Inventory 3881
Ceylon · 588 pages · 79 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
...when the claims of the creditors in this country amount to more than those of the claimants who are in Europe. § 142. Regarding the servants in this Government, the Gentlemen Commissioners of Their High Mightinesses for the inspection of the Military establishment at the settlements of the Company, in their remarks on the national troops, have determined the number of staff officers in Ceylon, and in accordance with their highest intention, and pursuant to the orders received from the Gentlemen Majores by honored missive of 5 February 1789, we appointed on 2 September last to the infantry as Major: the Captain and Commandant of Militia at Jaffenapatnam Gerrit Frankena; The Captain and Commandant of the Militia at Gale Johan Lodewijk Scheede; The Captain Commandant at Oostenburg Johan George Fornbauer. § 143. On 3 September we further appointed as Major of the Infantry in the garrison at Kolombo, the Major of the Regiment de Meuron George de Mohack, after the Colonel of the aforementioned regiment was spoken to beforehand, and he had testified to having no objection to it, and after the aforementioned Major Morack had also testified to being inclined to transfer to the Company as Major. § 144. The Chief of the Ceylon Artillery must, according to the intention of the aforementioned Gentlemen of the Military Commission, be a Lieutenant Colonel, but Their High Noble Severities, on the proposal of the Governor and for such reasons as are mentioned in our secret letter, have this time made an exception in favor of Major Paravicini, and decided that he should become effective Colonel, provided that this should not be drawn into consequence; and on that account we appointed Major Paravicini on 2 September as effective Colonel of the Artillery. § 145. We hope that Your High Nobles will approve this our arrangement, and take hereby the liberty to propose the aforementioned senior officers most humbly to Your High Nobles for confirmation, with their petitions submitted for that purpose forwarded among the appendices. § 146. Among the qualified servants in this Government have passed away: the Colonel and Chief of the Ceylon Militia, Johan Philip Christiaan Silenius; the Minister in the Sinhalese congregation Henricus Philipsz; the Under-Merchant out of employment Hendrik Levin Martheze; and the Head Surgeon of Jaffenapatnam Christiaan Kappelhoff. § 147. Since, according to the intention of the aforementioned Gentlemen Commissioners of Their High Mightinesses, upon a vacancy in the post of Chief of the Militia in this Government, the filling thereof must be deferred to the Gentlemen Majores in the Netherlands, and the command in the meantime be entrusted ad interim to the senior staff officer, we have summoned Lieutenant Colonel Diederich Carl von Drieberg from Trinkenomaale to exercise the command over the Ceylon Militia ad interim until the receipt of Your Right Honorable Highly Respected disposition. Upon his arrival at Kolombo, we shall grant him the rank of senior Colonel in this Government as long as he fills this post, and during which time we have appointed ad interim as Chief of Trinkenomaale, subject to Your High Nobles' approval, the abovementioned Major Johan George Fornbauer. § 148. Colonel de Meuron has requested of us that, considering that the emoluments of the Captain-Lieutenants and the subaltern officers, according to the 18th Article of the Capitulation, are equated with the emoluments of the national officers of the same ranks, as we communicated to Your High Nobles in our respectful letter of 27 August last, the emoluments of the Captains of the regiment might also be made equal with those of the national captains, who, with the 27 rixdollars which they received monthly according to an old arrangement for nine free-laborers, had Rds 11. 9. –. per month more than the captains of the aforementioned Regiment; but we have not consented thereto, because it is the intention of the Gentlemen of the Military Commission that the national Captains shall be equal in appointments with those of the Regiment de Meuron, as has also already been introduced. § 149. We have, upon their request and due to the expiration of their term, retaining rank and pay, discharged to the Netherlands the Head Surgeon of the Dutch hospital here, Barend Aleman, and the Ensign Daniel Ertman Kool. § 150. In place of the aforementioned Aleman, we have appointed the Surgeon Major Godfried Knaus with his earned salary of ƒ 60 to Head Surgeon of the Dutch hospital here, and in his place promoted the city Head Surgeon Frans Wolkers to Surgeon Major, with the salary of ƒ 50:— per month standing therefor. As city Head Surgeon we have appointed the Surgeon Jacobus Lourensz and granted to him the salary of ƒ 36. –. per month determined by the Regulation. § 151. In place of the aforementioned Kappelhoff, we have appointed as Head Surgeon of the Dutch hospital at Jaffenapatnam the city Surgeon there, Arnoldus Kellens, and granted to him the salary of ƒ 45. –. — determined by regulation. § 152. By the Chief of Nigombo and Silauw, Daniel Ditlof Count of Ranzou, there has been presented to us the Petition addressed to Your High Nobles, which is transmitted among the appendices, and we take the liberty of recommending his request therein to Your High Nobles...
Dutch transcription
586 ment wanneer de pretentien van de krediteuren hier te lande, meerder be„ draagen dan die van de pretendenten welke zig in Europa bevinden. §. 142. Nopens de Dienaaren in dit Gouvernement zijn door de Heeren Hunner Hoog mogenden, Commissarissen, tot de inspectie van 't Militaire weezen op de Etablisse„ menten van de komp:, bij derzelver aanmerkingen over de nationaale troupen, bepaald het getal der staf affi„ curen op Ceilon en hebben we overeen„ komttig niet hoogst derzelver inten„ tie, en ingevolge de bekoomene last van de Heeren Majores bij g'eerde mis„ „sive van den 5:e februarij 1789. op den 2:e zeptember Jongstleeden bij de infan„ terij aangesteld tot Majoort: den Napi„ tamn en kommandant van Milietsie te Jaffenapatnae Gerrit frankena Den kapitein en Commandant van de stilietste te Gale Johan Lodewijk scheede Den Den kapitein Commandant op Oosten„ burg Johan George fornbauer. §. 143. Op den 3:e september hebben we nog aan„ „gesteld tot Majoor van de Jnfanterij in 't garnisoen te kolombo, den Ma„ „joor van het Regiment van Meuron George De Mohack, na dat daar over alvoorens den kollonel van het voorsz: regiment was gesprooken, en deeze hadde betuijgd daar niets teegen„ te hebben, en na dat ook de voorsz: Majoor Morack hadde betuigd, ge„ nagen te zijn om als Majoor bij de Komp:s overtegaan. §. 144. De Chef van de Ceilonsche Artillerij moet, volgens de intentie van welgem: Heeren van de Militaire Commissie, zijn zuijte„ nant Colonel, dog hebben wel gem: Hunne Hoog Edele Gestrenge op 't voogstel van den Gouverneur, en om zodaanige reedenen als bij onzen sekreeten brief zijn vermeld, ditmaal een exceptsie ge„ maakt 587 „maakt in faveur van den Majoor Paravicini, en dat hij zoude worden Collonel effektief, mits dit niet wierde getrokken in Consequentsie; en hebben we uit dien hoofde, den Majoor Para„ vicini den 2:e september aangesteld tot kollonel effektief van de Artille„ §. 145. we hoopen dat uw Hoog Edelheeden deeze onze schikking zullen approbee„ ren en neemen door deezen de vrijheid om voorsz: hoofd officieren aan uwe Hoog Edelheeden ter bevestiging ne„ drigst voortedraagen, gaande hun„ ne ten dien einde ingekoomene oe„ „questen onder de bijlaagen over 3. 146. Onder de gequalificeerde Dienaaren in dit Gouvernement zijn overleeden de Colonel en Chef van de Ceilonsche Milietsie, Johan Philip Christiaan Silenius, de Predikant in desinga„ „leesche gemeente Henricus Philipsz: de rij. de onderkoopman buijten emploij Hendrik Levin Martheze en de opper„ meester van Jaffenapatnam Christi„ aan kappelhoff. §. 147. wijl volgens de intentie van voorsz: Heeren hunner Hoog Mogenden Com„ missarissen, bij vacatura van de post van Chef der Milietsie in dit Gou„ verminent, de vervulling daar van moet worden gedefereerd aan de Heeren Majoores in Nederland, en 't Commando intusschen ad interim„ worden opgedraagen aan den oud„ sten staf officier hebben we den Lui„ tenant Collonel Diederich Carl von Drieberg van Trinkenomaale opge„ roepen, om tot den ontvang van hunner welEdele Hoog achtb: dispo„ Lutsie, het Kommando over de Ceilonsche Milietsie ad interim te voeren. Bij zijn komst te kolombo zullen we hun toeleggen de rang van oudste 588 oudste kolloml in dit Gouvernement zoo lange hij deeze post waarneemt en geduurende welke tijd we adiite„ rim tot Chef van Lrinkenomaale op uw Hoog Edelheeden approbaatsie hebben aangesteld den hier boven gem: Majoor Johan George Fornbauer §. 148. De Collonel de Meuron heeft ons ver„ zogt dat uit aanmerking dat de emo„ lumenten van de kapitain Luite„ nants en de subalterne officieren, volgens het 18:e Artikel van de Ca„ „pitulaatsie gelijk gesteld zijn met de emolumenten van de nationaa„ le officieren van de zelfde graaden gelijk wij dat uwen Hoog Edelhee„ den hebben bedeeld bij onzen eerbiedi„ „gen van den 27:e aug:o Jongstleeden ook de emolumenten van de Capi„ teins van het regiment, egaal mog„ ten worden gesteld met die van de nationaale kapiteins, die met de 27. 27. rd:s welke ze maandelijks, volgens eene oude schikking voor negen vrij„ werkers genooten Rd:s 11. 9. –. 'smaands meerder hadden, dan de kapiteins van voorm: Regiment, dog we hebben daar in niet bewilligt uit hoofde dat het de intentie is der Heeren van de militaire kommissie dat de Natio„ „naale kapitein zullen gelijkstaan„ in appoinktementen met die van het Regiment van Meuron, gelijk dat ook reeds is ingevoerd. §. 149. wij hebben den oppermeester van het Nederlands hospitaal alhier Barend Aleman en den vaandrig Daniel Ertman Kool, op hun verzoek en mits tijds expiraatsie, behouden qua„ liteit en gagie na Nederland ver„ last. 3. 150. Insteede van voorm: Aleman hebben we den Chirurgijn Majoor Godfried Knaus met zijne winnen„ de gagie van ƒ 60. , aangesteld tot oppermeester 589 oppermeester van 't Nederlandshos„ „pitaal alhier, en in zijn plaats den stads oppermeester frans wolkers tot Chirurgijn Majoor bevorderd, met de daar toe staande gagie van ƒ 50:— 'smaands. tot stads oppermeester heb„ ben we aangesteld den Chirurgijn Jacobus Lourensz: en aan hem toe„ „gelegd de bij 't Reglement bepaalde gagie van ƒ 36. –. 'smaands. §: 151. In plaats van de hier vooren ver„ melde Kappelhoff, hebben we tot opper„ meester van 't Nederlands hospitaal te Jaffenapatnam aangesteld den stads Chirurgijn aldaar Arnoldus kellens, en aan hem toegelegd de bij reglement bepaalde gagie van ƒ 45. –. — §: 152. Door het opperhoofd van Nigombo en silauw Daniel Ditlof Grave van Ranzou is ons gepresenteerd het Re„ „quest, geaddresseerd aan uwe Hoog Edel„ heeden dat onder de bijlaagen over„ „gaat en we neemen de vrijheid zijn verzoek daar bij aan uwe Hoog Edelheeden
English
Honorable Sirs, to support a further proposal to the Lords Majors for obtaining the capacity and salary of Merchant with our humble recommendation. Paragraph 153. The Bookkeeper and Secretary of the Orphan Chamber here, Jan Agaton Hendrik Sezilles, has most earnestly requested of us, in consideration that he has already been a bookkeeper for 21 years, that he might be favored with the title and rank of Junior Merchant, and because he has already served the Company for 33 years, and is of very suitable conduct, and that he furthermore holds an office outside the expense of the Company, we take all the more liberty to bring this request of his under the eyes of your High Mightinesses and likewise to support the same with our humble recommendation. Paragraph 154. Upon the communication given to Jaffenapatnam, that your High Mightinesses, upon our proposal, were pleased to grant to the Captain Land-Regent of the Wannij, Nagel, a surplus measure of ten per cent of the Wannish Nelij revenue, provided that the same would take effect as of the date of your High Mightinesses' most esteemed missive of the 17th April 1789, the Jaffna servants, by their Resolution of the 1st May of this year, an extract of which is transmitted among the enclosures, submitted to us the request of the said Nagel to be indemnified for the expenses that he, during the expedition in the Wannij, in furtherance of the Company's interest, had to incur out of his private purse, and which are indicated more fully in an address that is inserted in the aforesaid Jaffna resolution. This same request the aforesaid Nagel had made several times in earlier years, and finally repeated the same in his letter of the 28th February 1788, and it was in order to indemnify him on that account that we, according to our resolution of the 8th August 1788, in our respectful letter of the 17th October following, Paragraph 116, proposed to your High Mightinesses that the surplus measure granted to him on the Wannish Nelij revenue might be credited to him from the time he entered into the administration of the Wannij; we have therefore, upon the aforesaid proposal of the Jaffna servants, by our Resolution of the 1st June last, an extract of which accompanies the enclosures hereof, resolved to humbly propose to your High Mightinesses, as we take the liberty to do hereby, that compensation may be granted to the Captain Land-Regent Nagel for the extraordinary expenses indicated by him, either by paying in cash the full sum of 1446 rixdollars which he indicates in his address, or that your High Mightinesses might see fit to return the horses in kind, and have the harnesses repaired at the expense of the Company, in which case no more than 726 rixdollars will remain to be reimbursed in cash. Paragraph 155. We have the honor to send herewith to your High Mightinesses, under a separate register, the requested statement of the incomes of the servants, and take the liberty, regarding the arrangements that in our view could be introduced concerning the incomes of the principal among them, to let our humble considerations follow here, in case they might serve for any greater convenience of your High Mightinesses' deliberations. Paragraph 156. The incomes of the Governor have, during five years, one year on average with another, amounted to 22844 rixdollars 47, excluding salary and board money, and excluding the pantry villages, the annual value of which, more or less, has already been stated by letter of the 18th May 1785. Paragraph 157. The revenue from the areca constitutes the largest item thereof, and this revenue can increase considerably over time. It is even very probable that this will happen. In the last year it has, with the remaining revenues of the Governor, amounted to upwards of 32000 rixdollars. Paragraph 158. The Governor therefore takes the liberty to submit to your High Mightinesses' consideration whether it would not be better that the income of the Governor were fixed by your High Mightinesses at a set sum, of for example 25000 rixdollars per year, including therein the gratuity that the Governor, along with several servants, enjoys from the customs farm and the duty on the areca, naturally provided that the revenues mentioned in the statement amount to that much or more, and that if they amount to less, he will have to be content with what has come in from it. Paragraph 159. In an explicit little ledger, which one could have kept for that purpose, these revenues could be recorded. In this little ledger could also be included the revenues of the Governor's Pantry Villages, which according to this arrangement ought to be administered by the Dessave along with the remaining lands of the Colombo Dessavony. Paragraph 160. On 15000 rixdollars a Governor can subsist decently, and this he also needs in order to live in accordance with the dignity of his office. When therefore your
Dutch transcription
Edelheeden gedaan om eene nadere voordragt aan de Heeren Majooret, ter verkrijging van de qualiteit en gagie van Koopman met onze nedrige voor dragt te ondersteunens. §. 153. De Boekhouder en sekretaris vande weeskamer alhier Jan Agaton Hen„ „drik Sezilles, heeft ons instantigst verzogt, om uit aanmerking dat hij reeds 21. Jaaren boekhouder is, met de titul en rang van onder„ „koopman temoogen worden be„ „gunstigd en wijl hij reeds 33. Jaaren de Comp: gediend heeft, en van een zeer geschikt gedrag is en dat hij boo„ ven dien een ampt bekleed buiten latten van de komp: neemen we te meerdes vrijmoedigheid om dit zijn verzoek te brengen onder het oog van uwe Hoog Edelheeden en hetzelve insgelijks met onze nedrie „ge voordragt te ondersteunen §. 154. Op de gegeevene Communikaatsie na 590 na Jaffenapatnam, dat uwe Hoog Edel„ heeden op onzen voordragt aan den kapi„ tein Landaegent van de wannij Nagel hebben gelieven toetestaan eene overmaat van tien ten honderd van de Wannische Nelij geregtigheid, mits dat dezelve zoude in„ „gaan met de dagteekening van uwer Hoog Edelheeden zeer g'eerde missive van den 17:e April 1789. hebben de Jaffenasche bedienden, bij hun Resoluuttie van den 1:e Maij deezes Jaars, waar van Extrakt onder de bijlaagen overgaat aan ons voorgedraagen het verzoek van gem: Na„ „gel, om schaadeloot temoogen worden ge„ steld wegens de ongelden, die hij geduurende de expeditie in de wannij, ter bevordering van 'skomp: intrest, uit prieve beurs had moeten doen, en breeder worden aan„ „geweesen bij een addres dat in voorsz: Jasfenasche oesotuutsie is g'insereerd. Dit zelfde verzoek heeft voorm: Nagel in vroe„ „gere Jaaren temeermaalen gedaan, en 't zelve eijndelijk herhaald bij zijn brief den 28:e februarij 1788. , en het was om hem der„ wegens schaadeloos te stellen, dat we vol„ „gens ons besluijt van den 8:e augustus 1788. bij bij onzen eerbiedigen van den 17:e oktober daar aan §. 116. aan uwe Hoog Edelheeden hebben voorgesteld, dat de aan hem toegelegde overmaat op de wannische Nelij gerechtigheid, mogte worden goed gedaan zedert dat hij is getreeden in 't bestier van de wannij we hebben derhalven op de voorsz: voordragt van de Jaffenasche bedienden bij onze Resoluutsie van den 1:e Junij Jongstleeden waar van een Extrakt de bijlaagen deezes verzeld, beslooten, aan uwe Hoog Edel„ heeden nedrigst voortestellen, gelijk we de vrijheid neemen te doen door deezen, dat aan den kapitein Landregent Nagel vergoeding mag worden toegestaan voor de door hem aangeweezene extrakt uit„ „gaves, het zij met de geheele som van rd:s 1446. die hij bij zijn addres aanwijst kon„ tant te voldoen, dan wel dat ruwe Hoog Edelheeden mogten goedvinden, om de Paarden in natitra terug tegeeven, en de en de tuijgen voor reekening van de komp: te laaten repareeren, in welk geval niet meer dan 726. rd: zullen resteeren om kontant teworden vergoed. §: 155. 591 §. 155. Wij hebben de eere uwen Hoog Edelheeden onder een apart register hier nevens tezen„ den de gevraagde opgave van de inkom„ „sten der Dienaaren en neemen de vrij„ moedigheid nopens de schikkingen die na ons inzien zouden kunnen worden ingevoert, omtrent de inkomsten der voornaamste onder dezelve, hier te laa„ ten volgen onze nedrige konsideratien of het somtijds zouden moogen strekken tot eenig meerder gemak van uwer Hoog Edelheeden de liberaatsiens. §. 156. De inkomsten van den gouverneur hebben geduurende vijf Jaaren, het eene Jaar door het andere, bedraagen rd: 22844. 47 buiten gagie en kostgeld, en buiten de dispens dorpen, waar van de Jaarlijksche waarde min of meer, reeds opgegeeven is bij brief van den 18:e Maij 1785. — §. 157. Het inkoomen van de arreek maakt daar van de grootste post uit en dit inkoo„ men kan door den tijd merkelijk vergroo„ ten. stit is zelfs zee waarschijnlijk dat dit geschieden zal. In het laatste Jaar heeft het, met de overige inkomsten van den Gouverneur, bedraagen ruijm 32000. rd:s §: 158. De Gouverneur neemt daarom de vrijheid uwen uwen Hoog Edelheeden in konsideraatsie te geeven of het niet beeter waare, dat het inkoomen van den gouverneur door uwe HoogEdelheeden wierde gere„ geld op een vaste som, van bij voorbeeld 25000. rd: sjaars, daaronder begreepen het douceur dat de Gouverneur met ver„ „scheide Dienaaren geniet uit de alfandige pagt en den tot op den arreek, wel ver„ staande, wanneer de inkomsten bij de aantooning vermeld, zoo veel off meer bedraagen, en dat zoo ze minder bedragen Wij zig met het geene daar van ingekoo„ men is zal moeten te vreeden houden. §. 159 Bij een expres boekje, dat min daar toe konde doen houden, zouden deeze inkom sten kunnen worden geboekt. Bij dit boek„ „je konden ook worden ingenoomen de inkomsten van 's gouverneurs Dispens Dorpen die naar deeze schikking met de overige landen van de kolombosche Dessa„ vonij door den dessave zouden behooren teworden bestierd. §. 160: van 15000: rd: kan een Gouverneur or„ dentelijk bestaan, en dit heeft wij ook noo„ „dig om overeenkomstig met de waardigheid van zijn ampt teleeven. wanneer dus uwr
English
If your High Nobilities would be pleased to permit that the remaining 10,000 rd:s, or as much less as the income might amount to according to the records to be kept, could be received in Europe, this would be all the more agreeable. §. 168. It would be an additional favor if your High Nobilities would be pleased to permit that the governor might retain the 2,000 guilders in provisions and other necessities from the warehouses, allocated to the governors by the secret Memorandum of Menage. §. 162. The Company will probably find this to be of good account. The revenues from the areca will, taken on average from one year to another, most likely be able to make this up on their own, all the more so since the demand for it seems to increase more and more, so that the purchase prices might perhaps still be increased somewhat accordingly, which was not done by the Governor in order to give no cause for reflections that can have no place when these things are done for the account of the Company. §. 163. These prices, which in recent years have been 11 and for the oversize areca 11 1/2 rd:s per amunam of 24,000 nuts, could be regulated annually in the Political Council, either once or several times according to circumstances. §. 164. The revenues of a commander of Jaffenapatnam amount, taken on average from one year to another, according to the statement provided by Commander Raket, including salary and board money, to rd:s 6115. 34. -, and after deduction thereof to rd:s 5076. –. –. §. 165. The revenues of a commander of Gale amount, taken on average from one year to another, according to a statement provided by the retired authority Kraaijenhoff, salary and board money included, to rd: 7112: 46. —, or after deduction thereof to rd:s 6470. 46. —. Among these are two items which it is most convenient not to include here, namely the 11th item of 150 rd:s for fish, which according to an old custom is delivered to the commanders, and the 12th item for provisions from the country, which in this demonstration are calculated at rd:s 172: 12: —, and which arrangement will be abolished, also because it often gives occasion for small vexations by those who have to deliver these provisions according to an old custom. After deduction of these two items, these revenues still remain rd:s 6148. 34. —. §. 166. The revenues of both commanders, excluding salary and board money, could, with the favorable approval of your High Nobilities, well be set at 7,000 rd:s for each, if the following arrangement, which we take the liberty to propose to your High Nobilities, is sufficient for it, and it can thus take place without loss to the Company. Otherwise, for each as much less as falls short. §. 167. The revenues of the commanders mentioned in their statements could, in Jaffena and in Gale, just as here in Colombo the revenues of the Governor, be entered in a specific booklet. After its closing, the amount could be charged to Colombo, in order to be included with the revenues of the Governor recorded here in Colombo. §. 168. If all these revenues, after deduction of the 25,000 rd:s which the Governor should enjoy beforehand from what is recorded as income in Colombo, amount to that much, 7,000 rd:s could be paid out from it, with the pleasure of your High Nobilities, to each commander; if it is less, they would have to be content with that. Each commander could then enjoy the revenues of his commandership, and the remainder of the revenues recorded for the account of the governor they could then share together, if there is a surplus. §. 169. If, on the other hand, the recorded revenues of the Governor and the two Commanders are larger than necessary to pay the aforementioned douceurs, amounting together to rd: 39,000, the remainder could be booked separately as a surplus. §. 170. If your High Nobilities would now also be pleased to permit that each commander, instead of rations from the warehouses, might enjoy annually in provisions and other necessities the amount of 400 guilders, and that, if they so choose, they might receive annually one or even two thousand rd:s of their income in the Netherlands, that would be an additional favor. §. 171. The revenues of the Chief Administrator amount, according to the statement of the present commander of Gale, Sluijsken, on average from one year to another, including salary and board money, to rd 2343. 29: and after deduction thereof to rd: 1918. 41. —. This is certainly too little for a chief administrator to live decently, and this income might well be brought to 4000 for him. §. 172. As more linens are sold, the two-thirds of the 5 per cent assigned to it can still considerably increase this income. The remainder up to 4,000 rd:s could, with the pleasure of your High Nobilities, be taken from what has been recorded for the received douceurs rd:s.
Dutch transcription
592 uwe Hoog Edelheeden hier bij geliefde toetestaan dat de overige 10'000: rd:s, of zoo veel minder als de inkomsten volgens de te houdene aan„ teekeningen, mogten bedragen, in Europa konden worden ontvangen, zoude dit des te aangenamer zijn; §. 168. Het, zoude een gunst temeer zijn, indien uwe Hoog Edelheeden daar bij geliefden toetestaan, dat de gouverneur mogte behouden de 2000. guldens aan provisien en andere benodigdheeden uit de Pakhuij„ sen, aan de gouverneurs toegelegt bij de sekreete Memorie van Menage. 5. 162. De komp: zal daar bij waarschijnlijk goede reekening vinden. De inkomsten op den arreek, zullen, het eene Jaar door het ander gereekend dat naast denkelijk alleen kun„ nen goedmaaken, temeer daar de vrage daar na, meer en meer schijnt toeteneemen zoo dat de uitkoops prijsen na maate van dien, misschien nog wel wat zouden kunnen worden verhoogd, het geen door den Gouverneur niet is gedaan om geen oorzaak tegeeven tot reflectien, die geen plaats kunnen vinden, wanneer die din„ „gen geschieden voor reekening van de komp: 5. 163. ƒ §. 163. Deeze prijzen, die in de Jongste Jaaren zijn geweest 11. en van de overmaats arreek 112. rd:s de ammonam van 24000: nooten, zou„ den in den Raad van politie Jaarlijks, het zij eens of meermaalen na maate van de omstandigheeden, kunnen worden geree„ geld. §: 164. De inkomsten van een kommandeur van Jaffenapatnam, bedragen het eene Jaar door het andere gereekent, na de opgaave door den Kommandeur Raket daar van gedaan met gagie en kostgeld rd:s 6115. 34. -. en na aftrek daarvan rd:s 5076. –. –. §. 165. De inkomsten van een kommandeur van Gale bedraagen het eene Jaar door het andere gereekend, volgens een daar van gedaane opgave door den afgegaanen gezaghebber Kraaijenhoff, gagie en kostgeld, daar onder begreepen rd: 7112: 46. —. of na aftrek daarvan rd:s 6470. 46. —. onder deeze zijn twee posten die het gevoegelijkst zij hier bij niet te reekenen, als is de 11:e post van 150: rd: voorvis, die volgens een oud gebruik aan de kommandeurs geleverd word, en de 12:de post wegens provisien uit„ het land die bij deeze aantooning gerekent worden 593 worden op rd:s 172: 12:—. en welke schikking we zullen afgeschaft, en om dat ze dikwils aan„ lijding geeft tot klijne veraatsien door die geene, die deeze provisien volgens een oud gebruik bezorgen moeten. Na af„ trek van deeze twee posten blijven deeze inkomsten nog rd:s 6148. 34. —. §. 166. De inkomsten van bijde de komman„ deurs buiten gagie en kostgeld, zouden met gunstig goedvinden van uw Hoog Edel„ heeden wel moogen worden gebragt, voor elk op 7000. rd:s wanneer de volgen„ de schikking, die wij de vrijheid gebrui= ken uwen Hoog Edelheeden voortestellen, daar toe toerijkende is, en het mids dien buiten schaade van de komp: geschieden kan. Anders voor elk zoo veel minder als 'er op te kort komt. §. 167. De inkomsten van de kommandeurs bij hunne aantooningen vermeld, zouden te Jaffena en te Gale, even zoo als hier te Kolombo de inkomsten van den Gouver„ neur bij een expres boekje kunnen wor„ den ingenoomen. Na het sluiten daar van zoude het bedraagen na kolombo kun„ nen worden aangereekend, om te worden ingenoomen bij de inkomsten van den Gouverneur Gouverneur, hier te kolombo geboekt. §. 168. wanneer alle deeze inkomsten na aftrek der 25000: rd:s die de Gouverneur voor af zoude dienen tegenieten uit het geen voor het inkoomen te kolombo geboekt is, zoo veel bedraagen, zoude daar uit niet gelieven van uwe Hoog Edelhee„ den aan een elk kommandeur 7000: rd: kunnen worden uitgekeerd zoo het minder is zouden ze zich daar meede moeten te vreede houden. Elk kommandeur zoude dan kunnen genie„ ten, de inkomsten van zijn komman„ dement, en het overschietende van de inkomsten voorreekening van den gou„ verneur geboekt, zouden ze dan zaamen kunnen deelen zoo 'er een overschot is. §. 169. wanneer daarentegen de geboekte in„ komsten van den Gouverneur en de bijde Kommandeurs grooter zijn dan noodig is, om de voorsz: douceurs met malkanderen bedragende rd: 39000: daar uit te betaalen zoude het resteerende als een overschot ap„ „part kunnen worden geboekt. §. 170. zoo nu uwe Hoog Edelheeden hier bij ge„ „liefden toetestaan, dat elk kommandeur. in 594 in steede van randzoen uit de Pakhuijsen Jaarlijks mogte genieten aan Provisien en andere benodigdheeden voor 400: gul„ dens, en dat ze dit verkiesende van hun„ ne inkomsten Jaarlijks een of zelfs twee duizent rd:s in Nederland mogten ont„ vangen zoude dat een gunst temeer zijn. §. 171. De inkomsten van den Hoofdadministra„ teur bedraagen, volgens de opgaave van den tegentwoordigen kommandeur van gale sluijsken, het eene Jaar door het andere, met gagie en kostgeld rd 2343. 29: en na aftrek van dezelve rd: 1918. 41. — Dit is zeekerlijk te wijnig voor een hoofd administrateur om ordentelijk te leeven, en mogte dit inkoomen voorhem welgebragt worden op 4000. — §. 172. Na maate 'er meer Lijnwaaten verkogt wor„ den, kan de twee derde van de 5. p:r C:o daar op toegelegd, dit inkoomen noch al mer„ kelijk vergrooten. De rest tot 4000: rd:s toe, zoude met believen van uw Hoog Edel„ heeden kunnen worden genomen uit het geene geboekt is, voor de ingekoomene douceurs rd:s
English
gratuities for the governor and both commanders, if that much remains of it. §. 173. In order to calculate this, the amount of all the income of the Chief Administrator, mentioned in his report, should also be submitted by him annually in order to be entered into the aforementioned booklet on a separate account. §. 174. If the income of the Chief Administrator, mentioned in his report, were to run higher than rd: 4000. – as might happen in time, the Chief Administrator should indeed continue to enjoy it until it amounts to rd:s 4500. –. or even rd: 5000. –. The remainder should likewise be recorded with the surplus spoken of above. §. 175. The Dissave of Colombo has, according to the statement made by him, including salary and board money, one year with another rd:s 3652: 28. —. and after deduction thereof rd: 3227. 40. –. He has, as the Dissave Fretz points out in his report, very many expenses which for decency's sake cannot be omitted. Besides this, like all other District Regents, he has significantly lost by the abolition of the aparesses. §: 176. This office ought indeed to have an income of at least 5000. rd:s, and if the Dissave annually submitted the amount of all his income mentioned in his report, except that which arises from things which we have said above at §. 165 must be abolished, in order to be entered into the separate booklet, then with Your High Excellencies' pleasure the remainder up to 5000. –. rd:s might well be taken from the outer arrack farm, from which the Dissave formerly had an income that lapsed due to the regulation on this farm, and which farm, through the care of the Dissave so that the farmers are properly maintained, is now rather more considerable than it formerly was, as we had the honor to show to Your High Excellencies in our respectful letter of the 7: October 1788. §. 177. This supplement should nevertheless in no case run higher than a:s 1744. being as much as is lacking from the now declared income to the sum of rd:s 3227. 40. to make up the proposed sum of rd:s 5000. –. –. If the income of the Dissave given in his report, as might happen in time, were on the contrary to run higher than rd:s 5000. –. he should indeed be allowed to continue to enjoy it until it amounts to rd:s 5500. –. –. The remainder should be taken as surplus. §. 178. The Dissave of Jaffanapatnam enjoys, according to a statement from the Dissave Schreuder, including salary and board money, rd:s 3969. 24. -. and after deduction thereof rd: 3544. 36. –. He points out in his report that his predecessors have enjoyed over rd:s 8000. –. –. §. 179. We cannot judge the latter; but a Dissave of Jaffna also has many expenses, and if he is to live in any way respectably and in accordance with the status of his office, he ought to have at least rd:s 4500. –. –; and since his supervision over the oeliammers, that they come properly to work, and that those who do not come pay the fine, can contribute very much to the promotion thereof, a Dissave of Jaffna might well enjoy the supplement of his income up to rd:s 4500. –. –. from the fine money coming from the oeliammers who do not work, it being understood that this supplement shall also in no case run higher than the lacking sum of the now declared income in the amount of rd:s 3544. 36. -. up to rd:s 4500. -. –. being rd:s 995. 12: —. In order to calculate this, the Dissave of Jaffna should also submit his income annually to be entered into the separate booklet. §. 180. If the income of the Dissave given in his report, as might happen in time, were on the contrary to run higher than rd: 4500. –. –. he should indeed be allowed to continue to enjoy it until it amounts to rd:s 5000. –. –. The remainder should be recorded as surplus. §. 181. The Dissave of Mature has, according to the statement made by him, one year with another as Dissave an income of rd:s 3229. 29¼. besides which he has also made a statement of his income as Warehouse Master in the year 178 8/9. But the spillage calculated therein is too uncertain to rely upon; to be roughly equal with the Dissave of Jaffna, he would thus fall short by over 1200: — rd:s. If therefore the Dissave of Mature also submitted his total income annually, to be entered in the booklet to be kept expressly for that purpose at Gale, the aforementioned 1200:—. rd:s might well be taken from the revenues of the Giraway, to which in particular the zeal and diligence of the Dissave can contribute very much; provided that this supplement shall likewise in no case be permitted to run higher than rd:s 1200. –. –. If these revenues of the Dissave mentioned in his report, as might happen in time, were on the contrary to run higher than rd:s 4500. –. –. he should indeed be allowed to continue to enjoy them until they amount to rd:s 5000. –. –. The remainder should be entered with the surplus. §. 182. The income of the Chief at Trincomalee, the present Chief, Lieutenant Colonel van Drieberg, has not been able to state with certainty. As far as was known to him, it amounts, according to an extract from a Trincomalee letter of the 10th of March 1790, including salary and board money
Dutch transcription
douceurs voor den gouverneur en de bijde kommandeurs, zoo daar van zoo veel overschiet. §. 173. Om dit te bereekenen, zoude ook het bedra„ „gen van alle de inkomsten van den Hoofd administrateur, bij zijn berigt vermeld, Jaarlijks door hem behooren teworden op„ „gegeeven om bij het voorsz: boekje op een apparte reekening teworden ingenomen. §. 174. wanneer de inkomsten van den Hoofdad„ ministrateur, bij zijn bericht vermeld, zoo als dat in der tijd zoude kunnen gebeuren, hooger liepen dan rd: 4000. – zoude de Hoofd„ administrateur die wel behooren te blijven genieten, tot dat ze doen rd:s 4500. –. of zelfs rd: 5000. –. De rest zoude insgelijks bij het overschot, waarvan hier boven ge„ „sprooken es moeten worden geboekt §. 175. De Dessave van Kolombo heeft volgens de door hem gedaane opgaave, gagie en kostgeld meede gereekend, het eene Jaar door het andere rd:s 3652: 28. —. en na aftrek daarvan rd: 3227. 40. –. Wij heeft zoo als de Dessave Fretz dat bij zijn berigt aan„ „wijst, heel veel ongelden te doen, die fattoens 595 fatzoens halven niet kunnen worden nagelaaten. Wier bij heeft hij gelijk alle andere Landregenten merkelijk verloo„ ren bij het afschappen de aparessen. §: 176. Dit ampt behoorde wel een inkoomen te hebben, van ten minsten 5000. rd:s en wanneer de Dessave het bedraagen van alle zijne inkomsten bij zijn berigt vermeld uitgenomen die voorkoomen uit dingen die we hier booven bij §. 165. hebben gezegt dat moeten worden afge„ „schaft Jaarlijks opgaf om bij het apparte boekje teworden ingenomen, zoo zoude met believen van uw Hoog Edelheeden de rest tot 5000. –. rd:s toe wel moogen worden genoomen uit de buijten aa„ rakspagt, waarvan de Dessave eer„ „tijds een inkoomen hadde, dat door de schikking op deeze pagt vervallen is, en welke pagt door de zorge van den dessave, op dat de pagters behoorlijk worden gemaintineerd, tans vaij aanzie„ nelijker is dan ze eertijds, was, zoo als we de eere hebben gehad uwen HoogEdel„ „heeden heeden bij onzen eerbiedigen brief van den pce 7:oktober 1788. dat te vertoonen §. 177. Dit supplement zoude nogtans in geen geval hooger moogen loopen dan a:s 1744. zijnde zooveel als aan de nu opgegeeven inkomsten ter somma van rd:s 3227. 40. ontbreekt, om uittemaaken de voor„ „gestelde som van rd:s 5000. –. –. zoo de inkomsten van den Dessave bij zijn berigt opgegeeven, zoo als in der tijd zoude kunnen gebeuren, daar en tegen hooger liepen dan rd:s 5000. –. zoude wij die wel moogen blijven genieten tot, da ze doen rd:s 5500. –. –. De rest zoude behooren teworden ingenoomen als overschot §. 178. De Dessave van Jaffenapatnam gemet volgens een opgave van den Dessave Schreuder gagie en kostgeld daar onde gereekend rd:s 3969. 24. -. en na aftrek daar van rd: 3544. 36. –. Hij wijst bij zijn berigt aan, dat zijne voorzaaten hebben genooten ruijm rd:s 8000. –. –. 3. 179. 596 §. 179. Wij kunnen dit laatste niet beoordeelen; Dog een dessave van Jaffena heeft ook veele ongelden, en wanneer hij daar bij eeniger maaten ordentelijk, en overeenkomstig met het aanzien van zijn ampt leeven zal, zoude wij ten minsten rd:s 4500. –. – behooren te hebben; en wijl zijn toezigt, over de oeliammers dat die rigtig te werk koomen, en dat die geenen die niet koomen de boete betaalen, heel veel kan toebrengen ter bevordering daar van, zoude een Dessave van Japfena het supplement zijner inkomsten tot rd:s 4500. –. –. wel mogen ge„ nieten uit de boete penningen die inkoo„ men van de oeliammers, die niet wer„ ken, welverstaande, dat ook dit supple„ ment in geen geval hooger zal loopen, dan de ontbreekende som der tans opge„ „geevene inkomsten ten bedraage van rd:s 3544. 36. -. tot rd:s 4500. -. –. zijnde rd:s 995. 12: —. om dit te bereekenen zoude de Dessave van Jastena ook zijne inkom„ sten Jaarlijks dienen optegeeven om bij het aparte boekje teworden ingenomens. 5. 180. §. 180. zoo de inkomsten van den Dessave bij zijn berigt opgegeeven, zoo als dat in der tijd zoude kunnen gebeuren, daar en teegen hooger liepen dan rd: 4500. –. –. zoude hij die wel moogen blijven genieten tot dat te doen rd:s 5000. –. –. De rest zoude behooren teworden geboekt, als oversthot. §. 181. De Dessave van Mature heeft volgens de door hem gedaane opgaave, het eene Jaar door het andere als Dessave aan inkoo„ men rd:s 3229. 29¼. wier bij heeft wij nog gedaan een opgaave van zijn in„ koomen als Pakhuijsmeester in het Jaar 178 8/9. Dog de daarbij bereekende spillagie is te onzeeker om daarop te reekenen om nagenoeg met den Dessave van Jaffena gelijk testaan zoude wij dus ruijm 1200: — rd:s te kort koomen Jndien daarom ook den Dessave van Matu„ de Jaarlijks zijn geheel inkoomen opgaf, om bij het expres daartoe te houdene boekje„ te Gale te worden ingenoomen zoude wel 597 wel de voorsz: 1200:—. rd:s mogen worden genoomen uit de inkomsten van de Giawaij, waar toe inzonderheid de ijver en vlijt van den Dessave heel veel toe„ brengen kan; mits dit supplement insgelijks in geen geval hooger zal moogen loopen dan rd:s 1200. –. –. zoo deeze inkomsten van den Sessave bij zijn berigt vermeld, zoo als dat in der tijd zoude kunnen gebeuren daarente „gen hooger liepen dan rd:s 4500. –. –. zou„ de hij die wel moogen blijven genieten tot dat ze doen rd:s 5000. –. –. De rest zoude behooren teworden ingenoomen bij het overschot. §. 182. De Inkomsten van het opperhoofd te Prinkenomaale heeft de tegenwoordige Chef, De Luitenant Kolonel van Drie„ berg, niet met zeekerheid weeten opte„ „geeven. zoo veel hem daar van bekent wat, bedraagen ze, blijkens een extrakt uit een Prinkenomaalsche brief van den 10:e Maart 1790. , gagie en kostgeld daar onder
English
included rd:s 2462. 36. -., or after deduction thereof rd:s 2141. 36. –. §. 183. If all the income of the Chief of Trinkenomaale were likewise reported annually by him and booked separately, the table money of 1500. rd:s included therein, it would not be too much if your High Mightinesses were pleased to permit that he may continue to enjoy all of it until it amounts in total to 3000. –. –. If it runs higher, the table money ought to be reduced proportionately, and if it runs even higher than this amount, it ought to be abolished entirely, and indeed whatever exceeds it ought likewise to go to the surplus. §. 184. The Fiscal of Kolombo, according to the statement provided by him, salary and board money included, has an income of rd:s 4784. 31¼. and after deduction 598 deduction thereof rd:s 4421. 7¼. for incidentals, he reckons to deduct rd:s 400. — from that, and thus leaves well over rd:s 4000:–. As long as the income does not exceed 4500. –. rd:s, the Fiscal might well be allowed to continue enjoying the same, but running higher, the excess ought also to be taken into the surplus. In order to know this, the Fiscal ought thus also to state the amount of the items noted on the list of his revenues, in order likewise to be booked. §. 185. Regarding the income from fines, the Fiscal of Kolombo reported nothing, as during the six months that he had held this office, he had received no fines. The income of a Fiscal at Kolombo is otherwise reasonably good in comparison with other servants of equal rank with him. The Kolombo Fiscal would therefore not need to participate in any fines imposed by himself on account of the edicts for this or that infraction, infraction, and therefore the share of the Fiscal in these fines might well go to the benefit of the diaconate poor, over and above the share that they are already entitled to receive from them according to the edicts. §. 186. The reported income of the First Warehouse Keeper amounts, with salary and board money, to rd:s 849. 12:—., and after deduction thereof rd:s 520. 12:—. §. 187. The reported income of the Trade Bookkeeper amounts, with salary and board money, to rd:s 1601:12:—. and after deduction thereof rd:s 1280. 12. –. §. 188. The reported income of the Pay Bookkeeper amounts, with salary and board money, to rd: 1009. 12: and after deduction thereof rd: 688. 12. –. §. 189. The income of the First Searcher amounts, with salary and board money, to rd: 912: 7 29/20. and after deduction thereof rd:s 591. 7 9/20. §. 190. The total income of the first three ought to be brought up to rd:s 3500. — each, 599 each, and that of the last to rd:s 2500. –, to be taken from the above-mentioned surplus, when there is that much surplus. In order to calculate this, they would also have to submit their revenues annually. Running higher than the above-mentioned sums, each of them would be permitted to retain their revenues up to an additional rd:s 500. –. – above the sums mentioned above. The remainder ought to go to the surplus. §. 191. If that which remains of the aforementioned surplus then amounts to that much, the Secretary of Police at Kolombo might well enjoy from it a gratuity of rd: 1500: —. —., without reckoning his other income; otherwise, he might share proportionally with the aforementioned four officials in the surplus, if this surplus is not sufficient to make these gratuities fully good. §. 192. The Master of Equipage of Kolombo has reported for his income rd:s 1998., the salary and board money included therein, and after deduction of the same rd: 1602: —. —. This is too little to be able to subsist upon properly, and this income might well be brought to rd: 3500. –. –. In so far as the items reported by the Master of Equipage annually do not amount to that much, the missing amount could be taken from the aforementioned surplus, if there is still that much surplus remaining. For this reason, the Master of Equipage ought also to submit the amount of his income annually, in order likewise to be booked. §. 193. The revenues of the Captain and Regent of the Wanni amount, according to an extract letter written by Captain Nagel from Moelletivoe to Jaffena, to 1350. –. –. rd:s, salary, 600 salary, board money and rations included therein, and after deduction thereof 770. rd:s. This is certainly too little to live upon properly. Since, however, the paddy revenues of the Wannie will probably increase from year to year, whereby the income of a Land Regent will also increase, the revenues of the Land Regent of the Wannie might well climb to 4000. –. rd:s, when the items stated in this extract come to amount to that much in due time. Yielding more, the remainder ought to go to the benefit of the surplus, and thus the amount of these indicated revenues ought also to be submitted annually by him, in order to be entered on a separate account in the booklet. §. 194. The Administrator at Jaffanapatnam Mooijaart has reported for his income as Administrator rd: 1257: 2½, salary and board money included therein, and after deduction thereof rd:s 936. 2½. This is certainly too little to subsist upon properly, and might well be brought to rd:s 1500. –. –. In so far as the amount of the Administrator's revenues, for which the aforementioned rd: 936. 2½ have been reported, does not reach that much, the deficiency, by the pleasure of your High Right Honourables, might well be supplemented from the profits on the Jaffanapatnam chay roots, over the digging of which the Administrator exercises supervision, provided, however, that this supplement shall not exceed rd: 564. –. He would therefore have to submit his revenues annually
Dutch transcription
onder begreepen rd:s 2462. 36. -. , of na aftrek daar van rd:s 2141. 36. –. §: 183. Indien alle de inkomsten van den Che van Trinkenomaale, insgelijks Jaar „lijks door hem wierde opgegeeven en ap „part geboekt, het tafel geld van 1500. rd:s daaronder begreepen zoude het niet te veel zijn, indien uw Hoogh heeden geliefde toetestaan, dat hij alle zal moogen blijven genieten tot dat het met malkander bedraagt 3000. –. – hooger loopende zoude het tafel geld na maate van dien, behooren teworden verminderd, en zelfs hooger loopende dan dit bedraagd zoude dit geheel afge„ „schaft, en zelfs het meerdere boven die insgelijks behooren te koomen bij het overschot. §. 184. De fiskaal van kolombo heeft vol „gens de opgaave door hem gedaan, g „gie en kostgeld, meede gereekent hee inkoomen van rd:s 4784. 31¼. en n aftrek 598 aftrek daar van rd:s 4421. 7¼. voor ongelden reekend hij daar van aftegaan rd:s 400. — en blijft dus ruijm rd:s 4000:–. over zoo lan„ „ge het inkoomen niet hooger gaat dan 4500. –. rd:s, zoude de fiskaal dezelve wel moogen blijven genieten, dog hooger loopen„ de, zoude het overschietende ook behooren te worden ingenoomen bij het overschot. om dit te weeten zoude dus ook de fiskaal het bedragen der Artikelen bij de lijst zijner inkomsten bekend, behooren op tegeeven om ingelijks te worden geboekt. §. 185. wegens het inkoomen der boetens heeft de fiskaal van kolombo niets opgegeeven wijl hij geduurende de ses maanden, die hij deeze dienst hadde bekleed, geene boetens ontvangen hadde. Het inkoomen van een fiskaal te kolombo is buiten dien taame„ lijk goed in vergelijk van andere Dienaa ren die met hem gelijkstandig zijn. De Kolombosche fiskaal zoude daarom niet behoeven te participeeren in eenige boe„ tens, uit hoofde van de plakaaten door hem zelve opgelegd voor deeze of geene verbreeken verbreeken, en zoude daarom het deel van den fiskaal in deeze boetens, wel moogen koomen ten behoeve van de dia„ come armen, buijten en behalven het deel dat ze daar uiet genieten moeten volgens de plakaaten. 5. 186. Hhet opgegeevene inkoomen van den eer„ „sten Pakhuijsmeester bedraagd met gagie en kostgeld rd:s 849. 12:—. , en na aftrek daar van rd:s 520. 12:—. §. 187. Het opgegevene inkoomen van den Ne„ „gootsie boekhouder bedraagd met gagie en kostgeld rd:s 1601:12:—. en na aftrek daarvan rd:s 1280. 12. –. §. 188. Het opgegeevene inkoomen van de soldij boekhouder bedraagd met gagie en kost„ „geld rd: 1009. 12: en na aftrek daar van rd: 688. 12. –. §. 189. Het inkoomen van den Eersten visita„ teur bedraagd met gagie en kostgeld ad: 912: 7 29/20. en na aftrek daarvan rd:s 591. 7 9/20. §. 190. stel inkoomen van de drie eerste zoude wel behooren teworden gebragt op rd:s 3500. — elk, 599 elk, en dat van den laatsten op rd:s 2500. – om te worden genomen uit het hier bovengem: overschot, wanneer 'er zoo veel overschot is. ze zouden om dit te bereekenen ook Jaarlijks hunne inkoo„ men moeten opgeeven. Hooger loopende dan de hier bovengem: sommen, zoude een elk hunner zijne inkomsten moo„ „gen blijven behouden tot nog rd:s 500. –. – boven de sommen hierbooven vermeld De rest zoude behooren te koomen bij het overschot. §. 191. zoo het geen van het voorsz: overschot dan nog overschiet zoo veel bedraagd zoude de sekretaris van Polietsie te kolombo daar uit wel moogen genieten een dou„ ceur van rd: 1500: —. —. zonder zijne ande„ re inkomsten te reekenen, anders zoude hij met de voorsz: vier bediendens in het overschot wel proportioneel moogen deelen, zoo dit overschot niet genoeg is om deeze douceurs vol uit goed temaaken. 5. 192. §. 192. De Equipagiemeester van Kolomba heeft voor zijn inkoomen opgegeeven rd:s 1998. de gagie en kostgeld daar ons gereekend, en na aftrek van dezelve ad: 1602: —. —. Dit is te wijnig om 'er or„ dentelijk van te kunnen bestaan en zoude dit inkoomen wel moogen ge„ bragt worden op rd: 3500. –. –. In zoo v „de dus de opgegeevene posten door den Equipagiemeester Jaarlijks niet zoov bedraagen, zoude het ontbreekende kun nen worden genoomen uit het voorsz overschot, zoo 'er noch zoo veel overstok is. Hierom zoude ook de Equipagie„ meester het bedraagen van zijne in sten Jaarlijks dienen optegeeven, om insgelijks teworden geboekt. §. 193. De inkomsten van den kapiteina regent van de wanni bedraagen vo „gens een extrakt missive van den Kapitein Nagel van Moelletivoe„ na Jaffena geschreven 1350. –. –. rd:s gagie 600 gagie kostgeld en randzoenen daar on„ der begreepen, en na aftrek daar van 770. rd:s Dit is zeekerlijk te wijnig om er ordentelijk van te leeven. wijl nogtans de Nelie inkomsten van de wannie, waarschijnlijk van jaar tot Jaar zullen toenemen, waardoor ook de inkomsten van een Landregent zullen vermeerderen, zouden de inkomsten van den Land regent van de wannie wel moogen klimmen tot 4000. –. rd: wanneer de artikels bij dit extrakt op„4 „gegeeven in der tijd zoo veel koomen te bedraagen. Meerder op werpende, zoude de rest behooren te koomen ten voordeele van het overschot, en zoude dus het bedraagen ook deezer aangewee„ zene inkomsten Jaarlijks door hem die„ nen teworden opgegeeven, om op een apparte reekening bij het boekje te worden ingenoomens. S. 194. §. 194. De Administrateur te Jasfena Mooijaa heeft opgegeeven voor zijne inkomsten als Administrateur rd: 1257: 2½. ga„ „gie en kostgeld daar onder begreepen en na aftrek daarvan rd:s 936. 2½. dit is zeekerlijk te wijnig om 'er or„ dentelijk van tebestaan, en zoude wel moogen gebragt worden op rd:s 1500. –. –. in zoo verre dus 't bedraagen der inkom„ „ten van den Administrateur, waar voor de voorsz: rd: 936. 2½. zijn opge„ „geeven, niet zoo veel beloopen, zoude het mankeerende met believen van uw Hoog Edelheeden wel moogen wor„ den gesuppleerd, uit de winsten op de Jaffenapatnamsche zaaijewortelen, over het delven van dewelke de Admini„ „strateur het toezigt voert zoo egter, dat dit supplement niet hooger zal moogen loopen dan rd: 564. –. Wij zou„ de daarom zijne inkomsten Jaarlijks moeten
English
601 must be reported to be included in the booklet; likewise, if his income in time should run higher, he would be allowed to retain it until it reaches rd: 2000. –. –. If running higher, the remainder should be taken into the surplus. §. 195. The Administrator of Gale has reported for his income rd: 868. 24. salary and board money included therein, being after deduction of the same rd:s 547. 24. The Administrator of Gale ought also to have at least rd:s 1500:–. –. and so far as his income outside salary and board money amounts to that much, the deficiency could well be disbursed by the Gale Warehouse Master; when the second Warehouse Master at Gale shall have been stationed elsewhere, and that the one Warehouse Master consequently has the income which up to now has been enjoyed by two Warehouse Masters. In order to calculate this, the Administrator would likewise have to report his income annually, to be booked in the manner aforesaid; if the income of a Gale Administrator on the other hand ran higher than 1500:—. rd: he would be allowed to continue enjoying it until it reaches rd:s 2000:—. —. Running higher, the remainder should be taken into the surplus. §. 196. The Gale Master of the Equipage Aams has reported for his income, as far as it is known to him up to now, outside salary and board money from 15. December 1789. to the last of August last past and thus for 8½ months, 235. rd: With respect to him the same arrangement might well take place as was proposed above concerning the Colombo Master of the Equipage, 602 provided that the Gale Master of the Equipage likewise reports his income to be included in the booklet. §. 197. The Captain of the Cinnamon has reported for his income, outside salary and board money, rd: 500. –. –. This is an office in the proper execution of which the Company has the most particular interest. Formerly there was a premium attached to this office, but that has been abolished for many years, and there might well be assigned to this office instead thereof a supplement so large that together with the aforesaid income it would amount to a sum of 2500: rd:, when the delivered cinnamon of a year amounts to 6000: bales, and otherwise in proportion thereto, to be taken from the surplus, if there is that much surplus. If this does not amount to so much, the Company might even supply that, in order to provide properly for an official in whose service their Excellencies have so great an interest. A Captain of the Cinnamon is in the country for a large part of the year, and especially there, in order to maintain the respect of his subordinates, he must live with a kind of distinction; he must even, according to an old custom, now and then give a small present to those who behave well by way of encouragement, which, because these things repeat themselves frequently, amounts to quite something in a year. He has, moreover, through his continuous travels, less opportunity than other servants to gain anything through the channel of trade; it also serves to increase respect among his subordinates that he does not engage in trade. 603 §. 198. The income of the Resident of Battikaloa has not been calculated to fixed sums by Resident Burnand; calculated one year with another, we estimate that the same, outside salary and board money, can be calculated at 4500: rd: The same might, with the pleasure of your Excellencies, climb to rd:s 5000. –. –. as long as the present Resident Burnand remains in that post, in recognition of the particular zeal shown by him toward the improvement of agriculture; if the reported income, which ought also to be reported annually by the Resident to be included in the booklet of income, amounts on the other hand to more, the remainder should go to the benefit of the surplus. Upon a change of Resident, the amount of his income could be fixed at 3000: rd:s, and whatever the same amounts to in addition should go to the benefit of the surplus. §. 199. The Resident of Mannaar Ebell has likewise not calculated his income to one sum. The items mentioned in his return seem to be calculated between 11: and 1200: rd:, outside salary and board money. With the advantages that have been assigned to him from the pearl fishery and from the cotton gardens, we think that a Resident, when being diligent, could altogether bring it to 3000. —. rd:s, and it might also be fixed at that by your Excellencies. If the aforesaid income altogether, which should likewise be reported annually to be included in the booklet, 604 amounts to more, that should go to the benefit of the surplus. §. 200. The income of the Resident of Kalpettij is likewise not totaled in the return made by Resident De Graaff. It seems that they may be counted together, one year with another, at 3000. –. rd: and at this, we think, it might also remain fixed, with the pleasure of your Excellencies; if on the other hand this income, which likewise would have to be reported annually to be included in the separate booklet, should amount to more, the excess should go to the benefit of the surplus. §. 201. The income of the Head of Silauw amounts, according to the return received from the Junior Merchant Ebell, to rd:s 622: 36. calculated one year with another. This income might well climb to 2000. rd:; when the articles
Dutch transcription
601 moeten opgeeven om bij 't boekje te worden ingenoomen, zoo ook zijne inkomsten in der tijd hooger liepen, zoude hij die wel moogen blijven be„ houden tot dat ze doen rd: 2000. –. –. hoogerloopende zoude het restant die„ „nen teworden ingenoomen bij het over„ §. 195. De Administrateur van Gale heeft voor zijne inkomsten opgegeeven rd: 868. 24. gagie en kostgeld daar onder gereekend, zijnde na aftrek van dezelve rd:s 547. 24. De Administrateur van Gale behoorde ook wel ten minsten rd:s 1500:–. –. te„ hebben en voor zoo verre zijn inkoomen buijtengagie en kostgeld uit zoo veel bedraagd, zoude het mankeerende wel kun„ „nen worden uitgekeerd door den Gaal„ „schen Pakhuijsmeester; wanneer de twee„ de Pakhuijsmeester te Gale elders zal zijn geplaatst, en dat de eene pakhuijs„ „meester mits dien de inkomsten heeft, die schot. die tot hier toe door twee Pakhuijs mee„ „ters genooten zijn. Om dit te bereekenen zoude de Administrateur zijn inkoo„ men Jaarlijks insgelijks moeten opgee„ ven, om invoegen voorsz: teworden geboekt, zoo de inkomsten van een Gaal„ „schen Administrateur daarenteegen hoo „ger liepen dan 1500:—. ad: zoude hij die moogen blijven genieten tot dat ze doen rd:s 2000:—. —. , Hoogerloopende zoude het restant dienen teworden ingenoomen bij het overschot. §. 196. De Gaalsche Equipagiemeester Aams heeft voor zijne inkomsten voor zoo verre hem die tot nog toe bekend zijn„ buiten gagie en kostgeld van den 15. xber: 1789. tot ult:o aug:o J:o leeden en dus voor 82. maanden opgegeeven 235. rd: den aanzien van hem zoude ook wel dezelfde schikking moogen plaats hebben, als hier booven nopens den Kalombosche Equipagiemeester is voor „gesteld 602 „gesteld, mids de Gaalsche Equipagiemee„ seter ingelijks zijne inkomsten op„ „geeft, om teworden ingenoomen bij het boekje. §. 197. De Kapitein van de kanneel heeft voor zijn inkomsten, buiten de gagie en kost„ „geld opgegeeven rd: 500. –. –. Dit is een ampt bij het wel waarneemen van het welke, de komp: een alderbezon„ derst intrest heeft. voor heen was bij dit ampt een premie, dog die is zee„ dert veele Jaaren ingetrokken, en mog„ te wel aan dit ampt in steede van dien worden toegelegt een supplement zoo groot, dat het met de voorsz: inkom sten tezaamen bedroeg eene somma van 2500: ad:, wanneer de geleeverde kan„ neel van een jaar bedraagt 6000: baalen en anders na proportsie van dien, om te worden genoomen uit het overschot, zoo 'er zoo veel overschot is. zoo dit niet zoo veel bedraagd, zoude zelfs wel de komp: komp: dat moogen suppleeren, ten ein„ de een bediende, aan wiens dienst haar Edele zoo veel gelegen legt, behoorlijk te doen bestaan: Een kapitein van de kanneel is een grootgedeelte van het Jaar in het land, en inzonderheid daar, moet hij om het aanzien van zijn on„ „derhorigen, met een soort van distink„ „oude sie leeven, zelfs moet wij na een „ gewoon te nu endan, aan zulke die zig wel gedraagen, een klijn presentje ter aanmoediging doen, het geen om dat zig die dingen dikwils repeteeren, in een jaar nog al wat bedraagt. Wij heeft booven dien door zijne geduuri„ „ge reize, minder geleegentheid dan andere Dienaaren om door den weg van Negotie iets te kunnen winnen ook strekt het hem tot meerderagting onder zijn ondergeschikten dat hij geen handel doet. 5. 198. 603 §. 198. De inkomsten van het opperhoofd van Battikaloa, zijn door het Opperhoofd Burnand tot geen vaste sommen be„ reekend, het eene Jaar door het ander gereekend gissen we dat dezelve buijten gagie en kostgeld kunnen bereekend worden op 4500: rd: Dezelve zoude met believen van uw Hoog Edelheeden wel moogen klimment tot rd:s 5000. –. –. zoo lange het tegenswoordig Opperhoofd Burnaud in die post blijft, in erken„ tenis van den bezonderen iever door hem betoond ter verbeetering van den landbouw indien de opgegeevene in„ komsten, die ook Jaarlijks door het opperhoofd behooren teworden opgegee„ ven, om bij het boekje der inkomsten teworden ingenoomen, daarentegen meer bedraagen zoude de rest dienen te koomen ten voordeele van het over„ „schot. Bij verandering van Opperhoofd zoude zoude het beloop zijner inkomsten, kin„ nen worden bepaald op 3000: rd:s, en al wat dezelve bovendien bedraagen koomen ten voordeele van het over„ „schot. P:o 199. Het opperhoofd van Mannaar Ebell heeft insgelijks zijne inkomsten mit tot eene som bereekend. De posten bij zijn opgaave vermeld schijnt men tusschen 11: en 1200: rd:, buijten gagie en kostged temoogen bereekenen. Met de voordeelen die hem uit de zaaijdelverij, en uit de kattoen tuijnen zijn toegelegd, danken we dat een opperhoofd, wanneer wij wel naarstig zijn; het een met het an„ der wel zoude kunnen brengen tot 3000. —. rd:s en zoude ook wel daar op, door uwe Hoog Edelheedens na „gen worden bepaalt. zoo de voorsz: komsten met malkanderen die insg „lijks Jaarlijks zouden dienen te worden opgegeeven, om bij het boekje teworden ingenoomen, 604 ingenoomen, meer bedraagen, zoude dat behooren te koomen ten voordeelen van het overschot. §„ 200. De inkomsten van het opperhoofd van kal„ „pettij zijn insgelijks bij de opgave door het opperhoofd van de Graaff gedaan, niet te zaamen geteld. Men schijnt ze met mal„ kanderen te moogen tellen, het eene Jaar door het ander gereekent, op 3000. –. rd: en hier op denken we zoude het ook met believen van uw Hoog Edelheeden „daar en tegen moogen bepaald blijven wanneer deeze inkomsten die insgelijks Jaarlijks zou„ den moeten worden opgegeeven, om bij het apparte boekje teworden inge„ naamen, meer bedraagen zoude, het meerdere behooren te koomen ten voor„ deele van het overschot. §. 208. De inkomsten van het hoofd van silauw bedraagen volgens de ingekoomene opgaa„ ve van den onderkoopman Ebell rd:s 622: 36. het eene Jaar door het ander ge„ reekent. Deeze inkomsten mogten wel klimmen tot 2000. rd:; wanneer de artikelen
English
articles mentioned in the statement should in time come to amount to so much. If amounting to more, the remainder ought to come to the benefit of the surplus, and these revenues should therefore also be reported annually to be entered into the booklet of revenues. §. 202. The revenues of the commander of Nigombo amount, according to the submitted statement of Captain Fraukena, to 580. rds, and these might, with the pleasure of your High Nobilities, be allowed to increase to 1000. rds, if the articles mentioned in the statement, and which should likewise be reported annually to be entered into the separate booklet, should in time amount to so much; the remainder ought to come to the benefit of the surplus. §. 203. The revenues of the commander of Kaltere amount, according to the statement of Lieutenant Rudolph, to rds 346. 41. -. These might 605 likewise, with the pleasure of your High Nobilities, be allowed to increase to 1000. rds, if the articles mentioned in this statement, and which should likewise be reported annually to be entered into the booklet, should in time amount to so much. The remainder should serve to come to the benefit of the surplus. §. 204. The superintendent of the korle at Gale has reported for his revenues rd: 2640. 17. -, salary and board money included therein, being after deduction thereof rds 2432: 41. -. A superintendent of the korle also has many expenses due to his travels in the country, and must, before the eyes of the native, maintain a way of life that is more or less more costly than that of other servants. If hereafter the items of revenue reported by him might also increase to 3500: rds, these might well be left to him. Yielding more than 3500: -. -. rds, the remainder should come to the benefit of the surplus; for this reason, the superintendent of the korle should also report his income annually. §. 205. The fabriek of Kolombo has reported for his income rds 356. -, the salary and board money also counted. According to this statement, his income as fabriek amounts to only rds 10. per year. §. 206. Previously, the fabrieks had a small income from the oeliammers of Kaltere, but because of the scarcity of the laborers, the present fabriek has not enjoyed that. If he supervises well, however, something may probably be left over for him from the 5 percent of the building materials being processed, but on the other hand, through the same arrangement with the blacksmiths', coopers', and house carpenters' shop, which was made by resolution of the 27th of April last and of which we shall report further, his portion from the 5 percent that these foremen have enjoyed until now falls away. §. 207. 606 §. 207. If that which he can retain annually from the aforesaid 5 percent of the processed building materials does not amount to 300: -. rd:, the remainder might be given to him annually as a gratuity from the Company's treasury, for maintaining faithful supervision over the materials which he receives and delivers out again, and among which will now also have to belong the timber delivered from the country, to be delivered out again by him to the house carpenters' and coopers' shop. §. 208. In order to calculate this gratuity, the fabriek should also report his income annually and specifically state the amount of what he has retained from the 5 percent on the building materials. §. 209. The tombo-keeper at Jaffna, Williamsz, has reported for his income rds 1779. 26. -, salary and board money included therein, being after deduction thereof rds 972: 2: -. Through the present arrangements with the oeliammers, this post, which has always been of much importance, has become even more important. The income of this post might also be brought to 1500: rds, and in so far as the revenues reported by the tombo-keeper for the latest year, to the amount of rds 792. 2. -, do not amount to so much, this deficiency might well be supplemented from the revenue of the fine moneys of the oeliammers, who pay the same instead of coming to work. §. 210. The Residents of Punto Pedro and Kaits, of whom the former has reported for his income, without salary and board money, rds 456: and the latter rds 486. 12: -, might well be made equal to what has been proposed above regarding the heads of Nigombo and Kaltere. §. 211. Everything that might remain after all the aforesaid deductions from the surplus discussed herein, 607 should, as goes without saying, be taken in for the benefit of the Company. The booklet in which all the revenues of the servants are entered could, after it has been properly closed, be sent with the annual trade books to Batavia. §. 212. If our humble proposals may be favorably approved by your High Nobilities, it would be highly equitable that all the aforesaid servants, from the Governor down, annually take the oath of purgation before each of them shall be entitled to enjoy the aforesaid gratuities, adapted more or less to each one's particular office and for the rest mainly containing: 1. That each to his best ability has sought the interests of the Company and the welfare of its inhabitants
Dutch transcription
artikelen bij de opgaave vermeld in der tijd zoo veel koomen te bedraagen. Meerder bedraagende zoude het restant behooren te koomen ten voordeele van het overschot en dienden daarom ook deeze inkomsten Jaarlijks teworden opgegeeven om bij het boekje der inkomsten teworden ingenoo„ men. §. 202. De inkomsten van den kommandant van Nigombo, bedraagen volgens de ingekoo„ mene opgaave van den kapitein Frau„ Kena 580. rd:s, en zouden die met belie„ ven van uwe Hoog Edelheeden, wel moogen klimmen tot 1000. rd:s, indien de Artikelen bij de opgaave vermeld, en welke ook Jaarlijks zouden dienen te worden opgegeeven om bij het apparte boekje teworden ingenoamen, in der tijd zoo veel bedraagen; De Rest zoude behooren te koomen ten voordeele van het overschot. §. 203. De inkomsten van den Kommandant van kaltere bedraagen volgens de opgaave van den Luijtenant Rudolph rd:s 346. 41. - Deeze zouden 605 zouden insgelijks met believen van uwe Hoog Edelheeden wel moogen klin„ men op 1000. rd:s, indien de Artikelen bij deeze opgaave vermeld, en welke insgelijks Jaarlijks zouden dienen te worden opgegeeven, om bij het boekje teworden ingenoomen, in der tijd zoo veel bedraagen. De rtest zoude dienen te koomen ten voordeele van het over„ „schot. §. 204. De opziender van de korl te gale heeft voor zijne inkomsten opgegeeven rd: 2640. 17. -. gagie en kostgeld daaronder begreepen, zijnde na aftrek daar van„ rd:s 2432: 41. —. Een opziender van de koal heeft ook veele onkosten door zijn rijzen in het Land, en moet voor het dog van den Inlander eene levens wijze houden, die min of meer kostbaarder is dan van andere Dienaaren. zoo ook na deezen de door hem opgegeevene posten van inkomsten mogten klimmen tot 3500: rd:s zouden hem die wel moo„ „gen worden gelaaten. Meer doende dan 3500: —. —. rd:s zoude de rest dienen te koomen koomen ten behoeve van het overschot hierom zoude ook de opziender van de korl Jaarlijks zijn inkoomen moe ten opgeeven. 5. 205. De fabriek van kolombo heeft voor zijn inkoomen opgegeeven rd:s 356. - de gagie en kostgeld meede gereekend. vol„ „gens deeze opgaave bedraagd zijn in„ „koomen als fabriek maar rd:s 10. 'sjaars 5. 206. voor deezen hadden de fabrieks een kleijn inkoomen uit de oeliammers van Kaltere, doch om de schaarsheid van het werk volk, heeft de tegenswoordige fabriek dat niet genooten. zoo wij egter wel toeziet kan hem uit de 5. p„r C.:o van de verwerkt wordende bouwstoffen waarschijnlijk wel iets overschieten, dog daarenteegen vervalt door zelve schik king met de smits, kuijpers en Huijs„ timmermans winkel, die bij resoluit„ die van den 27:e April Jongstleeden ge„ maakt is en waarvan we nader ver„ slag zullen doen, zijn gedeelte uit de 5: p:r C:t, die deeze baasen tot hier toe genooten hebben §. 207. 606 §. 207. zoo het geen hij uit de voorsz: 5: p:r C:o der verwerkte bouwstoffen Jaarlijks kan overhouden, geen 300:–. rd: bedraagd, zou„ de hem wel „ rest tot een douceur Jaar„ lijks uit skomp: kas moogen worden gegeeven, voor het houden van een ge„ trouw toezigt over de Materiaalen, die hij ontvangt en wederom verstrekt, en waar onder nu ook zullen moeten gehooren de houtwerken die uit het land geleverd worden, om door hem werderom te worden verstrekt aan de Huijstimmermans en kuijpers win„ §. 208. om dit douceur te bereekenen diende ook de fabriek Jaarlijks zijn inkoomen en speciaal op te geeven het bedraagen van het geen wij van de 5. p:r C:o op de bouwstoffen heeft overgehouden. §. 209. De Lombohouder te Jasfena Williamsz heeft voor zijn inkoomen opgegeeven rd:s 1779. 26. –. gagie en kostgeld daar onder begreepen, zijnde na aftrek daar van rd:s 972: 2:—. Door de tegenswoor„ dige schikkingen met de oeliammers is. kel. is deeze post, die steeds van veel aange„ „leegentheid geweest is nog aangeleege„ her geworden, Het inkoomen, van dee„ ze post mogte ook wel op 1500: rd:s worden gebragt en voor zoo verre de inkomsten door den tombohouder voor het Jongste Jaar opgegeeven ten bedraage van rd:s 792. 2. –. muit zoo veel bedraagen, mogte dit mankee„ rende wel worden gesuppleerd uit het inkoomen der boete penningen van de oeliammers, die dezelve betaalen insteede van te werk te koomen. §. 210. De Residenten van Punto Pedro en Kaits waar van den eersten voor zijn inkoomen zonder gagie en kostgeld, heeft opgegeeven rd:s 456: en den laatsten rd:s 486. 12: –. zou„ den wel moogen worden gelijk gesteld met het geen hier booven nopens de hoof„ den van Nigombo en kaltere is voor„ §. 211. Alles wat na alle de voorsz: aftrek„ king van het overschot, waar van in deeze gesprooken is, mogte overschieten, zoude „gesteld. 607 zoude zoo als dat van zelve spreekt moeten worden ingenoomen ten behoe„ ve van de komp: Het boekje waar bij alle de inkomsten der dienaaren wor„ den ingenoomen, zoude na dat hetzel„ ve behoorlijk afgeslooten is, met de Jaarlijksche Negoottie boeken kun„ „nen worden gezonden na Batavia. §. 212. wanneer onze nedrige voorstellen door uw Hoog Edelheeden gunstig mo„ „gen werden goedgekeurd zoude het E ten hoogsten billijk zijn dat alle de voorsz: dienaaren van den Gouver„ „neur af Jaarlijks doen den eed van zuijvering, voor dat een elk hunner zal geregtigd zijn om de voorsz: Dou„ ceurs te genieten, min of meer na een elks bezondere betrekking geschikt en het overige hoofdzaakelijk inhou„ dende. 1. / Dat een elk naar zijn beste vermoo„ „gen de intressen van de komp: en het belang van haare ingezeetenen hebben zoeken
English
seek to advance, and that they have also done so in good faith. 2. That by virtue of their office and public capacity, under whatever name or title it might be, they have received nothing beyond what has been declared by them. 3. That they have taken no presents from whomever it might be, under whatever name it might be, excepting some foodstuffs consisting of small trifles, which for the sake of decency could indeed not be refused, not only not from their subordinates, but even not from whomever it might be, of which they could in any respect think, or have since learned, that they were given to them by virtue of their office, or in order to obtain any favor or privileges from them in their public capacity. 4. That they have taken no fines for their own profit contrary to the intention of the edict of 24 October 1785, and that they have declared their share of the fines not contrary to the intention of this edict in order to be incorporated into the ordinary revenues, and that the remainder has been distributed by them according to the laws and edicts. Paragraph 213. In this manner, all the above-mentioned servants would be fairly provided for. Each one, according to his office, would be able to live decently and even lay aside a small amount if they are frugal. Hereby everyone will enjoy his income as an honest and established means of subsistence. As for the Honorable Company, it is very plausible that the revenues from which the income of the Servants mentioned above arises will improve over time, and even if the Company does not immediately enjoy noticeable advantages therefrom, our humble proposals will at least not be detrimental to Your Honors. We think, therefore, and because having a sufficient and legitimate means of subsistence will naturally exert a favorable influence on the Servants, that we may in good conscience recommend these our arrangements to Your High Excellencies. Paragraph 214. Whether the Servants who hold authority in a place, whether large or small, should continually be allowed to trade is something that we prefer to defer to the wiser judgment of Your High Excellencies. We are inclined to believe that it would be better if they did not do so, both so that they can spend all their time in the service of the Company, and because, however reasonable they may be, the simple opportunity to advance their own trade above all others always makes them more or less suspect among their subordinates. Paragraph 215. The Chief of the Madura coast and the other Madura officials have their income from the 5 percent assigned to them, which is greater or less according to whether the harvest is large and the sales turn out well, and which revenues consequently cannot be fixed to a set amount. Paragraph 216. Nor do we think that any regulations are necessary for all the remaining Servants, the statement of whose incomes is likewise transmitted herewith. Paragraph 217. In the Regiment de Meuron, we have, upon the recommendation of its Chief, granted approval for the appointment of Captain Henri David de Meuron de Moitier as Major in place of the previously mentioned de Morach, and for the appointment of Captain-Lieutenant Francois Moutandon as Captain, in place of the just-named de Meuron de Motier. The post of Captain-Lieutenant vacated hereby will, according to the communication in our respectful letter of 27 August last, be left unfilled until the receipt of further instructions from the Lords Directors. Paragraph 218. Colonel de Meuron has complained that we have assigned the freelance workers' money only to the subaltern officers and not to the Captain-Lieutenants, as we communicated to Your High Excellencies in our respectful letter of 27 August last. That we assigned no freelance workers' money to the Captain-Lieutenants of this Regiment occurred because the national Captain-Lieutenants never enjoyed freelance workers' money. However, since the Captain-Lieutenants of the aforementioned Regiment should be treated at least on an equal footing with the national First Lieutenants of each company, we have resolved, pursuant to the request of Colonel de Meuron, to cause to be disbursed monthly to the eight Captain-Lieutenants who are presently still with the Regiment, just as to the First Lieutenants of the National Companies, 6 rixdollars, being the amount for two freelance workers. Paragraph 219. Colonel de Meuron has further complained because we have equated the assistant surgeons of the Regiment, who have always enjoyed the emoluments of an ensign according to the communication in our aforesaid respectful letter, with the national surgeons, who receive nothing beyond their pay other than 3 rixdollars and 9.5 stivers for board, the said Colonel being of the opinion that the assistant surgeons of the Regiment, who hold their commissions from the Lords Directors and also have rank next to the junior officer of the Regiment,
Dutch transcription
zoeken te bevorderen, en dat ze dat ook ter goeder trouw hebben gedaan 2. ) Datze uit hoofde van hun ampt en publieke kwaliteit, onder wat benaaming off titel het ook zoude moogen weezen, niets genooten heb ben buijten het geene door hun is op gegeevens. 3. ) Dat ze geene presenten hebben ge„ noomen van wie het ook zoude m „gen zijn, het zij onder wat benaam het ook zoude moogen weezen, ut „gezonderd eenige levensmiddelen i kleinigheeden bestaande, die wel vo „gelijkheids halven niet hebben kunne worden gewijgert, niet alleen niet van hunne ondergeschikten maar zelfs niet van wie het ook zoude moogen zijn, wa van ze in eenig opzigt hebben kunnen den of zeedert zijn teweeten gekoomen, dat aan hun zouden zijn gedaan, uit hoofd van hun ampt of om eenige gunst of voorregten van hun te verwerven in hun publieke 608 publieke kwaliteit. 4. ) Dat ze geene boeten tot hun profijt hebben genoomen, strijdende met de intentie van het plakaat van den 24:e oktober 1785. en dat ze hun aandeel in de boetens, niet strijdende met de intentie van dit plakaat hebben opgegeeven, om bij de gewoone inkomsten teworden, ingenoomen, en dat de rest vol„ „gens de wetten en plakaaten door hun is verdeeld. §. 213. Op deeze wijze zouden alle de hier bovengem: dienaaren tamelijk zijn bedeeld- Een elk zoude na maate van zijn ampt, fatzoene„ lijk konnen bestaan en zelfs een klijnig„ heid opleggen wanneer ze zuijnig zijn. Hier bij zal een ieder zijne inkomsten als een eerlijk en gewestigd middel van bestaan genieten: wat de E: komp: aangaat het is zeer geloofbaar dat de middelen, waar uit ontstaan de inkomsten der Dienaa„ ren hier booven vermeld, door den tijd „7 zullen verbeeteren, en zoo ook al de komp: daardoor geene merkelijke voordeelen in der tijd geniet zullen onze nedrige voorstellen voorstellen, ten minsten aan haar Ed: met schaadelijk zijn, en we denken daarom, en dat het hebben van een toerijkend en gewettigd middel van bestaan op de Dienaaren na„ tuurlijkerwijze van een gunstigen invloed zijn zal, uwe Hoog Edelheeden deeze onze schikkingen in gemoede temoogen aanprijsen. §. 214. off het aan de Dienaaren die op een plaats het zij groot of klijn, het gezag voeren bij voortduuring behoord te worden toegelaa„ ten om te moogen negootsieeren, is iets dat we liefst aan het hoog wijzer gevoelen van uw Hoog Edelheeden laaten gedefe„ reerd- wij zijn geneigt te gelooven, dat het beeter waare dat ze het niet deeden, zoo op dat ze dan al hun tijd besteeden kun„ nen in den dienst van de komp: als ook om dat hoe reedelijk dezelven ook zijn, de enkele geleegentheid dat ze hunnen handel kunnen bevorderen boven alle andere hun altoos min off meer bij hun ondergeschik„ ten doet in verdenking koomens. 5. 215. 609 §. 215. Het Opperhoofd van de Maduresche kust en de verdere Maduresche bedien„ dens, hebben hun inkoomen van de 5: p:r C:o aan hun toegelegd, die meerder of minder zijn, na maate dat den inzaam groot is en de verkoopinge wel uit„ vallen en welke inkomsten midsdien onder geen bepaaling kunnen worden gebragt. §. 216. Ook denken we niet dat 'er eenige bepaa„ linge noodig zijn voor alle de overige Dienaaren, waar van de opgave der inkomsten insgelijks hiernevens over„ „gaan §. 217. Bij 'T Regiment de Meuron hebben we, op de voordragt van dies Chef„ 't agrement gegeeven tot de aanstelling van den kapitein Henrij David de Meu„ von de Moitier tot Majooa in plaats van den hier vooren vermelden de Mo„ rach en tot den aanstelling van den Capitein Luijtenant françois Mou„ tandon tot kapitein, in steede van den even genoemden de Cheuron de Motier Motier De hier door vakant geraakt plaats van kapitein Luitenant zal volgens 't bedeelde bij onzen eerbiedigen van den 27:e aug:s J:o leeden worden om vervuld gelaaten tot den ontvang van de vadere disposietsie van de Heeren Majores. §. 218. De Collonel de Meuron heeft zig bezwaar over dat we alleen aan de subalterne officieren, en niet aan de Capitein Lui„ tenants, het vrijwerkers geld hebben toegelegd, gelijk we dat aan uwe Hoog Edelheeden hebben bedeeld bij onzen leer„ biedigen van den 27:e aug:s Jongstleeden. Dat we aan den Capitein Luitenants van dit Regiment geen vrijwerkers geld hebben toegelegd, is geschied om dat de nationaale kapitein Luitenants, min„ mer vrijwerkers geld genooten hebben. wijl nogtans de kapitein Luitenants, van 't voorsch: Regiment ten minsten gelijkstandig met de nationaale eerste Luitenants 610 Luitenants van elke kompenie dienen teworden behandeld hebben we beslooten, om ingevolge het verzoek van den Collonel de Meuron, aan de agt kapitein luitenants, die zig tans nog bij het Re„ „giment bevinden, even als aan de eerste Luitenants van de Nationaale kom„ „penien maandelijks te laaten verstrekken 6. ad: zijnde het bedraagen van twee vrijwerkers. §. 219. Nog heeft de Collonel de Meuron zig bezwaard om dat we de aide Chirurgijns van het Regiment die altijd genooten hebben de emolumenten van een vaandrig, volgens 't bedeelde bij onzen voorsz: eerbiedigen, hebben gelijk gesteld met de nationaale Chi„ rurgijns, die buiten hunne gagie niet an„ ders genieten dan rd: 3. 9½. aan kostgeld, meenende gemelde Collonel, dat de aide Chirurgijns van 't Regiment, die hun„ ne acten hebben van de Heeren Be„ windhebberen en ook de rang naast de Jongste officier van het Regiment hebben
English
have, cannot be placed on equal footing with the surgeons of the Company, who have the rank of non-commissioned officers. We must acknowledge that, as these assistant surgeons are considered officers in the Regiment and earn no more than ƒ 22 in wages, this large reduction must fall hard upon them, the more so because they do not have the prospect, like the national surgeons, of being improved in wages after the expiration of their time. Since, however, the difference between the board money of a national surgeon and the emoluments of a national ensign is too large, we have not dared to take it upon ourselves to grant the request of Colonel de Meuron that the assistant surgeons of the Regiment might be allotted the emoluments of a national ensign, excluding the free workers' money, and we therefore take the liberty of bringing this request hereby before the eyes of Your High Nobilities and thereupon requesting your highest disposition. We commend Your High Nobilities and the interests of the Company into God's safe keeping, and remain with all respect and fidelity, (below stood:) High Noble, Great Honorable, Widely Commanding Sir, and Well-Noble, Severe Sirs! Your High Nobilities' humble and very obedient servants, (was signed:) W. J. van de Graaff, C. van Angelbeek, J. Reintous, B. C. van Zitter, and A. Samlant, (in the margin:) Colombo, 15 October 1790. Upon the report requested from the Jaffna servants by letter of 23 September last, an extract of which is enclosed herewith, regarding the complaints of the resident of Plotiewelaij Joan Alwaan, bellale caste, mentioned in the copy of the petition forwarded to us by Your High Nobilities, the servants, in their letter of the 7th of this month, which we have just received, and of which an extract accompanies this, have answered among other things: that he is a poor man who has served for his food; that in the year 1788, having bid here on the Jaffna Alphandigo lease for 42,000 rds, as he claimed at the instigation of one Brahmin Waijtien Kannewaddia Aijer, who however denied this; that this lease, because he could provide no sureties for it, according to their resolution of 18 October 1788, of which an extract also accompanies this, was auctioned again and bid on by another for 40,100 rds, thus 1,900 rds less; and that they therefore, because he was not capable of paying this yield, according to their said resolution, placed him in civil detention until they should receive our orders regarding the matter; but that he escaped from it even before the receipt of our answer. The servants also state in their aforementioned letter that for 30 years, or from the time when the Alphandigo lease rose in price, well-to-do Europeans have always been accepted as sureties for that lease; and finally also that this fellow Joan Alwaan is unworthy of holding any office, in support of which they have sent us a secretarial statement from the recibedaars and majoraals of the church of Punto Pedro, under which district he falls, which we have the honor to present herewith to Your High Nobilities. As regards his assertion that a Singadam Modliar had not only approached him here to surrender this lease to Waijtellingen Sittiaar, but also that upon his refusal to do so had placed him under arrest, nothing of the sort has ever appeared here, and it also seems to us in the highest degree improbable. If this complainant appears and provides an indication of who that modliar might be, we shall nonetheless investigate it. We furthermore take the liberty, regarding him, to refer to our Resolutions of 15 August and 11 November 1788, and to our letters written about him to Jaffna on 17 August, 15 October, and 21 November 1788, as well as to the answer received from there, from which it appears that, he having bid here on the prescribed Alphandigo lease for a sum of 42,000 rds, we, because he could provide no sureties, sent him to Jaffna, where he was likewise unable to provide any sureties, as has already been shown from the preceding report of the Jaffna servants. The Jaffna servants have requested in their aforementioned letter of the 7th of this month that the frequently mentioned complainant, both on account of the false complaint he made and because, bypassing his immediate superiors, he addressed himself to Your High Nobilities contrary to the orders forbidding this, may be punished in Jaffnapatnam itself; and we shall await Your High Nobilities' approval on that matter, and in the meantime ensure that if he returns to Ceylon no harm will be done to him. Upon the report from the Commander and Master Shipwright there regarding the stowage of the return ships, sent to us along with Your High Nobilities' esteemed letter of 18 June last, we have received an address from
Dutch transcription
hebben, niet gelijk kunnen gesteld wor„ den met de Chirurgijn van de komp:, die de rang hebben van onder officieren. Wij moeten bekennen dat daar deeze aide Chirurgijns bij het Regiment als officie„ ren worden geconsidereerd, en niet meer dan ƒ 22: aan gagie winnen, hun deeze groote vermindering hard moet vallen, temeer daar ze het vooruitzigt niet hebben, om gelijk de nationaale Chi„ rurgijns, naar tijds expiraatse, in gagie teworden verbeeterd. wijl nog„ tans het verschil, tusschen 't kostgeld van een nationaale Chirurgijn ende emolumenten van een nationaale vaandrig, te groot is, hebben we het op ons niet durven neemen, om in het verzoek van den Collonel de Meuron dat aan de aide Chirurgijns van het Rie„ „gement de emolumenten van een nationaale vaandrig, uitgenoomen het vrijwerkers geld, mogten worden toegelegd, 611 Aan als vooren toegelegd, te bewilligen en we neemen derhalven de vrijheid om dit verzoek door deezen te brengen onder 't oog van uwe Hoog Edelheeden, en daarop te verzoeken hoogst derzelver disposietsie Wij beveelen uw Hoog Edelheeden en de belan„ „gens der Maatschappij in Godes vijlige hoede en blijven met alle eerbied en trou„ we /:onderstond:/ Hoog Edele Groot achtb: wijd gebiedende Heer en welEdele Gestren„ „ge weeren:! uwer Hoog Edelheeden onder„ danige en zeer gehoorzaame Dienaaren /:was getekend:/ W: J: van de Graaff, C: van Angelbeek, J: Reintous, B: C: van zitter en A: Samlant, /:in mar„ „gine:/ Kolombo den 15:e oktober 1790. Op het bij brief van den 23:e 7ber: Jongstlee„ den, waar van extrakt hiernevens gaat van de Jaffenasche bedienden gevorderd berigt berigt, nopens de klagten van den in„ woonder van Plotie welaij Joan Al„ waan, Casta bellale, vermeld bij 't door uwe Hoog Edelheeden aan ons toegezo den Copij request, hebbende bedienden bi hunnen brief van den 7:e deezer, die we zoo even ontvangen, en waar va een Extrakt deezen. verzeld, onder an deren geantwoord: dat hij een aam in is, die voor de kost heeft gediend, da hij in 't Jaar 1788. de Jaffenasche Al„ „phandigo pagt alhier gemijnd hebbende voor 42000:—. rd:s, zoo hij voor gaf op aanraading van eenen Bratamia waijtien Kannewaddia Aijer, die de egter ontkende, deeze pagt, wijl hij daar voor geen borgen konde stellen, volgens hun besluijt van den 18: Ok„ tober 1788. waar van ook een Ey„ trakt deezen verzeld, weeder was op„ „geveild en door een ander gemijnd voor 40100. rd:s, dus 1900: -. –. Rd:s minder, en dat ze daarom hem, wijt hij niet in staat was om dit rendement op te brengen 612 op tebrengen, volgens gemelde hun besluit, tot dat ze daaromtrend onze order zou„ den hebben ontvangen, in Civiel arrest gesteld hadden, dog dat hij daar uit, nog voor den ontvang van ons antwoord, was ontvlugt. Noch zeggen de bedienden bij voorsz: hunnen brief dat zeedert 30. Jaaren of van den tijd af dat de alphan dige pagt in prijs gesteegen is, altijd gegoede Europeesen als borgen voor die pagt genoomen zijn, en eindelijk ook dat deeze weler Joan Alwan onwaardig is om eenig ampt te beklee„ den, tot adstructie van 't welk ze ons eene sekretarieele verklaaring hebben toegezonden, van de recibedaars en Majoraals van de kerk Punto Pedro„ onder welk distrikt hij sorteerd, en die we de eeere hebben uwen Hoog Edel„ heeden hiernevens aantebieden. wat aangaat zijne voorgaave dat eene singadam modliaar niet alleen hem alhier alhier had aangesprooken om deeze pagt aan waijtellingen Sittiaar over te laa„ ten, maar ook dat hij hem, op zijne weijgering om dat te doen, in arrest hat gezet daar van is hier nimmer iets gebleeken, en komt ons ook ten hoogsten onwaarschijnlijk voor. Als deeze klaager komt en wij aanwijsing doet wie die modliaar zoude zijn, zull we dat niet te mindoen onderzoeken we neemen voorts de vrijheid ons nopen hem te gedraagen aan onze Resolutien van den 15:' aug:o en 11: 9ber: 1788. en aan onze brieven over hem na Jaffena geschreeven, den 17: aug:o, 15. October en 21: 9ber: 1788. als meede aan 't van daar ontvangen antwoord, waar uit blijkt dat hij de voorschreeve alphandi„ „ge pagt hier gemeind hebbende voor eene somma van rd:s 42000:, wij hem wijl hij geen borgen stellen konde, heb„ ben gezonden na Jappena, daar hij dan insgelijks geene borgen heeft kunnen 613 kunnen stellen, zoo als dat uit het hier voorenstaande berigt der Jaffena„ sche bediendens reets is aangeweezen. De Jaffenasche bedienden hebben bij voor„ melde hunnen brief van den 7:e deezer verzogt, dat de meermelde klaager zoo over zijne gedaane valsche klagte, als om dat hij niet voorbijgang zijner on„ middelijke overigheid zig tegens de daar teegen leggende orders aan uwe Hoog Edelheeden daar over heeft geaddresseerd, op Jaffenapatnam zelve mag worden gestraft en we zullen daar op uwer Hoog Edelheeden goed vinden afwagten, en intusschen zorgen, dat zoo hij op Cei„ lon terug komt hem geen leed word aan„ „gedaan. Op het nevens uwer Hoog Edelheeden zeer g'eerde missive van den 18:e Junij J:o l: aan ons toegezonden berigt van den Com„ mandeur en opper-Equipagiemeester aldaar nopens de stuagie van de retoer scheepen, hebben we ontvangen een addres van hij
English
from the Galle Master of the Equippage Aams, whereby he demonstrates that the construction of shifting boards in the Ceylon return ships to place the linen bales between has never been in use, and also would not be necessary, because the linen bales are screwed in so tightly with jacks that it is impossible for them to move; and that instead of canvas bags, the coffee in Galle is placed in mat bags to prevent it from mixing with the pepper, because one does not have so much old canvas at hand here for that purpose; and since our Master of the Equippage Andringa is also of the opinion that the shifting boards in the Ceylon return ships are not necessary, and that the Ceylon double straw bags are just as good for the coffee as the canvas bags, we have decided, in order to avoid needless costs, to send the reports of both the aforesaid Masters of the Equippage for disposition to your High Noble Lordships, as we have the honor to do by this document, and we have in the meantime authorized the Galle servants to allow the stowing of the return ships to proceed on the footing customary there until your High Noble Lordships' further order. We commend your High Noble Lordships and the interests of the Company to God's safe protection, and remain with all respect and fidelity, underwritten, High Noble, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord and Right Noble Stern Lords, your High Noble Lordships' humble and very obedient servants. Was signed: W: J: van de Graaff, C: van Angelbeek, J:od Rreintous, B: E: van Zitter, and A: Samlant. In margin: Colombo, the 16th of October, Anno 1790. Agrees, Sijbrands, First Clerk. Thomas Checked Secret. Received To the Right Noble, Highly Esteemed Gentlemen Directors at the Assembly of Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber, Amsterdam. Right Noble, Highly Esteemed, Wise, Prudent, Very Generous Gentlemen! On the 2nd of September last, we had the honor to receive via Batavia your Right Noble, Highly Esteemed, very revered secret missive of the 29th of April 1789, with the extract enclosed therein from the Register of the resolutions of Their High Mightinesses of the 5th of March prior to that. We shall, according to your Right Noble, Highly Esteemed recommendation, strictly conduct ourselves according to the intention of Their High Mightinesses appearing in the aforementioned extract with regard to foreign warships and armed crews; and have also immediately issued the necessary orders that this also be pursued at the subordinate offices. The satisfaction that Their High Mightinesses and your Right Noble, Highly Esteemed Lordships have been pleased to take in our conduct maintained on the occasion when the Governor of Pondicherry, the Count de Conway, attempted to be admitted at Trincomalee with the force he had with him, has served as a special satisfaction to us, and will encourage us on all occurring occasions to promote the best of the Company with redoubled zeal and good intentions. In the meantime, we express to your Right Noble, Highly Esteemed Lordships our humble obligation for the so complete approval of our direction maintained and measures taken on that occasion, and we simultaneously take the liberty respectfully to urge your Right Noble, Highly Esteemed Lordships to offer our humble thanksgiving for the so flattering as well as obliging expression of Their High Mightinesses to the same, whenever a favorable opportunity might present itself for that purpose. Henceforth, without your Right Noble, Highly Esteemed Lordships' special directive, we shall allow no provision of table money whatsoever to be made to officers of the warships of the State. The iron ordnance promised to us in partial satisfaction of the requisition for bronze ordnance made by us in the year 1787, we shall await through your Right Noble, Highly Esteemed Lordships' goodness, and we shall cause all possible attentiveness and precautions to be used to preserve the same. We have given notice to the Ministers at Cochin of your Right Noble, Highly Esteemed Lordships' disposition regarding their requisition of cannon, cannonballs, and bombs, and shall not fail, should their Honors request them, to accommodate the same therewith according to the measure of our stock. We commend your Right Noble, Highly Esteemed Lordships together with the weighty interests of the Company to God's safe protection and have the honor to remain with due respect, Colombo, the 12th of September, Anno 1790, Right Noble, Highly Esteemed, Wise, Prudent, Very Generous Gentlemen, Your Right Noble, Highly Esteemed Lordships' humble and faithful servants, W: van de Graaff Acht Miesz C: van Angelbeek C Hemons Wermlant Hollenhoven J D Van Zitter. Checked wi No. 67 No. 75. Separate Batavia To His High Nobility, the High Noble, Stern, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, on behalf of the State of the United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, Governor-General, and the Right Noble Stern Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Stern, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord and Right Noble Stern Lords! I have always had good thoughts regarding the goodwill of the Court of Kandy, and I also do not think as yet that the same will undertake anything unfriendly against the Company, at least not as long as the present First Adigar of the Realm remains in power, and that he thereby retains the great influence that he has with the King. In the meantime, I cannot and
Dutch transcription
van den Gaalschen Equipagie meester Aams„ waar bij hij vertoond, dat 't maaken van Slinger schotten in de Ceilonsche retoerscheepen om 'er de Lijnwaatspakken tusschen in teleggen, nooit in gebruik geweest is, en ook niet noodig zoude zijn, wijl de Lij„ waatspakken met dommekragten zoo vast worden ingeschroeft, dat ze onmoo„ „gelijk in beweeging kunnen koomen; en dat in plaats van sijldoeksche sakken te gale de koffij in matte zakken worden gelegd, om voortekoomen dat ze zig met de peper niet vermengd, wijl men hier daar toe zoo veel oud zijldoek niet aan handen heeft: en vermits onze Equi„ „pagiemeester Andringa meede van oordeel is dat de slingerschotten in de Ceilonsche retoerscheepen niet noodig zijn, en dat de Ceilonsche dubbelde stroosakken even zoo goed zijn voor de koffij als de zijldoeksche zakken, hebben we tot voor„ kooming van noodeloose kosten beslooten, de berigten van bijde de voorsch: Equipa„ giemeesters 614 „giemeesters, ter disposietsie te zenden aan uwe Hoog Edelheeden, zoo als we dat de eere hebben te doen door deezen, en hebben we intusschen de Gaalsche bedienden gequa„ „lificeerd, om met het stuwen der retoer„ „scheepen tot uwer Hoog Edelheeden nader order, telaaten voortvaaren op den al„ daar gebruikelijken voet. Wij beveelen uw Hoog Edelheeden en de belangens der Maatschappij in Godes veilige hoede, en blijven met alle eerbied en trouwe /:onderstond:/ Hoog Edele Grootachtbaare wijdgebiedende Heer en welEdele gestrenge Heeren. uwer Hoog Edelheeden onderdanige en zeer ge„ hoorzaame Dienaaren /:was getekend:/ W: J: van de Graaff; C: van Angelbeek, J:od Rreintous, B: E: van zitter en A: Samlant /:in margine:/ Kolombo den 16: Oktober A:o 1790. Accordeert Sijbrands Egklerk. Thomas Nageheep 615 sekueet. Dacrid Aan de wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Bewindhebberen Ter vergadering van seventienen representee- rende de Generaale Nederlandsche g'oktroij- eerde oost- Jndische Comp: ten Presidiaale kamer Wel Edele Hoog Achtbaare wijze voorzienige zeer Genereuse Heeren! Den 2:' September I:o Leden hebben we de eene gehad over Batavia te ontfangen uwer wel Edele Hoog Achtb: Zeer geve„ nereerde secreete missive van den 29. April 1789. , met het daerin geslooten Extrakt uit het Register Hoog der resolutien van Hunne Amsterdam. Mogenden Mogenden, van den 5. Maart daar te vooren. Wij zullen volgens uwer wel Edele Hoog Achtb: aanbeveeling ons stipte lijk gedraegen naer de bij gemelde Extrakt voorkomende intentie van Hunne Hoog Mogenden, ten aanzien van vreemde oorlog scheepen en gewaapende manschappen; en heb= ben ook ten eersten de noodige ordres gesteld, dat zulks ook op de onderhoorige Comptoiren werde agtervolgd. Het genoegen dat Hunne Hoog Mogenden en uwel Edele Hoog Achtb: hebben gelieven te neemen in onze gehoudene Conduit bij geleegendheid dat de Gouverneur van 616 van Pondicherij, de Graaf de Conwaij, heeft getragt met zijne bij hebbende magt op Juinconomeele te worden geadmitteerd, heeft ons tot bijzondene satisfactie ge„ 1 strekt, en zal ons aanmoedigen om bij alle voorkoomende geleegentheeden, met verdubbelden iever en welmeenend- heid het beste van de Compenie te be„ hartigen. Jntusschen betuigen we uwel Edele Hoog Achtb: onze nedrige verplig„ ting, voor de zoo volleedige goed keuring van onze bij die occagie gehoudene directie en genomene maatreegelen, en we neemen teffens de vrijheid uwel Edele Hoog Achtb: eerbiedig te insteeren, om onze ootmoedige dankzegging, voor de zoo vleijende als verpligtende betui„ ging van Hunne Hoog Mogenden, aan hoogst dezelven aantebieden, wanneer zich zich daartoe een gunstige geleegentheid mog„ te voordoen. we zullen voortaan zonder uwel Edele Hoog achtb: speciaale aanschrijving, geene ver„ strekking van tavel gelden, hoe genaamt, ^laaten aan officieren van 'slands scheepen ^ doen. Het aan on toegezegd ijzer geschut, ter gedeel„ telijke voldoening van de door ons in het Jaer 1787. gedaanen Eisch van metaal ge„ schut, zullen we door uwel Edele Hoog Achtb: goedheid verwagten, en we zul„ len alle moogelijke oplettendheid en voor„ zorgen doen gebruiken om dezelve te Con„ serveeren. Wij hebben aan de Ministers te Koetsien kennis gegeeven, van uwel Edele Hoog achtb: dispo sitie omtrend derzelven Eisch van kan- non, koegels en, bommen, en zullen niet nalaeten, wanneer hun Edelen daerom mogten vraegen, dezelven naer maete van onzen voorraed daermede te gerieven. Wij 617 630 Holombo Wij beveelen uwel Edele Hoog achtb: nevens de zwaar„ wigtige belangens den Maatschappij in Godes vijlige hoede en hebben de eene met verschuldigde respect te blijven den 12:e 7ber: A:o 1790 uwel Edele Hoog Achtbaare onderdanige en Trouwschuldige Dienaaren W: vande Graaff Acht Miesz C: van Angelbeek C Hemons. Wel Edele Hoog Achtbaare wijze voorzienige zeer Genereuse Heeren Wermlant Hollenhoven JD Van Litter. nagezien wi N 67 N 75. Appart 631 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gestr: Grootachtb: wijdgebiedenden Heer M:r Willem Arnold Alting van weegens den staet der vereenigde Nederlanden en de Generaale Nederlandsche geoktroijeerde oost Jndische kompenie Gouverneur Generaal De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederl: Jndien Hoog Edele Gestrenge Grootachtb wijd gebiedende Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren! Jk heb van de welgezintheid van het Hof van kandia altijd goede gedagten gehad, en ik denke ook als nog niet, dat het zelve iets onvriendelijks teegens de komp: zal onderneemen, ten minsten niet zoo lange als den teegenswoordigen eerste Rijks Adi gaen in het bewind blijft, en dat Hij daer bij blijft behouden den grooten invloed die wij bij den koning heeft. Intussen kan ik niet ende
English
not deny that during the unrest in the Matara district and also in a part of this Dessavonie, I spent many anxious moments, for certainly not all the court dignitaries are as moderately minded as the first imperial Adigar, and according to a report upon which I think I can rely, the second imperial Adigar in particular strongly advised that the King should turn the unrest in the Company's lands to his own advantage. Already at the beginning of the Matara unrest, the first imperial Adigar informed me by a small note written to my Maha Mudaliyar, that when the Matara people arrived in Kandy, he had answered them that if the things about which they complained were so, there are Chiefs of the highest lineage in the Matara Dessavonie, and that because he heard nothing from these, one could give no credence to the word of such petty Chiefs as they were. He added further that he had spoken to the Matara people in this manner in order to know whether the principal Chiefs of that Dessavonie also had any part in the unrest, but that he had been unable to perceive anything of the sort. On this confidential footing he has repeatedly sent me messages to assure me that I could rely on his seeing to it that the Court undertook nothing unfriendly against the Company. In the documents to be found behind the report of Mr. Sluysken, the Matara Mudaliyars Jinnekoon, Chief of the Giruwapattu, De Saram, Chief of the Gangaboda Pattu, and Gooneratne, Chief of the Weligam Korale, are nevertheless heavily accused of having had a hand in the Matara commotion in a very far-reaching manner. To what extent one may rely on these accusations before they have been further investigated is at present very difficult to determine. It is equally difficult to imagine what could have moved these accused Chiefs to take such criminal steps. All three are men of distinction and wealth, invested, so to speak, with the highest dignities to which they can aspire. Men of that caliber rarely resort to committing such far-reaching crimes unless they have prospects that correspond in weight with them. Why Mr. Sluysken, in his letter of the 20th of this month, which is transmitted in copy among the appendices to the secret letter, found it questionable to write to Matara that these Chiefs might be permitted a brief journey to Colombo when they requested this of their own accord, has not become quite clear to me. If they are guilty, or at least lie under such great and far-reaching suspicion as his Honor seems to think, they cannot be removed from the Matara Dessavonie too soon. In the secret letter from me and the Council, an item was noted from the aforementioned letter of Mr. Sluysken that is so mysterious that one had to ask him for a clarification of it. I would nevertheless be very much mistaken if his Honor did not thereby have his eye on the Maha Mudaliyar of my Gate. I think this only because I have many reasons to believe that he is not all too favorably disposed toward this man, and I cannot imagine who else could have been meant by it. If this should be so, and Mr. Sluysken has withheld no documents, which I do not think I dare suspect, I declare I cannot comprehend upon what this opinion of his is founded. Just as little can I understand what could have moved this man in particular to criminal steps of that nature, by which he could gain nothing, and whereby he, on the contrary, would have put his honor and even his life in jeopardy. In the year 1761, when all the Chiefs in the Galle Korale and with them all who were in any way prominent joined the rebellious people, he alone of the most prominent families of the Galle Korale remained faithful to the Company. Governor Schreuder therefore made him Mudaliyar of the Gate at Galle instead of the Mudaliyar who had gone over to the rebels, and to reward him for various faithful services rendered to the Company on that occasion, he later presented him with a gold medal and chain. Since then, so far as I know, he has always served the Company faithfully, and has been employed with great benefit on various occasions. The Extraordinary Councillor De Ly, who was Commander of Galle for nearly 20 years, was always very content with him, and in the writings of this gentleman he is never spoken of with anything but praise. He has now served me for more than five years as Maha Mudaliyar, and I owe him the justice of declaring in good conscience that in all his official duties up to the present I have perceived nothing but faithfulness and honesty toward the Company. In particular, he has been of great service to me in my dealings with the Court of Kandy. During the various times that the present first imperial Adigar, then still being Dessave, was in Colombo, he managed to gain the trust and friendship of this man to a high degree, and I think that to the friendly feelings that he him for
Dutch transcription
niet ontkennen, dat ik geduurende den onrust in het Materesche en ook in een gedeelte van deze Pessavonie, veele onge ruste oogenblikken heb toegebragt, want zeekerlijk alle de Hofsgrooten niet zoo gemaetigd denken, als den eersten Rijks adigaet, en volgens een bericht waer op ik denk staet te kunnen maeken, heeft inzonderheid de tweede Rijks adi„ gaen zeer geraeden, dat de koning zig den onruest in 'skomp:s land diende ten nutte te maeken. Reeds in den beginne van de Materesche onrust, liet mij den eersten Rijks adi= gaat bij een klijn briefje aan mijn Ma ha Mrdliaet geschreeven, weeten, dat Wij het Materesche volk in kandia aenge koomen, hadde tegemoet gevoert, dat indien de dingen waer over ze zig be„ „klaegden zoo waeren, er in de Mate resche Dessavonie Hoofden zijn van de eerste afkomst, en dat wijl Hij van deeze niets hoorde, men aen het zeggen van zulke klijne Hoofden, als zij weeren, geen ƒ 632 geen geloof konde geeven. Nog zijde Hij daer bij, dat hij het Materesche volk op deeze wijze hadde toegesprooken om te weeten, of ook de eerste Hoofden van die Dessavonie in den onrust eenig deel hadden, dog dat hij daer van niets hadde kun„ nen bespeuren. Op deezen vertrouwelijken voet heeft hij wij te meer maelen be rigten gezonden, om mij te verzeekeren dat ik staet konde maeken dat wij zoude zorgen, dat het Hof niets onvrien delijks teegens de komp: ondernam. Bij de stukken agter het rapport van den Heer sluijsken te vinden, worden des niet te min de Materesche Modliaers Jinne koon, Hoofd van de Girwaij, De Saram, Hoofd van de Gangebaddepattoe, en Goene ratue, Hoofd van de Belligamkorl, ree- vig beschuldigd, dat ze op eene heel ver- begaende wijze de hand in de Matere sche opschudding zouden hebben gehad. In hoe verre men op deze beschuldigingen staet maeken mag voor dat ze nader zijn onderzogt, is voor het tegenwoordige zeer zeer moeijelijk te bestemmen. Even moeijelijk is het om te bedenken, wat deze beschuldigde Hoofden tot het doen van zulke misdaedige stappen zoude hebben kunnen beweegen. Ze zijn alle drie, luij„ den van aanzien en vermoogen, bekleed om zoo te spreeken met de hoogste waer digheeden, waar na ze aspireeren kunnen Luiden van dien stempel koomen zeld= zaam tot het pleegen van zulke ver„ regaende misdaeden, ten zij ze vooruit zigten hebben die in gewigt daer meede overeenkomen. Waarom de Heer sluijsken het bij zijn brief van den 20. deezer die in kopij onder de bijlaegen van de sekreete brief overgaet, bedenkelijk heeft gevonden, om na Mature aanteschrijven, dat aen deeze Hoofden mogte worden toegestaen een springtogt na kolombo wanneer ze daer toe uijt hun eigen verzogten, is mij niet al te plaet gebleeken. Indien ze schuldig zijn, of ten minsten onder zoo groote en verregaende sus- ficie 633 picie leggen als zijn Ed: schijnt te den ken, kunnen ze niet te spoedig uijt de Materesche Dessavonie worden tverwij dend. Bij den sekreeten brief van mij en den Raad, is uijt den voorsz: brief van den Heer sluijsken een post aangemerkt, die zoo geheimzinnig is, dat men 'er hem een opheldering van heeft moeten vraegen. Ik zoude mij nogtans zeer vergissen, zoo zijn Ed: daer meede niet het oog heeft op den Maha Modliaat van mijn Porta. Ik denke alleen dit daarom, om dat ik veel reedenen heb te gelooven, dat Hij dezen Man niet al te gunstig is, en ik niet bedenken kan, wie anders daer meede zoude kunnen zijn gemeend. Indien dit zoo zijn mogte, en dat de Heer sluijsken geene stukken agter gehouden heeft, het geen ik niet denke te durve vermoeden, betuige ik niet tekunnen begrijpen waer op deeze zijne ofinie gegrond is. Eeven zoo min kan ik begrijpen wat wat inzonderheid deze Man zoude heb„ ben kunnen beweegen tot misdadige stapfen van die natuur, waar meede hij niets konde winnen, en waer door Wij daar en teegen zijn eet en zelfs zijn leeven in gevall zoude hebben gesteld. In het Jaer 1761 wanneer in de Gale kwl alle de Hoofden en met hun alles wat eenigzints aanzienlijk was, zig bij het opvoerig volk hebben gevoegt is wij alleen uijt de aanzienlijkste geslagten der Gale Korl de komp: getrouw geblee ven. De Heer Gouverneur Schreuder maekte hem daarom Modliaan van de Porta te Gale, in steede van de Mo dliaat die zig bij de opvoerige begeeven had, en om hem tebeloonen voor verschijde trouwe diensten in die geleegentheid aen de komp:s beweezen, heeft wij hem na- derhand nog beschonken met een gouden penning en ketting. Hij heeft zeedert, zoo veel ik weet, de komp: altijd getrouwelijk gedient, en is in verschijde geleegentheeden met veel nut 634 nut gebruijkt. De Heer Raad extra ordi- nair de sij die na genoeg 20. Jaeren kom= mandeur van Gale geweest is, is over hem steeds zeer kontent geweest, en in de schriften van dezen Heer word nooijt anders dan met lof van hem gesproo ken. Hij diend mij nu ruijm vijf Iaeren als Mahamodliaet, en ik ben hem de Jus- titie schuldig van ingemoede te moeten betuigen, dat ik in alle zijne ampts verrigtingen tot nog toe niets dan trouw en eerlijkheid teegens de komp: heb bespeurd. In het bezonder is wij mij van groote dienst geweest in mijne handelingen met het sof van kandia. Geduurende de verscheide rijzen dat de tegenwoordige eerste Rijks Adigaa, toen nog Dessave zijnde, is te kolombo geweest, heeft Hij zig het vertrouwen en de vriendschap van deezen Man in een hoogen graad weeten te verwerven, en ik denke dat aen de vriendelijke gevoelens die wij hem voor
English
has managed to instill for the Company, one must largely attribute the fact that matters with the Court have thus far been able to be conducted reasonably to the satisfaction of the Company. Nevertheless, if it should appear from the further clarification of Mr. Sluijsken that I was not mistaken in my opinion, and that by what was noted above from his letter, the Maha Mudaliyar is indeed meant, I will investigate the matter with the utmost rigor. If he is found guilty, I will not spare him. Your High Excellencies may be completely certain of that. If, on the other hand, it appears that he has been rashly and unjustly accused, it is reasonable that justice be done to him, which cannot be denied to a man who has faithfully served the Company for such a long series of years. It is even, for the interests of the Company on this island, highly necessary that this be done. People who, by being faithful to the Company, believe they have a claim to at least fair treatment, must not be provoked. I have hitherto postponed the exchange of the ratification of the Treaty with the Nawab, both so that I may in the meantime, and before it takes place, be furnished with Your High Excellencies' approval regarding the demands of the Nawab to also have his commissioners present at the Mannar Pearl Fishery, and because there has been a suspicion for some time that the Nawab will have to cede all his lands to the English Company, since he cannot pay his debts to the same; and that if this proves to be the case, it might perhaps be better that the exchange of the ratification does not take place before we reach a closer understanding with the English themselves in that regard. Even if the Nawab should be spared this time, the prospects that it will nevertheless come to that at some point are alone sufficient not to grant the aforesaid demands of the Nawab, and Your High Excellencies may rest assured that this will not happen either. The reason why the senior merchants Raket and van Angelbeek, who exchanged posts, are not presented to Your High Excellencies for confirmation this time—for such reasons as are indicated in the secret letter from me and the Council—is that I do not know whether senior merchant Raket will be inclined to continue in the post of Dissava of Matara. At my request, he accepted this arrangement as the most suitable one I could make for this time. Little is heard here of the war of the English against Tipu Sultan. According to the best reports, General Medows with his army has penetrated to the mountains that separate the kingdom of Mysore from Tipu's southern lands, without having met any resistance, but here it is said that Tipu is preparing to dispute the passage over these mountains with the English. According to credible news, the English have concluded an alliance with the Marathas and Nizam Ali to completely subdue Tipu Sultan, and there are also the greatest likelihoods that this will happen if the Marathas and Nizam Ali keep their word, but that is not seldom lacking, especially with the Marathas, who are generally for sale to whoever has the heaviest purse. I commend Your High Excellencies to God's gracious protection and have the honor to be with all high esteem and true faithfulness, High Noble, Right Honorable, Grand Respected, Wide-Ruling Lord and Well Noble Honorable Lords! Your High Excellencies' humble and very obedient servant, signed: W. J. van de Graaff In the margin: Colombo, 27 August 1790. Agrees: B. van der Graaf Apart Batavia To His High Excellency The High Noble, Honorable, Grand Respected, Wide-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company and The Well Noble, Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Honorable, Grand Respected, Wide-Ruling Lord and Well Noble, Honorable Lords, I have had the honor to receive the separate letter with which I was favored by Your High Excellencies on 26 May. I can only see that the Court of Kandy continues to behave favorably toward the Company. The permission that it has granted for the Company to have cinnamon peeled across the river Maha Oya—belonging among the so-called forbidden places, or at least among those places where we have been prevented from peeling cinnamon for many years—seems to me to be fairly good proof of that. This permission was sent a few days ago by the first Adigar of the realm to my Matara Mudaliyar, and although the monsoon is drawing to an end, this consent is nevertheless agreeable to me, especially because of the influence that such proofs of good understanding between the Court and the Company generally have on the minds of the people, and which this proof of good understanding will, I trust, have on the minds of a party of evildoers in the Matara Dissavany, whom, in order not to let the unrest they had stirred up continue any longer, one was forced to place in this or that post. With
Dutch transcription
voor de komp: heeft weeten inteboesenen, men heel veel moet toeschrijven dat de dingen met het Hof tot hier toe, nog al tot taemelijk genoegen van de komp: hebben kunnen worden bestierd. Ik zal niet te min wanneer het uijt de nadere verklaering van den Heer sluijsken, komt te blijken, dat ik mij in mijne opini niet heb vergist, en dat met het geene hier boven uijt zijn brief is aengemerkt, werkelijk den Mahamodliaet gemeend is, de zaaken op het regoureuste onderzoeken. zoo hij schuldig bevonden word, zal ik hem niet spaeren. Uw Hoog Edelheden kunnen daer van volkoomen zeeker zijn. Blijkt het daer en teegen dat wij ligtvaehdig en ten onregten beschuldigt is, is het reedelijk dat hem het regt wedervaere„ dat aan een Man die de komp: zoo een groote recks van Jaeren trouw gedient heeft, niet kan worden geweigert. Het is zelfs voor de belangens van de komp: ten dezen eilande, ten hoogsten noodig 635 noodig, dat dit geschied. Luijden die door getrouw te zijn aen de komp: meenen aen„ spraak te hebben op ten minsten een bil- lijke behandeling, moet men niet ter„ gen. De uijtwisseling der ratifikaetsie van het Traktaet met den Nabab, heb ik tot nog toe verschooven, zoo op dat ik intusschen, en voor dat die geschied, worde gemunieerd met uw Hoog Edelh: goetvinden nopens de vorderingen van den Nabab, om ook te hebben zijne gekommitteerdens bij de Mannaarsche Paarlvisscherij, als om dat men zeedert een tijdlang is in het vermoeden, dat de Nabab alle zijne landen aen de Engelsche komp: zal moeten afstaen, wijl Hij zijne schulden aen dezelve niet betaelen kan, en dat indien dit zoo uitkomt, het mis„ schien beeter zij dat de uijtwisseling van de ratifikatie niet geschied voor dat we ons derwegens met de Engelschen zelfs naaden verstaen. Zoo ook de Nabab dit mael nog mogte worden gespaakt, zijn de de vooruitzigten dat het dog te eenigen tijd daer toe koomen zal, alleen genoeg om aan de voorsz: vorderingen van den Nabab geen gehoor te geeven, en uw Hoog Edelheden kunnen gerust zijn dat dit ook niet geschieden zal. Dat de van dienst verwisselden opperkoof„ lieden Rakel en van Angelbeek om zodanige reedenen als bij de sekriete brief van mij en den Raad worden aen geweezen, ditmael aen uw Hoog Edelheden ter bevestiging niet worden voorgedragen is om dat ik niet weet, of de opperkoop= man Raket zal geneigt zijn om in de post van Dessave van Mature te kon tunueeren. Op mijn verzoek heeft Hij deeze schikking aangenoomen als de be„ taemelijkste die ik voor ditmael wiste te maeken. van den oorlog der Engelschen tegens Tipoe sultan hoort men hier wijnig Vol- gens. de beste berigten zoude de gene raal Medowos met zijn arme zijn door gedrongen tot het gebergte dat het kijk 636 rijk van Maisoer afschijd van Jipoes zuijdelijke landen, zonder tegenstant te hebben gevonden, dog hier zegt men dat Tipoe zig zoude gereed maeken om de passagie over deze gebergtens aan de Engelschen te betwisten. Volgens geloof= baare tijdingen hebben de Engelschen een verbond geslooten met de Marat- ters en Nisam Ali om Tipoe sullan geheel ten onder te brengen, en daer zijn ook de grootste apparentien dat dit ge schieden zal, zoo de Maratters en Nisam Ali woord houden, dog daer aen haep eat het niet zeldzaem, inzonderheid met de Maratters; die doorgaans te koop zijn voor die de stijfste beurs heeft. k beveele uw Hoog Edelheden in Gods ge noedige bescherming en heb de eere met alle hoog agting en waere trouwe te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele Gestrenge Grootachtb: wijdgebiedende Heer en wel Edele Gestr: Heeren! uw Hoog Edelheden ootmoedige en zeer gehoorzaeme Dienaet /:was getekend:/ W: J: van de Graaff /:in mak gine:/ Kolombo den 27. Aug:s 1790. Akkordeert B vander Graat Apart 637 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gestr: Groot achtb: wydgebiedenden Heer M:r Willem Arnold Alting van weegens den staet der vereenigde Neder landen en de Generaale Nederlandsche Geok- troijeerde oost Jndische komp: Gouverneur Generael ende De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederl. Jndie„ Hoog Edele Gestr: Grootachtb: wijdgebiedende Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren Ik heb de eere gehad te ontvangen de ap- parte brief, waar meede ik door uw Hoog Edelheden op den 26. Meij ben be gunstigt. Jk kan niet anders zien dan dat het Htof van kandia zig bij voortduuring wel gezint tegens de komp: gedraagt. Het vealof verlof dat het zelve gegeeven heeft dat de komp: kanneel mag laeten schillen aen de overkant van de rivier Maharje„ gehoorende onder de zoo genaemde verboode plaetzen, of ten minsten onder die plaetsen, ^ons daar men ^ w zeedert veele Jaeren het kanneel schillen heeft belet, schijnt mij daer van een tamelijk goed bewijs Dit verlof is voor wijnige daegen door den eersten Rijks Adigaal gezonden aan mijn Matra Modliaat, en schoon de mousson op het einde looft, is mij nogtans deeze inwilliging aangenaam, inzonderheid om den invloed die diergelijke bewijzen van goede verstanthouding tussen het Hof en de komp: doorgaans hebben, op de gemoederen van het volk, en dit bewijs van goede verstanthouding zoo ik vertrouw hebben zal, op de gemoede ren van een partij kwaeddoenders in de Mataresche Dessavonij, die men, om den onrust die ze gestookt hadden, niet langer te doen voortduuren, wel genood= zaekt is geweest in deze of geene posten tesellen Met
English
With the dispatch of the aforementioned permission, some provisions and other trifles from the king's pantry were also sent to me, which were delivered with the customary escort, and the Adigaar had me informed verbally that this was done because he thought that such reciprocal tokens of friendship always have more or less of an effect on the minds of the public. I had informed the First Adigaar of the realm that Your High Excellencies had given qualification to allow Sri Lanka Sarie to be sent to Batavia, but he sent me a verbal reply asking whether it would not be better for this man to remain on Ceilon a little longer, adding that he would let me know his thoughts regarding him in more detail later. I shall therefore, with Your High Excellencies' approval, detain him a while longer, and shall have the honor at a next opportunity to confer with Your High Excellencies further about him. It seems they are not without concern in Kandia regarding this man, and if I am not mistaken, the Adigaar is of the opinion that his presence on Ceilon is of no disservice to keep somewhat in check those of the court grandees who are less well-disposed toward the Company than he is. Concerning these persons, he nevertheless had me informed that I should not be uneasy about them, as they were foolish people. I shall inquire further how much freight is more or less paid from Suratta to Ceilon for the linens transported by private ships, and shall have the honor of communicating that to Your High Excellencies in more detail. Upon his departure from here, I charged Captain Bonneval that, when inspecting the detachment with which he departed for Batavia, he had to properly examine the firearms and other weaponry of the men. As soon as the report has arrived regarding the ordered inquiry as to how it came about that this was not better complied with, I shall have the honor to confer further with Your High Excellencies about it. From the secret letter of myself and the Council, Your High Excellencies will find that the inquiry we had intended to have conducted regarding the suspicions of Commander Sluijsken against the native chiefs has had to remain suspended, principally because one Maduwegedara Appu, who made himself very notorious in the recent Matara disturbances, returned to Mature shortly after the said Commander was written to regarding this inquiry, and this investigation would have had to begin with him and with one Don Simon Aratchi, who also departed for Mature at the same time. Commander Sluijsken was so persuaded that this Maduwegedara Appu had to be kept out of the Matara Disavany that he even wrote to me about it privately now and then. On 21 July he wrote to me, as appears from an extract from his letter annexed hereto: He, Maduwegedara Appu, wants to depart again every time, and I think that he will still be dangerous at Mature, and so I would gladly know his intention, how it is and will be best to keep this fellow here for the present with satisfaction; for if he arrives dissatisfied at Mature, I fear new consequences again. Thereupon, by my letter of 24 July, of which an extract is also annexed hereto, I wrote to him to keep him somewhat occupied at Gale under one pretext or another, and that I would have his act of Mohandiram dispatched to him as soon as it was requested. Later Commander Sluijsken wrote to me about him by a letter of 31 July that he requested of me to be allowed to honor this Maduwegedara Appu, whom he would nominate further, in the meantime as Mohandiram of his guard, and added thereto, could I do without it I would not do it, but I fear that the fellow might at times slip away from me; and upon this I wrote to him by my letter of 5 August, from which another extract is annexed hereto, that I was quite willing that he might appoint Maduwegedara Appu as Mohandiram of the guard, and upon the further nomination of Commander Sluijsken the act thereto was dispatched and sent to Gale on 17 August. The return of this evildoer to Mature has also brought it about that, regarding what Commander Sluijsken has alleged to the charge of my Maha Mudaliyar, I have had to let it rest on the single remark that if one wished to proceed upon such grounds as he seemed to admit, no one henceforth would be certain of his honor or even his life; and certainly, if one wished to pay attention to such sayings, what then should one think of what appears, among other things, in the enclosed translation of an ola, presented to me a few days ago by one Hewatringe Matthees, former Kangany of the timber haulage at Gale, namely that the Secretary of Gale, Albedijhl, had told him that if the Matara mutineers should say that they desired the Lord Commander to come and hear their complaints, he would assure them that His Honor would come to Mature as soon as possible, and would then give them the offices for which the principal of the mutineers might apply, and therefore they should keep the mutiny reinforced until the arrival of His Honor, and appear upon His Honor's arrival and only then become quiet. About
Dutch transcription
638 Met het afzenden van de voorsz: permis= sie, zijn mij tevens gezonden eenige pro= visien en andere klijnigheeden uijt sko= nings disfens, die met de gewoone slaetsie zijn afgebragt, en heeft den Adi= gaan mij daer bij mondeling laaten weeten, dat het geschiede om dat Wij dagte dat dier gelijke wederzijdsche bbewijzen van vriendschap, altoos min of meet werken op de gemoederen van het publiek. Ik hadde aan den eersten Rijks adigaai doen weeten, dat uw Hoog Edelheden hebben kwalifikatie gegeeven, om srie Canka Sarie temoogen zenden na Batavia, dog wij heeft mij mon= deling laeten antwoorden, of het niet beeter waere, dat deze Man nog wat op Ceilon bleef, met bijvoeging, dat Hij mij zijn gedagten nofens hem, nader zoude laeten weeten. Ik zal hem dus met goedvinden van uw Hoog Edelheden nog wat aanhouden, en zal bij een volgende gelegentheid de eere hebben hebben, uw HoogEdelheden nader over hem te onderhouden. zoo het schijnt is men in kandia over deze man niet buijten zorg, en zoo ik mij niet vergis, is den Adigaat van begrip, dat zijn present sie op Ceilon van geen ondienst is, om zulke der Hofsgrooten, die minder welgezint zijn tegens de komp: dan wij, wat in teugel te houden. Omtrent deeze, heeft bij mij nogtans doen wee- ten, dat ik mij over hun niet moeste ontrusten. Dat het onverstandige men„ schen waeren. Ik zal mij nader informeeren hoe veel wagt min of meer betaald word van suratta na Ceilon, voor de lijwaeten die met partikuliere scheepen worden overgebragt, en zal de eere hebben uw Hoog Edelheden dat bij nader te bedeelen Jk hebbe de kaptijn Bonneval met zijn vertrek van hier belast, dat Wij bij het visiteeren van het detachement waer meede wij na Batavia vertrokken is, behoorlijk moeste nazien de geweeksen en 639 en anderen wapentuijgen van het volk. zoo dra zal zijn ingekoomen het berigt nopens het geordonneerde onderzoek waar bij het is toegekoomen dat daar aen niet beeter is voldaen, zal ik de eere hebben uw Hoog Edelheden daer over nader te onderhouden. Bij den sekreeten brief van mij en den Raed, zullen uw Hoog Edelheden vinden dat het onderzoek, dat we voorgenoomen had den telaeten doen, noopens de verdenkin gen van den kommandeur sluijsken teegens de inlandsche Hoofden heeft moe= ten blijven gestackt hoofd zaekelijk daa„ kom, wijl eenen Madoegodde appoe die zig in de Jongste Materese onlusten zeer berugt heeft gemaekt kort na dat over dit onderzoek aen gem: kommandeur geschreeven was na Mature is terug gegaan, en dat met hem en met eenen Don Simon Arraatje, die ook tegelijker tijd na Mature vertrokken is, dit on- verzoek zoude hebbe moeten beginnen De kommandeur sluijsken was zoo geper suadeert suadeert dat deze Madoegodde affoe moeste worde gehouden uijt de Mateh se Dessavrnie, dat wij mij zelfs nu en dan daar over in het partikulier geschrav heeft. Den 21. Iulij schreef Hij mij blijkes een extrakt uijt zijn brief dat hier nevens gaat: Wij /: Madoegodde affoe:/ wil telkens weeder vertrekken, en ik denke dat Hij als nog gevaarlijk te Mature zal weezen en dus mogte ik gaarne desselfs intentie weeten, hoe het best is en zal zijn, om deeze knaap voor eerst hier niet verge„ noegen aantehouden; want komt wij onver genoegd te Mature, weeze ik weeder voor nieuwe gevolgen. Ik schreef hem daar op bij mijn brief van den 24. Iulij die ook een extrakt hier nevens gaet om hem onder het een of andere voorwendzel te gale wat aan de sraat te houden, en dat ik hem zijn akte van Mohandi- ram zoude doen depecheeren zoo dra ze wierd gevraagd. Nader schreef mij de kommandeur sluijsken bij een brief van den 31. Iulij over hem dat 640 dat Hij mij verzogte dezen Madoegodde appoe die Hij nader zoude voordraagen, intussen als Mohandiram van zijn garde te mogen honoreeren, en voegde daar bij kon ik 'er buijten zoude ik het niet doen, maar ik weeze dat mij zomtijds de knaap zoude ontslippen, en hier op schreef ik hem bij mijn brief van den 5. Aug:s waar uijt nog een ex trakt hier nevens legt, dat ik het wel lijden mogt dat Hij Madoegodde affoe mogte aanstellen als Mohandiram van de garde en op de nadere voordragt van den kommandeur sluijsken is de akte daar toe gedepecheerd, en na Gale gezonden den 17. Augustus. Het terug keeren van dezen boosdvender na Mature heeft ook voortgebragt, dat ik nopens het geen de kommandeur sluijs- ken ten laste van mijn Maha modliaen heeft geavanceert, het heb moeten laa- ten berusten bij de enkelde aanmerking dat indien men op zulke gronden als Hij scheen te admiteeren, wilde aangaen„ niemand niemand voortaan zijne eere nog zelfs zijn leeven zoude zeeker zijn, en zeeker„ lijk zoo men op zulke gezegdens wilde agt geeven, wat zoude men dan moe- ten denken van het geen onder anderen voorkomt bij het hier ingeslootene translaet van een ola, mij voor eenige daegen gepresenteerd door eenen Hewa- trige Matthees, geweezen kang aan van de houtsleeperij te Gale, dat na- mentlijk, de sekretaris van Gale Albedijhl, hem hadde gezegt, dat zoo de Materesche muijtelingen mog ten zeggen, dat ze verlangden dat de Heer kommandeur kwam om hun ne klagten te aanhooren, bij hun zoude verzeekeren, dat zijn Ed: ten spoedigsten te Mature koomen, en als dan de bedieningen die de voornaamste der muijtelingen mogten solliciteeren hun geeven zoude, en derhalven zij tot de komste van zijn E: de muij- terij versterkt houden, en met zijn E: arrive verschijnen en van eerst stillen moesten Over
English
Regarding my aforesaid Maha Mudaliyar, I had the honour to entertain Your High Excellencies respectfully and in detail in my previous separate letter. His loyalty has been of great service to me on this occasion, among others with the first Imperial Adigar. I have had him put in writing the main points of his correspondence conducted with this man, and I send it herewith along with a report from him. I shall also have these documents kept sealed in the secret repository, so that it may be evident at all times that this correspondence was conducted upon my orders. Regarding that which was written by Your High Excellencies by secret missive to me and the Council of the 26th of May last, that regarding the question of how to act if a squadron requested to enter the Trinkonomaelse inner bay, all objections are removed by the highly respected orders of the Sovereign against the admission of warships into Company havens if they can be executed, I take the liberty, for my guidance in this matter, very humbly to request to be informed by Your High Excellencies' kindness: 1. Whether in any case one will be allowed to permit any other exceptions than the case of the very utmost necessity, which alone is excepted by the resolution of Their High Mightinesses of the 5th of March 1789, and how Your High Excellencies please that action shall be taken, in the event that an English squadron or even merely a single warship, although not being in the case of the very utmost necessity, nevertheless were to take refuge with us under such circumstances in which allies are accustomed to ask each other's assistance, and which, although not being in the case of the very utmost necessity, nevertheless might have reasons thereto, which could be for them of the very highest importance; 2. Whether one will have to make any distinction between havens, as is stated in Your High Excellencies' aforesaid secret missive, and as for example are the bays of Trinkonomale and Gale, and open roadsteads, as are the roadstead of Kolombo and other places of this island, which I request the more to be permitted to know for my instruction, because in the aforesaid resolution of Their High Mightinesses and also in the letter from the Honourable and Highly Respected Lords Directors of the 29th of March 1789 it is stated that henceforth no warships of foreign nations will be permitted to be admitted to the Company's establishments; 3. Whether, when a squadron or even merely a single warship arriving at an open roadstead like here at Kolombo, one will be permitted to receive and answer the salute when it is offered, or rather, whether after having announced to them that our instructions forbid us to admit the same to our roadstead, one will have to refuse the salute, and especially whether at an open roadstead like here at Kolombo, one will have to go further than to forbid and de facto prevent all communication of such a ship or ships with the shore, when a squadron or even merely a single ship lying under our cannon nevertheless might remain lying after the aforesaid announcement, and if so, in what manner one will have to act further. I commend Your High Excellencies to God's gracious protection and have the honour to be with all high esteem and true faithfulness, Highly Honourable, Valiant, Greatly Respected, Wide-Ruling Lord and Honourable Valiant Lords, Your High Excellencies' humble and obedient servant. Signed: W. I. van de Graaff. In the margin: Kolombo, the 15th of October 1790. Agrees: D. D. van de Graaff Zeeland To The Honourable Respected Lords Directors of the General Netherlands Chartered East India Company at the said Chamber. Honourable Respected Lords! With the packet boat the Maria Louisa, which departed on the 27th of May last for the Cape of Good Hope, and returned here on the 26th of the recently passed month of October, we had the honour to dispatch to Your Honourable Respected selves our respectful letter of the 22nd of May aforesaid, of which we now take the liberty to present the duplicate herewith to Your Honourable Respected selves. On the 21st of July last the ship the Gouverneur Generaal Mossel, and the following day the ship the Unie, arrived at the Ponnecailsche roadstead, and therewith we had the honour to receive Your Honourable Respected selves' highly esteemed missive of the 14th of January of this year, and we shall take that which was communicated therein regarding the Second Lieutenant of the regiment de Meuron, de Grandcour, for our dutiful information. The ship the Unie, having sailed on the 18th of January from Vlissingen with 256 heads, had 4 deaths up to the Cape of Good Hope, where the same arrived on the 29th of April. From there it departed on the 29th of May with 336 heads, of whom 6 passed away and 330 heads arrived at the Ponnecailsche roadstead, among them the Junior Merchant Fredrik Jacob Papo and 177 military men, namely 29 nationals, among them Captain Andre Augustin Louis Thomas le Clerc, and 148 for the regiment de Meuron, as appears from the short strength list thereof transmitted among the appendices. According to the report of the captain of this ship, which is included in copy among the appendices, he discovered on the voyage no reefs or shoals unknown on the Company's charts, nor had any other particular encounters, and the provisions given to him for the voyage were also all found to be very good. The ship's and surgeon's journals of this vessel were also examined by expressly appointed commissioners, and as appears from the reports received thereof, which are included in copy among the appendices, the ship's officers and the head surgeon performed their duties properly in all respects, and complied accurately with the orders.
Dutch transcription
641 Over voorsz: mijn Maha modliaet, heb ik de eere gehad uw Hoog Edelheden bij mijn voorgaende affarte eerbiedige, omstandig te onderhouden. zijn getrouwheid is mij in deze gelegentheid van groote dienst ge weest, onder anderen bij den eersten Rijks Adigaat. Ik heb hem van zijn gehou den korrespondentie met deezen man, het hoofdzakelijke doen in geschrift stellen, en zende het met een berigt van hem, hier nevens. Jk zal deze stukken ook verzegeld doen bewaeren in de se= kreete kas, op dat het ten allen tijde blijken kan, dat deze korres pondentie op mijn order gehouden is. Nopens het aangeschreevene door uw Hoog Edelheden bij sekreete missive aan mij en den Raad van den 26. e Maij J:o Leeden, dat omtrent de vraege hoe te handelen indien een Esqua der verzogte in de Trinkonomaelse binnen baaij te koomen, worden weg genoomen alle bedenkingen door de hoog gerespekteerde orders van den souverain souverain teegens de admissie van oorlog scheepen in skomp:s stavens in dien ze geexekuteerd kunnen worden, neem ik de vrijmoedigheid tot mijn bestiering in deezen, zeer nedrig te verzoeken om door uw Hoog Edelheden goetheid te mogen wezen onderrigt: 1. of men in eenig geval eenige ande re uijtzonderingen zal mogen toelae ten, dan het geval van aller uijtter ste nood, dat bij de rezolutie van Hunne Hoog Mogende van den 5. Maert 1789 alleen word uijtgezondert, en hoe uw Hoog Edelheden gelieven dat zal worden gehandelt, ingevalle dat een Engels Esquaden of ook maer een enkeld oorlog schip, schoon niet zijnde in het geval van aller uijtter ste nood, nogtans tot ons toevlugt kwam nemen in zulke omstandig reeden, waer in boodgenooten gewoon zijn malkanders bijstand te vraegen en welke schoon niet zijnde in het geval van aller uijtterste nood, nogtans 1 642 nogtans reedenen daer toe zoude kunnen hebben, die voor hun kunnen zijn, van het aller hoogste belang 2. of men eenig onderscheid zal moeten maaken tusschen stavenen, gelijk staet bij voorsz: uw Hoog Edelheden sekreete missive, en gelijk bij voor beeld zijn de baaijen van Trinkono male en Gale, en opene Reeden, gelijk zijn de Reede van kolombo en andere plaetzen van dit Eiland, het geen ik te meer verzoeke tot mijn onderrig ting te moogen weeten, wijl bij voorsz: rezolutie van Hunne Hoog Mogende en ook bij den brief van de Edele Hoog Agtb: Heeren Bewindhebberen van den 29. Maert 1789 staat, dat voortaan geene oorlog scheepen van vreemde Natien op 'skomp:s Etablissementen zullen moogen worden geadmitteerd. 3. of men, wanneer een Esquader of ook maer een enkeld oorlog schip koomende op een ofen Reede gelijk hier te kolom t bo, het saluit wanneer het word aan„ geboden gebooden, zal moogen ontfangen, en be antwoorden, dan wel, of men na hun te hebben aangekundigt, dat onze in struktie ons verbied, om dezelve op onze Reede te admitteeren, het Caluut zal moeten wijgeren, en inzonderheid of men op een open Reede gelijk hier tekolombo, verder zal moeten gaan, dan te verbieden en met der daad te beletten, alle kommunikatie van zulk een schip of scheepen met de wal, wan= neet een Eskader of ook maer een enkeld schip leggende onder ons kan- non na de voorsz: aankondiging nog tans mogte blijven leggen, en zoo In„ wate men verder zal moeten doe„ Ik beveele uw Hoog Edelh: in Gods genaedige be- scherming en heb de eene met alle hoogag- „ting en waere trouwe te zijn /:onderst:/ Hoog Edele Gestr: Groot agtb: wijdgebiedende Heer en wel Edele Gestr: Heeren. Uw HoogEdelheden ootm: en gehoorz: Dienaar /:was getekend:/ W: I: van de Graaff /:in margine:/ kolombo den 15. october 1790. Akkordeert DDvande grciall 643 Zeeland Aan De Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen, Van de Generaale Nederlandsche g'oktroijeerde oost-Jndische Rom„ penie ter gemelde Kamer. Edele Achtbaare Heeren! Met de paket boot de Maria Louisa, die den 27. ' Meij J:o leeden na de Raap de Goede Hoop vertrokken, en den 26: van de Jongst gepasseerde maand ok„ tober alhier terug gekoomen is, hebben we de eere gehad aan uwel Edele Achtbaere afte vaar„ digen, onzen eerbiedigen brief van den 22. ' Maij voorm:, waar van we tant de vrijheid neemen 't duplicaat 't duplicaat uwel Edele Achtb: hier nevens aan te bieden Den 21. ' Juli jleeden is 't schip de Gou„ verneur Generaal Mossel, en sdaags daar aan 't schip de unie, ter Pon„ necailsche rheede gearriveerd, en daar meede hebben we de eere ge„ had te ontvangen, uwer wel Edele Achtb: zeer g'eerde missive van den 14: ' Januarij deezes Jaars, en zullen 't daar bij bedeelde, ten aanzien van den soud luijtenant van 't re„ gement de Meuron de gerandcour, tot ons schuldig narigt neemen. 'T schip de unie, den 18. ' Januarij van vlissingen geteijld met 256: koppen heeft 4. dooden gehad tot aan de Raap de Goede Hoop, alwaar 't zelve den 29 ' April is gearriveerd. van daer is 't den 29:' Meij vertrokken met 336. Roppen, waar van 6. overleeden en 330. Roppen ter Ponnekailsche rheede aangekoomen zijn, daar onder de onderkoopman Fredrik Jacob C 644 Jacob Papo en 177: militairen, na„ mentlijk 29. nationaele, daar on„ der de Kapitain Andre Augustin Louis Thomas le Clevc, en 148: voor 't regiment te Meuron, blijkens de daar van onder de bijlaegen over„ gaende korte sterkte. volgens 't berigt van den kapitain van dit schip, dat in Kopia onder de bijlaagen gaat, heeft hij op de reijse geene bij 'skomps Kaarten onbekende klippen en droogtens ontdekt, nog eenige andere bijzondere ontmoetingen gehad, en zijn ook de aan hem voor de reijze meede gegeevene provisien, alle heel goed bevonden De scheeps en chirurgijns Journaelen van dezen bodem zijn meede door expresse gekommit„ teerden g'examineerd, en blijkens de daer van ingekoomene berigten, die en kopia onder de bijlaegen gaan, hebben de scheeps over„ heeden en de oppermeester zig alle zints be„ hoorlijk gekweeten, en aan de orders nau„ keurig voldaan— Het . 6 hier„ e„
English
The report of the examination and settlement of the consumption account and inventory of this vessel is also inserted in the abovementioned extract of our resolution of the 27th of September of the past year. The remainder of provisions, cash, and ship's clothing we have caused to be accounted for here, and the goods from the stores of this vessel that were consumed during the voyage and landed here have been written off on the expense account and inventory; also, the premium determined by Their High Excellencies of one thousand five hundred guilders Indian currency has been credited to the ship's officers for the voyage completed within five and a half months. Upon a requisition submitted by the captain of this vessel, Laurentius, which was examined and approved by our Equipment Master, we have caused this ship to be provided with the supplies requested therein for the voyage home; the said requisition is inserted in our aforesaid resolution of the 25th of September of the past year, an extract of which is enclosed among the annexes to this. The captain of that ship has pointed out to us that during the voyage, according to previous custom, he used half the powder, calculated to the weight of the caliber, for firing salutes and signal shots, because the new regulation, which limits this to no more than one third of powder, was unknown to him, but that the inspector, by virtue of this new regulation, raised an objection to approving in the account the surplus powder fired by him; and whereas Their High Excellencies' decision, by which salute and signal shots are set at one third of powder, calculated to the weight of the caliber of the cannons, was taken on the 20th of January 1789, and it therefore appeared very possible to us that this decision could not yet have become known to Your Honors before the departure of the aforesaid ship, so as to be able to enjoin its compliance upon the ship's officers, we have therefore authorized the inspector to be permitted, in examining the powder account of this vessel, to guide himself by the regulations that were observed here in that regard prior to the receipt of Their High Excellencies' aforesaid decision. We have nonetheless caused a copy of that decision to be delivered here to the said captain for his guidance in the future. The packet boat De Zeemeeuw, which was sent out by the Chamber of Enkhuizen for this government as a dispatch vessel, arrived safely here on the 14th of September of the past year, and we shall make such use of it as has been prescribed to us by Your Honors. The packet boat De Expeditie, which was sent by the Noble High Indian Government via Bengal and Coromandel to Ceylon, in order to repatriate from here at the beginning of October, only arrived from Paleacatte at Trincomalee on the 11th of the said month, having been prevented from continuing her voyage directly to Galle by strong south-westerly and west-south-westerly winds, with heavy skies and squally weather. The same departed from Trincomalee on the 25th following, and arrived at Galle on the 2nd instant, where she is being put in a state for the voyage home. The ship De Unie, designated by us as a return vessel for the first fleet, and consequently consigned to the Chamber of Amsterdam, is the bearer of this; and we take the liberty, with regard to the cargo she carries, to refer ourselves humbly to the reports that the Galle servants will have the honor of submitting thereof to Your Honors. We only note herewith that 13 soldiers of the Regiment de Meuron are also going over, who have completed their five-year engagement, of whom the roll of names is enclosed among the annexes. They have enjoyed their salaries here until the end of this month. Concerning the findings of this ship's cargo delivered here, we made disposition on the 9th instant, and we take the liberty to refer most humbly to our resolution taken thereupon, which is enclosed in extract among the annexes to this, from which we principally note: That although the crate in which the slate pencils were sent out was delivered in good condition, nevertheless instead of 75 slate pencils, no more than 50 pieces were found therein, and we have caused this deficiency to be written off on account of the insignificance of their value. That we have caused the small deficiencies found on the dyestuffs, above what is allowed for leakage and spillage according to the regulation for entering and writing off, to be written off because the casks in which they were filled were delivered in good condition, and one must furthermore also consider that on such a long voyage they are subject to greater drying out than during conveyance from one place to another located in the Indies. That the deficiency found on the copper, lead, iron, steel, nails, meat, the wet goods, and sea-coal, we have charged to the ship's officers for reimbursement, after deduction of the percentages allowed by regulation for spillage. That we have caused the deficiency found on the glassware to be written off, as having arisen from the broken parcels, because the crates in which they were sent out were brought in good condition; that nevertheless, of the broken panes, as many have been cut down to a smaller size as could be done, which have also been entered to the credit of the broken parcels; but instead of bell-lanterns and large carboys, barrel-lanterns and small carboys were found in the crates, which will probably not be able to be
Dutch transcription
Het berigt van de examinatie en vereffening van de Ronsumptie reekeening en in„ ventaris van deezen bodem, is meede g'insereerd in 't hier vooren vermeld Ex„ trakt onzer resolutie van den 27: 7ber: J:o leeden. De restanten van provisien, kontanten en scheeps kleederen hebben we alhier laaten verantwoorden, en de op de reijze verbruijkte en alhier ge„ ligte goederen uit den voorraad dee„ zes bodems, zijn bij de onkost reeke„ ning en inventaris afgeschreeven ook zijn aan de scheeps overheeden voor de volbragte reijse binnen vijf en een half maanden, goedgedaan de door Hunne Hoog Edelheeden bepaelde premie van een duijzend vijfhondert guldens in„ disch geld: Op een ingediende Eijsch door den Rapi„ tein deezes bodems Laurentius, de„ welke door onzen Equipagiemeester g'examineerd en goedgekeurd is, hebben we aan dit schip laaten verstrekken de daar bij gevraagde benoodigdheeden voor 645 voor de thuis reijze gem: Eijsch is ge„ insereerd in onze voorsz: resolutie van den 25:' september J:o leeden, waar Extrakt onder de bijlaegen van een deezes is gevoegd. De kapitein van dat schip heeft aan ons vertoond dat bij geduurende de reijze, volgens voorig gebruikt, tot 't doen van de solut in sein schooten heeft gebruikt de helfte van 't kruijt, gereekend tot de zwaarte van 't haliber, wijl hem de nieuwe order, die daar toe niet meer dan een derde kruijt bepaeld, onbekend was geweest, dog dat de visitateur uit hoofde van deelze nieuwe orden„ swaerigheid moveerde, om 't door hem meerder verschootene kruit in reekening te valideeren, en wijl Hunner Hoog Edelheeden besluit, waar bij de salut en sein„ schooten word bepaeld op een derde kruijt, gereekend tot de zwaarte van 't Raliber der Kanons, ge„ „noomen noomen is op den 20'. Januarij 1789 en 't ons mits dan als zeer mogelijk voor kwam, dat dit besluijt, nog voor 't vertrek van voorsz: schip aan uwel Ed: Achtb: niet konde zijn bekend geworden, om de naer koming daar van den scheeps over heeden te kunnen aan beveelen, hebben we daerom den visitateur gequalificeerd, om zig in 't exami„ neeren van de kruijt reekening dee„ zes bodems temoogen rigten na de orders, die hier daar omtrend zijn geobserveerd, voor den ontvang van Hunner Hoog Edelheeden voorsz: be„ sluit wij hebben niet te min koppij van dat besluijt, alhier aan gem: Ra pitain laeten afgeeven, tot zijn norigt voor den aanstaande De paket boot de Leemeeu, die van de Romer Enkhuijsen voor dit gouver„ nement ter waarloo is uitgezonden is den 14:e September J:o leeden be„ houden alhier gearriveerd, en zullen 646 zullen we daar van zodanig ge„ bruik maeken, als door uwel Ed: Achtb: aan ons is voorgeschreeven. De pakket boot de Expeditie, die door de Edele Hooge Jndische regeering over Bengale en Kormandel, na Ceilon is gezonden, om met primo oktober van hier te repatrieeren, is eerst den 11. van gem: maand van Palea„ Catta te Trinkonomale aange„ koomen, als zijnde door sterke Z: w: en w: Z: w: winden, met dikke lugt en buijig weder, belet haare reijze direct na Gale te vervorderen. De„ zelve is den 25 ' daar aan van Trin„ Ronomale vertrokken, en den 2. e deeker te Gale gearriveerd, alwaar ze in staat word gesteld tot de thuijs reijze 't schip de unie door ons bestemd tot een retour bodem voor de eerste bekending, en mits dien geconsigneerd aan de Romer Amster„ dang is de brenger deezes; en wij neemen 1789 nog aen over „ „ dee ij Ra de neemen de vrijheid om nopens de laeding, die 't zelve overvoerd ons nedrig te gedraegen aan de be„ rigten, die de Gaalsche bedienden de eere zullen hebben, daar van aan uwelEd: Achtb: te doen. Alleen noteeren wij hier bij, dat daar meede overgaan 13. militairen van 't regiment de Meeiron, die hun vijf Jaarig verband hebben uitgediend, waar van de naam lijst onder de bijlaegen overgaat. te hebben hunne appoinctementen alhier genooten tot ultimo deezer. Op de bevinding van de alhier uijt„ geleverde laeding van dit schip hebben we op den 9. ' deezer gedis„ poneerd, en we neemen de vrij„ heijd ons nedrigst te refereeren aan onse daar op genoomene re„ solutie, die in Extrakt onder de bijlaegen deezes overgaat, en waar uit we hoofdzaekelijk aanmerken Dat 647 Dat schoon de Ras, waar in de seijf„ fer griften zijn uitgezonden, wel geconditioneerd is uitge„ leeverd, daar in egter insteede van 75. Seijffer griften, niet meer dan 50. stux gevonden zijn, en hebben we deese minderheijd laaten afschrijven, om de geving„ heid van de waarde daar van Dat we de bevondene geringe min„ derheeden op de verfstoffen broe 't geen bij reglement van in en afschrijving voor spillagie is toegelegd, hebben laeten afschrij„ ven, om dat 't vaatwerk, waar in deselve gevuld waaren, wel gekon„ ditioneerd is uitgeleeverd, en men daar en boven ook concidereeren moet, dat deselve op eene koo„ lange rijze eene grooter in„ drooging onderworpen zijn, dan bij vervoer van de eene plaats na de andere, in Jndie geleegen Dot de ons e een en Dat we bevondene minderheid op 't kooper, lood, Eijder staal, spijkers vleesch, de natte waaren en smeer Koolen, aen Scheeps overheeden, na aftrek van de bij reglement voor spillagie toegelegde p.r Centos, ten vergoeding hebben opgelegd. Dat we de bevondene minderheid op het glas werk, als ontstaan zijnde uit de gebrokene portijen, hebben laeten afschrijven, om dat de kas„ sen waar in ze zijn uitgezonden wel gekonditioneerd zijn aan„ gebragt, dat egter van de gebroo„ kene ruijten, zoo veel tot een klijn„ der formaat zijn verbneeden, als heeft kunnen geschieden, die ook ten voordeele van de gebrookene partijen zijn ingenoomen dog insteede van klok lanthaarns en groote Rarbassen, zijn in de kassen gevonden vaat lanthaarns en klijne Rorbassen, die waar„ schijnlijk niet zullen kunnen worden
English
648 be sold for the charged prices. That on the broad sailcloth, canvas, and grey hemp cloth, large deficits were found, which we have ordered to be written off, because the cases were delivered in good condition. That instead of 3 spear-hooks weighing 187 lb, no more was delivered here than one piece weighing 82 lb, and that we have therefore charged the 2 missing pieces to the ship's officers for reimbursement. That 17 skeins of sail-yarn, 12 bundles of double and 32 bundles of single drum-lines were ruined by suffocation, and since the cases were delivered in good condition, we had the same sold for the current price, and ordered the lesser yield to be written off. That That among the flints, 325 pieces were found broken to pieces, which we have decided to return for your Right Honorable contemplation. That on the 20 large jackscrews that were sent with this vessel, 54 numbers were found lacking, because only 10 of them are large, and the rest ordinary jackscrews, for which reason we have decided to have the amount of the aforesaid numbers received in shortfall calculated back to your Right Honorable Chamber according to the charged price of 2 guilders per number, as we could find no other account for it. We furthermore take the liberty to present herewith to your Right Honorable the sworn certificate of the commissioned judicial members who were present at the opening of the cases 649 cases with glassware, along with the packing slips that were found in the said cases, while the general memorandum concerning the findings on the cargo of this vessel is to follow with the second dispatch. As we have not yet received the resolution of the Galle servants regarding the findings on the cargo of this vessel unloaded there, we have authorized the servants to report directly thereon to your Right Honorable. With regard to the regiment de Meuron, upon receipt of the dispatch from the Right Honorable and Most Honorable Gentlemen Seventeen dated 3 December 1789, we have made such dispositions as are fully reported in our respectful letter now departing now departing to Their Right Honorable and Most Honorable, of which we have the honor to offer your Right Honorable a copy herewith, and to which we take the liberty most humbly to refer: with further notice that instead of Major Morak, whose appointment as Major with the National troops is communicated to the Gentlemen Seventeen in a separate letter departing concurrently with this one, upon the proposal of the chief of the regiment of Meuron, the assent was given to the appointment of Captain Henri David de Meuron de Motier as Major, and to the appointment of Captain-Lieutenant Francois Montandon as Captain, in place of the just-mentioned de Meuron de Motier. Regarding 650 Regarding the aforesaid appointment of Captain-Lieutenant Montandon as Captain, the Captain-Lieutenant of the regiment of Meuron des Bordes, who is garrisoned at Trincomalee, has grieved himself to us in a petition that is transmitted among the enclosures, claiming, for such reasons as are stated in that petition, that he cannot be considered to be included under the order which commands that no other officers may advance in the regiment than Netherlanders, Swiss, and Germans. We placed the petition in the hands of Colonel Meuron, who replied to us thereon, as appears from his letter transmitted among the enclosures, that in his view he could not nominate the said Captain-Lieutenant des Bordes as Captain without deviating from the the aforesaid order, because he is a born Frenchman. Not knowing whether the status of citizen of Amsterdam, which said Captain-Lieutenant des Bordes invokes, and his having served the Republic for some time, might allow an exception in this matter, we thought it best to bring this matter before the eyes of your Right Honorable, and to await thereon your highest decision. We commend your Right Honorable to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, below: Honorable Gentlemen, your Right Honorable obedient servants, was signed: W. J. van de Graaff, C. van Angelbeek, over 651 D. F. Sireth, Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, J. A. Vollenhove, in the margin: Colombo the 12th of November in the year 1798. Agrees Wijbrands Secretary Checked J. Beukman 652 Has To the Honorable and Respected Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the aforesaid Chamber. Honorable and Respected Gentlemen. With the packet boat the Maria Louisa, which departed for the Cape of Good Hope on the 27th of May last and returned here on the 26th of the past month of October, we had the honor to dispatch to your Right Honorable our respectful letter of of the 22nd of May aforesaid, of which we now take the liberty to offer your Right Honorable the duplicate herewith. On the 21st of July last the ship the Gouverneur Generaal Mossel arrived, and the following day the ship de Unie, at the roadstead of Ponnecail, and since then we have had the honor to receive via Batavia your Right Honorable's esteemed dispatch of the 16th of October 1789; and we humbly thank your Right Honorable for what was shared therein regarding the return ships that arrived safely in the harbors of the beloved fatherland. Now the ship de Unie departs for the first consignment, consigned to the Chamber of Amsterdam, and we take the liberty regarding its crew and cargo to refer to the documents that the servants at Galle will present to your Right Honorable.
Dutch transcription
648 worden verkogt voor de aange„ reekende prijken. Dat op 't breed everdoek, zijldoek en graauw hennip doek, groote min„ derheeden zijn bevonden, die ne hebben laaten afschrijven, om dat de kassen wel geconditioneerd zijn uitgeleeverd Dat insteede van 3. speerhaaken wee„ gende 187. lb:, alhier niet meer ge„ leeverd is dan een stuk weegende 82. lb:, en dat we daar om de min„ der geleverde 2. stux, den scheeps overheeden ter vergoeding hebben opgelegd Dat 17. strengen zeijlgaaren, 12. bos„ schen dubbelde en 32. bosschen en kelde tromlijnen verstikt zijn geweest, en wijl de Rassen wel gekonditioneerd zijn aangebragt, hebben we dezelve voor het geldende laeten verkoopen, en 't minder rendement laaten afschrijven Dat ten op id Dat onder de vuursteenen 325. Stux aan stukken zijn bevonden, die we beslooten hebben tot uwer wel Edele Achtb: speculatie terug te zenden Dat op de 20. groote domme kragte, die met deezen bodem zijn uitge„ zonden, 54. nommers zijn te min bevonden, vermits daar van maar 10. groote, en de rest ordinaire dommekragten zijn, welhal„ ven wij beslooten hebben, om 't bedraegen van de voorsz: temin ontvangene nommers, na uwer wel Edele Achtb: Ramer te lae„ ten terug reekenen volgens de aangereekende prijs van 2. guld:s de nommer wijl we daar op geene andere reekening hebben weeten te vinden wij neemen voorts de vrijheid, om 't be-eedigd Certifikaat van de gecommitteerde Justitieele leeden, die bij 't openen van de Rassen 649 Rassen met glas werken present zijn geweest, met de afpakbrief„ jes die in gem: Rassen zijn gevon„ den, uwelEdele Achtb: hierne„ vens aantebieden, terwijl de ge„ nerdele Memorie, wegens de be„ vinding van de laeding deezes bodems, met de tweede bezen„ ding staet tevolgen. wijl we de dispositie van de gaal„ sche bedienden, op de bevin„ ding van de aldaar uitgelee„ oer de lading deezes bodems, nog niet hebben ontvangen, hebben we den bedienden gequalifi„ ceerd, om daar van direct verslag te doen aan uwelEdele Achtb: Ten aanzien van 't regiment de Meuron hebben we, op den ont„ vang van de missive van de wel„ Edele Hoog Achtb: Heeren Leven„ tienen, de dato 3. december 1789. zodanige dispotitien gemaakt, als ampel vermeld staan bij onken thans thans afgaanden eerbiedigen brief aan Hunne wel Edele Hoog Achtb: waar van wede eere hebben uwel Edele Achtb: hiernevens een Koper dan te bieden, en waar aan wede vrijheid neemen ons nedrigst te refereeren: met verder berigt, dat insteede van den majoor Mo„ rak wiens aanstelling tot Ma„ soor bij de Nationaale troupen word bedeeld aan Heeren Zeven„ tienen bij een afzonderlijken brief, die met deeze te gelijk afgaat, op voordragt van den chof van het regiment van Meuron, het agre„ ment gegeven is tot de aanstelling van den Kapitain Henrij David de Meeiron de Motier tot Ma„ Joor en tot de aanstelling van den Capitain luijtenant Fran„ cois Montandon tot Kapitain, in steede van den even genoemde de Meuron de Motier over 650 Over de voorsz: aanstelling van den kapit: luijt: Montandon tot Kapit:, heeft zig bij een request, dat onder de bijlaagen overgaat, aan ons beswaart de kapit: luijt„ van 't regiment van Meuron des Bordel, die te Trenkono„ maale in garnisoen legt, be„ weerende om zodanige rede„ nen, als bij dat request zijn vermeld, niet te kunnen ge„ agt worden te zijn begreepen onder de order, die beveeld, dat geene andere officieren in 't regement avanceeren moogen, dan nederlanden, kwitters en duitkers we hebben 't re„ quest gesteld in handen van den Kolonel Mairon, die ons daar op heeft geantwoord blij„ kens zijn brief, die onder de bij„ laagen overgaat, dat hij gem: Kapit: Cuit: des Bordes, zonder zig naar zijn inzien te ecarteeren van de de voorsz: order, niet heef kun„ nen benoemen tot Kapitein:/ wijl hij is een gebooven fransman. Niet weetende, of de kwali„ teit van borger van Amsterdam waar op gem: Kapit: luijt: des Bordes zig beroept, en dat hij de republiek een tijd lang ge„ diend heeft, een uit zonde„ ving in deezen zoude moogen toelaaten, hebben we best ge„ dagt deeze zaak te brengen onder 't oog van uwel Edele Achtb:, en daar op aftewag„ ten hoogst derzelver decisie. wij beveelen uwelEd: Achtb: in de bescherming des Allerhoogste en blijven met alle hoogag„ ting /:onderstond:/ Edele Acht„ baare Heeren uwel Ed: Achtb: gehoorzaeme Dienaaren /:was geteekent:/ w: J: van de Graaff, C: van Angelbeek, verte 651 D: F: Sireth, Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant, J: A: vollenhove /:in marginee:/ Kolombo den 12e November Ao 1798. Atkordeert Wijbrands VEgkeerk Nagezien J„: Beukman 652 Heeft Aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen. van de Generaale Nederlandsche g'oktroijeerde Oost=Jndische kompenie ter voor„ melde kamer. Edele Achtbaare Heeren. Met de Paket boot de Maria Louisa die den 27: Meij J:o Leeden na de Kaap de goede Hoop vertrokken, en den 26: van de Jongst gepasseerde Maand october alhier terug gekoomen is, hebben wede eere gehad aan uwel Edele Achtbaare aftevaardigen, onzen eerbiedigen brief van van den 22: Meij voorm:, waar van we tans de vryheid neemen het dup caat uwel Edele Achtbaare hierna vens aan tebieden. Den 21: Julij JLeeden is het schip de gouverneur Generaal Motsel, en sdaags daar aan het schip de unie„ ter Ponnecailsche rheede gearri veerd, en zedert hebben wede eer ge „had over Batavia te ontvangen, uwer wel Edele Achtbaare zeer ge „de missive van den 16: october 1789; in we bedanken uwel Edele Achtbaare nedrig, voor het daar bij bedeelde ten aanzien van de retour scheepen, die in de havenen van het lieve vaderland behouden zyn gearriveerd. Tans vertrekt het schip de Unie voor de eerste bezending, geconsigneerd aan de kamer Amsterdam, en we neemen de vrijheid ons nopens derzelven beman„ „ning en laading „ terefereeren aan de bescheijden, die de bedienden te gale uwel Edele Achtbaare zullen aan bieden „ -
English
653 to offer. Furthermore, we hereby offer Your Noble Worships a set of our advices that are now being dispatched to the Noble and Most Honorable Gentlemen Seventeen. We commend Your Noble Worships to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, below stood: Noble and Honorable Gentlemen! Your Noble Worships' obedient servants, was signed: M: J van de Graaff, C: van Angelbeek, D F: Fretz, J. Reustous, B L: van Zitter, A: Camlant, and J: A: vollenhove. In the margin: Colombo, the 12th of November Anno 1790. Agrees. Hijbrands First Clerk DVD Linde Examined 654 Hoorn. To the Noble and Honorable Gentlemen Directors of the General Netherlands Chartered East India Company, at the aforementioned Chamber. Noble and Honorable Gentlemen: With the packet boat the Maria Louisa, which departed for the Cape of Good Hope on the 27th of May last and returned here on the 26th of the recently passed month of October, we have had the honor of dispatching to Your Noble Worships our respectful letter of the 22nd of May aforementioned; aforementioned, of which we now take the liberty to present the duplicate herewith to Your Noble Worships. On the 21st of July last, the ship the Gouverneur Generaal Mossel arrived at the Ponnekail roadstead, and the day thereafter the ship the Unie. Now the ship the Unie departs for the first consignment, consigned to the Chamber Amsterdam, and we take the liberty, regarding its crew and cargo, to refer to the documents that the servants at Galle will present to Your Noble Worships. Furthermore, we hereby present to Your Noble Worships a set of our advices that are now being dispatched to the Noble and Most Honorable Gentlemen Seventeen. We commend Your Noble Worships to the protection of the Almighty and remain with all high esteem. Below stood: Noble and Honorable Gentlemen! Your Noble Worships' obedient servants, was signed: W: J: van de Graaff, 655 C: van Angelbeek, D: T: Fretz, J: Reintoud, B L: van Zitter, A: Camlant, and J: A: vollenhove. In the margin: Colombo, the 12th of November Anno 1790. Agrees. Wijbrands First Clerk Examined Ld DLinde 656 Enkhuizen To the Noble and Honorable Gentlemen Directors of the General Netherlands Chartered East India Company, at the aforementioned Chamber. Noble and Honorable Gentlemen! With the packet boat the Maria Louisa, which departed for the Cape of Good Hope on the 27th of May last and returned here on the 26th of the recently passed month of October, we have had the honor of dispatching to Your Noble Worships our respectful respectful letter of the 22nd of May aforementioned, of which we now take the liberty to present the duplicate herewith to Your Noble Worships. On the 21st of July last, the ship the Gouverneur Generaal Mossel arrived at the Ponnekail roadstead, and the day thereafter the ship the Unie; and since then, on the 14th of December last, the packet boat the Zeemeeuw dispatched by Your Noble Worships has also arrived here, with which we have had the honor to receive Your Noble Worships' very honored missive of the 27th of March of this year. Now the ship the Unie departs for the first consignment, consigned to the Chamber Amsterdam, and we take the liberty, regarding its crew and cargo, to refer to the documents that the servants at Galle will present to Your Noble Worships. Furthermore, 657 furthermore, we hereby present to Your Noble Worships a set of our advices that are now being dispatched to the Noble and Most Honorable Gentlemen Seventeen. We commend Your Noble Worships to the protection of the Almighty and remain with all high esteem. Below stood: Noble and Honorable Gentlemen! Your Noble Worships' obedient servants, was signed: W: J: van de Graaff, C: van Angelbeek, D: T: Fretz, J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Camlant, and J: A: vollenhove. In the margin: Colombo, the 12th of November Anno 1790. Agrees. G Hybrands First Clerk Examined LVD Linde 658 Rotterdam To the Noble and Honorable Gentlemen Directors of the General Netherlands Chartered East India Company, at the aforementioned Chamber. Noble and Honorable Gentlemen, With the packet boat the Maria Louisa, which departed for the Cape of Good Hope on the 27th of May last and returned here on the 26th of the recently passed month of October, we have had the honor of dispatching to Your Noble Worships our respectful, our respectful letter of the 22nd of May aforementioned, of which we now take the liberty to present the duplicate herewith to Your Noble Worships. On the 21st of July last, the ship the Gouverneur Generaal Mossel arrived at the Ponnekail roadstead, and the day thereafter the ship the Unie, and with it we have had the honor to receive Your Noble Worships' very honored missive of the 5th of October 1789, and we humbly thank Your Noble Worships for the information shared therein regarding the return ships that have arrived safely in the harbors of the beloved fatherland. Now the ship the Unie departs for the first consignment, consigned to the Chamber Amsterdam, and we take the liberty, regarding its crew and cargo, to refer to the documents that the servants at Galle will present to Your Noble Worships. Furthermore, we hereby present to Your Noble Worships a set of our advices that are now being dispatched to the Noble and Most Honorable Gentlemen Seventeen. We commend Your Noble Worships to the protection of the Almighty and remain with all high esteem. Below stood: Noble and Honorable Gentlemen! Your Noble Worships' obedient servants, was signed: 659 was signed: W: J: van de Graaff, C: van Angelbeek, D T: Fretz, J: Reintous, B. L: van Zitter, A: Samlant, and J: A: vollenhove. In the margin: Colombo, the 12th of November Anno 1790. Agrees. Hijbrands First Clerk Examined GVDLinde
Dutch transcription
653 „bieden. voorts bieden we uwel Edele Achtbaare hiernevens aan een stel van onze adviesen die tans aan de wel Edele Hoog Achtbue„ „re Heeren Zeventienen afgaan. wij beveelen uwel Edele Achtbaare in de bescherming des aller hoogsten en blyven met alle Hoogachting /:onderstond/ Edele Achtbaare Heeren! uwel Edele Achtbaare Gehoorzaame Dienaaren /wat geteekend:/ M: J van de Graaff C: van Angelbeek, D F: Fretz, J. Reus„ „tous, B L: van Zitter, A: Camlant en J: A: vollenhove /:in margine:/ kolombo den 12=e November Ao 1790. Accordeert. Hijbrands Eiklerk DVD Linde Nagezien 654 Hoorn. Aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen van de Generaale Nederlandsche G'oktroijeerde Oost- Indische kompenie, ter voor„ „melde kamer. Edele Achtbaare Heeren: Met de Paket boot de Maria Louisa die den 27: Mei Jo Leeden na de kaap de Goede Hoop vertrokken, en den 26: van de Jongst gepasseerde maand oktober alhier terug gekoomen is, hebben we de eere gehad aan uwel Edele Acht„ „baare aftevaardigen, onzen eerbie digen brief van den 22:' May voorm: voorm: waar van we tans de vrijheid neemen het duplicaat uwel Edele Achtbaare hier „nevens aan tebieden. Den 21: Julij J„o Leeden is het schip de Gouverneur Generaal Mossel, en 'sdaags daar aan het schip de unie, ter Ponnekailsche rheede gearriveerd. Tans vertrekt het schip de Unie voor de eerste bezending, geconsigneerd aan de Ka„ mer Amsterdam, en we neemen de vrij „heid ons nopens derzelver bemanningen laading, terefereeren aan de bescheijden, die de bedienden te gale uwel Edele Achtbaare zullen aan bieden. voorts bieden we uwel Edele Achtbaare hiernevens aan een stel van onze adviesen, die tans aan de wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Zeven„ tienen afgaan. wy beveelen uwel Edele Achtbaare in de bescherming des allerhoogsten en blijven met alle Hoog achting. /:onderstond/ Edele Achtbaare Heeren! Twee Edele Achtbaare Gehoorzaame Die naaren /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, 655 C: van Angelbeek, D: T: Firetz, J: Reintoud„ B L: van Zitter, A: Camlant en J: A: vollenhove /:in margine:/ kolombo den 12=e November A:o 1790: — Accordeert. Wijbrands HEgklerk Nagezien Ld DLinde 656 Enkhuijsen Aan den Edele Achtbaare Heeren. Bewindhebberen van de Generaale Nederlandsche g'oktroijeerde Oost-Jndische kompenie, ter voor„ melde kamer. Edele Achtbaare Heeren! Met de paket boot de Maria Louisa die den 27: Meij JoLeeden na de kaap de goede Hoop vertrokken, en den 26: van de Jongst gepasseerde maand oc„ „tober alhier terug gekoomen is, heb„ „ben we de eere gehad aan uwel Edele Achtbaare aftevaardigen, onze eerbie digen „digen brief van den 22: Meij voorm: waar van we tans de vryheid neemen 't duplicaat uwel Edele Achtbaar hiernevens aantebieden. Den 21: Julij J Leeden is 't schip de Gouverneur Generaal Mossel, en Jdaags daar aan 't schip de rince, ter Ponne cailsche rheede gearriveerd; en zedert op den 14e xber: Jleeden, is ook de door uwel Edele Achtbaare uijtgezondene paket boot de Zee=meen alhier aangekoomen, waarmeede wy de eere hebben gehad te ontvangen inder wel Edele Achtb: Zeer g'eerde Missive van den 27: Maart deezes Jaars. Tans vertrekt het schip de Unie voor de eerste bezending, geconsigneerd aan de kamer Amsterdam, en wen neemen de vrijheid ons, nopens der zelver beman„ „ning en laading, te refereeren aan de bescheijden, die de bedienden te gale uwel Edele Achtbaare zullen aan„ „bieden. voorts 657 voorts bieden we uwel Edele Achtbaare hiernevens aan een stel van onze adviesen, die tans aan de wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Zeventienen afgaan. wy beveelen uwel Edele Achtbaare in de bescherming des aller hoogsten en blijven met alle Hoog achting. /:onderstond/ Edele Achtbaare Heeren Uwel Edele Achtbaare Gehoorzaame Dienaaren /was geteekend/ W: J: van de Graaff, C: van Angelbeek, D: T: Fretz, f: Bentous, B: L: van Zitter, A: Camlant en J: A: vollenhove /:in margiene:/ kolombo den 12=e November Ao 1790. Accordeert. G Hybrands Egklerk Nagezien LVD Linde 658. Rotterdam Aan den Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen. van de generaale Nederlandsche g'oktroijeerde oost-Jndische kompenie ter voor„ melde kamer. Edele Achtbaare Heeren Met de paket boot de Maria Louisa, die den 27: Maij J=o leeden na de kaap de goede Hoop ver„ trokken, en den 26: van de Jongst gepasseerde maand october alhier terug gekoomen is, hebben we de eere gehad aan uwel Edele Achtbaare aftevaardigen, onzen eerbiedigen, onzen eerbie„ digen brief van den 22: Maij voorm:, waarvan we tans de vrijheid neemen het duplicaat uwel Edele Achtbaare, hiernevens aante bieden Den 21: Julij Jongstleeden is 't schip de gouverneur generaal Mossel, en 'sdaags daar aan het schip de de Unie, ter ponnekailsche rheede g'arri„ „veerd, en daar meede hebben we de eere gehad te ontvangen, uwer wel Edele Achtbaare zeer g'eerde Missive van den 5: october 1789 en wij bedanken uwel Edele Achtbaare ne„ „drig, voor het daar bij bedeelde ten aanzien van de retour scheepen, die in de havenen van het lieve vaderland behouden zyn g'arriveerd. Tans vertrekt het schip de Unie voor de eerst bezending, geconsigneerd aan de kamer Amsterdam, en we neemen de vrijheid ons nopens derzelver bemanning en laading, te refereeren aan de bescheyden, die de bedien „den te gale uwel Edele Achtbaare zullen aanbieden. voorts bieden we uwel Edele Achtbaare hiernevens aan een stel van onze, advie„ „sen, die tans aan de wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Zeventienen afgaan wij beveelen uwel Edele Achtbaare in de bescherming des allerhougsten en blijven met alle Hoog Achting /:onderstond:/ Edele Achtbaare Heeren! Uwel Edele Achtbaare gehoorzaame Dienaaren wat ge= — 659 /:was geteekend. /. W: J: van de Graaff, C: van Angelbeek, D T: Fretz: Reintous, B. L: van Zitter, A: Sam„. lant en J: A: vollenhove /:inmargiene:/ Kolombo den 12=en November Ao 1790. Accordeert Hijbrands VEijklerk Nagezien GVDLinde
English
660 Cape of Good Hope. To the Honorable Sir, Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Company's important trade and establishment, along with the Council there. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Sir and friends. With the arrival of the ships the Governor General Mossel and the Unie, and of the packet boats the Zeemeeuw and Maria Louisa, we have had the honor to receive your Honors' esteemed letters of May 25, July 8, and August 16 last. We kindly thank your Honors for the provided notification of the safe arrival and the departure of our return ships, and for the goods and personnel sent to us. The freight for the linens that are sent or taken thither by private individuals thither will henceforth be paid at the time of shipment here. The letters and goods sent for Coromandel and Cochin we have forwarded thither. Your Honors' requisition of supplies for the coming year will be fulfilled as much as possible, and the Tuticorin officials have also been instructed to henceforth fulfill the petitions for the regiment of Wurttemberg as completely as feasible. We have demanded from the fiscal here the investigation against the Frenchman Louis Hippolyte de Verneuil, concerning the grievances brought against him by the Independent Fiscal there, and we will subsequently share the outcome thereof with your Honors. We thank your Honors for the sent cash from the former Galle Equipment Master Abo, and since the titular merchant and lieutenant dessave of Matara Van Schuler, who, alongside Mr. Hendrik Lieve Crap, naval lieutenant in the service of the State, stood surety for the aforementioned Abo on behalf of the Company for upwards of 12000 rixdollars, has now requested of us that the remaining funds of the said Abo that are still in the hands of his authorized agents 661 may be claimed from them and counted into the Company's treasury there, we herewith send your Honors a copy of the petition submitted on that account by the said Van Schuler, with the request that your Honors please have his aforementioned request fulfilled, and when the money has been counted into the Company's treasury, to have the amount thereof credited to this place. The bearer of this is the ship the Unie, which departs for the first consignment to the Chamber of Amsterdam, with such cargo for the Fatherland and for your Honors' government as will appear from the papers that will be presented to your Honors by the Galle officials. With this ship we have granted passage thither to the captain in the De Meuron regiment, Lardy, who has obtained permission to go and solemnize his intended marriage there, and to the former captain lieutenant in the same regiment, De la Harpe, who upon his request was granted his discharge from the said regiment. To the former Galle commander, the Honorable Krayenhoff, who along with his family is repatriating on this vessel, we have permitted to take eight slaves without payment of passage passage and board, as far as there. Likewise, we have permitted the captain of this ship to take two slaves, and the captain lieutenant one slave, without payment of passage and board, thither; and for this time we have also exempted them from the immediate payment of passage and board for any additional slaves they might take, provided that they shall be obliged to pay the same in the Netherlands, should the Gentlemen Majores deem that proper. Upon the express order of the Gentlemen Majores, in their very esteemed letter of December 3, 1789, we had to reduce the emoluments of the captain lieutenants, lieutenants, sub-lieutenants, ensigns, surgeon major, and assistant surgeons of the De Meuron regiment, and make them equal to the emoluments of the national officers and surgeons of the same ranks; and we therefore take the liberty to present herewith to your Honors a list of these emoluments, in order 662 that the payment of the officers of this regiment who are among the recruits there may likewise be made accordingly. Furthermore, we present herewith to your Honors a requisition of necessities for the benefit of this government for the coming year, with the very kind request that your Honors please not only fulfill it, but that in addition to the quantity of wine requested therein, there may also be sent to us forty leggers of ordinary Cape white wine; and since our requisition of wheat has not been fulfilled in the last three years, we request your Honors to be so kind as to inform us at the earliest opportunity whether the quantity requested in the aforementioned requisition will be fulfilled or not, so that we can see to procuring it for ourselves from elsewhere. For the rest, after dutiful greetings, we have the honor to be with esteem, it was signed: Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Sir and friends! Your Honors' obedient
Dutch transcription
660 Kubo de Goede Hoop. Aan den Edelen Heer. Cornelis Jacob van de Graaff, Gouverneur en Direkteur van skomp=s importanten handel en omslag, Nevens den Raad aldaar. Edelen Erntfesten Manhaften wyzen voorzienigen zeer Diskreeten Heer en vrienden. Met de arrive van de scheepen de gouverneur generaal Motsel in de Unie, en van de Paket boots de Zeemeeu en Maria Louisa, hebben wet de Eer gehad te ontvangen uwer wel Edelens g'achte missives van den 25: Mag, 8: Julij en 16: aug=s J Leeden wij bedanken uwel Edelens vriendelijk voor de gegeevene Notificatie van de behoude aankomst en 't vertrek van onze retour scheepen, en voor de aan ons toegezondene goederen en manschappen. De vragt voor de Lywaaten, die door particulieren, na na der waards worden versonden of meede ge noomen, zal voortaan bij den afscheep alhier worden voldaan. De gezondene brieven en goederen voor kormandel en koetsiem hebben we derwaards voort geschikt Aan uwer wel-Edelens Eijsch van behoeften voor 't aanstaand jaar, zal zoo veel mooge„ „lijk worden voldaan, en zijn ook de Tutuko„ rijnsche bedienden gerekommandeert, om voor„ taan de petitien voor 't regiment van wur „tenburg zo veel doenlijk kompleet te voldoen. wy hebben aan den piskaal alhier gedemandeert 't onderzoek, tegen den fransman Louis by „polite de verneuil, over de door den heer in dependent â Costi ten zynen laste op ge„ geevene grieven, en zullen wer den uijtslag daar van nader aan uwel Edelens bedeelen. wyj bedanken uwel Edelens voor de gezondene kontanten van den gew: gaalsch Equipagie meester Abo, en wijl de titulair koopman en luijtenant dessave van Mature van schuler die zig nevens den heer Hendrik Lieve crap, luijtenant ter zee in dienst van den staat, voor gem: Abo ten behoeve van de komp: als borg heeft verbonden, voor ruijm 12000 rd=s, tans aan ons verzogt heeft, dat ook de overige gelden van gem: Abo die nog onder zyne gemagtigden zijn, van 661 van hun moogen opgeeischt en in skomp=s kas aldaar geteld worden, zoo zenden wy uwel Edelens hier nevens een kopij van 't request, door gem: van schuler des weegens ingediend, met verzoek, dat uwel Edelens aan voortz zijn instantie gelieven te laaten voldoen, en wanneer 't geld in sComps cas geteld is, 't bedraagen daar van dit heen te laaten ten goede brengen. Brenger deezes is 't schip de Unie, 't welk voor de eerste bezending na de Kamer Am„ sterdam vertrekt, met zodanige laading pro Patria en voor uwer wel Edelens gouver„ „nement als blijkens zal by de papieren, die door de gaalsche bedienden aan uwel Edelens re„ zullen worden aangebooden. Met dit schip hebben we transport na der„ „waards verleend aan den Capitain onder 't regiment van Meuron Lardij, die verlof heeft verkreegen, om zijn voorgenoomen hu„ „welijk aldaar te gaan voltrekken, en aan den gew: Capitein Luijtenant onder 't zelf„ „de regiment de len Harpe, aan wien op zyn verzoek zyn demissie gegeeven is uijt het zelve regiment. Aan den gew: gaalsche gezaghebber, De E: krayenhoff, die nevens familie met dezen bodem repatrieerd, hebben we toegestaan, om agt slaaven zonden betaaling van Transport E Transport en kostgeld, tot â Costi te moogen meede neemen. Jnsgelyks hebben we toegestaan aan den Capi„ „tain van dit schip om twee slaaven, en aan den Capitein Luijtenant om een slaaf, zonder betaaling van Transport en kost„ „geld, na derwaards te moogen meede nee„ „men; en hebben we ook hun voor dit maal verschoond, van de daadelyke betaaling van transport en kostgeld, voor de meerdere slaaven die ze mogten meede neemen, mits dat ze verpligt zullen zijn, 't zelve in Nederland te voldoen, indien de Heeren Majores dat mogten goedvinden. Op de uijtdrukkelijke order van de Heeren Majores, bij hoogst derzelver zeer g'eerde Missive van den 3: xber 1789, hebben we de emolumenten van de kapitein Luij„ tenants, Luijtenants, sous Luijtenants vaandrigs, Chirurgijn Majoor en aide„ Chirurgijns van 't regiment van Meuron„ moeten reduceeren, en gelijk stellen met de emolumenten van de nationaale officieren en Chirurgijns van dezelfde graaden; en we neemen derhalven de vrijheid, een lijst van deeze emolumenten uwel Edelens hiernevens aante bieden, ten einde 662 einde de betaaling van de officieren van dit regiment, die zig by de recruten aldaar bevinden, meede daar naar geschieden kan Noch bieden wy uwel Edelens hiernevens aan een Eysch van benoodigdheeden, ten behoeve van dit gouvernement, voor 't aanstaande Jaar, niet zeer vriendelijk verzoek, dat uwel Edelens niet alleen daar aan gelieven te voldoen, maar dat ook boven de daar bij g'eischte quanti„ teit wijnen, aan ons nog mogen worden toegezonden veertig leggers ordinair kaabsche witte wijn: en wijl onze Eijsch van tarwe inde laatste drie Jaaren niet voldaan is, verzoeken wij uwel Edelens ons by eerste geleegendheid te willen bedeelen, of de quantiteid die by de voorsz Eysch word gevraagd zal worden voldaan dan niet, op dat wei ons daar van, van elders kunnen zien te voorzien. voor het overige hebben wij de eere na gedienstige groete met agting te zyn /:onderstond:/ Edelen Erntfesten Man„ haften wijzen voorzienigen zeer Dis„ kreeten Heer en vrienden! uwel Edele Dienst= moogen
English
transport and board, to take along to that destination. Likewise, we have permitted the captain of this ship to take along two slaves, and the captain-lieutenant to take along one, to that destination without payment of transport and board; and we have also excused them, for this time, from the immediate payment of transport and board for the additional slaves they might take along, provided that they shall be obligated to pay the same in the Netherlands, should the Lords Majores deem that proper. Upon the express order of the Lords Majores, by their most revered dispatch of 3: December 1789, we have had to reduce the emoluments of the captain-lieutenants, lieutenants, sub-lieutenants, ensigns, surgeon major and junior surgeons of the regiment of [illegible], and make them equal to the emoluments of the national officers and surgeons of the same ranks; and we therefore take the liberty to present a list of these emoluments to your Honors herewith, in order that the payment of the officers of this regiment who are there with the recruits may also be made accordingly. Furthermore, we present to your Honors herewith a requisition of requirements on behalf of this government for the coming year, with a very friendly request that your Honors not only please satisfy it, but that, over and above the quantity of wines demanded therein, forty leggers of ordinary Cape white wine may also still be sent to us; and since our requisition of wheat has not been fulfilled in the last three years, we request that your Honors please inform us at the first opportunity whether the quantity demanded in the aforesaid requisition will be fulfilled or not, so that we may see to providing ourselves with it from elsewhere. For the rest, after respectful greetings, we have the honor to be with esteem, was below Noble, Honorable, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet Gentlemen and Friends! Your Honors' Dutiful friends and servants, was signed W J. van de graaff, C: van Angelbeek, D S: Frettz, J: Reintous, Vk L: van Zitter, A: Camlant and A: vollenhove in the margin Colombo the 12th of November Anno 1790: Agrees. Hijbrands Vegkeerk DV DLinde Checked N No: 17.
Dutch transcription
Transport en kostgeld, tot â Costi te meede neemen. Insgelyks hebben we toegestaan aan den „tain van dit schip om twee slaaa aan den Capitein Luijtenant om een zonder betaaling van Transport en K geld, na derwaards te moogen meede „men; en hebben we ook hun voor dit maal verschoond, van de daadelyk betaaling van transport en kostgeld, de meerdere slaaven die ze mogten me neemen, mits dat ze verpligt zulle zijn, 't zelve in Nederland te volde indien de Heeren Majores dat mogt goedvinden. Op de uijtdrukkelijke order van de Heer Majores, bij hoogst derzelver zeer Missive van den 3: xber 1789, hebben we de emolumenten van de kapitein 2 tenants, Luijtenants, sous Luijtenan vaandrigs, Chirurgijn Majoor en dio Chirurgijns van 't regiment van Ma moeten reduceeren, en gelijk stellen wet emolumenten van de nationaale office en Chirurgijns van dezelfde graaden en we neemen derhalven de vrijheid een lijst van deeze emolumenten ui Edelens hiernevens aante bieden, ten einde 662 einde de betaaling van de officieren van dit regiment, die zig by de recruten aldaar bevinden, meede daar naar geschieden kan. Noch bieden wy uwel Edelens hiernevens aan een Eysch van benoodigdheeden, ten behoeve van dit gouvernement, voor 't aanstaande Jaar, niet zeer vriendelijk verzoek, dat uwel Edelens niet alleen daar aan gelieven te voldoen, maar dat ook boven de daar bij g'eischte quanti„ teit wijnen, aan ons nog mogen worden toegezonden veertig leggers ordinair kaabsche witte wijn: en wijl onze Eijsch van tarwe in de laatste drie Jaaren niet voldaan is, verzoeken wij uwel Edelens ons by eerste geleegendheid te willen bedeelen, of de quantiteid die by de voorsz Eysch word gevraagd zal worden voldaan dan niet, op dat wei ons daar van, van elders kunnen zien te voorzien. voor het overige hebben wij de eere na gedienstige groete niet agting te zyn, /:onderstond:/ Edelen Erntfesten Man„ haften wijzen voorzienigen zeer Dis„ kreeten Heer en vrienden! uwel Edele Dienst= Dienstwillige vriend en Dienaaren /:was ge„ „teekend / W J. van de graaff, C: van Angelbeek, D S: Frettz, J: Reintous, Vk L: van Zitter, A: Camlant en A: vollenhove /:inmargine:/ Kolombo den 12=e November Anno 1790: Accordeert. Hijbrands Vegkeerk - DV DLinde Nagezien N No: 17.