Inventory 3883
Ceylon · 1,486 pages · 291 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
well-to-do people he has, as far as is known to us, extorted the following, namely: from Jattigelle Mattoewellege babe 1 rd:s 1 pingo. ditto wanparregasmoellege appoe half-grown buffalo ditto Pettini gamme s: family one rd. s and one pingo. ditto pallege kirie appoe a buffalo cow ditto ditto Kirihamis of small buffaloes ditto ditto wattoewe a ditto kakkoeloewamoelle hal wattoerege kankanan appoe one rd:s and one pingo okewelle kolombe appoe two rd:s ditto wellipeetbijegen babe a ditto ditto malimaddege Maddoeme One rd ditto widanegen ditto One rd:s ditto Zottembe Malhewegen balehamie A pair of half-grown buffaloes Talahagam waddoewe Palla wellege mdoema nainden a red middle cloth or Joewan ottoekatje two rd:s and a half-grown ox. Moederewane aloetge appoe One rd:s warkagodde gammege samie one rd Collected by Daloeak god de Japeraale from that village and given to the vidaan arraatje 5 rd:s from Etpiettije Manege lokoepettia a half-grown buffalo. For Apittoje Alleheen goddea Delivered a half-grown buffalo from bowelle manege babé a ditto Deberawe attoebaddoea a ditto oolrearen Gammea a small buffalo cow bowele kankanan atjile ditto buffalo Wallasmoelle koorle karkan ange Petoewe Two rd:s from 1689 from the majoraal attoebode two rd:s Tallahagan wadoewe and poentje pedia a half-grown white cow. besides these matters stated here, there are still more that are unknown to us and thus cannot be specifically stated, but well can by those who have an interest, That the vidaan arraatje still keeps for himself the Majoraal services of the villages kakkoelamoelle, okewille, gannegamme, and Bowelle, and has the services of the Company and all occurring supplies falling due in those villages performed by the Majoraals of the other villages, while he, the vidaan araatje, enjoys the majoraals perquisites, rights, and other advantages from the four villages, and moreover a new and unheard-of contribution under the name of right for handing over the fields to the villagers for sowing, so that having collected the same in the latest monsoon, the inhabitants have thus been entirely deprived of their desire for the sowing service. That he, the vidaan arraatje, beyond all those irregularities, moreover whenever any women brought their complaints before him, has them tied to a post and punished by male persons, which is nevertheless not permitted to him, besides that in this Disavany no arraatje has ever used a Talpat to cover himself from the sun, but that this vidaan arraatje not only uses a talpat for the sun, but even has himself carried in a palanquin and presses the Majoraals of the villages for that purpose. All these and the above-mentioned matters we pray, taking them into favorable consideration, to maintain us, whereby not only will all blessings and prosperity in this World flow to the righteous judges who are set over us, but also eternal bliss shall be granted hereafter, at the same time requesting that we may have recovered all that the said vidaan has unlawfully taken from us, and also that the aforementioned vidaan arraatje, being a stranger, may be dismissed from his service and another person suitable for it may be appointed as vidaan arraatje of the 24 villages resorting under the aforementioned Rest house. behind each item mentioned above being signed separately by the complainants on the ola, below stood for the Translation Matara the 24th of May 1790 it was signed N:s 12:k Keuneman for translation signed Don Theodooris sworn Translator No 7 1690 Translation Sinhalese 7 Some inhabitants of the Girreways when I was in To the Mudaliyar have them that also will be added Complaint ola written by the Majoraals of the Sixteen villages belonging to the Rest house of Kannoekettieje to the Lord Judges After preceding Compliments show with humble submission the following injustices, namely: Firstly, before the gentlemen had obtained these Lands in possession Tinnekoon to order to investigate this with the Rest house of Marakadde. about two years ago promises to the majoraal that if they we from that time and thus came around and asked me for the fishery and in the right to that fishery of many years past the salt pan Jamboeroekalle Lewaij situated at kannoekettiege in share to be allowed to have the modl: Tirrekoor whom I maintained here below, testified to me firmly that the said fisheries as well as the salt of those pans belonged to me to us Majoraals of sixteen villages for the delivery of aduekos for that Year I had the fishery at that time leased out for 20 rd:s. and and house and
Dutch transcription
wel bemiddelde lieden heeft hy voor zo verre het ons bekend is het volgen afgeperst. als. van Jattigelle Mattoewellege babe 1 rd:s 1 plngo. „ do — wanparregasmoellege appoe een half wasse buffel „ do — Pettini gamme s: familie een rd. s en een pingo. „ do pallege kirie appoe en buffeli „ do do Kirihamis van kleni beuffelen „ d=o d=o wattoewe een d=o „ kakkoeloewamoelle hal wattoerege =kankanan appoe een rd:s en een pin „ okewelle kolombe appoe twee rd:s do wellipeetbijegen babe een d=o d=o malimaddege Maddoeme Een rd „ d=o widanegen d=o Een rd:s „ d=o Zottembe Malhewegen baleha„ „mie Een koppel half wassen buffel Talahagam waddoewe Palla wellege m „doema nainden een roode middel ban of Joewan ottoekatje twee rd:s en een half wassene os. Moederewane aloetge appoe Een rd:s warkagodde gammege samie een rd Door Daloeak god de Japeraale uit da dorp ingevordert en aan den vidaan arraatje gegeeven 5 rd:s vat Etpiettije Manege lokoepettia een half wassene buffel. Voor Apittoje Alleheen goddea Ge„ leeverd een half wassene buffel van bowelle manege babé een d=o „ Deberawe attoebaddoea een do „ oolrearen Gammea een klijn buffelin „ bowele kankanan atjile d=o ba„ „ Wallasmoelle koorle karkan an „ge Petoewe Twee rd:s van „ „fel 1689 van de majoraal attoebode twee rd:s „ Tallahagan wadoewe en poentje pedia een half wasse witte koeij. buijten deeze hier by opgegeevenen zaaken, zyn er nog meer die ons onbekend zijn en dus speciaal konnen opgegeeven wor„ „den, maar wel door hun die belang hebben, Dat de vidaan arraatje nog op zig de Majoraals diensten van de dorpen kakkoe„ „lamoelle, okewille, gannegamme, en Bowelle, behoud en de in die dorpen voor vallende s' Comp:s diensten en alle voorval= „lende verstrekkingen door de Majoraals van de andere dorpen verrigten genietende hij vidaan araatje de majoraals hoe anderin; dewel geregtigheeden en anderen voordee„ „len uit de vier dorpen en boven dien een nieuwen en nooijt gehoorden kontributie met de benaaming van geregtigheid voor het overgeeven del Velden ter bezaaijing aan de dorpelingen, in voegen hy in de Jongste mouson dezelve ingevordert hebbende, dus den ingezeetenen lust tot den zaaij dienst ten eenemaal benoomen is. Dat hij vidaan arvaatje buyten allen die ongereegeldheeden nog wanneer eenige vrouwlieden hunnen klagten bij hem in„ „bragten, hij ze aan paal laat vastbinden en door mansperzoonen afstraff en het geen hem nogtans niet gepermitteerd is buijten des dat in deeze Dessavonij nooyt een arraatje een Talpat ge„ bruijkt heeft. om zig van de zom te dekken, dog dat deeze vidaan arraatje niet „ niet alleen een talpat voor de zom ge„ bruijkt maar zelfs zig in een palanke laat draagen en daar toe de Majoraals van de dorpen prest. Alle deeze en de hier vooren aange„ „haalde zaakelykheeden bidden wy in gunst konsideratie neemende ons te mainteneeren, wanneer de regtvaardigen regters die over ons ge„ steld zyn, niet alleen alle zeegenin¬ gen en voorspoed in deze Wereld zul¬ „len toevloeijen, maar ook hier namabls de eeuwige gelukzaligheid zal ge„ schonken, worden, tevens verzoekende dat wis alle het geen ged:e vidaan van ons onregtmatiglyk afgenoomen heeft weder mogen ingevordert krij„ „gen en ook voormelte vidaan arraat„ als een vreemdeling zijnde van zijn dienst afgezet en een ander daar toe geschikten perzoon mag aangesteld worden als vidaan arraatje van den 24. dorpen onder voormelde Rusthuijs sorteerende. zynde agter ied een post hier voor en vermelde door de klagers by den ola afzonderlyk geteekend, onder„ „stond voor de Translatie Mature den 24. Maij 1790 (:was geteekend:) N:s 12:k Keuneman voor vertaaling geekend Don Theodooris gezw: tot Translaat No 7 1690 Translaet Singaleesche 7 Eenige inwoonders van de girrewaijs toen ik mij in Aan den Modliaar hebben hun die ook zal worden toegevoegd Klagt ola door de Maijo„ „raals van de Sestien dor„ „pen gehoorende tot het Rusthuijs van Kannoeket, „tieje aan de Heeren Regters geschreeven Na voorgaende Compli¬ „menten geeven in onderdanigheid te kennen de ondervolgende on„ regten als. Eerstelyk, voor dat de heeren deeze Landen in bezit Tinnekoon te gelasten 't Rusthuijs van Marakad„ om dit te onderzoeken met „de. voor ni twee Jaeren be„ gekreegen hadden, hebben beloften aan de ma„ „rond kwamen en verzogten mij om de vissarij en in de ijoraal dat zoo zij wy van dien tijd en dus zout pan Jamboeroekal„ regt op die visserij „le Lewaij geleegen te kan„ van veele Jaeren af het „noekettiege in part te mogen hebben de modl: Tirrekoor den welke ik aan ons Maijoraals van hier onderhield, betuijgde me stellig, dat gem vis„ sestien dorpen tot het =serijen zo wel als 't zout van die pannen aan mij leeveren van adoeckoes toekwaemen voor dat Iaar hebbe ik de visserij als toen voor 20 rd:s verpagt gehad. en en huijs en
English
To the mudaliyar Tinnekoon likewise shall happen. And Pehiendoens added a certain small portion, and in the course of time I did not concern myself with that entire fishery, as being a trifle, for which reasons I have also up to now not even once asked the renter about his leasehold, the proof of the lease, as far as I know, still resting with the mudaliyar Tinnekoon. It is very certain that I never, either in writing or verbally, gave orders to the inhabitants of the Kannoeketties to perform these services. It is possible that I told the mudaliyar Tinnekoon, upon his objection that he could not get the resthouse of Ranne sown, to take the people of the Kannoeketties as help, because the Kannoeketties are only sown in October and November, and the villages of Ranne for the most part in July and August. If I gave this order to the mudaliyar Tinnekoon, it certainly happened on reasonable terms for the inhabitants themselves, and the mudaliyar Tinnekoon, in case the inhabitants of Kannoeketties had been opposed to this work, ought to have properly informed me thereof. To Jamboeroegodde Lewaij, when fish were caught, it was enjoyed, but the present Lord Dessave took the same away from us. And secondly, the vidaans, mayorals, and inhabitants of the villages belonging to the resthouse of Kannewan have likewise been ordered to investigate these complaints and to report how matters stand in this affair, with promises to the mayorals and inhabitants that regarding the sower's share, they used to sow the fields of their villages and after delivering the Company's share, they took and possessed the sower's share. But now, for some years past, such inhabitants of the four remote places who have no plough oxen and people, after bringing petitions, have been favoured with the services of vidaans of the resthouses of Ranne Kannoekettie. Who, indicating to the retired Lord Dessave Burnat their inability to carry out the services they must perform, that is to plough Pallaranne, so we, who live one, two, and three miles from Ranne, were ordered by His Honour to perform the ploughing work of Palleranne. Whereupon we jointly informed the aforementioned Lord Dessave that we had never before performed the said service and thus could not perform it now either. So His Honour ordered us to perform the same, although it was never done and customary, because the Company's village cannot be abandoned. Therefore, out of fear, from some villages where plough oxen were to be obtained, we contributed them, and the inhabitants of other villages in which no plough oxen are to be had, borrowed plough oxen for presents from the inhabitants of Ranne, and worked with them in the fields designated to them for ploughing, and also sowed the same with our own seed corn, of which, after the harvest of the crop, we received nothing other than the seed corn alone. While by us, according to the previous order, plough oxen were given for the service of the village Palleranne with much trouble and to escape punishments, the present Lord Dessave ordered us to give plough oxen for the services of the villages Oederanne, Koswatte, Wiegemoewe, Kadiwragodde, and Andoepellene, and if such were not complied with by us, we would then expose ourselves to punishment. And to carry that order into execution, the Gajeman Aratchy with his kangaars and lascorins went from village to village and placed a lascorin in each village to eat our rice. The aforementioned Gajeman Aratchy and his kangaars also come successively into our villages, not only to take adukku and pehiendoen from us, but also to demand cotton, salt, and other things from us, and whoever does not have the same is punished and tied to a post planted in a water hole. Likewise, with the female buffaloes and young buffaloes that remained unperished from lack of water and grass in the recent famine, which are to be found in our villages, we were made to plough at Ranne, whereby they perished. Wherefore we, by the inhabitants of the village Ranne themselves, for presents with their plough oxen, had the sowing fields assigned to us for preparation ploughed. Thus they are very fond of presents, after the acceptance of which they are willing to muddy the sowing lands, otherwise they work unwillingly and cause us only trouble. Wherefore we request the compassionate gentlemen to take this into consideration and to free us from the unusual ploughing service. From the mayoral roll it does not appear at all that 8 amunams of otu was added to the mayorals as divel, but indeed 3, 2, 1½ amunams of paraveni divel. The mudaliyar Tinnekoon is meanwhile ordered to make a roll of the mayorals, indicating what they possess as divel, with promises to the mayorals that a reasonable arrangement will be made regarding this. In granting accomodessans I have regulated myself particularly according to the mayoral rolls of the year 1719, and from the villages that were entirely farmed out, accomodessans were also issued to the mayorals, while of the still unfarmed portions from the other villages, a promise was made to the mayorals that they shall properly receive accomodessans. The two mayoral services that I have withdrawn are [illegible] Thirdly, from olden times, we have possessed for the service of mayoral the tenth entitlement of our paraveni sowing fields as accomodessan. In the time of the Lord Dessave Burnat, to each mayoral the tenth entitlement of 8 amunams sowing ground was [illegible]
Dutch transcription
Aan de modliaar Tinnekoon insge„ zal geschieden. en Pehiendoens toegevoegd een en in 't vervolg van tijden my om die geheele visserij Zeeker gering gedeelte niet bemoyd, als zijnde een kleenigheid om welke ree„ „denen ik ook tot nu toen niet ter te Jamboeroegodde Lewaij eens der pagter om zijne =pagtschap gevraagd hebbe gerangen werdende vissen gehad, berustende 't bewys genooten dog de Presente van den pagten zo verre ik weeten als nog onder den Heer dessave heeft dezelve modliaar Tinnekoon van ons afgenoomen Hlot is zeer zeeken dat iks en tweeden hebben de Vi„ nimmen nog schriftelijk daens majoraals en Jnge„ nog mondelings, aan de „lyks gelasten om deeze klagten te on„ ingezeetenen, van de kannoen Zeetenen van de dorpen =derzoeken, en van „ketties ordre gegeeven heb„ berigt te dienen hoe„ „ber om deeze diensten te gehoorende tot het Rust verrigten mogelyk is het daenig 't met deeze dat ik aan den modliaanhuijs van Kannewan„ zaak geleegen legd, met beloften aan de Tinnekoon op zyne beswaa„ neer ze voor het zal„ maijoraals en ingezeeren dat hij 't Rusthuijs van Ranne niet kon tenen, dat hier omtrend bezaaijd kreijgen gezegtgjers aandeel de Zaaij„ hebben om de volkeren van velden van hunne dorpen de kannoeketties tot hulp te neemen, wijl de kan„ noekettus eerst in octob bezaeijen na afgave en Novembr bezaayd. worden, en de dorpen van van s' Comp:s aandeel Ranne voor 't grootste gedeelte in Julij en augustis het zaeijers aandeel na zo ik aan den modliaan. Tinnekoon deeze ordre zig genoomen en gepos„ gegeeven hebben zoo Is't zeker geschied, sideerd doch thans of een billyken schikking van op 1691 op billijke voorwaerden van voor nu Eenige Jae„ voor de ingezeetenen zelvs ren zijn Zodaenige in„ en de modliaar Tinne„ koom had ingevallen, woonders van de vier afge„ van de ingezeetenen van leegene Plaetsen die kannoeketties tegens dit werk geweest waaren geen Ploeg ossen, en volk mij daar van behoorljk kennis moetien geven hebben na opgebragte Parressen met de Dien¬ „sten van Vidaans van de Rusthuijsen van Ranne Kannoekettieze begunstigd geworden,. De„ „welke aan de afgegaene Heer Dessare Burnat te kennen gevende on„ mogelijkheid. om de diensten die zij moeten verrigten uijt te voeren; dat is om Palla„ „ranne te Beploegen: zoo zyn wij die Een Twee en drie Meijlen Meylen van van Ramne Woonagtig zijn, door zijn Ed: geordonneerd om het ploegwerk van Palle=ranne te verrigten, waar op wy gezaementlyk aan voormelde Heer Dessave te kennen gegeeven hebbende. dat wij nooijd voor deezen gemelden Dienst verrigt hebben en dus nu ook niet verrigten Kunnen, zo heeft zyn Ed: ons geordon„ „neerd om deselve te ver„ „rigten schoon het nooit gedaan en gebruijkelyk is; wyl S' Compagnies dorp niet kan worden verlaa„ ten. Derhalve hebbe wy uijt vrees uyt eenige Dorpen daar 1692 daar ploeg ossen te bekoomen waaren, daarmeeden by gezet en de inwoonders van anderen dorpen in dewelke geene ploeg „ossen te bekoomen zijn, hebben zy voor presenten van de inwoonders van Ranne Ploegossen ten leen genoomen en daarmee„ „de in de aan hem ter beploeging bepaalden Velden gearbeijd, mitsgaders de zelve met onze eigen saadkoorn bezaijd, waar van wij na den inoegst van het gewas niet anders kreegen dan het zaadkoorn alleen dat terwyl door ons, volgens de voorigen: order, ploegossen ten dienste van het dorp palleramme met veel moeyten en om de straffen te ontkoomen, gegeven wierden heeft de Presents heer Dessaven ons belast ten diensten van de dorpen oederanne, Koswatte, Wiegemoewe, kadivra„ „godde en andoepellene ploegossen te geeven en zo zulx door ons niet nagekoo„ „men word, wij als dan voor straffe zouden bloodstellen, En om die onder ten exekuten te stellen is de Gazeman araetje, met zijne kangaars en Laskoryns van dorp tot dorp gegaan en heeft in elk dorp een laskorijn gesteld om onze rijst ten eeten, voorm: Gajeman araetje en zyne kangaars koomen ook sussescif im onze dorpen niet alleen van ons addoekoes, en Pykindoens te neemen maar ook kattoen zout en nog anderen zaeken zaaken van ons aftevorderen, en de geen die dezelve niet heeft, wond Gestraft en aan een Paal, geplantstaande in een water kuijl vastgebonden zoo meede hebben wy met de in laatsgepasseerden hongersnood wits gebrek van water en gras ongekre„ „peerd over gebleevene bueffelinnen, en Jong baffels, die in onse dorpen te vinden zyn te Ranne laeten ploegen, waar door dezel„ „ven gekrepeerd zyn, waar omme wy door de inwoonders van 't Dorp Ranne zelfs voor Presenter met hunnee ploeg ossen de aan ons ten bekwaammaking opgedra„ „ge zaaijvelden hebben laeten beploegen dus zijn zy zeer gesteld op presenten, na welkers acceptatie zy wel de Zaaij gronden bemodderen willen anders werken zy. ongee „rue en veroorzaeken ons slegts moeyte Weshalven verzoeken wys de meedelyden„ „de Heeren zulks in overweeging te neemen en ons van de ongewoone ploeg dienst te bevryden By de Magoraals rol By het geven van akkomer blykt geenzints dat dessars hebbe ik mij in Ten derden van ouden tijden af, heb„ 8 ammd' ottoe tot diwil aan zonderheid geregeld nade ben wy voor den dienst van de Maijoraals is toege Maijoraels rollen van het voegd maar wel 3. 2. 1½ jaer 1719 en van de dorpen Mayoraal de eentiende gerechtigheid amm. parvenie, diwil de die geheel verpagt zyn ge„ Modliaar Tinnekoom wordworden zyn ook akkomad, van onze parrenin Zaagrelden tot intusschen gelast om een dessars aan de Maijoraals rol van de Mayoraals te afgegeven, terwijl van de akkomod dessan bezeeten. Ten teijd van den heer Dessare Burnat is Maeken met aanwyzing nog onverpagten gedeeltens wat ze tot dewils bezet uyt de verdere dorpen aan „ten: met beloften aan de de Majoraals beloofte gedaan aan ider Magoraal de een tienden is geworden dat zy behoorlyk Mayonaels dat hier akkomodessars zullen behoor gerechtigheid van 8 amm: Zaar„ omtrend eene billyken men, de twee magoraals schikking, als dan zal diensten, die ik ingetrokken hebbe ge„ zyn grond, ƒ
English
1693 be made. According to old custom, the provisions from the Kannoeketties are to be made with orders to the Modliaar Tinnekoon to make no innovations in this regard, and if any complaints had been made to me in this regard, I would have properly investigated and settled these complaints, since according to the report of the Gajanayaka Aratchi it appears to be against custom that the Kannoeketties perform any services outside their rest house. These grain measurers are unknown to me; it is however possible, since in the Giruwapattuwa, according to the definite determination of the respected Ceylonese government dated 31 March 1769, there are too many majorals. The Majorals roll made by the Dessave Burnat of the Giruwapattuwa is to be found here, and from that it will sufficiently appear whether it is true that from every majoral of the rest house of Kannoekettiya 8 amunams of otu has been taken away, or whether only 3 to 2 and even up to 1 amunam of otu has been added to them. If what is complained of here is true, the Modliaar of the Giruwapattuwa is answerable for it. There is ground for having added them to Okkom Oddessan, of which the present Dessave now partially leases out and has abolished the service of majoral of two villages. Fourthly, when it rains much in these our villages and the dams are sufficiently provided with water, the fields can then be sown, except for the village of Jawaloewille, since in the said villages there are no rivers, brooks, or springs, and no water can be diverted in this area; likewise, in the aforementioned villages, which are a barren and arid land, there are no coconut trees, banana trees, etc., and in each village no more than two, three, four, and five persons are to be found, for which reason we also did not have to perform many services, nor have we delivered pehienduvas as in other fertile villages belonging under the rest houses of the Giruwapattuwa; but now, as in the other villages, we must perform unreasonable services and deliver pehienduvas. Fifthly, the otu fields which the two mananas or grain measurers possessed, and which obligations they had in exchange to work in the kitchens and to bring chickens and butter to Matara, the present Dessave has leased out, and the services that they performed he makes us carry out. These grain measurers I do not know, and according to the Majorals roll it has been found that there were no grain measurers among the Kannoekettiyas, and thus there should be none, which it has also not been deemed necessary for now to introduce today. By earlier papers. Examined. That already by general mandate ola dated 28 May everyone was released from the journeys to Baddegama, which by this is further confirmed, and the people of Kannoekettiya are for the rest promised that they, against their will, will not be pressed into any services in the Magampattuwa. Regarding the journey to Baddegama and the mortality there, it has already been spoken of previously in the general complaint ola; the people of Kannoekettiya are not in the least afraid of Magampattuwa, and even last year most of the inhabitants of that rest house wanted to settle at Baddegama, which desire of theirs I however halted, since the Kannoeketties themselves used no people. Meanwhile, some people of Kannoekettiya have erected for the Resident Brinkman a small rest house of 25 feet in length and 8 feet in width; these people performed this work under the supervision of the Hamine Aratchi and consisted of 8 fishermen under the Totamune Pattabandan and 3, 4 to 5 others of the further people from the Kannoekatties, and this entire work was completed in 6 days, without anyone having been forced thereto with any violence. The Resident Brinkman describes this building to me by letter of 11 February 1790 and says that this dwelling lacked nothing more than being thatched with straw and requiring earth to be raised, and that the ground within this building was a mud pool. Sixthly, since the Resident for the Magampattuwa has been appointed, he has had a dwelling built for him by us at Wanduruppa, belonging to the said pattuwa; because people of our villages were sent thither to him for the building of houses and the clearing of jungle at Badagiriya, and many of them died there, various inhabitants of our villages have abandoned their dwellings, and only three of us remain, who were ordered to go and raise the dam of Badagiriya; but out of fear we did not undertake the said journeys, and we further request that the aforementioned unjust and unheard-of services be abolished, and that we may perform the old and obligatory company services under the payment of the customary dues, and remain living in our lands. Thus written, signed, and submitted by us, the 32 Majorals of the villages of Kannoekettiya. At the end of the ola was signed with 32 illegible signatures. Below was written: For the translation, Matara, 24 May 1790. Was signed: I. C. Trek. In the margin: For the translation: signed: D. P. Senerat, Sworn Interpreter. Thus recorded at the Fortress of Matara on the date and in the presence as mentioned in the heading of this document. Was signed: D. I. Fretz, A. Samlant, and C. van Angelbeek. D. Slude Note
Dutch transcription
1693 gemaakt worden. volgens oud ge„ zyn my onbekend, hetis egter Daarg grond tot okkom oddessan toege= mogelyk, vermits en in de giae„ waijpattoe, volgens de stellige voegd, waar van tans gedeeltelijk den pre„ bepepaeling van de gevene„ „reerde Ceyjlonsche regeering senten heer Dessare laat verpagten en de dato 31 maart 1769. te veel magoraals zyn,. de Mojten dienst van Magoraal van twee „ora als rol door den Heer Des. „sare Burnat van de geren dorp en afgeschaft heeft. „waijs gemaakt, is hier te vinden en daar uijt zal genoeg blyken of het waer is, dat aan ieder majoraal uijt het rusthuijs van kannoe„ kettiejen 8 amn ottoe afgenoomen is geworden, dan wel of aan hun maar 3. a 2 en zelfs tot 1zamm: ottoe is toegevoegd. Ten vierden, wanneer in deeze onze dorpen zo het waar is wat hier veel reegend en de dammen genoegsaam met geklaagd word, zoo is „bruijk zullen de water voorzien zijn, kunnen de Veldon als verstrekkingen uyt de Modliaer van de dan bezaaijd worden, Excepto het dorp Jawa„ de Rannoeketties Girewaijpattoe daar „loewille alzoo in gem: Dorpen geen geschieden met last voor aenspreekelyk nevieren spruijten of boonnen zyn en dater aan den modliaar, en zoo by mij eenige Tinnekoon om hier beswaeren hier omtrendigt geen water kan worden afgeleid, zo„ omtrend geen nieuwig gedaan waeren geworn meede zin in voorm: dorpen die een Ba„ en „den zo zoude ik deeze vragtbaer en dor land zyn geene soonsas„ klagten behoorlyk heb„ „ben onderzogt en afgekokkus, piesangsboomen etc: en in elk dorp maakt, alzoo het volgens niet meer dan twee drie, vier en vijf pen„ berigt van den gajeman zoonen te vinden waeromme wy ook geel araetje tegens het ge„ „bruijk scheijnt te zijn, veel diensten te verrigten gehad, en ook geen dat de kannoeketties pehiendoeus geleeverd hebben gelyk in eenige vinstrekkingen andere vrugtbaeren dorpen gehoorende: onder buyten hunnen rusthuys de Rusthuysen van de Girrewaipattoe, doen. dog tans moeten wy gelyk in de andere dorpen onreedelyke diensten verrigten en Pehiendoeus leeveren Ten vyfde, de ottoe velden die de twee mananas Deeze graamneteas is gevonden dat er geene of graanmeters bezeeten hebben en welke ijnaanmeters in de kenne ik niet en vol„ kamwoekettiezen ge„ gens de Majonaals rolvepligting walden daar voor in de kombuij„ „sen te werken en hoenders en boten na Maturs weest zyn en dus wor„ moeten er ook geene te brengen. laet de presenten Heer DesJare „den die ook voor nu weezen. niet nodig geoordeelt. verpagten en de diensten die ze hebben gedaan door ons verrigten. By vroegere papieren heeden in te voeren. die a e een 8„ . Nagezien Dat reets by generaele Nopens de reyze na badden Ten sesden zeidert de de Resident voor de mandaet ola de dato, gerien en de sterfte aldaar Magampattoe is aangesteld geworden, heeft is reets bevoorens by de gene„ 28 May een ider van „vaale klagt ola ge„ hij een woning voor hem door ons op Waandaa„ de Reyzen na Baddegei„ sprooken de volkeren van reeppen. gehoorende tot gem: pattoen laeten op rieje is ontslagen het kannoekettiejen zyn voor magampatio in geenen haelen, dewyl tot hem op bouwer van huijsen welk by deeze nader deele bevreest en nog het en suijveren van bosgasien op Badegerieje vol„ gedaan word, en de voorigen Jaar hebben de meere„ keren van onze dorpen na verwaards gezonden volkeren van kannoe„ „kettieze worden voor „t de ingezeetenen van dat Rusthuijs zich na Bande, en veele daer van overleeden zyn, zo hebben gieresje ten woon willen voosscheiden inwooners van onze dorpen hunnen 't verdere belooft dat zy tegens hunne begeeren, het welke ik wooningen verlaeten en is ans drie overge„ egter, gestuyd hebbe wyl de kannoeketties zelfs bleeven waeren belast om de dam van Bado„ wille tot geene dien„ „sten in de Magampat, nog volk gebruykt heeft gierie, te gaan ophaalen, dog wy hebben eenige volkeren van de uijt vrees gemelde reyzen niet ondernormen toe zullen werden kannoekettie hebben in en wy verzoeken wyders om voormelde on„ geprest. =tusschen voor den Resident „regtvaardige en ongehoorden diensten afte Brinkman een rust schaffen en de oude en verpligten kom„ huysje van 25 voet de lengten en 8. voeten breets „paries Diensten onder opbrenging van opgehaald, deeze volker„ de gewoonen gerechtigheeden te mogen hebben dit kussien onder opzigt van den Hamin verrigten en in onze landen te blyven woo„ arraatje verrigt en hebben bestaan in 8 vissens onder nen. den Totteuwenen pattabondan en 3, 4 tot 5 andere van de verdere volkeren uyt de kannoekatties en dit geheele werk is in 6 dagen verrigt, zonder dat iemand daar toe met eenig, geweld gedwongen is geworden de recident Brinkman beschryft mij dat kuffis bij brief van den 11 feb: 1790 en zegt dat aan deeze wooning niets meer ont„ broken heeft, als dat het met stro gedekt en met aerde heeft nodig gehad om opgehaald te worden, en dat de grond binnen dit Kuffie een moddarpool was. Aldus is deeze geschreeven geteekend en overlegd door ons de 32 Mayoraals van de dorpen kannoekettieje aan het eynde der ola /: was geteekend met 32 orlees„ =baere handteekening onderstond:/ voor de Translatie Mature den 24 meij 1790. / was ge„ „teekend:/ I: C: Trek /: in mangine :/ voor de vertaling:/ geteekend: /. D: P: Senerat ges: Tolk Aldus aangeteekend ter Fortresse Maturen dato en ten Presentie als in den Hoofde deses vermeld. /:was getee„ „kend:/ D: I: Fretz; A Samlant, en C: van Angelbeek. D: Slude Aanteekening
English
1694 Minutes Kept during the session of The Commissioners on Behalf of the Venerable Ceylon Government The Honorable Dietrich Thomas Fretz, Senior Merchant and Dessave of the Colombo Ommelanden, and The Honorable Abraham Samlant, Merchant and Trade Bookkeeper at Colombo, Together with The Honorable Mr. Christiaan Van Angelbeek, Senior Merchant, Dessave of Galle and Dessave of Matara On Wednesday, the 9th of June 1790 Whereas a so-called famous Ola of the Mutineers has been intercepted, in which they order the inhabitants of the Four Gravets to send their goods inland and to join them, on pain of severe threats; and it is observed that the inhabitants of the Gravets are very distressed, as a party of them has appeared before us to make this known; so has it also been taken into consideration the incoming report that the Mutineers have plundered the houses of the Mohandiram of Attoedawe and of Jagereo Aratchi, and thus something might easily take place within the Gravets; and accordingly it was approved and resolved to send every evening a Piquet of 50 men with the necessary non-commissioned officers, under command of an officer, to the redoubt of Eck, in order to be at hand on the other side of the river, in case it became necessary to send any relief to one or another place where the Mutineers might dare dare to approach in the vicinity to carry out any violence. Furthermore, the Draft Mandate prepared for the Girrewaij Pattu was read out and approved, whose contents read as follows: Draft Mandate for the information and observance of the Mudaliyar, Majoraals, and lesser headmen, as well as the collective inhabitants of the Girrewaij Pattu. To the complaint olas from many of the aforementioned lesser headmen and inhabitants, the following serves as an answer: 1. That in case parveny fields have been leased from anyone, a report thereof must be made to Sinnekoon Mudaliyar, who will then examine the evidence, investigate the matter, and submit a report to the Lord Dessave, whereupon justice shall follow. 2. The gardens in which no coconut or areca trees stand, and for which therefore no garden dues nor areca can be paid, may also be reported to Sinnekoon Mudaliyar, who will then have them surveyed and submit a report of those findings so that those gardens may be declared exempt from those dues. 3. Those who have paid interest on the Company's seed corn must report this to the Lord Dessave and demonstrate to whom and how much they have paid, whereupon after investigation the interest shall be refunded; however, regarding the sowing fields of Nallegam, no accountability can be granted, because upon investigation in the Year 1770 it was found that the Company holds the right of ownership over them; but 1695 because the inhabitants were then in possession thereof for many years, they were confirmed therein by the Ceylon resolution of the 11th of December 1770, provided they deliver to the Company one amunam of paddy for each amunam of extent. 4. The Mudaliyar Sinnekoon has done very wrongly in having cinnamon carried off by Vellalas, and this is now explicitly forbidden to him. 5. Regarding the receipt of the paddy in the Sinhalese Warehouse, an equitable arrangement will be made and care taken that no one is disadvantaged; and if concerning this there are any orders or sannas among you, they must be presented to us, the Lord Dessave, in order to be taken into consideration. 6. When you specify further by whom your cattle were seized, justice shall be done after an investigation of the matter; and in the meantime it was strictly forbidden to have any cattle seized except only insofar as is necessary for detachments, for which payment must then be made daily by the Mudaliyar of the Girrewaijs; and the milk shall also have to be paid for by those who receive it according to the country's custom; however, the gardens that are not Divel lands or have not been declared free by proof must continue to pay the garden dues, just as the duty on tobacco must be paid according to custom; furthermore, according to the report of Sinnekoon Mudaliyar, the Etbandeneas are to enjoy their share, being half of the salt at Kamoekettie, and nothing of it belongs to the majoraals, and they are thus rejected in this matter. 7. This serves as notice that the Company only maintains the elephant hunt to relieve the inhabitants of that nuisance, and that the expenses of the hunt and further maintenance of the servants run higher than what the Company receives from the sale of the animals, and thus suffers much loss thereby; while regarding the linens due to the Etbandene servants, no specification was made, but this having now been done by Sinnekoon Mudaliyar, the same will be requested from the High Government at Colombo, and concerning which an answer has already been given in the mandate of the 28th of May at Article 26. 8. Regarding the plantations and deeds of obligation, the necessary has already been said in the aforesaid mandate. 9. If any parveny and accommodesan fields have been taken away from the Naindes, Grain Measurers, and Goyi Naindes, they must submit their complaints in that regard to Sinnekoon Mudaliyar, who will investigate them and submit a report, whereupon justice shall follow; Sinnekoon Mudaliyar is instructed to take care that the Pattabendas and majoraals are not burdened with any other services than those to which they are bound. 10. The cultivating and sowing of the fields is a matter that must be performed with all zeal and diligence for the benefit of the public, and therefore the Lord Dessave has issued the necessary orders and made arrangements. 11. Thus
Dutch transcription
1694 Aanteekening Gehouden bij sessie van De kommissarissen van Wegen de Gevenereerde Ceilonse Regeering D'E: E: Heer Dietrich Thomas Fretz opperkoopman en Dessare der Rolomsche Ommelanden en D' E Heer Abraham Camlant Koopman en Negotie Boekhouder te Kolombo Mitsgaders D' E E: Heer M:r Christiaan Van Angelbeek, opper„ Koopman Gaals Gekunde en Dessave Van ature Op Woensdag Den 9:' Junij 1790 Vermits men, een zogenaemde famas Ola van de Muitelingen agterhaald heeft, waar bij zij de inwoonders van de viergravetten aanbeveelen om hunne Goederen Landwaerds in te zenden, en bij hun te koomen, op peene van swaare bedreigingen: en men bemerkt dat de inwoonders van de Greivetten zeer verleegen zijn, gelijk ook een partij bij ons verscheenen zijnde zulks te kunnen hebben gegeven, Zo is teffens in aanmer= „king genoomen. het inkoomen berigt dat de Muitelingen de huisen van den Mohandiram van Attoedawe, en van Jagereo arratje geplundert hebben, en dus wel ligt iets bin= nen de Gravetten zoude konnen bestaan, en dien volgens goedgevonden en versaen, om alle avonden een Siquet van 50 Koppen met de noodige onder officiers, onder Romanda van een officier na de redout van Eck te senden, ten einde aan de overkant der revier bij der hand te zijn, ingeval het noodzaakelijk wierde om eenig secours na de een of ander plaats te zenden, waar de Muitelingen hun mogten onderstaan F ing Onderstaen in de nabijhid te koomen, ter uitvoering van eenig geweld Voorts wierd de Concept Mandaat die voor de Gerrewaij Cattoe in gereedheid gebragt is, opgeleesen en geaprobeert wel= kers inhoud aldus laid. Consept Mandaat tot naricht en observantie van Ten modliaar Bilmeraels en minder hoofd en nevens de Gezamentlijke inge= zenen der Girre waijpattoe Op de klagt olas door veele der voormelde minder hoofden en ingezeetenen dient het volgende tot antwoord: „ Dat bij aldien parvonij velden van iemand verpagt zijn zo moet daar van opgave gedaan werden aan sin= „nekoon Modliaar, die dan de bewijsen zal nasien de zaak onderzoeken en aan den heer Dessave van berigt dienen moeten, waar op dan goedregt zal volgen 2, De Suinen waar in geen koker of arreeks boomen staan en waar voor dus geen tuins Geregtigheid nog arrek kan voldaan worden kunnen mede aan Pin= nekoon modliaar worden opgegeven, die ze dan zal laaten opneemen en van die bevinding een berigt indienen op dat die tuinen van die Geregtigheid en konnen vrij gekend worden 3, Die geene die Jntrest betaald op 's Comp:s Zaad koo moet daar van opgave doen aan den heer Dessave en daar bij aantoonen aan wie en hoe veel hij be „taald heft, als wanneer na onderzoekde Jntrest 2 terug bezorge worden dog nopens de Zaaijvelden van Nallegam kan geen verantwoording gemakt worden wijl bij onderzoek A=o 1770 bevonden is dat de Compenie daar op het regt van eigedom heeft, dog weil 1695 weil de Jnwoonders toen veele Jaeren in dies bezit waeren zo zyn zij bij Ceilonse resolutie van der 11 December 1770 daar in bevestigt, mits opbrengende aan de Romp: een amm man aan olloe voor ieder amm: groote „ De Modliaar Sinnekoon heeft zeer kwalijk ge= „daan om door wellales te laaten kanneel affdragen. en dit worrd hem nu nader verbooden 5, Omtrend den ontfangst van de nelij in het Sungaalsch Pakhuis zal een billike schikking worden gemaekt en gezorgd dat niemand benadeelt word en indiem verweegen eenige ordres of Jannassen onder Uilieden zijn, zoo moeten dezelve aan ons de heer Dessave overgelegd worden om de zelve in overwegend te kon= nen neemen. wanneer gij lieden nadar opgeeft door wie uwe beesten opgevat zijn, zo zal na onderzoek der wegen goedregt geschieden en inmiddels werd strengelijk verbooden om geene beesten te laaten opvatten dan alleen voor zo verre nodig is voor detachementen en waar„ voor dan de betaeling dagelijks door den Modliaan der Girre waijs moet geschieden en zal ook de melk moeten betaald worden door den geenen die ze uit hoofde van 'slands gewoonte krijgd: dog dat de tuinen die geen Diwels of bij bewijs vrij gekent zijnt zijn, de Puins geregtigheid moeten blijven voldoen gelijk ook de Geregtig= „heid voor de Tabak na gewoonte moet betaeld werden dat voort volgens berigt van Sinne= „koon Modliaar de Elbandeneat hun aan deel zijnde de helfte van het zout te kamoekettie genieten ende majoraels daar van niets toekomt en bij dus van de hand gewezen worden„ rie ht den . r, Het dient tot narich dat de Komp: alleen de Elisant Jagt laet houden om de inwoonders van die overlast te bevrijden, en dat de onkosten der Jagt, en verder onderhoud van de bediendens hoger loopen dan de somp: bij verkoop voor de beesten krijgd, en dus veel nadeel daar bij lied terwijl omtrend de lijn= waden die de Etbandeners bediendens toekoomen, geene opgaeve gedaen is dog zulks als nu ge= „schied zijnde door Sinnekoon Modliaar dezelve van de hooge regering te Kolombo zullen verzogt worden en weswegen ook reeds antwoord gegeven is bij mandaat van den 28 Maij bij Artikel 26. Omtrend de plantagies en Verbintenis aktens is reets het nodige gezegt bij voorschreeve mandaat Jndiem van de Naindes, Graanmeeters en Goij= naides eenige parvenies en akomodesans velden zijn afgenoomen, zoo moeten zij derwegen hunne klagten bij Tinnekoon Modliaar in brengen, die ze zal onderzoeken en van berigt dienen moeten, als wanneer daar op een goed regt zal volgen word Tinnekoon Modliaar gerekommandeert om te Zor= „gen dat de pattebendas en majoraals geene an„ „dere diensten opgelegd worden als waar toe zij ver„ pligt zijn. 50, Het bewerken en bezaaijen der Velden is eene zaak die met alle iever en vlijt ten nutte van het al= „gemeen moet verrigt worden en daar om heeft de Heer Dessave de noodige ordres gesteld, en schik= kingen gemaekt. 11 Zoo 8,
English
1696 If the Modliaar of the Welleboddepattoe and the Gaiman Aratje, alongside others, have committed any improprieties, this must be specifically reported to Sinnekoon Modliaar, who shall then investigate this and the seizure placed by the Modliaar of the Welleboddepattoe on the crops of the Mottels fields and on the Vidaan Hoeandiram, and submit a report, whereupon proper justice shall be administered, while Tinnekoon Modliaar may in the meantime lift the wrongfully imposed seizure. 12. The Modliaar Tinnekoon has declared that no one has been forced into the paddy lease; however, if anyone has any complaint regarding this, he may state it in more detail so that it can be investigated and justice done thereon; and as it also appears from the accounting of Sinnekoon Modliaar that the Lord Dissave van Angelbeek has enjoyed no benefit of huwelande / sower's share from any field, and it could nevertheless be that someone else enjoyed such benefit in the name of the Lord Dissave, an investigation shall be conducted once a specific statement thereof is submitted. 13. The Modliaar of the Girwaypattoe shall have to ensure that upon the arrival of a Dissave, no more decorations are made to the rest houses, nor any more provisions of adukos and pehindos are provided than ancient custom entails, while it has also already been stated by mandate of the 28th of May last, article 51, that no adukos and pehindos ought to be provided to the Modliaar; furthermore, the Mayorals can manage well enough with the hoeandiram that they enjoy. 14. The Company's services shall be arranged in such a manner that everyone is, as far as possible, free from service on the Sinhalese New Year, as is proper. 15. The Modliaar Tinnekoon must immediately pay the owners the cost of the 10 jackfruit trees that were felled, against a receipt, and henceforth also ensure that this is done immediately upon the felling. 16. The Modliaar Tinnekoon is ordered to demonstrate the necessity of a writer for Marakadde, whereupon provision shall be made for this. 17. For the greater convenience and best interest of the inhabitants, the order has been established that everyone must lodge complaints first with the minor headmen, thereafter with the head of the Pattoe, and subsequently with the Lord Dissave; this must therefore remain so. However, the Modliaar Sinnekoon must ensure, and keep the minor headmen, and in particular the Vidana Aratchies and the Vidaan Aratjes, to their duty, to hear and settle complaints promptly in accordance with the order, as well as to issue a report of theirs to whoever desires it, in order to proceed further with the complaint. 18. Because it has appeared to us as if Tinnekoon the Modliaar does not need the Gaiman Aratje, the same shall be employed for other services. 19. No one shall be sent to Baddegirigie for any further work against his will, and if anyone can point out specifically regarding what is generally stated in the 19th article of the complaint ola that any improper order was given or anything improper was committed, a statement thereof must 1697 be made to the Modliaar Sinnekoon, who must then inquire into it and submit a report. Regarding the complaints appearing in a separate ola against the Vidaan Aratje of Walasmulla, it serves that the same shall be further investigated by commissioners and proper justice done thereon, while he is, however, on account of the many complaints of the inhabitants, suspended from service by this order. Regarding the complaint ola of the Mayorals of Kannoekettie, it serves: 1. The Modliaar Sinnekoon shall have to investigate whether anything is due to the Mayorals from the fish being caught at the Jamboeroegodde lewaya, in order to then be able to give it to them. 2. The Modliaar Sinnekoon shall also investigate why the inhabitants of Kannoekettie had to cultivate the fields at Kanne, and what the situation is regarding what further appears in this article of the complaint ola, in order to be able to administer proper justice on both matters. 3. The Modliaar Sinnekoon is ordered to draw up and submit a roll of the Mayorals and what they possess by way of divel or accommodations, in order that an equitable arrangement can subsequently be made. 4. The Mayorals of the Kannoeketties shall not be required to make any other provisions of pehindos and adukos than according to ancient custom, for which the Modliaar Tinnekoon must ensure, as well as ensuring that no unreasonable services are imposed upon the inhabitants. 5. In
Dutch transcription
1696 „, zoo den Modliaar aan der welle badele pattoe en gaijman= arraetje nevens andere eenige onbehoorlikheeden gepleegd hebben zo moet speciaal aan Sinnekoon Modliaar worden opgegeven, die dan daar na enna het door den modliaar der welle bas de pattoe gelegde arrest op het gewasch der Mottels velden, en op de vidaan hoeandiram zal moeten onderzoek doen en van Rapport dienen als wanneer daar op goedregt zal gedaan worden. terwil. Tinnekoon Modliaar immiddels het ten onregten gelegele arrest kan vernietigen. 12, Den Modliaar Tinnekoon heeft verklaard dat niemand tot de nelij pagt gedwengen is zoo echter niemand iets derwegen te klagen heeft zo kan hij dat nader op= „geeven om onderzogt en daar op regt gedaan te worden, en wijl ook bij verantwoording van Sinnekoon Modliaar blijkt dat de Heer Dessave van An= „gelbeek geen voordeel huwelande / Zaaijers aandeel„ van eenige Veld genooten heeft en het nogtans zoude konnen zijn dat iemand anders zodanige voordeel op de naam van den heer Dessave had ge= „nooten, zo zal wanneer daar van speciaale opgave gedaan word daar na onderzoek geschieden 13, De Modliaar der Girwaij pattoe zal hebben toe „zorgen dat aankomst van een Dessave geene meerdere verziering aan de Rusthuisen nog ook geene meedere Verstrekkingen van adoekos en Schindoes worden gedaan van het oud gebruik meede brengd terwijl ook bij mandaat van den 28 Maij Jsleeden artikel 51 reeds gezegt is, dat aan de Modliaar geene adoekos en Peheindoes behooren verstrekt te worden voorts kunnen het de Maijoraals met de hoeandiram, die ze genieten, het wel stellen, 14 sComps 14, s Companies Diensten zullen zodanig geschikt worden dat een ieder zoo veel mogelijk op het Lingaleese nieu= we Jaar vrij van Dienst is gelijk dat ook zo behoort 15, De Modeliaar Tinnekoon moet ten eersten het kostende van de gekapte 10 foorzaks boomen aan de eigenaars voldoen tegens Quitantie en voortaan ook zorgen dat zulks dadelijk bij het kapen geschied. 16, De Modliaar Tinne koon werd gelast om de novd Zaa„ kelijkheid van een schrijver voor Marakadde aanteton„ „nen als wanneer daar in zal worden voorzien. „r, Tot meerder Gemak, en dige best van de ingezeetenen is de ordre ingesteld dat een ieder eerst bij de minder hoofden en daar na bij het hoofd der Pattoe en ver= „volgens bij den Heer Dessave Klagten Zal moeten inbrengen dus moet dat zoo blijven achter moet de modliaar Sinnekoon sergen, en de minder hoofden, en wel insorheid de Bitmeraels en de Viedaan arratjes tot hun plixt houden om de klagten na volgens de Ordre spoedig aan te hooren en aftedoen zo meede een Rapport van hunne aan de Geene die het begeert aftegeeven, om daar meede de klagte verder te kennen gaan Voortzetten 18, Weil het ons is toegescheenen als of Tinne koon de Modliaan het Gaijeman randje niet nodig heeft, zo zal het zelve tot andere diensten Geimploijeerd worden 19, Na Baddegirise zal niemant tegen zijn zin tot eenig verder werk gezonden worden en zoo iemand no= „pens het in het Generaal opgegeven bij het rgar= „tikul der klagt Ola speciaal kan aan wijzen dat er eenige onbehoorlijke ordre gegeven of iets onbehoorlijk gepleegd is, zo moet daar van opgave 1697 Opgave gedaan worden aan de Modliaar Sinne= koon die dan daar na verneemen en van berigt dienen moet. Nopens de Klagten voor koomende bij een afparte ola tegens den Viedaen arraatje van Wallasmoelle dient, dat dezelve nader door Gekommitteerdens zullen onderzogt en daar op goedregt gedaan wor= „den, terwijl hij echter om de wille der veele klagte van de inwoonders bij dezen dienst gesteld word. Op de Klagt ola van de Majoraals van Kannoekettie dient„ De Modliaar Sinnekoon zal moeten onderzoeken of de Majoraals iets toekomt van de gevangen wordende Vissen te Jamboeroegod de leewaij, om hun dan zulks te konnen geeven. 2:/ De Modliaar Sinnekoots meede onderzoeken, waarom de jngezeetenen van Kannoekettije de Velden te Kanne hebben moeten bewerken en hoe het geleegen is met het geene verder bij dit artikul van de Klagt Ola voorkoomt, ten einde op het een en ander goedregt te konnen doen. 3, De Modliaar Sinnekoon werd gelast om een rolle op te maeken en in te dienen van de Maijoraals, en wat ze tot diwel, of acomodesans bezitten, ten einde eena billijke schikking daar na te konnen werden gemaakt. 4 De Majoraals van de kannoeketties zullen geene andere Verstrekkingen van Pchiendoens en adoekos behoeven te doen, dan na het oud gebrui waar voor den Modliaar Pinnekoon sorgen moet, gelijk ook dat de ingezeetenen geen onreedelijke diensten opgelegd worden 5 Bij
English
According to earlier papers, no grain measurers are known for the Kannoeketties, and therefore the same are not necessary now either. E. By general mandate everyone has already been discharged from the same to Baddegirie, and the inhabitants of the Kannoeketties are now further promised that no one will be taken against their will for any service in the Magampattoe. Lastly, we trust that the collective inhabitants of Girrewaijs will be induced by this favorable arrangement to conduct themselves quietly, peacefully, and obediently as upright and faithful subjects of the Illustrious Company, in which case also all further grievances that they might still have will be heard and settled with equity. Below stood: Mature, the 9th of June 1790. Was signed: D: S: Fretz and A Camlant. Hereafter the translation olas of the Magampattoe and others were taken into consideration, and it was approved to note the remarks of the Dessave, Mr. van Angebbeek, and our resolutions beside each article as: No. 8 C Translation, Sinhalese complaint ola submitted by the collective inhabitants of the Magampattoe. Article 1. Two to three thousand years ago there was a king named Doetoe gemoende Rad Joeroewan wahanse, who had the dam of Baddegerige built by giants, which being completed, the said King sacrificed the same to temples, and during a certain general famine the same became abandoned. But now the present gentleman, the Dessave of Mature, has ordered us to repair the said dam and to put in order the tank lying next to it, which cannot be done. We have nevertheless worked there for some months planting gardens, building a rest house, etc., and clearing the elevations on the dam, for which we have been forced to use our own enchiadas, axes, cooijtas, and adzes. After having worked there for a long time, most of us have become ill with fevers, diarrhea, and some other diseases, and having no maintenance then, several of us were forced to leave our gardens and go to the King's land. And while upon us who have not gone, so many services are presently imposed by the Honorable Resident that we do not enjoy a moment of rest; namely, transporting goods from the lewais to Baddegirie, providing maintenance to the commandos and some headmen who come here, and besides this also having to provide pehiendoes, chickens, and butter every day to the Resident, we think that we also will not be able to remain in our country. Reply and remark of Mr. van Angebbeek, and resolutions of the Gentlemen Commissioners. Article 1. To the people of the Magampattoe, absolutely no orders have been given for the binding and repairing of the dam; they are indeed very expressly excluded from this service, as well as from all further services. In the beginning, a few only and solely out of free will and the receipt of maintenances somewhat cleared the dam of bushes and performed a very few services for the erection of buildings. My orders regarding the manner in which these people must be treated appear fully from the accompanying extract from my letter of the 4th of October last to the Resident Brinkman. The transporting of goods from the lewaijs to Baddegirie, about which these people complain, is very unjust. This transporting has consisted of some provisions and goods of mine which I sent thither, and for which transport they have always from of old been obligated. Regarding the provisions of maintenance for the commandos, no new orders have been given. Since the appointment of the Resident Brinkman, no other headmen have been there than the Mudaliyar Tinnekoon and the Mudaliyar of the Wellebaddepattoe, and to these, as far as I know, no provisions have been made, nor are they made at all to the Resident Brinkman. Extract of a letter dated the 1st of October 1789 from Mature, written to the Resident of the Magampattoe: Before the month of February, the binding of the dam of Baddelegierie cannot be started. For the binding of this dam, and to clean the grounds that will be laid out into gardens or fields for the account of the Company, the inhabitants of the Magampattoe must by no means be used. The binding of the dam shall be done by the people from the other Korles and Pattoes, and the clearing of the grounds for sawah fields and gardens for the Company must be done by the condemned persons and by the unwilling ones, just as I have laid this down in my Memoir. Both new and old inhabitants must perform no other works than solely such as serve to their own welfare and advantage. A different manner of proceeding would cause unwillingness, and the principal endeavor must be to inspire them with love and loyalty for their country and their lords and masters. Below stood: Agrees. Signed: M. F. Palm, authorized. Hereupon it was resolved to state by mandate for the Magampattoe: That the Resident shall be ordered to let the inhabitants perform no other than customary services, but that to the detachments that are relieved and go back and forth, the provision of maintenance must be made according to ancient custom, with exemption however from all further provisions when such is not ordered by any sannas; and that furthermore, when extraordinary provisions must be made, the same shall then be paid for by the Resident; that furthermore, when any provisions must be made to the Resident or any native headmen, an account thereof can be submitted to the Dessave, who will immediately take care of the payment for it. Article 2.
Dutch transcription
Bij vroegere papieren zijn geen Graanmeeters voor de ƒ 5 Kannoeketties bekend, en dus zijn dezelve ook nu niet nodig. E. , Bij Generaele mandaat is reeds een ieder van deezelke na Baddegirie ontslaegen, en de ingezeetenen Ter kannaae= ketties word nu nader toegezegt dat niemant tegen zijn zijn tot eenige dienst in de Magampattoe zal werden genoomen. Laastelijk vertrouwen wij dat de geza= „mentlijke ingezeetenen van Girrewaijs door deeze gunstige schikking zullen genoopt worden om hun als brave en getrouwe onderdanen van de door= „luchtige kompenie stil, gerust en gehoorsaam te gedragen. als wanneer ook alle verdere beswaar= nissen die zij nog mogten hebben met billikheid zullen gehoort, en afgedaan worden /:onderstond /: Mature den 9 Junij 1790 /:was getekend/ D: S: Fretz en A Camlant. Hierna wierden de Translaet vlas van de Magam pattoe en andere, in overweging genomen, en goed gevonden de aan= „merkingen van den Heer Dessave van Angebbeek, en onze besluiten bezeiden ider artikul te noteeren als No. 8 C Beantwoording en aanmerking Translaet, Singaleese Klagt ola door van de Heer van Angebbeek, en de Gezamentlijke ingezeetenen van de Ma besluiten van Heeren kommissarissen gampattoe ingediend Artikul 5. Aan de volkeren van de magampattoe zijn Artikub 1. in het geheel geene ordres gegeven tot het aan„ Voor twee a drie Duizend Jaeren was er „binden herstellen van den dam zij zijn een kooning Doetoe gemoende Rad Joeroe= wel zeer expresselyk van deezen dienst uijt„ wan wahanse genaemd die de dam van geslooten, Gelijk ook van alle verdere Baddegerige door Reusen heeft laeten op diensten Jn den beginne hebben eenige bouwen dewelke volloit zijnde heeft gem: wijnige enkeld en alleenig uijt vrije„ Koonig dezelve aan Tempels opgeofferd wille en het genieten van maintementos en bij zeker algemeene hongers nood is dezel= de dam eenigsins van bosschagie „ve verlaeten geworden. gezuwverd maan 1698 gezuiverd en eenige weinige diensten tot maar nu heeft den tegenwoordigen heer matu= het oprigten van opstallen verrigt mijne reesch Dessave ons geordonneerd gem: dan ordres omtrend de wijze hoedanig deze te herstellen en de daar nevens leggende volkeren moeten behandelt worden bliekt tank in staat te brengen het welk niet ten vollen uit het bijgaand Extrakl uit geschieden kan wij hebben echter aldaar mijnen brief van den 4:' 8ber Joleeden aan eenige maenden gewerkt met het aanplan= den Resident Brinkman. Het transporteeren van goederen van de ten van Thuinen, bouwen van rusthuis en C=r lewaijs na Baddegirie, waer over deezo men en met het schoonmaeken van de aan= „schen klagen is zeer onregtvaardig dit trans-hoogtens op den dam waar toe wij genood„ „porteeren heeft bestaan in eenige provisien zaakt zijn geworden onze eige inchiade„ en Goedereren van mij, die ik na bijlen Cooijtas en Dissels te gebruiken na derwaerds gezonden hebbe, en tot welk transport zij steeds van oud af eenen geruimen tyd aldaar gewerkt te heb= verpligt zijn gewest Omtrend de ver=„ben, zijnde meesten van ons ziek gewor„ „strekkingen van onderhoud voor de „den, met koorssen buikloop en nog kommandos zijn geen nieuwe ordres gegeven eenige andere ziektens en toen geen on= zedert de aanstelling van de Resident „derhoud hebbende waeren verscheide van Brinkman zijn geene andere hoofden aldaar ons genoodzaakt onze tuinen te verlaeten n gewest, dan de Modliaar Tinnekoon ende en naar 's Konigs land te gaan modliaar van de Wellebaddepattoe en aan En terwijl ons, die niet gegaan zijn tegens deeze, voor zoo verre ik weete zijn geene Verstrekkingen gedaan en die worden ook in woordig door den E: Resident zoo veele het geheel niet gedaan aan den Resident diensten opgelegd werden dat wij geen ogenblik rust genieten Na= Extrakt Missive de dalo melyk het Transporteeren van 1:' oktober 1789 van Mature aan den Resident van de goederen van de lewais naar bad= Magampattoe geschreeven „ degirie het verstrekken van onder Voor de maand februarij zal met „houd aan de Kommandos, en eenige het binden van den Dam van Badele= hoofden die hier koomen en buiten „gierie niet konnen begonnen worden. diem ook alle daegen pehiendoes hoenders boter aan den Resident moe= ten verstrekken; denken wij dat wij ook in ons land niet zullen kunnen blijven. en moeten de ingezetenen van de Magampattoe in geenen deelen ge= „bruikt worden, en even min tot het Schoonmaken van de geronden, die voor de rekening van de kompenie Tot het binden van dezen dam zullen Brinkman. tot al= toe Zel= tot tuinen of Velden zullen aangelegd worden. Het binden van den Dam zal voor de Volkeren uit de andere Korles en Pattaes geschieden en het Schoonmaeken der Gronden voor Zaagvelden en Tuinen voor de Komp. moet door de Gekomdemneerdens geschieden, en door de Onwilligers, zodanig als ik dit bij mijne Memorie heb ter nedergesteld zoo wel nieuwe als oude ingezeetene, moeten geene andere werken verrigten dan alleenig zoodanige, die tot hun eigen wel zijn en voordeel verstrekken. Een andere handel wijze zoude onwilligheid te weeg brengen, en het voor= „naamste trachten moet zijn, om hun liefde en getrouwheid voor hun Land en hunne Heeren en meesters in te boesemen :/onderstond /Akkordeerd /: getekend / m f: Palm, geauthoriseerde Hier op is verstaan bij mandaat voor de Magampaattoe te stellen Dat den Resident zal geordoneert worden om de ingezetenen geene andere dan gebruikelijke diensten te laeten verrigten, dog dat aan de Delachementen die afgelost worden, en hem en weeder gaen, ele Verstrekking van onderhoud na oud gebruik gedaan moeten worden, met Excusseering echter van alle verdere verstrekkingen wanneer zulk bij geen sannas geordonneert is en dat voorts wanneer Extra ordinaire Verstrekkingen moeten geschieden, de zelve als dan door den Re= sident zullen betaald worden: Dat voorts wanneer er eenige verstrek kingen aan den Resident, of eenige Jnlandse hoofden moeten ged zijn daar van eene rekening kan worden overgelegt aan den Heer Dessave, die de betaling daar voor dadelijk zal besorgen - Art 2
English
1699 Regarding this Article the Resident Brinkman must answer. All those whom I have spoken to from the Magampattoe equally praise the Resident Brinkman and are fully satisfied with him. Never has a single complaint concerning him come before me, but on the contrary, the greatest praise. Anyone who has a complaint against the Resident may come and present it here in Mature, or submit it by an ola, and the complaints specifically against Paletoepaene, former aratchy, Duviagaha aratchy, and the Moor who serves with the Resident, must also be submitted. Meanwhile, the Resident will also have to account for the conduct of these three persons, and proper justice will follow thereafter. Article 2. Since the Company has held Magampattoe, we have always been under a Sinhalese chief, under whom we performed our Company duties. At present it is not so: we are placed under a white gentleman who does not understand our language, having with him a Moor to carry on his trade, a Paletoepaene, former aratchy of the Chandos caste, and a washerman who came with him into the Magam pattoe in the time of the late Duviagaha Mudaliyar to wash his linen and is at present vidane aratchy, the said Duviagaha adigar with him, and the former aratchy, an inhabitant of the village Andereweuwe. And because these three persons, together with the Resident, impose many improper services without distinction of persons upon us who remain in the said pattoe, being of the vellala, fisher, Chandos, and washer castes, and cause us much harm and even insult us, we cannot, if these three persons continue here any longer, perform Company duties under them. Article 3. The sannases of the Lord Dissave Burnat given to the mayorals of the Magampattoe state that an extent of six ammunams from this or that village is deducted for them as accommodessan. The names of the fields are not mentioned in those sannases, and thus it was always those fields that were sown which constituted the accommodessans of the mayorals. To prevent such a practice, which had no other purpose than to defraud the Company, I withdrew some sannases two years ago from a few mayorals who came here to Mature, and gave them other sannases in their place. The mayorals may declare to the Resident what they possess free of tithe and submit the proofs thereof, whereupon each mayoral who does not hold six ammunams free of ottoo tithe will receive the missing amount by a sannas from the Lord Dissave. Article 3. In the time of the Lord Dissave Burnat, His Honour granted to each mayoral six ammunams of his paraveni exempt from the payment of a one-tenth tithe, just as we also received sannases from the said Lord Dissave to that effect. These have been torn up by the present Lord Dissave and our paravenis have been leased out, so that providing our maintainance falls very heavily upon us. Article 4. Regarding this item, the gate servants must account for themselves, since the money for the provisions that are delivered from the korles and pattoes is advanced to them monthly, as is still done, except concerning the butter, for which payment has for some months been made by the Resident Brinkman. The Lord Dissave says he has always given the money for the butter to the gate servants, and for some months has ordered the Resident to pay the same. But whoever has received no payment may report this to the Resident, whereupon payment shall be made promptly. Article 4. Since the Company has held the Magampattoe, we have delivered 30 medits of butter every month to the Lords Dissaves, for which we have always received one rsd. per medit of butter. We have also delivered that quantity of butter to the present Lord Dissave, but up to now have received no payment. 1700 Article 5. The inhabitants of the Magampattoe have already offered to the Resident Brinkman to pay one ammunam of tithe for each ammunam of ottoo. The leasing out of the fields is no novelty, but already took place in the time of the Lord Dissave Burnat. The complaint regarding the renters is at present very improper, since if the renters fail to appear, they can ask the Resident for commissioners, who in their presence will allow the crop to be threshed. Article 5. When the land belonged to the King of Kandy, half an ammunam of ottoo was paid according to an old custom for an ammunam extent of all the lands situated in this pattoe, and this continued for many years. But at present the one-tenth tithe is leased out, and because the renters are negligent in having the crop threshed as soon as it is cut, the owners of the fields suffer thereby.
Dutch transcription
1699 Op dit Artikul zal de Resident Art 2. Art 3 Na dat de kompenie Magampattoe heeft gehad, zijn wij altijd onder een singa-erd k uit de Magampattoe gesproken heb„leesch hoofd gewest, onder dewelke wij onze sKomp. diensten verrigt hebben, tegens„ be prijsen den Resident Brinkman even zeer en zijn met hem ten vollen „ woordig is het zo niet wij zijn onder een blank heer gesteld die onze tael niet verstaet te vreeden nimmer is mij omtrend hem bij zich hebbende een moor om zijne Ne=ge= eene enkelde Klagte voor gekoomen gatie te drijven een palle toesaene ge=en maar daar en tegen de grootste „weesene arratje van Chandos laste en Lostuijgingen. een wasser dien in den van de overlee= Dat een ieder die klagte tegen denen Duviagaha Modliaar met hem in de Magam pattoe is gekoomen den Resident heeft, deselve om zijn goed te wassen en tegens= hier te Mature kan koomen „woordig Vidaan arraatje is gem: Duviaga= inbrengen, of bij een Ola opgeven „ha adhiaan met hem am de tM= Van en dat ook de Klagten speciaal gemonfaaltae-arraatje in wooner van het tegen Paletoepaene geweesen Derp andere weuwe; En wijl deeze araatje Duragaha arraatje drie perzoonen benevens den Resi= dent ons die in gem: pattoe over= en den moor die bij den Resident gebleven en van de wellales, vissers, dient, moeten opgegeven worden Chandosen Wassers Kasta zijn terweil in tusschen ook den zijn veele onbehoorlijke diensten Resident zig nopens het zonder onderschiedmaking Gedrag drie perzoonen zal van perzoonen opleggen ons veel moeten verantwoorden en nadeel doen en zelfs ons af= dat daarna goed regt „franteeren zoo kunnen wij in„ „diem de drie perzoonen hier t langer kontinueeren niet langer onder hun /:kom:/ diensten verrich= en Art 2. zal volgen. Brinkman moeten antwoorden alle die Art 3 12 ƒ „ten. Art. 3. Art: 3. De sannassen van den Heer Dessave In de tijd van den Heer Dessave Burnat aan de Maijeraals van de Ma=Burnat heeft zijn Ed: aan ieder majo„ „gampattoe gegeven luiden, dat hun „ raele zes amm: van zijn parvenie van bamm groote uit dat en dat dorp het betaelen van een tiende geregtig= „heid vrijgelaaten gelijk wij ook daar tot akkomodessan afgeslaen word omtrend van gem: Heer Dessave Can= de naemen der Velden zijn bij die „nassen hebben gekreegen de welke door sannassen niet vermeld en dus den tegenswoordige heer dessave ver= waaren het, altoos die velden die be= „scheurd onze parnenies verpagt ge= zaaijd waeren, die de akkomme des= „worden, dus ons verstrekken van „sans van de maijoraals uitmaek„ pijndoens zeer swaar vald ten om een zulk gedoente, die niet anders tot einde had dan om de komp: te bedriegen, voortekoomen, hebbe ik eenige Cannassen voor nu twee Jaeren van eenige wijnige Maijoraels, die hier op Mature gekoomen zijn ingetrokken en aan hun andere Cannassen in de plaats gegeven Dat de maporaels aan den Resident kunnen op= „geven wat zij vrij van Geregtigheid bezitten ende beweisen daar van overleggen, als wanneer aan ider majaraal, die geen ses ammonams aan aan ottoe Geregtigheid vrij heeft het mankeerende bij een sannas van Van den Heer Dessave zal bekoomen Arb: 4: Van dat de Kompagnie de Ma= Omtrend deeze post dienen gampattoe, heeft, hebben wij alle zich de porta bediendens te maanden aan de Heeren Des faves Verantwoorden wijl smaande= 30 mediten booter geleeverd voor nlijks het Geld voor de provi= de welke wij altijd rstv: per mediet sien die uijt de korles en pal= gekreegen hebben die quantiteit „toes geleverd worden aan Arb: 4. hun booter 1700 hun voor uit verstrekt worden gelyk dit ook nog geschied exept omtrend de boter, waar voor zedert eenige maen„ den de betaeling door den Resident Brinkman geschied. De Heer Dessave Zegt altijd het Geld voor de boter aan de porta bediend ens gege= „ven, en zedert eenige maenden aan den Resident gelast om dezelve te betalen. Dog dat die geene die geene betaling ontvangen heeft daar van opgave doen kan aan den Resident, als wanneer de betaeling ten eersten geschieden zal. Arb: 5. De ingezeetenen van de Magampattoe Pden het land aan de Kooning van Kan„ hebben reets voor ieder amm: ottoe „dia behoorde is van alle de landerijen aan den Resident Brinkman aan„ gebooden om een amm: aan Gereg= „geleegen in deeze pattoe volgens een tigheid te betaelen. Het verpagten oud gebruik voor een amm: groote der Velden is geen nieuwigheid half amm: ottoe betaeld en zulks is maar heeft reets in de tijd van den van veele Jaeren af gekentinueerd Heer Dessave Burnat, plaas gevon= „den de klagte nopens de pagters is maar tegenswoordig word de tiende voor het tegenwoordige zeer oneigen Geregtigheid verpagt maar wijl wijl zoo de pagters niet koonen op= de pagters nalaetig zijn, om zoo „daagen zij den Resident om draa het gewasch gesneeden is; het Gekommitteerden konnen vraegen, zelve te laeten trappen zoo die in deeze hunne presentie het lijden daar door de eigenaers der Arb: 5. Booter hebben wij ook aan den tegenswoordigen heer Dessave geleverd maar tot nog toe geen betaelin= „ge bekoomen. Gewasch Velden
English
field, and as well as the one who has the crop cut and threshed, has delivered seed-corn, suffered much damage; the more so because after he has had the crop threshed, the renters, whenever it pleases them, hand over to us the paddy that he owes to the Company, sometimes two or three months after the date we receive orders to deliver it. Thus we suffer damage from what has been consumed in the meantime by rats, white ants, or chickens, and besides this we must pay for the beasts we use for its transport. Therefore we collectively request, as we have already said, that as it was in former times, we may pay half an ammonam in ottoe for one ammonam size, and if that cannot happen and we must continue paying a tithe right, we cannot subsist on the sowers' work, which we make known. The receipt and the keeping of the paddy is by no means paired with a leaden reward, since the majorals receive one koernie for the keeping of each ammonam of paddy, and the bringing of the paddy is an old obligation that rests upon them, as is also the receipt or taking over of the paddy while enjoying one koernie for wastage. To effect the leasing of the ottoe right and to have the lease paddy kept by the majorals according to old custom, and for that to have the renters also pay one koernie to the majorals on each ammonam of paddy according to custom, and that this shall remain in place until the Company has a warehouse in which the paddy can be received. The Vidaan Article 6 1701 Article 6. Article 6: The vidaan aratchy of the washers belonging to Diagaha hewa Radage Don Anthonie Ammerewiere Wannigeratne, at the time that the gentleman Fretz was Dessave of Mature, in order to obtain the aforementioned office, bound himself by a deed dated 22 March 1787 to make an extent of 15 ammonams in the village of Lande Joelane fit for a sowing field for the Company within the time of three years. Since my arrival here, no one has ever complained to me about it. The vidaan of the washers residing under the Magampattoe and inhabitant of Goudewel pokoene makes known: our ancestors' parvenie is a small village named Lande Joelaene, which we have possessed for more than one hundred years already. The deceased Fishers' Mudaliyar of the Magampattoe, named Don Siman, having falsely represented that it was mallapalla, enjoyed the benefits of it once or twice, and it is presently sown as mallapalla by Ctadereevuwe Vidaan Aratchy, without even leaving free our cultivated share. Therefore, being common and poor people, we request, upon our complaint, when we shall bring forward the evidence and witnesses, that the highly respected gentlemen will do pure justice after a proper investigation; and in case it should happen to our misfortune that it cannot be done in such a manner, it is impossible for us to be able to subsist while performing the Company's services. Was signed with 38 Sinhalese characters. Beneath stood: for the transcription, Mature the 21st of May Anno 1790. Was signed: L: MM: Trek. In the margin: for the translation, was signed: D E: D J: Dissanaike, sworn interpreter. Translation. That the vidaan of the washers regarding the small village of Lande Joelaene may bring his complaint together with the evidence and witnesses before the Resident, who shall investigate the same and submit a report concerning it, whereupon an equitable settlement will follow.
Dutch transcription
Veld en zoo wel als die geene die het Gewasch doet snijden en trappen de ont„ Zaalkoorn gelevert heeft veele schade „vangst en het bewaereren van de nelij te meer ook, om dat de pagters na gaat geen zints Looden belooning ge= paart, alzo de majoraals voor het dat hij het Gewasch heeft laaten dor„ bewaeren van ieder ammonamnelij schen de Nelij die hij aan de komp een koernie bekoomen en het af-schuldig is wanneer het hun geliefd aan ons overgeeft somtyds twee of die brengen van de Nelij is eene maenden na dato krijgen wij order oude verpliegting, die op hun dezelve te leeveren das lijden wij legt gelyk ook het ontvangen of schade van het in de tijd door de overneemen van de Nelie onder het rotten wittemieren of hoenders is genot van een koenie voor spillagie. opgegeven; en buiten diem moeten De Verpagting van de ottoe Gereglig= wij de beestan betaelen tot dies trans„ „heid de doen stand grijpen en de pagt nelie door de maijoraals vol=„port gebruiken wij. „gens oud gebruik te laeten bewae= Dus verzoeken wij gezamentlijk „ren en daar voor de pagters mede om gelijk wij reeds gezegd hebben dat volgens usantie een koernie aan het in voorige tijden was van een de Maijoraels te laeten betaelen amm: groote een half amme: aan op ieder ammonam nelij en dat ottoe te mogen betaelen en zo dat dit zo lang zal moeten blijven niet geschieden kan en dat wij moe plaats houden tot dat de komp „ten voort Iaaren met het betaelen een Pakhuis heeft, waer in van een tiende Geregtigheid, zoo kunnen =wij met het zaaijers werk niet be de Nelij kan ontvan „staen het welk wij te kennen geeven „gen worden De Vidaan Art 6 1701 Art: 6. Ard: 6: De Vied aan arraetje der Wassers De vidaan van de wassers forteerende onder de Magampattoe en inwoo= Diagaha hewa Radage Do an tho= ner van Goudewel pokoene geeft te ken„ nie Ammerewiere wannigeratne „nen onze voor ouders parvenie zijn een heeft ten tijde dat de Heer Fretz Dessave van Mature klijn Dorp Lande Joelaene genaamt was ter verkrijging van Gem: de welke wij meer dan reeds Een hon= dienst bij een akte gedateerd derd Jaeren bezit hebben, heeft de 22 Maart 1787 zich verbonden overleedenen Vissers modliaar van de om 15 ammonas Groote in tijd Magampattoe Den Siman genaam van drie Jaeren uit het naer een leugen ingebragt te hebben dat het mallapalla, was Een of Dorp Lande Joelane voor DE twee keer er de voordeelen van genoo= komp: tot een zaaijveld be=„ten, en het welk tegens woordig door „kwaam te maeken, zedert Ctadereevuwe Viedaen arraetje voor Mallapalla bezaaijt is zonder mijne komste alhier heeft nooijt iemand derwegens zig bij zelfs ons gekultiweerde aandeel Vrij te laeten. Dus verzoeken wij ge= mij bezwaart „meene en arme menschen zijnde op onze Klagte wanneer wij de bewijsen en getuigens Dat de Viedaan van de de hoog gerespekteerde Heeren Wassers nopens het kleine DorpJe zullen Dorpje Lande Joelaene, zullen bij brengen na een behoor„ zijne Klagte nevens de be„ lijk onderzoek een Zuiver regt „wijsen, en Getuigens voor te doen en bij aldiem het tot den Resident kan brengen ons ongeluk mogte gebeuren die dezelve zal onderzoe= dat het op zoo eene wijze niet „ken en derwegen van be„ „richt dienen, waer op kan geschied worden zoo is dan eene billijke afdoening het ons onmogelijk sComp diensten doende te konnen be= zal volgen. staan: was getekend met 38 singaleesche karakters /:on„ derstont:/ voor de overzet= ting Mature den 21 May A=o 17.90. /:was getekend:/ L: MM: Trek /:in margine:/ voor de vertaaling: /:was getekend /. D E: D J: Dissanaike, g s:w: Tolk Translaet
English
1702 51. Translation of a Sinhalese complaint ola whereby the inhabitants of the Moruakorl make known the following: At the time that we bought and delivered cardamom annually for 300 rd:s for the Honorable Company, cash was also provided to the Belligamkorle as well as the Gange baddepattoe and Kande baddepattoe, together with Kattoene Oedoebocke, to make a similar delivery to the Honorable Company. For 30 years now, the delivery from the aforementioned korles and pattoes has ceased, except for our korle alone, burdened with cardamom, of which 10000 lb must be produced annually without arrears. Of the 833 rd:s and 16 st: that are provided annually for the said purchase, 7, 8, 10 up to 12 rd:s are distributed to each of the inhabitants. The one who receives 10 rd:s is obliged to trade or carry goods for 20 to 25 rd:s upon this, and therewith to proceed to the King's land, to the villages of Gieliemalle, Bamberewattoewe, Erasne, Toedagelle, and Kotmalle, and roving around there they must purchase cardamom for one rd:s, and in addition give presents to the sellers to the value of one rd:s, so that above the 10 rd:s enjoyed on behalf of the Company, they must spend another 20 or 25 rd:s, both in cash and trade goods. The cardamom having been purchased in this manner, it is delivered to their Head, the Modliaar of that korl, only after the expiration of 3 to 4 months upon returning to their village, and subsequently with a one-pound weight that was provided to the Modliaar from the Company's warehouse, adding thereto also a piece of lead of about half a pound in weight, it is weighed by the Modliaar and subsequently received by measurement, pretending that it ought to be so, so that the cardamom which they purchase for ten rd:s stands them in at 4 and at most 5 rd:s upon delivery, and they are obliged to produce the remaining 5 rd:s alongside interest; and whereas to satisfy this we have had to sell all our lands and cattle annually, and are thereby utterly ruined, we most humbly request a just settlement of this complaint. By mandate of 28 May last, it was stated in Article 27 that the grievance of the inhabitants of the Morruacol, that they could not deliver 10000 lb of cardamom, and had to pay more than 4 st: for the pound, would be circumstantially and favorably presented to the Right Honorable, Valiant, and Respected Lord Governor and the Council, because we were informed of the state of affairs, and that we could give assurance that a favorable and reasonable arrangement would be made regarding that delivery as well as its price and further burden. Just as by the Colombo missive of the 2nd of this month it was written to us to make known to the inhabitants by a mandate, according to the received instruction, that no higher delivery would be imposed upon them than they can provide without inconvenience according to how the harvest has turned out well or poorly; and whereas it appeared to the commissioners that cardamom had to be purchased at a higher price for some time, 8 stuijvers for the lb would in future be paid for it, and that the same price would also be paid for the 2 most recent years, to indemnify the buyers. However, in this regard the gentlemen commissioners, by virtue of the qualification obtained to make such changes as they should deem advisable, have thought fit to allow 8 st: to be paid for the pound of cardamom only for the future, and not for the past years, out of fear that they might pretend to have suffered damage through expensive purchasing in still more years and might claim compensation for that as well; but on the other hand to return to them the 50 percent advance which they paid to the Company in the last two years on the returned moneys for which they could not deliver cardamom, as all this appears from the notes of 24, 25, 26, and 27 May, and was brought to the notice of the inhabitants of the Morruacorl by a separate mandate dated 2 June. 12. After one of the three Company's oil gardens situated in the village of Hiembelagodde, for which only 120 cans of oil was produced annually, was sold by public auction, we have been ordered for five years past to produce 454 cans of oil for the other two gardens, and since this cannot be done, we are... This request to have the oil gardens surveyed, and then to determine the oil obligation, has already been granted by note of 24, 25, 26, and 27 May.
Dutch transcription
1702 51. ) Ten tijde dat wij voor 300. rd:s karda„ „mom Jaarlijks voor dE: komp:e ingekogt en geleeverd hebben, wierd aan de Belligamkorle zo wel als leveren, en meerder dan 4. st: voor het pond de Gange baddepattoe en kande moesten betalen, aan den wel Edele Gestr: achtbaare Heer gouverneur en den Raad om „baddepattoe mitsgaders kattoene „standig en gunstig zoude voorgedragen wor„ oedoebocke meede kantanten ver„ „den, weil wij van de zaeksgesteldheid. onderrigt waeren, en dat wij konden ver„strekt om een diergelijke leverantie zeekering geven, dat omtrend die leverantie aan d'E: komp:e te doen zedert nu 30. Jaeren heeft de leverantie van zowel als nopens dies prijs, en verdere beswaarnis een gunstige en reedelijke evengem: korles en pattoes op ge„ schikking zoude gemaakt worden. „houden uijtgenoomen onze korle Gelijk dan ook bij kolombose missive van den 2. ' dezer aan ons aangeschreeven alleen beswaerd met kardamom is, om bij een mandaat, na volgens het ontvangene voorschrift, aan de ingezeete die 'sjaars 10'000. lb: zonder agter „nen bekend temaeken, dat hun geen hoogire „ stal moeten opgebragt worden leverantie zoude worden opgelegd, dan van rd:s 833. en 16. st: die Jaarlijks se sonder ongemak na mate dat het ge„ tot gem: inkoop worden verstrekt, „was wel of kwalijk geslaagt is kunnen worden aan elk der ingezeetenen bezorgen, en wijl, het aan kommissarisse gebleeken was, dat de kardamom Ze„ 7. 8. „ 10. tot 12. rd:s uijtgedeeld, de „dert eenige tijd, duurder hadde moeten geene die rd:s 10. ontvangt is ge ingekogt worden, daar voor in den aanstaande zoude werden betaald „houden voor 20. â 25. rd:s goederen 8. stuijvers voor het lb: en dat ook. of negotie hier op te doen en daar„ voor de 2. Jongste Jaeren die selfde prijs zoude betaeld worden, tot schade „meede zig na konings land „loos stelling van de in kopers. Dog waar omtrend Heeren kommissarissen uijt te begeeven na de dorpen Gielie hoofde van de verkregene qualifi „malle Bamberewattoewe, Erasne „catie om zodanige veranderingen Toedagelle en kotmalle en aldaar te mogen maeken als zij geraeden rondswervende moeten ze voor zouden vinden, goedgevonden hebben een rd:s hardemom inkoopen de om maar alleen voor den aanstaande 8. st: voor het pond kardamom te laeten be„ daar bij nog aan de verkopers „taelen, en niet voor de gepasseerde Jaaren voor een rd: waerde present geeven uijt bedugting dat zij mogten voor„ zo dat zij boven de rd:s 10. van geeven van nog in meerdere Jaren schaede geleeden te hebben door duuren wegens de komp: genoten nog 20. inkoop en daar voor ook vergoeding of 25. rd:s zo aan kontant als negotie moeten bekostigen. is bij artikul 27. gezegt, dat de beswaar„ dat zij geene 10'000. lb, kardemom konden „nis der inwoonders van de Morruacol, Bij Mandaat van den 28. Maij J:o leeden Translaat Singaleese klacht ola waar bij de Inwooners van de Moruakorl het volgende te kennen geeven. mogte De 5. 1. N: 12. Dit verzoek om de olij thuij„ „nen te laaten opneemen, en dan is reeds bij aanteekening van de olij verpligting te bepaelen, De kardamom op deeze wijze inge mogten pretendeeren, maar daar en teegen hun weder terug te geeven de 50. „kogt zijnde word dezelve eerst na procento advans, die zig aan de komp„e verloop van 3. â 4. maenden in hun betaeld hebben in de Jongste twee Jaeren, op de terug geleverde penningen dorp terug komende aan hun Hoofd waar voor se geen kardemom hebben de Modliaar dier korl geleeverd en vervolgens met een eenponder gewigt konnen leeven, gelijk dit een en ander bij aanteekening van den 24. 25. 26. en dat aan den modliaar uijt 'sComp:s 27. maij blijkt en tot naricht van pakhuijs verstrekt is (: voegende de inwoonders der morruacorl bij daar bij nog een stuk lood en om„ een aparte Mandaat gedateerd den „trend, een half pond swaerte :) door 2. Juni ter kennis gebragt is. den modliaar gewoogen en vervol„ „gens gemeeten ontvangen voorge „vende dat het zo diend teweezen: zo dat de kardamom die ze voor tien rd:s inkoopen hun 4. en op zijn hoogst 5. rd. s bij de uijtle„ „vering komt te staan en zij verpligt zijn de overige rd:s 5. nevens intrest optebrengen en wijl wij ter voldoening van dien alle onze landerijen en beesti„ „aelen Jaarlijks hebben moeten verkoopen en daar door ten eenemaal geruineerd zijn ver„ „zoeken wij zeer ootmoedigst om een regtveerdig afdoening deezer klagte. 12. / Na dat van de drie sComp:s olij tuijnen geleegen in het dorp Hiem„ „belagodde waar voor maar 120. kannen olij Jaarlijks was op¬ „gebragt eene per vendutie ver„ „ker te „kogt is, zijn wij voor vijf Jaeren „na geordonneerd om voor de andere k twee thuijnen 454. kannen olij mo ko optebrengen en vermits zulx niet kan geschieden worden wij den 24. 25. 26. en 27. maij toegestaan. en voor
English
1703 Krayenhoff, who was then in Mature, the korale of the Galle Talpepattoe was placed under arrest for 10 days upon the persistent complaints of the Honorable and greatly tormented and plagued, wherefore we request that these two unsold gardens may be surveyed by commissioners and, according to the findings thereof, the delivery of oil may be determined, while we, when your Honors will have returned to investigate our complaints, shall further submit the remaining grievances that we have. Thus this is written and signed by the aforementioned minor headmen and inhabitants of the aforementioned korale. At the end of the ola was signed with 40 illegible signatures. Underneath was: For the transcription, Mature the 16th of May 1790. Was signed: I. A. Rottiers. In the margin: For the translation, signed: D. Philip. No 10. Translation of a Sinhalese complaint ola submitted by Morrewocke Senewiewante Jajesinhe, former korale aratchi of the Morua Corle: While my father carried out the service of korale aratchi of the abovementioned korale for 22 years, he suffered an injury to his throat whereby he could not speak, which I made known to the gentleman Dessave and the port servants, and for 250 rds obtained that service. Two years thereafter, the present gentleman Dessave came into this territory, and on account of a certain debt of the then head of that korale, Dissanaike Tillekeratne Mudaliyar, his Honor and some gentlemen alongside a large retinue arrived there. However, three days before his Honor's arrival, a sannas was demanded from us so that we could propose no exceptions and pretend not to have received a sannas in time if anything should be lacking concerning any arrangements in the three rest houses. Therefore, although there were no houses on the sites where the rest houses had previously stood and the mudaliyar was not in that korale at the time, I nevertheless saw to it that the necessary houses were built, decorated, and that adukku and pehidum were provided without anything lacking. Intending to go to the Moruakorle to view the cutting through as well as regarding the Mudaliyar Tillekeratne, I sent the mohandiram of the adigar mandu, present Toenander, ahead of my departure to the Moruakorle with the prior knowledge of the gentleman Commander, to offer a helping hand to the Honorable Toenander. For greater measure, a few days thereafter, I also had a sannas sent off. Going from Akuressa to the Moruakorle and arriving at the Mature river when it was already growing dark, neither minor headmen nor light were to be found there. I only found there the present korale of the Talpepattoe, who with much trouble gathered so much light together that I could continue my journey, he the korale and my retinue carrying the light themselves. Arriving at the rest house at Morrewocke, likewise nobody was to be found there and also no light in the rest house, and that evening neither adukku nor pehidum were provided. Conversing with the present Talpepattoe korale about all these improprieties, he accused the complainant, as the necessary orders had been given to him to take proper care of everything. The complainant in the meantime had gone missing, but his hiding place was discovered and he was brought under arrest to Dampahale, just as Mr. Foenander, who had come to meet me at Akuressa, likewise submitted his grievances, which in particular consisted of this: that the necessary lodgings for the working people as well as for him had not been prepared, although the gentleman Dessave Freth had given the necessary orders for all this long before his Honor's departure for Colombo; that Mr. Toenander and the mohandirams who had departed with him had to seek their food for the first three days even in the forests and make do with guavas and had suffered want of all other things. Upon my arrival at Dampahale, I found only too well that all these complaints were completely well-founded and that I owed it to the kindness of Mr. Foenander that I found a dwelling place there, wherefore he was punished and dismissed in order to put everything in order there. 1704 The baddekorale did not make all this known to the gentleman Dessave, but on the contrary had me and all former headmen dismissed, and ruined us without observing any of the customs and practices that have been in use in this country from ancient times. Whether this matter contains the truth or not may be viewed on my back and judged therefrom. Thus I request the gentlemen to be pleased to judge my case according to their pure justice. This is signed by the abovementioned Senewiewante Jajesinge, former korale aratchi. At the end of the ola was signed with an illegible signature. Underneath was: For the translation, Mature the 24th of May 1790. Was signed: J. C. Trek. In the margin: For the translation, signed: D. S. Senerat, sworn interpreter. Whereupon the gentlemen Commissioners remark that this complainant has well deserved the dismissal from his aratchi office and fifty lashes, but that he should not have been beaten on the bare back, which certainly would not have happened if he had appeared properly clothed as he ought to have, and that it is not necessary to answer him on this complaint ola if he does not appear in person. Translation
Dutch transcription
1703 krayenhoff, die zig toen te Mature bevondden koraal van de gaelsche Talpepattoe 10. dagen op de aanhoudende klagte van den E: in arrest gezet en grootelijks ge„ kweld en geplaegd waarom wij verzoeken dat deeze twee onver „kogte tuijnen door gekommitteer„ „dens mogen opgenoomen en na bevinding van dien de leverantie van olij mag bepaeld worden zullende wij wanneer uwel Edelens ter onderzoek van onze klagten weder zullen gekomen zijn, de verdere beswaarnissen die wij hebben nader inbrengen. Aldus is deeze geschreeven en geteekend door voorsz mindere hoofden en ingezeetenen van voor „noemde korte aan het Eijnde der ola (was geteekend:) met 40. onleesbaare handteekeningen (:onderstond:/ voor de overzetting Mature den 16. Maij 1790. (:was „geteekend:/ I: A: Rottiers (:inmargine:) voor de vertaling (:geteekend:/ D: Philip. N:o 10. Translaet Singaleese klagt ola door Morrewocke Senewie„ „wante Jajesinhe geweesene korl aratje van de Morua Corle over„ „gelegd: Terwijl mijn vader den dienst van korl araetje van boven „keratne, zowel, als om de doorgraving gem: korl 22. Jaeren lang te bezigtigen voorneemens zijnde om na de moruakorl te gaan zo hebbe ik waarnam heeft hij een let„ remet voorkennis van den Heer kommandeur „zel in zijn keel gekreegen mohandiram van de adigaarmandoe, presente waar door hij niet konde voor mijn vertrek na de Moruakorle gesonden spreeken het welk ik den Toenander tegens den modliaar Tille„ ten heer O 1 ver„ re Dessave en de porta bediendens aan de dE: Toenander de behulpsasme hand bekend gemaekt hebbende voor te bieden. Ten overvloede liet ik een paar dagen, daarna nog een samas afgaan van 250. rd:s dien dienst geobtineerd ackuresse na de Moruacorl gaende en aan de Matureese revier komende wanneer heb twee Jaeren daarna is den het reeds donker wierd, was aldaar nog minder hoofden nog ligt te vinden allee presenten Heer Dessave in dit „nig vond ik daar den presenten koraal van gebied gekoomen en weegens de Talpepattoe die met veel moeijte zo veel ligt bij den anderen kreeg, dat ik mijne reijse kon voortzatten, dragende hij koraal zeeker schuld van het toen en mijne gevolg het ligt zelvs aan het maelig hoofd van die korl rusthuijs te Morrewocke komende was Dissanaike Tillekeratne aldaar insgelijks niemand te vinden en ook geen lugt in het rusthuijs en dien modliaar kwam zijn Edele en avond wierden nog adoeckoes nog pijhien „doens bezorgt de presente Talpepattoe nog eenige Heeren nevens koraal over alle deeze onbehoorlijkheeden onderhoudende beschuldigde hij den kla, een groot gevolg aldaar dog „ger, als zijnde aan hem de nodige ordres gegeeven om voor alles behoorlijk te zorgen, drie dagen voor zijn E: komste De klager had zig intusschen te zoek ge„ wierd Een samas aan ons „maakt maar zijn schuijl plaats wierd ontdekt en hij wierd in arrest na Dampahale afgevraegd op dat wij overgebragt al zo de Heer Foenander die mij te ackuresse te gemoed was gekoomen. zijne geene Exseptien konden beswaren insgelijks in bragt dewelke in zon„ „derheid hier in bestonden dat de nodige loge „menten voor het werks volk zo wel als voor: hem niet in gereedheid gebragt waeren of schoon proponeeren en voorgeeven de Heer Dessave Freth lange voor zijn Edele bij tijds geen samnas ge¬ vertrek na kolombo tot het een en ander de nodige order gegeeven had, dat de „kreegen te hebben wanneer Heer Toenander en de met hem ver„ „trokkene mochedens de Eerste drie omtrend eenige verrigtinge dagen hun voedzel zelfs in de Bossen in de drie rusthuijsen iets hadden moeten zoeken en zig met koe „jawissen behelpen en aan al het overige mogte ontbreeken dier gebrek hadden geleeden. Bij mijne komste te Dampahiale bevond ik maar halven heb ik schoon alte zeen dat alle deze klagten volkomen gegrond waeren en dat ik het aan de geene huijsen op de plaetsen goedheid van den heer Foenander ver„ „schuldigt was, dat ik aldaar, een daar de rusthuijsen bevoo¬ woonplaats aantrof alwaar om hij afge„ „rens gestaan hebben waeren en de modliaar toen zig niet in die korl bevond egter gezorgd dat er de nodige huijsen gemaekt ten eijnde aldaar alles in ordre te brengen, en „straft en afgezet is geworden. verzierd 1704 Waarop Heeren kommissarissen aanmerken is om hem op deeze klagt ola te antwoor„ verzierd en adoeckoes en pe„ „hiendoens; zonder dat daar aan iets ontbrooken heeft bezorgd werden. De baddekorne heeft het een en ander aan de Heer Dessave niet bekend gemaakt maar in teegendeel mij en alle voorige hoofden laeten afzetten en ons zonder iets van alle de van oude tijden af in dit land in dat deeze klager het deportement uijt gebruik geweest zijnde zaeke zijn aratjes ampt en eendragt slagen wel verdiend heeft maar dat hij niet op de „lijkheeden optevolgen gerui„ te bloote rug had moeten geslagen worden het welk zeeker ook niet zoude geschied „neerd; of deeze zaak de waar zijn, indien hij gelijk het behoord gekleet verscheenen was, en dat het niet nodig rheid behelst of niet kan zulx op mijn rug beschouwen en „den zo hij niet in perzoon verschijnd. daar uijt geoordeeld worden. Dus verzoeke ik de Heeren wegens derzelver zuijver regt mijn zaak te willen beoordeelen, deeze is geteekend door bovengem: seneurewante Jajesinge gew. korl araetje aan het eijnde der ola (:was geteekend:/ met een onleesbaare handtee „kening (:onderstond:) voor de translaetie Mature den 24. Maij 1790. (:was geteekend:/ J: C: Trek (: inmargine:/ voor de verta„ „ling (:geteekend.:/ D: S: Senerat gezw: tolk. Translaat
English
Number 11. These complaints against the Mohandiram of the Baygams, who is presently in Galle, are to be investigated further when the complainants appear in Matara, just as this was also announced in the Mandate of the 28th of May last, article 2. Translation of a Sinhalese complaint submitted by the mayorals, lascorins, naines, and coolies of the four Baygams to the gentleman judges who have arrived here to investigate the complaints, respectfully making known the injustices they have suffered since the year 1788. Firstly, in earlier years, the former chiefs of the Baygams never inflicted such punishments upon the fifteen mayorals as the present chief does. Whenever it happened previously that they might have committed an offense, they were accused before the Honorable Dessave and, after having been heard first, were punished according to their merits. But on the contrary, when met elsewhere, they are thrown to the ground or tied to a tree and punished without distinction of persons. When the Mudaliyar of the Weligam Korale and the Mohandiram of the Kandaboda Pattu travel back and forth to and from their respective pattus, they usually visit the Baygams, and upon their arrival there the mayorals had to provide the necessary adukkus and pehidums to those chiefs; and not only that, but in place of the missing coolies and naines, furnish as much as they demand, otherwise we cannot be rid of them. Secondly, in earlier times we were troubled by our own chiefs, but not by others in the manner that now occurs. Thirdly, at present, two pehidums and two adukkus must be delivered daily to the chief of the Baygams by a mayoral, for which are required 12 medidas of rice, 1 medida of butter, 4 roosters, 24 eggs, 50 limes, 2 pumpkins, 2 bunches of bananas, 4 pieces of coconut, one medida of salt, and turmeric, all of which are measured with a large coconut shell and taken for herself by the wife of the aforementioned Mohandiram upon coming to the rest house. Fourthly, in this manner a mayoral must annually set aside 6 amunams of paddy and 9 rixdollars and 24 stuivers for all the other aforementioned foodstuffs, so that the 15 mayorals are annually put to an expense of 142 rixdollars and 20 stuivers in cash, and 40 amunams in paddy. Fifthly, if the slightest bit of the aforesaid articles is lacking, the one who brings the said pehidums is not received well, but on the contrary is greeted with a bout of blows, being obliged to forfeit his areca knife and chunam box which he carries with him for what is lacking. Sixthly, when the chiefs were in the Company's service in the district in earlier days, they never oppressed their subordinates in such a manner, and according to custom were content when they were supplied with what was necessary. Seventhly, the chiefs at that time also allocated the good and bad sowing fields of the Company among the mayorals and the inhabitants to be sown on account of the Honorable Company, and had four sowing fields cultivated for themselves from each of the four villages situated in the Baygams. Eighthly, since or after the obtaining of the office by the present Mohandiram as chief over the Baygams, he has caused all the fields that flourish well, to the extent of ninety-seven amunams, to be sown for his account under the ande system by the mayorals, naines, and coolies, and has taken the crop for himself without giving the least bit for the walakahan or the reapers' share. Ninthly, at present the Company's fields situated in the Baygams that do not flourish well are forcibly assigned by the Mohandiram to the mayorals to be sown for his account, and when it is harvest time, he places two lascorins on guard at each field, or as many as he has had cultivated for his account, until the crop is reaped and threshed, half of it then being taken for himself against the will and wish of the sower, without even first deducting the seed corn from it. Tenthly, when the ottu or one-tenth tithe fields in the Baygams are leased out, the Mohandiram leases them himself; when it is harvest time, he always neglects to send people to that district in time to have the heaps threshed. After the inhabitants suffer damage, the Mohandiram has the heaps inspected and counted by commissioners, and from every ten heaps he takes one for himself along with a fine. Contrary to the order of the government, the Mohandiram has enjoyed 4 kurunis of paddy per amunam of paddy on account of the vidana mohandiram, and has also caused to be collected and taken for himself one kuruni of paddy for the village messenger or gam-kariya, and one kuruni of pin-wi, or for the beggars, and badu-wi. Eleventhly, it serves on behalf of the person of Oodewe Amerewickreme Liyana Arachchi that for a long time he has properly performed his writer's service, but that since the present Mohandiram was appointed as chief of the Baygams, he, for the sake of gifts and bribes, without the slightest reason and without his having been negligent in the Company's service, had him dismissed from service and represented to the Dessave that he, Amerewickreme Liyana Arachchi, was incapable, and in his place chose a Moor who is an uliyammer for the service of writer, the Mohandiram meanwhile enjoying the divel paddy. Some fields having been confiscated from him for the Honorable Company, he has
Dutch transcription
No: 11. en o Deze klachten tegen den Mohandi„ avo „ram der Baijgams, die te Gale tans „do is, nader te onderzoeken wanneer kor de klagers te Mature verschijnen ong gelijk dit ook hij de Mandaat van „ger den 28. maij J:o leeden art: 2. aangekur„ geg„digt is. ala Eerstelijk hebbende in vroegere Jae „ren geweest zijnde hoofden der Baijgams nooit omtrend de vijf„ „tien Majoraals zulke straffe ge „oefert als het presente hoofd. wanneer het gebeurde dat ze be „voorens iets gepexeerd mogt hebben, zijn ze bij den geb: Heer dessave verklaagd en na alvoo„ rens hun verhoord te hebben na verdiensten gestraft geworden, maar daar en teegen worden ze taris bij ontmoeting elders op de grond gesmelen dan wel aan een boom gebonden en zonder onde „scheid van perzoonen gestraft. Bij hem en weeder rijssen van de Modliaar der welle baddepattoe en de Mohandiram der kandebad„ „depattoe na en van hunne evengen pattoes giren ze gemeenlijk, de Baijgams aan en bij hunne aan „komste aldaar moesten de Majo „raals de nodige addoekoes pehiendoens aan die hoofden bezorgen; niet alleen maar ov in steede van de manqueerende koelies en naindes zo veel ze ola overgelegd door de Majoraal lascorijns, Naindes en koelies van de vier Baijgams aan de Heeren reg „ters die tot het onderzoeken der klagten alhier zijn aangekoomen in alle onderdanigheid te kennen geeven de aan hun zedert het Jaar 1788. wedervaarene onregt vaardie „heeden. Translaat Singaleese klagt m „nig d veel. reij. den rus De eijsschen. 1705 eijsschen verschaffen anderzins kunnen wij van hun niet be „vrijd zaeken. Ten tweeden zijn wij in vroegere tijden door onze eijge hoofde ge „queld geworden doch niet door anderen zodanig als het tans geschied: Ten derden moeten thans aan het hoofd der Baijgams 'sdaags door een Majoraal twee pehie „doens en twee adoekoes opge „bragt worden waar toe ver„ „eischt worden 12. mediden rijst, 1. medied boter, 4. haene 24. Eijeren, 50. limoenen 2. pampoe„ „nen 2. trossen piesangs, 4. stux kokus een medied zout en borrie borrie, welke een en ander door de vrouw van voorm: Mohandiram in het rusthuis komende met een groote klapperdop gemeeten en na zich genoomen word. Ten vierden, op deeze wijze moet een Majoraal 'sjaars 6. amm: nelie en voor alle andere hier vooren gemelde eetwaaren rd:s 9: 24. appart leggen dus door de 15. Majoraals Jaarlijks veronkos„ „tigd word aan kontant rd:s 142. 20. en aan nelie 40. amm: Ten vijfden bij aldien aan voorsz: artikelen het geringst ontbreekt worden de geene die gedagte pe„ „hien doens aanbrengd niet wel onthaald maar daar en teegen met een partij opstoppers be„ groot begroet, moetende hij daar zijne bij zig hebbende arreeksmes en kalkdoos voor het manqueerende verbeuren. Ten sesden wanneer de hoofden zig in vroegere daagen in 's Comp:s diensten in het distrikt bevinden hebben zij hunne ondergeschikte nooit zodanig onderdrukt en volgens gebruikt zig vergenoegd wan„ „neer ze met het benodigde voorzien wierden. Ten sevende ook hebben de hoofden toenmaals de goede en slegte 's Comp:s zaaijvelden onder mal„ „kander aan de Majoraals en de ingezetenen voor reekening van d'E: komp:e ter bezaaijing afgestaan en daar van, van ider der vier dorpen geleegen in de Baijgams vier Zaaijvelden voor hun laaten bewerken. Ten achtsten het zedert of na het verkrijgen van den dienst aan den presenten Mohandiram als hoofd over de Baijgams, heeft hij alle de velden, die wel floreeren ter groote van seven en negentig amm: door de Majoraals, naindes en koelies voor reekening van hem voor ande laaten bezaaijen en het gewas zonder het minste wegens walehan of maaijers aandeel tegeven na zich genoomen. Ten 1706 Jen negende thans werden de sComp:s velden geleegen in de baijgams die niet wel floreeren door de Mohanderam aan de Majoraals geweldadig ter be „zaaijing voor zijne reek: afge „geeven en wanneer de tijd van maaijen is, laat hij aan ieder veld of zo veel hij voor zijne reek: heeft laaten bewerken twee laskorijns op de wagt stel„ „len tot dat het gewas word ge„ „maaijd en gedorst, wordende dan de helfte daarvan tegen wil en dank van den zaaijer na zich genoomen, zonder zelfs het zaat koorn daar van eerst aftetrekken. Ten thienden wanneer de ottoe of een tiende geregtigheids velden in de baigams verpagt worden Neemt de Mohandi„ „ram ze zelfs in pagt, verzuim hij altoos als het tijd van maaijen is, volk na dat dis„ „trikt tot het doen dorschen van de hoop bij tijds toe te„ „schikken Na dat de inge„ „zeetenen schaede komen te lijden laat de Mohandiram door gekommitteerdens de hoo„ „pen opneemen en natellen en van de tien hoopen neemt hij eene na zich met en bene„ „vens ook een boete, De Mo„ „handiram heeft Contrarie de order order der regeering voor ider ammonam neli 4. Coernies wegens vidaans hoe andiram genooten en daar onder tegelijk een Coernie nelij voor de dorp boodschaploper of Ganke „waja een Coernie Pienwie of voor de bedelaals en Badwie laaten invorderen en na zich genoomen. ten Elfden diend uit naam van den perzoon van oedoewe Aminerewiccreme lienne aatjele dat hij van langen tijden af nabehooren zijn schrijvers dienst waarge„ „noomen heeft, dog dat ze „dert de presente Mohandi „ram als hoofd van de baij„ „gams is aangesteld worden, heeft hij om de wille van giften en gaven hem zonder de minste reeden en zonder dat hij in 'skomp:s dienst nalaetig was laeten uit den dienst stellen en bij den Heer Dessave voorge¬ „geeven dat hij Ammerewic „kreme lienne aatjele innocent was en in zijn plaats Een moor „man die een oeliammer is tot den dienst van schrijver ver „koosen genietende intusschen de Mohandiram de diwel nelie Eenige velden van hem voor d'E, komp: ingetrokken zijnde heeft hij
English
1707 he submitted an annexed petition with an extract presented to the Right Honorable Lord Governor of Ceylon, upon which he obtained a certificate from His Right Honorable for an extent of 7 amm. from the good and poor fields in order to sow the same for half-share or at all times as huwelande; which certificate the Mohandiram demanded from him to inspect and did not return to him, and the fields have thus remained unsown. Twelfth, the person of Kittelegamme Mahatantaigammege complains that he had performed mayoral service for a long time, but the Mohandiram has now dismissed him from his service and placed in his stead a coolie of the said village named Kolombea, for which the Mohandiram received from the said Kolombea a chopper worth 60 rd:s and a coat worth 30 rd:s, and in addition the profits of his diwel fields. 13th. Kottelegamme Jatoenge Marnahe complains that the Mohandiram has taken away his mayoral service for gifts and presents and conferred it upon a coolie, Hiekkoddoewege. 14th. Naeijmbele Abejediere Mannahe complains that he had to suffer many harassments from the Mohandiram and also had to surrender his service of mayoral to a certain cinnamon-peeler naide, who had ceded to the Mohandiram half of the profits of his diwel sow-fields. Pettangahawatte Pattiranahe complains that the Mohandiram took the profits of the fields sown by him for half-share, namely in the year 1788: 22¾ amm: and 7 koernies, and in the year 1789: 33½ amm:s. And that the Mohandiram, from the sequestered crop of a sow-field belonging to a certain Wallakoelle Kankaneme, had enjoyed over the course of two years 28 amm. of paddy; and from Oeddoewe Dahanaike Pattirannahe 6 amm:; as also, from the paddy belonging to Diddoewe Pattirennehe from the fields sown by him on account of huwelande or for half-share, appropriated 28 amm: to himself; likewise, the Mohandiram had the tiles of his house, measuring nine covidos long, removed and taken for himself. 1708 Naaijmbelle Koelesegere Gammeaatjele complains that the Mohandiram had taken from him 9 amm. of paddy. Oedoewe Pootdoewe Sammeresinge, former kangan, likewise complains that the Mohandiram has taken from him 6 amm: and 2 paeles of paddy. Likewise, the grain measurer of Oedoewe complains that the Mohandiram has deprived him of his grain-measurer's wages due to him, being a quantity of 110 koernies of paddy. Naaijmbelle Kendepelle Pattiramahe says that the Mohandiram, from the fields which he had sown for huwelande or the half-share, on two occasions has taken a quantity of 19 amm:. To the squad of Baijgam lascars the village of Berrelellize was granted as their accommodation, yet the Mohandiram has never given anything thereof to those people and has appropriated the profits thereof to himself. The kangan of the just-mentioned squad, named Sammeresinke Kankaneme, complains that the Mohandiram, from the fields sown by him on account of huwelande or for the half-share, has taken one and a half amm:s of paddy. The person of Koeroembere Liennege Maddoema Appoe complains that he sowed the Company's field Goddellekoembre, which had not been sown in three years' time, in this year, but the Mohandiram took the sower's share thereof, as well as that of the sow-field Goloewakoembre which he had likewise worked and sown, to the quantity of 8 amm:. The person of Karoenagelle Pattirarahe says that the Mohandiram had taken 42 amm: of paddy from the fields sown by him for half-share. From Kittellegamme Kolombea, being a coolie, 4 amm: of paddy was taken. From Do Nallegammea, 4 amm: of paddy was taken. From the collective naides in the village of Gedoewe, the Mohandiram has taken the following paddy, to wit: From the family Pettangarawaltege from the sow-field Kottemboere over two years' time, 7 amm. From Raezepassege naide, 22 amm:. From Parminne Gammege naide from the sow-field Kooroeambe over two years, 7 amm:. From Moettettoewattege from the field Galkettijekoembre over two years, 7 amm: of paddy and 20 rd.:s in cash. 1709 From Nambiege naide, the crop of two sow-fields that are accommodated to him. Dammoellege naide says that the Mohandiram does not allow him to perform his service, and also caused his two fields to be sown for ratninde and enjoyed the profits thereof. From the family Pootdoewege, both from their field Galkettijekoembre and from other fields sown by them for half-share or huwelande, taken a quantity of 8 amm: of paddy and 20 rd:s in cash. The Mohandiram has taken the following from the coolies, namely: From the coolie Kahadoewa, the two-year profits of his sow-field Nalawekoembre, consisting of a quantity of 7 amm. From the coolie Kahadoewe Pooddoewa, the two-year profits of his sow-field Hokkacoembre, consisting of 3 amm. and 33 koernies. From the coolie Jaddessa, the profits of two monsoons from his sow-field Goijankaloewacoembre, 3 amm: and 22 koernies. From the coolie Sagerea, three amm from his field Meddecoembre. From the coolie Kattadia, from two monsoons from the profits of his sow-field Meddecoembre, 3 amm. 11 koernies. From the coolie Kebbeddoewe, the profit of his sow-field Karawekoembre, consisting of a quantity of one amm. and 27 koernies. From the coolie Oekgoddea, over two years' time, 6¼ amm: of paddy. From Madinage naide, from a piece of land named Pittenie sown by him for huwelande, one sack of paddy. Furthermore, the Mohandiram had good, fruit-bearing soursop trees standing in our gardens felled and carried away, partly in the name of the Lord Dissave; and from what remained over, he used part for building his house and hollowing out dhonies, and from the remaining trees picked soursops dry
Dutch transcription
1707 hij een request geannexeerd van een Extrakt aan den wel Edelen Groot achtbaeren Heer Ceilons Gouverneur gepresenteerd waarop hij van zijn wel Edele Groot achtbaare op een bewijs verwor¬ „ven heeft 7: amm. groote uit de goede en slegte velden ten einde de zelve voor de helfte of ten allen tijde te kunnen huwelande bezaaijen welke bewijs de Mohandiram van hem heeft afgevorderd om te zien en hem niet weder terug gegeeven en de velden zijn dus onbezaaijd gebleeven. Ten twaalfden de perzoon van kittelegamme mahatantaigam „mege, klaegd dat hij van lange tijd af maijoraals dienst waar „genoomen heeft dog de Moha„ „diram tans van zijn dienst heeft afgezet en in zijn plaats een koelie van gedagte dorp genaamt kolombea gesteld, waar voor hij Mohandiram van gem: kolombea genooten heeft Een houwer welke rd:s 60. en een rok 30. rd:s waardig is en boven dien de voordeelen zijner diwel velden. Jen 13. kottelegamme Jatoen ge Marnahe Klaagd dat zijn dienst van Maijoraal de Mo„ „handiram heeft afgenoomen om giften en gaeven en aan een koelie e koelie Hiekkoddoewege op „gedraagen. en 14. Naeijmbele Abejediere mannahe klaegd dat hij veele quellingen van de Mohandiram had moeten ondergaan en ook zijn dienst van Majoraal moe„ „ten quiteeren aan eenen koe roende genaide wien aan de mohandiram de helfte der voordeelen van zijn de wel zaaijvelden had afgestaan. Pettangahawatte pattiranahe klaegd dat de Mohandiram de voordeelen van de door hem voor de hefte bezaaijde velden heeft als in a:o 1788: 22¾. amm: en 7. koernies en in a:o 1789. 33½: amm:s En dat de Mohandiram op het gearresteerd gewas van een zaaijveld toebehoorende Eenen wallakoelle kankaneme in twee Jaaren tijds genooten had 28. amm, nelie. en van oeddoewe Dahanaike Patti„ „rannahe 6. amm:, gelijk ook van de nelij kompeteerende aan Diddoewe pattirennehe uit de door hem wegens huwelande of voor de helfte bezaaijde velden, 28. amm: na zich ge„ „noomen zomeede heeft de Mohandiram de pannen van zijn huijs lang negen kobidos laaten afneemen en na zich genoomen. Naaijmbele 1708 Naaijmbelle koelesegere Gamme„ „aatjele klaegd dat de Mohandi„ „ram van hem genoomen had 9. amm. nelij oedoewe Pootdoewe samme „resinge gew: kan gaan, klaagd ins„ „gelijks dat de Mohandiram van het genoomen heeft 6: amm: en 2. paeles nelij. zoomeede klaagd den graan „meeter van oedoewe dat de mohandiram hem ontnoomen heeft zijne graanmeters loon„ welke hem toekomt zijnde een quantiteid van 110. koer „nies nelij. Naaijmbelle ken„ „depelle pattiramahe zegt dat de Mohandiram, van de velden welke hij voor hiewel ande of de helfte had be„ „zaaijd twee rijzens een quantiteid van 19. amm: genoomen heeft. Aan het randjie baijgams lasko„ „rijns is het dorp Berrelellize tot hun akkommodessan ver„ „gund doch de Mohandiram heeft nooit iets daar van aan die menschen gegeven en dies voordeelen na zich genoomen. De kangaan van even gem: randje gen: Sammeresinke kanka¬ „neme klaagd dat de Mohandi„ „ram van de door hem wegens huwelande of de voor de helfte bezaaijde velden Een en een half half amm:s nelij genoomen heeft De perzoon van koeroembere lien „nege Maddoema appoe, klaagd dat hij het komp. veld. Goddelle koembre het welk in drie Jaaren tijds niet bezaaijd is in dit Jaar bezaaijd doch de Mohandiram het zaaijers aandeel daar van zo wel als dat van het zaaijveld Goloewa koembre het welk hij als even meede had bewerkt en bezaaijd ter quantiteid van 8. amm: genoomen had. De perzoon van karoenagelle pattirarahe zegt dat de Mo „handiram van de door hem voor de helfte bezaaide vel„ „den 42. amm: nelij genoomen had van kittellegamme kolem„ bea zijnde koelij genoomen 4. amm: nelij„ van Do Nallegammea 4. amm: nelij genoomen. van de gezamentlijke naindes in het dorp gedoewe heeft de mohandiram de volgende nelie genoomen teweeten. van de familie Pettangara waltege uit het Zaaijveld kot„ „temboere in twee Jaeren tijds 7. amm van Raezepassege nainde 22: amm: van Parminne Gammege nainde uit het zaaiveld kooroeambe in twee Jaaren 7. amm:. van Moettettoewattege uit het veld Galkettijekoembre in twee Jaaren 7. amm: nelij en aan kontant 20. rd.:s. van 1709 van Nambiege nainde het gewasch van twee zaaijvelden dewelke aan hem geakkommodeerd zijn. Dammoellege nainde zegt dat de Mohandiram hem niet toelaat zijn dienst te verrigten en ook zijne twee velden voor ratninde heeft laaten bezaaijen en dier voordeelen genooten. van de famielie Pootdoewege zo uit hun veld Galkettije„ „koembre als uit andere door hun voor de helfte of Huwel ande bezaaijde velden genoo„ „men een quantiteit van 8. amm: nelie en aan kontant 20. rd:s Het volgende heeft de Mohan„ „diram van de koelies genoo„ „men als: van den koelie kahadoewa de twee jaarige voordeelen van zijn zaaiveld Nalawe „koembre bestaande in een quantiteit van 7. amm. van den koelie kahadoewe Pooddoewa de twee Jaarige voordeelen van zijn zaai„ „veld Hokkacoembre be„ „staande in 3. amm. en 33. koernies. van den koelie Jaddessa- de voordeelen van twee Mous„ „sons uit zijn zaaiveld Goij„ „ankaloewa coembre 3. amm: en 22. koernies van van den koelij Sagerea drie amm uit zijn veld meddecoembre„ van den koelij kattadia van twee moussons uit de voordeele zijner zaaiveld meddecoem¬ „bre 3. amm. 11. Coernies. van den koelie kebbeddoewe het voordeel van zijn zaaiveld karawe koembre bestaande in een quantiteid van Een amm. en 27. koernies. van den koelie oekgoddea in twee Jaaren tijds 6¼. amm: nelij. van Madinage nainde uit een stuk grond gen:t pittenie door hem voor Riewelande bezaaid een zak nelij. Noch heeft de Mohandiram uit de in onzer thuinen staande goede vrugt dra„ „gende zoor zaks boomen ge„ deeltelijk uit naam van den Heer dessave laaten kappen en wegbrengen en uit het geene overgeschoo„ ten is heeft hij gedeelte „lijk tot het bouwen van zijn huis en uithollen van thonies verbruikt en van de overige boo¬ „men zoorzaks plukken drooge
English
1710 dry and have it taken to his house. In addition, the Mohandiram has had a bovine animal seized from every one of us residents of the Baijgams and taken for himself. The washerman of the rest house in the Baijgams complains that the Mohandiram dismissed him from his service and placed his own washerman in his stead, with the Mohandiram enjoying the benefits attached to a washerman. The fellow washermen Wittielle Henea and Kittellegamme Pedia complain that the Mohandiram made the two of them perform all required services in the rest house and took for himself the benefits of the sowing field granted to them for their service, amounting to 9 amunam of paddy over two monsoons. Gorkegodde Gaallege Joewan complains that the Mohandiram took 82 amunam of paddy from the Wattekoembre field sown by him on huwelande terms. All the Nayndes in the Baijgams together complain that they are obliged, when sowing the Company's fields in that district, to construct the necessary dams, make the elephant stables, and also perform the required work on the rest houses, but that to their regret they must declare that they are now used to carry palanquins and pingos, which was never customary before. Besides all the injustice done to us, the Mohandiram gives us no opportunity to sow the Company's sowing fields at 1711 at the proper time, but rather later than the ordinary time, as a result of which the crop is generally lost due to flooding, and the Honorable Company along with the inhabitants suffer great damage. The injustice complained of, and which may yet be complained of, and which we most respectfully make known to the gentlemen who have arrived to hear our complaints, we most urgently request may be properly investigated. And as the time for sowing the Company's fields is now approaching, we most humbly request that the present Chief of the Baijgams be dismissed from his service and that another just and good person be appointed as Chief of the Baijgams in his stead, and also that the said Mohandiram be made to restore to us what he has unjustly taken from us and as stated herein. To this end we jointly sign this, signed with 62 characters, being the Aratchi of the four Baijgams, the Aratchi of the village of Oedoewe, as well as by the 15 Mayoraals, Lascarins, Nayndes, coolies, and other low castes. Below stood: for the translation, Mature, 24 May 1790. Signed: E. N. Weemeier. In the margin: for the translation, signed: D. C. D. Z. Dissanaike, sworn interpreter. Translation 1712 Translation of a Sinhalese complaint ola submitted by Badjamme Wiemelegoenesegere, Aratchi, and Oedoewe Aberesiriveerdene Widjewickrime, Aratchi, as well as Beindattere Simon Weidrenambre, Aratchi, and two Kangans alongside the Lascarins from the randje of the last-mentioned Aratchi, concerning the injustices committed by the Vidane of the Four Baggams, Abegoene Wardene Wikkreme, Maha Vidane. In the margin: These complaints against the Mohandiram of the Baigams, the Mudaliyar of the Willebaddepattoe, and the second Interpreter Mohandiram are also to be further investigated, just as noted in complaint ola No. 17. The Vidane Mohandiram of the Baijgams, Abegoene Wandene Wikkremeratne, took from Wiemelegoenesegere, Aratchi, 78 rixdollars, a gold arm ring made of 5 pagodas, 1 ducat, a gold ring to the value of 15 rixdollars, a gold crown, 10 amunam of paddy from the fields sown on huwelande terms in this monsoon, a thonie, an ordinary chair, and a boy servant. The second Interpreter Mohandiram took 25 rixdollars and 2½ amunam of paddy from Bandattere, Aratchi. From the sower's share of the Company's fields sown in the past Maha monsoon by Oedoewe Abejesiriwardine Wizewikkreme, 46½ amunam, and from the fields sown by him, the Aratchi, Aratchi, in this year on huwelande terms, 22 amunam of paddy, a brass lamp to the value of 8 rixdollars, a thonie capable of carrying twenty persons, and an ox were taken; and from Geelbadde Kankanan, 6 amunam of paddy in two years. Subsequently he had Wanniaetje Kankanan arrested and took 20 rixdollars from him. The villages of Hiekgodde and Nape, assigned to the above-mentioned randje, they used to lease out annually for 40 to 45 amunam; however, the brother of the Interpreter Mohandiram, the present Mudaliyar of the Wellebaddepattoe, in the year 1788 leased them out against the will and inclination of those Lascarins and by force for 15 amunam of paddy, and gave 12 rupees to twelve Lascarins, but nothing to the rest. From the aforesaid Lascarins he took six amunam of paddy on the promise that he would grant them some relief in 1789 and in their services; however, thereafter, even if they were ten persons strong in one house, he did not grant them a single moment of freedom, indeed, he even pressed them into building his house 143 In the margin: These complaints must also be further investigated as stated above. house and into all other improper services. From Hallembe Goenetilleke Paltinaike, Aratchi of the grasshopper-bearers, and Patragoe de Camerewiere Ciruwardene, Kangan, in this Maha monsoon 25 amunam, and in the past year once 25 and thereafter 6 amunam of paddy were taken. The injustices mentioned herein and those yet to be mentioned, we most humbly request Your Honors properly to investigate, and to have the damages suffered made good to us. Signed by the above-mentioned three Aratchis, two Kangans, alongside the randje of Lascarins. Below stood: for the translation, Mature, 22 May 1790. Signed: L. M. Trek. In the margin: for the translation, signed: D. Theodorus, sworn interpreter. Translation of a Sinhalese complaint ola. The Mayoraals, Naindes, Wahadjas, coolies, and all the inhabitants of Wittie-elle, falling under the Gangebaddepattoe, most submissively make known through this the injustices that have occurred to them. Previously, we in the said village on behalf of the Gangebaddepattoe
Dutch transcription
1710 droogen en na zijn huis weg¬ „brengen laaten boven dien heeft de Mohandiram van een ider van ons inwooners van de baijgams een koe „beest laaten binden en na zich genoomen. De wasser van het Rusthuis in de baijgams klaegd dat de Mohandiram hem van zijn dienst afgezet en in zijn plaats de wasser van hem Mohandiram gesteld had, genietende de Mohan„ „diram de voordeelen welke aan een wasser toegevoegd zijn. De meede wassers wittielle henea en kittellegamme Pedia klaegen dat de Mohandiram door hun beiden alle voorvallende diensten in het rusthuis heeft laaten verrigten en de voordeelen van hun voor den dienst ver„ „kreegen Zaaivelt in twee moussons zijnde 9. amm: nelie na zich ge „noomen heeft. Gorkegodde Gaallege Joewan klaegd klaagd dat de Mohandiram van het door hem voor huwelande bezaaide veld watte„ „koembre 82. amm: nelij ge„ „noomen heeft. De gezaementlijke nayndes in de Baijgams klaagen dat ze verpligt zijn bij het bezaaijen van 's kom „penies velden in dat distrikt de nodige dam„ „men aanteleggen, de oliphants stallen te maaken en ook het vereischte werk aan de rusthuijsen te verrig „ten dog dat ze tot hunne leedweezen moe „ten betuigen dat ze tans gebruikt worden om palenkeins en pin „gos te draegen het welk bevoorens nooit gebruike„ „lijk geweest is. Behalven al het onregt dat ons wedervaard geeft de Mohandiram ons geen gelegendheid om de kompenies Zaaijvelden ter 1711 ter behoorlijker tijd te bezaaijen maar wel laa¬ „ter als de ordinaire tijd, waar door het gewas door overstrooming van water gemeenlijk verlooren gaat en d'E: kompenie nevens de ingezetenen groote schade komen te„ „lijden. Het onregt waar over „geklaagd word, en nog mogte geklaegd worden, en het welk wij eerbiedigst aan de Heeren die tot het aanhooren onzer klag¬ „ten aangekoomen zijn te kennen geeven ver „zoeken wij op het aan„ „houdenst dat na be„ „hooren mag onder„ „zogt worden. En vermits nu de tijd van Zaaijen der skom„ „penies velden aankomt verzoeken verzoeken wij ootmoedigst om het presente Hoofd over de baijgams van zijn dienst aftezetten en een ander regt, vaardig en goed perzoon in zijn plaats als Hoofd van de baijgams aan testellen zo meede om door gem: Mohan„ „diram het geen hij van ons onregtvaardiglijk genoo„ „ten heeft en hier in ver„ „meld staat aan ons weder telaaten uitkeeren. Des wij gezaementlijk dee¬ „ze onderteekenen (: was„ „geteekend:) met 62. karak „ters zijnde de aratje van de vier Baigams, de aratje van het dorp oedoewe mitsgaders door de 15, e maijoraals, laskorijns, Naijndes, koelijs en andere lage kastas. (:onderstond.) voor de overzetting Mature den 24. Maij 1790. (:was getee„ kend:/ E: N: Weemeier (:inmargine:) voor de vertaa¬ „ling (:geteekend) D: C: D: Z: Dissanaike gezw: tolk. Translaat 1712 Translaet fingaleese Klagt ola overgelegd door Bad= Jamme wiemelegoenesegere aratje en oedoewe Aberesiriveerdene Wid„ Je wickrime araetje mitsgaders. Beindattere Simon weidrenambre arraetje en twee kangaans nevens de Zas C. uit het rantje van den laasgemelde arratje weegens de door den Vidaen der Vier Bag= „gams Abegoene wardene Wik= „kreme Mahavidaen gepleeijde onregtvaardigheeden. Deze klagte tegen den Mohan De Vidaan Mohanderam van dieram der Baigams den Modli de Baijgams Abegoene wandene aan der willebaddepattoe en Wikkremeratne heeft van Wieme„ den tweeden Tholk Mohan„ le goenesegere aratje genoomen 78 rd:s diram ook nader te onderzoe= Goude arm ring gemaakt van 5 pa= ken even als bij klagt ola goden, 1. Dukaat, 't goude ring ter= N=o 17 aangetekend ftaat. „weerde van 15 rd.s Goude kroon ro amme Nelij van de in deeze mous„ son voor huwel ande bezaaijde vel= den, Een Thonie, een gemeene stoel en Knaap De tweede Polk Mohandi= „ram van bandattere araetje 25 rd=s en 2½ amm nelij genoomen. Van het zaaijers aandeel van de doon vedoewe Abejesiriwardine Wizewik„ „kreme in de gepasseerde moussom Maha bezaaijde skomps velden 46½ amm: en van de door hem aratje araetje in dit Jaer voor huwelande bezaaijde velden 22 amme: nelij Een kopere Lamp ter waerde van 8 rd:s een „ Thonie daar twintig kappen meede vaeren kunnen en Een osgenomen en van Geelbadde kankanan in twee Jaaren bamme: nelij vervolgens heeft hij wanniaetje kan kanan lae= „ten aresteeren en van hem 20 rd. s genooten De aan bovengem: Randje geakkom „modeerde Dorpen Hiekgodde en Nape hebben zij Jaerlijks voor 40 @ 45 amme: verhueerd dog de broeder van den Tolkmohandi= „ram op den presenten modliaas van de Wellebaddepattoe heeft in Ao 1788 tegen wil en dank van die Lascorijns en met magt voor 15 amme nelij verhuurd en aan twalf Lascorijns 12 ropijn dog aan de overige niets gegeven van voorstz Las Corijns heeft hij ses am: nelij genooten onder belofte aan hen in 1789 en hunne diensten eenige verligting te zullen toebrengen dog heeft daar na hun alwaeren zij met er tien koppen in een huis sterk geen ogenblik vrijheid verleend, Ja heeft ze zelfs tot het opbouwen van zijn huis 143 Deeze klagten moeten meede nadier onderzogt wer= „den zo als vooren gezegt is. Huis en alle andere onbehoorlijke diensten geprest. Van Hallembe Goenetilleke paltinaike aratje van de sprinkhaandraegens en patragoe de Camerewiere Ciruward ene kangaen in deeze Mousson Mah 25 am: en in verleede Jaar eens 25 en daar na b amme: Nelij genooten. De in deeze gemelde en nog te melden onregten verzoeken wij uwel Edelens ootmoedigst behoorlijk te onderzoe= „ken en de geleedene schaade aan ons te laeten vergoeden. /:geteekend: /: die hier boven gem: drie aratjas twee Kangaans nevens het randje Lasc: /:onderstond:/ voor de overzetting. . Mature den 22 Maij 1790. /was= „getekend:/ L: m: Trek /: in margine /: voor de vertaling /:getekend:/: D Theode= rus gesw Tolk Translaet Singaleesche klagt ola¬ De Majoraels, Naindes, wahad Jas, Roelis, en alle de ingezeetenen van Wittie- elle sorteerende onder de Gangebaddepattoe geeven door deeze voetvalligst te kennen de onregten die aan hun weder vaaren zijn. Bevoorens hebben wij in gemelde dorp voor reek: van de Gangebadde „pattoe
English
pattoo, performed the following on behalf of the Honorable Company. For the service of the nine elephant stables we delivered posts, horga planks and some other timber together with ropes, as well as erected a house serving as a residence for the arriving gentlemen in the Baygams, delivered the necessary adukkus and pingoes, and in addition continuously rendered to the Honorable Company the ordinary annual dues such as the nadappus, foros, kariya, dekma or Mayorals' poll taxes, and areca nuts; and whenever the fields were sown annually and the crop was reaped, we collected the one-tenth tithe, 1714 collected and accounted for it to the Honorable Company. While such obligations rested upon us, and we also had to perform the Company's daily recurring services, we were furthermore oppressed by the Mohandiram and Vidane of the four Baygams, making us perform half of the recurring Company services in that entire district, obliging us to work in the three cinnamon gardens situated in the Baygams and also to guard them. On behalf of the Mohandiram of the Baygams, he he causes us to perform the following services entirely unreasonably. The fields worked for him on account of hiwelandi or for the labor share yield in the span of two years the profits of 24 amunams and 41 kurunies. Secondly, the two-year crop of a sown field named Ude Noembre, formerly belonging to one Ran Jagodage Naide, amounting to a quantity of 8 amunams and 26 kurunies, he had harvested and threshed by outsiders and took it for himself without giving anything to the owner. In the name of the Right Honorable Lord Dissave, he had soursop trees in that village cut down and planed for the building of his house, and had the fruit from the remaining soursop trees picked, dried, and brought to him; furthermore, finding a shortfall among those dried soursops compared to what he thought there ought to be, he had the Vidane Mayorals 1715 arrested and demanded the same from them; likewise, for the tapping of toddy trees, the Mohandiram had the Mayorals cut the necessary vines or branches. In order to appear before the Right Honorable Lord Dissave for the New Year, the Mohandiram, without paying regard to the old customs, took from the Mayoral a quarter amunam of pounded rice and in addition ten pingos consisting of fowls, butter, eggs, plantains, pumpkins, etc. In former days, whenever the Vidanes and Mayorals committed an offense and had truly deserved punishment, the former Head of the Baygams lodged a complaint about them with the Right Honorable Lord Dissave, and after an investigation of the matters, they were punished according to their deserts, but not hurled against things here and there and beaten in the back with the closed fist. Besides that, the Mohandiram had 3 pairs of cattle belonging to the Vidane of this village seized by force and appropriated them for himself. Doing all that has been mentioned above, we are nevertheless, at the least reluctance, or at the very least our wives and children, arrested and severely punished. Because our grievances are very many, we have set forth only a few here. We submit to the consideration of the Gentlemen whether we are capable, under such a malicious Head, of performing the Company's services as well as his own, and whether we then have a single moment's time for our own livelihood to attend to our own affairs. We therefore request that the village of Witi-elle, which formerly resorted under the Head of the Gangaboda Pattu, may now also be transferred under him, whereupon we shall properly perform the Company's services. Affirming this, we Vidanes and Mayorals, Naides, Wahaddyas, and all inhabitants. Was signed with 16 Sinhalese characters. Below it stood: For the translation, Matara, 24 May 1790. Was signed: E. N. Weimeijer. In margin: For the translation, signed: D. C. D. S. Dissanaike, Sworn Interpreter. Translation.
Dutch transcription
pattoe ten behoewe van D' E Kompenie het volgende verigt. Ten dienst van de negen Elefants stallen hebben wij gelewverd praalen, Horgasplanken en eenige andere houtwerken nevens Touwen, zomeede een huis die„ „nende tot woonig voor de aan koomende Heeren in de Bay= gams opgehaald de noodige Adoekos en petuendoes gele= verd en booven dien geduurig aan D E: Kompanie de ordinaire Jaar= „lijksche Geregtigheed en als de Nadappoes, Foros, karie de kme of Ma= Jeraals Hoofd gelden en Arrek opgebragt en Wanneer dat der p Jaar= lijks bezaayd en het gewasch gemaaijd werd hebben wij de een Thiende geregtig „heid in gepalmd 1714 ingepalme en aan D' E: Kompagnie verantwoord, Terwijl zulke verpligting op ons legden wij ook de dagelijks voorvallen= „de Skompenies dien sten moeten verrigten werden wij boven Dien door de Mohandiram en vidaan der vier Baijgams onderdrukt doende de helfte van de voor vallende S Kompagnies diensten in dat gantsche distrikt, door ons verrigten ons opleggende in de Drie kanueel thuijnen welke in de Baijgams geleegen zijn te werken en ook op dezelve te passen Ten behoeve van den Mo= „handiram de Baijgamslaat hij hij door ons de volgende diensten gants onredelijk verrichten Develden welke voor hem we= gens hiwel ande of voor het ar= beids aandeel bewerkt worden brengen in twee Jaaren tijds de voordeelen op van 24 am: en 41 Kornies. Ten tweeden het twee Jaarig ge wasch van een Zaaijveld ge= naamt Oede Noembre toe be= hoord hebbende eenen Rant= Jagoedege Naijden bedragen dle een quantiteit van 8 anne 26. hoernies heeft hij tokorijns laaten maaijen en doosschen en zonder aan de eigenaar iets te geven na hem genoomen. Uit naam van den wel Ed Geb: heer Dessave heeft hij Loor Zaks boom in dat dorp laaten kapperen tot het bouwen van zijn Huis plereerd en van de overige zoorzake boomen de vrugter laaten pluk ken, door droogen en na zijn he laaten brengen voorts bevindend eene minderheid bij die gedroogde zoor zaks dan hij dagte te moeten weezen heeft hij vied aanse Maijora laaten 1715 laaten arresteeren en van hun de zelve ingevrderdt, zomede heeft de Mohandiram tot het aanbieden van tijfer boomen de noodige kodies of ranken der de Maijoraals laaten Koppen. Om voor den wel Ed Gel: heer Dessave tegens het Nieuwe Iaar te paresseeren heeft de Mohandiram zonder op de oude Costumados te requardeeren van der Majoraal Kwart amm: gestamp= te rijst en daar en booven tien pingas bestaande in hoenders, booter Eijere; P: santroosse Pampoenen Etx=s ge= noomen. wanneer de vodaans en Majoraals in vroegere daagen iets verbruyden ze wezendlijk straff verdiend hadden hebben de voormalige Hoofd en den Baijgarus hun daar over bij de wel Ed gel heer Dessave verklaagd en na onderzoek van zaaken wierden zij na verdiensten ge= straft maar niet hier en daar te= „gens gesmeeten en met de geslao= „te ruist in de rug gebeukt be= halven dien, heeft de mohan= diram, 3 Koppels koebeesten van de vredaan van dit dorp met geweld laeten opvatten en zich toegeeigend doende alle het hier vooren aangehalde, worden nag= „tans bij de minste ter danie vangels op het allerminst onze vrouwen en e en kinderen gearesteerd, en stren= gelijk gestraft. Wijl onze zaaken zeer veele zijn hebben wij slegts eenige wij= nigen hier bij aangetoond. Wij geeven de Heeren in Consi= d deratie of wij in staat zijn om onder zoo een kwaadaardig Hoofd sKomp. en zijn eige Diensten te verigten en of wij dan een ogenblik tijd heb= ben tot eige broodwinning op ons eige zaaken gode te slaan wij verzoeken dierhalven dat het Dorp Witli-elle het welk van reeds of onder Her Hoofd der Gangebad de pattoe heeft gezoateerd als nu ook onder hem mag getrokken oorden wanneer wij Skomp diensten naar behooren zullen verigten insteerende zulks wij vidaar en Maijoraals, Naijdes, wahad= „jas en alle ingezeetenen /was getekent/ met 16 singa= „leese Karakters /onderstont. /.voor de overzetting Mature der 24 Maij 1790 /:was getek:/ E:s N Weimeier /:in margine / voor de vertaaling /:getekent:/ D: C: D: S: Dissanaike Gesw Tolk. Translaat
English
1716 All these grievances require closer investigation, and because the complaints are so numerous against the sahabandaer, and moreover a request has been made to be released from him, it has been approved to remove him from that office, and to confer the provisional authority upon wiereman araatse, until a suitable man comes to petition for that post, and to give notice of all this by a mandate to the inhabitants of the Seigniory, with the necessary recommendation to conduct themselves quietly and peacefully, just as such a samas-ola has already been dispatched under date of the 8th of June. Firstly, what services the twelve balleputtele naijndes were obliged from earlier days to perform for the Honorable Company, such as constructing one lime kiln a year, and pressing five medieden of oil a month, as well as performing all the necessary services at the Rest House. Because of the unreasonable treatment of the sabandhaar, the following persons, declaring their inability to perform their obligatory services, have left their native village, namely kohoenoewattege naijnde, Tantrige nainde and Gannoeheurnainde, whereas on the other hand the sabandhaco has released the following from being employed in any of the Company's services, namely Pannemoelle nainde, Moettocadoede nainde, olie miegarawatter, as well as seized the accommodations of the said six persons as well as their acquired lands, which he now possesses. The six Naindes who are present, namely Maddoemage naijnde, bammoemoege nainde, kohoenoege nainde, penctiennege nainde, koembalgoddege nainde and paeuloege nainde, must annually drag the necessary coconut trees for up to three lime kilns. After the customary compliments. Initially, the six naindes known by the name of ballepattelle Naijndes give to know: Translation of a Sinhalese complaint ola submitted by the collective inhabitants of the Seigniory of Belligam against the sabandhaar, wherein they request the chief to be finally dismissed from him. Monthly, coconuts for pressing 20 medieden of oil each are provided to them three times. They must also decorate the beds in the Rest House with white linen and the Rest House with a kind of vines and flowers, provide the necessary ola thread, repair the bridge of Polwatte, labor in the cinnamon, areca, and pepper plantations, and perform various other services that they are never obliged to do. He makes them perform these, yea, even carry palanquins and other goods away to Gale and Colombo. Notwithstanding that they perform all this, they are still tied to trees and wretchedly punished, and after they are punished, the sabandhaar orders rattans to be given to them so that one should strike the other. Besides this, it has graciously pleased the Right Honorable Governor to order that the inhabitants be provided with maintenances of paddy rice and money, just as the sabandhaer also receives everything for that purpose. Yet the very least of it is not provided to the inhabitants. Wherefore we most humbly pray to be delivered from such an abominable, exceedingly strict, false, useless, and unworthy person through a good settlement that the Righteous Judges shall be pleased to make. Elletottege Don Daniel appoe and Don Franciskoe pannan ballenege appoe, being at Belligam to have the service of Ballepattele performed, give to know with great respect: That the sabandhaer had given to the first named Don Daniel appoe two Rds. to deliver oil, and since, instead of for two, demanded four Rds. worth of oil from him. That he has properly delivered the areca nuts that he must produce for the Honorable Company, but that the sabandhaer, under pretext that he was still in arrears, had him arrested and made him sign an ola in proof that he owes money to the sabandhaer, and upon that ola collected from him 60 medieden of oil, and on top of that he had a plow ox that was in his stable branded with his mark and taken for himself, along with another one Rds., under pretext that he is in arrears of obligatory oil. 1717 And from the second named, Don Franciskoe Paneinballene appoe, the sabandhalo, eight days after he was appointed as sabandhaer, took from his stable a milch cow with a calf for himself. Likewise, with much trouble and expense, he had a stone wall built around his garden with the intention of building a house in it, but the sabandhaar had said wall broken down by his lascoryns and had the stones carried away. To settle his arrears of areca, he purchased from the King's land at 10 and 12 pieces for one duit and squared his arrears, and obtained a receipt ola for it from the sabandhaar. Yet since having brought said proof to the sabandhaer and requested payment, he, under pretext that it was a false ola, gave no payment, but took one Rds. and three stivers from him, the complainant; for all of which your Honors' good justice is most humbly implored. The vidaan and two majorals of the village sahabandoe kokmadoe, sorting under the Seigniory of Belligam, named Don Simon Sammede wirkaeme vidaan aetssele, Roebesin jammeaetssele, and the grain-measurer Abeaan, give to know: to the said vidaan the sabandhaer gave five Rds. to deliver oil, and within the space of a week demanded ten Rixdollars back from him, just as he also since gave to the said end two Rds. and again within a week demanded four Rds. Furthermore, the sabandaer, under pretext that a large quantity of oil for the Company's gardens was in arrears and thus the vidaan also ought to give him money for two jugs of oil, demanded from him an amount of two and a half Rds. Thus in three times the said sabandhaer took from the vidaan 16 and a half Rds. In addition, the complainant
Dutch transcription
1716 Alle deze beswaernissen verEischen nader Eerstelijk welke diensten de twaalf balleputtele onderzoek, en weil de klagten zoo menig naijndes van vroegere daegen verpligt waeren „vuldig tegen den sahabandaer zijn, en voor DE: komp: te verrigten als 's Jaers een daar bij verzogt is om van hem ontslagen over kalk aantebinden, en 'smaands vijf me„ temoogen worden. zo is goedgevonden om hem uit dat ampt te demoveeren, en het, dieden olij te peasen, mitsgaders alle de Nodige provisioneele gezag op te dragen aan wiere, diensten aan het Rusthuijs te verrigten om de „man araatse, tot dat 'er eene geschikt onreedelijke behandelingen van den saband„ man om die bediening komt verzoek, haar hebben de volgende onder betuiging hunne doen en van dit een en ander bij een verpligte Diensten niet te kunnen verrigten Mandaat kennis te geeven dan de hunne woondorp verlaeten teweeten kohoe„ „noewattege naijnde, Tantrige nainde en ingeseetenen van de Heerlijkheid, met Gannoeheurnainde waer en teegen den de nodige rekommandatie om hun sabandhaco de volgende zonder tot eenige stil en vreedzaam te gedraegen gelijk 'sComp.s diensten te emploieren, vrijgelaeten heeft, dan ook reeds zodanigen samas-ola onder dato 8=sten Junij afgesonden is. als, Pannemoelle nainde, Moettocadoede nainde, olie miegarawatter midsgaders de akkomodessen van gem: ses perzoonen zo wel als hunne verkreege oftoe aangeslaagen welke hij tans possideerd. De ses Naindes die in weezen, zyn met noe„ „men Maddoemage naijnde, bammoemoe, „ge nainde, kohoenoege nainde, penctien„ „nege nainde, koembalgoddege naijnde en paeuloege naijnde moeten Jaerlijks tot Drie kalk over de nodige klappus boomen Na voorgaande Complimenten Aanvankelijk geeven de ses naimdes bekend met den naem van ballepattelle Naijndes te kennen. Translaat Singaleesche klagt ola door de gezaementlijke ingezeetenen van de Heerlijkheid van Belligam overge„ „legd tegen den sabandhaar waer bij zij aan het hoofd verzoeken om van hem finael ontslae„ „gen teworden. sleepen sleepen smaands worden aan hun Drie maelen kokus tot persen van 20: mebieden olij ider verstrekt ook moeten zij in het Rust„ huijs de kooijen met witte linnen en 't Rust„ huijs met een zoort van ranken en bloemen verzieren, de nodige oladraed bezorgen, de brug van Polwatte moeten ze aenmaeken, in de kanneel, arreek en peper plantagien aabeiden en meer andere diensten die ze nooit verpligt zijn te doen, Laet hij door hun verrigten Ja zelfs palenkein en andere goe„ deren naer Gale en kolombo weg draegen niet tegenstaende zij dit alles verrigten wor„ „den ze nog aan de boomen gebonden en Ellendig gestraft, en na dat ze gestraft. zijn, beveeld den sabandhaar aan hun Rot„ „tings te geeven dat de een dan anderen zoude slaen buijten dien heeft den wel Edelen groot achtb: heer gouverneur gunstig„ lijk behaegd te ordonneeren om aan de ingezeetenen mainctementos van nelij„ Rijst. en geld te verstrekken gelijk ook de sabandhaer ten dien eijnde alles ontfangt Dog het aller minste daer van word aan de ingezeeten niet verstrekt overzulks bidden wij voetvalligst ons van zoo een miee„ „delijk, ten hoogsten streng valsch onnut en onwaerdig perzoon te bevrijden door een goede schicking die de Rechtvacodige He„ „den aechters zullen gelieven temaaken. Elletottege Don Daniel appoe en Don Franciskoe pannan ballenege appoe zig te Belligam bevindende om de dienst van Ballepattele te laaten verrigten geeven met veel onzag te kennen. Dat de saband haer aan de eerstgenoemde Den Daniel appoe „8 1717 appoe twee Rd.s gegeven had om olie te leweden en zeedert in steede van voor twee voor vier rd:s olij van hem afgevorderd heeft Dat de arreeks nooten die hij aan DE: komp: moet opbrengen rigtig geleeverd heeft Doch dat de sabandhaer onder voorgaeve van dat hij nog ten agteren was hem heeft laeten arresteeren en een ola ten blijke dat hij aan den sabandhaer: geld schuldig is door hem laaten teekenen en op die ola van hem ingevorderd 60: medieden olij en daer en boven heeft hij een ploeg-os die in zijn stal was met zijn merk laeten branden en tot zich genoomen nevens nog Een ad:s onder voorgeeve dat hij aan ver„ „pligte olie ten agteren is. En van den Tweeden genoemden Don Fran„ „ciskoe Paneinballene appoe heeft den sabandhalo acht daegen na dat hij als sabandhaer was aangesteld, uijt zijn stal een melkkoe met ed kalf na zig genoomen zoo meede met veel moeite en kosten heeft hij een steene pagter Rontom zijn tuijn laeten maeken met intentie om daer inne Een huijs op te bouwen Dog de saband haer heeft door zijne lascoryns gemelde pagger laeten afbreeken en te steenen laeten weghaelen. . Ter voldoening van zijn agterstal aerreek heeft hij uijt 's koningsland tegen 10: en 12: stuks voor een duijt ingekogt en zijn ella achterstal verevend en daer. voor een quiantiteid quantiteid olo van den sabandhaer verkreegen, Doch zederd gemelde bewys bij den sabandhaer gebragt en om betaeling verzogt hebbende heeft hij onder voorgaeve dat het een valsche ola was geen betaeling gegeeven maar een Rd:s en Drie stver: van hem klager genoomen om al het welk uwer wel Edelens goed Recht op het oot„ „moedigst geimploieerd word. De viedaan, en twee Maijoraals van het onder de Heerlijkheid van Belligam zorteerende dorp sahabandoe kok„ „madoe met naemen Den Simon Sam„ mede wirkaeme vidaen aetssele, Roebe„ „sin jammeaetssele en de graenmeeter Abeaan geeven te kennen aan gem: viedaen heeft den sabandhaer om olij te leveren vijf Rd:s afgegeeven en bin„ „nen Een week tijd Tien Rijxd:s van hem weder afgevorderd, gelijk hij ook zedert tot gem: Eende twee rd:s gegeeven heeft en weder binnen een week vier Rd:s afgevorderd, Noch heeft den saban„ „daer onder voorgave dat een groot quantiteid olie voor 'sComp. s thuij„ „nen ten agteren was en dus de vi„ „daen ook hem voor twee kannen olij geld diend te geven Een bedragen van twee en een half Rd. s van hem heeft ingevorderd Dus in drie rijsen den hem sabandhaer van den vid aen 162: ad: afgenoomene daaren boven heeft den klaeger
English
1718 complainant, on the recommendation of the sabandhaar alongside a commissioner appointed by the sabandhaar himself, had to survey all the Mallapalla fields situated in this village and account for the nely received therefrom to the sabandhaar. However, the sabandhaar took 2¾ amanam nely from him, the vidaan, as a fine; likewise, the sabandhaar took a pair of cows and an ox from him, the vidaan, and the two majoraals. That the majoraals previously provided butter, boaai borie, and Sinhalese ears for the service of the resthouse and also received payment for it, but at present they do not receive a single doit for it. Besides that, the sabandhaar annually demands two to three rixdollars from the said majoraals under the pretext that it is for a shortage of oil; thus he burdens them with untold debts. Furthermore, having promised a majoraal that he would be excused from the journey to Baddegirie, he took for himself the ox that had been in his stable; yet since then, he has sent him and his son to Baddegirie. Besides this, from his Mallapalla garden planted with areca in the said village, he demanded for 20 trees 1500 nuts and in the said year even one peele over and above that. For five Mallapalla gardens and six similar fields, the majoraals annually deliver one amanam and 5400 pieces of nuts, which the sabandhaar having duly collected, he orders us to occupy those abandoned Mallapala gardens and the Mallapal fields. However, he enjoys from them the yields of the said fields in the quantity of 5 to 6 amanam nely per year and as much again under the name of a fine. Wherefore they pray that all the foregoing may be favorably investigated and that justice be done to them. Don Franciskoe Sammerewickaeme hittie raatje makes the following known: before the Belligam tithes were farmed out, the sabandhaar handed him a roll to go and collect the one-tenth due from the village of Penetienne, and to that end also assigned him lascorins. Accordingly, in the company of the said lascorins, he proceeded to the said village, collected the one-tenth due, delivered the nely to the majoraals of that village, took a receipt from them, and delivered it to the sabandhaar. Thereupon, the sabandhaar, scolding me, asked for what reason I had not collected according to the size of the fields. To that I answered that I had carried out the collection according to the memorandum and had received no other order from him. Nevertheless, he condemned me to a fine of six rixdollars and handed me over to the lascorins to enforce the collection; and since I could not endure the insults that the lascorins inflicted on me without respecting my person, I paid the same and was released from arrest. Since then, I and some co-heirs requested the sabandhaar to have our parents' possessions divided. Thereupon the sabandhaar sent out the necessary commissioners for the survey. Yet without having that division carried out, he collected five rixdollars from me; in addition to that, he gave two rixdollars to a son of my brother to procure oil, and in return demanded and took four rixdollars' worth of oil from him. Having favorably investigated all these matters, I request that what the sabandhaar has power-abusively extorted and is mentioned above may be recovered. Malwattege appoe, inhabitant of the lordship of Belligam, makes the following known: I sowed a Mallapalla garden with ammu, and while the same had ripened, was harvested, and stood piled up, the sabandhaar sent people, had it threshed, and took everything for himself to the quantity of 3 amanam, 1 peele, and 2 kurunis. Because I said to take a one-tenth part as ottu from my paraveni sowing field measuring two peeles, the sabandhaar took according to the size of the field and the one-tenth to the quantity of 64 kurunis, then had him thrown face down on the ground and severely beaten with clenched fists by two persons. The crop of my parents' paraveni sowing field measuring 2 peeles he had harvested by force and took for himself. Also, the sabandhaar borrowed one rixdollar from me under the promise of giving me nely for it, but having asked for the same several times, he still refuses to satisfy me. To deliver oil, the sabandhaar gave me one rixdollar and in return collected 3 rixdollars of oil with a fine. Out of a paraveni garden that must deliver one amanam of areca, the sabandhaar has successively taken 37 areca trees and
Dutch transcription
1718 klaeger op de aanbeveeling van den saban„ „dhaar nevens een Gecommitteerden die de sabandhaar zelfbenoemd heeft alle de Mallapallavelden die in dit dorp ge„ leegen zijn moeten opneemen en de daar van ingekoomene nelij aan den saban„ dhaer verantwoorden egter heeft den ser„ bandhaar tot een boete van hem vidaen genoomen 2¾: amm: nely zomeede heeft de sabandhaer van hem vidaen en de twee Majoraals afgenoomen een koppel koeijen en een os Dat de Maijo„ „vaets ten dienste van het Rusthuijs bevoorens bezorgen boter, boaai borie en singaleese ooren en daer voor ook betaeling, ontvangen maer teegens„ „woordig krejgen zo daer voor geen enkelde duit buiten dat vorderd den sabandhaer Jaerlyks twee â Drie Rd:s van gem: Majoraels onder voorwen„ „ding dat het is voor te kort gekoo„ „men olij dus belast hij hun met onnoemelijk schulden, Noch heeft hij een Maporael beloovende dat hij van de deize nae Baddegieriese zoude ge„ „exkuzeerd worden de in zijn stal ge„ „weest zijnde os na zich genoomen Doch zedert heeft hij hem en zijn zoon na Baddegirie gezonden behalven dien heeft hij uijt zijn in gem: Dorp met arreek aangeplant te vindene Mallepalla thuijnen thuijn voor 20: bomen 1500: nooten en en gem: Jaer zelfs boven dien Een peele „ten ingevorderd voor vijf Mallapalle tuijnen en ses gelijke velden bren„ „gen de Maijoraals Jaerlijks op een ammonam en 5400: stux nooten welke de sabandhaer rigtig ingevorderd heb„ „bende beveeld hij ons die verlaate Mallapala luijnen en de mallapal velden te bezitten, Echter geniet hij van hun de voordeelen van gem: velden ter quantiteid van 5: â: 6: amm:s nely sJaea en Nog eens zo veel onder de naam van een boete overzulks bidden zij om alle de voorenstaande gunstiglijk tewillen onderzoeken en aan hun goed „regt te doen wedervaeren. Don Franciskoe Sammerewickaeme hittie raatje geeft het volgende te kennen de Sabandhaar heeft hem voor dat de Belligamse doopen verpagt waeren een Rol ter hand gesteld om de een theende gedeg„ „tigheid van het Dorp Penetienne tegaan en vorderen en ten dien einde ook lascoryjns toegevoegd gelyk hij zich in gezelschap van gem: lascorijns naer ged:t dorp begeven en de Een thiende geregtigheid ingevorderd en de Nelij aan de Maijoraals van dat dorf geintrageerd hebbende van hun een be„ „wijs genoomen en aan den sabandhaer heeft „ 1719 heeft bezorgd daer op heeft de saban„ „dhaer mij uijtscheldende gevraagd om wat reden ik na de groote van de velden niet had ingevorderd daar op heb ik geantwoord dat ik de invordering volgens de Notitie gedaen en van hem geen ander order gekreegen had, des niet te min heeft hij mij in een boete van ses Rd:s gekondemneerd en aan lascorijns overgegeven om de invordering te doen en vermits ik de affronten die de lascodijns zonder mijn perzoon te ontzien, mij aandeeden, niet konde verdraegen heb ik het zelve voldaan en ben uijt arrest vrij ge„ „koomen. zederd, heb ik en Eenige meede erven den sabandhaer verzogt om onze ouders bezittingen te laaten verdeelen daar op heeft den sabandhaar de nodige gekommitteerdens tot dier opneeming op uijt gezonden Doch zonder die ver„ „deeling te doen geschieden heeft hij van mij vijf Rd:s ingevorderd daar en booven heeft hij aan een zoon van mijn broeder twee Rd:s. gegeven om oly te bezorgen en daer voor van hem vier Rd:s aan olij ingevorderd en genoomen alle deeze zaakelijkheeden gunstiglijk onderzogt hebbende ver„ „zoek ik om 't geen den sabandhaea maegt„ „matiglijk afgeperst heeft en heer boven vermeld staet weder ingevorderd te mogen krijgen. Malwattege appoe Malwattege=appoe inwooner van de Heerlijkheid van Belligam geeft het volgende te kennen jk heb Een malla„ „palla tieijn met Ammoe bezaeijd en terwyl Dezelve rijp geworden, in „geoegst en opgehoopt stond heeft de sabandhaer volk gezonden dezelve laeten trappen en ter quantiteid van 3: amm: 1: peele en 2: kornees alles tot zich genoomen wijl ik zyde om van mijn parvenie zaeijveld groot twee pec„ „les Een thiende gedeelte voor ottoe te„ neemen, heeft de sabandhaer na de groote van 't veld genoomen en de een theende ter quantitijd van 64: koanies vervolgens hem met het gezigt om „laag op de grond laeten smijten en door twee perzoonen deerlijk met ge„ „sloote viersten laeten beuken. Het gewasch van mijn ouders paavenie zaeijveld groot 2: pales heeft hyj met geweld laeten inoegsten en tot zig ge„ nomen, ook heeft den sabandhaer Een Rd:s van mij geleend onder belofte mij daar voor nelij te zullen geeven Dog verscheide maelen dezelve afgevraegd hebbende wil hij mij tot nog niet voldoen, om olij te leveren heeft den sabandhaer Een rd:s aan mij ge„ „geeven en daer voor 3: ad:s olij met een boete ingevorderd, uijt een paavenij Ruijn die een amm: arreek moet leveren, heeft den sabandhaer suscessief 37: arreeks boomen en
English
1720 and had 3 soursop trees cut down and carried away. Furthermore, because I am an old and sick man and cannot repair the road to Baddegirie, the sabandaar has taken four rixdollars from me. And since the sabandaar has inflicted such injustices upon me, a poor and needy man, I pray for a righteous investigation. Adappagoddege Daniel, inhabitant of Boraele, gives notice of the following: from the gardens and lands of my parents, which I possess while performing the Naendes service, namely the garden Pitteboekewatte and the sowing field lying next to it, measuring three-quarters of an amunam, alongside another sowing field named Noegegaha addere, also measuring three-quarters of an amunam, the sabandaar entered them as Mallapalla on the tax-farming roll. During the recent leasing held on account of the Mousson Maka, someone leased them, and when the lessee arrived there to take possession, I complained about it to the Right Honorable Lord Grand Dessave of Matara. His Honor ordered the sabandaar to take the necessary information from the Mayorals as well as others regarding how a Naendes holding had become Mallapalla, and to submit a report thereof to His Honor. But the sabandaar has now kept the matter dragging on for fully three months without conducting any investigation into it or submitting a report. The sabandaar had three of my young female buffaloes tied up and appropriated them. However, when I refused to surrender them, the sabandaar tied both my hands and suspended me, as well as hanging stones from both my legs. I endured this punishment the first and second time, but unable to bear the third time, he released me upon my promise that I would give him the said three young female buffaloes. Subsequently, I myself had the three animals tied and brought to the sabandaar, which he then had branded with his own mark and took for himself. In addition to this, he distributed coconuts four times in a month to me and seven other Naendes of the same description, for each to press 20 medies of oil, making them pound the Company's paddy, perform services at the lime kiln, as well as build rest houses, and work in the cinnamon, areca, and pepper gardens, employing them not only to carry palanquins and other goods to Galle and Colombo, but also in many other services that they are in no way obligated to perform. Concerning this, as well as the further injustices, and also because the sabandaar has entered my paraveni holdings as Mallapalla, I pray that this be investigated according to equity and that proper justice be done to me. The collective inhabitants of the village of Pittiedoewe give notice that in this village there are no more than 2 Naendes and their eight children. Since the present sabandaar obtained the office, he has leased all the Company's gardens annually for his own profit, retaining the large nuts of those coconuts for himself, while the smallest inferior nuts are distributed to the people. Even if there were five male persons in a house, they must press them by themselves and deliver 40 medies of oil each within 15 days. In order to measure out those 40 medies, they must have at least 60 medies of oil, and even then they cannot suffice. Likewise, formerly 11 coornies of paddy were given to them to pound, in order to deliver 20 medies of rice for it, which at that time they were not even able to do. However, since the present sabandaar obtained the office, he gives them a sack of paddy of 11 coornies, for which they must provide twenty-five medies of rice. Whenever they fall short by even a single quart medie, they are brought to the rest house, tied to the timber of the triumphal arch, and beaten on the back until bleeding, and subsequently placed under arrest until they have supplied the deficit. Said sabandaar takes 9000 and some nuts for one amunam of areca, and when they fail to deliver according to that, they must pay 3 rixdollars to the sabandaar for one amunam of areca. For planting the cinnamon garden at Koembalgamme, he obtained maintenance allowances from the Right Honorable and Venerable Lord Governor, but without giving the least bit to the workers, he kept the same for himself, making them plant the said chenas and meting out rattan beatings as their reward. For constructing the warehouse at Bellegam, the necessary maintenance allowances were provided by the Honorable Company, but the sabandaar, taking these for himself, had ten persons from this village fetch the necessary beams, wall plates, posts, and laths, without giving them anything. Whenever the sabandaar summons someone from this village and he is not present, the sabandaar has the wives of such people brought away and has them tied to posts and punished. But whenever there are any young women among them, the sabandaar has them arrested, and after having fulfilled his foul lusts with them, he lets them go. To satisfy the aforementioned arrears of oil, rice, and areca, all their gardens, lands, and cattle are presently
Dutch transcription
1720 en 3: Zuurzaks boomen laeten afkappen en weg brengen. voorts ook om dat ik een oud en ziek man ben en de deeze na Baddegirie niet goedmaeken kan, heeft en den sabandhaer vier rd:s van mij af„ „genoomen, En dewijl aan mij aame en be„ „hoeftigen, den saband haar zodanige on„ „deedelijkheeden heeft toegebragt Bid ik om een regtmaetig onderzoek. Adappagoddege Daniel Jnwooner van Bo„ raele geeft het volgende tekennen uijt mijn ouders tuijnen en Landerijen die ik onder 't verrigter van Naendes dienst possideerd teweeten de thuijn Pitteboekewatte en het daar naest leggende zaeivelt groot -¾: amm: nevens nog een Zaeijveld Noegegaha addere meede ¾: amm: Iaegens heeft den sabandhaar als Malla„ „palla bij de verpagting rol opgegeeven en de zelve bij de Jongst voor reekening van de Mousson Maka gehoudene verpagting door iemand gemeind en de pagter daar gekoomen zijnde dezelve gaede te slaan heb ik mij bij den wel Edelen geb: Heer Matureesche groot Dessave daar over beswaerd en zijn wel Edele heeft de salandhaea aan bevoolen om van de Maijoraels zowel als andere de nodige informatie teneemen hoedanig Een naijmdes bezitting Mallapallie was geworden en daer van Een Rapport aan zijn wel Edele geb: te dienen doch den sabandaer houd de zaek nu diaim Drie maenden lang draelende zonder daar na eenig onderzoek te doen of van rapport tedienen den sabandaer heeft heeft Drie Jonge lrusse -linnen van mij laeten vast binden en zich toe geeegend Doch ik dezelve niet willende afgeeven zoo heeft den sabandhieer mij mijne beide hand vast gebonden en opgehangen mitsgaders aan mijne beide beenen steenen gehan „gen, hebbende ik die straffe de Eerste en tweede keer uijtgehouden Doch de desde keer niet kunnende verdraegen heeft hij mij op mijne belofte gem: Drie Jonge buffelinnen te zullen geeven losgelaaten en vervolgens heb ik zelve de Drie beesten laeten binden en by den sabandhaer brengen Dewelke hij vervolgens met zijn eigen merk heeft laeten branden en tot zich genoo„ „noemen daar en boven heeft hij mij en nog seven naijndes van de eijgenste benaaming aan elk 20. medieden olij te persen in een maend vier keeren kokues nooten uijtgedeeld laetende s Comp: nelij door hun stampen, de diensten bij de kalk oven verrigten mitsga„ „ders Ruskhuijsen bouwen, en in de kanneel, arreek en peper tuijnen werken emploieerende hun ook niet alleen tot dragen van palenkein en andere goederen na Gale en Kolombo maar ook in meer andere diensten die ze gants niet verpligt zijn te verrigten Dit zowel als de verdere on„ „reedelijkheeden en ook over dat de sabandhaer mijne parvenie bezittingen als Mallapalla heeft opgegeeven Bid 1721 Bid ik na de Billikheid te anderzoeken en mij goed regt te doen wedervaeren. De gezamentlijke inwooners van het doop Pittiedoewe geeven te kennen dat in dit doop niet meer dan 2: naindes en kunne agt kinderen zijn, Diet zeedert den poe„ „senten sabandhaer de dienst heeft ver„ „kreegen alle de sComp:s tuijnen tot zijn voordeel Jaerliks verhuurd en van dier kokies de grote noten door hem behouden Doch de onnueste kleene nooten aan het volk teijt gedeeld worden moetende zij dezelve alwaeren 'er in een huijs vijff mans perzoonen met hun alleen perzen en in 15: daagen 40: medieden olij ider leveren en om die 40: medieden toe temee„ „ten moeten zy ten minsten 60: medieden olij hebben en kunnen egter daarmeede niet toekomen zo zoomeede dat wel eer 11: koeanies nelij aan hun gegeeven wor„ „den om te stampen om daar voor 20: medie„ „den Rijst te leveren die ze toenmaels zelfs niet in staet waeren te doen egter zedert den presenten sabandhaer de dienst verkreegen heeft geeft hij aan hun een zak nelij van 11: kornies waer voor zij vijf- en- twintig medieden rijst moeten be„ „zorgen en wanneer zij een quaat medied mogten tekort koomen wordenze na het Rusthuijs gebragt en daar aan het hout van de praelboog vast gebonden en tot bloedens toe op de rug geklopt mitsgaders vervol„ „gens in arrest gezet tot dat zij het min geleverde gesuppeleerd hebben. Dat ge„ „melde sabandhaea voor een quaat amm:s arreek 9000: en Eenige nooten neemt ent en wanneer zij in gebreeke blyven na dat te leeveren moetensze 3. Rd=s voor een kwaat ammonam arreek aan den sabandhaer betaelen. Dat hij ter beplanting van de kanneel tuijn te koembalgamme, van de wel Edele groot achtb: heer gouverneur mainktementos heeft verkreegen Doch de zelve zonder 't minste aan de arbeiders te geeven tot zig behoudende door hun gem: Cheeijn laet aanplanten en tot hun belooning rotting slaegen toedee„ „leede Dat tot het maeken van het Pakhuijs te Bellegam van DE: Komp: de noodige mainctementos zijn ver„ strekt geworden Doch dat den saban„ „dhaer Dezelve na zich neemende door tien perzoonen van dit dorp de noodige balken muurplaeten, paalen en Latten. heeft laeten afhaelen zonder aan hun iets te geeven wanneer den sabandhaer iemand van dit doop laet oproepen: en hij 'er niet present is laet den sabandhaer de vrouwen van zulke lieden afbrengen en laat ze aan„ paelen binden en afstraffen Doch wan„ „neer daar onder eenige Jonges vrouw„ lieden mogten zijn laet den saban„ „dhaer hun arresteeren en vervolgens met haer zijn vuile lusten volbragt hebbende laet hij ze gaan Dat ter voldoening van de voorwaerds aangehaelde olij Rijst en arreeks agterstal alle hunner thuijnen landerijen en koebeesten en thans,
English
1722 now, being mortgaged to this one and that one, they are completely and utterly ruined, which Pittiedoewe gamme attjele can testify; therefore they pray, after a fair inquiry into the matter, to deliver them from such an unjust headman and, doing them justice, please to appoint another headman over them. The collective olias of the village Peelene, and on behalf of all of them, olie poeranser, olij Kaiansa, olie dimingoea, olie pilippoea and olie siekkoea make known the following: that for hundreds of years there has always been a Riando, who resided in the village itself and had knowledge of their poverty and misery, appointed as headman, but never anyone from another caste. Yet now we are placed under a fisherman of Polwatte as vidaan aetsele, who, together with his brother the Pattebenda of Poliatte, do us much injustice. Previously we performed 18 kinds of low services for the Honorable Company; since the said person obtained the vidaan's office, he presses everything he finds in a house into the Company's service, even if it were five persons strong. They must tap the vidaan's leased gardens and bind all the toddy trees, procure the necessary ropes and pots for that purpose, collect the toddy, bring together the necessary firewood, distill arrack, and perform many other services commanded of us. For the feasts of the fishermen from Mirisse to Tangale, and from Belligam to Gale, we are constantly employed in carrying goods and pingos, as well as carrying the palanquins of the fisherwomen. If the least of the aforementioned services should be neglected, we are beaten until we bleed; all these services must be performed by the men as well as the children, having rest neither day nor night. For covering the houses of the vidaan and of the pattebenda we must procure olas, and if the least is lacking therein, our women are beaten with dried coconut flowers for so long that they soil themselves. And since we could no longer endure these treatments by the vidaan and his brother, twelve persons among us left the village and went elsewhere. Two persons, to whom a Company garden had been entrusted, were driven away by the vidaan, and thereby the young coconut trees were completely 1723 destroyed by the animals, which, if an inspection is conducted by a commission, will clearly be shown. It was always customary for the sabandhaar to have six coolies under the name of baddetoeras from the village Midigamme to carry his palanquin. But since the aforementioned vidaan was appointed as headman over us, those six persons have been freed therefrom, and we must be at the service not only of the sabandaar, but also of all his friends and kinsmen who reside in the villages Moedoegamme and Kodagodde, the latter falling under the Gale Korle, to carry their palanquins. Yea, we even had to carry the schoolmaster of Kodagodde in the palanquin. For all these services, both for the Company and what we must perform for our headmen, we enjoy not the least benefit from the Honorable Company. And since we cannot in any way endure the injustices inflicted upon us by the vidaan aetsele placed over us, as well as by his brother the Poliatte pattebenda, we pray in God's name to deliver us from these headmen. Was signed with five characters. The two mayorals of the village Pernetiënne, by name Widdene Gammeraele, Witaroenkorne Diengie Appoe, and the the grain-measurer of the said village, hereby make known the following: although the Right Honorable Lord Governor has issued orders to furnish maintenance for the plantations of the cinnamon gardens, we have nevertheless, during the period of three years that we have worked therein, enjoyed no more than four medides of nelij. The sabrendhaar demanded butter from us at six stuivers the medide, as well as two rixdollars from the first-named Wiedaene Gammeraele. The sabandaar, without performing any Company service, came needlessly to this village with a retinue of 30 heads, and lingered there for eight days, and demanded from us for a meal two pijkendoens and five adoeckoes during those eight days; and in addition he had five heaps of nelij crops threshed from me, Wiedaene Gammeraele, and had the nelij taken away. And because I, at the request of the sabandhaer, did not procure him a pair of cattle, he had my house plundered, and took from me, the second-named Wietardenkorene Diengie Appoe, two rixdollars and a buffalo calf, just as he also took from me, the third-named grain-measurer, eighteen schellings for each bag of areca, 19 bags of nelij each of 15 kornies, besides
Dutch transcription
1722 thans, bij deesen en geenen verpand zijnde zij gants en gaer geruineerd zijn, het geen Pittiedoewe gamme alt„ „jele kan getuigen overzulks bidden zij na een bellijk onderzoek van zaaken hun van zo een onregt„ vaerdige hoofd te bevrijden en hun goed recht weedervaerende Een ander hoofd over hun gelieve aantestellen. De Tezaamentlijke olias van het dorf Peelene en uijt hun alles naeme gee„ „ven olie poeranser, olij Kaiansa, olie di„ „mingoea, olie pilippoea en olie siekkoea het volgende te kennen zederd nie honder„ „den Jaeren af is altoos een Riando die in heen dorp zelve woonagtig was en kennis had van hun armoed en elende over hooft aangesteld geweest maar noit imand van een ander kaste Doch tans zijn wij onder een visscher van Polwatte als vidaan detsele gesteld de welken nevens zijn broeder der Pattebenda van Poliatte ons veel naegt doen. voor deezen hebben wij voor DE: komp: 18: zoorten van laege diensten verrigt ze„ „dert dat gem: perzoon vie daans dienst heeft verkreegen, prest hij alles wat hij in een huijs vind al was het vijf perzoonen sterk in 's Comp:s dienst zij moeten de huur thuijnen van den viedaen tijver en alle tijvesboomen aenbinden daed daar toe de nodige ranken en potten. bezorgen Iurie verzaemelen het nodige brandhout bij den anderen brengen araak stooken en meer andere ons aan„ „bevoolen wordende diensten verrigten, tot de feesten van de visscheas van Mixisse tot tangale en van belligam tot Gale worden wij geduurig tot dra„ „gen van Goederen en pingos zo wel als tot het dragen van Palenkwins van de visserse vrouwen ge-emploiceerd wanneer het minste van de voorschreeven diensten mogte verzuimd worden, worden wij tot bloedens toe geklopt, alle deeze diensten moeten de mannen zoo wel als de kinderen verrigten nog dag nog nagt ruest hebbende. Tot het decken van de Huijsen van den vidaan en van den pattebenda moeten wij olas bezorgen en wanneer daar aan het minste mankeerd wor„ „den onze vrouwen met gedroogde ko„ „ker bloemen zo lang geklopt dat ze zig /:S: R:/ bepassen en vermits deeze behandelingen van den vidaen en zijn broeder niet langer konden onder„ „gaan hebben twaalff perzoonen van ons het dorp verlieaten en zichel„ „ders heenen begeeven twee perzoo„ „nen aan de welke een komp: tuijn is geintrageerd, heeft de vidaan weg gejaegd en daar door zijn de Jonge kokues boomen ten Eenemaal door de 1723 de beesten verdestrueerd geworden zul„ „lende wanneer door een kommissie dezelve opgenoomen word, zulx klaerlijk koomen te blijken althoos was gebruijkelijk dat de saband haer ses koelys onder de naem van baddetoeras uijt het doop Midi„ „gamme had om zijn palenkien te dra„ „gen. Dog zederd daet voorm: vidaen over ons als hoofd is aangesteld zijn die ses perzoonen daar van bevrijd en wij moe„ „ten niet alleen den sabandaea maar ook alle de vrienden en magen van hem Dewelke in de dorper Moedoegamme en kodagodde 't laetste sooteedende onder de gale Coal woonachtig zijn, ten dienste staen om hun palenkiens te dragen Ja zelfs hebben wij den school„ „meester van kodagodde in de palen„ „kein moesten draegen voor alle deeze zo wel sComp:s diensten als het geen wij voor onze hoofden moeten verrigten genieten wij niet het gedingst van DE: komp: en Dewijl wij de door de over ons gestelde vidden aetsele zowel als van zijn broeder Poliatte pattebenda aangedaan wordende maegt„ „vaerdigheeden geenzints konnen uijt„ houden verzoeken wij in gods naem ons van die hoofden tewellen bevrijden was getekend met vijf kaaakters. De twee maijoraels van 't dorp pernetienne met naemen widdene gammeraele, witaroenkorne Diengie appoe en den . den graenmeeter van gemelde Dorp geeven mits deezen het volgende teken„ „nen hoewel den weledelen groot achtb. heer gouverneur ordre gesteld heeft om voor de plantagien der karmeel tuijnen mainctementos te verstrecken hebben wij egter geduurende den tyd van Drie Jaeren dat wij er in arbeiden niet meer gewooten dan vier mediedennelij de sabrendhaer heeft van ons boter af„ „gevorderd teegens ses stuijvers de me„ „deed zo meede van den eerstgenoemd wiedaene gammeraele twee rd:s de sabandaes is zonder eenig sComp:s dienst teverregten noodeloos met een gevolg van 30: koppen in dit dorp gekoo„ „men en heeft zig agt daagen bang aldaar vertoefd en van ons voor een maeltijd twee pijkendoens en vijf adoec„ koes geduurende die agt dagen afge„ „vorderd en daar en boven van mij wiedaene gammeraele vijf hoopennelij gewasch laeten wappen en de nelij laeten weg neemen En Dewijl ik op verzoek van den sabandhaer hem een koppel koebeesten niet heb bezorgt heeft hij mijn huijs laeten plunderen en van mij tweede genoemd wietardenkorene diengie appoe afgenoomen twee Rd:s en Een bufffels kalf gelijk ook van mij Derde genoemden graenmeter agtthien schellingen voor ieder zak arreek 19: zacken nelij ider van 15: kornies nevens
English
1724 besides another 5 Rd:s, furthermore the shabandar kept for himself, without paying us, 1½ Rd:s on account of areca money, and took from Nainde of this village one rixdollar. Egoddewattege Adriaen, inhabitant of Pittedoewe, and Paetegammege Matthees, inhabitant of Battewolle, make known the following: The shabandar has unreasonably taken 6 Rd:s from me, Adriaan, saying that I am in arrears with oil, also 48 medids of oil, and later took another 1 Rd: for arrears of oil. While I, Adriaan, had made the necessary preparations and even prepared food to marry off my daughter with the consent of the friends of both sides, the shabandar, in order to frustrate its execution, had me, Adriaan, brought in and placed under arrest, and subsequently having me brought before the shabandar, ordered me not to marry off my daughter, and upon my declared unwillingness to obey in that regard, had me pitifully punished and imprisoned again, whereby everything that I had brought together for my daughter's marriage was lost, and I fell into debt, finding myself unable to satisfy the same. Notwithstanding this, the shabandar ordered me to pay him 12 Rd:s or else 300 jugs of oil on account of arrears, and since I declared that I was unable to to pay the same, the shabandar had my garden and sowing field sequestered, so that I currently have no means and must seek my livelihood here and there. The said shabandar assigned me a sowing field for cultivation, which I worked and prepared for sowing, indeed even put the necessary paddy into the water for its sowing, and the grain had sprouted into seed; when I wanted to sow the field, he took it away from me. The shabandar took 10 Rd:s from me, Matthees, and would not allow me to have a sowing field of the size of 15 kurunies, which my grandfather bought for 30 Rd:s now well over 100 years ago and which I currently possess, registered in the thombo, having had me seized, punished, and placed under arrest, enjoying gifts from the previous heirs to the end that this field be registered in their name, while the deed of purchase that was granted in the name of my grandfather was burned. The areca that comes from a garden of a gentleman in Matara that lies next to my garden, which must be delivered, the shabandar demanded from me, Matthees; whereupon I, having lodged a complaint with the Right Honorable Noble Lord Chief Dissave of Matara, the said Right Honorable Noble Lord Dissave 1725 ordered the shabandar that he ought to collect the areca from the owner of the garden, but not from me, who am a poor man. Thereupon the shabandar had me brought in, arrested, punished, and demanded and took 6 Rd:s from me, and since then again 2 Rd:s, and later took 4 Rd:s for oil at 8 stivers the medid. Concerning these injustices done to us poor people, who are slaves of the Honorable Company, we pray that we may be maintained by equitable justice. The aratchi of the manor makes known the acts of arbitrary power that the shabandar of Weligama, Wijeyoneratne Mohandiram Appuhami, has done to him, as follows: 1. The aforementioned shabandar sent me a message through a certain Nambige Appu and asked for my daughter, who is still unmarried, to be the shabandar's concubine. I thereupon let him know that I cannot by any means give my daughter, whom I have begotten in wedlock, to whoredom. The shabandar, bearing a grudge against me for this, in the presence of many people reviled and insulted me and my wife, comparing us to the lowest castes, and moreover showed me much disrespect in my present office as aratchi, and since then, every two or three or three days, without the least right or reason, had me arrested in the murandu of Weligama and subjected me to all kinds of torments. 2. The possessions of me, aratchi, which I have possessed from old and indeed from the times of my ancestors while performing the necessary Company services and paying the dues thereof, the shabandar had people from the Palecorle come forward, and after having taken money from them, instigated them to complain that they too are heirs to those possessions, and subsequently assigned the same to them. 3. In order to buy coconuts to deliver to the shabandar, he gave me 17½ Rd:s, but later had an ola written to provide oil for that money at 2 stivers the medid and had me sign it by force, which oil is now demanded from me, while the shabandar has coconuts bought from others at market price. And because, in order to furnish that quantity of oil under these circumstances, I need well over thirty Rd:s, as the medid of oil is currently sold for 4 stivers, I find myself in no way
Dutch transcription
1724 nevens nog vijff Rd:s voorts heeft den sabandaer ander zig zonder ons uyt tekeeren 1½: Rd:s wegens arreeks. geld en van nainde van dit dorp afgenoomen Een Ryxd:s Egoddewattege Adriaen Jnwooner van pittedoewe en paetegammege Matthees inwoonea van Battewolle geeven het vol„ „gende tekennen den sabandhaer heeft van mij Adriaan onreedelijk 6: Rd:s afgenoomen zeggend dat ik olie ten agteren is, nog 48: medieden olij en nader nog voor olij agtersteel Een ad: genoomen. Terwijl ik Adriaan de nodige aanstalte en zelfs kost klaer gemaakt had mijn dochter met bewil„ „liging der weder scheidsche vrienden uijt te huwelijken heeft den sabandhaer om dies uijtvoedig te doen sluetten mij Addri„ „aan laeten op brengen en in aarest gezet en vervolgens bij den sabandhaea latende brengen geordonneerd om mijne dogter niet afthuwelijken en op mijne betuigde onwillig„ „heid kan daer omtrend te gehoorzaemen mij deerlijk laeten straffen en weder vast gezet waer door alle het geen ik tot mijn dogters huwelijk bij den anderen gebragt heb is verlooren geraakt en in schulden vervallen mij niet in staat vindende dezelve te voldoen onaengezien dit heeft den sabandhaar mij geordonneerd om 12: Rd:s dan wel, 300: kannen olij wegens agterstal aan hem op te brengen en ver„ „mits ik betuigd heb dezelve niet te te konnen betaelen heeft den seebandhaer mijn thueijn en zaaijveld laeten sequis„ „treeren zoo dat ik tans geen middel heb„ „bende hier en daar mijn bestaen moet gaan zoeken gemelde sabandhair heeft mij Een zaeijveld ter bezaeijing ge intra„ „geerd, het welk ik beaabeid en ter be„ „zaaijing in gereedheid gebragt Ja zelfs tot dies bezaijing de nodige nelij in het water gelegd heb en het koorn tot zaed vermold was, wanneer ik het veld veld wilde bezaeijen heeft hij het en van mij afgenoomen. Den sabandies heeft van mij Meelthees. 10: Rd:s genoomen en mij niet willen toelaeten om een Zaeijveld ter. groote van 15. Corn:s dat mijn grootvader voor 30: ald:s nu ruijm 100: Jaeren geleeden gekogt heeft en ik tans in bezet heb, bij de tombo telae„ „ten registreeren hebbende mij laeten opvatten gestraft en in arrest gezet geneetende van de voorige Erfgenaamen presenten ten Einde dat veld op hum naem bij de koop ola die op de naam van mijn grootvaeer verleend: was; ver„ „brand de arreek die uijt een tuijn van een heer op mature die naast mijn tuijn legt moet opgebrand worden heeft den sabandhaer van mij Mat„ „thees afgevorderd waer op ik mij bij den wel Edele geb: heer Matureesche groot Des Caver beswaerd hebbende heeft wel gem: wel Edele geb: heer Dessaven den 1725 den Sabandhaer ge-ordonneerd, dat hij van de Eigenaer van de tuin de arreek diend intevorderen maer niet van mij die een arm=man is daar op heeft den sabandaer mij laeten opbrengen gear„ resteerd gestraft en 6: Rd:s van mij inge„ „vorderd en tot zig genoomen en zederd weeder 2: Rd:s, en naeder 4: Rd:s voor olij te„ „gens 8: stvxer:s de medied afgenoomen over deeze aan ons aame lieden; die slaeven van DE: komp: zijn aangedaane: ondee„ „delijkheeden bidden wij ons door een billijke regt te maincteneeren. Den araetje van de Heerlijkheid heeft te kennen de maegtvaadigheeden die den sabandhaer van Belligam wiede„ „joeneratne mohandiram appoekamie aan hem gedaen gelijk volgd: 1: De sabandhaar Evengem: heeft mij door Eene Nambige appoe een boodschap ge„ „zonden en mijn dogter die nog onge„ „trouwd is laeten vraegen tot des sa„ „bandaeas konkubine. Jk heb hem daar op laeten weeten dat ik mijne dogter die ik in den egtgeteeld heb geen„ zels tot hoeverij kan besteeden, den. sabandaer mij daar over beneijdende heeft in presentie van veel menschen mij en mijne vrouw uijtgescholden en geaffronteerd ons vergelijkende bij de alderlaagste kastasen daar en booven mij veele minagtinge in mijn presente arraetsjes dienst toegebragt mitsgaders zedert dien om de twee â: Drie â: Drie dagen eens mij zonder de minste regt off Reeden in de morrumandoe van Belligara laeten arresteeren en in alder„ „hande toaten aangedaen. 2:/ De bezittingen van mij arraetse die ik van lange en wel van mijne voor ouders ouders tijden af onder 't verrig„ „ten van de nodige sComp:s diensten en het opbrengen van dies geregtigheid be„ „zeeten hebbe, heeft de sabandhaar volk uijt de Palecorl laaten op koomen in na van hun geld genoomen te hebben hun geinstigeerd te klaegen dat, ze ook erfgenaemen van die bezittingen zijn zij en vervolgens dezelve aan hun toegevoegd. 3. / om kokues nooten inte koopen aan den sabandhaer te leeveren heeft hij mij 17L: rd:s gegeven Doch zedert voor dat geld olij tegens 2: H:s de medied te bezorgen een ola laeten schrijven en met geweld door mij laeten teeke„ „nen welk olij thans van mij is inge„ „vordead Doch kokus nooten laet den sabandaer na maakst prijst van an„ „deren inkoopen: En dewijl ik om die quantiteid olij te tewezen in deeze geleegendheid ruim Dertig Rd:s nodig hebbe als wordende tans de medied olij 4: stuijvers verkogt vinde mij geenzints
English
1726 by no means capable of doing. 4: The sabandhaer ordered me to go to the pepper garden and have it planted and have all necessary work carried out, and while I was performing that work for three to four days, he had me summoned, assigned other duties to me, and dispatched me. Afterwards he claimed that the pepper garden had been destroyed through my doing, having me arrested in the mouamandoe at Belligam, and subsequently he also falsely accused me before the Right Honorable Disava and had me detained in the koditoeak mandoe for some time. 5 I and others, among whom were several entirely destitute people, bound ourselves as guarantors for the sabandhaar to the Honorable Company for an amount of three thousand Rds: for the period of three years, in order to account for any shortfall in lime, oil, and areca nut that the sabandhaer is obliged to deliver to the Honorable Company. And whereas about six years have now elapsed and I will also have to be held liable for those destitute guarantors, I therefore request to be released from that suretyship. 6. The sabandaar came to me on the Sinhalese New Year's Day and said that he had come to me at an auspicious hour and for the first time in this New Year to see gold and silver. Thereupon I placed five silver rupees and one gold pagoda on a betel leaf before him, which the sabandhaer took under the pledge that he would return them, but up to the present he has not given them back to me, although I have asked him for them several times. 7: The sabandaar had me summoned by lascorins to come play bolman with him. But when I excused myself under the declaration of having no money and also being ignorant of card games, he advanced me money for that purpose and was thus pressed in that manner, while he himself won back the advanced money, and by having his lascorins dun me for it, I had to pay him three to four Rds: each time in such a devious manner. 8: From the maintenance received for the benefit of the laborers in the cinnamon garden being laid out on account of the Right Honorable and Venerable Lord Governor, 1727 the sabandhaer provides each lascorin with 2: medieden of nelij, making those people work for 20: to: 30: days by day and arresting them by night, while he keeps the remaining nelij and money, on account of which tyrannical deeds several have left their houses and villages and departed. 9: To the lascorins he gives tokens of 2: Rds: 2: to 3: times a year to deliver oil, but instead of demanding two Rds: worth of oil from them, he takes 2: to 4: Rds: in money, for which reason several have also left their home villages. 10: The lascorins who are sent on errands or dispatched, whenever they make the slightest mistake, are beaten on their backs worse than by the lords and masters, for which reason several have also left their village. 11: The construction of the school of Belligam was assigned to me and my kangaan, and when we had prepared the required beams, wall plates, posts, and laths, the sabandhaer had them taken away for the use of the houses being built by him at Moedoegammoewe and Belligam, whereby that work has been entirely abandoned. To discover whether this allegation is true or untrue, the houses of the sabandhaer can be inspected by a commission. The coolie oelieackare oepasekege wattoedoere sawene, residing at Midigamme, gives to know the following: The Honorable Company's garden, which had long been entrusted to my care, was rented out by the sabandhaar to others for money, and after that rental period the sabandhaer had a monsoon of coconuts harvested and has since claimed 394: cans of oil from him under the pretext that the garden had been neglected through my negligence. But when I stated in response that, as the trees had not yielded sufficient fruit for more than three years due to the severe drought that has prevailed in the country, and thus declaring the impossibility of delivering the aforementioned quantity of oil, the sabandaar had me tied to a tree and punished until I lost my senses, and subsequently forced me to sign an ola voucher. Thereupon he let me go, and while I was delivering that oil in the meantime, I was further ordered to pay money for three months of oil arrears, and upon my absolute refusal, the sabandaer had my children seized and arrested.
Dutch transcription
1726 geenzints instaat tedoen. 4: De sabandhaer heeft mij belast om na de peper tuijn tegaan en de„ „zelve te laeten beplanten en al het nodige te laeten verrigten en terwijl ik Drie a: vier dagen dat werk ver„ „rigtende heeft hij mij laeten roepen en andere diensten opgelegt en afge„ „vaerdigd, naederhand gaf hij voor wat door mijn toedoen de peper tuijn is verdestruceerd geworden laetende mij in de mouamandoe te Belligam arrestee„ „ren en heeft mij vervolgens ook bij den wel Edele Geb: heer Dessave valschelijk be„ „schuldigden mij een tijd lang in de koditoeak mandoe laeten vast zetten 5 Ik en meer andere waer ander verscheide gants onvermogende lieden, hebben ons voor den sabandhaar als borgen bij de E: komp:e verbonden voor een be„ „dragen van Drie Duijsend Rd:s voor den tijd van Drie Jaeren om bij te kort ko¬ „ming van kalk, olij en arreek die den sabandhreer verpligt is aan DE: komp: op te brengen Dezelve te verant„ „woorden en dewijl nu wel ses Jaaren verloopen zijn en ik voor die onvermo„ „gende borgen ook zal moeten aanspree„ „kelijk zijn zo verzoek ik om van die borgschap temoogen bevrijd weesen„ 6. De sabandaar kwam op de singaleese nieuwe Jaers Dog bij mij en zeyde dat hy ter goeder uur en voor de Eerste mael in dit Nieuwe Jaer bij mij aangekoomen was om goud en zelver te zien daar op heb ik vyf zilvere ropijen en Een goude pagood op een betelblad voor hem gesteld„ welke den sabandhaer onder betuijging van weder tezullen bezorgen genoomen dog tot als nog mij niet terug gegeeven heeft hoewel ik hem verscheide maelen daer„ „om gevraagd had. 7: Den sabandaer heeft mij door lasCorijns laeten roepen om met hem bolman te„ „koomen speelen Doch ik onder betuij„ „ging van geen geld te hebben en ook in 't kaert spel onkundig teweesen mij exkuseerende zo verschoot hij mij daar toe geld en wierd dus op die wijze geprest terwijl hij het verscho„ „ten geld zelfs af won en mij daar omme door zijne lascorijns aanmaenen laetende moeste ik hem telkens Drie a: vier Rd:s op zo intrikale wijze de„ „taelen 8: van de ontfangene mainktements ten behoeve van de werkslieden in de aangelegd wordende kanneel tuijn voorreek: van den wel Edelen groot Achtbaeren Heere Gouverneur verstrekt 1727 verstrekt de sabandhaer aan ider las„ „corijn 2: medieden nelij laetende die menschen 20: â: 30: daegen lang bij dag arbeiden en bij nagt arresteeren ter„ „wijl hij de overige nelij en geld behouden om welke moegtvaerdige gedoentens verscheide hun huijs en dorp verlaetende weggegaan zijn. 9: Aan de lascorijns geeft hij om olij te„ leeveren 2: a: 3: maelen in het Jaer teekent 2: Rd:s afgegeeven dog insteede van voor twee Rd:s olij van hun intevorderen neemt hij voor 2: z: 4: Rd:s aan geld om die reeden ook hebben verscheiden hunne woondorpen verlaeten. 10: De lascorijns die hij tot boodschappen of uijtgeschikt worden wanneer zij het gedingste mogte verbruijen Erger dan door 's heeren Gebieders op haer rug gestreeft om die reeden ook hebben verscheide hun dorp verlaeten. 11: Den opbouw van het school van Bet„ ligam is mij en mijn kangaan op„ gedraegen geworden en wanneer wij de daar toe benoodigde balken, muur„ „plaeten, praelen en latten in gereed„ „heid gebragt hebben laet de saband„ „haer dezelve weghaelen ten dienste van de door hem te Moedoegammoewe en Belligam op gebouwd wordende huij„ „zen waer door dat werk ten eenemaal verlaeten is, ter ontdekking of dit voor„ geeven waer of onwaer is kunnen door een kommissie de huijzen van den sabandhaer opgenoomen tos d opgenoomen worden. Den te Midigamme woonagtigen Koelie oelieackare oepasekege wattoedoere sawene geeft het volgende te kennen DsComp:s tuijn die van lange tijden ter oppassing mij overgegeeven was geweest heeft den saband haar aen an„ „dere voor geld verhuurd en na die huurtijd heeft den sabandhaer een mosson kokus laeten afplucken en zederd onder voorgae„ ve dat door mijne negligentie de tuijn was verwaerloost geworden van hem 394: kannen olij gepretendeerd Dog ik daar op zeggende dat Terwijl nu ruim Drie Jaeren lang door de groote droogte die in 't land heeft geregeerd de boomen geene genoegzaeme vrugten hadden gegeeven en dus onmogelijkheid betuij„ „gende gem: quantiteid olij opte brengen, zoo heeft den sabandaar mij aan een boom laeten vastbinden en straffen tot dat ik buijten zinnen geraekt was en vervolgens door mij een bewijs ola met geweld laeten onderteijkenen hier op heeft hij mij vrij laeten gaen en terwijl ik die olij ondertusschen op„ „bragte wierd mij nader opgelegd om nog voor Drie maandige olij agter„ „stal geld op te brengen en op mijn vol„ „strekte wijgering heeft de sabandaer mijne kinderen laetende opvatten geaaresteerd