Inventory 3883
Ceylon · 1,486 pages · 291 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
1655 price, and regarding further grievances a favorable and reasonable arrangement shall be made. 28. All further complaints that could not be answered in this document for lack of time, or that must be substantiated by hearing both sides, will be further investigated by European commissioners and settled with all fairness, of which you may rest assured. 29. During our presence in this Dessavony, we have learned from many people, both through messages and through conversation with certain persons from the assembled crowd, that many if not all of the assembled lower chiefs and others are fearful that even if their complaints were settled, some harm might come to them; and this fear has even gone so far that people were unwilling to entrust coolies to us to Mature, although we gave the best assurance that they had nothing to fear and would be escorted back out of Mature by the Lascorins of the first signatory. And because we have come here to restore peace and have assured the collective crowd that was gathered of our benevolence, provided they also heed our good advice and order, we have taken the aforementioned concern and uneasiness very much to heart; and thus, just as we foresee seeking nothing other than the common welfare of you all through restoring peace, we have resolved to give you the very best proof of this, consisting herein: consisting in that we take it upon ourselves to promise a pardon to you collectively, as we do hereby, with the promise and assurance that no one shall be prosecuted in any manner whatsoever on account of this gathering, nor need be fearful of anything or anyone; but that you all may quietly remain in your houses, and as customary come to Mature to conduct your affairs and also depart freely, without anyone being called to account for the assembly, neither by us, nor by the Lord Dessave, nor by anyone else; and to give you immediate proof of this our promise, we have, directly at this moment, after the reading of this Mandate-ola, released the people of Makawitte, who according to the gathered papers are punishable, as well as other persons arrested on account of the assembly. 30. Lastly, it serves for your information that we have ordered the respective chiefs to depart for their Korles and Pattus to support you with good advice and to perform the Company's service properly, with the further recommendation that they too may not cause any trouble to anyone on account of the revolts; and as through this favor it is not necessary that we go into the country again, since you can come to us quietly without the slightest fear, we shall eagerly look forward to seeing those of you who still have something to say, or who merely wish to come to greet us. But we must 1656 must also, in conclusion, earnestly warn you that if anyone among you, after the receipt of this mandate, contrary to all expectation, should fail to heed what is stated therein with such cordial goodwill, we shall then exclude such persons from the aforementioned pardon, and they shall thus be regarded and treated as subjects rebelling against their sovereign lord, who deserve the heaviest punishment and shall thus everywhere be pursued; in which unfortunate case we leave all the consequences that shall arise therefrom to their own account and responsibility, while withdrawing our cordial goodwill from them. Mature, the 28th of May 1790. Was signed: D. T. Fretz and A. Samlant. Below stood: Agrees. Signed: P. A. De Moor, Committee Scribe. Thus recorded at the fortress of Mature, on the date in the presence as mentioned in the heading hereof. Was signed: D. T. Fretz, A. Samland, and C. van Angelbeek. Note. Examined. L. v. d. Linde. 1657 Note kept during the session of The Commissioners on behalf of the Venerable Government of Ceylon, The Honorable Mr. Diederich Thomas Fretz, Senior Merchant and Dessave of the Colombo Countryside, and The Honorable Mr. Abraham Samlant, Merchant and Trade Bookkeeper at Colombo, As well as The Honorable Mr. Christiaan van Angelbeek, Senior Merchant, Second of Galle, and Dessave of Mature, on Friday, the 28th of May, in the year 1790, at half past eight o'clock in the evening. The draft, translated into Sinhalese, of the mandate-ola drafted on behalf of the Honorable Commissioners in accordance with the preceding notes kept under dates of the 24th, 25th, 26th, and 27th of this month and approved this morning, for promulgation to the assembled peoples of this Dessavony, being submitted on this occasion by Their Honors, it was resolved to present the same at this meeting to the native chiefs present, namely: 1. The Mudaliyar of the Atapattu and First Interpreter at the Gate, Ilangakoon. 2. The Mudaliyar, Hunt and Sowing Master of the Giruwepattu, Tennekoon. 3. The ditto of the Weligam Korle, Gooneratne. 4. The ditto of Gangaboda Pattu, de Saram. 5. The ditto of the Morawak Korle, Ameresekere Ekanayake. 6. The ditto and Gajanayake, Tilakaratne. 7. The Mohandiram of the Timber Dragging Service, Bandaranayake. 8. The Mohandiram of the Adigar's Mandu, Wickremaratne Dissanayake, and 9. The Mohandiram of Uda Hewaheta, Wijewickrema Gunasekera, who
Dutch transcription
1655 prijs, en verdere beswaarnis een gunstige en redelijke schikking zal gemaakt worden. 28/ Alle verdere klagten die in deeze niet beand„ woord hebben kunnen worden, wegens gebrek aan tyd, of die door het hooren en wederhoo„ „ren in staat van weisen moeten gebragt wor„ „den, zullen nader door Europeese gecommit „teerdens onderzogt en na alle billijkheid afge„ daan worden waar van gylieden uw kunt verzeekert houden. 29/ geduurende ons aanweesen in deese Desca„ voiie hebben wij van veele menschen, zoo door boodschappen, als door gesprek met sommi„ „ge perzoonen van de te zaamen gerotte meenigte verstaen, dat veel zo niet alle van de te zae„ mengerotte minderhoofden, en andere bedugt zyn dat schoon hunne klagten afgedaan wier„ den, hun eenig leed mogte geschieden; en deeze vreese is zelfs zo verre gegaan dat men ons geene koelijs tot Mature heeft willen aanvertrouwen; schoon wij ook de beste ver„ zeekering hebben gegeeven dat zy voor niets te vreesen hadden, en door de Lascorijns van den eersten tekenaar wederom uit Mature zouden begeleid worden. en wyl wy hier ge„ koomen zijn om de rust te herstellen, en de gezaementlyke meenigte die te sakman was, verzekerd hebben van onze welmenent„ heid, mits zy ook na onzen goeden raad en ordre kwamen te luijsteren, zo hebben wij de voormelde bekommering en ongerust„ „heid zeer ter herte genoomen en alzo, gelyk voorzigt wij niets aan ulieder gezamentlijk wel zijn zoeken door de rust te herstellen zo zijn wy te rade geworden om ulieder daar van 't allerbeste beweiste geeven, hier in bestaende bestaande dat wij het op ons neemen om ulie „der gezaementheid Pardon toete zeggen, gelyk wij doen doen bij deezen met belofte en verzeek „ring dat niemand weegens deze te zaamen rotting op eeniger hande weize zal vervolgen worden, of voor iets of iemand behoeven bevra te zijn; maar dat gijlieden alle gerust in uw huijsen kunt blijven, en als na gewoonte op Mature komen uwe zaaken verrigten en mede kunt heenen gaan, zonder dat iemand voor te zaamen rotting te reede gesteld zal worden, no door ons, nog door den Heer Dessave, of iemaand anders en om ulieden van deese onze toezegging een daadelijken blyk te geeven, zo hebben wi vo op dit ogenblik, na het leesen van deese Man daat-ola, de volkeren van Makawitte, die volgens de ingewonne papieren strapschuldig zijn, en andere gearresteerdens over de tezaa menrotting op vrije voeten gesteld. 30:/ Laastelijk diend tot uw lieder narigt dat mij respektive hoofden gelast hebben omn hunne korls en Battaes te vertrekken om uw met goeden raad te ondersteunen, en sComp dienst na behooren te verrigten, onder verdere aan beveeling dat zij meede nieman eenige moeijen is mogen aandoen over de re voltes en alzoo n door deeze gunst niet nodig is dat wy weder in het land ga wyl gijlieden zonder de minste vrees ge rust bij ons kurt koomen, zo zullen wij de geene die van ulieden nog iets te zeggen hebben, of die ook maar enk komen willen om ons te groeten, met verlangen te gemoed zien. Dog wij moeten 1656 moeten ulieden ook nog ten besluijt ernstig waarschouwen, dat wanneer iemand van ulieden, na den ontwangst van deeze man„ daat buijten alle verwagting aan het daar inne zo hartelijk welmeenend vermelde geene gehoor mogte geeven, dat wij dan de zulke van het voormelde Pardon uijtsluijten, en zij dus zullen aangemerkt en gehouden worden als tegens hunne lands heer rebelleerende onderdaanen, die de swaarste straffe verdienen en dus over al zullen vervoegt worden in welke onge„ lukkig geval wi alle de gevolgen die daar uyt zullen ontstaan voor hunne reekening en verantwoording laaten by onze hartelijke welmeenendheid van hun verwijderen. Mature den 28: Maij 1790: /:was geteekend./ D: T: Fretz en A: Camlant /:onderstond:/ Akkordeert /geteekend:/ P A: De Moor, Kom. criba. Aldus aangeteekend ter fortresse Ma„ ter ture, Dato in presentie als in den Hoofde dezes vermeld. /wat geteekend:/ D: F: Fretsz A: Samland en C: van Angelbeek Aanteekening Nagezien Lvd Linde 1657 Aantekening gehouden bij sessie van De kommissarissen van weegen de Gevenereerde Ceilonsche Regeering D' E: E: Heer, Diederich Thomas Fretz:, opperkoopman en Dessave der kolombosche ommelanden en Abraham Samlaut koopman en Negootie boekhouder D' E: Heer te kolombo. Mitsg=s D' E: E: Heer M:r Christiaan van Angelbeek, opperkoopman, Gaals secunde en Dessave van Mature op Vrijdag den 28. Maij A:o 1790. 's avonds ten half Negen uure. Het in het singalees overgezette koncept der van weegen E: E: Heeren kommissarissen volgens de voor„ „gaande onder datis 24. 25. 26. en 27. deeser maand gehoudene aantekenings ingerigte en heeden morgen geaprobeerde mandaat ola ter uijtvaardiging aan de te zaamen gerottene volkeren deezer dessavonie door hun E: E: bij deese gelegentheid overgelegd zijnde, werd goedgevonden om het zelve in deese bij eenkomst de present zijnde Jnlandsche hoof„ „den, voortehouden, teweeten: 1. De Modliaan der Attepattoe en eerste ttolk aan de portha Slangakoon. 2. De Modliaar Jaagen Zaaijmeester der Givrewais Tinnekoon 3. De d=o der Belligamkorle Goeneratne „ Gangebaddepattoe de Sarain 4. De do „ Morruakorle Ammerkoon Ekenaijke 5. De do 6. De do en Gajenaik Tillekeratie 7. De Mohandiram der houtsleperij Bandernaike 8. De Mohandiaam der Adigatie mandoe Wickkeme= „ratue Dissenaijke en J. De Mohandiren van Aoedawe Mejew ickreme Goenesegere. die
English
who being called into the council chamber, were announced that the contents of that mandate would be read to them, and that they had the freedom to express their objections thereto candidly and without the least reservation; whereupon the said translation having been read out to the gate of the Honorable and Grandly Esteemed Lord Governor by the Mohottiar Don Daniel Petera, they jointly declared that they had nothing to say against it, because the mandate ola was drawn up in such a manner that even many parents could not admonish their children for the better in any clearer language, and that they, the chiefs, therefore anticipated the desired success from it. Thus, pursuant to this declaration by the native chiefs, it was approved to dispatch the said mandate ola under today's date through safframadoe appoes to all the korles, pattuwas, and vidanes, and to have it proclaimed there in the places where the mutineers find themselves. Thus recorded at the fortress of Mature on the date and in the presence as mentioned at the head of this document. It was signed: D: F: Thetk, Abraham Samlant, and C: van Angelbeek. Note Examined Lrdeende 1658 Note kept at the session of The Commissioners on behalf of the Venerable Ceylon Government The Honorable Lord Diederich Thomas Fretz, senior merchant and dissava of the Colombo countryside, and The Honorable Lord Abraham Samlant, merchant and trade bookkeeper at Colombo, together with The Honorable Lord Master Christiaan van Angelbeek, senior merchant, Second of Galle, and Dissava of Mature. Regarding the period concerning the transport of the cinnamon peeled in the King's land, mentioned in the preceding notes held under the dates of the 24th, 25th, 26th, and 27th of this month, as well as in the 17th article of the issued mandate ola of the 28th of this month, it was approved to examine the chiefs further, as it had been understood that vellalas had actually been employed previously for the transport of the cinnamon, regarding which they severally provided the following in reply. The Mudaliyar of the Gangaboda Pattuwa says that in the time of the Lord Dissava Burnat, vellalas were employed for carrying cinnamon because much cinnamon had been peeled then; that the vellalas having complained about this to the present Lord Dissava, His Honor had ordered the chiefs to form and provide a roll of the lower castes, but that this has hitherto not on 1790. Sunday the 30th of May taken place. taken place. The Mudaliyar of the Weligam Korle says that he does not know how it was customary previously, but that since his five-year appointment to his present post, he has ordered the mayorals to provide emergency helpers of the mayorals, idlers, and naindes for the collection of cinnamon. The Honorable Lords Commissioners thereupon asked him, the Mudaliyar, why yesterday evening when the 17th article of the mandate ola was read, he had not stated that vellalas had been employed for the collection of the cinnamon. The Mudaliyar gave in reply that such had not occurred to his mind. The Mudaliyar Tennekoon says that previously it had not been customary for the vellalas to be employed for the collection of cinnamon, but two years ago now it happened once that the emergency helpers of the mayorals were employed for that service, because orders came to collect all the cinnamon that had been peeled at once, and because the lower castes had departed shortly before the receipt of that order and were insufficient. The Mudaliyar of the Morawak Korle says that never in his time were vellalas employed for that service, but indeed the lower castes. The Mohandiram of the Four Gravets says that since his appointment, the emergency helpers of the mayorals and idlers have been employed for the collection of cinnamon; the aforementioned question also having been put to this Mohandiram, he said that yesterday evening at the review of the mandate ola he not 1659 had not been present, and to the further question why he had not said so this morning, he replied that this had not been presented to him; whereupon it was observed that although vellalas have occasionally been employed for carrying the cinnamon, it is nevertheless better that they remain exempt from it, since there are enough people of lower castes who can do that. Of all of which it was decided to keep this record. Thus recorded at the fortress of Mature on the date and in the presence as mentioned at the head of this document. It was signed: D: T: Fretz, A: Samlant, and C: van Angelbeek. Note Examined DV Lande 1660 Note kept at the session of The Commissioners on behalf of the Venerable Ceylon Government The Honorable Lord Diederich Thomas Fretz, senior merchant and dissava of the Colombo countryside, and The Honorable Lord Abraham Samlant, merchant and trade bookkeeper at Colombo, together with The Honorable Lord Master Christiaan van Angelbeek, senior merchant, Second of Galle, and Dissava of Mature, on Monday the 31st of May 1790. On account of the illness of the Gajanayake Mudaliyar Tillakeratne, to whom the provisional authority of the Kandeboda Pattuwa had been entrusted, it was approved to appoint the Mohandiram of the woodcutters, Bandaranayake, to provisionally perform that service, and for that purpose to issue the necessary sannasas to the inhabitants of that province. Thus recorded at the fortress of Mature on the date and in the presence as mentioned at the head of this document. It was signed: P: T: Foetz, A: Sainlant, and C: van Angelbeek. Note E Examined DV KLinde
Dutch transcription
die binnen de vergader kamer geroepen zijnde, aange„ „kondigd wierd, dat de Jnhoud dier Mandaet hun zoude voorgeleesen worden, en zij vrijheid hadden hunne bedenkingen daar over rondborstig en zonder de minste agterhoudendheid te kennen tegeeven; Jnvoegen gem: translatie door den Mohotiaar aen des wel Edelen Groot Achtb: Heere Gouverneur porta Don Daniel Petera voorgeleesen zijnd zij gezamentlijk betuigden van daer op niets te konnen zeggen, wijl de mandaat ola zodanig ingerigt was dat zelfs menige ouders in geen verstaanbaarder Taal hunne kinderen ten goede zouden kunnen vermaanen, en dat zij hoofden dierhalven er de gewenschte successen van te gemoet zagen. zijnde dus ingevolge van deese verklaring door de Jnlandsche Hoofden, goed gevonden ged:e Mandaat ola, onder heedigen datum, door sapfremadoe appoes naar alle de korls, Pattoes en vidannen aftevaardigen en deselve aldaar in ter plaatse daar zig de Muij„ „telingen bevinden telaeten afkondigen. Aldus aangetekend ter fortresse Mature Dato en ter Presentie als in den hoofde deesses vermeld. (:was getekend:) D: F: Thetk, Abraham Samlant en C: van Angelbeek. Aanteekening Nagezien Lrdeende 1658 Aantekening gehouden bij sessie van De kommissarissen van weegen de gevenereerde Ceilonse Regeering D' E: E: Heer Diederich Thomas Fretz:, opperkoopman en dessave der kolombosche ommelanden en D' E: Heer Abraham Samlant, koopman en Negotie Boekhouder te Kolombo Mitsgaders D: E: E: Heer M:r Christiaan van Angelbeek, opperkoopman, gaals sekunde en Desjave van Mature Over de Periode omtrend het afdragen van de in 's ko- nings land geschied wordende kanneel vermeld bij de voorgaande onder datis 24. 25. 26. en 27. deeser gehoudene aantekenings zo wel als bij het 17. Artikel van de uijtgevaardigde mandaat ola van den 28. deeser wierd goedgevonden de hoofden nader te onderhouden weil men verstaan had dat er werkelijk wellales tot het afdragen van de kanneel bevoorens gebruijkt waaren waar omtrend zij afzonderlijk het volgende tot antwoord dienden. De Modliaar van de Gangebadde pattoe zegt dat ten teide van den Heer Desjave Burnat wellales tot het dragen van kanneel g'emploijeerd zijn, wijl toen veel kanneel geschied was geworden. dat de wellales daar over bij den presenten heer Detjave geklaagd hebbende zijn Ed: de hoofden geordonneert had om een rol van de laege kaftas te for- „meeren en bezorgen, dog dat zulx tot als nog niet op 1790. Sondag den 30:e Maij geschied geschied is. De Modliaar van de Belligam Corle zegt dat z niet weet hoedaenig bevoorens gebruijkelijk ge„ weest is, maar dat hij zedert zijne vijff Jaare aanstelling in zijn presenten dienst, de Majo„ „raals geordonneert heeft om tot den afhaal„ kanneel nood hulpers van de Majoraals, leeglopers in naindes te bezorgen De E: E: Heeren Kommissarissen hebben hier op hem modliaar gevraagd waarom hij 'er gister avond toen 't 17. Art:l van de Mandaat ola ge „leesen wierd. niet gezegd had dat wellales te den afhaal van de kanneel gebruijkt zijn geworden. De Modliaar gaf tot Antwoord dat hem zulks niet in gedagten gekoomen i De Modliaar Tinnekoon zegt dat bevooren niet gebruijkelijk was geweest, dat de wel „les tot den afhaal van kanneel gebruijkt zijn, dog voor nu twee Jaaren is een gebeurd dat de nood hulpers van de Majoraals te dien dienst gebruijkt zijn weil order gekoom is om alle de kanneel die geschild was te gelijk aftehaelen en om dat de lage ka „tas, riets voor den ontvangst van die order vertrokken en niet toerijkende waaren. De Modliaar van de Morruakorle regt de nooijt in zijn heid wellales tot dien dien gebruijkt zijn maar wel de laege geslag De Mohandiaam van de vier Gravettien zegt dat zedert zijn aanstelling de nood hulp van de Majoraals en leeglopers tot den afhaal van kanneel gebruijkt zijn: voor vraag aan deesen Mohandiram ook gedaa zijnde, zijde hij dat hij gister avond het resumeeren van de Mandaat olo niet 1659 niet present geweest was en op de nadre vraag waarom hij heeden morgen zulx niet gesegd had! antwoorde hij dat hem zulx niet voorgehouden is geworden waar op aangemerkt is, dat, en ofschoon ook somwijlen wellales tot het dragen van de kanneel g'emploieerd zijn, het dog beter is dat die daar van g'Ex= „cusseert blijven, aangesien er volkeren ge- „noeg van mindere kastos zijn, die dat doen kunnen. van welk een en ander verstaan is tehouden deese aantekening. Aldus aangetekend ter fortresse Mature Dato en ter Presentie als in den hoofde deeses vermeed. (:was getekend:) D: T: Fretz:, A: Samlant en C: van Angelbeek. Aanteekening Nagezien DV Lande 1660 lanteekening gehouden bij sessie van De kommissarissen van weegen de gevenereerde Ceilonsse Regeering D' E: E: Heer Diederich Thomas Fretz:, opperkoopman en dessave der Kolombosche ommelanden en D' E: Heer Abraham Samlant koopman en Negotie Boek houder te kolombo D' E: E: Heer M:r Christiaan van Angelbeek, opperkoopman, gaals sekunde en Dessave van Mature op Mitsgaders Maandag den 31:e Maij 1790. Wegens ziekte van den gajenaik Modliaar Tilleke„ „ratue, aan dewelke het provisioneel gezag van de kandebadde pattoe opgedraagen is geworden, is goedgevonden de Mohandiaam der houtkapperij Bandernaike tot het prointeren waarneemen van dien dienst te benoemen en daar toe de noodige samuas aan de ingezeetenen dier provincie uijt „tevaardigen. Aldus aangetekend Tea Fortresse Ma= „ture dato en ter presentie als in den hoofde deezes vermeld. /:was getekend:) P: T: Foetz:, A: Sainlant en C: van Angelbeek Aanteekening E Nagezien DV KLinde
English
1661 Record kept at the session of The Commissioners on behalf of the Venerable Ceylon Government The Honorable Dietrich Thomas Fretz, Senior Merchant and Dessave of the Colombo Lands, and The Honorable Abraham Samlant, Merchant and Trade Bookkeeper at Colombo, together with Mr. Christiaan van Angelbeek, Senior Merchant, Second of Galle, and Dessave of Mature. Friday, the 4th of June Anno 1790. The Honorable Initially, a letter from the Venerable Ceylon Government, written to the Honorable Commissioners dated the 2nd of this month, was presented by the Honorable Mr. Fretz, alongside the draft received therewith of a Mandate ola drawn up by the Most Noble, Honorable, Highly Esteemed Mr. Willem Jacob van De Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of this Island and its dependencies, for proclamation among the collectively assembled mutineers of this Dessavony. After reading and mature deliberation of which, it was approved to alter the 3rd article of the Mandate regarding the Cardamom, and instead of paying eight stuivers per pound for the cardamom delivered in the last two years, to determine that the 50 percent advance which was paid to the Company over the last two years on the remaining monies for which no cardamom could be delivered, be refunded again to the inhabitants of the Morrua Korle. And this for the reason that it is believed, on the one hand, that they will be well satisfied therewith and with the 8 stuivers that will henceforth be paid for the Cardamom, and on the other hand, there is reason to fear that, if they were granted 8 stuivers for the last two years, they might claim the same for several more years under the pretext that they had to pay as much and more for the cardamom for many years already. Furthermore, it was taken into consideration that the draft mandate could not be written upon one of the blank olas received, and therefore it was resolved to make the 3rd article, being the item on cardamom, known solely to the Morrua Korle by a separate sannas ola, and also to shorten the remaining items as much as possible, and, the mandate olas having subsequently been prepared, to have the same published here at Mature beforehand, and thereafter to deliver a mandate ola to the Chiefs of the korles and pattoos, with orders to those who are here to proceed immediately therewith to the posts entrusted to their care and to have the same proclaimed in their presence under strict warning not to let themselves be frightened off by the mutineers as happened yesterday when they returned with their task unaccomplished, whereas in such a case they would bring the heaviest accountability upon themselves. But whereas the mutineers, upon the Mandate ola issued by the Honorable Commissioners on the 28th ultimo, have sent back the Jaffermadoes who delivered it to them with the answer that they would provide the reply today, it was likewise approved to continue awaiting the required reply until this evening and even until tomorrow forenoon, and to take measures thereafter, and then, not seeing that reply appear, first to proclaim the aforesaid Mandate ola within this fortress according to the received orders and subsequently to deliver it immediately to the Native Chiefs; but in the meantime, by means of a preliminary Sannas, to give notice to the mutineers of this dispatch of the modliars and of the reason why this is done, informing them that their modliars were about to arrive among them with glad tidings and that they therefore need not be fearful at all of any evil intentions or otherwise, but that on the contrary, as obedient subjects of the Honorable Company, they should listen with calmness to the commands, the hearty, well-meaning admonitions and promises of the Venerable Government contained in the aforesaid Mandate ola, all this being done for their own well-being and to promote the peace that has so long been disturbed among them. Thus recorded at the Fortress of Mature on the date and in the presence of those mentioned in the heading hereof. Signed: D. T. Fretz, A. Samlant, and C. van Angelbeek. Record 9 Examined Dallende 1662 The Honorable The Commissioners on behalf of the Venerable Ceylon Government Diederich Thomas Fretz, Senior Merchant and Dessave The Honorable of the Colombo Lands, Abraham Samlant, Merchant and Trade Bookkeeper there, Together with The Honorable Mr. Christiaan van Angelbeek, Senior Merchant, Second of Galle, and Dessave of the Mature Lands. Saturday, the 5th of June 1790. At this meeting, the Mandate of the Most Noble, Highly Esteemed Mr. Governor to the collective inhabitants of the Dessavony of Mature, as well as the order ola of His Most Noble, Highly Esteemed Honor for the Morrua Korle, which were prepared according to the record of the 4th of June, were read and approved, which is thus resolved to be noted and the said Mandates to be transcribed below, as follows: To the collective Chiefs and Inhabitants of the Morrua Korle it is hereby made known: That no higher delivery of cardamom will be imposed upon the inhabitants of the Morrua Korle than they can provide without hardship, according to how the crop therein has succeeded well or poorly, and for which in future, instead of four stuivers, eight stuivers per pound will be paid, because cardamom must currently be purchased noticeably more expensively by the obligated parties than formerly, and because it has appeared to our Commissioners upon investigation that the former and present Modliars of the Morrua Korle, Dissanayake Tillekeratne and Wickremeratne Ameresekere, a part of the money that was advanced Record kept at the session of. on. -
Dutch transcription
1661 Aanteekening gehouden bij sessie van De kommissarissen van weegen Gevenereerde Ceilons Regeering DE: E: Heer Dietrich Thomas Frelz opperkoopman en Dessave der kolombo„ sche ommelanden en D'E: Heer - - Abraham Camlant koopman en Negotie boekhouder te Kolombo mitsgaders M:r Christiaan van Angelbeek opperkoopman, Gaals sekunde en Dessave van Matture Vrijdag den 4:e Junij A:o 1790. D: E: E: Heer Aanvankelijk word een brief van de gevenereerde Ceilonse Re„ geering, aan de E: E: Heeren kommissarissen geschreeven gedateerd 2' deezer, door den E: E: Heer Fresz: overgelegd nevens het be„ zeijden dien ontvangene koncept van een door den welEdelen Gesta: Groot Achtb: Heer willem Jacob van De Graaff, Raed ordi„ nair van Nederlands Jndia Gouverneur en Directur deezes Eij„ land en dies resort ingerigte Mandaat ola ter afkondiging on¬ der gezamentlijke te zaemen gerottenen. Muijtelingen deser Dessavonie na welkers opleezing en rijpe overweeging goedgevonden wierd, om het 3:e artikel van de Mandaat sprekende van de Rardamom te ver„ anderen en insteede van voor de in de Jongste twee Jaaren geleverde kardamom agt stver: per pond te betaalen, te bepaelen dat de 50. pro„ Cento advans, die op de overgeschoote penn: waar voor geen karda„ mom heeft kunnen geleverd worden, zeederd de twee Jongste Jaeren den de komp: betaald zijn, weder aan de inwoonders dia Meruakoal te lae¬ ten restitueeren en zulx om reeden men vermeent dat zij aan de Eene zeijde daermeede, en met 8. sver:s die voortaen voor de Raadamom zullen betaeld worden wel zullen te vreeden weezen en aan de andere zeijde reeden van bedugten is dat zij 8. stver:s voor de Jongste twee Jaeren goedge„ daen krijgende zulx van meerder Jaeren zoude konnen pretendeeren onder voorgave dat zij al veele Jaeren zoo veel en meerder voor de kaada„ mom hadden moeten bekostigen terwijl alverder in aanmerking kwam dat de koncept mandaat niet op een der in blanke ontvangene olas zoude konnen geschreeven worden, en daar om verstaen wierd om 't 3. aati„ kel zijnde de post van kardamom bij een aprarte sannas ola, allen voor de Morruakorl te laeten bekend stellen en voorts ook nog de overige posten na mogelijkheijd te verkorten en vervolgens de man„ daat olas vervaerdigt zinde, dezelve alvoorens alhier te Matuae te laeten publiceeren, en daar na aan de Hoofden der korle en pattoen een Mandaat ola ter hand te stelden, met order aan de geene die hier zijn om hun onmiddelijk daermeede naer de hunner zorge aan vertroude posten te begeeven en dezelve in hunne tegenwoordigheijd te laeten afkondigen onder ernstige waerschouwing om zig niet door de Muijte„ lingen te laeten afschrikken gelijk gisteren geschied was en zig onver„ rigter zaeke te rug gekeeld waeren terwijl zij in zulken geval hun die swaerste verantwoording op den hals zouden haelen. Dog dewijl de Muij„ telingen, op de door de E: E: Heeren kommissarissen onder den 28. laast„ leeden uitgevaardigde Mandaal ola, de Jaffermadoes die ze aen hun hebben besteld, te rug gekonden hebben met het antwoord, dat sij het boscheijd heeden zou„ den den bezorgen zoo is teffens goedgevonden het behoofd bescheijd tot heeden avond en zelfs tot morgen voormiddag te blijven afwagten en de messures daer na te neemen en dan dat antwoord niet ziende, verscheijnen de voorsz: Mandaat ola volgens de ontvangene ordre eerst binnen deze fortresse aftekondigen en vervolgens aan de Jnlandsche Hoofden davelijk ter hand te stellen, maar intusschen van deeze expedieeringe der modli„ daas en van de reeden waerom zulx geschiede de Muijtelingen, door een voorloopige Cannas te doen kennis geeven, hun verstendigende dat hunne modliaaa bij hun met blijde tijdingen stonde aantekomen en zij dus geenzints voor eenige quade oogmerken als anderzints be„ hoeven bedugt te weezen maar dat ze in tegendeel, als gehoorzaeme onderdanen van de Ed: komp:e de beveelen de hartelijke welmee„ nende vermaningen en beloftens van de gevenereerde regeering, ver„ vat bij voorsz: Mandaat ola net bedaaalheid, moesten aanhooren, dit alles geschiedende tot hun eigen wel zijn en ter bevorderinge van de dus lange onder hun verstoorde rust: Aldus Aangeteekend ter Fortresse Mature dato en ter pre„ sentie van als in den hoofde dezes vermeld /: was getekend:/ P: J: Fretz, A: Camlant en C: van Angelbeek. Aanteekening 9 Nagezien Dallende 1662 D' E: Heer De kommissarissen van weegen de gevenereerde Calonsche Regeering Diederich Thomas Fretz, opperkoopman en Dessave D' E: E: Heer der kolomboscha ommelanden. Abraham Samlant, koopman en Negotie boekhouder aldaar Mitsgaders D' E E: Heer M=r Christiaan van Angelbeek, opperkoopman gaals schunde en Dessave der Matureesche Landen. Saturdag den 5:' Junij 1790. Bij deeze bijeenkomst wierd de Mandaat van den wel Edelen groot Achtb: Heer Gouverneur aan de gezaamentlyke ingezeetenen van de Dessavony van Mature, zo wel als de bevel ola van hoogst zijn wel Edele groot Achtb. voor de Morrua korle die volgens aanteekening van den 4: Junij in gereedheid zijn gebragt, opgeleezen, en Goed gekeurt het welk dus verstaen, is te noteerend en gedagte Mandaaten hier onder in te schrijven. als De Gezaamentlyke Hoofden en Ingezee„ tenen van de Morrua Korl word bij deezen Bekent gemaakt. Dat aan de ingezeetenen van de Morrua Korle geen hoogere leverantie van hardamon zal worden opge„ „legt aan ze zonder ongemak na maate dat het ge„ „was daar in wel of kwalijk geslaagt is- kunnen besorgen, en waar voor in den aanstaande in steede van vier stuijv=s Acht stuijv=s voor het pond zal worden betaald, dewijl de kardamom tans merke„ „lijk duurder dan eertijds door de verpligtelingen moet worden ingekogt, en wijl het aan onze kommissarissen bij onderzoek gebleeken is dat de geweeze en presente Modliaars der Morrua Korle Dissancike Tillekeratue en wickremeratne Amer„ „koon E kennike een gedeelte van het geld dat ver„ Aanteeking Gehouden bij lessie van. strekt op. -
English
...has served for the purchase of Cardamom, for which no cardamom could be delivered, have received back from the inhabitants with 50 percent advance, so the said Modliaars are ordered to submit at once a list of those who have paid the surplus of the received money with 50 percent, indicating how much each has fulfilled, while the present Modliaar will restore that excess money received back by him as well as by the retired Modliaar Tillekeratie to the inhabitants against receipts as soon as he arrives in the korle. Thus written in the Castle Kolombo the 2nd of June Anno 1790 /:signed/ W: J: van de Graaff We, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island Ceilon with its dependencies. To all those who shall see or hear this read, greeting, make known: Whereas we have sent the Senior Merchant and Dessave of the Kolombo lands, The Honorable Dieterich Thomas Fretz, and the Merchant and Kolombo Trade Bookkeeper, The Honorable Abraham Samlant, as our Commissioners to Mature to hear the complaints of certain petty Chiefs and other inhabitants of the said Dessavony who were assembled together, to investigate them and to settle them with equity; and these our Commissioners have reported to us that they have had the received complaint ola translated, have attentively considered the complaints presented therein, and have subsequently made provision therein as was made known in detail by them in a mandate dated the 28th of May last; So it is that we have attentively reviewed the received copy of the aforementioned mandate in our Council and have maturely deliberated upon its contents, and willingly desiring to give the good inhabitants of the Mature Dessavony a proof of how much we are inclined to promote their peace and prosperity, have resolved in our meeting on the 1st of this month to fully approve and ratify the contents of the aforementioned Mandate by these presents; and everything that has been granted by our aforementioned Commissioners by the said Mandate shall be complied with just and in the same manner as if it had been done by ourselves. And whereas our Commissioners have furthermore referred the decision on some articles, concerning which the inhabitants have felt aggrieved, to us, we have upon their proposal thought fit and understood: 1. That the ottoe duty on the paddy sown on the Chenas in the Mature Dessavony shall henceforth no longer be farmed out, but that the same shall be appraised by the appointed delegates in order to carry out the collection accordingly. 2. That if the inhabitants of the Mature Dessavony, according to what was announced to them in the 16th article of the aforementioned Mandate, and notwithstanding the indication given therein, might nevertheless request that a new areca assessment take place, the necessary order shall be issued for that purpose. 3. That a separate mandate shall be sent to the inhabitants of the Morruakorle regarding the cardamom delivery. We hereby further most earnestly admonish all the inhabitants of the Mature Dessavony, in so far as it may not yet have happened contrary to our expectations, to repair immediately each to his village and dwelling and to conduct themselves as peaceful inhabitants of the Company, in which confidence we hereby further specially confirm the pardon granted to them by our delegates in the aforementioned Mandate, and as a consequence thereof promise that no one shall now or in the future be questioned or punished for the occurred gathering, complaints made, nor for any other acts committed during the aforementioned gathering; Provided that everyone, as soon as possible after this our further notice shall have come to their knowledge, repairs to his village and house and behaves quietly and peaceably as becomes good and faithful inhabitants. All those, on the contrary, who shall neglect the aforementioned favor and make themselves further guilty of any gatherings and other rebellious acts, shall be regarded as rioters and disturbers of the public peace, and shall as such upon apprehension be punished according to the severity of the laws; and this our Mandate shall be published at Mature and handed over to the chiefs in order to have it published also in the korles and Pattoes. Thus done in the Castle Kolombo on the Island Ceilon the 2nd of June Anno 1790: /:signed/ W: J van de Graaff. Thus recorded at the fortress Mature on the date and in the presence as mentioned at the head hereof /:was signed/. D:n T: Fretz, A: Samlant and C van Angelbeek. Note P 27 sinds
Dutch transcription
„strekt is tot den inkoop van Kardamom, waar voor geen kardamom heeft kunnen geleeverd worden, van de ingezee „tenen terug ontvangen hebben met 50 pracento advans„ zoo zijn gedagte Modliaars gelast, om ten eersten Eene Lijst over te leggen van de geene die 't overschot van het ontwar „gene geld met 50: procento hebben uijtgekeerd, aanwij„ „zende hoeveel een ieder heeft voldaan terweil den spre„ senten Modliaar dat meerdere zoo door hem als door hem als door den afegaan en Modliaar Tillekeratie terug ontvangene geld aan de Ingezeetenen tegens qui tanties zal Restitueeren zo dra hy in de korl zal koomen Aldus geschreeven in het kasteel Kolombo den 2: Junij Ao 1790 /:geteekend/ W: J: van de Graaff Wij willem Jacob van de Graaff, Raad ordinair van Nederlands India gouverneur en Direkteur van 't biland ceilon met dies onderhoorigheeden Alle den Geenen die deeze zullen zien of hooren leezen salut doen te weeten. Nademaal wy de opperkoopman en dessave van de kolombosche ommelanden De E: Dieterich Thomas Fret en de koopman en kolombotche Negotie boekhouder D' E. Abraham Samlant, als onsze kommissarisse na Mature hebben gezonden om de klagten van party klyne Hoofden, en andere ingezeetenen van gem: Dessavonij dewelke tezaamen vergadert waaren, aan te hooren, te onderzoeken en na billyk „heid aftedoen, en deeze onze kommissarissen ons bericht hebben, dat ze de ontfangene klagt ola hebben doen translateeren de daar bij voorgestelde klagten met attentsie overwoogen en vervolgens daar in zodanig voorzien hebben als door hun bij een mandaat van den 28:' Maij J=o leeden om standig is bekend gemaakt. zoo is het dat wij het ontvangene afschrift voorschreeven mandaat in onze Raad met aandagt geresumeerd en over dies inhoud rijsseli gedelibereerd hebbende, en aan de goede ingezeeten van de Matureesche Dessavonij gaarne een blyk willende geeven hoe zeer wij geneigt zyn ov hunne E 1663. hunne rust en welvaard te bevorderen, op den 1=ste dezer in onze vergadering beslooten hebben den inhoud van de voorsz: Mandaat ten vollen te approbeeren en ratifi„ „ceeren door deezen, en zal alles dat door voortz onze kommissarissen bij gem: Mandaat is toegestaen worden nagekoomen even en zodaanig als of het door ons zelve geschied waaren. En vermits meermeede onze kommissarissen de dispo„ „sitie over eenige artikulen, waar over de ingezeetenen zich hebben beswaard, aan ons hebben gedepereerd, zoo hebben wij op hun voordragt nog goed gevonden en verstaan. 1. / Dat de ottoegeregtigheid van de nelie die gezaaijd word op de Chenas in de Matureesche Dessavonij voortaan niet meer zal worden verpagt maar dat dezelve zal worden getaxeerd den gekommit„ teerdens ten einde daar na de invordering te doen 2:/ Dat indien de ingezeetenen van de Matureesche Dessavonij, volgens het hun aangekondigde bij het 16: artikul van de voorsz Mandaat, en niet tegenstaande de aanwyzing daar bij gedaan„ nogtans mogte verzoeken dat er een nieuwe arreeks beschrijving mag geschieden, daar toe de nodige ordre zal worden gesteld. 3. / Dat aan de ingezeetenen van de morruakorl een apparte mandaat zal gezonden worden we„ „geus de kardamoin leverantie. wij vermaanen hiermeede alle de ingezeetenen van de Matureescha Dessavonij nader zeer om stig, om in zoo verre dat tegens onze verwag ting nog niet mogte zijn geschied, zig dadelijk een elk na zyn dorp en wooning te begeeven en zich als vreedzaame ingezeetenen van de Comp=e te gedraagen, in welk vertrouwen door deezen nader speciaalijk bekragtigen het door onze gekommitteerden by voorsz Mandaat aan hun verleend pardon en als een gevolg van dien be„ „looven dat niemant over de geexteerde saa„ men rotting, gedaane klagten, nog over eeni „ge andere bedrijven geduurende de voorsz samenrotting gepleegd, nu nog in den aanstaan„ „de zullen worden aangesprooken of gestrafft, mits e Nagezien mits dat een iegelijk zich ten spoedigsten, na dat deeze onze nadere ter hunner kennis zal zijn ge„ koomen zig na zijn dorp en woonhuys begeeft en zig stil en vreedzaam gedraagd gelyk dat goede en ge„ trouwe ingezeetenen betaant. Alle zulke daar en teegen die voorsz gunst zullen verwaarloosen en hun verder schuldig maaken aan eenige zamenrottingen en andere opwoerige be„ drijven, zullen worden aangemerkt als oproerma„ „kers en verstoorders van de gemeene rust en zullen als zodaanig bij agterhaaling worden gestraft naar strengheid der wetten en zal deeze onze Man „daat te Mature worden gepubliceert en aan de hoofden ter hand gesteld worden, om hem in de korles en Pattoes ook te doen publiceeren. Aldus gedaan in het kasteel kolombo op het Eiland Calon den 2: Junij Ao 1790: /:geteekend/ W: J van de Graaff. Aldus aangeteekent ter fortresse Mature dato en ter presentie als in den hoofde dezes vermeld /:wat geteekend /. D:n T: Fretz A: Samlaut en C van Angelbeek. Aanteekening P 27 sinds
English
1664 The Commissioners on behalf of the Venerable Government of Ceylon The Honorable Dietrich Thomas Fretz, Senior Merchant and Dissave of the Colombo Ommelanden. The Honorable Abraham Samlant, Merchant and Trade Bookkeeper there Together with The Honorable Mr. Christiaen Van Angelbeek, Senior Merchant, Second in Command of Galle and Dissave of the Matara Lands Monday the 7th of June and Anno 1790. Tuesday the 8th of June Notes kept at the session of Furthermore on -. Whereas it appears from several reports made by the appoos sent from here with sannases to the Weligam Korale that the mutineers of the said korale say they have submitted thirty-six articles to the Honorable Commissioners, yet the same have not been received by their Honors, it was approved and understood to dispatch a letter ola to the lesser chiefs of the mutineers of that korale, and thereby inform them that no complaint ola of 36 articles has been received from them, and that they should therefore send a copy of that ola to their Honors, in order that justice may be done thereon. Thereafter was read aloud a translated Sinhalese report ola received against the Mohandiram of the Four Gravets, marked No. 40, and since its contents consist of diverse accusations, the investigation of which can brook delay, it was understood to let that ola follow after the originals received and then decide further upon it. Furthermore, consideration was given to the sannas sent by the mutineers into the Four Gravets, containing a notification to the inhabitants of the Four Gravets to remove their goods etc. outside the gravets within two days and join them, and if they failed to do so, that their houses would then be burned and destroyed etc.; whereupon it was approved and understood to have a sannas published within the Four Gravets for the instruction of the inhabitants, telling them not to heed such a false sannas, which was surely written by a malicious person, but to continue living in their houses in full peace and freedom, under the assurance that we would cover and protect them. Subsequently, pursuant to notes kept at the session of the 24th, 25th, 26th, and 27th of May past, the Honorable Dissave van Angelbeek presented a defense and elucidation submitted by the Mudaliyar and Sowing Master of the Giruwapattu regarding the complaints and grievances brought forward by the inhabitants of that pattu, accompanied by his Honor's remarks; whereupon such decisions were taken as will be indicated below. Whereas it was approved and understood to make known the aforementioned elucidation of Tennekoon Mudaliyar and the answers and remarks of the Dissave van Angelbeek, together with the following decisions beside each article of the complaint ola marked No. 5, of which only four articles were recorded in the aforementioned sessions. Translation
Dutch transcription
1664 De Kommissarissen van Weegen de Gevenereerde. Ceilonsche Regeering D' E: E: Heer Dietrich Thomas Fretz opperkoopman en Dessave der Kolombose ommelanden. D' E Heer Abraham Samlant, Koopman en Negotie boekhouder aldaar Mitsgaders D' E: E: Heer M:r Christiaen Van Angelbeek opperkoopman Gaals Sekunde en Dessave der Maturese landen Maandag den 7. Iunij en Anno 1790. Dingsdag den 8 Iunij Dewijl bij eenige relaasen, die door de van hier met Sannassen na de BelligamCorle Gezondene appoes afgelegd zijn, blijkt dat de Hluite„ „lingen van gem: korle zeggen dat zij ses en dertig Artikels aan de E: E: Heeren Kommissarissen overgelegt hebben, dog dezelve bij hun E: E: niet ontfangen zijn, zo is Goedgevonden en verstaan een brief ola aan de minder hoofden van de Muijtelingen van die Korle aftevaar„ „digen, en hun daar bij te doen weeten dat er geen klagt ola van 36. artikels van hun ontfangen is; en dat zij dus een afschrift van die olas aan hun E: E: zouden toeschikken, ten Einde daar op regt gedaan teworden. Daar na is opgeleesen een Translaat Singaleeze Rapport ola die ten laste van den Mahandiram der vier Gravetten ingekoomen is gem:t No 40. en weil dies inhout in diverse Beschuldigingen bestaat welkers ondersoek uijtstel veelen kan, zo is verstaan om die ola agter de origine ontfangene te laten volgen en dan nader daar op te besluijten. Aanteekening Gehouden bij Sessie van Voorts op -. Voorts wierd in overweeging genoomen de door de muitelingen binnen de vier gravetten gezonden Samas, behelsende dat de inwoners van de vier Gravetten aangekundigt worden om binnen twee daa „gen hunne Goederen Etca. buijten de gravetten te brengen en zig bij hun te vervoegen en zo zulks niet kwaamen te doen dat dan hunne huijsen verbrand en verneld zouden worden Etc=r waar op goedgevonden en verstaan is om een sannas binnen de vier Gravetten telaaten Publiceeren ter on„ „derrigting van de Inwoonders om hun aan zulken val „schen Sannas, die zeeker door een kwaadaardig Men geschreeven was, niet te stooren, maar in volle rust en vrijheid in hunne huijsen te blijven woonen. ondere zeekering dat wij hun zouden dekken en beschermen. Vervolgens zijde den E: E: Heer Dessave van Angelbeek ingevolge aanteekening gehouden ten sessie van den 24. 2 26. en 27. Maij CLeeden, over een door den Modliaar Iaa„ en zaaijmeester van de Girrewaipattoe ingediende verand„ „woording en Elucidatie op de door de Inwoonders van die pattoe ingebragte klagten en beswaaren, voorzien van zijn E: E: aanmerkingen; waar op zodanige besluijte genoomen zijn als hier onder zal worden aangeweezen Terwijl goedgevonden en verstaan is, de hier vooren ge„ meld Elucidatie van Tinnekoon Modliaar en de beand„ „woordingen en aanmerkingen van den Heer Dessave van Angelbeek neevens de ondervolgende besluijten bezeiden ieder artikel van de klagt ola gem=t N=o 5. waar van maar bij de voorschreeve zittingen vier artikels in„ „geschreeven zijn bekend te stellen Translaat
English
1665 Considerations of the Honorable Commissioners. Decisions, remarks, and elucidations on the complaints brought by the collective lesser headmen and inhabitants of the Girrewaipattoe, submitted by the Mudaliyar, Hunt and Sowing Master Johannes Wiedjewardene Naweratne Tinnekoon. Translation: Response and elucidation ola to the complaints brought by the collective lesser headmen and inhabitants of the Girrewaipattoe, submitted by the Mudaliyar, Hunt and Sowing Master Johannes Wiedjewardene Naweratne Tinnekoon. Translation: Sinhalese complaint ola written by us to the gentlemen who have come to investigate our complaints. After previous compliments, the vidanes, mayorals, and collective inhabitants of the villages belonging to the resthouses of the Girrewaipattoe make known the following injustices and abuses. Article 1. If the paraveni sowing fields possessed from ancient times by various persons have been leased out for the account of the Company, the owners should have submitted their proofs, upon which full justice would undoubtedly have been done to them in that regard. The complaints of various servants provided with proper proofs are to be submitted to Mudaliyar Tinnekoon, as well as the complaints concerning the accommodations, of which mention is already made in Article 18 of the mandate of 28 May last, which matter he shall subsequently investigate and submit a report of his findings to the Disava Van Angelbeek in order to obtain proper justice thereon and to issue the necessary sannases. Article 1. During the survey of the fields by the commissioners, the lesser headmen of the villages were present. These must point out both the leased fields and those that have been accommodated; at the lease itself, these lesser headmen were likewise present, as well as the vidane arachchies and the Mudaliyar himself. At the last held lease, I remember, however, that someone came forward and laid claim to a Company field, presenting two proofs. Both of these proofs, however, proved only too well that the field was a Company field, and this was also evident from the mayoral roll of 1749. Since the admodiatie was introduced, the entire administration of the Girrewaipattoe has fallen into disorder, so that contrary to expectation, upon mandate from the inhabitants of the Girrewaipattoe, it was decided to announce... 1. The paraveni fields possessed by various persons from ancient times have mostly been leased out for the account of the Company, and so have their paraveni fields been leased out for the account of the Company. The accommodations granted from ancient times to various servants for their services, and subsequently acquired by them, were altered at the time of Disava Burnat, without their agreeing with the regulation. The present Matara Great Disava, in order to remain strictly regulated and to give everyone his due, has, after the survey of the names of the fields and their extent, as well as after calculating the advantages of the hevandirams, granted accommodations for their services to the mayorals, nayindes, vakatyas, coolies, and goynayindes, but without prior knowledge of whether the fields are good or bad; and that this was done with the intention of favoring one or another is unthinkable. Nevertheless, various servants who received fewer accommodations, and thus not as was proper, would have been granted accommodations according to the old allocation under the regulation, had they made this known. The mayorals have had no fixed determination of fields, and at the leasing of the villages, some fields were assigned to them as accommodations quite indiscriminately. The mayorals were also, so to speak, not permanent. To bring about a good and proper arrangement in all this, I ordered more than a year ago that all the mayorals should come with their proofs to the Mudaliyar, with instructions for him to investigate whether they truly were mayorals and then to send them to me with a report, in order to grant them sannases and proper accommodations. Although I gave this order under the threat that they would otherwise receive no accommodations in the future, they did not care about this, and up to now I have not even been able to make a beginning with a proper accommodations and mayoral roll. Notwithstanding this description, I have nevertheless issued proper accommodations to all the mayorals, mostly regulating myself by the Accommodations Roll of the year 1749. At the granting of the accommodations, the Mudaliyar and the village headmen are present and they have the right to speak, and it has occurred repeatedly that at the request of the village headmen, I have issued them different accommodations than I had previously determined. In order not to make mistakes, I also handed to Mudaliyar Tinnekoon a copy of the regulation concerning the accommodations, so that he could regulate himself accordingly when surveying the fields of other accommodated persons. 2.
Dutch transcription
1665 konsideratien van E: E: Heeren Kommissarissen. Beslissingen en Translaat verand„ Translaat singaleese Hammerkingen „woording en Elucidatie klagt ola door ons aan de en ophelderingen ola op de Ingebragte Heeren die ter onderzoek van den E: E: Heer klagten van de gezaam„ van onse klagten gekoomen van Angelbeek „entlijke mindere Hoofden zijn geschreeven. op deze verandwoor„ en ingezeetenen van de Na voorgaande kom„ „ding en Elucidatie Girrewaipattoe, over „plimenten de vidaans Ma„ „Joraals, de gezaamentlijke gelegt door den Modliaar inwooners van de dorpen ge„ Iaag en Zaaijmeester Io„ „hoorende tot de rusthuijsen „hannes wied jewarde„ van de Girrewaipattoe gee„ „ne Naweratne Tinne„ „ven de ondervolgende on„ „koon „regtvaardigheeden en wan„ gebruijkelijkheeden te kennen. Waar op beslooten is om „pattoe aantekondigen Art: 1. Bij het opneemen der velden Indien de door dezen I. ) De door deezen en door de gecommitteerdens zijn en geenen bezeetene parveni en geenen van oude tijden af de mindere hoofden der dorpen velden voor reek van DE: bezeetene parveni zaaijvelden, komp: verpagt zijn geworden present. deze moeten aan„ zijn meestendeels voor reek: zoo hadden de Eigenaars „wijsing doen zoo wel van de van DE: komp: verpagt hunne bewijsen moeten over„ verpagtings velden als die „ting hunne parvenie „leggen, als wanneer hun daar zoo meede zijn de aan deezen geaccommodeert zijn, bij de velden voor Reek: van omtrent ongetwijfelt een verpagting zelfs zijn deze en geenen bediendens van oude goed regt gedaan zoude DE: komp: verpagt tijden af toegevoegde en nader mindere hoofden insgelijks zijn geworden. zijn geworden hunne present als meede de vidaan bij hun suksessive verkree„ De door deezen en geene araatjes en de Modliaar klagten voorzien van dienstelingen van ouds af „gene akkommodessans zelfs bij de laast gehoudene behoorlijke bewijsen, bij voor hunne diensten ver„ verandert en de beste zaaij„ verpagting herinnere ik mij Tinnekoon Modliaar „kreegene akkommodes„ velden daar van verpagt, Egter dat er een opgekoo„ „sans, zijn ten tijde van intebrengen, Gelijk ook dus aan Eenige niets toege„ „men is en pretensie op den Heer Dessave Bur„ de klagten over de ak„ „voegd en in teegendeel sommi„ een 'skomp:s veld gemaakt „nat verandert, zonder „kommodessans waar van heeft, onder overlegging „gen wel dog niet volgens dat die Egter met het reeds bij Mandaat van van twee bewijsen, beide 't reglement geakkommodeert, reglement over een koo„ den 28. Maij Iongst deese bewijsen Egter bewee„ en het geen zij ook gekree„ Leeden Art: 18. gesprooken „men „zen maar al te zeer dat „gen bestaat in slegte word, die dan vervolgens De Presente Heer Ma„ het veld een 's komp:s veld 9 „tureesche Groot Dessave Zaaijvelden die in de de zaak zal hebben te was, en ook bleek dit bij de heeft om steeds bepaal„ beste reegen teid niet flo„ onderzoeken en van Majoraals rol van 1749. „delijk te blijven en voor zijne bevinding een rapport „reeren, ook zijn eenige zeedert dat de admo„ aan den Heer Dessave van „diatie ingevoerd is gewor„ een ider het zijn tegeven van oude tijden af ver„ Angelbeek zal moeten den is ook de geheele na den opneem van de „rigte verpligte diens„ overleggen ter Erlanging naamen der velden en dier huijshouding van de „ten afgeschaft. van een goed regt daar op groote Mitsgaders na Girrewaipattoe in en ter uijtvaardiging van dies order geraakt. gedaan bereekening de nodige sannassen. dat zoo teegen verwag„ Art: 1. De van ola Arts bij mandaat van de Jnge„ „zeetenen van de Girrewai„ ve te en van van de hoeandirams voordeelen aan de Majoraals„ De Majoraals hebben geene Naindes, Wakatjes, koelies en goijnauides Akkom vaste bepaaling van velde„ gehad en bij de verpagting modessans voor hunne diensten toegevoegd dog niet der dorpen wierd hun zeedert na voorgaande bezitting of de velden goed of slegt zeer onverschillig eenige velden zijn en dat dit geschied ig met meening om den een tot akkommodessans toegevoegd. of ander te bevoordeelen, is niet te denken. Des nie ook zijn de Majoraals om zoo te teegenstaande zouden deze en geene dienstelingen die zeggen niet vast geweest, om hunne Akkommodessans minder en dus niet na in het een en ander Eene goede behooren gekreegen hebben, volgens de oude behaaling en behoorlijke schikking te bij het reglement met Akkommodessans begunst maaken zoo is het dat ik zyn geworden ingevallen zy dit hadden te kennen gegeeven reeds voor ruijm een Jaar gelast hebbe gehad, dat alle de Majoraals met hunne bewijsen bij den Modliaar zouden koomen, met last aan hem om te ondersoe„ „ken of ze waarlijk Majoraals waaren en hun als dan met een Rapport bij mij tezenden, ten Eijnde hun met sannassen en behoorlijke Akkom „modessans te begunstigen, en hoe wel ik deeze order gegeeven hebbe onde bedrijging, dat ze voortaan anders geene Akkommodessaus zouden bekoomen zoo hebben zij zich hier aan Egter niet gekreund en tot nu toe hebbe ik zelfs geen begin konnen maaken, met een behoorlijke akkommo„ „dessans en Majoraals rol. Niet teegenstaande deeze beschrijving zoo hebbe ik egter aan alle de Majoraats behoorlijke Akker „modessans afgegeeven, en mij hier bij meerendeels geregeld na de Akkommodessans Rol van het jaar 1749. Bij het afgeeven der Akkommodessans zijn de Modliaar en de dorps hoofden teegenwoordig en bij de hebben het regt van te spreeken, en het is temeermaalen geschied, dat ik op verzoek van de dorps Hoofden hune andere Akkommodessans hebbe afgegeven. Dan ik bevoorens bepaald hebbe gehad. ook hebbe ik ten Einde mij niet te misgissen aan den Modliaar Tinnekoon ter hand gesteld gehad een kopij van het Reglement betreffende de Akkommo„ „dessans op dat hij bij het opneemen der velden van andere Geakkomodeerde lieden zich daar na kon reguleeren. 2.
English
1666 Article 2. To announce to the inhabitants to bring their dues of money and areca nuts for the gardens, which were made before the complaint mentioned in the article, or if he had declared here whether any complaints had been brought to him that the renters made any unreasonable exactions regarding the soursop and coconut trees. No complaints about these things have been brought before me. Article 2. More clarity would be attained if it had been stated whether the dues for the gardens previously consisting of soursop, coconut, and areca trees are now also levied, even though no coconut or areca trees are to be found in them, so that the said dues are levied according to the old assessment and whether it serves as a report to bring about a fair settlement. Article 2. If the dues from the gardens where no coconut or areca trees are found were levied by Mudaliyar Tennekoon, even though the same number of trees are not now found, he must have the gardens inspected and then investigated in order to do proper justice in that regard. Article 2. In ancient times there was a Mudaliyar who, when coconut or areca trees were not found in the gardens, considered this an injustice. Therefore, to satisfy this, the poor people mortgaged and sold their gardens, sowing fields, cattle, jewels, etc., to and for the wealthy people, whereby they have become ruined. Article 3. The inhabitants of the Girrewais are to present to Mr. van Angelbeek, showing thereby to whom and how much interest has been paid by each of them for the supplied seed corn, as well as to order the Mudaliyar to show a note so that the complaint may be accounted for to the Honorable Company, and proper investigation will be made as to when the interest will be returned to them. Article 3. In this article, nothing is said about the paddy provided to this Vidana Arachchi, but very clearly about the paddy that was supplied to Mudaliyar Tennekoon for seed corn and by him provided, since we vaguely need to account for it. Article 3. I have heard that Theodorus, who is Kodituwakku Arachchi and also Vidana Arachchi of Kahawatte, took seed corn from the Tangalle warehouse and that he distributed that seed corn to the inhabitants to sow the fields belonging to that rest house. And if he, the Vidana Arachchi, took interest for that seed corn, he must answer for it, because I only received it in the past great harvest and it consisted of 3264 parras or 408 amunams. Article 3. For sowing the fields in Girrewais, 1290 amunams of Company paddy was provided without interest by order of the Right Honorable and Noble Governor. The present Lord Dissawa has calculated and taken 15 kurunies on each amunam, or together 451½ amunams of interest, on the above-mentioned quantity. Previously it was not known that our Lord Dissawa had given orders for this. Article 3. And partly answered; while from the paddy that the Vidana Arachchi has shown, no change can be made regarding the same dues. This paddy, which was given to the Vidana Arachchi, was provided to him just as to the Mudaliyar, to be delivered to the inhabitants, but also to sow the fields for the Company's right, since he, being a stranger, could not obtain a sufficient supply of paddy. Article 3. Yet concerning the one amunam ottu, or one-tenth of one amunam extent of the fields in Nallegamme, it has been understood from ancient times that one-tenth is levied as dues, and this is fair. This is only not done in Nallegamme, but according to the previous custom, the dues are levied according to the extent of the field. Thus, an exceptional injustice is caused to the inhabitants by this treatment, which moreover is greatly to their disadvantage. Article 3. Formerly, for a tenth dues, half an amunam was paid for each amunam extent, which since then has been introduced to levy that dues by delivering one heap out of ten heaps. But since an investigation in the year 1770 found that the Company has the right of ownership there, but because the inhabitants were then in possession of it for many years, they were confirmed in it by Ceylon resolution of 11 December 1770, provided that they pay the Company one amunam of ottu for each amunam extent. Article 3. Only since the time of the Lord Dissawa Burnat, for one amunam extent, one amunam has been levied as dues solely from the fields at Nallegamme. If proper justice is done here, it will be good. Mudaliyar Tennekoon should therefore have declared whether he, the Mudaliyar, took interest on the seed corn received for his account or not, and if so, on whose order he did this. It is an express order of the Venerable Ceylon Government under date [illegible] that the ottu fields at Nallegamme must yield one amunam of ottu. In this arrangement, therefore, which is entirely based on fair grounds, no change can be made. Article 4. Yet
Dutch transcription
1666 Art: 2. Art: 2. Art: 2. De ingezeetenen Aan te kon„ Meer duijdelijk zoude Indien de geregtigheid In oude tijden is een „digen om hunne bij dit bepaaling tot het inwoonderen de Modliaar geweest zijn, die bevoorens van de in de van geldd en arreeks geregtig„ artikel vermelde klagte tuinen gestaan hebbende zoor„ zoo hij hier verklaard had „heeden voor de tuinen gemaakt bij Tinnekoon Modliaar „saks kokus en arreeks boomen of hem eenige klagten of schoon nu in dezelven ko„ ditebrengen die dan de geheeven is geworden, tans ook waaren ingebragt dat de „kus en arreeks boomen niet thuijnen waar in geene geheeven word, schoon het pagters eenige onreedelijke tevinden zijn, zoo worden egter zelfde getal van boomen tans kokus of arreeks bomen invorderingen deeden, om„ gem: geregtigheeden volgens bevinden zijn, moet laaten niet in de thuijnen gevonden „trent de zoorsaks en kokus de oude bepaaling gehieft en opneemen en vervolgens word zo is dit onregt dus tot dies voldoening hebben de boomen Bij mij zijn om„ dient zulks onderzogten onvermoogende luiden hunne van berigt dienen om „trent deeze dingen geene daar omtrent een goed regt tuinen zaaijvelden beestiaalen een billijke afdoening klagten ui't gebragt ge„ Juweelen Etc=ra bij en aan de vermogende luiden ver„ „pand en verkogt waar door ze geruineerd geraakt zijn gedaan te worden. worden. Art: 3. De ingezeetenen van de Girrewais Bij dit artikel is niet gesprooken de Heer van An„ word van de aan „gelbeek overte„ „leggen daar bij deeze vidaan aratje verstrekte Nelie, wien en hoe veel maar wel zeer duijdelijk van door een ieder van hen weegens Jntrest de nelie die aan den Modliaar op het verstrekte Tinnekoon, tot zaatkoorn opge„ „bragt is, als wan„ „den en door hem aantoonende aan zaat koorn ver„ „strekt is gewor„ de Modliaar ook een Notitie aan alzoo bij de klagte te ordonneeren om wij onduijdelijk aan de Edele weeder zal terug komp: weeder bezorgd worden. moeten verantwoorden hoorlijk onderzoek Jntrest na be„ „neer hun die Art: 3. Art: 3. Ik hebbe gehoord Ter bezaaijing 8 dat Theodorus van de velden te koditoe akkoe Girrewais zijn op arraatje zijnde order van den wel tevens vidaan ar„ Edelen Gestrengen raatje van koha„ Groot Achtbaren „watte zaatkoorn Heer Gouverneur uijt 't Tangaals 1290. amm=s Pakhuijs genomen komp: Nelie heeft en dat hij zonder Intrest dat zaat koorn verstrekt. De aan de Jngezeetenen verdeeld heeft om Presente Heer de velden gehoo„ Dessave heeft „rende tot Dat op elke amm: rusthuijs te bezaaij„ 15. koernies of „en, en zoo hij tesaamen 451½. vidaan araatje voor dat zaat amm: Intrest. Art: 3. Dog en koorn op n geeven te erlangen koorn Intrest ge„ op Boovengem: quanti„ En gedeeltelijk verand„ Dog noopens de een noomen heeft, zoo „teid bereekend en genoo„ woord is; Terwijl van ammonam ottoe moet hij dat verand„ „ men Bevoorens is de nelie die de of een thiende „woorden wijl ik Niet voor een thiende ge„ vidaan araatje van een amms eerst in de afge„ weet dat onse Heer regtigheid voor elk Groote van de „lopene Groten oogst Dessave hier toe amm: groote een half velden te Nalle„ „gamme is verstaan verstrekt heeft gekree„ orders gegeeven heeft. amm: opgebragt, 't van oude tijden af zeedert is ingevoerd „gen en in parras de Jngezeetenen is het gebruikelijk om die geregtigheid te vertoonen dat 3264. of amm=s dat de een thiende nopens dezelve te heffen met uijt 408. –. bestaan heeft, geregtigheid geheft geen veranderinge Nog maar veranderd thien hoopen een hoof word en dit billijk kan gemaakt worden. te doen opbrengen, dog word zijn 516: —. wijl bij onderzoek van de tijden van de Coern=s zulks word alleen te parras 2½. arme Ao 1770. bevonden Heer Dessave Bur„ Nallegamme niet is dat de komp: Deeze nelij die Aan „nat af word allee„ gedaan, maar vol¬ daar op 't regt de vidaan araatje „nig van de velden van Eigendom heeft „gens de voorige ge„ Dog weil de Jnwoon gegeeven is, is aan te Nallegamme woonte na de groote niet. hem verstrekt gelijk voor een amm: „ders toen veele Jaa„ van 't veld de geregtig„ aan den Modliaar Groote een amm: „ren in dies bezit „heid geheft, dus is waaren zoo zijn zij om die aan de inge aan geregtigheid aan de ingezeetenen bij Ceilonse resolutie zeetenen aftegeeven geheft. zoo hier door deze behandeling van den 11. decem„ maar om daar omtrend Een goed een appart onregt ver„ „ber 1770. daar in bevestigt, mits op meede 's komp:s regt gedaan word, oorsaakt, het geen daar brengende aan de velden te bezaaijen zoo zal dit goed zijn. en boven ook groote„ komp: een amm: alzoo hij als een vreemde„ „lijks tot nadeel strekt aan ottoe voor ling zijnde geene genoegsame voorraad ieder amm:s groote van Nelie kon krijgen. De Modliaar Tinnekoon had daarom zich moeten verklaaren of hij Modliaar van de voor zijn reekening ontfangene zaatkoorn Jntrest geno men heeft of niet en zoo Ja op wiens order hij dit gedaan heeft. Het is een Expres bevel van de gevenereerde Ceilonse regeering sub dat de ottoe velden te Nallegamme een amm. aan otte dato moeten obrengen. In deese schikking dus, die allesints op billijker reedenen steund kan geene verandering gemaakt word. Art: 4. dog
English
1667 Article 4. Warehouse, no complaints have been brought before me as far as I know. Concerning the beside-mentioned post, it has already been decided by the aforesaid mandate and is now further specified to order the chiefs of all korles and pattoes that they shall have to submit proper rolls of all the servants sorting under them, in order that from this a fixed determination can be made regarding the supply of the cinnamon bearers and otherwise; on this occasion it is also noted that the Modliar Tinnekoon acted very badly by employing Wellalas etc. for the fetching of cinnamon, with a prohibition not to do so again. Article 4. Under the Chase Sowing Master there is such a great multitude of low castes, that I do not understand as yet why precisely the previous year, when I had expressly forbidden it, the emergency helpers of the majorals were used for the fetching of cinnamon. An equitable arrangement can always be made regarding this, if only the chiefs submit the rolls demanded by me of the number of heads of the low castes who sort under each of them. According to these rolls, the porta servants will be able to regulate themselves when demanding cinnamon bearers. Article 4. Previously, the emergency helpers of the majorals, idlers and low castes from all korles and pattoes have always been employed for the fetching of cinnamon, but from the Girrewaipattoe only the low castes were employed, and the past year first the low castes were sent to the said service, and because then a serious order came to have all the cinnamon lying peeled in the King's territory fetched at once, and there were no more low castes, some emergency helpers of the majorals and idlers were sent for a single time, as is done in other korles and pattoes; nevertheless it will be good that this is taken into consideration and in future an equitable arrangement is made. Article 4. Previously, the cinnamon that is peeled by the cinnamon peelers was fetched by them and all other castes, but now that base and unusual service is performed by Wellale appuhamies, ditto appu majorals, naindes and wahatjes. Article 5. On this article, it is understood for the present, according to the resolution of the 24th, 25th, 26th and 27th of May, to await the answer of the Resident of the Magampattoe, Brinkman; but in the meantime to inform the Girreway inhabitants that an equitable arrangement will be made regarding the receipt of the paddy in the Tangalle warehouse, and that if they have any orders among them regarding this by samasses or otherwise, they must then submit them. Article 5. Regarding the receipt of paddy in the Tangalle warehouse, they are to account for themselves, and also [illegible] Article 5. Those who have received paddy in the Tangalle warehouse, [illegible] Article 5. In ancient times it was customary to calculate the receipt of nelie 44 amunams under the denomination of excess for every [illegible] kurunis or quadruple parras and another 4 kurunis for each amunam in the Tangalle warehouse to be received, which 4 kurunis are calculated for the benefit of the Lord Dissave and enjoyed yearly; when accounting for paddy in the said warehouse, the parra is struck off at the height of 1½ to 2 inches above the surrounding iron band, and another mediet is received for spillage. Article 6. On this article I have nothing to note. Article 6. By having the inhabitants point out by whom their cattle were seized, in order to be able to investigate and do justice thereafter; meanwhile, everyone is strictly forbidden by this not to seize any cattle of whomever they may be, and when in a single case that must happen for detachments or otherwise, that the Modliar will then immediately have to pay for such cattle in order subsequently to receive the money back again from the Company, and that also Article 6. In ancient times the majorals of the Girrewais and Chalias were free from all garden duties, the payment of the tobacco and salt rent of the Kannukettiye lewayas, as well as from the seizure of cattle; to these matters I answer, namely, that if salt falls in the Kannuketti lewayas, one half of it is granted for the four bitmes and their subordinate people, and the other half for the benefit of the Lord Article 6. That the majorals, elephant servants, the people of the four bitmes, the Elbandere and the Chalias have been free not only from the duties of the gardens, tobacco and the lewayas, but their cattle were also not seized by the keepers; but now only the Chalias have those privileges, and the rest do not.
Dutch transcription
1667 Art: 4. Art: 4. Art: 4. Art: 4. Pakhuijs zij bij mij gee„ ik weete ingebragt. „ne klagten voor zo verre „ ben dienen nopens amm: Nelie 44. omtrent de bezijden onder den Jaagen Zaaijmees„ Bevoorens zijn steeds Bevoorens is de kanneel „ter zijn eene zoo groote gemelde post is reeds tot den afhaal van kan, die door de kanneelschil„ bij voorm: Mandaat meenigte van laage geslag„ „neel van alle korles „lers geschild word, door „ten, dat ik voor als nog en Pattoes de noodhul„ hun dezelve en alle niet begrijpe, waarom „pers van de maijjoraals andere geslagten afge„ „ken en als nu word juijst het voorige Jaar leegloopers en laage „bragt Dog tans word nader bepaald om daar ik het toen net ver„ die laagen ongewoone kastas, dog van de Gir„ de Hoofden van booden had, de noodhulpers dienst, door wellale „rewaipattoe alleen de alle korles en van de Majoraals gebruikt laage geslagten g'emploij„ afpoehamies d=o appoe pattoes te ordonnee„ zijn geworden tot den „eerd en het vergangen Majoraals Naindesen „ren dat zij behoor„ wahatjes verrigt. afhaal van kanneel Jaar zijn tot gemelde „lijk rollen van alle eene billijke schikking dienst eerst de lage de onder hun sortee„ hier omtrent zal steeds kastas gezonden en „rende dienstelingen zul„ konnen gemaakt worden wijl toen serieuse ordre „len hebben overteleggen zoo de Hoofden maar de gekoomen is om alle de ten Eijnde daar uijt door mij GeEischte in het koonings gebied geschild geleegene kan„ een vaste bepaling rollen overleggen van „neel tegelijk te laaten afhaalen en er geene te kunnen worden het getal koppen der laage kastas meer waaren, zijn gelijk in gemaakt omtrent de lage geslagten die onder andere korles en pattoes gedaan worden leverantie der kameel een ieder van hun sor„ eenige Noodhulpers van de Majoraals dragers als andersints „teerd. Na deeze rollen en leegloopers voor een Enkeld maal ook is ter deeser ge„ zullen de porta bedien„ leegendheid aangemerkt gezonden, des niet temin zal het goed zij„ „den bij het Eijsschen dat de Modliaar Tin„ dat dit in overweeging genoomen en in het en kanneel dragers zig „nekoon zeer qualijk vervolg een billijke schikking gedaan word„ kunnen reguleeren. gedaan heeft door het Emploijeeren van wellales Etc=a tot den afhaal van kanneel met verbod om niet weeder te doen ola artikel 17. gesproo„ Op dit artikel is ver„ Weegens den ontfangst „staan als nog volgens besluijt van den 24. 25. 26. en 27. meij land„ „woord van den Resident van de Magampattoe Brinkman aftewagten dog in middels de Girrewai„ van nelie in 't Tangaals „woorden den ontfangst van Coern-s of vier dubbelde deselve zig te verand„ parras te bereekenen en nog Art: 5. 4. Coern=s. voor elk Tangaals pakhuijs gebruijkelijk ge„ De geene die in 't In oude tijden is amm: onder bena„ Nelie ontfangen heb„ „ weest om voor een Art: 5 Art: 5. in „ming van overmaat te „ „ daar „ Hatte ub tter et 8 Art: 5. Art: 6. Op dit artikel hebbe ik niets aantemerken. se ingezeetenen te doen verstendigen dat noopens den ontfangst van de nelie in het Tangaals pakhuijs, een billijke schikking zal gemaakt worden, en dat Jndien zij daar omtrent eenige ordres bij Samassen als andersints onder hun hebben, zij die dan moeten overleggen; Art: 6. Door de inwooners aanwijsing te laaten doen door wie hunne beesten opgevat zijn, om daar na onderzoek en regt te kunnen doen intusschen word een ider door deesen ten scherpsten verbooden. om geene beesten van wie die ook zijn opte„ „vatten en wanneer dat in een Enkeld geval voor detachementen als andersints moet geschie„ „den dat den Modliaar dan dadelijk zodanige beesten zal moeten be„ „taalen om het geld ver„ „volgens van de komp: weeder terug te ont„ „tangen en dat ook Art: 6. Art: 6. In oude tijden zijn de Majo„ Dat de Majoraals, „raals van de Girrewais Elephants bediendens en sjaliassen vrij van alle de volkeren van de tuijns geregtigheiden vier bitmes den Elbandere het betaalen van de en de sjaliassen wij geweest Tabaks en zout pagt niet alleen van de geregtighee„ van de kannoekettije „den der thuijnen Tabak lewais moeten zijn als en de lewais maar wierden meede van het opvatten ook hunne koebeesten der beesten op deze zaaken door de verhoeders niet andwoorde ik Namelijk opgevat dog tans hebben dat zoo er zout in de de 'Tjaliassen alleen die kannoekettie Lewais voorregten en de overigen valt de eene helfte niet. daar van gelargeerd is. voor de vier bitmes en hunne onder„ geschikte volkeren en de andere helfte ten voor„ „deele van den in het Tangaalse Bak„ „huijs te ontfangen welk 4. koernies ten voordeele van den Heer Dessave be„ „reekt: en Jaarlijks genoo„ „ten worden, bij verandwoor„ „ding van Nelie in gem: Pakhuijs word de parra ter hoogte van 1½. â 2. duijm booven de omleggen, „de ijzer band afgesthree en nog een Mediet voor spillagie ontfangen. de 8 Heer
English
1668 Article 7. The elephant servants to do: Lord Dessave of Matara, the garden and tobacco dues of the lease which the Honourable Company annually receives to its benefit, with the exception of such gardens which are granted to various persons for their services according to their proofs as duwels, must continue to be paid for the milk enjoyed through these; that the gardens which are not known by proof as duwels or accomodessans or otherwise exempt from the dues, must continue to pay the same, as also for the tobacco; that the people of the Etbandenes of the kanneketty seva are to enjoy their share of the wood according to order, and nothing thereof falls to the Majorals. Previously, when the cattle drivers or Gangoddepatti-pareas delivered the paddy, they seized the pack oxen without distinction, which service having since been abolished, at present no animals of the said people are seized. When the Lord Dessave or other high gentlemen arrive at the rest house, cow milk must be provided for them; for this reason, some milk animals are seized for that time and held for the said purpose and security, and thereafter returned to the owners. If calves or young oxen are consumed by the said gentlemen, they are seized by the aforementioned Pattikareas without distinction as to whose they are, and paid for to the owners, which also occurred previously. It is understood that the elephant hunt is maintained to protect the inhabitants from the nuisance of these animals, and that this is therefore a benefit of the Honourable Company, while the Honourable Company suffers a disadvantage thereby, as the expenses for the elephants run higher than what the Company receives for them upon sale. While concerning the provision of linens, what is necessary has already been stated in Article 26 of the frequently mentioned Mandate, and this should now be repeated in further detail in the Cannas for the Girrewais. Article 7. The elephant hunt is a very difficult service, while in this country [illegible] Article 7. The elephant catching has from the beginning been a difficult service, but with no wilder, more dangerous, more terrible animals than the elephants. Although, because this is an obligatory service of ours, we must search for the elephants day and night without regard for our lives, and after they are driven over the river of Waluwe from the dessavony of Panoa, this gives a great advantage to the Honourable Company, because in the past year many elephants were in all the forests of the Girrewapattoo, which destroyed the houses, gardens, and sown fields of the inhabitants, and thereby not only to the inhabitants, and the necessary watchmen not only caused much damage to the Company, but also to the ferry stations, preparations were made to hold two hunts quickly in order to prevent this and for the well-being of the inhabitants, and to capture the elephants that were present in large numbers in the forests belonging to the kraal of Goddegammoewe, since they have caused much damage in the most prominent villages, which are profitable for the Honorable Company, namely Hallegamme and Tangale, along with the adjoining villages thereof. And because those beasts could not be hunted and captured into another kraal, the kraal of the aforementioned village of Goddegammoewe, which had been abandoned and very much neglected for 40 years up to now, was restored, and the hunt was held in the same according to orders. Since there is a lack of water in the kraal at Goddegammoewe, many of the elephants captured there previously have perished, and in the same manner, more elephants than ever before were captured during the last time in the said kraal, but partly because of that as well as due to the lack of water, some perished; however, whether it happened because the hunt was held in all haste, one cannot know. Previously, the elephant hunt took place in this manner: when orders were given to hold an elephant hunt, the headmen sent messages out to the Girrewaipattoe, Kattoene, Oedoebokkekreeme, the Wellebadde Pattoe, and Kandeboddepattoe. Then from those places, the majorals, naindes, the boelathaerloes, dekkumkareas, ten randsjes, lascarins with their arratchies and kangaans, and thousands of people arrived. Upon the arrival of these people, a place with a length and breadth of 20 miles in circumference is kept occupied, and guarded day and night while making large fires. At night one must make the rounds three times. The four bitmevaals, sixteen wageaatjes, and 160 baddaamas must go into the forests daily, drive the elephants toward the places where water and pasture can be found for them, and as they are gradually driven together, the widely extended initial cordon must gradually confine itself to a narrower encirclement and keep the elephants in the middle of it. Meanwhile, the forests, of a size of 20 to 30 ammanams of sowing land, are
Dutch transcription
1668 Art 7. De Elefants bediendens te doen Heer Matureschen Groot des Jave, de tuijns „de Melk, door deese genieten zal moe„ ten worden betaald/: Dat de tuijnen die en Tabaks geregtigheid van pagt de Edele niet als duwels of akkom modessan komp:s Jaarlijks ten haaren voordeele dan wel andersints bij bewijsen wij met uijtzondering van zodanige thuijnen gekend zijn van de Geregtigheid, de„ die aan dezen en geenen, voor hunne zelve moeten blijven betaalen, Ge„ diensten volgens hunne bewijsen tot de„ lijk ook voor de Tabaken dat de vol„ wels toegevoegd zijn geworden. Bevoorens keren der Etbandenes van de kan„ naekettie zeeva is hun aandeel van toen de veeroeders of Gangodde pattie„ het hout na de ordre genieten en pareas de Nelie afbragten, hebben zij zon„ de Majoraals daar van niets toe„ der onderscheid de draag ossen opgevat, welke dienst zeedert afgeschaft zynde worden tans geene beesten tot gem: luide opgevat wanneer de Heer dessave of an„ dere Groote Heeren in het rusthuijs koomen moet aan dezelve hoemelk be„ zorgd worden daar om worden Eenige melk beesten voor die tijd opgevat en ten gem: Eende en verzeekering geheuden in daar na aan de Eegenaars weder afgegeven zoo door gem: Heeren kalve„ ven of Jonge ossen gedicht worden, worden dezelve door voorm: Pattika„ reas zonder onderscheid van wie die zijn opgevat en aan de Eijgenaars betaald, 't welk bevoorens ook ge„ schied is. komt. verstaan dat de Elefants- Jagt geheuden word om Art 7. Art 7. De Elefhants De Elefants Jagt is een zeer vangst is van den moeijelijken dienst begin af aan een Moeijelijke dienst wijl in dit land geweest maar met geene wilder, ge de dit vaarlijker „ „ de Ingezeetenen. van overlast dier beesten te bewijlen en dat zulks dus een weldaat van DE: komp: is weil haar Edele daar bij Nadeel lied, alszoo de onkosten voor de Elefanten hoger loopen dat het geen De komp: daar voor bij ver„ koop krijgd- Ter weil omtrent de verstrekking van Lijnwaaten reeds bij meer„ melde Mandaat het Nodige bij artikel 26: gezegt is, en zulks nu nog nader herhaald dient te worden bij de Cannas voor de Girrewais. dit alles geeft die vaarlijker vreeslijker ook Een groot voor„ dieren zijn dan de Eles„ deel aan de Edele hanten, Hoewel om komp: de wijl in dat zulks een ver„ A:o passato veele pligte dienst van ons is moeten wij Elefanten in alle de bosschen van de zonder op ons leeven te agter dag en nagt Gerrewaipattoe waaren, die de huij„ de Elefanten op zoe„ sen, thuijnen en zaaij„ ken en na dat ze velden van de in„ van de dessavonie gezeetenen verdis„ van Panoa over de trueeren en daar Revier van walewe door niet alleenig dit heen gedreeven aan de ingezeete„ en de nodige wagters nen, maar ook aan op de veerplaatsen de komp: veel schade gesteld zijn, zond men boodschappen veroorzaakt wierd, op uijt naar de zoo is ter voorko„ ming van dien en girrewaipattoe, kat„ tot wel zijn van de toene oedoebokke Ingezeetenen toestel kreeme, de wel„ gemaakt om spoe„ lebad de pattoe dig twee Jagten te„ en kande bodde houden en om de in paltoe komende de bosschen Gehooren„ dan van die plaat„ de tot de kraal van sen de Majoraels Goddegammoewe in meenigte geweest Naindes, de boe„ zijnde Elefanten te„ lathaerloe dek„ vangen alzo ze in kumkare as tien de vooraamste en randsjes La sC:s voor DE: komp: voor deelige dorpen kan„ met hunne ar„ ne Hallegamme en raatjes en kan„ Tangale Nevens de„ gaans en duijsen, annexe Dorpen van den van vol„ dien, veele schade keren bij aankomst hebben van 1669 hebben toegebragt van deze luijden en om dat die beesten word een plaats ter na een ander kraal lengte en breete van niet konden gejaagd 20. mijlen in den en gevongen worden, omtrek bezet ge„ if de van nu zedert houden en dezelve 40 Jaaren herwaerts dag en Nagt onder af verlaaten en het aanmaaken zeer verwaarloosde van Groote nuur kraal van voorm: bewaakt des nagts dorp Goddegam moet men drie niaewe hersteld maelen de ronde en volgens order doen: de vier bit„ in dezelve de Jagt mevaals sestien gehouden; vermits wageaatjes en 160. in de kraal te God„ baddaamas moe„ de gammoewe ge„ ten zig dagelijks brek van water is, in de bossen be„ zijn bevoorens van geeven, de Elefan„ de aldaar gevange „ ten naar de plaat„ ne clefanten veele sen daar water en gekrepeerd en zelven weder voor dezel„ voegen zijn de laeste ven tevinden zijn maal in gem: kraal drijven en na mae„ meer dan ooijt be„ te zij lang zamer„ voorens Elefan ten hand bij den on„ gevangen maar deren gedreeven daar door zo wel worden moet zich als wegens gebrek de wijd uitgestrek„ van water zijn eerste bezetting algaan ge gekrepeerd, dog de weg tot een nau„ of het geschied is om wer omkring be„ dat de Jagt in alle paalen, en de Elep„ Haast gehouden is phanten in 't mid„ kan men niet weeten den derzelven be„ bevoorens is de Ele„ waaren worden de pants Jagt op deze intusschen de Bossen wijse geschied de ter Groote van 20 Hoofden hebben wanneer á 30 ammanams ordergegeven wierd om een Elephants zaaijens
English
...sowing, with heavy timbers cut in the forests, each of which is 10 to 12 kobidos long and so heavy that 4 to 5 men have enough to carry it, cut and planted all around, provided with crossbeams, and tied fast with rattans. After this, the elephants are brought to the kraal from a great distance of one or two days' journey, and subsequently, a day having been appointed to drive them inside, notice of this is given by the hunt master to the Lord Dessave. The Lord Dessave then arrives with the necessary people on the appointed day at the place of the capture, and having witnessed the driving in of those animals, His Honour returns the next day to Mature. But the present Lord Dessave, even though His Honour is told not to come, pays no heed, but as soon as the elephants are within the narrow enclosure, he arrives with hundreds of people in the company of several gentlemen and ladies close to the trap gate of the kraal, subsequently proceeding with the said company to a specially made and decorated mandap on poles, 9 kobidos long and 5 kobidos wide. And sitting there together on chairs, His Honour orders that the elephants should be caught immediately, with threats that he will punish and deport us if it is not carried out with proper speed, which indeed has sometimes happened. Even assuming we suffered that punishment, we ask whether it is possible that the elephants from such a large circumference could be driven into the kraal in the blink of an eye. Nevertheless, on account of the affront done to our headmen, which they had never undergone before, and also out of fear, we drove the elephants inside in one to two days, and held the hunt twice in three months, on which occasion 4 tusked and 365 tuskless elephants were captured. But on the contrary, many of those animals perished from lack of food and water, as well as because they were brought into the kraal in haste from such a great distance, whereby the Honourable Company has suffered much damage. The people of the Etbandenes, along with the Girreway vidanes, majorals, naindes, etc., having thus had to endure many punishments, plagues, damage, and hardship, a certain supply of linen was therefore reasonably determined for their benefit for rendering such heavy services, of which the noble gentlemen are eyewitnesses. Nevertheless, they have not received it for the elephant hunts held for the second time during the tenure of Mr. Burnat, for the one held during the tenure of Mr. Fretz, and for the dangerous hunts held twice during the tenure of the present Lord Dessave. The Etbandene people have, beyond their aforesaid obligatory service, no... To hold the elephant hunt according to their own pleasure and slowness, to have the necessary services performed, and to appoint a day to hold the elephant hunt: having given notice thereof to the Lord Dessave, His Honour went thither if he pleased, and after having seen the elephants driven into the kraal, His Honour returned after two or three days. If in that manner the two hunts held last time had been delayed through the laziness of the elephant servants, the sowing monsoon would have passed, and thereby the Company and the inhabitants would have suffered much damage. In order to prevent these disadvantages, the Lord Dessave of Mature went in good time to the elephant kraals, and after having undergone many difficulties there, had the hunts held quickly. Before this, it was always a custom to prepare an attala or small hut on poles for the Lord Dessave in front of the reserve kraal in order to view the hunt. But because this hut, being erected near the gate of the reserve kraal, made it very difficult to drive the elephants in due to the gathering of many people at that place, and moreover the driving in could not be seen as well, for this reason during these hunts this hut made on poles was placed at another location, from where the driving in could proceed without hindrance and could also be seen better. If such a difficult work of such great importance, which is performed in the presence of the Lord Dessave, is not done with speed, His Honour is under the necessity of reproaching the lesser headmen, so that out of fear they may perform the said service quickly, which has also taken place previously, on which occasions headmen who made themselves guilty were also punished. The sowing work being performed for the welfare of all the inhabitants, the large and final breaches of the neglected dams of some villages were cleared and repaired by the people of the Etbandene for its continuation; this service they have also performed before. These people complain that they have not received the customary fixed gift or witjan from ancient times for some elephant hunts held by them. Thus it will be good that justice be done to them regarding all these matters. The fault that this right has not been granted to the elephant servants lies with the Modliaar Tinnekoon, because he has complied neither with the orders of the Lord Dessave Fretz nor with mine to submit a statement of which gifts must be delivered to the elephant servants.
Dutch transcription
zaeijens met sware hou„ Elefants Jagt te ten die in de bosschen houden na haar zin en langsaamheid de worden gekapt, waar van Nodige dienstenlaa, Elk 10. â 12. kob: Lang ten verrigten en een enzo swaar is dat 4. â 5. dag bepaalen om de man ergenoeg aan te drae„ Elefants Jagt te gen hebben gekapt ront„ om geplant met dwars houden Daar van aan den Heer dessave Valken voorzien en kennis gegeven heb„ met rottings vast„ bende ging zijn Edele gebonden. Hier na wor„ des behaagende er na den de Elefanten toe en na de Elefan„ ten in de kraal heb op een verre afstand van een à twee dagen ben zien drijven kwam zijn Edele rijsens aan de kraal over twee à drie da„ gebragt en vervolgens gen weder terug In„ dien in dier voegen een dag bepaald zijnde de laaste maal ge„om de zelve daar bin„ houdene twee Jagten, nen te drijven word door luijheid van de zulks door den Jaag„ Elefants bediendens vertragd waaren zou„ meester aan de de de zaaij monssen Heer dessave be„ verstreken zijn en daar door de komp: kend gemaakt. De Heer dessave en de ingeszeetenen veele schade geleeden komt dan met de hebben om deeze Na„ nodige volkeren deelen voorte komen is de Heer Matureesch Groot dessave bij tijds na de Ee„ op den bepaal„ fants kraalen gegaan en heeft na aldaar veele moeijdeen dag ter lykheeden onder gaan te heb„ plaatse van de ben de Jagen spoedig laa vangst en de in„ ten houden voor deezen is het altoos eene gewoonte drijving van die dieren geweest een attala of gezien 1670 of huisje op paalen voor gesien hebbende keert de Heer Dessave teneinde zijn E: des anderen daags weder na Mature de Jagt tezien voor de dog den presenten heer noodkraal ingereedheid Dessave ofschoon men te brengen, dog wijl dit zijn Ed: zegt niet te„ huisje bij de deur van de „koomen kreune zicher nood kwaal opgerigt niet aan, maar zoo dra wordende wegens de te„ de Elephanten binnen zamen komste van veele de naauwe bezitting menschen daar ter plaatse zijn komt met hon„ het zeer moeijelijk is „derden van volkeren om de Elefanten in te in geschelschap van Jaegen en boven dien ook verscheide Heeren en Juffwer het injaagen niet zoo digt bij de valpoort van wel gesien kan worden, de kraal, begeevende zoo is om deese reeden zich vervolgens met gem: bij deese jagten dit geschelschap in een Expres op paalen gemaakte en huisje op een ander vercierde mandoe lang plaats gesteld, van 9. breed 5. kobidos en waar tevens het aldaar gezaament„ inzaagen zonder verhindering konde „lijk op stoelen gezee„ geschieden en ook ten zijnde, ordon„ beeter konde gesien „ neerd zijn E: dat worden. Indien „ terstond de Elephanten een zodanig moeelijk zouden gevangen werk van zoo groo„ worden, met drijge„ „te aangeleegend„ „menten van ons te „heid dat in bij zijn zullen straffen en van den Heer Dessave deporteeren, zoo het word verrigt niet met niet 8 met behoorlijk spoed niet word gedaan het geen ook wel sonwijlen afgedaan word, is zijn wel Edele in de nood„ geschied is, schoon ge„ zaakelijkheid de minde „ noomen wij die straffe ondergingen zoo vraagen „re hoofden te reprocheeren, wij of het mogelijk is op dat zij uit vrees gem: dat de Elephanten van zoo dienst spoedig verrigten een grooten omtrek in het welk bevoorens ook een ogenblik tijd in de plaats gehad heeft, als kraal konden gedreeven wanneer ook de Hoofden worden des niet temin zich schuldig maekende hebben wij om de wille gestraft zijn geworden. van het affront dat onze Htel tot welsein van hoofden aangedaan is alle de ingeseetenen ver, en het welk zij nooit „rigt wordende zaaijers ondergaan hebben en wel werk zijn tot dies ook uit vreese, De voortzetting de groote Elephanten in een â twee daagen binnen gedreeven en finaale breuken der verwaarloosde en in drie maanden Dammen van eenige twee maalen de Jagt dorpen door het volk gehouden als wanneer er 4. getande en 365. van de Etbandene ongetande Elephanten opgehaald en hersteld; gevangen dog in teegendee Deeze dienst hebben veele dier beesten uit ge ze bevoorens ook brek van voeder en verrigt. Deeze water zoo wel, als De schuld dat dit regt aan de Elefants volkeren klaagen om dat dezelven in bedienden niet geschied dat zij de van ouds haast van zoo een verre weg af in de is, legt aan den gebruikelijke kraal zijn gebragt Modliaar bepaalde gekreveerd 1671 Modliaar Tinnekoon bepaalde schenkagie of gekreeveerd zijn waar wijl hij nog aan de or„ witjan voor eenige door door DE: komp: veel „dres van den Heer Des„ hen gehoudene Elefants schaade geleeden heeft „save Fretz: nog aan Jagten niet gekreegen Dusdanig hebbende de mijne voldaan heeft hebben. Dus zal het volkeren van de Et„ goed zijn dat hun om „ „ bandenes nevens de met eene opgave over„ „trend alle deeze zaake „ Girrewaissche vidaan teleggen welke schen„ „lijkheden regt gedaan Majoraals naindes „kagien aan de Elefants word: &a veele straffen bedienden moeten afgegeven plaagen schaade en worden. nooddruft moeten ondergaan dus ook ten hunnen behoeve voor het bewijsen van zulke swaare diensten waar van de Edelmoe„ „dige heeren oog getui„ „gen zijn een zeekere ver„ „strekking van lijwaaten na billijkheid bepaald zijnde, hebben zij ze nogtans voor de tweede„ „maal gehoudene blefants Jagten ten tijde van den heer Burnat, voor de eenmaal gehoudene do ten tijde van den Haer Fretz en voor twee maalen gehoudene gevaarlijke Jagten ten tijde van den presente hier Dessave niet gekreegen De Et„ „bandeneas hebben buijten gem: hunne verpligten dienst. geen
English
Article 8. Regarding the plantations and deeds of obligation, what is necessary has already been stated by mandate that no other services are to be performed, but now they are not left at that, but must plant cinnamon, Japan sappanwood, indigo, coffee, coconut, and areca, as well as chop thickets, clear lands, dig ditches, fence gardens, dig tanks or dams and channels, and build rest houses. Even if a family were 10 heads strong, they are all seized and pressed into the aforementioned services. Article 8. Article 8. Article 8. The reason that I took no people from the Girrewais for the service of the plantations is that several dams, which had fallen into decay on account of the famine, had to be rebuilt and improved, as well as the channels that had become completely overgrown had to be cleared, and for which there is still some need of work. 28 May 1672 For the plantation being planted for the benefit of the Honorable Company by the Grand Dessave, his Honor took two korles of lascorins from the Girrewapattoe, and while they worked on the plantation for some months, his Honor discharged them again two years ago, and since then no people from the Girrewapattoe have been taken for the aforementioned service. I, Jinnekoon Mudaliyar, Hunt and Sowing Master, have established two cinnamon and areca gardens at Gette-maane, and for that service taken the people from the rest houses of the Girrewapattoe and the elephant servants, from which service they have nevertheless been freed for two years now. To the shame of the Girrewaise lesser headmen, I must admit that they have done poorly with the plantations; I therefore think that this complaint has little substance, and regarding the complaint that the specified monetary fines are taken from those who have not fulfilled their obligations, and that what they have planted is confiscated, I note in this regard that only the vidaan araatje of Marahadde paid this fine, that he did not plant the least bit, and that although according to his deed of obligation he should also have been dismissed from his service, I nevertheless allowed him to remain in his service. For the benefit of the Honorable Company and on behalf of the Right Honorable Lord Governor, the Lord Dessave, likewise from the other Matara headmen, vidanes, Mudaliyars, Mohandirams, aratchies, and kangaans, [illegible] is now obtained and cinnamon etc. is planted, as well as the plantations where they themselves and those bound by deeds of obligation on the 28th of May 1672 by obligation of services, have bound themselves, must be performed by laskorins, badannas, wahadjas, and idlers. Thus, one person from each family of the last-mentioned servants is left to perform their obligatory services, and the rest, however large the family is, are seized and must work constantly at their own expense and with their own tools, while being beaten with rattan sticks until the skin of their back bursts, in the gardens of the first-mentioned men. For which reason, if the lesser headmen have undertaken by deeds of obligation to lay out plantations through their subordinates and have had this service performed unjustly, they must answer for it. Although some of the aforementioned lesser headmen brought a portion of the plantation undertaken by them by deed of obligation into good condition, nevertheless not only was the stipulated monetary fine taken from them, but also the partial plantations laid out by them with difficulty. Article 9. Article 9. Article 9. Article 9. Furthermore, the Mudaliyar Jinnekoon is recommended to take care that the patabendas and majorals are imposed with no other services than those to which they are obliged. According to the second article, if it is true that services are imposed upon them contrary to custom, this is a matter that concerns only the Mudaliyar, and regarding which, if it is true, he deserves to be reprimanded. Since the parvenis and accommodeessan fields possessed under the names of nayides, grain measurers, and goynayides have been confiscated and farmed out for the Honorable Company as Mallapalla because there are no heirs to them, as is fair; yet if such parvenis possessions have been confiscated and farmed out for the Honorable Company of which there are heirs, and they can prove this, and therefore come to make a request, then it is fair that the same be restored to them, and at the same time imposed upon them to perform the obligatory services resting thereon. On this article, I have nothing to remark insofar as it has been answered by the Mudaliyar Jinnekoon. What concerns, however, the complaint regarding the services that are now imposed on them, with their obligatory services, such as the building of rest houses, the sowing of the fields at Ranne, the bringing of butter and fowls, the carrying of planks and all other heavy burdens, and the loading of the ships with paddy, as well as performing all other low services by the patabendas and majorals.
Dutch transcription
Art: 8. Nopens de plantagies en verbintenis aktens is reeds het nodige ge„ „zegt bij mandaat van geene andere diensten verrigt maar nu worden zij niet daar bij gelaaten maar moeten kanneel, Japan Kiate, indigo, koffe kokus en arreek planten mitsgaders bosschagien kappen, gronden zuijveren, gragten graaven thunnen ompaggeren tanken of dam„ „men en spruiten graaven en rusthuijsen maaken al zoude een famielie 10. koppen sterk zijn wor„ „den ze alle opgevat en tot voormelde diensten geprest. Art: 8. Art: 8. Art: 8. De ten behoeve van De reedenen dat ik geene Tot de ten voordeele DE: komp:e en uit volkeren uit de Gire„ van de E: komp: aange„ naemen van de Edele „wais ten dienste van de oplant wordende Plan„ Heer Gouverneur plantagien genoomen, tagie door den Heer Ma„ de Heer Dessave hebben is wijl verschei„ theeeschen groot Des„ „dene Dammen die we„ save, heeft zijn Edele Modliaar, Mohandi„ gelijk van de andere „rams, aratjes, kangaans „gens de hongers nood Matureese randjes vidaans tans behaald in verval geraakt zijn, weder moesten opgericht twee randjes laskooijns en bepland wordende en verbeterd worden, als van de Girrewaipat„ kanneel &a. zo meede de spruiten die „toe genoomen en ter„ wel als de plantagies waar „wijl zij eenige maan„ geheel toegegroeid waa„ „ren moesten opgeruimd „den lang aan de voor zig dezen en worden en waar meede plantagie gearbeid hebben, heeft zijn geenen bij aktens ƒ voor nog eenige leid werks is: den 28. Maij wel van 5 5/. 1672 wel Edele hun voor van verbinten is, bij oblenu van diensten nu twee Jaaren weder afgedanket, verbonden hebben, en zeedert dien moeten door Pasko„ is er ook geene tot „rijns, badannas, voorsz dienst wahadjas en leegloo„ „pens verrigt worden, van de volkeren uit de Genermaijpat, dus word een per zoon van elke familie toe genoomen. Jk Jin„ van de laastgemelde „nekoon Modliaan dienstelingen tot ver„ Jaag en Zaaijmees„ „rigting van hunne ter heb te Gette„ verpligte diensten ge„ maane twee ka„ „laaten en de overigen neel en Arreek hoe groot de familie tuijnen aangelegd ook is opgevat en en tot die Dienst moeten opeige kosten de volkeren uijt en met hun eijge ge„ de rusthuisen van „reedschappen onder de girrewaipattoe het uitdeelen aan en de Elephants be„ hun van rotting slaa„ diendens genoomen „gen tot dat het vel van welke dienst van de rug barst. zij egter voor nu geduurig in het twee Jaaren bevrijd zijn thuinen van eerst„ Tot schande van de zoo de minder hoofden genoemde menschen giurewaise minder de bij aktens van werken, waaromme hoofden moet ik beken„ verbintenis aange„ „nen, dat zij het slegts de minder hoofden „noomen hebben om met de plantagies ge„ ter beplanting van plantagies aan te „maakt hebben, ik leggen door hunne de door hen bij ondergeschikt en denke dus dat dee„ atetens van ver„ „ze klagte weinig deese dienst onregt„ „bintenis aange„ om het lijf heeft en vaardig hebben laa„ „noom eene plan„ nopens de klagte dat „ ten doen, zo moeten „tagies geen gelee„ van hun die hunne zij dat verantwoorden. verbintenissen niet „gendheid hebben nagekoomen zijn, de bepaalde geld boetens en schoon genoomen en het door hun aangeplante genoomen word, zoo merke ik hieraan, dat alleen eenige van voorsz: „nig de vidaan araatje van Marahadde minderhoofden een deze boete heeft betaald, dat zij niets gedeelte van de het geringste aangeplant heeft, en dat door hun lij: ver„ of schoon „bintenis ten ofschoon hij volgens zijne verbintenis, ook uit zijnen dienst had moeten gesteld worden ik hem egter in zijn dienst heb laaten verblijven. Art: 9. Art9. Art: 9 Dat de op de naamen Dewijl de door de op dit artikel heb„ voorts word de van nain des, Goij„ Naijdes, Graanmae Modliaar Jinnekoon „ be ik niets aan „naindes, en graan„ gerekommandeerd te merken voor „ter en Goijnainde meeters bekend om zorg te draagen zoo verre die be„ bezeetene parven dat de patte bendas antwoord is door staande bezittin„ akkomodesJan veld „gen voor DE: komp„e volgens he 2de Ar en Majoraals geen den Modliaar „tikel verpagt als Mallapalla Tinnekoon. Wat „ne andere diensten worden, zoo laat ingetrokken zijn, egter betreft de „ als waar toe zij om dat er geene Erf, met hunne verpla klagte nopens de „genaamen van zijn, „ te diensten, als 't verpligt zijn, Diensten die hun tans opgelegd wor„ is billijk, dog zoo maaken van rust„ opgelegd word. er zulke parvenie „huijzen het bezaa„ „den volgens zeggen „en der velden te buijten de Gewoonte bezittingen voor Ranne, het afbron zoo is dit eene zaak d E: komp: zijn ingetrokken en ver„„gen van boter en die alleenig den hoenders, het dr Modliaar aan„ „pagt, waar van „gen van planke „gaat en waar om„ erfgen: zijn en zulx en alle andere „trend zoo het waar niet bewijzen pro„ swaare dragten is, hij verdiend „ beeren kunnen en en het belaaden berispt te worden, daarom koomen ver„ van de Scheepen zoek te doen; dan is het billijk dat met nelie zoo „alle dezelve hun toege als andere laage „voegd worden en te diensten door de vens hun opgelegd Patteberdas en om de daar opleg„ Majoeraals v „gende verpligte dien„ „ rigten: „ster te verrigten. „bintenis akte aangenoomen plan„ „tagie in staat brengen word even„ „wel niet alleen de bepaalde geld boete van hun genoo„ „men maar ook de door hun met moeijte aangelegde „gedeeltelijke plan „tagies. Artil Art: 9
English
1673 Art: 10. The work of sowing in the Girrewaijpattoe is less bound by fixed rules than that in the other korles and pattoes, since a large portion of the fields in the Girrewaijpattoe can only be sown by means of abundant rains, and there are many fields that are sown for Jalla and Maha because in that pattoe much more three-month nelie is sown than in the other districts of this Dessavonie, except the Maganpattoe. The greatest rule that applies in the Girrewaij pattoe is to sow whenever one has water. Notwithstanding this, there are several villages that have fixed and determined times, and those villages that have had Droetoemaas must be enlarged, and have also been enlarged. This is proven by the crop survey reports for the account of Droetoemaas, and such is also the case with the fields for the account of Jalla. Meanwhile, this complaint of the Girrewaij inhabitants shows that even the best efforts to make a country and its inhabitants prosperous, and to pull them out of poverty and misery, are subject to reproach and ingratitude. The times when they died of hunger in multitudes along the roads, and had to nourish themselves with leaves, are recent, but this ungrateful people already seems to have wiped this from memory. The placement of Lascorijns in the villages is a matter that concerns the Modliaar Tinnekoon, not that I wish hereby to censure this arrangement of his, as I know only too well what an unwilling people the inhabitants of the Girrewais are, since they always have time enough to do the work. The work of sowing must be carried out with all zeal and diligence, and it is thus to the greatest benefit and welfare of the inhabitants. If improprieties have taken place, these can be specifically reported to Ginnekoon Modliaar, who will then investigate and submit a report thereon, upon which justice will be done. The fields in the Girrewaijpattoe have from earlier times been cultivated and sown in a year in four different manners. And since it has properly rained in the pasato in its due seasons, and there was sufficient water, it was ordered to have all the fields sown to the advantage of the Honorable Company and the inhabitants; and so that the work of sowing should not be delayed by the idle sloth of the inhabitants, and furthermore so that the dams or sluices and such appropriate thereto should be bound, a Lascorijn was stationed in each large village, and likewise in two or three small villages. In those villages where heavy work was to be performed, the Gajeman Aratje was sent with his kangaans to have the aforesaid work of sowing performed. On the occasion when they were at work, I, the Hunting and Sowing Master, became ill and requested to be permitted to come to Mature for some time. And because the other chiefs of the korles and pattoes could not break away on account of occupations in the Service, the Modliaar of the Wellebaddepattoe was sent, all the more because Girrewaijpattoe lay next to the Wellebaddepattoe and it was also more feasible and easier for him, to take charge of the work of that province. Notwithstanding all this, however, many fields and villages were left unsown in that year. The fields at Girrewaijpattoe are sown four times in one year, namely peremaas, or First Monsoon, karinaas, or second monsoon, Perejal and harejal, whereof the low grounds are sown with Mahawie in the months of July and August for the account of Peremaas, in October and November for the account of kariemaas, February and March for the account of perrejal, and in April and May for the account of harriesal. Although in one year the fields are sown four times, nevertheless not all the fields of the Girrewaijs can be sown, because the Girrewaijpattoe is a large district. The present Lord Dessave, in order to sow all the fields of such a large district in one Monsoon, gave strict orders, and our head, Wijewardane Nauratne Tinnekoon Modliaar, along with the Gajeman Aratje, four kangaans, and 122 Jandoors Lascorijns with a sannas ola, was sent, who were stationed in all the villages belonging under the four resthouses, namely one Lascorijn in each village. And while the work was underway, the Modliaar of Wellebaddepattoe, saying that the work was delayed, was three months after date sent by the Lord Dessave to the Girrewaijs as commissioner with the charge of Hunting and Sowing Master. For three months long he stayed there, and the Gajeman Aratje, along with four kangaans and the aforementioned Lascorijns, for six months long.
Dutch transcription
1673 Art: 10. Art: 10. Art: 10. Art: 10. Pzaaijers werk diend Het zaaijers werk De velden in de Gin„ De velden te Gir„ in de Girrewaijpattoe met alle ijver en „rewaijpattoe worden „rewaijpattoe worden vlijt verrigt te is minder aan van vroegere tijden in een Jaar viermaals worden dus is 't zel, vaste reegels bepaald, af in een Jaar op bezaaid, namelijk „ve ten meesten nut, dan die in de an„ vierderlij wijze be„ peremaas, of Eerste „te en wel zijn van „dere korles en „wertet en bezaaijd Mousson, harinaas pattoes vermits de ingezeetenen En dewijl het in td pas of tweede moussson een groot gedeelte geschied zoo er „sato op zijn tijden Perejal en harejal onbehoorlijkheeden van de velden in de„ na behooren gereegend waar van in de maan„ plaats gehad hebben Girrewaijpattoe al„ „den Julij en augustus heeft, en er genoeg„ dan kunnen die „leenig door behulp voor reek: van Pere¬ „zaam water was, speciaal op g'eeven van overvloedige zo is gelast om alle „maas de laage gron„ reegens kunnen be„ de velden ten voordee„ „den met Mahawie worden aan Ginne„ „koon Modliaar „zaaijd worden en „le van d'E: komp:s en in oktober en Gber„ er veele velden te van de ingezeetenen die dan daar na. voor reek: van ka„ „vens zijn, die voor te laaten bezaaijen, zal onderzoek doen „riemaas, februarij. en een berigt daar Jalla en Maha be„ en op dat het zaaij„ en Maart voor Reek: zaaid worden alzoo „ers werk door luijen van zal moeten van perrejal en in indienen waarop in die pattoe veel ijverloosheid van de April en Maij voor goed regt zal vol„ meer driemaandige ingezeetenen niet Reek: van harrie sal, nelie bezaaijd word vertraagd, mits dan in de overige dis„gaders de dammen, of schoon men in sluizen en Z: daar toe een Jaar vier Maan „trikten van deese Des„ geschikt aangebonden „der de velden bezaaij„ „savonie uijtgezonderd zouden worden is in,„ en zo kunnen eg„ de Maganpattoe. Da elke groote dorp een „ter alle de velden grooste regul die in en in twee â drie van de Girrewaijs de Girre waij pattoe kleene dorpen ins„ met bezaaijd wor„ geld, is om te zaaijen „ gelijks een Lasko„ „den alzoo de Gin„ wanneer men water „rijn gesteld, in die „rewaijpattoe een heeft. Des niet teegens dorpa daar zwaar „staande zijn en ver„ groot distriket is. werk in te verrig„ „scheidene dorpen die De presente Heer „ten was is de Gaje„ vaste en bepaalde Dessave heeft om „man araatje met tijden hebben, en die alle de velden van dorpen die voordroet zijne kangaans ge„ zoo een groot dis„ toemaas hebben moeten, „ zouden om voorsz: „trikt in een Mous„ gelargeerd worden, zijn zaaijers werk te ook gelargeerd, Dit laaten verrigten Bij son te bezaaijen bewijzen de opneeming, geleegenheid zij scherpe ordre ge„ Ratpoorten van het aan het werk waa„ „geeven en onze gewasch voor reek: van „ren ben ik Jaag en hoofd wie Jewarda Droetoemaas en zodaa„ Zaaimeester ziek „nig is het ook geleegen geworden en hebben „ re Nauratne met de velden verzogt om voor Tinnekoon modli„ voor eenige aan an ee „gen. 2 . voor Reek: van Jalla eenige tijd op Ma„ „aar nevens de Ga„ deese klagte der Gir„ „ture te moogen koo„ „jeman aratje rewaijse ingezeete„ „men en wijl de an„ vier kangaans „nen doet intussen „dere hoofden van de e 122 sJandoors zien dat ook de beste korles en pattoes Laskorijns met pogingen over een weegens ok kupatie een sannas ola Land en der zelver in„ in den Dienst niet gezonden, dewelke „gezeetenen gelukkig hebben kunnen af„ in alle de onden te maaken, hun uit „breeken. zoo is de vier rusthui„ armoede en ellende de Modliaar van „sen sorteerende de wellebaddepat„ te rukken aan beris„ dorpen gesteld „pingen en ondankbaar„ „ toe te meer Girre„ zijn, en wel in ieder waipattoe naast „heid onderworpen Dorp een Lasko¬ de welle baddepattoe is. De tijden dat zij „rijn en terwijl het lagd en het voor hem bij meenigte van werk aan de gang honger langs de wee„ ook doen lijker en was, wierd de „gen stierven, en zich gemakkelijker was met bladeren moesten, na de Girrewaijpatton Wellebadde pattoe Modliaar Zeggende erneeren, is kort, maar gezonden om het dat het werk ver„ schijnt dit ondanbaar werk van die pro„ „traagd word drie volk reeds uit het „vintie waarte„ maanden na dato geheugen gewischt „neemen niet door den Heer Dessa„ teegenstaande dit te zijn. ve met de last van Het stellen van Las„ alles zijn egter Jaag en Zaaijmeester „korijns in de dorgoen in dat Jaar veele als gekommitteer„ is eene zaak die de velden en dorpen „de naar de Gin„ Modliaar Tinnekoon onbezaaid gelaaten „ rewaijs gezonden, aangaat, niet dat drie maanden lang ik deeze zijne schik„ heeft hij zig al„ king hier door wil „daar opgehouden berispen al zo ik maar al te wel wee„ en de Gaijeman „te, welk een onwil„ Araatje neevens „lig volk de ingezee„ vier kangaans en voormelde Las¬ „tenen van de Gore„ „wais zijn, al zoo korijns ses maar zij altoos Tijd ge„ „den lang. „noeg hebben om het werk te doen. 9
English
1674 Article 11 Article 11 Article 11 It is very reasonable that if someone comes forward, the Mudaliyar of the Weligam Korale should be ordered to answer regarding the attachment placed by the Mudaliyar of the Weligam Korale on the crops of the Mutwattu fields, the vidana huwandirams, and the necessary investigation should be made, and each person should receive their due, with the lifting of the unlawfully placed attachment. Furthermore, while Mudaliyar Ilangakoon was ordered to ensure that the Mudaliyar of the Weligam Korale answered, I must in the meantime declare here out of love for the truth that this Mudaliyar, during the time he performed this service, has given the best proofs of zeal and ability, just as he has also done in the administration of his own pattu. The people of the Giruwapattu appeared before me before the New Year, and no complaints whatsoever were brought against this Mudaliyar by any of them, which they also did not do when I was at Tangalle in February to hold the leases, where the people of the four resthouses were gathered together. During the time that the Mudaliyar of the Weligam Korale was in the Giruwapattu, only a single complaint was brought against him, by the former Vidana Arachchi of Kahawatte, who currently stays at Baddegama to assist Resident Brinkman. This complaint was brought forward by Resident Brinkman at the request of the aforementioned former Vidana Arachchi. I ordered the Mudaliyar of the Weligam Korale to answer to it, which he also did in writing. I sent his answer to Resident Brinkman in order to be handed by him to the mentioned Vidana Arachchi and to submit his counter-arguments, and although this happened six to seven months ago, the said Vidana Arachchi has remained silent and left the matter unpursued. But I did have a single person punished upon the complaint of the Mudaliyar of the Weligam Korale, whom he sent to me; this person is the former Radamakara vidana, who is also said to be the writer of this entire complaint ola, and is known to the whole world as a bad petitioner. I have heard that when the Weligam Korale Mudaliyar, Gajanayaka Arachchi, and Kankanis along with their retinues arrived in our villages to inspect the sown cultivated fields, they gave strict orders for the performance of the sower's work, but no one has lodged any complaints with me against the said Mudaliyar. If complaints are now made about this, the aforementioned Mudaliyar must answer for it. When the Mudaliyar of the Weligam Korale arrives in our villages to inspect the sown fields being cultivated, the Mayorals, respectable Appuhamis, and Appus who cannot give them enough and satisfy them are treated by them with all low expressions, insulted, and some are even punished; they are also tied so tightly to poles planted in the mud pits that they cannot bear it from the pain, and they have even beaten the vidanas of the four resthouses who bring them no advantages with shoes, rattans, etc., while others held them by the hair, from which they retain scars on the back, the belly, and other places of the body, just as if they were their purchased slaves, or as one deals with someone caught in adultery. Subsequently, they were locked up in the jail, and when they are sent bound with arms tied behind their backs to Matara, the brother of the aforementioned Mudaliyar, being the Toll Muhandiram, places lascars on the road to bring such persons directly to him in order to deprive them of an opportunity to go to other headmen, whereupon he brings them before the Lord Dissava; and the Lord Dissava, without hearing them, has them immediately punished and condemned to fines, dismisses 1675 them from the service, and assigns their services to the said Mudaliyar of the Weligam Korale himself; thus this Mudaliyar has placed an attachment on their Mutwattu fields and vidana huwandirams, attempting now to collect on account of the korale, under the pretext that he had functioned as head of the Giruwapattu, the sowers' share of the fields sown by the poor inhabitants to the extent of several amunams, for which purpose he has stationed guards. Article 12 Article 12 Article 12 Regarding the fields sown in Annapassatto on account of the Maha, the crop has flourished very well, and at the leasing of the same, various persons, in order to pursue their profit and of their own free will, farmed it. In such a manner the people are troubled, and at unusual times the fields are sown, the crop has become ripe, and notice thereof given by the lesser headmen. Since, according to the statement of the Mudaliyar Ilangakoon, no one is forced to lease the paddy right, it is understood that if someone brings forward their objection against it, an investigation will then be held.
Dutch transcription
1674 Art: 11 Terwijl voorts de Art: 11 Aot: 11 Het is zeer billijk Ik heb vernoomen, Modliaar Jinnekoon dat zoo iemand komt wanneer de welle dat de Modliaar „baddepattoes Mod„ alverder geordon¬ op daagen dat de van de Wellebadde„ liaar, Gajeman Modliaar van de Welle„ „neerd word om„ „pattoo geduurende araatje en kangaans „trent het geleg„ „baddepattoe zich ver„ het waarneemen nevens hunne gevol„ „antwoord. Jntussen moet van deeze dienst „de arrest door de „gen in onze dorpen ik hier uijt Liefde tot Modliaar der Wel„ sterke orders gegeeven de waarheid verklaa„ aankoomen om de „lebaddepattal op heeft tot het verrig„ bewertet wordende „ren, dat deeze Mod„ het gewasch der „ten van het Zaaijers„ zaaijvelden te be„ „liaar geduurende werk dog niemand Mottets velden, „zigtigen worden de tijd, dat hij deeze heeft bij mij tegen de vidaan hoe an„ dienst waargenoomen de Majoraals, aan„ gem: Modliaar ee„ „dirams het noo„ heeft, de beste blijken „zienlijke appoeha„ „nige klagten inge„ „dige onderzoekte van ijver en kunde heeft „mies en appoes die „bragt: zoo nu daar„ doen en een ider gegeeven, gelijk hij dit „overgeklaagd word, hun niet genoeg het zijne te doen ook gedaan heeft in diend voorsz: Modliaar geeven en te vreeden geworden, met ont„ het bestier van zijn zich daar op te verant„ stellen kunnen, door „heffing van het on„ eigen pattoe, de vol„ woorden. hun met alle laage¬ „wettig gelegde „keren van de Gorrewaijs uitdrukkingen be„ zijn bij mij verscheenen „jeegend, geaffrontaer„ voor het nieuwe Jaar, en door niemand hun„ „nen zijn eenige klagte tegens deeze Modli„ en zelfs zommigen „aar ingebragt, het welk zij ook niet ge„ gestraft, ook worden „daan hebben toen ik in februarij tot het ze aan paalen die houden der verpagtingen op Tangale geweest in de modderkuilen geplant zijn zo daa„ ben, alwaar de volkeren van de vier rust„„nig vast gebonden „huizen gezaamentlijk vergaderd zijn ge„ dat ze van pijn het „weest geduurende dat de Modliaar van niet kunnen uithou„ de Wellebaddepattoe in de girrewaijs geweest is, is teegens hem een en keld „den, zels hebben ze klagte ingebragt, door den gewaezene de vidaans van de vidaan araatje van kahawatte die vier rust huisen zich tans te baddegierie tot hulp die hen geen voor„ van den Resident Brinkman ophoud. „deelen toe brengen deeze klagte is door den Resident met papoesen rot„ Brinkman op verzoek van voorm: ge„tings &=a geslaagen „weesen vidaan Avaatje voorgebragt, terwijl andere hun Ik hebber den Modliaar van de wel„ de hairen vast le bad de pattoe hielder Art: 11 het d arrest. „lebaddepattoe gelast zig daar op te hielden, waar van verantwoorden het welk hij ook zij op de rug de schriftelijk gedaan heeft. zijne ver„buik en andere „antwoording hebbe ik den Resident plaatsen van het Brinkman toegezonden ten einde door Lichaam lidteeken hem aan meem: vidaan avaatje ter hand behouden even of te stellen en zijne teegen belangens in te zij hunne gekogte brengen, en hoewel dit ses a seeven maar „ slaaven waaren of „den geleeden is, zoo heeft gem: vidaan zo als men met Araatje stil gezweegen en de zaak iemand handeld, onvervolgd gelaaten, Maar een enkeld die in overspel gestreeft word, ver„ perzoon hebbe ik op klagte van den „volgens wierden Modliaar der Wellebaddepattoe en ze in de Tronk op„ die hij mij heeft toegezonden laaten „geslooten, en wan„ afstraffen deeze perzoon is de ge„ „neer gevleugeld na Mature opge„ wezene Ratmakerre vidaan die „zonden worden, sted ook gezegd word de schrijver van de broeder van voorm deeze geheele klagt ola te zijn, en Modliaar, zijnde bij de geheele wereld bekent is voor de told Mohandira een slegt suppliant. laskorijns op de weg om de zulken dire bij hem te brengen ten einde een gele „genheid te be„ „neemen om bij ander hoofden te Vermi gaan, wanneer t voorg. hen bij den heer Mode Dessave brengtie de Heer desaves om recht hen overhoord agte gelijks straffen staan laat, en boetenijn kondemneeren, daar herels 1675 hen uit de Dienst steld, mitsgaders hunne diensten aan gem: Modli„ „aar van de Welle„ „baddepattoe zelfs opdraagd, hebbende dus deeze Modli„ „aar op hunne mo„ „tels velden en vi„ „daan hoeandirams arrest gelegd, trag¬ „tende tans de door de arme Jngezeetene bezaaide velden ter groote van eenige anam: hun Zaaij„ „ers andeel on„ „der voorwending dat hij als hoofd van de Girrewaijs gefurgeerd had voor reek: van de korle in tevorderen, waar toe hij wagters ge„ „steld heeft. Art: 12. Art: 12. van de in annopassa„ op dus danige wij„ „to voor reek: van ze worden de men„ en Mahia bezaaijde „schen moeijte aan„ velden is het gewasch „gedaan en in on„ heel wel gefloneerd „gewoone tijden de en bij het verpagten velden bezaaijd van het zelve hebben te Gewas rijp ge„ dezen en geenen om worden en door hun voordeel te de mindere hoof„ behartigen en uit „den daar van ken„ eijgen vrijen wille Art: 12. vermits volgens voorgaave van den heer Modliaar Jinnekoon gbe niemand gedwongen ave is om de nelij ge„ 1 rechtigheid te din pagten, zo is ver„ affer staan, zoo iemand boeten zijn beswaarnis daar tegen inbrengd henels dan daar na onderzoek gepagt nis H -
English
investigation and justice will be done; and because from the defense of the said Mudaliyar it appears that he does not know that the Lord Dissave van Angelbeek enjoyed any benefit from the hiwelande, further instruction on this matter may be given to Jinnekoon Mudaliyar, who is hereby ordered to conduct an investigation and provide a report whenever anyone comes to complain to him about it. farmed, but this took place without instigation or coercion from anyone whosoever, because some who attended the lease auction and had no knowledge of the public bid requested from various persons the fields leased by them and had the same entered under their names on the lease roll, and the lessees even mutually made private agreements among themselves regarding what they had leased. At the time when the crop was harvested and threshed, a flooding of water occurred twice, and I learned that the crop that could not be secured was somewhat spoiled. It is also not known to them that the Lord Dissave enjoys any benefit from the fields that various people cultivate and sow for hiwelande or plowing labor. notice having been given, the same is inspected by commissioned appoes and a report thereof submitted. After these declarations have entered into the books, the Lord Dissave comes without councilors to Fangale, where His Honour leases the crop for such a high price, not tolerating that it falls below the estimate that His Honour had set for himself, so that it is impossible to pay the lease paddy. After having threatened the vidanes and mayorals, the heads are instigated by the Lord Dissave to lease the crop for a high price, and after that the names of those same vidanes, mayorals, and others are made known as lessees on the rolls. The paddy of these fields, leased on two occasions, which had been threshed and lay upon the same, as well as that which had been cut and piled up, and also that which was uncut, was lost due to the flooding of water that arose up to two times in the recently elapsed period. When these losses and misfortunes of the lessees were made clearly known by the vidanes of the four rest houses and the head of the korale, no commissioners were sent out to survey and inspect the same in order to write and report further about it, and to show some favor to the lessees. On the contrary, they were told that although the paddy had been washed away by the flooded water, the names of the lessees that stand recorded on the lease roll had not been washed away, and at the same time an order was issued to collect from the lessees, whereby the inhabitants have been ruined. In addition to that, their plow oxen, with which they were made to plow in haste, died from excessive work. The fields of many villages currently remain unplowed because no plow oxen can be obtained, and because clearing chenas is currently prohibited, the inhabitants of the high and low lands have nothing to live on and have fallen into great ruin. Notwithstanding all these misfortunes of the inhabitants, the Lord Dissave takes the sower's share from a field situated in each village from the fields that they sow with great difficulty for huwelande. Article 13. The Mudaliyar of the Giruway Pattu shall have to ensure that upon the arrival of the Lord Dissave, no more necessary expenses and decorations of rest houses, etcetera, as well as provisions of adukkus and pehindus are provided and made to His Honour than according to ancient custom, On this article there is nothing to note insofar as what has already happened in the answer to the general complaint and in answer 1 hereinbefore. Because by the article of the mandate ola, the mayorals henceforth need not give adukkus and pehindus to the Mudaliyar, When the Lord Dissave travels into the country, it is an ancient custom that one would do so, and that also on the occasion when the present Lord Dissave of Matara, for the first time in the In ancient times a Dissave came into the country once, either to attend the elephant hunt or to have the ships loaded with paddy. The present Lord Dissave, having stayed in Matara for only a few months,
Dutch transcription
onderzoek en regt zal gedaan worden en wijl bijde ver„ „antwoording van gem: Modliaar blijkt dat hij niet weet dat de Heer Dessave van An„ „gebeek eenig voordeel van de Hiwel ande genoo„ „ten heeft zo kan daar van nadere aanwijzing gedaan worden aan Jinne„ „koon Modliaan, die bij deezen gelast word, om wanneer jemand daar over bij hem komt klaagen, als dan daarna het on„ „der zoek te doen en van bericht te dienen. gepagt, dog zulks „nis gegeeven zijnde, is niet op instiga„ word 't zelve door „tie of dwang van gekommitteerde iemand wie hij zij appoes bezigtigd geschied, want eeni„ en daar van rap„ „ge die bij de verpag„port overgelegd „ting zijn geweest na dat deeze op en van het open gaave bij de boe„ afslag geen kennis „ken ingekoomen hadden, hebben van zijn, komt de Heer deezer en geenen de Dessave zonder raads, door hen gepagte „lieden op Fangale velden verzogt en alwaar zijn Edele dezelve op hunne 't gewas voor zoo naamen bij de Pagt een hooge Prijs ver„ rol laaten beschrijven „ pagt /: niet gedoo„ en hebben zelfs de „gende dat 't benee„ pagters tusschen den de taxt komt die zijn Ed: voor hun over en weeder onderhandse akkoord zich bepaald had:/ gemaakt van het geen dat men de pagt zij gepagt hebben nelie onmoogelijk bij geleegenheid het opbrengen kan; na gewasch gesneeden na de vidaan en en getrapt wierd is Majora als gedreijgt er tweemaalen een te hebben worden overstrooming van de hoofden door de water gekoomen, en Heer Dessave ge„ ik heb vernoomen instigeerd het dat het gewasch gewasch voor een hooge Prijs te laa¬ dat niet heeft kon„ ten mijnen en daar „nen geborgen worden na de naame van iets wijnigs ver die zelfde vidaanen „looven geraakt is Het is hun ook Majoraals en verstrekt niet bekend andere als Pag„ dat de Heer Dessave „ters bij de rol„ eenig voordeel geniet len bekend gesteld„ De „ 3 van 1676 van de velden die dee„ ze en geenen voor hi„ wel ande of ploeg„ mooite bewerken en bezaaijen. De van deeze velden in twee reijzen verpagte nelij die gedorft was en op dezelve ge„ „leegen heeft, zoo wel als die ge„ sneeden en opgekoopt, mitsgaders onge„ „sneeden was; is door de in de jongst ge„ „passeerde tijd, tot wee Reijzen toe opgekoomen over„ Strooming van wa„ „ter verlooren ge„ „gaan welke ver„ „liesen ongeluk van de Pagters door de vidaans vier van de „ rusthuisen en het hoofd; van de korle verstaan baar te kennen gegee„ „ven zijnde zijn tot het opneemen en bezigtigen daar van geene gekom¬ „mitteerdn op uit „geschikt ten einde daarover verder te schrijven en be„ „deelen mitsgaders de „ de pagters eenige gunst te bewijzen, maar in teegendeel is hun gezegd worden, dat schoon de nelie door het overstroomd water weg gespoeld is, egter de naamen van de Pagters die bij de Pagt rol bekend staan niet weg gespoeld zijn en teffens order gesteld om de pagters in te vorderen waar door de ingezee„ tenen zijn gerui„ „neerd geworden D buijten dat daar G en boven hunne he da ploegossen waar „meede men in haast laaten ploegen door het overvloedig wer„ „ken gekrepeerd v zijn. De velden „ van veele Dorpe blijven tans an„ geene beploegd wijl er d 1677 geene ploegossen te bekoomen zijn en dewijl tans belet is om Syenassen te zuijveren hebben de ingezeetenen van de hooge en laage gronden niet te leeven en zijn zeer in ver„ „val geraakt, onaan„ „gezien alle deeze onheilen van de Jn„ „gezeetenen neemd de Heer Dessave van de velden die zij met veel mooite voor huwelande be„ „zaaijen, het zaagens aandeel uit jeder Dorp van een Veld, dat daar geleegen Art: 13 Art: 13. Art: 13 Art: 13. De Modliaar der op dit artikel is wanneer de heer Girewaij pattoe zal In oude tijden in zoo verre niets Dessave landwaards hebben te te zorgen aan te merken als kwaam een Des„ rijzen is, tot een al„ dat bij aankomst „ save eens in 't Land het geene reeds „oud gebruijk dat van de Heer Dessave geschied is bij de zoude doen, en aan hun Ed: de geen meerder ver„ eens om de Ele„ de beantwoording nodige kosten en „ziering van rust„ „phants Jagt bij van de generaale verziering van rust„ het „huisen EtC„a zo wel klagte en bij ant: „huijzen Etc=a ver„ te woonen of tot als verstrekkingen het laaten belaa„ 1 hier bevoorens. strekt en gedaan van adoekoes en worden en dat ook „den der scheepen pehiendoos wor„ bij geleegenheid met nelie. De pe„den gedaan dan de presenter Heer presente Heer na oud gebruijk, Dewijl bij het artikul an„ Matureeschen groot Dessave na zig van de mandaat ola, de Mayoraals en Dessave voor de maar eenige maan„ voortaan geene Adoekoos en Pehin„ eerste maal in „der op Mature op„ doons aan de Modliaar behoeven gehouden is. de te
English
to be provided, in which case the Mayorals, together with those assigned to them, can make the rounds of all the corles and pattoos after His Honour had arrived in the Girewaypattoe. It is true that the rest houses were decorated in His Honour's honour. However many European gentlemen also travel in the company of the Lord Dessave, the ordinary supply of Pehiendoons is nevertheless made only to the Lord Dessave, but not to the other gentlemen. It is reasonable that, as was customary of old, Pehiendoons and adekoes be supplied to the native chiefs and retinue of the Lord Dessave. If the Lord Dessave stays there longer than the customary days, some of the retinue are given leave to return to their villages, and some are provided with paddi, and likewise adekoes and Pehiendoons are given to the arachchies, kangaans, and lascorins, which very well accrues to the mohandiram. His Honour gets a mind after some days to make an expedition to the Gireways in the company of gentlemen, ladies, and native chiefs, and with a retinue of hundreds of people. On such an occasion, the triumphal arches and rest houses must be decorated just as splendidly as happens at the arrival of a Governor, with small white and red cloths together with all sorts of flowers, etcetera. And if this is not done, we are then punished and condemned to fines. The said triumphal arches are decorated with small red cloths which the poor inhabitants of these remote regions and wildernesses come to procure with great difficulty. And when they have been exposed to the sun and rain for 10 to 15 days, they rot, and the owners suffer much damage thereby. Because His Honour arrives there in great state, hundreds of Pehiendoens and thousands of adekoes must frequently be delivered. Besides this, we must monthly supply to the Mudaliyars, Mohandirams, arachchies, kangaans, lascorins, and appoos sent to us, two to three times more pehiendoens than the previous supplies. To our head as well as to the Wellebaddepattoe Mudaliyar, the arachchies, kangaans, and lascorins who have come to have the fields sown, a supply has sometimes been made of 1020 Pehiendoens and 18260 Adekoes, besides what has been supplied to this one and that one. And meanwhile, without taking into consideration that the Mayorals have incurred so much expense on a single occurring circumstance alone, their diwels obtained of old are nevertheless leased out, because the profits of the few diwels they currently possess are not sufficient even to be able to make the supply of boeriebori and pepper. 1678 Although the Mayorals complain that the profits of the diwel fields granted to them are not sufficient to make this supply, they have nevertheless been assigned baddiwels and mohandirams, namely the former for their sustenance and the latter for performing the aforesaid supply. However this may be, it will nevertheless be good that all these particulars be accurately investigated and arranged according to the findings. Article 14. Besides what Jinnekoon has noted here alongside, I only add this: that because the elephant servants were occupied with the last required work of the last elephant hunt, they received no leave on the last passed Sinhalese New Year's Day. However, after the elephant hunt was over, in consideration of their heavy labour, the Lord Dessave gave them the necessary expenses to hold a festivity. Article 14. That the Sinhalese should be given freedom on their New Year's Day in the future is reasonable. Nevertheless, because the elephants were being hunted on the Sinhalese New Year, only the watch that was kept at the post was made to work. Article 19. Ever since the Company took possession of these lands, we have been free from the Company's services on our Sinhalese New Year's Day, in such a way that the Sinhalese get freedom on their New Year's Day, as is reasonable. But the present Lord Dessave has granted us no freedom, but on the contrary has made us work.
Dutch transcription
te verstrekten als wanneer de Ma„ poraals met de aan hun toegevoeg„ kunnen. de alle de korles en gehouden te hebben Pattoes de ronde ge„krijgt zijn E: sin„ na in de girewaijpat„ eenige daagen een „toe gekoomen was, togt na de Gire„ tot eer bewijzing waijs te doen in de rusthuijzen en Z: gezelschap van vercierd zijn is wel heeren Juff=we In„ waar, Hoe veel blan„ „landsche hoofden „ke Heeren ook in gezelschap van de en met een gevolg heer Dessave meede van honderten van rijzen werd egter menschen, bij zoo aan de heer Pessave een geleegenheid, moe„ alleen de ordinaire ten de eerboogen en rust huisen even verstrekking van Pehiendoons gedaan, als dit bij aan„ dog niet aan de au„„komst van een „dere heeren. het is heer Gouverneur billik dat zo als geschied pragtig van ouds gebruijke, vercierd worden, met wit en rood kleet „lijk was, aan de Jnlandsche hoofden „jes mitsgaders met alle zoorten en Gevolg van de van bloemen 2t„ heer Dessave Pehien„ en zoo zulks „doons en adoekoos niet gedaan word verstrekt worden worden wij als dan zoo de heer Dessave langer dan de gewoo„ gestraaft en in bor„ „ne Dagen aldaar „tens gekondemneerd vertoeft, zoo word gem: Eerboogen worden vercierd aan eenige van het met roode kleet„ gevolg om na hun„ „jes die de arma „ne Dorpen te rug te Jngezeetenen van keeren verlof gegee„ deeze verafgelee„ ven en aan eenige Pad„ „gene gewesten „die verstrekt en tee„ en woestijnen „vens aan de avaatjes kang: en Laskor: adoe, met veel moeite „koos en Pchiendoos koomen op te doen „de hoeandiram heel wel toe koomen „daan heefft en daar „nigheid om voor gegeeven Zo 1678 gegeevene schoon de muije„ en wanneer dezelve raals klagten dat de 10. â 15 dagen voor voordeelen van de aan de zon en reegen hem geakkordeerde bloot gesteld zijn diwel velden niet toe naaken ze vervat „reijkende zijn om dee„ en krijgen de Eijge„ „ze verstrekking te doen naars daar door zo zijn egter aan hun veele schaade Dewijl zijn Ed: zeer prag„ baddiwels en hoean„ tig aldaar van „dirams toegevoegd, daan komt. moe„ Namelijk de eerste „ten honderten van tot hun bestaan en Pehiendoens en de laaste tot het duijzenden van ador„ doen van voorsz: ver„ „koes veel maalen „zoeking Edog hoe geleeverd worden, het hiermeede mogte buijten dien hebben geleegen zijn het zal wij maandelijks nogtans goed zijn, aan de tot ons ge„ dat alle deeze zaa„ „zondene Modliaars „kelikheeden zuijver Mohandinams, arat onderzogt en na fjes, kangaans, Laskorijna en appoes„ bevinding geschikt twee â driemaalen worden. meer pehiendoens dan de voorgaande Leve„ vantted moeten be„ „zorgen, aan onze hoofd zo wel als aan de Welle badde„ pattoe Modliaar, de Arvaatjes kan„ „gaans en Lask: die gekoomen zijn om de velden te laaten be „zaaijen is sommige maar dan een verstrek „king geschied van 8 van 1020 Pehiendoens en 18260 Advekoes buiten het geen aan dezer en geen en ver„ „strekt is, en onder„ tuschen worden, zon„ „der in aanmerking te neemen dat de Majoeraals bij een voorgevalle om„ standigheid alleen zo veel kosten ge„ daan hebben Even wel hunn van ouds ver„ „kreegene diwels verpagtter weil de voordeelen van de weinige duels die ze tans bezit„ „ten niet toereij„ „kende zijn, zelfs de verstrekking van boeriebori en peper te konnen doen. Art: 14. Art: 14. het geen Behalven „ de Moali„ Dat aan de singaleesen zeedert dat de hee„ In het vervolg zullen „ren deze Landen op hunne nieuwe aan Jinnekoon hier s komp„s diensten zo„ bezeiden aangemerkt jaarsdag vrijheid in bezit hebben ge„ „daanig geschikt „kreegen, zijn wij op gegeeven word is heeft, voege ik hier onze singaleesche worden dat de sin„ billik, dat niet te nog alleenig bij, dat min wijl de Elephants nieuwe Jaarsdag „galeezen op hun bediendens aan het vrij van 's komp„s op het singaleesche nieuwe verjaarsdag diensten geweest, nieuwe Jaar geene laast vereischend vrijheid krijgen dog de presente heer werk van de laast op Jaaging der Ele„ gelijk billig is. Dessave heeft ons „phanten geschied is, gehoude Elephants geen vrijheid vergunt op Jagd bezig geweest en allenig de wagt maar in teegendee waaren, zoo hebben die gehouden is geworden zij op den Jongst ge„ laaten werken: „passeerde singaleesche bij de bezetting. nieuwe Jaars dag geen vrijheid gekreegen egter heeft de Heer Dessave hen na de Ele„ „fants Jagt afgeloopen was uit consideratie van hunnen swaaren- arbeid de nodige kosten gegeeven tot het houden van een vrolijkheid Art: 14. Art: 19 „
English
1679 Art: 15 Art: 15. Art: 15. Art: 15. trees to the owners. the purchased 10 soursop costs of The Modliaar Ginnekoon On this article I also must immediately satisfy. have nothing to remark except only that the Modliaar Ginnekoon may be ordered to pay for the felled soursop trees immediately. Regarding the having felled of the soursop trees standing in the gardens of the poor inhabitants for their sustenance, many of the best trees were felled for the building of ships and vessels, and also to have planks sawn from them, and what is even worse, whereby the good name of the Honorable Company is much tarnished, just as the pure moon has smeared itself with filth, consists specifically in this: That the Lord Dessave, from the fruits of the remaining trees, in order to cause disadvantage to the poor inhabitants, had Attekoos dried, and has already received some Amm: thereof, while the remainder is to be delivered in the next few days. of soursop trees for the sawing of planks, it should be noted that this was done not by force, but indeed with the full consent of the owners of the soursop trees against payment, having caused 10 non-fruit-bearing trees to be felled, and that the same are still lying on the site where they stood, in order that the costs thereof, after they shall have been removed for processing, be paid to the owners. These persons and no others were indeed ordered to dry and deliver attekoos or soursop husks and pips against payment, but they have neither dried nor delivered the same. Art: 16. That the clerk's service of Marakadde has existed from ancient times is true; however, it will be well that, if such a clerk on Maradde must necessarily be required, the modliaar Tingekoon must state the necessity thereof, in order that it may be provided for. Previously there were, for the 7 villages of kottewaije, for the 10 villages of oidejaale, for the C: villages of Wakkemnoelle, and for the 16 villages of marakadde, four clerks and four diwels, of which the services of four clerks were abolished and the three diwels were leased out, but the service of the clerk of Marakadde and diwel remained. The present Lord Dessave has also had the last-mentioned diwel leased out, but assigned the clerk's service—namely the collection of Areca and garden dues, the pointing out of fields to the commissioners departing from Mature to the Girrewaijs, the furnishing of maintemantos, and the performing of other clerical services—to the viedaan. Art: 16 This complaint is a matter that solely concerns the vidaan aratje of the resthouse of marakadde. Art: 16 Art: 16 concerns, if the vidaan aratzie of kahowatte can perform his duty without a clerk, then the former can do it as well; upon the abolition of this clerk's service, neither the Modliaar nor the vidaan araatje lodged a complaint with me. after a pure investigation in that regard, a good arrangement can be made according to the findings. Thus it is not good that this work is performed by the said vidaan, so that of four clerks, at least two ought to be appointed, since otherwise the work cannot be performed. 1680 Art: 17 The order regarding the hearing of the complaints of the inhabitants was given for their own best interest, so that they may bring them forward with more ease; and if anyone brings a complaint that he is not promptly helped, the modliaar Tinnekoon must give orders to hear and settle his complaints immediately, in which regard the vidaan arraetjes in particular must be held to their duty, even if the complaints were first made to them when the complainant does not choose to go to the Majorals, since the viedaan araatje can then summon the Majoral to him to provide elucidation during the investigation. Since the arrangement of the Right Honorable Lord Governor regarding the hearing and settling of complaints serves in every respect the well-being of the inhabitants, no other arrangement can be made therein. Art 17. Art 17. Art 17. The complainants against the instruction given to the headmen by the Right Honorable Lord Governor regarding the hearing of the complaints of the inhabitants might also, according to findings, be taken into favorable consideration. When we inhabitants previously had any complaints, we brought the same before our headmen, and if they did not properly investigate and settle the aforementioned complaint, we had the right to bring the same before our superiors or Gentlemen of greater authority; at present it is ordered to make complaints first to the Majoral, with the permission that we could subsequently, step by step, address ourselves further, provided with a report, which to the poor inhabitants
Dutch transcription
1679 A: rt: 15 Art: 15. Art: 15. Art: 15. boomen aan de Eijgenaa„ de gekogde 10 soorsaks „sten het kostende van De Modliaar Ginne op dit Articul heb „koon moet ten eer„ ik ook niets aante„ „merken dan alleenig dat den Modliaar Ginnekoon mag gelast worden om de gekapte soor„ „saks boomen ten eersten te betaalen. „ven voldoen. Noopens het laaten kap„ van de tot onderhoud pen van zoorzaks boo„ van de arme ingezee„ „men tot het zaagen „tenen, in hunne thuij„ van planken dient dat „nen staande zoor zaks men niet met Geweld boomen zijn veele beste maar wel met volkoo„ boomen tot het aanbou„ „men toestemming van wen van scheepen en de Eijgenaaren der zoor„ vaartuijgen gekapt en „zaks boomen voor betaa„ om daar van ook plan„ „ling 10 onvrugtdraagende „ken te laaten zaagen boomen heeft laaten kap„ en het nog erger is „pen en dat de zelve tot waar door de goede als nog op de plaats, naam van dE: komp„e zeer bevlekt is, even daar ze gestaan hebben, als de zuijvere maan leggen ten einde het zig zelve met vuilig kostende daar van heid bestreeken heeft, nadat ze tot het ver„ bestaat hier in naa„ „werken zullen afge„ mentlijk Dat de heer „haald zijn aan de eij„ Dessave van de vrugten „genaaren te worden der overgebleevene Aan deesen en gee„ boomen om de arme „nen is wel gelast, Jngezeetenen nadeel om attekoos of zoon„ toetebrengen Attekoos zaks huijsjes en pit„ heeft laaten droogen, „ten voor betaaling en daar van reets eeni„ te droogen en bezor„ „ge Amm: ontfangen „gen, dog zij hebben dezelve niet gedroogd Terwijl de over Rest nog bezorgd. eerst daags staat bezorgd te worden. bezorgd. Art: 16. Dat de schrijvers dienst van Mara„ „hadde van ouds af geweest is, is waar egter zal het goed zijn dat Bevoorens waaren voor de 7. dor den van kottewaije voor de 10 dorpen van oidejaale voor de C: Dorpen van Wak„ Art: 16 Deeze klagte is een zaak die alleenig den vi„ „daan aratje van het rusthuis van marakadde Art: 16 Aot: 16 zo een schrijver op Maradde dnoodzaakelijk dient te zijn, moet de modliaar Tin„ gekoon de nood„ zaakelijk. aangaat na „kemnoelle heer gunt kosten ijkheid „zaakelijkheid daar van opgeeven ten Einde daar in te worden voorzien. aangaat kan de na een zuijvere onderzoek daar vidaan aratzie omtrent na bevin„ van kahowatte zon„ „der schrijver zijn „ding een Goede dienst verrigten schikking gedaan dan kan het ook de word eerste doen bij het intrekken van dee„ „ze schrijvers dienst heeft zig noch de Modliaar nog de vidaan araatje bij mij bezwaard. Kemoelle en voor 16 Dorpen van marakadde, vier schrijvers en vier diwels zijn geweest, waar van de Diens„ „ten van vier schrij„ „vers afgeschaft en de drie diwels verpagt zijn gewor„ „den, dog den Dienst van schrijver van Marakadde en diwel is gebleeven, De presente heer Dessave heeft de laastgem: diwel ook laaten ver„ „pagten dog de schrijvers dienst Namelijk de in vor„ „deering van Arreeks en thuijns gereg tigheid het doen van aanwijzing der velden aan de van Mature na de Girrewaijs vertrekken de ge„ „kommitteerdens de verstrekking d van main te man tot tos en het ver„ „rigten van andere schrijf diensten aan den viedaan opgedraagen, dus. li 1680 Art: 17 De ordre omtrent het aanhooren der klagtens van de Jngezeetenen is gegeven, tot hun eigen best op dat zij niet meerder gemak dezelve kunnen inbrengen en zoo iemand klagte in brengd dat hij niet spoe„ „dig geholpen word: moet den modliaan Tinnekoon ordre stellen om ten eer„ „sten zijne klagten aan te hooren en afte maaken, waarom„ trent in zonderheid de vidaan arraetjes tot hun pligt moeten gehouden worden, al was het ook dat de klagten eerst bij hun gedaan wierd wan„ „neer den klaager niet verkiest bij de Majoraals te gaan, alzoo dan de aan viedaan araatje de Majoraal kan laa„ ten bij hem roepen, om bij het onderzoek elicudatie te geeven. wijl de inrigting van den Wel Edele Groot Achtb: Heer Gouverneur nopens het aanhooren en afmaaken der klagte als alle„ zints tot wel zijn van de Jngezeetene strekt, zoo kan daar in geen andere schikkinge ge„ „maakt worden. Art 17. Art 17. Art 17. De klagter tegen aan Wanneer wij in gezee¬ de hoofden gegeveene „tenen bevoorens eenige klagten had„ Instruktie door den „den hebben dezelve Wel Edelen Groot Achtb: bij hunne hoofden Heer Gouverneur no„ ingebragt en zoo „pens het aanhooren ze als aan gem: der klagten van de klagte niet nabe„ ingezeetenen zoude „hoor en onderzoeken ook wel na bevinding afmaaken, hebben in gunstige aan mer„ wij het regt gehad om dezelve onze meer„ „king dien en te koo„ „deren of Heeren van men, grooter gezag inte„ „brengen, tans is geordonneerd de klag„ „ten eerst bij den Majoraal te doen met vergunning dat wij van trap tot trap ons vervolgens voorzien van rapport verders konden adres„ seeren het geen de arme Jngezeetenen dus is niet goed dat dit werk door gemelde er„ daan verrigt word, al zo dan vier schrijvens ten min„ sten twee dienen aangesteld te wor„ der wijl anders 't werk niet kan worden verrigt. van „
English
from that time on to seek their justice in that manner is very difficult for them, since they cannot obtain the reports in 20 to 30 days, so we request to be permitted to lodge our complaints henceforth, as previously, in the place where it pleases us. Article 18. Since it appears that the Modliar Tinnekoon has heard the Gajemans Aratje, but not under the Hunt and Sowing Master, and from old times both offices have been held by one person, they have sometimes come to deliver messages in the Girrewaij Pattoe, or although the Aratje as well as the Lascorins of the Gajemans Randje have been in the Gerrewaij Pattoe to have all heavy duties belonging to the office of Hunt and Sowing Master carried out promptly. Since the Modliar considers the request made by the inhabitants regarding the Gajeman Aratje unnecessary, namely not to send the Gajeman Aratje and the Lascorins belonging to his randje for any services to the Girrewaij Pattoe, a fair arrangement can also be made in that regard, and he and his randje can be used for other services of the Company, so that both the Aratje and the Lascorins will be fully satisfied. The Gajeman Aratje is one of the most capable lesser chiefs of this Dessavony; if the Modliar could carry out the sowing work without him and his Lascorins in the Girrewaij Pattoe, satisfaction could be given to the inhabitants in that regard and he and his randje could be employed for other services of the Company. Article 18. Although they are used for messages, it is nevertheless their duty to perform the following: during the Elephant Hunt, to make the rounds around the kraal with firearms, and when bringing down the elephants to Mature, to accompany the taken beasts, and the elephants having been delivered, to keep watch at Mature with their chief; currently the Gajeman Aratje is just like a second chief of the Girrewaijs, who, while eating Pijhiendoons and Addoekoos, intends to draw the Wellales under his authority in order to take pareses from them; he has also requested a never-before-heard Mohandiram's service in order to show us disrespect. Wherefore we request that from now on he may not be sent for any services in the Girrewaij Pattoe, be dismissed from his service, and another be appointed thereto. According to the report of Tinnakoon Modliar, it does not appear that any improper order was given or anything improper was committed regarding this article. However, if anyone can point out anything further about this, he must report it to Tinnekoon Modliar, who must then investigate it further and provide a report. This answer to this article is so complete that I have nothing further to add. Was signed: C. van Angebeek. Article 19. Article 19. While the Badunnas or Elephant servants who were sent for the service of Badegerieje, having received their maintenance here, absented themselves from there and returned to their villages, were arrested and detained in the small fort of Jangale, on that occasion the paddy crop of the village Nallegamme was about to be lost due to high water. Therefore the Lord Dessave gave a general order that anyone who was inclined to reap for wages could go thither, just as also upon a further order from His Honour, 10 to 12 individuals of the said detainees were sent out for three or four consecutive days for that work, provided that they likewise enjoyed reaping wages for it. But I do not know that the wives of the said Badannas, on account of the aforementioned offense of their husbands, were arrested, or that any improper services were imposed on them to perform; nor do I know that by the Interpreter Mohandiram... Article 19. We, enduring the aforementioned damages and injustices, have performed all ordered services, in order to resume the services performed in the service of the great king of these regions by the giants, and in a place that on account of plague and famine, as well as on account of the demise of people, has been abandoned, named Baddegrije, to raise a dam for now more than 8 months, to clear the jungle, and for making rest-houses many people have been sent each time from the Girrewaijs, both male and female persons who were dispatched thither in chains and perished from the fever epidemic there on the road and upon their return to their villages. The wives of those who went to Baddeginije and upon receipt of this news made themselves fugitives, were immediately arrested and sent under the supervision of Lascorins to other villages to cut and purchase the paddy crop by day, which shame we have seen and...
Dutch transcription
van dien tijd af om op die wijze hun regt te zoeken. zeer moeijelijk vallt, alzoo ze in 20 â 30 dagen de rappor„ „ten niet krijgen konnen dus verzor„ „ken wij ons te willen permitteeren om onse klagten voortaan gelijk bevoorens te mogen inbrengen ter plaat„ „ze daar 't ons zal welgevallen. Art: 18. Art: 18 Nol: 18. wijl het schijnt dat Jnandje Laskorijns De gajeman araatje nopens het door den Modliaan de ingezeetenen is een van de be„ van de Gajeman Tinnekoon het „kwaamste minder gedaan verzoek arraatje gehoord randje van Ga„ hoofden van deeze namelijk om de onder den Jaeg- Dessavonij, konde Mod„ „jeman onnodig Gajeman aratje dog niet onder „liaar buijten hem agt zoo zal gem: en de tot zijn den Zaaij-meester en zijne Laskorijns Randje tot ande„ randje gehoorende van de Leijden af het zaaijers werk „ve sComp„s diens„ in de girrewaij pattoe kangaans en Las„ dat die beijde „ten g'emploijeerd verrigten zoo kan „korijns tot geene bedieningen een worden. daaromtrend aan diensten in de perzoon heeft gierrenaij pattoe de ingezeetenen genoegen gegeeven te zenden behoord bekleed zijn zij worden en hij en almede een billij somwijlen tot zijn randje tot an„ „ke schikking ge„ het bestellen van „dere diensten van „maakt te worden, boadschappen en de kompanie ge„ Edog van oude de hirrewaij „bruijkt worden leijden of zijn wanneer de zo wel avaatjes, kangaans pattoos gekoo„ de avaatje als de en Laskorijns van men of schoon Art: 18 Laskorijns het ze 5 1681 Laskorijns volkoomen zal te vreeden zijn. het Gaijemans rand„ ze in boodschap„ je in de Gerrewaij„ per gebruijkt wer„ pattoe geweest om den is egter hunne alle zwaare diens„ verpligting het „ten gehoorende tot volgende te ver„ het Ampt van Jaag rigten als om ten en Zaaijmeester spoe„ leijde der Elephants „dig te laaten ver„ Jagget met schiet„ rigten. geweeren rond om de kraal de ronde te doen, en bij het afbrengen van de Elephanten na Ma„ „ture met de ge„ „dande beesten mee„ „de te koomen en de Elephanten overge„ „leeverd zijnde, op Mature de wagt bij hun hoofd te houden, tans is de gajemannavaatje even als een tweede hoofd, van de Gir„ rewaijs, die onder het eeten van Pijhien„ „doons en addoekoos, de Wellales onder zijn Gezag meend te trekken ten eijnde paressen van hun te neemen hij heeft ook om een 5 volgens berigt van Deeze beantwoor„ Tinnakoon mod„ ding van dit artik„ „liaar blijkt niet kel is zoo volle„ dat er eenige onbe„ dig dat ik erniets „hoorlijke ordre verders bij te voe„ gegeeven of iets „gen hebben /:was onbehoorlijks bij geteekend:/ C: van dit artikel, voor„ Angebeek „koomende, gepleegd is, zoo egter iemand iets daar van na„ der kan aan wijzen den moet hij zulks opgeeven aan Tinnekoon modliaan die dan daar na ander zoek doen en van berigt diener moet. Art: 19 een nooijt voor dee„ zen gehoorde mo„ handirams dienst verzogt ten einde ons minagting aan te doen. wes halven verzoeken wij dat hij van nu voortaan tot geene diensten in de Gir„ rewaijpattoe gezon„ „den, van zijn dien„t afgezet en een ander daar toe aange„ „steld mag worden. Art: 19. Art: 19 Terwijl de Badun„ wij hebben de boven„ „nas of Elephants „gemelde Schaade en bediendenis die onbillijkheeden ten dienste van B ua„ verdraagende alle „degerieje gezonden geordonneerde waaren met de diensten verrigt, alhier genootene om de ten dien mainktementos leijde van de groote zig van daar geap„ koning deezer gewesten door de „senteerd hebben en in hunne dorpen Reusen verrigte te rug gekoomen diensten te her„ zijn, opgevat en in „vatten en op een plaats die het fortje van Jan„ weegens pest en „gaale gearresteerd hongers nood zo waeren, stond bij wel als wegens die geleegendheid het overlijden van het nelij gewas van menschen verlaaten 't dorp Nallegamme is gent Baddegri„ door hoog water je een Dam op te verlooren te gaan haalen van nu meer dan 8 maanden af dus heeft D' Heer Dessave de Art: 19 1682 Dessave een algemeen de boskasien te ordre gegeeven dat suijveren, en tot het een jgelijk die genee„ maaken van rust„ „huijzen zijn telkens „gen was voor loon van de girrewaijs te maaijen na der„ gezonden veele „waards konde gaan, volkeren zoomee„ gelijk ook op een „de mans en vrouws nader bevel van perzoonen die in zijn E: E: 10 en 12. de ketting der„ stux van gem: waards geschikt arrestanten drie en aan de koorts â vier Daagen afhang ExCna al„ agter een tot dat „daar op de weg en werk op uijt ge„ bij hun te rug „schikt zijn, mits komste in hunne daar voor insgelijks dorpen overleeden maaijloon genieten„ zijn. De vrouwen de. Dog ik weet van de geene, die niet dat de vrou„ na baddeginije „wan van gem: ba„ zijn gegaan en „dannas om de op den ontvangst. wille van bovenge„ van deeze tijding „melde misbedrijf/. zich fugatief ge„ /hunner mannen:/ „steld hebben, zijn ten eersten opgevat„ arresteerd dan gearresteerd en on„ wel dat haare een „der opzigt van „nige onbehoorde laskorijns na an„ diensten ten ver„ „dere Dorpen gezon rigting opgelegd „den om over Dag zijn ook weet ik het nelij gewas niet dat door den te snijden en op Tolk Mohandiran te koopen, welke schande wij gezien order en
English
and have heard. Previously we have not heard that any women were seized over petty matters, except those who had committed murder. The Lord Dessave, upon receiving word that the people of Nallegamme were not enough to reap the necessary crop of that village, ordered the inhabitants of Tangale to go altogether, for their wages, to reap and thresh the paddy crop, as the paddy crop of Tangale was not yet being harvested then; with the provision that when the same was also reaped and threshed, the inhabitants of Nellegamme would assist similarly in the work. Order was given to burn the houses of the inhabitants of Tangaale. The Lord Dessave ordered that if the inhabitants of Tan gaale did not want to go to cut the paddy crop, their houses should then be burned, their women seized, and brought hither; which the Interpreter Mohandiram announced to the hearing of hundreds of people in the name of the Lord Dessave. Such expressions and such a command certainly did not issue forth from the execution of just and reasonable orders, as the aforesaid Interpreter Mohandiram said in the name of His Honour. Because we cannot endure these injustices, and it has of old been customary among the Sinhalese to assemble together in a crowd, as well as because order was given to go to Badegirije and the collective inhabitants of the korles, pattoes, and seaports departed on one day and set out on the road, we have halted the said journey in order to make these injustices known to the justice-administering Gentlemen, for which purpose we have gathered together. Besides this order, it has come to my knowledge that some other harsh orders concerning it were given. In this manner this has been written and submitted on the 30th of May 1790. was signed: J: W: Linnekoon. Below stood: for the translation, Mature the 7th of June 1790. was signed: P: A: de Moor, clerk sworn in lower rank. Agrees. Signed: P: A: de Moor, clerk sworn in lower rank. This complaint ola was signed with the prior knowledge of the Lascarins, Etbandenors, Mayorals, Naindes, nahadjas, coolies, and other persons by all their lesser headmen at the end of the ola. Was signed: with fifty-four illegible signatures. Below stood: for the translation Mature the 24th of May 1790. Was signed: H C Trek. In the margin: for the translation, signed: D: J: Seneraat, sworn translator. No. 6. 1684 No. 6. Translation of Sinhalese complaint Ola submitted by the inhabitants of the Rest house of Wallasmoelle belonging under the Girrewaijpattoe. After previous compliments. The collective signers of this make known that one Nadoegelle Balehewagen, who had taken up his residence with one Moderewane koongelege Goynaide and had always served the vidaan arachies of the said Rest house and thereby exempted himself from his obligatory Honourable Company's service, having now obtained under the name of Raeme wickreme the post of vidaan arachie of the aforesaid Rest house of Wallasmoelle, has, regardless of the favours he enjoys from us, inflicted many slights upon us subordinates, and moreover has not only treated us with many dishonourable words but also made us perform all kinds of base services that are not becoming to us: 2 That which the Mayorals of the villages Sallahaganwadoewe and Wireloegasmoelle named Tallahagammeappoe make known: The said vidaan arachie took from me by force a pair of buffaloes, a half-grown ox, and in addition he once demanded of me ducatoons and crowns to make a set of coat buttons, and because I refused to give them to him, he, the vidaan arachie, while the crops of the accommodessans and other fields were ripe, dismissed me from my mayoral service, which has been granted from my great-grandfather's times downward, and On this complaint ola: Although the declaration of the Honourable Lord van Angelbeek is sufficient, the specific complaints against this Vidaan of Wallasmoelle shall nevertheless need to be investigated further. The Honourable Lord van Angelbeek knows nothing else to declare than that this vidaan arachie performed his services to His Honour's satisfaction, and that it was upon the express recommendation of the Modliar Tinnekoon that His Honour appointed him. There have never been any complaints brought to His Honour against him, as far as His Honour knows. Furthermore, His Honour says that his conduct in these mutinous moments also, as far as His Honour is aware of it, deserves all praise.
Dutch transcription
en gehoord hebben. ordergegeeven Bevoorens hebben is om de huij„ wij met gehoord zen van de Jn„ dat eenige vrou„ woonderes van „wen over geringe Tangaale te zaaken ogevat zijn verbranden. De geworden, Excepte de zulke die Heer Dessave heeft op bekoome moord begaan heb „ben De Heer Der lijding dat de „save heeft belast„ Nallegamme zoo de Inwoonder volk niet ge„ van Tan gaale tot „noeg was om het snijden van het noodig ge„ het nelij gewas niet gaan wilde „wasch van dat als dan hunne Dorp te maaij„ huijzen te verbran en, de Jngezee„ „den, hunne vrou teren van Jan„ „wen op te vatten „gale geordon„ en herwaards te brengen, welke neerd om voor door den Talk hun loon het Mohandirain to neelij gewasch aanhooren van h „derden van volk algaar te gaan, „ren uijt naam va snijden en dors„ den Heer Dessave sen alzoo het aangekondigt, heeft. zulke uij nelij gewasch „drukking en di van Tangale een gebieden Zee„ „kerlijk niet toen nog niet uijtten heeft de wierd in geoogst ter uijtvoer van mets dat wan„ billijke en onbe neer het zelve lijke ordres gere ook staan d der 1683 1/84 staande Tolk Mo„ ook wierd gemaaijd handiram uijt naam en gedorst als dan van zijn weledele de ingezeetenen van gezegd. Nellegamme in Dewijl wij deeze gelijker voegen onregten niet on„ in het werk zullen dergaan kunnen behulpig weezen. en het onder den Buijten deeze singaleesen van ordre, is mij met ouds gebruijke„ ter kennisse „lijk is, om zig gekoomen, dat te zaamen te en eenige ande„ rotten, zo wel „re straffe or„ als om dat ordre ders daarom„ gegeeven is om trent gegeeven na Badegirije zijn. Jndier voe„ te gaan en de „gen is deeze gesz: gezaamen telijke en overgelegd Jnwoonders den 30e': Maij van de korles 1790. /: was ge„ pattoes en zee„ „teekend:/. J: W: haavens op Linnekoon een Dag vertroke„ /:onderstond:/ voor „ken zijn en zich de translatie, op de weg begee„ Mature den ven hadden zoo 7. Junij 1790. /: was hebben wij ge„ geteekend:/ P: „melde Reijze A: de Moor gestaakt om kom: schriba deese onregten lager /: Akkor„ de regt doendte „deert:/ Heeren E gt deerd /:geteekend/ P: A: de Moor kom: scriba. Heeren te kennen te geeven, waar toe wij te zaa„ „men gerot zijn, deeze klagt ola is geteekend met voor kennis, van de Laskorijns Etbandenors, Muijraals, Naijn„ des, nahadjas koelies en andere perzoonen door alle hunne min¬ „dere hoofden aan het einde der ola /: was getek„ „kent:/ met vier en vijftig on lees„ baare hand teeke„ ningen /:onderston„ voor de transla„ „tie Mature der 24 Maij 1790. /: was geteekend HC Trek /:in margina / voor de vertaaling /:geteeke D: J: Seneraat, gesu: Ja No. 6. No. 6. 1684 Translaet Cingaleesche klagt Ola door de Inwoonders van het Rust„ huijs van Wallasmoelle sortee„ „rende onder de Girrewaijpattoe over„ „gelegd. Na voorgaande komplimenten. op deeze klagt ola Geevende de gezaamentlyke tekenaars deezes Alschoon de Ver„ te kennen dat eenen Nadoegelle Balehewagen klaring van den weet de E: E: Heer dewelke by eenen Moderewane koongelege Goy„ E: E: Heer van van Angelbeek naide zyn verblijf genoomen had en altoos de Angelbeek vol„ niets anders te ver„ doende is, zoo zul, klaeren dan dat vidaan arraetjes van Gemelde Rusthuijs ge„ „len even wel de deeze vidaan arractdient en daar door van zijn verpligte S: Comp: dienst zich onttrokken heeft, tans onder den speciaale klagten ije ten genoegen van naem van Raeme wickreme den dienst tegen deeze Vidaar zijn E: E: zijne diensten van vidaan arraatje van voorsz: Rusthuijs van Wallasmoelle verrigt heeft, en dat verkreegen hebbende, ons ondergeschikten on„ nader dienen het op de expresse aangemerkt de gunsten die hij van ons geniet onderzogt te voordragt van den veelen minachtigen toebrengde en daar en Modliaar Tinneko kooren niet alleen met veele eerloose woorden ons bejegerd maar ook door ons alle lagen is, dat zyn E: E: hem diensten die ons niet passen laeten verrigten: aangesteld heeft 2 Het geen de Magoraals van de dorpen salla„ is bij zijn E: E: te „ haganwadoewe en Wireloegasmoelle ge„ „gens hem. voor zoo naamd Tallahagammeappoe te kennen geeft: gem: vidaan arraatje heeft van mij met verre zyn E: E: welt„ geweld afgenoomen een koppel buffels een nooijt eenige klagten half wasse os, en daar en booven heeft hij ingebragt, voorts van my eens dukatons en kroonen tot het zegd zyn E: E: dat maeken van een stel roks knoopen gevraagd, zyn gedrag in deeze en om dat ik het hem geweygerd had te geeven Muitende oogen. heeft hij vidaan arraatje, terwijl het gewasen blikken ook voor zoo van de akkomodesans en andere velden rijp waeren mij van mijn bed overgroot verre zyn E: E: die vaders tyden af gepresenteerd wordende bewust is, alle lof majoraals dienst gedemoveerd en verdiend de in an worden. Ja
English
the persons of Manemalege Lokocappoe and Beddigammege Kankanawaatjele appointed thereto, and from Manemaleappoe taken a coat of two crowns and two dukatons, and from Kankanawaatjele a pair of young oxen together with one dukaton and two crowns, having likewise released to both of them the crop of the ande fields belonging to me, as well as the hoeandiram and the profit of my dewel fields, amounting together to more or less 20 ammunams of paddy. 3. Moederewane Japawiekreme, former vidaan arraatjen, makes known that the aforesaid Ramewiekreme vidaan arraetje took by force from me the hoeandiram, measuring 4 ammunams, due to me as mayoral of two villages; the fine grains sown by me on Ratmahera high lands to the quantity of three ammunams of tanne; likewise that he had the field, measuring one ammunam, which had been prepared by me for sowing for the Maha monsoon, sown by others and did not permit me to sow it; and that my brother, having brought the necessary animals, had a piece of land measuring 6 ammunams cultivated and sown, yet the vidaan arraatje took by force the part or half of the sower's share for himself; and that, beyond and above the mayoral service of Moederewane performed since the times of his great-great-grandfather, as well as the mayoral service of Meddewaauwe obtained now 25 years ago by a cannas from the then Lord Dessave, he has assigned them to two others, and, claiming that I have been dismissed, placed an arrest on the ganhoeandirim due to me for three monsoons. About one month ago I wished to prepare this village for sowing for the Yala monsoon, in which season it is specifically sown, but the vidaan prevented it, whereby the Honorable Company as well as the inhabitants have had to suffer much damage. All these insults and outrages inflicted upon me, who am worthy of the office of Mayoral of Modereware, besides what he has further presumed against me and also had done, although he served under me for 20 years and only five months ago, or on the 2nd of January last, became vidaan, being far too extensive to set forth here point by point, I therefore request that the inhabitants of the said villages may be questioned concerning these improper treatments. 4. The Mayoral of Kannoemoeldenijen, Dahanaiken Appoe, being of good descent, makes known that he cannot bear the insults and outrages inflicted upon him by the aforesaid vidaan araetje, and therefore can no longer do service under him. 5. Wittesingen Appoe, inhabitant of Kannoemoeldenijen, makes known that the aforesaid vidaan arraetzen placed an arrest on the Dombegarakocmbres sowing field, which had been possessed from long times past by Sammerikoon arraetje from his great-great-grandfather down as parvenie, in order to obtain presents from them; but, since he is utterly unable to make any presents of money or otherwise to the vidaan araetjen, he gave up the same to the commissioners for lease as a Company's field, notwithstanding that most of the villagers testified that the same is an actual parvenie field of the said arraetje. 6. Kakoelamoelle Halwatoerege Kangaan Appoe makes known that, while the crop of my chena, which he had cleared of brush and sown in the last Maha monsoon, had ripened, the aforesaid vidaan araetjen, without giving me the slightest part, had the same harvested by force and appropriated it to himself to the quantity of 7 ammunams; and, moreover, had the crop of a parvenie field measuring two pellas harvested and, likewise without giving anything to me, took it for himself. 7. Mielle Wierosinks Araetje Appoe makes known that the aforesaid Raemenwieekremen vidaan araatje had six of his female buffaloes, among which one half-grown, tied up by force and appropriated them to himself. Which six female buffaloes he requests may be demanded back from him and delivered to him. 8. The Mayoral of Goddeweuwen, Moenesien Pattirannahen, makes known that he had delivered four persons from his village for the service of Baddegirrie; but, when more people were demanded of him and he could supply no more, the aforesaid vidaan araetje took five rixdollars from him by force, as well as the crop from the field possessed by him as dewel. 9. Kaddigammen Viedaan Pedia makes known that, because he did not go to Baddegirie on the order of the vidaan araatje to depart thither, he took away a pair of young oxen from him by force. 10. Kaddegammoere Akkoeroegoddege Kankaran Appoe makes known that, because he was unwilling to depart for Baddegirie, the aforesaid vidaan araetje took two rixdollars and a young buffalo from him. 11. The Mayoral of Kaeldegammoewen, Pattirenne Appoe, makes known that the aforesaid vidaan araetje took from him by force two ammunams and seven coernies of paddy. 12. Okewille Bale Gonbaddoege Babintoea makes known
Dutch transcription
de perzoonen van Manemalege Lokocappoe verdiend, hij is een en Beddigammege kankanawaatjele daar toe broeders zoon van aangesteld en van Manemaleappae een rok de vader van van de twee kroonen en twee dukatons, en van kan„ Pattoen arraetjen van karam aetjele een koppel Jonge ossen nevens de Gangebaddepat een dukaton en twee kroonen genomen mitsga. „toen, zyn afkomst is, ders aan hun beyde afgegeeven het aan mij dus zo daerig, dat kompeteerende gewasch der andwelden, zo wel hij Vidaan arraetz als de hoeanderim en het voordeel van myn van wallasmoelle dwel velden, bedraagende min of meer 20. amm: nelij te zaemen. kan zyn 3 Moederewane Japawie kreme gew: vid aan arraatjen geeft te kennen dat voorm: Rame: „wiekreme vidaan arraetje met geweld van mij afgenoomen heeft de aan mij als mayonael van twee dorpen kompeteerende hoe andiram Groot 4. anam:, de door mij op Ratmahera hooge gronden bezayde ryne graene ter quantitijd van drie amm: Tanne zoo meede dat hij het door mij ten bezaaijing voor de Mousson Maha in gereedheijd gebragten veld ten groote van een amm: heeft laeten bezaag en niet toegelaaten dat ik het zoude bezaag hebbende myn broeder onder toevoeging van de nodige beesten een stuk grond ter grooten van 6 anm:s laeten bearbiden en bezaag dog de vidaan arraatje heeft het gedeelten of helfte van het Zaaijers aandeel m geweld na zich genoomen, en dat hy door en boven de van zyn bed over grootvader „tijden af verrigten majoraals dienst van moedere ware zo wel als de nu zedert 25 Jaeren op een Cannas van den toen maeligen heer Dessare verkreegen, nog majoraals dienst van Meddewaauwe aan twee 1685 twee anderen opgedraegen heeft, en zeggende dat ik afgezet ben op de Ganhoeandirim van drie Mousson my kompeteerende arrest gelegd. voor nu een maand geleeden heb ik dit dorp voor de Mousson Jala inwelke sag„ „soen hetzelve bepaaldelijk bezaayd woord, willen in gereedheid brengen om ten zaaijen maar den ridaan heeft het belet, waar door D E: komp:s zo wel als de ingezeetenen veele schaden hebben moeten leijden alle deezen aan my die waerdig den dienst van Majo„ „raal van modereware toegebragt hoon en smaad, behalven het geen hij verders omtrend my onderstaan heeft, en ook heeft laeten daar hij 20 Jaeren lang onder my dienst gedaan heeft, en eerst voor nu vyf maen„ „den of op den 2 Jannewarij laastleeden vedaan geworden is veel te lang wylig zynde hier van stuk tot stuk bekend te stellen zoo verzoeken, ik de inwooners van gem: dorpen wegens die oneigene behandelingen te wil„ „len vraegen. 4) De Majoraals van kannoemoeldenijen Daha„ „naiken „ appoe zynde van goeden afkomst geeft te kenren, dat hij de hoon en smaad, dis door voormelde ridaan araetje hem aan„ „gedaan word niet kan verdragen en dus onder hem niet langer kan, dienst 3 Wittesingen appoe inwoonder van kannoe, moeldeniezen geeft te kennen dat voorm ridaan arraetzen op een van langen tyden af bij Sammerikoon arraetje van zyn doen bed a d daartoe poe n .. Bed over groot rader af als Paurenie gepossideerd wordende Zaayveld Dombega„ rakoembres, om van hun presenten te krijgen arrest gelegd had, dog hij gants onvermogen is, om eenige Paressen van geld als ander „zints aan de vidaam araetjen te doen, heeft hij het zelve als een s Comp:s veld aan de gekommitteerdens ter verpagting op gegee„ „ren onaangezien dat de meeste dorpelingen getuijgd hebben, dat het zelve een weezent¬ „lijke parrenie veld van gemelde araetje 3 kakoelamoelle Halwatoeregen kangaan appoe geeven te kennen. Dat terwyl het gewasch van myn kannoeis parrenis chena die hy in de Jongsten Mousson Maha van ruijgtens gezuijverd en be„ zaaijd heeft rijp was geworden, den ridaan araetjen voorm: zonder het geringsten aan mij te geeven dezelve met geweld heeft laeten in oegsten en tot zich genoomen en ter kwantiteit van 7 amm en daar en boven het gewasch van een koop parvenie veld ten grooten van twee pelles laeten inoegsten en zonder almede aan mij iets te geeven na zich genoomen. J Mielle wierosinks araetje appoe geeft te kennen dat voorm: Raemen wieekremen vidaen araatje zijnen ses stuks buffelinnen. waar onder een half wasseren met geweld heeft laaten binden en zich toege eigend, welke is. ƒ 1686 Welken ses stuks buffelinnen hy verzoekt dat van hem mogen afgevordert; en hem overgegeeven worden De Majoraal van Goddeweuwen Moe„ nesien Pattirannahen geeft te kennen dat hy ten dienst van Baddegirrée uijt zijn dorp vier perzoonen afgegeeven had dog terwyl hy om meerder volk gevraagd wierd: en geen meer konde lee„ „veren heeft voorm: riedaan, Araetje van hem met geweld vyf rd. s afgenoo„ men zo meede het gewasch uit het bij hem tot dewel bezeeten werd en de Veld. 9 kaddigammen vied aan Pedia geeft te kennen, dat om de wille hy op bevel van de vidaan Araatje om na Baddegirie te vertrekken niet na toe gegaan is hij een koppel Iongen ossen van hem met geweld weg genoomen heeft. 19 kaddegammoere Akkoeroegodde ge kankaran Appoe geeft te kennen dat om de wille hij ongeneegen was om na baddegirie te vertrekken de riedaan straatje voorm: van hem genoomen had twee rd:s en een Jonge buffel. I1) De Majoraal van kaeldegammoewen Pattirenne Appoe geeft te kennen, dat den riedaan Araatje voormeld van hem met geweld afgenoomen, heeft twee amm: en seven Coernies nelij. 12 okewille bale Gonbaddoege babintoea geeft gt
English
declares that whereas he, on account of illness, was unable to go to Baddegerie, the vidaan had him severely punished and pressed three persons from his family for that purpose, and moreover took another 1 rd:s from him, now also trying to obtain a young buffalo from him. 13. Ditto ditto Jantjia and Andrisa declare that the vidaan araatje, under promise of reward, requested them to transport 15 amm: of leased paddy to the tangaals packhouse, which they, having hired the necessary pack oxen and sacks and having collected the necessary subsistence expenses among themselves, carried out with great difficulty; but whereas they asked for the wage promised to them, the vidaan araatje had them seized and intended to send them to Baddegierin without paying the said wage of 3½ rd:s. 14. The alternating serving majoraal of Kottembe, Poeakdan daw Appon, declares the injustice which the vidaan araatje of the aforementioned resthouse has done to him, namely: The majoraal service of Kendelle and Kottembe, which he performed for half of the part, the vidaan araatje has, without the slightest cause, completely transferred to his companion, the other majoraal, who not only properly performs the Company's service but also had the village sown without giving anything of the village benefits to him; and in addition he will not allow him to collect the tithe right of the ottoe sowing fields Karregahacoemb: and Koongahacoembre, both grounds measuring 1½ amm:, which he took on lease at the auction; likewise that he, having once complained to the vidaan araatje that his companion, the majoraal—by both of whom an areca garden had been laid out—would not fence the part that belongs to his account, and thus the areca plants were destroyed by cattle, the vidaan gave no order concerning this; and while he stood ready to transport the paddy leased by him, filled into pack sacks, to the tangaals packhouse, the vidaan had him seized and sent to Baddegirie, whereby the gunny sacks in which the paddy was filled were completely damaged by white ants. All these injustices that the vidaan araatje has done to him were caused because he, on account of his poverty and inability, could not procure for him the two pairs of buffaloes requested by the vidaan araatje. 15. The majoraal of Hienettie hatten moenen, Sammeriesinge Japahamie, declares that his parents and ancestors have from ancient times performed the majoraal service of this village, as he also has now performed the same for a considerable time without causing the least dissatisfaction to his superiors; but that since the present vidaan araatje, Ramewickreme, was invested with the vidaan's office, however much he tries to show his duty, the vidaan abuses him as well as his wife with such defamatory insults, which are utterly intolerable for Wellalas; and moreover that the harvest of four monsoons from his parvenie field, amounting to a quantity of 10½ amm:, which was sequestrated and since awarded to him by the decision of Wiedjewardene Nawerantne Jinnekoon, Modliaar, is withheld by the vidaan araatje without being returned to him; thus it is not possible under such a chief, in whom no reasonableness resides, to properly perform the Company's service. Bokewelle Ammeresirie Senerat, former araatje, declares that since the time of his ancestors, no vidaans araatjes, or whosoever they may be, have demanded the least service from him and his family; but that the present vidaan araatje intended to send him by force to Baddegirrie, but whereas he utterly refused to do so, the vidaan araatje, after first having abused him with all kinds of vile names, forcibly demanded from him a chicken and 1½ medides of rice for the service of Baddegirrie, saying he would dispatch them to Baddegirrie; thus it is impossible to remain any longer under such a useless chief who has no knowledge of good or evil. 17. [illegible] 19. Okewielle Gallegamme Raellaz, Bale Appoehamie, and Maddoema Appoehamie declare that since the present vidaan araatje was appointed to his office, he has treated them with the most abusive insults, utterly intolerable to them, which they have never suffered before on account of their good conduct and descent, and gave them orders to depart for Baddegeris; but they, having never performed such services, having flatly refused, the vidaan araatje demanded from each of them the value of one rd:s in rice and took it for himself; thus they complain that they can by no means remain under such an unworthy person. Lastly, the joint inhabitants of the aforementioned resthouse declare that upon the received order from the Modlaar to supply 75 persons from the said resthouse to have the forests at Baddegirie cleared, the vidaan araatje sent throughout all the villages under that resthouse and, instead of 75 persons, had several hundred people summoned without distinction of good Wellalas or those of lower castes, and that out of poor and indigent people to the number of 75 persons were chosen and delivered for the aforementioned services, and from the rest [illegible]
Dutch transcription
geeft te kennen, dat terwyl hij wee„ „gens ziekten niet in staat was om na Baddegerie te gaan de Vidaan hem helden heeft laaten straffen en uit zyn Jam: „mietje drie perzoonen daar toe gepren mitsgaders boven dien nog een rd:s van hem genoomen tragzenden nu ook een Jong„ buffel van hem te krijgen 13/ d.o d:o Jantjia en Andrisa geeven te ken„ „nen dat de vidaan Araatje hun onder belofte van belooning verzogt had om 15 amm: pagt nelij na het tanga als pat„ huys over te brengen, gelyk zij daartoe de nodige draagossen en zakken gehuurd en de nodige onkosten van onderhoud bij den anderen gebragt hebbende zulks met veele moeyten gedaan hebben, dog terwijl zij om het aan hun toegezegden loon vraegen heeft de vidaan Atraatjes hun laaten op vatten en na Baddegierin willen zenden, zonder ons gem: loon, van 3½ rd:s te geeven. 14. De by beurt wisseling dienst doende Majoraals van Kottembe Poeak dan daw Appon geeft te kennen de onredelykheid die den vidaan Araatje van voormelden Rusthuijs hem heeft aangedaan namentlyk De Majoraal dienst van kendelle en Kottembe die hij voor de helfte verrie heeft, heeft de vidaan, Araatje zonder de minste oorzaak aan zyn meede makken de anderen Majoraal geheellyk geintrageert daar hij niet allen sComp dienst behoorlyk verrigt maar ook het dorp heeft laaten bezaaien zonder iets van de dorps voordeelen aan hem 33 1687 te geeven en daar en boven hem niet wil gedoogen om de tiende geregtigheid van de ottoe zaayvelden karregahacoemb: en koongahacoembre beijde grond 1½ amm die hij op de vendutie in pagt genoomen heeft. in te vorderen zo meede dat hy by den viedaen Arraatje eens klagtig, gevallen zynde, dat zijn makken de majoraal, door welke beiden een arreeks Tuyn aangelegd is, het deel dat voor reek: is, niet wilde bepaggeren en dus de arreeks plantjes, door de koebeesten ver„ destruceert zyn, heeft de riedaan daar ontrent order niet gegeeven gehad, en terwyl hij gereed stond om de door hem gepagten nelij en draagzakken gevuld in 't fangaals pak„ „huijs over te brengen heeft de redaan hen laaten opvatten en na Baddegirie verzon„ „den, waar door den goenien zakken, waar in de nelij gevuld was; door wette mieren ten een„ „maal zin beschadigt geworden. Alle deezen onreedelykheeden dat de Viedaan Arvaatjen hem heeft aangedaan is veroorzaakt om dat hy de door de riedaan Araatje gevraag„ „de twee koppels buffels wegens zyn armoeden en onvermoogen hem niet heeft kunnen bezorgen. 5 De Majoraal van hienettie hatten moenen Sammeriesinge Japahamie geeft te kennen, dat de Majoraals dienst van dit dorp zyn ouders, en voorouders van lange lyden verrigt hebben, gelyk hu ook nu een geruijmen tijd lang dezelve verrigt heeft, zonder het mins„ „te ongenoegen aan zyn meerdere toetebrent „gen dog dat zedert den presenten vied aan; Araatje Ramewickreme met de riedaans dienst bekleed geworden is hoe zeer hy ook tragt zyn pligt te twyzen hy reedaan hem zoo wel als zyn: vrouw met zodanig eerwoonende scheldwoorden tus maakt, die voor wellales Wellales zeer onverdraaglyk zyn; en daar en booven dat het gewas van vier moussons van zyn parrenie veld ten kwantiteid van 10½ anm: het welk gese questeerde zeedert door de decisie van wiedjewardene Nawerantne Jinnekoon Modliaar aan hem toegevraagd ge„ „worden was, door den riedaan Arraatje wordt aangehouden, zonder aan hem te rug te geeven, dus is het niet moogen „lik onder zo een hoofd by wien geen reedelykheijd plaats heeft S: Comp:s dienst behoorlyk te verrigten. Bokewelle Ammeresirie Senerat gew: Araktje geeft te kennen Dat zedert zyn voorouders tid af. eenige viedaans Araatjes, of wie hij zij de minste dienst van hem en zyn Jammeelje hebben gevordert, dog dat de presenten riedaan Araatje hem met geweld na Baddegirris heeft willen zenden maar, terwyl hij zulks volstrekt niet heeft willen doen zoo heeft de viedaan araatjes na alvorens hem voor alles wat lelyk is uijtgemaakt te hebben, van hem een koyten en 1½ mediden rijst ten diensten van Baddegirrie met geweld afgevordert zeggende die na Baddegirrie te willen schik„ „ken dus is het ommooglijk langer te blyven onder zo een onnutten geen en van goed of kwaad kennis hebbende hoofd. 17 1688 19 Okewielle Gallegamme Raellaz Bale appoehamie en Maddoema Appochamie Geeven te kennen. Dat zedert de presenten vidaan araatje in zyn dienst aangesteld was hun met de smaadelyksten en voor hun onren„ draaglyksten scheldwoorden, die zy nooit bevoorens wegens hun goed gedrag en afkomst geleeden bejeegert heeft en hun last gegeeven om na Baddegeris te vertrekken dog zij dien nooit diergelyke diensten hebben verrigt finaal geweigerd hebbende heeft de Vidaan araatje van elk hunner voor een rd:s aan rijst ingevordert en tot zig genoomen, dus klagen dus klagen zij geensints onder zoo een onwaar„ „dige perzoon bleeven kunnen Laastelyk geeven de Gezaamentlyken Ingezeeten van voorm: Rusthuijs te ken„ „nen, dat op de bekoomene ordre van den Modlaar om 75 koppen uijt gedagten Rusthuys te leeveren om de bosschen te baddegirie te laaten zuijveren de Vidaan araatje naar alle de dorpen onder dat Rusthuijs onder gezonden, en in steede van 75 koppen eenige hon„ „derden van menschen had laaten ont„ bieden, zonder onderscheidmaking, van goede goede Wellaeles of die van minderen kastas en dat uit arme en onvermogende lieden ten getallen van 75 koppen gezogt en tot voorm: diensten geleevert en van de overigen wel