Inventory 3885
Ceylon · 996 pages · 141 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
2281 No. 62 Account of the local muskets purchased by the under-merchant Geeke. 63 Copy of report from the Master of the Equipage Andringa, that the ships the Leviathan and the Gouverneur Generaal de Klerk, while present here in the past year, actually fired the watch shots that were entered by the officers in their gunpowder accounts. Head of the artillery was appointed and confirmed. = No. 64 Copy description of the Galle and Matara timber. 65 Extract letter dated the 10th of this month written from Galle to Colombo regarding the watch shots fired by the ship the Phenecier. 66 Copy petition of the Master of the Equipage Aems, wherein he declares that ropes of 95 fathoms are sufficient for mooring the ships in the bay of Galle. 67 Ditto report from the said Master of the Equipage, wherein he declares that he thought he would also, 2282 also for the ropes that are fitted at Galle, be able to manage with the ordinary write-offs used here. No. 68 Copy report of the Master of the Equipage Andringa regarding the employment of damaged ropes. 69 Ditto sworn report of the master of the armory regarding the repair of 177 muskets, Annexed: A copy note of the materials used for the repair of the said muskets, and A copy report of two officers who were present at the shipping of the said muskets to Trincomalee. No. 70 Report of the former first inspector Berghuijs, annexed sent with letter of 27 January 1790. The comparisons drawn up by the said Berghuijs between the provisions of equipage goods to the sloops and vessels belonging here from the year 175/6 to 173/0, and between similar provisions that were made from the year 1782/3 to 178. No. 71 Copy report of the Commander and Upper Master of the Equipage at Batavia, regarding the examination of the aforementioned comparisons. 72 Extract Galle resolution of 30 November 1790, containing disposition on the incoming 2283 incoming reports regarding the inspection of the ship Berkhout. No. 73 Extract Galle resolution of 28 December 1790, containing disposition on a report from the Master of the Equipage Aems with the list of necessities requested therein for the ship Berkhout. No. 74 Ditto ditto of 7 December last, containing disposition on the reports regarding the inspection of the ship De Leviathan. — No. 75 Copy report of commissioners who inspected the mainmast of the ship the Leviathan. — 76 Extract Galle resolutions of 30 December and 8 of this month, containing dispositions on the requisitions of necessities for the ship the Leviathan. 77 Ditto ditto ditto of 23 September, containing disposition on a requisition of necessities for the packet boat the Zeemeeuw. — 78 Ditto ditto ditto of 25 September, containing disposition on a report of commissioners 2284 commissioners who inspected the packet boat the Zeemeeuw. No. 79 Copy reports of the master of the said boat, both of the outward voyage and of the trips made in this Government. 80 Extract Galle resolution of 30 December last, containing disposition on the findings regarding the delivered Amsterdam cargo of the packet boat the Zeemeeuw. — 81 Copy report regarding the further inspection of the bark the Gustaaff. No. 82 Copy demonstration of what a two-masted vessel requires more annually in maintenance than a vessel with one mast or sloop. — No. 83 Copy report of the provisional first inspector Issendorp, showing how much the repair of the bark de Liefde cost. 84 Specifications of the expenses incurred on the sloops and lesser vessels in this Government in the financial year 1788/9. — 85 Extract resolution taken in Council of Ceylon on 15 November last, containing 2285 containing disposition on the findings of some goods discharged here from the Batavian cargo of the ship Berkhout. No. 86 Extract Galle resolution of 28 November past, containing disposition on the findings of the cargo of the ship Berkhout delivered there. 87 Ditto Resolution taken in Council of Ceylon on 29 October, containing disposition on the findings of the delivered cargo of the ship the Leviathan. — No. 88 Extract Galle resolution of 22 December last, containing disposition on the findings of the cargo of the said vessel delivered there. 89 Short statement of the expenses on the cinnamon plantations in the financial year 1783/4, both here and at Galle and Matara. 90 Copy report of the trade officials here, showing what one picul of coffee trees brought here from Batavia costs. — 91 Ditto Report of the inspection of the seven Tuticorin pearl banks, which 2286 which in the year 1789 remained uninspected. No. 92 Copy report of the Tuticorin first clerk Gratiaan, who assisted as commissioner in the inspection of the banks. 93 Ditto separate letter written by the Tuticorin Resident Mekern to Colombo on the 9th of this month. — 94 Reports from the trade bookkeeper Samlant regarding the recognition money accounted for by the crews of the ships the Gouverneur Generaal Mossel and the Unie. No. 95 Copy secret letters from Tuticorin written to Colombo on 3 October and 9 November past, to be found in the bundle of received secret and separate letters from various places. No. 96 Two copy reports of Captain Cherret and of two artillery officers, Lowe and La Garde, regarding what was done to the fortress at Galle. — 97 Copy report of Major Fornbauer regarding the work carried out on the
Dutch transcription
2281 N„o 62 Reekening van de door den onderkoopman Geeke ingekogte diensche ge„ „weeren. 63 kopia berigt van den Equipagiemeester An„ „dringa, dat de scheepen de Leviathan en de Gouverneur Generaal de klerk bij aanweesen alhier in het voorleeden Jaar werkelijk gedaan hebben en wagt schooten die door de overheden bij hun„ „ne kruijtrekeningen zij opgebragt. hoofd van de artillerij aangesteld en bevestigt was. = N„o 64 kopia beschrijving van de Gaalse en matureesche houtwerken. „ 65 Extrakt missive de dato 10. deezer van Gale na kolombo geschreeven wegens de door het schip de Phenecier gedaene wagtschooten „ 66 Kopia addres van den Equipagiemeester Aems waar bij hij verklaard, dat touwen van 95. V=m toerykende zijn tot het vertuien der scheepen in de baaij van Gale „ 67. d=o berigt van gem: Equipagiemeester, waar bij hij verklaart, dat hij dagt, ook 70 . 2282 ook voor de touwen die te Gale worden aangeslaagen te zullen kunnen uitkoomen met de alhier gewoone afschrijvingen. N„o 68. kopia berigt van den Equipagiemeester Andringa' wegens het emplooij van beschaa, ter „digde touwen. „ 69 d=o Beëedigde rapport van de baas van de wapenkamer wegens het repareeren. van 177. geweeren, Annex Een Kopia notitie van het verbruikte„ tot het repareeren van gem: geweeren, en Een kopia rapport van twee officieren die bij het afscheepen van gem: geweeren na Trinkonomale zijn present geweest. C N„o 70: Berigt van den gewesen eersten visitateur Berg „huijs, annex verzonden nevens brief De vergelijkingen door gem: Berg„ van den 27. Januarij 1790. „huijs opgemaakt tusschen de verstrekkingen van Equipagie goederen aan de alhier te huijs hoorende sloepen en vaartuijgen van A„o 17 5/6 tot 17 3/0. en tusschen diergelijke verstrekkingen die gedaan zijn van Ao 178 2/3. tot 178 N„o 71 kopia berigt van den kommandeur en opper Equ„ „pagiemeester te Bataia, nopens de examinatie van voorm: verge„ „lijkingen 72 Extrakt Gaalsche resolutie van den 30 November 1790. houdende dispositie op de ingekoomene 7. 6 2283 ingekoomene rapporten wegens de visitatie van het schip Berk„ N„o 73. Extrakt Gaalse resolutie van den 28. decem„ „ber 1790. houdende dispositie op een berigt van den Equipagiemeester Aems met de daar bij vermelde eijsch van benodigtheden voor het schip Berkhout. d=o d=o van den 7. december J:o Leeden houdende dispositie op de rappor„ „ten wegens de visitatie van het schip De Leriathan. N„o„ 74 do hout — N„o 75: Kopia rapport van gecommitteerden die de groote mast van het schip de Leviathan hebben bezigtigd. — „ 76. Extrakt Gaalse resolutien van den 30 decem„ „ber en 8. deezer houdende dispo„ „sitien op de eijsschen van benoo„ digtheeden voor het schip de Leviathan. „ 77. do —„ d=o d=o van den 23. 7ber: houdende dispositie op een eijsch van be„ nodigdheeden voor de paket boot de Zeemeeuw — „ 78 __o d=o do van den 25. 7ber: houdende dispositie op een rapport van gecommitteerdens e 2284 gecommitteerdens die de Paket boot de Zeemeeuw hebben gevisi¬ „teerd. N„o„ 79 Kopia rapporten van den gesagvoerder van gem: boot, zoo van de uitrijs als van de togten in dit Gou„ „vernement gedaan — „ 81. Kopia rapport wegens de nadere bezigtiging van de bark de Gustaaff N„o 82 kopia aantooning van het geen een twee mas„ „tig vaartuig Jaarlijks meerder „ 80. Extrakt gaalsche resol: van den 30. xber: J:oleeden houdende dispositie op de bevin„ „ding der uitgeleeverde Amster„ „damsche laeding van de paket doot de Zeemeuwr. aan — N„o 83. Kopia berigt van den p:l eerste visitateur Issendorp aantoonende hoe veel gekost heeft de reparatie van de bark de Liefde. „ 84 spesificatien van de gedaane ongelden aan de sloepen en mindere vaartuigen in dit Gouvernement in het boekjaar 178 8/9. — „ 85 Extrakt resolutie genoomen in raade van Ceilon op den 15. November JoLeeden aan onderhoud nodig heeft als een vaartuijg met een mast of sloep houdende 700 8. 2285 houdende dispositie op de bevinding van eenige alhier geligte goederen, uit de Bataviasche laeding van 't schip Berkhout N„o 86 Extrakt Gaalse resolutie van den 28. November pass=o houdende dispositie op de bevinding der aldaar uitgeleever„ „de laeding van het schip Berk„ „hout „ 87. do— Resolutie genoomen in raede van Ceilon op den 29. october houdende dispo„ „sitie op de bevinding der uitgelee„ „verde lading van het schip de Leviathan. 8 an — N„o 88 Extrakt Gaalse resolutie van den 22. xber: J:o Leeden houdende dispositie op de bevinding der aldaar uitgelee„ „verde lading van gem: bodem 89 korte aanwijzing van het bekostigde aan de Canneel plantagien in het boekjaar 178¾: zoo alhier als te Gale en mature „ 90 kopia berigt van de negotie bedienden alhier, aantoonende wat een pikel koffij boomen van Batavia alhier aangebragt zijnde komt te kosten. — „ 91. d=o Rapport van de visitatie van de seven Tutukorijnsche paarlbanken, die 70 „ 2286 N„o 92 kopia rapport van den Jutukorijnschen eersten klerk Gratiaan, die als gecommitteerde bij de visi„ „tatie der banken heeft geassis„ teerd. 93. d=o apparte brief door het Jutukorijns opperhoofd Mekern den 9. deser na kolombo geschreeven —„ 94 Berigten van den negotie boekhouder samlant wegens de door de scheepelingen van de die in 't Jaar 1789. ongevisiteerd zijn gebleeven Scheepen & xber: N„o 95 kopia sekreete brieven van Tutukorijn te vinden bij den bondel ontvangene den 3. october en 9. November sekreete en apparte brieven van passato na kolombo geschreeven diverse plaatsen. N„o 96. Twee kopia rapporten van den kapitain Cherret en van twee artillerie officieren Lowe en La Garde weegens het geen te Gale aan de vesting is gedaan. — „ 97. kopia berigt van den majoor Fornbauer wegens het verrigte aan scheepen de Gouverneur Generaal Mossel en de unie verant„ woorde recognitiepenningen. de
English
2287 No. 98 Copy of the report from the aforementioned Fornbauer, demonstrating that the parapet of the covered way along the southern bay alone is completed, and at Oostenburg the wall is fully built which below covers the buildings at water level; the fortifications at Trinkonomale and Oostenburg. 99. Copy of the report from the Galle Master of Equipage Hems, regarding the precautions being used for the ropes which have served for mooring the Company's ships in the Galle bay. ditto Vdlaan. No. 100 Account current of His Most Christian Majesty the King of France. 101. Ditto ditto of His Most Christian Majesty the King of France, on account of the provisions made by the Noble East India Company for the benefit of His Majesty's naval forces in the Indies, and that which has been accounted for in reduction thereof; annexed: A statement of the interest at nine per cent per annum on the monies advanced by the Company. 182. General return, together with its annexes, of 2288 of the year 1788/9. commerce No. 103 Monthly account of the grand treasury of the year 1789/90. 104. Requisition of necessities for the year 1792. 105. General state of the accounts of the year 1788/9. 106. Extract from the Galle resolution of the 13th instant, containing the decision upon the reports of the Administrator van der Spar regarding the examination of the consumption accounts of No. 107. Account of the old cannon metal that was minted into dudu and half larins in the financial years 1786/7 and 1788/9, showing what was gained thereon. 108. Extract from the Galle resolution of 20 October last, containing the decision upon the inspection report of the ship De Unie and upon the requisition of necessities for the said vessel. already sent 109. Ditto from the Batticaloa Compendium of the financial year 1789/90 regarding the ships Berkhout and Leviathan; 2289 the revenues from the paddy. No. 110. Reports from Captain-Lieutenant Toenander regarding the survey of the Giant's Tank, with the drawings and profile belonging thereto. Note: Drawings and profile separate. 111. Extract from the Galle resolution of 30 September past, containing the decision upon the findings regarding the delivered Amsterdam cargo of the packet boat De Zeemeeuw. 112. Copy of the report of the commissioners who revised the memorandum on economy. No. 113. List of all such vessels as are required for the performance of the Company's services in the Government of Ceylon and are currently on hand. 114. Specification of the Company's domains in the Government of Ceylon for the year 1788/9. 115. Specification of the land revenues in the Government of Ceylon for the financial year 1788/9. 116. Brief statement of the expenses for the fortification works, both here and at the subordinate stations, of this 2290 year 1788/9; annexed: the specifications belonging thereto of this Government, in the financial No. 117. Brief summary of the expenses for the repair and maintenance of the Company's warehouses and dwellings, both here and at the subordinate stations of this Government, in the financial year 1788/9; annexed: the specifications belonging thereto. 118. Colombo extracts from the journal of the year 1788/9, in so far as it concerns the outstanding balances as of the last day of August. 119. Extract from the Galle journal of the financial year 1788/9, in so far as it concerns the outstanding balances. No. 120. Extract from the Jaffna trade journal of the year 1788/9, concerning the outstanding balance. 121. Extract from the Tuticorin trade journal of the year 1788/9, concerning the outstanding balances as of the last day of August. 122. Extract from the Manapad trade journal of the year 1788/9, concerning the outstanding balances. 2291 124. Ditto from the Kilakarai trade journal of the year 1788/9, concerning the outstanding balances. 125. Return of the 40 marks of gold minted into fanams at Tuticorin, inserted to be found with the resolution of 4 May 1740. No. 126. Copy of the report from the Cinnamon Captain van Sijlingen; annexed: An address from the Chalia headmen, stating that in their opinion it could very well proceed that the cinnamon lands be divided among the cinnamon peelers, and that consequently to all those who might be inclined thereto, a parcel of 5 to 6 amunams be allocated in order to peel their required cinnamon thereon. No. 123. Extract from the Cape Comorin trade journal of the year 1788/9, concerning the outstanding balances. No. 127. Copy of the report from the Galle Master of Equipage Hems, stating that the ships Berkhout and Leviathan are provided with Turkish passes. 88. Extract of the resolution taken in the Council of Ceylon on 14 December last, containing the decision upon the findings regarding the delivered cargo of the ship De Gouverneur Generaal Mossel. 2292 No. 129. Copy of the letter written by Mr. Buchanan, agent of the Nawab, to the Tuticorin Resident, wherein he declares that he no longer considers himself authorized to treat on public matters. 130. Extract of the resolution taken in the Council of Ceylon on the 19th instant, containing the decision upon the findings concerning the goods that were unloaded here from the Cochin cargo of the ship De Gouverneur Generaal Mossel. 131. A Cochin letter packet addressed to the Honorable and Highly Esteemed Directors of the Presidial Chamber of Amsterdam. goes in the chest for Zeeland goes in the packet for the Chamber of Hoorn 133. A ditto ditto to the Chamber of Hoorn, delivered. delivered goes in the packet for the Chamber of Delft 134. A ditto ditto to the Chamber of Delft, delivered. 136. A small box addressed to the Noble and Esteemed Directors of the Chamber of Amsterdam, marked P: P:, goes separate. delivered 135. A ditto ditto to the Chamber of Amsterdam, delivered. No. 132. A Cochin letter packet addressed to the Noble and Esteemed Directors of the Chamber of Middelburg in Zeeland.
Dutch transcription
2287 N„o 98 Kopia berigt van gem: Fornbauer aantoo„ „nende, dat de borstweering van den bedekten weg langs de zui„ „der baaij alleen voltooid en te oostenburg de muur volbouwt, die beneeden in 't waterpas de gebouwen dekt. „99. kopia berigt van den Gaalsche Equipagiemees„ „ter Hems, nopens de voorzorge die gebruikt worden voor de touwen dewelke tot het vast leggen van sComp:s scheepen in de Gaalse baaij gediend hebben. de vesting werken te Trinko„ „nomale en oostenburg. raal aan dito Vdlaan. N„o 100 Reekening Courant van zijn aller Christelijk„ „ste majesteid den koning van frankrijk. „ 101. do d=o van zijn aller Christelijkste. majesteid den koning van frankrijk, wegens de gedaane verstrekkingen door de Edele oostindische komp: ten behoe„ „ve van zijn majesteids zee„ „magt in Jndien, en het geen in mindering daar van is ver„ antwoord. annex Een aantooning van de intressen â negen p„r C„o sjaars op de door de komp: verschootene penningen. — „ 182 Generaale Rendement, nevens dies Bijlaagen van 70 - d 2288 van Anno 178 8/9. commercie No 103 Maandelijksche reekening van de groote 789 geld kassa van Ao 17 89/90. „ 104 Eisch van benodigtheeden voor den Jaare 1792. „ 105 Generaale staat Reekening van A„o 178 8/9. „ 106. Extrakt Gaalsche resolutie van den 13. dezer „houdende dispositie op de berigten van den administrateur van der spar wegens de examinatie van de Consumtie reekeningen van ijk, an N„o 107r Reekening van het oud kannon metaal dat in de boekjaaren 178 6/7, en 178 8/9 tot doedoes en halve larijnen vermunt is met aantooning wat daar op gewonnen is. „ 108. Extrakt Gaalse resolutie van den 20 october leeden houdende dispositie op het rapport van de visitatie van het schip de unie en op den Eijsch van benoodigdheden voor gem: bodem. reets verzonden „ 109: d=o uit het Battikaloasche Compendium 1789 van het boekjaar 17 89/0 wegens van de scheepen Berkhout en Le„ „viathan de 10 2289 de inkomsten van de nelie N„o 110 Berichten van den kapitain Luijtenant toenander wegens den opneem van de Reuse tank met de daar toe gehoorende teekeningen en pro„ „fil: NB. Teekeningen & Profil apart „ 111. Extrakt gaalse resolutie van den 30. 7ber: pass:o houdende dispositie op de bevinding der uitgeleeverde amster„ damsche laeding van de Paket boot de Zeeneuw — „ 112. Kopia berugt van gecommitteerdens die de me„ „morie van menagie hebben gere„ „videert. 697 enLe„ in op t tot ber voor um N„o 113 Lijste van alle zodanige vaartuigen als tot verrigting van sComp:s diensten ten gouvernementen Ceilon ver„ „eischt werden en thans aanhanden zijn. „ 114 specifikatie van sComp:s domainen ten Gouvernemen„ „ten Ceilon van A„o 178 8/9. slands —„ 115 specifikatie van 1um:s inkomsten ten Gou„ vernemente Ceilon van het boekjaar Ao 178 8/9. „ 116. korte Aantooning van het bekostigde aan de fortifikatie werken, zoo alhier als op de subalterne Cantooren van 70 dit 2290 „Jaar 178 8/9. anniex Daar bij gehoorende speciefikaties van dit Gouvernement, in het boek„ N„o 117. korte samentrekking van 't bekostigde tot 't. repareeren en onderhouden van sComp:s Paken woonhuijsen, zoo hier als op de subalterne Cantooren van dit Gouvernement in het boek„ „Jaar 178 8/9. annex De daar bij gehoorende specificaties. —„ 118 kolombosche Extrakten uit het Journaal de Anno 1788/9 voor zoo verre aangaat de na restanten onder Ultimo augustus :1: „ 119. Extrakt uit het Gaalsch Journaal van 't boekjaar 178 8/9. voor zoo verre N„o 120 Extrakt uit de Jaffanasche Negotie Journaal de Ao 178 8/9. betreffende 't narestant. „ 121 Extrakt uit 't Jutukorijnsche Negootsie Journaal de Ao 1788/9. betreffende de narestanten onder ult=o aug=s „ 122E xtrakt uit 't Manapaars Negotie Jour„ „naal de Ao 178 8/9. betreffende de na restanten verre de narestanten aangaat. 700 2291 „ 124 _=o uit 't killekarreese Negotie Journael de Ao 1788/9. betreffende de na restanten „ 125 Rendement van dete Cutukorijns vermunte g'uisereerd te vinden bij resolutie 40. marken goud tot fanums van den 4 maij 1740. N„o 126. kopia berigt van den kanneel kapitijn van sijlingen, annex Een addres van de schaliassen hoofden houdende dat het na hunne gedagten zeer wel zoude kunnen aangaan, dat men de kanneel landen onder de kanneel schillers verdeelde, en mits N„o 123 Extrakt uit 't kaap kommerijnse Negotie Journaal de A„o 1788/9. betreffende de narestanten dien gaat de ie dien aan alle sulke die daar toe mogten worden genegen te zijn, een stuk van 5 â 6. amm=s aanwees om daar op hunne verpligte kan„ „neel te schillen. N„o 127. Kopia bericht van den Gaalsch Equipagiemeester Aems, houdende dat de scheepen Berkhout en Leviathan van turksche passen voorzien zijn „ 88 Extrakt Resolutie genoomen in raade van Ceilon op den 14. december J:Leeden houden„ de dispositie op de bevinding der uitgeleeverde laading van het schip de Gouverneur Generaal mossel. 50 2292 N„o 129: kopia brief door agent van den nabab de Heer Buchanan aan het Jutuko„ „rijns opperhoofd geschreeven waar bij hij verklaard zig niet verder bevoegd te agten om over de publie„ „ke zaaken te handelen. „ 130. Extrakt Resolutie genoomen in raade van Ceilon op den 19. dezer houdende, disposi„ „tie op de bevinding om de goederen, die alhier geligt zijn uit de koetsien „se lading van het schip de Gouver„ „neur Generaal Mossel. „ 131: Een koetsiemsche brief paket beschreeven aan de wel Edele Hoog achtb: Heeren Bewindhebberen ter Presidiaale kamer Amsterdam. een lon gaat in de kas voor Zeeland gaat in het paket voor de karmer Hoorn „ 133. Een _o _=o bezorgt bezorgt gaat is het paket voor de kamer Delft „ 134 Een do d=o ter kamer Delft. „ 136 Een kasje beschreeven aan de Edele achtb: heeren Bewindhebberen ter kamer Amster bezorgt sterdam gem=t P: P: bezorgt „ 135: Een _o _o ter kamer Am„ ter Kamer Hoorn bezorgt N„o 132. Een koetsiemsche brief Pakel beschreeven aan de Edele achtb: heeren Bewindhebbe„ ren ter kamer Middelburg in Zeeland „dam 1 - 12 gaat apart
English
2293 dam, therein A Coromandel parcel addressed to the Noble Respectable Gentlemen Directors at the Chamber of Delft and A ditto ditto at the Chamber of Hoorn delivered No 137. A small box addressed to the Noble Respectable Gentlemen Directors at the Chamber of Middelburg in Zeeland, containing therein a copy of the letter written to Their High Nobilities the High Indies Government at Batavia on 15 October last, with the annexes belonging to the report of what was negotiated here with the gentlemen of the military commission No 138. A small box received from Cochin addressed to the Noble Respectable Gentlemen Directors goes separately delivered goes separately 17 to No 139. A letter from the church council here directed to the Right Noble High Respectable Gentlemen Directors at the assembly of the 17 at the presiding Chamber of Amsterdam No 140 A ditto ditto to the Reverend Classis of Walcheren at Middelburg goes in the box for Zeeland delivered f 141. A ditto ditto to the Reverend Very Learned Gentlemen constituting the Classis at Amsterdam Directors at the Chamber of Amsterdam, marked E: B: 170 2294 duplicate with the Leviathan received goes into the packet for the Chamber No 142: A letter from the church council here directed to the Reverend Classis of Delft and of Delfland and of Schiedam No 143. Original and Duplicate letters from the Gentlemen of the military commission addressed to the Noble Mighty Gentlemen Delegated Councillors at the Admiralty in Amsterdam original with Berkhout delivered No 144. A third bill of exchange granted at Galle by the Right Noble Valiant Mr. Vaillant charged to the Right Noble Valiant Mr. Graaflant, Receiver General of the Noble Mighty Board at the Admiralty of Amsterdam, to be paid two months after sight to the Right Noble Respectable Gentlemen Directors of the East India Company at the Chamber of Amsterdam or their order, in the amount of f1660. 10. -. No 145. A third bill of exchange by the Right Noble Valiant Mr. Verhuell, charged to and in favor of the same as above, in the amount of f1063. 8. 8. with its letter of advice No 146. A ditto ditto granted at Trincomalee by the Right Noble Valiant Mr. Vaillant, charged to and in favor of the same as above, in the amount of f1688. 11. 8. with its letter of advice. 2295 received ditto f No 147. A third bill of exchange granted at Trincomalee by the Right Noble Valiant Mr. Verhuel, charged to and in favor of the same as above, in the amount of f302. 9. 8. with its letter of advice No 148 A ditto ditto granted at Paleacatte by the Right Noble Valiant Mr. Vaillant, charged to and in favor of the same as above, in the amount of f1666. 19. - with its letter of advice. 6 No 149 A second bill of exchange granted at Paleacatta by the Right Noble Valiant Mr. Vaillant, charged to and in favor of the same as above, in the amount of f 469. 19. - with its letter of advice. received No 150 A second bill of exchange granted at Paleacatta by the Right Noble Valiant Mr. Verhuell, charged to and in favor of the same as above, in the amount of f482. 3. -. with its letter of advice. No 151 Six copy reports concerning the testing of Cinnamon No 152. Three notes of the cinnamon received and packed on account of the small harvest, showing where it was peeled and the numbers of the small board that was put into each bale 770 2296 No 153. Copy of the general description of the state of this Government in the past financial year, provided with an alphabetical index alongside the index of the papers sent therewith. No 154 Considerations of the Captain Country Regent of the Wanni Nagel concerning what, in his view, ought to be done for the promotion of agriculture in the Wanni. No 155 Copy List of names of the dischargees of the Regiment de Meuron who have served out their five-year contract and are repatriating with the ships Berkhout and the Leviathan. No 156 Specification of a rough calculative calculation of such cash funds as are required for the Government of Ceylon for the year 1791/2. 157. Copy petition of the candidate minister in the Dutch Reformed congregation and rector of the Seminary Christianus Camp, requesting recommendation to the Gentlemen Majors to be examined here peremptorily and admitted to the administration of the Holy sacraments. No 158. Copy certificate of the Colombo Dissave Fretz that he has acquired in full ownership at the Chamber of Amsterdam a share of Three thousand guilders in capital 750 14 2297 185/18. lb-- oo-- signed by the Colombo Dissave Fretz, regarding the unencumbered ownership of his purchased share. 162: Copy petition of the former alderman Jan Jacob Meijer, requesting to be permitted, on account of his sickly condition, to remain over here until a further opportunity. No 162 ditto report of the head surgeon Knausz and Surgeon Major Wolkers, that the aforementioned Meijer is presently not in a state to undertake a sea voyage without danger of losing his life. No 159. Original declaration signed by the Governor of Ceylon and the Dissave Fretz regarding the unencumbered ownership of their purchased shares delivered No 163. A packet addressed to the Gentlemen Burgomasters and Council at Brunswick. 164. Copies of the letter written by the aforementioned Gentlemen Burgomasters and Council to Colombo, and of the reply thereto. No 165. Invoice of account for Amsterdam in the amount of f 23. -. -. 70
Dutch transcription
2293 „dam, daar in Een kormandelsche pakel beschreeven aan de Edele achtb: heeren Bewind„ „hebber ter kamer Delft en Een do d=o ter kamer Hoorn bezorgt N„o 137. Een Katje beschreeven aan de Edele achtb: Heeren Bewindhebberen ter kamer Mid„ delburg in Zeeland, zijnde daar in kopia brief geschreeven aan Hunne Hoog Edelheeden de Hooije indische regeering te Batavia den 15: october Jleeden met de bij„ „laegen gehoorende tot het ver„ „slag van het geen alhier is ver„ „handeld met de heeren van de militaire kommissie „ 138. Een kasje van koetsiem ontvangen beschree„ „ven aan de Edele Achtb: Heeren gaat apart Bewindhebberen bezorgt gaat apart 17 aan ren e N„o 139. Een brief van den kerkenraad alhier gerigt aan de wel Edele Hoog achtb: ter heeren Bewindhebberen ter verg: van 17e: presidiaale kamer Amsterdam „— 140 Een d-o __o aan de wel Eerw: Classis gaat in de kas voor zeeland van walcheren te Middelburg bezorgt ƒ 141. Een do d=o aan de Eerw: zeer geleerde heeren uitmaakende het Classis te Amsterdam Bewindhebberen ter kamer Amsterdam gem=t E: B: 170 2294 duplic: „ de Leviathan ontfang gaat in het paket voo de kemer N„o 142: Een brief van den kerkenraad alhier gerigt aan de wel Eerwaarde Classis van Delft en van Delftsland en van Schiedam „ 143. Origineel en Duplicaat brieven van de Heeren van de militaire kommissie orig: met Berkhout geaddresseerd aan de Edele mogende heeren gecommitteerde raaden ter admiraliteid te Amsterdam bezorgt N„o 144. Een derde wissel te Gale verleend door den wel Edele gestr: heer vaillant ten laste van den wel Edelen Gestr: heer Graaflant ont„ „vanger generaal van het Edelmoogende kollegie ter admiraliteid Delft dam ontfang No d. o. admiraliteit te Amsterdam om twee maanden na zicht te worden betaald aan de wel Edele achtb: heeren Bewind„ „hebberen van de oost indische kompenie ter kamer Amster„ „dam of derzelver ordre groot ƒ1660. 10 —. N„o 145. Een derde wissel door den wel Edelen Gestr: heer verhuell ten laste en ten behoeve als even groot ƒ1063. 8. 8. met derzelver advies brief „ 146. Een d=o d=o te Trinkonomale verleend door den wel Ed: Gestr: heer vaillant ten laste en ten behoeve als even groot ƒ1688. 11. 8. met derzelver advies brief. 2295 ontfang do ƒ N„o 147. Een derde wissel te Trinkendmale verleend door den wel Edele Gestr: heer Ver„ „huel ten laste en ten behoeve als even groot ƒ302. 9. 8. met derzelver advies brief „ 148 Een d-o d=o te Paleacatte verleend door den wel Edelen gestr: heer vail„ „lant ten laste en ten behoeve van als even groot ƒ1666. 19. — met derzelver advies brief. 6 „ 149 Een tweede wissel te Paleacatta verleend door den wel Edelen Gestr: Heer vaillant ten laste en ten behoeve als even groot ƒ 469. 19. - met derzelver advies brief. am ische ster„ te 63 ontfang N„o 150 Een tweede wissel te Paleacatta verleend, door den wel Edelen Gestr: heer verhuell, ten laste en ten be„ „hoeve als even groot ƒ482. 3. —. met der zelver advies brief. „ 151 Ses kopia rapporten wegens het proeven van Kanneel „ 152. Drie notitien van de kanneel die voor reekening van de kleine oegst ontvangen en g'embaleerd, met aantooning waar ze geschild is en de nom¬ mers van het plankje dat in ider baak gedaan is 770 2296 N„o 153. kopia van de generaale beschrijving van den staat deses Gouvernements in het gepasseerde boekjaar voor„ „zien van een alphabetische register nevens 't register der daar meede afgezondene pa„ „pieren. N„o 154 Consideratien van den kapitain Landre„ „gent van de Wanni Nagel„ wegens het geen naar zijn inzien dient gedaan te worden ter be„ vordering van den landbouw in de wanne. „ 155 kopia Naamlijst van de verlossers van het regiment van Meuron, die hun vijf Jaerig verband hebben uitge„ „diend en met de scheepen Berkhout en de Leviathan repatrieeren. ven ider N:o 156 Aanwijzing van eene ruwe kalkulative beree „kening van zodaenige kon „tanten als voor het Gouverne „ment van Ceilon voor den Jaere 179:½. benoodigt zijn. 157. kopia request van den proponent in de Nederduitsche gemeente en rektor van het Seminarium Christianus Camp verzoe „kende voordragt aan de Heeren Majores om alhier peremtoir g'examineerd tot de bediening der H: sakramenten toegelaaten teworden. „ 158. kopia bewijs van den kolomboschen dessaven Fretz, dat hij bij de kamer Amsterdam een aktie in eigendom heeft opgedaen van Drie duizend gul„ „dens kapitaal 750 14 2297 185/18. lb— oo— door den kolombosche des „save Fretz geteekend, weegens de onbezwaerde eigendom van desselfs aangekogte aktie. 162: kopia request van de oud scheepen Ian Jacob Meijer verzoe¬ „kende om mits zijnen ziekelijken toesland al „hier te moogen overblij„ „ven tot eene nadere geleegendheid. „ 162 do — berigt van den oppermeester knausz: N:o 159. Origineel de klaratoir door den Heer Ceilons en den Heer Dessave Fretz Gouverneur geteekend wee„ „gens de onbezwaarde eigen derzelver dom van sl aenge „kogte aktien en e kon beree hiar d N aten 2 bezorgt en Chirurgijn Majoor Wolkers, dat voorm. Meijer tans niet in staat is om eene reize ter zee te doen, zonder ge „vaar van het leve te verliesen: N:o 163. Een paket beschreeven aan de Heeren Burgermeesteren en raad te Brunswijk. 164. kopijen van den brief door evengem: Heeren burgermeesteren en raad na kolombo geschree„ „ven en van het antwoord daarop. „ 165. faktuur van aanreekening voor Amsterdam groot ƒ 23. —. —. 70
English
2298 Sent State to follow later No. 167. A chest addressed to the Noble High Honorable Lords Directors of the Chamber of Middelburg in Zeeland. With The Leviathan. Per: Grepilen packet addressed to the Noble Honorable Lords Directors authorized for secret affairs in The Hague. Original in the chest for Amsterdam. Duplicate in that for Zeeland. No. 169. A packet addressed to the Noble Honorable Lords Directors of the Chamber of Amsterdam. Original in the chest for Amsterdam. Duplicate in that for Zeeland. Ditto to the Chamber of Middelburg in Zeeland. No. 170. Original in the chest for Zeeland. Duplicate in that for Amsterdam. Ditto to the Chamber of Delft. Original in the chest for Amsterdam. Sent duplicate in that for Zeeland. Ditto to the Chamber of Rotterdam. No. 172. Original in the chest for Amsterdam. Ditto duplicate in that for Zeeland. No. 166. A sealed packet containing separate copies of letters written by the Lord Governor of Ceylon to Their High Nobilities the Noble High Indies Government at Batavia. Checked. Anno 178. A packet addressed to the Noble Honorable Lords Directors of the Chamber of Hoorn. Sent original in the chest for Zeeland. Duplicate in that for Amsterdam. Ditto to the Chamber of Enkhuizen. Original in the chest for Zeeland. Duplicate in that for Amsterdam. The approved Demand for returns for the year 1741. Colombo the 27th of January 1791. Amplification. No. 176. Eight copy expense accounts for supplies provided to the country's frigates the Zephir and Havik. Paid. Only for Amsterdam and Zeeland. No. 177. Report from the former Galle Master of Equipage concerning the cordage supplied to the chartered ship the Maria. No. 178. An invoice of debit for the Chamber of Amsterdam amounting to f 127. 8. -. Company. A ditto invoice of credit for the Chamber of Amsterdam for overcharged soldiers' hats. No. 180. A ditto debit for the Chamber of Zeeland amounting to f 49. 8. Adamsz. Ditto 174. Bookkeeper. Sijbrands. Clerk. 70. To the Right Noble High Honorable Lords. Patria. Directors. At the Assembly of the Seventeen Representing the General Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber of Amsterdam. Right Noble High Honorable, Wise, Prudent, very Generous Lords. The ship De Unie departed on the 16th of November last, and the packet boat the Expeditie on the 19th thereafter, from Galle for the Netherlands, both consigned to the Chamber of Amsterdam. The packet boat Maria Louisa also departed on the 20th of December for the Cape of Good Hope, and we take the liberty of presenting herewith to Your Right Noble High Worships the duplicate of our letter sent therewith, dated the 19th of the said month. The ships Berkhout and the Leviathan, appointed by the Noble High Indies Government as return vessels via Ceylon, arrived here on the 26th of September and the 7th of October last, and were subsequently sent to Galle to be fitted out for the voyage home. We have designated Berkhout for the Chamber of Amsterdam, and the Leviathan for the Chamber of Zeeland, and since we could obtain no saltpeter this year, we ordered the officials at Galle 2300 to ballast these ships with reef stones and the unsuitable goods on hand. Besides the coffee and sapanwood sent from Batavia for these two ships, we count on so many return goods that each ship can be laden with roughly 400 bales of Surat and Madura linens and cotton yarn, and 1200 bales of cinnamon; and we further take the liberty of referring in this regard to the report which the Galle officials will have the honor of submitting to Your Right Noble High Worships. The ship Berkhout was inspected at Galle by special commissioners, and the reports received thereof are inserted into the officials' resolution of the 30th of November last, an extract of which is attached among the appendices hereto, by which the officials have decided to have the repairs and supplies performed thereon that were stated as necessary by the aforesaid commissioners. Furthermore, the Galle officials, by their resolution of the 28th of December last, decided to have certain equipage goods and other necessities requested by the officers of this ship supplied to it, and we take the liberty of presenting an extract from the said resolution, which was approved by us, to Your Right Noble High Worships among the appendices hereto. Likewise, the ship De Leviathan was inspected at Galle by special commissioners, whose reports are inserted into the officials' resolution of the 7th of December last, by which they decided to have the repairs and supplies deemed necessary performed thereon. This resolution has been approved by us, and is transmitted as an extract 2301 among the appendices. The mainmast of this ship was found here to be affected by white ants, and we therefore ordered the Galle officials to have it inspected carefully. According to a report received, which accompanies this in copy, the wood was found sound and good, and the mast was deemed fit, with minor provisions, for making the voyage to the Netherlands. We have therefore, according to our resolution of the 30th of November last, ordered the Galle officials to have the provisions stated as necessary in the aforesaid report made to it and to the remaining spars of the said ship. Furthermore, the Galle officials, by their resolutions of the 30th of December and the 8th of this month, decided to have certain equipage and other goods requested by the officers of the ship the Leviathan supplied to that vessel.
Dutch transcription
2298 verzonde staat nader tevolgen „ 167. Een kas beschreeven aen de Edele hoog achtb: heeren synen ter kamer Middelburg met De Levrathan in Zeeland. p „: Grepi len peikel besch: aan den Edele achtb: heere Original in de vars voor Amsterdam Bewindhebberen gemachtigde Duplikaat „ „ „ „ Zeeland tot de sekrete zaaken in Hage „ 169: Een paker besch: aen de Ed: achtb: heeren Bewind heb„ originel in de zas voor Amsterdam beren ter kamer Amsterdam Duplikaat „ „ „ „ zeeland _o . _o _o _o— ter kamer 170. origineel in de kas voor zeeland Duplikaat „ „ „ „ Amsterdam Middelburg in Zeeland _o ter kamer origineel in de kas voor Amsterdaa verzonde Duplikaat „ „ „ „ Zeeland _o 172. origineel in de kas voor Amsterdam Rotterdam. Idem Duplikaat „ „ „ „ Zeeland 7t: Delft. _=o ter kamer brieven geschreeven door den heer Ceilonph gouverneur aen Hunne Hoog Edelheeden de Edele hooge Indiasche Regeering te Batavia. N: o 166; Een gesloote Baket houdende ropia aparte r 16 „ rd ge Nagezien A:o 178. Een paket besch: aen de Edele achtb heeren verzonde Origineel in de kas voor zeeland Bewind hebberen ter kamer Hoorn Duplikaat „ „ „ „ Amsterdam v o -. ter kamer Enkhuijsen origineel in de ras voor Zeeland „ „ Amsterdam zuplikant „ „ be aptieerde Eijsch van retouren voor den Jaare 1741. HdCombo den 27. Januari 1791. Ampliatie N:o 176. agt kopia onkost reekeningen van het verstrekte voldaan alleen voor Amsterdam aan 'slands fregatten de zephir en zeeland. en Havik. „ 177. Berigt van de geweezen Gaelsh Equipagiemeester Abi„ nopens de verstrekte touwen aan het ingehuurd schip de Maria. „ 178 Een faktuur van aanreekening voor de kamer Amsterdam groot ƒ 127. 8. —. comperije Een v=o „ terug reekening voor de kamer Amsterdam van te veel aen„ gereekende zoldaete hoeden. „ 180. Een do „ aenreekening voor de kamer Zeeland groot ƒ49. 8. Adamsz Idem 174 Commareier . Sijbrands VEyklerk 70 Aan de wel Edele Hoog Achtbaare Heeren. Patria. Bewindhebberen. Ter vergadering van Zeventhienen Representeerende de Generaale Ne„ „derlandsche G'octroijeerde Oost-Indische kompag„ nie ter Presidiale ka„ „mer Amsterdam Wel Edele Hoog Achtbaare WWijze Voorzienige zeer Genereuse Heeren. Het Schip De Unie is den 16: November I:o Leeden, en de Paketboot de Expeditie den 19: daar aan van Pale na Nederland vertrokken vertrokken, beide geconsigneerd aan de kamer Amsterdam. Ook is de Paket boot Maria Louisa, den 20: December na de Kaab De Goede Hoop vertrokken, en neemen wede vrijheid, het duplicaat van onze daar meede afgegaanen brief van den 19: van gemelde maand, uwel Edele Hoog Achtbaaren hier- nevens aantebieden. De scheepen Berkhout en de Leviathan, door de Edele hooge indiasche regeering tot retour bodems over Ceilon aangelegd, zijn den 26: September en den 7: october I:o Leeden alhier aangekoomen, en ver„ „volgens na Gale gezonden, om tot de te„ „huijs reize te worden in staat gesteld. Berkhout hebben we bestemd voor de kamer Amsterdam, in de Leviathan voor de Kamer Zeeland, en wijl we dit jaar geen salpeeter hebben konnen bekoo„ „men, hebben we den bedienden te Gale ge„ „last 2300 „last, om deeze scheepen met klipsteenen, en de aanhanden zijnde onbequaame goederen te doen beballasten Behalven de koffie en het Sappanhout, die voor die„ „ze twee scheepen van Batavia zijn gezonden, reekenen we op zoo veel retouren, dat aan elk schip zullen kunnen worden ingegeeven, min of meer 400: Pakken Suratsche en Madureesche Lijwaaten en kattoengaarn, en 1200: baalen Canneel, en we neemen voorts de vrijheid, ons derweegens te gedraagen aan 't berigt, dat de gaalsche bedienden de eere zullen hebben daar van aan uwel Edele Hoog Achtbaaren te doen. Het schip Berkhout is te gale door Expresse gecommitteerdens gevisiteerd, en zijn de daar van ingekoomene Rapporten geinsereerd in der bedienden resolutie van den 30: November I:o Leeden, waar van Extract onder de bijlaa„ „gen deezes gevoegd is, en waar bij de bedienden hebben amer hebben beslooten, daar aan te laaten doen de repa„ „ratien en verstrekkingen, door de voorsz: gecommitteerdens als noodzaakelijk opgegeeven Nog hebben de gaalsche bedienden bij hunne resolutie van den 28: December I:o Leedin beslooten, om eenige door de overheeden van dit schip gevraagde Equipagie goederen en andere benoodigdheeden, daar aan te laaten verstrekken, en wij neemen de vrijheid een Extract uijt gem: resolutie, die door ons is geapprobeerd, uwel Edele Hoog Achtbaare onder de bijlaagen deezes aantebieden Ins. gelijks is het schip De Leviathan te gale door Expresse gecommitteerdens bezigtigd, waar van de rapporten g'insereerd zijn in der bedienden resolutie van den 7: Decem¬ „ber I:o Leeden, waar bij ze beslooten hebben, om daar aan te laaten doen de nodig geoor„ „deelde reparatien en verstrekkingen, Deeze resolutie is door ons geapprobeerd, en gaat in Extract 2301 Extract onder de bijlaagen over. De groote mast van dit schip is alhier van de wittemieren aan gedaan bevonden, en hebben we daarom de gaalsche bedienden gelast dezelve naukeurig te laaten bezigtigen. Volgens een in gekoomen rapport, dat in Copia hier neevens gaat, is 't hout gaaf en goed bevonden, en de mast met eene geringe voorziening bekwaam gekeurd, tot 't doen der reize na Nederland. wij hebben derhalven, volgens onze resolutie van den 30: 9ber: I:o Leeden de gaalsche bedienden gelast, om daar aan, en aan de ove„ „vige rondhouten van gem: schip, te laaten doen de voorzieningen, bij voorsz: rapport als nodig opgegeeven Nog hebben de Gaalsche bedienden, bij hunne resolutien van den 30: December en 8: deezer beslooten, om eenige door de overheeden van 't schip de Leviathan gevraagde Equipa„ „gie en andere goederen, aan dien bodem te laa„ „ten
English
to provide, and we have approved these resolutions, extracts of which are attached to the annexes of this document. Upon the reports received from the Galle administrator van der Spar regarding the examination of the consumption accounts of the aforementioned two ships, the Galle servants decided by their resolution of the 13th of this month, which was approved by us and is attached in extract to the annexes of this document. Various repairs and provisions were made to the packet boat de Zeemeeuw at Galle upon the request of its commander, as shown by the servants' resolutions of the 23rd and 25th of September last, extracts of which are attached to the annexes of this document, along with copies of two reports submitted by him, both of the outward voyage and of the trips made in this government. On the ship Berkhout, we have placed as comforter of the sick Wilhelmus Harmanus Philipsz, son of the late Minister Henricus Philipsz, who has already been instructed for 5 years in the seminary here, at his own expense, in the foundations of the Christian Religion and in the principles of the Latin and Greek languages. He departs with the intention of further pursuing his literary studies in Europe, and has requested our letter of recommendation to your Right Honourable, so that after the completion of his studies he may again be sent out in such capacity as his abilities would deserve. We take the liberty of recommending him most humbly to your Right Honourable's favor. The chief surgeon of the ship Berkhout, Stutzer, went with leave for a short trip to Koetsiem, promising to return in time to still repatriate with this ship, but since according to a report from the Galle servants he had not yet arrived there by the 21st of this month, we have ordered the servants that if he does not return by the 26th or at the latest the 27th of this month, to have his pay account removed from the ship's books, with cancellation of wages, and to place in his stead on Berkhout as chief surgeon the garrison surgeon there, van Alken, who was examined by four chief surgeons and found qualified for it. In place of the boatswain of this ship, Herman Fredrik Swarts, who remains behind here for the present with cancelled wages at his own request due to a sickly condition, we have transferred the boatswain Jan Gerritsz: Wolsgaaff, who remained ashore due to indisposition from the packet boat de Expeditie, to Berkhout, with his earning wages, but without bonus. Upon the request of the chief surgeon of the ship De Leviathan, Dirk Haiting, we have permitted him to remain behind at Galle with cancelled wages until a position becomes vacant again on one of the ships, and in his place on this ship, in accordance with the request made by him to that end, we have transferred the surgeon of the packet boat De Expeditie, Petrus Maas, who remained behind there, to serve as chief surgeon, with his earning wages and the rank of chief surgeon during the voyage home, but without bonus. With the aforementioned ships we have granted passage to the following persons; namely: The spouse of the Surat Director Sluijsken, together with their little daughter, taking along a male slave and a female slave, for all of whom the customary passage and board have been paid. The young son of the former Galle Commander Kraijenhoff, who, because he had contracted childhood illnesses, could not go along with the ship de Unie; this child, at the favorable pleasure of your Right Honourable, is excused from the payment of the customary passage and board, as he is still very young. The two sons of the junior merchant Johan Fredrik Conradi, named Hendrik Gerard and Willem Fredrik Conradi, taking along a slave boy, provided they pay the stipulated passage and board for all; a five-foot chest having been granted to these children for the storage of clothes. The former captain in the Regiment of Luxemburg, Nicolaas Dominique De Legrevisse. Lieutenant De La Raitrie, who has taken his discharge from the Regiment of Meuron, taking along a native servant. He enjoyed his allowances here until the ultimate of February of this year, and 15 months in addition to that, and furthermore has nothing more to claim. The Extraordinary Lieutenant of Artillery, Carel Lodewijk Godlob von Krause, who arrived from Koetsiem, taking along his wife and two children, who have been excused from the payment of the customary passage and board by the Honourable High Indian Government. The young son of the Provisional Lieutenant Dessave of Matara van Schuler, named Johan Hendrik van Schuler, provided he pays the established passage and board for it. The young son of the Surat first clerk Gratidan, named Jan, also upon payment of passage and board. The bookkeeper Jan Blondeel, who, on account of expiration of his term, crosses over with retention of rank and wages. The young son of the Galle Commander Sluijsken, Jan Josias, taking along a slave boy, both upon payment of the customary passage and board. Ensign Daniel Ertman Kool, who, on account of expiration of his term, crosses over with retention of rank and wages. Besides the national discharges, of which the Galle servants will report to your Right Honourable, 39 men of the Regiment of Meuron who have served out their five-year term also cross over on these ships, and by name
Dutch transcription
„ten verstrekken, en we hebben deeze resolutien, waar van Extracten onder de bijlaagen dee„ „zes gevoegd zijn, geapprobeerd. Op de ingekoomene berigten van den gaalsch ad„ ministrateur van der spar, weegens de Era„ „minatie van de consumtie reekeningen van voorsz: twee scheepen, hebben de gaalsche be„ „dienden gedisponeerd bij hunne resolutie van den 13: Deezer, die door ons geapprobeerd, en in Extract onder de bijlaagen deezes gevoegd is. Aan de Paketboot de Zeemeeuw zijn, op 't ver „zoek van dies gezagvoerder, te gale verschei „de reparatien en verstrekkingen gedaan, blij„ „kens der bedienden resolutien van den 23: en 25: 7ber: I:o Leeden, waar van Extracten onder de bijlaagen deezes gevoegd zijn, nee„ „vens de Copijen van twee door hem overgelegde rapporten; zoo van de uijt rijs, als van de togten in dit gouvernement gedaan. Op het schip Berkhout hebben wals zieken troos„ „ter 1770 2302. „ter geplaatst Wilhelmus Harmanus Philipz zoon van wijlen den Predikant Henricus Phi„ „lipsz:, die reeds 5: Jaaren in 't kweekschool al„ „hier, op eigen kosten, onderweezen is in de gron„ „den van den Christelijken Godsdienst, en in de beginselen van de latijnsche en grieksche taalen Wij gaat met oogmerk om zijne let„ „teroeffeningen nader in Europa voorttezetten, en heeft onze voorschrijvings aan uwel„ Edele Hoog Achtbaare verzogt, om na zijne voleindigde studie, weder voor zulk een qualiteid, als zijne kundighei„ „den zouden verdienen, te mogen worden uit„ gezonden. wij neemen de vrijheid hem daar „toe in Uwer wel Edele Hoog Achtbaare gunst needrigst aante beveelen. De oppermeester van het schip Berkhout stut„ „zer is met verlof voor een springtogt na koetsiem gegaan, onder belofte van tijdig te zullen te rug koomen, om nog met dit schip schip te kunnen repatrieeren, dog wijl hij volgens berigt van de Gaalsche bedienden, tot den 21: dee„ „zer aldaar nog niet was aangekoomen, heb„ „ben we den bedienden gelast, om zoo hij den 26: of uijtterlijk den 27:' deezer, niet terug komt, zijne zoldij reekening uijt de scheepsboeken te doen ligten, met afschrijving van gagie, en in zijn plaats op Berkhout als oppermeester te plaatszen den guarnizoen chirurgijn aldaar van Alken, die door vier oppermees„ „ters geexamineerd en daar toe bequaam bevon „den is. In plaats van den bootsman van dit schip Wer„ „man Fredrik Swarts, die mits ziekelijke toestand, voor eerst met afgeschreevene gagie volgens zijn verzoek, alhier te rug blijft, hebben we den bootsman Ian Gerritsz: Wols„ „gaaff, die mits indispositie van de Paket boot de Expeditie aan de wal gebleeven is, op Berkhout laaten overgaan, met zijne winnende gagie dog 2303 dog zonder premie. Op het verzoek van den oppermeester van het schip De Leviathan Dirk Haiting, hebben we hem toegestaan, om met afgeschreevene gagie te Pale te mogen te rug blijven, tot dat er weder een plaats op een der scheepen zal vacant zijn, en hebben we in zijn plaats op dit schip, volgens 't daartoe door hem ge„ „daan verzoek, doen overgaan den aldaar agter gebleeven chirurgijn van de Paket boot De Expeditie Petrus Maas, om dienst te doen als oppermeester, met zijn winnende gagie, en de rang van oppermeester geduu „rende de te huijs rijze, dog zonder premie Met de voorsz: scheepen hebben we transport verleend aan de volgende perzoonen; na„ „melijk. De echtgenoote van den Heer Souratsche Directeur Sluijsken, nevens derzelver dog „tertje, meede neemende een slaaf en een Slavin slavin, voor alle dewelken het gewoon trans„ „port en kostgeld betaald is Het zoontje van den geweezen Gaalsch gezag„ „hebber kraijenhoff; het welk om de gehad hebbende kinderziekte, met het schip de unie niet heeft kunnen meede gaan, zijn„ „de dit kind, op het gunstig welbehaagin van uwwel Edele Hoog Achtbaare ge„ „excuseerd van de betaaling van het gewoon transport en kostgeld, wijl het nog zeer jong is. De twee zoons van den onderkoopman Johan fredrik Conradi, genaamt Hendrik ge„ „rard, en Willem fredrik Conradi, meede neemende een slaave Jongen, mits be„ „taalende voor allen het bepaald trans„ „port en kostgeld; zijnde aan deeze kin„ „deren een vijf voets-kist toegestaan, tot het bergen van kleederen. De geweezen kapitain onder het regiment van 2304 van Luxemburg Nicolaas Dominique De Legrevisse. De Luijtinant De La Raitrie, die zijne De„ „missie heeft genoomen van 't regiment van Meuron, meede neemende een inland„ „sche bediende Wij heeft hier zijne appoinc„ „tementen genooten tot ult:o feb:r deezes Jaars, en nog 15 maanden daar en boven, en heeft voorts niets meer te vorderen. De van koetsiem aangekoomene Extraor„ „dinaire Luijtenant der antillerij Carel Lodewijk Godlob von Krause, meede neemende zijne huijsvrouw en twee kinderen, die door de Edele Hooge In„ „dische reguring zijn geexcuseerd van de betaaling van 't gewoon transport en kostgeld Het zoontje van den p:l buijtenant Dessave van Mature van Schuler, genaamt Iohan Hendrik van Schuler, mits betaa„ „lende 't daar toe staande transport en kost geld kostgeld Het zoontje van den Souratschen eersten klerk Gratidan, genaamt Jan, meede onder betaa„ „ling van transport en kostgeld. De boekhouder Ian Blondeel, die mits tijds expiratie, behoudens qualiteit en ga„ „gie overvaart. Het Zoontje van den Gaals kommandeur sluijt„ „ken Ian Toseas, meede neemende een slaa„ „re Jongen, beide onder betaaling van 't ge„ „woon transport en kostgeld De vaandrig Daniel Ertman, Kool, die mits tijds expiratie, behoudens quali„ „teit en gagie over vaart. Behalven de nationaale verlossens, waar van de Gaalsche bedienden aan uwel Edele Hoog Achtbaare berigt zullen doen, gaan ook met deeze scheepen over 39: koppen van 't regiment van Meuron, die hun vijf „jarig verband hebben uijt gediend, en nomi„ „natim
English
are mentioned by name in the list that is included among the appendices. They have enjoyed their salaries here until the end of this month. Also traveling on these ships for their board are the former sailors Jan Wendrik Host and Iozeph Collet, who were criminally prosecuted and punished for theft committed at Gale. We have permitted the Commander of Iaffanapatnam, Raket, to send five small boxes to the Netherlands on these ships, sewn in canvas and sealed, namely: 2. Marked C: B: w: inscribed shells and addressed to Mr. Carel Balthazar Wieling, member of the town council of the city of Utrecht etc., of which one is 19 inches long, 13 wide, and 6 inches high, and one is 21 inches long, 15 wide, and 7 inches high. 3. Marked H: L: 52, of which two contain inscribed shells, and one amenika and margosa oil, and all three addressed to Mr. Matthias Iacobus Moens, honorary pensionary at Middelburg, of which one is 20 inches long, 13 wide, and 6 inches high, one 18 inches long, 13 wide, and 6 inches high, and one 12 inches long, 12 wide, and 13 inches high. And we humbly request Your Right Honorable Worships that the aforementioned small boxes may be delivered according to their addresses. Regarding the findings on some goods unladen here from the Batavian cargo of the ship Berkhout, we made a disposition at the session of 15 November of the past year, and we take the liberty to present herewith an extract from our resolution taken thereon to Your Right Honorable Worships. Your Right Honorable Worships will, among other things, be pleased to see from it that in 5 cases, 519 pieces of porcelain were found broken, notwithstanding that the cases arrived in good condition. And since the ship's officers have proven by a sworn statement sent to the Honorable High Indian Government that these cases were handled carefully on board, we have resolved to let the amount thereof be charged back to Batavia, subject to the esteemed disposition of Their High Honors. In the 4 cases that were transshipped into this vessel from the Amsterdam cargo of the ship Oostzaandam, 47 hats were found missing, although the cases were all in good condition. The captain declared to have received these cases unopened, but because he signed for the number of hats on the Batavian bill of lading, we have charged the officers for the compensation of the aforementioned shortage found, pending further disposition from Your Right Honorable Worships. Concerning the remainder of the cargo of this vessel discharged at Gale, the officials took a disposition in their resolution of 28 November of the past year, an extract of which is attached among the appendices hereto. We have approved this resolution, to which no particular objections are to be made, only stipulating that the wastage on the rice must be credited to the officers at 67½ rix-dollars per last; and in addition, we pointed out to the officials for their guidance that the spice chests must not all be opened without necessity, as occurred with the 103 chests of cloves brought by this vessel, notwithstanding that the Warehouse Keeper De Lij had agreed to take over the same onto his accountability just as they were brought. The findings concerning the cargo of the ship De Leviathan discharged here have been inserted into our resolution of 29 October last, an extract of which accompanies this, and to which we take the liberty to refer, as we have no specific remarks to make upon it. Concerning the cargo of this vessel discharged at Gale, the officials took a disposition in their resolution of 22 December of the past year, which is attached in extract among the appendices and approved by us with these few changes, namely: that the wastage on the tar must be credited to the officers not at two capital advances, but at 75 percent on the cost price; that the short-delivered frame saws and large copper compass must not be set off against the surplus accounted crane saw and large iron compass, but that the shortage must be compensated by the officers and the surplus credited to them; and that they must still be credited with 54¼ pounds of rice on account of an allowed wastage of 100 pounds per koyan of 3200 pounds on the 617592 pounds that remained on board here according to our aforementioned resolution, after deduction of the 19245 pounds delivered short at Gale. The findings concerning the Amsterdam cargo of the packet boat De Zeemeeuw have been inserted in the Gale resolution of 30 December last, which we have approved, and which is transmitted in extract among the appendices hereto. Since our last of 19 December past, we have taken the liberty to issue some further drafts on Your Right Honorable Worships to the amount of ƒ 70450:3:8, to be paid after the conclusion of the spring sale of 1793, which, together with what was mentioned in the aforementioned letter and in our humble letter of 12 November of the past year, constitutes a sum of ƒ 403916:1:-. The memorandum of the drafts that we have, as stated, issued since then, is inserted below according to order.
Dutch transcription
2305 „natim vermeld staan bij de lijste, die on„ „der de bijlaagen overgaat. sij hebben al„ „hier hunne appoinctementen genooten tot ultimo deeser. Ook gaan voor de kost met deeze scheepen over de geweezene mattroosen Jan Wen„ „drik Host en Iozeph Collet, die over gepleegde dieverij te Gale, Crimineelijk zijn te regt gesteld en afgestraft. Aan den Commandeur van Iaffanapatnam Raket hebben we toegestaan, om met deeze scheepen; na Nederland te mogen verzenden vijf kasjes, in zijldoek be„ „naaid en verzegeld, namelijk 2. Gemerkt C: B: w: beschreeven schulpen en geadresseerd aan den heer Carel Baltha„ „zar Wieling, raad in de vroedschap der stad Utrecht enz:, waar van een lang 19. breed 13: en hoog 6: duijmen, en een lang 21: breed 15: en hoog 7. duijmen. 3. gem: 3. Gem: H: L: 52, waar van twee beschreeven schul„ „pen, en een amenika en margosie olij, en alle drie geaddresseerd aan den heer Matthi„ „as Iacobus Moens pensionaris honorair te Middelburg, zijnde hier van een lang „20: breed 13: en hoog 6: duijmen, een lang 18: breed 13: en hoog 6. duijmen, en een lang 12: breed 12: en hoog 13: duijmen- en wij verzoeken uwel Edele Hoog Achtbaa„ „re nedrig, dat de voorsz: kasjes, volgens der „zelver addressen, mogen worden afgegeeven, Op de bevinding van eenige alhier geligte goe„ „deren, wijl de Bataviasche lading van 't schip Berkhout hebben we gedisponeerd ter sessie van den 15: November I:o Leeden en neemen we de vrijheid, een Extract uijt onze daar op genoomene resolutie uwel Edele Hoog Achtbaare hierneevens aan „tebieden. Uwel Edele Hoog Achtbaare zullen daar bij onder anderen gelieven te 2306 te zien, dat in 5: kassen 519: stux porcelijnen gebrooken zijn bevonden, niet tegenstaande de kassen wel geconditioneerd zijn aange „bragt, en wijl de scheeps overheeden met eene be Edigder verklaaring die aan de Edele hooge Jndiche regeering is gezonden, hebben beweezen, dat deeze kassen aan boord zorg „vuldig zijn behandeld, hebben we beslooten 't bedraagen daar van, ter g'eerde disposi„ „tie van Hunne Hoog Edelheeden, na Ba„ „tavia te laaten te rug reekenen In de 4: kassen, die uijt de amsterdamsche lading van 't schip Oostzaandam, in dit schip zijn overgescheept, zijn 47: hoeden, min„ „der bevonden, schoon de kassen alle wel geconditioneerd waaren. De kapitain heeft verklaard deeze kassen ongeopend te hebben ontvangen, maar wijl hij bij 't Bataviasch Cognoissement voor 't getal der hoeden heeft geteekend, hebben we de voorsz: bevondene bevondene minderheid, tot nader dispositie van uw wel Edele Hoog Achtbaare den overheeden ter vergoeding opgelegd. Op de overige te Gale uitgeleeverde lading van deezen bodem, hebben de bedienden gedispo„ „neerd bij hunne resolutie van den 28: Novem„ „ber I:o Leeden, die in extract onder de bijlaa„ „gen deezes is gevoegd. Wij hebben deeze reso„ „lutie waar op niets bezonders aantemerken valt, geapprobeerd; alleen hebben we bepaald, dat de spillagie op de rijst, aan de over„ heeden moet worden goed gedaan tegens 67½. rd:s 't last, en daar bij den bedienden tot hun narigt doen opmerken, dat de spece„ „rij kisten niet alle buijten noodzaake„ „lijkheid moeten worden geopend, gelijk geschied is, met de 103: kisten nagelen met deezen bodem aangebragt, niet tegen„ „staande de Pakhuijsmeester De Lij had aangenoomen, dezelve, zoo als ze aange„ „bragt 2307 „bragt waaren, ter zijner verandwoording over „teneemen. De bevinding van de alhier uijtgeleeverde la„ „ding van 't schip De Leviathan, is gein„ „sereerd in onze resolutie van den 29: octo„ „ber pass:o die in Extract deezen verzeld, en waaraan we de vrijheid neemen ons te refereeren, wijl we daar op niets spe„ „ciaal aantemerken hebben. Op de te gale uijtgeleeverde lading van deezen bodem, hebben de bedienden gedisponeerd bij hunne resolutie van den 22: December I:o Leeden, die in Extract onder de bijlaagen gevoegd en door ons geapprobeerd is, met deeze wijnige veranderingen; namelijk: Dat de spillagie op de theer, niet met twee Capitaalen advans, maar met 75: p:r C:o op 't inkoops kostende, aan de overheeden moet worden goed„ „gedaan gedaan Dat de minder geleeverde. Raam zaagen groote koopere passer, niet moeten gerescontreerd worden tegen de meerder verand„ „woorde kraanzaag en groo„ „te ijzere passer maar dat het mindere door de overhee vergoed, en het meerdere „den hun goed gedaan moet aan worden. en: Dat aan hun nog goed gedaan worden moeten 54¼: lb: rijst, weegens toegelegde spillagie 2823 spillagie van 100: lb: per Coijang van 3200: lb:, op de volgens onze voorsz: resolutie alhier binnen boord verbleevene 617592: lb:, na aftrek van de te gale min„ „der uijtgeleeverde 19245: lb: De Bevinding van de Amsterdam„ „sche lading van de Pakit boot de Zeemeeuw, is geinsereerd in de Iaalsche resolutie van den 30: xber: pass:o, die we geapprobeerd hebben, en in Extract onder de bijlaagen deezes overgaat zeederd zedert onzen jongsten van den 19. De„ „cember pass:o hebben wij de vrijheid ge„ „bruijkt nog eenige assignatien op uwel„ Edele Hoog Achtbaare te verlee„ „nen, ten bedraage van ƒ 70450:3: 8: om na het afloopen van de voorsaar„ „sche verkooping van 1793. te worden voldaan, uitmaakende bij voorschreeve brief met 't geen en bij onzen needrigen brief van den 12: November I:o Lieden ver„ „meld is, eene somma van ƒ403916:1— De memorie van de assignatien, die we als gezegt, 't zederd hebben ver„ „leend, word na de order hier onder ge„ insereerd
English
2309 inserted. 19630 1/160. The value of pieces of silver milled ducatoons of eighty stivers each, counted into the Company's treasury both here and at Jaffanapatnam and Gale, to be paid out and settled again in the Netherlands after deduction of 10 3/8 per cent rebate, to the undermentioned persons, their heirs or attorneys being duly authorized for the receipt by a notarially or judicially executed power of attorney, after the spring sale of the year 1793; whereof 17766 17/80 pieces counted here; as: 1114 1/30 pieces by the junior merchant Johan Fredrik Conradie to the free merchant William Michel, amounting to f 4000. — 724 2/30 pieces by the junior merchant Fredrik Jacob Papo to Mr. J. J. de Freijtag, Major Engineer in the service of the State of the United Netherlands, and Intendant of the Country's Dock at Vlissingen, amounting to 2600. — 2785 3/32 pieces by the captain of the ship Berkhout, Gijsbertus Mattheus Weitzel, to Messrs. Christiaan Daniel Hertz and Samuel Arnoldus Lenaartz, merchants at Amsterdam, amounting to 10000. – – 1021 1/5 pieces by the merchant and former first visitor the Honorable Willem Adriaan Berghuijs and the second pay-transfer clerk Cornelis de Kretser to Messrs. the widow Pieter Rijfsnijder & son, merchants at Amsterdam, amounting to 3665. 17. — 41 1/160 pieces by the merchant and former first visitor the Honorable Berghuijs and the second pay-transfer clerk De Kretser, just mentioned, to Mr. Christiaan Daniel Hertz, merchant at Amsterdam, amounting to 329. 8. 8 374 19/20 pieces by the same as just mentioned to Mr. Jacobus Boekelmans, merchant at Middelburg in Zeeland, amounting to 1344. 18. - 561 19/160 pieces by the former sworn clerk Hermanus Meier to Mr. Anthonij Callenburg Baartmans, merchant at Delft, amounting to 2014. 11. 8 2089 9/30 pieces by the senior merchant and chief of Tuticorin the Honorable Martinus Mekern to Messrs. Mr. Gerrardus van Lon, Advocate, and Willem Mekern, Notary and Procurator at Gorinchem, amounting to 7500. – 19630. 1/160. 17766. 3/80. 8762. 23/32 pieces of ducatoons carried forward, amounting to f 31454. 15. - 69 856 4/5 pieces by the merchant and First warehouse master the Honorable Johannes Reintous to Messrs. the brothers Smieman, merchants at Middelburg in Zeeland, amounting to 3075. 14. — 834. – pieces by the junior merchant Johan Fredrik Conradie to the widow Gerard Pauw and sons and Matthijs van Lubeek, merchants at Amsterdam, amounting to 2993. 17. - 439 2/5 pieces by the captain lieutenant, commanding the ship De Leviathan, Johannes van der Plas, to Messrs. Weddik and Wendel, merchants at Amsterdam, amounting to 1578. 15. 8 393. – pieces by the captain lieutenant commanding the ship De Leviathan, Johannes van der Plas, to Mr. Jacobus Boekelmans, merchant at Middelburg in Zeeland, amounting to 1410. 15. 8. 235 1/5 pieces by the same as just mentioned to Messrs. Adriaan van Demse and son, merchants at Middelburg in Zeeland, amounting to 844. 6. — 2785 1/32 pieces by the same as mentioned to Messrs. Christiaan Daniel Hertz and Samuel Arnoldus Lenaartz, merchants at Amsterdam, amounting to 10000. – – 150 1/40 pieces by the junior merchant and trade transfer clerk Thomas Gerrardus Hofland and the second pay-transfer clerk Cornelis de Kretser to Mr. Fredrik Willem Muller, merchant at Amsterdam, amounting to 538. 11. — 364 17/80 pieces by the aforementioned Hofland and De Kretser to Mr. Jacob van Driel, merchant at Middelburg in Zeeland, amounting to 1308. 19. - 270. — pieces by the merchant and former first visitor the Honorable Willem Adriaan Berghuijs and the second pay-transfer clerk Cornelis de Kretser to Messrs. Mounier and Denies, merchants at Middelburg in Zeeland, amounting to 969. 4. 8 1056 37/40 pieces by the mentioned Honorable Berghuijs and De Kretser to Mr. David van Nievelde and company, merchants at Alkmaar, amounting to 3791. 11. 8 250 1/160 pieces by the same as just mentioned to Messrs. Pieter and Dirk de Smeth, merchants at Amsterdam, amounting to 898. 9. 8. 139 3/20 pieces by the mentioned Honorable Berghuijs and the bookkeeper Barend Lodewijk Potger to Mr. Willem Poolman, merchant at Amsterdam, amounting to 500. – – 139 3/380 pieces by the said Honorable Berghuijs and Potger to Messrs. Jacobus van Eindhoven and sons, merchants at Amsterdam, amounting to 500. – – 19630. 1/160. 1776 5/80. 8762 1/32 pieces of ducatoons brought forward, amounting to f 31454. 15. — 19630. 160. 1776 7/40. 16676 4/60 pieces of ducatoons carried forward, amounting to f 59864. 18. 8.
Dutch transcription
2309 „insereerd. 19630 1/160. De waarde van p=s zilvere gekartelde dukatons van taggentig sluijv=s ider zo alhier als to Jaffanapatnam en gale in 'sComp„s kas geteld om in Neverland na aftrek van 10 3/9. p„r Co rabat, aan de natemeldenen, hunne erven of gemag „tigdens tot den ontvangst bij eene Notarieele of geregtelijk gepasseer de procuratie behoorlijk gekwalificeerd zijnde na de vodrjaarsche verkoo„ „ping van a=o 1793, weder uijtgekeerd en voldaan te worden; daar van 17766 17/80. P:s Alhier geteld; als. 1114 1/30 p=s door den onderkoopman Johan fredrik Couradie aan den vrij koop„ „man William Michel met ƒ 724 2/30. „ door den onderkoopman Fredrik Iacob Papo aan den heer J: J: de Freijlag Majoor jngenieur in dienst van den staat der vereenigde Neder„ landen, en jntendant van slands Dok to vlissingen, met - - - - „ 2600. — 2785 3/32. „ door den kapitein van 't schip berkhout, gijsbertus Mattheus weitzel aan de heeren Christiaan Daniel Hertz en Samuel Arnol„ dus Lenaatz: kooplieden te Amster„ dam met - - - - - - - - - - - „ 10000. – – 1021 1/5. „ door den koopman en geweesen eerste visitaleur dE: willem Adriaan berg. huijs en den tweede zoldi overdraager Cornelis, de Kretser aan de heeren de weduwe Pieter Rijfsnijder &n zoon kooplieden te Amsterdam, met - - „ 3665. 17. — 41 1/160. „ door den koopman en geweesen eerste visitateur dE:s berghuijs en den tweed„ Zoldi overdrager de kretser even ge„ meld aan den heer Christiaan Da„ niel Hertz koopman te Amster„ - „ 329. 8. 8 13 dam met 374. 19/20. „ door als even aan den heer Iacobus Boakelmans koopman te Mid„ „delburg in Zeeland, met - - - - „ 1344. 18. - 561 19/160. „ door den oud gezw: klerk Harma „nus Meier aan den heer Anthonij callenburg Baartmans koop man te Delft, met - - - - - - „ 2014. 11. 8 2089 9/30. „ door den opperkoopman en opper„ hoofd van tulu Korijn dE: Marti„ nus Mekern aan de heeren Mr. gerrardus van Lon Advostaat Willem Mekeru Notaris e pro„ kureur te gorinchem, met - - . 7500. – 19630. 1/160. 17766. 3/80. 8762. 23/32. P:s duk=o Die Transporteere, met ƒ 31454. 15. - 4000. — 69 856 4/5: „ door den koopman en Eerste pakhuijs meester dE: Johannes Reintous aan„ de heeren gebroevers smieman koop. „lieden te Middelburg, in Zeeland, met „ 3075. 14. — 834. – „ door den onderkoopman johan fredrik couratie aan de weduwe gerard Pauw en zoonen en Matthijs van Lubeek kooplieden te Amsterdam, met - - „ 2993. 17. - 439 2/5. „ door den kapitein Luijtenant, komman„ „deerende het schip de Seviathan Jo„ hannes van der Plas aan de heeren weddik en wendel kooplieden te Amsterdam, met - - - - - - - „ 1578. 15. 8 393. – „ door den kapitein luijtenant komman deerende 't schip de Leiiathan, Jo„ hannes van der Plas aan den heer Jacobus Boakelmans koopman te Middelburg in Zeeland, met - - - „ 1410. 15. 8. 235 1/5. „ door als even aan de heeren Adriaan van demse en zoon kooplieden te Mid„ delburg in Zeeland, met - - - - - „ 844. 6. — 2785 1/32. „ door als gemeld aan de heeren Christiaan Daniel Hertz en Samuel Arnoldus Lenartz: kooplieden te Amsterdam, met „ 10000. – – 150 1/40. door den onderkoopman en Negotie over„ „draeger Thomas gerrardus Hofland en den tweede zoldi overdraager Cor„ „nelis de Kretser aan den heer fre„ drik Willem Muller koopman te Amsterdam, met - - - - - „ 538. 11. — 364 17/80 „ door evengemelde Hofland en de krelser aan den heer Jacob van driel koopman te Middelburg in Zeeland, met „ 1308. 19. „ 270. —„ door den koopman en geweesen eerste visitateur dE: willem Adriaan Berghuijs en den tweede zoldi over„ draager Cornelis de Kretser aan de heeren Mounier en Denies koop„ lieden te Middelburg in Zeeland met- -- - - „ 969. 4. 8 1056 37/40 „ door gemelde E: Berghuijs en de Kael„ „ser aan den heer David van Nie„ velde kompenie kooplieden te Alkmaar, met - - - - - - - „ 3791. 11: 8 250 1/160 „ door als evengemeld aan de heeren Pieter en Dirk de Smeth koop. „lieden te Amsterdam, met - - - „ 898. 9. 8. 139. 3/20 „ door gemelde E: Berghuijs en den boekhouder Barend Lodewijk Potger aan den heer willem Pool„ „man Koopman te Amsterdam, met „ 500. – – 23 139 3/380 „ door gedagte E: Berghuijs en Potger aan de heeren jacobus van Eind: hoven, en zoonen kooplieden te 19630. 1/160. 1776 5/80. 8762 1/32. P: Duk=s P:r Transport met ƒ 31454. 15. — 19630. 160. 1776 7/40. 16676 4/60. P:s Duw: die Transporteer met ƒ 59864. 18. 8. Amsterdam, met - - - - - - „ 500. – – :
English
2310 10206 1/20. pieces - - - - 1285. 13. 8. 219 1/160. pieces by the merchant and pay-bookkeeper the Honorable Gerrit Engel Holst and the second pay-transferer Cornelis de Kretser to Messrs. David Valentijn and son, and Warnar Waeesman Borghard son merchants in Am- 789. 2. - sterdam, with - - - - 406 15/30 pieces by the Honorable Orphan Masters of this city to the Honorable Messrs. Orphan Masters in Amsterdam, with - 1460. — — 463 1/40 pieces by the said Orphan Masters of this city to Mr. Johannes van Oos- terhout, Doctor of Medicine in Amster- dam with - - - - - - - 1662. 2. - 1776 3/80. pieces Ducatoons as aforesaid counted here with - - f 63776. 3. 8 362 1/160. pieces Counted at Jaffanapatnam by the Noble Re- spectable Lord Commander Bartholomeus Jacobus Raket and the merchant and Admini- strator the Honorable Gualterus Moijaart to the Professor at Utrecht the Lord P: F: Hen- 1501 7/18. pieces Counted at Gale; thereof 657 19/30 pieces by the junior merchant and secretary of police and justice at Gale Carl Lodewijk Baron van Albedijhl as attorney of Mr. Nicolaas Padama senior merchant and former commander of the Company's possession on the coast of Coroman- del to Messrs. Mr. Daniel Jacobus Canter Camerling residing in Haarlem and Nicolaas Bank bookkeeper at the pay office of the Amsterdam chamber with f 2360. 8. - 843 19/40 pieces by said secretary van Albedijhl to the aforesaid Messrs. Mr. Daniel Jacobus Canter Camerling and Nicolaas Bank with - - - - 3028. 18. 8. 1501 7/16. pieces Ducatoons as mentioned above counted at Gale, with 5389. 6. 8. 19630 19/10. pieces Ducatoons as mentioned above counted both here and at Jaffanapat- nam and Gale, to be paid out and settled in the fatherland after deduction of 10 13/39. percent rebate with - f 70451. 3. 8 silver milled Ducatoons of eighty stuivers each counted here for the account of the Regiment de Meuron by the Colonel Commandant of said Regiment, the Honorable Pierre Frederich de Meuron, in reduction of the granted f 80,000. – – annually by the Homeland Letter of 20 June 1787; written to the Noble High, Indian Government at Batavia; to the end as mentioned before to be paid after the close of the spring sale of Anno 1792; namely. 2783 23/32. pieces to Messrs. Christiaan Daniel Hertz: and Samuel Arnoldus Lenartz: merchants in Amsterdam 19630 1/160 17766. ord. 16676 1/610 pieces Ducatoons Carried forward with . - f 59864. 18. 8. rendered with - - - - - - - - - - – – – f 10000 - – 10206. 13/20. 2785. 3/32. pieces Ducatoons which Carry forward with - - - f 10,000. – – Total with 10206/20. 2785 13/32. pieces Ducatoons Carried forward with - - - - f 10000. — 835 23/32. pieces to Miss P: J: Werkeles and Messrs. Boerrigter and son and Jan Wels merchants in Amsterdam both together and each of them individually with - - - - - - - 3000. – — 1950. — pieces to Messrs. van de Perre Meijners and Company merchants in Middelburg in Zee- land with - - - - - - - — - 7000. — 2782 23/32. pieces to Messrs. Christiaan, Daniel Hertz: and Samuel Arnoldus Lenartz: mer- chants in Amsterdam with - - - - 10,000. — — 1849 19/60. pieces to Messrs. van de Perre, Meijners Company merchants in Middelburg in Zeeland, with - - - - - - - - 6639. 4. — - 10206. 19/20. pieces of silver milled Ducatoons as mentioned before counted here for the account of the regi- ment de Meuron to be paid in the fatherland after the spring sale of Anno 1792., with - -- f 36639. 4. — Furthermore, as appears from the aforemen- tioned Memorandum, we have granted assignments to Colonel de Meuron for f 36639. 4. — to be paid after the spring sale of 1792: Furthermore, we offer your Noble High Respectable herewith a provisional cash account, since we have not been able to have an accurate cash account prepared, because the Colombo Trade books are not yet advanced that far, and in this transferred account the expenses for 143 2311 for the fortification works have been filled in according to what has been spent on them, averaged over the ten financial years from 177 7/8 to 17 3/0. According to this provisional cash account we would, if all our requests are met, and if we obtain in cash from assignments, sale of merchandise, and other ordinary revenues in 179 1/2 as much as has been calculated according to the receipt 17 39/90. for 179 5/8., under the last of August 1792:, after deduction of the calculated expenditures, among which, however, the necessities for the procurement of linens pro Patria are not included, have a remaining balance of f 2329284. 8. 8. Besides what has been noted above, this calculation also rests on many outcomes that are not all too certain. We shall therefore, as soon as the Colombo Trade servants servants are able to provide us the statements that have been lacking in this, not only have the same corrected accordingly, but we shall also at the same time send a clear statement of what we really think is needed both for the household and separately for the repayment of the borrowed funds, which latter however is not in such great haste, unless your Noble High Respectable yourselves would prefer to see it happen. We shall deliver this further statement, which we hope to send with the packet boat in coming May, especially to your High Respectable, because however much it is to be wished on the one hand that this government may constantly be provided with the necessary funds, on the other hand it is certainly not with the intention of your Noble High Respectable
Dutch transcription
2310 10206 1/20. P=s - - - - „ 1285. 13. 8. 219 1/160. „ door den koopman en zoldi boekhouder dE: Gerrit Engel Holst en den tweede zoldi overdraager Cornelis de Kretser aan de heeren David valentijn en zoon, en warnar waeesman Borghard zoon kooplieden te Am„ „ 789. 2. - sterdam, met - - - - 406 15/30 „ door de Eerwaarde weesmeesteren deser steede aan de Eerwaarde heeren„ weesmeesteren te Amsterdam, met - „ 1460. — — 463¼0 „ door gem: weesmeesteren deeser steede aan den heer Johannes van oos„ terhout Medicine doktor te Amster„ dam met - - - - - - - „1662:2: 1776 3/80. p„s Duks gelijk voormeld alhier geteld met - - ƒ63776. 3. 8 362 1/160. – p=s To jaffanapatnam geteld door den Edelen Agt„ baaren Heer kommandeur Bartholomeus jacobus Raket en den koopman en Admi„ nistrateur d'E: Gualterus Moijaart aan den Professor te uitrecht de heer P: F: Hen„ 1501 7/18. „ Te Gale geteld; daar van 657 19/30 p:s door den onderkoopman en secretaris van politie en justitie te gale Cgral Lodewijk Baron van Albedijkl als gemagtig „ve van den heer Nicolaas Padama opperkoopman en geweesene gezaghebber van 's Comp=s besitting op de kust korman„ del aan de heeren Mr. Daniel jacobus Canter namerling woonag„ „tig te Haarlem en Nicolaas Bank boekhouder op het zoldij kantoor ter kamer Amsterdam met ƒ2360. 8. - 843 19/40 „ door gemelde secretaris van Albevijhl aan voormelde heeren Mr Daniel Jacobus canter hamerling en Nicolaas Bank met - - - - „ 3028. 18. 8. 1501 7/16. p:s Dukatons als boven gemeld te gale geteld, met „ 5389. 6. 8. 19630 19/10. P=s Dukatons als vooren gemeld zo alhier als te jaffenapat „nam en Gale geteld, om in 't vaderland na aftrek van 10 13/39. p C. o rabat uitgekteerd en voldaan te worde met - ƒ70451. 3. 8 zilvere gehartelde Dukatons van Taggentig stuijvers iver alhier geteld voor reekening van 't Regiment van Meuron door den kolonel kommandant van gemelte Regiment, dE: Pierre Frederich de Meuron, in mindering van de toege staane ƒ 80'000. – – jaarlijks bij Patriase Missive van den 20. Juni 1787; geschreeven aan de Edele Hooge, Indische Regeering te Batavia; ten einde als vooren gemeld na het afloopen der voorjaarse verkooping van Anno 1792. voldaan te werden; teweeten. 2783 23/2. p=s aan de heeren Christiaan Daniel Hertz: en Samuel Arnoldus Lenartz: kooplieven te Amsterdam 19630 1/160 17766. ord. 16676 1/610 P:s duk=s Per Transport met . - ƒ59864. 18. 8. rent met - - - - - - - - - - – – – ƒ 10000 - – 10206. 13/20. 2785. 3/32. P:s Duk:s die Transporteere met - - - ƒ 10'000. – – omm a met 10206/20. 2785 13/32. P=s Duk=s Per Transport met - - - - ƒ10000. — 23 835 1/32. „ Aan Mejufvrouw P: J: Werkeles en de heeren Boerrigter en zoon en Jan wels kooplieden te Amsterdam zoo te zamen als een ider van hen in 't bijzonder met - - - - - - - „ 3000. – — 1950. — „ aan de heeren van de Perre Meijners en kompenie kooplieden te Middelburg in Zee„ land niet - - - - - - - — - „ 7000. — aan de heeren Christiaan, Daniel Kertz: en Samuel Arnoldus Lenartz: koop„ lieden te Amsterdam met - - - - „ 10'000. — — 1849 19/60. „ aan de heeren van de Perre, Meijners kompenie kooplieven te Middelburg in Zeeland, met - - - - - - - - „ 6639. 4. — - 10206. 19/20. Ps zilvere gekartelde Dukatons als vooren gemeld alhier geteld voor reekening van het rege„ „ment van Meuron om in 't vaderland na de voorjaarse verkooping van Anna 1792. voldaan te worden, met - -- ƒ 36639. 4. — Nog hebben we gelijk bij voormel¬ de Memorie blijkt, aan den Colo„ „nel de Meuron assignatien verleend voor ƒ 36639: 4:—. om te worden betaald na de voor Iaarsche verkooping van 1792: Nog bieden we uwel Edele hoog Achtbaare hierneevens aan eene provisioneele Con„ „tant reekening, wijl we geene accu„ „raate contant reekening hebben kun„ „nen laaten opmaaken, om dat de ko„ „lombose Negotie boeken nog niet zoo verre gevonderd zijn, en is bij dee„ „ze overgaande reekening het bekostigde 2782 23/32. „ tot 143 2311 tot de fortificatie werken ingevuld, naar 't geen daar aan besteed is, in de tien boekjaaren van 177 7/8 tot 17 3/0. door den anderen gereekend. Volgens deeze provisioneele contant reekening zouden we, indien alle onze eisschen vol„ „daan worden, en indien wij aan assignatien verkoop van koopmanschappen, en andere gewoone inkomsten, in 179½. zoo veel in kas kreigen, als volgens den ontvang 17 39/90. voor 179 5/8. , gecalculeerd is, onder ultimo augustus 1792:, na aftrek van de gecalculeerde uijtgaves, waar onder egter het benoodigde tot den inzaam van lijwaaten pro Patria niet begreepen is, een restant hebben van ƒ2329284. 8: 8: Behalven het hier boven aangemerkte, rust ook deeze bereekening op veele uitkomsten die niet al te zeker zijn. we zullen daar„ „om zoo dra de Kolombosche Negotie bediendens bediendens ons zullen kunnen bezorgen de opgavens die in deeze hebben ontbroo„ „ken, dezelve niet alleen daar na doen verbie„ „teren, maar we zullen ook dan tevens zen „den een duidelijke opgave van het geen we werkelijk denken nodig te hebben zoo voor de huijshouding als appart voor het afbetaalen der opgenoomene gelden, welke laatste nogtans geen zoo grooten haast heeft, ten zij uwel Edele Hoog Achtbaare zelve liefst zagen dat het geschiede. we zullen deeze nadere opgave, die wehopen te zenden, met de Paket-boot in Mei aan „staande, in zonderheid daarom aan Uw Hoog Achtbaare bezorgen, om dat hoe zeer het aan de eene kant te wenschen zij, dat dit gouvernement nimant, steeds met de noodige fondsen mag zijn voorzien, het aan de andere kant zekerlijk met de intentie van uwel Edele Hoog Achtb: niet
English
2312 it would not be suitable to hold excessively large capital sums on Ceylon, which might perhaps be invested elsewhere to greater advantage. The Proponent in the Dutch congregation and rector of the Seminary here, Christianus Camp, has submitted a petition, a copy of which is included among the appendices, requesting that we recommend him to your Right Honourable Lordships to be peremptorily examined here, following earlier precedents, and admitted to the administration of the Holy Sacraments. He came out in the year 1779 for the Amsterdam chamber as a comforter of the sick on the ship de Ganges, and pursuant to our resolution of 24 August 1779, upon the recommendation of the Colombo church council, was admitted as a proponent, and this because he produced sufficient certificates showing that on 20 November 1777, after prior examination, he was accepted as a Proponent by the classis of Lingen; and as during his presence here, both in the preaching ministry and in the governance of the seminary, he has constantly acquitted himself to great satisfaction, we have recommended his petition to the Honourable High Indian Government, so that, with their highest pleasure, it may be brought to the attention of your Right Honourable Lordships. The Dessave Fretz has shown us proof that he has acquired ownership of a share with the Amsterdam chamber amounting to Three Thousand guilders in capital, and a copy of this proof is forwarded among the appendices. We also have the honour to present to your Right Honourable Lordships the original declaration, 2313 signed both by the first-undersigned Governor and by the aforementioned Dessave, concerning the unencumbered ownership of their purchased shares. The former titular Alderman Jan Jacob Meijer has arrived here from Batavia on the ship Berkhout in order to repatriate via Ceylon, and their High Mightinesses have since instructed us by dispatch of 30 December last that they desire that the said Meijer must repatriate directly from Ceylon and shall not be permitted to remain behind, in compliance with the instruction issued regarding him by your Right Honourable Lordships. Even before receiving this further instruction, he requested us by a petition, a copy of which is included among the appendices, that on account of his sickly condition, which does not allow him at present to undertake the journey to the Netherlands, he might be permitted to remain here until a further opportunity; and although this petition was signed by our Surgeon Major, who thereby confirmed the condition of the said Meier, we nevertheless had him further examined by the chief physician of the Dutch hospital and the said Surgeon Major, with very express orders to investigate the petitioner's condition with all accuracy. Their report, of which the Governor warned them that they will have to swear to it if necessary, also accompanies this in copy, and as it is declared therein that Meier is at present in no condition to undertake a sea voyage without danger of losing his life, we were indeed obliged to allow him to remain here until the first further opportunity. Furthermore, we take the liberty of presenting to your Right Honourable Lordships among the appendices hereto the general brief strength of the Company's military force in 2314 this government, showing that as of the end of December last it consisted of the following: European nationals: 1061. From which must be deducted: For the invalids: 356. For those who have requested their discharge: 40. Total deducted: 396. Remaining men: 665. Regiment de Meuron: 1031. From which must be deducted for discharges: 30. Remaining men: 1001. Artillerymen, Europeans and natives: 535. From which must be deducted: For the invalids: 44. For discharges: 22. Total deducted: 66. Carried forward: 469. Brought forward: 469. Native Infantry: 2139. From which must be deducted the invalids: 135. Remaining men: 2004. The non-commissioned staff at Colombo: 5. Total count of men: 4144. The complete establishment in time of peace, calculated at 4000 infantrymen and 700 artillerymen, amounts together to 4700. There are thus lacking from the complete establishment: 556 men. Moreover, of the eastern troops, two companies of Sumanappers have been recalled to Batavia. Lastly, we present to your Right Honourable Lordships among the appendices the brief strength of the Company's servants, together with a list of the cannons and further munitions of war in this government, and the state and inventory of the ordnance on hand, with that which belongs thereto. We 2315 both of the said letter and of the reply for your Right Honourable Lordships' honoured consideration. We commend your Right Honourable Lordships, together with the weighty interests of the Company, to God's safe keeping, and have the honour to remain, with due respect, Colombo, the 27th of January, Anno 1791. Right Honourable, Wise, Provident, Most Generous Sirs, Your Right Honourable Lordships' humble and faithful servants, W van de Graaff C: van Angelbeek W V. Haker P. Venoirs uberg P amlandt D Vollenhoven Gen rott P.S. We have the honour to present herewith to your Right Honourable Lordships the reply promised in our respectful letter of 12 November to the letter sent to us by your Right Honourable Lordships from the Burgomasters and Council of Brunswick, and we add here further copies Examined P: Vv Framck
Dutch transcription
2312 niet zoude strooken al te groote kapi„ „taalen, die misschien elders met meer nut kunnen worden aangelegt, op Ceilon te hebben. De Proponent in de Nederduitsche gemeente en rector van 't Seminarium alhier Christianus Camp, heeft bij een re„ quest, dat in Copij onder de bijlaagen gaat, verzoek gedaan, dat we hem aan uwel Edele Hoog Achtbaare zouden voor„ „draagen, om naar vroeger voorbeelden al„ „hier peremtoir geexamineerd, en tot de bediening der H: Sacramenten toegelaaten te worden: Wij is in het Jaar 1779. voor de kamer Amsterdam, als zieken„ „trooster op 't schip de Ganges uijt gekoomen„ en volgens onze resolutie van den 24: aug:s 1779. op voordragt van den kolombosche kerkenraad als proponent geadmitteerd, en zulks om dat hij voldoende Testimonia heeft heeft overgelegd, dat hij op den 20: Novem„ „ber 1777:, na voorgaande onderzoek, door de klassis van Lingen tot Proponent is aangenoomen; en wijl hij geduurende zijn aanweezen alhier, zoo in den pre„ „dik dienst, als in 't bestier van 't semi„ „narium, zig steeds tot veel genoegen heeft gekweeten, hebben we zijne instan„ „tie voorgedraagen aan de Edele Hooge Indische regeering, om met hoogst derzelver te believen, te worden gebragt onder het oog van uwel Edele Hoog Achtb: De Dessave fretz heeft aan ons vertoond een beweis, dat hij bij de kamer Am„ „sterdam een actie in eigendom heeft opgedaan van Drie Duijzend guldens Ca„ „pitaal, en gaat dit beweis in Copia on„ der de bijlaagen over Ook hebben we de eer uwel Edele Hoog Achtb: aante bieden, 't origineel de Claratoir, zoo 2313 zoo door den Eerst ondergeteekenden gouverneur„ als door voorm: Dessave geteekend, weegens den onbeswaarde eigendom van derzelver aangekogte actien Met het schip Berkhout is van Batavia alhier aangekoomen, om over Ceilon te re„ „patrieeren de oud scheepen Titulair Jan Jacob Mijer, en hebben hunne Hoog Edelheeden ons 't zederd bij missive van den 30: xber: I:o L: aan „geschreeven, dat hoogst dezelve begieren, dat gem: Meijer direct van Ceilon zal moeten repatrieeren, en niet zal mogen overblij„ „ven ter voldoening, aan de omtrend denzelve gedaane aanschrijving door uwel Edele Hoog Achtb: Nog voor den ontvang van deeze nadere aanschrijvens, heeft hij ons bij een request, 't welk in Copij onder de bijlaagen gaat, verzogt, om mits zijnen ziekelij„ „ken toestand, die hem niet toelaat, tans de rei„ „ze na Nederland te onderneemen, alhier te mogen mogen overblijven, tot eene nadere geleegendheid, en schoon dit request was geteekend door onsen Chirurgijn majoor, die daar bij bevestigde de toe„ „stant van gem: Meier hebben we hem nogtans nader doen examineeren door de oppermeester van 't Nederlands hospitaal en den gem: Chirur„ „gijn Majoor, met zeer eypresse last om des supp:ts gesteldheid, met alle naugezetheid te onderzoeken. Hun berigt het geende gou„ „verneur heeft gewaarschout, dat ze des noods zullen moeten beeedigen gaat, nog in Copia deezen verzeld, en wijl daar bij word verklaard, dat Meier tans niet instaat is, om eene rij„ „ze ter zee te doen, zonder gevaar, van 't leven te verliesen zijn we wel genoodzaakt geweest hem toetestaan, om tot de eerste nadere geleegendheid alhier te mogen overblijven. Voorts neemen we de vrijheid uwel Ed: Hoog Achtb: onder de bijlaagen deezes aan te bieden, de ge„ „neraale korte sterkte van 's Comp:s militaire magt in 2314 in dit gouvernement, waar bij blijkt dat dezelve onder ultimo December I: L: heeft ½p bestaan, als volgt. Europeesche nationaalen. . . . 1061. Waar van moeten afgaan Voor de invalides. . . . 356. -. voor de geenen die hunne verlossing verzogt hebben - - - n 4 — 296 rest koppen. . . . . 665. -. Regiment van Meuron. . 1031. waar van moeten af„ gaan voor verlos„ Artilleristen, Europeeschen en inlanders - - - - - - -. 535. –. waar van moeten afgaan voor de Invalides. . . . . . . . . . 56. voor verlossers - - - . . 22: ƒ 66: —. 469. –. rest koppen 1001. –. Die Transporteere „sers - - - - - - - - - - 30: agt P:r Transport . . . . 469. Inlandsche Infanterij. . . . . . 2139. waar van moeten afgaan de invalides - - - 135. rest koppen 2004. De onder staf te kolombo---- - - 5. —. Teld koppen 4144. –. De Compleete staat in tijd van vreed, gereekend op 4000: man infanterij en 700: Man artillerij bedraagd te zamen 4700: -. mankeerd dus aan 't Compleet koppen - . 556. — vin Van de oostersche troupen zijn boven dien twee Compenien Sumanappers na Batavia te rug ontbooden. Laastelijk bieden we uwel Edele Hoog Achtb: onder de Bijlaagen aan, de korte sterkte van de Comp:s Dienaaren, nevens eene Lijste van de kanons en verdere oorlogs behoeften in dit gouver„ „nement, en de staat en Inventaris van 't aanhanden zijnde geschut, met 't geen daar toe behoord. Wij 2315 Kolombo wel van gem: brief als van 't andwoord tot uwer wel Edele Hoog Achtb: g'eer„ „de speculatie. . Wij beveelen uwel Edele Hoog Achtbaare nee„ „vens de zwaarwigtige belangens der maatschap „pije in Godes veilige hoede, en hebben de eere met verschuldigde respect te blijven. den 27e: Januarij Anno 1791. we hebben de eere uwel„ Edele Hoog achtb: hier nevens aantebieden, 't bij onsen eer„ „biedigen van den 12: November beloofd andwoord op den door uwel Ed: Hoog achtb: aan ons toege„ „zondenen brief van de Heeren Burger„ „meesteren en raad te wrunswijk en we voegen hier nog bij Copijen zoo W van de Graaff W V. Haker uberg D„ Gen Wel Edele Hoog Achtbaare wijze Voorzienige zeer Gene„ „reuse Heeren. Uwel Edele Hoog Achtbaare Onderdanige en Trouwschuldige Dienaaren. rott C: van Angelbeek P. Venoirs P amlandt Vollenhoven P:S: —. wee Nagezien P: Vv Framck ƒ.
English
2316 Register of papers belonging to the secret letter which, by order of the Right Honorable Willem Jacob van d Graaff, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, is sent via Gale on the ship Voorschooten, consigned to His High Excellency, the Most Honorable, High-and-Mighty Lord, Mr. Willem Arnold Alting, on behalf of the state of the Free United Netherlands and its General Chartered East India Company, Governor-General, together with the Right Honorable, Highly Esteemed Gentlemen Councilors of the Dutch Indies at Batavia. No. 1. Original missive of today written by and to the same as above. No. 2. Extract from a private letter dated 10 February 1790 by the Governor to Mr. Buchanan, speaking of the pearl banks. 3. Copy of an official letter dated 28 February 1790 written by and to the same as above, speaking of the suspicious conduct of Abdul Nader. 4. Copy of a mandate ola dated 16 September 1789, which Commander Sluijsken had published in the Pale Korle and the Matara Disavany upon assuming the Commandment. 2317 5. Extract from a Gale letter dated 26 April 1790, in which it is mentioned that the chiefs of the discontented inhabitants, following earlier examples, requested a commission from Colombo, together with a copy of the translation mentioned therein. 6. Fourteen copy translations of many of the Matara minor chiefs and other inhabitants, speaking not only of the good administration of the Honorable van Angelbeek during all the time His Honor had the governance of the said disavany, but also of their desire to have His Honor again as Disava. 7. Copy of a Gale letter dated 20 October 1790, in reply to the letter from Colombo written on the 1st of December before. No. 8. Extract of a resolution taken in the Council of Ceylon on the 4th of this month, by which it was resolved to have the Senior Merchant Raket resume the post of Chief Administrator, and the Senior Merchant van Angelbeek the Disavany of Matara. 9. Extract of a secret resolution taken in the Council of Ceylon on the 15 November 1790, by which it was resolved to summon Madugodde Appu from Gale. 2318 No. 10. Copy of a translation written by Madugodde Appu to Commander Sluijsken, in which he undertakes to prove that the native chiefs mentioned therein were the cause of the recent Matara disturbances. 11. Draft ola written by Commander Sluijsken to Madugodde Appu, in which he was informed that if he properly proved his accusation, he would once again be granted a pardon for his offense. 12. Copy of notes of the interrogation of Madugodde Appu held at Gale. No. 13. Copy of a report from the Fiscal Vollenhove, annexed to a copy of notes of the interrogation of Madugodde Appu held here. 14. Copy of a secret resolution of 27 November 1790, by which it was resolved to have the chiefs who are accused as the instigators of the recent Matara revolt interrogated before two Landraad members at Matara. Colombo, 27 January 1791. Sybrands, First Clerk. Examined. 2319 Batavia. To His High Excellency, the Most Honorable, High-and-Mighty Lord, Mr. Willem Arnold Alting, on behalf of the state of the Free United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, Governor-General, and the Right Honorable, Highly Esteemed Gentlemen Councilors of the Dutch Indies. Most Honorable, High-and-Mighty Lord, Right Honorable, Highly Esteemed Gentlemen, It is a most particular pleasure to us that Your High Excellencies, in the secret letter with which we were favored by the same on 30 September, were pleased to express some satisfaction with the policy we pursued on the occasion of the hostilities committed by Tipu Sultan against the King of Travancore, whereby Cochin could also have been placed in very imminent danger; while concerning the further outcome of these matters, we take the liberty to refer to the reports that the Cochin ministers will have given to Your High Excellencies. Section 2. It does not yet seem quite certain whether the arrangements introduced by the English government throughout all the lands of the Nawab Muhammad Ali Khan, and especially in the lands of Madurai, whereby he is presently removed from all administration, will endure; and we shall therefore endeavor to keep all matters that are not urgent somewhat in abeyance until one is more certain on that 2320 point. The exchange of the ratification of the contract, which has remained postponed until we should be informed of Your High Excellencies' pleasure concerning the further demands of the Nawab, we shall also for that reason, if it can be avoided, not bring up with the English for the time being. Section 3. What appears in the Nawab's letter against the Head of Mannar, the Junior Merchant Ebell, is nothing other than gross and impudent slanders, and the Nawab's silence regarding the serious summons made to him on that account is clear proof that he was ashamed to speak of it further. That Mr. Buchanan also took up that matter in his letter, as if something of it had likewise come to their ears, may justly be attributed to an excessive eagerness to please his master and recommend himself to him by showing the Nawab that he had supported his writing. Section 4. In order not to enter into an unpleasant official correspondence with Mr. Buchanan over this writing of his, the Governor only addressed him on the matter by a private letter, which is attached hereto in extract, and by which was sent to him
Dutch transcription
2316 Register der Papieren ge hoorende tot de Gecreiten brief die ter ordre van den wel Edelen Groot agtb: Heer. Willem Jacob van d Graaff Raad ordinair va Neerlands indien Gouv=r en Dierecteur van 't Eijland Ceilon, met dies onderhoorigheeden, voer Ga le met 't schif voorschoo ten word verzomden gecon signeerd aan zijn Hoog Edelh: den Hoog Edelen Groot agtb: wijd gebiedende Heer, M:r Willem Arnold, Alting, wegens den staat der vrije vereenigde Neder landen, en haare algemeene g'octroijeerde oost Jndische Comp:s Gouverneur Generaal beneevens de wel Edele Gestr Heeren Raaden van Neder„ lands Jndien te Batavia. N: 1. origineele Missive van heeden door en aan als even geschreeven. N: 2. 4 Extrakt uit een particuliere brief ged: 10. februarij 1790. door den heer Gouv: aan den heer Buc ranan gepha: spreekende van de paarlbanken 3. Copia officieele brief ged: 28. febr: 1790 door en aan als even gescha spreekende van 't verdagt gedrag van Abdul Nader Copia Mandaat ola ged: 16. 7ber: 17819. die den Commandeur sluijs „ken in de Pale Korle en de Matureephe Dessavernij bij 't aanvaarden van 't Com„ mandement heeft doen publi =ceeden 2317 Extrakt Gaalsche brief ged:t 26: April 1790 waar bij gemeld word dat de hoofden der misnoeg „de ingezeetenen na vroege re voorbeelden een Commis sie van Kolombo. verzogten, nevens een Copij van 't daar bij vermeld taans laat „ 6: oveertign Copia Translaaten van veele der matureesche mindere hoofde„ en verdere ingezeetenen, spreekende niet alleen van 't goed bestier van den E: van Angelb: geduurende al den tijd dat zijn E: 't be„ wind in &c dessavonij gehad heeft, als ook van hun verlangen om zijn E: wede„ als dessave te hebben. Copia Gaalphe brief ged: 20. 8ber: 1790. „n No 5. bll: N„o 8. Extract resol: genoomen in raade van Ceilon op den 4. dezer, waar bij beslooten is, om den opperkoop„ =ma Raket te doen hernee „men de post van hoofd ad ministrateur en door den opperkoopm: van Angelbeek de Dessavonij van Mature 9. Extract secreete resol: genoomen in raade van Ceilon op den 15. 9ber: 1890. waar bij beslooten is om Madoegodde appoe van Gale te ontbieden. in andwoord op de brief van Kolombo Gescher: den 1. xber: te vooren. 6 2318 „ 11 Cosoia C N: 10. Copia Granslaat, door Madoegodde aspoe aan den Commandeur sluijsken geschr: waar bij hij aanneemt te bewijzen de inlandsche hoofden daar bij overm: oor= zaak gemeest zijn van de Jongste Matureesche onlusten Consept ola door den heer Commas= deur sluijtken aan Madoegod =de appoe gescha:, waar bij hem gemeld is, dat zoo hij zijne beschuldiging behoorlyk bewees hem andermaal uit wissing van misdaad zoude worden gegeeven. 9. . . „ 12. Copia aanteekening van 't te Gale gehou =dene verhoor van Madoe= godde appoe aade Copia berigt van den fiscaal Vollenhove N: 13. Copia aanteekening Annex van 't alhier gehouden ver „hoor, van Madoegodde assore secreete resol: van den 27. 9ber: „ 14. Copia 1790. waar bij beslooten is om vvoor twee land= =raadsleeden te Mateire de hoofden die beschuldigd zijn als oorsnakers van den Jongsten Matureesche opstand te laaten verhooren kolombo den 27:' Januarij 1791: Sijbrands Segklerk Leduly Nagezien 2319 Batavia schreet Heeren Den Hoog Edelen Groot Agtbaeren wijd gebiedenden Heer. M=r Willem Arnold Alting wegens den staat der vrije vver eenigde Nederlanden ende Generaale Nederlandsche G'ontroijeerde oost Indische kompenie Gouverneur Generael en De wel Edele Gestrenge Heeren Raeden van Nederlands Jndia Gestrenge Wel Edele Het strekt ons tot een aller bezonderst genoegen dat uw Hoog Edelheeden Hoog Edele Groot Agtbaare wijd gebiedende Heer Aan zijn Hoog Edelheid en bij de sehreete brief waarmeede we door hoogst deselve op den 30 september zijn begunstigd, zoo goed zijn geweest eenig welgevallen te neemen in ons gehouden belijd, ter geleegendheid van de hosteliteiten door Pipoe sultan den koning van Tiewanhoer aangedaan en waardoor ook koetsiem hadden kunnen koomen in een zeer emment gevaer„ terwijl wij nopens den verderen uitslag dese dingen, de vrijheid gebruijken ons te gedraegen aan de berichten die de Heeren Koetsiemte Ministers uw Hoog Edelheeden daar van zullen hebben gedan „ 2. Het scheind tot nog toe niet alte zeher of de schikkingen door het Engels Gou„ vernement in gevoord, in alle de Landen van den Nobab Machomet. Alichan en spesiaal in de lan„ den van Madure, waar door hij voor het teegenswindige is buijten alle bewind, zullen stand houden en we zullen daar om alle dingen die geen haast hebben wat zien dragende te houden tot dat men op dat stek 2320 stuk meer Zeekeris De uijtwis„ seling der ratifikatie van het hon„ Atrakt, die uijtgesteld gebleeven is tot dat we omtrent de nadere Eisschen van den Nabab van uw. Hoog Edel„ „heeden goedvinden zouden zijn geinformeerd, zullen wel ook daarom„ zoo het kan worden ontweeken, met de Engelschen voor eerst niet ter spraak brengen §3 Het geen voorkomst bij's Nabaibs brief „teegens het opperhoofd van Manaer den onderkoopman Ebell, zijn niets anders dan verregaande en onbeschaamde lasteringen, en het stilswijgen van den Nabab op den ernstige sommatie hem derweegens gedaan, is een klaar bewijs, dat hij beschaamt is geweest om er verder van te spreeken Dat de Heer Buchanan die 09 - die zaak ook in zin brief heeft opgevat, even als of hun daar van insgelijks ook iets was ter ooren gekoomen, mag men billijk stellen op reekening van een alze groote believendheid teegens zijn Meester om zig bij hem te rekommandeeren door den Nabab te doen zien dat hij dit zijn schrijven bij om hadde g' appuijeerd § 4. om over dit schrijven van den Heer Buchanan met hum in geen onaangenaame offi„ cieele korrespondentie te treeden, heeft de gouverneur hem alleen daar over onderhouden w' bij een partikuliere brief die in Extrakt. hier nevens gaat, en waar bij aan hun gezonden is
English
is a copy of the letter to the Nabab sent. §5. Whereas nevertheless after the dispatch of this letter a servant of the Nabab, named Abdul Nader, made himself very suspect of being the one who had presented such wickedness to his master, the Governor wrote to Mr Buchanan the official letter which is still annexed hereto in copy, so that he could bring it under the eye of his master. Mr Buchanan has never replied to these matters, as he surely would have done, had he not been very convinced that these accusations against the chief of Manaar were pure fabrications and false disseminations, availed of by the Nabab solely to bring forward, under false pretenses, one more motive for pushing through his demands to also have his commissioners present at the inspection of the Manaar pearl banks. §7. We shall nevertheless, since Your High Nobilities desire it, let the chief of Manaar Ebeell answer for himself regarding the aforementioned accusation and have the strict investigation ordered of us conducted among those who performed and attended the inspection regarding the conduct of the said chief during this inspection. §8. That we have not done this and that is because, apart from all other considerations, it appeared to us that having an inquiry made into such palpable untruths could considerably serve to lend a kind of credit to such malicious rumors, just as if we ourselves considered the possibility thereof and were consequently in doubt whether those matters could indeed be so. §9. It happened solely by mistake that in our letter of the 7th May last no mention was made of the transcript of our secret resolution of the 29th December 1789 sent therewith to Your High Nobilities, which ought to have been sent as an annex with our respectful secret letter of the 27th January 1790. §10. We cannot deny that we are very distressed by the displeasure conceived by Your High Nobilities over the manner in which the reports regarding the disturbances that arose in the Maturese Dessavony were made to Your High Nobilities, both by ourselves and by our commissioners, the Senior Merchant Faetz and the Merchant Samlant, just as if we had handled those matters with much indifference and reservation. §11. By writing to Your High Nobilities that we did not know until now the true cause of this revolt, we did not mean to speak of the olas, both signed and unsigned, that were received in these turbulent moments: it has appeared in all such occasions, and thus also in this one as evidenced by the notes kept by our aforementioned commissioners at Mature from the 24th to the 27th May last, which have been sent to Your High Nobilities in copy, that one should hold those things for nothing more than the language which the ringleaders cause the common people to speak. §12. We only meant to say that the true pretexts of such a violent act were unknown to us; no complaints had ever been brought before us against the Dessave van Angelbeek, nor about the native chiefs subordinate to him. It is also unknown to us that any complaints were ever made at Gale about him or his native chiefs, it only being said that some inhabitants from the Kandeboddepattoo were at the Commander Sluijsken's, several days before this revolt broke out, with complaints, so it is said, against the Mohandiram Manamperie, who at that time was head of this pattoo, and which complainants, after they had been at Gale for some time, were sent back only after the revolt had broken out; this Manamperie belongs among the four Maturese chiefs against whom in the beginning there was such a great outcry, and who, to see whether it could serve to promote peace, were dismissed from their offices; but if it be so that before the revolt complaints were indeed made against him to the Commander Sluijsken, we think that they were of little importance, or at least have since been found to be very exaggerated, as the Galle servants, upon the questions put to them by letter of the 28th November last, answered us on the 1st September that the complaints brought in at Gale against these chiefs so far deserve little attention and that they have virtually no connection at all to the recent revolt. §13. We therefore know regarding the actual cause and the true pretext of the Maturese revolt with certainty nothing else to say until now than what we have had the honor to remark thereon in our respectful secret letter of the 27th August 1790: the ringleaders of this work have, so it appears, made abuse among the common people of everything that could serve to promote these evil designs of theirs, and it is not impossible that they have even done that with a mandate ola which the Commander Sluijsken, shortly after he had taken over the authority at Gale
Dutch transcription
2321 is een kopij van den breet aan den Nabab. afgegaan §5. wijl nochtans na het afgaan van deese n brief een bediende van den Nabab„ in naame abdul nader, zig zeer verdagt maakte van teweesen de geene die zijn Meester zulke boosheeden hadde aangediend, schreef de gouverneur aan den. Heer Bujhanan den officieele brief die nog in hoppij hier nevens gaet„ op dat hij die zouden hunnen brengen onder het oog van zijn Meester. De Heer Buchanan heeft op deeze dingen nooijt geantwoord, zoo als hij zeeker zoude hebben gedaen, zoo hij niet zeer over„ tuijgt was geweest, dat deeze beschuldigde teegens het opperhoofd van van Manaar loutere verdigt zels en valsche spargementen waaren, dinden Nabab alleen te baat genoomen, om quantuijs, een motiev te meer voor ren den dag te brengen, tot het door „ dringen zijner Eischen, om ook te hebben zijne gekommitteerdens bij de visitatie der Mannaarte paerl„ banken §7. wij zullen niet te min wijl uw Hoog Edelheeden het begeeven, het opperhoofd van Manaar Ebeel op de voorsz: beschuldiging zig laeten verantwoorden en het ons aan„ bevoolene streng ondersoek laeten doen bij de geene die de visitatie ge„ daan en bij gewoond hebben nopens. het gedrag van gem: opperhoofd bij deeze visitatie 18 Dat we dit een en ander niet hebben gedaen is omdat buijten alle andere konsideratien het ons voorkwaarm dat onderzoek te laeten doen na zulke tastbaere onwaer„ heeden, merkelijk konder strekken om een zoort van mediet bij te zetten aen 2322 aan zulke boosaardige uitstrooij zels, even als of wij zelve de moogelijkheid daarvan houden veronderstellen en mids dien in twijffels waeren, of die dingen ook zoo zouden kunnen zijn 39. Het is alleen bij abuijs geschied dat bij onzen brief van den 7. Meij JZ: geen melding gemaakt is van het daer nevens aan uw hoog Edelheeden gezonden afschrift van onze schreete resolutie van den 29 december. 1789 het welk hadde behooren teworden gezonden als een bijlaege met onsen eerbiedigen schreete brief van den 27 Januarij 1790 —. 400 we kunnen het niet ontkennen, dat wee zeer zijn aangedaen over het ongenoegen dat bij uw Hoog Edelheeden is opgevat, over de wijze waar op zoo door ons zelven, als door onze gecommitteerdens de opperkoopman Faetz en de koopman Samlant aan uw Hoog Edelheeden zijn gedaen de berigten nopens de onlusten in de Matereete Dessavonij ontstaan, even als of wij die dingen met veel onver„ schilligheid en agterhoudendheid hadde behandeld 401 6 §11. Met aan uw Hoog Edelheeden te schrij„ ven dat wij tot nog toe niet wisten de waare oorzaeke van deeze opstand hebben we niet gemeend te spreeken van de olassen zoo getekende als nog ongetekende, die in deeze woeste oogen blikken zijn ontvangen: Het is bij alle dier gelijke geleegendheiden en zoo ook in deeze blijkens de bij voorm: onze gekommitteerdens te Mature ge„ houdene aanteekeningen van den 24. tot den 27 Maij JL: die aan uw Hoog Edelheeden in kopij gezonden zijn, gebleeken, dat men die dingen voor niet hooger te houden heeft, dan voor de taal die de belhamels het volk doen spreeken §72. we hebben alleenig meenen te zeggen, dat na de waare voorzels van zulk een weest bedrijf onbekent waaren, ons waeren nimmer eenige plagten voorgekoomen voor den dessave van Angelbeek, nog over de aan hem ondergeschikte inlandse hoofden. Het is ons ook onbekent dat er ooijt over hem of zijne inlandse hoofden, eenige klagten te Gale zouden zijn gedaen, alleen word gezegt dat er bij den kommandeur 2323 kommandeur sluijsken eenige ingezetenen uijt de handebatte patve zoude zijn ge„ weest, verscheide daegen voor dat om opstand is uijt gebrooken met plagten naar men zegt; tegens de Mohan„ diram Mananperie, die ter dien tijd hoofd van deeze pattoe was, en welke klagers, nadat ze een teidt lang te Gale zijn geweest, zouden zin terug gezonden eerst nadat den opstand uijt gebrooken was, deeze Mananpenie behoord onder de vier Mateisse horken, waar teegens in aen beginne zoo een groot geroep was, en die of het. ter bevordering van de rust strek„ ken konde van hunne ampten zijn ontslaegen, dan zoo het zoo zij dat er voor den opstand met der daar: klagten teegens hem bij den kommandeur sluijsken zijn gedaen denne we dat te geweest. zijn van klijn belang, of ten minsten zedert zijn bevonden zeer te zijn geexagereert, wijl de gaalsche bediendens op de daar toe aan hin er hun gedaene vraegen bij brief van den 28 9ber: JL: ons den 1 7ber hebben geant„ woord dat de klagten te Gale tot nog toe teegens deeze hoofden ingebragt winig opmerking verdienen en dat te genoegzaem in het geheel geene betrekking hebben tot de laatste revolte. IBB wij weeten dus nopens de werkelijke oorzaake en de waare voerzeld van de Materese opstand met zee„ kerheid tot nog toe niet anders te Leggen dan het geene wet de eere gehad hebben daar over aan temerken bij onsen eerbiedige schreete brief van den 27. aug=o 1790: de bethamels van dit werk hebben zoo het scheind bij het gemeen misbruike gemaakt van alles wat heeft kunnen strekken om deeze hunne booze oogmerken te bevorderen, en het is niet onmogelijk dat ze dat zelfs gedaan hebben van een Mandaat ola, die den komman„ deur sluijkken, kort nadat hij het gezagte Gale hadden overge„ noomen
English
2324 taken, had published there and in the Matara Dissavony, of which a copy is included among the annexes. § 14. The Sinhalese are by nature prone to complaining, and it is very possible that ill-disposed persons have caused the true meaning of this mandate ola to be understood by the people in a very perverted sense, contrary to the intention of Commander Sluysken. We shall therefore also take into closer consideration whether it may not be necessary to recommend anew that, on all occasions where our approval can be requested and awaited, no mandate olas or sannases addressed to all the people in the country be allowed to be published without our prior knowledge and consent, just as we recommended a few years ago in our letter written to Galle on 19 December 1786. § 15. To send a commission to Matara immediately, we did not consider advisable. We thought it would be better to look into it somewhat first, before proceeding to do so, in order in the meantime to attempt whether the insurgents could not be brought to peace in a less noisy manner. We inclined all the more to that opinion because in matters such as these it is undeniable that things acquire a greater or lesser weight in the eyes of the ringleaders in proportion to the importance one seems to attach to them. As long as no extraordinary means were employed, matters could still settle down peacefully without éclat; one could seem to ignore many things, and the ringleaders could still turn back without great fear of the consequences of their misdeeds. By immediately appointing a commission, the ringleaders gained a new personal interest in keeping the people stirred up by them together for their support, and in animating them more and more. 2325 a commission for the time being quite untimely, and all the more so since the Galle servants, with their letter of 21 April, forwarded to us a letter from the Dissave of Matara, written on 19 April, stating that in the Gangaboda Pattu everything was once again as good as at peace, and that in the Weligam Korale too things seemed to be settling down to peace, which reports were not contradicted by the Galle servants in their aforesaid letter. § 17. For this reason we considered the sending of 18. These grounds by which we have been guided contain the reasons why we disapproved of the Galle commission, and consequently had it return. Regarding the commendable intention that Commander Sluysken may have had in having this commission depart with such haste as occurred, we do not presume to judge, but that it especially did no good, we are as yet very inclined to believe. That it was also among the Commander's intentions to prevent violent means, to that we know nothing else to answer than that we not only disapproved the use of violent means, but that we even wrote very explicitly to Galle that it was our intention not to have them employed unless all other means should be found to be useless. § 19. Upon the first report made to us by the Commander of Galle concerning the beginnings of these rebellious movements, we had already written to him that he had done well not to decide on sending a commission to Matara unless the Dissave should request it; and when the servants presented to us the request made by the Dissave of Matara in the name of himself and his headmen that a commission might be sent from Colombo, we wrote to them that we would take this request into closer consideration. Nor did we decide upon the immediate sending of this commission until after the Galle servants informed us by letter of 26 April that they had received an ola from 2326 from the headmen of the discontented, in which, following a previous example, they requested a commission from Colombo, and now submitted this request more fully to us, as appears from an extract from the aforesaid Galle missive that is included among the annexes, together with the translation of the aforesaid ola sent to us therewith. 20. That we for the time being considered the sending of a commission somewhat questionable, the Galle servants therefore knew. They did not yet know whether we would send the requested Colombo commission, and in any case the matter was not in such a state, as we have already had the honor to note above, that the sending of a commission could not be postponed for the single occasion that was only necessary to receive our answer. For the rest, we very gladly leave it to the highly enlightened judgment of Your High Mightinesses whether the decisions as to what ought to occur in such circumstances must be taken by us, or by servants subordinate to us who are so close to Colombo that one can write back and forth in twice 24 hours. 21. That in our first reports to Your High Mightinesses we gave no account of the aforesaid actions of the Galle servants and of the reasons why we could not approve the so hasty dispatch of the Galle commission, and that we had consequently caused it to return, occurred solely because we thought these particulars belonged more to the general report of the affairs that was to be made to Your High Mightinesses, than to the preliminary reports made to Your High Mightinesses in our humble letters of 7 May and 27 August past. § 22. We do not know what credible reports they can be that have served to inform Your High Mightinesses that the inhabitants have become despondent through the conduct of the Matara Dissave and his native headmen, because
Dutch transcription
2324 noomen, aldaar en inde Materete Dessavonie heeft Doen publiceeren, waar van een kopij onder de bijlae„ gen gaat § 14 De singaleeten zijn uijt den aart klagt zugtig, en het is zeer moogelijk dat hwalijk gezinden, de waare meening van deeze Mandoet ola teegens de intentie van den kommandeur sluijsken, in een zeer verheerden zijn bij het volk hebben t doen op vatten, we zullen het ook daarom nader in overweging ne„ meen of het niet nodig zij van op nieuw te rekommandeeren, om in alle geleegendheeden, waar in ons goed vinden kan worden gevraagd en afgewagt geen mandaat olas„ sen of sannassen gerigt aan al het volk in het land te laaten publi„ ceeren; zonder onze voorkennis en toestemming zoo als we dat reeds eenige Jaaren geleeden eens gerekommandeerd hebben bij onsen brief na Gale geschreven om 19:' xber: 1786. §15. Om aanstonds een nommissie na Matine 80 Mature te zenden hielden wij voor- met raadzaam wij dagten dat het beter waare het eerst wat inte zien, voor dat men daar toe trad, ten einde intusschen te beproeven of de oproerigen niet op een minder gerugt maekende wijze houden worden tot rust gebragt 106 we neigden te meer tot die gedagten, om dat in zaaken als deeze het niet teco„ Laden is, dat de dingen in het oog van de hoofd belijdens, een minder of meerder gewigt verkrijgen, namaete van het belang dat men daar in scheijnd te stellen zoo lange er geen buijten gewoone middelen wierden tewerk gesteld; kouden de dingen nog zon„ derentat zig tot rust schikken, Men konde veele dingen schijnen te igno„ reeren, ende hoofd belijdens konden zonder groote ixeete voor de gevolgen, van hunne misdrijven, nog terug keeren Met aanstonds een kommissie te benoemen, kreegen de belhamels. een nieuw perzoneel belang, om het door hun opgerokkend volk, tot hun apuij bij malkanderen te houden, en het meer en meer te amminieren animeeren. 117@ 2325 een kommissie voor eerst nog geheel on„ „tijdig en zulks te meer, wijl de Gaatse beniendens bij hun brief van den 21 april ons toe zonden een brief van den dessave van Mature, geschreven, den 19. april houdende dat in de Gange baddepattoe alles weder zoo goed als in rust was, en dat ook in de belligam horl de dingen zig scheenen tot rust te schikken, welke be„ rigten door de Gaalte bediendens bij voorn: hunnen brief niet wierden wee dersprooken §17. Hier om hielden we het zenden van 18 Deese gronden waar na wij ons hebben besteerd, bevatten de reedenen, waarom wij de gaalte kommissie hebben af gekeurd, en mits dienen doen terug kee„ ren, over het prijslijk inzigt, dat de kommandeur sluijpken kan— hebben gehad om deeze kommissie te doen vertrokken, met zulkw eenspoed als is geschied, maetigen we ons geen oordeel aan,dog dat te voor„ al geen nut gedaen heeft zijn wett als nog zeer geneigt te gelooven. dat ook onder's kommandeurs oogmer„ hem heeft behoord om geweldadige middelen te prevenieeren; daar op weeten we niets anders te antwoorden dan dat we het oeffenen van geweldadige middelen middelen niet alleen hebben gerekom„„ mandeert, maar dat we zelfs zeer stillig naar Gale geschreven hebben, dat het onze intentie was om die niet te doen emploijeeren ten zijn alle andere middelen mogten worden be„ vonden nutteloos teweesen §19. Op het eerste berigt ons door den nom„ mandeur van Gale gedaen, van de beginzelen deser oproerige bewegingen, hadden wij hem rees geschreven, dat hij welgedaen hadde van niet te be„ sluijten tot het zenden van een kenmis„ sie na Mature, ten zij den dessave daarom mogt verzoeken, en toene de bediendens ons voorvroegen het verzoeht van den dessave van Mature gedaen uijt naem van hem en zijne hoopden dat er een kommis„ sie van holombo mogte gezonden worden, schreeven we hun dat we dit verzoek zouden neemen en nadere overweeging ook hebben we tot het daadelijk zenden van deeze kommissie niet beslooten dat na dat de Gaalte bei diendens ons bij brief van den 26 April bedeelden „dat bij hun ontvangen was een ola van 2326 van de hoofden der misnoegden, waar bij ze na eén voorgaande voorbeeld, een kom„ missie van kolombo verzogten en ons dit verzoek nu nader voordraagen, blijkens een Extrakt uijt voorsz: Gaalze missive dat onder de bijlaegen over„ gaet met het translaat der voorsz: ola ons daar nevens gezonden 120. Dat wij het zenden van een kommis„ sie voor eerst nog wat bedenkelijk hielden, wisten mads dien de gaalte bediendens, ze wisten nog niet of wij de gevraagde holomboze kommissie zonden zouden, en in allen geval was de zaak niet in die ter men„ zoo als we dat hier boven reeds de eere hebben gehad aantemerken, dat het zouden van een kommis„ sie met een enheldetmael, dat alleen noodig was om ons antwoord te ontvangen konde worden uijtgesteld. wet laeten het voor 't overige zeer gaarne aan het zeer verligt oordeel van uwe Hoog Edelheeden over of de„ besluijten wat in zulke geleegendheeden dient te geschieden, moeten worden genoomen, bij ons of bij aan ons on„ dergeschikte bediendens die zoo digt bij bij kolembo zijn, dat men in twee maal 24 uuren over en weder schrij„ ven kan 121. Dat we bij onse eerste berigten aan uw Hoog Edelheeden geen verslag ge„ daan hebben van de voorsz: handelin„ gen der Gaalsche bediendens en van de reedenen, waarom we niet hebben kunnen goedkeuren, het zoo spoedig af zenden der gaalsche kommissie, en dat we die mits dien hadden doen. te rug keeren, is alleen geschied, om dat ive deeze besonderheeden meer. dagten te behooren tot het generael verslag der zaeken, dat aan uwe Hoog Edelheeden stond te worden gedaen, aan tot de voorloopende berigten aan uw Hoog Edelheedens. gedaen, bij onse nedrige brieven van den 7. Maij en den 27. aug=s passato §22. we weeten niet wat geloof-waardige berig„ ten het zijn kunnen, die gestrekt hebben om uw Hoog Edelheeden te informeeren, dat de ingezetenen door het gedrag van de Materese Dessave en desselfs inlandse hoofden, moedeloos zyn geworden om dat men
English
that no hearing has been given to their constant complaints, nor what sort of classes they may be, are in Your High Nobilities' hands, from which one could have sufficiently discovered the true cause of the uprising and a plan devised by the inhabitants with much moderation and deliberation for the redress of their grievances, without disturbance to public tranquility. Paragraph 23. But since these documents seem to have served before Your High Nobilities as evidence that we and our committee members did not act according to duty in the reports made to Your High Nobilities, we therefore request that copies not only of these classes may be sent to us, but also of the aforesaid reports, and that it may be made known to us who made these reports. We make these humble requests with all the more boldness and confidence that Your High Nobilities will be so good as to command that it be fulfilled in the fullest sense, since our honor and good name are concerned therein. Paragraph 24. We have always sought to fulfill our duties as honor-loving servants. The first undersigned Governor, who has the honor of being one of the oldest members of Your High Nobilities' assembly, currently has the honor to serve the Company in his 36th year, and during all that time he has sought to serve with zeal, unbroken fidelity, and all possible goodwill. Moreover, the post entrusted to us is far too weighty to be under the slightest suspicion before Your High Nobilities, to which we seem to have been brought by the aforesaid reports, namely that we might have wished to avoid a meticulous investigation or to fold and arrange matters in such a way that the true state of affairs could be disguised. This would be an act completely contrary to our oath and duty. In our respectful letters of the 7th of May and the 27th of August past, we reported the matters to Your High Nobilities as we genuinely and in conscience thought of them. We declare this on the oath sworn by us to the country. All incoming documents we have placed, and caused to be placed, into the hands of our committee members, to be examined publicly and with the greatest accuracy, and these committee members of ours subsequently placed the same, with their findings, on our express order, into the hands of the Commandeur Sluijsken. Paragraph 25. That the sending of a commission from Colombo was also requested by the leaders of the insurgents, we already had the honor to note above. And as for the notion that we supposedly excluded the Commandeur and Council of Galle, or made any arrangements that could have resulted in our committee members, whenever it had been necessary, not proceeding communicatively with the Commandeur and Council of Galle, we request permission to refer to what appears regarding this in our secret Resolution on the report of Commandeur Sluijsken, which is incorporated into this Resolution, and by which it was very clearly shown that this did not happen. Paragraph 26. The Disava van Angelbeek and his native headmen even very expressly requested that the commission being sent might be instructed to conduct an accurate investigation into the causes of the rebellion, so that the guilty might be punished as an example to others. This was also so instructed in the instruction given to the committee members sent from here, a copy of which was sent to Your High Nobilities. By this instruction, they were ordered in so many words that if any complaints were made against the Disava van Angelbeek, to investigate them with all accuracy, conscientiously, and most strictly, in accordance with the express request made by him himself for that purpose. The same orders were set down in the aforesaid instruction regarding the native headmen. Besides these recommendations in the instruction, we have since additionally written to our committee members by letter of the 16th of May, to deliver into the hands of the Disava van Angelbeek for answering any complaints that might come in against him, and to send them to us along with their considerations. Paragraph 27. During the commission of our aforesaid committee members, no complaints came in against the Disava van Angelbeek other than those appearing in the records kept by the aforesaid committee members at Matara on the 24th, 25th, 26th, and 27th of May, and the 7th, 8th, and 9th of June, and which were clarified and refuted by the Disava van Angelbeek, both in writing and orally, as evidenced by the notes in the margin of those complaints themselves. From these clarifications and refutations by van Angelbeek, generally and insofar as the nature of the matters permitted, supported by authentic documents and testimonials submitted under oath, it is not only evident that these complaints were in every way contrived and dredged up, but
Dutch transcription
2327 men geen gehoor heeft willen geeven aan hunne geduurige klagten, nog wat voor olassen, het zyn kunnen bij uw Hoog Edel„ „heeden aan handen, waar uijt men genoegsaem zoude hebben kunnen ontdekken, de waare oorzaak van den opstand en een door de ingezetenen met veel bezadigheid en overleg, beraemd plan tot redres hunner bezwaaren, zonder stooring aen openbaare rust §: 23 Dan wijl deeze stukken bij uw Hoog Edelheeden schijnen te hebben ge„ strekt tot bewijsen, als of wij en onze gekommitteerdens in de berig„ ten aan uw Hoog Edelheeden gedaen. niet pligtmaetig zouden hebben gehandeld, zoo verzoeke wij dat ons niet alleen kopijen van deeze glassen moogen worden toegezon„ den maar ook vande voorsz: be„ rigten, en dat ons daar hij mag worden bekent gemaakt, wie deeze berigten hebben gedaan we doen deeze nedrige verzoeken met te meer vrij moedigheid en vertrou„ wen dat uw Hoog Edelheedens zoo goed zullen zijn van te beveelen., dat dat in den voesten zin, daar aan word voldaen, wijl onse eere en goede: naam daer bij zis geintrescesseert. 124. we hebben altoos onze pligten als eerlievende dienaaren zoeke te vervullen de eerst ondergeteekende Gouverneur, die de eere heeft te weesen een der oudste leeden van uwer Hoog Edelheeden vergade„ ring heeft de eere de Comp: tans in het 36 ste Jaar te dienen, en hij heeft geduurende al dien tijd. zoeken te dienen met ijver, onge„ hreukte trouw, en alle moogelijk welmenentheid boven dien is de post ons toevertrouwt al te gewigtig om bij uw Hoog Edelheeden te zijn onder de aller minste verdenking waarin we door de voorsz: berigten schijnen te zijn gebragt, dat wij een naauw heu„ rig ondersoek zouden hebben willen eviteeren, of de zaeken zoodanig plooijen en schikken, dat de waare toedragt verbloemd konde worden dit zoude eene handeling zijn ten eenemaal strijdende met onsen eed e pligt we hebben aan uw Hoog Edelheeden bij onze eerbiedige brieven van ven 2328 den 7. Meij en 27 aug=o passato de zaeken zoodanig bericht, als we werkelijk en in gemoede daar over dag ten we betuijgen dit op den eed door ons aan den lande gedaen Alle ingekoome„ ne stukken hebben we gesteld en doen stellen in handen van onse gekommitteerdens, om publiek en met de grootste naeuwkeurigheid te worden onderzogt en deeze onze gekommitteerdens hebben vervol„ „gens dezelve met hunne bevindin„ gen op onze expresse last gesteld in„ „handen van den kommandeur sluijsken 1125. Dat het zenden van een kommissie van kolombo, ook doorde Hoofden der oproerige is verzogt, hebben we hier boven reeds de eere gehad aan„ te merken, en wat aan gaat dat we de gaalsche kommandeur en Raad zouden hebben uijtgeslooten, of eenige bestellingen zouden gedaen hebben, welke zouden hebben hun„ nen voortbrengen dat onze gecom„ mitteerdens, wanneer het waare noodig geweest, niet kommuneka„ tief met den gaalsche komman„ deur en Raad zouden zijn te werk gegaen gegaan, verzoeken we verloff ons temorgen gedraagen, aan het geene daaromtrent voorkomt bij onte se„ kreete Resolutie op het Rapport van den kommandeur sluijsken, dat bij deeze Resolutie is geinsinreert, en waar bij heel duijdelijk is aan„ geweesen, dat dit niet is geschied §26. De dessave van Angelbeek en zijne in„ landsche hoofden hebben zelfs zeer. erpres verzogt, dat de kommissie die gezonden wierd, mogte worden aan bevoolen, om een naaukeurig on„ derzoeht te doen nade oorzaaken van den oproer, op dat de schuldigen tot exempel van andere mogte worden gestraft, dit is ook zoodanig aan be„ voolen bij de Jntruhsie gegeeven aan de van hier gesondene gekom„ mitteerdens, waarvan aan uw Hoog Edelheeden een kopij gezonden is. bij deeze Jnstruktie zijn, dezelve met zoo veel woorden gelast, om zoo er eenige plagten gedaan wierden tegens de Dessave van Angelbeek, die over een„ komstig met het expres verzoek door hem zelve daartoe gedaan, met alle naaukeurigheid gemoedelijk en op het scherpts te onderzoeken de zelfde beveelen zijn bij de voorsz: Jnstrutsie gesteld, omtrent de Jnlandse Hoofden 2329 Hoofden Behaelen deeze aanbeveelingen bij de instruktie, hebben we onze gekom„ „mitteerdens zedert nog aangeschre„ „ven bij brief van den 16 Meij, om de klagten die teegens den Dessave van Angelbeek mogten inkoomen hem ter beantwoording in handen te stellen, en die met hunne kon„ sideratien aan ons te zenden §27. Geduurende, de kommissie van voorm: onze gekommitteerden zijn er geene klagten tegens, den dessave van An„ „gelbeek ingekoomen, dan die geene die voorkoomen bij de gehoudene aan„ tekeningen bij voorm: gekommitteer„ dens te Matire op den 24 25 26 en 27 Meij, 7. 8 en 9 Junij en die door de dessave van Angelbeek, zoo in geschrifte als monde„ „ling, opgeheldert en wederlegt zijn, blykens het geannoteerde in margine van die klagten zelfs, uijt welke opheldekingen en wederleggingen door van Angelbeek doorgaans en voor zoo verre de na„ tuur der zaaken het toeliet, met authentihe stukken en onder weeden overgelegte getuijgschriften gestaaft, niet alleen bleikt dat deese plagten alle zints gezogt en opgeraept zijn soo
English
are, but all these matters are also contradicted by various petitions received from the Dessavony of Matara and transmitted to us by the Galle officials, in which the chiefs of the country, as well as the lesser chiefs and the most prominent of the inhabitants, give the most favorable testimony of the administration maintained by the Dessave van Angelbeek during all the time that he held the government at Matara, and they not only praise it to the highest degree, but also testify as if with one voice their desire that he might be sent back, as Your High Excellencies will see from the copies of these petitions, which are transmitted in a separate bundle among the annexes. Paragraph 28. Regarding what also appears of these matters in the repeatedly mentioned report of Commander Sluysken in this affair, we request to be allowed to refer to what was noted in the margin thereof in our resolutions adopted on 12 and 21 August past, and we only further observe that Commander Sluysken, in the presentation thereof and in the various doubts scattered throughout his report concerning the conduct of the Dessave van Angelbeek, in our view might well have paid somewhat more attention to what appears for the elucidation and refutation of all those things in the above-mentioned notes of our commissioners than seems to have occurred; it appears to us in particular that these things are stated therein in a tone that is not very suitable, especially when someone speaks in his public capacity; this same observation we think is even more applicable to what appears in that regard in the commander's separate secret letter of 20 October last written in reply to a separate secret letter of 17 September written from here, and whereby he, on account of what appears in his separate letter of 5 August that if he had wished to be malicious he could bring forward not only more, but even much more against the Dessave van Angelbeek, was ordered to state clearly and without any further reserve what he might have to bring forward against the Dessave van Angelbeek. Paragraph 29. Instead of complying therewith, Commander Sluysken, in his aforesaid secret letter, has only presented a multitude of matters by way of questions, as possible things that he might have allowed himself if he had wished to be malicious. What appears in the said letter of Commander Sluysken outside of these things, being matters that are not urgent or upon which the necessary steps have already at least preliminarily been noted in our aforesaid secret resolutions of 12 and 21 August and the secret letter of 17 September last resulting therefrom, we have left this letter unanswered until the advice has arrived which the Dessave van Angelbeek requested to present to us by resolutions of 27 August and which was also granted to him by these resolutions; it will not be necessary to note here that this letter, at least here and there, departs considerably from the usual style; in answering it, we shall at the same time take into consideration to what extent some decisions may be necessary to keep the servants also on that point within the bounds in which they ought to remain. Paragraph 30. On account of all the aforesaid, and especially because it is evident from the above-mentioned petitions that both the chiefs of the country and the lesser chiefs, and the best part of the inhabitants of the Matara Dessavony, desire that the Dessave van Angelbeek may be sent back and that he may resume this post of his, we have deemed it proper not to raise any difficulty in altering again the exchange of offices made according to our resolution of 14 June past, as was done by our resolution of the 4th of this month, which is transmitted in extract among the annexes, and therefore to let Senior Merchant Raket resume his post of Chief Administrator, and to Senior Merchant van Angelbeek his post of Dessave of Matara, because the reasons for this exchange of offices, which Senior Merchant Raket had agreed to on the Governor's proposal and request for such reasons as are mentioned in our aforesaid resolution of 14 June, no longer existed. Paragraph 31. We have felt all the more obliged to arrive at this decision because, when in circumstances such as these a provincial ruler appears not to have made himself guilty, and especially when it appears that he possesses the respect and affection of the chiefs of the country and the best part of the people, the service of the Company requires that he be continued, Paragraph 32. unless the tranquility of the country absolutely necessitates other arrangements; it would make ill-disposed and turbulent factions all the bolder to see that such a servant, notwithstanding the good administration he had maintained, was removed from his office, which in our view might easily produce these suggested notions among the ill-disposed, and which we think already exist only too much in the Matara Dessavony.
Dutch transcription
zijn maar worden ook alle die dingen weeder sprooken door verscheide adressen uijt de Matresche dessavonie ontvangen, en door de gaalsche bediendens ons toege„ zonden, waar bij de Hoofden des lands zoo wel, als de mindere hoofden in de voornaamste der ingezeetenen, een aller voordeeligst getuijgenis geeven van het bestier door den desselve van Angelbeek gehouden, geduurende al den tijd dat hij te Matire het bewind gehad heeft, en dat niet alleen ten hoogsten roemen, maar ook als uijt eenen mond betuijgen hun verlangen dat hij mogte worden terug gezonden zoo als uw Hoog Edelheeden dat zien, zullen bij de kopijen deezer adressen die in een appart bondeltjee onder de bijlaegen overgaan §. 28. op het geen van deeze dingen ook voorkomt; bij het in deesen meermeld rapport van den komman„ deur sluijsken, verzoeken we ons temoogen gedraagen; aan het op den rand daer van aangeteekende, bij onze daar op genomene resolutien van den 12 en 21. augs pass=o en merken daer bij nog alleen aen, dat de komman„ deur sluijshen; bij het voorstellen daer van 2330 van, en bij de verscheide twijffelingen over het gedrag van den Dessave van Angel„ beek in zijn rapport verspruijd, naar ons inzien wel eenige meerdereagthad moogen geeven, op het geene ter op„ heldering en wederlegging van alle die dingen, bij de hier bovengem: aanteke„ ningen van onze gekommitteerdens voor„ komt, dan schijnt te zijn geschied, inzonderheidt komt het ons voor, dat deeze dingen daarbij gezegt worden op een toon, die niet al te wel voegt, voornamentlijk wanneer iemand spreekt in zijne publieke kwaliteid, deeze zelfde aanmerking den hen we nog veel meer toepasselijk te zijn op het geene derwegens voorkomt bij shem„ mandeurs apparte schreete brief van den 20 oktober JoLeeden geschreven in antwoord van een apparte schrete brief, han den 17. xber: van hier geschre„ ven, en waarbij hem uijt hoofden van het geene voorkomt bij zijnen apparte brief van den 5 augs dat zoo hij boosaardig hadde willen. zin hij niet alleen meer maar zelfs veel meer, ten laste van den dessave van Angelbeek zoude kunnen in„ brengen, is gelast om duijdelijk een zonder eenige verdere reserve op te geeven, het geene hij ten laste van den an C d i gen en an¬ van Dessave van Angelbeek zoude hebben in te brengen §. 29. Insteede van daer aan te voldoen, heeft de kommandeur sluijcken bij voorsz: zijn schreete brief een meenigte van zaeken alleen vraegender wijze voor„ gesteld, als moogelijke dingen, die hij zig zoude hebben kunnen permitteeren zoo hij boosaardig hadden willen zijn: Het geene buijten deeze dingen bij gem: brief van den kommandeur sluijshen voorkomt, zaeken zijnde die geen haast hebben of waar op reeds het noodige ten minsten voorloopend is, aangemerkt bij onze voorsche schrete resolutien van om ge 12 en 21. augs ende daar uijt voortploeijdat schreete brief van den 17. September vLeeden, hebben we dezen brief onbantwoord ge„ laeten, tot dat zal zijn ingekoomen het adves, dat de Dessave van Angelbeek bij Resolutien van den 27. aug=o verzogt heeft aan ons te doen en ook bij deeze resolutien aen hem is toegestaan, het zal niet noodig zijn hier aantemerken, dat deezen brief, ten minsten hier en daar vrij wat loopt buijten den gewoonen stijl. bij het beantwoorden daar van zullen wel ƒ 2331 we teven in everweging neemen, in hoe verre kunnen nodig zijn eenige besluijten om de dienaeren ook op dat stuk, te houden binnen de paalen waer in ze behooren te blijven § 30. uijt hoofden van al het voorschrevene en inzonderheid wijl het uijt de boven gem: addressen klaar blijkelijk is, dat zoo wel de hoofden des lands als de mindere hoofden; en het beste gedeelte der ingezeetenen van de Materesche Dessavonie verlangen. dat de Dessave van Angelbeek mag worden terug gezonden, en hij deeze zijn „post mag herneemen; hebben we ge„ meend geene zwaarigheid te moeten ma„ ken; om de verwisseling van Ampten gedaen volgens onze resolutie van den 14 Junij p=r wederom te veranderen, gelijk geschied is bij onze resolutie van den 4 dezer die in Extraht onder de bijlaegen overgaat, en om mids dien den opperkoopman Rahet telaeten hernemen zimpost van den hoofd„ administrateur, en aan den opperkoopman van Angelbeek zijn post van dessave dat van Mature, uit hoofde de redenen deeser gedaene verwisseling van ampten die zig den opperkoopman. Raket, om zoodanige reedenen, als half 58 e bij voorsz: onze resolutie van den 14 Junij zijn vermeld, op 's Goeverneurs voor„ stel en verzoek, zig heeft laaten welgevallen, nu niet meer bestonden N31. we hebben te meer gemeend tot dit besluijt temoeten koomen, om dat wanneer een Landregent ingelee„ gendheeden; als deeze, blijkt zig niet te hebben schuldig gemaakt, en voor al wanneer het blijkt, dat hij de agting ende genegendheid van de hoofden des lands en het bistegedeelte van het volk bezit, den dienst van de komp: het vorderd dat men hem sontineerd § 32. wanneer de rust des lands andere schik„ hingen niet volstrekt noodigmaekt; zoude het hwalijk gezinden en on„ rustige knoepen te Htoutmoediger maeken, als te zien dat zulks een bediende, niet teegenstaande zijn gehouden goed bestiert, van zijn ampt. wierd verlaaten, het geen maar ons in zien bij kwaadwillige lig„ telijk deeze aangereute begrippen zoude kunnen voortbrengen, en welke we den hen dat in de Matereti Dessavonie niet dan reeds teveel bestaan
English
exist, that whatever outcome things may have, they nevertheless have it in their power to make such a Land Regent lose his post; to act otherwise would significantly intimidate the Land Regents themselves, who do not gladly wish to lose their posts, in keeping the inhabitants to their duty, when they saw that, although innocent, they ran the risk of becoming the sacrifice of a party of base people, who easily venture these things because they generally do not have much to lose. § 33. We shall, however, leave our aforesaid resolution, so far as concerns the Senior Merchant van Angelbeek, unexecuted until we shall have received Your High Nobilities' further approval thereupon, and have caused the former Searcher Berghuijs, to whom, upon his repeated requests on account of his advanced years and the physical condition that made him desire henceforth to take his rest, we had already granted a discharge from the Company's service, to take charge of the Matara Dessavony. § 34. In conclusion of this, we have further to communicate that Madoegodde Appoe, who made himself so notorious in the recent Matara disturbances, after having done everything possible, according to what is noted in the secret resolution of 15 November which is transmitted among the annexes, to incite a new rebellion, and after having sought in vain to find refuge in Kandy, so that in the end no resources were left to him, wrote to Commander Sluijsken the ola of which a copy is attached hereto, containing that he undertook to prove that the native chiefs mentioned therein were the cause of the recent Matara disturbances and of the continuation thereof. With such a villain, who has made himself guilty above many others, dared in the recent Matara disturbances to boast in the most insolent manner of being the head of an insurrection, and had now again conducted himself so criminally, we would not have concerned ourselves any further; we would have let him go with all the contempt he deserves, and would have left his ola unanswered, until such time as one might get hold of him to deliver him up to justice, were it not for what is found spread here and there regarding these accusations of Madoegodde Appoe in the writings of Commander Sluijsken in such a manner that, by leaving those things as they were, these accusations might gain a credit in the opinion of the common people that would cause the chiefs accused by him to remain continually under this blame, so that we thought it was necessary for the well-being of these people themselves that we opened the way for them to clear themselves publicly. We have therefore qualified the Galle officials to promise Madoegodde Appoe that, if he properly proved his accusations, an obliteration of his crime would once again be granted to him. Commander Sluijsken thereupon wrote to him the ola of which a copy is attached hereto, and he has since been heard at Galle and subsequently here in Colombo itself, as appears from the documents transmitted among the annexes, to which we request permission, on account of their prolixity, to refer here, merely noting therewith that everything appearing therein is essentially nothing other than a repetition of what appears in the report of Secretary van Albedijhl, which is bound behind the report of Commander Sluijsken. Pursuant to our resolution of 27 November 1790, which is attached hereto in extract, two members of the Matara Land Council have been appointed to conduct the aforesaid inquiry, and we shall have the honor to communicate the result thereof further to Your High Nobilities. We commend Your High Nobilities and the interests of the Company to God's safe keeping and remain. Remain with all respect and fidelity /:was written beneath:/ High Noble, Grandly Venerable, Widely Commanding Sirs, Right Honorable, Severe Sirs, Your High Nobilities' humble and very obedient servants /:was signed:/ W: I: Van de Graaff, M: P: Raket, D: C: van Drieberg, D F Fretz, C: van Angelbeek, I: Reintous, A: Samlant, J: A: Vollenhoven /:In the margin Colombo, 27 January Anno 1791.:/ Examined Agrees Sijbrands First Clerk A D: V: Francke No. 1 Extract from a private letter written by the Honorable Governor van de Graaff to Mr. Buchanan, Agent of the Nabob Mahomet Ali Khan, 10 February 1790: I am now writing in detail to the Nabob and send enclosed herewith a copy of the English translation thereof. I request to be allowed to refer to it, and merely remark from it that, however much in this letter of mine I have bound the farming out of the Pearl Fishery, in case the present inspection should again turn out unfavorably, to the request to discover to me who the bringers are of the malicious insinuations that have been served up to him, I, whether the Nabob satisfies this or not, shall nevertheless let the farming out proceed, in order once and for all to remove all the ill thoughts of which His Highness seems unable to be cured in any other manner. Because I nevertheless wished that the Nabob would name these people to me, I request that my final decision to let the farming out proceed in any case and however things might turn out, may remain between us /:was written beneath:/ Agrees: /:was signed:/ P:r C:s de Vos sworn clerk to the Honorable Governor Agrees Wijbrands First Clerk Examined Blaes No. 2
Dutch transcription
2332 bestaan, dat wat uijtkomst ook de dingen hebben, ze het nogtans in hun vermoo„ gen hebben, om zulks een Landregent. zijn post te doen verliesen, anders te ha„ delen zoude de Landregen ten zelve, die niet gaarne hunne posten willen missen, merkelijke intimideeren, om de ingezetenen te houden tot hunne pligt, wanneer te zagen, datte schoon onschuldig, gevaerliepen van teworden het slagt offer van een par„ tij slegt volk, dat deeze dingen ligt waegen han, om dat het doorgaans niet veel te verliesen heeft. § 33. we zullen egter voorsz: onze resolutie „zo veel aangaat de opperkoopman van Angelbeek onuijtgevoerd laeten tot dat we daar op uw Hoog Edel„ heeden nader goed vinden zullen hebben ontvangen en den gewee„ sene visitateur Berghuijs aan wien we reeds op zijne herhaalde verzoeken uijt hoofde van zijne hooge jaaren en de bile toestand, die hem deeden verlangen om voorstaan zijn rust teneemen, uijt 'sComp:s dienst ontslag hadden gegeeven, de Materesche Des„ favenie doen waarneemen §34. Tot slot deezes hebben eve nog te bedeelen dat den zig in de Jongste Maturere onlisten zoo berught gemaakt hebbende Madoegodde 17 te an Madoegod de appoe, nadat hij volgens het aangeteekende ter schrete resolutie van den 15 November die onder de bijlae„ gen overgaet, alles hadde gedaen wat hem moogelijk was om een nieuwen opstand teverwekken, en na te vergeefs gezogt te hebben om in handia heul te vinden zoo dat hem nu eindelijk geene resources meer overschooten, aen den kommandeur sluijsken geschweeven heeft de ola die in hopij hier nevens gaat, houdende dat hij aannam te bewijsen dat de inlandsche hoofden daar bij vermeld, oorzaakt geweest zijn van de Jongste Materesche onlusten, en van de voort„ duuring daar van Met zulk een booswigt, die zig boven veele anderen. heeft schuldig gemaakt, zig in de Jongste Materesche onlusten op eene aller insolentste wijse heeft durven beroe„ men teweesen het hoofd van een oproer en zig nu opnieuw wederom zoo misdadig gedraegen had, zou„ den we ons niet verder hebben gemoeijd, we zouden hem met al de veragting die hij verdiend, hebben laaten loopen, en zijnola onbeantwoord gelaeten hebben, tot dat men hem de eene of de andere tyd houde in handen krijgen, om hem aan het gerecht over te geeven was het niet om het geene men hier en daer 2333 daar; nopens deeze beschuldigingen van Madoegod de off oe verspruijd vind, in de geschriften van den kommandeur sluijshen op eene wijze dat met die dingen zoo te laaten, deeze beschuldigingen in de opinie van het gemeen een krediet konde krijgen die de door hem beschuldigde hoofden gestaedig zoude doen blijven onder deeze blaamen dat wen daarom gedagt hebben dat 't tot wel zijn van deeze luijden zelve noodig was dat we hun den weg openden om zig opentlijk te zuiveren. we hebben daarom de Gaal„ sche bediendens gequalificeerdens om Madoegodde oppoe te moegen toezeggen dat zoo wij zijne beshuldigingen behoorlijk bewees hem andermaal uituissing van misdaad zoude worden gegeeven De kommandeur sluijsken heeft hem daar op geschreeven de oladis in kopij hier nevens gaat, en is hij zeedert tegale en naderhand hier te kolombo zelve gehoort, blijkens. de stukken die daar van onder de bijlaagen overgaan en waeraan we verlof verzoeken om der zelven wijkopigheid, ons hier te moogen gedraagen, alleen daar bij aanmerkende, dat al 't geen daar bij voor komt hoofd zaakelijk niets anders is dan een repe„ titie van 't geene voor komt bij 't berigt van den se kre„ taris van Albedijhl, dat ingebonden is agter 't rapport van den kommandeur sluijsken. volgens onze resolutie van den 27=e November 1790. die in Extrakt hier nevens gaat, zijn twee leeden van de Materesche landraad benoemd, om 't voorsz: onderzoekt te doen, en zullen we derene hebben Uw Hoog Edelheden den uijtslag daar van nader te bedeelen. Wij beveelen uw Hoog Edelheeden en de belangen der Maatschappij in godes veilige roede en blijven. blijven met alle eerbied en trouwe /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Achtbaare Wijd Gebiedende Heeren Wel Edele Gestrenge heeren uwer hoog Edelheeden onderdanige en zeer Gehoorzame Dienaren /:was getekent:/ W: I: Van de Graaff M: P: Raket D: C: van Drieberg D F Fretz: C: van An„ „gelbeek, I: Reintous, A: Samlant, J: A: Vollenhoven „ 27. Januarij /: In margine Kolomboden „ A:o 1791. Nagesien Accordeert Sijbrands VEgkeerk A D: V: Francke No. 1 2334 Extrakt uijt een partikuliere brief geschreeven door den Heer gouverneur van de Graaff aan den Heer Buchanan, Agens van den Nabab Machmet Alichan den 10. ' februarij 1790: Jk schrijve tans omstandig aan den Nabab en zend hier in geslooten een kopij van de En„ „gelsche Traductie daar van. Jk verzoeke mij daer aan te moogen gedraagen, en mer„ „ke daer uit alleen aan, dat hoe zeer ik ook bij deze mijn brief het verpagten van de Paare visserij ingeval de teegenswoor„ „dige visitatie wederom ongunstig uitvallen mogt heb verbonden aen het verzoek om mij te ontdekken wie de aanbrengers zijn van de boosaardige spargementen die hem zijn aengedient, jk, het zij de Nabab daar aen voldoet of niet, nogtans de verpagting zal laeten geschieden, om eenmaal wegteneemen alle de quaade gedag¬ „len waer van zyn Hoogheid op geene andere wijze schijnt te kunnen wor„ „den geneesen. wijl ik nogtans gaarne wilde dat de Nabab my mij deese menschen noemde, zoo verzoek ik dat mijn finaal besluijt om de versag„ „ting in alle gevalle en hoe de dangen ook mog„ ten uijtkoomen, te laaten geschieden, mag blijven onder ons /:onderstont/ Akkordeert: was getekent:/ P:r C. s devos g: klerk bij den W:r Gouverneur Accordeert Wijbrands Vlgklerk Nagezien Biaes No. 2
English
2335 To the Right Honourable and Strict Lord James Buchanan Agent of His Highness the Nabob of karnatika in the landscape of Terne vello Right Honourable and Strict Lord, I have had the honour of receiving the letter with which I was favoured by your Honour on the 25th of January, accompanying a letter from His Highness the Nabob of kar natiko and a letter for Mahomed Aslam Chan, which I had delivered to him. In an earlier letter I already had the honour to explain to His Highness the Nabob that for once I would gladly have consented to Abdul kader him self bringing the letter of His Highness over to Kandia, yet that according to my In struction I had to request His Highness, as I did at that time, to address himself to me whenever there might be anything of his official service service on Ceilon. I also said this to Thaik Rama Julla and Abdul kader, and offered them that I would properly deliver the letter and the pre sents for the King of Kandia if they gave them to me, and that I would let them have the reply thereto as soon as I received it. They did so, and since then I have dispatched the letter with the presents, and as soon as the expected reply arrives I will deliver it. I will likewise write this to His Highness the Nabob, in reply to the aforementioned letter which your Honour was so good as to send to me. Whether Abdul kader has any share in the reports made to His Highness regarding the Mannar pearl banks, and about which I recently spoke at great length with His Highness, I do not know, but the day before his departure from here two pearls were brought to me that were publicly displayed on the bazaar here by two Moors as if they had been found during the inspection of the banks currently in progress: Upon inquiry these Moors stated that these pearls had been handed over to them by Abdul kader in order to display them to various persons. I 2336 In order to know the truth of this, I sent our Second Secretary to Abdul kader, who through him let me know that these were pearls brought by him from the Tu ticorin fishery, and that he had given them to the aforementioned Moors as pearls found in the Mannar inspection now in progress, so that they would display them, in order thereby to stimulate among the enthusiasts the desire to farm the Mannar fishery. I prefer to refrain from any reflections hereupon and leave the same deferred to your Honour's own judgement. My Lord, in the meantime it would be very agreeable to me if His Highness would not use this man any further in the future for any commissions to Cei lon. I have the honour to be with all high esteem, /:below stood:/ Right Honourable and Strict Lord, your Honour's humble servant /: was signed: W: I: van de Graaff /:in the margin:/ Kolombo the 28th of February 1790. # Dijbrands Agrees J Egklerk No. 3. 2337 Draft mandate ola written by the Lord Commander Peter Sluisken, to all native chiefs and inhabitants in the Gale korle and the Galle portion of the Wallalawille korle, as well as to the chiefs and inhabitants in the Matara dessavony on the 16th of September 1789. Section 1. Having been appointed by Their High Excellencies the High Indian Gov ernment at Batavia as Commander of the city and lands of Gale and Mature in place of the retired Lord Commander Kraijenhoff, I hereby make known to you all that I have taken over the authority here on the 9th of December 1789. 2. I remember with pleasure how, now some 22 years ago, I exercised authority as overseer of the Gale korle in that province, and I also trust that my presence at that time will still be well remembered by part of the natives here, as they are convinced that, as much as depended on me, I let each receive the right and justice due to him. Section 3. Section 3. In this confidence I now also accept the supreme authority in this Commandement. Section 4. After me, the Dessave of Mature has authority over the extensive lands of the Matara dessavony. Section 5. In like manner, the overseer of the Gale korle directs the interests of the Honourable Company and those of the inhabitants in the province. Section 6. To these two country regents I refer you to submit your concerns and complaints to them, according to the orders and old customs made known to you in due time, after the same have been presented without redress to the native chiefs placed over you. Section 7. Every inhabitant, from the first to the last, shall be maintained and protected in his rights and privileges. Section 8. The native chiefs in all the districts, korles, and pattus of this Commandement are hereby again enjoined to perform their official duties with all honesty, to adhere strictly to the instructions and orders previously received and still to be received, to hear and settle such complaints as belong to them, and faithfully to serve the
Dutch transcription
2335 Aan den wel Edelen Gestrengen Heer James Buchanan Agens van zijn Hoogheid de Nabab van karnalika in het landschap Terne „vello Wel Edele Gestrenge Heer Jk heb de eere gehad te ontvangen den brief waarmeede ik door uwelEd: Gestr: op den 25. Januarij ben begunstigt ten gelijde van een brief van zijn Hoogheijd de Nabab van har„ „natiko en een brief voor Mahomed Aslam Chan, die ik aen hem heb doen bezorgen Bij een vroegere brief heb ik reeds de eere gehad aen zijn Hoogheid de Nabab te vertoo„ „nen dat ik er voor een enkeld maal gaarne in hadde bewilligt dat Abdul kader zel„ „ve de brief van zijn Hoogheid na kandia„ overbragte, dog dat ik volgens mine Jn„ „struksie zijne Hoogheid moeste verzoeken zoo als ik dat te dier tijd heb gedaen, om wanneer er op Ceilon iets van zijn officieel dienst dienst zijn mogte, zig aen mij te willen addresseeren Aan Thaik Rama Julla en Abdul kader heb ik dit ook gezegt en hun aengebooden om de brief en de pre„ senten voor den koning van kandia be„ „hoorlijk te zullen doen bestellen en dien zij ze aen mij overgaven, en dat ik hun het antwoord daer op zoude laeten toekoo„ „men zoo dra ik het zoude hebben ontfangen. ze hebben dit gedaen, en heb ik de brief met de presenten zeedert, verzonden waer op ik het verwagt wordende antwoord, zoo dra het jnkomst bezorgen zal (k zal dit insgelijks aen zijn Hoogheid de Nabab schrijve, in antwoord van den voorsz: brief die uwelEd gestr: zoo goed is geweest aen mij tezenden. of Abdul kader eenig deel heeft in de berig„ „ten die men aen zijn Hoogheid noopens de Mannaarsche paarlbanken heeft ge„ „daan, en waar over ik zijne Hoogheid onlangs zeer omstandig onderhouden heb weet ik niet, dog sdaags voor zyn vertrek van hier wierden mij gebragt twee paarlen die door twee Mooren hier op de bazaar publiek zijn vertoond als of te gevonden waeren bij de tans onder handen zijn„ „de visitatie der banken: Bij navraage betuigde deze mooren dat hun deze paa„ „tels door Abdul kader waeren ter hand gesteld om ze aen deze en geene te vertoonen. Ik 2336 Ik heb om te weeten wat hier van de waarheid was onzze tweede sekretaris gezon„ „den bij Abdul kader die mij door hem heeft laeten weeten dat dit parels wae¬ ren door hem mede gebragt uijt de Tu„ tukorijnsche visserij, dat wij ze aan de voorsz: Mooren gegeeven had als parels ge„ vonden in de nu onder handen zijnde Mannaarsche visitatie, op dat zij ze zou„ den vertoonen, ten einde daer door bij de liefhebbers op te wekken de lust vm„ de Mannaarsche visserij te pagten Jk onthoude mij hier over lieft van alle reflectien in laeten dezelve aen uwelEd: Geestr: eige oordeel gedefereert Mijn Heer, in„ „tusschen zoude het mij zeer aengenaam zijn, indien zijn Hoogheid deezen Man voor den aenstaende niet meer wilde ge„ bruijken in eenige kommissien na Eei „lon. Jk heb de eere van met alle hoog agting te zijn /:onderstond:/ wel Edele Gestrenge Heer uwel Edele Gestr: ootmoedige Dienaer/: was getekent: W: I: van de Graaff /: in mar„ gene:/ kolombo den 28.:' februarij 1790. # Dijbrands Accordeert J Egklerk No. 3. 2337 Consept Mandaat ola geschreeven door den Heer kommandeur Peter sluisken, aan alle de Jnlandse hoofden en Ingesetenen in de Gale korle en het gaalsch gedeelte der wallalaw ille korle, mitsg:s aan de hoofden en jngesetenen in de Maturusche dassavonij op den 16. 7br 1789. A I. Door Haar Hoog Edelheeden de Hooge Jndiasche Re„ geering te Batavia, tot kommandeur der stad en landen van Gale en Mature in Plaats van den afgeganen Heer Commandeur Kraijenhoff benoemd Ee zijnde, maak ik vrlieden allen bij desen bekend, dat ik hut bactus alhier, op den 9. xbr 1789 heb overgenomen. 2. Ofke herdenk met vermaak hoe ik nu min 22. Janen geleeden hetgesag als opsiender der Galicorle in die provintie heb geoessent, en ik vertrouw ook dat mijn aanweesen tedier tijd alhier nog bij deele der Inlanderen in een goed geheugen zal zijn, als overtuijgd dat ik zo veel van mij heeft afge„ „hangen een elk het hem toekomende regt en geregtigeeird hub laaten Wedervaarden §. 3. §. 3. In dit vertrouwen aanvaare ik nu ook het opperhaoft gezag in dit Commandant §. 4. DE. dessave van Maturete heeft na mij het gesag over de uit gestrikte landen der Maturese dissadon §. 5. Jngelijker voegen bestierd den opsiender der Gale korle de belangens van de Edele Comp: en die de Jngesetenen in de provintie § 6. Ann deze bij de Landregente wijse ik Uwlieden over om aan hun Es volgens de uw op sijn tijd be„ kentgemaakte ordres en oude gewoontens uw zorgen en klagte, na dat deselve aldans bij de over ms gestelde Jnlandse hoofden zonder afdoeing ge„ diend hebben Voortedragen. §. J. Elk ingeland van den Eersten tot den laasten, zal in zijne regten Ee voorregten onderhouden en beschermd ƒ worden §„ 8. De Jnlandsche Hoofden in alle de distrikiten verles en pattoes van dit kommandement word bij deesch op tnieuw aanbevoolen Hunne amppligten met alle eerlijkheid te verigten, zig aan de baverns erlangse en nog te eilangene Jnstruktien en ordres stipte lijk tehouden sodanige klagten als tot hun behoorden aantehooren en afledoen, en Getrouwelijk te bieinteren de
English
faithfully to execute and cause to be executed all the orders that shall be given to them by their superiors. When they properly comply with all the above, each person will not only be most strongly supported and protected in his respect and authority, but will also, in accordance with the merit and zeal he has shown, obtain rewards and promotion. Section 9. All residents in general, and each of them in particular, are also recommended to live in peace and harmony with one another, to show obedience and trust to the chiefs placed over them, and to fulfill properly their obligations both toward the Honourable Company and toward one another. Section 10. Everyone, from the first to the last, will at all times be allowed access to my person, both in public and in private; and each may thus freely present his interests to me. But everyone is at the same time also warned not to approach me with any unfounded, false, or meaningless complaints, petitions, or other representations. I shall not fail to investigate most closely whatever shall be presented to me, and those who bring absurdities before me will, according to the circumstances of the case, make themselves liable to rigorous punishment. With the assurance that I will bestow upon you all a fatherly care and love, and will make your well-being my concern, and trusting that you will bring me that satisfaction which I justly can and will require, I commend you to the beneficial blessings of the benevolent Supreme Being. Underneath stood: Agrees with the original draft of this, Gale, 16 December 1789. Signed: M: J:s Gratiam, First clerk. Agrees: Sijbrands, First clerk. Beukman No. 4 Checked 5 2339 Late yesterday evening, an ola was brought here from the chiefs of the discontented, in which, following a previous example, they now again request a commission from Colombo. A copy of the aforementioned ola is enclosed herewith. This same request having already been made by the Honourable Disava van Angelbeek and the native chiefs, we likewise take the liberty to request that such a commission may be sent hither from Colombo, or else that you will be pleased to authorize us to send a second commission from here to proceed to Dikwelle, Hakman, or elsewhere, in order to record the complaints and grievances of the discontented. Extract of a letter dated 26 April 1790 written from Gale to Colombo. Dijbrands, First clerk. Agrees: Checked Maas 2340 Translation of a Sinhalese letter. Ola written by some chiefs of the Belligam Korle and the Gangebadde Pattuwa on behalf of the inhabitants of the said korle and pattuwa, and addressed to the Right Honourable Lord Commander of Gale and Mature. After the preceding compliments: Moved by compassion, Your Right Honour was so good as to send the Captain of the Gale Korle and some other gentlemen to hear and investigate our complaints. But our enemies, being some native chiefs who are the authors of all these injustices, convinced that if we were interrogated in the presence of a large force we would not be so free to reveal the injustices inflicted by the said chiefs, have by their cunning managed to bring it about that our complaints cannot be investigated as they ought to be. To that end, they have by their scheming caused a detachment to be sent along with the said Captain of the Gale Korle, which said native chiefs, our enemies, have also joined. On the road, they have, by their underhand practices, enticed all such people who had assembled with us to submit their grievances and who were going to their villages and houses, and made them confess that they have no complaints to lodge against anyone, and in proof thereof demanded their signatures. We have undertaken nothing improper against the Honourable Company nor against the gentlemen of the country, but our intention is to make known in all submission our grievances concerning many injustices that have befallen us. But we are hindered therein and fear, as we believe, that if we were to submit our complaints to the aforementioned gentlemen, we shall obtain no justice in the matter, and that this may serve to our greater detriment in the future, since the aforesaid chiefs, our enemies, as said, have by their scheming managed to arrange that they can go along with the aforementioned gentlemen and detachment, and by that means also, after having first struck fear into them, extort their signatures from some of our people. Previously, on account of a few injustices that had befallen the inhabitants of this place, Mr. Camland arrived here with the Maha Mudaliyar of Colombo as interpreter, and thereupon justice was also done. We therefore very humbly request that such gentlemen may now also be sent to investigate the great injustices that have befallen each of us residing in the Mature Disavany, and that this may be brought to the knowledge of the Right Honourable Governor in Colombo. Furthermore, we most humbly request that a fair arrangement may be made so that we can properly present our complaints, and also for the sake of God's name to pardon us if any errors should be found in these our requests.
Dutch transcription
2338 der getroudelijk te Exacutioren en tedoen Executeeren alle de beveelen die hun door Hunne superieurs zullen gegeven worden. Wanneer zij dit vorenstaande alles wel nakomen zal elk niet alleen in sijn aansien en gezag op het sterkste ondersteund en beschermd worden, maar ook na maate van zijne betoonde verdienste en ijver beloningen en bevordering verkrijgen §. 9. Alle ingeseteng in 't generaal, en elk hunnen in 't bysonder word meede aanbevoolen, in vreede en eensgesindheid bij den anderen tewinnen de over mun gestelde Hoofden gehoorsaamheid en vertrouwen toetedragen en hunne verpligtingen zo tegen de Ed Comp: als tegen elkanderen behoorlyk natekomen. I. IO. Tot mijne persoon zal te alle tijden zo in het pu „bliek als in 't bijsonder, voor een ider van den eerste tot den laatsten toegang gelaaten worden; en mag dus elk vrijlijk zyne belangens aan mij Noordraagen: dog word tevens ook een ider gewaarschouwrd, amij met geene ongegronde valsche, of niets beduijdende klagten, verzoeken of andere voordragten, tenaderen. Jk zal niet nalaaten dat geen mij zal vordragen worden, op 't naauwkeurigst te onderzoeken, en die geene die mij ongerijmdheiden voortbrengt zullen zig eene regoreuse straffe na omstandigheid van van zaaken schuldig maaken Onder verzekering dat ik urlieden allen eene Vaderlijke zorge en liefde zal toedragen en mij zodanig moer alles welzijn zal laaten aangeleegen leggen en in vertrouwen dat gijlieden mij dat genoegen zuch aanbrengen, dat ik regtmatig kan en zal verlangen, beveel ik ui lieden in de Hijlrijke zegeningen van 't goeder. „teerend opperweesen /:onderstond:/ Akkordeerd met het Consept amunt deses, Gale den 16. Decemb:r 1789 /:was getekend:/ M: J:s Gratiam E. g klerk Accordeert Sijbrands Eijklerk Beukman No. 4 Nageti 5 2339 Gisteren avond laat, is hier van de hoofden e der misnoegden een ola aangebragt, waar bij zij na een voorgaand voorbeeld nu weder een commissie van Colombo verzoeken. Van gem: ola gaat Copij hier nevens. Dit zelve versoek ook reeds door den E: dessave van Angelbeek en de Jnlandsche Hoofden gedaan zijnde, nemen wij insgeleijks de vrijheid te versoeken dat een diergelijke Com„ missie van Colombo na herwaards mag gezonden worden. dan wel ons tewillen qualifiseeren een tweede Commissie van hier te mooge . zenden, om zig na Dikwelle, Hakman of elders tebegeeven, ten einde de misnoegden haare klagten en beswaaren optenemen. Extract Messive de dato 26. April 1790 van Gale na Ko„ „lombo geschreven. Dijbrands DEgklerk Accordeert Nagezien Maas 2340 Translaat Singaleese Brieff Ola geschreven door eenige Hoofden van d' Belligam, Korle en de Gange badde pattoe uijt naam van de Jnge„ seetenen van gemelde korle en pattoe en gerigt aan den Wel Edelen Acht„ baaren Heer kommandeur van Gale en Mature. Na voorgaande komplimenten Uwel Edele Achtbaere was door medelijden bewoogen zo goed geweest, om tot het aanhooren en ondersoeke van onze klagten te zenden den heer kapitijn der Gale korle en nog eenige andere Heeren, dog onze vijanden zijnde eenige Jnlandsche Hoofden, die oorzaakers van alle deze onregtvaardigheeden, zijn, overtuijgd dat wan„ neer wij, in presentie van een groote magt ondervraagd wierden, niet zo vrij zullen weezen de onregtvaardigheiden door gemelde Hoofden toegebragt, openteleggen, hebben door Hunne listen weeten in het werk te stellen dat onse klagten geleijk het behoord niet kan worden onderzogt en hebben tot dien eijnde door Hunne praklijk teweeg gebragt dat er een kommando met gem: kapitein der Gale korle mede gesonden is waar bij ook gem: Jnlandse Hoofden onse vijanden zig gevoegd hebbende, hebben op Weg, alle zodanige lieden, die met ons verzameld heb„ ben om wunne beswaaren intebrengen en die na Hunne dorpen en Huijsen gingen, door Hunne slinkse prak„ lijk bij hun aangelokt en door hun laaten bekennen dat zij geene klagten teegen iemand in tebrengen heb„ ben en ten blijke daar van Hunne handteekeningen afgevorderd. Wij d Wij hebben tegen de Ed: Compagnie nog de Heeren des e Lands niets onbehoorlijks ondernoomen, maar ons voornemen is om in alle onderdanigheijd onse be„ zwaare over veele onregten die ons overgekomen zijn tekennen tegeven, dog wij worden daar in teegen gehouden en vreesen, zo als wij vermeenen dat wan neer wij onse klagte bij gem: Heeren mogte in„ brengen wij geen regt daar op zullen erlangen en dat zulx tot meerder schade van ons in den vervolge zal konnen strekken, alzo voormelde Hoofden onse vijanden„ als gesegt, door Hunne praklijk hebben weeten te bewerken dat zij met voorsch: Heeren en Kommando kunnen meede Gaan endoor dien weg ook van eenige onser volkeren, na alvoorens hhun eene vreese te hebben aangejaagd, Hunne handteekening afpersen. gevooren is om de wille van eenige wijnige onregt dat de Jngeseetenen van deese plaats is overgekomen De Heer Camland met de Maha Moddeliaar van kolombo als tolk alhier aangekomen, en daar op is ook regt gedaen, wij versoeke dus zeer ootmoedigts dat dusdanige Heeren als nu mogen gezonden wor„ „den om de groote onregtvaardigheeden die aan, een ieder van ons in de Matureesche Dessavonij woon„ agtig, overgekomen te ondersoeken en dat dit een en ander den Wel Edelen Groot Heer Gouverneur te kolombo mag werden in kennis gebragt. Nog verzoeken wij op het aller ootmoedigts dat eer billelijke schikking mag worden bedaen op dat wij onze klagten na behooren kunnen inbrengen en tevens om de Naeme Gods ons tewillen verschoonen zo er eenige fouten in deese onse versoeken mogten worden
English
2341 might be found. Thus this was written and dispatched in the year 1790 on the 25th of April, by Roepesinge Attoe Koul arratje, the vidaan arratje, the Lienne aatje the vidaan arratje of Marambe, the vidaan aatjele of Benegamme, and Kiandoewe the vidaan auratje of digielle Walle kadde, on behalf of the petty headmen and inhabitants of the Belligam korle; the vidaan aatjile of the korle, don Jogan dissanaijke auratje of the korle, the vidaan auratje of Bilpagamme, the vidaan auratje of Attoerlie, Bopagodde Siriebaddene auratje, Lokkoege arratje of the Shabandar office, on behalf of the petty headmen and inhabitants of the Gangebadde pattoe. At the head of the ola was signed with twelve illegible signatures. Below was written: For the translation, Galle the 26th of April 1790. Was signed: J. W. Brechman, sworn clerk. In the margin for the translation, signed: S. D. S. Widjenaijke, sworn interpreter. Below: signed J. H. Brechman, sworn clerk. Agrees. Dijbrands, first clerk. Examined: Maas. No. 5. 2342 Register of the following diverse translated Sinhalese report olas and letters which, alongside Galle letters dated the 6th, 13th, 17th, and 24th of December 1790 and 12th of January 1791 successively, have been received, containing the many praises in honor of the Honorable Mr. van Angelbeek, wherein various peoples in the Matara region mainly petition that they may again have His Honor as their dessave, namely: 1 translated Sinhalese ola addressed to the Honorable, Right Worshipful Lord Governor of Ceylon, Willem Jacob van de Graaff; this ola was signed by all the fishermen and s Jandos of Goijopane up to the River Koemboeganoije, besides numerous other inhabitants; 1 translated Sinhalese letter ola addressed as above and signed by 62 persons; 1 ditto report ola, addressed as above, signed by various mohandirams, arratjes, kangaans, and a multitude of residents; ditto ditto, addressed as above, and signed by the Head of the Timber Hauling and the other peoples falling under him; 1 ditto ditto, addressed as above and signed by the first and second heads of the Morrua korle alongside a great number of other inhabitants; 1 ditto letter ola, addressed as above and signed by a multitude of inhabitants from the Lordship of Belligam; 1 ditto translated Sinhalese report ola, addressed as above, signed with the prior knowledge of all the smiths of the Koltal and Dewalebadde of the Matara Dessavony by the first head of the said place and other inhabitants; 1 ditto, addressed as above, signed by all the heads of the artisans in the Matara Dessavony; 1 ditto, addressed as above and signed by the entire Washer caste belonging under Matara; 1 ditto, addressed as above, signed by various arratjes, kangaans, and appoes, the majorals of Naimbele, Kittelehajgam, Bedoewebajgam, and Wittiele; 1 ditto letter, addressed as above, and signed by all the inhabitants of the Wellebaddepattoe; 1 ditto, addressed as above and signed by the mohandiram Abbewritkema Goenesegre, arratjes, vidaans, kangaans, and other lesser heads and inhabitants of the Gangebaddepattoe; 1 ditto letter ola, addressed as above, and signed by Abrewitkreme Goenesegré, Gangebaddepattoe mohandiram appochamie, with the knowledge of the lesser heads; 1 ditto report ola, addressed as above and signed by the mottedon and Head of the joint naindes of the fortification works. Examined: Van Geizel. 2343 Translated Sinhalese Report ola addressed to the Honorable, Valiant, Right Worshipful Lord Governor and the Honorable Members of the Council of Policy. After customary compliments: The cultivable lands, which for some years before the arrival of the very learned and virtuous Master Christiaan van Angelbeek as our Great Dessave had been entirely uncultivated, His Honor, during the very height of his administration of this Dessavony, by means of beneficial admonitions and good orders caused to be sown and brought into such flourishing condition that the Honorable Company profited by thousands of amunams of paddy thereby, and the poor and destitute inhabitants were very well satisfied. Besides and apart from those very great profits in paddy, there could also, through His Honor's efforts in establishing well-ordered plantations of cinnamon, areca, pepper, coffee, sappan, and cardamoms, which were in as good a flourishing state as those of Colombo, have been produced great advantages for the Honorable Company, had disturbances not arisen in the meantime. That such a worthy, very wise, and good-natured Mr. van Angelbeek, who took to heart the welfare of the Honorable Company as well as of its inhabitants, may be appointed as our Great Dessave of Matara, we, the entire Washer caste, and most especially the undersigned, Don Louis Wickremetoenge Sammerevatne Mohandiram, together with the other lesser heads of the Washer caste, do petition. Thus this ola was written, signed, and submitted in the year 1790 on the 7th of December, by Matere Do Anthonie Karoenaratnapoelie Jasesinge Aratji, Belliwatte Sammereratnapoelie Jazewardene Tinnekoon, vidaan of Padia, Don Michiel Wierappoelie kangaan, Michiel Karoenapoelie kangaan, Siman Mandappoelli kangaan, Don Joean Jazewardene Sammerekoon Karoenaratne, vidaan of the Four Gravets, Joean Wieresinge Jajesegre, second vidaan of the Radabadde, and Aberan Wierekoon Aberatne, vidaan kangaan of Sajakkarebadde. Below was written: For the translation, was signed: I. M. Walter, sworn clerk. In the margin: for the translation, signed: D. S. Senerat, sworn second interpreter. Below: Agrees. Was signed: I. M. Walter, sworn clerk. Agrees: Hyjbrands, first clerk. Examined: van Geizel.
Dutch transcription
2341 mogten worden gevonden. Aldus is deze geschreven en afgesonden in den Jaere 1790 den 25. April, door Roepesinge Attoe Koul arratje, den vidaan Arratje, de Lienne aatje de vidaan Arratje van Marambe den vidaan Aat„ jele van Benegamme en Kiandoewe de vidaan Auratje van digielle Walle kadde uijt naam van de kleene Hoofden en Jngezeetenen van de Belligam korll. de vidaan Aatjile der Korle, don Jogan dissanaijke Auratje der Korle de vidaan Auratje van Bilpagamme, de vidaan Auratje van At„ toerlie, Bopagodde Siriebaddene Auratje, Lokkoege d„ Arratje van de Sabanderij uijt naam van de klijne Hoofden en Jngezeetenen van de Gangebadde pattoe (aan het hoofd der ola was Getekend:/ met twaalf.g onleesbaare handteekeningen /:onderstond:/ voor de Translatie Gale den 26 April 1790 /was getekend/ J: W: Brechman Gesw: klerck in margine voor 2 de vertaaling /:getekend:/ S: D: S: Widjenaijke Accordeert gesw: Tolk. /onderstond/ was getekend J: H: Brech„ man G: klerck„ Accordeert Dijbrands Egklerk Nagezien Maas No. 5. 2342 Register der Volgende diverse Translaat Zingaleesche rapport olassen en brieven die neffens Gaalsche brieven de dato 6: 13: 17: en 24 December 1790 en 12: ^ successive Januarij 1791 ontfangen zijn, behelsen, de veele loftuigen ter eere van den Heer van Angelbeek waar bij verschijde volkeren in 't Matureesche hoofdzaeke„ lijk verzoeken, om zijn E: als dessa„ ve aldaar weederom te moogen hebben als 1 Translaat Zingaleese ola gericht aan den wel Edelen Groot Achtb: Heer Ceijlons Gouverneur willem Jacob van de Graaff: Dee„ ze ola was getekend van de geza„ mentlijke vissers en s Jandos van Goij„ opane of tot aan de Rivier koemboe„ ganoije buijten veelvuldige andere inge„ Zetenen 1 Translaat Zingaleese brief olasgerigt aan als even en getekend door 62 perzoonen en d-o — rapport ala, gerigt aan als even ziel 1 do geteekend door verschijde mohandirams arratjes kangaans en een menigte inwoonderen. d=o — d=o — gerigt aan als even en, geteekend / door het Hoofd der Houtsleeperij, en de verdere onder hem sorteerende volkeren d-o — d=o gerigt aan als vooren en getee„ kend door het eerste en tweede hoofd der morrua korle neffens een groot getal verdere ingezetenen 1 do do — brief ola, gerigt aan als vooren en ge¬ teekend door een menigte ingezetenen uit de Heerlijkheid van Belligam 1 do — 1 do 1 Translaat singaleese Rapport ola gerig aan als vooren ge„ teekend met voorkennisse der gezament„ lijke smeeden der koltal en Dewale„ badde van de matureesche Dessavonie door het eerste hoofd van gem: plaats en verdere ingezetenen en gerigt aan als vooren geteekend door alle de Hoofden van de ambagtsgezel„ len te matureesche Dessavonie gerigt aan als vooren en getekend door de gezamentlijke Wassers kasta on„ der Mature Zorteerende 1 do 1 do do do d=o gerigt aan als vooren, geteekend door verschijde arraatjes kangaans en appoes de majoraals van Naim„ bele kittele haijgam, van bedoewe Baijgam en van Wittiele — d=o brief gerigt aan als vooren, en getee„ kend, door alle de ingezetenen van den wellebaddepattoe d=o gerigt aan als vooren en geteekend door den mohandiram abbewritkema Goenesegre, arratjes, vidaans kangaens en andere mindere hoofden en inge„ Zetenen van de Gangebaddepattoe brief ola gerigt als vooren, en getee„ kend door abrewitkreme Goenesegré Gangebaddepattoe mohandiram ap„ pochamie met voorkennis van de mis„ dere hoofden rapport ola gerigt aan als vooren en getekend door den mottedon en Hoofd der gezamentlijke naindes van de fortificatie werken 1 do 1. do do do do do 1 do - do do. 1 do dr den 2 d m„ e Nagezien Van Geizel 2343 Translaat Singaleesche Rapport ola gericht aan den Wel Edele gestr: groot Achtbaare heer Gouverneur en de Wel Edele Heeren Raaden van Politie Na Voorgaande Complimenten De Zaaibaare landen die eenigen Jaaren voor de komste van den zeer geleerden en Deugdzaamen heer M=r tie christiaan van Angelbeek als onzen groot Dessave ten eenemaal onbebouwd geweest heeft zijn Weledele zeer hoogst desselfs bestiering deezer dessavonie door heilzaame vermaningen en goed ordres laaten be„ zaaien en zodaning in fleur doen brengen dat de Edele kompagnie, daar door Duizenden van Amm=s Nelij geprofiteerd en de arme en noodlijdende Inge„ zeetenen zeer verzadigd zijn geworden, Buiten en behalven die zeer groote proffijten aan Nelij zouden nog met de door zijn weledelens moeite in goed or„ dre aangelegd kanneel, Arreek, Peper koffij Sap„ pan en klate Plantagien die in een goed fleur wan„ ren gelijkstandig met die van kolombo groote voor„ deelen voor D'E Comp: hebben kunnen opgebragt wor„ den indien in die tusschen tijd de onlusten niet ont„ staan waaren Een Dusdanigen Braaven, zeer wijzen en goedaardigen heer van Angelbeek die het wel zijn van DE komp: zo zo wel als haare Ingezeetenen behartige heeft om tot onzen Groot dessave van Mlature te mogen aangesteld worden. verzoeken wij gezamentlijke Wassers kaste en wel specialijk de ondergetekende Don Louis wickremetoenge Sammerevatne Mohandiram nevens de verdere Mindere Hoofden van het Wassers geslagt Aldus deze ola geschreeven, getekend en overgelegd in 't Jaar 1790 den 7. e December door Matere Do Anthonie karoenaratnapoelie Jasesinge Aratji, Belliwatte Sammereratnapoelie Jazewardene Tinnekoon vier aan Padia, Don Michiel wierappoelie kangaan, Michiel karoenapoelie kangaan Siman Mandappoelli kangaan, Don Joean Jazewardene Sammerekoon karoenaratne viedaan der Vier gravetten, Joean Wie„ resinge Jajesegre Tweede viedaan der Radabadde en Aberan wierekoon Aberatne Viedaan kangaan van Sajakkarebadde /:onderstond:/ Voor de Trans„ latie /:was getekent:/ I: M: Walter gesw: klerk /:In margine:/ voor de vertaaling /:getekend. :/ D: S: senerat gesw: sek: tolk /:onderstond:/ Accordeert /: was getekent:/ I: M: Walter gesw: klerk Akkondeert Hyjbrands Egklerk k S: Nagezien van Geizel
English
2344 Translation of a Sinhalese Report ola addressed to the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff, Governor of the Island of Ceylon, together with the Honorable Gentlemen, Members of the Council of Policy. After prior compliments. Since the in all respects virtuous gentleman Mr. Christiaan van Angelbeek was appointed as Grand Dessave of Matara and administered the same, His Honour has not only looked after all the interests of the Honorable Company, but also brought many benefactions and favors to the poor and needy inhabitants, of which we have previously informed the aforementioned Right Honorable, Highly Esteemed Lord Governor in a report; for which reason, as well as because this worthy gentleman has brought to our subordinates not the least harm but everything good, we pray that the aforementioned gentleman Van Angelbeek may again be chosen as our Grand Dessave. Thus, with the prior knowledge of the collective smiths of the Kottal-badda and Devalebadde of the Dessavany of Matara, this report was delivered in the year 1790 on the 7th of December by the first head of the Kottal-badda and Devalebadde Don Kinees Widjesvereendre Abenarassene Mahavidaan Mohandiram, Attoereluje Badalge Joean Nainde residing at Ambalantota, the messenger of the aforementioned two baddas Witaerne Bale Appoedo Wattoenairse, Kostepolle Nainde of Berlepanaterre, the Patabendi Kirappoe Nainde, Madolgodde Ganaatjari Nainde of Berlepanaterre, Berlepanaterre Ganaatjarige Prinnainde, Welliewe Mirisse Bedalge Namde, the Dehigalle 2345 Aatjarige Wattoe Nainde, Siembekagodde Heuwowitte Sietterege Jaean, Narandenieze Aatjarige Babe Nainde, Kottepolle Tautrige Kolloe Nainde, Kottepolle Beidalge Babenaende, the same Kappoege Nainde, [illegible] Kosmade Aatzarige Wattoe Nainde, Oedewokke Mattoegobbe Oedewele Badalge Titteenainde, the same Pingelee Aatjarige Tittoe Nainde, Pallegamme Aatjaarige Bale Naeude, Pollegamme Waddoege Dinge Appoenainde, Stienbelagodde Galwaddoege Loekoenainde, the Dizegalle Aatjarige Tambienainde, Dan Koloewe Scetterege Adriaan, Houowitte Sittrege Siman, Weluwe Aatjarige Bastiaane Tollahagamme, Diwitoere Badalge Wattoenainde, Rittoembe Kiellehanwallenarede Dan Pahale Lokoe Appoenaind, the same Aatjari Schoe Naind, Gienelieje Aatjari Bade Naijnde, Nawankande Aatjarise Toe Naind, Kirembe Piettelelle Badalge Kankanan Nainda, Kirembe 2 godde Aatjaarige Naijnde, Killembehandoegelle Ganaatjarige Naidehannie Nainde, Dewallegamme Aatjange Dergi Naijnde, Galettoemnebe Witaarnege Bale Naijnde, Gallehittseze Gemaatjarige Nainde, Gallehittige Badalge Nainde, Aenegamme Ganaatjarige Naijnde, Akkurassefichappadige Naijnde and Labbeegamme Mare Aatjarige Anegiede. At the foot: For the transcription was signed: M: F: Palm, authorized. In the margin: For the translation, signed: D: S: Senarat, sworn secretary interpreter. At the foot: Agrees. Was signed: M: F: Palm, authorized. Agrees. Sijbrands Vlgheen 2346 Translation of a Sinhalese Report ola addressed to the Honorable, Strict, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Honorable Gentlemen, Members of the Council of Policy. After prior compliments. Since the very virtuous gentleman Mr. Christiaan van Angelbeek was appointed as Grand Dessave of Matara and administered the country, His Honour has not only secured manifold advantages for the Honorable Company, but also brought many benefactions and favors to the poor inhabitants. Notwithstanding all these acts of charity, some ungrateful, evil-minded people have banded together and sought to tarnish His Honour's good name and thereby to bring about the downfall of those who have meant well by His Honour. Yet, since the aforementioned worthy gentleman Van Angelbeek, who during His Honour's administration in this place brought incalculable benefactions to the inhabitants of this Dessavany, is now present in Colombo, and we sit plunged into the utmost grief; and since the Dessave who has been here since then, Mr. Raket, has also departed for Colombo, we most humbly request that the repeatedly mentioned Honorable gentleman Van Angelbeek, who has brought and shown many advantages to the Honorable Company and many benefactions to us, his subjects, may again be chosen as our Grand Dessave and be sent here, so that our heavily distressed minds may be comforted. Thus, with the notification that the interpreter Mohandiram presently under arrest at Galle has brought us not the least sorrow, this report was signed by the head of the Morrua Korle, Wickremekatne Ammerkoon Ekenaike, Mudaliyar; the second head of that korle, Abediwakere Wierekoon Maberne Mohandiram Appoehamie; Rottoemke Don Siman Widjesoendere Maberne Aratje; Denepittieje Roepelinge Araatje; Batteandoere Don Simon Widjesoendere Wierekoon Araatje; Oedoewokke Abesoendere Wierekoon Wiedane Appoehamie; Kamboe- kinne Wiereseekere Wiedaane Kangaan; Morrewokke Wiedjedire Jazewardene, Korale Vidane; Pahoeraetotte Rammoenoesinge Aatje Kangaan; Gin-ellieje Wickreme Aaje Kangaan; Pattigille Ammerkoon Kangaan; Pannielkande Widjesirie Kangaan; Rottoembe Widjenaike Kangaan; Dindellige Kangaan; the Vidane of Oeroebokkoe, Dampanale Koeletoenge Wiedane Aatjele; Gin-elleeze Wiedane Aatjele; Pasgodde Bingammoewe Wiedane Aatzele; Welliewe Morrewokke Sammeresinge Wiedaane Aatjele; together with the other Lascorins, Mayorals, Naindes, etc. At the foot: 2347 At the foot: For the transcription was signed: M: F: Palm, authorized. In the margin: For the translation, signed: D: S: Senerat, sworn secretary interpreter. At the foot: Agrees. Was signed: M: F: Palm, authorized. Agrees. Wijbrands Egkeerk Examined. Ledule
Dutch transcription
2344 Translaat Singaleesche Rapport ola gerigt aan den wel 2 delen Groot Agtbaaren heer Willem Jacob van de Graaff Goeverneur van 't Eijland Ceilon nevens de wel Edele Heeren Raaden van de Polutie Na voorgaande kompliementen. van dat den in alles Deugdzaamen heer M:r Christiaan van angelbeek tot Groot dessave van Mature aangesteld en dezelve bestierd heeft gehad, heeft zijn welEdele niet alleen alle de voordeelen van de Edele komp:e behartigd, maar ook veele weldaaden en gunsten aan de arme en noodlijdende ingezeetenen toegebragt, waar van wij wel eer bij een rapport aan welgem: wel Edele gestr: Groot Achtb: heer Goeverneur kennis gegeven hebben om welke reeden zo wel als om dat dien braaven heer onsen onze ondergeschikten geen de minste & lood - ƒ loed maar alles goeds toegebragt heeft gehad, smeeken wij dat wel gem: heer van Angeldeek weder tot onzen Groot Dessave mag verkooren worden. Dus danig met voorkennis van de Gezamentlij„ „ke smeeden der kostal en Dewalebadde van de Matureesche dessavanie is dit rapport in 't Jaar 1790 den 7. December overgezegd door het eerste hoofd der kostal en Dewalebadde Don Kinees wiedjes vereendre Abenara sene Mahavidaan Mohandiraan, den te Ambetotte woonagtigen Attoereluje Badalge Joean nainde, de boodschap loper van gem: twee baddas witaer ne bale appoe„ do wattoenairse, kostepolle nainde van Ber„ „le panaterre, de pattebendige kirappoe nainde„ Madolgodde gan aatjari na inde van Berle pana„ „terre, Berlepanaterre Ganaatjarige Prinnain „de welliewe Mirisse bedalge namde de deze gal¬ „le 2345 „le aatjarige wattoe nainde, siembekagod de heuwowitte sietterege Jaean, Narandenieze aatjarige babe nainde, kottepolle Tautrige kolloe nainde, kotte polle beidalge babena ende do. kappoe genainde, ###e kosmade aatza¬ „rige wattoe nainde, oedeewokke Mattoe gobbe oedewele badalge Titteenainde d=o pingelee„ „aatjarige tittoe nainde, Pallegamme aat„ „jaarige bale naeude pollegamme waddoege dinge appoenainde, stienbelagodde gal waddoege Loekoenainde, den dizegalle aatjarige Tambie„ „nainde, dan koloewe scetterege Adriaan, houo„ „witte sittrege Siman weluwe aatjarige Bas„ „tiaane Tollahagamme, diwitoere badal ge„ wattoenainde, Rittoembe kiellehanwallena rede „dan pahale Lokoe appoe naind d:o aatjari schoe„ „naind, Gienelieje aatjari bade naijnde, Nawan„ „kande aatjarise toe naind, kirembe Piette„ „lelle Van Nagezien Aan Geizel „lelle badalge kankanan nainda, kirembe 2 godde aatjaarige Naijnde killembe handdoe„ „gelle ganaatjarige naidehannie nainde„ dewallegamme aatjange dergi naijnde ga let toemne be wit aarnege bale naijnde Gal„ lehittseze gemaatjarige nainde Gallehittige ba„ „dalge nainde Aenegamme Ganaat jarige naijnde, Akkurassefichappadige naijnde en labbeegamme Mare aatjarige Ane„ „giede /:onderstond/ voor de overzitting was getekend/ m: f: Palm gauth: /: mn margine:/ voor de vertaaling /:getekend D: S: Senarat gesw: Schr: Tolk /onderstond /: Akhordeerd /:was getekend /: m: f: Palm gehouth:d/ Akkordeert Sijbrands Vlgheen 2346 Translaat singaleesche Rapport ola gerigt aan den wel Edelen gestrenge groot agtbaaren Heer Willem Jacob van de Graaff Gouverneur en Directeur van het eijland Cijlon met dies on„ derhoorigheeden nevens de wel Edele heeren Raaden van de Po„ litie. Na voorgaande Complimenten van dat de zeer deugdsaamen heer Mr. Christiaan van Angelbeek als groot Desjave van Mature aangesteld is en het land bestierd heeft gehad, heeft zijn Edele niet alleen menigvuldige voor deelen aan de E: komp: bezorgt, maar ook veele weldaden en gunsten aan de arme ingezeetenen toegebragt; Niet teegenstaande alle deze goeddadigheeden, hebben eenige ondankbaare quaad gezinde lieden zig te zaamen gerot en getragt der geragt, om zijn edelens goede naam te bekladden en daar door den ondergang van die geenen het die het met zijn wel weledele welgemeend hebben zoeken te bevorderen Dan dewijl wel gem: braaven heer van Angelbeek die geduurende zijn wel Edelens bestier te dezer plaatze onnoemelijke weldaden aan de Ingezeetenen dezer Dessavonie heeft toegebragt tans tekolombo zig bevind en wij in de uitterste droefheid gedompeld zitten; en al„ zo nu den alhier zedert geweest zijnde heer Dessave Raket Raket na kolombo mede vertrokken is, zoo verzoeken wij ootmoedigst dat meermelden wel Edele heer van Angelbeek, die veele voordeelen aan de E: komp: en veele weldaaden aan ons zijne onderdaanen toegebragt en beweezen heeft, weder als onzer groot Desjave mag verkooren en dit heen toegezonden worden op dat onze zeer bedrukte gemoederen mogen verkwikt worden. Dusdaanig onder te kennen geeving dat de tans te Gale in arrest zijnde Tolk Mohandiram ons geen deminste leet heeft toegebragt, is dit Rapport geteekend door het hoofd van de Morruakoorle Wickremekatne Ammerkoon Ekenaike modli„ „aar, het twee hoofd dier koorle Abediwakere Wierekoon Maberne Mohandiram Appoeha„ „mie Rottoemke Don siman Widje soendere. Maberne Aratje Denepittieje Roepelinge Araa„ „tje Batteandoere Don Simon Widjesoendere Wierekoon Araatje, oedoewokke Abesoen dere Wierekoon wiedane Appoehamie, Kamboe kinne wiere seekere wiedaane kangaan, Mor¬ rewokke wiedje diere jazewardene korl viedaan Pahoeraetotte Rammoenoesinge Aatje Kangaan gin-ellieje Wickreme Aaje kangaan Pattigille Ammerkoon kangaan Pannielkande widje „sirie kangaan, Rottoembe widjenaike kan„ „gaan Dindellige kangaan, den wiedaan van oeroebokkoe Dampanale koeletoenge wiedane Aatjele, gin-elleeze Wiedane Aatjele Pasgodde Bingammoewe Wiedane Aatzele Welliewe Morre„ „wokke sammeresinge wiedaane Aatjele nevens de verdere Lascorijns, Maporaals, Naindes Etx=a /:onderstond/: 2347 /:onderstond:/ voor de overzetting (:was geteekend/: M: F: Palm geauth: /:in margine:/ voor de ver„ „taaling :/ geteekend /: D: S: Senerat gesw: sekr: tolk. /:onderstond:/ Akkordeerd /: was geteekend:/ M: F Palm geauthoriseerde. Acoordeekt. Wijbrands Egkeerk Nagezien Ledule
English
2348 Report ola addressed to the Honorable, Highly Esteemed Lord Governor and the Council of Policy. After customary compliments: All such arable lands in this dissavony that have been uncultivated for several years, the very wise and virtuous Lord Dissave van Angelbeek, since His Honor's administration of this dissavony, has caused to be cultivated and sown through beneficial orders and good admonitions, and furthermore brought all of the same into a flourishing state through vigilance, so that thereby the Noble Company has profited by thousands of amunams of paddy, and the poor and destitute inhabitants have been assisted in their necessity. Beyond these considerable profits of paddy, the cinnamon, areca, pepper, coffee, sappan, and teak plantations established through His Honor's efforts and good orders, which were in a flourishing state, just like those of Colombo, could have yielded great benefits for the Honorable Company if the unrest had not arisen in the interim. And whereas such a magnanimous and very kind-hearted gentleman, who not only looked after all advantages for the Honorable Company, but also bestowed many favors and benefactions upon its poor and destitute inhabitants, is now removed from us so that we struggle here like parentless children, for which reason, as well as because the Lord Dissave Raket who has since been here has departed for Colombo, we jointly request that the aforementioned Lord van Angelbeek may be chosen as our Great Dissave and sent hither. Thus this was written, signed, and delivered in the year 1791, on the 2349 3rd of January, by the muhandiram and head over the collective naindes of the fortification works residing in the korales, pattus, and seaport, Floris Jansz; the kangan over the aforementioned naindes, Don Juan Wijesiri Vidane Kangan; the former vidane kangan Wijedira residing at Uyangoda; the former Samarasinghe Kangan of Beragama; alongside the 64 naindes of the fortification works. Signed: Floris Jansz, alongside three illegible signatures and 64 characters. Below stood: For the translation, signed: M. F. Palm, authorized. In the margin: For the translation, signed: D. S. Senerat, sworn secretary interpreter. Below stood: Agrees, signed: M. F. Palm, authorized. Agrees. Wijbrands First Clerk Examined Haar 2350 Translation of a Sinhalese report ola addressed to the Honorable, Stern, Highly Esteemed Lord Governor and the Honorable Lords of the Council of Policy. After customary compliments: Since the very wise and virtuous Lord Mr. Christiaan van Angelbeek arrived as Great Dissave of Matara, His Honor has had plantations of cinnamon, areca, and pepper established for the benefit of the Noble Company, and moreover, through the beneficial orders given, caused the work of sowing to proceed in such a manner that thousands of amunams of paddy accrued to the benefit of the Noble Company, and many needy people and poor inhabitants were thereby sustained. And whereas such a useful and kind-hearted gentleman now resides in Colombo, we find ourselves here deprived of all help, wherefore we most humbly and deeply respectfully request that all the reasons cited above may be taken into favorable consideration, to the relief of our very grieved minds, and that to that end Your High Honors may magnanimously please to reappoint the aforementioned Lord van Angelbeek, for the welfare of an innumerable multitude here, as Great Dissave of Matara and allow him to return hither. If inadvertently any faults may have been committed by us in this matter, we most humbly beg for forgiveness; and this report is thus signed and submitted in the year 1790, on the 10th of December, by the head of the timber dragging of Matara, Wickremeratne Bandarnaike, together with those subordinate to him: 2351 Ahangama Sedara Arachchi, Nayimane Wakwella Arachchi, Ransegoda Mallewire Arachchi, and Polwatte Jeanperuma Arachchi. Below stood: For the translation, signed: M. F. Palm, authorized. In the margin: For the translation, signed: D. S. Senerat, sworn secretary interpreter. Below stood: Agrees, signed: M. F. Palm, authorized. Agrees. Wijbrands First Clerk Examined Van Geizel 2352 Translation of a Sinhalese letter ola addressed to the Honorable Master, Lieutenant Dissave of Matara. After customary compliments: On the occasion when the Honorable, Stern Lords, the Dissave of Colombo and Samlant came here to hear and decide the grievances of the mutineers, we submitted a report whereby we indicated that the Noble Lord Dissave van Angelbeek never did any, not the slightest harm, much less injustice, and that His Honor was entirely innocent. We likely also sent a similar report at that time to the Honorable, Highly Esteemed Lord Governor. We who signed those reports collectively request that this report ola, which has likewise been signed by us, may be presented to our Honorable, Highly Esteemed Lord Governor. And thus this report was sent with the knowledge of the lesser headmen by Abeywickreme Gunasekere, Gangaboda Pattu Muhandiram Appuhami, to the head of the ola. Dated 17 2/4 90 and signed D. Abran. Below stood: For the translation, Matara, the 6th of December 1790, signed: M. F. Palm, authorized. In the margin: For the translation, signed: D. C. D. S. Dissanayake, sworn interpreter. Below stood: Agrees, signed: M. F. Palm, authorized. Agrees. Wijbrands First Clerk Examined Van Geezel
Dutch transcription
2348 Rapport ola gezicht aan den Wel Edelen Groot Agtbaaren Heer Gouver„ neur en de Raeden van Politie Na voorgaande Complementeur Alle zodanige zaaijbaate landen in dee„ ze dessavonij dewelke verscheide Jaa„ „ren onbebouwd geweest zijn heeft den zeer wijzen en deugdzamen Heer dessa„ ve van Angelbeek zedert zijn wil Edelens bestiering ter dezer dessavonij door heelzaame ordres en Goede ver„ maningen laaten bebouwen en be„ zaaijen mitsgaders alle dezelve door vigilante in goede fleur gebragt, zoo dat daar door de Edele Compenie duijzenden van amm:s nelij geprofi„ „teerd en den arme en noodlijdende ingezetenen in hunne nood druft zijn geholpen geworden, buijten deeze aanmerkelijke profijten van nelij, zouden nog de door zijn wel Edelens moeete en goede ordres aangelegde Translaat Singalesche Kanneel kanneel, arreek, peper, koffij, sappan en kiate plantagien welke in een goe„ „de fleur waaren, evengelijk die van kolombo, groote voordeelen voor dE komp hebben kunnen opbrengen indien in die tusschen tijd de onlusten niet ontstaan Waaren. En terwijl een dusdanigen Edelmoedigen en zeer goedaardigen haer die alleen alle voordeelen voor dE: komp: behar„ tigd maar ook veele gunsten en wel„ „daden aan haare arme en noodlijdende ingezetenen toegebragt heeft, als nu van ons verwijdert is zoo dat wij als onderloose kinderen alhier zulkelen, om welke reeden zo wel als dewijl den zedert alhier geweest zijnde Heer Des. save Raket na Kolombo vertrok„ ken is, wij gezamentlijk verzoeken dat welgem: Heer van Angelbeek tot onzen Groot Dessave mag verkooren en dit heen geschikt worden. Dus danig is oit geschreven getekend en overgegeven in 't jaar 1791. den R 2349 3. Jannuarij door de Molkedon en hoofd over de gezamentlijke Naindes van de fortifikatie werken dewelke in de korles pattoesen zeehaven woonagtig zijn Flotis Jansz:, de Kangaan over gem: namdes Don Joean wiedje siri widane kangaan, de te oejan godde woon„ „agtigen wiedgediere gewezene vedaan kangaan, Berregamme gew: Sammere„ „singe kangaan nevens de 64. naindes van de fortifikatie werken.. /:was getekend:/ Floris Jansz:, nevens drie onleesbaare handtekeningen en 64. karakters /: onderstond:/ voor de overzetting /:was getekend:/ M: f: Palm geauth: /: in margine:/ voor de vertaling /:getekend:/ D: S: Senerat gezw: sekr: Tolk /:onderstond:/ Ak„ kordeert /: getekend:/ M. f: Palm geauthoriseerde Akkordeert. Wijbrands Egklerk Nagezin Haar 2350 Translaat singaleesche Rapport ola gerigt aan den WelEdelen gestr: Groot Achtb heere goeverneur en de wel Edele heeren Raaden van Politie Na voorgaande komplimenten. zederd dat den zeer wijzen en Deugzaamen Heer M:r Christiaan van Angelbeek als groot dessave van Mature aangekoomen is, heeft, zijn weledele ten profijte van de Edele komp: plantagien van kanneel, arreek en pepar H=r laaten aanleggen en daar en booven door de „gegevene hielzaame orders het zaaijerswerk zoodanig doen voortzetten dat daar door duijzenden van Ammonams nelij ten voor deelen van d' E: Comp: zijn ingekoomen en veele noodlijdende gemeente en arme Jngezeetenen daar door ver„ „zadigd zijn geworden. En depijl en zoo een nutbaaren en goedaardige heer heer tans te kolombo zig op houd, bevonden wij ons hier ontloot, van alle hulpe waarom wij ootmoedingst en diepnedrigst verzoeken dat alle de hier vooren aangehaalde reede„ „nen in gunstige aanmerning moogan worden, tot verkwikkinge van onse zeer bedroefde gemoederen en dat ten dien eijnde uw hoog Edelheeden Edelmoediglijk gelieven te beha„ „gen wel gemelde heer van Angelbeek tot wel zijn van een ontelbaare gemante alhier, weder tot Groot dessave van Matu„ „re aantestellen en dit heen te laaten terug keeren. zo in deezen onderhoops eenigd vonten door ons mogten begaan zijn versoeken wij oot„ moedigts om verschooning, en is dit Rappont dus danig geteekend en overgelegd in het Jaar 1790 den 10. December door het hoofd der houtsleperij Matere wickremeratne Bander„ „naike nevens de onder den zelven zorteerende happoegodde 1 2351 happoegodde sedere Aratyji Naaimene waak„ kieste Aratzi Rausagodde Mallewirre Arathji en Polwette Jeen peroeme Aratji /:onderstond/: voor de overzitting /:was getekend /: M: F: Palm geauth:d Jn margine /: voor de vertaling /:ge„ „tekend /: D: S: senerat gesw: sehr: telk onderstond:/ Akkordeerd /: was getekend/ M: F: Palm gehuth:d Akkordeert Hijbrands Egklerk tie „ Nagezien Van Geizel 2352 Translaat Singaleesche Brief da gericht aan den WelEdelen Gebied= Heer Linten ant Dessave van mature Na Voorgaande Complimenten Wy hebben by geleegenthien dat de wel Edele Gestrenge Heeren De Dessave van Kolombo Wetg. en Samlant hier gekoomen waaren om de klagt zaaken der munitelingen te Aanhooren en beslissen een Rapoport ingediend waardoor wy te kennen gaf, dat de Edele Heer Depeive van Angelbeek om nimmer eenig Ja geen de minute leed veel min onrecht Aangedaan heeft, en dat zyn wel Edele Geintsels onschuldig was mogelyks hebben wy toen een diergelyke rapport aan zen wel Ede groot Achtbaaren Heer Gouverneur gezonden, wy die die Rapporten geteekend hebben, verzoeken gezament= =lyk dat deese rapport ola die door ons alsmeede geteekend zyn aan onsen wel Edelen Groot Achtbaaren Heer Gouverneur mag gepresen= =teerd worden. En in desdaanig dees Rapport met voorkennis van de mindere Hoofden afgezonden door Abewick= =neme Goeneregere Gange badelepattoem Mohan= =divam apprehanie Aan het Hoofd der dla stondt stondt 17 2/4 90 en Geteekend D: Abran /:onderstond:/ voor de tranitatie Mature den 6:e December 1790 /was geteek=d:/ M I Palm Geanth: /in mergine:/ voor de Vertaaling (geteekent: D: C D'S Dispenenke Gesw: Tolk. /onderstond: Akkordeert /was geteekend/ m S Palm geanth: D Akkordeert Wijbrands Egkeerk Nagezien Van Geezel