VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3880

Ceylon · 904 pages · 196 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3880_0790 view scan ↗

English

J. Linde is the aforementioned resolution of the 24th of this month, to commission two members from the Ceylon government, in order to take cognizance, in the presence of the Honorable Dessave of Colombo assisted by a sworn clerk, of the indications requested therein from Mr. Sluijsken. Article 9: On the spot itself, as is demanded of me in this matter, I cannot well point out what they actually seem to want to know, namely whether the cultivated cinnamon is of less virtue than the other cinnamon grown on the same soil and under the same circumstances. I repeat, this pointing out is not well feasible, because all trees must reach a certain age before one can judge the taste of their bark, and even then one misjudges oneself; this is evident from such reports as we have successively received about this from Europe, and because three kinds grow alike in these gardens, as has been shown more broadly in my previous reports, it is not well to distinguish on the tree itself, when it reaches a certain age, to which of these three classes it belongs; naturally, however, greater care, such as among other things watering, makes the tree grow up more quickly. This at least has appeared to me on all occasions, and further the reasoning in this rests on chemical and botanical notions which I have adopted, as I have already said in previous reports, from a certain botanist Thunberg, who is now professor of botany in Upsala, and who roamed around the country here with me at the beginning of the cultivation. I also further request that this article may be assigned for investigation to someone more skilled in chemistry than I am. Examined Regarding the assertion of Mr. Sluijsken at paragraphs 17 to 20 inclusive, in his report of the 26th of December 1787, namely that the cultivated cinnamon does indeed grow up in a short time through watering and gives much foliage, but that not enough oil is produced therein to provide the bark with a corresponding taste and strength, it must be investigated whether the cinnamon that has been cultivated is of less virtue than the other cinnamon grown on the same soil and under the same circumstances; you must request the Commander Mr. Sluijsken to point out where His Honor found this to be so, and whether the watering of the young plants as is done, according to what was noted down in the resolution of the 14th of February 1788, has in any respect an influence on the lesser or greater virtue of this cultivated cinnamon when it has grown to the necessary size to be peeled. 365 Article 10: This, as stated above, having been personally requested by me in a report that this might be done by a Native Commission, and through this it can now be further investigated, I believe I may assume and assure myself that if this investigation is carried out with sincerity, one will find in many places, among others at Kosgamme in the Hewagam Korle and no less in the Hinakorle, that this, alas, all too much occurred not out of malice, but out of ignorance and to pass for a good planter. Examined Concerning that which is found in the report of Mr. Sluijsken of the 26th of December 1787, paragraph 31, it having been remarked by the Ceylon government that the indication made therein ought to be investigated, and that this should take place in the presence of a commission as soon as Mr. Sluijsken had declared whether he could point out where and by whom bad cinnamon has been planted, their High Mightinesses have thereupon ordered in the aforementioned very esteemed missive, paragraph 52, to have this so positive assertion proven, because the matters that form the subject thereof are of so much weight that one cannot investigate them enough. This must therefore also on this occasion be investigated on the spot itself. Article 11: If bad sorts are found in the cinnamon gardens, I accuse no one of this as a malicious planter. This I have already detailed sufficiently in my reports; neither do I accuse any native regents, as appears from my last submitted report of the 23rd of this month, in which I call all native regents to witness how it will appear upon investigation that in the beginning of the cultivation bad sorts were planted among the good plants. I have already pointed out here above how this matter was handled improperly out of ignorance with good intentions, and have therefore already indicated in my submitted petitions how I thought that one should be cautious in the future regarding the planting. That here and there an occasional tree of bad cinnamon is found is very possible. The seed thereof can even be dispersed by the birds. One finds just such bad cinnamon in the woods that are gradually cleared, and one causes these, as well as the bad cinnamon of which here and there a tree is found, to be eradicated. What it comes down to here is whether one, from what is generally found of this, ought to draw a disadvantageous conclusion with respect to the native regents who oversee this work and under whose eyes this happens, as well as to the disadvantage of such private individuals.

Dutch transcription

J : Linde is het voorsz: besluit van den 24. deezer, om twee leeden uit de Ze ceilonsche regeering te kom„ ond mitteeren, ten einde ten over„ staan van den E: kolombose d dessave geassiesteerd van een ter gesw: klerk kennis te neemen op van de aanwijzingen die daar bij van de Heer sluijsken zijn in gevraagd. Art: 9: Op de plaats zelve zoo als in Betreklijk tot de sustinue van in deeze van mij gevordert word, de Heer sluijsken bij § 17. tot 20. het kan ik niet wel aanwijzen, het in geen men eigentlijk schijnt te wie in klusive, bij zijn berigt van Ik len hebben, namentlijk of de den 26. xber: 1787. dat nament„ art kaneel die aangeplant is min„ hier der deugdzaam is als de overige lijk de aangeplante kaneel de kaneel op dezelvde grond, en on„ wel door het bewaateren in der dezelve omstandigheeden is opgegroeid. korten teid opgroeid, en veel. Ik hersegge deese aanwijzing is niet wel doenlijk, wijl alle boomen zee „ loof geeft, maar daar in ker ouderdom moeten hebben voor dat men over de smaak van hun geen olie genoeg word voortge„ ne bast kan oordeelen, en dan nog bragt om aande bast een zelve mis gist men zig, dit blijkt uit zoodanige narigten, die wij volgende smaek en kragt daarover successieve. uit Europa hebben ontvangen, en wijl drie te besorgen, moet worden derlij ondersogt Nagezien 365 sen, Ik hadde bij mijn laatste „derlij zoorten in deese thuinen ondersogt, of de kaneel die aan„ gelijk opgroeijen, zoo als zulx geplant is, minder deugdzaam bij mijne vooriege berichten bree„ is, dan de overige kaneel op de„ der is aangetoond is niet wel te onderscheiden aan de boom zelve, zelvde grond, en onder deselv„ wanneer hij tot zeekere Jaaren komt onder wat zoort van deeze de omstandig heeden, is op ge„ drie classen hij gehoord, natuurlijk groeid moeten uE: den Heer kom„ is het agter dat meerdere zorge zoo als onder anderen het bewae„ teren den boom spoediger doen mandeur sluijsken versoe„ opkoomen. Dit is mij ten minste in ken om aante wijzen waar alle geleegenheeden voorgekoomen, en voorts steunt het resonnement zijn Ed: dat zoodanig bevonden in deeze op Gimi en Botanike kundige begreppen, die ik hebbe heeft en dat het bewaeteren overgenoomen zoo als ik reeds bij voorige berichten gezegd hebbe der Jonge planten zoo als van zeeker Botanikus Thum„ van beerg die thans professor Botaniek dat gedaan word, volgens het in up zal is, en met mij hier in aangeteekende ter resolutie het Land heeft rondgesworven in den beginne der aanplanting van den 14. febr: 1788. in eenig Ik verzoeke ook voorts, dat dit opzigt van in vloed is op de artikel ter ondersoek aan gemi„ kundiger dat dan ik mooge wor„ mindere of meerdere deugd de opgedraagen. van deeze aangeplante kan„ neel, wanneer ze tot de noo„ dige groote is opgegroeijd om„ te worden geschild. n Dit is zoo als hier vooren bekend Nopens het geen men vind bij staat, door mij personeel bewee„ het bericht van de Heer sluijken Art: 10. berigt van Jze linde berigt versogt dat zulx door van den 26. december 1787. § 31. een Inlandsche Commissie mog bij de Ceilonsche regeering ge„ te geschieden, en door deesen Z kan het nu nader ondersogt remarkeerd zijnde, dat de aan„ worden, Ik geloove te moogen wijzing daar bij gedaan, behoorde veronderstellen en mij versee„ kerin dat in gevalle dat te worden ondersogt en dat dit bi ondersoek met hertelijkheid geschiedt, men op veele plaats zoude geschieden ten overstaan 0 on onder anderen op kosgam„ van een kommissie, zoo dra b me in de Hewagam Corle en de niet minder in de Hinacorle de Heer sluijsken zoude heb„ zal ondervinden, dat dit lij„ ben verklaard, of hij konde 20 der maar al te veel niet uit kwaadwilligheid maer aan wijzen, waar en door wien 2 uit onkunde en om voor een te goede planter te passeeren heeft slegte kaneel is aangeplant, d v is door Hunne Hoog Edelheeden 0 daarop bij voorsz: zeer g'eerde 90 de missive parragraeph 52. gelast„ 00 om deeze zo positive asertie ad te doen bewijzen, wijl de zaa„ ken die daar van het onder„ werp maaken van zoo veel gewigt zijn, dat men die niet genoeg ondersoeken kan. Dit moet mids dien ook ter deezer geleegentheid op de plaats zelvs worden on„ versogt plaats gehadt. 1 Art: 11. Nagezien 366 zoo er in de kaneel thuinen Dat men hier en daar een en„ slegte zoorten worden bevonden, kelde boom kwade kaneel beschuldig ik niemant daar van als een kwaadwillige vind, is zeer moogelijk. De aanplanten. Dit heb ik reeds bij mijne berichten genoegsaem raad daarvan kunnen zelvs gedetailjeerd, Ik beschuldige door de vogelen worden ver„ ook geene landregenten, dit blijkt bij mijn laast overgelegd sprijd. Men vind even zulke bericht van den 23. deeser waarbij ik alle landregenten tot getuige kwaade kaneel in de bosschen roepe, hoe dezelve bij ondersoek die gaande weg worden schoon„ zal blijken, dat in den beginne der aanplanting slegte zoor„ gemaakt, en die doet men, ten onder de goede vruchten zijn zoo wel als de kwade kaneel aangeplant. Ik hebbe hier voo„ ven reeds aangeweesen hoe hier waar van voorts hieren daar omtrend door onkunde met een boom gevonden word, uit goede gedagten kwalijk is gehan„ delt geworden en hebbe daarom roeijen. Het geen waarop het ook alreeds bij mijne overgelegde hier aankomt is of men uit adressen aangeweezen hoe ik het meende dat men in den vervol„ geen hier van over het alge„ ge voorsigtig omtrend de aan„ planting moeste weesen; meen gevonden word, een na¬ deelig besluit zoude moeten opmaaken ten aansien vande„ Land regenten die dit werk bestreven, en onder wiens oog dit geschied, als meede ten nadeele van zulke partiku„ Art: 11. „lieven t

NL-HaNA_1.04.02_3880_0794 view scan ↗

English

van der Linde those who have planted on their lands for their private account, or also on lands granted to them for that purpose, for the benefit of the Company's cinnamon; as well as in particular, whether one can apply more oversight and better resources against these inconveniences than is currently done. Article 12. That the natural plantation suffers much, I believe I have already pointed out to this commission at the moment we found ourselves on swampy and watery lands. One sees here before how the cinnamon peelers themselves acknowledged the lesser, indeed even the poorer quality of this ground. According to the reports we received there, various plantings had been made on it, of which the trees repeatedly died off, and thus new ones were also repeatedly planted. Regarding the dead ones, it is judged that they could not possibly have come up in their native soil. As for the one-third portion that must be planted with cinnamon, and the remaining two-thirds with coconut trees, this can easily be investigated. Meanwhile, it also appears from the answer of the cinnamon overseer Spittel that I held the same view as him in this regard. I consider this especially because it is inherently grounded in the nature of the matter itself, and his answer in this regard rests and relies on experience. What I have otherwise pointed out concerning this appears here before in the indication that so many young coconut trees have been planted in the heart of the designated cinnamon region called the Mahabadde. I have already made my thoughts on this known in previous reports, and also at this moment to this Commission. Regarding what was related by Mr. Sluysken in paragraphs 20 to 33 of his aforesaid report of December 26, 1787, that the natural plantation takes much time due to the granting of lands for the planting of one-third with cinnamon, while the two best parts are planted with coconut trees, and so forth, their High Excellencies in paragraph 53 of the aforesaid, Examined. highly esteemed missive ordered this to be further investigated. If one assumes that lands can be granted to the extent that Mr. Billing successively requested in his reports, on the condition of planting one-third with cinnamon and two-thirds with coconut trees, it is certainly better to accept the one-third for planting with cinnamon than with coconut trees. However, my fear of diminishing the cinnamon area and the actions that will take place in connection with it, From old times, according to the standing orders, the high lands of the Company, when they are found to be alienable, are granted to petitioners to plant them with coconut trees, on condition that one-third of the plantation shall be for the Company. It must therefore be investigated, Article 13. have caused me to say in this case that if lands had to be surrendered on that condition, at least the one-third on which cinnamon would be planted might be separated from the other two-thirds that will serve for the planting of coconut trees. This proposition again rests on what I have repeatedly stated in my previous reports to preserve the cinnamon area, because I fear that in the course of time the one-third planted with cinnamon will be absorbed by the coconut gardens. investigated whether the condition of having such lands planted for one-third with cinnamon is in any respect more disadvantageous than to plant them entirely with coconut trees on condition that one-third of them shall subsequently be for the Company, or in what the supposed disadvantage actually consists. Article 14. Regarding what was written by Their High Excellencies in paragraph 54, that Mr. Sluysken spoke only of the achievements of the private inhabitants in cinnamon cultivation, and on the other hand remained silent about what is done for the account of the Company, it was noted by His Honour in his report of the 22nd of this month that the extent of the work is too large for His Honour to be able to inspect. To fulfill these four articles, I hope to be personally excused, and I think, in the hope of a favourable interpretation, that it is also not necessary for this to be done by me, especially since a large part of these regions has been visited by me successively and again recently. The improvement that I Article 15. To inspect everything that has been carried out for the account of the Company would certainly be a work of great consequence, but the Colombo Mahabadde begins close to the Castle. There are also many parcels of land cleared and planted for the Company in that vicinity of Colombo on both sides of the road to Kotte. The Mattegoda is likewise nearby, and there too a large parcel of land has been cleared for the account of the Company, and where it has been necessary, planted so far as van der Linde that has been possible up to now. The Mahabadde of Moratuwa is also only a few hours from here, and consequently the inspection thereof can easily take place. Article 16. All these mentioned lands lie close by, and thus the indication of whether the work carried out at those places for the account of the Company requires any change or improvement, and ought to be managed according to other rules than currently happens, can easily take place. Article 17. What has been carried out for the account of the Company cannot be compared in size and extent to what has been done by private individuals. might judge regarding this and in general, I shall respectfully write in reply below, and thereby point out what I consider regarding certain lands in the Mahabadde and in the remaining regions. Examined.

Dutch transcription

Jze Linde lueven die op hunne gronden voor hunne besondere reek:, of ook gronden die hun ten dien einde gegeeven zijn, ten behoeve van de komp:s kaneel hebben aangeplant, gelijk ook in zonderheid, of men meer toesigten beeteere hulp middelen kan te werk stellen teegens deese ongemakken, dan thans geschied. Art: 12. Dat de natuurlijke aan plan„ Op het gepasserde door den Heer ting veel komt te leiden, meene ik aan deeze commissie reeds. sluijsken bij §20. tot 33. van te hebben aangeweesen, op het voorm: zijn berigt van den moment dat wij op sompige en wateragtige gronden ons be„ 26. xbar: 1787. dat de natuurlij„ vonden, men ziet hier vooren ke aanplanting veel tijd door hoe door de kaneel schillers zelve de mindele, Ja zelvs de afgaave van Landen ter slegtere deugd van deese grond erkend wierd hier op waaren aanplanting van 1/3. met kan„ volgens de berichten die wij daar kreegen verschiede aan„ neel, wijl de twee beste deelen plantingen gedaan waar van worden bepland met kokus de boomen telkens waaren b uitgestorfen, en dus ook tel„ boom en &=a hebben hunne kens weeder nieuwe waaren Hoog Edelheed: bij § 53. van aangeplant De verstorvene beoordeelt voorm: Nagezien 367 beoordeelt men op dezelve niet in voorm: zeer g'eerde missive haare moeder aarde moogelijk gelast dit nader te laaten zoude zijn opgekoomen. wat ove„ vigens het een derde deel betreft onderzoeken dat met kaneel moet aangeplant worden en de overige 2/3. met ko„ kerboomen zal gemakkelijk konnen onderzogt worden, in tus„ schen blijkt zulx bij het antwoord van de kaneel op zigter spittel almeede dat ik daaromtrend met hem van een gevoelen was; Ik uE't besonder om dat het inde natuur van de zaak zelve legd opgeslooten, en zijn antwoord in deese, steunt en rust op ondervin„ ding, wat ik overigens hier omtrend aangeweese hebbe, blijkt hier vooren bij de aanwijzing, dat er zoo veel Jonge kooker boomen in het hart van den geteegenden Landstreek der kaneel de Marren„ daan genoemd aangeplant zijn, mijne gedagten daar voor hebbe ik reeds bij voorige berichten en ook op dit moment bij deese Com„ missie te kennen gegeeven. Wanneer men verondersteld van ouds volgens de leggende dat er zoo ruimschoots als orders worden de Hooge landen den Heer Billing bij zijne suc„ cessive beriehten verzogt heeft van de komp: wanneer ze op een derde ten aanplanting afgeeflijk bevonden worden, van kanneel en tweederde ko„ kerboomen, gronde kunnen aan de versoekers om die afgegeeven worden, is het zee„ ker beeter met kaneel het met kokus boomen te beplan„ een derde ter aanplantingte ten. , afgeeven op konditie aksepteeren, dan met koker boomen, dog mijne vrees voor dat eenderde van de aan„ het verminderen van het kaneel planting, zal zijn voor de bestek en de handelingen die daar bij zullen plaats krijgen, komp:t Het moet dus worden Art: 13. hebben ondersogt J D Linde hebben mij in dit geval doen zeg„ ondersogt, op de konditie om gen, dat ingevalle er gron„ zulke Landen voor 1/3. met kan„ den op die konditie moesten worden afgestaan ten minste neel te doen beplanten in eenig het eene derde waarop kaneel opzigt nadeeliger zij dan om zoude worden aangeplant mog„ te verwijdert worden, van de die in steede van dien, geheel andere twee derdens, die tot het aanplanten van kooker met kokos boomen te beplan„ boomen sullen dienen, en deese ten op konditie dat daarvan stelling steunt alweeder op het geene ik meermaale gezegd vervolgens eenderde zal zijn hebbe bij mijn voorige berigten voor de komp: dan wel waar om het kaneel bestekte kon„ serveeren, wijl ik vreese dat in eigentlijk het vermeende na verloop van toid het een derde aangeplante kaneel bij nadeel bestaat. de kokerthuinen zal insmelten Art: 14. Op het geschreevene door Hun„ ne Hoog Edelh: bij § 54. dat de Heer Sluijsken alleen gesprooken heeft van de verrigtingen der partikuliere ingezeetenen in de kaneel kulture, en daar en teegen heeft gesweegen van het geen voor reek: van de komp: word gedaan, is door zijn Ed: bij desselvs berigt van den Ter voldoening van deese 22. deeser aangemerkt dat de vier uit gestrek Nagezien 368 hierom d uit gestrektheid van het werk vier artikelen te groot is om door zijn Ed: hoope ik personeel te kunnen worden nagegaen geexkuseert te worden, en denke ik onder hoo„ Art: 15. pe van gunstig wel„ om alles te bezigtigen wat duijding ook niet voor reek: van de komp: ver„ noodig te zijn, dat rigt is, zoude zeekerlijk een door mij geschied, en werk van groote nasleep wel besonders wijl zijn, dog de kolombosche een groot gedeelte marren daar begint kort deezer Landstrieeke bij het kasteel. zoo leg„ successive en nog gen er ook veele voor de kortelings door komp: gezuijverde en beplan„ mij zijn besogt te stukken gronds in dien geworden, de verbee„ omtrek van kolombo aan tering die ik weerskanten van de weg na kotta. De mette godde is ins„ gelijks digte bij, en daar is ook een groot stuk gronds voor reek: vande komp: schoon, gemaakt, en daar het noodig is geweest beplant voor zoo verre Jze inde verre dat nog toe heeft kun„ nen geschieden zoo is ook de Martendaan van Morottoe maar eenige wijnige uuren van hier, en kan midsdiende besigtiging daar van gemak kelijk geschieden. Art 16. Alle deese genoemde gronden leggen digte bij, en kan dus de aanwijzing op ook het verzigte werk op die plaatsen voor reek: van de komp: gedae„ eenige verandering of verbee hieromtrend en in tering noodig heeft, en naer 't generaal mogte oor„ andere regels als thans ge„ deelen zal ik hier on„ scheed zoude dienen te worden der eerbiedig weeder„ bestierd gemakkelijk geschiet schrijven en daarbij - Art 17. aan wijzen wat ik Het verrigte voor reek: van de omtrendt sommige komp: is in groote en uit„ gronden in de Marren gestrektheid niet te vergelij„ daan en in de overige kenen bij het geene door Landstreeken Partikulieren Nagezien ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3880_0799 view scan ↗

English

regions have to remark. has been done by private individuals. It comes down, therefore, primarily to whether this work is being performed properly, and consequently this must also now be investigated, and Mr. Sluijsken is requested, during the inspection of these lands on the spot itself, to please point out whatever His Honour, in the service of the Company and for the better promotion of this work, beyond what is currently being done, might still know to indicate. Article 18. The contents of these 5 articles have no relation to my person in itself. I have, however, in the beginning of this response already sufficiently demonstrated that I agree in my thoughts regarding the contents of these, and by the further indication which I shall yet make in this, I hope that it will also place me among the number of the promoters of cinnamon. I respectfully request to be allowed to defend my notions in case of contradiction, for nothing will be more pleasing to me than being of one mind to help promote the useful and necessary cultivation of cinnamon, and this will, in my understanding, absolutely take place if one, for the improvement of the present work, will accept: 1st, that it be examined how many cinnamon plantations have already been planted since the first establishment, which is now already 19 years ago. 2nd, how many good trees, after the eradication of the bad sorts, which I must admit happens daily, can be counted and expected to be found in the planted places, so that subsequently, 3rd, in proportion to this finding, if it is not yet completely sufficient for an assured harvest for several consecutive years, one proceeds slowly and securely with further propagation. 4th, that this planting always take place as much as possible on good Marvendaan soils, and that from this all marshy, watery, and inferior soils, which, as is evident, are also to be found in the Marrendaan, be excluded. 5th, that several overseers be appointed for the present solely to proceed slowly with the planting in various places if necessary, but especially to occupy themselves with uprooting and destroying the bad sort of cinnamon wherever the same is to be found, and by making a collection of good seeds from time to time, to put themselves in a position to ensure that only planters can be provided with good seeds. That bad cinnamon is found everywhere in the forest, I have disputed by word, and I acknowledge the cultivation of cinnamon still to be useful, and because otherwise, before the cultivation, little cinnamon was to be found anymore, to be very necessary; only I repeat once more that I am respectfully of the opinion that one must not limit oneself solely to cinnamon gardens, but that one, for reasons as set down in my previous advices, must see to and apply oneself to ensuring that the cinnamon territory everywhere continues to contain that worthy product, and thus remains dispersed, so as not to fall into misfortune, into which, in my humble opinion, we would certainly come if What trouble and care it cost the late Right Honourable Mr. Falck to put the planting of the cinnamon and the clearing of the forests into execution, and to overcome the prejudices of the native against this work, is still fresh in everyone's memory. Among the many claims that this good gentleman has to remain ever in blessed remembrance with the Company, his continuous labour to promote this work is not one of the least. Article 19. That in this operation some errors crept in here and there in the beginning, this work has in common with all human enterprises, and he who knows how much it costs to introduce innovations, however useful they may be, will wonder less at that than at the continuous progress and improvement of this work, and the degree of perfection to which it was brought during the lifetime of the late Right Honourable Mr. Falck. Since then it has been continued with the same well-meaning zeal, and the improvements that could be devised from time to time have been introduced into it, and this still happens daily. Article 20. Among all enterprises on Ceylon, there are none that have such a remarkable influence on the political system of this island, as well as on the mercantile state of the Company, as this one. This your commission and the proper and scrupulous execution thereof is, consequently, of the very greatest weight for the interests of the Company. Article 21. The doubts that have arisen among Their Right Excellencies regarding the utility of this work rightly make them extremely uneasy. Moreover, it could have a most harmful influence on the cinnamon trade itself, if the merchants in Europe should come to suspect that the cultivation of the cinnamon and the clearing of the forests would have a detrimental influence on its quality. Article 22. It is known how great the power of prejudices is once they have taken root. The prejudices that could arise from these doubts might have a most harmful influence on the sale of the cinnamon for the future. For this reason, I cannot sufficiently recommend you to use all possible attentiveness in your commission and especially to take the most accurate and repeated tests regarding everything that concerns this work. If you find that any improvements are necessary, they must be stated, and in particular you must

Dutch transcription

369 Landstreeken hebbe aantemerken. Partikuliren is gedaan. Het komt er dus voornaa„ mentlijk op aan of dit werk behoorlijk geschied, en moet mids dien dit ook nu worden ondersogt, en de Heer sluijsken worden versogt om bij de be„ zigtieging van deeze gronden op de plaats zelve te willen opgeeven het geen zijn Ed: ten dienste vande kompanie en ter beetere bevordering van dit werk buiten het geene er thans geschied, nog mogte weeten aan tewijzen. Art: 18. Wat moeijte en zorge het de Het gestelde in deeze 5. ar„ Hoog zalige Heer Talck ge„ tikelen heeft geen betrekking kost heeft, om het aanplan„ tot mijn persoon op zig zelve. ten van de kaneel en schoon Ik hebbe egter in den begin„ maaken van de bosschen van ne, deeze beantwoording in uitvoering te brengen reeds genoegsaam laaten blijken en J D: Linde en de vooroordeelen van den blijken dat ik over een koome Inlander teegens dit werk in mijne gedagten omtrend den inhoud van deeze en den ver„ te overwinnen, is bij een elk nog in versch geheugen. onder dere aanwijzing die ik in deeze nog doen zal hoope de veele aanspraaken die ik dat mij meede onder het deese goede Heer heeft om steeds getal der kaneel bevorde„ bij de Comp: in een gezeegende raads zal stellen. Ik ver„ nagedagtenis te blijven is zijn zoeke eerbiedig mijne be„ aanhoudende arbijd om dit werk grippen ingeval van tee„ te bevorderen, geen van de genspraak te moogen be„ minste strijden, want niets zal Art 19. mij aangenaemer zijn als Dat bij deese verrigtinge in eens gezind de nuttige en noodzaekelyke aanplan, den beginne hier en daar ver„ ting van kaneel te helpen gissingen ingesloopen zijn, heeft bevorderen en dit zal na dit werk gemeenst met alle mijne begrippen absolut menschelijke bestellingen, en geschieden als men ter ver„ die waat hoe veel het kost beetering van het teegens, om nieuwigheiden in te voe„ woordig werk wil aannee„ren hoe nuttig ze ook zijn, men dat er 1=e word nage„ zal zig daarover minder gaan hoe veel kaneel plan„ verwonderen, dan over den tagien, 't zeedert den eersten aanleg geduurigen Nagezien aan leg dat nu al 19. Jaaren geduurigen voortgang en is reeds zijn aangeplant. verbeetering van dit werk, 2:s Hoeveel deugzaame boomen en de trap van volkooment„ naar het uitroeijen van heid waar toe het nog bij de slegte zoorten / dat het leeven van den Hoog za„ ik moet bekennen dage„ ligen Heer falck gebragt is lijks geschied:/ kunnen zeedert is het met denselvde gereekend en in de aan „ welmeenenden ijver voort„ geplante plaatsen gezet, en zijn daar in ge„ gevonden te zullen bragt de verbeeteringen die worden, op dat men men van tijd tot teid heeft kunnen en uitdenken, en dit vervolgens. 3:' na mate van deeze bevin„ geschied nog dagelijks. ding zoo die nog niet vol„ Art: 20. koomen voldoende is tot onder alle bestellingen op een verseekerden insaam Ceilon zijn er geene die op van eenige Jaaren na den het Politiek Sistima ten andere, langzaam verder deezen Eilande, zoo wel als verzeekerd voortplant. op den merkantelen staat 4:' Dat deese aanplanting van de kopp: een zoo merke„ altoos geschiede zoo veel lijken invloed hebben dien moogelijk op goede Mar„ deeze. Deeze uE: kom missie vendaan gronden en dat en het wel en naauwgezet hier uit ƒ Jv: Linde hier van alle sompige, water„ uitvoer daar van, is mits agtige en mindere deugt„ dien van een aller grootste saeme gronden, die in de gewigt voor de belangens Marrendaan zoo als blijkt ook zijn te vinden van de kompanie. geexkubeerd worden. Art 21. 5:e Dat verscheide op zig„ De twijffelingen die over ters voor eerst alleenlijk de nuttijheid van dit werk gesteld worden om op ver„ bij Hunne Hoog Edelheeden scheide plaatsen /:zoo het l zijn ontstaan, maeken Hoogst noodig is met het aan„ da planten langsaam voort dezelve met reeden ongerust te gaan maar uit beson„ Bovendien zoude het van der om zig te bemoeijen een aller schadelijksten in„ de slegte zoorte kaneel vloed konnen worden op den waar dezelve maar zijn kaneel handel zelve, in te vinden uijtroeijen en te tien de kooplieden in Euro„ vernitigen, en door van pa in het vermoeden kwa„ tijd tot teid een insaam van men dat het aanplanten goede vrugten te doen zig in staat te stellen, om te zor„ van de kaneel en het schoon„ gen, dat alleen planters van maaken van de boschen deugdzaeme vruchten kunnen van een nadeeligen in„ voorsien worden vloed zoude zijn op den „ Dat er overal in het bosch ook deugd daarvan slegte Art 22. Nagezien 370 slegte kaneel word gevonden, Men weet hoe groot het ver„ hebbe ik woord bestreeden en moogen is vande vooroordee„ ik erkenne de aanplanting len wanneer ze eens wortel van kaneel als nog voor nut„ gevat hebben. De voor oordeelen tig, en om dat er buijten dat die uit deese twijfelingen, voor de aanplanting wijnig zoude kunnen ontstaan kaneel meer waare te vin„ den, voor zeer noodzaekelijk, zoude op den verkoop van alleen ik herhaale nog maals de kaneel van een aller dat ik eerbiedig van gevoelen schadelijksten in vloed kun„ den, dat men zig niet alleen nen zijn voor den aanstaen„ aan kaneel perken moet den, de Hier om kan ik uE niet genoeg rekommandeeren paalen, maar dat men: om om in uE: kommissie alle reeden zoo als bij mijn voorige mogelijke op lettendheid te adviesen heb ter needer ge„ gebruiken en om in zonder„ steld moet toesien en zeg toeleggen. Het kaneel bestekheid de nauwkeurigste en overal dat waerdig produkt herhaalde proeven te nee„ men omtrend alles wat blijft inhouden en het dus dit werk konserneerd, vinden verspreidblijven om niet in uE dat er eenige verbee„ ongevalle te raaken waaren teringen noodig zijn, moe„ wij na mijne geringa begrip„ ten die worden opgegeeven, „pen zeekerlijk zoude koomen en in zonderheid moeten Art 22. indien uE:

NL-HaNA_1.04.02_3880_0804 view scan ↗

English

if through some domestic unrest we should turn the native population against us, and they were thereby enabled to rob us of our cinnamon gardens. I have treated and cited this more extensively in my previous opinions, to which I refer here, and furthermore gladly leave the further judgment regarding it to a more enlightened statesman. I therefore hold the planting of cinnamon to be useful, as I have always declared it to be, and as will also clearly appear from all my submitted opinions. I have also never raised any objection against planting in and of itself regarding its necessity, but only wanted that one should not, as the late Dessave Billing also believed could happen in time, limit oneself solely to cinnamon gardens and give away the remaining land. This product must, in my thoughts, subject to the correction of wiser views, I repeat once more, remain extensive in its scope, and that meanwhile one can proceed slowly with planting, with the fortunate prospect of obtaining much cinnamon. Regarding the watering of the cinnamon, I am, subject to better judgment, of the understanding that as soon as the cinnamon is planted, it must be watered in the beginning until it takes root, just like all other trees. And, if the watering does not go any further, I am of the opinion that watering is absolutely useful. One should, however, take into consideration whether all garden keepers will be equally discreet in this regard, for if he assumes that by watering, as is natural, the tree can be peeled in a shorter time, and he can benefit himself by an earlier harvest, it will indeed, according to my understanding, the verdict on which I nevertheless leave to botanists and chemists, be detrimental to the bark, which will indeed be peelable earlier, but not good enough in quality. Furthermore, far be it from me to want to accuse anyone of having knowingly and willfully planted bad cinnamon. From the report now submitted it is also clear enough that I only wanted to point out that in the beginning, and possibly also subsequently, all kinds of cinnamon fruits were collected and planted. Among these, one easily understands that there were also bad kinds, and thus bad ones also grew up among the good kind. The gardens once being cleared of these, one will henceforth, because there will then be nothing but good cinnamon in them, also be able to obtain sufficient good kinds of fruits, and naturally thereby subsequently be able to propagate and harvest with the best success. I am with the highest sentiments of esteem, was underwritten, Honorable Sirs, Your Honors' very obedient servant, was signed P Sluijsken, in the margin, Colombo the 30th of October 1789. Sybrands W Egkerk Agrees Examined J: Linde van Clarle Examined Examined Extract of Resolution taken in Council of Ceylon regarding the Native Department on Tuesday the 1st of August 1786. The Honorable Dessave Billing having shown, in five reports, the high and low lands requested by the inhabitants of the Colombo Dessavony and inspected by native commissioners by order of the repatriated Honorable Dessave de Cock and also since then, with the simultaneous submission of the translations of the inspection reports in so far as they belong to each report, namely: 1. of the Alloetkoerkorle, 2. of the Hinakorle, 3. of the Hewagamkorle, 4. of the Salpittijkorle, and 5. of the Raijgamkorle and the Kalutara district; the Honorable Dessave also indicating in those reports which lands, and under what conditions they can be granted, and those that are not grantable. Which five reports and inspection reports were circulated among the Honorable Members for perusal, and one of them, concerning the Alloetkoerkorle, having been returned and brought to the table, at the same time three addresses having also been submitted, namely two from the Honorable Chief Administrator Sluijsken and one from the Honorable Dessave Billing, dealing with the granting of the lands mentioned herein and how far one can proceed therein. Thus it is provisionally approved and agreed to circulate the last-mentioned addresses among the Honorable Members for review, while the Governor, on account of a single remark that appears in one of his aforesaid addresses, asked the Honorable Chief Administrator Sluijsken whether His Honor, over and above the arrangements according to which the clearing and planting of the cinnamon lands is currently managed, knew of anything else to point out for the further improvement and better progress of this work; and His Honor having answered that he had no remarks to make on it and that he did not think that this work could be managed better and on a different footing than that which is currently maintained therein,

Dutch transcription

Je inde indien wij door eenige In„ uE gemoedelijk opgeeven of landsche bevoertenis den uE in de behandeling van Inlander mogte tegens dit werk zoo als het tans ons krijgen, en deeze daar geschildiets is ontmoet, dat door in staat gesteld wier„ in eenig opzigt zoude kun„ den om ons van onse kan„ nen nadeelig zijn aande neel perken te berooven. deugd van de kaneel. Dit heb ik wijdloopiger bij mijne voorige adviesen verhandelt en aangehaald, en waar aan ik mij in deese refereere en voorts het verder oordeel gaarne daaromtrend. aan een verligter staet kundiger overlaate. De aanplanting van kaneel houde ik dus voor nuttig, zoo als ik zulx altoos verklaart hebbe. en zoo als zulx ook uit alle mijne overgelegde advie„ sen klaar zal blijken. Ik hebbe ook nooijt teegens het aanplanten om dies noodzaekelijkheid iets op zig zelve ingebragt, maar alleen gewild, dat men zig niet gelijk den wel Zaligen Heer Dessave Billing meede met er teid te kunnen geschieden aan kan„ neel perken alleen zoude bepaalen; in het overige Land wegschenken. Dit Produkt moet naar mijn gedagten Nagezien 371 gedagten onder korrektie van wijzen gevoele herseg„ ge ik nogmaals uitgebreijd in zijn bestek blijven en dat men intusschen Langzaam met het gelukkig voor„ uitzigt van veel kaneel te zullen krijgen kan voort„ gaan met aanplanten. Omtrend het bewacteren der kaneel, ben ik /: met onderwerping van beeter gevoele /: van begrip Dat zoo dra de kaneel aangeplant is hij in den beginne tot hij wortelen schiet, zoo als alle andere boomen moet bewaeterd worden, en, zoo het bewateren ook niet verder gaat ben ik van gevoele dat het bewaete„ ven absolut nuttig is men een neeme echter in in overweeging of hier omtrend alle Parkeniers even diskreet zullen weesen, want zoo hij ver„ ondersteld, dat door het bewaeteren zoo als natuur„ lijk is, de boom in korterteid kan gescheld worden, en hij door spoediger in oogsting zig kan bevoordee„ len zal het immers naar mijn begrip /: waarvan ik egter de uitspraak aan Batanike en gimikun¬ dige over laate:/ nadeelig zijn voor de Bost die aan wel vroeger schilbaar maar niet deugzaam genoeg zal weesen. Het Jze Linde Het zij voorts verre dat ik iemand zoude willen de schuldigen weetens en willens kwaade kaneel aang plant te hebben ook bij het nu overgelegd bericht blijk klaar genoeg dat ik alleen hebbe willen aanwijze dat men in den beginne en moogelijk ook nog in den vervolge allerlij zoorten kaneel vruchten heeft gezaameld en aangeplant. Hier onder begrijpt men ligtelijk dat ook slegte zoo te zijn geweest, en dus ook slegte onder de goede zoorte zijn opgegroeid, hier van nu de perken eenmaal geszuiverd zijnde, zal men in den ver„ volge /: door dien er dan niets als goede kaneel in zal weezen voortaan ook genoegzaeme goed zoorte vruchten kunnen erlangen en daar door vervolgens natuurlijk ook met het beste succes konnen voortplanten en inoegsten. Ik ben met de meeste gevoelens van hoog achting /:onderstond:/ wel Edele Heeren uwel Edelens zeer D: W: Dienaer /:was geteekend P Sluijsken /: in margiene:/ kolombo den 30. oktober 1789. Sybrands WEgreerk Accordeert Nagezien J: Linde van Clarle Nagezien Nagezien 372 Extrakt Resolutie genomen in Raede van Ceilon raekende het Inlandsche departement op Dingsdag Den 1:' Augustus 1786. — Door den E: dissave Billing bij vijf berigten zijnde aangetoond de door de ingezetenen der Kolombosche dessavonij verzogte en door inlandsche gekommitteerdens ter ordre van den gerepatrieerden E: dessave de Cock en ook zedert gevisiteerde hooge en lage gronden met overlegging teffens van de translaeten der visitatie rapporten voor zoo verre tot elk berigt behooren; als 1. / van de Alloetkoerkorle 2. / van de Hinakorle 3:/: van de Hewagamkorle 4. / van de salpittijkorle en 5. / van de Raijgamkorle, en het kalturees distrikt, wordende door den E: dessave bij die berig= „ten teffens aangewesen welke gronden, en onder welke bepaalinge dezelve kun„ „nen worden afgegeven en die niet af= „geeflijk zijn. Welke vijf berigten en visitatie rapporten bij DE=s Leeden ter lektura hond gezonden en J z Linde en daar van het eene van de Alloetkoerkorte ingekomen en ter tafel gebragt te gelijk ook ingediend zijnde drie addressen als twee van den E: hoofd administrateur sluijsken en een van den E: dessave Bil= „ling, handelende van de afgave van de in dezen gemelde gronden en hoe verde daar in kan worden gegaan. zoo word voor af goed gevonden en verstaen laatstgemelde addressen bij DE=s leeden ter resumptie rond te zenden, ter wijl den heer Gouverneur den E: hoofd administrateur sluijsken uijt hoofde van een enkelde aanmerking die bij een zijner voorsz: ad= „dressen voorkomt afvroeg of zijn Ed: boven en behalven de schikkingen waar na het zuijveren en beplanten der kanneel landen tans word bestierd, nog iets ter meerdere verbeetering en beteren voortgang van dit werk wist aantewijzen en door zijn Ed: daar op geantwoord zijnde dat daar bij niets had aan te merken en dat dezelve niet dagte dat dit werk beeter en op eenen anderen voet dan die tans daar in gehouden word, kan worden bestierd zig Nagezien

NL-HaNA_1.04.02_3880_0811 view scan ↗

English

373 further conforming to his aforesaid submitted petitions, of which it has been understood to keep this record. And with respect to the requested lands in the Alloetkorle, mentioned in the first report of the Honorable Dessave, it was approved and agreed, in accordance with the arrangement made by resolution of 17 October 1768, to deliver a copy of the report along with the translations of the inspection reports belonging thereto to the Landraad, so that the lands mentioned therein may be examined more precisely on site by commissioners from the said Landraad, assisted by the surveyor; that they report their findings to the Landraad and take an oath on that report there, after which further decisions shall be made regarding the granting of such lands against which no objections exist and which, according to the memorandum of the Honorable Dessave, may be granted. It is furthermore understood to approve and insert herein the drafted instruction. J. D. Linde Instruction for the commissioned Landraad members and surveyor, who, assisted by native commissioners, must investigate on the requested lands themselves which of these may be granted according to the regulation, while the surveyor must map the portion thereof retained by the Company for planting by the petitioners and deliver the drawing along with the report of the commissioners; and it has been resolved, among other matters, to make known in the following instruction that the surveyor shall receive as salary 24 stuijvers for measuring a square amunam and 30 stuijvers for a figure, and the commissioners the usual per diem allowance at the expense of the Company; furthermore, that all requested lands, including those that may not be granted, must be inspected, and if it is found that any land has been cleared without permission, the person who did so must be sent under arrest to Colombo to receive Checked 374 deserved punishment according to the findings; and that for the requested sowing fields, the petitioner must prove, if cinnamon trees stood upon them, that tenfold the number of trees have been planted in the garden. Instruction for the commissioned members of the Landraad who, pursuant to a resolution passed in the Council of Ceylon on 17 October 1768, shall proceed into the Dessavony of Colombo to inspect more closely the lands that have been requested by various inhabitants for cultivation. The purpose of this commission is to be informed with greater certainty to what extent the inhabitants falling under this Dessavony can be favored with the lands requested by them for cultivation without prejudice to the Company, especially concerning the damage that might thereby be caused to the cinnamon. 2. Jze Linde Your Honors are herewith provided with several reports of lands for which requests have been made by various inhabitants over several years, along with the petitions belonging thereto as far as they are still available, and the translations of the reports of native commissioners who have already inspected these lands according to custom. It is known that no great reliance can be placed on the reports of the natives, and Your Honors must therefore inspect these requested lands more closely in person, with the assistance of some native commissioners who are assigned to Your Honors for that purpose. The report of Your Honors' completed commission must be written in half-page format, indicating on one side the name of the petitioner with the name, size, and location or adjoining borders of the land he requests, and the number Checked 3 375 of the petition or report of the native commissioners. On the other side, Your Honors must state whether the requested piece of land, in Your Honors' view and according to a conscientious conviction, can be granted without prejudice to the Company under the conditions on which it was requested, or which were imposed on the petitioners in the provisional permission already granted to them by the Honorable Dessave, whether in writing or verbally; and in judging whether the lands may be granted or not, Your Honors must pay attention: 1. to the quality of the land, and whether the cinnamon grows luxuriantly upon it, or at least may be expected to grow luxuriantly if the land is cleared of the wild jungle standing upon it which suppresses the cinnamon. 2. to the quantity not only of the cinnamon trees that are actually standing upon it, and 5 are. Jze Linde and which, so far as it consists of only a few, must be indicated in Your Honors' report, but also whether the adjacent jungle is overgrown with much cinnamon, and finally whether there are useful timber trees or other plants upon it that advise against granting it. 3. if any provisional permission has already been given to begin cultivating such a piece of land tentatively, this must be indicated in a word, along with the conditions on which the permission was given; and if work has indeed already begun thereon, Your Honors must likewise briefly indicate what has been carried out on it. If such petitioners who do not yet have preliminary permission have already begun clearing and cultivating the lands requested by them, this must be distinctly noted alongside these lands. If the requested land is of such a nature that Your Honors, after having taken all the aforesaid into consideration Checked

Dutch transcription

373 zig voor het overige gedraegende aan zijne voorsz: ingediende addressen waar van is verstaan deeze aanteekening te houden En werd ten opzigte van de verzogte gronden in de alloetkorle, bi het eerste berigt van den E: desjave vermelt goed= gevonden en verstaan overeenkomstig met de gemaakte schikking bij resol: van 17:e october 1768. het berigt in kopia met de translaeten der daar bij gehoo„ „rende visit: rapporten te doen afgeven aan den landraad om de daar bij ver„ „melde gronden door gekommitteerdens uijt gemelden Landraad geadsisteerd van den landmeeter nader Exakt te besigte„ „gen, van hunne bevinding in den land= „raad van rapport te doen en dat rapport aldaar te beEedigen wanneer daar op nader zal worden gedisponeert omtrent de afgave van zodanige gronden waar„ tegen niets obsteerten die volgens nota van den E: dessave afgevelijk zijn, wor„ „dende alverder verstaan ten dezen te approbeeren en te insereeren de ontworpene instruksie J D: Linde instauksie voor de gekommitteerde land= raads leeden en landmeeter, die geadsisteerd van Inlandsche gekommitteerdens, op de verzogte landen zelfs, moeten nagaan welke daar van na de ordre afgeeflijk zijn, terwijl den landmeeter het deel dat daar van voor de komp: ter beplan„ „ting door de verzoekers word aangehou= „den moet in de Kaart brengen en de aftee„ „kening met het rapport der gekommit„ teerdens overgeven, en is goedgevonden onder meerdere ook bij die hier ondervol„ „gende Instruksie bekent te stellen, dat den landmeeter aan Salaris zal hebben voor het meeten van een ammonam in het vierkant 24. stuijv=s en voor een figuur 30. stuijv:s en de gekommitteerdens ten laste van de komp:e het gewoone defroijement voorts dat alle versogte gronden ook die niet mogen worden afgegeven zullen moeten worden gevisiteert en wanneer bevonden word dat eenig grond zonder permissie is schoon gemaakt den geen die dit heeft gedaan in arrest na kolom„ „bo moeten zenden ter erlanging van verdiende Nagezien 374 verdiende straffe na bevinding, dat van de verzogte zaaijvelden den verzoeken moet bewijsen wanneer kanneel boo„ „men daar op hebben gestaan dat thien voudig getal boomen in de thuijn te hebben aangeplant. Instruktie voor de Gecommit= „teerde leeden van den landraad dewelke ingevolge een daar toe genoomene resolutie in Raede van Ceilon op den 17. ' oktober 1768 in de desjavonij van ko„ „lombo zullen gaan om nader te bezegtigen de Landerijen die door verscheide ingezeeten en ter kultiveering verzogt zijn Het oogmerk deeser Kommissie is om met te meer zeekerheid te weesen geinformeerd in hoe vaare de ingezetenen onder deeze dessavonie zorteerende met de door hun verzogte gronden te kultive„ „ringe kunnen worden begunstigd buijten nadeel van de komp:e in zonderheid zoo veel aangaat het nadeel dat daar door aan de kanneel zoude kunnen worden toegebragt 2. Jze Linde UwE: worden mits dien hiernevens ter hand gesteld verscheide berigten van gronden waer toe door diverse ingezeetenen zeedert eenig Jaeren is verzoek gedaen, met de daar bij gehoorende rekwesten voor zoo verre ze nog voor handen zijn en de vertaelingen der berigten van Inlandsche gekommitteer„ „dens die deeze gronden na gewoonte bereeds hebben gevisiteerd. Men woet dat op de rapporten der Inlan„ „deren geene groote reekening kan gemaakt worden, en moeten uwE: daarom deeze verzogte landen in perzoon nader gaan bezigtigen met behulp van eenige in= „landsche gekommitteerden die uwE: tot dat eijnde worden meede gegeven. Het rapport van uwE: volbragte kommis„ „sie zal te halver blad moeten geschreeven zijn aan de eene kant bekend stellende de naam van den verzoeker met de naam groote en gelegentheid of belending van het land, waarom hij versoekt, en de nommer van Nagezien 3 375 van het request of rapport, der Inlandsche gekommitteerdens. Op de andere kant moet uwE: bekent stellen of het verzogte stuk grond, naar uwE: inzien en volgens een gemoedelij„ „ke overtuijging buiten benadeling van de komp:e kan worden afgegeven op de voorwaarden waar op hetzelve is ver„ zogt, of aan de verzoekers zijn opge„ „legt bij de provisioneele permissie door de E: dessave het zij schriftelijk of mondeling aan verzoekers bereeds ver„ „leend, en moeten uwE: in de beoordeeling of de gronden afgevelijk zijn of niet, agt geeven, 1. op de hoedanigheid van het land, en of de kanneel daar op weeldrig groeit, of ten minsten geagt mag worden weel„ „derig te zullen groeijen indien het land van het daar op staande wilde bos, dat de kanneel verdrukt zal gezuijvert 2. Op de hoeveelheid niet alleen van de kan„ „neel boomen die daar op actueel staan, en 5 zijn. Jze linde en welke voor zo verre het maar een weinige bestaat bij uwE: berigt moeten worden aangeweezen, maar ook of het daar aan grensende bos met veel Kanneel begroeijt is en eijndelijk of er nuttige houtwerken of andere gewassen op staan die de afgeving daar van ontraeden. 3. zoo er reeds eenig provisioneele verlof ge„ „geven is, om met het kultiveeren van zulk een stuk grond, bij voorraad, te begin„ „nen, moet dit met een woord worden aan„ „geweezen, met de voorwaerde waar op het verlof gegeven is en zoo daar meede met der daad reeds begonnen is, moeten uwE: het daar aan verrigte insgelijks korte„ „lijk aanwijzen zo zulke verzoekers die nog geen voorlopend verlof hebben reeds met het schoonmaeken en kultiveer„ „ren van de door hun verzogte gronden mogten begonnen hebben moet dat ter zijde van deeze gronden distinktelijk wor„ „den aangeteekend. Indien de verzogte grond van die aard is dat uwE: na al het voorsz: te hebben in agte Nagezien

NL-HaNA_1.04.02_3880_0817 view scan ↗

English

376 observed, judge in good conscience that it can be ceded without prejudice to the Company, you must have that land measured by the sworn surveyor who accompanies you for that purpose. The latter is instructed by a separate Instruction to designate with a distinct color during this survey the share that must be planted for the Company, and which you, consequently, upon inspecting each piece of land that can be ceded, must immediately determine and point out to the petitioner so that he cannot plead ignorance. The aforesaid surveyor is further instructed to specify in the description next to the diagram, especially concerning high lands, how many cinnamon trees actually stand both on the part that you will set aside for the Company and on that part that you judge can be ceded to the petitioners for their use; and you must warn the petitioners that an individual Jz. Linde record will be kept of each plot, with the announcement that if it is found that they have not taken care of them, the grant will be revoked. Of all such lands mentioned in the aforesaid report that are suitable to be cleared and planted entirely for the Company, you must briefly note what has already been done on them. The report of your completed commission must be addressed to the Honorable Most Worshipful Lord Governor, but it must first be submitted by you in the meeting of the Reverend Landraad, and, alongside the native commissioners, an oath must be taken by you that you have carried out this commission sincerely and in good faith according to the contents of this Instruction, of which a deed must then be prepared Checked 377 in order to be presented to the Lord Governor along with your report. Regarding each piece of land requested for cultivation, you must beforehand inquire with the village and korale headmen whether there is any dispute over it; which dispute, if it cannot be settled by you, must be made known in the report. If any residents should petition you to have their lands that they already actually possess measured by the surveyor, this may be permitted; nevertheless, you must also properly inspect these lands and investigate whether there are any disputes concerning them, as well as whether they are registered in the land thombo or not, and whether they have been planted with or without consent, and likewise how many 9. 10. J ze Linde years they have been possessed by the present owners, which must be made known in the report. Instruction for the surveyor who goes into the country with the commissioned members of the Landraad. When the members of the Landraad, sent to inspect more closely the lands requested over recent years, judge that a piece of land can be ceded without disadvantage to the Company, you must measure the same. The part that the members of the Landraad designate to be planted for the Company must be marked by you on the diagram with a separate light color, and in the description next to the diagram, you must state, especially if they are high lands, how many cinnamon trees currently and actually stand both on the piece set aside for the Company and Checked 378 on the piece ceded to the petitioners for their use. For salary in this commission, you are assigned: for measuring each amunam of land, four schellings, and for the diagram of each piece of land, five schellings; whereas you will otherwise be defrayed at the Company's expense. Agrees. Sijbrands Clerk Checked J D: Linde D V: DSinde Checked Checked J Linde No. 45 379 Extract Resolution adopted in the Council of Ceylon, Tuesday the 1st of April, Anno 1777. A piece of waste land called Roembele pitti and situated in the Alutkoor Korle, which was inspected by the Honorable Dissave de Cock and Cinnamon Captain Sluijsken and can be cultivated without detriment to the growth of cinnamon, it has been approved and agreed to allow it to be ceded to the petitioners, subject to the obligation of ottoe, or a tenth tithe of the crop, as follows: to the former Senior Merchant the Honorable Henrikus Leembruggen, 13 morgen 268 square rods; to the Captain Lieutenant Maus, 6 morgen 532 square rods; to the Cinnamon Captain Sluijsken, 10 morgen 168½ square rods; to the Maha Mudaliyar Don Simon, 27 morgen 553 square rods; to Jze linde to the Bookkeepers Bergheim, Giffening, and Woutersz, 19 morgen 251 square rods; to Sawiel Mardappa, 10 morgen 272 square rods; to the Honorable Most Worshipful Lord Raket, 11 morgen 330½ square rods; to Johannes Adamsz, 14 morgen 361¾ square rods; to the Cinnamon Captain Sluijsken, 11 morgen 341 5/6 square rods; to Don Francisko, former Mudaliyar of the Hina Korle, and son Manuel Fernando, sworn interpreter, and Joan de Fonseka, Washers' Mohandiram, 18 morgen 1 square rod; to the Dissave the Honorable de Cock, 22 morgen 596 square rods; to the Mudaliyar of the Atapattu and son Lodewijk Fonseka, 13 morgen 460 square rods; to the Mudaliyar of Negombo, authorized Pieres, the Surgeon van der Laan, and his brother, 11 morgen 251 Checked 380 251 1/8 square rods; to the Mohandiram de Liwere, Simon Perera, and Don Gabriel, appuhamis, 12 morgen 35 square rods; to the First and Second Kuruve Rala and the Rhiandos Mudaliyar, 10 morgen 498 square rods. Agrees. Sijbrands Clerk Aze linde Thoms. Bires Checked Checked No 46.

Dutch transcription

376 agt genomen, in gemoede oordeelen dat het zonder prejudutie van de komp:e kan worden afgegeven, moeten uwE: die grond doen meeten door de gesw: landmeeter die ten dien einde met uwE: meede gaat. Deeze is bij een apparte Instruktie gelast om bij deeze meeting met een apparte koeleur te moeten aanwijzen, het aandeel dat voor de komp:e moet worden beplant en het welk uwE: mits dien nu bij het bezig„ „tigen van elk stuk grond dat afgegeven kan worden, aanstonds bepalen moet en den verzoeker doen aanwijzen op dat hij geen ignorantie pretendeeren kan. De voorsz: landmeeter is nog ge„ „last om in de beschrijving naast de figuur te moeten aanwijzen voornament„ „lijk zoo veel de hooge gronden aangaat hoe veel kanneel boomen er actueel staan zoo op het gedeelte dat uwE: voor de komp: zullen doen afzonderen als op dat ge„ „deelte dat uwE: zullen oordeelen dat aan de verzoekers ten hunnen behoeve kan worden afgegeeven, en moeten uwE: de verzoekers waarschouwen dat hier van Jz. Linde van voor elk stuk aspaat zal aanteekening gehouden worden, met aankundiging dat zo bevonden word dat ze daar voor geen zorg gedraegen hebben de gifte zal worden ingetrokken. Van alle zilke gronden bij de voorsz: be„ „rigt vermeld, welk geschikt zijn om geheel voor de komp:e te worden gezuij„ „vert en beplant, moeten uwE: kortelijk aanteekenen wat daar aan reeds is ver„ „rigt. Het rapport van uwE: volbragte kommis„ „sie zal moeten geaddresseert zijn aan den wel Edelen Groot agtb: heer Gouverneur, maar hetzelve zal door uwE: eerst in de vergadering van den Eerw: landraad moeten worden overgeven, en benevens de Inlandsche gekommitteerdens door uwE worden afgelegt daar op den Eed dat uwE: deese kommissie volgens den inhoud van deeze Instauktie oprecht en ter goeder trouwe verrigt hebben, waar van als dan een acte zal moeten vervaar„ „digt Nagezien 377 „digt worden om met en benevens uw E: rapport aan den heer Gouverneur ge „presenteerd te worden. omtrent elk stuk grond, 't welk ter kultiveering verzogt is, moeten uwe voor af bij de dorps en korls hoofden onderzoek doen, of daar over eenige questi is; dewelke, wanneer ze door uwe niet kan worden afgedaan, bij het berigt moet worden bekend ge„ „stelt. Wanneer eenige ingezeetenen bij uwe mogten verzoek doen, om hunne lan„ „derijen die ze reeds werkelijk bezitten door den landmeeter te laeten meeten kan zulks worden toegestaan; nogtans moeten uwe deze landerijen meede behoorlijk visiteeren, en onderzoek doen, of er daar over eenige verschillen zijn, als meede of dezelve bij de land thombo beschreeven zijn of niet en of dezelve met of zonder konsent zijn aangeplant, en insgelijks hoe veel 9. 10. J ze Linde veel Iaeren dezelve door de tegenswoordige eigenaars bezeeten zijn, 't welk bij het berigt moet worden bekent gesteld. Instruktie voor de landmeeter die met de gekommitteerde land= „raeds leeden in het land gaat. Wanneer de landraeds leeden die gezon= „den worden om de gronden die zeedert eeni= „ge Jaeren zijn verzogt nader te gaan bezigtigen, oordeelen dat een stuk grond zonder nadeel van de komp:e kan worden afgegeven, moet uwE: het zelve meeten. Het gedeelte dat de landraeds leeden zullen bestemmen om voor de komp=e te moeten worden beplant moet door uwE: in de figuur met een apparte ligte kouleur worden aangeweesen, en bij de beschrijving moet door uwE: ter zijde van de figuur worden aangeweezen inzonderheid wanneer het hooge gronden zijn, hoe veel kanneel boomen er tans factueel staan zoo wel op het stuk dat voor de komp:e word afgezondert als V Nagezien 378 op het stuk dat aan de verzoekers ten hunne behoeve afgegeven wor¬ Tot het salaris in deeze kommissie word uwe toegelegt. voor het meeten van ieder ammonam grond vier schellingen en voor de figuur van ieder stuk grond vijf schellingen, terwijl uwe voor het overige voor komp:s reek: zal worden: gedefroijeerd. „den Akkordeert Sijbrands Wlijklerk Nagezien J D: Linde D V: DSinde Nagezien Nagezien J Linde No. 45 379 Extrakt Resoluuitsie ge„ „noomen in Raade van Ceijlon Dingsdag den 1. ' April A:o 1777. - Een stuk woesten grond genaamt Roembele, pitti en geleegen in de Aloetkoer korle, 't welk door den E: dessave de Cock en Kaneel Kaptein Sluijsken is gevisiteerd en zon„ „der benadeeling van den aangroei van ka„ „neel kan worden gekultiveerd, is goed gevonden en verstaan onder verpligting van ottoe, of een „tiende geregtigheijd van het gewas, aan de verzoekers te laeten afgeeven als. aen den oud opperkoopman den E: Henrikus Leembruggen 13. morgen 268. quad: roeden aen den kapit: Zuijt: Maus 6. morgen 532. quad roeden aen den kaneel kap: sluijsken 10. Morgen„ 168½ quad: roeden aen den Mahamodliaar Donsimon 27. Morgen 553. quad: roeden aen Jze linde aen de Boekhouders Bergheim, Giffeningen Woutersz: 19. morgen 251. quad: roeden aan Sawiel Mardappa 10. Morgen 272. quad: roeden aan den welEd: agtb: heer Raket 11. morgen 330. ½: quad: roeden aan Johannes Adamsz: 14. Morgen 361. ¾. quad: roeden aan den kaneel kap: sluijsken 11. Morgen 341. 5/6. quad: roeden aan Don francisko geweezene modl: van de Hina Korle en Zoon Manuel fernando, gezw: tolk en Ioan de fonceka wassers Mohandiram 18. Morg: 1. quad: roeden. aan den dessave den E: de Cock 22. morgen 596. quad: roeden. aan den Modliaar van de attepattoe„ en zoon Lodewijk fonceka 13. Mor„ „gen 460. quad: roeden aan den Modliaar van Nigombo, ge„ „authoriseerde Pieres, den Chirurgijn van der Laan, en zijn broeder 11. morg: 251. Nagezien 380 251. 1/8. quad: roeden. aan den Mohandiram de Liwere, Simon Perera en Don gabriel appoehamis 12. morg: 35. quad: roeden. aan de Eerste en tweede koerwerale en den Rhiandos Modliaar 10. Morgen 498. quad: roeden. — Accordeert. Sijbrands Vlgkeerk Aze linde Thoms„ Bires Nagezien Nagezien No 46.

NL-HaNA_1.04.02_3880_0829 view scan ↗

English

Translation of a Sinhalese ola presented to the Right Honorable Governor by the Maha Vidane, titular Mudaliyar of the Atapattu and interpreter of the Mahabadde, as well as by the vidanes who currently oversee the cinnamon service in Colombo, Negombo, and Beruwala, and also by the expert Duravas and cinnamon peelers. After preceding compliments. Ever since the Honorable Company has had this island in its possession, a species of naturally growing cinnamon trees has been peeled from the great forests, both in the King's lands and in those of the Honorable Company. Because in the King's lands many wildernesses were voluntarily cleared, gardens and other plantations made by various people, and in the Company's lands gardens and houses were likewise established and built by various persons with permission, this has caused the cinnamon to decrease. Therefore, by God's blessing, the high government of the Company's lands not only reached the decision to plant cinnamon gardens, but also proceeded to do so immediately. And thus the propagation of cinnamon trees has increased from year to year, to such an extent that Your Honor currently easily obtains one-third of the annual delivery from them, and the remaining two-thirds must be found with very great difficulty in the forests of the King's lands and the Company's territory. Consequently, from year to year the cinnamon trees in the forests are decreasing, and on the other hand increasing in the plantations, both through the sprouting of young plants and through further planting. We now come to hear that the cinnamon plantation currently existing by God's blessing is to cease, and that for this reason several gentlemen of distinction are engaged in inspecting the cinnamon gardens. Over this we find ourselves in deadly grief; for if in any way the cinnamon plantation should be obstructed, our required delivery of cinnamon will have to decrease from year to year and will by no means be able to increase, just as we come to realize while continually traversing the forests and performing the cinnamon service. Apart from this, it is commonly said that because wild cinnamon grows here and there in the cinnamon gardens, and because the young cinnamon plants there are watered during dry times, the same loses its flavor and strength; and that if cinnamon seeds are sown in chenas among grains, they will certainly come up—which is talk of little value. Whether any of what we hear contains the truth, we do not know; yet should it happen that because of the aforesaid talk the planting of cinnamon is abolished, the Honorable Company will suffer great disadvantage thereby. Therefore it is that we hereby demonstrate the following: 1. When cinnamon is peeled in the forests, various species of common and wild cinnamon are found, but those are not peeled. And in case something of those bad species is sometimes found among the delivered cinnamon, the headmen as well as the cinnamon peelers, according to ancient custom, receive heavy punishments and are sent out of the country. Therefore, although some wild cinnamon trees might be found in a cinnamon garden of 100 amunams, the same cannot cause any damage to the delivery of good cinnamon. 2. At the end of the month of April one obtains the cinnamon seeds; in that month and the months of May, June, and July, for four months long, one usually has rain here. Thus the cinnamon seeds that grow in the forests during those months and all the cinnamon trees standing in the forests constantly receive water; and when those trees were peeled, they would likewise have to be of no flavor and strength, if the cinnamon from the plantations were to lose its strength and flavor on account of watering. Without the help of water, the earth can bring forth nothing nor make it sprout; and all that the earth thus brings forth cannot, each according to its nature, lose its inherent strength. 3. When cinnamon seeds are sown with other grains, they have no strength to come up, because paddy and other grains sprout quickly, but the cinnamon seed is a fruit that does not sprout so quickly. Therefore the cinnamon cannot grow well among the crops and among the weeds that emerge from the cut tree stumps; it is also a well-known fact that shade is very harmful to all plantations. The laying out of cinnamon gardens will not only serve the Honorable Company from time to time for great benefit and advantage, but will also be of great assistance in our obligation. Therefore we, who must make the delivery of cinnamon, make known to Your Right Honorable: that we find no better means to propose for our preservation than

Dutch transcription

381 Translaat singaleese ola gepresenteert aan den wel Edelen Groot Achtbaren Heer Gou „verneur door de Mahavidaan, titulair modliaer van de Atte= „pattoe en tolk van de mahabad„ „de mitsgaders door de vidaans die te Kolombo, Nigombo en Barbarijen, tans het opzigt hebben over de kanneel dienst zoo meede door de kundige Doereassen en kanneel Schil= Na voorgaande Komplimenten. zedert dat DEd: komp: dit Eiland in bezit„ „ting heeft, zijn uijt de groote bosschen, zoo in 's konings landen, als in die van D' Ed: komp: Een zoort der aldaar van zelfs groeijende kanneel boomen geschild. Door dien in 's konings landen vrijwillig veele wildernissen gezuijverd, tuijnen en andere aan „plantingen door verscheide menschen gedaen en in 's komp:s landen meede met permissie tuijnen „lers. Jt: Linde thuijnen en huijsen, door deezen en geene aan¬ gelegd en geboud zijn, is veroorzaekt dat de kanneel is koomen te verminderen. Dierhalven is door Godes zegen, de hooge over„ „heid van 's komp:s Landen, niet alleen tot het besluijt gekoomen, om kanneel thuinen aanteleggen maar ook daar toe dadelijk over„ „tegaan: En alzo heeft de voortplanting van kanneel boomen van Jaar tot Jaar toegenoomen in zoo verre dat haar Edele thans daar uit gemakkelijk een derde gedeelte van de Iaarlijkse leverantie Kreigt, en de overige twee derde gedeeltens moeten uit de bosschen van 's konings landen en 's komp=s gebied met zeer veel moeite gevonden worden, daar door worden van Jaar tot Jaar de kanneel boomen in de bosschen vermin„ „dert en daar in tegen in de plantagies vermeerdert zoo door het opschieten van de Jonge plantjes als door de verdere aanplan„ „tingen. Dat de door godes zegen, tans zynde kaneel plantagie zal ophouden, komen wy nu te hozen, en dat daarom eenige heeren van aanzien bezig zijn de kanneel tuijnen Nagezien 382 tuijnen te visenteeren, daar over bevinden wij ons in een doodelijke droefheid; want, wanneer op eeniger wijze de kanneel plan„ „tagie mogte worden tegen gegaan zal onse verpligte leverantie van Kanneel van Iaar tot Jaar moeten verminderen en geen„ „zints kunnen toeneemen, gelijk wij zulx als geduurig de bosschen door Kruijzende en de kanneel dienst verrigtende koomen te ontwaaren. Buijten dien word in het algemeen gesprooken. Dat vermits in de kanneel tuijnen hier en daar wilde kanneel groeijt, en om dat de kanneel plantjes aldaar in de drooge leiden begooten worden, dezelve de smaak en kragt verliest: en Dat in Chinas tusschen de grae„ „nen ook kanneel pitten gezaaid werdende die wel zullen opkoomen, 't welk een ge„ sprek is van weinig waarde off dat een en ander het welk wij verneemen de waar„ heid behelsd weeten wij niet, mogte het egter gebeuren dat om voorsz: gepraat de aanplanting van kanneel word afgeschaft, zal de Ed: Comp:e groot nadeel daar door leiden derzalven is het dat wij mits deesen het volgende Jze Linde volgende vertoonen 1. Wanneer in de bosschen kanneel geschild word, worden er verscheide zoorten van ge„ meene en wilde kanneel gevonden, dog die werden niet geschild. En ingevalle zomtijds onder de geleeverd werdende kanneel iets van die slegte zoorten werd gevonden, kreigen de hoofden zoo wel als de kanneel schillers na oude gewoonte zwaare straffen en wer„ „den zij buijtens Lands gezonden. Daarom ofschoon in een kanneel tuijn van 100. am„ „monams eenige wilde kanneel boomen mogte gevonden worden, kan dezelve aan de leveran„ „tie van goede kanneel geen schade toebrengen. 2. Jn het Laatst van de maand April bekomt men de kanneel pitten, in die maand en de maanden Meij, Junij en Julij, viermaanden lang heeft men alhier doorgaans regen, dus de kanneel pitten die in die maanden in de bosschen groeijen en alle de Kanneel boomen in de bosschen staande ontvangen steeds water en wanneer die boomen geschild werden, zouden zij ook van geen smaak en kragte moeten zijn, zoo de Kanneel van de plantagies wegens het begieten hun Nagezien 5. 383 hun kragt en smaak mogte verliesen, zon„ „der behulp van het water kan het aard rijk niets voortbrengen en doen opschie„ „ten; en al wat het aardrijk zodanig voortbrengd, kan elk in haar aart, der„ „zelver kragt niet verliesen. 3. e Wanneer kanneel pitten met andere graa„ „nen gezaaid word, heeft dezelve geen kragt om op te koomen, want Nelij en andere graa„ „nen spruijten schielijk uijt maar de kan„ „neel pit is een vrugt die niet zoo spoedig uijtspruijt. daarom kan de kanneel tus„ „schen het gewas en tusschen het onkruijt dat uit de afgekapte stammen voort= koomen niet wel groeijen; ook is het een bekende zaak dat de schaduwe voor alle plantagien heel schadelijk is; het aanleg„ „gen van kanneel tuijnen zal niet alleen voor D Ed: komp:e van tijd tot tijd tot groot nut en voordeel strekken maar ook tot een groote hulpe in onze verpligting zijn. Derhalven geven wij die de leverantie van kanneel doen moeten uwel Edele Groot Achtb: te kennen: Dat wij geen beter middel tot ons behoud vinden op te geeven, dan

NL-HaNA_1.04.02_3880_0834 view scan ↗

English

J ze Linde than the propagation of Cinnamon. signed in Dutch: A: B: Mendies and D: de Zoijsa in Sinhalese: Silvester an illegible signature in Sinhalese: Tobias in Dutch: again an illegible signature in Sinhalese signed: Adriaan and with Dutch numbers 1789. in Sinhalese signed Adriaan Abraham and Zielva in Dutch 1789: though an illegible signature Now follow the signatures of the Cinnamon peelers, namely: Abraham, Hendrik, Don Bastiaan, Clement kiria, Latta Raphiel, Rapia, Joris, Dona Bastiaan Balea; Singa, Jaantje, Pedroewa, Nainda, Don Diniekoe, Siria hoewa, Andriekoewa, watoewa Matthees; Dinees, Donsoea, Lamappoe, Domme Appoea, Hendrik, wattoewa Piria, Joeliaan Gebedoe, Rapia, Latta wattoewa, Appoewa, Poentjia Bastiaan Dincos Bastiaan, fransiskoe, wierakodre Gebedoe, Adaas, Pinees oeroedia; Michiel, waleentie Naida, Joean Berotoe, Diriappoe, Isteroe, Rakina Matthees Hendrik Naijdahadi Bojoewa, Ahangedde Janies, Waradana, Latta walleninge Examined 2185 384 hinge Poetja, giddere Nika, Mattoenga, Rappia, Handemoenie siman, Wellepetti Michiel oedewattoe Tawia, koette Abram, siman Christiaan oepaaijehattena, Karel kapeloe Pirisia Kareloe Piria Tima Accale Poentja, Hondina, Eddia, Hindadoera Rappia Nekketi Mattel, Dotoesge, Anaijede, Manna Joean Jangoe Adriaan, Wiezage Joean, witti Michiel Rakkena Hoditja, Wierakodie Kaloewa, wapen salmen wattoewe Talle geddere gebix, Abewele Janisa, Tinnalage Adriaan, koeijsadoeroe Latta, Emapoe Anaijdoe Kareloe Rakina Appoe, Hendrike, Eliappoewe, Emappoe Demoonie Jaantje; Rakina Kaloewa fstoere Joean, Penang, Tambia, beuwa; Donasia Christoroe Medondia, Naijda, Wapandona wette Adriaan Bamala Kaloewa, Ambewale Boentje Jana Hamoedoedarie, Dinees goene Papaija, Anaijde Dinees, Dirroena, Tomies Adriaan, Malnaijda, Eeuwa Raphiel, Pedroewa Don Dina, Dinees, Raphiel watoewa, Appoewa Ederikoe, waantje, Dingia Salma and Lebbeena below stood: for the translation Colombo the 19. November 1789. was signed: I: C: Andriesz sworn clerk all J D: Linde Examined P: Ledulx sworn clerk in the margin: for the translation signed: D: P: Samerkoon interpreter Agrees likely N: 47: Sijbrands Examined 385 Translation of a Sinhalese ola addressed to the junior merchant and head of the Mahabadde the honorable van Tijlingen by Fajetilleke Sriewardene maharidaan of the Mahabadde When there was a rumor that in some villages of the Galekorle some people had gathered together, I went thither upon your Honour's order to assist the inhabitants of our villages situated in the Galekorle with good counsel, which I also did: On that occasion, a wife of a cinnamon peeler, who had a dispute with a certain Naniderie Salimoroe de soose appoe, who has since died, came to tell me that she met the schoolmaster of the school of Madampe, who told her that the Lord Commander Sluijsken will become Governor, and that then the brother of the said Appoe, being the present Ronde Modliaar, will JD: Linde will obtain the post of first interpreter and sabandaar modliaar of the mahabadde, that his, the Ronde Modliaar's brother-in-law, the mohandiram of the Hoelan badde, will obtain the post requested by him of head at the mahabadde, that when this happens, one shall see what will happen to those who have been against them. I asked that woman whether she had witnesses who have knowledge of the statement of the schoolmaster, to which she answered yes, and for that purpose brought three persons to me. These three persons I questioned each separately, and they confirmed the account given by the aforesaid woman. That Mr. Sluijsken will obtain the Government is spoken of everywhere. Many people who went to see Mr. Sluijsken when his Honour was Captain of the Cinnamon, still go to present themselves before his Honour. The aforesaid mohandiram of the Hoelanbadde has on this occasion departed from Colombo to Gale, he is staying at Dadalle and often visits the Examined 386 Mr. Sluijsken. likewise also the Roene Modliaar and the nephew of Rajepakse modleaar named Tomis appor go to his Honour. The mohandiram of the Hoelanbadde and his uncle Rajepakse modliaar, who are currently our adversaries, have promised a cinnamon peeler named Gimappoea that when Mr. Sluijsken obtains the Government, they would procure for him an Aratchi's post. If such conversations are spread in these turbulent times, some bold and foolish cinnamon peelers might neglect their duty and be disobedient to me. Therefore I make all these matters known. Because we thought that if the aforesaid talk regarding the Government is spread in these turbulent times, some harm might be done to the cinnamon service, we, the Headmen, according to your Honour's order on the 22nd of August 1790, wrote LDe Linde No 48: wrote and signed an ola, addressed to the Right Honourable, Highly Esteemed Lord Governor, which ola is now presented together with this by me, Maharidaan, 1790 8/9. was signed: in Dutch D:s de Lose. below stood: for the translation, Colombo the 11th of September 1790. was signed: G: I: Fijbrands, First sworn clerk in the margin: for the translation signed: D: P: Samerkoon interpreter Agrees Hijbrands First sworn clerk P: Ledulx Examined Examined

Dutch transcription

J ze Linde dan de voortplanting van Kanneel. /: in 't nederduitsch geteekend:/ A: B: Mendies en D: de Zoijsa /: in 't singaleesch:/ Silvester /: een onleesbaare handteekening /:in 't singa„ „leesch:/ Tobias /:in 't nederduitsch:/ weder een onleesbaare handteekening /:in 't singaleesch geteekend:/ Adriaan /: en met Nederduitsch Cijffers 1789. in 't singaleesch geteekend Advi„ aan Abraham en Zielva /: in 't nederduithd 1789: dog een onleesbaare handteekening Nu voegen de handteekeningen der Kanneel schillers als; Abraham, Hendrik, Don Bastiaan, Clement kiria, Latta Raphiel, Rapia, Joris, Dona Bastiaan Balea; Singa, Jaantje, Pedroewa, Nainda, Don Diniekoe, Siria hoewa, Andri„ „koewa, watoewa Matthees; Dinees, Don„ soea, Lamappoe, Domme Appoea, Hendrik, wat„ „toewa Piria, Joeliaan Gebedoe, Rapia, Latta wattoewa, Appoewa, Poentjia Bastiaan Dincos Bastiaan, fransiskoe, wierakodre Gebedoe, Adaas, Pinees oeroedia; Michiel, waleentie Naida, Joean Berotoe, Diriappoe, Isteroe, Rakina Matthees Hendrik Naijdahadi Bojoewa, Ahangedde Janies, Waradana, Latta walle„ „ninge Nagezien 2185 384 „hinge Poetja, giddere Nika, Mattoenga, Rappia, Handemoenie siman, Wellepetti Michiel oedewattoe Tawia, koette Abram, siman Christiaan oepaaijehattena, Karel kapeloe Pirisia Kareloe Piria Tima Accale Poentja, Hondina, Eddia, Hindadoera Rappia Nekketi Mattel, Dotoesge, Anaijede, Manna Joean Jangoe Adriaan, Wiezage Joean, witti Michiel Rakkena Hoditja, Wierakodie Ka„ „loewa, wapen salmen wattoewe Talle geddere gebix, Abewele Janisa, Tinnalage Adriaan, koeijsadoeroe Latta, Emapoe Anaijdoe Kareloe Rakina Appoe, Hendrike, Eliappoewe, Emap„ „poe Demoonie Jaantje; Rakina Kaloewa fstoe„ „re Joean, Penang, Tambia, beuwa; Donasia Christoroe Medondia, Naijda, Wapandona wette Adriaan Bamala Kaloewa, Ambewale Boentje Jana Hamoedoedarie, Dinees „ goene Papaija, Anaijde„ Dinees, Dirroena, Tomies Adri „aan, Malnaijda, Eeuwa Raphiel, Pedroewa Don Dina, Dinees, Raphiel watoewa, Appoewa Ederikoe, waantje, Dingia Salma en Lebbeena /:onderstond:/ voor de translatie kolomboden 19. 9ber: 1789. /:was geteekend:/ I: C: Andriesz gesw: klerk alle „ e J D: Linde Nagezien P: Ledulx gesw: klerk /:in margine:/ voor de vertaling /:geteekend:/ D: P: Samerkoon tolk Akkordeert lijkleik N: 47: Sijbrands Nagezien 385 Translaat Singaleesche ola gerigt aan den onderkoop= „man en hoofd der Mahabad„ „de de heer van Tijlingen door Fajetilleke Sriewardene maharidaan van de Maha= „badde Toen er een gerugt was dat in eenige dorpen van de galekorle eenig volk bij den ande„ „ren verzameld was, heb ik mij op uwel Edelens ordre derwaarts begeeven om de inwoonders van onze dorpen geleegen in de Galekorle met goeden raad bij testaan het geen ik ook gedaan heb: Bij die ge „leegentheid heeft een vrouw van een kan„ „neelschiller, die een verschil gehad heeft met eenen zedert overleden Naniderie Salimoroe de soose appoe, mij komen zeggen, dat zij ontmoet heeft den school„ „meester van de school van Madampe, die haar gezegt heeft dat de Heer Kom„ „mandeur sluijsken zal gouverneur worden, en dat dan de broeder van gemelde Appoe, zijnde de presente ronde modliaar, zal JD: Linde zal verkrijgen den dienst van eerste tolk en sabandaar modliaer van de mahabadd dat zijn ronde modliaaas swager, den mo„ handiram van de Hoelan badde, zal ver krijgen de door hem verzogte dienst van hoofd bij de mahabadde, dat wanneer dit geschied men zal zien wat die geenen, die tegen hun geweest zijn, zullen overkomen. Ik heb die vrouw gevraegd, of ze getuigens had die van het gezegde van den school= „meester kennis draagen, waar op zij ant= „woorde van Ia, en heeft daartoe drie per„ „zoonen bij mij gebragt. Deeze drie perzoo„ „nen heb ik ider afzonderlijk ondervraegd en zij hebben het verhaalde door voormelde vrouw geadroueerd. Dat de Heer Sluijsken het Gouvernement zal verkrijgen word overal gesprooken. Veele menschen die bij den heer Hluijsken ge„ „gaan zijn toen zijn Edele kapitan van de kaneel was, gaan nog zig voor zijn Edele vertoonen. De voormelde mohandiram van de Hoelanbadde is bij deeze gelegentheid van Kolombo na Gale vertrokken, hij houd zig op Dadalle op en gaat dikwils bij den Nagezien 386 den Heer Sluijsken. zoo gaan ook de Roene Modliaar en de Neef van Raje„ „pakse modleaar genaamt Tomis appor bij zijn Edele De mohandiram van de Hoelanbadde en zijn oom Rajepakse modliaar, die tans onze partijen zijn, hebben aan een kaneel „schiller genaamt Gimappoea beloofd dat wanneer de Heer Sluijsken het Gouverne„ „ment verkrijgt, zij hem een Arraatjes dienst zouden doen verkrijgen Als diergelijke gesprekken in deese on= „rustige tijden verbreid worden, zullen sommige stoute en onverstandige ka„ „neel schillers den dienst kunnen ver„ „agteren en mij ongehoorzaam zijn. Daarom geeve ik alle deeze zaaken te kennen wijl we dagten dat wanneer het voor„ „meld gesprek nopens het gouverne„ „ment in deeze onrustige tijden verbreid word, aan den kaneel dienst eenige schaade zoude kunnen toegebragt worden, hebben wij Hoofden volgens uwel Edelens ordre den 22.:' Aug=s 1790: een LDe Linde N:o 48: een ola geschreeven en geteekend, gerigt aan den wel Edelen Groot Achtbaeren Heer Gouverneur, welke ola tans nevens deeze word gepresenteerd door mij Maharidaan 1790 8/9. /:was geteekend:/ in het hollands D:s de Lose. /:onderstond:/ voor de translatie, Kolombo den 11:' September 1790. /:was geteekend:/ G: I: Fijbrands, E: g: klerk /:in margine:/ voor de vertaaling /:geteekend:/ D: P: Samerkoon tolk Akkordeert Hijbrands HEgklerk P: Ledulx Nagezien Nagezien

NL-HaNA_1.04.02_3880_0841 view scan ↗

English

Translation of an ola drawn up by way of a report and presented to the Right Honorable Lord Governor by the following persons: Wije Siriwardene Wikkermenaijke, mudaliyar and first interpreter of the Mahabadde, Tajetilleke Siriwardene, mahavidane of the Mahabadde, Samerewiere Rajepakse, titular mohandiram of the Hoelang badde, Christoffel de Souza, vidane of Kaloeamodere, and Manika Karloe, duraya. Since the Lord Commander Sluijsken and two or three other gentlemen from the Council were on a commission about a year ago in the Colombo Maradana to inspect some cinnamon gardens, a rumor has spread here that from now on the planting of cinnamon will cease. If this happens, the quantity of cinnamon that must be delivered annually will decrease from time to time, as the collective headmen have also made known in a writing. The second and fourth named in the heading of this document say that when the gentleman Sluijsken departed for Galle, His Honor, during his stay at Kosgoda, spoke there in the rest house with the Atapattu mudaliyar of the Mahabadde. After His Honor had departed from there, this mudaliyar, coming out of the rest house, recounted to a group of people standing there that the gentleman Sluijsken would become Governor of Ceylon, and that he thereupon began to jump for joy. The aforementioned two persons heard this from the people who were present there. On that occasion, the aforementioned Atapattu mudaliyar and Rajapakse mudaliyar also went to Galle, and having gone to live at Dadalla for some time, they visited the Lord Commander at Galle several times, after which they returned again to their villages. The mudaliyar of Ruhuna, who lived at Dadalla for about one and a half months, visited the Lord Commander during all that time now every other day, and then again once every two days, which we all came to learn. We know very well that neither the headmen nor the common people of the Mahabadde have any matters concerning the Company's service to conduct with the Lord Commander, and that it is also not the custom for the headmen to go constantly to the Lord Commander. Among the people of the Mahabadde a rumor is circulating everywhere that the gentleman Sluijsken will become governor, and that the letters received from Batavia regarding this are being kept secret. This is spoken of everywhere. Since the rebellion that began in the Matara district has ended again, it is heard everywhere that the plantations of cinnamon and other products will henceforth be abandoned. The first and second named herein also noticed, when they were in Matara a few days ago, that no proper care, as previously, is being taken of the cinnamon gardens. One of the principal ringleaders of Matara, who has since been appointed mohandiram, named Madugodde Appu, standing on the main road at Kaluwella close to Galle, recounted to many passing people of the Mahabadde that henceforth the cinnamon will have to be gathered from the forests, because the planting and the carrying of it would no longer take place, adding thereto: the power that you people have will also indeed diminish as soon as our Lord Commander will have taken over the government. Several people who heard this have recounted it to the first and second named herein. Such rumors make an evil impression on a party of innocent people who do not know what to believe of it or not. Out of apprehension that the work of planting cinnamon, which has been established with much effort, and from which much profit comes, and in which we have a great interest, might sometimes decline, we make all the aforementioned matters known. All the Chalia headmen, who are currently stationed throughout the country, also have knowledge of all this. (Was signed:) Wijesiriwardene Wikkermenaijke, Jajetilleke Siriwaadene, Samerewire Rajepakse, Christoffel de Zouza, and Manika Kaaloe. (Below stood:) For the translation (signed:) G: I: Sijbrands, first sworn clerk. Agrees: Sijbrands The clerk Examined G: Ledul Examined L: z: Linde J: D: Linde Examined 2 No: 49 Today, the 4th of October Anno 1790. I, Gerrard Joan Sijbrands, provisional junior merchant and first sworn clerk at the Political Secretariat, by order of the Right Honorable Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, have kept record of the following statements, namely: Halloedotie Dinees de Loose Jajetilleke Siriwardene, mahavidane of the Mahabadde, who declared: That the cinnamon peeler's wife Dewerahandi Donamma, while he was at Welitara, came to tell him that the schoolmaster of Madampe had told her that news had arrived from distant lands that the Lord Commander Sluijsken would become Governor of Ceylon, and that then the mudaliyar of Ruhuna would obtain the office of first interpreter and sabandar of the Mahabadde, and that his brother-in-law, the mohandiram of the Hoelanbadde, would then obtain the office that he

Dutch transcription

387 Translaat van een ola bij wijze van een bericht ingesteld en aan den Wel Edelen Groot Agtb: Heer Gouverneur gepresenteerd door de ondervolgende perzoonen. Wije Siriwardene Wikkermenaijke modliaar en eerste tolk van de Maha= „badde Tajetilleke Siriwardene mahavid aen van de mahabadde Samerewiere Rajepakse titulaia mo„ „handiram van de Hoelang badde Christoffel de Souza vidaen van Ka„ „loeamodere en Manika Karloe, Doerea. zeedert dat de Heer kommandeur sluijsken en nog Twee of drie Heeren uijt den Raad nu omtrent een Jaer geleeden in kommissie geweest zijn in de kolombosche marendaan, om eenige kanneel tuijnen te visiteeren, heeft zig hier een gerucht versprijd, dat men voor„ „taan met het aanplanten van kanneel zal ophouden. zoo dit geschied, zal de kwantiteid van kanneel die Jaarlijks moet geleverd, worden J Z: Linde worden, van tijd tot tijd verminderen, zoo als de gezaementlijke hoofden zulks ook bij een geschrift hebben te kennen gegeeven. De tweede en vierde in den hoofde deses ge= „noemd zeggen, dat toen de heer sluijsken na Gale vertrok, zijn Ed: bij zijn aanweesen te kosgodde, aldaar in het rusthuijs gesproo„ „ken heeft met den Attepattoe modliaar van de mahabadde, die na dat zijn Ed: van daar weg was, buijten het rust huijs koomende, aan een partij menschen, die daer stonden, heeft verhaelt, dat de heer sluijsken zou„ „de Gouverneur van Ceilon worden, en dat hij daer op van vreugde begon op te sprin„ „gen. voorm:e twee luijden hebben dit gehoord van de menschen die daer bij zijn geweest. Bij die gelegentheid zijn ook de gem: Atte= „pattoi modliaer en Rajepakse modliaer na Gale gegaan, en op Dadalle eenigen tijd zijnde gaan woonen, zijn ze verschijde maa„ „len bij den heer kommandeur te Gale ge„ „weest, waar na ze weeder na hunne dorpen zijn terug gekeerd. De modliaer van Roene, die omtrent een en een halve maand te Dadalle gewoond heeft e Nagezien 388 heeft, is geduurende al dien tijd dan om den anderen dag, en dan weder om de twee dagen eens, bij den Heer Kommandeur geweest, het geen we alle te weeten gekreegen hebben. We weeten zeer wel, dat nog de hoofden, nog de gemeenen van de mahabadde eenige zaeken 's komp:s dienst betreffende, bij den heer kommandeur te verrigten hebben, en dat het ook de gewoonte niet is, dat de hoofden geduurig bij den Heer Kom= „mandeur gaan. Onder het mahabaddes volk loopt overal een gerucht dat de heer sluijsken gou„ „verneur worden zal, en dat de brieven hier over van Batavia ontvangen geheim gehouden worden. Hier van word over al gesprooken. zedert dat de opstand, die in het Materesche begonnen is, weeder is g'eindigt, hoord men over al zeggen, dat de plantagien van kanneel en andere produkten voor¬ „taan zullen worden verlaeten. De eerste en tweede genoemde in deezen hebben ook toen ze nu eenige daagen geleeden te Mature zijn geweest, ont= „waerd, dat voor de kanneel tuijnen geene Jz: Linde geene behoorlijke zorge zo als bevoorens, word gedraagen. Een van de voornaamste belhamels van Mature die zedert is aangesteld tot mo„ „handiram, genaamt Madoegodde appoe, heeft te kaloewelle digte bij Gale op de groote weg staende, aan veele daar voor bij gaande luijden van de Mahabadde verhaelt, dat voortaan de kanneel uijt de bosschen zal moeten worden gehaelt, want dat het aanplan„ „ten en het draagen daar van niet meer zoude geschieden, voegende daer bij de magt die gijlieden hebt zal ook wel verminderen, zo dra onze heer kommandeur het gouvernement zal hebben overgenomen. Verschijde luijden die dit gehoord hebben, heb„ „ben het aan den eersten en tweeden genoemde in deezen verhaelt. Diergelijke uijtstrooijzels maeken een kwaaden indruk bij een partij on„ „nozele menschen, die niet weeten wat ze daar van zullen gelooven of niet. uijt bedugting dat het werk van het kanneel aanplanten, dat met veel moeijte Nagezien 389 moeijte is aangelegd, en waar van veel voordeel komt, en waer in we veel belang hebben zomtijds mogte agter uijt gaan, geeven we alle de voorsz: zaeken te kennen. Alle de Chaliasse hoofden, die tans over al in het land verdeeld leggen, draagen meede van dit alles kennis /:was ge„ „tekend:/ Wijesiriwardene Wikkerme„ „naijke, Jajetilleke Siriwaadene, Sa„ „merewire Rajepakse, Christoffel de Zouza en Manika Kaaloe. /onder„ „stond:/ voor de Translatie /:geteekend:/ G: I: Fijbrands E: g: klerk. Akkordeert Wijbrands Degreerk Nagezien G: Ledul Nagezien L ze Linde J D Linde Nagezien 2 No: 49 390 Heeden Den 4:' oktober Anno 1790. heb ik Gerraad Ioan Sijbrands p:l on„ „derkoopman en Eerste gezw: klerk ter se„ „kretarije van Politie, ter ordre van den wel Edelen Groot achtbaeren heer Willem Iacob van de Graaff, Raad ordinair van Nederlandsche India, Gouverneur en direk„ „teur van het Eijland Ceilon met dies onder„ „hoorigheeden, aanteekening gehouden van de volgende opgaeven als Halloedotie Dinees de Loose Jajetilleke siriwardene, mahavidaen van de maha„ „badde dewelke verklaerde: Dat de kan= „neel schilders vrouw Dewerahandi Donam„ „ma, terwijl hij op Wellitotte was, hem heeft koomen zeggen, dat de schoolmeester van Madampe haar gezegd had, dat er tijding uijt verre landen was gekoomen dat den heer kommandeur Sluijsken Gouverneur van Ceilon zoude worden, en dat dan de ronde modliaar zoude ver„ „kreigen den dienst van eerste tolk en sabandaar van de Mahabadde, en dat desselfs swaeger de mohandiram van de Hoelanbadde als dan den dienst die hij

NL-HaNA_1.04.02_3880_0850 view scan ↗

English

J. ze Linde he would request, so that people could then see what would happen to others; and upon the declarant's question as to whether anyone was present at that time, she had replied that the lascorins Sandaiko and Wattoe Nainde and a certain Wattoea had been present, which witnesses, upon the declarant's questioning, affirmed the statement of that woman, whereof he first notified the Captain of the Cinnamon and subsequently the Noble Lord Governor. Dewarahandi Donamma, widow of the cinnamon peeler Halambe Manikoe, declares: that the schoolmaster of Madampe had told her that news had come from distant lands that Commander Sluijsken would become Governor of Ceylon, and that then the ronde modliaar would obtain the office of first interpreter and sabandaar of the mahabadde, and that his brother-in-law the mohandiram of the Hoelanbadde would then obtain the office that he would request, so that people could then see Examined 391 see what would happen to others; that the lascorins Sandrikoe and Wattoe nainde and a certain Wattoea were present at that time and heard this, whereof she gave notice to the maharidaan. Dewerandoere Tandaikoe, lascorin under the kapine modliaar, declares: That about a full month ago, on a certain day, passing by the house of the woman Dewarahandi Donamma, he stood talking with her, and that then the schoolmaster of Madampe, standing in his garden adjacent to that of the woman, related to her that news had come from Batavia that Commander Sluijsken would become Governor of Ceylon, and that then the ronde modliaar would obtain the office of first interpreter and sabandaar of the mahabadde, and that his brother-in-law the mohandiram of the Hoelambadde would then obtain the office that he would request, so that people could then see what would happen to others. Bastiaan L ze Linde Bastiaan Wattoe Nainde, lascorin under Rajepakse modliaar, declares: That about a full month ago, on a certain day, going home from the gravet, he saw the aforementioned woman Dewarahandi Donamma standing and talking with Sandrikoo, whereupon he also stopped there, and then heard that the schoolmaster of Madampe, standing in his garden adjacent to that of the woman, related to her as Sandrikoe has stated above. Wannigemoene Wattoea, lascorin under Kajepakse modliaar, declares: That about a full month ago, on a certain day, going from his house to his garden, he saw the aforementioned woman Dewarahandi Donamma standing with Sandriekoe and Wattoe Nainde, whereupon he also stopped there, and then heard that the schoolmaster of Madampe, standing in his garden adjacent to that of the woman, related to her as Sandaikoe and Wattoe Nainde have stated above. The Examined 392 The statement by the aforementioned Donamma and by the three witnesses who heard it having been presented to the schoolmaster of Madampe, Hondemoenie Dinees De Sooze, he denied what had been stated by them. Crispine Mirando, former liene mahadoerea of Wellitotte, and Siman Mendis, former liene mahadoerea of Kosgodde, declared: That Sammerewiere Senewiratna, mohandiram of Hoelambadde, summoned each of them separately and said that he had been to Gale and returned again, and that he had learned that Commander Sluijsken will become Governor of Ceylon, that the present Captain of the Korle will become Captain of the Cinnamon, that he showed an ola to them, and that he still had another ola in his hands at the time, the first of which they discovered upon reading to be signed by the modliaars Rajepakse and Kapine and which he J: Linde he told them to sign as well; that upon reading they discovered that it would not be good to sign the said ola, but because no witnesses were present at that time, and in order to bring this matter to light, they signed it, and subsequently, arriving at Kolombo, gave notice thereof to the Captain of the Cinnamon; that the Captain of the Cinnamon then had the ola that they had signed brought, and showed it to them; that they then observed that the ola was addressed to the Captain of the Cinnamon and that in some places several words had been struck through and others added in their place. That upon signing the ola, they earnestly requested the mohandiram of the Hoelambadde to be allowed to read the other ola which he had in his hand as well, to which he then replied that they did not need to read that ola, that many persons had signed it, and that the ola which the declarants had signed was to serve to corroborate the other Examined 393 other, and that when that ola was presented at the place where it must be presented, they would also share in the benefit that would arise from it. That since the ola signed by them has been struck through and added to, and the same is addressed to the Captain of the Cinnamon, which was not the case at the time of signing, and since the signatures of the declarants could be placed on the other ola, for which the aforementioned mohandiram is well capable, being known for such things, the declarants request that he may be ordered to produce that ola. Andries Mendies Wiejesiriwardene Wikkremenaike, first interpreter and modliaar of the Mahabadde, and Malloedotie Dinees De Loose Jajetilleke Siriwardene, maharidaan of the Mahabadde, make known, both for themselves and in the name of certain other headmen, and some [illegible]

Dutch transcription

Jze Linde hij zoude verzoeken, verkreegen zoude dat men dan konde zien wat anderen zoude overkoomen, en op de vraage van den deklarant of er iemand toen present was zij geantwoord had, dat de laskorijns san„ „daiko, en wattoe Nainde en eenen Wattoea daar bij geweest zijn welke getuijgen op de vraage van den deklarant, het zeggen van die vrouw geadvoueerd hebben, waar van hij eerst de Kapitain van de kanneel en vervolgens de Edelen heer Gouverneur ken„ „nis gegeeven heeft. Dewarahandi Donamma, weduwe van den kanneelschiller Halambe Manikoe, deklareerd: dat de schoolmeester van Ma„ „dampe haar gezegd had, dat er tijding uijt verre landen was gekoomen, dat den heer kommandeur Sluijsken, Gouverneur van Ceelon zoude worden, en dat dan de ronde modliaer zoude verkrijgen den dienst van eerste tolk en sabandaar van de ma„ „habadde en dat desselfs zwaeger de Mo„ „handiram van de Hoelanbadde als dan den dienst die hij zoude verzoeken verkrijgen zoude, dat men dan konde zien Nagezien 391 zien wat anderen zoude overkoomen, dat toen daar present waeren geweest de laskorijns Sandrikoe en Wattoe nain„ „de en eenen Wattoea, die zulx aange„ „hoord hebben, waar van zij kennis ge„ „geeven heeft aan den maharidaen Dewerandoere Tandaikoe, laskorijn onder de kapine modliaer deklareerd: Dat hij nu een groote maend geleeden, op zeekeren dag, voor bij het huijs van de vrouw Dewerahandi Donamma gaende, met haar heeft staan praeten, en dat toen de schoolmeester van Ma„ „dampe in zijn thuijn naast die van de vrouw staende aan haar heeft ver„ „haeld, dat er tijding van Batavia was gekoomen dat den heer kommandeur sluijsken gouverneur van Ceilon zoude worden, en dat dan de ronde modliaer zoude verkreegen den dienst van eerste tolk en Sabander van de mahabadde en dat desselfs swager de mohandiram van de Hoelambadde als dan den dienst die hij zoude verzoeken verkrijgen zoude, dat men dan konde zien wat anderen zoude overkoomen. Bastiaan L ze Linde Bastiaan Wattoe Nainde, laskorijn onder Rajepakse modliaar, deklareerd: Dat hij nu een groote maend geleeden op zee„ „keren dag, van de gravet na huijs gaende, de voorm: vrouw Dewerahandi Donam„ „ma met sandrikoo heeft zien staan praaten, wanneer hij ook daar is blij= „ven staan, en toen gehoord heeft, dat den schoolmeester van Madampe in zijn thuijn naast die van de vrouw staende aan haar heeft verhaald, zoodanig als Sandrikoe hier vooren heeft opgegeven. Wannigemoene Wattoea, laskorijn on= „der Kajepakse modleaer, deklareerd: Dat hij nu een groote maand geleeden, op zekeren dag van zijn huijs na zijn tuijn gaende de voorm: vrouw Dewerahandi Donamma met Sandriekoe en Wattoe Nainde heeft zien staan, wanneer hij ook daer is blijven staen, en toen ge„ „hoord heeft dat den schoolmeester van Madampe in zijn thuijn naast die van de vrouw staende aan haar heeft ver„ „haald, zodanig als Sandaikoe en Wattoe Nainde hier vooren hebben opgegeeven Het Nagezien 392 Het verklaerde door voorm: Donamma en door de drie getuijgens, die zulx aan„ „gehoord hebben, den schoolmeester van Madampe Hondemoenie Dinees De soo ze voorgehouden zijnde, ontkende hij het opgegeevene door haar Crispine Mirando geweesen liene maha„ „doerea van Wellitotte. Siman Mendis geweesen liene maha„ „doerea van kosgodde, deklareerden: Dat Sammerewiere Senewiratna mohan„ diram van hoelambadde hun ieder afzonderlijk heeft laeten roepen en gezegt, dat hij na gale is geweest en weeder te rug gekoomen, en dat hij te weeten gekreegen heeft, dat de heer kommandeur Sluijsken gouverneur van Ceilon zal worden, dat de presente kapitain van de korle, Kapitain van de kanneel zal worden, dat hij aan hun een ola vertoond had, en dat hij toen nog een ola in zijne handen had, welke eerste ze bij het leezen ontdekt hebben geteekend te zijn, door de modli„ „aaas Rajepakse en Kapine en die hij J: Linde hij hen gezegt heeft om ook te teekenen dat ze bij het leezen ontdekt hebben, dat het niet goed zoude weezen om gem: ola te teekenen egter om dat toen geen getuij„ „gens present waeren, en om deeze zaak voor de dag te brengen hebben ze die getee= „kend, en vervolgens op kolombo komende aan den kapitain van de Kanneel daar van kennis gegeven, dat toen de kapitain van de kaneel de ola die ze geteekend heb„ ben, heeft laeten brengen, en aan hun vertoond, dat ze toen ontwaerd hebben dat de ola aan de kapitain van de Kaneel was gerigt en dat op sommige plaetsen eenige woorden deurgehaald en andere in de plaets bij gevoegd waeren. Dat ze bij het teekenen van de ola de mohandiram van de Hoelambadde zeer verzogt hebben om de andere ola die hij in de hand had ook te moogen leezen, dat hij toen geant= „woord heeft dat ze die ola niet behoefden te leezen, dat veele perzoonen dezelve onderteekend hebben, en dat de ola die de deklaranten onderteekend hadden moeste dienen ter bekragtiging van de andere le Nagezien 393 andere en dat wanneer, die ola gegeeven wierd ter plaetze daar ze moet gegeven worden zij van het goed dat daer uijt zoude voortspruijten ook genot zullen hebben. Dat wijl bij de ola door hun geteekend doorgehaald en bij gevoegd is en dezelve geaddresseerd is aen de kapitain van de kanneel het geen bij de teekening niet was, en wijl bij de andere ola de handtee„ „keningen van de deklaranten zouden kunnen gezet worden, waar toe voorm: mohandiaam wel in staat is, als zijnde daer voor bekend, verzoeken de deklaranten dat hij mag worden geordonneerd die ola voor-den dag te brengen. Andries Mendies Wiejesiriwardene Wikkremenaike Eerste tolk en mod„ „liaer van de Mahabadde en Malloedotie Dinees De Loose Jaje „tilleke Siriwardene maharidaan van de Mahabadde, geeven te kennen, zoo voor hun als uit naem van som„ „mige andere hoofden, en eenige ver„ mine e

NL-HaNA_1.04.02_3880_0856 view scan ↗

English

trustworthy cinnamon peelers, who are not present here at this moment, but have frequently made this matter known to them. That there is talk everywhere among them of the news that the commander Mr. Sluijsken would soon become Governor and the captain of the Korle would become Cinnamon Captain, and that many changes would then occur among the headmen; that among their people are many ignorant and rash persons who were accustomed to revolting in the past; that on account of the news of these changes these people will not obey the headmen, and thereby the pressing cinnamon service might fall into arrears, and that they might proceed to come forward with false complaints, wherefore they feel obliged to request a provision in this regard. That the headmen among them are not accustomed to visit the Commander of Gale, but that nevertheless the following headmen visit the present Commander, namely: The mohandiram of the Hoelambadde The mudaliyar of Koene Rajepakse mudaliyar The attepattoo mudaliyar of the Mahabadde This last one was with the Commander eight months ago, but the other three have been there several times. That these aforementioned persons have made the news public, and since the mohandiram of the Hoelambadde has testified before the Captain of the Cinnamon that he showed the aforementioned ola to his brother-in-law, the mudaliyar of the guard, and since the latter, contrary to his duty, gave no notice thereof to the Cinnamon Captain and is related to the aforementioned headmen, they also consider him suspect. The aforementioned first interpreter and mahavidana further stated that since the ola signed by the mudaliyars Rajepakse and Kapine has now come to light, after the two former liene mahadureas gave notice thereof, and they observe therein that the ola was previously addressed to no one, but written leaving a space blank, and is now addressed at the top in a different handwriting to the Captain of the Cinnamon, since much has been crossed out and added and written in the handwriting of the Hoelambadde mohandiram, which he also admitted before the Captain of the Cinnamon. That since this ola could not have been written to be presented to the Noble Governor or the Captain of the Cinnamon, as they would not then have signed what they themselves have performed, but would have taken testimony thereof from others, they therefore presume that this ola must have been written to be presented to someone else, as they otherwise would not have kept it for a month and a half and only now, being forced thereto, brought it forward. Koemaresinge Raphiel Perera, aratchi under the Kapine mudaliyar, Magiene Harmen Mirando, aratchi under the Rajepakse mudaliyar, and Walliemoene Dienees Mendies, village headman of Kosgodde, declare: that the Cinnamon Captain, about two months ago, ordered them to inspect the cinnamon gardens of Wellitotte and Kosgodde and to submit a report of their findings. That in compliance with this order they arrived at Wellitotte to inspect the cinnamon gardens of the Kapine mudaliyar, and to that end sought out the said mudaliyar and found him sitting on a small stool in the house of a cinnamon peeler; that they made known to him the aforementioned order of the Cinnamon Captain, whereupon he, saying that they could inspect not only those gardens but also this, at once lifted up his garment. The mudaliyar Kapine, having heard the statement made by the aforementioned three commissioners, denied what was stated by them, whereupon the ola signed by him and Rajepakse was shown to him, and being asked whether he had indeed signed it and to what end, he answered that 50 to 60 Salagama lascars had come to him complaining that they had to perform two duties, namely the cleaning of the cinnamon gardens and the planting of the cinnamon gardens, which fell too heavily upon them; that he had spoken about this previously with Rajepakse mudaliyar; that once, while he was in a cinnamon garden, Rajepakse mudaliyar had sent him the aforementioned ola for signature; that not having his spectacles with him at the time, he was unable to read it, and seeing the signature of Rajepakse mudaliyar, he likewise signed it. The aforementioned first interpreter and the mahavidana of the Mahabadde say in response to this: that Kapine mudaliyar handed over a signed ola in this regard to the Captain of the Cinnamon, which they have also submitted, and the translation of which is annexed hereto, whereby it appears that everything stated by him above is untrue. Thus done on the day written above. signed with eleven signatures in the margin: for the translation: signed: A: Mendies In the center: To my knowledge: signed: G: I: Fijbrands First Clerk Agrees Sijbrands First Clerk Examined W edirk Examined Lt inde J ze Linde Examined No: 50:

Dutch transcription

J inde „trouwde kanneel schillers, die tans niet al„ „hier present zijn dog aan hun deeze zaak dikwils te kennen gegeven hebben. dat van de tijding dat de heer komman„ „deur Sluijsken haast Gouverneur en de kapitain van de Korle, kanneel Kapitein zouden worden en dat dan onder de hoofden veele verandering zoude voor vallen, over al onder hun gesprooken word, dat onder hun volk veele domme en onbedagten menschen zijn, die gewend waaren te vooren te revolteeren dat door de tijding van deeze veranderingen deeze menschen de hoofden niet zullen gehoorzaemen en daer door de pressante kanneel dienst zoude kunnen veragterd raaken, en dat ze zouden kunnen overgaen om met valsche klagten voor den dag te komen, waerom ze hun verpligt vinden hierom„ „trend voorziening te verzoeken. Dat de hoofden onder hun niet gewoon zijn bij den heer kommandeur van gale te gaan, dat egter de volgende hoof„ „den bij den presenten heer kommandeur gaen; als: De Nagezien 394 De mohandiaam van de hoelambadde De modliaer van Koene Rajepakse modliaer De attepattoi modliaer van de maha„ „badde„ Deeze laatste is nu voor agt maanden bij den heer kommandeur geweest, dog de overige drie zijn er meermaelen geweest. Dat deeze menschen voorsz: tijdingen rugtbaar gemaekt hebben, en wijl de mohandiaam van de Hoelambadde bij den kapitein van de kanneel be„ „tuijgd heeft dat hij voorsz: ola aan zijn swager de ronde modliaer heeft vertoond en wijl deeze daar van volgens zijn pligt geen kennis gegee„ „ven heeft aan den kanneel Kapitain en hij met de hiervoren gem: hoofden vermaagdschap is, ze hem ook ver „dagt houden. Voorm: eerste tolk en maharidaen gaeven nog te kennen dat wijl de ola door de modliaeas Rajepakse en Kapine onderteekend, nu na dat de Twee ge„ „weezen Jz Linde „weezen liene mahadoereas daer van ken„ „nis gegeven hebben, voor den dag ge„ „koomen is en zij daar bij zien dat die ola te vooren aen niemand gerigt maer met open laating van plaets geschree„ „ven en nu aan het hoofd met een ander„ „schrift aan den kapitain van de Kan„ „neel geaddresseerd is, wijl er veel deurge„ „haald en bijgevoegd en geschreeven is met het handschrift van de hoelan„ „badde mohandiram het geen hij ook voor den kapitain van de kanneel bekend heeft. Dat wijl deeze ola niet konde geschreeven zyn om te worden gepresenteerd aan den Edelen heer Gou„ „verneur of kapitain van de kanneel, wijl ze dan niet zouden onderteekend hebben het geen ze zelven verrigt heb= „ben maar daar van getuijgenis zouden genoomen hebben van anderen dat ze daarom presumeeren dat deeze ola„ moest geschreeven zijn om aan iemand anders te worden gepresenteerd alzoo ze anders nu anderhalf maand lang niet zouden bewaerd en nu eerst daar Nagezien 395 daartoe genoodzaakt zijnde voor den dag gebragt hebben. Koemaresinge. Raphiel Perera - araetje onder de Kapine modliaar Magiene Harmen Mirando araetje onder de Rajepakse modliaer en Walliemoene Dienees Mendies dorps hoofden van kosgodde verklaeren: dat den Kapitain kaneel nu omtrend Twee maenden geleeden hen gelast hadden om de kanneel tuijnen van Wellitotte en Kos= „godde te gaan visiteeren en van hunne be„ „vinding van rapport te dienen. Dat ze in na„ „kooming van deeze order op Welletotte geko„ „men waeren om de kanneel tuijnen van kapiene modliaer te visiteeren en ten dien einde gemelde modliaar opgezogt en hem gevonden hebben in het huijs van een kanneel schiller zittende op een klein stoel; dat ze hem bekend gemaekt heb„ „ben voormelde order van den kanneel kapitain, waar op hij zeggende dat ze die tuijnen niet alleen maar ook dit konden visiteeren, met een zijn kleed op „geligd heeft Het vzeinde Het verklaerde door voorm: drie gekommit„ „teerdens de modliaer Kapiene aangehoord hebbende ontkende het opgegevene door hun waarna de ola door hem en Rajepakse onderteekend aan hem vertoond en ge„ vraegd zijnde, of hij dezelve werkelijk on¬ „derteekend heeft en ten welken einde, zoo antwoorde hij, dat 50 à 60. sjaliasse las„ „korijns bij hem koomende geklaegd hebben dat ze twee diensten moesten verrigten, namentlijk van het schoonmaaken der kanneel tuijnen en van het aanplanten der kaneel tuijnen, het geen hun te zwaer viel dat hij met Rajepakse mod„ liaer hier over te vooren eens gesprooken had; Dat eens terwijl hij in een kaneel tuijn was Rajepakse modliaer hem de voorm: ola ter teekening gezonden had, dat hij toen geen bril bij zig gehad heb„ „bende dezelve niet heeft kunnen leezen en ziende de handteekening van Raje„ „pakse modliaer dezelve ook onderteekend heeft. De voorm: eerste tolk en de mahavid aen van de mahabadde zeggen hier op: dat Kapiene Nagezien 396 kapiene modliaca hier omtrend eene getee„ „kende ola aan den kapitain van de kan„ „neel heeft overgegeven, die ze teffens overgegeeven hebben en waar van het translaet hier aan is geannexeerd waar bij blijkt dat al 't door hem hier vooren opgegeevene de onwaarheid is. Aldus Gepasseerd ten daege voorschreeven. /:was geteekend:/ met Elf handteekenin„ gen /:in margine: / voor de vertaaling /:ge„ „teekend:/ A: Mendies Jn het midden In mijne kennisse /:geteekend:/ G: I: Fijbrands Egklerk: Akkordeert Sijbrands H. Eyklerk Nagezien W edirk Nagezien Lt inde J ze Linde Nagezien N: 50:

NL-HaNA_1.04.02_3880_0865 view scan ↗

English

397 Between here The underlined word "zommoge" was added to the ola, and below the underlined words a word was added which is illegible. The heads has some letters crossed out in the ola. Translation of a Sinhalese ola. It is written and made known that the great and small under the Mahabadde, performing the services and other matters that they must do for the Company, from long years past 5 without any defect according to old custom, the chiefs for some years past, up to now against the custom, do much injustice against the Company, against some great and small chiefs, and against the inhabitants. The people of the korales brought forward complaints through unlawful assembly; their complaints were heard and, to the detriment of the Company, their request was granted. Because much more injustice has occurred under the Mahabadde than under the people of the korales, we, promising them to ensure that justice will also be done to them, have satisfied them, and thereby prevented the people of the Chalia villages from revolting, whereby the Company's services are also properly performed. Since we can prove the injustice done since the aforementioned year, we have signed this on the 15th of August 1790. From 37 years ago being modliars who have served faithfully: Sirewardene Rajepakse and Wiejesinge Wieretoenge Kapine. The injustice done to Crispine Mirando, former liene mahadoerea of Wellitotte, and Siman Mendies, former liene mahadoerea of Kosgodde, they will state at the time when an investigation into it is held. was signed with four signatures. At the head of the ola is written in another, younger hand: It is made known to the head of the Mahabadde. Below stood: for the translation, Colombo, the 4th of October 1790. was signed: G: I: Fijbrands, sworn first clerk. In the margin: for the translation, signed: A: Mendies. Agrees. Sijbrands Examined. J Ze Linde First clerk Examined. Examined. J: Linde P: Ledil No: 57: 398 Translation of a Sinhalese ola. To the Lord Captain of the Cinnamon, the following is made known with much submissiveness: Siriwardene Rajepakse modliar wrote an ola, signed it, and sent it to me to countersign. I read that ola, and because I found that it was written in that ola that they had no claim against anyone and had nothing to complain about against anyone, I thought it was not right to sign that ola. However, because one would not be able to prove that such an ola was written, I signed that ola solely to serve as proof. The inhabitants of Welletotte, Kosgodde, and Madampe have not rebelled and have also not begun to rebel. That any injustice was done to these inhabitants, none of them has made known to me, and I also bear no knowledge of any injustice that might have been done to them. The lascars belonging under me have come to me several times, each time in groups of one, two, or three persons, and have complained to me that it was too hard for them to perform both services of cleaning the Colombo Maradana and planting the cinnamon gardens, and requested to ensure that they be exempted from one of these two services. I answered them that when Your Honour comes into the country, I will present their request and will secure proper justice for them. All these matters I, Widjesinge Wieretoenge Kapiene modliar, make known, the 28th of September 1790. Signed with an illegible signature. Below stood: for the translation, Colombo, the 4th of October 1790. was signed: G: I: Fijbrands, sworn first clerk. In the margin: for the translation, A:s Mendies. Agrees. Hijbrands Sworn first clerk Examined. J D: Linde I: Ledulx Examined. Examined. No: 52: 399 Today, the 9th of October 1790, was by me, Gerrard Joan Fybrands, sworn first clerk of Police, to the bookkeeper Jan Lourens Spittel, in fulfillment of the resolution of today, article by article, further and distinctly read aloud the questions put to him by the Lord Commander Sluijsken, with the answers given to him thereon, mentioned in a writing dated 30 October 1789, delivered by His Honour to the gentlemen Reintous and Samlant; and Spittel was likewise asked by the Merchant and Fiscal, the Lord Johannes Adriaan Vollenhove, whether, under the tender of an oath, he continues to persist therein, whereupon the said Spittel declared as is noted down at each article. Writing of the Lord Sluijsken: The overseer Spittel having arrived, I asked whether the cinnamon that was planted around here came up well, and this one answered, some trees now stood reasonably well, but Spittel says to this that, as far as he can remember, this conversation occurred between the rest house and the road of Notta; that he now, for the elucidation of this his answer, declares that in the Maradana

Dutch transcription

397 T: hier tusschen zijn Het onderstreepd woord zommoge is bij de ola bijgevoegd en onder de onder„ streepte woorden woord bijgevoegd die onleesbaar de hoofden is een bij de ola eenige Letters deurgehaald. Translaat Singaleesche ola. Word geschreeven en te kennen gegeven, dat de onder de mahabadde bevindende groote en kleine de diensten en andere zaeken die ze aan de komp:e moeten doen, van lange Iaeren af 5. zonder eenig mankement na oude gewoonte doende de hoofden van 5 zommige Iaaren af, tot nu toe teegen de gewoonte veel onregt teegen de komp,e tegen eenige groote en kleine hoofden en teegen de ingezeetenen doen. De korles volkeren hebben door zaemen rotting klagten ingebragt, hunne klagten zijn wel aangehoord en met schaede van de komp:s hun verzoek toegestaan wijl onder de Mahabadde veel meer, onrecht is geschied als onder de korles volkeren, hebben wij hun beloovende te zullen zorgen dat hun ook goedregt wedervaere hun te vreeden gesteld en daer door voorgekoomen, dat het volk van de sjaliasse dorpen niet gerevol= „teerd hebben, waar door ook komp:s diensten behoorlijk worden verrigt. wijl is. Wijl we het aangedaen onregt zeedert het hier vooren gem: Iaar af kunnen bewijzen heb= „ben we deezen onderteekend den 15. aug:s 1790. van nu zedert 37. Jaaren af zijnde modli= „ders die getrouw gedient hebben Sirewar„ „dene Rajepakse en Wiejesinge Wiere„ „toenge Kapine. Het onregt aen Crispine Mirando geweezen liene Mahadoerea van Wellitotte en Siman Mendies geweezen Liene mahadoerea van Kos Godde aange„ „daen zullen ze opgeeven in den tijd wan= „neer onderzoek na gedaen word /:was geteekend:/ met vier handteekeningen: Aan het hoofd der ola is met een ander Jonger schrift geschreeven Aan het hoofd der Mahabadde word te kennen gegeeven. /:onderstond:/ voor de translatie kolombo den 4. Oktober 1790. /:was geteekend:/ G: I: Fijbrands E: g: klerk /:in margine:/ voor de vertaaling /:getekend:/ A: Men= „dies. Akkordeert. Sijbrands Nagezien J Ze Linde Eikeerk Nagezien Nagezien J : Linde P: Ledil N:o: 57: 398 Translaat singaleesche ola Aan den heer kapitain van de kanneel word het volgende met veel onderdanigheid te kennen gegeven Siriwardene Rajepakse modliaer heeft een ola geschreeven, onderteekend en mij ge„ „zonden om meede te onderteekenen, Ik heb die ola geleesen en wijl ik bevonden heb dat in die ola geschreeven was dat men geene pretensie had teegen iemand en men tee„ „gen niemand iets te klaegen had, heb ik gemeend dat het niet goed was die ola te onderteekenen, egter wijl men niet zouden kunnen bewijzen dat zodanig een ola ge„ „schreeven is, heb ik die ola onderteekend alleen om te verstrekken tot een bewijs De inwoonders van Welletotte, kosgodde en Madampe hebben niet gerebelleerd en hebben ook niet beginnen te rebelleeren, dat aen deeze inwoonders eenig onregt is gedaan heeft niemand van hun mij be„ „kend gemaekt en ik draeg ook geen kennis van eenige onregt dat aan hun Jz: Linde hun zoude geschied zijn. De laskorijns onder mij sorteerende zijn op verscheide maalen telkens bij een, twee of drie perzoonen bij mij geweest, en hebben mij geklaegd dat 't hun te swaar viel om de beide diensten van het schoonmaaken van de Kolombosche Marendaan en van de aanplanting der kanneel tuijnen te doen en verzogt om te maeken dat ze van een van die beide diensten bevreid wierden; Ik heb ze geantwoord dat wanneer uwel Edele in het land komt ik hun verzoek zal voor„ „draegen en hun behoorlijk regt zal bezorgen. Alle deeze zaeken geeve ik widjesinge wiere toen, ge kapiene modliaer te kennen, den 28. September 1790. /:geteekend:/ met een onleesbaere handteekening. /: onderstond:/ voor de transla„ „tie kolombo Den 4. oktober 1790. /:was getee„ „kend G: I: Fijbrands E:g: klerk /:in margine/ voor de vertaaling A:s Mendies. Akkordeert. Hijbrands HEgkeerk Nagezien J D: Linde I: Ledulx Nagezien Nagezien N:o: 52: . 399 Heeden den 9 ' Oktober 1790. is door mij gerrard Joan Fybrands eerste geswoore klerk van Politie aan de boekhouder Jan Lourens Spittel, in voldoening aan de resolútie van heeden, Stúkwijse, nader en distinctelijk voorgeleesen de vraagen door de Heer Commandeur Sluijsken aan hem gedaan met de antwoorden hem daarop gegeeven, vermeld bij een geschrift gedateerd 30 Ok= =tober 1789: door zijn Edele aan de Heeren Reintous en Samlant overgegeven, en is hem Spittel teffens door den Koopman en fiskaal de Heer Johannes Adriaan Vollenhove afgevraagd of hij onder aan presentatie van Eede daarbij blijft persisteeren, waarop gem: Spittel zodanig verklaard heeft als bij elk artikel staat aangeteekend Spittel zegt hierop dat zoo veel hij zig kan herrinneren dit gesprek is voorgevallen tusschen het rusthuijs en de weg van Notta, dat hij nu tot opheldering van dit zyn andwoord, verklaard, dat in de maren= geschrift van de Heer Sluijsken De opzigter Spittel gekoomen zijnde, vroeg ik of de Kaneel die hier omstreeks geplant wel op kwam en deese and¬ woorde, Sommige boomen nu redelijk wel stonden, daan maar

NL-HaNA_1.04.02_3880_0874 view scan ↗

English

J. De Linde cleared, are plots of land that have been planted several times with crops, but that the reason for this is that they cannot be watered, and that no large trees remained standing for shade, but that he took plants from the low lands and planted them there, that the majority of them have come up, and of those in the past year some have also been peeled. but that this place between the rest house and the road from Hotta, about which I specifically inquired, had been planted fully four and five times, but that each time the trees had died off until finally a large batch remained standing. Questions asked by Mr. Sluysken. 1: Whether he has not discovered, and still discovers, during the cleaning of the cinnamon gardens, that much bad cinnamon grows among the good? Answers of Spittel thereto. Yes, much bad cinnamon is found in the cinnamon gardens, but the same are rooted out upon discovery. Spittel says he stands by this his given answer, but now declares for clarification thereof, that by bad cinnamon he did not understand wild cinnamon, but only such cinnamon that grows on muddy and low grounds, which is of no quality and taste. 2:) Whether it is not known to him that the cinnamon peelers frequently mix the bad sort with the good cinnamon, and how this happens? That he himself has seen many times that the bad sort is inserted, and that cinnamon peeled on muddy places is not as good as from the other grounds, that it is thick of bark and not of that taste as other good cinnamon, and that they cannot be peeled in long pipes and therefore are peeled in small pieces and inserted into the good cinnamon. Spittel says he stands by this his given answer, but now declares for clarification, that he, as in the previous answer, by bad sort of cinnamon understood not wild, but only such cinnamon that grows on muddy and low grounds, which also cannot be peeled in long pipes, which can be done with the wild cinnamon. Questions asked by Mr. Sluijsken. 3: Whether he has not discovered many times that the planters choose the two best parts for themselves for the planting of coconut trees and the one bad part for planting cinnamon? Answers of Spittel thereto. Yes, to have indeed noticed such, and that such is also natural. Spittel says he stands by this his given answer, but now declares for clarification thereof, that when the ground is level, no choice occurs, but when the ground that is obtained by someone consists of high and low grounds, they commonly use the low grounds for planting cinnamon or other products for the Company, but that one cannot say that the low grounds are also not good for planting cinnamon, provided they are not muddy grounds; but that the sandy and high grounds are the best for it. 4: Whether he must not admit that at the first planting and in many places many bad sorts of crops are still found among the good and have been planted as such? In the planted gardens wild cinnamon trees were indeed found, but not known whether they were planted or brought therein by birds; but in the marendaan in itself to have seen no wild cinnamon at all. Spittel says he stands by this his given answer, but declares now for clarification thereof, that by the marendaan he understood those places in the marendaan that he has had cleared, consisting according to his estimate of around 2 to 300 morgen of land, that he found not a single plant of wild cinnamon therein. Questions asked by Mr. Sluysken. 5: Whether he must not admit that swampy and watery grounds make the good sort of cinnamon defective and of a bad taste and tasteless? Answers of Spittel thereto. Cinnamon that grows on watery and swampy grounds is of no good taste, but that when they are transplanted to other grounds, they acquire the good taste. Spittel says he stands by this his given answer. 6: Whether he must not admit that the wild sort of cinnamon, when young, is unrecognizable, and that even in this the cinnamon peeler mistakes himself? Wild cinnamon, being young, is not easily recognizable, and that even some cinnamon peelers mistake it for good. Spittel says he stands by his given answer, but declares now for clarification thereof, that the tree of a sort of wild cinnamon called Chewel koeroendoe, being young, and even if it is large, is not easily recognizable unless the bark is taken off and tasted, but that the other sort of wild cinnamon is recognizable, and that it is called daul koeroendoe, but that the Sinhalese give three kinds of names to it. Questions asked by Mr. Sluysken. 7: Whether he has not found that cinnamon comes up faster on clay grounds than in marendaan ground, and how much that might differ? Answers of Spittel thereto. That the cinnamon on clay grounds does grow up the trunk, but on the marendaan ground they shoot out more shoots and in the heights comes up quickly and well. Spittel says he stands by this his given answer. J: Linde Thus passed on the day aforesaid. Lower stood: was signed: J: L: Spittel. In the middle: to my knowledge: signed: G: J: Sijbrands First Sworn Clerk. Agrees Sijbrands First Sworn Clerk Examined Jz: Linde Pompens examined No. 53. Examined

Dutch transcription

JDe Linde =daan die hij heeft laaten schoon= maar dat deese plaats tus„ =maken, plekken gronds zijn, „schen het rusthuijs en de die verscheide maalen met weg van Hotta, waarna ik vrugten zijn beplant dog uitgegaan, en dat de reeden daar- mij eigentlijk informeerde van is dat ze niet kunnen wel vier en Vijff maalen aan= begooten worden, en dat er geplant was dog dat telkens geen groote boomen zijn blijven de boomen waaren uijtgestorven staan tot schaduwe, dog dat hij planten uijt de laage gronden tot er nij eindelijk een genoomen daar geplant heeft, dat dezelve voor het grootste groote partij bleeven gedeelte zijn opgekomen en daar¬ staan. =van in het passeerde jaar ook eenige geschild zijn Antwoorden van Spittel Vraagen door de Heer daarop. Sluysken gedaan. Spittel zegt te blijven bij Ia veel seegte kaneel 1: off hij niet bij het zuiveren. dit zijn gegeeven antwoord worden in de Kaneel der kaneel thuinen, ont= de dog verklaard nu tot op= thuinen gevonden dog dekt heeft, en nog ontdekt wa =heldering daarvan, dat hij dezelve worden uijt= dat 'er veele slegte kaneel is door slegte kaneel daarbij =geroerd bij ontdekking onder de goede op groeids verstaan heeft geen wilde kaneel, maar alleen zoda= =nige kaneel, die op modder- „agtige en laage gronden groeid welke van geen deugt en Smaak is v Spittel regt te blyven bij Dat hij zelfs veelmaal 2:) off hem niet bekend het gezien heeft dat slegte is dat de kaneelschillers dit zijn gegeeven antwoord dog. soorte Nagezien de. dog verklaard nu tot word gestooken, en dat opheldering, dat hy zoo kaneel die op modderagtige als bij het voorige and„ „woord door slegte soort plaatsen worden geschild kaneel verstaan heeft, niet zoo goed is, als van geen wilde, maar alleen, de andere gronden, dat. zodanige kaneel, die op. ze dik van bast en niet modderagtige en laage van die smaak is als andere goede kaneel, en dat ze niet gronden groeid, welke bij lange Pijpen kunnen ook niet aan lange geschild worden en derhalven pijpen kunnen geschild bij klijne stukken geschild worden, het geen van de en bij de goede kaneel wilde kaneel kan ingestooken worden geschieden. soorte kaneel by de goede de slegte Soorte met de Antwoorden van Spittel daarop Vraagen door den Heer Sluijsken gedaan. goede reeltijds vermengen en hoe dit toegaats 400 3: off hij niet veelmaale ontdekt heeft, dat de aanplanters de Twee beste deelen voor haar ter aanplanting van koker boomen en de eene slegte deele tot kaneel aanplanten verkiesen. Spittel zegt te blijven Ja zulks wel ont- bij dit zijn gegeeven =waard te hebben, antdwoord, dog ver= en dat zulks ook renklaard nu tot op hel= natuurlijk is ont-=dering daarvan dat dkt: wanneer de grond egaal neel is, er geen verkiesing valt, maar wanneer de grond, die door iemand ver= Kreegen word in hooge en laage gronden bestaan, ze gemeenlijk de laage gronden gebruijken tot het aanplanten van eids. Kaneel nd J De Linde kaneel of andere pro„ „dukten voor de komp„s dog dat men niet kan zeggen dat de laage gronden ook niet goed zijn tot het aanplanten van kaneel, als ze maar geen modderag„ =tige gronden zyn; dog dat de zandige en hooge gronden daartoe de beste zyn 4 of hy niet moet beken„ Spittel zegt te blyven In de geplante thuijnen „nen dat bij de eerste aan„ „planting en op veele by dit zijn gegeven antwoord, wilde kannel boomen wel ge„ plaatzen nog veele Edog verklaard nu tot „vonden te hebben dog niet te opheldering daarvan, dat weeten of ze zyn aangeplant, slegte zoort vuigten hij door de marendaan dan wel door de vogels daarin onder de goede worden gevonden en zodanig verstaan heeft, die plaat, zijn gebragt; dog in de ma„ „zen in de manendaan, die vendaan op zig zelve in het aangeplant zyn. hy heeft laaten schoonman geheel geen wilde ka„ ken bestaande na zyn gis, neel gezien te hebben. „sing in ontrend 2 à 300 morgen lands, dat hij daar in geen enkelde plant wilde kanneel gevonden 5 of hy niet moet beken„ kaneel die op wateragtige „ nen dat sompige en wateragtige gronden en sompige gronden groeid de goede soorte kaneel van geen goede smaak zyn. Spittel zegt te blyven by ondeugzaam maken. dog dat wanneer ze verplant dit zyn gegeven antwoord worden op andere gronde als vraagen door den Heer Pluijsker gedaan Antwoord van Spittel daarop. dan en Nagezien heeft: 1 40. 1 antwoord. Antwoord van Spittel en van een slegte smaak dan de goede Smaak ver en smaakloos doet worden krijgen. 6 of hij niet moet beken. Spittel zegt teblyven wilde kaneel Jonk „nen dat wilde zoorte by zyn gegeven antwoord, zijnde niet wel te kaneel jonk zijnde on„ dog verklaard nietot kennen is, en dat zefs kerbaar is, en dat zelfs opheldering daarvan, sommige kaneelschil„ dat de boom van een zoont„ lers die voor goede aan, hier in de kaneelschil „ler zig misgist. wilde kaneel, genaamt zien. C hewel koeroendoe, jong zijnde, en zelfs al is ze„ groot, niet wel te ken„ „nen is, of de bast moet afgenomen en geproeft worden, dog dat de andere zoort wilde kanneel te kennen is, en dat die ge„ noemd word daul koe„ roendoe, maar dat de singaleesche daar aan driederlij namen geven. by dit zyn gegeven Spittel zegt te blijven Dat de kaneel op klyn I of hy niet bevonden heeft, dat de kaneel op kly„ gronden de stam wel op„ „gronden spoedigen op„ groeid, maar op de maren„ „komt als in marend aan „daan grond ze meer looten grond en hoe veel dat Uitschieten vrager door de Heer Pluijsker gedaan wel daarop „ J : Linde en in de hoogten spoedig wel verscheeld. en wel opkomt. Aldus gepasseerd ten daage Voorschreeven /:onderstont:/ was geteekent:/ J: L: Spittel. /:in 't midden/in mijne kennisse /:getek:/ G: J: Sijbrands E: G: Clerk. Accordeert Sijbrands WEgkeerk Nagezien Jz: Linde Pompens nagezien No. 53. Nagezien

NL-HaNA_1.04.02_3880_0881 view scan ↗

English

402 To the Right Honorable, Greatly Respected Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceilon, with its dependencies. Right Honorable, Greatly Respected, High Commanding Lord! In compliance with the resolution of this government of the 10th of this month, the Bookkeeper and overseer of the plantations, Ian Laurens Spittel, was interrogated in the presence of the undersigned concerning the Articles established by the aforesaid resolution, of which the record kept by the First Sworn Clerk at the Political Secretariat here, Gerhard Joan Sijbrans, the undersigned had the honor to present to your Right Honorable, and whereas the said Spittel answered the question in the 5th article—Where he has seen that, of lands granted on a one-third basis, only the low and poor grounds were used for planting cinnamon and other products for the Company, and specifically that for this planting marshy grounds were taken, and whether these findings of his are so general that one can take his comparison of the whole, as he says, for what generally occurs—by stating that he has seen a piece of land in the Marendaan where a cinnamon peeler, whom he can point out, resides, and who told him that he obtained that piece to plant one-third of it with cinnamon, and also a piece of land in the Hewegam Coorle from a certain Aratchy, who told him that he had obtained that land in the year 1780; that of these two pieces of land, the low grounds were nevertheless planted with cinnamon, which grounds are nevertheless good for planting cinnamon, but that it would have been better if they had taken elevated grounds for that purpose; that by these and similar low grounds he never meant marshy grounds, and that he also cannot say whether it generally occurs, but only reported what he has seen. It pleased your Right Honorable that the undersigned should have the aforesaid land in the Marendaan, of which Spittel speaks in his answer, pointed out to them by the said Spittel. This has been done, and the undersigned find themselves obliged to declare that the site pointed out and the statement made by Spittel in his aforesaid answer differ entirely from one another, as the indicated land is not situated in the Marendaan, 403 situated, but rather in the village of Wellikawitte under the Pallepattoe of the Salpitti Coorle. This appears from the provisional certificate that was granted by the Honorable Dessave Fretz to the contractor of this land, and from the ground itself, which consists of stony and clayey earth. The ground on which the planting for the Company has been done, or the 1/3 portion, is in itself elevated and not low ground, although that portion lies somewhat lower than the other two portions, on which the contractor built a house and which he took for himself for cultivation. Spittel has, for his excuse, brought forward that he stated the land mentioned herein to be in the Marendaan because it is situated directly opposite the Marendaan, or close to the left-hand side of the public road in the Marendaan leading to Kotta, without having considered that, in all the surrounding lands, there being no Marendaan grounds, it could also not be said to lie in the Marendaan, as has appeared from the findings. The undersigned judge it not unserviceable to append hereto an authenticated copy of the aforesaid certificate of the Honorable Dessave Fretz, and subscribe themselves further with the greatest respect, Right Honorable, Greatly Respected, High Commanding Lord, Your Right Honorable's This report was read to me, and I find nothing to remark most obedient servants, upon it. Signed: I. L. Spittel. Signed: A. Samlant and I. A. Vollenhove. Agrees. Sijbrands, First Clerk. Kolombo, the 14th of October 1790. 404 Today, the 11th of October 1790. Appeared before the gentlemen Members of the Political Council here, Abraham Samlant and Johannes Adriaan Vollenhooven: The Bookkeeper Ian Lourens Spittel, to whom, in compliance with the resolution taken in the Council of Ceylon on this day, the following questions having been clearly and distinctly put, he answered thereto as stated alongside each Article. Article 1: Whether he has anything to point out for the improvement of the manner in which the clearing of the forests for the better growth thereof has been done for about five years now, relative to the quality and better growth of the cinnamon. Spittel answers that he, since the year 1785, has been present at the clearing of the forests and the planting of cinnamon, and is still engaged therein to this day, but that he knows nothing to point out for the improvement of the manner in which the clearing of the forests has been done since that time for the better growth of the cinnamon and the planting of the same, relative to the quality and better growth of the cinnamon, as, in his view and judgment, nothing better can be done than what has been done.

Dutch transcription

402 Aan den Wel Edelen Groot Atcht Heer Willem Jacob van de Graaff, Raadordinais van Nederlandsse India, Gouverneur en Direkteur van het Eiland Ceilon, met dies onderdanigheeden Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! In voldoening aan het besluit deeser regering van den 10e deeses, is den Boekhouder en op zigter der planta= gien Ian Laurens Spittel in des ondergetekendend tegenwoordigheid verboord op de Artikelen bij voos= melte resolutie vastgesteld, waer van de ge= houdene aantekening door den Eersten gezwooren klerk ten Lecretarije van politie alhier Ger= haad Joan Sijbrans, de ondergeteekendens de eers gehad hebben uwwel Edele Groot Agtb aantebieden, en dewijl gem spittel de vrage bij het 5' artikel, Waar hij gezien heeft, dat van gronden die op een derde zijn uijtgegeeven alleen de Lage en slegte gronden gebruiijkt zijn tot het aanplanten van de kaneel en anders produk= ten voo de Companie en speciaal dat tot Deeze „ V zelinde Dat tot deeze aanplanting zoude zijn genoomen moelderagtige gronden, en off deze zijne bevindingen zoo algemeen zijn, dat men zijn vergelijk van het geseel kan houden gelijk hij zegt voor het geen doos gaans geschied geantwoord heeft met te zeggen, dat Hij gesien heeft een stuk grond in de marendaan daar een kaneel schiller, die hij kan aantoonen op woond, en die hem gezegd heeft, dat hij dat stuk verkregen heeft om daar van een derde met kaneel te beplanten en ook een stuk grond in de Hewegam Coole van een zeker Aaraetje, die hem gezegd heeft in het Jaar 1780 die grond verkreegen te hebben dat van deeze twee stuks gronden de lage gronden egtergaad zijn, met kaneel te beplanten zijn, welke gronden egter goed zijn tot het aanplanten van kaneel, maar dat het beeter zoude geweest zijn, indiem zeedhoge gronden daar van daartoegenoomen hadden dat hij door deeze en diergelijke lage gronden nooijt gemeend heeft moederagtige gronden, en dat hij ook niet kan zeggen off het doorgaans geschied, maar alleenlijk opgegeeven het geen hij gezien heeft. behaagde het uw wel Edele Groot Achtb:, dat de ondergetekenden voor noemde grond in de maren= daan, waer van spittel bij zijn antwoord spreekt, zig door gem spittel zouden laten aanwijzen. Dit is geschied en de ondergetekend vinden zig verpligt te verklaaren dat de aanwijzing en het opgegevenen door Spittel bij zijn zoo even gemeld antwoord, gants van elkanderen verscheelen, als zijnde de aan gewezene grond niet in de Marend aan geleegen Nagezien 403 geleegen, maar wel in het Dorp Wellikaolde onder de Pallepattoe van de Salpitti Coule Dit blijkt uijt het provisioneel bewijs dat door den E: Dessave Fretj aan den aanneemen van deeze Grond is verleend, en uijt de grond zelve, die van steen en Klijagtige aarde is. De grond waar op de aanplanting voor de Comp o is gedaan off het 1/3 Gedeelte is t zig zelfs hoge en geen lage Grond Schoon dat gedeelte eenig„ sints lager legd dan de twee overige gedeeltens, waar op de aannemen een Huijs gebouwd en welke hij voor zig ter beplanting genoomen heeft Spittel heeft, tot zijn verschooning in gebragt„ dat hij de Grond in deeze vermeld, heeft ge= zegd in de Morendaan te weezen, om dat de zelve vlak over de Morendaan, off digt aan de linkerhand van de gemeene weg in de Marendaan gaande na kotta geleegen is. zonder te zijn verdagt geweest dat die in alle de door omstreeks Leggende Landen, geen Morendaan Gronden zijnde ook niet in de Morendaan kan gezegd worden, e J D: Linde Kolombo den 14 october Nagezien Nagezien worden te leggen, zoo als dat bij de bevinding gebleeken is De ondergetekendens agter het niet ondienstig te zijn; hierneevens een geauthentiteerd af= schhrift van het voormeld bewijs van den E: Dessave Trely te voegen en onderschrijven Zig voor het overige met de meeste eerbied. Wel Edelen Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer„ Iwel Edele Groot Achtb: Dit rapport is mij voor geleezen en vinde daar op zeer Gehoorzame Dienaaren niets aantemerken. /:was— /:was getekend:/ A: Cainlant en I. A. getekend:/ I: L: Spittol. Vollanhove. Akkordeert. Sijbrands Egkeerk 1790 Maes 404 Heden den 11=e October 1790. Kompareerde voor de Heeren Leden van den politi„ ken raad alhier Abraham Samlant en Johannes Adriaan Vollenhooven. De Boekhouder Ian Lourens Spittel, aan wien in voldoening aan de resolutie genoomen. in Raade van Ceijlon op heden, de volgende vraa„ „gen wel en duidelijk voorgehouden zijnde, heeft hij daarop zodanig geantwoord als bij„ zijden ider Artikel vermeld staat. Spittel antwoord, dat hij zeedert het Iaar 1785, bij het schoonmaa„ „ken der bosschen en het aanplan„ „ten van kaneel is geweest, en tot nog toe daarbij is, dog dat hij niets weet aan tewijzen ter verbeetering van de wijze, waarna geschied het schoonmaa„ „ken der bossen ter beetere groeij van de kaneel en het aanplante van de zelve zeedert dien tijd, betrekkelijk tot de Deugd en beetere Groeij van de kaneel alzo na zijn inzien en oor„ „deel daaraan niets beeters kan gedaan worden, als is geschied. of hij iets aan tewijzen heeft ter verbeetering van de wijze waar na geschied het schoonmaa„ „ken der bossen ter beetere groeij van dezelve zedert nu„ min of meer vijf Jaaren, betrekkelijk tot de deugd en beetere groeij van de Kaneel. 1:

NL-HaNA_1.04.02_3880_0886 view scan ↗

English

Jze Linde Whether he himself has not been instructed, since all the time he has been employed in this work, just as has also happened to all others who have been employed in this work in the last 4 or 5 years, to leave standing as many large trees as are necessary for shade, both in the Marrendaan and elsewhere, and from what time one must therefore understand what he says, that no large trees have remained standing for shade. Spittel answers that since the time he has been employed in the cinnamon work, he has been instructed to leave standing as many large trees as are necessary for shade, just as he has also done in forests that were cleared directly by him, but that his statement that no large trees have remained standing for shade must be understood as referring to the forests cleared before the year 1785, a portion of which has been cleared by him of the small bushes that have grown up since then, and that in those places and everywhere he found there was not enough shade, he planted cajeput trees to obtain the necessary shade, as cajeput trees grow quickly and provide much shade. Whether he has not been instructed that he should take proper care for the watering of the young planted cinnamon, and how one must therefore understand that the cinnamon in some places in the Marendaan could not be watered. Spittel answers that the order mentioned here was given to him, and that he also complied with it as far as was possible for him, but that it is not possible that all the cinnamon plants can be watered daily, because of the vastness of the plantations, and because of the few people who often work on them. Reviewed 2. 405 How one must understand him, who had first said that he found much bad cinnamon in the cinnamon gardens, but that the same is rooted out upon discovery, and now says in clarification thereof that he did not understand that to mean wild cinnamon, but only such cinnamon as grows on muddy and low lands, which is of no virtue and taste; that is, whether this was planted cinnamon, or cinnamon that sprouted of its own accord, and whether he rooted out and threw away this cinnamon, it being good in variety, or whether he had it transplanted to higher and better grounds, as he was instructed to do. Spittel answers that the bad cinnamon he meant was not planted, but sprouted of its own accord, as no one will plant on muddy grounds; that he did not root out and throw away this cinnamon, but had it transplanted to higher and better grounds, as he was instructed to do. Reviewed 4. J D: Linde 5. Where he saw that of grounds that have been granted on one-third shares, only the low and bad lands were used for planting cinnamon and other products for the Company, and especially that muddy lands were taken for this planting, and whether these findings of his are so general that according to his comparison of the whole, as he says, they can be held for what commonly occurs. Spittel answers that he saw a piece of land in the Marrendaan, where a cinnamon peeler, whom he can point out, lives and who told him that he obtained that piece to plant one third of it with cinnamon, and also a piece of land in the Hewegamkorle belonging to a certain Arnaatje, who told him that he obtained that land in the year 1780; that of these two pieces of land, the low grounds are planted with cinnamon, which grounds are indeed good for planting cinnamon, but that it would have been better if they had taken the high grounds thereof for that purpose; that by these and similar low grounds he never meant muddy grounds, and that he also cannot say whether it commonly occurs, but has only stated what he has seen. Reviewed 6: 406 Whether anywhere, wherever it might be, he found that cinnamon and other products were planted on muddy grounds for the Company, and if so, to state where he found it so. Spittel answers that he found this nowhere, and if he had seen this done, he would have prevented it and given notice thereof to his superiors. Finally, the appearer declares all that is stated herebefore to be the pure truth, remaining prepared, if required, to confirm the same on oath. Thus enacted in the castle of Colombo on the day aforesaid. Was signed J. L. Spittel. In our presence, signed. In the margin: Sanslond and: Vollenhooven. In the middle: To my knowledge, W. Sijbrands, first sworn clerk. Agrees. 6. 12 First clerk Reviewed JDLinde J De Linde Reviewed JVLLinde Reviewed '85 407 To the cinnamon peeler Haljootje Appoewe permission is hereby granted to clear of the brushwood standing thereon one third of the piece of high land named Ettembegahakanatte, situated in the village Wellikaelde, under the Palle Pattoe of the Salpittikorle, and to plant it with cinnamon for the Hon. Company, provided he leaves standing the shade-giving and other large trees, against which latter pepper vines must be planted, after which only the remaining two thirds will be granted upon his further request for planting with coconut and other trees; care must also be taken that the twenty peelable, one old, and forty-five young cinnamon trees presently to be found thereon are not rooted out or damaged. The said entire land extends to the East to the cinnamon garden of the Mahavidane, to the South to the forest and an angelica tree, to the West to the garden of Tewerdantirige, and to the North to the new road of the cinnamon garden of the Lord Dessave, in extent about three hundred coconut trees planting. 6 Hul J: Linde Reviewed JVLLinde Reviewed

Dutch transcription

Jze Linde Spittel antwoord, dat zeedert of hem zelve niet zedert den Tijd dat hij in het kaneel al den Tijd dat hij in dit werk is gebruijkt, hem belast werk is gebruijkt, is belast, is om zoo veel groote boo„ gelijk dat ook is geschied, „men te laaten staan, als aan alle andere, die in de tot schaduwe nodig zijn, jongste 4 of 5 Jaaren bij gelijk hij ook gedaan heeft dit werk zijn gebruijkt, op bosschen die door hem di„ om zoo veel groote boomen „rekt zijn schoon gemaakt te laaten staan, als tot maar dat zijne opgaave, dat schaduwe nodig zijn, zoo en geen groote boomen tot in de Marrendaan als. schaduwe zijn blijven staan, elders, en van wat Tijd moet worden verstaan van de men mits dien moet ver schoon gemaakte bosschen voor „staan het geen hij zegt, het Jaar 1785: waar van een dat er geen groote boomen gedeelte door hem van de zee„ tot schaduwe zijn blijven „dert opgegroeide kleene boschagies staan! gezuiverd zijn, en dat hij op die plaatzen en overal daar hij bevonden heeft geene scha„ „duwe genoeg te zijn, kajoe„ „pitten geplant heeft ter ver„ „krijging van de noodige schadu„ „we, alzo de kajoe boomen spoedig opgroeijen en veel schaduwe geeven. Spittel antwoord dat hem de of hem niet is belast, dat ordre hier nevens vermeld ge„ hij behoorlijke zorge zoude „geeven is, en dat hij die ook na mete, dat 't hem mogelijk draagen voor het begieten was nagekoomen heeft, dog dat van de jonge aangeplante het Kaneel Nagezien 2. 405 „ het niet mogelijk is, dat alle Kaneel en hoe men dus heeft de kaneel planten dagelijks te verstaan dat de kaneel kunnen begooten worden, wee„ op enkelde plaatzen in de „gens de uijtgestrektheijd van Marendaan niet heeft kun„ de plantagien, en wegens het „nen worden begooten? wijnig volk, dat dikwils op de zelve werken. Spittel antwoord dat de slegte Hoe men hem moet verstaan, kaneel die hij gemeend heeft die eerst gezegt had veel niet is aangeplant, maar van slegte kaneel in de kaneel zelfs is opgeslaagen, alzo tuijnen te hebben gevonden, niemand op modderagtige dog dat dezelve word uijtge„ kaneer gronden zal planten, dat hij roeid bij ontdekking, en nu deeze kaneel niet uijtga„ zegt ter opheldering daarvan roeijd en weggesmeeten, maar dat niet te hebben verstaan, die heeft doen verplanten van wilde Kaneel, maar alleen— op hoogere en beetere Quonden van zodanige kaneel die op zo als hem dat is belast. modderagtige en laage Gron„ „den groeijd, welke van geen deugd en smaak is, dat is of dit kaneel is geweest, aangeplante kaneel, dan wel kaneel uit zig zelfs op geslaagen, en of hij deeze kaneel, schoon zijnde goed in 4. J D: Linde Spittel antwoord, dat hij ge„ 5. „zien heeft een stuk grond in Waar hij gezien heeft dat de Marrendaan, daar een kaneel„ van Gronden, die op een der„ „schiller, dien hij kan antoonen, „de zijn uijtgegeeven alleen op woond en die hem gezegd de laage en slegte gronden hi heeft dat hij dat stuk ver„ gebruijkt zijn, tot het aan„ „kreegen heeft om daarvan een „planten van de kaneelen derde met kaneel te beplan„ andere produkten voor de „ten, en ook een stuk grond in kompenie, en speciaal dat de Hewegamkorle van een zeeker tot deeze aanplanting zou„ Arnaatje, die hem gezegt heeft „de zijn genoomen moeder„ in het Jaar 1780 die Grond ver„ „agtige Gronden, en of dee„ kreegen te hebben, dat van „ze zijne bevindingen zoo deeze twee stuks Gronden de laage Gronden met kaneel be„ algemeen zijn, dat na zijn „plant zijn, welke Gronden eg„ vergelijk van het geheel kan „ten goed zijn tot het aanplan„ houden gelijk hij zegt voor „ten van kaneel maar dat het het geen doorgaans geschied„ beeter zoude geweest zijn, in„ dien ze de hooge gronden daar„ van daartoe genoomen hadden; ne goed in zoort, heeft uijt geroeid en weggesmeeten, dan wel D of hij die heeft doen verplan„ „ten op hoogere en beetere Gronden, zo als hem dat is belast. Dat Nagezien 6: 406 Dat hij door deeze en diergelijke laage gronden nooit gemeend heeft modderagtige Gronden, en dat hij ook niet kan zeg„ „gen of het doorgaans geschied, maar alleenlijk opgegeeven het geen hij gezien heeft. spittel antwoord dat hij dit of hij ergens waar het mogte nergens heeft bevonden, en zoo zijn, heeft bevonden dat voor de Comp=e hij dit had zien doen hij zou„ kaneel en andere produkten„ „de las belet en daarvan ken„ op modderagtige gronden zijn „nis gegeeven hebben aan zij„ aangeplant, en zoo ja, opte„ ne gebieders. „geeren, waar hij het zoo bevon„ „den heeft! Eindelijk verklaard de komparant al het hier„ „vooren opgegeevene de suijvere waarheid te zijn, bereid blijvende hetzelve gerequireerd wordende met Eede te bevestigen. Aldus gepasseerd in het kasteel Kolombo ten dage voorschreeven. /was geteekend JL spittel, ons present /:geteekend:/ /in margine / sanslond en: vollenhooven / in hiet midden In mijne kennisse W Sijbrands. E: g: klerk Eijbrands Accordeert. 6. 12 aeKlerk Nagezien JDLinde J De Linde Nagezien JVLLinde Nagezien „85 407 Aan den kanneel Schillen Haljootje Appoewe word mitts deezen gepermitteerd, om een derde van het stuk hooge grond genaamt Ettembegahaka= natte, geleegen, in het dorp Wellikaelde, onder de palle pattoe van „ salpittikorle, van de daar op staande bosschagie te moogen suijveren en met kaneel voor DE. Komp: aan te planten, mits staan laatende de schaduw geeven, de en andere groote boomen, aan welke laaste peeper Ranken moet geplant worden, waar na eerst de overige twee derde op zijn nader verzoek zullen afgegeeven worden ter aanplanting met kokers en andere boomen; ook moet ge= „sorgt worden dat de daar op tans te vindene twintig schilbaere, Een oude en vijf en veertig Jonge kaneel boomen, niet uijtgeroeijt ofte beschadigt worden; Gem heele grond strekt ten O aan de kaneel tuijn van de Mahavid aan„ ten B: aan het bosk en een angelike boom, ten W: aan de tuin van te werdantirige, en ten N: aan de Nieuwe weg van de kaneel tuijn van de Heer Dessave, groot omtrend drie hondert kokus boomen plantens 6 Hul J: Linde Nagezien JVLLinde Nagezien

NL-HaNA_1.04.02_3880_0895 view scan ↗

English

No. 85 407 To the cinnamon peeler Haljootje Appoewe is hereby permitted to clear one-third of the piece of high ground named Ettembegahakanatte, situated in the village of Wellikaelde, under the palle pattoe of salpittikorle, of the brushwood standing thereon and to plant it with cinnamon for the Honorable Company, on the condition that the shade-giving and other large trees are left standing, against which latter pepper vines must be planted, after which the remaining two-thirds shall first be handed over upon his further request for planting with coconut and other trees. Care must also be taken that the twenty peelable, one old, and forty-five young cinnamon trees presently to be found thereon are not uprooted or damaged. The said entire land borders to the East on the cinnamon garden of the Mahavid aan, to the South on the forest and an angelike tree, to the West on the garden of te werdantirige, and to the North on the New road from the cinnamon garden of the Lord Dessave, measuring approximately three hundred coconut trees planting. Hulstsdorp the 25 March 1789 was signed D Jb Fretz; in the margin Agrees with the received Report of native commissioners. signed A P: van Der smagt tombo holder Sijbrands Egkeerk Agrees. Examined JD Linde No: 54. Examined Examined Maas

Dutch transcription

No. 85 407 Aan den kanneel Schillen Haljootje Appoewe word mitts deezen gepermitteerd, om een derde van het stuk hooge grond genaamt Ettembegahaka= natte, geleegen, in het dorp Wellikaelde, onder de palle pattoe van „ salpittikorle, van de daar op staande bosschagie te moogen Suijveren en met kaneel voor DE. Komp: aan te planten, mits staan laatende de schaduw geeven, de en andere groote boomen, aan welke laaste peeper Ranken moet geplant worden, waar na eerst de overige twee derde op zijn nader verzoek zullen afgegeeven worden ter aanplanting met kokers en andere boomen; ook moet ge= „sorgt worden dat de daar op tans te vindene twintig schilbaere, Een oude en vijf en veertig Jonge kaneel boomen, niet uijtgeroeijt ofte beschadigt worden; Gem heele grond strekt ten O aan de kaneel tuijn van de Mahavid aan„ ten B: aan het bosk en een angelike boom, ten W: aan de tuin van te werdantirige, en ten N: aan de Nieuwe weg van de kaneel tuijn van de Heer Dessave, groot omtrend drie hondert kokus boomen plantens Hul J inde Hulstsdorp den 35 Maart 1789 /wels geteekend/ D Jb Fretz; /in margine/ Accordeert met het ingekome Rapport van inlandse gecommitteerdens. / getekend/ A P: van Der smagt tombohouder Sijbrands Egkeerk Akkordeert. Nagezien JD Linde No: 54. Nagezien Nagezien Maas

← previous