Inventory 3883
Ceylon · 1,486 pages · 291 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
1728 arrested and severely punished, whereupon out of fear of death they said they would also satisfy this, wherefore I sold my possessions and cattle and accounted for a quantity of 114 kannen of oil along with 16½ rds cash; notwithstanding all this damage caused to me, on the occasion when the medied of oil was sold at 12 stuivers he took twelve medieden, and on the occasion when the medied of oil was sold at 8 stuivers he took 17 medieden of oil from me by force, in addition to the share belonging to me from the crop of a chena cultivated by me with permission in the amount of 4¼ amunams of fine grains, item 24 stuivers in money. To investigate all these injustices according to equity, I hereby pray most humbly. The injustices that the sjahbandar inflicts upon the potters, they make known most humbly in the following manner. We five potters are obliged to perform the following services for the benefit of the Honorable Company: as for maintenance, we must burn and deliver the necessary tiles and floor bricks for the service of the horse stables and warehouses of Belligam; we have now delivered 50,000 pieces of tiles and bricks, but received not a single duit for it; upon the arrival of gentlemen etc. at the rest house of Belligam we must supply the necessary pots and pans; during the travel back and forth of the head of the mahabadde and for his Honor's retinue, we must supply twenty to thirty pieces of pots and pans, but now through the unreasonableness of the sjahbandar we are ordered to deliver 600 pieces of pots and pans; for the benefit of the posts at Belligam and Goijapaene we previously delivered 6 pieces of pots and pans in a month, but now 36 pingos are forcibly demanded from us annually; upon the arrival of ships and vessels, upon the delivery of elephants, for the service of the lime kiln, and upon the arrival of the Reverend Minister at the school of Polwat, we as well as the potters of the village of Eloewawille, falling under the Belligam Corle, were previously obliged to supply the necessary pots and pans, but now we must do it alone, and above all the aforementioned services we must still pay five schellingen of pejede or garden dues; for the service of the house at Talarmbe we must deliver six thousand suri pots and 200 kallings; for their receipt we are duly receipted in order to receive payment for them, but the sjahbandar has that proof taken from us by force 1729 taken from us without giving us a single duit of payment; for the areca nuts delivered by us into the Company's areca warehouse since the appointment of the present sjahbandar, we have to this day received not a single duit; likewise the sjahbandar has seized and possessed paraveni properties from the rightful paraveni owners and assigned them to others, for which reason those paraveni owners have left their home village and absented themselves; an ancestral paraveni garden belonging to me, Hattange Tanieja, the sjahbandar, after having had me tied to a tree and given a beating, had registered by force in his name in the tombo, and in addition has forcibly cut down three fruit-bearing soursop trees that served for our subsistence, and has further appropriated two cattle without payment; for the service of the four guard posts found in the cinnamon and pepper gardens, we must deliver 48 pingos of pots and pans in a year, along with 600 pieces of kallings; because we performed many services for the Honorable Company, our our cattle were for a long time not seized to be slaughtered in the rest house, but the present sjahbandar now has our cattle seized and slaughtered. Notwithstanding that we perform so many services for the Honorable Company, the sjahbandar makes us perform service as nindas, whereas we have never performed that before; nor must we, beyond all Company and other services, not only deliver the necessary pots and pans to the sjahbandar's friends and relatives, but also deliver twelve pingos thereof in a year to the sjahbandar himself, whereas formerly we delivered no more than four pingos in a year to the previous sjahbandars; furthermore the present sjahbandar makes us produce and deliver to him in a year 10 to 15 pingos of fine earthenware consisting of kettles, pokers, and goglets. The sjahbandar has appointed a certain Jalpege ninda, who is a heathen and obliged to press oil, as vidane over us, and which vidane not only arbitrarily enjoys all the yields of our trees consisting of coconuts, soursops, and other fruits, but also of the pots and pans that at one time
Dutch transcription
1728 gearresteerd en deerlijk gestraft waar op zij uijt vreeze des doods hebben zij gezegt dat ook te zullen voldoen wes„ „halven ik mijne bezittingen en koe„ beesten verkogt en een kwantcheid van 114. kann: olij met nog 16:½ rd=s kon= „tant verantwoord heb niet tegenstaen „de alle deeze aan mij toegebragte schade heeft hij ter gelegendheid de medied olij tegens 12. stuijvers verkogt wierd twaelff medieden en ter gelegenheid de medied olij tegens 8. stuijvers verkogt wierd 17. medieden olg van mij met ge„ „weld genoomen nevens het aandeel mij kompa„ teerende uijt het gewasch van een door mij met konsent gecultiveerde Cheena ter quanti„ „teid van 4¼ amm: fijne graenen Item 24. stx=s aan geld om alle deeze onreedelijkheeden na de billekheid te onderzoeken bid ik mits deesen op 't voetvalligst. De onregtvaardigheeden die den Jabandaer aan de pottebackers toebrengen geven zij in volgen der voegen voetvalligst te kennen. Wij vijf Pottebackers zijn verpligt ten behoeve van dE: komp:e de volgende diensten te doen als voor mainctementos moeten wij ten dienste van het ruijt= en Pakhuij„ =sen van Belligam de nodige pannen en vloersteenen aanbranden en bezorgen wy hebben nu 50'000 stuks pannen en steenen bezorgt doch daar voor geen duijt gekreegen bij aankomste van Heeren &ra. in 't rusthuijs van Belli „gam moeten wij de nodige potten en pannen bezorgen, bij het heen en weeder rijzen van het hoofd der mahabadde, en om zijn E: gevolg, moeten wij twintig à Dertig stx: potten en pannen br„ zorgen maar nu word ons door de onreedelijkheid van den sabandaer op gelegd 600. stux potten en Pannen te leeveren ten behoeve van de posten te Belligam en Goijapaene hebben wij voor deezen 6. stux potten en pan „nen in Een maend bezorgd dog nu worden van ons jaerlijks 36. pingos met geweld afgevorderd bij aenkomste van scheepen en vaertuigen, bij aanbreng van Elipha „ten, ten dienste van de Kalk oven en bij aenkomste van den Eerwaarde Heer predikant in de School van Polwat waeren wij zowel als de pottebacker van 't onder de Belligam Corl zorteere =de dorp Eloewawille bevoorens ver =pligt de noodige potten en pannen te bezorgen dog nu moeten wij 'te alleinig doen en boven alle de vooren vermelde diensten nog vijf schellin „gen piejedie of thuijns geregtigheid opbrengen, ten dienste van de thuijs op Talarmbe moeten wij ses dui zend: Zurie potten en 200 Kallings bezorgen;, voor dies ontfangst worden wij behoorlijk gequi „teerd om daar voor betaling te ontvangen, dog de saband haer laat dat bewijs met geweld van ons 1729 ons afneemen zonder Een enkelde duijt betaeling aan ons te geeven voor de door ons zedert de aanstelling van den presen„ „ten sabandaer in 'skomp:s arreeks Pak„ =huijs geleeverde arreeks nooten hebben wij tot de dag van heeden geen duijt ge„ =kreegen alzo paavenie bezittingen heeft de sabandaer van de regte parvenien Eijgenaers afgenoomen bezeeten en aan anderen toegevoegd uijt dien hoofde hebben die parvenie eigenaers hun woondorp verlaeten en zig absent ge„ =maekt Een voor ouders parvenie tuijn van mij Hattange Tanieja heeft de sabandaar na mij aan„ een boom een Pak slaegen te hebben laeten geeven, op zijn naem met geweld bij de tombo doen re„ „gistreeren en daar en booven nog Drie vrugtdragende zoorzaks boomen die tot ons bestaan strek„ „ten met geweld laeten afkappen en zich nog twee koebeesten zon„ „der betaeling toege-eigend ten dienste van de in de Kanneel en peper thuijnen te vindene vier. wagt posten moeten wij in Een Jaar 48. pingos potten en pannen nevens 600 stux kallings bezor= „gen om de wille wij veele diensten voor DE: komp:s verrigten wierden onze onze koebaesten van langen tijd af niet op gevat om in het rusthuijs geslagt te worden dog den presenten sabandaar laet nu onze beesten op vatten en slagten. Niet tegenstaende wij zo veele diensten voor dE: komp: verrigten laet den sabandaer door ons naijndes dienst doen daar nooit bevoorens wij dat verrigt hebben nog moeten wij buijten alle skompenies en andere diensten niet alleen aan des sabandaers vrienden en nabestaen„ „den de nodige potten en pannen maar ook aan den sabandaar zelf in een Jaar twaelff pingos daar van bezorgen daar wij wel eer aan de voorige sabandaars met meer dan vier pingos in een Iaar geleeverd hebben nog laet den pre„ =senten sabandaar door ons in een Jaar 10: â 15 pingos fijne aerdewer„ =ken bestaende in ketels poekers en gorgeletten maeken en aan hem bezorgen - De sabandaar heeft eenen Jalpege nainde die een heiden en verpligt is olij te persen als vidaen over ons aangesteld en welke vidaen niet alleen alle de voordee „len onzer boomen bestaande in kokus zooz zax en andere vrugten wilde keuriglyk geniet maar ook van de potten en pannen die op Een mael
English
1730 times baked, he has 10 pieces taken away; previously it was customary that we appeared before our vidaans with two pingos of pots and pans, but the present vidaan takes 8 pingos from us, wherefore we request a Chief of our own caste. As soon as the Sabandaar recently came down from Tangale, he had us notified to join the gathering in order to quash our complaints thereby; but as we well know that such was not right, we remained in our home village, performing as always our obliged Honorable Company's service. Notwithstanding our performing so many services, the hoeandirams dues of our ancestors' parvenie possessions are nevertheless not granted to us, but are taken by the vidaan and Mayorals of the village of walliwele, who perform not the least service for the seigniory. The aforementioned persons, who have left the village and gone away on account of the injustices of the sabandaar, consist of the following, namely: Parnewitaernege nainde, ditto betta, poeak-armbege Diengi nainda, his sons wattoewa and Nainda, Chellege babea, ditto balea, Hattange Joeniesa, and ditto Andriesa. The inhabitants of the village of Pittidoewe, Doenekegodde hallige Abre and repeat, being coolies, make known the following: While we, possessing our ancestors' parvenie properties named Dilgaha Coembre, ambegaha Coembre, Parregahaloembre, and Manewele koembre, besides some gardens in that village, resided and performed our Honorable Company's services, the sabandaar, without our knowledge, listed said possessions as Mallapallas for leasing and cut off the way to present our grievances by submitting a false report, whereby we are deprived of all rights. Wherefore we pray that the matter may be investigated in all fairness, and that the aforementioned lands, which we possess from the fourth generation down under payment of the one-tenth due, may be granted to us, to render said dues therefor as of old. All the minor chiefs named hereinbefore, as well as the inhabitants, most humbly pray for a fair inquiry into all the outrages committed against us by the present Sabandaar, who is an evildoer, false, unworthy, unjust person, and who has not the least knowledge in the administration of justice; and also to deliver us from him and, instead, to place us under a just person, so that we may properly perform the Company's services without any anxiety. It was subscribed: For the translation, Mature the 24th of May 1790. Was signed: N: K: Keuneman. In the margin: Signed for the translation: D. C: De S: Dissanacke, sworn interpreter. Translation. 1731 No: 15. Translation of a Sinhalese complaint ola. Shows with respect that the Sabandaer of the Seigniory of Belligam in the year 1785 had a piece of jungle of the extent of 5 amunams paddy sowing, situated in the village of Pittidoewe, inspected by commissioners and had the same cleared for the planting of cinnamon. Said sabandaar told me, Battewolle former widje sinhe kangaan, assigning me four vagrants, to have the felled jungle burned and to clear the ground, just as from that time I had said jungle cleared by said four vagrants and handed it over to the sabandaar, whereupon he promised me that after the aforesaid land had been fenced and planted, he would make it known to the Lord Disava and request that a good accommodessan be granted to me for my sustenance, as well as that he would show him favor. For which reason I, for the benefit of the Honorable Company, sought with difficulty kooijtasses, inchiadosses, cinnamon seeds, and ditto seedlings, and planted the aforementioned ground, and brought the same into the following flourishing state, namely: 2000 trees of a height of 2 cobidos each, 4000 of 1 cobido, 6000 of 1 span, and 3000 seedlings of 2 to 3 leaves each. From the cinnamon trees found and spared upon clearing the aforementioned jungle, one bundle was peeled and delivered in the year 1787, and one and a half bundles in 1789. Aforementioned sabandaar told me to cultivate the ground lying next to the aforementioned cinnamon garden, which I also did; and having sown the same with 6 koernies of paddy, the Sabandaar, when the crop had ripened, took said cinnamon garden away from me by force under the lying pretext that cattle had gotten into it and had stolen cinnamon trees. The cinnamon garden, planted by me with four vagrants over six years without any costs to the Honorable Company, has been kept hidden from the Gentlemen by the Sabandaar and appropriated in a clandestine manner. For the garden inhabited by me, a quarter amunam of areca nuts was previously paid to the Honorable Company as dues. But since the present sabandaar entered into his service, he takes 4000 and some pieces of areca nuts for a quarter amunam; and if there are no areca nuts, 24 schellings are exacted for a quarter amunam. If the Gammeaetjele of pittidoewe is questioned regarding the injustice being done to me, a poor person, he will testify to this. These matters are, in order to investigate them according to the pure truth, made known with great respect to the Gentlemen by peroempoelie former widjesinghe Goenewardene kangaan of the village of Battewolle, belonging to the Seigniory of Belligam. At the end of the ola was signed with two illegible signatures. Subscribed: For the Translation, Mature the 24th of May in the year 1790. Was signed: I: C: Trek. In the margin: Signed for the translation: D: S: Senerat, sworn interpreter. Translation.
Dutch transcription
1730 mael gebacken worden 10. stux laet wegnee„ „men, bevoorens was gebruikelijk dat wij bij onze vidaens met twee pingos potten en pannen parresseerden Dog de presente„ vidaen neemt van ons 8. pingos over zulx verzoeken wij om een Hoofd van ons eige kasta zodra den Sabandaar on„ „langs van Tangale was afgekoomen heeft hij ons laeten aanzeggen om bij de tezaemen=rotting overtegaan om onze klagten daar door te niete te maeken maar dewijl wij wel weeten dat zulx niet goed was zijn wij in ons woondorp gebleeven doende gelijk althoos onze ver„ „pligte sComp:s dienst, niet tegen staende wij zo veele diensten ver¬ „rigten, word Echter de hoeandirams geregtigheid van onze voor ouders parvenie bezittingen ons niet vergund, maar door de vidaan en Maijoraals van het dorp walliwele die geen de minste diensten voor de heerlijkheid verrigten genoomen. Bestaande de bovengem: perzoonen, die wegens de onregtvaerdigheeden van den sabandaar het dorp verlae„ „ten en weggegaan zijn in de volgende als Parnewitaernege nainde, D: betta poeak=armbege Diengi nainda, zijn zoons wattoewa en Nainda, Chellege babea, D:o balea, Hattange Joeniesa en D:o Andriesa. De inwooners van het dorp Pittidoewe Doenekegodde hallige Abre en repete zijnde koelijs geeven het volgende te kennen. Terwijl wij onder het possi„ „deezen van onze voor ouders parvenie bezittingen met naemen Dilgaha „Coembre, ambegaha Coembre, Parrega „haloembre en Manewele koembre nevens eenige tuijnen in dat dorp verblijf houdende onze 's Comp:s dienste C diensten verrigten heeft den saban„ „daar gemelde bezittingen buijten ons weeten als Mallapallas tot de verpagting opgegeeven en den weg afgesneeden tot toegang onzen beswaarnissen overleggende een valsche rapport waar door wij van alle regt verstooken zijn over zulx bidden wij dat de zaak na billijkheid onder zogt en voor„ „schreeven landerijen die wij van het vierde gelid af onder het opbrengen van de Een thiende gereg„ tigheid bezitten ons moogen toege„ „voegd worden, om daar voor gelijk van ouds gemelde gereg „tigheid optebrengen. Alle de hier vooren genoemde minder¬ „hoofden zwel als de ingezeetenen bidden voetvalligst om een billijk onderzoek van alle de aan ons ge„ „pleegde onzedelijkheeden door den presenten Sabandaar zijnde een kwaeddoender, valschaerd, on„ „waardige, onregtvaerdige en die in het bezorgen van regt geen de minste kennis heeft mitsga „ders ons van hem te bevrijden en daar en teegen onder een regtvaer„ „dige perzoon tewillen stellen op dat wij zonder eenige bekom „meringe 'sCompenies diensten na behooren kunnen verrig„ „ten (:onderstond:/ voor de over„ „zetting Mature den 24e May 1790. (was geteekend./ N: K: Keuneman /:inmargine:/ voor de vertaeling geteekend D. C: De S: Dissanacke gezwoore tolk Translaat 1731 No: 15. Translaat Singaleese klagt ola Geeft te kennen, dat de Sabandaer van de Heerlijkheid van Belligam in a:o 1785. een bosschagie ter groote van 5. amm: nelij zaaijens en geleegen in het dorp Pittidoewe door gecommitteer„ „dens heeft laeten bezigtigen en de„ „zelve ter beplanting van kan„ „neel laeten zuijveren gem: sabandaar heeft mij Battewolle geweesen widje sinhe kangaan, onder toevoer „ging van vier leegloopers, gezegt om de gekapte bosschagie te laeten verbranden en de grond schoonmaeke„ gelijk ik van dien tijd afgem: bos„ „schagie door ged: vier leegloopers heb laeten schoonmaeken en aan den sabandaar gegeeven, waarop hij mij beloofd heeft dat hij na dat voorsz: grond bepaggerd en bepland is zulx den Heer dessave zoude te kennen geeven en verzoe „ken mij tot mijn bestaen een goed ac kommoddessan toetevoegen zo „meede dat hy hem gunst bewijzen zoude, om welke reeden ik ten ge„ „valle van dE: komp:, met moeijte kooijtassen, inchiadossen, kanneel pitten en D:o plantjes gezogt en op voorm. grond bepland en dezelve in de volgende florisante staet gebragt heb teweeten 2000. boomen ter hoogte ider van 2. kobidos 4000. van 1. kob:s 6000. van 1. span en 3000. plantjes van 2. â 3. bladeren ider, van de bij het zuijveren van voorm: bosschagie gevondene en gespaerde kanneel boomen zijn in het Jaar 1787: Een bosen in 1789. een en een halve bosschen geschild en bezorgd. voorm: sabandaar heeft mij gezegt om de naest voorm: kanneel thuijn leggende grond te kultiveeren gelijk ik ook zulx gedaen en dezelve met 6. Coern. Coern: nelij bezaeijd hebbende heeft Sabandaar, toen het gewasch rijp ge worden is, gem: kanneel tuijn onder leugen agtige voorgaeve dat er dier in dezelve gekoomen waeren en kan „neel boomen gestoolen hadde met geweld van mij afgenoomen De buijte eenige kosten van dE: komp: door mij ses Jaeren lang met vier leeglopers beplante kanneel tuijn is door den Sabandaar voor de Heeren bedekt gehouden en op een klandestiene wij zig toege-eijgend voor de door mij be „woond wordende tuin is bevoorens aan d'E: komp: een kwart amm: arreek wegens geregtigheid op „gebragt. Doch zedert dat de pre „sente sabandaar in zijn dienst getreeden is neemt hij voor een quart amm: 4000. en eenige stux arreeks nooten en zo er geene arreeks nooten zijn word voor een quart amm: 24. schellingen ingevorderd, wanneer wegens het aan mij arm perzoon aangedaan wordende onregt den Gammeaetjele van pittidoewe, ge„ vraegd word zal hij zulx getuigen. Deze zaeken worden om zo na de zuivere waarheid te onderzoeken met veel eerbied aan de Heeren te kennen gegeeven door peroempoelie geweesen widjesinghe Goenewardene kangaan van het dorp Battewolle gehoorende tot de Heerlijkheid van Belligam, aan het eijnde der ola (:was getee„ „kend:) met twee onleesbaere hand„ „teekeningen (:onderstond:) voor de Translaetie Mature den 24. Maij a:o 1790. (was geteekend:/ I: C: - Trek (:inmargine:/ voor de vertaeling (:geteekend./ D: S: Senerat gezu, tolk. Translaat
English
1732 According to the aforementioned accompanying the complaint ola no. 14. Since the time that this country passed over to the European lords, the following services have been performed by the assistants of the mayorals: We must build and clean the rest houses and warehouses of Magiddere, as well as provide the necessary sticks for carrying and binding the decorations, ship out masonry lime, deliver firewood for the lime, and also provide the four Company's gardens with ditches and fences, as well as plant them and look after the same, and press oil from the coconuts that are plucked from the gardens, as well as make the rest house and the lascorin guard posts on goijapane; among other things we have also planted and brought into bloom two large areca gardens. Besides so many Company's services, we must also perform the occasional services in other villages, such as in the cinnamon gardens situated at Battewolle and koembalgamme and in the gardens at kappere totte, and on top of that we had to gather together to have our names written down in order to depart for Baddigirie. However, one month before the Sinhalese New Year, we were ordered Ola submitted by the joint inhabitants of the village of Midigamme, sorting under the Lordship of Belligam. Translation of Sinhalese complaint of. No. 16. to go and cultivate a certain rush land of the lord dessave, but the shahbandar merely under such a pretext, as well as having taken us in his company to his rush land waen hadde wielle, had the same cultivated and sown, and after the completion thereof, leaving behind our trade and livelihoods, we collectively set out on the journey to Baddegerie. Besides that, coolies and their assistants have performed the heavy Company's service imposed upon them without any neglect, and on top of that also sought their livelihood; yet now, brothers and children born of one mother, as many as there are, are seized, partly used for Company's services, and the remainder, after first having been arrested, given by the shahbandar to his good acquaintances, and of these about 15 heads are secretly used for baddetoeras services, and our young children are seized for Company's service, having them perform the same without any defect or failure. The delivery of areca in earlier times was only 6500 pieces for a pale, but now 9800 pieces with a parra for a pale are demanded of us, and for what is delivered short, 3 Rds. for each pale, and thus 12 Rds. for an amanam, is demanded and taken from us, under the pretext that the order reads as such; moreover, it is stated to us that we are short of a little areca, for which 1733 our wives and children are held under arrest, sent to the boom, and punished, and moreover our possessions and cattle are bought up, and the money therefrom is demanded and taken. Thousands of coconuts are also demanded from the mayorals and coolies, and from time to time about 10, 15, 20, up to 30 Rds. in cash is taken from each of us, and from one coolie 8 amanam of amu and 2 soorraks trees, which latter he had sawn into planks. From the garden of 8 heads of cinnamon peelers, being destitute oliyas, he forcibly had an angelica tree chopped down and taken from poor and destitute people like us; our buffaloes and cattle are forcibly taken away. And when we were to undertake the journey to baddegirie, many of the villagers were exempted from that expedition with money, and to us who had no money to give to the shahbandar, he made known through lascorins that we could join the mutineers so that he might have grounds to accuse us. Thereupon we gave him the answer that we had never joined in any conspiracy and also did not wish to enter into it now, that we, being poor and destitute Checked. people, will bring our complaints to light and rather await a desired outcome thereof, but not leave our villages and dwellings and go over to the mutineers. Upon that answer, our head, the lord dessave, falsely made it known that we had also joined the conspiracy and in the meantime sent a great many people to us to ruin our houses, etc., and to seize us. Thus we went to hide from those people in the forests in order to avoid their mistreatment. Therefore we now request to be provided with a proper order so that we can perform Company's services properly, maintain our children, and remain living peacefully in our villages, in the trust that at the city of Gale our complaints will be righteously heard and settled; and until they are investigated, we will in the meantime rather go begging in the forests for so long than place ourselves under our hostile head and expose ourselves to his injustice. We therefore entreat the gentlemen to investigate this matter according to Divine justice, and we shall henceforth serve worse than the Company's bondslaves. Signed with 40 Sinhalese characters. Below stood: For the translation, Mature, the 24th of May 1790. Signed: E. N. Weemijer. Lower down: For the translation, signed: D. C. D. S. Sissanaike. JJ Linde
Dutch transcription
1732 volgens het voormelde bezeijden de klagt ola n:o 14:—. Zeedert den tijd dat dit land aan de heeren Europiaenen is overgegaen worden door de noodhulpers van de maijoraels de volgende dienst en verrigt De rust en Pakhuijzen van Magiddere moeten wij bauwen en-schoonmaeken mitsgaders de nodigje, stokken bezorgen tot draegen en aanbinden der vercieringen, metzelkalk afscheepen tot de kalk over brandhout leeveren, zomeede de vier 'scomp:s tuijnen met gragten en paggers, voorzien, mitsgaders beplanten en op de selve Passen, zoo meede van de kokers welke uit de tuijnen geplukt worden daar van olie perssen, als ook het Rusthuijs en de Lascorijns wagten op goijapane maeken onder anderen hebben wij meede twee groote arreeks tuijnen beplant en in fleur gebragt, buijten zooveele scomp:s diensten moeten we ook de voorvallende diensten en andere dorpen verrigten als in de kanneel thuijnen geleegen te Battewolle en koem= balgamme en in de tuijnen te kappere totte en daar en booven hebben wij ons moeten bij een verzaemelen om onse naemen te doen op schreij ven ten eijnde naar Baddigirie te vertrekken, Doch een maend voor 't fingaleesche nieuwe Jaar wierden wij gelast zeeker biesland ola door de gezaementlijke in- „woonders van het Dorp Midi. gamme sorteerende onder de Heerlijkheijd van Belligam ingediend. Translaat Singaleesche klagt van. No. 16. wij van den heer dessave te gaen bewerken maar de sabandhaar heeft slegts onder zoo eene voorwend sel gelijk ook in zijn gezelschap naar zijn biesland waen hadde wielle meede genoomen het selve laeten bewerken en bezaeijen en na het volbren- gen van dien hebben wij met agterlaeting van onze nering /en handkering gezaement „lijk ons oprijs begeeven naar Baddegerie behalven dat hebben koelies en hunne noodhulpers beneevens de aan hun opgelegde swaere 'scomp:s dienst zonder eenig ver zuijm verrigt en booven dien ook hun broodwinning gezogt, dog tans worden broe„ ders en kinderen door een moeder voortgeteeld zoo veel als er zijn opgevat daar van gedeelte= „lijk tot 'scmp:s diensten gebruijkt en de overi„ gen door den sabandhaar na alvoorens geer„ resteerd, te hebben aan zijne goede bekenden gegeven en hier van omtrend 15. koppen be= dektelijk tot baddetoeras diensten gebruikt en onze Jonge kinderen worden tot 'sComp:s dienst opgevat doende door hun deselve zonder eenig mainctement os verrigten. Het leeveren van arreek in vroegere tijden was maar 6500. stuks van een pale„ doch, tans werden dan ons 9800. stux: met een parra voor een pale gevor dert en voor het minder geleevert wor„ dende voor ieder pale teegens Rd:s 3: en dus voor een ammoram rd:s 12: van ons afgevordert en genoomen, onder voorgaeve, dat de order zodanig luijd, booven dien word aan ons opgegeven dat wijnig arreek ten agteren zijn waar voor. 1733 van onse vrouwen en kinderen in arrest gehouden en aan de bom gesonden en gestraft. mitsgaders onse bezittingen en beestiaelin, daaren booven gekogt en de Penningen daar van ingevorderd en genoomen worden ook worden van demajoreels en kaelies Duijzenden van kokus nooten gevordert als meede van tijd tot tijd van ieder onzer aan kontant bij rd:s 10:15: 20. tot 30. afgenoomen en van een koelie 8. ammonams ammoe en 2: zoor- raks boomen welke taelste hij tot plan- „ken, heeft laaten zaegen uit de thuijn van 8. koppen kanneel draegers zijnde behoeftige oliassen heeft hij geweldadiglijk een angelike boom laaten afkappen en genoomen van arme en behoeftige luijden gelijk we worden onse buffelsen koebeeslen gewel dadiglijk weggenoomen. En wanneer wij de rijse naar baddegirie zouden onderneemen zijn, veele der dorpe lingen met geld van die stogt vrij ge dobbeld en ons die geen geld hadden den saband haar tegeeven heeft hij door Laccorijns laeten weeten dat wij ons bij de Muijtelingen vervoegen konden om voet te hebben, dat hij dit kon beschuldigen daar op hebben wij hem tot antwoord gegeven dat wij ons nimmer tot eenige tezaemenrotting begeeven hadden en zulks ook tans niet daar toe willen treeden dat we arme en behoeftige waar Nagezien behoeftige lieden zijnde onse klagten zullen aan den dag brengen een een gewulschte, uitslag daar van liever blijven afwagten dog niet onse dorpen en wooningen verlaaten en tot de muijtelingen overgaen op dat antwoord heeft ons hoofd de heer dessave valschelijk te kennen gegeven dat we ons meede bijde te zal menrotting zoeden hebben vervoegd en intusschen magtig veel voek ons toeschikt om onse huijzen, etc: tedoen roewineeren en om ons optevatten dus zijn wij in de bosschen voor die menschen gaen schuilen om hunne quade bejegeningen te ontwijken. overzulks verzoeken wij thans met een behoorlijke order temogen worden geminu„ teerd op dat wij scomp:s diensten na behoo= „ren kunnen verrigten, onse kinderen onderhouden en wij gerust in onser dorpen kunnen blijven woonen Jnvertrouwen dat ter steede Gale onse klagten regt Veer„ „dig zullen verhoord en besteld worden en tot dat die onderzogt worden zullen wij intusschen zoo lange in de bosschen lie„ ver gaen beedelen dan dat wij ons zullen begeeven onder ons vijandelijke hofd en aan zijne onregtveerdigheijd blootstollen Insteevende wij overzulks de heeren volgens 't Goddelijke regt na deese zaek te onderzoeken, zullende wij als dan slimmer dan de Comp: lijfeijgene„ voortaen dienen /was geteekent:/ met 40: sin galeese karakters /:onderstont:/ voor de overzetting Mature den 24:' Maij 1790. /was geteekend:/ E: N: weemijer, /:laeger. voor de vertaeling /:getekend:/ D: C: D: S: Sissa „naike. JJ Linde
English
1734 No 17: Today, the 30th of April Anno 1795. Appeared before me, Carel Lodewijk Baron van Albedhijl, Secretary of Police and Justice of this Commandement, in the presence of the witnesses to be named later: 1. Talpawille Ammerewiere Kankanange Vidaan Joean, 2. Ammerwiere Kankanange Don Siemon, and 3. Diekwelle Mettoekoemarige Siman, all residents of the village of Makawitte, a provisions village of the Lord Dessave of Mature. Who, through the translation of the sworn Sinhalese interpreter Simon de Sielva, declared to be true: The first declarant: That the clerk of the Lord Dessave, the assistant Jacobus Jansz, to whom the aforementioned provisions village has been leased for two years now, has violently taken for himself and still possesses the paraveni garden named Koongahawatte, belonging to the declarant, and a piece of ratmahare ground cultivated by him, the declarant, measuring 10 koernies of paddy sowing. That the declarant, upon the promise of the aforementioned Jansz to give the declarant half, cultivated a piece of ratmahare ground belonging to the aforementioned Jansz, located in the village of Salpawille, measuring three amonams, and sowed it up to two times, but received absolutely nothing from it. That the declarant, together with another ten to twelve Sinhalese, among whom the second declarant also belongs, proceeded to Diekwelle and made all these injustices known to the Commissioners of Gale, the Honorable Messrs. van Schulen and de Vos. The aforementioned Commissioners answered them that they had to submit their complaints and grievances in writing, whereupon they returned to Makawitte to prepare an ola. Then the aforementioned assistant Jansz sent for him twice, requesting him to come to him with their complaints, so as not to bring the aforementioned Jansz before the aforementioned Commissioners. And because they did not comply with this 1735 request, Jacobus Jansz came to their aforementioned village with 24 Javanese and took nine Sinhalese prisoner, pinioned them, beat them, and brought them to Mature, on which occasion one Sinhalese was also wounded in three places. That the Lord Dessave had one of the aforementioned prisoners sjambokked and two beaten with the cane, and subsequently put all nine in detention in the guardhouse. That the aforementioned assistant Jansz and the second interpreter Baddekorn, coming into the guardhouse, had them chastised by the Javanese with the butts of muskets, took away two small cloths and everything they had in their bundles, and subsequently brought them into the kodituekkumandoo, locked both their legs in the stocks, and placed twelve Javanese on guard, the Javanese refusing to let anyone go to them. That the declarant's brother having requested permission the day before yesterday from the aforementioned Jansz and interpreter Baddekorn, with the foreknowledge of the Lord Dessave, to be allowed to go to the kodituekkumandoo to provide the prisoners with necessary provisions and to release the wounded man from detention to be healed of his wounds, received the answer that, the detainees being rioters, they could not be released from their detention, even if they were to die therein. The second declarant confirms what was said by the first, insofar as it concerns the complaints brought against the aforementioned Jacobus Jansz before the Commissioners of Gale by him, the first declarant, and another ten to twelve Sinhalese, 1736 the capture and unreasonable treatment inflicted upon the nine Sinhalese, and the request made by the first declarant and his brother to the aforementioned Jansz and second interpreter Baddekorn, with this addition: That a certain appu who arrived from Colombo and a servant of the Honorable Dessave named Louis Pieris, to whom the supervision over the cinnamon garden of the Lord Dessave located in the village of Kappoegamme is entrusted, took for himself eight live and twelve cattle and buffalos (shot dead by Pieris himself) belonging to the declarant as well as his family, and that the aforementioned Jansz forced them to perform uncompensated private services. The third declarant complains that he converted a piece of ratmahare ground located at Salpawille into a garden
Dutch transcription
1734 N:o 17: Heeden den 30:' April Anno 1795. Compareerden voor mij Carel Lodewijk Baron van Albedhijl sekretaris van Politie en Justitie deeses Commande ments present de natenoemene getuijgen Heer op is verstaen vm de klagte teegen den Tal pawille Ammerewiere kankanange vidaen nader te onderzoeken zoo daar de klagers verscheijnen, en wijl de ge Joean. arresteerdens uit hoofde van 't gene 2 /: Ammerwiere kankanange Don „rael Pardon uit 't arrest ontslaegen, en Siemon en de kleedjes hun terug gegeven zijn, met 3. Diekwelle Mettoekoemarige Siman, last, om eene opgeeve te doen van de ove„ rige goederen en dies waarde die hun alle inwoonders van het dorp Maka= mankeeren en niet gevonden kunnen werden, witte, dispens dorp van den heer Ma= die koek daar bij voor eerst telaeten berusten, en vervolgens om de waarde tureesche dessave. Dewelke ter vertaling der absente goederen naeden tebesluijten van den geswooren singaleische toek om hun die, om hun die op de een of andere Simon de sielva, deklareerden waaragtig wijse, te vergoeden, terwijl voorts nog goedgevonden is, om afschriften van de vol= teweesen. De eerste deklarant. Dat gende Papieren tot deese zaek gehoorende, de schrijver van den heer dessave de en aanduijdende de reeden waarmeede assistent Jacobus Jansz: aan wien gem: arresteering die tans ontslagene per dispens dorp verpagt is zeedert nu zoonen geschied zij hierneevens tevoegen, als. van de aanteekening gehouden op den 1:' Maij twee jaaren en aan den declarant Iongst leeden bij deleeden van den Ed: agtb: toebehooren de Paroenie thuijn genaemd raed van Justitie de h:t Hironimus Casi mirus, Carolus Bavon de Brophalo koongahawatte en een door hem de capitain en Commandant den militie klarant gekultiveerde Ratmaherre alhier en Jacob Metther Luijtenant Militair. grond, groot 10. koernies, nelij gezaeij, van een verklaring op den 6: Maij J:o lee- met geweld na zig genoomen heeft „den door den mohandiram der atte — pattoe en een arraetje Adiegaarmandoe en nog bezit. gepasseert en. Dat den deklarant op belofte van van een dito door twee dorp naijndes gem: Jansz: van aan hem dekla van naijmene op den 10: Maij J:o lieden verleend. rant de helfte tezullen geeven een stuk aan gem: Jansz: toebehoorende Ratmaherre grond geleegen in 't dorp t e 0— J: dorp Salpawille ter groote van drie ammonanis gekultiveerd en tot twee maelen toe bezaeijd dog daar van vol„ strekt niets gekreegen heeft, Dat den declarant, neevens nogstien â twaelf singaldesen waar onder ook den tweeden de Clarant behoord zig naar Diekwille begeeven, en aan de heeren gecommitteerden van gale d' E:s van schulen en de vos alle deese on regtvaardig heeden te kennen gegee= ven hebbende gemelde, heeren gecommitteerden hun tot ant woord gegeven hebben dat zij hunne klagten en beswaeren schriftelijk moesten opgeeven waar op zij na Makawiette te rug gekeerd zijn, om, een ola te vervaardigen, wanneer den gemelden assistent Iansz: hem tot tweemaelen toe heeft lae ten verzoeken om bij hem te koomen en hunne klagten; om gemelde Iansz: bij gemelde heeren gecommitteerden met in tebrongen, en wijl zij aan dit 1735 dit verzoek niet voldeeden, is bij Jacobus Jansz: met 24: Javrenen in hun voormelde dorp gekoomen en noegen singaleesen gevangen genoomen, gevloeugeld, geslagen en na mature gebragt bij welke gelee= gendheijd ook ook een singalee: op drie plaetsen gekwetst is. Dat de heer dessate en van ge„ molde gevangenen heeft laeten sjambokken en twee mot de rotting slaen en vervolgens alle neegen in de wagt in arrest zetten. Dat gemelde essistent Iansz: en den tweeden Tolk Baddekom in de wagt koomende Hun door de Javaenen met de kal ven van geweeren hebben laeten kastijden, twee kleed jes en al het geen wat zij in hun voor bondel hadden afgenoo= men en vervolgens hun in de kodietoeakmandoe gebragt hunne beijde beenen in de tronk ge slooten en twaelf Javaenen op de wagt. wagt gesteld hebben, willende de Javaenen niemand te laeten bij hem tegaen Dat den deklaranten zijn broeder den voorm: Jansz: en tolk Baddekorn, eergisteren verlof verzogt hebbende om met voorkennis van den heer dessave, na de kodie toeakmandoe temoogen om de gevangenen de nodige mondkost te bezorgen, en den gekwesten uit het arrest te ontslaen om van zijn kwet suuren geneesen te worden, ten antwoord gekreegen had dat de arrestanten oproermae „kers zijnde, niet uit hunne detentsie konden ontslaegen worden, al zouden ze daar in sterven Den tweeden declarant konsi meert zig met den eersten voor zoo verre aangaat de door hem en den eersten declarant en nog tien â twaelf singaloesen over den gem: Iacobus Jansz: bij de heeren gecommitteerden van gale. 1736 gale ingebragte klagten, de gevan= „gene neeming en aangedaene onree- delijke behandelingen aan de neegen singaleesen en het ge dane verzoek van den eersten de= „klarant en zijn broeder aan voor meldejemsz: en tweede Toek Baddekorn met deese bijvoeging Dat zeekere van kolombo ge koome aspoe, en Dienaar van den E: Dessave genaemd Louis Lieris, aan wien het opzigt over de kanneel thuijn van den heer Dessave geleegen in het dorp kap— poegamme toevertrouwd is /agt leevendige en twaelf (door hem Pieris zelfs:/ dood geschooten koobeesten en hrussels van den declarant zoo wel als van zijne familie na zig ge= noomen heeft, en dat gemelde Iansz: hun gedrongen heeft onverpligte partikuliere diensten te moeten verrigten. Den derden de klaramt klaegd dat hij een stuk Ratma herre grond geleegen te salpawelle tot een tuijn:
English
laid out a garden planted with coconut and jak trees, built a house upon it and lived in it, but that the said assistant Iansz has driven him, the declarant, away for three months now and has taken possession of his, the declarant's, garden. Herewith the declarants end their given declaration, which they testify to contain the sincere and pure truth. Thus declared in the city of Gale at the Secretariat of Policy and Justice on the day aforesaid, and in the presence of the clerks Johannes Martinus Anthonijsz and Johan Adam Meurling as witnesses, who have signed the minute hereof alongside the declarants, the Interpreter, and me, the Secretary. Below stood: Which I attest. Was signed: B: v: Albiedijlel, Secretary. Translation. 1737 No. 18. Translation of a Sinhalese complaint ola submitted by the collective mayorals of the Wellabaddepattoe. From of old we have performed the following services for the Honorable Company, namely: 1. In the village of Dilkwelle several lime kilns are burned annually and 15 lasts of lime are delivered. 2. Several Company gardens planted with coconut and palms secured and tended. 3. Prepared space for the stables of as many elephants as are captured, and prepared lodgings for the incoming elephant servants and their headmen, and provided the necessary adookoos and pehiendoes. 4. From the village, one large and several small rest houses as well as a school have been built, and for white gentlemen and black headmen and their retinues, as well as commandos and commissioners who pass and repass this rest house from Colombo, Gale, Mature, and Magam, pehiendoes and adookoos, coconuts, chairs, cots, and night lights are provided daily without any failure. 5. In the same manner, concerning the four Company gardens situated near the village of Bamberende, where a school and several rest houses have also been made, upon the arrival of the Reverend Minister for the school visitation and native commissioners to inspect the Company's cinnamon and areca gardens, the necessary pehiendoes and adookoos are also supplied to them; and in the village of Kotegodde fifteen lasts of lime are burned annually, and likewise a small house has been made for the storage of the oil and coconuts alongside the cooperage, and adookoos and pehiendoes are supplied to those who come and go for that work. 6. In the village of Naaudoenne, the school and several rest houses have been built to serve upon the arrival of the Reverend Minister as well as the Mahabaddes headmen with their retinues, and adookoos and pehiendoes are also provided to them. 7. In the village of Gandure, for the storage of areca, a warehouse has been built, and for the gentlemen who arrive there for the shipment of areca, the necessary rest house has been built for their Honors' stay; also the necessary adookoos and pehiendoes are supplied to them. The ten mayorals of the village of Bamberande must, besides the aforementioned obligatory services that they cause to be performed, also without loss of time not only have the said village plowed and cultivated, but also plant and tend the Company's areca gardens laid out some years ago; moreover, they still perform their services at the wood-cutting and must deliver chickens, butter, etc. for the cash that is sent from Gale and Mature, while from each mayoral half a rixdollar is collected annually for the account of the Honorable Company. Besides these demonstrated obligatory services that they must perform, they also make known the injustice that is done to them and the inhabitants, namely: 1. All the services mentioned hereinbefore we must perform without enjoying anything from the Company; nevertheless, our children, brothers, and nephews are demanded from us to perform Company services, so we ask whether they are not our emergency helpers to assist us. 2. The European and native servants, as well as minor headmen and inhabitants of Colombo, Gale, and Mature, derive their subsistence from their salary and accomodessan from the Honorable Company, which they also enjoy and possess with contentment; on the other hand, for performing the above-mentioned obligatory services, we receive for our accomodessan 3 to 4 amunams of paddy. Now we leave it to the righteous gentlemen to judge whether that little is sufficient for an entire year to supply adookoos and pehiendoes, etc., for the gentlemen and their retinues passing from Colombo, Gale, and Mature. Even that is not enough for the salt, Sinhalese ears, bonnie borrie, and pepper that are supplied there; nevertheless, our profitable accomodessans have recently been revoked for the Honorable Company, and we have been ordered to buy what is necessary with cash to supply adookoos and pehiendoes, for which we have nonetheless received no reimbursement in cash nor a single medid of paddy from the Honorable Company. Regarding this, we request the gentlemen to make a proper inquiry as to who ordered that no supplies should be made to us. 3. From of old it has been customary to have cinnamon harvested by the low castes belonging under the four Gattreas, namely Kinnareas, Olias, Beravayas, and Hinnewas; however, it is now being done by us, landowners who with the By mandate of 28 May of last year, the necessary remarks and answers in general have already been made regarding most of the articles appearing in this complaint ola, and concerning the remaining special complaints, further investigation must take place.
Dutch transcription
tuijn aangelegd met koburs en Coosaks boomen beplant, daar op een huijs gebouwd en in gewoond heeft, dog dat gemelde assistent Iansz: zeedert nu drie maenden hem De= klarant weggejaegt en zijn en zijn /des deklarants:/ tuijn in bezit genoomen heeft. Eijndigende hiermeede de declarant hunne gegeve declaratoir die zij betuijgen de opregte en zuijvere waarheijd te behelsen. Aldus gedeklareerd in de stad Gale ter sekretarij van Politie en Justitie ten daege voorsz: en ter presentie van de klerken Johannes Martinus Anthonijsz en Johan Adam Meurling als getuijgen die de minute deeses nee= vens de deklaranten, den Taelman en mij sekretaris hebben onder„ teekent: /onderstont:/ 'T welk Getuijgd /:was geteekent:/ B: v: Albiedijlel sekretaris. Translaet. 1737 N.:o 18. Translaat singaleese klagt ola door de gezamentlijke maijoraels van de wellebaddepattoe overgelegd van auds hebben wij voor d' E: Comp: de ondervolgende diensten ver= rigt teweeten. 1:/ In het dorp Dilkwelle worden 'sjaars verscheijde kalkhoven gebrand en 15. lasten kalk gelee- verd. 2:/ verscheijde 'scomp:s tuijnen aange plant in kokus en ola ingepalmd en bezorgd. 3. Tot de stallen van zoo veel Elephan„ „ten als er gevangen worden plaats gemaakt en aan de aankoomende Elephants bediendens en hunne hoofden verblijf plaats klaar ge maakt en de nodige adoekoes en Pchiendoens bezorgd 4:/ van het dorp zijn een groote en verscheijde kleene rusthuijsen mitsgaders school gebouwd en aan blanke heeren en swarte hoofden en hunne gevolgen mitsgaders kommandos en gecommitteerdens, die van kolombo Gale en Mature en Magam dit rusthuijs passeeren en repasseeren dagelijks Pehiendoes en adoekoes kokus stoelen kooijen en: aks en nagtligt zonder eenig manque ment besorgd. 5:/ In derselver voegen omtrent de vier Comp:s tuijnen staende en het dorp Bamberende alwaar ook een school en verscheijde rusthuijzen zijn gemaekt by aan komste van den eerwaerden predi„ „kant tot de schoolvisite en inlandse gecommitteerden om 's comp:s kanneel en arreeks tuijnen op teneemen worden aan de zelven ook de nodige Pijhiendoes en adoekoes verstrekt en in het dorp kote „ godde sjaars vijftien lasten kalk ge- brand zoomeede tot het bergen van de olie en kokus nooten neevens het vaet werk een kleijnhuijs gemaekt mits. gaders aan de geene die tot dat werk af een aankomen adoekoes en Tijhen= doens verstrekt 6. / Jn het dorp Naaudoenne de school en verscheijde rusthuijzen opgebouwd om te dienen om bij aankomste van den Eerwaarden Eredikant zoomeede de Mahabaddes hoofden, met der zelve gevolgen en ook aan deselve adoekoes en pijkendoens bezorgd. 7:/ Jn het dorp Gandure tot het ber„ „gen van arreek en Pakhuijs en aan de heeren die tot den afscheep van vrees aldaar aankoomen de nodige rusthuijs gebouwd tot hun E: verblijf ook worden de nodige adoekoes en Tijhiende aan: 1738 aan deselve verstrekt, de tien maijorads van 't dorp Bamberaude moeten de 6 buijten de hiervoorenstaende verpligte diensten die zij laeten verrigten ook zonder tijds verzuijm gemelde dorp laeten beploegen en bearbeijden niet alleen maar ook De nu voor eenige Jaaren aangelegde Comp:s arreeks tuijnen beplant en bewerken boven dien verrigten zij, nog hunne diensten bij de hout, kapperij en moeten voor de kontanten die van Gale en Mature gezonden worden hoenders, booter etc: leeveren wordende van ieder maijovaal sjaars een halve rd:s voor reekening van d' E: Comp: inge vordert, buijten deese aangetoonde verpligte diensten die zij verrigten moeten, geeven zij nog te kennen het onregt dat aan hun in de ingezee „tenen gedaen word teweeten. 1:/ Alle de diensten hier vooren ver= meld moeten wij zonder als van de komp: te genieten verrigten egter worden van ons gevraegd, onse kinderen broe ders en neeven, ter verrigting van 'scomp:s diensten dus vraegen wij of ze niet onse noodhulpers zijn om ons te assisteeren. 2: De europeesche en inlandsche Dienaeren mitsgaders mindere hoofden en ingezee „tenen van kolombosaleen mature vinden hun Bij mandaat van den 28:' Maij J:o L: is reeds omtrend de meeste artikels bij deese klagt ola voorkoomende het nodige in het generael aange merkt en geantwoord, en noopens de overige speciale klagten dient nader onderzoek te geschieden. bestaen. bestaan uit hun bezolding en accomodessare van d'E: Comp: welke zij ook niet genoegen genieten en bezitten daar en teegen krijgen wij voor het verrigten van booven gemelde verpligte diensten tot onse accomo dessam 3. â 4. ammonams nelij, nu geeven wij aen d regt doen de heeren te oordeelen of dat wijnige toerijkende is voor een geheel Iaar tot het verstrekken van adoekoes en Pij hiendoe etc: voor de van Colombo, gale en Mature passeerende heeren en hunne gevolgen. zolf is dat niet genoeg voor het zout singaleesche ooren, bonnie borrie en peeper die 'er verstrekt werden, dit uwermin dert zijn nu kortelings onse voordee lige accomodessans voor d' E. Comp: inge„ trokken en wij geordonneerd geworden voor kontant het nodige intekoopen tot het verstrekken van adoekoes en Pij hiendoens waar voor wij nogtans geen vergoeding van kontanten nog een medict nelie, van d' E: Comp: vorkreegen hebben over zulk verzoeken wij de heeren een behoorlijk onderzoek te doen, door wie gelast is, dat geene verstrekkingen aan ons zou „den gedaen worden. 3. /. van ouds af gebruijkelijk geweest kan neel te laaten afhaelen door de onder de vier Gattreas sorteerende laege ge slagten te weeten kiemnereas, olias, berewaijs en Hiennewas dog tans werd deselve door ons landstigters die met den.
English
1739 invested with the honorary title of village headmen were taken away, upon consideration of which we must ask ourselves whether there can be any greater shame for us. In the year 1788, for the service of the canal excavation in the Morua Korle, we were obliged to furnish one person from every house monthly and until that work was completed, whereby in that faithful land many people died of convulsions; yet we thought that, while performing our obligatory services mentioned hereinbefore in our own villages, we would contentedly bring our days to an end, but subsequently came, 5th: The building of the dam at Badegeriese, situated fourteen miles from here and in the land of Paneme, to which place they send us, although there are not enough people to perform the occurring services in our korle, and just as if there were not enough people in the land of Panoea, which is 3 miles in extent. Yet when someone is to be punished with death, the judges of the three cities pronounce the death penalty beforehand according to equity, but while now a whole multitude of innocent people innocent people are sent to Padigeriese, and of them within the span of a month so many have died there that we are unable to state their exact number, it will be discovered upon closer investigation of matters in the council meeting whether this was done with right or injustice. It has never been customary in Ceylon to have Company services performed by women, but now mothers, while their children sit crying at home, are seized, put in chains, and subsequently sent to Badegerije. Is this in any case equitable? 7th: The soursop trees, planted as the sole sustenance for our livelihood, are being chopped down for the Company's services, and a strict order was given to us to dry attekoos from the fruits of the remaining soursop trees and to deliver them. And since this has never been customary, does this not tend to the shame and dishonor of the Honorable Company? 8th: We were ordered to tie fast a cow, which a poor man raises with great care for his livelihood, and bring it to slaughter, after which its meat is consumed as a side dish. What evil has that beast done? 1740 Does there occur greater injustice in this world? If the matters cited in this complaint ola are accepted as proof, then the following serves as one such example, namely that while among the whites a New Year is celebrated once every twelve months, we common black people for 3 years in succession have not been allowed to celebrate our New Year, and also have not been able to notice whether those twelve months in the year have already passed or not. 10th: We were previously obliged to have elephant stables made, for which reason no jaggery and planks were demanded from us, but is it equitable that those timber works which we did not deliver are now being demanded from us? The Right Honorable, rigorous, and highly esteemed Lord Governor of the Island of Ceylon is appointed to govern the subjects of the Honorable Company, the Right Honorable Lord Commander holding command in the Galle Commandement, and the Right Honorable ruling Lord Dissave at Mature, together with the three council assemblies of the said said three cities, where there are also three port servants; yet we, black inhabitants of this Island of Ceylon, cannot know from which of the three cities these injustices befall us. Therefore, we most humbly request that, under the authority of the three cities, this matter be investigated without delay and settled upon written evidence. Was signed with eleven illegible signatures. Below stood: for the translation, Matura, the 24th of May 1790. Was signed: L. M. Trek. In the margin for the translation, signed: G. Theodorus, sworn interpreter. Now follow some unbearable injustices done to us, namely that for two ships that are being built one after another, we must lose the soursop trees from which we have our livelihood, as curved timbers are chopped from the branches and planks are sawn from the trunk, which we must drag and transport from one to two miles away to the ferries, and must ourselves pay the expenses that need to be incurred for this purpose, having no opportunity, for as long as that work lasts, to perform the Company's 1741 service, or to undertake anything for our own livelihood; and we therefore request that a proper investigation into these matters may take place. Was signed with seventeen illegible signatures and characters. Below stood: of the translation, Mature, the 24th of May 1790. Was signed: L. M. Trek. In the margin for the translation, signed: D. Theodorus, sworn interpreter. No. 19. Translation of a Sinhalese complaint ola submitted by the Lascorins of the ranchu of Gaengodde Wanni Aratchi of the Wellabadda Pattu. Section 1. The villages of Pallegamme and Rauahoore, being accommodated to 24 heads of the said ranchu, and the same having been rented out for 55 amunams of paddy by two kanganies of that ranchu; and after the crop was pruned and heaped up, the Mudaliyar of the Wellabadda Pattu caused it to be threshed by force, and from it gave 30 amunams of paddy to the Lascorins, and appropriated 25 amunams to himself, together with that which was profited from it. From the accomodesan of Moenesinge Kangany in the village of Pottewille, the Mudaliyar has, with force. The complaints mentioned on the side, against the Mudaliyar of the Wellabadda Pattu, also require investigation as soon as the complainants appear.
Dutch transcription
1739 den eernaem van dorpshoofden bekleed zijn afgehaeld bij overweeging van het welk wij ons selven moeten vraegen of er grooter schande voor ons kan weesen. In den Jaere 1788: hebben wij ten dienste van den doorgraeving in de Movruakorl uijt ieder huijs Maendelijks en tot dat dat werk voltooijt is een perzoon moeten opbrengen waar door in dat trouwe land veele menschen met trek„ kings gestorven zijn, dog wij dagten dat wij onder verrigting van onse ver pligte diensten hier vooren vermeld in onse eijge dorpen niet vergenoeging onse daegen ten eijnde te brengen maar al vervolgens quam ten 5:/: Het aanbinden van den dam te Bade„ geriese veertien mijlen van hier en in het land van Paneme geleegen te voorschein waar heenen men ons wel schikken daar er geen volk genoeg is om de voorvallende diensten in onse korle te verrigten en even of er geen genoeg- zoem volk was in het land van Pa „noea dat 3. mijlen uitgestrekt groot is. Edog wanneer iemand met de dood zal gestraft worden; vonnissen de regters vrin de drie steeden de doodstraffe alvoorens na billijkheijd maar ter wijl nu een geheele menigte onschuldig. de an d zelf onschuldig na Padigeriese verzonden en daar van in den tijd van een maend al daar zoo veel gestorven is dat wij niet in staet zijn dier nette getal op tegeeven zoo zal hij nader onderzoek van zaeken in de raeds vergadering worden ontwaerd of de met rogt of onregt geschied is. T was nooijt op Ceilon gebruijkelijk geweest door vrouwen Comp:s diensten telaeten verrigten maar nu worden de moeders terwijl haare kinderen in huijze sitten te huijlen opgevat in de ketting ge= belonken en vervolgens na Badegerije verzonden, Is dit in allen gevalle billijk 7:/ De tot ons leevens onderhout eenige plante soorsaks boomen worden tot 's comp:s diensten gekapt en ons een sterken order gegeven om van de vrugten der overge= „schootene soorsaks boomen attekoos te droogen en te keeveren. En wijl dit nooit gebruijkelijk is geweest strekt dit niet tot schande en onëer voor de E: Compenie 8:/ wij werden gelast om een koebeelt het welk een arme man met veel zorg tot zijn bestaen op kweekt vagtte„ binden en ter slagtinge te brengen waar na het vlees daar van tot toe spijs genietigd word. wat kwaed heeft dat beest gedaen, geschied. 1740 geschied er dus grooter onregt en de deese wereld. In dien de bij deese klagt ola aange haalde saeken tot een bewijs aangenoo „men, worden: zoo strekt het volgende tot een van het zelve, namentlijk dat terwijl onder de blanken, eens in de twaelf maenden een nieuw Jaar gevierd, word, wij swarte gemeene menschen van 3. Jaeren agter malkan- „deren ons nieuwe jaar niet hebben moo= „gen vieren en ook niet hebben konnen merken of die twaelf maenden in het Iaar al gepasseerd zijn of niet. 110:/ wij waaren bevoorens verpligt om Elephants stallen te laaten maeken om die reeden zijn van ons geen Jagerleette en planken gevorderd, maar is het billijk dat van ons die houtwer= „ken, die wij niet hebben geleevert als nu afgevorderd werden. „. De wel Edele gestrenge groot agtb: heer gouverneur van het Eiland Cailon is gestelt om de Ondendae nen van d'E: Comp: te regeeren voeren„ de de wel Edele agtb: heer Comman= deur als het gebied in 't Comman „dement gale en de wel Edele gebiedende heer dessave tot mature beneevens de drie raedes vergaderinge van gem: gemelde drie steeden alwaar ook derie porta bediendens zijn wij zwarte ingekeetenen van dit eiland Ceilon kunnen egter niet kunnen weeten uit welke der drie steeden deese onregt vaar digheeden ons wedervaeren, dus verzoeken wij oodmoedigst zonder verzuijmenis op het gezag van de drie sleeden deese zaek tewillen onderzoeken en op een schriftelijk bewijs afdoen /:was geteekend met elf onleesbaare handteekening /:onderstont:/ voor de overzettinge Matura den 24:' Maij 1790. /:was geteekent:/ L: M: Trek /:in margine voor de wetaling /:geteekent:/ G: Theodorus geswoore-tolk. Nu volgen eenige onverdragelijke onregtvaardigheeden die ons gedaen werden teweeten dat het twee scheepen dat te andere worden aangebouwd wij de soorsaks boomen, waar van wij ons leevens bestaen hebben, moeten missen als werdende van de takken kromhouten gekapt: en van de stam planken gezaegd welke wij van dan een â twee mijlen „ tot aan de veeren moeten sleepen en be „zorgen mitsgaders de onkosten die daar toe dienen gedaen te worden zelve doen, geen geleegendheijd hebbende om tot zolange dat werk duurd 's Comp:s dienst. 12: 1741 dienst teden, of tot ons eijgen bestaen iets bij der haad teneemen en verzoe „ken dus dat de sweegen een behoorlijk onderzoek mag geschieden /:was getee= „kend:/ met seventien onleesbaere handtel keningen en karakters /:onderstont:/ van de overzetting Mature den 24:' Maij 1790. /:was geteekent:/ L: M: Trek /: in margine voor de vertaeling /:geteekend:/ D: Theodorus geswoore tolk. N=o 19. Translaat Singaleese klagt ola door de Laskorijns van 't Randse van Gaengodde wanni arraetje van de wellebaddepattoe overgelegd. 5. 1. / De dorpen Pallegamme en Rauahoore zijnde aan 24. koppen van gemelde randse geaccomodeert en deselve voor 55: amm:s nelij door twee kangaens van dat randje in pagt genoomen en na dat het gewas gesnoeijd en op gehoopt was heeft de modliaar van de wellebaddepattoe met ge weld laeten dorschen en daar van 30: amm:s nelij aan de loxkerijns gegeven en 25. anmm:s beneevens het geen daar op is geprociteerd zig toegeeijgend van de accouodessan van moenesinge kangaen in 't dorp Pottewille heeft de modliaar onderzoek, zoo dra de klagers baddepattoe verusschen meede teegen de Modliaar der welle- op daegen De klagten bezeijden vermeld geweld: -. - met
English
violently taken away 5 amunams of paddy. Section 2: The service of the abovenamed Gangodde Wannie Aratchy having fallen vacant through his death, the Lord Dissave and the second interpreter, without giving the same to a qualified person, conferred it upon one Pallawillige, who is an unqualified subject, drunkard, and a scoundrel, who now commits many injustices, to wit: The maintenance to the amount of seven amunams that was supplied to us from the Company's warehouse for performing the work in the pepper garden of Haapoegamme, he took for himself, together with another 15 rixdollars in cash from us, thus leaving us to work without maintenance. Section 3: The Modliar has taken 7½ amunams of paddy from the Mayorals of Pategamme. The Cangany named Pawaherre Don Kaarloe Wiekkremesinge Goenewardene was dismissed from his Cangany service and appointed as Vidana, and after that date the Modliar took the Vidana service away from him and: Section 4: and also appropriated the profits to himself, so he requests that proper justice may be done regarding this injustice. Section 5: From the former Cangany Ammeresinge, under the ranchu of Gangoddegamme Aratchy, the Modliar took four gold pagodas. Section 6: From the garden of the Lascoreen of the aforementioned ranchu named Merintje Appu, the Modliar caused two fruitful soursop trees to be felled. From Parwaherae Gammeaetjele he took 6¾ amunams of paddy. From a divel garden named Poentjiegamme Awatte, he caused 942 unripe and 340 ripe soursops, as well as 493 coconuts, to be plucked and appropriated them to himself, together with the profits due to him as Vidana, as well as those of Mayoral, from the accrued yields of the seven parveny sowing fields of the Lascoreen Stittie Altjiegie Hewa Appu; and the title deeds thereof the aforementioned Modliar took away from him. Signed with eight illegible Sinhalese characters. Below stood: For the transcription, signed: L. M. Trek. In the margin: For the translation, signed: D. Theodorus, sworn interpreter. No. 20 Just as No. 19. No. 20. Translation of a Sinhalese complaint ola submitted to the Commissioners by Koeroegamme Wiedjesoindere Goenesegere Gammeaetjele of the village of Parwaherde in the Wellebadde Pattu. After the white gentlemen took over the governance of this country, my Mayoral service dates from that time, and so in the year 1770 I obtained the service of Mayoral, and since that time, under various Modliars, as they ordered me, I have discharged the same, just as the present Modliar. Having entrusted the villages of Parwaherre and Pategamme to me for sowing, and at the same time having appointed me as Vidana of those villages, I performed that service and all other Company duties as the Modliar ordered me; whereupon the Modliar promised him that he would work on my behalf to obtain the service of Vidana Aratchy. That after the crop became ripe, I informed the Modliar thereof, whereupon the Modliar replied to me that he would not give me the Vidana honorarium. Thereupon I remained silent, and out of fear that the Modliar would abuse me, I did not wish to give any answer. From the fields acquired by me long ago and known in the books of the gentlemen, of which one is a parveny named Oehawekoembere, measuring 27 kurunies, and the other being a kariya or Mayoral's divel named Weuwekoembere, measuring 22 kurunies, I have received neither a sheaf nor a handful, nor from the parveny or sower's share due to me, much less compensation for the paddy supplied as seed corn; the Modliar having, moreover, placed an attachment upon my residential garden Poentjegamme Watte now three months ago, and from there caused 942 unripe and 340 ripe soursops, as well as 493 coconuts, to be plucked and appropriated them to himself. All this damage that I have suffered, I request the Gentlemen to do me justice, and that what was taken from a poor man like me may again be restored. Also as No. 19. Signed with an illegible signature. Below stood: For the transcription, Matara, the 24th of May 1790. Signed: L. M. Trek. In the margin: For the translation, signed: D. Theodorus, sworn interpreter. No. 21. Translation of a Sinhalese complaint ola, submitted by the Mayoral of the village of Battegamme, Wiekkrameratne Pattearemehe, belonging under the resthouse of Diekwelle. The Modliar of the Wallebadde Pattu has appropriated to himself my badde-divel, which I obtained for my Mayoral service, together with some other profits, without giving anything to me, besides 9½ amunams of paddy, causing my Mayoral service to be performed by various other persons. Signed with an illegible signature. Below stood: For the transcription, Matara, the 24th of May 1790. Signed: L. M. Trek. In the margin: For the translation, signed: D. Theodorus, sworn interpreter. Translation Likewise as No. 19. No. 22. Translation of a Sinhalese principal ola submitted by the Mayoral of Pottiwelle, belonging under the Girrewaij Pattu, named Abewardene Widaene Patirenneha. The present Modliar of the Wellebadde Pattu, named Wiekhremeratne, came to my residential village, situated furthest from the Wellebadde Pattu, of which I alone am Mayoral, and subsequently entering into my house took lodging by force, trying to force my daughter into whoredom with him; where I, giving him [illegible] opportunity, the Modliar became very enraged with me, vexing me with many injustices, to wit: The Mayoral service which was held by my family from the times of the Portuguese and thereafter by me upon a certificate.
Dutch transcription
geweld 5: amm: nelij weggenoomen. §: 2: De dienst van boerngem: Gangodde wannie arraetse, door zijn overleeden vakant geraekt hebben de heer dessave en den tweede tolk zonder deselve aan een bequaam perzoon tegeeven aan eenen Pallawillige zijnde een on bequaam subjekt, Dronkaerd en een schelm opgedraegen, doende, hij nu veel onregtvaardigheeden teweeten, De Manchte „mentos ter buwantiteijd van seven am monams die aan ons uit 's Comp:s Pakhuijs van het verrigten van 't werk in de Peper tuijn van haapoegamme verstrekt zijn heeft hij na zig genoomen met en beneevens nog 15. rd:s van ons aan kontant, laetende ons dus werken zonder mainktementos. §: 3. De Modliaar heeft van de Maijo „rae van Pategamme 7.½. amm:s nelij genoomen De kangaen genaemd Pawa herre don kaarloe wiekkreme singe Goenewardene is van zijn kangaens dienst afgezet en als vidaen aangestelt en na dato heeft de madliaar de dienst van vidaen van hem afgenoornen en: 5:4. 7 1742 en ook de voordeelen zich toegeeigend dus verzoekt hij dat over deeze onregtveerdigheid behoorlijk regt mag geschieden. § 5. van den geweezen kangaan ammeresinge onder het Randje van Gangodde-gam„ me araetje heeft de modliaer vier goude pagoden genoomen. § 6. van de tuijn van de Laskorijn van voormel„ de Randje genaamd Merintje appoe heeft de modliaar twee vrugtbaere soersax boomen laeten kappen. van Parwaherae gammeaetjele heeft hij 6.¾. amm: Nelij Genomen uijt een Diwel tuijn genaamd Poentjie gamme awatte 942. onrijpe en 340. rijpe soersax mitsgaders 493. kokus nooten laeten plukken en zig toege- eijgend benevens de aan hem kompeteeren„ de voordeelen van vidaan zoo wel als die van Maijoraal van de ingekoomene voordeelen van de seven Parvenie Zaaij velden van den laskorijn stittie altjie„ gie hewa appoe, en de Eigendoms be„ wijsen daar van heeft meerm: modli„ aan hem afgenomen /:was geteekend:/ met agt onleesbaare singaleese ka rakters /:onderstond:/ voor de overzetting /:was„ geteekend:/ L: M: Trek /: in argiene:/ voor de vertaling /:geteekend:/ D: Theodo„ rus gesw: tolk. No. 20 e even als n:o 19. N:o 20. Translaat Singaleesche klagt oa door koeroegamme wied je soindere Goenesegere Gammeaetjele van het Dorp Parwaherde in de welle bad de pattre aan de heeren komm farissen overgelegd. Na dat de blanke Weeren dit land in bestier gekreegen hebben is mijn me oraels dienst van die tijd afkomstig en dus heb ik in A:o 1770: den dienst van Maijorael verworven en seder dien tijd af onder verscheiden modliaar zo als ze mij hebben geordoneerd de zee ve waargenoomen gelijk den presen ten modliaar. de dorpen parwa herve en Pategamme mij ter besaaijing ge„ . intrageerd en tevens als veldaen van die Dorpen aangesteld hebbende ik die dienst en alle andere komp:s ver„ rigtingen zoo als de modliaar mij heeft geordonneerd heb waargenomen zoo beloofde de modliaar hem dat hij voor mij bewerken zoude ter verkrijging van den dienst van vidaen artjele, Dat na dat het gewasch rijp is geworden heb ik zulx den modli„ aan verwittigd waar op de modliaer mij tot andwoord diende dat hij mij 1743 mij de viedaan hoanderam niet zoude geven heb ik daar op stil gesweegen en uit vreeze dat de modliaar mij zoude schrobeeren niets willen and„ woorden. Mit de bij mij van lange tijden vervorve en bij de boeken van de heeren be„ kend staande velden, waer van het eene zijnde een parvenie gen:t oeha„ we koembere groot 27. korn:s en het andere, zijnde een karieje of maijo„ raals Dewel genaamd weuwe koem„ bere Groot 22. Corn:s heb ik geen schoof of hand vol gekreegen nog uit het aan mij kompeteerend parvenie of zaaijers aandeel veel minder ver„ goeding van de tot zaadkoorn verstrek„ te nelg hebbende daar en booven de 6 modliaar op mijn woontuijn Poentje „gamme watte nu drie maanden Ge„ leeden arrest gelegd en daar uijt 942. onreijpe en 340. rijpe soorsax mits„ gaders 493. kokues nooten laeten plukken en zich toegeiegend. alle deese schade die ik geleeden heb verzoek ik de Heeren mij recht te doen en dat het geen van een arme man als ik ben genoomen is weeter mag gorestitueerd worden was ook als n o. 19. /:was geteekend:/ met een onleesbaare hand„ teetekening /:onderstond:/ voor de overzet„ ting Mature den 24: Maij 1790 /: was getee„ kend: L: M: Trek /:in margine:/ voor„ de vertaeling geteekend:/ D: Theodorus geswooren Tolk. N:o 21. Translaat singaleesche klagt ola, overgelegd door de Maijoraals van het Dorp Batte„ gamme, wiekkramerantne Pattearemehe gehoorende onder het Rusthuijs van Diekwelle De Modliaar van de Walle had de pattoe heeft mijn baddewil die ik voor mijn Maijoraals dienst heb verkreegen na„ vens Eenige andere voordeelen zonder iets aan mij te geven sich toege-eigend nevens 9½. amm: nelij Laatende door deezen en geenen mijn maijoraels dienst verrigten /:was geteekend:/ met een onleesbaare hadteekening /:onder„ stond:/ voor de overzetting:/ Mature den 24. Maij 1790. /:was geteekend:/ L: M: Trek /: in margine voor de vertaling /:geteekend:/ D: Theodorus geswooren Tolk Translaat 1744 Insgelijks als n:o 19: N:o 22: Translaat Singaleesche Hoofd ola overgelegd door den Maijoraal, van Pottiwelle gehoo= rende onder de Girrewaij pattoe genaemd Abewardene, widaene Patirenneha De. Presente moeliaar van de welle baddepattoe genaemd wiekhre= meratne is in mijn woondorp, het verst van de wellebaddepattoe geleegen daar ik alleen Majorael van ben, en vervolgens in mijn huijs koomende niet geweld ver blijf genoomen, Tragtende mijne bG dogter tot hoerorij met hem te dwingen waar toe ik hum gelee= gendheijd geevende heeft di Modliaar op mij zeer verstoerd wordende mij met veel onregt veerdigheeden gekweld te weeten De Maijoraals dienst die door mijne familie van de tijden der Portugeesen af en daar na door mij op een be wijs.
English
manner has been observed, the mudaliyar has taken away from me and confiscated my parvenie lands as mallapalla and had me bound and taken away under arrest to Mature. Subsequently he sent Kibbeliejepalle Ridaen and Kalasiege Kankanan together with some lascorins to my house and forcibly appropriated the paddy that was found there, as well as had a sowing field to the extent of two amunams sown worked by my assistants under the pretext that they are strangers. Was signed with an illegible signature. Below stood for. 1745 The mudaliyar of the Wellabaddepattu, the mohandiram of the Baygams, Liyeneratjele of Dikwelle, ought also to be investigated today when the complainant appears. For the translation, Mature the 24th of May 1790. Was signed L. M. Trek. In the margin, for the translation, signed Don Theodorus, sworn interpreter. Complaint ola presented by the lascorins of the ranchu of Bamberende, Ammeresiriewardene Sammeresinge Aetjele. These complaints against the No. 23. Translation of a Sinhalese The accommodessans previously assigned to us have been withdrawn, and in their place we have been accommodated with other fields to the extent of 61 amunams in the village of Diekwelle. But the Liyeneratjele of Diekwelle usually conspires with the mudaliyar of the the Wellebaddepattu, and they both appropriate the profits of the accommodessan to themselves without our deriving anything from it. Besides this, the deceased Mudaliyar Seneweratne Dissanayake, on the occasion when he administered this pattu, had the profits of three seasons measured by the Liyeneratjele and appropriated them between the two of them, but gave no more than half an amunam of paddy to each man. But the mudaliyar Wiekkremeratne, after he became the head of this pattu, had a false ola fabricated by the said Liyeneratjele concerning the sown extent of 61 amunams mentioned herewith, and had it signed by 4 to 5 destitute lascorins without our knowledge, as if he, Liyeneratjele, had taken the said sowing 1746 sowing grounds on lease for 26 amunams of paddy, and had the profits of the Yala and Maha seasons collected by amunams with the profits belonging thereto, without giving us anything more than merely 21 amunams measured out to us with a small wallekan or mayoral's kuruni, mixed with paddy chaff and straw stalks. But the remaining paddy, being of a considerable quantity, the mudaliyar and the Liyeneratjele have divided between the two of them. For the reason of this unjust treatment, we request that this accommodessan given to them may be withdrawn on behalf of the Honorable Company, and that in return we may be assigned, as before, a one-tenth title of our parvenie sowing fields, or else that maintenance maintenance from the Company's warehouse may be granted to us. But if this could not happen here, then that our accommodated fields may be fully allocated to us, independently of anyone else's order, by a memorandum with notification of the names of the fields, and that we may at the same time be provided with a proof as evidence thereof. But if this cannot be obtained, that a better and stricter order regarding this may be established in our favor, and that the paddy appropriated by this mudaliyar together with the Liyeneratjele may be refunded to us again. The aforementioned Bamberende Ammere Sieriewardene Sammeresinge Aetje has made the following known: The two sowing fields obtained by me from the village of Naymenne as my accommodessan were taken on lease for 10 amunams by the vidane mohandiram of Baygam, and he had the crop threshed and taken for himself without then giving to us, certainly because he thinks he has forced me and obtained the fields this year on lease 1747 This complaint against the mudaliyar must likewise be investigated further. for ten amunams, whereas those fields were leased by me the previous year for 12 amunams. Consequently, I most humbly request that the mohandiram may be ordered to compensate me immediately for twelve amunams of paddy. Was signed with an illegible signature. Below stood: for the translation, Mature the 24th of May 1795. Was signed E. M. Trek. In the margin, for the translation, signed D. Theodorus, sworn interpreter. No. 24. Translation of a Sinhalese complaint ola presented by the vidane and mayorals of the village of Hebbelege Palle and the Wellebaddepattu. The mudaliyar of this pattu has forcibly demanded and taken for himself fifteen amunams of paddy from us four poor people. To us, Gode Kandiearaetje and the aforementioned vidane aetjele, he has he has said to have six thousand copras dried and delivered at 5 rixdollars per thousand. We made the purchase with our own money, not thinking that the mudaliyar would deceive us and give no satisfaction. When the deceased Mudaliyar Dissanayake had the supervision of this pattu, we delivered 7 amunams and 4 and a half parras of areca nut on account of the village of Hebbelieje Palle to the Honorable Company, but having received no satisfaction from him, we made our complaint after the death of the said mudaliyar to the Right Honorable Commanding Lord Dissave, whereupon the said Commanding Lord Dissave told us that the monetary value of the above-mentioned areca nut had been handed over to the present mudaliyar. But since the mudaliyar is still unwilling to satisfy us and the inhabitants for the areca nut enjoyed by him in the course of a full year, we make the matter known most humbly to Your Right Honor. Below stood: for the translation, was signed L. M. Trek. In the margin, for the translation, signed D. Theodorus, sworn interpreter. Translation
Dutch transcription
„wijs waargenoomen is, heeft de modliaar van mij afge noomen en mijne Parvenie Landerijen als Mallapalla in getrokken en mij laeten vleugelen en na Mature in arrest wegbrengen ver= volgens heeft hij kibbelieje- „palle riedaen en kalasiege kankanan neevens eeni „ge laskorijns na mijn huijs gezonden en de nelij die aldaar te vinden was zig met geweld toegeeij „gend mitsgaders door mijne „noodhulpers onder voor gaeve dat te vrijmdes zijn een Zaeijveld ter groote van Twee ammonams gezaeij laeten bearbeijden /:was getee kend met een onleesbaare handteekening /:onderstont:/ voor. 1745 mod:r den wellebadde pattoe den mohandiram der Baigams Lijene ratjele van Dikielle dienen almeede haden te werden onderzogt, wanneer den klager verscheijnt. voor de translatie Mature den 24:' Maij 1790: (:was getee kent:/ L: M: Trek /:in mar= „gine:/ voor de vertaeling /:getee kend:/ Don Theodorus ge swoore Toek. klagt ola, overgelegd door de Lafkorijns van 't Randje van Bamberende Ammeresiriewardene sam meresnge aetjele. deese klagten teegen de N:o 23: Translaat Singaleese De aan ons bevoorens toege „voegde akkomodessans zijn ingetrokken en in dies plaats zijn wij met an dere velden ter groote van 61. ammonams in 't Dorp Diekwelle geakko¬ modeerd, Dog de Lienne„ „retjele van Diekwelle Spand gemeenlijk met den mod:r van de de willebaddepattoe aan en eijgenen zig met hun beijden de voordeelen van de accomrod dessan toe zonder dat wij daar van ietstrekken. Buijten dien heeft den overleeden Modli „aar Seneweratne Dissanaij „ke ter geleegendheijd hij deese Pattoe waarnam de voordeelen van drie mau sons door den Lieuneaetjele lae ten meeten en met hun beij „den zig toegerijgend, dog aan Jder man niet meer gegeven dan halsamm:s nelij dog de modliaar, wiekkremeratne na dat hij hoofd van deese pattoe is geworden heeft omtrent de hier bij vermelde groote van 61: anio „nam gezaeijd, door gem: Lienneretjele een falsche ola gefabriceerd en door 4. â 5: behoeftige laskorijns zonder ons weeten laaten onderteekenen als of hij Liemeaetjele gemelde Zaeij. 1746 Zaeij gronden voor 26. amm:s nelij in huur genoomen had en de voor= „deelen van de moussons Jalba en Maha bij amm: laaten inzaemelen met de daar toe gehoorende voordeelen, zonder daar van als meerder aan ons te geeven dan, maar, 21. anmonams ons toegemeeten met een kleene walle ƒ kan of maijoraals koernie doormengd. met nelie boesters en stroohalm dog de overige nelij zijnde van een aanzien lijke quantiteijt hebben de modliaar en den Lineaetjele onder hun beijden verdeeld. Ter oorzaeke dus deeser onregtvaardige behandeling verzoeken wij dat deese aan hun gegevene accouro= dessan voor d' E: Compeine mag ingetrokken daar en teegen aan ons gelijk bevoorens toegevoegd werdende Een tiende gereg- C. „tigheijd van onse parvenu Zaeijvel- den dan wel dat aan ons Mainkte mentos. mentos uit 'scomp:s Pakhuijs moogen„ verstrekt worden dog bij alhier dit niet geschieden konde als dan onse geaccomodeerde velden nnaChanke lijk van een anders order per een no= „titie met bekendstelling van de naer„ „men der velden ons ten vollen toewe „gen en ons tevens ten blijke daar van, van een bewijs te voorzien, dog dit niet konnende verwerven dat daer daar omtrent een beeter en strenger, onder ten onsen faveure mag gestelt en door deesen modliaar neevens den Lieneaelje de hun toegeeijgende nelij aan ons weeder mag gerestitueerd worden. De hier vooren vermelde Bamberende ammere Sieriewardene, sammere singe aetje heeft het volgende te kennen de aan mij van het dorp Naeijmenne tot mijn accomo= „descan verkreegen twee zaeqvel „den door den vidaen mohandiram van Baijgam voor 10. anm: in huur genoomen en tot gewas hae ten dorsschen en na zig genoomen zonder als dan wij te geeven zeekerlijk om dat hij denkt mij gedwongen en de velden dit Jaar voor dee 1747 deese klagte, teegen den mod:r moet desgelijks nader onderzogt worden. voor tien omm:s in huur gekreegen te hebben, wijl die velden voor= gaande Jaar voor 12: amm:s door mij verhuurd, zijn, over zulks verzoek ik oodmoedigst dat de mohandireem, mag gelast worden om twaelf ammonams nelij dadelijk aan mij te vergoeden /:was geteekent:/ met heconlees- „baare handtoekeningen /:onderstond:/ voor de Translatie Mature den 24: Maij 1795: /:was geteekend./ E: M: Trek /: in margine:/ voor de vertaeling /:geteekend:/ D Theodorus geswoore Toek. N:o 24. Translaat singaleesche klagt ola, overgelegd door de vidaen en Maijoraals van het Dorp hebbelege pallae en de wellebadde „pattoe. De modliaar van deese Pattoe heeft van ons vier arme menschen vijftien ammonams nelij met geweld ingeverderden na zig genoomen Aan ons gode kandiearaetje in de hier boven gemelde ridaen aetjele heeft: heeft gezegd ses duijzend koperes teegens 5. rd:s het duijzend te laaten droogen en leeveren wij hebben den inkoop niet ons eijgen geld gedaen, niet denkende dat de modliaar ons bedriegen en geen voldoening geeven zoude. Toen de overleedene modliaar Dessanaijke het opzigt over deese Pattoe had hebben wij 7: amm:s en 4.½. parras arreek voor reekening van het derf hebbelieje palle aan de E: Comp: geleevert dog geen voldoen, „ning van hem gekreegen hebbende zijn wij na de dood van gem: modliaae bij den wel Ed: gebiedende heen dessivve klagtig gevallen waar op welmelde, gebiedende heer dessale ons gezegd heeft dat ons aan de presente mod=r degeldwaarde van, van bovengem: arreek overgegeven was, maar de modliaar deselve nog voor de door hem in den tijd van een rondjaar genootene arreek ons ten de ingezeetenen niet willende voldoen geeven wij uwel Ed: oodmoedigst de zaek tekennen /:onderstont:/ voor de overzetting (:was geteekent:/ L: M: Trek /:in margine voor de vertaling /:geteekent:/ D: Theodosus gesw: Tolk Trenislaet
English
1748 Translation of a Sinhalese ola containing separate complaints of the inhabitants of the village Palleapperake against the vidaan arraatje of the said village. Abewiekreme Gammeaatzele gives to know the following: That the aforementioned vidaan aaraatje had forcibly taken away from me Henenganhewanainde, who has been assigned to me from of old to carry adoekoes and pehendoes. That the said vidaan arratje had caused two ammunams of masonry lime, which I bought for cash payment, to be taken away by force. As he also has taken by force 4 ammunams of paddy on account of the sower's share from the sowing field Thellamottottoe, besides a bag of paddy which belonged to me before the appointment of this vidaen arraetje for hoeandiram, and further two beams which could serve for a door, which I had felled from the Badjankelle forest. Iattienne Gamwassan Philippoe majoral makes known the following injustice done to me: that the vidaan aratje had forcibly taken away from me the profits of two parveny ande fields, whereof half belongs to the Honorable Company and the other half to me on account of the sower's share, as well as 20 koernis of attekoes or dried soursop segments and seeds. Palleapperake Don Louis Kankanan Pattirennehe majoral gives to know the following: That the vidaan aratje causes the fruits of my divel garden as well as all the betel leaves to be found therein to be plucked without giving any to me; when I have sown half of my parveny divel, one-fourth is taken from it by him, just as he also caused the said field to be entirely sown to his own profit this Talla monsoon. That the same also has taken 12 koernis of attekoes and 50 pared planks from me, and had made me fell and fetch a great multitude of bamboos and jungle wood called wallalie. Four nendoen trees of Company's assortment he had felled for himself; four doorframe props, which I had brought to me with much trouble, he has taken. Poltoewille Gammege Dinees gives to know: That the aforementioned vidaan arraetje has forcibly taken from my parveny sowing field 4¼ ammunams of paddy, as well as all the fruits and proceeds from my gardens, and further five pared planks which were to be found in my house. For binding the fences of his gardens and for the service of his house he has caused a great multitude of fence sticks, bamboos, and jungle wood and vines to be cut down and fetched, and when I refused to do it, I was thrown to the ground and beaten with fists on the back. Kannottagodde nainde gives to know the following: That the vidaan araatje ordered me as well as my son to proceed to the Morua Korle for the service of the canal excavation there, and because I am not capable of doing so on account of old age, he the vidaan arraatje has demanded and taken one rixdollar from me, notwithstanding that my said son proceeded thither; the same has also taken another one rixdollar from me because I was unable to go to the cinnamon garden for five days. 1749 Kandambel Gammego appoe gives to know: That the vidaan arraatje causes me to perform the services of a nainde, which are not my duty, and that he has taken away 15 koernies of coffee which I had collected together for delivery to the warehouse, without giving me anything for it. Ganwassan Bastiaan majoral of the village Meddeoejangodda gives to know: That the said vidaan arraatje has now for two years caused my parveny ande fields to be sown and takes the profits thereof, and that he has also extorted 12 koernies of attekoes from me by force. Ihegoddege Abewikkrime, vidaan aatje's nephew, inhabitant of the village Meddeoejangodde gives to know: That the said vidaan has forcibly taken from me my ancestors' parveny sowing field, which I have peacefully possessed for 102 years, and assigned it as parveny to an inhabitant of the Gale Korle, having received 10 rixdollars for it from the same, besides one-fourth of the crop of the said parveny field; and that besides this he has appropriated to himself another parveny sowing field of mine measuring 33 koernis. That the said vidaan arraatje had caused 12 jaggery trees to be felled from my dwelling house; I have made this complaint known to the gentleman present Dessave, submitting an extract, but have not received the said extract back again. Kaddeweddoewe Meddegei Jantje and Aberan, lascorins, give to know: That the aforementioned vidaan araatje had forcibly appropriated to himself our parveny sowing field Hiengoerapatwellekoembre, which we have had in possession now for 110 years, as well as two soursop wood wall plates, and that he has us apprehended and makes us perform naindes' services.
Dutch transcription
1748 Translaat singaleesche ola ver„ =vattende afzonderlijke klagtens van de Inwoonders van het Dorp Pal„ „leapperake tegen den vid aan arraatje van gem dorp Abewiekreme Gammeaatzele Geeft het volgende te kennen. Dat voornoemde ried aan aaraatje henen ganhewanainde, die tot het dragen van Adoekoes en Pchendoes aan mij van ouds af toegevoegd is, mij met geweld afgenoo„ „men had. Dat gem: vied aan arratje twee amm:s metzel kalk die ik voor kontante betaaling heb: gekogt met geweld heeft laaten wegneemen. Gelik hij ook 4. amm:s nelij, weegens zaaij„ =els aandeel uit het zaaijveld, Thellamot„ tottoe met geweld genomen heeft, nevens een zak nelij die almeede voor de aanstel„ ling van deeze viedaen arraetje mij voor „hhoeandiram toebehoord, en nog twee bal„ ken welke dienen konden tot een deur kon sijn die ik uijt het bos Badjankelle heb laaten kappen. Iattienne Gamwassan Philippoe maijo„ „vaal heeft het volgende onregt mij aange„ daan te kennen dat de vidaan aratje be voordeelen van twee paavenie ande velden waar van de helfte DE: Comp: toekomt en andere helfte mij weegens zaaijers aan„ =deel met geweld afgenoomen had als ook 20. koernis attekoes of gedroogde soorsaks huijsjes en pitten: Palleapperake Don Louis Kankanan Pattirennehe maijoraal Geeft het volgen„ „de te kennen. Dat de vidaan aratje de vrugten van mijn dievel thuijn zo wel als alle de betalt 8 betels die daar in te vinden waaren zonder mij te geeven laat afplukken wanneer ik mijne parvenie dievel, voor de helfte bezaeijd heb, word door hem -¼. daar van afgenoomen gelijk hij ook gem: veld deeze mousson Talla voor het geheel tot zijn voordeel heeft laaten bezaaijen. Dat den zelven ook nog 12: Coern: attekos en 50: gelabberde praalen van mij genomen heeft, en door mij een groote menigte van bamboesen en boshouten genaemt walla¬ „lie had laaten kappen en afhaalen. vier Nendoen boomen komp:s zortering heeft hij voor zich laaten kappen vier kozijne stutten die ik met veel moeijte bij mij heb laaten brengen heeft hij genoomen. Poltoewille Gammege Dinees geeft te kennen. Dat voorm: vidaan arraetje uijt mijn parvenie zaaijveld 4¼. amm: nelij met geweld heeft genoomen als ook alle de vrugten en baten uijt mijne thuijnen en nog vijf gelabberde praalen die bij mij in huijs te vinden waaren. Tot het binden van de Paggers zijner thuijnen en ten diensten van zijn huijs heeft hij een groote menigte van pagger stokken bamboesen en boshouten en ranken laaten afkappen en afhaalen en wanneer ik het geweigert te doen word ik op grond gesmeeten en met vuijsten op de rug geslaagen. Kannottagod de nainde geeft het vol= „gende te kennen. Dat de viedaan araatje mij zo wel als mijn zoon gelast heeft ons na de mo =ruakorle ten dienste van de doorgraa „ving aldaar te begeeven en wijl ik wel „gens ouderdom daar toe niet in staat ben heeft hij viedaan arraatje van mij Een rd=s gevordert en genoomen met 1749 niet tegenstaande gem: mijn zoon zig daar toe begeeven heeft, ook heeft denzelven van mijn nog Een rd:s genoomen wijl ik en vijf daagen niet naar de kanneel thuijn heb kunnen gaan. Kandambel Gammego appoe geeft te ken„ Dat de vier aan arraatje door mij de dienste van nainde welke mij niet part laat ver„ =rigten, en dat hij 15. koernies koffij die ik tot het leveren in het Pakhuijs heb bij den anderen gebragt zonder iets mij daar van te geeven afgekoomen heeft. Ganwassan Bastiaan maijoraal van het dorp Meddeoejan godda geeft te kennen. Dat ged„t viedaan arraatje nn twee Jaaren mijn parvenie ande velden laat bezaaijen en de voordeelen daar van neemd en dat hij ook 12. koernies attekoes mij met geweld heeft afge„ „perst. Pregoddeger Abewikkrime viedaan aatjels introonen van het dorp Medde oejango de geeft te kennen Dat ged„e viedaen mijn voor ouders parvenie zaaij„ veld dat ik zeedert 102: Jaaren vreedzaam heb ge „possedeert van mij met geweld afgenoomen en aan een inwooner van de Gale Korle als parvenie toegevoegd, en daar voor van den zelven 10. rd=s genooten had nevens een kwart uit 't gewas van ged„e parvenie veld En dat hij buijten dien nog een ander parvinie zaaijveld van mij groot 33. koern:s zich toegeeigend heeft Dat gem: viedaen arraatje uit mijn woonhuijs 12. Jagerboomen had laaten afkappen, ik heb deese klagte aan den heer presente desjave onder overlegging van een Extrackt te kennen gegeven dog gem: xtrakt niet weeder te rug gekreegen. Kadde weddoewe Meddegei Jantje en Aberan Laskorijns geeven te kennen. Dat meerm: riedaan araatje onse paavinen zaaij„ „veld hien goera patwelle koembre het welk mij zedert nu 110. Jaaren in bezet hebben zich met geweld toe geeijgend had als meede twee sorsaks houte muur plaaten en dat hij ons laat op vatten en door ons naindes diensten laat verrig= „ten =nen. .
English
and whenever we fail to do so, he causes low castes to strike us in the face without respect of persons and presses us into the aforementioned services. When a Randeniegei lascarin, during the war, was on an expedition to the fort Bebdelegamme, he obtained from the Governor Jn Jijs /: H: L: M: / the service of kangaan over 24 men, and since then that family, besides the service of kangaan, has also held that of aaraatje; and after the death of my father, being now in the seventh year, I have on account of my minority performed no service, and now for two years past, despite my possessing a lascarin certificate, I am being pressed into the service of nainde by the veedaan arraetje without permitting me to perform that service. Furthermore, the aforementioned vidaen arraatje has taken away by force 2 wooden stilts which my father had caused to be felled in his lifetime. Mohotige Appoehanijs state: That, although we have been of good descent since the reign of the Portuguese and Sinhalese kings, the frequently mentioned vidaan arraatje has caused bamboos and forest wood to be felled and carried off by us, has caused praus to be caulked, has caused the olas which we had woven to thatch our houses to be taken away by force for the service of his house, has taken away by force all the bunches of plantains that are in our gardens without leaving any of them for the children, and that he also causes the jaggery palms standing in our garden, which are taxed, to be felled, and makes us work in the fields with blows upon the back without respect of status or person. Heenmoellege Kierieje, lascarin, states: That the aforementioned viedaen arraatje forcibly took away two bags of paddy which I received as a majoral's son. Narresingei appoe, inhabitant of kaddeweddoewe, lascarin of the attepattoe, states: That, having been ordered by the aforesaid viedaan arraatje to supply five bags of charcoal for the making of tools for him, I delivered 4 bags to him, and because I was not able to deliver the one bag, he, the vidaan arraetje, forcibly took twelve koerns of paddy from me. Battewelle gei Babe states: That the said viedaen arraatje forcibly took from me a new koijta, an inchiados, and 2 doorframe posts, and that he also forcibly felled and took away a soursop tree, which had been offered by apperette Pattierennegei for the service of a preaching hall being collectively constructed by us in the temple at apperekke, and a jaggery palm offered by Panedoeke appoe to obtain jaggery laths therefrom for the service of the aforementioned preaching hall. Furthermore, this vidaan arraatje shot dead a cow that was tied in the just-mentioned temple, which had fallen into the cinnamon gardens through an opening in the hedge, and he also has the servants who are at his house commit all manner of affronts against us. Hettieger Camie appoe states: That out of 4 amonams which I received from a sowing field that I had sown on halves, the aforementioned viedaan arraatje forcibly took 1¼ amonams and 4 koerns, as well as 15 koerns of the winnowed paddy; that he, the vedaa arraetje, granted to others for cultivation the sowing fields belonging to the two Randje lascarins of the grasshopper bearers, mallapalla motetoe and ande, situated at medde oejangodde, and draws from them 1¼ amonams of paddy for one amonam of land, without allowing us who reside in the aforementioned village to sow even 5 koernies thereof. Of the injustices that this vidaan arraatje has done to us, we have written and reported thus far, namely we, the collective inhabitants of apperekawalakadde, both those who have signed this and those who have not signed. Furthermore, on the occasion of the annual paresse taking place before the Dessave, we ten majorals must deliver ten pelles of rice from ten pelles of paddy, which previously was not the custom. /: was signed :/ with an illegible signature and characters, underneath stood for the translation: Matara, 18 May 1790. I. A. Rottiers, for the translation: D. Philip. Translation. Translation of Sinhalese Complaint. These complaints against the mohandiram of the kandebadde pattu to be investigated further. Submitted by Ratnaijke Lienne aatjele of the village Parpamoelle in the Kandebadde pattu. My grandfathers and great-grandfathers faithfully served the Honorable Company, performed the service of writer, and possessed the akmodessaans and paraveni lands granted to them for that purpose. But after Manamperie mohandiram became head of the pattu, he rejected our proofs, took away the service of writer, and subsequently had our paraveni gardens and sowing fields guarded and sown by lascarins and appropriated the yields thereof for himself. In the first year 52 amonams, and in the second year, without giving the sower's share of the divel fields, 1¼ amonams and 38 koerns, and of ottoe 9 amonams and 27 koerns, and also in the maha monsoon of this year he enjoyed from the divel and /: ottoe yield of :/ paraveni fields 14 amonams and 25 koerns. But to satisfy the dues on the gardens, village dekkum, Gangebadde saaroewe jaggery laths, village planks, and for the arrears of areca nut, as well as to satisfy the dues on the above-mentioned lands which we are obligated to pay to the Honorable Company, we have from time to time taken 110 rixdollars at interest upon mortgaging our lands. The mohandiram is unwilling
Dutch transcription
ten, en wanneer wij daar aan verzuijmen laat hij ons zonder aan zien van perzoon door lage kastas in het gezigt slaan en tot gem: diensten pressen. doen Eenen Randeniegei Laskorijn in den oorlog zich op een Expeditie naar het fort Bebdelegam= =me bevond heeft hij van den heer Gouverneur Jn Jijs /: H: L: M: / dienst van Kangaan over 24. manschappen verkreegen in 't zeedert dien heeft die familien behalven den kang aans dienst ook die van aaraatje bekleed, en na den dood van mijn vader zijnde nu in het zee„ =vende Jaar heb ik wegens mijne minder jaa„ „righeid geen dienst gedaan en tans word ik door den veedaan arraetje zedert nu twee Iaaren ongeagt ik een Laskorijn bewijs heb, zonder wij toetelaaten om dien dienst waartenee= =men tot den dienst van nainde geprest. Nog heeft gemelden vidaen arraatje 2. houte stulten dewelke mijn vader in zijn levens tijd had laaten kap„ pen met geweld weggenoomen. Mohotige Appoehanijs geeven te kennen. Dat meermelte vidaan arraatje door ons zynde zedert de regeering der Portu„ „geesen en singaleesche vorsten Een goede afkomst, bamboessen en bos= houten laaten kappen en afhaalen praalen laaten Labberen de olas= =sen die wij tot het dekken onzer huijzen hebben laaten vlegten, heeft hij ten dienste van zijn huijs met geweld laaten afhaalen, de piesang trossen die in onze thuijnen zijn alle door hem zonder eenige daar van voor de Kinderen te laaten, d met gewild weggenoomen, en dat hij ook de in onze thuijn staan Jagerboomen 1750 Iager boomen die getijferd worden laat af kappen, en ons zonder aan „zien van staat en perzoon met slaagen op de rug in de velden laaten werken Heenmoellege Kierieje Laskorijn geeft te kennen. Dat voorm: viedaen arraetje twee zakken Nelij die ik tot maajers zoon verkree„ gen heb met geweld afgenoomen had Narresingei appoe inwooner van kadde„ weddoewe laskorijn van de attepattoe geeft te kennen Dat door voorsz viedaan arraatje ge„ „last zijnde om tot het aanmaken van gereedschappen voor hem vijf zak= =ken houdskoolen te leveren heb ik daar van 4: zakken aan hem bezorgt en wijl ik ir de Eene zak net heb kunnen bezorgen heeft hij vid aan arraetje twaalf koern=s nelij van mij met dwang afgenoomen Battewelle gei Babe geeft te kinnen. Dat ged:e viedaen arraatje een nieuw koijta een Jnchiados en 2. kosijns stijlen met geweld van mij afgenoomen had en dat hij ook een zoorsaks boom die door apperette Pattierennegei tot den dienst van een door ons gezament „lijk aangelegd worden de priek zaal in de timpel te apperekke, en een Jaagerboom die door Panedoeke appoe, om er van jagerlatten te kreij„ 3„ „gen den ƒ ten dienste van gem: preeksaal waaren geofferd met geweld afgekapt en geno„ „men had. Nog heeft deeze riedaan arraatje een korbeest dat in even gem: tempel ge„ „bonden dog door een opening van de pagtjer der kanneel thuijnen daar in gezaakt was dood geschooten, ook laat hij door de diensteling in die bij hem aan huijs zijn ons alle affronten aandoen Hettieger Camie appoe geeft te kennen. Dat gem: Viedaan arraatje van 4. amm:s die ik uijt een zaaijveld het welk ik voor de helfte heb be„ „zaaijd gekreegen heb, 1¼. amm=s en 4. koern:s met geweld genoomen heeft als ook 15: Koermes van de uijtgewande Nelij - Dat hij vedaa arraetje de aan de twee randje Lascorijns der Sprinkhaan draagers mallapalla mote „toe en ande zaaijvelden geleegen te medde oejangodde aan andere ter bazaaijing toegevoegd en van hem voor een ammonams land 1.¼. ammonams Nelij geniet zonder aan ons die in gem. dorp 1751 dorp woonagtig zyn te gun„ =nen om zelfs 5. koernies daar van te moogen bazaaijen Van de onregtveerdigheeden die deeze Vied aan arraatje ons heeft aangedaan hebben wij tot dus Verse geschreeven en opgegeeven namentlijk wij gezament= „lijke inwooners van apperekawalakadde zo¬ wel de geenen die deeze geteekent als niet getee„ kent hebben nog moe„ „ten wij tien maijoraals bij geleegentheid de Jaar „lijke paresse bij den Heer Dessave geschied van Thien Pelles Nelij thien thien pelles rijst op brengen het geen voór deezen niet in gebruyk is geweest /:was geteekent:/ met Eep onliesbaare hand teekenin„ „gen en Karacters, onder„ „stond voor de overzitting Mature den 18. ' Maij 1790. I: A: Rottiers voor de vertaling D. Philip- Translaat. 1752 Translaat Singaleese Klagt Deze Klagten tegen den mohandizam van de pandebadde pattoe nader te onderzoeken. door Ratnaijke Lienne aatjele van het Dorp Parpamoel„ =le in de Kandebadde pattoe overgelegd. Mijn groot en overgrootvaders heb„ =ben dE: komp: getrouw gediend; dienst van schrijver waargenoo„ men en de daar voor de aan hem toegevoegde akmodessaans en Paapenij landerijen gepossideert dog na dat Manamperie mohandiram hoofd van de pattoe is geworden, heeft hij onse bewijsen verworpen, den dienst van schrijver afgeno„ men en vervolgens door Laskorijns onze parvenij thuijnen en zaaijvelden laaten be„ waeken bezaaijen en dier voordeelen zig toe„ „geigend. In het Eerste Jaar 52: amm:s en in het tweede jaar zonder het zaaijers aandeel van de dievel velden te geven 1¼. amm=s en 38. Koern: en van ottoe 9. amm:s en 27. koernies mitsgaders in de mousson maha deses Jaars uijt de dievel en /:ottoe opbrengde:/ paavenij velden heeft hij genooten 14. amm:s en 25. Coern=s dog ter voldoening van de geregtigheid van de thuijnen, dorps dekkum, Gangebadde saaroe„ „we Jaegerlatten dorps planken en voor de agterstallige arreek mitsgaders ook ter voldoening van de geregtigheid op bovengem: landerijen die wij aan DE: komp:s ver„ „pligt zyn om te voldoen hebben wij van tijd tot tijd onder verpanding van onze Landerijen 110. Rd=s op renten genoomen. De mohandiram is om„ „willig P
English
These complaints against the mohandiram of the Kandebaddepattoo, Maanamperie, require a proper investigation when the complainants appear. Willing to surrender the lands to those who have credited us the aforementioned sums, we are thus being dunned by the creditors for the borrowed sums and accrued interest. We used these lands for our sustenance, but now, although entirely unlawful, we have fallen into a state of poverty. The injustices which he has inflicted upon us inhabitants since his appointment as head; and because our complaint could not be investigated out of fear, as his friends are servants of the Porte and also because the interests of the poor members are not heard but rather neglected, we most humbly request the gentlemen who have arrived at Mature to conduct a proper investigation into this and to administer pure justice. Underneath stood: for the translation, Mature the 21st of May 1790. Was signed: Lieutenant Master Trek. In the margin: for the translation, signed: Don Theodorus, sworn interpreter. Translation of a Sinhalese complaint ola, submitted by some inhabitants of the Mature Kandebaddepattoo against the mohandiram and overseer of the said pattoo. 1753 Whereas the plantations must be inspected immediately, as soon as this is feasible, and what is necessary must be carried out by the Dessave. In all humility, we make known hereby the damages and injustices which the present overseer of the Kandebaddepattoo, the mohandiram Manamperie, causes to the Honorable Company and to us. 1. Through the negligence and insufficient supervision of this overseer, some of the cinnamon and areca gardens formerly planted for the Honorable Company in the said pattoo have been completely damaged by cattle, rendered useless, and are thus now abandoned. Furthermore, although the said overseer and the second areca aratchy have separately stated the number of cinnamon gardens to be found in the villages of Kalloegalle, Galtoemba, Gammeddegamme, Maddoewelle, and Randjagoode, the said gardens are nevertheless entirely abandoned. 2. This overseer has caused a writing-aratchy to be appointed for his pattoo and had him assist in the tombo registration. Thus, this aratchy has registered in the tombo under various names, after taking presents, the newly planted Ratmaheare lands developed into gardens and fields which are devoid of title deeds, without keeping in mind any benefit for the Honorable Company in that regard. 3. In the past year, after a prior calculation by Wakatte Wiedaan Aratchy, the areca garden named Maddoewelle Attelahottoettoepoerkwatte was handed over to the persons who sowed the said garden with fine grains, in order to deliver from it three ammunams of areca for the Honorable Company in that same year. The said garden, along with the standing crops on the field, was subsequently taken away from them and granted to others as their hereditary property, wherefore from the said garden not a single areca nut was delivered to the Honorable Company in that year. 4. The boeroete tree, which formerly stood in the garden of a koditoeakkoe-kangaan in the village of Denegamme situated outside this pattoo, and which the previous heads of this pattoo did not allow to be cut down, the said overseer had felled and sawn, and using the planks thereof made chests, bedsteads, chairs, and tables, to which end he also had several calamander wood trees felled in the village of Pallawelle and used them. 1754 5. From the gardens of the poor inhabitants of the village of Hakmanwallekadde, this overseer, under the pretense that they were required for the Company's service, had several jak trees felled and made one part thereof into tonys and the other part sawn into planks, and also used them for his private service, without our being able to know for which of the Company's services they had been used. 6. The overseer has also clandestinely caused several mallapalle fields in this pattoo to be sown and now enjoys the profits thereof. 7. The overseer now receives the Company's paddy dues from the inhabitants with a large koernie, but distributes it for maintenances from a small koernie, so that on every ammunam he gains 3 to 4 koernies. 8. Although giving and taking presents is forbidden, the overseer nevertheless takes gifts contrary to orders, which can be sufficiently proven. 9. The overseer has demanded from the poor inhabitants, for every koernie of areca which they cannot deliver, money at 22 duiten, and he has not paid this year for the areca already delivered by them. 10. The fields accommodated to the aratchies, kangaans, and lascorins, and those taken in pledge by them, the overseer has forcibly caused to be sown and now enjoys the profits thereof, so that the owners have nothing of it. 11. If commissioners are sent to investigate the state of this pattoo, it will then become sufficiently apparent that the Honorable Company and the inhabitants now have more disadvantage than advantage from it, and that no plantings there [illegible]
Dutch transcription
Deze klagten tegen den mohandiram van de kande baddepattoe Maanam„ =perie vereischen behoorlijk onder= =willig de landerijen aan de geene die ons voorm: bedraegen heeft gekrediteerd aftestaan dus worden wij door de Ku „diteurs aangemaand voor 't geleende be„ „draagen en verloopen intrest. wij hebben tot ons bestaen deese Lan„ =derijen bezoeten dog tans zijn wij, hoe„ wel gantsch ongeoorlofd in aamoedigen staat geraakt. De onregtvaerdig heeden die hij zedert zijn aanstelling als hoofd aan ons ingezetenen gedaan heeft; en dewijl uijtvrees, om dat zijne vrienden Porta be„ =diendens zijn en ook de belangen der arme Leeden niet verhoord dog eer ver„ suijmd worden onze klagte niet heeft konnen worden onderzogt, versoeken wij de te Mature aangekomene Heeren ootmoedigst. daar na behoorlijk onder= =zoek en een zuijver regt te doen /:onder „stond:/ voor de overzetting Mature Den 21. Maij 1790. /:was getekend:/ L:t M=r Trek, /:in margine:/ voor de vertae= „ling /:getekend:/. D=n Theodorus gesw: tolk: Translaat singaleese klagt ola, door eenige Inwooners van de Matureese kan de badde paltoe, tegen den mohandiram en opziender der gemelde Pattoe over„ gelegd. — „zoek wanneer de klagers op dagen. In 1753 Juweil de plantagies onmiddels, zo spoedig zulks doenelijk zijn zal, dienen opgenomen en het nodige, door den wier desjave te werk gesteld worden 1. / Door de onagtsaemheid en niet toerijken„ „de opsigt van deesen op siender, zijn som„ =mige van de voor deesen in gem: pattoe voor DE: komp: aangelegde kanneel en arreeks tuijnen, ten eene„ „maal door de beesten beschadigd; mit„ „teloos gemaakt en dus tans verlaeten; voorts: schoon gem: opsiender en de tweede araatje der arreek het ge= tal van de in de dorpen Kalloeg alle, galhttoemba, Gammeddegamme Maddoewelle en Randjagoode te vindene kanneel tuijnen ieder in het bijzonder hebben opgegeven zijn gem: thuijnen egter ten Eenemaal verlaaten: 2. / Deesen opsiender heeft voor zijne Fattoe eenen Lienne aratje Laeten aanstellen, en hem bij de Jhombo„ beschrijving doen assisteeren dus hij aratje bij de Thombo bij Ivers naam, na genoomene presenten, de van bewijsen ontblood zijnde nieuw tot tuijnen en velden aangelegde Ratmaheare landerijen heeft laeten beschrijven zonder daaromtrent In alle nodrigheid geeven wij de nadeelen en onrigtvaardigheeden, die den presen„ „ten op ziender der kandebadde pattoe, den mohandiram Manamperie aan DE: komp: en ons toebrengd bij deese te kennen! eenig eenig voordeel voor DE: Komp: ook in het oog te houden 3/ In het jongst gepasseerde Jaar is na een voorgaande kalkulatie, door wakatte wiedaan arraatje de arreeke tuijn genaemt Maddoewelle Atte„ la hoetottoepoerkwatte aan de per„ zoonen, die gemelte tuijn met fyne graanen bezaaijd hebben overge„ „geven, ten einde daar uijt en dat Jaar zelve drie amm:s arrrek voor DE: komp: optebrengen, gemelden tuijn is nevens het opveld staend gewasch het zedert van hun afge„ noomen en aan anderen, als hun dige parvenij toegevoegd, waar uijt gedagte tuijn en dat Jaer geen enkelde arreeks noot voor DE: komp: geleeverd is. 4. / De Boeroete Boom, die in den tuijn van eenen koditoeakkoe kangaan in het buijten deeser pattoe zijnde Dorp Denegam„ „me dertijds stond en welke de voorige hoofden deeser Pattoe niet hebben laeten kappen, heeft gemelden op ziender Laaten vellen zagen en met de planken daar van kisten kooijen stoelen en 3n 1754 en tavels maeken tot welken Einde hij nog eenige kalmender houte boomen en het dorp Pallawelle heeft laten kappen en gebruijken 5/ uijt de tuijnen van de arme inge„ =zetenen van het Dorp Hakman wallekadde heeft deezen op ziender onder voorgave, dat ze tot 'skomp: diensten vereijscht worden, verschijde voorsaks boomen laeten kappen en daar van Een gedeelte tonies maaken en het ander gedeelte tot planken zaegen, mitsgaeders tot zijne par„ =tikuliere diensten gebruijken, zon„ „der dat wij hadden kunnen weeten, tot welke 's komp:s diensten dezelve verbruijkt waaren. 6. / ook heeft hij opsiender klandes= „tienelijk verscheide Mallapalle velden in deese pattoe laaten be„ zaaijen en geniet daar van nu de voordeelen. 7./ De opziender ontvangt nu de skom„ penies nelij geregtigheid van de ingezetenen met eene groote koer„ =nie, dog verstrekt die tot mainkte =mentos uijt een klijne koernie zo dat hij op elker ammonam 3. â 4. koernies wient. schoon 81 schoon het geeven en neemen van paressen verbooden is, neemt den opsiender egter geschenken tegen de order, het geen genoeg „saem kan beweesen worden 9. / De opziender herft van de arme ingezetenen op elke Koernie aa¬ „reek die ze niet kunnen Leeveren, geld teegen 22. duijten ingevor„ dert en hij heeft voor de door hun reets geleverde arreek dit jaer niet betaald. 10./. De aan arraatjes, Kangaans, en Laskorijns geakkomodeerde en de door hun in pand genome „ne velden heeft de opziende# met geweld laeten bezaaijen en geniet tans daar van het voor =deel dat de eijgenaars er niets van hebben. 11/ Bij aldien gekommitteerdens ter na spooring van den staat de „ser pattoe gesonden worden zal het dan genoegzaam komen te blijken dat daar uijt dE: komp:e en de ingezetenen tans meer na als v deels hebben, en dat daar in geen aanplantingen
English
1755 plantings have been done for the Honourable Company. I, Ratnaijke Lienne detjele, writer of the village of Paapamoelle, make known: that the overseer has dismissed me without any reason from the service of writer that belonged to me and to my ancestors and was since provided with proof, and therewith favoured others who were never entitled to it. Also, this overseer has by force taken away from me my divel and other lands that I have possessed from time immemorial, and had them sown by the aforementioned persons solely upon a false proof which they had produced, and at the harvesting of the crop thereof, had 22 ammonams and 20 koernies of paddy claimed by his lascorins and taken for himself. Furthermore, this overseer, by sending lascorins, has caused my gardens, which I have possessed from of old and for which I supplied areca to the Honourable Company, to be rented out to Jaggery caste, Chalias and Hinawas, so that one would have to leave this country with women and children and move to other places to reside; therefore I request the Gentlemen to be pleased to have this matter investigated and to cause justice to be done. /:was signed/ with a mark. I, Randjagodde, coolie and inhabitant of Deddiniepotte, bring to notice that the sowing field named Medde moettelloewe, which I possessed while performing my service, was taken from me by force by the overseer, who had it sown and now enjoys the benefit thereof, without me however being freed from my coolie service for it. /:was signed/ with a mark. I, Bale appoe, heir of attoekoorle Gammege and inhabitant of the village of gonbaddele, say that the mohandiram had promised to grant me, over and above the mayoral 1756 mayoral divel field, the ottoe rights of the remaining fields on a sannas ola as an accomodesan alongside the mayoral service, asking whether I would give him a present for it, whereupon I showed myself willing in this matter, borrowed 15 rds, of which 10 rds was delivered at the resthouse of Hakman by a certain Pategamme araatje appoe to the overseer himself, and the remaining 5 rds, upon the notification from him, the overseer, that the interpreter also had to have something, was brought to Mature and there next to the garden of a certain Maddinage delivered to wallekoembre arraetje, by whom the same was subsequently delivered into the house at weregampettige, for which, however, for nine months now I have received neither the service of mayoral nor the accomodesan or the money; wherefore I, altoekoorlege Wale appor, request the gentlemen to be pleased to have this matter investigated. /: was signed with a mark. I, Koedapanegammege Wasena hamij, make known that on the promise of the overseer that he would procure a sannas for me, I borrowed 10 rds and, together with an aratje appoe living with the said overseer, delivered it to him, the overseer, at Hakman, and he, the overseer, locked this money in a chest in our presence, for which, however, for 8 months now I have not received the sannas or the money back. Also, for the areca delivered by me, I have now for two years received no payment from the overseer. /:was signed/ with a mark. I, former kangaan Kannewiese aatjele of the village of Deddeniepotte, make known the injustices that the aforementioned overseer of the kandebadde pattoe, the mohandiram Manamperie, has done to me, namely: before the former head of this pattoe I complained about a false gift ola of the woman Hieniepelle Gammege poenti Ettena, and that ola, upon the investigation made, was found false by the statements of 1757 the witnesses named therein themselves, and attachment having been placed upon the sowing field mentioned in the said ola and its crop, I obtained a report ola from the said head to show it to the then Lord Dissave, against which, however, the aforementioned Ettena brought in nothing or appeared. But this Bentje Ettena having since made a complaint about this to the said overseer Manamperie, he had me summoned to him, took away the said report ola, tore it up, and had the attached sowing field and the crop returned to her. Because my grandfather, on the occasion of building a fortress at Biboelegamme and during the difficult war, rendered many faithful services, he obtained on a certificate from the chiefs and the white gentlemen acting in the said war, a sowing field named Neggeneere koemboe, which is also known in the old thombo. This sowing field I have always possessed, but this overseer subsequently prevented me from doing so and, taking the same away from me, granted it to a servant of his. Because a certain Hambegammoewege took and possessed by force my purchased parveny sowing field, I complained about it to the overseer, presenting the thombo extract, and because the overseer paid no heed to it, I requested him to be allowed to bring my complaint further, whereupon he, the overseer, struck me in the face with his hands under many abusive words and granted the said sowing field, which had been attached upon a complaint by his predecessor, with its crop to the said Hambegammoewege. Beyond these aforementioned matters, there are still more other complaints that I, on another occasion
Dutch transcription
1755 aanplantingen voor haar Ed: gedaan zijn. Ik Ratnaijke Lienne detjele schrijver van het dorp Paapamoelle geeft te kennen: dat den opsiener mij van mijne en mijne voor ouders kompe„ „teerende en het zedert van bewijs voorziende dienst van schrijver zon= der Eenige redenen afgezet hebben„ „de, daarmeede anderen die daar toe nooijt geregtigd waeren be gunstigd heeft. ook heeft hij opsiender mijn dievel en andere Landerijen die ik van onbreugelijke tijden af gepossideert heb, van mij, met geweld, afge„ noomen en aan voorm: perzoonen enkel op Een valsch bewijs het welk zij hadden overgegeven door hun laeten bezaaijen en bij het in oegsten van 't gewasch daar van, door zijn Laskorijns 22. am„ =monams en 20. koernies Nelij laeten invorderen en na zig ge„ =noomen, voorts heeft deesen opsiener, door opsending van laskoryns mijne tuijnen die ik van ouds af gepossideerd en arreek voor dE: komp: opgebragt heb, aan Jagezeros. Iagereros, Tjaliassen en Hinawas laaten verhuuren, zo dat men ne„ „vens vrouwen en kinderen dit land verlaetende, zig na andere plaatsen ter woon zouden moeten begeeven; derhalven versoek ik de Heeren dit een en ander te willen laten onderzoeken en regt te doen we„ =dervaaren /:was geteekend/ met een karakter. Ik Randjagodde, Koelie en inwoonder van het Deddiniepotte breng ter kennis dat het zaaijveld ge„ „naamt Medde moettelloewe, het welk ik onder het verrigten van mijnen dienst possideert de opsien„ =der met geweld van mij heeft afge„ noomen, laeten bezaaijen en ge„ niet tans daar van het voor= =deel zonder dat ik egter daar voor van mijnen koelie dienst be„ =wijd ben /:was geteekend:/. met een karakter. Ik Bale appoe, Erfgenaam van attoe =koorle Gammege en inwooner van het dorp gonbaddele zegt, dat mij de mohandiram beloofd had om mij, buijten en behalven het maijoraals 1756 maijoraals dievel veld, de ottoe gereg„ „tigheeden van de overige velden op Een sannas ola tot Een akmodesaen nevens den maijoraals dienst toeti„ voegen vroegende of ik hem daar voor een present wilde geeven, waar op ik mij daar in gewillig toonde 15. rd=s geleend, daar van teen rd=s in het rusthuijs van Hakman door eenen Pategamme araatje appoe aan den opziener zelve en de overigen 5. rd=s op de aankundiging van hem opziener dat de tolk ook wat hebben moeste na Mature gebragt en aldaar naest de tuijn van Eenen Maddinage aan wallekoembre arraetje overgegee„ „ven had door wien dezelve vervol„ „gens in het huijs te weregampettige besorgd is waar voor ik egter nu negen maenden lang de dienst van maijoraal nog de akkomo„ =dessan of het geld bekoomen heb, waarom ik altoekoorlege Wale appor de heeren verzoeke deese zaak te willen laeten onderzoeken /: was getekend met een Kazak= IK =ter. - Ik Koedapanegammege Wasena hamij geeft te kennen dat ik op belofte van den opsiener van mij een san= „nas te zullen besorgen 10. rd=s ge„ leend en nevens eenen bij gem: op= siener woonende aratje appoe aan hem opsiener te Hakman be„ „zorgd en hij opziener dit geld en onse presentie in een kist opgesloo„ ten had, waar voor ik agter nu 8: maenden lang desamnas of het geld niet terug gekreegen heb. Ook heb ik voor de door mij geleverde arreek nu zedert twee Jaeren van den opziender geen betaeling genooten /:was geteekend/ met een karakter Ik geweesen kang aan Kannewiese aatjele van het Dorp Deddenie„ potte, maak bekend de onregtvaar =digheeden die voormelde opsiender der kandebadde pattoe den mohandiram Manamperie mij aangedaan heeft te weeten Bij het voormaelige hoofd deeser pattoe heb ik over erne valsche gifte ola de vrouw Hieniepelle Gammege poenti Ettena verklaegd, en die ola hij het gedaan onderzoek door de opgaven van 1757 van de daar bij genoemde getuijgen zelve valsch bevonden mitsgaeders op het bij gedagte ola vermelde zaaij= =veld en dies gewasch arrest gelegt zijnde, heb ik van gem: hoofd een rap„ port ola verworven, om die aan den toen geweest zijnde Heer desJave te ver= „toonen waar teegen Egter voorm: Ette„ na niets ingebragte of te voorschijn quam dog deese Bentje Ettena malst overgebragte het zedert daar over bij gedagte opziender Manamperie beswaard hebbende heeft hij mij bij hem laeten ontbieden, de gemelden rapport ola afgenoomen, wegge„ scheurd en het gearresteerd Zaaij¬ =veld en het gewasch aan haar „laeten te rug geeven. om dat mijnen grootvaeder ter gelegen„ =heid te Biboelegamme en den swae„ „ken oorlog een fortres gebouwd, veele trouwe diensten gedaan heeft heeft hij van voorhoofden en gem: oor„ =log ageerende blanke heeren, een zaaijveld genaemd Negge¬ neere koemboe, dat bij de oude thombo ook bekend is op een bewijs bewijs gekreegen. Dit zaaijveld heb ik steeds gepossi„ „deert dog deesen opziender heeft mij zulks naeden belet en het zelve van mij afneemende aan eenen dienaar van hem toegevoegd. Wijl Eenen Hambegammoewege mijn gekogte parveny zaaijveld met geweld genoomen en bezeeten heeft, heb ik daar over bij den op ziender onder vertooning van het thombo Extrakt, beswaard, en vermids hij opsiender daar aan geen gehoor gaf, heb ik hem versogt om mijn beswaer verder te moogen inbrengen waar op hij opziender mij, onder veele vervoegelijke scheldwoorden met de handen op het gezicht ge„ „slaagen en het gemelde op eene klagte door zijnen voor zaat ge„ arresteerd zaaijveld met die gewas aan gedagte Hambegam„ „moewege toegevoegd buijten deese voorenstaende zin nog meer andere klagten die ik bij eene andere gele„ „genheid
English
1758 opportunity will be given. It was signed with a mark. I, Moenesinge Kangaan, heir to the mayoral service of Attoekoorlegammege and inhabitant of the village Gonbaddele, make known the injustices that the overseer Manamperie has done to me, as follows: Throughout the whole past year and six months of this book year, having performed the aforesaid mayoral service with all zeal, while delivering the required adekoes, pahendoes, and poll taxes, the said mohandiram assured me that he would arrange with the Lord Dessave for the mayoral akmodessans that are destitute of maintenance lands to be obtained on samnas olas. Having demanded 15 rixdollars from me for this, the said mohandiram afterwards appointed my brother-in-law with one of the titles to the mayoral office and me as his deputy, and furthermore had a sowing field sown by me and took the crop for himself; while subsequently the overseer dismissed my aforesaid brother-in-law from his mayoral service and, having accepted presents, bypassed me and assigned the same to one Lienne Nainde. It was signed with a Sinhalese signature. I, Koddiepellege Kangaan and inhabitant of the village Koongelle, state the following: To summon the girl named Balehamij and bring her away from my house, the overseer sent lascorins several times; however, she kept herself hidden and did not go to him, whereupon the said mohandiram in person, together with Kodiepillige Kangaan, came to me in my house and forcefully transported the said Balehamij to the rest house, 1759 rest house, sold her, and subsequently took her to the village Hakman, and she is currently, according to rumor, in the house of the said kangaan, without my having seen her, however. It was signed with a mark. I, Wietanige Pointje Appoe, mayor of the village Mawe-alle, bring the following to notice, to wit: In 1785, with the prior knowledge of the former Lord Dessave Fretz, I planted the garden named Wihazewatte with 9350 cinnamon and cardamom trees, together with pepper vines, taken all together; and the overseer Manamperie, becoming ill-disposed toward me on that account, will now give me no opportunity to propagate the said garden, so that the said garden is currently about to be completely abandoned. The services formerly performed by two deputies of the mayor, the overseer The plantation mentioned here adjacent should be returned by the Lord Dessave as soon as possible to the mayor Witanege Poentje Appoe to look after, if he is indeed inclined to it. now has performed by me alone. A certain sowing field, which for 3 years past had not been tilled or cultivated, and thus lay desolate, I sowed; and while the crop began to ripen, the overseer took it from me, gave it to another person, and enjoyed the profit. I have cultivated both high and low grounds to the extent of 12 amunams of sowing and sowed them with nelu, and when the crop standing thereon was ripening, the aforesaid overseer refused to give me any opportunity to reap and harvest the same until the recently passed month of October, on account of which the said crop was destroyed by wild animals as well as otherwise, while besides the above I have still more to submit. It was signed with a mark. I, Gonbaddele Bilpagodde Gammeaetjele, make known these following injustices that Manamperie Mohandiram has done to me, 1760 namely, on the promise of the mohandiram that he would obtain a sannas for me, I borrowed 10 rixdollars on debt and delivered it to him in the rest house of Hakman in the presence of his aratchy appu, in whose and my presence the said money was also locked in a chest by him. Since then I have requested the promised sannas ola from him, the overseer, whereupon he told me that I must deliver another 5 rixdollars to him in order to obtain it; which money was also delivered by me next to the garden of one Madinagete Matara in his, the overseer's, presence to Wallekoembre Aratchy, and was brought further by this aratchy to the house of the overseer Jewwere Gampette. It was signed with a mark. I, Gonbaddele Liennege Diengieappoe, make known the following injustices done to me by Manamperie Mohandiram, to wit: Now for a year and a half, I and Moenesinge Kangaan having performed the mayoral service, the said overseer took from me two pairs of buffaloes and Wakiste Aratchy, son-in-law of the Ridaan Aratchy, one buffalo, and gave me fields in return to sow for half-share; but while I was busy cultivating the same, the said Moenesinge Kangaan complained about it to the overseer, who thereupon assigned a quarter of the paraveni share of the said fields to him for sowing, which having actually been carried out by the said Moenesinge Kangaan, the overseer, after having taken 5 rixdollars from me for it, handed that portion back to me again, which portion, however, upon the complaint of Moenesinge Kangaan, the overseer now desires to be relinquished to him for the third time; therefore I request the Gentlemen to be pleased to have this investigated. It was signed with a mark. The kangaan and the collective korale lascorins of the village Kandepittewallekadda make known these following injustices brought upon us by Manamperie Mohandiram: From the eleven of us, the mohandiram collected 11 rixdollars, at one rixdollar per head.
Dutch transcription
1758 =genheid zal op geeven /:was geteekend:/ met een karakter Ik Moenesinge Kangaan, Erfgenaam tot de maijoraals dienst van Attoe„ „koorlegammege, en inwooner van het Dorp Gonbaddele geeft de on„ „rigten die den opsiender Manam perie mij gedaan heeft te ken= „nen als. Jn het gepasseerde geheel Iaar en ses maanden van dit boek Jaer Ik voorm: maijoraals dienst met alle iever, onder opbrengen van de verpligte adoekoes Pahendoes en hoofd gelden waargenoomen heb= =bende heeft hij mohandiram mij verzekerd bij den Heer Desjave te zullen bewerken dat de van onderhouds Landen ontblood zijn„ „de maijoraals akmodessans op samnas olassen te zullen verkrijgen en mij daar voor 15. rd=s ontvrae= gende heeft gem: mohandiram daer na mijnen swaeger met een der Titul tot maijoraals en mij tot zijn nood hulper aengesteld mits= „gaders „gaeders door mij Eene zaaij veld laeten bezaaijen en het gewasch na zig genoomen; terwijl hij op ziender vervolgens voorm: mijnen swaeger uijt zijnen maijoraals dienst afgezet ende zelve nagenoomen presenten mij voor bij gaande aan eenen Lienne Nainde toe„ „gevoegd /:was geteekend met eene singaleese handteekening. Ik koddiepellege kangaan en in„ wooner van het dorp koongelle regt het volgende. om het mijsje genaemd Bale hamij te roepen en uijt mijn huijs wigtebrengen den op sien „der verscheide maalen Laske „rijns gesonden, dog zij zig verschoolen gehouden en niet na hem begeeven hebbende is. gem: mohandiram en per„ soon nevens kodiepillige kangaan bij mij in huijs aan =gekoomen en heeft ged=te Bale hamij met geweld na het Rusthuijs ge 1759 rusthuijs vervoerd haar verkogt en vervolgens na het dorp Hak= =man genoomen en is zij tans, vol„ gens gerugt in het huijs van ged=e kangaan zonder dat ik egter haar heb gezien /:was geteekend:/ met een karakter. Ik wietanige Pointje appoe, maijo „raal van het dorp Mawe alle brengt ter kennisse het volgen¬ „de teweeten. Jn 1785. heb ik met voorkennis van den geweese heer Dessave Fretz: de tuijn genaamt Wihazewatte met 9350. Kanneel en Kaadamom boomen, mitsgaeders peper ranken, door elkander gerekend, aan ge„ =plant en den opziender Manam„ „perie mij daar over misgunstig wordende wie hij nu mij geen geleegenheid tot het voortplanten van gem: tuijn geeven zo dat ged=te tuijn tans ten Eenemaal staet verlaeten te worden. De voor deesen door twee nood hulpers van den maijoraal verrigt zijnde diensten laat den opziender De hiernevens vermelde planta„ „gien dient den heer descare po spoedig doenlijk weeder aan den maijoraal witanege Poentje appoeste doen overgeven, om hem gade te slaan; zo hij er werkelijk op gesteld is. nu n sien luijd nu door mij alleen verrigten zeker zaaijveld, dat nu 3. Jaeren her„ waards niet bewerkt of be„ =bouwd is, en dus verwoest lag heb ik bezaaijd en terwijl het gewasch begon rijp te worden, heeft den op„ siender het van mij afgenoomen aan een anderen perzoon gegeven en het voordeel genoorten. zoo aan hooge als laege gronden heb ik ter groote van 12. amm:s zaaijens gekultiveerd en met Nalij btc=a be„ zaaijd en wanneer het daar op stand gewasch aan het rijpen was, heeft voorm: opziender mij geen gelegenheid tot het maaijen en in oigsten van het zelve tot in de Jongst gepasseerde maand 8ber: willen geeven waaromme gem: gewasch door de wilde diezen als ander zint verdestruneerd is geworden terwijl ik buijten het voerenstaande nog meer intebrengen heb /:was getekend:/ met een kas akter: Ik Gonbaddele Bilpagodde gamme aetjele maak dese volgende onge „lijken die Manamperie mohan„ diram mij aangedaan heeft, „kend, 1760 =kend als op belofte van den mohandi„ „ram dat hij mij een samias zoude doen verwerven, heb ik 10. rd:s op schuld genoomen en hem in het rusthuijs van Hakman in presentie van zijne arraetje appoe bezorgd in wiens en mijne teegenwoordigheid ook gedagte geld door hem in een kist opgesloten is Het zedert heb ik hem opziender de beloofde sannas ola versogt waar op hij mij zijde, dat ik hem nog 5. rd:s bezorgen moet om die te erlangen welk geld ook door mij naast de tuijn„ van eenen Madinagete mature in zijn opzienders presentie aan Walle koembre aratije bezorgd en door deese aratje verder na het huijs van den opziender Jewvere gampette gebragt is: /: was geteekend:/ met een Karak„ Jk Gon baddele Liennege Diengieappoe geef de volgende door Manamperie Mohandiram mij aangedaane onregten te kennen, te weeten Nu ander half Jaeren lang ik en Moenesinge kangaan de Maijoraels dienst waargenoomen hebbende heeft gem: opziender van mij twee koppel buffels en Wakiste aratje schoon zoon van de ridaan aratje een en ter. een Briffelen genoomen en mij daar voor velden voor de helfte te bezaaijen gegeeven dog terwijl ik bezig was de„ „zelven te bewerken heeft gedagte Moe„ „nesinge kangaan daar over bij den opsiender geklaagd, die daar op een quart van het parvenij aandeel van =gem: velden ter bezaaijing aan hem toegevoegd heeft, het geen ook door gem: Moenesinge Kangaan werkelyk volbragt zijnde, heeft den opziender dat gedeelte, na daar voor van mij 5. rd„s genoomen te hebben mij weder overgegeeven, welk gedeelte Egter de opziender op de klagte van Moenejin ge kangaan tans begeerd dat voor „de derdemaal aan hem zal af„ =gestaan worden; derhalven verzoek ik de Heeren het een ander te willen laaten onderzoeken /: was geteekend/ met een karakter De kangaan en de gezamentlijk korl laskorijns van het dorp kan„ depittewallekadda, geeven deese vol „gende door Manamperie mohandi: ram aan ons toegebragte onregt =vaardigheeden te weeten. van ons Elven heeft de mohandiran tegen Een rd=s de Kop rd„s 11. inge„ „vordert
English
1761 demanded and taken A Hewa Pattiaca was arrested by order of the overseer, brought to the resthouse of Hakman, punished, and detained, whereupon, having given 5 rixdollars to the said overseer, he was released therefrom. The overseer has caused the aforementioned Korl Kankanam, us twelve lascoreens, and our relief helpers to be arrested under the pretext that we intended to complain about him, and without providing any maintenance has made us work in the pepper garden named Kandemiriswatte, and now intends to send us to labor in the garden at Morruakorle; wherefore we, Moelletienne, Kool Kankanam, Vidane Gammege Diengi Appu Happoemane Wainde Koedapane, Vidanige Oede Talgastermege Appu, Gonbaddele Malewie Appu, and Kewapattirennege Appu, request an investigation into these matters. Signed with seven Sinhalese signatures. I, Jnappu, Majoraal of the village Mawealle, bring the following to notice: Because my gardens and sowing fields are being possessed by another person by force, I have complained about this to the mohandiram several times, but he has refused to grant me a hearing or provide a report. Also, the overseer has withheld payment from me for the areca nut for two years, and has likewise refused to give me my due customary majoral hoeandiram. Signed with a mark. The lascoreen Hewanne Aatpe Appu was sent out to survey the paddy revenues, and having delivered an account of 15 amunams and some kurunis of paddy to the overseer, the overseer ordered our aratchi to go collect the said paddy and deliver it to us; upon this order, the aratchi together with the aforesaid lascoreen departed for that purpose, yet they obtained only 9 amunams; we and the aforesaid have therefore frequently made known the non-receipt of the remaining paddy, but the same was neither collected nor was he questioned about it; which was stated by Hewa Wikkremege Wattuhamy, Hewa Jalatje Bale Appu, Hewa Kaddigammoewe Wattuwa, Hewa Dewalegammege Diengie Appu, and Hewa Kanjawige Bale Appu. Signed with five marks. We, several lascoreens from the ranchu of Don Simon, aratchi, make known the following injustices that the said mohandiram has done to us: The lands that we received as our accomodessans we have always tended at our pleasure and enjoyed the benefit thereof, and previous chiefs have never interfered with them in any way or brought any detriment to us in that regard; but this overseer has his people harvest the crops thereof when they become ripe, and after giving us a pittance of it, he enjoys the remainder of that profit. Secondly, the long-distance services that we lascoreens were never obligated to perform, the overseer now makes us carry out, namely: By By us, the said overseer has timber, olas, etc., brought down for the service of the resthouse of Hakman, and has the grounds in that vicinity cleared. For the construction of houses in the Mallapalle garden Banderewatte, he has timber carried by us. To plant the gardens situated at Hakman and Koongelle, we had to make ditches and fence the gardens. For the carpentry work, the overseer has planks brought down by us, and when he arrives in person at the work, he insults us in the presence of our chiefs with slanderous words and has us bound to trees and punished by his retinue, so that, enduring these abuses, we cannot even possess our lands according to our will. A piece of land of the size of 5 to 6 amunams sowing of fine grains having been cleared from the wilderness, the same was provided with fences and planted with pepper vines; but while watch was being kept there, the mohandiram arrived there and caused a resthouse to be erected for his residence and a mandu for carpenters to work in, where, residing there, he also had many pieces of furniture made for himself by carpenters. 1763 He also had several ubariya trees and other timber belonging to the Company's assortments felled from the surrounding woods and gave a portion thereof to his brothers for the construction of houses, and had the other portion transported by lascoreens to the Mallapalla garden Enderewatte situated at Hakman for the service of a house for himself. If the gentlemen were to send a commission, it would then become apparent whether we and our relief helpers have cleared a piece of land of the size of approximately 20 to 30 amunams sowing, specifically for a part thereof to be sown with fine grains, and whether this work has not caused us much trouble and labor, as well as, over and above the few pepper vines planted by us for the Honorable Company, what benefit he, the mohandiram, from all the services that he, residing in the said pattu, has caused to be performed, has brought to the Honorable Company. The injustices done to us, inhabitants, by the present mohandiram and head of the Kandebadde Pattu, Manamperie, we make known as follows: Firstly, the actions committed by him, the mohandiram, contrary to the instruction recently received from the Honorable Governor. For the areca nut delivered by us and the residents to the Honorable Company, the mohandiram received payment, but now for two years, since he has been head of this pattu, he has not given the same to us, but on the contrary has demanded and taken 52 rixdollars from us for each amunam of areca nut in arrears. Secondly, the ande, Mallapalla, and muttetu fields accommodated to the lascoreens in this pattu by the Honorable Company, the mohandiram appropriates by force, and under the pretext that he holds them in lease, he gives, at the harvesting of the crop, against the
Dutch transcription
1761 =vordert en genoomen c Een Hewa Pattiaca heeft de siender laeten op vatten, in het rusthuijs van Hakman brengen afstraffen en aaresteeren waar op hij 5. rd=s aan hem opsiender gegeven hebbende, daar uijt ontslaegen is. De opsiender heeft gem: Korl kangaan ons twaalff koppen Laskorijns en onse nood hulpers ondervoorgave dat wij over hem wilden klaegen laeten opvatten en zonder eenig onder houd te geeven in den peper tuijn genaamt Kandemiris= =watte doen werken, en wil ons tans tot den arbeid in den tuijn te Morruakorle opzinden overzulks versoeken wij Moelle¬ „tienne, Kool kangaan, wiedaene gam„ „mege Diengi appoewe Happoemane wainde„ koedapane widanige oede talgastermege appoe, Gonbaddele malewie appoe en Kewapattirennege appoe, deese zaeken te willen onderzoeken /:was getekend:/ met seven singaleesche handtekenin„ gen: Ik Jnappoe Majoraal van het Dorp Ma„ „we alle brengd het volgende ter kin„ nis om dat mijne tuijnen en zaaijvelden door eene ander perzoon met ge„ weld gepossideert word heb ik daar over bij den mohandiram Verscheide verscheide maelen geklaagd, dog hij heeft mij daar aan geen gehoor wil= „len geeven of een Rapport besor„ =gen ook wil de op ziender voor de nareek twee jaeren lang mij geen betaeling. laeten volgen zomeede mij mijn toe„ koomende gewoone maijoraaes hoe„ =andiram geeven /: was geteekend:/ met een karakter. De Laskorijn Hewanne aatpe appoe is op uijtgezonden om de Nelij in„ =komsten op teneemen en hij een opgave van 15. ammonams en eeni„ „ge koernies Nelij aan den opsien„ =der besorgd hebbende heeft hij op„ siender onse arraatje geordonneerd, om gedagte nelij te gaan insaeme„ „len en ons aftegeeven op dit bevel is hij arratje nevens de voorm: laskorijn daar toe vertrokken en hebben egter maar 9. amm: ingekreegen, wij en voorm: hebben dus dikwijls van den niet ont„ fangst van de resteerende nelij te kennen gegeven maar wierd de selve niet ingevordert nog hem daar 1762 daar over gevraegd het welk opgege„ „ven wierd door Hewa wikkremege wattoe„ „hamij, Hewra Jalatje Bale appor hewa =kaddigammoewe wattoewa hewa de„ wale gammege Diengie appoe en Hewa Kanjawige Bale appoe /:was getekend:/ met vijf karakters. Wij sommige laskorijns uijt het randje van Don Simon arraatje geeven de volgende onregten die gedagte mo„ handiram ons heeft aangedaan te kunnen te weeten. De Landerijen die wij tot onse akmodes „fans hebben verkreegen hebben wij steeds na onse believen gade geslac„ gen en het voordeel daar van genooten en hebben nooijt de voorige hoofden daarmeede op Eeni= „ger wijse bemoeijd of daaromtrent eenig na deel ons toegebragt, dog deesen opsiender laat door zijn volk het gewasch van deselve, wan„ „nier het rijx wier in ougsten en na ons eene geringheid daar van gegeeven te hebben geneet hij de reft van dat voordeel: sweedens de lange diensten, die wij laskorijns nooijt verpligt waeren te doen laat den opsiender tans door ons verrigten namelyk. Door k Door ons laat gem: opsiender houtwer= „ken olassen &=a ten dienste van het rust huijs van Hakman afbrengen en de gronden daarom streeks schoon„ =maaken. Tot den opbouw van huijsen in de Malla„ =palle tuijn banderewatte laat hij door ons houtwerken draegen. om de tuijnen geleegen te Hakman en koon: „gelle aanteplanten hebben wij gragten moeten maeken en de tuijnen be„ =paggeren. Tot het timmerwerk laat den opsiender door ons planken afbrengen en wan„ „neet hij in perzoon bij het werk komt scheld hij dan ons, in presentie van onse hoofden met Lasterlijke woorden en laet ons door zijn bij hebbend gevolg aan de boomen binden en afstraffen zo dat wij deese mishandelingen uijt= „staenende nog onse landerijen tot onsen wil niet kunnen hebben. Een stuk grond ter groote van 5. a 6: amm:s fijne graenen zaaijens van de wildernissen gesuijverd zijnde, is deselve met pag„ „gers voorsien en met peper ranken beplant dog terwijl daar op de wagt gehouden wierd is de mohandiram aldaar aangekomen en heeft Een rust huijs tot zijn verblijf en een mandoe om er timmerlieden inte„ „werken laeten op regten alwaar hij dan ook woonende veele meubelen door 1763 door timmerlieden voor zig heeft laeten aanmaeken. ook heeft hij verscheide ouberie boomen en andere houtwerken die tot 'skomp:s sorteeringen gehooren uijt de daar om= „streeks zijnde bodschagien laeten kap„ „pen en er een gedielte aan zijne broeders tot het opbouwen van huijsen afgegeven in het ander gedeelte door Laskorijns na den Mal„ „lapalla tuijn Enderewatte geleegen te Hakman ten dienste van Een huijs, voor Eene selve laeten overbrengen Indien de heeren Eene kommissie sonder zal het dan koomen te blijken dat wij en onse nood hulpers een stuk grond ter groote van 20. â 30 amm=s na bij zaaijens en wel om een gedeelte daar van met fijne grae= „nen te worden bezaaijd, hebben be„ kwaam gemaakt, en of ook dit werk ons geen veel moeijle en arbeid gegeeven heeft mitsg:s buijten en behalven de door ons voor dE: komp: aangeplante wijnige peper ranken, wat voordeel hij mohan„ „diram van alle de diensten die hij in gem: Pattoe woonende heeft laaten verrigten aan aan DE: komp: heeft toege„ „bragt De door de presente mohandiram en heeft van de kandebadde pattoe Manamperie aan ons inwooners aangedaan zijnde onregten geeven wij te kennen als. Eerstelijk de door hem Mohandiram tegen de onlangs van de Edele Heer gouverneur bekomene Jnstruktie gedaen worden be„ „handelingen. voor de door ons en gezeteenen aan dE: komp: geleverde arreek heeft hij mohandiram betaeling Erlangd dog heeft nu zedert twee Jaeren, dat hij hoofd deeser palto is, dezelve aan ons niet gegeven, maar daar en teegen voor elke amm:s agterstallige arreek 52. rd=s van ons ingevordert en genoomen. Twiedens, de aan dese pattoe aan de laskorijns door dE: komp:e geakkomodeerde ande Mal¬ „lapalla en motet velden eyjgend de mohandiram met geweld toe, en onder voorgaeve, dat hij ze in pagt heeft, geeft hij by het in ougsten van het gewasch tegen den Tin
English
1764 from one of the owners, a few thereof to some of them, keeping the rest for himself. The Mohandiram has the good, profitable sowing fields of the majorals' poelees and mandes cultivated by coercion and enjoys half of the yield, from which fields he thus gives a portion to his own friends and keeps the best and most flourishing part for himself, without granting the owners any share of the fields upon imposing a debt on their parveny. The predecessor of the present Mohandiram Manamperie, while he held his office in the village of Randjagodele, had a tract of land of the size of about 12 am: nielij zaad cultivated and sown two years in succession, as well as accounted for the profit to the then Lord Dessave; which land, however, currently lies desolate without any cultivation. Underneath stood 0 Translation of a Sinhalese ola containing the complaints of the below-mentioned wood sawyers, being Wellales who perform service at the timber yard in Mature. Hereupon it is resolved to let the wood sawyers perform their service under their kangan Hakmene Jajekgere, without a master about whom they complain being permitted to exercise any authority over them, while he, the master, can tell the kangan how he wishes the planks to be hewn; and if said kangan requests some maintenance for the time that he works, to present this favorably to the venerable government, leaving the further complaints against the Master Carpenter uninvestigated. 1. Furthermore, no caste is placed above the Wellales, as all others are such that the Wellales are subservient to them. 2. The lower castes obtain services to be placed under the Wellales or under their own caste; and now, for about five years, someone from the caste of smelters, who himself is several classes lower than the Wellales and not on equal footing, has been placed as head over us, first promoted to master of the timber yard and thereafter to Mohandiram, which is very unfair, all the more so because he now also carries a talpat behind him, which was previously not permitted to happen. Underneath stood. For the translation, Gale the 4th of May 1798. Was signed, Isaas de Vos. In the margin, for the translation, signed: Sn de Silva, sworn interpreter. Lower down: Agrees. Signed: Mr. J. Gratiaan, sworn first clerk. 1765 inflicts upon us many injustices, harm, and disgrace, as we most respectfully make known hereby: Firstly, one person from each family is pressed into the service of the sawmill, and all the others are used for building houses, for fetching stones and other materials, as well as silver stones and olas. Secondly, for the fencing of his garden, we must provide fence posts, vines or rodies, and bark or pambe. Thirdly, we must saw timber for his acquaintances and good friends. Fourthly, we must cultivate and sow many sowing fields in Hittetije Paletoewe to the size of 26 to 210 ammunams, and when the crop flourishes, also thresh it and deliver it to his house. Fifthly, even on Sundays we are not excused from the above-mentioned services, and whenever we are somewhat hesitant regarding any service, whatever it may be, we are seized, reviled in an improper manner, and and brought to the timber yard, where we are tied to a capstan and punished with coir ropes; also, a portion of our wages is withheld by him. He has had five nendoen and five soursop trees sawn into planks by us for his own use, and he has taken 3 am: nelij from Kanthanige Poentje Aspoe and 4 am: nelij from Halevibea for pingo loads. Sixthly, upon our request, the Right Honorable, Rigorous, and Respected Lord Governor saw fit to let four of the 20 wood sawyers work each month, so that we may have the opportunity to seek our livelihood. Currently, the designated number performs service at the timber yard, and all the others are occupied in the service of this master, whereby we must all suffer many punishments and also various affronts and beatings, as already mentioned above. Therefore, several have left their dwellings 1766 left and fled the country; and since such affronts have never occurred to us Wellales from such an inferior caste and we thus cannot endure and tolerate the same, we most humbly request that one or another suitable Wellale or an inhabitant of European status may be appointed to that service, and if that cannot be done, at least to appoint another head over us alone and withdraw us from the subordination of this master Mohandiram; and if to our misfortune this does not happen, we shall depart elsewhere so that we may remain free from such injustices of theirs. This humble request is addressed by Hakmennege Jajesegene Rangaan, Rankanige Poentje Ofpoe, Moellege Nainde, Hewageibale Maratoedoevengei Poentje Aspoe, Haspoegoddeger Bale, Ihlle Hakmennegei Wattoewe, Porembegai Edine, Pombeligei Jantje, inhabitants of the village of Malimadde; Hallembegei Wattoewe, inhabitant of the village of Paletoewe; Ekkoenoe Bebbelegei Sina, and Ganhewagei Babe, inhabitants of
Dutch transcription
1764 Lin van de Eyjgenaars, een wijnige daar van aan sommige van hun behoud de rest voor zig zeefte De goede voordeelige Zaaij veloen van de Majoraals poelees en mandes laet de Mohan= „diram door Dwang bezaaij= en en daar van de helfte te= „genieten van welke velder hij dus een gedeelte Zems vrienden afflaet en de rest op het best gefloreerde voor Zig behoud zonder van eenige velden daar van aen de E„ genaars onder oplegging van schuld hunnes parvenij aan dee= len toetevoegen. De voor zaet van den presenten Mahandirai Manamperie heeft terwijl hij zijnes Dienst bekleede in 't dorp Randja godele een stak Grone ter groote van om trent 12 am: nielij Zaagens laeten Kulliveren en twee Jaaren agter den anderen bezaaijen mitsgaders het voordeel aan den toemaaligen Heer Dessave verantwoord; welke Grond egter tans zouden Eenige bearbijding verwoest legd/ /onderstond „ 0 Translaat Singaleese Ola vervatten „de klagtens van de nate meldene Hout zaegers zijnde Willales die te mature op de timmer werf dienst doen Hierop is verstaan om de 1, En word anders geen geslagt boven houtzagers onder hun kangan de wellales gesteld, terwijl alle de Hakmene jajekgere te later anderen ecken zijn zoo at de wel= hun dienst verrigter zonder „lales onderdaenig zijn dat een baas waar over zij kla= 2, De Laege kastas verkrijgen dienste „gen eenig gezag over hun zal om onder de wellales, te stortere mogen oeffenen, terwijl hij baas van dan wel onder hun eigen Geslagt, en den kangaan kan zegger hoee, van nu zeedert vijf Jaeren of is hij de planken wil gekaapt een uijt de kaste van snelden ne hebben en jndien gedagte kang aan dewelke zelf eenige klassen om eenig onderhoud verzoekt voor die tijd dat hij werkt, zulks laeger dan de wellales met ge als dan de gevenereerende regie„ lijkstandig zullen Zitter, Even „ring gunstig voortedragen voor de als hoofd over ons Gestelde verdere klagten tegen de Pim= wel Eerst als baas van de mermans baas te laeten on„ Timmerwerf en daar na tot me verzoeken. „handiram bevordert 't geen zeer Pnbillik is temeer vrn d hij tans ook een Talpat agter zig voerd 't geen voor deesen niet mogte Geschieden /onderstond. /. voor de Translatatie Gale den 4 Maij 1798. was getekend Js a:s de vos /. jn margine voorde vertaeling /:getekend:/ S:n de Silva Gesntolk /loeger Akkordeert:/ getekend:/ m:r J. Gratiaan E: g: klerk voet 1765 doet ons veele onregtvaardigheeden nadeel en schande aan, gelijk wij zulks eerbiedigst hier bij te ken= nen Geven als Eerstelijk uijt Elk familie word een ten dienste de houtzagerij gepreft,en alle de andere worden tot het maeken van Huiszen, tot het afhaalen van steenen en andere als ook zlverstee= „nen en Olassen Gebruuijkt. Ten tweeden moeten wij tot het bepag= geren van zijn thuijn Pagger stokken Ranken of Rodies en wond baad of Pambe bezorgen. Ten derden moeten wij voor de beken= den en goede vrienden van hem hout werken zaegen Ten vierden moeten wij tot Htittetije Paletoewe veele Zaaijlanden ter Groote van 26. @ 21C ammonaus bearlieiden en bezaaijen en wan= neer het gewasch floreerd het zel„ ve ook ook dorschen en bij hem aan huijs besorgen Ten vijfden op Zondaegen zelfs wor= den wij van boven gem. diensten niet verschoond en wanneer wij omtrent, eenige dienst, wat het ook zijn mogten thuijmelijke zijn worden wij opgevat op een onbelaemelijke wijs uijtgeschelden en en na de timmerwerf Gebraagt al= „ waer wij aan een spil, Gebonden en met kaijer touwen Gestraaft worden ook word door hem Een gedeelte van ons zoon Onthouden Vijf Nendoen en vijf soersaks boo= „men heeft hij tot desselfs dienst door ons tot planken Laten saagen mitsgaders tot paroessen van kan= „thanige poentje aspoe à 3 en van Halevibea 4 amm nelij Genoomen, Ten sesden op ons verzoek heeft den wel Edelen Gestrengen Groot Achtbaaren Heer Goeverneur goed= „gevonden om van de 20 houtsaegers s maands vier te laeten arbeider ten Einde wij gelegenheid moogen hebben om ons bestaan te soeken Tans doet het bepaald geval op de Timmerwerf dienst en alle de andere worden in der Dienst van dezen baas geekkupeerd, waer bij wij met allen veele straffen maar- ook veelerhand affronten en slagen als reeds hier vooren, gemeld moeten ondergaan Deerhalven hebben verscheide hun wooningen verlaeten 1766 verlaeten en zich uytlandig ge= „maekt en wijl dus danige affron= „ten ons wellales van Een zoo lange kaste nooid overkoomen zijn en wij dus dezelve niet ondergaan en verdragen kunnen: verzoeken wij ootmoedigst dat een en ander geschikt wellale dan wel een Inlander van Europese Conditie tot dien dienst mag aan gesteld worden en zoo zulks niet kan geschieden ten minsten een ander Hoofd over ons alleen te stellen en ons de subberdenatie van deesen baas mmohandiram aftetrekken en wanneer dit tot ons ongeluk niet geschied zullen wij ons wegens anders begeeven, op dat wij van zulks Onregtveerdigheeden hunner be= vrije blijven. Dit nedrig verzoek is gerigt door Hakmennege Jajesegene Rangaan, Rankanige poentje ofpoe, moellege nainde, hewageibale mara toe doeven „gei Poentje aspoe Haspoegoddeger Bale, Ihlle hakmennegei wat= loewe, Porembegai Edine Pom.- „beligei Jantje jnwonaars van het Dorp Malimadde, Hallembegei Wattoewe jn woonaers van het dorp Paletoewe Ekkoenoe bebbelegei Sina en Ganhewagei Babe in wooners van d
English
From Panniloemegeij nainde ad 12: 24, chest and 1 small iron wood axe, as well as the profits of three sowing fields for two years. From Toelouwe nainde taken two soursop trees after having had them cut down by force beforehand. From Malaanege nainde taken 3½ ams of paddy. From Dampegeij nainde Rds 15. From Goddegeij Nainde 4: 24. From a widow of halwattege 3: 24, 1 pair of head of cattle, and 3 Amms of Paddy. From Matteregeij naide taken 3 cattle beasts; on the servile sowing field of him, pellegeij nainde, he placed an arrest for two years and took from it 18 ammonams and 30 Roernis of Paddy. For his, the Moequedon's, service, he continuously and in a roguish manner takes six persons out of the men who enjoy allowances, and in a month allowances are received for thirty head, from which he lets the persons go, taking Money from them. Section 3. He has cut and taken many timber works out of the three Korles. From 94 1767 from the Village Devoegamme. At the end of the ola was signed with 24 characters, and also written in between: oepasker Dannelea, Parregahawatte, Roongahawatte, wallea, Kallepoe, and Majoetoea. Underneath stood: For the Translation, Matara, The 19th of May, Anno 1790. Was signed: A. Rottiers. In margin for the translation: signed D. Philip. Translation of Sinhalese complaint ola concerning the injustices done to the collective Naindes serving at the Matara Fortress under the Mokkedan of the Public Works. Formerly, when someone had performed the Company's service for one month, he received two months free; however, since our present Mokkedan entered into service, he currently not only continuously causes the services of the Company to be performed by two persons from one family, but also causes his own services to be performed by all others of the same family. Also, the wives of these people are fetched away, who are obliged to suckle the Mokkedan's child without any monthly wage. To have the complaints of the Naindes against the Moequedon investigated. In each month, two Singos to the value of four schellings are demanded and taken from each person. From one hereloegoede nainde he took Rds 2: 24. Samena poellinainde 3: 24. Kanaka nainde 2: 24. hare hetlienne namde 5. Atteha moelle nainde 5. Issenegenij nainde 13. polhenegeij nainde 3, 1 Soursop tree, and 3 cattle beasts. From Boehitlij naijnde taken 50, 4 Amms of paddy. Boenawalle naijnde 1: 12, 5 sacks of paddy, and one pair of cattle beasts, besides the two years' profits of three sowing fields. From Don Simon taken Rds 5. From the former kangan of Paregalewatte taken 1 soursop tree, one axe, and Rds 5. From kande nainde taken the profits of one year of his servile sowing field, the witness thereof being Sammeresinge Baleaspoe. From Dempittiegeijnamde taken Rds 5. From obbepettiegeij nagunde 25: 36 and 1 soursop tree. 12 1768 On account of certain dealings that are indicated herewith, he has by force had olas written and taken them signed. On a piece of Land measuring ammonams and situated at Oejangedde, he has had the Cinnamon trees cut away, cleared of the roots, and leveled that Land, as well as built a house of 22 Cobedos upon it, and not only that, but also laid moats around the same to the depth of 2 men high, and planted the same. He has had a certain drift land to the extent of 12 ammonams cultivated into a sowing field, and confiscated the sowing field of one Gegenegeij nainde, measuring 2 ammonams, which is situated outside the Leimilen. The Nendoen trees that were next to the drift Land he cut, sawed, and had brought to his house. To inspect all these things, we request some commissioners. On Saturdays he departs in a katteponel, saying that he is going to the drift land, with the order to the naindes who are in the Company's service that they must come there on the Sunday following and present themselves before the break of day. And those who arrive at this drift Land, which is situated two miles from Matara, after the break of day, have their hands tied behind their backs together with their feet, and are subsequently punished by being laid fast on the ground to a stick that is thrust through the bindings of the ropes and whose ends are fastened to 2 roots of the trees. On this article, the Moequedon has properly accounted for himself by a declaration of the 12th of June 1790, from which it appears that the assistant Prins, who wanted to shoot a bird standing in a moving katteponel, fell into the water because of that movement, and meanwhile the gun having gone off, it had hit the namde Wierapanne in the buttock with shot, and that work was thus put into healing him, as he was also recovered. Because wieraapane nainde had absented himself from work for two Sundays, he became angry and subsequently took him along in the Katteponel, and coming below the bridge of Bandattere in the evening at about six o'clock, shot him. A piece of Land of Paulij namde he has ruined and has had a house built upon it by force.
Dutch transcription
Van Panniloemegeij nainde ad — 12: 24. „kist en 1 Js Hatoortje mitsgaders twee Jaeren de voordeelen van drie Zaaijveld en „Toelouwe nainde genoomen twee zoor= zaks boomen na alvooren die met ge= „weld te hebben laeten kappen. „Malaanege nainde genoomen 3½ amsnelij „ Dampegeij nainde - - - Rd=s 15 „ Van Goddegeij Nainde - – - „ 4: 24 „ Een weduwe van halwattege - - „ 3 - 24 1 Koppel koebesten en 3 Amms Nelij „ Matteregeij naide genoomen 3 koe= beeften op het dienstbaare Zaaij veld hem pellegeij nainde twee Jaaren arrest gelegd en daar van genoomen 18 ammonams en 30 Roernis Nelij Voor de dienst van hem Moogue don neemt hij geduurig op een schelmagtige wijze ses persoonen uijt de manschappen die mamo„ „tementes genieten en in een maand worden voor dertig koppen mani tementos ontfangen daar van laet hij de perzoonen heenen gaan neemende van hun Geld § 3; Hij heeft veele hout werken uijt de drie Korles gekapt en Genoomen Van 94 - 1767 van het Dorp Devoegamme aan het E Einde den Ola /was getekend:/ met 24 karakters ook nog daar tusschen Geschreeven oepasker Dannelea Parregahawatte Roongahawatte wallea Kallepoe en Majoetoea. ƒ onderstond:/ voor de Translatie/ Mature Den 19 Maij A=o 1790 /:was geteekend: /: A: Rottiers Jn magine voor de vertaeling :/ ge= tekend D. Philip. Translaet Singalaese klagt ola van de gedaane Onregtvaerdigheeden aan p. de gezaemelijke Namdes dienst doende ter Fortresse Matare onder de Mokkedan der Gemeene werken. Als jmand voormaals een maand, lang 's komps dienst had verrigt Kreeg hij twee maanden vrij dog, zedert onze presente Mokteden is in dienst gekoomen laet den zelver thans door twee perzoonen uijt een familie geduurig de diensten van DE: komp: niet alleen maar ook door alle anderen van de zelve familie de diensten van hem verigten, ook worden de vrouwen van deese menschen afgehaalt dewelke verpligt zijn des Mokkedous kind zonder eenig maandelijks 15 De Klagten des Nain= des tegen den Moequedon te laten onderzoeken. Zoon qae 0. d In jder maand worden twee Singos ter waerde van vier schellingen van elk perzoon afgevordert en genoo= men. van Eene hereloegoede naijde heeft hij genoomen Rd. s 2. 24 - — „ Samena poellinainde - - „ 3 - . 24 „ Kanaka nainde - – – „ 2 24 „hare hetlienne namde - - „ 5. - - „ Atteha moelle nainde - - „ 5 „ Issenegenij nainde - - - „ 13 „ polhenegeij nainde - - - „ 3 1 Zoor Zaksboom en 3 Roe= „ beesten „ Boehitlij naijnde Genomen „ - - 50 4 Amms nelij 1: 12 Boenawalle naijnde „ zak nelij en Een kopel koe beester nevens de twe jaerige voordeelen van drie Zaaij velden. „Don Simon Genoomen Rd: 5— „den Geweesen kan gaan van Parega= lewatte Genoomen t zoorsaks „ soirsaks boom een busselinne en Rds 5 kande nainde genoomen de voordeelen van een Jaer van zijn Dienstbaere Zaaij veld zeijnde getuijge daar van Sammeresinge Bale aspoe Dempittiegeijnamde genoomen rd:s 5 „ obbepettiegeij nagunde - - - - 25. 36 en 1 zoorsaks boom Loon te Zuggen. van 12. - 1768 Van weegens Eenige behandelingen die hier bij worden aangetoond heeft hij net geweld olas laeten schrijven en geteekend Genoomen. Op Een stuk Grond Groot ammonans en geleegen te Oejangedde heeft hij de Kanneel boomen laeten weg kap= pen van de voortelen Gezuijvert en dat Grond gelijk gemaakt mits- gaeders daar op een huis van 22. Kobedos Gebouwt niet alleen maar ook om dezelve Gragten Gelegt ter diepte van 2 menschen hoog en deselve aan geplant. Hij heeft zeeker drijfland ter Groote van 12 ammonans tot een zaaij= veld laeten kaltiveeren en het Zaaijveld van eenen Gegenegeij nainde Groot 2 ammonans dat bui= „len de Leimilen is geleegen inge= trokken. De Nendoen boomen die naest het drijf Land waeren heeft hij gekapt gezaaijt en naar zijn huis laeten brengen Om alle deese dingen op te neemen verzoeken wij eenige gekom= „mitteerdens. Des Satuurdags vertrekt hij in 5. 36 en in een katte ponel zeggende dat hij naar het drijfland gaat, met onderstelling aan de naindes die in 's komp dienst zijn dat zij op zondag daar aan aldaar moeten koomen en zig vertoonen voor dat den dag aanbreekt Ende Geenen die aan dit drijf Land het welk twee mijlen van urature geleegen is na het aan breeken van den dag koomen, worden de handen op de rug gebonden ne= „vens de voeten en vervolgens wor den zij aan een stok die door de buidzels der touwer gestoo= „ken en welken Eindens aan 2- wortels der boomen vast gemaak worden, op de Grond vast leggen= „de Gestraft. Op dit artikul heeft den Om reeden wieraapane nainde Moequedon zig behoorlijk twee zondaegen zig van het werk verantwoord bij verklaaring geabsenteerd had is hij quaad ge= van den 12 Junij 1790 waarbij „worden en heeft hem vervolgens blijkt dat den assistent Prins inde Ratteponel mede Genoomen die een vogel heeft willen schie= en beneden de brugge van Bandat= ten in een vaarend Kartiponel tere koomende savonds omtrent staande, en door die vaart in het ses uaren geschooten waater gevallen en in middels Een stuk Grond van Paulij namde het geweer losgegaan zijnde heeft hij verdestrucent en daarop den namde wierapanne in de bil met hagel, getroffen had en dat alzoo te met geweld een huis laeten werk zij gesteld om hem te genezen gelijk hij ook vererstelt was bouwen het van
English
1769 with the aforementioned declaration, which is to be found in the annex hereto. The particulars can be seen more in detail: from a certain Kercha Nainde he took a fruitful soursop tree, 2 Rds, and 20 koernies of paddy; From a village lascorijn named Ransagodele Gan Hewa Nainde he took 6 Rds, 5 amamams and 20 koernies of paddy, 1 soursop tree, and 5 bags of kurakkan; From Daloekgoede Nainde he took a soursop tree, a cow, and 12 Rds; From Ianangodde Nainde he took a pair of cattle and 6 Rds; From Bekere Nainde he took that which belonged to him, namely 5 Rds and 20 koernies of paddy; From Jahageij Nainde he took 5 Rds and 25 millie stutten; From Leangaswolle Nainde, 4 Rds; From Sammeresinge Reingeams at Navandenie he took 21 Rds, 3 amamams and 20 koernies of paddy, a dhoni, [illegible], and gave in return 2 Rds and 22 millie stutten; From Hirrikettie Nainde he took 5 Rds and 2 amamams of paddy. All these matters we confirm with the truth, which have befallen us, servile servants. This is to the end that all that has been unreasonably taken from us by force may be recovered, and because we can neither suffer nor endure all that evil which the muhandiram has done to us. The complaint against this Vidane was further investigated, and although the Mudaliyar of the Weligam Korale said neither good nor bad about the Vidane, to wit, however, he stated that he lives in the vicinity of Matara, and only goes to his villages when there is something to be done there, which is very improper, as a Vidane ought at least to live in the vicinity of the villages under him, so that Translation of a Sinhalese ola of complaint presented by the mayorals of the villages of Herregodde, Naepe, and Elgeriese, together with all the inhabitants of the said villages, to the Commissioners who arrived to investigate their complaints. An evildoer, who has neither name nor village, and who is not only very young but also, on account of the remoteness of his dwelling, has no knowledge of the affairs of these villages and does not know who we are, has been appointed as Vidane over the aforementioned three villages. He, defrauding the Company, comes We have also previously made this known up to two times, but because proper justice is not administered at Matara, we together request the gentlemen for their fair justice, and to dismiss the muhandiram who seeks to ruin us. At the end of the ola was signed with 53 illegible signatures. Underneath stood: For the translation, Matara, 18 May 1790. Signed: D. D. Perera. 1770 The said Mudaliyar was informed that this Vidane has been dismissed from his service. every 20 to 30 days into the villages, where, to avoid the punishments with which we are threatened, we must not only keep ready a dwelling decorated for him with linen and the necessary furniture, but must also provide lukewarm and cold water for him to wash himself, and cloths to dry his body, as well as raw and cooked provisions, food such as chickens, eggs, butter, cooked rice, etc., and also, whenever he demands, provide a woman; if we fall short in this respect, we are punished for it. Secondly, the said Vidane entered all the families of the said three villages, both old and young, into a roll, and after having excluded those who are able to perform the necessary work with mattocks and in chenas, boys of five to ten years of age are pressed into it, and because we as parents cannot bear to see this, we have contributed one Rd for each child to the Vidane contributed in order to release our children from these plagues, just as anyone, even if a family is 5 persons strong, is released by means of money. Thirdly, for the large and small chickens that we must keep for payment to be sent to Galle and Matara, we formerly received 1 and also 2 stuivers for each, but now no more than 1 stuiver for a large chicken and a half stuiver for a chick is supplied to us by this Vidane, obliging us, moreover, to furnish precisely the specified exact number. Fourthly, we poor people find our livelihood from the coconut and soursop trees that we possess, paying the usual Company dues for them; from the soursop trees standing in our paraveni gardens, he causes a great multitude to be cut down for the building of houses, for dhonis, and for the making of chairs and chests. Fifthly, those who wish to go to the field to clear the bunds are held back by the said Vidane Arachchi, and whenever cattle accidentally 1771 come upon the fields, he causes the same to be seized and sold. Sixthly, concerning the services that are successively ordered from Matara, the Vidane holds back all the orders, and after some time has passed, he comes into the villages, and only then are all of them assigned to us by him at once, forcing us to carry them out that very same day; should this not happen, he attributes his fault to us and, without respect of person, has us severely punished at a tree. Seventhly, when, to fulfill our obligation, we have gathered together with great effort the necessary jaggery, laths, village planks, binding rattans, pepper, and coffee, we are persuaded by the Vidane that from that which he
Dutch transcription
1769 bij voormelde verklaring, die bij de bijlage deses te vinden is. het en ander is instandiger te zien van een kercha namde heeft hij genoo= „men vrugtbaere zoor zaks boom 2 Rds en 20 Roerniesnelij Van een derps Las korijn Genaamt Ransagodele Gan hewa nainde ge= „noomen Rd=s 6 5 annonans en 20 koern:s nelij 1 zoor zakes boom en 5 zakken Knakan. Van Daloek goede nainde Genoomen „ zoor zaksboom „ Roe en Rds r. 12. Van Ianangodde nainde Genoomen „ kappel koebeesten en rd=s 6- van Bekere nainde genoomen vt wel toeheeften en reh l Rd=s 5 en 20 hornies nelij „ Jahageij namnde Genoomen Rds 5 en 25 Millie stutten „ Lean gas wolle namde Rds4 „ Sammeresinge Reingeams te Navan= „denie genoomen Rd=s 21 3 ammionansjen 20 kornnelijs Thonij, busselinne o half en daar voor gegeven 2 Rds en 22 Miliele Stutten. Hirrikettie nainde Genoomen Res D en 2 amman nelij. Alle deese zaeken bevestigen wij met de waarheid, ons slaefsche dienstelingen overgekoomen. zijn ten Einde al het geen onreedelijkheiden met geweld van ons genoomen is weeder teven krijgen en dewijl wij al dat quaad dat de manko= dan ons gedaan heeft niet lijden De Klagte tegen desen Translaet Singaleesohe Klagt ola door den magoraals van de dorpen Vid aan veriden nader onder= Herregodde Naepe en Elgeriese zoek, en ofschoon den modlaar nevens alle de Jngezetenen van Ter Belligamkerl nog goed gedagte dorpen aan de Heeren nog kwaad van de vied aan be Kommissaarissen die ter ouder „luijt: te weeten dog echter zoek van hun klagter zijn aan gezegt heft dat hij, in de gekoomen gepresenteerd p nabijheid van Mature woont Een quad doendere die nog naem en wanneer et wast in zijne nog dorp heeft en die niet alleen Dorpen te verrigten is dan zeer jong is maar ook weegens de daar heen gaat, het geen seer verheid van zijn wooning van de oneigen is weil een Vidaan ten zaakelijk heeden deezen derpe minsten in de nabijheid zij= geen kennis geeft en ook niet „ne onderhebbende dorpen dient weet wie wij zijn is als vedaan te woonen zoo is alle over voor gem drie Derpen aangesteld deeze de Komp bedriegende komt Gedagte Lijden nog verdraegen houden hebben wij bevoorens ook tot twee maelen toe te kennen gegeven maar dewijl op ma= „ture geen Goed regt gedaan word verzoeken wij gezaementlyk aan de heeren om derzelven goed Regt en om de mokkedan die ons soekt te bederven af te zetten aan het einde der Ola /:was getekend met 53 onlees= „baare handteekeningen. /:onderstond) (: voor de Translatie mature den 18 Maij 1790: /:was getekend/ D: D: Perera. . om 1770 Gedagte Modliaar aange= om de 20 a 30 daegen eens in de kundigt dat deeze vedaan van Dorpen wanneer wijters onswyking van straffen waermeede wij gedrijgd werden zijn dienst ontslagen is. niet alleen een wooning voor hem verziere niet met Linnen ende noodige meubelen moeten gereed houden, maer ook laeuw en Roud waeter bezorgen om zig te wassen en kleedjes om zijn lighaem aftedroogen mitsgaders de aeuwe en gekookte spijse rijst Spijse gelijk hoenders ijeren boter gekookte Rijst enz en ook war= „ner hij Eijscht een vrouw bezor= gen als wij daar omtrent en Ge= „breeke blijven worden wij daar voor gestraft Ten tweeden heeft gemn viedaan alle de families van Gem: drie dorpen zoo oude als jorge bij een rolle opgenoomen en na Geemen die in staet zijn om het nodig werk met Rooijtas en in Chrados te verigten uijt „geslooten te hebben worden de jongens van vijf tot tien Jaeren daer toe geprest en wijl wij als ouders zulks niet kunnen aanzien hebben wij voor elk Een re aan den Vidaen opgebragt Opgebragt om onze kinderen van de plagen te ontslagen gelijk zo ook al is Een familie 5 perzoonen Sterk, door middel van Geld ont= slagen worden. Ten derden voor de groote en klijne hoenders die wij voor betaeling moeten bewaren ter verzending naar Gale en Mature hebben wij voor deesen voor jder 1 en ook 2 str genooten maar nu word door deezen vidoen aan ons niet meer dan v stx voor een groote hoen en ½ d=o voor een kuijken verstrekt, Verpligtende ons, daar en booven om het bepaald nette Getal precis te fourmeeren. Ten vierden wij arme Lieden vinden ons bestaan van de Rokusen zoor „zaks boomen die onder opbrenging van de gewoone Komp: Geregtig „heeden daar voor bezitten van de in ouze parvenij thuynen staande soorzaks boomen laet hij tot bon= „wen van Huijsen tot thonijs tot maeken van stoelen en kisten. Een Groote meenigte afkappen. Ten Vijfden de geenen die tot het bepaggeren der velden zig na toewillen begeeven worden door gem vied aan aratje terug gehoude en wanneer en bij gelegenheid Roe= „beesten op 1771 Op de velder koomen laet hij deselve opvatten en verkoope. Ten sesde de diensten die sukkcessief van Mature aan bevoolen voorden houd den Viedaen alle de vlassen aan en na verloop van eenige komt hij in de dorpen en worden Eerst alle dezelve tegelijk door hem aan ons opgedragen ons dwingende om ze nog dien zelfden dag ter uijt= „voer te brengen; zulks niet ge „schiedende zo schrijft hij zijn Schuld op ons en laet ons zonder aanzien van Perzoon strengelijk aan een boom Straffen. sen sevende wanneer wij ter voldoening van onze verpligting de noodige Jae= „ger latten Dorpsplan= Een bindrottings peper en koffij met veel moeijte bij den anderen Gebragt hebben worden wij door de vied aen gepersuadeert om daar van het geen hij
English
to cede to him what he needed, thus it is not only that we have had to go without such, but also many of our jaggery trees that could serve for a further delivery of laths were cut down by him, as well as the stumps of sappan trees that were to be found in the village of haraegoede were likewise cut down by the said vidana for the dyeing of sacks and mats. Because all the foregoing contains the pure truth, and this is also thus confirmed with our signatures, we request that the aforesaid vidana arachchi may be dismissed from his service and that it be conferred upon haar godde Jaje wardene Lieune aatjele, to whom the service belongs of old, and who also has the necessary knowledge concerning the Company's services, as the combined headmen of the Belligam Korale have already appointed him, Jaje wardedene linne aatjele, thereto. At the end of the ola with 23 signatures. Underneath was written: For the translation, Mature, the 17th of May 1790. Signed: Jeb Rothers. In the margin: For the translation, signed: D. Philip. Translation 1772 The lord dissava van Angelbeek, and the mudaliyar of the Gangaboda Pattu de Saram declare that this vidana arachchi, about whom complaint is made, is a very capable man, and Saram says further that he was placed in that office in the place of a dismissed vidana arachchi, but not in the place of the complainant, or his father, and that the last-named died in that office before the dismissed vidana arachchi, as also that the complainant had been an arachchi over a pangu of lascorins of the Wellaboda Pattu, and had been discharged at his own request, so that the mudaliyar furthermore could say neither good nor bad of the applicant and complainant in this matter, whereupon it was resolved to hold his request in advisement. The service of arachchi of a pangu of lascorins, together with that of mayoral of the above-mentioned village, as also of vidana arachchi of Aperako Wallekade, my late father performed, and on the occasion of the published plakkaat and the orders mentioned therein, my father, in order to gain favor and to the benefit of the Honorable Company, laid out gardens in this Wallekade and planted them with a considerable number of cinnamon, areca, and kitul trees, and handed them over to the Honorable Company. Thereupon I received the service of arachchi, and my brother that of vidana and mayoral, and while we both performed those services for a short time, the Matara chiefs took our aforementioned services away from us and conferred them on strangers, while I and my four brothers must manage without any of the Company's services and support. And if the present vidana arachchi of this Wallehadde might be dismissed upon the complaints brought against him by the inhabitants, we request Your Right Honorable, commanding us, to favor us with the said service. Was signed with an illegible signature. Underneath was written: For the translation, Mature, the 22nd of May 1790. Was signed: L. M. Trek. In the margin: For the translation, signed: D. Theodorus, sworn interpreter. No. 31. Translation from the Sinhalese of the complaint addressed to the High and Well-Born Lord, Colombo's Grand Dissava, by the inhabitant of Haddeweddoewe, Don Louis Wijesiriwikremesekere, former arachchi. Translation of a Sinhalese complaint ola submitted by Navandenise Jagelegere Arachchi. The lord dissava van Angelbeek says in his reply to this complaint ola the following: Of the order to cultivate on toedane hatmakerre dierland twenty amunams, I know nothing, and the aforementioned arachchi has also never complained to me about this. Regarding his dismissal, it serves that when the arachchi was ordered to depart with his pangu of lascorins to Baddegierie under the notification that he was no longer under the authority of the mudaliyar Tennekoon, but that he and his pangu had to obey the orders of the resident of the Magampattu, he sold his [illegible]. After I have expended four hundred and eighty rixdollars, I was appointed as jaggery arachchi, in which service I have served the Company very faithfully. However, in the year 1789, before the Sinhalese New Year, I was ordered to depart to Goddegammoeie, to the elephant kraal, from where I was not able to obtain leave to go and celebrate the New Year in my residential village. And when I had been in my village for two days after our New Year, I received orders from [illegible]. No. 32.
Dutch transcription
hij noodig heeft aan hem aftestaan zoo is het niet alleen dat wij zulks hebben moeten misseu maar ook veele onzer Jaager boomen dit tot een naeder Levetrantie van latten konden dienen zijn door hem afgekap gelijk ook de stomp: sappan= „boomen die in het dorp harae= „goede te vinden waeren almeede door gem viedaan tot het schildiren van sakken en matten afgekapt zijn wijl alle het vooren staende de suyvere waarheid, behelst en deese ook zodaenig met onze han te= „keningen bekragtigd is verzoe= „ken wij dat voorsz. vied aan aratje van zijn dienst mag afgezet worden er die toete voegen aan haar godde Jaje wardene Lieune aatjele aan wien van ouds den dienst toe komt en ook de noodige kennis omtrend s'komp:s diensten heeft alzo de gezamentlijke hoofden den Belligam Korle hem Jaje warde „dene linne aatjele reeds daar toe aangesteld hebben aan het einde der ola/ met 23 handtekeningen /onderstond:/ voor de translatie Malure den 17 maij 1790 / gete= „kend: / Jeb Rothers in margine: voor ae vertaeling (getekend D Philip Translaet 1772 liar van de gange badde pattoe de Saram verklaaren dat dese ridaan araatje; waarover geklaagt word, om seer ge„ schikt man is en Iavam zegt verder dat lig in dat ampt is gesteld in de plaats van om afgezette ridoan avaatje; maar niet in plaats van den klager, of zijn vader, en dat den laast genoemden voor de afge„ De dienst van avatje van Een vandge zetter ridaan avaatje in die bediening overleden is, zo meede dat den klager las korijns nevens die van Maijoraal rraatje was geweest over een randje lascorijn van de wellebadde pattoe, en op zijn eigen versoek ontslagen was dat van boven gem: dorp mitsg:s van vied aan aratje van aperako wallekade heeft mijn lig modliaar voorts geen goed nog Rnaad van den sollicitant en klager in desen konde zeggen waar op verstaan is zijn overleeden vader verrigt en bij gelegen„ heid van het gepubliceerd plakkaet verzoek in advies te houden. en de daar bij vermelde orders heeft mijn vader ter verwerving van gunst en tot voordeel van dE. komp:s in deze walle„ kasde tuinen aangelegd en met een aanzienelijk getal kanneel, arreek en kirte boomen beplant en aan d'E. komp: overgegeeven Hier op kreeg ik den dienst van aratje en mijn broeder dit van ridaen en majoraal en terwijl wij beiden die diensten eene korten tijd waarnaemen, hebben de Matureesche haere voorm: diensten van ons afge„ noomen en dan vreemdelinge toege„ voegd terwijl ik en mijne vier broe„ ders zonder Eenige Romp:s diensten en hulp ons stellen moeten en indien de presenten ridoen aratje van deze walle„ De heer dessare van Angolbekh, en dan mod„ N: 31. Translaat Singulee de klagt ober ge„ rigt Aan den den hoog wel gebooren Heer Rolomboschen groot dessave door den inwooner van hadde„ weddoewe Don Louis mijeserie„ wiskremesegere geweesene aratje „hadde 6 hadde op de tegen hem ingebragte klagte van de ingezetenen mogte afgezet wor„ den verzoeken wij uwel Edele Gebiedende ons met gem: dienst te begunstigen /:was geteekend:/ met een onleetbaere handtekening /:onderstond:/ voor de overzetting Mature den 22:' Maij 1790. /:was getekend:/ L: M. Trek /:in margine:/ voor de vertaling /:getekend:/ D. Theodorus gezw: tolk Translaat Singaleesche plagt ola door Navandenise Jagelegere Awaatje ingediend. hatmakerre dierland twintig amm: Na dat ik vierhonderd en taggentig rd:o van de ordre om op toedane een heb bekostigd, ben ik als Jagereros an„ te Rultiveeren weet ik niets het gevingste, en meermelde aratje heeft raetje aangesteld, in welke dienst ik hier omtrend zich ook nimmer zeer getrouw de Komp:e gediend hebbe bij mij bezwaard is Dog kagst: betreffende zijne afzettinge In het Jaar 1789: voor het Singal eesche Nieuwe Jaar, ben ik geordonneerd ge„ dient, dat toen bij aratge geordon„ neerd was, om met zijn vandge laskorijns na Baddegierie te worden naer Goddegammoeie naer vertrekken onder aankondiging, de Elephants kraal te vertrekken, van waar ik geen verlof heb kunnen be„ dat hij niet meer onder het ge„ koomen, om in mijne woondorp zag van den modliaar Tinne, koon stond maar dat hij en zijn nieuwe Jaar te gaen houden. En toen ik vandje de ordres van den Re„ sidtent van de Magampattoe naer onze nieuwe Jaar, twee daegen in moest gehoorzaamen bij mij mijn dorp was, hebbe ik orders van Mlacht ola het volgende. De heer dessave van Angelbeek regt N:o 32. bij zijne beantwoording op deze verkogt .
English
1773 received from the Lord Great Dessave of Mature to come to Mature, where I was ordered to cultivate twenty ammonams from the ratmaherre beerland at Toedoene. I stayed there for five months without any expenses to the Honourable Company, had the said 20 ammonams of land cleared, and sowed ten ammonams of it. When I was summoned back to Mature, I was ordered to depart for Baddegirie. Having requested some delay because I had worked for five months at Toedane, this was refused to me, and I was ordered to receive one month of maintenance and to depart. And when, with the said maintenance of one month, I spent five months very dejectedly at Baddegirie, I, as well as some of my lascorins, was stricken by the fever. Whereupon I wrote twice to the Lord Dessave and also frequently asked the Resident for permission to go to my village, which I also obtained from the Resident. Because Resident Brinkman was very angry with him, and he also requested his discharge from me under promise and assurance, however, that he ought not to have the least fear of the Resident, since the latter would treat him with all fairness, and he and his kangany together with the lascorins would receive maintenance for one month at my expense at their new post, I refused his request, although the Mudaliyar Tennekoon had already complained several times about him, the aratchi, and notwithstanding that Resident Brinkman has since also complained several times about this aratchi, both on account of negligence and because he used his lascorins for his private services. However, I did not yet pay heed to this complaint. But when I heard that he was healthy again and did not depart with his lascorins to Baddegirie, I had him brought here and arrested in the Roditoeak mandoe in order to investigate his case further. Being there, he several times asked for his discharge through the interpreter Mohandiram, who gave me notice of this. Whereupon I had the complainant come before me, and when he reiterated his request to me, I then granted it to him. And then, having left a kangany and some healthy lascorins at Baddegirie, my friends brought me with a palanquin to Tangale. Where I went to the Resident, who told me to go to my home village and there to take the necessary medicines for my speedy recovery. And when I had been in my home village for about two months and had not yet recovered, I was called by lascorins to come to Mature, and there placed under arrest in the Roditoeak mandoe and dismissed from my service, and the same was conferred upon Meddeoejangodde Manege Reriaspoewe, being of the Chando caste. My accommodated fields, which for so many years past have perished due to drought, and the crop of which in the monsoon maha was in good condition just upon my return from Baddegirie, were leased out for the account of the Honourable Company. I sought to be excused from that. He also received absolutely nothing from the Resident, and if this were so, it would be the fault of the minor chiefs of the rest house of Walasmolle. However, should this have happened, it is most equitable that the proceeds of this lease be paid out to him, since he was only dismissed from his service this morning, and a fair investigation concerning this complaint of his will take place. 1774 The Lord Dessave van Angelbeek says in answering the complaint as follows. After investigation, the proceeds of his accommodation ought to be paid out to the suppliant, if the matter is found to be according to the statement. Therefore I request that all these injustices may be decided through a rightful investigation by my lord. It was signed with an illegible Low German signature. Underneath stood: For the translation, Mature the 21st of May 1790. It was signed: L. M. Trek. In the margin: For the translation, signed: D. Dissanaike, sworn interpreter. No. 33. Translation of a Sinhalese complaint ola, submitted by the female inhabitant of the village Roongelle in the Kandebaddepattoo named Gamatjarige Wattoendetgeree. Makes known that while my son Naindehamige Nainde was performing his obliged service under his vidane, a certain Jattigelle Ramboekkoloewe vidane aratchi, coming to him, Naendehamie Nainde, said that if he wished to be free from his service on this occasion, he must then give him a pair of bullocks. Whereupon Naindehamie Nainde served as an answer that he had no bullocks to give him, and that he would perform the service that he was obligated to do. This man was detained here by the Maharidaan Mohandiram of the smiths as a disobedient person who does not perform his obliged services, and was subsequently arrested. Because the Maharidaan Mohandiram did not appear to pursue his complaint, not the least punishment was imposed upon him either; he was merely sent to Baddegirie to repair some tools there. Subsequently, after having worked there for about fourteen days, he came back here, and liberty was given to him to go to his home village.
Dutch transcription
1773 den heer Matureesche groot dessare gekreegen, op Mature te koomen, al„ vermits de Resident Brinkman zeer waar ik geordonneerd ben geworden uit dien hoofde insgelijks om zijn ontslag onder belofte en verzeekering om uit het ratmaherre bierland op toedoene twintig ammonams ter egter, dat hij geene deminste vreeze voor den Resident belooefde te hebben, alzoo deeze hem met alle billijkheid kultiveeren, ik heb mij daer vijf man„ den lang zonder eenige onkosten zoude behandelen, en lig en zijne kan„ gaans benevens de las Borijns voor een maand ten mijnen koste op hunne voor DE. komp: opgehouden, gem: 20. nieuwe post onderhoud zoude beekoo„ ammonams grond laeten zuiveren. men, hebbe ik hem zijn verzoek ge„ en daar van tien amml bezaaijd toe weigerd hoewel de Modliaar Ten„ ne koon reeds te meermaalen over weder naar Mature op ontbooden hem aratge geklaagd had en niet zijnde ben ik geordonneerd naer Bad„ tegenstaande de Resident Brink degirie te vertrekken, waarop ik eenig man zedert ook te meermaalen over deeze aratje geklaagd heeft, uitstel verkogt hebbende, wijl ik vijf - zoo wegens negligentie als ook wijl maanden lang op Toedane heb bij zijne laskorijns tot zijne par„ gewerkt is mij dit gewijgerd en tikuliere diensten gebruikt, zoo hebbe ik echter op deeze klagte ben geordonneerd om een maend on„ nog geene refloxie geslaegen maer toen ik hoorde, dat bij weder derhoud te genieten en te vertrekken gezond was en met zijne laskorijns en toen ik met gem: onderhoud van niet na Baddegierie vertrok hebbe ik hem na herwaards laaten bren, een maend vijf maenden te Bod„ gen en in de Roditoeak mandoe degirie zeer mis moedig door brag„ laaten arresteeren ten einde zijne zaak verders te onderzoeken aldaer ten wierd ik zo wel als eenige van zijnde liet lig vercleidene maale mijn laskorijns van de koors om zijn ontslag bij den tolk Mo„ handeram vraegen die mij hier van overvallen, waar op ik twee Reeren kennis gaf, waarop ik den kla„ aan de heer dessave geschreeven ger bij mij hebbe doen koomen als ik wanneer bij mij zijn verzoek nader en ook dikwils aan den Resi„ herhaald heeft het welk ik hen dent om verlof om na mijn dorp dan ook toegestaan hebbe te gaen verkogt heb, het geen ik zogt daar van temogen g'exRuseerd wezen, 1. kwaad op hem was, en hiij verzogt mij Van ook . do e „ van de verpagting van zijn alkomodes„ ook van den Resident verkreeg Ian voor rekening van de Romp welt ik volstrekt niets, en zo dit zoo was, En toen op Bad degivrie een Rangaan en eenige gezonde laskorijns ge„ zo zoude het de schuld van de min„ derhoofden van het rusthuijs wa las„ laeten hebbende, hebben mijne „moelle zijn mogt dit egter geschied vrienden mij met draagtuig naer zijn, zoo is het aller billikst Tangale overgebragt. dat hem het provenie van dies verpagting uitgekeerd word, Alwaar ik bij den Resident ben geweest, dewelken mij heeft ge„ vermits hij eerst dier moegsting zegt naar mijn woon dorp te gaen, uit zijne dienst ontslagen is gewor„ den, en omtrend deeze zijne klagte en aldaar de nodige medika„ zal een billik onderzoek geschieeden menten tot mijne spoedige her„ stelling te gebruiken, en toen ik omtrend twee maenden in mijn woondorp was, en nog niet hersteld wierd, ben ik door las„ Rorijns geroepen om op Ma= tiere te koomen, en aldaar in de Roditoeak man doe in arrest gesteld en van mijn dienst afgezet, en dezelve aen Medde oe jangodde manege- Reriaspoewe, zijnde van chan„ dos Custa opgedraegen mijne geafk ommodeerde velden de„ welke van zo veele Jaeren her„ waerts door droogte vergaen zijn, en dier gewasch in de mouson mahia Juijst met mijne terrg komst van Baddegirie in goede vleenstond is voor reek: van dE: komp: verpagt geworden. Dus 1774 De Heer Dessove van Angelbeek zegt bij de beantwoording der Klagte als volgt. Na onderzoek dient aan der suppt het provenu van zijn alkomode van uit„ gekeerd teworden, indien zig de zaak volgens op„ gave bevind. Dus verzoek ik dat alle deze onregt vaer„ digheden door een regt matig onder zoek van mijn heer mogen beslist worden /:was getekend:/ met eene onleesbaere Nederduitsche handtekening /:onder„ stond:/ voor de oversetting Mature den 21. ' Maij. 1790. /:was getekend:/ L: M: Trek /:in margine:/ voor de vertaling /:getekend:/ D: Dissanaike gezw: tolk No. 33. Translaat Singadeese Klagt ola, overgelegd door de in„ woneresse van het dorp Roon gelle in de Aandebaddepattoe genaemt Gamatjarige wat„ toen det geree Geeft te kennen dat terwijl mijn zoon Nainde hamiege Nainde zijn verpligten dienst onder zijn vidaen verrigt wierd eenen Jat„ tigelle Ramboek koloewe vistaan artje bij hem Naende hamie Nainde komende ge„ zegt heeft dat zo bij deese rijze van zijn dienst wil vrijweeze, dat hij als dan aan hem een koppel Roeijen moest geeven, waarop Nain de hamie nainde tot antwoord gedient hebbende, dat hij geen Roeijen had om aan hem te geeven en dat lig den dienst die Deze man is hier door den Malia„ ridaan Mohandiram der smeeden als een ongehoorzaamen die zijne ver„ pligte diensten niet verrigt opgehou„ den, en vervolgens gearresteerd, wijl de Maharid aan Mohandiram niet kwam op daegen, om zijne klagte voor te zetten is hem ook geene de„ minste straffe opgelegd lig is en keld na baddegeerie gezonden om aldaer eenige gereedschappen te repareeren ver„ volgens na omtrend veertien dage daer gewerkt te hebben is hij weder hier ge„ koomen, en hem vrijheid gegeven om na zijn woondorp te gaan. lig F „ -
English
There is nothing to remark upon this. he had to do and perform, after he went to the cinnamon garden of the vidaan mohandiram to perform his service, where he performed his service for fifteen days or until he was relieved by another, and thereafter returned to his village; while his replacement, after having worked two or three days in the aforementioned cinnamon garden, ran away to his village. Thereafter our headmen sent messages, and because Ramboe Waoloewe vidaan aatje is our enemy, he did not make those messages known to us for about 6 months, but thereafter seized my son Naindehamie Nainde, placing the blame of his aforementioned runaway replacement upon him, having had him arrested for about two months in the Podi toeakmandoe and subsequently sent him into the service of Baddegirije, from where, after having labored for a month, he was brought back again and arrested in the aforementioned Podi toeakmandoe. Wherefore I request an investigation into their unjust arrest. 1775 To this the Lord Dissave van Angelbeek in his reply says: to conduct an investigation. Underneath stood: For the translation, Mature the 21st of May 1790. Was signed: J. C. Trek. In the margin: For the translation, signed: D. Theodorus G. Tolk. No. 34. Translation of a Sinhalese complaint ola, addressed by Welligan Korle Moenewille Pattirennege Pahalewalle Rade medane araetje to the Right Honorable Lord Commander and the Council at Galle. After customary compliments. In this complaint ola I am not in any way accused, the first complaint being an accusation against the late modliaar Dissanaike, who was already dismissed from his service in the time of the Honorable Lord Burnat, and the other against the mohandiram and second interpreter. Meanwhile, upon the last complaint I shall remark that the thombo keepers of the Belligam Korle, Anthonisz and Weemeder, several times complained about the aforementioned vidaan aatje that he provided no people for the thombo registration. Upon this complaint I repeatedly ordered the modliaar of that korle, Goeneratne, by olas, to see to it that the vidaan supplied the necessary people for the thombo registration. Upon my arrival at Akkuresse, where the said thombo keepers were stationed, they brought in their complaint again, and the modliaar testified at the same time that this vidaan aatje was equally negligent not only in this matter but also in all other Company's services, and that upon the modliaar's order to go with the necessary people to the excavation near the Morruakorle, he had absented himself without doing so, and had not appeared until that day, requesting that he, vidaan aatje, be dismissed definitively and another appointed. After all these complaints were brought forward, I waited more than six months to see whether this vidaan aatje would appear, and since then, upon the further request of the modliaar, I have assigned his post to another. The late modliaar and head of the Belligamkorle, Senewiratne, forcibly took away a parveny sowing field belonging to one of our ancestors named Hannewolke, measuring one ammonam, and gave the same to the Moor and inhabitant of Mature, Hallaetje. Therefore, I most humbly request that a favorable investigation may be conducted into this injustice committed. The mohandiram Baddekorle, in a deceitful manner and through false statements, caused me to be dismissed from my service as vidaan araetje, in which I humbly request to be restored, and also to grant me as accommodessan for the aforementioned service the sowing fields Mahamoettettoe and Roedamoettettoe, measuring together six amunam nelij, alongside the sowing field Pitteganne Moembere, measuring one ammonam, and half of the other sowing fields, all situated at Berewewille in the aforementioned korle. At the top of the ola, was signed with a character. Underneath stood: For the translation, Mature the 17th of May 1790. Was signed: J. A. Rottiers. In the margin: For the translation, signed: Don Philip. There is nothing to remark upon this. 1776 The petitioner's request is granted, and the Lord Dissave van Angelbeek shall issue orders to turn over to him the requested fields for cultivation, in order that the Company may enjoy its share thereof. After customary compliments. In the trustworthy books of the European gentlemen, one will be able to see that our parveny fields in the Oedoewe Baijgams, measuring fifty-five ammonams, were seized for the Company and leased out. And because my ancestors and my father were in the Company's service, they found means of subsistence, but because our family is currently very numerous and has no means of subsistence, for that reason I request that of our aforementioned fields, the following four fields measuring five ammonams together may be granted to us for cultivation as huwelande, as I undertake to have them sown precisely on time and to prevent all damage, in confirmation of which I strengthen this ola with my customary signature. The said fields are named as: 1. Elle bodde diwille, measuring 1 amm: 1. Hoppe, measuring 2 amm: 1. Polkottoen koembe, measuring 1 1/4 amm: 1. Koskande koembe, measuring 3/4 amm: 4 fields measuring together 5 amms. Was signed with a signature. Underneath stood: For the translation, signed: L. M. Trek. In the margin: For the translation, signed: D. C. Des Dissanaike, sworn interpreter. Translation of a Sinhalese ola written by Don Iolan Wiejetoengewieresinge Appoehamie, residing at Oedouve Baijgam, to the Right Honorable Governing Lord Colombo Dissave Fretz. No. 35.
Dutch transcription
Hier op valt niets aan temerken hij moet doen, verrigten zoude, na de kanneel tuin van de viedaan Moliandiram ter verrigting van zijn dienst gegaen was, alwaar bij zijn dienst vijf„ tien daegen lang of tot dat hij door een ander vervangen was verrigt en door na kiok naer zijn dorp begeeven had; terwijl zijn vervanger na twee à drie dagen in gem: Kanneel tuin gemerkt te hebben, na zijn dorp weggeloopen is; Daer na hebben onse hoofden bootschappen gesonden, en wijl Ramboe Waoloewe riedaan aatje onze vijand is, heeft bij ons die bootschappen om„ trend 6. maenden lang niet be„ kend gemaekt, maer daer na mijn zoon Nain de hamie Nainde opge„ vat, de schuld van zijn voorm: weg„ geloopen vervanger op hem gelegd B hebbende omtrend twee maenden lang in de Rodi toeakmandoe lae„ ten arresteeren en vervolgens ten dienste van Baddegirije ge„ zonden, van waar hij, na een maand gearbeid te hebben, weder terug gebragt en in de voorsz Podi„ toeakman doe gearresteerd is. wes„ halven verzoek ik na de onregt„ vaerdige arresteering van hen onderzoek /8 1775 Hen op zegt de Heer Dessave woording onderzoek te doen /:onderstond:/ voor de overzetting Mature den 21:' Maij 1790. /:was getekend:/ J: C: Trek /:in„ margine:/ voor de vertaeling /:ge„ takkend:/ D: Theodorus G. Tolk No. 34. Translaat Singaleese Klagt ola, door welligan Koorle R Moenewille Pattirennege Pahalewalle Rade medane araetje aan den welEd: Achtb: Heer Kommandeur nevens de Raed te Gale gerigt. Na voorgaende Romplimenten Bij deeze placht-olo worde ik in geenen„ Den overleeden modliaar en hoofd der deele beschuldigd, als zijnde de eerste Belligamkorle Senewiratne klagte eene beschuldiging tegens den overleeden modliaan Dissanaike, heeft een onzer voor ouders Por„ die reeds ten tijde van den heer Heer Burnat uit zijn dienst gesteld is vonij zaaijveld genaemt Hanne„ geworden, en de andere tegens den Molanderam en tweede tolk, in „ wolke groot een Ammonam tussen zal ik op de laatste klagte met geweld afgenoomen en het aanmerken Dat de taombo be„ schrijvers van de Belligam Korle zelve aan den Moor en inwoo„ Anthonisz en weemeder verschei„ dene maalen overgem: ridaan aatgele nar te Mature Hallaetje geklaagd hebben dat hij geen volk zebbe gegeeven dies in Heere tot de thombo beschrijving opbragt. op deze klagte hebben ik telkens ik ootmoedigst dat na dit van Angelbeek bij zijne beant„ de aengedaene. d „ „ „ 5 gegeeven. Hier op is niets aan te„ den modliaar dier korle goeneratre aangedaene onregt een gunstig bij olas aan bevoolen om te zorgen, dat de onderzoek mag gedaen worden. vidaan het nodige volk bij de thiombo beschrijving leverde Bij mijne De Mohandiram Baddekorn komste te Akkuresse, alwaar ge„ heeft op een bedriegelijke wijke dagte thombo beschrijvens bescheiden en door valsche opgaeven mij van waaren bragten zij hunne klagte weder in, en de Modliaar betuigde mijn dienst als viddendraetje doen afzetten in het welk ik ne„ tevens. dat die vidaanatgele niet alleen in dit stuk maar ook in drigst verzoek weder temoogen alle andere 'skomp:s diensten hersteld worden enffens de even nalaatig was en dat hij Zaaijvelden Mahamoet„ op des modliaars ordre om met de nodige volkeren bij de door„ tettoe en Roedamoettettoe graaving na de Morruakorle groot te zaemen zes zaken te gaan, zonder dit te doen zich Nelij nevens het zaaijveld geabsenteerd had, en tot dien dag niet te voorschein was „pitteganne Moembere groot gekomen, met verzoek om hem Een Ammonam en de helfte vidaan algele finaal afte„ zetten en en ander der aan„der ande zaaijvelden alle ge„ te stellen, na alle deeze in„ legen te Berewewille in gebragte klagten hebbe ik nog ruim zes maanden gewagt voorm: korl mij tot akmo„ om te zien of deeze riedaan dessan voor gem: dienst aatjele zoude opkoomen en te willen toevoegen aan het zedert hebbe ik zijn dienst op nader verzoek van den hoofd der ola /:was gete Modliaar aan een ander kend:/ met een korakter /:onderstond:/ voor de Trans„ tatie Mature den 17:' Maij 1790: /:was getek:/ J: A: Rottiers /:in margine:/ voor de verta„ ling /:getek:/ Don Philip Translaet merken. 1776 Des suppliants verzoek is toegestaan, en zal de heer Dessare van Angelbeek ordre stellen om aan hem de verzogte velden ter bewerking om daar van ende door de Rompenie te werden genoten overtegeven Na voorgaande Romplimenten Jn de geloofbaare boeken van de blanke heeren, zal men kunnen zien dat onze parvenie velden in de oedoewe Baijgams ter groote van vijf en vijftig gemmonams voor de komp: zijn ingetrokken en verpagt geworden. En wijl mijne voor ouders en mijn vader in 'skomp s dienst waaren hebben zij middelen van bestaan gevonden maar wijl onze famielie tegenswoordig toel rijk is en geene middelen van bestaan hebben, uit dien hoofden verzoeke ik dat van onze voorzijde velde de ondervolgende vier velden van vijf ammonams groote tezaamen, ons ter behaaijing of voor huwelande moogen toegestaan worden alzoo ik aanneeme dezelve op er tijd precies te zullen laaten bestaaijen en alle schade voor te koomen tot verzekering van het gunt ik daeze ola met mijne gewoone handtekening de kragtigen, gedagte velden zijn genaamt als: 1. Elle bodde diwille groot. . . . . . . . 1. amm: 1 hoppe. . . . . . . „ . . . . . 2. „ 1. polkottoen koembe „ - - - - - 1. ¼. „ 1. koskande koembe. . „ . . . —. ¾. „ 4: velde groot te samen - - - - - - 5. – amm. s /:was getekent:/ met een hand tekening /:onderst:/ voor de overzetting /:getekent:/ L: M: Twrek /:in margine:/ voor de vertaling /:getekent/ D: C: Des Dissanaike gesw: tolk: Translaat Singaleesche ola door Don Iolan wieje toenge wieresinge Appoehamie woon„ agtig te oedouve Baijgan Aan den welEdelen Gebiedenden Heer Kolombose Dessare Fretz geschreeve Translaat 8 No. 35.