den op„ perhoofden 6

NL-HaNA_1.04.02_3878_1426 view scan ↗

English

November 1790 The 23rd. what further was required in that regard. chiefs here requested and also, following the example of the offices of Jaggernaijkpoeram and Palicol, received an increase of three percent on fine Guinea, five percent on the Company's old assortment Guinea, and ten percent on common raw and bleached Guinea and salempores, which increase we have also duly enjoyed to our satisfaction since the aforementioned year 1788, in accordance with the contracts of contracting entered into successively here with the chiefs; underneath stood: Bimilipatnam, 29 October 1790; was signed: Settelajellij Narsanna, Camarasoe Oedatta Wenkappa, Nen Ketaramadoe, and Daatcherij Coermanna; underneath stood: for the translation according to the translation of the Brahmin Bolla Pregada Ramaaijen, Bimilipatnam, 24 October 1790; was signed: Fred:k Luther, Sworn Clerk. Thus, considering that this in itself may well serve as a declaration but does not satisfy what has since been required from here, after deliberation it is resolved to inform the aforementioned Secunde Dormieux that this proof can suffice, provided that it be corroborated with the receipted orders of the disbursements from the treasury, just as was written to the Jaggernaijkpoeram chiefs on 29 October last, and communicated to him, the Secunde, in extract on the 3rd of this month; and that the necessity of that price increase be further demonstrated and shown, no later than the coming month, for reasons contained in the extract resolution of the 22nd of this month, and that the circular regarding the provision of security for that increase was sent to the offices on the 24th, with orders therefore to comply with it upon its receipt without the slightest delay. Also having taken note of the contents of another writing translated from the Gentoo language of the joint Bimilipatnam merchants, serving as an accounting concerning the actual origin of their arrears, on which, as shown in the aforementioned letter by the Secunde Dormieux, they paid an amount of 257: 5412: 2. 1/8 in the last closed book-year, and regarding the remainder had bound themselves to settle the balance of the debt by the last of February next for one half and the last of August thereafter for the other half, pledging, according to the letter, all their possessions for this, far exceeding their debt, as well as their persons as security, which he, Dormieux, dared to promise would be fulfilled without fail, the writing itself reading as follows: November 1790. The 23rd. Translation of an accounting written in the Gentoo language by the collective Company's merchants here and submitted to Mr. Johannes Marcus Dormieux, bookkeeper and Secunde here, reading as follows: Upon the notification given to us by the Secunde here, Mr. Dormieux, that we should account in writing for our arrears to the Honorable Company, we now consider ourselves bound to declare further and in detail that, although the price increase granted to us in the year 1788 had considerably supported us in the collection of piece goods during that year, nevertheless, regardless of this advantage, we have unfortunately had to see all our applied trouble and efforts in the past year frustrated, to the extent that we were not only able to deliver but a small number of bales in fulfillment of the contract entered into by us, but on top of that, from the cash and merchandise received in advance, have remained indebted for an amount of Pagodas 11858: 22: 1/4. This has however not occurred through any improper or careless conduct on our part, nor on the part of our gomastas or agents in the weaving villages, but solely through the extraordinarily high price to which a multitude of collectors from all the foreign nations here on the coast had driven up the piece goods, not only by contracting under advance disbursements of large sums in cash, but also even through the eager purchase of the piece goods just as they came off the looms, whereby many of those who were contracted

Dutch transcription

ovember 1790 Den 23. wat verder nog derweegen gere„ quireerd werd. perhoofden alhier verzogt en ook naar het voorbeeld. der Comptoiren Jaggernaijkpoeram en Palicol ver„ kreegen eene verhooging van drie ten Honderd op't guinees fijn vijften honderd op 't guinees 'sComp: oude sorteering en tien ten Honderd op het guinees en salempooris gem: ruw en gebleekt welke ver„ hooging wij seedert het opgemelde Jaar 1788. ook deugdelijk naar genoegen genoten hebben over een„ komstig met de Contracten van aanbesteedigen alhier successive met de opperhoofden aange„ gaan /:onderstond:/ bimilipatnam den 29 octo„ ber 1790. /:was geteekend settelajellij Narsanna Camarasoe oedatta wenkappa nen ketaramadoe en Daatcherij Coermanna. /:onderstond:/ voor de oversetting volgens vertaaling van den Bramine Bolla Pregada Ramaaijen Bimilipatnam den 24. october 1790 /:was geteekend:/ Fred=k Luther Gesw: Scriba. — Soo is, aengezien dit op zich zelve als een declaratoir wel kan gelden maer niet voldoet aan het geen zeedert denwegen van hier is gere„ quireert, na overweeging verstaen voorm: secunde E beweijs Dovmieur te kennen te geeven dat dit boys vol„ staen kan, mits dat het geadstrueerd worde met de gequiteerde ordonnancien van de verstrekkingen uit Cassa E 1199. Den 23. November 1790: van de oorspronk hunner agterstal Cassa even zoo als men de Jaggernaijkpoeram sche opperhoofden den 29:' 8ber: passo aengeschree„ ven, en hem secunde op den 3. deezer in Extract gecommuniceerd heeft en dat de noodzaakelijkheit van die prijs verhooging nader betoogt en ge„ de monstreet worde, niet laeten dan in de aen„ staande maend, om reeden vervat bij Extract besluijt van den 22. deezer dat tot het stellen van cautie voor die verhooging, den 24 daer den. circulair na de kantooren is verzonden, met last derhalven op dies ontvangst daer aen zon„ der het minste verzuim te voldoen. — och zijnde gelet op den inhoud van een an„ diend geschrift der Binelisse hof der uit het Jantiessch vertaeld geschreeft der ge„ Zaemenlijk vervolg. Den 23 zaemenlijke Bimilipatnamsche kooplieden dienende tot een verantwoording wegens den eigenlijken oorsprong van hun Agterstal, waer op ze gelijk bij voorm: brief door den secunden Dormieux word vertooms, in het Jongst gepasseerde boekjaer een bedragen van 257: 5412:2. /8. en nopens het overige zich verbonden hadden om det restant der schuld met ultimo februarij aenstaende voor de eene en ult:o aug=s daer aen voor de andere helft te voldoen, stellende na luijd des briefs hier voor te pand alle kunne bezittingen, en allendeelen hunne schult overtreffende als meede hunne Persoonen tot verzeekering die hij Dovrnieur dorst belooven dat zonder fout zou volbracht wor„ den, lleijdende het geschrift zelve al„ November 1790: dus - 1201. November 1740. Den 23. Translaat eener verantwoor„ ding door de gezamentlijke 'sComp:s Kooplieden alhier in de Jentiefse taale geschreeven en overgegeeven aan de heer Johannes Marcus Dormieur. boekhouder en se„ cunde alhier luijdende als volgt OP de aan kondiging door den secunde alhier den heer Dormieur ons gedaan dat wij ons wegens onken agterstal aan de E: Comp: schriftelijk zouden verantwoorden, agter wij ons gehouden tans nader en omstandig te verklaaren, dat wel schoon de verhooging van prijs in den Jaare 1788. aan ons toe„ gestaan, ons merkelijk had ondersteund in den Jn„ zaam van lijwaaten geduurend dat Jaar nogtans hebben wij onaangezien dit voordeel alle onze aan„ geevende moegte en pogingen in den voorledene Jaare ongelukkiglijk moeten verijdeld zien in zo verre dat wij niet alleen een gering getal pakken in voldoening van het door ons aangegaane Con„ tract hebben konnen leveren, maar daar en boven uijt de voor uijtgenotene Contanten en koopman„ schappen een bedragen van Pagooden 11858: 22:¼. zijn schuldig gebleeven. — Ditt is egter niet geschied door eenige verkeerde of zorgeloose handelwijze van onze kant, nog van onze gommastas of gemagtigdens in de weef dorpen maar enkelijk door de bijzondene hoogen prijs waar op eene meenigte van Jnzamelaars uijt alle de vreemde natien hier ter kuste, de lijwaaten hadden doen stijgen, niet alleenig door aanbesteeding onder voor uijt verstrecking van groote sommen in Contant maar ook zelfs door den gneetigen in„ koop der lijwaaten zo als dezelve van de weesge„ touwen kwamen, waar door veel der geenen die het geveed dus.

NL-HaNA_1.04.02_3878_1430 view scan ↗

English

November 1790. The 23rd. having advanced ready money at the contracting, fell behind and during this year slowly began to recover their arrears. We had at that time received only little cash and all the rest of the advance made to us in merchandise, among which the most was in cloves and Japanese bar copper. The sale of the latter was made entirely difficult for us by the import of a large quantity of European sheet copper, which hereabouts was eagerly sold or minted for nearly 40 percent below the price of the Company's copper. For the cloves we could not find any ready buyer even at a twenty percent loss; thus we were forced, in order to prevent too great a loss, to send all the merchandise to our agents in the weaving villages, so as to distribute the same as far as possible among the head weavers in exchange for linens, which for a large part also succeeded, but with a very long delay in time. And because the foreign collectors had made their advances to the same head weavers, we could not be supplied by them in time enough to fulfill our commitment to the Company. Thus our aforementioned arrears stem solely from that which remained unpaid or unsold of our merchandise and from the loss suffered on the same, as well as on the delivered linens, which we had to purchase on equal terms with the foreign collectors, and especially the English, who paid fully ten percent more for the coarse weave than the Company allowed for the bleached, with the exception of the rejects and perforated pieces. But since the end of last year, this excessive greed of the foreign merchants 1203. November 1790. — The 23rd. chiefs to make compensation, and why. — merchants for the collection of linens having decreased here in this country from time to time, our agents have also gained the opportunity to settle our outstanding affairs as much as was feasible, whereby we have been enabled, as of the ultimate of February of this year, to pay 2136. 6. 1/2 pagodas in reduction of our previous year's arrears, and in the month of August last past 3335. 19. 7/8 pagodas, or in total 5472. 2. 7/8 pagodas; of the remaining arrears of 6386. 19. 7/8 pagodas, we have bound ourselves most strictly, for the settlement thereof, to pay off 25 percent with each delivery, and thus half by the ultimate of September next year and the other half at the latest in the month of August, or as much earlier as shall ever be possible for us, for the security of which we bind our persons and possessions. We hope, meanwhile, that this our accountability, consisting entirely in truth and being sufficiently known here in this country, will provide the required satisfaction and further bring us those favors of the Company which we, as its merchants, shall seek to earn through faithful dealings. Below stood: Bimilipatnam, the 24th of October 1790. Was signed: Tettelapillij Narsanna, Camarasoe, Oedatta Wenketaramadoe, and Datcherlie Coermanne. Below stood: For the transcription according to the translation of the Brahmin Bolla Pregada Rama Aijen, Bimilipatnam, the 24th of October 1790. Signed: Fred.k Luther, sworn scribe. Having deliberated thereupon and taking into consideration the order of the Honorable High Indian Government, already cited above, to take care, just as was ordered and written regarding Jaggernaikpoeram, continuation The 23rd. that here in the case of this one of Bimilipatnam, likewise, no damage is suffered, or that it should be charged to and answered for by this meeting, and that, moreover, all obligations of that nature seldom result in favor of the Company, but if necessary, are to be held and regarded as securities for the chiefs, not concerning the Honorable Company: so, furthermore, as one cannot occupy oneself on that account with such offers, and the Honorable High Indian Government, very recently, just as was done from here by circular letters of the 12th current regarding the arrears in general and the failure to liquidate with 1205. November 1790 The 23rd. the suppliers in particular, remarks with the most real justice that this, as the trade runs from one year into the other, must in the end turn out to be nothing but utterly harmful to the Company, unless one should provide against it in good time: so it is, in order to comply with Their High Respected intention and to maintain good order, after deliberation, resolved to have the arrears, according to the accounts sent thereof in the amount of 29258. 4. guilders, compensated by Chief Westhulius for 1/3, and by Second Dormieux for 1/3, and to write to the last-named to continuation Suppliers in the settlement. November 1790: The 23rd to count towards it in cash all that they can possibly bring together by or before the middle of the upcoming month, and for the remainder to bind and declare liable their persons, monthly salaries, and property, with orders to draw up a clear statement and inventory of the latter, under presentation of oath with the giving of security for the accurate accounting and payment; furthermore, under further remark made on the recent departure regarding the conduct of the suppliers, how little it seems to be the intention of the suppliers to satisfy the Company, although such is sufficiently evident from the Second's own representation, that in order to enable them to fulfill the aforesaid obligation, he to them in merchandise

Dutch transcription

„November 1790. Den 23. gereed geld bij aanbesteeding hadden voor uijt verstrekt zijn ten agter gebleeven en geduurend dit / Jaar lang„ zaamer hand hunne agterstallen beginnen en te krijgen wij hadden toen maar wijnig contant geld ontvangen en al het overige van de aan ons gedaane voor uijt„ verstrecking in koopmanschappen waar onder het meeste in nagulen en Japansch staaf koper. Den verkoop van het laaste wierd ons geheel be„ swaarlijk gemaakt door den aan voer van een groote meenigte Europasch plaat koper die hier om„ streeks greetig verkogt of vermunt wierd voor bijna 40 p:r C:o: beneden de prijs van 'sComp: Koper „voor de nagulen konden wij zelfs mettwintig p:r C:o verlies geene gereede kooper vinden dus wierden wijgenoodzaakt ter voorkoming van een al te groote schaade, alle de koopmanschap„ pen aan onze gemagtigdens in de weefdorpen toetezenden, ten zijnde dezelve zo veel mogelijk was te verdeelen onder de hoofdweevers in vervuijling van lijwaaten dat voor een groot gedeelte ook gelukte maar op een zeer langer uijtstel van tijd Endewijl de vreemde Jnzou krelaars hune voor uijt verstrecking aan de zelfde, hoofdweevers hadden gedaan konden wij niet teijdig genoeg door hen verzorgd worden om onze verbin„ tenis met de Comp: te volbrengen. Dus spruijt ons vooren gewaagd agter stal eeniglijk uijt het geen van onze koopmanschappen on voldaan of onverkogt gebleeven is en uijt het geleden ver„ lies op de zelve, als ook op de geleverde lijwaaten welke wij moesten inkoopen gelijkstandig met de vreemde Jnzamelaan die en in zon„ derheijd de engelschen voor het grof gewees nua tien p:r C:o duurder bettaalde dan de Comp: ruijm toesting voor het gebleekte met uijtsondering van de uijtschottten en gegaate stukken Dog sedert het uijt eijnde van verleden Jaar deeze al te groote geveetigheijd der vreemde han„ delaars e 1203. November 1790. — Den 23. hoofden te doen vergoeden en waar„ om. — delaars ter Jnzaam van lijwaaten hier te hande van teid tot teid verminderd zijnde, hebben on„ te gemagtigdens ook gelegendheijd gekreegen onze uijtstaande zaaken zo veel doenelijk was te verevenen, waar door wij in staat zijn gesteld onder ult=o februarij deeszes Jaars pag: 2136. 6. ½. te voldoen in mindering van onse voorjaarig agterstal en in de maand aug:s laastleeden psag: 3335. 19 /8. of in het geheele pagooden ƒ472. 2. 7/8. van de nog ten agteren staande / pag: 6386. 19. 7/8. hebben wij ons ten kragtigsten verbonden ter verevening derselve bij elke verstrecking 25. p:r C:o afteleggen en dus de helft, onder Ultimo 7ebr: aanstaande Jaar en de andere helft uijterlijk in de maand aug:s of zo veel eerder als ons immerdoenelijk zal zijn tot verzekering van welk wij onze perzoonen Bezittingen verbinden wij hoo„ pen intusschen dat deeze onze verantwoording als geheelijk in waarheijd bestaande en genoeg zaam hier te lande kenbaar de vereijschte voldoening zal gee„ ven en ons verders die gunsten van de Comp t bebren„ gen die wij als derzelver kooplieden door een trouw hartige behandeling zullen zoeken te verdienen /:onderstond:/ Bimilipatnam den 24. october 1790. /:was geteekend:/ Tettelapillij Narsanna, Camarasoe, oedatta wenketaramadoe en Datche„ rie Coermanne /:onderstond:/ voor de overzetting volgens vertaaling van den bramine Bolla Pre„ gada Rama aijen Bimilipatnam den 24. october 1790 /:geteekend:/ Fred=k luther gesw: scriba„ Daer op gedelibereet vn in aanmerking besuijt het gterstal door de opper„ gekomen zijnde de hier voor reets aengehael„ de ordre van de Edele Hooge Indiasche Re„ geeving om, even als met opzicht tot Jagger„ naikpoeram 1 vervolg Den 23. naijkpoeramt bevolen en aengeschreven is om zorg te dragen dat hier bij dit van Bimilipatnam meede gem: schaede worde gelieden of dat het zoi zijn tot laste en ter verantwoording van dee ze vergadering, en dat daer en boven alle verbianto„ nissen van dien aent zelden opbreenen in faveur van de Compagnie maer des noods, te houden en te beschouwen zijn als secuutiteijten voorde opperhoofden, de E: Comp: niet aen„ gaende: zo is nadermael men zich uijt dien hoofde met zulke aen biedingen niet op kan houden en welm: Edele Hooge Indische blegeering, nu Jongst even als van hier bij circulaire letteren van den 12. Courant is geschiet wegens de Agterstallen in het generaal en het niet liquideeren met November 179 de: 1205. November 1790 Den 23. de leveranciers in het bijzonden met de we„ zentlijkste reckmaetigheit aenmerkt dat dit, daer den handel van het eene Iaer en het andere loopt, ten laesten niet dan ten uijttersten schadelijk voor de Comp: uit„ vallen moest, ten waere men daer in noch bij tijds quame te voorzien zoo is vervolg om aan Hoog derzelven gerespecteerde intentie te voldoen en de goede ordre te handhaven na overweeging verstaen om het Agterstal volgens de daer van gezondene reekeningen ten bedraegen van ƒ29258. 4. te laeten vergoeden door het opperhoofd Wes„ den hulius voor 1/3. en door o Secunde Dormieur voor 1/3. en den laestgem: den te schrijven om daer H Leverancers in de venevening king. November 1790: Den 23 daar op in Costa te telen al wat zij met of voor miedig van de aenstaende maend met mogelijkheit konnen bijbrengen, en voor het restant verbinden en aanspreekelijk te verklaren hunne Persoonen maendgelden en goederen met bevel om van de laeste te formeeren een duidelijke staet en Inventaris onder presentatie van Eede met borgstelling voor de vichtige verantwoording En timarque nopenshet gedragder en betaeling daer en boven onder verdere re„ marcque hoe weijnig het der Leveranciers intentie scheijnd te zijn om de Comp: vogjit „ Gemaakt op de Jongst vertrek, te voldoen, alho zulks genoegzaem consteert uit des secundes vertooning zelve dat om hun in staet te stellen van aen de voorsz: ver„ bintenis te voldoen hij aen hen in koopman„ schappen

NL-HaNA_1.04.02_3878_1435 view scan ↗

English

1207. The 23rd of November 1790. Concerning this matter, to ask the Secunde seriously whether he had made a new provision of 6000 pagodas, whereas the aforesaid ƒ29258. 4. — was calculated to amount to just as much, or exactly 6501. 19. 7/8 pagodas; with a serious inquiry whether this does not smack of mockery or low regard for his Superiors, seeing that one must view it as such, and whereupon it is understood that this aforementioned provision is disapproved, and this disbursement is specifically to be charged to his, Dormieux’s, account, with a special order immediately to reimburse this sum into the Treasury, either through the recipients or by him, and to restore that matter entirely to its original state, with the remark that the addition—as if this provision had taken place in order, through a timely contracting, also to bring the usually demanded assortments into readiness for an early dispatch—is so arbitrary, premature, and unauthorized that, if anything should happen to fall short in the fulfillment of the aforesaid disposition, the consequences thereof will be made felt to him in another manner, and thus teach and convince everyone whom it concerns of the impermissibility and punishability of disposing of the Company's money and goods merely on one's own authority and discretion, and furnishing that to persons who from one year to the next show that they masterfully know how to achieve their aim and make it no matter of conscience to deceive the Europeans, if these, whether out of credulity or other bad motives, allow themselves to be duped in such a manner; at least that the argument of the Secunde regarding timely contracting completely loses its validity, since this cannot or may not happen upon supposition, without negotiation and qualification obtained thereto, all the more so as he has not yet received the Extracts from the Demand, according to which, and according to the pleasure of this Council, he should above all have waited, since all contracts must first be presented and, regarding them and the execution thereof, their orders and approval must be requested, with the order to let this serve as a rule and guideline for now and always. — Lastly, concerning the submitted request of the Surgeon there, Jan Smaasen, it is understood to consent to making a short trip hither in the coming year, however with suspension of salary and emoluments for the time that he is not present at his assigned post. Thus Done and Resolved in Castle Geldria at Palliacatta, date as aforesaid: /:signed:/ as before and November 1798 1211. Saturday The 27th of November 1790 In the morning, all present, except the Invoice Keeper and Dispensier Fredrik Willem Bloeme due to duties in the service. At the meeting convened specially for reading the common Resolutions of the 28th, 29th, and 30th of September, 2nd, 4th, 5th, 15th, 21st, and 25th of October, likewise the separate ones of the 27th and 29th of the last-mentioned month and the 9th of this month, after reading of which it is understood to conform thereto and to note that the extraordinary cases treated therein indicate of themselves that the past days were indeed necessary for drawing them up, and the secretary is thus justified for the non-literal compliance with what was specified, both concerning the Minutes and the Resolutions, by the decision of the 20th of this month. — Upon communication that the suppliers, after very much racking of brains and endless difficulties in declaring themselves and reaching a decision regarding the prices they were willing to give, namely: for the Powder sugar, which since the arrival of sugar at Madras had fallen to 11 to 11½ pagodas, for which it was withheld in the hope that the price would reach 12 pagodas the bahar again; spices, of which the nutmegs and mace were sold in small quantities of ⅛ or ¼ lb at extraordinarily high prices, but would fall as soon as it became known that they were supplied therewith, and because it usually caused a change, both to dispose of their own stock and to undercut others, so that there was no relying on it; offering for the nutmegs, cloves, and mace the prices determined up to now, provided that to 100 lb of cloves, 25 lb of nutmegs and 3½ lb of mace were added, in which case they would take thereof to the value of 4 to 5000 pagodas, and thought they would still barely manage with the loss they had to suffer on the cloves upon sale; and The Japanese bar copper, which costs the Company circa 90 pagodas the bahar, and of which 5 pagodas more was demanded for each bahar as duty upon export to the Duan, and an equal 5 pagodas per bahar for import at Madras, for which reason they could not take a large quantity thereof, as being sold at Madras at present at most up to 72 pagodas the bahar, causing them a loss of 28 to 29 pagodas, just as they also believe they can make no profit on The coffee, and for which they consequently could give no more than 23 pagodas the Bahar; it is, in order not to let the time slip away any longer in expectation of obtaining better and more favorable conditions, whereto

Dutch transcription

1207. Den 23 November 1790. Wat desent weegen den secunde sericus afte vragen probeerd. schappen een nieuwe verstrekking van 6000: pa„ goeden had gedaen daer de voorsz: ƒ29258. 4. —. ge„ noeg zaem zoo veel ofte Juist 6501. 19. 7/8. pag: bereekent; met serieuse afvraeging of dit niet zuvemt na spotternij met of laege geduchten van zijn Gebiederen gemerkt men het zoo beschouwen teerens moet, en alwaer omme te ans, verstaen is deeze gemelde verstrekking gedisap„ afgave bijzonderlijk te laaten voorreekening order van hem Dormieuren met speciaele onderom „om „deaze som het zij door de genieters het zij clvar de genieters het zij door hem onmeddelijk in Cassa te rembourseeren en die zaek weder in zijn geheel te stellen, onder remarque dat de bij, onder welke remarque. — voeging als ware deeze verstrekking geschiet om ook door een tijdige aenbesteeding de gewoonlijk gevordert vervolg November 1790 Den 23 „gevordert wordende sortementen tot eene vroege verzending ingereetheit te brengen: zoo arbi„ trair voorbaerig en ongequalificeert is dat bij aldien er maer iets mocht komen te nape„ nen aen de voldoening van evengemelde dispositie men de gevolgen daer van, op eene andere wijze aen hem zal doen gevoelen en dus een iester die het aengaet leeven en overtuijgen van de ongeoorlooftheit en straf„ baerheit van maer op eige authoriteit en goeddtunken, over 'sComp:s geld en goed te disponeeren en dat te fourneeren aen per„ soonen die van het eene Iaer na het andere toonen dat zij meesterlijk haer oogmerk weeten te E 1 November 179 Den 23 te bereiken en het geen consientie werk reeke„ nen de Europeers te bedriegen, zoo deeze, het zij uit ligtgeloovigheit of andere slegte in„ zichten zich, op zoo een wijs bedotten laeten althans dat het argument van den secur„ de van tijdige Ambesteeding ten eenemael zijn kracht verliest, door dien dit niet vervolg„ kan of mach geschieden op suppositie, zon„ der onderhandeling, en daer toe erlangde qualificatie te meer den zelven noch ook noch niet heeft ontvangen de Extracten uijt den Eisch, waer na en na het 1 goedvinden deezes Raeds hij voor al had moeten wachten - „ nadien alle contracten eerst moeten Chinurijn Smaasen ben pint togtje gepermitteerd. Met Stilstand van gage Den 23. moeten voor gedraegen en op de zel„ ve en uijtvoering van dien haar or„ dres en welbehoogen dient verzockt te worden, met last om dit voor nu en altoos, ten regel en vichtsnoen te laeten strekken. — Laestelijk as verstaen in het voorge„ draegen verzoek van den Chirurgijn aldaar Ian Smaasen, om in het aen„ staende Iaer een springtogtje herwaerts te doen te consenteeren, edoch met stilstand vangasie en emolumenten voor den tijd dat hij zich niet op zijn bescheide post komt te bevinden. Aldus Gedaan en Gearrestert n't Casteel Geleriu te Palliacatta dato voorsz: /:geteekend:/ als voor en November 1798 1211. Saturdag Den 27:' November 1790 diverse resolutien. — der geschiet a Smorgens, alle present, behalve de Factuur houder en Dispensier Fredrik willem Bloeme mits occupatien in den dienst. Os de vergadering belegt speciael Resamten offe bete van tot het leezen der gemeene Resolutien van den 28. 29. en 30. September, 2. 4. 5. 15. 21. en 25. october item de aparte van den 27. en 29. der laest gem: en 9. deezer maend na lacture van dewelke is verstaen zich daer meede te conformeeren en te noteeren Amnotatie waar om dit niet ler„ dat de extra ordinaire gevallen bij dezelve verhandelt als van zelve aen wijzen dat tot de instelling derzelve de gepasseerde dagen Gedaan bod eijndelijk door de koof„ blieden voor de Coopsmansz: November 1790. Den 27. dagen wel nodig geweest zijn en de secretaris dus verantwoord is voor de neet letterlijke nako„ ming van het benaemde zo wegens de Notu„ len als de Resolutien bij besluijt van den 20. deezer. — Op communicatie dat de levenanciers na Zeer veel hoofdbreeken en eindelooze Zwae„ righeeden om zich te verklaeren en tot een be„ sluijt te komen omtrent de prijzen die zij ge„ zint waren te geeven namelijk. voor de Poeder stuker, als zedert den aenbreng te Madras van suiker gedaelt tot 11: â 1½ pa„ gooden waer voor ze wierd opgehouden in hoop dat de prijs weder zou reiken 12 pag: de bhaer „ spicerijen waer van de nooten en foelij bijkleene quanti„ teiten van /%: of /¼ l:t tegen ex tra hoog prijzenverkocht wvinden doch 9.0. „ 1213. November 1790. Den 27. doch daelen zouden, zoo dra men te weeten kreeg dat zij daer van waren voor zien en wijl het dan doorgaens eene venande„ ring veroorzaekte zoo om eige voorraed van de hand te zetten als om anderen en hun ondersteek te doen immers dat er geen staet op was te maeken biedende voor de nooten vervolg nagelen en foelij de tot nu toe bepaelde prijzen; mits bij 100. lb: nagelen 25. „ nooten en 3½. „ foelij gevoegt wierden wanneer zij daer van zouden neemen ten waerde van 4. à 5000. pagooden, en vermeenden noch nauwelijks te zullen uit komen met de schaele die zij bij verkoop op de nagelen ondergaen moesten, en Het November 1790. Beslugt ze aftestaan op verstekking voor 1igk en waarom. Den 27:' Het Iapansch staef koper dat bij de Compagnie circa 90. pagooden de bhaer te staen komt, en waer van voor ieder bhaer noch 5. pagooden voor gerech„ tigheit bij den uitvoer aen den Duan, en ge„ lijke 5. pagooden per bhaer voor den invoer - te Madras afgevordert wierden en waer om zij daer van geen groote quantiteit kon„ den neemen, als thans te Madras op zijn hoogst tot 72 pag: de bhaer verkocht wordende hen een verlies van 28. â 29. pagooden veroorzaekte gelijk zij ook vermeenen geen zeide te kunnen spinnen bij De koffij, en waer voor zij dien volgende niet meer konden geeven dan 23. pagooden de Bhaer zoo is, om de tijd niet langer te laeten verloo„ ven gaen in verwachting van betere affa„ vorabeler conditien te zullen verkrijgen waer toe 1

NL-HaNA_1.04.02_3878_1443 view scan ↗

English

1215. November 1790. — The 27th. although the prospect is currently very disadvantageous, which might still merit some consideration if one had a larger stock of nutmeg and mace, in which case, owing to the scarcity and demand for both of these kinds of spices, there might still be a chance for more advantageous conditions; whereas, on the contrary, there being only a small stock of 829½ lb of nutmeg and 154 lb of mace on hand, one would strive for that in vain, and meanwhile delay one thing with the other; after deliberation on what is stated above, in accordance with the proposal of the Honorable, Respected Lord Governor, it has been resolved to consent to the offer of the merchants, provided that, in the manner aforementioned, the spices and the Japanese bar copper are ceded at the old prices, and the remaining articles at the following prices. — Continuation November 1790.— The 27th. The Powdered Sugar at 12 per bhaer Coffee beans at 23 per bhaer Pepper at 50 per bhaer Camphor at 125 per bhaer to serve as a reduction or discount on what must be provided to them for the delivery of return goods for 1791, regarding which the merchants testify to have agreed among themselves to divide into groups as follows: Ragoe wengata Rama Chittij, Ekoeloe Annam Boddelij Chattij, Molingaletjema Chittij, and kansela obloe Chittij in one group, and Meddhawandavasa Chittij and wengeta kist nama Chittij in the other group; thus the tender memoranda and the contract for providing the required return goods are to be drawn up in two-thirds and one-third shares and signed shortly. — Thus done and resolved in the Castle Geldria at Palliacatta, on the date aforementioned. / signed: / as above AClaes Agreed. Secretary N 8. 1st part

Dutch transcription

1215. November 1790. — Den 27. toe tegenwoordig het voor uitzicht zeer on voor deelen is dat noch eenigzints aenmenking zoude verdie„ nen hadde men een ruimer voor raed van nooten en foelij wanneer om de schaersheit en gewildheijd van bieden deeze zoort van specerijen en noch kans zoude zijn tot avantagieuser voor waerden daer het tegendeel extervende of maer een geringe voorraad vervorlg„ van 829½ lb: Nooten en 154. lb: foeli aen han„ den zijnde men te vergeefsch daer na trachten, en intusschen het een met het ander ophouden en zoude, na overweeging van het geen voorsz: staet conform de propositie van den E: E: achtb: Heer gezach„ hebben verstaen, om in de aenbieding den kooplieden te bewilligen, mits dien invoegen voormelt despe„ cerijen en het Japansch staef koper afte staen te„ gende oude, en de overige articulen tegen de vol„ gende prijzen. — vervolg „November 1790.— Den 27. De Poeder Zuiker â pr/o 12. de bhaer 23. „ „ „ koffij boonen „ „ 50. „ „ 125. „ „ kamper - - - - „ „ om te dienen in mindering ofte dikonte van het geen aen Hen moet worden verstrekt op levervancie van Retouren voor 1791. en waer omtrent de kooplieden betuigen met elkander over een gekomen zijn om zich te verdeelen als volgt; Ragoe wengata Rama Chittij Ekoeloe Annam Boddelij Chattij, Molingaletjema Chittij, en kansela obloe Chittij in de eene, en Meddhawan„ davasa Chittij en wengeta kist nama Chittij in de andere ploeg dus de aenbesteedings memorien en het Contract ter bezorging van de benodigte detou„ ven tot twee en een derck deel opgemaekt en ten naesten staet geteekent te worden. — „ Peeper - - - - „ „ Aldus Gedaan en G'arresteerd in 't Casteel geldvie te Palliacatta, dato voorsz: / geteekend:/ als voonen AClaes Accordeerd. Sec:s: „ E N 8. 1. deel

← previous