VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3883

Ceylon · 1,486 pages · 291 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3883_0875 view scan ↗

English

Report of the appu named Don Joean Jatoenge, resident of Walgama within the gravets of Mature, sent out on the 8th of this month with a sannas to the domain of Belligam by the Honorable Severe Gentlemen Commissioners Diederik Thomas Fretz and Abraham Samlant. Who reports that the Honorable commanding Lord Dissave of Mature handed over last Tuesday a sannas from the Honorable Severe Gentlemen Commissioners aforesaid, in order to go and publish the same in the domain of Belligam; that he, the deponent, in respectful compliance with the aforesaid much respected order, immediately set off on the road, and arriving at Polwatta, intending to pass a guard post numbering twelve heads set up by the assembled mob, the same stopped him and asked where he, the deponent, wanted to go and where he came from; that, he having explained this to them, they provided him with a lascorin for escort, with orders to bring the deponent to Wiereman Aratchi, whom they found approximately a short musket shot from there, the said Wiereman Aratchi being on his way with fifty heads to go to the assembled community gathered from the Belligam Korale. That he, the deponent, coming to Wiereman Aratchi, delivered the sannas to him, and having read the same, he had said to him, the deponent, that upon his return he must tell the Honorable Severe Gentlemen Commissioners that he could not accept the favorable offer made by Their Honorable Severities to provisionally take over the service of Don Diogoe Wieregooneratne Mohandiram and Shabandar of the domain of Belligam—dismissed by Their Honorable Severities upon the complaints of the community—until someone should be effectively appointed by the government, partly because he would lack all the highly necessary provisions to be made, such as oil, rice, paddy, salt, etc., and the writers who belonged to these provisions and knew the administration were absent, one having recently joined the gathering while the other was presumably staying in Mature; partly because he and his people already had to join the assembled mob of the Belligam Korale out of necessity, as they had already taken his son as a hostage among them. That Wiereman Aratchi had provided him with a lascorin to go with this message to the Tollemoene Aratchi, whom he, the deponent, arriving there, did not find at home; but that Tollemoene Aratchi's son, who was assembled with some of the neighbors, having read the sannas and taken a copy thereof, subsequently said to him that upon arriving in Mature he must report that, since the joint communities of the domain of Belligam, at the request and instigation of the peoples of the Belligam Korale, had already resolved to join with them, and of whom many had already departed thither, he would on that account be put in the impossibility, should he wish to take over the service of the dismissed Shabandar, of getting any people together for the Company's work, and that no one in these critical circumstances of time and affairs would dare attempt to do such a thing. That he, the deponent, then repaired again to Wiereman Aratchi, as he had understood that he had returned home in the meantime, who sent him away curtly, only saying that he could just leave, as there was nothing to be done in this matter, and that he, the deponent, could report his experiences at Mature. Thus reported on the 10th of June 1790. Was signed with a character. Lower stood, for the translation, was signed M. F. Palm, authorized. In the margin, for the verbal translation, signed D. S. Senerat, sworn secretarial interpreter. Underneath stood, conforms, was signed M. F. Palm, authorized. In the margin, examined, signed N. E. Keuneman, Cornelis Johannes Sdé. Conforms, qualified clerk Maas. Report of the persons sent out on the 2nd of this month with a sannas to the joint community of the Magampattu by the Honorable Commanding Lord Dissave of Mature, Mr. Christiaan van Angelbeek, namely: Don Dinees Aboeeuickreme Rannesinge Aratchi under the Mudaliyar Jinnekoon, resident of Meddewatta; Don Andries Jatoenge Appu, resident of Oejanwatte. Who report that eight days ago today, upon the much esteemed order of the Honorable Commanding Lord Dissave, with a sannas to publish to the community of the Magampattu, which, to the best of the deponents' recollection, was of the following content: That upon the requests made by them to the Honorable Severe Gentlemen Commissioners, due reflection would be given by Their Honorable Severities, and that the Lord Dissave of Mature would advance their request, and make their complaints his own, and would contribute and do everything that would be to the benefit

Dutch transcription

1530 Relaas van de Door de WelEdele Gestrenge Heeren kommissarissen Diederik Thomas Fretsz: en Abraham Samlant op den 8: deezer maand met een samas, naer de Heerlijkheid van Belligam uit gezonden appoe gen:t Don Joean Jatoenge inwooner van wal gamben binnen de gravetten van Mature„ De welke relateerd dat de wel Edele gebiedende Heer Dessave van Mature voorleeden dingsdag een samas van de wel Edele Gestrenge Heeren kommissarissen voornoemd, om dezelve in de Heerlijkheid van Belligam te gaan publi„ „ceeren ter hand gesteld heeft gehad dat hij relatant in eerbiedige voldoening van wel gem: zeer gerespekteerde ordre, zich daadelijk op ras begeeven heeft, en te polwatte koo„ „mende een door de te samen gerotte koop gestelde wagtpost sterk twaalff koppen willende passeeren deselve hem aengehou„ „den en gevraagd hebben gehad, waar hij re„ „latant na toe wilde en waer hij van daen kwam dat hij hun dit ontleed hebbende zij hem ten geleide een laskorijn meede ge„ „geeven „geeven hebben met last om den relatant bij wieeman aratjie te brengen, welken zij naar gissing een klijn snaphaan schoot van daar gevonden hebben zijnde gemelde wiereman aratjie op reis vijftig koppen om naar de samen gerotten gemeente geinceregt van de Belligam Korle te gaen Dat hij relatant bij wiereman aratjie koomende hem de Sanas overgegeeven heeft en dezelve geleesen hebbende te„ „gens hem relatant gezegt hadt, dat hij bij zijn retour, aen den welEdelen gestrenge Heeren kommissarissen moeste zeggen, dat hij de door Hun WelEdele gestr: gedaen gunstige offerte, om de dienst van den door hun welEdelen Gestr: op de klagte der ge„ „meente afgezetten Don Diogoe wiere goe„ „neratne mohandiram en sabandaar van de heerlijkheid belligam provisioneel tot er iemand effectief door de regeering zoude aangesteld worden, waartoe neemen, niet konde accepteeren, deels, om dat hij van alle de hoog noodig te doene verstrekkin„ „gen, als van olij, rijst, nelie, zout etc=a gebrek zouden hebben, en de bij de schrij„ „vers die bij deese verstrekkingen behoorden en de directie wisten absent waaren, als hebbende 1531 hebbende de eene zich Jongst bij de tezaamen rottinge vervoegd, terwijl de anderen pre„ „sumtief zich te mature ophield, deels wijl hij reeds uit noodzakelijkheid zig met de zijnes met de tzamengerotten van de belligam Corle, moesten konjungeeren alzoo zij zijn zoon reeds onder haar tot gijze laar genoomen hadden Dat wiereman aratji hem een laskopijn mede gegeeven heeft gehadt, om bij den Tolle „moene aratji met deze boodschap te gaen dewelke hij relatant daar koomende niet thuijs gevonden, maar dat Tollemoene aratje zoon, die met eenige der buuren vergadert was, de Samas geleesen een kopij daar van genoomen vervolgens te„ gens hem gezegt heeft gehadt, dat hij op Mature koomende, moeste berigten dat vermits de gezaamentlijke gemeen„ „ten van de Heerlijkheid van belligam op aenzoek en instigatie van de volke„ „ren van de belligam corle reeds geresol„ „veerd waaren met hun te konjungeeren en waar van bereets veele naar gints ver„ „trokken waaren, hij deswegen in de onmo„ gelijkheid zoude gebragt worden, om den dienst van den afgezetten sabandaer, waer Nagezien waer willende neemen, eenig volk tot s Comp:s werk bij een te krijgen en dat zulk niemand in deese Critique omstandigheid van tijd en zaaken zouden durven onderstaen te doen. Dat hij relatant zig toen weder bij wiereman aratje heeft vervoegd, alzoo hij verstaen heeft gehadt, dat die in pas sant weder was thuijs gekoomen - welke hem kort afgezonden heeft gehadt alleen zeggende dat hij maer konde vertrekken alzoo in deze zaak, niets te doen was, en dat hij relatant zijn wedervaaren op Ma„ „ture konde relateeren. Aldus gerelateerd heben den 10: Junij 1790: /:was geteekend:/ met een karakter /:lager stond voor de Translatie /:was geteekend:/ M: f: Palm, geauth: /: in margine voor de mondelinge vertaaling /:geteekend:/ D: S: Senerat gesw: sekretarij tolk /:onder „stond:/ akkordeert:/ was geteekend:/ M: f: Palm geauth: /:in margine/ Nagesien /:geteekend:/ N: E: Keuneman Corn:s: Johann: Sdé Akkordeert. gehee klerk Maas 1532 belaas van de door den welEde„ „len Gebiedenden Heer Dessave van Mature M:r Christiaen van Angelbeek, op den 2=e deezer maand, met een somas aen de gezaementlijke gemeen„ „te van de Magampattoe uijt„ „gezonden perzoonen naament„ „lijk. Don Dinees Aboeeuickreme Rannesinge aratje onder den modliaar Jinnekoon, in„ „wooner van meddewatte. Don andries Jatoenge appoe inwooner van oejanwatte. Dewelke relateeren, dat heeden agt daegen geleeden op de veel g'eerde ordre van den wel Edelen gebiedenden Heer Dessave met een sonnas om aen de gemeente van d' ha„ „gampattoe te publiceeren zijnde naer de relatanten best onthouden van den volgen„ „den inhoud geweest: Dat op de door haer„ „lieden aen den wel Ed: gestr: Heeren kommis„ „sarissen gedaene versoeken door hun Edele gestr: behoorlijke reflektie zouden gemaekt worden, en dat den Heer DesJave van Mature haarlieden verzoek zoude bevorderen, en hunne klagten als de zijnes maeken en alles toebrengen en doen zouden, wat tot nut

NL-HaNA_1.04.02_3883_0880 view scan ↗

English

could serve the benefit and advantage of the inhabitants of the Magampattoe and seek to promote their happiness; that they therefore, as good inhabitants and subjects, each had to return to their dwellings, undertake their former work, live peaceful and quiet lives, and respect and obey their headmen; but if they refused to lend an ear to this, they would have to fear the consequences and disasters arising therefrom; and that they had to follow the good and well-intentioned advice given above; that they had no need at all to fear returning, as no harm would be done to them by anyone, and that everything that might have been committed by them was forgotten and forgiven by His Right Honorable worship. Departing from here, the following guard posts, set up by the gathered crowd of the Wellebaddepattoe, were passed without hindrance, namely: at Deondure, 2 guard posts: the first with three, and the second with 15 heads; at Kappoegamme, 2 guard posts: the first with 8, and the second with 12 heads; at Belliwatte, a guard post 25 heads strong, and at Kootegodde, one manned with 50 heads; at Heermardenie, a guard approximately 100 heads strong; at Dikwelle, a ditto post of 4 heads; that they, the deponents, were interrogated at the aforementioned guard posts as to where and from whom they came, whither they were sent, and for what purpose; whereupon they, the deponents, having given a proper account, continued their journey unmolested and without having had any further noteworthy encounters, and arrived last Saturday, the 5th of this month, at the Vier Poeakgahatotte Tewaarderoeppe in the Magampattoe, where they found a certain Hellembe Wewegikiana alongside four heads; who, having understood the reason for their arrival, ordered the sannas to be read aloud; that as soon as the second deponent had done this, the said Helembewewine Gekiana drew his katana and said to the deponents: "Do you not see the circumstances in which we find ourselves, and do you not know the matters that oppress us, and do you dare presume, for the sake of the whites, to come threaten us with such a sannas?" and thereupon intended to strike the deponents with the katana; but just then the mob of the Magampattoe, together with their petty headmen, numbering by estimation four hundred heads, appeared there with the intention of joining with those of the Girewaijpattoe; that they, the deponents, saw the following petty headmen at this gathering, namely Arebokke Kankaan, Aberatte Wale Mohandiram of the washermen, Oeddemallelle Kankaar, Andere Wewe Ganmea, and several other petty headmen whom they, the deponents, did not know by name; that the said petty headmen, seeing that the said Hellembe Wewiegiekiana wanted to attack the deponents with the drawn katana, shouted that he should wait, and coming up, inquired about the reason for all such conduct; that the frequently mentioned Hellembe Wewegekiana answered them that they, the deponents, had come there so insolently and presumptuously with a sannas, by order of the Dessave of Mature, to threaten them; that the said petty headmen thereupon ordered them, the deponents, to read the sannas aloud; that this having been done again by the second deponent, they served as an answer thereto that they highly respect the sannas of the Right Honorable Commanding Lord High Dessave of Mature and would comply with all the orders of His Right Honorable worship, and all good and faithful inhabitants and subjects of the Honorable Company would peacefully and quietly return to their services and duties as soon as their requests were fulfilled, consisting mainly in this: the removal of the postholder of Tangale appointed there as resident, Brinkman, and the abolition of the novelties recently introduced to the burden of the inhabitants of the Mahampattoe, as well as the abolition of the newly instituted leases of the fields situated there; and that as soon as this was granted to them with certainty, they would immediately separate themselves from the rest of the gathered crowds of the korles and pattoes, and carry the Right Honorable Commanding Lord Dessave upon their heads. The deponents further add that they learned the following from the aforesaid petty headmen of the Magampattoe, namely: that the inhabitants of the Magampattoe, notwithstanding the oppressive circumstances, would nevertheless never have come to a gathering if Magama Aratje, Palettoepane Aratje, and Maddeman Aratje had not misled them to it, even to combine with those of the Gerewaijs; and that when they were brought so far as to participate with the rest of the gathering, these three aratjes betook themselves to Katteregamme and remained there until the gatherings had become united and ripe so that there was no turning back; that these three aratjes, when they returned from Katteregam, acted completely innocent and ignorant of the matter and thus addressed themselves to the resident, J: Brinkman, requesting gunpowder and lead to pursue them and shoot the unwilling dead; and that the frequently mentioned Pallettoepane Aratje, Magamma Aratje, and Maddeman Aratje, through this roguish way, which is still full of treacheries, won the favor and good opinion of the resident, in order to

Dutch transcription

nut en voordeel van de ingezetenen van de mag „pattoe zoude konnen strekken en hun geluk zoeken te bevorderen dat zij mits dien ook als goede in gezetenen en onderdanen een ieder na hunne wooningen moesten keeren, hun voore werk aan vaeren vreedigen rustig leevenh ne hoofden respekteeren en gehoorzaemen dog wanneer zij hier aen geen oor wilden Leen zij dan voor de gevolgen en rampen daar uij teonstaen vreesen moesten en dat zij de vh ven den goeden en welmeenenden raad moest volgen dat zij in het geheel niet moeste vreesen om weder te keeren also hun door niemand eenig leeder zouden gedaen worden en dat al het geen door haer lieden gepleegt mogte weesen bij zijn wel Edele geb: ver„ „geeten en vergeeven was geworden. van hier vertrekkende, devolgende door de tezaemen„ „gerotte gemeente van de welle baddepatto met gezette wagtposten, onverhindert ge „passeert waeren namelijk. je Deondure 2: wagt posten de eerste met drie en de tweede met 15: koppen. te kappoegamme 2: wagtposten de eerste met 8: en de tweede met 12: koppen. je Belliwatte een wagt post sterk 25: koppen en te kootegodde een met 50: koppen bemand je Heermardenie een wagt Cirka 100: koppen sterk 1533 sterk te Dikwelle een dito post van 4: koppen, dat zij relatanten aen de voornoemde wagt posten ondervraegd waeren geworden van waar en van wien zij kwaemen waer na toegezonden en tot wat Eijnde waer op zij relatanten behoorlijk bescheid ge„ „daan hebbende, hunne reise ongemoeid en zonder eenige verdere noemens waer„ „dige ontmoetingen gehad te hebben voor„ „leeden saterdag den 5: deeser aen het vier poeakgahatotte tewaarde roeppe in de ma„ „gampattoe gekomen zijn daar zij eene Hellembe wewegikiana nevens vier koppen gevonden hebben, dewelke de reeden van hunne komste verstaen hebbende ge¬ „last heeft gehadt de somas op te leezen dat zoo dra de tweede relatant dit ge„ daan heeft gehad gemelde Helembewewine gekiana zijn katana uijtgetrokken en tee„ „gens derelatanten gezegd hady ziet gijlieden niet de omstandigheeden daer wij ons in bevinden. en weet gijlieden niet de zaeken die ons „drukken en durft gijlieden u onderwin„ „den, om ten gevalle der blanken, ons met 1 dergelijke somas te koomen drijgen, en heeft daar op de relatanten met de katana willen kappen dog dat even toen de zamen„ „rotting van de Magampattoe met hunne mindere mindere hoofden sterk nagissing vier hon„ dert koppen aldaar verscheenen waeren met voorneemen om met die van de Girewaij pattoe te konjungeeren dat zij relatant de volgende mindere hoofden bij deese tezaemen rotting gesien hebben naeme„ lijk arebokke kankaan, aberatte wa le mohandiram van de wassers oedde¬ mallelle kan kaar, andere wewe gan mea en meer andere der minder hoofden welke zij relatanten bij naemen niet kenden, Dat gemelde mindere hoofden ziende dat de vermelde Hellembe we¬ „wiegekiana met de uitgetrokken katani deredatenten wilde te keer gaen, toegeroepe hebben, dat hij zoude wagten en daar bij koomende na de reeden van al zulke geda „ten vernoomen hebben Dat de meer gem: Hellembe wewegekiana daar op hun ge¬ andwoord heeft, Dat zij relatanten zoo sto en vermeeten aldaar met een sanas, op order van den Dessave van Mature gekoo men waeren, om haerlieden te dreigen. Da gemelde mindere hoofden daarop aen haar relatanten gelast hadden om de samas of „teleezen, dat dit door de tweede relatant weder gedaen zijnde zijlieden daer op tot andwoord gediend hebben, Dat zij de samas van 1534 van den wel Edelen Gebiedenden Heer Groot Dessave van Mature hooglijk respekteeren en aan alle de ordres van zijn wel Edele geb: voldoen en alle goede en getrouwe inu¬ „gezetenen en onderdaenen van de Edele kom„ „pagnie vreedig en stil tot haere diensten en pligten zouden weederkeeren, zodra aen hunne verzoeken zal voldaen zijn be„ „staende hoofd zaekelijk hier in, van het wegneemen van den aldaar tot resident aangestelden post houder van Tangale /: Brinkman en afschaffing der zeedert korlgemaekte nieuwwigheeden tot be„ „zwaar der ingezetenen van demaham „pattoe als meede de afschaffingen der nieuwd gemaakte verpagtingen der aldaar gelegene velden, en dat zo dra dit met zekerheid haarlieden zal inge„ „willigd zijn zij haarlieden aanstonds van de overige der tezaemen gerotte ge„ „meenten van de korles en pattoes zou„ „den separeeren en den wel Edelen gebie„ den den Heer Dessave op hunne hoofden draegen. De relatanten voegen hier nog bij dat zij van de voorsz: mindere hoofden van de ma„ „gampatzoe het volgende vernoomen hebben hebben naemelijk dat zij de ingezetenen van de magampattoe niet tegenstaende de drukkende omstandigheeden nogtans nimmer tot Een saemenrotting zoude gekoomen zijn indien magamaaratje palettoepanearatje en maddeman aratje haar daar toe niet vervoerd hadden zelfs om met die van de gerewaijs te kom „bineeren en Dat toen zij ze verre gebragt waeren van te particupeeren met overige der zaemenrottinge deese drie aratjes haar naar katteregamme begeeven en aldaer haarlieden opgehouden hebben tot dat ze zaemenrottingen eens en rijp waeren geworden zo dat er geen wederkee¬ „ringen was: Dat deese drie aratjes toen van katteregam zijn terug gekoomen haar gantsch onnozel en onkundig van de zaak hebben gehouden en zoodanig haer bij den resident J: Brinkman (geaddresseert versoekende kruijt en lood om haar lieden te vervolgen ende onwillige dood teschie „ten en dat meer gem: pallettoepane aratj magamma aratje en maddeman aratje langs deesen schelmsen weg die nog vol van verraderijen is haer de gunst en goede gedagten van de resident gewonnen heeft om

NL-HaNA_1.04.02_3883_0885 view scan ↗

English

1535 in order that through this, the assembled communities of Magampattoe, the declarants, who respectfully request the brave Dessave of Mature, who is also being misled, that the aforementioned three aratjes might be arrested and examined, whereupon their further secret snares and deceits will come to light. Thus related on the 10th of June Anno 1790. Was signed with two illegible signatures. Below stood for the translation, signed: M. F. Palm, authorized. In the margin for the translation, signed: I. S. Senerat, sworn secondary interpreter. Agrees: Corns. Johanns. Pdlé, sworn clerk. and nen t and Checked: Maier 1536 Account of Lammerewikkreme Wizeroene, araetje over the Jagereros, inhabitant of Medde-oejangodde in the Gangebadde pattoe. Who relates that a servant of his named Babea came to him here this afternoon from his, the declarant's, aforementioned dwelling, recounting that yesterday morning the mayoral of Medde-oejangodde named Manaetjele went to the gathering of the Girewaij pattoe, and there addressed the headmen, namely Dammoelle Dissanaike bitmerael, Wannigedegere bitmerael, Don Simon, former araetje of Wepette-irre, and complained that the goods, etc., of the declarant were stolen or robbed by Bandewoeke aratje, Narandenie, former araetje of the Jagereros and his son, the schoolmaster of Notawatte, Koremboeroeanie Appohamij, Jodekandie aratje, Pedigodde Poentje aratje, the vidana aratje of Apperacka appointed by the gatherings, Walle Hadde Wallarmbe, former Golloe-aratje, the vidana of the charcoal-producing villages, the vidana aratje of Bilpagam, Moeddoegodde Appoe, and by Wehelle bitmerael; that the aforementioned Dammoelle Dissanaike and Wannisegere, bitmeraels, and Don Simon, former araetje of Wepette-irre, having understood this, immediately had four olas written and caused the same to be delivered to the persons named below, namely to Medde Oejangodde Lokoe Mahatmea, to the schoolmaster of Mature named Kottewatte Pallihegoeroege Goeroennaense, to the Baijgam araetje, and to Siembeladoewe araetje, as well as a similar ola sent to Kaddoekannie Attoekoorl aratje and his brother, containing orders that they must apply all effort and diligence to apprehend the aforementioned thieves who had robbed the declarant and transport them bound to the Girwaijpattoe; that the aforementioned bitmeraels had written another ola to Kirinde Attoekoorle aratje and Hallembe Koditoeak aratje of the aforementioned content, and that if those who received these orders did not apprehend the thieves and bring them to them, they would then come together to the village of Kaddoewe and ensure that they captured the thieves. Thus 1537 Thus related on the 11th of June 1790. Was signed with a character. Lower, for the translation, signed: M. F. Palm, authorized. In the margin, for the oral translation, was signed: D. S. Senerat, sworn secondary interpreter. Below stood: Agrees. Was signed: M. F. Palm, authorized. In the margin: Checked, signed: E. N. Weemeier. Agrees: Corns. Johanns. Idé, sworn clerk. Checked: Maas 1538 Draft Mandate for the information and observance of the Mudaliyar, Bitmeraals, and lesser headmen, together with the collective inhabitants of the Girrewaipattoe. To the complaint olas by many of the aforementioned lesser headmen and inhabitants, the following serves as an answer: 1. That in case parveny fields of anyone have been leased out, notice thereof must be given to Tiennekoon Mudaliyar, who will then inspect the proofs, investigate the matter, and must provide a report to the Lord Dessave, whereupon good justice will follow. 2. The gardens in which no coconut or areca trees stand, and for which therefore no garden dues nor areca can be paid, can also be delivered to Tinnekoon Mudaliyar, who will then have them surveyed and submit a report of that finding so that those gardens can be recognized as exempt from those dues. 3. Those 3. Those who have paid interest on the Company's seed paddy must give notice thereof to the Lord Dessave and thereby demonstrate to whom and how much he has paid, whereupon after investigation the interest will be returned; but regarding the sowing fields of Nallegam no change can be made, as upon investigation Anno 1770 it was found that the Company has the right of ownership thereto, but because the inhabitants were then in possession thereof for many years, they were confirmed therein by Ceylon resolution of the 11th of December 1770, provided they deliver to the Company one amunam of paddy for every amunam in size. 4. The Mudaliyar Tinnekoon has done very wrongly by having cinnamon carried off by Wellales, and this is now further forbidden to him. 5. Regarding the receipt of the paddy in the Tangalle warehouse, an equitable arrangement will be made, and care taken that no one is disadvantaged; and if any orders or sannases in that regard exist among you, the same must be submitted to us or the Lord Dessave, in order to be able to take the same into consideration. 6. When

Dutch transcription

1535 om de zaemen gerotten gemeenten van magampattoe daar door derelatanten „ wun braeven DesJave van Mature die ook mislijd word eerbiedigst versoeken dat de gem: drie aratjes mogten gearres„ teerd ende ge-Examineerd worden wan¬ neer hunne verdere heimelijke lae„ „genen bedriegerijen aen den dag zullen koomen. Aldus Gerelateerd den 10: Junij A:o 1790: /:was geteekend /: met twee onleesbaere handtekeningen /:onderstond voor de translatie /:geteekend:/ M: F: Palm geaut: /: inmargine voor de vertaeling /geteekend:/ I: S: Senerat get: sek: tolk Akkordeert Corns. Johanns: Pdlé getus klerk en nen t ende Nagezien Maier 1536 Relaas van Lammerewik¬ kreme wizeroene araetje over de Pagereros inwooner van mende-oe Jan godde in de Gangebadde pattoe. De welke relateerd dat een dienaer van hem babea genaemt, heeden middag van boven gem: zijn relatants wooning alhier bij hem gekoomen is verhaelende dat gisteren morgen de mazorael van medeoeJangadde gen:t Manaetjele naer de tzaemenrottinge van de girewaij pattoe gegaen is, en zig aldaer bij de hoofden in naeme Dammoelle Dissanaike bitmerael, wan„ „nigedegere bitmerael, Don Simon gewee„ „sen araetje van wepette=irre geaddresseerd en geklaagd heeft, dat de goederen etc=a van den relatant door bandewoeke aratje Naran„ „denie geweesen araetje der Jagereros en desselvs zoon, de schoolmeester van Nota„ „watte koremboeroeanie appohamij Jode„ „kandie aratje, pedigodde poentje araetje de door de tzaemen rottingen aengestelden vidoen araetje van apperacka walle hadde wallarmbe geweesen Golloearatje de vidaen der koolgeevende dorpen, de vidaen araetje van Bilpagam, moeddoegodde appoe en door wehelle bitmerael gestoolen ofte geroofd zijn zijn geworden dat voornoemde Dammoelle Dissanaike en wannisegere bitmeraels en Don Simon geweesen araetje van wepette irre, zulx verstaen hebbende ten Eersten vier olassen geschreeven hebben gehad en dezelve aan de ondertenoemene perzoonen hebben doen ter hand stellen namelijk aan Medde oejangodde lokoe mahatmea aan den Schoolmeester van Mature genaemd kotte¬ „watte pallihegoeroege goeroennaense den Baijgam araetje en aan Siembeladoewe araetje als mede een dergelijke ola gezonden aan kaddoekannie attoekoorl aratje en zijn broeder houdende last dat zij alle moeite en vlijt moesten aenwenden om de bovengemelde Dieven, die den relatant bestoolen hebben gehad, optevatten en ge„ „vleugeld in de Girwaijpattoe te trans„ „porteeren, dat de bovengem: bitmeraels nog een ola geschreeven hebben gehad aen kirinde attoekoorle aratje en hallembe koditoeak aratje, van boven gemelden in„ houd en wanneer zij, die deese ordres ont¬ „vangen, De dieven niet opvattenden. en bij hun zouden dat zij als dan gezaement „lijk zouden koomen in 't Dorp kaddoewe en maeken dat zij de Dieven kreegen. aldus 1537 Aldus gerelateerd Den 11: Junij 1790: /: was ge„ „teekend:/ met een karakter /:Lager voor de translatie /:geteekend:/ M: f: Palon, geauth: /:in margine:/ voor de mondelinge vertaeling was geteekend:/ D: S: Senerat gesw: sek: tolk /:onderstond:/ alkordeert /:was geteekend:/ M: f: Palm, geauth: /:in margine:/ Nage„ „zien /:geteekend:/ E: N: weemeier, Akkordeert. Corns. Johiann:s Idé gezeeklerk Nagezien Maas 1538 Consept Maandaat tot naricht en observantie van den Mod„ liaar Bitmeraals en min„ der hoofden, neevens de Gezae„ „mentlijke ingezeetenen der girrewaipattoe. op de klagt olas door veele der voormelde minder„ hoofden en ingezetenen dient het volgende tot andwoord. 1: Dat bij aldien parvenij velden van iemand verpagt zijn, zo moet daar van opgave gedaan worden aan Tiemekoon Modliaar, die dan de beweesen zal nazien, de zaak onderzoeken, en aan den Heer Dessave van berigt dienen moeten, waar op dan goed recht zal volgen. 2 De tuinen waarin geen koker of Atreeks boomen staan, en waar voor dus geen tuins geregtigheid, nog arreek kan voldaan worden kunnen meede aan Tinnekoon Modliaar worden afgegeeven, die ze dan zal laaten opneemen, en van die bevinding een: berigt indienen op dat die tuinen van die gereg„ tigheeden konnen vrij gekent worden 3. die 3, die geene die Jntrest bestaalt heeft op 'sComp:s zaadk on moet daar van opgave doen aan den Heer Dessar en daar bij aantoonen aan wie en hoe veel hij be„ „taald heeft, als wanneer na onderzoek de intrest zal terug bezorgd worden dog nopens de Zaaijvel„ „den van nallegam kan geen verandering ge„ „maakt worden, wijl bij onderzoek A:o 1770 bevon„ „den is dat dat de kompanie daar op het regt: van eigendom heeft dog weil de inwoonders toen veele Jaaren in dies bezit waaren zo zijn zij bij Ceilonse resolutie van den 11. December 1770: daar in bevestigt, mitsopbrengende aan de kompenie Een ammonam aan tottoe voor ider ammoenam Groote. 4. De modliaaa Tinnekoon heeft zeer kwalijk gedaan om door wellalest te laaten kanneel afdragen, en dit werd hem nu nader verbooden 5. omtrend den ontvangst van de nelij in het Tan„ „gaalsch Pakhuis zal een billeke schikking worden gemaakt, en gezorgt dat niemand. benadeelt word en indien derwegen eenige ordres of sannassen onder ulieden zijn, zoo moeten dezelve aan ons of de Heer Dessave overgelegt worden, om dezelve in overweging te konnen neemen. 6 wanneer

NL-HaNA_1.04.02_3883_0893 view scan ↗

English

1539 6. When you people specify more clearly by whom your cattle were seized, proper justice will be done after an investigation into the matter, and meanwhile it was strictly forbidden to have any cattle seized, except only in so far as is necessary for detachments, and for which payment must then be made immediately by the mudaliyar of the Girrewais; and also the milk must be paid for by the person who receives it on account of the custom of the land, provided that the gardens which are not Divels or are proven to be free must continue to pay the garden dues; just as the dues for tobacco must also be paid according to custom; furthermore, according to the report of Tinnekoon Mudaliyar, the Etbandenes enjoy their share, being half of the salt at Kannoukettie, and the mayorals are entitled to nothing from it, and they are thus dismissed. 7. It serves for information that the Company only maintains the elephant hunt to free the inhabitants from that nuisance, and that the expenses of the hunt and further maintenance of the servants run higher than what the Company receives for the animals upon sale, and thus suffers much loss thereby; while regarding the linens that are due to the Etbandenes servants, no return was made, but this having now been done by Tinnekoon Mudaliyar, the same will be requested from the High Government in Colombo, and an answer regarding this has also already been given by mandate of 28 May under article 26. 8. Regarding the plantations and deeds of obligation, what is necessary was already stated in the aforementioned mandate. 9. If any parvenis and accomodesans fields have been taken from the naindes, graamneters, and goy naindes, they must lodge their complaints in that regard with Tinnekoon Mudaliyar, who shall investigate them and must submit a report, whereupon proper justice will follow; furthermore, Tinnekoon Mudaliyar is recommended to ensure that the pattebandas and mayorals are not imposed with any other services than those to which they are obliged. 10. The cultivation and sowing of the fields is a matter that must be carried out with all zeal and diligence for the common good, and therefore the Lord Dessave has given the necessary orders and made arrangements. 11. If the Mudaliyar of the Wellabaddepattoo and Gaiyeman Aratchi, alongside others, have committed any improprieties, such must be specifically reported to Tinnekoon 1540 Tinnekoon Mudaliyar, who must then investigate that and the attachment placed by the mudaliyar of the Willebaddepattoo on the crops of the mottels fields and on the vidana mohandiram, and submit a report, whereupon proper justice will be done, while Tinnekoon Mudaliyar in the meantime may cancel the unjust attachment. 12. The Mudaliyar Tinnekoon has declared that no one is forced into the nelly lease; however, if anyone has any complaint in this regard, he may submit it in more detail to be investigated and have justice done upon it; and as it also appears from the accounting of Tinnekoon Mudaliyar that the Lord Dessave van Angelbeek has enjoyed no benefit from the hiwelande (sowers' share) of any field, and it could nevertheless be that someone else had enjoyed such benefit in the name of the Lord Dessave, an investigation will take place if a specific statement is made thereof. 13. The Mudaliyar of the Girwaij pattoo will have to ensure that upon the arrival of a Dessave no further adornment is made to the rest houses, nor any further provisions of adukku and pehindu are given beyond what ancient custom entails; while it has also already been stated by mandate of 28 May of last year, article 11, that no adukku and pehindu need to be provided to the Mudaliyar; furthermore, the mayorals can manage quite well with the mohandiram allowances they enjoy. 14. The Company's services shall be so arranged that everyone, as far as possible, is free from service on the Sinhalese New Year, as is indeed proper. 15. The Mudaliyar Tinnekoon must immediately pay the cost of the felled 10 [illegible] trees to the owners against a receipt, and henceforth also ensure that this takes place immediately upon the felling. 16. The Mudaliyar Tinnekoon was ordered to demonstrate the necessity of a clerk of Marakadde, whereupon provision will be made therein. 17. For 1541 17. For the greater convenience and best interest of the inhabitants, the order has been established that everyone must first submit complaints to the minor headmen, and after that to the head of the pattu, and subsequently to the Lord Dessave; thus that must remain so. However, the Mudaliyar Tinnekoon must take care and keep the minor headmen, and especially the Bitmeraels and the vidana aratchis, to their duty to hear and settle complaints promptly according to the order, as well as to issue a report of their findings to whoever desires it, in order to be able to proceed further with the complaint. 18. As it has appeared to us that Tinnekoon Mudaliyar does not yet need the gaiyemans rank, the same will be employed for other services. 19. After baddegeri, no one will be sent to any further work against his will, and if anyone regarding that and what was generally stated under the 19th article of the complaint ola can specifically show that any improper order was given, or anything improper committed, an account thereof must be given

Dutch transcription

1539 6. wanneer gij lieden nader opgeeft door wie uwe beesten opgevat zijn, zo zal na onderzoek derwegen goed recht geschieden en inmiddels werd strenge„ „lijk verbooden om geene beesten te laaten op vatten, dan alleen voor zo verre nodig is voor detachementen en waar voor dan de betaaling dadelijk door den modliaar der Girrenaijs moet geschieden en zal ook de welk moeten betaald worden door den geenen dieze uit hoofde van slands gewoonte krijgt dog dat de tuinen, die geen Diwels of bij bewijs vrij gekent zijn, de tuins geregtigheid moeten blijven voldoen; gelijk ook de geregtigheid voor de tabak na gewoonte moet betaald worden dat voorts volgens berigt van Tinnekoon Modliaar de Etbandenes hun aandeel zijnde de helfste van het zout te kannoe„ „kettie Genieten en de maijoraals daar van niets toe„ komt, en zij dus van de hand geweesen worden. 7. Het dient tot naricht dat de kompenie alleen de Eliphants Jagt Laat houden om de inwoonders van die overlast te bevrijden, en dat de onkosten der Jagt. en verder onderhoud van de bediendens hoger lopen, dan de kompanie bij verkoop voor de beesten krijgt, en dus veel nadeel daar bij leid terwijl omtrend de lijnwaaden die de Etbandenes bediendens toekoomen, geene er geene opgave gedaan is dog zulks als nu geschied zijnde door Tinnekoon Modliaaa, dezelve van hooge regeering te kolombo zullen verzogt werden en Tweswegen ook reeds antwoord gegeeven is bij mandaat van den 28. Maij bij artikul 26 8. omtrend de plantagies, en verbintenis actens reeto het nodige Gezegt bij voorschreeve mandaat. 9. Jndien van de naindes Graamneters en Goij naij des een „ge parvenies en akomodesans velden zijn afgenoo„ „men, zo moeten zij derwegen hunne klagten bij Tinnekoon Modliaar inbrengen, die ze zal onderzoe„ „ken en van berigt dienen moeten, als wanneer daar op een goed recht zal volgen voorts word Tinne koom Modliaar gerekommandeert om te zorgen dat de pattebendas, en maijoraals geene andere diensten opgelegd worden als waar toe zij verpligt zijn 10:' Het bewerken en bezaaijen der velden is eene zaak die met allen ijver en vlijt ten nutte van het algemeen moet verrigt worden en daarom heeft den Heer Dessave de nodige ordres gesteld en schikkingen gemaakt. 11. Zo den Modliaar der wellebadde pattoe en gaijeman araatjie, nevens andere eenige onbehoorlijkheeden gepleegd hebben, zo moet zulks speciaal aan Tinnekoon 1540 Tinnekoon modiaar worden opgegeven die dan daar na en na het door den modliaar der willebaddepattoe gelegde arrest op het gewasch der mottels velden, en op de vidaan hoandiram zal moeten onderzoek doen en van Rapport dienen als wanneer daar op goed recht zal gedaan worden terwijl Tinne koon modliaar inmiddels het ten overegten gelegde arrest kan vernietigen 12: Den Modliaar Tinnekoon heeft verklaard dat niemand tot de nelij pagt gedwongen is, zo echter iemand iets derwegen te klagen heeft zo kan hij dat nader op geeven om onderzogt en daar op recht ge„ „daan te worden en wijl ook bij verandwoording van Tinnekoon modliaar blijkt dat de Heer Dessave van Angelbeek geen voordeel van hiwelande / Zaaijenrs aandeel :/ van eenige veld genooten heeft, en het nogtans zoude konnen zijn dat iemand anders zodanigen voordeel op den naam van de Heer Dessave had genooten, zoo zal wanneer daar speciaale opgave gedaan word, daar na onderzoek geschieden. 13. De Modliaar van de Girwaij paltoe zal hebben te zorgen dat bij aankomst van een Dessave geene meerdere verzeering aan de rusthuijzen nog. 0 nog ook geene meerdere verstrekkingen van aboeka en Pijhendoes worden gedaan dan het oud gebruijk meede brengt terwijl ook bij mandaat van den 28: Maij J=o Leeden artikul 11. reeds gezegd is, dat aan de Mobliaar geene adoekoes en pijliendoen behoo „ven verstrekt te worden voorts kunnen het de Maijoraals met de hoandiram die ze genieten heel wel stellen. 14. skomp:s diensten zullen zodanig geschikt worden dat een ider, zo veel mogelijk, of op het singeleese nieuwe Jaar vrij van dienst is, gelijk dat ook zo behoord. 15. De Modliaaa Tinnekoon moet ten eersten het kostende van de gekapte 10. sversax boomen aan de eigenaars voldoen tegens quitentsie en voortaan ook zorgen dat zulx dadelijk bij het kappen geschied. 16. De modliaar Tinnekoon werd gelast om de nood„ zaekelijkheid van een schrijver van Marakadde aantetoonen als wanneer daar en zal worden voorzien. 17. Tol. 1541 17. Tot meerder gemak en eige beste van de inge„ „zeetenen is de ordre gesteld dat een ieder eerst bij de minderhoofden en daar na bij het hoofd der pattoe en vervolgens bij den Heer Dessave klagten zal moeten inbrengen dus moet dat zo blijven echter moet de modliaar Tinnekoon sorgen en de mindere hoofden, en wel insonderheid de Bitmeraels en de vidaen arraetjes tot hun pligt houden om de klag„ „ten na volgens de ordre spoedig aantehooren en afte„ „doen, zo meede een rapport van hunne bevinding aen de geene die het begeert aftegeeven om daar meede de klagte verder te kunnen gaen voortzetten. 18. Wijl het ons is toegescheenen als of Tinnekoon mobl: het gajemans randje nog niet nodig heeft, zo zal het zelve tot andere Diensten geemploi„ „eerd worden. 19. Na baddigerie zal niemand tegen zijn zin tot eenig verder werk gezonden worden en zo iemand nopen het en het Generaal opgegeevene bij het 19. artikul der klagt ola special kan aanwijzen dat er eenige onbehoorlijke ordre gegeven, of iets onbe„ „hoorlijks gepleegd is zo moet daar van opgave gedaan wo

NL-HaNA_1.04.02_3883_0898 view scan ↗

English

be made to the Modliaar Tinnekoon, who must then inquire into the matter and submit a report. Regarding the complaints appearing in a separate ola against the vidaan aratje of walas moelle, the same shall be further examined by commissioners and proper justice done thereon, while he is nevertheless, because of the many complaints of the inhabitants, hereby dismissed from the service. Regarding the complaint ola of the Maijoraals of kannoekette: 1. The Modliaar Tinnekoon shall have to investigate whether the maijoraals are entitled to anything from the fish being caught at the Jamboeroegodde lewai, in order to make their due known to them. 2. The Modliaar Tinnekoon must also investigate why the inhabitants of kanoekettie have had to cultivate the fields at Ranne, and how the matter stands with what further appears in this article of the complaint ola, in order to do proper justice to both matters. 3. The Modliaar Tinnekoon was ordered to draw up and submit a roll of the maijoraals, and what they possess as dewil or accomodes, in order that an equitable arrangement may be made thereafter. 4. The maijoraals of the kannoeketties shall not be required to make any other provisions of phijndoes and addoekoes than according to ancient custom, for which the modliaar Tinnekoon must ensure, as also that no unreasonable services are imposed upon the inhabitants. 5. In earlier papers no graam masters were appointed for the kannoeketties, and therefore the same are not necessary now either. 6. By the General mandate everyone has already been exempted from the journey to Badegirese, and the inhabitants of the kanoeketties are now further promised that no one shall be taken against his will for any service in the magampattoe. Lastly, we trust that the collective inhabitants of the Girewaijs will be induced by this favorable arrangement to conduct themselves as worthy and faithful subjects of the illustrious Company, quiet, peaceful, and obedient, in which case also all further grievances that they might still have shall be heard and settled with all fairness. Mature, the 9th of June, anno 1790. Was signed: D: T: Frets, A: Samlant Underneath stood: Conforms. Was signed: M: F: Palm, authorized. Conforms. Corns: Johanns: Idé, sworn clerk Examined: Maeers 1543 Translation of the Attestation Ola We, the undersigned, make known most humbly that the present Right Honorable Ruling Lord Dessave, Mr. Christiaan van Angelbeek, since the arrival of his said Right Honorable Ruling Lord to assume the administration in the Dessavony of Mature, has never shown us any impropriety, unreasonableness, affront, or disadvantage. But on the contrary, His said Right Honor has added to our livelihood the benefits of the Mottels and Mallapallas which are to be found in the korles and Pattoes, as well as half of the excess of the warehouse, and furthermore has annually given us many presents as a token of His Right Honor's remembrance, and that His Honor always assists us as a father and master in every respect with good counsel and action, and likewise shows us much respect and favor, as also provides us with food and drink; and we shall therefore hold these benefactions in high esteem throughout our lives, having thus nothing to say against the aforesaid Lord Dessave, all the more because it is not known to us that any injustice has occurred even to our subordinate chiefs, both great and small. In witness of which this was most humbly presented on the 29th of May 1790 by Abejescriwardinne Hlangakoon, modliaar of the Attepattoe; Wisewadinne Naweratne Tinnekoon, Modliaar, Idag and Sowing Master; Disnaike Tiellekeratne, gaijnaijk modliaar; Abegesiriwardene goeneratne, modliaar of the Belligamcorle; wijesekere Jaijetiellekeratne, Modliaar of the Gangebaddepattoe; wieckremeratne Ekenaijke, modliaar of the MorruaCorle; Aberjewie C Kreme Bandarnaijke, Mohandiram and oil deliverer of the River Gravets; wilkremevatne Bandarenaike, Mohandiram of the timber hauling; and wiere goeneratne, sabandaar of Belligam. Was signed: J: W: Tinnekoon, D: J: goeneratne, Dit de Saram, D: A: Perera, D: F: de Sa Bandarenaike, and two illegible Low Dutch signatures. Underneath stood: For the translation, Mature, the 31st of May 1790. Was signed: Cornelis Niks Weemeier. Lower: B: Tillekeratne, Modliaar, has also subsequently signed the ola, but Hangakoon Modliaar is ill and could not yet be consulted about it. Today, the 12th of June, Slangakoon Modliaar has also signed the ola. Conforms. Corns: Johanns: Idé, sworn clerk Examined: Maas 1544 Kolombo To the Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Council. Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, High Ruling Lord, Since our last respectful letter of the 13th of this month, nothing special has occurred, as the mutineers are keeping themselves very quiet, mostly in their own korles, and now and then they take a stroll without anyone hearing of any evil deeds, however. Yesterday a single soldier from Tangale arrived here, who encountered nothing other than some guard posts, but heard at Diekwelle that it had been announced by small tom-toms that the mutineers would assemble there, with orders that everyone should join them. But we believe that this deserves no credit, because it has happened repeatedly that their arrival was announced without them appearing. Herewith we have the honor to present to Your Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed the copy of our mandate for the Magampattoe. While we further inform Your Honor that yesterday morning we sent our Moholiaar to the Belligamkorl to the mutineers, without the knowledge of

Dutch transcription

gedaan worden aan den Modliaar Tinnekoon die dan daar na verneemen en van berigt dienen moet Noopens de klagten voor koomende bij een aparte ola tegens den vidaan aaatje van walas moelle dient dat de zelve nader door gekommitteerdens zullen onderzogt en daar op goed regt gedaan worden terwijl hij egter om de wille der veele klagten van de inwoonders bij deezen uit den dienst gesteld word. op de klagt ola van de Massoraals van kannoekette dient. 1. De Modliaaa Tinnekoon zal moeten onderzoeken of de maijoraals iets toekomt van de van de ge„ „vangen wordende vissen te Jamboeroegodde lewai„ om hun dank zulks te kennen geeven. 2. De Modliaar Tinnekoon moet meede onderzoeken waar om de ingezetenen van kanoekettie develden te Ranne hebben moeten bewerken en hoe het gelee „gen is met het geene verder bij dit artikul van de klagt ola voorkomt, ten einde op het een en ander goed regt te kennen doen. 3. De Modliaaa Tinnekoon werd gelast om een rolle op te maken en inte dienen van de maijoraals, en wat 2 tot 1542 tot dewil, of acomodes aan bezitten ten Eeinde eene billijke schikking daar na te konnen werden gemaakt. 4: de maijoraals van de kannoeketties zullen geene andere verstrekkingen van phijndoes en addoekoes behoeven te doen, dan na het oud gebruijk waar voor den modliaar Tinnekoon sorgen moeten gelijk ook dat de ingezeetenen geen onreedelijke diensten opge„ „legd worden. 5. Bij vroegere papieren zijn geene graam meester voor de kannoeketties bekomt en dus zijn dezelve ook nu niet nodig 6. Bij de Generaale mandaat is reeds een ieder van de reize na Badegirese ontslaegen en de ingezetenen der kanoeketties word nu naeder toegezegd dat niemand tegens zijn zin tot eenige dienst in de ma„ gampattoe zal werden genoomen. Laastelijk vertrouwen wij dat de gezamentlijke ingezeetenen van de Girewaijs door deeze gunstige schikking zullen genoopt worden om hun als braeve en getrouwe onderdae„ „nen van de doorluchtige komp stil, gerust gehoorzaam gehoorzaamen te gedraagen als wanneer ook alle verda beswaernissen die zij nog mogten hebben met alle billikheid zullen gehoort en afgedaan worden. Mature den 9. Iunij A:o 1790. — /:was getekend:/ D: T: Frets, A: Samlant /:onderstond /:accordeert / was getekend/ M: F: Palm geautt: Akkordeert Corns: Johanns: Idé gezue klerk Nagezien Maeers 1543 Translaat Attestola Wij ondergeteekendens Geeven zeer onderdanigst te ken„ nen dat we tans door den presenten wel Edelen Ge„ biedende Heer Dessave M=r Christiaan van Angelbeek, zedert hoog zijn wel Edele Gebiedende tot het waar„ „neemen van het bestier in de Dessavonij van Mature was aangekoomen ons nooijt eenige onbehoorlijkheid onredelikheid affront of nadeel bewezen heeft, Doch daar en teegen heeft gedagte zijn wel Edele tot onze broodwinningen de voordeelen der Mottels en Mal„ „lapallas welke in de korles en Pattoes te vinden zijn zo wel als de helfte van de overmaat van het „gevoegd, voorts Jaarlijks tot een teke van Pakhuijs aan ons toe„ zijn wel Edeles aandenking veele presenten aan ons gegeeven en dat zijn Ed: steeds ons als een vader en meester in allen opzigte met goede raad en daad assiesteerd, zo mede ook veele respekt en gunst aan ons bewijsd gelijk ook ons van kost en drank voorziet en wij dus die welda„ „den levens lang hoog in waarde houden zullen, hebbende wij dus tegen welmelde Heer dessave niets te zeggen temeer om dat ons niet bekend is of zelfs aan onze ondergeschikte zoo Groot als klijne hoofden eenig onregt weder vaaren is. Ten Ten blijke van het gunt is deeze op het aller onderda„ „nigst overgelegd den 29. ' Maij 1790. door Abejescriwar „dinne Hlangakoon, modliaar der Attepattoe, Wisewa „dinne Naweratne Tinnekoon Modliaar Jdag en Zaaij „meester, Disnaike Tiellekeratne gaijnaijk modliaar, Abeges iriwardene goeneratne modliaar der Belligam„ „corle wijesekere Jaijetiellekeratne Modliaar der Gan„ „gebaddepattoe, wieckremeratne Ekenaijke modliaar der MorruaCorle, AberjewieC Kreme Bandarnaijke Mo¬ „handiram en olijleverantie vande rivier Gravetten, wil kremevatne Bandarenaike Mohandiram der hout, „sleperij en wiere goeneratne saban daar van Belli„ „gam /: was geteekend:/ J: w: Tinnekoon, D: J: goene„ „ratne; Dit de Saram D: A: Perera, D: F: de Sa Ban„ „dare naike en Twee onleesbaare Nederduijtsche handteekeningen. /:onderstond / voor de Translatie Mature Den 31: Maij 1790. /:was geteekend:/ Cormn=s Nik:s Weemeier /:laager:/ B: Tillekeratne Mod „liaar heeft ook nader de ola onderteekend, dog Hangakoon Modliaar is ziek, en heeft nog niet konnen daarover onderhouden worden heeden den 12: Junij heeft Slangakoon Moblia ook de ola geteekent. Akkardeert Corns: Johanns: Idé Goze klerk Maas Nagezeen 2 1544 Kolombo Aan den Wel Edelen, Gestrengen, Groot Achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlandsch Jndia„ Gouverneur en Directeur van het Eijland Ceijlon met dies onderhoorigheeden. nevens den Raad. Wel Edele Gestrenge Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer. Sedert onzen laatsten eerbiedi„ „gen van den 13=de dezer, is niets bezonders voorgevallen, als hou„ „dende hun de muijtelingen heel stil, meest in hun eige korls, en tussen tussen beiden doen zij wel een kuijertje sonder dat men echter van eenige kwaade bedrijven iets verneemt: Geste„ „ren is een eenig soldaat van Tangale hier gekoomen, die niets anders dan eenige wagt posten ontmoet, dog te Diekwelle gehoord heeft, dat 'er bij tamblijntjes was geadverteerd dat de muijtelingen daar zouden bij een koomen met ordre, dat zig een ider daar bij zoude voegen. dog wij meenen dat zulks geen geloof verdient, wijl het te meer„ „maalen is gebeurd, dat hunne komst aangekundigt was, sonder dat zij verscheenen zijn. Hiernevens hebben wij de eere uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare een af„ „schrift van onze mandaat voor de Magampattoe aantebieden. Terwijl we hoogst den zelven voorts berichten, dat we gisteren morgen onze Moholiaar na de Belligamkorl bij de muijte„ „lingen gezonden hebben, sonder weeten van

NL-HaNA_1.04.02_3883_0909 view scan ↗

English

1545 of any headman, or anyone else, from this disavony, so that his departure would not become known, and he would not be stopped thereby. We hope that he will return this afternoon, or tomorrow morning, and bring us news of what is actually desired, while he has also specifically been instructed to make known to the people that no petition of complaints from them consisting of 32. or 36. articles has been received, and that we therefore could not deliver any answer; but that if they would provide a copy thereof, we would then administer proper justice upon it. Just now we received an ola from the dismissed Mohandiram and head of the Magampattoe, one Dissanaijke, who was formerly vidane of wallasmoele, in which he reports that the mutineers, against his will and inclination, under threats of violence upon refusal, had conferred upon him the capacity of second mudaliyar of the Girrewaijs; further intimating that, if he were appointed thereto, he would be in a position to have the fields cultivated. He also writes that the mutineers had forbidden the Mudaliyar of the Willebaddepattoe from performing any Company service. We would be quite inclined to promise the said Dissanaijke that he would actually be appointed as 2nd Mudaliyar if he could have the Girrewaijpattoe sown and bring the people to tranquility; however, as the Commander, Mr. Sluijsken, is on his way hither, we shall inform His Honorable Worship thereof, handing over the ola. One Wiezesinge appuhami has written to us by ola that he was forced by the unlawful assembly to join them, as otherwise his house, goods, and family would have suffered greatly; and that he had further ransomed himself from the violence 1546 of Madoegodde Appu for 15. pagodas. He further promises to use his best endeavors with the mutineers to render us some good services, and also commends himself to our favor. We shall likewise leave this matter to the Commander, Mr. Sluijsken, while we must observe that such gifts will strongly encourage Madoegodde Appu to continue in his evil ways in order to acquire wealth. We have felt highly honored by Your Right Honorable, Highly Respected letter of the 12th of this month, whose contents we shall most dutifully comply with, with all possible precision; however, we must inform Your Right Honorable that we shall likely require about 8. days of work to prepare all papers for the handover to to the Commander, Mr. Sluijsken. We further have the honor to thank Your Right Honorable most humbly for the favorable approval of our actions in, and the honorable discharge from, a commission in which we have had very much distress; with the expression of our sincere regret that we have not been more fortunate in attaining the objective of our mission, by restoring tranquility. While we are nonetheless assured for our peace of mind that we have spared no danger, diligence, nor effort, even during the indisposition of the first signatory, to advance the interests of the Honorable Company. We further heartily wish that the efforts of the Commander, Mr. Sluijsken, may have happier outcomes, 1547 for which there is well-founded hope. Because this will and can now be the last measure; and one which the mutineers will not wish to neglect, but will seek to profit from, since it is by no means in their interest to let the uprising persist and let matters come to extremes. At all events, we commend the interests of the Company to God's gracious keeping, and have the honor to call ourselves, with all fidelity and dutiful respect. Below stood: Right Honorable, Highly Commanding Sir! Your Right Honorable's humble and obedient servants. Was signed: D: T: Fretz, A: Samlant. In the margin: Matara, the 15th of June 1790. Lower: Lower: P.S. Herewith is added a report from the Mudaliyar of the Gangebaddepattoe, de Saram, wherein he says he has heard that the eldest Don Simon aratchi is to go to Colombo, who could thus possibly be apprehended at Panadura or Kalutara. Agrees. Examined: Corns: Johanns: Idé, qualified clerk. AStaas 1548 Mandate to all the minor headmen and other inhabitants of the Magampattoe collectively, for their information and observance regarding the petition of complaints submitted by them. 1. Orders have been sent to the Resident to have the inhabitants perform no other than customary services. However, to the detachments that are being relieved and are traveling back and forth, the provisions for subsistence must be made according to ancient custom, and on the other hand, they need not make any provisions to anyone else if such is not ordered by a samas. And whenever extraordinary provisions are made, the same shall be paid for by the Resident; and likewise, if any provisions should have been made to the Resident or native headmen, or otherwise, an account thereof must be submitted to the Dessave, whereupon payment for it will be arranged immediately. 2. That

Dutch transcription

1545 van eenig hoofd, of iemand anders, van deeze dessavonij, op dat zijn vertrek niet bekend, en hij daar door niet tegen „gehouden zoude worden. Wy hoopen dat hij heeden namiddag, of morgen voormiddag te rug zal koomen, en ons zal tijding brengen wat 'er eigentlijk begeerd word, terwijl hij ook in zonderheid last heeft om aan het volk bekend te maaken, dat er geen klagtschrift van hun van 32. , of 36. artikuls ontvangen is, en dat wij dus daarom ook geen and¬ woord hebben kunnen bezorgen. dat wanneer zij daar van een af¬ schrift wilden geeven, wij dan daar op goed recht zouden doen. zo even hebben wij een ola ontvan „gen van den afgezetten Mohandiram en hoofd der Magampattoe, eenen Dissanaijke, die eertijds viedaan van wallasmoele was, waar bij hij meld, dat de muijtelingen hem tegen wil en dank, onder bedrijgen gen bij weigering, de qualiteijt van tweede modliaar van de Girrewaijs hadden hadden opgedragen; onder te kennen geving verder, dat hij, wanneer daar toe aangesteld wierd, in staat zoude zijn om de velden te laeten, bewerken. hij schrijft ook dat de muijtelingen aan den Modliaar der Willebaddepattoe verbooden hadden, om geen kompa „nies dienst te verrigten: Wij zouden wel inklineeren, om aan gedagte Dissanaijke te belooven, dat hij wer¬ „kelijk tot 2=de Modliaar zoude aan „gesteld worden, wanneer hij de Girre „waijpattoe konde doen bezaaijen, en het volk tot rust brengen, dog alzo de Heer kommandeur Sluijsken op weg na herwaards is, zoo zullen wij zijn wel Edele Achtbaare daar van kennis geeven, onder overgave van de ola. Eenen Wiezesinge appoehamie heeft ons bij ola geschreeven dat hij door de tezamen rotting was gedwongen geworden om zig bij hun te voegen, ter¬ wijl anders zijn huijs goederen en fa„ „milie veel te leiden zouden hebben gehad; en dat hij zig nog van de geweldenarij 1546 geweldenarij van Madoegodde Appoe had wijgekogt voor 15. pagoden. hij belooft voorts zijne devoijren te zullen aanwenden bij de muijtelingen om ons eenige goede diensten te doen, en recommandeert zig ook in onze gunst: Wij zullen ook deze zaak aan den Heer komman „deur sluijsken overlaeten terwijl we moeten aanmerken dat zoda„ „nige giften Madoegodde Appoe sterk zullen aanmoedigen om in zijn kwaad voorttevaeren, ten einde zig vermogen te verwerven. Wij hebben ons hoogst vereert ge¬ „vonden met uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare hoog gerespek „peerde letteren van den 12. dezer, wel „kers inhoud wij met alle mogelijke naauwkeurigheid schuldpligtigst zullen nakoomen, dog wij moeten uwel Edele gestr: Groot Achtbaare berigten, dat wij waarscheijnlijk wel 8. dagen zullen werk hebben om alle papieren tot de overgave aan aan den Heer kommandeur Sluijsken in staat te brengen. Wij hebben voorts de eere uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare nedrigst te bedanken voor de gunstige goedkeuring onzer han„ „delingen in, en het honorabel ontslag uijt eene kommissie waar in we zeer veel verdriet gehad hebben; met betuiging van ons hertelijk leedweezen dat we niet gelukkiger zijn geweest om het oogmerk onzer zending te heb„ „ben konnen bereijken; door de rust te herstellen. Terwijl wij evenwel tot onze gerustheid verzeekerd zijn, dat we geen gevaar ontzien, vlijt nog moeijte, selfs in de on„ „passelijkheid van den eersten teeke„ „naar, gespaard hebben, om de be „langens van de E: kompenie te bevorderen. Wij wenschen voorts hertelijk dat de pogingen van den Heer komman „deur sluijsken gelukkiger uijt komste 1547 „komsten mogen hebben, waar toe de hoop gegrond is. Wyl dit nu het laaste middel zijn zal, en kan; en het welk de muijtelingen niet zullen willen verwaarloosen, maar wel daar van zullen zoeken te profiteeren; aangezien het hunne zaak in geenen deele is, om den opvoer te laaten door „staan, en tot uijtterstens te laeten koomen. Altans wij beveelen de belangens der maatschappij in de genadige hoede Gods, en hebben de eere ons met alle trouwe, en schuldig ont „zag te noemen. (:onderstond:/ Wel Edele Gestrenge Groot achtbaare Hoog Gebiedende Heer! uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare onderdanige en gehoorzaame dienaaren (:was geteekend:/ D: T: Fretz A: Samlant (:inmargine.) Mature den 15. Junij 1790 (:lager.) (:lager:) P: S: Hierbij komt nog een relaas van den modliaar der Gange „baddepattoe de Saram, waarbij hij zegt, gehoort te hebben, dat den oudsten Don Simon araatje na kolombo zoude gaan, die dus mogelijk te Panture, of kaltere zoude konnen opgevat worden. Akkordeert. Naegezien Corns: Johanns: Idé gezee klerk AStaas 1548 Mandaat aan de Gezaa„ „mentlijke mindere Hoofden en verdere ingezeetenen van de Magampattoe ter hunner naricht en observantie op de door hun ingediende klagt vla 1. / Aan den Resident is ordre gezonden om de ingezeetenen geene andere dan gebruijkelijke diensten te laaten verrigten, Dog aan de detachementen, die afgelost worden en heen en weeder gaan moeten de verstrekkingen van onderhoud volgens oud gebruik gedaan worden en daar en tegen behoeven zij verder aan niemand eenige verstrekking te doen, zo zulks niet bij een samas geordonneerd is. en wanneer dan Extra ordinaire verstrek„ „kingen gedaan worden, dan zullen dezelve worden betaald door den Resident en zo ook na eenige ver„ „strekkingen aan den Resident of inlandse hoofden, als anderzints mog„ „ten zijn gedaan zoo moet daar van eene reekening worden overgelegd aan den Heer Dessave als wanneer de betaaling daar voor dadelijk zal be¬ „zorgd worden. 2. Dat

NL-HaNA_1.04.02_3883_0916 view scan ↗

English

2. That everyone is free, whenever he has a complaint against the Resident, to come and bring it forward here in Mature, or to submit it by an ola; and that the complaints specifically against Paletoepane, the former aratchy Diuragaha aratchy, and the moor who serves with the Resident, must also be submitted, while in the meantime the Resident has also been ordered to account for the conduct of these three persons, after which proper justice shall follow regarding the one and the other. 3. Every majoral who does not have six amonams of ottoe due in exemption will receive the shortfall upon a samas from the Dessave; and to that end, the Majorals may report to the Resident what they possess exempt and present the proofs thereof. 4. The Dessave has always provided the money for the butter to the servants of the gate, and has for some months ordered the Resident to pay them. However, anyone who has not received payment must make a statement thereof to the Resident, whereupon payment shall take place forthwith. 5. The leasing of the ottoe due must remain in force, and the majorals must, according to old custom, continue to guard the paddy until the Company has a warehouse to bring it to; and for this, the lessees shall also, according to custom, have to give the Majorals one coornie of paddy on every amonam. 6. The vidana of the washers may bring the complaint regarding the small village of Landejoelane, along with his evidence and witnesses, before the Resident, who will investigate the same and submit a report; whereupon a fair settlement will follow. Herewith all the inhabitants of the Magampattoe are collectively admonished to conduct themselves quietly, faithfully, and obediently, as befits good subjects of the Illustrious Company, in which case their grievances will always be taken to heart and proper justice will be provided to them. Mature, the 10th of June, anno 1790. Was signed: D: I: Fretz and A: Samlant. Below stood: Agreed. Signed: M: F: Palm, authorized person. Agreed: Corns: Johanns: Idé, sworn clerk. Examined: Maes. Report of the Mudaliyar of the Gangebadde Pattoe, David de Saram, who reports: That yesterday morning there came to him one Thomissa Appoe, resident of Taraperie situated in the Girrewai Pattoe, giving to know that the eldest Don Simon Aratchy was about to depart for Kolombo, and that to that end an ola had been sent to the rest house of Kahawatte to demand two Naindes for his convoy, who were to provide themselves with necessities for 15 days. The said Thomissa Appoe had also covertly given him, the Mudaliyar, to know that he maintained that the said Don Simon Aratchy departed for Kolombo solely and entirely to join the malcontents or the assembled mob in that region. Thus reported today, the 15th of June 1790. Was signed: D: de Saram. Lower: For the translation, signed: M: F: Palm, authorized. Below stood: Agreed. Signed: M: F: Palm, authorized person. Agreed: Corns Johann:s Ide, sworn clerk. Examined: A: Maes. Kolombo To the Right Honourable, High and Mighty Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch East Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its Dependencies, together with the Council. Right Honourable, High and Mighty, High-Born Lord! Yesterday we had the honour to inform Your Right Honourable and High Mightiness that the Commander Sluijsken was on his way hither, and we now have the honour to report to His Honour that the said Commander arrived here yesterday towards evening, and that we immediately and also today gave His Right Honourable information of the state of affairs concerning the mutineers and what we have accomplished; however, the holding of a meeting has been postponed until tomorrow morning. And then we shall present a part of our papers and subsequently deliver the remainder as soon as they are ready, with which we will make all haste in order to be able to depart, as our commission has ended in accordance with Your Right Honourable and High Mightiness's respected order. We were very honoured with Your Right Honourable and High Mightiness's highly respected letter of the 13th instant, to which we most respectfully reply in answer: that we would not have failed to communicate what was necessary to Gale if anything had occurred to us upon which we could have acted with any certainty and which was of such a nature that the ministers at Gale ought to have known, just as we also wrote in our dispatch to Gale on the 11th instant; of which a copy has likely been sent to Your Right Honourable and High Mightiness from Gale. For which reason we shall excuse sending the same, on account of the pressing occupations of our clerks. We find nothing further to answer to Your Right Honourable and High Mightiness's aforementioned letter, so we shall only say that everything appears as though the revolt will be ended within a few days. While we have the honour to call ourselves, with due high esteem and faithfulness, Right Honourable, High and Mighty, High-Ruling Lord! Your Right Honourable and High Mightiness's obedient servants. Was signed: D: I: Fretz and A: Samlant. In the margin: Mature, the 16th of June, anno 1790. Agreed: Corns: Johanns: Ide, sworn clerk. Examined: Maas.

Dutch transcription

2. / Dat een ieder vrijheid heeft om wanneer hij klagte tegen den Resident heeft, dezelve hier te Mature te koomen in„ „brengen, of bij een ola opte geeven en dat ook de klagtens speciaal tegen Paletoepane geweezen araatje Diura „gaha aratjie, en de moor die bij den resident dient, moeten opgegeeven worden, terwijl intusschen den resident ook gelast is, om zich nopens het gedrag dier drie perzoonen te verant„ „woorden, waarna op het een en ander goed regt zal volgen. 3. Ider maijoraal, die geen ses amm:s ottoe aan geregtigheid vrij heeft, zal het mankeerende bij een samas van den heer Dessave bekoomen en ten dien einde kunnen de Maijoraals aan den Resident opgeeven het geene zij vrij bezitten, en de beweezen daar van overleggen. 4. ) De Dessave heeft altijd het geld voor de booter aan de porta bediendens verstrekt, en zedert eenige maanden den resident gelast om dezelve te betaalen, Dog die geene die geen be „taaling gekreegen heeft moet daar 1549 daar van opgave doen aan den Resident, als wanneer de betaaling ten eersten zal geschieden. 5. / De verpagting van de ottoe geregtig„ „heid moet blijven stand-grijpen, en de maijoraals moeten volgens oud ge„ „bruijkt de nelie blijven bewaaren, tot dat de kompenie een pakhuijs heeft om hem te brengen en daar voor zullen de pagters ook volgens gebruijk aan de Maijoraals moeten geeven een koernie nelie op ieder ammonam. 6. De vidaan van de wassers kan de klagte nopens het kleijne dorp landejoelane met zijne bewijzen, en getuijgens, voor den Resident brengen, die dezelve zal onderzoeken en van rapport dienen; waarop dan eene billijke afdoening zal volgen. Hiermede worden de gezaamentlijke ingezeetenen van de Magampattoe vermaand om hun stil getrouw en gehoorzaam te gedraagen zo als dat braave onderdaanen van de doorluchtige kompenie betaamd va meer Nagezien betaamd als wanneer ook altyjd hunne beswaarnissen zullen ter herte genoo„ „men en hun goed recht daarop bezorgd worden. Mature den 10:' Junij A„o 1790. (was getee „kend:/ D: I: Fretz, en A: Samlant /:onderstond:) akkordeert /:geteekend:/ M: F Palm, geauthoriseerde. Akkordeert Corns: Johanns: Idé gezw klerk Maers - 1550 Relaas van den Modliaar van de gange hadde pattoe David de Saram, dewelke. Relateerd, dat gisteren morgen bij hem ge„ „koomen is, eene Thomissa appoe inwooner van Taraperie in de girrewai pattoe gelegen, te kennen geevende, dat de oudste Don Simon aratjie naar kolombo stond te vertrekken, en dat tot dien Einde, een ola naar het rusthuis van kahawatte gezonden was geworden, om twee Naindes tot dies konvooij te eisschen, welke haar voor 15. daagen van het noodige moeste bezorgen, de gem: Thomissa appoe had ook aan hem Modliaar bedektelijk te kennen gegeeven, dat hij susti „neerde, dat gem: Donr Simon aratjie en „keld en alleen naar kolombo vertrok, om zig bij de malkontanten of te zaamen gerotte gemeente daarom streeks te vervoegen. Aldus Geralateerd heeden den 15. Junij 1790. /:was geteekend:/ D: de Saram /lager:/ voor de translatie (geteekend:/ M: F: Palm geauth: /onderstond:) akkordeert /geteekend/ M: F: Palm geauthoriseerde. Akkordeert Corns Johann:s Ide gizw klerk Nagzien AMaes 1551 Kolombo Aan den Wel Edelen Gestr: Groot Achtbaare Heer! Willem Jacob van de Graaff Raad, ordinair van Nederlands Jndia Gouverneur en Directeur van het Eijland Ceijlon met dies onderhoorigheeden nevens den raad. Wel Edele, Gestrenge, Groot Achtbaare Hoog Geb: Heer! Gisteren hebben wij de eere gehad uwel Edele Gestr: Groot achtb: te berichten dat de Heer kommandeur sluijsken op weg na herwaarts was, en tans hebben wij de eere hoogst dezelve te melden, Dat ge „melde Heer kommandeur gisteren tegen den avond alhier aangekoomen is. en dat wij zijn E: E: Achtbaare dade „lijk, en ook heeden kennisse gegeven hebben van de gesteldheijd der dingen nopens de muijtelingen, en wat wij verricht hebben, echter is het houden van van bij eenkomst uijtgesteld tot morgen vroeg: en als dan zullen wij een gedeelte onzer papieren overleggen en vervolgens de overige nader bezorgen, zoo dra zij zullen in gereedheid zijn; waarmeede wij alle spoed zullen maaken, ten eijnde te kunnen vertrekken alzoo onze kommissie, na volgens uwel Edele Gestr: Groot achtbaare gerespekteerd bevel, g'eindigt is. seer vereert hebben wij ons gevonden met uwel Edele Gestr: Groot Achtb. hoog gerespekteerde brief van den 13. de dezer, waar op wij eerbiedigst in antwoord dienen, Dat wij niet zouden gemankeert hebben om na Gale het nodige te bedeelen, indien ons iets was voorgekoomen waar op we met eenige zekerheid had„ „den konnen te werk gaan, en van dien aard was geweest dat de ministers te Gale hadden behooren te weeten, gelijk wij zulx ook bij onzen afgaanden na Gale op den 11. ' deezer geschreeven hebben; waar van uwel Edele Gestrenge Groot achtb 1552 achtb: waarscheijnlijk 'er een afschrift van Gale zal toegeschikt zijn; alwaar„ „om wij het zelve zullen Excusseeren, om de wille der volhandige bezig¬ „heeden onzer schrijvers, wij vinden voorts niets verder op uwel Edele Gestr: Groot achtbaare voormelde missive te beantwoorden, dus wij nog maar alleen zullen zeggen dat zig alles laat aanzien als of de revolte binnen weijnige dagen zal g'eindigt zijn. Terwijl wij de eere hebben van ons met de schuldige hoog achting en trouwe te noemen. (:onderstond. / Wel Edele Gestrenge Groot Acht „baare Hoog Gebiedende Heer! uwel Edele Gestr: Groot Achtb: gehoorzaeme dienaare (was geteekend/ D: T: Fretz, en A: Samlant (:in margine/ Mature den 16de Iuni A„o 1740: Akkordeert Corns: Johanns: Ide gezeeklert lte de ze v 2 eerd Maas Nagezeer „„ 7

NL-HaNA_1.04.02_3883_0927 view scan ↗

English

1553 Kolombo To the Right Honourable, Highly Respected, Sir Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Member of the Council of Netherlands India, Governor and Director of the Island Ceilon and its dependencies, together with the Council. Right Honourable, Highly Respected, High Ruling Sir! We have the honour to inform your Right Honourable, Highly Respected Sir, that, with the approval of Commander Sluijsken and the Chief Administrator Elect van Angelbeek, we have taken over the governance of this Disavany from the latter, and that everything is ready to be brought to the point of transferring the administration to the second signatory. Our interpreter Mohotiaar, who has been to the Bellegamkorl and spoke with the mutineers, has submitted to us the accompanying written report, wherein your Right Honourable, Highly Respected Sir will, among other things, be pleased to observe that they have promised to send a written response to the mandate ola within the span of 8 days, and that the Disava Mr. van Angelbeek had not caused them any hardship, but that such had occurred through their headman, etc. We also have the honour to offer to your Right Honourable, Highly Respected Sir: A translation of an ola letter written by the Modliaar Tinnekoon to the Modliaar Hangakoon, wherein your Right Honourable, Highly Respected Sir will notice that the letters from Gale for Battikaloa 1544 Battikaloa and Trinkonomale have been brought back from Oedemallele, with the explanation that they could not undertake to deliver them because the roads were unsafe, as the people from the Magampattoe and Batikaloa were all in mutiny. Concerning the paddy crop in the Girrewaij, we have decided to let the collection proceed for this time according to the admodiation, and we have notified Gale of this, as well as the fact that the two letters mentioned above have been handed over to the Commander. A translation of an ola letter from Don Siemon Araatje in response to the letter we wrote to him, from which your Right Honourable, Highly Respected Sir will observe his good disposition, and wherefore we believe that he could be appointed as head of the Kandebaddepattoe. This morning we received a grievance ola from the combined mutineers, which two of their lascorins from Hakman delivered. It was brought by us to the Commander and opened there, whereupon it was found to be an answer to our mandate ola of the 28th of May last, and that they were satisfied with several settled matters, but dissatisfied with others, such as articles 4, 5, 6, 8, 13, 14, 21, 24, 27, and several others, which they have thus contested, and have furthermore added some new grievances, requesting proper justice from us on the matter. The ola is being translated by order of the Commander. It appears as though they had no knowledge of the further Sannases 1555 Sannases that were sent to the Morruakorl and the Girrewaijpattoe, whereby some of the aforesaid articles were further settled in their favour. The lascorins stated that it was well known at Hakman that the Commander had arrived to hear their grievances, and that messages were also passing back and forth to gather the people from all the korles. We fear that the most difficult matter will be to settle the fourth and 14th articles further, as they seem to insist that only one man from the family shall do the Company's service, and thus one would not be able to obtain people, neither for the fortification work nor for the plantations, and even not more than a small number of coolies, which in extraordinary circumstances would cause embarrassment. We have the honour to be, with all high esteem, Right Honourable, Highly Respected, High Ruling Sir, your Right Honourable, Highly Respected Sir's obedient servants. Signed: D: T: Fretz, A: Samlant. In the margin: Mature, the 18th of June 1790. Agrees: Cornelis Johanns Peek, collated. Examined: AMaes 1556 To the Right Honourable Ruling Sirs Didrig Thomas Fretz, Senior Merchant and Disava of the Colombo surrounding lands, Abraham Samlant, Merchant and Trade Bookkeeper. Right Honourable Ruling Sirs, To comply with the highly honoured order of your Right Honourable Ruling Sirs, I, the humble undersigned, proceeded to the Billigamkorle in the village of Malpelle, where the gathered mob had assembled, and there came to me several lower headmen, with Warmen Roepesin Arratje, Wierman Arraatje, the Vidaan Arraatje of Oedoekawe, the Atoekoorle of Elgerieje, and some commoners, together with a certain Maedoegodde Appoe, who is called their head and mohandiram by the assemblies and is much respected. To them it was proposed by me that I had the order of the Commissioners to speak in the presence of the the combined assemblies and ask why they have hitherto not composed nor sent an answer to the mandate ola, nor requested what they further desire to have. To this these headmen answered me that it is not good to go to the assemblies, but that they will send what they have to say in writing within the span of eight days. I have heard talk among those people that no hardship was done to them by the Honourable Disava of Mature, and that such occurred through their headmen; however, they fear that the said Gentleman will persecute them further. And Madoegodde Appoe said that when the Right Honourable Ruling Disava Fretz was clothed with the office of Disava of Mature, he had introduced the orders to make cinnamon and other plantations, and thereafter, upon his departure to

Dutch transcription

1553 Kolombo Aan den wel Edelen Gestr: Groot Achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff, Raad ordinair van Nederlandsch Jndia, Gouverneur en Directeur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden Nevens den Raad. Wel Edele Gestr/ Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer! Wij hebben de eere uwel Edele Gestr: Groot Achtb: te berichten, dat wij, met goedvinden van den Heer kom„ „mandeur sluijsken, en den Heer 9 Eli„ „geert Hoofdadministrateur van Angel„ „beek, het bestier deezer Dessavonij van den laastgenoemden overgenoo „men men hebben, en dat alles in gereedheid staat gebragt te worden, tot de overgaa der administratie aan den tweeden tee „kenaar. Onzen tolk Mohotiaar die na de Bellegamkorl is geweest, en met de muijtelingen gesprooken heeft, heeft ons het deze verzellende schriftelijk rapport overgelegt, waar bij uwel Edele Gestr: Groot Achtb: onder andere zullen gelieven te beoogen, dat zij be „loofd hebben binnen den tijd van 8. daegen schriftelijk antwoord te zenden op de mandaat ola, en dat de Heer Dessave van Angelbeek hun geen overlast gedaan had, maar zulx door hun hoofd geschied was. &a Wij hebben nog de eer uwel Edele Gestr: Groot Achtbaare aantebieden Een translaat brief ola door den modliaar Tinnekoon aan den modliaar Hangakoon ge „schreeven, waar bij uwel Edele Gestr: Groot achtb: zal ontwaeren dat de brieven van Gale (voor Battikaloa 1. 755 1544 Battikaloa en Trinkonomale:/ van oedemallele te rug gebragt zijn, onder het zeggen dat ze niet konden aannee„ „men te bezorgen wijl de weegen onveij „lig waeren door dien het volk uijt de Magampattoe en Batikaloa alle aan het muijten waeren. omtrend het nelij gewas in de Girrewaij heb „ben we beslooten om de invordering voor ditmaal na volgens de admo¬ „diatie te laeten doen, en dit hebben we na Gale bedeeld; gelijk ook dat de twee brieven bovengemeld aan den Heer kommandeur overge¬ „geven zijn. Een translaat brief ola van Don siemon araatje in antwoord op de brief, die we aan hem hebben ge¬ „schreeven, waar uijt uwel Edele Gestr: Groot achtb: zijne goede gezinning zullen ontwaeren, en alwaar om wij vermeenen dat hij als hoofd der kande „baddepattoe zal konnen aange „steld worden. heeden d heid t elijk i be kaloa Heeden morgen hebben wij een klagt ola van de gezamentlijke muijte „lingen ontvangen, die twee hunner laskorijns van Hakman aangebragt hebben, hij is door ons bij den Heer kommandeur gebragt, en daar geopend, wanneer bevonden wierd, dat het een antwoord was op onze mandaat ola van den 28. mai Jongst leeden, en dat zij met verscheide afgedaane zaaken te vreeden, dog over andere, zoo als over de artikuls 4, 5, 6, 8, 13. , 14. , 21. , 24. , 27. , en meer andere te onvreeden waeren, en die zij dus wederlegt, en voorts ook nog eenige nieuwe klagten daar bij gevoegd, en daar op goed recht van ons verzogt hebben. de ola word ter ordre van den Heer kommandeur ge „translateerd Het scheijnt als of zij geen kennis hebben gehad van de nadere Sanassen 1555 Sannassen, die na de Morruakorl, en de Girrewaijpattoe zijn ge „zonden, waar bij eenige der voor „schreve artikuls nader ten hun „nen voordeele afgedaan zijn De laskorijns hebben gezegt, dat het te Hakman zeer wel be„ „kend was, dat de Heer kom„ mandeur ter aanhooring hunner klagten aangekoomen was, en dat er ook boodschap „pen heen en weder gingen om het volk uijt alle de korlste vergaderen. wij vreesen dat de moeijelijkste zaak zal zijn om het vierde en 14=de artikul nader aftedoen, al zoo zij scheij„ „nen daar op te staan dat maar een man uijt de familie 'sComp. dienst zal doen, en dus zoude men geen volk konnen krijgen, nog tot het fortifikatie werk nog tot de plantagies, en zelfs met meer dan een gering getal koelies, het geen bij extra gelee„ „gentheed, gentheeden verleegentheid zoude baeren. Wij hebben de eeze met alle hoog agting te zijn /:onderstond:/ wel Edele Gestr: Groot achtb: Hoog Geb: Heer uwel Edele Gestr: Groot achtb: gehoorzaeme dienaeren (:was geteekend./ D: T: Freth,e A: Samlant (: inmargine.) Mature den 18. Junij 1790. Akkordeert Corn:s Johanns Peee gekeekeerd. Nagezien AMaes 1556 Aan den Wel Edele Geb: Heeren Didrig Thomas Fretz opperkoopman en dessave der kolombose omme lands Abraham Samlant koopman en Negootie boekhouder Wel Edele Gebiedende Heeren Om de hoog g'eerde bevel van uw wel Edele Geb: Heeren te naar koo¬ „men heb ik de needrige ondergetee„ „kende laaten bevinden in de Billi„ „gamkorle in het dorp Malpelle alwaar het te zaemen gerotte volk bij een gekomen was en zijn toen bij mij gekomen eenige minder hoofden met warmen Roepesin arratje, Wier „man arraatje, vidaan arraatje van oedoekawe, Atoekoorle van Elgerieje en eenige gemeenen nevens zeekre Maedoegodde Appoe die door verza„ „melingen als hun hoofd en mohandi „ram genoemt en veel geagt worden. aan dezelven is door mij voorgesteld dat ik de ordre van de Heeren kom „missarissen had, om in presentie van de de gezamentlijke verzamelingen te spreeken en vraagen, waarom dat ze tot als nog niet hebben gestelt nog op de mandaat ola beschijd gezonden nog verzogt het geen zij verder begeeren te hebben, hierop hebben deeze hoofden mij tot ant„ „woord gedient, als dat niet goed is, bij de verzamelingen te gaan, dog het geen zij te zeggen hebben, binnen den tijd van agt dagen schriftelijk toezenden zullen. Jk hebbe onder dat volk hooren praaten dat door den wel Edelen Heer dessave van Mature hun eenig overlast niet gedaan en zulx door hun hoofden geschied is, egter dat ze bedugt zijn dat den wel Gemelde Heer aan hun naader vervolgen zal en Madoegodde Appoe zijde dat den wel Edelen Gebiedende Heer des Jave Fretz met de dessaves dienst van Mature was bekleed, heeft de ordres ingevoerd om kanneel en ander plantasien te doen en daarna met het vertrek van hoogst denzelven naar 8

NL-HaNA_1.04.02_3883_0937 view scan ↗

English

1557 to Colombo, had a guard placed over us as head, and also instructed what must be done. Furthermore, upon my return here, I heard the brother of Hallele Atoekoorle say that the Honorable and Worshipful Commander at Gale, having litigated so long in favor of the inhabitants of Mature and having won the case, has now arrived here to grant them all their requests. Furthermore, I have the honor to call myself with the deepest respect, below stood: Honorable and Worshipful Gentlemen! Your Worships' most humble servant, was signed: D: De Perera. In the margin: Mature, the 17th of June 1740. Corns: Johanns Pdé, sworn. Agrees. Examined, Maas 1558 Translation of a Sinhalese palm-leaf letter addressed to the Modliaar Hangakoon, written by the Modliaar Tinnekoon, dated the 13th of June 1790. That the crops of the fields situated in the Girewaij, which were sown in the month of January, have ripened and have been recorded by the appointed Appoes, as well as other ripened, mown, and heaped paddy, will, if not leased out in time, cause great harm and prejudice to the Honorable Company and a great loss to its laborers, as I already predict from experience. I have given notice of this, but received no answer to it. I repeat this by this palm-leaf letter addressed to Your Honor, and inform Your Honor that the mob assembled from the korles and pattoes, as well as the lesser headmen together with the commons of the Girrewaij pattoe, last last Friday at Tangale near the village of Polommaroewe on the main road, stationed an Araatjie, two Kangaans, and a multitude of lascorins on guard; while a great number of the mutineers have also posted themselves not far from the fort at Tangale, and along the entire seashore and surrounding villages, preventing all supplies, so that the military garrison stationed there, as well as I myself, are deprived of all necessities and provisions, while the mutineers prevent any foodstuffs from being brought to us. This assembled mob has had all the ropes cut by which the toddy-tappers climb the trees to tap sura, and under severe penalty forbidden the sale of the least sura or liquor, with strict orders that 1559 whoever should violate this order shall immediately be seized, with both hands tied behind the back, and dragged to where the general, large gathered crowd is located. After they had established such an order, they mostly all departed again, so that Your Honor sees that the military, even with money in their hands, can obtain nothing edible for it, and everything I devise to accommodate the soldiers is foiled by those of the mob. They have appointed the dismissed Mohandiram of the Magampattoe, Diessanaike Appoehanie, as second Modliaar and head of the Girrewaij pattoe; Pallattere AbeJediere Goenetielleke Araatje as Vidaan of the resthouse of Kahawatte with the title of Mohandiram; and in such a manner they have also honored several other lesser headmen. Thus I can presently get virtually nothing done in my pattoe, as everyone avoids me avoids me and embraces the party of the mob; so that I, having proceeded hither in obedience to the orders given to me, currently find myself at Tangale, and that under such circumstances. I pray that Your Honor will be pleased to inform the Honorable and Commanding Dessave regarding these matters, and see if Your Honor cannot obtain permission for me to return to Mature. Was signed: Wiedjewardene Naweratne Tinnekoo. Below stood: For the translation, signed: M: F: Palm, authorized. In the margin: For the translation, signed: D: Theodorus, sworn interpreter. Translation of the second palm-leaf letter, or postscript. The three letters handed to me by the postholder of Tangale to be delivered to Battikaloa and Trincomalee, I had carried by two persons, as there were no lascorin posts either at Ranne or at Amblan Cotte, 1560 to the resthouse of Oedoemallele; where the people told the carriers that, since the inhabitants of Magam, Paneine, and Battikaloa were all in mutiny and the roads had thereby become completely unsafe, they dared not accept these letters for delivery, which is why these persons brought the aforesaid letters back to me. I had these three letters brought again to the postholder, who refused to receive them, but ordered that they be brought to the Honorable and Commanding Dessave; therefore, I have sent these persons with the letters to Mature to the Honorable and Commanding Dessave. Below stood: For the Examined, MMaas 1561 Translation of a Sinhalese palm-leaf letter addressed to the Honorable Grand Dessave of Colombo, Sabergammoe, and the Four and Seven Korles; and to the Honorable Merchant Abraham Samlant, who are the Commissioners at Mature. After previous compliments. The contents of Your Honors' palm-leaf letter sent to me have duly come before me, as well as the promise made therein to honor me with the office of Mohandiram of the Kandebaddepattoe, whenever I, through my good efforts and services, shall have brought it about that the rebellious congregation and inhabitants of the Gangebaddepattoe and Kandebaddepattoe, listening to reason, should return to peace and quiet, so that each of them returned content to their villages and dwellings, performing the Company's work and services as before. When

Dutch transcription

1557 naar kolombo had eene guarde mensch over ons als hoofd laaten stellen midsgaders onderrigt heeft het geen gedaan moet worden; Buij „tendes bij mijn terug komste alhier heb ik de broeder van Hallele Atoekoorle hooren zeggen, dat den wel Edelen achtbaaren Heer kom¬ mandeur te Gale zoo lang ten voordeele van de Matureese in„ „woonders g'procadeert en de zaak gewonnen hebbende is al „hier thans gekomen om alle hunne verzoeken aan hun te vergunnen. voorts hebbe de eere met de diepste ontzag mij te noemen (:onderstond:) wel Edele Get: Heeren! uw wel Edele Gebiedens aller onderdanige dienaar (:was geteekend:/ D: De Perera (:inmargine:) Mature den 17. Junij 1740. Corns: Johanns Pdé gezwilerdt Akkordeert Nagezeen Maal 1558 Translaat Singaleesche brief ola aan den modli„ „aar Hangakoon ge „schreeven door den mo „dliaar Tinnekoon dato den 13. Junij 1790. Dat het gewasch der in de Girewaij geleegene velden, welk in de maand van Januarij bezaaid, rijp geworden en door gekommitteerden appoes opge„ noomen zijn, gelijk ook meer andere rijp geworden gemaaijd en opge„ „hoopte nelij, indien ze niet in tijds verpagt worden, groote schaade en nadeel aan de Edele Companie, en groot verlies aan dies arbijders zullen toebrengen, voorspelle ik bereeds bij onder¬ „vinding ik hebbe hier van ken„ nis doen geeven, dog daarop geen andwoord gekreegen ik herhaele zulks bij deezen aan uwel Edele ingerichte ola; en doe uwel Edele weeten, dat de tezaemen rotting uit de korles en pattoes, ook de mindere hoofden met de gemeenten van de Girrewaij pattoe voorleeden voorleeden vrijdag te Tangale bij het dorp Polommaroewe aan den grooten weg een araatjie, twee kangaans en een menigte van laskorijns op wagt gesteld hebben: terwijl een groot getal der muijte„ „lingen, haar ook niet verre van het fort te Tangale, en langs de gantsche Zeestrand en omleggende dorpen geposteerd hebben, belettende alle toevoer, zoo dat de aldaar in komando leggende mili„ tairen zoo wel als ik van alle noodwendigheeden en behoeftens verstooken ben terwijl de muijte„ „lingen beletten dat er eenige levensmiddelen naar ons gebragt werden deeze tezamen gerotten hoop hebben de touwen langs wel „ke de tijffenaars de boomen be„ kauteren om soera te tijfferen, alle doen afsnijden, en op hooge straf verbooden dat er geen de minste soera of drank verkogt werde, met scherpe last dat zoo 1559 zoo wie zig, aan deeze order mogte ver„ „grijpen ten eersten zal op gepakt met de bij de handen op den rug gebonden en daar de algemeene groote vergaderde meenigte haar bevinden voortgesleept worden na dat zij zulken ordre gesteld hebben gehad zijn ze meest alle weer vertrokken zo dat uwel Edele ziet dat de militairen of schoon met geld in hun handen niets eetbaars daar voor bekoo„ „men kunnen, en alles wat ik prak „riseere om de zoldaaten te gemoet te koomen, word door die van de tezamen rotting verijdelt. zij hebben den afgezetten mohandi„ „ram van de Magampattoe Diessa „naike appoehanie tot tweede mo„ dliaar en hoofd van de Girrewaij „pattoe aangesteld Pallattere Abe„ „Jediere Goenetielleke araatje tot vidaan van het rusthuijs van kahawatte met den titul van Mohandiram en op zulke wijze hebben zij ook meer andere min „dere hoofden geere-eert. dus dat ik genoegzaam tans niets in mijn pattoe kan gedaan krijgen, alzoo een ieder haar mij verwij„ „dert „dert en de partij der tezamen rotting om helst: zoo dat ik mij die in gehoorzaminge van de aan mij ge„ „geevene ordres herwaards begeeven, hebbe, tans op Tangale bevinde, en dat nog in een diergelijke omstan„ „digheid. Ik bidde dat uwel Edele nopens dit een en ander den wel Edelen gebiedenden Heer Dessave ge„ „lieft kennis te geeven en ziet of uwel Edele geen verlof kunt krijgen dat ik weer op Mature mag koomen /.was geteekend:/ wiedje„ „wardene naweratne Tinnekoo /:onderstond:/ voor de translatie geteekend M: F: Palm geauthoriseerd (:inmargine.:/ voor de vertaaling geteekend D: Theodorus gezw: tolk. Translaat tweede brief ola ofte postschriptum De door den posthouder van Tangale aan mij ter hand gestelde drie brie„ „ven om dezelve te doen bezorgen naar Battikaloa en Trinkono: male, hebbe ik door twee perzoonen, alzo te Ranne nog te Amblan Cotte laskorijns 1560 laskorijns post waaren, doen bren„ „gen naar het rusthuijs van oedoe „mallele: daar de lieden tegens de brengers gezegt hebben gehad. dat vermits de ingezeetenen van Magam, paneine, en Batti„ kaloa alle aan het muijten waeren en de wegen daar door gants onrij„ „lig gemaakt, wierden zij deze brieven niet durfden aannee„ „men te bezorgen, weswegen deze perzoonen mij de voor„ „zeide brieven terug gebragt hebben ik hebbe deeze drie brieven weder doen brengen, bij den posthouder die dezelve niet heeft willen ontfangen maar gelast heeft om dezelve bij den wel Edelen Gebiedende heer Dessave te brengen, dus heb ik deze met de brieven naar Mature gezonden aan den wel Edelen Gebiedenden Heer Dessave (:onderstond:) voor de Nagezien MMaas 1561 Translaat Singaleese brief ola gericht aan den Edelen Groot Dessave van kolombo Sabergammoe, der vier en seven kortes: en aan den Wel Edelen koopman Abraham Sam „lant dewelke de kommissaris „sen te Mature zijn. Na voorgaande komplimenten Den inhoud van /uwer wel Edele Gestren„ „gens / aan mij gezonden brief ola is mij behoorlijk te vooren gekoomen, gelijk ook de daar bij gedaane be¬ „lofte, om/ zoo wanneer ik door mijne goede devoiren en diensten, het daar heen zal gebragt hebben, dat de opvoerige gemeente en ingezeete „nen van de Gangebaddepattoe en kande baddepattoe, naar reden luijsterende, haar weder tot rust en vreede schikten, zoo dat een elk hunner wel te vreeden naar hunne dorpen en woonin „gen keerden en 's komp:s werk en diensten als bevoorens verrigten /mij met den dienst van Mohandiram van de kandebaddepattoe te vereeren. Toen

NL-HaNA_1.04.02_3883_0946 view scan ↗

English

When the people of Nandepittie Wallakadde gathered together and subsequently proceeded to Hakman Wallakadde to persuade them to join them in mutinying, Mohandiram Manamperie was by no means unaware of their intention, as he told me that it was indeed very good that the work of Baddigierie was wrecked by the mutineers, and that it was advisable for them to let the planned work proceed unhindered, but that it was nevertheless very useful for me to go in person among the mutineers and gradually master their hearts, and having gained their trust, ensure that the mutineers laid no hands to the detriment or damage of the Company's effects or goods, nor to his, nor to mine; that I principally had to take care that neither he nor I fell into any danger through any complaint olas. I answered the Mohandiram to this proposal that it would be better if one gave some good report of this to the Noble Commanding Lord Dessave. Said Mohandiram had thereupon sent an ola hither, and when he himself departed for Mature he told me that he would then report to the Lord Dessave that I, for the purpose aforesaid, let myself be found among the mutineers. That I find myself among the mutineers, even though to ensure that no damage is done by them to the Company's goods or to the goods belonging to the inhabitants, goes against my inclination. Fully convinced that Your Right Honorable Sir, when your highest self was still Dessave of Mature, bore me no ill will whatsoever, I consider myself on that account highly obliged to fulfill all that Your Right Honorable Sir may come to desire of me. I would very gladly wish that Your Right Honorable Sir could have Manamperie Mohandiram come in order to confront him with me regarding the aforementioned, when it will become evident that I have become involved in this matter innocently. Although I hold no office whatsoever among those of the Gangebaddepattoe, I will nevertheless, through the people of the Kandebaddepattoe, all of whom bear me good will and are well-disposed, bring about and do everything that will be possible to comply with Your Right Honorable Sir's request. Having thus shown this to Your Right Honorable Sir, I remain Your Right Honorable Sir's servant Wepetire Don Simon Aratie. At the head of the ola was signed with a Dutch but illegible signature; below stood: For the translation, Mature the 18th of June 1790. M: F: Palm, authorized for the translation according to the actual content; signed: D: S: Senerat, sworn secretary interpreter; lower: Agrees; was signed: M: F Palm, authorized; Agrees: Corns: Johanns: Saé, sworn clerk. Examined: Maas. Kolombo. To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceijlon with its dependencies, together with the Council. Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord! We have found ourselves highly honored with Your Right Honorable, Highly Esteemed, much respected missive of the 21st of this month, by which we have perceived to our particular satisfaction that Your Right Honorable, Highly Esteemed Lord has received our letters of the 10th, 13th, 16th, and 18th of this month, and approved all our actions. Which thus serves us to a particular satisfaction under the otherwise distressing circumstances, since after all applied diligence and efforts we have not been able to bring about the purpose of our commission, the restoration of peace. We cannot report much to Your Right Honorable, Highly Esteemed Lord at present, because the Honorable, Esteemed Lord Commander Sluijsken resides on the other side of the river, and is thus separated from us; and all reports come to His Esteemed Honor. However, His Honorable Esteemed Honor had a further complaint ola shown to us by the sabandaar, received from the mutineers, consisting of 47 articles; which are arranged partly as an answer, and some as a refutation, others as an approval of our mandate of the 28th of May last; while the remaining articles contain entirely new matters. The mutineers are preparing to assemble at Kaddoewe on the Mature river, a few hours from here; and it is said that they will prepare dwelling places there, in order to await the Honorable, Esteemed Lord Commander at that place. We have sent some oil, and arrack, etc. by a tonie over sea to Tangale, and upon its arrival some armed mutineers wanted to oppose its unloading; but a few orientals quickly made them go away. We have the honor to call ourselves with all due respect, (below stood:) Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord, Your Right Honorable, Highly Esteemed's obedient servants; was signed: D: T: Fretze. In the margin: Mature the 23rd of June 1740. Agrees: Corns. Johannsz de, sworn clerk. Maas. Examined. Copy of letters written from Kolombo to the commissioners Fretz and Samlant. No. 9. Examined. Examined.

Dutch transcription

Toen het volk van nandepittie Walla„ „kadde haar tezaamen rotteden, en ver„ „volgens haar naar Hakman walla„ „kadde begaf om dezelve te persuadee„ „ren met haar aan het muiten te slaan, was Mohandiram Manamperie van hun oogmerk in geenen deele onbewust, alzoo hij tegens mij gezegt heeft, dat het wel zeer goed was, dat het werk van Baddigierie, door de muitelingen in duigen ge„ „slaagen wierd, en het voor hen bij de raadzaam was, het voorgenoomen werk onderhinderd te laaten pas„ „seeren, dat het nogtans zeer nuttig was dat ik mij in perzoon onder de muitelingen begaf en steets wijze mij van hunne harten meester maakte, en het vertrouwen van haar gewonnen hebbende, bewerken dat de muijtelingen geene han„ „den, aan 'Skomp:s effekten of goede„ „ren, nog aan de zijner, nog aan de mines tot nadeel of schaade, slaegen: Dat ik principaal moeste zorge : 1562 zorgen, dat nog hij nog ik in eenig ge„ „vaar geraakte, bij eenige klagt olassen. Jk heb den Mohandiram op deeze proproste geantwoord, dat het beter zoude weezen dat men hier van den Edelen Gebiedende Heer Dessave eenig goed narigt gaf. Gemelde Mohandiram heeft daar op een ola na herwaarts gezonden gehad, en toen hij zelve na Mature vertrok tegens mij gezegt dat hij dan den Heer Dessave zoude melden, dat ik ten eijnde voor„ „meld, mij onder de muitelingen bevinden laat. Dat ik mij onder de muitelingen bevinden, of schoon om te zorgen, dat door dezelve geene schaade, aan 'skomp:s of aan goede„ „ren den ingezeetenen toebehoorende toegebragt worden, strijd tegens mijn zin. Ten vollen overtuijgd, dat uw / wel Edele Gestr:/ toen hoogst dezelve nog Dessave van Mature was, mij gansch geen ongeneegen hart hebt, toege„ „draagen, houde ik mij deswegen ten ten hoogste verplicht, al wat /uw wel Edele Gestr: / op mij komt te begeeren te voldoen. Ik wenschte zeer gaarne dat uw wel Edele Gestrenge Manamperie Mohan„ „diram konde doen koomen om hem, no„ „pens het hier vooren vermelde, met mij te konfronteeren, wanneer het kon„ „steeren zal, dat ik mij onschuldig in deeze zaak heb ingewikkeld. of„ „schoon ik in geene deelen eenig ampt bij die van de Gangebaddepattoe bekleede, zoo zal ik nogtans door het volk van de kande haddepattoe, welke alle mij een goed hart toe „draagen en geneegen zijn, bewerken, en alles doen wat maar mogelijk zal weezen om uw wel Edele Gestr: verzoek te voldoen. Dit /uw wel Edele Gestrenge:/ aldus aangetoond hebbende, bleijve ik /uw wel Edele Gestrenge dienaar Wepetire Don simon aratie, aan het hoofd der ola /:was geteekend/ met een neder„ „duitsche dog onleesbaare handtee„ „kening /:onderstond:/ voor de transla„ „tie 1563 tie Mature den 18. Junij 1790. M: F: Palm geauthoriseerde voor de verta„ „ling naar de eigentlijken inhoud /geteekend:/ D: S: Senerat gezu„ sekr: tolk /:lager:/ Akkordeert /:was geteekend:/ M: F Palm geauthoriseerde Akkordeert Corns: Johanns: Saé gezeeklerk Nagezien Maas 1564 Kolombo Aan den Wel Edelen, Gestrengen Groot Achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff, Raad ordinair van Nederlands India, Gouverneur en Directeur van het Eijland Ceijlon met dies onderhoorigheeden Nevens den Raad. Wel Edele, Gestrenge Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! Wij hebben ons hoogst vereert gevonden met uwel Edele Gestr: Groot Achtbaare zeer gerespekteerde missive van den 21:e dezer, waar bij wij tot ons bezonder vergenoegen ontwaard hebben, dat uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare onze brieven van den 10. ' 13. 16. en 18. dezer ontvangen, en alle onze verrig„ „tingen, goedgekeurd hebben. Het welk ons dus tot eene bezondere satisfactie strekt, in de anders verdrietige omstaa„ „digheeden digheeden, wijl wij na alle aangewende vlijt en pogingen het oogmerk, onzen kommissie, de herstelling der rust, niet hebben konnen te weeg brengen. Wij kunnen uwel Edele Gestrenge Groot achtbaare tans niet veel melden, wijl de E: E: Achtb: Heer kommandeur Sluijsken aan de overzeide der revier, en dus van ons afgescheijden woont; en alle berigten bij zijn Achtb: koomen. Echter heeft zijn E: E: Achtbaare door den sabandaar een nadere, van de muijtelingen ont„ „vangene klagt ola aan laaten vertoo„ „nen, in 47. artikuls bestaande; die ten deele tot antwoord, en sommige ter wederlegging, andere ter goedkeuring van onze mandaat van den 28. maij J:oleeden ingericht zijn; terwijl de overig artikuls geheel nieuwe dingen behelzen De Muijtelingen maaken hun gereed om te kaddoewe aan de Matureese revier, een paar uuren van hier, bij el„ „kanderen te koomen; en men zegt, dat zij daar verblijf plaetsen zullen gereed maeken, ten einde den E: E: Achtbaare Heer kommandeur daar ter plaatze aftewagten. Wij 1565 Wij hebben wat olij, en arrak &:a per een tonie over zee na Tangale geson„ „den, en bij dies aankomst wilden eenige gewoepende muijtelingen dies lossing tegengaan; dog een paar oosterlingen hebben hun schielijk doen weggaan. Wij hebben de eere van met al verschul„ „digst ontzag ons te noemen. (:onderstond:) Wel Edele, Gestrenge Groot Acht„ baare Hoog Gebiedende Heer uwel Edele Gestr: Groot Achtbaare gehoorzame dienaaren /:was geteekend/ D: T: Fretze. . . . . . . . /:inmargine./ Mature den 23. Junij 1740. — Akkordeert Corns. Johanns z de gezaeklork Maas Nagszier kopia brieven van kolombo geschreeven aan de gekommitteerdens Fretz: en Samlant. No: 9. Nogstier Naester

NL-HaNA_1.04.02_3883_0961 view scan ↗

English

1566 Hakman To the Honorable Diederich Thomas Fretz, senior merchant and dissava of the Colombo ommelanden, and Abraham Samlant, provisional merchant and Trade Bookkeeper of Colombo, currently on commission there. Honorable, Discreet Gentlemen. We have received your letters of the 10th and 11th of this month. You must inform the mutineers that as soon as they have stated in what manner they believe the Honorable dissava van Angelbeek has wronged or mistreated either any of them in particular, or the inhabitants in general, in any respect, we shall immediately take the necessary decisions thereon, and that in the meantime they may be certain that in their grievances, against whomever they might be, prompt Naezzer prompt and equitable justice will be done to them. All the particulars that may have already been submitted, or might still be submitted, to the charge of the Honorable dissava van Angelbeek, you must place into the hands of the said Honorable dissava, and therewith write to him in our name that he must transmit to you as soon as possible whatever his Honor, for his exoneration and for your elucidation, might deem necessary to remark thereon. As soon as the Honorable dissava van Angelbeek has complied with this, you must transmit the submissions, provided with your considerations, to us as soon as possible. For the rest, after greetings, we remain Honorable, Discreet Gentlemen, your good friends. Signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, C: Tilenius, B: L: van Zitter, I: A: Vollenhoove. In the margin: Colombo, the 16th of May 1790. Sijbrands Agrees W: Eijklerk Examined, Naezzer Tupker 1567 Hakman To the Honorable Diderich Thomas Fretz, senior merchant and dissava of the Colombo ommelanden, and Abraham Samlant, provisional merchant and Trade Bookkeeper of Colombo, currently on commission there. We have just received your letter of the 13th of this month. We approve in the most complete manner the policy maintained by you to bring the mutineers provisionally to a standstill, and see with particular pleasure that you have succeeded reasonably well therein. We do not doubt that the Honorable dissava van Angelbeek will have complied immediately with your intention to cause the persons mentioned in your letter written to him on the 13th of this month to be arrested immediately, and to hold them under arrest in Matara until your further decisions. Honorable, Discreet Gentlemen! The The rumor that commandos were supposedly sent into the field has certainly arisen from a misunderstanding. For the rest, after greetings, we remain Honorable, Discreet Gentlemen, your good friends. Signed: W: I: van de Graaff, M: P: Raket, J:s Reintous, and B: L: van Zitter. In the margin: Colombo, the 17th of May 1790. Agrees Sijbrands Clerk No. 24 Examined Jupker No. 7 1568 To the Honorable Diderich Thomas Fretz, senior merchant and dissava of the Colombo ommelanden, and Abraham Samlant, provisional merchant and Trade Bookkeeper of Colombo, currently on commission there. Matara We have just received report from Galle of your return there, and as the ship De Schelde is now on the point of departing for Batavia, we order you to make a brief report to Their High Mights of the further outcome in the commission since your letter of the 13th, which we have sent to the same in copy, until the receipt of this letter. Honorable, Discreet Gentlemen. Your Your letter to Their High Mightinesses you must send as quickly as possible to the servants at Galle, whom we have informed thereof, with orders to detain the aforementioned ship there for a few days for that purpose, should it otherwise already be ready to sail. For the rest, after greetings, we remain Honorable, Discreet Gentlemen, your good friends. Signed: W: I: van de Graaff, M: P: Raket, C: Telenius, J: Reintous, B: L: van Zitter, and I: A: Vollenhoove. In the margin: Colombo, the 18th of May 1790. Agrees Sijbrands Clerk Examined. Examined Naarz 0 1569 Matara To the Honorable Diederich Thomas Fretz, senior merchant and dissava of the Colombo ommelanden, and Abraham Samlant, provisional merchant and Trade Bookkeeper of Colombo, currently on commission there. We have received your letter of the 29th of May last, with the copy mentioned therein of the mandate sent by you to the mutineers. We have found the same in all respects to be arranged as it ought to be, and consequently expect the best effect therefrom. Lest it might nevertheless sometimes be necessary that a further publication be made to the people on our part, Honorable, Discreet Gentlemen! we we send, enclosed herewith, ten pieces of olas signed in blank, in order that you may make use of them if necessary, by having written thereon a mandate of such content as you shall find necessary according to the circumstances of the matter, arranged more or less like the accompanying draft. The determination of the time after which any and all who still persist in their disobedient practices shall be excluded from the general pardon, we have left blank, and leave it deferred to you to determine that as you see fit, or indeed to omit that determination entirely and substitute for it as soon as possible. If you find that the publication of such a further mandate can be omitted and that one can let the matter rest with the mandate published by you, that is all the better. The points not fully settled by you, No. 7 1570 such as the non-leasing of the chenas, the conducting of a new areca registration, and the article concerning the cardamom, you could then, if necessary, dispose of by a further written order, according to the content of the aforesaid draft. For the rest, after greetings, we remain Honorable, Discreet Gentlemen, your good friends. Signed: W: I: van de Graaff, M: P: Raket, C: Telenius, B: L: van Zitter, and I: A: Vollenhoove. In the margin: Colombo, the 2nd of June 1790. Agrees Sijbrands Clerk Tupker Examined Naarz

Dutch transcription

1566 Hakman Aan de E„s Diederich Thomas Puetz, opperkoopman en dessave van de kolombose ommelandeen en Abraham Samland, p:l koopman en Negotie Boekhouder van Kolombo. thans in Commissie aldaar Eerzaamen Diskreeten. De hebben ontvangen uE: brieven van den 10:e den 11. deeser. UE: moeten den muijtelingen aanzeggen, dat zoo dra ze zullen hebben opgege „ven waarin te vermeenen dat dE: dessa„ „ve van Angelbeek, het zij iemand hunner in het bezonder, dan wel de ingezeetenen in het algemeen, in eenig opzigt heeft verongelijkt of kwalijk behandeld, de daar op ten eersten zul„ „len neemen de noodige besluijten, en dat ze intusschen kunnen zeeker zijn, dat hen in hunne klagten, tegen wien ze ook mogten weesen, spoedig Naezzer spoedig billijk recht wedervaaren zal Alle de bezonderheeden die ten laste van den E: dessave van Angelbeek, reets mogten zijn ingekoomen of nog inkoor moeten uE: stellen in handen van gem: E: dessave, en denselven daar bij uijt onsen naame aanschrijven, dat zijn ten spoedigsten aan uE: moet doen toekoomen het geen zijn E:, tot desse decharge en tot uE: elucidatie, m „te noodig oordeelen daar op aante „merken. zoo dra den E: Dessave van Angelbeek daar aan zal hebbe voldaan moeten uE: het ingekoo „ne voorzien van uE: konsider „tien, ten aller spoedigsten aen ons toezenden. Wij blijven voor het overige na groot (:onderstond:) Eerzaamen Diskree uw E: goede vrienden /:getekend W: J: van de Graaff, M: P: Rat C: Tilenius, B: L: van Zitter I: A: vollenhoove. /: in Margine„ Kolombo den 16:e Maij 1790. Sijbrands Accordeert W Egkeerk Nagezien, Naezzer Tupker 1567 Hakman Aan de E:s Diderich Thomas Fretz: opperkoopman en Dessave der Kolombosche ommelanden en Abraham Samlant p:l koopman en Negotie Boekhouder van kolombo, thans in kommissie aldaar. zoo daedelijk ontvangen we uwen brief van den 13. deeser. Wij keuren op de volkoo- „menste wijze goed, het door uE: gehoude beleid om de muijtelingen bij provisie tot stilstand te brengen, en zien met een bijzondere genoegen, dat uE: daar in taamelijk zijn gereuseerd. Wij twijffelen niet of den E: Dessave van Angelbeek zal ten eersten hebben voldaan aan uE: intentie, om daade „lijk in arrest te doen neemen en tot uE: nadere besluijten te Mature in arrest te houden, de perzoonen die bij uwen brief den 13. deeser aan hem geschreeven zijn vermeld. Eerzaamen Diskreeten! Het Het gerugt dat 'er kommandos in 't la zoude gezonden zijn, is zeekerlijk uijt een mis verstand ontstaan. Wij blijven voor het overige na groe (:onderstond:) Eerzaamen Diskre uwE: goede vrienden. /:getekend:) W: I: van de Graaff, M: P: Rak J:s Reintous en B: L: van Zitter (:in Margine:) Kolombo den 17. Ma Accordeert Sijbrands W lijklerk No 24 1790.— Nagezien Jupke Not 7 1568 Aan D E: Diderich Thomas Feetz:, opperkoopman en dessave van de kolombosche ommelanden en Abraham Samlant, p:l koopman en Negootie Boekhouder van Kolombo. thans in Commissie aldaar. Mature Wij hebben zo even van Gale berigt ont- „vaagen van uw E: te rug komst aldaar en wijl het schip de schelde tans op zijn vertrek staat na Batavia, ge= lasten wij uw E: om aan Hunne Hoog Edelheeden kortelijk verslag te doen van den verderen uijtslag inder Com= „missie zedert uwen brief van den 13. , die ide aan hoogst deselve in Cohij hebben toegezonden, tot den ontvangst deezes. Verzaamen Diskreeten. ween — uwen brief aan hunne Hoog Edelheeden moeten uw E: zoo spoedig het geschie kan, zenden aan de bedienden te G die ide daar van hebben gepread ver „teerd, met last om voorm: schip zoo het anders reeds zijlvaardig 2 mogt, daar na een paak daegen op te houden. Wij blijven voor het overige na groet (:onderstond:) berzaamen Deskre uwE: goede vrienden. /:getekend:) W: I: van de Graaff, M: P: Rak C: Telenius, J: Reintous, B: L: van Zitter en I: A: vollenhoove (:in Margine:) Kolombo den 18. Ma Accordeert Sijbrands Wlijkelerk Nagaz. 1790. — Jhui Nagezien Naarz 0 1569. Mature Aan dE:s Diederich Thomas Fretz: opperkoopman en dessave der kolombosche ommelanden een Abraham Samlant, p:l koopman en Negotie Boekhouder van kolombo, tans in Commissie aldaar. We hebben ontvangen uwen brief van den 29. Meij I:o leeden, met het daar bij vermelde afschrift, van de door uE: afgesondene Mandaat aan de muijte „lingen. Wij hebben deselve bevonden in alle op zigten tezijn ingerigt zodaenig als het behoord, en ver- „wagten mids dien daar van de beste uijtwerking op het nogtans zomtijds mogte nodig zijn, dat een nadere publikatie onzent weegen aan het volk wierde Eerzaamen Diskreeten! gedaan gedaan, zoo zenden we, hier ingesla tien stux olassen in blanko getekend ten einde uE: daar van des noods te kunnen gebruijk maaken met d op te doen schrijden een Mandaat zodaenigen inhoud als uE: dat na omstandigheeden der zaeke zullen noodig vinden, min of meede inge „rigt als het nevensgaande konce„ De bepaaling der tijd na het welke allen en een iegelijk die nog in hunn ongehoorsaam bedrijven blijven voor „vaaren zullen zijn uijtgeslooten, het generaal pardon, hebben oningevuld gelaeten, en laaten het aan uE: gedevereert om dat na goed vinden te bepaalen dan wel die bepaaling geheel weg telae en daar voor te zetten ten spoedigst vinden uE: dat het publiceeren van zulk een nadere Mandaat kan worden nagelaeten en dat meg hiet kan laaten berusten bij de Mandaat door uE: gepubliceerd dat des te beeter De door uE: niet volkoomen beslif potten, Nog7 1570 posten, als is het niet verpagten der Chenassen het doen van een nieuwe arreeks beschrijving en het artikel. van de Kardamon, zoude uE: dan des noodig, bij een nadere aanschrijving kunnen afdoen, volgens den inhoud van het voorsz: Concept. Wij blijven voor het overige na groete. (:onderstond:) Eerzaamen Diskreeten uE: goede vrienden. (:getekend:) W: I: van de Graaff, M: P: Raket, C: Telenius, B: L: van Zitter en I: A: vollenhoove. (:in Margine:) Kolombo den 2:e Junij 1790. — Accordeert Sijbrands Eijklerk Supke Nagezien Naar7

NL-HaNA_1.04.02_3883_0977 view scan ↗

English

1571 We Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceilon, with its dependencies. To all those who shall see or hear this read, greetings! make known: Whereas we have sent the Senior Merchant and Dessave of the Colombo environs the Honorable Diederik Thomas Fretz and the Merchant and Colombo Trade Bookkeeper the Honorable Abraham Samlant as our commissioners to Mature, to hear, investigate, and settle in equity the grievances of a party of petty headmen and other inhabitants of the said Dessavony who had assembled together; and these our commissioners have informed us that they caused the received complaint olas to be translated, considered with attention the grievances presented therein, and subsequently provided for them in such manner as has been made known in detail by them in a Mandate of 28 May of the previous year, which they dispatched to all the korles and pattoes for the information of the principal and lesser headmen, as well as the further inhabitants of the Mature Dessavony. So it is that we, having resumed with attention the received copy of the aforesaid Mandate in our Council and having maturely deliberated on its contents, and wishing to give the good inhabitants of the Mature Dessavony a proof of how much we are inclined to promote their tranquility and prosperity, have resolved in our meeting on the 1st of this month to approve and ratify the contents of the said Mandate in full, as we do approve and ratify the same by these presents; and everything that was granted by our aforesaid commissioners in the said Mandate shall be observed just and in such manner as if it had been done by ourselves. And since our aforementioned Commissioners have referred to us the disposition over some articles about which the inhabitants felt aggrieved, we have, upon their proposal, further approved and decreed: 1. That the ottoe right on the nelie that is sown on the Chenas in the Mature Dessavony shall henceforth no longer be farmed out, but that the same shall be appraised by committee members, in order to make the collection thereafter. 1572 2. That if the inhabitants of the Mature Dessavony, according to what was announced to them in the 16th article of the aforesaid Mandate and notwithstanding the indication given therein, might nevertheless request that a new areca description be made, the necessary order shall be given for that purpose. 3. That no higher delivery of cardamom shall be imposed upon the inhabitants of the Morruakorle than they can provide without hardship, in proportion to whether the harvest has succeeded well or poorly; and that, since it has appeared to our commissioners that cardamom has for some time had to be purchased considerably dearer than formerly, not only shall eight stuivers per pound be paid for it in the future, but that price shall also be paid for the cardamom that has been delivered in the last two years, in order to indemnify those who made the purchase of it; and that the Modliaar of the Morruakorle shall be ordered to provide with all possible speed a proper list thereof, so that everyone may be paid a supplement of 4 stuivers for every pound of cardamom delivered by him. We hereby also admonish all inhabitants of the Mature Dessavony very earnestly, insofar as this might not yet have happened contrary to our expectation, that everyone immediately repair to his village and dwelling, and behave as peaceful inhabitants of the company, in which confidence we, by these presents, further specially confirm the pardon granted to them by our commissioners in the aforesaid Mandate, and as a consequence thereof promise that no one shall now or in the future be questioned or punished on account of the excited gatherings, complaints made, or any other acts committed during the aforesaid gatherings, provided that everyone, within the time of [illegible] days after this our further order shall have come to their knowledge, repairs to his village and dwelling house, and behaves quietly and peacefully, as befits good and faithful inhabitants. All those, on the contrary, who after the expiration of that period are found guilty of any gatherings and other riotous acts shall be regarded as rioters and disturbers of the public peace, and shall as such be punished upon apprehension, according to the severity of the laws. And so that no one may pretend any ignorance hereof, this our mandate shall not only be published at Mature, but the same shall also be sent to the heads of the korles and pattoes in the said dessavony, in order to have it published in their subordinate districts according to custom. Thus done in the Castle Colombo, on the Island of Ceilon, the 2nd of June 1790. Agreed, Sijbrands, First Clerk Noest Jupke Examined 1574 Mature To the Honorable Diederich Thomas Fretz, Senior Merchant and Dessave of the Colombo environs, and Abraham Samlant, Provisional Merchant and Trade Bookkeeper of Colombo, currently on commission there. Honorable, Discreet! In the year 1757, the deed of pardon granted to the mutineers in the Mature Dessavony was given by way of a placard, as appears from the copy thereof which is enclosed herein. The inhabitants might perhaps still remember that, and as it may be possible that they would now also prefer to have the deed whereby the pardon already proclaimed by your honors is confirmed in that form, there is enclosed herewith a postscript

Dutch transcription

1571 Wij Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndie, gouverneur en Direkteur van het Eiland Ceilon, met dies onderhoorigheeden. Allen den geenen, die deesen zullen zien of hooren leesen, solut! doen teweeten: Nademaal wij de opperkoopman en Desjave van de colombose ommelanden dE: Diederik Thomas Fretz: en de koopman en Colombosche Negootie boekhouder dE: Abraham Samlant, als onse kommissarissen na Mature hebben gezonden, om de klagten van een parthij klijne hoofden en andere ingeseetenen van gem: Desjavonij, de„ welke tezaamen vergaderd waaren, aan„ tehooren, te onderzoeken en na bil„ „lijkheid aftedoen, en deese onze kommissarissen ons berigt hebben, dat ze de ontvangene klagt olas hadden doen Translateeren, de daar bij voor„ „gestelde klagten met attentie over- „woogen, en vervolgens daarin zodaenig voorzien hebben als door hun bij een Mandaat van den 28. Meij J:o L: die ze tot narigt van de princi„ „paale en mindere hoofden, nevens de verder ingezeetenen van de Matureese Dessavoirij Des savonij, na alle de korles en Pattoek hebben afgezonden, omstandig is beh gemaakt. zoo is het dat wij, het ontvangen a„ „schrift van voorsz: Mandaat in onzen Raade met aandagt geresum en over dies inhoud rijpelijk gedelit „reerd hebbende, en aan de goede ingezee „nen van de Matureesche Desjavonij gaare een blijk willende geeven, h zeek we geneijgt zijn om húnne rust en welvaard te bevorderen, of den 1. deeser in onze vergadering be „slooten hebben, den inhoud van de oor Mandaat ten vollen te approbeeren te ratificeeren, zoo als we deselve approbeeren en ratificeeren door de en zal alles dat door voorsz: on kommissarissen bij gemelde M daat is toegestaan, worden nage men even en zodaenig als of het door ons zelve geschied waare. En vermits meerm: onze Commissa nissen de dispositie over eenige articulen, waar over de ingezeet zig hebben beswaard, aen ons het gedefereerd, zoo hebben we op hu# voordragt nog goedgevonden en vot 1. Dat de ottoe geregtigheid van de nelie Naerz. 1572 nelie, die gezaaijd word op de Chenas in de Maturasche Dessavonij, voortan niet meer zal worden verpogt, maar dat deselve zal worden getaxeert door gecommitteerdens, ten einde daar na de invordering te doen. 2. Dat indien de ingezeetenen van de Matureese Dessavonij, volgens het hun aangekundigde bij het 16. act: van de voorsz: Mandaat en niet tegen- „staande de aanwijzing daar bij gedaen nogtans mogte verzoeken dat 'er een nieuwe arreeks beschrijving meg geschieven, daar toe de noodige ordre zal worden gesteld. 3. Dat aan de ingezeetenen van de Morruakorle geen hoogere le= „verantie van Rardamon zal wor„ „den opgelegd, dan ze zonder onge- „mak, na maate dat het gewas daarin wel of kwalijk geslaagt is, kunnen bezorgen, en dat wijl het aan onse kommissarissen gebleeken is, dat de kardemoen zeedert eenigen teid merkelijk duurder dan eertijds moet worden ingekogt, daar voor niet alleij voor den aanstaende zal worden betaald agt stuijv: voor het pond, maar dat ook dien prijs zal worden betaald voor de Raadamon die ge- levert is in de Jongste twee Jaaren, ten E „ten einde de geene die den inkoop dat van gedaan hebben, schadeloos teste en dat de Modliaar van de Mo ruakorle zal worden gelast om da van ten allen spoedigsten te moeten „zorgen een behoorlijke lijste, op een elk tot supplement van 4. „vers voor elk pond kardamon door hem gelevert is, kan word uijtbetaald. Wij vermaanen hier meede alle inge zeetenen van de Maturesche Dessa „nie nader zeer ernsten, om in zo verre dat tegens onze verwagtin nog niet mogte zijn geschied, daedelijk een elk na zijn dorp wooning te begeeven, en zig als va van de kom zaame ingezeetenen te gedragen, in welk vertrouw we door deesen nader specialijk bekragtigen, het door onze gecom „teerden bij voorsz: Mandaat aan verleend paadon, en als een gevolg dien belooven, dat niemand huur over de g' exteerde samen rottingen gedaane klagten, nog over eenige andere bedrijven, geduurende do voorsz: Samenrottingen geplees nu nog in den aanstaande zullen worden Naar7 1573 worden aangesprooken of gestaaft, mits dat een iegelijk zig binnen den tijd van .daegen, na dat deese onze na „dere ordre ter hunner kennis zal zijn gekoomen, zig na zijn dorp en woonhuijs begeeft, en zig stil en vreedzaam gedraagt gelijk dat goede en getrouwe ingezeeten betaamt. Alle zulke daar en teegen die na de Expiratie van dat termein, wor„ „den bevonden schuldig te zijn aan eenige samen rottingen en andere opkoerige bedrijven, zullen worden aangemerkt als oproermakers en verstoorders van de gemeene rust, en zullen als zodanig bij agter „haaling worden gestraft, naar staeng „heid der wetten. En op dat niemand hier van eenige ignorantie pretendeere, zal dan onze mandaat niet alleen te Matu„ „re worden gepubliceerd maar zal ook deselve worden gezonden aan de hoofden der korles en pattoes in gemelde disjavonie, ten einde die in hunne onderhoorige districten in gebruike tedoen publiceeren. Aldus gedaan in 't Casteel kolombo, op het Eiland Ceilon den 2:' Junij 1790. Accordeert Sijbrands HEgklerk Noest Jupke Fn e Nagezien Naar7 1574 Mature Aan de E: Diederich Thomas Fretz:, opperkoopman en Dessave van de Kolombose ommelanden en Abraham Samlant p:l koopman een Negootsie boekhouder van kolombo tans in kommissie aldaar Eerzaamen Diskreeten! In het Jaar 1757. is de akte van pardon verleend aan de Muijtelingen in de Matuteesche Dessavonie, gegeeven bij weege van een placcaat, gelijk blijkt uijt het afschrift daar van, dat hierin geslooten gaat. De inge- zeetenen konden zig misschien dat nog herinneren, en wijl het mogelijk zij, dat ze ook nu lie„ „ver de acte waar bij het reeds door uE: afgekondigde pardon, be„ „vestigd word, indien voren zullen gaat hier nevens een sluijt hebben, post O

NL-HaNA_1.04.02_3883_0986 view scan ↗

English

post signed in blank, for such an edict, alongside ten copies also authenticated in blank by the secretary, to serve as copies of such an edict, so that in case the mandate sent with our letter of the 2nd of this month has not yet been proclaimed, your Honours may make use of them as necessary and as circumstances require, whether to employ these documents solely for an act of pardon, as was done in the year 1757, or to include therein the entire content of the sent mandate, under such alterations as your Honours shall find expedient according to the circumstances of the time. For the rest, after greetings, we remain below stood Honorable Discreet our good friends was signed W: J: van de Graaff, C: D: Kraijenhoff, M: P: Raket, v: L: van Zitter and I: A: Vollenhoove. in the margin Colombo the 6th of June 1790. Sijbrands Agrees First Clerk Examined Juphe Noa7 1575 Matara To the Honorable Diderich Thomas Fretz, Senior Merchant and Dissava of the Colombo environs, and Abraham Samlant, Provisionally Merchant and Trade Bookkeeper of Colombo, presently on commission there. From your letter of the 9th of this month, received yesterday with the annexes sent therewith, as well as from your earlier letter of the 5th of this month, it has not only appeared to us how the mutineers, notwithstanding all your well-meaning efforts, and notwithstanding the invitations made through the mandate ola published by your Honours on the 28th of May and since, nevertheless remain dilatory in stating their further grievances, and in indicating wherein that would consist which, Honorable Discreet as they allege, was not properly provided for by the aforesaid mandate ola regarding the complaints they submitted to your Honours, but it has also appeared to us that notwithstanding all your Honours' well-meaning admonitions, they persist in their irregularities, which even seem to be increasing. We have deliberated upon this today in our assembly, and not seeing what your Honours could further or more do in any fitting manner in the state of affairs as it now is to bring the mutineers to reason than has already been done, and that also the presence of the Honorable Dissava Fretz in this dissavony cannot be missed any longer without inconvenience, we have resolved to write to the Commander of Galle, Mr. Sluijsken, whose presence at Galle hitherto has been indispensable due to the attendance of the gentlemen of the Military Commission, to proceed in person for a short time to Matara, not only to calm the people in the best possible manner, but also to investigate the reasons for their further discontent, and to establish such orders therein as His Honour shall find appropriate for the best service of the Company and the welfare of its inhabitants. Your Honours are therefore by this discharged in the most honorable manner from the further progress of your commission, and your Honours must consider the same ended as soon as Commander Sluijsken shall have arrived at Matara. Upon his arrival at Matara, your Honours must hand over to the said Mr. Sluijsken a brief statement of the present state of affairs, and attach thereto under a proper register the incoming written complaints and reports, as well as all documents issued by your Honours to the mutineers. In addition, your Honours must give His Honour all such instructions regarding your proceedings as His Honour shall come to request from your Honours for a more complete assessment of the state of affairs. Until Mr. Sluijsken arrives at Matara, your Honours must endeavor to keep affairs, even if they cannot be improved, as manageable as possible; and it goes without saying that if the mutineers in the meantime should commit violence, so to speak under the walls of Matara, this must not only be turned away by force, but your Honours must also grant as much protection to the good inhabitants as is possible and advisable according to the circumstances of the time, and can be done without exposing the troops to uncertain outcomes. When Mr. Sluijsken shall be at Matara and the above shall have been fulfilled by your Honours, your Honours may return hither at the earliest opportunity. For the rest, after greetings, we remain below stood Honorable Discreet, your Honours' good friends was signed W: J: van de Graaff, C: D: Kraijenhoff, M: P: Raket, I: Reintous and B: L: van Zitter in the margin Colombo the 12th of June 1790. Agrees Sijbrands First Clerk 1577 Matara To the Honorable Diederich Thomas Fretz, Senior Merchant and Dissava of the Colombo environs, and Abraham Samlant, Provisionally Merchant and Trade Bookkeeper of Colombo, presently on Commission there. Honorable Discreet! The officials at Galle have informed us that they received word from the Honorable Dissava van Angelbeek that the Matara mutineers wished to invade the Galle Talpe Pattu, that some inhabitants of this pattu are consorting with the said mutineers, and that the objective is to make the Galle Korale revolt as well; and because it may therefore occasionally be necessary for Commander Sluijsken to be present at Galle to manage affairs in the Galle Korale, we have authorized His Honour to

Dutch transcription

post in blanco getekend, tot een dier „lijk placcaat, nevens tien stuks meede in blanco door den sekretari geauthentiseerd, om tot afschriften van zodaanig placcaat te hunn dienen, ten einde uE: ingevalle bij onzen brief van den 2:e deezer gezondene mandaat nog niet s „gekondigt, daar van des noods en bevinding van zaaken kunnen geb maeken, het zij om deese stukken alleen te emploijeeren tot een acte van Pardon, gelijk in Ao 1757. gesch is, dan wel om daarin te verval den geheelen inhoud van de gezon mandaat, onder zodaenige ver „deringen, als uw E: naar tijds „legentheid dienstig zullen vinden Voor 't overige blijven wij na groete (:onderstond:) Perzaanen Diskre nevb: goede vrienden. (:was getek W: J: van de Graaff, C: D: Kro„ „ hoff, M: P: Raket, v: L: van Zitter en I: A: vollenhoove. /: in Margine:) Kolombo den 6. Junij 17 Hijbrands Accordeert Noa7 VEgklerk Nagezien Juphe Noa7 1575 Mature Aan de E: Diderich Thomas Fretz:, opperkoopman en Dessave der Kolombosche ommelaaden en Abraham Samlant, p:l koopman en Negotie boekhouder van Kolombo, tans in kommissie aldaar. uijt uwen brief van den 9. deeser, gisteren ontvangen met de daar bij gezondene bijlaegen, als mede uijt uwen vroege„ „ren brief van den 5. deeser, is ons niet alleen gebleeken, hoe de muijte„ „lingen, niet tegenstaande alle uwe welmeenende potgingen, en niet tegen „staande de uijtnoodigingen bij de door uE: gepubliceerde Mandaat ola van den 28. Meij en Zedert gedaan nogtans agterlijk blijven in het opgeeven van hune verdere beswaa„ „nissen, en om aantewijzen waarin zoude bestaen het geen waarin Eerzaamen Diskreeten naar naar te voorgeeven, bij de voorschreeve Mandaat ola niet na behooren zou zijn voorzien in de klagten die bij uE: hebben ingeleeverd, maar ons ook daar bij gebleeken, dat niet tegenstaande alle uE: welm „nende vermaaningen in hunne onge regeltheeden blijven voortgaan, die zelfs nog schijnen toeteneemen. We hebben daar over op heeden in onse vergadering gedelibereerd, en niet zien wat uE: in den toestant der zaak zoo als ze tans is, op een eeniger maate welvoegelijke wijze verders of meer zouden kunnen doen om d muijtelingen tot reeden te brenge dan reeds is geschied, en dat ook de presentie van den E: dessave Fresz: in deese dessavonie, zonder ongelegertheid niet langer kan worden gemist, hebben we besloot den Heer Gaals kommandeur sluij „ken, wiens presentie tot hier toe uijt hoofde van het aandeesen van de Heeren van de Militaire kom„ „missie, te gale onontbeerlijk geweest is, aanteschrijven, om in perzoon Noe7 1576 perzoon voor een korten teid na Ma- ture overtestappen, om niet alleen op de best mogelijke wijze het volk tot bedaanen te brengen, maar ook te onderzoeken de reedenen van hun ver= „dere misnoegen, en daarin testellen zodaanige orders, als zijn E: ten mees„ „ten dienste van de komp:e, en tot wel zijn van haare ingezeetenen, zal bevinden te behooren. uE: worden mits dien op de honora= belfte wijze van den verderen voort= gang uwer kommissie door deesen ontslagen, en moeten uE: deselve houden voor g'eijndigt, zoo dra de Heer kommandeur sluijsken te Mature zal zijn aangekoomen. Aan gemelden Heer sluijsken moeten uE: met desselfs komste te Ma= „ture, overgeeven een korte staat van de tegenswoordige gesteedheid der zaeken en daar bij onder een behoorlijk Register voegen de inge „koomene klagtschriften en relaasen als meede alle de door uE: uijt= gevaardigde stukken aan de Muijte¬ „lingen. Hier bij moeten uE: aan zijn E: voorts geeven alle zodaenige onderrigtinge Noaaii Nagezien Juloke onderrigtingen nopens uE: verrigting als zijn E: ter volkoomener beoor „deeling van aen staat der zaaken, van uE: zal koomen te verzoeken. Tot dat de Heer Huijskeij te Matuk komt, moeten uE: de zaaken, zoo ze ook niet te verbeeteren zijn, zoo goed mogelijk zien dragende te houden, en het spreekt van zelve dat zoo de muijtelingen intusschen, on zoo te spreeken onder de muuren van Mature, mogten geweld pleegen, dit niet alleen met geweld moet worden ge„ „keerd, maar moeten uE: aan de goede ingezeetenen ook zoo veel bescher „ming verleenen, als dat na tijds omstandigheid mogelijk en raad zaan is, en geschieden kan zonder de troepes te waagen aan onsekere uijtkomsten Wanneer de heer sluijsken te Mature zal zijn, en door uE: aan 't hier voor „staande zal zijn voldaan, moogen u ten eersten na herwaards terug koomen Wij blijven voor 't overige na groete /ondr „stond:) Eerzaamen Diskreeten, uwE: Goede vrienden /:was getekend:/ W: S: van de Graaff, C: D: Kraijenhoff, M: d: Raket, I: Reintous en B: L: van Zitter (:in margine:) Kolombo den 12. Junij 1790. — Accordeert Sijbrands W Eiklerk 1577 Mature Aan DE: Diederich Thomas Fretz:, opperkoopman en Dessave van de Kolombosche ommelanden en Abraham Samlaart p:l koopman en Negotie boekhouder van kolombo, tans in Commissie aldaar. Eerzaamen Diskreeten! De bedienden te Gale hebben ons bedeeld, dat ze van den E: dessave van Angel„ „beek bericht hadden ontvangen, dat de Matureesche muijtelingen in de gaalsche Palpepattoe wilden vallen, dat eenige inwoonders van deese pattoe zich bij gemelde nuijtelingen ophouden, en dat het oogmerk is om ook de Gale korle tedoen opstaen; en wijl het daarom somtijds noodig zal kunnen zijn, dat de Heer Commandeur sluijs„ „ken te gale tegenwoordig zij, om de zaaken in de Gale korle te bestieren, hebben zijn E: gequalificeert, om M: P: ter 90. 179 Zi

NL-HaNA_1.04.02_3883_0994 view scan ↗

English

to adapt himself to the circumstances of the time, and if His Honour should find that his departure for Mature, according to our letter of yesterday, is for the present postponed, to give Your Honours immediate notice thereof, and in this case Your Honours must consider your commission regarding the mutineers of the Maturese Dessavony as continued: In the apprehension that some unrest might also arise in the Gale korle, it may be very useful for Your Honours to act communicatively with the Gale servants, and this must accordingly be done in everything that relates thereto. For the rest, after greetings, we remain Honourable, Discreet, Your Honours' good friends. Was signed: W: I: van de Graaff, C: D: Kraijenhoff, M: P: Raket, C: Telenius, I: Reintout, W: L: van Zitter, and I: A: Vollenhoove. In the margin: Kolombo, 13 June 1790. Agrees: Sijbrands First Clerk Examined: Naarz. 1578 Mature To the Honourable Diederich Thomas Fretz, senior merchant and Dessave of the Colombo country districts, and Abraham Samlant, provisional merchant and Trade Bookkeeper of Colombo, currently on commission there. Honourable, Discreet! We have appointed the Chief Administrator of Colombo, the Honourable Mattheus Petrus Raket, as Dessave of Mature while retaining his rank of Chief Administrator. In his place, we have appointed the Dessave of Mature, the Honourable van Angelbeek, as Chief Administrator. The Honourable van Angelbeek shall, upon his departure, hand over authority over the Dessavony to Your Honours, to be administered by Your Honours until you yourselves depart. The transfer of the administration shall be made by the Honourable van Angelbeek to the Honourable Samlant, whom we have resolved, after the end of Your Honours' commission, to let administer the Maturese Dessavony until the new Dessave, the Honourable Raket, arrives in Mature, about which we shall write further. For the rest, after greetings, we remain, Honourable, Discreet, Your Honours' good friends. Was signed: W: I: van de Graeff, M: P: Raket, C: Telenius, J:s Reintout, W: L: van Zitter, I: A: Vollenhoove. In the margin: Kolombo, 14 June 1790. Agrees: First Clerk Sijbrands Examined: Supke 1579 Mature To the Honourable Diederich Thomas Fretz, senior merchant and Dessave of the Colombo country districts, and Abraham Samlant, provisional merchant and Trade Bookkeeper of Colombo, currently on commission there. Honourable, Discreet! We have received Your Honours' letters of the 10th, 13th, 16th, and 18th of this month. It was agreeable to us to find therein several declarations by the mutineers that they not only have no reason to complain against the Honourable outgoing Dessave van Angelbeek, but that they even speak of His Honour with praise. Nor is it because anything to the discredit of the said Honourable Dessave in his conducted governance over the Maturese Dessavony had come to our attention that we deemed it necessary to have His Honour exchange service with the Honourable Chief Administrator Raket. We have done so solely in assumption of the possibility that the chief leaders of the uprising might at times harbour a secret fear that their many and far-reaching outrages, although forgiven, would be less forgotten by a Dessave under whose eyes they were committed than by a new Dessave to whom their persons are less known and who was not an eyewitness thereto, and consequently to remove from them even the semblance of any reason that might keep them back from returning to their duty. The further conduct maintained by Your Honours, made known to us by the aforementioned letters, meets with our great approval, as does in particular the mandate issued upon the complaint of the inhabitants of the Girreway Pattoo, whereby Your Honours ordered that the paddy crop in the Girreway be collected for this time by way of farm lease. For the rest, after 1580 greetings, we remain, Honourable, Discreet, Your Honours' good friends. Signed: W: I: van de Graaff, C: D: Kraijenhoff, C: Telenius, I: Reintout, W: L: van Zitter, and I: A: Vollenhoove. In the margin: Kolombo, 21 June 1790. Agrees: Sijbrands First Clerk Examined: Supke 1581 Mature To the Honourable Abraham Samlant, provisional merchant and Trade Bookkeeper of Colombo, currently on commission there. Honourable, Discreet! Conformable to our already issued orders by letter of the 14th of this month, addressed jointly to the Honourable Dessave Fretz and Your Honour, this serves to further instruct Your Honour that, should the outgoing Dessave and elected Colombo Chief Administrator, the Honourable van Angelbeek, choose to depart from there before the arrival of his replacement, the elected Dessave Raket, Your Honour is then to take over from him the transfer of the Maturese Dessavony, and after the departure of the Colombo Dessave, the Honourable Fretz, to continue to exercise authority over this Dessavony under the superior authority of the Honourable Commander of Gale and the Council, until the arrival there of the aforementioned Honourable Raket. For the rest, after greetings, we remain, Honourable, Discreet, Your Honours' good friends. Signed: W: J: van de Graaff, C: D: Kraijenhoff, C: Telenius, J:s Reintout, W: L: van Zitter, and I: A: Vollenhoove. In the margin: Kolombo, 21 June 1790. Agrees: Sijbrands First Clerk Examined: Spijker

Dutch transcription

Noag7 om zich na teids omstandig heeden teschik en zoo zijn E: mogte bevinden dat zij vertrek na Mature, volgens onzen brief van gisteren, voor eerst onde word uijtgesteld, daar van daedelijk aan uE: kennis te geeven, en moet uE: in dit gedal derselver Commiss ten aansien van de Muijtelingen de Maturuesche Dessavonie, hout voor gecontinueerd: Jn de bedugting dat ook in de Gal korl eenigen onrust zoude kunnen ontstaan, kan het zeer zijne mit „tigheid hebben, dat uE: met de gaalsche bedienden Communica „tief handelen, en moet dit dien „ volgens in alles wat hier toe betrekking heeft geschieden. Wij blijven voor het overige na groote (:onderstond:) Eerzaamen Diskree uE: goede vrienden /:was getekend W: I: van de Graaff, C: D: Kroijn „hoff, M: P: Raket, C: Teleuuw„ I: Reintous, W: L: van zitter en I: A: vollenhoove. (:in Margine:) Kolombo den 13. Junij 1790. Accordeert Sijbrands VEijklerk Jper Nagezien Naarz. E 1578 Mature Diederich Thomas Fretz:, opperkoopman en Dessave van de kolombosche ommelanden en Abraham Samlant, p:l koopman en Negotie boekhouder van kolombo, tans in Commissie aldaar. Aan d'E: We hebben den Hoofdadministrateur van kolombo dE: Mattheus Petrus Rahet aangesteld tot dessave van Mature met behoud van zijn rang van Hoofdadministrateur. Jn desselfs plaats hebben ede tot hoofd admini„ „strateur aangesteld den Dessave van Mature dE: van Angelbeek. OE: van Angelbeek zal bij zijn ver- „trek het gezag over de Dessavo„ „nie aan uE: overgeeven om bij uE: Eerzaamen Diskreeten! tot tot dat uE: zelve vertrekken, te worden waargenoomen. Het transpor van de administratie zal VE: va Angelbeek doen aan dE: Samlant die wde beslooten hebben na het eindigen van uE: kommissie, de Materse Dessavonije te laeten waar „neemen tot dat de nieuwe Dessau d'E: Raket te Mature komt, en hier over nader schrijven zullen Wij blijven voor het overige na groete. (:onderstond:) Perzaanen Diskreeten, uw E: goede vrienden (:was getekend:) W: I: van de Graeff M: P: Raket, C: Pelenius, J=s Reintous, W: L: van Zitter I: A: Vollenhoove (:in Marginee:) Kl „lombo den 14. Junij 1790. — Accordeert Weiklerk Sijbrands Noaat. Nagezien Supke Noaai 1579 Nature Aan DE: Diederich Thomas Fretz:, opperkoop men in Dessade van de kolombosche ommelanden in Abraham Samlant, p:l koopman en Negotie Boekhouder van kolombo, tans in Commissie aldaar Wij hebben ontvangen uE: brieven van den 10. 13. 16. en 18. deeser. Het was ons aan„ „genaam, daar bij te vinden verscheide betuigingen der Muijtelingen dat ze niet alleen geen reeden van klagen hebben tegens den E: afgaande dessa„ „ve van Angelbeek maar dat te zelfs met lop van zijn E: spreeken. Het is ook niet om dat ons iets ten lasten van gem: E: Desjave in des„ „selfs gehoudene bestier over de motureese Dissavonij, zoude zijn voorgekoomen, dat we het hebben noodig geagt zijn E: van dienst te Verzaamen Diskreeten! doen doen Changeeren met den E: Hoofd admin strateur Rateet. We hebben het alle gedaan in veronderstelling van de mog lijkheid dat de Hoofd beleiders van den opstand, somteids een geheime vreeze konde hebben, dat hunne veele en verregaande baldadig heeden schoon vergeeven, minder zoude wor „den vergeeten bij een desjave onder wiens oog te zijn gepleegt, dan bij een nieuwen dessave bij wien hunne perzoonen minder zijn bek en daar van geen oog getuigen gewie is, en om mits dien aan deselve te beneemen zelfs den schijn, van eenig reeden die hun zoude kunnen terug houden om weder tot hunnen pligt te keeren. Het verdere door uE: gehoude bel ons bij voorsz: inde brieven beden is zeer van onze goed keuring gelijk inzonderheid de gezondene Mendaat op de klagte der inwo „ders van de Gikkewaij pattoe dat uE: bevoolen hebben om het nelij gewasch in de Gikkewaij, voo dit maal bij weege van admodiat te Notari 1580 te doen invorderen. Wij blijven voor het oderige na groete. (:onderstond:) Eerzaamen Diskreeten, uwE: goede vriende (:getekend:) W: I: van de Graaff„ C: D: Kraijenhoff, C: Telenius, I: Reintout, w: L: van zitter en I: A: vollenhoove. (:in Margine:) Kolombo den 21. Junij 1790. —: Accordeert Sijbrands W Egklerk modict Nagezien Supke nuns — Notari 1581 Mature Aan den E: Abraham Samlant p:l koopman en Negootie Boekhouder van Colombo, thans in Commissie aldaar Eerzaame Diskreete Conform onze reeds gedaane aanschrijvens bij brieve van den 14. deeser, aan den E: Dessave Fretz en uE: te zaamen geregt, is deesen om uE: nader te ge= „lasten, om de afgaande desjave en g'eligeerd kolombosche hoofd admi„ „nistrateur dE: van Angelbeek, mogte verkiesen om nog voor de komste aldaar van desselfs ver „vanger, UE: g'eligeerd Dessave Ra„ „teet van daar te vertrekken, als dan van denzelven overteneemen het transpoort van de Maturesche Dessavonij en om na het vertrek van den kolomboos dessave VE: Fretz: Frett: over deese dissavonij onder het hooger gezag van den heer komm „deur van Gale en den Raad hot gezag te blijven voeren, tot de aan „komst aldaar van voorm: E: Rak Wij blijven voor 't overige na groete (:onderstond:) Eenzaame Diskreet uw E: goede vrienden (:getekend:) W: J: van de Graaff, C: D: Kra „enhoff, C: Telenius, J:s Reintou B: L: van Zitter en I: A: voll „hoode. (:in Margine:) Kolombo den 21. Junij 1790. —. Accordeert Sijbrands WEgklerk No Nagezien spipker Notari C

NL-HaNA_1.04.02_3883_1009 view scan ↗

English

1582 Colombo. To the Right Honorable Highly Respected Sir! Willem Jacob van de Graaff Ordinary Member of the Council of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its Dependencies. Along with the Council. Right Honorable, Highly Respected, High Presiding Sir! The Honorable Political Council at Gale has sent us the copies of Your Right Honorable's honored secret and ordinary letters, both dated the 12th of this month; we have recommended to the said Honorable Political Council to follow and answer Your Right Honorable's orders in the aforementioned ordinary letter to the best of their ability; while we respectfully reply to the said secret letter that the undersigned Commander arrived here in Mature with his retinue yesterday evening. Along the way, at Belligam and along the river of Polwatte, many inhabitants appeared who brought forward many complaints, both in writing and verbally, and assured us that they would once again cultivate their lands as peaceful residents and fulfill their obligations, also trusting that their complaints would now properly be investigated and that fair justice would be done regarding them. The first signatory of this assured them all that he had come precisely for that secret end, to hear the concerns and grievances of the inhabitants and to dispense fair justice regarding them, and that he would do so with all the more pleasure if in the meantime they returned to their dwellings and necessary labor as peaceful inhabitants. The entire crowd, at least so it appeared, expressed great confidence and joy in the arrival of the undersigned Commander. Now, in order to increase this trust and to encourage everyone to have free access to the first signatory, he with his retinue will depart from Mature this very day and take up residence on the other side of the river. Since it has not yet appeared that the discontent of the Mature inhabitants also spreads into the Galecorle, and everything there is still in deep peace, for the time being no armed lascorins or other natives will be posted in the Galecorle. As soon as the Honorable Commissioners Fretz and Samlant have handed over all their papers relating to their Honorable Commission and have further given the necessary disclosure of affairs, which is to happen this very day, no means—so long as they do not conflict with the authority and the essential interest of the Honorable Company and with the welfare of the country and the people—will be left untried to bring this Dessavony into peace and tranquility as quickly as possible. With the highest sentiments of esteem, we have the honor to be, below stood: Right Honorable, Highly Respected, High Presiding Sir, Your Right Honorable's very humble servants, was signed: Pr. Sluisken, C. van Angelbeek, L. Hems, C. L. B. van Heudgb. In the margin: Note A 1583 To the same as before. In the margin: Mature, the 16th of June, the year 1790. From Your Right Honorable's honored Government Letter of the 14th of this month, a copy was sent to us by the Honorable Political Council at Gale, which we received this morning. From these honored letters it has appeared to us that Your Right Honorable has seen fit to appoint the Chief Administrator of Colombo, the Honorable Petrus Mattheus Raket, as Dessave of Mature. The authority of the Mature Dessavony, as far as the Dessave is concerned, has already been handed over by the Honorable Van Angelbeek to the Honorables Fretz and Samlant, and the transfer of the administration thereof to the Honorable Samlant will begin to be carried out tomorrow. This morning, in a meeting expressly held for that purpose, of which we most respectfully hope to present the notes to Your Right Honorable tomorrow, the Honorable Dessave Fretz and Trade Bookkeeper Samlant promised to hand over all the papers relating to their Honorable Commission to the undersigned Commander, after the same have first been put into full order, and also made some disclosures of affairs, for the rest referring to their aforementioned papers; we have together considered the present precarious circumstances of the Mature Dessavony; and the said Honorables, at the request of the first signatory of this, have with all cordiality promised to share their remarks and advice with us as opportunity arises. To the same as before. This afternoon we departed from Mature and went to take up our residence on the other side of the river, in order to give all possible freedom to the discontented to come forward with their complaints, which we hope will contribute not a little to the speedy restoration of peace in the Mature Dessavony. The discontented inhabitants have been informed of our arrival, both by messages and olas, and invited to come to the undersigned Commander; and we hope that they will appear soon to present their complaints and grievances. Reiterating once more the assurance that the most suitable means will be employed to restore peace in this Dessavony, we have the honor to be with the highest sentiments of esteem, below stood, and signed as before. In the margin: Mature, the 17th of June, the year 1790. In our respectful letter of the 17th of this month, we had the honor to inform Your Right Honorable that we have taken up our residence outside the Mature Dessavony on the other side of the river, and that the discontented inhabitants were informed of our arrival both by messengers and by olas. To the dispatched olas we have as yet received no answer, but our messengers have returned with the answer that the discontented rejoiced to the highest degree at the arrival of the undersigned Commander, as they trust that they will now be heard, and that fair justice will be done to their complaints.

Dutch transcription

1582 Colombo. Aan den Wel Edelen Groot agtbaaren Heer! Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands India, Gouverneur en Directeur van het Eiland Ceilon met dies onderhoo= „righeeden. Nevens de Raad. Wel Edele Gestrenge Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer! D: E: Politique Raad te Gale heeft ons de afschiften toege= „zonden van uwel Ed: Gestr: groot Agtb: geëerde Secreete en gewoone brief beide van den 12=e deezer; wij hebben ged=e. E: politique Raad aangerecommandeerd, uwel Ed: gestr: groot agtb: beveelen bij even gem: gewoone brief best doenlijk op tevolgen, en te beantwoorden; terwijl wij op ged=e. secree„ „te brief eerbiedig in antwoord dienen dat de ondergeteekende Com„ „mandeur gisteren avond hier te Mature met zijn gevolg is aangekoomen. Onderwags te Belligam en aande revier van Polwatte hebben zig veele jnwoonders vertoond die zo schriftelijk als mon= „deling veele klagten voorbragten, en verzeekerden nu werder als vreedige ingezeetenen hunne Landerijen te zullen bearbeiden en hunne verpligtingen te zullen nakoomen ver= „trouwende ook, dat hunne klagten nu eens regt onder= „sogt en daarop een billijk regt gedaan wierde, De eerste teekenaer deeses verzeekerde hun allen, fust ten dien Secreete einde 1. einde gekoomen te zijn om de bekommeringen en beswaarenissen vande Jnwoonders aante hooren en daarop een billijk regt toe te deelen, en zulks met nig meender vermaek zoude doen, zoo zij intusschen als vreedige inwoonders aan hunne wooninge en noodigen arbeid gingen. De geheele meenigte ten minsten zoo het scheen betuigde veel vertrouwen en vreugde inde komst van de ondergeta „kende kommandeur te hebben. om dit vertrouwen nu te vermeerderen en een ieder tet ee vrijen toegang bij den eersten teekenaer aante moedigen zal de zelve met zijn gevolg nog heeden uit Mature ver= „trekken en aande overzijde van de revier het verblijf gaen neemen. wijl het nog niet gebleeken is, dat de misnoegdheid der Matureesche Jnwoonders ook in de Galecorle overgaet en daar nog alles indiepe rust is, zullen voor eerst als nog geene lascorijns of andere Inlanders gewaepend in de Galecorle geposteerd worden. zoo dra de E:s kommissarissen Fretz en Samlant alle hunne papieren betrekkelijk hun Ed: Commissie overglij en voorts de verdere noodige opening van zaeken gegeeven hebben; het welk nog heeden staat te geschieden zulx geene middelen zoo lange zij teegen het aanzien en het weezentlijke jntrest van de Ed: Comp=e: en teegen het wel zijn van land en volk niet strijden onbeproefd ge„ „laeten worden, om deeze Dessavonij ten spoedigsten in rusten vreede te brengen: Met de meeste gevoelens van hoogagting hebben wij de eere te zijd /:onderstond:/ Wel Ed: Gestr: groot agtb: hoog geb:e Heer, uwelEd gestr: groot agtb: zeer onderdaanige Dienaaren /:was geteekent P=r Hluisken, C: van Angelbeek, L: Hems, C: L: B: van Heudgb /:in margine:/ Nota A 1583 Aan als vooren /:in margine:/ Mature den 16: Junij Ao:o 1790. Van uwerwel Edele Gestrenge groot agtbaare geëerde Regeerings Brief van den 14:' deezer is ons doorden E: Politiken Raad te Gale een afschrift toegezonden dat wij heeden morgen ontvangen, hebben. Bij deeze geëerde Letteren is ons gebleeken dat uwel Ed: gestr: groot agtb: goed gevonden hebben den Hoofd ad= „ministrateur van kolombo DE: Petrus Mattheus Raket tot Dessave van Mature aantestellen. Het gezag van de Matureesche Dessavonij zoo verre Den Dessave aangaet, is door de E: Van Angelbeek aen DE=s Fretp en Samlant reeds overgegeeven, en het Transport der administratie daar van zal op morgen aan DE: Camlant te doen begonnen worden. Heeden voordemiddag, in een expres ten dien einde ge= „houdene bij-een=komst, waar van wij uwel Ed: gestr: groot agtb: op morgen de aanteekeningen eerbiedigst hoopen aante bieden, hebben DE=s. Dessape Fretz en Negotie Boekhouder Samlant beloofd, alle de papie= „ren betrekkelijk hun E:s Commissie, na dat dezel„ „ve eerst in volle order zouden gebragt weezen, aan den ondergeteekende Commandeur over tegeeven, en tevens eenige openinge van zaeken gedaan, zig voor 't ove= „rige op Hunne voorsz: papieren beroepende; wij hebben met malkanderen de teegenwoordige haggelijke om= „standigheeden der Matureesche Dessavonij overwoogen; en gem: Hun E:s hebben op het verzoek vanden eersten Teekenaer deezes met alle hartelijkheid be= „loofd by voor koomende geleegendheid hunne op met„ „kingen . weled an Hedg l atgeua Aan als vooren. „kingen en adviesen aan ons te zullen meede deelen. Heeden nademiddag zijn wij uit Mature vertreokken en aan de overkant van de revier ons verblijf gaen nemen„ ten einde alle mooglijke vrijheid aande Misnoegden„ te geeven om met hunne klagten op te koomen, het welk wij hoopen niet weijnig tot de spoedige herstelle van rust in de Maturee sche Dessavonij zal toebrengen„ De Misnoegde Inwoonderen zijn van onze komste zoo door boodschappen als olassen onderrigt; en uitgenoodigd bij de ondergeteekende Commandeur te koomen; en wij haft dat ze spoedig zullen verschijnen om Hunne klagter en beswaaren voor te draegen. Onder verzeekring nog maals dat de geschikste midda in het werk zullen gesteld worden, om de vreede in deeze Dessavong te herstellen, hebben wij de eere met de meeste gevoelens van hoogagting te zijn (:onderstond) en. /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Matuva eo 17. Junij Ao:o 1790. Bij onze eerbiedige van den 17=e deezer, hadden wij de eere uwel Ed: gestr: groot agtb: te bedeelen, dat wij buiten de Matureesche Dessavonij aan de overkant van de reviet ons verblijf zijn geen neemen; en dat de misnoegde In„ „woonderen van onze komste zoo door boodschappers als door olassen onderrigt waeren. op de afgezondene olassen hebben wij als nog geen antwoord gekreegen, dog onse boodschappers zijn terug gekoomen, met het antwoord dat de misnoegden zig ten hoogsten over de komste van den ondergeteekende kommandeur verheugden; als ver„ „trouwende, dat zij nu zouden gehoord, en op hunne klagten een billijk ragt zal gedaan worden. N aa ƒ 0.

NL-HaNA_1.04.02_3883_1013 view scan ↗

English

1584 We have been informed by trustworthy persons that many of the discontented peoples, since our arrival, have gone to cultivate their fields; that they behave quietly and peacefully; that many of their posted outposts have been withdrawn; that access from Mature to them, and from them to Mature, is open to everyone, and that all the roads are free and unhindered (:which roads before our arrival were mostly closed, so much so that even two letters which we dispatched on the first of this month from Gale to Baticaloa, in order to inform the Trincomalee and Baticaloa servants of the arrival of the country's frigates, were unable to get through and returned from Tangale:); that they are busy putting their complaints on paper once more in order to present them again; it being reported that throughout the Corles and Pattoos little drums were beaten, whereby it was announced to the peoples that they should provide themselves with provisions for eight days and gather at Deondure, in order to appear there before the undersigned Commander and bring forward their complaints; and that at Deondure a large mandapa and the further lodgings were being prepared for us. Adding to these reports that the inhabitants are again beginning to bring down some foodstuffs, we cannot but conceive the pleasant hope, though not without the necessary caution, that peace and quiet will soon be restored in this Dessavonie, to which we shall also apply ourselves to the utmost. According to the information we have, one of the greatest desires of the discontented peoples, from which they will not deviate, is that the deeds of obligation of the Headmen for the established plantations should be annulled, and the obligations themselves no longer take place. We have had a statement made to us of the amount that the Headmen who have not fulfilled their obligations would have to pay; this amounts for all together to rd=s 19990. –. Supposing then upon investigation that no more than half of the undertaken tracts of land are planted; then this half would yield no more than rd=s 9995. —. And since it is almost certain that upon the collection thereof no more than half of that, or rd=s 4997½, would come in, it thus appears that the whole profit of the Honourable Company, if one wished to persist in this matter and undergo the danger of a continued revolt in this Dessavonie, would amount to no more than the last-mentioned sum of rd:s [illegible]. Concerning this point, we most humbly request Your Right Honourable to let us have your highest thoughts; respectfully submitting for consideration whether here, in case of utmost necessity, one will not have to humor the discontented. The superior headmen who have a particular interest in this, not only on account of paying the agreed-upon fine, but chiefly on account of the fear of losing their offices, are very likely party to this desire, and they might thus—if one wishes for safety's sake to assume that they have much influence over the inhabitants—also, if this desire is not satisfied, cause the conspiracy to continue for a long time, whereby the Company might possibly suffer more damage than the fine for not fulfilling the aforementioned obligations will yield. 1585 Since our stay here we are, as it were, besieged with a multitude of complaints, both verbal and in writing, which however thus far consist of specific matters against the Headmen, and the natives against one another, and of which the undersigned Commander, after having listened to the complainants with patience, refers them to the Honourable Trade Bookkeeper Samlant for further and specific examination, considering that we would have to remain here for months if all the complaints had to be examined in detail and justice administered thereon. We shall occupy ourselves solely with hearing everyone, satisfying them as much as possible, and closely examining and settling the general complaints that the inhabitants have in common; and we hope that we shall soon have brought this to an end, and that the discontented will be willing to submit to the verdict of the undersigned Commander. We hereby present to Your Right Honourable the minutes kept, with their enclosures, in our meeting at Mature on the 17th of this month, wishing that their contents may merit Your Right Honourable's favourable attention. The Honourable Colombo Chief Administrator van Angelbeek has resolved to undertake the journey to Colombo as soon as possible; and to that end the necessary coolies from the Korles and Pattoos of this Dessavonie have already been summoned, in the hope that they will turn up and that we shall thereby discover whether they are indeed already inclined again to obey the orders given to them. Among the enclosures to this, we present to Your Right Honourable a copy of a [illegible] Sinhalese ola letter, from which you may please perceive the condition of Tangale and the detachment stationed there. Your Right Honourable's esteemed secret letter of the 16th of this month was sent to us this morning in copy by the Galle Political Council. The orders that the Moor Segoe had upon departing from Gale into the Mature Dessavonie were to inform himself regarding the movements and intentions of the discontented, and whether smuggling was also taking place along the beaches. We have the honour to be with the greatest sentiments of respect, /:was signed:/ as before. /:in the margin:/ Mature the 19 June 1790. Agreed Notai ƒ

Dutch transcription

1584 Wij zijn door geloof waardigen onderrigt, dat veele der misnoeg= de volkeren zeedert onse komste aan het bearbeiden hun„ „ner velden zijn gegaen; dat ze zig stil en vreedig gedraagen dat veele van hunne uit gestelde posten ingetrokken zijn; dat de toegang van Mature tot hun en van hun tot Mature, voor elk een open is, en dat alle de weegen vrijen onbelemmert worden, (:welke wegen voor onze komste meest geslooten waeren, zodaenig dat zelfs twee brieven die wij van Gale na Baticaloa met primo deezer afgevaardigd hebben, om de Crinconomaelsche en Baticaloasche bediendens van de komste van 's lands fregatten te onderrigten, niet hebben kunnen doorkomen en van Tangale terug gekoomen zijn:) Dat zij beezig zijn om op het nieuw haere klagten ten olas te brengen ten einde die nog eens voortestellen; zijnde, volgens be„ „rigten, over al in de Corles, en Pattoes tamblijntjes ge= vlaegen; waarbij den volkeren aangekondigd is, zig van onderhoud vooragt daegen te voorsien, en op Deondure te verzaemelen, om aldaer voor den ondergeteekende Commandeur te verscheinen, en hunne klagten voor te brengen; en dat te Deonaure een groote man= „doe en de verdere verblijfplaetsen voor ons in gereedheid ge= „bragt wierden. Bij deeze berigten nog neemende dat de Jngezeetenen weeder be„ „ginne eenige leevensmiddelen aftebrengen kunnen wij niet anders dan ons, dog niet zonder het verpligt mistrouwen, de aangenaame hoof maeken dat de rust en vreede in deeze Dessavonie binnen korten weder hersteld zal zijn, waar aen wij ons ook ten hoogsten zullen laeten geleegen leggen. volgens de onderrigting die wij hebben, is een der grootste begeerten vande misnoegde volkeren, waar van zij niet wille atuvre de 17 willen afgaen, dat de verbintenis-actens der Hoofden voor de aangelegde plantagien zoude moeten vernietig worden; en de verbintenissen zelve geen plaets meer vinden. Wij hebben ons een opgave laeten doen, van het bedraegen dat de Hoofden zoude moeten betaele, die niet aan hunne verbintenissen voldaan hebben; dit belooft voor alle te zaemen, op rd=s 19990. –. verondersteld dan byj onderzoek niet meer als de helfte der aangenoome La „streeken bepland zijn; dan zoude deeze helfte niet m als rd=s 9995. —. opwerpen, en wijl het bijna zeekerd dat bij de invordering van dien niet meer als de helfte daar van, of rd=s 4997½. zoude in komen, zoo blijkt dat de heele profyjt van de Ed: Compagnie indien men op dit stuk wilden blijven staen en het gevael van een aanha „dende opstand in deeze Dessavonie ondergaan, niet ma zoude bedraegen als de laastgenoemde som van rd:s 1ag Omtrent dit point verzoeken wij uwel Ed: gestr: groot agt needrigst ons hoogst derzelven gedagten te willen laeten toe koomen; eerbiedig in overweging geevende, of men hier in niet, bij hoogste noodzaekelijkheid, de misnoegde zal moeten believen. De meerdere hoofden die hier in een bezor „dere belang hebben, niet alleen weegens het betaalen der aangenoome geldsboete, maar wel voornamentlijk weegen de vrees hunne ampten te zullen verliezen; zijn veel ligt aandeeze begeerte deelagtig, en zouden dies, wil men voorzijg „tigheids halven veronderstellen, dat zij veelen invloed op de ingezeetenen hebben, ook wel, zo deeze begeerte niet voldaan word, kunnen te weeg brengen dat de zaamenrotting nog lange aanhoud, waar door de Compagnie moogelijk meer schaede zoude koomen te leiden, dan de boete voor het niet volk „gen van voorschreeve verbintenissen zal opwerpen. zeedert Notaai 1585 zeedert ons verblijf alhier worden wij met eene meenigte van klagten, mondelijkssen schriftelijk, als bestormd: die egter tot nog toe in spetiaele dingen tegen de Hoofden, en den Inlander een tegen den ander bestaen, en waer van de ondergeteekende Commandeur de klaagers, na hun met gedueld aangehoord, te hebben, aan den E: Negotie Boekhouder Samlant, ter nader en spetiaele onderzoek, overwijst; aangemerkt wij hier maanden lang zouden moeten vertoeven indien alle de klagten wijddopig, moesten ondersogt en daar op Regt gedaan worden. wij zullen ons alleen ophouden met een elk aante hooren, zoo veel moogelijk te bevreedigen, en de ge= „neraele klagten, die de ingezeetenen in het algemeen heeft, naeuwkeurig onderzoeken en afdoen; en wij hoopen dat wij dit spoedig zullen ten einde gebragt hebben; ende misnoegsen zig aande uitspraek van den ondergetee„ „kenden Commandeur zullen willen onderwerpen. —. Wij bieden uwel Edele Gestr: groot agtb: bij deezen aan de gehoudene, aanteekeningen met dies bijlaegen in onse Bij=een komst te Mature den 17 deezer, terwijl wij wenschen dat dies inhoud uwelEd: gestr: groot agtb: gunstige opmerking mooge verdienen. D' E: Colombosche Hoofd administrateur van Angelbeek, heeft zig bepaald, de reize na kolombo zoo spoedig mooge „lijk aanteneemen; en zijn ten dien einde ook reeds de noodige koelies uit de korles en Pattoes deezer Dessavo= „nij op ontbooden; In hoop dat zij zullen opkomen en wij daar door zullen ontwaeren, of zi werkelijk weeder reeds genegen zijn, aan de hun toe koomende beveelen te gehoor= „zaemen. —. Bij de Bijlaegen deeses bieden wij uwelEd: gestr: groot agtb: aan Zeedert aen, een Copie van een Gaanslaet Pingaleeshe briefvola, des gelievende daar bij de gesteldheid van Tangale en 't a leggende detachement te ontareren. Uwer wel Ed: gestr: groot agtb: geëerde secreete, brief van den 16. deezer is ons heeden morgen, in afschrift door de Gaalsche Politike Raad toegezonden. De beveelen die de moor Segoe, bij vertrek van Gale in de Matureesche Dessa„ „vonij gehad, heeft, zijn geweest; om zig te informeeren da „ke. de beweegingen en voorneemens der misnoegden waar en offer langs de stranden ook gesmotteld wierd: Wij hebben de eere met de meeste gevoelens van hoope „ting te zijn, /:onderstond en geteekend:/ als vooren. /:in margine:/ Mature den 19 Iunij 1790. Accordeert Notai ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3883_1017 view scan ↗

English

Colombo. 1586 To the Right Honorable, Highly Esteemed, and Noble Lord: Willem Jacob Van de Graaff Ordinary Councillor of Netherlands India, Governor and Director of the Island of Ceilon with its dependencies. Together with the Council. secret Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! Your Right Honorable's honored letter of 22 June past permits the military forces currently stationed here as an extraordinary detachment, both infantry and artillery, for as long as they remain in this Dissavony, whether they are posted at Mature or in the field, the following as a gratuity, namely: To a European Captain rd=s 30. –, to a European subaltern officer rd=s 15. —, to a sergeant and those of equal rank rd=s —, 24. to a European corporal, gunner, and privates, rd=s — 12, to the officers of the Eastern Military extra board money. -. to an Eastern sergeant rd=s 20, to an Eastern corporal and soldier rd=s — 12., provided that from the gratuities for the European captain and subaltern officers their ordinary and extra board money must be deducted, and that the other aforementioned gratuities must be included, and for the future shall cease all other extraordinary provisions which were granted to these detached troops by virtue of Your Right Honorable's order by letter of 10 May until now. Upon the proposal made by the former Dissave D. E. Van Angelbeek by letter of 28 April prior, which was approved by Your Right Honorable by letter of 10 May, the detachment here has enjoyed the following, namely: The European Captain and further Subaltern officers extra board money. The European sergeants and those of equal rank on account of extra board money rd:s 3. 9:½. The European corporal and those of equal rank on account of extra board money rd=s 1: 12. —. The European privates on account of extra board money rd=s — 28½. The Eastern military, from the captain down to the privates, have received 16 stuivers for 4 pounds of dried fish per man and two drams each, nothing more. After this demonstration, Your Right Honorable will please observe that the European non-commissioned officers and privates, as well as the Eastern corporals and soldiers, according to Your Right Honorable's latest determination mentioned above, will come to receive less than they already have. To accommodate them in these present lean days, and not to give the remaining military more than is thought they require, we take the liberty to present a recommendation below, according to which we request Your Right Honorable to be pleased to determine the allowances in favor of the military present here, namely: To a European captain rd=s 30. —. to a European subaltern officer rd=s 15. —. including the ordinary and extra board money therein. To 1587 To a European sergeant and those of equal rank: extraordinary board money. To a European corporal and those of equal rank: extraordinary board money. To a European soldier, above his ordinary board money, an extraordinary board money of twelve stuivers more, so that the mess chief may obtain about twelve skillings. To the Eastern officers, non-commissioned officers, and privates, half of their ordinary board money as extra, to wit: The Captain . . . . . . rd=: 3. —. Lieutenant . . . . . . . . „ 2. —. Ensign . . . . . . . . . „ 2. —. Sergeant . . . . . . . . „ 1. —. Corporal . . . . . . . . „ —. 24. - Private . . . . . . . . . „ —. 18. — Besides two drams a day to the latter. And also to be pleased to determine when this provision shall take effect. We have the honor to call ourselves with the most dutiful high esteem /:subscribed:/ Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! Your Right Honorable's very humble servants. /:was signed:/ P=r Sluijsken, M: P: Raket, A:s Pamlant, L=s Hems, C: L: B: van Albedijhl, /:in the margin:/ Outside Mature, 10 July 1790 —. To the Same as Above. By our respectful secret letter of the 8th of this month, we had the honor to inform Your Right Honorable of the dispatch of the Mandate-ola from the undersigned Commander dated the 7th of this month. The Maha Mudaliyar Dias and the other mudaliyars who were with him to publish the said Mandate all returned the day before yesterday, with the assurance that the people were for the most part satisfied with its contents, and had promised to submit to it. Since then, Don Simon Aratchi (who had previously promised to come to us, but had not been able to obtain permission from the people to do so and had been under their close surveillance), his brother Madugoda Appu, and very many lesser Headmen and inhabitants from various Korales and Pattus have arrived here, presenting themselves to us both in private and in public, and almost all seemed very satisfied; only there are some who still ask for some clarifications of the said Mandate-ola, and also make several other requests, which we are currently busy arranging in the best possible manner. We hope to have the pleasure within a day or two of informing Your Right Honorable that peace and order have been restored in this Dissavony. We have the honor to call ourselves with the highest esteem. /:subscribed and signed:/ as before /:in the margin:/ Outside Mature, 12 July 1790. 3. To the Same as Above. I respectfully reply to Your Right Honorable's Secret Government letters dated the 6th and 16th of this month, that I have taken their contents for my dutiful guidance, and also that I would conduct myself according to the circumstances in which I found myself.

Dutch transcription

Colombo. 1586 Aan den Wel Edelen Gestrengen Groot Agtbaaren Heer: Willem Jacob Van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndia, Gouverneur en Directeur van het Eiland Ceilon met dies onder= „hoorigheeden. Nevens de Raad. secreete Wel Edele Gestrenge Groot Agtbaere Hoog Gebiedende Heek! Uwel Edele Gestrenge groot achtbaare geëerde brief, van den 22:' Junij J:ol: permiteerd aan de alhier tans extra ordinair gedetacheerd leggende militairen, zoo infanterie als artelleri, zoo lange te zig in deeze Dessavonij bevin= „den, het zijze te Mature dan wel in het land geposteerd zijn, het volgende tot een douceur namentlijk. Aan een Europeesche Capitein rd=s: 30. –, aen een europeese su= „ balterne officier rd=s 15. —. , aen een sergeant en die daer meede gelijkstandig zijn rd=s —, 24. aen een europeesche korporael, kanonier, en gemeenen, rd=s: — 12, aande officie= „ren vande oostersche Militairen extra kostgeld. -. aen een oostersche Pergeant rd=s 20, Aan een oostersche Corporael en zoldaet rd=s — 12. , mits dat vande douceurs voor de Europeesch kapitein en subalterne officieren hun ordi= „nair en extra kost geld moeten afgaen en dat onder voormelde overige douceurs moeten worden begreepen, en voor de aanstaende cesseeren alle andere, buiten gewoone verstae tlungen waer verstreckingen die uit hoofde van uwel Ed: gestr: groot achtb: toevorging bij brieve van den 10. ' meij tot nagt aan deeze gedetacheerdens zijn gedaen Op het gedaen voorstel door des afgegaenen Dessare D E: Van Angelbeek bij brief van den 28:' April bevoorens, welk door uwel Ed. gestr: groot agtb: is goedgekeurd, bij brieve v den 10. maij, heeft het detachement alhier het volgen genooten, namentlyk. De Europeesche Capitein, en verdere Subalterne officieren extra kostgeld. De europeesche sergeants en die daermeede gelykstandig zij weegens extra kostgeld rd:s 3. 9:½: De europeesche korporaal, en die daermeede gelijk standig zij weegens extra kostgeld rd=s 1: 12. —. De auropeesche gemeenen wegens extra kostgeld rd=s — 28½. De oostersche militairen van de kapiteun tot de gemeenen, hebben voor 4. ponden karwaet de man, 16. stuiv:s en twee sopies ieder genooten, zonder meer. Na deeze vertooning, zal uwel Ed: gestr: groot agtb: gelieve te zien, dat de europeese onderofficieren en gemeenen neven de oostersche Corporaals en zoldaeten, volgens uwel Ed: gestr groot agtb: laatste bepaaling, hier vooren vermeld, mit „der zullen koomen te genieten dan ze reeds hebben. schraele Om Hun lieden in de teegenwoordige saet daegen te ge= „moed te koomen, en de overige militairen niet meer te geeven dan men denket dat ze noodig hebben, bevr „moedigen wij ons hier onder een aanwijzing te doen waarna wij uwelEd: gestr: groot agtb: in steeren, de Na toelaegen, ten faveure vande militairen mag alhier present, te willen bepaalen, namentlijk. Aan een europeesche kapit: rd=s 30. —. aen een europ: su „balt: officier rd=s 15. —. daaronder het ordinaire en extra. kostgeld gereekend. Aan N 1587 Aan een europ: sergeant en die daermeede gelijk staan extra: ord: kostgeld: Aan een europ:t korporaal, en die daermeede gelijkstan„ „dig zijn, extra: ord: kast geld: Aan een europ: zoldaet boven zijn ordin:t extraordin: kost= „geld nog twaelf st=s op dat den schapbaas om trend twaelf schellingen bekomen kan. Aan de oostersche officieren, onderofficieren en gemeenen de helft van hun gewoon kost geld, als extra, te weeten. De Kapitein. gemeene. Nevens twee sopies 's daegs aan de laatste. En tevens te willen bepaalen, wanneer deeze verstrekking ingang zal neemen. Wij hebben de eere met de verschuldigste hoogagting ons te noemen /:onderstond:/ Wel Edele Gestr: Groot agt= „baare Hoog Gebiedende Heer! uwel Ed: gestr: groot agtb: zeer onderdaanige Dienaaren. /:was geteekend:/ P=r Sluijsken, M: P: Raket, A:s Pamlant, L=s Hems, C: L: B: van Albedijhl, /: in margine:/ Buiten Mlature den 10 ' Julij 1790 —. „Vaandrig. . . . „ korporaal - - - - - Aan als Vooren. Luitenant. . . . . . . „ sergeant - - - - - - - - - . . „ 1. —. . - - . - - - - . rd=: 3. —. Bij onse eerbiedige secreeten van den 8. ' deezer, hadden wij de eere uwel Ed: gestr: groot Agtb: het afr zenden der Mandaet-ola, vanden ondergeteekenden Comman„ . . „ —. 18. — . . . . - „ 2. —. . . - - - „ —. 24. - . . . . . . „ 2. —. „deuk st groot va . te ge¬ meer bevr doen de hier g „deur in dato den 7=e deezer te bedeelen. De Porta-Modliaer Dias ende overige modliaers dien hem geweest zijn, om gedagde Mandaet te publiceer zijn allen eergisteren terug gekoomen, met de verzu „kering, dat het volk over den inhoud derzelve voo het grootste gedeelte te vreede was, en beloofd hal„ zigj daaraen te zullen onderwerpen. zeedert dien zijn Don Simon araetje (:die bevooren al beloofd had bij ons te zullen koomen, maar die daer toe geen verlof van het volk had konnen krijgen, en ze onder dies naeuwe toezigt was geweest:) zijn broeder Madoegoode appoe en heelt veele mindere Hoofden en ingezeetenen uit verscheidene Corlesen Pattoes hier aan „koomen die zig zoo wel in het bijzondere als in het puse aan ons vertoond hebben, en meest allen zeer voldaen schee„ „nen, alleen zijn er eenige, die nog eenige ophelderingen van ged=e Mandaet=ola vraagen, en ook nog het een en ander verzoeken; waermeede wij lans beezig zijn, om dit op de bestdoenlijke wijze te schitken. wij hoopen binnen een dag of twee, het genoegen te heben, ue „Edele gestr: groot agtb: te bedeelen, dat de rusten va in deeze Dessavoni hersteld is. Wij hebben de eere ons met de meeste hoogagting te noe „men. /:onderstond en geteekend:/ als vooren /: in margin Buiten Mature den 12. Iulij 1790. 3. . Aan als vooren. Ik antwoorde eerbiedig op uwel Edele Gestr: groot agtb: Se„ „creete Regeerings brieven in dato „ 6. en 16. deezer, dat ik dies inhoud tot mijne schuldige narigt heb genoomen, ook dat ik naar maete van de omstande waar in ik mij zoude bevonden, hebbe, mij daerna zoude hebbe gedraege Notaai

NL-HaNA_1.04.02_3883_1021 view scan ↗

English

1588 behaved and directed; then, because by sending the Mandat-ola dated the 7th of this month with all the mudaliyars and my Maha Mudaliyar of the Gate I sent to the discontented, and after I had privately, before I sent off this ola, gained the principal leaders over to our interests, by promising the first, at their request to me, to advance them when peace was completely restored, including among others: The Mohandiram Dissenaike to second mudaliyar of the Giruwayas. Don Simon Arachchi to mohandiram of the Kandaboda Pattu. To add the four Mayorals of their cutters. The brother of Don Simon Arachchi, Mohandiram, and Madugoda Appu to mohandiram, thus I had the good fortune to calm the minds somewhat for the time being, and have advanced so far that they all came to me here outside Matara and initially submitted to this decree by the aforementioned Mandat-ola, except for some further clarifications, which I satisfied and quieted them contentedly at that moment; furthermore, from that moment on I have only been mindful to help everyone as much as possible to proper justice; and thereby further bring about general peace, and subsequently return everyone to their obligated services, for which I now begin to have full hope, as I have already dispatched several Korales and Pattus after having heard their complaints, though under the promise that their general complaints will be further investigated, and after first having acquiesced that the deeds of obligation for the planting of cinnamon were not only annulled, but torn up in their presence, this being, among others, a principal article upon which they absolutely insisted. The complaints that generally appear are mostly: That their good lands have been taken away, and bad ones or no others at all have been given in their place. That many lands possessed from long years past have now recently been seized and leased out by the Honorable Company, whereby many families suffer. That they had to submit to surrendering their garden to the Honorable Company at 18 stuivers per tree. That their cattle have been unjustly seized under the pretext that they had broken into cinnamon gardens. That their services, which of old belonged to and should have been assigned to their families, as had always been in custom, were now given to strangers and other castes, such as those of mayorals and other village headmen. In short, the complaints are so numerous as if no complaints had been heard and settled in 20 years. Regarding this, as well as for the regulation of even more arrangements, it will be absolutely necessary that the native be heard untiringly and justice be administered as swiftly as possible. It is impossible for one man to bring an end to this, and to this is added that there seems to be a mistrust against the present Landraad. Mr. Raket, moreover, is not provided with good interpreters. Ilangakoon is generally sickly, yet very respected and has a great influence among the native population; and had I not had my Maha Mudaliyar of the Gate, Dias, with me on this occasion, and had he not worked day and night with so much courage and zeal and taken on the matter with care, then I believe it would not have been brought, for the present and possibly for a long time to come, to such a desired effect among the embittered minds. I consider myself fortunate thus far to have been able to satisfy the desired objective to such an extent; God's blessing, I hope, will further remain with me in this weighty commission, and then I hope that I shall shortly be able to congratulate your Right Honorable Sir on a complete pacification of the native population living here in this Dissavany, who upon their arrival here showed how numerous they are, and how much blood it would have cost had they, through obstinacy, forced us to bring them to their duty by force of arms. I have the honor to call myself with the greatest respect, below was written, as before, was signed, P.r Sluijsken. In the margin, Outside Matara, the 13th of July 1790. Agreed, Hijbrands, First Clerk. 1590 Matara. To Mr. Peter Sluijsken, Commander, presently there. Valiant, Prudent, Discreet, We have received your letters of the 16th, 17th, and 19th of this month, by which we see with much pleasure that you had great hope that peace in the Matara Dissavany will soon be restored. What was promised by our commissioners, the Honorable Colombo Dissava Fretz and the Honorable Trade Bookkeeper Samlant, in their mandate ola of the 28th of May last, concerning the deeds of obligation granted by various native chiefs for the laying out of plantations, seems to contain in itself everything that could reasonably be demanded in this matter; such chiefs who, by entering into these obligations, obtained an office at their own request, have not thereby obtained any right, against their will and inclination, to employ anyone for that purpose; on the contrary, it has always been the intention that they should properly pay those people whom they would need for it and who might be inclined to this work. No one can therefore reasonably complain about entering into these obligations. The chiefs who took these things upon themselves have done so not only voluntarily

Dutch transcription

1588 gedraege en gerigt; dan dewijl door het afzenden van de Man= „doet =blas in dato den 7. deezer met alle de modliaers en mijne Porta modliaar aande misnoegse hebge zonden, en na dat ik onder de hand alvoorens ik deeze ola afzond de voornaemste knaapen in onze belangens hadden gekree= „gen, door belofte aan de eerste op hun verzoek aan mij van hun te zullen advanceeren wanneer de rust volkomen zouden zijn hersteld, als onder andere. Den Alghandiram Dissenaike tot tweede modliaer van de Girrewais. Don Simon araetje tot mohandiram van de kandebadda„ „pattoe. De vier Bitmeraels van hunne houwers te zullen toevoegen De broeder van Don Simonaraetje Alohandiram, en Madoegoode appoe tot mohandiram, zoo heb ik 't geluk gehad de gemoederen vooreerst eenigzints tot be= „daeren te brengen, en ben, daardoor zoo verre gevorderd datze alle tot mij hier buiten Mature zijn gekoomen en zig voor eerst onderworpen hebben aan deeze uitspraek bij gemelde Mandaet-ola, uitgezondert eenige nog na= „dere ophelderinge, waar aen ik voldaen hebben en haer op dat moment te vreede stilde, voorts ben ik maar van dat moment aan bedagt om een elk zoo veel moo „gelijk aan een goed regt te helpen; en daar door verder de algemeene ruste te bewerken, en vervolgens elk wee„ „der aan zijne verpligte diensten te brengen, waar toe ik nu volkoome hoop beginne te krijgen, alzoo ik reeds verscheide Corles en Patties, naar hunne klagten te hebben aangehoord, hebbe gedepecheerd, egter onder die belofte dat haar algemeen klagte nader zullen onderzogt wor= „den„ en na alvoorens mij te hebben laeten gevallen dat de verbintenis aktens ter aanplanting van kaneel niet van niet alleen geroijeerd, maar in haer presentie ver „scheurd wierden zijnde dit onder andere een ejder „naemste artikel waarop zij absolut sijn blijven staen. De klagten in het algemeen die voorkoomen zijn meest. Dat haere goede Landen zijn afgenoomen, en quaade of in 't geheel geene andere inplaets zijn gegeeven. Dat veele bezeete landen van lange Jaeren herwaerds nu onlangs door de Ed: Comp: zijn aangeslaegen en verpagt waar door veele familien lijden. Dat zij zig hebben moeten laeten welgevallen, haare thuin aande Ed: Comp: aftestaen. — . Ieder boom 18 stvx=s Dat haere koebeesten onregtvaerdig zijn afgenoome ond de naem datze in kanneel thunnen waeren ingebrooken Dat haere van ouds Competeerende diensten, die aan haer famielien moesten opgedraegen worden, zoo als dat altoos was in gebruik geweest, nu aan vreemdelingen en ans kastas wierden gegeeven, zoo als van majoraels en andere dorps hoofden; Kortom de klagten zijn zoo meenigvuldig, als of es in geen 20 Jaeren klagten waeren gehoord en afgedaen. Hieromtrend zoo wel als tot het regelen van nog meer schikkinge, zal het absolut noodig weesen, dat onver„ „moeid den Jnlander word aangehoord en zoo spoedig doenlijk regt worde bezorgd. Een mensch is onmoogelijk om hier aan een eind te rinden en hier komt nog bij dat 'er een mistrouwe teegens be tegenswoordigen Landraed scheind te weezen —. — . Den Heer Raket is boven dien van geene goede tolken voor „zien. Ilangakoon is doorgaens ziekelijk egter zeer gezienen heeft een groote invloed bij den Inlander en had ik mijne Porta mobliaea Dias bij deeze ge „leegendheid niet bij mij gehad, en deeze niet met zoo veel Noaa 3 1589 Naagezien Loutman veel man moedigheid en iever nagt en dag gewerkt en met zorge zig de zaek aangenoomen, dan geloove ik het voor eerst en moogelijk nog in lange niet tot zulk een gewensch te uitwerking bij de verbitterde gemoede „ren zoude hebben gebragt. Gelukkig reekene ik mij tot dus, en zoo verre aan het ge= „wenschte oolmerk te hebben konnen voldoen; Gods zee= „gen hoop ik zal mij verder in deeze gewigtige Commissie bij blijven, endan hoop ik, dat ik eerlange uwel Ed: gestr: groot agtb: zal kunnen vergelukken met eene volkoome bevreediging vanden hier in deeze Dessaronie woonende Inlander, die bij haere aankomst hier hebben doen zien hoe meenigvuldig zij zijn, en hoe veel bloed het zouden hebben gekost, indien sij door haloft aarigheid ons genood= „zaekt hadden door geweld van waepenen hun tot haere pligt te brengen. Ik hebde eere mij met de meeste eerbied te noemen /:on= „derstond:/ als vooren /:was geteekend:/ P:r Sluijsken. /:in margine:/ Buiten Matureden 13. Julij 1790. —. Accordeert Hijbrands EeClerk ƒ 1590 Mature. Aanden Heer Peter Sluijsken. kommandeur, tans aldaar Manhafte voorzienige Diskreete Wij hebben ontvangen uwE: brieven van den 16. 17 ' en 19. deezer, waar bij we met veel genoegen zien dat uE: veel hoop hadde dat de rust in de Matunese Dessavo„ „nij spoedig zal zijn hersteld. Het toegezegde door onze kommissarissen den E kolem„ „bosen Dessave Fretz: en den E: Negotie boekhouder Sam„ „lant bij derzelver mandaat ola van den 28. ' Meij I:L: nopens de aktens van verbintenissen door dee„ „ze en geene inlandse Hoofden verleend tot het aan„ „leggen van plantagien; schijnt in zig te bevatten alles wat in dit stuk needelijk konde worden ge„ vergd„ zulke Hoofden die door deeze verbintenissen aantegaan een bediening op hun verzoek hebben verkregen; hebben daar door geen hegt gekreegen, „ ingeteeffenen, teegens hun zijn en geneigdheijd om daar toe eenige te gebruijken, in teegendeel is het altoos, die intentie geweest, dat ze de luiden die ze daar toe zouden nodig hebben, en geneigt mogten zijn tot dit, werk, daar voor na behooren zouden betaalen. Niemand kan zig dus billijk over het aangaan deezer verbintenissen beswaaken. De Hoofden die deeze din„ „gen op zig genomen hebben, hebben het niet alleen vrijwillig

NL-HaNA_1.04.02_3883_1026 view scan ↗

English

done voluntarily, but they have even requested it. This matter therefore concerning nobody besides them, one may reasonably consider, even if you yourself are not entirely averse to such thoughts, that it is solely the influence of these Chiefs over the people that causes them to insist with so much passion upon the annulment also of these deeds. The matter is nevertheless not of such weight that one should not pass over it, insofar as that may serve toward the promotion of peace, and we therefore leave it entirely deferred to you to act herein according to the state of affairs, and if necessary to annul all deeds of obligation for the laying out of plantations, and to remit the fines stipulated therein. If this general annulment of all such deeds is granted, you must recommend to the Honorable Disawa of Matara that, as soon as the country shall be at peace, he cause an inspection to be made of all the plantations that may have been laid out by virtue of the aforesaid obligations, and to take into consideration therein the means that ought to be employed to improve these plantations as much as possible, or at least to maintain them in good condition. In order to accommodate the military, both of the infantry and of the artillery, who are extraordinarily detached in the Matara Disavany, we allow that to the same, as long as they find themselves in the said Disavany, and whether they are stationed at Matara or in the country, the following allowance may be provided, namely: To a European captain, thirty rijksdaalders. To a European subaltern officer, fifteen rijksdaalders, provided that under these allowances are also included not only their ordinary board money, but also the extra board money that we granted in our dispatch sent to Gale on the 10. May last. To every European sergeant, and those of equal standing with them, twenty-four stuivers. To every European corporal, gunner, and private, twelve stuivers. To the officers of the Eastern military, extra board money. To an Eastern sergeant, twenty stuivers. To every Eastern corporal and soldier, twelve stuivers, and consequently all other extraordinary provisions that might hitherto have been made to these detached men on account of our aforesaid letter of the 10. May must be included therein, and cease for the future. Should you find that some allowance ought also to be made to the non-commissioned officers and privates who constitute the ordinary garrison of Matara, in order to accommodate them somewhat in these inconvenient times, we hereby qualify you to act herein according to the state of affairs. We trust that you will have done everything possible to have the detachment stationed at Jagale provided with what is necessary. We remain for the rest, after greetings, underneath stood: Valiant, Prudent, Discreet, your good friends, was signed: W: I: van de Graaff, C: D: kreijerhoff, M: P: Rahet, C: Filenius, J: Reintous, B: van Letter, I: A: Vollenhove, in the margin: Colombo the 22. June 1790. The first undersigned Governor communicated in our meeting that Don Simon Arraatje and his eldest brother, upon your admonitions made to them, had made good promises to use their influence to bring the inhabitants of the Matara Disavany to peace. Before the receipt of this, it will already have become more or less apparent to you what one may promise oneself from them. If Don Simon Arraatje and his aforesaid brother have since sincerely sought to fulfill their promises, and their influence be as great as is said, and also truly seems to be, the effects thereof may already be very noticeable. If, on the contrary, you find that they do not do what one could and might with good reason expect of them if they acted sincerely, and that you therefore believe you must mistrust their intentions, one ought then to look for means that can clarify this further. Don Simon Arraatsje himself has pretended that he and the people desired that you might come into the country, in order to hear and settle the complaints of the inhabitants there. He has since proposed Kattoedanwe for that purpose, and he cannot therefore oppose that without making himself highly suspicious, even among the people. If consequently your efforts to cause the principal of the dissatisfied to come to Matara should fail, it then appears to us that there is no more suitable means for the speedy promotion of peace, and to disappoint Don Simon Arraetje if he should indeed have devious intentions, than that you decide, the sooner the better, to go to Kattoedanwe or whithersoever you shall judge best, to speak in person with the people or the principal among them; That

Dutch transcription

vrijwillig gedaan, maar ze hebben er zelfs om verzog Deeze zaak mits dien buiten hun niemand aange „de, mag men het billijk daar voor houden, zoo al uE: zelfs niet vreemd is van die gedagten, dat het alleen is den invloed deezer Hoofden bij het volk, d het zelve met zoo veel drift op de vernietiging ook van deeze aktens doed aandringen. De zaak is nogtans niet van dat gewigt, om 'er niet over heer te stappen, in zoo verre dat strekken kan ter „vordaking vande rust, en we laaten het daarom volkomen aan uwE gedefereert, om daar in na bevinding van zaaken te mogen handelen, en des noods alle acten van verbintenissen, tot 't aen„ „leggen van plantagien, te mogen vernietigen, en de daar bij bedongene boeten te mogen kwijtscheld Indien deeze generaale vernietiging van alle diergeli nsszo word toegestaan, moet„ „ker uE: den E: Dessave van Matatke aanbeveelen, om zoo dra het land in rust zal zijn, alle de plantagie die uit kragte van voorsz: verbintenissen mogten zijn aangelegd, te doen opneemen, en daar bij in ove „weeging te neemen; de middelen, die in 't werk Zot dienen te worden gesteld, om deeze plantagien zoo veel mogelijk te verbeeteren; of ten minsten in goeden staat te onderhouden Om de Militairen, zoo wel aan de infantehij als van de artillerij, die extra ordinair in de Matu„ „neese Dessavonij zijn gedetacheerd, te gemoed te koor staan Notari d 1591 staan we toe, dat aan dezelve, zoo lange ze zig in gem: Dessavonij bevinden, en het zij ze te Matukre den wel in't land geposteerd zijn, het volgende douceuk mag worden verstrekt; namelijk. Aan een europeesch capitain dertig rijksdaelders. Aan een europeesch subaltern officier vijftien rijksd=s mits dat onder deeze douceurs, ook worden beguee„ „pen, niet alleen hun ordinair kostgeld, maar ook het extra kostgeld, dat we bij onzen afgegaanen brief na Gale, van den 10. Meij I:o Leeden hebben toe„ „gestaan. Aan ieder Europeesch sergeant, en die daarmeede gelijk standig zijn, vier en twintig stuwv=s Aan ieder europeesch kopporaal, kannonier en gemeene twaelf stuivers. Aan de officieren van de oostersche militairen extra kostgeld. Aan een Oostersche sergeant twintig stuivers. Aan ieder Oostersche korporaal en soldaat twaalf stuivers, en moeten mits dien alle andere buiten ge„ „woone verstrekkingen die uit hoofde van onze voorsz: brief van den 10. Meij tot nog toe aan dee„ ze gedetacheerdens mogten zijn gedaan daar onder worden begrepen, en voor den aanstaande cesseeken„ Mogte uE: bevinden, dat aan de onder officiers en gemeenen die het gewoone guarnisoen van Matu„ „re ditmaken, ook eenige toelaege zoude behooren te Aan als vooren. „te worden gedaan, om dezelve in deeze ongeleegene te wat te gemoed te komen, kwalificeeren we uE door deezen omdaar in na bevinding van zaaken te han „len. Wij vertrouwen dat uE: alle 't mogelijke zal hebbe te werk gesteld, om het detachement, het welk te Ja „gale leid, van het nodige te doen voorzien Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ M „hafte voorzienige Diskreete uwE: goede vriende /:was geteekend:/ W: I: van de Graaff, C: D: kreijer „hoff, M: P: Rahet, C: Filenius, J: Reintous, B: van Letter, I: A: Vollenhove /:in magiene:/ ka Combo den 22. Junij 1790: De eerst ondergeteekende Gouverneur heeft in onze voor „gaedening gekommuniceerd, dat Don Simon Arraatje en zijn oudste broeder op uE. aan hun gedaene verm „ningen goede beloften gedaan hadden, om hunnen in „vloet te zullen gebruiken, tot het in nust brengen der ingezeetenen vande Maturesche Dessavonij. Voor den ontvangst dezes, zal het uE: reeds min of meer gebleeken zijn, wat men zig van hun mag looven. Zoo Don Simon Arraatje en voorsz: zijn broeder, zedert met welmeenentheid aan hunne be „loften hebben zoeken te voldoen, en dat hunnen invloed zoo groot zij, als men Zegt, en ook we zoo Notaai G 1 1592. zoo schijnt teweezen, kunnen de uitwerkzels daar van reeds zeer merkbaek zijn. Vind uE: daer en teegen, dat ze niet doen wat men met gronds van hun zoude kunnen en mogen verwagten, zoo ze welmenend handelden, en dat uE: mids dien meend hunne oogmerken te moe„ „ten mistrouwen, dan zoude men dienen om te zien na middelen, die dit nader kunnen opheldeken; Don Simon Arraatsje heeft zelve voorgegeeven dat wij en het volk verlangde, dat uE: in het land mogte koomen, om daar de klagten der ingezee„ „tenen te aanhooven en aftedoen. Wij heeft zeedert daer toe kattoedoewe voorgesteld, en Wij kan dus dat niet tegen gaan, zonder zig zelven ten hoog„ „sten verdagt te maaken, ook zelfs bij het volk. zoo mids dien uE: pogingen om de voornaamste dek misnoegde op Matuke te doen koomen, mogten mis„ „lukken, dan schijnt het ons toe, dat er geen bekwaa„ „mer middel zij ter spoedige bevordering van de rust, en om Don Simon Arraetje te disapom„ „teeken, zoo hij werkelijk slinkse oogmerken heb„ „ben mogt, dan dat uE: hoe eer zoo beeter beslluit om tegaen na kattedoewe of werwaards uE: dat zal best oordeelen, om zelve met het volk of de voornaamste onder hun te spreeken; Dat

NL-HaNA_1.04.02_3883_1030 view scan ↗

English

That Your Honour in the aforementioned case goes into the country yourself is all the more necessary, because no matter how favorable a mandate were drafted by Your Honour to be sent to the mutineers, those who consider it in their interest to keep the unrest going will always find something to object to it. In speaking with the people, on the other hand, one can always ease off or hold back somewhat according to necessity, as circumstances may permit. When the people see that everything is granted to them that is in any way reasonable, this must convince them, if they are open to conviction at all, that there are no reasons to remain gathered any longer and to continue their disobedient actions, especially if Your Honour, upon settling the matter, also gives them sufficient assurance that everything Your Honour promises them will be fulfilled, and that they are immediately granted an amnesty of crime therewith, they can then demand nothing more. We cannot imagine that the people would not be satisfied when everything that is in any way reasonable is granted to them. But even if Your Honour should find it necessary to go somewhat further, if tranquility in Your Honour's view cannot otherwise be restored; we would, if it cannot be otherwise, still rather see that happen than that the unrest continues any further. We therefore leave this entirely deferred to Your Honour. When the people will listen to no reason at all, this would be a striking proof that no gentle means or ways can help, and that one would thus have to look to severe measures. We hope, however, that it will not have to come to that, even if all the demands, when Your Honour thinks it absolutely necessary, would have to be granted. We remain otherwise, after greetings, underneath signed: as before; in the margin: Kolombo, the 6. Julij 1790. From what the first undersigned Governor has communicated to our assembly from a letter written to His Honour by Your Honour on the 6. of this month, it appears somewhat doubtful to us whether it is indeed the true intention of the mutineers to come to terms of peace, however reasonably and accommodatingly one acts towards them. We hope nevertheless that we are mistaken in this, and that the Mandate which had already been prepared by Your Honour may have the desired effect toward the restoration of tranquility. This will become clearer as soon as the aforementioned Mandate is published. If this does not satisfy them, and they still do not explicitly state what else is lacking, then one would have to conclude that no gentle means can help, and one might then even somewhat doubt whether there is not something going on between them and the Court of Kandia which is the cause of the continuation of the unrest. One must therefore not immediately abandon the work, and if Your Honour should thereby perceive that no progress is made by negotiating with all the mutineers at once, it is good to look for means to see whether it might not succeed to detach one or more korales from the large party. Meanwhile, as Your Honour is engaged in this, Your Honour should maintain the outward appearance of continuing to negotiate with the entire population, in order to prevent ill-disposed persons from taking measures that could be detrimental to such separate negotiations. We consider that it would be a very desirable thing if Your Honour, in striving to promote tranquility in general, could find means to enter into a private negotiation with the Belligamkorle, as it is very probable that if the Belligamkorle can be won over, tranquility will thereby be restored in the Gangebaddepattoe, the Baijgams, the Seigniory of Belligam, and the Morua Korle. After winning these districts, it will be very easy to bring the Wellebaddepattoe and the Seigniory of Dondure to our side, and in such a case only the coal-supplying villages, the Kandebaddepattoe, the Giekewaipattoe, and the vidanie of Kattoene would still need to be brought into a state of rest. The latter will follow of itself, since the aratchy of Kattoene, according to all appearances, has thus far joined the mutineers solely under coercion. He has the strongest influence over the people of this vidanie, and it is to be hoped that he will seek to use this influence to the advantage of the Company, as soon as he sees that he has nothing to fear from harassment by the other mutineers, in order thereby, if possible, to be appointed Mohandiram of this vidanie. To win over the Belligamkorle, we believe it will be necessary for Your Honour to try to win over the Altoekorle Arraatje of that district. This man is known as a person who has great influence on the minds of the inhabitants of the Belligamkorle, and he is friends with almost all the other lesser headmen of the Maturese Dessaavanie. In this negotiation, Your Honour should however somewhat flatter the Korle Arraatje Roepensinge, because he is a proud, capable, and ambitious man. These negotiations must, however, be conducted very covertly, and we even believe that it would be best if this were done without the prior knowledge of any of the headmen. If all these attempts should be found fruitless, and one must therefore look to other means, then please let Your Honour immediately consider what is necessary to put Mature into such a state that it is secure against the insults of the mutineers. The spit of land

Dutch transcription

Dat UE: in voorsz: geval zelve in het land gaat„ is te nodiger, om dat hoe gunstig ook een man„ „daat ola, om aan de muijtelingen teworden „zonden, door uE: wierde ingehigt, zulke die het van hun belang reekenen, om de onrust te doen voortduuren, er altoos wat op zullen weeten dit te vinden. Met het volk spreekende kanke daar en tegen na maete vande noodzaekelijk „heid altoof wat vieren of inhouden, zoo als de omstandigheeden dat kunnen gehengen Wanneer het volk ziet, dat aan het zelve alles word ingewilligt, wat eeniger maaten billijk is, zoo zal zulks het zelve moeten overtuigen, z 'er anders overtuigen aan is, dat er geene reed „nen zijn om langer verzaemeld te blijven, en hunne ongehoorzaeme bedrijven voort tegaan in zonderheid indien uE: bij de afdoening der zaeke hun tevens geeft toerijkende verzeeken„ „ring, dat alles wat uE: hun toezegt zal word nagekoomen, en dat heen daer bij aanstonds uijtwissing van misdaed word verleend, ze he „nen dan niets meer eisschen. We kunnen ons niet verbeelden dat het volk zig niet zoude te vreede houden, wanneer alle wat eeniger maate billijk is, aan het zelver vor Aan ingewilligt Notai e 1593 Aan als vooren. ingewilligt. Dan al was het ook dat uE: mog„ „te bevinden zelfs wat verder te moeten gaen, zoo de nust na uE: inzien niet anders te her„ „stellen is; zoo zullen we dat, zoo het niet an„ „ders zijn kan nog liever zien, dan dat de on„ „nust: verder voortduurt. W's laeten dit mids n„ dien geheel aan UE: gedefelreert. Wanneer het volk geheel na geen billikheid hoo„ „ven wil, zoude dit een spreekend bewijs zijn dat geen zagte middelen nog weegen helpen „ kunnen, en dat men dus na ernstige midde„ „len zoude moeten omzien. We hoopen egter „ niet, dat het daar toe zal behoeven te koomen,e al moesten ook alle de eisschen tekoomenda moesten ook alle de tusschen, wanneer uE: dat volstrekt nodig denkt, worden ingewilligt. ƒ Wij blijven voor 't overige na Groete /:onderstond:/ n„ /:engeteekend:/ Als vooken /: in makgiene:/ kolombo, den 6. Julij 1790. Uijt het geen de eerst ondergeteekende Gouver„ „neur ter onzer vergaedering heeft gekomuni„ „ceerd, uijt een brief door uE: den 6. deezer aan zijn Ed: geschreeven; komt het ons wat tevijf„ felagtig voor, of het wel de waeke meening dek der muijtelingen zij, om tot rust te koomen hoe billijk en inschikkelijk ook men ten hunnen aanzien handelt. We hoopen nogtans dat we ons daar in mis„ „gissent en dat de Mandaat, die door uE: reeds was ingereedheijd gebragt, doen mag de verlang„ de uijtwerking tot het herstellen van de nust Dit zal zoo dra de voorsz: Mandaet gepubliceert is, zich nader verklaeren. Voldoet hun deeze niet, en zeggen ze eindelijk ook nu nog, niet bepaeldelijk, wat er voorts nog aen ontbrecht, dan zoude men het daer voor moeten houden dat geen zagte middelen helpen kunnen, en zoude men dan zelfs eenigsints mogen twijffe„ „len, of 'er tusschen hun en het Hoff van handia niet wat uijtstaande is, het geen de oorzaak „zij van het voortduuken der onrust. Men moet het werk daarom niet ten eersten opgeeven, en zoo uE: mids dien mogte bespeuren, dat men niet vordert, door met alle de muijtelingen, te gelijk te„ „handelen, is het goed, om te zien nat middelen, of het niet zoude kunnen lukken, om één of meer korls van den groote partij aftetrekken. Middeler„ wijl, dat uE: daer meede beezig is, dient uE: uijtter „lijk den schijn teblijven holeden, als of uE: voortgang met Notai 1594 met het gantsche volk te handelen, ter voorkooming dat kwalijk gezonden geene maatregelen neemen, die aan zulke afzonderlijke handelingen, zouden kunnen nadeelig zijn. Wij neemen dat het een zeer gewenschte zaak zou„ de zijn, indien uE: bij het trachten om de stiestant in het algemeen te bevorderen, middel konde vin„ den, om in eene partikuliere onderhandeling te treeden, met de Belligamkorle, alzoo het zeek waarscheinlijk is, dat zoo de Belligam„ „korle kan gewonnen worden, daer door de rust zal hersteld worden, in de Gangebaddepattoe de Baijgams, de Heeklijkheid van Belligam en de Morica Korle Na het winnen van deze destrik„ „ten, zal het zeer gemakkelijk zijn, om de welle„ baddepattoe en de Heerlijkheid van Donduke op onze kant te brengen, en in zulk een geval zouden alleenig de koolgeevende dorpen, de kan„ „de baddepattoe, de Giekewaipattoe en de vidaenie van kattoene nog behooren in stiestand gebragt teworden Het laeste zal van zelve volgen, wijl de avatje van kattoene zich tot nog toe volgens ae„ „le schijn, alleenig door dwang bij de muitelingen heeft vervoegt. Wij heeft de sterkste invloed op de volkeren van deeze vidanie, en het is te hoopen, dat dat Wij deze invloed ten voordeele van de komp=s= z tragten te gebruijken, zoo dra hij ziet dat wij voorde niet overlast van de verderle muijtelingen mits te vreeze heeft, om daar door, zoo het moogelijk waare, als Mohandiram van deeze vidaene aangesteld te ho den. Tot het winnen van de Belligamkorle meer wij dat het nodig zal zijn, dat UE: ziet te winne den Altoekorle Arraatje van Dat, distrikt. Deel Man is bekent voor een perzoon, die grooten ind op de gemoedeken van de ingezeetenen vande B „ligamkorle heeft, en hij is met meest alle den „deke mindere hoofden van de Maturese Lessaa „nie bevriend. Bij deeze onderhandelinge dient uE: egter den korle Arraatje Roepensinge eenig „zints te vleijen, wijl wij den trots, kundig en kan „zugtig Man is. Deeze onderhandelingen die nen egter zeer bedekt te geschieden en wij gelooven zelfs, dat het best zoude zijn, zoo dit geschiede buijten voorkennis van eenige der hoofden. Indien alle deze pogingen vrugteloos bevonden a „den, en dat men mids dien na andere middelen zal moeten omzien, dan gelieve uE: ten eersten zijn gedagten te laeten gaen over het geene noodig zij Mature te stellen in dien staet, dat het teegens de insultes van de muijtelingen zeeker zij- De land tong Noaa

← previousnext →