VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3884

Ceylon · 1,016 pages · 160 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3884_0888 view scan ↗

English

will, but which, among other things on account of the very insolent language that the wannia of Pattawe has dared to allow himself in his letter to the chief and the council of Trincomalee, cannot fail to cause much hesitation among various persons, and would even seem very questionable to me, were I not so very convinced of the good understanding that subsists between his imperial majesty and the illustrious company, and of your well-meaning sentiments to make that good understanding endure. Of the punishable act of the Kandyan high priest Dorrewekke oennaanse, who attempted to incite the inhabitants of Negombo to rebellion, I have already given you notice. The bearer of the ola, with which he attempted to do this, I have caused to be sent to you along with the ola itself. In order to remove at once all doubts doubts which this or that person has already conceived, or might yet conceive, regarding all these things, and especially to remove all bad impressions that these things make among the common people, it is absolutely necessary that the request made in the aforementioned letter to the dessave of the Three Korles be complied with as soon as possible, and that consequently the disobedient subjects of the company, who are said to be currently in Kandy, and also all such who might still appear there after this, be arrested immediately and, bound under an adequate guard so that they do not escape, be sent to Colombo. To you, Sir, as the first minister of the realm, I therefore request with the greatest emphasis to direct matters thither so that the aforementioned very reasonable demand of the company be complied with as soon as possible. This will immediately remove all doubts, and it will at once cause the disobedient inhabitants of the Matara dessavony to return to their duty. It is therefore absolutely necessary that this be done without delay. Herewith I request with very great emphasis, furthermore, to prevent everything that could lead the people into the delusion that between his imperial majesty and the illustrious company there would no longer exist that confidential friendship and harmony which I hope will always endure, and to which I on my part shall contribute everything that may depend on me. I am certain that you will also do the same on your part to prevent all misunderstanding, from which things could could arise that sometimes afterwards could not be redressed. I therefore hope that Your Honour, recognizing the gravity of the matter, will comply with this my request as soon as possible, and I request that you let me have your answer hereupon immediately, which I already know beforehand will serve as a further proof of your well-meaning efforts to make the friendship and trust between the great court and the company enduring and to make it increase more and more. I am, underneath was written, Your Honour's friend, was signed, W. J. van de Graaff, in the margin, Colombo the 11th of July 1790. Agrees, Hybrands, Sworn Clerk. No. 10. Translation of an ola written by the First Adigar of the Realm to the Right Honourable Lord Governor. After preceding compliments. The letter written to me by Your Right Honourable Lordship I have received, and having read the same, I have perceived from it in the clearest manner the proofs of the continuation of the friendship and good understanding that subsists between the King and the Company, and that Your Right Honourable Lordship, ever since your accession to the administration, has always sought to give the Court every possible satisfaction. I have given detailed notice of all this to the King, and His Majesty answered me thereupon that His Majesty was very pleased to hear that Your Right Honourable Lordship did not in the least doubt the friendship of the Court. Your Right Honourable Lordship is certainly convinced of the well-meaning sentiments of friendship of His Majesty for the Company since His Majesty's accession to the government, and especially after Your Right Honourable Lordship took the administration in hand, matters having been permitted since that time which had not happened in a long time, which Your Right Honourable Lordship knows as well as we do. Your Right Honourable Lordship therefore has no reason to give the least hearing to the rumours of any ill-disposed persons, at a time when when such a sincere friendship exists between the King, the Company, and Your Right Honourable Lordship, and when this is known everywhere; who will give credence to such rumours! Therefore, whatever might occur, all difficulty will always be easily cleared out of the way. It is therefore necessary to make the mutual friendship enduring in every possible way, and to cultivate it more and more. From the aforementioned letter of Your Right Honourable Lordship, I have seen the case with the Pattawe Wannia. To investigate this matter, some people have been sent to him, who have not yet returned. As soon as they come back, I shall write to Your Right Honourable Lordship what the truth of it is. Concerning the accompanying matter of Dorrewekke Oennaanse, I must inform Your Right Honourable Lordship that already upon the first writing received about him, men were sent to search for him, but he has not yet been apprehended. When he is captured, his case will be accurately investigated, and it will be dealt with as is proper. Some inhabitants of the Hina Korle have by artifice managed to lure some other people from the same korle into the King's land, and brought them to the village of Algamme, where they have kept them under arrest. The inhabitants

Dutch transcription

wil, dog die, onder anderen om de zeen stoute taal die zig de wannia van Pattawe in zijn brief aan het opperhoofd en den raad van Prinkenomale, heeft durven permit„ teeren, niet nalaeten bij desen en geenen veel bedenking te maeken, en mij zelfs heel bedenkelijk zoude voorkomen, zo ik niet zo zeer overtuigd was van de goede verstandhouding die 'er subsistan tusschen zijne keijzerlijke majesteid en de doorlechtige kompenie, en van uw welmeenende gevoelens om die goede verstandhouding te doen voortduuren. van de strafwaardige daad van de een kan„ diaden opperpreesten Dorrewekke oennaanse, die getragt heeft de ingezeetenen van Nigombo tot opvoer te verwekken, heb ik uw reeds doen kennis geeven. De bren„ „ger der ola, waar bij hij getragt heeft dit te doen, heb ik uw met de ola zelve doen toezenden. om op eenmaal weg te neemen alle twijffelingen 2171 twijffelingen die deze of geene over alle deze dingen bereeds hebben opgevat, of nog mogten opvatten, en inzonderheid om wegtenemen alle kwade indrukken die deze dingen maken bij het gemeen volk, is het volstrekt nodig, dat ten spoedigsten word voldaan aan let verzoek dat gedaan word bij den meerm: brief aan den dessave van de drie korles, en dat mits dien de ongehoorzaeme onderdae„ „nen van de kompenie, die men zegt dat zig tans in kandia bevinden, en ook alle zulken die na deezen nog aldaar mogten verschijnen, ten eersten worden gearresteerd, en gebonden onder een toerijkende wagt, op dat ze niet ontkoomen, worden gezonden na Kolombo. Aan uw Mijn beer, als eerste minister van het rijk verzoek ik daar om met de grootste nadruk om liet daar hee heen te willen derigeeren dat aan den voorsz zeen billijken eijsch van de kompenie ten spoedigsten word voldaan. Dit zal oogenblikkelijk alle twijffeelingen wegue„ men, en liet zal de ongehoorzaame inge„ „zetenen van de matureesche dessavonij ten eersten tot haar pligt doen te rug keeren. Het is dus volstrekt noodig dat dit zonder uitstel gescheid. wier bij verzoek ik met zeer veel nadruk, om voorts alles te willen voorkoomen, wat het volk zoude kunnen brengen in den waan, dat er tusschen zijne keij„ zerlijke masesteid en de doorluchtige kompenie niet meer zoude bestaan die vertrouwelijke vriendschap en eens„ gezintheid die ik hoope dat altoos voortduuren zal, en waar toe ik van mijn kant alles zal bijdraegen wat van mij afhangen kan. Ik ben verzekert dat uw dat ook van zijn kant zal doen ten voorkooming van alle misverstand, waar uit dingen zouden 2172 zouden kunnen ontslaan, die zomtijds naderhand niet zouden zijn te herstellen. Ik hoope dus dat uwE: het gewigt der zake inziende, aan dit mijn verzoek ten spoedigsten zal voldoen, en ik verzoeke om mij hier op ten eersten uw ant„ woord te laeten toekoomen, het geen ik reeds voor af weten dat strekken han zal tot een nader bewijs van uw welmenende pogingen om de vriend„ schap en het vertrouwen tusschen liet groote hof en de kompenie te doen be„ stendig zijn en meer en meer te doen toeneemen Ik ben /:onderstond:/ uwE: De: vriend /:was geteekend:/ w: J: van de Graaff /:in margine:/ kolombo den 11 Julij 1790. Ackordeert Hijbrands Veyklerk No: 10: 2173 Transladt ola door den eersten Rijks Adi„ gaerw geschreeven aan den Wel Edelen Groot„ achtb: Heer Gouverneur. Na voor afgaande komplimenten Den brief door Uwel Edele Groot achtb: aan mij geschree„ ven, heb ik ontfangen, en de zelve geleezen hebbende, heb ik daaruijt ten duidelijksten ontwaard de bewijzen van de voortduuring der vriendschap en goede ver„ der standhouding, die tusschen Koning ende komp:s sub„ sisteerd, en dat Uwel Edele Groot agtb: zedert desselfs komst aan het bestier altoos getragt heeft om het Hof alle mogelijk genoegen te geeven, Ik heb van dit alles aan den koning omstandig kennis gegeven, en zijn Majesteijd heeft mij daarop geantwoord, dat Hoogst dezelve zeer verblijd was om te hooren dat uwel Edele Groot agtb: in het minst niet twijffelde aande vriendschap van het Hof. Uwel Edele Groot agtb: is zeekerlijk overtuigd vande welmeenende gevoelens van vriendschap van zijne Majesteid voor de komp„e zeedert Hoogst Desselfs komst aan de regeering en voornamelijk na dat uwel Edele Grootagtb: het bestier in handen heeft, zijnde zeedert dien tijd zaaken toegestaen, die inlange tijd niet gebeurd zijn, het geen uwel Edele Groot agtb: zoowel als wij weeten. Uwel Edele Groot agtb: heeft dus geen reeden om aan de uijtstrooijsels van eenige kwaadwillingen het minste gehoor te geeven, In een tijd dat er dat er zoo een vraauwerriendschap tusschen den koning„ de komp:e, en Uwel Edele Groot agtb: bestaat, en dat dit over al bekend is, wee zal aan zulke uijtstrooijsels geloof geeven! Dierhalven, wat 'er ook mogte voorvallen, zal alle swaaig heijd altoos ligt uijt den oweg te ruimen zijn. Het is daar„ om nodig om de wederzeijdsche vreendschap op alle mo„ gelijke wijze bestendigt te maaken, en die meer en meer aan te kweeken. Uit voorm:t uwel Edele Groot agtb: brief heb ik gesien het geval met de Patave Wannia. Om deeze zaak te on„ „derzoeken zijn eenige luiden bij hem gezonden, die nog niet terug zijn. zoo dra ze wederom koomen, zal ik uwel Edele Groot agtb: schrijve, wat 'er van zij„ Omtrent de daarbij voorkomende zaak van Dornewebke Oennanse, moet ik uwel Edele Groot agtb: melden; dat reeds op het eerste schrijvens over hem ontfangen, volk gezonden is om hem op te zoeken, dog Hij is nog niet agterhaald. Wanneer hij opgevat is, zal zijn zaak naaukeurrig worden onderzogt, en daar in gehandeld =worden gelijk behoord. Eenige inwoonders van de Hina Korle hebben zommige andere luiden uit de zelfde korl met list weeten te losken na 's konings land, en gebragt in het dorp Algamme daarze dezelve hebben in arrest gehouden. De inge„ Zeetynen

NL-HaNA_1.04.02_3884_0895 view scan ↗

English

2174 inhabitants of Algamme have come to report this to the Court. These having been asked for the reason thereof, they said that they had no part in it, and that this was done by the mutineers from the Hina korle. Hereupon the Court sent others to the aforementioned Village, so that whenever the Lord Colombo Dessave might send people to fetch the aforementioned arrested people, they might be allowed to follow at once. For the rest, I remain assured that Your Right Honorable, as a Gentleman of great understanding, will have experienced for a long time that I bear toward His Honor the greatest friendship and high esteem. Signed by the first Adigaar of the Realm. For the translation, based on the translation of the Mahamodliaar Nicolaas Dias Aberjesinge Ammeresekere. Colombo the 3 August 1790 was signed G: J: Sijbrands First Clerk in margin for the translation. signed N.s Dias. Agrees Sijbrands First Clerk No: 17 2175 That they, the deponents, were ordered by the Lord Colombo dessave to go to the village of Algamme, situated in the Kandyan territory, and from a certain mohandiram who had arrived there from the Court, to take over the persons who had been brought there and arrested by some restless inhabitants from the Company's territory out of the Hinakorle. That arriving there, they first met the Lekam or writer of the aforementioned village, and since they were not known there, asked him for the aforementioned mohandiram, and upon his question informed him of the reason for their arrival there; and he thereupon replied that those who took refuge there, even if they had committed a murder and even if they had fled from the Court itself, could not be surrendered, because the village belonged to a place of offering; but that nevertheless the deponents could apply to the mohandiram of the Four Korles, who had come from the Court Report made by the aratchies of the Attepattoe Cornelis Korea and Simon de Saram and was present there. That the deponents thereupon, upon the indication of the aforementioned Lekam, who went along with them, presented themselves to the said mohandiram and requested from him the delivery of the aforementioned arrestees; who, saying then that he himself had been sent from the Court for that purpose, going with them to the place where those people were arrested, there ordered the said Lekam to hand over the arrestees to the deponents; who, having undertaken to do so, told the deponents that this was contrary to custom, since he who took refuge at a place of offering could not be surrendered; upon which the mohandiram, hearing this, replied to him, the Lekam, that even if someone took refuge in the temple of Kattergam, such a person must nevertheless be surrendered by order of the Court; after which the arrestees found there at that time, consisting of two aratchies, two kangans, a vidane, and an appohamy, were handed over to the deponents. That the mohandiram thereupon 9. 2176 thereupon forbade the aforementioned Lekam of the village of Algamme, in the presence of the deponents, in the name of the Court, from accepting or detaining them in the future whenever people might again be brought there. That the deponents brought those six arrestees back to the Hina korle and, according to the order of the Lord dissava, with the prior knowledge of the modliaar of that korle Bandarnaike, allowed them to go their way. Thus reported in the Castle of Colombo at the Secretariat of Police on this day, the 12th of August 1790, in the presence of the clerks Wouter Gilles Trek and Johan Godfried Adamsz as witnesses. Below was signed C:s Coerea and with a Sinhalese signature in margin present with us signed W: G: Trek and I: G: Adamsz lower In my presence signed G: I: Sijbrands First clerk. Agrees. Sijbrands First Clerk Thoms Pires Examined No. 18 2177 To the Right Honorable Lord Willem Jacob van den Graaff Ordinary Councillor of Netherlands India, Governor and Director of the Island of Ceylon with its Dependencies Right Honorable High Commanding Lord Notwithstanding that I have already verbally answered very many points of the secret report of the Lord Commander Sluisken, insofar as they concern me, upon Your Right Honorable's presentation, and have reserved for myself a written defense only on certain articles, in which Your Right Honorable has been pleased to acquiesce; it is nevertheless permitted to me hereby to request that I may be placed in a position to do so, either by obtaining an authentic copy of the said report, and the documents belonging thereto, as containing nothing secret in respect to me; or else by the granting of a further complete inspection, in order that, insofar as I shall deem it necessary for my further discharge, I may answer the same more extensively and in its entire context, and this indeed simultaneously with the further grievances that the Lord Commander Sluisken might wish to bring against me; for the bringing of which I, however reluctantly, have found myself compelled to request Your Right Honorable that His Honor might be officially notified thereto, both on account of His Honor's statement by separate letter to Your Right Honorable, and on account of that which is found in this secret report of his concerning the reservation of these grievances. Your Right Honorable, I hope, will not only find this request of mine reasonable, but will also deem it necessary for my defense and to dispel the unfavorable opinion that this report might at times arouse against me, the more so as in the same most matters, both in respect to the period to which they belong and the purpose of their institution, etc.

Dutch transcription

2174 „zeetenen van Algamme hebben hiervan aan het Hof koomen kennis geeven. Deeze gevraagd zijnde na de reeden daarvan, zijnden ze, dat ze daaraan geen deel hadden, en dat dit gedaen was door den muitelingen uijt de Hina korl. Hierop heeft het Hof na gem: Dorp ondere gezon„ den, om wanneer de Heer kolombose Dessave volk mogte zenden om voorm: gearresteerde Eurde afte haalen, ze ten eerste te laaten volgen. Voor het overige houde ik mij verzeekert dat uwel Edele Groot agtb:, als een Heer van groot verstand, zeedert lan„ „ge zal hebben ondervonden, dat ik Hoogst Deselve de„ grootste vriendschap en hoogagting toedraagd. geteekend door den eersten Rijks Adigaer. voor de translatie op de vertaaling vanden Mahamodliaar Nicolaas Dias Aberje„ singe Ammeresekere. Kolombo den 3 Augustus 1790 /woord was geteekend/ G: J: Fijbrands Eg: klerk /:in margine / voor de ver taaling. /geteekend/ N„s Dias. Accordeert Wijbrands Eiklerk k N:o: 17 2175 Dat zij relatanten van den heer Kolomboschen des„ save gelast zijn om na het dorp Algamme geleegen in het kandias gebied te gaan en van zeeker mohandiram die van het hof aldaar gekomen was, overtenemen de parzoo„ =nen die uit de Hinakorle door eenige on= rustige ingezeetenen uit komp:s gebied al„ daer gebragt en gearresteerd waeren. Dat zij aldaar komende het eerst ondmoed heb= „ben den Lekam of schrijver van gem: dorp en wijl ze daar niet bekend waeren hem na voorm: mohandiram gevraegd en op zijne vraege hem de reeden van hun komste aldaar te kennen gegeven en hij daar op geant„ woord heeft dat de geene die aldaar hun toevlugt namen al hadden ze een doodslag begaen en al waeren za van het hoff zelve gevlugd, niet mogten worden uijtgeleverd wijl het dorp tot een offerplaets gehoorde, dat egter de relatanten hun konden ad„ „dresfeeren aan den mohandiram van de vier korles, die van het hof was gekoomen Relaas gedaen door de arraetjes van de Attepattoe Cornelis Korea en Simon de Caram en en zig aldaar bevond. Dat de relatanten daar op op de aanwijzing van voorm: Lekam, die met hun meede ge„ „gaen is, hun bij gemelde mohandiram vervoegd en van hun verzogt hebben om de uitleevering van voormelde arrestanten die toen zeggende dat hij ten dien einde zelve van het hoff gezonden was, met hun na de plaets daar die menschen gearres= „teerd waeren gaende, aldaar gem Lekam gelast heeft om de arrestanten aan de rela„ „tanten overtegeeven, die zulks aangenoo„ men hebbende te doen, tegen de relatanten gezegt heeft, dat zulks teegen het ge„ „bruijk was, wijl die geene die zijn toevlugt tot een offerplaets nam, niet mogt worden uijtgeleeverd, waar op den mohandiram zulks aanhoorende hem Lekam geant= woord heeft dat schoon iemand zijn toe= vlugt tot den tempel van kattergam nam egter zodaenig een op order van het hoff moeste worden uijtgeleverd; waar na de toen aldaar te vindene gearresteerdens, bestaende, in twee arraetjas, twee kangaens, een vidaen en een appochamij aan de relatan„ „ten zijn overgegeeven. Dat de mohandiram daar 9. 2176 daar op den voorm: Lekam van het dorp Algamme in presentie van de relatanten, uijt naem van het hoff verbooden heeft om in den aenstaende wanneer andermaal luij„ =den aldaar mogten worden gebragt dezel„ „ve niet te accepteeren nog aantehouden. Dat de relatanten die ses gearresteerdens in de Hina korle terug gebragt en volgens ordre van den heer dissava, met voorken= =nis van den modliaer van die korle Ban„ darnaike hunnes weegs, hebben laeten gaen. Aldus Geretateerd in het Kasteel kolombo ter sekretarije van politie op heden den 12. e augustus 1790. ter presentie van de klerken Wouter Gilles Trek en Johan Godfried Adamsz als getuijgen /:onderstond:/: was geteekend C:s Coerea en met een singaleese hand„ „teekening /:in margine:/ ons present /: getee„ „kent W: G: Trek en I: G: Adamsz /:lager:/ Jn mijne kennissen /:geteekend:/ G: I: Sijbrands E: g: klerk. Akkordeert. Lijbrands WEgkeerk „ am ƒ Thoms Pires Nagezien No. 18 2177 Aan den Weledelen Groot Achtb: Heer Willem Jacob van den Graaff Raad ordinair van Nederlandsch India, Gouverneur en Directeur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden Weledele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer Niet tegenstaande ik reeds zeer veele posten van het sekreet rapport van de Heer kommandeur sluisken, voor zo verre die mij aanbetreffen op uw weledelens Groot Achtb: voorhouding mon„ „delings beantwoord, en alleenig my bij zommigen artikels eenen schriftelijk verantwoording voorbehouden hebbe, waar in uwweledele Groot Achtb: wel heeft gelieven te bewilligen, zoo het my nogtans geoorloofd, by deezen te verzoeken dat ik daar toe mag worden in staat gesteld, het zij door het verkrygen van een autwentiek kopij van gemelde rapport, en en de daar by gehoorende stukken, als niets sekreets ten mijnen opsigt inhoudende; dan wel door het verleeren van eene nadere volledigen visie, ten eijnde ik het zelve, zoo verre ik dat tot mynen verderen dechargen zal nodig vinden, meer uijtgebreid, en in zynen geheelen zamenhang mag beantwoorden, en dit wel gelijktijdig met de verdere bezwaaren, die de Heer kom„ „mandeur Pluisken, tegens mijn zoude willen „inbrengen, tot welke inbrenging ik my, hoe ongaarn ook, genoodzaakt gevonde hebben om uw weledelen Groot Achtb: te verzoeken, dat zyn Edelen daar toe officeel mogten geintimeerd worden, zoo uijt hoofden van zin Edeles verklae„ ring by apparten brieff aan uwwelede Groot Achtb: als uijt hoofde van het geene bij dit zijn sekreet, rapport omtrend de reserve deezer bezwaaring gevonden word, uw weledele Groot Achtb:, hope ik, zal dit myn verzoek niet alleenig billyken, maar het zelven ook tot mijne dekking, en om het ongunstig gevoelen, dat dit rapport zomtyds tegens my zoude konnen verwekken, noodzakelyk vinden te meer by het zelve de meeste zaaken, zoo ten opzigten van het lydperk, waar in dezelve ge„ hooren, als het oogmerk kunnen instellingen enzz

NL-HaNA_1.04.02_3884_0903 view scan ↗

English

2178 etc.: have been presented so vaguely that no small number of disadvantageous thoughts could be raised against me and my conduct of administration, if this were not further clarified; and it is moreover certain that many matters in an oral reply can only be presented very superficially, whereby one frequently runs the risk that no small concerns remain. It is true, and I mention it with genuine acknowledgment, that Commander Sluisken does me the justice of deriving the causes of the arisen revolt not from my administration, but from earlier years; and I therefore have, in respect of this point, no other reasons than to be satisfied with Mr. Sluisken, a reason all the more why I wished His Honour had chosen to omit all personalities against me from the report, as these can entail nothing but unpleasantness for His Honour and for myself, and, as I fear, nothing but vexatious business for Your Right Honourable and the venerated Ceylon Government. I trust and hope, however, that Your Right Honourable will not impute the blame for this to me; I believe that I could not have acted otherwise, and and that Mr. Sluisken himself will be convinced of this as soon as His Honour is pleased to observe what disadvantageous impressions a silence regarding the declaration His Honour made in my regard must absolutely entail. No one, certainly, can boast of being entirely free of faults; it is thus very possible that one thing or another may be found to remark upon regarding my conduct and my administration, and rightly so; especially if one wishes to be malicious, as Commander Sluisken himself has sought to bring up in his aforementioned report and letter to Your Right Honourable, and wishes to present everything in the most hateful manner. The consciousness, however, that I have administered this office without any self-interest, and that I have done everything from my side that could serve the welfare of the Country and its inhabitants, is not only most comforting to me, but this same consciousness also makes me hope that I will always be regarded as a well-meaning servant of the Company, and as such, however disadvantageously one seeks to depict me in the eyes of the public, be recognized by my High Superiors, and for that reason deemed worthy of their protection and favour; and I 2179 I flatter myself with this all the more, since I have no less ensured that the gathering of the Company's products, which for years past had largely come to a complete standstill, has once again, as in old times, constituted a more or less considerable delivery. I therefore hold myself assured that I will always be able to present the clearest proofs of my good intentions and of my untiring zeal to make the country and people happy and to promote the Company's interests, and that consequently I have not been entirely unworthy of the trust that my High Superiors placed in me with my promotion to the post of Dessave of Mature. Meanwhile, in order that I may be placed in a position to answer the charges already brought and yet to be brought against me by Commander Sluisken, I most humbly request that from Galle there may be requisitioned the copies of all the letters exchanged between Galle and Mature from 14 April until the day I handed over authority there, as upon examining the the copies to be found here, I have discovered that these letters are not all to be found here. I also take the liberty to request of Your Right Honourable that from the former Galle Commander Cornelis Dionisius Krayenhoff a conscientious declaration may be requested concerning my conduct and administration in and of the Mature Dessavony during the time His Honour administered the Commandery of Galle, being from 7 July 1787, when I took over the administration of the Mature Dessavony, until 9 December 1789, when His Honour handed over the Galle Commandery to Mr. Sluisken; which amounts to two and a half years that I served under His Honour, and only four months under Mr. Sluisken, when the Revolt broke out; and whether in all that time any complaints were brought before His Honour against me or my conduct of administration, and whether His Honour was able to perceive any dissatisfaction 2180 27 August satisfaction among the Mature inhabitants in my regard, or whether His Honour discovered anything irregular in my actions; and that this declaration may likewise be brought before Their High Honours along with and in addition to the Report of Mr. Sluisken. I have the honour to be with the greatest respect, Right Honourable, High-Commanding Lord! Your Right Honourable's Very Obedient and Faithful Servant /:signed:/ C: van Angelbeek Agrees Sybrands First Clerk Colombo 1790. Examined Thomas Sires No: 19

Dutch transcription

2178 enz: zoo onbepaald zijn voorgedraagen, dat niet wynig nadeelige gedagten tegens my en myn gehouden bestien zouden konnen verwekt worden. zo dit niet nader wierde opgezeldert, en het boven dien zeker is, dat veele dingen bij eenen mon„ „delinge beantwoording niet dan maar Heer opper„ „vlakkig kunnen daar gesteld worden, waar door men dan veel tijds gevaar loopt, dat niet geringen overdenking overblyven. Het is waar, en met wezentlijken enkentenis melden. ik het, dat de Heer kommandeur Sluisken, my het regt doet van de oorzaaken van het ontstaan oproem niet in myn bestien, maar van vroegeren Jaaren of, afteleiden, en ik hebben dus ten opzigten van dit punt geene andere reedenen dan over den Heer Sluishen voldaan te zyn, eene reden te meer„ waar om ik wel wenschten, dat zyn Edelen alle per„ zonaliteiten tegens my hadde, willen uyt het rap„ port laten, alzo deeze niet dan onaangenaamheeden voor zijn Edele en voor my zelve na zig konnen slee„ „pen, en zoo ik vreesen, niet dan verdrietige beezig„ „heeden voor uw weledelen Groot Achtb: en de gevenereerde Ceilonsen regeering. Ik vertrouwen en hoopen egter, dat uw weledelen Groot Achtb: my de schuld daar van niet zal toeschryven, ik geloove, dat ik niet anders hebbe konnen doen, en en dat de Heer Pliusken hier van zelfs zal overtuijgd zyn, zoo draa zyn Edele maar gelieft op te merken, welke na dee„ „ligen indrukken een stilzwygendheid op de verklaaring, die zyn Ed: ten mynen opzigten gedaan heeft, volstrekt moet na zig sleepen. Niemand kan zig zeker beroemen geheel vry van seilen te zynen, het is dus zeer mogelyk, dat en het een off ander op myn gedrag en gehouden bestier zal te zeg„ „gen vallen, en wesen; inzonderheid zoo men, zoo als de Heer kommandeur Pluisker wel zelve by zyne meermeld rapport en apporten brieff aan uwweledele Groot Achtb: heeft willen ophaalen, boosaandig wil zyn, en alles op het hatelykste wil voordragen, het bewust zijn, egter dat ik hebben, dat ik buijten eenig eigen belang dit bestien waargenoomen hebbe, en dat ik van myn kant alles hebbe gedaan, wat tot welzyn van het Land en derzelven inwoonderen konden strekken: is voor mij niet alleen ten hoogsten vertroostenden, maar dat dit zelfden bewust zyn, doet mij ook hoopen, dat ik steeds als een welmeenende dienaar van de Comp„ zal beschouwd, en als zodanig, hoe nadeelig men my ook voor het oog van het algemeen zoekt afteschilderen, door mynen Hoog Gebie„ „deren zal erkend, en uyt dien hoofden hunner protesie en gunst waardig geagt worden, en ik 2179 ik vlije mij hiermeede te meer, wyl ik niet minder gezorgt hebbe, dat den inzaam van s'Comp:s produk„ „ten die zedert Jaaren herwaards grooten deels geheel in stil gestaan hadde, weder gelyk v oude lyden eene min of meer aanzienlyke leverantien heeft uitgemaakt. Ik houden mi dus verzekert, dat ik steeds de spreekenste bewyzen van mynen welmenend; „heid en van mynen onvermoeid ieven om landen volk gelukkig te maaken, en s' Comp: belangen te bevorderen zal kunnen daar leggen, en dat ik by gevolg het vertrouwen, dat myne hoge gebie„ „deren met mynen bevordering tot de post van „dessaren van Maturen in my gesteld hebben niet geheel onwaardig geweest ben. Ten eijnde ik intusschen moogen in staat gesteld worden oms mij op de reeds tegens mij ingebragten en nog intebrengene beschuldigingen door den heer kom„ „mandeur Sluisken te konnen verantwoorden, zoo verzoeken ik nedrigst dat van Gale moogen op„ „geeyst worden. de kopijen van alle de gewis„ „selde brieven tusschen Gale en Maturen zedert den 14 april tot den dag, dat ik het gezag al„ daen hebben overgegeeven, alzo ik by het nagaan der den alhier te vindene kopijen, ontwaard hebbe, dat deeze brieven hier niet alle te vinden zyn. Ook gebruijken ik de vrijheid uwweledele Groot Achtb: te Verzoeken, dat van den Heer oud Gaals kommandeur Cornelis Dionisius krayenhoff. mag afgevraagd worden eenen gemoedelyke verklaaring omtrend myne gehou„ dinen handelwyze en bestiering in en van de Matureese dessavonie, geduurende zyn Edele het kommandement van Gale bestierd heeft, zynde zedert den 7 Julij 1787. als wanneer ik de beheering van de Matureesen dessaronin hebben overgenoomen, tot den 9 december 1789. wan„ „neer zyn Edele het Gaalsch kommandement aan den Heer Sluisken heeft overgegeeven; het welk twee en een half Jaar uijtmaakt, dat ik onder zyn Edele gestaan hebben, en alleenig maan vier maenden onder den heer Sluisken, als man„ „neer de Revolten uijtgebrooken is, en off in al die tyd bij zyn Edele tegens my off myn gehouden bestien eenige klagten ingebragt zyn„ geworden, en off zyn Edele eenige onverge„ „noegdheit - . ƒ 2180 den 27 Augustus „noegdheid by de Matersen ingezetenen ten myn „nen opzigten heeft kunnen bespeuren, dan wel off zijn Edele iets ongeregelds in mijnen hande„ lingen heeft ontdekt, en dat deeze verklaaring insgelyks met en beneevens het Rapport van„ den Heer sluisken onder het oog van hunnen Hoog Edelheeden mag gebragt worden. 18 Ik hebbe de eeren met het meeste ontzag te zyn. Weledele Groot Achtb: „ Hoog Gebiedende Heer! UW. Weledele Groot Achtb: Zeer Gehoorzaamen en Getrou„ „wen Doenaar /:geteekend:/ C: van Angelbeek Accordeert Sijbrands Eiklerk Kolombo 1790. t 9 Nagezien Thoms„ Sires No: 19

NL-HaNA_1.04.02_3884_0909 view scan ↗

English

To the Right Honorable, strict, highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Council of Netherlands India, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Right Honorable, strict, highly Esteemed Lord! Upon the written proposal made by the present Lord Chief Administrator van Angelbeek in the Council of Ceylon, mentioned in the Extract from the Minutes of the resolutions taken in the said council on the 27. of this month, which was handed to me this morning by the first sworn clerk Fijbrands, I have the honor, as uprightly as conscientiously, and in attentive observance of my high and inviolable fidelity with which I have been bound to the service of the Honorable Company for twenty-four years, and consider and hold myself still bound in the utmost relation, to reply briefly and with the least elaboration or special emphasis: I. That during my entrusted administration of the Galle Commandment, never was any dissatisfaction or grievance of the native in general, or of the higher or lower chiefs in particular, concerning the administration of the Disavany entrusted to the care and attentiveness of the Lord van Angelbeek, brought forward or presented to me by any of them, and I never discovered or heard anything disadvantageous or suspicious in that regard; but on the contrary, I observed much satisfaction concerning His Honor's untiring zeal and attention to the improvement of the condition and affairs of the country and of the people, of which the native chiefs who successively arrived in Galle on their particular affairs, appeared before me repeatedly, and were entertained by me on the affairs of the country and of the people in general, and on their service duties in particular, at a time when I had not the least special obligation to the Lord van Angelbeek, gave me the best assurances, even in the absence of the Land Regent who was always praised by them. II. That the higher and lower gate officials in Galle, who from of old have always maintained a certain understanding, passed on from one to another, with the native chiefs in the Matara Disavany who were related to them or allied by special friendship, as well to give the Commander, according to their views, the best and most favorable tokens of their service, zeal, and devotion, as thereby to increase, as much as possible, their own prestige and credit with their master and confirm it among their countrymen, whereby the Commander is certainly, at the least representation of his desire or pleasure to be informed of the internal administration, and especially of the settlement of complaints and grievances regarding both properties and the assignment of ordinary and extraordinary obligations and imposed or proposed burdens, provided and supplied with all possible information, and even without ever asking for it, never brought to me anything to the detriment of the Lord van Angelbeek in and over his entrusted territorial administration, nor did they ever present any complaints or grievances from higher or lower chiefs or from any inhabitants, of whatever caste or rank. III. That, upon proper and attentive observation of the public conduct of the entrusted territorial administration of the Lord van Angelbeek, I have had, and retained until the laying down of my entrusted administration of the Galle Commandment on the 9. of December of the recently passed year, every reason for satisfaction over his untiring zeal and attention to the substantial benefit and improvement of the country, and thus also of the people, as my obligatory sincere testimonies in that regard, if I remember correctly, can fully prove in the proposals made by His Honor for the canal cutting in the Morrua Korle, now so happily completed, for the better irrigation of the Giruwais, by which that large region of the Disavany has finally been made fit for the general benefit, especially in prolonged droughts, promises extraordinary advantages, and may soon become a granary of Ceylon, and in the transmission of the plan for the improvements of the Magampattoe, another large part of the Disavany, to the much-honored government of this island. IV. That I thus had no reason for complaint, but rather for all satisfaction with the territorial administration conducted by the Lord van Angelbeek during my entrusted authority of the Galle Commandment and his Honor's subordinate governance of the Matara Disavany; which I must also testify regarding the administration, proper in all respects, of the Lord Fretz, currently Disava of the Colombo Ommelanden and predecessor of the Lord van Angelbeek in the Matara Disavany; and I thus V. was not a little astonished that so short a time after the laying down of the administration of the Galle Commandment entrusted to me for five years, and thus already at the beginning of the administration of the Lord Commander Sluijsken, such great and noticeable unrest and disturbances arose in the Matara Disavany, and so many complaints and grievances of the native, both general and particular, were presented with such unprecedented vehemence; whose real origin, outbreak, continuation, and such unprecedented and criminal persistence, in my view, are not to be attributed to any improper administration or premeditated errors of the Lord van Angelbeek as Land Regent, but for the origin alone to an antiquated defect in not having a sufficiently provident and adequate administration of justice and equity [illegible]

Dutch transcription

2181 Aan den WelEd: gestrenge groot Achbaare Heer Willem Jacob van de Graaff„ Raad Ordinair van Nederlands India gouverneur en Dierecteur van 't Eijland Cijlon met dies onderhoorigheeden. Wel Edele gestrenge groot Agtbaare Heer! Op het door den tegenwoordige Heer Hoofd administrateur van Angelbeek in Raade van Eijlon gedaan schriftelijke voorstel, vermeld bij het Mij heeden morgen door den eerst gesw: klerk Fijbrands ter hand gesteld Extract uijt de Notalen van het gerezolveerde in welgemelde raade op den 27. deeser, heb ik de Eere zoo opregt als gemoedelijk en in aandagtige betragting myner hooge en onschendbaare trouwe met de welke ik zeedert vier en Twingtig. Jaaren aan den dienst der Ed: maatschappije verbonden ben, en mij als nog in de uijtterste betrekking verbonden agte en houde, kortelijk en met de minste uijtwyding of byzondere opheffing te antwoorden. I. Dat mij geduurende Mijn aanbetrouwt Bestier van het gaalsch Commandement, nimmer eenig ongenoegen of beswaar van den Inlander in het algemeen, of van de groote of mindere Hoofden in het Bijzonder over het Bestier, van den heer van Angelbeek in zijne zorge en oplet= „tenheid aanvertrouwde Dessavonije door iemand hunner aangebragt of voorgesteld zijn, en ik nimmer dien aangaande iets nadeelijks„ of bedenkelijks ontdekt of vernoomen, maar in teegendeel veel voldoe= =nig over zijn Edele onvermoeijde ijver en aandagt tot verbetering van den staat en aangeleegentheeden des Lands ende des Volks opgemerkt op gemerkt hebbe, waar van Mij de successive, om hunne bijzondere aangeleegentheeden te gale angekoomene voor Mij te meermaalen ver= scheenen, en in een Tijd dat ik tot den heer van Angelbeek geene de minste bijzondere verbintenis had over de aangeleegentheeden des Lands en des Volks in het algemeen, en over hunne dienst verrigtingen in het byzonder onderhoudene Jnlandsche Hoofden, zelfs bij af= weesenheid van den door hun altoos gelooft wordende Land Regent de beste verseekeringe gegeeven hebben. III. Dat de groote en mindere Porta bedienden te gale, die van ouds af, zoo wel om den kommendeur, na hunne gedagten, de beste en voor hun gunstigste blijken van hunne Dienst, ijver en aankleeren te geeven, als om daar door hun eijge aantien en krediet, zoo veel doenlijk, bij hun gebieder te vergrooten, en bij hunne Lands genooten te bevestigen, altoos met de aan hun vermaage schapte, dan wel door byzondere Vriendschap aan hun verbondene Inlandsche hoofden in de Maturesche Dessaronij, eene zeekere verstand houding geoeffend hebben, die van den een tot den andern overgegaan is, waar door den kommendeur zeeker, bij de minste voorstelling van zijn ver= langen of welbehagen om van de innerlijke Huijshouding, en wel voornaamentlijk van het afdoen van klagten en beswaaren zoo over de besittingen, als over het toedeelen van gewoone en buijten gewoone verpligtingen en opgelegde of voorgestelde Lasten, alle moogelijke onderrigtingen, en zelfs wel zonder 'er eens na te vraagen, aan en toegebragt worden, Mij nimmer iets ten nadeele van den heer van Angelbeek in en over zijn aan vertrouwd Lands bestier aangebragt, of eenige klagten of beswaaren van groote of mindere hoofden of van eenige ingezeetenen, van wat Kasta of aansien, ook voorgesteld hebben. II I Dat ik in behoorlijke en aandagtige opmerking van de publike behandeling van het aanbetrouwd Land Bestier van den Heer van Angelbeek; alle reeden van voldoening over zijn onver- moeijde ijver en aandagt tot 't Lands, en dus ook tot des Volks Weesendlijk 2182 Weesentlijk niet en verbeetering gehad, en tot het Nederleggen van mijn aanbetrouwd bestier van het gaals Commendement op den 9. ' december desjongst gepasseerde jaars behouden hebbe, gelijk mijne verpligte opregte betuijgingen dien aangaande, zoo ik mij wel herrinnere, bij de door zijn Ed: gedaane voorstellen, tot de nu zoo gelukkig volbragte doorgraving in de Morrua Korle tot beter bewaatering van de gerewaijs welke groote Landstreek der Dessaronije daar door, voor al bij langduurige droogten, tot het algemeen nut eijndelijk bekwaam gemaakt is, uijtnee= =mende voordeelen belooft en haast een koorn schuur van Ceijlon kan werden en bij het oversenden van het plaan tot de verbeeteringen van de Magampattoe, een ander groot gedeelte der Dessaronij, aan de veel geeerde Regering deeses Eijlands volkoomen bewijsen. IV. Dat ik dus geene reeden van klaagen, maar wel van alle genoegen over het gehoude Land Bestier, van den Heer van Angelbeek, gedu= =rende mijn aanvertrouwd gezag, van het gaalsch kommendement en van zijn Ed: ondergeschikte beheering van de Maturesche Des- „savonije gehad hebbe het welk ik ook over het in allen deelen geschikt Bestier van den Heer Fretz, thans Dessawe der Colom= =bose Ommelanden, en predecesseur van den Heer van Angelbeek in de maturesche Dessavonij, betuijgen moet; en ik dus V: niet wijnig versteld wierd, dat zoo korten Tijd na het Neederleggen, van het mij vijff jaaren lang aanvertrouwd Bestier van het Gaalsch Kommandement, en dus al in den beginne der bestiering van den Heer kommendeur sluijsken, zoo, groote en zoo aan merkelyke onlusten en opschuddingen in de Maturesche Dessavonije ontstaan, en zoo veele zoo algemeene als bijzondere klagten en beswaaren van den Jnlander met zoo veel ongehoorde heerigheid voorgesteld zijn; welker weesentlijke oorspronk, uijtbarsting, voortgang, en zoo ongehoorde en misdadige aanhouding, na mijn inzien, niet aan eenig verkeerd bestier of voorbedagte misvattingen van den Heer van Angelbeek als Land Regent, maar voor den Oorspronk alleen toetereekenen zijn aan een veroudert gebrek, in geene genoegzaame voorzienende en toerijkende administratie, van regt en billijkheijd in trouwd den ver lijk

NL-HaNA_1.04.02_3884_0912 view scan ↗

English

in such a large and populous province, of which almost every one or division has its separate native laws, customs, institutions, and ordinances, both for the actual possessions of the people and for their allotted accomodessans or maintenance lands, successions, divisions, burdens, obligations, and customs, for the accurate and satisfactory observation and provision of which a single man, no matter how greatly skilled and diligent, is in my opinion not capable or sufficient, both because of the multitude and because of the intricate difficulty of complaints and grievances occurring daily from the native, who by nature is so prone to complaining, chiefly against the superior and lesser chiefs placed over him, and because of the remoteness of some districts from the main post, where the Land Regent has his usual residence and cannot always be present in the country and at all places in his own person; which must therefore cause many circumstances that are often oppressive to the native, of which the Land Regent has incomplete knowledge, or none at all; as also an increase in burdens and obligations, which have arisen from time to time and have been cast upon the shoulders of the poor native through the neglect and indifference of the chiefs placed over him; and which extensive disturbances and further their other circumstances can be attributed to many, though mostly accidental, and yet very contributing causes, about which I am not authorized to declare myself herewith, because the request of Mr. van Angelbeek and the decision taken thereupon by the highly esteemed government of this administration likewise propose or indicate nothing of this, and thus they do not belong to the heartfelt declaration required of me regarding the administration conducted by the aforementioned Mr. van Angelbeek in the Matara Dissavony during my entrusted authority over the Galle command; and an extensive declaration in this matter might, as unrequested, also be of little satisfaction and could be regarded as not directly serving the matter. 2183 Kolombo, the 28th of August 1790. I do not think that this heartfelt declaration of mine regarding the administration conducted in the Matara Dissavony by Mr. van Angelbeek during my entrusted administration at Galle will be called into question by any right-thinking person, whether on account of my present connection with his Honour or for any other reasons; however, to prevent all reservations and remarks in that regard, I hereby declare that I am willing to confirm it with a solemn oath if and whenever it might subsequently be required of me as necessary. I trust that this sincere and heartfelt declaration of mine may suffice, and I have the honour to sign myself with all sentiments of high esteem, Right Honourable, Stern, Highly Respected Sir, Your Right Honourable, Stern, Highly Respected's Very obedient servant, was signed: C. D. Krayenhoff. Agrees: Sijbrands, Route Clerk. Pompeus. checked No. 20 2184 To the Right Honourable, Stern, Highly Respected Sir, Willem Jacob van de Graaf, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies. Right Honourable, Stern, Highly Respected, High Commanding Sir, Pursuant to the order given in the respected secret resolutions taken in the Council of Ceylon on the 12th of this month of August, we, the undersigned, as former Commissioners for the restoration of peace in the Dissavony of Matara, have the honour to provide a report on the grievances of the Commandeur Pieter Sluijsken appearing in his Honour's report of the 31st of July last. That we, no less than the Commandeur Sluisken, wished that we had been able to hand over to his Honour all the papers of our commission immediately upon his arrival in Matara; partly for the sake of the promotion of the Company's interests, in which one can never be too swift, and partly because, in particular, the first signatory was so very desirous after the completion of his commission in the Dissavony of Matara to be able to depart with all haste for Kolombo to his own Dissavony, in order to observe the irregularities and make such arrangements as were required for the promotion and continuation of peace; but because this was an impossible matter, since not only was the work in arrears due to the fact that the secretary assigned to us had departed for Galle on account of illness without a single note having been written into fair copy, but we also found ourselves continuously occupied with 2185 receiving reports of the state of affairs in the various korales and districts, and putting into effect what was necessary, as well as providing reports by letters to Kolombo to your Right Honourable; to which was then added that a further set of all our voluminous papers had to be prepared than we would otherwise have needed, namely for the Commandeur, and that with such deficient and partly sickly clerks as are in Matara, who moreover also had to perform the other daily work and thus could not remain continuously on our papers; so that it was not possible for us to finish with all the papers earlier than the 25th of June and to hand them over to the Commandeur Sluijsken; and that we worked on this with all diligence, without letting any time be lost, the Commandeur Sluisken could himself testify, having seen us in those occupations

Dutch transcription

in eene zoo groote en Volkrijke Provintie, van welke bijna een ieder off afdeeling zijne afzonderlijke Jnlandsche wetten, gewoontens inrigtingen en inzettingen, zoo voor de weesentlijke Besittingen des volks, als voor hunne toegedeelde accomodessans of onderhouds velden, erfopvolgingen schijdingen, Lasten, verpligtingen en ge= „woontens heeft, tot welker akkuraate en voldoende betragtingen en voorsienigen een enkeld man, hoe grotelijxe kundig en ijverig ook zoo door de meenigte als door de ingewikkelde moegelijkhijd van dagelijks voorkoomende klagten en beswaaren, van den uijt den aard zelve zoo klaagzugtige Jnlander, voornaamentlijk teegen de over hem gestelde meerdere en mindere hoofden, en door de afgeleegenhijd van eenige Distrikten van de Hooft Post, alwaar de Land Regent zijn gewoon verblijf houd, en die niet altoos in het Land en op alle plaatsen in eijge persoon teegenwoordig kan zijn; na mijne gedagten niet magtig of genoegdoende is, het geen dus veele voor den Inlander dikwils drukkende omstandigheeden, moet veroorsaaken, waarvan de Land Regent of eene onvolkoome dan wel in het geheel geen, Kennis draagt: gelijk meede aan vermeerdering van Lasten en verpligtingen, die van Tijd tot tijd zijn opgekoomen en den Schamele Inlander door de agteloosheid en onverschilligheid der over hem gestelde hoofden op zijne schouderen geworpen en welke verregaande opschuddingen verders hunne andere omstandigheden aan veele dog meest toevallige, en egter zeer meede werkende oorsaaken kunnen toegeschreeven worden over welke ik niet bevoegt ben Mij bij deese te verklaaren, wijl het versoek van den Heer van Angelbeek en het daarop genoome Besluijt der hooggeEerde Regeering deeses gouvernements ook niets daarvan voorstellen, of aanduijden, en dus dot de van mij verlangde gemoedelijke verklaaring over het gehouden bestier van voorm: heer van Angelbeek in de Maturesche Dessaronije, gedurende mijn aanvertrouwd gezag, van het gaals kommandement, niet behooren, en eene uijtvoerige verklaringe in deese, moo- =gelijk 2183 Kolombo den 28 Augst. 1790. =gelijk, als ongevergt, ook wijnig voldoen zoude en als niet direct ter zaake dienende konnen aangemerkt werden. Ik denke niet dat deese mijne gemoedelijke verklaaring ten opzigte van het gehoude Bestier in de Matureesche Dessaronij van den Heer van Angelbeek geduurende mijn aan vertrouwd Bestier te gale door eenig weldenkend mensch, het zij uijt hoofde mijner tegenwoordige verbintenis, met zijn wel Edele of om eenige andere reedenen, in twijffel zal ge- „trokken worden, edog, om alle bedenkingen en opmerkingen dien aangaande voorte koomen, betuijge ik bij deese, ze na, en wanneer het in het vervolg van mij als noodzakelijk mogte gevordert worden, met solemneele Eede te willen bekragtigen Ik vertrouw dat deese mijne opregte en gemoedelijke verklaaring zal moogen voldoen, en hebbe de Eere mij met alle gevoelens van hoogagting te onderteekenen. Wel Edele gestrenge Groot Agtbaare Heer. Uw wel Edele Gestrenge groot Agtbaare Zeer gehoorsaame Dienaar /:was geteekend:/ C: D Krayenhoff. Accordeert Sijbrands Wegklerk Pompeul. nogezien No: 20 2184 Aan den Weledelen Gestr: Groot Achtb: Heer Willem Jacob van de Graaf ordinair Raad van neederlands India, Gouverneur en direkteur van het Eiland Ceilon, pervets dies onderhoorigheeden Weledele Getrenge Groot Achtbaar Hoog gebiedende Heer Jngevolge last bij gevenereerde secreete reso„ „luties, genoomen in raade van Ceilon op den 12: deezer maand augustus, hebben wij onder„ „geteekendens, als geweeze Commissarissen tot herstelling der rust in de Dessavonie van Mature, de eere op de beswaarnissen van den Heer Commandeur Pieter Sluijsken voorkoomende bij zijn Edele Achtbaarens rapport rapport van den 31. Julij j: L: van berigt te dienen. Dat wij niet minder, dan den Heer Commandeur sluisken gewenscht hebben, dat we in staat waaren geweest om, aan zijn Achtbaaren alle de papieren van onze kommissie im„ „mediaat bij desselfs aankomst te Mature te hebben konnen overgeeven; eensdeels om de wille van de bevordering van 's komp„s belangens waar in men nimmen te spoedig zijn kan, als ten anderen om dat in zouden „heid den eersten teekenaar na de voleindi„ „ging zijner kommissie in de Dessavonij van Mature zoo zeer verlangende was, ten einde met allen spoed na kolombo in zijn konnen, eijgen Dessavonij te „ vertrekken, om de onge„ „regeltheeden te konnen gade slaan, en zoo„ „daanige schikkingen te maaken, als tot bevordering en voortduuring der rust ver„ „eischt wierden, dog weil dit eene onmoge„ „lijke zaak was, door dien niet alleen het werk ten agteren stond, uit hoofde den ons toegevoegden secretaris als ziek na Gale vertrokken, sonder dat een enkelde aanteekening in het net gebragt was, maar wij ook bij kon 2185 kontinuatie onze bezigheeden vonden met berigten te ontvangen van de gesteldheid der zaaken in de diverse korls en distrik„ „ten, en het nodige in het werk te stellen, zomeede het geven van berigten bij brieven na kolombo aan uweled: Groot Achtbaare„ waarbij dan nog kwam dat er een stell van alle onze voleemineese papieren meer„ „der moest in gereedheid gebragt worden, als wij anders hadden nodig gehad, naa„ „mentlijk voor den Heer kommandeur, en dat met zulke gebrekkige en ten deele zie„ „kelijke Pennisten als te Mature zijn, die ook boven dien het verdere dagelijkse werk hebben moeten verrichten, en dus niet op den duur aan onze papieren hebben kon„ „nen blijven; zoo dat het ons niet doenlijk was om met alle papieren eerder dan den 25. Junij klaar te koomen en dezelve aan den Heer kommandeur sluijsken over te„ „geven; en dat we daarmeede met allen ijver werkzaam zijn geweest, sonder eeni„ „gen tijd te laaten verlooren gaan, zoude de Heer kommandeur sluisken wel zelfs konnen getuijgen, als ons in die bezigheeden gezien

NL-HaNA_1.04.02_3884_0920 view scan ↗

English

having seen; yet we are all too well convinced that we need no testimony of our industriousness, because Your Right Honorable is sufficiently assured that we have always observed our duties with all zeal; and are also endowed with reasonable abilities to be able to do so, and to be able to help promote the Company's interests as well as any other subordinate servant. We might not inappropriately ask here, how it actually came about that His Honor only sent us the report of the Honorable Commissioners van Schuler and de Vos, dated 30 April, on 9 May, whereas its dispatch to us had already been ordered from Colombo to Galle on 30 April, and that Report consists of only 14 sheets of writing; the answer would probably be that, due to additional work, it could not be copied out sooner, and precisely the same has happened with our voluminous papers. The refusal of our Instruction to the Lord Commander Sluijsken occurred because we believed that the same concerned only us and not the Lord Sluijsken; because His Honor, having obtained full powers, was thus not bound to any Instruction, and especially the Instruction granted to us could be of no service to His Honor; besides which, having also had no specific order to disclose the Instruction to His Honor, we answered that His Honor would please write about it to Colombo, when an answer could be expected within 4 to 5 days; and if that Instruction was then a matter of so much importance to His Honor, the question surely arises why His Honor did not immediately request the same from Colombo; or request that we might be ordered to disclose it; and since this did not happen, one may reasonably conclude that His Honor must have regarded even that Instruction as an unnecessary document. We learn further that the citation by the Lord Commander Sluijsken that we are much younger members of the Council of the Ceylon Government than His Honor is just as irrelevant in this case as if the first signatory could adduce that 26 years ago he already had the honor of serving the Company as a military Captain, when the Lord Commander Sluijsken was a bookkeeper, and that, having subsequently been transferred to junior merchant, he had the misfortune of having to struggle along as a junior merchant for 17 years, while the Lord Commander Sluisken was a junior merchant for approximately that many months. Of greater, and indeed of the greatest importance, is the further statement of the Lord Commander Sluijsken that His Honor obtained no sufficient information from us, although the government at Colombo had expressly ordered this, and furthermore, in order to encourage the inhabitants and provide them with every freedom to present themselves to His Honor, he went to live outside Mature on the other side of the river, having only a cover of one sergeant, one corporal, and 12 common soldiers, with another 16 Javanese material boys; whereupon we must in the first place express our very greatest astonishment at how the Lord Commander Sluijsken dares to say that His Honor had not been able to obtain sufficient information from us, since we fully informed His Honor of everything, even with a statement of our opinion as to what should be done to advance the matter; just as we also expressed our willingness to provide His Honor with further reasons for resolution in everything, whenever such should be requested from us in one matter or another. Furthermore, it is unthinkable that the lack of information, even if that were true, could have served as an additional motive for the Lord Commander's removal from the house of the then Dessave, the Honorable van Angelbeek, to the other side of the river, having, as the Lord Commander says, only the aforementioned specified guard for cover; to which, however, it may yet be added that the Redoubt of Ek, occupied by day with the ordinary guard and provided at night with a picket of 25 men, which the Lord Commander had augmented to 50 men on the day of his removal, being in the vicinity of His Honor's dwelling, and thus there was no reason for apprehension that might otherwise have been supposed. Now we shall have the honor to set down below for Your Right Honorable some of our information given, besides the oral explanations of the state of affairs. On 17 June there was a meeting, and this was the first, and only one, to which His Honor invited us, and then we presented to His Honor the translated complaint ollas along with the reports and translated letter ollas, as well as a Memorandum from the Lord Dessave van Angelbeek, with the request to be allowed to have the documents back successively after reading, in order to arrange them in proper order alongside others for further submission; but the Lord Commander did not accept those papers, except for the memorandum of the Lord van Angelbeek, which His Honor sent back again on the 19th thereof. We furthermore expressed at that session our readiness to provide the required disclosure of the state of affairs, and to that end our advice in all such matters as His Honor should deem necessary and appropriate

Dutch transcription

gezien hebbende; dog wij zijn al te wel over„ luijgd, dat we geene getuijgenisse van onze ar beidzaamheid nodig hebben, weil Uweled: Groot Achtb: genoegzaam ver„ „zeekert is, dat wij steeds onze ampten met allen ijver hebben gade geslaagen; en ook met reedelijke begaaftheeden verzien zijn om zulks te kunnen doen, en 's komp:s belangens zoo goed als eenig ander onder „geschikt dienaar, te kunnen helpen bevor„ „deren. wij zouden hier niet te onpas konnen vra„ „gen, hoe of het dog toegekoomen is, dat zijn Achtb: ons eerst het rapport van de Ed: kommissarissen van Schuler en de vos, gedateerd 30 Aprill, op den 9 Maij heeft toegezonden, daar dies bezorging aan ons reeds op den 30 Aprill van ko„ „lombo na Gale is aangeschreeven en dat Rapport in maar 14 vellen schrift bestaat; waarschijnelijk zoude het antwoord zijn, dat het door meerder werk niet vroeger heeft kunnen afgeschreeven worden, en even zodanig heeft het gegaan met onze 2186 onze volumineese papieren. De weijgering van onze Jnstruktie aan den Heer kommandeur Sluijsken is geschied weil wij meender dat deselve ons alleen aanging en niet de Heer sluijsken; om dat zijn Achtbaaren plein pouvoir hebbende verkreegen, dus aan. geene Jnstruktie gebonden was, en vooral de op ons verleende Jnstruktie van geen dienst voor zijn Achtb: zijn konde; behalven dat wij ook geene bepaalde ordre hebbende gehad, om de Jnstruktie aan zijn Edele open te leggen, geantwoord hebben, dat zijn Achtb: daar over na kolombo geliefte te schrijven, als wan„ „neer binnen 4. â 5 dagen het antwoord kon„ „de te gemoet gezien worden, en indien die Jnstruktie dan eene zaak was van zoo veel aangeleegentheid voor zijn Edele, zo valt„ immers de vraag waarom zijn Achtbaaren dan de zelve niet ten eersten van kolombo heeft gevraagd; of verzogt dat wij tot dies openlegging mogten geordonneerd worden en vermits dit niet is geschied, zoo kan men het billijk daar voor houden dat zijn Achtb: zelfs die Jnstruktie voor een onnodig stuk moet gehouden hebben, wij verneemen voorts dat de aanhaaling van den Heer komman„ „„deur sluijsken, dat wij veel jongere leeden van den Raad des Ceijlonschen Gouvernements zijn zijn, dan zijn Achtbaaren even zo min in eeni„ „ge aanmerking in dit geval te pas komt, als dat den eersten teekenaar zoude konnen bijbrengen, dat hij voor 26 Jaaren reeds de Eere had de kompenie als kapitein Militair te dienen, toen de Heer Commandeur Sluijsken boekhouder was, en dat hij naderhand tot onderkoopman gechangeert zijnde, zoo onge„ „lukkig is geweest van 17 Jaaren lang als onderkoopman te hebben moeten sukkelen, „terweil de Heer Commandeur Sluisken waar omtrent zo veel maanden onderkoopman is geweest. van meerder, en wel van het grooste belang, is het verdere gezegde van den Heer komman„ „deur sluijsken, dat zijn Edele geene toe„ „reijkende onderrigting van ons erlangende schoon de regeering te Colombo dit Expres belast had, en voorts om de Jngezeetenen . . . . aantemoedigen en haar alle vrijheid te bezorgen, zig bij zijn Achtb: te kunnen aandienen, buiten Mature aan de overkant van de revier ging woonen, en slegts eene dekking hebbende van Een sergeant een kor„ „poraal en 12 Gemeene zoldaaten, met nog 16 en Iavaansche Materiaal Jongens H waarop wij in de eerste plaatse onze aller „grooste 2187 „grooste verwondering moeten betuijgen hoe de Heer kommandeur sluijsken durft zeggen, dat zijn Edele geene toereijkende onderrigting van ons had konnen krijgen, daar wij zijn Achtb: van alles volkoomen hebben onderrigt, met op„ „gaave zelfs van onze meening wat tot be„ „vordering der zaak zoude dienen gedaan te worden; gelijk wij ook in de bereidwillig„ heid te kennen hebben gegeeven om zijn Achtb: in alles nadere reeden van oplossing te zullen geeven, wanneer zulks in het een of ander van ons gevraagt wierde. het is voorts niet te denken dat het manke„ „ment van onderrigting, zo dat al waar was, tot een meede beweegheden kan verstrekt hebben tot de verhuising van den Heer komman„ „deur uit het huis van den toenmaaligen Dessave D E: van Angelbeek na de overkant van de Revier, en gelijk de Heer Commandeur zegl, slegts tot dekking hebbende de voorsz: „gespecificeerde „wagt waarbij egter nog kan gevoegd worden dat de Redout van Ek, bij dag bezet met de ordinaire wagt en 's nagts verzien met een Piquet van 25 Man dat de Heer komman„ „deur op den Dag zijner verhuising tot 50 man heeft doen augmenteeren, in de nabij„ „heid van zijn Achtb: wooning zijnde, en dus dus geene reeden van bedugting, die anders al mogte verondersteld zijn was. Nu zullen wij de Eere hebben uweled: Groot „ gegeve Achtb: eenige van onze „ onderrigtingen buijten de mondelinge ophelderingen van de zaaks gesteldheid hieronder ter needer te stellen. Den 17 Junij was bij een komst, en dit was de eerste, en eenigste, waarbij zijn Achtb: ons genodigt heeft, en doen hebben wij zijn Achtb: aangepreesenteerd, de translaat klagt olassen nevens de relaasen en Translaat brieve olas„ „sen, zoo meede eene Memorie van den Heer Dessave van Angelbeek met verzoek om de stukken na lectura successive weeder te rug te moogen hebben, om ze neevens ande„ „re in behoorlijke ordre te schikken, ter nadere overgaave; dog de Heer kommandeur heeft die papieren niet geaccepteerd, uitge„ „zonderd de memorie van den Heer van An„ „gelbeek die zijn Achtb: op den 19 daarvan weeder heeft te rug gezonden. wij hebben voorts bij die zitting onze bereidvaardig„ heid betuijgt, tot het geeven van de vereischte opening der zaaks gesteldheid, en te dien en van ons advies in alle zulke zaaken als zijn Achtb: zoude nodig oordeelen en koop„ „men

NL-HaNA_1.04.02_3884_0925 view scan ↗

English

2188 to require as His Honour subsequently also did us the honour of asking for our opinion concerning several matters, to which we offered our sentiments with the utmost good will, just as we also promptly provided His Honour with various consecutively required papers, all of which was also mentioned in our Memorial presented to His Honour on 25 June, accompanying the voluminous submitted papers and olas; and to which Memorial we refer in order to avoid a duplicate account: since His Honour, in addition to those papers, had also already brought from Gale our mandate ola of 28 May, by which the principal grievances of general interest were settled by us; so that His Honour was fully instructed in everything in a timely manner, and thus could proceed with the restoration of tranquility, without having to wait for anything, except only, as we believe, for the further points of grievance to be expected from the inhabitants, which subsequently arrived by an ola addressed to us and consisting of 27 articles, and which ola we had handed over unopened to His Honour, because our commission had ended, but received it back to have it translated; just as we delivered its translation to His Honour on 23 June; while in the meantime yet another and indeed the principal and largest grievance ola addressed to His Honour arrived, which, having been sent to Gala for translation, as we understand, was received back by His Honour at Mature on 24 or 25 June together with its translation; and since upon both those grievance olas, containing refutations of those points that we had settled and the addition of several other articles, the settlements by Commander Sluijsken followed by mandate ola of the seventh of July, it is clearly evident that Commander Sluijsken was in no way delayed in the settlement of affairs by the fact that the complete delivery of our papers took place only on 25 June; which serves as our particular satisfaction. That we have been of service to the Commander whenever His Honour required anything of us, 2189 we shall have the honour to demonstrate further below, as proof that we have been willing to provide sufficient information, if only we were asked. On 25 June Commander Sluisken sent by letter a draft sannas ola to the first subscriber, requesting that he share his thoughts regarding it with His Honour; that request was immediately complied with by a letter, and the first subscriber remarked that by that sannas too much hope was given to the mutineers that their requests, the further representations of which were still expected, would be granted, and that he did not deem the determination of the time for sowing advisable, because the rebels had complained about such a determination by Mr. van Angelbeek; upon this His Honour also changed the draft sannas, and read it to both subscribers the following day at His Honour's house; and as the first subscriber then also made another small remark, His Honour immediately changed that point as well. By the aforesaid letter the first subscriber also sent to His Honour a letter that the newly appointed Dissave Mr. Raket had written to us, with the request that when His Honour found himself in the Dissavony, he would hand over that letter, together with the accompanying translated sannas and the original sannas ola, to His Honour with the request to treat it as if it had been written to His Honour; and the first subscriber at the same time informed His Honour that the original sannas that belonged with the letter, and had been sent to us by express couriers from Kolombo, was not delivered with the letter, but according to the carriers was detained by His Honour. Concerning the detention of that sannas by His Honour, which belonged with the letter and had been sent to us by express people, we had reasonable grounds to complain, although we passed over that in silence; but now, while the Commander contrary to all expectation has expressed himself so unfriendly about us, we say contrary to all 2190 expectation because His Honour during our presence at Mature gave us no other signs than those of a friend, we bring this our grievance under the eyes of Your Right Honourable Noble. By a second letter of 20 June His Honour sent two reports to us, requesting that if we found anything to remark upon them, we would share it with His Honour; while His Honour also offered us a letter from Your Right Honourable Noble for perusal. To that we immediately replied in answer: That we could not explain ourselves that evening on those reports for lack of native servants, since most of the names appearing therein were unknown to us, while we also moreover deemed it better to speak orally about those matters, because one could then better instruct one another and thereafter give advice and take a decision; and that we were ready to come to His Honour for that purpose at such time as he would please to appoint; as we then also the following

Dutch transcription

2188 man te requireeren gelijk zijn Achtb: ons ver„ „volgens ook de Eere aangedaan heeft van na onze meening omtrent verscheide dingen te vraagen en waarop wij met de meeste welmeenendheid onze gevoelens hebben op„ „gegeeven, gelijk wij zijn Achtb: ook ver„ scheide successive gerequireerde papieren ten eersten hebben besorgt, van welk een en ander ook gewaag gemaakt is bij onze aan zijn Achtb: overgelegde Memorie van den 25= Junij, ten geleide van de volumeneese overgelag„ „de papieren en olassen; en aan welke Memo„ „rie wij ons refereeren ter vermeiding van een „duppeld verhaal: ter weil zijn Achtb: ook boven die papieren, reeds van Gale meede ge„ „bragt had onze Mandaat ola van den 28 Maij, waarbij de hoofdzaakelijke klag, „ten van een algemeen belang door ons ge„ „schikt zijn; zo dat zijn Achtb: volkoomen van alles in tijds geinstrueert zas, en dus met de herstelling van de Rust konde voort„ „vaaren, sonder dat na jets behoefde te wach„ „ten, dan alleen / zo wij meenen /na de nadere te verwagtene bezwaar poincten der Jngezee„ „tenen die dan ook vervolgens bij een ola aan ons gerigt en in 27 artikuls bestaande, zijn ingekoomen en welke ola wij aan zijn Achtb: Achtb: ongeopend hadden overgegeeven, weil onze kommissie g'eindigt was, dog te rug ontvangen hebben om hem te laten transla„ „teeren; gelijk wij dies translaat op den 23 Junij aan zijn Achtb: hebben bezorgd; der„ „wijl inmiddels nog een nadere en wel de prin„ „cipaalste en grooste klagt ola aan zijn Achtb:r gerigt in kwaam, die ter Translaa„ „teering na Gala gezonden zijnde /zo wij ver„ „neemen/ op den 24. of 25 Iunij neevens dies Translaat weeder bij zijn Achtb: te Ma„ „ture ontvangen is, en weil op die beide klagt olas, behelzende weederleggingen van op die pointeten die wij geschikt hadden en bijvoeging van meer andere artikuls, de afdoeningen van den Heer kommandeur sluijsken bij Mandaat ola van den seevende Iulij gevolgd is, zoo blijkt het klaar dat de Heer Commandeur Sllijsken in de afdoening der zaaken doordien de kom„ „pleete overgaave onzer papieren op den 25 Junij eerst is geschied in geenen deele op„ „gehouden is; het welk ons dan tot besondere satisfaktie strekt. Dat wij de Heer Commandeur ten Dienste heb„ „ben gestaan, wanneer zijn Achtb: iets van ons 2189 ons requireerde, zullen wij nader de Eere hebben hier onder aantetoonen, tot een beweis dat we bereidvaardig zijn geweest om toe„ „reikende onderrigting te geeven, indien we maar gevraagt wierden. den 25. Junij sond de Heer kommandeur sluis„ „ken bij een brief, een Concept sannas ola aan ten eersten teekenaar, met verzoek van zijne gedagten dien aangaande aan zijn Achtb: te willen meede deelen, aan dat verzoek is daadelijk bij een brief voldaan en heeft den eersten teekenaar aangemerkt, dat bij die sannas te veel hoop gegeeven wierd aan de Muijtelingen dat hunne verzoeken waarvan de nadere voorstellingen nog ver„ „wagt wierden / zouden toegestaan worden en dat hij de bepaaling van de tijd tot het saaijen niet geraaden vond, om de wille de opnoerigen hun over dusdanigen bepaaling door de Heer van Angelbeek beswaard hadden hierop heeft zijn Achtb: ook de Concept sannas verandert, en de bijde teekenaars des anderen daags ten huijze van zijn Achtb: voorgeleesen; en weil der eerste teekenaar toen ook nog eene kleine aanmer„ king maakte, zoo heeft zijn Achtb: die post post ook almeede dadelijk verandert. bij evengem: brief zond den eerste Teekenaar ook aan zijn Achtb: een brief die den nieuw aangestelden Dessave de Heer Raket aan ons had geschreeven, met verzoek, om wanneer zijn Achtb: zig in de Dessavonij bevond, die brief, nevens de daarbij gehoorende Translaat sannas, en de origineele sannas ola aan zijn Achtb: te willen overgeeven met verzoek om hem te willen houden als of hij aan zijn Achtb: geschreeven was; en den eersten teeke„ „naar bedeelde zijn Achtb: teffens dat de origineele saanas, die bij de brief gehoorde, van en met Expressen w kolombo aan ons gezon„ „den was, niet met de brief besteld, maar volgens zeggen der brengens, door zijn Achtb: aangehouden zij. over de aanhouding dier sannas door zijn Achtb: die bij de brief gehoorde en door Expresse mensen aan ons gezonden was hadden wij billigbereeden van klaagen, schoon wij dat stil zwijgende hebben gepasseert; dog nu terweil de Heer kommandeur zig buiten alle verwagting zo onvriendelijk over ons heeft verklaard, wij het zeggen buiten alle 2190 alle verwagting weil, zijn Achtb: ons bij aan„ „weezen te Mature geene andere blijken dan die van een vriend heeft gegeeven, zoo brengen wij deeze onze beswaarnis onder UWelEd: Groot Achtb: oog Bij een tweede brief van den 20 Junij Zond zijn Achtb: twee relaasen aan ons met verzoek om, zo we iets daarop aante merken von„ „den, zulks zijn Achtb: te willen meede dee„ „len; terweijl zijn Achtb: ons nog daar bij een brief van Uweled: Groot Achtb: aan bood „ter lactura. daarop dienden wij dadelijk in Antwoord, Dat we ons dien Avond bij Mankement van porta bediendens over die relaasen niet ver„ „klaaren konden, aangezien de meeste der daarbij voorkoomende naamen ons onbe„ „kent waaren terweil wij ook boven dien oordeelden dat het beeter was om monde„ „ling over die zaaken te spreeken, weil men dan elkanderen beter onderrigten en daarna advies geven, en een besluit neemen„ konde, en dat wij bereid waaren om ten dien Eijnde bij zijn Achtb: te koomen op zoodaa „nigen tijd als den zelven daartoe zoude gelieven te bepaalen gelijk wij dan ook des

NL-HaNA_1.04.02_3884_0930 view scan ↗

English

the following day at 9 o'clock in the morning, according to the requisition, appeared before his Honour and expressed our opinion on the points presented to us. On 22 Iunij the Lord Commander sent us a translation of a received letter ola from the discontented, with a draft of the answer that his Honour intended to send them, with the request that we would share our remarks on it with his Honour, as well as on a note received from Mr. van Angelbeek. To that we immediately answered in return, that we could see nothing other than that the answer to the mutineers was well-ordered, but that we doubted whether they would be satisfied with his Honour's refusal to be able to come to them at katdoew, since we too had initially intended to settle matters in the belligamkorl, and afterwards in the other korls, but had found ourselves quite obliged to heed the rebels' request to come to Hakman, and that it would be better to grant their request than that his Honour should later be forced to do so, and that it appeared unbelievable to us that the mutineers would have gathered the smiths (as was stated in the note from Mr. van Angelbeek) to repair their weapons. By letter of 23 Iunij his Honour requested the complaint olas of the discontented to which our mandate of 28 Maij had served as an answer, and the instructions that we had received upon departing from kolombo or afterwards, together with the pardon ola issued by the Lord Governor, while the Sinhalese mandate of 28 Maij was also requested verbally. Thereupon, by letter of the aforementioned date, we immediately sent to his Honour: A general complaint ola n=o 1. A complaint ola of the inhabitants of the Girwais marked No 5: with the request to please ask Illangakoon Modliaar for the Sinhalese mandate of 28 Maij, because we had not yet been able to obtain a copy from him. We also sent the mandate ola of your Right Honourable dated 2 Junij, by which pardon was also granted, and promised his Honour to hand over a draft pardon placard, with the remaining placards signed in blank, and a copy of the accompanying letter from kolombo, but declared that we could not surrender the instructions granted to us without orders from your Right Honourable, and that we also believed that they could be of no use to his Honour. By a further letter of 23 Junij his Honour also requested translations of the olas sent to him, with the further request to be permitted to know whether these were the complaint olas upon which our mandate of 28 Maij was issued. To this we immediately replied that we were busy examining the translations and all other papers and arranging them in order to deliver them to his Honour the next day (if our clerks were even slightly diligent), with the request therefore not to hold it against us that we could not send the translations. That the sent complaint olas were the principal ones upon which our mandate of 28 Maij was framed, that there were nevertheless also articles in them that we had answered in a further mandate to the girwaijs, while on the other hand, in the mandate of 28 Maij, articles were also to be found that served as an answer to some points from other complaint olas, and that in a word we had dealt with such articles in the mandates as we thought might serve provisionally to pacify the unruly mob. By a letter of 25 Iunij, signed by the Lord Commander and the Master of the Equippage, along with the secretary, the Es Aams and van Albedijl, it was represented to us that his Honour had already been in Mature for ten days, and now repeatedly requested to be able to have, at least promptly, all the complaints that the discontented had made to us, and that since their Honours had a copy of our mandate of 28 maij as well as of the answer of the discontented to this mandate, their Honours believed that the same, and the information already obtained, would probably be sufficient to enable the Lord Commander to dispose of the matter finally without further unnecessary loss of time. This letter was answered by delivering all the voluminous papers and olas, together with their registers and an accompanying memorial, to his Honour on that same day. Furthermore, the first subscriber departed from Mature for kolombo the following day, after having held some further private conversations with the Lord Commander concerning the affairs of the mutineers. We trust that the aforesaid will be found sufficient by your Right Honourable to clear us of the charge brought against us by the Lord Commander sluijsken, as if his Honour could not have obtained timely and sufficient information from us. However, since the aforesaid grievance of the Lord Commander Sluijsker, their High

Dutch transcription

des anderen daags 's morgens om 9 uur, vol„ „gens requisit; bij zijn Achtb: zijn verschee„ „nen, en onze meening op de ons voorgestelde poinkten gezegd hebben. Den 22. Iunij sond de Heer kommandeur ons een Translaat van een ontvangene brief ola van de misnoegden, met een opstel van het andwoord dat zijn Achtb: daarop aan hun meende te zenden, met verzoek, dat wij zijn Achtb: onze aanmerkingen daarop wilden meede deelen, gelijk ook op een van den Heer van Angelbeek ontvangen briefje Daarop dienden wij daadelijk in antwoord, Dat wij niet anders konden zien, dan dat het antwoord aan de Muijtelingen wel ingerigt was, dog dat wij twijffelden of zij wel genoegen zouden neemen in zijn Achtb: ontzegging van niet na katdoew kunnen bij hun te „ koomen, aangezien wij ook eerst willens waaren geweest om de zaaken in de belligamkorl, en naderhand in de andere korls te gaan afdoen, maar ons wel verpligt hadde gevonden, om aan de revolteurs verzoek om na Hakman te koomen gehoor te geeven, en dat het beeter zij 2191 zij om hun verzoek in te willigen, dan dat zijn Achtb: naderhand daar toe zoude moeten koomen, en dat het ons ongelooflijk voorkwaam dat de muitelingen de smeeden zouden vergadert hebben, (gelijk bij het briefje van de heer van Angel„ „beek gezegd wierd/ om hunne waapens te repareeren. Bij brief van den 23 Iunij verzogte zijn Achtb: om de klagt olas der misnoegden waarop onze mandaat van den 28 Maij in antword gediend had, en de Jnstrukties die we van kolombo vertrekkende, of naderhand ontvangen hadden nevens de Pardon ola door de Heer Gouverneur uitgevaardigd. terwijl ook nog mondeling de Zingaleese mandaat van den 28 Maij gerequireerd wierd wij sonden daarop daa„ delijk bij brieve van evengem: datum aan zijn Achtb: Een generaale klagt ola n=o 1. Een klagt ola van de Jngezeetene den Gir„ wais gemerkt N„o 5: met verzoek om de Zingaleese Mandaat van den 28. Maij van Jllangakoon Modliaar te willen vragen, wijl we nog geene kopij van hem hadden konnen bekoomen. Wij zonder ook de mandaat ola van uwel Ede„ le Groot Achtb: gedateerd den 2 Junij, waar bij ook ook Pardon gegeeven is, en beloofden aan zijn Achtb: te zullen overgeeven een Concept Pandon plakaat, met de overige plakaaten in blanko geteekend, en een kopij van de daarbij gehoorende kolombose brief, dog verklaarde dat wij de Jnstruktie op ons verleend niet konden afgeeven zonder bevel van UwelEd: Groot Achtb:, en dat wij ook vermeenden dat zij zijn Achtb: van geen nut zijn konde. Bij een naderen brief van den 23 Junij ver„ „zogte zijn Achtb: ook om Translaaten van de aan den zelven toegezondene olas, met verder verzoek om te moogen weeten of dit de klagt olassen waaren, waarop onse Mandaat van den 28 Maij uijtge„ „vaardigt was. wij dienden daarop dadelijk, dat wij besig waaren om de translaaten en alle andere papieren na te zien en in ordre te schikkken om se 's anderen daags / wanneer onze schrij„ „vers maar eenigsints ijverig waaren) aan zijn Achtb: over te geeven, met verzoek om ons derhalven niet kwalijk te willen duijden dat we de translaaten niet konden zenden. Dat 2192 Dat de gezondene klagt olas de voornaam„ ste waaren waarop onze mandaat van den 28. Maij ingerigt was, dat egter daarbij ook posten stonden die wij bij een nadere Mandaat na de girwaijs beant„ „woord hadden terweil daar en teegen bij maa„ „daat van den 28 Maij ook Artikuls te vin„ „den waaren die in antwoord op eenige Posten uit andere klagt olas dienden, en dat we met een woord bij de Mandaaten zodanige Artikuls verhandeld hadden als wij gemeend hadden te konnen dienen om den woesten hoop bij provisie tot rust te brengen. Bij een brief van den 25. Iunij. door den Heer kommandeur, en den Equiepagiemeester, nevens den secretaris, de Es Aams en van Albedijl onderteekend, wierd ons voorgehouden, Dat het reeds tien dagen zij dat zijn Achtb: te Mature was, en nu bij herhaling verzogte om ten minsten mogen spoedig te hebben alle de klagten die de misnoegden aan ons hadden gedaan, en dat wijl hun Ed= van onze Mandaat van den 28 maij gelijk ook van het antwoord, der misnoegden op deese mandaat een een afschrift hadden, hun Ede vermeenden dat de zelve, en de reeds erlangde onder„ „rigtingen waarschijnlijk toereikende zoude zijn om den Heer kommandeur in de gelee„ „genheid te stellen om over de zaak finaal„ sonder verder onnodig tijd verlies, te konnen disponeeren deze brief is beantwoord door alle de volumineuse papieren en olas„ „sen, nevens dies registers en eene daar bij gehoorende memorie op dien selfden Dag aan zijn Achtb: over te geeven. voorts is den eersten teekenaar des anderen daags, na nog eenige particuliere gesprek„ „ken met den Heer Kommandeur over de Zaa„ „ken der Muitelingen gehouden te hebben, van Mature na kolombo vertrokken, Wij vertrouwen dat het voorsz: bij uwel Ed: Groot Achtb: voldoende zal bevonden worden ter suivering van het door den Heer kommandeur sluijsken ten onsen laste ingebragte, als of zijn Achtb: geene tijdige en toereijkende onderrigting van ons hadde konnen krijgen Dan deweil de voorsz: beswaarnis van den Heer Commandeur Sluijsker Hunne Hoog

NL-HaNA_1.04.02_3884_0935 view scan ↗

English

2193 could give the High and Noble Gentlemen of the Supreme Government of India as well as our Lords Masters in the Netherlands an unfavorable impression of the signatories, we therefore request Your Right Honorable: That Your Right Honorable will be so gracious and kind as to declare to what extent Your Right Honorable, during the time the undersigned were Commissioners in the Dissavony of Mature, has found, both from the reports sent over and from the notes kept and submitted, that the signatories have proven themselves worthy of the trust placed in them; at least they believe that no one will be able to show that they did not proceed with all zeal, skill, and discretion for the restoration of peace, while they also believe they have given no lesser proof of their courage by going inland the day after their arrival in Mature, without loss of time, straight into the midst of the multitude of armed mutineers, of which surely No: 21. Examined no example will be known on Ceilon. While we conclude this our report of defense in the firm confidence that Your Right Honorable upon further consideration will find, or will have found sufficiently already, that as worthy servants and fellow promoters of the interests of the Honorable Company on this island we have deserved the favorable approval already obtained for all that we have accomplished as Commissioners, and this will serve as a special satisfaction to us; and a further encouragement to continue in like manner with pleasure and zeal, and to be entitled, with all respect, to call ourselves. (below was written) Right Honorable, Stern, Highly Respected and Sovereign Lord, Your Right Honorable's faithful and obedient servants /was signed:/ D: T: Fretz /in margin:/ Colombo, the 27th of August 1790. /lower/ note: That the fellow Commissioner the Honorable Samlant is still in Mature and therefore was unable to sign this. Agrees Sijbrands Compais. WEireert 2194 Extract from a letter of the Commander Sluijsken written to the Governor on the 3rd of September 1790. — Don Simon Aratchi, now Mohandiram of the Kandebaddepattoo, even told me that it were to be wished that European Country Regents who were good and virtuous were appointed everywhere, by which means the poor Native could be protected from the oppression of the headmen and present their complaints. But at this moment he also thought that this should not take place just yet, promising moreover that as soon as he arrived in his pattoo he would set everything to work in an imperceptible manner, not only to restore the Company's cinnamon gardens to order, but he also thought besides to ensure within a few months that considerable plantings, both of cinnamon and coffee, pepper, and other produce, would take place; he also seemed very inclined to have areca, soursop trees, and other products planted. Agrees. Sijbrands Clerk Examined GV: LLinde No: 22 No: 2. 2195 examined Lompens The rumor is circulating here that you departed from Gale in discontent and are seeking to incite a new uprising among the inhabitants of the Maturese Dissavie. I cannot and will not believe this as yet, and, to give proof of this, I hereby summon you back to Gale under the assurance that if you are obedient to this order, I will further protect you and show you favors. But in the opposite case, if you do not come hither immediately and conduct yourself disobediently and apostate, I will regard you as an enemy of the Honorable Company and of the public peace, and be obliged to punish your wrongdoing. Be obedient to my good orders, which are given for your well-being /was signed:/ P: Sluijsken /:below was written:/ agrees :/signed:/ B. van Albedhijl secretary Draft ola written to Madoegodde Appoo: agrees Sijbrands Clerk No: 23. Mature, 2196 No 3. 24. To the Lord Dissave Rakel. To be truly assured whether Madoegodde Appoo has an evil intention, Your Honor might send someone to summon him to Your Honor under the pretext of wishing to speak with him; if he comes, Your Honor will be able to question him yourself and inform yourself about the matter; if he does not come, one might believe that he is truly ill-intentioned; and then means will have to be sought to gain mastery over his person; to this end the headmen, if they are well-meaning, can find sufficient means, without a detachment being sent for the present. Also Don Simon Aratchi, whom I appointed Mohandiram of the Kandebaddepattoo, has assured me that as soon as the aforementioned Madoegodde Appoo should attempt anything rebellious, he will have him seized and sent to me bound hand and foot; I hope therefore that the matter may have no consequences; nevertheless I repeat what I have indicated to Your Honor before, that Your Honor examined Honor should keep a watchful eye; in order to know what is going on in the country, from which Your Honor also sees that (if what is said is true) I have entertained no unfounded mistrust and therefore have also recommended all prudence to Your Honor. With good deliberation I think that Your Honor will obtain a complete further knowledge of the matter; and furthermore direct your attention to having all Headmen exert themselves to maintain the peace, and who will then also know the means, through their influence over the Native, to gain mastery over those who must be regarded as disturbers of the peace. I am with all high respect /:below was written:/ Your Honor's Stern, very obedient servant /:was signed/ P:r Sluijsken. /:in margin:/ Gale, the 28th of August Anno 1790. — /:below was written:/ agrees /:signed:/ B: van Albedijhl. secretary agrees Sijbrands Clerk Pompuis.

Dutch transcription

2193 Hoogedelheeden de hooge Indiaasche Regeering zo wel als onze Heeren Majores in needer„ „land in een voor de teekenaars ongun„ „stig denkbeeld zouden kunnen brengen, zoo verzoeken wij UWeled: Groot Achtb: Dat hoogst de zelve zoo goed gunstig gelie„ „ven te weesen van zig te willen verklaa„ „ren, in hoeverre hoogst de zelven, geduu„ „rende dat de onderteekenaars als kommissa„ rissen in de Dessavonij van Mature geweest zijn, bevonden heeft, zoo uijt de overgezondene berigten, als uit de gehoudene overgelegde aanteekeningen, dat zig de teekenaars het in hun gestelde vertrouwen waardig gemaakt, hebben; altans zij vermeenen dat hun niemand zal konnen aan toewaar, dat zij niet met allen ijver, kunde en beleid te werk gegaan zijn ter her„ „stelling van de rust, terwijl zij niet minder blijken van hunne kouragie meenen gegeeven te hebben door hun 's daags na hunne aankomst te Mature, sonder tijd verzuim, daadelijk onder de meenigte der gewaapende muitelingen landwaards in te begeeven waar van zeeker geen van ne No: 21. Nagezien geen voorbeeld op Ceilon bekente zal zijn. Terweil wij dit ons verantwoordings be„ „richt besluiten in het zeekere vertrouwen dat Uweled: Groot Achtb: bij nadere over„ „weeging zullen bevinden, of al genoegzaam zullen bevonden hebben, Dat we de reeds erlangde gunstige aprobatie op al het geene wij als Commissarissen verricht hebben, als waardige Dienaaren, en meede bevorderaar van de belangens der E: komp: ten deezen Eijlande verdient hebben, en dit zal ons strekken tot eene bezondere satisfactie; en verdere aanmoediging om, met lust en ijver zodanig voorttevaaren, en ons met recht, en alle Eerbied te mogen noemen. (onderstond) Wel Edele Gestrenge Groot Achtbaare hoog gebiedende Heer, uwel Edele Groot Achtb: getrouwe en gehoorzaame Dienaaren /was ge„ teekend:/ D: T: Fretz /in margine:/ Colombo den 27 augustus 1790. /laager / per nota dient Dat den meede kommissaris d' E: Samlont zig nog te Mature bevind, en dus deezen niet heeft kunnen teekenen. Akkordeert Sijbrands Compais. WEireert 2194 Extract uijt een brief van den kommandeur sluijsken geschreeven aan den heer gou„ „verneur den 3. September 1790. — zelfs Leide mij Don Simon araatje, thans Mohandiram der Kandebaddepattoe, dat het te wenschen waaren, dat over al Euro„ „peesche Landregenten die goed, en deugsaam waaren geplaatst wierden, waar door den armen Inlander voor de verdrukking der hoofden konde behoed worden, en hunne klag„ „ten aanbrengen. Maar op dit moment meende hij ook, dat het als nog niet diende te geschieden, beloovende buijten dat, zoo dra hij in zijne pattoe kwam alles op eene ongevoelige weize aan het werk te zullen brengen om sComp:s kanneel thuijnen niet alleen weder in order te brengen, maar hij hij meende ook boven dien binnen eenige maan„ „den te zullen sorgen, dat er aansienlijke aanplantingen, zoo wel van kanneel als kaffij, Peeper en andere voorbreng„ „zelen geschiede, hij scheen ook zeer genee„ „gen dat arreek, zoorsaksboomen en andere producten aangeplant worden Accordeert. Sijbrands WEgklerk Nagezien GV: LLinde No: 22 No: 2. 2195 nagezien Lompens Het gerugt loop hier dat uw van. Gale misnoegd vertrokken is, en een nieuwe opstand onder de inge„ zeetenen van de Matureesche Dessavie zoekb aan„ terigten. Ik kan en wil dit als nog niet gelooven, en, om hier van een bewijs te geeven, roepe ik uw bij deze, na Gale terug onder verzeekering dat indien gij aan„ deeze order gehoorsaam zijt, ik uw verder protegee¬ ren, en gunsten bewijsen. zal Edog in het teegen gestel„ de geval indien uw niet dadelijk herwaarts komt en zig ongehoorsaam en afvallig gedragd zal ik Uw als een vijand van de Ed: komp: en de goede rust aanmerken, en verpligt zijn. uw kwaad doen te straffen. Weest aan mijne goede beveelen, die tot uw wel zijn ge„ geeven werden gehoorsaam /was getekend:/ P: Sluijsken /:onderstont:/ accordeert :/ getekent:/ B. van Albedhijl sekretaris Concept ola. aan Madoegodde Appoe geschreeven: akhordeert Sijbrands Gklerk No: 23. Mature, 2196 N:o 3. 24. Den Heer Dessave Rakel. Om regt verzeekert te zijn dat Madoegodde appoe een kwaad voorneemen heeft, zoude Uwel Edele iemand er konnen op uijtzenden om hem bij Uwel Edele te roepen onder benaaming van hem te willen spreeken; komt hij zal Uwel Edele hem zelve konnen onder„ vraagen in zig van de zaak konne informeeren; komt hij niet, zoude men mooge gelooven dat hij waarlijk kwalijk geintentioneerd is; en dan zullen er middelen moeten wonden gezogt om zig van zijn perzoon Meester te maaken; hier toe kunnen de hoofden zoo zij welmeenende zijn middelen genoeg vinden, buiten dat er voor eerst een Detachemend wondgezonden. ook heeft mij Don Simon Araatje, die ik tot Mohanderand van de Kandebaddepattoe hebbe aan„ „gesteld verzeekert dat zoodra evengemelde Madoe„ godde appoe iets revoltens mogte onderstaan hij de„ zelve zal doen opwatten en mij gefleugeld zal toezenden; Ik hoope dus dat de zaak van geen gevolge mag woee„ „zen; egter herhael ik wat ik bevoorens al meer aan Uwel Edele hebbe te kennen gegeven dat uwel Edele nagezien Edele een swaakend oog diend te houden; ten einde te weeten dat er in het Landomgaat en waar uijt Uwel Edele dan ook ziet dat ik / zoo het waar is wat er gezegd wond:t geen ongegrond mishouwen gevoed hebben en daar „om ook uwel Edele alle voorzigtigheijd heb aan bevo„ Met een goed overleg dink ik dat uwel Edele eene volkoo„ me nader kennis van de zaak zult krijgen; en voorts let daar hem zult wende dat alle Hoofden zig moeijte zullen geeven om de rust staande te houden en welke dan ook wel middel zullen weeten door haar vermoo„ „gen op den Inlander om zig Meester te maaken van die geene welke als rust stoorders moeten aangemerkt werden. Ik ben met alle hoogachting /:onderstond:/ Uwel Edele Gestr: zeer gehoorzaame Dienaar /:was geteekend/ P=r Hluijsken. /: in marginee Gale den 28 Augustus A=o 1790. — /:onderstont: accordeert /:getekent:/ B: van Albedijhl. sekretares akkerdeert Sijbrands Egklerk Pompuis. len.

NL-HaNA_1.04.02_3884_0949 view scan ↗

English

To the Right Honourable and Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaf Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies. Right Honourable and Highly Esteemed Lord, Since, by an extract delivered to me from the minutes of the resolutions taken in the Council of Ceylon on the 21st of the past month, a further explanation is demanded of me as to what, in my opinion, constitutes the many, though mostly accidental and yet strongly contributing causes to which the outbreak, progress, and so far-reaching and punishable continuation of the then occurring, and now almost entirely calmed disturbances in the Dessavony of Matara could be attributed; I therefore have the honour, in dutiful and conscientious compliance with this high order, to satisfy this with all sincerity, without any prejudice or bias, according to what is known to me of the state and coherence of these circumstances and according to my best judgment, and with all appropriate modesty; respectfully requesting a favourable indulgence for any shortcomings that may appear herein upon a more accurate and better enlightened judgment and knowledge of matters and circumstances. The so unexpected outbreak, rapid and far-reaching progress, and so unheard-of as well as punishable, and above all in its consequences so greatly to be feared continuation of these commotions and disturbances, can and may, in my opinion, most of all be attributed to the following contributing moving causes, namely: 1. To the long-standing, widespread misgivings and increasingly alarming discourses among the natives in general concerning the cinnamon plantations for the Honourable Company, as if some wild or tasteless cinnamon discovered in that new plantation—although found everywhere cinnamon grows naturally, though perhaps not so abundantly—as reported by the special commission appointed for closer and more specific investigation thereof and the reports submitted thereon, did not appear very satisfactory to the Noble High Government of the Indies itself, and was taken into great doubt by Their Excellencies, as if it were of no essential use to the Honourable Company and, consequently, was regarded as a great and oppressive burden upon all the compulsory labourers working thereon; which particularly found a very ready acceptance among the natives in the Dessavony of Matara, who far surpass the other Sinhalese inhabitants in the Company's territory, and even the much less civilised Kandyan subjects of the King, in excessive laziness and sluggishness, and in all vices that can ever possess the human heart, which is fully known to everyone in this Government through ancient experience and daily testing; and one therefore need not wonder that, in particular, these base inhabitants of that large district, so naturally sluggish even for their own subsistence and prosperity, and so numerous and malicious, having a natural aversion to all labour even for their private interest, not only wished to free themselves, entirely and forever if possible upon the first arising opportunity, from this burden—at the beginning completely new and foreign to them, which became increasingly oppressive and thus all the harder and more hateful through the more zealous continuation of this highly useful and important work, but much more through the abuse and ill-will of the higher and lesser native headmen placed over them, against whom the Land Regent could not possibly always watch and provide with sufficient accuracy—but also, even together with their headmen, gladly wished to avail themselves of the first and best suitable opportunity to be rid as soon as possible of their zealous and disinterested Land Regent, who appeared to them too strict and attentive an executor of the orders assigned to him for the benefit and improvement of the country, and in particular for the increase and promotion of the so highly important and invaluable cinnamon cultivation; flattering themselves with a less demanding activity under a new Land Regent, one far more accommodating to their lazy and sluggish disposition; in which sentiments the most prominent native headmen gladly supported them, as they likewise promised themselves a better outcome for their own interests in being freely permitted to take parassas, or gifts and presents from their subordinates; and thus gladly availed themselves of all, even accidental, suitable and contributing causes that might present themselves in time, which were handed to them, certainly much earlier than they could have expected, as favourable to their so destructive intentions; as is most clearly evident from the design, the progress, and the continuation of the commotions planned by them long beforehand and erupted in the month of April last; and the alleged expedition of Baddegama is merely an empty pretext to bring the people thereby to the first movements, since from the circumstances at that time they saw very well that the other matters serving their aims would follow quickly and as if of their own accord; in which, in my opinion, they were not mistaken; thus the public discourses, explained both of themselves and by cunning instigation and spread everywhere, producing so much notice among the natives, upon a well-ordered examination and thorough knowledge of affairs, have for the most part little or no foundation.

Dutch transcription

2197. Den welEdele Gestrenge Groot Agtb: Heer Willem Jacob van de Graap raad ordinair van Nederlands Jndia gouverneur en direkteur van het Eiland Ceilon met dies onderhoo„ righeeden. Wel Edele Gestrenge Groot Agtbaere Heer Bij een Mij ter hand gesteld Extrakt uit de Na„ tulen van het geresolveerde in raade van Ceilon op den 21. der Jongst gepasseerde maand van mij gevorderd werdende eene nadere verklaaring, waar in na Mijne gedagten, bestaan de veele, dog meest toevallige en egter seer meede werkende oorsaaken, aan de welken de uitbarsting, voort„ gang en zoo verregaande en zoo strafwaardige aanhouding der toenmalige, en als nu haast geheel gestilde onlusten in de Matureesche dessavonije zouden konnen toegeschreeven wor„ den, zoo heb ik de eere daar op, in pligtelijke en gemoedelijke opvolging deeser Hooge aan„ beveeling beveeling; met alle opregtheid, zonder eenige voor of teegen ingenoomendhijd, na het geen mij van den staat en samenhang deeser omstan„ „heeden, en na mijn best ookdeel bekend is, en met alle voeglijke beschijdendhijd bij deese te voldoen, Eerbiedig eene Gunstige inschikking verzoekende voor het gebrekkige dat zig daar in bij een nauwkeuriger en meed verligt oor„ „deel en kennisse van zaaken en omstandig„ heeden, mogte voordoen. De zoo onverwagte uitbarsing, spoedige en verre gaande voortgang en zoo ongehoorde als straf waardige, en voor al in zijne gevolgen zoo zeer te dugte aanhouding deeser op schuddingen en onlusten, konnen en moogen, na Mijne gedagten wel het meest aan de ondervolgende meede wes„ kende beweeg oorsaaken toegeschreeven worden als. 1. Aan het zeederd lange bij den Jnlander in het algemeen zoo zeer in bedenking aan en toe„ „genomen en zoo hooglijk ontrustende ver„ „handelingen over de aanplantingen van kan„ neel voor de E: Comp: als of eenige in die Nieuwe Plantagie ontdekte / schoon alom„ „me daar de kaneel van zelve groeijt, schoon mogelijk niet zoo meenig vuldig / te vindene „ 2198 vindene wilde of smaakeloose kanneel in de tot nauwer en bepaalder ondersoek daar van benoemde Expresse kommissie en de daar van in gediende Berigten, dit an„ „ders zoo aangeleege en reeds zoo gevorderd werk de Edele Hooge Jndiasche regeering zelve niet zeer voldoende voor kwam door Hoogst: deselve in veel bedenking genoomen wierd, als of het van geen weesendlijk nut voor de E: komp: waare en bij gevolg, tot een groot en drukkind beswaar voor alle de daar aan arbidende dienst verpligtelingen aangemerkt wierd het geen in het bijsonder bij den Jnlander in de Matureesche des Javonije eene Zeer gereede aanneeming verkreegen heeft, als de overige singaleese bewoonders in 'sComp: gebied, en zelfs de veel min„ der gecivileceerde kandiaanen, onderdaa„ „en des konings, in overgroote luij en traaghijd, en in alle boosheeden, die het Menschelijk hart immer konnen in„ neemen, verre te booven gaande, het geen door een aloude ondervinding en dagelijk„ sche beproeving bij een ieder in dit Gouver: Gouvernement ten vollen bekend is en men zig dus niet behoeft te verwonderen dat in't bijsonder deese slegte, en uit den aard zelvs voor hun eijge bestaan en welvaart zeer tragge en zoo talrijke kwaadaardige be„ woonders van dat groot distrikt, een natuurlijke afkeer van alle arbijd zelvs voor hun partikulier belang hebbende zig niet alleen gaarne van deese voor hun bij den aanvang geheel nieuw en vreemde last, die hun bij de ijveriger voorzetting van dit zoo hooglijk nuttig en aangelee„ ge werk, dog veel meer door misbruijk in kwaad willigheid der over Hun gestelde groote en mindere Jnlandsche hoofden teegen welken de land regend onmogelijk altoos naauwkeurig genoeg waaken en „en voorsien konde meer en meer drukkend, en dus zoo veel te harder en „hatelijker gemaakt in geworden is bij eerst voorkomende optijding waare het moogelijk geheel en voor alloos te bevrij„ „den maar ook, zelvs met hunne hoofden zig gaarne van de rerst en best voorko„ mende goede geleegendheid wilden be„ dienen om van hun ijverige en eijge belang„ loose land regent, die hun een alte naauw„ „neurig 2199 keurige en aandagtige opvolger der hem toegedeel„ de beveelen, tot nut en verbeetering des lands, en wel in het bijsonder tot vermeerdering en bevor„ „dering der zoo hoog aangeleege en zoo on„ waardeerbaare kanneel kulture toescheen, hoe eer zoo beeter verlost te worden, als zig niet een minder, en veel meer met Hunne luije en fraage geaardhijd over een komende werk„ saamheid bij een nieuw land regent vlijen„ „de in welke gevoelen de meest aansiene„ „te lijke Jnlandsche hoofden hun gaarne ver„ „strekt hebben, als zig meede het beetere voor hunne belangen in een vrije toelaating tot het neemen van Parassen, of giften een gaven van hunne ondergeschikten be„ loovende, en zig dus meede gaarne van alle zelvs toevallige, daar toe dienen de en meede werkende ooersaaken bedienden die hun in der tijd mogten voorkomen en hun zeeker veel vroeger dan zij kon„ „de verwagten, als gunstig voor Hunne zoo Het zoo verderfelijke inzegten als toegedeeld wier„ den, gelijk uit den aanleg, den voortgang en aanhouding der door hun lang te voo„ ken beraamde, en in de maand April J:Leeden uitgebaaste opschuddingen ten duijdelijkste blijkt, en de voorgeevende togt van Baddegerie maar een bloot voorwendsel is, om daar over het volk maar tot de eerste beweegingen te baen„ „gen, als uit de toenmalige omstandig„ heeden zeer wel insienden dat de ove„ rigen tot hunne insigten dienenden haast en als van zelven zouden volgen, waar in zij zig ook, na mijne gedagten, niet misgest hebben, dus de zoo van zig zel„ ve, als door listige aanvoering verklaar„ „de en alomme versprijde bij den Jnlander zoo veel opmerken voortbrengende open„ baare verhandelingen, en bij een wel georgan„ seerde betragting en grondige kennisse „ voor van zaaken, meest wijnig en al niets met grond

NL-HaNA_1.04.02_3884_0955 view scan ↗

English

fundamentally disapproving cavil regarding the cinnamon plantations and the consequences thereof, laid the first substantial and weightiest grounds for the present general discontent of the people. This was not a little incited by the ill-disposed native chiefs, who, in accordance with their innate character, are so devoid of zeal and avaricious, through their exceedingly great and striking influence, and even by making an ever-increasing abuse of the authority entrusted to them in that respect over their subordinates, and by making the fair and proper burden as oppressive and thus as hateful as possible to them, in order thereby to attain their desired objective and remove the land regent, to whom their innate indolence and hateful inclinations toward taking gifts and presents from their subordinates seemed intolerable, whilst they, after the nature of all Indians, promised themselves an improvement for their private interests under a new chief. 17. The promulgation of the general mandate ola by the Commander Sluijsken, shortly after taking over the administration of the Galle Commandment, in order not only to inform the native of his assumption of the government of city and lands, but also of His Honour's special attention and readiness to administer law and justice over all subordinates, and to engage them freely to bring their burdens and grievances to and before him, with the strongest assurances of not only being always ready to listen to them with all attention, but also to do all requisite justice thereon, which no one will wish to assume, taken in itself, not to be a good and even commendable intention. Yet nevertheless, when one attentively examines and observes all the circumstances of the aforementioned disturbances, it has not been entirely unfruitful toward their outbreak and manifestation, and will appear more clearly when one takes into due consideration: a. That the complaints and grievances of the native were brought forth so short a time after the assumption of authority by the said Commander. b. That all these grievances, only those regarding the previous further expedition to Baddegerie excepted, contain no burdens or so-called oppressions which would have befallen the native since the 9th of December of the recently passed year, on which day I handed over the administration of the Commandment to the said Commander, but long before and gradually, and that c. None of these complaints and grievances were presented openly or separately during my entrusted administration, nor was any grievance against the Honourable former Disava van Angelbeek ever presented to me, whether by great or petty chiefs, or by any lesser native, as I already declared in my previous conscientious report of the 28th of August last, and one may thus indeed assume on good grounds that the promulgation of this mandate ola, however good and commendable the great and useful purpose thereof may be, given the then still concealed ill disposition not so much of the common native as indeed of some of the principal native chiefs, contributed a great deal to the execution of their evil purposes and views; and it needed no special aggrandizement or daily citation by all-observing, dispatching, and disseminating Porta servants, or special recommendation, to be received and accepted by those ill-disposed great native chiefs as useful to their purposes and views, even if the unfavourable sentiments of the newly arrived ruler against the land regent were entirely unknown, of which the contrary likewise had to provide an inciting observation for the further contriving and execution of their cunning and malicious purposes; whilst in my opinion the aforementioned mandate ola would have been more general and of less notice and incitement to the so ill-disposed great native chiefs, had it been following the orders of which Commander Sluijsken cannot be ignorant, as having also signed the public dispatch of the Highly Esteemed Government of this island to me in the latter part of the year 1786, on the occasion that I, as authority of the province, had promulgated a general mandate ola for the better and more satisfactory collection of the required areca in the Galle Corle and in the Matara Disavony; by which order the Commander of the province was instructed henceforth to promulgate no mandates in the country before they have been approved and recognized as good and proper by the Supreme Government. The dutiful compliance with this before the proclamation of the said mandate ola of Commander Sluijsken, for which there certainly was abundant time before the takeover of the authority so long entrusted to me, could surely have brought no disadvantage to anyone in its consequences, but would have gained a double prestige and recommendatory force with the high consent and approval of the country's Supreme Government, and would have spared the so cunning and discerning native chiefs the special reflection: "Why such a general mandate or public written order was not also proclaimed by the previous ruler upon assuming the government, if it were truly useful and necessary for the general knowledge of his assumption and accession to the government, and of his hearty zeal and desire for the administration of law and justice." And one needs to possess but little knowledge of the essential character of the natives to fathom immediately how great an impression all such extraordinary public proclamations, even with the purest and best intentions,

Dutch transcription

2200 grond afkeurende cavillatie over de kan„ neel aanplantingen, en de gevolgen van dien de eerste weesendlijke en gewigtigste gron„ den tot het welk teegenwoordige algemeen misnoege des volks gelegt hebben 't welk door de kwalijk gesiende en, na Hunne aangeboore aard, zoo ijverloose en schraap„ # zugtige Jnlandsche hoofden, door hunne overgroote en treffende invloed, en zelvs door een meer en meer toeneemend misbruijk te maaken van het gesag, hun ook in dien opzigte over hunne onderhoorigen toevertrouwt, en door hun den billijke en betaamelijke last zoo veel doenlijk druk kend, en dus meer en meer haatelijk te maaken, niet wijnig aangeset is om daar door tot hun gelieft oogmerk te ge„ raaken en de land regent te verwijderen die hunne aangeboore traaghijd en haa„ telijke geneijgd heeden tot het afneemen van giften en gaaven van hunne onderhoo„ rigen te onverdraaglijk viel, terwijl zij zig zig, na den aard van alle Jndiaanen, bij een nieuw hoofd een verbeetering voor hunne partikuliere belangen beloofden. 17: De uitvaardiging der algemeene Man„ daat ola van den heer Komman deua sluijs„ ken, kort na het overneemen van het bestier van 't Gaalsche Kommandement ten einde den Jnlander niet alleen te onder„ regten van de aanvaarding der regeering van stad en landen, maar ook van zijn Ed: bijsondere aandagt en beryd vaardig heid tot het uitoeffenen van regten gereg„ „tigheid over alle onderhoorigen en hun te verbinden vrij moedig hunne lasten en beswaaren tot en voor hem te brengen, met de strekste betuigingen van niet alleen altoos bereid te zijn die met alle aandagt aantehoo„ ren maar ook daar op alle vereischt wordend regt te doen 't geen niemand sal willen onderstellen, op zig zelve genoomen geen goede en zelvs loffelijke betragting te zijn dog egter, wanneer men alle omstandig heeden di voormelde onlusten met aandagt nagaat en opmerks„ niet geheel onvrugtbaar tot de uitbansting en openbaaring daar 2201 is en meer duijdelijk zal voorkoomen wanneer men daar van geweest in behoorlijke overweeging neemt, a. Dat de klagten beswaaren van den Jnlander zoo korten tijd na het overneemen van het gezag door gemelde Heer kommandeur zijn voortge„ bragt. 6. Dat alle deeze beswaaren, alleen die over de voorgaande nadere togt na Baddegerie uijtgesonderd, geene lasten of zoo gezegde ondrukkin„ „gen inhouden, dier den Inlander zeederd den 9. ' December der jongst„ gepasseerde Jaars, op welke dag Ik de Bestiering van het komman„ „dement aangemelde Heer Kommandeur heb overgegeeven, maar lan„ ge te vooren en gaande weg zouden overgekoomen zijn, en dat C„ geene van deezze klagten en beswaaren geduurende Mijn aanvertrouwd Bestier opentlijk, of afsonderlijk zijn voorgesteld zijn voogstele, of mij immer eenig beswaar teegen den E: geweese Dessave van An„ gelbeek, het zij door groote of klijne Hoofden, of door eenige mindere Inlander zijn voorgesteld, gelijk Ik reeds bij mijn voorig gemoe„ delijk Berigt van den 28. Aug=s Jongstleeden verklaart hebbe, en men dus wel op goede gronden mag vaststellen dat de uijtvaarde„ „ging deezer Mandaat ola, hoe goed en loffelijk ook het groot en nuttig oogmerk daar van zijn mag, bij de toenmalige nog bedekte kwade gemoeds gesteldhijd niet zoo zeer van den algemeen Jnlan„ der als wel van eenige der voornaamste Jnlandsche Hoofden en vrij veel tot de uijtvoering wunner kwade oogmerken „ n zigten toegebragt heeft, en geene bijsondere opheffing of dagelijk, sche aanhaaling voor alles op merkende, uijt en versprijende Por„ ta Bedienden, of bijsondere aanbeveeling noodig had om door die kwalijk gezinde groote Jnlandsche Hoof den als dienstig tot Hunne oogmerken en inzigten aan en opgenoomen te worden, schoon ook de ongunstige gevoelens vanden nieuw aangekomene gebieder teegen den land Regent geheel onbekend waaren, waar van het teegendeel almeede, een aanlijdende opmerking tot het nader beleggen en uijtvoeren Hunner listige en kwaadaardige oogmerken oogmerken moest te weeg brengen, terwijl na mijne gedagte voormelde Mandaat olaf meer algemeen en van minder op mer„ „king en aantijding voor de zoo kwalijk gezinde groote Jncin sche Hoofden zouden geweest, zijn, wanneer zy nade orden van dewelke de Heer kommandeur sluijsken niet kan onkundig zij als meede onderteekend hebbende, de publiek aanschrijving der Hoog geeerde Regeering deeses Eijlands aan Mij in het laast van het Jaar 1786; bij geleegendheid Jk, als gezagheed der Provintie, een algemeene Mandaat vlatst beeter en meer voldoende invordering van de verpligting arreek in de Gale Corle en in de Matureesche Dessavonij nad afgevaardigt, bij welke order de kommandeur der Provintie aangeschreeven is om voortaan geene Mandaaten in het land uijttevaardigen voor dat ze door de opper Regeering voor goed en wel, erkend zijn, waer van de pligtelijke opvolging voor de afkondiging der gemelde Mandaat ola van den Heer kommandeur sluijsken, waar toe zeeker voor de overneeming van het Mij zoo lange aanvertroud gezag overvoloedig tijd was, gewis niemand in zijne gevolgen eenig nadeel kon toebrengen, maar met de Hooge toestemm: en goedkeuring van slands opper, Regering een dubbeld aanzien en aanbeveelende kragt verkrijgen, en voor de zoo listige en doorzigtige Jnlandsche Hoofden de Bijsondere bedenking bespaard hebben„ waarom zoodanig een algemeen Man„ „daat of opentlijk bevel schrift ook niet door „den voorige Gebieden; bij het aanneemen der Ra„ „geering wierd afgekondigt, zoo het voor de alge„ „meene kennis zijner aanneeming en toetreeding „ tot de Regeering, en van zijne hartelijke ijver en „verlangen tot het uijtoeffenen van Regt ende gereg„ „tighijd werkelijk nuttig en noodzaakelijk waare„ En men behoeft maar wijnig kennis van de weesendlijke „geaardhijd der Jnlanders te hebben om daadelijk te door„ gronden hoegroot eene opmerking alle diergelijke buijten gewoon opentlijke aankondigingen, schoon met de suijverste en Weste 6 oogmerken

NL-HaNA_1.04.02_3884_0959 view scan ↗

English

2202 purposes they hold, and what consequences they naturally must have when, through some concurring circumstances, they receive their double attention and notice, because by their nature they are exceedingly given to complaining, and always make use of all means and ways that give even the slightest apparent cause or encouragement to the continuation of this natural inclination. §71. To the arrival of the Honorable Commissioners for the better regulation of the so important matter of defense in this government, to whose public and known high commission one quite generally attributed that of an unnoticed observation and recording of the internal state and domestic condition of the government, and in which opinions the ill-disposed native chiefs, especially in the Matara Dissavany, were all the more reinforced when it came to their knowledge that the government at Galle immediately upon receipt, by a formal council resolution, saw fit to have delivered to their Honors an authentic copy of an unsigned ola of complaint brought to Commander Sluijsken by a post and guard lascarin against the Dissave Mr. van Angelbeek, from which remarkable treatment the already quite general opinion regarding the assumed undeclared commission of these gentlemen for the recording of the country's internal administration and of all domestic matters certainly increased greatly, and was as it were confirmed, and thus served the ill-disposed native chiefs as a cooperating means for the attainment of their wicked purposes, of which they also immediately, through their great influence on their subordinates who are so easily misled by probabilities, made every possible use; and that this does not rest on a mere guess is evident not only from the coherence of many circumstances related thereto, but particularly in that the disturbances and complaints of the people in the Matara Dissavany manifested and revealed themselves precisely just after the arrival of their Honors at Galle in the month of April last, and the unsigned ola of complaint, delivered in such a questionable manner, mentioned in the letter of the Galle government of 22 April, was likewise addressed to the said Honorable Commissioners, with emphatic instance to provide for the grievances of the people according to their Honors' power and authority; just as if their Honors had also come over for the recording and investigation of all complaints and grievances of the inhabitants of the country. IV: From the disaffected sentiment of some grandees at the Court of Kandy against the Company, very well known especially to native chiefs in the Matara Dissavany who are notable and prominent mostly through their birth and rank, from whose influence and support they, under these circumstances, promised themselves the best for their wicked designs, and, in recollection of the former native disturbances under the administration of the Honorable Governor Schreuder of blessed memory, presented to themselves as almost certain, and thereon based their hope for a fortunate outcome of their wicked designs, wherein they, however, through the peaceful and favorable inclination of the King, and of his well-minded first state ministers, particularly toward the present government, were this time very much mistaken, however flattering their prospect was in the beginning of the disturbances calculated by them, and their plot remained for the supreme government of this government all the more formidable, worrisome, and critical, as one in the beginning was not sufficiently assured of these dispositions so fortunate for the Honorable Company, and one therefore could meet the gathered insurgent crowd only with all possible indulgence, and entirely disapprove of and set aside all means and forceful oppositions, however just and necessary. 2203 V: By the, in my opinion, ill-conceived speedy return of the Dissave Mr. van Angelbeek to the main post, when His Honor on his recent journey to Baddegama, at Dikwella, situated only about four hours from Matara, was informed of the gathering of some discontents, because their number there was still small; not a single notable native chief was present among them as leader, and it would thus under those circumstances, in my judgment, have been better that His Honor had entirely rejected the Achitophelian advice of some notable native chiefs who were with His Honor, and had marched immediately to that rebellious crowd, to first admonish them to their duty with all suitable kindness and paternal cordiality, to promise them in the most binding manner all possible attention to all their complaints and grievances to be presented with modesty and propriety, and in case of this not working in the then state of affairs, quite a lot for one itself from all injury

Dutch transcription

2202 oogmerken voorgesteld, bij Hun zijn, en welke gevolgen ze natuurlijk moeten hebben wanneer, die door eenige zaamen„ loopende omstandigheeden, bij hun in dubbelde aandagt en opmerking vallen, wijl ze uijt Hun aard ten hoogste klaag„ „ziek zijn, en zig altoos van alle Middelen en weegen bedienen die tot voortzetting van deeze natuurlijke ge„ nijdhijd maar eenige schijnbaare aanlijding of aanmoe„ diging geeven. „toog §71. Aan de aankomst vande „ Edele Heeren kommissarissen tot bee„ ter reguleering van het zoo aangeleege Defensie weezen in dit gouvernement, aan welker opentlijke en bekende Hooge kommissie men al vrij algemeen die van eene onvermerkte betragting en opneeming van de innerlijke staat en Huijshou„ „delijke toestand van het Gouvernement heeft toegeschreeven, en in welke gevoelens de kwalijk gezinde Jnlandsche Hoofden, voor al in de Matureesche Dessavonij te meer versterkt wierden, wanneer ter Hunner kennis kwam, Dat de Regeering te Gale„ terstond op den ontvangst, bij een formeel Raad Besluijt goed„ „vond aan hun Hoog Edelen te laaten afgeeven authentieke kopij van een door een Post en wagt lascorijn bij den Heer kommandeur sluijsken aan gebragte ongeteekende klagt ola teegen den Heer Dessave van Angelbeek, uijt welke opmerkelijke behandeling het reeds vrij algemeen gevoe„ Heeren len over de onderstelde onverklaarde kommissie deeser „ tot opneeming van 'slands inwendig Bestier en van alle Huijs„ houdelijke aangeleegendheeden, zeeker grootelijks toenam, „en als bevestigd wierd, en dus de kwalijk gezinde Jnland sche Hoofden tot een meede werkend middel ter derijking Hunner boose oogmerken diende, waar van zij ook daadelijk door wun groote invloed op Hunne zoo ligt door waarschijnelijkheeden te mislijdene onderhoorigen alle moogelijk gebruijk maakten; en dat dit niet op eene .. bloote 7 lijke voor gelor beste 6 bloote gissing steund is niet alleen uijt den zaamen ha van veele daar toe betrekkelijke omstandigheeden, maar wel in het bijsondere blijkbaar, Dat de opschuddingen en klagten des volks in de Matureesche Dessavonije, zig Juijst eeven na de aankomst van Hun Hoog Edelen te Gale in de Maand April J:o Leeden verklaart en ge„ openbaart hebben, en de bij Gaalsche Regeerings Briev van den 22. April vermelde ongeteekende, en op eene zoo be„ denkelijke wijse bestelde klagt ola meede ingerigt wes aan gedagte Hoog Edele Heeren kommissarissen, met nadrult„ kelijke instantie om in de beswaaren des volks na Hun Edele Magt en vermoogen te voorzien; even of hun Hoog Edelen meede tot opneeming en onderzoek van alle klag„ „ten en beswaaren vande Jngezeetenen des lands waaren overgekoomen. WV: Uijt de, voor al bij meest door Hunne geboorte en stand aansienelijke en aanmerkelijke Jnlandsche Hoofden in de Matureesche Dessavonij zeer wel bekende ongeneegene gevoelen van eenige grooten aan het Hof van kandia teegen de komp: van welker invloed en ondersteuning zij zig bij deeze omstandigheeden het beste voor wunne boose inzigten beloofden, en, in herdenking der woor„ malige Jnlandsche onlusten onder de Regeering van den Edelen Heer gouverneur schreuder W: L: M:, als genoegzaam zeeker voorstelden, en daar op Hunne Hoop tot eene gelukkige uijtslag Hunner boose in zig„ „ten vestigden, waar in zij zig egter door de vreedzaame en gunstige wijnig des konings, en van zijne welden„ kende Eerste staat Dienaaren, in het bijsonder voor de teegen„ „woordige Regeering, ditmaal zeer misgist hebben, hoe vlegend hun vooruijtzigt ook in den aanvang der door hun berek„ kende opschuddingen was, en Hunne toeleg voor de opper„ Regeering deses gouvernements zo veele te gedugten zorgelijk en bedenkelijk bleef, als men in den beginne nijet noegzaam van deze voor de Ed: Maatschappij zoo gelukkige dispositien verzekert was, en men daerom de zaamen= genotte op voerige in eenigte maer alleen met alle moogelijke 2203 mogelijke inschikkelijkheid konde te gemoed treeden, en alle middelen en kragtdadige teegenkantigen hoe billijk en noodzaakelijkheid ook geheel afkeuren, en ter zijde stellen. V: Door de, na mijne gedagten, kwaalijk begreepen spoedig te rugkeering van den Heer Dessave van Angelbeek na de Hoofd Post, wanneer zijn Ed: op zijn jongste togt na baddegerie, te dikwille, maar omtrent vier uuren van Matura geleegen, van de zaamrotting eeniger Mis„ „noegden onderrigt wierd, wijl Hun getal aldaar nog klij„ was; geen enkeld aamerkelijk Jnlandsch Hoofd zig als Aanvoerder bij Hun bevond, en het dus bij die beeter geweest waare omstandigheeden, mijnes oordeels, „den, achitopheelische raad van eenige zig „ doen bij zijn Ed: dat zijn Ed: bevindende aanzienelijke Inlandsche Hoofden geheel verworpen had, en terstond na die oproerige Hoop getrokken was, om hun eerst met alle voeg„ lijke goedheid en lands vaderlijke hartelijkheid tot hun pligt te vermaanen, Hun alle moogelijke „na aandagt op alle Hunne met beschijdendhijd en behooren voor testelle klagten en beswaaren op eene meest verbindende wijse toeteseggen en bij het niet opereeren van deese in de toenmaalige toedragt van zaaken, al vrij veel voor een zig van alle benaa„ „deeling ing gen„ ie el T te alle en- duglen

NL-HaNA_1.04.02_3884_0962 view scan ↗

English

the Land Regent, being entirely at ease and assured, could daily have had the improper spokesmen and instigators of this rebellious and malicious crowd apprehended, either by stratagem or by force, by the lascars or native warriors he had with him, or who were to arrive immediately from the main post, and transferred at once under secure custody to Gale. Thus, at these first beginnings of the commotion, he could have promptly executed that which was most necessary, and which, in my opinion, would primarily have prevented the growth and increase of this malicious mob of lesser and common natives, who did not band together of their own accord. This would already have been a considerable gain for that time, and His Honour would soon have discovered that many of the native chiefs subordinate to him not only enjoyed a greater share of his confidence than they truly deserved, but that most of them were, under those circumstances, highly suspect, and should have been stripped in time of all power to further their evil designs; and how very much the removal of His Honour's second-in-command and Baddekorn, the Mohandiram Bartholomeus de Zilva Wikkremeratne, and his kinsmen—no matter how greatly their loyalty and competence had been experienced and assured by His Honour—was nevertheless of great importance and thus very necessary for those critical circumstances, even if only for a short time at first. Concerning all these past and subsequent circumstances during these commotions, the said Land Regent could best explain himself through a full written justification, and thereby sufficiently demonstrate to what extent this, in my opinion, better course of action under those circumstances, as being best informed thereof, was feasible or not, and what detriment the contrary of these my reflections could bring about in the then course of the aforementioned commotions, or was to be feared therefrom, and thus himself remove the objections that might arise against His Honour in this matter. VI. Through what is, to my mind, the all too hasty nomination and dispatch of commissioners to Gale to investigate the complaints and grievances of what was then still only a small number of insolent malcontents in the Maturese Disavany, of whose gathering barely the first incomplete reports had been received. For thereby, the matter was already understood from the outset, in the ever-observant eyes of the natives, as being of great weight and of a reasonable and necessary presentation. As a result, the kindled fire immediately received too much fuel, causing the number of malcontents and their improper clamour to increase at once, and effectively compelling the ill-disposed to augment the rebellious crowd more and more and to make the clamour general. Thus, the hasty nomination and dispatch of these commissioners obstructed the means that might still have been employed in the beginning to disperse the assembled, malicious mob and to let everyone return to their home village, whilst their complaints and grievances might indeed have been received, giving them the best assurance that all possible regard would be paid thereto and that full justice and satisfaction would be rendered. This could and should have been promised to them in the most persuasive and binding manner by the Land Regent himself, and explained by the prominent native chiefs best suited for the task in the manner most acceptable to them, whereby these commotions might have been contained and even entirely smothered in their infancy, whereas now, through their immediate great increase and obstinate continuation, the entire country has been plunged into great unrest and turmoil. VII. From the—especially in the beginning—rather great leniency shown by Messrs Fretz and Camlant, who were dispatched thither by the Supreme Government of this administration at the express request of the Maturese Land Regent and upon the proposal of the Council of Gale for two commissioners to hear, record, and settle all complaints and grievances presented by the assembled, restless multitude in the Maturese Disavany. For such an impetuous and thoroughly malicious mob, devoid of any notable leaders, in my view—for which I request a favourable pardon if I am mistaken—too much was conceded too quickly, in promising and committing so much to them, as is mentioned in their dispatched mandate ola of 28 May last; and, for these very criminal rioters who persisted more and more in their threats and wicked deeds, not only granting and proclaiming from Their Honours themselves a general pardon, assurance, and favourable re-acceptance of them as honest and good inhabitants of the land, but moreover publicly assuring these so culpable and rebellious villains of a letter of pardon provided to Their Honours in advance, and of a complete promise of grace and favourable acceptance by the supreme ruler of the country. Which great and highly favourable representation and assurance, in my view, might well have been spared and withheld until one was beforehand sufficiently assured of the calming of the agitated minds and of the sincere willingness of the entire gathering to acknowledge their so culpable conduct, and of their conscientious and trusting acceptance and acquiescence that they immediately

Dutch transcription

deelig geheel gerust en verseekerd kennende Land Regent aangewende inschikkelijkhijd, dagelijks de onbetaame„ „lijke woordvoerders en aanstookers deeser oproerige en kwaadwillige Meerigte door zijne bij zig hebbende, of terstond van de Hoofd post aantekoome Laskorijns of Inlandsche krijgers, het zij met list, dan wel met geweld te laaten opvatten, en terstond onder goede verzeekering na Gale overbrengen, en dus bij deese beginselen der opschudding dadelijk dat uijtvoerlijk te verrigten het welk meest nodig was, en na mijne gedagten, wel voor eerst de aangroeijing en vermeerde„ „ring deeser niet uijt hun zelve zamengerotte knaad„ „aardige Hoop van min aanmerkelijke en gemeene In„ „landers zoude voorgekoomen hebben, het geen voor die tijd dan al vrij veel gewonnen was, en zijn Ed: wel haast zoude ontdekt, hebben dat veele der on„ „der Hem bescheiden Inlandsche Hoofden niet alleen grooter aandeel in zijn vertrouwen hadden dan zij werkelijk verdienden, maar dat de meesten hun„ „ner in die omstandigheeden zelfs ten hoogste verdagt waaren, en in tijds van alle vermoogen tot het verder voortzetting Hunner kwaade oogmerken 2204 oogmerken moesten ontzet worden, en hoe zeer de ver„ „wijdering van zijn Ed: tweede folk en Baddekorn, de Mohandiram, Bartholomeus de Zilva wikkre„ meratne en zijn Maagschap, hoe grootelijks Hunne „ trouw en geschiktheid ook door zijn Ed: onder„ vonden en verseekerd was, egter voor die beden„ „kelijke omstandighijd, al waare het ook maar voor eerst voor een korte tijd geweest, van groot „was belang, en dus zeer noodzakelijk „ over alle welke toenmalige en volgende omstandigheeden bij deese op„ „schuddingen zig gemelde Land Regent best door een volleedige schriftelijke verandwoording zoude konnen verklaaren en daar bij genoeg„ „doende aantoonen in hoe verre deese, na mijne gedagten, beetere betragting in die omstandighee„ ƒ „den, als best daar van onderrigt al of niet uijtvoerlijk was, en wat nadeel het teegendeel deese mijner bedenkingen in de toemmalige toe„ G dragt der voormelde opschuddinge konde toe„ „brengen of daar voor te dugten waare, en dus zelve zelve de waarschijnlijk teegen zijn Ed: in deese op„ koomende bedenkingen weg neemen. VI. Door het, na mijn begrip, al te spoedig benoemen en afsenden van gecommitteerden te Gale ter on„ „derzoek van de klagten en beswaaren van als doen nog maar een gering aantal vermeetele Misnoegden in de Matureesche Dessavonije, van welker zaamen „rotting men nauwlijks de eerste onvolkomene berigten ontvangen had, wijl men daar door de zaak reeds in zijn aanvang voor het altoos wel opmerkend oog der Inlanders als van groot gewigt en van een billijke en noodsaakelijke voorstelling begreep, waar door het aangestooke vuur terstond te veel voedzel ontving, het getal der Misnoegden en hun onbehoorlijk geschreeuw terstond deed toenee„ „men, en de kwalijk gezinden wel in de nood„ „saakelijkheid bragt van den oproerigen Hoop meer en meer te doen aangroeijen en het geschreeuw algemeen te maaken, en dus de spoedige benoeming en afsending deeser Gekommitteerden de middelen teegen 2205 teegen hield die men mogelyk nog in den be„ ginne zoude hebben konnen aanwenden om de zaamengerotte kwaadaardige Hoop uijtmalkan„ „deren te doen wijken, en een ijder na zijn woondorp te laaten terug keeren, terwijl men daarom wel hunne klagten en beswaaren had komen opneemen, en Hin de beste verzeekering geeven dat daar op alle moogelijke reguard zoude geslaagen en alle regt en voldoening toegebragt worden, het geen Hun op een meest overreedende en verbin„ „dende wijse door den Land Regent zelve had konnen en behooren toegezegt en door de zig best daar toe schikkende groote Jnlandsche Hoofden op de voor hun aanneemelijkste wijse verklaard worden, wanneer deeze opschuddin„ „gen reeds in Hunne geboorte hadden konnen gesluijt en zelfs geheel gesmoort worden, daar nu door de dadelijke groote toenee„ „ming en halsterrige aanhouding daar van van het geheele land in groote onrust en opschudding gebragt is. VII Uijt de, voor al in den beginne, door de Heeren Fretz en Camlant, op uijtdrukkelijk versoek van den Matureesche Land Regent en op voor„ „stel van den Gaalsche Raad om twee kom„ „missarissen, tot het aanhooren, opneemen en afdoen van alle de door de zaamengerotte Huijs zugtige Meenigte in de Matureesche Dessavong voorgesteld werdende klagten en beswaaren door de opper Regeering deeses Gouvernements derwaards afgevaardigt, voor zoo een onbe„ duijsde en geheel kwaadaardige Hoop onvoorzien van eenige aanmerkelijke Aanvoerders, na mijne gedagten, voor dewelke Jk, bij vergissing, eene gunstige verschooning versoeke, vrij groote toe„ „geevendhijd, met hun zoo haast zoo veel toe„ te zeggen en te belooven, als by derselver afge„ „vaardigde Mandaat ola van den 28. Maij I:o Leeden vermeld 2206 vermeld word, en voor deeze meer en meer in Hunne bedrijgingen en boosheeden voortvaarende zoo zeer misdadige oproermaakers niet alleen een al„ „gemeen Pardon verzeekering en weeder guns„ „tige aanneeming van Hun als braave en goede Lands Jngezeetenen, van Hun Edelen selven toete„ „deelen en aftekondigen, maar deeze zoo strafwaardige en weederspannige booswigten nog daar en booven van Hun Edelen bij voorraad toegekoome Pardon Brief en van een volleedige toezegging van gratie en gunstige aanneeming van den oppergebieder des Lands opentlijk verzeekering te geeven, welke groote en hoog gunstige voorstelling en verzeeke„ „ring na mijn inzien, wel zoo lang had moogen bespaard en terug gehouden worden tot dat men voor af genoegzaam verzeekerd was van de bedaardheid der gistende gemoederen en van de hartelijke berijdwilligheid der geheele zaamerot„ „ting tot het erkennen van Hun zoo strafwaardig bestaan, en van Hunne gemoedelijke en vertrouwe„ „lijke aanneeming en berusting dat hun dade„ „lijk

NL-HaNA_1.04.02_3884_0968 view scan ↗

English

lawful and proper justice would be done regarding all their reasonable complaints and grievances, after a proper presentation thereof and after the completion of an investigation of matters, and that they should in some way acknowledge such a wholly undeserved high favor by immediately dispersing from one another and returning to their dwellings; whereas now this mutinous mob, after such clear tokens of boundless and exceedingly great goodness, not only persisted in its intended wickedness, but even became progressively more malicious and entirely shameless, and thus certainly did not answer to that good expectation which those commissioners undoubtedly promised themselves from their so favorable treatment of these wicked people, and thus, according to the proving outcome, served more toward a bolder and more shameless continuation and persistence than toward the cessation and destruction of their wickedness, which is certainly much easier to notice and point out a posteriori than it is to foresee or fathom in and during such delicate and anxious circumstances, and is also only brought up by me herewith as a mere reflection of what, in my opinion, could and might be noted as an accidental and contributing cause to the so unheard-of progress and persistence of these so criminal disturbances in the Matara Dissavany, and is by no means touched upon by me as if I wished to rebuke the zealous and vigilant conduct of these gentlemen in and during the performance of their so anxious commission, or to point it out as in any way deficient or imperfect, toward which I have not the slightest intention, being convinced that Their Honors applied all possible courage, loyalty, and zeal in that entrusted commission, greatly exposed the security of their persons in the beginning of their negotiations by venturing among the fugitives, and certainly adjusted their great leniency according to the understanding that Their Honors then had of the course and circumstances of affairs, and according to the good that appeared to Their Honors through a very dark cloud from the midst of this agitated crowd toward the return to their duty; which flattering hope was certainly answered just as unworthily as entirely unexpectedly, which certainly was also in the highest degree grievous to Their Honors, as well-meaning servants of the Noble Company and members of the government of this administration. These now are, in my opinion, the principal accidental as well as contributing causes to the outbreak, the progress, and persistence of the so great unrest and disturbances revealed in the Matara Dissavany in the month of April last, which I have the honor herewith, according to the requisition made upon me, to lay open with all sincerity and without any prejudice for or against whomsoever it may be, respectfully asking pardon for all that is deficient therein that might appear to the more enlightened judgment of Your Right Honorable Grand Worship, in which favorable confidence I have the honor to subscribe myself with all sentiments of high esteem, underneath stood: Right Honorable Grand Worshipful Sir! Your Right Honorable Grand Worship's humble and very obedient servant was signed: C:s D: Kaijenhoff, in the margin: Colombo the 14th of October 1790. — Agrees Hybrands First Clerk N 25 Mous Examined 2208 Colombo Secret To the Right Honorable Grand Worshipful High Commanding Sir Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and the Coast of Madura etc:a etc: etc: together with the Council Right Honorable Grand Worshipful High Commanding Sir At last the English have brought it so far that they have made themselves masters of the entire Kingdom of Carnatica, and have put themselves in full possession thereof. The Nabab has made the strongest protests against this, and even went so far as to give orders to his governors not to hand over the administration of the lands; but at last he seems, understanding himself that this would avail him nothing, because the English already held all strongholds and this full power in their hands, to have submitted to the desire of the English. The English have had it proclaimed in all villages in the country in the usual manner that the English Company has taken the lands of the Nabab to itself, and that therefore henceforth each and every one owes the same obedience to the English Company that they previously showed to the Nabab; and in the province of Ternevelle it was furthermore announced that Mr. Benjamin Torin has been appointed as Regent of this province. The Mannigaar of Meloer, where this proclamation was also made, has solemnly given us notice of this. Mr. Torin has made known to me the change in government and his appointment as superintendent. His Honor's letter, dated the 2nd of this month, which I have the honor to enclose herewith in original, contains that the Government of Madras, according to the orders of the Governor-General in Bengal, found it necessary to introduce the administration of the English Company into the lands of the Nabab, and that he was appointed as superintendent of all the revenues etc:a. In the manner in which the English administration is conducted in the lands of the Nabab, it will amount to the same as if they had completely appropriated the lands, although otherwise in my view the description of Mr. Torin would signify rather less. I found myself obligated to inform Your Right Honorable Grand Worship of

Dutch transcription

„lijk en behoorlijk Regt op alle Hunne billij„ „ke klagten en beswaaren, na derselver be„ „taamelijke voorstelling en na volbragt ondersoek van zaaken, zoude gedaan worden, en zij door dadelijk uijt elkan„ „deren te wijken en na Hunne woonin„ „gen weedertekeeren eene zoo geheel onver„ „diende hooge gunst eenigsints wilden erkennen daar nu deeze Muijtzugtige Hoop na zoo duijdelijke blijken van onbepaalde en overgroote goedhijd, niet alleen in zijn voor„ gestelde boosheid volharde, maar zelvs hoe langs zoo meer kwaadaardige en gantsch on„ beschaamt wierd en alzoo zeeker niet beandwoorde aan die goede verwagting, welke die Heeren kom„ „missarissen zig ongetwijffeld van deselver zoo gunstige toedeeling van deese boose menschen beloofden, en dus na de bewij„ „sende uijtkomst, meer tot stouter en onbeschaamder voortzetting 9k. en aanhouding dan tot ophouding en vernietiging Hunner boosheid gediend heeft het geen zeeker veel ligter en aposterievre optemerken 2267 optemerken en aantewijsen is, dan het in en bij zoodanige delikaate en zorgelijke om„ „standigheeden te voorzien of te doorgaonden valt, en ook door Mij maer alleen bij deeze opgehaalt word als een bloote bedenking van het geen, na Mijne gedagten, tot den zoo onge„ hoorde voortgang en aanhouding deeser zoo mis„ „dadige opschuddingen in de Matureesche Dessa„ vonije als een toevallige en meedewerkende oorzaak zoude konnen en moogen aangemerkt worden, en geenzints door Mij aangeroert word als of ik het ijverig en waakzaam gedrag dee„ zer Heeren in en bij het volbrengen Hunnen zoo zorgelijke kommissie wilde berispen, of als eenigsints onvoldoende of onvolkoome aanwijsen waer toe Ik geen de minste gedagten hebbe, als overtuijgd zijnde dat hun Edelen in die aanver„ trouwde kommissie alle moogelijke kloekheid, Trouwe en ijver aangewend, de zeekerheid Hun ner Perzoonen in den beginne Hunner onderhan„ „delingen met zig bij de vlugtelingen te waagen, zeer bloot gestteld, en hunne groote toegeevend„ hijd zeeker geschikt hebben na het begrip dat van Edelen als doen van den toedragt en omstan„ digheeden van zaaken hadden, en na het goede dat hun Edelen door een gantsch duijstere wolk uijt het midden deezer opvoerige meenigte voor het wederkeeren tot hun een en pligt voorkwam„ welke vlijende hoope zeeker eeven zoo onwaerdig als geheel onverwagt beandwoord wierd, het geen hun Edelen, als welmeenende Dienaaren der edele Maatschehappije, en leeden der Regeering deeses gou„ vernements, zeeker ook ten hoogste grievend geweest is. Deeze nu zijn, na mijne gedagten de voornaamste zoo toevallige als meedewerkende oorzaaken tot de uijtbaasting, den voortgang en aanhouding der in der in de Maand april JLeeden in de Matrael „sche Dessavonij geopenbaarde zoo groote on„ „lusten en opschuddingen, di Ik de eere hebbe bij deeze, na de Mij voorgestelde vordering, met alle opregthijd en zonder eenige voor of teegen ingenomenthijd voor wie het ook zijn mag„ open te leggen, eerbiedig verschooning versoe„ kende voor al het gebrekkige dat daer bij aen„ het verligter oordeel van uwel Edele gestr: groot Achtb: mogte voorkoomen, in welk gun stig vertrouwen Ik de eere hebbe Mij met alle gevoelens van Hoog agting te onderteekenen, /:onderstond:/ Wel Edele Gestrenge Groot Agt„ baare Heer! Uwel Edele Gestr: Groot Agtbaere onderdaanige en zeer gehoorzaame Dienaer /:was geteekend:/ C:s D: Kaijenhoff, /:in margine:/ kolombo den 14. ' october 1790. — Accordeert Hybrands Egklerk N 25 Mous Nagezien 2208 kolombo sekreete Aan den wel Edelen Groot Achtbaeren Hoog Gebiedenden Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlandsch Indien Gou„ „veaneur en Direkteur van het Eijland Ceilon en de Kust Madure etc:a etc: etC: neevens den raad Wel Edele Groot Achtbaere Hoog Gebiedende Heer Eijndelijk hebben de Engelschen het zo vergebragt, dat zy zich van het geheele rijk van karnateka meester gemaakt, en zich in het volle bezet daar van gesteld hebben De Nabab heeft daar teegen de kragtigste protistaatsien gedaen, en is zelfs zo ver gegaan, dat hij aan zijne landbestierders bevel heeft gegeeven, om de Administraatsie van de landen niet overtegeeven; maar eijndelijk schijnt hij, zelfs begrijpende, dat hem dit niets baaten zoude, wijl de engelschen reets alle sterkten en dees de volle magt in handen hadden, zich aan de begeerte der Engelschen te hebben onderworpen. De Engelschen hebben op alle dorpen in 't land op de gewoone wijze laaten bekend maaken, dat de Engelsche kompenie kompenie de landen van den Nabab na Zech hast genoomen, en dat dus voortaan elk en een ieder aan de Engelsche kompenie dezelve gehoorzaemte schuldig is, die zij te vooren aan den Nabab beweesken hebben, en in de provintsie van Ternevelle is daer bij nog dit bekend gemaakt, dat de heer Ben„ „Jamen Torin aangesteld is tot Regent van deese provintsie De Mannigaar van Meloer, daer deese bekendmaaking ook geschiedt is heeft hier van aan ons plegtig laaten kennis geeven De heer Torin heeft aan mij de verandering in en Regee„ ring, en zijne aanstelling als superentendant be„ kend gemaakt zijn Ed: brief, gedateerd 2: deeser, die ik de eer heb in origineel hier bij te voegen behelst, dat het het gouvernement van Madras volgens de ordres van den gouverneur generael in Bengalen het noodzaakelijk heeft gedonden om in de landen van den Nabab de administraat„ „sie van de Engelsche kompenee intevoeren, en dat hij benoemd was tot superintendant van alle de devenueen etc=a op de wijze zo als de Engelsche administraatsie in de landen van den Nabab is gevoerd zal het op hetzelve uitkoomen, of zij zich de landen volkomen hadden toege-eigent, schoon anders na mijn inzien de beschrijving van den heer Todin vrij minder zoude betekenen. Ik heb mij verplicht gevonden, om uwel Edele groot Achtbaere van

NL-HaNA_1.04.02_3884_0975 view scan ↗

English

to dutifully give notice of this change in the Government, and to respectfully request Your Honor's commands, and whether I shall henceforth treat matters concerning the Nabab with the English Government. The Nabab's agent Mr. Buchanan has already declared by letter of the 30th of August that due to the measures of the Government of Madras he no longer considers himself authorized to involve himself in any matters, and the land agent was arrested immediately after the publication concerning the transfer of the lands to the English Company. But I also take the liberty to request from Your Right Honorable a speedy reply, as the necessary preparations for the inspection of the pearl banks should be made by the 15th of October, and the chank diving begins on the 1st of November, and some time prior to that the leasing must take place. In the meantime, I have answered the letter from Mr. Torin simply and without involving myself in any matters, in civil terms, as Your Right Honorable will see from my letter of the 5th of this month, which I have the honor to present herewith. Concerning the acts of war between the English and the Nabab Tipo Sultan, I have the honor to report Examined to report: that the English have made themselves masters of the vast province of Coimbatore, belonging to the Nabab Tipo Sultan, that Tipo Sultan has gathered his troops in the passes of the mountains to prevent the English from entering the interior, furthermore occupying himself by letting cavalry and robbers, known under the name of looties, burn and plunder along the Coromandel coast. The swelling of the branches of the great river the Coleroon has hitherto prevented them from approaching this coast, and the forthcoming northeast monsoon will also greatly hinder them in this; but towards the month of February one believes these robbers must also be expected on this coast, if the war continues; yet people are beginning to speak of peace. I have the honor to remain with all respect and fidelity, below stood: Right Honorable High Commanding Lord, Your Right Honorable's humble and obedient Servant, was signed: M: Mekken, in the margin: Tuticorin the 6th of September 1790. Agreed Sybrands First Clerk Pompens. Sir, I have the honor to receive your letter of the 21st current two leagues from here and the duplicate upon my arrival; be assured that a copy of your application will be forwarded at once to the Government for their consideration and another to General Medows at the head of the army at Coimbatore so that we shall lose no time in having a conclusive response, and I think that he will grant your request. Allow me to take this opportunity to inform you that the Government of Madras according to the orders of the Governor General of Bengal have found the necessity to establish in the territories of His Highness the Nabab of Arcot the administration of the English Company, and that the Government of Madras has appointed me the superintendent of all the revenues in the country of Tinnevelly. I have the honor to be with the most perfect consideration, lower down: Sir, your very humble & obedient servant, signed: B: Torin. Tinnevelly, 2 September 1790. Herewith I have the honor to send you two packets for your Government in Colombo, with which I was charged at my departure from Madras by Messrs. Porcher & Redhead. To: Mr. Mekern, Governor of Tuticorin. To: Mr. Benjamin Torin, Superintendent on behalf of the Honorable English Company in the province of Tinnevelly. I have received the letter which you have done me the honor to write to me on the 2nd current, in which you have done me the honor to inform me that the Government of Madras had introduced into the territories of His Highness the Nabab the administration of the Honorable English Company, and that the Government had appointed you superintendent of all the revenues, etc., in the province of Tinnevelly. I give you my thanks, Sir, for this information, and beg you to allow me to add my sincere congratulations on your new post. At the same time I am very sensible of your goodness in being willing to recommend my request for the passage of a detachment of our troops to the Government of Madras and to His Excellency General Medows, but I hope that my letter of the 2nd current will have arrived in time to prevent this trouble, as considering that the good season approaches we have taken the resolution to send the detachment by sea. I have the honor to be with the most perfect consideration, lower down: Sir, your very humble and very obedient servant, signed: M: Mekern, in the margin: Tuticorin, 5 September 1790. No. 20. separate Tuticorin To the Honorable Martinus Mekern, Senior Merchant and Chief there. Worthy, Discreet, yesterday we received your secret letter of the 6th of this month containing the communication that the English have made themselves masters of the entire Kingdom of Carnatica and have placed themselves in full possession thereof; that they have had announced in all villages in the country in the customary manner that the English Company had taken over the lands of the Nabab, and that thus henceforth each and everyone owes the Honorable Company the same obedience that they previously showed to the Nabab. According to this proclamation one might without hesitation consider that the Nabab of Carnatica is in the fullest sense deposed from the Government over his lands, and that the matter is brought to such terms that the English Company, replacing the Nabab in his rights, must henceforth be considered

Dutch transcription

2209 van deeze verandering in de Regering schuld„ pligtig kennis tegeeven, en om hoogst de dezelver beve„ len eerbiedig te verzoeken, en of ik voortaan de zaaken den Nabab betreffende zal behandelen met de Engelsche Regeering. sNababs agent de heer Buchanan heeft reets bij brief van den 30: augustus, verklaerd dat hij door de maatrege„ „len van 't gouvernement van Madras Zich niet meer bevoegd achter om zich omtrent eenige zaaken intelaalen, en de landaegent is straks na de pu„ „blikaetsie wegens den overgang van de landen aan de Engelsche kompenie, in arrest genomen Maar ik neeme tevens de vrijheid uwel Edele groot Achtbaere om een spoedig antwoord te verzoeken, wijl de nodige toebereidselen tot de visitaatsie van de paarlbanken tegen den 15: october dienen gemaakt te worden, en de sjankoos duijkerij den 1: November beginnen, en nog eenigen tyd te vooren de verpachting geschieden moet. De brief van den heer Torin heb ik intusschen een= voudig en zonder mij omtrent eenige zaaken in telaaten, in civeele termen beantwoord, zo als uwel Edele groot: Achtbaere zal zien bij mijn brief van den 5: deeser, welke ik de eer heb hier nevens mede aante bieden. omtrent de oorlogs bedrijven tusschen de Engelschen en den Nabab Tipo sultan, heb ik de eerte melden Nagezien melden; dat de Engelschen zich van de uijtgeschrekkte provintsie kombotoes, dan den Nabab Jipo sultan gehoorende, hebben meester gemaakt, dat Jepo sultan zijne troepen verzameld heeft in de kloo„ „ven der bergen, om den Engelschen den ingang in de binnenlanden te beletten, zich voorts bezleg houdende, om door kavellerij en roovers, onder den naam van loeties bekend, langs kormandel te laeten dooven en planderen: De opzwelling van de aamen van de groote rivier de kolevan heeft Een tot nu toebelet, om deeze kust te naderen, en de aanstaande noordmossen zal hen daar in ook veel kinderen; maer teegen de maand februarij meint men deeze rooversook op deeze kust te moeten verwagten, indien de oorlog blift voort duuren; doch men begint te spreeken van vrede. Ik heb de eed met alle eerbied en trouwe te blijven /:onderstond:/ wel Edele groot Achtbaere Hoog gebie„ „dende heer uwelEdele groot Achtb: onderda„ „nige en gehoorzaeme Dienaer /:was getekend:/ M: Mekken /:in margine:/ Tutukorijn den 6: Zeptember 1790 Accordeerd Sijbrands Eijklerk Pompens. 2210 Monsieur Sai l'honneur de recevoir votre lettre du 21. Courant a dux lieus dici et le Duplicate sur mon arrivé soyets assuré quine Copie de votre applecations, sera Euveloppé sur le Champ au Gouvernement pour leur Consideration et un autre au General medows a le tete de l'annee a Coimbetore afin que nous le perderons pas le temps d'avoir un reponse Conclesive & Juken qu'il accndera votre requet. „Permittes moi de prendre cette occasion de vous informer que le Gouvernement de madrasselon les ordres du Gouverneur General des Bengal ont trouwe la recipité de faire Etabli dans les teiiories de son altesse le nabab d'arest l'administration de la Compagnie auglois, et qui lé Gouvernement de ma„ „dras ma nommé le superintendant de toute les rendes le dans le pays de Teonvelly Jail hon„ „neur détre avec le plus parfaite Consideration /plus pas:/ Monsieur votre tres humble & obeissant serviteur /:signé :/ B: Torin Ternoelly 2. Septembre 1790. Ce Junt Jai l'honneur de vous envoijer deux Daequit pour votre Gouvernement a Colombo cent Jetois change a mea depart de madras par messr. Porchir 2 Kidherd A: monsieur monsieur Mekern Gouverneur de Tuticurnin 2211 H: Monsieur Benjamin Torin superintendant de la part de l'honorable Compagnie Angloise dans le provence de Tirnevelli P'ai recu la lettre, que vous mavez fait l'hon„ „neur de mécrire le 2. courant, dans lequels vous m'avez fait l'lionneur de me rendre Connoissance, que le Gouvernement de Madras avoit introduit dans le territoires de son altesse le Nabab l'ad„ ministration de l'honnorable Compagnie Angloise, et que le gouvernement vous avoit nommer le sie perintendant de toutes le rentes enz: dans la province de Tirnevelli. Je vous rend mes remerciments, Monsieur pour cette Connoissance, et vous prie de permettée, que je joint mes felicitations cinceres sur votre nouveau charge. En meme temps Je suis tres sensible a votre bouté de vouloir recommander ma demande pour le passage d'un detachement de notres troupes au Gouvernement de Madras et a son excellence le general Meadows, mais Jespere que ma lettre du 2. Courant sera venu encor Monsieur a a temps pour prevenir cette peine, Comme aijent considerer que le bonne saison aprab nous avons prit la resolution faire passer le detachement par mer. Jai l'honneur d'etre avec la plus parfaite Consideration /:plusbas :/ Monsieur votre tres humble et tres obeissant serviteur /:signe:/ M: Mekern /:enmarge :/ Jutu„ „corin le 5. Septembre 1790. — No: 20: appart 2212 Tulukorijn Aan den E: Martinus Mekern opperkoopman en opperhoofd aldaar Eerzaeme Diskreele gisteren hebben we ontfangen uwen sekreeten brief van den 6. deezer houdende kommunicatie dat de Engel„ „sen zig van het geheele Rijk van karnatika meester gemaakt en zig in tot volle bezit daarvan gesteld hebben; dat ze op alle dorpen in het land op de gewoone wijze hebben laaten bekend maaken, dat de Engelsche komp:e de landen van den Nabab na zig hadde genoo„ „men, en dat dus voortaan een elk en een ieder aan waar Ed: de zelfde gehoorzaamheijd schuldig is die ze te vooren aan den Nabab beweezen hebben. gt Volgens deeze bekendmaaking zoude men het zonder bedenking daarvoor moogen houden, dat de Nabab van karnatika in den volsten zin van de Regeering over zijne landen is ontzet, en dat de zaak gebragt is in die termen, dat de Engelsche komp:e den Nabab in zijne regten vervangende, voortaen moet worden aangezien

NL-HaNA_1.04.02_3884_0986 view scan ↗

English

considered as Lord of all the Lands that up to now have belonged to him, and among them especially as Lord of the principality of Madura and supreme feudal lord of the Marava Lands. From the letter of Mr. Torin written to Your Honour on the 2nd of this month and sent to us in the original, the terms into which matters have been brought by this seem, on the contrary, somewhat doubtful. He only says that the Government of Madras, according to orders from the General Government of Bengal, has found it necessary to establish the administration of the English Company in the lands of His Highness the Nabob of Arcot, and that the Government of Madras has appointed him as superintendent of all revenues etc. in the country of Tirunelveli. Your remark that, according to the manner in which the English administration has been introduced into the lands of the Nabob, it will in any case amount to the same in its consequences as if they had completely appropriated the lands, although otherwise Mr. Torin's description signifies rather less, we find very correct. One seems the less able to doubt this, because the Nabob's Agent, Mr. Mr. Buchanan, has already declared by letter of the 30th of August that, because of the measures of the Government of Madras, he no longer considered himself authorized to involve himself in any matters, and that the Land Regent was also placed under arrest immediately after the proclamation concerning the transfer of the lands to the English Company. The Maniyakar of Melur, who dutifully made the aforesaid notification known to Your Honour, certainly did not do so either without having been ordered to do so by the English Government. Nevertheless, we need to have more certainty about the state into which things have been brought by this, and whether one will be able and obliged for the future to consider the English Company as Nabob of Arcot to administer afterwards. In this regard it is very essential to know whether this arrangement is only provisional, or whether the intention is to make it permanent. In order to be informed regarding all these particulars, we think that it could be of great service if Your Honour could confer with Mr. Torin about this orally. Being personally acquainted with him, this could be done by paying him a friendly visit at Tirunelveli. If Your Honour then finds matters disposed to deal with him officially, so that we have no more to do with the Nabob, at least that for the present one must consider the English Company as de facto Lord of the principality of Madura, and supreme feudal lord of the Marava Lands, in which capacity we have had to deal with the Nabob up to now, Your Honour could then begin by conferring with him about the inspection of the pearl banks, and about the chank diving, and in such a case we leave it deferred to Your Honour to even give him immediately a disclosure of our transactions with the Nabob, and of the state of affairs as it has been up to now. Your Honour can then, finding it necessary, inform him somewhat circumstantially of our rights and privileges on the Madura and Marava coasts, and, according to the circumstances and as Your Honour thinks it immediately necessary, show him our contracts, not only those concluded with Mr. Dodt, but also the latest contract with Mr. Buchanan. When this has been done, it is well to inform Mr. Torin that in this last contract in particular great sacrifices were made, solely to avoid the effect of the threatening language that Mr. Buchanan made use of in his dealings with us, by order, as we trust, of his Master; whereby Your Honour could give Mr. Torin a description of the state of affairs as it was formerly, adding that one trusts that through reasonable arrangements with the English Company affairs will be able to be brought back as they were formerly, and that we are very inclined to begin negotiations with his Honour directly, whenever he shall consider himself properly authorized thereto. We only give Your Honour these things in consideration in order to be able to act according to the circumstances of the time, as Your Honour shall find proper. It goes without saying that as long as any doubt remains whether matters might not afterwards return to their former state, it must very carefully be avoided that any fair reasons be given to the Nabob to be able to complain about our conduct afterwards. For this reason, and to prove that we intend nothing in this that could in any respect offend the Nabob in his honour or prestige, Your Honour could, either before or after Your Honour shall have spoken with Mr. Torin, also confer with Mr. Buchanan on all points that seem necessary to Your Honour, as proof that we proceed with all possible good faith and sincerity with regard to his Master and also to him. On account of the Company's relations on the Madura coast, it could well be that the English Government—if the English Company has really succeeded to all the rights of the Nabob and must consequently now be considered as landlord of the principality of Madura—will give us notice of this. If Your Honour could investigate this in a proper manner, and should judge that this is to take place, it would perhaps be best for the present, and until one is more certain thereof, not to go further with Mr. Torin than is strictly necessary for the present. Finally, in conclusion of this, we also note that if Your Honour should find Mr. Torin inclined, according to Your Honour's suggestion in the general letter of the 2nd of this month, to show to Your Honour the proof of the surrender or of the qualification from the Nabob, to

Dutch transcription

aangezien als Heer van alle de Landen die tot hier toe aan hem hebben toegekoomen, en daar onder spe„ „ciaal als Heer van het vostendom Madure & offer „leenheer van de Marruasche Landen. Uijt den brief van den Heer Torin den 2 e deezer aan U8: geschreeven en aan ons ien origineel toegezonden, schij „nen daar en teegen de termen waarin de zaaken hier„ g „door zijn gebragt, wat twijffelagtig. Wij zegt alleen dat het Gouvernement van Madras vol„ „gens orders van het Generaal Gouvernement van Bengale, het heeft noodig gevonden, om in de lan„ „den van zijn Hoogheijd den Nabab van Arkatte te doen etablisseeren de administratie van de Engelsche komp:e, en dat het Gouvernement van Madras hem heeft benoemd tot superintendant van alle renten etc=a in het land van Tirnevelli uw aanmerking dat naar de wijze waarop de En„ „gelsche administratie in de landen wan den Nabab is ingevoerd, het in allen geval op het zelfde zal doen uijtkoomen, in de gevolgen, als of ze zig de landen volkoomen hadden toegeeigend, schoon anders de be „schrijving van de heer Torin vrij minder beteekend, vinden we zeer Juijst. Men schijnt te minder dat „aan te moogen twijffelen, wijl 's Nababs Agent den Heer 2213 den Heer Buchanan bij brief van den 30:e August reeds heeft verklaard, dat Wij door de maatregelen van het Gouvernement van Madras zig niet meer G bevoegd agtede om zig omtrend eenige zaaken in te laaten, en dat ook de Landregent straks na de publikatie weegens den overgang van de landen aan de Engelsche komp:e is in „arrest genoomen. De Manigaar van Meloek die de voorsz: bekendmaaking aan UE: pligtig heeft laaten weeten, heeft dat ook zeeker niet gedaan, zonder daar „toe door het Engelsch Gouvernement te zijn gelast. we dienen nogtans meer verzeekering te hebben van den plooij, waarin de dingen hierdoor zijn gebragt, en of men de Engelsche komp:e voor den aanstaende zal kunnen en moeen aanzien, als Nabab van Ar„ „katte voor dat daarna kunnen bestieren. Hierbij is het zeer essentieel te weeten of deeze schikking al„ „leen is provisioneel, dan of het voorneemen daar„ „ van zij om ze bestendig te doen zijn Om noopens alle deeze bezonderheeden te zijn onder„ „rigt, denken we dat het van, veel dienst zoude —. 7„ 6 Uw E: den Heer Torin daar over kunnen zijn, indien mondeling konde onderhouden. Met hem in Bek„ „zoon bekend zijnde zoude dat kunnen geschieden met hem een vrindelijke visite te doen te Tirnevelli vind vind UE: als dan de zaaken daarna gedisponeerd om met hem officieel te handelen, zoo dat we met de Nabab niet meer te doen hebben, ten minsten dat men voor het teegenwoordige de Engelsche komp: moet houden als weer met der daad, van het vorstendom Madure, en opperleenheek van de Marruaschelanden, in welke kwaliteid we met den Navab tot hier toe hebben te doen gehad, da zoude UE: kunnen begin„ „nen met hem te onderhouden over de visitatie der paarlbanken, en over de Chankos duijkerij, en in zoo een geval laaten we het aan UE: gedefereerd, om hem ook zelfs nu aanstonds opening te geeven van onze hande„ „lingen met den Nabab, en van den staat der zaaken, zoo als die tot hier toe is UE: kan hem dan des noodig vindende wat omstandig onderregten van onze regten en voorregten op de Maduree„ „sche en Morruasche kusten, en hem na maate van de omstandigheeden, en na maate dat UE: dat nu aanstonds noodig denkt, vertoonen onze kontrakten, niet allen met den Heer Dodt geslooten, maar ook het Jongste kontrakt met den Weet Buchanaan„ Wanneer dit geschied is het goed den Heer Torin te in„ „formeeren, dat bij dit laatste kontrakt in zonder„ „heijd groote sacrifices gedaan zijn, alleen om te ont„ „gaen 2214 „gaen het effekt van de drijgende taal, waarvan de 7. Heer Buchanan zig ten zijne handelingen met ons, Meester haeft op last, zoo we vertrouwen van zijnen bediend waarbij UwE: aan den heer Torin zoude kunnen doen eene beschrijving van den staat der zaaken, zoo als die eertijds was, met bijvoeging, dat men vertrouwd, dat door de reedelijke schik„ „kingen met de Engelsche komp. e de zaaken wee„ „der zullen kunnen worden gebragt, zoo als eertijds waaren, en dat we zeer geneigd zijn om de hande„ „lingen met zijn Ed: direkt te beginnen, wanneer hij zig zal agten behoorlijk daar toe te zijn geauthoriseert. UE: deeze dingen alleen in overweeging ten We geeven eijnde na tijds omstandigheeden te kunnen handelen na maate dat UE: dat zal bevinden te behooren. stel spreekt van zelve dat zoo lange er eenige twijf of de zaaken na deezen niet wee„ „felinge overschieten, „derom zouden kunnen koomen in den voorigen plooij„ zeer voorzigtig moet worden vermeid, dat aan den Nabab geene billijke reedenen worden gegeeven om zig na deezen over onze handelwijze te kunnen be„ „klaagen. Hierom en ten bijwijze dat we in deezen niets voor hebben, het ' geen den Nabab in eenig opzigt opzigt in zijne eere of aanzien zoude kunnen bele„ „digen, zoude UE: het zij voor of na dat UE: met den Heer Touin zal hebben gesprooken, den Heer Bucha „nan ook kunnen onderhouden over alle pointe, die UE: noodig schijnen, ten blijke, dat we ten aanzien van zijn Meester en ook van hem met alle mogelijke goede trouw en opregtigheijd te werk gaan. Uijt hoofde van komp:s retaetsien op de madureesche kust konde het wel zijn dat 't Engelsch Gou„ „vernement, zoo de Engelsche komp:s werkelijk gebreeden is in alle den regten van de Nabab en mits dien nu als landheer van het vorstendom Madure moet worden aangezien ons daar van zal kennis geeven, zoo UE: dat op een bekendige wijze konde ondertasten, en mogte oordeelen dat dit staat te geschieden, waare het misschien best voor eerst en tot dat men daar van meer zeeker is; met T den heer Toain niet verder te gaen dan voor het teegenwoordige volstrekt noodig is. Eijndelijk merken, we tot slot deezes nog aan, dat . zob:s UE. den heer Torin mogte geneegen vinden, om volgens UE. bedenking bij gemeene brief van den 2. e deezer, aan UE: te toonen het bewijs van de overgave of van de kwalificaatsie van den Nabab, tot

NL-HaNA_1.04.02_3884_0991 view scan ↗

English

2215 7. to the assumption of the administration over his lands; if this occurred on account of a voluntary surrender, this would be one more certainty, but otherwise, in order not to undergo any slight that we would have to tolerate, we shall have to content ourselves with less, if only there is just enough ground to proceed upon. For the rest, after greetings, we remain below stood: Honourable, Discreet, Your Honour's good friends and was signed: W: J: van de Graaff, C: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Litter, J: A: Vollenhove in the margin: Kolombo the 10th of September 1790. Agrees. Eijklerk Eijbrands Examined Pompeul. No: 27. 2216 Secret. Kolombo To the Right Honourable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceilon and the Coast of Madura etc. etc. etc. Together with the Council. Right Honourable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord. I have had the honour to receive Your Right Honourable's most honoured separate letters of the 9th and 10th of September past. In order to comply with the objective of Your Right Honourable, I paid a visit to Tirnevelli, which I could do very conveniently, as I owed a visit to Mr Torin, and I deemed this the more necessary as the Nabob's agent Mr Buchanan had informed me in private that the Nabob had sent an embassy to Lord Cornwallis, whereupon everything might easily be overturned and the Nabob restored to the government of his lands. Upon my arrival in Tirnevelli the conversation with Mr Torin immediately fell upon the change of the government in the country, and I took this opportunity to request from him some explanation of his letter, whereby he had informed me that the Government of Madras had introduced the English administration into the Nabob's lands. I posed here two questions: whether the English Company now considered itself to be complete master of the realm of the Carnatic, and if so, whether secondly Mr Torin could show me a proof from the Nabob whereby he consented to the administration of the English Company over his lands. Mr Torin answered frankly that they had placed themselves in possession of his lands against the will of the Nabob and that they had even had to use force in some places, but that this had not been done with the intention of depriving the Nabob of his lands, nor of arrogating to themselves the sovereignty thereof, but only to secure the revenues for the discharge of the capitals for the payment of which the Nabob had bound himself and in which obligation he had remained in default from time to time. Mr Torin said further that the Nabob until now had not even given an order to his servants in the country to render an account and conveyance to the English, but that this order would presumably arrive in 2217 a few days, and that if the Nabob should remain entirely obstinate, in such case more circumstantial orders would be given by the Government, according to which he would have to conduct himself in all circumstances as soon as the answer from Bengal should have arrived regarding the embassy that the Nabob had sent to Lord Cornwallis. Now I believed I was sufficiently informed. I therefore presented to the Nabob's Agent, Mr Buchanan, who came to visit me some time thereafter, the embarrassment in which I found myself due to the change of government, as I had expected that the Nabob or his Agent would have given us notice of the manner in which the government of the country had passed over to the English Company, in order that we might govern ourselves accordingly in the treatment of affairs, since we were unwilling to take any steps that could prejudice the Nabob in his honour or even be disagreeable. I further represented to the aforesaid Mr Buchanan that having now waited in vain for a considerable time for a complete explanation regarding the state of affairs, I found myself obliged to ask him decisively whether he, on behalf of the Nabob, would proceed with us to the leasing of the chank diving and the inspection of the pearl banks, as the time had advanced so far that I could wait no longer. Mr Buchanan answered hereto that in his letter of 30 August he had already clearly declared that he could no longer enter into any management of affairs. To the questions of whether orders to that effect had been given to him by the Nabob, he answered no, that ministerially he had not the slightest orders from the Nabob, but that by the Madras courier he had seen publicly announced that the English Government had devised means to take the administration of the Nabob's lands upon itself, that he had seen the same put into execution, and had heard that it had been published that all inhabitants henceforth had to obey the English Company, that he believed he could not and was not permitted to resist these measures, and thus further declared that he considered himself unauthorized to enter with us 2218 into any measures on behalf of the Nabob. Thinking that we were now sufficiently safeguarded concerning the interests of the Nabob, I again conversed with Mr Torin about the state of affairs, but I have for the present felt hesitant to invite the English to proceed with us to the inspection of the pearl banks and the diving for the chanks. Mr Torin even seemed to find himself hesitant to address us to that effect. The pearl banks that we for this year

Dutch transcription

2215 7„ tot de aanvaarding der administratie over zijne landen; zoo dit is geschied uijt hoofde van eene Vrij„ „willige overgifte, dit een zeekerheijd te meer zoude zijn, dog anders zullen we ons, om geen wij gering ƒ te ondergaen, die we ons zouden moeten laaten wel ge„ „vallen , met minder moeten te vreede houden, als er alleen maar zoo veel gronds is dat men daar op kan aengaan. wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ i Eerzaeme Distereete. UwE: goede vriend en /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, C: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Litter J: A: Vollenhove /:in margine:/ kolombo den 10. e 7ber: 1796. Accordeert. Eijklerk Eijbrands nagezien Pompeul. No: 27. 2216 sekreet. Kolombo Aan den Wel Edelen Groot Achtbaaren Hoog Gebiedenden Heer Willem Jacob van de Graaff. Raad ordinair van Nederland Jndien, Gouverneur en Direkteur van het Eijland ceilon en de kuste Madure &a &a &a Nevens den Raad. Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer. Jk heb de eer gehad te ontvangen uwel Edele groot achtb: hoogst g'eerde apparte letteren van den 9: en 10: september J:o Leeden. Jk heb om aen het oogmerk van uwel Edele groot achtb: te voldoen, eene visite te Jirnevelli afgelegd het welk ik heel gevoeglijk konde doen, wijl ik eene visite aen den heer Torin „schuldig was, en ik heb dit te noodzaeke„ „lijker geoordeeld, wijl 's Nababs agent de Heer Buchanan mij in het partikulier had kennis gegeeven dat de Nabab aen Lood Cornwallis een ambassade had gezon„ „den waar op ligtelijk alles omgekeerd en de Nabab in de regeering van zijn landen hersteld zoude kunnen worden bij mijne komst te Jirnevelli viel het gesprek met den heer Torin straks over de verandering van de regeering in 't land, en ik nam deese gelegenheid waer waar, om het te versoeken, eenige verklaering van zijn brief, waer bij hij mij bedeeld hadt, dat het gouvernement van Madras on 's Nababs landen de Engelsche administraatsie had geintroduceerd. Jk stelde hier bij voor deese twee vraagen. „ of de Engelsche kompenie tans zich reeken„ „de volledig meester te weesen van het rijk van karnatika, en zo men of dan in de twee„ de plaats de Heer torin aen mij konde vertoonen een bewijs van den Nabab, waer bij hij bewilligde in de administraatsie van de Engelsche kom„ „penie, over zijne landen De Heer torin adid„ „woorde vrij uit, dat zij tegen den wil van den Nabab zich in de possessie van zijne landen hadden gesteld en dat zij zelfs op som„ „mige plaatsen geweld hadden moeten gebrui„ „ken dat dit echter niet geschiedt was, met het oogmerk om den Nabab van zijne landen te bewoo„ „ven noch om zich de souvereiniteit daar van aantematigen, maar alleen om zich te verseke„ „ren van de inkomsten tot voldoening van de kapitaalen tot welker voldoening de Nabab zich verbonden hadt en in welke verbin„ „tenis hij van tijd tot tijd agterlijk was ge„ „bleeven. De Heer Jorin zeijde verder, dat de Nabab tot nu toe zelfs geen order had gegeeven aen zijne dienaaren in 't land om aen de Engelschen reekening en transport te doen. maar dat deese ordre vermoedelijk in 2217 in weijnige dagen zoude koomen, en dat zoo de Nabab geheel mogt halsterrig blijven, in zulk geval, omstandiger ordres van het gouvernement zoude worden gegeeven, waer na hij zich in alle omstandigheden zoude moeten bestieren zo dra het antwoord van Bengalen zoude zijn gekoomen op de ambas„ „sade, die de Nabab aen lord Cornwallis had gesonden. Nu meende ik genoegzaem onderrigt te weesen. Jk stelde derhalven aen 's Nababs Agent den Heer Bulhanan, die mij eenigen tijd daar na kwam bezoeken voor de verle„ „genheid waer in ik mij bevond door de veran„ „dering van regeering, wijl ik verwagt had, dat de Nabab of zijn Agent ons zoude hebben kennis gegeeven van de wijse op welke de regeering van 't land aen de Engelsche komp: was overgegaen, ten eijnde ons daer na in de behandeling der zaeken te kunnen bestieren alzo wij ongaerne eenige stap„ pen wilden doen die den Nabab in zijne eer benadeelen of zelfs onaengenaem weesen konden. Jk stelde voorts den Heer Buchanan voorg. dat ik nu een geruimen tijd vrugteloos gewagt hebbende op eene volledige verklae„ „ring, wegens den staat van zaeken mij ver„ „pligt vond. om hem decisief afte vraegen, of of hij van wegen den Nabab met ons wilde tree„ „den tot de verpachting van de 's jan Koosduij„ „kerij en de visitaatsie van de paarlbanken, wijl de tijd wij zo ver was ingeschoten dat ik niet meer wagten konde. De Heer Buchanan antwoorde hier op dat hij bij zijn brief van den 30: aug:s reets duidelijk verklaerd hadt, dat hij in geene behandeling van zaeken meer konde treeden, op de vraegen, of hem daer toe ordres van den Nabab waeren ge„ „geeven, antwoorde hij neen, dat hij mi„ nisterieël geen de minste ordres van den Nabab hadt, maar dat hij bij den koerier van Madras publiek hadt zien bekend„ „maaken, dat het Engelsch gouvernement middelen beraamd had, om de administraat„ „sie van 's Nababs landen na zich te neemen dat hij dezelve hadt zien ter uitvoer brengen en gehoord dat er gepubliceerd was, dat alle ingezetenen voortaen de Engelsche kompenie moesten gewor„ saemen, dat hij meende zich teegen deese maatregelen niet te kunnen noch te moogen versetten en dus nader verklaarde, zich on„ „bevoegd te achten, om met ons 2218 ons in eenige maatregelen van wegen den Nabab te „treeden. Meenende dat wij nu genoegzaam beveijligd waaren ten belange van den Nabab heb ik op nieuw den Heer Torin over den staet van zaeken onderhouden, maer ik heb mij voor als nog be„ „swaard gevonden de Engelschen te nodigen om met ons tot de visitaatsie van de paarlbanken en de duikerij van de sjan„ „koos te procedeeren. De Heer Jorin schein zelfs zig be„ „swaard te vinden om ons daer toe aen te spreeken. De paarlbanken die wij voor dit Jaar

NL-HaNA_1.04.02_3884_0998 view scan ↗

English

year we had intended to inspect require only one to two days, and this work can therefore very easily be postponed until November, when the time is most suitable for it. And as regards the diving for the chanks, that can remain unleased without disadvantage until the last of October, because the diving only begins on the first of November. Indeed, in order to attract less attention, one could leave the diving entirely unleased, and have it carried out for the account of our Company for one half, and for the other half on behalf of those who shall afterwards be found entitled to it. But now the question arises whether, if affairs between the English Company and the Nabab remain until the end of October in the same state in which they currently are, or I say, whether in such case we shall invite the English to the inspection of the pearl banks and to the diving for the chanks, or rather, whether in such case we shall allow both the inspection of the pearl banks and the diving for the chanks to take place alone and without the intervention of the English or of the Nabab. Regarding this, I respectfully request to be instructed with your Right Honorable high orders. Meanwhile, I take the liberty to remark here that although we have not yet recognized the authority of the English government, and although I have also up to now written not a single ministerial letter to the superintendent Mr. Torin, apart from the single reply to the notification of the change in government, I nevertheless have not been able to avoid, in my private correspondence with Mr. Torin and in our oral conversations, asking for the redress of several small irregularities, which are still to be considered as consequences of the unreasonable treatment by the previous Nabab's regents, and regarding which Mr. Torin has also given me complete satisfaction. In such an extensive jurisdiction and trade as we have on this coast, disputes very often arise with the native servants which absolutely must be removed immediately so as not to delay trade. To use an example, I shall cite a single case. A few days ago, word was received at Ponnekail that the export of gunny was hindered, and because we were in need of gunny for packing the bales, it was absolutely necessary to confer about this with Mr. Torin, who immediately gave orders to provide us with gunny, and thereby declared that it was a misunderstanding, as he had not forbidden the export, but had only ordered gunny to be provided for them, for the army. In such and similar cases, we must absolutely address ourselves to those who hold the government of the country in their hands, without our being able to examine whether they have it by right or not. But whether this same government now has the right to demand reciprocally from us the right that the Nabab has to the pearl and chank fisheries, I must leave to the decision of your Right Honorable. In general, it is believed that the embassy of the Nabab to Lord Cornwallis will bring about no change in the decisions of the English government, because General Meadows, who pushed through the deposition of the Nabab, has been appointed Governor General of Bengal. It is therefore to be thought that affairs will for the present remain in the state in which they are. There are those, however, who think that the Nabab will be restored again in Europe. But since, even in this uncertain case, we shall have to deal with the English for a considerable time, I thought I should not let this opportunity pass without conferring extensively with Mr. Torin about our rights on this coast. And I think that we may speak freely and without fear with the English, because they have already for many years had their hands so far in the Nabab's affairs that he has had to arrange everything according to their wishes, and because the last treaty with the Nabab was concluded under the mediation of the English governor, Mr. Campbell. Regarding the Parruas, the merchants, and various other matters of lesser importance, Mr. Torin has made me every promise that we shall be fully maintained in our privileges, and that he will give orders to the Manngaars to direct themselves according to my orders in matters in which no order can be requested from him. But the article of the exclusive trade was a strong stumbling block, and Mr. Torin said that the conduct of Governor Campbell regarding it was currently being very much blamed. We always appealed, he said, to the pearl and chank divings, which were articles of very little importance in comparison to the exclusive trade in cloth in the entire country. He told me that Mr. Irwin, who had previously been the collector in Tirnevelli, had made proposals to establish a very profitable trade

Dutch transcription

Jaar voorgenomen hadden te visiteeren vereijsschen slechts een a twee dagen, en dit werk kan dus heel gemakkelijk tot in November worden verschooven wanneer de tijd daer toe de bequaemste is, en wat de duijkerij van de sjan„ „koos betreft, die kan zonder bena„ „deeling tot den laatsten october on„ verpagt blijven, wijl de duij„ „kerij eerst den eersten November be„ „gint, zelfs zoude men, om minder opzigt te geeven de duijkerij geheel onverpagt kunnen laeten, en dezelve laeten geschieden voor reekening van onse komp: voor de eene helfte en voor de andere helft ten behoeve van de geenen die daer toe naderhand zullen worden gerechtigd bevonden. Maar nu valt de vraege of indien de zaeken tus„ „schen de Engelsche kompenie en den Nabab, tot het laast van october in den zelven staet, waer in ze tans zijn 2219 zijn blijven of zeg ik, wij in zulk geval de Engelschen zullen nodigen tot de visitaet„ „sie van de paarlbanken en tot de duij„ „kerij van de 's Jankoos dan wel, of wij in zulk geval en de visitaetsie der paarlbanken en de duijkerij der sjan„ koos, alleen en zonder tusschen komst van de Engelschen of van den Nabab zullen laeten geschieden. Hier omtrent versoek ik eerbiedig met uw wel Edele groot agtb: hooge bevee„ „len te worden geiunieerd, Jntusschen neme ik de vrijheid hier bij aentemer„ „ken dat schoon wij de authoriteit van het Engelsch gouvernement nog niet er„ „kent hebben en schoon ik ook tot nu toe geen enkelen ministerieelen brief aen den heer superintendant Tovin heb geschreeven, buiten het enkele antwoord op de bekendmaking van de verandering in de regeering, ik echter in mijne par„ „tikuliere briefwisseling met den Heer Jorin, en in onse mondelinge ge„ „sprekken het niet heb kunnen ont„ „gaeng om herstelling te vraegen van verscheijdene kleijne ongeregeldheden, die nog nog als gevolgen zijn aentemaaken, van de onredelijke behandeling van de voorig 's wa„ „babs regenten, en waer op de heer Jorin mij ook een volkomene voldoening heeft gegeeven Jn zulk een uitgestrekte Juvisdiksie en handel als wij hebben op deese kust koomen er heel dikwils verschillen voor met de inlandsche bedienden die volstrekt ten eersten moeten worden uit den weg ge„ „ruijmt om den handel niet te vertraegen om een voorbeeld te gebruiken zal ik een enkel geval aanhaelen. voor eenige dagen kreeg men te ponnekail berigt dat de afvoer van goenie belet was, en wijl we verlegen waeren om goeni tot het embal„ „leeren van de pakken was het volstrekt nodig om den heer Jovin hier over te onder„ „houden, die aenstonds ordre gaf om ons goe„ „nie te bezorgen, en daer bij verklaerde dat het een mis verstand was, wijl hij den afvoer niet had verboden maar alleen bevolen om hen goenie te bezorgen voor de armee Jn zulke en diergelijke gevallen moeten we ons volstrekt advesseeren bij de geenen, die de regering van 't land in handen hebben, zonder dat we kunnen onderzoeken. f. d 2220 of we die met recht, hebben of niet, maar of nu dese zelve Regeering het recht heeft om van ons wederkerig te vragen 't recht 't geen de Nabab heeft op de Paarl- en Tjankoos visscherijen, moet ik aan de besligsling van uwel Edele groot achtb: overlaeten. In 't algemeen gelooft men, dat de Ambassade van den nabab aan load Cormiallis, geene verandering zal te weeg brengen in de besluijten van 't engelsch gouvernement, wijl de heer generaal Mesdons, die het afzetten van den nabab heeft door gedrongen, tot Gou„ verneur Generaal van Bengalen is be„ „noumd in het is, dus te denken dat de zaeken voor eerst zullen blijven in den staat, waar in ze zijn: Daar zijn er echter die meenen dat in Europa de Nabab weder zal hersteld worden, doch vermits we zelfs in dit onzekere geval een geruijmen tijd met de Engelschen zullen te doen hebben, heb ik gemeend dese gelegenheid niet te moeten laeten voorbij gaan, zonder den heer Torin breedvoerig van onse rechten op deese kust te onderhouden, en ik denk dat wij zonder schroom met de Engelschen vrij uit mogen sepreken wijl wijl zij reets sederd veel Iaaren zover de handen in sirabals zaaken hebben gehad, dat hij alles na hunnen zin heeft moeten schikken en wijl het laatste traktaat met den nabab onder de me„ diaattie van den Engelschen gouverneur den heer campbell is geslooten omtrent de par„ ruas de kooplieden en verscheijdene andere zaaken van minder aan belang heeft de heer Torin mij alle beloften gedaan, dat wij ten vollen in onze privisesien zullen gehandhaaft worden, en dat hij aan de Mannngaars zal ordre geven, om in zaaken, waar in geen ordre van hem kan gevraagd worden, zig na mijne bevelen te rigten, maar het artikel van den exclusiven handel was een sterke steen des aanstoods en de heer Torin zeijde dat hot gedrag van den heer gouverneur Campbele daar over tans zeer beriept wierd, wij berie„ pen ons zeijde hij, altijd op de Paarl en sjankoos dinkerijen, 't geen artikelen waaren van zeer klijn aan belang in vergelijk van den exklusiven handel in lijnwaat in 't geheele land. hij zeijde mij, dat de heer Iawin, die tevooren landregent te Tirne„ vellins geweest, voorstellen had gedaan, om een zeer voordeligen handel

NL-HaNA_1.04.02_3884_1003 view scan ↗

English

to establish trade for the English nation at Kailpatnam, and that the English Company had thereupon requested samples of all types of linen, the provision of which had been assigned to the Paymaster Mr. Oakes, who had indeed prepared the required samples, but that, as I had effectively prevented the shipment, this matter had come to a standstill at that time, because Governor Campbell had paid no regard to the representations of Mr. Oakes. I pointed out to Mr. Torin upon this that it was an ancient right, which had already been stipulated in the old treaties with the Nayak of Madurai, and that it was also the Dutch who had brought the trade in these lands to the flourishing state in which it currently is. Mr. Torin furthermore said that his nation had no intention of harming us in our trade, but only to improve the country in such a way that both the English and the Dutch could benefit from it. But my answer was that, quite apart from the fact that this would conflict with our privileges, as soon as this took place, the trade would be ruined for both, since the linens, which yield only very small profits, would then immediately be driven up in price and entirely ruined, because what was rejected by the one would be accepted by the other. Finally, Mr. Torin said that while he did not believe the English Company would disturb us in our trade, they would also not wish to deprive themselves of the right to conduct trade in a country of which they themselves were masters, if they wished to do so. I have repeatedly taken the liberty to represent to Your Right Honorable my apprehension that the scarcity of money, with which we have had to struggle for five years, will one day put us in danger of losing our exclusive trading rights; but now I find myself obliged respectfully to demonstrate to Your Right Honorable that a continuous supply of money, in order to keep the looms constantly in operation, appears to be the only means to preserve our exclusive trading right. The Nabob's regents have paid little attention to the stopping of the looms, but the English will watch that very closely in order to find a pretext to share in this trade. Mr. Torin has previously, under the Nabob's government, said to me more than once in a laughing manner that he did not wish to harm us in our trade, but that he would merely make use of the looms that we left idle. By the end of November, our money will be spent, and we shall therefore need a considerable sum to keep the trade going until the coming month of August. I have therefore, hoping for a favorable interpretation, postponed the recommended written notification to the Messrs. Directors of the bank at Madras, in case Your Right Honorable might see fit to accept after all the thirty thousand pagodas from the merchant Hollings, which would come in exceptionally handy. The Right Honorable Ordinary Councillor and Malabar Governor van Angelbeek has informed me by secret letter of the 24th of September, of which a copy is attached hereto, that His Honor, because of the small pepper delivery this time, had granted only six instead of ten pepper passes to the King of Travancore, but that His Honor feared that the six vessels would take in more pepper than the one hundred candies that were permitted to each vessel, with the request to remove the excess pepper from the vessels in such a case; and in order to fulfill the purpose of this requisition, I have prescribed the required actions to the cruisers by an instruction which I have the honor to present in copy to Your Right Honorable herewith. I have the honor to remain with all respect and fidelity, was written below: Right Honorable, High-Commanding Lord, Your Right Honorable's humble and obedient servant, was signed: M. Mekern. In the margin: Tuticorin, the 3rd of October 1790. Sijbrands VEgkeerk Agrees. Pompens Examined No. 28: Tuticorin To the Honorable Martinus Mekern Senior Merchant and Resident there Honorable, Discreet: We have received your separate letter of the 3rd of this month. Regarding your question posed therein, whether, if matters between the English Company and the Nabob remain until the end of October in the same state as they currently are, you should in that case invite the English to the inspection of the pearl banks and the diving for chanks, or whether you should in such a case allow both the inspection of the pearl banks and the diving for chanks to take place alone and without the intervention of the English or of the Nabob? We have seen fit to instruct you, as is done hereby, to ask the English Superintendent for the arrangements that seem most suitable to him, even if only provisionally, so that both the chank diving and the inspection of the pearl banks may take place to mutual satisfaction. For the rest, in occurring disputes with the native servants, which must absolutely be removed immediately, you must address yourself to those who hold the government of the country in their hands. Because it was done with a good intention, we overlook your having delayed our instruction by letter of the 9th of September last to give notice to the directors of the bank at Madras that the commission we had assigned to the English merchant William Hollings to procure some money in the said bank on behalf of this Government has been canceled by us again, and that they, the directors

Dutch transcription

2221 handel voor de Engelsch naatsie opterichten te kailpatnam, en dat de Engelsche kom„ penie daar op monsters van alle soorten van lijnwaat gevraagd had, dat hier van de bezorging was op gedragen. aan den heer betaal„ meester oakes, die ook werkelijk de gerequi„ reerde monsters had in gereedheid gebragt, maar dat ik den afscheep feitelijk belet hebbende deze zaak ter dier tijd was blijven steeken, wijl de heer gouverneur Campbell op de representaatsien van den heer oakes geen reflexie had geslaagen. Ik vertoonde hier op den heer Torm; dat het een oud recht was, 't geen reeds bij de oude traktaaten met den Naik van Madure was be„ dongen, dat het ook de hollanders wae„ „ren, die den handel in deese landen tot den bloeij hadden gebragt waar in de„ zelve tans is, De heer Torin zeide voorts dat zijn naatsie geen oogwerk had om ons in onsen handel te benadelen, maar alleen om het land zodanig te verbeteren. dat en de Engelschen en de Hollanders beij„ „den daar uit konden gereeft worden. maar mijn andwoord was, dat buijten en behalven dat dit zoude strijden tegen tegen onse privilesien, zoo dra dit geschiede, „de handel voor beijden zoude bedorven weesen wijl de lijnwaaten, die maar heel gering win„ sten geeven, als dan aanstonds zouden worden opgejaagd en geheel en al vervallen, alsoo het geene bij de eene wierd afgeweesen, bij de andere zoude worden aangenomen Eijndelijk zijde de heer Torin, dat hij wel niet geloofde, dat de Engelsche kompenie ons in onsen handel zoude ontrusten, waar dat zij zich ook niet zouden willen berooven van het recht om handel te drijven, in een land, waar van zij zelfs bezitters waaren, indien zij het wilden doen. Ik heb te meermaalen de vrijheid gebruijkt uwel Edele groot achtbaare voor te stellen, mijne bedugting, dat de schaarsheijd van geld. waarmeede wij vijf Iaaren hebben moeten worstelen ons eenmaal in gevaar zal brengen, om ons exclusief handel recht te verliesen, maar tans vind ik mij verpligt, uwel Edele groot achtbaare eerbiedig te vertoonen, dat een geduursaame voorraad van geld, om de welf „getouwen bestendig aan den gang te houden, het eenige middel schijnt te zijn, om ons exclusief han, detrecht te bewaaren. De nababs regenten hebben 2222 op het stilslaan van de weefgetouwen weijnig agt geslaagen, maar de Engelschen zullen daar op zeer nauw letten, om een grond te vinden, van in deesen handel te kunnen deelen. De Heer Toain heeft mij te vooren onder swababs regeering meer dan Eenmaal op een lachende wijse gezegd, dat hij ons in onsen handel net wilde benadeelen, maar dat hij alleen zoude gebruik maaken van de wiefgetouwen die wij lieten stil staan. Met ultimo November zal ons geld weezen uijtgegeeven en wij zullen dus een goede som nodig hebben om den han„ „del tot de aanstaande maand Augustus gaande te houden Jk heb daarom in hoope van welduiding de aanbevolene aanschrijving aan de Haeren Direkteuren van de bank te Madras uijtgesteld, of uwel Edele groot Achtbaare mogt goedvinden om als nog aantenemen de dertig duijsend pagos den van den koopman Hollings die ongemuen zouden te pas koomen. De Wel Edele gestrenge Heer Raad ordinair en mallabaars goeverneur van Angelbeek heeft bij sekreete brief van den 24. septem„ „ber waar van kopij hiernevens legt aan mijn kennis gegeven, dat zyn wel Edele om de geringe, peper leverancie ditmael instede van zien maar ses peper passen aan aan den koning van Trevankoor had ver„ „leent maar dat zijn Ed: dugte, dat de ses vaartuijgen meerder peper zouden inneemen dan honderd kandijlen die aan ieder vaartuig vergunt waren met versoek om in zulk ge„ val de meerder peper uit de vaartuijgen te ligten en om aan het oogmerk van deese re„ =quisitie te voldoen heb ik het gerequireerde aan de kauissers voorgeschreeven bij een instruksie welke ik de eer heb uwel Edele groot achtb: in kopij hier nevens aan te bieden Jk heb de eer met alle eerbied en trouwe te blijven /:onderstond:/ Wel Edele groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer, uw en welEdele groot achtb: onderdaenige en gehoorsaeme dienaar /:was. geteekend:/ M: Mekern /:in margine Tutukorijn den 3. oktober 1790. Sijbrands VEgkeerk Akkordeert. Pompens nagezien N:o: 28: 2223 Tutukorijn Aan D E: Martinus Mekern opperkoopman en opperhoofd aldaer Eerzaeme Diskreete: Wij hebben ontvangen uwen aparten brief van den 3. ' deezer op uE: daer bij gedaene vraage, of indien de zaaken tusschen de Engelsche kom „penie en den Nabab, tot het laast van oktober in denzelven, staat blijven, waer in ze tans zijn, UE: in zulk ge„ „val de Engelschen zullen nodigen tot de visitatie van de paarlbanken en tot de duijkerij van de sjankoos, dan wel of uE: in zulk geval en de visita„ „tie der paarlbanken en de duijkerij der sjan koos, alleen en zonder tusschen komst van de Engelschen of van den Nabab zullen laeten geschieden? hebben we goedgevonden uE: aan te schrijven, gelijk geschied door deezen, om van den Engel„ superintendant te vragen de schen Apart sekreet. schikkingen schikkingen, die hem 't bekwaamst voor koomen, al waere het ook maer alleen provisioneel, op dat beiden de sjan Kos duijkery en de visitatie van de paarlbanken tot wederzeids ge„ noegen geschieden kan voor het overige moet uE in voorkoomende verschil„ len met de inlandsche bedienden, die volstrekt ten eersten moeten worden uit den weg gemunt, uE: addresseere„ bij de geenen die de regeering van 't land in handen hebben. Wijl het met een goed oogmerk is geschied, passeeren wij dat uE: ons aanschrijven bij brief van den 9:' 7ber Jzeeden om aan de direkteuren van de bank te Madras kennis te geven, dat de kom„ missie die we aan den Engelschen Koopman William Hollings hebben opgedraagen, om in gemelde bank te bezorgen eenig geld ten behoeve van dit Gouvernement van ons weder is opgezegt, en dat zij direk„ „teurs

NL-HaNA_1.04.02_3884_1011 view scan ↗

English

2224 provided that no money from the said Stollings must be accepted, until our further orders, has postponed, and order you to have the said notification made as soon as possible. However, in order to employ all means within our power to prevent the looms from standing idle, we hereby authorize you, if it can be obtained, to negotiate money at the interest rate of one per cent per month, as you will need it, and likewise to make efforts to obtain money from the English on bills of exchange to the Netherlands, on terms as advantageous as can be stipulated. The basis on which Their High Excellencies have prescribed that this shall take place henceforth must appear to you from the extract from Their High Excellencies' most esteemed letter of 31 August last, which we send you herewith so that you may regulate yourself thereby as much as possible. No 29 We approve the instructions given by you to the canissers to inspect the pepper vessels of the King of Travancore and to confiscate any excess pepper that may be found in them beyond what is stated in the passes. For the rest, after greetings, we remain, beneath was written, Honorable, Discreet, your Good Friends, was signed, W. J. van de Graaff, C. van Angelbeek, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and J. A. Vollenhove, in the margin, Colombo the 14 October 1790. Agrees Sijbrands First Clerk Examined

Dutch transcription

2224 „teuas mits geen geld van gemelden stollings moeten accepteeren, tot onse nadere ordre heeft uitgesteld, en gelasten uE: om de gemelde aanschrijving ten alder eersten te laaten geschieden. Om egter alle middelen in 't werk te stellen die in ons vermogen zijn, om de weefgetouwen niet te laeten stilstaen qualificeeren we uE: bij deezen, om indien het tebekomen is geld te negoti„ eeren teegen den intrest van een p=r Cent smaands, na maate uE: dit zullen nodig hebben, en om insgelijks poogin„ „gen tedoen om bij de Engelschen geld. op assignatie na Nederland te bekoomen, zoo voordeelig als het tebedingen is. Den voet waer op hun Hoog Edelh: hebben voorgeschreven dat dit voortaen zal geschieden moet uE: blijken bij het Extrakt uit hun Hoog Edelheeden zeer geeerde missive van den 31:' aug=o Jzeeden dat we uE: hier nevens toe„ „zenden ten eijnde uE zoo veel moge„ „lijk N:o 29 „lijk daer na te reguleeren Wij approbeeren de door uE: gegevene instauktie aan de kanijssers om de peper vaertuijgen van den koning van Trevankoor te visiteeren en De meerdere peper die daer in mogte te „vinden zijn dan bij de passen zijn ver„ meld, teligten. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ Eerzaeme Diskreete, uw E: Goede vrienden /:was geteekend:/ C: van Angel„ w: J: van de Graaff, beek, J: Reintous, B: L: van Zitter A. Samlant, en J: A: vollenhove, /:in margine:/ kolombo den 14. october 1790. — Accordeert Sijbrands Egklerk Nages

← previous