VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3885

Ceylon · 996 pages · 141 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3885_0440 view scan ↗

English

Furthermore, they made the people believe that the Dessave and the Second Interpreter of Mature, by carrying out the work at Beddegama, only sought to gain a good reputation, but that at the same time there was no means for this people to resist or escape the dangers to which they were subjected. Thereafter, these chiefs, with much cunning and deceit, gave the Lord Dessave to understand that if all the service-obliged people in the Mature Dessavony were brought together at once and the work of Baddegama were undertaken, the same could then be brought to an end speedily, so that they could afterwards be dismissed and return, and that they, the chiefs, were very willing to proceed thither together and have that work performed to the satisfaction of the Lord Dessave, just as they also prepared themselves to go on the journey as well. In this circumstance all the inhabitants were anxious, when, at the instigation of the chiefs, they gathered together to obtain their freedom, as to how the consequences thereof might turn out; and keeping themselves troubled with fear and anxiety over this, the aforementioned chiefs found the very opportunity to display their work of hatred and enmity by maintaining to the said inhabitants that to escape their troubles, anxiety, and fear, they had no other way out than to insist that the perpetrators of the impending evil upon them, about which they felt aggrieved, namely the Dessave, the Second Interpreter, and three others of the latter's family, be removed from their land, so that they would in the future also remain free from such burdensome circumstances. The said chiefs wrote this in great secrecy to the lesser chiefs subordinate to them whom they thought to be their faithful, good friends, and they not only had this done through others among their trustworthy acquaintances, but also made it known by word of mouth; and thus this delicate matter took its rise and consequence, whereas in any other way, as the Gentlemen will naturally be able to judge, it could not possibly have existed. For the inhabitants would not have dared to rise up so deliberately and strongly had they been devoid of the help and protection of the aforementioned chiefs. If, however, it might once be assumed that we had acted arbitrarily and on our own accord, then we would also, whenever we merely wished, be able to raise a gathering again and, under this authority, against the laws of the Company, without presenting ourselves before the Gentlemen Rulers, be boldly able to keep ourselves hidden. In this latest revolt, when the Mudaliyar of the Gangaboda Pattu De Saram and the Weligam Korale Mudaliyar went to the mutineers for the second time to appease them, they instigated the lesser chiefs of the Weligam Korale and Gangaboda Pattu to have the house of Ilangakoon Mudaliyar, situated in the village of Malimbada, partly broken down, in order to remove any suspicion of guilt from these two Mudaliyars. Thus that house was also partly broken down, and on that occasion taken from there, a tuppotti cloth and a lamp, which, having been carried a little further from there, were handed back over to one Ranavirage Balappu, who was an inhabitant of the garden in which the aforementioned house of the Mudaliyar Ilangakoon at Malimbada stood; this can be learned from the aforementioned Ranavirage upon inquiry. The lesser chiefs of the Weligam Korale prepared a catapanel with a tent and white linen and sent it to their Mudaliyar in Mature with messengers so that he would come to them where they were, whereupon he, the Mudaliyar, went to them at Malimbada in the house of the aforementioned Ilangakoon Mudaliyar, where the said lesser chiefs met with him in the night and handled their matters in great secrecy, after which the said Mudaliyar returned back to Mature. These lesser chiefs thereafter went to the rebels and they revolted more strongly than before. This will, upon inquiry and a judicial investigation of both the said lesser chiefs of the Weligam Korale and of those of the other Korales and Pattus, appear satisfactorily and clearly. If the matters are taken into further investigation, the same will be stated and maintained item by item. Thus this is written and delivered on 7 November 1790 to the Head of the Olie, signed with two Sinhalese signatures. Below was written: Palo, 8 November 1790. For the translation was signed: M: J: Gratiaen, sworn clerk. In the margin: for the translation signed: S: De Zilva, sworn Interpreter. Agrees Hybrands Clerk Examined Translation of a Sinhalese Ola letter addressed to the Honorable Commandeur of the city and lands of Gale, Mature etc., by the Mohandiram of the Guard Maduwegodde Don Simon Wierekoon Widjesinhe Dissanaike. After the preceding compliments, the following is made known. Under the Mudaliyar of the Gangaboda Pattu, the Maha Mudaliyar of Colombo, the Mudaliyar of the Weligam Korale, and the Mudaliyar Sinekone, the inhabitants of the ten Korales in the Mature Dessavony gathered together and appointed me as chief. However, after that Your Honorable and the Honorable Secretary arrived in Mature, and a message was brought to me in their name, namely, that whatever I might request would be granted to me. Because this was promised to me, I first, and subsequently also the other inhabitants and chiefs of the thought ten Korales, came down and are

Dutch transcription

voorts hebben zij het volk in het denkbeeld gebragt dat de Dessare en de Tweede Tolk van mature, door het uittevoeren werk op Beddegisse„ alleen zogten een goed Naem te behaelen, maar dat en ook tevens voor dit volk geen middel was om teegen te gaen ofte ontkoomen de gevaeren aan welke zij onderworpen weerden. Daar na hebben deze hoofden met veel list en be„ drog den Heer dessare te kennen gegeeven dat wanneer al het diensbaar volk in de Matureesche dessaronie te gelijk bij een gebragt en het werk van Baddegirie on„ der handen genoomen wierd, het zelve als den spoedig zoude konnen ten einde gebragt worden, om hun daarna te koomen laeten afdanken en terug keeren, en dat zij hoofden zeer gewillig waeren tezaemen derwaerds te begeeven en ter genoegen van den Heer Des= Jare dat werk telaeten verrigten, zoo als zij zig daartoe ook gereed gemaekt hebben om meede op reis tegaen. In dese omstan= digheid waeren alle de inwooners bezorgd, wanneer zij op instigatie van de Hoofden tezaemen 2407 te zaamenrotteden om hunne vrijheid te bekoomen, hoe de gevolgen daar van zouden konnen uijtvallen en zig met vrees. en angst hier over bekommerd houdende, hebben de voorm: Hoofden Juijst de gelegenheid getroffen om Hun work of haat en wijd aan den dag te stellen door gem: jnwoonars te onderhouden dat ze van hunne bekommernisse angst en vreeste ontkomen, geen andere uijtweg. hadden dan om aantehouden dat de verzakers van het afmaand kwaad over hen Lieden, waar over zij zig beswaard vonden, na„ melijk de Dessave, de tweede Tolk en nog drie anderen van des Laastgem: familie, uijt hun land wierden weggens„ „men op dat ze voor het vervolg ook van der gelijk hain beswaarende omstendigheeden zouden berreijd blijven. Dit hebben gem: hoofden aan de mindere onder hun sorteerende hoofden die zy dagten hunne getrouwe, goede vrienden te weezen heel gehemm aangeschreeven en zij hebben ook door anderen van hunne trouwe bekenden dit laaten doen niet alleen maar ook bij monde laaten weeten, en zodanig heeft deeze nete„ „lige zaak haar begist en gevolg. genomen daar zij op een andere wijze, zo als de Heeren het van zelve zullen konnen b'oordeelen, anders onmogelijk bestaan konde Terwijl de inwoonners zo opzettelijk en sterk niet zouden hebben durven opkomen, indien zij ont„ „bloot waaren geweest van hulp: en bescherming der voorm: Hoofden indien egter eenes verondersteld maogte worden dat wij willekeurig en uijt ons eigen te werk gegaan zijn, dan zouden wij ook wanneer wij maar begeerden alweeder een zamingrotting kennen op Rigten ld om re fde rigten en op dit gezag toegen wetten van de komp:s zondar ons voor voor de Heeren bebieders te vertoonen, Htoutmoedig. ons konnen schuijl houden. Jn deese laatste revolte toen de modeliaar van de Gange„ baadepatoe De Saram en de Balligam kerike modeliaar voor de twede Reis bij de muijters geweest zijn om om huin te doen stellen, hebben zy de mindere Hoofden van de Belligamkerle en gangabaderpattoe geinstigeerd om het huiijs van yllangekomen Modliaar gelegen in het derp malimende voor een klein gedeelten te Laaten afbreeken, om wegtenen „men eenig vermoeden van schuld op deese beide modliana zodanig wierd ook voor een klean gedelte dat huijs afge¬ brooken en van daar bij die gelegenheid weggenomen, Een toefpetie kleedje en een Lamp, diar een weinig verder van daar weggebraagt zijnde, weder overgegeven wierden aan eenen Rammewierige baleappoe welke een inwooner was van de thuijn waar in voorm: huij van den mod„ liaar Jllangakoon op malimadde stondt dit zal van voorm: Ranneuireve bij namaag kunnen vernoomen worden: De mindere Hoofden van de belligamkerle hebben een. katteponel met tent en witlinnen gereed gemaakt en aan hun modlicar, na mature afgezonden met neimders op dat hij bij hair zoude koomen daar zij waaren, zo als hij modliaar daar op gegegaan is bij hun op malian „adde in het huijs van voorm: Hlangahoon modliaar alwan gem: mindere Hoofden bij hem in de nagt vergadard en hunne zaaken zeer geheim afgehandeld hebben, waarna gem: modliaar weeder geretoerneerd is na gegaan matur Deese mindere Hoofden zijn daar na gegaan by de marg„ „telingen 6 2408 „telingan en zij hebben sterker als te vooren gererolteerd. dit zal bij navraag. en een regterlijk ondertzoek. zo van gem: mindere Hoofden van de Belligam karle als van die der andere korles en Pattoes genoegdoende en klaar¬ „lijk koomen te blijken zo de zaaken nog verder in onderzoek genoomen werden, zullen dezelve post voor post aangegeeven en beneerd worden, Alzo is dese geschreeven en overgelegd den 7. November 1790 aan het hoofd der olie getekend met twee singaleese handleekeningen /:onderstond:/ Palo den 8. ' November 1790 Voor de Translatie /:was getekend/ M: J: Gratiaen E: g: klerk /:in margine:/ voor de vertaling /: getekend :/ S: De Zilm gesw: Tolk. Accordeert Hijbrands Vlgklerk ge„ hain huijs ed de d ƒ ƒ 1 - „ an 8n2 matir maarg„ HCaal Nagezien 2409 Translaat Gingaleesche brief ola gerigt aan den wel Edelen agtb: heer Commandeur der stad en landen van Gale, Mature a =a door den Moholi Mohandi etc rams van de Guarde Madoe =godde Don Simon Wierekoon widjes inhe Dissanaike Na voorgaande Complimenten word 't volgende te kennen gegeeven. op onder Aan de Modl: van de Gangebadde pattoe, de mahamodl: van Holombo, de modliaar van de Belligamkorle en de modl: sijne koon zyn de ingezeetenen van de tien orles in de Matureesche Dessavo nij zamen gerot en hebben mij tot hoofd benoemd. daar van Dog daar na is uwel Ed: agtb: en den heek secretaris op Mature gekomen en mij is uit derzelven naam eene boodschap gebragt, na mentlijk, dat mij 't geen ik verzoeken mog te zoude gegeeven worden. wijl mij dit toegezegd was ben NE: vooraf en vervolgens ook de andere ingezaetenen en hoofden van gedagte tien koilet afgekomen en „ zyn

NL-HaNA_1.04.02_3885_0446 view scan ↗

English

have appeared before the Lord Commander. Thereupon, under promise of a good Mohandiram's service, a hanger, gold and silver buttons, and other clothing, I also went to Gale. But of these goods promised to me, only a coat and three rd. in cash were given to me, without the service requested by me, and with which I was kept dangling for two months. There is an old proverb: through ambition the livelihood is lost; thus, because a hanger was hung about me, I have also lost my livelihood that I formerly sought in agriculture. In former times, the promises of the lords rulers were, just as now, fully verified; but the gate interpreters have brought it about that what was promised by Your Honorable Worship did not come to me. And since those interpreters have not yet died or been dismissed from their offices, I think that it was mere deception. A Modliar is a Dessave to the Sinhalese, so that I currently have the name of Madoegodde Don Simon Wijesinha Dissanayake Mudiyanse Ralehamy. Notwithstanding this, my principal request to Your Honorable Worship and the Honorable Court of Justice, as well as the Right Honorable Lord Governor of Ceylon and the members of the Council of Policy, is to forgive me all my previous misdeeds, and if Their Honors should henceforth perceive any further evil in me, not to dispatch me by ship to elsewhere, but to have me pay fines according to the measure of my debts. If I receive a signed paper of this from all these gentlemen, I shall then, having the order thereto from Your Honorable Worship, come over thither to prove the foregoing. I request at the same time that you kindly grant me the Modliar's service of the Belligam Korle, with the accommodation formerly belonging thereto. Thus this was written and dispatched on Saturday the 23rd of October 1790 in the morning at seven o'clock by the Mohandiram named in the heading of this document. It was signed with an illegible signature. Below was written: for the translation, Gale the 2nd of November 1790. It was signed: G. A. de Vos. Sworn for the translation: S. de Silva, 1st interpreter. Below was written: agreed. It was signed: C. L. B. van Albedijll, Secretary. Agreed. Sybrands, First Clerk No. 10. Checked. Maas 2411 Draft ola to Maddoegodde Appu I received some days ago the letter, ola, which you sent to me; you have indicated to me that you are inclined to come up to Gale and demonstrate who were the authors of the latest disturbances and revolts in the Matara Dessavony, provided that a signed certificate reaches you stating that the past would be completely forgiven and no longer imputed to you by the honorable Government of these lands. I have given notice of this wish of yours to the Lord Governor and Council at Colombo, and His Right Honorable Worship and the further honorable Government have, out of particular magnanimity, decided and granted me full power thereto, graciously to pardon and forgive you the irregularities committed up to now, as you are pardoned and forgiven by these presents, without the same ever turning to your prejudice, provided that you keep your promise and demonstrate who were the author and prime movers of the latest disturbances in the Matara Dessavony. If you do this in an entirely indubitable manner, and if your conduct from now on and in the future accords with the duties of a good subject, you may also hope for further tokens of favor. In consequence of the above, I shall look out for you therein for eight days, reckoned from tomorrow early, while I warn you at the same time that if you do not come to appear in the course of these eight days, you may imagine that you will then be regarded forever as an unfaithful and rebellious subject of the Honorable Company, and that you will not then escape the well-deserved punishment. May Heaven give you the good thought promptly to present yourself here at Gale as a repentant and henceforth faithful subject of the Illustrious Company, as this is the only way to save your wife and children from an ever-lasting misery. Below was written: Gale the 28th of October Anno 1790. Signed: P. Sluysken. Lower: Agreed. Signed: V. H. Beekman, First Clerk. Agreed. Sybrands, First Clerk Checked. Beukman No. 11 2412 Record kept on the 30th of October 1790 at five o'clock in the afternoon at the house of the Honorable Lord Commander Sluysken. The Lord Commander Sluysken had Mohandiram Madoegodde Appu, who arrived inside this town this afternoon, called before him, and in the presence of the former Chief Surgeon of Colombo Mr. Aleman, the Lord Administrator van der Spar, and the undersigned Secretary, through the translation of the sworn interpreter Mohandiram Simon De Zilva, asked him the following, which, with the answer given thereto by him, Madoegodde Appu, is recorded here by order of the aforesaid Lord Commander: 1st question of the Lord Commander: Whether it was not promised to him, Madoegodde Appu, when he appeared before the Lord Commander at Mature, and when he had promised to conduct himself well in the future and remain faithful to the Honorable Company, that His Honorable Worship would protect him further, and that the evil done during this uprising would not be imputed to him? Answer: Yes. 2nd question:

Dutch transcription

zijn bij de heer Commandeur verscheenen. Daar op ben ik, onder belofte van eene goede Morandirams dienst, een houwer, goude e„ zilvere knoopen en andere kleederen te zullen hebben meede na gale gegaan. Dog van deze aan mij toegezegde goederen is mij enkeld 3 een rok en drie rd. aan Contant gegeeven, zonder den door mij verzogten dienst en waarmeede twee maanden lang beij drda lende gehouden. Er is een oud spreekwoord; door eer gierigheid gaat de broodwining verlooren dus danig heb ik, wijl mij een houwer omgehangen is, mijn bestaan dat ik voor dezen in den land „bauw zogte ook verlooren. vertijds wierden de beloften van de heeren gebieders gelik ook tans nog volkomen bewaarheid dog de porta tolken hebben uw bewerkstelligd dat mij 't beloofde door uwel Ed: agtb: niet geworden is. En vermits die tolken nog niet gestorven of van hunne diensten afgezet zijn, soo denk ik dat 't maar bedrog geweest is Een modliaar is een dessave voor de singa leezen, zoo dat ik tans de naam p Heb P. 2410 heb van Madoegodde Dan Simon Merakoon widjesinee Dissanaike moediaanse Rhale „ramée niet teegenstaande dit is mijn voor naamst verzoek aan Uwel Ed: Agtb: en de agtb: raad van Justitie mitsg:s de wel Ed: Gestr: Groot agtb: heer Ceilons Gouverneur en de Heeden raaden van politie om mij alle meijne voorgaande schulden te vergeeven en wanneer hun wel Ed:s in 't vervolg weder eenig kwaad van mij mogten ontvaaren mij dan niet te scheep na elders teverzenden, maar na maate mij ner schulden mij geldboetens te laaten betaalen indien ik hier van een geteekend papier van alle dee weeren ontvange zal ik dan van uwel Ed: agtb: daar toe order hebbende, na derwaards overkoomen om 't voorenstaande te be wijzen Jk verzoek teffens, mij de modliaar t dienst van de Belligamkor „le, met de bevoorens daar toe geloo „rende akkomodessant te willen gelven. Aldus is deeze geschreeven en afgezzon „den op Saturdag den 23: 8ber: 1790 Smorgens ld n da heb 43 en Mlb: voor n o S00 a „ „ smorgens om seven uuren door den in den hoofde deezes genoemden Mohandiaam /: was geteekend :/ met eene onleesbaare handteekening. /onderstond:/ voor de berbanting overzetting Gale den 2. 9ber: 1790. /:was geteek:/ G: A: de vos. be /:geteekend Lyden voor de Hetaaling S: de Silva g tolk /:onderstond:/ ackordeerd /:was geteekend :/ C: L: B: van Albedijll secretaris Akkradeerd. Sijbrands Egklerk No. 10. Nagezien Maas 2411 Concept ola tan Maddoegod de Appoe It heb voor eenige daagen wel ontvangen de Brieff Ela, die gij mij toegezonden hebt, gij hebt mij te ken= =nen gegeeven geneegen te zijn, om na gale opte koomen, en aandeloonen, wiede Auteurs van de laaste onlusten en Revostes in de Matio= weesche Dessevence geweegt zijn, mits dat uw een geteekend Bewys toekoome dat Uw door de geeerde Regeering deser Landen, het gepasseerde ten heelemaale vergeeven en niet meer toegereekend zoude worden Ik heb van dit Uw verlangen, aan den Heer Gouverneur en Raad te Molonsbo kennis gegeeven en zyn Wel Edele Gestr: Groot Achtbe en de vekder= geeerde Regeering heeft uijt beijferdere E delwoe =digheid, beslooten, en aan mij daartoe de volle magt verleend, uw de tot nu toe begaane onge= reegeldheeden, gratieuselijk te patdorneeren en te vergeeven, gelijk uw gepardonneerd en vergeeven zyn door deesen, zonder dat deselve Uw ooit tot praejuditie zullen koomen, mits dat gij Uwe belofte gestand doet en aantoond wie de anteur en eerste Beweeg reedenen van de laaste onlusten B3: onlusten in de Matrneesche Desseivenie ge= weest zijn, Doet gij dit op eene allez ints een on twijffelbaare wijze, en dat uw gedrag voorts aan en in den vervolge met de pligten van een goed onderdaan over een stemd, moogt gij ook op verdere Gunst bewijlen hoopen Ingenlge het voordeweeren en hal ik Agt daagen lang van morgen vroef af aangeteeken daarin Utzien, Terwijl ik Uw teffens waargehoeeme dat by aldien, gij in den loef van deese Agt daagen niet komt dpedaager, gij uw als dan moogt voorstellen, van voor altoos, als een ongetrouwe en rebellig onderdaan van d'E Compe te zullen worden aangemerkt, en dat gij als dan de wel verdiende straffe ook niet zult ontloosen De Heemel geeve Uw de goede gedagten van Uw ifnoedig als een bevond hebbend en voort aan getrouwe onderdaan van de voorlugtige Comp hier op gale te Versoonen, gelijk dit de eenigste weg is om uw Vrouwen kinderen van eene alloos dunnende Elende te bedden /onderstond/ Gale den 28 October Ao 1790 /geteekend/ P Hluisken /lager/ Akkordaart /geteekend:/ V H Breeliman Geklesk Accordeert Hijbrands Egkelen aan f Nagezien Beuk man P G No. 11 2412 Aanteekening gehouden den 30. october 1790. 'sagtermiddags vijf uuren ten huijze van den wel Edelen Achtbaeren Heer Commandeur sluijsken. De Heer Commandeur sluijsken liet den heeden middag binnen deezen stad aangekoomen Mohandiram Madoegodde appoe voor zig roepen, en vroeg hem in teegenwoordigheijd van den Heer geweeze kolombosche oppermeester Aleman, den Heer administrateur van der spar en den ondergeteekende secretaris, ter vertaaling van den gezw: Tolk mohandiram Simon De Zilva het ondervolgende af, het welk met de daar op door Hem Madoe¬ „godde appoe gegeeven antwoord ter order Commandeur hier van welgem: Heer aangeteekend staat- 1. vraag van den Heer Commandeur of hem Madoegodde appoe niet beloofd was, toen hij op Mature bij den Heer Commandeur is verscheenen, en toen hij beloofd had van zig in den vervolge te zullen welgedraagen en dE: Comp:e getrouw, blijven, dat zijn wel Ed. Achtb: hem verder zoude prote„ „geeven, en hem het kwaad gedaan bij deeze opstand niet zoude toegereekend worden! andwoord Ja. 2. / vraage

NL-HaNA_1.04.02_3885_0454 view scan ↗

English

2nd Question: Whether the Lord Commander did not tell him that if he was inclined to accompany His Honorable Worship to Gale, and if he subsequently remained faithful to the Honorable Company, he would then become mohandiram of His Honorable Worship's guard, and that he would also be given a coat, buttons, and a hanger? Answer: 3rd Question: Whether the Lord Commander had not fulfilled his honorable promise by making him Mohandiram upon arriving at Gale, and whether he did not also receive a coat from His Honorable Worship, while the buttons and hanger were not yet ready when he was appointed Mohandiram? Answer: Yes. 4th Question: Whether the Lord Commander, as often as he requested to depart, did not tell him several times not to return to his country for the present, but to remain here, and that he would be provided with the necessary maintenance? Answer: Yes. 5th Question: Whether His Honorable Worship did not promise him that if he behaved well and remained faithful to the Honorable Company, he would be helped further when the opportunity arose, just as Simon Avraatje and others had been helped? Answer: Yes. 6th Question: Whether he, Madoegodde appoe, shortly before his departure, had not requested His Honorable Worship to become vidaan of the Baijgams, or to have a post, and to be rewarded in such a manner as Don Simon arraatje was promoted to mohandiram of the kandebaddepattoe, his brother to Mohandiram of the Magampattoe, and others who had been promoted? Answer: Yes. 7th Question: Whether His Honorable Worship had not replied to this that he, Madoegodde appoe, had already been appointed mohandiram and would receive still further rewards according to how he behaved as a faithful servant of the company? Answer: Yes. 8th Question: Whether he did not also request on that occasion to have the accommodetsan, as is due to a Mohandiram? Answer: Yes. 9th Question: Whether His Honorable Worship had not replied that the paddy was first sown, and harvested only after it had grown; and that likewise he had to make himself further deserving before he could enjoy the fruits of his labor? Answer: Yes. 10th Question: Whether he, Madoegodde appoe, did not confess to having made himself guilty of the heaviest punishments by going into the country to make the people revolt? Answer: Yes, but that he had now returned, and had gone into the country because he had not been left in peace to simply depart again, but that he now begged for forgiveness like a slave, and requested the Lord to treat him as masters are accustomed to treat their slaves: to punish them and then throw away the cane, yet keep their slaves and receive service from them again. 11th Question: Whether he is capable of proving all those accusations he made against so many Native Chiefs, as he undertook to do? Answer: Yes, and that he could prove it as if with a seal, provided that all those people whom he shall name are summoned to serve as witnesses. 12th Question: Whether His Honorable Worship, when he further requested to be allowed to go to his country, did not tell him that permission to go home was not refused to him, and that if he insisted on it, permission would be given to him to go see his wife and children, but that he would do better to remain here in Gale, because if he came into the country he might possibly be led into some excesses again by his enemies, through which he could easily come to misfortune? Answer: Yes. 13th Question: Why then did he, Madoegodde appoe, depart quietly and without having made the time of his departure known beforehand? Answer: That he knows no better than that he took his leave, except from the lady. After this, Madoegodde appoe requested to be allowed to declare what he had to say, to which the Lord Commander replied that he would be given the opportunity to do so. That he should simply remain quiet and at peace in his room which had been prepared for him, and that the necessary maintenance would be provided to him. Thus recorded on the day aforesaid. /:was signed:/ C: L. B: van Albedijhl secret:s /:in the margin:/ for the translation /:signed:/ J: D: Zilva sworn Interpreter. /:below was written:/ Agrees /:was signed:/ C: L. B: van Albedijl secretary Agrees G Dijbrands First Clerk 1 Examined Maas Record. Held on the 1st of November 1796. Before the Honorable Political members: Nicolaes Bernardus Martheze, Pay Bookkeeper Pieter Willem Ferdinand Adriaan van Schuler, Overseer of the Gale Corle Carel Lodewijk Baron van Albedijhl, Secretary. The Mohandiram Maddoegodde appoe was summoned, and after the records of the 30th of October held at the house of the Lord Commander Sluijsken were reviewed and found to be in agreement, the following questions were put to the said Madoegodde Appoe: 1st Question: Why, after he had arrived here in Gale with the Lord Commander from Matara, did he depart again? Answer: That for five months he was at the rattan house

Dutch transcription

2. / vraage of den Heer Commandeur hem niet gezegd heeft dat indien hij geneegen was, met zijn wel Edele Achtb: meede na Gale te gaan, en hij vervolgens de Ed: Comp:e getrouw bleef hij dan mohandiram van zijn Ed: Achtb: guaade zoude worden en dat hem ook een rok, knoopen en stouwer zoude gegeeven worden! 6. antwoord 3. / vraage. of den Heer Commandeur zijn wel Edele belofte niet was nagekoomen door hem op Gale koomende Mohandiram te maa„ „ken, en of hij niet ook een rok van zijn Ed: achtb: gekreegen heeft, terwijl de knoopen en houwer toen hij tot Mohan„ „divam aangesteld wierd, nog niet klaar waaren andwoord Ja. 4 vraage of hem niet door de Heer Commandeur zoo dikmaals hij verzogt heeft te vertrek„ „ken verscheijde keeren is aangezegd, om voor eerst niet weeder na zijn land te keeren Ja, 2413 keeren maar zig hier te blijven ophouden, en dat hem het noodige onderhoud zoude ge„ „geeven worden. antwoord. Ja, of zijn wel Edele Achtb: hem niet beloofd heeft om hem indien hij zig welgedraagd en dE: Comp. getrouw is bij gelegendheijd verder te zullen helpen, gelijk door Simon Avraatje en andere geholpen waaren! antwoord Ja 6. / vraage of hij Madoegodde appoe niet kort voor zijn vertrek zijn wel Ed: Achtb: verzogt had, om vidaan van de Baijgams te worden; of een dienst te moogen hebben, en zoodanig beloonde te worden als aan Don Simon arraatje tot mohandiram van de kandebaddepattoe desselfs broeder tot Mohandiram van de Magampattoe en andere die geadvanceerd waeren! antwoord Ja 5. / vraage 7. / vraage of zijn Ed: Achtb: hier op niet geantwoord had, dat hij Madoegodde appoe nu reets tot „ 4 tot mohandiram waare aangesteld en nog verdere belooninge zoude ontvangen, na maate hij zig als een getrouw dienaar van de komp: gedroeg. antwoord Ja 8. vraage of hij bij die geleegentheid ook niet ver„ „zogt heeft het accomodetsan te moogen hebben, gelijk een Mohandiram toekomtr antwoord Ja g. vraage of zijn Ed: agtb: niet geantwoord had, dat de Nelie elrst gezaaijd, en daar na in geoogst wierd wanneer die was opge„ „koomen; dat insgelijks hij zig verder moest verdienstelijk maaken, wanneer hij de vrugten van zijnen arbeijd zoude genieten. antwoord Ja, of hij Madoegodde appoe niet bekende, zig schuldig gemaakt te hebben, aan de swaarste straften, door in het land te gaan, om het volk te doen revolteeren. antwoord ja, maar dat hij nu weederom gekomen was 10. vraage en 2414 en in het land gegaan was, wijl men hem niet met rust hadde gelaaten, om maar wee„ „der te vertrekken, dog dat hij nu als een slaaf om vergiffenis bad, en versogte als Heer met hem ook zoodanig te handelen, die ge„ „woon zijn hunne slaaven te straffen. en dan de votting weg te smijten, dog hunne slaaven behouden, en daar weeder dienst van te krijgen. 11. / vraage of hij in staat is, dien beschuldigingen die hij gedaan heeft teegens zoo veele Jnlandsche Hoofden, alle te kunnen bewijzen, zoo als hij zulx heeft aangenomen Antwoord Ja, en dat hij zulx als met een zegel be„ „wijzen kon, mids dat alle die menschen opgeroepen worden, dien hij zal opgeeven om tot getuijgenis te kunnen dienen: 12. / vraage of zijn wel Ed: Achtb: hem, toen hij nader verzogt heeft, na zijn land te moogen gaan, niet heeft gezegd, dat hem het verlof om na Huijs te gaan niet wierd gewijgerd en dat indien hij daarop bleef staan, staan, hem het verlof zoude gegeeven worden, zijn vrouw en kinderen te gaan zien, dog dat hij beeter zoude doen, van hierop Gale te blijven want dat hij indien hij in 't Land kwam moogelijk weeder door zijne vijanden tot eenige buijten spoorigheeden konde gebragt worden, waar door hij ligte„ „lijk ongelukkig zoude kunnen worden! antwoord. Ja, 12/ vraage waarom hij Madoegodde appoe dan stil„ „letjes en zonder vooraf te teijd van zijn vertrek bekend gemaakt te hebben ver= „trokken is. antwoord Dat hij niet beeter weet, of hij heeft af„ „scheijd genoomen, uijtgesonderd bij de Suffrouw. Hierna, verzogt Madoegodde appoe om te moo„ „gen verklaaren, wat hij te zeggen had waarop de Heer Commandeur antwoorde dat hem hier toe geleegendheid soude gegee„ „ven worden. Dat hij maar zig stil en gerust in zijn kamer die voor hem klaar gemaakt was zoude ophouden, en dat hem het noodige onder„ „houd 2415 houd zoude verstrekt worden: Aldus aangeteekend ten daage voorschree„ „vene /:was getekend:/ C: L. B: van Albedijhl secret:s /:dezijden:/ voor de verta„ „ling /:getekend:/ J: D: Zilva gezw: Toek. /:onderstond:/ Akkordeert /:was getekend:/ C: L. B: van Albedijl sekret:s Accordeert G Dijbrands Egklerk 1 Nagezien Maas 2416 Aanteekening. Gehoudene den 1. November 1796. voor DE: Politiken leeden: Nicolaes Bernardus Martheze Zoldeij boekhou„ „der Pieter Willem Ferdinand Adriaan van Schuler op ziender der Gale Corle Carel Lodewijk Baron van Albedijhl Secretaris. De Mohandiaan Maddoegodde appoe wierd voor „geroepen en na dat de aenteekeningen, van den 30. 8ber: ten huijze van den Heer Commandeur sluijsken gehouden gerekolleerd, en ankoord bevonden was, zijn aen gem: Madoegodde A„fpoe de volgende vraegen gedaen. 1: vraeg waerom hij nadat hier te Gale met de Heer Commandeur van Matuse renge= „koomen was, weeder vertrokken is. Antwoord. Dat hij zig vijf maenden lang bij de zal„ „meerrotting

NL-HaNA_1.04.02_3885_0462 view scan ↗

English

stayed, that he went to the Lord Commander afterwards and went together to Gale, that he also stayed at Gale for one and a half months and subsequently returned to the countryside with leave, when an Adriaen kangaen and a lascorijn came to warn him at the house of Baddewokke araetje that he had to flee, because he was about to be apprehended. 2nd question. Why, after he had received so many good assurances from the Lord Commander, he paid heed to the words of Adriaen Nanigaen and did not notify the Lord Commander by an ola or otherwise of the statements of Adriaen Nangaen. Answer. That he did not have a single trusted person to be able to send to Gale; however, that he later found and also sent a nephew of Baddewokke Arraetje. 3rd question. Whether he was dissatisfied upon his last departure from Gale, and whether he believed he had reason to complain. Answer. That he was not dissatisfied; that nevertheless the Dutch Gentlemen used to always keep their promise beforehand, as they do now, but that it appeared to him that the gate attendants now caused some hindrance to that. 4th question. Who the gate attendants are that he believes are the cause that the Dutch Gentlemen do not, as they are accustomed to do, keep their words and promises. Answer. The Sabandaer, Jllangahoon, and the Mahamobliaer, which he thought with good reason, because Don Simon Arraetje was promoted directly upon his arrival, and he only one and a half months after his arrival here in Gale, and that he attributes this favoring of Donsimon Arackje to the fact that Don Simon Arraetje, upon his arrival here, presented himself before the Sabandael Modliaer with two men's loads of linen cloth, which he, Madoegodde Appoe, was unable to do. 5th question. Why, when he was warned to flee, he did not notify the Lord Dessave thereof. Answer. That he was afraid to go to Mature, because the Chiefs of the Gange baddepattoe, Zelligam korle, Kande baddepattoe, and the Four Gravets were coming into the country with commandos to apprehend him. 6th question. Why he fled from the commandos who came into the country and did not let himself be apprehended and brought in, if he was convinced in his heart that he had done no wrong after his last departure from Gale. Answer. That he did not wish to undergo the disgrace of being brought in bound and tied, and that he later himself let the Lord Commander know through his people that he was inclined to come to Gale. 7th question. Why he recently fled back into the country from Maplegai again, whereas he had been told by an Arraetje of the Commander's guard to come to Gale without fear. Answer. That he had also intended this and would have gone with this arraetje to Gale, but that a Gale Korl hangaen and a Korl aakatje met him and told him not to go any further with them, because it was dangerous for him, and that those who sought to bring him to Gale sought thereby to serve their own interests. 8th question. Why, coming to the side of the Gale Corle, he wrote olas to the inhabitants of the Gangabadde pattoe and Tille hadde to join him. Answer. That he did not write olas to the inhabitants, but only a single ola to the Corl hangaen, which ola was signed by him and in which he made it known that he wished to speak with this Corl Cangaen. 9th question. Why he expressed that he had become a modliaer in the King's service, that he had received a sannas from the Court, that two dessaves were about to come down from Kundia, and other things besides. Answer. That all those things are lies and untruths, and that he never said this. 10th question. What the Lord Commander ordered him when he departed from Gale the last time. Answer. That the Lord Commander, giving him leave to go home, at the same time told him not to stay away longer anywhere than eight days at most. 11th question. Whether he does not see in hindsight that he would have done well to listen to the Lord Commander and remain at Gale. Answer. That he now clearly sees that he would have better fortunes if he had remained here, but that he wished to see his wife and children, and also firmly believed that the gate attendants were deceiving him. 12th question. What kind of commission that was which he told the Captain of the Cinnamon yesterday that he had received from the Lord Commander when departing from Gale the last time. Answer. That he did not say this, but rather that he had now returned upon the message of the Lord Commander, and that he only said this out of fear of being detained. Thus recorded on the day aforesaid. Was signed: N: B: Martheze, P: W: F: A: van Schuler, C: L: W: van Albedijkl, Secretary. In the margin: For the translation from the Sinhalese into the Dutch: was signed: S: De Zelva, sworn translator. Underneath stood: Agrees, signed: C: L: M van Albedijkt, Secretary. Agrees, Wijbrands Egkeerk Examined Inr. B kMoens

Dutch transcription

„menrotting heeft opgehouden, dat hij daer na de Heer Commandeur gekomen en waleke na Gale gegaen is, dat hij zig te Gale ook ander „half maend heeft opgehouden en vervolgens. met verlof na het land terug is gekeerd wanneer hem ten huise van Baddewokke araetje eene Adriaen kangaen en een las= „corijn is koomen waerschouwen, om te moeten vlugte, want dat hij stond op gevat te wor„ „den 2:/ vraeg. Waerom hij na dat hij zoo veel goede verzee„ „heringen van de Heer Commandeur gehad heeft, zig aen het gezegde van Adriaen Nanigaen heeft gestoord, en niet aen de Heer Commandeur door een ola als andersinds van de voorstellen van Adriaen Nangaen heeft kennis gegeeven Antwoord. Dat hij geen een vertrouwd perzoon gehad heeft; om na gale te kunnen zenden; edog dat hij naderhand een Neef van Baddewokke Ar„ „raetje 2417 raetje gevonden en ook gezonden heeft. 3 vraege. of hij bij zijn laatste vertrek van Gale onver= „genoegd geweest is, en of hij meend dat hij reede gehad heeft zig te kunnen beklaegen. Antwoord. Dat hij niet onvergenoeyd geweest is, dat eg= „ter de Hollandsche Heeren van te vooren altoos haere belofte plagt natekoomen, gelijk nu ook, dog dat gelijk hem voorkomt dat portie bediendens daer aen nu eenige hinder toe bragten. 41 vraeg. wie de porta bediendens zijn die hij meend dat oorzaek zijn, dat de Heeren Hollanders niet, gelijk zij gewoon zijn, haer woorden en beloften nakoomen. Andwoord. De Sabandaer, Jllangahoon en de Maha„ „mobliaer, het welk hij met reede gedagt heeft, wijl Don Simon Arraetje direkt bij na ie „bij zijne komste bevorderd is, en hij eerst anderhalf maend na zijn komste hier te Gale en dat hij deeze begunstiging van Donsimon Arackje toeschrijft wijl Don Simon Arraetje bij zijn arrivement alhier met plhien doens twee mans dragten, bij den Sabandael Mod= „liaet Geparresseerd heeft, 't welk hy Madoe„ „godde Appoe niet heeft hunnen doen. vraege. waerom hij toen men hem gewaerschouwd heeft, om te moeten vlugten, daer van niet aerden Heer Dessave heeft hennis gegeeven. Antwoord. Dat hij bang geweest is na Mature te gaen, wijl de Hoofden van de Gange baddepattoe, zel= „ligam korle, kande baddepattoe en de vier Gravetten met Commardos 't Laad kwamen om hem op tevatten. 6. ) vraeg. waerom hij voorde Commandos die in 't land kwaamen 5 2418. kwaamen gevlugd is, en zig niet heeft laeten opvatten en op brengen indien hij en zijn haat over„ „tuijgd was na zijn laast vertrek van Galen geen kwaad gedaen te hebben Andwoord. Dat hij niet gaarne die schande heeft willen ondergae om gebonden en gevleugeld opge= „bragt te worden en dat hij naderhand zelve door zijn volk aen den Heer Commandeur heeft laeten weeten, dat hij geneegen was, na Gale te noomen. 7. vraege. waerom hij nu onlangs van Maplegai weeder terug in 't Land gevlugd is, daer hem tog door een Arraetje van 'sCommandeurs guarde gezegd was, zonder vrees na Geele te nomen. Antwoord. Dat hij dit ook van sinswees en met deese akraetje na Gale zoude gegaen zijn dog dat hem een Gaalsche korl hangaen en een korl aakatje zijn teegen gekoomen die hem gezegd hebben van niet verder meete tegoen want dat zulks gevaerlijk voor hem was, en dat de geenen die hen na Gale zog= „ten te brengen hiermeede haer eijge voor= „deel zogten te doen. 8 vraege Gale d en „ 8. vraege waerom hij aen de kant van de Gale Corle komende vlassen aen de Jngezeetenen van de Gan= „gabad de pattoe en Tille hadde geschreeven heeft, om zig bij hem te voegen. Antwoord. Dat hij geen vlassen aen de ingezeetenen geschureeve heeft, maer alleen een enkelde ola aen de Corl hangaen welke ola door hem geteekend is en waer bij hij te kennen heeft gegeeven dat hij deese / Corl Cangaen verlangde te spreeken. g. vraege. waerom hij zig uitgelaelen heeft dat hij mod= „liaet in skonings dienst was geworden, dat hij een sannas van 't Hof heeft gehreegen, dat en twee dessaves van kundia stonden afte koomen en andere dingen meer. Andwoord. Dat al die dingen leugens en onwaet zijn, en hij dit nooyt gezegt heeft. 10/: vraege. wat de Heer Command: hem gelast heeft toe hij de laatste heer van gale vertrokken is: Andwoord. Dat de Heer Command: hem verlef geeven „de na huis te gaen; hem teffens gezegd heeft, om overal niet langer dan op zijn hoogst „ 2419 hoogst agt dagen uit, te blijven. „ vraege of hij nu van agteren niet ziet, dat hij wel zoude gedaen hebben, om nade Heek Com= „mandeur te luijsteren en op Gale te blijven. Andwoord. Dat hij nu wel inziet, beter goederen te zullen hebben, indien hij hier gebleeven was, dog dat hij gaarne zijn vrouw en kinderen heeft willen zien, en zig ook vast voorgesteld heeft dat de porta bedienden hem bedroogen. 12: vraege wat dat voor een Commissie is geweest dee hij gisteren aende Capitein vande haneel gezegd heeft, dat hij de laatste heer van Gale vertrekkede van de Heer Command= gehad heeft. Andwoord. Dat hij dit niet gezegd heeft maet wel dat hij nu op de boodschap van de Heer Commandeur terug was gekoomen en dat hij dit ook maer gezegd heeft, uit vrees om niet opgehouden te worden. Aldus Aangeteekend ten dage voorsch: /:was getek:/ N: B: Martheze, P: W: F: A: van Schuler, C: L: W: van Albedijkl Secretaris /:: margine:/ voor de vertaeling uit het singalees i 't Neder= „duitsch /:was geteek:/ S: De Zelva gesw: Kesk olte /:onderstond:/ akhordeerd /:geteekend:/ C: L: M van Albedijkt. secretaris. Accordeert Wijbrands Egkeerk le Gan= f r hij 2 den # 25 toe en Nagezien Inr. B kMoens

NL-HaNA_1.04.02_3885_0469 view scan ↗

English

2420 Record kept on the first of November 1790 by the Honorable Political Members: Nicolaas Bernardus Martheze, Pay Bookkeeper; Pieter Willem Ferdinand Adriaan van Schuler, Overseer of the Galle Korale; and Carel Lodewijk Baron van Albedijhl, Secretary. The Mohandiram Madoegodde Appu, having been admitted, was instructed to submit distinctly before the commissioners expressly appointed for this purpose the points of the charges he holds against the Mudaliyars mentioned in his olas, De Saram, Goeneratne, Tinnekoon, and the Maha Mudaliyar of Colombo, and specifically against each of these native headmen in particular, with directions to begin with stating his charges against the Mudaliyar De Saram as the first named in his olas. Hereupon, this Madoegodde Appu declared that he would do all this, but requested that the said headmen might be summoned to appear, so that he might declare what he has to say in their presence. To this, he was answered that his request to summon these headmen would be taken under further consideration, and that in the meantime he should simply declare beforehand what he knew to say. Hereupon he, Madoegodde Appu, declared that the Mudaliyar De Saram had so much power and influence over the gathered mobs during the recent unrest in Matara that he caused them to assemble and disperse as he saw fit. That he, Madoegodde Appu, would prove all this in the presence of the said Mudaliyar, 2421 would prove it if the necessary lesser headmen are summoned, namely: The second Mudaliyar of the Giruwapattu The four Vidane Arachchies of the same The four Vidane Arachchies of the four rest houses of the Giruwas Attenegaele Loku Mahatmaya of the Giruwa Don Simon Mohandiram of the Kandabaddapattu The Mohandiram of the Gangabaddapattu, commonly called Attudawe Mohandiram The Vidane Arachchi of Hakmana Walakada The Vidane Arachchi of Aparakka Walakada Baldenie Appu, resident of Kobbewala Wittesinge Kaduwela, Vidane Arachchi of of Palatuwa Palatuwa Arachchi Mallimada Liyan Arachchi Mallimada Ranawira Vidane Mallimada Mananna The Peda of Weligam Korale The Vidane Arachchi of Mirissa The Writer of Weligam Korale The High Priest Weligama Unnanse, resident at Makawita Kodituwakku Arachchi of Bopagoda The former schoolmaster of Kotawatta Residents of Owitigamuwa: Palatuwa Lokuge Arachchi Iluppoddeniya Abeytunge Arachchi The Arachchi of the Jagereros Lascoreens, resident of Narandeniya Donte Vidane of Denagama Polwatta Arachchi in the Wellabaddapattu Japaridan 2422 Japaridanrala of Bamberenda. Declaring further that he, Madoegodde Appu, may be excused from stating all that he has to say until the persons named by him are present, and that the persons named by him may be summoned before the said Mudaliyars are called, as otherwise these witnesses of his, out of fear of these headmen, might easily be afraid to testify to the events truthfully. Finally, after having been encouraged again to submit, even if only in writing, all that he knows to say concerning the recent unrest in the Matara Dissavany, He answers that he will declare and state it orally, but that he is now alone, and to state his charges he still requires some other persons, whom he has also mentioned, to be summoned, while professing at the same time that if his request is granted and the said persons appear, he will then clearly state and prove all that he has said and still has to say. Thus recorded on the day aforesaid. Was signed: N. B. Martheze, P. W. F. A. van Schuler, and C. L. B. van Albedijhl, Secretary. In the margin: for the translation from Sinhalese into Dutch, was signed: S. De Silva, Sworn Interpreter. Below stood: Agrees. Signed: C. L. B. van Albedijhl, Secretary. Agrees. Sybrands, First Clerk. 2423 Record kept on the 6th of November 1790 before the Honorable Political Members: Nicolaas Bernardus Martheze, Pay Bookkeeper; Jan Jaque David d'Estandau, Fiscal and Cashier; Carel Lodewijk Baron van Albedijhl, Secretary. Madoegodde Appu, having been called forward, was asked, through the translation of Simon De Silva, Mohandiram and Interpreter at the Secretariat of Police and Justice: 1st Question: Who are properly the persons whom he accuses of being the cause of the beginning and the continuation of the recent unrest in the Matara Dissavany? Answer: The Mudaliyars De Saram, Goeneratne, Tinnekoon, Ilangakoon, and the Maha Mudaliyar of Colombo; furthermore, the Mohandiram of the Matara Four Gravets and the former head of the Kandabaddapattu, Ekanayake Mohandiram. 2nd Question: Wherein consist his points of accusation against the Mudaliyar De Saram? Answer: That what he has to say concerning the Mudaliyar De Saram also applies to the Mudaliyar Goeneratne, and that he therefore requests that he against both

Dutch transcription

2420 Aanteekening gehouden den eersten 9ber. 1790. bij DE:s Politike Leeden Nicolaas Bernardus Martheze Zoldij boekhouder Pieter Willem Ferdinand Adriaan van schuler op ziender der Gale korle en Carel Lodewijk Baron van Albedijhl sekretaris De Mohandiram Madoegod de Appoe toege laaten zijnde wierd hem aan gekondigd om voor de presente-expresse gecommitteerdens dis„ linktelijk op te geeven de poinkten van de beschuldigingen die hij heeft teegen de bij zijne olassen vermelde Modliaars De Saram Goeneratne Tinnekoon en de Maha Modliaar van Colombo en wel van elk deezer Jnlandsche Hoofden in het bezonder Met aanduijding om te begin„ nen met de opgave zijner beschuldigen„ gen teegen de Modliaar de Param als het eerst bij zijne olas genoemd. Hierna en Wierna betuigde deese Madoegod de Appoe dat dit alles te zullen doen, dog dat hij verzogt dat ged=n Hoofden mogten op koomen om in haare teegenwoordigheijd te verklaaren het geen hij te zeggen heeft. hem weerd hier op geandwoord dat zijn verzoek om deese Hoofden op te ontbieden nader en overweeging zoude genoomen worden, dat hij intusschen het geen hij te zeggen wist maar voor af zoude verklae„ ren Hier op declareerde hij /: Madoegodde appoe„ dat de Modliaar de Caram in de laatste ontlusten te Mature zoo veel vermoogen en vloed op de samen gerotte volkeren heeft gehad dat hij de zelve heeft laaten te zaamen koomen en uijt malkanderen gaan, zoo als hij dit goed vond. Dat hij /:Madoe god de Appoe :/ dit alles in teegen woordigheid van ged=te Modliaan soude bewijsen 2421 bewijsen indien de noodige minder hoof„ den worden opgeroepen teweeten. De tweede Modliaar van de girrewaijpattoe De vier Bitmerares „ „ do „ vier vid aan Arraatjes van de vier rt„ huijsen van de Giirewais Attenejaele Lokoe Mahatinea van de Girrewaij Don Simon Mohandiram van de kande„ baddepattoe. De Mohandiram van de Gangebadde pattoe in de waandeling Attoedawe Mohandiram genaamt De vedaan Arraatje van Hakman walle„ kadde. De vedaan Arraatje van Apperakke wal„ le hadde Baldenie Appoe inwoonder van kebbelieje palle wittesinge kaddoewe, ried aan Arraatje van van Paaltoewe Paaletoewe Aatjele Mallimadlle Lienne Aatjele Maliemadde Rannewiere vied aan. Maliemadde Mannahe De Pedea van Belligamkorle „ vid aan Arraatje van Marembe „ schrijver van Belligamkorle „ Hooge Priester welligamme oen„ „nanse inwoonder te Makka witte kod ditoe akkoe araatje van Boehoo „ welle „geweesene schoolmeester van Hotewat„ 1 „te inwoondrs te owitte Gammoewe: Paredoewe Lokoegeij Arraatje troe boeddoegod de A betoenge Araatje De arraatje van de Jagererosrantje Lasko: zijn inwoondr de Narandeme= Doentje redaan van Dannegamme Parre Pollegjenj Arraatje te wellebadde pattoe Japaridaan 2422 Japaridaanrale van Bamberinde Verklarende voorts dat hij MaddeGodde apoe van het opgeeven van al het geen hij te zeggen heeft voor en al eer de door hun opgenoemde Persoonen zee„ genwoordig zijn mag verschoond blijven en de dat door hem opgegevene Persoonen mogen opkonden voor en al eer gem: Mo„ „dliaars opgeroepen worden, wijl anders dese zijne getuijgens uit vrees voor dee„ „se hoofden ligtelijk zoude kunnen be„ „dugt zijn de voorgevallene zaaken na waarheid te getuigen. Eijndelik na hem weder te hebben aange moedigt om al was het ook maar in geschrifte op te geeven, het geen hij betrekkelijk de laaste onlusten in de Maturesche Dessavonij te zeggen weet. „alles. Antwoord Hij, dat hij mondeling zal ver kleeren en opgeeven, dog dat hij nu alleen „tot is in het opgeeven van zijne beschuldi „gingen nog eenige andere Persoonen „die hij mede genoemt heeft nodig heeft, vin opgeroepen teworden, on „der betuijging teffens dat Jndien hem zijn versoek word toegestaen, ende genoemde Persoonen op koomen„ alsdan alles wat hij gesegt heeft en nog te Weet duijdelijk zal opgeeven zeggen en ƒ do Aldus aengetekent ten dage voorsz: /:was getekent:/ N: B: Martheze P: W: F: A: van Schuler, en C: L B: van Albedijhl secretaris /:Jn margine:/ voorde vertaa„ „ling uit het singalees in het Neder „duijtsch /was getekent:/ S: De Zilva ge„ „sw: Tolk /onderstond:/ Accordeert /:getee„ „kent:/ C: L: B: van Albedijel Le C=s en bewijsen Accordeert. Sijbrands Eklerk ge „ Nog stien Maas 2423 gehouden den 6. November 1790. voor DE: Politike Leeden Nicolaas Bernardus Martheze Zoldij boekhou¬ „der Jan Jaque David d' Estandan fiskaal en kassier Carel Lodewijk Baron van Albedijhl Secretaris Madoegodde Appoe voorgeroepen zijnde wierd hem ter vertaaling van Simon De Silva Mo„ handeram en tolk ter secretarij van Politie en Justitie gevraagd. Aanteekening Antwoord De Modliaars De Saram Goene„ 1. vrage welk eigentlijk de persoo„ ratne, Tinnekoon Jllangakoon, nen zijn die hij beschuldigt en de Mahamodliaar van oorzaak, van de begin, en Colombo; voorts de Mo„ den voortgang der laaste „handiram van de matu„ onlusten in de matureesche „reesche vier gravetten en het dessavonij, te zijn geweese hoofd van de kandebadde pattoe, Ekenaijke mohan„ „diram. Antwoord 2. wraag. Dat het geen hij omtrent waarin bestaan zijne poirc„ de modliaar de Saranste „ten van beschuldigingen zeggen heeft ook betrekke„ teevens den modliaar De „lijk is op de modliaar goe„ savain „neratie en dat hij dus ver„ „zoekt dat hij zig teegens luu

NL-HaNA_1.04.02_3885_0478 view scan ↗

English

3. Question. In what, then, do his points of accusation against these two chiefs together consist? Answer. That these two mudaliyars have led the inhabitants into a rebellion and unlawful gathering by inciting the petty headmen thereto and, through these petty headmen, also causing the people to be brought to riot. That, this having been accomplished, the petty headmen gave notice thereof to the Lord Dissave, and that these mudaliyars behaved precisely as if nothing of the matter was known to them, after which the Lord Dissave sent each mudaliyar to his pattu to restore peace among the inhabitants. That these two chiefs departed with their petty headmen to their pattus, and there, instead of working for peace, by sending the petty headmen with the people assembled by the two of them, encouraged the inhabitants and brought them to the point of making the uprising and revolt larger and stronger. That it may be declared of them both alike. That even a banner painted with two lions, in the name of Goeneratne Mudaliyar, to be made use of, was brought to the mutineers by one Jaapa Rale, inhabitant of Akkuresse, with the announcement that this banner had already been brought down from Kandy a long time ago. That the assembled peoples also made use of this banner, roving around with it, having departed with this banner to the Girrewe Pattu and subsequently returned. That after the return from this expedition to the Girrewe Pattu, the Lord Dissave sent both mudaliyars, De Seram and Goeneratne, to the mutineers, who also went to Malimade, to the house of Illangakoon Mudaliyar, where these two mudaliyars summoned the petty headmen before them each separately, announcing that they should harbor no suspicion on account of their coming, and adding that they should merely desecrate the house they were in, drive away their mudaliyars, and subsequently strengthen the unlawful gathering and uprising as much as possible. That by the mutineers, on the orders of the Attookorte Aratchi of the Beligam Korale, the second person after the mudaliyar of this province, yet also being at the head of the mutineers, and Rannewiere Vidane of Malimadde, addukku and pehindu were provided to these two chiefs, and that for these mudaliyars the above-mentioned dwelling house was decorated with white linen by the mutineers, or rather by the beravayo of the Beligam Korale. That the petty headmen and leaders of the mutineers, in order to arouse no suspicion, were with these two and other chiefs at Matara by night and at unseasonable hours, and that the confidants and servants of those chiefs were sent to the mutineers by day, likewise to give no suspicion. That these messages served and were carried out to strengthen the unlawful gathering and to persuade the inhabitants that they should complain about the Lord Dissave and the four dismissed chiefs presently residing at Galle. That some mayorals and other inhabitants of the Matara Gangaboda Pattu prepared an ola in which they brought many complaints against the Mudaliyar De Seram, but that this mudaliyar, in view of his influence and understanding with the mutineers, caused this ola to be taken from the writer and bearers, being Palletoewe Atjele and Kadetoere Wittesinge Vidane, by the mutineers themselves or rather by Bopagodde Sivibaddene Aratchi, Attoerleje Poentjie Vidane, and Paredoerve Roepesinge Aratchi, and these people, after being mistreated, were locked in the trunk by the mutineers. That this is a clear proof of the good understanding of the said chiefs with the mutineers. Thus recorded on the day aforesaid. Was signed: N: B: Martheze, J: F: D: D: Estandau, and C: L: B: van Albedyhle, Secretary. Lower down: For the translation, was signed: S: De Silva, Sworn Interpreter. Underneath stood: Agrees. Was signed: C: L: B: van Albedyhle, Secretary. Agrees: Dybrands, First Clerk Examined: Maas Record kept on 7 November 1790. Before the Honorable Political Members Nicolaes Bernardus Martheze, Jean Jacques David de Standau, and Carel Ludewich Baron van Albedyhle. Madugodde Appu having been called forward, there was read to him, in translation by the sworn interpreter Simon de Silva, that which he declared yesterday. He fully persisting therein, he was thereupon asked: 1. Question. What he has to say further and separately against the Mudaliyars De Seram and Goeneratne. To this question Madugodde Appu presented an ola, saying further in answer: That he and Baddewekke Aratchi had in that ola treated the points of accusations and the testimony thereof against the aforementioned chiefs, requesting that that ola be translated and its contents judged; and if subsequently anything should still be lacking or necessary for one or another clarification, he would then

Dutch transcription

„ren. Antwoord. 3. vraag. Dat deese twee modliaar de waarin dan bestaan, zijne ingezetenen tot een opstand en poincten van beschuedi„ te zaamen rotting gebragt „ging teegens deese bijde hebben, door de minder hoofden hoofden te zaamen. daar toe op te stoken en door dese minder hoofden, het volk ook tot oproer te laaten brengen. Dat dit volbragt zijnde de minder hoofden, daarvan aan de heer Dessave hebben ken„ „uis gegeeven, en dat dese modliaart zig gedraagen hebben, Juijst als of hun niets van de zaak bekend was, waarna de heer dessave eek modeljaar na zijn pattoe gezonden heeft om de inge„ „zetenen tot rust te brengen. Dat deese bijde hoofden met haa„ „re mindere hoofden na haare pattoes vertrekken zijn, en al„ daar in steede van de vreede te bewerken door de mindere hoofden met hun bijde tezaemen gerotte volkeren te zenden de ingezetenen aan gemoedigd en daar heen gebraegd hebben om de opstand en revolte groo„ „ter en sterker te maaken. hun bijde te gelijk mog verkla Dat 2424 Dat selfs een vaandel met twee Leeuwen beschilderd uit naam van goeneratue Modliaar om zig daar van te bedienen door eenen Jaapa rale inwoon„ „der van akkuresse bij de muij„ „telingen gebragt is, met aan „zegging dat deese vaandel reeds voor lange tijden van kandia afgebragt was. Dat de te zamen gerotte volkeren zig ook van dit vaar„ „del bediend hebben daar„ „meede rond trekkende zijnde met dit vaandel na de girre waij pattoe vertrokken en vervolgens weeder te rug gekoomen. Dat na de terugkomst van deese togt na de giere weij„ „pattoe de heer dessave de bijden modliaars de Jaram en goeneratie bij de muijtelingen gezonden heeft die ook te malima„ „de geweest zijn ten huijse van Illangakoon modli„ „aar alwaar deeze bijde Modliaars de mindere hoofden „ hoofden elk afzonderlijk voor zig hebben laaten koomen met aankondiging om weegens hunne komste geen agterdogt te krijpen en met bijvoeging dat zij maar het huijs waar in zijwaa„ „ren moesten schenden, hun moddeljaars wegjaagen en vervolgens de zamen„ „rotting en opvoer zo veel mogelijk versterken. Dat door de Meijtelingen op order van de Attoekorte arraatje van de belligam korle de tweede persoon na de modliaar van dese pro„ „vintie; edog meede van de komt aan het hoofd der Muijtelingen en rannewiere ridaan van Malimedde, aan dese bijde hoofden Addoe„ „koes en perindoens verstrek zijn en dat deese modliaars bovengemeld woonhuijs door de muijtelingen of eigent„ „lijk door de pexia van de belligankorle met wit linnen vercierd. is 2425 is geworden. Dat de minder hoofde en aenvoerders der muijtelingen /: om geen suspitie te verwekken:/ bij nagt en ontijden bij deese bijde en andere hoofden te mature geweest zijn en dat de vertrouwelingen en dienaren van die hoofden bij dog om meede geen suspitie te geeven bij de muijtelin„ gen gezonden wierden. Dat deeze boodschappen dienden en bewerkstelligd wierden om de zaamen rotting te verster„ ken en de ingezeetenen te per„ suaderen dat zij over de heer dessave en de tans zig te gale be„ vindende vier gedemitteerde hoof„ den zouden klaagen. Dat eenige majoraal en andere in¬ gezeetenen aan de maturese gange badde paltoe een ola ver„ vaardigt hebben waar bij zij vee¬ le klagten teegen de Abdliaar de Seram hebben ingebragt dog dat deese modliaar aangezien zijne voor zijne inloed en verstandhouding met de muijtelingen bewerkt heeft dat door de muijtelingen zelfs of eijgentlijk door bopagod„ de sivibaddene Arraatje at„ toerleje poentjie viddaan en paredoerve roepesinge Arraalje dese ola van de opsteller en overbrengers zynde, Palletoewe Aatjele en kadetoere witte„ singe vidaan is afgenoomen en deese lieden na mishan„ delt te zijn bij de muijtelingen in de tronk zyn geslooten. Dat dit een duijdelijke bewijs is van de goede verstandhouding. van gem: hoofden met de muij„ telangen. Aldus aangetekend ten dage, voorschreeven„ was geteekend:/ N: b: Charthese J: f: D: D: Estandau en C: L: B: van albedijke secre„ taris /:lager :/ voor de vertaling /:geteekend) S: De Delva Gesw:: tolk /:onderstond:/ accor„ deert:/ was geteekend:/ C: L: B: van Albedijhl secretariss Accordeert Dijbrands VEyklerk en ding. muij„ :D: Nagezien Maas 2426 Aanteekening 1.) vraage gehouden den 7 November 1790. -. voor dEs Politique Leeden Nicolaes Bernardus Martheze Jaan Jacques David DE Standau en Carel Ludewich Baron van Albedijhle„ Madoegodde appoe voorgeroepen zijnde wierd hem ter vertaling van de geswoore Tolk simon De zilva voorgeleezen het geen hij gisteren verklaerd heeft. Blijvende hij daar bij volkoomen persiteeren waar na hun ge„ vraagt is. wat hij nog meer en afzon„ derlijk teegen de Modliaars De Caram en goeneratne te zeggen heeft op deeze vraage presenteerde Madoegodde appoe een ola zeggende voorts tot antwoord Dat hy en Baddewekke arraat„ „ji bij die ola de poincten van be„ schuldigingen en de getuijgen is van dien teegen de opgenoemde Hoofden verhandeld hadden, ver„ zoekende, die ola te willen laa¬ „ten translateeren, en dies in„ houd te beoordeelen; en zoo er ver„ volgens nog iets mogte mankee„ ven of tot een of ander ophel„ dering noodig zijn, hy als dan die

NL-HaNA_1.04.02_3885_0486 view scan ↗

English

After this, the said ola was again presented to the aforementioned Madoegodde appoe, and he was asked whether this was indeed the very same ola that he intended to hand over, which being answered by him with Yes, it was discovered that this ola was not yet signed, whereupon Madoegodde appoe readily signed. Next, Baddewokke arraatje was called forward, who also declared himself to be the author and drafter of that ola, and also signed the same. After this, all the leaves of this just-mentioned ola were attached together and sealed, and provided with the signatures of the Honorable committee members in order to be assured that no contamination or falsification could take place with it. Everything preceding having been discussed, it was decided to have the ola submitted by Madoegodde appoe translated immediately, in order to perceive whether the intention of this investigation was thereby fully satisfied, with notification to Madoegodde appoe and Baddewekke Arraatje to reflect well and consider, and furthermore to be ready to provide clarification according to the truth to the questions that would be put to them after the completed translation of the ola submitted by them; furthermore, that if they should recall anything that was not dealt with in the aforementioned ola, and yet served the matter, to report such immediately. With which this meeting was ended for the present. Thus recorded on the day written above. Was signed: N: B: Martheeze, J: D: D: Estandau, and C: L: B: van Albedijhl; aside for the translation signed: C. De Zilva sworn Interpreter; underneath stood Agreed; was signed: C: L: B: van Albedijhl Secretary Agreed Wijbrands First Clerk Checked Maas No. 12. 2428 To The Right Honorable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of Netherlands India, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Right Honorable Sir, The undersigned fiscal, having received on 28 November an extract from the secret minutes of what was resolved in the Council of Ceylon on the 27th prior, whereby it was approved and agreed to have the undersigned, before two Members of the Council of Justice, present to Madoegodde appoe, mentioned therein, that pardon of crime has been promised to him upon his olas written to the Commander Sluijsken, if he satisfactorily proves in court his made accusation, namely that the Maha Mudaliyar of the Governor’s Gate, Nikolaas Dias Abesinge, and other native chiefs named by him, were the causes both of the recent revolt in the Matara Dissavany and of the continuation thereof, and thus only under this express and specific condition; with further notice that if he does not fulfill this condition, proceedings will be instituted against him according to the laws and placarts of the land, especially according to the third article of the advertisement of 1 July 1775, which will have to be read to him in the Sinhalese language, and after this will have been announced to him, the undersigned furthermore to have him notified that he is now summoned further to make a complete declaration of the particular and special facts that he has to bring forward against each of the aforesaid native chiefs accused by him, and that he must state not only the names of the witnesses that he has to prove each point of his accusations, but that he will also have to state what each of these witnesses can testify with regard to each of the points to be stated by him, and furthermore that as soon as this declaration will have been obtained from him, the undersigned will have to report on his aforesaid proceedings to this government and submit alongside it a copy of the aforesaid declaration, in order to obtain thereupon the further disposition of this assembly. So, in compliance with that esteemed resolution on 30 November last, he had the aforementioned Madoegodde appoe appear in the council chamber of Justice, and before two members of the Honorable Council of Justice, by translation of the Mohandiram and sworn Sinhalese interpreter, presented verbatim the contents of the aforementioned extract and had read out to him by the just-mentioned interpreter in the Sinhalese language the third article of the advertisement of 1 July 1775, whereupon the arrested Madoegodde appoe declared that he is innocent, and in case he had committed any crime of his own accord, he would not have addressed himself to the Commander and the other Gentlemen of the government at Galle; that he stated there what he had undertaken to prove, and the same, indeed even more than he had stated, had been proven by his witnesses, and therefore requested that all his witnesses might be summoned and heard in his presence, and that what he still has to say further, he will state when his witnesses will have arrived here; after which the undersigned having had the period mentioned in the above-mentioned extract stated verbatim to him, the arrested person, namely that he is now summoned here to make a complete declaration of the particular and special facts that he has to bring forward against each of the aforesaid native chiefs accused by him, and that he must state not only the names of the witnesses that he has to prove each point of his accusations, but that he will also have to state what each of these witnesses can testify with regard to each of the points to be stated by him, the arrested person still requested that before he entered into any declaration, his witnesses might be summoned, as he would then immediately be able to confirm through them that which he would come to state. Subsequently

Dutch transcription

Hier na wierd gedagte ola gem: Madoegodde ap„ „poe nog eens voorgehouden, en hem gevraagd of dit wel werkelijk deselve ola is die hij vermeend overtegeeven het welk door hem met Ca beand„ woord zynde wierd ontdekt dat deeze old nog niet geteekend was, waarop Madoegodde appoe gereedelijk handteekende. Vervolgens wierd Baddewokke arraatje voor geroepen die zig meede als auteur en opsteller van die dla verklaerde, en deselve ook hant„ „teekende. Hierna wierden alle de blaaden deezer evengem: ola aan malkander gehegd en verzeegeld en met de handteekening van de E:s gekommitteerde leeden voorsien om verseekerd te zyn dat daarmeede geene ver¬ „vuijling of vervalsching plaats zouden kunnen vinden. over al het voorenstaande gesprooken zijnde wierd beslooten de door Madoegodde appoe over„ „gelegde ola ten eersten te laaten translateeren einde te ten „ ontwaaren of daar bij volkoomen aan de uitentie van dit onderzoek voldaan was Met „en aankundiging aan Mad appoe, de Badde„ wekke Arraatje van zig wel te bezinnen in na 't Denken en voorts gereed te zyn om op de vraage die hun na volbragte, ver„ laling van de door hun overgelegde da zoude gedaen worden na waarheijd op„ heldering te geeven voorts dat zoo zij zig nog iets mogten te binnen brengen dat hij die op heldering zeer gaarne zal geeven. gem: 2427 gun: ola niet verhandeld was, en egter ter zaake diende, zulks als dan ten eersten te Berigten. waarmeede deeze bijeenkomst voor teegenwoor„ „dig geeijndigd wierd. Aldus aangeteekent ten daage voorscheeve /:was getekent/ N: B: Martheeze f: J: D: D: Estandou en C: L: B: van Albedijhl /: bezij„ den voorde vertaaling /:geteekend./ C. De Zilva ges: Tolk /:onderstond Akkordeert /:was ge„ tekend:/ C: L: B: van Albedijhl fek:s Accordeert Wijbrands Vegklerk e e Nagezien Maas No. 12. 2428 Aan Den wel Edelen Groot Agtb: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands India„ Gouverneur en Direkteur van het Eiland Ceilon met dies onder hoorig„ heeden Wel Edele Groot Achtb: Heer De ondergetekende fiskaal op den 28. ' November ontvangen hebbende een extrakt uijt de secree„ te notulen van het geresolveerde in raade van ceilon op den 27=e tevooren, waar bij goedgevonden en verstaan is, om Madoegodde appoe daar bij vermeld door den ondergetekende voor twee Leeden uijt den raad van Justitie, te doen voorhouden, dat hem op zijn olas, geschreeven aan den Heer kom„ mandeur sluijsken, uijtwissing van mis„ daad is toegezegd, wanneer hij in regten genoegdoende bewijst zijne gedaane beschul„ diging diging, dat namelijk den mahamodliaar van s' gouverneurs porta Nikolaas Dias Abesinge en andere inlandse hoofden, door hem genoemd, zouden zijn de oorzaaken zoo van den Jongsten opstand in de maturese dessavonij als van de voortduuring daar van, en dus alleen onder deeze Expresse en bepaalde voorwaarde; met aankundiging wijders dat indien hij aan deeze voorwaarde niet voldoet tegens hem zal worden geprocedeerd na de wetten en plakkaten van den Lande, speciaal na het derde artikel van het advertissement van den 1=e Julij 1775. het geen hem in de singaleeze taal zal moeten worden voorgeleezen, en na dat dit hem zal zijn aangekundigd hem door den ondergetekende voorts te doen aanzeggen, dat hij nu nader ontboden is; om te doen eene volledige deklaratie van de bijzonder en speciale feiten, die hij heeft in te brengen, tegens een elk der voorschreeven door hem beschuldigde inlandse Hoofden, en dat hij moet opgeeven, niet alleen de namen der getuijgens, die hij heeft ten bewijze van elk point zijner beschuldigingen, maer dat hij ook zal hebben optegeeven, wat een elk deezer 2429 deezer getuijgens, met betrekking tot een elk der door hem op te gevene pointen getuijgen kan, en wij„ ders dat zo dra dit declaratoir van hem zal zijn ingewonnen de ondergetekende van voorsz: zijne ver„ rigtingen berigt zal moeten doen aan deze regee„ ving en daar nevens overleggen een kopij van voorsz: de Claratoir, ten einde daar op te erlangen de verdere dispositie van deze vergadering. zo heeft hij in voldoening aan dat g'eerd besluijt op den „30=' november J=ol:, den voormelden Madoegodde appoe ter raadkamer der Iustitie doen compareeren, en voor twee leeden uijt den agtb: raad van Justitie ter vertalinge van den mohandiram en gezw: singalee„ se tolk, woordelijk doen voorhouden den inhoud van voorm: Extrakt en aan hem door evengem: tolk in de singaleese taale laaten voorleezen het derde artikel van het advertissement van den 1=e Julij 1775. , waar op de gearresteerde madoegodde appoe de„ clareerde dat hij onschuldig is, en ingevalle hij eenig misdaad uijt zig zelven bedreeven had, hij zig niet zoude vervoegd hebben bij den heer Commandeur en de verdere Heeren van de regeering te Gale, dat hij aldaar opgegeeven heeft 't geen hij aangenoomen had had te bewijzen, en het selve ja zelfs meer als hij opgegeeven heeft door zijne getuijgens beweezen was en derhalven verzogte dat alle zijn getuijgens mogte op ontbooden en in zijne presentie verhoord worden, en dat het geene hij nog verder te zeggen heeft, zal opgee„ ven, als zijne getuijgens zullen hier gekoomen zijn waar na de ondergetekende aan hem Gearresteerde woordelijk hebbende doen aanzeggen, de periode bij bovengemelde extrakt vermeld, dat namentlijk hij nu alhier ontbooden is om te doen eene volledige declaratie van de bijzondere en speciaale feiten, die hij heeft intebrengen tegens een elk der voorsz: door hem beschuldigde inlandse hoofden; en dat hij moet opgeeven niet alleen de naamen der getuij gens die hij heeft ten bewijze van elk poinkt zijner beschuldigingen, maar dat hij ook zal hebben op tegee„ ven wat een elk deezer getuigens met betrekking tot een elk der door hem optegeevene poinkten getuij„ gen kan, zo verzogte hij gearresteerde als nog dat alvoorens hij tot eenige verklaaring treede, zijne getuijgen mogten worden op ontboden, wijl hij als dan dadelijk door hen zoude kunnen bevestigen het geene hij zoude koomen opte geeven vervolgens

NL-HaNA_1.04.02_3885_0493 view scan ↗

English

2430 Subsequently, the arrestee being further admonished by the undersigned to comply with the order of this government and to make a full declaration, the arrestee testified that, having already been under arrest for thirteen days without receiving proper food and without having the opportunity to clean and wash himself, and although he was not feeling well, he would nevertheless state what he could remember, requesting that in case he should forget anything, it might not be held against him, the arrestee; and he subsequently provided, on the said date as well as on 2 xber thereafter, the declaration of which the undersigned has the honor to present the fair copy herewith to Your Right Honorable and Worshipful Sirs. While hoping hereby to have complied with the honored intention of Your Right Honorable and Worshipful Sirs, he calls himself with all due high respect, underneath stood, Right Honorable and Worshipful Sir, Your Right Honorable and Worshipful Sirs' very obedient servant, was signed, I: A: Vollenhoven, in the margin, Colombo the 4 xber: 1740. Agrees, Wijbrands First Clerk 2 Examined. G Muller 2431 Today, the 30th of November Anno 1790: Appeared before the undersigned commissioned members from the Honorable Council of Justice of this castle: Madoegodde Don Simon Wierekoon Wiedjesinge Dissenaike, Mohandiram of the Gaade at Gale, to his best recollection 40 years of age and of the Reformed religion, currently an arrestee; to whom it was presented by the Merchant and Fiscal of this government, the Honorable Mr. Ioannes Adriaan Vollenhove, through the translation of the Mohandiram and sworn Sinhalese interpreter Manuel Fernando: That in response to his olas written to the Honorable Commander Sluijsken, remission of crime was promised to him provided that he legally and sufficiently proves his made accusation, namely that the Maha Mudaliyar of the Governor's Gate, Nikolaas Dias Abesinge, and other native headmen named by him, are the causes both of the recent rebellion in the Matara Dissavony and of the continuation thereof, and thus solely under this express and specific condition; with the further announcement further announcement that if he does not fulfill this condition, proceedings will be instituted against him according to the laws and placards of the land, especially according to the third article of the advertisement of the first of July 1875, which was read to him in the Sinhalese language by the aforesaid interpreter; whereupon the arrestee declared that he is innocent, and that if he had committed any crime of his own accord, he would not have presented himself before the Honorable Commander and the other Gentlemen of the Government at Gale; that he stated there what he had undertaken to prove, and that the same, indeed even more than he had stated, was proven by his witnesses, and therefore requested that all his witnesses might be summoned and heard in his presence, and that he will state what further he has to say once his witnesses have arrived here. After which, the arrestee being announced by the aforesaid Honorable Fiscal through the translation of the aforesaid interpreter 2432 announced that he has now been summoned here to make a full declaration of the particular and specific facts that he has to bring forward against each of the aforesaid native headmen accused by him, and that he must give not only the names of the witnesses he has in proof of each point of his accusations, but that he will also have to state what each of these witnesses can testify with regard to each of the points to be stated by him; the arrestee still requested that before he proceeded to make any declaration, his witnesses might be summoned, as he would then immediately be able to confirm through them what he would be able to state. Subsequently, the arrestee being further admonished by the Honorable Fiscal to comply with the order of this government and to make a full declaration of the particular and specific facts that he has to bring forward against each of the aforesaid native headmen accused by him, and and in addition to give not only the names of the witnesses he has in proof of each point of his accusations, but also that he will have to state what each of these witnesses can testify with regard to each of the points to be stated by him; the arrestee testified that, having already been under arrest for thirteen days without receiving proper food and without having the opportunity to clean and wash himself, and although he currently does not feel well, he would nevertheless now state what he could remember, requesting that in case he should forget anything, it might not be held against him, the arrestee, and declared: That the lesser headmen of the korales and pattus in the Matara Dissavony having received orders from the Mudaliyars to gather all the people without exempting anyone, even if there were five, ten, or one person in a household, to undertake the journey on the second day of the Sinhalese New Year with their tools and provisions for thirty days

Dutch transcription

2430 vervolgens de gearresteerde nader door den ondergetek: vermaand zijnde, om aan de ordre deezer regee„ ring te voldoen en eenige volledige declaratie te„ doen; zoo betuijgde hij gearresteerde, dat hij reeds dertien dagen gearresteerd zijnde zonder goed Eten te krijgen, en zonder geleegenheid te hebben van zig te kunnen gaan reijnigen en wasschen, schoon hij zig niet wel bevond, egter zoude opgeeven het geen hij zig konde herinneren, met verzoek om ingevalle hij iets mogte vergeten, het zelve hem gearresteerde niet ten quaden mogte worden ge„ duid en verleende vervolgens op gem: datum zo wel als op den 2 xber: daar aan het deklaratoir waar van den ondergetekende de eever heeft uw wel Edele Groot Agtb: hier nevens het gros aan tebieden. Terwijl hij in hope van hiermede aan de g'eerde in„ tentie van uw wel Edele Groot Agtb: te hebben vol„ daan, zig met alle verschuldigde hoog agting noemd /:onderstond:/ wel Edele Groot Achtb: Heer uwel Edele Groot Agtb: zeer gehoorzaame Dienaar /:was geteekend:/ I: A: vollenhoven /:in margine:/ Colombo den 4 xber: 1740. Accordeert Wijbrands Egklerk 2 Nagezien. G Muller 2431 Heden den 30=e November A:o 1790: Kompareerde voor de onder tenoemene gecommitteerde e leeden uijt den Achtb: raad van Justitie deezes kasteels: Madoegodde Don Simon Wierekoon Wiedjesinge Dissenaike, Mohandiram van de Gaade te Gale, na zijn best onthoud 40. Jaaren oud en van den Gereformeerden Godsdienst, tans gearresteerde; De„ welke door den koopman en fiskael deezes Goevernements DE: Heer M=r Ioannes Adriaan „vollenhove, ter vertalinge van den Mohande aan en Gezwooren singaleeschen tolk Manuel Fernando voorgehouden zijnde: Dat hem op zijn olas geschreeven aan den Heer kom„ mandeur sluijsken uijtwissing van misdaad is toegezegd, wanneer hij in rechten genoeg„ doende bewijst, zijne gedane beschuldiging, dat namentlijk de Mahamodliaer van 's gouverneurs porta Nikolaas Dias Abesin„ ge, en andere inlandse hoofden door hem genoemd, zoude zijn de oorsaken, zoo van den Jongsten opstand in de Matureesche Dessavonija, als van de voortduuring daar van, en dus alleen onder deese Expresse en bepaelde voorwaerde; met aankondiging wijders wijders, dat indien hij aan deese voorwaerde niet voldoed, tegens hem zal worden ge„ procedeerd na de wetten en plakkalen van den lande, speciaal na het derde Artikel van het advertissement van den Eersten Julij 1875. , het geen hem in de singaleesche taale door voormelden tolk is voorge„ leesen; zoo de klaraerde hij gearresteerde dat hij onschuldig is, en ingevalle hij eenig ge misdaad uit zich zelve bedreeven had, hij zich niet zoude vervoegd hebben voor den Heer Commandeur en de verdere Heeren van de Regeering te Gale: dat hij aldaar opgegeven heeft 't geen hij aangenoomen had te bewijsen, en hetzelve Ja zelfs meer als hij opgegeven heeft, door zijne getuijgens beweesen was, en derhalven versogte, dat alle zijne getuijgens mogte op ontboden en in zijne presentsie verhoord worden, en dat 't geene hij nog ver„ der teseggen heeft, zal opgeeven, als zijne getuijgens zullen hier gekoomen zijn. Waarna hem gearresteerde door voorm: E: heer fiskael ter vertalinge van voorsz: tolk aangekondigt 2432 aangekondigt zijnde, dat hij nu alhier ontbooden is, om tedoen een volleedige De„ claratie van de bijsondere en speciaale feiten, die hij heeft intebrengen tegens een elk der voorsz: door hem beschuldig„ de inlandse hoofden en dat hij moet op„ geven niet alleen de naamen der getuij„ gens, die hij heeft ten bewijse van elk point zijner beschuldigingen, maer dat hij ook zal hebben optegeven wat een elk deser getuijgens, met betrekking tot een elk der door hem optegevene pointen, getuijgen kan; zoo verzogte hij gearresteerde als nog dat alvorens hij tot eenige verklarings treedde, zijne getuijgens mogten worden op ontboden, wijl hij als dan dadelijk door hen zoude kunnen bevestigen, 't geen hij zoude konnen op tegeven. vervolgens de gearresteerde door den E: heer fis„ kael nader vermaend zijnde om aan de ordre deser Regering tevoldoen en een volleedige de klaratie tedoen van de bijzondere en speciaale feiten, die hij heeft in te bren„ gen tegens een elk der voorschreevene door hem beschuldigde inlandse hoofden en en daar bij optegeven niet alleen de naamen der getuijgens, die hij heeft ten bewijse van elk point zijner beschuldigingen, maar ook dat hij zal hebben optegeven wat een elk deser getuijgens, met betrekking tot een elk der door hem optegeevene pointen, getuijgen kan; zoo betuijgde hij gearresteerde dat hij reeds dertien dagen gearresteerd zijnde zonder goed eeten te krijgen en zonder gelegendheid te heb„ ben van zig te kunnen gaen reijnigen en was„ schen, schoon hij zich tans niet wel bevind, echter nu zoude opgeven 't geen hij zich kon„ de herinneren, met versoek om ingevalle hij iets mogte vergeeten, hetselve hem gear„ resteerde niet ten kwaade mogte werden geduid en de klareerde: Dat de mindere hoofden van de korles en pattoes in de Matureesche Dissavonij ordre ontvangen hebbende van de Modliaaas om al het volk zonder imand te verschoonen al: waaren 'er ook vijf, thien of een persoon in een huijsgesin bij een te verzamelen, om op den tweeden dag van het singaleesch Nieuwjaar met hunne gereedschappen en kost voor dertig daagen de reijse te onderneemen

NL-HaNA_1.04.02_3885_0501 view scan ↗

English

2433. undertake to Baddegirie, on the first day of the Sinhalese New Year the lesser headmen and inhabitants of the Kandebaddepattoe gathered together, and subsequently the lesser headmen and residents of the Welligamkorle and the Gangeboddepattoe joined them, after which the lesser headmen of the Welligamkorle and the Gangeboddepattoe went to their modliaars and made known that the residents of their korles were assembled together: that thereupon those two modliaars went to the Lord Dessave and made known the matter, who gave them orders that they should try to quiet the unlawful assembly, and see that the same did not increase or become reinforced: that these two Modliaars departed with the lesser headmen to Malemadde and, arriving there, told the lesser headmen to join the assembly, since they, the Modliaars, could do nothing in the matter, the Modliaar of the Welligamkorle instructing his clerk named Singele Appoe to also go to the mutineers, in order to assist them in writing, the arrested person declaring that knowledge of this is held by Attoerellije Pallijegoeroege Vidaen Ardaetje and an Arraetje of the Elephant servants who is a silversmith, whose name he, the arrested person, does not know how to give. That since then, the residents belonging under the Mohandiram of the Four Gravets gathered together, and these, alongside the mutineers of the three aforementioned korles, departed for the Resthouse of Kahawatte in the Girrewaijpattoe, where they found the Modliaar Sinnekoon, a Gajeman Arraetje, and the Vidaen Arraetje of Kahawatte: that on that occasion, Gajeman Arraetje had requested one hundred men from Sinnekoon Modliaar, saying that he would then not only quiet the unlawful assembly but would also seize and deliver its leaders: that thereupon Modliaar Sinnekoon, coming outside the Resthouse, asked this Gajeman Arraetje, while pointing to the large crowd 2434 that had gathered together, what he would accomplish with one hundred men against such a large multitude of people; and meanwhile a baskorijn, coming to Modliaar Sinnekoon on behalf of the leaders of the mutineers, requested to have the Resthouse of Kahawatte, whereupon he, the Modliaar, instigating the people of the Girrewaij to join the other mutineers, and declaring that he was leaving the Resthouse, departed from there to Tangalle, and that this could be testified to by the aforementioned Gajeman Arraetje, the Vidaen Arraetje of Kahawatte, as well as Don Simon, Mohandiram of the Kandebaddepattoe. That after the departure of Sinnekoon Modliaar, the inhabitants of the Girrewaij immediately joined the mutineers, and about one hundred to one hundred and fifty men, under the leadership of Attenejale Lokoe Mahatmnea, departed for the Magampattoe with the intention of taking for themselves some of the Company's goods that were at Baddegirie: that he, the arrested person, together with a certain Don Simon, who is now Mohandiram of of the Magampattoe, had also departed, with the intention of preventing this, just as they, pointing out to those people that they had no power to take the Company's goods for themselves and to make war against the Lords, had advised against crossing the Walewe River, and that they had not gathered together to make themselves masters of the Company's goods but to present their grievances; and they subsequently returned with those people back to the assembled crowd. That thereafter the people of the Wellebaddepattoe, Kattoewenne, Oedoebokke, Morauakorle, Zatterebadgamme, and the district of Walligamme gathered together and, alongside the other mutineers, assembled at the resthouse in Hakmanne, situated in the Kandebaddepattoe, where they found the Modliaars Ilangakoon and Gajenaike, who told them that they had come there to hear complaints: that it had grown late by the time the mutineers arrived there, 2435 and that the Modliaars Ilangakoon and Gajenaike that evening, around eleven o'clock, summoned him, the arrested person, along with the two Don Simon Mohandirams, to them and told them that they should come complain to them the next day and make known that their gathering had taken place not only on account of the journey to Baddegirie, but also to ensure thereby that the Dessave van Angelbeek, along with the three persons from the house of Baddekorne and the Mohandiram of the Kandebaddepattoe, were dismissed from their posts, and that when those people had departed from the gravet of Gojepane, the unlawful assembly would then subside; and that they should also make a commotion as if they intended to set fire to the resthouse of Hakmanne and drive the Modliaars away from there; referring, regarding this statement of his, to the aforementioned Elephant Arraetje, being a silversmith, who was also present there on that occasion; just as they also the next morning, in the presence of the gathered crowd, complied with the desire of those two Modliaars

Dutch transcription

2433. onderneemen naar Baddegirie, op den eersten dag van het singaleesch Nieuwjaar de mindere hoofden en Jnwoonders van de kandebadde„ pattoe tesamen gevot zijn, en vervolgens de mindere hoofden en ingezeetenen van de welligamkorle en de Gangeboddepattoe zich daarbij gevoegd hebben, waar na de mindere= hoofden van de welligamkorle en de Gange„ boddepattoe bij hunne modliaars gegaen zijn en tekennen gegeven hebben dat de inge„ zeetenen van hunne korles tezamen gerot waaren: dat daarop die twee modliaans bij den Heer Dessave gegaen zijn en de zaek te„ kennen gegeven hebben, die hun ordre ge„ geven heeft dat zij zouden tragten om de te„ zaamen rotting te stillen, en dat deselve niet toenamen of versterkt wierd: dat deese beijde Modliaars met de mindere hoof„ den naar Malemadde vertrokken zijn en aldaar komende aan de mindere hoofden gezegd hebben om zig tevoegen bij de samenrotting, wijl zij Modliaers daar in niets konden doen, belastende de Modliaer van de Welligamkoale aan zijnen schrijver genaamd singele Appoe om om ook naar de muijtelingen te gaen, ten eijnde ken in het schrijven behulpig teweesen, betuigen„ de de gearresteerde dat hier van kennissse draagen Attoerellije Pallijegoeroege vidaen Ardaetje en een Arraetje van de Eliphants bediendens zijnde een silversmit, wiens naem hij gearresteerde niet weet op te geeven. b Dat zedert tezamen gerot zijn, de ingezetenen, gehorende onder den Mohandiaam van de vrer Gravelten en deese neffens de muijtelingen van de hier voren vermelde drie koales ver„ trokken zijn naar het Rusthuijs van Kaha„ watte in de Girrewaijpattoe, alwaar zij gevon„ den hebben de Madliaar Jinnekoon, eenen Gajeman Arraetje en den vidaen aaraetje van Kahawatte: dat bij die gelegendheijd Gajeman Arraetje van Sinnekoon Mod„ liaar verzogt had om honderd koppen, dat hij als dan de zamenrotting niet alleen zou„ de stillen maar ook de hoofden daer van zoude opvatten en leveren: dat daarop de modliaar sinnekoon buijten 't Rusthuijs komende aan desen Gajeman Arraetje on„ der het aanwijsen van de groote menigte die - 2434 die te zaemen gerot was gevraagd had, wat hij met. Honderd koppen tegens zoo een groote mee„ nigte volks zoude uijtvoeren, en intusschen een baskorijn uit naam van de hoofden der muij„ telingen bij den modliaer Tinnekoon komen„ de verkogt had om het Rusthuijs van Kahawatte temogen hebben, hij Modliaer daerop het volk van de Girrewaij instigeerende om zich bij de overige muijtelingen te vervoegen, en betuigende dat hij uijt het Rusthuys gong van daar naer Jangale vertrokken was, en dat zulks zoude kunnen getuigen de voormel„ de Gajeman Arraetje, de bidaen Arraetje van kahawatte, benevens Don Simon Mohandiaam van de Kandebadde pattoe. Dat na het vertrek van sinne koon modliaer de inwooners van de Girrewaij zich aanstonds bij de muijters vervoegd hebben, en omtrend honderd â honderd vijftig koppen onder 't hoofd van Attenejale Lokoe Mahatmnea ver„ trokken zijn naar de Magampattoe met voorneemen om eenige sCompenies goederen die te Baddegirie waaren naar zich te„ neemen: dat hij gearresteerde nevens eenen Don Simon die thans mohandiaam van van de Magampattoe is meede vertrokken was, met voorneemen om zulks tebeletten, gelijk zij ook aan dat volk volk voorhou„ dende dat zij geen magt hebben om scom„ penies goederen naar zich teneemen en tegens de Heeren te oorlogen, afgeraden had om over de Rivier van walewe te trekken, en dat zij niet tezamen gerot waaren om zich meester temaaken van 'sCompenies goe„ deren maar hunne klagten voor te brengen en zij vervolgens met dat volk bij de tesa„ men gerotte volkeren weder terug gekomen zijn. Dat daar na de volkeren van de wellebadde pattoe kattoewenne, oedoebokke, Morauakoale Zatterebadgamme en het distrikt van walligamme tesamen gerot en nevens de overige muijtelingen aan het rusthuijs te Hakmanne geleegen in de kande„ baddepattoe tezamen gekomen zijn alwaer zij gevonden hebben de Modliders Jlangakoon en Gajenaike, die aan hen gezegd hebben dat zij aldaer gekoomen waeren om klagten aan te hooren: dat het laat geworden was terwijl de muijtelingen aldaar 2435 aldaar zijn aangekoomen, en dat de Modliaeas Jlan„ gakoon en Gajenaike dien avond omstreeks Elff uuren hem gearresteerde nevens de twee Don Simon Mohandirams bij hen hebben doen komen en gezegd hadden dat zij des anderen daags bij hen moeste komen klaagen en te kennen geven, dat hunne tezamen rotting niet alleen geschied was wegens de reijze naar de Baddegirie, maar ook om daar door te be„ waaken dat de dessave van Angelbeek, nevens de drie personen uijt den huijse van Badde„ korne en den Mohandiram van de kande„ baddepattoe uijt hunne diensten, gesteld wierden, en dat wanneer die luiden uijt de gravet van Gojepane zouden vertrokken weesen, de teza„ menrotting als dan zoude bedaeren, en dat zij ook beweging moeste maaken als of zij het rusthuijs van Hakmanne in baand wilde steeken, en hen Modliaeas van daer wegJaa„ gen; zich beroepende omtrend dit zijn ge„ zegde op de vorengenoemde Eliphants ar„ raetje zijnde een silversmit, die bij die gelegendheid ook aldaer is present geweest gelijk zij ook des anderen daags morgen ten bijweesen van het tezamen gelot volk aan de begeerte van die beijde Modliaers

NL-HaNA_1.04.02_3885_0506 view scan ↗

English

Modliaers have satisfied, and thereupon Jlangakoon Modliaer, having assigned his Lizene Arraetje who resides in Denepittije to the mutineers to help them write, departed again with Gajenaike Modliaar for Mature: that the mutineers departed the following day and arrived at Karagodde Oejangodde in the Gangeboddepattoe, where they learned that the Modliaers of the Welligam Korle and Gangeboddepattoe were present at the house of Jlangakoon Modliaar situated in Malimadde; that they thereupon sent the aforementioned writer, the Sinhalese Ligene Appoe, thither in order to ascertain whether this was the truth: that Ligene Appoe, returning, stated that both Modliaers were there and had instructed him to tell the mutineers in their name that they must come thither and break down the doors of the house, as well as drive them away from there, because otherwise they, the Modliaers, would not be able to go free; and that the aforementioned Ligene Appoe could testify to this, having told this to many people in private, citing as an example that someone who intends to steal will not go and steal with the prior knowledge of witnesses: that upon that warning they went to the said house of Jlangakoon Modliaar, and arriving there, saw that both Modliaars were on a katteponel ready to depart, and that, pretending as if they did not see both Modliaars, they broke open the doors of that house, and some of the gathered people took from it a brass lamp with a broken foot, two old baetjes, and a toepittie, which Don Simon Mohandiram had returned to the caretaker of that house, Ranewierige Bale Ralege Appoe: that subsequently the mutineers, along with their headmen, departed each to their own districts and remained gathered together there. That upon receiving the news that the Lord Dessave of Kolombo would come thither to hear the complaints, the inhabitants of the Gangeboddepattoe then had a complaint ola against their Modliaer drawn up by Wittesinge Vidaan Araetje and Aatjele of Paletoewe; however, that Attoerellije Bentje Vidaan, Bopagodde Siribaddene Aatje, Roebesinge Korle Arraetje of Parredoewe, and Attoe Koorle Arraetje of Paletoewe took that ola from the aforementioned two persons, and as headmen of the mutineers had them arrested, as well as handed over that ola to the aforementioned Modliaar of the Gangeboddepattoe, and that both persons who were arrested could testify to this. That furthermore, when he, the arrestee, was at the gathering at Poehoelwelle and the Maha Modliaar Abejesinge had arrived at Maluae, a teroenanse named Welligamme Oenanse, who resides in the temple at Makawitte, came to tell him, the arrestee, in the name of the aforesaid Maha Modliaar, in the presence of several people and within hearing of Kodditoewak Arraatje of Pohoelwelle, that he must not calm the gathering, but must strengthen it more and more until further orders from him, the Maha Modliaar; and that this could be testified to by Kodditoewak Aaraetje of Poehoelwelle and the aforementioned teroenanse, with the declaration that if this teroenanse places his hand upon the Boedoe that is in the temple at Agrabodhi and swears that what he, the arrestee, has stated here is untrue, he, the arrestee, will then willingly submit to the punishment that the judges shall impose upon him. That when the Lord Dessave of Kolombo had arrived at Mature and had caused it to be made known that anyone who believed they had any complaints should submit the same in writing, one Roebesinge Korle Arraetje of the Welligam Korle, who lives in Parredoewe, wrote their complaint ola, and after he had been to the Maha Modliaar at Mature and had returned, he had added to that complaint ola that the Chandoes, fishers, and silversmiths should hereafter not be allowed to occupy any Modliaar or Mohandiram offices, and should not be permitted to use palanquins nor talipots: that he, the arrestee, having asked this Roebesinge Arraetje why he wrote that into the said ola, the aforementioned Roebesinge Arraetje answered in the presence and within hearing of many people that the order of the Maha Modliaar was such: that he, the arrestee, could confirm this statement of his with many witnesses, but because he is now in custody and the superior headmen are at liberty, none of his witnesses, if they were summoned, would be willing to confirm his statement, nor would they be willing to disclose several matters that are known to them and which he, the arrestee, does not know; that there are still many lesser headmen who would be able to declare much more than his statement, and that as long as the superior headmen at Mature are at liberty, none of the lesser headmen would dare to disclose such out of fear, and that he, the arrestee, therefore requests that those superior headmen at Mature may be summoned to Gale and confined there, and that then many matters regarding the recent gathering will come to light; declaring furthermore that while the Lord Burnat was Dessave at Mature and had the duties performed in the Girawaypattoe, the aforementioned Maha Modliaar Abejesinge, on the occasion when the present Honourable Lord Governor Van de Graaff, who was then administering the Commandement of Gale, departed from there for Mature, incited many people to complain unreasonably against the servants of the said Lord Burnat, in order thereby to obtain the office of Modliaar of the Girawaypattoe.

Dutch transcription

Modliaers voldaen hebben, en daar op Jlangakoon Modliaer zijn Lizene arraetje die woonagtig is te Denepittije aan de Muijtelingen toe„ gevoegd hebbende om haar te helpen schrijven, met Gajenaike Modliaar weder naar Ma„ ture vertrokken is: dat de muijtelingen daags daar aan vertrokken en aangeko„ men zijn te karagodde oejangodde in de Gangeboddepattoe, alwaar zij vernomen heb„ ben dat de Modliaers van de welligam koule en Gangeboddepattoe present waren ten ruise van Jlangakoon, Modliada geleegen te Mali„ madde; dat zij daarop de hier voren ver„ melde schrijver singale Ligene appoe der„ waerds gezonden hadden ten einde te ver„ neemen of zulks de waerheid behelsde: dat ligene appoe terug komende gezegd had dat de beijde Modliders daar waren en hem belast had om uit hun naam aan de Muij„ telingen te seggen dat zij daar moesten ko„ men en de deuren van 't huis wegbreeken, mitsgaders hen daar van daan wegjagen, alzo andersints zij Modliaers niet zouden kunnen vrijkomen, en dat voormelde Lissene dsen - 2436 Ligene appoe dit zoude kunnen getuigen, die zulks aan veelen in het bijsonder verteld heeft, bijbrengende tot voorbeeld dat imand die steelen wil, niet met voorken„ nis van getuigens zal gaan steelen: dat zij op die waarschouwinge gegaen zijn naer gedagte huijs van Jlangakoon modliaar en aldaer komende gesien hebben dat die beijde mod„ liaars op een katteponel waaren om te vertrekken en dat zij doende als of zij die beide Modliaars niet zagen de deuren van dat huijs opengebrooken en eenige van de zamengerotte volkeren daar uit genomen hebben een kopere lamp met een gebroo„ ke voet, twee oude baetjes en een toepittie, welke Don Simon Mohandiram weder heeft doen terug geven aan den oppasser van dat huijs Ranewierige Bale Ralege Appoe: dat vervolgens de muijtelingen met hunne hoofden ieder naar hunne dis„ trikten vertrokken en aldaer tesamen grrot gebleeven zijn. Dat op de ontvangene tijding dat de Heer dessave van kolombo aldaar zoude komen om de klagten aante hooren de ingesetenen van van de Gangeboddepattoe als toen een klagt ola tegens hun Modliaer door wittesinge vidaen araetje en Aatjele en Paletoewe heb„ ben doen vervaerdigen, dog dat Attoerellije Bentje vidaen, Bopagodde Siribaddene Aaetje, Roebesinge korle arraetje van Parredoewe en Attoe koorle arraetje van Paletoewe die ola van voormelde twee personen afgenomen, en als hoofden van de muijtelingen hen heb„ ben doen arresteeren, mitsgaders die ola aan voorm: Modliaar van de Gangebodde pattoe overgegeven hebben, en dat die beijde per„ soonen die gearresteerd zijn geworden dit zoude kunnen getuijgen. Dat voorts toen hij gearresteerde bij de te„ zamenrotting te Poehoelwelle en de Mahamodsiaer Abejesinge te Maluae aen„ gekoomen was, eenen Ieroenanse ge„ naamt Welligamme oenanse die in den tempel te Makawitte woon„ agtig is, hem gearresteerde uijt naam van evengem: Mahamodliaac in presentie van verscheijde men„ schen en ten aanhooren van koddi- toewak 2437 toewak arraatje van Pohoelwelle is komen zeggen, dat hij de samenrotting niet moeste doen bedaaren, maar deselve meer en meer moeste versterken tot nader order van hem Mahamodliaar, en dat dit soude kunnen ge„ tuijgen kodditoewak aaraetje van Poe„ hoelwelle en voorm: teroenanse, met verklaring dat wanneer deese teroenanse zijn hand op de Boedoe die in den tem„ pel te Akgremodie is legd en swaerd dat 't geen hij gearresteerde hier bij opgegeven heeft onwaer is, hij gearresteerde als dan gewillig ondergaan zal de straffe die de regters hem zullen opleggen. Dat toen de Heer Desseve van kolombo op Mature gekomen was, en had laaten bekend maaken dat een ider die eenige klagten vermeende te hebben deselve schrifdelijk soude opgeven, eenen Roe„ besinge koal Arraetje van de Welli„ gamkoale die te Parbedoewe woond hunne klagt ola geschreeven heeft en na dat hij bij den Mahamodliaer te Mature geweest en weder terug gekomen gekoomen was, bij die klagt ola geschreeven had om de spandossen, visschers en silver„ smeeden na deezen geene modliaars of Mohandirams diensten tedoen be„ kleeden, en geen palenkijns nog tal„ pat te laaten gebruijken: dat hij gearres„ teerde aan desen Roebesinge arraetje gevraagd hebbende waarom hij dat bij gedagte ola schreeff, gemelde Roebe„ singa arraetje in presentie en ten aan„ horen van veele menschen geantwoord heeft, dat de ordre van den Mahamod„ liaan zodanig was: dat hij gearresteerde dit zijn gezegde met veele getuijgens zoude kunnen bevestigen, dog wijl hij tans in arrest zit en de meerdere: hoofden op vrije voeten zijn, niemand zijner getuijgens wanneer zij opgeroepen wierden, zijne opgave zoude willen bevestigen, nog verscheijde zaken die hun bekend zyn en hij gearresteerde niet weet, zouden willen openbaaren; dat er nog veele minde„ re hoofden zijn die veel meer als zijne opgave a 2438 opgave zoude weeten te verklaaren, en dat zoo lang de meerdere hoofden te Mature op vrije voeten zijn, niemand van de mindere hoofden zulks uit vreese zouden durven openbaaren, en dat hij ge„ arresteerde derhalven versoekt dat die meerdere hoofden te Mature naar Gale mogen op ontboden en aldaar binnen gebannen wor„ den, en dat als dan veele zaaken aan„ gaende de laatste tezamen rotting aan den dag zullen koomen; deklareerende al„ verder dat terwijl de Heer Burnat des„ save te Mature geweest is en de diensten in de Giarewaijpattoe liet verrigten, de meergemelde Mahamodliana Abejesin„ ge bij gelegendheid dat de tegenswoordige Edel Heer Gouverneur van de Graaff die toenmaels het kommandement van Gale waarnam, van daar naar Ma„ ture vertrokken was, veele menschen heeft opgerokkend om onredelijk tegens de die„ naaen van gem: Heer Burnat tedoen klagen, om daar door den dienst van modliaer van de Giaaewaij pattoe e nog de„ e

NL-HaNA_1.04.02_3885_0512 view scan ↗

English

Giraewaijpattoe to be obtained by Sinnekoon, who is married to a niece of the aforementioned Mahamodliaer, as well as thereby to cast blame upon Mr. Burnat, and for that reason some servants of Mr. Burnat had to undergo many misfortunes, and that this can be testified to by Mr. Burnat himself, along with the Vidana of Cangale, Gajeman Arraetje, Belligalle Arraetje, and Sammerenaijke Mohandiram. That at the time Dissenaijke Sahabandoe was Modliaer of the Welligamkorle, the Mahamodliaer Abejesinge, through his nephew who is currently Modliaer of the Welligamkorle, among other people, also had him, the detainee, summoned to come to Galle, and that he, the detainee, having arrived there along with several others, was instigated by him, as well as the other persons, to lodge complaints against the aforementioned Dissenaike Sahabandoe to the Noble Lord Governor van de Graaff, who at that time held the command at Galle: that they then submitted the true complaints against the frequently mentioned Dissenaike in an ola, and that on the occasion when the Noble Lord Governor had departed for Mature, the inhabitants, at the instigation of the Mahamodliaer Abejesinge, also lodged many untrue complaints against the aforementioned Dissenaijke, and that as a result Dissinaike had to pay much money to the inhabitants and was also dismissed from his post, in whose place the aforementioned nephew of the Mahamodliaer, who currently holds that post, was appointed; that the lesser headmen of the Welligamkorle will be able to testify concerning this, and knowledge thereof is also possessed by Baddekorne Mahamahatmea, who recently held the post of Badgamme Mohandiram and is currently in Galle; but since this latter person is under the impression that he, the detainee, complained about him, he therefore does not know whether he will be willing to testify about it, though he should nonetheless be questioned about it. That the gentlemen, both here and in Galle and Mature, live in the castle and do not know what power the headmen exercise in the country; that he still has much to report regarding this, but that he declared himself to be so weak at present, since he had consumed nothing the entire day and had already been standing and speaking from eight o'clock this morning until now, it being about four o'clock in the afternoon, so that he could proceed no further today, and therefore requested that he, the detainee, might be called on another day, at which time he would continue his declaration; and as the detainee meanwhile seemed likely to collapse from weakness, it was therefore impossible to proceed further with this, and one was thus obliged to let the detainee break off his declaration herewith, after which, however, as soon as he, the detainee, had recovered a little, his declaration rendered thus far was read to him, and he affirmed that the same contains the pure truth. Thus declared as far as this in the Castle of Colombo, in the Council Chamber of Justice, in the presence of the Honorable Henrikus Volraad von Solisten and Hendrik Anthonij Johnson, members, who signed the minute hereof together with the detainee, the interpreter, and me, the secretary. At the bottom stood: Which witnesses. Signed: J. C. Sfeiffer, Secretary. Agrees, Hijbrands, clerk. Examined, Maas. Today, the 2nd of December 1790. Appeared before the undersigned commissioned members from the Honorable Council of Justice of this Castle: Maddoegodde Don Simon Wirckoon Wiedjesinga Dissenaijke, currently detained, who, now having appeared again in the Council Chamber of Justice in continuation of his declaration rendered under date of the 20th of November last, upon the requisition of the merchant and fiscal of this government, the Honorable Mr. Johannes Adriaen Vollenhove, as well as upon the translation of the Mohandiram and sworn Sinhalese interpreter Manuel Fernando, declared: That on the occasion when the mutineers were at Wakmanne near the ambalam of Kirinelleeje, Don Simon Poentje Arraetje, his brother Don Simon Maha Arraetje, Roobesinge Koorle Arraetje, inhabitant of Parodouwe, Attoerellise Poontje Vidaen, and Popagodde Seribaddene Arraetje drew up an ola to be sent to Kandia in order to be assisted from there with powder, lead, and men to wage war; that he, the detainee, thereupon having asked those people why they were doing such a thing, they answered thereupon in the presence of many of the lesser headmen of the mutineers that they had orders to that effect from the superior headmen or Modliaars at Mature. That he, the detainee, then stated that although they wrote that ola, he would not co-sign the same, because at an earlier time on the occasion of an uprising, his father having refused to join the mutineers, his father's house was thereupon destroyed by the mutineers and all his possessions were taken away, and subsequently his father, when he was with the Dutch in the fortress at Mature, after the Adigar of Kandia had captured the same, was seized by the Kandians, taken to Kandia, and murdered there, and he, the detainee, thus did not wish to bring misfortune upon himself; that notwithstanding this, the aforementioned five persons delivered that drawn-up ola into the hands of Battadenise Appoe, the brother of Don Simon Arraetje named Poentje Appoehamij, Donegamme Poentje Widane, together with some persons whose names he now

Dutch transcription

Giraewaijpattoe aan sinnekoon die met een nigt van voorengemelde Mahamodliaer getrouwd is, tedoen verkrijgen, als meede den Heer Burnat daar door een blaam aan te wrijven, en uit dien hoofde eenige dienaren van den Heer Burnat veele ongelukken hebben moeten ondergaen, en dat dit den Heer Burnat zelfs ne„ vens de vedaen van Cangale, Gajeman Ar„ raetje, Belligalle arraetje, sammere„ naijke Mohandiaam zullen kunnen ge„ tuijgen. Dat ten tijde Dissenaijke Sahabandoe, Modliaer van de Welligamkoale was, de Mahamodliaer Abejesinge door zijn neeff die thans moddiaar van de welligamkoale is, onder meer andere menschen hem gearresteerde ook heeft laten op ontbieden om te gale te komen, en dat hij gearresteerde nevens meer andere aldaar aangekomen zijnde, hem zo wel als de overige personen geinstigeerd heeft om klagten tegens voormelde Dissenaike Sahabandoe aan den Edelen heer Gouverneur van de Graaff die 2439 die toenmaels het kommandement te gale waarnam in tebrengen: dat zij toen de waare klagten tegens meermelde Dis„ senaike bij een ola opgegeven hebben eala en dat bij gelegendheid de Edele heer Goe„ verneur naar Mature vertrokken was, de ingesetenen ook veele onwaare klag„ ten op instigatie van den Mahamodli aan Abejesinge tegens voorsz: Dissenai ke ingebragt hebben, en dat daar door dissinaike veel geld aan de ingesete„ nen heeft moeten afgeven en ook uit zijn dienst gesteld is geworden, in wiens plaats voorm: neeff van den Mahamodliaar welke tans die dienst bekleed aangesteld is geworden; dat hieromtrend de mindere hoofden van de welligamkorle zullen kunnen getuigen en daar van ook kennisse draagd Baddekorne ma¬ hamahatniea die laats den dienst van Badgamme Mohandiram bekleed heeft en thans te gale is; dog wijl deesen laatste in dat denkbeeld is, dat hij gearres¬ teerde overhem geklaagt heeft, hij derhalven niet weet of hij daar daar van zal willen getuigen is ge¬ ven, egter bij daar over dient gevraegd te worden. Dat de keeren zo wel hier als te gale en Mature in het kasteel woonen en niet weeten welke magt de Hoofden in het land oeffenen; dat hij nog veel dienaangaende op tegeven heeft, dog dat hij verklaarde zich voor het tegenswoordige zoo swak te bevinden, wijl bij den gantsche dag nog niets genuttigd en reeds van heeden morgen agt uure tot nu toe /:zijnde omstreeks vier uuren des agtermiddags :/ gestaen en gesprooken heeft, daarmeede op lieden niet verder konde voort varen, en derhalven versogte dat hij gearresteerde op een anderen dag mogte geroepen worden, en als dan zijn diklaratoir zoude vervolgen; en nadien de gear¬ resteerde intusschen doorzwak¬ heid scheen te sullen beswijken, derhalven niet verder hiermede heeft kunnen worden voortgeva ven, en men dus verpligt is ge„ weest. 2440 weest de gearresteerde zijn de klara¬ toir hiermede telaten afbreeken, na dat hem egter zoo dra hij ge„ arresteerde weder een wijnig her¬ steld was, zijn tot hier toe verleend de klaratoir voorgehouden en door hem betuijgd is, hetselve de suijve„ ve waarheid te behelsen. Aldus voorzoverve Gedeklareerd in het kasteel kolombo ter Raad„ kamer der Justitie en presentie van D Es Henrikus volraad von solisten en Hendrik An„ thonij Johnson leeden, die de minute deses nevens de gearres¬ teerde den tolk en mij sekre¬ taris hebben ondertekend /:on„ derstond:/ Twelk Getuijgt (: was getekend:/ J: C: Sfeiffer sekre„ taris. Accordeert Hijbrands likeerk at Maas Nagezien 2441 Heeden den 2. xber: 1790. kompareerden voor de ondertenoemene gecommitteerde leeden uit den agtb: raed van Justitie deses Casteels. Maddoegodde Don Simon Wirckoon wiedjesinga, Dissenaijke tans gear resteerd, dewelke als nu weeder ter raad kamer der Justitie verscheenen zijnde in vervolg van zijn onder dato 20. 9ber: Jongst leeden verleend declaratoir -. ter requisitie van den koopman en en fiscaal deses gouvernements d' E: heer M:r Johannes Adriaen vollenhove mitsgaders op de vertalinge van den Mohandiram en gesw: singaleesen tolk Manuel Fernando de Clareerde. Dat bij geleegentheijd de Muijtelingen op Wak manne bij de amblan van kirinelleeje waaren Don simon poentje arraetje, zijn broeder Don Simon Mahaarractje Roebe singe koorle arraetje inwoonder van Parodouwe Attoerellise Poontje Vidaen en Popagodde seribaddene arraetje een ola vervaardigt hebben omna kandia te tezenden ten eijnde van daar bijgestaen te wor„ den met kruijd lood en volk om te oorloogen dat hij gearresteerd daar op aan die menschen gevraegd hebbende waarom zij zulks deeden zij daar op in presentie van veele der mindere hoofden van de muijlelingen geantwoord hebben, daar toe van de meerdere hoofden of modliaars te mature order te hebben. dat hij gearresteerde toen gediend had, dat schoon zij die ola schreeven, hij deselve niet meede soude onderteekenen, wijl en vroegere tijd bij geleegentheijd van een opstand zijn vader gewijgerd hebbende zig bij de muijtelingen tevoegen zijn vaders huijs daar op door de muijtelingen verneld is, en alle zyne bezittingen ontnoomen zijn, en vervolgens zyn vader toen hij bij de hollanders te Mature in het fortres was, na dat de adigaer van kandia het zelve ingenoomen had door de kandiaenen op gevat, naar bandia gebragt en aldaar vermoord is geworden, en hij ge arresteerde dus, zeg niet ongelukkieg wilde maeken: dat des niet tegenstaande de bovengem: vijfperzoonen die ola vervaardigd inhanden van Battadenise appoe, den broeder van Den Simon artaelje genaemd Poentje aspoehamij Donegamme Poentje widane beneevens nog eenige perzoonen wier naemen hem taas

NL-HaNA_1.04.02_3885_0519 view scan ↗

English

presently no longer remembers had been sent to Kandy, and that they also received an answer thereto, which they, because he, the detainee, had refused to sign the said ola, were unwilling to disclose to him, referring for the above narrative to the testimony of Dodanpe Aratchy, Jodikandi Aratchy, and Baddewakke Aratchy. That on the occasion when the Lord Commander Sluijsken came to Matara, and he, the detainee, betook himself to His Honour, he then understood from the abovementioned brother of Don Simon Aratchy named Poentje Appuhamy that a second ola had been sent to Kandy and that an answer thereto had also been obtained, but that the contents thereof are unknown to him, the detainee. That in the beginning of the gathering the Mudaliyar of the Welligam Korle sent to the mutineers, by one Hakuruwela Japarala, a banner painted with two lions, in order to make use thereof in the gathering, referring regarding that statement of his to the testimony of the minor headmen of the Welligam Korle, by name Korale Arachchi Atapattu, Marambe Vidane Aratchy, Attukorale Aratchy, and several others, both minor headmen and common inhabitants. That the Lord Commander Sluijsken, when His Honour was at Matara, sent one Gannegama Pattirannege to him, the detainee, to tell him that he had to come to His Honour, and although he was a headman among the mutineers, he should not be afraid that any harm would be done to him; and that having made himself ready upon that obtained order and called some people to go to the Lord Sluijsken, meanwhile Attureliya Punchi Vidane and Bopagoda Siriwardena Aratchy, as headmen of the Gangaboda Pattuwa, and Paraduwa Rubasinghe Korale Aratchy of Paraduwa, as headman of the Welligam Korle, together with some common inhabitants, arrived with guns to shoot him, the detainee, dead, or else to chase him away from there, which the detainee affirmed that Danturege Luse, lascorin of the Four Gravets, Welipitiya Gamage Atapattu, Diddengoda Appu, Heyangoda Arachchi Atapattu, all inhabitants of the Gangaboda Pattuwa, as well as Welligam Korle Arachchi Atapattu, Marambe Vidane Aratchy, Attukorale Aratchy, Ganewatte Loku Appuhamy, Wickremasekera Aratchy, all inhabitants of the Welligam Korle, will be able to testify. That he, the detainee, thereupon secretly departed from there, and coming close to Matara received a further message from the Lord Commander Sluijsken through one Nihiluwa Appu, inhabitant of Baddegama, and thereupon went to the Lord Sluijsken, who asked him whether he could bring His Honour some headmen and some people of the mutineers; that he, the detainee, having answered thereto that he would make every effort to do so, departed for the provisioning village of the Lord Disava at Mahawitta, from where he wrote and dispatched some olas to the headmen of the mutineers, stating that through the last Kandyan war many inhabitants had made themselves unfortunate and lost their wives, children, and goods, and that they therefore, upon the receipt of those olas, should make no further commotion, but come to him in order to betake themselves together to the Lord Sluijsken, as they would otherwise become entirely ruined; and that he furthermore added that, in accordance with their desire, the Lord Disava of Matara and the three persons from the house of Baddekorale, together with the Mohandiram of Gangaboda Pattuwa, had departed outside the gravets of Galle; that they would also obtain their remaining requests and therefore must come without fear, whereupon subsequently some of the minor headmen and inhabitants also came to him and they went together to the Lord Commander Sluijsken, who admonished them in a friendly manner to bring the gathering to an end; that thereupon those minor headmen promised as much by a signed instrument and also stopped the gathering. That the Lord Commander Sluijsken, upon His Honour's departure, had told him, the detainee, to come to Galle, when His Honour would procure him a post as Mohandiram, and that he, the detainee, coming to Galle, was appointed by His Honour as Mohandiram of the Guard; that he, the detainee, to the best of his recollection, stayed at Galle for about one month and twenty days, and then asked the Lord Commander Sluijsken for permission to depart for a week to his country to go see his wife and children and also to inspect his lands; and that the Lord Sluijsken had answered thereto that His Honour would not like to see that, since peace in the country was not completely restored and he, the detainee, moreover had many enemies; and that having since then once more made his request known to the Lord Sluijsken, he subsequently departed without His Honour's further foreknowledge. That he, the detainee, having arrived in his home village, stayed there for two days and then departed for his brother, where the co-detainee Bandewikke Aratchy also resided; that while he, the detainee, was there, a Mayoral of Hakuruwela came to warn him on behalf of the Mohandiram of the Four Gravets.

Dutch transcription

2442 tans niet meer voorstaet naar kandia gesonden h daar op ook antwoord ontvangen hebben, 't welk zij hem gearresteerde als geweijgerd hebbende ge dagte ola het onderteekenen, niet hebben willen bekendmaeken, zig beroepende omtrent het bovengemeld verhael op het getuijgenis van Dodanpe arraetje Jodikandi arraetje en Baddewakke arraetje. Dat bij geleegentheijd de heer Commandeur sluijsken te mature gekoomen is, en hij ge= arresteerde zig bij zijn E: vervoegd heeft als toen van bovengem: broeder van Don „ aspoes Simon arraetje genaamd Poentje „ Hamij verstaen heeft, dat een tweede ola naar kan- die gesonden en daar op ook antwoord erlangd was, dog dat den inhoud daar van hem gearresteerde onbekend is. Dat in den beginne van de zamenrotting de modliaar van de welligaincorle door eenen akkoeresse Japarale een vaandel met twee Leeuwen geschildert bij de muijte gezonden heeft om daar van in de lingen zamen rotting gebruijk te maeken, be roepende zig omtrent dat zijn gezegde op 't getuijgenis. Nots. gre getuijgenis van de mindere hoofden van wellegam korle met naemen korle lijene Aatjele Ma= rambe vidaen arraetje Attoekorle arraetje en meer andere zoo wel mindere hoofden als gemeene inwooners. Dat de heer Commandeur sluijsken toen zijn E: op Mature was, eenen Gannegamme Pattirannege aan hem gearrest: gezonden heeft om hem teseggen dat hij bij zijn E: maes„ te koomen en schoon bij een hoofd om de Muij telingen was niet bewreesd moeste zijn dat hen eenig leed zoude geschieden en dat hij op die verkreegene ordre zig gereed gemaekt en eenig volk geroepen hebbende om bij den heer sluijsken tegaen, entusschen attoerellije Poentje vidaen en Bopagodde siriweerdene arraetje als hoofden van de Gangebaddepattac en Parre doewe Roebesinge koorle arraetje van Parredoewe als hoofd van de welligamkorle neevens eenige gemeene inwooners met geweeren gekoomen zyjn om hem gearresteerde doodteschielen dan wel van daar wegtejaegen, 't welk de ge arresteerde betuijgde te zullen kunnen getuijgen Dan toeloewege Loeze laskorijn van de vier gra= vetten wielpette Gamme aetjele, Did doego dde assoe 2443 appoe, cejangodde Lisene Aatjele alle inwoo„ „ners van de Gangebaedde pattoe, mitsgaders welligam horle Lisene Aatjile, Marambe vidaen arraetje, Attoekorle akkaestje, Gan „newatte lokoe appolhamie, wiekese geke arraetse alle inwooners van willigamkorle, dat hij gearresteerde daerop zig bedektelijk van daek begeven en digt bij Mature komen „de een nader boodschap van den Heer kommandeur Sluijsken ontvangen heeft door eenen Nihiel loewe appoe inwoonek van Badgammae en daerop by den Heer Sluijs= „ken gegaen is, die hem gevraegd heeft of hij met eenige hoofden en eenig volk van de muijtelingen bij zijn E: konde brengen; Dat hy gearresteerde daerop geantwoord hebben„ „de van zijn uijterste best daer toe te sul „len aenwenden, vertrokken is naer het dispens dorp van den Heer dessave te Ma „hawitte, van waer hij eenige vlassen ge„ „schreeven en afgezonden heeft naer de hoofden van de muijtelingen, in houdende dat door de laaste handiasche oorlog veele ingezeetenen zig zelven ongelukkig gemaekt, hunne vrouwen kinderen en goederen ver= „looren hebben, en dat zij derhalven op den on't vangst van die die olassen geen verder opvoek zoude maken, maer by hem vervolgen om zig tesamen bij den Heer sluijshen te begeven, dat zij anders geheel ge„ „ruineerd zouden raken, en dat hij nog daer bij gevoegd heeft, dat ingevolge hunne begeerte de Heer Dessave van Mature ende daie personen uit den huijse van Baddekorne mitsgaders de Mohandiaam van handebaddepattoe, buiten de gravet van Goscpane vertrokken waren: dat zij hunne overige verzoeken ook zouden ver „hrijgen en dierhalven zonder vreese moeste komen, gelijk vervolgens ook eenige vande mindere hoofden en ingezeetenen bij hem gekomen en zy tezamen bij den Heer Commandeur sluijsken gegaen zijn, die hen in 't goede vermaend heeft om de zaemenrotting te doen stillen: dat daerop die mindere hoofden door een ge „teekend bewijs zulks beloofd en ook de zaemen „rotting gesteld hebben. Dat de heer Commandeur sluijsken bij zijn E: vertrek aen hem gearresteerde gezegd had om op Gale te koomen, als wanneer zijn E: hem een Mohandirams dienst zoude bezorgen, en dat hij geardes „leerde op Gale komende door zijn E: tot. mohandiaam 2444 Mohandikam van de garde aangesteld is ge„ „ worden: dat hij gearresteerde na zijn best onthoud omtrent een Maend en twintig dagen zig te Gale opgehouden en als toenaenden Heer Commandeur sluijsken verlof gevraegd heeft om voor een week naer zijn land te ver= „trekken om zijn vrouw en kinderen te gaen zie mitsgaders zijne landerijen te bezigtigen en dat de Heer sluijsken daerop geantw:d had, dat zijn E: zulks niet gaarne zoude zie, wijl de rust in het land niet volkoomen hersteld was en hij gearresteerde daer en boven veele vijanden had, en dat hij zedert nog maels zijn verzoek aen den Heer sluijshen te kunnen gegeven hebbende vervolgens zonder verdere voorkennisse van zijn E: vertrokke wels Dat hij gearresteerde in zijn woondorp aen „gekomen zijnde zig twee dagen aldaer heeft opgehouden en als toen vertrokken is naer zijn broeder alwaer den meede gearresteerde Ban„ „dewikke arkaetje meede woonagtig was: dat terwijl hij gearresteerde aldaer was eenen Macorael van Askoekoe „godde hem is komen waer schouwen uit naem van den mohandikam van de viel gbavetten

NL-HaNA_1.04.02_3885_0524 view scan ↗

English

warned that he, Mohandiram, together with the Mohandiram of the Kandebadde Pattu, as well as the Mudaliyars of the Weligam Korale and the Gangaboda Pattu, would come there with some Orientals to apprehend him, the arrestee, or to shoot him dead; that he, the arrestee, therefore had to make away from there; that subsequently a kangan of the Mudaliyar Ilangakoon named Adriaen, together with two lascorins, came on behalf of the aforementioned Mudaliyar to give him, the arrestee, the same warning; that thereupon he, the arrestee, departed for Handia and Banderigekaraatse towards the Morawak Korale. That he, the arrestee, subsequently returning from the King’s country to the village of Godapitiya in the Gangaboda Pattu with the intention of going to Galle, the Mudaliyar of the Gangaboda Pattu, together with the lesser headmen Attureliya Punchi Vidane, Bopagoda Siriwardena Arachchi, and some Sinhalese and Orientals with firearms, searched for him; and that he, the arrestee, hiding himself in the jungle, went to Wabberagoda in the King’s country, bordering on the Galle Korale; that having stayed there for eight days, he had received an ola from the Lord Commander Sluijsken to come to Galle; that he, coming to Mapalagama with the intention of going to Galle, had learned there from the Korale Arachchi and the Korale Kangan of the Galle Korale that the Shabandar Mudaliyar of Galle had sent many people to apprehend him, the arrestee, and he also saw a multitude of people from afar, and thereupon returned again to Habbategodde. That while at Gabbegodde, a Mahabadde Rala, who is head over nine Vidanes of the Mahabadde and is a brother of the Vidane Mohandiram of the Mahabadde, who had gone at that time to the village of Tinedoewe situated next to Habbategodde to collect cinnamon, in the presence of some others who had come along with the said Mahabadde Rala, gave to him, the arrestee, on behalf of the Maha Mudaliyar Abeyesinghe, the cloth which he, the arrestee, presently wears around his waist, together with a blue painted cloth worth about 12 rixdollars, and had warned him, the arrestee, that he must come to the said Maha Mudaliyar, and he, the Maha Mudaliyar, would procure for him, the arrestee, a Mudaliyar’s office; that he, the arrestee, had answered thereupon that he could not come to the aforementioned Maha Mudaliyar because the Lord Commander Sluijsken had forgiven him as well as many others for many committed faults and had ordered him to come to His Honour at Galle, and if he went to the Maha Mudaliyar, the Lord Sluijsken, who had forgiven him so many faults and had obtained for him the office of Mohandiram of the Guard, would take it amiss; that upon this refusal of his, that same evening around seven o'clock, according to his estimate about one hundred Chalias had surrounded the house in which he, the arrestee, was living; that he, the arrestee, having secretly gone out of the house upon this, had kept himself hidden in a nearby jungle, and having stayed in the jungle during the day, had arrived in two days' time at Ahangama in the Talpe Pattu in the Galle Korale, from where he sent one of his servants named Polgamulle Appu to the Lord Commander Sluijsken to inform His Honour that he was afraid to come by day; that thereupon the Lord Commander Sluijsken sent a Kahawatte Vidane Arachchi along with several others to bring him, the arrestee, without hindrance to His Honour, and that in the meantime the Mudaliyar of the Ruhuna Mahabadde, the Interpreter Mudaliyar, and four Mohandirams of the Mahabadde, with about two hundred Chalias, had surrounded him, the arrestee, to apprehend him, but that the Vidane Arachchi of Kahawatte, having warned them that they had orders from the Lord Commander Sluijsken to bring him, the arrestee, unhindered to His Honour, they had allowed him to do so; and he subsequently continued his journey to Galle and came to the Lord Commander Sluijsken and made known to His Honour all the aforementioned matters, and to the best of his recollection remained at Galle for twenty days; that subsequently the Lord Commander Sluijsken made known to him, the arrestee, that it was the order of this Government to send him, the arrestee, to Colombo, as he subsequently also arrived here with a detachment of Europeans and Orientals and was brought under arrest to one of the guardhouses. That when the Lord Commander Sluijsken made known to him, the arrestee, the order that he had to depart for Colombo, he answered that the Maha Mudaliyar Abeyesinghe is at the Governor's gate and has very much power, and would thus oppress him, the arrestee, and he was therefore apprehensive about departing for Colombo; but that the Lord Sluijsken had assured him, the arrestee, thereupon that the Lords of the Council of Colombo were very just gentlemen, and would therefore let justice be done to him; that notwithstanding this, he, the arrestee, upon his arrival here was placed under arrest. Further declaring that when the lesser headmen of the Weligam Korale and the Gangaboda Pattu, together with the mutineers, went to the house of Atudawe Mohandiram, they not only destroyed it but also appropriated the goods found therein; but that these same lesser headmen of the Weligam Korale and the Gangaboda Pattu and other mutineers, when they went to the house of the Mudaliyar Ilangakoon situated at Mirissa or Malimbada, had only contented themselves with

Dutch transcription

quavetten, dat hij Mohandidam nevens de Moha„ „diaam van de kandebadde pattoe, mitsga „ders de modliaers van de welligamhorle en de gan gebadde pattoe met eenige oosterlingen aldaer zoude komen om hem gearresteerde op„ tevatten dan wel dood te schieten; dat hij geak„ „resteerde derhalven zig vandaer moeste wegmaken: dat zedert een kangaen van den Modliaer Slangakoon genaemt Adriaen, benevens twee lascorijns, uit naem van evengem: modliaer, hem gearresteerde het selfde zijn komen waerschouwen dat daer op hij gearresteerde naer handia en Banderik keraraetse naer de Morrica horle vertrokken is. Dat hij gearresteerde zeedert uit 'sConings land terug komende in 't dorp Goddepittice in de Gangebaddepattoe, met intentie om naer Geele te gaen, de Modli aet vande Gangebadde pat„ toe nevens de mindere hoofden Attoerellije Pontji vidaen, Bopa godde Siriwardene. antaetje en eenige singaleesen en oosterlinge met geweeren hem nagesoegd hebben, en dat hij gearresteer= „de zig in 't bosch verschuijlende naer Wab beragodde in 'sConingsland, grensende aen 2445 aan de Galekorle gegaan is: dat hij aldaar agt dagen vertoeft hebbende een ola van den heer kommandeux sluisken gekreegen had om we„ # hij op maplegam koopende „der naar Gale te komen der met„ voorneemen om naer Gale tegaen, aldaer van de korl arraetje en korl kangaan van de Galekorle verstaen had, dat de sahabandoe Modliaar van Gale veel volk gesonden had om hem gearresteerde opte vatten, en hij ook van verre een menigte van volk gezien heeft, en daarop weder naar Has„ betegodde terug geekeert is. dat rij te Gabbegoffde zijnde eenen mahabadde raale die hoofd is over negen ridanen van de Mahabadoe en een broeder is van de vedaan mohandiram van de mahabadoe, die toen tyd naar het oorp tinedoewe geleegen naast habbte godde gegaan is om kaneel aftehaalen, in presentie van een nige anderen die met gemelde maha„ hadde 0 de badde Raale meede gekoomen waa„ zen, aan hem gearresteerde uijt naam van den Maramodliaat Abejes in ge gegeven heeft het kleedse het welk hij gearresteerde tans om zijn middelaand draagd met nog een blaauw geschilderd kleedje van omtrend twaalf rd:s waardig, en aan hem gearresteerde gewaarschoude had dat hij bij gemelde mahamodhiaar moeste koomen, en hij mahamodliaan hem gearresteerde een modliaats dienst zoude bezorgen dat hij gearresteer„ „de daarop gedient had dat hij niet bij voorm: mahamodliaar konde ko„ men wijl de Heer kommandeur sluisken hem zo wel als veele ande= Jren ten veele begaane fouten vergeven hem en hee belast had om te Gaee bij zijn E: te koomen, en als hij bij de mahamodliaar gong, den heer sluijs„ „vergeven ken die hem zo veele fouten „ en hem den dienst van Mohandiram van de Garde had doen verkrijgen, zulks kwalijk nemen zoude: dat op deeze zijne weegering dier eijgensten avond om streeks zeven uure, na zijn honderd sja„ gissing omtrend liassen 2446 liassen 'thuijs waarin hij gearreesteerde woonde, omsingeld hadden: dat hij ge arresteerde hier op bedektelijk uit thuijs gegaan zijnde in een bosch dat digte bij was zich overborgen gehouden had, en zich over dag in 't bosch opgehouden hebbende in de tijd van twee dagen aangekoomen was te Ahangamme in de talpe„ „pattoe in de Galekorle van waar hij een zijner dienaeren genaemt Polgamoelle appoe aan den heer kommandeur sluisken gezonden heeft om zijn E: te laten weeten dat hij bedugt was over dag te koomen: dat daar op de heer komman„ deur sluisken eenen kahawatte vidaan arraetje nevens meer andere gezonden heeft om hem gearresteerde onverhinderd bij zijn E: te brengen, en dat intusschen de Modliaer Van „ van Roenemahabadde de tolk Modliaer en vier Mohandercams van de Mahabadde met omtrend Twee honderd sijaleassen hem gearresteerd om Cingeld hadden om hem optevat„ „ten, doch dat de vidaen arraetje van kahawatte Een gewaarschouwd heb„ bende dat zij ordere hadden van den heer kommandeur Sluisken om hem gearresteerde onverhindert bij zijn E: te brengen daarop toege„ „laten hadden zulks te doen en vervolgens zijne rijze naer Gale voortgezet en bij den heer Comman„ teur stuicken gekoomen is en aan &. zijn E: alle de voren vermelde & zaaken te kennen gegeven heeft zijn best onthoud vijftig d en na twintig 2447 twintig dagen op Gale gebleeven is dat zedert de heer kommandeur slui„ ken hem gearresteerde bekend geproce maek E maakt dat dat het de ordre van deeze Regering was om hem gearresteerde naer kolombo tesenden, gelijk hij ook vervolgens met een komando Euro„ peeten en oostertingen alhier aan ge„ komen en in een der wagten en arrest ge„ bragt is. Dat toen de heer kommandeur Sluis„ „ken hem Gearresteerd de ordre bekend gemaakt had dat hij naer kolombo moeste vertrekken, hij daar op geant„ woord heeft dat de Mahamodliaar Abejesinge aan 's gouverneurs porta is, en seer veel magt heeft, en dus N: hem gearresteerde zoude onderdruk „ken en derhalven bedugt was om naer kolombo te vertrokken, dog dat de Heer Sluisken hem gearresteerde daarop van g ge daarop overzekerd had dat de heeren Raden van kolombo seer Rechtvaerdige heeren waaren, en hem derhalven regt zoude doen weeder„ vaaren, dat des niettegenstaende hij gearresteerde bij zijne aankom„ „ste alhier gearresteerd is geworden, Deklareerende alwijders dat bij ge„ legendheid de mindere hoofden van de welligamkorle en de Gangebad„ depattoe nevens de Muitelingen zich begeven hebben naer 't huijs van Attoedawe mohandiram, zij het selve niet alleen verstield maer de daar in gevondene goederen zich toege„ tigeden eijgend had aan, maer dat derselfde mindere hoofden van de Welliegam: „korle en de Gangebaddepattoe en verdere muijtelingen toen zij gedaen zijn naar het huijs van de Modliaer Hangakoon gelegen te Malimaa of „de zigh eenelijk vergenoegd hebben met

NL-HaNA_1.04.02_3885_0531 view scan ↗

English

with the breaking open of the doors, without appropriating or keeping any goods for himself, and therefore humbly requests that this manner of acting may be taken into consideration, that there are still many other people who, on account of the recent unrest in Mature concerning the higher headmen there, have lodged their complaints with the Lord Commander Sluijkken in Gale; that he therefore still requests that all those people may be summoned and heard. Lastly, the detainee requested that, since he has been held under arrest until now, he might be granted the freedom to have himself shaved and also that he might go to cleanse and wash himself, further testifying that he is innocent, and that in order to preserve his wife, children, and possessions, upon the violent insistence of the torturers, he had joined them, and that in case he, the detainee, were guilty, he would not have returned again from the King's Land. Herewith the detainee ended this his delivered declaration, which he testifies to contain the truth. Thus declared in the Castle Colombo, in the Council Chamber of Justice, in the presence of the Honorable Johannes Thierbach and Hendrik Anthonij Johnson, members who signed the minute hereof together with the declarant, the interpreter, and me, the secretary, which was witnessed. Signed: I: Hester, secretary. Agrees, No. 13. Examined: G. Dijbrands, clerk. Gerritsz. Extract of the secret resolution taken in the Council of Ceylon, Saturday, 27 September 1790. And taking into consideration that the accusations made by Madoagodde Appoe and others against the Matara Modeliars Don Petrus Hangekoon, Modeliar of the Attepattoe and first interpreter to the Dessave; Iohannes Wiejewardene Tinnekoon, Hunting and Sowing Master of the Sierewaij; Don Constantijn Tillekeratne, Gajanayake; Don Joean Goenekatne, head of the Belligam Korale; Don David de Sarram, head of the Hangebaddepattoe; and the Mohandiram of the Four Gravets named Bandarenaijken, namely that they are said to be the causes of the recent Matara revolt, should be investigated as soon as possible, unless these native headmen might claim the general pardon that was granted without exception to all the inhabitants in the Matara Dessavony who committed offenses on the occasion of the recent Matara revolt, it is approved and agreed that the Gale officials shall be ordered, as they are ordered hereby, as soon as this resolution shall have been received by them, to write to the Dessave of Mature, the Honorable Raket, and in his absence to the Lieutenant Dessave Rh: van Schulers: 1. To summon to his house, in the presence of two members of the Landraad, the aforementioned headmen and to inform them that they are accused of being the causes both of the recent Matara revolt and of its continuation, and that this Government causes them to be informed of this accusation all the more openly because it cannot conceive what could have moved them—who are all descended from the first families of Ceylon, whose ancestors as well as they themselves have until now served the Company honestly and faithfully, and who, like their ancestors, have been favored and loaded with benefactions on all occasions even above others by the Company—to such criminal steps; but that, notwithstanding all this, the accusations brought against them cannot remain uninvestigated, which is even necessary for their clearing before the public if they are innocent; and that this Government has therefore decided to have them asked whether they acknowledge themselves to be innocent and consequently desire that the accusations brought against them be investigated, or whether they desire to be included in the proclaimed General Pardon, and consequently claim it; with the addition that this question is not put to them because this Government suspects or doubts their integrity and loyalty toward the Company, but solely because it has decided to observe and enforce the general pardon granted regarding what occurred in the Matara Dessavony sacredly and without making any infringement upon it, with respect to all those who claim it; and that consequently no legal investigation can be conducted against any inhabitants of the Matara Dessavony, of whatever state or rank they might be, without first putting this question to them; and that this is put to them all the more because this Government considers that it would be an insult to them if one were to include them in the aforementioned granted General Pardon without their expressly desiring it, and on account thereof neglect to investigate the accusations brought against them. 2. To immediately cease all further investigations against all such of the aforementioned native headmen who might claim the general pardon. 3. Against those who say they are innocent, and consequently do not need the General Pardon, to immediately have further heard, before two members of the Matara Landraad, both all those who have brought any accusation against them and those whom these accusers have named as witnesses to the facts with which they charge these headmen, and likewise to have heard before these two members of the Landraad all those who might further bring any accusation against these headmen, as well as their witnesses. Furthermore, taking into consideration that the bookkeeper and second warehouse master at Gale, who functions as secretary of the Matara Landraad, has, besides this, more than enough duties when hearing

Dutch transcription

2448 met het openbreeken van de deuren zonder eenige goederen zich toe te eij„ „genen en te behouden en derhalven oot„ moedig verrsoekt dat die handel„ wijse in overweeging mag worden genomen „at er nog veele andere menschen zijn die wegens de laatste onlusten te Mature over de meerdere hoofden aldaer hunne klagten bij den Heer kommandeur sluijkken te Gale ingebragt hebben dat hij derhalven, als nog verzoekt dat alle die men„ „schen mogen opgeroepen en verhoord worden Laastelijk versogte de gearresteerde „toe. dat wijl hij tot nu „ in arrest ge„ „zeeten heeft, hem de vrijheid mogte worden vergund om zig te kunnen laaten scheeren en ook dat hij zig mog gaen reijnigen en wasschen, betuijgende alverder ge„ m .. alverder dat hij onschulding is, en dat hij om zijn vrouw, kinderen en be„ sittingen te behouden, op 't ge weldig aanhouden van de Martelingen zich bij het vervoegd had, en dat ingevalle hij gearresteerde schul dig was hij uit het konings Land niet weeder zoude terug ge„ G &. koomen zijn Hiermeede Eindigde de gearresteerde dit zijn verleend de klaratoir, het welk hij betuijgd, de waerheid te behelsen Aldus gedeklareerd in het Casteel Colombo, ter Raadkamer der Justitie en Presentie van dE:s Johannes Thier„ bach en Hendrik Anthonij Johnson leeden die de minute deses nevens de deklarant de volk en mij sekretaris hebben ondertekend 't welk getuijgd /was Hester sepetaris geteekend I: A kordeert No. 13. Nagezien G Dijbrands Eklerk Lerritsz 2449 Extract secrette Re„ solutie genoomen in Raade van Cijlon Zaturdag den 27. 7ber: 1790. En agting genoomen zijnde dat de beschul„ digingen door Madoagodde appoe en ande„ „ ren gedaan, teegens de Maturesche Mode„ liaars. Don Petrus Hangekoon mode„ hiaar van de Attepattoe en eerste tolk van den Dessave Iohannes wiejewardene Tinnekoon, Jaag en Zaaijmeester van de Sierewaij Don Constantijn Tilleke ratire gazenaijk, Don Joean Goene„ katne hoofd van de Belligamkorl Don David de Sarram, hoofd van de hangebaddepattoe, en de Mohandiram van de vier gravetten genaamt Bandae„ naijken, dat ze namentlijk zouden zijn de oorzaaken van den Jongsten Maturesche opstand dat ge„ ris op. opstand, hoe eer zoo beeter dienen te worden onderzogt, ten zij dat deese inlandsche hoofden mogten reklameeren het generaal pardon dat zonder uijtzondering gegeeven is aan alle de ingezeetenen in de Maturesche Tessavonie, die zig ter geleegenthijd van den Jongsten Matureschen opstand hebben misdadig gemaakt, Is goedgevonden en verstaan dat de gaalse bediendens zullen worden gelast; zo als ze gelast worden door deezen, om zodra deeze resolutie bij hun zal zijn ontvangen, den das„ save van Mature DE:, Raket en bij zijn absentie den Luijtenand Dessave Rh: van Schulers aanteschrijven ¶ Om in presentie van twee Leeden van den Landraad, bij zig aan huijs te ontbieden de voorsz: hoofden en hun aantezeggen dat ze worden beschuldigt van te zijn de oorzaaken, zo van den Jongsten Ma„ tuarsche opstand, als van de voorlduuring daar van, en dat deeze Regeering hun te meer onbewimpeld van deese beschuldi ging doed informeeren, wijl ze niet bezeffen „ 2450 bezeffen kan, wat hun, die alle gesprooten zijn uijt de eerste famielies van Ceylon„ wiens voor vaderen, zo wel als zij zelve, tot hier toe, de Comp: eerlijk en getrouw gedient hebben, en die door de Comp: zo wel als hunne voorvaderen, bij alle geleegendheiden zelfs boven anderen zijn begunstigd en met weldaaden overlaaden, zoude hebben kunnen be„ woegen tot zulke misdadige stappen, dog dat met dit alles de beschuldigingen die teegens hun zijn ingebragt, niet kunnen blijven buijten onderzoek, # t 1 geen zelfs nodig is tot hunne zuijve ringen voor 't Publiek, zo te onschul„ dig zijn, en dat deeze regeering daar om beslooten heefd, om hun te doen af„ vraagen of ze zig onschuldig kennen en mits dien verlangen, dat de teegens hen ingebragte beschuldigingen worden onderzogt, dan wel of te begeeren te zijn begreepen in 't afgekondigde Generaal pardon, en dat mits dien reklameere met de met byvoeging dat deze vraage niet aan hun word gedaan om dat deze regeering hunne braafheijd en trouwe teegens de Comp: verdentit of in twijffel trekt, maar alleen daar om, om dat dezelve beslooten heefd het generaal pardon, weegens het voor„ gevallene in de Maturesche dessavonie 1„ gegeeven, heijlig en zonder daar op eenig inbreuk te doen, natekoomen, en te doen nakoomen, omtrend alle de geene die het reclameeren, en dat er mits dien geen legaale onderzoek kan worden gedaan teegens eenige ingezeetenen van de Maturesche dessavonij van wat staat of rang te zouden moogen weezen, zonder voor af aan hun te doen deeze vraage, en dat dezelve te meer aan hun word gedaan om dat deeze regeering 't daaer voor houd, dat 't hun zoude zijn beleedigt, indien men hun zonder, dat de het expres begeere, begrijpen melde in 't voorsz: gegeeven generaal Pardor, en uijt hoofde van dien naliet, om onderzoek te doen op de beschuldi„ gingen teegens hun ingebragt 2. om teegens alle zulke uijt de voorsz: inlandsch Trften 2451 hoofden, die het generaal pardon mogten reclameeren, anstonds alle verdere onder„ zoeken te staaken, 3. Om teegens die geenen, die zeggen onschuldig te zijn, en mits dien 't Generaal pardon niet te behoeven, anstonds voor twee Leeden uijt den Matureschen Land raad, naader te doen hooren, zo wel alle de geene, die teegens hun eenige beschuldiging hebben ingebragt, als de geene die deeze beschulde„ gers hebben opgegeeven als getuijgen van de feijten, die ze deese hoofden ten Laste leggen, en om insgelijks voor deese twee Leeden van den Landraad te doen hooren alle de geene, die verder nog eenige be teegens deese hoofden mogten schuldiging „ inbrengen, zo wel, als hunne getuijgens dez hfden mogten haen, zo wel als kurn gehugen. voorts in aanmerking genoomen zynde dat de boekhouder en tweede pakhuijsmees„ ter te Gale, die als secretaris: van de 6 „ Maturesche Landraad fungeerd, buyten dien beezigheiden te over heeft bij 't aanhooren en en die sarvonij der er

NL-HaNA_1.04.02_3885_0538 view scan ↗

English

and disposal of the pending complaints of the inhabitants, it has been approved and agreed that the First Clerk of Police of Colombo, Gerrard Joan Sijbrands, shall serve as secretary to the above-mentioned Commission. And an extract of this resolution shall be sent to the officials at Gale, to serve for their information and to govern themselves accordingly, with orders to send a complete copy thereof to the Honorable Dessave or Lieutenant Dessave of Mature aforesaid, with orders to also let the same serve for his information and to govern himself accordingly. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Agrees [illegible] Wijbrands Examined [illegible] 14 2452 Zeeland. To the Noble Honorable Lords Directors of the General Netherlands Chartered East India Company at the aforesaid Chamber. Noble Honorable Lords. The ship De Unie departed on 16 November last, and the packet boat De Expeditie on the 19th thereof from Gale for the Netherlands, both consigned to the Chamber of Amsterdam; also the packet boat Maria Louisa departed on 20 December for the Cape of Good Hope; and we take the liberty of presenting herewith to your Noble Honors the duplicate of our letter sent therewith, dated the 19th of the said month. The ships Berkhout and the Leviathan, appointed by the Noble High Indian Government as return vessels via Ceylon, arrived here on 26 September and 7 October last, and were subsequently sent to Gale to be made ready for the homeward voyage. Berkhout we have designated for the Chamber of Amsterdam, and the Leviathan for the Chamber of Zeeland; and since we have not been able to obtain any saltpeter this year, we have ordered the officials at Gale to ballast these ships with reef stones and available unserviceable goods. Besides the cassia and the sappanwood that were sent from Batavia for these two ships, we count on so many return goods that each ship can be laden with more or less 400 packs of Surat and Madura linens and cotton yarn, and 1,200 bales of cinnamon; and we further take the liberty of referring in this regard to the report that the officials at Gale will have the honor of submitting to your Noble 2453 Honors. The ship the Leviathan was inspected at Gale by express commissioners, whose reports are inserted in the officials' resolution of 7 December last, whereby they resolved to have carried out the repairs and provisions deemed necessary for it. This resolution has been approved by us, and an extract is included among the annexes. The mainmast of this ship was found here to be affected by white ants, and we have therefore ordered the officials at Gale to have the same inspected accurately. According to an incoming report, a copy of which is enclosed herewith, the wood was found sound and good, and the mast, with a minor repair, was deemed fit for making the voyage to the Netherlands. We have therefore, according to our resolution of 30 November last, ordered the officials at Gale to have carried out upon it, and upon the other spars of the said ship, the repairs specified as necessary as aforesaid. The officials at Gale have also, by their resolutions of 30 December and the 8th of this month, resolved to have delivered to that vessel certain equipment and other goods requested by the officers of the ship the Leviathan, and we have approved these resolutions, extracts of which are attached to the annexes hereof. Upon the incoming report from the Gale administrator Van der Spar regarding the examination of the consumption account of the aforesaid ship the Leviathan, the officials at Gale disposed by their resolution of the 13th of this month, which has been approved by us and is attached in extract under the annexes hereof. To the packet boat the Zeenieuw, at the request of its master, various repairs and provisions were made at Gale, as appears from the officials' resolutions of 23 and 25 September last, extracts of which are attached to the annexes hereof, together with the copies of two reports submitted by him, both regarding the outbound voyage and the trips made within this government. In 2454 In place of the boatswain of the ship Berkhout, Herman Fredrik Swarts, who on account of a sickly condition remains behind here for the present with discontinued pay, according to his request, we have transferred the boatswain Jan Gerritsz Holsgaaf, who remained ashore on account of indisposition from the packet boat the Expeditie, to Berkhout, with his earned pay, but without a bounty. Upon the request of the chief surgeon of the ship De Leviathan, Dirk Haiting, we have permitted him to remain behind at Gale with discontinued pay until a vacancy shall again open on one of the ships; and in his place on this ship, according to the request made by him for that purpose, we have transferred Petrus Maas, the surgeon of the packet boat the Expeditie who remained behind there, to serve as chief surgeon, with his earned pay and the rank of chief surgeon during the homeward voyage, but without a bounty. With the aforesaid ships we have granted passage to the following persons, namely: [illegible]

Dutch transcription

en afdoen der onder handen zynde klagten van de ingezeetenen, is goed gevonden en verstaan dat bij de hier booven gem: Commes„ sie zal fungeeren als secretaris, de Colom„ bosche Eerste klerk van Politie Gerrard Ioan Sijbrands, En zal van deese resolutie worden Extracht gesonden aan de Gaalsche bediendens, om te dienen tot derzelver narigt en zig daar na te reguleeren, met Last om daar van een volleedige Copij te zenden aan den E: dessave of Luytenand Dessave van Mature voornoemd, met Last om zig ook dezelve te laaten strekken tot na„ rigt en zig daar na te reguleeren Aldus gedaan en Geresolveerd in het Casteel Colombo in daage maand en Jaare voorschreeve Accordeert Segkeerk Wijbrands Nagezien At spaar 14 2452 Zeeland. Aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen. Van de Generaele Nederlandsche Goktroijeerde Oost-indische komp:e ter voormelde kamer Edele Achtbaare Heeren. Het schip De unie is den 16. 9ber: I:o L: en de Pa„ het boot de Expeetitie den 19. daar aen van Gale na Nederland vertrokken, beide geconsigneerd aen de kamer Amsterdam ook is de Paket boot Ma„ ria Louisa den 20. December nade Caab de Goede Hoog vertrokken; en nemen wede vrijheid het duplikaat van onze daarmeede afgegaa„ nen brief vanden 19. van gemelde maend, uwel Edele Achtb: hierneevens aentebieden. De De scheepen Berkhout en de Leviathan, door de Edele Hooge Jndische reegeering tot retoer bo dems over Ceilon aangelegd, zijnden 26. Zeptem„ „ber en den 7. october I:o Leeden alhier aangekoo„ „men, en vervolgens na gale gezonden, om tot de tehuijs rijse teworden instaat gesteld. Berkhout hebben we bestemd voor de kamer Amsterdam, en de Leviathan voor de kamer Zeeland, en wijl we dit jaar geen salpeter heb„ „ben konnen bekoomen, hebben we den bedien„ den te gale gelast, om deeze scheepen met klipsteenen ende aanhanden zijnde onbequaam goederen te doen beballasten. Behalven de kassie en het sappanhout, die voor deeze twee scheepen van batavia zijn gezonden, reekenen we op zoo veel retouren, dat aan elk schip zullen kunnen worden ingegeeven min of meer 400. Pakken surat„ „sche en Madureesche lijwaaten en Cattoen, gaarn, en 1200: balen Canneel, en we neemen voorts de vrijheid, ons derwegens te gedraa„ „gen aan 't berigt, dat de Gaalse bedienden de Eere zullen hebben daar van aan uwel Edele Achtb: 2453 Achtb: te doen. wet schip de Leviathan is te Gale door expres„ „se gecommitteerdens bezigtigd, waar vande rap„ porten geinsereerd zijn in der bedienden reso„ lutie van den 7. december I:o Leeden, waar bij ze beslooten hebben, om daar aan telaaten doen de noodig geoordeelde reparatien en verstrek, „kingen. Deeze resolutie is door ons geapprobeerd, en gaat in extrakt onder de bijlaagen over. De groote mast van dit schip is alhier van de witte mieren aangedaan bevonden, en heb„ „ben we daarom de Gaalsches bedienden gelast dezelve nankeurig telaaten bezigtigen. volgens een ingekoomen rapport, dat in Copia hierne„ „vens gaat is 't hout gaaf en goed bevonden, ende mast met eene geringe voorziening be„ quaam gekeurd, tot 't doen der reijze na Neder„ „land wij hebben derhalven; volgens onze resolutie van den 30. 9ber: J:o Leeden, de Gaal„ „sche bedienden gelast, om daar aan, en aan de overige rondhouten van gem: schip te laaten doen de voorzieningen, bij voorsz: als noodig opgegeeven. Nog hebben de Gaalsche bedienden, bij hunne resolutien resolutien vanden 30. december en 8. deezer besloo„ „ten, om eenige door de overheden van het schip de Leviathan gevraggde Equipagie, en andere goederen, aan dien bodem telaaten verstrekken, en we hebben deeze resolutien, waar van 87„ „trakten onder de bijlaagen deezes gevoegd zijn, geapprobeerd. Op 't ingekoomen berigt vanden Gaelsche admi„ nistrateur vander spar, wegens de examinatie vande consumtie reekening van voorsz: schip „de Leviathan, hebben de Gaalsche bedienden gedisponeerd bij hunne resolutie van den 13. dee„ „zer die door ons geapprobeerd, en in Extrakt on„ „der de bijlaagen deezes gevoegd is. Aan de Paket boot de Zeenieuw zijn, op 't verzoek van dies gezagvoerder, te gale verscheide reparatien en verstrekkingen gedaan, blijkens der bedienden resolutien van den 23. en 25. —. 7ber: I: Leeden, waar van Extrakten onder de bij„ „laagen deezes gevoegd zijn, nevens de Copijen van twee door hem overgelegde rapporten, zoo van de uijt rijs als vande togten in dit gouver„ nement gedaan. In 2454 In plaats vanden bootsman van het schip Berk„ „hout Herman Fredrik Swarts, die mits zieke„ „lijke toestand, voor eerst met afgeschreevene gagie, volgens zijn verzoek, alhier terug blijft, hebben we den Bootsman Jan Gerritsz Hols„ „gaaf, die mits indispositie vande Paket boot de Expeditie aande wal gebleeven is op Berk, hout laaten overgaan, met zijne winnende Ga„ gie, dog zonder Premie. Op het verzoek vanden oppermeester van het schip De Leviathan Dirk Haiting, hebben we hem toe„ gestaan, om met afgeschreevene gagie te gale. te„ moogen terug blijven, tot dat er weder een plaats op eender scheepen zal vacant zijn, en hebben we in zijn plaats op dit schip, volgens 't daartoe door hem gedaan verzoek doen overgaan den al„ „daar agter gebleeven Chirurgijn vande Paket„ boot de Expiditie Petrus Maas, om dienst te„ doen als oppermeester, met zijn winnende Gagie, en de rang van oppermeester geduurende de te„ huijs rijze, dog zonder premie. Met de voorsz: scheepen hebben we transport ver„ „leend aan de volgende perzoonen namelijk p n tie

NL-HaNA_1.04.02_3885_0546 view scan ↗

English

The spouse of the Surat Director Sluijsken, taking along her little daughter as well as a male slave and a female slave, for all of whom the customary transport and board money has been paid. The little son of the former Galle Commander Kraijenhoff, who, on account of having had the childhood disease, could not go along with the ship De Unie, this child being, by the favorable pleasure of Your Honorable Worships, excused from the payment of the customary transport and board money. The two sons of the Junior Merchant Johan Fredrik Conraadi, named Hendrik Gerard and Willem Fredrik Conraadi, also taking along a slave boy, provided they pay the stipulated transport and board money for all, a five-foot chest having been permitted to these children for storing clothes. The former Captain in the Regiment of Luxemburg, Nicolaas Dominique De Legrevisse. Lieutenant De la Raitrie, who has taken his discharge from the Regiment of Meuron, also taking along a native servant. He has enjoyed his allowances here until the ultimate of February of this year, and another 15 months on top of that, and has nothing more to claim. The Extraordinary Lieutenant of Artillery, Carel Lodewijk Godlib van Krouse, arrived from Cochin, taking along his wife and two children, who have been excused by the Noble High Indian Government from the payment of the customary transport and board money. The little son of the Provisional Lieutenant Disava of Matara Van Schuler, named Johan Hendrik van Schuler, provided he pays the transport and board money set for it. The little son of the Surat First Clerk Gratiaen, named Jan, also subject to payment of transport and board money. The Bookkeeper Jan Blondeel, who makes the passage on expiration of term, retaining rank and pay. The little son of the Galle Commander Sluijsken, Jan Joseas, also taking along a slave boy, both subject to payment of the customary transport and board money. The Ensign Danniel Ertman Kool, who makes the passage on expiration of term, retaining rank and pay. Besides the national dischargees, concerning whom the Galle servants will report to Your Honorable Worships, there also cross over with these ships 39 men of the Regiment of Meuron, who have served out their five-year engagement, and are listed by name in the list that is transmitted among the enclosures; they have enjoyed their allowances here until the ultimate of this month, and have nothing more to claim. Also crossing over on these ships for their board are the former sailors Jan Hendrik Wost and Joseph Collet, who, for theft committed at Galle, have been criminally prosecuted and punished. We have granted permission to the Commander of Jaffnapatnam, Raket, to send to the Netherlands with these ships five small boxes, sewn in sailcloth and sealed, namely: 2 marked C: B: W: containing described shells and addressed to Mr. Carel Balthazar Wieling, Council in the Magistracy of the city of Utrecht, etc., of which one is 19 inches long, 13 inches wide, and 6 inches high; and one 21 inches long, 15 inches wide, and 7 inches high. 3 marked H: T: S:, of which two contain described shells, and one Amenika and Margosa oil, and all three are addressed to Mr. Matthias Jacobus Moens, Honorary Pensionary at Middelburg, of which one is 20 inches long, 13 inches wide, and 6 inches high; one 18 inches long, 13 inches wide, and 6 inches high; and one 12 inches long, 12 inches wide, and 13 inches high. And we humbly request Your Honorable Worships that the aforesaid boxes may be delivered according to their addresses. The findings regarding the cargo of the ship Leviathan discharged here have been inserted into our resolution of the 29th of October ultimo, which accompanies this in extract, and to which we take the liberty to refer, as we have nothing special to remark upon it. Regarding the cargo of this vessel discharged at Galle, the servants have disposed thereof by their resolution of the 22nd of December last, which is added in extract among the enclosures and has been approved by us with these few changes, namely: That the spillage on the tar must be credited to the authorities not at two capital advance, but at 73 percent on the cost price. That the short-delivered frame saws and large copper compass must not be set off against the surplus-accounted pit saw and large iron compass, but that the shortage must be compensated by the authorities and the surplus credited to them, and That they must still be credited with 54¼ lb. of rice on account of an allocated spillage allowance of 100 lb. per koyan of 3200 lb. on the 617592 lb. remaining on board here according to our aforesaid resolution, after deduction of the 19245 lb. short-delivered at Galle. The findings regarding the Amsterdam cargo of the packet boat De Zeemeeuw have been inserted into the Galle resolution of the 30th of September ultimo, which we have approved, and which is transmitted in extract among the enclosures hereof. We commend Your Honorable Worships to the protection of the Almighty, and remain with all high esteem, Honorable Worshipful Sirs, Your Honorable Worships' obedient servants. Was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: V: Drieberg, D: T: Fretz, C: van Angelbeek, J: Reintous, A: Samlant, and I: A: Vollenhove. In the margin: Colombo, the 27th of January 1794. Agrees: Dijbrands, First Clerk Examined: H: W: Francke To

Dutch transcription

De echtgenoote vanden Heer souratsche Di„ rekteur sluijsken, nevens derzelver dogtertje meede neemende een slaaff een slavin, voor alle dewelken het gewoon transport en kost„ „geld betaald is. Wet zoontje van den Geweezen Gaalsch gezagheb„ „ber kraijenhoff, het welk om de gehad hebbende kinder ziekte, met het schip de unie niet heeft kunnen meede gaan, zijnde dit kind, op het gunstig welbehaagen van uwel Edele Achtb: geExcuseerd vande betaaling van het gewoon transport en kostgeld. De twee zoons van den onderkoopman Johan fre„ Conradi genaamt Hendrik gerard en „drik. willen fredrik Conraadi, meede neemende een slaave Jongen, mits betaalen de voor allen het bepaald transport en kostgeld, zijn de aan deeze kinderen een vijf voets kist toegestaan tot het bergen van Kleederen. De geweesen kapitijn onder het regiment van Luxemburg Nicolaas dominique De Legrevisse. De luijtenant de la Raitrie, die zijne demissie heeft genoomen van 't regiement van Meuron, meede 2455 meede neemende een inlandsche bediende Hij heeft hier zijne appoinctementen genooten tot ulto: fe„ bruarij deezes Jaars, en nog 15. maanden daar en boven en heeft niets meer tevorderen. De van koetsiem aangekoomene Extra ordinaire luijtenant der Artillerij Carel Lodewijk Godlib van krouse meede neemende zijne huijsvrouw en twee kinderen, die door de Edele hooge in„ „dische regeering zijn geExcuseerd van de betaa„ „ling van 't gewoon transport en kostgeld; Het zoontje vanden p:l Luijtenant dessave van Mature van schuler, genaamt Johan Hendrik van schuler mits betaalende 't daar toe staande transport en kostgeld. Het zoontje vanden souratschen eersten klerk gratiaen genaamt Jan, meede onder betaaling van transporte en kostgeld. De boekhouder Jan Blondeel, die mits tijds er„ „piratie, behoudens qualitijt en gagie overvaart. Wet zoontje van den Gaalsch kommandeur sluijs„ „ken, Jan Joseas, meede neemende een slaave Jongen, beide onder betaaling van 't gewoon trans„ „port en kostgeld. De De vaandrig Danniel Ertman Kool, die mits. tijds expiratie behoudens qualitijt en Gagie over„ „vaart. Behalven de Nationaale verlossers waar van de Gaalsche bedienden aan uwel Edele Achtb: be„ „rigt zullen doen, gaan ook met deeze schee„ „pen over. 39: koppen van 't regiment van Meuron, die hun vijf jaarig verband hebben uitgediend, en nominatien vermeld staan bij de lijste, die onder de bijlaagen overgaat sij heb„ „ben alhier hunne appoinctementen genooten tot ult:o deser en heeft niets meer tevorderen. Ook gaan voor de kost met deeze scheepen over de geweesene mattroosen Jan Hendrik Wost en Joseph Collet, die over gepleegde dieverij te Gale, Crimineelijk zijn torag ge„ steld en afgestraft. Aan den kommandeur van Jaffanapatnam Ra„ „ket hebben we toegestaan, om met deese scheepen na nederland te moogen verzenden vijf kasjes in zijldoek benaaid en verzee„ „geld namelijk. gemerkt C: B: W: beschreeven schulpen en geaddresseerd aanden Heer Carel Balthazar wieling 2: 2456 Wieling, raad inde vroegd schap der stad utrecht enz:, waar van een lang 19:, breed 13. en hoog 6. duij„ „men; en een lang 2. 1. breed 15. en hoog 7. duijmen. 3. gem: HI: T: S:, waar van twee beschreeven schul„ „pen, en een amenika en Margosie olij en alle drie geaddresseerd aan den heer Matthias Jacobus Moens, pensionaris honorair te Middelburg zijn, „de Hier van een lang 20. breed 13: en hoog 6. duij„ „men, een lang 18. breed 13. en hoog 6. duijmen, en een lang 12. breed 12. , en hoog 13. duijmen. En wij verzoeken uwel Edele Achtb: needrig, dat de voorsz: kassen, volgens derzelver addressen, moogen worden afgegeeven. De bevinding vande alhier uijtgeleeverde lading van 't schip de Leviathan, is geinsereerd in onse resolutie van den 29. October passato, die in er„ „trakt deezen verzeld, en waaraan wede vrijheid neemen ons terefereeren, wijl woe daar op niets spe„ „ciaal aantemerken hebben. Op de te Gale uitgeleeverde lading van deezen bodem, hebben de bedienden gedisponeerd bij hunne resolutie van den 22. December I:o Leeden die in extrakt onder de bijlaagen gevoegd en door ons geapprobeerd is met deeze wijnige ver„ „anderingen, „anderingen; namelijk. Dat de spillagie op de Theer, niet met twee Capitaalen advans, maer met 73. p:rC: top 't in„ 6 „koops kostende aan de overheden moet worden goedgedaan. Dat de minder geleeverde Raamzaagen groote kopere passer, niet moeten gerescontreerd wor„ „den tegen de meerder verantwoorde kraanzaag en groote ijzzere passer, maak dat het mindere door de overheeden vergoed, en het meerdere aan hun goedgedaan moet worden, en Dat aan hun nog moeten goedgedaan worden 54¼. lb: rijst, weegens toegelegde spillagie van 100 lb: per Coijang van 3200. lb: op de volgens onze voorsz: resolutie alhier binnen boord verblee„ „vene 617592. lb:, na aftrek vande te gale minder uijtgeleeverde 19245. lb: De Bevinding van de Amsterdamsche lading van de Pakel boot de Zeemeeuw, is geinsereerd in de Gaalsche resolutie van den 30. 7ber: passato, die we geapprobeerd hebben, en in extrakt onder de bijlaagen deezes overgaat. Wij 2457 Wij beveelen uw wel Edele Achtb: in de be„ scherminge des allerhoogsten, en blijve met alle hoog agting /:onderstond:/ Edele Achtbaa„ re Heeren! uw wel Edele Achtb: gehoorzae„ „me Dienaaren /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff M: P: Raket, D: C: V: Drieberg D: T: Fretz: C: van Angelbeek, J: Rein„ tous, A: Samlant en I: A: Vollenhove /:in „margiene kolombo Den 27. ' Januarij 1794. Accordeert Dijbrands Egreerk Nagesien H: W: Francke aan

NL-HaNA_1.04.02_3885_0553 view scan ↗

English

2458 Delft To the Honorable Worshipful Lords Directors of the General Dutch Chartered East India Company for the said Chamber Honorable Worshipful Lords We hope that our respectful letter of the 12th of November last, dispatched with the ship the Unie, which departed from Galle on the 16th following, will be delivered to Your Honors in due time. At present, the ships Berkhout and the Leviathan depart for the second consignment, the first for the Chamber of Amsterdam and the last for the Chamber of Zeeland, and we take the liberty regarding their crew and cargo to refer to the documents that the servants at Galle will present to Your Honors. Herewith we have the honor to present to Your Honors a set of our advices currently being sent over to the Right Honorable Worshipful Lords Seventeen, and a copy of the general description of the state of this Government in the past financial year and of our principal activities during the same, which is to be sent to the High Indian Government one of these days, alongside such further papers as are more broadly mentioned in the enclosed register. We commend Your Honors to the protection of the Almighty, and remain with all high esteem, underneath was written: Honorable Worshipful Lords, Your Honors' obedient servants, was 2459 signed: W: J: Van de Graaff, M: P: Raket, D: C: v: Drieberg, D: J: Fretz, C: van Angelbeek, J: Reintous, A: Samlant, and J: A: Vollenhove; in the margin: Colombo, the 27th of January 1791. Agrees Wijbrands First Clerk 1 A Graf Barlen Checked 49 the 9th of March 2460 Hoorn To the Honorable Worshipful Lords, Directors of the General Dutch Chartered East India Company for the said Chamber Honorable Worshipful Lords We hope that our respectful letter of the 12th of November last, dispatched with the ship the Unie, which departed from Galle on the 16th following, will be delivered to Your Honors in due time. At present, the ships Berkhout and the Leviathan depart for the second consignment, the first for the Chamber of Amsterdam and the last for the Chamber of Zeeland, and we take the liberty, regarding their crew and cargo, to refer to the documents that the servants at Galle will present to Your Honors. Herewith we have the honor to present to Your Honors a set of our advices currently being sent over to the Right Honorable Worshipful Lords Seventeen, and a copy of the General Description of the state of this Government in the past financial year, and of our principal activities in the same, which is to be sent to the High Indian Government one of these days, alongside such further papers as are more broadly mentioned in the 2461 enclosed register. We commend Your Honors to the protection of the Almighty, and remain with all high esteem, underneath was written: Honorable Worshipful Lords, Your Honors' obedient servants, was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: van Drieberg, D: J: Fretz, C: van Angelbeek, J: Reintous, A: Samlant, and J: A: Vollenhove; in the margin: Colombo, the 27th of January 1791. Agrees Wijbrands First Clerk J: van der Werff Checked 2462 Enkhuizen To the Honorable Worshipful Lords Directors of the General Dutch Chartered East India Company for the said Chamber. Honorable Worshipful Lords We hope that our respectful letter of the 12th of November last, dispatched with the ship the Unie, which departed from Galle on the 16th following, will be delivered to Your Honors in due time. At present, the ships Berkhout and the Leviathan depart for the second consignment, the first for the Chamber of Amsterdam and the last for the Chamber of Zeeland, and we take the liberty, regarding their crew and cargo, to refer to the documents that the servants at Galle will present to Your Honors. Herewith we have the honor to present to Your Honors a set of our advices currently being sent over to the Right Honorable Worshipful Lords Seventeen, and a copy of the General Description of the state of this Government in the past financial year and of our principal activities in the same, which is to be sent to the High Indian Government one of these days, alongside such further papers as are more broadly mentioned in the enclosed register. We commend Your Honors to the protection of the Almighty, and remain with all high esteem, underneath was written: Honorable Worshipful Lords, Your Honors' obedient servants, was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: v: Drieberg, D: J: Fretz, C: van Angelbeek, J: Reintous, A: Samlant, and J: A: Vollenhove; in the margin: Colombo, the 27th of January 1791. Agrees Wijbrands First Clerk J: van der Werff Checked 2463 Rotterdam To the Honorable Worshipful Lords Directors of the General Dutch Chartered East India Company for the said Chamber Honorable Worshipful Lords! We hope that our respectful letter of the 12th of November last, dispatched with the ship the Unie, which departed from Galle on the 16th following, will be delivered to Your Honors in due time. At present, the ships Berkhout and the Leviathan depart for the second consignment, the first for the Chamber of Amsterdam and the last for the Chamber of Zeeland, and we take the liberty, regarding their crew and cargo, to refer to the documents that the servants at Galle will present to Your Honors. Herewith we have the honor to present to Your Honors a set of our advices currently being sent over to the Right Honorable Worshipful Lords Seventeen, and a copy of the General Description of the state of this Government in the past financial year, and of our principal activities in the same, which is to be sent one of these days to the High Indian Government

Dutch transcription

2458 Delft Aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen van de Generaele Nederlandsche Geoktroceerde oost-indische komp: ter gemelde kamer Edele Achtbaare Heeren We hoopen dat onze eerbiedige brief van den 12. 9ber: C:o leeken afgevaerdigd met 't schip de uinie 't welk den — 16 - — daer aen van Gale vertrokken is, aen uwel Edele Achtb: ter behoorlijker tijd zal worden besteld. - thans vertrekken voor de Tweede bezending de scheepen Berkhout en de Leviathan het eerste voor de hamer Amsterdam en 't laaste voor de kamer Zeeland, en we neemen de vrijheid ov ons nopens der zelver bemanning en lading te refereeren aen de bescheijden die de bedienden te Gale uwel Ed: Achtbaare zullen aenbieden Hierneevens hebben we de Eere uwel Edele Achtb: aen tebieden, eenstel van onse tans overgaende, adviesen aen de Wel Edele Hoog agtbaare Heeren 17=men en een Copij vande Generaele beschrijving van den staet deezes Gouvernements in 't gepasseerde boekjaek en van onze voornaemste verrigtingen in 't zelve, welke eerst daegs aen de Hooge indische regeering staat afte gaen nevens zodanige verdere papieren, als breeder ver= „meld staen bij 't ingeslooten register. Wij beveelen uw wel Edele Acht„ „baare in de bescherming des allerhoogsten, en blijven met alle hoog agting /:onderstond:/ Edele Achtbaare Heeren uwwel Edele Achtbaare gehoorzaeme Dienaaren /:was 2459 /:was geteekend:/ W: I: Van de Graaff, „M: P: Raket, D: C: v: Driberg, D: I: Fretz, C: van Angelbeek, I: Reintous, A: Pamlant en J: A: Vollenhove /:in maagine:/ ko= „lombo den 27. Januarij 1791. Accordeert Wijbrands Vgklerk 1 A Graf Barlen Hagezier 49 den 9 Mar 2460 Hoorn Aan de Edele Achtbaare Heeren, Bewindhebberen van de Generaale Nederlandsche G'oktroijeerde oost-Jndische kompagnie ter gemeld te Kamer Edele Achtbaare Heer We roopen dat onze eerbiedigen brief van den 12. 9ber J Leeden afgevaardigd met 't schip de unie, 't welk den 16. daar aan van Gale vertrokken is, aan uwel „Edele Achtbaare ter behoorlijker tijd zal worden besteld. Tans vertrekken voor de tweede bezending de scheepen berkhout ende Leviathen, 't eerste voor de kamer kamer Amsterdam en 't laatste voor de kamer Zeeland, en we neemen de vrijheid, ons nopens derzelver bemanning en laa„ ding, terefereeren aan de beschij„ den die de bedienden te Gale uwel Edele agtbaare zullen aan„ bieden Hiernevens hebben we de eerer uwel Edele Achtb: aantebieden, een stel van onze tans over„ gaande adviesen aan de wel Edele Hoog Achtb: Heeren 17=men en een Copij van de Generaale beschryving van den staat deezes Gouvernements in 't gepasseerde boekjaar, en van onze voor naamste verrigtingen in het zelve welke eerst daags aan de Hooge indische Regee„ ring staat aftegaan, nevens zodanige verdere papieren, als breeder vermeld staan bij het 2461 het ingeslooten register Wij beveelen uw wel Edele Achtb: in de bescherminge des aller hoog„ „sten, en blijve met alle hoog agting /onderstond/ Edele Acht„ baare Heeren uwel wel Edele Achtb: gehoorzaeme Dienaeren / was„ „geteekend/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C voi Driberg, D: F Fretz: C van Angelbeek, J: Reintous, A: Samlant, en J: A: vollenhove, /inmargine/ ko„ „lombo den 27. ' Januarij 1791. — Accordeert Wijbrands S Egklerk te n gen J van derwerff Nagezien 2462 Enkhuijzen Aan de Edele Achtbaare Heeren. Bewindhebberen. ge Van de Generaale Nederlandsche Geoktroijeerde oost Jndische komp: ter Tem: kamer. Edele Achtbaare Heeren We hoopen dat onze eerbiedige brief van den 12. 9ber: J:o Leeden, afgevaardigd met 't schip de unie, 't welk den 16. daar aan van Gale vertrokken, is aan uwel Edele Achtb: ter behoorlijker tijd zal worden besteld. Tans vertrekken voor de tweede bezending de scheepen Berkhout ende Leviathan 't eerste voor de kamer Amsterdam en't laaste voor de kamer Zeeland, en weneemen de vrijheid, ons nopens derzelver bemanning en laading terevereeren aan de beschijden, die de bedienden te Galeuwel Edele Achtbaare zullen aan bie„ „den Hiernevens hebben we de Eere uwel Edele Achtb: aantebieden, een stel van onse tans over„ „gaande adviesen aande wel Edele Hoog Achtb: Heeren 17: n=en en een Copij van de Generaele beschrijving vanden staat deezes Gouverne„ „ments in 't gepasseerde boekjaar en van onse voornaemste verrigtingen in het zelve welke eerst daags aande Hooge indische Regee„ „ring staat aftegaan, nevens zodanige pen„ „dere, papieren als breeder vermeld staan 't ingeslooten register bij Wij beveelen uw wel Edele Achtb: inde be„ „scherminge des aller hoogsten, en blijve met alle hoog agting /:onderstond:/ Edele Acht„ baare Heeren, uw wel Edele Achtb: gehoor„ „zaeme Dienaaren /:was geteekend:/ W: f van de Graaff M: P: Raket, D: C: V: Drieberg D: T: Fretz: C: van Angelbeek J: Rein„ „tous, A: Samlant, en I: A: Vollenhove, /:in margiene:/ kolombo den 27. ' Januarij 1791. —. Accordeert den. Sijbrands Eijklerk „ be¬ ^ van derwerff Nagezien 2463 Rotterdam Aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen Van de Generaale Nederlandsche Geoktroijeerde oost- Indische kompagnie ter gem: kamer Edele Achtbaare Heeren! We hoopen dat onze eerbiedige brief van den 12. 9ber: IZ:, afgevaardigd met 't schip de Unie, 't welk den 16 „ daar aan van Gale vertrokken is, aan uwel Edele Achtb: ter behoor lijker tyd zal worden besteld Jans Tans vertrekken voor de tweede bezen„ ding de scheepen Berkhout en de Leviathan, 't eerste voor de kamer Amsterdam en 't laaste voor de ka„ „met Zeeland, en we neemen de vrijheid„ ons nopens derselver bemanning en la„ ding, te refereeren aan de beschijden, die de bedienden te Gale uwel Ede„ le Achtbaare zullen aanbieden Hiernevens hebben we de erte uwel Edele Achtb: aantebieden, een stel„ van onze tans overgaande advie„ zen aan de wel Edele Hoog agtb: Heeren O7men en een Copij van de generaale beschrijving van den staat dezes Gouvernements in 't ge„ passeerde boekjaar, en van onze voornaamste vertig tingen in 't zelven, welke eerst „ daags aan de Hooge indische regering

NL-HaNA_1.04.02_3885_0567 view scan ↗

English

government is to step down, alongside such further papers as are more fully mentioned in the enclosed register. We commend Your Right Honourable Worships to the protection of the Almighty, and remain with all high esteem. Below stood: Right Honourable Sirs, Your Right Honourable Worships' obedient servants. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. v. Drieberg, D. F. Fretz, C. van Angelbeek, P. Reintous, A. Samlant, and A. Vollenhove. In the margin: Colombo, the 27th of January 1791. Agrees. Dijbrands, First Clerk. Examined: Schaader. To The Hague. To the Right Honourable Sirs, Directors authorized by the assembly of the Gentlemen Seventeen for secret affairs. Right Honourable Sirs, We have the honour herewith to offer Your Right Honourable Worships two receipts from Captain Gijsbertus Matthias Wijtzal and Captain-Lieutenant Johannes van der Plas, commanding the now departing return ships Berkhout and the Leviathan, for the receipt of two sets of secret and two sets of separate secret orders and signals for the return ships departing from Ceylon after the first of December 1790, sent to us by Your Right Honourable Worships. Another set of these secret orders and signals we have here in stock, which we shall still retain in case they should come in handy to us in the course of this year. Herewith we also offer Your Right Honourable Worships a set of these orders and signals sent for the ships departing from Ceylon after the first of December 1787, and two sets intended for the ships departing from Ceylon after the first of December 1789, which erroneously remained behind here. Examined: A. van Charlet. We commend Your Right Honourable Worships to the protection of the Almighty, and remain with all high esteem. Below stood: Right Honourable Sirs, Your Right Honourable Worships' obedient servants. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. van Drieberg, D. F. Fretz, C. van Angelbeek, J. Reintous, A. Samlant, and J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo, the 27th of January 1791. Agrees. Hijbrands, First Clerk. Cape of Good Hope. To the Honourable Sir Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Company's important trade and establishment, together with the Council there. Noble, severe, valiant, wise, prudent, very discreet Sir and friends. We hope that our letters of the 12th and 15th of November, as well as the 19th of December of last year, sent with the ship De Unie and the packet boats De Expeditie and Maria Louisa, will have been duly delivered to Your Honours. Now departing for the second consignment are the ships Berkhout and De Leviathan, the former for the Chamber of Amsterdam and the latter for the Chamber of Zeeland, and we take the liberty to refer regarding their crew and cargo to the documents that the officials at Galle will present to Your Honours. With these ships we have granted passage to Your Honours' Government to the Lieutenant Colonel of the Regiment De Meuron, the Honourable De Meuron Bullot, who travels thither for the restoration of his health, taking with him his wife and children, alongside eight slaves, without payment of passage and board money, provided that, as far as his wife and children are concerned, they remain during the journey at no expense to the Company; and regarding his servants, we have ordered to Galle that this must be arranged according to the 23rd article of the capitulation. Furthermore, we have granted passage to the wife of the chief surgeon on the ship Berkhout, Van Alken, likewise without payment of passage and board money. To several passengers traveling to the Netherlands with these ships, we have permitted to take several slaves with them as far as the Cape of Good Hope without payment of passage and board money, of which the Galle officials will provide further report to Your Honours with the customary trade papers. Also traveling on this occasion is one Johan Emanuel Roenau, whom the ministers of Cochin have requested to send thither, as having been sentenced to remain banished on Robben Island. The fiscal here has made known by a report, of which a copy is enclosed herewith, that the Frenchman Louis Hijpolite de Verneuil has confessed that he is guilty of forging bills of exchange, but that he named several people who not only allegedly gave inducement thereto, but also shared the received money with him, with the request that he, for that reason as well as because the crime was perpetrated there, might be sent back thither with the documents against him. We have consented to this request, and therefore the aforementioned Verneuil now returns thither, and we present herewith to Your Honours a copy of the aforementioned report with the documents belonging thereto. The Colonel Commandant of the Regiment De Meuron has complained to us that freight had to be paid there for the linens he had sent for the service of the depot of his regiment which is located there; but since that which is sent for the aforementioned depot cannot be regarded as private, we kindly request Your Honours that the paid freight may be refunded and that for that which is now being sent or will be sent in the future for the benefit of the aforementioned depot, no more freight may be demanded. Furthermore, we must inform Your Honours that the Noble High Indian Government has disapproved of permitting private goods with the return ships to the Cape of Good Hope, and that thus our resolution to allow that upon payment of freight is canceled. Only to the Galle second warehouse master

Dutch transcription

2464 regeering staat aftegaan, nevens zodanige verdere papieren, als bree„ der vermeld staan bij 't ingeslooten register Wij beveelen uw wel Edele Achtb: in de bescherminge des aller hoogsten, en blij„ ve met alle hoog agting /:onderstond:/ Edele Achtbaare Heeren na wel Edele Achtb: gehoorzame Dienaten /: was getekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C:v: Driberg, D: F: Fretz, C: van Angelbeek, P: Reintous, A: Samlant en A: Vollenhove /:in margine kolombo den 27. ' Januarij 1791. Accordeert. Dijbrands Eiklerk Nagesien schaader 2465 T Waage Aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen gemagtigd van de vergadering van Heeren H=men tot de secrete zaaken Edele Achtbaare Heeren Wij hebben de eere uwel Edele Achtb: hier nevens aan te bieden twee re„ à pissen van den Capitain Gijsber„ tus Matthias wijt zal, en den Capitain Luijtenant Johannes van der Plas Commandeerende de tans vertrekkende retour scheepen Berkhout Berkhout en de Leviathan, wegens den ontvang van twee stux secree„ te en twee stux apporte secreete or„ ders en Leinen, voor de retourschee„ pen die na primo December 1790. van Ceilon vertrekken, door uwel Edele Achtb: ons toegeschikt. Nog een stel van deese secreete orders en zijnen hebben we hier in voor„ raad, die we nog zullen aanhouden, of ze ons in den loop van dit Jaar mogten te paskoomen. Hier nevens bieden wij uwel Edele Agtb: nog aan, een stel van deese orders en zeijnen, gezonden voor de scheepen :: die na primo december 1787. , en twee stellen bestemd voor de scheepen, die na primo December 1789. van Ceilon vertrekken welke alhier abusive zijn 2466 Nagezien A: van Charlet zijn terug gebleeven wij beveelen uw wel Edele Achtb: in de scherminge des aller hoogsten en blijve met alle hoog agting /:on„ derstond:/ Edele Achtbaare Heeren, uwel wel Edele Achtb: gehoorzaeme Dienaere: was geteekend:/ w: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: van Drieberg, D: F: Fretz, C: van Angelbeek, J: Reintous, A: Samlant en J: A: vollenhove /: in margiene:/ kolombo de 27. Ja„ nuarij 1791. —. Accordeert Hijbrands Eijklerk ge ens Cree„ pen 2467 Kabo de Goede Hoop. Aan den Edelen Heer ge Cornelis Jacob van de Graaff, gouverneur en Directeur van 's Comp=s inportan ten handel en omslag, Nevens den raad aldaer. Edelen Erntfesten Manhaften wijzen, voor zieniegen zeer Diskreeten Heer en Vrienden. We hoopen dat onze brieven van den 12. ' en 15. November, mitsgaders 19=e xber: J:oL: afgegaen met 't schip de Unie, en de paket boots de Expeditie en Maria Louisa aen uwel Edelens wel zullen zijn besteld. Tans vertrekken voor de tweede bezending de scheepen Berkhout en d' Leviatha„ 't eerste voor de Kamer Amsterdam en 't —. 't laatste voor de kamer Zeeland, en we neemen de vrijheid, ons nopens derzelver bemanning en laeding te refereeren aen de beschijden die de bedienden te Gale uwel Edelens zul„ „len aenbieden. Met deeze scheepen hebben we Transport na uwer wel Edelens Gouvernement verleent aen den luijtenant Colonel van 't regiment van Meuron, De E: de Meuron Bullot, die na derwaerds overvaerd ter herstelling zijner gezond= „heid, meede neemende zijne huijsvrouw en kinderen, nevens agt slaeven, kon „der betaeling van Transport en kist „geld, mits blijvende zoo veel zijn huijs= „vrouw en kinderen aengaet geduuren van „de de rijze buijten laste na de Comp: en hebben omtrent zijne be „dienden na Gale gelast dat na dit moet geschikt worden vaan het 23. -artikel van de kapitulaetsie. Nog hebben we passagie verleend aense huijsvrouw van den oppermeester op 't schip werkhout van Alken, meede zonder betaeling van Transport en Kostgeld. Aan 2468 Aan eenige passagiers, die met deeze scheepen na Nederland over vaeren hebben we toegestaen om ettelijke slaeven tot aen de Caab de goede Hoof te moogen meede neemen zonder betue= „ling van Transport en kostgeld, waer van de Gaalsche bediendens aen uwel= „Edelens bij de gewoone negotie papie= „ken nader berigt zullen doen. „Nog gaet bij deeze geleegendheid over, eenen Johan Emanuel Roenau, die de minis= „ters van koetsiem hebben verzogt nader„ „waerds te zenden, als zijnde verweezen om op 't robben Eiland gebannen te blijven. De fiscael alhier heeft bij een berigt, dat in kopia hiernevens gaet, te kennen gegeven, dat de fransman Louis Hijpolite de vernuil geconfesceerd heeft, dat hij schuldig is aan 't maeken van valsche wissel brieven, dog men ning de ul s 1e11 be 23. . dog dat hij daer bij eenige luijden heeft opgenoemd, die niet alleen daer toe aen„ „leiding zouden Hebben, gegeeven maer ook 't ontvangen geld met hem gedeeld met verzoek dat hij daerom zoo wel, als ook, om dat de misdaad aldaer geperpetreerd is met de stukken ten zijnen laste na derwaerds mogte worden te rug gezonden. we hebben in dit verzoek bewilligd, en gaet der hal= „ven gem: vernuil thans na derwaerds terug, en we bieden uwel Edelens hier nevens aen een Copij van 't voorsch: berigt met de daer toe gehoorende stukken. De collonel Commandant van't regiment van Meuron heeft zig bij ons bezwaerd dat aldaer vragt heeft moeten wor„ „den betaelt voor de lijwaeten die hij had gezonden ten dienste van 't depot van 2469 van zijn regiment, 't welk zig aldaar bevind dan wijl 't geen voor gem: depot word gezonden niet als particulier kan worden aangemerkt, verzoeken we uwel Edelens vriendelijk, dat de betaalde vragt mag worden geresti„ tueerd en dat voor 't geen ten behoeve van gem: depot tans gezonden word off in den aanstaande zal verzonden worden geen vragt meer mag worden geeijscht voorts moeten we uwel Edelens berig„ ten dat de Edele Hooge Indische Regeering heeft afgekeurd, 't permit„ teeren van particuliele goederen met de retour scheepen na de kaab de Goede Hoop en dat dis ons besluijt, om dat toetestaan onder betaeling van vragt vervalt. Eenelijk hebben we aan den gaalschen tweeden pakhuijs meester nt

NL-HaNA_1.04.02_3885_0578 view scan ↗

English

master de Moor was permitted to send on this occasion, subject to paying freight, 15 packs of linen, for which he already had permission from us prior to the receipt of Their High Mightinesses' prohibition. The goods that Your Honours sent to us with the ships the Gouverneur Generaal Mossel and the unie have all been delivered in good condition, except only 8 half aams of cauliflower, which were found to be covered in black mold, mushy, and virtually unusable, and they were therefore sold at public auction for the going rate and yielded together no more than rd:s 28. 12. For the rest, after respectful greetings, we have the honour to be with esteem Noble, Valiant, Mighty, Wise, Prudent, Most Discreet Sir and Friends, Your Honours' Obedient Friends and Servants, was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C. v: Drieberg, D: F: Fretz, C: van Angelbeek, J: Reintous, A: Samlant, and J: A: vollenhove In the margin: Kolombo, The 27th of January 1791. Agrees. Dijbrands First clerk Checked A: v: d: werff N:o 4. Secret Resolution Saturday the 9th of January 1790. Present: The Honourable, Most Respected Governor - Willem Jacob van de Graaff The Honourable Chief Administrator - Mattheus Petrus Raket The Honourable Colonel - Johan Ph: Chr: Filenius The Honourable Dissava - Diederich Thomas Fretz The Honourable First Warehouse Keeper - Johannes Reintous The Honourable Secretary - Benedictus Lamb: van Zitter The Honourable Trade Bookkeeper - Abraham Samlant and The Honourable Fiscal - M:r Johannes Adrianus vollenhove Absent: The Honourable Pay Bookkeeper - Gerrit Engel Wollz, due to indisposition Taken in Council of Ceylon. Read a secret letter from the Gentlemen Ministers at koetsiem, dated 28th December of the past year, reporting that they were expecting at any moment that Tipoe sultan would begin hostilities against Trevankoor, and that there was great reason to fear that he would meet with little resistance from Trevankoor's untrained troops, and once these are driven from the field, he would attack koetsiem with his main force; wherefore Their Honours request prompt and substantial assistance in European soldiers, and among them as many artillerymen as possible, along with 20,000 lb of gunpowder, since the garrison of koetsiem and the supply of powder there are by far insufficient to properly defend the fortress. Having deliberated upon this, it was taken into consideration that the military establishment on Ceylon is significantly weakened, both by the aid sent in 1787 to koetsiem and by the relief force that was sent to Batavia in the past year; but that the danger with which koetsiem is threatened also necessarily requires that this place be assisted with a reinforcement as large as can with any possibility be spared from here, so that the fortress is not lost and does not fall into the hands of a man like Tipoe sultan, whose inhuman cruelty is well known. And it was therefore, upon the proposal of the Governor, approved and agreed to detach to koetsiem the Company of Grenadiers and a Company of the Regiment de Meuron, numbering 141 men in the first instance, along with a detachment of Company artillery of 40 men, as well as the half company of Eastern soldiers that was sent to Tutucorijn pursuant to the secret resolution of the 17th of November of the past year, and also to send thither the 20,000 lb of powder requested by the Gentlemen Ministers. However, since the officers of the aforesaid detached European troops will have to incur some expenses to equip themselves for this expedition, it was approved and agreed, in order to enable them to do so, to allow eighty rd:s to be issued to each Captain, and fifty rd:s to each subaltern officer. Since it is uncertain when this detachment can be returned from koetsiem, it was furthermore approved to request the Gentlemen Ministers at the Cape of Good Hope to increase somewhat the number of recruits arriving for Ceylon, as far as their own situation permits and according to the capacity of the ships, after the recruits for the Regiment de Meuron present there have been placed thereon. The Governor further communicated to the meeting that in the past month His Honour received a letter from the English Government, dated the 7th of the said month, regarding the sale of kranganoor and aijkotte, and that the original of this letter was sent to the Gentlemen Ministers at koetsiem with a request to reply directly to Madras, since Their Honours could do so with greater knowledge of the matter, of which His Honour had also already notified the aforesaid English Government, concerning which it was agreed to keep this record; and it was nevertheless, now that hostilities have been commenced by Tipoe sultan, furthermore approved and agreed to give notice thereof to the Government of Madras, and thereby not only to assure them that the Company captured kranganoor in a lawful war and has possessed it for more than a hundred years, and that the petty kings of the realm of kranganoor, far from by virtue of

Dutch transcription

meester de Moor gepermitteerd om bij deeze gelegendheid mits betaelende vragt te mogen versenden 15. pakken lijwaaten waar toe hij reeds voor den ontvang van Hunner Hoog Edelh: verbod van ons verloff heeft gehad. De goederen die uwel Edelens ons met de scheepen de Gouverneur Generaal Mossel en de unie hebben toegezonden zijn alle wel uijtgeleverd, behalven alleen 8. halve aamen blom kool, die swart uijtgeslagen, pappig en genoeg„ G zaam onbruijkbaar zijn bevonden en ze zijn daarom per publieke vendutie voor 't geldende verkogt en hebben te zaamen niet meer gegolden dan rd:s 28. 12. Voor het overige hebben wij de eere na gedienstige groete G zijn met agting te /:onderstond:/ 2470 /:onderstond:/ Edelen Erntfesten, Manhaften wijzen voorzienigen zeer Diskreten Heer en vrienden Uwel Edelens Dienstwillige vriend, „212 Dienaaren /:was getekend W: g: van de Graaff, M: P: Ra„ Ket, D: C. V: Driberg, D: F: Fretr; C: van Angelbeek, J: Reintous, A: Samlant en J: A: vollenhove /:in margine:/ Kolombo Den 27. Jann: 1791. Akordeert. Dijbrands Ee klerk „ Nagezien A V: d: werff N:o 4. 2471 Resolutie GeKreete Zaturdag den 9:' Jannuarij 1790. Present De Wel Edele Groot Achtb: eer Gouverneur . - Willem Jacob van de Graaff 15 De E: Hoofdadministrateur - - - - - - - Mattheus Petrus Rakel De E: kollonel - - - - - - Johan Ph: Chr: Filenius Diederich Thomas Fretz. De E: Dessave De E: Eerste Pakhuijsmeester - _ _ _ _ _ _ _ Johannes Reintous Benedictus Lamb: van Zitter De E: Secretaris -- De E: Negotie Boekhouder - - - - - - _ Abraham Samlant. en De E: Fiscaal - - - - - - M:r Johannes Adrianus vollenhove Absent Gerrit Engel Wollz. mids indispositie Is geleesen eene secreete missive van de Heeren Ministers te koetsiem, de dato 28. xber: J: L:, houdende berigt, dat men alle oogenblik„ „ken verwagte, dat Tipoe sultan de vijandigheeden teegen Tre„ „vankoor zoude beginnen, en dat men groote reedenen hadde te dug„ „ten, dat hij aan Trevankoors ongeveffende troupen geringen teegen„ „stand ontmoeten, en als dezelven uijt het veld geslaagen zijn, met zijne grootste magt op koetsiem zoude aanvallen; weshalven Hun Edelens een spoedige en nadrukkelijke hulpen verzoeken van -- De E: Zoldij boekhouder - Genoomen in Raade van Ceijlon Europeesche . op Europeesche militie, en daar onder zoo veel arthilleristen als ma „gelijk is, neevens 20000. lb: buskruijt, wijl de bezetting van koet, „siem en de voorraad van kruijt aldaar, op verre na niet toe „rijkende zijn om de vesting behoorlijk te defendeeren Waarover gedelibereerd zijnde, is in achting genoomen, dat de mili„ „taire staat op Ceijlon merkelijk verswakt is, zoo door 't geson„ „den secours in 1787. na koetsiem, als door 't ontzet dat in A:o pass:o na Batavia is gezonden; dog dat ook het gevaar, waarmeede koetsiem gedrijgd word; noodzaakelijk vereijscht, dat men die plaats te gemoed koome met een renfort, zoo groot, als met eenige moogelijkheijd van hier kan worden ge„ „mist , op dat die vesting niet verlooren gaa, en koome te vallen in de handen van een Man, als Tipoe sultan, wiens onmen„ „schelijke weedheid bekend is. En is derhalven op de propositie van den Heer Gouverneur, goedge„ vonden en verstaan, naa koetsiem te detacheeren de Comp:e Gra„ ende „nadiers, en een Comp:e van 't Regiment van Meuron, sterk id primo plan 141. koppen, neevens een detachement van de Comp:s ar„ „tillerij van 40. man, zoo meede de halve comp: oostersche mili„ „tavren die volgens secrete resolutie van den 17: 9ber: passato na Tutucorijn is gezonden, en daarneevens ook na derwaards te zenden de door de Heeren Ministers gevraagde 20000. lb: kruijt. Dan wijl de officieren van de voorsz: gedetacheerde europeesche trou„ „pes eenige ongelden zullen moeten doen, om zig tot deesen togt toekrusten, is om hun daartoe in staat te stellen goed gevonden en 2472 en verstaan, aan elk Capitein te laaten verstrekken Taggentig rd„s, en aan ieder subalterne officier vijftig rd:s wijl het onzeeker is, wanneer dit detachement van koetsiem zal kun„ „nen terug gezonden worden, is alverder goedgevonden, de weeren Ministers aan de kaab de Goede Hoop te verzoeken, om 't getal der voor Ceijlon uijtkoomende recruten, wat te willen versterken zoo veel het hun eijgen toestand toelaaten kan, en na maate van de ruijmte der scheepen, naa dat de aldaar zijnde recruten voor 't regiment van Meuron daar op zullen zijn geplaatst. De Heer Gouverneur communiceerde wijders ter vergaadering, dat zijn Edele in de Jongst gepasseerde maand heeft ontfangen een brief van het Engelsch Gouvernement, van den 7. van geim: maand, over den verkoop van kranganoor en aijkotte, en dat deese brief in origineel gezonden is aan de Heeren Ministers te koetsiem, met verzoek om daarop direct na Madras te and„ „woorden; wijl huw Edelens dat met meer kennis van zaaken konden doen, waarvan zijn Edele ook reeds kennis had gegeeven aan 't voorsz: engelsche Gouvernement, waarvan verstaan is te houden deese aanteekening; En is niet te min, nu dat de vijan„ „delijkheeden door Tipoe sultan zijn begonnen, alverder goedgevon„ „den en verstaan, om daarvan kennis te geeven aan 't Gouver„ „nement van Madaas, en het zelve daarbij niet alleen te ver„ „zeekeren, dat de Comp: kranganoor in een wettigen oorlog vero„ „verd, en meer dan honderd Jaaren bezeeten heeft, en dat de koe„ „ningjes van 't Rijk van kranganoor, verre van uijt hoofde van

NL-HaNA_1.04.02_3885_0584 view scan ↗

English

goes beyond this, or that, of this fort, or for any other reason, having enjoyed any recognition from the Company, have been vassals of the Company, but also to request that Government to be pleased to inform this Administration whether it intends to support the King of Travancore, with whom the Dutch are also closely allied, against Tipu Sultan, if he attacks him at Cranganore, which has now become the lawful property of the King of Travancore and to which Tipu Sultan has no claim, whether in the event of an unexpected capture of it he might let the matter rest there. Finally, on the proposal of the Honorable Governor, it was approved and agreed, for the reinforcement of the garrison here, to re-engage the entire Company of free Moors into service at their former pay, and to employ thereof with the artillery here 1 sergeant, 2 corporals, and 36 privates. Thus resolved in the Castle of Colombo, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, C. Tilenius, P. T. Fretz, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and J. A. Vollenhove. Secret. 2473 Tuesday, the 12th of January 1790. Present: The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket Colonel Johan Philip Christn Tilenius First Warehouse Master Johannes Reintous Secretary Benedictus Lamb. van Zitter Trade Bookkeeper Abraham Samlant Absent: The Honorable Disava Diederich Thomas Fretz Pay Bookkeeper Gerrit Engelbert Holst Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove Read by circular dispatch a secret letter from the Honorable Cochin Ministers, of the 31st of December last, whereby they communicate that Tipu Sultan continues the hostilities he has begun and has already attacked the lines three times, yet has each time been repulsed by the troops of Travancore; but that one must nevertheless assume that they will not be able to hold out in the long run against the great superior force of Tipu, and that Tipu will thus achieve his objective to advance before Cochin, in which case women and children would not only be very much in the way and a burden during the siege, but also, in the event the fortress should fall, would become the victims of his inhuman cruelty: requesting therefore urgently to send as many ships and sloops as possible to Cochin for the transport of women and children. Whereupon deliberation having been held, it was, in consideration of the great danger threatening Cochin and of the dreadful fate the defenseless women and children must suffer if the fortress should fall into the enemy's hands, approved and agreed to order the ship Vreedenburg, which arrived at Galle the day before yesterday from Surat, to proceed hither as soon as it shall have been discharged of the goods pro Patria and for the Cape, in order to be sent to Cochin with the four sloops destined for the transport of the detached troops. Thus resolved in the Castle of Colombo, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, C. Tilenius, J. Reintous, B. L. van Zitter, and A. Samlant. Secret. 2474 Secret Resolution Taken in the Council of Ceylon Thursday, the 4th of February 1790. Present: The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket The Honorable Disava Diederich Thomas Fretz The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honorable Secretary Benedictus Lamb.s van Zitter The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove Absent: The Honorable Colonel Johan Philip Christn Tilenius on account of indisposition The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engelbert Holst Read a separate letter from the Honorable Tuticorin Chief Meckern, of the 20th of January last, whereby his Honor communicates that the reports there are unanimous that Tipu Sultan, since he was repelled in his attack made on the 30th of December on the lines of Travancore, is reinforcing himself more and more in Malabar, and that he not only intends to penetrate into the Kingdom of Travancore with greater force, but also that his cavalry stands ready to invade everywhere into the Kingdom of Carnatica and into the lands of Madura and Tirunelveli, and to join the malcontents who are waiting for this in the Udayar Tevar country and in several other regions; that it is at least certain that Tipu Sultan has marched his cavalry up to the borders, and that the English are making great preparations everywhere and gathering all their troops at the places of arms, there being left in Madura and Palayamkottai only as few men as are barely necessary to guard these strongholds, whereby, should anything occur, the entire country of Madura and Tirunelveli lies open to the marauding bands of Tipu Sultan; requesting therefore the orders of this Administration as to how his Honor should conduct himself if the troops of Tipu Sultan should break through, reporting at the same time that his Honor has provisionally ordered the Residents at the subordinate factories to settle the accounts with the merchants as closely as possible, and that his Honor, upon the arrival of the first sloop, will have all remaining goods fetched from there, and even, if the news should make it necessary, remove everything from there, leaving behind a native servant to guard the lodges, but that his Honor considers

Dutch transcription

dit Tot verder gaat of dat van dit fort, of uit eenige andere reedene, eenige recognitie van de Comp: genooten te hebben, vassaelen van de comp: zijn geweest, maer ook dat Gouvernement te verzoeken, om deeze Regeering te wil„ „len onderrigten, of het voorneemens zij om den koning van Tre„ „vankoor, met wien ook de neederlandsche naauw verbonden is, A teegens Pipoe sullan te ondersteunen, indien hij hem te kaan„ „ganoor, dat nu een wettigen eijgendom van den koning van Tre„ „vankoor geworden is, en waarop Tipoe sullan niets te eijs„ beonverhoopte verovering vant # „schen heeft, aantast, het zij dat 'thij d2 daarbij mogte laaten berusten. Eijndelijk is op de propositie van den Hele Gouverneur, goedge„ „vonden en verstaan om tot versterking van het Guarnizoen alhier„ de geheele Comp:e vaije Mooren weeder in dienst te neemen op haare voorige bezoeding, en daarvan bij de artillerij alhier te emploijeeren, 1. sergeant 2. corporaals en 36: gemeenen. Aldus Geresolveerd in 't Casteel kolombo, ten daege maand en Jaare voorsz: /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff„ x M. P: Raket, C: Tilenius, P: T: Frett, J: Reintous, J: B: L: van Zitter, A: Samlant, en J: A: vollenhove„ Secreete 2473 Dingsdag den 12:' Januarij 1740. Present De wel Ed: Groot Agtb: Heer Jouverneur Willem Jacob van de Graag # Mattheus Petrus Rakel DE: Hoofdadministrateur - - Johan Philip Christn Tilenius Collonel Eerste Pakhuijsmeester - Johannes Reintous Benedictus Lamb: van Litter Sekretaris - Negotie Boekhouder - - - - - Abraham Jamlant Absent H: Desjave - - - _ - - - - Diederich Thomas Fretz soldij Boeklouder - - - - - Gerrit Engel, Holst, Elskaal - - - - Mr Johannes Adrianus vollenhove J5 doorrondzending geleezen een sekreete brief van de Weeren hoet„ „siemsche Ministers, van den 31. xber: J:Z: waarbij dezel„ „ven bedeelen, dat Tissoe Sultan de begonnene vijandigheeden voortzet en reeds driemaal de linie heeft aangelast, dog tel„ „kens door de troepen van Trevankoor terug geslaagen is maer dat men echter onderstellen moet, dat ze teegen de groote overmagt van Jipoe dus op den duur niet zullen kun„ Serreele Resolutie Genoomen in Raade van Ceijlon By Rondvraage, op „nen . - „nen bestaan, en dat Jipoe dus zijn oogmerk zal bereijken, om tot voor koetsiem aanterukken, in wel geval vrouwen en kinderen niet alleen geduurende de beleegering zeer in den weg en tot last zouden zijn, maar ook in geval de vesting mogte overgaan, de slagt offers zijner, onmenschelijke wreedheijd zouden worden: verzoekende derhalven instan„ „tig, om zoo veel scheepen en sloepen tot transport van vrouwen en kinderen, na koetsiem te zenden als mogelijk is. Waarop gedelibereerd zijnde, is uijt aanmerking van 't groot gevaar, waarmeede koetsiem gedreijgd word, en van het ijzelijk noodlst, dat de weerloose vrouwen en kin„ „deren zullen moeten ondergaan, zoo de vesting in svij„ „ands hand mogte vallen, goedgevonden en verstaan, om 't schip vreedenburg, dat eergisteren van souratta te Gale is aangekomen, zoo dra het van de goederen pro Patria en voor de caab zal zijn ontlost, herwaards te laaten koomen, om met de vier sloepen, die tot transport van de gecom„ „mandeerde troupes zijn bestemd, na koetsiem te worden gezonden. Aldus Geresolveert in 't casteel kolombo, ten daage maand en Jaare voorschr: /:was geteekend:/ W: J: van de Graaf„ M: P: Haket, C: Tilenius, J: Reintous, B: L: van Ziller en A: Samlant. Lekreete 2474 Gekrede Resolutie Donderdag den 4 Februarij 1790. Present O De Wel Edele Groot Achtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff De - E: hoofdadministrateur - - - - - Mattheus Petrus Rakel De E: Dessave - - - - - - - - Diederich Thomas Freth De E: Eerste Pakhuijsmeester - - - - Iohannes Reintous De E: Secretaris - - - - - - - Benedictus Lamb:s van Litter De E: Negotie Boekhouder - - - - Abraham Samlant De E: Fiskaal - - - - _ _ M: Johannes Adrianus Vollenhove Absent us Johan S: Edelen mids indispositie De E: Collonel - - - - - - - - Reder ch: Thomas Frett De E: Zoldij Boekhouder - - - - - - Gerrit Engel Wolst Is geleezen een aparte brief van het E: Tutucorijnsch opperhoofd Mekern, van den 20. ' Januarij J:o Z:,. waarbij zijn E: bedeeld, dat de berigte aldaar eenstemmig zijn, dat Jipoe Tultan, zee„ „dert dat hij in zijn aanval, op den 30: xber: op de linie van Trevankoor gedaan, was afgeslaagen, zig op de Mallabaar meer en meer versterkt, en dat hij niet alleen met meerder kragt in 't Rijk van Trevankoor wil indringen, maar ook Genoomen in Raade van Ceijlon op dat is nd dat zijne Cavallerij gereed staat, om overal in 't Rijk van karnatika en in de landen van madu„ „re en Tirnewelli te vallen, en zig te voegen bij de misnoegden, die in 't oedea tleuversche en in verscheijde: „ne andere streeken hier op wagten: dat het althans zeeker is, dat Tipoe sultan zijne Cavallorij heeft laaten marcheeren tot op de grensen, en dat de Engelschen over al groote toeberijdselen maaken, en alle hunne troepen op de waepenplaatsen verzo= „melen, zijnde in madure en Paleamkotte zoo weinig volk gelaaten, als maar even noodig is om deeze sterkten te bewaaren, waar door indien er iets mogt voorvallen, het geheele land van ma„ „dure en Tirnewelli voor de stroopende bende van Tipoe sultan open legt; verzoekende der= „halven de beveelen deezer Regeering, hoe zijn E: zig zoude moeten gedraagen, indien de troupen van Tipoe sultan mogten doorbreeken, met berigt teffens, dat zijn E: bij voorraad den Resi= denten op de onderhorige factorijen last gegeeven heeft, om de reekeningen met de kooplieden zoo naa moogelijk te verevenen, en dat zijn E: bij de komst van de eerste sloep, alle restanten van daar zal laaten haalen, en ook zelfs, indien de tijdinge dit mogten noodzaakelijk maaken, alles van daar ligten, met agterlaating van een inlandsche bediende, om de losien te bewaaren, dog dat zijn E: vermeend

← previousnext →