VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3885

Ceylon · 996 pages · 141 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3885_0327 view scan ↗

English

2353. Addressed to the Honorable, Right Venerable Mr. Willem Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, and to the Gentlemen of the Political Council. Translation from the Sinhalese. After preliminary compliments, Humbly shows: 1. That from the time that the in every way virtuous Mr. van Angelbeek was appointed Dissave of Mature, His Honor has done and striven for everything that could only serve the benefit of the Honorable Company and the well-being of its subjects and inhabitants. Yet, notwithstanding all this, various ungrateful, ill-disposed persons—into whose classes, however, none of us mentioned below have stepped—have sought to cast a stain upon His Honor's good name and to defame His Honor, and thereby intended the ruin of those who have acted sincerely with His Honor. That we, the undersigned, have demonstrated the benefits and otherwise that were procured by the said Mr. van Angelbeek for the Honorable Company as well as for the inhabitants, in a previously submitted report of four folios across seven articles; wherefore, as well as because the Mr. Dissave of Mature Raket has departed for Colombo, we humbly request that the aforementioned Mr. van Angelbeek may be appointed as our Great Dissave of Mature and, through the high favor of Your High Honor, may be granted to come over to us swiftly. 2. That without paying heed to the power of the Honorable Company, as well as to the goodness of the Rulers, the malicious Vellalas, after sixty years, since thirty years ago and subsequently, have now again in this year sought to cause and show much damage and contempt to the Honorable Company, and above that have sought to show much contempt to us fishers and Chandoes; all of which we have made known in particular in 27 articles to the Honorable, Right Venerable Mr. Governor and to the Honorable, Well-Born Mr. Dissave Raket in three identical reports, whereupon we implore an equitable order. 3. Because we, due to the absence and the long stay in Colombo of Mr. van Angelbeek, who has shone like a full moon in this vast land of Mature, find ourselves like withered and drooping flowers that mourn; therefore we implore that through the universally renowned generosity of the Honorable, Right Venerable Mr. Governor, the said Mr. van Angelbeek may be reappointed to His Honor's previous office within fifteen days and sent here to us, so that our sorrowful minds may thereby be gladdened. Thus written, signed, and submitted in the year 1790 on the 20th of November with the knowledge of the collective fishers and Chandoes residing from Geypaie up to the river Koemboegandje, by us, minor headmen, named: Don Simon Abesinge Goeneratne Poessewelle Avaatje; Don Louis de Peroemaal Wiedjeraatne Seneratne Gazjeman Araatje; Elias de Sielve Samiere Wikkreme Vidaan Araatje of Bardoelse; Don Amadoor Samerewieze Aratje; Don Adriaan Poeptekooleregeze Diewesinge Aratje; Don Louis Wingafwelle Aatje, together with the Kangaan of the seignory; Don Andries Abesinge Wikkremeratne Lieve Aratje of the Tangallesche Paktioino; Don Ioean Wikkvemesinge Moettoekdemase, Lienne Aratje of the warehouse at Dikwelle; Don Adriaan Poepte Boelwegere, Dieresinge Aratjege Andries; Don Philippoe Sammerewiere Vidaan Aratje of Oedoegangaterre; Don Andries Abesinge Goenewardene Lieneaatjele; Dond Samuel Hoeringe Pantieje Aratje; Dond Andries Abesinge Goenesegene second Pantieje Aratje; Abediere Widjesinge Liewe Aatjele; Hamboeroegamme Lakagagenege Gabriel third schoolmaster of the school at Walgam; Abram Wiedjewieke Goenewardene Wikkremaratne Mahavidaan; Don Ioan de Sielve third schoolmaster of the school at Dondra; Pallemale Wieveroerige Maddemamaratje of the Magampattoe; Palattoefrane Wiedjevenne Wikkremereegere Awatje; Koholen Kalle Lammerewikkoene Uratje; Abram Uremelle Goeneratne Pajewiere Pattebende; Abewiere Loninge third schoolmaster of the school at Belligam; Don Simon Jagesoerige Araatje Pattebenda; Don Bastiaan Jajewreseratne Koeroendde Pattebende; Don Ioan Sameretoenge Aroekattie Pattebende; Jantgie Perere Sattembie Louio; Don Simon Wiedjetoenge Lienne Aatjele of the seignory of Belligam; Daniel Abewreze Herien Wodena Welwelle; 2355. Walliwilli Vidaan Aatjele; the present Kangaan of the seignory of Belligam; Toeddoewelkaddedege Ianier the former Lienne Aatjele of the seignory of Belligam; Bastiaan de Zielva Batnewieze Pattebenda Matere; Don Matees Samereniere Amedoor Pattebenda; Don Siman Samerewiere Vidaan Aatjele of Ettelegamme; Hewa Siman Jan Louis Jagesoerige Halmeniele Pattebenden; Michiel Perera Wieneratne Soerije Pattebenda; Wiedjenaike Wiereratne Pattebenda; Thonis Abewiere Widane Pattebenda; Daniel Edirienere Koottegodde Pattebenda; Warneniene Dodanfahane Pattebenda; Dondune Niellewieze Poentje Pattebendar; Meddeoejangodde Claasie Sammerewikkreme Wiedjeraatne Aratje of the petty Jageres; Matere Japersene Amedoor Pattebenda; Matere Jajewiere Moettiene Pattebenda; Don Louis Rajepasse Etgaale Aatjele; Philipfioe Abesinge Kangaan; Jajewitkrense Kattadie Kangaan; Ioean de Tielve, second schoolmaster of Kottoewegodde at Matara; Edviewiere Widane Kangaan; and Donatoe Abesinge Sammereniere Paantije Kangaan. Below the translation was signed: M: J: Palm, sworn translator. In the margin of the translation was signed: D: S: Senerat, former interpreter. Below stood: Agrees. Was signed: M. J: Palm, sworn translator. Agrees: Dijbrands, First Clerk. Examined: J. W. Rijnders.

Dutch transcription

2353. di gericht aan den Wel Edelen Groot Achtbaaren Heer Willem Jacob van de Graaff Gouverneur en Direktem van 't Eyland beilon met dier onderhoorigheeden, en aan de Heeren van den Politiequen Raad Translaat Singaleesche Na Voorafgaande Complimenten Geeft met Eerbied te kennen, dat 4/ van die tyd af dat de in alles dengdzaamen Heed van Angelbeek tot Dessave van Mature is Aangesteld zyn wel Edele alles gedaan en getragt heeft gehaad wat maar tot voordeel van de Edele konpanie en het welzynd hater onderdaaneid en ingezeetenen strekken konde Dog niet teegenstaande dit aller zoo hebben ver= scheide ondankbre kwaatgezinde lieven waartoe egter geen van ons hier onder vermelde beide plassen getree= =den zyn getragt om zyn Edeles goede naam een vlek Aantewryven, en zyn Edele te bekledden, en daar= meede den ondergang der geenen die hoet met zijn Edele oprecht Gemeend hebben bedoeld Dat wy ondergeteekenden, de voordeelen als andersints andersints die door welgend Heer van Angelbeek aan DE komp„e, hoo wel als aan de ingezeetenen behortigd by een wel eer overgelegd Rapport vler „ne by seven Arhitaken Aangetoond hebben, waarom en Zo wel als oor dat de Heer Desoeve van Mature Rakettans na Kolombo vertrekken is, ootmoedigis verzoeken dat meerw: Heer van Angelbeek als omen grooten Dessave van nature Aangesteld en door de hooge Guinte van Uw Hoog Edelheyd mag vergunt worden, om spoedigit tot ons overtekomen 2) Dat zonder aan de magt van D'Edele komp J zoo wel als aan de goedherd van de Gebiedert Agt te slaan de quadaardige weilaler na Sestig Jaaren zedert nu dertig Jaaren en vervolgens, nu weeder in dezen Jaare getragt hebben D'Edele komp:e veele schaade en kleinachting toetebrengen en te bewysen en daaden booven aan ons vissers en sjandis ge= =tragt hebben veele minagtingen te doen, dit alles hebben ide bezonderlijk by 27 Artikels aan de wel Edele Groot Achtbe Heer Gouverneur en aan den Wel Edelen Geb: Heer Dessave Raket, by drie eensluijdende rapporten te kunnen gegeeven, waarop wy eene billijke ordre afsmeeken 3) Dewyl wy ons door de afweesigheid en het lang verblyven te kolombo van den Heer van Angel= =beek, die als een volle waard in deeze wyd uijt gestrekte Land 2354 Land van Mature gescheenen heeft als verlepte en veerhangende Bloemen, dewelke treuren bevinden overzulks tmeeken wy dat door de Alom beroemde Gene„ „keniteit van den wel Edelen Groot Achtbaeren Heer Gouverneur binnen vyfthien dagen welgem Heed van Angelbeek in zyn wel Edelens voorige Amsit Aangesteld, en na dit heen mag toegeschikt worden of dtat daar door onse bedreefde Gemoederen te hunnen verblyden - Doodanig deese dla geschreeven geteekend en overge= =legd in 't Jaar 1790 den 20 November met voorkennis van de gezamentlijke visaedo en Tjandor dewelke van Goypaie af tot aan de rivier koemboegandje woonagtig zyn door ons minder hoofden met namen Doi Simon Aberinge Goeneratne Porsewekare Avaatje Don Louis de Peroemaal Wiedjer aande Seneratie Gazjeman Araatje, Elias de Sielve Samiere Wikkreme vidaan Araatje van Bar= =doelse, Don Amedoor Samerewieze Aratje, Don Adriaan Poepte koeleregeze Dievesinge Aratje Don Louis Wingafwelie Aatje hamet den ge Rangaand van de Heerlykheid, Don Andries Abesinge Witkremeratne Lieve Aratje van het Tangaalseh Pakkoino, Doer Iooean Witkveme= =singe Moettoekdemase, henne Aratje van het pakhuys te dikwelke Don Adriaan poepte Boelsegere Boelwegere, Dieresinge Aratjege Andries, Don Philippoe Sammerewiere vied aan Aratje Van oedoegangaterre, Don Andries Abesinge Goe= =newardene Lieneaatjele, Dond Samuel Hoeringe Pantieje Aratje, Dond Andries Abesinge Goenese= =gene tweede Pantieje Aratje, Abediere widjes inge lieuwe Aatjete, hamboeroegamme Lakaga= =genege Gabriel derde schoolmeester van 't. School te Walgam, Abram wiedjewieke Goene =wardene Witkremaratie Mahariddaan Den Ioan desielve derde schoolmeester van 't school te Donderke, Pallemale Wieveroerige Madde= =mamaratje van de Magampattoe Palat= =toefrane wiedjevenne witkremer eegere Awatje Koholen Kalle Lammerewitkoene Uratje Abram uremelle Goeneratire Pajewiere Pattebende, Abewiere Loningen derde School= =meester van 't school te Belligam, Don Simon Jagesoerige Araatje pattebenda Don Bartiaan Jajewreseratue Koeroend de Pattebende Don Ioan Sammeretoenge Aroekattie pattebende, Jantgie Perere Sattembie louio, Don timon wiedje toen ge Lienne Aatjele van de Heerlykheid van Besigaun Daniel Abewreze herien wodena Welwelle 2355 walliwelli vid aan Aatjele, de psesente nangaam van de Heerlykheid van Belligam, toed doe welk kaddege Ianier de gew: Lienne aatjele van de Heerlykheid van Belli= =gam, Bartiaan de Ziebe Batnewieze pattebenda Matere Don Matees Samercirere Amedoor paltebenda, Don Siman Samerewiere vidaan Aatjele van Ettele gamme, hewa Siman Ian Louis Jagesoenige halmeniele Pattebenden, Michiel Perera Wieneratie Soerije pattebenda, wiedjenaike Wiereratioe pattebenda Thonis Abewiere Widane Pattebenda, Daniel E dierien eere koottegod de pattebenda, warneniene Dodan fahane Pattebenda, Doudune Niellewieze Poentje pattebendar, Meddeoejan godde, Claasie, Sam= =merewikkreme wiedjeraame Aratje van het handje Jagereerds, Matere Japersene Amedoor pattebenda Matere jajewiere Moettiene Pattebenda, Dou Louir Rajepasse Etgaale aatjele, Philipfioe Abesinge kangaan, Jajewitkrense kattadie kangaan, Ioean de Tielve Tweede schoolmeester van Kottoewegodde te matare, Edviewiere Widane kangaan en Donatoe Abesinge sammereniere paatije kang aan (ondersand voor de wanilatie /was geteekend/ M I Palm Geanth: /in margine voor de Vertaaling /geteek„d D: S: Senerat geww: Tolk /onderstond:/ Akkordenrt: / was geteekend M. F Palm: Geanth: Accordeert Dijbrands Egklerk J=s W=m Rijnders Nagezien

NL-HaNA_1.04.02_3885_0335 view scan ↗

English

From the time that the gentleman van Angelbeek was appointed Dessave of Mature, his Honour in his commanding capacity has handled all matters cleanly and purely, and has done and contributed everything that could possibly tend to the advantage of the Noble Company and the well-being of its subjects and residents. Yet despite all this, ungrateful and ill-disposed people have sought to cast a stain upon his Honour's good name and to defame his Honour; and thereby intended the ruin of those who were sincerely devoted to his Honour: such as his Honour the Second Interpreter Mohandiram Wickremeratne, who is presently at Gale, and the remaining three persons who are also at Gale, whom they have promoted even less. Also, because of these unjust complaints of theirs, the Dessave gentleman van Angelbeek, although completely innocent, has departed for Kolombo, while we sit here like a child that does not know how to help itself, whose father (since it was so dearly beloved and cherished by him) has been taken away. Since the Dessave gentleman Raket, who was here in the meantime, has returned to Kolombo, we pray and beseech Your High Honours that we may now receive back here in his Honour's place the gentleman van Angelbeek, who has always done us much good, and we beseech that this honourable favour may be granted to us as soon as possible and that his Honour may come over to us. We and our subordinates request this most humbly, as we confirm this with our signatures. After customary compliments. Translation of a Sinhalese letter, Ola. To his Honour the Governor, Willem Jacob van de Graaff, and the gentlemen of the Political Council. From the Lordship of Belligam: Don Matthees Sameresinge Abewickreme Pallije Goeroege Tottemoene Aratje Balwatte Widjesiki Jajewardene Wiereman Aratje Polwatte Abejesirie Goenewardene Klenperoeme Aratje Don Daniel Abesiriwardene Wickremeratne Vidaan Aratje, writer of the Lordship of Belligam Don Simon Abezewardene Sammere Wiere Kankaan Don Gabriel Sammersinge Pajewardene Wisoemperoeome Kankaen Abewaadene Tottemoene Kankaneme Don Simon Pottemoene Liejene Aatcile Miresse Daniel de Silva Abejeratne Mahaviedaan Willigamme Magnus Perera Wieresegere Goeneratne Mahavidaan Minisse Don Joan Wiere Wardene Kodipile Pattevende Miresse Matthees Goeneratne Wiemele Saerie Pattebenda Don Abraham Abbiesinge Aratje Pattebenda Mirisse Adriaan Goenesegere Nillewiere Pattebenda Welligamme Widjenaike Wiereratne Pattebenda Welligamme Hendrik de Silva Aboiesoerie Pattebenda Don Siman Iaesoerije Aratje Pattebenda Bastiaan de Zilva Rainewire Pattebenda Don Bastiaan Tajewine Koeroendoe Pattebenda Palwatte Don Abraham Wiemelesoerie Jaesegere Pattebenda Don Andries Aboie Wickreme Pallane Widane Aatjilé On the envelope was written: To be delivered to the High Noble Lord Governor, this was delivered on 1 December 1790 to Aboiesinge Saewardene, former Lienneaatjile. Below was written: Below was written: For the translation, Mature, 2 December 1790. Was signed: M. F. Palm, authorized. In the margin: For the translation, signed: D. E. D. Dissanaike, sworn interpreter. Below was written: Agrees. Was signed: M. F. Palm, authorized. Agrees: Hijbrands Eilbracht benda van Geizel Examined. Translation of a Sinhalese report, Ola, addressed to the Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Lord Governor together with the Right Honourable Gentlemen of the Political Council. After customary compliments. Since the in all things virtuous gentleman Mr. Christiaan van Angelbeek was appointed Grand Dessave of Mature and governed the same, his Right Honour has not only looked after all the interests of the Noble Company, but has also bestowed many benefactions and favours upon the poor and destitute inhabitants, on which account, as well as because that worthy gentleman has not done the least harm to us, the undersigned, and our subordinates, we, mentioning his Honour's fame and praise, recently presented a report to the aforementioned Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Lord Governor, wherein we most humbly requested that the often-mentioned Right Honourable, Commanding Gentleman van Angelbeek may be reappointed as our Grand Dessave of Mature. Thus this report was signed with the prior knowledge of all the craftsmen of the Mature Dessavony in the year 1790, on 5 December, by their headmen: Mature Don Joan Dewesvereende Mohandiram The overseer of the blacksmiths' shop and carpenters' yard, Don Bastiaan Deweendre Wiedjaendre, Baas Mohandiram The Mahavidaan Mohandiram of the Kottal and Dewalebadde, Don Dinees Wied Jesoereende Abenarajene Don Diogoe Wiedjenarassene Sonnadere Aratje Don Adriaan Dewesoereendre Aratje Don Joan Dantenavasene, Vidaan Aratje of the silversmiths And Cornelis de Costa Abesikinaragsene, second master of the carpenters. Below was written: For the translation, was signed: M. F. Palm, authorized. In the margin: For the translation, signed: D. S. Senerat, sworn secretary-interpreter. Below was written: Agrees, signed: M. F. Palm, authorized. Agrees: H. Eilbracht Sijbrands Examined. van Geizel

Dutch transcription

2356 van dien teid af dat de heer van Angelbeek tot Dessave van Mature is aangesteld, heeft zijn Edele gebiedende alle zaa„ „ken rein en zuijver getracteert, en alles gedaan en toegebragt, wat maar tot voordeel van de Edele Companie, en 't wel zijn haarer onderdaanen en ingeseeten strekken konde. Dog niet tegenstaande dit alles, zohebben ondankbaare en kwaad gezin„ „de lieden getragt, om zijn Edeles goede naam een vlek aante vrijven, en zijn Edele te bekladden; en daar mede bedoeld den ondergang der geenen, die 't met zijn Edele opregt gemeint hebben: als daar zijn E: op gale zig bevindende Twee tolk mohandiram wickiemeretne en de overige drie perzoone welke meede op gale zijn, welke min zij bevordert hebben ook is de Heer dessave van Angelbeek, om deeze haare onregtvaardige klagten wille, hoe wel gantsch onschuldig naar kolombo vertrokken, terwijl wij hier zitten, gelijk een kind dat zig zelve niet weet te redden, wiens vader (daar het zelve, zo van is geliefd koost geworden,) men weg gevoerd heeft. Terwijl de alhier in tusschen geweest zijnde Heer dessane Raket naar kolombo te rug gekeerd is, zoo bidden en smee„ „ken wij uwe Hoog Edelheden dat wij nu in zijn Ed:s plaats alhier weder mogen krijgen de Heer van An„ gelbeek, die ons altoos veelerlij goeds gedaan heeft gehadt, en wij smeeken dat ons deeze alerbaare gunste ten spoedigsten mag vergunt worden en zijn Edele tot Na voorgaande Complimenten Translaat Singaleesche brief, Ola. Aan zijn Edelheid den heere gouverneur Willem Jacob van de Graaff en de Heeren van de Bolitiken Raad ons ons overkoomen mag wij en onse ondergestelden versoeken hier om ootmoedigst, gelijk mij dit met onze handteke„ ningen bekragtigen uit de Heerlijkheid van Belligam Don Matthees Sameresinge Abewickreme pallije goeroege tottemoene Aratje Balwatte widjesiki Jajewardene. wiereman Aratje Polwatte Abejesirie, goenewardene Klenperoeme aratje Don daniel Abesiriwardene wickremeratne vidaan aratje schreiver van de heerlijkheid van Belligam „on simon abezewardene sammere wiere kankaan Don gabriel Sammersinge Pajewardene wisoemperoe„ „me kankaen Abewaadene tottemoene kankaneme don Simon Pottemoene Liejene aatcile Miresse Daniel de Silva Abejeratne mahaviedaan willigamme magnus perera wieresegere goeneratne mahavidaan minisse don joan wiere wardene kodipile pattevende Miresse matthees goeneratne wiemele saerie pattebenda Don Abraham Abbiesinge aratje pattebenda. mirisse Adriaan Goenesegere Nillewiere pattebenda welligamme widjenaike wiereratne pattebenda welligamme Hendrik de Silva Aboiesoerie pattebenda Don Siman Iaesoerije aratje pattebenda Bastiaan de Zilva Rainewire pattebenda don Bastiaan Tajewine koeroendoe pattebenda Palwatte Don Abraham wiemelesoerie Jaesegere pat„ tebenda Don andries Aboie wickreme Pallane widane aatjilé /:op het Couvers / stond:/ om aan den Hoog Edelen heer Gouver neur te besorgen is dit afgegeeven op den 1 December 1790. aan Aboiesinge Saewardene gew: LieJenneaatjile /onderstond/ 2357 /:onderstond:/ voor de Translatie Mature Den 2. ' December 1790. /:was geteekend:/ M: F: Palm geauth:d /: In margine /: voor de ver taaling /:getekend :/ D: E: D: Dissanaike gesw: Tolk onderstond Akkordeerd /:was geteekend:/ M: F: Palm geauth: Akkordeerd Hijbrands Eikeert 1 a benda van Geizel Nagezien 2358 Translaat singaleede Rapport ola gericht aan den wel Edelen Gestrengen Groot Achtb: Heer Gouverneur nevens de wel Edele Heeren van den Politik en bond. Va voorgaande Komplimenten van dat de in alles deugdzamen heer M:r Christiaan van Angelbeek tot groot dessave van Mature aangesteld en dezelve bestierd heeft gehad, heeft zijn wel Edele niet alleen alle de voordeelen van de Edele komp: behartigd, maar ook 5 veele weldaden en gunsten aande arme en noodlijdende ingezetenen toegebragt, uit welke hoofde zo wel, als om dat dien braaven Heer ons ondergeteekenden en onse ondergeschikten geen de minste leid gedaan en heeft zo hebben wij onder vermelding van zijn Edelens roem en Lof onlangs een rapport aen welgemelde „ wel Edelen gestrengen Groot achtb: Heer Gouverneur gepresenteerd waarbij wij gants gants demoedigst verzogten, dat meerm wel Edelen Gebiedenden Heer van Angebeek we„ der tot onzen Matureische groot dessave mag aangesteld worden Aldus is dit rapport met voorkennis van de gezamentlijke ambagts gezellen der Ma„ tureese Dessavonie in 't Jaar 1740. den 5. december geteekend door hunne Hoofden, Mature Don Joan Dewesvereende mohandiram, De opziende van de smits winkel en timmerwerf Donbasti„ „aan Deweendre wiedJaendre Baas mohandwaam, de mahavidaan Mohandiram der kottal en dewale„ „badde Don Dinees wied Jesoereende Abenarajene, Don Diogoe wiedjenarassene sonna dere aratje, Don„ Adriaan Dewesoer eendre aratje, Dor Joan Dante„ navasene vidaen araetje der silver smeeden en Cor„ „nelis de Costa Abesikinaragsene tweede meester der timmerlieden /:onderstond:/ voor de overzetting /: was getekend:/ M: f: Palm geauth:/ en margine voor de vertaaling : geteekend:/ D: S: Senerat gesw: sekr: tolk /:onderstond:/ accordeert /:geteekend:/ ^ M: F: Palm geauth: Accordeert Hi Eiklerk Sijbrands .. Nagezieg van Geizel

NL-HaNA_1.04.02_3885_0343 view scan ↗

English

2359 Translation of a Sinhalese letter ola To the Right Honourable Lord Governor willem Jacob van de Graaff and the Gentlemen of the Political Council. After preliminary compliments. From the time that the gentleman van Angelbeek was appointed Dessave of Mature, His Honour, commanding, has managed all matters purely and cleanly, and done and contributed everything that could possibly serve to the benefit of the Honourable Company and the well-being of its subjects. Yet notwithstanding all this, ungrateful, ill-disposed people have sought to defame His Honour and to besmirch His Honour's good name, and thereby at the same time promoted the ruin of those who meant well by His Honour. The Honourable Dessave van Angelbeek, notwithstanding that His Honour has done all good things here, wholly blameless, on account of these injustices or on account of the unjust complaints, had to return to kolombo; and we have remained here like a helpless child that was fondled by its father, yet has now been separated from him. While the gentleman Dessave Raket, who was here in the meantime, has departed back to kolombo, we pray and beseech Your Right Honourables that we may receive back here in his place the gentleman van Angelbeek, who has always done so much good for us; and we beseech that this high favour may be granted to us as promptly as shall be possible. And this has been signed by us with our knowledge on the 12th of November 1790. wimele goenesegere Aratje Attoe koorle Aratje of kirende wollehadde Lammeredinge kan gaan under the villages of Beijgen sammeresinge kombappoe kangaan Hewa kebbeddoewe gammige Appoe de wa Jasinge Appoe Hewa walgam mege Appoe Hewa Pellewatte Apoe Hewa Hameragoddege Appoe Hewa Hallembe gammege Appoe Hewa SieJennege Appoe Hewa Pattina godde Appoe Wewra 2360 Aewa Sammeresinge Appoe Htewa willalege Aspoe Hewa koelappoe Atjele Heira Kekkoeloeg Donne Hewa kalloekekkoeloege Tittoewe Hewa kerendege Adriaan Heira kompanige Jantje Hewa kahadoegodde kankanige wattoewa Hewa Hinepellege Edera Aewa kankanige wattoewe welle kettiege Hewaja okan de wattege Hewaja The Mayorals of Naimbele Don Joean wallakoeloe Pattirannahe wickreie aatje Pattirannahe koelesegere kankanan gammeaatjile koeroendoewege Mannahe Kittele Baigam Siman Rajepasje Pattirannahe karoenakele Pattiran nahe Abex goeneLegere Patterannahe watte Pattirannaha Mahatantirie gamme aatjele Dammoelle gamme aatjile Joean Mannahe oedoewe Examined oedoewe Baigan sivi wordene wiedane Pattirannahe Don Joean Diddoewe ditto widje wickreme Dahanaike ditto Allie atocle Mannahe wittielle Sammere wickreme wiedane Aatjile widje Segere Pattirannahe widje wickreme Lievenne aatjie wietaarne Pattiranna he Siregodde gamme aatjie Madde godde Catoenge kankaneme and Jasingkang aan Note: beside most of these names an illegible character was also placed. In the margin: on the envelope was written: Delivered on the 1st of December by Naimbele wickreme aatje Patteranna rege Louis Polheene kizinde Adriaan to be addressed to the Right Honourable Lord Governor. Below was written: for the translation Mature the 2nd of December 1790. Was signed: M F: Palm, authorized. In the margin: for the translation: signed: D: C: D: Dessanaike, sworn interpreter. Below was written: Agrees. Was signed: M: F Palm, authorized. Agrees Sijbrands Secretary van Geizel 2361 After preliminary compliments. From the time that the in all things virtuous Gentleman Dessave van Angelbeek arrived in Mature, His Honour has done and contributed everything that could possibly be conceived for the benefit of the Honourable Company and the well-being of its subjects. Notwithstanding this, several ungrateful and malicious people have sought to defame His Honour's good name, on account of which unreasonable and unjust complaints the aforementioned gentleman van Angelbeek has departed to kolombo, where His Honour still remains until now, whereby all of us find ourselves like children who have been torn away from their father. Wherefore, as well as because the gentleman Dessave Raket, who had been here in the meantime, has departed back to kolombo, we most humbly pray and beseech Your Right Honourables that it may generously please Your Right Honourables to appoint the often-mentioned Honourable Gentleman van Angelbeek again as our grand dessave and make him return here, as otherwise we shall not be able to have any contentment in all the days of our lives. If unexpectedly any errors should be found in this report of ours, we request that this to us Translation of a Sinhalese report ola addressed to the Right Honourable Grand Venerable Lord willem Jacob vande Graaff, Governor of the Island Ceijlon, together with the Council in kolombo

Dutch transcription

2359 Translaat singaleesch brief ola Aan den Hoog Edelen Heer Gouverneur willem Jacob van de Graaff en de Heeren van de Politiken Raad. Na voorgaande Complimenten Van den tijd af dat 8: heer van Angelbeek tot Dessave van Mature aangesteld was, heeft zijn Edele Gebiedende aller zaaken rein en zuiver getracteerd, en alles gedaan en toegebragt wat maar tot voordeel van de Ed: kompanie en het wel zijn zijner onderdaanen strekken konds. Dan niet tegenstaande dit alles, zoo hebben ondankbaare, kwalijk gezindelieden getracht, om zijn Edele te bekladden en zijn Edelens goeden naam te bevlekken, en daar„ meede tevens den ondergang der geenen be„ vorderd, die het wel met zijn Edele gemeent hebben De Ed: Dessave van Angelbeek heeft nogtans, niet tegen staande zijn Ed: alles goeds alhier gedaan heeft, gantsch onschuldig om deezer onregtvaardigheeden, ofte om der onregt„s vaardige klagten willen naar kolombo moe„ ten keeren: en wij zijn hier gebleeven als een een reeddeloos kind, dat van zijnen vader geliefd„ koost, dog tans afgescheiden heeft Ter wijl de intusschen tijd alhier geweest zijnde heer Dessave Raket, weder na kolombo vertrokken is: zoo bidden en smeeken wij uwe Hoog Edel heeden dat wij in dies plaats alhier weder ont„ fangen mogen de heer van Angelbeek, die ons zoo veel goeds altoos gedaan heeft gehadt: en wij smeeken dat deeze hooge gunste, ons zoo spoedig mag gegient worden, als doenlijk zal zijn. En is deese met kennis van ons door ons alzoo onderteekend den 12. November 1790. wimele goenesegere Aratje Attoe koorle Aratje van kirende wollehadde Lammeredinge kan gaan onder de standjes ven Beijgen sammeresinge kombappoe kangaan Hewa kebbeddoewe gammige Appoe de wa Jasinge Appoe Hewa walgam mege Appoe Hewa Pellewatte Apoe Hewa Hameragoddege Appoe Hewa Hallembe gammege Appoe Hewa SieJennege Appoe Hewa Pattina godde Appoe Wewra 2360 Aewa Sammeresinge Appoe Htewa willalege Aspoe Hewa koelappoe Atjele Heira Kekkoeloeg Donne Hewa kalloekekkoeloege Tittoewe Hewa kerendege Adriaan Heira kompanige Jantje Hewa kahadoegodde kankanige wattoewa Hewa Hinepellege Edera Aewa kankanige wattoewe welle kettiege Hewaja okan de wattege Hewaja De Majoraals van Naimbele Don Joean wallakoeloe Pattirannahe wickreie aatje Pattirannahe koelesegere kankanan gammeaatjile koeroendoewege Mannahe Kittele Baigam Siman Rajepasje Pattirannahe karoenakele Pattiran nahe Abex goeneLegere Patterannahe watte Pattirannaha Mahatantirie gamme aatjele Dammoelle gamme aatjile Joean Mannahe oedoewe Nagezien oedoewe Baigan sivi wordene wiedane Pattirannahe Don Joean Diddoewe _o widje wickreme Dahanaike d=o Allie atocle Mannahe wittielle Sammere wickreme wiedane Aatjile widje Segere Pattirannahe widje wickreme Lievenne aatjie wietaarne Pattiranna he Siregodde gamme aatjie Madde godde Catoenge kankaneme en Jasingkang aan NB: zijnde meest bezeiden deeze naame tevens een onleesbaare karakter gesteld /:in margine:/ op het couvert :/ stond:/ Den 1. December bezorgd door Naimbele wic„ kreme aatje Patteranna rege Louis Pol„ heene kizinde Adriaan te Addresseeren Aan den Hoog Edelen heer Gouverneur /:onderstond:/ voor de overzetting Meeture Den 2. December 1790. /:was geteekend:/ M F: Palm geauth /:inmargiene / voor de vertae„ ling:/ geteekend:/ D: C: D: Dessanaike gesw: tolk /:onderstond:/ Accordeert /:was ge„ teekend:/ m: F Palm geauth: Accordeert Sijbrands Segkeerk van Geizel 2361 Na voorgaende Komplimenten van de tijd af dat de in alles deugtzaem Heer dessare van Angelbeek te Mature aangekoomen is, heeft zijn wel Edele alles gedaan en toegebragt wat maar tot voordeel van de Edele kompanie en tot wel zijn van haare onder„ „daanen bedagt konde worden Des niet tegenstaande hebben verscheide ondankbaere en quaataardige lieden getragt om zijn welEdelens goede naam te bekladden om welke onreedelijke en onregtvaardige klagten wel gedagte hier van Angelbeek na kolombo ver„ is alwaer zijn welEdele zig tot als nog ophoud, waer door wij alle, ons gelijk kinderen, die van kunnen vader afgerukt zijn, bevinden. waaromme wij zoo wel als om dat de intusschen alhier geweest zijnde heer dessave Raker, weder na kolombo vertrokken is uw Hoog Edelheeden diep nedrigt bidden en smreeken dat het uw Hoog Edelheeden Edelmoediglijk gelieven te behaegen, meerm: welEd: heer van Angelbeek weder als onzen groot dessave aantestellen en dit heen te doen weederkeeren alzoo wij anderzints geen vergenoegen in alle onze leefdaagen zullen kunnen hebben. zoo onverhoops in dit onze rapport eenige fouten mogten bevonden worden verzoeken wij dat ons zulks Translaat singaleesche Rapport ola gerigt aan den welEdelen groot Achtbaeren Heer willem Jacob vande Graaff, Gouverneur van 't Eiland Ceijlon nevens den Raad te kolombe„ om le r

NL-HaNA_1.04.02_3885_0348 view scan ↗

English

for the sake of God may be excused. Thus this report was written, signed, and presented in the year 1790 on the 26th of November by Abejegoenaratne Dessanaike Mohandiram of the Adigarie mandoe, Jacobus Sammeretoenge Rannesinge aratje of the said mandoe, Don Joeanies Abeyesekere Kannetoenge aratje of the same, Wickremeratne Sammeresinge aratje of the same, Don Philip Goenewardene Rannettoenge kangan of the same, Don Abram Kandege kangan of the same, Joean Weckremesekere kangan of the same, Don Louis Sammerenaike Seneweere kangan of the same, Weeregampette Don Joean Sammerenaike kangan of the same, Matgamme Kittesin kangan of the same, along with the lascorins of the aforementioned mandoe by the names of Leenedoewe Koedage Hena Kiri Appoe, Narpega Appoe, Mabbewelle Leejenege Bastiaen, Boralege Siman, Nedoengoddege Siman, Roepesinghe Wattoewen Wellakkege Matthres, Madoeroedoewe Kankanage Kalve Appoe, Zenedoegoddege Wattrewe, Oendoepettieje Hesinge Wattoewe, Dammoeroegodde Sammeresinge Appoe, Lokoe Loenoewillege Joeanies, Pahalegaallege Gabaeel, Jhellegaallege Louis, Noepoe Jndiekettiejege Dienese, Gallegammege Abram, Joedawe Hewega Mighiel, Kandemoellege Bale Appoe, Oejangodde Kattoepattege Bala Appoe, Joekkinige Joean, Sielwattege Zoekoe Appoe, Gallegammege Siman, Parnege Wattoewe, Jalingai Dingie Appoe, Ramnetoegie Dienees, Kondaremmige Lokoe Dienees, Kanakkege Kanakkege Joean, Tangallegie Andries, Kappoegammegagenege Andries, Talalle Gajenaikege Philippoe, Toepparige Andries, Willale Hewage Abram, Kappere Kankanange Siman, Wittiellegaallege Siman, Wettiellegaallege Siman, Nauroennege Louis, and Verapellege Dontoewe. Note: Apart from and besides the aforementioned lascorins of the three aratchies of the Adigarie mandoe, there are still others who were not able to sign the said report because, on the occasion when it was signed, they were not present, as they were occupied partly in the Company's service and partly in their own services; however, all such persons have declared before us their full consent to the aforesaid request. Therefore, this is presented to the Honorable Commanding Lord Dessave van Schulenburg, with the humble request to bring the same to the attention of the Honorable, Highly Esteemed Lord Governor and the Lords of the Political Council mentioned in the header. Underneath stood: For the translation, was signed: M. F. Palm, authorized. In the margin: For the translation, signed: L. S. Senerat, sworn interpreter. Underneath stood: Agrees, signed: M. F. Palm, authorized. Agrees: Wijbrands, clerk. n Examined: Beukman. Presented to the Honorable, Highly Esteemed Lord Governor and Director of Ceylon, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, together with the Council at Colombo. Translation of a Sinhalese Letter. From the time that the in all respects virtuous Lord Mr. Christiaan van Angelbeek was appointed Dessave of Matara, His Honor has done everything that could possibly be conceived to serve the benefit of the Noble Company and the welfare of the inhabitants of this Dissavany. However, certain ungrateful and ill-disposed persons, without paying any regard thereto, have sought to besmirch His Honor's good name, and at the same time attempted to advance the ruin of those who meant well by his honor. Because of these unfounded complaints, the Honorable Commanding Lord Dessave van Angelbeek is presently in Colombo, where His Honor, to our very great sorrow, has remained for so long, while we find ourselves here collectively living helplessly, like children torn away from their dearly beloved father. Since the Honorable Commanding Lord Dessave Baket has now departed for Colombo, we pray, yea supplicate Your Honors very humbly, that this great favor may be granted to us: that we may once again obtain as our Grand Dessave the Noble Commanding Lord van Angelbeek, who has overwhelmed us with favors and benefactions. If, above all, we might have erred in any way in this matter, we then supplicate that Your Honors, for the love of God, will not take this amiss of us. Matara, 1st of December 1790. Presented by us, was signed: 1 Sammeresinge Wijesekere Mohandiram Ekenaike Appuhamy of the Atapattu 2 Wickremeratne Wijesekere Appuhamy 3 Abejegoeneratne Dissanaike Mohandiram Ekenaike of the Adikaan mandoe 4 Siriwardene Mohandiram of the Geveresaik 5 Don Joean de Melpe Weesirwardene Dissenaike, former Koorle Mohandiram 6 Don Constantyn de Silva Dessanaike Appuhamy, Tombu Interpreter 7 Don Simon Sanerat Appuhamy, Secretary Interpreter 8 Wijsinge Mohandiram, former Barmak of Dondra 9 Don Theodorus Appuhamy, Interpreter of the Tombu of the Wellabaddapattoo 10 Don Simon Abejewardene, Aratje of the Atapattu 11 Ammerewieke Rasnetsenge, named Aratje 12 Ammerewirenardene, Kaddewette Aratje 13 Witteringe, named Vidane Aratje of Goddegamme 14 Don Dinees Abesuwiekrense Bamesinge, Aratje 15 Don Simon, former Schoolmaster outside the north of this fortress 16 Weerjasieve Goeneratne Mahavidane, Mohandiram of Dondra 17 Tewesege Siman, Vidane of the Four Gravets 18 Weekremetoenge Aratje, Kaddewette Kangan 19 Dondesbran Abgewardene, Kangan 20 Baddekerverme, former Weeresoerie Kangan 21 Don Matthees Amresihi Goenoewardene, Atapattu Kangan 22 Don Louis Karmemoeke, Atapattu Kangan 23 Ammerewrekremse Abesinge, Kangan 24 Don Matthees Jagenerdene Abekoon, named Kangan 25 Kismetoenge, former Kangan 26 Koelenegene Dissanaike, Kangan 27 Pangwillege, Kangan 28 Don Samuel Lilkaratje Appu 29

Dutch transcription

om de wille Gods mag verschoond worden. Aldus dit Rapport geschreeven, geteekend en overgelegd in het Jaer 1790: den 26. November door Abeje goenakatne Dessa„ naike Mohandiaam van de Adigaerie mandoe, Jacobus sammeretoenge Rannesinge aratje van gem: Mandoe„ don Joeanies. Afbesegere Kannetoenge aaatje van als even, wickkemeratne sammeresinge Aratje van d=o, Don Philip goene wordene Rannettoenge kangaen van d=o Don Abram kandege kangaen, van d=o, Joean weckremesegere kangaen van d=o, Don Louis Sammerenaike Seneweere kang: van d=eo weere gampette don Joean sammernaike kang: van d=o matgamme kittesin kang: van d=o nevens de Lascoaijns. van meerm: Mandoe met naemen Leene doewe koedage hena kiri appoe, Narpega Appoe, Mabbewelle Leeje, „nege Bastiaen, Boralege siman, Nedoen goddege Siman, Roepesingie wattoewen wellakkege Mat„ thres, Madoeroedoewe kankanage kalve appoe, zene doegoddege wattrewe, oen doepettieje Hesinge wattoewe, Dammoeroe godde Sammeresinge Appoe, Lokoe Loenoewillege Joeanies, Pahalegaallege ga„ baeel, Jhelle gaallege Louis, Noepoe Jndie kettie jege dienese, gallegammege Abram, Joedawe hewega mighiel, kandemoellege Bale appoe, oejan godde kattoe pattege Bala appoe, Joekkinige Joean, sielwattege zoekoe appoe, gallegammege siman, Parnege wattoewe, Jalingai Dingie, Appoe, Ramne„ toegie Dienees, kondaremmige Lokoe dienees, kanakkege 2362 kanakkege Joean, Tangallegie Andries, kappoegamme gegenege Andries, Talalle gajenaikege Philippoe, Toepparige Andries, willale hewage Abram, kappere, kankanange siman, wittielle gaallege Siman, wettielle gaallege siman, Nauroennege louis en verapellege Dontoewe NB Buijten en behalven de hier vooren vermelde Lascorijns van de drie aandjes van de Adigarie =mandoe zijn 'er nog meer die gem: rapont niet heeft kunnen onderteekend hebben door deen ze bij geleegenheid hetzelve ondertekend wierd niet present waeren alzoo gedeeltelijk in sComp=s dienst en gedeeltelijk in hunne eige diensten geok„ kiepeerd waeren, Egter hebben alle zulke lieden voor ons hunne volkoomen bewilliging in voorm verzoek betuigd, over zulks werd dit aan den welEdelen gebiedende heer dessave van schulen gepresenteerd met ootmoedig verzoek het zelve onder het oog van den in den hoofde ver„ melde weledelen Groot Agtb heer gouverneur en de heeren Raaden van de Politie te brengen /onderstond / voor de Translatie /was geteekend/ M f: Palm g'aug:t /inmargine voor de vertaling /geteekend/ L: S: Senerat: gepr: tekr: tolk: /:onder„ stond / Akkordeert /geteekend/ m: f: Palm geauth.:t Akkordeert Wijbrands klerk n Nagezie Beukman 2363 Nagewelst aan den wel Edelen Groot Achtbaar en Heer Ceilons Gouverneur en Directeur Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Neederlands India benevens den Raad te kolombo Translaat Singaleesche Brief Van die tyd af dat de in alles dengdzaanen Heer Mr Christiaan Van Angelbeek tot desoave van mature Aangesteld is geworden heeft wel Edele alles gedaan wat maar bedagt konde worden te konnen itrekken tot voordeel van de Edele kompanie en nit der Ingeseetenen van deese Dessavoisie, Dog zommige ondankbaare en kwalyk gezinden, hebben zonder eenige reguard daarop te geeven zyn Edelens goeden naam zoeken te bemmetten en te gelyk de ruin der geenen, dewelke het met zyn dese wel meenden tragten te bevorderen Door deese ongegronde Klagten bevind zig den wel Ede Geb: Heer Dessave van Angelbeek thans te Colombo, daer zyn Edele zig tot ons aller= =groote Leedweesen dus lange ophoud, tenwys wy ons hier gezamentlyk als kinderen bevinden die van hunnen te der geliefden Vader afgescheurd hulpeloes leeven leeven Wyl de wel Ed:e Geb: Heer Dessave Baket thans na bolombo vertrokken is, bidden Ja sweeken wy Uwe Edelheeden heer ootmoedig, dat ons deese hooge Gunnte mag gedaan worden, dat wy den Edel Gebieden den Heer Van Angelbeek die ons met Gun= =iten en weldaaden overlaaden heeft gehad, weeder tot onzen groot en Dessave mogen erlangen By aldien ooeverhoofs door ons ergenoi, in deesen mogjte gepensielreert zyn, Dan tweeken wy dat uw Edelheeden, ons zulks, om de liefde Gods niet ten kwaaden gelieven te duiden Mature 1e December 1790. door ons over gelegd /: was geteekent:/ 1 Sammeresinge wijesekere Mohandiraim Ekenenke Aschoelansie van de Attefaltoe 2. Wittremeringe awimesekere Asiproetiensie 3 Abejegoeneratie Disianaike Mohander and Ekenanke van de Adikaanman doe 4 Seriwardense Nodhandirams van de Gerersaik 5 Don Ioean de Melpe Weesirwardene Dissenaike geweesen koal modhaan 6 Don Contantyn de Zilva Dessanaike aphoetsansie thombo Tolk 7 Don Simon Sanerat appoeloansie secretang tolt 2364 8 Wijsinge nodhandiham geweesen barmak van Doudewe 9 Dowd Theodorns Asipoehancie tolk van de Thombo van de wellebaddepattoen 10 Don Simon At bejewardene aratje van de Attapattoe 11 Ammerewieke Rasmetsenge Gen: Aatje 12 Ammereoir enardene kaddewette Aratje 13 Witteringe gen vidaan Avatje van Goddegamme 14 Doir Dinees Abesuwie krense Bamesinge Avatje 15 Don Simon gew: Schoolmeester buiten de noodt dezjed fortresse 16 Weedjarieve Goeneratioe Mahavidan, Mohem di= =ram van Doudewe 17 Tewesege Siman vidaan van de vier Gravetten 18 weekremet oenge aatje kaddlewette kangaan 19 Dondesbran Abgewardene kangaan 20. Baddekerverme gew: Weeresoerie kangaan 21 Don Matthees amnesihi Goenoewardene attepattoe kangaan 22 Don Louio Karmemoeke altekattoe kangaan 23 Ammereure kremse Abesinge kangaan 24 Don Malthees Jagenerdene A bekoon gen:t kangaan 25 kismetoenge geweesene hangaan 26 koelenegene Dissancike mangaan 27 Pangwillege kang aan 28 Dond Samuel lilkaratje Asproe, 29

NL-HaNA_1.04.02_3885_0354 view scan ↗

English

29 Don Ioean Pattoenge Appoe 30 Don Joean kadakoetto Aspoe 31 Don Simon Kondane Asisioe 32 Don Abran Witteringe Appoe 33 Don Pubififive Paringe anfioe 34 Don Simon Gasmege Asspoe 35 Jantje Perera Goenewardene pattikare ordaan 36 Dissemaike widancatjege Dinees Majoraal of Hilleriege 37 E divisoerije Pattimaha Majoraal 38 Gammege Bartiaan Majoraal of Goddegamme 39 Porembe kanangege Don franciskoe 40 Den nepettije Pallige Goevoege Michiel 41 Dors Adriaan Manamspioerie Akside 42 hewa tilleinboerege Louis 43 Ambele kankanige Ioean 44 Baddegoddege Jantje 25 Magallagoddege Siman 46 Bamberande Walgamwege Adriaan 27 Rasmecirare kandeged Bartiaan 48 Pattivennege Aberan 49 Munenege Lokoe Appoe 50 Mawellage Maddoema Appoe 51 Raigamkooslege Assioe 52 Werwe kandamlige Ioean 53 2365 53 Pallhatkarege Ioean 52 kanwattege Joean 55 kellidoewege Siman 56 Sahabandoege Louis 57 E doewega Naida Aspoe 58 waangige Nikolaas 59 Walganne kelsidoewege appoe 60 Baljem nege Pokoe asspide 61 Mieroeppege namde 62 Hamas Gamme lnmege Wattoe We the aforementioned persons request of you the Right Honorable Commanding Lord of schuler, to be pleased to present this our respectful request to Colombo. Below stood: for the translation Matara the 11th of December 1790. Was signed: M F Palm Authorized. In the margin: for the translation, signed: D: S Senerat Sworn Secretary Interpreter. Below stood: Agrees. Signed: M I Palm Authorized. Agrees Wijbrands First Clerk Examined J: W: Rynder 2366 Translation of a Sinhalese report ola addressed to the Right Honorable Most Worshipful Lord Willem Jacob van de Graaff Governor of the Island of Ceylon together with the Council at Colombo. After preceding compliments. Since the in all things virtuous gentleman Mr. Christiaan van Angelbeek arrived in Mature, all the dams, tanks, and sluices of arable lands had been wholly uncultivated, but since His Honor's arrival all of the same have been brought into complete order, having to the benefit of the Honorable Company and of the inhabitants caused thousands of amunam of paddy to be harvested, and moreover by having cinnamon, pepper, areca, and all other products of the country planted, greatly promoted the Company's benefit. And whereas such a gentleman who has done much good to countless people is presently staying in Colombo, we find ourselves collectively living like children who, abandoned by their tenderly beloved father, live in separation. Therefore we request that these our sighs may merit compassionate consideration, and that it may generously please Your High Honors to be pleased to reappoint the frequently mentioned worthy and noble gentleman van Angelbeek as our Grand Dissave and of the lands of Mature, and to send him hither. Thus signed in the year 1790, the 24th of November by Matere Gangebadde pattu Abewickreme goenesegere Mohandiram Appoehamie, sirilat Ramewickreme Pattoewe Aratchi of the said Gangebadde pattu, Attoedawe Don Louis Wickremeratne goenepale vidane Aratchi, the vidane of prinda wallekatte salman Ammere wickreme goenetilleke Pattinaike koditoeak Aratchi, Paletoewe Don joean sammere singe Dissanaike Vidane Aratchi, the Atukorale Aratchi of 18 villages of Hewagan and kirinda Wallehadde Don Constantinoe Ammere wickreme Sammeresinge, the acting vidane of karrégodde oejan godde Don David Sammeresere Liyanaatchile Apperakkaw alle Radde Abejawickreme Widjenante vidane Aratchi, the Majoraal and schoolmaster of koottegodde son Joean, welliheene Sammerenaike vidane Aratchi, the inhabitant of Mende gejan godde Claas Sammewickreme widjeraame Aratchi of the troop of Jagareros Lascorins, Palleapperakke Don Abram Widjewickreme hittie Aatzile, the Majoraal of kappoedoewe wittesinge Don siman Naaijme 2367 Naaijmene Don siman Abewardene Japahamie, the inhabitant of oeroemoettoe Don siman Siriwardene Jasinge Aratchi, the Majoraal of Apperakke and First schoolmaster of the Maturese grand school Abezewickreme goeneratne and Gangebadde pattu, Don siman Edirisoerie koorve vidane Aratchi. Was signed: with 17 very illegible signatures and characters. Below stood: for the translation Mature the 6th of December 1790. Was signed: M: F: Palm authorized. In the margin: for the translation, signed: D: C: D: S: Dissanaike sworn interpreter. Below stood: Agrees. Was signed: M: F: Palm. authorized. Agrees Hijbrands First Clerk Examined Vldaan 21/368 Translation of a Sinhalese letter ola addressed To the High Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff. Together with the Lords of the Council. After preceding compliments. From the very beginning when the Honorable Lord van Angelbeek was appointed as Dissave of Mature, His Honor commanding has handled all matters cleanly and purely, and done and contributed everything that could be conceived for the benefit of the Honorable Company and for the welfare of its subjects; yet notwithstanding all this, ungrateful and ill-disposed people have sought to tarnish His Honor's good name, and thereby at the same time promote the ruin of those who were well-meaning toward His Honor. Also, because of these their unjust complaints, the Lord Dissave van Angelbeek, though entirely innocent, has departed for Colombo, and we have been left sitting here like a child that cannot help itself, who was tenderly cherished by his father, but now lives separated from him. Whereas in the meantime the Lord Dissave Raket, who was here, has returned to Colombo by high orders,

Dutch transcription

29 Don Ioean Pattoenge Appoe 30 Don Joean kadakoetto Aspoe 31 Don Simon Kondane Asisioe 32 Don Abran Witteringe Appoe 33 Don Pubififive Paringe anfioe 34 Don Simon Gasmege Asspoe- 35 Jantje Perera Goenewardene pattikare ordaan 36 Dissemaike widancatjege Dinees Majoraal van Hilleriege 37 E divisoerije Pattimaha Majoraal 38 Gammege Bartiaan Majoraal van Godde- =gamme 39 Porembe kanangege Don franciskoe 40 Den nepettije Pallige Goevoege Michiel 41 Dors Adriaan Manamspioerie Akside 42 hewa tilleinboerege Louis 43 Ambele kankanige Ioean 44 Baddegoddege Jantje 25 Magallagoddege Siman 46 Bamberande Walgamwege Adriaan 27 Rasmecirare kandeged Bartiaan 48 Pattivennege Aberan 49 Munenege Lokoe Appoe 50 Mawellage Maddoema Appoe 51 Raigamkooslege Assioe 52 Werwe kandamlige Ioean 53 2365 53 Pallhatkarege Ioean 52 kanwattege Joean 55 kellidoewege Siman 56 Sahabandoege Louis 57 E doewega Naida Aspoe 58 waangige Nikolaas 59 Walganne kelsidoewege appoe 60 Baljem nege Pokoe asspide 61 Mieroeppege namde 62 Hamas Gamme lnmege Wattoe Wy voornoemde persoonen verzoeken Uid de wel Edele Heer Gebiedende Heer van schuler, deese onse eerbiedige verzoek naar Colombo te willen voordraagen /:onderstond:/ voor de translatie mature den 11e December 1790 /was geteek„d/ M F Palm Geanth: in margine voor de vertaaling /geteekend D: S Senerat Gesw: Sekr: Tolk (ben onderstond/ Akkordeert /geteek„d M I Palm Geanth: Accordeert Wijbrands Egklerk Nagezien J: W: Rynder 2366 Translaat Singaleesche Rapport ola gericht aan den wel Edelen groot agtb: Heer Willem Jacob van de Graaff Gouverneur van het Eijland Ceilon nevens den Raad te kolombo. Na voorgaande Complimenten Een de in alles Deugdzaamen heer M:r Christi„ „aan van Angelbeek te Mature was aange„ koomen, waaren alle de Dammen Tan„ „ken en sluisen van zaaijbaarde gronden ten eenemaal onbebouwt geweest, dog zedert zijn wel Edelens aankomste zijn alle dezelve in volkoomen staat gebragt, hebbende ten voordeele van DE: komp: en van de Ingezie „tenen, duizenden van Ammonams Nelij laa„ „ten moegsten en daar en booven door het laaten aanplanten van kanneel, Peper; arreek en alle andere 'slands produkten 's komp:s voor„ „deel grotelijks behartigd En vermits een zodaanigen heer die aan ontebbaa„ „re Menschen veel goeds gedaan heeft gehad zich tans te kolombo ophoud, bevinden wij ons geza„ „mentlijke gelijk kinderen, die van hunne tede „ve beminden vader verlaten, afgezondert levven op Des verzoeken wij dat deeze onze zugtingen eene meede meede leidende aanmerkingen mogen verdie„ „nen, en het uw Hoog Edelheden Edelmoedig mo„ „gen gelieven te behaagen van meergedagte Braaven en Edelen heer van Angelbeek tot onzen grooten Dessave en der landen van Mature weder te creëëren en dit heen toete zenden. Dusdanig is dit onderteekend in het jaar 1790. den 24. November door Matere Gangebadde pattoe Abewickreme goenesegere Mohandiram Ap„ poehamie, sirilat Ramewickreme Pattoewe Araatje van gemelte Gangebadde pattoe, Attoe„ „dawe Don Louis Wickremeratne goenepale wiedane Araatje, den vidaan van prinda wallekatte salman Ammere wickreme goene- tilleke Pattinaike koditoeak Araatje, Pale- toewe Don joean sammere singe Dissanaike Vie„ daan Araatje, Den Attoekoorle Araatje van 18 ' dorpen van Hewagan en kirinda Wallehadde Don Constantinoe Ammere wickreme Samme„ „resinge, Den waarneemenden viedaan van karré„ „godde oejan godde Don David Sammeresere Lie Jenne astraatjele Apperakkaw alle Radde Abeja „wickreme Widjenante viedaan Araatje, De Majoraal en schoolmeester van koottegodde son Joean, welliheene Sammerenaike vidaan Araatje, den inwooner van Mende gejan godde Claas Sammewickreme widjeraame Avaatje van het Randje Jagareros Lascorijns, Palleappe„ rakke Don Abram Widjewickreme hittie Aatzile, den Majoraal van kappoedoewe wittesinge Don siman Naaijme 2367 Naaijmene Don siman Abewardene Japahamie, den inwooner van oeroemoettoe- Don siman Siri„ „wardene Jasinge Araatje, de Majoraal van Apperakke en Eerste schoolmeester van de Ma„ „tureese groot school Abezewickreme goeneratne en Gangebaddepattoewe, Don siman Edirisoerie koor„ „ve viedaan Araatje /:was geteek/: met 17: zees en onlees-baare handteekeningen en karacters /:on„ „derstond:/ voor de overzetting Mature den 6. De„ „cember 1790: /:was geteekend:/ M: F: Palm geauth: /:in margine :/ voor de vertaaling (:ge „teekend:/ D: C: D: S: Dissanaike gesw: tolk onderstond Akkordeerd /:was geteekend /: M: F: Palm. g'auth: Accordeert Hijbrands Egklerk Nagezien Vldaan 21/368 Translaat Singaleesche brief ola gerigt Aan den Hoog Edelen heere Gouverneur Willem Jacob van de Graaff. Nevens de Heeren van den Raad. Na Voorgaande Complimenten. Van eersten of aan dat EE heer van Angelbeek tot dessave van mature is aangesteld geworden heeft zijn Edele gebieden„ de alle zaaken rein en zuijver getradeert, en alles gedaan en toegebragt wat waar tot voordeel van D. Edele kom„ panie en tot wel zijn haaren onderdaanen bedagt k werden dan niet tegenstaande dit aller, zo hebben ondanc¬ bare en kwaad gezind lieden getragt om zijn Edelens goed naam te bekladden, en daar meede teevens den ondergang der geenen die het met zijn Edele wel gemeind hebben bevor„ dert. Ook is D: heer dessave van angelbeek om deese haare on„ regtvaardige klagten wille hoe wel gantsch onschuldig naar kolombo vertrokken, en wij zijn hier blijven zitten gelijk een kind, dat zig zelven niet redden kan, welke van zijnen vader geliefd koost, dog nu daar van ofgeschij„ den leeft. Dewijl intusschen alhier geweest zijnde heer Dessa„ ve Raket op hooge order weer naar kolombo gekeerd is,

NL-HaNA_1.04.02_3885_0364 view scan ↗

English

is, so we pray and beseech Your High Noble Honours to grant us once again the Right Honourable Commanding Lord van Angelbeek as our great dissava, as we have always enjoyed every good from His Honour, and we request that this may be done very speedily. This having been written and submitted by us as subordinate headmen with the approval of all the inhabitants of the Wellabadda Pattu, thus on the 20th of November in the year 1790, and signed by: Don Bastiaan Wiratoenge, Pattu Arachchi Don Diogoe Wickremesekere, Kappugama Arachchi Don Siman Sammeresinge Widjesekere, Patnaike Arachchi Sammerewickreme Tallalla Vidaan Arachchi Don Philipoe, schoolmaster of Nandoene Don Simon, schoolmaster of Bamberende Owitte Gammoerve Widjesekere Rannetoenge, Vidaan Arachchi of Poehoelwella Wellabadda Moettoekoemare Liyene Arachchi, writer of the warehouse at Diekwelle Apperakke Saantie Wieretoenge, Vida Arachchi Sanies de Silva Abewickreme Sizenne Abie, Mayoraal of Tallalle Pategamme Don Toeseur Oebejesierie Narajene Galwaddoe Rheestrie Nainde Don Siman Dewesirinarajene Cheesterie Nainde Poettoewilege, former Vidaan of Welligam Gattere Koottegoedde Ediriewiere Widjesoerige Arachchige Aberam Dikwelle Dessanaike Arachchige Lokoe Appoe Bamberende Kankanie Wassan Korrene Bale Appoe Don Michiel Ammeresiwardene Sapa Arachchi Kankaname Ammeresegere Kankanage Abram, second schoolmaster of Bamberende Mabogoddege Don Siman, former Vidaan of Pategamme Koottegodde Vidaan Arachchige Don Diogoe Pohoelwelle Sammere Zieuweserivondene Kankanam Wietaarnege Pedroe, Mayoraal of Pategamme Kappoegamme Mhaniekkege Don Siman Vidaan Arachchi of Parrewaherre and Pategamme Wiediere Senerathamie, Mayoraal of Nandoene Wietaroenkomrene Gamene Arachchi, ditto ditto The writer of the said village Lokoe Appoe, grain measurer there Koditoeakkoege Lokoe Appoe, ditto The Nainde of the said village, named Dienesa, ditto Ditto, ditto Ditto, ditto Herat Matthees Degammege Joean Piettelege Matthees Toenejagammege Joean Maddoemage Wattoewe Parnemanege Dingie Appoe Parnewitaarge Bale Appoe Widanege Bastiaan Hillege Wattoewe Galekittige Wattoewe Lamme-ela Babontja Kahakandege Dingie Appoe Patterennege Chaddoema Appoe Gierenege Toewan Appoe Nekkettige Dinga and Simanwa. NB: between some of these names and the end of this ola, several illegible characters are signed. Below stood: For the translation, Matara, 3 December 1790. Was signed: M. F. Palm, authorized. In the margin: For the translation, signed: D. P. Generat, sworn interpreter. Agrees. Wijbrands, first clerk. No. 6. Examined: W. J. Ledulx. Separate secret. Colombo. To the Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Council. Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, High Commanding Lord, I had the honour duly to receive Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed very revered separate secret letter of the 17th of September last, and for the sake of clarity, and in confidence of a favourable interpretation, I shall take the liberty to answer the same in the margin. The letter cited in the margin of the 5th of August last was addressed solely to the Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Lord Governor, and was not written under the assumption that it would come before the deliberation of the entire Ceylon Government; otherwise I would have had the honour of addressing the same to the said Government. I submit myself, however, to your pleasure in this matter, and shall very gladly give further account of everything that appears therein, as well as of everything that was set down in my secret report and letter, both of the 31st of July 1788, and submit with all precision the clarification and considerations required of me. Section 1. Upon review of Your Honour's secret letter of the 5th of August following, and secret report of the first-mentioned date, several articles have occurred to us that require further clarification, etc. I have certainly said this, and am still of this opinion, in the confidence of a favourable interpretation, as will appear further below. By this "something," I understand all that appears in my secret report to the disadvantage of the provisional Chief Administrator van Angelbeek; and which actually, or briefly stated, consists in this: that it is pointed out therein that His Honour exercised neither adequate knowledge nor otherwise sufficient attentiveness in the governance of the Matara dissavony, for had this occurred, His Honour could not have been so considerably Section 2. In Your Honour's aforesaid separate letter, Your Honour says, among other things, that it might easily happen that something was included in Your Honour's secret report that might not entirely satisfy a pleasant consideration thereof, etc. misled, and His Honour would have known how matters stood in the interior of the country and among the inhabitants, and knowing this, His Honour would have been able to take care and employ the necessary means so that these inhabitants were properly treated and duly fulfilled their obligation to the lord of the land; in which case, certainly no very great discontent would have been able to reside among the people either, still less an insurrection be stirred up, without His Honour having been informed thereof before its outbreak, and having had a precise understanding of its essential cause upon its outbreak, and having been able to render a proper accounting of it. Under the aforesaid "something," one might also understand that which I, concerning the gentleman Raket, currently dissava of Matara, in

Dutch transcription

is, zo bidden en smeeken wij uwe Hoog Edelheeden, ons den wel Edelen Gebiedenden heer van Angelbeek weder als on¬ zen grooten dessave te willen geeven, alzo wij van zijn Edele altoos alle goeds genooten hebben, en dit verzoeken wij dat zeer schielijk meugd gedaan worden. zijnde dit door ons als minder hoofden niet goedkeuring van alle de ingezetenen van de Wellebadde pattoe al„ dus geschreven en overgelege in het jaar 1790. den 20:' November, en getekend door don Don Bastiaan Wiratoenge Pattoewe Aratje Den Diogoe Wickremesekere kappoe gamme Aratji. Don Liman Sammeresinge wiaje sekere Patnaike Aratji„ Sammerewic kreme Talblla Widaan Aratje. Den Philipoe schoolmeester van Nandoene. Don Simon Schoolmeester van Bamberende. owitte gammoerve Widje sekere Ranne toenge widane Aratje van Poehoel wella walle hadde. Moettoekoemare Lijeneaatje, schrijver van het Pakhuijs te Diekwelle Apperakke Saantie wieretoenge vida Atjile Sanies de sielve Abewic kreme Sizenne abie Majoraal van Tallalle. Pategamme Don Toeseur oebejesierie Narajene gal wad doe rhees„ trie nainde 8 —. Don Siman De wesirinarajene cheesterie nainde. Poettoewilege gewesen vedaan van Welligan gattere. kootte goede Ediriewiere Widje soerige Aratjige Aberam Dikwelle Dessanaike Aratjige Lokoe Appoe. Bamberende kankanie wassan korrene bale appoe. Den Michiel 2369 Don Michiel Ammeresive wardene Sapa atji Kankaneme Ammeresegere kankanage Abram tweede Schoolmeester van Bam„ Mabogoddege Don Siman gew: vidaan van Pategamme kootte godde wid aan aatjige Den Diogoe. Pohoelwelle Sammere Zieuwe serivondene kangaan. Wietaar nege Pedroe Maxeraal van pattegamme. kappoegamme Mhaniekkege Don Siman. Wiedane aatje van Parrewaherre en pate gamme Wiediere Senerathamie Majeraal van Nandoene. Wiet aroenkomrene gamene aatje d=o do De schrijver van gemelte dorp Lokoe afpoe graanmeter aldaar. koditoeakkoege Loekoe appoe - - do. De Nainde aangemelte dorp gen=e Dienesa d do: 90: d d=o. d:o —: Hterva Matthees De gammege Soean. Piettelege Matthees Toeneja gammege Joean. Maddoemage wattoewe„ Parne manege Dingie affoe Parne witaarge bale appoe. Widanege bastiaan Hillege wattoewe. Gale kittige wattoewe - - - „ Lamme-ela - - - - - „ Babontja kahakandege bevende : e tje -. -- - — kahakandege Dingie affverve Patterennege chaddoema aspoe Gierenege Toewan affoe Nekkettige Dinga en —. Simanwa 90: NB: tusschen sommige deeser naamen en het einde van deese ola niet verschijde onleesbaare karakters geteekend /:onderstond :/ voor de Translatie Mature den 3 December 1790. /:was geteekend:/ M: F Palm geauth: /:In margine:/ voor de vertaling /:getekend:/ D: P: Generat gesw: Seter Accordeert. Wijbrands Eiklerk No. 6 tolk. D de a Nagezien W. J Ledulr 2370 Appart secreet. Colombo Aan den wel Edelen Gestrengen Groot Agtb: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndia, Gouverneur en Direkteur van het Eijland Cijlon met dies onderho„ „righeeden, neevens den Raad Wel Edele Gestrenge, Groot Achtbaere Hoog Gebiedende Heer Ik heb de Eere gehad wel te ontvangen uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare zeer g'eerde apparte secreete brief van den 17.:' september V7:, en zal duidelijk„ „heidshalven, en in vertrouwen van gunstige wel„ „dinding, de vrijheijd neemen dezelve in margine te beantwoorden. De bezijden geciteerde brief van den 5: aug:s VE:, was alleen aan den wel Edelen Gestrengen Groot Achtb: Heer Gouverneur gerigt, en niet in de veron„ „derstelling geschreeven, dat dezelve ter diliberatie van de geheele Ceilonsche regeering zoude koomen; anders zoude ik de Eere gehad hebben dezelve aan welgemelde rgeering 31. Bij resumtie van uE: secrete brief van den 5. aug=s daar„ „aan, en geheim rapport van eerstgem: datum zijn ons verscheijde articulen voorge„ „koomen, die nadere ophelde„ „ring vereischen enz: regeering te addresseeren, ik onder„ „werpe mij echter aan het welbehaagen in deeze, en zal zeer gaerne, zoo wel vooral het geen daarbij voorkomt, als al het geen bij mijn secreete rapport en brief, beide van den 31. Julij 108. , ter nedergesteld is, nadere verantwoording doen, ende van mij gebraagd wordende opheldering en Comt„ „deratien, met alle Juistheijd overleggen. „ben Ik heb dit zeeker gezeijd, en „ ook §. 2. Bij voorsch: uE: apparte brief zegd uE. onder anderen als nog in vertrouwen van gunstige welduijding van dit dat het aigtelijk zoude kun„ gevoelen, gelijk hier onder na„„nen gebeuren, dat „der zal blijken. onder dit iets begrijp ik al het geene bij mijn gereijm rapport ten nadeele van dE: provisioneel hoofd adminis„ „trateur van Angelbeek voorkomt; en het welk eijgentlijk, of in 't kort gezegd, hier in bestaat; dat daerbij aangeweezen word dat zijn E: geen toerijkende kennis of anders voldoende oplettend heijd in het bestier van de matureesche dessavonie be„ „oestend heeft, want was dit geschied, zoude zijn E: niet zoo aanmerkelijk hebbe iets bij uE: gereim rapp:t was ingenoomen, dat Juijst met volkoomen aan een genoeglijke bedenking daar over zoude voldoen en'z kunnen 2371 kunnen misleijd worden, en zijn E: zoude geweeten hebben hoe het in het binnenste van het land en bij de ingezeetenen gesteld was, en dit weetende zoude zijn E:, hebbe kunnen sorgen en de noodige middelen in het werk stellen dat dee„ ze ingezeetenen behoorlijk be„ „handeld waren geworden, en hunnne verpligting aan den landheer behoorlijk volbrag „ten: wanneer als dan zeeker„ „lijk ook geen zeer groote mis„ noeijdheijd bij het volk zoude hebbe konnen resideeren, nog minder een opstand ver„ „wekt worden, zonder dat zijn E: voor dies uijtbraak daarvan onderdigt was ge„ „weest, en van dies weezend „lijke oorzaak bij het uijt„ „breeken daarvan een juijst begrip had gehad en een behoorlijke verant„ „woording daar van had kunnen doen. onder het voorsch: iets zoude men ook konnen begripen, het geen ik aangaende den hier Raket, tans des„ „save van Mature, bij

NL-HaNA_1.04.02_3885_0370 view scan ↗

English

have said in my aforementioned secret report, namely, that I attribute to his Honour too little knowledge and skill in the administration of the country, or rather in the art of governing the Sinhalese, to be able to properly exercise the authority of the Matara Dessavony, at least in the present state of the Dessavony, where everything is still more or less restless; that the irregularities cannot yet be completely prevented; that the inhabitants have not yet returned to their old leaseholds, or submitted to the new regulations, and that the complaints still pending have not yet been investigated and decided, for all of which a good and capable land regent is required more than ever. 1. Whom does your Honour have in mind, to whom or for whom could it be that something in your secret report was not favorably received? By this I have in mind Mr Raket, Mr van Angelbeek, and all those who take to heart what concerns these two gentlemen, because I presume that one cannot have any pleasant or rather agreeable reflection on the contents of a writing in which one finds something written to the detriment of oneself or of those in whose affairs we take an interest. 2. In what do the insults, etc., offered to your Honour consist? Was it not an insult, slight, and distrust that Mr van Angelbeek, and even more so, even the native chiefs, did not deem sufficient a commission sent from the Galle Council, but on the contrary, in conscience, requested another commission from the Ceylon Government or from the Council of Justice at Colombo, as being more useful on that occasion? Was it not an insult and slight that Mr van Angelbeek, instead of showing any honor or courtesy to the aforementioned commissioners, had it announced to them that his Honour was very displeased that they (the aforementioned commissioners) had had the tom-toms beaten in his territory, and that if they continued further, their entry into the gate at Matara would be prevented? Was it not an insult and great belittlement to me and the Galle commission that the order to prevent the commissioners, advancing with native music, from entering the gate was actually given? If a commission from the Colombo Council arrived here in Galle with the native state of the Lord Governor, I would not dare to take it into my head to oppose the same in anything; but I would, if this commission was in any way inconvenient or offensive to me, be able to complain about it to your Right Honourable and Venerable Worship. Was it not an insult and slight that Mr van Angelbeek, regarding the former Mudaliyar of the Weligam Korale, whom the commissioners Schuler and De Vos, as appears from an accompanying copy of their letter under No. 1, had requested to be summoned to Galle and arrested, in view of his shameful and extreme conduct, regarding which the aforementioned commissioners as men of honor assure that this Mudaliyar had shown them all possible contempt and had failed in respect to me as Commander; and at which conduct even the attending interpreters were indignant; I say, was it not extreme that Mr van Angelbeek made himself judge of this Mudaliyar, who in the persons of the commissioners Schuler and De Vos had insulted the entire Galle Government, after notice of this case had already been sent to Galle, and thus the aforementioned Mudaliyar could no longer properly be brought to justice by the Matara Dessave? Was it not an insult and slight that Mr van Angelbeek, having been ordered up to two times to send the aforementioned Mudaliyar of the Weligam Korale to Galle, did not comply with this order? Was it not an insult and slight that Mr van Angelbeek, having been ordered to send the titular Mohandiram Dahanaike to Galle, thought fit not to obey this order, although his Honour certainly could not know for what reason this man was summoned by the Galle Government? His Honour found it (certainly out of contempt) more advisable (than to obey) to keep this man under arrest, because he had gone to Galle without his Honour's prior knowledge. Were these motives sufficient not to obey the order received? I certainly would not (I hope that my conduct has proved this my sentiment) take it into my head to hold back someone who was summoned by your Right Honourable and Venerable Worship and the Ceylon Government, even if such a person had attempted the life of another or committed treason; I would nevertheless have to send him up, however.

Dutch transcription

bij gemelde mijn geheim aap„ „port gezegd heb, nament„ „lijk, dat ik zijn Ed: te weij„ „nig kunde en begaafdheeden in het landbestier of eigentlijk in de kunst de singaleesen te regeeren toerekene, om het gezag van de Matureesche DetCavonie gelijk behoord te kunnen waarneemen ten minsten in de teegen„ „woordige gesteldheijd den Dessavonie, dat alles nog min of meer onrustig is; dat de ongereegeldheeden nog niet volkoomen belet kunnen wor„ „den; dat de ingezeetenen nog niet aan haare oude ver„ „pagting terug gekeerd zijn; of zig de nieuwe schikkingen onderworpen hebben, en dat de als nog, resideerende klag„ „ten nog niet onderzogt en beslifd zijn, tot welk alles een goed en kundig landae„ „gent meer als emmer ver„ eischt word. 1. wil uE: in het oog heeft Ik heb hiermeede in het aan wien of dewelke het oog den Heer Raket, den konde zijn, dat iets bij dit Heer van Angelbeek en uE geheijm rapport alle de geenen, die zig het geen ingenomen 2372 leggen „gaat, laaten aangeleegen geen deeze beijde Heeren aan„ om dat ik veronderstel dat men geene genoeglijke of lie„ „ver aangenaame bedenking kan hebben over den inhoud van een geschrift, waarbij men iets ten nadeele van zig zoude voldoen zelven of van de zulke in welker zaaken wij deelneemen, geschreeven vind 2: waarin bestaan de uE. was het geen hoon, klijnag„ aangedaane hoon enz „ting en mistrouwen dat de Heer van Angelbeek, en nog meer, zelfs de Jnlandsche hoofden een gezondene Com„ „missie uijt den gaalschen raad niet voldoende achteden, maar daar en teegen, in gemoede, een ander Commissie uijt de Cailonsche regeering, of uijt den raad van Justitie te Colombo, als nuttiger bij die gelegendheijd verzogten. was het geen hoon en klijnachting, dat den Heer van Angelbeek aan de gemelde gecommitteerden, in steede van hun eenige eer of stoblijkheijd te bewijzen, liet aankundigen, dat zijn E: zeer te onvreede was, dat zij (:gemelde Commissarissen:/ op zijn waarom dit iets bij de geene, die uE: hier bedoeld, Cust niet volkoomen aan eene genoeg„ „lijke bedenking daarover ingenoomen, luijst niet vol„ „koomen aan eene genoeglijke bedenking daarover zoude voldoen enz gebied gebied de tamblijntjes hadden laaten slaan, en dat indien zij verder continueerden hun het inkoomen in de Poort te Mature zoude belet worden 2 was het geen hoon en groote verklijning voor mij en de gaalsche Commissie, dat de order om de Commissaris„ „sen, met de Jnlandsche misiek voorttrekkende, het in„ „gaan in de poort te beletten in den daad gegeeven was Ik zoude indien een commissie uijt den Colomboschen raad hier te Gale met de Jnlandsche statie van den Heer Gouverneur aankwam, niet in mijne gedagten durven neemen dezelve en iets teegen tegaan; maar zoude mij, indien deeze Commissie mij eenigzinds on„ „geleegen was, of aandeed, daarover aan uwel Edele Gestrenge Groot Achtb: kunnen beswaeren. was het geen hoon en klijnachting dat de Heer van Angelbeek den geweesen Modliaar van de wellebodse„ „pattoe, diende Commissarissen van schuler en De vos blykens een nevensgaande Copij brief van dezelven onder N:o 1. verzogt hadden dat na Gale mogten op ontbooden en gearresteerd worden, aangezien zijn liatelijk en verregaand gedaan, waaromtrent gemelde Commissarissen als mannen van eere verseekeren, dat deeze Modliaards hun alle mogelijke minagting betoond en mij als Com„ „mandeur gemankeerd had; en over welk gedrag zelfs de bij zijnde tolken verontwaardigd geweest zijn; Ik zegge, was het niet verregaand dat de Heer van Angelbeek zig deezen mod„ „liaar, die in de Commissariesen van schuler en 2373 tot rechter stelde, na dat reeds van dit geval na Gale kennis was gegeeven; en dus de gemelde Modliaar niet wel meer door de Matureesche desave konde te en Devos de geheelen Gaalsche regelring beleedigd had, regt gesteld worden. was het geen hoon en klijnachting dat de Heer van Angelbeek tot twee keeren toe, gelast, om den gem: modliaar van de welleboddepattoe na Gale opte„ zenden, aan deeze order niet voldaan heeft was het geen hoon en klijnagting dat de Heer van Angelbeek gelast om den titulairen Mohandiram Dahanaike na Gale tezenden, goedgevonden heeft deeze order niet te gehoorzaemen; schoon zijn E: zeeker niet weeten kon om welke reeden deeze man door de gaalsche regeering op ontbooden wierd? zijn E: vond, (zeeker uijt klijnagting:/ geraedener /:dan te hoor„ „zaamen:/ deezen man in arrest te houden, om dat hij buijten zijn E voorkennis na Gale gegaan was; waaren deeze beweegreedenen, toerijkende om de ontvangene order niet te gehoorzaemen! k zoude zeeker niet /: ik hoop dat mijn gedrag dit wijn gevoelen beweezen heeft :/ in mijne gedagten dilaven neemen, om iemand terug te hou „den, die door uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare en de Ceilonsche regeering opgeroepen wierd Al had zoo iemand ook na het leeven van een ander gestaan, of een land verraad be„ „gaan; ik zoude hem dog moeten opzenden, echten

NL-HaNA_1.04.02_3885_0374 view scan ↗

English

Was it not an insult and disparagement that Mr. van Angelbeek, upon the order of the Galle Council to send the arrested Moor Segoe along with the documents concerning his charges to Galle, merely replied: "This Moor was arrested here (Matara) a few days ago as a suspicious person and sent to Colombo," without making any further mention in his letter of what he was suspected of, nor why he was sent to Colombo without the knowledge or consent of the Galle Council? If no contempt had taken place in this matter, Mr. van Angelbeek would certainly have remembered on that occasion that, due to his many duties, he had forgotten to inform the Galle administration of the apprehension and dispatch of this man. His own letter proves that he thought of the Galle Council and of this Moor at one and the same time, and thus no inadvertence can have taken place in this regard. Was it not a bitter belittlement for me that the Moor Segoe, whom I had caused to be detained at Ambalangoda because he was being transported past this fortress with force without my prior knowledge, had to be transported further to Colombo, notwithstanding that I requested that he might be tried here in Galle, and notwithstanding that I had declared that this man was present in the Matara Dissavony on my orders? If this Moor had undertaken anything more than what I had assigned to him, then I believe, with all due respect and subject to better judgment, that I should certainly have known of it, and accordingly could myself have ordered the necessary investigation, as I requested, yet subsequently I have the right to bring forward my objections in this regard. Was it not a belittlement and distrust toward me that the order to send the Moor Segoe to Colombo was given directly to Matara, although your Noble, Honorable and Right-Venerable Worships usually issue all orders concerning the Matara Dissavony and the service to the Commander or the Council at Galle? May it not be taken amiss that I most respectfully and very modestly ask your Noble, Honorable and Right-Venerable Worships whether you yourselves would not be most deeply aggrieved if their High Nobles at Batavia saw fit to send an order to the Commander of Jaffnapatnam or of Galle without having your Noble, Honorable and Right-Venerable Worships informed of this order? Was it not a belittlement for me and the Galle Council that the request of the Honorable van Angelbeek and his chiefs to obtain a commission from Colombo was given greater consideration than the proposal of the Galle administration, which judged a commission from Galle to be sufficient? Was it not a belittlement, even in the eyes of the discontented or rebellious subjects, that this commission had to return immediately without having accomplished anything? Was it not a belittling reproach for me and the Galle administration that it was interpreted to us as far-reaching disobedience that we, with the best intentions in the world, did not write to the commissioners, who were already on their way to the mutineers, to return directly and immediately without consultation, but on the contrary left it to these commissioners to adjust to the circumstances of the time and execute the order to stop their commission in the most suitable manner? Does it not serve as an insult, belittlement, and distrust toward me and the Galle Council that the Honorable Commissioners Fretz and Samlant, upon their departure for Matara, gave us not the slightest disclosure of their charge, just as if the Matara Dissavony, which has been entrusted to our vigilance by the High Government of these lands, did not concern us? Was it not an insult, disparagement, and distrust that Messrs. Fretz and Samlant, upon my arrival in Matara, completely refused to provide the instructions requested from them? Was it not contempt that so little concerning the situation of the inhabitants of Matara was communicated to us, either by Mr. van Angelbeek or by Messrs. Fretz and Samlant, as will be shown in more detail below in its proper place? Was it not distrust? I believe that the requesting and sending of a commission from Colombo, the more so because the Galle commission was already on its way, clearly proves that either I or the persons sent as commissioners from the Galle Council were suspected of incompetence or of something else (for otherwise one could have let this commission proceed), or that we were mistrusted. Was it not distrust that the apprehension and dispatch of the Moor Segoe were kept a secret from me? A distrust undeniably existed, in my view; for otherwise I still do not understand—said most respectfully and subject to wiser judgment—why I could not just as well have restored peace in the Matara Dissavony through my Galle commission that had already been sent, as could be done by the commission from Colombo; or why I and the Galle Council were not allowed to know what Messrs. Fretz and Samlant had to perform, and actually did perform. That this distrust, which I believe I have clearly shown to have existed, was misplaced, is in my humble and modest judgment, and subject to wiser opinion, clearly proven by experience; since not the Gentlemen Commissioners from Colombo, but I and my council members had the good fortune to restore peace in the Matara Dissavony. Certainly I would have been able to say more, and even much, if I had been malicious, and in the aforementioned separate letter you still say that if you wished to be malicious, etc.

Dutch transcription

was het geen hoon en klijnachting dat den Heer van An„ „gelbeek op de order van den gaalschen raad, om den gean„ „resteerden moor segde met de stukken ten zinen laste na Gale optezenden, slechts antwoord, Deeze moor is hier /: Mature:/ voor eenige dagen als een suspect perzoon gearresteerd geworden en na Colombo opgezonden, zonder bij zijn brief verder eenige melding temaeken, waarin hij suspect is bevonden, nog waarom hij buij „ten meede weeten of toestemming van den Gaalschen raad na Colombo gezonden wierd Indien in deezen geene minachting plaats gevonden had, zoude de Heer van Angelbeek bij die geleegendheijd zeeker wel indagtig geworden zijn, dat hij weegens veele bezigheeden vergeeten had de gaalsche Regeering van 't opvatten en verzenden van deeze man kennis te„ „geeven: zijn eigen brief bewijst, dat zijn E: aan de Gaalsche raad en aan deeze moor op een en het zelve teijd stip gedagt heeft, en dus geene inadvertentie hieromtrend kan plaats gevonden hebben geen was het „ Pittere verklijning voor mij, dat den moor segoe dien ik om dat hij zonder mijn voorkennis met geweld deeze vesting voorbij getransporteerd wierd, te Ambelangodde had laaten aanhouden, verder na Colombo moest getransporteerd wor„ „den, niet tegenstaande dat ik verzogt dat hij hier te Gale mooge te regt gesteld worden en niet tegenstaande ik verklaard had, dat deeze man op mijn last in de Matureesche dessavonie aanwezig „omtrend intebrengen. egter vervolgens het regt hebben, mijnen beswaaren hier geweest 2374 dan het geen ik hem opgedraagen heb, dan vermeen ik zulks immers wel weden mogt, en deswelgens zelve gelijk ik verzogt heb het noodige onderzoek laaten doen. eerbiedigst met onderwerping aan beeter gevoelen dat ik geweest was. Jndien deeze moor iets meer bestaan had, was het geen verklijning en mistrouwen voor mij dat de order om den moor segoe na Colombo opte zenden direkt na Matire gegeeven wierd, schoon uwel Edele Gestrenge Groot Achtb anders gewoonlijk alle orders de maturee„ „sche Dessavonie en den dienst betrekkelijk, aan den Commandeur of den raad te Gale uijtvaardigd? wet worde met kwalijk uijtgelegd, dat ik uwel Edele Gestr: Groot Achtb: eerbiedigst en zeer bescheiden vraage of hoog dezelven niet ten hoogsten aangedaan zouden zijn, indien haare Hoog Edelheedens te Batavia goedvonden, een order aan den Commandeur van gawenapatnam of van Gale tezenden, zonder uwel Edele Gestr: Groot Achtb: van deeze order te laaten onderrigten mij was het geene verklijning voor en den gaalschen raad„ dat het verzoek van den E: van Angelbeek en zijne hoofden, om eene commissie van Colombo te moogen hebben in meerder aanmerking kwam dan het voorstel van de gaalsche regeering, die een Commissie van Gale toerijkende oordeelde was het geen verklijning, zelfs bij de misnoegde of rebellige onderdaanen, dat deeze commissie zonder iets uijtgevoerd te hebben ten eersten terug moest keeren. was n t „ was het geen verklijnend verwijt voor mij en de Gaelsche regeering dat ons als eene verregaande ongehoorzaam„ „heijd uijtgelegd wierd, dat wij, met de oeste intenties van de waereld, aan de Commissarissen, die reeds na de muijtelingen op weg waren, nit geschreeven hebben om direkt en zonder overleg maar inmediaat terug te keeren, maar in teegendeel aan deeze Commissa„ „rssen overleden om zig na de teids omstandigheeden „ken op de gescuikste wijze ten Executie te brengen strekt het niet tot hoor en verklijning en mistrouwen voor mij en den Gaalschen raad, dat VE: Commissaris sen Fritz en Lamlant bij hun vertrek na ittateire ons geen de minste opening van Hunner last hebben gegeeven; even als of de Matuneesche Dessavonij die door de hooge regeering deezer landen onse oplettend „heijd aanvertrouwd is, ons niet aangin„ wat het gan hoon en klijn agting en mistrouwen dat de heeren Fretz en Samlant mij bij mijne komst te Mature, de van hun gevraagd wordende Jntruktie volstrekt weigerden. was het geene minagting, dat ons zoo wijnig van de gesteldheijd der matureesche ingezeetenen, nog door de heer van Angelbeek nog door de Heeren Fretz en Lamlant bedeeld is, gelijk hier onder op zijn plaats nader zal aangetoond worden. te sukken en de order om haare Commissie te staa„ was het geen mistrouwen! Ik meer dat het vraagen en zenden van een Commissie van Colombo temeer wijl de gaalsche Commissie reeds op weg was, duijdelijk bewijst, dat ik of 2375 gaalschen raad het zij van onkunde of van iets anders /:want anders had men deeze Commissie immers of de als Commissarissen gezondene lieden uijt den waren, of dat men ons mistrouwde. was het geen mistrouwen dat het opvatten en ver„ zenden van de moor segoe voor mij geheim gehou „den is Een mistrouwen vond na mijn insien onweederspree„ „kelijk plaats, want anders begrijp ik eerbiedigst, en met onderwerping aan wijzer oordeel gezegd, nog niet waarom ik door mijne reeds gezondene gaal„ „sche Commissie niet eeven zoo wel de rust in de Ma„ „tureesche de favonie zoude hebben kunnen besorgen, als dit door de commissie van kolombo konde ge„ „schieden of waarom ik en de Gaalsche raad net weeten mogten wat de Heeren Fietz en samlant te verrigten hadden, en werkelijk verrigterden. Dat dit mistrouwen, het welk ik duijdelijk meen aangetoond te hebben, dat plaats gehad heeft, ver„ „keerd opgevat is geweest, word na mijn ge„ „ring en needrig oordeel en met onderwerping aanwijzer gevoelen door de ondervinding duijde„ „lijk beweesen; wijl niet de Heeren Commissarissen van Colombo, maar ik en mijne raadslee„ „den het geluk gelnd hebben de rust in de Matu„ „rusche dessavonij te herstellen zeekerlijk zoude ik meer en 53. nog zegd uE bij voorsz: zelfs veel heb konnen apparte brief dat uE. boos„ zeggen, indien ik boosaerdig „aardig willende zijn enz„ haaren gang kunnen laaten gaan :/ in verdenking hadde

NL-HaNA_1.04.02_3885_0378 view scan ↗

English

had wanted to be. could I not have depicted in dark colors that Mr. van Angelbeek, possibly with the best intentions, intended to colonize a far distant wilderness like Baddigirie, while there is still enough to do in the surrounding lands, which might well have been carried out beforehand. could I not have presented as highly improper that Mr. van Angelbeek actually undertook this expedition, without knowing that all the inhabitants, great and small, opposed it. could I not, in my secret report, have presented Mr. van Angelbeek as a cruel tyrant, who treats his subordinates in an inhuman manner, and about which women and children have lodged their complaints with me; that their blood relatives even lost their lives through mistreatment. could I not have presented Mr. van Angelbeek as a man who did not know at all what was going on in his subordinate lands, who did not know that the poor countryman sighed under the severest oppressions, but on the contrary imagined that the inhabitants were led by the most upright chiefs, and lived in happy contentment, and who imagined that they, even when they had already revolted, still held him in all esteem. could I not have interpreted it as ignorance that Mr. van Angelbeek so often praised all his native chiefs as upright, honest, and faithful men, who were very attached to him. could I, with the complaints that have come in against Mr. van Angelbeek, both from general and individual classes, have presented them in a manner disagreeable to His Honour! could I not, with regard to Mr. van Angelbeek, have interpreted it as far-reaching disobedience that he did not send the Modliaar of the Wellebaddepattoe and the titular Mohandiram of the Bellegamcorle to Gale, although this was positively commanded of him! could I not have shown that Mr. van Angelbeek, in spite of all complaints brought in, particularly concerning the four native chiefs who were subsequently dismissed from their posts, against all rules of statecraft and policy, wished to maintain these chiefs, and that thereby the gathering of mobs increased and the discontent was magnified. could I not have sent some inhabitants who had been punished towards Colombo, in order to present to Your Right Honourable, Right Worshipful proofs of the cruelest treatments. could I not have pointed out how Mr. van Angelbeek brought the Gentlemen Fretz and Samlant into the greatest danger by thoughtlessly having commandos march out, whereby the inhabitants were brought into unrest and these Commissioners, who were in Hakman to pacify the people, into the greatest danger. could I not have requested Your Right Honourable, Right Worshipful to ask Mr. van Angelbeek on his word of honor, by what he was moved to conceive some distrust against me, as His Honour himself testified to me had taken place in the beginning of the disturbances. could I not, to the disadvantage of Mr. van Angelbeek, have interpreted that His Honour's reports concerning the dissatisfied inhabitants almost always give good hope that everything would quickly return to tranquility, while it nevertheless appeared that from the beginning of the uprising until the departure of Mr. van Angelbeek the contrary existed. Finally, could one not have interpreted it as malicious if I had cited more in my secret report than I have already cited, and if I had drawn up everything I could have charged against Mr. van Angelbeek in my secret report, and had presented it in a manner disparaging to His Honour. 80 54. 6 2 1 1 1 A o . In this letter it is indeed very clearly acknowledged that Mr. van Angelbeek and his chiefs request a commission from Colombo, and that the Gale Commission [illegible] the motives why he and his chiefs do not desire a Commission from the Gale Council, but on the contrary another from Colombo. To carry out a mere inspection, in my view, no commission from Colombo was necessary either. [illegible] above I have already had the honor to request of Your Right Honourable Worships, in my name and that of the chiefs, a Commission from Colombo, which request I hereby further repeat, and therefore thank Your Right Honourable Worships very much for the Commission already appointed there, all the more so if merely an inspection of the complaints of the mutineers must take place, for this [illegible]. § 4. To the demand made upon you in the secret report, that the Honourable van Angelbeek will have to declare why His Honour declined a Commission from the Gale Council and on the contrary requested another from Colombo, the said Honourable van Angelbeek has declared to have already given this reason in his letter written to you of 19 April, in which it is stated in so many words. second [illegible]

Dutch transcription

hadde willen zijn. kon ik niet met een donkere verwe afgeschilderd hebben dat de Heer van Angelbeek, moogelijk met de beste intenties, eene verae afgeleegene woestijne gelijk Baddigirie meende te bevolkplanten, daar er in de om en bij leggende landen nog genoeg tedoen valt, het welk wel vooraf had moogen verrigt worden. stad ik niet als ten hoogsten ongeschikt kunnen voorstellen dat de Heer van Angelbeek deeze togt werkelijk ondernoomen heeft, zonder teweeten dat alle de ingezeetenen groot en klijn zig daar tegen aankanteden. zoude ik den Heer van Angelbrek niet bij mijn geheim rapport als eenen wreedaarden dwinge„ „land hebben kunnen voorstellen, die zijne ondergeschikte op een onmenschelijke wijze behandeld, en waar over vrouwen en kinderen hunne klagten bij mij hebben ingebragt; dat hunne bloedvrienden door midhandelingen zelfs om het leven gekomen waren. zoude ik den Heer van Angelbeek niet heb„ „ben kunnen voorstellen, als een man die in 't geheel niet geweeten heeft, wat in zijne onder„ „geschikte landen omging, die niet wist dat den armen landman onder de sterfste verdrukkin„ „gen zugtede, maar zijn zig in teegendeel voor„ „stelde dat de Ingeseetenen door de braaf„ „ste hoofden aangevoerd, en eene gelukkige vergenoegdheijd 2376 vergenoegdheijd leefde, en die zijn E: zig voorstelde dat hun zelfs toen zij reets gerevolteerd waren, nog alle achting toedroegen. zoude ik het niet als eene onkunde, hebben kunnen uijtleggen dat de Heer van Angelbeek zoo dikwils alle zijne inlandse hoofden heeft aangepreezen als braave, eerlijke en getrouwe menschen, die hem zeer geattacheerd waren zoude ik met de klagten, die teegen den Heer van Angelbeek. zoo bij generaale als bij afsonderlijke olas„ „sen, ingekomen zijn, op eene zijn E: onaangenaame weize hebben kunnen voorstellen! zoude ik het met den Heer van Angelbeek als eene verregaand ongehoorsaamheijd hebben konnen uijtleg„ „gen dat hij den modliaar van de wellebaddepattoe en den titulair Mohandiram van de bellegamcorle niet na Gale heeft opgezonden, kcroon hem dit stellig belast was! zoude ik niet hebben konnen vertoonen dat de Heer van Angelbiek in weerwil van alle ingebragte klagten in hit bijzonder omtrend de vier Jnlandsche hoofden, die naderhand uijt hunne diensten gedi„ „moveerd zijn, teegens alle reegels van staatkun „de en belijdaan, deeze hoofden heeft willen mainte„ „neeren, en dat daar door de zaamenrotting is toegeno„ „men en de onvergenoegdheijd vergroot stad ik met eenige ingezeetenen die afgestraft waren Colombo waerds kunnen hebben zenden, om uw wel Edele Gestr: Groot Achtb: van de vreedste behandelingen, be„ „wijzen voortestellen. zoude ik niet hebben kunnen aanweizen, hoe de Heer van heeft van Angelbeek, de Heeren Fretz en Samlant in het grootste gevaar heeft gebragt, door onoverlegd, Comman„ „dos te laaten uijtmarcheeren, waardoor de ingezeetenen in onrust en deeze Commissarissen, die zig ter bevreedi„ „ging van het volk te hakman bevonden in het grootste gevaar zijn gebragt zoude ik uwel Edele Gestr: Groot Achtb: niet hebben kun„ „nen verzoeken, om den Heer van Angelbeek op zijn woord van eere aftevraagen, waardoor hij bewoogen is geworden om teegens mij eenig wantrouwen op tevatten gelijk zijn E: mij zelve betuijgd heeft, dat in den beginne der onlusten plaats gehad heeft. zoude ik net den Heer van Angelbeek, tot nadeel „bij hebben kunnen uijtleggen, dat zijn E„s desselfs berig„ „ten omtrend de misnoegde ingezeetenen meest altoos een goede hoop geeft, dat zig schieelijk alles tot rust zoude herstellen, terwijl dog gebleeken is, dat van p den begin van den opstand tot het vertrek van den heer van Angelbeek het teegendeel geExcisteerd Eijndelijk zoude men niet als boovaardig hebben kunnen uijtleggen, indien ik meer bij mijn geheim rapport aangehaald had, als ik reeds aangehaald heb, en indien al het geen ik ten laste van den hier van Angelbeek had kun„ had ingelijfd, en op eene zijn E: verklij „ „nen opstellen bij mijn geheim rapport „nende wijze had voorgedraagen 80 54. 6 2 1 1 1 A o . 2377 Bij deeze brief staat wel zeer duijdelijk bekend, dat de Heer van Angelbeek en zijne hoofden, om eene commissie van Colombo verzoeken, en dat de Gaalsche Commissie de beweegreedenen waerom hij en zijne hoofden geen Commissie uijt den gaal„ „schen raad, maar daar en teegen een ander van Colombo begeeren. om een enkelde opneeming te doen, was na mijn inzien ook geen commissie van Co„ combo noodig sien boven heb ik reeds de eer gehad uw E: E: Agtb: uijt mijn naam en die van de hoofden, om eene Commissie van Colom„ „bo te verzoeken, welk verzoek ik bij deeze nader herhaale, en bedanke uw E: E. achtb dus heel zeer voor de reeds benoem„ „de Commissie aldaar, te meer, zoo enkeld eene op„ „neeming der klagten van de muijtelingen moet geschieden, hier toe de §. 4. op uE: gedaane vordering bij het gereim raport, dat de E: van Angelbeek zig zal dienen te verklaeren, waarom zijn E: voor een Commissie uijt den Gaelschen raad bedankte, en daar en teegen eene andere van Colombo verzogt heeft, heeft gem: E: van Angelbeek verklaard, deeze reeden reets te hebben opgegeeven bij zijn aan UE: geschreeven, waar „bij met zoo veel woorden staat. bedankt word, maar met brief van den 19. April, tweede ten 9„ oos eerd

NL-HaNA_1.04.02_3885_0382 view scan ↗

English

The second warehouse master the Honorable Demoor and Commandant Beijer should suffice, who are known to the residents here and, as far as I am aware, are also respected and esteemed. However, it is not merely a recording of the complaints that I and my chiefs request, but particularly a sharp investigation of these complaints, and into our conduct as well as into theirs who are the first cause of this mutiny. And the Honorable van Angelbeek has further declared that he could see nothing else from your letter of the previous day than that it was left to his option whether he considered this commission necessary or not, and that he therefore cannot see that he would have offended you in any respect by declining the commission, etc. To conduct this sharp investigation, the Galle commission was, as I respectfully believe, well suited. Furthermore, subject to your Right Honorable, Highly Esteemed, enlightened judgment, I presume that the Matara Disava must consider a commission from the Galle council sent into his Disavony to be just as sufficient, and must honor it just as a Commander of Galle is obliged to do when a commission from the council at Colombo is sent into his Commandement. If Mr. van Angelbeek had declined this commission within the time that I could have received his answer to my proposal on the matter, then this commission would probably not have departed. It would also have been no insult if Mr. van Angelbeek had declined the sending of all commissions; but the insult, in my humble view, lies enclosed in the fact that he considered the Galle commission insufficient. And this is, in my opinion, a real insult, and just as appropriate as if I were to decline an offered commission from Colombo to Your Right Honorable, Highly Esteemed, and in its place request another from Batavia. In my humble understanding, the Matara Disava is just as little permitted to declare these conscientious thoughts regarding the Disavony without being able to provide grounded and good reasons, such as thinking in conscience that such a commission would be of great use in this situation, etc., as it would be presumptuous of me to assume that a commission from Batavia would be of great use for the restoration of affairs in my Commandement. In the conscientious thoughts of Mr. van Angelbeek, in my slight judgment, it is also implied that his Honor, wishing to act as an honor-loving or faithful servant of the Honorable Company, did not consider the commissioners from the Galle council suitable, but deemed a commission from Colombo, from the Council of Policy or merely from the Council of Justice, to be of greater use. This insult consists, as I respectfully presumed, in the rejection, or politely speaking, the declining of the Galle commissioners as being judged insufficient, and in the unfriendly manner in which the commissioners, who represented the Galle government or the superior authority over Mr. van Angelbeek, were received at Matara. The insult, regarding which you say on this subject that the prestige and honor of the Galle government demands a fair redress. In my humble view, the Galle government may hope for a fair redress in this matter, because Mr. van Angelbeek, as I respectfully believe, was obliged to accept the aforementioned Galle commissioners with just as much distinction as I received with pleasure the Gentlemen Commissioners Fretz and Samlant. Regarding Section 5: you must also explain more clearly wherein actually consists the contempt with which the Honorable van Angelbeek received the delegates van Schuler and Devos at Matara, etc. This contempt consists in this, that Mr. van Angelbeek publicly had the delegates van Schuler and Devos informed by an assistant that his Honor was very dissatisfied that they, the commissioners, had already had small drums beaten in his territory for so long, and that if this were continued, entry through the gate would be prevented. It was an even greater insult to the Honorable van Schuler and Devos that Mr. van Angelbeek had actually given the order to prevent them from entering through the gate. When we decline the arrival of someone who has been announced to us and request someone else in their place, and moreover the declined person appears contrary to our wishes, and we are then unfriendly enough to receive him not politely but discourteously, others may certainly draw the conclusion that we did not like to see such a person arrive. This is entirely the case with the Honorable van Schuler and Devos, showing how unwillingly his Honor saw these gentlemen arrive. Regarding 16, on your objection over the little report or information that the Honorable van Angelbeek had given you about the condition of the Disavony, etc.: Certainly Mr. van Angelbeek has given me too little report or information on the condition of the Disavony. Mr. van Angelbeek has received many tidings of which he has left me entirely ignorant. His Honor will certainly not deny this, from the arrival of the commission.

Dutch transcription

tweede Pakhuijsmeester den E: Demoor met den Com„ „mandant Beijer voldoende zijn, welke bij de alhier bij de ingezeetenen bekend, en voor zoo verre ik bewust ben, ook gezien en geacht zijn. Het is egter niet alleenig eene opneeming der klagten, die ik en mijne hoofden verzoeke, maar wel inzonderheid een scherp om dit scherp onderzoek onderzoek van deeze te doen, was de gaatsche Com„ „missie gelijk ik eerbiedig klagten, en na onzer ge„ vermeene ook geschikt. voorts „drag, als ook na hun veronderstel ik, met onder„ „werping aan uwel Edele die de eerste oorzaak gestr: Groot achtb: verligte van deeze muijterij zijn. oordeel, dat den Maturee„ „schen dessave een Commissie en heeft gem: E: van An„ uijt den Gaaeschen raad, „gelbeek daarbij nog ver„ wanneer die in zijn Desa„ „klaard, dat hij uijt uwen „vonie gezonden word, voor eeven zoo voldoende moet brief van sdaags te vooren houden, en dezelve honvree„ niet anders lieeft kun„ „ren, gelijk een comman„ nen zien, dan dat het „deur van Gale verpligt is, wanneer een Commissie daarbij in zijn optie ge„ uijt den raad te colombo in zijn commandement gezonden word. „steld is, o 2378 of hij deeze Commissie noo„ stad de Heer van Angelbeek voor deeze Commissie bedankt, „ dig of niet noodig agtere, en dat hij mits dien niet binnen de tijd dat ik zijn zien kan, dat hij door het antwoord op mijn voorstel des weegens kon ontvangen bedanken voor de Commis„ dan zoude deeze Commissie „sie uE: in eenig opzigt zou„ ook waerschijnlijk niet ver„ „den hebben beleedigd enz: „trokken zijn, het zoude ook geen beleediging geweest zijn, dat de Heer van An„ „gelbeek voor het zenden van alle Commissies bedankt had; maar de beleediging legd na mijn needrig begrip daarin opgeslooten dat hij de gaalsche Commissie niet voldoende achteden: En dit is na mijn insien eene wer„ „kelijke beleediging, en even zo gepast als of ik uwel Edele Gestr: Groot Achtb: voor eene aangebooden Commissie van Colombo bedanken wilde en daaren teegen een andere van Batavia verzoeke. Deeze gedagten in gemoede zijn na mijn needrig begrip den Matureeschen Dessave betrek„ kelijk de Dessavonie even zoo wijnig geoorloofd te ver„ „klaeren zonder gegronde in gemoede dagte, dat zulk een Commissie in deeze geleegentheijd van veel nut zoude zijn enz: en n en goede reedenen te kunnen aangeeven; als het vermeetel van mij zoude zijn te veron„ „derstellen, dat eene Com„ „missie van Batavia tot herstel van zaaken in mijn Commandement van veel nut zoude zijn; in de ge„ „moedelijke gedagten van den Heer van Angelbeek leggen na mijn gering oordeel, ook opgeslooten, dat zijn E. als een eerlie„ „vind of getrouw dienaar van de Ed: Comp:e willende tewerk gaan, de commissa„ „rissen uijt den gaalschen raad niet geschikt oordeelde maar eene Commissie van Colombo uijt den raad van Politie of sligts uijt den raad van Justitie van meer„ „der nut agtede. Deeze beleediging bestaat, gelijk ik eerbiedigs veronder„ „stelde, in het overwerpen, of op eene hoblijke wijze ge¬ „zegd, bedanken, voor de gaal„ sche Commissarissen als onvol„ „doende geoordeeld wordende; en in de onvriendelijke de beleediging, waarvan uE nopens dit onder„ „werp zegd dat 't aanzien en de eere van de Gaelsche regeering eene Commissarissen wijze waarop de 2379 billijke herstelling vor„ Commissarissen, die de gaalsche regeering of des Heeren van Angelbeek oppergezag representeerden te Mature ontvangen zijn Na mijn needrig inzien mag de Gaalsche regeering eene billijke herstelling in deezen hopen, wijl de Heer van Angelbeek gelijk ik eer„ „biedig vermeene verpligt was gemelde Gaalsche Com„ „missarissen met even zo veel onderscheijd te acceptee „ren, als ik met vermaek de Heeren Commissarissen Fretz en samlant ont„ vangen heb. Deeze min achting bestaat hierin, dat de Heer van Angelbeek de gecommit„ „leerdens van schuler en Devos publiek door Een assistent liet te kennen geeven, dat zijn E: zeer te onvreeden was, dat zij /: Commissarissen:/ reets zoo lange tamblijntjes op zijn gebied hadde laaten slaan en dat indien daermede gecontinueerd wierd, het in„ „gaan van de Poort belet zoude worden. Het was eene nog groote beleediging voor d'E: van schu„ „ler en De vos dat de Heer § 5. ook moet uE: zig nader expliceeren, waarin eijgent„ „lijk bestaat de minachting waermeede de E: van An„ „gelbeek de gecommitteerden van Schuler en Devos te Mature heeft ontvangen en Z: van „derd van Angelbeek werkelijk de onder gegeeven had, om hun het ingaan in de Poort te beletten. zoo daa wij voor de komst van iemand die bij ons aan„ „gediend is bedanken en iemand anders in diesplaets verzoeken, en daarbij nog komt, dat de bedankte, te„ „gens ons verlangen verscheind, en wij dan onvriendelijk. genoeg zijn hem niet beleefde„ „lijk maar onbescheijden te ontvangen; moogen andere zeekerlijk de consequentie trekken, dat wij zoo iemand niet gaarne zagen op dragen Dit is volkoomen het geval van de E. s van schuler en De vos. 16. op uE: bezwaernis over zeekerlijk heeft de Hier van het weinig verslag of na¬ Angelbeek mij teweijnig „rigt, dat de E: van Angel„ verslag of narigt van de „beek uE. van de gesteld„ gesteldheijd der Dessavonie gegeeven: veele teijdingen heeft „heijd der Dessavonie had gegeeven enz: den Heer van Angelbeek erlangd, waarvan dezelve mij geheel onkundig heeft gelaaten. zijn E. zal dit zeekerelijk niet ontkennen van de komst van de hoe ongaarne zijn E: deeze Commissie zag opdaagen. Heeren

NL-HaNA_1.04.02_3885_0387 view scan ↗

English

2380 Messrs. Fretz and Samlant in Mature and their departure into the country to the rebels or of their proceedings among the same, were not made known to me at all, until after this had been expressly demanded by the entire Galle Council from the Honorable van Angelbeek. The Moor Segoe was arrested and sent away without any notice thereof having been given to us. Sannasses, mandate olas, etc., have been issued in the Dissavony, without the Galle government having been informed thereof. Four of the first native gaandes and heads of provinces are dismissed from their offices without the prior knowledge of the Commander and the Galle Council; and likewise, without prior knowledge, the duties of these Chiefs are assigned to others to act on their behalf. We have only six letters to show at the Galle secretariat from Messrs. Fretz and Samlant written during their presence in the Maturese Dissavony since their departure from Galle, or from 3 May to 15 June last; and in these letters, little or no mention is made of their Honors' proceedings among the dissatisfied inhabitants. Although nothing presented itself to the Commissioners Fretz and Samlant in which, in their view, it could have been of service to act communicatively with me on that matter, nevertheless, in my view, their Honors should not have left me ignorant of their capital proceedings among the dissatisfied and of their public orders issued within my Commandment, containing capital regulations and changes in the service and the customs of the inhabitants, just as their Honors' mandate ola of 28 May contains. The Moor Segoe was not sent into the Maturese Dissavony to obtain clarifications concerning that which the Honorable van Angelbeek reported; nor were the reports of the Honorable van Angelbeek considered at all in the dispatch of the Moor Segoe, still less in such a manner that any disadvantageous consequences for the Honorable van Angelbeek could be drawn therefrom; however, I obtained better information through others than the Honorable van Angelbeek; and I would also not have known as early as was the case that the dissatisfied were complaining about the Honorable van Angelbeek himself, if I had not sought other information Paragraph 7. If the reports which the Honorable van Angelbeek made to you from time to time were not satisfactory, etc. 2381 than the letters from the Honorable van Angelbeek conveyed. It appears upon closer examination that the Moor Segoe is a born slave; however, it is certain that his master does not trouble himself about him, that he goes wherever he wishes, and that he resides here in Galle, earning his livelihood according to his own choice. I would wish that the Honorable van Angelbeek declared in all conscience whether his Honor, after this Moor had been seized, did not know that he was an emissary of mine; possibly the Maha Mudaliyar of Your Honorable, Right Worshipful, who was then in Mature, certainly knew this. I do not doubt in the least that the sending of the Moor Segoe to Colombo did not take place without the prior express order of the Honorable, Right Worshipful Governor; however, before the receipt of His Honor's separate letter of 17 May, this was unknown to me. The first undersigned Governor has already informed you by a separate letter of 17 May that the sending of the said Segoe to Colombo took place upon his express order. That the Honorable van Angelbeek gave you no notice thereof is certainly blameworthy, and his Honor, having been questioned on this matter, declared that this arose solely from an oversight at a time when he was overwhelmed with business, and that he has since apologized to you in the most decorous manner by a letter written on 20 May, and requested that you would be pleased with this apology of his. could not know with what intentions or for what ends this man wandered about in his Dissavony, being a slave boy whose master is an inhabitant of Mature, without giving any notice thereof to the Honorable van Angelbeek, who consequently... I cannot—in my own affairs—judge whether the apology of the Honorable van Angelbeek in this matter was made in the most decorous manner, and I only most respectfully request that you go back to the beginning of this defense on page 6, line 25, where I believe I have already proven that the conduct in this matter of the Honorable van Angelbeek is to be attributed 2382 to no inadvertence, but rather to contempt for his superior authority. I shall look forward with anticipation to this further written declaration from the Honorable van Angelbeek. Just as I have hope and heartily wish that the most secret matters relating to the recent disturbances shall become known, so too do I hope that within a short time the purpose and the writer of this ola will be discovered. That in the meantime it has served to diminish me is undeniable. Paragraph 10. It is, furthermore, not easily understood how you can take offense that the first undersigned Governor has summoned the Mohandiram of his gamekeepers to his gate. 58. Concerning that which appears in your secret report relative to the titular Mohandiram of the Weligam Korale, the Honorable van Angelbeek has undertaken to make a further written declaration, etc. 59. As regards the ola which you say was sent to the dissatisfied by a very ill-disposed person, etc. The summoning of this Mohandiram really struck me, at a moment when I expected to derive much use from him, for he was virtually the only native servant among those whom I had around and with me whom I knew well enough, and on whose loyalty I could therefore safely rely; upon his departure, I lost a

Dutch transcription

2380 Heeren Fretz en Samlant te Mature en hun vertrek in het land bij de Muijtelingen of van hunne verrigtingen bij dezelve, wierd mij in 't geheel geen kennis gegeeven, dan na dat dit expres door den geheelen Gaalschen raad van den E. van Angelbeek begeerd is. De moor segoe is gearresteerd en versonden zonder dat wij daarvan wierd kennis gegeeven Sannassen, Mandaat olassen &„a, zijn in de dessavonie uijtgevaerdigd, zonder dat de Gaalsche regeering daar van onderrigt is. vier der eerste Jnlandsche gaandes en hoofden van Provin„ „tien worden zonder voorkennis van den Comman„ „deur en den Gaalschen raad uijt hunne bedieningen gedemiteerd; en insgelijks worden zonder voorken„ „nis de diensten van deeze Hoofden ter waarnee„ „ming aan anderen opgedraagen. wij hebben ter Gaalsche sekretarij van de Heeren Fretz en samlant slegts ses brieven bij hun aanweezen in de Matureesche Detsavonie zederd hun vertrek van gale of van den 3. Maij tot den 15. Junij laast„ „leeden geschreeven optewijzen, en bij deeze brieven word van Hun E:s verrigting bij de misnoegde ingezeetenen wijnig of geen mentie gemaakt. „schoon dE: Commissarissen Fretz en Samlant niets waren voorgekomen, waarin naar hun inzien het van dienst had kunnen zijn, om met mij daer „ omtrend Communicatief te werk te gaan. zoo hadden hun E:s egter na mijn inzien mij niet onkundig moe„ „ten laten, van hunne Capitaale verrigtinge bij de misnoegden en „ d en van hunne in mijn Commandement uijtgevaardigde publique orders, behelsende Capitaale schikkingen en veranderingen in den dienst en de gewoonte der Jnge„ „zeetenen, gelijk hun E: Mandaat ola van den 28. ' Maij behelsen. De moor segoe is niet in de Matureeshe Dessavonie gezonden, om ophelderingen te haalen van het geen. de Heer van Angelbeek berigtede: En ook zijn de berigten van den E: van Angelbeek bij het verzenden van de Moor segoe geheel in geene aanmerking gekoomen, nog minder op eene wij„ ze dat daar uijt eenige nadeelige gevolgen voor de Heer van Angelbeek zouden kunnen getrokken worden; egter heb ik door andere dan de Heia van Angelbeek beeter onder„ „rigting gekreegen; en ik zoude ook met zo vroeg teijdig als plaats gehad heeft geweeten hebben, dat de Misnoegden over den Heer van Angelbeek zelve klaagden, indien ik geen andere onderrigtingen § 7. Jndien de berigten die de E: van Angelbeek van teid tot tijd aan uE. gedaen heeft niet voldeeden, enz: gezogt 2381 gezogt had, dan de brieven van de Heer van Angelbeek aangebragt hebben. Het blijkt bij nader onder„ „zoek dat de Moor segde een slaaf gebooren is, egter is het zeeker dat zijn lijf heer zig om hem niet be„ „moeijt, dat hij gaat, waar hij wil en dat hij hier te gale woonagtig is; en zijn broodwinning na eige ver„ kiesing zoekt. Ik wenschte wel dat de Heer van Angelbeek in gemoede verklaerde op zijn E: na dat deeze moor opgevat was, niet geweeten heeft dat hij een uijtzendeling van mij geweest is: mooglijk zal de Mahamodhaar van uwel Edele Gestr: Groot achtb: die toen te Mature was, dit tog wel geweeten hebben. Jk twijffele geenzints dat het opzenden van de moor segoe na Colom„ bo niet geschied is dan de eerst ondergeteeken„ „de Gouverneur heeft uE. reets bij apparte brief van den 17. Maij niet konde weeten met welke oogmerken of, tot wat eijndens, deeze man in zijn dessavonie rond„ „zworf. een slaave Jonge is, waar„ „van de lijfheer is een inwoonder te Mature zonder daarvan eenige kennis te geeven aan den E. van Angelbeek, die mits„ „dien na bedeeld bedeeld, dat het opzenden na na voorafgaande expresse last van den wel Edelen Gestr. Colombo van gem: segoe, is Groot achtb: Heer Gouver„ geschied op desselfs expresse „neur; edog voor den ont„ last. Dat de E: van An„ „vangst van Hoog desselfs „gelbeek aan uE: daarvan aparte brief van den 17. geen kennis gegeeven heeft maij was mij dit onbekend. is zekerlijk qúalijk, en heeft zijn E:, hierover gevraagd zijnde, verklaard, dit alleen te zijn voortgekoomen bij in advertentie in een teijd dat hij overkropt was van beezig „heeden, en dat hij zig bij een brief geschreeven den 20. Meij zederd derweegens bij uE: op de welvoeglijkste wijze Ik kan, — in mijn eige zaaken heeft verschoond, en verzogt — niet beoordeelen, of de ver„ dat uE: in deeze sijne ver„ „schooning van den Heer „schooning wilde genoegen van Angelbeek in deezen op de wel voeglijkste wijze neemen. is geschied, en verzoeke alleen eerbeedigst te willen terug gaan tot in den beginne deezer verantwoording op pag: 6. de 25. reegel, alwaar ik reeds meene beweesen te hebben, dat het gedrag in deesen van den heer van Angelbeek aan 2382 aan geen inadvertentie, maar wel aan klijnachting voor zijn oppergezag toeteschrijven is. Ik zal deese nadere schrifte„ „lijke verklaering van den heer van Angelbeek met verlangen te gemoet zien. gelijk ik hoop hebbe en harte„ „lijk wensche dat de geheimste „dingen tot de laatste onlusten betrekkelijk zullen openbaar worden, zoo hoop ik ook dat binnen korten het oogmerk en de schrijver van deeze ola zal ontdekt worden. Dat intus„ „schen dezelve tot verklijning van mij gestrekt heeft is on„ „ weeder spreekelijk. § 10. het is voorts niet Het op ontbieden van deezen wel te begrijpen, hoe uE: Mohanderai heeft mij wer„ zig aantrekken kan, dat „kelijk gefrappeerd, in een tijd de eerst ondergeteekende „stip waar ik van hem veel gouverneur den Mohandiram nut meende te hebben, want hij was genoegsaam de eenig„ van desselfs wild schutters ste Jnlandsche bediende aan desselfs Porta heeft van de geene, die ik om ontbooden en bij mij had, dien ik genoeg kende en op welkers trouwe ik mij dus ge„ „rust kon verlaaten: Bij zijn vertrek verloor ik 58. Nopens het geen bij uE. geheim raport voorkomt be„ „treklijk den titulair mohan„ „diram van de Belligamcorle„ heeft de E: van Angelbeek aan„ „genoomen zig nader schriftelijk te verklaaren en z: 59. wat aangaat de ola, die uE: zegt door eenen zeer quaad gezinden aan de mis„ „noegden gezonden te zijn enz: een

NL-HaNA_1.04.02_3885_0392 view scan ↗

English

a very useful and serviceable servant, and this I must presume that Your Right Honourable Sir yourself understood, since Your Honour was so favorable to me as to send this mohandiram back to Mature in the following period, at the moment when I devoted all my care to appease the restless native and bring him to quiet. The joy that I felt upon the receipt of Your Right Honourable Sir's esteemed letter of 12 June, in which I was requested and not commanded to go in person to restore the peace in the Maturese Dissavony and for that purpose subsequently received full powers, this joy was so great and refreshing that I, wishing to give Your Right Honourable Sir a sketch of it, could not better describe it than to compare it to the joy of someone who, lying under the heaviest suspicions and pondering how to bring his innocence to light, is unexpectedly surprised by the agreeable news that he is relieved of all suspicions, and is declared by the world to be entirely innocent of them. Yet from what occurred before my departure for Mature, the observing world, which has no knowledge of the inner conditions and motives why the government acts thus and not otherwise, and judges according to general, quiet rules, could not have judged that I or the Galle council must lie under any suspicion. The world could easily understand that a suspicion actually took place: for whenever any supreme authority sees fit to send a commission, whether into the country to the inhabitants, or into an administration, this commission may and can, according to general rules that are always followed, direct or change nothing in that country or in that administration without the knowledge of the ruler of the country or the administrator of the administration. However, this admits of exceptions, and there may be circumstances that make a different conduct necessary and require that such a ruler or administrator cannot or may not have knowledge of what the commissioners sent to the lands entrusted to his care or his administration have to execute. These exceptions, however, in my understanding, can absolutely never take place except in these cases: I. When the ruler or administrator is absent due to illness or otherwise. II. When complaints have been brought against the ruler or administrator, or III. When this ruler or administrator lies under suspicion. The first does not apply at present, for I was not absent, but in person had the pleasure of meeting the commissioners sent to the lands entrusted to me, the Gentlemen Fretz and Samlant, here at Galle, when, upon the presentation of their instructions, full disclosure could have been given to me. And during Their Honours' presence in the Maturese Dissavony, I think that Their Honours should have informed me of all that occurred, or at least issued no principal orders nor made changes in the service and obligations of the country's inhabitants, as happened by the mandate ola of 28 May, without giving notice thereof to me, to whom the supreme authority of these lands is directly entrusted. The second case, namely that complaints could have been made about me as ruler, likewise does not apply, for until now none of the inhabitants has brought any complaints against me; on the contrary, the complaining community has more than once desired that their complaints might be investigated and settled by me. The third case therefore alone remains. I am exceedingly glad if this suspicion or any mistrust regarding me had no place with Your Right Honourable Sir and the rest of the esteemed Ceylon government in the dispatch of a commission from Colombo to Mature, and however much I myself truly still do not understand why I and the Galle council were not permitted to interfere with anything, before and until I was honoured with an evident trust, free of all suspicions, and had to cross over to Mature myself, where the Gentlemen Fretz and Samland absolutely refused to let me see their instructions, and furthermore gave me no reading of their letters exchanged with Your Right Honourable Sir, although from these papers I thought to obtain the best information for my guidance, I am nevertheless highly honoured by Your Right Honourable Sir's assurance of having always treated me with a fitting trust. My intention was by no means to prejudice the Gentlemen Fretz and Samlant by saying that I had to wait ten days before the voluminous notes with their appendices were handed over to me, far from it; these gentlemen were by my

Dutch transcription

een zeer wuttig en bruijkbaar Dienaar, en dit moet ik veron„ „derstellen dat uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare zelve, heeft begreepen, wijl Hoog dezelve mij zoo gunstig is geweest, deezen mohandiram in 't vervolg weeder na Matiue toeteschikken, op het moment dat ik alle mijne sorge besteede om den onrustigen Jnlander te bevreedigen en tot stilstand te brengen De vreugde die ik gevoelde §11. wet is ons niet bekend, waaruijt zijn ontstaande bij den ontvangst van mistrouwende gevoelens enz: uwel Edele Gestr: Groot Achtb: geherde brief van den 12 e Junij, waarbij ik verzogt en niet gelast worde om in perzoon de rust in de Matureesche Des„ „savonij tegaan herstellen en daartoe vervolgens een plijn pouvoin verkreegt Deeze vreugde was zoo groot en verkwikkende dat ik, uwel Edele Gestr: Groot achtb: gaerne een schets daarvan willende geeven, dezelve niet beeter wist te beschrijven, dan ze te vergelijken bij de vreugde van iemand die, onder de zwaarste verdenkingen leggende, en daarop pijnsend zijne zuij„ „verheijd aan den dag tebrengen, op het onverwagts verrafd word met de aangenaame teijding dat hij van alle verdenkingen ontliefd, en bij de wae„ „reld als geheel zuijver verklaard word van Echter zolide uijt het voorgevallene voor mijn vertrek na Mature door de toesiende waereld, die van de iinerlijke gesteldheijden beweegreedenen waarom 2 2383 geen kennis draagd, en na de algemeene stil ree„ „gels oordeeld; niet hebbe kunnen beoordeeld worden, dat ikk of de gaalsche regjeering onder eenige verdenking waarom het gouvernement zo en niet anders handeld moesten leggen De wareld zoude ligtelijk kunnen begrijpen dat werke„ „lijk eene verdenking plaats gehad heeft: want wanneer eenig oppergezag goedvind een commissie te zenden het zij in het land, bij de inwoonderen, wet zij in een administratie; mag en kan volgens algemeene regels die steeds gevolgd worden deeze commissie in dat land of in die Administratie, niets derigeeren of veranderen; zonder meede weeten van den regent van het land of van de Administrateur der Adminis„ „tratie. Egter vind dit uijtzonderinge en er kunnen omstandigheeden zijn die een ander gedrag noodzake„ „lijk maaken en vereischen, dat een diergelijken Regent of administrateur geen kennis kan of mag hebben, van het geene de in zijne zorge aanvertrouwde lan„ „den of zijne administratie gezondene Commissaris„ „sen te executeeren hebben. Deeze uijtzonderinge kunnen na mijn begrip egter volstrekt nooijd plaats vinden, dan in deeze ge„ „vallen. 7: wanneer de regent of administrateur weegens ziekte als anderzints afweezig is. II. wanneer teegen den regent of administrateur klagten zijn ingebragt, of III. wanneer deeze regent of administrateur onder onder verdenking legd. Het eerste vind tegenwoordig geen plaats, want ik ben niet afweezig geweest, maar heb in perzoon het genoe „gen gehad, de in mijne aanvertrouwde landen ge¬ „zondene Commissarissen, de Heeren Fretz en Sam„ „lant hier te gale te ontmoeten, wanneer mij onder vertooning van hunne Jnstruktie opening van zaaken had kunnen gegeeven worden; En bij hun E: aanweesen in de Matureesche Detsavonij meen ik dat hun E: mij van al het voorkoo„ „mende hadden moeten onderrigten, ten minsten gaene Capitaale orders uijtvaardigen nog ver „anderingen in den dienst en de verpligtingen der lands inwoonderen maaken gelijk bij man „daat ola van den 28. ' Maij gesched is, zonder mij, dien het oppergezag deezer landen direkt aanvertrouwd is, daarvan kennis te geeven. Het tweede geval of dat over mij als regent ge„ „klaagd konde zijn, vind meede geen plaats want tot nog toe heeft niemand der Ingezeetenen teegens mij eenige klagten ingebragt; in teegen= „deel de klaagende gemeente heeft meer als eens begeerd dat haere klagten door mij mogten onderzogt en afgedaan worden. Het 2384 Het derde geval, blijft dus nog alleen over: Ik: ben ten hoogsten verblijd indien deeze verdenking of eenig mis„ trouwen ten mijnen opzigten bij uwel Edele gestr: Groot„ Achtb: en de verdere geeerde Ceilonse reegering, in het af„ zenden van een Commissie van Colombo na Mature, geen plaats gehad heeft, en hoe zeer ik zelve werkelijk als nog niets begrijpe, waarom ik en gaalsche regeering ons met niets hebben mogen bemoiijen, voor en al eer ik met een blijkbaar vertrouwen vrij van alle verdenkingen vereerd wierd, en zelve na Mature moest overstappen, alwaar mij de heeren Fretz en Samland volstrekt weigerden haare jnstruktie te laaten zien, en mij voorts geen lectura van hunne met uwel Edele Gestr: groot Achtb: gewisselde brie„ ven hebben gegeven, schoon ik uijt deeze papie„ ven de beste onderrigting tot mijn narigt meen de te verkrijgen, zoo ben ik egter dog ten hoogsten vereerd door uw wel Edele gestr: groot Achtb: ver„ zeekering van mijn steeds met een gepast ver„ trouwen te hebben behandeld Mijn intentie is geenzints § 12. Het is ligt te bedenken geweest, de heeren Fretz en dat de E= Fretz: en Samlant samlant tot nadeel te bren eenige teid noodig gehad „gen dat ik tien dagen heb hebben, om zulke volumu„ eer mij de volumuneuse aanteekeningen met dies bijlaagen overgegeeven zijn, dit zij verre van dien deeze heeren wierden door moeten wagten, voor en al neuse papieren als ze aan uE: moesten over„ geeven, in behoorlijke onder te brengen en2: mijne

NL-HaNA_1.04.02_3885_0396 view scan ↗

English

surprised by my arrival, and thus could not possibly have a set of all the papers to be handed over to me ready upon my arrival. I was also an eyewitness, and declare this openly, that Mr. Fretz, with a party of I believe eight or nine clerks, wrote on untiringly and I may almost say incessantly during the aforementioned 10 days. I have read the report sent to me from Messrs. Fretz and Samlant, or actually from Mr. Fretz alone, for Mr. Samlant probably did not wish to sign this paper, as this could otherwise have taken place after his return from Mature, and could make other remarks on many of the remarks therein, from which misunderstandings might easily arise that in themselves would contribute nothing to the decision of the main matter. I therefore also request to be excused from any further explanations in this regard, because I can sincerely assure that my time, which I owe to the actual service of the Company, would be much shortened if I had to spend most of my time with pen in hand, or in reflections to defend my well-meaning efforts and provide constant clarification. And moreover, I sincerely testify that I feel myself so unsuited for writing that I would rather venture to bring all the dissatisfied 2385 dissatisfied Sinhalese back to the right path than to engage in a single battle of the pen. How flattering it is for my labor and cares during the latest unrest in the Maturese Dissavony to be rewarded by the favorable declaration of Your Right Honorable Greatly Respected that I had full power, of which I am now also convinced that I have made good use to the satisfaction of Your Right Honorable Greatly Respected. Section 13. You were not bound by any instructions, but had full power from us for the settlement of the Maturese unrest, etc. I was certainly not bound by any instructions because of the trust that Your Right Honorable Greatly Respected, at that moment, had placed in me by giving me full power. Yet because my self-love does not go so far as to believe myself infallible, I thought to draw much usefulness from these instructions, of which I have now obtained a copy by letter of 17 October, and for which I express my humble thanks, that might come in handy in the circumstance. The refusal thereof made me doubly sensitive and made me insist upon it, and also for that reason made me remark in my secret report that I, as a junior member, believed myself entitled to it, without ever intending by this declaration of mine to offend Mr. Fretz, who seems sensitive about it to me, and however much friend I... to be, and therefore perhaps in his report remarks to have served the Company as military captain at a period when I was still a bookkeeper. I do not know whether Mr. Fretz thereby wished to emphasize his prosperity or my slow promotion. In the first case, I avow his statement, and in the second, I admit this as well, because already at the moment that his honor came out as captain around 20 years of age, I had served the Company for eleven years as assistant and bookkeeper, and thus was not favored so young in years as his honor and endowed with such high favor. The following years, however, have been more prosperous for me and have brought about that I, before his honor, obtained a seat in the Council of Ceylon. I would have wished that Mr. Samlant had also made some remarks on one or another of the things appearing in my secret report, just as appear in the report of Mr. Fretz. Section 14. 2386 These declarations have come before me more than once in a manner that I had to ascribe them to the common people. Mr. van Angelbeek will know this himself; at least Messrs. Fretz and Samlant will certainly remember this. The appendices to this, No. 2, 3, and 4, will prove that the dissatisfied in general not only did not want to resolve to come to Mature as long as Mr. van Angelbeek was there, but also that they heartily wished and would thank God when the Honorable van Angelbeek would have departed. This is also further proven by the fact that the people, in the presence of Mr. van Angelbeek at Mature, requested that I might come into the country to them, and specifically to Kaddoewe, to hear their complaints, from which request they withdrew as soon as Mr. Dissave van Angelbeek had departed, upon which they generally presented themselves to me at Mature, and declared to me without hesitation that they would not have come if Mr. van Angelbeek had remained at Mature. I am willing to believe, however, that ill-disposed persons played their part in this, for one must also conclude this because one could not even obtain coolies for the transport of Mr. van Angelbeek to Gale, under the pretext that no coolies could come before all the complaints of the inhabitants of Mature were settled. Section 14. Declarations of the gathered crowd that they would not settle down until the Honorable Dissave van Angelbeek was removed from Mature, etc. May and

Dutch transcription

mijne komste verrasd, en konden dus onmogelijk bij mijne komsteren stel van alle de aan mij overtegeevene papieren in gereedheid hebben, ook ben ik ooggetuijge ge„ weest, en verklaare dit opentlijk, dat de heer Fretz: met een partij, ik geloof wel agt op negen schrijvers on„ vermoeijd en ik mag bij na zeggen onophoudelijk geduurende gem: 10. dagen voortgeschreeven heeft jk heb het mij toegesondene berigt van de Heeren bretz en samlant „ op eigentlijk van de Heer Fretz alleen want de heer Jamlant heeft waarscheinlijk dit papier met willen teekenen, wijl zulks na zijne terug komst van Mature anders had kunnen geschieden, geleesen, en zouden op veele aanmerkingen daar bij, andere aanmerkingen kunnen maaken waar uijt wel ligtelijk verkeerde begrippen zouden kunnen onstaan, die op zig zelven niets ter beslis„ sing van de woordzaak zouden uijtwerken; jk ver„ „zoek daar om ook, van eenige nadere verklaarin„ gen hier omtrent verschoond te blijven, wijl ik op„ recht verzeekeren kan, dat mijne tijd die ik aan den recelen dienst van dE Comp: verschuldigd ben veel verkort zoude worden, indien ik mijn mees„ ten teid met de pen in de hand, of in over denkin„ gen moest doorbrengen; om mijne welmeenende poogingen te verdeedigen en eene geduurige ophel„ dering te geeven. En ik betuijge nog boven dien opregt, dat ik mij zo ongeschikt in het schrijven gevoele, dat ik liever zoude willen waagen alle misnoegde 2385 misnoegde singaleesen op de regte weg terug tebren„ „gen, doen mij in een enkelde penne strijd inte laaten Hoestreelende is het voor § 13. uE was aan geen Jnstrukt„ mijnen arbeid en sorgen geduu„ ons een plein pouvoir tot de rende de laatste onlusten in afdoening van de Matureesche de Matureesche Dessavonie, onlusten en L: beloond, door de gunstige verklaaring van uwel Edele gestr: groot Achtb: dat ik een plein pouvoir gehad heb, waar van ik nu ook over„ tuijgd ben een goed gebruik tot genoegen van uwel Edele Gestr: Groot Achtb: gemaakt te hebben. Jk was zeekerlijk aan Geen Jnstruktie gebonden door het vertrouwen dat uwel Edele gestr: Groot Achtb:, op dat moment, door mij een plein pouvoir te hebben ge„ „geeven, in mij had gesteld. Dan dewijle mijne eige liefde niet zoo verre grot om te gelooven, van onseil„ baar teweesen, meende ik uijt deeze Jnstruktie, waar van ik nu bij brieve van den 17. 2ber: Copij erlangd hebbe, en waar voor ik mijne needrige dank be tuijge zeer veel nuttigs te zullen trekken, wat mij in de geleegendheid konde tepasse komen. De wijge„ ring daar van maakte mij dubbeld gevoelig en heeft er mij op doen staan, en ook daarom bij mijn ge„ herm rapport doen aanmerken, dat ik er als onder lid, meende toegeregtigd teweesen zonder dat ik d'oor deese mijne verklaaring immer vermeende den heer Fretz te beleedigen die daar over gevoelig scheind mij, en hoe zeer vriend ik „tie gebonden, maar had van teweesen teweesen, en daarom mooglijk bij desselfs berigt aanmerkt, dE Comp: als kapitein militair te hebben gediend, in een teidpeak dat ik nog boekhouder was. Jk weet niet of den Heer Fretz: hier door zijne voor spoed of mijne langzaame bevordering wie de non rixeeren. Jn het eerste geval, aroueer ik zijn E: stel„ ling en in het tweede bekenne ik zulks meede, wijl ik reeds op het moment dat zijn wel Edele omstreeks 20. Iaaren oud als Capitein uijtkwam, dE Comp: elff gaaren als assistent en boekhouder gediend had, en dus niet zoo Jonk in Jaaren als zijn, wel Edele begenadigd en met zulke hooge gunste beschonken ben. De vol„ gende gaaren zijn mij echter voorspoediger ge„ weest en hebben teweege gebragt dat ik voor zijn wel Edele, zitting in raade van Ceilon heb verkreegen Ik hadde wel gewenst dat de Heer samlant ook eenige aanmerkingen gelijk bij het bericht van den Heer Fritz voor koomen, op de een off andere dingen bij mijn geheim Rapport voorkoomen „de had gemaakt. 3 14. 2386 Deeze verklaaringen zijn mij meer § 14. verklaaringen van de te- als eens voorgekoomen op eene weize zaamengerotte meenigte, dat ze dat ik ze stellen moest op reekening niet eerder zouden tot ruste koomen van het algemeen. De Heer van An dan na dat den E: dessave van Angelbeek „gelbeek zal dit zelven wel weeten, ten minsten zullen de Heeren Faetz derd enz: en samlant zig dit wel herinneren. de bijlaagen deezer N=o 2: 3: en 4. zul„ „len bewijzen, dat de misnoegden in't algemeen, niet alleen niet besluijten wilden, van omen bij Mature tekoomen; zoo lange den Heer van Angelbeek zig daar bevond; maar ook dat ze har- „telijk wenschten en god danken zouden wanneer dE: van Angel beek zoude vertrokken zijn. Dit word ook nog beweesen door dien het volk, bij aanweezen van de Heer van Angel- „beek te Mature, verzogt dat ik in het land bij haar, en wel op kaddoewe mogte koomen, om hunne klagten aantehooren, van welk verzoek zij zijn terug gekoomen zoo drae den Heer Dessave van Angelbeek vertrokken was, als wanneer zij zig in't generaal bij mij op Mature heb- ben laeten vinden, en mij onbeschroomd verklaerd hebben, dat zij niet zoude zijn gekoomen, indien den Heer van Angelbeek te Mature gebleeven was. jk wil egter wel gelooven, dat kwaadgezinde hier onder haare rol gespeeld hebben, want dit moet men almeede besluijten, wijl men zelfs geen koelies tot trans= port van de Heer van Angelbeek na Gale heeft kunnen krijgen, onder voorgaave dat 'er koelies konde koomen voor en al eer de klagten der ingezeetenen afgedaen geen van Mature zoude zijn verweij- waeren Mag en

NL-HaNA_1.04.02_3885_0400 view scan ↗

English

May I, in the confidence of favorable interpretation, respectfully ask whether it would have been necessary to remove Mr. van Angelbeek from Mature, if it had been assumed that the people could have been brought to peace during his presence there, and that the bulk of the people were not prejudiced against him. Because the Moor Segoe, after Your Right Honorable, Highly Respected Sir was well informed that he had been sent out by me as a spy, was nonetheless bound, winged, transported to Colombo, and put in prison, I certainly had to fear that this might also happen to a second of my spies; and it is for that reason that I requested not to be required to name his name, all the more because I guaranteed this man against all bad consequences, regarding which, in the case of the Moor Segoe after he became known, I found myself powerless, however much I took an interest in him with Your Right Honorable, Highly Respected Sir. It is unknown to me to this day that the Moor Segoe was arrested for any other reason than that he was caught as a spy in the Dessavonie. If this occurred for any other reasons, then I should have wished to have known of it; in which case my fear of naming a second spy would have had no place. Paragraph 15. We have also resolved to ask you for further clarification regarding the difficulties that have kept you from, the spy, etc. Paragraph 16. You state in the secret report that the discontent of the inhabitants arose, etc. I have said this and am still of this opinion; and this is proven by the discontent and the filed complaints of the inhabitants. Paragraph 17. Against mistreatment and extortions of the inhabitants by the native chiefs. It is certain that the mistreatments of the native chiefs have not yet been able to be prevented, however much effort has been made in that regard. The familiarity with which the dexterity of these native chiefs to do these things, etc. The chiefs covering up their actions must certainly be accepted as a reason in this matter. High in my understanding, and with submission to wiser opinions, this evil can be prevented to a great extent by ensuring that the administration of the country is entrusted to competent people who have courage enough to stand up fearlessly for the well-being of the inhabitants, and by appointing as native chiefs such persons of whose honesty one is most assured. And when these chiefs, as I have said repeatedly, stand as little as possible in family or other relations with one another, one can to some extent rely on them to watch each other's actions and promptly report the misdeeds thereof. Paragraph 18. The circumstances of the times frequently require this or that new arrangement, etc. The circumstances of the times have certainly produced this or that new arrangement, as among other things has taken place regarding the carrying of cinnamon, and also regarding the planting of cinnamon. Yet, in my understanding, it mostly comes down to the district ruler ensuring that with such novelties the people are treated well and no extortions exist; such as, for example, that the provisions allocated to them are not received, that one person buys his freedom from labor, whereby others must work double, etc., and whereby a great discontent arises among the common people; and which discontent becomes no less enormous through the taking away of well-situated maintenance lands and the assigning of others in remote places. In my understanding, the complaint of the native in this matter boils down to this. Upon investigation, all of this will become clearer, and one will be in a position to provide further clarification of such services from which the native ought to be exempt, or of others for which some rewards ought to be granted to them. Paragraph 19. That the chiefs in the Mature Dessavonie have made use of the occasion of the insurrection of the inhabitants to release themselves from the obligations they had undertaken is very believable; yet that the complaining of the people that they had to work so excessively therein has been presented in an exaggerated manner, is already to be judged from that alone, etc. When one now considers the great multitude of people over which this work was distributed, etc. I am also of the opinion that, according to the usual manner of the Sinhalese, this is greatly exaggerated. With the Sinhalese, it is not necessary that an oppressive labor be imposed on many of them just for them to complain: as soon as only one of them is obliged to perform any extraordinary work, they all immediately fear that this will become an obligation for all of them, and therefore readily rise up in multitude against such imagined obligations. In my view, the common man actually complains because he was pressed into this work by the chiefs beyond their obligation and had to labor without their choice or without reward. For the further advancement of this work, we have resolved to order you, as is done hereby, to cause a special survey to be made of all these plantations made by the chiefs in the Mature Dessavonie, etc. For the special survey that Your Right Honorable, Highly Respected Sir has ordered, I have dispatched the necessary orders to the Honorable van de Jave Raket. Paragraph 20. Regarding the complaint of the discontented, cited by you in your secret report, etc. The Bookkeeper Frankena at Mature has submitted a report concerning the provisions made to the servants in the garden of Kappoegamme, which we hereby present to Your Right Honorable, Highly Respected Sir under No 5. Paragraph 21.

Dutch transcription

Mag ik in vertrouwen van gunstige wel — duijding eerbiedig vraagen, of het noodig ge- weest was, den Heer van Angelbeek van Mature wegteneemen, indien men veron- „dersteld had, dat het volk bij zijn E: aanwee„ zen aldaar had kunnen tot rust gebragt worden, en dat het gros van het volk niet teegen zijn E: ingenoomen was. wijl de moor segoe na §15. ook hebben we be„ dat uw wel Edele „slooten, om van UE: gestr: Groot Achtb: wel naedere op heldering te — onderrigt was, dat vraagen over de swaarig- hij door mij als spion „heeden, die uE: hebben uijtgezonden was, nog gebonden en gevleugeld weederhouden, om den na Colombo getrans- spion, enz: „porteerd en in de gevankenis gezet is, zoo moest ik zeeker vreesen dat dit ook wel een tweede mijner spions konde overkoomen; en het is daarom dat ik verzogt heb zijn naam niet temoogen noemen, temeer wijl ik deese man voor alle quaade gevolgen heb gequa- „randeerd, waaromtrend ik mij bij de moor segoe na dat hij bekend was buijten vermoo= gen 2387 gen heb bevonden; Hoe zeer ik mij ook voor hem bij uwel Edele Gestr: Groot Achtb: geinteresseerd heb. Mij is tot nog toe onbekend, dat de moor segoe om eenige andere reeden, dan dat hij als spion in de Dessavonie geattrapeerd is opgevat wierd, is dit om eenig andere reedenen geschied, dan wenschte ik wel zulks geweeten te hebben; wanneer mijn vrees om een 2=de spion tenoemen geen plaats zoude gevonden hebben. als nog van dit gevoelen; en dit word door de mis„ „noegdheid en de ingebragte klagten der ingezeetenen beweesen. Het is zeeker dat de mis„ „handelingen der Jnland„ hebben kunnen belet wor„ „den. Hoe veel werk men daarvan ook heeft gemaakt. „hre hoofden, nog niet door de inlandsche hoofden de Hoofden hunne bedrijven bedekken, moet zekerlijk in deezen als eene reeden aan„ „genoomen worden: hoog na mijn begrip, en met onderwerping aan wijzer gevoelen, is dit kwaad veel voortekoomen, door te sorgen dat het landbestier aan kundige lieden opgedragen worde die manmoedig „ genoeg hebben, om voor het wel zijn De bekendigheid waermeede de behendigheijd deezer In„ „landsche Hoofden, om deeze dingen tedoen, enz: § 17. Tegens mishandelingen en knevelarijen der ingezeetenen „herm rapport dat 't misnoegen der ingezeetenen is ontstaan enz: Dit heb ik gezegd en ben § 16. uE: zegt bij het ge„ den enZ: „ der ingezeetenen onbevreesd uijttekoomen, en door zoodanigen tot inlandsche hoofden te benoemen, van welker eerlijkheijd men het meest verzeekerd is, en wanneer deeze hoofden, gelijk ik meermalen ge„ „zegd heb, zoo wijnig moogelijk in familie of andere betrekking, staan, kan men eenigzints staat maaken dat zij op malkanders bedrijven zullen passen en de kwaade daar van spoedig aanbrengen. § 18. De omstandigheeden De omstandigheeden van tijden vorderen dik„ hebben zeekerlijk deeze „wils deeze of geene nieuwe of geene nieuwe inrig„ inrigtingen enz: „tingen voortgebragt, gelijk zulks onder an„ „deren omtrend het kaneel draagen plaats heeft gehad, en ook omtrend het aanplanten van de kaneel Dog het komt na mijn begrip er meest op aan, dat de landregent sorgd dat bij diergelijke nieu „wigheeden het volk wel. behandeld worde en geene knevelarijen excisteeren; als bij voordeeld dat hun de toegelegde verstrekkingen niet ge„ „worden, dat den een zig van den arbijd vrij„ „koopt, waardoor anderen dubbeld moeten wer„ „ken &=a en waardoor een groote misnoegd„ „heijd onder het gemeen ontstaat; en welke misnoegdheijd niet minder overgroot word door het afneemen van wel geleegene onderhouds landen, en 1 2388 en het aanwijzen van anderen op verafgeleegene plaatsen Na mijn begrip komt hier op de klagte der Jnlander in deezen neer. Bij onderzoek zal dit alles nader blijken, en men zal in staat weezen alverder ophel„ „dering tedoen, van zodanige diensten, waarvan den Jnlander dient ontslaagen teworden, of van anderen waervoor hun eenige belooningen zal moeten toege„ „voegd worden 19. Dat de hoofden in de Matrreesche Detsavonie, van de geleegentheijd van den opstand der ingezeetenen gebruik gemaakt hebben, om zig van de verbinte„ „nissen, die ze op zig genoo„ „men hadden te ontslaan is zeer geloofbaar, dog dat het klagen van het volk dat ze daarin zoo buijten matig hebben moeten werken, zeer vergrootend is opgegeeven ik ben ook van gevoelen dat dit na de gewoone is reeds daar uijt alleen te wijze der singaleeser: zeer beoordeelen enz: vergroot is. Als men nu daarbij be„ Het is bij den singalees niet nodig dat veelen onder hun een druk„ „denkt de groote meenig. „kende arbeid opgelegd moeten worden om zig alleen te beklaegen: „ te van menschen, waar zo dra iemand van hun maar tot „over dit werk heeft gevou„ eenig buijten gewoon werk verpligt „leerd enz: word, vreesen zij alle direkt dat dit eene verpligting voor hun allen zal we door zal worden en koomen daarom gaarne in mee„ „nigte teegen diergelijke zig voorgestelde verpligtingen op Na mijn insien beklaagd zig de gemeene man eij„ „gentlijk daarom, dat hij door de hoofden tot dit werk buijten hunne ver„ „pligting geprest en zonder hunne verkiesing nog zonder belooning hebben moeten arbeiden. ter verdere bevordering van dit werk hebben we beslooten uE: te gelasten, gelijk geschied bij deezen Tot de speciaale opneem, om een speciaale opneem die uwel Edele Groot achtb: gelast heeft heb ik de noo„ „dige orders aan den E: van alle deeze door de de Jave Raket uijtgevaar, hoofden gedaane aanplan „tringen in de Maturesche dessavonie te laaten doen enz: §: 20: op de door uE: bij des„ De Boekhouder Frankena te Mature heeft aangaende selfs geheim rapport aan„ „gehaalde klagte van de de verstrekkingen aan de dienstelingen in de thuijn misnoeyden, enz: van kappoegamme gedaan een berigt ingediend, het welk wij uwel Ed. Gestr: Groot Achtb: bij deezen onder N:o 5. aanbieden. I § 21 ndigd.

NL-HaNA_1.04.02_3885_0405 view scan ↗

English

2389 In this investigation, I am also of the opinion that this will be cleared up, while in the meantime it is certain that several residents have complaints about the overseers. Concerning what appears herewith, I have had the free merchant Franc hell make a conscientious declaration under oath before the Honorable Dessave Raket. The native in general has no conception that, by assigning him the designated accommodations, little of the Company's rights will remain. They insist on the promise and that which has been granted to them of old. It were to be wished that another means of satisfaction regarding this could be found. Section 23. That the regulation allocates 40 amunams to the lascorins, by giving a mudaliyar only 12 amunams, has no proportion, etc. Section 22. Regarding what appears in your secret report, that several such beasts have been pointed out, etc., which is now under investigation, the validity or invalidity of the complaints—that the overseers of the cinnamon gardens have applied themselves to complain about the gardens—will probably also become further apparent. Section 21. During the investigation... Section 24. f f Section 24. We have already noted here before in Section 18 that the arrangement concerning the accommodation lands, etc. It will appear upon investigation whether the complainants, who claim to have cultivated some land through their care and trouble, with which they had to be satisfied for what was taken from them that was supposedly revoked for the Honorable Company, have been wronged thereby. I am honored that you are pleased to ask for my considerations regarding some change in this; for example, to give 4 parras of paddy to each servant for each month that he is employed by the Honorable Company according to his obligation, and that on the other hand the accommodations, with which the servants are not satisfied, could be revoked for the Company, whereby many difficulties would also be prevented. But before proceeding to this arrangement, I believe, with submission to wiser judgment and as proposed in the Galle resolution of the 1st of April last, that one must first accurately know how much and in what types of lands the Honorable Company actually holds. I would also wish, in order to... 2390 I shall inquire into this: whether the lascorins and other servants who must be accommodated in the Dessavony of Matara could not be reduced to a smaller number, while I am not in agreement with myself whether their services are so necessary and advantageous that a number of seventy-five ranchu should have to be accommodated for lascorins alone. I trust quite certainly that Messieurs Burnat and Tretz, who have administered the Matara Dessavony, will be able to submit very useful advice concerning this aforementioned matter, after which, following mature consideration thereof, a good arrangement can subsequently be devised. I, for my part, dare not venture to recommend this arrangement directly without being better acquainted with the particulars of the Matara Dessavony, especially since the native is so very attached to his ancient privileges and customs, even to his own prejudice. After information and proper instruction, I will gladly declare myself on this matter. Meanwhile, I request that the advice of the aforementioned gentlemen, former Dessaves of Matara, may also be taken regarding this and sent to me, in order to be able to state my thoughts, to wit, and indeed: Section 25. To what extent the complaints of the residents, that they are by the headmen entirely improperly, beyond their obligation, etc. Section 26. The vidanes and the mayorals are nowhere better endowed than in the Matara Dessavony, etc. I have found by experience that the Sinhalese complain just as much about the non-acceptance of pehenduns and adukkus as has been complained of on this occasion, that they have to deliver too much. In my view, it merely comes down to not demanding more from them than according to old custom, and I believe, with submission to wiser judgment, it may be established that one cannot do better than to keep every native to his innate obligation, and to leave this matter also on the old footing; just as it was best concerning the provisions of the grandees, which they entirely, to leave everything as it is, only that it be limited, and with this provision, that it takes place according to the regulation as is done in the Colombo and Galle districts. It has also appeared to me during my presence in Matara that no one will have anything against the prescription in that regulation, except only the mudaliyars and other higher headmen, who are accustomed in the Matara district to enjoy fully twice as much as is granted to them at the resthouses in the Colombo district. And regarding which, then, in order to satisfy them, some change in the regulation, with the pleasure of

Dutch transcription

2389 Bij dit onderzoek ben. ik meede van gevoelen, dat dit zal opgekelderd worden; terwijl het intusschen zeeker is dat verscheijde ingezeete„ „nen zig over de opzigters hebben. Aangaande het hierbij voorkomende heb ik den vrijkoopman Franc hell eene gemoedelijke verklaa„ „ning onder eede daar door den E: dessave Raket laa„ „ten afvraagen Den Jnlander in het alge„ § 23. Dat 't riglement de laskorijns L ammo. „meen heeft geen denk„ „nams toeleid, door 't „beeld dat men, aan hem aan een modliaar maar de bepaalde accomodes„ 12 amm: geeft, heeft „sans toedeelende er weij„ geen proportie enz: „nig van 'sComp.:s gereg„ „ligheeden over zal schieten. zij staan op de belofte, en het geen haar van ouds toegevoegd is. Het waere te wenschen dat men een ander middel ter bevreediging hier omtrend vonde uijtvinden. § 22. omtrent het geen bij uE: geheim raport voorkomt, dat er nog verscheijde zulke beesten aangetoond zijn enz: dat tans onderhanden is, zal waarschijnelijk ook nader blijken de gegrondheid of ongegrondheijd der klagten, dat de opzigters der tuij„ hebben toegelegd om enz: der kaneel tuijnen beklaegd„ nen zig daarop zouden § 21. Bij het onderzoek § 24. ƒ ƒ §: 24. we hebben hier vooren Het zal bij onderzoek §18. reeds aangemerkt, blijken of de klaagers die dat de verschikking omtrend door hunne sorge en moeij„ de accommodessans landen „te voorgeeven eenig land te hebben gecultiveerd, waer„ ent: „meede zij zig hebben moeten te vreeden houden voor het hun afgenoomene, dat voor de Ed: Comp:e zoude ingetrokken zijn, daar door te zijn verongelijkt. Jk ben vereerd dat men mijne consideratien geliefd te vraagen omtrend eenig verandering in deeze; om bij voorbeeld 4. Parras Nelij tegeeven aan elk diensteling voor elke maend dat hij volgens zijne verpligting bij de E: Comp: ge„ „emploijeerd word, en dat daar en teegen de acco„ „modessan, waarmeede de dienstelingen niet te vreeden zijn, voor de Comp: zouden kunnen worden ingetrokken, waardoor dan ook veele moeijelijkheeden zoude worden voorge„ „koomen. Dog alvoorens tot deeze inrigting te treeden meer ik niet onderwerping aan wijzer gevoelen en gelijk bij Gaalsche reso„ „huitsie van den 1. April jongstleeden voorgesteld is, dat men alvoorens accu„ „raat weeten moet hoe veel in welke zoorten van landen d'E: Comp:e werkelijk heeft ook wenste ik wel /:om 2390 ik zal mij hier na informeeren; of de laskorijns en andere dienstelingen, die in de Dessavonie van Ma„ ture geaccomodeerd moeten worden, niet op een klijnder getal zoude kunnen worden ge„ bragt, terwijl ik het met mij zelve niet eens ben„ of hunne verrigtinge zo noodzaekelijk en voordeelig zijn, dat er juijst alleen aan Lascorijns een getal van vijfen zeventig Randjes zoude moeten geaccomodeerd worden Jk vertrouwe heel zeker dat de Heeren Burnat „ en Tretz, die de Matureesche Dessavonie bestierd heb„ ben; omtrend dit voorschreven zeer nuttige advisen zullen kunnen ingegeeven, waar na men vervolgens na rijpe overweeging des welgens een Goede schik„ king zal kunnen beraamen. Jk voor mij durve niet wagen, om deze schikking, zonder met het inmerkelijke der Matureesche Des„ savonie beter bekend te zijn, direct aante prijsen, voor al wijl de Jnlander zo zeer op zijne oude voor„ regten en gewoontens, zelfs tot zijn eige prejuditie gesteld is. Na informatie en hoede onder 125. Jn hoe verre de rigting zal ik mij hier over de Klagten der Jnge„ „gaerne verklaeren. Jntusschen zeetenen, dat ze door soliciteere ik dat hier omtrent het advies van voorm: Heeren de Hoofden gants oneigen, gewesen Matureesche Dessaves boven hunne verplig„ ook mag ingenomen en mij toege„ zonden worden /:om mijne gedagten tekunnen zeggen :/ teweeten, en ting enz: 126. d wel Jk heb bij ondervinding, dat de § 26. De vidaans en de singaleesen zo wel klaagen Majoraals zijn ner„ over het niet accepteeren van pehiendoens en adoekkoes, als bij gens beter bedeeld als in deeze gelegenheid geklaagd is, de Matureesche des savonie dat ze teveel moeten oprengen, enz: Het komt er na mijn inzien, maar alleen opaan„ dat men haar niet meer als na oude gewoonte afgrvergd, en ik meene met onderwerping aan wij„ zer gevoelen temogen vast stellen dat men niet beeter kan doen als ieder inlander bij zijne aan„ ook geboore verpligting tehouden, en deeze zaak (daar om, maar op den ouden voet telaeten, geleijk zulks dan ook omtrend de verstrekkingen van hoe„ andiran die zij gehielen best was alles zoo telaeten als het is, alleen, dat het beperkt wierd, en met deze bepaaling, dat het naar het reglement zo als het in het Colombosche en Gaalsche geschied plaats heeft. Het is mij ook voorgekomen bij aanweesen te Mature, dat niemand iets teegens de voorschreijving bij dat reglement zal hebben, dan alleen de mod„ liaars en andere meerdere Hoofden, die gewoon zijn in het Matureesche wel twee maal zoo veel tegenieten als haar in het Colombosche op de rusthuijsen word goed Gedaan: En Waar„ omtrend, dan om deeze tebevreedigen wel eenige verandering bij het riglement met believen van

NL-HaNA_1.04.02_3885_0409 view scan ↗

English

could take place from Your Right Honourable and Highly Esteemed Sir. Preference in leasing the Nelij duty was granted only to the Sinhalese over the Moors, because the crowd insisted upon it, and I gladly believe that it will be more advantageous to allow the leases to take place by raising bids rather than by lowering bids, or at least one could try this to experience its outcome: Or whether, in order to prevent this arrangement from having all too disadvantageous consequences, it could not be viable that the Nelij in the Matara Dissavony henceforth be leased by raising bids alone, instead of by lowering bids. §27. Although on account of the necessity that gave cause thereto we approve that Your Honour gave the Sinhalese preference in leasing the Nelij duty etc. §28. The pay of the pandara or kandian etc. By the favourable permission to let this man enjoy his usual allowance again, I believe that we bind him most strongly to us, and I thank very humbly that my proposal in this matter was taken into favourable consideration. §29. Upon Your Honour's request that the Honourable van Angelbeek declare which reasons moved His Honour etc. the mentioned Honourable van Angelbeek attested not knowing to which part of his actions the supposition comes down, that he would have refused to receive the junior merchants Schuler and De Vos as delegates from the Galle Council etc. As well as a further indication of what the obliged honour consisted of etc. When two commissioners representing the Galle Council arrive at Matara, they cannot, to my mind, be given less honour than that given to the commander of the Commandment upon his arrival at Matara, or at least the Matara Dissave in his official capacity. These tokens are very clearly to be found in the appendices hereto under No. 6. §30. On the remaining 11 articles regarding which Your Honour requested clarification etc. May it not be unfavourably construed by Your Right Honourable and Highly Esteemed Sir that I, with regret and with submission to wiser judgment, respectfully declare that the necessary clarifications requested by me in my secret report were by no means adequately dealt with here; at least I did not find it so, and therefore further most respectfully request that my proposed 12 points, if possible, be brought one by one to the deliberation of the respected Ceylon Government, and that the decisions resulting therefrom be communicated to me; whereby I imagine in the most pleasant way to obtain a fair satisfaction. §31. Furthermore, we rest in Your Honour's unprompted declaration that etc. Why would I not have made these declarations unprompted, while they fully harmonize with the reality of my sentiments. I even add thereto anew, and again unprompted, that I would have borne or forgiven with silent patience all the most unpleasant things that have fallen to my lot since the beginning of the Matara unrest, were it not that I understood that my concern for the general welfare and the regard for my honour obligated and forced me to behave and declare myself as I actually have done. Our satisfaction with the trouble taken by Your Honour to restore tranquility among the Matara inhabitants etc. I feel in its full value the honour and the reward brought to me by the satisfaction that Your Right Honourable and Highly Esteemed Sir so magnanimously deign to express herein, and I shall henceforth let no opportunity pass by to further earn their favourable notice through the best efforts for the Company's interests and the general welfare. Colombo separate letter of 23 December 1790. We do not understand what the statement in Your Honour's considerations, appearing in your aforementioned separate letter of 27 August with regard to the mudaliyars Tennekoon, De Saram, and Gooneratne, comes down to, that according to Your Honour's opinion, the depositions must serve only for future guidance etc. I presumed, when writing my respectful letter of 27 August last, with submission to wiser judgment, that after tranquility was restored in the Matara Dissavony, it might not be advisable to have the headmen come to Colombo, still less to order any judicial inquiries into their conduct, since that, given that the restless minds of the inhabitants were then not yet sufficiently calmed down, could easily have caused new unrest, if the aforementioned headmen, feeling themselves supposed guilty and thus afraid that their matter would be uncovered upon inquiry, had understood that they could escape all investigations into their conduct by keeping the riots and the discontent of the people going. Therefore, I presumed that what one had learned should be taken only for future guidance, by which I understood that one should only execute after some time what was deemed necessary concerning these headmen; and with which, if Your Right Honourable and Highly Esteemed Sir were to find this advisable, a beginning could even be made at present, since three months have already passed since the unrest, and we may be assured that the bulk of the inhabitants have returned to calm, and will also remain in peace on account of the 7 July last, provided these mandate ola arrangements are complied with in all respects as they should be.

Dutch transcription

2391 van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: zoude kun„ nen plaats vinden. Men heeft de preferentie in het pagten van de Nelij ge„ regtigheid, alleen aan de sin„ „galeesen boven de mooren toe„ gestaen, wijl de meenigte daar om aanhield, en Of ter voorkoming, dat Jk gelove gaarne dat het voor„ deeliger zal zijn de ver„ deze schikking geen al pagtingen bij den opslag te nadeelige gevolgen heeft, en niet bij den afslag te„ het niet zoude kunnen -laaten geschieden, ten aangaan, dat de Nelij minsten men zoude dit in de Matureesche dessa„ kunnen probeeren om er vonie voortaan wierde het gevolg van te onder„ vinden: verpagt, insteede van bij afslag alleen bij den opslag. Door het gunstig verlof, om aan §28. De bezolding van deze man weederom zijne ge„ de pandare of kandi„ woone toelage te laeten genieten, aan enz: geloove ik dat men hem aan ons ten sterksten §27. schoon we uijt hoofde van de noodzaekelijkheid, die daar toe aanleijding heeft gegeeven, approbeeren dat UE: aan de singa„ leesen, de preperentie in het pagten van de Nelij geregtigheid heeft gegee„ „ven enz: verbind wij. wierd „ Verbind, en ik danke wel zeer needrig, dat mijne voorstel in deezen in guns tige aanmerking is ge„ koomen. §29. op uE: verzoek dat de E: van Angelbeek zig zoude verklaaren, welke reedenen zijn E: bewoogen hebben enz: heeft gem: E: van Angel „ beek betuijgd niet tewee„ ten op welk gedeelte zij„ ner verrigtingen neer komt, de onderstelling dat hij de onderkooplieden van schuler en De vos, zoude hebben geweigert te ont„ vangen als Gecommitteer„ dens uijt de Gaalsche raad enz: Wanneer twee kommis, Als meede een nadere sarissen, die den gaalschen aanwijzing waar in raad representeeren te bestaan heeft het Mature aankoomen verpligte honneur enz: Deze blijken zijn heel duij„ „delijk tevinden bij de bijla„ „gen dezer onder N=o 6: kan 2392 ture, of ten minsten den Matureesche Dessave in zijn dienst betrekking gegeeven worden. §30 op de overige 11 arti„ Het worde door uwel Edele gesta groot achtb: kulen, waar omtrent uE: niet ongunstig uijtge, opheldering heeft verzogt „legd, dat ik met leed, enz: weezen en met onderver„ ping aan wijzer gevoelen eerbiedig betuijge, dat het noodige op de door mij bij mijn geheim rapport verzog„ te opheederingen, hier voorengants niet voldoende verhandeld is, ten minsten ik heb dit niet gevonden, en verzoeke dus nader zeer eerbiedigst dat mijne voorgestelde 12 poinc„ „ten indien het moogelijk is, een voor een ter de liberatie der geeerde Ceilonse regeering moogen koomen, en mij vervolgens de daar op vallende besluijten toekomen; waar bij ik mij op het aangenaamst voorstelle eene billijke voldoening te zullen erlangen. waarom zoude ik deeze V31: voorts berusten betuijgingen niet onge„ we in uE: ongeverg„ vergd hebben gedaan„ „de betuijging dat enz: Terwijl ze met de wee„ zendlijkheid mijner sentementen volkoomen harmonieeren. Ik voege daar zelfs „geeven worden, dan die den gezagvoerder van het Commandement, bij zijne komsteste Ma„ kan hun na mijn begrip niet minder honneur ge„ ke op het nieuw, en wee„ der ongevergd nog bij dat ik al het mij zeederd den beginne der Matureesche onlusten onaangenaamst te beurt gevallen is, met een stil zwijgende lijd„ zaamheid zoude ver„ draagen of vergeeven hebben, was het niet dat ik begreepen had dat mijne betrekking op het algemeen wel zijn en mijne eere aanzien mij verpligteden en dwon„ „gen mij zoodanig te gedraagen en te ver„ klaaren, als ik wer¬ „kelijk gedaan heb. Ik gevoele in haare ons genoegen, over de gantsche waarde de moeijte door UE genoo„ eere en de belooning „ men, om de Maturee, die mij word aange„sche ingezeetenen tot rust „bragt, door het genoegen tebrengen, en Z: dat uwel Edele gestr: groot Achtb: in deezen zo grootmoedig gelieven te betuijgen, en ik zal voortaan geene gelegenheid laaten voor bijgaan, om hoog der„ zelver gunstige opmerking door de beste poogingen voor sweeters belangen, en het algemeen wel zijn alverder temoogen verdienen. Colombosche 2393 Colombose aparte brief van den 23 xber: 1790. wij begrijpen, niet waar„ „op het in UE: Conside„ „ratien, voorkoomen„ „de bij voorm: uwen apparten brief van den 27 aug„s met be„ „trekking tot de mod„ „liaars Tinnekoon, De Saram en goene, ratne, neerkomt, dat volgens uE: gevoe„ „len, 't gedeponeerde Ik veronderstelde bij het alleen tot narigt voor schrijven van mijn eer„ biedige van den 27 augsden aanstaande moet J=o S: met onderwerping dienen en Z: aan wijzer gevoelen, dat het koset, na de her„ stelde rust in de matureesche Dessavo„ „nij niet raadzaam zoude zijn om de hoofden na Colomboselaaten opkoomen, nog minder eenige Iustitieele onderzoeken na hun gedrag telaaten doen, wijl zulx, aan„ gezien de onrustige gemoederen der inge„ zeetenen toen nog niet genoeg bedaard wa„ „ren, ligtelijk nieuwe onlusten zoude hebben kunnen veroorzaaken, in dien gem: hoofden zig /: verondersteld:/ schuldig vollende aan gen n voelende en dus bevreesd, dat hunne zaak bij onderzoek zoude ontdekt worden — be„ greepen hadden dat zij, door de tezaamen, „rottingen en de misnoegdheid des volks aan de gang tehouden van alle naspeu„ „ringen na hun gedrag konden be„ vreesd, raaken. Dierhalven ver onderstel„ „de ik dat men het geene waar van men onderrigt was alleen tot naarigt voor den aanstaande moest neemen, waar door ik begreep dat men eerst na verloop van eenige teid moest bewerkstelligen men het geen omtrend deeze hoofden noodig oordeelde; en waarmeede men indien uwel Edele gestr: groot Achtb: dit mogten geraaden vinden zelfs teegen„ „woordig een begin zoude kunnen maaken, wijl nu reeds drie maan„ „den na de onlusten verloopen zijn, en wij ons verseekeren moogen, dat het gros der ingezeetenen, tot rust ge„ koomen is, en ook uijt hoofde van de „ van den 7. Julij. Ior: in rust zal blijven, zoo deze mandaat ola schikkingen bij mandaat ola maar in allen deele gelijk behoord word nagekoomen. op

NL-HaNA_1.04.02_3885_0415 view scan ↗

English

2394 I have always thought, and believe I have presented it as such, that one should not rely on what has been deposed in such a way as to forge an actual accusation against those against whom the depositions lie; but that one should only take what was known for future guidance. What I have thus said about the mahamodliaar, as from hearsay, I respectfully and in submission to wiser judgment believe cannot be regarded as any opinion or actual thoughts of mine with respect to him. Far be it from me that, as long as I produce no convincing evidence and as long as this man enjoys Your Right Honourable and Highly Respected Sirs' special trust, I should advance anything as my own opinion whereby his honour, and consequently Your Right Honourable and Highly Respected Sirs' placed trust, could be exposed. Raket obtains some good assistance, the purpose of our good efforts and the contents of the mandate ola, however strongly recommended, will never be accomplished. I have herewith answered to the best of my abilities Your Right Honourable and Highly Respected Sirs' honoured letters of 17 and 23 September last; and I sincerely hope that it will satisfy Your High Honoured intention, and that no further clarification will be necessary. I genuinely declare that I have not been able to explain myself more clearly than I have done thus far. Furthermore, I very respectfully and cordially request Your Right Honourable and Highly Respected Sirs to rest assured that my intention in drafting my secret report and the further justification provided with this letter was in no way to cause anyone, whoever he may be, any grief. I would gladly have passed over everything in silence, had I not, by virtue of oath and duty as Commander of Gale and as a member of the Council of the Ceylon Government, considered myself obliged and entitled to present my reflections on the Matara affairs to Your Right Honourable and Highly Respected Sirs. 2396 I declare that my proposals were intended more to derive from them the necessary guidance in investigating the origin and motives of the recent unrest, and in the measures to be taken for the future, rather than pointing out and clarifying individual negligences that have no bearing on the service of the Honourable Company and the welfare of the country and people. Your Right Honourable and Highly Respected Sirs will easily understand that if I had wanted to insult or expose someone personally, I would not have done this in secret, but in public papers. I say that all written by me may serve for Your Right Honourable and Highly Respected Sirs' guidance in investigating the cause of the revolt and in making good arrangements for the future; may Your High Honours please accept what is good in my proposals and reject what is bad in them, and furthermore be so good as to ask no further clarifications from me that have no bearing on the service and the welfare of the inhabitants, because I cannot explain myself more clearly than I have done thus far, and I also feel entirely unfit to put into writing elaborate treatises upon which nothing could be said; and should anything unreasonable appear in my writings, I would rather submit to the direct verdict thereon than give further displeasure through new writings and possibly an even ruder pen. I commend myself to Your Right Honourable and Highly Respected Sirs' continuing favour, with which I have found myself honoured thus far, and I sign with obliged respect. Was signed: Right Honourable and Highly Respected, Noble Sir, Your Right Honourable and Highly Respected Sirs' very humble Servant, P:s Sluijsken. In the margin was written: Gale, 20 October 1790. Agreed. Dijbrands Sworn Clerk Examined P: Ledulx No: 7 2397 Tuesday, 4 January 1790. Read were the two petitions inserted below from the Honourable Provisional Dissave of Matara Raket and the Provisional Chief Administrator van Angelbeek, containing the request that, since the reasons that moved this Government, as appears from the Resolution of 13 and 14 June of the past year, to have them exchange duties, no longer exist, and both the chiefs of the people as well as the people themselves, in various reports received here, have made known their desire that the Honourable Provisional Chief Administrator van Angelbeek might return again as Dissave of Matara, this Government might be pleased to reinstate each of them to their former duties, and consequently allow the first to resume his service as Chief Administrator and the second the service as Dissave of Matara. Thus this having been deliberated and taken into consideration, that these exchanges Extract Resolution taken in the Council of Ceylon.

Dutch transcription

2394 Jk heb altijd gedagt, en meen merk en we voor 't teegen„ dit ook zodanig voorgesteld woordige alleen aan, dat te hebben, dat men op het zo men op zulke deposie gedeponeerde niet zodanig tien, als uwE: legd tot grond moet aangaan; om er slag van uwE: apinie no„ eene werkelijke beschuldiging pens den mahamodliaar teegen die geene, waarteegen en Z: de depositien leggen, uijt te back„ ken; maar dat men alleen het geen men wist voor den aanstaande tot narigt moest neemen. Het geen ik dus van de mahamodliaar, als van hooren zeggen gezegd heb, meen ik eerbiedig en met onderwer„ ping aan wijzer gevoelen dat als geene apinie, of werkelijk gedagten, van mij ten zijnen opzigte kan aangemerkt worden. Het zij verre van mij, dat ik, zoo lange ik geene overtuijgende bewysen produceere op zoo lange deeze man uwel Edele gestr: Groot Achtb: besondere vertrouwen - geniet, iets als mijne eijgen opinie zal avanceeren, waar voor zijn eer, en bij gevolg uwel Edele gestr: groot Achtb: geplaatst ver„ trouwen, ten toon gesteld konde worden ten brief van den 27. Augusts op uwE: explicatie bij uwen secre„ en L: Het l; t „ Raket eenige goede assistentie bekomd, nooid het oogmerk van onse goede pogingen, en den inhoud der mandaat ola, hoe zeer dit ook aanbevoolen is, zullen volbragt worden. Jk heb hier meede na mijne beste vermoogens uwel Edele gestr: groot Achtb: geEerde brieven van den 17 en 23. 7ber: J„o L: beantwoord; en hoope hartelijk dat aan hoog derzelve geEerde inten„ tie zal voldoen, en geene nadere opheldering meer noodig zijn. Jk betuijge opregt mij niet duijdelijk er te hebben kunnen expliceeren dan ik tot dus verre gedaan hebbe. voorts ver„ zoek ik uwel Edele gestr: groot Achtb: zeer eerbiedig en hartelijk zig te willen verseekerd houden, dat mijne oogmerk bij het op„ stellen van mijn geheim raport en de by deeze brief gedaane naadere verant„ woording geenzints geweest is, om iemand wie hij ook zy eenig verdrict aante brengen. Jk zoude gaarne alles met stilswijgen hebben voorbij gegaan, indien ik mij niet eeds en pligts halven als Commandeur van gale en als meede lid van den raad der Ceilon sche regeering hadde verpligt en ge regtigd gehouden om over de Matureese zaaken 2396 zaaken uwel Edele Gestrenge Groot Achtb. mijne beden: uitgebreide „kingen voortestellen. Ik betuijge dat mijne voorstellen meer gerigt waaren om daar uijt het noodige tot narigt teneemen in het onderzoeken na de oorspronk en de drijfveeren van de laatste onlusten, en in de te neemene maatregelen voor den aanstaande, dan tot aanweizingen en ophelderingen van Partikuliere versuijmenissen die tot den dienst van de Ed: komp:e en het welzijn van landen volk geen betrekking heb„ „ben uwel Edele Gestr. Groot Achtb: begrijpen: ligtelijk, dat indien ik iemand personeel had willen belee„ „digen of ten toon stellen, ik dit niet in het geheim maar bij publieke papieren zoude gedaan hebben. Ik henzegge al het door mij geschreevene mooge tot uwel Edele Gestr: Groot Achtb: narigt dienen„ in het onderzoeken na de oorzaak van de re„ „volte en in het maaken van goede schikkingen voor den aanstaande, hoog dezelven gelieven het goede mijner voorstellingen te accepteeren en het slegte daar van te verwerpen, en voorts zoo goed te zijn van mij verder geene ophelderingen aftevraegen die geen betrekking tot den dienst. en het wel zijn der ingezeetenen hebben, wijl ik mij niet duijdelij„ „ker expliceeren kan als ik tot dus verre ge„ „daan heb, en mij ook gants niet geschikt voele„ refgesterde verhandelingen, waarop niets zoude te zeggen vallen, ten papier te brengen; en mogte bij mijne geschriften geschriften iets onreedelijks voorkomen wil ik mij liever aan de direkte uijtspraak daarover onderwerpen, dan door nieuwe geschriften en moogelijk nog onbeschaefder pen, meerder ongenoegen tegeeven. Ik beveele mij in uwel Edele Gestr: Groot Achtb: aan„ „houdende gunste, waarmeede ik mij tot dus verre heb vereerd gevonden, en onderteekene mij met verpligt ontzag /:onderstond:/ wel Edele Gestrenge Groot Achtb: Hoog Geb: Heer uwer wel Edele Gestr: Groot Achtb: zeer onderdanigen Dienaar /:was geteekend:/ P:s Sluijsken /: in margine stond:/ Gale den 20. october 1790. Akkordeerd. Dijbrands S Egklerk er van Nagezien P: Ledulx N:o: 7 2397 Dingsdag den 4: Januarij 1790. „ zijn geleesen de twee hier onder geinserreer„ „de Requesten van den E Provisionele dessave van Mature Raket en den Provisionele hoofdadministrateur van Angelbeek houdende bij de ver „soek, Dat vermits de Redenen die dese Regering, bewoogen hebben, blij„ „kens Resolutie van den 13 en 14. Junij A P=to om Hem van Diensten te doen ver„ wisselen, niet meer bestaen en zo wel de Hoofden des volks, als het volk zelfs bij verscheijdene alhier ontvan„ „gene Rapporten, Hun verlangen heb„ „ben te kennen gegeven, dat den E Provi „sionele Hoofadministrateur van Angelbeer weeder als Dessave van Mature mogte te rug koomen, deese Regeering mog te goedvinden een Jder hunnen in hunne vorige Diensten te herstellen en mits dien den Eersten weeder te laten hernee„ men zijn Dienst als Hoofdadministra¬ „teur in den Tweede den Dienst als desjare van Mature, zo is hier over g' delebereerd en in aanmerking genoomen, dat deese Extract Resolutie genomen in Rade van Ceilon. Verwisselingen op

NL-HaNA_1.04.02_3885_0422 view scan ↗

English

exchange of offices by resolution of 13 and 14 June last did not take place on the grounds that anything to the charge of the Honorable van Angelbeek had appeared before this Government from which one could assume that His Honor had given any cause for such far-reaching dissatisfaction that the bulk of the people would desire his removal, or that His Honor, during the time that His Honor held the administration over the Matara Disavany, had behaved improperly in any other respects, but rather on the assumption that sometimes, now that things had once been brought so far by them, they might have a reasonable fear that their many and far-reaching outrages, although forgiven, would be less forgotten by the Disava under whose eyes they were committed than by a new Disava to whom their persons are less known and who was not an eyewitness to it, and finally in order to leave no means untried that might in any respect serve for the restoration of peace; and that furthermore, neither in the papers submitted by the Honorable Fretz and Samlant as commissioners of this Government, nor in the secret report of the Commander Sluijsken and his further separate secret letter of 20 October, have any accusations against the Honorable van Angelbeek appeared before this Government that should reasonably prevent letting him depart again as Disava to Matara; and moreover, from the nine report-letters, olas, and addresses of the peoples of the Matara, Gange, and Wellaboda Pattu, Baygams, the lordship of Beligam, the collective fishermen and Chandoes, the four Gravets of the Adigar, the timber transport, as well as of the most prominent headmen of the people, sent hither from Galle by letters of 13, 17, and 24 December, it is all too clearly evident that the Honorable van Angelbeek in every way possesses the esteem and love of the people, since by the aforementioned documents he is not only given the highest praise for his actions in that Disavany and for his care for the people's welfare and the promotion of their happiness and well-being, but it is also evident from them that they wish for nothing more dearly than that the aforementioned van Angelbeek may again be returned as their head, and request this favor from this Government as a special benefaction; and this general testimony and desire most satisfactorily clears him, van Angelbeek, of all blame; Thus it has been approved and agreed unanimously to grant the aforementioned request and accordingly to let the Honorable Raket resume the office of Chief Administrator and the Honorable van Angelbeek the service of Disava of Matara. Agrees, Examined, Johannes Wijbrands, H. Muller, First Sworn Clerk No. 58 Further deliberations having been held upon the secret letters and enclosures received from Galle of 5, 7, 10, and 15 October last, as well as upon a letter received since then dated the 9th of this month with the enclosures received alongside it, containing the report of the officials regarding what was done by them pursuant to what was written to them by secret letter of 26 October last concerning Madugodde Appu and to what extent he has complied with what was written in this letter, the following has been taken into consideration: 1. That Madugodde Appu, upon the recommendation of the Galle officials, was promised by the aforementioned letter of 26 October that he would be granted an erasure of his newly committed crimes if he proved his accusation, and that this promise was accordingly made under the aforementioned express condition. 2. That he has now been heard twice at Galle, and Monday, 15 November 1790 Extract Secret Resolution taken in the Council of Ceylon in both of these interrogations did nothing other than persist in his accusations formerly made which appear in the report of the Secretary van Albedijl, bound behind the secret report of Mr. Sluijsken, and furthermore repeat the general accusations that appear in his ola written to the Commander Sluijsken, instead of now specifying and proving those accusations in detail. 3. That as regards his accusations that appear in the aforementioned report of the Secretary van Albedijl, it has already been noted upon them, according to the entry in the secret resolution of 7 September last, that if one were to proceed upon such accusations, no one would be certain of his honor or even of his life. 4. That, although in repeating his general accusations made in his aforementioned ola written to Mr. Sluijsken he did name a multitude of inhabitants from the Matara Disavany and said that these could testify to the truth of his accusations made, he did not specify what the faults charged against each specifically consist of, especially not with regard to the Maha Mudaliyar of the Governor's Gate, just as he also did not specify, as was enjoined upon him, what the people named by him on whose testimony he relies can each testify in particular, in order to be able to examine them thereon, and that therefore these people cannot be judicially interrogated upon such a statement without descending into a kind of inquisition. 5. That Madugodde Appu is a scoundrel who, for his offenses, has repeatedly had to be punished and chained in irons. 6. That among all the mutineers he behaved the most insolently; that he pushed his insolence and far-reaching shamelessness so far that he openly dared to declare to the commissioners of this Government that he was the first head and leader of the revolt; that he even went so far that he

Dutch transcription

verwesselingen van Diensten bij besluijt van den 13 en 14. Juni Ap=to niet ge„ schied is, uit hoofde dat aan deese Regering rets ten Laste van den E van Angelbeek is, voorgekoomen, waar uit men zoude kunnen veronderstellen dat zijn E eenige aenleiding tot een zo verregaende misnoegen heeft gegeven, dat het gros van het volk zijn verwij „dering zoude begeeren, of dat zijn E zig in Eenige andere opzigten gedeu„ „kende dat zijn E het bestier over de Maturesche Dissavonij voerd, kwalijk gedragen heeft, maar wel inde ver onderstelling dat Somteids nu de deu„ gen eens zoverre door hun gebragt waaren, Eene gereime vreese mogte hebbe dat hunne veele en verregaen „de baldadigheeden schoon vergeeven, min „der zoude worden vergeeten bij den Des„ „save onder wiens oog ze zijn gepleegd dan bij een nieuwe Dessave bij wien hunne Persoonen minder zijn bekend en die daervan geen oog getuige ge weest is, En eijndelijk om geene mid „delen om beproefd te laeten, wat in Eenige opzigten zoude kunnen strek ken tot herstelling van de Rust; En dat voorts ook aen dese Regeering nog bij de overgelegde Papieren door D E„ Fretz en 2398 en Samlant als kommissarissen van deese Regeering, nog bij het geheim Rap„ „port van den Heer Kommandeur sluijsken, en sijne nadere aparte se„ „crete van den 20. octob=r eenige be schuldigingen tegens den E van Angel „beek zijn voorgekoomen, die met Reeden zoude moeten beletten om hem weeder als Dessave na Mature te laten vertrekken en het boven dien uit de bij brieven van den 13. 17. en 24. Decemb=r van Gale herwaarts gesonden Neegen Rapporten brief, olassen, en addressen, van de volkeren van de Maturesle, Gange en Wellebaddoepattoe, Baijgams, de heerlijkheid van Belligam de Ge„ „zamentlijke visschers en Sjandoss, de vier Gravetten van de Addigorie, den houtsleep, als meede van de aanzien =lijkste hoofden des volks maar al „teseer komt te blijken dat DE van Angelbeek allezints de agting en Leefde des volks bezit, also bij voorm: stukken, hem niet alleenig weegens zine verrigtingen in die Dessavonij en wegens zijn zorgen voor stolks welvaerd, en de bevordering van hun geluk en welzijn, den grootsten Loff gegeeven word, maar ook uit de„ zelve komt te blijken dat se niets Liever uijt wij lijk den tz Liever wenschen dan dat de gem: van An= gelbeek weeder tot hun hoofd mag wor„ „den terug gezonden, En dese gunst van deese Regeering als eene bij zondere weldaat versoeken; En deese algemene Getuigenis en verlangen op het voldoen „ste hem van Angelbeek van allen Blaam komt te zuijveren Zoo is met Eenparigheid van stemmen goed gevonden en verstaen in het voorzegt versoek te bewilligen en mitsdien te laaten herneemen Den E Raket het ampt van Hoofdadministrateur en den E van Angelbeek den Dienst van Dessave van Mature Accordeert Nagezien JoCes H Muller Wijbrands HEgklerk N58 Git 2399 Nader gedelibereerd zijnde op de van gale ontfangene sekreete brieven en bijlaegen van den 5. 7. 10. en 15. october Jzeeden als meede op een zeedert ontvangene brief van den 9. ' deezer met de daer neevens ontfangene bijlaegen, houdende der be„ diendens berigt, nopens het door hun te „werk gestelde uijt hoofde van het hun aan„ geschreevene bij sekreete brief van den 26: october vzeeden nopens Madoegodde appoe en in hoe verre deze aan het aangeschreevene bij deze brieff heeft voldaan is in agtinge genoomen. 1. Dat aan Madoegodde appoe op den voordragt der Gaalse bediendens, bij voorsz: brief van den 26:' october is toegezegt dat hem uijtwis„ „sing van zijn op nieuw begaane misdaaden zoude worden gegeeven indien Hij zijn beschul„ „diging bewees, en dat deeze toezegging mits dien is gedaan onder voorsz: expresse voorwaerde 2. Dat Hij te gale nu tweemaal is gehoort, en Maandag den 15. November 1790 Extrakt schreete Rezolutie genomen in raede van Ceilon in e en en 2 op in bijde deeze verhooring niets anders heeft gedaan dan te persisteeren bij zijne beschuldigingen, een tijds gedaan die voorkoo„ men bij het berigt van den sekretaris van Albedijl, ingebonden agter het geheim rapport van den Heer sluijsken, en voorts te herhoe„ len de algemeene beschuldigingen die voor koomen bij zijn ola aan de Heer kommau„ deur sluijsken geschreeven in steede van die beschuldigingen nu getailleerd op te- „geeven en te bewijzen. 3. Dat wat aangaat zijne beschuldigingen die voorkoomen bij het voorsz: rapport van de sekretaris van Albedijl daer op volgens het aangeteekende ter secreete resolutie van den 7.:' September zeeden reeds is aen„ „gemerkt dat zoo men op zulke beschul„ „digingen wilden aangaan, niemant voor„ staan van zijn eer en zelfs niet van zijn leeven zouden zeeker zijn. 4. Dat wij bij het herhaalen van zijne alge„ meene beschuldigingen gedaan bij zijn hier boven gem: ola aan den Hier sluijken geschreeven, wel heeft opgegeeven een me„ „nigte ingezeetenen uijt de Materese Des„ „sadoin en gezegt dat deze zoude kunnen getuijgen 2400 getuijgen de waarheid van zyne gedaane beschuldigingen, dog dat wij niet heeft ge„ noemd waer in speciaal bestaan de bijten tot een elks laste, speciael niet met be„ trekking tot de Mahamodliaar van 'sgou„ „verneurs porta gelijk wij ook niet heeft opgegeeven zoo als hem dat is opgelegd, wat de door hem genoemde luijden op wiens ge„ tuigenis hij zig beroept, een elk in het bij zonder getuijgen kunnen, ten eijnde ze daer op te kunnen hooren, en dat dus deze luijden op zulk een opgave niet regterlijk kunnen worden ondervraagd zonder te vervallen in een zoort van inquisitie „ 5. Dat Madoegodde appoe is een booswigt die om zijne misdrijven te meermaelen heeft moeten worden gestraft en in de ketting geklonken 6. Dat wij onder alle de muijtelingen zig het alder in solenst heeft gedraagen. Dat hij zijn insolentie en verre gaande onbe„ schaemtheid, zoo verre heeft gepousseert dat wij tegens de kommissarissen van deze Regeering opentlijk heeft durven verklaeren, teweezen het eerste Hoofd en bestierder van den oproer Dat Hij zelfs zoo verre is gegaan, dat Wij ##bij

NL-HaNA_1.04.02_3885_0428 view scan ↗

English

on that occasion, in the most contemptuous manner, threw onto the ground and trampled with his feet an ola written by the Honorable van Angelbeek to the rebels, and further behaved in such a manner that even the majority of the rebels seemed to be ashamed of his extreme insolence. 7. That after he, along with all the other inhabitants of the Matara Dessavony who had offended in this rebellion, had received a general pardon, provided that he would behave in the future as becomes obedient and good inhabitants, and after he, as an excess of kindness, had been favored with a position of Mohandiram in the Commander's guard, he again, as soon as he managed to get away from Galle, made every possible effort to incite once more a revolt in the Matara Dessavony. 8. That he, seeing he received no support, subsequently went to the King's territory with the intention of going to Kandy, and also according to the incoming reports passed Ruwanwella for that purpose on the 19th of September, where he returned on the 25th or 26th and took the road to Saffragam, after he, according to reports received since, was stopped at Attapitiya by the King's guard post, which forbade him to proceed further without permission having first been requested and obtained from the Court. 9. That he subsequently went back to the Matara Dessavony, accompanied there by a party of other malefactors dressed in the Kandyan fashion, one of whom, who has since been found to be a man who fled to Kandy 7 or 8 years ago because of theft, passed himself off as a King's Mudaliyar. 10. That he, after having made every possible attempt on this occasion anew to stir the people into rebellion, subsequently withdrew from the Matara Dessavony and went to the borders of the Galle Korle. 11. That he likewise made many movements there, serving, if it were possible, to incite a revolt in that quarter. 12. That he, according to incoming reports, told Company people sent to deliver the cinnamon to bring the cinnamon into two mandapas that he had erected there, and according to a report from a Korale Arachchi and a Vidane Arachchi, summoned the Company's Vidane and Mayorals of Hiniduma to him and told them to serve the Company no longer, and that they must provide him with addukkus and pelindus, as two Disavas were about to come down and he himself had been appointed their Head by the Dust of Kandy by Sannas, and five Lascarins of the Katu Kurulle had been assigned to him by the Dust. 13. That, on the contrary, the people who have been accused by him are all men of good name and reputation. 14. That, as regards the Maha Mudaliyar of the Governor's Gate in particular, he was, so to speak, the only one of the prominent families to remain faithful to the Company when, in the year 1761 in the Galle Korle, all the chiefs and with them everyone who was of any prominence had joined the rebellious people. 15. That the late Governor Schreuder, after having appointed him Mudaliyar of the Gate at Galle in place of the fled Mudaliyar, subsequently, in order to reward several faithful services rendered to the Company on that occasion, presented him afterwards with a gold medal and chain. 16. That he served faithfully and honestly, as far as is known, for nearly 25 years as Mudaliyar at the Gate at Galle and now for over five years as Mudaliyar of the Governor's Gate. 17. That the Matara Mudaliyars are all people descended from the most prominent families of Ceylon, are placed in the most distinguished offices, and moreover, with regard to their actual fortune, are in very favorable circumstances. That the Mudaliyar Ilangakoon alone has a fortune of perhaps more than one hundred fifty thousand rixdollars. 18. That from people of such character and of such fortune, and the prominence in which they are all placed, it is difficult to fathom what could have moved them to such criminal steps, by which they could gain nothing in their situation, and against which they risked everything, put their honor and life at stake, and could imagine nothing other than ultimately dying on the scaffold. 19. That it is not the first time that those who had offended in rebellions have subsequently come forward with such accusations against the most prominent native chiefs. That among others, the father of the present Mudaliyar Ilangakoon can serve as an example of this, against whom, at the time he was Mudaliyar of the Commander's Gate at Galle, just such accusations were brought forward by those who had offended in the revolt of the year 1758. 20. That this is not the place to recall the legal proceedings held against him, which moreover are only too well known, and that although these were of such a nature that they gave his accusers the most complete opportunity to pursue and prove their accusations against him, no one came forward further against him after he had already been sent out of the country, from which the man's innocence later became abundantly clear. 21. That when one considers all these reflections, and moreover considers that the wanton manner in which Maddegoda Appu behaved in the King's territory must have resulted in his not being tolerated any further even in the Kandyan territory

Dutch transcription

bij die geleegentheid op een aldersmade„ „lijkste wijze heeft op de grond gesmeeten en met de voeten getrapt een ola door den E: van Angelbeek aan de opvoerigen geschree„ „ven en zig voorts der maaten gedraagen heeft, dat zelfs het gros der opvoerigen over zijn verregaende brutalitijten zig scheenen te kchaemen. 7. Dat wij na met alle de overige ingeze„ „tenen van de Materese Dessavonie die zig in dezen oproer hadden misdaedig ge„ maekt, te hebben gekreegen generaal par„ don, mids dat hij zig voor den aanstaen de zoude gedraegen zoo als dat gehoor„ „zaeme en goede ingezeetenen betaamd en na dat wij tot overmaat van goed- heid, was begunstigt met een plaets van Mohandiaam in skommandeuas garde, op nieuw, zoo dra wij zig van Gale heeft weeten weg temaaken, alle mo„ gelijke pogingen heeft gedaan om ander mael een opstand in de Materese Dessa„ vonie teverwekken 8. Dat Hij ziende geen bijval te krijgen vervolgens is gegaen na skonings land met het voorneemen om te gaan na kandia 2401 en ook volgens de ingekomene berigten den 19. ' 7ber: ten dien eijnde is gepasseert te Roeanelle alwaar hij den 5. of 26. weder is te rug gekoomen en den weg opge„ gaan nade saffregam, na dat Wij volgens zedert ingekomene berigten, te Attapittij is op gehouden door skonings wagt post die hem verboden heeft verder te gaan zonder dat er eerst verlof van het Hof was gevraagt en bekoomen 9. Dat hij vervolgens wederom is gegaen na de Materese Dessavonie en daer ver „zeld van een paatij andere boos doen„ ders gekleed in het kandiaanse gewoegd, en waar van eene, die zeedert is bevonden te weezen een Man die nu voor 7. of 8. Jaeren wegens diefstal na kandia ge„ „vlugt is, zig heeft uitgegeeven voor een konings Modliaar 10. Dat Hij na ter dezer gelegentheid op nieuw alle mogelijke pogingen te hebben gedaan, om het volk in oproea te baen„ „gen, vervolgens uijt de Materese Des„ „savonij geweeken is, en is gegaan na de grensen van de Gale Korle 11. Dat - a„ ndia „1. Dat Wij daer insgelijks veele beweegingen heeft gemaakt strekkende om waare het mogelijk een opstrand aan die kant teverwekken 12. Dat Wij volgens de ingekoomene berigten skomp:s volkeren gezonden om de kanneel afte aftedraegen, heeft gezegt om de kan„ neel te brengen in twee mandoes die hij daer liet opslaan en volgens een berigt van een korlarraitje en een vidoen ar raetje, de skomp:s vidaan en Majoraels van Hinedoeme bij zig ontbooden en hun heeft gezegt om de komp: niet meer te dienen en dat ze aan hem addoekoes en pelindoes moeten bezoogen, alzoo er twee Dissaves stonden aftekoomen en wij zelfs door het stof van kandia bij samnas tot hun Hoofd was aange steld en hem door het stof waaren toe gevoegd vijf laskorijns van de kattoe kovelle. 13. Dat daer en tegen de luijden die door p hem zijn beschuldigt alle menschen zijn staande ter goeder naemen baam 14. Dat 2402 14. Dat wat de Maha Modliaar van Gouverneurs porta in het bijzonder aangaat, wij om zoo te spreeken uijt de aanzienlijke geslagten, alleen de komp: getrouw gebleeven is, toen in het Jaer 1761. in de Gale korle alle de Hoofden en met hun alles wat eenigzints aanzienlijk was, zig bij het op voerig volk hadde vervoegt. 15. Dat wijlen de Heer Gouverneur schaender na hem in steede van den gevlugten Modliaer te hebben aan„ „gesteld tot modliaar van de porta te gale stein zedert om te beloonen verschijde trouwe diensten in die gelee„ „gentheid aan de komp: beweezen na derhand nog beschonken heeft met een goude penning en ketting. 16. Dat Hij nagenoeg 25. Jaaren als Modliaer aan de portate Gale en nu ruijm vijf Jaeren als Modliaar van sGouverneurs porta zoo veel men weet steeds trouw en eerlijk heeft gedient. 17. Dat de Materese Modliaars alle luijden gesprooten uijt de voornaamste famillien van Ceilon, zijn geplaast in de aan „zienlijkste zienlijkste een ampten, en boven dien ten aanzien van hun reeel fortuijn zijn in zeer gunstige omstandigheeden. Dat de Modliaar Jinnekoon alleen een vermogen heeft van misschien meer dan Hondert vijftig Duijzent rd=r 18. Dat het van luijden van dien stempel en van dat vermogen en het aanzien waer in ze alle geplaetst zijn niet wel te beseffen is wat hun zoude heb„ ben kunnen beweegen tot zulke misdae„ dige stappen waer bij ze in hunnen toestand niets konde winnen en waer en teegen zo alles waagden, hun eer en leeven in de waagshaal stelde en zig niets anders konde voorstellen dan om eijndelijk op het schaoot te sterven 19. Dat het niet de eerste maal is dat zulke die zig in oproeren hadden mis„ „daedig gemaekt, vervolgens met dier„ gelijke beschuldigingen tegens de voor naamste inlandsche Hoofden zijn voor den dog gekoomen. Dat onder anderen doea 2403 daer van ten voorbeeld strekken kan de vader van de tegenswoordige Modliaer Aangekoon tegens wien, ten tijde Hij Modliaar was van skommandeurs por„ „ta te Gale door de geene die zig in den opstand van het Jaer 1758 hadden misdae„ dig gemaekt, even zulke beschuldigingen zijn voortgebragt 20: Dat het hier de plaats niet is om opte„ „haalen de tegens hem gehoudene procedu„ „res die boven dien te over bekend zijn en dat schoon die zodanig zijn geweest dat ze zijne beschuldiggas op de volkomenste wijze geleegenthijd gaeven om hunne beschuldigingen tegens hem voort te zet„ ten en te bewijzen niemand na dat wij reeds het land was uitgezonden tegens ƒ hem verder is opgedaagd, waer uijt smans onschuld naderhand op 't widenst gebleeken is. 21. Dat als men alle deze bedenkingen overweegt en daer bij bedenkt dat de baldadige wijze waer op Maddegodde appoe zig in 'skonings land. heeft gedrae„ gen moest voortbrengen dat wij ook zelfs in het kandiase niet verder zoude worden ten n t

NL-HaNA_1.04.02_3885_0434 view scan ↗

English

be tolerated, one can at least for now view his accusations as nothing more than a last attempt to save himself if possible by placing the primary and foremost blame for the revolt on the aforesaid chiefs accused by him, in order in that way at least to be considered less criminal. 22. That nevertheless the matter must be investigated further, if only to give the native chiefs accused by him the opportunity to clear themselves of the blame cast upon them. 23. That it is therefore necessary that Madoegodde Appu be formally questioned further, and that because the foremost of the accused is the Maha Mudaliyar of the Governor's Gate, who belongs here in Colombo, and because the accuser must follow the court of the accused, Madoegodde Appu must therefore be heard before the court of Colombo. Whereupon, after deliberation, it was approved and resolved by majority vote to summon Madoegodde Appu from Galle, and that the Galle servants shall be instructed to provide him with an escort of a military detachment under a European officer, so that he does not escape a second time, who must be ordered by written instruction to take sufficient care that he does not escape on the way. The Honorable Chief Administrator van Angelbeek being of the opinion that the investigation should take place in Galle, so that by summoning Madoegodde Appu to Colombo his witnesses are not frightened away. Furthermore, it was resolved to instruct the Galle servants to halt the further investigation in this matter there. No. 9 Agreed. Hijbrands, First Clerk. Examined. Maas. That the Colombo Maha Mudaliyar Abesinhe covertly incited the Mohandiram of Marakadde Sammerenaijke, Billegalle Aratchi, and Gajeman Aratchi, along with many other inhabitants of the Giruwapattu, and caused many complaints to be lodged against the Disawa, Mr. Burnat, in order thereby to tarnish His Honour's name and to strip said Mr. Burnat of the office of Master of Sowing of the Giruwapattu and transfer it to Tinnekoon Mudaliyar, who is married to a niece of the aforesaid Abesinge Mudaliyar, could still be confirmed by said Mr. Burnat, the aforesaid Sammerenaijke Mohandiram, and the two Aratchis. 2. The aforesaid Aesinge Maha Mudaliyar at that time summoned me, Ellegierize Vidane Pattiremahe, and Attoekooale Aratchi of the Weligam Korale to come to him several times, plotted secretly with us, and caused several complaints to be lodged against the now deceased Mudaliyar of the Weligam Korale, Translation of a Sinhalese ola, submitted by Don Simon Dessanaijke Madoegodde Mohandiram Appuhamy on 7 November 1790, and presented to the Honorable Commander of Galle and the Council. Dessanaijke, whereby he was removed from his post and the sister's son of the said Maha Mudaliyar was appointed in his place as head of the Weligam Korale. This could likewise be confirmed by the said Mr. Burnat and the persons named at the beginning of this article. The same Maha Mudaliyar also prompted several persons and caused complaints to be lodged against the Mohandiram of the Matara Four Gravets and second Interpreter at the Gate of the Disawa, who had arrived there from Colombo and was placed in those offices. Against the Malabar Interpreter of Matara, the Mohandiram of Katuwana and Udubokke Abejesegere, and the servant of the aforesaid Disawa, Mr. Burnat, named Tangalle Vidane, whereby these people suffered much harm and were ruined. The aforesaid Disawa, Mr. Burnat, will also have full knowledge of these ruses and deceptions. All these things the Colombo Gate Mudaliyar set in motion to place the power solely in the hands of his brother-in-law, the Mudaliyar Jllangakoon at the Gate in Matara, and to have the latter's brother-in-law obtain the office of Mohandiram of the Four Gravets of Matara. That such matters were set in motion will be known to the Gentlemen themselves, and what the said Maha Mudaliyar, coming down from Colombo, carried out in Matara to organize the conspiracy, the Gentlemen will have gathered from what I have already written and submitted. The Disawa, Mr. van Angelbeek, having assumed the administration in Matara, kept the people under control and regulated the country well. The native chiefs and relatives of the Colombo Maha Mudaliyar in Matara, having thereby no opportunity to act according to their desires and advance their own interests, but on the contrary seeing the latter diminish, conspired among themselves and, from the good intention and the efforts that the said Disawa was making to cultivate the land of Kadiragoda and bring it into a good state, sought for themselves a pretext upon which they could construct some mischief against His Honour. They made the inhabitants fearful by presenting to them the dangers and bad consequences that were about to befall them if they were to depart for the said land of Kadiragoda; but on the other hand, with much deception, they made it appear to the Disawa as if they were very willing to assist and carry out all the arrangements and plans designed to make the said land of Kadiragoda suitable and bring it into a good state. Furthermore

Dutch transcription

worden geduld, kan men ten minsten voor als nog zijne beschuldigingen voor niets hoogers aanzien dan voor een laeste pooging om was het mogelijk zig nog te redden door de eerste en voornaemste schuld van den oproek te leggen op de voorsz: door hem beschuldigde Hoofden, ten einde langs dien weg ten minste minder mis„ „daadig te worden gehouden 22. Dat met dit alles de zaak verder dient te worden onderzogt, al was het ook maer alleen om de door hem beschul„ „digde inlandse hoofden daer door te brengen in de gelegentheid om zig te kun„ nen zuijveren van de hem aangewael„ vene blaan 23. Dat het mids dien noodig is dat Ma„ doegodde appoe nader geregtelijk word gehoord en dat wijl de voornoemste der beschuldigde is de Maha modliaen van sGouverneurs porta, die hier te ko„ lombo tuijs hoord en dat de beschulde„ ger moet volgen den regt bank van en 2404 den beschuedigde, Madoegodde appoe 11 mids dien moet worden gehoord voor 6 de regt bank van Kolombo waar op na de liberatie bij meerderheid van stemmen is goedgevonden en ver staan, om Madoegodde appoe van gale„ op te ontbieden en dat de Gaalse bedien,e den daer bij zal worden aangeschreeven om hem op dat wij ten tweede mael niet ontkomt, meede te geeven een Militair door een Europersche offi„ „cier die bij eene schriftelijke uittauk„ tie zal moeten worden gelast om toe„ rijken de zorg tedraegen dat hij op de weg niet komen te ontsnappen. zijnde den E: Hoofdadministrateur van Angelbeek van gevoelen dat het onderzoek te Gale moet geschieden, op dat door het oproepen van Madoegodde appoe na kolombo zijne getuijgen niet worden afgeschrikt voorts is verstaan de Gaalse bedienden tegelasten om het verdere onderzoek in un in deeze zaak aldaer tedoen staeken No. 9 Akkordeerd Hijbrands Eijklerk Nagezien Maas 2405 Dat den kolomboschen Mahamodliaer Abesinhe op eene bedekte wijze de mohandiram van Marakadde Sammerenaijke, Billegalle Arraatje en Gajeman Arraatje nevens nog veele andere ingezeetenen van de geare waijpastoe opgestookt, en veele klagten heeft laeten inbrengen teegen den heer dessare Bur„ nat om daar door zijn Ed:s naam te bevlekken en de dienst van Zaaijmeesterschap van de Giare„ waijpattoe gem: Heer Burnat te ontwingen en aan Tinnekoon Modliaer toetevoegen, die met een Nicht van voorm: Abesinge Modleaer ge„ trouwt is, zouden, door gemelde heer Burnat, den voormelde Sammerenaijke Mohandiram en de twee Auraatjes als nog konnen bewaarheid worden. 2. voorm: Aesinge Mahamodlaer, heeft te dier teid verscheide reizen tot zig laeten komen, mij„ Ellegierize widane Pattiremahe en Attoekooale Arraatje van de Belligam koule, met ons geheimelijk afgesprooken en teegen den nu reeds overleedenen Modliaet van de Belligam koule Translaet singaleesche ola, overgelegd door Don Simon Dessa„ =naijke Madoegodde Mohandiaam Appoehamij op den 7. November 1790. en gededuceerd aan den welEdelen Achtb: Heer gaals Commandeur en den Raadd. dissandijke 0 1=e Dessanaijke laeten inbrengen verscheide klagten waar door hij van zijn dienst is opgeligt en de susters zoon van gem: Mahamodliaar, inde plaats gesteld als hoofd van de Belligam koule - Dit zoude insgelijks door gemelden hier Buunat en de in begin deezer Artikel genoemde perzoonen konnen bewaarheid worden. De zelfde Makamodliaer heeft ook verscheide per„ zoonen ingegeeven en klagten laeten inbrengen teegen den Mohandiram van de maturesche vier gra„ vetten en tweede Tolk aan de Porta van den heer dessave die van kolombo aldaer aengekoomen ien „ in „die diensten gesteld was. Jeegen den Mallabaansche Tolk van mature, den Mohandiram van kattoene oedoebokken Abejese gene en den dienaar van voorm: heer dessave Burnat genaemt Tang alle vidaen, waar door deese menschen veel schaade geleeden en geruineerd zijn geworden. van deese listen en bedriegen wijn zal den voor„ =melden heer dessave Burnat, meede volkoomen kennis dragen. Alle deese dingen heeft den kolomten Pouta Modliaea in het werk gesteld om den magt alleen inhanden van zijn zwager den Modliaer Jllangakoonte matur aan de Poata te geeven en des Laast genoemdens zora„ =ger den dienst van Mohandiram der vier gravetten van mature te doen obtineeren. Dat zulke zaeken 2406 zaeken zijn in het werk gesteld, zullen de Heeren zelve bekend zijn en wat gemelden Mahamodliaar nu om de tezaemen rotting te stellen van kolombo afkoomende; of mature uitgevoerd heeft, zullen de Heeken ontwaard hebben uit het geen ik reets geschuaven en opgegeeven. heb. De heer dessave van Angelbeek in de regeering op mature getreeden zijnde, heeft het volk en zeugel„ gehouden en het land welgeregeld. De Jnlandsche hoofden en Nabestaanden van de kolomboschen Maha modliaer te Mature daar door geen geleegenheid hebbende om naar hun zijn tewerk tegaen en hun voordeel te bevorderen, maer ter Contrarie het laatste ziende verminderen, hebben onder hun afgesprooken en uit het goed voorneemen en de moeijten die wel melden heer dessave was aanwendende om 't land van hardegirie te bebouwen en in een goeden staet te brengen, zelve een grond gezogt, waar uit zij, zijn welhd: eenig kwaed zouden konnen bouwen; zij hebben de inwooners vrees achtig gemaekt 6 door hun voor te stellen de gevaeken en slegte gevolgen die hun stonden overtekoomen wanneer zij na gedag„ te land na haddegikie zouden vertrekken dog aan de andere zijde hebben zij den heer dessave met veel be„ drog laeten merken als of zij zeer geneegen waeren om mede hulpig teweezen en uittevoeren alle de schuikkingen en overleggingen, beraamd om ged=n Land van haddi„ girie bekwaem te maeken en in een goede staet tebrengen. voorts lagten oon per„ teegen gra, heer che 1 ma elten ke Zova

← previousnext →