Inventory 3883
Ceylon · 1,486 pages · 291 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
tongue on which Mature lies is not very wide as far as Donduke and even up to Ganduke, and if a post were established at one of both these places, only fortified enough that it would be secure against a surprise attack, it is not to be expected that the mutineers will dare to come between this post and Mature. To remain master solely of the Roodenberg is somewhat too close; nevertheless, should it come to that, we leave it to your discretion to act therein according to the circumstances. In such a case it will also be necessary to construct something between Mature and the bend of the river, in order to keep the mutineers in check on that side. The garrison of Mature must then be kept as small as can prudently be done, because, should it come to hostilities, it will probably be necessary to secure the Morwa korle, for which, among others, the troops that are not needed at Mature could serve. But on this we shall confer further with you when it might appear from your further reports that it becomes necessary to contemplate such measures. What one has to expect from the Court of kandia in this situation is still somewhat doubtful. The reports that the mutineers were rejected there are contradicted by further reports; according to what we have been informed, they were not received there so completely unfavorably, and it is even said that some of them have returned to the mutineers with a written answer. The conduct of the principal headmen at Mature is somewhat suspicious, and therefore an eye may well be kept upon them. We also do not know all too well what we ought to think of the Trinkonomael reports, which are transmitted herewith in copy, as if the wannia of Pattaawa might cause some unrest on that side, and of the reports that appear in a letter from the bookkeeper Ripsema, which also accompanies this in copy. Regarding the letter from the Pattawa wannia, a letter has been written to the Court, and meanwhile Trinkonomale has been ordered not to tolerate any incursion being made into the Company's territory. A company of Easterners has been sent to Silauw in order likewise to prevent it, should they wish to undertake anything of the sort on that side. What we have most to fear from the Court of kandia in this situation, should it truly harbor unfriendly intentions against the Company, is that it will seek to prolong the unrest in the Mature Dessavony, and meanwhile make various small preparations to encourage the mutineers thereto, in order to see, upon the outcome of affairs, what advantage it might derive therefrom. In order to sound out the inclination of the Court of kandia somewhat more closely, and especially to be more certain whether the Court of kandia truly has any dealings with the Mature mutineers, we have resolved to demand from the Court, by virtue of the peace Treaty, in emphatic terms, the mutineers from the Mature Dessavony who might be present in kandia, as well as those who after this might still venture to appear there. The letter for this purpose will go out this very evening. For the rest, after greetings, we remain, was signed, As before, in the margin, kolombo, 10 July 1790. We have received your secret letter of the 10th of this month, and hereby authorize you, instead of the allowances granted to the European non-commissioned officers and privates of the infantry and artillery, and to the Eastern military personnel who are detached there extraordinarily, by our secret Letter of 22 June last, in accordance with your proposal, to allow the following monthly provisions to be made to them, namely: To the European non-commissioned officers and privates extra board money, and in addition to each private another twelve stuivers, and To the Eastern military personnel half of their ordinary board money as extra, namely: The Captain: rd=ls 3. –. The Lieutenant: rd=ls 2. —. The Ensign: rd=ls 2. —. The Sergeant: rd=ls 1. —. The Corporal: rd=ls — 24. The Private: rd=ls — 18. - Besides two drams daily to the latter. We leave it to your discretion to have these allowances commence at such time as you shall deem necessary, so that these people may have a proper compensation therein for the additional expenses they may have incurred for their upkeep. Examined Loutman For the rest, after greetings, we remain, was signed, As before, in the margin, kolombo, 17 July 1790. Agreed. Hijbrands Sworn Clerk To the Honorable, Respected Sir Peter Sluijsken Commander of the City and Lands of Gale, Mature Extra Honorable, Respected Sir, The revered Government of Ceylon has notified us by its most respected letter of the 12th of this month that your Honor would arrive here not only to pacify the people of this Dessavony, but also to investigate the reasons for their further discontent, and to establish therein such orders as your Honor should find appropriate; that we were consequently discharged in the most honorable manner from the further progress of our commission, and had to consider the same ended as soon as your Honor should have arrived here, with further instructions that we to
Dutch transcription
1595. tong waer op Mature legt, is tot Donduke en zelfs tot Ganduke niet heel breed en zoo men op een van bei„ de deeze plaetzen een post aanleide, alleen zoo veel gedekt, dat ze voor een aanloop vijlig zij, is het niet tevermoeden dat de muijtelingen het zullen waegen„ om tusschen deeze post en Mature intekoomen. Om alleen meester te blijven van den Roodenberg is wat heel nabij, we laaten het nogtans indien het daer toe koomen moet, aan UE: gedefetteerd, om daar in na bevinding van zaeken te handelen. Jn zulk een geval zal het ook noodig zijn, iets aanteleggen tus„ „schen Mature en de vriend van de rivier, om de muijte„ „lingen aen die kant in respekt te houden. Het garnizoen van Mature moet als dan zoo kleijn genoomen worden, als het met voorzigtigheid geschie„ den kan, om dat wanneer het tot dadelykheeden koomen moet, het waarschijnlijk zal noodig zijn, dat men zig van de Morwa korle verzeekert, waar toe onder anderen, zouden kunnen dienen, de troe„ „pes, die te Mature niet noodig zijn. Dog hier over zullen we uE: nader onderhouden, wanneer het uijt uE: verdere berigten mogte blijken, dat het noo„ „dig word op diergelijke middelen te zijn bedagt. Wat men van het Hof van kandia in deeze gelee„ „gentheid 29 „gentheid tewagten heeft, is tot nog toe wat twijffel„ „agtig. De berigten, dat de muijtelingen daar zouden zijn afgeweezen, worden door nadere berigten wed „sprooken, zoo we geinformeert zijn, zouden ze daar niet zoo geheel ongunstig ontvangen zijn, zelfs zij men, dat sommige van hun met een schriftelijk antwoord aan de muijtelingen zouden zijn terug gekeerd. Het gedrag van de eerste hoofden te Mature is wat de„ „denkelijk, en mag daarom op hun wel wat het vo gehouden worden. We weeten ook niet al te wel, we denken moeten, vande Trinkonomaelsche besig „ten, die in deeze kopielijk overgaan, als of de wam „a van Pattaawa eenige onrust aandien kant zoo„ te stigten, en van de berigten die voorkoomen bij een brief vanden boekhouder Ripsema, die ook in kopij hier nevens gaat. Over den brief van Pattawa wannia is aan het Hof geschreeven, en is midderwijl na Trinkonomale bevoolen, om niet te dulden dat er eenigen inz gedaen worde op skomp:s grondgebied. Na Silauw is gezonden een komp:s oosterlingen, ten einde dat in „gelijks tebeletten, wanneer men aan dien kant its Aan diergelijks zoude willen onderneemen. Het geen we van het Hof van kandia in deeze gelegt heid het meest hebben tebezorgen, zoo het werkelijk Notaa 1596 Aan als vooren werkelijk onvriendelijke gedagten teegens de komp:s hebben mogt, is, dat het zal zoeken den onrust in de Maturese Dessavonij tedoen voortduuren, en mid„ derwijl deeze en geene kleijne aanstalten maaken om de muijtelingen daar toe aantemoedigen, ten einde bij de uijt komst van zaeken te zien, wat voordeel E het daar meede zoude kunnen doen. Om de gezintheid van het Hof van kandia wat nader te ondertasten, en om inzonderheid wat meer zeker te zijn, of het Hof van kandia met de Maturiese muijtelingen werkelijk iets uijtstaen„ de heeft, hebben we beslooten, om van het Hof„ uijt hoofde van het vreedens Traktaet, in na drukkelijke termen op te eisschen de muijtelin„ „gen uijt de Matersche Dessavoni, die zig in kan„ „dia mogten bevinden, zoo veel, als de geene, die zig na dezen nog mogten verstouten daer te ver„ „schijnen. De brief daer toe zal nog heden avond. afgaen. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ /:engetekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 10. Julij 1790. — Wij hebben ontvangen uwen secueeten brief van den 10. dezer, en qualificeeren UE: door deezen, om wij insteede van de bij onzen secreeten Brief van den 22. 22. Junij I: L: geaccordeerde toelaagen aan de Euro„ „sche onder officieren en gemeenen van de Jnfanti „rij en artillettij, en aan de oostersche militairen die aldaar buijten gewoon zijn gedetacheerd over„ „eenkomstig uwen voorstel, maandelijks aan de„ „zelven te moogen laaten doen de volgende ver„ „strekkingen, namelijk. Aan de europeesche onder officieren en gemeenen va „tra kostgeld, en daar en boven aan ieder gemee„ „nen nog twaalf stuijvers en. Aan de Oostersche militairen de helfte van hun ge„ „woon kostgeld, tot extra, te weeten. De Capitain. . . . . . . . . . . . . . . . rd=ls 3. –. „ luijtenant - _ _ _ _ _ _ - - - - - - - - - - „ 2. —. „ Vaandrig _ _ _ _ _ _ - - - - - - - - - - - „ 2. —. „ sergeant - - _ _ _ _ _ _ - - - - - - - - „ 1. —. „ Korporaal - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —24. „ gemeene - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ — 18. - Nevens twee soopjes 'sdaags aan de laatsten. Gp Wij laaten het aan uE: gedefereerd, om deeze toetaa„ „gen te doen ingaan, teegens zodanigen tijd„, als d dat noodig zal oordeelen, op dat deeze luijden daar aan eene behoorlijke vergoeding kun „nen hebben, voor de meerdere kosten, die ze tot hun onderhoud mogten gedaan hebben. Wij Noaai 1597 naagezien Loutman Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:) /:en geteekend:/ Als vooren /: in mangiene kolombo den 17. Julij 1790. Accordeert. Hijbrands Vlejklerk, „ 1598 Aan den E: E: Achtbaaren Heer Peter Sluijsken kommandeur der stad en Landen van Gale, Mature Extra E: Achtbaere Heer. De gevenereerde Ceilonse Regering heeft ons bij hoogst„ derselven gerespecteerden brief van den 12„e deser aangeschreeven, dat uw E: E: Achtb: alhier zoude aan„ „komen om niet alleen het volk dezer Dessavonij tot bedaaren tebrengen waar ook te ondersoeken de redenen van hun verder misnoegen, en daar in te stel„ „len zodanige ordres als uw E: E: Achtb: zoude bevin„ den te behooren. Dat wij mits dien op de honorabel, „ste wijze van den verderen voortgang onzer kom„ „missie ontslaagen wierden, en dezelve voor g' ein„ digt houden moesten zodra uw E: E: Achtb: alhier zoude zijn aangekomen, met verdere Last, dat wij aan E
English
would deliver to your Honorable Excellencies a brief statement of the present state of affairs, and add thereto a proper register of the incoming complaints and accounts, as also all the documents issued by us to the mutineers, as well as that we should simultaneously give to your Honorable Excellencies all such information concerning our proceedings as your Honorable Excellencies might come to request from us for the complete appraisal of the state of affairs. Pursuant to the aforementioned highly esteemed order, upon your Honorable Excellencies arrival on the 15th of this month and subsequently, we gave the same verbal notice of the state of affairs regarding the mutineers, with the promise that we would make all possible haste to prepare all the papers that could give your Honorable Excellencies the further necessary light, and at the meeting on the 17th of this month we also presented to your Honorable Excellencies the translated letters, as well as a memorandum from the Dessave Mr. van Angelbeek dated the 15th of this month, with the request, however, to be allowed to have those documents back in succession after reading, in order to arrange them along with others in proper order, before delivery to your Honorable Excellencies. At that same session we expressed our readiness to provide the required disclosure of the state of affairs, and to serve with our advice in all such matters as your Honorable Excellencies should deem necessary and come to require. Subsequently, your Honorable Excellencies did us the honor of asking our opinion about several things, and we furnished the same to your Honorable Excellencies with the greatest cordiality and sincerity, just as, upon their request, we also submitted to your Honorable Excellencies the original general complaint ola No 1: and the complaint ola of the inhabitants of the Girrewais marked No 5, alongside the mandate of the Right Honorable Lord Governor, whereby our mandate of 28 May was ratified and pardon granted. While, however, we could not provide the Sinhalese copy of the mandate ola of 28 May also required by your Honorable Excellencies, because the Mudaliyar Ilangakoon, who undertook to deliver a copy thereof on ola leaves to us, has not fulfilled his promise, we have nevertheless further ordered him to deliver a copy to your Honorable Excellencies from the draft that was written on paper and rests at the secretariat. Now we have finally, with much effort, progressed so far that we have obtained the papers in readiness; we thus have the honor to present the same to your Honorable Excellencies herewith under proper registers, namely: A bundle of consecutively sewn notes, kept by the commissioners and the Dessave Mr. van Angelbeek, to wit: 1 note of 4 May last 1 ditto 24, 25, 26, and 27 ditto 1 ditto 28 ditto in the forenoon 1 note of 28 May last in the evening 1 ditto 30 ditto 1 ditto 31 ditto 1 ditto 4 June 1 ditto 5 ditto 1 ditto 7 and 8 ditto 1 ditto 9 ditto 1 ditto 10 ditto 1 ditto 11 ditto 1 ditto 12 ditto 1 ditto 13 ditto 1 ditto 14 ditto behind which the translated complaint olas no 41, 42, 43, and 44 follow, according to the latter. A second bundle, being annexes belonging to the notes, alongside such further papers as are noted in the registers. A packet of letters addressed to us from the revered Ceylon government, in which is to be found: 1 letter from the said government dated [illegible] 1 placard belonging thereto, of 17 December 1757 1 printed form for such, or a similar placard, signed in blank by the Right Honorable Lord Governor 10 ditto ditto attested by the Secretary. With the bundle of annexes belonging to the notes and other papers, your Honorable Excellencies will find at the front a register of the registers, while the latter are to be found before the papers of which they speak. Herewith I also add a register of the translations of the complaint olas that are incorporated with the notes, while the same also serves for the original complaint olas, which are numbered in the same way as their translations. It would be superfluous, and could serve no purpose, if we wished to give your Honorable Excellencies a full account of all that occurred to us during our presence in this Dessavony, and because in particular the first signatory is in haste, pursuant to received orders, to travel quickly to Colombo in order to attend to his own office, your Honorable Excellencies will kindly be so good as to excuse us therefrom. In the meantime, we nevertheless have the honor to inform your Honorable Excellencies that, having departed from here for the Belligam Korale in the hope of meeting the mutineers of that korale and settling the matter with them, we found ourselves obliged, at the desire of the mutinous head of that korale, to travel to Hakmana; because they said that there, according to their agreement, the people of all districts would assemble and make their complaints known, as indeed from all korales and pattus fully 6000 men have assembled, armed with muskets, pikes, bare cleavers, bayonets on sticks, axes on long poles, and krisses, with flying banners and beating drums.
Dutch transcription
aan uw E: E: Achtb: een korten staat van de tegenswoorn gesteldheid der zaaken zouden overgeven en daar bij een behoorlijk Register voegen de ingekome klagtsc en relaasen, als meede alle de door ons uitgevaardigde st „ken aan de Mutelingen zo mede dat wij teffens aan d Achtb: moesten geven, alle zodanige onderrigtingen noj onze verrigtingen, als uw E: E: Achtb: ter volkomen bevordeling van den staat der zaaken, van ons zoude komen te verzoeken. Wij hebben dan ingevolge van het voorschreeve hoog gead bevel bij uw E: E: Achtb: komst op den 15„e dezer en vervolgens, denselven mondelinge kennis gegeven van d staat der zaaken, nopens de muitelingen, met boelof dat wij allen mogelijken sepoed zouden maken om all de papieren die aan uw E: E: Achtb: het verdere nodig ligt konden geven, in gereedheid te brengen, en bij de bij een komst op den 17„e deser hebben wij uw E: E: Ateb ook de Translaat brieve glassen, zo mede eene Memm van den heer Dessave van Angelbeek gedateerd 15„e d aan gepresenteerd, met verzoek echter om die stukken na tectura successive weder terug temoogen hebben, o nevens andere in behoorlijke ordre te schikken, terna overgave aan uw E: E: Achtb: wij hebben bij die zelfd zitting onze bereidvaardigheid betuigd tot het geven wan vereischte opening der zaaks gesteedheid, en te dienen van ons advies in al zulke zaaken als uw E: E: Achtb: Zul zoude Notar 1599 zoude nodig oordeelen en komen te requireeren vervolgens heeft uw E: E: Achtb: ons de eere aangedaan van na onze mening omtrend verscheide dingen te vraagen en wij heb„ „ben dezelve met de meeste hertelijk - en welmeenendheid aan uw E: E: Achtb: opgegeven gelijk wij ook op desselfs verlangen de origineele generaale klagt ola N„o 1: en de klagt ola van de ingezetenen der girrewais gemerkt N„o 5. nevens de man„ daat van den wel Edelen Groot Achtb: heer gouverneur, waar„ bij onze mandaat van den 28 Maij geratificeerd, en pardon verleend is, aan uw E: E: Achtb: hebben overgelegt. terweil wij echter de meede door uw E: E: achtb: gerequireerde Singaaleese kopij van de mandaat ola van den 28 may niet hebben konnen bezorgen, weil den modliaar Hlangakoon, die aangenomen heeft om ons daar van een afschrift op ola bladeren te leveren zijne belofte niet volbragt heeft echter hebben wij hem nader gelast om, uit het minut dat op papier geschreeven en ter secretarij berust een afschrift aan uw E: Achtb: te bezorgen Tans zijn wij eindelijk met veel moeite zo verre gevorderd dat we de pappieren in gereedheid gekreegen hebben;, wij hebben dus de eere uw E: E: Achtb: dezelve hier nevens onder behoorlijke registers aantebieden namentlijk Een bondel van de agter elkanderen ingenaaide aantekkeningen, gehouden bij kommissarissen en den heer Dessave van Angelbeek teweten. 1 aantekening van den 4 Maij I„o L: 1 dito. . . . „ „. 24, 25, 26. , en 27 Dito. 1 dito - - - - - - „ „ 28 dito s voormiddags verte Achb. L 1 aantekening van den 28 Maij I=o L: Savonds 1 dito . . - . . . . . „ 30 dito 1 dito - - - - „ „ 31 dito 1 dito „ „ 4 Junij 1 dito. . . „ „ 5 dito 1 dito „ „ 7 en 8 dito 1 dito - „ „ 9 dito 1 dito - - „ „ 10 dito 1 dito: - - „ „ 11 dito 1 dito - - - „ „ 12 dito 1 dito „ „ 13 dito 1 dito - - - „ „ 14 dito waar agter de Translaat klagt olas no 41: 42, 43 en 44. volgen, na volgens laastgen Een tweede bondel zijnde bijlaagen bij de aantekeningen gela„ rende nevens zodanige verdere papieren als bij de registers bekend staan. Een aan ons beschreeven brief Paquet van de gevenereerde ceilonse regeering, waar in tevinden is 1 brief van wel gemelde regering gedateen besui 1 daar bij gehoorend Plakkaat van den 17 xb 1757. 1. „ stuitpost tot zodanigen, of der gelijken B kaat in blanko door den wel Edelen grod achtb: heer gouverneur geteekend 10 dito dito door den Secretaris gean tertisseert Bij Noaa aantekening 1600 Bij de bondel bijlaagen bij de aanteekeningen gehoorende, en andere zal Euw papieren, en ander E: E: Achtb: voor aan vinden een register op de registers, terweil de laaste voor de papieren, waar van se spreeken tevinden zijn. Hier nevens voege nog een register van de Translaaten der klagt olassen, die bij de aantekeningen ingelijfd zijn, terweil het zelve ook dient bij de origineele klagt olas, die even zo genommert zijn; als dies translaten. Het zoude overbodig zijn, en tot niets konnen dienen, wanneer wij uw E: E: Achtb: een geheel verhaal wilden doen van al het geene ons voorgekomen is, geduurende ons aanwezen in deze Dessavonij, en weil insonderheid den eersten teekenaar haast heeft, om ingevolge ontvangene ordre spoedig na kolom„ „bo te reizen, ten einde zijn eigen ampt gade te slaan, zo zal uw E E: Achtb: wel zo goed gelieven te zijn van ons daar van te Excusseeren Intusschen hebben wij dog de eere uw E: E: Achtb: te infor„ meeren, dat wij van hier na de Belligamkorl zijnde vertrokken in hoope van de muntelingen dier korl. te ont„ moeten, en de zaak met hun aftedoen, ons wel verpligt gevonden hebben op de begeerte van den muitenden hoof dierkorl na Hakman te reisen; weil zij zeiden dat daar volgens hunne afspraak, de volkeren van alle distrikten bij een vergaderen, en hunne klagten tekennen geven zou„ „den gelijk dan ook uit alle korls, en pattoes wel 6000 mann met geweeren pikken, blote houwers, bajonetten op stokken, bijlen op lange stokken, en krissen gewaapend met vliegende vendele en slaande Tamblijntjes bij een gekomen zijn Ca 6
English
have, and thereafter they handed the complaint olas over to us, with which we returned hither, and caused the same to be translated, while subsequently such resolutions were taken thereupon as appear from the successive notes, from which, as well as from the further papers and olas being submitted to Your Right Honourable, may be further perceived what we have accomplished until Your Right Honourable's arrival. Among the olas that have not been translated, Your Right Honourable will find under No 18 an ola from Dissandike, former Mohandiram of the Maganpattoe, wherein he says that the mutineers had appointed him against his will and inclination as second Modliaar of the girrewaipattoe, and that, if he were appointed to that pattoe, he would be able to have the fields of that pattoe sown. We have given no answer to this because of Your Right Honourable's arrival. In the same manner we have acted with the ola No 19 of the welle baddepattoe; however, upon inquiry, we were unable to discover that any goods were taken by anyone. The ola No 20 was brought forward and read in Your Right Honourable's presence. The ola No 21 was found a few days ago inside this fortress, and nothing was done upon it either; it contains complaints against the mohandiram of the gravets. Among the reports and translated letter olas Your Right Honourable will find under No 44 an answer from Don Simon araatje of the kande badde pattoe to the ola written by us to him, wherein we promised him that he would be appointed as Mohandiram and Head over the kandepaddepattoe if he brought that pattoe to peace, and further applied his efforts to dispose the remaining districts to peace as well. Likewise, a resolution to make such a promise to him, the araatje, was taken, as appears from the note of 14 June, and regarding all of which we gave Your Right Honourable verbal disclosure, and on that occasion we also indeed declared that we judged that that aratje might really be appointed as Mohandiram and Head of the kandebadde pattoe, because he had great influence over the minds of the inhabitants, and one could thus promise oneself the best prospects thereof. Likewise, we also stated to Your Right Honourable that we were of the same opinion regarding the former mohandiram of the Magampattoe, and that he could therefore also be appointed as second modliaar of the Girrewaipattoe, in so far as Tinnekoon modliaar were to declare that he could not have the Girrewaij pattoe sown. Both the aforesaid petitioners are known to the first signatory as capable persons, and particularly Don Simon araetje to do both good and bad things. Moreover, we are also of the opinion that one could well advance some other persons from among the mutineers in order thereby to promote peace, since it appears to us that such is the best means at this time, whereas at another time we would reject it altogether. Among the bundle of annexures and other papers Your Right Honourable will find under No 11 a Report from the assistant Rutmullen and the surveyor Schwallie of the surveyed cinnamon plantations of the deposed brothers, the Mahavidaan mohandiram over the fishermen from the Oodure to Tangalen and the mahavidaan of the Oodure; and although they have not fulfilled their obligation and were therefore deposed, it nevertheless appears from that report that they have planted quite something, and possibly much more than many others, in reduction of their obligation, namely the Mahavidaan Mohandiram 15137 cinnamon saplings and the mahavidaan 25510 cinnamon alongside 696 areca and 54 sappan saplings; and as the mutineers have complained to us verbally about that deposition, it might possibly be useful if those people were reinstated. However, this slight difficulty arises against it, that the few fishermen have submitted a complaint ola against the Mahavidaan Mohandiram to the Dessave Mr. van Angelbeek, which is still in His Honour's possession. Since we sent the Detachments to the Oodure, Gandure, Belligam and Tallaram and placed a Picket in the Redoubt, not so much movement has been observed among the mutineers anymore, and they have kept themselves much quieter than before, and mostly in their districts. Whatever effort we have made to obtain a proper, further specification of their grievances against our ruling by mandate of 28 May of the past year, so
Dutch transcription
zijn, en ons vervolgens de klacht olassen overgegeven hebben m meede wij herwaarts terug gekeert zijn, en dezelve hebben doen translateeren, terweil vervolgens daar op zodanige be sluiten zijn genomen als bij de successive aantekeningen blij waar bij ook zo wel als bij de verdere aan uw E: E: Achtb: overgelegd werdende papieren, en olassen verder te berogens het geene wij tot uw E: E: Achtb: komst verricht hebben. Bij de olassen die niet getranslateerd zijn, zal uw E: E: Aatb onder N„o 18 een ola van Dissandike geweese Mohandiram der Maganpattoe vinden, waar bij hij zegt, dat hem deo telingen tegen wil en dank tot tweeden Modliaar van de girrewaipattoe hadden aangesteld en dat, wanneer bij d toe benoemd wierd, hij in staat zoude zijn om de velden dier pattoe te laaten bezaaijen. hier over hebben wij geen antwoord gegeven om de wille van uw E: E: Achtb: komste gelijker weise hebben wij gehandelt met de ola N„o 19 van de welle baddepattoe, echter hebben wij bij informatie met ko ontdekken er eenige goederen door iemand zijn genoomen De ola N„o 20 is aangebragt, en gelesen in uw E: E: Achtb: tegenswoordigheid De ola N„o 21. is voor een paar dagen binnen deze fortres gevon en daar op is meede niets gedaan hij behelst klagte tegen mohandiram der gravetten Bij de relaasen en Translaat brief olassen zal uw E: Eehh onder N„o 44 vinden een antwoord van Don Simonan van de kande badde pattoe op de door ons aan hem geschrev ola, waar bij wehem hebben belooft dat hij tot Mohand en No 1601 en Hoofd over de kandepaddepattoe zoude aangesteld werden wanneer hij die pattoe tot rust bragt, en verder zijne devoiren aanwende om de overige distrikten ook tot rust te disponeeren. gelijk tot het doen van zoo een belofte aan hem araatje een besluit genoomen is, blijkens aanteekening van den 14 Iunij en van welk een en ander wij uw E: E: Achtb: mondelinge opening gegeven hebben, en ons bij die gelegentheid ook hebben wel verklaard, dat wij oordeelden dat die aratje werkelijk mogte aangesteld worden tot Mohandiram en Hoofd van de kandebad„ de pattoe, weil hij veel vermogen had op de gemoederen der inge„ zetenen, en men zig dus de beste voor uit zigten daar van konde belooven, gelijkerwijze hebben wij uw E: E Achtb: ook opgegeven dat wij nopens den geweezen mohandiram der Ma„ gampattoe van het selfde begrip waaren en dat hij dus meede tot tweede modliaar van de Giawaipattoe zoude konnen aangesteld worden, in zo verre Tinnekoon modliaar kwam te verklaaren dat hij de Girrewaij pattoe niet konde laaten bezaaijen. bij de de voorschreeve supplianten zijn bij den eersten teekenaar als bekwaame menschen bekend, en wel Don Simon araetje om, zoo wel goede als kwaade-dingen te doen wij zijn ook nog boven dien van oordeel dat men nog wel eenige andere perzoonen uit de munitalingen zoude konnen avanceeren om daar door de rust te bevorderen aangezien het ons toescheint dat zulx in deeze tijd het beste middel is terweil we het op een ander tijd ten eenemaal zoude verwerpen. Bij de bondel bijlaagen en andere papieren zal uw E: E Achtb: onder onder N„o 11. een Rapport van den assistent Rutmullen en den landmeter schwallie vinden van de opgenomene kan neel plantagies van de afgezette broeders de Mahavidaan mohandiram over de vissers van de oudure tot Tangalen en den mahavidaan van de oudure; en of schoon zij niet aan huwe verbintenis voldaan hebben en daarom afgezet zijn, zoo blijt dog bij dat rapport dat zij nog al iets, en mogelijk velmen als veele andere in mindering hunner verbintenis hebben aange „plant en wel den Mahavidaan Mohandiram 15137. kanner plantzoenen en den mahavidaan 25510 kanneel nevens 696 arreek en 54 sappan plantzoenen en wijl de muntelingen h over die afzetting mondeling tegens ons opgehouden hebben zo zoude het mogelijk zijne nuttigheid konnen hebben wanneer die menschen hersteld wierden echter doed zich daar tegen wed deeze kleijne swarigheid op, dat de weinige vissers te gende een klagt ola tegen den Mahavidaan Mohandiram aan den heer Dessave van Angelbeek ingediend hebben die nog onder zijn Edele berust. zedert wij de Betachementen, na de ondure gandure Bal gam en Tallarm gezonden en een Piquet in de Reden geplaatst hebben heeft men zoo veele beweeging onder de muitelingen niet meer bespeurt, en hebben zij hun veel stilder dan bevoorens, en meest in hunne distrikten gehouden wat moeite wij ook gedaan hebben om een behoorlijke nader opgave te bekoomen van hunne beswaaren leg onze uitspraak bij mandaat van den 28 maij Ao Leed Zoo N a
English
1602 thus we nevertheless had to console ourselves with the good promise, without satisfaction, until finally, after Your Honorable Excellency's arrival, an ola was delivered to us by two mutineers from the Kandebadde Pattu, which, being opened by Your Honorable Excellency, was found to consist of 27 articles, partly containing a refutation of our dispatched mandate of the 28th of May last, and partly consisting of new articles. This ola Your Honorable Excellency handed over to us to have it translated, as was done, and the translation thereof, accompanied by the original ola, was sent to Your Honorable Excellency by us on the 23rd of this month. We now have nothing more to bring to the knowledge of Your Honorable Excellency, other than that the principal headmen appear to have not the least influence over the people, since none has been able to go to his district upon the orders given thereto by us up to two times, upon which they indeed departed, but turned back because the mutineers would not let them pass. Except Tinnekoon Modliaar, who went twice to his pattu at Kahawatte and Tangale, but accomplished little, because no one would come to him, and as, on the other hand, there is a general fear among the inhabitants of the lesser headmen of the mutineers, we therefore further consider that some headmen from among the mutineers ought to be promoted at this time, in order thereby to restore tranquility, for which we believe the hope is well-founded, especially if some of their small requests are still granted, since we believe that their appeal itself will [illegible], and they will moreover well penetrate that now by Your Honorable Excellency the last amicable means is being employed to bring them to tranquility; which they certainly will not neglect, as it is by no means an option to let the rebellion persist and to let it come to an extremity. We would gladly give Your Honorable Excellency further clarifications, were it not high time to submit the papers to the same, and we testify that we are very sorry that we could not have done so sooner, which however is not our fault, but must be attributed to the lack of a secretary, because our secretary De Moor departed sick for Gale without putting a single note in order, and we have obtained no other in his place, so that, besides the daily official affairs, we also had to manage and put in order the scribal work alone: to which is then added that some clerks here are sick, and we thus also had to make do in that regard, although we still had two hired persons in service and also profited from the interpreter of the Rhombodescription, serving without receiving wages, Don Constantijn de Silve Dissanaike, and the appuhamy Louis Ferdinandus, son of the former school tombobookkeeper at Gale, Andries Ferdinandus, both of whom write well, and after the conclusion of the translation work have shown themselves diligent in copying. 1603 Wherefore we take the liberty of recommending these people to Your Honorable Excellency's favor, so as to favor them on occasion with some small office. We conclude this by heartily wishing Your Honorable Excellency God's blessing in your endeavors, so that tranquility may soon be fully restored in this Dissavony, to the advancement of the interests both of the Honorable Company and of its subjects, and further have the honor to call ourselves with all respect, [below stood] Honorable Sir! Your Honorable Excellency's dutiful friends, [was signed] Dch Th: Fretz: and A. Samlant. [in margin:] Mature the 25th of June 1790. [below stood] Agrees. [was signed] M: F: Palim, authorized. Agrees. Sijbrands, Sworn Clerk. No. 12. 1604 The Commissioners on behalf of the Venerable Government of Ceylon: The Honorable Mr. Dieterich Thomas Fretz, Senior Merchant and Dessave of the Colombo Lands, and The Honorable Mr. Abraham Samlant, Merchant and Trade Bookkeeper at Colombo. Minutes kept during the session with The Honorable Mr. Christiaan van Angelbeek, Senior Merchant, Second of the Council, and Dessave of the Matara Lands. Tuesday the 4th of May, Anno 1790, at five o'clock in the evening. Initially, the Honorable Commissioners communicated to the Honorable Mr. van Angelbeek the mandate of their commission, contained in the Instructions of the Right Honorable, Valiant, and Highly Esteemed Mr. Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, granted to their Honors under date of 30th of April last. After the reading whereof, the Honorable Mr. van Angelbeek testified his hearty pleasure and gratitude for the favor which the Venerable Government has been pleased to show in satisfaction of the request of both His Honor and his subordinate headmen by appointing this commission, and His Honor, as well as these headmen whom he hopes, if not all, at least the majority of them, to consist of right-thinking subjects, greatly rejoices at the arrival of the Honorable Commissioners, being convinced that their Honors' ultimate aim is to do justice to everyone, in a circumstance of time where such is required most urgently, because the rebels
Dutch transcription
1602 zoo hebben wij ons evenwel moeten getroosten met de goede belofte, zonder voldoening, tot dat eindelijk na uw E: E: Achtb: komst, een ola door twee murtelingen uit de kandebadde„ pattoe aan ons besteld is, die bij uw E: E Achtb: geopent zijnde, bevonden wierd te bestaan in 27 artikult, ten deele in hou„ dende wederlegging van onse afgesonde mandaat van den 28 maij I„o L: en deels uit nieuwe artikuls bestaande. deze ola heeft uw E: E Achtb: aan ons overgegeven, om hem te laten Translateeren, gelijk geschied en dies translaat verzelt van de origineele ola, aan uw E: E: Achtb: op den 23 dezer door ons toegezonden is wij weeten uw E: E: Achtb: nu niets meer ter kennis te brengen, dan alleen dat de principaale hoofden geen het minste ver„ moogen op het volk schijnen te hebben, terweil er geen na zijn district heeft kunnen gaan op de daar toe door ons, tot 2 maalen toe, gegeve ordres, waar op zij wel vertrokken dog te rug gekeerd zijn, om de wille de muntelingen hun niet hebben willen laten passeeren. Exepto Tinnekoon Modliaar, die twee maalen na zijn pattoe te kahawatte en Tangale is geweest, dog weinig uitgevoerd heeft, wail niemand bij hem heeft willen komen en alzoo daar tegen een algemeene vrees onder de ingezetenen voor de mindere hoofden der muntelingen is, zoo vermeenen wij daerom al nader, dat er eenige hoofden uit de muitelingen in deeze tijd dienen bevorderd te worden, om daar door de rust te herstellen, waar toe wij meenen dat de hoop gegrond is, insonderheid wan„ „neer hun nog eenige kleine verzoeken worden toegestaan, aangezien P aan leg Leede aangezien wij vermeenen dat hun het Appel selfs zal ver en zij ook bovendien wel zullen penetreeren, dat nu d uw E: E: Achtb: het laatste middel in der minne aange „wend word, om hun tot rust te brengen; het welk zij de wel niet zullen verwaarloosen, alzoo het in geenendeele zaak is om den oproer te laaten doorstaan en het tot uyjten telaaten koomen. gaarne zouden wij uw E: E: Achtb: nog meerdere op heldenin willen geven, indien het niet hooge tijd was om de papsieren den zelven overteleggen, en wij betuigen dat het ons seer sppijt dat we zulks niet eerder hebben konnen doen, het me nogtans onze schuld niet is, maar aan het gebrek van een secretaris toegeschreeven moet worden, weil onsen secretaris De Moor, sonder eene aanteekening in ordre te brengen, ziek na Gale vertrokken is, en wij geen anderen in de plaat hebben bekomen, zoo dat wij bij het dagelijkse besthonden za „ken ook teffens het schrijffwerk alleen hebben moeten bestiee en in ordre brengen: waar bij dan nog komt, dat eenige pen „nisten alhier ziek zijn, en wij ons dus daar omtrend ook hesbe moeten behelpen, schoon we nog twee huurlingen in dienst he gehad en ook nog geprofiteerd hebben van den tolk der Rhon bobeschrijving / sonder gagie te genieten / Don Constantijn de silve Dissanaike, en den appoehamij Louis Ferdinandu zoon van den gewezen school thom bohouder te Gale Ande Ferdinandus, die beide wel schrijven, en na het afloopen van het Translateerwerk hun ijverig in het koppieeren betoond hebben Notar 1603 hebben alwaarom wij de vrijheid gebruiken van deeze men„ „schen in uw E: E: Achtb: gunst te rekommandeeren, om hun bij gelegenheid met het een of ander amptje te beguns„ wij besluiten dezen met uw E: E: Achtb: Godes Zegen in desselfs verrichtingen hertelijk toetewenschen, op dat de rust eer lang in deeze Dessavonij ten vollen moge hersteld worden, tot bevordering van de belangens, zo van d'E Kompanie, als van haare onderdaanen en hebben voorts de eere van ons met alle achting te noemen /onderstond/ E: E: Achtbaare Heer! uw E: E: Achtbaare Dienstschuldige vrienden /:was getekent:/ Dch Th: Fretz: en A: Samlant /:in margine:/ Mature den 25:' Iunij 1790 /:onderstond / At K„ kordeerd /:was getekent:/ M: F: Palim geauthoriseerde Accordeert Sijbrands Egklerk „tigen EeAspaar Nagezijn Noaar No. 12. ƒ 1604 De Kommissarissen van wegen de Gevenereerde Ceijlonsche Regiering D E E: Heer Dieterich Thomas Fretz: opperkoopman en Dessave de Kolombo„ „sche ommelanden en D E: Heer Abraham Samlant koopman en Negotie boekhouder te Kolombo. Aanteekening Gehouden bij sessie van mitsgaders D: E: E: M„r Christiaan van Angelbeek, opperkoopman, Taels sekun„ „de en Dessave der Maturese Landen Dingsdag Den 4=en Maij Anno 1790. savonds ten vijf uuren. Aanvankelijk kommuniceerden de E: E: Heeren Kom„ „missarissen aan den E: E: Heer van Angelbeek de last hunner kommissie, vervat bij de Jnstruktie van den wel edelen Gestrengen groot Agtbaeren Heere willem Jacob van de Graaff Raad ordinaris van Nederlands Jndia„ Gouverneur en Direkteur van het Eijland Ceijlon met dies onderhoorigheeden onder dato 30:' april Jongstleeden hun E: E: verleend. Na welkers opleesing de E: E: Heer van Angelbeek desselfs hertelijk genoegen en erkin„ „tenis betuijgde over de gunste, die de gevenereerde reger„ „ring heeft gelieven te bewijzen ter voldoening aen het verzoek zoo van zijn E: E: als desselfs ondergeschikte hoofden door het benoemen dezer kommissie en zijn E: E: dus neevens deeze hoofden die denzelven verhoopt, zoo niet alle ten minsten de meerderheijd van hun, in wer „denkende subjekten te bestaen over de komste van E: E: heeren kommissarissen zich zeer verblijden, overtuijgd zijnde dat hun E: E: einde oogmerk is aen elk recht te doen, in eene omstandigheijd des tijds, daar zulx het hoogst nodig word vereischt wijl de oproerigen op
English
the rebels will complain bitterly that they are, as it were, persecuted on all sides by injustice. That the Honorable Mr. van Angelbeek thus submits himself to the strict examination of his conduct and manner of dealing with his subjects, and in a word of His Honor's aims which he had achieved in his efforts and could have achieved in the future. Moreover, that His Honor's conduct, free from all sordid gain, was always blameless and disinterested, and his manner of dealing with the inhabitants of this Dessavony to keep them in good order and discipline was in accordance with the laws of the Honorable Company and the intrinsic nature of the country, keeping them as much as possible to their own labor for the benefit of their households, and also to their obligatory services for the Lord of the Land; and finally, that the Honorable Mr. van Angelbeek believes thereby, in his aim, through God's blessing, to have succeeded in every way; of which a striking proof is the rich harvest which the inhabitants and the Honorable Company have had from agriculture during his three-year administration, and especially in the preceding book-year and in this recent great harvest. The Honorable Commissioners politely replied to the compliments of the Honorable Mr. Dessave van Angelbeek with the assurance that their effort would be to attend to the charge entrusted to their care and good disposition with the utmost activity and justice, for the welfare of the country and the satisfaction of the good inhabitants, and thereby also to give pleasure to the revered Government of Ceylon; asking to that end the Mr. Dessave van Angelbeek for an opening and elucidation of all that had occurred, for the deliberation of what is necessary in order to be able to begin such an important commission with good counsel, and namely: which of the mutinous party is the largest or most prominent crowd, and where they are staying. The Honorable van Angelbeek replied to this that only yesterday afternoon he had received from Gale the letter and, in accordance with it, also the order to disclose to their Honors the circumstances of this conspiracy so far as His Honor has successively come to know of it; that His Honor had dearly wished, by a brief memorial to the Gentlemen Commissioners, to treat of the circumstances relative to the present internal commotion, and to hand over the same accompanied by the documents serving thereto, but that a confluence of many distracting occupations had prevented His Honor from doing this. That His Honor, however, found this somewhat less necessary, since the Honorable Commissioners had been pleased to inform His Honor that their Honors had in hand copies of all the letters exchanged up to 25 April between here and Gale, in which letters all that had occurred was treated in detail, and what had further occurred is likewise treated in the letters written to Gale since then up to 3 May inclusive, copies of which His Honor would further have the honor to hand over to their Honors. That His Honor further had the pleasure to report that the peoples of the Seigniory of Belligam and D'Ondure, as well as those of the Four Gravets, the Wellebadde Pattoe, Gangebadde Pattoe, Magampattoe, and the Four Baijgams, have no part in the mutiny, and that those of these peoples who had been drawn into it by force have almost all returned to their dwellings. But in answer to the Honorable Commissioners' second question, the Honorable Mr. Dessave van Angelbeek stated: That he could not assure with certainty where the rebellious crowd, namely that of the Belligamkorle, which according to incoming reports is the most obstinate, is presently staying; as the same recently gathered together at Denepitieje, and has since decamped from there toward Kohawatte; but that since His Honor had been informed by some spies that the mutineers did not intend to bring their complaints before the Gentlemen Commissioners, he, after taking advice from the Maha Mudaliyar of the Right Honorable Lord Governor's Gate, Alesinge, had dispatched some sannases to the roaming bands of the mutineers, merely to give them notice of the arrival of the Honorable Commissioners on this day, believing it would thus be best for the Honorable Commissioners to await the return of the aforesaid sannases or dispatched sattermandoe appoes in order to know with certainty the place where the large crowd is staying. Whereupon the Honorable Commissioners, after mature consideration of everything that could serve as an observation for or against, agreed with one another not to await the answer to the sannases issued by the Honorable Mr. Dessave van Angelbeek, but the morning after tomorrow to sail up the river in a boat to the village of Maliemande, situated in the Belligamkorle, as the Honorable Mr. Dessave van Angelbeek held these mutineers to be the most dangerous and most obstinate, and meanwhile at this very time to send ahead a sannas from Their Honors to the gathered band of that korle, and have the same delivered to them at the place where they might be found, indicating the appointed day of Their Honors' departure to the said place, as well as the aim thereof.
Dutch transcription
oproerigen zal zeer klagen, dat zij als het waere, n„ alle kanten door onregt vervolgt worden. Dat de E: E: Heer van Angelbeek zich dus overgeeft aln het streng onderzoek van zijn gedrag, en handelwijs met desselfs onderdaenen, en met een woord van zijn E: E: oogmerken die in desselfs pogingen berijkt ha en in het vervolg zoude hebben konnen bereijken. Cro „wens! dat zijn E: E:s gedrag, vrij van alleen vuijlge „win altijd onbesprooken en belangloos was, en der selfs handelwijze om de inwoonderen deeser Dessavo „nij in goede order en Discipline te houden, over een„ „komstig de wetten van de Ed: komp: en den in „trinsiquen Lands= aard hun zoo veel mogelijkho „dende aen hun eigen arbeijd ten nutte hunner huijs houding en ook aan hunne verpligte diensten voo den Landheer en Eijndelijk Dat de E: E: Heer van Angelbeek vermeent daar door in Desselfs oogmerk allezints door gods zeegen geslaegt te hebben; waar van een doorslaende blijk zij deen rij „ken invegst, die de Jngezetenen en de DE: Komp: u den Landbouw, geduurende desselfs drie Jaerig bestiek en inzonderheijd in 't voorgaende boekjaar en in deezen Jongsten grooten oegst, gehad hebben. De E: E: Heeren Kommissarissen hebben de plichtpleging van den E: E: Her Dessave van Angelbeek beleefdelijk beandwoord met de verzee „kering, dat hunne pooging zijn zoude om den Last die hun„ „ner zorge en goed bereid is aenbetrouwd met de meeste acti„ „vitijd en Rechtvaerdigheid, tot welzijn van het land en geede„ „doeninge van de goede ingezeetenen, waerteneemen; en daer in tevens de gevenereerde Ceijlonsche reegering genoegen te gewen vraegende ten dien eijnde aen den heer Dessave van Angel„ „beek openinge en Elucidatie van al het voorgevallene ter beraedslaginge van het noodige, om zulk eene gewigtig kommissie 1605 beginnen, en wel voor„ kommissie met goed overleg te konnen „namelijk; welke van de muijtende partij, de grootste of uijtsteekendste hoop zij, en waer zij zich ophouden. De E: E: van Angelbeek repliceerde hier op van eerst gister middag de brief en, volgens dien, tevens de order, om aen hun Ed: de omstandigheid deezer samenzweringe voor zoo veel zijn E: E: dezelve successievelijk ter kennisse ge„ „koomen is, openteleggen, van gale ontvangen had; dat zijn E: E: gaerne gewenschet had bij een kort memoriael aen heeren kommissarissen de omstandigheeden betrekke„ „lijk tot de presente binnenlandsche beweeging te verhandelen, en het zelve, onder bijvoeging van de daer toe dunende Dokumenten overtegeven dog dat een zamer„ loop van veele afleijdende occupsien zijn E: E: hier in verhinderd had. Dat zijn E:E: dit egter minder tand nodig vond, vermits E: E: Heeren kommissarissen aen zijn E: E. wel hadden willen kennis geeven dat hun edeles koppij van alle de gewisselde brieven tot den 25. April tusschen hier en gale in handen hadden, bij wel „ke brieven alle het voorgevallene in het breede ver „handeld was, en het verder voorgevallene insgelijk verhandeld is bij de zederd na Gale geschreevene brie„ „ven tot den 3:' Maij inklusive, die zijn E: E: nader de eer zoude hebben en kopij aen hun Edelens overte„ „geeven. Dat zijn E: E: verder het genoegen had te „rigten, dat de volkeren van de Heerlijkheid van Belligam en D' ondure als meede die van de vier gravetten, de welle badde pattoe, Gangebadde patta Magampattoe en de vier baijgams aen de muijterij geen deel hebben, en dat de geene die van deeze vol„ „keren er met geweld onder getrokken zijn geweest, bi na allen weder in hunne wooningen te rug gekeerd zijn. Dog ter beandwoording van der E: E: Heeren kommissarissen kommissarissen tweede waeg, diende den E: E: Heer Dessave va Angelbeek: Dat niet voor vast konde verzeekeren, waer zic de oproerige hoop, teweeten die van de Belligamkorle, die volgens ingekoomene berichten, de vermaedste is, tans op„ „hout; als zijnde deselve onlangs op Denepitieje bij een vergadert geweest, en zedert van daar noer kohawatte opgebrooken; dog dat vermits zijn E: E: door eenige spi„ „ons onderrigt was geworden, dat de muijtelingen hunne klagten bij Heeren kommissarisen niet vermeenden inte„ „brengen, denzelven na ingenoomen advies van den Maha„ modliaar van den wel Edelen Groot Agtb: heer Gouverneure porta Alesinge, eenige Sannassen aen de omswervende benden der muijtelingen had laeten afgaen, om hem eenvoudig van de komste der E: E: Heeren kommissarissen op heeden, kennis te geeven, vermeenende dus best te zullen weezen, dat de E: E: Heeren kommissarissen de terug komst der niet voor= melde sannassen of uijtgezondene satfermandoe appoes kwa„ „men aftewagten ten einde niet zeekerheid te kunnen wee„ „ten, de plaets waer de groote hoop zig ophoud. waar op de E: E: Heeren kommissarissen, na reijpe overwer„ „ging van alles, dat voor of tegen eenige aenmerking konde dienen met elkanderen over een kwamen, om het antwoord op de uijtgevaardigde sannassen door den E: E: Heer Dessave van Angelbeek niet aftewagten, maar overmoogen ogtent met een schuijt naar 't Dorp Maliemande, Geleegen in de belligamkool, de revier op te vaeren, alzoo de E: E: Heer Dessave van Angel„ „beek deese Muijtelingen voor de gevaerlijkste en meest halsterige hield, en intusschen op dit tijdstip zelfs een sannas van hun E: E: aen de tezamengerottene bende van die korle te laeten voor afgaen, en dezelve aen huen te doen bestellen, ter plaetse daer ze zich mog„ s „ten bevinden aenduijdende de bepaalde dag hun EE: vertrek na gem: plaets, zoomeede het oogmerk daer
English
thereof, namely: to hear their complaints and to do justice thereon, according to the order of the Right Honorable Governor together with the Council, adding that their Honors would await all those who had anything to present there; and would subsequently go to such other places as they might find necessary. Their Honors the Commissioners furthermore declared their willingness to travel from province to province in order to give everyone the opportunity to bring forward their interests without fear, for which purpose they hoped to obtain the necessary coolies for their transport from the mutineers, whom the Honorable Mr. van Angelbeek declared he was unable to provide, as he had not even been able to obtain any for the guard. Thus recorded at the Fortress of Mature on the date and in the presence as mentioned at the head of this document; was signed: D: J: Fretz: A: Samlant C: van Angelbeek: Note LV: ALinde Examined 1607 Record Kept At the session of The Commissioners on behalf of the Venerable Government of Ceylon The Honorable Mr. Dietrich Thomas Fretz: Senior Merchant and Dessave of the Colombo Lands and The Honorable Mr. Abraham Samlant Merchant and Trade Bookkeeper at Colombo Together with The Honorable Mr. Christiaan van Angelbeek, Senior Merchant, Second of Galle, and Dessave of Mature Monday, the 24th of May Tuesday, the 25th ditto Anno 1790: Wednesday, the 26th ditto Thursday, the 27th ditto These sessions being specially convened for the consideration of the complaints and petitions submitted by the assembled mutineers as well as by various private individuals, in order to put matters into such a state as shall be deemed serviceable and necessary for the speedy promotion of the restoration of peace in this dessavony. Initially, the Honorable Mr. van Angelbeek produced a petition addressed to his Honor by the four native chiefs whom the Honorable Commissioners, being at Hakmana, found it advisable to have arrested; namely, the Vidane Mohandiram of the Baygams Don Franciscoe de Zilva Abejegoenewardene Wikkremeratne, his sons the Mudaliyar of the Weligam Korale Don Constantijn Roderigo De Zilva Abejesiriwardene Wikkremeratne, the Mohandiram and Second Interpreter at the Gate of the Dessave of Mature Bartholomeus de Zilva Wikkremeratne, as well as the son-in-law, the Mohandiram of the Kandaboda Pattu Don Joan Cammerediwakere Wannigeratne Manamperie, in which they state that they do not know in what respect they had deserved the hatred of the mutinous crowd that had requested the Honorable Commissioners to dismiss the petitioners from their posts. But because it appeared, as they had heard, that the mutineers persisted in their made request, they took the liberty, for the promotion of peace, to request their discharge from their posts, provided however that the complaints against them be investigated and, if found guilty, they might be punished; or otherwise that they might continue to retain the favor of the Government and their further superiors, which they had earned through their loyalty, zeal, and vigilance in the service of the Honorable Company. Whereupon it was unanimously agreed to grant the petitioners' request, hereby declaring their posts vacant and at the same time announcing to them that the complaints against them would be further investigated, and that the 1st, 2nd, and 4th of them must in the meantime depart and leave tomorrow for Galle with the available coolies of the Honorable Commissioners, to remain there until further orders, until the bitter minds of the mutineers should be somewhat calmed. But that they might be warned privately by the Honorable Mr. van Angelbeek that they may not carry any cleavers in this dessavony, though they were free to do so outside this dessavony. While the third, being the Second Interpreter, who owing to his illness could not be placed under arrest, may be excused from the journey to Galle on the one hand because of his continued illness, but primarily on account of the declaration of the Honorable Mr. van Angelbeek that he could not spare him because he had in his possession many olas and writings that could be useful to the commission; while moreover, for the refutation of many impertinent complaints of the mutineers, he could provide the necessary elucidations, the more so because the Mudaliyar and First Interpreter Ilangakoon, during his Honor's now three years' administration, had concerned himself little with the Gate service and had also shown himself completely unwilling in that regard.
Dutch transcription
1606 daar van, naemelijk: om hunne klagten aentekooven en daar op regt te doen, volgens last van den weledelen Groot agtbaere Heer Gouverneur nevens Den Raed, met bijvoeging dat hun E:E:s alle de geene, die iets te leggen hadden, aldaar zouden afwagten; en vervol„ „gens na zodanige andere plaetsen zouden gaen, als zij kwaemen te bevinden nodig te zijn E: E:s kom„ missarissen betuijden voorts willenste zijn om van proventie tot proventie te reijzen, ten einde een ider geleegentheid te geeven om zijne belangens onbeschroomt te konnen voorbrengen, waar toe zij verhoopten de nodige koelies tot hun Transport die de E: E: Heer van Angelbeek betuijgde niet te konnen bezorgen, als er zelfs geen op de wagt hebbende kunnen krijgen, van de Muijtelien„ „gen te zullen konnen bekoomen. Aldus aangeteekend ter Fortresse Mature dato en ter presentie als in den hoofde deeses vermeld; /:was geteekend:/ D: J: Fretz: A: Samlant C: van Angelbeek: Aanteekening LV: ALinde Nagezien 1607 Aanteekening Gehouden Bij sessie van De Kommissarissen van weegen de Gevenereerde Ceilonse Begeering De E: E: Heer Dietrich Chomas Fretz: opper„ koopman en Dessave der Kolombose ommelanden en De E: Heer Abraham Samlant koopman en Negotie Boekhouder te Kolombo Mitsgaders De. E: E: Heer M„r Christiaen van Angelbeek, op„ „perkoopman, Gaals Sikunde en dessave van Mature Maandag, den 24. Mai„ Dirgsdag, den 25 d=o Anno 1790: Woensdag, den 26. d=o Donderdag den 27. d=o Deeze zittingen Expres belegt zijnde tot de overweeging der van weegen de te zaemen gerotte Muitelingen zo wel als door diverse bezondere perzoonen ingediende klagt- en versoek- schriften, ten Eijn= „de de duigen in zodanigen staat te brengen, als ter spoedige be„ vordering. van de Verstelling der rust in deeze dessavonie dien„ „stig, en noodig geoordeelt zal worden. Aanvangelijk Produceerde den E: E: Heer van Hagelbeek Een Re„ „quest, gedediceerd aen zijn E: E: door de vier inlandsche Hoofden, die de E: E: Heeren Kommissarissen te Hakman zijnde, hebben geraeden gevonden te laeten arresteeren; teweeten De vidaen Mohan„ „diram der Baigams Don Franciskoe de Zilva Abeje„ „goenewardene wik kremeratne zijne zoons Den Modliaer der wellebaddepattoe Don Constantijn Roderigo Dezil„ „va Abejesiriwardene Wikkremeratne, De Mohandiram en tweede Tolk aen de porta van den Heer Dessave van Mature Bartholomeus dezilwa wikkremeratie, Misgaders schoonsoon den Mohandirai der kandebadde„ „pattoe Den Joan Cammerediwakere wannigeratne Manamperie, waer bij zij te kennen geeven, van niet te„ „weeten ten welken opzigte zij de haat van de muijtende Hoop. hadden verdient dat die de E: E: Heeren kommissarissen had verzogt om de supplianten uijt hunne diensten te zetten, Dog weil 't' scheen, gelijk zij vernoomen hadden, dat op dat de muijtelingen bij hun gedaen verzoek bleeven vol„ „harden, zo gebruijkten zij de wrijheid om, ter bevordering van de rust hun ontslag uijt derzelver diensten te versoeken, dog dat tevens de klagten ten kunnen laste onderzogt, en zij schuldig zijnde gestraft mogten worden; of anders dat ze de voortduurig van de gunste van het Gouver„ „nement, en hunne verdere Gebieders, die ze zich door hun trouwe, iever en vigelantie in den dienst van D E Komp: waerdig gemaekt hadden, mogten blijven behouden, waer op Eenparig verstaen is der zupplianten verzoek te Akkon„ „deeren, hunne diensten mits deezen vakant te verklaeren en hun teffens aantekondigen Dat de klagten ten hunnen laste nader zouden onderzogt worden, en dat de s:te 2=de en 4=de hun intusschen zullen moeten verwijderen, en Morgen zelfs met de aenhanden zijnde koelies van de E: E: Heeren kommissarissen naar Gale. vertrekken, om aldaar tot nadere „der muytelingen wat beduart zoude (weezen ordre te verblijven, tot dat de verbitterde Jemoederen, Dog datze door den E: E: Heer van Angelbeek wel onder„ „hands mogten worden gewaerschouwd, dat zij in deeze dessavonije geene Houwers zouden mogen draegen, maar wrijheid hadden om zulks buijten deze Dessavonij te mon „gen doen. Terwijl den derden, zijnde den tweeden Tolk, die weegens zijne ziekte niet heeft konnen in arrest ge„ „bragt worden, van de reize na Sale Geex cuseerd mo uijt hoofde zijner aenhoudende ziekte aen de Eene zeide, dog wel hoofdzakelijk om de wille der betuij „ging van den E: E: Heer van Angelbeek van hem niet te konnen missen uijt hoofde hij veele olasse en Geschriften onder zich had, die opzigtelijk tot de kommissie zouden konnen dienstig zijn; terwijl hy boovendien tot weederlegging van veele onbescheijden klagten der Muijtelingen, de noodige Elucidati konde geeven, temeer om dat den Modliaer en Eerst Tolk Jlangakoon geduurende nu zijn E E:s drie Jang bestier, zich weenig met den porta dienst bemoeid, daar toe ook in allen deelen onwillig getoond had„
English
and was also a person who indulged excessively in drink, and gave no heed to good advice, which the Honorable van Angelbeek had often given him, thereby being more troublesome than useful in the service, whereas on the other hand the aforementioned Interpreter Mohandiram was a man of proven competence at all times, giving good tokens of his loyalty and diligence in his master's service; understanding nevertheless that the said Interpreter Mohandiram should not be permitted to appear publicly, in order thereby to prevent the disgruntled from dwelling upon it, nor to believe as if he had not actually been dismissed from his office. While it was furthermore resolved not to fill the vacant function permanently, but to entrust the provisional execution thereof, upon the proposal of the Honorable van Angelbeek, to the persons to be named hereafter; namely: The Kandebadde Pattu to the Gajenaike Mudaliyar Don Constantijn Dissanaike Tillekeratne, as being at present least occupied in his Gajenaike service and having formerly been head of that pattu. The Wellebadde Pattu to Don Constantijn de Saram Amarasekara Wijesinghe, former Mudaliyar of that pattu, who some years ago was dismissed from that office at his own request. The Four Gravets to the former Mohandiram of the Woodcutters, dismissed at his own request, Don Louis Liyanarankon Wijesinghe. While for the present it is deemed unnecessary to appoint someone provisionally to the post of Second Interpreter, as the First Interpreter Ilangakoon is present, who it is trusted will now attend to his office better than before; whereas otherwise, or during his absence, the Honorable Dissava may employ such person among his chiefs as His Honor shall think fit. Of the aforementioned dismissed native chiefs, two of those arrested, namely the chiefs of the Wellebadde Pattu and Kandebadde Pattu, together with the Mohandiram of the Gravets, who had also been ill and had now come inside the fort after his recovery, were called during this meeting, and the resolution upon their submitted petition was announced to them. Whereupon they expressed their willingness toward its strict observance, indicating however that they were more or less uneasy and embarrassed, firstly concerning their arrears of lease-tax of paddy etc. to the Honorable Company, and secondly that when they depart for Galle without a military escort, they might be attacked on the road by the rebels, whereupon the Honorable van Angelbeek took it upon himself to take care as far as possible of their lease paddy and to have the same properly administered: thus it was agreed to note this here, and also to have the said three persons escorted by a detachment of 24 eastern privates along with the necessary non-commissioned officers, under the command of a European sergeant, to the village of Andahawatte in the Galle Korale. Subsequently, the written complaints etc. which were presented by the rebels to the Commissioners both on the journey from Galle hither and while here, as well as during their presence in the country, together with those which Their Honors received at Colombo and from the side of the Galle Company, were taken in hand and, along with the elucidation and reply given thereto by the Honorable Dissava van Angelbeek and the chiefs, taken into consideration; and beside each article the necessary remarks, decisions, and considerations of Their Honors the Commissioners, with the advice of the Honorable Dissava van Angelbeek, were recorded, namely: Replies of the Honorable Dissava van Angelbeek and the chiefs, as well as remarks, decisions, and considerations of Their Honors the Commissioners with the advice of the Dissava aforesaid etc. General complaints of the inhabitants of this dissavony, except those of the Giruway and the Magam Pattu. No. 1. The Honorable van Angelbeek has submitted, in refutation of several articles, a reply to the general complaints, from which the paragraphs serving as answer and elucidation to each article will be set down next to it. Translation of a Sinhalese ola presented to the Great Dissava of Colombo, Saffragam, the Four and Seven Korales, together with the Honorable Samlant, who are authorized with the charge to cause the discontent of all the inhabitants of this Matara Dissavony to cease, containing general complaints about the injustice done to them. P.S. In reply to this first complaint, there are produced here under No. 1 six Sinhalese reports from the Sinhalese chiefs and minor chiefs present here, in which reports they have stated under offer of oath which of their minor chiefs were punished by me during my administration in this dissavony. The Honorable Matara Dissava now placed over us has, since the day of His Honor's arrival in this territory, imposed many ordinary and extraordinary heavy services which were previously unknown, upon the minor chiefs and inhabitants, without distinction of person; out of fear they perform the same properly and accurately.
Dutch transcription
1608 en ook een subject was die zig in der drank te bui„ „ten ging, en na geen goeden Raed, die de Heer van Angelbeek hem dikwils had gegeeven gehoor gaf, en daar door meerder Lastig, als nuttig in den dienst zij, waer en teegen de voorschreeven Tolk Mohandiraum een man was een beproefde bequaemheid ten allen tijde goede blijken, geevende van zijne trouwe en acti-viteit en smeesters dienst -— verstaende nogtans dat gedagte Tolk Mohandiram zig e niet publiek zoude moogen verthoonen, om daer door voortekoomen dat de misnoegden hun daer over niet kwaemen op tehouden, nog te Gelooven als of niet werkelijk uijt zijn ampt ontslaegen was. Terwijl alverder beslooten is om de vakante functie met finael te ver„ „vullen maar dezelve ter provisioneele waer„ „neeminge, op de propositie van den Heer van Angelbeek aen de Hier natenoemene Per„ soonen opte draegen; als. De Kandebad de pattoe aen den Gajenaik Mod„ „liaer Don Constantijn Dissanaike Tible„ „keratie als het minst tans in zijn Gajenaiks dienst geoccupeerd en wel Eer Hoofd, dier pattoe geweest zijnde. De wellebadde pattoe aen Don Constantijn de Saran ammeres ouwardene wiedjesinge geweezen Modliaer dier pattoe die voor eenige Jaeren op zijn verzoek uijt dat ampt ontslae„ „gen is. De vier Baigams aen den gewe en op zijn verzoek ontslaegen Mohandiram der Woutkapperij Den Louis Lammerekoon wiedjesinge. Terwijl het voor Eerst onnodig g'agt word om ie„ mand provisioneel tot den dienst van tweede Tolk te benoemen te benoemen, wijl den Eersten Tolk Jlangakoon er is, die men vertrouwd dat nu zijn ampt beter dan bevoorens zal waerneemen; Terwijl anders„ of bij dies absentie den Heer Dessave zig van zodanigen Persoon zijner hoofden zal konnen bedienen als zijn E:E: zal goedvinden. Van voormelde uit den dienst gestelde Jnlandsche Hoofden, werden twee gearresteerden Namelijk de Hoofden van de wellebaddepattoe en kandebadde pattoe, nevens den Mohandiram der Baigams, die ook ziek is geweest en nu na zijn herstelling binnen 't' fort gekoomen was staende deze byeen komste geroepen, en hun het besluijt op hun Jngedient request aengekondigt. Waer op zij hunne bereidwilligheid betuijgden tot dies stipte hae„ „koming, onder te kennen geing Egter dat ze min of meer ongerust en verleegen waeren, Eerstelijk om„ „trent hun agterstallige pagt-schat van Nelij enz: aen DE: Comp:, en ten tweeden dat wanneer ze zonden een dekking van Militairen na Gale vertrekkende op de weg door de Muitelingen mogten overvallen worden, waer op de E: E: van Angelbeek op zig genoomen hebbende zo veel mogelijk voor hun pagt Nelij zorg te dragen, en dezelve na be„ „hooren te doen administreeren: zoo is verstaen zulks hier te noteeren, en tevens ged=t drie persoonen door een Detachement van 24. oosterse gemeenen nevens de Nodige onder officiers, onder Te Commando van Een Europeeze sergiant tot het doop Ardahawatte in de GaleCorle te doen esconteeren. „d Vervolgens wierden de klagt schriften enz: welke de Muij„ R „telingen aan de Heeren kommissarissen zo op de reize van bed hoo Gale herwaerts, en hier zijnde, als bij dezelver aenweezen deke in het land gepresenteerd, mitsgaeders de geenen die hunst E: E: 1609 E: E: te Kolombo, en van Cale Komp. s weegen ge„ „kreegen hebben; bij der hand, en nevens de daar op gegeve Elucudatie en b'andwoording door den E: E: Heer dessave van Angelbeek, en de Hoofden in overweeging genoomen, Mitsgaders bezeiden ider ar„ „tikel dezelve de Nodige aenmerkingen, beslossin„ „gen en Konsideratien van E: E:s Kommissarissen met aovies van den E: E: Heer Dessave van Angelbeek bekend gesteld, teweeten. Generaele Klagten van de Jnge„ Beandwoordingen van den E: E: Heer Zeetenen dezer dessavonie be zo meede aenmerkingen, beslissingen en „halven die der Girrewaij en de Magampattoe. dessave van Angelbeek, en de Hoofden konsideratien van E: E:s Heeren kommissarissen met advies van den Heer dessave voorm: &=a No. 1. De Heer van Angelbeek heeft ter Translaet Singaleeze ola Gepresenteerd weederlegging van verscheide artikelen overgelegt een beantwoording van de aan den Heer Groot Dessave van Ko„ geenerale klagten waer uijt de para „lombo, saffregam, de vier en seven„ „graphor die op ieder artikel tot and „korles neevens den Heer famlant die ge„ volmagtigd zijn men den last om de mis„ „woord en Eliocuditie dienen naest het moedigheid van alle de Ingeseetenen deeser zelve zullen ter needer gesteld worden. Matureesche Dessavonie te doen opgouden ver„ „vattende Generaele Klagten over het onregt dat hun aengedaen word. P S. ser beandwoording van deeze Eerste De tans over ons gestelde Heer Maturese Klagte word hier geproduceerd sub dessave legt zeedert den dag van zijn N:o 1. ses stuks singaleese Rapporten E:s komste in dit gebied veele gewoone„ van de alhier Presente singaleese Hoof en ongewoone swaere diensten die be„ „den, en Mindere Hoofden bij welke Muij Rapporten dezelve onder aenbieding van voorens onbekend waeren op aen de Min= van Eede ongegeeven, welke hunner minder dere Hoofden en ingezeetenen, zonder onder„ hoofden geduurende mijn bestier in scheid van persoon uijt vreeze ver= weezen deze dessavonie door mij zijn afge„ „rigten zij dezelve na behooren net die hun straft geworden. uijt hun zij a„ doop P S. .
English
them all, even if a family was ten and indeed fifteen men strong, and if they were lacking in the very least in that regard, they were, even if they were arachchies or canganies or vidanes, punished with hundreds of cane lashes, regardless of whether it was fitting or not, very severely and even to the tearing of the flesh on the back, and not released until they were half dead, to the extent that those who were punished were forced to lie on banana leaves and subsequently, with the help of medicines, recover after some months, just as in the same manner arachchies were put into chains without respect of person. Many similar executions of punishment have many lesser headmen and inhabitants had to undergo, which is evident from hundreds of people who retain the scars of it until their death. From the report of the first interpreter and Attepattoe Mudaliyar, as well as the Mohandiram belonging to the Attepattoe, it appears above all that I have never punished anyone contrary to custom, and that I even punished far less than other and earlier Dessaves. That this is the truth the whole colony will likewise be able to witness, as often an entire month passes without a single person being punished at my gate. As regards the severe punishment, it is certain that no one was punished by me in such a manner that anything happened to him because of it. It is nevertheless also true that when punishing I used that seriousness which the greatness or slightness of the crime required; and since I punished very little, and preferred to let small offenses pass with a few days' arrest or with admonitions, and only punished when such mild means were no longer helpful and were unsuitable, it is possible and even very natural that my executions of punishment were generally more severe and appeared so than with other land regents, as I overlooked trivialities and only punished gross and repeated violations. During my administration in this Dessavony, only a single arachchi, Don Joan Jasjewardene Wikkremesinke Tilmandoewe, was put into chains. The complaint brought against this arachchi by the Mohandiram of the Four Gravets was not only investigated in accordance with the standing orders before the commissioners, but the punishment imposed on him by them I did not even wish to approve without first bringing this investigation before the full Land Council. The appointment produced here under No. 2, dated 9 June 1789, will further clarify this matter and convince everyone that in this case I exercised more caution than the laws prescribe to me. I did not wish to express myself concerning the many ordinary and extraordinary heavy services that I am said to have imposed on the inhabitants, since they are not known under this article. Meanwhile, it is unknown to me that I have imposed a single service on anyone whomever. That I have ensured that the Company's services were performed properly and on time, to this I found myself obligated. The Honorable Mr. van Angelbeek testifies, in addition to what was submitted in writing, orally to abide by the submitted six reports; but if the Honorable Commissioners should deem it necessary that his Honor ought to respond further to this, beyond what has already been served, he would then have further explanations obtained. The Honorable Commissioners observe on this that it has been the custom from all times that, above the fixed obligation to any service, one has also always taken porrewede kareas, or auxiliary helpers from that same family, in proportion to what the service that was to be performed required and was found reasonable, and this has now particularly taken place regarding the work of the fortifications and plantations, etc., on account of which it is resolved to let this remain on the old footing and always to let fairness prevail. That it has appeared to the Honorable Commissioners in the case of 2 persons, namely [illegible]
Dutch transcription
hun alle, alwaar het dat een famu„ „lie tien en wel vijf mannen sterk Tolk en attepattoe Modliaer„ was en koomende in het allerminst wet en benevens de tot de atte„ „pattoe gehoorende Mohandiram daer omtrent te ontbreeken zo worden immer blijkt booven dien, dat ik nimr zij alwaerense arraatjes of kangaens ijmand teegens 't gebruijk hebbe of vidaens net honderden van Rot„ afgestraft, en dat ik zelfs veel minder dan overige en vroegere der „tingslaegen, zonder te letten dat het niet kunnen staat niet Conveni„ saves Strasse. „eeren zeer strengelijk en wel tot Dat dit waerheid is zal de geheele verscheurens toe van 't vleesch op kolonie insgelijks konnen getuijgen, alzoo er veeltijds een geheele maend de rug gestraft en niet eer losge„ verloopt, zonder dat er aen mijne „laeten dan na dat zij half dood porta, een Enkeld persoon word afgestraft, wat betreft het streng straffen, zoo is het zeeker dat niemand en door zijn in zoo verre dat de afgestraften ge„ mij zodaenig gestraft is geworden, noodzaekt zijn hun op piesang blaien te leggen en vervolgens door hulp van dat hem daer door iets is over„ Medicijnen na eenige Maenden tot gekoomen zoo veel in tusschen is. ook waer, dat ik bij het straf„ herstelling te koomen, gelijk in zel„ „ver voegen de arraatjes zonder aenzien „fen dien Ernst gebruijkt hebbe van Persoon in de ketting ge„ die de grootheid of geringheid van de misdaet vereijschte en klonken worden. Nog veele zoort„ vermits ik zeer weijnig gestraft „gelijke strafoeffening hebben veele hebbe, en kleijne verbreeken lie„ mindere Hoofden en Jngezeetenen „ver met een paer dagen arrest; moeten ondergaen het geen blijkt of met vermaningen hebbe wil„ aen honderden van Menschen die er de „len laeten voorbijgaen, en allanig ledteekens van hun tot hun dan gestraft hebbe als zodanige dood toeblijven behouden. zagte middelen niet meer helpen„ en oneigen waeren, zo is t moge„ „lijk en zelfs zeer natuurlijk dat mijne straf-aeffeningen over het algemeen meer streng geweest en voorgekoomen zijn, Dan bij an„ „dere Landregenten alzo ik keenigheeden over 't Hoofd gezien hebbe en alleenig Grove en herhaalde verbreekingen bestraft hebbe geduurende mijn bestier in deeze dessavonie is een enkelde aratje Den Joan Jasjewardene wikkremesinke Tilmandoewe uijt het Rapport van den Eersten in E: E:E & 1610 in de ketting geklonken de tegens deezen arraatje ingebragte Klagte door den Mohandiram van de vier Gravetten is niet al„ leenig volgels, de leggende orders voor E:s gecommitteerdens onderzogt, maar de door hun E:s hem opgelegde straffe hebbe ik zelfs niet willen approbeeren, zonder, voor af dit onderzoek in den vollen Landraed te brengen, tat hier nevens sub N:o 2: geproduceerd appocuctement sub dato 9. Junij 1789. zal deeze zaek verders ophelderen en eenen ijder overtuij„ „gen, dat ik in dit geval meer voorzigtigheid gebruijkt hebbe, als de wetten mij voorschrijven. Jk hebbe mij over de veele gewoone en ongewoone zwaere diensten die ik op de Jngezeetenen zoude gelegt hebben niet willen uijtlaeten vermits die bij dit artikel niet bekend staen. Jntus„ „schen is 't mij onbekend een enkelde dienst op ijmand wie het zij te hebben gelegt: Dat ik gezorgd hebben dat 's Comp:s diensten behoorlijk en op zijn tijd verrigt wierden, hier toe hebbe ik mij verpligt gevonden. De E: E: Heer van Angelbeek betuijgd booven het ingeschrift op„ „gegevene, mondeling zich aen de overgelegde ses stuks Rapporter„ te gedraegen, dog indien de E: E: Heeren kommissarissen mogten nodig oordeelen dat zijn E: E: zich hier op nog nader diende te ver„ andwoorden, buijten het geen reeds is gedient, dezelven als dan nadere verklaringen zoude laeten inwinnen. E: E: Heer Kommissarissen merken hier op aen, dat het van alle tijden in gebruijk is, dat men booven den vasten verpligting tot eenigen dienst ook altijt porrewede kareas, of noodhulper van diezelfde familie genoomen heeft, na maete den dienst die Er te verrigten was ver Eijste en billijk bevonden wierd, en dit heeft nu inzonderheid plaets gehad omtrent het werk der fortifikaties en plantagies Etc=a alwaer om be„ slooten is om dit op den ouden voet te doen blijven, en de billijkheid altijd plaets te doen hebben. Dat het E: E: kommissarissen gebleeken is bij 2. perzoonen Naemelijk Eene wante u zien „ veele lijkt zien raft Melde doewe d 11
English
Senewante Jasinge, former Korl Araetje of the Morriakorle, and the former ratmakerre vidaen arraatje named Abegoenewardene, who showed their backs to them, and then that kangaen of Makawitte, Talpawelle Don Simon, how these three were punished on their bare backs with rattans by order of the Lord Dessave, and as it is always customary that arraatjes are punished on their backs with Malacca or other such rattans over the clothes they are wearing, by Europeans or prominent native Chiefs, such should nevertheless not occur upon their bare backs; which also would not have taken place by the Lord Dessave, if the punished araatjes had appeared before the Lord Dessave dressed as is proper; whereas Talpawelle Don Simon, Kangaen of Makawitte, ought to have been punished on the bare back not with rattans, but with the sjambok, for which reason it is agreed to satisfy the complainants regarding the punishment as best as possible through the mandate ola to be dispatched, announcing to them that the customary practices shall be observed. That, whereas no arraatje other than Don Joan Jajewardene Wikkremesinke Tilmandoe arraatje has been clapped in irons, and indeed upon the complaint of the Mohandiram of the Gravets concerning the crime of negligence and disobedience in the Company's service, as appears from the Landraad investigation of 25 May 1789 and the Landraad condemnation followed thereupon by apostil appointment of 9 June thereafter, there is nothing to remark upon that, since the said araatje well deserved that punishment; whereas it is furthermore agreed to let the said Landraad investigation and the Condemnation followed thereupon follow below. Today, 25 May 1789. Present the Honourable Committee members from the Landraad, Johan Casper Beijer and Matthias Fredrik Palin Sr., in compliance with the highly esteemed order of the Right Honourable Commanding Lord Dessave, Mr. Christiaan van Angelbeek, heard and investigated the complaint lodged by the Mohandiram and Chief of the four Gravets, Don Franciskoe de Zae Abewikkreme Baudernaike, against Don Joean Jazewardene Wikkremesinge Tilmadoe, aratje, inhabitant of Kodagodde, containing neglect of duty, dereliction of the service, and thereby actual damage caused to the Honourable Company: namely that the abovementioned Tilmanmandoewe aratje, although knowing he is obligated to go in person to the Korles and pattoes at least once every six months to collect the required oils from the Mayorals and Naindes, has refused to do so, notwithstanding all admonitions and exhortations, and that for nearly four years. That, while he, the Mohandiram, as chief must deliver this supply of oil to the Honourable Company here at the warehouse from time to time, he, in consequence thereof, after having sent various messages to the abovementioned aratje, had already in the year 1786 raised complaints about this with the Right Honourable Commanding Lord Dessave Fretz; that the said Right Honourable Commanding Lord Dessave, having had him fetched from his native village by Lascorins, indeed severely reprimanded the aratje for the abovementioned neglect of duty and dereliction of the service, with the announcement that he, the araetje, shall have to perform his office and service in the future in such a manner that not the slightest complaints will be made about him again, and that he could otherwise count on being exemplarily punished and dismissed from the service; that, notwithstanding these serious warnings, the frequently mentioned araetje had gone back to his native village again and, without performing any service, had stayed away until the month of October 1788. That he, the Mohandiram, because of the exceeding negligence and neglect of duty of the araetje, had from time to time to let the oils be collected by the kangaens of that rank. That while these collections in the korles and pattoes had to be carried out solely by kangaans and lascorins, without the araetje being present thereat, a remainder or arrear has remained among the Mayorals and Naindes of the korles and pattoes to the amount of about thirteen hundred cans of oil: which quantity he, the Mohandiram, has by no possibility up to this day been able to gather in. That he, the Mohandiram, because of the araetje's neglect of service and wilful absence from the service anno passato, made a complaint to the present Right Honourable Commanding Lord Dessave, whereupon it pleased His Honour immediately to have the frequently mentioned aratje summoned, which having been done,
Dutch transcription
Senewante Jasinge geweeze Korl Araetje van de Morriakorle, en den geweeze ratmakerre vidaen arraatje genaemd Abegoene„ „wardene die hunne ruggen aen hun vertoond hebben, en dan dien kan„ „gaen van Makawitte Talpawelle Don Simon Hoe dat deze drie ter order van den Heer Dessave, met rottingen op de blote rug afge„ „straft zijn, en alzo het altijt in gebruijk is dat arraatjes net Malakse of andere diergelijke rottingen op hunne aenhebbende klee„ „deren door Europeezen of voornaeme inlandse Hoofden, op de rug afgestraft worden zo behoord zulks echter niet op hunne blote rug te geschieden; Het welk ook geen plaets zoude gehad hebben bij den Heer Dessave, indien den afgestrafte araatjes gekleed zijnde gelijk het behoord voor den Heer dessave was verscheenen - Terweil Palpawelle Doij Simon Kangaen van Maka„ „witte niet met rottings maar met de Sjambok op de blote rug had dienen gestraft teworden alwaerom verstaen is om de klaegers omtrent het saffen zo goed doenlijk bij de aftezen„ „dene Mandaet ola te vreede te stellen, onder hun aentekondigen dat de Gebruijkelijkheeden zullen in acht genoomen worden. Dat wijl er geen arraatje dan Den Joan Jajewardene wikkremesinke Til„ „mandoe arraatje in de ketting is geklonken, en wel op de klagte van den Mohandiram der Gravetten over misdrijf nalaetig- en ongehoor„ „saemheid in 's Comp:s dienst blijkens Landraeds onderzoek van den 25 Maij 1789 en daar op gevolde Land-raeds kondemnatie bij appa poinctement van den 9. ' Junij daar aen, daar op niets aentemerken valt„ alzo gedagte vraatje die staff wel verdient heeft - Terwijl voorts verstaen is gemeld Landraeds onderzoek en daer op gevolgde Condemnatie hier onder te laeten volgen. Heeden den 25 Maij 1789. Present D' E:s Gekommitteerde leeden uijt den Landraed Johan Casper Beijer en Matthias Fre„ Sr in voldoenig aen de veel g'eerde ordre van den wel Edelen Gebiedende heer des„ drik Palin. „save M:r Christiaan van Angelbeek gehoord en onderzogt de door den„ Mohandiram en het Hoofd der vier Gravetten Don Franciskoe de zae Abe„ „wikkreme Baudernaike ingediende klagte, tegens Don Joean Jazewarden wikkremesinge Tilmadoe aratje Jnwooner van Kodagodde houdende pligt verzuijm veragteringe van den dienst en daar door aen D'E: Komp:s wor„ „kelijk 2 1611 kelijk veroorsaekte schaede: Naemlijk dat de bovengem: Tilman„ „mandoewe aratje, schoon bewist, verpligt te zijn, om ten Minsten alle ses maenden eens, naar de Korles en pattoes in persoon tegaen, ter invorderinge der verpligte olien van de Majoraels en Namdes zulks, niet teegen„ „staende alle vermaeningen na en aenmanigen, niet heeft wil„ „len doen, en zulks bij kans vier Jaeren lang. Dat Terwijl hij mohandiram als hoofd deeze Leverantie van olie aan DE Komp: alhier in 't pakhuijs van tijd tot tijd leveren moet hij ingevolge dien na verscheide boodschappen aen boven„ „gem: aratje gezonden te hebben, bereeds in A:o 1786. klagten desweegen gemoveerd heeft gehad bij den wel Edelen Gebiedenden Heer dessave Fretz:, dat wel gem: wel Edele Gebiedende Heer dessave hem door Laskorijns uijt zijn woondoop hebbende doen haelen de aratje weegens bovengem: pligt verzuijm en veragterin„ „ge van den dienst wel scherpelijk heeft bestraft, met aan= „kundiging, dat hij araetje zijn ampt en dienst in den vervol„ „ge zodanig zal hebben waerteneemen, dat er maar geen de minste klagten weer over hem gedaen worden, dat hij anders staat kondmaeken van voorbeeldelijk gestraft en uijt den dienst te zullen gesteld worden — Dat niet tegenstaende deese serieuse waerschouwingen meergem: araetje weer naer zijn woondoop was gegaen en zonder eenige dienst te verrigten wegebleeven was tot in de maend october 1788. Dat hij Mohandiram weegens de overgroote nalatigheid en pligt verzuijm van den araetje de olien van tijd tot tijd, door de kan„ „gaens van dat rancje telaeten in vorderen. Dat Terwijl deeze invorderingen in de korles en pattoes alleen door kangaans En lascorijns heeft moeten geschieden, zonder dat den araetje daer bij present was, er een restant ofte agterstal onder de Majoraels en Naindes der korles en pattoes gebleeven is ten bedragen van omtrent dertien Hondert kannen olie: welke quantiteid hij Mohandiram met geene Mogelijkheijd tot heeden toe Jnge„ „palmt, kan krijgen - Dat hij Mohandiram weegens des araetjes Dienst verzuijm en moetwillig absenteeren van den dienst Anno passato bij den presenten wel Edelen Gebiedende Heer Des„ „save gedoleerd heeft, waar op het zijn Edele behaegd heeft meer„ ged=te aratje ten Eersten te laeten oproepen, gelijk zulks gedaen zijnde, tie Abr rden pligt wer„ .
English
and since the aratje did not comply with this, he was fetched by a lascorijn, but the aratje indeed found a way to make himself scarce along the way and subsequently keep himself hidden, whom he, the mohandiram, could not catch until after the departure of the aforementioned Honorable Commanding Lord Dessave to Cochin. That since the Honorable Commanding Lord Dessave was not present, he, the mohandiram, took the aforementioned aratje along to the coal-producing villages and there assigned him the supervision over the laborers in an areca garden, and subsequently took the aratje along upon his return to Mature. That meanwhile the aratje, complaining that he was ill and feeling entirely unwell, requested leave from him, the mohandiram, to be allowed to return home for his recovery, promising that as soon as the Honorable Commanding Lord Dessave had returned from Cochin, he would appear here at Mature, which the aratje fulfilled in the least, as the aforementioned Honorable Commanding Lord Dessave had already been here for several months without him appearing, notwithstanding several messages had been sent to him, until he was recently brought in by lascorijns. The mohandiram added hereto that so often as he had ordered the aforementioned aratje to maintain supervision over the laborers in the cinnamon garden at Kanattegodde, the aforementioned aratje had quietly gone away again after a period of about ten days and departed to his residential village. The accused, Don Joean Jayewardene Tilmadoewe aratje, who on the aforementioned day could not appear on account of illness, appearing for this purpose, subsequently being heard and questioned, declared as follows: That he, the aratje, had judged that he was not obliged to go in person to the korles and pattoes to carry out the collection of the mandatory oils, that this was the work of the kangaans and lascorijns; that besides this, because the mohandiram had also not admonished him to do so, and those orders were given to the kangaans and lascorijns, he did not attend the collection. 1612 That he says in response to the questions put to him that he indeed sometimes received a message from the mohandiram, but that it was mostly sent to him when he lay ill. Secondly, that it was indeed his duty, when the kangaans and lascorijns did not carry out the collection properly, to go thither, but that they had made no report thereof to him. Question 3: whether he, as an aratje, was not obliged even to look after and inquire about the master's interests? He answers that he did this, and 4. that it is indeed true that the kangaans sometimes came to make a report to him, but that on account of illness he could not come to the mohandiram. 4th. He says that it is indeed true that the Honorable Commanding Lord Dessave Fretz had him fetched, yet had not threatened him with dismissal from service, but that he himself had requested that his illness be excused. 5. That when the present Honorable Commanding Lord Dessave had him fetched anno passato, he got somewhat stranded along the way on account of fatigue and, getting the fever, had gone home again. 6. That it was true that the mohandiram had placed him in the cinnamon garden at Goddegamme Poeakwatte to watch over the laborers, but that he caught the fever there and therefore had gone to his residential village; that he indeed gave no notice of this to the mohandiram, yet had charged the people to do so. The parties testify that everything stated above by each of them contains the pure truth and persisted in the re-examination, only the accused added hereto that the mohandiram had repeatedly bypassed him in the collections carried out, and had given the order only to the kangaans, out of spite, which he requested to be noted down here; the mohandiram on the other hand refers to what was deposed by him, that not only he, but also the Honorable Lords Dessaves, because the accused did not want to appear, sent lascorijns to fetch the accused, besides that he, the mohandiram, had often sent messages in vain, and that so far away where the accused lived, offering to substantiate their statement with a solemn oath if further required. Commissioned members are of the opinion that while from all the [illegible]
Dutch transcription
zijnde, en de aratje daar aen niet voldoende dezelve door Lascorijn is gehaeld geworden, dog dat de araetje wel middel heeft weeten te vinden, om zich onderweegs tezoek temaeken en zich vervolgens schuijt te houden, welken hij Mohandiram niet eerder heeft kun„ „nen attraspeeren dan na het vertrek van wel gem: wel Edelen Ge„ „biedende Heer dessave naar Coshiem. Dat vermits de wel Edelen Gebiedende Heer dessave niet present was, hij Mohandiram den meerm: araatje naer de koolgevende dor„ „pen meede genomen heeft en hem daar 't opzigt, over de werk„ „luiden in een arraek tuin opgedraegen heeft, vervolgens bij zijn retour na Mature de arraetje meede genoomen heeft. Dat de araetje intussen klagende dat hij ziek was, en zig gants niet wel bevind, van hem Mohandiram verzogt heeft ge„ „had verlof om tot zijnent ter zijner herstel temoogen keeren onder belofte van dat zo drae de wel Edele Gebiedende Heer dessave van Cochiem zoude gereverteerd zijn hij alhier op Ma„ „turee Compareeren zoude, waer aen de araetje het minste voldoen heeft, als zijnde welged=te wel Edele Geb: Heer dessuve„ hier verscheide maenden al geeweest, zonder dat hij opgekoomen is niet teegenstaende verscheide boodschappen hem toegezonden waeren; tot dat hij onlangs door Lascorijns is opgebragt geworden De Mohandiram voogde hier bij nog dat hij zo dikwerk hier vooren gemelde araatje, in de kanneel tuin te kanattegodde het op „zigt over de arbeiders te houden aenbevoelen hebbende gem: araef na verloop van een dag of thien stel weeder was weggegaen en zijn woondorp vertrokken. De aengeklaagden Den Joean Jazewardene Tilmadoewe araetje, die ter dage voorsz: weegens ziekte niet heeft konnen Compareeren Kompareerde ten deezen einde vervolgens gehoord en ondervraegd zijnde verklaerde hij als volgd Dat hij arraetje geoordeelt heeft gehad niet verpligt te zijn om in perzoon naer de korles en pattoes te gaen om den invordering der verpligte olien te doen, dat dit het werk van de Rangaens en Lascorijns was Dat behalven dien, wijl de Mohandiram hem ook daer toe niet aengemaend heeft gehad, en die orders aen de nange en Lascorijns gegeeven waeren, hij de invordering niet bij gewoond zegt heeft. 1612 Dat by zegt s: op de hem gedaene vraegen wel zomtijds een boodschap van den Mohandiram ge= kreegen heeft, maar dat die hem meest gezonden was wanneer hij ziek lag. 2=de dat het wel zij pligt was, wanneer de hangaens en Lascorijns de invorde„ niet behoorlijk deeden daar na toe tegaen, maar dat zij daar van aen hem geen Rapport gedaen hadden. vraege 3. of het zijn, als araetje, niet zelfs verpligt was naer meesters intrest om te zien en te Jnformeeren! andwoord dat hij dit gedaen heeft en 4. — dat het wel waer is dat de kangaens hem zomtijds is koomen Rapport doen, maer dat hij weegens ziekte niet bij de Mohandiram heeft konnen koomen. - 4. e zegt dat het wel waer is, dat de wel Edele Geb: Heer dessave Fretz: hem heeft doen, haelen, dog hem niet gedreijgd heeft gehad om uit den dienst te stellen maar dat hij zelfs daerom verzogt heeft gehad dat hij zijn ziekte verEikuseerd was. 5. dat hij toen de presente wel Edele geb: Heer Dessave Anno pas= „sato heeft doen haelen, onderweegs wegens vermoeidheid, wat blij„ „ven steeken en de koorts krijgende weer na huijs was gegaen. 6. Dat het waer was, dat de Mohandiram hem in de kanneel tui te Goddegamme poeakwatte geplaets heeft gehad, om over de werkluiden te passen, maar dat hij daer de Koorts heeft gekreegen en daarom na zijn woondorp was gegaen, Dat hij wel aen den Mohanderam hier van geen kennisse gegeeven, dog zulks aen het volk belast had te doen. Partijen betuijgen dat al het voorenstaende door een elk van hun opgegeeven de zuivere waerheid behelsende en persisteerden bij het Rekollement alleen voegde de aengeklaegde hier bij dat de Mohandiram hem bij de gedaene invorderingen telkens voor bij gegaen was, en de kangaans alleen de order gegeeven had, uit spijt het geen hij verzogt dat hier bij mogt aengeteekend worden, de Mohandiram daer en teegen Refereert hem aen het door hem gedeposeerde dat niet alleen hij, maar ook de wel Edele Heeren dessaves, wegens dat de aengeklaegde Niet wilde kompareeren, Lascorijns haalen gezonden hebben om de aengeklaegde te behalven dat hij Mo„ „handiram. s dikwils boodschappen vergeefs gezonden heeft gehad, en dat zo verre weg daar de aengeklaegde woonde neemende aen dat haer gezegde bij de nader gerequireerd wordende met solemneelen Eede te staven Gekommitteerde leeden zijn /: S: M:/ van oordeel dat terwijl uit al het Covijns weeten un
English
From all that has been brought forward by the aforesaid Mohandiram against the accused, and from all that the accused has advanced in his defense—which latter is mostly very confused and mixed with contradictions—and it being furthermore sufficiently known that the aratchy has not only been very negligent in his service, but has also behaved entirely indifferently regarding his duty, whereby actual damages have been inflicted upon the Honorable Company, they declare to be obliged to find that the accused, by name Don Joan Jazewardene Wikkrewesienge Tilmadoewe, by no means merits any longer the aratchy's post held by him, and as punishment for negligence and the willful neglect of the performance of his duties, to sentence him to be placed in chains for one whole year and employed in public works; but concerning the Mohandiram and head of the four gravets, Don Franciskoe de Zaa Abewikkreme Bandernaike, to condemn the same, as he, Mohandiram, is hereby sentenced, to make good the deficient or arrears of thirteen hundred cans of oil in natura to the Honorable Company here in the warehouse; since he, as chief supplier, should not have allowed these arrears to run up so high and granted four years of respite for it; however, all with submission and subject to the approval of the Right Honorable Commanding Lord Dissave of Mature. Thus done within the fortress of Mature on the date 15 June 1789. Beneath stood: In my knowledge. Was signed: M: F: Palm, authorized. In the margin: In our presence. Was signed: J: C: Beijer and M: F: Palm. Lower: For the translation. Signed: D: Philip, sworn interpreter. Still lower: Agrees. Signed: M: F: Palm, authorized. To the side stood: Verified: J: M: Walter. Wednesday the 9th of June 1789. Extraordinary meeting in the morning at half past eight o'clock. Present: The Right Honorable Commanding Lord Dissave Mr. Christiaen van Angelbeek, President. The Lieutenant and Commandant, the Honorable Johan Casper Beijer. The Authorized, the Honorable Mr. Matthias Fredrik Palm. The Bookkeeper Jacobus Frankena. The Surgeon Mijndert Huijbertsz. The Former Bookkeeper Johan Michiel Walter. The Bookkeeper and Tombu Writer Jacobus Abraham Rotters. The Mudaliyar Don Constantijn Dessanaijke Tillekeratne. The Mudaliyar David de Saram Wiedsesekere Jajetillekeratne. Absent: The Mudaliyar Don Petrus Abesiwardene Jlangakoon. The Mudaliyar Johannes Mejewardene Naweratne Tinne Moor. The Mudaliyar Don Adriaen Perera Wikkreweratne Amerkoon Ekenaike. The Mudaliyar Don Joean Abesirewardene Goeneratne. The Bookkeeper and Tombu Commissioner, the Honorable Lambert Marten Treuk. Subsequently, the Lord President laid on the table a record kept by the Honorable members Beijer and Palm of an investigation conducted regarding the complaint brought by the Mohandiram and overseer of the 4 gravets against an aratchy subordinate to him, Don Joean Jazewardene Wikkremesinhe Tilmadoe, stating that through his neglect of duty and disobedience as well as otherwise, much damage has been inflicted upon the Honorable Company; and that the said Honorable members are of the opinion, on account of the negligence in his service as well as due to indifference, etc., that the said Don Joean Jazwardene Wikkremesinhe Tilmadoewe, aratchy, by no means merits any longer the service held by him, and as a punishment for negligence and the willful neglect of the performance of his duties, to condemn him to chains for one whole year and to employ him in public works; but concerning the Mohandiram and Head of the four gravets, Abewikkreme Bandernaike, to condemn the same, as he, Mohandiram, is hereby sentenced, to make good the deficient or arrears of 1300 cans of oil in natura to the Honorable Company here in the warehouse, since he, as Chief supplier, should not have allowed these arrears to run up so high and granted four years of respite for it. The Council, having carefully considered everything, sees fit to approve the proposal of the Honorable members, with this alteration nevertheless, that the aforesaid aratchy, instead of one year, be sentenced to the punishment of chains for the period of six months. Thus done and sentenced in the Fortress of Mature on the date and in the presence as mentioned in the heading. Beneath stood: In my presence. Was signed: M: F: Palm, secretary. Lower: Extracted from the civil roll kept before the Venerable Landraad, and agrees. Was signed.
Dutch transcription
uijt al het geene door den Mohandiram voorsz: tegens den aengeklaegden is ingebragt en uijt al het dat de aengeklaegden daar en teegen tot zijne defentie heeft gearriveerd, welke laeste ook veel al zeer verward en met Contradiktien is vermengd, en het buijten dien genoeg bekend is dat de araetje niet alleen zeer negligent in zijn dienst os geweest, maar zich ook gants onverschillig omtrent zijn pligt gedraegen heeft waer door werkelijk nadeelen aen D' E: komp: is toegebragt verklaaren te moeten dat de aengeklaegde en Name Don Joan Jazewardene wikkrewesien „ge Tilmadoewe de door hem bekleed wordende araetjes dienst gant„ „sche niet meer te meriteeren, en tot straffe weegens nala„ „tigheid en het moedwillig verzuijm van de waerneeming zijns dienst, hem opte leggen om voor een RondJaar in de ketting te doen klinken en tot de gemeene werken te Emploieeren: dog betreffende den Mohanderam en hoofd van de vier Gravet„ „ten Den Francis Koe de zaa AbewikKreme Bandernaike denzelve te kondemneeren Gelijk hij Mohandirum ver„ „weezen word bij deezen om de tekort koomende afagter„ „stallige derthien hondert kannen olie in Matuura aen D' E: komp: alhier in 't pakhuijs te vergoeden; alzo hij als hoofd leverancier deeze agterstallen zoo hoog niet had moeten laten oploopen en daar toe vier Jaeren Respejt verleenen, dog alles met submissie en onder approbatie van den wel Edelen: Gebiedenden Heer dessave van Mature. Aldus gedaen binnen de fortresse van Mature dato 15 Junij 1789. /:onderstond:/ in mijn kennisse /: was geteekend:/ M: F: Palm geauthoris: /: in margine :/ ons present /: was C: Beijer en M: F: Palm /:lager:/ voor de ver„ „geteek=t:/ J: C „taeling / geteek:t/ D: Philip gesw: tolk /:nog lager:/ akkondeert:/ geteekend /:geteek:t/ geauth: / ter zijde stond:/ Nagezien :/ J: M: walter M: F. Salm Woensdag den 9. ' Junij 1789 Extra ord: vergadering s morgens ten half Negen uuren Present De wel Edele Geb: Heer Dessave M„r Christiaen van Angelbeek president De 1613 De boekhouder De Luijtenant en kommandant D' E Johan Casper Beijer. De geauthoriseerde DE: M„r Matthius Fredrik Palm. Jacobus Frankena De Chirurgijn „. Mijndert Huijbertsz: De oud boekhouder„ Johan Michiel walter De boekhouder en thombo schriba Jacobus Abraham Rotters De Modliaar Den Conttantijn dessanaijke Tillekeratue De Modliaar David de Saram wiedse sekere Jajetillekeratne Absent. De Modliaer Don Petrus Abesiwardene Jlangakoon De Modliaer Johannes mejewardene Naweratne Tinne Moor De Modliaer Don Adriaen Perera wikkreweratne, Amerkoon Ekenaike. De Modliaer Den Joean Abesire wardene Goeneratue. De boekhouder en thombo gecommitteerde DE: Lambert Marten Treuk Vervolgens leide den Heer President ter tafel een door D E: leeden Bijer en Palm geheuden aenteekening van gedaen onderzoek nopens de door den Mohandiram en opziender der 4 gravetten ingebragte klagte kon „tra een onder hem sorteerende Den Joean Jazewardene wikkreme„ seihe Tilmadoe araetje, houdende dat door zijn pligt verzuijm en dis obedientie als andersints veele schade aen D'E: Komp: is toegebragt geworden; en dat gem: E:s leeden van oordeel zijn uijt hoofde van de Neglegentie in zijn dienst zo wel weegens onver„ „schilligheid Edc=a gedagte Don Joean Jazwardene wikkreme„ sinhe Tilmadoewe arraetje de door hem bekleed wordende dienst gants niet meer te meriteeren en tot een straffe weegens Nalatig„ „heid en het moetwillig verzuijm van de waerneeming zijns dienst voor een rond Jaer is de ketting te kondemneeren en tot de ge„ „meene werken te Emploieeren, dog betreffende den Mohandiram en Hoofd van de vier gravetten Abewikkreme Bandernaike, denzelven te kondemneeren gelijk hij Mohandiram ver„ „weezen word bij deezen om de tekort komende of agter„ stallige 1300 – kannen olij in Nateuura aen D' E Comp: alhier in 't pakhuijs te vergoeden alzo hij als Hoofd leverancier deeze agterstallen zo hoog niet had moeten laeten oploopen en daer toe vier Jaeren respeijt verleenen. De raeds alles aendagtelijk overwoogen hebbende vinden goed het voorstel van D'E:s leeden te approbeeren met deeze verandering nogtans, dat den arraatje voorm: in steede van een Jaar voor de tijd van ses maen„ „den tot de ketting stref verweezen worden. Aldus gedaen ende gesententeerd ter Fortresse Mature dato en ter presentie als in den Hoofde vermeld /:onderstond:/ mij present /:was ge„ teek=t:/ M: F: Palm secr:s /:lager:/ GeExtraheerd uijt de cieviele rol die gehouden word voor den Eerwaerden Landraed en Akkordeert was geteek:d „
English
was signed M: F: Palm secretary in the margin Examined. signed J: M: Walter. 2 62 Section 2: Regarding the arrest of the so-called widow of Abesegere Mohandiram, who is nevertheless now married to an ordinary appoe in the Sinhalese manner, I likewise refer to the report produced here under No. 3, being a Sinhalese report likewise offered under oath by the porta and attepattoe modliar and first Interpreter Ilangakoon, as the reasons and manner of her arrest are made known therein. Before my time it was always customary that women who committed an offense were arrested and punished, and this will likely also have to happen in the future. However, so far as is known to me and as I recall, no women have been punished in my time other than a single one, being the wife of a lime burner; also, according to condemnation by the honorable members of the Reverend Land Council, two women were riveted in chains and sent to Baddegirie on account of committed theft, and no others. The European gentlemen hold the female sex in honor and their minor faults are gladly forgiven by them, but the widow of Abesegere Mohandiram was, upon a minor complaint, arrested in the attepattoe mandoe, where there is a gathering of common people who frequently utter improper words, just as other women were imprisoned, corporally punished, riveted with both legs in chains, and moreover many were also sent to Baddegirie, whereby they suffered not only punishment but also shame. It was approved to present the reasonableness of this action to the complainants by the aforementioned mandate ola, and that the customs in that regard certainly ought to be taken into account, and that this will also be done in the future. Meanwhile, Commissioners declare that they cannot see otherwise than that Mr. van Angelbeek, according to his honorable accountability, acted well. To this accusation it should also have been added that not only the months but even the days are determined when sowing must begin on the various fields. The produce under No. 4, in which a statement is to be found of what the crop has yielded annually to the Honorable Company since the year 1759/60 up to this current book year, will provide a convincing proof thereof, because the sowing service is a principal matter by which the inhabitants obtain their bread, observing the determined seasons as well as the winds and rains without causing any loss, just as the previous rulers [illegible] enough time and day for the performance of that work.
Dutch transcription
/:was geteekend:/ M: F: Palm sekretarus /:in mar„ margine:/ Nagezien. / geteekend:/ J: M: walter. 2 62 Nopens de arresteering van de zogenaemde De Heeren Europianen houden de vrouw §2: welijke selve in Eer en haere geringe fou„ weduwe van abesegere Molandiram die „ten worden bij denzelven gaerne vergeeven, Egter tans met een gewoone appoe op de maar de weduwe van Abesegere Mo„ singaleeze wijze getrouwd is gedraege „handiram is, om eene geringe klagte ik mij insgelijks aen 't sub N:o 3. alhier geproduceerd werdent sengalaes in de attepattoe Mandoe daer een bij een komste na gemeene lieden is die onbe„ Rapport insgelijks onder aenbieding „taemelijk reedenen menigmaelen voeren van Eede van den porta en atte pattoe gearresteerd wordende insgelijks andere modliaar en eerste Tolk Jlangakoon vrouwens gevangen gezet aen den lijve alzoo daar bij de reedenen en weize van here arresteering is bekend gestraft met beide de beenen in de gesteld, voor mijn tijd is altijd ge„ ketting geklonken, daer en booven ook iets misdreeven hebben en arrest gezet veelen na Baddegirie gezonden genietende „bruijkelijk geweest, dat vrouwen zij daar door niet alleen straffe maer en afgestraft zijn geworden, en dit zal in 't vervolg wel insgelijks ook schande„ moeten geschieden, voor zoo verre mij egter bewist is en voorstaet, zijn geene vrouwen in mijn tijd afgestraft geworden dan een enkelde zijnde eene vrouw van een kalkbrander ook zijn er ook volgens kondemnatie van E:s leeden uijt den Eerw: Lanraed diefstal in de ketting geklonken en na Badegirie gezonden en verders geene twee vrouwen weegens gepleegde Js goedgevonden de redelijkheid van dit bestaen bij voorm: Mandaet ola den klaegers voor agen te stellen en dat de gebruijkelijkheeden daar „trent zakerlijk dienen en agt genoomen te worden, dat dit in 't vervolg al meede zal geschieden Terwijl Commissarissen verklaeren niet ander te kunnen zien dan dat de Heer van Angelbeek blijkens zijn E: E: verantwoording wel gehandelt heeft. wijl de zaeij dienst een voornam Bij dese beschuldiging had nog moeten artickel is waer door de Ingeza gevoegd worden dat niet alleenig de aen hun brood geraeken daer toe maenden maar zelfs de dagen bepaeld waerneemende de bepaelde Jan worden, wanneer met het zaeijen op de onderscheide velden begonnen moet worden. Het product sub N:o 4. waer bij een op getijen mitsgaders de woegen en reegen zonder dat er aen eenig vo „zetting te vinden is van het geene het „lies word, veroorsaekt zo goed gewas zeedert het Jaar 17 3/60. Jaar„ de voorige Gebiedens aen hun tot he „lijks aen D E: komp: opgeworpen heeft, verrigtingen van dat werk genoeg tot dit loopend boekjaer; tijd dag tegenwoordig woor zal een 33. overtuijgene daar S3. o
English
will furnish convincing proof whether my efforts to promote agriculture and the orders issued by me for this purpose were good or bad, and product No. 5 will show how far I have advanced in these efforts of mine in this year, as there can be found therein a statement and comparison of what the great harvest of this financial year has yielded and what that same harvest in earlier years, since separate accounts of each harvest were made, has brought in to the Honorable Company. From these products one will perceive whether it is better to allow the native to handle the sowing work according to his own inclination, or rather to follow the orders of his dissava in this regard. It is very distressing that some people, because of their disobedience to my orders by not sowing their fields at the appointed time, saw the same go to waste, having even determined the month for it, and being indifferent whether they should happen to lose the crop; doing thus they have suffered damage up to three or four times, to such an extent that they could not even pay for the seed corn spent thereon. Furthermore, the remnant of the crop of the partly lost fields was, by native commissioners, entered without distinction together with the well-flourished fields and described in their report, and subsequently at the tax farming auction put up at a very high bid, whereby the tax farmers and inhabitants suffer evident damage. Some people, because of their disobedience to my orders by not sowing their fields at the appointed time, have seen them go to waste, and having sown them up to two or three times, harvested nothing, whereas on the contrary those who fulfilled their duties were rewarded for it with a rich harvest, notwithstanding that one flood followed another and the lands bordering on this dissavony were all lost due to an excess of water. The survey reports are drawn up in the presence of vidanes and mayorals and signed by them; the minor headmen are present at the tax farming auctions, and if they are of any importance, also the principal headmen of each district. How then is it possible that the commissioners could make any false statement to the disadvantage of the inhabitants? The matter that is alleged is actually this: formerly the minor headmen and commissioners were in collusion, and they could make a report as seemed good to them, the commissioners going to the house of the village writer, who already had the report prepared, and which report the commissioners signed in good faith without even inspecting the crop. This practice is now at an end, because unexpectedly, when the surveys have been done and the reports of the crop have come in, I have this or that village, in which I notice some untrustworthiness, resurveyed by new and trusted commissioners. By this means the regular commissioners have become cautious and inspect the crops themselves. This manner does not please the minor headmen, since they can no longer defraud the Honorable Company through Moors known to them, by having the villages farmed out for their own account at a very low price. Regarding this item, it was found proper by the mandate to bring the complainants to a better understanding regarding the great utility of agriculture due to excess or lack of water, [illegible] to bring them to a better understanding regarding the great utility of agriculture, namely that although everyone is naturally inclined to cultivate and sow his fields to obtain his livelihood, it is nevertheless very well known that some people are negligent in that regard, and thus thereby cause harm not only to themselves and their families, but also to the general public; that it is therefore highly necessary that proper orders be established to direct that work accordingly; as also for that reason, in the instruction given by the Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord Present Governor to the respective headmen, it was ordered that the sowing of the fields must take place at the most suitable time, namely for the great harvest before the last of July or at the latest before the 6th of August, and for the small harvest before the Sinhalese New Year, unless the special situation of the fields requires otherwise. While it has furthermore been proved by the headmen and shown by the books that the said orders of the Lord Dissava van Angelbeek have brought much advantage, because in the previous and current financial year there were much richer paddy harvests than in many years previously, as can be seen from the statement of the general paddy revenues dated 22 May 1789, and from the statement of the paddy revenues of the Maha or doeroetommalemeer harvests from 1782/5 to 1789/90, which papers can be found among the annexes. Regarding which, however, the Commissioners must remark that, according to the first-mentioned statement, one would not say that the so very well-known famine in the years 1782/3 and 1783/4 could have taken place in the Girrewais, because those years still show considerable paddy revenues; and regarding which they declare they were unable to obtain any satisfactory elucidation from the trade officials, except only that the paddy revenues from the tax farming are always entered into the books one year later, so that, for example, the tax farming of the year 1788 was entered under the last of August 1789, and so forth. Furthermore, it has appeared to us from the orders of the Lord van Angelbeek regarding the sowing work, of which copies of three of them that we have been able to obtain are among the annexes of this document.
Dutch transcription
1614 overtuijgend bewijs opleeveren, of mijne daartoe zelfs de maand bepaeld pogingen ter bevordering van den lant, en onverschillig of zij het gewasche„ „bouw en de door mij ten deezen Eijnde uijtgevaardigde ordres wel of kwa„ „lijk geweest zijn en 't product N:o 5 koomen te verliesen dus doende hebben zal doen, zien in hoeverre ik in deese zij tot drie â viermaelen schade ge„ mijne pogingen gevordert ben in dit „leeden in zo verre dat zij het daer Jaar, alzo daar bij eene opzetting aen besteed zaat koorn zelfs niet hebben en vergelijking te vinden is van kunnen betaelen wordende voorts het geene de Groote oegst van dit het overschot van het gewasch der boekjaar opgeworpen heeft en wat ten deele verloorene velden door Jnland die zelfde oegst in vroegere Jaeren sche gekommitteerdens zonder onderscheid zeedert dat apparte aenwijsing van met de wel geflereerde velden opge„ ider oegst zijn gemaekt aen de Ed: komp: heeft opgebragt: uijt deese noomen en bij hun Rapport beschreeven producten sal men ontwaeren of het en vervolgens bij de verpagting zeer beeter is de Jnlander volgens zijn Eijgen Hoog opgeveild waar door de pag„ zig met het zaaijens werk te laeten omspringen dan wel hier omtrent „ters en Jngezeetenen blijkbaere schade de beveelen van zijnen dessave op te lijden. volgen zeer naar is het dat eenige menschen weegens hunne onge„ voorsaemheid aan mijne beveelen, met hunne velden niet ten bepaelde tijd te bezaeijen, dezelve hebben zien verlooren gaen, en dat ze tot twee a drie maelen dezelve bezaijd hebben, en niets ingevoegst hebben daar en teegen zij, die hunne pligten hebben opgevolgd daar voor be„ B loond zijn geworden met eenen rijke oegst, niet teegenstaende de eene water vloed op de andere gevolgd is en de aen deze des„ savonie aengrensende landen alle weegen overvloed met water verlooren zijn: gegaen de opneemings rapporten de presentie van vidaen en majoraels gemaekt en door hun geteekend de minder hoofden zijn present bij de verpagtingen en zo die van eenig belang zijn ook de eerste hoofden van ider distrekt, hoe is 't dien tog moogelijk dat de gecommitteerden eenige valsche opgave ten Nadeele van de Jngezeetenen konnen doen de zaek egter die gezegt word is Eygentlijk deeze bevoorens waeren het de mindere hoofden en gecommitteerdens eens en zij mochten een rapport zo als hun goed vind gaende de gecommit„ „teerden ten huijse van den schrijver van 't dorp die reeds het rapport klaar had, en welk papport gecommitteerden zonder 't gewasche zelfs opteneemen ten goeden trouwe teekenden deeze gedoente is tans uijt, wijl ik op het onverwagts, als de opneemingen gedaen zijn en de rapporten van 't gewasche ingekoomen zijn, het een af ander dorp, waar bij ik eenige onvertrouwe bemerke door nieer „we en vertrouwde gecommitteerden laet opneemen door dat middel zijn de gewoone gecommitteerden voorzigtig geworden en zij neemen het ge„ „wasche zelfs, op deese weijse staat de mindere hoofden niet wel aen vermits zij de Edele komp. tans niet meer konnen bedreegen niet door hun bekende, mooren voor hunne reekening de dorpen voor eenen zeer lagen prijs te laeten pagten. omtrent deeze post is goed gevonden bij de Mandaet dla de klagers in een door overvloedig of gebrek van water beter 0 0„ te een e„ e aer ar zijn s aen geza e Jan sp 10 gaet ho noeg oor beter begrip te brengen, nopens het groot nut van den landbou Naewelijk dat schoon een ieder van zelfs egenoopt word om zijn velden te bewerken en bezaeijen om zijn leevens onderhout tevinden het eeven wel seer bekend is dat sommige Menschen daar omtrend Nalatig zijn en dus daardoor niet alleen aen hun en hunne familie maar ook aen het algemeen nadeel toebrengen; Dat het daarom Hoog nodig is dat er behoor„ „lijk ordres gesteld worden om dat werk daar na te bestieren; ge„ lijk ook om die reeden bij de door den wel Edelen Gestrengen Groot Agtbaeren Heer Presente Gouverneur aen de respektive Hoof„ „den gegeeven, Jnstruktie geordonneerd is dat de bezaaijing der velden op de bequaemste tijd moet geschieden, en wel voor den grooten oegst voor ult. o Iulij of uiterlijk voor den 6 aug. s en vor den kleenen oegst voor 't singalees Nieuw Jaar ten zij de bezondere geleegentheid der velden dat anders. vordert Terwijl voorts door de Hoofden beweezen en bij de boeken gebleeken is„ dat de gedeeken orders van de Heer dessave van Angelbeek veel voordeel aengebragt hebben weil in het voorige en lopende boekjaar veele rijkere Nelij oegsten zijn geweest dan in veele Jaeren bevoorens, gelijk zulks bij de aanthoning van de geeneraele d nelij inkomsten gedateerd 22. Maij 1789. en bij aenthooning der nelij Jnkomsten van de oegsten Maha of doeroetomma „lemeer zeedert 178 2/5 tot 17 289/90. welke papieren onder de bij= „laegen te vinden zijn te bedgen is dog waeromtrent egen kom„ kissarissen moeten aenmerken dat men volgens de eerstgemelde aanthooning niet zoude zeggen dat de zo zeer bekende Hongers nood in de Jaeren 178 2/3. en 178¾. plaets konde gehad hebben in de girrewaijs weil die Jaeren nog al aenziene„ „lijke Nelij inkomsten aenweisen en waer omtrent hem E:E: betuijgen derweegen geene voldoende Eldwijl zijn Cudatie- van de negotie bediendens te hebben kunnen er„ s „langen, dan alleen dat de Nelij Jnkomsten bij admodiatie altijt een Jaar later bij de boeken zijn in „genoomen zo dat bij voorbeeld de admidiatie van 't Jaar 1788. ingenoomen is onder ultimo aug=to 1789en zo voor te voorts is ons gebleeken bij bevel olgs van den Heer van Angelbeek door tot het saaijerswerk waer van nopijen van drie derzelve bij v die we hebben konnen magtig worden onder de bijlaegen deezes
English
1615 when God Almighty blesses the land with rains in its season, that the most desirable result thereof can be expected, while furthermore for the performance of the sower's work and the orders given to that end by the Honorable Mr. van Angelbeek, by sannasses as well as otherwise, the following heads to be named have been maintained, namely: Don Petrus Abejesieriewardene Hangakoon, Modliaar and First Interpreter The Modliaar, Hunting and Sowing Master of the Girrewaijpattoe, Johannes Wiedjewardene Naweratne Tinnekoon The Gajenaijk Modliaar Don Constantijn Dissanaijke Tillekeratne The Modliaar of the Gangebaddepattoe David de Caram Weedjesegere Fajetillekeratue The Modliaar of the Belligamkorle Don Joean Abesieriewardene Goeneratone The Modliaar of the Morruakorle Don Adriaan Perera Wiekkremeratne Ammerkoon Ekenaijka The Sabadaer of Belliegam Don Diogoe Wieregoeneratne The Mohandiram of the Timber Hauling Weekkremeratne Bandarenaijke The same of Altoedawe Don Abraham Abewikkreme Goenesegere who unanimously declared that the orders and sannasses issued by the Honorable Mr. van Angelbeek since his arrival in this government concerning the sowing of the Company's and private fields in the country, which are still in the possession of the inhabitants and, if necessary, can still be produced, are very fitting and acceptable, as having had the effect that, according to the testimony of many of the inhabitants, the crop has not flourished so well for 100 years as in the last two years, so that the decayed inhabitants of this Dessavony have been revived, many have become rich from it, and their incomes have been very blessed, and that one may well calculate that they collectively have harvested 8 to 9 times as much grain as the Company has received in dues. 4 to 500 heads a month are placed under the authority of some ignorant appoohamies who are disobedient to their parents and known as idlers, yet are considered capable by the people who work in the plantations, and monthly upon receiving the maintementos here at Mature, appearing before me with their minor heads, in order to lay out cinnamon, coffee, pepper, and areca plantations here and there, letting them perform that work without the least consultation or the least benefit, whereby the Company is disadvantaged and the people oppressed, as well as... Since this article seems completely strange to me, and the mutineers themselves seem to be ashamed to name these appoehamies, this article is passed over in silence until such time as these appoehamies shall have been named. Meanwhile, it is very astonishing that concerning all this commotion, established before no complaints were lodged, and that they also kept silent about all this upon my appearance in the plantations. §4. of this are to be found in translation that the orders issued by His Honor are in every way fitting for the promotion and encouragement to perform that important work in its season... §4.
Dutch transcription
1615 wanneer God almagtig het land met reegens op zijn tijd zeegend, dat daar van een Don petrus Abejesierie wardene Hangakoon modliaar en Eerste tolk Den Modliaar Jaag en Zaaijmeester van de Girrewaijpattoe Johannes wiedje„ wardene Naweratne Tinnekoon Den Gajenaijk modliaar Don Constantijn Dissa naijke Tillekeratne Den Modliaar van de Gange baddepattoe David de Caram weedje segere fajetil leke ratue Den Modliaar van de Belligamkorl Den Joean Abesierie wardene Goeneratone. „ „ Morruakorle Don Adriaan Perera wiekkremeratne ammer„ koon Ekenaijka ring en aanmoediging om dat aangeleege werk op zijn tijd te verrigten geschikt zijn en sannassen als anderzints de na te noemene Hoofden onderhouden zijn namelijk: zaaijers werk en de ten dien Eijnde door den heer van Angelbeek gegeve ordres bij allergewenschte uijtslag kan verwagt worden terwijl voorts ter verrigting van 't „ sabadaer van Belliegam Don Diogoe wieregoeneratne Mohandiram der Houtsleperij weekkremeratne Bandarenaijke d=o — van Altoedawe Don Abraham Abewikkreme Goenesegere de welke eenpaarig verklaarden dat de ordre en sannassen door den E: E: heer van An„ gelbeek zeederd desselfs komste in dit bestier omtrend het bezaaijen van 'sComp: en partikuliere velden in het land uijgevaardigt /: welke nog onder de ingezeetenen berusten en des nodig nog zullen kunnen geproduceerd worden:/ zeer geschikt en aan„ neemelijk zijn, als die uitwerking gehad hebbende, dat volgens betuiging van veelen der Ingezeetenen zederd nu 100. Jaaren het gewasch in zoo goeden fleur niet gestaan heeft als in de twee laetste Jaaren derwijze dat de vervalle Ingezetenen deser Des„ favonij weder opgebeurd veele er bij rijk geworden en kunne inkomsten zeer geze„ gend zijn, en dat men welkan reekenen dat zij gezamentlijk 8. â 9 maal- zoo veel granen hebben ingeoeght dan de komp: aan gerechtigheid heeft bekoomen. Eldwijl dit artikul mij geheel vreemd scheijnt te smaands worden 4 â 500 koppen onder zijn en de muijtelingen zelfs scheynen be„ schaamd te zijn, om de naamen van deese het gezag van eenige onweetende ap„ apperhamies te noemen: zoo word dit arte„ poakamies die hunne ouders ongehoor„ in kul met stelswijgen voor bij gegaan, tot tijd en wijle men deeze appoehamies zal zaam en voor leedighangers bekend zijn genoemd hebben intusschen is het zeer dog voor bekwaame aangezien worden te verwonderen dat van al dit gedoente door de volkeren die in de plantagias ar„ gesteld, ten einde hier en daar kanneel bijden en smaandelijks bij het ontvangen koffie, Peper en arreeksplantasien aante„ van de mainkte mentos alhier op Mature leggen laetende zij dat werk zonder het selfs met hunne mindere hoofden bij mij minste overleg of het minste voordeel verscheijnen bevoorens geene klagten inge„ bragt zijn geworden, en dat ze van dit alles verrigten waar door de komp. be ook gesweegen hebben by mijne verscheij„ ning in de plantagies Een opneem nadeelt de menschen verdrukt mitsg.„s §4. deezes in translaat te venden zijn dat de door zijn E: E: gestelde orders allekints ter bevorde„ ter De Den do a n„ t er„ voor en §4.
English
the wild cinnamon and other heavy trees of the plantations by such faithful commissioners as will be deemed fit to be appointed be recorded without expecting any advantage therefrom, whereas on the contrary they have more advantageous services performed for themselves by those people and also release some of them whenever each of them is willing to pay to those overseers a sack of nelij, one rixdollar and one pingo. To all such wicked and unjust people are entrusted such services, who, when the aforementioned servants stay away a bit too long when going to relieve themselves, have them beaten half to death with a kind of vine called kivien, which is thicker than a rattan or sjambok, saying that the marks thereof must lie criss-cross. In such a manner indeed nearly one hundred thousand people are tormented by those subjects without enjoying any benefit therefrom, yet they are placed in considerable offices. Which upon investigation will appear. It will meanwhile be necessary, in order that the government may discern whether the plantations laid out by me will tend to the detriment or disadvantage of the Honorable Company, or whether work is being done better or worse in other districts around here. Since the Honorable Mr. van Angelbeek here proposes an inspection of the plantations, this could take place with the pleasure of the Venerable Government, and if time permits, the Honorable Commissioners will gladly inspect some of the same in the vicinity of Mature themselves, while furthermore, regarding the complaints of the mutineers about ill-treatment inflicted upon the workers in the plantations by the overseers placed over them, it should be announced by mandate ola that in such a case they must immediately complain to the Mr. Dessave, whereupon, after proper investigation and finding any garden overseer guilty, the same will be severely punished, since all Company dependants must be treated with proper moderation, and that also the ill-treatment and the extortion of money and nelij and pingos shall be further investigated and proper justice administered thereon. At the time mentioned in the heading of this, when the Honorable Mr. Fretz was Dessave of Mature, His Honor caused deeds of commitment to be executed through the aratchies, vidanas, aratchies and village vidanas, as well as the other lesser headmen, for the obtaining of those honorable offices, for the planting by each of them of roughly 50,000 trees, whether cinnamon, areca trees, or pepper vines, and also imposed a specified financial burden upon them. Under No. 6 is to be found an extract from a separate letter from me to the Honorable and Respected departed Commander Kraaijenhof of Galle, with an extract of a Galle letter to me behind it; from this production it will be possible to see what I have written and thought about the deeds of commitment, and what orders the Honored Government of Ceylon has given to me for that purpose. Let the mutineers point out just a single person, besides the maha vidana mohandiram and the maha vidana of the fishers, who has been dismissed from service on account of their unfulfilled commitments.
Dutch transcription
de bosch kanneel en andere swaare boomen der plantagies door zodanige getrouwe gecommit„ teerden als zullen worden goedgevonden benoemt vermeld worden zonder eenig voodeel daar uit te tewerden zal intusschen nodig zijn, ten einde verwagten waer en teegen zij door die lieden het goevernement kan ontwaaren of de door mij aangelegde plantasies tot niet of nadeel voordeeliger diensten voor hun eigen laten ver„ van de Ed: komp: zullen strekken of in ande„ re distaikten hieromtrend beter dan slegter rigten en Eenige van hun ook vrijlaeten wan„ gewerkt word. wijl den E: E: Heer van Angelbeek hier bezeeden, neer elk van hun aan die opzigters een zak een opneem der plantagies voorsteld zoo zou„ nelij Een rd:s en een pingo wil opbrengen, Aan de zulx met believen van de gevene reerde Regeering konnen geschieden en wanneer het al zulke booze en onregtvaardige Lieden de tijd toelaet zoo willen E:E: kommissarissen worden zodanige diensten opgedragen die wel gaarne self eenige derzelve in de nabij„ heid van Mature gaan besligtigen terwijl voorts gem: dienstelingen wanneer zij gaande om op de klagte der muijtelingen over kwaade be„ handelingen, die de werkers in de plantagies hun water afteslaan wat lang uitblijven van de daar over Gestelde op zienders aange„ met een soort van ranken genaamd kivien„ daan worden bij mandaet ola dient aan„ dewel dikker als een rotting of Chambok haelf gekondigt te worden; dat zij in zulk en geval daar over dadelijk bij den heer Des„ dood laaten staan zeggende dat de teekens save moeten klaegen, als wanneer na behoorlijk onderzoek en schuldig bevinding van eenig daar van langs en dwars moeten leggen op tuijns opstiender den selven strengelijk kal zulke eene wijze worden wel aan hondert gestraft worden, wijl alle sComp: verplig„ telingen met behoorlijk bescheijdentheid duijzend menschen, door die subjekten ge„ moeten behandeld worden en dat ook de queld zonder eenig voordeel daar uit te quade behandelingen en het afkneevelen van geld en nelij en pingos nader siellen genieten egter worden zij in aanzienlijke ampten gesteld Het welk bij onder zoek blijken onderzogt en daar op goed recht bezorgt Ten tijde in den hoofde deezes vermelde sub n:o 6 is te vinden een Extrakt uit eenen aparten brief van mij aan den E: E: achtbe Heer fretz: Dessave van Mature was „ren Heer afgeganen gaals kom mandeur heeft zijn wel Edele door de araetjes vie„ kraaijenhof daar agter een Extraht Gaelsen brief aan mij uit dit produkt zal konnen daans araetje en dorps vidaans mitsg„s gezien worden wat ik, over de aktens van de andere mindere hoofden voor het ver„ verbentenis geschreeven en gedagt hebbe, krijgen van die Honorable diensten ak„ en welke de orders zijn die de geEerde Ceijlonsche regeering ten dien eijnde aan tens van verbintenissen laeten pas„ mij gegeven heeft laeten de suijtelingen seeren ter aanplanting door elk hun„ maar een enkeld perzoon buijten den ma„ havredaan mohandiram en den Mahavi „ per van min of meer 50'000. zo kaneel zal daan der vissers opwijsen die uijt hoofde en arreeks boomen; als peper ranken las van hunne niet nagekoomene ver„ en hun daar bij een bepaelde Geld laste bintenissen uit den dienst gesteld 55. § 5. Jaar boek gedaan zijn opgelegd worden. zal. N 7es 23 tot De lief v e voor of le gen
English
1616 to have had full reason. Notwithstanding all the deeds imposed, as also in the time of His Honourable the lands were inspected, cleared, fenced, provided with ditches, and planted. But since His Honourable departed from here as Dessave to Colombo during the administration of the aforementioned Mr. Fretz, the lascorins had two to three months of freedom after they had performed guard duty for one month. Those who went to the Elephant Hunt and remained there a month or a few days more, had in the same year more months and days of freedom than are stated above; even their substitutes, as well as those of other servants, had freedom. But after the arrival of the present Mr. Dessave, the aforementioned lascorins must perform guard duty at the gravets every other month, while they are at their guard posts, their substitutes are pressed into all other services, and as soon as they come off their guards, they must join their substitutes and at the same time put their hands to work, the other servants likewise having to labour. So that after the departure of Mr. Fretz, the headmen who granted the deeds of obligation, as well as all the other subjects, have absolutely no time, for which reason that cultivation, to which a beginning had been made, has been entirely abandoned. Thus those who made those plantations defectively, because the time determined in the deeds had expired, have been dismissed from service and the monetary fines determined therein taken from them, without taking into consideration the little that they did accomplish thereon. Thus they are very fearful that such might also befall the remainder, and request favourable consideration thereof, and thereupon a proper settlement. That most all the araetjes, attoekors, araetjes, korl araetjes, korl viedaans, viedaans, arraetjes, and viedaens had not fulfilled their entered obligations, and thus all should have had to be dismissed from the service. If it is not said in this article that I have not encouraged and admonished those who bound themselves to the planting of produce to the fulfillment of their obligations, then I shall preferably keep silent about the grand boasts of the mutineers regarding the work already commenced by them to that end. Mr. Fretz, in the last year of his administration of this Dessavony, used 23 Radjas lascorins for the work of the plantations. Presently no more randjes are designated for the work of the plantations, except only 5 randjes, among which are still the two washer randjes, who belong to the service of the house of the Dessave, but whom I, at Merisse, with the enjoyment of Mainklementos, cause to lay out a pepper and coffee garden for the account of the Honourable Company, just as they already did in the time of the Lord Dessave Fretz. Furthermore, attached hereto under No. 7 is a specification of the distribution of the lascorins for the previous and this current financial year, set against the distribution made in the last financial year by Mr. Fretz; and from this it will then be seen whether the inhabitants, or rather the arraetjes, kangaans, and lascorins, have reason to complain at present. The Honourable Mr. Fretz testified as former Dessave of Mature that the deeds of obligation executed before my time were mostly long expired. The danger of raising this matter was too apparent to me, since I knew very well to grant such deeds of obligations, about which the mutineers complain, through the headmen then serving and those appointed since, because His Honour saw that otherwise they had little to perform for the Honourable Company. And whereas the Honourable Mr. van Angelbeek on this occasion orally testified that His Honour had ceded the 23 randjes lascorins, whom the aforementioned Mr. Fretz formerly used for the plantations, to the native headmen, while demanding from them the following number of men for the work in the plantations, unspecified from which obligors, namely: From the atte pattoe and adiegarie mandoe, as well as huntsmen and Mohotiaers randjes: 100 heads From the fagereroes under the viddaan of the Baijgams: 30 heads From the Morauakorl, except in the cardamom season: 100 heads From the Viedanien of kattoene, oedoebokke, and kreeme: 30 heads From the four gravets and the charcoal-supplying villages: 40 heads From the gange baddepattoe: 80 heads From the Lordship of Belligam: 40 heads From the kande badde pattoe: 80 heads From the wille badde pattoe: 60 heads From the kodie toaakmandoe: 24 heads From the belligamkorl: 60 heads From the gasenaijk: 30 heads From the wood-dragging: 24 heads Together: 698 heads. Whereupon it was only remarked by the Honourable Fretz that the aforesaid number [illegible]
Dutch transcription
1616 volkoomen reeden gehad te hebben zijn geworden niet tegenstaande alle de akten opgelegd gelijk ook ten teijde van zijn wel Edele de gronden gevisiteerd, schoon ge„ maakt bepaggerd, niet gragten voorzien en beplant zyn, Dog zeedert is zijn dat meest alle de araetjes attoekors araetjes korl araetjes, korl viedaans, viedaans ar„ wel edele van hier als Dessave naar raetjes en viedaens aan hunne aangega„ kolombo vertrokken in de regeering ne verbintenissen niet voldaan hadden, en van welgem: Heer Fretz: hadden de dus alle uijt den dienst zouden hebben moe„ laskorijns twee à drie maanden de „ten gesteld worden wij bij dit artikul niet gezegd word dat ik hun die zig tot het vrijheid na dat zij een maand de wagt aanplanten van producten verbonden heb „ hadden waargenoomen De geenen die ben gehad, tot het nakoomen hunner ver„ na de Elephants Jagt gingen en daar bintenissen niet aangemoedigt en vermaend hebbe zoo zal ik van het grootsch opge„ een maand of eenige daagen meer blijven, ven der muijtelingen van de door hun hadden in het zelve Jaar meer maanden ten dien einde reets aangevangen werk en daagen vrijheid als de heer vooren liefst stelswijgen. De Heer Fretz: heeft in het laatste Jaar zijn opgegeven zelfs hadden de nood„ van zijn edeles bestier deezer dessavonij hulpers van hun zouw wel als van an„ tot het werk der plantagies gebruijkt gehad 23. Radjas laskorijns. Tans zijn geen rand„ dere bediendens vrijheid, maer na de komste jes meer tot het werk der plantagies be„ van den presenten Heer Dessave moe„ paald als alleenig 5. rand:sis waar onder ten de bovengem: Laskorijns om de nog de twee randjes wasssers zijn, die ten dienste van het huijs van den dessave ge„ andere maand eens aan de gravetten hooren maar die ik op Merisse onder het de wagt waarneemen terwijl zij op genot van Mainklementos voor reeke„ ning van de Edele komp: een peper en hunne wagt posten staan worden koffie tuin laet aanleggen gelikse dat hunne noodhulpers tot alle andere ook reets ten teijde van den heer Dessave diensten geprest en zoo drae zij van Hun„ Fretz: gedaan hebben voorts word hier nevens sub n:o 7. gevoegd eene aanwij„ ne wagten afkoomen moeten zij zich sing van de verdeeling der laskorijns bij hunne noodhulpers vervoegen en te„ voor het voorgaande en dit loopende gelijk met hun handen aan het werk boekjaar met tegen overstelling van de gedaane verdeeling van het laetste boek„ slaan moetende de overige dienstelingen Jaar door den heer fretz: en hier uijt insgelijks arbijden zoo dat na het vertrek zal dan gezien worden of de ingezetenen van den Heer Fretz: de hoofden die de of liever gezegt de arraetjes kangaans en verbintenis aktens hebben verleend laskorijns reeden hebben om zig tans te klaa„ De E: E: Heer Tratz: betuigde als voor„ zoo wel als alle de andere on„ maligen Dessave van Mature derdanen volstrekt geen tijd hebben van verbintenissen voor mijn tyd gepasseerd gevaar om deeze zaak te roeren, was mij te oogenscheijnlijk, vermits ik zeer wel wist n om Com meest alle voor lange verloopen zijn Het en gen om diergelijke aktens van verbintenissen, om die reeden is die aanplanting waar waar over de Muijtelingen kalaegen door aan een begin is gemaakt ten eene mael de toenmaels gefungeerd hebbende, en ze„ verlaeten Dus zijn de geenen die heer derd nu aangestelde hoofden te doen ver„ leenen, wijl zijn E: E: zag dat zij anders weij„ gebrekkelijk die plantagies hebben aan„ nig voor dE: komp: te verrigten hadden gelegd; wijl de bij de aktens bestemde tijd En dewijl de E: E: heer van Angelbeek, bij deeze geleegendheid mondeling betuig„ verloopen is uijt den dienst gesteld en de de, dat zijn E: E: de 23: randjes laskorijns die wel gemelde Heer fretz: wel eer tot de daar bij bepaalde geld boetens van hun plantagien heeft gebruijkt aan de genoomen, zonder in aanmerking te Inlandsche hoofden afgestaan neemen en het wijnige dat zij daar had onder het Eischen van hun aan verrigt hebben, dus zijn zeer bedugt van het ondervolgende getal dat zulx aan de overigen ook overkoo„ volk tot het werk in de planta„ men mogte en verzoeke gunstige kon„ gies onbepaeld uit welk verpligte„ sideratie van dien daer op een goed lingen teweeten. regt. Van de atte pattoe en adiegarie mandoe mitsgaders wildschutters en . . koppen. 100. Mohotiaers randjes. . . . . . . . . „ „ fagereroes onder den viddaan der Baijgams - - - - - - „ 30. „ „ Morauakorl uit genoomen in de kardamoms tijd - - - - „ 100. „ „ Viedanien van kattoene oedoebokke en kreeme. . . . . . „ 30. „ vier gravetten en de kool gevende- dorpen - - - - - - „ 40. „ „ gange baddepattoe - - - - „ „ Heerlijkheid van Belligam - - - - - - - - - - „ 40. „: „ kande badde pattoe - - - - - - - - „ „ wille bad de pattoe - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 60. „ „ kodie toaakmandoe - - - - - - - - - - - - - - „ 24. „ belligamkorl- - - - - - - - - - - - - - - - - „ gasenaijk - - - - - - - - - - - - - - - - - _ „ 30. „ „ houtsleep - - - - - - - - - - - - - - - - „ 24. om te Zamen kopp: 698. zo wierd daar op door DE: Fretz: eenlijk aangemerkt dat het voorsz: getal 80. niet „ „ „ - - - - - - „ 80. „ 60. m
English
1617 cannot be half gathered from 23 ranks of lascoreens, and which also was entirely beside the point; it was further considered that the headmen who were in their offices only bound themselves, upon forfeiture of their offices, to establish plantations within certain specified years, but with respect to or to the charge of those who obtained vacant offices, a fine was stipulated in addition; thus the Honorable Gentlemen Faetz and van Angelbeek are of the opinion that, since the first-named headmen have already exerted themselves to obtain their offices, and their subordinate people have now for some time been working in the Company's plantations on maintenance allowances, the agreement with them can be entirely cancelled, and it shall further be left free to themselves to continue working in the plantations already partly established, or, in case of their inability, to give notice thereof to the dissave, in order to make the necessary arrangements therein so that the work already done does not go neglected; and that, in the second place, regarding the headmen who bound themselves to establish plantations in order to obtain offices, it is nothing more than most reasonable that they still fulfill that agreement, provided that, in order to accommodate them in that respect, they be granted a further term of just as much time as was stipulated in each deed to complete the accepted plantations, and this to be calculated from the day on which the mandate shall be dated, leaving the freedom to anyone who finds difficulty in complying with this to ask for his dismissal within three months, upon which this will be granted to him and the deed of obligation cancelled; the Honorable Gentleman van Angelbeek declaring, in order to reinforce his Honorable's aforementioned opinion, that the Mahavidana and Mohandiram of Dondra, being the only ones who paid the stipulated monetary fines and were dismissed from service, coming daily to his Honorable's door, had repeatedly made known to him that their plantations were in a very much better state, and that thereupon the Honorable Gentleman van Angelbeek had promised them, upon the cessation of the country's unrest, to visit the plantation, and upon discovering the truth of their statement, to intercede with the venerable Government of Ceylon for their restoration to their former capacity; whereas, on the contrary, the Honorable Gentleman Samlant is of the opinion that the extension of time ought to take place both with respect to those who have been in the offices, and who for that reason ought not to be released from their deeds of obligation, and to those who were placed in offices upon the concluded agreement, just as if this were a new agreement that the Honorable Company entered into with them, and that those who were dismissed from service ought to be restored to the offices that have not been given away, and the paid monetary fines returned to them. Section 6: We humble people must have our fields plowed, worked, and muddied by buffaloes, as well as have certain necessities consisting of cotton, salt, and fine grains brought in by cattle, all serving for our subsistence; but the overseers of the cinnamon gardens, through self-interest, do not properly maintain their fences, thereby giving opportunity to those beasts to run into those gardens, whereupon they are shot dead by them or captured and tied up until the beasts perish on the spot itself if their owners do not redeem them with cash payments; they are also frequently sold by them and the money appropriated to themselves according to the express order now given; in this and similar ways, the inhabitants have had to lose countless beasts. Section 6: Up to now I do not know that a single complaint has been brought before me that any of the overseers has dared to sell a cow or buffalo that was seized in the cinnamon garden or other plantation and sent in. The shooting dead of beasts in the plantations I have abolished entirely, because already in the beginning when I arrived here I noticed that the soldiers who were previously sent for that purpose shot only a single beast each time, and deliberately let the others run if there were more in a plantation, in order that they might frequently have such a hunting party. The beasts that are tied up in the gardens are brought here, and if the owners present themselves, they receive them back with the recommendation to watch their beasts better in the future; if, however, it happens to appear that the owners, out of malice, refuse to herd their beasts, and their beasts have already been seized and returned to them repeatedly, then I make them pay a fine as punishment according to their ability, which is divided among those who seized the beasts. It is quite possible that such minor settlements of matters among thousands...
Dutch transcription
1617 niet half bij een te brengen is uit 23. rantjes luskorijns en het welk ook niets ter zaeke deed alwijders, wierd gekonsidereert, dat de hoofden die in hunne be dieningen waaren, hem alleen verbinden hebben, op verbeurte van hunne ampten om plantagies aan te leggen binnen zeekere bepael de Jaeren, dog ten opzigte, ofte laste der geenen, die vakante bedieningen verkreegen hebben, daar en booven eene boete, bepaeld zoo zijn d' E: E: heeren Faetz: en van Angelbeek van gevoelen, dat wijl de eerstgenoemde hoofden, reeds, ter orlanging van hunne ampten geperesseert hebben, en hunne oider hebbende volkeren zedert nu eenigen tijd in 'sComp:s Calaatagies op maintementes, werken, men van deselve de verbintenis aklans zal konnen vernietigen, en het voorts aan hun zelve zal vrijstaen om in de reeds ten deele aangelegde plantagies; verder voor te werken, dan wel bij dies onvermoogen, kennis, daar van aan den dessave tegeeven, om daar in de noodige schikking temaeken, ten eijnde het reeds gedaene werk niet doen ver= waarlossen en dat het in de tweede plaetse met betrekking tot de hoofden die ter verkrijging van diensten hun hebben verbonden om Plantagies aanteleggen, het niet meer, dan hoogst billijk is, dat zij aan die verbintenis als nog voldoen, mits dat, om hun ook daar omtrent tegemoed te koomen aan deselve nog een nader ter= mijn word gegeven, van even zoo veel tijd als bij akle akte bepaeld is, om de aan= gewome playjtagies te voltooijen, en zulks, te reekenen, van den dag waar op de mandait ola zal gedateert worden met vrijheijd laeting aan den geenen die swaarheijd vind om daar aan te voldoen, om zijn ontslag binnen drie maenden te konnen vraegen, als wanneer hem zulks zal geakkordeert werden ver= bintenis akte vernietigd werden, Betuijgende d' E: E: heer van Angel loek om zijn E: E: heeft gem: openu kragt bij tezetten, dat de Mahairdaen Mohandiram van d'ondure zijnde de eenigsten die de bepaelde geld' boetens betaeld hebben een uit den dienst gestilt zijn, dagelijks aan zijn E: E:s porta koomende en een en andermael denselven te kennen gegeven hadden, dat hunne plantagies in een vaij beteren staat waaren, en dat daar op de E: E: heer van Angelbeek hun beloofd had bij het Cesseeren den lands beweegingen in de plantagie te zullen koomen, en bij ontdekking van de waarheijd, hunner voorgaeve bij de gevenereerde Ceilonse regeering te zullen intercedeeren tot hunne herstelling in hunne voorige qualiteijd zijnde in teegendeel de E: heen Samlant van oordeel dat de prolongatie des tijds plaats behoord te hebben, zoo omtrent de gee= nen die in de ampten geweest, zijn en die dies niet behoorden ontslaegen teworden van hunne verbintenis aetens als die op het aangegaen akkoord in bedieningen gesteld zijn, even of dit een nieuw accoord, hij dat d' E: Comp: niet. met hun aanging, en dat de geenen die uit den dienst zijn gestolt, in de diensten die niet vergeeven zijn, behoorden hersteet, en de betaelde geld boetens aan hun terug gegeven te worden 5: 6: Tot nu toe weet ik niet dat er eene wij geringe menschen moeten onse velden enkelde klagte bij mij ingebragt is door bussels laeten beploegen, be geworden dat imand den opzigters zig arbeijden en bemodderen mitsgaders onderstaen heeft om een koebeest of bussel door koebeesten eenige nooddrust be die in de kanneel thuijn of andere plantagie opgevat, en gesonden is te staende in kattoen, zout en fijne verkoopen. Het doodschieten der bees- graenen laeten afbrengen alles die ten in de plantagies hebbe ik geheel nende tot ons onderhout dog de op„ afgeschaft wijl ik reest in den beginne zigters van de kanneel tuijnen lae= toen, ik hier gekoomen ben merkte, dar dat de zoldaeten die daar toe bevoorens „tende paggers derzelve weegens ei wierden gezonden telkens een enkeld „gen belang niet behoorlijk voorzien beest schooten, en de andere moedwil geevende daar door geleegenheijd liglijk zoo er meede in een plantagie waaren, lieten loopen ten eijnde zig te aan die beesten om in die tuijnen te meermaelen een zuelk Jagt partyjtje loopen wanneer deselve door hun dood mogten hebben. Die beesten die geschooten of gevangen en aangebon in de tuijnen opgebonden worden „den worden tot zoo lang dat de bees= worden hier gebragt, en zoo de Eijgenaars zig melden krijgen, zij „ten daar ter plaetse zelf koomen te die wederom met recommandatie van krepheeren zoo de eijgenaars van in het vervolg beeter op hunne bees= dien deselve met kontante betaeling „ten te passen zijn het egter gevallen met inlosten; ook worden ze menig. dat het blijkt dat de eijgenaars uit kwaedwilligheijd hunne bes= maelen door hun verkogt en het ten niet willen hoeden en reeds geld volgens de thans gegevene Ex- te meermaelen hunne beesten opgevat „presse ordre zig toegeeijgent op en aan hun terug gegeven zijn geworden deese en diergelijke wijze hebben de zoo laet ik hun na hun vermoogen eene boete tot straf betaalen, die daar ingezeetenen onnoemelijk veele onder hun, die de beesten opgevat beesten moeten verliesen. — hebben, verdeeld wordt. Het is net wel mogelijk dat men zig diergelijke kleine afdoeningen van zaeken onder 14 duijzenden. §: 6: 8 z
English
1618 thousands of greater importance, to mind, and it would therefore be very reckless to attempt to make an indication here of all the beasts that have been seized and brought in; yet I believe it is estimated very high if I assume that there are twenty persons whom I have made pay a fine for their seized beasts, while on the other hand there will perhaps be a hundred who have received their beasts back again without paying any fine. In this matter it is understood that the following clause shall be made known in the mandate ola which is to be issued, namely: That whenever a cow or buffalo is seized in any plantation, the owner shall have to pay one schelling for its release to the caretakers of the plantations, unless he can show that the beasts had been provided with a tether or tied with a stick around the neck, or that the fence of the plantation is inadequate, in which case those who seized the beast shall be punished for their improper conduct; but that if the owner does not come to redeem his beast within three days and nights, the same must be brought to the nearest headman and subsequently be redeemed for 2 schellings, of which one schelling, as said hereinbefore, shall be for the caretakers of the plantations, and the second schelling must be given to the one who provided the maintenance to the said beast; and that it should be especially recommended to take care that these beasts get food and do not perish from hunger, on pain of punishment according to the circumstances of the case; and that because it appears that no express order was given to be allowed to sell the beasts seized in the plantations, such shall also not happen. Paragraph 7: We poor Sinhalese have our maintenance and subsistence from the good and fruitful jakfruit trees of the thickness of 5 to 6 covidos and length of 20 to 30 covidos, which stand close to the river, to such an extent that the members of a household enjoy their subsistence therefrom for some months in the year; because these trees have now been cut down and sawn into planks right on the spot and carried off, we have suffered great damage thereby. The headmen have received an express order from me indeed not to cut down any jakfruit trees other than barren ones, and that even these barren trees must not be cut down if the owners are not satisfied therewith, because here in this dissavany there are such a great multitude of jakfruit trees that the headmen can constantly find barren ones whose owners are glad to give up such trees for cash payment; the product under No. 8 annexed hereto proves this order more fully. 7. By mandate ola it is to be pointed out to the complainants that the cutting of the trees took place contrary to the strict order of Mr. van Angelbeek, and furthermore to decree thereby that if any jakfruit trees were cut without the consent of the owner, the same may present his complaints in more detail to the lord dissave, whereupon the same will be investigated and proper justice done; furthermore, that no one shall be allowed to have any jakfruit trees cut down except with the consent of the owner, from whom also, in proof thereof and of the receipt of the money for which he sold that tree, a receipt must be taken by the purchaser; and should it happen that the Company requires jakfruit trees and they were not to be obtained, and a headman was thus obliged to have a tree cut down, that in such a case no other tree may be felled than one that bears little or no fruit, and for which the headman shall then make payment against a receipt, while he can receive the money for it from the Company's treasury. Paragraph 8: It does not go now as before, when the lords dissaves did not make so many journeys inland as the present dissave, to whom and to whose retinue the inhabitants must provide adukku and pehidun; the commissions that were previously performed by appohamys are now performed by European servants, mudaliyars, and mohandirams, to whom they must now make more and heavier provisions of batta than before; doing so, those native headmen remain continuously in the korales and pattus, and many mayoral officials have fallen into great poverty, because they... The headmen and minor headmen certainly do not like to see their dissaves visit them often, because the dissaves discover their fraudulent trade too much through such journeys; it is nevertheless certain that traveling in the country is a very principal, although troublesome and uncomfortable, duty of a land-regent; and many circumstances have prevented me from taking myself inland as often as I would have wished, and the interests of the Honorable Company required it; the complaint that through these land journeys many mayoral officials have fallen into great poverty is very false; upon my arrival in this dissavany all the mayoral officials were in deep debt, whereas at present and currently they are all well-to-do and have paid all their debts. 8. Heavy. they
Dutch transcription
1618 duijzenden van meer belang, alle te binnen brengt en het zoude dies zeer verweegen zijn alhier eene aanwijzing tewillen doen van alle de beesten, die opgevat en aangebragt zijn, dog dat jk geloove dat het seer hoog geree= „kent is, zoo ik aanneeme dat er tuijn perzoonen zijn, die ik huune eene boete voor hunne opgevalte beesten hebben doen betaelen, terwijl daar en teegen misschien hondert zullen zijn die hunne beesten zonder eenige boete te betalen weder terug bekoomen hebben Ten deesen is verstaen de volgende periode bij de mandaat oler welke staat aftegaen bekend te stellen namelijk. Dat wanneer er een koe= beest of bussel in eenige plantagie opgevat werd, den eijgenaar voor dies lossing een, schelling zal moeten betaelen, aan de oppassers der plantagies ten zij hij kan aanthoonen dat de beesten gekoppeld of met een stok om den hals gebonden voorzien zijn geweest, dan wel dat de Pagger van Plantagie onbequaem is, als wanneer de geene, die het beest hebben opgevat weegens hier onbehoorlijk bedrijf zullen worden gestraft dog dat wanneer den eijgenaar zijn beest binnen drie, etmaelen niet komt telossen het zelve bij het naeste hoofd zal moeten gebragt en vervolgens voor 2: schellingen moeten gelost worden, waar van dan een schelling, gelijk hier vooren gezegt is, zal zijn voor den oppassers der plantagies, en de tweede schelling zal moeten gegeven werden aan de geene die het onderhout aan gemelde heeft heeft bezorgd en dat inzonderheijd aangerekommandeert, dient te wer- „den omtezorgen, dat die beesten tevreeten krijgen, en niet van hongir omkoomen opespeene, van Straf na bevinding van zaeken, en dat wijl weegens blijkt dat de enige expresse order tegeven is, om de buis ten die in de Plantagies opgevat worden, temoogen verkoopen zulks ook niet zal geschieden. §: 7: Wij arme singaleesen hebben ons onderhoud De hoofden hebben van mij wel heer Expresse last bekoomen om geene zoor en bestaen van de goede en vrugtbaere zaks boomen te kaspen dan onvrugtdragende koorzaks boomen ter dikte van 5: â: 6: en dat ook zelfs deese onvrugt draegende kobido en lengte van 20. â 30: kobidos boomen niet moeten gekapt werden zoo die digt bij de rivier staen in zoo verre de eijgenaars deselve Er niet meede dat de perzoonen van een huijs gezien eenige tevreeden zijn, alsoo „e hier jn deese dessa maenden lang in het Jaar hun bestaen vonij eene zoo groote menigte van zoor daar van genieten, wijl nu deese boomen zaks boomen zijn dat de hoofden actoos onvrugtdraegende bevonden kunnen vinden afgehouwen en daar ter plaetse zelve tot welkers eijgenaars blijde zijn van kon= planken gezaegd en afgebragt geworden tante betaeling zulke boomen aftegeeven 't zijn hebben wij daar door groete schaede vrodukt zal n:o 8: hierneevens geleeden. gevoegd bewijst deese ordre meer volkoomen. 7. Bij Bij mandaet ola de klagers aanteduijden dat't kappen der boomen teegen de stellige order van den heer van Angelbeek geschied is, tevars daar bij te statueeren, dat indien er eenige zoorzaks boomen zouder bewilliging van den eijgenaar gekapt zijn, denzelven zijne klagten nader opgeven kan aan den heer dessave als wanneer deselve zal onder zogt en daar op goed regt gedaan worden voorts dat niemand eenige zoorzakes boomen zal moogen laaten kappen dan met bewilliging van den eijgenaar van wien dan ook ten blijke van dien en van den ontfangst der penn: waar voor hij die boom verkogt heeft, eene, quitantie door den koper zal moeten genoomen worden en wanneer het mogte gebeuren dat de Comp: zoorzabes boomen nodig hebben, en, deselve niet te krijgen waaren, en een hoofd dus in de verpligting was om een boom te laaten kappoen, dat in zulken geval geen anderen boom zal moogen geveld worden dan die weijnig of geene vrugten geeft, en wanneer voor dan het hoofd de betaeling teegens quitantie zal dan terwijl hij het geld daar toe in't 'sComp:s kas kan ontfangen. 8: 8. De hoofden en minderhoofden Het gaat, nu niet zo als bevoorens, wan- zien het zeeker niet gaarne dat „neer de heeren Dessaves zoo veel hunne dessaves hun dikwils be zoeken, wijl dessaves doar zulke togt en landwaards en niet deeden togten te veel hunne bedriegelijke als de teegenwoordigen dessave aan handel ontdekken, het is intusschen wien en desselfs gevolg der ingezee zeeker dat het reijse in 't land eene seer voornaeme hoewel ver tenen adoekoes en Pehindoens moe drictelijk en ongemakkelijke pligt ten bezorgen de kommissies die van een landregent is, en bevoorens door appoes verrigt wiar= veele omstandigheeden hebben wij verhindert om zoo dikwirls den worden tans door europeese mij landwaards intebrengen als dienaeren modliaars en Mohan= ik wel zoude gewenscht hebben dirams verrigt, aan wien zij dees meer gehad, en de belangens van d' E: „der en swaarder verstrekkingen Comp: het vereischt de klagte dat „deese door „ klagte landreijzen veele maij van guastos tans moeten doen dan be oraels in eene groote armoede voorens, dus doende blijven die in voor allen zijn, is zeer vals bij — landse hoofden geduurig in de korles mijne komste in deese dessavonij en pattoes en zijn veele maijoraels waeren alle de maijoraals in diepe in een groote armoede vervallen, wijl schulden, terwijl zij thans en tee= genswoordig alle wel gegoed zijn en alle hunne schulden betaeld hebben De 8. 8. Zwaare. zij:
English
1619 heavy houandirams and advantages from the Company fields, which the mayorals draw here, are more than sufficient to cover all these expenses of the travels of a Disava in the country, and would, even if these travels were doubled, still be fully sufficient. I cannot recall that any European servants, mudaliyars, or mohandirams were employed in any commission that could have been performed by ordinary appoos; solely and exclusively, I had the plantation situated here in the Four Gravets and adjacent villages surveyed by the mohandiram of the Atapattu, and likewise the plantations in the Morawak Korle by the mudaliyar of that province, and some others by the mohandirams of the Atapattu and Adikara Mandu, who, however, had not gone to the Morawak Korle expressly for that purpose, but found themselves there to survey and estimate the damages and losses of the inhabitants on account of the canal cut that had been made. That the inhabitants or subordinate headmen provide adukkus and phendoen to their principal headman is their own fault, since they know very well that they are not obliged to do so, and since it is not unknown to them that, to counter this practice, upon the complaint not even directly made to me, I issued a sannas to the Morawak Korle; thus it is more than fully evident from this that this complaint is likewise a contrived matter. Regarding this period of grievance, to cite by mandate ola that it is the duty of the Disava to go from time to time into the country, and especially to such places where his presence is most required, and that this, alongside some headmen who are sent on commission into the country, can cause no grievance to the mayorals, because they have an ample income from houandiram, from which they can easily make good those gastos; but that if it should happen in a single case that they had reason for grievance, they can immediately report such, whereupon they will receive an equitable decision; furthermore, that the Venerable Ceylon Government has ordered that all headmen must reside in their korles and pattus, and that the mayorals need not give any provisions to the headmen of the korles or pattus; which was also announced by sannas ola of 19 May 1770 by the Lord Disava Burnat. The demanding of the one-tenth tithe of the chenas was in use before my time, and it is, although upon my proposal, nevertheless upon express authorization of the Venerable Ceylon Government, that I leased out the chenas in the previous year. Because the clearing and sowing of the chenas is a very difficult labor on account of the thorn forests that the inhabitants must clear, no dues were ever contributed for it previously, except starting from three or four years ago, of which in the first years they had to part with only a little under the name of tithe duty, but this last year the Lord Disava unreasonably had that duty leased out, just like that of the good mud fields. To represent to the complainants by mandate ola that of the paddy that is sown on chenas, the Honorable Company is entitled to ottu duty just as well as from the sowing fields, which duty in the Galle Korle and the Colombo Disavany has been given from of old, but in this Disavany has been paid to the Company only since 5 years ago, whereas before that time the headmen enjoyed it; but that, seeing that this leasing has caused some dissatisfaction, and we also understand that unreasonable renters can harass the chena owners greatly, and moreover the chenas lie wide and very scattered, and that this also gives much trouble to the renter, and thus the chena owners cannot be helped so promptly; therefore this matter shall be brought to the knowledge of the Venerable Ceylon Government and favorably proposed, to the end of no longer having the ottu duty of the chenas leased out, but having it appraised by commissioners and subsequently having the collection made. 9. 10. 5. 10. This article I leave entirely to the answering of the native headmen, as also paragraphs 11 and 12, as I never gave orders as to how the resthouses must be provided, nor how many coolies must be supplied from a household, and the summoning of the people for the journey to Baddegiria is likewise a matter done by the headmen on their own offer; they have repeatedly assured me that the people were fully satisfied with this journey. It is also a matter that falls entirely to their account that they ordered the inhabitants to take their own maintenance along, notwithstanding that this last levy is From earlier days it has been the custom that the headmen and the collective mayorals appear before the Lord Disava with a small paresse consisting of butter, fowl, eggs, pumpkins, bunches of bananas, limes, and custard apples, which the mayorals must deliver before the New Year; and now, we do not know through whose doing, we must, according to the orders that we receive from our headmen, also deliver in addition sheep, goats, pigs, of each sort 2 to 3, and as many birds as we can catch alive, and several amunams of rice under canopies of blue, red, and white linen, and many other decorations of they must supply each headman daily with 2 phendoen and 4 adukkus.
Dutch transcription
1619 zwaare houandirams en voordeelen van 's Comp: zij aan ider hoofd 's daags 2. phendoen velden, die de maijoraals hier trekken en 4. adoekoes moeten verstrekken. zijn meer als toereijkende om alle deese onkosten van de reisen van een Dessave in 't land te voldoen, en zoude, all wierden deeze reizen verdubbeld, nog volkoomen toerijkende zijn. Ik weet mij niet te binnen te brengen dat eenige Europeese dienaaren modliaars of Mohan„ dirams, in eenige kommissie gebruijkt zijn die door gewoone appoes hebben kunnen verrigt worden enkeld en alleenig, hebbe ik de hier in de vier gravetten en aangrensende dorpen geleegene plantagie door de Mohan diaam van de Attepattoe doen opneemen, en insgelijks de plantagies in de moruakorle van den modliaca dier provintie en eenige andere door de mohandiaams van de Attepattoe en Adigare mandoe die egter ten dien eijnde niet Expresselijk na de maranakorle geweest zijn maer zig daer bevonden om de nadeelen en verliesen der ingezeetenen wegens de gedaene Doorgraving opteneemen en te begrooten. Dat de inwooners of minderhooffden aan hunne eerste hoofd adoekkoes en phiendoms verstrek ken is hunne eijgene schuld, vermits zij zeer wel weeten, dat ze hier toe„ niet gehouden zijn en vermits het hun niet onbekend zijn, dat ik tot tegengang van dit gedaente op de niet eens aan mij direntelijk ge„ daane klagte na de morruakoole een somas hebbe uitgevaardigd zoo blijkt daer uit meer dan volkoomen dat deeze klagte intge„ „lijks eene gezogte zaak is Omtrend deeze periode van bezwaarnis bij de mandaat ola aen„ te haelen dat het de pligt is van den Dessave om van tijd tot tijd in het land te gaan, en inzonderheid na zodanige plaatzen als waer zij„ ne presentie 't meest vereischt word, en dat dit nevens eenige „hoofden die in kommissie in het tand gezonden worden, de Maij oraals tot geen bezwaar strecken konnen, weil zij een ruim in koomen hebben aan hoeandiram, waer uit zij die Gastos gemak kelijk konnen goede maeken: Dog dat indien 't in een enkeld geval mogte gebeuren dat zij reeden van bezwaarins hadden zij zulks dadelijk kunnen opgeeven als wanneer zij daer op een billijk bescheid zullen bekoomen voorts dat de Geve„ nereerde Ceilonse regeering gelast, heeft dat alle Hoorden in hunne korles en Pattoes moeten woonen, en dat de Maijo„ raals geene verstrekkingen aan de hoofden van de horles op Pattaes behoeven te geven; het welk ook bij sannas ola van den 19:' Maij 1770. door den Heer Dessave Burnat aangekondigt is. Chenassen een zeer moeielijke arbeid is uijt hoofde van de doorn „bosschen die de ingezeetenen Het in vorderen van de een thiende Wijl het kappen en bezaaijen der geregtigheid der Chenassen is voor mijn tijd in gebruik geweest en het is hoewel op mijn voorstel egter op moeten op Expresse qualificatie van de Geve„ moeten zuijveren zoo is bevoorens nooijd eenige geregtigheid daer „nereerde Ceilonse regeering, dat ik in het voorige Jaer de Chenassen en voor opgebragt als van voor nu drie a: vier Jaeren, waer van zijn in de De klagens bij mandaat ola voorte„ „stellen dat van de Nelij die op Chenas„ „sen gezaaid word D'E komp:s even de naam van thiende gerechtigheid zoo goed attoe geregtigheid toekomt hebben moeten missen maer het laaste als van de zaaijwelden welke gereg„ tigheid in de Gale Kaale, en de Kolom Jaer heeft die geregtigheid den Heer „bose Dessavonij van ouds gegeeven Dessave onreedelijk, even als van de Dog in deeze Dessavonij eerst ze„ goede moddervelden laten verpagten. deat 5. Jaeren aan de komp: vol„ „daan word: terwijl voor die tijd de Hoofden dies genot hebben gehad, maer dat aangezien dies verpagting eenig ongenoegen veroorzaakt heeft en wij ook begrijpen dat onreede „lijke pagters de Chenas eijgenaars zeer konnen plagen, en ook boven dien de Chenassen weijd en zeer verspreid leggen en dat dus ook veel moeite aan den pagter geeft, en dus de Chinas eijgenaars zoo spoedig niet kunnen geholpen worden: Dierhalven de gevenereerde Ceilonse regeering deeze zaak ter kennis zal gebragt en gunstig voorge„ „dragen worden, ten eijnde de ottoe geregtigheid der Chenassen niet meer te laeten verpagten, maer door gecommitteerdens te doen taxeeren en nader de invordering te laeten doen. 9. 10. verpagt hebbe. 5 10. eerste Jaeren slegts een wijnig onder Dit artikel laat ik geheel ter beant„ Het is van vroegere daagen de gewoonte „woording van de Inlandse Hoofden gelijk ook § 11. en 12. alzoo ik min dat de hoofden en de gezamentlijke „mer ordres gegeeven hebbe, hoedanig maijoraals met een geringe paresse bestaande in boter houders egjeren de rusthuijzen moeten verziend/ wor„ „den, nog ook hoeveel koelis uit een pampoenen, pissangtrossen, liemoenen huijs gezin moeten geleeverd worden, en Toetappels welke de Maijoraals en 't oproepen der volkeren tot de moeten opbrengen voor 't Nieuwe Jaer reize naer Baddegirie is insge„ bij de heer Dessave verscheinen en na „lijks eene door de Hoofden op eijge„ wij weeten niet door wiens toedoen „ne aanbieding gedaane zaak zij hebben mij bij herhaeling verzee„ „kend, dat de volkeren met deeze moeten wij volgens de ordres die reize volkoomen te vreeden waeren wij van onze Hoofden erlangen nog Het is ook eene zaak die geheel daer bij schaapen, bokken, verken„ voor hunne reekening komt dat Roeijen van elk zoort 2. á 3 en zoo ze aan de ingezeetenen belast heb, veel voogels als wij levendig kunnen ben gehad om hun eijgen onder„ magtig worden, en verscheiden ammo nams rijstleeveren die onder verhe„ meltens van blauw, rood en wit „houd meede te neemen, niet linnen en veele andere vercier zelen tegenstaande deeze laatste belasting van 8 „ is
English
The Mudaliyar Tinnekoon was ordered by me to gather together 8000 parras of paddy at Waanderoepe, with the delivery of which a beginning has likewise been made. Furthermore, the necessary orders have been issued by me to collect some side dishes in order to furnish these to the workmen over and above the paddy, just as the necessary drinks have already been sent to the Magampattoo for that purpose. All these arrangements indicate only too clearly that I regarded the tax requiring the people to bring along their own sustenance as an untenable order that no one, or perhaps only very few, would comply with. And since all these arrangements for the supply and collection of such a great quantity of provisions took place openly and became known everywhere, the complaint regarding the chiefs concerning this tax largely falls away. Regarding the order to bring along tools, I have to note here that, besides the fairly large quantity of tools already sent thither by me, the Maha Vidane Mohandiram over the Kottalbadde and Dewalebadde long ago had orders from me to purchase 500 pieces of inchidosses and as many kooijtassen as he could obtain. Meanwhile, since these tools were not sufficient for the multitude of workmen that I expected to have there, I expressed my satisfaction to the chiefs if they could bring along some tools among others. On the other hand, it is completely false, so far as I know, that an order was given to anyone to bring along any baskets, as the Mudaliyar Tinnekoon had the necessary orders from me to have thousands of baskets manufactured for payment, and some have already been delivered by him for that purpose. Furthermore, I note here redundantly that the people, as soon as I received report that they had gathered together, were at once exempted from this journey by sannas. With these my remarks on the submitted complaints of the mutineers, I think that the invalidity of the same has been demonstrated in the most complete manner, and that these people have come forward with these very groundless complaints at the instigation of a party of malicious persons among them. I merely note here that I already had ordered the year before last, at the request of the Gangebaddepattoo people at their usual annual appearance, that no Wellalas were to be used for the cinnamon peelers' service, but solely and exclusively persons of lower castes, and at the same time ordered that a nominal roll of the low castes usable for this service should be given to me from each korale and pattoo. When the Lord Dissava proceeds to one of the outhouses, they are carried off with white olas, with beating tamborines and blowing native music and dancers; and the same is decorated with many kinds of linen and linen arches made, and on top of that also many triumphal arches along the way, with far more ceremony than at the arrival of the Right Honourable Lord Governor, thus causing us much trouble and damage. Previously, the coolies, however strong a household of theirs might be, were pressed for common services no more than 1 from each house, and for the journey to Sietoeak two; but now, even though a family is 10 or more or fewer men strong, while they have no more than one amanam of land from their parvenies as accommodations, all are pressed; and whenever the least thing is lacking therein, their chiefs are punished. The Naimdes from the villages of good descent are also seized and used for the carrying of palanquins, which has never happened before this. Although all the aforesaid unbearable heavy plagues, injustices, damage, and great grief that have befallen us are not of danger to life, we nevertheless remain so despondent, and living in the villages where we were born, submitting ourselves to the laws and rights of the European gentlemen. In earlier centuries, deep in the wild landscape of Roene, a King had his residence, who had a branch there dammed off by giants who had tremendous strength. Since then that work has broken away and fallen to ruin. In order to have that dam tied up and put into repair, hundreds of people have successively been sent thither for eight and nine months past now: namely, people who bring forward their complaints and who are found guilty, along with the innocent. Several of them have died of the northern diarrhea at that very place, several on the way, and several after their return home, so that few of those people have been preserved; it is known everywhere that this happened. Notwithstanding that, the inhabitants were ordered that all of them, even if there were a family of 6 or 10 men strong, without any of them daring to stay behind, must appear with their chiefs by the 15th of April at Baddigiaaee, taking along their own provisions.
Dutch transcription
1620 is de Modliaaa Tinnekoon door mij van witte olassen, met slaande, gelast geworden om op waanderoepe tamlijntjes en blasende inlandse 8000. parras Nelij bij den anderen musiek en dansers worden afgebragt. te brengen met welkers aanbreng wanneer de heer Dessave na eene insgelijks een begin gemaakt is ge„ worden verders zijn, door mij de nodige ordres gesteld om eenige dezelve met veele zoaaten van linne toespijse te vergaaderen ten eijnde verciend en linne arkos gemaekt aan de weakslieden boven en behalven daar en boven ook veele praal boogen de Nelij te verstrekken. gelijk onderweegen met veel meer omstan„ ook daer toe de nodige dranken digheid als bij de komste van den reeds na de Magampattoe gezonden wel Edelen Groot achtb: Heer Gouver„ zijn geworden. Alle deeze schikkin„ „gen duiden maer al te zeer, dat ik de neur dus wij daar door mede veel belasting dat de volkeren hun on„ der houd meede zoude brengen moute en schade koomen te staan. als een onbestaan bare ordre waer aan niemand zoude voldoen, dan Bevoorens worden de koelies, hoe veelligt zeer enkelde hebbe aan„ sterk dat ook een huijsgezien van „gemerkt en alzoo alle deeze hun zij tot gemeene diensten niet meer schikkingen tot den aanbreng en verzamelen van eene zo groote dan 1. uijt ider huijs en tot de wijze meenigte van levensmiddelen na sietoeak twee geprest maer nu opentlijk geschied en allom be„ schoon dat een familie 10. dan wel „kend zijn geworden, zoo vervald de klagte ten opzigte der hoofden meer of minder mannen sterk weegens deeze belasting ook is daer ze niet meer dan een am„ grootendeels. monam land uijt hun parvenies Nopens de ordre tot het meede brengen tot accomoddessans hebben, worden der gereedschappen hebbe ik hier aantemerken dat behalven de door alle geperst en wanneer daer aen mij na derwaards reeds gezonden tamelijke groote parteij gereedschap het minste ontbreekt worden hunne „pen, de mahaviedaen Mohandiram hoofden gestraft. De Naijmdes uit over de kottalbadde en dewalebadde de dorpen van goede afkomst van mij voor lange ordres worden almeede opgevat en tot gehad heeft 500: stuks Jn Chia„ het draagen van palankiens ge„ dosses en zoo veel kooijtassen bruijkt het geen nooijt voor deezen in te koopen als hij zoude konnen magtig worden Intusschen hebbe ik aan de hoofden vermits deeze waaren voor de menigste van werksvolk, die ik aldaer te is geschied van de outthuijsen begeeft, worden dragelijke zwaere plaagen, onregt„ „vaardigheeden schaade en groot verdried gereedschappen niet genoegdoende Schoon alle de voorschreeven onver„ verwagten ons te 9 e en e n 00 en Ee„ van 5 12. § 11. /ons overkoomen / van geen levens verwagten hadde, mijn genoegen be„ gevaer zijn blijven wij egter zoo tuijgd, zo ze eenige gereedschappen mismoedig en de doopen daer wij konnen onder anderen brengen gebooren zijn woonen, ons onderwer„ daer en teegen is 't geheel valsch „pende aan de wetten en regten van voor zo verre ik weeten dat aen de Heeren Europiaanen. ijmand een ordre gegeeven is om In vroegere reuwen heeft diep in eenige mandens meede te bren„ het woeste landschap van Roene „gen alzoo tot het laaten vervaer„ Een koning zijne residentie gehad; „digen van . . . duijzend manden dewelke aldaar een tak door Reuzen voor betaaling de Modliaar Tin„ die geweldige kragten hadden, heeft nekoon van mij de nodige ordres laeten afdammen. zeedert is dat gehad heeft, en reeds door hem dien werk weggebrooken en te niete ge„ einde ook. . . . . geleeverd zijn raakt, om die damn te laeten aan„ geworden. voorts merke ik hier binden en in staat te brengen worden nog ten overvloede aan, dat de volkeren, zo daa ik berigt kreeg van zedert nu agt en negen maenden lang bij honderd en menschen sucses„ dat ze zamen gerot waeren, tea„ sief daer na toe geschikt: name„ stond bij sannassen van deeze „lijk: Menschen die hunne klagten reise ontheft zijn geworden (: Met voorbrengen en die schuldig bevon„ deese mijne aanmerkingen op de ingebragte klagten der muite„ den worden, met de onschuldigen, „lingen denke ik, dat op 't volko„ Daar van zijn verscheiden aan de „menste de nietigheid der zelven noortzen buijkloop op die plaats is aangetoond geworden, en dat zelfs, verscheiden op de weg, en deeze menschen op aan hitzing verscheiden na hunne te huijs komt van een partij kwaadaardigen overleeden, zoo dat van die menschen onder hun met deeze zelfs hin„ deragtige klagten voor den dag wijnige behouden geworden zijn; gekoomen zijn ik merke alhier het is alomme bekend, dat dit eeniglijk aan, dat ik reeds het voor verledene Jaer op het verzoek gebeurt is. Niet tegenstaande zulx der Gange baddepattoese volkeren wierden de ingezeetenen geordon„ bij hunne gewoone Jaerlijkse par„neerd, dat zij met hun allen alwaer „resse gelast hebben gehad, om geene 't dat er een familie was van d 6. of 10. manlieden sterk, zonder wellales tot de kanneel dragers dat iemand van hun mogte onder„ dienst te gebruijken, maer enkeld en alleenig perzoonen van laagere kastas en tevens gelast dat aan mij staan te rug te bleijven nevens hunne hoofden tegens den 15: april van ider kool en pattoe een naem op Baddigiaaee moeten verscheijnen rol van de lage kastas tot deeze dienst bruikbaer zoude gegeeven worden ten inde meede nemende hunne eijge mondbehoef„ 2 na „tens die de 2 1