Inventory 3883
Ceylon · 1,486 pages · 291 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
After customary compliments. Translation of a Sinhalese petition ola addressed to the honorable, justice-loving Lord, by Pallawille Bandege Samie Appohamie, being No. 36. 1777 Most humbly shows that my eldest brother had gifted his rightful half of the ancestral parveny gardens and sowing fields to his adopted son by a deed of gift. That while the other half, or that which belonged to me, was possessed by me, the son of the daughter of the woman Waauwe Gewindege Roedanaatjera, whom she had procreated with a freed slave named Walivenge Jaddissa, named Ririk, in name Neijdappoewa, who had served at the house of my brother, took two sannas olas along with some other proofs from there, and wrote two other sannasses as if they had been granted to him by the Lord Burnat, of which one was provided with the signature of the said Lord Dissave Burnat and the other with his Honor's seal; which sannasses were first brought by the said Naijdappoewa to the Mohandiram Manamperie and a complaint made, upon which the said sannasses were declared to be forged. I thereafter complained about those sannasses to the aforementioned Lord Dissave, whereupon His Honor ordered him to be apprehended. Upon receiving that report, he went into hiding for several days, and after the lapse of some time, had the signed sannas translated into Dutch and thereafter showed it once again to the aforementioned Mohandiram Manamperie. On which occasion, the same, as well as the other proofs which he had with him, were discovered to be forged writings. For which reason the Mayoraal of Pallawelle was instructed to keep him under arrest. Having fled from there, he was subsequently apprehended and brought before the Lord Dissave, whereupon His Honor sent him to the Secretariat to investigate his case. However, as he had been ordered to produce the false proofs and he did not deliver them promptly, he was denounced before the Lord Dissave and further arrested. While I intended to come and complain about it after the lapse of eight days, the accused was in the meantime discharged and released from his arrest. Since then he inflicts all kinds of wrongs upon me and has taken for himself the crop of the sowing fields which I had cultivated, without giving the sower's share to me. And since my brother's wife has testified in the presence of the Mohandiram Manamperie and Ratgamme Rajepasse Modliaar that he is no heir to the lands and also that the same were not given to him, as every person of the Kandebadde Pattu knows that he is not the owner of the aforementioned lands, I therefore most humbly request that the proofs be produced, and, after examining the same, that justice be done therein. At the bottom stood: For the translation, Matara, the 20th of May 1798. Was signed: I: C: Trek. In the margin: For the translation, signed: D: S: Seneviratne, sworn interpreter. Translation. This complaint shall be properly investigated, and justice done thereon, as soon as the country is at peace again. No. 31. 1778 Translation of a Sinhalese complaint ola, wherein is lamentably made known: That the service of vidane of the resthouse at Walasmoelle having been entrusted to me, Abejewickreme Jagewordene Awoetje, I have monthly provided 100 men for the service of digging the canal in Morruakorle and 30 men to carry the manil, and have also repaired the dams, dikes, and tanks that had been breached for many years, and laid out the sowing work; newly constructed one-fourth part of the elephant kraal at Godigamoewe which had decayed, along with the resthouses there. In like manner, such services in the resthouses and elephant kraal at Kootewaaje were also performed. Yet when all these services had been performed without the least deceit and with all fidelity, in the meantime the said service of vidane was assigned to another, over which having grieved before the noble, commanding Lord Dissave at Matara, I was further appointed as vidane. The Lord Dissave van Angelbeek will maintain the Modliaar Tinnekoon on the subject mentioned alongside, in order to observe whether he can be favored with the service of vidane aratchy at Walasmoelle, seeing that the present vidane aratchy is understood to be dismissed. Furthermore, the written answer of the Lord Dissave van Angelbeek to the matter mentioned alongside is noted below: This man was appointed by the Lord Dissave Firelz as vidane aratchy of Kattoene, Oedoebokke and Kreeme on the plantation, vide deed of engagement of the 20th of May 1787, but he was never appointed or recognized by me as vidane aratchy of Walasmoelle, nor was any promise made to him that he would be appointed as vidane over 16 villages of the 24 villages belonging under that resthouse. Meanwhile, it may be true that in case of illness or absence of the vidane aratchy of the resthouse of Walasmoelle, the supervision over the resthouse was entrusted to him for some time by the Modliaar Tinnekoon, he being an inhabitant of Walasmoelle itself. For as far as I know this man, he has not the least aptitude to manage a resthouse in the Giruways, and the present vidane aratchy of Walasmoelle was appointed to that service upon the express request and proposal of the Modliaar Tinnekoon.
Dutch transcription
in rust is. derzogt, en daar op goedrecht ge„ daan worden, zo dra het land werder Deze klachte zal na behooren on„ Geeft zeer onderdanigst te komen dat mijn oudste broeder de aan hem kompeteerende helfte van ouders parvenie tuinen en zaaijvelden aan zijn geadepteerden zoon bij een bewijs ala geschonken had Dat terwijl de wederhelfte of 't geen aan mij kompeteerd door mij gepossideert wierd, heeft de zoon van de dochter van de vrouw waauwe gewindege Roedanaatjera, die zij bij een vrijge„ laaten slaaf gen:t walivenge Iad„ dissa geprokreerd had genaamt Riric„ in naame Neijdafpoewa dewelke ten huijke van mijn broeder gediend had, twee samas olassen, nevens eenige andere bewijsen van daar ge„ noomen en twee andere Sannassen als of dezelve door de heer Burnat aan hem verleend waaren geschreeve waar van eene met de handteeke„ ning van gem: Heer dessare Burnat en de andere met een stempel van zijn Ed: voorzien waare; welke san„ nassen door gem: Naijdappoewa eerst bij den Mahandiram Ma„ namperie gebragt en geklaagt Na voorgaande Romplimenten Translaat Singaleesche Request ola gericht aan den wel Edelen regtlievende Heer, Door Pall awille Bandege Samie Appolkamie zijnde No. 36. 1777 zijnde, zijn gem: Sannassen voor valsch verklaard geworden ik heb daar na bij welmelde heer dessave nopens die Sannassen geklaagd waar op zijn wel Edele geordonneerd had hem optvatten, bij heeft op die bekoomen bericht zig voor eenige daegen schuijl gehouden en na ren„ loop van eenige tijd, de geteekende Sannal, in het Nederduitsch laaten overzetten en daar na de„ zelve andermaal voorm: Mohan„ diram Manamperie vertoond. bij welke gelegenheid is dezelve zo wel als de andere bewijzen, die lig bij zich gehad had, all valsche geschriften ontdekt, waaromme lig aan de Maijoraal van Palla„ welle geintrageerd is om hem in arrest te houden, van waar lig gevlugt zijnde, is hij 't ze„ dert agterhaald en bij den heer : dessave gebragt, wanneer zijn welEd: hem naar de sekre„ tanije gezonden had, om zijn zaak te onderzoeken, doch wijl hij geor„ donneerd was geworden om de valsche bewijsen te laeten brengen en 6 en bij dezelve niet spoedig bezorgd had is bij bij den heer dessave ver„ klaagd en nader gearresteerd geworden terwijl ik van voorneemens geweest was na verloop van agt daege daar over te koomen klaegen, is den aange„ klaagde intusschen gedgambotet en van zijn arrest gelargeerd ge„ worden sond doed bij mij alle torten aan en heeft 't gewasch van de zaagvelde die ik het laaten betaaije zonder aan wij 't saaijers aandeel te„ geeven na zick genoomen. En dewijl mijn broeders vrouw in de tegenwoordigheid van de Moliandiram Manamperie en Ratgamme Rajepasse mod„ liaar betuigd heeft, dat bij geen Erfgenaam is, van de landerijen en ook dezelve aan hem niet gegeeven zijn gelijk een irgelijk van de Rande badde pattoe weeten, dat hij geen eige„ naar van voorm: landerije is, zoo verzoeke ik zeer nedrigst, de bewijzen telaaten brengen, en, na bij re„ zelven na gegaan te hebben, Root regt daar op te doen /:onderstond:/ voor de translatie Mature den 20. ' maij 1798. /:was getekent:/ I: C: Trek /:in margine:/ voor de vertaling /:getek:t/ D: S: Se„ nevat get: tolk translaet No. 31. 1778 Dat aan mij Abeje witkreme Jage wordene awoetje der dienst van vidaen van het vermeld onderhouden, ter ontwaaring of Rutthuis te walas=moelle opgedraegen bij met de dienst van vidaan araatge te zijnde hebbe ik 100. koppen maendelijksten wallasmoelle kan begunstigt worden, dienste van de door graaving der spruit op Morruakorle en 30. Roppen om den Man„ aangezie dog den tegenswoordige vi„ neel te draegen bezorgt, zoomeede de daan araatje verstaan is aftezetten. Voorts word de schriftelijke beant= dommen, dijken en tangen die zedert woording van den heer dessave van Angelbeek, op de hiernevens verg veele Jaeren gebrooken waere verbe„ melde zaak hier onder genoteerd. tert en het zaaij werk aangelegt, Deeze is door den heer dessave Jirelz een vierde gedeelte van de Ele„ als vid aen oratije van Kattoene oedoebokke en kreeme op plantagie phants krael op godigamoeive aangesteld, vide akte van verbin„ tenis van den 20. ' maij 1787 dog nooit dat vergaan was nieuw aange„ is hij door mij als ridaan aratje van maekt nevens de rusthuise al„ walasmoelle, aangesteld of erkent nog hem toezegging geschied dat hij over 16: dor„ daar, Jnzelvervregen zijn zoo„ pen van de 24. onder dat rusthuis gehoorende dorpen, als vidaan zoude aangesteld worden, danige diensten in de rusthuij„ Jntusschen kan het waar zijn dat hem bij sen en Elephiants Kraal te koote„ ziekte of absentie van den ridaan waaje ook verrigt, dog toen alle oratje van het nisthuis van walas„ moelle voor eenige tijd door de Mod„ liaan tinne Roon het opzigt over het deeze diensten zonder de minste rustheis is opgedraagen geworden, als zijnde een inwoonder van wal asmoelle hout en met alle trouw waare ver„ zelfs voor zoo verre ik deezen man rigt is in tusschen gemelde dienst kenne heeft hij geene deminste geschik„ heeden, om een rusthuis in de ginne„ van ridaen aan eenen ander toe„ wais te besteeren en de presente ri„ gevoegt geworden, waer over ik mij daan avatje van walasmoelle is op expres verzoek en voordragt van den Madliaar Tinnekoon tot die dienst bij de Ed: gebiedende heer dessave te Mateere bezwaard hebbende ben ik als vidaen naader aan„ De heer dessave van Angelbeek zal den mod„ lier Tinnekoon over de sufft hiernevens aangesteld. Translaat Singaloesche klagt ola, waer bij lamentabeest word te kennen gegeeven. „gesteld
English
was appointed over sixteen villages of the said resthouse, yet through the doing of the interpreter mohandiram this appointment has come to nothing and the sannas ola written for the said service was neither signed nor granted. Therefore I humbly request that an equitable justice concerning these wrongs may be administered by the beneficent gentlemen. Underneath stood: For the translation, Matara, 19 May 1790. Was signed: D. D. Perera. No. 38. Translation of a Sinhalese complaint ola submitted by Dideinpotto Rajepasse aratchige Simon. To have the dispute mentioned herein investigated and settled as soon as possible, as soon as the country becomes tranquil. Further, to insert here the written reply by the Lord Dissave van Angelbeek, as follows: That such a complaint or the like was brought to me during my presence at Deiyandara, which however is two years ago, I somewhat recall, and if the complainant had addressed himself further, his matter would also have been investigated and concluded long ago, either at the porte or before Your Honor's commissioners of the Reverend Landraad, and this shall even yet happen whenever he merely presents himself. After my father had filled the post of aratchi and that of the village of Kandepittiewille, he died. I and my brother Diengihami were then still children and lived on our and our mother's labor, whereupon our mother's sister's husband, the white appuhami, and our father's brother's son, the lepotdeniye toevoenante, to bring us up, gave us much goods and money from which we lived. Our mother's brother, the wiebadde aratchi, on that occasion, after having spent four hundred rixdollars, obtained for my just-named brother the post of Randepittewallekadderidaan aratchi. Thus, through the aforementioned help, we built houses and acquired goods together. Furthermore, my already-named brother, who was a heathen, married the daughter of the Matara attepattoo abelegere aratchi, who is a Christian, in the Sinhalese manner, lived with her for three years, and died here. After the death of my brother, abezegere aratchi began to lay claim to all of our already-mentioned goods and the goods that my mother received from her parents, such as lands, cattle, gardens, and houses, without wanting to give anything of them to me or to my old mother, in order to let it devolve upon his daughter, causing the same to be seized without leaving us a dwelling place, having moreover taken some goods for himself in a thievish manner. When I made this matter known to my Lord, His Honor ordered the then Mohandiram of the Kandeboddepattoo to settle this complaint, and abezegere aratchi having not gone, I then made this matter known to my Lord at the resthouse of Deiyandara. Then the present mohandiram of the Kandobaddepattoo was ordered to settle this matter within the period of 14 days. After which term, Abelagere aratchi, coming to my house, said that he had received permission from the gentlemen to bring and store the chests, which were sealed by all of us, to another place at his pleasure. The fifteen fields which we, two to three persons together, took in pledge, without letting them to us or even taking them, are possessed by other people and their profits enjoyed. The houses that we built with so much effort are falling into ruin, because they have been seized. Concerning all these matters, witnesses can be brought forward for each in particular. A woman who is Christian and cohabited with a heathen in the Sinhalese manner wants to take our property. Therefore I request that the disadvantages and injustices inflicted upon us for three years may be settled through a rightful investigation by my Lord. This ola is not signed. Underneath stood: For the Translation, Matara, 24 May 1790. Was signed: L. M. Trek. In the margin: For the translation, signed: D. C. D. S. Dissanaike, sworn interpreter. No. 39. Translation of a Sinhalese complaint ola submitted by Beroewewille wieretoenge, former kangany. The Lord Dissave van Angelbeek says in his reply the following: It must now be fully two and a half years ago that this man was removed from his post, and I think it is asking too much of human memory to demand accountability or elucidation on all such complaints after so ample a time. This much I know, that I do not know this wieretoenge kangany, nor his replacement Edieppielie kangany, and I also do not know whether he has already received his sannas or not. On that account I have spoken with the mudaliyar goeneratne about this matter, who confirmed to me that it occurred upon the lodged complaint and request of him, the mudaliyar, and of the aratchi under whom this kangany was assigned, that he was dismissed. In the time of the Lord Dissave Burnat, koedeloegodde kangany, belonging under the troop of Elgirieje Roepesinge Aratchi, made known to the said Lord Dissave and very urgently requested, as he was gravely ill and could not perform the Company's service, to leave the service. Thus that post was conferred upon me, and for which I, having spent one hundred rixdollars and paid three rixdollars to the Diaconie, received a sannas and served the Company for five years. Afterwards the Baddekorle or the present second interpreter made some debts, being unknown even to me, known to the present Lord Dissave.
Dutch transcription
gesteld geworden over zestien doo„ pen van gemelde rustbuis, nog„ taris door toedoen van den tolk niohandiram is deeze aanstelling te niete geloopen en de Sannar vla die wegens gemelde dienst geschree„ ven is niet geteekend en verleend: Midddien verzoeke ik ootmoedig dat wegens deze onregten een bil„ lik regt door de goedaende heeren mag gedaen worden /:onderstond/ voor de translaetsee Mature den 19:' maij 1790. /:was getekend:/ D: D: Perera. No. 38. Translaat Singaleese klagt ola door Dide„ in potto Rajepasse aratjege Simon ingediend. De in dezen vermelde queste te doen Naar dat mijn vader dienst van aratie onderzoeken, en de spoedig mogelijk en die van kan depittie wille hadde te beblissen, zo dra het land en rust komt. voorts de beant„ vistaan bekleed had, is bij gestorven, woording in geschrifte door de ik en mijne broeder Diengi hamel heer dessave van Angelbeek hier waeren toen nog kinderen en leefden inte lijven. als: Dat mij een zulke of diergelijke van onze en onzer moeders arbeid, klagte bij mijn aanwezen te wanneer onze moeders zusters Der andere is ingebragt, het welk egter twee Jaars geleeden is, staat man hare witte appolhamie en mij eenigzints voor en zo de klager onze vaders broeders zoon leepot denie zich nader geaddresseerd had, zoo toevoenante, om ons op tebrengen ons zoude veel t 1779 zoude zijne zaak ook reeds lange, het zij aan de porta of voor E:s ge„ kommitteerde van de Eerw: land„ raad onderzogt en afgemaakt zijn geworden, en dit zal ook voor als nog geschieden, wanneer bigj kirk maar meld. veel goed en geld gegeeven hebben, daer wij van leefden, onze moeders broeder wiebadde oratie heeft bij die ge„ legenheid na vier honderd rijxd=s bekostigd te hebben mijn zoo Even genoemden broeder den dienst van Randepittewallekadde ridaan ervaetje doen bekoomen dus„ hebben wij door even gem: hulp huij„ zen gebouwd, en goedere bij mal„ kanderen gezogt voorts heeft mijn reeds genoemde broeder dewelke heiden was de dogter van de Ma„ tureese attepattoe abelegere aratje die dirilten is op de singaleese wijke getroewd drie Jalven met haar geleeft, en hier zijnde overlee„ den na de dood van mijn broeder heeft abezegere aratje over alle onze reeds genoemde goeders en de goederen die mijn moeder van haere ouders heeft gekreegen, als landerijen, beesti„ aalen, tuinen en huisen, zonder mij of aan mijne oude moeder er iets van tewillen geeven, beginnen tappro„ cedeeren, om liet aan zijn dogter te„ laeten toekoomen laetende dezelve in beslag neemen, zonder aan ons een woonplaets over te laaten hebbende bij daer en booven eeenige goederen op eene diefsche wijze na zich genoomen. Toe ege Toen ik deeze zaek aan mijn heer teken„ nen gaf heeft zijn Edt: den toenmaligen Mohanderam van de Bondeboddepattoe geordonneerd deze klagte aftemaeken, en abezegere araetje niet gegaen zijnde hebbe ik deze zaak dan het rusthuis van De iandere aan mijn heer te kennen gegeeven, toen is aan den tegenswoordige mohanderam van de kandobadde pattoe geordonneerd geworden deeze zaak binnen den tijd van 14. daege afte„ maeken na welke termijn, Abelagere aratje ten mijnen huize komende ge„ zegt heeft van de heeren verlof gekree„ gen te hebben, dat hij de kisten, die door ons alle verzegeld zijn geworden na zijn believen op een anderplaets Ronde brengen en bergen De vijftien velden die wij twee à drie perzoonen te zaemen hebben in pand genoomen worden kon„ der dezelve aan ons te laeten of zelfs teneemen door andere menschen ge„ ^en possideerd dier voordeelen genoten. De huijsen, die wij met zoo veel moeite opgebouwd hebben vallen in; wijl ze in beslag zijn genoomen. omtrent alle deze zaeke kunnen voor ieder in het bijzonder getuigens bij gebragt D 1780 gebragt worden. Een vrouw die Christen is, en op de singaleesche wijze met een heeden ondertrouwd wil ons goed neemen. Dus verzoeke ik dat de nadeelen en onregtvaardigheeden, die ons zedert drie p Jaaren aangedaan worden door een regtmatig onderzoek van mijn heer moogen beslikt worden. Deese ola is niet geteekend /:on= derstond:/ voor de Translatie Mature den 24: Maij 1790. /:was getekent:/ L: M: Trek /:in margine:/ voor de vertaaling /:getekent:/ D: C: D: S: Dissanaike. gezw: tolk: No 39. Translaat Singaleese klagt ola door Beroe wewille wieretoenge ge= weezene kangaan ingediend: De Heer Dessave van Angel= beek zegt bij zijne beant= woording het volgende Het Jn teken ee„ te Het zal nu ruim twee en een halve Jaar zijn dat deze man uit zijne dienst gesteld is, en ik denke dat het te veel geveagt is van het men= schelijk geheugen, om op alle zulke klagten na eene zo ge= ruimen tijd verantwoording of Elucidatie te vraagen. zo veel weet ik dat ik deeze wieretoerige kangaan niet kenne nog zijne verwanger Edieppielie kangaan en ik ook niet weet of hij reeds zijn sannas gekreegen heeft dan niet, ik hebbe uit dien hoofde den modliaer goeneratne over deze zaek onderhouden die mij betuigd bragte klagte en verzoek van hem modliaat en van= den aaatje, waar onder deeze kangaan bescheiden was, ge= schied is, dat hij afgezet is Jn de tijd van den Heer Dessave Burnat, koedeloegodde kan gaan sorteerende onder het randje van Elgirieje Roe„ pesinge Araatje aan gem: heer Dessave te kennen gegeven en zeer instantig verzogt hebbende wijl hij zwaar ziek was en 'skomp=s diens niet konde verrigten, om uit den dienst tegaan zoo is die dienst mij opgedraagen en waar voo ik een Hondert rd=s bekostigd en drie ad=s aan de Diakonie betaald hebbende zoo hebbe ik een sannas gekreegen en vijf Jaaren de komp: gediend naderhand heeft digen tweede Jolk, eenige mij zelfs onbekendt zijnde schulden aan den tegenswoordigen Weer Dessave ter kennis gebragt heeft dat het op de inge= de Baddekorn of tegenswoor= ge= en
English
1781 became, and that to Edieppelie Kangaan, likewise upon the proposal of him, the Moeliaat, the provisional performance of this duty was assigned, and that Edieppelie Kangaan has up to now not come to fetch his sannas. And thereupon I was dismissed from my post, punished, and sent for three months to the Marauakorle for the excavation, and my post was assigned to Hoedoepe Exespilie Kangaan; and whereas this person is known in the Landraad records as a rogue and thief, and is no longer permitted to hold any Company posts, and moreover if the books are examined, one will be able to discover the injustices done to me. Thus, for God's sake, I request to be restored to my Kangaan's post, on account of which post I have fallen so deeply into debt that I cannot satisfy it, the more so because the one who currently holds the post has not yet received a sannas. Signed with an illegible Dutch signature. Below stood: For the translation, Mature the 27th of May anno 1790. Was signed: L. M. Jrek. In the margin: For the translation, signed: D. C. D. S. Dissanaike, Sworn Interpreter. Translation. In the aforementioned to acquiesce. 1782 No. 40. By note of the 7th and 8th of June, it was approved to let these complaints against the Mohandiram of the Gravets, whose investigation may suffer delay, merely follow after the remaining translated olas, and then to decide further upon the matter. Pursuant thereto, it has now been taken into consideration that it is presently not the time to investigate these matters, which the Mohandiram of the Gravets is said to have committed to the detriment of the Company, and it is thus understood to postpone this until further notice. Translation of a Sinhalese Ola Report addressed to the Honorable Presiding Lord Dissave Dietrich Thomas Fretz: The Mayorals of Hittettije and Godde Gamme, Edirisoerige Pattirenne, give to know: That the present Mohandiram of the Four Gravets keeps embezzled many lands consisting of Ande and Ottoe fields, of which the Hon. Company is entitled to the dues, and appropriates the profits thereof to himself, namely: Art. 1: The profits of 1 Mallapalla field situated in the village of Kanattegodde, close to the garden of the Arraatjee of the gamekeepers, named Oede Gecoember, measuring 5 peles. Art. 2: The profits of 1 Mallapalle field, Wette Ke Jagaha Addere Slette, measuring 2 amms., situated in the village of Wittettije next to the rush land that belonged to the Malabar interpreter. Art. 3: The profits of 1 Ottoe field, Kattadige Des Goddelle, measuring 6 coermis. Art. 4: The profits of Kan Komige Poentje Goddelle, measuring 5 coernies. Art. 5: Likewise the same Poensjie Med De Goddeele, measuring 8 coernies. Art. 6: The profits of 1 Ottoe field named Kiri Badkette Goddelle, measuring 3 paeles, belonging to the commissioned Appoes. Art. 7: Likewise of 1 Ottoe field of Wierdjesinge Wittesienge Willa Poillege Addere, measuring 1 paele. Art. 8: Likewise of Kannapollige, Wette Kejagaha Atte Wielle, measuring 15 coernies sown. Art. 9: Likewise of 1 Ottoe field, Koemallegewatte Addere Wielle, measuring [illegible] pelle. Art. 10: Likewise the same, the same Battele Kanatte Addere Wielle, measuring 12 koernies. Art. 11: Likewise of Bosgoddle, Jndig Addel, measuring 2 pelles; these profits having been concealed by him in the tax-farming roll for as long as the Mohandiram has held the post. Art. 12: That the Mohandiram has also bought near the redoubt 1783 a piece of empty land of the size of 1/4 mediet of krakan sowing, and has annexed to it from the Hon. Company a piece of empty land that lies next to it, of the size of 1/2 mediet of krakan sown, which he has now enclosed with a fence and planted with banana trees. Art. 13: That the former Sabandaar, resident of Keettettije, made over to the Mohandiram an empty parvenie land, Kottekagodde Watte Addere Wielle Pietenize, situated next to the cinnamon garden Cahampelle, for the planting of coconut trees; but that the Mohandiram has annexed to it a thicket of the Hon. Company, ruining the cinnamon, and has planted 3 to 400 coconut trees upon it. Art. 14: That the aforesaid Sabandaar has also cleared a piece of Ratmaherre land next to his garden and planted it with coconut trees. Art. 15: That the Mohandiram had limestone and earth brought by all the inhabitants of the Four Gravets who are baptized or Christians, for the raising of the school; but that he has it taken away again at night and brought to his house, having therewith renovated his unfit house and also had a privy built. Art. 16: That within the Four Gravets is situated a village, Willegodde, which cannot be sown every year, but whenever that happens, the Mohandiram then takes the dues for himself without giving anything thereof to the Hon. Company. Article 17:
Dutch transcription
1781 geworden en dat aan Ediep= en ben daar op uit mijn peelie kangaan insgelijks op dienst gesteld, afgestraft en voordragt van hem moe= voor drie maanden naer de „liaat het provisioneel waar= neemen van deeze dienst Marauakorle bij de door= graaving gezonden en mijn is opgedraagen geworden en dat tot nog toe Ediep- dienst is aan Hoedoepe Exespilie kangaan opge= pilie kangaan zijn draegen, en dewijl deze sannas niet is koo= men haalen. perzoon voor een scheurk en dief bij Landraeds pa= pieren bekend staat, en geene skompenies diens= ten meer mag bekleeden en daar en boven de boeken nagezien wordende men de aan mij gedaene onrechtvaardigheeden zal konnen ontwaaren. Zoo ver„ zoeke ik om godes wille dat ik in mijn kangaans te berusten. Jn het voorenstaande dienst dienst waaromme ik zoo in de schulden ben geraekt, dat ik ze niet voldoen kan mag hersteld worden temeer om dat. degeene die den dienst tegenswoordig heeft nog geen sannas gekreegen heeft /:was getekent:/ met een onlees= baare nederduitsche hand= teekening /:onderstond:/ voor de translatie Mature den 27. maij anno 1790. /: waas geteekend:/ L: M: Jrek /:in margine:/ voor de vertaling /:getekent:/ D: C: D: S: Dissanaike gezwoore Tolk. Translaat de der 1782 No. 40. Bij aanteekening van den 7: en 8„ Translaat Singaleesch Rapport ola Gerigt Iunij is goedsgevonden om deese klag„ ten tegen den Mohandiram der gravetten aan den wel Edelen Gebiedende heer Dissave welkers onderzoek uijtstele veelen kan, Dietrich Thomas Fretz: alleen agter de overige Translaat olaste laaten volgen; en dan nader daer over te Geven te kennen de Majoraels van Hittetti„ besluits ingevolge van dien, is nu in aanmerking, je en Godde Gamme Edirisoerige Pat„ genomen, dat het tans de tijd niet is om „tirenne te dese zaeken, die den Mohandiaam der gravetten ten nadeele van de kompenie zoude te werk gesteld hebben, te onder dat den presenten mohandiram van zoeken, en is dus verstaen zullks tot na„ de vier Gravetten veele Landerijen bestaen „de in Ande en ottoe velden waer van D: E: Komp: dies geregtigheid is kompe„ „teerende verduijsterd houd en zelve de voordeelen daer van na zich trekt als. Art: 1: De voordeelen van 1: mallapalla veld geleegen in 't dorp kanatte god de kort bij de thuijn van den arraatjee der wildschutters; ge„ naemt oede gecoember Groot 5: peles. der uittestellen. „ 2: De voordeelen van 1: Mallapalle veld wette ke jagaha addere slette Groot 2 amm:s geleegen in't Dorp Wittettije naast held bies„ „land 't welk de mallabaarse Tolk heeft behoort. 3. De voordeelen van 1: ottoe veld katta „dige des goddelle groot 6 Coermis aat: 4. t 0 „ Art4: De voordeelen van kan komige Poentje Goddelle Groot 5 Coernies „ 5 Jdem d=o Poensjie med de Goddee„ le groot 8: Coernies. „ 6 De voordeelen van 1: ottoe veld gen:t kiri badkette Goddelle groot 3 paeles toe behoorende aen de gecommitteerde appoes. „ 7: Idem van 1: ottoe veld van wierd jesinge wittesienge willa poille ge addere groot 1 paele „ 8. Jdem van kannapollige, wette kejagaha atte wielle Groot aen gezaaij 15 Coernies. „ 9 Jdim van 1: ottoe veld koem alle gewatte addere wielle Groot pelle „ 10 jdem d=o d=o battele kanatte addere wielle Groot 12 koern. „ 11. jdem van bosgoddle, Jndig addel groot 2: pelles zijnde deze voordel zoo lange als de Mo„ hem diram den dienst be„ kleed, door hem bij de ver¬ pagtings rolle verswegen geworden „ 12. Dat ook de mohandiram kort bij de Redoet gekogt heeft. een c 1783 een stuk leedige Grond ter Groote van — ¼: mediet, krakan zaayens, en daer bij van DE komp: in getrokken een stuk leedige dat daar naast legt ter groote van —½ mediet krakan aan gezaaij, 't welk hij tans om paggert en met pisang boomen beplant heeft Art: 13. Dat den geweezen sabandaer inwoonder van keettettije een ledige parvenie grond kotte„ kagodde watte addere wiel„ le pietenize geleegen naast de Canneel thuijn Cahampelle aen den mohandiram heeft afgegee„ „ven ter aanplanting van ko„ „kus boomen, Dog dat den mo„ handiram daar bij een boska„ sie van D: E: komp: ruineerende De kanneel in getrokkenen 3: â 400 kokus boomen op gepolant heeft. „ 14: Dat ook om sabandaar voor meld naast zijn thuijn een stuk Ratmaherre Grond gezuiverd e B gezuiverd en met kokus boomen aangeplant. heeft. Art: 15 Dat den mohandiram, door alle de Jnwoonders van de vier gravetten die gedoopt of Chris„ tenen zijn, kalk steen en aer„ „de heeft laaten aanbrengen tot het opbeuren van 't school, Maar dat hij die des Nagts weeder laat weghaalen en aan zijn huijs doet brengen heb„ bende daer meede zijn onbekwaame huijs ver„ nieuwd en ook een sekreet laaten opbouwen. „ 16 Dat binnen de vier Gra„ vetten geleegen is een Dorp willegodde, 't welk alle jaaren niet kan worden bezaaijd, maar wanneer dat geschied dat den mo„ handiaam als dan de geregtigheeden na zig neemt zonder aan D:E: komp: daer van iets te geeven artikul 17:
English
1784 Article 17. That in the past year, good order was established by the honorable Dessave to sow the entire Hietetellize, but when the Mayorals were consequently engaged in it, the Mohandiram arrived there, bringing 4 bundles of rattans and some Lascars, and at a new muster caused the people, who were even assigned under other chiefs, to be beaten on the back; and because this was seen and heard by others, no one wanted to come to the watch, as a result of which the village of Htittellisse was not fully sown: having concealed all this and also caused the appointed appoes to keep it obscured, wherefore the Mohandiram himself took the lease that year for 48 ammonams of Nelij: and seeing that he was to suffer a loss, he subleased it again to his clerk for 30 Ammonams. Article 18. That on account of that difference of 18 amm-s of Nelie, he, the Mohandiram, had ordered us Mayorals to pay 10 amm-s of Nelij into the warehouse and deliver the receipt to him, which we, under the granting of a proof, agreed to do. But that the clerk of the Mohandiram had also taken 10 amm-s of Nelie from us by force: while the Vedaan and the grain measurer of Hiettellaje together with the Mohandiram agreed with one another to pay the remaining deficit of 8 amm-s of Nelio together, telling us Mayorals to always keep in mind this new rule which the Mohandiram has instituted, as not knowing what this means. Article 19. That also some years ago we Mayorals had an assistant, but that the Mohandiram took 5 rds in money from him and procured for him from the Lord Dessave a sannas with an accomodesan as grain measurer; but because the Mohandiram chastised him so severely for 5 years during his execution of the grain measurer's duties, he had to abandon the service and his home village with his wife and children. Article 20. That the Mohandiram rented out to me, Edirisoerise Pattidenneche, a half mallapalla garden Jinna Jakkoedoewewatte for 10 jugs of coconut oil, that the Mohandiram took for himself all the soursops that had grown therein, and that he, the Mayoral, nevertheless had to deliver the 10 jugs of oil as well. Article 21. That the Mohandiram, having planted 10 to 15 areca nuts in a 1-parrah garden belonging to Poentjie Heevage and 1785 and Kandambige, took away from those poor people all the soursops that had grown in that garden. Article 22. That the Mohandiram also gave the service of ganhewa kankankanam to a freed slave, and that when this slave collects the koernies of Nelie that are assigned to this service, many persons of good families are greatly insulted or affronted by him. From the foregoing, one can easily consider and see what kind of profit the Mohandiram brings to the Company, the peoples of the four gravets, and those of the charcoal-producing villages. Below was written: Mature, the 30th of May 1790. For the translation was signed: A. Wissink. In the margin: for the translation signed: Taanits. Thus recorded at the fortress of Mature on the date and in the presence as mentioned at the head hereof. Was signed: D. T. Fretz, A. Samlant, and C. van Angelbeek. Agrees. Record. Examined. 1786 Record kept at the session of The Commissioners on behalf of the Venerable Government of Ceylon: The Honorable Dietrich Thomas Fretz, Senior Merchant and Dessave of the Colombo Lands; The Honorable Abraham Samlant, Merchant and Trade Bookkeeper there; Together with The Honorable Mr. Christiaan van Angelbeek, Senior Merchant, Second of Galle, and Dessave of the Matara Lands. Thursday the 10th of June, 1790. Seeing that the mutineers roam around somewhat more than usual and behave more restlessly, this meeting was convened to take into consideration whether one ought not to give the inhabitants a sign that one is willing to protect and preserve them from molestation, as well as to show the mutineers that one no longer intends to overlook their misdeeds, in order, if possible, to restrain them from further evil steps regarding the plundering of the inhabitants' houses, and it was accordingly agreed: 1. To send a detachment under the command of Lieutenant the Honorable Weber to Gandure to take up a post there, and to have the same consist of: 1 Sergeant 1 Vice Corporal and 14 Privates, Europeans; 1 Officer 1 Sergeant 1 Corporal 1 Drummer and 26 Privates, Easterners. 46 heads is the sum, and the Commandant there, and furthermore, 2. To post at Sallaim: 1 Vice Sergeant and 6 Privates, Europeans; 1 Corporal and 14 Privates, Easterners. 22 heads in total. 3. To reinforce Belligam, where only 1 Corporal and 4 Privates, Easterners, are stationed under the command of the Postholder, with: 1 Vice Corporal and 8 Privates, Europeans; 1 Sergeant and 6 Privates, Easterners. 27 heads in all, including the Postholder. 4. To send to the Redoubt of Eck only half as many instead of the picket of 50 heads.
Dutch transcription
1784 Art: 17. Dat in 't gepasseerde Jaar door den wel Edelen heer Dessave goede ordre is gesteld geworden om het geheele Hiete= tellize te bezaaijen, dog wanneer de Majoralo in het volg daar aan bezig waaren was den mohandiram onder het mede brengen van 4. bossen rottings en Eenige Laskorijns aldaar aangekoomen En op een nieuwe Monster de Menschen die zelfs onder anderen hoofden bescheiden waaren op de rugge doen slaan; En om dat zulks door onderen gezien en ge= hoord is geworden heeft Niemand tot het waak willen koomen, waar door 't dorp Htittellisse niet volkoomen bezaaijd is ge= worden: hebbende dit alles versweegen en ook door de gekommitteerde appoes laaten verduijstent houden, waaromme den Mohan¬ diram zelve dat Jaar de pagt genoomen heeft voor 48. ammonams, Nelij: En Ziende dat hij schade moest, heefft hij 't weder verpagt aan zijn schrijver voor 30: Ammonams Art: 18. Dat om de wille van dat van 18. amm=s Nelie hij mohandiram aan ons maijoraals belast had, om 10: amm=s Nelij in 't pak= huijs tevoldoen en quitantie aan hem bezorgen, het welk wij onder het verleens van een bewijs hebben aangenoomen te= zullen doen. Maar dat ook den schrijver van den mohandiram 10. amm=s Nelie van ons met geweld had af= genoomen: Jenwijl de vedaan, en graanmeeter. van van van Hiettellaje nevens den mohandiram met malkanderen hebben afgesprooken om de 8. amm=s Nelio die nog te kort te schooten tezaamen te zullen betaalen seggende ons maijoraals dese nieuwe wet die den mo= handidam heeft ingestelt altoos in ge= dagten als met weetende wat zulks bedue ArL: 19: Dat ook voor eenige Jaaren wij maijoraals Een noodhulper gehad hebbe, dog dat den mohandiram van die 5. rd=s aan geld genoomen en aan hem van den heer dessave een sannas met een ak¬ komodessaan als graanmeeter bezorg had dog om dat den mohandiram hem 5. p Jaaren lang in 't waarneemen van graanmeters dienst, zoodanig gekastijd had dat hij met vrouw en kinderen den dienst en woondorp heeft moeten „ 20. Dat den mohandiram aan mij Edi= risoerise pattidenneche een halve mallapalla thuijn Jinna Jakkoedoe= wewatte verhuurd heeft voor 10. kannen kokus olie dat den mohandiram alle de zoorzaks die daar in gegroeid waare na zig heeft genomen, en dat hij Maijoraal echter de 10. kannen olij ook had moeten leveren. „ 21. Dat den mohandiram in 1. parren Thuijn toebehoorende aan Poentjie heevage„ En verlaaten. 1785 En kandambige 10: a:o 15. addeeks nooten geplant hebbende, van die aame men= schen alle de zoorzakken welke in die Thuijn waaren gegroeid had weggenomen Art 22. Dat ook den mohandiram een vrijge= laaten slaaf, den dienst van ganhewa „kankankanan gegeeven heeft, en dat deeze slaaf wanneer hij de koernies Nalie die dezen dienst zyn toegevoegd ophaald worden, door hem veele perzoonen die van goede framilien groteliks beschimpt of ge affronteerd. uit het voorenstaande kan men ligt de= ken en zien wat voor provijt den mo= handiram Dekomp:, de volkeren der vier gravetten en die van de koolgee= vende dorpen toebrengt /:onderstond:/ Mature Den 30. maij 1790. voor de overzetting /:was getekent:/ A: Wissink /:in margine:/ voor de vertaaling /:ge= p teekend:/ Taanits. Aldus aangeteekend ter fortresse Mature Dato en ter presentie als id in den hoofde deses vermeld /:was getekent:/ D: J: Fretsz:, A: Samlant, e C:s van Angelbeek. Accordent Aanteekening age Nagezien Ldeeende 1786 De kommissarissen van weegen de Gevene„ reende Ceilonsche Regeering D' E E: Heer Dietrich Thomas Fretk, opperkoopman en Dessave der Kolombosche ommelanden D. E Heer Abraham Samlant koopman en Negotie Boekhouder aldaar Mitsgaders D: E. E Heer M=r Christiaan Van Angelbeek opperkooman Gaals secunde, en dessave der Matursche lande Donderdag den 10' Iunij, 1790. Aan gezien de muitelingen wat meeder dwaalen dan gewoonlijk, en hun onrustiger gedraagen, zo is deze bij eenkomst belegt om in overweging tenemen of men de Jnwoonders niet diende een blyk te gee„ „ven, dat men willens is om hun voor overlost te dekken, en te bewaaren, zo meede aan de muitelingen te doen zien dat men hunne wanbedrijven niet langer met Goede oogenmeent aantezien, om was het mogelijk, hun van verdere kwadle stappen, nopene het plunderen van der Jngezeetene huisen te rug tehouden, en is den Volgens Verstaan om een Detachement onder komando van den Luijtenant de E Weber te zenden na Gandure Aanteekening Gehouden bij sessie van om op 5 Om aldaar Pert te Vatten en het zelve te doen bestaan uijt 1. Sergeant Vice korporaal en Europeesen in 14 Gemeene 1 officier 1. Sergeant 1 horporaal 1. tambor en 26 Gemeen 46 koppen is somma, en den kommandant daar en „2, om te sallaim te posteeren 1 Viee sergeant 7 Eur opeesen 6 Gemeen 1. korporaal, en 14. Gemeene. . . ann 22 koppen in Somma 3, Om Belligam waar maar onder komando van den Posthouder den korporaae leggen 1. korporaal 4 Gemeene, Oosterlinge, te versterken met 1 Vrie horporane 8. Gemeene 1 Sergeant 6 Gemeene Joosterlinge mm 27. koppen, in het geheel in den Posthouder 4, Om insteede van het piket van 50 koppen, maar half zo veel na de Redout van Eck te senden Europeesen oosterlinge oosterlinge voortz boven
English
1787 Furthermore, the mandate prepared for the Magampattoe was read out and approved, reading as follows: Mandate to all the minor headmen and further inhabitants of the Magampattoe for their information and observance, in response to the complaint ola submitted by them. 1. Orders have been sent to the Resident to allow the inhabitants to perform no other than customary services; however, to the detachments that are relieved and go to and fro, provisions for maintenance must be granted according to ancient custom, and on the other hand they are not required to make any provisions to anyone else unless ordered by a sannas, and whenever extraordinary provisions are made, they shall be paid for by the Resident, and likewise if any provisions might have been made to the Resident or native headmen or otherwise, an account thereof must be submitted to the Dessave, whereupon payment therefor shall be provided immediately. 2. That everyone is free, whenever he has complaints against the Resident, to come and bring them in here at Mature, or to submit them by an ola, and that also the complaints especially against Paletoepaane, the former araatjie Diwiagaha arratje, and the Moor who serves with the Resident, must be submitted, while in the meantime the Resident is also ordered to answer regarding the conduct of those persons, after which proper justice shall follow in all matters. 3. Every mayoral who does not have six amunams of ottoe duty-free shall receive the remainder by a sannas from the Dessave, and to that end the mayorals may report to the Resident what they possess duty-free and submit the proofs thereof. 4. The Dessave has always furnished the money for the butter to the porta servants, and since a few months ordered the Resident to pay the same. However, anyone who has received no payment must report this to the Resident, whereupon payment shall be made forthwith. 5. The leasing of the ottoe duty must remain in force, and the mayorals must, according to ancient custom, continue to keep the welie until the Company has a warehouse to store it, and for this the renters shall also, according to custom, give the mayorals a kaemie nelie. 6. The Vidane of the Fishers may bring the complaint regarding the small village of Landejoelene, with his proofs and witnesses, before the Resident, who shall investigate the same and provide a report, whereupon a fair settlement shall follow. Herewith all the inhabitants of the Magampattoe are admonished to conduct themselves quietly, faithfully, and obediently, as becomes good subjects of the illustrious Company, 1788 Company, whereupon their grievances shall always be taken to heart, and proper justice shall be provided to them thereon. Mature, the 10th of June 1790. was signed: D: F: Fretz and Ab=m Samlant Thus recorded at the Fortress of Mature, dated and in the presence as mentioned in the heading hereof. was signed: I:s C: pellz, A: Samlant, and C van Angelbeek Agreed: Corn:s Johiann:s Sdlé, sworn clerk Examined: D Derlinde 3 1789 The Honorable Dietrich Thomas Fretz, Senior Merchant and Dessave of the Colombo Ommelanden, and The Honorable Abraham Samlant, Merchant and Trade Bookkeeper there; Together with The Honorable Master Christiaan van Angelbeek, Senior Merchant, Second of Galle, and Dessave of the Mature Lands. Friday the 11th of June, Anno 1790. Record kept at the session of the Commissioners on behalf of the esteemed Government of Ceylon. The Commissioner Fretz submits for consideration, since it appears from all circumstances that the revolt in the Kande badde pattoe must be regarded as the principal of all, and it is known that the present Don Simon aratje has absolute authority over the people of that Pattoe and much influence on the other districts, and that if the revolt of that pattoe is quelled, it is probable that this will have a great influence on the minds of the remaining mutineers of the other districts; whether it would not be expedient and useful to promise Don Simon Aratje that he would be appointed Mohandiram and head over the Kande badde pattoe if he brought that Pattoe to peace and used his ability to dispose the other districts thereto as well. Upon this proposition, the Dessave van Angelbeek declared that, in view of the precarious state of this Dessavony, his Honor had considered this maturely and could not approve this proposal, but held it to be dangerous, submitting a written advice in this regard. Whereupon the Commissioners asked the said Dessave that, since his Honor held this proposal to be dangerous, his Honor would then also please state what means ought to be employed to quell the revolt; to which the Dessave van Angelbeek undertook likewise to put in writing his thoughts regarding the causes of the continuation of the mutineers' dissatisfaction, and thus to disclose his opinions regarding the greater headmen. Further, the Commissioners requested the Dessave van Angelbeek, if his Honor suspected the headmen, to then indicate the reasons for suspicion, as well as how any investigation into the conduct of the headmen should be conducted, which his Honor also undertook to do. Whereupon the Commissioners thought fit to await this further paper first, and then to decide upon the pending proposal. Further, the Dessave van Angelbeek produced a letter just received from the Postholder of Belligam, Willem Willemsen, in which he reports that Wiereman aratje, to whom the provisional authority
Dutch transcription
1787 Voorts wierd de ingereedheid gebragte mandaat Voor de Magampattoe op geleezen en geappro„ „beerd luijdende aldus Mandaat aan de Gezaamentlijke minderhoofden, en Verder inge„ „zeekenen van de Magampattoe ter hunner narrigt en obsenvantie, op de door hun ingediente klagt ola, „ Aan den Resident is ordere gezonden, om de Jnge„ „zeekenen, in geene andere dan gebruijkelijke diensten te laaten Verrigten dog aan de Detache„ „menten die af geloost worden, en hen en weder gaan moeten de Verstrekkingen van onderhoud volgens oud gebruijk gestaen worden, en daar en tegen behoven, zij verder aan niemand eenige Verstrekkingen te doen, zo zulks: niet bij een sannas geordoneert is, en wanneer dan Extra ordinaire, verstrekkin„ „gen gedaan woorden, dan zullen dezelven worden betaald, door den Resident, en zoo ook na eenige Verstrekkingen aan den Resident of inlandse hoofden als anderzients mogten zijn gedaan zo moet daar van eene Reekeninge worden overgelegd aan den Heer Dessave, als wanneer de betaaling daar voor dadelijk zal bezorgt worden. 2„ Dat een ieder Vrijheid heeft om wanneer hij klagte tegen der Resident heeft, dezelve hier te Mature te koomen in brengen, of bij een ola optegeeven en dat ook de klagten speciaal tegen Paletoepaane geweezen araatjie Diwiagaha arratje en den moor die bij den Resident dient, moeten opgegeeven worden, terwijl intuschen den Resident ook ge„ De en t is om zig nopens het gedrag dier Perzoonen te verantwoorden war na op het een en andere goed regt zal volgen: seder Maijoraal die geen ses amm: ottoe aan geregtigheid vrij heeft, zal het mankeerende bij een sanras van den heer Dessave bekoomen, en ten dien einde kunnen de maijoraals aan den Resident op geeven het geene zij vrij bezitten en de bewijzen, daar van overleggen. 4, De Dessave heeft altijd het geld voor de booter aan de porta bediendens verstrekt; en zedert eenige maanden den Resident gelost om dezelve te betaalen Doch de geene die geen betaaling gekregen heeft, moet daar van op gave doen aan den President, als wanneer de betaaling ten eersten zal geschieden 5„ De verpagting van de ottoe geregtigheid moet blijven stant grijpen, en de maijoraals moeten volgens oud gebruijk de welie blijven bewaaren tot dat de kom„ „penie een pakhuis heeft om hem te bergen, en daar voor zullen de pagters, ook volgens gebruijk aan de Maijoraals moeten geeven een kaemie nelie 6, De Vidaan van de Vassers kan de klagte nopens t klijne Dorp Landejoelene, met zijne bewijzen en en getuigen voor den Resident brengen, die de zelve zal onderzoeken, en van Rapport dienen, waar op dan een billik of doening zal volgen Hiermeede worden de gezaamentlijke er gezeetenen van de Magampottoe vermaand om hun stil getrouw en gehoorzam te gedragen zo als dat brav onderdaanen van de doorbugtige Kompenie „ 1788 Kompenie betaamt als, wanneer ook altijd hunne beswaarnissen zullen ter herten genoomen, en hem goed regt daar op besorgt woorden Mature den 10 Junij 1790. /:was geteekend:/ D: F: Fretz en Ab=m Samlant Aldus aangeteekent ter Fortresse Mature Dato en ter presentie als; in den hoofde deses vermeld /was geteekend:/ I:s C: pellz A: Samlant, en C van Angelbeek / Akkordeerd Corn:s Johiann:s Sdlé gezeeklerk D Derlinde Nagezien 3 1789 D' E: E: Heer Dietrich Thomas Fretz Opperkoopman en Dessave der Colomboijschen Ommelanden en D' E: Heer Abraham Samlant koopman en Negote Boekhouder aldaar: Mitsgaders D' E: E: Heer M=r Christiaan van Angelbeek, opperkoopman Gaals Sekunde en Dessave der Matureese Landen. Vridag den 11 Iunij A=o 1790. De Heer Kommissaris Fretz geeft in Overweeging wijl het uijt alle omstandigheeden Blijkt dat de Revolte in de Kande badde pattoe als de voornaamste van alle moest aangemerk worden, en het bekend is, dat de presente Don Simon aratje een Volstrekt gesag over de Volkeren van die Pattoe, en veel invloed op de andere distrikten heeft, en dat zoo de Revolte van die pattoe gestild word het waarschijnelijk is, dat dit een grooten invloed op de gemoederen der Overige muijtelingen van de andere dis= „trikten zal hebben; of het niet dienstig en nuttig zoude zijn, om Don Simon Aratje te belooven dat hij tot Mohandiram en hooft over de kande badde pattoe zoude aangesteld worden, wanneer hij die Pattoe tot rust bragt en zijn vermoogen aanwende om de overige Distrikten ook daartoe te disponeeren. Op deese propositie verklaard Op. Aanteekening Gehouden bij Sessie van De Kommissarissen van weegen de gevenereerde Ceijlonsche Regeering de. de Heer Dessave van Angelbeek. dat zijn E: E: uijt hoofde van den haggelijken Staat deeser Dessaronie hier over rijpelijk bedagt, en dit voorstel met konde goed keuren maar voor gevaarlijk hield leggende ten dien opzigte een schriftelijk advies over Waarop door Heeren Kommissarissen, aan gem: Heer Dessave gevraagt wierd dat terwijl zijn E: E: dit voorstel voor gevaarlijk hield, zijn EE: als dan ook geliefde optegeeven welke middelen dienden te werden aangewend om de revolte te doen stillens waarop de Heer Dessave van Angelbeek aannam zijne gedagten omtrend de oorsaken van de voort= =duuring van de misnoegtheijd der muijtelingen ins- =gelyks ten papiere te zullen brengen, en dus bij zijne gevoelens omtrent de grootere hoofden aan den dag te leggen Verder verzogten heeren Kommissarissen den Heer Dessave van Angelbeek om zoo zijn E: E: de hoofden suspek= teerde, als dan aanwijsing te willen doen van de redenen van suspitie: als meede hoedanig over het gedrag der hoofden eenig ondersoek zal gedaan worden het geen zijn E:E: meede aannam te zullen doen. Waarna Heeren Kommissarissen goed vonden eerst dit nader papier aftewagten, en als dan op het voor en staande voorstel te disponeeren. Verder produceerde de Heer Dessawe van Angelbeek eene Dadelijk ontvangenen brief van den posthouder van Belligam Willem Willemsen waarbij hij meld dat wiereman aratje, aan den welken het provisioneel gesag
English
1790 authority of the seigniory of Belligam was entrusted, had defected to the rebels, and that likewise the Lascarins of the guard posts of Belligam and Goijapane had abandoned their posts; so that he was unable to send even a single letter here. Which having been deliberated upon, it was deemed necessary to send another acting chief thither: and the Honorable Dessave van Angelbeek having been asked who, in his judgment, would be most suitable for this, His Honor proposed the Mohandiram of the Atapattu Maduwa, which proposal was also approved, with the further decision that some Lascarins shall be sent to him to occupy the aforementioned guard posts, to whom, if necessary, some sustenance would be provided; hoping that hereby and by the commando that is about to depart thither, the inhabitants of Belligam would be protected, and they will thereby remain faithful to the Company. Furthermore, the gentlemen commissioners produced an attestation submitted by the collective chiefs in favor of the Honorable Dessave van Angelbeek, showing that His Honor has treated them and the other inhabitants well, and since this attestation was likewise submitted in the name of the Mudaliyars Ilangakoon and Tillekeratne, who had not yet signed, it was resolved to present the aforementioned ola to them, and to ask them whether they had knowledge of this attestation, and if so, to have them sign the same. Thus recorded at the Fortress of Mature on the date and in the presence as mentioned in the heading hereof /:was signed:/ D: T Fretz, A Samlant, and C van Angelbeek, Agreed Record 15 J V D Linde Examined 1791 The Commissioners on behalf of the Venerable Government of Ceylon The Honorable Mr. Dietrich Thomas Fretz, Senior Merchant and Dessave of the Colombo Lands The Honorable Mr. Abraham Samlant, Merchant and Trade Bookkeeper there Together with The Honorable Mr. Christiaan van Angelbeek, Senior Merchant, Second of Galle, and Dessave of the Mature Lands. On Saturday the 12th of June, Anno 1790. On account of the news received during the past night from Gandure from Lieutenant the Honorable Weber, who departed yesterday with a detachment for the said place to take up post, that the rebels had surrounded him and that his men had nothing to eat, as nothing was found there, and the Mudaliyar had gone away to procure provisions without returning, it was approved and agreed to send relief to Gandure, consisting of the Cadet Adjutant van Meuron and 60 men, both non-commissioned officers and privates, under the command of the Captain Commandant, the Honorable Baron Hieronimus Casimirus Carolus De Prophalow, and at the same time to send along the necessary provisions. The Honorable Dessave Fretz further proposing to send a Sannas ahead in order to inform the inhabitants that the commandos were sent out solely because certain ill-disposed persons among the rebels had plundered the houses of the Mohandiram of Attoedawe and of the Jagerero Aratchi at Meddeoeiangodde, and because it is known that several similar threats have been made, and thus to protect the good inhabitants. While His Honor further proposed, in order to prevent any misfortunes from arising with the sending of the further detachment to Gandure, and that the true objective of this mission might be the better attained, to go along himself and likewise to give notice thereof to the rebels by a further Sannas, His Honor believing that in this case he should also have a free hand to reinforce the detachment at Gandure and to act according to the circumstances of the moment and, if necessary, to repel force with force; or else to withdraw that detachment entirely if the inhabitants should request it, provided the prestige of the Company were not compromised thereby, and subsequently to return hither from there this afternoon at three o'clock, either with both detachments or with the one that is now departing; and that furthermore this afternoon at three o'clock a commando under an officer should likewise be sent from here to meet His Honor, with orders, if necessary, either upon receiving any news that makes it necessary, or if His Honor should not appear at four o'clock at Dondra, to march as far as Gandure and to join with His Honor, while the sending of this latter detachment, even without any incident, could have its utility and good effect upon the minds of the rebels, and the soldier would also become somewhat accustomed to marching; with which proposals the Honorable van Angelbeek and Samlant fully concurred, and wished His Honor a prosperous journey and safe return. Thus recorded at the Fortress of Mature on the date and in the presence as mentioned in the heading hereof. /:was signed:/ D T Fretz, A Samlant, and C: van Angelbeek Agreed Cornelis Johannes Felé Junior Clerk. 95 Examined L V K Linde
Dutch transcription
1790 gesag van de heerlijkheijd van Belligam was toebe= „trouwt, na de muitelingen was overgegaan en dat insgelijks de Laskorijns van de wagt posten van Belligam en Goijapane hunne post, verlaaten hadden; zoo dat hij buiten staat was om meer een enkelde brief hier na toe te zenden. waarover gedelibereerd zijnde zoo wierd het noodzaakelijk geoordeelt om een ander waarneemend hooft na derwards te zenden: en aan den E: Dessave van Angelbeek gevraagt zijnde wie daartoe na zijn oordeel het geschikste zoude zijn zoo stelde zijn E: E: voor den Mohandiram van de Adiganemandoe, welk voorstel dan ook geapprobeert wierd met verder besluit dat hem tot besetting van voorm: wagt posten eenige Laskorijns zullen gesonden worden, aan de welken des noods eenig onderhoud zoude verstrekt worden; verhoopende dat hierdoor en door het Commando dat na derwards staat te vertrekken de ingezeetenen van Belligam gedekt zoude zijn, en zij daar door getrouw aan de Comp=e zullen blijven. Wijders Produceerden heeren kommissarissen een attest van de gezaamentlijke hoofden ten voordeele van den E: E: Dessave van Angelbeek overgelegt, waarbij blijkt dat zijn E: E: Hun en verdere ingezeekenen wel behandelt heeft, en vermits dit attest insgelijks uijt naam van de Modliaars Flanga koon en Tillekeratne was overgelegt, die nog niet geteekend hadden, zoo wierd goedgevonden om hun gem: ola voortehouden, en hun te vraagen of zij van dit attest kennis hadden en zoo Ja hun dan het zelve te laaten tekenen Aldus aangeteekend ter Fortresse Mature dato, en ter presentie als in den hoofde deeses vermeld /:was geteekend:/ D: T Fraekz A Samland, en C van Angelbeek, Accorderd aantrekening 15 JV DLinde Nagezien 1791 De kommissarissen van weegen de Gevenereerde Ceijlonsche Regeering D'E: E: Heer Dietrich Thomas Fretz Opperkoopman en Dossave der Kolombosche Ommelanden D' E: Heer Abraham Samlant, Koopman en Negotie Boekhouder aldaar Mitsgaders. D' E: E: Heer M=r Christiaan van Angelbeek opper„ „koopman Gaals Sekunde en Dessave der Makureese Landen. op Saterdag den 12. ' Iunij Anno 1790. Arit hoofde van de in de gepasseerde nagt van Gandure van den Lieutenant de E Weber, die Gisteren met een Detachement na Gemelde plaats vertrokken is om post te vatten, ontvangene tijding dat de muite„ „lingen hem omringt hadeen, en dat zijn volk niets te eeten had, alzoo daar niets gevonden zy, en den Modliaer weggegaan was, om provisies te bezorgen, zonder weder te koomen is goed gevonden en verstaan, om secours na Pandure te zenden, van de Kadet adjudant van Meuron en 60 koppen zo onder officiers als Gemeene, onder aanvoering van de Kapteer Kommandant De E Baron Hieroni mus Casimirus Carolus De Prophalow, en tevens meede te zenden de nodige levens middelen in proponeerende voorts de Heer Dessare Frekz om een Sannas vooruit te zenden ten einde de Aanteekening tehourden bij Sessie van ingezet ien 95 ingezetenen te verwittigen dat de Komandas allee„ „nig uitgezonden zijn uit hoofde dat zommige kwaadwilligen der muitelingen de Huijzen van den Mohandiram van Attoedawe, en van de Jagere„ „rosaratje te Meddeoeiangodde, gespolieerd hebben, en wijl men onderrigt is, dat meerere diergelijke bedrijgingen gedaan zijn geworden, en om dus de goede ingezeeteren te dekken. Terweil zijn E: E: alverder proponeerde om, tot voorkooming dat geene onheilen met het Lenden van het nadere Detachement na Gandure mogten ontstaan, en het waare oogmerk van dies zending te beter mogt berijket worden, zelfs meede te gaan en Daar van insgelijks bij een nadere Sunnas de muittelingen kennis te geeven, vermeenende zijn EE in dit geval tevens vrije handen te moeten hebben om het Detachement te Gandure te ver„ „sterken en te handelen na tijds omstan„ „digheeden en des noods geweld met geweld-. te keer tegaan; dan wel dat detachment geheel in te trekken, zoo de ingezeetenen daarom mogten verzoeken, nits daar door het aanzien van de komp: niet gekompromitteerd werd, en vervolgens van daar heeden na de middag om drie uuren het zij met de beide Detachementen dan wel met het geene dat nu vertreke weder na herwarts terug te keeren en dat voorts heeden middag om drie uuren van hier insgelijks een Komando van een officier zijn Edele te gemoed gezonden wierd, met ordre om, des noods het zij bij eenige te 1792 te ontvangene tijding die het nodig maakt, dan wel bij niet op daging van zijn EE: om vier uur te Deondere, tot na Gandure te marcheeren, en zig met zijn EE„ te Conjungeeren, terweil de sending van dit laatste Detachment selfs buiten„ eeniger voor val zijne nuttigheid en goede uitwer„ „king op de gemoederen der muitelingen konde hebben: en den soldaat ook wat gewoon wierd aan het marcheeren: met welke voor stellen de E E: van Angelbeek en Samlant zich ten vollen konfirmeerden, en zijn Edle eene voorspoedige reize en behoude tirug komste wenschten Aldus aangeteekent ter Fortres,e Mature dato en ter Presentie als in den Hoofde deezes vermeld. /:was geteekend:/ D T Firekz: Asamband, en C: van Angelbeek Akkordeerd Corn:s Johann:s Felé gekerklerk. 95 Nagezien LV KLinde
English
1793 Minutes kept at the session of The Commissioners on behalf of the Venerated Government of Ceylon. The Honorable Dietrich Thomas Fretz, Senior Merchant and Dessave of the Colombo Outlands. The Honorable Abraham Samlant, Merchant and Trade Bookkeeper there. As well as The Honorable Mr. Christiaan van Angelbeek, Senior Merchant, Second of Galle, and Dessave of the Matara Lands. Sunday the 13th of June, Anno 1790. The Dessave Fretz made known that his Honor, being at Gandure yesterday, had been able to perceive most clearly that the detachment under Lieutenant Weber there was entirely against the wishes of the inhabitants of Gandure, both because of the fear that the inhabitants expressed regarding the mutineers in case they showed any assistance to the detachment, and also for the Malays themselves, that they might cause them some trouble; that upon his Honor's representation to those inhabitants that this detachment had been stationed there for their benefit in order to protect them, and upon the question that they should therefore simply declare outright whether they preferred that the detachment should remain stationed there or be withdrawn, they had given a very insignificant answer, from which it was more than sufficiently clear to his Honor that in their hearts they wished the detachment to be withdrawn; that his Honor had promised them, upon arrival here in Matara, to deliberate thereon, for which reasons his Honor submitted for consideration whether it would not be best to recall the detachment, especially since, moreover, it was accompanied by the greatest difficulty to properly supply the detachment there with provisions. That furthermore his Honor had just learned from the Modliar of Roene that there was a report that the mutineers would gather together at Dikwella in order to force the detachment to remove from Gandure, so that in case the detachment remained stationed at Gandure, it would have to be reinforced. Upon which proposals it was resolved to recall Lieutenant Weber with his subordinate troops back here, and on account of the rumor or news from the Modliar of Roene, to send from here a proper detachment toward Deondure to meet this detachment, with orders, according to the news to be received there, even to proceed as far as Gandure and support the detachment of Lieutenant Weber. Furthermore, it was resolved to make known by Sannas to the inhabitants of Gandure that, since they seemed to prefer that the detachment there be withdrawn again to their satisfaction, this should take place this very day, the more so as it is probable that if the mutineers should have any evil intentions toward the detachment of Gandure, this Sannas will deter them from it. That the detachment from here shall march to Dondure at one o'clock, and that Lieutenant Weber shall likewise be instructed to depart from there at one o'clock. That Lieutenant Weber shall likewise be ordered to write to the officer of the detachment whether he will come or not; if he writes that he cannot come, that then the officer of the detachment at Dondure shall march to Gandure, and in the other case remain at Dondure; that furthermore the aforesaid officer shall likewise receive orders that if he receives no news from Lieutenant Weber and does not see him arrive at Dondure at three o'clock, or receives any reports that Lieutenant Weber finds himself in some misfortune, then likewise without loss of time 1794 loss of time to join with the aforesaid Lieutenant Weber; that furthermore the detachment stationed at Talarm shall be moved to Belligam in order to reinforce the detachment located there, and the authority over this entire detachment shall be entrusted to an officer. That furthermore, for the protection of the Modliar of Roene, who this afternoon, pursuant to orders received from Colombo, must proceed thither, 10 Easterners and one Eastern corporal, under the command of a European corporal, shall escort him, the Modliar, as far as Goiapane. That furthermore, the officer who departs with the detachment from here, as well as Lieutenant Weber, shall be ordered and instructed that they shall have to avoid all acts of violence in the most careful manner; that even in case the mutineers should resist the further advance of the detachment of Lieutenant Weber hither, they are still not to begin hostilities, but only to seek to master the situation through threats and movements as if one intended to use some force; and that since it is very possible that in such an encounter one or another evildoer might fire a musket shot, they are likewise not to be disturbed by this; but in case a general hostile attack should be undertaken by the mutineers, then to oppose their boldness with the utmost force, and to fulfill the duties of a brave, right-minded, and faithful soldier. Thus recorded at the Fortress of Matara, on the date and in the presence as mentioned in the heading of this document. Was signed: D. T. Fretz, A. Samlant, and C. van Angelbeek. Agrees, Cornelis Johannes Idé, Sworn Clerk. 795 Examined G. V. Linde
Dutch transcription
1793 Anteekening gehouden by Sessie van De Kommissarissen van weegen de Gerenereerde Ceilonsche= Regeering. D' E: E: Heer Dietrich Thomas Fretz opperkoopman en Dessave der Colomboschen Ommelanden. D' E: Heer Abraham Samlant koopman en Negote boekhouder aldaar Mitsgaders D: E: E: Heer M=r Christiaan van Angelbeek Opperkoopman gaals Sekunde en Dessave der Matureese Landen Sondag den 13 Iunij Anno 1790. De Heer Dessare Fretz gaf te kennen dat zijn Edle gistern op Handure zijnde, ten duidelijksten had konnen ontwaaren dat het Commando onder den Luijtenant weder aldaar geheel en al tegens den zin der gandureesen ingezeten was, zoo wegens de Vreese die de ingezeetene betuigt hadden wegens de muijtelinge in gevalle zij eenige hulpe aan het Commando beweesen als ook voor de Maleijer zelfs, dat die hun eenige Overlast zouden doen, dat op de voorstelling van zijn Edele aan die ingezeetenen, dat dit kommando ten hunnen beste aldaar gelegt was geworden, ten eijnde hun te dekken, en op de vraage dat ze dus maar ronduijt moesten verklaaren of zij liever wenschten dat het ko= mando daar mogt blijven leggen dan ingetrokken worden, zij een zeer onbeduidend andwoord gegeeven hadden, uijt het welk het zijn Edle meer dan voldoende gebleeken was, dat zij in hun hart wenschten, dat het kommando mogt werden ingetrokken, dat zijn Edle hun beloofd had bij komste alhier te Mature daarop zig te zullen beraadslaagen om welke redenen zijn Edle in overweeging gaf of het niet best zoude zijn om maar het kommando terug te ontbieden, alzo het boven dien niet dan Op met. 95 met de grootste mooite gepaart ging, om het Kommando aldaar behoorlijk van onderhoud te voorsien. Dat voorts zijn Edle zoo eeren van den Modliaer van Roene vernoomen had, dat er bericht was dat de muytelingen zich gezaamentlijk te dikwelle zouden vergadern om het Kommando van Gandure te doen verhuijsen, dat dus in gevalle het kommando op gandure bleef leggen het zelve zoude moeten versterkt worden op welke voorstellen goed gevonden wierd den Luijtenant Weder met zijn onderhebbende manschappen na herwards op te ontbieden, en weegens het gerugt of de Tyding door den modliaar van roene van hier dit detachement een be= =hoorlijk kommando te gemoed te zenden tot na Deondure met ordre om na mate van de aldaar te ontvangene Tijdinge zelfs tot na ganduze te gaan, en het kommando van den Luijtenant weber te sekondeeren, verders wierd goedgevonden bij Sannas aan de ingezeetenen van gandure te laaten bekend maaken, dat wijl te schijnen liever te hebben dat het kommando aldaar weeder in getrokken wierd ten hunnen genoegen, dit nog heeden zoude geschieden te meer het waarschijnlijk is, dat zoo de muijtelingen eenige kwaade intentien op het Kommando van gandure mogten hebben; deese Sannas hun daar van zal terug houden. Dat het kommando van hier om een uur tot na Dondure zal marcheeren, en dat aan den Luijtenant weber insgelijks zal aangeschreeven worden, om ten een uure ins¬ gelijks van daar te vertrekken. Dat de Luijtenant weber insgelijks zal gelast worden, om aan den officier van het Komando te schrijven off hij koomen zal of niet, zoo hij Schrijft dat hij niet kan koomen, dat alsdan de officier van het Kommando op Dondure, na gandure zal marcheeren, en in het ander geval op Dondure blijven, dat voorts voorsz: Officier insgelijks last zal krijgen dat zoo hij geen Tijding van de Luijtent weber ontvangt en hem niet na Dondure te drie uuren ziet opkoomen of eenige berigten krijgt dat de Luijtenant weber in eenig ongeval zig bevind, als dan insgelijks zonder Tijd 1794 Tijd versuijm zich met voorn Leutenant weber te konjun= =geeren dat voorts het gelegt kommando op Talarm na Belligam zal werden verplaats, om het zig aldaar bevindende Komando te versterken en het gezag over dit geheel kom= =mando aan een officier zal werden opgedraagen. Dat voorts tot dekking van den modliaer van roene die heeden middag volgens ontvangene ordre van Kolombo na Derwards moet opkoomen 10 Oosterlinge en een Oosterse Corporaal onder het gezag van een Europees Korporaal tot na goiapane hem Modliaer zal beglijden Dat voorts aan den officier die met het kommando van hier vertrekt zoo wel als aan de Luitenant weeber zal werden gelast en aangeschreeven, dat zij alle dadelijkheeden op het zorgvuldigste zullen hebben te vermiden, dat in gevalle zelfs de muijtelinge, zich tegens het verder oprukken van het Detachement van den Luijtenand Weber na her- warts mogte versetten als nog geene vijandlijkheeden te beginnen, maar alleenig met Drijgementen, en beweginge als of men eenig geweld wil gebruijken, het spel zoeken meester te worden, en dat vermits het zeer moogelijk is, dat by een zodanige ontmoeting een of den ander kwaad doender een geweer schot zoude kunnen doen zich hier aan insgelijks nog niet te stooren, dog ingevalle een algemeen vijandlijk aanval door de muijtelingen mogt werden ondernoomen, als dan met het meeste geweld hunne stoutheijd teegen te gaan, en de pligten van een braaf, weldenkend en getrouw soldaat te volbrengen m Aldus aangeteekend ter Fortresse Mature dato en ter Presentie als in den hoofde deeses vermeld. was geteekend:/ D: F: Fratz: A: Samland en C: van Angelbeek Corns. Johanns Idé Accordeerd gezn klerk en ando er d 795 Nagezien GV: Linde
English
1795 The Honorable Gentleman The Honorable Gentleman Held at the Session of Note The Commissioners on behalf of the Ceylon Government, Dieterich Thomas Fretz, Senior Merchant and Dessave of the Colombo Lands, and Abraham Samlant, Merchant and Trade Bookkeeper at Colombo, together with The Honorable Gentleman M. Christiaan Van Angelbeek, Senior Merchant, Galle Commander and Dessave of the Matara Lands. Monday the 14th of June Anno 1790. Pursuant to the note of the 24th, 25th, 26th, and 27th of May last concerning Complaint Ola no 5 and Article 5, the former Postholder of Tangalle and present Resident of Magampattoe, Brinkman, and the present Postholder Scheffeker, having been questioned regarding the receipt of the paddy in the Tangalle warehouse, it was answered by the first that his papers were at Tangalle and he therefore could not comply with the requirement to send over the letter which the first signatory, as Dessave of Matara, had written to him regarding the receipt of the paddy; while the second named, the present Postholder, only stated that he receives 44 Popiels for an amunam of paddy, and 4 Kurunies as excess over and above. But as this is not satisfactory, it was resolved to write further to the present Postholder that he shall have to declare with what measure the paddy is received, whether the measure was struck or heaped, and how much is still taken from the suppliers over and above that which is due to the Company, whether under the name of excess percentage, spillage for the clerks, and grain-measurers, or under whatever name it may be; while thereafter, and when the Giruwapattu inhabitants—pursuant to the 5th Article in the mandate sent by us to them on the 9th of June last—produce the Sannases and orders which the first signatory believes are in their possession, an equitable determination regarding that paddy receipt may be made. Since the Mudaliyar Hunter-Sowing-Master Tinnekorn, pursuant to the orders given to him in the aforementioned note on the Complaint Ola no 5, Article 1, has submitted a statement of the linens due to the elephant-catchers for five Elephant Hunts held, and at the same time a statement from the Trade books has been received of the animals from each hunt that were delivered at Matara, it was resolved to place both on record here. In 1775/76 were delivered 13 aliyas and 00 females In 1778/79 were delivered 3 tuskers, 21 aliyas, and 2 females In 1785/86 were delivered [illegible] aliyas and 24 tuskers and 31 females In 1788/89 were delivered [illegible] and 20 tuskers and 21 females [illegible] for the 2nd time, 2 tuskers, 25 aliyas, and 15 females, and 4 sucklings. For each hunt, there is issued as follows per person: 67 1/2 pieces Guinea ordinary Pulicat, namely: 6 pieces to 5 Betmerals and 2 Kangans 8 pieces to 52 Wageatjes 8 pieces to 16 Spiens 45 1/3 pieces to 13 Baddanas 2 1/2 pieces Gingham Pinasse Coromandel for the Betmerals. Regarding the aforementioned gift-cloths, no other orders are found than by mandate of the late Commander Samlant of the year 1759, wherein it states at the 21st Article that henceforth every year the customary gifts shall be given to the elephant servants, provided the catch is not below 25 good animals. And since the gifts of linen have since been given to them, with the exception of the last 5 hunts, those arrears of gifts should indeed be issued, at least for the last 4 hunts; while for the 5th hunt—properly that of the year 1776/77—no allowances can be given according to the just-mentioned regulation, because only 24 animals were brought to Matara. We further consider that such allowances might well be discontinued henceforth, because the Noble Company now does not have the profits on the elephant trade that it had in former years, and the hunt is now mostly held only to relieve the inhabitants of the nuisance of those animals; but in such a case, the cancellation of those gifts ought to be announced before the holding of a hunt, with the reasons therefor. Further, the Mudaliyar of the Matara Korale was questioned, according to the note of the aforementioned date beside Complaint Ola no 81, regarding the manner in which he receives the cardamom from the inhabitants, because they complain very strongly about this; and his defense consists in this: that he receives the cardamom by single pounds with a Company weight, and asks the suppliers each time whether it is weighed properly, while he testifies that the other grievances cited in the Complaint Ola are untruths. Regarding which we are therefore of the opinion that those complaints against the Mudaliyar could be investigated further if the inhabitants will appear upon being summoned for that purpose, and that the cardamom could henceforth be weighed at 5 lbs at a time upon receipt from the inhabitants. Further, it was also resolved to note that the Mudaliyar of the Matara Korale, having been asked about the Ola which he said in the previously mentioned note on Complaint Ola No 18 to have received from the Dessave Van Angelbeek regarding the delivery of people for Badegieretje, and which he afterwards undertook to produce upon our Order, has further declared that that Ola, among several others, was in the Morawak Korale, and that he therefore could not produce it at present because the rebels would not let him go there. Further
Dutch transcription
1795 De E: E: Heer De E Heer Gehouden bij Sessie van Aanteekening De kommissarissen van wegen de Peijlonsche Regeering Dieterich Thomas Fretz opperkooper en Dessave den Kolom= „bese Ommelanden en Abraham Samlant, koopman en Negotie Boekhouder te Kolombo. mitsgaders De E: E: Heer M. Christiaan Van Angelbeek opperkoopman, Gaals Gekunde en Dessave der Maturse Landen. Maandag den 14. Junij Anno 1790 — - Ingevolge aanteekening van den 24, 25, 26, en 27=ste Maij Jongstleeden bij klagt Ola n=o 5 en Artikuel 5 de geweeze posthouder van Tangale, en tegenwoordigen Resident van Magampattoe Brinkman, en den presenten Posthoud Scheffeker nopens den Ontvangst van de Nelij in het Pangaalsche Pakhuijs onderhouden zijnde wierd door den eersten geandwoord dat zijne Papieren te Pangale waeren in hij dus aan het requisiet, om de Brief die den eersten teekenaar nopens den Ontvangst van de Nelij als Dessave van Mature aan hem geschreven, had over te zenden niet konde voldoen; terwijl den Tweeden genoemden Praesenter Posthouder eenelijk heeft Opgegeven dat hij 44 Popiels voor een Ammonan nelij Ontvangt, en 4 Cornies over maat en booven, dog alzo dit niet voldoet zo werd verstaan Om den Presenten posthouder naden aante schrijven, dat hij zal hebben Optegeven met welke maat de Nelij Ontvangen word, of de maat afgestreeken of opgehoopt werd, en hoeveel het zij onder den naam van Overmaat prosentos, spillagie voor de schrijvers, en graanmietens, dan wel Onder wel= ke benaming het zij boven het geene de kompanie toekomt van de Leveransiers nog genoomen werd terwijl daarna, en wanneer de gene waijse ingezetenen volgens het 5=de Artikul bij de door ons aan hun op afgezonden afgezondene mandaat van den 9:' Junij J: leeden de Sannassen, en orders die de eerste teekenaar vermeend dat onder hun zijn, voor den dag brengen, eene billijke bepaeling wegens die nelij Ontvangst zal konnen gemaakt worden: Vermits den Modliaan Jaegen Zaaijmeester Tinne= „korn, volgens de hem gegeve ordere bij voorn ge= „melde aanteekening op de klagt ola n=o 5 artikul r: A eene opgave gedaan heeft van de Lijwaaden die de Elbandenes toekoomen voor Vijf gehoudene Elephants„ Jagten, en teffens eene opgave uijt de Negotie boeken van de beesten dee te Mature van ider Jagt ge= leeverd zijn ontvangen is; zoo is verstaan om het een en ander hier bij bekend te stellen. is 17 13/10 zijn geleeverd 13aliassen en 00 Wijfjes „ 17 17/9 „ d=o 3 getande 21 d=o „ 2. „ d o „ 1785 „ do „ d=o „ 24 d=o „ 31 D=o 86 788 „ 17 7 3/89 „ d. o „ do „ 20 do „ 21 do „ — voor de 2=de maal 2 getande 25 aliassen en 1s 15 wijsjes en 4 Suijgelingen voor ider Jagt word verstreekt aan als volgt big p=t 67½3 p s: Guynees gemeene Pulukorijuse als 6 ps aan 5 betmer als 2. hangaens 8 „ „ 52 Wageatjes 8 „ „ 16 Spiens 45 1/3 „ „1 3 Baddanas 2½ p.„s Gingam Pienasse Kormandelse voor des betmeraals nopens de versz Geschenken zijnwaad vind: men geen ander Orders dan bij mandaat van wijlen den Heer Kommandem Samlant de Ao 1759 alwaar bij het 21ste Artikul staat, dat voortaan alle Jaaren de gewoon geschenken aan 1796 Aan de Eliphants bediendens zullen toegevoegd worden, mits de vangst niet beneeden de 25 goede beesten zij, en aangezien de Geschenken van Lijnwaad. zeedert aan Hun gegeeven zijn, uijtge= „noomen voor de laasste 5 Jagten, zoo, zullen die agterstallige Gesohenken ook wel, ten minster voor de laatste 4 Jagten, dienen verstrekt te worden terwijl voor de 5e Jagt eigentlijk die van 't Jaar 177 6/7 geene verstrekkingen zullen kunnen gegeven worden, volgens de even gemelde bepaeling, wijl maar 24 beesten te Mature aan= gebragt zijn wij neemen voorts dat diesdanige verstrakkingen wel konden voortaan geExkuseerd worden wijl de Edele Komp: nu de voodeelen op de Elephants negotie niet heeft die haar Edele in vorigen Jaaren heeft gehad, en de Jagt nu maar meest gehouden word om de ve= gezetenen van den overlast dien Dieren te bevrijden, dog in zulken Geval zoude ter in= „trekking dien Geschenken, voor het houden van een Jagt, dienen bekend gemaakt worden, p met de redenen die daar voor zin. Wijders is den Modliaar van De Matura Korle volgens aanteekening bij voor melde datum be= zeijder de klagt ola no g 81 onderhouden wegens wegens de wijze hoe hij de kardamen van de ingezeetenen komt te ontvangen, wijl zij daar over zeer sterk klagen; en zijne verandwoording be„ staat hier in, dat hij de Rardaman bij enkelde ponden met een kompanies gewigt ontvangt, en telkens de Leveranciers vraagt of het wel gewoo= „gen is, terwijl hij betuigd dat hij de verdere bij klagt ola aangehaelde bepraarnissen, onwaer= „heeden zijn waaromtrend wij dus van Oordeel zijn, dat die klagte tegen den Modlaar naden zoude konnen onderzogt werden, zoo daar de Jngezeetenen op 't ontbod daar toe zullen verschijnen, en dat de Rardemon voort „aan bij 5 lb te gelijk zoude konnen gewoogen worden, bij den Ontvang van de Jngezeetenen voorts is nog verstaan te noteeren, dat de medliaan den Manria Korl na de Ola die hij bij meer geen aegde aanteekening op de klagt ola N=o 18 12 zijde van den Heer Dessave van Angelbeek te hebben ontvangen nopens het Leeveren van Volk voor Badegieretje, en naderhand op onze Order aan „nam hene over te leggen gevraagd zijnde, nader betuigd heeft, dat die Ola onder meer andere in de Mornuakerl was, en hij dus den zelven tans niet konde leeveren alzoo de Muijtelingen hem niet wilden laeten daar hennen gaan wijders 4
English
1797 Furthermore, the translations of the complaint olas, which were handed over to the First Signatory on his return journey from Gandivie to Deoudare on the 12th of this month, were examined and found that the complaints contained therein can brook delay, and it was therefore resolved to mark them Nos. 41, 42, 43, and 44 and to hand them over, alongside this minute, to the Honorable Pieter Sluijsken, Commander of the City and Lands of Gale and Mature, who is expected today. The Commissioners further made known that the former Mudaliyar of the Moruwa Korale and present Gajanayaka Pillekeratne, as well as the present Mudaliyar of the Moruwa Korale Ekanayake, upon submitting the required statement demanded of them regarding the moneys left over from the large sum advanced for the purchase of cardamom and repaid to the Company with a 50 percent advance, with a clear declaration of which persons the aforementioned cash was received from, declared that they did not receive any advance from the inhabitants on the surplus moneys for which no cardamom had been obtainable, but had paid that advance to the Honorable Company out of their own pockets. Whereupon it was resolved to postpone the disbursement of that advance, which was discussed in the minutes of the 24th, 25th, 26th, and 27th of May as well as that of the 4th of June, along with the notification by sannas ola of the Right Honorable Governor dated the 2nd of June, and to bring the matter before the revered Government of Ceylon for its disposition. Furthermore, it was resolved to note that the Commissioners have had neither the time nor the opportunity, pursuant to the minute of the 24th, 25th, 26th, and 27th of May on the General Complaint Ola § 4, to go inspect any plantations other than solely that of Kahampelle, which was found to be in a reasonably good condition, with this exception, however, that the fence is broken in pieces here and there due to the intrusion of cattle and, as it is said, due to the removal of the fence stakes by malicious persons, for the repair of which 1798 the necessary orders have been received. Lastly, the Commissioners gave notice that they had taken into consideration the advisory opinion of the Dessave Mr. van Angelbeek of the 17th of this month concerning Simon, aratchi, and deemed it advisable to win over that man, and consequently had promised the said aratchi by an ola letter that he would be appointed Muhandiram and Head of the Kande Baddapattuwa, provided he applied his efforts to pacify the pattuwa and furthermore did his best so that peace would also be restored in the other districts; of which it was resolved to keep this minute. Thus recorded at the fortress of Mature, on the date and in the presence as mentioned in the heading hereof. Was signed: D. F. Fretz, A. Samland, and C. van Angelbeek. Agrees. Qualified clerk, Corns. Johanns Idé. Examined, L. v. D. Linde 1799 No. 44 Translation of a Sinhalese complaint ola submitted by 12 woodcutters who cut timber in the korales and pattuwas of the Matara Dessavany. The otu and garden rights of the fields and gardens situated in the village Hillenamulloene, falling under the Gangaboda Pattuwa, which were assigned to us of old as accommodessan, were confiscated for the Honorable Company by the retired Dessave Burnat, and in their stead three sowing fields named Oedde Heinboenne, Diwellemoelle, and Koemboekmoelle, situated in the Four Pattuwas, were assigned to us. The proofs that we have from the former Colombo Gentlemen, Governor and Dessave, were taken from us by the present Dessave, and His Honor has confiscated one and a half of the aforementioned fields. We make known the following injustices 2 injustices that have been done to us by our head, who, after an investigation of matters by the present Governor of Ceylon, was declared a useless subject and unworthy to hold any offices: The profits of one and a half fields he does not let us see with our eyes; for 12 months of cutting timber, 2 parras of paddy per month are provided for 14 months to the head, and 8 parras of paddy per month to 8 woodcutters; the said head has timber cut by 4 men, and the allowances of the remaining 8 men, amounting to 16 parras of paddy, are appropriated by him. For 30 men, provisions were issued to go to Badegiriya; namely, 1800 to go to Badegiriya, the said head discharged twelve men and took 5 rixdollars and the paddy of 11 men, subsequently departing for Badegiriya with 9 men; because of all these injustices, we find ourselves unable to perform the Company's services. On the side of the ola was written: Tambie Kottenege Joean Appoe, Kottenageij Wattoewa, Tinna Kottenegeij Bale, Loesie Kottenegeij Bale, Bale Appoe Kottenegie, Joene Wiesentoekottenegeij Andere, Kinellewelle Hoppoekottenegei, Pontje Appoe Jajekotteneger, Kalleeappoene Lamma Kottenegeij, Kirrappoewe Ale Kottenegeij Bole, and Migalehe Henegeij Wattoewa. Was signed with twelve characters. Underneath was written: For the translation, Mature, 13 June 1790. Was signed: L. M. Fretz. In the margin: For the translation, signed: D. D. Dissanayake, sworn interpreter. Corns. Johanns Idé, sworn. Agrees. Examined, L. v. D. Linde
Dutch transcription
1797 Wijders wierd en de Translaeten van de klagt vlassen, die aan den Eersten teekenaar op zijne te rug reijze van Gandivie te Deoudare op den 12' deeze overgeven zijn, nagegaan, en bevonden dat de daar in vervatte klagten uytstel veelen kunnen, en is daer om verstaan, om deselve te merken N=o 41, 42, 43, en 44 en nevens deese aantee= kening over te geeven aan den op heeden verwagt wordenden, E E Achtbaaren Heer Pieter Sluijsken Kommandeur der Stad en Landen van Gale en Mature Heeren Kommissarissen gaven voorts te kanner dat den geweezen Medliaan den Mornua Korl en tegenwoordige Gazenaijk Pillekeratne, zoo wel als den Presenten Madliaas der Monuakorl Ekanaij= „ke bij het overleggen van de van hun gevordende Aanwijsing der penningen die van de voorden in= „koop van Kardamom verstreekte groote partij overgeschooten, en met 50. preento advans aan DE komp: te rug betaeld zijn met Duijdelijke bekend stelling van welke perzoonen voor= schreve Kontanten zijn Ontvangen, verklaard hebben dat zij van de Jngezeetenen geen advans op de overgeschootene penningen, waar voor geen hardemom te bekoomen was gewest inger was geweest, ontvangen, maar dat advans uijt hun eigen beurs aan de Edele Kompanie be taeld hadden Waar op verstaan is, om de uijtkeering van dat advans waar van gesprooken werd bij aanteekening van den 24 25 26 en 27 Maij zo meede van den 4 Junij, mitsgaders bekend:maeking bij Sannasole van den wel Edelen Gestrengen groot Achtb: Heer Goeverneur ged: 2=te Junij uijttestellen, en de zaak onder het oog van de gevenereerde Ceijlonsche reegering ten dispositie te brengen. Alverder is nog verstaan te noteeren dat Heere Kommissaris en geen tyd nog Geleegenheid gehad hebben om volgens aanteekening van den 24, 25, 26: en 27 Maij op de Generaale Klagtola § 4, eenige plantagens te gaan bezigtingen, dan alleen die van kahampelle dewelke in zoo verre in den redelijke goeden staat is bevonden, met deeze uijt zondering echten dat de pagge hier en daar door het indringen den koebeesten, en zo men zegt, door het wegneemen: van de Laggen stokken door Kwaadaardige Mensche instukken is, en tot welkers herstelling ge an 1798 dne beijderste bekoomen zijn Laastelijk gaven Heeren Kommissarisen te kennen, dat zij het advis van den Heer Dessave van Angelbeek, van den 17: deezer nopens Den Simon, aratje in overweging genoomen en raadzaam geoordeeld hadden om die man te winnen en dienvolgens aan gedagte aratje bij een brief ola belooft hadden dat hij zoude aan= gesteld worden tot Mohanderam en Hoofd van de kande baddepattee, indien hij zijn De= voijden aanwende om de pattoe te stillen, en verden zijn best deed dat in de overige Distrikten ook de rust hersteld wierd waar van verstaan is deze aanteekening te houden Aldus aangeteekend te fortresse Mature dato en ter presentsie van als in de Hoofden deezes vermeld /:was geteekend:/ D F: Fretk: A Samland, en C: van Angelbeek Accordeerd gezer klerk Corns Johianns Idé 2 Nagezien L ainde 1799 No. 44 Tranplaat Singaleese Klagt ola overgelegd door 12 houd„ kappers die houdwerken in de korels en pattoes van de Maturasche Dessavarnij kappen De van ouds af aan ons tot akmodecan toe gevevoegede ottoe an de er Thuijns geregtigheeden Van de Velden en Thuijnen gem „leegen, in het Dorp hillenamul„ „loene sorteerende inde Gealuaij pattoe zijn door den afgegaanen Heer Dessave Burnat voor D. E komp:s ingetrokken, en en diensteedens aan ons toegevoegt drie zaaijvelden met naemen Oedde heinboenne, diwelle moelle en koemboekmoelle geleegen, en de toorm pattoe De berijsen die arij van de Toenmae lige kolombosche Heeren, Goeverneur en Dessave hebben zijn door den presenten Heer Dessave van ons afgenoomen en zijn Edele van Voorm. Velder Een en Een halve Velden in getrokken, Wij Geeven te kennen de volgende onregt vaardigheed 2 Onregtvaardigheeden die door onser hoofd dewelke door den presenten Heere Goeverneur van Ceilonna onder zoek van zaken als een en nut sepjekt er deuw niet waardig om eenig diensten te bekleeden, verklaard is aan ons gedaan zijn De voordeelen van Een en Een halve Veldlaet hij ons met orse oog niet zien, voor 12. Maander houtwerken te kappen word voor 14. maanden aan het hooft 2: en aen 8: kortadoor 8 parra nelie /maends verstrekt gem. hoofd laet door 4 koppen houtwerken kappen en de- mancktementos van de overige & koppen door hem ten ber Draege van 16 parras nelij woerd toege Eigend Voor 30 koppen zijn- manik teurensoo verswekt om na Badiginedi te weeten 1800 Badegirie te gaen gem: hoofd trea koppen gelargeerd en 5 r„s en de paddie van 11. koppen genoomen vervoelgens met 9 koppen na Bandegirie vertrokken, om de wille van alle deese onregtvaerdigheeden vinden arij niet in staat om 'skomp„s diensten te verrigten aan het zijde der ola stond geschreeven Tambie Kottenege Joean appoe Kottenageij wattoewa Tinna Kottenegeij Bale Loesie Kotteneger Bale, Bale appoe kostenegie Joene Wiesentoekotte„ regeij andere, kinelle welle hoppoe„ kottenegei pontje appoe Jajekotteneger kalleeappoene Lamma Kottenegeij Kirrappoewe Ale Kottenegeij Bole, en Migalehe Henegeij wattoera, /:was geteekend/ mettwalff karakter, /:onderstond:/ voor de trans laatsie Mature den 13 Junij 1790. — /:was geteekend:/ L: M. Trek /:in margine:/ voor de vertaling /:geteekend:/ D: D dissa= naiken gesw=e tolk Corns: Johanns Idé gekeekert Accordeerd Nagezien LvDlende
English
1801 I, the andure Mattees ammere Segere Porewekare aratjege Doewan, make known that previously, my grandfathers, by name Wiere Jaijewieckreme and Beroedwe Pallige goeroege Jayewiekreme, had during their lifetimes held the office of Porewekane Aratje, and since or after their death my father Mottees Sammerensegere also obtained the aforementioned office and discharged it; and whereas at that time a Sinhalese unrest arose, and he was ordered by the then Lord Dessave of Mature to proceed to the Magampattoe with his Honorable Commander, alongside a commando and eight men of the Lascoreens, Translation of the Sinhalese 20-sheet ola, No. 42. which he, in compliance with the aforementioned order, did, having departed thither, and arriving at Ambelantotte, the clearing knife was put to use for him, and subsequently, having proceeded under the escort of a detachment to the Magampattoe, where he had the necessary timber cut and prepared which was needed for the building of a fortress there, after which he had the same built and had the further required services of the Honorable Company performed there, and after a period of seven months he arrived back in his native village. Then, whereas my aforementioned father Mottees Cammeresegere had duly acquitted himself of so many of the Honorable Company's services, both 1802 at the timber felling and with the Lascoreens, and that he finally had to relinquish his post, and that, without having caused the least disadvantage to the Honorable Company, he was innocently dismissed from it, the Lord Great Dessave of Mature will certainly be convinced. Wherefore, he requests the righteous lord, after investigating this matter, to administer fair justice. Secondly, that my father's office was innocently stripped from him by the interpreter mohandiram, and given to the one who had petitioned for the office of Mahamohotiaers kienne araatje, and with the latter-mentioned araatje's post, he caused one of his favorites to obtain it, which practice is certainly unknown to the Lord Dessave. At the bottom stood: For the translation, Matare, the 14th of June 1790. Was signed: E. Nedemijer. In the margin: For the translation, signed: D. D. Dissaeracke, sworn interpreter. Agreed: Corns. Johanns. Idé, sworn clerk. Examined: L. V. Zinde. 1803 No. 43. Translation of a Sinhalese complaint ola whereby Devndiere Sillahewage Siman makes known to the Honorable Lord Great Dessave of Colombo: After customary compliments: In a garden belonging to the modliaar and Gaganuik at Mature, some of us needy people planted crops, and after we delivered half as the ground share to the owner of the same, and the other half or the planter's share, which fell to our labor and maintenance, for three years now, Kolombo Louwis, overseer of the cinnamon garden at Kappoegamme, and Pallawellege Ratnaike araetje of Deondure, coming into the aforementioned garden, divided the same into ten parts and forcibly took one part for themselves; and of the onions planted this year, after the due share was delivered by all of us to the owner of the garden, and the labor share had also been taken by some of us, the aforementioned Louwis and the araatje, coming in the company of about 27 men, treated me in an improper manner, inflicted many insults upon me, and forcibly took away about 25 Rds. worth of onions. Concerning these deeds, I requested the aforementioned araatje and the other people who had arrived with the araatje to take note of the injustices that had befallen me. 2nd: The sowing field InnieJegarawalle, situated at Dondure, bought by us in order to sow it for the account of this small harvest or Yala: we brought together more than 20 men 1804 and provided them with the necessary provisions, for which we went into debt, after which the sowing field was also tilled, provided with the necessary footpaths, and the paddy was prepared. In the meantime, the often-mentioned araatje arrived with a large force and, with the paddy that he had prepared for the sowing of his other sowing fields, had our aforementioned field worked and sown within one day. That he, the araatje, being in every respect a capable man, thus oppresses us with many injustices, so that we poor inhabitants can no longer endure it, and while we are obliged to properly perform the required Company services, we must take into consideration how we shall seek our livelihood. And whereas the Lord who is to promote the happiness and welfare of the needy has arrived at Mature, we most humbly request to hold a fair inquiry into all the injustices mentioned hereinbefore to us, and to make me, a needy person, happy. At the bottom stood: For the translation, Mature, the 12th of June Anno 1790. Was signed: E. N. Wiemeier. In the margin: For the translation, signed: D. S. Generaet, sworn interpreter. At the bottom stood: Agreed. Was signed: M. J. Palm, authorized. Agreed: Corns. Johanns. Pu, sworn clerk. Examined: L. V. Zinde.
Dutch transcription
1801 Ik de andure Mattees ammere Segere Porewekare aratjege Doewan, geeft te kennen dat bevooren, myne groot vaeders, met naemen, Wiere Jaijewieckreme en Beroedwe Pallige goeroe„ „ge Jayewiekreme, bij hunne leeven den dienst van Porewekane Aratje hadden bekleed, en het zedert of na hun overleeden mijn valder Mottees Sammeren „segere meede gem: gemeld dienst verkreegen, en heeft waargenoem „men, en de weijl toen eene Singaleesche onlust ontstaen en hem door den toenmaligen Heer Dessave van Mature geordoneerd was met zijn wel Edele Gebiedende, beneven Een kommando en Acht koppen korte doorsz zig naar de Magampattse te begeeven Translaet Singales che 20 queert Ola het No. 42 het welk hij ook in naam kooming van gemelde ordre ook naer derwaerds vertrokken zijnde, en tot Ambelants tte koomende wierd hem de houwer, om gedaen, en Vervolgens hij onder es korte van een Detachement en de Magampattoe begeeven hebbende, alwaer hij de noodige houtwerken welke tot het bauwen tot eer Fortresse aldaer hodden laaten kappen, en in gereedheid, brengen, war na hij de zelve had doen bouwen en 't verder verEijschte s: Comp:s diensten aldaer had laeten verrigten en na Seve Maenden tijds was hij in zijn wondorp aan gekoomen Dan de wijl gem: mijn sader Mottees Cammeresegere. Zo. veele 'sComp:s diensten zo bij - 1802 bij de houtkapperij als bij de kortedoors na behooren ge„ „queeten hebbende, en dat hij Eijndelijk zijn dienst had moeten quiteeren, en dat zonder het minste nadeel D. E. komp:n toe te brengen onschuldig hij daar uit was afgeset geworden zal de Heer Maturesche Groot Des„ sare zekerlijk overtuijgd zijn verzoeken overzult de zuijvere regt doende heer, na deese zaek te onderzoeken en een billik regt te doen volgen Ten tweeden dat mijn Vaderes dienst door de tolk, mohan„ „diram onschuldig heeft laeten afneemen, en aan de geene die, om den dienst van Mahamohotiaers kienne araatje verzoegt heeft aan hem doen geeven en met de laestgemelde araetjes bediening heeft hij aan een zijner gunstelinge doen verkrijgen, welker bedrijf is zeekerlijk de heer Dessave niet bekend /:onderstond:/ voor de translaatsie matare den 14 Juny 1790 /: was geteekend:/ E Nedemijer /:in margene:/ voor Tolk de vertaling geteekend D D: Dissaeracke gesw= Accordeerd Corns. Johanns. Idé gotuklerk Nagezien LV Zinde 1803 No 43. Translaet Singaleescha Klagt ola door Devndiere Sillahewage Siman Aan den wel Edelen Ged: Heer Kolombosche groot Dessave te kennen geeft. Na voorgaande komplementen Jn Een thuijn toebehoorende den mo„ „dliaar en Gagenuik te Mature hebben wij eenige onder ons be„ hoeftige lieden ligen aange„ „plant en na dat wij de helf„ te wegens de gronds aandeel aan de Eygenaer van dezelve afgegeeven en de weder helfte of het aanplantings deel die tot ons moete en onderzuid streeken, worden van nu zedert Drie Jaeren af, door de per„ „zoonen van Kolombo Louwis op zigter der Kanneel tuijn te kappoe gannne en Pallawelle„ „ge Ratnaike araetje van Deon„ dure, in gemelde truijn koo„ „mende dezelve in thien deelen verdeeld en Een Deel niet geweld nu zig genoomen. en van de in dit Jaar aangeplante uijen na gesw=t na dat wij aan de Eigenaer van de thuijn 't Competeerende aandel door ons alle was af„ „gegoeven en van Sommige de moeitens aandeel ook door ons genoomen te hebben, door voormelde Louwis en aratje ingezelschap van omtrend 27. koppen koomende mij op een in behoorde wijze bejeegend en veel afvronten hadden aan gedaen; omtrend 25 Rd=s aan uijen met gewelt af= „genoomen. over welke gedaen„ „ters heb ik den araetije voor„ „meld en de overige volk die met den araetje was aange„ „koomen verzogt, om van de„ aan mij wedervaerene in„ „geregtigheeden, Kenous te dragen, 2: De door ons gekogte Laciveld JnnieJegara walle geleegen te Dondure om hetzelve voor reekening van dit Kleenen oegst of Galla te bezaeijer heb„ „ben wij meer dan 20. koppen by 1804 bij malkanderen gebragt en delin de noodige mondkost. bezorgt, waar toe wij (:in de schulden gestooken hebben:/ waer na ook 't zaeijveld bewerkt en met de noodige voet„ „padden voorzien en ook de nelij gevormd in tusschen is meermelde aratje met een magtig volk aangekoomen en met de nelij die hij ter bezreijing voor zijne an„ „dere Zaeijvelden in gereedheid gebragt was, binnen een dag gemelde enze veld laeten be„ werken en doen bezaegen Dat hij araitje in alleen deele Een bequaem man zijnde onderdrukt hij ons dus met veele ongeregtigheeden dat wij arme ingezeetenen met lan„ „ger kunnen aalden en wij 't iver Eijst wordende Comp: diensten na behooren verpligt zyn te verrigten, en hoedanig wij onze leevens onder houd zullen zoeken in overwegnig naemen en vermits DHeer die het geuk en welstand eler behoeftige Nagezien behoeftige te bevorderen, op mature aangekoomen is wij zeen neduigst verzoeken om alle aan ens hier vooren vermelde ongeregtigheeden Een bell ik onderzoek te doen en mij behoeftige perzoon ge„ „luckig te maeken /:onderstond:/ voor de translatie Mature Den 12:' Junij A„o 1790 /:was„ „gesteekend :/ E: N: Wiemeier /:in margiene. / voor de vertaling /:geteekend:/ D: S: Generaet gesp:t toekq /:onderstond:/ Accordeerd /:was geteekend:/ M: J: Palm geauth: Accordeerd Corns: Johanns: Pu gezeeklerk 2 V Sinde
English
1805 Translation Sinhalese power of attorney ola No. 44. Addressed by the joint fishermen and inhabitants of Deindure to the Right Noble Ruling Lord Grand Dissave of Colombo. Since this land passed to the white masters, we have from that time on performed the Company's services according to custom, namely the maritime services occurring from the river of Waluwe up to Galle, specifically transporting cinnamon, pepper, cardamom, and coffee with paddies and vessels to Galle. And whenever the ships arrive at the roadstead of Mature, the same must be loaded by us; from Oekgoode up to Hendiamadam, as well as the ferries situated between there, we must convey across the river by ballusthonies and katteponels the cinnamon, cardamom, and pepper. As well as during the travels back and forth of the white gentlemen, as well as native chiefs of the korales and pattus, with katteponels over the river, we are used for this purpose; during the six months that the sea is stormy, 300 medieden of coconut oil are demanded from us, which which we must also deliver according to custom. Annually 17½ Rgsd. is paid by us in body taxes or Enges addoe, likewise we must deliver pieces of bark ropes for the service of the Kandyan embassy. For the service of the lime kilns we must collect coral stones and pile them up, and with paddies and thonies load the ships with masonry lime. Upon the passing and repassing of the gentlemen, we must provide the necessary lights of torches and chules along the roads; under all which activities that we must perform according to custom, we are currently moreover oppressed by various illicit obligations, such as: in the six months' time when we can go to sea for fishing, to press 300 medieden of coconut oil, to have coconut wood delivered to the lime kilns, and to have the necessary furniture hauled for the service of the rest houses, and in addition also to have all occurring services performed in the village. That 1806 That the Mudaliyar of the Wellebadde pattu, as well as the ratnaike aratchi and the messenger kangaans, have services performed by us that were never known before; all which injustices we most humbly, prostrate in all reverence, request the compassionate and righteous Lord, who has arrived for the thorough investigation of the complaints, to investigate. In this manner, this ola was signed with eight characters. Below stood: for the translation, Mature the 12th of June Anno 1788. Was signed: E. H.s Weemeur. In the margin: for the translation, signed: D. Theodoorus, sworn interpreter. Below stood: Agrees. Was signed: M. J. Palm, authorized. Agreed. Corns. Johanns. Ide, sworn clerk. Examined GV Kiide
Dutch transcription
1805 ranslaet Singaleesche Magt ola No. 44. door de Gezaementlijke vissers en Jnge„ „zeetenen van De induve aan den wel Edelen Gebiedenden Heer Groot Dis„ save van Kolombo gericht. Zedert dit Land aan de blanke Haren is Overgegaan, hebben van die tijden af de sComp=s diensten volgens gebruik ver„ rigt, als van de revier van waluwe af, tot naer Gale toe voorvallende zee diensten, Naemelijk kanneel peper Rardemom, en koffij met Padies en vaertuijgen naar Gale vervoeren. En wanneer de scheepen op de Rheede van Mature aankomt moeten de„ „zelven door ons beleeden, van oek„ goode tot nue Aendiamadam toe, zowel als de daar tussen gelege„ „ne veeren moeten wij met Pallus„ thonies, Katteponels, Kanneel har„ „demom en Peper over de revier af„ brengen. Gelijk ook bij heene wederrijzen van de Blanke Heeren, Towel, als Jn„ „landsche hooeden van de Kooles en pattoes met katteponels, over de revier, morder wij daartoe gebruikt geduurende de ses maenden dat de zee instuijming is worden van ons 300. medieden klapper olij gevorderd, die r e de ƒ Nagezien behoeftige te bevorderen, op mature aangekoomen is wij zeen nedrigst verzoeken om alle aan ens hier vooren vermelde ongeregtigheeden Een bell ik onderzoek te doen en mij behoeftige perzoon ge„ „luckig te maeken /:onderstond voor de translatie Mature Den 12:' Junij A„o 1790 /:was „geteekend:/ E: N: Wiemeier /:in margiene. / voor de vertaling /:geteekend:/ D: D: Generat gesp:t toek /:onderstond:/ Accord /:was geteekend:/ M: J: Palm gea„ Accordeerd Corns: Johanns: gezeeklerk L V inde 1805 Translaet Singaleesche Mlagt ola No. 44. door de Gezaementlijke vissers en Jnge„ „zeetenen van De indure aan den el Edelen Gebiedenden Heer Groot Dis„ save van Kolombo gericht. Zedert dit Land aan de blanke Haren is Overgegaan, hebben van die tijden af de s Comp=s diensten volgens gebruik ver„ rigt, als van de revier van waluwe af, tot naer Gale toe voorvallende zee diensten, Naemelijk kanneel peper Kardemom, en koffij met Padies en vaertuijgen naar Gale vervoeren. En wanneer de scheepen op de Rheede van Mature aankomt moeten de„ „zelven door ons belaeden, van oek„ goode tot nue Hendiamadam toe, zowel als de daar tussen gelege„ „ne veeren moeten wij met Pallus„ thonies, Katteponels, Kanneel Kar„ „demom en Peper over de revier af„ brengen. Gelijk ook bij heene weder rijzen van de Blanke Heeren, Towel, als Jn„ „landsche hooeden van de Kooles en pattoes met katteponels, over de revier, morder wij daartoe gebruikt geduurende de ses maenden dat de zee instuijming is worden van ons 300. medieden klapper olij gevorderd, die Nagezien behoeftige te bevorderen, op mature aangekoomen is wij zeen nedrigst verzoeken om alle aan ens hier vooren vermelde ongerogtigheeden Eer bell ik onderzoek te doen en mij behoeftige perzoon ge „luckig te maeken /:ondersto„ voor de translatie Mature Den 12:' Junij A„o 1790 /: wa „geteekend:/ E: N: Wiemeier /:mn margiene. / voor de vertaling /:geteekend:/ D: D: Generat gesp=t tolkq /:onderstond:/ Accor /:wwas geteekend:/ M: J: Palm gea Accordeerd Corns: Johanns: gezeeklerk L V inde 1805 ƒ ranslaet Singaleesche Magt ola No 44. door de Gezaementlijke vissers en Jnge„ „zeetenen van De indure aan den Wel Edelen Gebiedenden Heer Groot Des„ save van Kolombo gericht. Zedert dit Land aan de blanke Haren is Overgegaan, hebben van die tijden af de sComp=s diensten volgens gebruik ver„ rigt, als van de revier van waluwe af, tot naer Gale toe voorvallende zee diensten, Naemelijk kanneel peper Kardemom, en koffij met Padies en vaertuijgen naar Gale vervoeren. En wanneer de scheepen op de Rheede van Mature aankomt moeten de„ „zelven door ons belaeden, van oek„ goode tot nae Aendiamadam toe, zowel als de daar tussen gelege„ „ne veeren moeten wij met Pallus„ thonies, Katteponels, Kanneel Kar„ „demom en Peper over de revier af„ brengen. Gelijk ook bij heene weder rijzen van de Blanke Heeren, Fowel, als Jn„ „landsche hooeden van de Kooles en pattoes met katteponels, over de revier, morder wij daartoe gebruikt geduurende de ses maenden dat de zee in stuijming is worden van ons 300. medieder klapper olij gevorderd, die die wij ook volgens gebruijk leveren moeten Jaarlyks woeden door ons aan lijfs ge„ regtigheeden off Enges addoe 17½ R gsd: betaeld, zoomende moeten wyt stux bastlijnen ten dienste der Kandiase ambasade leeveren Ter dienste der Kalk over moeten wy kraal steene verzamelen en op hopen en met Padies en thonies de sche„ „pen met metzelkalk belaeden. Bij het Pas-en-repaseeren der heeren moeten wij langs de weegen met de nodige lichten van toortsen en rackels voorzien, onder alle welke beezigheeden die wij volgens ge„ bruijk moeten verrigten, worden wij boven deen thans door ver„ „scheide in geoorloofde verpligt in„ „gen onderdrukt. als: in de ses manden tijd wanneer wij nae de zee tot de visvangt Kun„ nen gaen, 300. medieden klap„ pus olij te perzen tot de kalk over klapperhout doen bezorgen en de noodige meubelen ten dienste der rusthuijser laets hu„ „len, en booven dien ook alle voor vallende diensten in 't dorp laeten verrigte : Dal 1806 Dat de Modliaar der Wellebadde pattoe gelijk ook de ratnaike aratje en de boodschap lopers kan „gaen door ons diensten elie noost bekend zijn laeten verrigten alle welke onregten verzoeken wij in alle Eerbied onderdaniglyk voetvalligst de meedelijdende en regtdoende Heer die ter zuij„ „vere onderzoek der klagten is aangekoomen, te onder zoeken Jn die voegen is, deeze ola gete kind met Astel karakters. /:onderstond:/ voor de Translatie Mature den 12. ' Junij A„o 1788. /: was geteekend: E H:s Weemeur /:inmmargine:/ voor der vertaling /:geteekend:/ D Theodoorus gesw. tolk. /onderstond:/ Accordeerd /: was ge„ teekend:/ M: f: Palm: geauth: Accordeerd. Corns. Johanns: Ide gezoeklerk Nagezien GV Kiide