VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3883

Ceylon · 1,486 pages · 291 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3883_1093 view scan ↗

English

1621 provisions for the period of one month alongside their own tools, namely inchiados, axes, coytos, and baskets, under strict warning that those who might not go there would be shackled with both legs in chains and put to hard labor for life on Baddigierie. In this world the fear of death among men is constant, because they can imagine nothing worse than it; thus they thought that whether they go or do not go they nevertheless could not escape unscathed, and that therefore it was best to present their complaints to the righteous gentlemen in order that, according to their reasonable opinions, proper justice might be done to us. Therefore we gathered together, though with no intention to act against the Honorable Company or the gentlemen rulers of the land, the more so because such great punishment, hatred, utter contempt, damage, improprieties, and things that were never in custom have been done to us, and people are knowingly and willingly murdered, whereas otherwise the interpreters at the gate are obliged to state the matters that are in custom and out of custom; but we do not know whether all these things happen to us because the interpreters are negligent in that regard, or else to ruin us; all of which, however, the gentlemen who wisely consider the path of justice will surely be able to trace, and therefore we pray, placing our hands upon our heads, on account of all the injustice that has befallen so great a multitude of us and might befall us in the future, that proper justice may be administered, and also that the inequities that were in practice some time before and recently now, as well as those indicated below, may for the sake of God be investigated, namely: 1. From ancient times an areca assessment was made according to which the collection of those nuts is now carried out, whereas in many gardens not a single tree is to be found, the inhabitants thus having been forced to pawn their real and personal property and thereby fallen into great decay; wherefore we request that a new survey be made by commissioners, and the areca tax be rendered from gardens in which trees stand. 2. In earlier times it was the custom that the cinnamon peeled in the upper and lower lands was carried down and delivered by the cinnamon peelers themselves; since then this work has been performed by the lowest castes, who are lesser than according to those rolls in the course of time, to make the distribution of the cinnamon carriers; it is therefore the fault of the headmen and minor headmen if they subsequently used some vellalas for carrying cinnamon. For the rest, I have only demanded statements from such headmen against whom no complaints have yet been lodged by the mutineers to date, with the exception of the Mudaliyar Sinnekoon, who is currently ill at Pangale. Meanwhile, the submitted statements will, as I trust, sufficiently show my actions and manner of governance. Below stood: Mature, the 22nd of May 1790. Was signed: C. van Angelbeek. The Honorable Mr. van Angelbeek having left the last-mentioned three articles 10, 11, and 12 entirely to the answering of the native headmen, they were also questioned thereupon, and the following note of their positions is kept; as On 10, the Mudaliyar of the Gangebaddepattu says that it has always been customary for the headmen to appear before the Lord Dessave with presents on New Year's days, but that he has taken no goats, cattle, pigs, etc. from any inhabitants and given them to the Lord Dessave, but indeed from his own, and that this was done of his own free will. The Mudaliyar Hunting and Sowing Master, the Weligam Korale Mudaliyar, and the Muhandiram of the Four Gravets confirm what was said by the Gangebaddepattu Mudaliyar. The Mudaliyar of the Morawak Korale says that his korale, since he has been head of it, has never appeared with any presents, although it is customary. The Gangebaddepattu Mudaliyar and Sinnekoon Mudaliyar say that in the sannas of the Lord Dessave it is mentioned that when His Honor arrives in the korales and pattus, to decorate the triumphal arches according to custom, but that they, because the Lord Dessave had come into their districts for the first time, had the same decorated with something more than ordinary. The Weligam Korale Mudaliyar says that he never had the triumphal arches decorated with white linen. The Mudaliyar of the Morawak Korale says that the Lord Dessave in his time had not come into his pattu, but that he, before the attainment of his office, had seen that upon the arrival of the Lord Dessave there, the triumphal arches etc. had been according to custom. On 11, the Mudaliyar of the Gangebaddepattu says that when urgent services are ordered of him, he has then taken 6 to 7 heads from a house where there are 10 coolies, because such has been customary from of old, which in the time of the present Lord Dessave alone

Dutch transcription

1621 na die rollen in het vervolg van tijden, de tens voor den tijd van een maend nevens hun verdeeling der kanneel draagers te maa„ eijgen gereedschap, te weeten inchiados, bijlen, ken, het is dus de schuld der hoofden en koijtus, en manden onder strenge waarschou„ mindere Hoofden zoo te vervolgens eenige wing, dat de geenen, die 'er niet willales tot het draagen van kanneel na toe mogten gaan, met beide de beenen hebben gebruijkt) overigens hebbe ik allee„ in de ketting geklonken en op Baddigierie levens lang ten arbeid gsteld zoude worden nig van zodaanige hoofdens als over In deeze wereld is de vrees der menschen de welke geene klagten door de muijte„ voor de dood gestadig, om dat te zich lingen tot dus verre nog niet ingebragt niets ergers kunnen voorstellen dan zijn, verklaaringen afgeischt, uijtgekon„ dezelve dus dagten zij, dat schoon dial van den Modliaar Sinnekoon, zij gaan of niet gaan ze evenwel niet die ziek tans te Pangale bevinden uit konden vrijslijpen en dat dierhalven het de overgelegde verklaaringen intusschen best was hunne klagten voortedraagen zal genoegzaam mijne handelingen, en wijze aan de regtdoende Heeren ten einde, van bestier, zoo als ik vertrouwe koomen volgens dezzelver redelijke gevoelens te blijken, /:onderstond:/ Mature den 22. ' Maij 1790. /was geteekend:/ C: van An„ aan ons goed regt te doen geschieden, gelbeek derhalven zijn wij bij den anderen D E: E: Hoer van Angelbeek de verzaameld / dog met geen oogmerk laastgeme: drie artikels 10. , 11. en 12. om tegen DE: Komp:e of de Heeden geheel ter beantwoording van de Landsbestierders te ageeren / te meer Inlandsche Hoofden gelaaten hebbende om dat diergelijke groote straf, zoo zijn ze ook Para op verhoord haat zeer minachting, schade, on„ en word van hunne positien de behoorlijkheeden, en dingen die nooit volgende aanteekening gehouden; als in uzantie waaren, ons„n gedaan Op 510. zegt de Modliaaa van en willens en weetens menschen de Gangebaddepattoe dat steeds ge„ vermoord worden, terwijl anders de bruijkelijk is dat de Hoofden op tolken aan de porta, verplicht zijn nieuwe - Jaar duagen met pre„ „senten den Heer Dessave par de zaaken die in uzantie en bui„ rosseeren, dog dat hij van ten usantie zijn optegeeven, dog wij geene ingezeteenen bokken, koe„ weeten niet of al deeze dingens ons beesten, verkens Etc: genoo„ overkoomen, om dat de tolken daer men en aan de Heer Dessave omtrend in gebreeken bleijven, dan gegeeven heeft, maar wel van wel om ons te niete te doen, al het zijn eigen en dat zulx geschied is welk echter de Heeren, die met wijsheid uijt zijn eige vreijen wil. 1 de weg der geregtigheid overweegen, wel zullen kunnen naspeuren en dien„ volgens s hen 6 en „ E volgens bidden wij met het leggen van De modliaaa Jaag en Zaaymeester onze handen op ons hoofd weegens de Belligamkoale Modliaar en de Molan¬ al de onregtvaardigheijd die aan zoo diram der vier gravetten, konfirmee„ een groote meenigte van ons overgekoo„ aen hun met 't gezegde door de Gange„ baddepattoe Modliaar De Modliaar van de men is, en in het vervolg overkoo„ Morauakorle zegt dat zijn korl, ze„ men mogte een behoorlijke recht te deat hij danr van hoofd is nooit niet doen wedervaeren, zoomede dat de geene presenten geparresseerd heeft, schoon onbillijkheeden die eenige tijd bevoorens het gebruijkelijk is; en nu nieuwlings in Zwang zijn De Gangebaddepattoe Modlinaa en mitsgaders die, welke onder worden Tinnekoon Modliaax zeggen dat bij de samnas van de Heer Dessave Gemeld aangeweezen, om de wille Gods moo„ word om wanneer zijn Ed: in de korlee gen onderzogt worden, te weeten en pattoes aankomt, de praal boogen, 1. / van voor oude tijden is een aareeks be„ naar gewoonte te verzieren, maer dat schrijving geschied volgens dewelke tans de zij, wijl de Heer Dessave voor de eerste invordering dier nooten gedaan word, maal in hunne distrikten gekoomen daar in veele thuijnen geen enkelde was dezelve met iets meer dan ordi„ boom te vinden is, zijnde dus de inge„ naia hebben laaten verzieden De Belligamkorle Modliaar zogt dat zetenen genootzaakt geweest hunne hij nooijd met witte linnen de praal boegen vaste en losse goederen te verpanden heeft laaten verzieren en ze dana door zeer in verval ge„ De Modliaaa van de Morruakoale zegt raakt, verzoekende wij overzulx een dat de Heer Dessave in zijn tijd in zijn pattoe niet gekoomen was, nieuwe opneem door gekommitteer„ maar dat hij, voor de obtenu van zijn dens te laeten doen, en de arreeks bediening gezien had, dat bij aankomst geregtigheid op te brengen van thuijnen van den Heer Dessave aldaar de paarel boogen enz: naer gewoonte waaren daar boomen in staan geweest. Op de 511. zigt de Modliaaa van de 2. /. Jn vroegere tijden was de ge„ Gangebaddepattoe, dat wanneer woonte dat de kanneel die en hem haast vereischende diensten g'ordon„ de boven en beneeden Landen neerd worden, hij als dan van een geschild, door de kanneel schillers zelve huijs daar 10. koelies zijn 6. â 7. afgebragt en geleeverd word, zedert is koppen genoomen heeft, wijl zulx van ouds af gebruijkelijk is 't geen ten dit werk verrigt geworden door de tijde van den presenten Heer Dessave laagste kastas, die minder zijn alleen 6 dan 4 O on

NL-HaNA_1.04.02_3883_1095 view scan ↗

English

1622 then various castes below the class of the Wellalas. For some years past, the cinnamon has been peeled not only by the Wellala people, namely Mayorals of good descent, idlers of rank such as the Appus, and yet various persons of good castes, along with the lowest castes, without the cinnamon that was peeled in former times having increased in value and esteem compared to that which is peeled now. Nevertheless, we request that, since there are many low castes for performing that service, the Wellala caste may therefore be excused. 3. To the Aratchies, Kangaans, Lascoreens, Gamvidanes, Mayorals, and other minor servants of this land, the Dutch gentlemen, according to their equitable regulation and in proportion to their arduous services, granted accommodations from which they could make a living. But for eighteen years now, these have been withdrawn and other accommodations assigned to them, not in proportion to whether they are higher or lower in rank, nor according to the regulation. They therefore derive little benefit from them and cannot subsist on them for even two to three months. Nevertheless, those who had influence at that time knew how to obtain good accommodations. In former times, when the Lascoreens and other servants properly enjoyed their accommodations, they had more liberty; but now, while they are granted no liberty at all, their accommodations have been reduced. Since the Honorable Company in former times was not disadvantaged by the granting of accommodations, we request to be accommodated as before, or else according to the regulation. 4. The Mohandiram and overseer of timber hauling enjoys, along with ten sets of Lascoreens and the Aratchies and Kangaans belonging thereto, maintenance for three months. But the Mohandiram knows how to delay that work to his own advantage, so that he remains at the work for an entire year, as he wishes to bring all the people together at once. Moreover, during twelve months he unfailingly enjoys from the Mayorals his two peheindos and their adoekers per day. As soon as the woodcutters have felled the trees, we must clear them of all branches projecting from the trunks, make the necessary holes at the ends to drag the timbers through, and also supply the rollers placed underneath over which they are dragged, and to that end clear the roads. Likewise, we must not only chop and provide the necessary float-timbers, namely four pieces for each tree, but also prepare the rafts for their transport to Mature. In addition to this, we must also suffer many punishments from the said chiefs, from the Aratchies and Lascoreens, that it had not happened; that he had never given Naides for carrying palanquins, but indeed once or twice a year had provided Coolies for carrying baggage. The Modliar, Hunt and Sowing Master, says that after the present Lord Dissave had arrived here, he gave no Coolies and Naides from the Girrewaypattoo. The Modliar of the Beligam Korle and the Morrua Korle conform to what was said by the Modliar of the Gangebaddepattoo. On the 5th, the Modliar of the Gangebaddepattoo says that the Lord Dissave had not expressly ordered him to send people to Baddigirie, but that His Honor had asked him whether he could do His Honor a favor by procuring some people for the service of Baddigirie. Whereupon he did not order the chiefs, but only told those who pleased to go to the said district that they could betake themselves thither, as it was a fertile place. The Modliar of the Beligam Korle says that the Lord Dissave had asked him for people to let them work at Baddigirie for some time while enjoying maintenance, provided that they had to provide themselves with sustenance for the journey to Baddigirie. Whereupon, having ordered the minor chiefs and the inhabitants to go to Baddigirie, they had also been inclined to do so. That while the said minor chiefs and commoners had come to appear before him on the Sinhalese New Year's Day, they had said that they could not take their sustenance with them because Baddigirie was situated too far. He, the Modliar, had answered thereto that he would give them provisions from his 60 to 70 amonams of paddy that he had lying in the Girrewaypattoo, and would later receive the same, with the permission of the Lord Dissave, from the Company's warehouse here. Thus, some minor chiefs and commoners went as far as Dikwelle. In the meantime, the Lord Dissave also set out on his journey, and he, the Modliar, also followed His Honor. But he, the Modliar, arriving at Dikwelle and being ordered by His Honor to return to his Korle and to announce to the people who were disinclined to go to Baddigirie that they could remain quietly in their villages, had departed immediately and had carried out that order. The Modliar, Hunt and Sowing Master, says that the Lord Dissave had asked him for some people for the service of Baddigirie, whereupon he informed his minor chiefs

Dutch transcription

1622 dan verscheiden kastas beneede de klasse alleen niet geschied was Dat hij nooit naides tot het draagen van palakins der wellales, zedert eenige Jaeren maar wel in het Jaar eens â twee koey herwaards word de kanneel door ren tot 't dragen van bagagie gegeeven „ wellales volkeren te weeten Majoraals had. van goede afkomst, lediglopers in De Modliaaa Jaag en Zuaijmeester rang als de appoes en nog verscheide zigt na dat de presenten heer Dessave alhier gekoomen was, hij geen „ van goede kastas nevens de laagste koelis, en nairdes van de Girewai„ kastas afgehaald zonder dat pattoe gegeven heeft. „nogtans de kanneel die in de vorige De Modliaar van de Belligamkor„ le in de Morruakorle konformee„ „tijden is geschild niet meerder in aen hun met het gezegde door „waardij en agting gekoomen is, als die de Modliaaa van de Gangebaddepat„ „tans geschild worden, des niet te min „verzoeken wij dat, wijl 'er tot het Opd 5: 12: Zegt den Modlinaa v: aus de Gangebaddepattoe dat de Heer „ verrigten van dien dienst veele lange Dessave hem niet expres be„geslagten zijn, dus de wellales kastee last had om volk naar Badde „ mag worden verschoond. gierie te zenden maar dat zij Ed: 3/ De aan aratjes, kangaans, lasko„ hem gevraagd had, of hij zijn Ed: rijns, Ganwieduenes, Majornels en door het bezorgen van eenig volk andere mindere bediendens van ten diensten van Buddivie plaisier dit land hebben de Heeren Hol„ konde bewijzen. waar op sij de landers volgens derzelve billijke Hoofden niet g'ordonneert maer bepaaling en na mate hunner eenelijk gezegt heeft om de geene moeijelijke diensten akkomodes„ die plaisier hadden na gedagte land„ schap te gaan, dat zij als sans toegevoegd, waar van zij Van zich daar na toe konde begeeven konden leeven, dog voor nu weijl 't een vrugtbaar plaets was 18. Jaeren ingetrokken en aan De Modliana van de Belligam„ hun andere akkomodessans toegevoegt, „korle zegt dat de Heer Dessave hem niet na maate zij meerder of min„ volk gevraagd had om onder het dea in rang zijn, nog na 't reglamen't, genot van maintementos voor zij genieten dus daar uit weinig eenigen tijd op Baddigierie te laaten profijt en kunnen daar van geen werken, mits dat zij zig van twee â drie maenden bestaan, egter onderhoud voor de reize naer hebben nogtans de geene die in die tijd hulp hadden goede akkouodessans Paddigirie weeten „ 1 en „ toe. „ x„ n Baddigierie moesten voorzien, waar op de minder hoofden en de ingezeetenen g'ordonneerd hebbende om na Baddigie„ rie te gaan, ze ook daar toe genegen geweest waaren. Dat terwijl gem:e minderhoofden en Gemeene op de Ju„ galeese Nieuwe Jaarsdag bij hem gekoomen waaren te parresseeren, gezegt hadden dat zij hun on„ derhoud niet meede neemen kon„ den weil Baddigirie te verlegd hij modliaaa daar op had g'antwoord dat hij van zijn 60. â 70. amm:s Nelij die hij in de Girewaipattoe had leggen hun verstrekkingen geeven en dezelve nader met toestemming van den Heer Dessave uijt sComps: Pakhuijs alhier ontvangen zoude zoo zijn eenige mindere Hoofden en gemeenen tot na dikwelle ge„ gaan dat intusschen de Heer Dessave zich meede op reijze begaf en hij modliaar zijn E: E: ook is gevolgd, dog hij Modliner op dikwelle koomende en door zijn E: E: geordonneerd wordende om naar zijn korte te rug te keeren en aan de volkeren die onge„ neegen waaren na Baddigierie te gaan aantekundigen, dat zij stil in hunne dorpen konden blij„ ven zoo was hij terstond ver„ trokken en had die ordre ter uit„ voer gebragt. De Modliaaa jaag en Zaaijmeester zegt dat de Heer Desseve hem ge„ vraagd had om eenig volk ten dienste van Baddigirie waar op hij zijne mindere hoofden l weeten te verkrijgen en aartijde toen de laskorijns en andere bedienden behoorlijk hunne akkomodessans genooten hadden zij meerder vrijheijd, dog nu, terwijl hun gans geen vrijheijd vergund word, is hun akkomodescan vermindert dan ver„ mits DE: komp:s in voorige tijden, door 't weg„ geven van akkouwdessams niet ten agte„ „ren gerankt is verzoeken wij gelijk bevoorens dan wel volgens het reglement te moogen g'akkonoodeerd worden: 4/ de Mohandiram en opziender der hout„ Cleperij geniet nevens tien rrndjes las„ korijns en de daar toe gehoorende aaatjes en Kangaans mantementos voor drie maanden, maar de mohandiram waet tot zijn voordeel dat werk zoodanig te vertragen dat hij wel een geheel Jaua bij het werk bleijft, alzoo hij de volkeren met alle te gelijk bij malkandere wil brengen, genietende hij daer en boven van de Majoraals, geduurende twaalf maen¬ den zonder fout zijne twee peheindos en dier adoeker sdaags, wij moeten zoo dra de kortadoors de boomen neder geveld hebben dezelve van alle de aan de stammen insteekende takken zui„ veren, aan de enden de noodige gaa¬ ten maaken, om de houten door te sleepen ook moeten wij 'er onder leggende rollen waer over zij wor¬ den gesleept, en ten dien eijnde de weegen schoon maaken, zo meede de noodige dreijfhouten en wel tot ieder boom vier stuks kappen en bezorgen niet alleen maar ook de vlotten tot dier transport na Ma„ ture klaar maaken daer en boven moeten wij ook van gem: hoofden van de aratjes en een korijns veele daer straf

NL-HaNA_1.04.02_3883_1097 view scan ↗

English

1623 having conferred with them about whether they were inclined to go to Baddegierie, he had received the answer from them that, apart from the people needed for the sowing service, they would go, and thus they had shown their willingness, but that they had not gone there because the people from the other korles and pattoes had stayed behind. The Modliaar of the Morrua Korle says that two days after the Sinhalese New Year, while he was in his korle, he received an ola letter from the Dessave, whereby His Honour ordered him to send people for the service of Baddegierie, whereupon, having arrived at Mature, he requested the Dessave to excuse the people of his Pattoe, who were then busy sowing the fields. The end of the ola was signed with 62 illegible margin signatures and characters of the lesser headmen, Mayorals, Lascorins, and other inhabitants of the Kandebadde pattoe; with 20 ditto ditto of the same from Kattoene, Oedoebokke, and Kreeme; with 60 ditto ditto of the lesser headmen, Mayorals, and Lascorins of the Gangebadde pattoe and the four Baijgams; with 23 ditto ditto of the same, alongside the other inhabitants of the twelve coal-supplying villages of Angoeroegandolehaj; with 75 ditto ditto of ditto ditto of the Morruakorle; with 35 ditto ditto of the lesser headmen and inhabitants of the Willebadde pattoe; with The Mohandiram of the Four Gravets says that, the Dessave having asked him for people for the service of Baddegieri, he presented this to the lesser headmen and commoners and asked whether they were inclined to go there, and upon their expressing their willingness, he had promised to provide them with the necessary maintenance if it were lacking to him; but that his people had not gone to Baddegierie because the people of the other korles and pattoes had not departed. The Belligam Korle Modliaar says that of his Korle only two persons, who as he heard were condemned by the Landraad, were sent to Baddegierie and have returned again to their home villages. 83 ditto ditto of the lesser headmen, Lascorins, Mayorals, Naindes, Wahadjes, and Coolies of the Belligam korle; and with 11 ditto ditto of the lesser headmen, Lascorins, Mayorals, and other inhabitants of the Lordship of Belligam. Below stood: for the translation, Mature the 17th of May 1790, was signed: P. A. de Moor, Company Writer; in the margin: for the translation, signed: D. D. Perera. suffer punishment and damage; therefore we request that the service of the woodcutting of Mature may be organized in the very same manner as is customary at Gale. 5. Because the inhabitants of these lands have lost the extracts and deeds of their old servitudes, gardens, and fields, there is a desire to seize these possessions for the Honourable Company; besides these, we have still further claims, which we shall state article by article, and until this is done, this document is concluded and written on the 10th of May 1790. 883 The Gangebadde pattoe Modliaar says that the Dessave had sent a coolie of the Gangebadde pattoe, who had stolen His Honour's goods on the road from here to Colombo, to Baddegieri, and that, as he had heard, he was now lying ill there. Sinnekoon Modliaar says that he, along with some of his people, was at Baddegieri, of whom only one person became ill on the return journey and died in the rest house of Amblantotte, and several others had become ill and had departed to their home villages. The Mohandiram of the Four Gravets says that the Dessave had ordered him to have thieves, drunkards, vagrants, and those who loiter in the Four Gravets from other places apprehended and brought before His Honour, of whom he brought up 7, 8, to 10 persons, without being able to state the number with certainty, and His Honour had sent them to Baddegieri, of whom one had escaped, several had become ill, and several had died. On the three articles opposite, the following has been understood and noted, namely: Paragraph 10. That since it occurred without the order of Mr. van Angelbeek that the customary New Year presents of foodstuffs were increased, and the rest houses were also maintained in an extraordinary manner

Dutch transcription

1623 daar over onderhouden hebbende of zij geneegen waaren naar Baddegierie te gaan van hun tot bescheid bekoomen had dat zij, buijten het volk dat tot de zaaijers dienst noodig was zouden gaan, en dus hunne be„ „rijd willigheijd betoond hadden, dog dat zij er niet na toegegaan waa„ „ren om dat de volkeren van de an„ „dere korles en pattoes terug geblee„ „ven waaren. - De Modliaat van de MorruaKoul zegt, dat hij twee daagen na 't singa„ „lees Nieuwe Jaak terwijl hij zig in zijn korl bevond een brief gla van de heer dessave ontfangen had, waar bij zijn Ed: hem geordonneerd had volk ten dienste van Baddegierie te zenden, waar op hij te Mature aangekoomen zijnde den heer dessa„ „ve verzogt heeft, om het volk van zijn Pattoe 't welk toen bezig was Het einde der ola was geteekend met 62. om de velden te zaaijen, te Excuseeren. — onleesbaare randteekeningen en Karac„ De Mohandiram van de vier gravetten ten dienste van Baddegieri gevraagd „ters van de mindere hoofden, Majoraals, zegt dat de heer Dessave hem volk Laskorijns en verdere ingezeetenen van de hebbende hij de mindere hoofden en kande badde pattoe met 20. d=o d=o van „gemeene zulks voorgehouden had als even van kattoene, oedoebokke en gevraagd of zij genegen waaren en Kreeme, Met 60. d=o d=m van de er na toetegaan en zij daar op hun Mindere hoofden, Majoraals en Lasko„ „ne bereijd waardigheijd betuigen „de had hij hun beloofd het no„ „rijns van de Gange badde pattoe en „dig onderhoud te geeven, indien de viek Baijgams, met 23. d=m d=os het aan hem ontbrak; Dog dat van als eeven nevens de verdere inge„ zijn volk niet na Baddegierie „zeetenen van de twaalf kool gee„ gegaan was weil de volkeren „vende dorpen Angoeroegan van de andere korles en pat„ dolehaij meet 75. d=m d=o van d=o d=o „toes niet vertrokken waaren. der Morruakorle met 35. 0=o d=o De Belligam, Korl Modliaar van de mindere Hoofden en inwooners zegt, dat rg van zijn Korl maar twee perzoonen /:waar van een der willebadde pattoe, met straf en schade ondergaan; derhalven verzoeken wij dat de dienst der Hout kapperij van Mature even op die wijze mag worden in gerigt als het op Gale gebruijkelijk is. — 5. / wijl de inwooners deezer landen de Extracten en brieven hunner oude Sarvenie, Thuinen en velden verlooren hebben, wil men die bezittingen voor D E: komp:s in„ „trekken buijten deeze hebben wij nog meerder pretenties, die artikel zullen opgeeven en top wij nader van artikel tot, dat dit geschied word deezen ten Einde ge„ „bragt en geschreeven den 10. Maij 1790. — Zo 883 zo hij vernoomen heeft, op kon„ „demnatie van den landraad:/ naar Baddegierie ver„ „konden en weeder in hunne woondorpen te rug gekeerd zijn. 83. d=o d=o van de mindere Hoofden, Las„ „corijns, Majoraals, Naindes, wahad„ „jes en Koelies van de belligam korle en met 11. d=o. v=o van de Mindere Hoofden Laskorijns, Majoraals en verdere ingezeetenen van de Heerlijkheid van Belli„ „gam /:onderstond:/ voor de oversetting Ma „ture den 17. Maij 1790. (:was geteekend:) P: A: de Moor kom schriba (:in mar„ „gine:/ voor de vertaaling (:geteekend: D: D: Perera. De Gangebadde pattoe Modliaar zegt, dat de heere dessave een koelij van de gange badde pattoe die zijn E:s goederen op den weg van hier na kolom„ „bo gestoolen had, na Baddegieri gezonden had en dat hij tans aldaar zo hij verneemen had zieklag. Sinnekoon Modliaak zegt, dat hij neevens eenige van zijne volkeren op Baddegieri geweest is, waar van maar een perzoon bij terug keer zieh geworden en in 't Rusthuijs van Amblantotte overleeden is en nog eenige ziek geworden en na hunne woondorpen vertrokken waaren. — De Mohandiram van de vier Gravetten zegt, dat de heer Dessaa hem geordonneerd had, om dieven, Dronkaards, Landlopers en de geene, die zig van andere plaatzen en de vier gravetten ophouden te laaten opvatten en bij zijn Ed: brengen waar van hij 7. 8. â: 10. koppen zonder 't getal niet zekerheid te kunnen opgeeven opgebragten zijn Ed: ze naar Baddegiere verzonden had, waar van een dit heen gekomen, eenige ziek geworden en eenige overleeden waaren. op de nevenstaande drie artikels is verstaan het volgend aantemerken als. §. 10. Dat vermits het buijten de order van de heer van Angelbeek geschied is dat de gewoone Nieuw„ „Jaars paresse van eet whaaren is vermeerdert, en ook de rusthuijzen op een buijten gewoone werde zijn

NL-HaNA_1.04.02_3883_1099 view scan ↗

English

1624 are adorned, that the respective chiefs must be ordered to keep to the old custom henceforth. Section 11. That although only one coolie should be taken from each household for ordinary services, it has nevertheless also been customary at all times that on extraordinary occasions more have been called up, and this shall therefore have to remain according to the old custom. That care shall nevertheless be taken that the said servants are not employed beyond fairness; while the respective chiefs will especially have to take good care that those services are performed equally by everyone and that one is not burdened above the other, and likewise that no Naindes are taken for the carrying of palanquins, as this is improper and forbidden from of old. Section 12. That it was never the intention of the venerable Ceylon Government, nor of the Honorable Lord Disawa van Angelbeek, to send any person (excepting condemned evildoers) against his will to any work at Baddegierije in the Magampattoe, but that because that region is situated in such a manner that, according to reports, the greatest possible benefit can be obtained for this entire island and especially for its inhabitants on this side of the same up to Colombo through the paddy cultivation, if one merely assists that land a little by repairing the old dams and performing some other work, His Honor therefore conferred with the assembled chiefs about this and asked them whether they could not provide a good number of people willingly and out of affection for their disawa and their chiefs to perform some work for a short time in the Magampattoe; and because the said chiefs undertook this and subsequently also reported to the Honorable van Angelbeek that everyone would undertake that journey and provide themselves with subsistence out of respect and esteem for their disawa, His Honor had trusted that everyone would proceed to that important and useful work with full willingness, and His Honor had even already set out on the journey in that hope, after having previously given orders that arrack and some provisions for relish be delivered to Baddegieri, together with 8000 parras of paddy, for the transport of which the Mudaliyar Tinnekoon was instructed by him, who also made a start with it, all this to serve as supplies to those who might need it, as His Honor could well imagine that bringing provisions along would prove very deficient; but that His Honor, arriving at Dikwelle, to his greatest astonishment learned of the discontent of the people and their unwillingness to go to Baddegirie, on account of which His Honor also excused all those from it who had no inclination for it; that from this the complainants could see how His Honor had no knowledge of their disinclination to go to Baddegieri, or else His Honor would have informed everyone in time to stay at home, as they are even now excused from that expedition. 1. That having a new survey of the areca trees in the gardens carried out by a commission would not only be of long duration but would also cause many expenses to the mayorals, and therefore it would be better that the chiefs who may not have in hand any rolls of the areca registration of 1760 should, in accordance with what was ordained in Galle's letter of

Dutch transcription

1624 zijn vercierd, dut de respective hoofden moet aanbevoolen worden om voortaan bij de oude utantie te blijven. §. 11. Dat schoon uit ider huijsgezin tot ordinaire diensten maar een Roelij dient genoomen te worden, het even wel van alle tijden ook in ge„ „bruijk geweest is, dat bij Extra ordinaire geleegend heeden, meerde„ „re opgeroepen zijn, dus dit bij de oude gewoonte zal moeten blijven. Dat Egter zal gezorgd worden dat gemelde dienstelingen niet bo„ „ven de billijkheijd geemploieerd worden: terwijl de respective Hoofden voor al goede zorg zullen moeten draagen dat die diensten egaal door een Jder gedaan en den eenen niet boven den anderen beswaard t worde, zomeede dat er geene Naindes tot het draagen van palenkeins genoomen worden alzo dit niet betaamd en van ouds verbooden is. — §. 12. Dat nimmer de Intentie van de gevenereerde seilonse Regeering, nog van den E: E: Heer dessave van Angelbeek geweest is om eenig mensch (:buijten de gecondemneerdens. kwaaddoenders:/ teegen zijnen zin tot eenig werk na Baddegierije in de Magampattoe te zenden maar dat weil die land streek zodanig gesitueerd is dat daar in volgens berigten een aller grootst voordeel voor dit geheele Eilanden inzonderheid voor dies bewooners aan deeze zeide van 't zelve tot na kolombo, kan behaald worden, door de Nelie Kulture, wanneer men dat Land maar wat te hulp komt, door de oude dammen te herstellen en eenig an„ „der werk te verrigten, dierhalven zijn E: E: de gezaamentlijke Hoofden daar over onderhouden, en hun gevraagd heeft of zij niet een goede parthij volk goedwillig En uit geneegendheid voor hun dessave en hunne hunne Hoofden, zouden konnen bezor„ „gen om een korten teid in de Magampattoe eenig werk te verrigten en dat weil gedagte hoofden zulks aangenoo„ „men en naderhand ook aan d' E: E: van Angelbeek berigt hebben, dat een ider uit hoofde en agting voor„ hunne dessave die reize zoude onderneemen, en zig voorzien van onderhoud, zijn E: E: vertrouwd had, dat een een ider met volle geneegendheid tot dat aangeleegen en nutsen werk zoude gaan, en zijn E: E: zelfs in die Hoop ook reeds op reis gegaan was, na alvoorens orders gegeven te hebben dater arrak, en Eenige dingen tot toespijs te baddegieri bezorgd wierd, neevens 8000. par„ „rasnelie, tot welkers Transport door hem de Modli„ „aar Tinnekoon heeft last gehad, die ook daarmeede een begin heeft gemaakt, het een en ander om te dienen tot verstrekkingen aan de geenen die zulks noodig zouden hebben, wijl zijn E: E: welkonde denken, dat het meede neemen van leevens middelen zeer gebrek kig gaan zou„ „de; Maar dat zij E: E: te dikwelle koomende tot desselfs grootste verwondering vernam het misnoeg van 't volk en hunne onwilligheid om naar Baddegi„ „rie te gaan, alwaar omme zijn E: E: ook alle de geene daar van Excuzeerde die daar toe geene geneegend„ „heid hadden: Dat hier uit de klaagers konden zien„ noe zijn E: E: geene kennis heeft gehad van hunne on„ „geneegendheid om naar Baddegieri te gaan, of dat zijn E: E: anders een ider in tijds zoude hebben doen weeten, om te huijs te blijven, gelijk ze als nog ve die togt worden geExkuseerd. — 1. Dat een nieuwe opneem van de arreeksboomen in de thuijnen te laaten doen door een kommissie zulks niet alleen van langen duur maar ook aan de Majoraals veele kosten verook„ „saaken en dus het beeter zij zoude dat de Hoofden die geene rollen van de arreeks beschrijving van 1760. in handen mogten hebben, dezelve, volgens 't geordonneerde bij Gaals brief van

NL-HaNA_1.04.02_3883_1101 view scan ↗

English

1625 of 8 June of the same year, which will then be given to him by the secretariat free of charge; while they will then have to provide an extract from it for each village, garden by garden, so that everyone can see how much areca nut he must deliver, whereupon anyone who still believes he has grounds for grievance may report the same to the head of the korle or pattu, who must then subsequently deliver a general report to the Lord Dessave, whereupon the necessary investigation regarding those gardens will take place and proper justice will be done in the matter; just as when a similar grievance was brought before the Honourable Lord Schetz as dessave here, His Honour, according to what is cited in his left-behind Memoir, had ordered the Mudaliyar of the Belligam Korle to have a further survey made of the gardens whose duty the complainants claimed to have been assessed too high. Furthermore, it is understood that if the assembled rioters should make a further request that a general new registration be carried out, their request will be brought to the attention of the said government. 2. That since no people of other castes may be taken for the carrying off of cinnamon from the Company's land other than those who were used for that purpose in earlier years, the headmen who also took Vellalas for this are hereby reprimanded, and such is further prohibited, while at the same time it is ordered to submit the rolls of the cinnamon peelers mentioned in the accountability of the Honourable Lord van Angelbeek, in order to be able to make the demands on the cinnamon peelers proportionally thereafter. 3. That regarding the accommodessans which the complainants say are poor in some cases, while others have managed to obtain good accommodessans through help and intercession, further investigation must be made when they come to point them out, and the well-mentioned Ceylon Government must then be informed thereof in order to obtain further orders on that matter; but to undertake that work anew was judged not only to cause too much trouble, but also to be impossible to provide everyone with good accommodessans, because then little would be left over for the Company. 4. That the Mohandiram of the timber-hauling was examined concerning the complaint brought against him, and he having confessed it to be the truth that during the past year, in the timber-hauling in the Kandebaddepattu and Gangebaddepattu, as well as in the coal-providing villages, he took daily two peheindoes and four adukoes from the Mayorals according to the old custom, but that occasionally some days had passed in which he had received nothing: Therefore, the Mayorals must be informed that they are not obliged to provide the said Mohandiram with more peheindoes and adukoes than for three months in the year, namely in three journeys that he makes into the country, each of a full month; this time being very sufficient to haul the timber works, if the Mohandiram takes the full number of Lascarins each time as he ought to do, which is also seriously recommended to him; but that, if it should occasionally happen that more days had to be spent hauling, this would likely be due to the Mohandiram not having put the full number of Lascarins to work, and this may by no means be charged to the Mayorals regarding the making of provisions beyond the stipulation. That furthermore, in order to avoid the hauling of much drift timber, twenty dhonies shall be felled, hollowed out, and branded with the Company's mark for the Company, and for this purpose the headmen must point out good, thick angelique and hora, or other trees, with which the timber works can be brought down, just as is done in the Galle Korle and the Colombo dessavony. That it shall nevertheless be permitted to the Mayorals, for the transport of the timber works from places where no dhonies can be used, or otherwise, to make rafts of drift timber as has been customary to date, but that all the other services in timber-hauling must remain on the old footing. 5. That all those who have lost their deeds or extracts of their parveny lands, and whose possessions are intended to be confiscated for the Company, may apply further to the Honourable Dessave, whereupon their complaint after

Dutch transcription

1625 van den 8. Iunij desselfden Jaars dienen te vraagen, die hem dan van de secretarij, zou„ „der eenige kosten, zullen gegeven worden; Terwijl zij daan daar uijt een treksel voor ider Dorp, thuin voor thun, zullen moeten geven, op dat een ider kan zien hoe veel arreek hij leeveren moet, als wanneer de geene die nog meend reeden van Beswaarnis te hebben, dezelve aan het hoofd der kore of pattoe kan opgeeven, die dan daar na eene generaale opgave aan den heer Dessave zal moe„ „ten bezorgen, als wanneer het nodige onderzoek omtrend die tuijnen zal geschieden en daar op goed regt gedaan worden; gelijk een diergelijke beswaar„ „nis den E: E: Heer Jchetz als dessave alhier voorgekoomen zijnde zijn E: E: volgens het aangehaalde bij desselfs agter gelaate Memorie, den Modli„ „aar van de Belligam Korle aanbevoolen had, om een nader opneem te laaten doen, van de tuinen welk er geregtigheijd de klagers sustineerden te hoog getaxeerd te zijn. — wijders is verstaan dat indien de te zaamen gerottene nader mogten verzoe„ „ken dat er een generaale nieuwe beschrijving mag geschieden, hun verzoek onder het dog van gemelde reegeering zal worden gebragt. 2. Dat wijl geene volkeren van andere kastas tot het afdraagen van de kan„ „neel uijt 'skomp: land moogen genoomen worden, dan die in vroegere Jaaren daar toe zijn gebruikt, dus de Hoofden die daar toe ook wellales genoomen hebben mits deezen gereproceerd, en zulks nader verbooden, mits„ „gaders tevens geordonneerd worden, om de rollen den der kaneel dragers vermeld bij de verandwoording van den E: E: Heer van Angelbeek overteleggen, ten Eijnde daar na de Eisschen van de kanneeldraagers na eeven„ „reedigheijd te konnen doen. 3. Dat nopens de akkommodessans die de klagers zeggen dat van sommige slegt zijn, en anderen door hulpen voorspraak goede akkemodessans hebben weeten te verkrijgen, nader onderzoek dient gedaan te worden, wanneer zij de aanwijsing daar van koomen te doen, en dan daar van welgem: Cer„ „lonse Regeering kennis gegeven te worden, om op dat stuk nader order te Erlangen, dog om dat werk op nieuw onderhanden teneemen wierd geoordeeld dat zulx niet alleen teveel omslag zoude veroorsaaken, maar dat het ook ondoenlijk zijn zoude om een ider met goede akkomodessans te worden voorzien, weil dan weinig voor de kompenie overschieten zouden. 4. ) Dat de Mohandiram van den houtsleep over de klagte ten zijnen laste on„ „der houden is, en hij bekend hebbende de waarheid te weezen, dat hij geduuren„ „de het vergangen Jaar bij den houtsleep in de kandebaddepattoe en gange„ „badde pattoes mitsgaders in de kool geevende dorpen 's daags twee peheindoes en vier adoekoes van de Majoraals na het oud gebruijk genoomen genoomen, dog dat er somwijlen eenige daagen waaren verloopen dat hij niets had gekreegen: Dierhalven de Majoraals dienen versten„ „digt te worden, dat zij niet verpligt zijn aan gem: Mohandi„ „ram meerder Teheindoens en adoekoes te verstrekken, dan drie maandig in 't Jaar, zulks in drie togten die hij in 't land doet, ider van een volle maand; als zijnde deeze tijd zeer voldoende om de houtwerken te sleepen, zo den Mohandirau het volle getal Laskorijns, gelijk het behoord, telkens neemd, het geen hem ook Serieus aanbevoolen word; dog dat, zo het al een Enkeldmaal mogte gebeuren dat er Meerder daagen moesten gesleept worden, zulks wel tot reeden zal hebben dat de Mohandiram het volle getal Laskorijns niet aan 't werk heeft gezet, maar geensints ten laste moogen koomen van de Majoraals omtrend het doen van verstrek„ „kings booven de bepaaling. Dat wijders, om het sleepen van veele drijfhouten uijtterrimen, twintig toonies voor de komp: gekapt, uijtgeholt en met 'sComp:s merk gebrand zullen worden en daar toe de hoofden goede dikke angelieke en horgas, of andere boomen moeten laaten aan wijzen, waarmede de houtwerken konnen worden afgebragt, even als in de Gale Corle en de kolombose dessavonie geschied. Dat het Egter de Majoraals zal wijstaan om tot trans„ „port der houtwerken van plaatsen waar geen tonies kon„ „nen gebruijkt worden, als andersints, vlotten van drijf„ „houten te maaken, zo als tot dato gebruijkelijk is, dog dat alle den verdere diensten bij den houtsleep op den ouden voet moeten blijven. — 5. / Dat alle de geenen die hunne brieven of Extrakten van hunne parveni Landerijen verlooren hebben, en waar van men de bezittin„ „gen voor de kompenie wil Intrekken hun Nader bij den E: E: dessave vervoegen kunnen als wanneer hunne klagte na

NL-HaNA_1.04.02_3883_1103 view scan ↗

English

1626 duly investigated by the Reverend Landraad and decided according to equity, because the Company desires nothing to which the Honourable Company is not entitled. After the handling of this general complaint ola, the Honourable Mr. van Angelbeek requested that the same and the two following documents might be presented to the undermentioned lesser headmen of the Gangebaddepattoe and asked whether anything contained in the complaints therein is known to them, the more so because it is suspected that the unsigned ola had been fabricated by the people of the Gangebaddepattoe. Whereupon the same appeared before the Honourable Commissioners, namely: 1. Apperakkewalle kadde Abewikreme vidaan aratje 2. Sirilat Raemewickreme araatje of the Gangebaddepattoe 3. Attoedawe Don Louis wikkremeratne Goenepale vidaan araatje 4. Ditto Abewckkreme Sammernaike vidaan arraatje of Narandenie walle hadde 5. Haupe Don Simon Goenetilleke Jajewardene Koorle bidaan 6. Don David Atturlieje vidaan araatje. To them the abovementioned complaint ola No. 1, as well as the following undated and unsigned ditto marked No. 2, was shown and presented one by one, translated by the Mohotiaar to the Right Honourable Lord Governor, porta Don Daniel Perera. They testify thereupon not to have signed ola No. 1 and never before to have seen ola No. 2, nor to know anything of it; subsequently, the third ola No. 3, being shown to him, the second deponent alone, as the foremost of the lesser headmen of the Gangebaddepattoe, said that the well-known chief rebel Madoegodde Appoe and some other mutineers, who were all armed with firearms and other lethal weapons, had forced him, who did not know the contents of that ola, to sign the same with many threats as well as otherwise. The other deponents, from all of whose names as well as from those of the joint inhabitants of the Gangebaddepattoe the aforementioned ola has been drawn up, likewise declare to have no knowledge of the contents thereof. Translation of the Sinhalese unsigned and undated complaint ola of the Sinhalese inhabitants of the Matara Dessavony. Just as the full moon emerges from dark mists and the darkness vanishes, so also our present Noble, Honourable Lord Commander of Galle, together with the Right Noble, Severe Dutch Councillors who have come from Batavia to investigate the advantages and disadvantages of the Honourable Company on this island in all places, as well as the rights and wrongs, are made acquainted with the following matters by the well-mentioned and their Right Honourable and Noble Severe: No. 2. Section 1. During two years now, the present Matara Dessave, under the pretext that the Honourable Company would have more advantage, has caused a piece of land of the length of one and a half miles and a breadth of three-quarters of a mile, consisting of mountains, forests, and valleys, to be cleared and empallissaded by four hundred and seventy men and the required headmen placed over them for that purpose; as well as caused the same piece of land to be planted with cinnamon, areca, jak, coffee, and sappanwood trees, as well as pepper vines, under provision, however, to each of them of the customary mainctementos as due to them from the Company's warehouse, and all tools required for that work. This has continually been the work of the aforementioned four hundred and seventy men and their headmen for two years now, without the least advantage to the Honourable Company appearing from this plantation to this day; the Company only loses the mainctementos which are furnished for that purpose from the Honourable Company's warehouses and the tools already delivered for it. Besides that, in the clearing of that piece of land, there were felled at the same time Section 1. The Honourable Mr. van Angelbeek testifies that this complaint ola is an entirely illegal document in itself, as being neither signed nor dated, and even entirely rejected by the mutineers when it was shown to them, declaring themselves not to have written nor sent it, 1627 namely: that upon viewing this garden, the Honourable Mr. van Angelbeek, finding some good Sleddewekke land, and that this declaration of the mutineers would therefore be sufficient to pass over this libel in silence; whereupon the Honourable Commissioners, considering that that ola was handed to them in translation at Colombo and thus a few words might well be said about it, whereupon Mr. van Angelbeek subsequently answered that the piece of land of which one speaks here is probably the garden at Kolotte, in which no more than 260 to 270 persons have worked, and that not even the whole year through; as His Honour, always to accommodate the inhabitants in the sowing and reaping season, reduced the workforce that each district had to deliver monthly by half or by two-thirds. It is a great deal, says His Honour, that one admits and acknowledges that the workmen have been furnished their mainctementos as was due to them; furthermore, that His Honour had brought everything into such a state that the planting could be commenced and continued at once, and this would happen in this month and the following months of this rainy monsoon, if the rebelliousness of the inhabitants had not caused any hindrance to this. That one would go and root out cinnamon if one wants to plant it on the same ground is a matter, says the Honourable Mr. van Angelbeek, that completely refutes itself, as does also the false pretext of the destruction of timber, carrying sticks, and binding rattans. A small proof of this for the service of the Honourable Company, His Honour immediately

Dutch transcription

1626 na behooren bij den Eerw: Landraad onderzogt, en na de billijkheid beslist zullen worden weil de kompenie niets begeerd wat haar Edele niet toekomt. Na de verhandeling van deeze generale klagt ola verzogte De E: E: Heer van Angelbeek dat dezelve en de twee volgende C=ts aan de Natemeldene Mindere hoofden van de gangebaddepat„ „toe mogten voorgehouden en gevraagd worden, of hun van de daar bij vervatte klagten iets bekend is, temeer om dat men vermoed dat de ongeteekende ola van de Gange badde pattoese volkeren zoude zijn gefabriceerd, Invoegen dezelve voor E: E: Heeren Kommissarissen verscheenen zijnde teweeten. 1. Apperakkewalle kadde Abewikreme vidaan aratje 2. Sirilat Raemewickreme araatje van de gange badde„ 3. Attoedawe Don Louis wikkremeratne Goenepale pattoe. vidaan araatje 4. d=o Abewckkreme Sammernaike vidaan arraatje van Narandenie walle hadde„ 5. Haupe Don Simon Goenetilleke Jajewardene Koorle 6. Don David Atturlieje vidaan araatje. bidaan word aan hem boven gem: klagt ola N:o 1. zo, wel als de navolgende ongedateerde en ongetekende d=o gem:t N:o 2. , ter vertaaling van den Mohotiaar aan de wel Edele Groot achtb: Heer Gouverneur spor„ „ta Don Daniel Perera een voor een vertoonden voorgehouden Betuijgen zij daar op de ola N:o 1. niet geteekend en de ola N:o 2. nooid bevoorens gezign te hebben nog daar van iets te weeten; ver„ „volgens de derde ola N:o 3. , waar bij de 2.=de komparant alleen als het voornaamste der mindere Hoofden van de Gange„ „badde pattoe, aan hem vertoond zijnde; zijde hij dat de beken„ „de Hoofdrebel Madoegodde appoe en nog eenige andere Muitelingen die alle met schiet- en andere moord geweeren gewa „pend waaren, hem, die den inhout dier ola niet wiste, tot het onderteekenen derzelve met veele drijgementen als andersints gedwongen rek sleepen de d gdat gedwongen hadden. de overige komparanten, uijt, wier aller naamen zo wel als uijt die van de gezamentlijke ingezeetenen der gangebad„ „de Pattoe eeven gem: Ola ingerigt is, verklaaren insgelijks van den Inhoud derzelve geen kennisse te hebben. Translaat Singaleeze ongeteekende en ongedateerde klagt ola van de Singaleeze inwoonders der Maturese Dessavonij. Gelijk de volle maan uijt duistere Nevelen te voorscheijn komt en de Auisternisse verdwijnd, zo is ook onsen tegenwoordigen Edelen Achtb: heer Gaals komman„ „deur Nevens de wel Edele Gestren„ „ge Hollandse Raedsheeren die van Batavia gekoomen zijn, om de voordeelen en Nadeelen van D' E: komp: op dit Eijlanden op alle plaatsen als ook de geregten ongeregtigheeden te onderzoeken, aan wel gemelde en Hun wel„ „ Edele Achtb: en Edele Gestrenge de volgende zaaken te kennen ge„ „geven worden. - 3. 1. D: E: E: Heer van Angelbeek betuijgd Geduurende nu twee Jaaren dat deeze klagt ola een geheel illegaal stuk op zig zelve is als zijnde niet heeft den teegenwoordigen Heer geteekend Maturesche E No: 2. 5. 1. 1627 deeze Cuin den E: E: Heer van Angelbeek eenige sleddewekke voorkoomende goed Maturesche dessave onder voorgave Dat DE: Komp meer voordeel zoude hebben een stuk Lands ter lengte van en dat dus deeze verklaaring der Men„ een en een half mijl en breedte van drie „telingen genoeg zoude zijn om met Hil„ „swijgen dit libel voor bij te gaan waar quart mijl bestaande uit bergen bossche„ op de E: E: heeren Commissarissen en valije laaten schoonmaaken en am„ reguardeerende, dat hun die ola in trans„ paggeren door vier Hondert en „laat te kolombo overgegeeven is en dus wel eer een paar woorden daar over zouden kon„ seventig Menschen en de benodig„ „nen gezegt worden waar op de heer van Angelbeek vervolgens daarop diende „de en daar toe over hun gestelde hoofden dat het stuk grond, waarvan men hier spreekt denkelijk de tuin te kolotte is, Mitsgaders het zelve stuk lands laaten beplanten met kanneel arreek, waar in niet meer dan 260. â: 270. koppen kiaten, koffij en sappanhoute boo„ hebben gewerkt en dat nog niet eens het geheele Jaar door: also zijn E: E: steeds „men als meede peper ranken, onder ter gemoed kooming van de ingezeetenen verstrekkingen Egter aan een ider in de Zaaij en maaijteid het volk dat van hem de gewoone mainktementos ider distriket 's maands moeste leeveren, op de„ zo als hun toekomt uijt 'sComp:s helft of op de twee derde vermindert heeft. zeer veel is het zegt zijn E: E: dat men Magazijn alles tot dat werk be„ toestaat en bekend dat de werkluiden „nodigde gereedschappen. Dit is hunne mainktementos, zo als hem geduurig het werk van gem: vier toekwaamen verstrekt zijn geworden overi„ „gens dat zijn E: E: alles in die staat ge„ „bragt had dat met de aanplantinge op hondert en seventig Manschap„ eens kan begonnen en voortgevaaren worden, „ peen en hunne hoofden nu twee Jaaren geweest, zonder dat van deeze aan„ en dit zoude en deeze maand ende volgende zijn, zo de oproerigheid der ingezeetenen „ planting eenig deminste voordeel Maanden van deeze regen Mousson geschieden hier in geene hindernisse had toegebragt. voor D.' E: komp: gebleeken is tot heeden, alleen verliest de komp: de„ Dat men kanneel zoude gaan uijtroeijen zo men die op de zelfde grond wil aanplan„ „mainktementos, die daar toe „ten, is een zaak zegt de E: E: heer van Angel„ „beek, die zig zelve wel geheel en al weederlegt, uijt haar Ed: Magazijnen word gelijk ook de mensche voorgave van het ver„ verstrekt en de gereedschappen daar „nielen van houtwerken, Draagstokken en bindrottings. Een klijn bewijs hier van; toe reeds afgegeeven Buijten dien zijn bij het schoonmaaken van dat „0 stuk Lands gelijk omgekapt niet geschreeven nog afgezonden te hebben, Namelijk: Dat bij het bezigtigen van geteekend nog gedateerd en zelfs door de muijtelin„ „gen, toen het aan hun wierd vertoond, ten eene„ „maal verworpen verklaarende het zelve ten dienste van D: E: komp: zijn E: E: terstond den en l ge„ „

NL-HaNA_1.04.02_3883_1106 view scan ↗

English

the Mohandiram of the woodcutters had been ordered to have all usable timbers found in the forest cut and hauled for the Company, as was done, and that wooden talaasen were found stacked under a mandoe in the village of Kaenbroegamme in order to be transported hither on occasion. This entire forest, says the Honorable Mr. van Angelbeek, has been surveyed and mapped by the land surveyor. It is he who separated the ratiaheere lands from the parvenie lands, and according to his map and designation His Honor proceeded; asking therefore what possible favors and disfavors the second interpreter could have shown to those parvenie owners. Secondly, by nine hundred men and the various chiefs placed over them, while enjoying the necessary maintenance and tools from the Company, a canal or channel was dug out of the Morruakorle to the Kattoene River, over a length of two miles and during the period of eight months, a previously existing junction of water from the Morruakorle with that of the Kattoene River was thereby made possible, and that water was diverted into the Girrewais Pattoe through a strong drainage from this canal. However, for the first time, a portion of the Company's as well as private fields were flooded, and thereby the young nelie crop of the Girrewais Pattoe was lost. The nelie crop that had remained undamaged for the other part, having reached ripeness, cut, threshed, and partially heaped up, seen from the surrounding area of sowlands to the extent of hundreds of ammunams, was picked up by a second flood and washed away into the sea, whereby a great loss was caused. Notwithstanding this loss, upon the request... The Honorable Mr. van Angelbeek says that one must not only possess the highest degree of malice, but even also that of stupidity, to be able to say what is assumed with regard to the canal cutting in the Morruakorle, and to maintain it in answering the general complaint regarding the nelie revenues, which will show whether the Girrewais has succeeded well or ill. ...and destroyed wood, trees, carrying poles, binder rattans, and cinnamon trees that serve to the benefit of the Company, belonging to poor people, and gardens and fields enclosed within the perimeter of that land. Some of these people who satisfied the second interpreter and Baddekome before the Dessave were even left in possession of the said gardens and fields; but those who did not satisfy him were surrendered to the headmen of the laborers placed over the said place. Wherefore we request that the damages thereby brought upon the Company as well as upon the inhabitants be inspected and investigated in order to pass judgment upon it. The complainants are to be notified that complaints have never reached the Honorable Mr. van Angelbeek that any piece of land was taken from anyone and incorporated into the Company's plantation at Kolofte or elsewhere; if this did happen, however, the interested parties may present themselves further, whereupon their lawful right will be granted after proper investigation. That the entire canal cutting in the Morruakorle, moreover, is a matter that does not concern His Honor, although carried out by the same. That this canal cutting, meanwhile, always reflects credit upon the Government and its inventor. It is true that in the month of February a heavy flood came from above out of the King's territory, and here in this Dessavony we had continuous rain, and that not only in the Girrewais, but also in all the other korles and pattoes, some damages were caused by that flood. The Honorable Mr. van Angelbeek therefore asks whether this is to be attributed to the canal cutting of the Morruakorle, or whether the water that equally flooded the resthouses of Kahawatte and Wallasmoelle also came from that canal cutting, and whether through that same canal cutting the Wellebadde Pattoe, the Kandebadde Pattoe, the Balligam Corle, the Baigams, and the Gangebadde Pattoe were likewise put under water. Up to now, the Honorable Mr. van Angelbeek declares, no one has been to His Honor to venture a reduction of his lease money, and since the damages suffered, so far as His Honor is informed, were not that great either, His Honor thinks that not the slightest ground must be given to the inhabitants to come and venture for a reduction; since it is very indifferent to the inhabitants whether it goes well or ill with the Noble Company, and if one gives them the least ground...

Dutch transcription

den Mohandiram van de hout kapperij gelast had om alle voor DE: Comp: in het bosch te vindene bruijkbaare houtwerken te laaten kappen en sleepen gelijk dit geschied en dat houtwerken talaasen in het dorp Kaenbroegamme onder een Mandoe opgestapeld te vinden was, om bij of„ „casie herwaarts te konnen worden overge„ „bragt. Dit geheele bosch zegt de E: E: Heer van Angelbeek is door den landmeeter opgenoomen en in kaart gebragt. bij is het die de ratiaheere gronden van de parvenie gronden heeft afge„ „scheiden en volgens zijn kaart en aanwij„ „zing is zijn E: E: te werk gegaan; waa„ „gende dus denzelven welke tog de gunsten en ongunsten konden zijn die de tweede Tolk aan die parvenie eigenaars heeft konnen be„ „wijzen. 3. 2. 2. sen tweeden zijn door negen hondert D: E: E: Heer van Angelbeek zegt dat koppen en de over hun gestelde ver„ men niet alleen de hoogste graad van kwaad aartigheijd maar zelfs ook die van dom„ „scheide Hoofden onder genieting „heid moet hebben, om het geene ten opzigte van de doorgraving in de Morruakorle van de daar toe benodigde Maink„ verondersteld word te konnen zeggen en bij de b'andwoording van de generaale „tementos en Gereedschappen van de staande houden. Dat de aanwijzing 'sComp:s gegraaven een kannaal of Klagte Nopens de Nelie Jnkomsten spruijt uijt de Morruakorle tot zal doen zien, of de Girrewais wel dan ƒ qualijk geslaagd is. — en vernield hout, boomen, draagstokken, bint„ „rottings en kanneel boomen die tot voordeel van D'E: Komp: strekken, van arme Me„ „schen zijn en den omtrek van dat land ingeslooten geworden tuinen en velden - eeni„ „ge van deeze luiden die den tweeden Colk en Baddekome bij den heer dessave te vreeden gesteld hebben zijn zelfs in de bezit„ „ting van gem: tuijnen en velden gelaaten dog van die, die hem niet bevreedigt hebben zijn overgegeven aan de hoofden der arbeij„ „ders die gesteld zijn over gem: plaats- weshalven wij verzoeken de nadeelen hier door aan DE: komp: zo wel als aan de Jngeseetenen toegebragt te laten be„ „zigtigen en onderzoeken om daar over te kunnen oordeelen. — De klagers aantekondigen dat nimmer klagten bij den E: E: Heer van Angelbeek zijn ingekoomen dat van iemand eenig stuk land is afgenoomen en in 's Comp:s plantagie te kolofte of elders ingetrokken, zo dit Egter geschied was dat dan de belanghebbenden hun nader kunnen Melden, als wanneer hun goed regt na behoorlijk onder„ „zoek zal geworden. — Dat aan d 1628 Dat de geheele doorgraving in de Morrua„ aan het kattoense Revier, ter leng„ „korle booven dien eene zaak is, die zijn E: E: „te van twee Mijlen en geduurende niet aangaat, schoon door denzelven ter uijtvoer„ den tijd van agt maanden, een min„ gebragt. Dat deeze dook graaving in tusschen steeds eene eere aan het Gouvernement en den uijtvinder derzelver Maak- wel is het „ mier bestaan hebbende vereeniging van water uit de Morruakorle met waar dat in de maand februarij van booven uijt 's koonings gebied eene swaare waa„ „tervlaed gekoomen is er men hier in deeze dat van het kattoense Revier is daar door mogelijk gemaakt des savonij aanhoudende reegen gehad heeften dat niet alleenig in de Girre„ en dat waater in de girrewaipat„ „wais maar ook in alle de overige korles en Pattoes door die overstrooming eenige „ toe afgeleid door eene sterke afwa„ nadeelen veroorzaakt zijn geworden, dus vraagd den E: E: Heer van Angelbeek of dit „ tering uit dit kannaal zijn Egter voor de Eerste reis een gedeel„ toete schrijven is aan de doorgraving van „te van skomp:s zo wel als parti„ de Morruakorle, of het waater dat de „kuliere velden overstroomd en rusthuijsen van Kahawatte en wallas „moelle gelijkstandig overstroomd heeft ook uit die doorgraving gekoomen is daar door het Jong Nelie ge„ „wasch van de Girrewaipattoe en of door die zelfde doorgraving ins„ „gelijks de welle badde pattoe, de kan„ verlooren geraakt. Het Nelie „de badde pattoe, de balligam Corle, de gewasch dat toen nog onbescha„ baigams en de Gange badde Cattoe onder water gezet zijn geworden. „digt gebleeven is voor het ander tot nu toe betuijgd D: E: E: Heer gedeelte En tot rijpheijd gekoomen van Angelbeek is niemand bij zijn zijnde gesneeden, getrapt en gedeel„ E: E: geweest om afslag van zijne pagt „schat te waagen en vermits de geleede„ „telijk opgehoopt zag uit den omtrek„ „ne Nadeelen zoo verre zijn E: E: on„ van Zaaijlanden ter groote van „derrigt is: ook zo groot niet ge„ „weest zijn, denkt zijn E: E: dat Honderden amm:s is door een twee„ geen de minste voet aan de ingezeete„ „nen moet gegeven worden, om afslag te koomen waagen; alzo het de Jngesee„ verlies is veroorzaakt niet tee„ „tenen zeer ons onverschillig is, of het de Edele komp: weldan kwalijk gaat, en zo „genstaande dit verlies, is op het draamen maar de minste voet geeft, „de overstrooming, op genoomen en in zee weggespoeld, waar door een Groot niemand verzoek „ t „ de tot

NL-HaNA_1.04.02_3883_1108 view scan ↗

English

request of the poor inhabitants for the remission of the lease nelie that has been lost from the Company's fields not considered, and consequently by the continuation of the collection of the Company's lease nelie many of the inhabitants have been forced to pawn their goods as well as lands, to take up much money, and to pay their debts. Before the cutting through of the aforementioned canal, never before was such a loss in the Girrewaipattoe caused by such a flood. no one will fail to ask for a reduction, even though he has enjoyed benefits. The Commissioners remark that the cutting through in the Morruakorl to supply water through the stream of Kattoene to the girrewaipattoe for sowing the fields belonging under the resthouses of Marakadde and Ranne is in every way a very useful work; as the hunting and sowing master of the girrewais Jinnekoon and the modliaar of the gangebaddepattoe De Saram specifically testify on this occasion, and primarily the former, that the fields under Marakadde and Ranne have no risk at all of being submerged, but only some fields, which run the risk of being lost in a strong drainage, while de saram says that the belligam korle, the Gangebadde pattoe and the four baigams were lost during large floods before the aforementioned cutting through, because then the water that has now been led to the girrewai also flowed off through the river of Mature through the aforementioned districts. That although it is true that too much water came into the girrewais in the recently passed year, one can nevertheless draw no disadvantageous conclusion, because the entire dessavonij suffered this same fate through the extraordinary and long-lasting rains, to which is further added that the water would have flowed off more quickly into the sea at kahandawemodere if the streams had been better cleared, and that if the water that drained to the girrewai through the new canal had had its old course in the river of Mature, then apparently little of the Nelie crop in the belligamcorle, Gangebaddepattoe and the baijgars would have turned out well, but the same would have been lost through flooding, and it has accordingly been resolved to give notice of these remarks to the insurgents by mandate. Section 3. Thirdly, the former lord dessave Crijtsman in the girrewaippattoe had various dams constructed to be able to sow the fields, as they have also been sown, and before that time a multitude of dams were also constructed and the fields there sown, but over time it was found that there were not enough people in the girrewac to be able to maintain that work, whereby it had to be stopped as useless or entirely abandoned, and thus caused a great damage. This being so, one now aims at the work of a place that before the Portuguese times was left unable to be sown by King Magamtisse due to the breaching of a dam. Concerning the journey to Baddegierije, the Honourable Lord van Angelbeek refers to what he stated in the answer to the general complaint ola number 1, but regarding the reported increased mortality there, His Honour says that the Resident Briekkman, the Modliaar Jinnekoon and the Gajeman aratje would be able to give proper clarification, declaring nevertheless regarding the first period that His Honour does not know of any more people having departed in service of Baddegierie than a party of Badaanas under the supervision of their wageaatjes to construct resthouses, and that since then Jinnekoon Modliaar himself went there with some people to have that place cleared and to have them work there under the direction of the gaijeman arraatje, but that the Honourable Lord van Angelbeek, as has already been said, since caused that work to cease by a subsequent ola. Which Jinnekoon Modliaar also confirmed, adding that he with 456.

Dutch transcription

verzoek der arme ingezeetenen om niemand nalaaten zal om afslag te kwijt-scheldinge van de pagt vraagen, of schoon hij voordeelen ge„ nelie die verlooren is geraakt „nooten heeft gehad. — Heeren Kommissarissen merken aan uijt 'sComp:s velden niet gereflek„ dat de doorgraving in de Morrua„ „teerd en bij vervolgen voortzetting „korl ter bezorging van water door van de invordering van 'sComp:s de spruijt van Kattoene na de girrewaipattoe ter bezaaijing van pagt nelie zijn veele der Jnwoon„ de velden gehoorende onder de rust„ „ners genoodzaakt geweest hun„ „huijsen van Marakadde en Ran„ „ne goederen zo wel als landerijen „ne, allezints een zeer nuttig werk is; gelijk zulx de Jaag en zaaij meester van de girrewais Jinnekoon te verpanden veel geld op te neemen en hunne schulden te betaalen voor en de modliaak van de gangebadde„ de doorgraaving van het voorm: „pattoe De Saram bij deze gelee„ Kannael is nooid bevoorens een zoda„ „gendheid specialijk getuijgen en „nig verlies in de Girrewaipattoe wel voornamentlijk de eerste dat door een diergelijke overstrooming ver- de velde onder Mara kadde en Ranne gantsch geen Nood hebben oorzaakt. van onderwater gezet te worden, dan maar sommige velden, die bij een sterke afwatering gevaarloopen verlooren te gaan, Jerweil de saram zegt, dat de belligam korle, de Gangebadde pattoe en de vier baigams bij Groote waatervloeden voor de voorschreeven doorgraving verlooren gingen weil toen Het waater dat nu na de girre waigeleid is, ook door de revier van Mature door voorschreeven distrikten afvloeide: Dat schoon het wel waar is, dat in het Jongst gepasseerde Iaar te veel waater in de girrewais is gekoomen men Egter geen Nadeelig gevolg kan trekken, weil de heele dessavonij door de buijten gewoone en Lang duurende regais dit zelfde lot heeft ondergaan, waar bij nog komt dat het waater spoediger te kahandawe mo„ „dere in zee zoude afgeloopen zijn indien de spruijten beeter waaren 6 1629 waaren op geruimd geweest, en dat wanneer het waater dat door het nieuwe Kannaal na de girrewai is afgeloopen, zijn ouden loop in de revier van Mature had gehad, er als dan apparant weinig van het Nelie gewasch in de belligamcorle, Gangebaddepattoe en de baijgars te regt gekoomen, maar het zelve door overstrooming zoude verlooren gegaan zijn, en is dien volgende verstaan van deeze aanmerkingen kennis aan de Muitelingen te geeven bij Mandaat. S. 3. S. 3. Ten derden heeft de voor deeze ge„ „weest zijnde heer dessave crijtsman in de girre waippattoe laaten aanleg„ zig aan het geen denzelven bij de b' and„ „gen verscheide Dammen om de velden „woording van de generaale klagt ola vergroote opgegeven sterfte aldaar zegt te konnen bezaaijen, zo als ze ook N:o 1. opgegeven heeft, dog wegens de zijn E: E: dat de Resident Briekkman, bezaaijd zijn en voor die tijd zijn ook een menigte Dammen aangelegt de Modliaar Jinnekoon en de Gajeman en de velden aldaar bezaaijd geworden aratje behoorlijk op heldering zouden konnen geeven met betuijging nogtans nopens de eerste periode dat zijn E: E: dog men heeft bij Continuatie onder„ niet weet meerder volkeren, ten diens „vonden, dat er geen volk genoeg in de girrewac was om dat werk „te van Baddegierie vertrokken te te konnen onderhouden, waar door zijn dan een parthij Badaanas onder oprzigt hunner wageaatjes het als onnut heeft moeten gestaakt om rusthuijsen aan te leggen en dat of walverlaaten worden en dus zeedert Jinnekoon Modliaar een Groote schaade veroorzaakt zelfs met Eenig volk er na toegegaan is om die plaats te laaten zuijveren dit alzo zijnde betragt men tans en ze onder de direktie van den gaijeman het werk van een plaats die voor arraatje daar te laaten werken, Dog dat D. E: E: Heer van Angelbeek der portugeezen tijd door den ko„ gelijk reeds gezegt is, zeedert door „ning Magamtisse weegens het door een nader samas dat werk had „breeken van een dam en daar door zonder doen cesseeren. Het geen sinne„ te konnen bezaaijen gebleeven zijnde „soon Modliaar ook bevestigde onder bijvoeging dat hij met Omtrend de rijze na Baddegierije gedraagd de E: E: Heer van Angelbeek 456. plaats

NL-HaNA_1.04.02_3883_1110 view scan ↗

English

456 heads went to Baddegeerie and transferred the same there to the Gaijeman Aratchy, and this Aratchy likewise testified that he first had 456 heads work for 15 days, and the second time 100 heads, but that he did not hear that more people died there than a single Sinhalese smith; that the people sent to Baddegierie from Colombo, Gale, and Mature, both convicts and unwilling persons, namely: Jogies or vagrants, strangers who have no fixed possessions, and such other persons who willfully remove and absent themselves from the Company's obligatory services, since 13 June 1789 make up a number of 141 heads, and that according to the lists 17 persons among them had died. The remark regarding Baddegierie mentioned here before in the general complaint ola at § 12 is also applicable to this post; we have nothing further to say about it than that the incoming report from the Resident Brinkman will be added among the annexes hereof and marked with No. 9. A place called Baddegierie, being wild and filled with wild beasts such as elephants, bears, tigers, buffalos, cobras, polongas, vipers, and more other venomous beasts suited to the ruin or slaughter of man. For the rebuilding of a broken dam situated in such a place, in order to make the lands situated there suitable for sowing, two hundred and twenty-eight men and the necessary headmen were first sent, after maintenance and tools from the Company's warehouse had previously been provided to them. Part of them were killed by the elephants and bears, and part perished from fevers and dysentery through unaccustomedness to the water and the food they had consumed there. Only about eleven persons returned from there to Mature with the fever; for this offense of theirs, being again shackled in irons, they were sent back together with their wives. Thereafter, for the erection of resthouses and mandos at Baddegierrie, three hundred servants and the necessary headmen were sent again after they were also provided with the Company's maintenance. Of these, part were killed by the elephants and bears, and part died there themselves from dysentery and fevers. Of that part which was still alive and set off on the way to Mature, several died on the way from illnesses, and thus only a small part remained who arrived at their dwelling villages. Now, for the work of the aforementioned Baddigirie, over ten thousand men have anew been gathered, who have received orders for each to provide himself with his own food for thirty days, and each likewise with a coijta and an enxada; at the same time, he determined by such an order that even if there were five persons in a house, all five would have to depart, without one of them being able to stay behind. This happens, and so many people are dispatched to a place that tends to their gatherings ruin, without any use or advantage being able to be gained thereby. To destroy so many people in such an unjust manner, and thereby cause the country to be depopulated and ruined, we request that it may be legitimately and equitably investigated by Your Honorable and Worshipful, and that justice be done thereon. If no equitable verdict follows, those who are now designated to end their lives in such a manner will, out of fear of death, endeavor to save their lives by whatever means; and if they should make themselves guilty on that account in any other way, they request that it not be considered punishable, but to excuse them for it. 3. 4. The Honorable van Angelbeek says that it is entirely true that His Honor placed the most trust in the Mudaliyar de Saram and the second interpreter at his porta, both on account of their untiring zeal and the observation of their duties, as well as on account of their good conduct and many great abilities; they are, among all the headmen of this extensive dessavony, the only ones who possess all these qualities in advance in their persons, and thus also the only ones who deserved a hearing with His Honor. On the contrary, it is very untrue that the Mudaliyar de Saram ever at all presented His Honor with any mud fields to the extent of 35 amunams; but to settle this matter briefly, His Honor wishes to donate these mud fields to him who can point them out, and in addition undertake to have an equal piece of land of equal size made suitable, as a penalty, at his own expense for the use and benefit of the Honorable Company. But whether the complainants perhaps mean a ruined parveny field of the Mudaliyar de Saram which the assistant Rabinel bought from him, the Honorable van Angelbeek declares not to know with certainty, but to presume as much. The Honorable Commissioners find nothing to remark on this post. 3. 4. In the fourth place, besides that, the Lord Dessave grants a hearing to no one else than the Mudaliyar of the Gangebadde Pattoo and the Baddekorn and second interpreter at His Honor's porta. If any other headman, whosoever he may be, should wish to make anything known to the Lord Dessave concerning things that cannot happen, His Honor pays no reflection to it. The reasons that the two first-named are so trusted and favored with the aforementioned Lord Dessave are these: that the Mudaliyar of the Gangebadoe Pattoo first made a present to His Honor of thirty-five amunams of mud sowing grounds; secondly, 5. 5. the of

Dutch transcription

456. koppen naar Baddegeerie ge„ plaats die genaamd word Baddegie„ „gaan is en dezelve aldaar aan den „rie zijnde woest en opgevuld met Gaijeman araatje overgegane heeft, en dezen arraatje betuijgde wilde gediertens als Elephanten, insgelijks dat hij eerst door 456. Beeren, Jijgers, Buffels, Robek koppen 15. daagen heeft laaten werken Kappels, Polengas, Biebers en en de tweede keer door 100. koppen, dog dat hij niet vernoomen heeft, meer andere venijnige Beesten ge„ dat aldaar meer menschen overleeden D: E: E: Heer van Angelbeek zegt voorts „schikt tot ondergang of loding zijn dan een eenige singaleeze smit„ van den Mensch, tot weeder oprig„ dat de na Baddegierie gezonden vol„ „keren van Kolombo Paleen Mature„ „ting van een afgebrookene dam zoo gecondemneerdens als onwil„ geleegen in zulk een Plaats om daar „ligen, teweeten: Joogies of landloopers, vreemdelingen die geene vaste bezit„ door de aldaar geleegene gronden „tingen hebben en zodanige andere per„ ter bezaaijing te konnen bekwaam „zoonen die zig moedwilliglijk van sComp:s verpligte diensten verwijderen Maaken, zijn voor eerst gezonden en absenteeren, zeedert den 13. Junij twee hondert agt en twintig Man„ 1789: een getal van 141. koppen uit„ „maaken, en dat daar van volgens „schappen en de daar bij benoodigde de lijsten 17. perzonen gestorven waaren Hoofden na alvoorens uijt 'sComp:s de aanmerking omtrend Baddegierie hier vooren bij de generaale klagt Pakhuijs Mainktementos en ola bij §. 12. vermeld, is op deeze post gereedschappen aan hun te zijn ver„ ook toepasselijk ons vald daar van „strekt, gedeeltelijk van dezelve niet verder te zeggen, dan dat het hebben de Elafanten en beeren om„ intekomene bericht van den Resi„ „dent Brinkman onder de bij„ „laagen deezes zal gevoegt en met „gebragt en gedeeltelijk zijn, omge„ „koomen aan de Koorts en Per„ N:o 9. gequotheerd worden. „sings door ongewoonte van het water en de pijze die ze aldaar hadden genuttigd Alleen zij daar van omtrend elf Perzoonen terug gekoomen 1630 gekoomen op Mature met de Koors die om deze hunne overtreeding weeder opgelaten in de ketting geklonken zijnde nevens hunne vrouwen zijn te rug gezonden. Daar na zijn tot oprig„ „ting van Rusthuijzen en Mandoes op Raddegierrie weeder gezonden en drie honderd dienstelingen en de nodige hoofden na dat ze almeede van 'sComp:s Mainktementos voor„ „zien waaren van deeze zijn gedeelte „lijk door de Elephanten en beeren om„ „gebragten gedeeltelijk door Per„ „sings en koortsen aldaar zelfs overleeden. van dat gedeelte 't welk nog in leeven was en zig of weg na Ma„ „ture begaf zijn onderweegs door ziektens verscheijden gestorven en dus nog maar een geking ge„ „deelte overgebleeven die in hunne woondorpen te regt zijn gekoomen. Jans zijn tot het werk van voormeld Baddigirie op nieuws over de tien duijzend man verzaameld die last hebben bekoomen omelk voor zig van eijge kost te voor„ „zien voor dertig daagen en een ieder ieder tevens van een kooijta en een in Chado hij zulk een ordre te gelijk bepaalde dat al waaren er vijf per„ „zoonen in een huijs alle vijf zoude moeten vertrekken, zonder daar een van te konnen agter blijven. Deeze „gescheet en zo veel menschen worden geschikt naar een plaads die to p hunne van„ verzaamelingen ondergang strekt zonder dat daar door eenig nut of voordeel kan behaald worden, Op zoo eene ongeregtvaardige wij„ „ze zo veele menschen te vernielen en daar door het land te doen ont„ „volken en ondergaan, verzoeken wij dat door uwel Edele agtb: Regtmatig en billijk mag wor„ „den nagegaan en daar op Regt ge„ „daan worden zoo geene billijke uitspraak daar op volgd zullen de geenen die nu geschikt zijn om op zoodanige wijze hun leeven te eijndigen, uit vreeze voor de dood, hoedanig het ook zij hun leeven trachten te redden en indien zij uit dien hoofden, op eenige andere wijze hun mogte schuldig maaken, verzoeken zij het niet voorstraf schuldig aantemerken maar 1631 3. 4. De Heer van Angelbeek zegt dat het volkoomen waar is, dat zijn E: E: het meest vertrouwen gesteld heeft op de Modliaar de„ Saram en de tweede tolk aan deszelfs porta„ zoo weegens hunne onvermoeide ijver en het betragten van hunne pligten, als wee„ „gens hem goed gedrag en veele groote be„ „kwaamheeden, zij zijn onder alle de hoofden van deeze uitgestrekte dessavonie de eenigsten die alle deeze hoedanigheeden en hunne perzoonen voor uit hebben, en dus ook de eenigste die bij zijn E: E: gehoor ver„ „dienden. Daaren teegens is het zeer on„ „waar dat ooit ofte ooit de Modliaar de Saram zijn E: E: eenige moddervelden ter groote van 35. amm: zoude hebben pre„ „sent gedaan, doch om deeze zaak kort aftedoen wil zijn E: E: hem die deeze mod„ „dervelden kan aanwijzen, dezelve schenken en daar en boven aanneemen om een gelijk stuk grond van gelijke groote tot een straf op eige kosten ten behoeven en voordeele van d'E: komp: te laaten bekwaam maaken, Edog of de klagers somweil bedoelen een ver„ „woes Parvenieveld van den Modliaar de Saram het welk de assistend Ra„ „binel van hem heeft gekogt, betuigd den E: E: heer van Angelbeek niet niet zeekerheid te weeten, dog zulks te veronderstellen. E: E: kommissarissen vinden op deeze post niets aantemerken. 3. l. sen vierden Buijten en be„ „halven dien verleend aan heer Dessave aan niemand anders gehoor als aan de Modliaar van de Gangebadde pattoe en de Baddekorn en tweede tolk aan zijn Ed: porta zoo eenig ander hoofd het zij wie hij ook vor wil de Heer Dessave iets mogte te kennen geeven aangaande dingen die niet geschieden konnen slaad zijn Ed: geen reflectie daar aan. De reeden dat de twee eerst genoemden zoo getrouwen gewind zijn bij gem: heer Des„ „ „save zijn deeze dat de Mo„ „dliaat van de Gangebadoe„ „pattoe voor eerst vijf en der„ „tig amm:s modder Zaaij gronden aan zijn Ed: heeft present gedaan ten maar hun zulks te verschoonen. 5. 5. de van

NL-HaNA_1.04.02_3883_1114 view scan ↗

English

This post was dealt with in the answering of the general charges under N:o 1. 5. 10: and, according to what was understood, is to be complied with accordingly. 3. 5. sworn that it has never been a custom, as long as the Dutch gentlemen have possessed this country, but has been introduced anew by him, namely that all the vidaans and mayorals of the Gangebadde Pattoe, notwithstanding that they are unable to provide the customary weekly pingos from each village, must bring as a New Year's Paresse, each mayoral one can of butter, six fowls, 30 eggs, limes, and eight sweet oranges, table bananas or bunches of bananas, pumpkins, and ten koernies of rice, and from each vidaan 40 koernies of rice. In such manner he had this collected and, with great pomp, brought to the Lord Dessave and presented. Thereafter, the baddekorn and second interpreter, intending to make such a paresse better and more respectable, had some headmen who were his good friends and acquaintances, and these through their subordinates, bring together more of such presents, with which the Modliaar of the Gangebadde Pattoe had also appeared, adding thereto a considerable retinue, such as sommereels, banners, white linen, dancers, and native music. Because both the aforementioned persons have become so accustomed and faithful to the Lord Dessave, all the other headmen, out of fear that it would not go well if they also did not do likewise, gathered New Year's Baresses and went therewith before the Lord Dessave, so that for the future it will now always remain a custom. Because the aforementioned two persons stand so well with the Lord Dessave and conduct themselves faithfully and obediently, those who bring any complaints against them regarding committed injustices are seized and placed under arrest. Several times such persons have also been punished. 9R The Honourable Mr. van Angelbeek testifies that he indeed had this man punished on account of his impertinence, in that he, as a betel supplier, passed by His Honour over some trifles and lodged a complaint with the Honourable and Worshipful Lord Commander of Galle, which the Gajenaike Modliaar, under whom that man falls, had reported to His Honour; but that the aforementioned punishment actually consisted of some sjambok strokes, whereas he would otherwise have deserved a heavier punishment, and according to orders even ought to have been chained in irons for three years, if, having any complaints against someone, he had merely passed by his Modliaar; and although the punished man—since, as far as His Honour knows no better, he is still alive—could be summoned. His Honour nevertheless referred to the translated report ola of the Modliaar Ilangakoon and Jillekeratne submitted under N:o 10. The Honourable Commissioners testify that they have understood from the Modliaar Ilangakoon that the aforesaid man was punished both for not having betel leaves plucked and also because he had gone to Gale to complain without permission, and that he, the Modliaar, had heard, or recollected, that that man died some 30 days after receiving the beating; while Jillekeratne Modliaar had testified to knowing nothing more than what he had stated in his declaration. so that for the future such complaints would cease of themselves and everyone would remain silent out of fear. 6. Concerning such an injustice done to a fisherman of Mirisse, he, being afraid, went directly to Gale to the Right Honourable and Worshipful Lord Commander and made his case known, upon which case, after his return, the Lord Dessave had him seized and punished in such a manner that he was thereby seized with a bloody flux and died three days thereafter. Observing these things, no one, whoever he may be and however great an injustice is done to him, shall dare to bring any complaints against both the aforementioned favourites; they will not dare to do it out of fear, not only in Mature, but also in Gale. 3. 7. 3. 7. The Honourable Mr. van Angelbeek testifies that the baddekorn is only 28 years old, and therefore could not have been an Interpreter under the Lord Dessave Crijtsman, who died some 29 to 30 years ago. On this post there is nothing further to note than what has been mentioned hereinbefore. 3. 7. If the aforementioned Lord Dessave should continue with the Modliaar of the Gangebadde Pattoe and the baddekorn—the latter of whom was also a baddekorn and second interpreter at the time of the Lord Dessave Crijtsman, but was deported as a rogue and removed from the Porta, being by birth of the caste of Coolies from Polwatte, and together with him four persons, or rather three others from his family, who have been placed in respectable offices and with the same power and authority as other headmen, making together six persons in the land of Mature—in such a manner, since they undertake things that have never been heard of before this, abolishing the customs that have taken place from of old and instituting others again that never existed, and which, by way of expression, may be compared to the difference between heaven and earth, how shall the Honourable Company's work or the Lord's service be recognized, accepted, or obeyed by the Sinhalese from Goyapane downwards and those who further reside in the Maturese Dessavony, without distinction of person, whoever he may be? This they most submissively make known, and most humbly submit for investigation to the Honourable and Worshipful Lord Commander of Gale and Mature, alongside the High and Noble Worshipful Council members who have arrived from Europe to investigate all matters. Underneath stood: For the translation, Gale, the 21st of April 1798. Was signed: M: J: Gratia, Sworn Clerk. In the margin: For the translation, was signed: P: de Zilva, Sworn Interpreter. Underneath stood: Agrees. J. K. Was signed: J:s H: Brechman, Sworn Clerk. Translate.

Dutch transcription

Deeze post is bij de beantwoor„ 3. 5. sweeden dat nim met een gewoonte geweest is zoo lange de heeren hollands „ding van de generaale Kragte dit land bezitten door hem nieuw is in N:o 1. 5. 10: verhandeld en is „gevoerd, namelijk dat alle de viedaa volgens verstaan zig daar aan en Majoraals van de Gange badde te gedraagen. „pattoe niet tegenstaande zij onve „ moogende zijn de gewoone weeks pin„ „gos van Elke dorp opte brengen, tot een nieuwe Iaars Paresse moeten opbreng elk Majoraals Een kan booter, ses hoenders, 30. eijeren liemoen en agt zoetappels tafel piesangen oe pi„ „ sangtrossen Pampoenen en tien koernies Rijst en van elk viedaan 40. Hoernies Rijst zoodanig heeft hij dit laaten verzaamelen en met een groote staatsie bij den heer Dessave gebragt en geparresseerd. Daar na heeft de Badde korm en twee tolk voorneemende zulks een parresse beetere en aanziene„ „lijker te maaken door eenige hoofden die zijne goede vrienden, en bekenden waaren en deeze door hunne onderhoorigen laaten bij een brengen meerdere van Dierge„ „lijke presenten, als waar meede de Modliaar van de Gangebabde „ Pattoe 3. 5. 1632 „pattoe was geparesseerd, daar bij voerende een aanziendelijke staat die als sommereels; vaar„ „del, wit linnen Danssers en Inlands muziek. wijl gemelde beijde perzoonen zoodanig, gewend, en aan de heer Dessave getrouw geworden zijn, hebben alle de andere hoofden uijt vreeze dat het niet goed zijn zouwde indien zij meede zulx niet kwamen te doen Nieuwjaar Baressen verga„ „derd en zig daar meede voor den heer Dessave begeeven, zoo dat het voor het vervolg nu altijd eene gewoonte blijven zal om dat voorm: twee luijden zoo wel bij den heer Dessave staan„ en zig getrouw en gehoorzaam gedraagen, worden de geene die over hun eenige klagten over„ „gepleegde ongeregtigheeden in brengen op gevat en in arrest gesteld. verscheijde maalen zijn ook de sulken afgestraft 9R D. E: E: heer van Angelbeek betuijgd„ deeze man wel te hebben laaten straffen weegens zijne impertinentie dat hij als betel leverantiek over eenige kleenigheeden zijn E: E: voorbij gegaan en bij den E: E: achtb: heer gaalscom„ „mandeur klagtig gevallen is, het geen den gajenaike modliaar, onder wien die man sorteerdt, bij zijn E: E: aangegeeven had, dog dat gem: straf eijgentlijk bestond in eenige schambok slaagen daar hij anders swaerder straf verdiend had, en selfs volgens order drie Jaaren in de ketting moeste geklonken worden, indien hij eenige klagten teegens imand hebbende slegts zijn Modllaar was voor bij gegaan en al schoon den afge„ „straften terwijl voor zoo verre zijn E: E: niet beeter weet hij nog leeft konden opgeroepen worden. gedroeg zijn E: E: zig nogtans aan het onder N:o 10. over„ „gelegde Translaat Rapport ola va„ de Modliaat Haugakoon. en Sillekeratne. E: E: kommissarisse, betuijgen dat zij van den Modliaar Jlangakoon ver„ „staan hebben, dat voorsz: man, zoo wel wegens het niet niet laeten pluk„ „ken van betels als ook om dat hij son„ „der verlof na Gale is weezen klagen, afgestraft is, en dat hij modliaar gehoord had, dat hem voorstond, dat die man of meer 30. dagen na het ont„ „vangene pakslagen overleeden was. terwijl Jillekeratne modliaar be„ „tuijgd had, niets meer te weeten dan hij bij zijn verklaaring opgegeven rad.- op dat voor het vervolg zulke klagten zig van zelfs op houden en elk een swrijgen zouden uijt vreeze 6. Over zulk een ongeregtigheijd aan een visser van mirisse aangedaan heeft hij bevreesd zijnde direkt zig na Gale begeeven bij den wel Edelen Achtbaare heer kommandeur en zijn zaak te kennen gegeeven, op welke geval na zijn terug komst de heer dessave hem heeft laaten opvatten en afstraffen zoodanig dat hij daa van aan een bloed afgang gezaakt en drie daagen daar na ge„ „storven is. — Deeze dingen op merkende zal niemand wie hij ook zij en hoe groot een ongelijk hem word aangedaan over bijde gemelde gunstelingen zig onder staan moogen eenige klagten in te brengen zij zullen liet uijt vreeze niet alleen te Mature maar ook te Gale niet onderstaan moogen te doen. S. 7. 3. 7. 1633 3. 7. Indien gem: heer Dessave de 3. 7. D: E: E: heer van Angelbeek betuigd Modliaar de gange baddepattoe dat de haddekorn pas 28. Jaaren en de haddekorn, de laatste die oud is en dus geen Tolk bij den voor nu ten tijde van de heer Dessave Crijk„ 29. â: 30. Jaaren overleeden heer Des„ „man meede als Baddekornen tweede „save Crijtsman konde geweest zijn. tolk geweest dog als een schelm op deeze postvalt niet verder dan het hier vooren gedeporteerd en van de Porta ver„ vermeld aantemerken. „wijderd geweest is zijnde uit de Natuur van Koelies afkomste van Polwatte en met hem te zaamen vier perzoonen ofte nog drie an„ „deren uijt zijn familie die in aanzienlijke Diensten en in de zelfde magt en vermoogen als andere hoofden gesteld zijn uit„ „maakende te zaamen sesper„ „zoonen in het land van Matu„ „re zodanig mogten bleijven Conti„ „nueeren /:wijl zedingen bestaan die nooit voor deezen gehoord zijn afschaffende de gewoonten die van ouds plaats gehad hebben en andere weeder oprechten„ „de die nimmer geweest zijn en die bij de spreekwijze van het onderscheid dat tusschen hemel en aarde is kan vergeleeken worden:/ zal zal Ed: komp:s werk of 's heeren diensten erkenden aangenoomen of gehoorzaamd worden, door dien der singaleeschen van Goijapane af„ en die verder in de Matureesche Dessavonij woonagtig is zijn zon„ „der onderscheid van Perzoon wie hij ook zij. Dit geeven zij voet valligst te kennen en draagen ne„ „drigst op ter onderzoek aan den Edelen Achtbaaren heer Comman„ „deur van Gale en Mature nevens de hoog Edele gestrenge Raads heeren die uijt Europa aangekoo„ „men zijn om alle zaaken te ondersoe„ oken (:onderstond:) voor de Frans„ „latie Gale Den 21. April 1798: (:was geteekend:/ M: J: Gratra E: G: klerk (:in margine:/ voor de vertaaling (:was geteekend:/ P: de Zilva gezw: tolk C: on„ „derstond:) Akkordeert J. k (:was geteekend:) J:s H: Brechman gezw: klerk Translaat

NL-HaNA_1.04.02_3883_1119 view scan ↗

English

1634 Translation of a Sinhalese Letter with complaint ola No. 1. 5. 12: Ola dated 21 April 1790. Written in the name and on behalf of several minor chiefs and Sinhalese subjects and inhabitants of the Matara Disavany to the Honorable and Respected Lord Commander of Galle and Matara. After preceding compliments. This matter has already been treated. In the time of the reign of His Majesty the King of Kandy, Raja Sinha, when it pleased him to take this land out of the hands of the Portuguese and to cause the Dutch gentlemen to come into the same, and to that end His Majesty's high orders were received, the Portuguese were driven away through the help of the Dutch gentlemen as well as of the King's subjects; thereafter, according to treaty, all the privileges which the King previously had were restored and granted to him again without any alteration, and the Dutch gentlemen were placed in possession of the lowlands. Following this, many years passed peacefully through the maintenance and enjoyment of all the privileges that they were previously accustomed to. Yet since then, the servants stationed from time to time by the Dutch gentlemen at the ports in each individual place have committed such injustices through their wicked, malicious disposition, that the inhabitants, as previously, gathered together several times and brought forward their grievances against them, upon which, on those occasions, fair justice was also done. Since then, and indeed now for several years, they have endured their hardships and adversities with patience because they find themselves under the necessity of remaining in their country. This being so, it is not known whether the Sinhalese port servants and interpreters of the Grand Disava of Matara presently placed over us properly make known to His Honor the affairs and customs of the country, good or bad, which can or cannot stand, as they are indeed obligated to do; because after His Honor entered into his administration, all the inhabitants, great and small, men and women without distinction of person 1635 in the korales and pattus of the Disavany have had to suffer many chastisements, pains, sorrows, damages, and injustices in numerous respects. Undergoing all these hardships and continually demonstrating their forbearance, for over eight months now people have been successively sent to repair a dam situated at Badagiriya, which was built by the giants in the time of the first king of this island, but has since fallen into decay and been abandoned, as at the time of its erection a great famine was caused in the country. Although this place lies very far away, much people were sent thither, the majority of whom, having been afflicted with fevers and various other diseases, died there itself, and the rest died on the way back, and thirdly died in their home villages themselves after their return. Furthermore, all the inhabitants of the korales and pattus of the Matara Disavany, none excepted, both young and old, have been ordered, according to the strength of each household, whether it be ten men or in proportion to the strength of each, without one of them being allowed to remain behind, to depart from their dwelling places for the aforementioned Badagiriya around the 15th of this month, each provided with their own maintenance for one month and the other tools necessary for the service. Because we have received such an order, whereby we have nothing else to consider except the danger to which our lives are subjected, being very well informed and also having seen what happened to those who went thither before us, we are very fearful of going to such a place. On account of the aforementioned adversities, we have resolved to make all of these known to the good lord judges, in the trust whether it might occasionally have the effect that we obtain fair justice. With these thoughts, the minor chiefs and all the inhabitants of this Disavany have assembled together, without any intention, however, of causing any harm to the Honorable Company or 1636 or the lord rulers of the land. We remain thus submissive in making our case known, although it has come to our ears that we would obtain no opportunity to do so, very humbly and meekly requesting Your Honorable and Respected Lordship to be pleased to bring these matters to the attention of the Right Honorable, Puissant, and Grandly Respected Lord Governor of Ceylon, and that upon these complaints of ours, which we all make jointly, a proper investigation and settlement may follow. If any offense should be discovered in the manner of these our complaints, we pray for the love of God to forgive us. Written and dispatched in such manner on 21 April 1790 by: Wepeteire Don Constantijn Widjesoendre Abenaike, aratchi; and Gangobadagama Don Simon Samerasinghe Dodampe, aratchi vidana of Hakmana Walakada, in the name of the minor chiefs and other inhabitants of the Kandaboda Pattu; Danmoelle Dissanayake Appuhamy, bitmerala of the Giruwapattu, in the name of the remaining bitmeralas, vidanes, badannas, and various other inhabitants of the Giruwapattu; Marahadde Abjesirie Sammereseegeren Palatere Abejediere Goenetilleke, aratchi, in the name of the people belonging under the four resthouses of the Giruwapattu; Sierielat Rannewikkreme, pattu aratchi, in the name of all the minor

Dutch transcription

1634 Translaat Tingaleesche Brief bij klagt ola N:o 1. 5. 12: Ola gedateerd 21. april 1790. uit naamen van wegen verscheide mindere hoofden en singaleesche onderdaanen en inwoonders van de Matureesche Dessavonij geschreeven aan den wel Edelen Achtb: Heer Kommandeur van Gale en Mature Na voorgaande kompliementen Dit artikel is reeds verhandeld Den teijde der Regeering van zijn Ma„ „jesteid de koning van Kandia Rod„ „ja sinha, toen het hem behaagd heefd om dit land uit de handen der Portugeezen afteneemen en de heeren hollanders in de zelve te doen koomen en daar toe zijn Majesteidshooge be„ „veelen wierden ontvangen, zijn de Portu„ „geezen door hulp van de heeren hollanders zoo wel als van 's konings onderdaanen weggedreeven daar na zijn volgens ver„ „drag alle de voorregten die den koning bevoorens gehad heeft, sonder eenige veranderinge hem weeder eigen gemaakt en toegekent en de heeren hollanders in bezit van de beneeden landen gesteld, hier op zijn veele Jaaren vreedig voor bij gegaan door onderhouding en genie„ „ting van alle de voorregten die bevoorens gewoon s ƒ at gewoon geweest waaren, dog het zedert hebben de aan de portas van de heeren hollanders in elke plaats op zig zelfs, van tyd tot tijd gestelde bediendens zulke onregtvaardigheijden door hun boosen quaedaardig gemoeds gesteld. „heid gepleegd dat de Jnwoonders zo als bovoorens verschijde maelen bij een verzaemeld en hunne beswaeren tegen dezelve hebben ingebragt zoo als daar op bij die gelegendheede, ook billijk recht geschied is. - zedert dien en wel nu van verscheide Jae„ „ren op verdraagen zij hun onzijlen en weeder waeren met geduld om dat ze zig in de noodzaekelijkheijd bevinden in hun land te blijven. Dit zoo zijnde weet men niet of de singaleese porta bediendens en tolken van den tegenwoordig over ons gestelden heer matureeschen groot dessave; aen zijn Edele de zaeken en gewoontens des Lands goed of kwaad, die kunnen of niet kunnen bestaan, na behooren te kennen geeven zo als zij wel ver„ „pligt zijn te doen wijl na dat zijn Ed: getreeden is in desselfs bestier alle de inwoonders grooten kleen, Man„ „nen en vrouwen zonder onderscheijd van perzoon 1635 perzoon in de korles en pattoes van de Dessavonij veele kastijdingen, pijnen smerten nadeel en onregtigheeden in meenigte opzigten hebben moeten lijden. Bij het ondergaan van alle deese ampen en voortduuring betoonen van hunne verdraagzaemheid, heeft men nu zedert agt maanden ruim suk„ „cessivelijk tot het herstelling van een dam geleegen te Baddegirie die door de Reuzen ten tijde van de Eerste koo„ „ning deeses Eijlands is getigd dog zeedert vervallen en verlaaten is ge„ „worden, alzo ten teijde van dies opreg„ „ting een groote rongersnood in het land is veroorzaakt, tchoon dese plaats zeer verre van de hand legd; veel volk derwaards gesonden dat meest door koortsen, en meer andere ziekten aangetust zijnde aldaar zelfs en „ voor het overige terug koomende onderweegs en derdens na hunne komste in hunne woondorpen zel„ „ve overleeden is. Buijten dien alle de inwoonders van de korles en pattoes der maturesche dessavo„ „nij, geene uijtgesondert zoo Jon„ „ge als oude aenbevoolen na de sterkte van elk's huisgezin alwaere het het thien man of na rato sterkt al elk derzelve zijn zoude, zonder dat een van hem agter blijven mogte na Baddegirie voormeld tegen den 15. deezer van hunne woonplaetsen te vertrekken, een ider voorzien van hun eige onderhoud voor een maenden van de verdere tot den dienstbenodigt Kooijtat in ChiadosAra wijl wij een zoodaenig order hebben bekoomen waar bij wij niets ander te bedenken hebben als het gevaar waar aan ons leeven onderworpen is zeer wel onderrichten ook gezi hebbende, hoe het gen weedervaere is die voor onser na toegegaan zijn, zijn we om naer zodanig een plaats te gaan zeer bevreesd. — Om de wille van voorschr: weeder„ „waardigheeden, hebben wij voorgenoo „men alle dezelve te kennen te geeven aan goede heeren Rechters in vertrou„ „wen of het zomwijlen van die uijt „werking mogte zijn, dat wij billi Regt verkrijgen in deese gedagten zijnde de kleene hoofden en alle in„ „gezeetenen van deeze Dessavonij bij een vergaderd, zonder eenig in „zigt egter om teegen De Ed: Comp of 1636 of de heeren magten des lands eenig na„ „deel toetebrengen: wij blijven zooda„ „nig onderwerpelijk om onze zaak te kennen te geeven sschoon ons ter ooven is gekoomen dat wij daartoe geene gelegendheijd zouden erlangen verzoekende zeer Ne„ „drig en ootmoedig uwel Edele Achtb: het een en ander te willen brengen onder het oog van den wel Edelen Gestrengen Groot Achtb: heer Ceilonse gouverneur en dat op deese onse klagten die wij alle gezamentlijk doen een behoorlijk onderzoek en afdoening mag volgen indien in de wijze van deze onse klagten eeniger reur mog„ „te ontdekt worden Bidden wij aan de liefde Godesons te willen vergeeven. Jndiek voeging geschreeven en afgesonden den 21. April 1790. door wepeteire Don Constan„ „tijn widje soendre Abenaike araattje en gangobdegamme Don. d Comp Don Simon Sammeresi „ge Dodampe araetje vidaan van hakman walle hadde, uijtnaa van de kleene hoofden en verdere ingezeetenen van de kande bad „pattoe, Danmoelle Dissenaa „ke Appoehamie Bitmera „le van de girrewaij uijt naem van de overige Bitme „raels, waggeaatjes, Ba „dannas en meer andere Jngezeetenen uijt de gerua „pattoe; Marahadde Ab Jesirie Sammereseegeren pa „latere Abejediere goenetilleke araetje uijt naam van de volkeren gehoorende onder de vier Rusthuijsen der Girwaij „pattoe Sierielat Rannewik„ „kreme pattoewe ar„ „raetje uijt naem van alle de Kleere

NL-HaNA_1.04.02_3883_1125 view scan ↗

English

minor chiefs of the Gangebadde pattoe: Don Bastiaen Wiskaemeratne goenesegere araatje on behalf of the Lascorins of the Wellebadde pattoe, Don Samuel Abagoenewaadene kodietoeakkoe arraatje on behalf of the people of the koditoeakoewe mandoe, Wiemelegoeneseegere, Badgamme araatje on behalf of the minor chiefs and inhabitants of the four Badgams, Kattoewene Annatte Abejesinge Jazewardene arraetje on behalf of the minor chiefs and inhabitants of the villages Kaeemen, Kattoene and Oedoeboske, Jajawickeremie Roepesienge Koal arraatje on behalf of the minor chiefs and inhabitants of the Belligam Corle. At the head of the ola was signed with eleven Sinhalese signatures written in illegible Dutch letters and Sinhalese characters. Underneath stood: for the translation, Galle, 22 April 1790, was signed: M: J: Gratiaen, First Sworn Clerk. In the margin: for the translation, signed: S: De Zilva, Sworn Clerk. Lower: Agrees, was signed: J: W: Brechman, Sworn Clerk. Number 4. Pursuant to Your Right Honourable order, I have a few days ago heard the two Sinhalese sent to me from the Matara Dessavony and recorded what they brought forward. These people have stated that their names are: 1. Pattirennege Simon, mayorald of the village Hallelle. 1. Pattirennege Sammeresinge Hallelewardene Pattiaende, mayorald of Gannegamme. They brought forward that near 12000 inhabitants of the Matara Dessavony were gathered together in order to present their complaints about many injustices which they must endure. That their complaints partly consisted of the following: The Honourable Mr. van Angelbeek testifies that these complainants, whom the Right Honourable Commander was pleased to hear at Galle, are bad subjects, originating from two minor mayoralds of the Kandebadde; his Honour wishing nevertheless that they should come forward and maintain their positions. Since almost the majority of the posts mentioned here beside have already been answered herebefore, it is agreed to postpone the positive remark on the untreated articles until the complainants come further forward, at which time the investigation can take place if deemed necessary. To the Right Honourable, Respected Sir, Peter Sluijsken, Commander of the City and Lands of Galle, Matara, etc. That 400 heads must work in a cinnamon garden without the least benefit being brought thereby to the Company, wherefore they request commissioners in order to inspect the condition of this plantation. That the Dessave treats them all badly and makes no distinction between respectable people and people of common castes, but beats and mistreats them all without distinction with rattans. That the Dessave causes the arraatjes to be put in chains and arrests the wives of the mohandirams, which has never happened before. That all the inhabitants are forced to go to Baddegierie without subsistence at their own expense for 30 days, and that all the people of each house are pressed thereto, whether there were few or many men in it. That to their complaints of having nothing to eat for this journey, they were told to take along two bags of dried fruits. That formerly all sorts of common people were employed to fetch cinnamon, and currently everyone without distinction, whether of low or of noble descent, is used for this. That they all request another Dessave. That the Dessave and the Matara second interpreter commit all manner of injustices. That they request to be allowed to have another Dessave first, and then to have their complaints heard quickly. That in wood-hauling they must give a pihendoen and 2 addoekoes to the moddeliar or mohandiram every day throughout the entire year, although according to custom nothing more than 6 pihendoes and 6 addoekoes is due to them for the first one and a half days upon their arrival, and that they then request that the Commander may come in person to hear their complaints. I have the honour to be with due respect, Right Honourable, Respected Sir, Your Right Honourable's very obedient servant, was signed: B: van Albedijle, Secretary. In the margin: Galle, 4 May 1790. Underneath: Agrees, was signed: J: H: Brechman, Sworn Clerk. From the complaint ola of the inhabitants of the Girrewaij pattoe following hereupon, it is understood only to insert the 1st, 5th, 6th, and 7th here, as being articles of importance in which many people have an interest, and which we now come to answer. Number 5.

Dutch transcription

1637 kleene hoofden van den Gangebadde patt: Don Bastiaen- Wiskaemeratne goene segere draetje uit naem van de Laskorijns van de wellebad de pattoe Don Samuel Abagoene „waadene koddie toeakkoe arraatje uit naem van de Pass:o van de koditoeakoewe mandoe wiemele goeneseegere, Badgamne araaetje uit naem van de kleene hoofden en inwoonders van de vier Baijgams, kattoe „wene Annatte abejesinge Jazewardene arraetje uit naem van de kleene hoofden en inwoonders van de Dorpen kaeemen kattoene en oedoeboske Jajawickeremie Roepesienge koal arraatje uit naem van de mindere Hoofden en ingesee¬ tenen van de Belligam Coal: Aan het hoofd der ola /:was geteekend:/ met Elf singaleesche haardteekeningen geschreeven in onleesbaere Neederduit„ sche letters en singaleeze karakters (:onderstond:) voor de Jranslaetsie Pale den 22. en April 1790. /:was ge„ „teekend:/ M: J: Gratiaen E: G: klerk (:inmargiene:) voor de vertaeling /:getee„ „kend:/ S: De Zilva Gesw: klerk /: La„ ger:) Accordeert /:was geteekend:/ J: W: Brechman G: klerk. Naen. E N:o 4. Ingevolge uwel Edele Achitbaere ordre het E ik voor eenige daegen de twee mij De E: E: heer van Angelbeek betuigd toegezondene singaleezen uit de mata„ deeze klaegers die den E: E: Achtb: „vesche Dessavonij aangehoord en het heer kommandeur heeft behaagd op geen zij voor gebragt hebben aenge„ Gale te verhooren slegten supjechten teekend. zijn afkomstig van twee klyn deeze menschen hebben zig opgegeven meijoraals van de kande badde: genaemt te zijn. wenschende zijn E: E: nogtons 1. Pattirennege Simon majoraal dat zij voor den dag kwaamen en van het Doap hallelle. hunne positien staende hielden. 1. Pattirennege Sammeresinge Hallel„ wijl genoegzaem de meesten der wardene Pattiaende majorael hierneevens vermelde posten van Gannegamme hier vooren reeds beandw: zij bragte voor zijn, zo is verstaen om de Dat bij de 12000. inwoonders van de positive aanmerking op de mattureesche Dessavonije bij mal„ niet verhandelde artikuls uit„ kandere versaemeld waeren om hun„ „gesteld te laeten tot dat de „ne klagten over veel ongerechtighee„ klaegers naader voor den „den die zij ondergaen moeten intebren„ dag koomen als wanneer gen. Dat hunne klagten gedeelte het onderzoek des nodig. Wel Edele Achtbaare Geb: Heer Aan den wel Edelen Agtb: heer. Peter Sluijsken Kommandeur der Stad en Landen aa van Gale Mature EtC: geoordeeld Lijk 1638 schieden. geoordeeld wordende kan ge„ lijk hier in bestonden. Dat 400. koppen in een kanneel tuin moe„ ten werken zonder dat daer door het mitste voordeel aen de Comp:s word toe„ gebragt waerom zijn verzoeken om gecommitteerdens ten eijnde de gesteld„ „heijd deezer aenplanting opteneemen. Dat de heer Dessave hun alle slegt be„ handeld en geen onderscheijd maekt onder ordentelijke menschen en volk van gemeene kastas maar hun allen sonder onderscheijd met de rottings slaet en mishandeld. Dat de heer dessave de drraatjes in de ketting laeten klinken en de vaou„ „wen der mohandirams in arrest zet„ „ten dat van 't vooren nooijd gebeukt is Dat alle de inwoonders gedwongen zijn na Baddegierie te gaen zonder onder„ houd op eijge kosten geduurende 30. Daagen en daer toe geprest zijn alle het volk van ieder huijs het zij er wijnig of veel mannen inwaaren. Dat op haere klagten van voor deeze rij ze niets te eeten te hebben hun gezegd is, om twee zakken met gedroogde zoov zaks vrugten meede neemen. Dat en en n 2 3 Hallel„ l hun„ te de decte Dat van te vooren tot het afhaelen van hannel alle slagten gemeene volk geimploijeerd is en tans daertoe een ieder zonder onderscheid het zijn van gevin„ „ge af van voornaeme afkomst gebruik word Dat zij alle om een ander dessave verzoe„ ken. Dat de Dessave en de mattureesche tweede tholk alle onregtwaerdigheeden pleegen Dat zij verzoeken voor af een ander dessa„ „ve te moogen hebben en dan haere klag„ „ten spoedig aentehooren. Dat ze bij de houtsleep alle dagen het geheele Jaer door een pihendoen en 2 addoekoes aen de moddeliaer of Mohandiram moeten geeven schoon volgens usantie aen dezel„ ve niet meer als voor de eerste anderhalf dag bij hunne aenkomst 6. pchindoes en 6. addoekoes toekomt en dat zij dan ver„ zoeken dat de heer kommandeur in perzoon hunne klagten moogen koomen aenhooren Ik heb de eere met verschuldigde eerbied te zijn /:onderstond:/ wel Edele Achtb: geb: Heer uwel Ed: Achtb: zeer oorzaeme Dienaer /:was geteekend/ B: van Albedijde sec„s /:in margiene/ gale den 4. maij 1740. /:onderstond:/ alkordeert /: was geteekend:/ J: h: Brechman, P: klerk: vande hier op volgende klagt ola van de ingezeetenen der girrewaij pattoe is alleen verstaen de I: 1. 5. 6. en 7. hier bij te insereeren, als Arti„ kels zijnde van aengelegendheijd waer bij veele menschen belang hebben, en die wee tans beantwoorden komen. No. 5.

NL-HaNA_1.04.02_3883_1129 view scan ↗

English

1639 A report will be given to Colombo. After the preceding compliments, the vidane, the mayorals, the collective lesser chiefs of the elephant servants, together with the collective inhabitants of the villages belonging to the resthouses of the Girrewaijpattoe, make known the following injustices and abuses: 1. The parveny sowing fields possessed from of old by various persons have for the most part been leased out on the Company's account, and an inquiry into the accommodations will be made. Likewise, the accommodations assigned of old to various servants and subsequently obtained by them have been altered, and the best sowing fields thereof leased out. Thus some were accommodated, but not according to the Regulation, and what they obtained consisted of poor sowing fields that do not flourish even in the best rainy season. Also, some compulsory services performed from of old have been abolished. 5. In olden times it was customary that the complaint concerning the receipt of the paddy in the warehouse at Tangale be investigated with all accuracy, and settled in the most equitable manner, and to that end the gentleman Van Angelbeek inquired of the present postholder at Tangale and the Resident of the Magampattoe, Brinkman, as former postholder of Tangale, to reckon 44 coernies or four double parras for an amunam of paddy, and another 4 coernies for each amunam under the designation of overmeasure in the Tangale warehouse, to ask how it is received, or what orders the warehouse receives; which 4 coernies are calculated for the benefit of the Dessave and enjoyed annually. Upon accounting for the paddy in the said warehouse, the parra is struck off at the height of an iron band of 12 to 2 inches, and another mediet is received for spillage. The Commissioners have resolved to advise provisionally by mandate that the latter in particular shall have to transmit a letter which the first signatory, as Dessave of Mature, wrote to him regarding the receipt of the paddy, as the minute of that letter cannot be found in the secretariat, in order to obtain orders thereon. Translation of the Sinhalese ola complaint written by us to the gentlemen who came to investigate our complaints: No. 5. 1. 1740. 3. 5. 6. In olden times, the mayorals of the Girrewaijs, all the people of the four bitmes of the Etbandene, and the Chalias were free, not only from the dues of the gardens, tobacco, and the lewayas, but their cattle were also not seized by the herdsmen; but now the Chalias alone have the privileges, and the others do not. That the supply of cows and calves to qualified persons and to detachments shall take place as moderately as possible, and that payment therefor must be made properly to the owners against a receipt, for which the amount may be drawn from the Company's treasury by the chiefs. 7. The elephant hunt is a very difficult service, because in this country there are no wilder, more dangerous, or more fearful animals than the elephants. However, because it is an obligatory service of ours, we must search for the elephants day and night without regard for our lives. And after they have been driven from the Dessavony of Pannoewa across the river the Waluwe, and the necessary guards have been placed at the crossing places, messengers were sent out to the Girrewaijbattoe, Kattoene, Oedoebokke, Kreeme, the Wellebaddepattoe, and Kandebaddepattoe. Then, coming from those places, the mayorals, naindes, the bulat huruvel dekkumkareas, ten rank-holding lascars with their arachchies and kangaans, and thousands of people; upon the arrival of these people, a place with a circumference of 20 miles in length and breadth is occupied, and the same is guarded day and night while building large fires, and at night one must make the rounds three times. The four bitmerals, sixteen waggaatchies, and 160 baddannas must go into the forests daily, drive the elephants to the places where water and fodder for them are to be found, and as they are gradually driven together, the widely spread cordon must gradually narrow its encirclement and keep the elephants in the middle. Because, regarding the linens that the Etbandenes claim are due to them, no return was made, even though the first signatory gave orders to that effect to the Hunt Master Tennekoon, and thus it could not be presented to Colombo, the Hunt Master will now be further ordered to provide a return as soon as possible for dispatch to Colombo, whereupon the Right Honourable Governor will issue orders to give the Etbandenes what is due to them.

Dutch transcription

1639 „weegen berigt zal gegeeven worden na kolombo Na voorgaande Complimenten de vidaen, maijoraals de gezaamentlijke minder„ „hoofden van de Eliphants bediende neevens de gezaementlijke inwooners van de dorpe„ gehoorende tot de Rusthuijsen van de Gerre„ „waijpattoe geeven de ondervolgende onregt„ „vaardig en wangebruijkelijk heeden te kennen 1. De door deezen en geenen van oude tijden of bezeetene parvenie zaaijvelden zijn meestendeels voor der accomordesans onderzoek zal gedaan worden, reete: van DE: komp:e verpagt, zoomeede zijn de aan deezen en geene bediendens van oude tijden af toegevoegde en naeder bij hun successief verkreegen akkomad dessans veran„ „dert en de beste zaaijvelden daar van verpagt, dus aan Eenige toegevoegd en in teegendeel zommigen wel dog niet volgens 't Reglement geackomoddeert en 't geen zij ook verkreegen be„ # „stond in slegte zaaijvelden die in de beste reegen tijd niet vloreeren ook zijn eenige van oude tijden af verrigte verpligte diensten afgeschaft. x 5. / In oude tijden is gebruijkelijk geweest Dat de klagte over den ontfangst van 7 de Nelij in 't pakhuijs te Tangale met om voor een ammonam nelij 44. - alle nauwkeurigheijd zal onderzogt, en op Coernies of vier dubbelde par„ de billijkste wijze afgemaakt worden en ten dien Eijnde door den heer van Angel„ „ras te bereekenen en nog 4. cornies „beek van den presenten posthouder te voor Elk ammonam onder benae„ Tangale en den Resident der Magampattoe Brinkman als geweese posth: van tangale „ ming van overmaal in het Tangaals klag „ vitie bij de mandaat te adverteeren dat na 't stuk Heeren kommissarissen hebben verstaen om bij pro„ wanneer daarvan aanwijzing bescheid en dat der„ ten eijnde daar op ordres te erlangen. Translaet singaleesche klagt ola door ons aen de heeren die ter onderzoek van onse klagten gekoomen zijn geschreeven pakhuijs No. 5. 1. n sa„ d heele den „ l en ver¬ perzoon oorn a edijdl 1740. d toe is Arti„ hebben, 3 5. te „fangen worden. te vraage hoed wlijontvringe, worde of pakhuij te ontfange welk 4. koernies ten voordeele van den heer dessave bereekend welke orders, en dat de Laetsten inzonderheijd en Jaarlijks genooten worden, bij verandwoording zal hebben overtezenden een brief, die den Eersten tee„ 7 „kenaar als dessave van Mature aan hem geschr: heeft, noopens het ontfangen van de nelij alzoo van nelij in gem: pakhuijs word de parka ter hoogte van 12. a: 2. duijm omleggende ijzer band het minut van die brief niet ter secretarij te afgestreeken en nogeen mediet voor spillagie ont„ „fange. 6./ Jn oude tijden zijnde Majoraals van Dat het leveren van koebeesten e kalveren aan gequa„ „lificeerde perzoonen en aan detachementen zoo me de Girrewaijs alle de volkeren van de vier „nageus zal geschieden als doenlijk is en dat daer bitmes der Etbandene en de Tjaliassen voor de betaeling aan den Eijgenaars behoorlijk teegens quitantie zal moeten geschieden, waer toe vrij geweest niet alleen van de geregtigheeden der thuijnen, Tabak en de lewais maer wierden ook hunne koebeesten door de vee „hoeders niet opgevat dog thans hebben sjaliassen alleen de voorregten en de overigen t niet. 7. / De Elifants Jagt is een zeek Dat wijl noopens de Lijn„ Dienst wijl in dit moeijelijken „waaten, die de Eibandenis zeggen hun toetekoomen, geene opgaave land geene wilder, gevaarlijker gedaan is of schoon den Eersten vreeslijker dieren zijn dan de Eliphanten, hoewel om dat zulx teekenaar daar toe ordre gegee„ een verpligte dienst van ons is „ven heeft aan den Jaag„ moeten wij zonder op ons leeven te agten dage „meester Tinnekoon en dus zulks niet heeft kun „ nagt de Eliphanten oprzoeken, en na dat ze va „nen na kolombo voor ge„ Dessavonie van Pannoewa over de rivier d 't gelegd uijt 's Comp:s kas door de hoofden kan ont„ vinden is. draagen Wallewe 6. 7. 1640 draagen worden; terwijl egter als nu den Walluwe dit heen gedreeven en de Jaagmeester nader gelast zal worden om ten noodige wagters op de vrarplaetzen ge„ Eersten eene opgave te besorgen ter verzending „steld zijn, zond men boodschappen op uijt naer n na kolombo als wanneer den wel Edele Groot Agtb: heer Gouverneur wel orders de Girrewaijbattoe, kattoene, oedoebokke, tek zal stellen om aan de Etbandenes te geeven kreeme, de wellebaddepattoe en kande„ band „baddepattoe komende dan van die plaat„ wat hun toekomt „zen de majoraals naindes, de boelat hoerveld dekkum kareas thien randjes Laskorijns met hunne araetjes en kangaens en duijsen„ „den van volkeren, bij aankomst van deeze luijden word een plaats ter lengte en breete van 20. meijlen in den omtrek bezit ge„ 6 „houden en dezelve dag en nagt onder het aanmaaken van grooten vuuren bewaekt en des nagts moet men drie maelen de ronde doen, de vier Bitmeraals sesthien wagge„ „aetjes en 160. baddannas moeten zig da„ „gelijks in de bossen begeeven de Elephanten „ naar de plaatzen daar waeter en voeder van dezelven te vinden zijn drijven en na maate zij langzaamerhand bij den anderen gedreeven worden, moet zig de wijd uijtgestrekt bezetting algaende weg tot een naeuwer omkring bepaelen en de Eliphanten in het midden n der ont„ g Zul ag

NL-HaNA_1.04.02_3883_1132 view scan ↗

English

guarding the same, meanwhile [enclosing] forests to the size of 20. to 30. amunams of sowing space, cut with heavy timbers that are felled in the forests, each of which is 10. to 12. kolds long and so heavy that 4. to 5. men have enough to carry it, planted, provided with crossbeams, and bound fast with rattans; after this, the elephants are brought from a great distance of a one to two days' journey to the kraal, and subsequently, a day being fixed to drive the same inside, this is made known by the Huntmaster to the lord Dessave. The Lord Dessave then arrives with the necessary people on the appointed day at the place of the capture, and having seen the driving in of those animals, His Honour returns the next day to Mature. But the present Lord Dessave, although His Honour is told not to come, pays no heed to it, but as the elephants are inside the narrow enclosure, he arrives with hundreds of people in the company of several gentlemen and ladies close to the trap gate of the kraal, subsequently proceeding with the said retinue into an expressly made, decorated mandapa erected on posts, 9 cubits long and 5 cubits wide, and having seated themselves there together on chairs, His Honour commands that the elephants should be captured immediately, with threats of punishing and deporting us if it is not done, which indeed has sometimes happened; even assuming we endured that punishment, we ask whether it is possible that the elephants from such a great perimeter could be driven into the kraal in the blink of an eye; nevertheless, for the sake of the affront done to our headmen, and which they have never suffered, and indeed also out of fear, we have driven the elephants inside in one to two days and held the hunt twice in three months, on which occasion four tusked and 365. tuskless elephants were captured, but on the contrary, many of these beasts have perished for want of fodder and water, as well as because they were brought to the kraal in haste from such a distant way, whereby the Honourable Company has suffered much damage. In this manner, the people of the Etbandenes along with the Girrewaijsche vidanes, mayorals, naindes, etc. have had to endure many punishments, plagues, damage, and hardship, whereas also for their benefit, for the performance of such heavy services of which the noble gentlemen are eyewitnesses, a certain provision of linens has been determined according to equity, yet they have not received them for the elephant hunts held for the second time in the days of Mr. Burnat, for the one held in the days of Mr. Prietz, and for two dangerous hunts held in the days of the present Lord Dessave. The Etbandenes have performed no other services beyond their said compulsory duties, but now they are not left at that, but must plant cinnamon, sappan, teak, indigo, coffee, coconuts, and areca, as well as clear undergrowth, clear lands, dig ditches, fence gardens, dig tanks or dams and channels, and build rest houses; even if a family were 10 heads strong, they are all seized and pressed into the aforesaid services. It was furthermore resolved to place the entire aforementioned translation of the complaint ola of the inhabitants of the Girrewais, marked No. 5, along with the translations of the complaint olas No. 7 and 8, into the hands of the Lord Dessave van Angelbeek, in order to obtain His Honour's remarks and elucidation thereon, as well as those of the Mudaliyar of the Girrewais, Sinnekoon; and to deal with the intervening translation of the ola No. 6 on a later occasion, as there is no urgency in that matter. No. 9. Translation from the Sinhalese. The Honourable Lord van Angelbeek demonstrated with regard to this delivery, which, supported with arguments, he brought to the attention of the venerable Government by letter of 28 January 1790. The Gentlemen Commissioners observe that since from the argument of the Honourable Lord van Angelbeek as well as otherwise it sufficiently appears that the inhabitants of the Morrua Korale have more or less reasons to complain that they cannot deliver 10000 lb. of cardamom and must purchase the same at a higher price than the 4 stuivers which the Company gives, it is understood that this should be brought circumstantially and favourably to the attention of the venerable Ceylon Government, in order to make an equitable arrangement regarding the increase of the price, and because His Honour has communicated the difficulty of the complaint ola in which the inhabitants of the Morrua Korale make known the following: At the time when we purchased and delivered 300 rixdollars worth of cardamom annually for the Honourable Company, cash was likewise provided to us, the Belligam Korale, as well as the Gangebadde Pattu and Kande Badde Pattu, along with Kattoene Oeddoebokke, to make a similar delivery to the Honourable Company; for thirty years now, the delivery from the just-mentioned korales and pattus has ceased, except for our Korale alone, which is burdened with cardamom of which 10000 lb. must be furnished annually without arrears; of the rixdollars 833 and 16 stuivers which are provided annually for the said purchase, there is paid to each

Dutch transcription

der zelve bewaaren, wordende in„ „tusschen de bossen ter groote wan 20. â: 30. ammonams Zaaijens. met swaere houten die in de bosschen worden gekapt waar van Elk 10. â: 12. kolds lang en zoo swaere is dat 4. â. 5. man er genoeg aantedraagen hebben gekapt zondern geplant met dwars balken voorzien en met rottings vast gebonden hier na wor„ „den de Elifanten op een verre afstant van een a: twee daagen Rijsens aan de kraal gebragt en vervolgens een dag bepaeld zijnde om dezelve daar binnen te drijven, word zulks door den Jaegmeester aan den heer Pes„ „save bekend gemaakt. De Heer desJave komt dan met de nodige volkeren op den be„ „paelden dag ter plaatse van de vangst en de indrijling van die dieren gezien hebbende keerd zijn Ed: des andere daags weeder na Mature terug Dog den presenten Weer„ dessave off schoon men zijn Edele zegt niet te koomen kreune zig 'er niet aan maar zo die de Eliphant binnen de nauwe bezetting zijn komt met honderden van volkeren in gezelschap van verscheijde weeren 1641 en Jufrouwen digt bij de valpoort van de kraal, begeevende zig vervolgens met gem: gevolg in een expresse op paalen gemaakte en versierde mandoe lang9. en breed 5. kobidosen aldaar gezaament„ „lijk op stoelen gezeeten zijnde ordon„ „neerd zijn E: datter stond de Ele„ „phanten zoude gevangen worden, met drijgementen van ons te zullen straf„ „fen en Deporteeren, zo het niet word gedaan, het geen ook wel somwijlen geschied is schoongenoomen wij die straf„ „fe ondergingen zoo vragen wij of het mogelijk is dat de Elephanten van zoo een groote omtrek in een ogenblik tijd in de kraal konden gedreeven worden, des niet te min hebben wij om de wille van het affront dat onze hoofden aan„ „gedaan is en het welke zij nooijt ondergaan hebben en wel ook uit vreese de Elephanten in een a: twee daagen binnen gedreeven en in drie maanden twee maalen de Jagt ge„ „houden als wanneer er vier getau„ „den en 365. ongetande Elephanten gevangen, dog integendeel veele diek beesten uit gebrek van voeder en waater zo wel, als om dat de„ „zelve 2 „zelve in haast van zo een verre weg af in de kraal zijn gebragt gekreveerd zijn waardoor DE: Komp: veel schaade geleeden heeft Dusdaanig heb„ „ben de volkeren van de Etbandenes nevens de girrewaijsche vidaans Maijoraals naindes EtC=a veele straffen plagen schade en nooddruft moeten ondergaan des ook ten hunne behoeve voor het bewijzen van zulke swaa„ „re dienste waar van de Edelenoedige heeren oog getuijgen zijn een zeekere verstrekking van Lijwaaten na billikheijd bepaald zijnde hebben zijze nogtans voor de tweede maal gehouden Elephants Jagten ten tijde van den heer Burnat voor de eenmaal gehouden d=o den tijde van de heer prietz en voor twee maalen gehoudene Gevaarlijke Jagten ten tijde van den presenten heer Dessave niet gekreegen. De Etbandenes hebben buijten gem: hun „ne verpligtingen dienst geene andere diensten verrigt maar nu worden zij niet daar bij gelaaten 1642 gelaaten maar moeten kanneel, sappan, Kiate, indigo koffie, ko„ „kus en Arreeks planten, mits„ „gaders bosgehagien kappen, grou„ „den zuijveren gragten graaven, tuinen ompaggeren tanken of dammen en spruijten graaven en Rusthuijzen maaken Al„ „zoude een familie 10. koppen sterk zijn worden ze alle opge„ „vaten tot voorm: diensten ge„ „prest. Sijnde voorts goedgevonden om de voorschreeve ge„ „heele Translaat klagt ola van de inge„ „zeetenen der girrewais gemerkt N=o 5. nevens de Translaaten der klagt Olas N:o 7. en 8. te stellen in handen van den heer Dessave van Angelbeek, ten einde daar op zijn E: E: aan„ „merkingen en Elucidatie nevens die van den Modliaar der girrewaijs sinnekoon te erlan „gen. ende tusschen beiden koomende Translaat ola N:o 6: bij nader gelegenheid te verhande„ „len, alzoo daar bij geen haast is. - No. 9. ben tagten o voor Wijde twee k ten De hun ten Translaat Singaleesche D:' E: E: Heer van Angelbeek be„ „toogde ten opzigte dezer leverantie, zelve bekleed met reedenen de geve„ „neerde Regeering bij brief van den 28. Janua: 1790. onder oogen gebragt heeft. Heeren Kommissarissen merken aan dat wijl uit het be„ „toog van den E: E: heer van Angelbeek als anderzints genoegzaam blijkt dat de Jngezeetenen van Morruakor„ „le min of meer redenen van klagen hebben dat zij geene 10000. lb: kardamon, konnen leveren, en dezelve duurder moe„ „ten inkoopen dan 4. stuijver: die de komp:s geeft, zoo is verstaan zulks de gevenereerde Cei„ „lonse regeering omstandig en gunstig onder het oog te bren„ „gen ten einde een redelijke schik„ „king omtrend de verhooging van de prijs te maa„ „ken en om„ zich dat zij E: E: de moeielijkheid der klagt ola waar bij de inwoo„ „ners van de Morruakor„ „le het volgende te kennen geeven 3. 1. Ten tijde dat wij voor 300. rd:s kar„ „damom Iaarlijks voor d'E: Komp: ingekogt en geleeverd hebben wierd aan ons Belligam Corle zo wel als de gangebadde„ „ pattoe en kande hadde pattoe mits„ „gaders kattoene oeddoebokke mede kontanten verstrekt om een diergelijke leverantie aan DE: komp: te doen, zedert nu der„ „tig Jaaren heeft de Leverantie van even gem: korles en pattoes opgehouden, uitgenoomen onze Korle alleen bezwaard met har„ „damom die 's Jaars 10'000 lb: zonder agterstal moeten opge„ „bragt worden van rd:s 833. en 16. stuijver:s die Jaarlijks tot gem: inkoop worden verstrekt, worden aan te elk No: 9. 3. 1.

NL-HaNA_1.04.02_3883_1137 view scan ↗

English

1643 The Mudaliyar Ammerekoon Ekenaijke distributed 7, 8, 10 to 12 rixdollars to each of the inhabitants, and the one who received 10 rixdollars was held to account for 20 to 25 rixdollars in goods or trade to be done here, also having to betake himself to King's territory and to the villages of Gielemalle, Bamberawattoewe, Exasne, Goedagelle, and Kotmalle; and wandering around there, they must buy at the rate of one rixdollar, and in addition give presents to the value of 1 rixdollar to the sellers, so that beyond the 10 rixdollars from the Company they must provide another 20 or 25 rixdollars both in cash and trade goods. The cardamom thus purchased is, only after the expiration of three to four months upon returning to their village, delivered to their headman, and subsequently with the weight that was provided to the Mudaliyar from the Company's warehouse, adding thereto a piece of lead of about half a pound weight, weighed by the Mudaliyar and then measured and received, pretending that it must be so; so that the cardamom which they buy for 10 rixdollars costs them at most 4 to 5 rixdollars upon delivery, and they are obliged to make up the remaining rixdollars together with interest, and to satisfy this must sell all our lands and livestock yearly, and thereby are completely ruined; we most humbly request a righteous settlement of this complaint. Not only should this matter be settled on a proper scale, but the surplus money should also not be accounted for by the suppliers at 50 percent, but kept as they received it. Furthermore, it having appeared from the books that the aforementioned headmen had already paid a large portion of the received monies into the Company's treasury at 50 percent, it was further decided to submit a report thereof to the aforementioned government here and to request their highest disposition in that regard; as: The Mudaliyar Tiellekeratne has paid for the financial year 1723/8 rixdollars 440:20, or with 50 percent: rixdollars 660:30; 178/9: rixdollars 375:10, or with 50 percent: rixdollars 562:39; Together: rixdollars 1223:21. To keep satisfied with what may arise, in order to be able to make restitution to those who might come forward and make a request for payment to them of the accounted percentage. And furthermore strictly to command the head of the Maruakaale as cardamom supplier that he shall only take care to deliver as much cardamom as will indeed be possible, and that in case of negligence he shall be punished for it; nevertheless the present Mudaliyar shall remain bound, for the satisfaction of the complainants, to provide further clarification in their presence and to justify the manner in which he weighed and received the cardamom from them; and meanwhile to assure the said complainants by the mandate ola to be issued on behalf of the government that regarding that delivery as well as regarding its price, a favorable arrangement will be made to remove their further grievance. This request, being entirely in accordance with the orders, is fully granted, to have the gardens surveyed so that the assessment of the oil delivery of these three gardens may be determined according to the findings. Section 2. After one garden of the three Company oil gardens situated in the village of Heembelagodde, for which only 120 cans of oil were produced yearly, was sold at auction, we have been ordered for five years to produce 454 cans of oil for the other two gardens; and since this cannot be done, we are placed under arrest and greatly vexed and tormented, wherefore we request that these two unsold gardens may be surveyed by commissioners, and according to the findings thereof the delivery of oil may be determined; we shall, when Your Honors return for the examination of our complaints, bring forward in further detail the various grievances that we have. Thus this document is signed by the aforementioned minor headmen and inhabitants of the aforementioned [illegible] at the end of the ola; was signed with 40 illegible signatures; underneath stood: For the translation, Mature the 16th of May 1790; was signed: J. A. Rottier; in the margin for the translation was signed: D. Philip. 1644 Furthermore, it was resolved to insert here from the translation ola No. 11 only the 3rd, 4th, and 5th points, and to make the necessary remarks thereon, as: No. 11. Translation of Sinhalese complaint ola presented by the Mayoraal, Lascorins, Faydes, and Coolies of the four Baygams to the Lords Judges who have arrived here for the examination of the complaints, making known in all submissiveness the injustices done to them since the year 1788. Point 3. Upon the general complaint of the inhabitants of the Baygams in translation No. 11, see points 3, 4, and 5: Thirdly, every day two peendoens and two cloths must now be delivered to the head of the Baygams by a Mayoraal.

Dutch transcription

1643 De modliaar ammerekoon Ekenaij elk der ingezeeten 7: 8: 10: tot 12: rd:s uijtge„ schaale gebragt word maar ook het over„ scheetend geld door de Leverantiers niet deelt, de geene die rd:s 10: ontvangt is ge„ te laaten verantwoorden met 50: p:r C:t maar houden voor 20: a: 25: rd:s goederen of zodanig als zij het ontvangen hebben, en voorts bij de boeken gebleeken zijnde dat de natemel negotie hier op te doen meede zich na dene hoofden een goed gedeelte van de ontvangene konningsland te begeeven en na de dorpen penningen met 50: p:r C: in 'sComp:s kas be„ reets geteld hadden:; zoo is alwijders verstaen Gielemalle Bamberawattoewe Exasne daar van aanwelmelde regeering hier inder Goedagelle en kotmalle en aldaar rond„ swervende moeten ze voor een rd:s kaa„ een opgave te doen en hoogst der selver dispositie daar omtrent te versoeken; als De modliaar Tiellekeratne heeft betaald d'amon inkoopen de daar bij nog aan voor 't boekjaar 17 23/8 rd:s 440: 20: of met de verkoopers voor 1: rd:s waarde pre„ 50„ p:r: - - - - - - - - rd:s 660: 30: sent geeven zo dat zij bovende 10: rd=s van wegens de Compagnie nog 20 17. 8/9 rd:s 375: 10. of met 50: p:r Cent „562:39- of 25: 1d=t zoo aan kontanten als negotie 2„ - tezaamen rd:s 1223:21 moeten bekostigen ke heeft betaald voor 't boekjaar te vreede te houden met het geen ter De kansamom op deze wijse inge„ ten eijnde aan de geenen die, opkoomen mogte, en kogt zijnde word dezelve eerst versoek doen ter uijtbetaa, na verloop van drie a: vier ling aan hun van de ver maanden in hun doop terug ge„ antwoorde percento te kunnen koomen aan hun hoofd de restitueeren En voorts het hoofd van de maruakaale als Cardemom leve leverd en vervolgens met rantsie scherp aan te beveelen dat hij alleen vlijt zal hebben aan te wenden om zoo veel kardamom te leeveren als immers doen„ „lijk zal zijn en dat hij bij nalaatigheid daar over zal gestaaft worden blijvende nogtans de presenten moddliaar dat aan de modleaar uit sComp:s ponden died korle ge„ Moodliaar gewigt gehouden Pakhuijs te . Kar„ s koop an een . gehouden ter bevreeding van de Pakhuijs verstrekt is /:voegende klaagers in hunne presentie nader opheldering te geeven daar bij nog een stuk looden om en zich te verantwoorden trent een half lb:s swaarte :/d op wat wijse hij de Cardamon de modliaar gewoogen vervolgens van hun gewoogen heeft ontvangen gemeeten ontvangen voor geevent en inmiddels gem: klagers bij dat het zoo dient te weesen de uittevaardige mandaat ola zoo dat de kardamon die zi van wegen de regeering te ver„ seekeren; dat omtrent die leverante voor 10: rd:s inkoopen, hun 4. zoo wel als nopens dies paijs op zijn hoogst 5: rd:s bij de uijt tot wegneeming van Hunne ver„ leevering komt te staan en zij dere beswaarnis een fatvorable schikking zal gemaakt worden verpligt zijn de overige vd:s nevens intrest op te brengen en m ter voldoening van dien alle ons landerijen en beestiaalen jaarlijks het moeten verkoopen, en daar door ten eenemaal gerr neerd zijn, versoeken wij aid oodmoedigst om een regtvaarden deeser klagte. afdoening Na dat van de drie 's komp:s olie thuij Dit versoek als met de ordere geleegen in het dorp heembelagodde eenkomstig volkoomen toetestaan waar voor maar 120: kann: olie telaaten jaarlijks opgebragt eene perre ende thuijnen §: 2: opneemen dutie 1 a 4 „ 1644 opneemen ten eijnde de tax den dutie verkogt is, zijn wij voor vijf olie leverantie deeser drie jaaren geordonneerd om voor de andere thuijnen na bevinding kan twee thuijnen 454: kann: olie opte„ worden bepaald. brengen en vermits zulks niet kan geschieden worden wij in arrest gezet en gootelijks gekweet en ge„ plaagd waarom wij versoeken dat dese twee onverkogte thuijnen door gecommitteerdens moogen opgenoo„ men en na bevinding van dien de leverantie van olie mag be„ paald worden, zullen wij wanneer uwel Edelens ter ondersoek van onse klagten weder zullen gekoomen zijn de verdeel be„ swaarnissen die wij hebben nader in brengen Aldus is deese geschreevene geteekend voorschreevene door minder Hoofden en ingeseetenen van voorm: d8 kaale aan het Eijnde ola /:was geteekend/: den om met ende da daar gear 17 t 224 thuijs olio er N voorts is verstaan uit de Translaat ola N:o 11: alleen de 8: 3: 4: en 5: hier bij te insereeren en daar op het nodige aantemerken als. N:o 11: Jranslaat singaleese klagt ola„ overgelegd door de maijaaal Loskoryns) Faijdes en koelijs van de vier baijgams aan de Heeren rechters die tot het onder„ soeken der klagtens alhier zijn aangekoomen in alle onver„ danigheijd te kennen geeven de aan hun zedert het Jaar 1788: wedervaaane onregtvaardigheeden 1: 3: op de algemeene klagte van de inge„ten derden moeten tans aan het hoofd seetenen der baijgams bij het der baijgams 'sdaags door een translaat N:o 11: vide 5: 3: 4: en 5: Maijoraal Twee Peendoense tweesdoekens tot Heer fina isver er een met 40. onleesbaare handteekening /:onderstond:/ voor de oversetting Ma„ ture den 16: Maij 1790: /was getekend:) J: A: Rottier :/ inmargine voor de Vertaaling /:was geteekend D: Philip wegens opgebragt wegen van „gen „seer „den

NL-HaNA_1.04.02_3883_1141 view scan ↗

English

1645 brought, for which are required because of the arbitrary exaction from them of Adoekoesen pehiendoes 12 medides of rice, 1 mediet of butter, 4 roosters, 24 eggs, 50 limes, 2 pumpkins, 2 bunches of bananas, 4 pieces of gourds, one mediet of salt, borrie borrie, all of which are measured with a large coconut shell and taken by the wife of the aforementioned Mohanderam upon arriving at the rest house. Fourthly, in this manner, a mayoral must set aside each year 6 ammonams of paddy and for all the other foodstuffs mentioned above 9 rixdollars 24 stivers, thus the 15 mayorals are burdened annually with cash to the amount of 142 rixdollars 20 stivers and in paddy 90 ammonams. Fifthly, if the aforementioned articles are lacking in the slightest, the person who delivers the said pehien does is not well received, but on the contrary is greeted with a series of blows, being forced to forfeit his areca knife and lime box for what is lacking. it is understood to prohibit this finally in that vidance, unless an express sinnaas is dispatched by the Lord Dessave to provide those provisions to the passing and returning headmen or qualified persons. 3. 4. S. 5. Furthermore, concerning the naindes of the Baygams who at the end of the aforementioned translation complain that they are used for carrying palanquins and goods, it is understood to prohibit this by mandate, as it is a well-known fact that the naindes are never bound to carry palanquins; however, the carrying of baggage, as an ancient custom, shall take place in cases of extreme necessity. Furthermore, the translated olas from No. 11 to No. 31 and No. 35 and 36 were kept for a further occasion, as their contents can endure postponement. While it was resolved to place the translated olas No. 32, 33, 34, 37, 38, and 39 into the hands of Mr. van Angelbeek in order to obtain elucidation on them. It was also understood to inform the inhabitants as quickly as possible by means of a mandate of the favorable settlement made on each article of the general complaint ola No. 1, as well as regarding some items from other olas mentioned here before, 1646 and thereby to promise that all the remaining grievances, both against the headmen and otherwise, would be examined further and settled according to proper justice, with the admonition that they meanwhile proceed to their homes, attend to their occupations, obey their headmen, and further behave as became good and obedient subjects of the Illustrious Company, with the assurance that they would then also have many favors to expect; while it was furthermore determined that the headmen should depart for their korles and pattoes after the mandate had preceded them and they were informed of its contents, in order to treat their subordinates with gentleness and assist them with good counsel. Thus recorded at the fortress of Mature on the date and in the presence as mentioned at the head of this document. Signed: D: J: Giets: A: Samlant, and C: van Angelbeek. Note Examined LV: D Linde 1647 Minutes Kept during the Session of The Commissioners on behalf of the Venerable Government of Ceylon, The Honorable Mr. Diederich Thomas Fretz, Senior Merchant and Dessave of the Colombo Lands, and The Honorable Mr. Abraham Samlant, Merchant and Trade Bookkeeper at Colombo. Together with The Honorable Mr. Christiaan van Angelbeek, Senior Merchant, Second of Galle, and Dessave of Mature. Friday, May 28, 1790, in the forenoon. The Lords Commissioners presented a draft of a Mandate, drawn up under today's date pursuant to what was approved in the minutes of the 24th, 25th, 26th, and 27th of this month for the guidance and observance of the dissatisfied inhabitants of this Dessavony, stating to the Lord Dessave van Angelbeek that it had sufficiently appeared to their Honors that the distrust of the mutineers and their fear of their misdeeds was so great that one could not possibly expect the restoration of peace unless a general pardon for the unlawful gathering was granted or promised to them. Their Honors therefore asked for the opinion of the said Lord Dessave, and after this weighty matter was discussed further at length and well considered, and after the Lords Commissioners showed their secret Instructions to Mr. van Angelbeek, by which their Honors are authorized to grant pardon in the best manner if necessary, just as if the Lords Commissioners took it upon themselves, it was unanimously approved and understood to promise pardon to the minor headmen and other inhabitants, in the exact manner as was just stated, and as can be seen further in the 29th article of the draft Mandate. Which Mandate was subsequently read and fully approved, reading as follows: Whereas a party of minor Headmen and many other inhabitants had gathered together and written complaint olas regarding injustices, it has pleased the Right Honorable Mr. Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies and Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies, together with the Council, to send us as express Commissioners, handing over those complaint olas, to investigate the state of affairs and restore peace among the inhabitants, as we then also for that purpose, having appeared before the multitude at Hakman, received from them several more complaint olas, with the request to first take the general complaint olas into Draft Mandate ola to the collective principal and minor headmen, together with the other inhabitants of the Dessavony of Mature consideration

Dutch transcription

1645 „bragt worden, waar toe vereischt wegens het willekeurig afvorderen van hun van Adoekoesen pehiendoes worden 12. mediden rijst, 1. mediet bo„ is verstaan zulks in die vidance „ter 4. haanen, 24. Eijren, 50. limoenen„ finaal te verbieden ten waare dat 2. painpoenen, 2. trossen pisangs 4. er een Expresse sinnaas van den Heer Dessave afgevaardigt word stuks kokers een mediet zouten tot het doen van die verstrekkin„ borrie borrie, welke een en ander „gen aan de passeerende en Repas„ door de vrouw van voorm: Mo„ „seerende hoofden of gequalificeer„ „handeram in het rusthuijs koomen„ „dens. — „de met een groote klapperdop ge„ „meeten en na zig genoomen word. — sen vierden op deeze wijze moet een maijoraal 's Jaars 6. ammonams nelie en voor alle andere heer vooren gemelde Eetwaaren rd:s 9. 24. appart leggen dus door de 15. maijoraals Jaarlijks veronkostigd worden aan kontant rd:s 142. 20. en aan nelie 90. ammonams. - sen vijfden bij aldien aan voorschr: ar„ „tikulen het geringste ontbreekt worden de geene die gedagte Pe„ „hien does aanbrengd niet wel onthaald maar daar en teegen met een partij opstoppers begroet moetende hij daar zijne bij zig hebbende 3. 4. S. 5. Voorts omtrend de naindes van de Baijgams die aan het einde bij gem: Translaat klaagen dat ze ge„ „bruijkt worden tot het draagen van palenkein en goederen is verstaan zulks bij mandaat te verbieden wijl het een bekende zaak is dat de naindes nimmer tot het dragen van palen„ „keins gehouden zijn, dog dat het dragen van bagagie als een oud gebruik bij hooge nood „zakelijkheid zal dienen stant te grijpen. Wijders wierden de translaat olas van N:o 11: tot N:o 31. en N:o 35. en 36. tot een nadere geleegend„ „heijd bewaard, weil dies inhoud uijtstelleiden kan. Terwijl goedgevonden is om de Translaat olas N:o 32, 33, 34. 37. , 38, en 39. in handen van den heer van Angelbeek te stellen ten einde Elusidaatie daar op te erlangen. — Alverder wierd verstaan om de ingezeetenen ten aller spoedigsten bij een mandaat te on„ „der rigten van de op ieder artikul bij de generaale klagt ola N:o 1. als ook nopens eenige posten uit andere olas hier vooren vermeld, gemaakte gunstige schikking, hebbende arreeks mes en kalk door voor 't mankeerende verbeuren. en 1646 en daar bij toebelooven dat alle de overige beswaar„ „nissen zo tegens de hoofden als andersints, nader zoude onderzogt en na goed regt afgedaan wor„ „den, onder vermaaning om hun inmiddels na hunne huijzen te begeeven en hunne bezigheeden waartenoemen hunne hoofden te gehoorzaamen en hun verder te gedragen zo dat braave en gehoorzame onderdaanen van de doorlugtige kompenie betaamde onder verzeekering dat zij dan ook veele gunsten zouden te verwagten hebben terwijl alverder bepaald wierd dat de hoofden na hunne korles en pattoes zouden vertrocken na dat de mandaat voor afge„ „gaan was en zij van dies inhoud onderrigt waaren ten eijnde hunne ondergeschikten met zagtheid te behandelen en hun met goeden raad aan de hand te gaan. Aldus Aangeteekend ter fortresse Mature Dato en ter Presentie als in den hoofde dezes vermeld. /:was geteekend:/ D: J: Giets: A: Samlant, en C: van Angelbeek Aanteekening Nagezien LV: D Linde 1647 Aanteekening Gehouden bij Sessie van De kommissarissen van weegen de Geveneerde Cei„ lonsche Regeering „ D' E E: Heer Diederich Thomas Fretz opperkoopman en Dessave der kolombosche ommelanden en D' E: Heer Abraham Camlant koopman en Negotie Boekhouder te Kolombo. Mitsgaders D E E: Heer M=r Christiaan van Angelbeek, opper„ koopman gaals secunde en Dessaive van Mature Vrijdag den 28. May 1790 's voormiddags. Heeren kommissarissen gaven over en onder hee„ digen Datum opgesteld consapt van een Mandaet ingevolge het goedgevondene bij aanteekening van den 24: , 25:, 26. , en 27 deezer tot narigt en observantie van de misnoegde ingezeetenen deeser Dessavoni met betuijging aan den Heer Dessive van Augglbeek dat het hun E E. genoegzaam gebleeken was„ dat het mistrouwen der muijtelingen, en hunnei vreeze weegens hunne kwaede bedrijven zo groot zij dat men onmogelyk de herstelling der rust konde verwagten indien hun niet een generaal Pardon wegens de zaamen rotting gegeeven of be„ loofd wierd, vragende hun E E: dus na het gevoe„ „len van gedagte heer Dessave en na dat daar over nog verder wijdloopig gesprooken, en deeze za gewigtige op. gewigtige zaak wel overwoogen, mitsgaders door heeren kommissarissen hunne sekreete Instructie aan den Heer van Angelbeek vertoond was, waar bij hun E E= gequalificeerd zijn om des noods op de beste wijze Pandom te verleenen, even als of Heeren kommissarissen zulx op hun naemen, zo wierd een„ paerig goed gevonden en verstaan, om aan de minder Hoofden en verdere ingezeetenen Pardon toe te zeggen even op die weize als dat zo even gezegt is, en bij het 29=te artikel van de concept Mandaal nader te beoogen is. welke Mandaat hier na g geleezen en ten vollen geaprobeerd wierd luydende denzelven aldus. Aangezien een parthy mindere Hoofden en veele andere ingezeetenen by een vergadert waaren, en klagt olassen wegens verongelykingen geschreeven hebben zoo heeft 't den wel Edelen groot achtbaaren Heer Willem Jacob van de Graaff ordinair raad van Nederlands Jndia mitsgaders gouver„ „neur en Directeur van het Eiland Ceilon en dies resorte nevens den Raad, behaegd om ons onder ter handstelling dier klagt olas als expresse commissarissen te zenden om onderzoek na de zaaks gesteldheid te doen en de Rust onder de ingezeetenen te herstellen gelijk wij dan ook ten dien Einde bij de meenigte te Hakman verscheenen zijnde van de zelve nog verscheide klagt olas hebben ontvangen, met verzoek om voor eerst de generaale klagt olas in Concept Mandaet=vla aam de gezaamentlyke principale en mind „re hoofden, nevens de verdere inwoon ders der Detsavong van Mature overweeging

NL-HaNA_1.04.02_3883_1147 view scan ↗

English

1648 to take into consideration, and to provide a decision thereon; and thereafter to carry out what is necessary regarding the remaining olas. It is therefore on that account that we shall make known below, by articles, the necessary orders and answers to the general complaint ola as well as to some points from the other olas in which many people have an interest, in the trust that you, as well-meaning and obedient subjects of the Illustrious Company, will take to heart and into proper observance that which is mentioned and recommended therein, in order thereby to earn further favors from the mighty Company. 1. The four headmen about whom you have complained in general, being the modliaar of the wellebaddepattoe, the Mohandiram second interpreter and Baddekom, the vidaan Mahundiram of the Baijgams, and the Mohandiram and head of the kande baddepattoe, have been arrested; and since they subsequently requested their dismissal from their respective offices, we have granted their request and not only declared their offices vacant, but also caused three of them to depart for Gale until further orders, while the fourth, being the dismissed from his service and second interpreter Mohandiram, has remained in his house on account of illness. 2. The special complaints of various persons against the aforesaid headmen shall subsequently be accurately investigated by commissioned European servants, and a fair judgment shall follow upon that report. 3. For the provisional performance of the duties of the aforesaid headmen, there have been appointed the gagenayk modliaar Tillekeratne over the kandebaddepattoe; the modliaar Wedjesinge, previously dismissed at his own request, over the wellebaddepattoe; the Mohandiram of the timber-dragging Widjesinge, dismissed at his own request, over the Baijgams. But for the performance of the service of second interpreter, no one was deemed necessary, since there is a first interpreter, being the attepattoe modliaar Hangakoon. 4. It has at all times been customary that, over and above the fixed obligation for that year, Porreweddikareas were also taken into the Company's service whenever any work of importance was to be performed, and thus this ought also to remain so. However, the collective headmen are strictly ordered to ensure that a fair and equal footing is maintained in this regard, and that one person is not excused out of favor, thereby doubly burdening another. 5. Punishments of guilty persons, both men and women, are practiced throughout the whole world, and without this no government can exist; thus this has also continually occurred in this Dissavony. However, the customs and usages in this regard certainly ought to be observed, and this shall also be done in the future. 6. Although everyone is naturally inclined to cultivate and sow his fields in order to find his livelihood, it is nevertheless very well known that some people are negligent in this regard, and thus thereby cause harm not only to themselves and their families, but also to the public. For which reason it is highly necessary that proper orders be established to direct that work accordingly, as for that reason it was also ordered in the instructions given by the Honorable, Great and Respected Lord the present Governor to the respective headmen that the sowing of the fields had to take place at the most suitable time, namely for the great harvest before the end of June or at the latest on the 6th of August, and for the small harvest before the Sinhalese New Year, unless the special condition of the fields requires otherwise. Furthermore, it has been proved by the headmen and shown by the books that the given orders of the Lord Dissave have brought much advantage, since in the previous and this current book year there have been much richer harvests than in many years before. 7. If any appuhamies or others mistreat the workers in the plantations, complaints about this must immediately be made to the Lord Dissave, whereupon, after proper investigation and finding any garden overseer guilty, the same shall be severely punished. Which serves herewith for information, since all the Company's bondservants must be treated with proper moderation, and the mistreatments and the extortion of money and paddy and pingos shall also be further investigated and proper justice provided thereon. 8. The first signatory of this has, as Dissave of these lands, executed several deeds of engagement to establish plantations of cinnamon, pepper, coffee, areca, teak, cardamom, and sappanwood saplings by headmen who were in their offices because they could easily do so, and others wished to undertake to do so when they were appointed to those offices, and also by those who voluntarily offered themselves to establish plantations for the offices which they requested and also obtained, and for which previously gifts of money were given. The headmen who were in their offices have bound themselves only on forfeiture of their offices; but with respect to those who have obtained vacant offices, a fine has in addition been stipulated if they had not fulfilled their engagements within the appointed years. Regarding the first-named headmen, it certainly comes into consideration that they have already paid their respects to obtain those offices, and that the people under them work in the Company's plantations on maintenance; wherefore one will annul these deeds of engagement, and it shall furthermore be up to them themselves to continue working in the plantations already partly laid out, or, in case of their inability, to give notice thereof to the Lord Dissave, so that His Honor can make the necessary arrangements therein, in order that the work already done may not be neglected.

Dutch transcription

1648 overweeging te neemen, en daar op bescheid bezor„ gen: en dan daar na het nodige op de overige vlassen te werk testellen. Het is dan uijt dien hoofde dat wij hier onder de noodige or„ dres en antwoorden op de generaale klagt olas zo wel als op eenige potten uijt de andere olas„ waar bij veele menschen belang hebben, bij arti„ „kuls zullen bekend stellen, in vertrouwen dat gijlieden als wel meenende en gehoorzaa„ „me onderdaanen van de Doorluchtige Comp: het daar by vermeld en aan bevoolen wordende zult ter herten en inbehoorlijke observantie neemen, ten einde daar door verder gunsten wegens de magtige komp: te verdienen. 1 De vier hoofden, waar over gelieden in 't generaar geklaagd hebben zijde de modliaar der wellebaddepattoe de Mohandiram tweede tolk en Baddekom, de vidaan Ma„ hundiram van de Baijgams, de Mohandiram en hoofd van de kande baddepattoe zijn gear„ resteerd geweest, en wijl zij vervolgens hun ontslag uijt hunne respektive ampten ver„ „zogt hebben zo hebben wij hun verzoek inge„ „willigt en hunne bedieningen niet alleen vakant verklaard maar ook Drie van hun na gale doen vertrekken, tot nader order terwijl de vierde zynde den uijt zijn dienst ontslagen en tweede tolk Mohan„ dirain wegens ziekte in zin huis verbleeven is. 2 De speciaale klagten van deezen en geenen tegen voorschreeve hoofden zullen vervolgens naukeurig door gekommit„ teerde Europeese Dienaaren onderzogt worden worden en op dat Rapport zal een billijk regt volgen. 3/ Tot het provisioneele waarneemen van de bedienin„ „gen der voorsz: hoofden zijn benoemd den gage„ „naik modliaar Tillekeratne over de kandebadde „pattoe. Den op zyn verzoek bevoorens ontsla „genen modliaar wedjesinge over de wellebadde„ pattoe.. Den op zyn verzoek ontslagenen Mohandirama der houtsleperij widjesinge over de Baijgams. Doch tot het waarneemen van den dienst van tweede Tolk heeft men niemand nodig geoordeeld wijl 'er een eerste tolk is zijnde de attepattoe modliaar Hangakoon. 4 Het is van alle tijden ingebruijk geweest dat boven den vasten verpligting voor dat Jaar ook Porreweddikareas tot sComp:s dienst genoomen zijn wanneer 'er eenig ook van aangelegenheid te ver„ rigten was, en dus behoord dit ook zo teblyven„ Dog de gezaamentlyke hoofden werd sercis aan bevoolen om tezorgen dat daar omtrend een billijk en Egalen voet gehouden en den eenen niet uijt gunst vrijgelaaten, en den anderen daar door dubbeld beswaard word. 5/ straf oeffeningen omtrend schudigen zo man„ „nen als vrouwen worden door de gantsche wereld gepraktiseerd en zonder dat kan geen gebied bestaan, dus is dit in deeze Dessavonij ook steeds geschied dog de gewoontens en gebruijk lijkheeden daar omtrend dienen zeeker in agt genoomen teworden en dit zal in 't vervolg almeede geschieden. 6: /schoon een ieder van zelfs genoopt word om zyne velden te bewerken en bezaaijen om zijn levens onderhoud tevinden zo is het even wel zeer bekend dat sommige menschen daar omtrend 1649 omtrend nalatig zijn en dus daar door niet alleen om hun en hunne familie maar ook aan het algemeen nadeel toebrengen alwaar om het hoog nodig is dat 'er behoorlijk ordres gesteld worden om dat werk daarna tebestieren gelyk ook om die reeden by de door den wel Edelen groot Achtbaare Heer presenten gouverneur aan de respektieve hoofden gegeeve instruktsie geor„ donneerd is dat de bezaaijing der velden op de bekwaamste tijd moest geschieden en wel voor den grooten-oegst voor ultimo Junij op uijterlijke den 6: aug=o en voor den klynen oegst voort het sing aleese. Nieuwe jaar ten zij de bezon„ dere geleegenheid der velden dat anders vorderd voorts is door de hoofden beweesen en bij de boe„ ken gebleeken dat de gegeeve ordres van den Heer Dessave veel voordeel aangebragt heb„ ben wijl en 't voorige en dit loopend boekjaar veel rijkere oegsten zijn geweest aan in veele Jaaren bevoorens. 7:/ Jndien Eenige appoehamies of andere de werkers in de plantagies kwalyk behandelen zo moet daar over dadelyk by den Heer Dessave geklaagd worden, als wanneer na behoorlijk onderzoek en schuldig bevinding van eenige tuijns opziender denzelven strengelijk zal ge„ straft worden 't geen hier mits deezen tot na„ rigt diend wyl alle sCompagnies verpligte „lingen met behoorlijke beschijdentheid moe„ „ten behandeld worden en zullen ook de quaade behandelingen en het apknevelen van geld en Nelij en pingos na der onderzogt en daar op goedregt bezorgt worden. 8./ Den Eersten teekenaar deezes heeft als Dossame deezer Landen verscheide verbintenis aktens laa„ ten passeeren om plantagies van kaneel, peper„ koffij, arreek, kiate kardamom en sappan hout plantsoenen aanteleggen door hoofden die in hunne bedieningen waeren wyl zij dat gemak„ „kelijk doen konden en anderen wilden aannee„ „men om zulks te doen, wanneer zy in die bedieningen gesteld wierden en ook door de geene die hun zelfs vrywillig aangebooden hebben tot het aanleggen van plantagies voor de bedienin„ „gen die zij verzogt en ook verkreegen hebben en waar voor bevoorens paretse van geld gegeeven wierd, de hoofden die in hunne bedieningen nae„ ren, hebben hun alleen verbonden op verbeurte van hunne ampten, dog ten opzigte der geene die vakante bedieningen verkreegen hebben is nog een boete daar en boven bepaald wanneer zy binnen de bepaalde Jaaren aan hunne ver„ „bintenissen niet voldaan hadden, nopens de eerst genoemde hoofden komt zeeker en aanmerking dat zy reeds ter erlanging van die ampten geparresseerd hebben, en dat hun onderhebbende volkeren in 'sComp=s plan„ tagies werken op mainktementos, alwaar om men van deeze en verbintenis aktens zal ver„ nietigen en zal het voorts aan hun zelve staan om in de reeds ten deele aangeplante plantagies verder voor te werken, dan wel hij dies onver„ moogen kennis daarvan aan den Heer Des„ „save te geeven ten Eijnde zijn Edele daarin de noodige schikking kan maaken, op dat het reeds gedaane werk niet verwaarloost worden

NL-HaNA_1.04.02_3883_1151 view scan ↗

English

1650. be, while in the second place, regarding the headmen who, in order to obtain offices, have bound themselves to establish plantations, it is no more than highly equitable that they still fulfill that obligation; however, in order to accommodate them in that respect as well, they are granted a further term of just as much time as was determined by deed to complete the undertaken plantations, calculating this from today onward, leaving the liberty to anyone who finds difficulty in fulfilling this to come and request his discharge within Three months, at which time such will be granted to him and the deed of obligation will be annulled. 9: When a cow or buffalo is seized in any plantation, the owner shall have to pay one schelling to the caretakers of the plantations for its release, unless he can demonstrate that the animals had been coupled together or provided with a piece of wood tied around the neck, or that the pagger of the plantation is defective, in which case those who seized the animal will be punished for their improper conduct; however, if the owner does not come to redeem his animal within 3 twenty-four-hour periods, it must be brought to the nearest headman and subsequently be redeemed for two schellingen, of which one schelling, as said hereinbefore, shall be for the caretakers of the plantations plantations, and the second schelling will have to be given to the person who provided maintenance for the said animal; and it is hereby especially recommended to ensure that these animals receive feed and do not perish from hunger, on pain of punishment according to the findings of the case. Furthermore, it has not appeared to us that any express order has been given to permit the selling of animals seized in the plantations, and this shall therefore not happen either. 10: If any soursop trees have been cut down without the consent of the owner, he may submit his complaint further to the lord Dessave, whereupon the same will be investigated and proper justice rendered thereon, since such an act has occurred contrary to the express order of the lord Dessave. Furthermore, no one shall have any soursop trees cut down except with the consent of the owner, from whom also, in proof thereof and of the receipt of the moneys for which he sold that tree, a receipt must be taken by the buyer; and should it happen that the Company requires soursop trees and none were to be had, and a headman was thus under the obligation to have a tree cut down, no other tree may be felled than one that yields little or no fruit, and for which the headman shall make payment against a receipt, while he can receive the money 1651 for that purpose from the Company's treasury. 11: It is the duty of the Dessave to go into the country from time to time, and especially to such places where his presence is most required; and this, together with some headmen who are sent on commission into the country, can cause no hardship to the Maioraals, since they have an ample income from hoeandiram, out of which they can easily make good those gastos; and if it should happen in an isolated case that they had reason for grievance, they can immediately present their objection, whereupon they will receive an equitable decision. Furthermore, the venerated Government of Ceylon has ordered that all headmen must reside in their korles and Pattoes, and that the Majoraals need not provide any provisions to the headmen of the korle and Pattoe, which was also announced by sannas ola of 19 May 1770 by the lord Dessave Burnant. 12: From the chenas, the Company is entitled to just as good an ottoe right from the paddy sown upon them as from the sowing fields, and that right has of old been rendered in the Galecorle and the Colombo Dessavony; but in this Dessavony, the same has only been paid to the Company for 5 years, whereas before that time the headmen enjoyed it. But since the farming out thereof has caused some dissatisfaction, and we also understand that unreasonable farmers can greatly vex the owners of the chenas, and moreover the chenas lie scattered far and wide, thus also giving much trouble to the farmer, and the owners of the chenas cannot be served so quickly, we shall bring this matter to the notice of the venerated Government of Ceylon and favorably propose no longer to farm out the ottoe right of the chenas, but to have it assessed by commissioners and subsequently collect it. 13: Since it occurred without the order of the lord Dessave that the customary New Year's presents of foodstuffs were increased and also the resthouses were decorated in an extraordinary manner, the respective headmen are recommended henceforth to adhere to the old custom. 14: Although only one coolie per household ought to be taken for ordinary services, it has nevertheless been the custom at all times that more are called up on extraordinary occasions; this must therefore remain according to the old custom. Care shall be taken, however, that the said servants are not employed beyond what is reasonable, while the respective headmen will especially have to take good care that those services are performed equally by everyone, and one person is not burdened above another, as well as that no naindes are taken for carrying palanquins, since this is not fitting.

Dutch transcription

1650. worden terwijl in de twee plaats de hoofden die ter verkrijging van diensten hun hebben verbonden om plantagies aan te leggen niet meer dan hoogst billijk is dat zij aan die verbintenis als nog voldoen dog om hun ook daar omtrent te gemoed te koomen aan de„ zelve nog een nader termijn gegeeven van even zoo wel tyd als by acte bepaald is om de aangenoomene plantagies te voltooijen en zulk van heeden af te reekenen met vrijheid laating aan de geene die swaarigheid vind om daar aan te voldoen, om zijn ontslag bin„ „nen Drie maanden te koomen vraagen als wanneer hem zulx zal geakkordeert, en de verbintenis akte vernietigd worden. 9:/ wanneer er een koebeest of buffel in eenige plantagie opgevat word, zoo zal den eigenaar= voor dees lossing een schelling moeten betaelen aan de oppassers der plantagies ten zy hij kan aantoonen dat de beesten gekoppeld, of met een hout om den hals gebonden voor„ zien zyn geweest dan wel dat de Pagger van de plantagie onbequaam is: als wanneer de geene die het beest hebben opgevat wegens hun onbehoorlijk bedrijf zullen worden gestraft dog wanneer den eigenaar zijn beest binnen 3: etmaalen met komt te lossen, zo zal het zelve by de naaste hoofd moeten gebragt en vervolgens voor twee schellingen moeten gelost worden, waar van dan een schelling gelyk hier vooren gezegd is zal zijn voor de oppassers der plantagies plantagies, en de tweede schelling zal moeten gegeeven worden aan de geene die het onderhoud aan gemelt beest heeft bezorgd en werd bij dee„ „zen inzonderheid aan gerecommandeerd om te zorgen dat die beesten te vreeten krijgen, en niet van honger omkoomen op peene van straf na bevinding van zaaken; Het is ons voorts niet gebleeken dat er eenige expresse ordre gegeeven is om de beesten die in de planta „gies opgevat worden te moogen verkoopen, en dit zal dus ook niet geschieden. 10/ Jndien er eenige soorsax boomen souden bewil„ „liging van den eigenaar gekapt zyn, zoo kan denzelven zijn klagte nader opgeeven aan den heer Dessave, als wanneer dezelve zal on„ „derzogt, en daar op goed regt gedaan worden. weil een stuk gedoende tegen de uijtdrukke„ „lijke ordre van den heer Dessave is geschied. voorts zal niemand eenige soorsax boomen laaten kappen dan met bewilliging van den eigenaar, van wien dan ook ten blijke van dien en van den ontfangst der penningen, waar voor hy die boom verkogt heeft eene quitantsee door den koper zal moeten genoo„ „men worden en wanneer het mogte gebeuren dat de Comp=e soorsay boomen noodig heb„ bende en dezelve niet te krijgen waeren, en een hoofd dus in de verpligting was om een boom te laaten rappen, zoo zal geen anderen boom mogen geveld worden, dan die weinige op geen vrugten geeft, en waar voor aan het hoofd de betaaling tegens quitantie zal doen, terwijl hij het geld daar 1651 daar toe uijt sComp=s kas kan ontvangen. 11: / het is de pligt van den Dessave om van tijd tot tijd in het land te gaan en inzonderheid na zodanige plaatsen als waar zijne present sie meest vereischt word, en dit nevens eenige hoofden die in kommissie in het land gezon„ „den worden, kan de Maioraals tot geen be„ swaar strekken, wijl zij een ruijm inkoomen hebben aan hoeandiram, waar uijt zij die gastos gemakkelijk konnen goed maaken en indien het in een enkeld geval mogte gebeu„ „ren dat zy reeden van beswaarnis hadden, zoo kunnen zij daadelijk hun beswaar opge„ „ven, als wanneer zij daar op een billijk beschyjd zullen bekoomen; voorts heeft de gevenereerde Ceilonsche regeering gelast dat alle hoofden in hunne korles en Pattoes moeten woonen en dat de Majoraats geene verstrekkingen aan de hoofden van de korle en Pattoe be„ hoeven te geeven, het welk ook bij samnas ola van den 19: Maij 1770: door den heer Dessave Burnant aangekondigt is. 12: van de sjenatsen komt de Comp=s van de nelie die er op gezaaijd word aen zo goed ottoe geregtigheid toe, als van de Zaayvelden en die geregtigheid word in de Galecorle en de kolombose Dessavonij van ouds gegeeven 1le dog in deeze Dessavong worden dezelve eerst zedert 5: Jaaren aan de komp=e voldaan, terwyl voor die tyden de hoofden dies geuot hebben gehad maar aangezien dies verpagting eenig ongenoegen veroorsaakt heeft, heeft, en wij ook begripen dat onredelijke pagters de Tjenas eigenaars zeer konnen pla „gen, en ook boven dien de Ljenassen mijd en zeid verspreid leggen, en dit dus ook veel moeijte aan den pagter geeft, en de sjanas eigenaars zoo spoedig niet konnen geholpen worden zoo zullen wy de gevenereerde Ceilonsche regeering deeze zaak ter kennis brengen, en gunstig voor draagen om de ottoe geregtigheid der tjenassen niet meer te willen laaten verpagten, maar door gekommitteerdens te doen laxeeren en na „der de invordering te doen. 13 / vermits het buijten order van den heer Des „sane geschied is dat de gewoone nieuw Jaars parressen van eet waaren is vermeerderd en ook de rusthuijsen op een buijten gewoone wyze zijn verzierd zoo werd de respeptieve hoo„ den aanbevoolen om voortaan by de oude ust „sie te blijven. 14/ schoon uijt ieder huijs gezin tot ordinair diensten maar eene koelies behoord genoomen worden, zoo is het even wel van alle tyden ook in gebruijk geweest dat by extra ordi „naire geleegentheeden meerder opgeroepen zijn, dus zal dit bij de oude gewoonte moete blyven, echter zal er gezorgd worden dato gem: dienstelingen niet boven de billijkheid geEmployeerd worden terweil de respektie hoofden voor al goede zorg zullen moeten draagen dat die dinsten egaal door een ieder gedaan, en den eene niet boven den deren beswaard worden zomeede dat er ge naindes tot het draagen van palankijns genoomen worden, alzoo dit niet beta

NL-HaNA_1.04.02_3883_1155 view scan ↗

English

1652 and has been prohibited from of old. 15: It has never been the intention of the Right Honorable Governor and his Council, nor of the Dissave of Mature, to send any person (except for condemned criminals) against his will to do any work at Baddegirije in the Magampattoe. But because that region is situated in such a way that, according to reports, the greatest benefit can be obtained from it for this entire island and especially for its inhabitants on this side of it up to Colombo through the cultivation of nely, if that land is only given some assistance by repairing the old dams and carrying out some other necessary work, the Dissave discussed this with the collective chiefs and asked them whether they could not arrange for a good number of people willingly and out of affection for the Dissave and their chiefs to perform some work for a short time in the Magampattoe. And because the said chiefs agreed to this, and afterward also reported to the Dissave that everyone would undertake that journey out of love and esteem for their Dissave and provide themselves with provisions, the said Dissave trusted that everyone would go to that important and useful work with full willingness. In that hope, His Honor had already set out on the journey after previously giving orders that arrack and some side dishes should be delivered to Maddegierieje, along with 8000 parras of nely, for the transport of which the Modliaar Tinnekoon was given orders, who also made a start with it, all this to serve as provisions for those who would need it, because His Honor could well imagine that taking along their own provisions would prove very deficient. But arriving at Dikwelle, the said Dissave learned, to his greatest surprise, of the displeasure of the people and their unwillingness to go to Baddegirije. For this reason, His Honor excused all those who had no inclination for it. From this you can now see how the Dissave had no knowledge of your unwillingness to go to Baddigirije, whereas His Honor would otherwise have informed everyone in time to stay at home, just as we also hereby excuse you from that expedition. 16: To have a new survey of the areca trees in the gardens made by a commission would not only take a long time, but would also cause many expenses for the Majorals. Therefore, we think it better that the chiefs who might not have rolls of the areca survey of 1769 in hand should request them, which will then be given to them by the secretariat free of charge, while they will then have to provide an extract from them for each village, garden by garden, so that everyone can see how much areca he must deliver. Those who still believe they have cause for grievance may then report it to the chief of the Korle or Pattoe, who must afterward deliver a general report to the Dissave, after which the necessary investigation regarding those gardens will take place and justice will be done. However, if you should further request that a general new registration take place, that request will be brought to the attention of the Right Honorable Governor. 17: Regarding the complaint that Wellalas were also taken for the transport of cinnamon out of the King's territory, it should be noted that no peoples from other castes may be taken other than those who were used for this in earlier years; thus, the chiefs who also took Wellalas for this acted very wrongly, which is now further prohibited. 18: Concerning Accommodessans, which you say are poor for some, while others have managed to obtain good Accommodessans through influence, a further investigation will be conducted when you point these out, and a report will then be sent to Colombo in order to obtain orders on that matter. 19: To the Mohandiram of the timber drag, the Majorals are not obliged to provide more pelimdoens and adukku than for three months in the year, and this in three periods of one month each. This time is also quite sufficient to drag the timber, provided the Mohandiram takes the full number of lascorins each time as required, which is seriously commanded of him; and if even a single

Dutch transcription

1652 en van ouds verbooden is 15:/ Nimmer is de intentsie van den welEdelen groot Achtb: heer gouverneur en dies Raad, nog van den desseve van Mature geweest, om eenig mensch /:buijten de gekondemneerde kwaad doen„ „ders;/ tegen zyne Tin tot eenig werk na Badde„ „girisje in de Magampattoe te zenden. Maar„ weil van die landstreek zodanig gesitueerd is dat daar in volgens berigten een aller grootst voordeel voor dit geheele Eiland en inzonder „heid voor dies bewoonders aan deeze zeiden van hetzelve tot na kolombo kan behaald worden door de nely kulture, wanneer men dat land maar wat te hulp komt, door de oude dammen te herstellen, en eenig ander noodig werk te verrigten, zoo heeft de Heer Dessave de gezaamentlyke hoofden daar over onderhouden, en hun gevraagt, of zy niet een goede partij volk goedwillig en uijt gene„ gentheid voor den desseve en hunne hoofden, zouden konnen besoigne om een korten tijd in de Magampattoe eenig werk te verrigten, en weil gedagte hoofden zulks aangenoomen, en naderhand ook aan den heer Dessave berigt hebben, dat een ieder uyt liefde en achting voor hunne Dessave die reize zoude onderneemen en zig voorzien van onderhoud zo heeft gedagte heer Dessave vertrouwd dat een ider met volle genegentheid tot dat aangeleegen nuttig de werk zoude gaan en in die Hoop was zyn Edele ook reeds op reis gegaan na alvoorens ordres gegeeven te hebben dat 'er arak, en eenige dingen tot toespijs te maddegierieje bezorgd wierd, nevens 8000. parras nely, tot welker transport daar heen den Modliaar Tinnekoon heeft heeft last gehad, die ook daarmeede een begin heeft gemaakt het een en ander om te dienen tot verstrekkingen aan de geenen die zulks noodig zouden hebben, weil zijn Edele wel kom„ „de denken dat het medeneemen, van levens onderhoud zeer gebrekkig gaan zoude. Maar te Dik welle komende vernam gedagte heer Dessave tot zyne grootste verwondering het misnoegen van het volk en hunne onwillig„ „heid om na Baddegirije te gaan: al waarom zijn Edele ook alle de geene daar van Excus¬ „seerde die daartoe geene genegentheid hadde hier uijt ziet gijlieden nu hoe de heer, Desseve geene kennis heeft gehad van uw „lieden ongenegentheid om na Baddigi„ „rije te gaan terweil zijn Edele anders een ieder in tyds zoude hebben doen weeten om te huys te bleiven gelijk wij ulieden ook nu bij deezen Excuseeren van die togt. 16: / om een nieuwen opneem van de arreeks boomen in de tuijnen te laaten doen door eene kommis „sie zulks zoude niet alleen van langen duur zyn, maar zoude ook aan de Majoraals veele kosten veroorzaaken, daarom denken wij dat het beter zij, dat de hoofden, die geene Rollen van de Arreeks beschrijving van 1769: in handen mogten hebben, dezelve dienen te vraagen, die hun dan van de sekretarye sonder eenige kosten, zullen gegeeven worden, terweil zij dan daar uijt een uyttrekzel voor ider dorp, tuijn voor tuijn zullen moeten geeven, op dat een ieder kan zien hoeveel arreek hy leeveren moet, als wanneer de geene die nog meent reden van beswaarnis te hebben, dezelve aan het hoofd der korl of Pattoe kan opgeeven, die dan daarna een generaale opge aan 1653. aan den heer Dessave zal moeten bezorgen, als wanneer het nodige onderzoek omtrend die tuijnen zal geschieden, en daar op goedregt gedaen worden. Echter indien gijlieden nader mogt verzoeken dat er eene generaele Nieuwe be„ schrijving mag geschieden, zo zal dat verzoek onder hoogoog van den wel Edelen groot achtb heer gouverneur worden gebragt. 17/ op de klagte dat tot het afdragen van de kaneel uijt 's koningsland ook wel lales ge„ nomen zijn, dient dat geene volkeren van de andere kastas mogen genoomen worden, dan die in vroegere Jaaren daartoe zyn ge„ bruikt, en dus hebben de hoofden die daartoe ook wellales genoomen zeer qualijk ge daan, het welk ook als nu nader verboo„ den word:- 18:/: Nopens Akomodetfans, die gijlieden zegt dat van sommige slegt zijn, terweil andere door hulp goede akkonmodessaus hebben weeten te verkrijgen, zal nader onderzoek gedaan worden, wanneer gijlieden de aanwijzing van het een en ander komt te doen, en zal dan daar van bericht gegeeven worden na kolombo, ten einde op dat stuk ordres te erlangen. 19: AAan den Mohandiram van den houtsleep zyn de Majoraals niet verpligt meerder pelimdoens en adoekoeste verstrekken van drie maanden in het jaar, en zulks in drie keeren ider van een maand en deese tyd is ook zeer voldoende om de houtwer„ ken te sleepen, wanneer den Mohandiram het volle getal lascoryns, gelijk dat be„ hoord telkens neemt: hetwelk hem seri„ „eus aan bevoolen word en zoo het ook een enkeld 1

NL-HaNA_1.04.02_3883_1158 view scan ↗

English

single time it might happen that dragging had to be done for several days, the reason will be that the Mohandiram has not put the full number of Lascorins to work, and this shall therefore not count to the disadvantage of the Majorals regarding provisions beyond the quota. In order to save the dragging of much driftwood, 20 Thonies shall be felled for the Company, hollowed out and branded with the Company's mark, for which purpose the chiefs must point out good, thick Angeliekke, and horgas or other trees, and with these the timbers can be brought down, just as is done in the Gale Korle and the Colombo Dessavony; however, the Majorals remain free to make rafts of driftwood for the transport of the timbers from places where no Thonies can be used, or otherwise, as has been customary to date, while furthermore all other services in wood-dragging must remain on the old footing. 20. All those who have lost their deeds or extracts of their parveny lands, and whose possessions people wish to confiscate for the Company, may address themselves further to the Lord Dessave, whereupon their complaints shall be properly examined by the Reverend Landraad and decided in all equity, because the Company desires nothing that does not rightfully belong to Her Noble. 21. Never have complaints reached the Lord Dessave that any piece of land has been taken from anyone and incorporated into the Company's plantation at Kalutara, or elsewhere; if this has nevertheless happened, those interested may report further, whereupon their just rights shall be granted to them after proper examination. 22. The cutting through of the Morruakorle for the provision of water through the stream of Katuwana to the Giruway Pattu for the sowing of the fields belonging under the Resthouses of Marakadde and Ranna is in all respects a very useful work, even though in the latest year too much water came into the Giruway Pattu, because the entire Dessavony suffered this same fate due to the extraordinary frequent and long-lasting rains; besides which it should further be noted that the water would have drained faster into the sea at Kahandawamodere if the streams had been better cleared, and that if the water that drained through the new canal to the Giruway Pattu had kept its old course in the river of Matara, apparently little of the paddy crop in the Belligamkorle, Gangabaddepattu, and the Baygams would have succeeded, but would have been lost by flooding. 23. If inhabitants of the Giruway Pattu have cause for complaints about the taking away of their parveny fields, they must report this to the Mudaliyar Tinnekoon, who will then submit a report thereof to the Lord Dessave, whereupon the complaints shall be further examined and settled. Meanwhile, regarding the complaint of the accommodesans, article 17 serves as the answer. 24. The complaint about the receipt of the Paddy in the Tangalle Warehouse shall be examined with all accuracy and settled in the most equitable manner. 25. The delivery of cattle, buffaloes and calves to the qualified Gentlemen and to commandos marching from one place to another shall take place as moderately as is feasible, and payment for this must then properly be made to the owner against receipts, for which purpose the money can be received from the Company's treasury by the chiefs. 26. Regarding the linens which the subordinates of the Hunt Master say are due to them for certain Elephant Hunts that were held, it serves that because no statement of this has been provided, even though orders to that effect were given by the former and the present Lord Dessave, this could also not be proposed to Colombo. However, as the Hunt Master Tinnekoon is now further ordered to provide a statement thereof as soon as possible, so that it can be sent to Colombo, the Right Honorable Lord Governor will then issue orders to give the Etbandencas what is due to them. 27. The grievances of the inhabitants of the Moruakorle, that they cannot deliver 10000 lb of cardamom, and that they must pay more for the cardamom than the 4 stivers which the Company gives, we shall propose circumstantially and favorably to the Right Honorable Lord Governor and the Council, because we are informed of the state of affairs, and we can meanwhile give sufficient assurance that regarding that delivery, as well as concerning its price,

Dutch transcription

enkeld maal mogte gebeuren dat 'er meerdere dagen moesten gesleept worden dan zal zulks tot reeden hebben dat den Mohandviam het volle getal van Lascorijns niet aan het werk heeft gezet, en zal dit dus niet tot nadeel van de Majoraals omtrend verstrekkingen boven de bepaeling mogen koomen. om het sleepen van veele dryfhouten uijttewinnen zullen 20: Thonies voor de kompenie gekapt uijtgehold en met sComp=s merk gebrand worden, waartoe dus de hoofden goede dikke Angeliekke, en horgas of andere boomen moeten laaten aanweizen, en daar meede kunnen de houtwerken worden afgebragt, even zo als in de gale korle en de kolombose Dessavonie ge„ „schied echter staat het de Mojoraals vrij om tot transport der houtwerken van plaatsen waar geen Thonies konnen gebruijkt worden, als andersints vlotten van dryfhouten te maaken zo als tot dato gebruijkelijk is terwijl voorts alle de verdere diensten by den houtsleep op den ouden voet moeten blijven. 20:/ Alle de geene die hunne brieven op Extrakten van hunne parvenie landerijen verlooren hebben, en waar van men de bezittingen voor de kompe„ „nie wil intrekken kunnen hun nader bij den heer Desseve vervoegen, als wanneer hun„ „ne klagten na behooren by den Eerwaarde landraad onderzogt en na alle billijkheid zullen beslist worden: weil de kompanie niets begeert wat haar Edele niet toekomt. 21 Nimmer zijn 'er klagten bij den Heer Dessave ingekoomen dat van iemand Eenige stuk Land is afgenoomen en in sComp=s plantagie te kolotte, of elders ingetrokken, zo dit egter 1654 egter geschied is, dan kunnende belang hebben„ „de hun nader melden, als wanneer hun goed regt na behoorlijk onderzoek zal geworden. 22:/ De doorgraving van de Morruakorle ter be„ „zorging van water door de spruit van kattoene na de girewaij pattoe ter bezaaiing van de velden gehoorende onder de Rusthuysen van Mara „kadde en Ranne is alle zints een zeer nuttig. werk schoon 'er ook in het Jongste Jaar te veel water in de girewaijpattoe gekoomen is, wijl de geheele Dessavonij door de Extra ordi„ „naire veele en langd uurende regens dit zelfde lot heeft ondergaan waarbij nog booven dien aantemerken is, dat het water spoediger te kahandawemodere in de zee zoude afgeloo„ pen zijn, indien de spruijten beter waeren op„ geruijmt geweest en dat wanneer het water dat door het nieuwe kanaal na de gerewaig„ pattoe is afgeloopen zyn ouden loop in de revier van Mature had gehad, er als dan appa„ rent weinig van het nelij gewasch in de Belligamkore, gange baddepattoe, en de Baijgams, te regt gekoomen maar hetzelve door overstrooming zoude verlooren gegaan zyn 23:/ Jndien er ingezeetenen van de girwaijpattoe reden hebben van klagten voor het afneemen hun„ „ner parvenie velden, zo moeten zij zulks aan den Modliaar Tinnekoon opgeeven, die door dan daar van Rapport zal doen aan den Heer Dessave als wanneer, de klagten nader zullen onderzogt en afgedaan worden. Ter„ „weil op de klagte der akhommodessams het 17: artikel tot antwoord diend. 24 24. De klagte over den ontvangst van de Nelij in= het Tangaels Pakhuijs zal met alle nankeurig„ „heid onderzogt, en op de billykste wijze afge„ maakt worden. 25/ Het leeveren van koebeesten, buffels en kalveren aan de gequalificeerde Heeren, en aan komandos die van de eene na de andere plaats marcheeren, zal zo meuageus geschieden, als doenlyk zy, en dan zal daar voor de betaeling behoorlijk aan den eigenaar tegens quitanties moeten geschieden waar toe het geld uijt 'sComp=s kas door de hoofd en kan ontvangen worden. 26:/ Nopens de leiwaaten die de ondergeschikte van den Jaagmeester zeggen hun toetekoomen voor eenige gehoudene Elefants Jagten, diend, Dat weil daar van geene opgaave gedaan is, of schoon door den Eerstekende en den presenten Heer Dessave daar toe ordre gegeeven is zoo heeft zulx ook niet na kolombo konnen voorge„ „draagen worden. Terweil egter als nu den Jaagmeester Tinnekoon nader gelast word om daar van ten eersten eene opgaave te bezor„ „gen, ten einde dezelve na kolombo kan worden gezonden, als wanneer den wel Edelen groot„ achtb Heer gouverneur wel orders zal stellen om aan de Etbandencas te geeven wat hun toe „komt. 27:/ De beswaeriis der inwooners van de mo„ „ruakorle, dat zij geen 10'000: lb: kardamom konnen leeveren, en dat zij meerder voor de karde„ „mom moeten betaalen dan 4: st=s die de kom„ panie gieft, zullen wij aan den wel Edelen groot Achtb Heer gouverneur en den Raad omstandig en gunstig voordragen, wijl wij aan de kaaks gesteldheid onderrigt zijn, en mij kunnen in„ middels genoegzaeme verzeekering geeven dat omtrend die leverantie, zo wel als nopens dies prijs,

← previousnext →